a	noun	de eerste letter van het alfabet
a's	=	a
a'tje	=	a
a'tjes	=	a
a-attest	noun	in het Vlaamse secundaire onderwijs: de leerling is geslaagd en mag overgaan naar gelijk welk aansluitend hoger leerjaar
a-attesten	=	a-attest
a-biljet	noun	een aangifteformulier van inkomstenbelasting in Nederland
a-biljetje	=	a-biljet
a-biljetjes	=	a-biljet
a-biljetten	=	a-biljet
a-bom	noun	een atoombom
a-bommen	=	a-bom
a-bommetje	=	a-bom
a-bommetjes	=	a-bom
a-capellagroep	noun	koor dat zonder instrumentale begeleiding liederen ten gehore brengt
a-capellagroepen	=	a-capellagroep
a-capellagroepje	=	a-capellagroep
a-capellagroepjes	=	a-capellagroep
a-capellakoor	noun	een koor dat zingt zonder begeleiding van instrumenten
a-capellakoortje	=	a-capellakoor
a-capellakoortjes	=	a-capellakoor
a-capellakoren	=	a-capellakoor
a-capellamuziek	noun	muziek waar geen instrumenten aan te pas komen, maar die uitsluitend bestaat uit (koor)gezang
a-capellamuziekje	=	a-capellamuziek
a-capellamuziekjes	=	a-capellamuziek
a-capellazang	noun	zang zonder begeleiding van instrumenten
a-capellazanger	noun	zanger die zonder instrumentale begeleiding zingt
a-capellazangers	=	a-capellazanger
a-frame	noun	een frame dat op de letter A lijkt
a-frames	=	a-frame
a-groot	noun	het akkoord a - cis - e, de grote drieklank op de eerste trap van de A-grotetertstoonladder
a-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de A-grotetertstoonladder
a-grootakkoorden	=	a-grootakkoord
a-grootakkoordje	=	a-grootakkoord
a-grootakkoordjes	=	a-grootakkoord
a-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "a" als grondtoon
a-grotetertstoonaarden	=	a-grotetertstoonaard
a-grotetertstoonaardje	=	a-grotetertstoonaard
a-grotetertstoonaardjes	=	a-grotetertstoonaard
a-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met “a” als grondtoon
a-grotetertstoonladders	=	a-grotetertstoonladder
a-grotetertstoonladdertje	=	a-grotetertstoonladder
a-grotetertstoonladdertjes	=	a-grotetertstoonladder
a-grotetertstoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "a" als grondtoon
a-grotetertstoonschaaltje	=	a-grotetertstoonschaal
a-grotetertstoonschaaltjes	=	a-grotetertstoonschaal
a-grotetertstoonschalen	=	a-grotetertstoonschaal
a-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met "a" als grondtoon
a-grotetertstoonsoorten	=	a-grotetertstoonsoort
a-grotetertstoonsoortje	=	a-grotetertstoonsoort
a-grotetertstoonsoortjes	=	a-grotetertstoonsoort
a-klein	noun	het akkoord a - c - e, de kleine drieklank op de eerste trap van de a-kleinetertstoonladder
a-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de a-kleinetertstoonladder
a-kleinakkoorden	=	a-kleinakkoord
a-kleinakkoordje	=	a-kleinakkoord
a-kleinakkoordjes	=	a-kleinakkoord
a-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “a” als grondtoon
a-kleinetertstoonaarden	=	a-kleinetertstoonaard
a-kleinetertstoonaardje	=	a-kleinetertstoonaard
a-kleinetertstoonaardjes	=	a-kleinetertstoonaard
a-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met a als grondtoon
a-kleinetertstoonladders	=	a-kleinetertstoonladder
a-kleinetertstoonladdertje	=	a-kleinetertstoonladder
a-kleinetertstoonladdertjes	=	a-kleinetertstoonladder
a-kleinetertstoonschaal	noun	een mineurtoonladder met “a” als grondtoon
a-kleinetertstoonschaaltje	=	a-kleinetertstoonschaal
a-kleinetertstoonschaaltjes	=	a-kleinetertstoonschaal
a-kleinetertstoonschalen	=	a-kleinetertstoonschaal
a-majeur	noun	het akkoord a - cis - e, de grote drieklank op de eerste trap van de A-grotetertstoonladder
a-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de A-grotetertstoonladder
a-majeurakkoorden	=	a-majeurakkoord
a-majeurakkoordje	=	a-majeurakkoord
a-majeurakkoordjes	=	a-majeurakkoord
a-majeursextakkoord	noun	een in de populaire muziek gebruikelijk akkoord; het wordt gevormd door het A-majeurakkoord plus een grote sext
a-majeursextakkoorden	=	a-majeursextakkoord
a-majeursextakkoordje	=	a-majeursextakkoord
a-majeursextakkoordjes	=	a-majeursextakkoord
a-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “a” als grondtoon
a-majeurtoonaarden	=	a-majeurtoonaard
a-majeurtoonaardje	=	a-majeurtoonaard
a-majeurtoonaardjes	=	a-majeurtoonaard
a-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "a" als grondtoon
a-majeurtoonladders	=	a-majeurtoonladder
a-majeurtoonladdertje	=	a-majeurtoonladder
a-majeurtoonladdertjes	=	a-majeurtoonladder
a-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "a" als grondtoon
a-majeurtoonschaaltje	=	a-majeurtoonschaal
a-majeurtoonschaaltjes	=	a-majeurtoonschaal
a-majeurtoonschalen	=	a-majeurtoonschaal
a-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met "a" als grondtoon
a-majeurtoonsoorten	=	a-majeurtoonsoort
a-majeurtoonsoortje	=	a-majeurtoonsoort
a-majeurtoonsoortjes	=	a-majeurtoonsoort
a-merk	noun	een merk dat bekend staat (reputatie) om de hoge kwaliteit van de producten en hoge naamsbekendheid, waarbij er voor het product veel reclame wordt gemaakt.
a-merken	=	a-merk
a-merkje	=	a-merk
a-merkjes	=	a-merk
a-mineur	noun	het akkoord a - c - e, de kleine drieklank op de eerste trap van de a-kleinetertstoonladder
a-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de a-kleinetertstoonladder
a-mineurakkoorden	=	a-mineurakkoord
a-mineurakkoordje	=	a-mineurakkoord
a-mineurakkoordjes	=	a-mineurakkoord
a-mineursextakkoord	noun	in de populaire muziek gebruikelijke sextakkoord dat wordt gevormd door het mineurakkoord plus een grote sext, tonen: a - c - e - fis
a-mineursextakkoorden	=	a-mineursextakkoord
a-mineursextakkoordje	=	a-mineursextakkoord
a-mineursextakkoordjes	=	a-mineursextakkoord
a-mineurtoonaard	noun	een kleinetertstoonladder met “a” als grondtoon
a-mineurtoonaarden	=	a-mineurtoonaard
a-mineurtoonaardje	=	a-mineurtoonaard
a-mineurtoonaardjes	=	a-mineurtoonaard
a-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met a als grondtoon
a-mineurtoonladders	=	a-mineurtoonladder
a-mineurtoonladdertje	=	a-mineurtoonladder
a-mineurtoonladdertjes	=	a-mineurtoonladder
a-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “a” als grondtoon
a-mineurtoonschaaltje	=	a-mineurtoonschaal
a-mineurtoonschaaltjes	=	a-mineurtoonschaal
a-mineurtoonschalen	=	a-mineurtoonschaal
a-omroep	noun	de omroeporganisaties met de hoogste status en dus ook het meeste aantal uren zendtijd (er waren A-, B-, en C-omroepen)
a-omroepen	=	a-omroep
a-omroepje	=	a-omroep
a-omroepjes	=	a-omroep
a-opleiding	noun	een basis- of instapniveau binnen een vakgebied (vaak MBO-2, NIMA-A, of specifieke brancheopleidingen zoals Fitnesstrainer A of Procesoperator A).
a-opleidingen	=	a-opleiding
a-opleidinkje	=	a-opleiding
a-opleidinkjes	=	a-opleiding
a-pion	noun	bij het schaakspel de pionnen die op de a-lijn staan bij het begin van het spel
a-pionnen	=	a-pion
a-pionnetje	=	a-pion
a-pionnetjes	=	a-pion
a-priorikeus	noun	een van tevoren vaststaand, niet nader toegelicht besluit, keuze voor iets
a-priorikeuzen	=	a-priorikeus
a-priorikeuzes	=	a-priorikeus
a-priorisch	adj	gebaseerd op veronderstellingen of vooroordelen
a-priorische	=	a-priorisch
a-priorisme	noun	redenering op grond van a priori's
a-priorismen	=	a-priorisme
a-priorismes	=	a-priorisme
a-prioristisch	adj	op de feiten vooruitlopend
a-prioristische	=	a-prioristisch
a-prioristischer	=	a-prioristisch
a-prioristischere	=	a-prioristisch
a-prioristischers	=	a-prioristisch
a-relaxed	=	arelaxed
a-relaxt	=	arelaxed
a-selectie	noun	de eerste keus bij het maken van een sportploeg, de B-selectie is de tweede keus
a-selecties	=	a-selectie
a-selectietje	=	a-selectie
a-selectietjes	=	a-selectie
a-toonladder	noun	een grotetertstoonladder met a als grondtoon
a-toonladders	=	a-toonladder
a-toonladdertje	=	a-toonladder
a-toonladdertjes	=	a-toonladder
a-verpleegkundige	noun|obsolete	verpleegkundige gespecialiseerd in de verpleging van mensen met een lichamelijke ziekte
a-verpleegkundigen	=	a-verpleegkundige
a-viertje	noun	A4'tje een bepaald veelgebruikt papierformaat van ongeveer 30 x 21 cm
a-viertjes	=	a-viertje
a-weg	noun	een weg voor snel gemotoriseerd verkeer met een middenberm tussen de rijrichtingen en ongelijkvloerse kruisingen
a-wegen	=	a-weg
a-weging	noun	meting van de geluidsterkte waarbij rekening wordt gehouden met de gevoeligheid van het menselijk oor
a-ziekte	noun	infectieziekten waarbij de arts direct melding moet maken aan de GGD als de diagnose is gesteld
a-ziekten	=	a-ziekte
a-zin	noun	gestandaardiseerde advieszin die helpt om de omgang met chemische stoffen veiliger te maken
a-zinnen	=	a-zin
aa	=	honderdzeventig
aacht	noun	een onderaardse gang of gewelf
aachten	=	aacht
aadler	noun|obsolete	grote, havikachtige roofvogel, als symbool van verheven macht
aadlers	=	aadler
aadlijk	=	adellijk
aadlijke	=	adellijk
aadlijker	=	adellijk
aadlijkere	=	adellijk
aadlijkers	=	adellijk
aadlijks	=	adellijk
aadlijkst	=	adellijk
aadlijkste	=	adellijk
aafs	adj|obsolete	in tegenovergestelde richting gekeerd, in de verkeerde richting staand of bewegend
aafse	=	aafs
aafser	=	aafs
aafsere	=	aafs
aafst	=	aafs
aafste	=	aafs
aagje	noun	iemand die te veel laat blijken iets te willen weten
aagjes	=	aagje
aagt	noun	appel, aagtappel.
aagtappel	noun	lichtzure appel, aagt, Aagje
aagtappelen	=	aagtappel
aagtappels	=	aagtappel
aagtappeltje	=	aagtappel
aagtappeltjes	=	aagtappel
aagten	=	aagt
aagtje	=	aagt
aagtjes	=	aagt
aah	intj	uitroep van ontdekking/verrassing, dan wel van schrik/ontsteltenis
aai	noun	streling, liefkozing waarbij je met je hand over de huid van een ander strijkt
aaibaar	adj	mogelijk om te aaien, benaderbaar
aaibaarder	=	aaibaar
aaibaardere	=	aaibaar
aaibaarders	=	aaibaar
aaibaarheden	=	aaibaarheid
aaibaarheid	noun	de mate waarin iets aaibaar is, de mate waarin iets of iemand aardig of vriendelijk is
aaibaarheidsfactor	noun	de mate waarin een mens of dier zich laat aaien of blij laat maken
aaibaarheidsfactoren	=	aaibaarheidsfactor
aaibaarheidsfactortje	=	aaibaarheidsfactor
aaibaarheidsfactortjes	=	aaibaarheidsfactor
aaibaars	=	aaibaar
aaibaarst	=	aaibaar
aaibaarste	=	aaibaar
aaibare	=	aaibaar
aaide	=	aaien
aaiden	=	aaien
aaie	=	aaien
aaien	verb	zachtjes met de hand iets strelen als liefkozing
aaiend	=	aaien
aaiende	=	aaien
aaiepoes	intj	iets wat men zegt bij het strelen van een poes of kind
aaiing	noun	het aaien
aaiingen	=	aaiing
aaiinkje	=	aaiing
aaiinkjes	=	aaiing
aaipoes	noun	een poes die zich graag laat aaien	intj	wat je zegt tijdens het aaien van een poes
aaipoesje	=	aaipoes
aaipoesjes	=	aaipoes
aaipoezen	=	aaipoes
aaistoot	noun	zachte aanraking van een bal tijdens het spelen van biljart
aaistootje	=	aaistoot
aaistootjes	=	aaistoot
aaistoten	=	aaistoot
aait	=	aaien
aaitje	=	aai
aaitjes	=	aai
aak	noun	lang vaartuig met een platte bodem en een brede boeg meestal gebruikt om vracht te vervoeren, vrachtschip
aakje	=	aak
aakjes	=	aak
aakpalpmot	noun	Altenia scriptella een nachtvlinder uit de familie Gelechiidae, de tastermotten.
aakpalpmotje	=	aakpalpmot
aakpalpmotjes	=	aakpalpmot
aakpalpmotten	=	aakpalpmot
aaks	adj	op Aken betrekking hebbend
aakschipper	noun	iemand die op een aak vaart als schipper
aakschippers	=	aakschipper
aakschuit	noun	lang vaartuig met een platte bodem en een brede boeg meestal gebruikt om vracht te vervoeren
aakschuiten	=	aakschuit
aakschuitje	=	aakschuit
aakschuitjes	=	aakschuit
aakse	noun	een vrouwelijke inwoner van Aken, of een vrouw afkomstig uit Aken
aaksen	=	aakse
aakster	=	ekster
aaktjalk	noun	lang vaartuig met een platte bodem en een brede boeg meestal gebruikt om vracht te vervoeren; tjalk die verbouwd is tot een aak
aaktjalken	=	aaktjalk
aaktjalkje	=	aaktjalk
aaktjalkjes	=	aaktjalk
aal	noun	mestvocht
aalachtig	adj	lang, glad, beweeglijk en moeilijk te pakken; lijkend op een aal
aalachtige	=	aalachtig
aalachtigen	noun	benaming voor vissen die lijken op een paling uit de superorde Elopomorpha
aalachtigs	=	aalachtig
aalbes	noun	Ribes rubrum een plant met opvallend geelgroene bladeren, oorspronkelijk uit West-Europa
aalbesachtig	adj	lijkend op een aalbes
aalbesachtige	=	aalbesachtig
aalbesachtigen	noun	geslacht Ribes plantengeslacht waar de aalbes lid van is
aalbesachtigs	=	aalbesachtig
aalbesje	=	aalbes
aalbesjes	=	aalbes
aalbessen	=	aalbes
aalbessenboompje	noun	aalbessenstruik
aalbessenboompjes	=	aalbessenboompje
aalbessendief	noun	Muscicapa striata een kleine, onopvallende zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
aalbessendieven	=	aalbessendief
aalbessengelei	noun	ingedikt aalbessennat of aalbessensap
aalbessengeleien	=	aalbessengelei
aalbessengeleitje	=	aalbessengelei
aalbessengeleitjes	=	aalbessengelei
aalbessenjam	noun	jam gemaakt van aalbessen
aalbessenjams	=	aalbessenjam
aalbessenjenever	noun	gedestilleerde alcoholische drank vervaardigd op basis van aalbessensap
aalbessenjenevers	=	aalbessenjenever
aalbessenjenevertje	=	aalbessenjenever
aalbessenjenevertjes	=	aalbessenjenever
aalbessennat	noun	het sap van een aalbes
aalbessennatje	=	aalbessennat
aalbessennatten	=	aalbessennat
aalbessenrist	noun	steeltje van de aalbessenstruik ontdaan van de aalbessen; steeltje dat men overhoudt na het risten van aalbessen
aalbessenristen	=	aalbessenrist
aalbessenristje	=	aalbessenrist
aalbessenristjes	=	aalbessenrist
aalbessensap	noun	sap dat bereid is op basis van aalbessen
aalbessensapje	=	aalbessensap
aalbessensapjes	=	aalbessensap
aalbessensappen	=	aalbessensap
aalbessenstruik	noun	een struikachtige plant waarvan de aalbes de vrucht is
aalbessenstruiken	=	aalbessenstruik
aalbessenstruikje	=	aalbessenstruik
aalbessenstruikjes	=	aalbessenstruik
aalbessentros	noun	groepje aalbessen die aan een zelfde steel zijn gegroeid
aalbessentrosje	=	aalbessentros
aalbessentrossen	=	aalbessentros
aalbessenwesp	noun	insect dat zich verpopt onder de bladeren van de aalbessenstruik
aalbessenwespen	=	aalbessenwesp
aalbessenwijn	noun	alcoholische drank gemaakt van aalbessen
aalbessenwijnen	=	aalbessenwijn
aalbessesap	=	aalbessensap
aalbessestruik	=	aalbessenstruik
aalboer	noun	iemand de alen verkoopt, palingboer
aalboeren	=	aalboer
aalboertje	=	aalboer
aalboertjes	=	aalboer
aalboot	noun	verschillende type boten gebruikt voor het vangen of vervoeren van paling
aalbootje	=	aalboot
aalbootjes	=	aalboot
aalbot	noun	bepaald soort vis die voorkomt in het noordwesten en het noordoosten van de Atlantische Oceaan, Glyptocephalus cynoglossus uit de familie van schollen Pleuronectidae in de orde platvissen Pleuronectiformes
aalboten	=	aalboot
aalbotje	=	aalbot
aalbotjes	=	aalbot
aalbotten	=	aalbot
aaldobber	noun	dobber gebruikt bij het hengelen naar aal
aaldobbers	=	aaldobber
aaldobbertje	=	aaldobber
aaldobbertjes	=	aaldobber
aalduiker	noun	bepaald soort watervogel, Podiceps cristatus
aalduikers	=	aalduiker
aalduikertje	=	aalduiker
aalduikertjes	=	aalduiker
aalelger	noun	een hark waarmee men probeert palingen te vangen (eigenlijk een tautologie want elger betekent hetzelfde)
aalelgers	=	aalelger
aalelgertje	=	aalelger
aalelgertjes	=	aalelger
aalemmer	noun	een emmer met water en deksel waarin men gevangen paling bewaard
aalemmers	=	aalemmer
aalemmertje	=	aalemmer
aalemmertjes	=	aalemmer
aalfuik	noun	een fuik die gebruikt wordt voor het vangen van alen
aalfuiken	=	aalfuik
aalfuikje	=	aalfuik
aalfuikjes	=	aalfuik
aalgeer	noun	een hark waarmee men probeert palingen te vangen, een elger, een aalspeer
aalgeertje	=	aalgeer
aalgeertjes	=	aalgeer
aalgeren	=	aalgeer
aalglad	adj	zo glad als een aal, of een paling, glibberig
aalgladde	=	aalglad
aalgladder	=	aalglad
aalgladdere	=	aalglad
aalgladders	=	aalglad
aalglads	=	aalglad
aalgladst	=	aalglad
aalgladste	=	aalglad
aalgrondel	noun	benaming voor tropische lange slangachtige vissen uit de familie Pholidichthyidae in de orde baarsachtigen
aalgrondels	noun	een familie Pholidichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
aalgrondeltje	=	aalgrondel
aalgrondeltjes	=	aalgrondel
aalhaak	noun	haak voor het vissen op aal
aalhaakje	=	aalhaak
aalhaakjes	=	aalhaak
aalhaken	=	aalhaak
aalhoekwant	noun	Het is een lange lijn met minstens honderd haakjes, die wordt uitgelegd en een getijde lang blijft liggen voor het vangen van aal.
aalhoekwanten	=	aalhoekwant
aalhoekwantje	=	aalhoekwant
aalhoekwantjes	=	aalhoekwant
aalhouder	noun	emmer waarin men paling kan bewaren
aalhouders	=	aalhouder
aalhoudertje	=	aalhouder
aalhoudertjes	=	aalhouder
aalijzer	noun	hark waarmee men palingen probeert te vangen
aaljaagnet	noun	werpnet waarmee men aal en paling probeert te vangen
aaljaagnetten	=	aaljaagnet
aalkaar	noun	houten bak waardoorheen water kan stromen en waarin met palingen en alen levend kan bewaren
aalkabeljauwen	noun	een familie Muraenolepididae van straalvinnige vissen uit de orde van kabeljauwachtigen (Gadiformes)
aalkaren	=	aalkaar
aalkorf	noun	van (wilgen)tenen gemaakt net om paling te vangen
aalkorfje	=	aalkorf
aalkorfjes	=	aalkorf
aalkorven	=	aalkorf
aalkub	noun	fuik om aal mee te vangen
aalkubbe	noun	aalkub
aalkubben	=	aalkub
aalkubbetje	=	aalkubbe
aalkubbetjes	=	aalkubbe
aalkubje	=	aalkub
aalkubjes	=	aalkub
aalkuip	noun	kuip waarin gevangen alen bewaard worden
aalkuipen	=	aalkuip
aalkuipje	=	aalkuip
aalkuipjes	=	aalkuip
aalkwab	noun	Lota lota bepaald soort vis die inheems is in Europa
aalkwabben	=	aalkwab
aalmoeder	noun	bepaald soort vis die inheems is in Europa, Lota lota
aalmoeders	=	aalmoeder
aalmoes	noun	liefdegift aan een behoeftige; kleine gift aan een bedelaar
aalmoesje	=	aalmoes
aalmoesjes	=	aalmoes
aalmoezen	=	aalmoes
aalmoezenier	noun	rooms-katholieke geestelijke voor militairen, gevangenen en leden van jeugdbewegingen
aalmoezenieren	noun|obsolete	meervoud van aalmoezenier, tegenwoordig is aalmoezeniers de gangbare vorm
aalmoezeniers	=	aalmoezenier
aalmoezenierskamer	noun	bestuur van het armenhuis (kamer en de betekenis van een rechterlijk college)
aalmoezenierskamers	=	aalmoezenierskamer
aalmoezeniertje	=	aalmoezenier
aalmoezeniertjes	=	aalmoezenier
aaloud	=	aloud
aalpomp	noun	pomp voor het wegpompen van vloeibare mest of afvalwater
aalpompen	=	aalpomp
aalpompje	=	aalpomp
aalpompjes	=	aalpomp
aalput	noun	een put waarin fecaliën verzameld worden
aalputje	=	aalput
aalputjes	=	aalput
aalputten	=	aalput
aals	noun	bepaald soort plant, Artemisia absinthium uit de composietenfamilie (Asteraceae)
aalsalamanders	noun	Amphiumidae een familie van salamanders.
aalscholver	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Phalacrocorax, pelikaanachtige en visetende zwarte watervogels die na een duik hun vleugels moet laten drogen in het bijzonder de soort Phalacrocorax carbo
aalscholvers	noun	Phalacrocoracidae familie van vogels uit de orde van de Suliformes die 42 soorten telt.
aalscholvertje	=	aalscholver
aalscholvertjes	=	aalscholver
aalsmeerder	noun	inwoner van Aalsmeer	adj	van of uit Aalsmeer
aalsmeerders	=	aalsmeerder
aalsmeerdertje	=	aalsmeerder
aalsmeerdertjes	=	aalsmeerder
aalsmeers	adj	uit Aalsmeer komende of van Aalsmeer zijnde
aalsmeerse	noun	vrouwelijke inwoner van Aalsmeer
aalsmeersen	=	aalsmeerse
aalsmeerser	=	aalsmeers
aalsmeersere	=	aalsmeers
aalsmeersers	=	aalsmeers
aalsmeerst	=	aalsmeers
aalsmeerste	=	aalsmeers
aalspeer	noun|obsolete	is een viswerktuig waarmee men paling kan vangen.
aalspeertje	=	aalspeer
aalspeertjes	=	aalspeer
aalsperen	=	aalspeer
aalstal	noun	afsluiting in water om aal te vangen
aalstallen	=	aalstal
aalstalletje	=	aalstal
aalstalletjes	=	aalstal
aalsteker	noun	een hark waarmee men probeert palingen te vangen, een elger, een aalspeer
aalstekers	=	aalsteker
aalstekertje	=	aalsteker
aalstekertjes	=	aalsteker
aalstenaar	noun	een inwoner van Aalst, of iemand afkomstig uit Aalst
aalstenaars	=	aalstenaar
aalstenaartje	=	aalstenaar
aalstenaartjes	=	aalstenaar
aalstenaren	=	aalstenaar
aalsters	adj	op Aalst betrekking hebbend
aalsterse	noun	een vrouwelijke inwoner van Aalst, of een vrouw afkomstig uit Aalst
aalstersen	=	aalsterse
aalstreep	noun	dunne streep donkergekleurde haren lopend van schoft tot staartaanzet.
aalstreepboommuis	noun	bepaald soort zoogdier, Dendromus insignis uit de familie Nesomyidae, aangetroffen in Congo-Kinshasa, Kenia, Rwanda, Tanzania en Oeganda
aalstreepboommuisje	=	aalstreepboommuis
aalstreepboommuisjes	=	aalstreepboommuis
aalstreepboommuizen	=	aalstreepboommuis
aalstreepgrasmuis	noun	Lemniscomys griselda een knaagdier uit het geslacht Lemniscomys
aalstreepgrasmuisje	=	aalstreepgrasmuis
aalstreepgrasmuisjes	=	aalstreepgrasmuis
aalstreepgrasmuizen	=	aalstreepgrasmuis
aalstreepje	=	aalstreep
aalstreepjes	=	aalstreep
aalstreepwallaby	noun	Macropus dorsalis een wallaby uit het geslacht Macropus
aalstreepwallaby's	=	aalstreepwallaby
aalstreepwallaby'tje	=	aalstreepwallaby
aalstreepwallaby'tjes	=	aalstreepwallaby
aalstrepen	=	aalstreep
aalsts	adj	uit Aalst afkomstig of van Aalst zijnde
aalstse	=	aalsts
aalstser	=	aalsts
aalstsere	=	aalsts
aalstsers	=	aalsts
aalstst	=	aalsts
aalstste	=	aalsts
aalsvel	noun	de huid van een aal
aalsvellen	=	aalsvel
aalsvelletje	=	aalsvel
aalsvelletjes	=	aalsvel
aalt	noun	vocht afkomstig van dierlijke ontlasting
aalten	=	aalt
aaltenaar	noun	iemand die in Aalten woont
aaltenaars	=	aaltenaar
aaltenaartje	=	aaltenaar
aaltenaartjes	=	aaltenaar
aaltenaren	=	aaltenaar
aaltens	adj	Uit of van Aalten afkomstig
aaltense	noun	vrouwelijk persoon die in Aalten woont
aaltensen	=	aaltense
aaltenser	=	aaltens
aaltensere	=	aaltens
aaltensers	=	aaltens
aaltenst	=	aaltens
aaltenste	=	aaltens
aaltje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor een nematoden die als parasieten op planten leven
aaltjes	=	aaltje
aaltput	=	aalput
aalventer	noun	iemand die alen verkoopt, een palingboer
aalventers	=	aalventer
aalventertje	=	aalventer
aalventertjes	=	aalventer
aalvisserij	noun	het (beroepsmatig) vissen op aal en paling
aalvisserijen	=	aalvisserij
aalvisserijtje	=	aalvisserij
aalvlug	adj	snel, moeilijk te vangen, glibbert overal doorheen.
aalvlugge	=	aalvlug
aalvlugger	=	aalvlug
aalvluggere	=	aalvlug
aalvluggers	=	aalvlug
aalvlugs	=	aalvlug
aalvlugst	=	aalvlug
aalvlugste	=	aalvlug
aalvork	noun	ijzeren vork met 3, 5 of 7 van weerhaken voorziene, dicht bij elkander geplaatste, tanden aan een lange staak waarmee men net als een harpoen in het water steekt in de hoop een aal te vangen
aalvorken	=	aalvork
aalvorkje	=	aalvork
aalvorkjes	=	aalvork
aalvormig	adj	de vorm hebben van een aal (lang, en cirkelvormig in doorsnede).
aalvormige	=	aalvormig
aalvormiger	=	aalvormig
aalvormigere	=	aalvormig
aalvormigers	=	aalvormig
aalvormigs	=	aalvormig
aalvormigst	=	aalvormig
aalvormigste	=	aalvormig
aalwaardigheid	noun	het aalwaardig zijn
aam	noun	oude vochtmaat, met name voor wijn
aambeeld	noun	het ijzeren smeedblok waarop de smid het gloeiend metaal smeedt
aambeelden	=	aambeeld
aambeeldje	=	aambeeld
aambeeldjes	=	aambeeld
aambeeldkapsel	noun	kort haar waarbij de bovenkant van het haar zo afknipt dat er een horizontaal vlak ontstaat
aambeeldkapsels	=	aambeeldkapsel
aambeeldsbeentje	noun	een van de gehoorbeentjes van zoogdieren, een minuscuul botje dat in het middenoor zit, dat de hamer verbindt met de stijgbeugel via het incudostapediale gewricht
aambeeldsbeentjes	=	aambeeldsbeentje
aambeeldsblok	noun	ondersteunend blok voor een aambeeld (aanbeeld)
aambeeldsblokje	=	aambeeldsblok
aambeeldsblokjes	=	aambeeldsblok
aambeeldsblokken	=	aambeeldsblok
aambeeldspikkeldikkopje	noun	Pyrgus onopordi een vlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae).
aambeeldspikkeldikkopjes	=	aambeeldspikkeldikkopje
aambei	noun	knobbelachtige zwelling van aders in het onderste deel van de endeldarm en in de anus
aambeien	noun	knobbelachtige zwelling van aders in het onderste deel van de endeldarm en in de anus
aambeienlikker	noun	man met een seksuele voorkeur voor andere mannen #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
aambeienlikkers	=	aambeienlikker
aambeij	=	aambei
aambeitje	=	aambei
aambeitjes	=	aambei
aamborstig	adj	kortademig.
aamborstige	=	aamborstig
aamborstiger	=	aamborstig
aamborstigere	=	aamborstig
aamborstigers	=	aamborstig
aamborstigheid	noun	het aamborstig zijn, moeilijk kunnen ademen als gevolg van bijvoorbeeld astma
aamborstigs	=	aamborstig
aamborstigst	=	aamborstig
aamborstigste	=	aamborstig
aampje	=	aam
aampjes	=	aam
aamt	noun	zwelling van de uier
aan	prep	verbonden met, tegen, tegenaan	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
aan-en-uitknop	noun	drukknop waarmee men een werkend toestel uit kan zetten en een gestopt toestel aan kan zetten
aan-en-uitknopje	=	aan-en-uitknop
aan-en-uitknopjes	=	aan-en-uitknop
aan-en-uitknoppen	=	aan-en-uitknop
aan-uitknop	noun	een schakelaar waarmee men een toestel kan laten starten en stoppen
aan-uitknopje	=	aan-uitknop
aan-uitknopjes	=	aan-uitknop
aan-uitknoppen	=	aan-uitknop
aan-uitlockdown	noun	een snelle afwisseling tussen het aankondigen van een lockdown en deze weer afschaffen
aan-uitlockdowns	=	aan-uitlockdown
aan-uitschakelaar	noun	een toestel dat een elektrische stroom naar keuze of doorlaat of onderbreekt
aan-uitschakelaars	=	aan-uitschakelaar
aanaard	=	aanaarden
aanaardde	=	aanaarden
aanaardden	=	aanaarden
aanaarde	=	aanaarden
aanaarden	verb	de grond rondom ophogen, met aarde bedekken
aanaardend	=	aanaarden
aanaardende	=	aanaarden
aanaarding	noun	een aanvulling met aarde
aanaardingen	=	aanaarding
aanaardploeg	noun	Apparaat, werktuig of gereedschap
aanaardploegen	=	aanaardploeg
aanaardploegje	=	aanaardploeg
aanaardploegjes	=	aanaardploeg
aanaardt	=	aanaarden
aanaver	=	aanhouder
aanbaadt	=	aanbidden
aanbad	=	aanbidden
aanbade	=	aanbidden
aanbaden	=	aanbidden
aanbadt	=	aanbidden
aanbaffen	=	aanblaffen
aanbak	=	aanbakken
aanbakke	=	aanbakken
aanbakken	verb	door het bakken aankoeken, vasthechten, vastkleven aan de pan
aanbakkend	=	aanbakken
aanbakkende	=	aanbakken
aanbaksel	noun	aan pan vastgebakken laag voeding ontstaan na te lange of te hoge verhitting
aanbaksels	=	aanbaksel
aanbakseltje	=	aanbaksel
aanbakseltjes	=	aanbaksel
aanbakt	=	aanbakken
aanbakte	=	aanbakken
aanbakten	=	aanbakken
aanbeden	=	aanbidden
aanbedene	noun	Een enorm geliefd persoon, met name een vrouw en vaak ironisch bedoeld
aanbedenen	=	aanbedene
aanbeeld	noun	het smeedblok waarop de smid het gloeiend metaal smeedt
aanbeelden	=	aanbeeld
aanbeeldje	=	aanbeeld
aanbeeldjes	=	aanbeeld
aanbeeldsblok	noun	ondersteunend blok voor een aanbeeld (aambeeld)
aanbeeldsblokje	=	aanbeeldsblok
aanbeeldsblokjes	=	aanbeeldsblok
aanbeeldsblokken	=	aanbeeldsblok
aanbeen	=	aanbenen
aanbeende	=	aanbenen
aanbeenden	=	aanbenen
aanbeent	=	aanbenen
aanbeet	noun	het bijten van de vis in het aas
aanbeetje	=	aanbeet
aanbeetjes	=	aanbeet
aanbehoor	=	aanbehoren
aanbehoord	=	aanbehoren
aanbehoorde	=	aanbehoren
aanbehoorden	=	aanbehoren
aanbehoort	=	aanbehoren
aanbehore	=	aanbehoren
aanbehoren	verb	behoren tot, deel uitmaken van, eigendom zijn van
aanbehorend	=	aanbehoren
aanbehorende	=	aanbehoren
aanbel	=	aanbellen
aanbeland	=	aanbelanden
aanbelandde	=	aanbelanden
aanbelandden	=	aanbelanden
aanbelande	=	aanbelanden
aanbelanden	verb	ergens terechtkomen, oorspronkelijk per schip
aanbelandend	=	aanbelanden
aanbelandende	=	aanbelanden
aanbelandt	=	aanbelanden
aanbelang	=	aanbelangen
aanbelangd	=	aanbelangen
aanbelangde	=	aanbelangen
aanbelangden	=	aanbelangen
aanbelange	=	aanbelangen
aanbelangen	verb	van belang zijn voor iemand
aanbelangend	=	aanbelangen
aanbelangende	=	aanbelangen
aanbelangt	=	aanbelangen
aanbelde	=	aanbellen
aanbelden	=	aanbellen
aanbelle	=	aanbellen
aanbellen	verb	bij iemand (aan de deur) bellen, op de knop van de elektrische deurbel van een huis drukken
aanbellend	=	aanbellen
aanbellende	=	aanbellen
aanbelt	=	aanbellen
aanbene	=	aanbenen
aanbenen	verb	snel lopen
aanbenend	=	aanbenen
aanbenende	=	aanbenen
aanberm	=	aanbermen
aanbermde	=	aanbermen
aanbermden	=	aanbermen
aanberme	=	aanbermen
aanbermen	verb	het aanbrengen van een berm
aanbermend	=	aanbermen
aanbermende	=	aanbermen
aanberming	noun	het aanbermen
aanbermingen	=	aanberming
aanberminkje	=	aanberming
aanberminkjes	=	aanberming
aanbermt	=	aanbermen
aanbestede	=	aanbesteden
aanbesteden	verb	uitvoering opdragen aan een uitgekozen aannemer
aanbestedend	=	aanbesteden
aanbestedende	=	aanbesteden
aanbesteder	noun	degene die werk laat doen door een aannemer voor een vooraf bepaalde vergoeding
aanbesteders	=	aanbesteder
aanbesteding	noun	werk dat wordt aangeboden en waar bedrijven zich voor kunnen melden met de voorwaarden waaronder ze dit werk willen verrichten
aanbestedingen	=	aanbesteding
aanbestedingsbeleid	noun	beleid ten aanzien van aanbestedingen
aanbestedingsbeleiden	=	aanbestedingsbeleid
aanbestedingsbeleidje	=	aanbestedingsbeleid
aanbestedingsbeleidjes	=	aanbestedingsbeleid
aanbestedingsprocedure	noun	de officiële manier waarop een werk wordt gegund aan verschillende aannemers
aanbestedingsprocedures	=	aanbestedingsprocedure
aanbestedingsregel	noun	de regels met betrekking tot het aanbesteden
aanbestedingsregeling	noun	het geheel van regels en procedures rond een aanbesteding
aanbestedingsregelingen	=	aanbestedingsregeling
aanbestedingsregels	=	aanbestedingsregel
aanbestedingsronde	noun	de keer dat men een offerte kan uitbrengen
aanbestedingsronden	=	aanbestedingsronde
aanbestedingsrondes	=	aanbestedingsronde
aanbestedingsvoorwaarde	noun	voorwaarden op grond waarvan een aanbesteding wel of niet aan een bepaalde partij wordt gegund
aanbestedingsvoorwaarden	=	aanbestedingsvoorwaarde
aanbestedinkje	=	aanbesteding
aanbestedinkjes	=	aanbesteding
aanbesteed	=	aanbesteden
aanbesteedde	=	aanbesteden
aanbesteedden	=	aanbesteden
aanbesteedt	=	aanbesteden
aanbesterf	=	aanbesterven
aanbesterft	=	aanbesterven
aanbesterve	=	aanbesterven
aanbesterven	verb	verkrijgen door sterven (van iemand anders)
aanbestervend	=	aanbesterven
aanbestervende	=	aanbesterven
aanbestierf	=	aanbesterven
aanbestierft	=	aanbesterven
aanbestierve	=	aanbesterven
aanbestierven	=	aanbesterven
aanbestorven	=	aanbesterven
aanbetaal	=	aanbetalen
aanbetaald	=	aanbetalen
aanbetaalde	=	aanbetalen
aanbetaalden	=	aanbetalen
aanbetaalt	=	aanbetalen
aanbetale	=	aanbetalen
aanbetalen	verb	een gedeeltelijke vooruitbetaling doen
aanbetalend	=	aanbetalen
aanbetalende	=	aanbetalen
aanbetaling	noun	een eerste betaling bij het kopen van iets op afbetaling of in termijnen
aanbetalingen	=	aanbetaling
aanbetalingfacturen	=	aanbetalingfactuur
aanbetalingfactuur	noun	rekening voor het voldoen van een aanbetaling
aanbetalingsfacturen	=	aanbetalingsfactuur
aanbetalingsfactuur	noun	rekening voor het voldoen van een aanbetaling
aanbetalinkje	=	aanbetaling
aanbetalinkjes	=	aanbetaling
aanbete	=	aanbijten
aanbeten	=	aanbijten
aanbevaalt	=	aanbevelen
aanbeval	=	aanbevelen
aanbevale	=	aanbevelen
aanbevalen	=	aanbevelen
aanbeveel	=	aanbevelen
aanbeveelt	=	aanbevelen
aanbevele	=	aanbevelen
aanbevelen	verb	over iets of iemand bij iemand (positief) vertellen en adviseren om datgene/diegene te gebruiken/in te schakelen
aanbevelend	=	aanbevelen
aanbevelende	=	aanbevelen
aanbevelenswaard	adj	een aanbeveling verdienend
aanbevelenswaarde	=	aanbevelenswaard
aanbevelenswaarder	=	aanbevelenswaard
aanbevelenswaardere	=	aanbevelenswaard
aanbevelenswaarders	=	aanbevelenswaard
aanbevelenswaardig	adj	een aanbeveling verdienend, navolgenswaardig
aanbevelenswaardige	=	aanbevelenswaardig
aanbevelenswaardiger	=	aanbevelenswaardig
aanbevelenswaardigere	=	aanbevelenswaardig
aanbevelenswaardigers	=	aanbevelenswaardig
aanbevelenswaardigs	=	aanbevelenswaardig
aanbevelenswaardigst	=	aanbevelenswaardig
aanbevelenswaardigste	=	aanbevelenswaardig
aanbevelenswaards	=	aanbevelenswaard
aanbevelenswaardst	=	aanbevelenswaard
aanbevelenswaardste	=	aanbevelenswaard
aanbeveling	noun	het aanbevelen
aanbevelingen	=	aanbeveling
aanbevelingsbrief	noun|formal	een brief waarin men iets of iemand aanbeveelt
aanbevelingsbriefje	=	aanbevelingsbrief
aanbevelingsbriefjes	=	aanbevelingsbrief
aanbevelingsbrieven	=	aanbevelingsbrief
aanbevelingscomiteetje	=	aanbevelingscomité
aanbevelingscomiteetjes	=	aanbevelingscomité
aanbevelingscomité	noun	groep mensen die een bepaalde zaak ondersteunt
aanbevelingscomités	=	aanbevelingscomité
aanbevelingswaardig	adj	wat is aan te bevelen
aanbevelingswaardige	=	aanbevelingswaardig
aanbevelingswaardiger	=	aanbevelingswaardig
aanbevelingswaardigere	=	aanbevelingswaardig
aanbevelingswaardigers	=	aanbevelingswaardig
aanbevelingswaardigs	=	aanbevelingswaardig
aanbevelingswaardigst	=	aanbevelingswaardig
aanbevelingswaardigste	=	aanbevelingswaardig
aanbevelinkje	=	aanbeveling
aanbevelinkjes	=	aanbeveling
aanbevolen	=	aanbevelen
aanbevolene	noun	iemand die is aangeraden
aanbevolenen	=	aanbevolene
aanbewees	=	aanbewijzen
aanbewezen	=	aanbewijzen
aanbewijs	=	aanbewijzen
aanbewijst	=	aanbewijzen
aanbewijze	=	aanbewijzen
aanbewijzen	verb|obsolete	als rechtmatig eigendom toewijzen
aanbewijzend	=	aanbewijzen
aanbewijzende	=	aanbewijzen
aanbid	=	aanbidden
aanbidde	=	aanbidden
aanbiddelijk	adj	waard om aanbeden te worden
aanbiddelijke	=	aanbiddelijk
aanbiddelijker	=	aanbiddelijk
aanbiddelijkere	=	aanbiddelijk
aanbiddelijkers	=	aanbiddelijk
aanbiddelijks	=	aanbiddelijk
aanbiddelijkst	=	aanbiddelijk
aanbiddelijkste	=	aanbiddelijk
aanbidden	verb	vereren van een god of heilige door daar een gebed aan te richten
aanbiddend	=	aanbidden
aanbiddende	=	aanbidden
aanbiddens	noun	genitief van aanbidden
aanbiddenswaardig	adj	waardig om aanbeden te worden.
aanbiddenswaardige	=	aanbiddenswaardig
aanbiddenswaardiger	=	aanbiddenswaardig
aanbiddenswaardigere	=	aanbiddenswaardig
aanbiddenswaardigers	=	aanbiddenswaardig
aanbiddenswaardigs	=	aanbiddenswaardig
aanbiddenswaardigst	=	aanbiddenswaardig
aanbiddenswaardigste	=	aanbiddenswaardig
aanbidder	noun	vereerder van een goddelijk wezen
aanbidders	=	aanbidder
aanbiddertje	=	aanbidder
aanbiddertjes	=	aanbidder
aanbidding	noun	een verering, een eerbiedvolle bewondering, adoratie
aanbiddingen	=	aanbidding
aanbiddingsleider	noun	een functie in een protestantse eredienst (vaak de evangelische en pinksterbeweging) waarbij zij of hij, door middel van samenzang, een kerkelijke gemeente of (conferentie)bezoekers in de (muzikale) aanbidding leidt
aanbiddingsleiders	=	aanbiddingsleider
aanbiddingsleidertje	=	aanbiddingsleider
aanbiddingsleidertjes	=	aanbiddingsleider
aanbiddingsmuziek	noun	muziek die men maakt ter ere van god
aanbiddingszanger	noun	iemand die zingt over godsdienstige onderwerpen
aanbiddingszangeres	noun	vrouw die zingt over godsdienstige onderwerpen
aanbiddingszangeresje	=	aanbiddingszangeres
aanbiddingszangeresjes	=	aanbiddingszangeres
aanbiddingszangeressen	=	aanbiddingszangeres
aanbiddingszangers	=	aanbiddingszanger
aanbiddingszangertje	=	aanbiddingszanger
aanbiddingszangertjes	=	aanbiddingszanger
aanbiddinkje	=	aanbidding
aanbiddinkjes	=	aanbidding
aanbidster	noun	vereerster van een goddelijk of heilig wezen
aanbidsters	=	aanbidster
aanbidstertje	=	aanbidster
aanbidstertjes	=	aanbidster
aanbidt	=	aanbidden
aanbied	=	aanbieden
aanbiede	=	aanbieden
aanbieden	verb	iets gratis geven dus zonder geldelijke vergoeding, aanreiken, bieden, offreren, presenteren
aanbiedend	=	aanbieden
aanbiedende	=	aanbieden
aanbieder	noun	iemand die beroepshalve een advies, dienst of een product ter beschikking stelt
aanbieders	=	aanbieder
aanbiedersmarkt	noun	een handelssituatie waarin het aanbod lager is dan de vraag en de aanbieder dus hoge prijzen en andere voor hem gunstige voorwaarden kan bedingen
aanbiedersmarkten	=	aanbiedersmarkt
aanbiedersmarktje	=	aanbiedersmarkt
aanbiedersmarktjes	=	aanbiedersmarkt
aanbiedertje	=	aanbieder
aanbiedertjes	=	aanbieder
aanbieding	noun	iets voordelig te koop aanbieden
aanbiedingen	=	aanbod
aanbiedingenpaal	noun	paal waarop de aanbiedingen worden aangekondigd
aanbiedingenpalen	=	aanbiedingenpaal
aanbiedingprijs	noun	de prijs waarvoor een aanbieder bereid is een bepaald werk te verrichten of een product te verkopen
aanbiedingprijzen	=	aanbiedingprijs
aanbiedingsbrief	noun|formal	schrijven waarbij een rapport wordt aangeboden
aanbiedingsbriefje	=	aanbiedingsbrief
aanbiedingsbriefjes	=	aanbiedingsbrief
aanbiedingsbrieven	=	aanbiedingsbrief
aanbiedingsfolder	noun	folder waarin producten of diensten worden aangeboden
aanbiedingsfolders	=	aanbiedingsfolder
aanbiedingsfoldertje	=	aanbiedingsfolder
aanbiedingsfoldertjes	=	aanbiedingsfolder
aanbiedingsprijs	noun	de prijs die een klant betaalt voor een product of dienst
aanbiedingsprijsje	=	aanbiedingsprijs
aanbiedingsprijsjes	=	aanbiedingsprijs
aanbiedingsprijzen	=	aanbiedingsprijs
aanbiedingsvorm	noun	de manier waarop iets door de producent aan de consument wordt gepresenteerd
aanbiedingsvormen	=	aanbiedingsvorm
aanbiedingsvormpje	=	aanbiedingsvorm
aanbiedingsvormpjes	=	aanbiedingsvorm
aanbiedinkje	=	aanbieding
aanbiedinkjes	=	aanbieding
aanbiedt	=	aanbieden
aanbijt	=	aanbijten
aanbijte	=	aanbijten
aanbijten	verb	in het aas bijten
aanbijtend	=	aanbijten
aanbijtende	=	aanbijten
aanbind	=	aanbinden
aanbinde	=	aanbinden
aanbinden	verb	met bijvoorbeeld een koord, riem of touw bevestigen
aanbindend	=	aanbinden
aanbindende	=	aanbinden
aanbindt	=	aanbinden
aanblaas	=	aanblazen
aanblaast	=	aanblazen
aanblaf	=	aanblaffen
aanblaffe	=	aanblaffen
aanblaffen	verb	ergens naar blaffen.
aanblaffend	=	aanblaffen
aanblaffende	=	aanblaffen
aanblaft	=	aanblaffen
aanblafte	=	aanblaffen
aanblaften	=	aanblaffen
aanblaze	=	aanblazen
aanblazen	verb	aanwakkeren, door erop te blazen of door lucht aan te voeren
aanblazend	=	aanblazen
aanblazende	=	aanblazen
aanblazing	noun	Het aanblazen
aanblazingen	=	aanblazing
aanbleef	=	aanblijven
aanbleeft	=	aanblijven
aanbleeken	=	aanbleken
aanbleken	verb|obsolete	geleidelijk helderder worden door de opkomende zon
aanblekend	=	aanbleken
aanblekende	=	aanbleken
aanbleve	=	aanblijven
aanbleven	=	aanblijven
aanblies	=	aanblazen
aanbliest	=	aanblazen
aanblieze	=	aanblazen
aanbliezen	=	aanblazen
aanblijf	=	aanblijven
aanblijfen	=	aanblijven
aanblijfpremie	noun	beloning voor een functionaris als die geen ontslag neemt
aanblijfpremies	=	aanblijfpremie
aanblijfpremietje	=	aanblijfpremie
aanblijfpremietjes	=	aanblijfpremie
aanblijft	=	aanblijven
aanblijve	=	aanblijven
aanblijven	verb	in dezelfde functie blijven
aanblijvend	=	aanblijven
aanblijvende	=	aanblijven
aanblik	noun	de blik van iemand
aanblikje	=	aanblik
aanblikke	=	aanblikken
aanblikken	verb	aankijken, aanstaren
aanblikkend	=	aanblikken
aanblikkende	=	aanblikken
aanblikt	=	aanblikken
aanblikte	=	aanblikken
aanblikten	=	aanblikken
aanbod	noun	een aanbieding
aanbodbeleid	noun	beleid waarmee de regering invloed uitoefent op de beschikbare hoeveelheid, kwaliteit of kosten van de productiefactoren in Nederland.
aanbodbeleidje	=	aanbodbeleid
aanbodcurve	noun	een grafiek die de relatie afbeeldt tussen de prijs van een bepaald goed (verticale-as) en de hoeveelheid ervan, die de producent wenst en in staat is om tegen die gegeven prijs aan te bieden (horizontale-as).
aanbodcurven	=	aanbodcurve
aanbodcurves	=	aanbodcurve
aanbode	=	aanbieden
aanbodeconomie	noun	stroming in de economische wetenschap die ervan uitgaat dat economische groei voornamelijk bepaald wordt door toename van de productie
aanbodeconomieën	=	aanbodeconomie
aanboden	=	aanbieden
aanbodfactor	noun	een factor van aanbod zoals de omvang en kwaliteit van de kapitaalgoederenvoorraad, de omvang en kwaliteit van de beroepsbevolking en de technische ontwikkeling
aanbodfactoren	=	aanbodfactor
aanbodfactors	=	aanbodfactor
aanbodfactortje	=	aanbodfactor
aanbodfactortjes	=	aanbodfactor
aanbodgedreven	adj	gericht op het aanwenden van wat er verkrijgbaar is
aanbodgedrevener	=	aanbodgedreven
aanbodgedreveners	=	aanbodgedreven
aanbodgedrevens	=	aanbodgedreven
aanbodgedrevenst	=	aanbodgedreven
aanbodgedrevenste	=	aanbodgedreven
aanbodgericht	adj	gedreven op het aanwenden van wat er verkrijgbaar is	adv	op een wijze die bepaald wordt door wat beschikbaaris
aanbodgerichte	=	aanbodgericht
aanbodgerichter	=	aanbodgericht
aanbodgerichtere	=	aanbodgericht
aanbodgerichters	=	aanbodgericht
aanbodgerichts	=	aanbodgericht
aanbodgerichtst	=	aanbodgericht
aanbodgerichtste	=	aanbodgericht
aanbodgestuurd	adj	gedreven op het aanwenden van wat er verkrijgbaar is
aanbodgestuurde	=	aanbodgestuurd
aanbodgestuurder	=	aanbodgestuurd
aanbodgestuurdere	=	aanbodgestuurd
aanbodgestuurders	=	aanbodgestuurd
aanbodgestuurds	=	aanbodgestuurd
aanbodgestuurdst	=	aanbodgestuurd
aanbodgestuurdste	=	aanbodgestuurd
aanbodje	=	aanbod
aanbodkant	noun	de verkopers van een product in een markt relatie
aanbodkanten	=	aanbodkant
aanbodkrant	noun	een krant met aanbiedingen
aanbodkranten	=	aanbodkrant
aanbodoverschot	noun	aanbodoverschot of vraagtekort ontstaat als de bij een bepaalde prijs aangeboden hoeveelheid van een goed of dienst groter is dan de bij die prijs gevraagde hoeveelheid
aanbodoverschotje	=	aanbodoverschot
aanbodoverschotjes	=	aanbodoverschot
aanbodoverschotten	=	aanbodoverschot
aanbodprijs	noun	het bedrag dat door de koper geboden wordt
aanbodprijsje	=	aanbodprijs
aanbodprijsjes	=	aanbodprijs
aanbodprijzen	=	aanbodprijs
aanbodregulering	noun	regulering van het aanbod
aanbodreguleringen	=	aanbodregulering
aanbodstructuren	=	aanbodstructuur
aanbodstructuur	noun	de wijze waarop het aanbod op een markt is georganiseerd
aanbodsturing	noun	beleid wat primair gericht is op wat aangeboden, verkocht of geproduceerd kan worden
aanbodsturingen	=	aanbodsturing
aanbodtekort	noun	tekort aan aanbod van producten om aan de vraag te voldoen
aanbodtekorten	=	aanbodtekort
aanbodtekortje	=	aanbodtekort
aanbodtekortjes	=	aanbodtekort
aanbodverhouding	noun	wat de verkoper kan bieden t.o.v. wat de vrager wil kopen in een marktrelatie
aanbodverhoudingen	=	aanbodverhouding
aanbodverhoudinkje	=	aanbodverhouding
aanbodverhoudinkjes	=	aanbodverhouding
aanbodzijde	noun	de kant van de leveranciers / verkopers / arbeidskrachten op een markt van vraag en aanbod
aanbodzijden	=	aanbodzijde
aanbodzijdes	=	aanbodzijde
aanbond	=	aanbinden
aanbonde	=	aanbinden
aanbonden	=	aanbinden
aanbondt	=	aanbinden
aanbood	=	aanbieden
aanboodt	=	aanbieden
aanboor	=	aanboren
aanboorde	=	aanboren
aanboorden	=	aanboren
aanboort	=	aanboren
aanbore	=	aanboren
aanboren	verb	met een boor bereiken
aanborend	=	aanboren
aanborende	=	aanboren
aanbots	=	aanbotsen
aanbotse	=	aanbotsen
aanbotsen	verb	met zoveel kracht ergens tegenaan stoten dat er ook een terugkaatsing ontstaat
aanbotsend	=	aanbotsen
aanbotsende	=	aanbotsen
aanbotst	=	aanbotsen
aanbotste	=	aanbotsen
aanbotsten	=	aanbotsen
aanbouw	noun	het bouwen van iets aan een ander gebouw
aanbouwde	=	aanbouwen
aanbouwden	=	aanbouwen
aanbouwe	=	aanbouwen
aanbouwen	verb	ergens iets tegenaan bouwen
aanbouwend	=	aanbouwen
aanbouwende	=	aanbouwen
aanbouwing	noun	het bouwen van iets aan een ander gebouw
aanbouwingen	=	aanbouwing
aanbouwinkje	=	aanbouwing
aanbouwinkjes	=	aanbouwing
aanbouwkeuken	noun	een aanbouw aan het het huis waardoor de keuken groter wordt; aanbouw aan het huis waarin de keuken wordt geplaatst
aanbouwkeukens	=	aanbouwkeuken
aanbouwkeukentje	=	aanbouwkeuken
aanbouwkeukentjes	=	aanbouwkeuken
aanbouwsel	noun	het aangebouwde
aanbouwsels	=	aanbouwsel
aanbouwseltje	=	aanbouwsel
aanbouwseltjes	=	aanbouwsel
aanbouwt	=	aanbouwen
aanbouwtje	=	aanbouw
aanbouwtjes	=	aanbouw
aanbouwwet	noun	wet waaraan uitbreidingen kunnen worden toegevoegd
aanbouwwetten	=	aanbouwwet
aanbouwzorgkamer	noun	een kamer die aan een bestaande woning wordt gebouwd en waarin men iemand kan verplegen
aanbouwzorgkamers	=	aanbouwzorgkamer
aanbraad	=	aanbraden
aanbraadde	=	aanbraden
aanbraadden	=	aanbraden
aanbraadt	=	aanbraden
aanbraakt	=	aanbreken
aanbracht	=	aanbrengen
aanbrachte	=	aanbrengen
aanbrachten	=	aanbrengen
aanbrade	=	aanbraden
aanbraden	verb	even laten braden in een vet op hoog vuur zodat er een bruin korstje ontstaat en de vleessappen behouden blijven
aanbradend	=	aanbraden
aanbradende	=	aanbraden
aanbrak	=	aanbreken
aanbrake	=	aanbreken
aanbraken	=	aanbreken
aanbrand	=	aanbranden
aanbrandde	=	aanbranden
aanbrandden	=	aanbranden
aanbrande	=	aanbranden
aanbranden	verb	vastzitten in of met een verbrande korst
aanbrandend	=	aanbranden
aanbrandende	=	aanbranden
aanbrandt	=	aanbranden
aanbras	=	aanbrassen
aanbrasse	=	aanbrassen
aanbrassen	verb	aantrekken van één van de touwen waardoor een ra in het horizontale vlak kan draaien; een ra meer in de lengterichting van een schip laten wijzen
aanbrassend	=	aanbrassen
aanbrassende	=	aanbrassen
aanbrast	=	aanbrassen
aanbraste	=	aanbrassen
aanbrasten	=	aanbrassen
aanbreek	=	aanbreken
aanbreekt	=	aanbreken
aanbrei	=	aanbreien
aanbreide	=	aanbreien
aanbreiden	=	aanbreien
aanbreie	=	aanbreien
aanbreien	verb	door breien iets toevoegen
aanbreiend	=	aanbreien
aanbreiende	=	aanbreien
aanbreit	=	aanbreien
aanbreke	=	aanbreken
aanbreken	verb	iets voor het eerst openen
aanbrekend	=	aanbreken
aanbrekende	=	aanbreken
aanbreng	noun	het aanbrengen
aanbrenge	=	aanbrengen
aanbrengen	verb	brengen naar
aanbrengend	=	aanbrengen
aanbrengende	=	aanbrengen
aanbrenger	noun	iemand die iets of iemand werft
aanbrengers	=	aanbrenger
aanbrengertje	=	aanbrenger
aanbrengertjes	=	aanbrenger
aanbrengetje	=	aanbreng
aanbrenging	noun	de daad van het aanbrengen
aanbrengingen	=	aanbrenging
aanbrenginkje	=	aanbrenging
aanbrenginkjes	=	aanbrenging
aanbrengpremie	noun	een beloning voor het aanwerven
aanbrengpremies	=	aanbrengpremie
aanbrengpremietje	=	aanbrengpremie
aanbrengpremietjes	=	aanbrengpremie
aanbrengst	noun	het aanbrengen
aanbrengsten	=	aanbrengst
aanbrengster	noun	een vrouwelijke aanbrenger
aanbrengsters	=	aanbrengster
aanbrengstertje	=	aanbrengster
aanbrengstertjes	=	aanbrengster
aanbrengt	=	aanbrengen
aanbrug	noun	het gedeelte van een brug dat een hoofdoverspanning met het landhoofd verbindt
aanbruggen	=	aanbrug
aanbruggetje	=	aanbrug
aanbruggetjes	=	aanbrug
aanbrugje	=	aanbrug
aanbrugjes	=	aanbrug
aandacht	noun	gerichte belangstelling of interesse	intj|informal	uitroep zodat mensen gaan letten op een daaropvolgende mededeling
aandachte	=	aandenken
aandachten	=	aandenken
aandachtgebied	noun	tonderwerp waarop men de aandacht richt
aandachtgebieden	=	aandachtgebied
aandachtig	adj	met belangstelling, met aandacht, met interesse	adv	op een wijze de getuigt van aandacht en interesse
aandachtige	=	aandachtig
aandachtiger	=	aandachtig
aandachtigere	=	aandachtig
aandachtigers	=	aandachtig
aandachtigheden	=	aandachtigheid
aandachtigheid	noun	het aandachtig zijn
aandachtigs	=	aandachtig
aandachtigst	=	aandachtig
aandachtigste	=	aandachtig
aandachtje	=	aandacht
aandachtnotitie	noun	een kort schriftelijk bericht dat men ergens aandacht aan moet besteden
aandachtnotities	=	aandachtnotitie
aandachtnotitietje	=	aandachtnotitie
aandachtnotitietjes	=	aandachtnotitie
aandachtpunt	noun	onderwerp dat bijzondere aandacht verdient of krijgt
aandachtpunten	=	aandachtpunt
aandachtpuntje	=	aandachtpunt
aandachtpuntjes	=	aandachtpunt
aandachtsambtenaar	noun	ambtenaar die speciale aandacht heeft voor een bepaald beleidsterrein
aandachtsambtenaars	=	aandachtsambtenaar
aandachtsambtenaren	=	aandachtsambtenaar
aandachtsaspect	noun	dat wat betrekking heeft op het aandachtkrijgen en aandachttrekken
aandachtsaspecten	=	aandachtsaspect
aandachtsbogen	=	aandachtsboog
aandachtsboog	noun	de tijdspanne waarin men de aandacht op één onderwerp kan houden
aandachtscurve	noun	verloop van de aandacht voor een bepaald onderwerp over de tijd
aandachtscurven	=	aandachtscurve
aandachtscurves	=	aandachtscurve
aandachtseconomie	noun	samenleving waarbij het trekken van de aandacht van de consument van groot belang is
aandachtseconomietje	=	aandachtseconomie
aandachtseconomietjes	=	aandachtseconomie
aandachtseconomieën	=	aandachtseconomie
aandachtsfunctionaris	noun	iemand die aangesteld is om aandacht te besteden aan een bepaald onderwerp
aandachtsfunctionarissen	=	aandachtsfunctionaris
aandachtsgebied	noun	een gebied waaraan men bijzonder veel aandacht moet besteden
aandachtsgebieden	=	aandachtsgebied
aandachtsgebiedje	=	aandachtsgebied
aandachtsgebiedjes	=	aandachtsgebied
aandachtsgeil	adj	van een persoon dat deze te graag in het middelpunt van de belangstelling wil staan
aandachtsgeile	=	aandachtsgeil
aandachtsgeiler	=	aandachtsgeil
aandachtsgeilere	=	aandachtsgeil
aandachtsgeilers	=	aandachtsgeil
aandachtsgeils	=	aandachtsgeil
aandachtsgeilst	=	aandachtsgeil
aandachtsgeilste	=	aandachtsgeil
aandachtsgroep	noun	een groep (meestal personen) die bijzonder veel aandacht behoeft
aandachtsgroepen	=	aandachtsgroep
aandachtsgroepje	=	aandachtsgroep
aandachtsgroepjes	=	aandachtsgroep
aandachtshoer	noun	persoon in de media die teveel belust is op aandacht
aandachtshoeren	=	aandachtshoer
aandachtshoertje	=	aandachtshoer
aandachtsjunk	noun	iemand die verslaafd is aan aandacht
aandachtsjunken	=	aandachtsjunk
aandachtsjunks	=	aandachtsjunk
aandachtsminuten	=	aandachtsminuut
aandachtsminuut	noun	periode van 60 seconden dat men de aandacht op één onderwerp richt, gebruikts als eenheid in de gezondheidszorg en in het onderwijs
aandachtsoort	noun	type aandacht dat geeft aan iets of iemand
aandachtsoorten	=	aandachtsoort
aandachtspunt	noun	een onderwerp dat bijzondere aandacht verdient of krijgt
aandachtspunten	=	aandachtspunt
aandachtspuntenlijst	noun	een lijst van punten waaraan bijzonder veel aandacht moet worden besteed
aandachtspuntenlijsten	=	aandachtspuntenlijst
aandachtspuntenlijstje	=	aandachtspuntenlijst
aandachtspuntenlijstjes	=	aandachtspuntenlijst
aandachtspuntje	=	aandachtspunt
aandachtspuntjes	=	aandachtspunt
aandachtssfeer	noun	datgene waar een persoon interesse in heeft
aandachtssferen	=	aandachtssfeer
aandachtsspanne	noun	de tijd die men kan en wil besteden aan één onderwerp
aandachtsspannen	=	aandachtsspanne
aandachtsspannes	=	aandachtsspanne
aandachtsspannetje	=	aandachtsspanne
aandachtsstoornis	noun	stoornis die zich uit in concentratieproblemen; aandoening waarbij men zich onvoldoende kan concentreren op de zaken waarmee men bezig is
aandachtsstoornisje	=	aandachtsstoornis
aandachtsstoornissen	=	aandachtsstoornis
aandachtsstreep	noun	een streepje als leesteken om een tussenzin af te scheiden
aandachtsstreepje	=	aandachtsstreep
aandachtsstreepjes	=	aandachtsstreep
aandachtsstrepen	=	aandachtsstreep
aandachtsteken	noun	teken dat dient om iets te benadrukken
aandachtstekens	=	aandachtsteken
aandachtstekentje	=	aandachtsteken
aandachtstekort	noun	tekort aan aandacht (die aan iemand wordt besteed resp. die iemand in staat is te besteden)
aandachtstekorten	=	aandachtstekort
aandachtstekortstoornis	noun	stoornis bij kinderen die zich o.m. uit in concentratieproblemen
aandachtstekortstoornisje	=	aandachtstekortstoornis
aandachtstekortstoornisjes	=	aandachtstekortstoornis
aandachtstekortstoornissen	=	aandachtstekortstoornis
aandachtsterrein	noun	een onderwerp waaraan men bijzonder veel aandacht moet besteden
aandachtsterreinen	=	aandachtsterrein
aandachtsterreintje	=	aandachtsterrein
aandachtsterreintjes	=	aandachtsterrein
aandachtstreep	noun	een streepje als leesteken om een tussenzin af te scheiden
aandachtstreepje	=	aandachtstreep
aandachtstreepjes	=	aandachtstreep
aandachtstrekker	noun	iets dat of iemand die de aandacht van anderen op zich vestigt
aandachtstrekkerij	noun	het proberen de aandacht van anderen op zichzelf gericht te krijgen
aandachtstrekkerijen	=	aandachtstrekkerij
aandachtstrekkers	=	aandachtstrekker
aandachtstrekkertje	=	aandachtstrekker
aandachtstrekkertjes	=	aandachtstrekker
aandachtstrepen	=	aandachtstreep
aandachtsveld	noun	een onderwerp waaraan men bijzondere aandacht moet besteden
aandachtsvelden	=	aandachtsveld
aandachtsveldje	=	aandachtsveld
aandachtsveldjes	=	aandachtsveld
aandachtsverlies	noun	het verminderen van de concentratie
aandachtsvestiging	noun	een notitie bij de politie waarin staat dat men extra aandacht voor iets of iemand moet hebben
aandachtsvestigingen	=	aandachtsvestiging
aandachtsvestigingetje	=	aandachtsvestiging
aandachtsvestigingetjes	=	aandachtsvestiging
aandachtswijk	noun	deel van een stad waar veel mensen met sociale, psychische en financiële problemen wonen
aandachtswijken	=	aandachtswijk
aandachttekort	noun	aandachtstekort
aandachttekorten	=	aandachttekort
aandachttrekkend	adj	de belangstelling van anderen opwekkend
aandachttrekkende	=	aandachttrekkend
aandachttrekkender	=	aandachttrekkend
aandachttrekkendere	=	aandachttrekkend
aandachttrekkenders	=	aandachttrekkend
aandachttrekkends	=	aandachttrekkend
aandachttrekkendst	=	aandachttrekkend
aandachttrekkendste	=	aandachttrekkend
aandachttrekker	noun	iets dat of iemand die de aandacht van anderen op zich vestigt
aandachttrekkerij	noun	gedrag dat (hoofdzakelijk) erop is gericht de aandacht van anderen te krijgen
aandachttrekkerijen	=	aandachttrekkerij
aandachttrekkerijtje	=	aandachttrekkerij
aandachttrekkerijtjes	=	aandachttrekkerij
aandachttrekkers	=	aandachttrekker
aandachttrekkertje	=	aandachttrekker
aandachttrekkertjes	=	aandachttrekker
aandachtvestiging	noun	een notitie bij de politie waarin staat dat men extra aandacht voor iets of iemand moet hebben
aandachtvestigingen	=	aandachtvestiging
aandachtvestigingetje	=	aandachtvestiging
aandachtvestigingetjes	=	aandachtvestiging
aandachtzoeker	noun	iemand die aandacht zoekt
aandachtzoekers	=	aandachtzoeker
aandagt	=	aandacht
aandak	noun	deel van een (voor)gevel dat boven de dakschilden uitsteekt
aandaken	=	aandak
aandakje	=	aandak
aandakjes	=	aandak
aandam	=	aandammen
aandamde	=	aandammen
aandamden	=	aandammen
aandamme	=	aandammen
aandammen	verb	aarde bij de waterkant aanbrengen en zodoende nieuwe grond aan de bestaande toevoegen
aandammend	=	aandammen
aandammende	=	aandammen
aandamming	noun	een stuk op het water gewonnen grond dat is ontstaan door het aanbrengen van aarde aan de waterzijde
aandammingen	=	aandamming
aandamminkje	=	aandamming
aandamminkjes	=	aandamming
aandamp	=	aandampen
aandampe	=	aandampen
aandampen	verb	met nevel bedekt raken, beslaan
aandampend	=	aandampen
aandampende	=	aandampen
aandampt	=	aandampen
aandampte	=	aandampen
aandampten	=	aandampen
aandamt	=	aandammen
aandans	=	aandansen
aandansen	verb	dansend naderbij komen
aandansend	=	aandansen
aandanst	=	aandansen
aandanste	=	aandansen
aandansten	=	aandansen
aandede	=	aandoen
aandeden	=	aandoen
aandeed	=	aandoen
aandeedt	=	aandoen
aandeel	noun	waardepapier dat de mede-eigendom in het vermogen van een onderneming bewijst
aandeelbewijs	noun	bewijs dat men aandeel heeft in het kapitaal van een onderneming
aandeelbewijsje	=	aandeelbewijs
aandeelbewijsjes	=	aandeelbewijs
aandeelbewijzen	=	aandeelbewijs
aandeelhebber	noun	eigenaar van aandelen, actionaris
aandeelhebbers	=	aandeelhebber
aandeelhebbertje	=	aandeelhebber
aandeelhebbertjes	=	aandeelhebber
aandeelhebster	=	aandeelhebber
aandeelhouder	noun	een houder van één of meer bewijzen van aandeel
aandeelhouder-geldschieter	noun	iemand die zowel aandelen bezit van een onderneming als ook geld heeft geleend aan dat bedrijf
aandeelhouder-geldschieters	=	aandeelhouder-geldschieter
aandeelhouders	=	aandeelhouder
aandeelhouders-geldschieters	=	aandeelhouder-geldschieter
aandeelhoudersactivisme	noun	het zich zeer direct bemoeien met de bedrijfsvoering door bezitters van aandelen van het bedrijf
aandeelhoudersbelang	noun	wat gunstig is voor de aandeelhouders van een bedrijf, maar niet per definitie voor het bedrijf zelf of de werknemers
aandeelhoudersbelangen	=	aandeelhoudersbelang
aandeelhoudersbewijs	noun	papier dat aantoont dat men een aandeel in een bedrijf bezit
aandeelhoudersbewijzen	=	aandeelhoudersbewijs
aandeelhouderschap	noun	het in bezit hebben van aandelen van een onderneming; het aandeelhouder zijn
aandeelhouderschappen	=	aandeelhouderschap
aandeelhouderscommissie	noun	groep mensen die de bevoegdheid heeft de aandeelhouders te vertegenwoordigen
aandeelhouderscommissies	=	aandeelhouderscommissie
aandeelhoudersdividend	noun	winstuitkering aan de aandeelhouders van een onderneming
aandeelhoudersdividenden	=	aandeelhoudersdividend
aandeelhouderskapitalisme	noun	vorm van kapitalisme waarbij de aandeelhouders een te groot geachte invloed hebben op de bedrijfsvoering en het economische leven
aandeelhouderskring	noun	de gemeenschap van bezitters van aandelen
aandeelhouderskringen	=	aandeelhouderskring
aandeelhoudersovereenkomst	noun	een formeel vastgelegd reglement dat de relatie tussen de verschillende bezitters van aandelen van een bedrijf regelt
aandeelhoudersovereenkomsten	=	aandeelhoudersovereenkomst
aandeelhoudersregister	noun	lijst met eigenaren van aandelen van een besloten vennootschap (bv), een niet-beursgenoteerde naamloze vennootschap (nv) of een constructie met meerdere vennootschappen
aandeelhoudersregisters	=	aandeelhoudersregister
aandeelhoudersstructuren	=	aandeelhoudersstructuur
aandeelhoudersstructuur	noun	de samenstelling van het eigendom van de aandelen van een bedrijf
aandeelhoudersvergadering	noun	een formele vergadering van de houders van de aandelen van een vennootschap
aandeelhoudersvergaderingen	=	aandeelhoudersvergadering
aandeelhoudersvergaderingetje	=	aandeelhoudersvergadering
aandeelhoudersvergaderingetjes	=	aandeelhoudersvergadering
aandeelhouderswaarde	noun	waarde van een onderneming voor de investeerders (dividend, winst etc.)
aandeelhouderswaarden	=	aandeelhouderswaarde
aandeelhouderswaardes	=	aandeelhouderswaarde
aandeelhoudertje	=	aandeelhouder
aandeelhoudertjes	=	aandeelhouder
aandeelhoudster	noun	vrouwelijke aandeelhouder
aandeelhoudsters	=	aandeelhoudster
aandeelhoudstertje	=	aandeelhoudster
aandeelhoudstertjes	=	aandeelhoudster
aandeelkoers	noun	waarde van de aandelen bepaald door de vraag en het aanbod van de aandelen op de beurs
aandeelkoersen	=	aandeelkoers
aandeelprijs	noun	de hoeveelheid geld die men voor één aandeel moet betalen of kan ontvangen
aandeelprijzen	=	aandeelprijs
aandeelsbewijs	=	aandeelbewijs
aandeeltje	=	aandeel
aandeeltjes	=	aandeel
aandelen	=	aandeel
aandelenadvies	noun	advies dat betrekking heeft op de handel in aandelen
aandelenadviezen	=	aandelenadvies
aandelenanalist	noun	iemand die onderzoekt wat de ontwikkeling van de waarde van aandelen in de toekomst zou kunnen worden
aandelenanalisten	=	aandelenanalist
aandelenbelang	noun	invloed op een onderneming hebben door het bezitten van aandelen
aandelenbelangen	=	aandelenbelang
aandelenbelegger	noun	iemand die aandelen bezit; iemand die investeert in aandelen
aandelenbeleggers	=	aandelenbelegger
aandelenbeleggertje	=	aandelenbelegger
aandelenbelegging	noun	kapitaal gebruiken om aandelen te kopen om zo een financieel voordeel te behalen
aandelenbeleggingen	=	aandelenbelegging
aandelenbelegginkje	=	aandelenbelegging
aandelenbelegginkjes	=	aandelenbelegging
aandelenbeurs	noun	is een organisatie die het mogelijk maakt om aandelen te verhandelen
aandelenbeursje	=	aandelenbeurs
aandelenbeursjes	=	aandelenbeurs
aandelenbeurzen	=	aandelenbeurs
aandelenbezit	noun	het eigendom van effecten
aandelenbezitster	=	aandelenbezitter
aandelenbezitter	noun	iemand die effecten in zijn eigendom heeft.
aandelenbezitters	=	aandelenbezitter
aandelenbezittertje	=	aandelenbezitter
aandelenbezittertjes	=	aandelenbezitter
aandelencarrousel	noun	programma waarbij veel aandelen van eigenaar verwisselen
aandelencarrousels	=	aandelencarrousel
aandelencombinatie	noun	mix van verschillende aandelen
aandelencombinaties	=	aandelencombinatie
aandelenemissie	noun	de eerste keer dat een bedrijf zijn aandelen te koop aanbiedt aan het publiek via de effectenbeurs
aandelenemissies	=	aandelenemissie
aandelenemissietje	=	aandelenemissie
aandelenemissietjes	=	aandelenemissie
aandelenfonds	noun	beleggingsfonds waarvan het kapitaal in aandelen is belegd
aandelenfondsen	=	aandelenfonds
aandelenfondsje	=	aandelenfonds
aandelenfondsjes	=	aandelenfonds
aandelenfreak	noun	fanatiekeling op het gebied van aandelenkoersen
aandelenfreakje	=	aandelenfreak
aandelenfreakjes	=	aandelenfreak
aandelenfreaks	=	aandelenfreak
aandelenhandel	noun	het geheel van de handel in aandelen
aandelenhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep aandelen in- en verkoopt hij kan voor eigen rekening werken, voor klanten of voor een werkgever
aandelenhandelaars	=	aandelenhandelaar
aandelenhandelaartje	=	aandelenhandelaar
aandelenhandelaartjes	=	aandelenhandelaar
aandelenhandelaren	=	aandelenhandelaar
aandelenhandels	=	aandelenhandel
aandelenhandeltje	=	aandelenhandel
aandelenhandeltjes	=	aandelenhandel
aandelenhypotheek	noun	een hypothecaire lening die men aflost met de opbrengst van een aandelenpakket
aandelenhypotheken	=	aandelenhypotheek
aandelenindex	noun	het gewogen gemiddelde van een aantal belangrijke aandelen
aandelenindexen	=	aandelenindex
aandelenindices	=	aandelenindex
aandeleninkoop	noun	met geld aandelen (van de eigen onderneming) verwerven
aandeleninkoopprogramma	noun	het planmatig opkomen van eigen aandelen door een bedrijf
aandeleninkoopprogramma's	=	aandeleninkoopprogramma
aandeleninkopen	=	aandeleninkoop
aandelenkantoor	noun	bedrijf dat handelt in aandelen
aandelenkantoren	=	aandelenkantoor
aandelenkapitaal	noun	het kapitaal vervat in de aandelen
aandelenkapitaaltje	=	aandelenkapitaal
aandelenkapitaaltjes	=	aandelenkapitaal
aandelenkapitalen	=	aandelenkapitaal
aandelenkoers	noun	waarde van de aandelen bepaald door de vraag en het aanbod van de aandelen op de beurs
aandelenkoersen	=	aandelenkoers
aandelenkoersindex	noun	een indicator voor de waarde van een groep aandelen
aandelenkoersindexen	=	aandelenkoersindex
aandelenkoersindices	=	aandelenkoersindex
aandelenkoersje	=	aandelenkoers
aandelenkoersjes	=	aandelenkoers
aandelenkoop	noun	het aankopen van effecten
aandelenkorf	noun	verzameling van bedrijven waarvan de aandelen zijn opgenomen in een beursindex
aandelenlease	noun	een overeenkomst waarbij iemand ('de klant') geld leent waarmee voor die persoon aandelen worden gekocht
aandelenleaseproduct	noun	beleggingsconstructie waarbij men aandelen koopt met geleend geld
aandelenleaseproducten	=	aandelenleaseproduct
aandelenlijst	noun	een opsomming van een aantal aandelen
aandelenlijsten	=	aandelenlijst
aandelenlijstje	=	aandelenlijst
aandelenlijstjes	=	aandelenlijst
aandelenmakelaar	noun	persoon of organisatie die op de aandelenbeurs handelt in effecten
aandelenmakelaars	=	aandelenmakelaar
aandelenmakelaren	=	aandelenmakelaar
aandelenmarkt	noun	de handel in aandelen in het algemeen
aandelenmarkten	=	aandelenmarkt
aandelenmarktje	=	aandelenmarkt
aandelenmarktjes	=	aandelenmarkt
aandelenomzet	noun	het aantal verkochte of gekochte aandelen in een bepaalde tijdsperiode
aandelenomzetten	=	aandelenomzet
aandelenoptie	noun	het recht op het kopen en verkopen van aandelen tegen vastgestelde prijzen op een afgesproken datum
aandelenoptieplan	noun	regeling waarbij een werknemer het recht heeft om voor een bepaald bedrag een aandeel te kopen
aandelenoptieplannen	=	aandelenoptieplan
aandelenoptieregeling	noun	regeling waarbij een werknemer het recht heeft om voor een bepaald bedrag een aandeel te kopen
aandelenoptieregelingen	=	aandelenoptieregeling
aandelenopties	=	aandelenoptie
aandelenoptietje	=	aandelenoptie
aandelenoptietjes	=	aandelenoptie
aandelenoverdracht	noun	aandelen in handen van de andere partij geven
aandelenoverdrachten	=	aandelenoverdracht
aandelenpakket	noun	een pakket aan aandelen
aandelenpakketje	=	aandelenpakket
aandelenpakketjes	=	aandelenpakket
aandelenpakketten	=	aandelenpakket
aandelenparticipatie	noun	een deelname in een onderneming door het bezitten van aandelen
aandelenparticipaties	=	aandelenparticipatie
aandelenplan	noun	voorgenomen uitgifte van aandelen
aandelenplannen	=	aandelenplan
aandelenportefeuille	noun	verzameling van alle aandelen die iemand bezit
aandelenportefeuilles	=	aandelenportefeuille
aandelenpositie	noun	het bezit van aandelen
aandelenposities	=	aandelenpositie
aandelenprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen voor het kopen van een aandeel, of die men krijgt bij verkoop van een aandeel
aandelenprijzen	=	aandelenprijs
aandelenprogramma	noun	beloning van (top)medewerkers in de vorm van aandelen
aandelenprogramma's	=	aandelenprogramma
aandelenregister	noun	register waarin staat wie hoeveel aandelen van een bedrijf bezit
aandelenregisters	=	aandelenregister
aandelenrekening	noun	bankrekening waarop staat hoeveel aandelen van welke bedrijven men bezit
aandelenrekeningen	=	aandelenrekening
aandelenruil	noun	kopen en verkopen van aandelen door aanbieden en ontvangen van andere aandelen
aandelenruilen	=	aandelenruil
aandelenselectie	noun	het kiezen, selecteren van de aandelen die men koopt of verkoopt
aandelenselecties	=	aandelenselectie
aandelensfeer	noun	de stemming die er heerst op een aandelenbeurs
aandelensferen	=	aandelensfeer
aandelenspeculant	noun	iemand die bij het kopen of verkopen van aandelen op korte termijn veel winst verwacht te maken door prijsstijging of prijsdaling
aandelenspeculanten	=	aandelenspeculant
aandelenspel	noun	het, al dan niet fictief, aan- en verkopen van beursaandelen als gezelschapsspel
aandelenspellen	=	aandelenspel
aandelenspelletje	=	aandelenspel
aandelenspelletjes	=	aandelenspel
aandelensplitsing	noun	het verlagen van de nominale waarde van een aandeel met een bepaalde factor, waartegenover dan meer aandelen worden uitgegeven verhoogd met diezelfde factor
aandelensplitsingen	=	aandelensplitsing
aandelensplitsinkje	=	aandelensplitsing
aandelensplitsinkjes	=	aandelensplitsing
aandelensysteem	noun	een systeem waarin aandelen worden verhandeld
aandelensysteempje	=	aandelensysteem
aandelensysteempjes	=	aandelensysteem
aandelensystemen	=	aandelensysteem
aandelentranche	noun	gedeelte van alle beschikbare aandelen
aandelentranches	=	aandelentranche
aandelentransactie	noun	de aan- en verkoop van een pakket aandelen
aandelentransacties	=	aandelentransactie
aandelenuitgifte	noun	nieuwe aandelen in omloop brengen door het bedrijf waarvan de aandelen zijn
aandelenuitgiften	=	aandelenuitgifte
aandelenuitgiftes	=	aandelenuitgifte
aandelenverhouding	noun	de verdeling van het bezit van de aandelen van een bedrijf
aandelenverhoudingen	=	aandelenverhouding
aandelenverhoudinkje	=	aandelenverhouding
aandelenverhoudinkjes	=	aandelenverhouding
aandelenverkoop	noun	afstand van aandelen doen in ruil voor geld
aandelenverkopen	=	aandelenverkoop
aandelenzwendel	noun	oneerlijke, onwettige, criminele, verboden handel in aandelen
aandender	=	aandenderen
aandenderde	=	aandenderen
aandenderden	=	aandenderen
aandenderen	verb	aankomen met veel lawaai en gedreun
aandenderend	=	aandenderen
aandendert	=	aandenderen
aandenk	=	aandenken
aandenke	=	aandenken
aandenken	noun	een herinnering
aandenkend	=	aandenken
aandenkens	=	aandenken
aandenkentje	=	aandenken
aandenkentjes	=	aandenken
aandenkt	=	aandenken
aandewinds	adj	met een hoek van rond 45 graden t.o.v. de windrichting
aandewindse	=	aandewinds
aandien	=	aandienen
aandiende	=	aandienen
aandienden	=	aandienen
aandiene	=	aandienen
aandienen	verb	de komst melden van
aandienend	=	aandienen
aandienende	=	aandienen
aandient	=	aandienen
aandijk	=	aandijken
aandijke	=	aandijken
aandijken	verb	door dijken twee stukken land met elkaar verbinden
aandijkend	=	aandijken
aandijkende	=	aandijken
aandijking	noun	een stuk op het water gewonnen grond dat is ontstaan door het aanleggen van een dijk
aandijkingen	=	aandijking
aandijkinkje	=	aandijking
aandijkinkjes	=	aandijking
aandijkt	=	aandijken
aandijkte	=	aandijken
aandijkten	=	aandijken
aandik	=	aandikken
aandikke	=	aandikken
aandikken	verb	dikker worden
aandikkend	=	aandikken
aandikkende	=	aandikken
aandikt	=	aandikken
aandikte	=	aandikken
aandikten	=	aandikken
aandoe	=	aandoen
aandoen	verb	aantrekken
aandoend	=	aandoen
aandoende	=	aandoen
aandoening	noun	ziekte van een beperkt gedeelte van het lichaam
aandoeningen	=	aandoening
aandoeninkje	=	aandoening
aandoeninkjes	=	aandoening
aandoenlijk	adj	ontroerend, vertederend
aandoenlijke	=	aandoenlijk
aandoenlijker	=	aandoenlijk
aandoenlijkere	=	aandoenlijk
aandoenlijkers	=	aandoenlijk
aandoenlijkheden	=	aandoenlijkheid
aandoenlijkheid	noun	emotioneel geraakt kunnen worden
aandoenlijks	=	aandoenlijk
aandoenlijkst	=	aandoenlijk
aandoenlijkste	=	aandoenlijk
aandoet	=	aandoen
aandraaf	=	aandraven
aandraafde	=	aandraven
aandraafden	=	aandraven
aandraaft	=	aandraven
aandraag	=	aandragen
aandraagboni	=	aandraagbonus
aandraagbonus	noun	vergoeding die een werknemer ontvangt als hij of zij een nieuwe werknemer voor een bedrijf werft
aandraagbonusje	=	aandraagbonus
aandraagbonusjes	=	aandraagbonus
aandraagbonussen	=	aandraagbonus
aandraagster	noun	vrouw die zware voorwerpen draagt
aandraagsters	=	aandraagster
aandraagstertje	=	aandraagster
aandraagstertjes	=	aandraagster
aandraagt	=	aandragen
aandraai	=	aandraaien
aandraaide	=	aandraaien
aandraaiden	=	aandraaien
aandraaie	=	aandraaien
aandraaien	verb	vaster draaien
aandraaiend	=	aandraaien
aandraaiende	=	aandraaien
aandraait	=	aandraaien
aandrage	=	aandragen
aandragen	verb	ergens naartoe dragen
aandragend	=	aandragen
aandragende	=	aandragen
aandrager	noun	iemand die zware voorwerpen draagt
aandragers	=	aandrager
aandrang	noun	het aandringen
aandrangen	=	aandrang
aandrangetje	=	aandrang
aandrangincontinentie	noun	onvrijwillig verlies van urine vóór of tijdens een plotselinge, heftige aandrang om te plassen
aandrave	=	aandraven
aandraven	verb	snel lopen of rustig rennen door paarden of mensen
aandravend	=	aandraven
aandravende	=	aandraven
aandreef	=	aandrijven
aandreeft	=	aandrijven
aandrentel	=	aandrentelen
aandrentelde	=	aandrentelen
aandrentelden	=	aandrentelen
aandrentele	=	aandrentelen
aandrentelen	verb	met langzame aarzelende tred naderen
aandrentelend	=	aandrentelen
aandrentelende	=	aandrentelen
aandrentelt	=	aandrentelen
aandreve	=	aandrijven
aandreven	=	aandrijven
aandrift	noun	sterke opwelling om iets te doen, innerlijke drang
aandriften	=	aandrift
aandriftje	=	aandrift
aandriftjes	=	aandrift
aandrijf	=	aandrijven
aandrijfas	noun	een staaf waarmee de energie van een krachtbron (motor) wordt overgebracht op een machine, werktuig, scheepschroef, voertuigwiel etc.
aandrijfasje	=	aandrijfas
aandrijfasjes	=	aandrijfas
aandrijfassen	=	aandrijfas
aandrijfketting	noun	ketting waarmee men een krachtbron en het aan te drijven mechanisme met elkaar verbindt
aandrijfkettingen	=	aandrijfketting
aandrijfkettinkje	=	aandrijfketting
aandrijfkracht	noun	de kracht die zorgt voor de voortbeweging van een voertuig
aandrijfkrachten	=	aandrijfkracht
aandrijflijn	noun	alle onderdelen die er voor zorgen dat een voertuig in beweging gebracht kan worden
aandrijflijnen	=	aandrijflijn
aandrijflijntje	=	aandrijflijn
aandrijfmechanisme	noun	deel van een apparaat dat zorgt dat de kracht van een motor wordt omgezet in een voortbeweging
aandrijfmechanismen	=	aandrijfmechanisme
aandrijfmechanismes	=	aandrijfmechanisme
aandrijfmotor	noun	motor die een toestel in beweging brengt
aandrijfmotoren	=	aandrijfmotor
aandrijfriem	noun	riem zonder einde die door wrijving de beweging van een rad op een ander rad overbrengt
aandrijfriemen	=	aandrijfriem
aandrijfriempje	=	aandrijfriem
aandrijfriempjes	=	aandrijfriem
aandrijfsysteem	noun	het geheel van apparatuur en overbrenging, die de beweging van een mechanisme of een voertuig in gang zet
aandrijfsysteempje	=	aandrijfsysteem
aandrijfsysteempjes	=	aandrijfsysteem
aandrijfsystemen	=	aandrijfsysteem
aandrijft	=	aandrijven
aandrijfwiel	noun	wiel dat een toestel in beweging brengt
aandrijfwielen	=	aandrijfwiel
aandrijfwieltje	=	aandrijfwiel
aandrijfwieltjes	=	aandrijfwiel
aandrijve	=	aandrijven
aandrijven	verb	vaster doen sluiten
aandrijvend	=	aandrijven
aandrijvende	=	aandrijven
aandrijver	noun	iets of iemand die zorgt dat een proces sneller verloopt
aandrijvers	=	aandrijver
aandrijving	noun	een voortstuwende kracht waarmee toestellen in beweging worden gebracht en gehouden
aandrijvingen	=	aandrijving
aandrijvinkje	=	aandrijving
aandrijvinkjes	=	aandrijving
aandring	=	aandringen
aandringe	=	aandringen
aandringen	verb	volhardend verzoeken, niet met een afwijzing genoegen nemen
aandringend	=	aandringen
aandringende	=	aandringen
aandringer	noun	iemand die op een volhardende manier ergens om vraagt
aandringers	=	aandringer
aandringertje	=	aandringer
aandringertjes	=	aandringer
aandringt	=	aandringen
aandroeg	=	aandragen
aandroege	=	aandragen
aandroegen	=	aandragen
aandroegt	=	aandragen
aandrong	=	aandringen
aandronge	=	aandringen
aandrongen	=	aandringen
aandrongt	=	aandringen
aandruk	=	aandrukken
aandrukke	=	aandrukken
aandrukken	verb	vaster drukken
aandrukkend	=	aandrukken
aandrukkende	=	aandrukken
aandrukkracht	noun	de kracht waarmee iets vast gedrukt wordt op iets anders
aandrukkrachten	=	aandrukkracht
aandrukrol	noun	wiel met gladde buitenzijde waarmee men iets met iets ergens tegenaan kan drukken
aandrukrollen	=	aandrukrol
aandrukrolletje	=	aandrukrol
aandrukrolletjes	=	aandrukrol
aandrukt	=	aandrukken
aandrukte	=	aandrukken
aandrukten	=	aandrukken
aanduid	=	aanduiden
aanduidde	=	aanduiden
aanduidden	=	aanduiden
aanduide	=	aanduiden
aanduiden	verb	aanwijzen, aantonen, duidelijk maken, tonen, bewijzen
aanduidend	=	aanduiden
aanduidende	=	aanduiden
aanduiding	noun	waardoor iets duidelijk wordt, aanwijzing, vingerwijzing, teken, wenk
aanduidingen	=	aanduiding
aanduidinkje	=	aanduiding
aanduidinkjes	=	aanduiding
aanduidt	=	aanduiden
aandurf	=	aandurven
aandurfde	=	aandurven
aandurfden	=	aandurven
aandurft	=	aandurven
aandurve	=	aandurven
aandurven	verb	de moed hebben om te beginnen met, durven te doen
aandurvend	=	aandurven
aandurvende	=	aandurven
aanduw	=	aanduwen
aanduwde	=	aanduwen
aanduwden	=	aanduwen
aanduwe	=	aanduwen
aanduwen	verb	vaster duwen
aanduwend	=	aanduwen
aanduwende	=	aanduwen
aanduwt	=	aanduwen
aandweil	=	aandweilen
aandweilde	=	aandweilen
aandweilden	=	aandweilen
aandweile	=	aandweilen
aandweilen	verb	een beetje dweilen
aandweilend	=	aandweilen
aandweilende	=	aandweilen
aandweilt	=	aandweilen
aaneen	adv	zonder tussenruimte
aaneenbind	=	aaneenbinden
aaneenbinde	=	aaneenbinden
aaneenbinden	verb	met touw of koord bundelen
aaneenbindend	=	aaneenbinden
aaneenbindende	=	aaneenbinden
aaneenbinding	noun	het aaneenbinden
aaneenbindingen	=	aaneenbinding
aaneenbindinkje	=	aaneenbinding
aaneenbindinkjes	=	aaneenbinding
aaneenbindt	=	aaneenbinden
aaneenbleef	=	aaneenblijven
aaneenbleven	=	aaneenblijven
aaneenblijf	=	aaneenblijven
aaneenblijft	=	aaneenblijven
aaneenblijve	=	aaneenblijven
aaneenblijven	verb	van twee of meer dingen dat ze voortaan met elkaar verbonden blijven
aaneenblijvend	=	aaneenblijven
aaneenblijvende	=	aaneenblijven
aaneenbond	=	aaneenbinden
aaneenbonden	=	aaneenbinden
aaneenbondt	=	aaneenbinden
aaneenbracht	=	aaneenbrengen
aaneenbrachten	=	aaneenbrengen
aaneenbreng	=	aaneenbrengen
aaneenbrenge	=	aaneenbrengen
aaneenbrengen	verb	twee of meer zaken zo aanbrengen dat ze één geheel vormt
aaneenbrengend	=	aaneenbrengen
aaneenbrengende	=	aaneenbrengen
aaneenbrengt	=	aaneenbrengen
aaneenflans	=	aaneenflansen
aaneenflanse	=	aaneenflansen
aaneenflansen	verb	slordig verbinden
aaneenflansend	=	aaneenflansen
aaneenflansende	=	aaneenflansen
aaneenflanst	=	aaneenflansen
aaneenflanste	=	aaneenflansen
aaneenflansten	=	aaneenflansen
aaneengebleven	=	aaneenblijven
aaneengebonden	=	aaneenbinden
aaneengebracht	=	aaneenbrengen
aaneengebrachte	=	aaneenbrengen
aaneengeflanst	=	aaneenflansen
aaneengeflanste	=	aaneenflansen
aaneengegrensd	=	aaneengrenzen
aaneengegroeid	=	aaneengroeien
aaneengegroeide	=	aaneengroeien
aaneengehaakt	=	aaneenhaken
aaneengehaakte	=	aaneenhaken
aaneengehangen	=	aaneenhangen
aaneengehecht	=	aaneenhechten
aaneengehechte	=	aaneenhechten
aaneengehouden	=	aaneenhouden
aaneengeketend	=	aaneenketenen
aaneengeketende	=	aaneenketenen
aaneengekleefd	=	aaneenkleven
aaneengekleefde	=	aaneenkleven
aaneengeklonken	=	aaneenklinken
aaneengekluisterd	=	aaneenkluisteren
aaneengekluisterde	=	aaneenkluisteren
aaneengeknoopt	=	aaneenknopen
aaneengeknoopte	=	aaneenknopen
aaneengekoekt	=	aaneenkoeken
aaneengekoekte	=	aaneenkoeken
aaneengekoppeld	=	aaneenkoppelen
aaneengekoppelde	=	aaneenkoppelen
aaneengelijmd	=	aaneenlijmen
aaneengelijmde	=	aaneenlijmen
aaneengenaaid	=	aaneennaaien
aaneengenaaide	=	aaneennaaien
aaneengepast	=	aaneenpassen
aaneengeplaatst	=	aaneenplaatsen
aaneengeplakt	=	aaneenplakken
aaneengepraat	=	aaneenpraten
aaneengeregen	=	aaneenrijgen
aaneengeschakeld	adj	verbonden.
aaneengeschakelde	=	aaneengeschakeld
aaneengeschakelds	=	aaneengeschakeld
aaneengeschreven	=	aaneenschrijven
aaneengesloten	adj	zonder tussenruimte	adv	zonder stoppen; zonder pauze
aaneengeslotens	=	aaneengesloten
aaneengesmeed	=	aaneensmeden
aaneengesmeten	=	aaneensmijten
aaneengesnoerd	=	aaneensnoeren
aaneengespijkerd	=	aaneenspijkeren
aaneengevoegd	=	aaneenvoegen
aaneengezet	=	aaneenzetten
aaneengezeten	=	aaneenzitten
aaneengrens	=	aaneengrenzen
aaneengrensde	=	aaneengrenzen
aaneengrensden	=	aaneengrenzen
aaneengrenst	=	aaneengrenzen
aaneengrenzen	verb	zo dicht bij elkaar liggen dat er een gemeenschappelijke grens is
aaneengrenzend	=	aaneengrenzen
aaneengrenzende	=	aaneengrenzen
aaneengroei	=	aaneengroeien
aaneengroeide	=	aaneengroeien
aaneengroeiden	=	aaneengroeien
aaneengroeie	=	aaneengroeien
aaneengroeien	verb	aan elkaar vastgroeien
aaneengroeiend	=	aaneengroeien
aaneengroeiende	=	aaneengroeien
aaneengroeiing	noun	het aan elkaar vast groeien of gegroeid zijn
aaneengroeiingen	=	aaneengroeiing
aaneengroeiinkje	=	aaneengroeiing
aaneengroeiinkjes	=	aaneengroeiing
aaneengroeit	=	aaneengroeien
aaneenhaak	=	aaneenhaken
aaneenhaakt	=	aaneenhaken
aaneenhaakte	=	aaneenhaken
aaneenhaakten	=	aaneenhaken
aaneenhake	=	aaneenhaken
aaneenhaken	verb	twee of meer voorwerpen met daarvoor bestemde haken met elkaar verbinden
aaneenhakend	=	aaneenhaken
aaneenhakende	=	aaneenhaken
aaneenhang	=	aaneenhangen
aaneenhange	=	aaneenhangen
aaneenhangen	verb	losjes aan elkaar hangen, vooral figuurlijk
aaneenhangend	=	aaneenhangen
aaneenhangende	=	aaneenhangen
aaneenhangt	=	aaneenhangen
aaneenhecht	=	aaneenhechten
aaneenhechte	=	aaneenhechten
aaneenhechten	verb	aan elkaar vast hechten
aaneenhechtend	=	aaneenhechten
aaneenhechtende	=	aaneenhechten
aaneenhechting	noun	het aan elkaar vasthechten
aaneenhechtingen	=	aaneenhechting
aaneenhechtinkje	=	aaneenhechting
aaneenhechtinkjes	=	aaneenhechting
aaneenhechtte	=	aaneenhechten
aaneenhechtten	=	aaneenhechten
aaneenhield	=	aaneenhouden
aaneenhielden	=	aaneenhouden
aaneenhieldt	=	aaneenhouden
aaneenhing	=	aaneenhangen
aaneenhingen	=	aaneenhangen
aaneenhou	=	aaneenhouden
aaneenhoud	=	aaneenhouden
aaneenhoude	=	aaneenhouden
aaneenhouden	verb	zorgen dat twee of meer dingen een geheel blijven
aaneenhoudend	=	aaneenhouden
aaneenhoudende	=	aaneenhouden
aaneenhoudt	=	aaneenhouden
aaneenketen	=	aaneenketenen
aaneenketende	=	aaneenketenen
aaneenketenden	=	aaneenketenen
aaneenketene	=	aaneenketenen
aaneenketenen	verb	van gevangenen dat men ze met ketens met elkaar verbindt
aaneenketenend	=	aaneenketenen
aaneenketenende	=	aaneenketenen
aaneenketent	=	aaneenketenen
aaneenkleef	=	aaneenkleven
aaneenkleefde	=	aaneenkleven
aaneenkleefden	=	aaneenkleven
aaneenkleeft	=	aaneenkleven
aaneenkleve	=	aaneenkleven
aaneenkleven	verb	aan elkaar vast plakken
aaneenklevend	=	aaneenkleven
aaneenklevende	=	aaneenkleven
aaneenklink	=	aaneenklinken
aaneenklinke	=	aaneenklinken
aaneenklinken	verb	stalen platen met klinknagels of bouten aan elkaar verbinden
aaneenklinkend	=	aaneenklinken
aaneenklinkende	=	aaneenklinken
aaneenklinkt	=	aaneenklinken
aaneenklonk	=	aaneenklinken
aaneenklonken	=	aaneenklinken
aaneenkluister	=	aaneenkluisteren
aaneenkluisterde	=	aaneenkluisteren
aaneenkluisterden	=	aaneenkluisteren
aaneenkluistere	=	aaneenkluisteren
aaneenkluisteren	verb	van gevangenen dat men ze met kluisters aan elkaar vastmaakt
aaneenkluisterend	=	aaneenkluisteren
aaneenkluisterende	=	aaneenkluisteren
aaneenkluistert	=	aaneenkluisteren
aaneenknoop	=	aaneenknopen
aaneenknoopt	=	aaneenknopen
aaneenknoopte	=	aaneenknopen
aaneenknoopten	=	aaneenknopen
aaneenknope	=	aaneenknopen
aaneenknopen	verb	aan elkaar vastknopen (ook fig.)
aaneenknopend	=	aaneenknopen
aaneenknopende	=	aaneenknopen
aaneenkoek	=	aaneenkoeken
aaneenkoeke	=	aaneenkoeken
aaneenkoeken	verb	twee of meer zaken door een laag ingedroogd vuil met elkaar verbinden
aaneenkoekend	=	aaneenkoeken
aaneenkoekende	=	aaneenkoeken
aaneenkoekt	=	aaneenkoeken
aaneenkoekte	=	aaneenkoeken
aaneenkoekten	=	aaneenkoeken
aaneenkoppel	=	aaneenkoppelen
aaneenkoppelde	=	aaneenkoppelen
aaneenkoppelden	=	aaneenkoppelen
aaneenkoppele	=	aaneenkoppelen
aaneenkoppelen	verb	tot een nieuw geheel samenkoppelen
aaneenkoppelend	=	aaneenkoppelen
aaneenkoppelende	=	aaneenkoppelen
aaneenkoppeling	noun	het aan elkaar koppelen
aaneenkoppelingen	=	aaneenkoppeling
aaneenkoppelingetje	=	aaneenkoppeling
aaneenkoppelingetjes	=	aaneenkoppeling
aaneenkoppelt	=	aaneenkoppelen
aaneenlijm	=	aaneenlijmen
aaneenlijmde	=	aaneenlijmen
aaneenlijmden	=	aaneenlijmen
aaneenlijme	=	aaneenlijmen
aaneenlijmen	verb	twee of meer zaken door lijm met elkaar verbinden
aaneenlijmend	=	aaneenlijmen
aaneenlijmende	=	aaneenlijmen
aaneenlijmt	=	aaneenlijmen
aaneennaai	=	aaneennaaien
aaneennaaide	=	aaneennaaien
aaneennaaiden	=	aaneennaaien
aaneennaaie	=	aaneennaaien
aaneennaaien	verb	met behulp van naald en draad twee of meer zaken aan elkaar naaien
aaneennaaiend	=	aaneennaaien
aaneennaaiende	=	aaneennaaien
aaneennaait	=	aaneennaaien
aaneenpas	=	aaneenpassen
aaneenpasse	=	aaneenpassen
aaneenpassen	verb	twee zaken tegen elkaar leggen zodanig dat de buitenomtrekken goed tegen elkaar liggen
aaneenpassend	=	aaneenpassen
aaneenpassende	=	aaneenpassen
aaneenpast	=	aaneenpassen
aaneenpaste	=	aaneenpassen
aaneenpasten	=	aaneenpassen
aaneenplaats	=	aaneenplaatsen
aaneenplaatse	=	aaneenplaatsen
aaneenplaatsen	verb	twee of meer personen of zaken zodanig neerzetten dat ze goed aaneensluiten
aaneenplaatsend	=	aaneenplaatsen
aaneenplaatst	=	aaneenplaatsen
aaneenplaatste	=	aaneenplaatsen
aaneenplaatsten	=	aaneenplaatsen
aaneenplak	=	aaneenplakken
aaneenplakke	=	aaneenplakken
aaneenplakken	verb	twee of meer zaken met lijm of plaksel aan elkaar vastmaken
aaneenplakkend	=	aaneenplakken
aaneenplakkende	=	aaneenplakken
aaneenplakt	=	aaneenplakken
aaneenplakte	=	aaneenplakken
aaneenplakten	=	aaneenplakken
aaneenpraat	=	aaneenpraten
aaneenpraatte	=	aaneenpraten
aaneenpraatten	=	aaneenpraten
aaneenprate	=	aaneenpraten
aaneenpraten	verb	verschillende delen van een programma met behulp van een praatje met elkaar verbinden tot één geheel
aaneenpratend	=	aaneenpraten
aaneenpratende	=	aaneenpraten
aaneenreeg	=	aaneenrijgen
aaneenreege	=	aaneenrijgen
aaneenreegen	=	aaneenrijgen
aaneenreegt	=	aaneenrijgen
aaneenrege	=	aaneenrijgen
aaneenregen	=	aaneenrijgen
aaneenregend	=	aaneenrijgen
aaneenrijg	=	aaneenrijgen
aaneenrijge	=	aaneenrijgen
aaneenrijgen	verb	aan elkaar vast rijgen (met name figuurlijk)
aaneenrijgend	=	aaneenrijgen
aaneenrijgende	=	aaneenrijgen
aaneenrijging	noun	het aan elkaar vast rijgen (ook figuurlijk)
aaneenrijgingen	=	aaneenrijging
aaneenrijginkje	=	aaneenrijging
aaneenrijginkjes	=	aaneenrijging
aaneenrijgt	=	aaneenrijgen
aaneenschakel	=	aaneenschakelen
aaneenschakelde	=	aaneenschakelen
aaneenschakelden	=	aaneenschakelen
aaneenschakele	=	aaneenschakelen
aaneenschakelen	verb	met schakels verbinden (ook fig.)
aaneenschakelend	=	aaneenschakelen
aaneenschakelende	=	aaneenschakelen
aaneenschakeling	noun	het aaneenschakelen
aaneenschakelingen	=	aaneenschakeling
aaneenschakelingetje	=	aaneenschakeling
aaneenschakelingetjes	=	aaneenschakeling
aaneenschakelt	=	aaneenschakelen
aaneenschreef	=	aaneenschrijven
aaneenschreeft	=	aaneenschrijven
aaneenschreve	=	aaneenschrijven
aaneenschreven	=	aaneenschrijven
aaneenschrijf	=	aaneenschrijven
aaneenschrijft	=	aaneenschrijven
aaneenschrijve	=	aaneenschrijven
aaneenschrijven	verb	aan elkaar (zonder ruimte of leesteken) schrijven van woorden
aaneenschrijvend	=	aaneenschrijven
aaneenschrijvende	=	aaneenschrijven
aaneensloot	=	aaneensluiten
aaneenslote	=	aaneensluiten
aaneensloten	=	aaneensluiten
aaneensluit	=	aaneensluiten
aaneensluite	=	aaneensluiten
aaneensluiten	verb	dicht tegen elkaar aankomen
aaneensluitend	=	aaneensluiten
aaneensluitende	=	aaneensluiten
aaneensluiting	noun	het samengaan van verschillende onderdelen tot een geheel; het aangaan van een verbinding
aaneensluitingen	=	aaneensluiting
aaneensmede	=	aaneensmeden
aaneensmeden	verb	door smeden stukken metaal aan elkaar vastmaken
aaneensmedend	=	aaneensmeden
aaneensmedende	=	aaneensmeden
aaneensmeed	=	aaneensmeden
aaneensmeedde	=	aaneensmeden
aaneensmeedden	=	aaneensmeden
aaneensmeedt	=	aaneensmeden
aaneensmijten	verb	iets krachtig bij elkaar gooien of met geweld samensmijten
aaneensmijtend	=	aaneensmijten
aaneensnoer	=	aaneensnoeren
aaneensnoerde	=	aaneensnoeren
aaneensnoerden	=	aaneensnoeren
aaneensnoere	=	aaneensnoeren
aaneensnoeren	verb	met een koord twee of meer zaken strak met elkaar verbinden
aaneensnoerend	=	aaneensnoeren
aaneensnoert	=	aaneensnoeren
aaneenspijker	=	aaneenspijkeren
aaneenspijkerde	=	aaneenspijkeren
aaneenspijkerden	=	aaneenspijkeren
aaneenspijkere	=	aaneenspijkeren
aaneenspijkeren	verb	met spijkers of nagels twee of meer zaken met elkaar verbinden
aaneenspijkerend	=	aaneenspijkeren
aaneenspijkerende	=	aaneenspijkeren
aaneenspijkert	=	aaneenspijkeren
aaneenvoeg	=	aaneenvoegen
aaneenvoegde	=	aaneenvoegen
aaneenvoegden	=	aaneenvoegen
aaneenvoege	=	aaneenvoegen
aaneenvoegen	verb	twee of meer zaken met behulp van voegen met elkaar verbinden
aaneenvoegend	=	aaneenvoegen
aaneenvoegende	=	aaneenvoegen
aaneenvoeging	noun	het van twee of meer zaken één maken
aaneenvoegingen	=	aaneenvoeging
aaneenvoegt	=	aaneenvoegen
aaneenzat	=	aaneenzitten
aaneenzaten	=	aaneenzitten
aaneenzet	=	aaneenzetten
aaneenzette	=	aaneenzetten
aaneenzetten	verb	twee dingen zo neerzetten dat ze een geheel vormen
aaneenzettend	=	aaneenzetten
aaneenzettende	=	aaneenzetten
aaneenzit	=	aaneenzitten
aaneenzitte	=	aaneenzitten
aaneenzitten	verb	aan elkaar vastzitten
aaneenzittend	=	aaneenzitten
aaneenzittende	=	aaneenzitten
aanerf	=	aanerven
aanerfde	=	aanerven
aanerfden	=	aanerven
aanerft	=	aanerven
aanerve	=	aanerven
aanerven	verb	door erfenis overgaan
aanervend	=	aanerven
aanervende	=	aanerven
aanfiets	=	aanfietsen
aanfietse	=	aanfietsen
aanfietsen	verb	al rijdend op een rijwiel naderen
aanfietsend	=	aanfietsen
aanfietsende	=	aanfietsen
aanfietst	=	aanfietsen
aanfietste	=	aanfietsen
aanfietsten	=	aanfietsen
aanflits	=	aanflitsen
aanflitse	=	aanflitsen
aanflitsen	verb	plotseling gaan branden
aanflitsend	=	aanflitsen
aanflitsende	=	aanflitsen
aanflitst	=	aanflitsen
aanflitste	=	aanflitsen
aanflitsten	=	aanflitsen
aanfloep	=	aanfloepen
aanfloepe	=	aanfloepen
aanfloepen	verb	plotseling gaan branden
aanfloepend	=	aanfloepen
aanfloepende	=	aanfloepen
aanfloept	=	aanfloepen
aanfloepte	=	aanfloepen
aanfloepten	=	aanfloepen
aanfloot	=	aanfluiten
aanflote	=	aanfluiten
aanfloten	=	aanfluiten
aanfluit	=	aanfluiten
aanfluite	=	aanfluiten
aanfluiten	verb	door te fluiten honden laten stoppen
aanfluitend	=	aanfluiten
aanfluitende	=	aanfluiten
aanfluiting	noun	iets dat belachelijk of schandelijk is
aanfluitingen	=	aanfluiting
aanfluitinkje	=	aanfluiting
aanfluitinkjes	=	aanfluiting
aanfok	noun	de dieren die men door fokken heeft verkregen
aanfokke	=	aanfokken
aanfokken	verb	van dieren: door fokken vermeerderen
aanfokkend	=	aanfokken
aanfokkende	=	aanfokken
aanfokking	noun	vergroting van de veestapel door fokken
aanfokkingen	=	aanfokking
aanfokt	=	aanfokken
aanfokte	=	aanfokken
aanfokten	=	aanfokken
aanfruit	=	aanfruiten
aanfruite	=	aanfruiten
aanfruiten	verb	korte tijd bakken zodat het voedsel (met name ui) net wat glazig wordt
aanfruitend	=	aanfruiten
aanfruitende	=	aanfruiten
aanfruitte	=	aanfruiten
aanfruitten	=	aanfruiten
aanga	=	aangaan
aangaaft	=	aangeven
aangaan	verb	betreffen, van belang zijn
aangaand	=	aangaan
aangaande	prep	betreffende
aangaap	=	aangapen
aangaapt	=	aangapen
aangaapte	=	aangapen
aangaapten	=	aangapen
aangaat	=	aangaan
aangaf	=	aangeven
aangaloppeer	=	aangalopperen
aangaloppeerde	=	aangalopperen
aangaloppeerden	=	aangalopperen
aangaloppeert	=	aangalopperen
aangaloppere	=	aangalopperen
aangalopperen	verb	gallopperend naderen op een paard of van een paard
aangalopperend	=	aangalopperen
aangalopperende	=	aangalopperen
aangape	=	aangapen
aangapen	verb	dom en nieuwsgierig aanstaren
aangapend	=	aangapen
aangapende	=	aangapen
aangave	=	aangeven
aangaven	=	aangeven
aangeaard	=	aanaarden
aangeaarde	=	aanaarden
aangebakken	=	aanbakken
aangebedene	noun	iemand waarvan men hartstochtelijk veel houdt
aangebedenen	=	aangebedene
aangebeend	=	aanbenen
aangebeende	=	aanbenen
aangebeld	=	aanbellen
aangebelde	=	aanbellen
aangebermd	=	aanbermen
aangebeten	=	aanbijten
aangeblaft	=	aanblaffen
aangeblafte	=	aanblaffen
aangeblazen	=	aanblazen
aangebleven	=	aanblijven
aangeblikt	=	aanblikken
aangeblikte	=	aanblikken
aangeboden	=	aanbieden
aangebodene	noun	dat wat men te koop of te huur heeft aangeboden
aangebonden	=	aanbinden
aangeboord	=	aanboren
aangeboorde	=	aanboren
aangeboren	adj	bij de geboorte verkregen eigenschappen
aangeborens	=	aangeboren
aangebotst	=	aanbotsen
aangebotste	=	aanbotsen
aangebouwd	=	aanbouwen
aangebouwde	=	aanbouwen
aangebracht	adj	van iets dat het op iets anders is gedaan
aangebrachte	=	aanbrengen
aangebrachts	=	aangebracht
aangebraden	=	aanbraden
aangebrand	adj	vastgebrand tijdens of na het bereiden (aan de bodem van een koekenpan e.d.)
aangebrande	=	aangebrand
aangebrander	=	aangebrand
aangebrandere	=	aangebrand
aangebranders	=	aangebrand
aangebrands	=	aangebrand
aangebrandst	=	aangebrand
aangebrandste	=	aangebrand
aangebrast	=	aanbrassen
aangebreid	=	aanbreien
aangebreide	=	aanbreien
aangebroken	=	aanbreken
aangedaan	adj	een staat waarin je verkeert als iets je emotioneel geraakt heeft
aangedaans	=	aangedaan
aangedaanst	=	aangedaan
aangedaanste	=	aangedaan
aangedamd	=	aandammen
aangedamde	=	aandammen
aangedampt	adj	met een nevel bedekt
aangedampte	=	aangedampt
aangedampter	=	aangedampt
aangedamptere	=	aangedampt
aangedampters	=	aangedampt
aangedampts	=	aangedampt
aangedamptst	=	aangedampt
aangedamptste	=	aangedampt
aangedane	noun	iemand die een ziekte heeft opgelopen
aangedanen	=	aangedane
aangedaner	=	aangedaan
aangedanere	=	aangedaan
aangedaners	=	aangedaan
aangedanst	=	aandansen
aangedenderd	=	aandenderen
aangediend	=	aandienen
aangediende	=	aandienen
aangedijkt	=	aandijken
aangedijkte	=	aandijken
aangedikt	=	aandikken
aangedikte	=	aandikken
aangedraafd	=	aandraven
aangedraafde	=	aandraven
aangedraaid	=	aandraaien
aangedraaide	=	aandraaien
aangedragen	=	aandragen
aangedrenteld	=	aandrentelen
aangedreven	=	aandrijven
aangedrongen	=	aandringen
aangedrukt	=	aandrukken
aangedrukte	=	aandrukken
aangeduid	adj	van iets of iemand dat die aangewezen is
aangeduide	=	aanduiden
aangeduids	=	aangeduid
aangedurfd	=	aandurven
aangedurfde	=	aandurven
aangeduwd	=	aanduwen
aangeduwde	=	aanduwen
aangedweild	=	aandweilen
aangedweilde	=	aandweilen
aangeef	=	aangeven
aangeefster	noun	vrouwelijke vorm van aangever
aangeefsters	=	aangeefster
aangeefstertje	=	aangeefster
aangeeft	=	aangeven
aangefietst	=	aanfietsen
aangeflitst	=	aanflitsen
aangeflitste	=	aanflitsen
aangefloept	=	aanfloepen
aangefloepte	=	aanfloepen
aangefloten	=	aanfluiten
aangefokt	=	aanfokken
aangefruit	=	aanfruiten
aangegaan	adj	van iets dat je er bij betrokken bent geraakt, dat je iets beloofd hebt
aangegaane	=	aangegaan
aangegaans	=	aangegaan
aangegaapt	=	aangapen
aangegaapte	=	aangapen
aangegaloppeerd	=	aangalopperen
aangegane	=	aangaan
aangegespt	=	aangespen
aangegespte	=	aangespen
aangegeven	=	aangeven
aangegierd	=	aangieren
aangegloeid	=	aangloeien
aangegluurd	=	aangluren
aangegolfd	=	aangolven
aangegooid	=	aangooien
aangegooide	=	aangooien
aangegord	=	aangorden
aangegorde	=	aangorden
aangegoten	=	aangieten
aangegraven	=	aangraven
aangegrensd	=	aangrenzen
aangegrepen	=	aangrijpen
aangegrijnsd	=	aangrijnzen
aangegrijnsde	=	aangrijnzen
aangegrimd	=	aangrimmen
aangegroeid	=	aangroeien
aangegroeide	=	aangroeien
aangehaakt	=	aanhaken
aangehaakte	=	aanhaken
aangehaald	adj	vriendelijk naar je toe gelokt
aangehaalde	=	aangehaald
aangehaalder	=	aangehaald
aangehaalds	=	aangehaald
aangehad	=	aanhebben
aangehangen	=	aanhangen
aangehard	adj	harder gemaakt
aangeharde	=	aangehard
aangehards	=	aangehard
aangeharkt	=	aanharken
aangeharkte	=	aanharken
aangeharkter	=	aanharken
aangeharktere	=	aanharken
aangeharkters	=	aanharken
aangeharkts	=	aanharken
aangehecht	=	aanhechten
aangehechte	=	aanhechten
aangeheeld	=	aanhelen
aangehegen	=	aanhijgen
aangeheven	=	aanheffen
aangehijgd	=	aanhijgen
aangehinkt	=	aanhinken
aangehitst	=	aanhitsen
aangehitste	=	aanhitsen
aangehobbeld	=	aanhobbelen
aangehoest	=	aanhoesten
aangehoeste	=	aanhoesten
aangehold	=	aanhollen
aangeholde	=	aanhollen
aangehoord	=	aanhoren
aangehoorde	=	aanhoren
aangehouden	=	aanhouden
aangehoudene	noun	iemand die tot staan is gebracht door de politie
aangehoudenen	=	aangehoudene
aangehuppeld	=	aanhuppelen
aangehupt	=	aanhuppen
aangehuwd	adj	aangetrouwd; getrouwd met
aangehuwde	=	aangehuwd
aangehuwds	=	aangehuwd
aangejaagd	=	aanjagen
aangejaagde	=	aanjagen
aangekaart	=	aankaarten
aangekaarte	=	aankaarten
aangekakt	=	aankakken
aangekakte	=	aankakken
aangekalkt	=	aankalken
aangekapt	=	aankappen
aangekeft	=	aankeffen
aangekefte	=	aankeffen
aangekeken	=	aankijken
aangeklaagd	=	aanklagen
aangeklaagde	noun	iemand tegen wie een aanklacht is ingediend
aangeklaagden	=	aangeklaagde
aangeklampt	=	aanklampen
aangeklampte	=	aanklampen
aangeklede	=	aankleden
aangekleder	=	aangekleed
aangekledere	=	aangekleed
aangekleders	=	aangekleed
aangekleed	adj	met kleren aan
aangekleeds	=	aangekleed
aangekleedst	=	aangekleed
aangekleedste	=	aangekleed
aangekleefd	=	aankleven
aangekleefde	=	aankleven
aangeklemd	=	aanklemmen
aangekleurd	=	aankleuren
aangekleurde	=	aankleuren
aangekleuterd	=	aankleuteren
aangeklikt	=	aanklikken
aangeklikte	=	aanklikken
aangeklonken	=	aanklinken
aangeklooid	=	aanklooien
aangeklopt	=	aankloppen
aangeklopte	=	aankloppen
aangeklost	adj	slepend lopen ergens aankomen
aangekloste	=	aangeklost
aangeklosts	=	aangeklost
aangeklotst	=	aanklotsen
aangeknipt	adj	niet ingezet
aangeknipte	=	aangeknipt
aangeknipts	=	aangeknipt
aangeknoeid	=	aanknoeien
aangeknoopt	=	aanknopen
aangeknoopte	=	aanknopen
aangekocht	=	aankopen
aangekochte	=	aankopen
aangekoekt	adj	dat iets ergens aan vastgeplakt zit zonder dat dat echt de bedoeling was
aangekoekte	=	aankoeken
aangekoekter	=	aangekoekt
aangekoektere	=	aangekoekt
aangekoekters	=	aangekoekt
aangekoekts	=	aangekoekt
aangekoektst	=	aangekoekt
aangekoektste	=	aangekoekt
aangekoerst	=	aankoersen
aangekomen	=	aankomen
aangekondigd	adj	van iets dat het later zal gebeuren
aangekondigde	noun	persoon waarvan gezegd is dat hij of zij zou komen
aangekondigden	=	aangekondigde
aangekondigds	=	aangekondigd
aangekoppeld	=	aankoppelen
aangekoppelde	=	aankoppelen
aangekorst	adj	met een korst bedekt geraakt; met een korst bedekt raken
aangekorste	=	aangekorst
aangekorsts	=	aangekorst
aangekregen	=	aankrijgen
aangekropen	=	aankruipen
aangekruid	=	aankruien
aangekruist	=	aankruisen
aangekruiste	=	aankruisen
aangekund	=	aankunnen
aangekweekt	=	aankweken
aangekweekte	=	aankweken
aangelachen	=	aanlachen
aangeladen	=	aanladen
aangeland	=	aanlanden
aangelande	noun	eigenaar van een stuk land dat grenst aan een bepaalde waterloop, dijk of weg
aangelanden	=	aangelande
aangelangd	=	aanlangen
aangelangde	=	aanlangen
aangelapt	=	aanlappen
aangelast	=	aanlassen
aangelaste	=	aanlassen
aangelaten	=	aanlaten
aangeleerd	adj	van iets dat het niet aangeboren is maar dat men het heeft geleerd
aangeleerde	=	aangeleerd
aangeleerder	=	aangeleerd
aangeleerdere	=	aangeleerd
aangeleerders	=	aangeleerd
aangeleerds	=	aangeleerd
aangeleerdst	=	aangeleerd
aangeleerdste	=	aangeleerd
aangelegd	adj	een aanleg hebben tot
aangelegde	=	aanleggen
aangelegds	=	aangelegd
aangelegen	adj	ergens tegen grenzend
aangelegener	=	aangelegen
aangelegeners	=	aangelegen
aangelegenheden	=	aangelegenheid
aangelegenheid	noun	zaak, kwestie
aangelegenheidje	=	aangelegenheid
aangelegenheidjes	=	aangelegenheid
aangelegens	=	aangelegen
aangelegenst	=	aangelegen
aangelegenste	=	aangelegen
aangeleid	=	aanleiden
aangeleken	=	aanlijken
aangelengd	=	aanlengen
aangelengde	=	aanlengen
aangeleund	=	aanleunen
aangeleunde	=	aanleunen
aangeleverd	=	aanleveren
aangeleverde	=	aanleveren
aangelicht	=	aanlichten
aangelichte	=	aanlichten
aangelijkt	=	aanlijken
aangelijmd	=	aanlijmen
aangelijnd	=	aanlijnen
aangelijnde	=	aanlijnen
aangeloefd	=	aanloeven
aangeloefde	=	aanloeven
aangeloeid	=	aanloeien
aangeloerd	=	aanloeren
aangelogd	=	aanloggen
aangelokt	=	aanlokken
aangelokte	=	aanlokken
aangelopen	=	aanlopen
aangemaakt	=	aanmaken
aangemaakte	=	aanmaken
aangemaand	=	aanmanen
aangemaande	=	aanmanen
aangemarcheerd	=	aanmarcheren
aangematigd	=	aanmatigen
aangematigde	=	aanmatigen
aangemeerd	=	aanmeren
aangemeerde	=	aanmeren
aangemeld	=	aanmelden
aangemelde	=	aanmelden
aangemengd	=	aanmengen
aangemengde	=	aanmengen
aangemerkt	=	aanmerken
aangemerkte	=	aanmerken
aangemeten	=	aanmeten
aangemodderd	=	aanmodderen
aangemodderde	=	aanmodderen
aangemoedigd	=	aanmoedigen
aangemoedigde	=	aanmoedigen
aangemoeten	=	aanmoeten
aangemonsterd	=	aanmonsteren
aangemonsterde	=	aanmonsteren
aangemunt	=	aanmunten
aangemunte	=	aanmunten
aangenaaid	=	aannaaien
aangenaaide	=	aannaaien
aangenaam	adj	een positief gevoel oproepend
aangenaamheden	=	aangenaamheid
aangenaamheid	noun	het aangenaam zijn
aangenaamheidje	=	aangenaamheid
aangenaamheidjes	=	aangenaamheid
aangenaams	=	aangenaam
aangenaamst	=	aangenaam
aangenaamste	=	aangenaam
aangenageld	adj	met spijkers vastgemaakt
aangenagelde	=	aangenageld
aangenagelds	=	aangenageld
aangename	=	aangenaam
aangenamer	=	aangenaam
aangenamere	=	aangenaam
aangenamers	=	aangenaam
aangenomen	adj	geadopteerd, gekozen als echt	conj	verondersteld dat
aangenomens	=	aangenomen
aangepaald	=	aanpalen
aangepakt	=	aanpakken
aangepakte	=	aanpakken
aangepapt	=	aanpappen
aangepapte	=	aanpappen
aangepast	adj	geschikt gemaakt
aangepaste	=	aanpassen
aangepaster	=	aangepast
aangepastere	=	aangepast
aangepasters	=	aangepast
aangepastheid	noun	de mate waarin iets of iemand zich heeft veranderd om beter te kunnen omgaan met veranderde omstandigheden
aangepasts	=	aangepast
aangepastst	=	aangepast
aangepastste	=	aangepast
aangepeesd	=	aanpezen
aangeperst	=	aanpersen
aangepikt	=	aanpikken
aangepikte	=	aanpikken
aangeplakt	=	aanplakken
aangeplakte	=	aanplakken
aangeplant	=	aanplanten
aangeplante	=	aanplanten
aangeplempt	=	aanplempen
aangeploegd	=	aanploegen
aangepoot	=	aanpoten
aangepord	=	aanporren
aangeporde	=	aanporren
aangepote	=	aanpoten
aangepraat	=	aanpraten
aangeprate	=	aanpraten
aangepreekt	=	aanpreken
aangeprezen	=	aanprijzen
aangeprikkeld	=	aanprikkelen
aangeprikt	=	aanprikken
aangepunt	=	aanpunten
aangepunte	=	aanpunten
aangeraakt	=	aanraken
aangeraakte	=	aanraken
aangeraasd	=	aanrazen
aangeraden	=	aanraden
aangerand	=	aanranden
aangerande	=	aanranden
aangeraseerd	=	aanraseren
aangeraseerde	=	aanraseren
aangerazeerd	=	aanrazeren
aangereden	=	aanrijden
aangeregen	=	aanrijgen
aangereikt	=	aanreiken
aangereikte	=	aanreiken
aangerekend	=	aanrekenen
aangerekende	=	aanrekenen
aangerend	=	aanrennen
aangerende	=	aanrennen
aangericht	adj	van iets slechts dat het veroorzaakt is
aangerichte	=	aangericht
aangerichts	=	aangericht
aangerijkt	=	aanrijken
aangerijpt	=	aanrijpen
aangeroeid	=	aanroeien
aangeroepen	=	aanroepen
aangeroerd	=	aanroeren
aangeroerde	=	aanroeren
aangeroest	=	aanroesten
aangerold	=	aanrollen
aangerolde	=	aanrollen
aangerommeld	=	aanrommelen
aangerommelde	=	aanrommelen
aangerookt	=	aanroken
aangerotzooid	=	aanrotzooien
aangeruist	=	aanruisen
aangerukt	=	aanrukken
aangerukte	=	aanrukken
aangeschaft	adj	van iets dat het gekocht is
aangeschafte	=	aanschaffen
aangeschafts	=	aangeschaft
aangeschakeld	=	aanschakelen
aangeschakelde	=	aanschakelen
aangescharreld	=	aanscharrelen
aangescheld	=	aanschellen
aangescherpt	=	aanscherpen
aangescherpte	=	aanscherpen
aangescheurd	=	aanscheuren
aangeschikt	=	aanschikken
aangeschikte	=	aanschikken
aangeschoffeld	=	aanschoffelen
aangeschopt	=	aanschoppen
aangeschopte	=	aanschoppen
aangeschoten	adj	getroffen
aangeschotener	=	aangeschoten
aangeschoteners	=	aangeschoten
aangeschotens	=	aangeschoten
aangeschotenst	=	aangeschoten
aangeschotenste	=	aangeschoten
aangeschoven	=	aanschuiven
aangeschreden	=	aanschrijden
aangeschreven	=	aanschrijven
aangeschrevene	noun	de ontvanger van een brief of e-mail
aangeschrevenen	=	aangeschrevene
aangeschroefd	=	aanschroeven
aangeschroefde	=	aanschroeven
aangeschuind	=	aanschuinen
aangeschuinde	=	aanschuinen
aangeschurkt	=	aanschurken
aangeschuurd	=	aanschuren
aangesjokt	=	aansjokken
aangesjord	=	aansjorren
aangesjorde	=	aansjorren
aangesjouwd	=	aansjouwen
aangesjouwde	=	aansjouwen
aangeslagen	adj	bedekt door aanslag
aangeslagener	=	aangeslagen
aangeslageners	=	aangeslagen
aangeslagens	=	aangeslagen
aangeslagenst	=	aangeslagen
aangeslagenste	=	aangeslagen
aangesleept	=	aanslepen
aangesleepte	=	aanslepen
aangeslenterd	=	aanslenteren
aangeslepen	=	aanslijpen
aangesleurd	=	aansleuren
aangeslibd	=	aanslibben
aangeslibde	=	aanslibben
aangeslingerd	=	aanslingeren
aangesloft	=	aansloffen
aangeslopen	=	aansluipen
aangesloten	=	aansluiten
aangeslotene	noun	iemand die ergens lid van is; iemand die ergens bij is aangesloten
aangeslotenen	=	aangeslotene
aangesmede	=	aansmeden
aangesmeed	=	aansmeden
aangesmeerd	=	aansmeren
aangesmeerde	=	aansmeren
aangesmeten	=	aansmijten
aangesneden	=	aansnijden
aangesneld	=	aansnellen
aangesnelde	=	aansnellen
aangesnoerd	=	aansnoeren
aangesnoerde	=	aansnoeren
aangesnord	=	aansnorren
aangesp	=	aangespen
aangespannen	=	aanspannen
aangespe	=	aangespen
aangespeeld	=	aanspelen
aangespeelde	=	aanspelen
aangespeet	=	aanspeten
aangespen	verb	vastmaken met een gesp
aangespend	=	aangespen
aangespende	=	aangespen
aangespete	=	aanspeten
aangespijkerd	=	aanspijkeren
aangespoeld	=	aanspoelen
aangespoelde	=	aanspoelen
aangesponnen	=	aanspinnen
aangespoord	=	aansporen
aangespoorde	=	aansporen
aangesproken	=	aanspreken
aangesprokene	noun	iemand tot wie het woord is gericht
aangesprokenen	=	aangesprokene
aangesprongen	=	aanspringen
aangespt	=	aangespen
aangespte	=	aangespen
aangespten	=	aangespen
aangestaan	=	aanstaan
aangestaard	=	aanstaren
aangestaarde	=	aanstaren
aangestampt	=	aanstampen
aangestampte	=	aanstampen
aangestane	=	aanstaan
aangestapt	=	aanstappen
aangesteld	adj	van een persoon dat deze benoemd is in een functie
aangestelde	=	aangesteld
aangestelds	=	aangesteld
aangesterkt	=	aansterken
aangesterkte	=	aansterken
aangesteven	=	aanstijven
aangestevend	=	aanstevenen
aangestevende	=	aanstevenen
aangesticht	=	aanstichten
aangestichte	=	aanstichten
aangestiefeld	=	aanstiefelen
aangestiefelde	=	aanstiefelen
aangestijfd	=	aanstijven
aangestikt	adj	door een stiksel met elkaar verbonden
aangestikte	=	aangestikt
aangestikts	=	aangestikt
aangestipt	adj	van iets dat men het vluchtig bespreekt
aangestipte	=	aangestipt
aangestipter	=	aangestipt
aangestiptere	=	aangestipt
aangestipters	=	aangestipt
aangestipts	=	aangestipt
aangestiptst	=	aangestipt
aangestiptste	=	aangestipt
aangestoken	adj	met een begin van rotting
aangestokens	=	aangestoken
aangestookt	=	aanstoken
aangestookte	=	aanstoken
aangestoomd	=	aanstomen
aangestoomde	=	aanstomen
aangestopt	=	aanstoppen
aangestormd	=	aanstormen
aangestormde	=	aanstormen
aangestort	=	aanstorten
aangestorven	=	aansterven
aangestoten	=	aanstoten
aangestouwd	=	aanstouwen
aangestouwde	=	aanstouwen
aangestoven	=	aanstuiven
aangestraald	=	aanstralen
aangestrand	adj	aangespoeld aan een strand
aangestrande	=	aangestrand
aangestrands	=	aangestrand
aangestreept	=	aanstrepen
aangestreepte	=	aanstrepen
aangestreken	=	aanstrijken
aangestrikt	adj	met een strik van linten of koorden vastgemaakt
aangestrikte	=	aangestrikt
aangestrikts	=	aangestrikt
aangestrompeld	=	aanstrompelen
aangestroomd	=	aanstromen
aangestuurd	=	aansturen
aangestuurde	=	aansturen
aangestuwd	=	aanstuwen
aangestuwde	=	aanstuwen
aangesukkeld	=	aansukkelen
aangeswitcht	=	aanswitchen
aangeswitchte	=	aanswitchen
aangetakeld	=	aantakelen
aangetakt	=	aantakken
aangetakte	=	aantakken
aangetapt	=	aantappen
aangetast	adj	beschadigd door inwerking van iets
aangetaste	=	aantasten
aangetasts	=	aangetast
aangeteeld	=	aantelen
aangeteelde	=	aantelen
aangetegen	=	aantijgen
aangetekend	adj	met recht op schadeloosstelling bij het verloren gaan
aangetekende	=	aantekenen
aangetekends	=	aangetekend
aangeteld	=	aantellen
aangetikt	=	aantikken
aangetikte	=	aantikken
aangetimmerd	=	aantimmeren
aangetipt	=	aantippen
aangetipte	=	aantippen
aangetogen	adj	als kleding aangetrokken
aangetogene	=	aangetogen
aangetoond	adj	van iets dat het bewezen is
aangetoonde	=	aangetoond
aangetoonds	=	aangetoond
aangetrapt	=	aantrappen
aangetrapte	=	aantrappen
aangetreden	=	aantreden
aangetrippeld	=	aantrippelen
aangetroffen	=	aantreffen
aangetrokken	=	aantrekken
aangetrouwd	adj	aangehuwd; door het huwen lid worden van een familie
aangetrouwde	=	aangetrouwd
aangetrouwds	=	aangetrouwd
aangetuigd	=	aantuigen
aangetuurd	=	aanturen
aangevallen	=	aanvallen
aangevallene	noun	iemand die getroffen is door een aanval
aangevallenen	=	aangevallene
aangevangen	=	aanvangen
aangevaren	=	aanvaren
aangevat	=	aanvatten
aangevatte	=	aanvatten
aangeve	=	aangeven
aangeveegd	=	aanvegen
aangeveegde	=	aanvegen
aangeveild	=	aanveilen
aangeven	verb	aanreiken, in handen geven
aangevend	=	aangeven
aangevende	=	aangeven
aangever	noun	bij een komisch duo degene de de grap begint terwijl de andere de grap afmaakt
aangevers	=	aangever
aangevertje	=	aangever
aangevertjes	=	aangever
aangevet	=	aanvetten
aangevezen	=	aanvijzen
aangevijld	=	aanvijlen
aangevinkt	=	aanvinken
aangevinkte	=	aanvinken
aangevlamd	=	aanvlammen
aangevlijd	=	aanvlijen
aangevloeid	=	aanvloeien
aangevlogen	=	aanvliegen
aangevochten	=	aanvechten
aangevoegd	=	aanvoegen
aangevoegde	=	aanvoegen
aangevoeld	=	aanvoelen
aangevoelde	=	aanvoelen
aangevoerd	=	aanvoeren
aangevoerde	=	aanvoeren
aangevraagd	=	aanvragen
aangevraagde	=	aanvragen
aangevreten	=	aanvreten
aangevroren	=	aanvriezen
aangevuld	=	aanvullen
aangevulde	=	aanvullen
aangevuurd	=	aanvuren
aangevuurde	=	aanvuren
aangewaaid	=	aanwaaien
aangewaaide	=	aanwaaien
aangewaggeld	=	aanwaggelen
aangewakkerd	adj	sterker worden
aangewakkerde	=	aangewakkerd
aangewakkerds	=	aangewakkerd
aangewandeld	=	aanwandelen
aangewassen	=	aanwassen
aangewaterd	=	aanwateren
aangeweid	=	aanweiden
aangewend	adj	voor een bepaald doel gebruikt
aangewende	=	aanwenden
aangewends	=	aangewend
aangewerkt	=	aanwerken
aangewet	=	aanwetten
aangewezen	adj	meest geschikt
aangewezene	noun	diegene die geselecteerd of verkozen is
aangewezenen	=	aangewezene
aangewezens	=	aangewezen
aangewipt	=	aanwippen
aangewipte	=	aanwippen
aangewoekerd	=	aanwoekeren
aangewoekerde	=	aanwoekeren
aangewonnen	=	aanwinnen
aangeworpen	=	aanwerpen
aangeworven	=	aanwerven
aangewreven	=	aanwrijven
aangezakt	=	aanzakken
aangezegd	=	aanzeggen
aangezegde	=	aanzeggen
aangezeild	=	aanzeilen
aangezeilde	=	aanzeilen
aangezet	adj	geaccentueerd, benadrukt
aangezeten	=	aanzitten
aangezets	=	aangezet
aangezetst	=	aangezet
aangezetste	=	aangezet
aangezette	=	aanzetten
aangezetter	=	aangezet
aangezettere	=	aangezet
aangezetters	=	aangezet
aangezeuld	=	aanzeulen
aangezeulde	=	aanzeulen
aangezicht	noun	voorzijde van het hoofd, met daarin de ogen, neus en mond
aangezichten	=	aangezicht
aangezichtje	=	aangezicht
aangezichtjes	=	aangezicht
aangezichtsligging	noun	liggingsafwijking, waarbij niet het achterhoofd maar het aangezicht van het kind het voorliggend deel is bij de geboorte
aangezichtspijn	noun	hevige pijnen in het aangezicht
aangezichtspijnen	=	aangezichtspijn
aangezichtspijntje	=	aangezichtspijn
aangezichtspijntjes	=	aangezichtspijn
aangezichtsverlamming	noun	verlamming van de spieren van het aangezicht
aangezichtsverlammingen	=	aangezichtsverlamming
aangezichtszenuw	noun	zevende van de twaalf hersenzenuwen die de spieren aanstuurt die verantwoordelijk zijn voor de gezichtsuitdrukkingen
aangezichtszenuwen	=	aangezichtszenuw
aangezien	conj	geeft onderschikkend een reden aan.
aangeziene	=	aanzien
aangeziens	=	aangezien
aangezigt	=	aangezicht
aangezocht	=	aanzoeken
aangezochte	=	aanzoeken
aangezoet	adj	met een zoetstof zoeter gemaakt
aangezoete	=	aangezoet
aangezoets	=	aangezoet
aangezogen	=	aanzuigen
aangezuiverd	=	aanzuiveren
aangezuiverde	=	aanzuiveren
aangezuurd	=	aanzuren
aangezuurde	=	aanzuren
aangezwaaid	=	aanzwaaien
aangezweefd	=	aanzweven
aangezweept	=	aanzwepen
aangezweet	=	aanzweten
aangezwengeld	=	aanzwengelen
aangezwengelde	=	aanzwengelen
aangezwete	=	aanzweten
aangezweten	=	aanzweten
aangezwollen	=	aanzwellen
aangezwommen	=	aanzwemmen
aangezíén	=	aangezien
aangeërfd	=	aanerven
aangeërfde	noun	persoon van wie de grond naast het betreffende stuk gelegen is
aangeërfden	=	aangeërfde
aangier	=	aangieren
aangierde	=	aangieren
aangierden	=	aangieren
aangiere	=	aangieren
aangieren	verb	met veel lawaai, geraas en snelheid naderen
aangierend	=	aangieren
aangierende	=	aangieren
aangiert	=	aangieren
aangiet	=	aangieten
aangiete	=	aangieten
aangieten	verb	aan iets vastgieten
aangietend	=	aangieten
aangietende	=	aangieten
aangifte	noun	een delict bij de politie
aangiftebehandeling	noun	verwerking van een belastingaangifte door de belastingdienst
aangiftebehandelingen	=	aangiftebehandeling
aangiftebereidheid	noun	de mate waarin men een strafbaar feit durft of wil melden bij de politie
aangiftebiljet	noun	biljet waarmee je aangeeeft wat je bezit en wat je inkomsten zijn zodat de belastingdienst kan bepalen hoeveel belasting je moet betalen
aangiftebiljetje	=	aangiftebiljet
aangiftebiljetjes	=	aangiftebiljet
aangiftebiljetten	=	aangiftebiljet
aangiftedisketje	=	aangiftediskette
aangiftedisketjes	=	aangiftediskette
aangiftediskette	noun|historical	kleine flexibele magneetschijf waarop een computerprogramma staat waarmee men een belastingaangifte kan doen
aangiftediskettes	=	aangiftediskette
aangifteformulier	noun	gestandaardiseerd formulier waarmee iemand een organisatie over een bepaald soort zaak kan informeren en waardoor die organisatie een actie kan ondernemen
aangifteformulieren	=	aangifteformulier
aangiftehulp	noun	iemand die onderteuning biedt bij het invullen van de belastingaangifte
aangiftehulpen	=	aangiftehulp
aangiften	=	aangifte
aangiftepartner	noun	persoon waarmee men samen de aangifte doet voor de inkomstenbelasting
aangiftepartners	=	aangiftepartner
aangifteplicht	noun	de verplichting om een melding te maken van zekere (strafbare) gebeurtenissen
aangifteplichten	=	aangifteplicht
aangifteplichtig	adj	van een zaak dat men er melding van moet maken
aangifteplichtige	=	aangifteplichtig
aangifteplichtiger	=	aangifteplichtig
aangifteplichtigere	=	aangifteplichtig
aangifteplichtigers	=	aangifteplichtig
aangifteplichtigs	=	aangifteplichtig
aangifteplichtigst	=	aangifteplichtig
aangifteplichtigste	=	aangifteplichtig
aangiftes	=	aangifte
aangiftetijd	noun	de tijdsperiode waarin men een belastingaangifte kan en moet doen
aangiftetijden	=	aangiftetijd
aangiftetje	=	aangifte
aangiftetjes	=	aangifte
aangifteverplichting	noun	de verplichting om een misdaad te melden bij de politie
aangifteverplichtingen	=	aangifteverplichting
aangifteverwerking	noun	het bepalen van hoeveel belasting er betaald moet worden naar aanleiding van een belastingaangifte
aangifteverwerkingen	=	aangifteverwerking
aangiftevolgnummer	noun	identificatienummer van een aangifte
aangiftevolgnummers	=	aangiftevolgnummer
aangiftevolgservice	noun	dienstverlening aan particulieren en bedrijven nadat de belastingaangifte is gedaan
aangiftevolgservices	=	aangiftevolgservice
aanging	=	aangaan
aanginge	=	aangaan
aangingen	=	aangaan
aangingt	=	aangaan
aangloei	=	aangloeien
aangloeide	=	aangloeien
aangloeiden	=	aangloeien
aangloeie	=	aangloeien
aangloeien	verb	beginnen of doorgaan met gloeien
aangloeiend	=	aangloeien
aangloeiende	=	aangloeien
aangloeit	=	aangloeien
aanglure	=	aangluren
aangluren	verb	door kijken iets bespieden of beloeren; stiekem aankijken
aanglurend	=	aangluren
aanglurende	=	aangluren
aangluur	=	aangluren
aangluurde	=	aangluren
aangluurden	=	aangluren
aangluurt	=	aangluren
aangolf	=	aangolven
aangolfde	=	aangolven
aangolfden	=	aangolven
aangolft	=	aangolven
aangolve	=	aangolven
aangolven	verb	naderen in de vorm van golven
aangolvend	=	aangolven
aangolvende	=	aangolven
aangooi	=	aangooien
aangooide	=	aangooien
aangooiden	=	aangooien
aangooie	=	aangooien
aangooien	verb	iets ergens tegen aan werpen
aangooiend	=	aangooien
aangooiende	=	aangooien
aangooit	=	aangooien
aangoot	=	aangieten
aangord	=	aangorden
aangordde	=	aangorden
aangordden	=	aangorden
aangorddet	=	aangorden
aangorde	=	aangorden
aangorden	verb	iets met een riem of band om het middel binden
aangordend	=	aangorden
aangordende	=	aangorden
aangordt	=	aangorden
aangoten	=	aangieten
aangraaf	=	aangraven
aangraaft	=	aangraven
aangrave	=	aangraven
aangraven	verb|obsolete	een stuk land door het graven van een sloot aan zijn eigen land toevoegen
aangravend	=	aangraven
aangravende	=	aangraven
aangreep	=	aangrijpen
aangreept	=	aangrijpen
aangrens	=	aangrenzen
aangrensde	=	aangrenzen
aangrensden	=	aangrenzen
aangrenst	=	aangrenzen
aangrenze	=	aangrenzen
aangrenzen	verb	direkt grenzen aan iets
aangrenzend	adj	rechtstreeks grenzend aan iets anders
aangrenzende	=	aangrenzend
aangrenzends	=	aangrenzend
aangrepe	=	aangrijpen
aangrepen	=	aangrijpen
aangrijns	=	aangrijnzen
aangrijnsde	=	aangrijnzen
aangrijnsden	=	aangrijnzen
aangrijnst	=	aangrijnzen
aangrijnze	=	aangrijnzen
aangrijnzen	verb	vals aankijken
aangrijnzend	=	aangrijnzen
aangrijnzende	=	aangrijnzen
aangrijp	=	aangrijpen
aangrijpe	=	aangrijpen
aangrijpelijk	adj	van iets dat het je emotioneel raakt
aangrijpelijke	=	aangrijpelijk
aangrijpelijker	=	aangrijpelijk
aangrijpelijkere	=	aangrijpelijk
aangrijpelijkers	=	aangrijpelijk
aangrijpelijks	=	aangrijpelijk
aangrijpelijkst	=	aangrijpelijk
aangrijpelijkste	=	aangrijpelijk
aangrijpen	verb	aanpakken
aangrijpend	adj	aandoenlijk, ontroerend
aangrijpende	=	aangrijpen
aangrijpender	=	aangrijpend
aangrijpendere	=	aangrijpend
aangrijpenders	=	aangrijpend
aangrijpends	=	aangrijpend
aangrijpendst	=	aangrijpend
aangrijpendste	=	aangrijpend
aangrijping	noun	het aangrijpen
aangrijpingen	=	aangrijping
aangrijpingspunt	noun	een punt waar op een lichaam volgens natuurkundige berekening een kracht werkt
aangrijpingspunten	=	aangrijpingspunt
aangrijpingspuntje	=	aangrijpingspunt
aangrijpingspuntjes	=	aangrijpingspunt
aangrijpt	=	aangrijpen
aangrim	=	aangrimmen
aangrimde	=	aangrimmen
aangrimden	=	aangrimmen
aangrimme	=	aangrimmen
aangrimmen	verb	iemand met een boze toornige blik aankijken
aangrimmend	=	aangrimmen
aangrimmende	=	aangrimmen
aangrimt	=	aangrimmen
aangroef	=	aangraven
aangroei	noun	toename
aangroeide	=	aangroeien
aangroeiden	=	aangroeien
aangroeie	=	aangroeien
aangroeien	verb	zich vermeerderen
aangroeiend	=	aangroeien
aangroeiende	=	aangroeien
aangroeiing	noun	iets dat ontstaan is uit een vermeerdering
aangroeiingen	=	aangroeiing
aangroeiinkje	=	aangroeiing
aangroeiinkjes	=	aangroeiing
aangroeipremie	noun	extra hoge ontvangen rente als men zijn geld extra lang op een spaarrekening laat staan
aangroeipremies	=	aangroeipremie
aangroeisel	noun	iets dat ergens aan vast gegroeid is
aangroeisels	=	aangroeisel
aangroeit	=	aangroeien
aangroeiwerend	adj	groei van algen en mossels op een scheepswand tegengaand
aangroeiwerende	=	aangroeiwerend
aangroeiwerends	=	aangroeiwerend
aangroeven	=	aangraven
aangríjpend	=	aangrijpend
aangáánde	=	aangaande
aanhaak	=	aanhaken
aanhaakt	=	aanhaken
aanhaakte	=	aanhaken
aanhaakten	=	aanhaken
aanhaal	=	aanhalen
aanhaalde	=	aanhalen
aanhaalden	=	aanhalen
aanhaalt	=	aanhalen
aanhad	=	aanhebben
aanhadde	=	aanhebben
aanhadden	=	aanhebben
aanhadt	=	aanhebben
aanhake	=	aanhaken
aanhaken	verb	met een haak vastmaken
aanhakend	=	aanhaken
aanhakende	=	aanhaken
aanhaker	noun	persoon of organisatie die nog net kan meedoen met een kopgroep
aanhakers	=	aanhaker
aanhakertje	=	aanhaker
aanhakertjes	=	aanhaker
aanhale	=	aanhalen
aanhalen	verb	middels vleierij of vriendelijkheid nader tot zich doen komen
aanhalend	=	aanhalen
aanhalende	=	aanhalen
aanhalerig	adj	te aanhalig
aanhalerige	=	aanhalerig
aanhaleriger	=	aanhalerig
aanhalerigere	=	aanhalerig
aanhalerigers	=	aanhalerig
aanhalerigs	=	aanhalerig
aanhalerigst	=	aanhalerig
aanhalerigste	=	aanhalerig
aanhalig	adj	lief doend, geneigd tot toenadering
aanhalige	=	aanhalig
aanhaliger	=	aanhalig
aanhaligere	=	aanhalig
aanhaligers	=	aanhalig
aanhaligheden	=	aanhaligheid
aanhaligheid	noun	het aanhalig zijn
aanhaligs	=	aanhalig
aanhaligst	=	aanhalig
aanhaligste	=	aanhalig
aanhaling	noun	een letterlijke passage die door iemand anders aangehaald wordt uit een bron
aanhalingen	=	aanhaling
aanhalingsteken	noun	leesteken om geciteerde woorden van die van de auteur te onderscheiden
aanhalingstekens	=	aanhalingsteken
aanhalingstekentje	=	aanhalingsteken
aanhalingstekentjes	=	aanhalingsteken
aanhalinkje	=	aanhaling
aanhalinkjes	=	aanhaling
aanhang	noun	het geheel van iemands helpers, volgelingen, partners, vrienden.
aanhange	=	aanhangen
aanhangen	verb	hangend blijven vastzitten
aanhangend	=	aanhangen
aanhangende	=	aanhangen
aanhanger	noun	iemand die gelooft in een bepaald idee, of die een bepaalde groep of persoon steunt
aanhangers	=	aanhanger
aanhangertje	=	aanhanger
aanhangertjes	=	aanhanger
aanhangfiets	noun	een kinderfiets zonder voorwiel die achter de fiets van een volwassene kan worden gekoppeld
aanhangfietsen	=	aanhangfiets
aanhangig	adj	in behandeling geven van officiële instanties
aanhangige	=	aanhangig
aanhangigmaking	noun	het aanhangig maken
aanhangigmakingen	=	aanhangigmaking
aanhangigmakinkje	=	aanhangigmaking
aanhangigmakinkjes	=	aanhangigmaking
aanhangmotor	noun	niet ingebouwde motor
aanhangmotoren	=	aanhangmotor
aanhangmotors	=	aanhangmotor
aanhangmotortje	=	aanhangmotor
aanhangmotortjes	=	aanhangmotor
aanhangsel	noun	toevoegsel
aanhangselen	=	aanhangsel
aanhangsels	=	aanhangsel
aanhangseltje	=	aanhangsel
aanhangseltjes	=	aanhangsel
aanhangster	noun	vrouw die een actief voorstander is van iets of iemand
aanhangsters	=	aanhangster
aanhangstertje	=	aanhangster
aanhangstertjes	=	aanhangster
aanhangt	=	aanhangen
aanhangwagen	noun	een wagen die gekoppeld wordt achter een aangedreven wagen en zo vooruitgetrokken wordt
aanhangwagens	=	aanhangwagen
aanhangwagentje	=	aanhangwagen
aanhangwagentjes	=	aanhangwagen
aanhankelijk	adj	trouw, toegenegen
aanhankelijke	=	aanhankelijk
aanhankelijker	=	aanhankelijk
aanhankelijkere	=	aanhankelijk
aanhankelijkers	=	aanhankelijk
aanhankelijkheden	=	aanhankelijkheid
aanhankelijkheid	noun	de mate waarin een mens of dier trouw en toegenegen is
aanhankelijkheidsbetuiging	noun	verklaring dat men iemand trouw wil dienen
aanhankelijkheidsbetuigingen	=	aanhankelijkheidsbetuiging
aanhankelijkheidsbetuiginkje	=	aanhankelijkheidsbetuiging
aanhankelijkheidsbetuiginkjes	=	aanhankelijkheidsbetuiging
aanhankelijks	=	aanhankelijk
aanhankelijkst	=	aanhankelijk
aanhankelijkste	=	aanhankelijk
aanhark	=	aanharken
aanharke	=	aanharken
aanharken	verb	harken, opharken
aanharkend	=	aanharken
aanharkende	=	aanharken
aanharkt	=	aanharken
aanharkte	=	aanharken
aanharkten	=	aanharken
aanheb	=	aanhebben
aanhebbe	=	aanhebben
aanhebben	verb	een kledingstuk of sieraad dragen
aanhebbend	=	aanhebben
aanhebbende	=	aanhebben
aanhebt	verb	tweede persoon enkelvoud van aanhebben
aanhecht	=	aanhechten
aanhechte	=	aanhechten
aanhechten	verb	vastmaken
aanhechtend	=	aanhechten
aanhechtende	=	aanhechten
aanhechting	noun	het aanhechten
aanhechtingen	=	aanhechting
aanhechtingspunt	noun|figurative	punt waar iets aan iets anders vast zit (ook )
aanhechtingspunten	=	aanhechtingspunt
aanhechtingspuntje	=	aanhechtingspunt
aanhechtingspuntjes	=	aanhechtingspunt
aanhechtinkje	=	aanhechting
aanhechtinkjes	=	aanhechting
aanhechtsel	noun	dat wat ergens aan vastgemaakt is
aanhechtsels	=	aanhechtsel
aanhechtseltje	=	aanhechtsel
aanhechtseltjes	=	aanhechtsel
aanhechtte	=	aanhechten
aanhechtten	=	aanhechten
aanheeft	verb	tweede persoon (alleen U) en derde persoon enkelvoud van aanhebben
aanheeg	=	aanhijgen
aanheegt	=	aanhijgen
aanheel	=	aanhelen
aanheelde	=	aanhelen
aanheelden	=	aanhelen
aanheelt	=	aanhelen
aanhef	noun	begin (muziekstuk)
aanheffe	=	aanheffen
aanheffen	verb	beginnen
aanheffend	=	aanheffen
aanheffende	=	aanheffen
aanhefje	=	aanhef
aanhefjes	=	aanhef
aanheft	=	aanheffen
aanheften	=	aanhechten
aanhege	=	aanhijgen
aanhegen	=	aanhijgen
aanhele	=	aanhelen
aanhelen	verb	volstoppen met aarde of grond
aanhelend	=	aanhelen
aanhelende	=	aanhelen
aanhief	=	aanheffen
aanhieft	=	aanheffen
aanhield	=	aanhouden
aanhielde	=	aanhouden
aanhielden	=	aanhouden
aanhieldt	=	aanhouden
aanhieve	=	aanheffen
aanhieven	=	aanheffen
aanhijg	=	aanhijgen
aanhijgde	=	aanhijgen
aanhijgden	=	aanhijgen
aanhijge	=	aanhijgen
aanhijgen	verb	buiten adem komen aanlopen en te kennen geven
aanhijgend	=	aanhijgen
aanhijgt	=	aanhijgen
aanhing	=	aanhangen
aanhinge	=	aanhangen
aanhingen	=	aanhangen
aanhingt	=	aanhangen
aanhink	=	aanhinken
aanhinke	=	aanhinken
aanhinken	verb	met een moeilijke, moeizame, ongelijkmatige tred naderen, ook in figuurlijke zin
aanhinkend	=	aanhinken
aanhinkende	=	aanhinken
aanhinkt	=	aanhinken
aanhinkte	=	aanhinken
aanhinkten	=	aanhinken
aanhits	=	aanhitsen
aanhitse	=	aanhitsen
aanhitsen	verb	aanvuren, aanmoedigen
aanhitsend	=	aanhitsen
aanhitsende	=	aanhitsen
aanhitser	noun	iemand die een ander aanspoort of aanzet tot het plegen van geweld
aanhitsers	=	aanhitser
aanhitsing	noun	aanvuring
aanhitsingen	=	aanhitsing
aanhitst	=	aanhitsen
aanhitste	=	aanhitsen
aanhitsten	=	aanhitsen
aanhobbel	=	aanhobbelen
aanhobbelde	=	aanhobbelen
aanhobbelden	=	aanhobbelen
aanhobbelen	verb	met een schommelende beweging dichterbij komen
aanhobbelend	=	aanhobbelen
aanhobbelt	=	aanhobbelen
aanhoest	=	aanhoesten
aanhoeste	=	aanhoesten
aanhoesten	verb	zodanig hoesten dat de hoestdruppeltjes tegen iemand aan kunnen komen
aanhoestend	=	aanhoesten
aanhoestende	=	aanhoesten
aanhoestte	=	aanhoesten
aanhoestten	=	aanhoesten
aanhol	=	aanhollen
aanholde	=	aanhollen
aanholden	=	aanhollen
aanhollen	verb	rennend naderen; met hollende vaart aansnellen
aanhollend	=	aanhollen
aanhollende	=	aanhollen
aanholt	=	aanhollen
aanhoor	=	aanhoren
aanhoord	=	aanhoren
aanhoorde	=	aanhoren
aanhoorden	=	aanhoren
aanhoorder	noun	luisteraar, toehoorder, hoorder
aanhoorders	=	aanhoorder
aanhoort	=	aanhoren
aanhore	=	aanhoren
aanhoren	verb	horen naar iemand, luisteren
aanhorend	=	aanhoren
aanhorende	=	aanhoren
aanhorig	adj	aanbehorend, horend bij
aanhorige	=	aanhorig
aanhorigheden	=	aanhorigheid
aanhorigheid	noun	het tot een groep of partij behoren
aanhorigheidje	=	aanhorigheid
aanhorigheidjes	=	aanhorigheid
aanhorigs	=	aanhorig
aanhou	=	aanhouden
aanhoud	=	aanhouden
aanhoude	=	aanhouden
aanhoudelijk	adj	zonder ophouden
aanhoudelijke	=	aanhoudelijk
aanhoudelijker	=	aanhoudelijk
aanhoudelijkere	=	aanhoudelijk
aanhoudelijkers	=	aanhoudelijk
aanhoudelijks	=	aanhoudelijk
aanhoudelijkst	=	aanhoudelijk
aanhoudelijkste	=	aanhoudelijk
aanhouden	verb	staande houden
aanhoudend	adj	zonder ophouden, zonder stoppen	adv	voortdurend
aanhoudende	=	aanhoudend
aanhoudender	=	aanhoudend
aanhoudendere	=	aanhoudend
aanhoudenders	=	aanhoudend
aanhoudendheden	=	aanhoudendheid
aanhoudendheid	noun	het aanhoudend zijn
aanhoudends	=	aanhoudend
aanhoudendst	=	aanhoudend
aanhoudendste	=	aanhoudend
aanhouder	noun	iemand (m.n. een politieagent) die iemand anders aanhoudt, die een aanhouding verricht
aanhouders	=	aanhouder
aanhoudertje	=	aanhouder
aanhoudertjes	=	aanhouder
aanhouding	noun	het nog een ogenblik laten doorgaan, iets nog niet meteen afdoen of behandelen
aanhoudingen	=	aanhouding
aanhoudingsbevel	noun	opdracht van de onderzoeksrechter om een verdachte in voorlopige hechtenis te nemen
aanhoudingsbevelen	=	aanhoudingsbevel
aanhoudingsbevelletje	=	aanhoudingsbevel
aanhoudingseenheden	=	aanhoudingseenheid
aanhoudingseenheid	noun	groep politieagenten die samen een of meer aanhoudingen verrichten als de openbare orde verstoord dreigt te raken
aanhoudingsmandaat	noun	arrestatiebevel
aanhoudingsmandaten	=	aanhoudingsmandaat
aanhoudinkje	=	aanhouding
aanhoudinkjes	=	aanhouding
aanhoudster	noun	vrouw die doorgaat zonder op te geven
aanhoudsters	=	aanhoudster
aanhoudt	=	aanhouden
aanhuislevering	noun	de keer dat men goederen bij het huis van de ontvanger aflevert
aanhuisleveringen	=	aanhuislevering
aanhuppel	=	aanhuppelen
aanhuppelde	=	aanhuppelen
aanhuppelden	=	aanhuppelen
aanhuppele	=	aanhuppelen
aanhuppelen	verb	met kleine sprongetjes naderen
aanhuppelend	=	aanhuppelen
aanhuppelende	=	aanhuppelen
aanhuppelt	=	aanhuppelen
aanhuppen	verb	met kleine sprongetjes aankomen
aanhuppend	=	aanhuppen
aanhuw	=	aanhuwen
aanhuwde	=	aanhuwen
aanhuwden	=	aanhuwen
aanhuwe	=	aanhuwen
aanhuwen	verb	door een huwelijk familie van iemand worden
aanhuwend	=	aanhuwen
aanhuwing	noun	het door een huwelijk familie worden
aanhuwingen	=	aanhuwing
aanhuwt	=	aanhuwen
aanjaag	=	aanjagen
aanjaagde	=	aanjagen
aanjaagden	=	aanjagen
aanjaagfunctie	noun	stimulerende rol
aanjaagfuncties	=	aanjaagfunctie
aanjaagt	=	aanjagen
aanjaagteam	noun	groep mensen die iets of iemand voortdrijft
aanjaagteams	=	aanjaagteam
aanjage	=	aanjagen
aanjagen	verb	op het lijf jagen (angst)
aanjagend	=	aanjagen
aanjagende	=	aanjagen
aanjager	noun	een pomp van een brandspuit
aanjagers	=	aanjager
aanjagertje	=	aanjager
aanjagertjes	=	aanjager
aanjoeg	=	aanjagen
aanjoege	=	aanjagen
aanjoegen	=	aanjagen
aanjoegt	=	aanjagen
aankaart	=	aankaarten
aankaarte	=	aankaarten
aankaarten	verb	door een bepaalde kaart uit te spelen een medespeler een aanwijzing geven
aankaartend	=	aankaarten
aankaartende	=	aankaarten
aankaartte	=	aankaarten
aankaartten	=	aankaarten
aankak	=	aankakken
aankakke	=	aankakken
aankakken	verb	volks
aankakkend	=	aankakken
aankakkende	=	aankakken
aankakt	=	aankakken
aankakte	=	aankakken
aankakten	=	aankakken
aankalk	=	aankalken
aankalke	=	aankalken
aankalken	verb	opschrijven met een krijtje op een bord of lei
aankalkend	=	aankalken
aankalkende	=	aankalken
aankalkt	=	aankalken
aankalkte	=	aankalken
aankalkten	=	aankalken
aankan	=	aankunnen
aankap	=	aankappen
aankappe	=	aankappen
aankappen	verb	vellen van bomen om de voorraad hout aan te vullen
aankappend	=	aankappen
aankappende	=	aankappen
aankapt	=	aankappen
aankapte	=	aankappen
aankapten	=	aankappen
aankeek	=	aankijken
aankeekt	=	aankijken
aankef	=	aankeffen
aankeffe	=	aankeffen
aankeffen	verb	gewoonlijk van een hond iemand onderwerpen aan scherp geblaf
aankeffend	=	aankeffen
aankeffende	=	aankeffen
aankeft	=	aankeffen
aankefte	=	aankeffen
aankeften	=	aankeffen
aankeiler	noun	korte zin of tekst die dient om lezers nieuwsgierig te maken en dat hun aanzet om via een internetlink zich verder te informeren
aankeilers	=	aankeiler
aankeke	=	aankijken
aankeken	=	aankijken
aankijk	=	aankijken
aankijke	=	aankijken
aankijken	verb	aanzien; de blik op iemands gezicht zichten
aankijkend	=	aankijken
aankijkende	=	aankijken
aankijkt	=	aankijken
aanklaag	=	aanklagen
aanklaagde	=	aanklagen
aanklaagden	=	aanklagen
aanklaagster	noun	vrouw die een strafzaak aanhangig maakt bij de rechter
aanklaagsters	=	aanklaagster
aanklaagt	=	aanklagen
aanklacht	noun	bij de rechtbank ingediende beschuldiging of klacht
aanklachten	=	aanklacht
aanklachtje	=	aanklacht
aanklachtjes	=	aanklacht
aanklage	=	aanklagen
aanklagen	verb	iemands handelingen bij een gerechtelijke instantie aanhangig maken.
aanklagend	=	aanklagen
aanklagende	=	aanklagen
aanklager	noun	iemand die een strafzaak aanspant
aanklagers	=	aanklager
aanklagertje	=	aanklager
aanklagertjes	=	aanklager
aanklamp	=	aanklampen
aanklampe	=	aanklampen
aanklampen	verb	enteren
aanklampend	=	aanklampen
aanklampende	=	aanklampen
aanklamping	noun	het op een hinderlijke wijze aangesproken of gestopt worden
aanklampingen	=	aanklamping
aanklampt	=	aanklampen
aanklampte	=	aanklampen
aanklampten	=	aanklampen
aanklede	=	aankleden
aankleden	verb	meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien, decoreren, versieren
aankledend	=	aankleden
aankledende	=	aankleden
aankleding	noun	dat wat de vorm, de sfeer en het uiterlijk van iets bepaald
aankledingen	=	aankleding
aankledinkje	=	aankleding
aankledinkjes	=	aankleding
aankleed	=	aankleden
aankleedde	=	aankleden
aankleedden	=	aankleden
aankleedkussen	noun	kussen of matras waarop men baby's kan verschonen en aankleden
aankleedkussens	=	aankleedkussen
aankleedkussentje	=	aankleedkussen
aankleedkussentjes	=	aankleedkussen
aankleedt	=	aankleden
aankleef	=	aankleven
aankleefde	=	aankleven
aankleefden	=	aankleven
aankleeft	=	aankleven
aanklem	=	aanklemmen
aanklemde	=	aanklemmen
aanklemden	=	aanklemmen
aanklemme	=	aanklemmen
aanklemmen	verb	een klemming steviger maken
aanklemmend	=	aanklemmen
aanklemmende	=	aanklemmen
aanklemt	=	aanklemmen
aankleur	=	aankleuren
aankleurde	=	aankleuren
aankleurden	=	aankleuren
aankleure	=	aankleuren
aankleuren	verb	kleur aan iets verlenen, bijv. middels het toevoegen van een kleurstof
aankleurend	=	aankleuren
aankleurende	=	aankleuren
aankleurt	=	aankleuren
aankleuter	=	aankleuteren
aankleuterde	=	aankleuteren
aankleuterden	=	aankleuteren
aankleutere	=	aankleuteren
aankleuteren	verb	doorgaan met zich te gedragen als een kleuter die nog niet schoolrijp is
aankleuterend	=	aankleuteren
aankleuterende	=	aankleuteren
aankleutert	=	aankleuteren
aankleve	=	aankleven
aankleven	verb	aanhangen, eigen zijn
aanklevend	=	aankleven
aanklevende	=	aankleven
aankleving	noun	het aankleven
aanklevingen	=	aankleving
aanklik	=	aanklikken
aanklikbaar	adj	link bevattend (deel van een internetpagina) die je met de muis kunt aanklikken
aanklikbaarder	=	aanklikbaar
aanklikbaardere	=	aanklikbaar
aanklikbaarders	=	aanklikbaar
aanklikbaars	=	aanklikbaar
aanklikbaarst	=	aanklikbaar
aanklikbaarste	=	aanklikbaar
aanklikbare	=	aanklikbaar
aanklikke	=	aanklikken
aanklikken	verb	iets met een klik-geluid (van bijvoorbeeld de drukknop van een computermuis) aanraken
aanklikkend	=	aanklikken
aanklikkende	=	aanklikken
aanklikt	=	aanklikken
aanklikte	=	aanklikken
aanklikten	=	aanklikken
aanklikwoning	noun	kleine woning die aan een bestaand huis kan worden vastgemaakt, meestal voor ouderen die zo bij hun kinderen kunnen wonen
aanklikwoningen	=	aanklikwoning
aanklikwoninkje	=	aanklikwoning
aanklikwoninkjes	=	aanklikwoning
aanklink	=	aanklinken
aanklinke	=	aanklinken
aanklinken	verb	drinkglazen laten klinken door ze tegen elkaar aan te tikken
aanklinkend	=	aanklinken
aanklinkende	=	aanklinken
aanklinkt	=	aanklinken
aankloeg	=	aanklagen
aankloegen	=	aanklagen
aanklonk	=	aanklinken
aanklonken	=	aanklinken
aanklooi	=	aanklooien
aanklooide	=	aanklooien
aanklooiden	=	aanklooien
aanklooie	=	aanklooien
aanklooien	verb|informal	rommelen, rotzooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
aanklooiend	=	aanklooien
aanklooiende	=	aanklooien
aanklooit	=	aanklooien
aanklop	=	aankloppen
aankloppe	=	aankloppen
aankloppen	verb	kloppen om binnen te komen
aankloppend	=	aankloppen
aankloppende	=	aankloppen
aanklopt	=	aankloppen
aanklopte	=	aankloppen
aanklopten	=	aankloppen
aanklots	=	aanklotsen
aanklotse	=	aanklotsen
aanklotsen	verb	ergens klotsend tegenaan slaan; met name van watergolven tegen een vast object
aanklotsend	=	aanklotsen
aanklotsende	=	aanklotsen
aanklotst	=	aanklotsen
aanklotste	=	aanklotsen
aanklotsten	=	aanklotsen
aanknip	=	aanknippen
aanknippe	=	aanknippen
aanknippen	verb	bij het knippen laten ontstaan als vorm die aan een groter geheel verbonden blijft
aanknippend	=	aanknippen
aanknippende	=	aanknippen
aanknipt	=	aanknippen
aanknipte	=	aanknippen
aanknipten	=	aanknippen
aanknoei	=	aanknoeien
aanknoeide	=	aanknoeien
aanknoeiden	=	aanknoeien
aanknoeie	=	aanknoeien
aanknoeien	verb	op een knoeiende manier, niet serieus met iets bezig zijn
aanknoeiend	=	aanknoeien
aanknoeiende	=	aanknoeien
aanknoeit	=	aanknoeien
aanknoop	=	aanknopen
aanknooppunt	noun	feit dat het mogelijk maakt om verder onderzoek uit te voeren
aanknooppunten	=	aanknooppunt
aanknoopt	=	aanknopen
aanknoopte	=	aanknopen
aanknoopten	=	aanknopen
aanknop	noun	knop waarmee men een toestel aan en uit kan zetten
aanknope	=	aanknopen
aanknopen	verb	vastknopen
aanknopend	=	aanknopen
aanknopende	=	aanknopen
aanknoping	noun	het aanknopen
aanknopingen	=	aanknoping
aanknopingspunt	noun	een punt waaraan gemakkelijk een touw of kabel vastgemaakt kan worden
aanknopingspunten	=	aanknopingspunt
aanknopingspuntje	=	aanknopingspunt
aanknopingspuntjes	=	aanknopingspunt
aanknopje	=	aanknop
aanknopjes	=	aanknop
aanknoppen	=	aanknop
aankocht	=	aankopen
aankochte	=	aankopen
aankochten	=	aankopen
aankoek	=	aankoeken
aankoeke	=	aankoeken
aankoeken	verb	met een koek bedekt worden
aankoekend	=	aankoeken
aankoekende	=	aankoeken
aankoekt	=	aankoeken
aankoekte	=	aankoeken
aankoekten	=	aankoeken
aankoers	=	aankoersen
aankoerse	=	aankoersen
aankoersen	verb	naar een bepaalde bestemming varen
aankoersend	=	aankoersen
aankoersende	=	aankoersen
aankoerst	=	aankoersen
aankoerste	=	aankoersen
aankoersten	=	aankoersen
aankom	=	aankomen
aankome	=	aankomen
aankomeling	noun	beginner
aankomelingen	=	aankomeling
aankomelingetje	=	aankomeling
aankomelingetjes	=	aankomeling
aankomen	verb	een bestemming bereiken
aankomend	adj	aanstaand
aankomende	=	aankomend
aankomends	=	aankomend
aankomer	noun	persoon die zijn bestemming bereikt
aankomers	=	aankomer
aankomst	noun	de bestemming bereiken, het aankomen
aankomstadres	noun	de bestemming, de plaats waarna de reis gaat
aankomstadressen	=	aankomstadres
aankomstdag	noun	de datum dat iets of iemand zijn bestemming bereikt
aankomstdagen	=	aankomstdag
aankomstdata	=	aankomstdatum
aankomstdatum	noun	de dag dat men een bestemming bereikt of denkt te bereiken
aankomstdatums	=	aankomstdatum
aankomsten	=	aankomst
aankomsthal	noun	de ruimte waar passagiers (meestal van vliegtuigen) aankomen
aankomsthallen	=	aankomsthal
aankomsthalletje	=	aankomsthal
aankomsthalletjes	=	aankomsthal
aankomstje	=	aankomst
aankomstjes	=	aankomst
aankomstlijn	noun	eindstreep; finish
aankomstlijnen	=	aankomstlijn
aankomstlijntje	=	aankomstlijn
aankomstlijntjes	=	aankomstlijn
aankomstplaats	noun	de stad of het dorp waar een reis of tocht eindigt
aankomstplaatsen	=	aankomstplaats
aankomstplek	noun	plaats waar iets of iemand arriveert
aankomstplekje	=	aankomstplek
aankomstplekjes	=	aankomstplek
aankomstplekken	=	aankomstplek
aankomstpunctualiteit	noun	de precisie en de betrouwbaarheid dat men met een bepaald vervoermiddel op de geplande tijd een bestemming bereikt
aankomsttijd	noun	De tijd van aankomst.
aankomsttijden	=	aankomsttijd
aankomstvertraging	noun	vertraging in de tijd die er bij aankomst is
aankomstvertragingen	=	aankomstvertraging
aankomstvertraginkje	=	aankomstvertraging
aankomstvertraginkjes	=	aankomstvertraging
aankomt	=	aankomen
aankon	=	aankunnen
aankonde	=	aankunnen
aankonden	=	aankunnen
aankondig	=	aankondigen
aankondigde	=	aankondigen
aankondigden	=	aankondigen
aankondige	=	aankondigen
aankondigen	verb	bekendmaken, verklaren
aankondigend	=	aankondigen
aankondigende	=	aankondigen
aankondiger	noun	iemand die zegt wat er gaat gebeuren
aankondigers	=	aankondiger
aankondigertje	=	aankondiger
aankondiging	noun	bekendmaking, verklaring
aankondigingbrief	noun	schrijven waarin men een toekomstige gebeurtenis bekendmaakt
aankondigingbrieven	=	aankondigingbrief
aankondigingen	=	aankondiging
aankondigingetje	=	aankondiging
aankondigingetjes	=	aankondiging
aankondigingsbeleid	noun	een afwijzende beoordeling van nieuwe beleidsvoornemens (die niet realistisch of haalbaar zouden zijn)
aankondigingsblaadje	=	aankondigingsblad
aankondigingsblaadjes	=	aankondigingsblad
aankondigingsblad	noun	tijdschrift met advertenties en reclames
aankondigingsbladen	=	aankondigingsblad
aankondigingsbord	noun	bord waarop een of meer mededelingen staan
aankondigingsborden	=	aankondigingsbord
aankondigingsbrief	noun	schrijven waarin men een toekomstige gebeurtenis bekendmaakt
aankondigingsbriefje	=	aankondigingsbrief
aankondigingsbriefjes	=	aankondigingsbrief
aankondigingsbrieven	=	aankondigingsbrief
aankondiginkje	=	aankondiging
aankondigster	noun	vrouw die zegt wat er gaat gebeuren
aankondigsters	=	aankondigster
aankondigt	=	aankondigen
aankondt	=	aankunnen
aankoop	noun	datgene wat men aankoopt
aankoopakte	noun	officieel stuk waarin staat dat men iets gekocht en betaald heeft
aankoopakten	=	aankoopakte
aankoopaktes	=	aankoopakte
aankoopbedrag	noun	geld dat men moet betalen als men iets koopt
aankoopbedragen	=	aankoopbedrag
aankoopbedragje	=	aankoopbedrag
aankoopbedragjes	=	aankoopbedrag
aankoopbelasting	noun	heffing die men moet betalen bij de aanschaf van een product
aankoopbelastingen	=	aankoopbelasting
aankoopbeleid	noun	de regels die men volgt bij het kopen van iets
aankoopbeslissing	noun	besluit over het wel of niet kopen van iets
aankoopbeslissingen	=	aankoopbeslissing
aankoopbewijs	noun	officieel teken dat men de eigenaar van iets is geworden door het te kopen
aankoopbewijsje	=	aankoopbewijs
aankoopbewijsjes	=	aankoopbewijs
aankoopbewijzen	=	aankoopbewijs
aankoopbon	noun	papieren bewijs dat men een bepaald product gekocht heeft en men ontvangt na het betalen van de prijs
aankoopbonnen	=	aankoopbon
aankoopbonnetje	=	aankoopbon
aankoopbonnetjes	=	aankoopbon
aankoopbons	=	aankoopbon
aankoopbudget	noun	de hoeveelheid geld die men tot zijn beschikking heeft om iets te kopen
aankoopbudgetje	=	aankoopbudget
aankoopbudgetjes	=	aankoopbudget
aankoopbudgets	=	aankoopbudget
aankoopbudgetten	=	aankoopbudget
aankoopcentrale	noun	bedrijf dat voor meerdere bedrijven de inkoop doet
aankoopcentrales	=	aankoopcentrale
aankoopcertificaat	noun	officieel document dat men ontvangt bij de aankoop van bepaalde zaken en waarmee men later kan aantonen iets rechtmatig verworven te hebben
aankoopcertificaten	=	aankoopcertificaat
aankoopdata	noun	gegevens betreffende de verkoop van artikelen
aankoopdatum	noun	dag dat men iets heeft gekocht
aankoopdatums	=	aankoopdatum
aankoopdienst	noun	deel van een organisatie die goederen en diensten inkoopt bij externe leveranciers
aankoopdiensten	=	aankoopdienst
aankoopdirecteur	noun	hoofd van de afdeling inkoop
aankoopdirecteurs	=	aankoopdirecteur
aankoopfacturen	=	aankoopfactuur
aankoopfactuur	noun	rekening waarop staat wat men wanneer heeft gekocht voor welk bedrag
aankoopfonds	noun	som geld die men kan gebruiken voor het kopen van bepaalde goederen
aankoopfondsen	=	aankoopfonds
aankoopfondsje	=	aankoopfonds
aankoopfondsjes	=	aankoopfonds
aankoopfraude	noun	bedrog dat gepleegd wordt bij de koop van iets, met name het niet leveren van goederen waarvoor reeds betaald is; Na betaling blijkt de webshop niet meer te bestaan op internet
aankoopfraudes	=	aankoopfraude
aankoopfrequentie	noun	het aantal aankopen dat men per tijdseenheid doet
aankoopgedrag	noun	wat mensen aanschaffen en hoe ze dat doen
aankoopje	=	aankoop
aankoopjes	=	aankoop
aankoopkoers	noun	betaalde prijs bij aanschaf van effecten en valuta
aankoopkoersen	=	aankoopkoers
aankoopkoersje	=	aankoopkoers
aankoopkoersjes	=	aankoopkoers
aankoopkost	noun|obsolete	#geld dat men bij aanschaf moet betalen naast de prijs van het aangeschafte zelf
aankoopkosten	noun	geld dat men bij aanschaf moet betalen naast de prijs van het aangeschafte zelf
aankoopkracht	noun	de macht die een bedrijf heeft om de inkoopsprijs naar beneden te brengen
aankoopkrachten	=	aankoopkracht
aankooplimiet	noun	grens aan de prijs waarvoor men iets nog wenst te kopen
aankooplimieten	=	aankooplimiet
aankoopmakelaar	noun	makelaar die optreedt voor de partij die aankoopt
aankoopmakelaars	=	aankoopmakelaar
aankoopmakelaartje	=	aankoopmakelaar
aankoopmakelaartjes	=	aankoopmakelaar
aankoopmakelaren	=	aankoopmakelaar
aankoopnota	noun	rekening waarop staat welke goederen men voor welke prijs heeft aangekocht
aankoopnota's	=	aankoopnota
aankoopoptie	noun	het recht om iets te kopen
aankoopopties	=	aankoopoptie
aankooporder	noun	opdracht aan een leverancier om bepaalde goederen te leveren voor een bepaalde prijs
aankooporders	=	aankooporder
aankooppatronen	=	aankooppatroon
aankooppatroon	noun	kenmerken van de manier waarop mensen hun inkopen doen
aankooppatroontje	=	aankooppatroon
aankooppatroontjes	=	aankooppatroon
aankoopprijs	noun	de hoeveelheid geld die een handelaar betaalt bij het kopen van een product
aankoopprijsje	=	aankoopprijs
aankoopprijsjes	=	aankoopprijs
aankoopprijzen	=	aankoopprijs
aankoopproces	noun	alle handelingen die nodig zijn bij het kopen van een product
aankoopprocessen	=	aankoopproces
aankoopprogramma	noun	planmatige inkoop van bepaalde goederen of diensten
aankoopprogramma's	=	aankoopprogramma
aankoopregeling	noun	procedure die het kopen van iets mogelijk maakt
aankoopregelingen	=	aankoopregeling
aankoopsom	noun	het geldbedrag waarvoor iets is aangekocht
aankoopsommen	=	aankoopsom
aankoopsommetje	=	aankoopsom
aankoopsommetjes	=	aankoopsom
aankoopstop	noun	het niet meer kopen van bepaalde zaken of diensten
aankoopstops	=	aankoopstop
aankoopsubsidie	noun	een subsidie van de overheid wanneer een product gekocht wordt
aankoopsubsidies	=	aankoopsubsidie
aankoopsuggestie	noun	voorstel tot aankoop
aankoopsuggesties	=	aankoopsuggestie
aankoopsuggestietje	=	aankoopsuggestie
aankoopsuggestietjes	=	aankoopsuggestie
aankoopt	=	aankopen
aankooptip	noun	advies om iets te kopen
aankooptips	=	aankooptip
aankoopverantwoordelijke	noun	persoon in een organisatie die zorgt voor de inkoop van goederen en diensten bij externe partijen
aankoopverantwoordelijken	=	aankoopverantwoordelijke
aankoopvoorwaarde	noun	de eisen die door de koper aan de verkoper worden gesteld bij het kopen van iets
aankoopvoorwaarden	=	aankoopvoorwaarde
aankoopwaarde	noun	de hoeveelheid geld die men voor een bepaald product heeft moeten betalen bij de aankoop
aankoopwaarden	=	aankoopwaarde
aankoopwaardes	=	aankoopwaarde
aankope	=	aankopen
aankopen	verb	door kopen verwerven
aankopend	=	aankopen
aankopende	=	aankopen
aankoper	noun	iemand die iets koopt
aankopers	=	aankoper
aankoppel	=	aankoppelen
aankoppelde	=	aankoppelen
aankoppelden	=	aankoppelen
aankoppele	=	aankoppelen
aankoppelen	verb	~ aan een scharnierende verbinding tot een ander bewegend deel of voertuig tot stand brengen
aankoppelend	=	aankoppelen
aankoppelende	=	aankoppelen
aankoppeling	noun	het maken van een vaste verbinding
aankoppelingen	=	aankoppeling
aankoppelt	=	aankoppelen
aankorsting	noun	dat wat zich ergens als een korst aan vastgehecht heeft
aankorstingen	=	aankorsting
aankreeg	=	aankrijgen
aankreegt	=	aankrijgen
aankregen	=	aankrijgen
aankrijg	=	aankrijgen
aankrijge	=	aankrijgen
aankrijgen	verb	aan het lichaam krijgen
aankrijgend	=	aankrijgen
aankrijgende	=	aankrijgen
aankrijgt	=	aankrijgen
aankroop	=	aankruipen
aankropen	=	aankruipen
aankrui	=	aankruien
aankruide	=	aankruien
aankruiden	=	aankruien
aankruie	=	aankruien
aankruien	verb	met een kruiwagen aanvoeren
aankruiend	=	aankruien
aankruiende	=	aankruien
aankruip	=	aankruipen
aankruipe	=	aankruipen
aankruipen	verb	gezellig tegen elkaar aan gaan zitten of liggen
aankruipend	=	aankruipen
aankruipende	=	aankruipen
aankruipt	=	aankruipen
aankruis	=	aankruisen
aankruise	=	aankruisen
aankruisen	verb	met een kruisje aanwijzen
aankruisend	=	aankruisen
aankruisende	=	aankruisen
aankruist	=	aankruisen
aankruiste	=	aankruisen
aankruisten	=	aankruisen
aankruit	=	aankruien
aankunne	=	aankunnen
aankunnen	verb	iets of iemand de baas kunnen zijn
aankunnend	=	aankunnen
aankunnende	=	aankunnen
aankunt	verb	tweede persoon enkelvoud van aankunnen
aankwaamt	=	aankomen
aankwam	=	aankomen
aankwame	=	aankomen
aankwamen	=	aankomen
aankweek	noun	het kweken
aankweekt	=	aankweken
aankweekte	=	aankweken
aankweekten	=	aankweken
aankweke	=	aankweken
aankweken	verb	door kweken iets voortbrengen
aankwekend	=	aankweken
aankwekende	=	aankweken
aankweking	noun	het aankweken
aankwekingen	=	aankweking
aankwekinkje	=	aankweking
aankwekinkjes	=	aankweking
aanlaad	=	aanladen
aanlaadde	=	aanladen
aanlaadden	=	aanladen
aanlaadt	=	aanladen
aanlaagt	=	aanliggen
aanlaat	=	aanlaten
aanlach	=	aanlachen
aanlache	=	aanlachen
aanlachen	verb	toelachen, gunstig zijn
aanlachend	=	aanlachen
aanlachende	=	aanlachen
aanlacht	=	aanlachen
aanlachte	=	aanlachen
aanlachten	=	aanlachen
aanlachtet	=	aanlachen
aanlade	=	aanladen
aanladen	verb	aan een la vastmaken
aanladend	=	aanladen
aanladende	=	aanladen
aanlag	=	aanliggen
aanlage	=	aanliggen
aanlagen	=	aanliggen
aanland	=	aanlanden
aanlandde	=	aanlanden
aanlandden	=	aanlanden
aanlande	=	aanlanden
aanlanden	verb	aan land gaan
aanlandend	=	aanlanden
aanlandende	=	aanlanden
aanlandig	adj	landwaarts waaiend
aanlandige	=	aanlandig
aanlandiger	=	aanlandig
aanlandigere	=	aanlandig
aanlandigers	=	aanlandig
aanlandigs	=	aanlandig
aanlandigst	=	aanlandig
aanlandigste	=	aanlandig
aanlanding	noun	het aanlanden
aanlandingen	=	aanlanding
aanlandingspunt	noun	plaats waar iets vanuit het water (weer) aan land komt
aanlandingspunten	=	aanlandingspunt
aanlandinkje	=	aanlanding
aanlandinkjes	=	aanlanding
aanlandplicht	noun	de verplichting om alle gevangen vis aan land te brengen
aanlandplichten	=	aanlandplicht
aanlandstation	noun	plaats waar vrachtschepen bepaalde goederen kunnen overladen naar een opslag op land
aanlandstations	=	aanlandstation
aanlandt	=	aanlanden
aanlang	=	aanlangen
aanlangde	=	aanlangen
aanlangden	=	aanlangen
aanlange	=	aanlangen
aanlangen	verb	iemand iets overhandigen dat anders buiten zijn bereik was
aanlangend	=	aanlangen
aanlangende	=	aanlangen
aanlangt	=	aanlangen
aanlap	=	aanlappen
aanlappe	=	aanlappen
aanlappen	verb	zaken met elkaar verbinden
aanlappend	=	aanlappen
aanlappende	=	aanlappen
aanlapt	=	aanlappen
aanlapte	=	aanlappen
aanlapten	=	aanlappen
aanlas	=	aanlassen
aanlasse	=	aanlassen
aanlassen	verb	door lassen twee stukken metaal aan elkaar vastmaken
aanlassend	=	aanlassen
aanlassende	=	aanlassen
aanlast	=	aanlassen
aanlaste	=	aanlassen
aanlasten	=	aanlassen
aanlate	=	aanlaten
aanlaten	verb	iets ~: een toestel niet uitschakelen
aanlatend	=	aanlaten
aanlatende	=	aanlaten
aanleek	=	aanlijken
aanleer	=	aanleren
aanleerde	=	aanleren
aanleerden	=	aanleren
aanleert	=	aanleren
aanleg	noun	het aanleggen
aanlegde	=	aanleggen
aanlegden	=	aanleggen
aanlegge	=	aanleggen
aanleggen	verb	vastmaken
aanleggend	=	aanleggen
aanleggende	=	aanleggen
aanlegger	noun	iemand die iets aanlegt, ontwerpt, begint of veroorzaakt
aanleggers	=	aanlegger
aanleggertje	=	aanlegger
aanleggertjes	=	aanlegger
aanleghaven	noun	oever met een kade aan diep water, waar een schip kan aanmeren
aanleghavens	=	aanleghaven
aanleghaventje	=	aanleghaven
aanleghaventjes	=	aanleghaven
aanlegkost	noun|obsolete	prijs die je moet betalen voor het aanmeren in een haven
aanlegkosten	noun	prijs die je moet betalen voor het maken van onroerende voorzieningen
aanlegplaats	noun	plaats waar men een boot aanlegt
aanlegplaatsen	=	aanlegplaats
aanlegplaatsje	=	aanlegplaats
aanlegplaatsjes	=	aanlegplaats
aanlegsteiger	noun	steiger waar men aanlegt
aanlegsteigers	=	aanlegsteiger
aanlegsteigertje	=	aanlegsteiger
aanlegsteigertjes	=	aanlegsteiger
aanlegster	noun	vrouwelijke vorm van aanlegger
aanlegsters	=	aanlegster
aanlegt	=	aanleggen
aanlegvergunning	noun	officiële toestemming om iets te bouwen
aanlegvergunningen	=	aanlegvergunning
aanleid	=	aanleiden
aanleidde	=	aanleiden
aanleidden	=	aanleiden
aanleide	=	aanleiden
aanleiden	verb	iets of iemand naar een bepaalde plaats brengen
aanleidend	=	aanleiden
aanleidende	=	aanleiden
aanleiding	noun	datgene wat iets tot gevolg heeft, directe oorzaak
aanleidingen	=	aanleiding
aanleidinkje	=	aanleiding
aanleidinkjes	=	aanleiding
aanleidt	=	aanleiden
aanleken	=	aanlijken
aanleng	=	aanlengen
aanlengde	=	aanlengen
aanlengden	=	aanlengen
aanlenge	=	aanlengen
aanlengen	verb	verdunnen
aanlengend	=	aanlengen
aanlengende	=	aanlengen
aanlengt	=	aanlengen
aanlere	=	aanleren
aanleren	verb	door leren een vaardigheid verwerven
aanlerend	=	aanleren
aanlerende	=	aanleren
aanleun	=	aanleunen
aanleunbeugel	noun	een vast, robuust metalen of betonnen object op straat, bedoeld om een fiets stabiel tegenaan te zetten en met een slot aan het frame vast te maken
aanleunbeugels	=	aanleunbeugel
aanleunbeugeltje	=	aanleunbeugel
aanleunbeugeltjes	=	aanleunbeugel
aanleunde	=	aanleunen
aanleunden	=	aanleunen
aanleune	=	aanleunen
aanleunen	verb	tegen iets leunen
aanleunend	=	aanleunen
aanleunende	=	aanleunen
aanleunflat	noun	een flatgebouw waar ouderen wonen en waar ze via het nabijgelegen verzorgingshuis die zorg ontvangen die ze nodig hebben
aanleunflatje	=	aanleunflat
aanleunflatjes	=	aanleunflat
aanleunflats	=	aanleunflat
aanleuning	noun	het aanleunen
aanleuningen	=	aanleuning
aanleuningspunt	noun	punten waar twee voorwerpen tegen elkaar leunen of dat geschikt is om tegenaan te leunen
aanleuningspunten	=	aanleuningspunt
aanleuningspuntje	=	aanleuningspunt
aanleuningspuntjes	=	aanleuningspunt
aanleunt	=	aanleunen
aanleunwoning	noun	woning bij bejaardentehuis voor zelfstandig wonende bejaarden
aanleunwoningen	=	aanleunwoning
aanleunwoninkje	=	aanleunwoning
aanleunwoninkjes	=	aanleunwoning
aanlever	=	aanleveren
aanleverde	=	aanleveren
aanleverden	=	aanleveren
aanlevere	=	aanleveren
aanleveren	verb	iemand voorzien met de gevraagde zaken
aanleverend	=	aanleveren
aanleverende	=	aanleveren
aanlevering	noun	het zorgen dat bepaalde goederen op de bestemde plaats komen
aanleveringen	=	aanlevering
aanlevert	=	aanleveren
aanlicht	=	aanlichten
aanlichte	=	aanlichten
aanlichten	verb	voorwerpen met licht beschijnen
aanlichtend	=	aanlichten
aanlichtende	=	aanlichten
aanlichtte	=	aanlichten
aanlichtten	=	aanlichten
aanliep	=	aanlopen
aanliepe	=	aanlopen
aanliepen	=	aanlopen
aanliept	=	aanlopen
aanliet	=	aanlaten
aanlieten	=	aanlaten
aanlig	=	aanliggen
aanligge	=	aanliggen
aanliggen	verb	~ aan: op Romeinse wijze deelnemen aan een banket, gelegen op een sofa
aanliggend	adj	ernaast liggend
aanliggende	=	aanliggend
aanliggends	=	aanliggend
aanligt	=	aanliggen
aanlijk	=	aanlijken
aanlijke	=	aanlijken
aanlijken	verb	omboorden van een zeil met een touw
aanlijkend	=	aanlijken
aanlijkende	=	aanlijken
aanlijkt	=	aanlijken
aanlijkte	=	aanlijken
aanlijkten	=	aanlijken
aanlijm	=	aanlijmen
aanlijmde	=	aanlijmen
aanlijmden	=	aanlijmen
aanlijme	=	aanlijmen
aanlijmen	verb	door plaksel iets ergens aan vastmaken
aanlijmend	=	aanlijmen
aanlijmende	=	aanlijmen
aanlijmt	=	aanlijmen
aanlijn	=	aanlijnen
aanlijnde	=	aanlijnen
aanlijnden	=	aanlijnen
aanlijne	=	aanlijnen
aanlijnen	verb	aan de lijn doen
aanlijnend	=	aanlijnen
aanlijnende	=	aanlijnen
aanlijngebod	noun	wettelijke verplichting om een hond aan de lijn te houden / verbod om een hond los te laten lopen
aanlijngeboden	=	aanlijngebod
aanlijnplicht	noun	het gebod om honden bij het uitlaten vast te houden aan een hondenriem; verbod om honden los te laten lopen
aanlijnt	=	aanlijnen
aanloef	=	aanloeven
aanloefde	=	aanloeven
aanloefden	=	aanloeven
aanloeft	=	aanloeven
aanloei	=	aanloeien
aanloeide	=	aanloeien
aanloeiden	=	aanloeien
aanloeie	=	aanloeien
aanloeien	verb	al loeiend naderen
aanloeiend	=	aanloeien
aanloeiende	=	aanloeien
aanloeit	=	aanloeien
aanloer	=	aanloeren
aanloerde	=	aanloeren
aanloerden	=	aanloeren
aanloere	=	aanloeren
aanloeren	verb	bespieden, bekijken
aanloerend	=	aanloeren
aanloerende	=	aanloeren
aanloert	=	aanloeren
aanloeve	=	aanloeven
aanloeven	verb	scherper tegen de wind zeilen
aanloevend	=	aanloeven
aanloevende	=	aanloeven
aanlog	=	aanloggen
aanlogde	=	aanloggen
aanlogden	=	aanloggen
aanlogge	=	aanloggen
aanloggen	verb	aanmelden op een computernetwerk
aanloggend	=	aanloggen
aanloggende	=	aanloggen
aanlogt	=	aanloggen
aanlok	=	aanlokken
aanlokke	=	aanlokken
aanlokkelijk	adj	verleidelijk ogend
aanlokkelijke	=	aanlokkelijk
aanlokkelijker	=	aanlokkelijk
aanlokkelijkere	=	aanlokkelijk
aanlokkelijkers	=	aanlokkelijk
aanlokkelijkheden	=	aanlokkelijkheid
aanlokkelijkheid	noun	de hoedanigheid van het aanlokkelijk zijn
aanlokkelijkheidje	=	aanlokkelijkheid
aanlokkelijks	=	aanlokkelijk
aanlokkelijkst	=	aanlokkelijk
aanlokkelijkste	=	aanlokkelijk
aanlokken	verb	tot zich lokken, aantrekken, bekoren, op aangename wijze boeien
aanlokkend	=	aanlokken
aanlokkende	=	aanlokken
aanlokking	noun	het tot zich lokken, aantrekken, bekoren, op aangename wijze boeien
aanlokkingen	=	aanlokking
aanlokkinkje	=	aanlokking
aanlokkinkjes	=	aanlokking
aanlokt	=	aanlokken
aanlokte	=	aanlokken
aanlokten	=	aanlokken
aanloop	noun	het op gang komen
aanloopfase	noun	de fase van de aanloop, voordat iets eigenlijk begint
aanloopfasen	=	aanloopfase
aanloopfases	=	aanloopfase
aanloopfasetje	=	aanloopfase
aanloopfasetjes	=	aanloopfase
aanloopgebied	noun	straten die leiden naar een centrum met veel winkels
aanloopgebieden	=	aanloopgebied
aanloophaven	noun	haven waar de schepen onderweg even aanleggen
aanloophavens	=	aanloophaven
aanloophaventje	=	aanloophaven
aanloophaventjes	=	aanloophaven
aanloophuis	noun	huis voor tijdelijke opvang van daklozen
aanloophuisje	=	aanloophuis
aanloophuisjes	=	aanloophuis
aanloophuizen	=	aanloophuis
aanloopjaar	noun	jaar voor de opening of start van iets
aanloopjaartje	=	aanloopjaar
aanloopjaartjes	=	aanloopjaar
aanloopjaren	=	aanloopjaar
aanloopje	=	aanloop
aanloopjes	=	aanloop
aanloopkleur	noun	kleur die een onedel metaal aanneemt bij verhitting; kleur die ontstaat door oxidatie bij verhitting
aanloopkleuren	=	aanloopkleur
aanloopkost	noun|obsolete	aan het gaan fabriceren van iets nieuws verbonden kosten
aanloopkosten	noun	aan het gaan fabriceren van iets nieuws verbonden kosten
aanloopleren	noun	kennis of vaardigheden vooraf aanleren, als voorbereiding van mogelijks zwakkere leerlingen; het vooraf aanbieden van lesstof voordat deze in de klas wordt behandeld als voorbereiding op de les
aanloopmaand	noun	maand voor de opening of start van iets
aanloopmaanden	=	aanloopmaand
aanloopmoeilijkheden	noun	de problemen die er zijn bij het beginnen van iets nieuws
aanloopperiode	noun	periode tussen het inschakelen en voluit werken
aanloopperioden	=	aanloopperiode
aanloopperiodes	=	aanloopperiode
aanloopperiodetje	=	aanloopperiode
aanloopperiodetjes	=	aanloopperiode
aanloopprobleem	noun	een moeilijkheid die er is bij het beginnen van iets nieuws maar die verdwijnt als men meer ervaring krijgt
aanloopprobleempje	=	aanloopprobleem
aanloopprobleempjes	=	aanloopprobleem
aanloopproblemen	=	aanloopprobleem
aanlooppunt	noun	plek waar men zomaar kan aanlopen (voor hulp, advies etc.) zonder voorafgaande afspraak
aanlooppunten	=	aanlooppunt
aanlooppuntje	=	aanlooppunt
aanlooppuntjes	=	aanlooppunt
aanlooproute	noun|figurative	de voorbereidingsweg naar een bepaald doel
aanlooprouten	=	aanlooproute
aanlooproutes	=	aanlooproute
aanloopschaal	noun	lagere salarisschaal waarin een beginnende werknemer tijdelijk kan worden geplaatst tot hij of zijvoldoende opleiding en ervaring heeft genoten voor de functie
aanloopschalen	=	aanloopschaal
aanloopspreekuren	=	aanloopspreekuur
aanloopspreekuur	noun	spreekuur zonder afspraak
aanloopspreekuurtje	=	aanloopspreekuur
aanloopspreekuurtjes	=	aanloopspreekuur
aanloopstroken	=	aanloopstrook
aanloopstrook	noun	apart stuk aan het uiteinde van een opgerolde film dat wordt gebruikt om het in een camera of projector in te voeren
aanloopt	=	aanlopen
aanlooptijd	noun	de tijd die verloopt tussen het starten van iets en het moment dat iets volledig werkzaam is
aanlooptijden	=	aanlooptijd
aanlooptransformator	noun	toestel om de beginsnelheid van een draai- of wisselstroommotor te regelen
aanlooptransformatoren	=	aanlooptransformator
aanlooptransformatortje	=	aanlooptransformator
aanlooptransformatortjes	=	aanlooptransformator
aanloopverlies	noun	verliezen die men lijdt bij het opstarten van een activiteit
aanloopverliesje	=	aanloopverlies
aanloopverliesjes	=	aanloopverlies
aanloopverliezen	=	aanloopverlies
aanloopwedstrijd	noun	wedstrijd die dient als voorbereiding op een belangrijkere wedstrijd
aanloopwedstrijden	=	aanloopwedstrijd
aanlope	=	aanlopen
aanlopen	verb	duren
aanlopend	=	aanlopen
aanlopende	=	aanlopen
aanlsuitbare	=	aansluitbaar
aanmaak	noun	vervaardiging
aanmaakblok	noun	gemakkelijk brandbaar materiaal dat men gebruikt om een vuur te beginnen
aanmaakblokje	=	aanmaakblok
aanmaakblokjes	=	aanmaakblok
aanmaakblokken	=	aanmaakblok
aanmaakdata	=	aanmaakdatum
aanmaakdatum	noun	de datum dat men een file maakt die later gevuld of gewijzigd kan worden
aanmaakdatums	=	aanmaakdatum
aanmaakhout	noun	hout om vuur aan te maken
aanmaakhoutje	=	aanmaakhout
aanmaakhoutjes	=	aanmaakhout
aanmaakkost	noun|obsolete	kosten van het in voorraad maken
aanmaakkosten	noun	kosten van het in voorraad maken
aanmaaklimonade	noun	limonadesiroop
aanmaaklimonades	=	aanmaaklimonade
aanmaakt	=	aanmaken
aanmaakte	=	aanmaken
aanmaakten	=	aanmaken
aanmaakvloeistof	noun	vloeibare brandstof waarmee men een houtvuur of barbecue kan opstarten
aanmaakvloeistoffen	=	aanmaakvloeistof
aanmaan	=	aanmanen
aanmaande	=	aanmanen
aanmaanden	=	aanmanen
aanmaant	=	aanmanen
aanmailbaar	adj	bereikbaar via elektronische post
aanmailbaarder	=	aanmailbaar
aanmailbaardere	=	aanmailbaar
aanmailbaarders	=	aanmailbaar
aanmailbaars	=	aanmailbaar
aanmailbaarst	=	aanmailbaar
aanmailbaarste	=	aanmailbaar
aanmailbare	=	aanmailbaar
aanmake	=	aanmaken
aanmaken	verb	een bepaalde substantie produceren
aanmakend	=	aanmaken
aanmakende	=	aanmaken
aanmaker	noun	de persoon die aanmaakt
aanmakers	=	aanmaker
aanmakertje	=	aanmaker
aanmakertjes	=	aanmaker
aanmane	=	aanmanen
aanmanen	verb	aansporen, manen, bevelen, oproepen
aanmanend	=	aanmanen
aanmanende	=	aanmanen
aanmaning	noun	het aanmanen
aanmaningen	=	aanmaning
aanmaningenprocedure	noun	de gang van zaken bij een betalingsherinnering
aanmaningenprocedures	=	aanmaningenprocedure
aanmaningensysteem	noun	de organisatie rond het versturen van betalingsherinneringen
aanmaningensysteempje	=	aanmaningensysteem
aanmaningensysteempjes	=	aanmaningensysteem
aanmaningensystemen	=	aanmaningensysteem
aanmaningsbrief	noun	brief waarin staat dat men aan een verplichting dient te voldoen
aanmaningsbriefje	=	aanmaningsbrief
aanmaningsbriefjes	=	aanmaningsbrief
aanmaningsbrieven	=	aanmaningsbrief
aanmaningskost	noun|obsolete	extra geld dat men moet betalen als men een rekening te laat betaalt
aanmaningskosten	noun	extra geld dat men moet betalen als men een rekening te laat betaalt
aanmaningstekst	noun	de tekst van een sommatie; tekst van een betalingsherinnering
aanmaningsteksten	=	aanmaningstekst
aanmaningstekstje	=	aanmaningstekst
aanmaningstekstjes	=	aanmaningstekst
aanmaninkje	=	aanmaning
aanmaninkjes	=	aanmaning
aanmarcheer	=	aanmarcheren
aanmarcheerde	=	aanmarcheren
aanmarcheerden	=	aanmarcheren
aanmarcheert	=	aanmarcheren
aanmarchere	=	aanmarcheren
aanmarcheren	verb	marcherend naderen
aanmarcherend	=	aanmarcheren
aanmarcherende	=	aanmarcheren
aanmaren	=	aanmeren
aanmat	=	aanmeten
aanmaten	=	aanmeten
aanmatig	=	aanmatigen
aanmatigde	=	aanmatigen
aanmatigden	=	aanmatigen
aanmatige	=	aanmatigen
aanmatigen	verb	op een vaak pedante manier op onpassende of wederrechtelijke wijze aanspraak maken op iets
aanmatigend	adj	arrogant, pretentieus
aanmatigende	=	aanmatigend
aanmatigender	=	aanmatigend
aanmatigendere	=	aanmatigend
aanmatigenders	=	aanmatigend
aanmatigends	=	aanmatigend
aanmatigendst	=	aanmatigend
aanmatigendste	=	aanmatigend
aanmatiging	noun	de daad waardoor men laat zien zich beter te voelen dan anderen, die men dan ook als minderwaardig beschouwt
aanmatigingen	=	aanmatiging
aanmatigingetje	=	aanmatiging
aanmatigingetjes	=	aanmatiging
aanmatiginkje	=	aanmatiging
aanmatigt	=	aanmatigen
aanmeer	=	aanmeren
aanmeerde	=	aanmeren
aanmeerden	=	aanmeren
aanmeerfaciliteit	noun	mogelijkheid om een boot vast te kunnen maken aan de wal
aanmeerfaciliteiten	=	aanmeerfaciliteit
aanmeerplaats	noun	locatie waar men een boot kan vastmaken aan de wal
aanmeerplaatsen	=	aanmeerplaats
aanmeersteiger	noun	een vaak houten constructie die het water insteekt en waar men een boot kan aanleggen
aanmeersteigers	=	aanmeersteiger
aanmeert	=	aanmeren
aanmeet	=	aanmeten
aanmeld	=	aanmelden
aanmeldbonus	noun	extra beloning die iemand krijgt als hij of zij iemand aandraagt voor een een opleiding of vacature
aanmeldbonussen	=	aanmeldbonus
aanmeldcentra	=	aanmeldcentrum
aanmeldcentrum	noun	plaats waar binnenkomende asielzoekers zich horen te melden
aanmeldcentrumpje	=	aanmeldcentrum
aanmeldcentrumpjes	=	aanmeldcentrum
aanmeldcentrums	=	aanmeldcentrum
aanmeldde	=	aanmelden
aanmeldden	=	aanmelden
aanmelde	=	aanmelden
aanmelden	verb	zich opgeven, melden dat je ergens aan deel wilt nemen
aanmeldend	=	aanmelden
aanmeldende	=	aanmelden
aanmelder	noun	iemand die zich opgeeft voor iets, iemand die te kennen geeft ergens aan mee te willen doen
aanmelders	=	aanmelder
aanmeldformulier	noun	een stuk papier waarop je gegevens moet invullen die nodig zijn om je ergens voor op te geven
aanmeldformulieren	=	aanmeldformulier
aanmeldgegeven	noun	een stukje informatie dat men moet invoeren als men zich ergens voor aanmeld
aanmeldgegevens	=	aanmeldgegeven
aanmeldgeld	noun	geld dat men moet betalen als men ergens lid van wordt
aanmeldgelden	=	aanmeldgeld
aanmelding	noun	het bericht dat iemand aanwezig zal zijn en al dan niet zal meedoen
aanmeldingen	=	aanmelding
aanmeldingsbon	noun	bewijs dat men zich aangemeld heeft; formulier waarmee men zich kan aanmelden als lid van een organisatie of vereniging
aanmeldingsbonnen	=	aanmeldingsbon
aanmeldingsbonnetje	=	aanmeldingsbon
aanmeldingsbonnetjes	=	aanmeldingsbon
aanmeldingsbons	=	aanmeldingsbon
aanmeldingscherm	noun	formulier op een computerscherm dat men moet invullen om gebruik te kunnen maken van een computer, computerprogramma of webpagina
aanmeldingschermen	=	aanmeldingscherm
aanmeldingsdata	=	aanmeldingsdatum
aanmeldingsdatum	noun	tijdstip dat men aangeeft ergens lid van te willen worden
aanmeldingsdatums	=	aanmeldingsdatum
aanmeldingsformulier	noun	een stuk papier waarop je gegevens moet invullen die nodig zijn om je ergens voor op te geven
aanmeldingsformulieren	=	aanmeldingsformulier
aanmeldingsperiode	noun	tijdvak waarin men kan aangeven dat men lid wil worden van een organisatie of wil deelnemen aan een activiteit
aanmeldingsperioden	=	aanmeldingsperiode
aanmeldingsperiodes	=	aanmeldingsperiode
aanmeldingsprocedure	noun	duidelijk omschreven handelingen die men moet doen om ergens lid van te worden of in dienst te treden
aanmeldingsprocedures	=	aanmeldingsprocedure
aanmeldingspunt	noun	de plaats waarmee men zich kan aanmelden of inschrijven voor iets
aanmeldingspunten	=	aanmeldingspunt
aanmeldingstermijn	noun	scherp begrensde periode waarin met zich kan aanmelden
aanmeldingstermijnen	=	aanmeldingstermijn
aanmeldinkje	=	aanmelding
aanmeldinkjes	=	aanmelding
aanmeldloket	noun	een balie waar men kan aangeven dat men ergens aan mee wil doen
aanmeldloketje	=	aanmeldloket
aanmeldloketjes	=	aanmeldloket
aanmeldloketten	=	aanmeldloket
aanmeldprocedure	noun	methodiek waarmee men zich kan identificeren
aanmeldprocedures	=	aanmeldprocedure
aanmeldsticker	noun	sticker in een nationaal paspoort van een land buiten de EER dat aangeeft dat de persoon een door de Vreemdelingendienst aangetekende vergunning tot verblijf bezit
aanmeldstickers	=	aanmeldsticker
aanmeldt	=	aanmelden
aanmeng	=	aanmengen
aanmengde	=	aanmengen
aanmengden	=	aanmengen
aanmenge	=	aanmengen
aanmengen	verb	iets droogs met iets vloeibaars mengen
aanmengend	=	aanmengen
aanmengende	=	aanmengen
aanmenging	noun	iets wat door mengen is gereedgemaakt
aanmengingen	=	aanmenging
aanmengt	=	aanmengen
aanmere	=	aanmeren
aanmeren	verb	aanleggen
aanmerend	=	aanmeren
aanmerende	=	aanmeren
aanmerk	=	aanmerken
aanmerke	=	aanmerken
aanmerkelijk	adj	aanzienlijk, tamelijk veel, tamelijk groot
aanmerkelijkbelangaandeel	noun	het bezit van meer dan 5% van de aandelen van een bedrijf of organisatie
aanmerkelijkbelangaandelen	=	aanmerkelijkbelangaandeel
aanmerkelijkbelanghouder	noun	persoon of organisatie die meer dan 5% van de aandelen van een bedrijf bezit
aanmerkelijkbelanghouders	=	aanmerkelijkbelanghouder
aanmerkelijkbelangpositie	noun	situatie dat één eigenaar meer dan 5% van de aandelen van een bedrijf bezit
aanmerkelijkbelangposities	=	aanmerkelijkbelangpositie
aanmerkelijkbelangregime	noun	regeling voor de heffing van belasting voor personen die meer dan 5% van de aandelen van een bedrijf bezitten
aanmerkelijkbelangregimes	=	aanmerkelijkbelangregime
aanmerkelijke	=	aanmerkelijk
aanmerkelijker	=	aanmerkelijk
aanmerkelijkere	=	aanmerkelijk
aanmerkelijkers	=	aanmerkelijk
aanmerkelijks	=	aanmerkelijk
aanmerkelijkst	=	aanmerkelijk
aanmerkelijkste	=	aanmerkelijk
aanmerken	verb	aanmerken als: (ter afkeuring) beschouwen
aanmerkend	=	aanmerken
aanmerkende	=	aanmerken
aanmerking	noun	het aanmerken
aanmerkingen	=	aanmerking
aanmerkinkje	=	aanmerking
aanmerkinkjes	=	aanmerking
aanmerkt	=	aanmerken
aanmerkte	=	aanmerken
aanmerkten	=	aanmerken
aanmete	=	aanmeten
aanmeten	verb	de maat nemen om iets passends te kunnen maken
aanmetend	=	aanmeten
aanmetende	=	aanmeten
aanminnelijk	adj	van een persoon: prettig om mee om te gaan, aantrekkelijk om te zien
aanminnelijke	=	aanminnelijk
aanminnelijker	=	aanminnelijk
aanminnelijkere	=	aanminnelijk
aanminnelijkers	=	aanminnelijk
aanminnelijkheid	noun	de hoedanigheid van het aanminnelijk zijn
aanminnelijks	=	aanminnelijk
aanminnelijkst	=	aanminnelijk
aanminnelijkste	=	aanminnelijk
aanminnig	adj	goed uitziend, van een zekere schoonheid
aanminnige	=	aanminnig
aanminniger	=	aanminnig
aanminnigere	=	aanminnig
aanminnigers	=	aanminnig
aanminnigheden	=	aanminnigheid
aanminnigheid	noun	de hoedanigheid van het aanminnig zijn
aanminnigs	=	aanminnig
aanminnigst	=	aanminnig
aanminnigste	=	aanminnig
aanmodder	=	aanmodderen
aanmodderde	=	aanmodderen
aanmodderden	=	aanmodderen
aanmoddere	=	aanmodderen
aanmodderen	verb	planloos te werk gaan, halfslachtig te werk gaan
aanmodderend	=	aanmodderen
aanmodderende	=	aanmodderen
aanmodderfakker	noun	iemand die zonder duidelijk plan maar wat blijft aanmodderen met zijn of haar leven
aanmodderfakkers	=	aanmodderfakker
aanmoddert	=	aanmodderen
aanmoedig	=	aanmoedigen
aanmoedigde	=	aanmoedigen
aanmoedigden	=	aanmoedigen
aanmoedige	=	aanmoedigen
aanmoedigen	verb	moed inspreken, aansporen
aanmoedigend	adj	stimulerend, ondersteunend, opjuttend, enthousiast
aanmoedigende	=	aanmoedigen
aanmoedigender	=	aanmoedigend
aanmoedigendere	=	aanmoedigend
aanmoedigenders	=	aanmoedigend
aanmoedigends	=	aanmoedigend
aanmoedigendst	=	aanmoedigend
aanmoedigendste	=	aanmoedigend
aanmoediging	noun	het inspreken van moed
aanmoedigingen	=	aanmoediging
aanmoedigingetje	=	aanmoediging
aanmoedigingetjes	=	aanmoediging
aanmoedigingsbeleid	noun	handelingen die erop gericht zijn om iets te stimuleren of te bevorderen
aanmoedigingspremie	noun	een hoeveelheid geld die iemand of een organisatie ontvangt met als doel om zich verder te ontwikkelen
aanmoedigingspremies	=	aanmoedigingspremie
aanmoedigingsprijs	noun	prijs ter aanmoediging; kleine prijs die dient om iemand aan te zetten om door te gaan
aanmoedigingsprijsje	=	aanmoedigingsprijs
aanmoedigingsprijsjes	=	aanmoedigingsprijs
aanmoedigingsprijzen	=	aanmoedigingsprijs
aanmoedigingssubsidie	noun	door de overheid beschikbaar gestelde fondsen bedoeld om iemand te stimuleren om door te gaan
aanmoedigingssubsidies	=	aanmoedigingssubsidie
aanmoedigingssubsidietje	=	aanmoedigingssubsidie
aanmoedigingssubsidietjes	=	aanmoedigingssubsidie
aanmoediginkje	=	aanmoediging
aanmoedigt	=	aanmoedigen
aanmoeten	verb	gedwongen zijn iets (kleding, sieraden e.d.) te dragen
aanmoetend	=	aanmoeten
aanmonding	noun	capaciteit om op een mondstuk te blazen
aanmondingen	=	aanmonding
aanmonster	=	aanmonsteren
aanmonsterde	=	aanmonsteren
aanmonsterden	=	aanmonsteren
aanmonstere	=	aanmonsteren
aanmonsteren	verb	dienst nemen op een schip
aanmonsterend	=	aanmonsteren
aanmonsterende	=	aanmonsteren
aanmonstering	noun	het aanmelden als bemanningslid op een schip
aanmonsteringen	=	aanmonstering
aanmonstert	=	aanmonsteren
aanmunt	=	aanmunten
aanmunte	=	aanmunten
aanmunten	verb	tot munt slaan
aanmuntend	=	aanmunten
aanmuntende	=	aanmunten
aanmunting	noun	het maken van munten van edelmetalen
aanmuntingen	=	aanmunting
aanmuntte	=	aanmunten
aanmuntten	=	aanmunten
aannaai	=	aannaaien
aannaaide	=	aannaaien
aannaaiden	=	aannaaien
aannaaie	=	aannaaien
aannaaien	verb	door naaien vastmaken
aannaaiend	=	aannaaien
aannaaiende	=	aannaaien
aannaait	=	aannaaien
aannaamt	=	aannemen
aannam	=	aannemen
aanname	noun	een veronderstelling
aannamebeleid	noun	de regels die men zichzelf heeft opgelegd bij het aannemen van deelnemers of personeel
aannamen	=	aanname
aannames	=	aanname
aannamestop	noun	het stoppen met het aannemen van nieuw personeel
aannamestops	=	aannamestop
aannametje	=	aanname
aannametjes	=	aanname
aanneem	=	aannemen
aanneembaar	adj	waarschijnlijk, zonder verder onderzoek als waarheid kunnen aannemen
aanneembaarder	=	aanneembaar
aanneembaardere	=	aanneembaar
aanneembaarders	=	aanneembaar
aanneembaars	=	aanneembaar
aanneembaarst	=	aanneembaar
aanneembaarste	=	aanneembaar
aanneembare	=	aanneembaar
aanneemsom	noun	som waarvoor iets aangenomen wordt
aanneemsommen	=	aanneemsom
aanneemsommetje	=	aanneemsom
aanneemsommetjes	=	aanneemsom
aanneemster	noun	vrouw die een (bouw)werk uitvoert tegen een bepaalde prijs
aanneemsters	=	aanneemster
aanneemstertje	=	aanneemster
aanneemstertjes	=	aanneemster
aanneemt	=	aannemen
aanneme	=	aannemen
aannemelijck	=	aannemelijk
aannemelijk	adj	om aan te nemen
aannemelijke	=	aannemelijk
aannemelijker	=	aannemelijk
aannemelijkere	=	aannemelijk
aannemelijkers	=	aannemelijk
aannemelijkheden	=	aannemelijkheid
aannemelijkheid	noun	het aannemelijk zijn
aannemelijkheidsfunctie	noun	de functie die bij een gegeven steekproefuitkomst als functie van een parameter de kansfunctie of kansdichtheid van die uitkomst aangeeft
aannemelijkheidsfuncties	=	aannemelijkheidsfunctie
aannemelijks	=	aannemelijk
aannemelijkst	=	aannemelijk
aannemelijkste	=	aannemelijk
aannemen	verb	overnemen
aannemend	=	aannemen
aannemende	=	aannemen
aannemer	noun	iemand die een (bouw)werk uitvoert tegen een bepaalde prijs
aannemerij	noun	een onderneming die de verantwoordelijkheid op zich neemt om bouwactiviteiten te realiseren en te coördineren, voor een in het contract bepaalde prijs en binnen een overeengekomen termijn
aannemerijen	=	aannemerij
aannemers	=	aannemer
aannemersbedrijf	noun	een bouwbedrijf voor nieuwbouw, verbouwingen of sloop, dat zijn opdrachten vooraf aanneemt bv via een offerte
aannemersbedrijfje	=	aannemersbedrijf
aannemersbedrijfjes	=	aannemersbedrijf
aannemersbedrijven	=	aannemersbedrijf
aannemerscombinatie	noun	groep bedrijven die zich samen hebben ingeschreven om een bepaald werk voor een bepaald bedrag te verrichten
aannemerscombinaties	=	aannemerscombinatie
aannemersconcern	noun	groot bouwbedrijf dat bestaat uit meerdere min of meer zelfstandige ondernemingen
aannemersconcerns	=	aannemersconcern
aannemersfirma	noun	bedrijf dat een (bouw)werk uitvoert tegen een bepaalde prijs
aannemersfirma's	=	aannemersfirma
aannemersfirmaatje	=	aannemersfirma
aannemersfirmaatjes	=	aannemersfirma
aannemerskartel	noun	groep bouwbedrijven die proberen de markt te beheersen
aannemerskartels	=	aannemerskartel
aannemersmaterieel	noun	apparatuur en machines die een aannemer nodig heeft
aannemersvergunning	noun	speciale vergunning voor aannemers zoals bijvoorbeeld een parkeervergunning voor aannemers
aannemersvergunningen	=	aannemersvergunning
aannemerswereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met aannemers
aannemerswerelden	=	aannemerswereld
aannemerswereldje	=	aannemerswereld
aannemerswereldjes	=	aannemerswereld
aannemertje	=	aannemer
aannemertjes	=	aannemer
aanneming	noun	het aannemen van een werk, een levering, aanbesteding
aannemingen	=	aanneming
aannemingsbedrijf	noun	een bouwbedrijf voor nieuwbouw, verbouwingen of sloop, dat zijn opdrachten vooraf aanneemt bijvoorbeeld via een offerte
aannemingsbedrijfje	=	aannemingsbedrijf
aannemingsbedrijfjes	=	aannemingsbedrijf
aannemingsbedrijven	=	aannemingsbedrijf
aannemingsconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit verschillende losse bouwbedrijven
aannemingsconcerns	=	aannemingsconcern
aannemingsmaatschappij	noun	onderneming die bouwwerken bouwt in opdracht van een opdrachtgever
aannemingsmaatschappijen	=	aannemingsmaatschappij
aannemingsovereenkomst	noun	afspraak tussen opdrachtgever en aannemer waarbij de aannemer een bouwwerk bouwt onder de voorwaarden die de opdrachtgever heeft aangeboden
aannemingsovereenkomsten	=	aannemingsovereenkomst
aannemingssom	noun	bedrag waarvoor men bereid is een bepaald werk te verrichten
aannemingssommen	=	aannemingssom
aanneminkje	=	aanneming
aanpaal	=	aanpalen
aanpaalde	=	aanpalen
aanpaalden	=	aanpalen
aanpaalt	=	aanpalen
aanpak	noun	manier van aanpakken, manier van werken
aanpakje	=	aanpak
aanpakjes	=	aanpak
aanpakke	=	aanpakken
aanpakken	verb	aanvatten
aanpakkend	=	aanpakken
aanpakkende	=	aanpakken
aanpakker	noun	iemand die goed kan werken; iemand die van aanpakken weet
aanpakkers	=	aanpakker
aanpakkertje	=	aanpakker
aanpakkertjes	=	aanpakker
aanpakt	=	aanpakken
aanpakte	=	aanpakken
aanpakten	=	aanpakken
aanpale	=	aanpalen
aanpalen	verb	grenzen aan een ander terrein
aanpalend	adj	aangrenzend, direct gelegen naast
aanpalende	=	aanpalend
aanpalender	=	aanpalend
aanpalendere	=	aanpalend
aanpalenders	=	aanpalend
aanpalends	=	aanpalend
aanpalendst	=	aanpalend
aanpalendste	=	aanpalend
aanpandig	adj	van een bouwwerk dat het ergens aan vast gebouwd is
aanpandige	=	aanpandig
aanpandiger	=	aanpandig
aanpandigere	=	aanpandig
aanpandigers	=	aanpandig
aanpandigs	=	aanpandig
aanpandigst	=	aanpandig
aanpandigste	=	aanpandig
aanpap	=	aanpappen
aanpappe	=	aanpappen
aanpappen	verb	in ~ met: (uit opportunisme, met een verborgen agenda) contact aanknopen met iemand
aanpappend	=	aanpappen
aanpappende	=	aanpappen
aanpapt	=	aanpappen
aanpapte	=	aanpappen
aanpapten	=	aanpappen
aanpas	=	aanpassen
aanpasbaar	adj	in staat om zich aan te passen
aanpasbaarder	=	aanpasbaar
aanpasbaardere	=	aanpasbaar
aanpasbaarders	=	aanpasbaar
aanpasbaarheden	=	aanpasbaarheid
aanpasbaarheid	noun	de mate waarin iets of iemand zich kan aanpassen
aanpasbaars	=	aanpasbaar
aanpasbaarst	=	aanpasbaar
aanpasbaarste	=	aanpasbaar
aanpasbare	=	aanpasbaar
aanpasse	=	aanpassen
aanpassen	verb	aansluiten, voegen naar, bruikbaar maken, passend maken
aanpassend	=	aanpassen
aanpassende	=	aanpassen
aanpassing	noun	een verandering zodat iets beter werkt
aanpassingen	=	aanpassing
aanpassingsbeleid	noun	beleid dat gericht is op de doorvoer van een aanpassing
aanpassingsdeskundige	noun	iemand die advies geeft aan invaliden over aanpassingen die nodig zijn aan hun auto
aanpassingsdeskundigen	=	aanpassingsdeskundige
aanpassingsfactor	noun	factor waarmee een oude waarde vermenigvuldigd moet worden om een nieuwe waarde te krijgen
aanpassingsfactoren	=	aanpassingsfactor
aanpassingsfase	noun	periode van verandering tussen een oude en nieuwe situatie
aanpassingsfasen	=	aanpassingsfase
aanpassingsfases	=	aanpassingsfase
aanpassingsklas	noun	klas voor kinderen met leerproblemen in het Belgisch onderwijs
aanpassingsklasje	=	aanpassingsklas
aanpassingsklasjes	=	aanpassingsklas
aanpassingsklassen	=	aanpassingsklas
aanpassingskosten	noun	kosten die men moet maken om iets geschikt te maken voor een nieuwe, andere situatie
aanpassingsmaatregel	noun	wat men moet doen om in te spelen op veranderende omstandigheden
aanpassingsmaatregelen	=	aanpassingsmaatregel
aanpassingsmaatregels	=	aanpassingsmaatregel
aanpassingsmechanisme	noun	manier waarop iets of iemand reageert op veranderende omstandigheden met als doel de nadelige effecten van die verandering het hoofd te bieden
aanpassingsmechanismen	=	aanpassingsmechanisme
aanpassingsmechanismes	=	aanpassingsmechanisme
aanpassingsmodi	=	aanpassingsmodus
aanpassingsmodus	noun	een wijze van handelen en doen die gericht is op het zich aanpassen aan de omstandigheden
aanpassingsmoeilijkheden	noun	de problemen die men heeft met noodzakelijke veranderingen die worden opgedrongen door veranderde omstandigheden
aanpassingsmoeilijkheid	noun	de problemen die men ervaart als men veranderingen moet doorvoeren bij veranderende omstandigheden
aanpassingsperiode	noun	een periode die nodig is of verondersteld wordt nodig te zijn voor een aanpassing
aanpassingsperioden	=	aanpassingsperiode
aanpassingsperiodes	=	aanpassingsperiode
aanpassingsperiodetje	=	aanpassingsperiode
aanpassingsperiodetjes	=	aanpassingsperiode
aanpassingsplan	noun	voornemens om iets zodanig te veranderen dat het weer voldoet aan de huidige eisen
aanpassingsplannen	=	aanpassingsplan
aanpassingsplannetje	=	aanpassingsplan
aanpassingsplannetjes	=	aanpassingsplan
aanpassingsprobleem	noun	een moeilijkheid of probleem dat zich voordoet bij het zich moeten aanpassen aan nieuwe omstandigheden
aanpassingsprobleempje	=	aanpassingsprobleem
aanpassingsprobleempjes	=	aanpassingsprobleem
aanpassingsproblemen	=	aanpassingsprobleem
aanpassingsproces	noun	het zich aanpassen
aanpassingsprocesje	=	aanpassingsproces
aanpassingsprocesjes	=	aanpassingsproces
aanpassingsprocessen	=	aanpassingsproces
aanpassingsprogramma	noun	een programma dat gericht is op het doorvoeren een (vaak grootschalige) aanpassing
aanpassingsprogramma's	=	aanpassingsprogramma
aanpassingsprogrammaatje	=	aanpassingsprogramma
aanpassingsprogrammaatjes	=	aanpassingsprogramma
aanpassingsstoornis	noun	een stoornis die het zich aanpassen aan nieuwe omstandigheden bemoeilijkt
aanpassingsstoornisje	=	aanpassingsstoornis
aanpassingsstoornisjes	=	aanpassingsstoornis
aanpassingsstoornissen	=	aanpassingsstoornis
aanpassingsstrategie	noun	een strategie die gericht is op aanpassing
aanpassingsstrategietje	=	aanpassingsstrategie
aanpassingsstrategietjes	=	aanpassingsstrategie
aanpassingsstrategieën	=	aanpassingsstrategie
aanpassingstactiek	noun	een tactiek die gericht is op aanpassing
aanpassingstactieken	=	aanpassingstactiek
aanpassingstactiekje	=	aanpassingstactiek
aanpassingstactiekjes	=	aanpassingstactiek
aanpassingstechniek	noun	een techniek met als doel een aanpassing te realiseren
aanpassingstechnieken	=	aanpassingstechniek
aanpassingstechniekje	=	aanpassingstechniek
aanpassingstechniekjes	=	aanpassingstechniek
aanpassingstermijn	noun	de termijn die wordt uitgetrokken voor het doorvoeren van een aanpassing
aanpassingstermijnen	=	aanpassingstermijn
aanpassingstermijntje	=	aanpassingstermijn
aanpassingstermijntjes	=	aanpassingstermijn
aanpassingsvermogen	noun	het zich kunnen aanpassen aan veranderde omstandigheden
aanpassingsvermogens	=	aanpassingsvermogen
aanpassingswerk	noun	werkzaamheden die gedaan moeten worden om iets zodanig te veranderen dat het weer voldoet aan de nu geldende eisen
aanpassingswerken	=	aanpassingswerk
aanpassingswet	noun	wet die bepaalt welke wetgeving hoe moet worden veranderd bij de invoering van nieuwe wet- en regelgeving
aanpassingswetten	=	aanpassingswet
aanpassinkje	=	aanpassing
aanpassinkjes	=	aanpassing
aanpast	=	aanpassen
aanpaste	=	aanpassen
aanpasten	=	aanpassen
aanpees	=	aanpezen
aanpeesde	=	aanpezen
aanpeesden	=	aanpezen
aanpeest	=	aanpezen
aanpers	=	aanpersen
aanperse	=	aanpersen
aanpersen	verb	met een pers samendrukken
aanpersend	=	aanpersen
aanpersende	=	aanpersen
aanperst	=	aanpersen
aanperste	=	aanpersen
aanpersten	=	aanpersen
aanpeze	=	aanpezen
aanpezen	verb	hard rijden
aanpezend	=	aanpezen
aanpezende	=	aanpezen
aanpik	=	aanpikken
aanpikke	=	aanpikken
aanpikken	verb	een achterstand goedmaken
aanpikkend	=	aanpikken
aanpikkende	=	aanpikken
aanpikt	=	aanpikken
aanpikte	=	aanpikken
aanpikten	=	aanpikken
aanplak	=	aanplakken
aanplakbiljet	noun	affiche
aanplakbiljetje	=	aanplakbiljet
aanplakbiljetjes	=	aanplakbiljet
aanplakbiljetten	=	aanplakbiljet
aanplakbillet	=	aanplakbiljet
aanplakbord	noun	een bord in de openbare ruimte waarmee iemand, vaak een overheid, ruimte reserveert om biljetten op te plakken
aanplakborden	=	aanplakbord
aanplakbordje	=	aanplakbord
aanplakbordjes	=	aanplakbord
aanplakbrief	noun	schrijven dat men in de openbare ruimte voor iedereen zichtbaar aanplakt
aanplakbrieven	=	aanplakbrief
aanplakke	=	aanplakken
aanplakken	verb	aan iets vastplakken
aanplakkend	=	aanplakken
aanplakkende	=	aanplakken
aanplakker	noun	iemand die aanplakbiljetten plakt
aanplakkers	=	aanplakker
aanplakking	noun	de keer dat men een affiche of reclamebiljet ergens aanplakt
aanplakkingen	=	aanplakking
aanplakkinkje	=	aanplakking
aanplakkinkjes	=	aanplakking
aanplakt	=	aanplakken
aanplakte	=	aanplakken
aanplakten	=	aanplakken
aanplakzuil	noun	cilindervormig gebouw waarop men cultureel tetinte affiches en reclamebiljetten mag plakken
aanplakzuilen	=	aanplakzuil
aanplakzuiltje	=	aanplakzuil
aanplakzuiltjes	=	aanplakzuil
aanplant	noun	het aanplanten
aanplante	=	aanplanten
aanplanten	verb	door beplanting aanbrengen
aanplantend	=	aanplanten
aanplantende	=	aanplanten
aanplanting	noun	het aanplanten
aanplantingen	=	aanplanting
aanplantinkje	=	aanplanting
aanplantte	=	aanplanten
aanplantten	=	aanplanten
aanplemp	=	aanplempen
aanplempe	=	aanplempen
aanplempen	verb	een sloot of gracht dempen door ze vol te gooien met materiaal
aanplempend	=	aanplempen
aanplempende	=	aanplempen
aanplemping	noun	landaanwinning door materiaal in een water te storten
aanplempingen	=	aanplemping
aanplempt	=	aanplempen
aanplempte	=	aanplempen
aanplempten	=	aanplempen
aanploeg	=	aanploegen
aanploegde	=	aanploegen
aanploegden	=	aanploegen
aanploege	=	aanploegen
aanploegen	verb	door ploegen iets aan een stuk land toevoegen
aanploegend	=	aanploegen
aanploegende	=	aanploegen
aanploegt	=	aanploegen
aanpoot	=	aanpoten
aanpootte	=	aanpoten
aanpootten	=	aanpoten
aanpor	=	aanporren
aanporde	=	aanporren
aanporden	=	aanporren
aanporre	=	aanporren
aanporren	verb	aansporen
aanporrend	=	aanporren
aanporrende	=	aanporren
aanport	=	aanporren
aanpote	=	aanpoten
aanpoten	verb|informal	flink doorwerken
aanpotend	=	aanpoten
aanpotende	=	aanpoten
aanpraat	=	aanpraten
aanpraatte	=	aanpraten
aanpraatten	=	aanpraten
aanprate	=	aanpraten
aanpraten	verb	doorpraten
aanpratend	=	aanpraten
aanpratende	=	aanpraten
aanpreek	=	aanpreken
aanpreekt	=	aanpreken
aanpreekte	=	aanpreken
aanpreekten	=	aanpreken
aanprees	=	aanprijzen
aanpreest	=	aanprijzen
aanpreke	=	aanpreken
aanpreken	verb	met veel woorden iemand proberen ergens van de overtuigen
aanprekend	=	aanpreken
aanprekende	=	aanpreken
aanpreze	=	aanprijzen
aanprezen	=	aanprijzen
aanprijs	=	aanprijzen
aanprijst	=	aanprijzen
aanprijze	=	aanprijzen
aanprijzen	verb	door prijzen aanbevelen, zeggen dat iets of iemand heel goed is
aanprijzend	=	aanprijzen
aanprijzende	=	aanprijzen
aanprijzer	noun	iemand die iets aanbeveelt
aanprijzers	=	aanprijzer
aanprijzing	noun	het zeggen dat iets goed is en dat je het anderen aanbeveelt
aanprijzingen	=	aanprijzing
aanprik	=	aanprikken
aanprikke	=	aanprikken
aanprikkel	=	aanprikkelen
aanprikkelde	=	aanprikkelen
aanprikkelden	=	aanprikkelen
aanprikkele	=	aanprikkelen
aanprikkelen	verb	iemand aanmoedigen of aanzetten tot bepaald gedrag
aanprikkelend	=	aanprikkelen
aanprikkelende	=	aanprikkelen
aanprikkeling	noun	de keer dat men iemand aanspoort
aanprikkelingen	=	aanprikkeling
aanprikkelingetje	=	aanprikkeling
aanprikkelingetjes	=	aanprikkeling
aanprikkelt	=	aanprikkelen
aanprikken	verb	ergens met een naald, niet al te diep, inprikken
aanprikkend	=	aanprikken
aanprikkende	=	aanprikken
aanprikplek	noun	plaats waar men met een naald in een bloedvat of andere holte kan prikken
aanprikplekken	=	aanprikplek
aanprikt	=	aanprikken
aanprikte	=	aanprikken
aanprikten	=	aanprikken
aanpunt	=	aanpunten
aanpunte	=	aanpunten
aanpunten	verb	een punt maken aan
aanpuntend	=	aanpunten
aanpuntende	=	aanpunten
aanpunter	noun	iemand die aan naalden, spijkers e.d. de punten maakt
aanpunters	=	aanpunter
aanpuntertje	=	aanpunter
aanpuntertjes	=	aanpunter
aanpunting	noun	een aanscherping van een standpunt in een discussie
aanpuntingen	=	aanpunting
aanpuntte	=	aanpunten
aanpuntten	=	aanpunten
aanraad	=	aanraden
aanraadde	=	aanraden
aanraadden	=	aanraden
aanraadt	=	aanraden
aanraak	=	aanraken
aanraakbaar	adj	stoffelijk, concreet
aanraakbaarder	=	aanraakbaar
aanraakbaardere	=	aanraakbaar
aanraakbaarders	=	aanraakbaar
aanraakbaars	=	aanraakbaar
aanraakbaarst	=	aanraakbaar
aanraakbaarste	=	aanraakbaar
aanraakbare	=	aanraakbaar
aanraakbeeldscherm	noun	vlak waarop een computer stilstaand of bewegende beelden laat zien en dat door contact met de vinger mogelijkheden geeft de computer te bedienen
aanraakbeeldschermen	=	aanraakbeeldscherm
aanraakcomputer	noun	computer die men alleen via het touchscreen kan bedienen
aanraakcomputers	=	aanraakcomputer
aanraakgevoelig	adj	reagerend op aanraking meestal van een touchscreen
aanraakgevoelige	=	aanraakgevoelig
aanraakgevoeliger	=	aanraakgevoelig
aanraakgevoeligere	=	aanraakgevoelig
aanraakgevoeligers	=	aanraakgevoelig
aanraakgevoeligs	=	aanraakgevoelig
aanraakgevoeligst	=	aanraakgevoelig
aanraakgevoeligste	=	aanraakgevoelig
aanraakscherm	noun	een beeldscherm dat ook als invoerapparaat voor een computer kan worden gebruikt door het scherm aan te raken
aanraakschermen	=	aanraakscherm
aanraakschermpje	=	aanraakscherm
aanraakschermpjes	=	aanraakscherm
aanraakt	=	aanraken
aanraakte	=	aanraken
aanraakten	=	aanraken
aanraaktoets	noun	knop die reageert op aanraking zonder dat men er druk op hoeft uit te oefenen
aanraaktoetsen	=	aanraaktoets
aanraas	=	aanrazen
aanraasde	=	aanrazen
aanraasden	=	aanrazen
aanraast	=	aanrazen
aanrade	=	aanraden
aanraden	verb	raad geven om iets te doen
aanradend	=	aanraden
aanradende	=	aanraden
aanrader	noun	iets dat krachtig wordt aangeraden
aanraders	=	aanrader
aanradertje	=	aanrader
aanradertjes	=	aanrader
aanrake	=	aanraken
aanraken	verb	fysiek contact maken met iets
aanrakend	=	aanraken
aanrakende	=	aanraken
aanraking	noun	het aanraken
aanrakingen	=	aanraking
aanrakingspunt	noun	het punt waar twee zaken elkaar raken
aanrakingspunten	=	aanrakingspunt
aanrakingspuntje	=	aanrakingspunt
aanrakingspuntjes	=	aanrakingspunt
aanrakinkje	=	aanraking
aanrakinkjes	=	aanraking
aanrand	=	aanranden
aanrandde	=	aanranden
aanrandden	=	aanranden
aanrande	=	aanranden
aanranden	verb	bij iemand ontuchtige, niet-penetratieve handelingen afdwingen, iemand dwingen tot seksueel contact, zonder penetratie (met de geslachtsdelen of vingers) in de vagina of anus.
aanrandend	=	aanranden
aanrandende	=	aanranden
aanrander	noun	ook een persoon, in de regel van het mannelijke geslacht die iemand anders (een vrouw) aanvalt om seksuele redenen
aanranders	=	aanrander
aanrandertje	=	aanrander
aanrandertjes	=	aanrander
aanranding	noun	een fysieke aanval op iemand met als doel seksuele handelingen af te dwingen
aanrandingen	=	aanranding
aanrandinkje	=	aanranding
aanrandinkjes	=	aanranding
aanrandster	noun	vrouw die iemand aanvalt
aanrandsters	=	aanrandster
aanrandstertje	=	aanrandster
aanrandt	=	aanranden
aanraseer	=	aanraseren
aanraseerde	=	aanraseren
aanraseerden	=	aanraseren
aanraseert	=	aanraseren
aanrasere	=	aanraseren
aanraseren	verb	iets vol- of dichtmetselen
aanraserend	=	aanraseren
aanraserende	=	aanraseren
aanraze	=	aanrazen
aanrazeer	=	aanrazeren
aanrazeerde	=	aanrazeren
aanrazeerden	=	aanrazeren
aanrazeert	=	aanrazeren
aanrazen	verb	met grote, wilde snelheid naderen
aanrazend	=	aanrazen
aanrazende	=	aanrazen
aanrazere	=	aanrazeren
aanrazeren	verb	iets vol- of dichtmetselen
aanrazerend	=	aanrazeren
aanrecht	noun	vaste tafel met kastjes langs keukenwand voorzien van een waterbestendig aanrechtblad
aanrechtbank	noun	vaste tafel met kastjes langs keukenwand voorzien van een waterbestendig aanrechtblad
aanrechtbanken	=	aanrechtbank
aanrechtbankje	=	aanrechtbank
aanrechtbankjes	=	aanrechtbank
aanrechtblad	noun	werkblad van een keuken dat water-, hitte- en krasbestendig is en makkelijk schoon te maken is
aanrechtbladen	=	aanrechtblad
aanrechten	=	aanrecht
aanrechtje	=	aanrecht
aanrechtjes	=	aanrecht
aanrechtkast	noun	keukenkastje onder het werkblad van de aanrecht in de keuken
aanrechtkasten	=	aanrechtkast
aanrechtkastje	noun	een klein kastje in een keukenaanrecht
aanrechtkastjes	=	aanrechtkast
aanrechtkeuken	noun	ruimte naast de eigenlijke keuken met een aanrecht
aanrechtkeukens	=	aanrechtkeuken
aanrechtkeukentje	=	aanrechtkeuken
aanrechtkeukentjes	=	aanrechtkeuken
aanrechtsubsidie	noun	een heffingskorting die men krijgt als de niet werkende partner onvoldoende verdient om te kunnen profiteren van de algemene heffingskorting
aanrechtsubsidies	=	aanrechtsubsidie
aanrechttafel	noun	tafel waarop men gerechten kan opdissen
aanrechttafels	=	aanrechttafel
aanrechttafeltje	=	aanrechttafel
aanrechttafeltjes	=	aanrechttafel
aanrede	=	aanrijden
aanreden	=	aanrijden
aanreed	=	aanrijden
aanreedt	=	aanrijden
aanreeg	=	aanrijgen
aanregen	=	aanrijgen
aanreik	=	aanreiken
aanreike	=	aanreiken
aanreiken	verb	overreiken, iemand iets aangeven waarbij je je moet uitrekken
aanreikend	=	aanreiken
aanreikende	=	aanreiken
aanreiker	noun	iemand die iets overhandigt
aanreikers	=	aanreiker
aanreikertje	=	aanreiker
aanreikertjes	=	aanreiker
aanreiking	noun	dat wat men aan iemand geeft die er zelf niet bij kan komen
aanreikingen	=	aanreiking
aanreikinkje	=	aanreiking
aanreikinkjes	=	aanreiking
aanreikt	=	aanreiken
aanreikte	=	aanreiken
aanreikten	=	aanreiken
aanreken	=	aanrekenen
aanrekende	=	aanrekenen
aanrekenden	=	aanrekenen
aanrekene	=	aanrekenen
aanrekenen	verb	een bepaalde prijs vragen bij een aankoop
aanrekenend	=	aanrekenen
aanrekenende	=	aanrekenen
aanrekening	noun	het in rekening brengen van iets
aanrekeningen	=	aanrekening
aanrekent	=	aanrekenen
aanren	=	aanrennen
aanrende	=	aanrennen
aanrenden	=	aanrennen
aanrenne	=	aanrennen
aanrennen	verb	snel lopend of rennend naderen
aanrennend	=	aanrennen
aanrennende	=	aanrennen
aanrent	=	aanrennen
aanricht	=	aanrichten
aanrichte	=	aanrichten
aanrichten	verb	veroorzaken, met name van schade
aanrichtend	=	aanrichten
aanrichtende	=	aanrichten
aanrichter	noun	iemand die iets kwaads veroorzaakt
aanrichters	=	aanrichter
aanrichtertje	=	aanrichter
aanrichtte	=	aanrichten
aanrichtten	=	aanrichten
aanried	=	aanraden
aanriede	=	aanraden
aanrieden	=	aanraden
aanriedt	=	aanraden
aanriep	=	aanroepen
aanriepe	=	aanroepen
aanriepen	=	aanroepen
aanriept	=	aanroepen
aanrij	=	aanrijden
aanrijbeveiliging	noun	beschermbeugel waarmee men kan voorkomen dat een (vracht)auto tegen een gebouw kan aanrijden
aanrijbeveiligingen	=	aanrijbeveiliging
aanrijbeveiligingetje	=	aanrijbeveiliging
aanrijbeveiligingetjes	=	aanrijbeveiliging
aanrijd	=	aanrijden
aanrijde	=	aanrijden
aanrijden	verb	rijdend aankomen (m.n. in een auto)
aanrijdend	=	aanrijden
aanrijdende	=	aanrijden
aanrijder	noun	iemand die een aanrijding heeft veroorzaakt
aanrijders	=	aanrijder
aanrijding	noun	botsing met een voertuig, ongeval
aanrijdingen	=	aanrijding
aanrijdingsformulier	noun	voorbedrukt papier waarop men kan invullen hoe een aanrijding heeft plaatsgevonden en wat de schade is die door dit ongeval is veroorzaakt met dit formulier kan men een schadeclaim bij een autoverzekeringsmaatschappij indienen
aanrijdingsformulieren	=	aanrijdingsformulier
aanrijdingsschade	noun	schade aan een voertuig die ontstaan is door een botsing met een ander voertuig of door een botsing met een ander voorwerp
aanrijdingsschaden	=	aanrijdingsschade
aanrijdingsschades	=	aanrijdingsschade
aanrijdingszaak	noun	rechtszaak betreffende een botsing met een voertuig
aanrijdingszaken	=	aanrijdingszaak
aanrijdinkje	=	aanrijding
aanrijdinkjes	=	aanrijding
aanrijdt	=	aanrijden
aanrijg	=	aanrijgen
aanrijge	=	aanrijgen
aanrijgen	verb	aan een draad rijgen
aanrijgend	=	aanrijgen
aanrijgende	=	aanrijgen
aanrijgt	=	aanrijgen
aanrijk	=	aanrijken
aanrijke	=	aanrijken
aanrijken	verb	een hogere concentratie krijgen van een te winnen stof in een erts
aanrijkend	=	aanrijken
aanrijkende	=	aanrijken
aanrijkt	=	aanrijken
aanrijkte	=	aanrijken
aanrijkten	=	aanrijken
aanrijlimiet	noun	de maximaal aanvaardbare tijd dat het mag duren voordat een ambulance bij een medische noodsituatie arriveert
aanrijlimieten	=	aanrijlimiet
aanrijp	=	aanrijpen
aanrijpe	=	aanrijpen
aanrijpen	verb	van vruchten: rijper worden
aanrijpend	=	aanrijpen
aanrijpende	=	aanrijpen
aanrijpt	=	aanrijpen
aanrijpte	=	aanrijpen
aanrijpten	=	aanrijpen
aanrijroute	noun	weg om ergens te komen
aanrijrouten	=	aanrijroute
aanrijroutes	=	aanrijroute
aanrijroutetje	=	aanrijroute
aanrijroutetjes	=	aanrijroute
aanrijtijd	noun	de tijd die diensten nodig hebben om een bepaalde plaats te bereiken
aanrijtijden	=	aanrijtijd
aanrijtijdje	=	aanrijtijd
aanrijtijdjes	=	aanrijtijd
aanroei	=	aanroeien
aanroeide	=	aanroeien
aanroeiden	=	aanroeien
aanroeie	=	aanroeien
aanroeien	verb	met een roeiboot naderen
aanroeiend	=	aanroeien
aanroeiende	=	aanroeien
aanroeit	=	aanroeien
aanroep	noun	het aanroepen
aanroepe	=	aanroepen
aanroepen	verb	met roepen iemands aan aandacht vragen
aanroepend	=	aanroepen
aanroepende	=	aanroepen
aanroeper	noun	iemand die met stemverheffing spreekt
aanroepers	=	aanroeper
aanroepertje	=	aanroeper
aanroepertjes	=	aanroeper
aanroeping	noun	de keer dat men vraagt om steun en bijstand bij een hogere macht
aanroepingen	=	aanroeping
aanroepje	=	aanroep
aanroept	=	aanroepen
aanroer	=	aanroeren
aanroerde	=	aanroeren
aanroerden	=	aanroeren
aanroere	=	aanroeren
aanroeren	verb	aanraken, kort bespreken
aanroerend	=	aanroeren
aanroerende	=	aanroeren
aanroert	=	aanroeren
aanroest	=	aanroesten
aanroeste	=	aanroesten
aanroesten	verb	zich door roesten vasthechten aan iets anders
aanroestend	=	aanroesten
aanroestende	=	aanroesten
aanroestte	=	aanroesten
aanroestten	=	aanroesten
aanroke	=	aanroken
aanroken	verb	aansteken van een sigaar, pijp of sigaret en de eerste trekjes doen
aanrokend	=	aanroken
aanrokende	=	aanroken
aanrol	=	aanrollen
aanrolde	=	aanrollen
aanrolden	=	aanrollen
aanrolle	=	aanrollen
aanrollen	verb	met een rollende beweging dichterbij komen
aanrollend	=	aanrollen
aanrollende	=	aanrollen
aanrolt	=	aanrollen
aanrommel	=	aanrommelen
aanrommelde	=	aanrommelen
aanrommelden	=	aanrommelen
aanrommele	=	aanrommelen
aanrommelen	verb	planloos te werk gaan
aanrommelend	=	aanrommelen
aanrommelende	=	aanrommelen
aanrommelt	=	aanrommelen
aanrook	=	aanroken
aanrookt	=	aanroken
aanrookte	=	aanroken
aanrookten	=	aanroken
aanrotzooi	=	aanrotzooien
aanrotzooide	=	aanrotzooien
aanrotzooiden	=	aanrotzooien
aanrotzooie	=	aanrotzooien
aanrotzooien	verb	onnadenkend te werk gaan
aanrotzooiend	=	aanrotzooien
aanrotzooiende	=	aanrotzooien
aanrotzooit	=	aanrotzooien
aanruis	=	aanruisen
aanruise	=	aanruisen
aanruisen	verb	ruisend naderen
aanruisend	=	aanruisen
aanruisende	=	aanruisen
aanruist	=	aanruisen
aanruiste	=	aanruisen
aanruisten	=	aanruisen
aanruk	=	aanrukken
aanrukke	=	aanrukken
aanrukken	verb	komen
aanrukkend	=	aanrukken
aanrukkende	=	aanrukken
aanrukt	=	aanrukken
aanrukte	=	aanrukken
aanrukten	=	aanrukken
aanschaf	noun	het zich iets aanschaffen
aanschaf-btw	noun	een indirecte belasting die een overheid heft op de verkoop van producten of diensten aan de particuliere eindverbruiker
aanschafbelasting	noun	belasting die wordt geheven over de aanschafprijs van een product
aanschafbelastingen	=	aanschafbelasting
aanschafbeleid	noun	voorgenomen wijze van handelen bij het kopen of niet kopen van iets
aanschafdata	=	aanschafdatum
aanschafdatum	noun	dag waarop men iets gekocht heeft
aanschafdatums	=	aanschafdatum
aanschaffe	=	aanschaffen
aanschaffen	verb	tegen betaling verwerven
aanschaffend	=	aanschaffen
aanschaffende	=	aanschaffen
aanschaffing	noun	de handeling van het kopen van iets
aanschaffingen	=	aanschaffing
aanschaffingsprijs	noun	de hoeveelheid geld die men betaalt voor een bepaald product als men het koopt
aanschaffingsprijsje	=	aanschaffingsprijs
aanschaffingsprijsjes	=	aanschaffingsprijs
aanschaffingsprijzen	=	aanschaffingsprijs
aanschaffingswaarde	noun	waarde van een product toen het gekocht werd
aanschaffingswaarden	=	aanschaffingswaarde
aanschaffingswaardes	=	aanschaffingswaarde
aanschaffinkje	=	aanschaffing
aanschaffinkjes	=	aanschaffing
aanschafkost	noun|obsolete	de prijs die men moet betalen voor een product dat men in eigendom wil hebben
aanschafkosten	noun	de prijs die men moet betalen voor een product dat men in eigendom wil hebben
aanschafprijs	noun	de prijs die een koper daadwerkelijk betaalt bij de aanschaf van een product
aanschafprijsje	=	aanschafprijs
aanschafprijsjes	=	aanschafprijs
aanschafprijzen	=	aanschafprijs
aanschaft	=	aanschaffen
aanschafte	=	aanschaffen
aanschaften	=	aanschaffen
aanschafwaarde	noun	prijs van iets bij de aankoop
aanschafwaarden	=	aanschafwaarde
aanschafwaardes	=	aanschafwaarde
aanschakel	=	aanschakelen
aanschakelaar	noun	toestel waarmee men een elektrische stroom kan laten stromen zodat een apparaat gaat werken
aanschakelaars	=	aanschakelaar
aanschakelde	=	aanschakelen
aanschakelden	=	aanschakelen
aanschakele	=	aanschakelen
aanschakelen	verb	door schakelen of met schakels verbinden aan
aanschakelend	=	aanschakelen
aanschakelende	=	aanschakelen
aanschakelt	=	aanschakelen
aanscharrel	=	aanscharrelen
aanscharrelde	=	aanscharrelen
aanscharrelden	=	aanscharrelen
aanscharrele	=	aanscharrelen
aanscharrelen	verb	onzeker met slepende tred naderen
aanscharrelend	=	aanscharrelen
aanscharrelende	=	aanscharrelen
aanscharrelt	=	aanscharrelen
aanschel	=	aanschellen
aanschelde	=	aanschellen
aanschelden	=	aanschellen
aanschelle	=	aanschellen
aanschellen	verb	aanbellen met de huisdeurbel om binnen gelaten te worden
aanschellend	=	aanschellen
aanschellende	=	aanschellen
aanschelt	=	aanschellen
aanscherp	=	aanscherpen
aanscherpe	=	aanscherpen
aanscherpen	verb	scherper maken
aanscherpend	=	aanscherpen
aanscherpende	=	aanscherpen
aanscherper	noun	apparaat waarmee men de punt van een potlood (weer) scherp kan maken
aanscherpers	=	aanscherper
aanscherpertje	=	aanscherper
aanscherpertjes	=	aanscherper
aanscherping	noun	het aanscherpen
aanscherpingen	=	aanscherping
aanscherpinkje	=	aanscherping
aanscherpinkjes	=	aanscherping
aanscherpt	=	aanscherpen
aanscherpte	=	aanscherpen
aanscherpten	=	aanscherpen
aanscheur	=	aanscheuren
aanscheurde	=	aanscheuren
aanscheurden	=	aanscheuren
aanscheuren	verb	luidruchtig en met grote vaart naderen
aanscheurend	=	aanscheuren
aanscheurt	=	aanscheuren
aanschiet	=	aanschieten
aanschiete	=	aanschieten
aanschieten	verb	licht raken
aanschietend	=	aanschieten
aanschietende	=	aanschieten
aanschijn	noun	uiterlijk, aangezicht
aanschijns	=	aanschijn
aanschik	=	aanschikken
aanschikke	=	aanschikken
aanschikken	verb	aan tafel plaatsnemen
aanschikkend	=	aanschikken
aanschikkende	=	aanschikken
aanschikt	=	aanschikken
aanschikte	=	aanschikken
aanschikten	=	aanschikken
aanschoffel	=	aanschoffelen
aanschoffelde	=	aanschoffelen
aanschoffelden	=	aanschoffelen
aanschoffele	=	aanschoffelen
aanschoffelen	verb	door schoffelen ontbrekend materiaal aan tuinbedden toevoegen
aanschoffelend	=	aanschoffelen
aanschoffelende	=	aanschoffelen
aanschoffelt	=	aanschoffelen
aanschoof	=	aanschuiven
aanschooft	=	aanschuiven
aanschoot	=	aanschieten
aanschop	=	aanschoppen
aanschoppe	=	aanschoppen
aanschoppen	verb	-tegen: kritiek leveren op
aanschoppend	=	aanschoppen
aanschoppende	=	aanschoppen
aanschopt	=	aanschoppen
aanschopte	=	aanschoppen
aanschopten	=	aanschoppen
aanschote	=	aanschieten
aanschoten	=	aanschieten
aanschouw	noun	in ~ nemen onder ogen nemen, in de beschouwing betrekken
aanschouwbaar	adj	duidelijk waarneembaar dus bijvoorbeeld niet alleen maar omschreven met woorden
aanschouwbaarder	=	aanschouwbaar
aanschouwbaardere	=	aanschouwbaar
aanschouwbaarders	=	aanschouwbaar
aanschouwbaars	=	aanschouwbaar
aanschouwbaarst	=	aanschouwbaar
aanschouwbaarste	=	aanschouwbaar
aanschouwbare	=	aanschouwbaar
aanschouwd	=	aanschouwen
aanschouwde	=	aanschouwen
aanschouwden	=	aanschouwen
aanschouwe	=	aanschouwen
aanschouwelijk	adv	helder voorgesteld.
aanschouwelijke	=	aanschouwelijk
aanschouwelijker	=	aanschouwelijk
aanschouwelijkere	=	aanschouwelijk
aanschouwelijkers	=	aanschouwelijk
aanschouwelijkheden	=	aanschouwelijkheid
aanschouwelijkheid	noun	de mate waarin iets helder en duidelijk is
aanschouwelijks	=	aanschouwelijk
aanschouwelijkst	=	aanschouwelijk
aanschouwelijkste	=	aanschouwelijk
aanschouwen	verb|formal	zien, gadeslaan
aanschouwend	=	aanschouwen
aanschouwende	=	aanschouwen
aanschouwer	noun	persoon die iets waarneemt zonder zelf deel uit te maken van de handeling
aanschouwers	=	aanschouwer
aanschouwing	noun	het aandachtig waarnemen van iets
aanschouwingen	=	aanschouwing
aanschouwingsonderwijs	noun	een leermethode waarbij lagereschoolkinderen door zien, horen, ruiken, tasten of voelen vertrouwd raakten met de dingen om hen heen
aanschouwt	=	aanschouwen
aanschove	=	aanschuiven
aanschoven	=	aanschuiven
aanschreden	=	aanschrijden
aanschreed	=	aanschrijden
aanschreef	=	aanschrijven
aanschreeft	=	aanschrijven
aanschreve	=	aanschrijven
aanschreven	=	aanschrijven
aanschrijd	=	aanschrijden
aanschrijde	=	aanschrijden
aanschrijden	verb|formal	aanlopen
aanschrijdend	=	aanschrijden
aanschrijdende	=	aanschrijden
aanschrijdt	=	aanschrijden
aanschrijf	=	aanschrijven
aanschrijft	=	aanschrijven
aanschrijve	=	aanschrijven
aanschrijven	verb	ambtelijk schrijven naar; officieel schrijven naar
aanschrijvend	=	aanschrijven
aanschrijvende	=	aanschrijven
aanschrijving	noun	toezending van ambtelijke mededeling of bevel
aanschrijvingen	=	aanschrijving
aanschrijvinkje	=	aanschrijving
aanschrijvinkjes	=	aanschrijving
aanschroef	=	aanschroeven
aanschroefde	=	aanschroeven
aanschroefden	=	aanschroeven
aanschroeft	=	aanschroeven
aanschroeve	=	aanschroeven
aanschroeven	verb	met een schroef vastmaken
aanschroevend	=	aanschroeven
aanschroevende	=	aanschroeven
aanschuif	=	aanschuiven
aanschuift	=	aanschuiven
aanschuin	=	aanschuinen
aanschuinde	=	aanschuinen
aanschuinden	=	aanschuinen
aanschuine	=	aanschuinen
aanschuinen	verb	nog schuiner maken
aanschuinend	=	aanschuinen
aanschuinende	=	aanschuinen
aanschuint	=	aanschuinen
aanschuive	=	aanschuiven
aanschuiven	verb	schuivend dichtbij brengen of aanbrengen
aanschuivend	=	aanschuiven
aanschuivende	=	aanschuiven
aanschure	=	aanschuren
aanschuren	verb	ergens tegenaan wrijven
aanschurend	=	aanschuren
aanschurende	=	aanschuren
aanschurk	=	aanschurken
aanschurke	=	aanschurken
aanschurken	verb	heel veel lijken op
aanschurkend	=	aanschurken
aanschurkende	=	aanschurken
aanschurkt	=	aanschurken
aanschurkte	=	aanschurken
aanschurkten	=	aanschurken
aanschuur	=	aanschuren
aanschuurde	=	aanschuren
aanschuurden	=	aanschuren
aanschuurt	=	aanschuren
aansen	=	aanstonds
aansens	=	aanstonds
aansjok	=	aansjokken
aansjokke	=	aansjokken
aansjokken	verb	met lompe, zware tred langzaam naderen
aansjokkend	=	aansjokken
aansjokkende	=	aansjokken
aansjokt	=	aansjokken
aansjokte	=	aansjokken
aansjokten	=	aansjokken
aansjor	=	aansjorren
aansjorde	=	aansjorren
aansjorden	=	aansjorren
aansjorre	=	aansjorren
aansjorren	verb	vastsjorren
aansjorrend	=	aansjorren
aansjorrende	=	aansjorren
aansjort	=	aansjorren
aansjouw	=	aansjouwen
aansjouwde	=	aansjouwen
aansjouwden	=	aansjouwen
aansjouwe	=	aansjouwen
aansjouwen	verb	ergens komen terwijl men iets meebrengt
aansjouwend	=	aansjouwen
aansjouwende	=	aansjouwen
aansjouwt	=	aansjouwen
aansla	=	aanslaan
aanslaan	verb	even tegen iets slaan
aanslaand	=	aanslaan
aanslaande	=	aanslaan
aanslaat	=	aanslaan
aanslag	noun	het aanslaan van iets
aanslagbiljet	noun	belastingsbrief, formulier waarmee de belastingplichtige op de hoogte wordt gesteld van het door hem te betalen belastingsbedrag
aanslagbiljetje	=	aanslagbiljet
aanslagbiljetjes	=	aanslagbiljet
aanslagbiljetten	=	aanslagbiljet
aanslagen	=	aanslag
aanslagjaar	noun	kalenderjaar waar een belastingaangifte betrekking op heeft
aanslagjaren	=	aanslagjaar
aanslagje	=	aanslag
aanslagjes	=	aanslag
aanslaglijst	noun	een lat op een van de twee dubbele deuren of dubbele ramen
aanslaglijsten	=	aanslaglijst
aanslaglijstje	=	aanslaglijst
aanslaglijstjes	=	aanslaglijst
aanslagnummer	noun	registratienummer van een belastingaangifte
aanslagnummers	=	aanslagnummer
aanslagpleger	noun	persoon die een terroristische aanslag uitgevoerd heeft
aanslagplegers	=	aanslagpleger
aanslagraam	noun	deel van een stoommachine dat ervoor zorgt dat kleppen in de stoomcilinder niet te ver kunnen openen
aanslagramen	=	aanslagraam
aanslagregelaar	noun	functie bij de belastingdienst
aanslagregelaars	=	aanslagregelaar
aanslagtermijn	noun	tijdsperiode waarbinnen de belastingdienst een belastingaanslag moet opleggen
aanslagtermijnen	=	aanslagtermijn
aanslagtermijntje	=	aanslagtermijn
aanslagtermijntjes	=	aanslagtermijn
aanslagvoet	noun	percentage belasting dat men over het belastbare moet betalen
aanslagvoeten	=	aanslagvoet
aansleep	=	aanslepen
aansleept	=	aanslepen
aansleepte	=	aanslepen
aansleepten	=	aanslepen
aanslenter	=	aanslenteren
aanslenterde	=	aanslenteren
aanslenterden	=	aanslenteren
aanslentere	=	aanslenteren
aanslenteren	verb	langzaam lopend, zonder haast naderen
aanslenterend	=	aanslenteren
aanslenterende	=	aanslenteren
aanslentert	=	aanslenteren
aanslepe	=	aanslepen
aanslepen	verb	met moeite of in grote hoeveelheden aandragen
aanslepend	=	aanslepen
aanslepende	=	aanslepen
aansleur	=	aansleuren
aansleurde	=	aansleuren
aansleurden	=	aansleuren
aansleure	=	aansleuren
aansleuren	verb	iets op een lompe wijze van de ene naar de andere plaats slepen
aansleurend	=	aansleuren
aansleurende	=	aansleuren
aansleurt	=	aansleuren
aanslib	=	aanslibben
aanslibbe	=	aanslibben
aanslibben	verb	groter worden of ontstaan door slibben
aanslibbend	=	aanslibben
aanslibbende	=	aanslibben
aanslibbing	noun	het aanslibben
aanslibbingen	=	aanslibbing
aanslibbingsvlakte	noun	vlak horizontaal terrein dat ontstaan is door neerslag van materiaal dat door water is aangevoerd
aanslibbingsvlakten	=	aanslibbingsvlakte
aanslibbingsvlaktes	=	aanslibbingsvlakte
aanslibbinkje	=	aanslibbing
aanslibbinkjes	=	aanslibbing
aanslibde	=	aanslibben
aanslibden	=	aanslibben
aanslibsel	noun	aangeslibde grond
aanslibsels	=	aanslibsel
aanslibseltje	=	aanslibsel
aanslibseltjes	=	aanslibsel
aanslibt	=	aanslibben
aanslijking	noun	het met slib en slijk dichtslibben van een waterweg
aanslijkingen	=	aanslijking
aanslijp	=	aanslijpen
aanslijpe	=	aanslijpen
aanslijpen	verb	slijpen
aanslijpend	=	aanslijpen
aanslijpende	=	aanslijpen
aanslijpt	=	aanslijpen
aanslinger	=	aanslingeren
aanslingerde	=	aanslingeren
aanslingerden	=	aanslingeren
aanslingere	=	aanslingeren
aanslingeren	verb	door een draaibeweging op gang brengen
aanslingerend	=	aanslingeren
aanslingerende	=	aanslingeren
aanslingert	=	aanslingeren
aansloeg	=	aanslaan
aansloege	=	aanslaan
aansloegen	=	aanslaan
aansloegt	=	aanslaan
aanslof	=	aansloffen
aansloffe	=	aansloffen
aansloffen	verb	langzaam lopend met slepende tred naderen
aansloffend	=	aansloffen
aansloffende	=	aansloffen
aansloft	=	aansloffen
aanslofte	=	aansloffen
aansloften	=	aansloffen
aansloop	=	aansluipen
aansloot	=	aansluiten
aanslopen	=	aansluipen
aanslote	=	aansluiten
aansloten	=	aansluiten
aansluip	=	aansluipen
aansluipe	=	aansluipen
aansluipen	verb	stil en heimelijk naderen
aansluipend	=	aansluipen
aansluipende	=	aansluipen
aansluipt	=	aansluipen
aansluit	=	aansluiten
aansluitbaar	adj	met elkaar in een functionele verbinding te brengen
aansluitbaarder	=	aansluitbaar
aansluitbaardere	=	aansluitbaar
aansluitbaarders	=	aansluitbaar
aansluitbaars	=	aansluitbaar
aansluitbaarst	=	aansluitbaar
aansluitbaarste	=	aansluitbaar
aansluitbare	=	aansluitbaar
aansluitdoos	noun	kastje waarin een aansluiting (met een apparaat) tot stand kan worden gebracht
aansluitdoosje	=	aansluitdoos
aansluitdoosjes	=	aansluitdoos
aansluitdozen	=	aansluitdoos
aansluite	=	aansluiten
aansluiten	verb	op elkaar volgen
aansluitend	adj	direkt ergens op volgend zonder tussenruimte of tussentijd
aansluitende	=	aansluiten
aansluitender	=	aansluitend
aansluitendere	=	aansluitend
aansluitenders	=	aansluitend
aansluitends	=	aansluitend
aansluitendst	=	aansluitend
aansluitendste	=	aansluitend
aansluitgroep	noun	de verzameling componenten en verbindingen die nodig zijn om een installatie aan te sluiten op een energiebron, zoals elektriciteit of gas
aansluitgroepen	=	aansluitgroep
aansluitgroepje	=	aansluitgroep
aansluitgroepjes	=	aansluitgroep
aansluiting	noun	verbinding
aansluitingen	=	aansluiting
aansluitingenregister	noun	een centraal register waarin alle energieaansluitingen in Nederland zijn vastgelegd
aansluitingenregisters	=	aansluitingenregister
aansluitingskost	noun|obsolete	eenmalige uitgave die men moet doen om zich aan te laten sluiten op iets
aansluitingskosten	noun	eenmalige uitgave die men moet doen om zich aan te laten sluiten op iets
aansluitingsplaats	noun	de fysieke locatie waar een gebouw of installatie wordt verbonden met het energienetwerk van een netbeheerder.
aansluitingsplaatsen	=	aansluitingsplaats
aansluitingsprobleem	noun	moeilijkheid met verschillende zaken aan elkaar te koppelen
aansluitingsprobleempje	=	aansluitingsprobleem
aansluitingsprobleempjes	=	aansluitingsprobleem
aansluitingsproblemen	=	aansluitingsprobleem
aansluitingspunt	noun|figurative	punt waar men (aan) iets kan aansluiten (ook )
aansluitingspunten	=	aansluitingspunt
aansluitingspuntje	=	aansluitingspunt
aansluitingspuntjes	=	aansluitingspunt
aansluitingstreffer	noun	doelpunt gemaakt door de partij die twee doelpunten achterstond zodat het verschil nu nog maar één doelpunt is.
aansluitingstreffers	=	aansluitingstreffer
aansluitinkje	=	aansluiting
aansluitinkjes	=	aansluiting
aansluitkabel	noun	de kabel die de verbinding vormt tussen een gebouw of installatie en het netwerk van de netbeheerder, zoals het elektriciteitsnet of het gasnet
aansluitkabels	=	aansluitkabel
aansluitkabeltje	=	aansluitkabel
aansluitkabeltjes	=	aansluitkabel
aansluitkast	noun	een kast waarin de verbinding tussen het elektriciteitsnet en een gebouw of installatie tot stand wordt gebracht
aansluitkasten	=	aansluitkast
aansluitkastje	=	aansluitkast
aansluitkastjes	=	aansluitkast
aansluitklem	noun	apparaat om elektrische leidingen met elkaar te verbinden
aansluitklemmen	=	aansluitklem
aansluitklemmetje	=	aansluitklem
aansluitklemmetjes	=	aansluitklem
aansluitkost	noun|obsolete	uitgaven die nodig zijn om verbinding met een netwerk te krijgen
aansluitkosten	noun	uitgaven die nodig zijn om verbinding met een netwerk te krijgen
aansluitkraan	noun	mechanisme waarmee de instroom van vloeistof of gas door de verbinding met een aanvoerleiding kan worden geregeld
aansluitkranen	=	aansluitkraan
aansluitlijn	noun	lijnen die (met dezelfde tekens) op het patronenblad getekend zijn om aan te geven welke delen je aan elkaar moet plakken
aansluitlijnen	=	aansluitlijn
aansluitmogelijkheden	=	aansluitmogelijkheid
aansluitmogelijkheid	noun	de mogelijkheid om een verbinding te maken tussen twee verschillende apparaten
aansluitmoment	noun	tijdstip dat een verbinding tot stand wordt gebracht; tijdstip dat iets wordt aangesloten
aansluitmomenten	=	aansluitmoment
aansluitnet	noun	deel van net van telefoonaansluitingen dat ligt tussen de wijkcentrale en de afzonderlijke telefoonaansluitingen
aansluitnetten	=	aansluitnet
aansluitpunt	noun|figurative	punt waar men (aan) iets kan aansluiten (ook )
aansluitpunten	=	aansluitpunt
aansluitpuntje	=	aansluitpunt
aansluitpuntjes	=	aansluitpunt
aansluitslang	noun	heel buigzame buis bestemd om gas of vloeistof uit een bepaalde bron naar een toestel of andere bestemming over te brengen Zo'n buis is vaak gemaakt van kunstof of verstevigd rubber en voorzien van uiteinden die geschikt zijn om een stevige, niet lekkende koppeling tot stand te brengen.
aansluitslangen	=	aansluitslang
aansluitsnoer	noun	een flexibele elektriciteitskabel die apparaten of verlichting verbindt met een stopcontact
aansluitsnoeren	=	aansluitsnoer
aansluitsnoertje	=	aansluitsnoer
aansluitsnoertjes	=	aansluitsnoer
aansluitwaarde	noun	term die aangeeft hoeveel stroom een huishouden of een bedrijf maximaal kan gebruiken op het elektriciteitsnet
aansluitwaarden	=	aansluitwaarde
aansluitwaardes	=	aansluitwaarde
aansmede	=	aansmeden
aansmeden	verb	door smeden twee of meer zaken aan elkaar vastmaken
aansmedend	=	aansmeden
aansmedende	=	aansmeden
aansmeed	=	aansmeden
aansmeedde	=	aansmeden
aansmeedden	=	aansmeden
aansmeedt	=	aansmeden
aansmeer	=	aansmeren
aansmeerde	=	aansmeren
aansmeerden	=	aansmeren
aansmeert	=	aansmeren
aansmeet	=	aansmijten
aansmere	=	aansmeren
aansmeree	=	aansmeren
aansmereen	=	aansmeren
aansmereend	=	aansmeren
aansmeren	verb	met iets besmeren
aansmerend	=	aansmeren
aansmerende	=	aansmeren
aansmeten	=	aansmijten
aansmijt	=	aansmijten
aansmijte	=	aansmijten
aansmijten	verb	iets ergens met kracht tegenaan gooien
aansmijtend	=	aansmijten
aansmijtende	=	aansmijten
aansnede	noun	afstand tussen de bovenste en onderste zaagtand van een zaag in het horizontale vlak; maat van hoe schuin of vlak een zaag staat bij het zagen
aansneden	=	aansnijden
aansnee	noun	afstand tussen de bovenste en onderste zaagtand van een zaag in het horizontale vlak; maat van hoe schuin of vlak een zaag staat bij het zagen
aansneed	=	aansnijden
aansneedt	=	aansnijden
aansnel	=	aansnellen
aansnelde	=	aansnellen
aansnelden	=	aansnellen
aansnele	=	aansnellen
aansnelen	=	aansnellen
aansnelend	=	aansnellen
aansnelle	=	aansnellen
aansnellen	verb	met hoge snelheid naderen
aansnellend	=	aansnellen
aansnellende	=	aansnellen
aansnelt	=	aansnellen
aansnij	=	aansnijden
aansnijd	=	aansnijden
aansnijde	=	aansnijden
aansnijden	verb	het eerste stuk er afsnijden
aansnijdend	=	aansnijden
aansnijdende	=	aansnijden
aansnijding	noun	het aansnijden of starten van een bepaald onderwerp in een gesprek of discussie
aansnijdingen	=	aansnijding
aansnijdt	=	aansnijden
aansnoer	=	aansnoeren
aansnoerde	=	aansnoeren
aansnoerden	=	aansnoeren
aansnoere	=	aansnoeren
aansnoeren	verb	vaster snoeren
aansnoerend	=	aansnoeren
aansnoerende	=	aansnoeren
aansnoert	=	aansnoeren
aansnor	=	aansnorren
aansnorde	=	aansnorren
aansnorden	=	aansnorren
aansnorre	=	aansnorren
aansnorren	verb	met een snorrend, zoemend geluid, snel, naderen
aansnorrend	=	aansnorren
aansnorrende	=	aansnorren
aansnort	=	aansnorren
aanspan	=	aanspannen
aanspande	=	aanspannen
aanspanden	=	aanspannen
aanspanne	=	aanspannen
aanspannen	verb	voorspannen
aanspannend	=	aanspannen
aanspannende	=	aanspannen
aanspanner	noun	een hulpmiddel of gereedschap dat wordt gebruikt om onderdelen vast te zetten of onder spanning te brengen
aanspanners	=	aanspanner
aanspannertje	=	aanspanner
aanspannertjes	=	aanspanner
aanspanning	noun	wagen die door de paarden wordt getrokken
aanspanningen	=	aanspanning
aanspant	=	aanspannen
aanspeel	=	aanspelen
aanspeelbaar	adj	vrijstaand zodat de bal naar die speler gespeeld kan worden zonder dat de tegenpartij de bal onderschept
aanspeelbaarder	=	aanspeelbaar
aanspeelbaardere	=	aanspeelbaar
aanspeelbaarders	=	aanspeelbaar
aanspeelbaars	=	aanspeelbaar
aanspeelbaarst	=	aanspeelbaar
aanspeelbaarste	=	aanspeelbaar
aanspeelbare	=	aanspeelbaar
aanspeelde	=	aanspelen
aanspeelden	=	aanspelen
aanspeelpunt	noun	plek waar een speler makkelijk kan worden aangespeeld
aanspeelpunten	=	aanspeelpunt
aanspeelpuntje	=	aanspeelpunt
aanspeelpuntjes	=	aanspeelpunt
aanspeelt	=	aanspelen
aanspeet	=	aanspeten
aanspeette	=	aanspeten
aanspeetten	=	aanspeten
aanspele	=	aanspelen
aanspelen	verb	bij voetballen of een ander spel naar een medespeler spelen
aanspelend	=	aanspelen
aanspelende	=	aanspelen
aanspete	=	aanspeten
aanspeten	verb	aan een spit rijgen
aanspetend	=	aanspeten
aanspetende	=	aanspeten
aanspijker	=	aanspijkeren
aanspijkerde	=	aanspijkeren
aanspijkerden	=	aanspijkeren
aanspijkere	=	aanspijkeren
aanspijkeren	verb|figurative	kennis stevig doornemen en verbeteren
aanspijkerend	=	aanspijkeren
aanspijkerende	=	aanspijkeren
aanspijkert	=	aanspijkeren
aanspin	=	aanspinnen
aanspinne	=	aanspinnen
aanspinnen	verb	iets ~ aan, al spinnend iets bevestigen
aanspinnend	=	aanspinnen
aanspinnende	=	aanspinnen
aanspint	=	aanspinnen
aanspoel	=	aanspoelen
aanspoelde	=	aanspoelen
aanspoelden	=	aanspoelen
aanspoele	=	aanspoelen
aanspoelen	verb	met het water meedrijven en vervolgens aan land komen te liggen
aanspoelend	=	aanspoelen
aanspoelende	=	aanspoelen
aanspoeling	noun	aan land komen door aan te spoelen vanuit het water
aanspoelingen	=	aanspoeling
aanspoelsel	noun	dat wat vanuit het water op het land is aangespoeld
aanspoelsels	=	aanspoelsel
aanspoelt	=	aanspoelen
aanspon	=	aanspinnen
aansponne	=	aanspinnen
aansponnen	=	aanspinnen
aanspont	=	aanspinnen
aanspoor	=	aansporen
aanspoorde	=	aansporen
aanspoorden	=	aansporen
aanspoort	=	aansporen
aanspore	=	aansporen
aansporen	verb	nadrukkelijk aanzetten tot een bepaalde actie
aansporend	=	aansporen
aansporende	=	aansporen
aansporing	noun	aanmoediging tot actie
aansporingen	=	aansporing
aansporinkje	=	aansporing
aansporinkjes	=	aansporing
aanspraak	noun	het recht om het bezit of genot van iets te vorderen
aanspraakje	=	aanspraak
aanspraakjes	=	aanspraak
aanspraaklijk	=	aansprakelijk
aanspraakt	=	aanspreken
aansprak	=	aanspreken
aansprake	=	aanspreken
aansprakelijk	adj	verantwoordelijk, om vergoeding of betaling aangesproken kunnen worden
aansprakelijke	=	aansprakelijk
aansprakelijker	=	aansprakelijk
aansprakelijkere	=	aansprakelijk
aansprakelijkers	=	aansprakelijk
aansprakelijkgestelde	noun	persoon die verantwoordelijk wordt gehouden voor de schade die iemand anders heeft geleden
aansprakelijkgestelden	=	aansprakelijkgestelde
aansprakelijkheden	=	aansprakelijkheid
aansprakelijkheid	noun	verantwoordelijkheid, vervolgbaarheid
aansprakelijkheidsbeding	noun	clausule in een contract die de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de partijen afbakent voor eventuele schade of verliezen.
aansprakelijkheidsbedingen	=	aansprakelijkheidsbeding
aansprakelijkheidsbeperkend	adj	van een beding: bepaling die de mate van aansprakelijkheid van een partij beperkt bij schade of verlies
aansprakelijkheidsbeperkende	=	aansprakelijkheidsbeperkend
aansprakelijkheidsbeperkender	=	aansprakelijkheidsbeperkend
aansprakelijkheidsbeperkendere	=	aansprakelijkheidsbeperkend
aansprakelijkheidsbeperkenders	=	aansprakelijkheidsbeperkend
aansprakelijkheidsbeperkends	=	aansprakelijkheidsbeperkend
aansprakelijkheidsbeperkendst	=	aansprakelijkheidsbeperkend
aansprakelijkheidsbeperkendste	=	aansprakelijkheidsbeperkend
aansprakelijkheidsclaim	noun	aanspraak op vergoeding van schade op basis van een wettelijke verantwoordelijkheid van de aangeklaagde
aansprakelijkheidsclaims	=	aansprakelijkheidsclaim
aansprakelijkheidsdekking	noun	een gebeurtenis valt onder de dekking van een aansprakelijkheidsverzekering als de verzekeringsmaatschappij geld moet uitkeren bij een gebeurtenis die door de schuld van de verzekerde is veroorzaakt
aansprakelijkheidsdekkingen	=	aansprakelijkheidsdekking
aansprakelijkheidsdekkinkje	=	aansprakelijkheidsdekking
aansprakelijkheidsdekkinkjes	=	aansprakelijkheidsdekking
aansprakelijkheidspolis	noun	een verzekeringspolis waarmee je jezelf beschermt tegen financiële gevolgen van schadeclaims die door derden worden ingediend.
aansprakelijkheidspolissen	=	aansprakelijkheidspolis
aansprakelijkheidsrecht	noun	wet- en regelgeving betreffende de verantwoordelijkheid en mogelijke vervolgbaarheid van zaken die men gedaan of nagelaten heeft die bij anderen schade heeft veroorzaakt
aansprakelijkheidsrechten	=	aansprakelijkheidsrecht
aansprakelijkheidsreden	noun	wettelijke verantwoordelijkheid als argument of beweeggrond
aansprakelijkheidsredenen	=	aansprakelijkheidsreden
aansprakelijkheidsrisico	noun	het gevaar dat men loopt doordat men aansprakelijk gesteld kan worden voor schade die men veroorzaakt heeft
aansprakelijkheidsrisico's	=	aansprakelijkheidsrisico
aansprakelijkheidsschade	noun	schade die men heeft geleden en die veroorzaakt is door een ander
aansprakelijkheidsschaden	=	aansprakelijkheidsschade
aansprakelijkheidsschades	=	aansprakelijkheidsschade
aansprakelijkheidsstelling	noun	verklaring waarin staat dat men iemand verantwoordelijk acht voor een bepaalde geleden schade
aansprakelijkheidsstellingen	=	aansprakelijkheidsstelling
aansprakelijkheidstelling	noun	iemand wettelijk verantwoordelijk achten voor een bepaalde daad en de gevolgen daarvan
aansprakelijkheidstellingen	=	aansprakelijkheidstelling
aansprakelijkheidstermijn	noun	periode dat men iemand nog ter verantwoording kan roepen voor een veroorzaakte schade
aansprakelijkheidstermijnen	=	aansprakelijkheidstermijn
aansprakelijkheidsuitsluiting	noun	een clausule in een contract of overeenkomst waarin een partij aangeeft niet aansprakelijk te zijn voor bepaalde soorten schade of omstandigheden
aansprakelijkheidsuitsluitingen	=	aansprakelijkheidsuitsluiting
aansprakelijkheidsverzekeraar	noun	bedrijf dat een uitkering doet als men een schadevergoeding moet betalen
aansprakelijkheidsverzekeraars	=	aansprakelijkheidsverzekeraar
aansprakelijkheidsverzekering	noun	overeenkomst waarbij je premie betaalt aan een verzekeraar zodat die zal betalen voor schade die je per ongeluk veroorzaakt of waarvoor je verantwoordelijk wordt gehouden
aansprakelijkheidsverzekeringen	=	aansprakelijkheidsverzekering
aansprakelijkheidsverzekeringetje	=	aansprakelijkheidsverzekering
aansprakelijkheidsverzekeringetjes	=	aansprakelijkheidsverzekering
aansprakelijks	=	aansprakelijk
aansprakelijkst	=	aansprakelijk
aansprakelijkste	=	aansprakelijk
aansprakelijkstelling	noun	verklaring waarin staat dat men iemand verantwoordelijk acht voor een bepaalde geleden schade
aansprakelijkstellingen	=	aansprakelijkstelling
aanspraken	=	aanspraak
aanspreek	=	aanspreken
aanspreekbaar	adj	toegankelijk, geneigd tot conversatie
aanspreekbaarder	=	aanspreekbaar
aanspreekbaardere	=	aanspreekbaar
aanspreekbaarders	=	aanspreekbaar
aanspreekbaarheden	=	aanspreekbaarheid
aanspreekbaarheid	noun	de mate van het aanspreekbaar zijn
aanspreekbaars	=	aanspreekbaar
aanspreekbaarst	=	aanspreekbaar
aanspreekbaarste	=	aanspreekbaar
aanspreekbare	=	aanspreekbaar
aanspreekculturen	=	aanspreekcultuur
aanspreekcultuur	noun	geheel van omgangsvormen waarin mensen gewend zijn elkaar terugkoppeling op gedrag en houding te geven, zonder bijbedoelingen of onplezierige gevolgen
aanspreekpersonen	=	aanspreekpersoon
aanspreekpersoon	noun	persoon waarmee men contact kan opnemen met iets of iemand waarmee men niet direct kan communiceren
aanspreekpunt	noun	plek waar een persoon van een instantie aanwezig is die men (op iets) kan aanspreken
aanspreekpunten	=	aanspreekpunt
aanspreekpuntje	=	aanspreekpunt
aanspreekpuntjes	=	aanspreekpunt
aanspreekt	=	aanspreken
aanspreektitel	noun	titel waarmee men iemand aanspreekt
aanspreektitels	=	aanspreektitel
aanspreektiteltje	=	aanspreektitel
aanspreektiteltjes	=	aanspreektitel
aanspreekverbod	noun	verbod om mensen ongevraagd aan te spreken op de openbare weg
aanspreekverboden	=	aanspreekverbod
aanspreekvorm	noun	woord(en) waarmee men iemand aanspreekt
aanspreekvormen	=	aanspreekvorm
aanspreekvormpje	=	aanspreekvorm
aanspreekvormpjes	=	aanspreekvorm
aanspreke	=	aanspreken
aansprekelijk	adj	aan te spreken; bij bewustzijn
aansprekelijke	=	aansprekelijk
aansprekelijker	=	aansprekelijk
aansprekelijkere	=	aansprekelijk
aansprekelijkers	=	aansprekelijk
aansprekelijks	=	aansprekelijk
aansprekelijkst	=	aansprekelijk
aansprekelijkste	=	aansprekelijk
aanspreken	verb	toespreken
aansprekend	adj	opvallende goed
aansprekende	=	aanspreken
aansprekender	=	aansprekend
aansprekendere	=	aansprekend
aansprekenders	=	aansprekend
aansprekends	=	aansprekend
aansprekendst	=	aansprekend
aansprekendste	=	aansprekend
aanspreker	noun	de aanzegger van een sterfgeval en de persoon die de begrafenis of crematie regelt
aansprekers	=	aanspreker
aansprekertje	=	aanspreker
aansprekertjes	=	aanspreker
aanspreking	noun	het aanspreken
aansprekingen	=	aanspreking
aansprekingspunt	noun	persoon of organisatie die men kan aanspreken voor inlichtingen of instructies
aansprekingspunten	=	aansprekingspunt
aansprekinkje	=	aanspreking
aansprekinkjes	=	aanspreking
aanspring	=	aanspringen
aanspringe	=	aanspringen
aanspringen	verb	starten
aanspringend	=	aanspringen
aanspringende	=	aanspringen
aanspringt	=	aanspringen
aansprong	=	aanspringen
aansprongen	=	aanspringen
aanst	=	aanstonds
aansta	=	aanstaan
aanstaakt	=	aansteken
aanstaan	verb	in de smaak vallen, een positieve indruk maken
aanstaand	adj	eerstvolgend, komend
aanstaande	noun	verloofde
aanstaanden	=	aanstaande
aanstaands	=	aanstaand
aanstaar	=	aanstaren
aanstaarde	=	aanstaren
aanstaarden	=	aanstaren
aanstaart	=	aanstaren
aanstaat	=	aanstaan
aanstak	=	aansteken
aanstake	=	aansteken
aanstaken	=	aansteken
aanstalten	noun	toebereidselen, voorbereidende maatregelen
aanstamp	=	aanstampen
aanstampe	=	aanstampen
aanstampen	verb	iets dicht op elkaar drukken door erop te stampen
aanstampend	=	aanstampen
aanstampende	=	aanstampen
aanstamper	noun	een hulpmiddel of persoon die iets aanstampt, oftewel vastdrukt of aanduwt, om een stevige en gelijkmatige verdichting te krijgen
aanstampers	=	aanstamper
aanstampertje	=	aanstamper
aanstampertjes	=	aanstamper
aanstamping	noun	het proces waarbij materiaal, zoals grond, zand of beton, stevig wordt samengedrukt of verdicht
aanstampingen	=	aanstamping
aanstampt	=	aanstampen
aanstampte	=	aanstampen
aanstampten	=	aanstampen
aanstap	=	aanstappen
aanstappe	=	aanstappen
aanstappen	verb	snel lopend naderen
aanstappend	=	aanstappen
aanstappende	=	aanstappen
aanstapt	=	aanstappen
aanstapte	=	aanstappen
aanstapten	=	aanstappen
aanstare	=	aanstaren
aanstaren	verb	langdurig doordringend, aankijken
aanstarend	=	aanstaren
aanstarende	=	aanstaren
aansteef	=	aanstijven
aansteek	=	aansteken
aansteeklont	noun	een lont om iets mee aan te steken, zoals vuurwerk
aansteeklonten	=	aansteeklont
aansteeklontje	=	aansteeklont
aansteeklontjes	=	aansteeklont
aansteeknaald	noun	een speciale, meestal driehoekige naald die gebruikt wordt om gebroken of beschadigde staart- of vleugelpennen te herstellen
aansteeknaalden	=	aansteeknaald
aansteeknaaldje	=	aansteeknaald
aansteeknaaldjes	=	aansteeknaald
aansteekt	=	aansteken
aansteekvlam	noun	vlammetje dat steeds blijft branden om groter vuur of licht aan te steken
aansteekvlammen	=	aansteekvlam
aansteekvlammetje	=	aansteekvlam
aansteekvlammetjes	=	aansteekvlam
aansteke	=	aansteken
aanstekelijk	adv	gemakkelijk op anderen overgaand
aanstekelijke	=	aanstekelijk
aanstekelijker	=	aanstekelijk
aanstekelijkere	=	aanstekelijk
aanstekelijkers	=	aanstekelijk
aanstekelijkheden	=	aanstekelijkheid
aanstekelijkheid	noun	de mate waarin iemands stemming, mening of gedachte gemakkelijk op anderen overgaat
aanstekelijks	=	aanstekelijk
aanstekelijkst	=	aanstekelijk
aanstekelijkste	=	aanstekelijk
aansteken	verb	doen ontbranden
aanstekend	=	aansteken
aanstekende	=	aansteken
aanstekender	=	aansteken
aanstekends	=	aansteken
aansteker	noun	apparaatje om vuur te maken
aanstekers	=	aansteker
aanstekertje	=	aansteker
aanstekertjes	=	aansteker
aansteking	noun	het in brand steken of doen ontvlammen van iets vaak met een andere bron van vuur.
aanstekingen	=	aansteking
aanstekinkje	=	aansteking
aanstel	=	aanstellen
aanstelde	=	aanstellen
aanstelden	=	aanstellen
aanstelle	=	aanstellen
aanstellen	verb	iemand ~ tot: benoemen
aanstellend	=	aanstellen
aanstellende	=	aanstellen
aansteller	noun	iemand die zich aanstelt; iemand die doet alsof er iets heel ergs aan de hand is
aanstellerig	adj	zich te veel aanstellend	adv	zich aanstellend.
aanstellerige	=	aanstellerig
aanstelleriger	=	aanstellerig
aanstellerigere	=	aanstellerig
aanstellerigers	=	aanstellerig
aanstellerigheden	=	aanstellerigheid
aanstellerigheid	noun	de mate waarin men zich onecht voordoet
aanstellerigs	=	aanstellerig
aanstellerigst	=	aanstellerig
aanstellerigste	=	aanstellerig
aanstellerij	noun	het zich aanstellen
aanstellerijen	=	aanstellerij
aanstelleritis	noun|informal	aanstellerij
aanstellers	=	aansteller
aanstellertje	=	aansteller
aanstellertjes	=	aansteller
aanstelling	noun	benoeming in een functie, dienst etc.
aanstellingen	=	aanstelling
aanstellingsbeleid	noun	plan van aanpak bij het aannemen van personeel
aanstellingsbrief	noun	brief waarin staat dat iemand een bepaalde officiële functie bekleedt
aanstellingsbrieven	=	aanstellingsbrief
aanstellingsdata	=	aanstellingsdatum
aanstellingsdatum	noun	de dag waarop iemand officieel in dienst treedt bij een werkgever of een nieuwe functie aanvaardt.
aanstellingsdatums	=	aanstellingsdatum
aanstellingsgesprek	noun	gesprek dat wort gevoerd bij het aannemen van een functie
aanstellingsgesprekje	=	aanstellingsgesprek
aanstellingsgesprekjes	=	aanstellingsgesprek
aanstellingsgesprekken	=	aanstellingsgesprek
aanstellingskeuring	noun	medische keuring waarbij men nagaat of iemand geschikt is voor het verrichten van bepaalde werkzaamheden
aanstellingskeuringen	=	aanstellingskeuring
aanstellingstermijn	noun	de maximale duur waarvoor men is aangesteld voor een functie
aanstellingstermijnen	=	aanstellingstermijn
aanstellingstermijntje	=	aanstellingstermijn
aanstellingstermijntjes	=	aanstellingstermijn
aanstellinkje	=	aanstelling
aanstellinkjes	=	aanstelling
aanstelster	noun	iemand van het vrouwelijk geslacht die zich aanstelt
aanstelsters	=	aanstelster
aanstelstertje	=	aanstelster
aanstelstertjes	=	aanstelster
aanstelt	=	aanstellen
aansterf	=	aansterven
aansterft	=	aansterven
aansterk	=	aansterken
aansterke	=	aansterken
aansterken	verb	gaandeweg herstellen
aansterkend	=	aansterken
aansterkende	=	aansterken
aansterkt	=	aansterken
aansterkte	=	aansterken
aansterkten	=	aansterken
aansterve	=	aansterven
aansterven	verb	door vererving ten deel vallen
aanstervend	=	aansterven
aanstervende	=	aansterven
aansteven	=	aanstevenen
aanstevende	=	aanstevenen
aanstevenden	=	aanstevenen
aanstevene	=	aanstevenen
aanstevenen	verb	~ op met de steven gericht op een doel ernaartoe varen, bewegen
aanstevenend	=	aanstevenen
aanstevenende	=	aanstevenen
aanstevent	=	aanstevenen
aansticht	=	aanstichten
aanstichte	=	aanstichten
aanstichten	verb	veroorzaken
aanstichtend	=	aanstichten
aanstichtende	=	aanstichten
aanstichter	noun	Iemand die iets kwaads veroorzaakt
aanstichters	=	aanstichter
aanstichtertje	=	aanstichter
aanstichtertjes	=	aanstichter
aanstichting	noun	het -veelal achter de schermen- organiseren van een opstootje, opstand of andere onwettige zaak
aanstichtingen	=	aanstichting
aanstichtster	noun	vrouw die iets veroorzaakt of teweegbrengt; vrouw die mensen aanzet of aanspoort tot handelen
aanstichtsters	=	aanstichtster
aanstichtte	=	aanstichten
aanstichtten	=	aanstichten
aanstiefel	=	aanstiefelen
aanstiefelde	=	aanstiefelen
aanstiefelden	=	aanstiefelen
aanstiefele	=	aanstiefelen
aanstiefelen	verb	met flinke tred ergens op afgaan
aanstiefelend	=	aanstiefelen
aanstiefelende	=	aanstiefelen
aanstiefelt	=	aanstiefelen
aanstierf	=	aansterven
aanstierft	=	aansterven
aanstierve	=	aansterven
aanstierven	=	aansterven
aanstiet	=	aanstoten
aanstiete	=	aanstoten
aanstieten	=	aanstoten
aanstijf	=	aanstijven
aanstijfde	=	aanstijven
aanstijfden	=	aanstijven
aanstijft	=	aanstijven
aanstijve	=	aanstijven
aanstijven	verb	stijver maken
aanstijvend	=	aanstijven
aanstijvende	=	aanstijven
aanstip	=	aanstippen
aanstippe	=	aanstippen
aanstippen	verb	aanmerken
aanstippend	=	aanstippen
aanstippende	=	aanstippen
aanstipping	noun	het kort benoemen of wijzen op iets
aanstippingen	=	aanstipping
aanstipt	=	aanstippen
aanstipte	=	aanstippen
aanstipten	=	aanstippen
aanstoke	=	aanstoken
aanstoken	verb	tot kwaad aanzetten
aanstokend	=	aanstoken
aanstokende	=	aanstoken
aanstoker	noun	iemand die een opschudding of rel veroorzaakt of een conflict erger maakt
aanstokers	=	aanstoker
aanstokertje	=	aanstoker
aanstokertjes	=	aanstoker
aanstome	=	aanstomen
aanstomen	verb	met stoomkracht naderen (met name van stoomboten en stoomtreinen)
aanstomend	=	aanstomen
aanstomende	=	aanstomen
aanstond	=	aanstaan
aanstonde	=	aanstaan
aanstonden	=	aanstaan
aanstonds	adv	binnen zeer korte tijd
aanstondt	=	aanstaan
aanstoof	=	aanstuiven
aanstook	=	aanstoken
aanstookster	noun	vrouw die een opschudding of rel veroorzaakt of een conflict erger maakt
aanstooksters	=	aanstookster
aanstookt	=	aanstoken
aanstookte	=	aanstoken
aanstookten	=	aanstoken
aanstoom	=	aanstomen
aanstoomde	=	aanstomen
aanstoomden	=	aanstomen
aanstoomt	=	aanstomen
aanstoot	noun	een ergernis veroorzaken, zich aan iets ergeren
aanstootgevend	adj	ergernis veroorzakend
aanstootgevende	=	aanstootgevend
aanstootgevender	=	aanstootgevend
aanstootgevendere	=	aanstootgevend
aanstootgevenders	=	aanstootgevend
aanstootgevends	=	aanstootgevend
aanstootgevendst	=	aanstootgevend
aanstootgevendste	=	aanstootgevend
aanstootje	=	aanstoot
aanstootjes	=	aanstoot
aanstoots	=	aanstoot
aanstootte	=	aanstoten
aanstootten	=	aanstoten
aanstop	=	aanstoppen
aanstoppe	=	aanstoppen
aanstoppen	verb	iets met stopverf of soortgelijk materiaal drukkend dichten
aanstoppend	=	aanstoppen
aanstoppende	=	aanstoppen
aanstopt	=	aanstoppen
aanstopte	=	aanstoppen
aanstopten	=	aanstoppen
aanstorm	=	aanstormen
aanstormde	=	aanstormen
aanstormden	=	aanstormen
aanstorme	=	aanstormen
aanstormen	verb	met grote snelheid naderen; in wilde vaart naderen
aanstormend	adj	zich heel snel ontwikkelend
aanstormende	=	aanstormen
aanstormends	=	aanstormend
aanstormt	=	aanstormen
aanstort	=	aanstorten
aanstorte	=	aanstorten
aanstorten	verb	iets door storten verzwaren
aanstortend	=	aanstorten
aanstortende	=	aanstorten
aanstortte	=	aanstorten
aanstortten	=	aanstorten
aanstote	=	aanstoten
aanstotelijk	adv	aanstoot gevend.
aanstotelijke	=	aanstotelijk
aanstotelijker	=	aanstotelijk
aanstotelijkere	=	aanstotelijk
aanstotelijkers	=	aanstotelijk
aanstotelijkheden	=	aanstotelijkheid
aanstotelijkheid	noun	het aanstootgevend, beledigend of ongepast ervaren van iets
aanstotelijks	=	aanstotelijk
aanstotelijkst	=	aanstotelijk
aanstotelijkste	=	aanstotelijk
aanstoten	verb	stoten tegen
aanstotend	adj	direct aan elkaar grenzend
aanstotende	=	aanstoten
aanstotends	=	aanstotend
aanstoting	noun	het aansporen; het in gang zetten
aanstotingen	=	aanstoting
aanstotinkje	=	aanstoting
aanstotinkjes	=	aanstoting
aanstouw	=	aanstouwen
aanstouwde	=	aanstouwen
aanstouwden	=	aanstouwen
aanstouwe	=	aanstouwen
aanstouwen	verb	iets volproppen
aanstouwend	=	aanstouwen
aanstouwende	=	aanstouwen
aanstouwt	=	aanstouwen
aanstoven	=	aanstuiven
aanstraal	=	aanstralen
aanstraalde	=	aanstralen
aanstraalden	=	aanstralen
aanstraalt	=	aanstralen
aanstrale	=	aanstralen
aanstralen	verb	iets met licht of andere elektromagnetische straling belichten of bestralen
aanstralend	=	aanstralen
aanstralende	=	aanstralen
aanstreek	=	aanstrijken
aanstreekt	=	aanstrijken
aanstreep	=	aanstrepen
aanstreept	=	aanstrepen
aanstreepte	=	aanstrepen
aanstreepten	=	aanstrepen
aanstreken	=	aanstrijken
aanstrepe	=	aanstrepen
aanstrepen	verb	markeren door middel van een streep
aanstrepend	=	aanstrepen
aanstrepende	=	aanstrepen
aanstreping	noun	het markeren of onderstrepen van iets om het te benadrukken
aanstrepingen	=	aanstreping
aanstrepinkje	=	aanstreping
aanstrepinkjes	=	aanstreping
aanstrijk	=	aanstrijken
aanstrijke	=	aanstrijken
aanstrijken	verb	langs iets strijken
aanstrijkend	=	aanstrijken
aanstrijkende	=	aanstrijken
aanstrijkt	=	aanstrijken
aanstrome	=	aanstromen
aanstromen	verb	van water of een andere vloeistof dat deze naar de spreker toestroomt
aanstromend	=	aanstromen
aanstromende	=	aanstromen
aanstrompel	=	aanstrompelen
aanstrompelde	=	aanstrompelen
aanstrompelden	=	aanstrompelen
aanstrompele	=	aanstrompelen
aanstrompelen	verb	langzaam en moeizaam lopend naderen omdat de lopende persoon gebrekkig of vermoeid is
aanstrompelend	=	aanstrompelen
aanstrompelende	=	aanstrompelen
aanstrompelt	=	aanstrompelen
aanstroom	=	aanstromen
aanstroomde	=	aanstromen
aanstroomden	=	aanstromen
aanstroomt	=	aanstromen
aanstuif	=	aanstuiven
aanstuift	=	aanstuiven
aanstuive	=	aanstuiven
aanstuiven	verb	ergens op een hoop stuiven
aanstuivend	=	aanstuiven
aanstuivende	=	aanstuiven
aanstuiving	noun	het aanstuiven
aanstuivingen	=	aanstuiving
aanstuivinkje	=	aanstuiving
aanstuivinkjes	=	aanstuiving
aansture	=	aansturen
aansturen	verb	leiding geven aan iets
aansturend	=	aansturen
aansturende	=	aansturen
aansturing	noun	het aansturen
aansturingen	=	aansturing
aansturinkje	=	aansturing
aansturinkjes	=	aansturing
aanstuur	=	aansturen
aanstuurde	=	aansturen
aanstuurden	=	aansturen
aanstuurt	=	aansturen
aanstuw	=	aanstuwen
aanstuwde	=	aanstuwen
aanstuwden	=	aanstuwen
aanstuwe	=	aanstuwen
aanstuwen	verb	laten groeien
aanstuwend	=	aanstuwen
aanstuwende	=	aanstuwen
aanstuwt	=	aanstuwen
aanstáánd	=	aanstaand
aansukkel	=	aansukkelen
aansukkelde	=	aansukkelen
aansukkelden	=	aansukkelen
aansukkele	=	aansukkelen
aansukkelen	verb	op een onhandige manier bewegen of voortgaan
aansukkelend	=	aansukkelen
aansukkelende	=	aansukkelen
aansukkelt	=	aansukkelen
aanswitch	=	aanswitchen
aanswitche	=	aanswitchen
aanswitchen	verb	activeren, in gang zetten, van stroom voorzien
aanswitchend	=	aanswitchen
aanswitchende	=	aanswitchen
aanswitcht	=	aanswitchen
aanswitchte	=	aanswitchen
aanswitchten	=	aanswitchen
aantak	=	aantakken
aantakel	=	aantakelen
aantakelde	=	aantakelen
aantakelden	=	aantakelen
aantakele	=	aantakelen
aantakelen	verb	vreemde, buitenissige kleding aantrekken
aantakelend	=	aantakelen
aantakelende	=	aantakelen
aantakelt	=	aantakelen
aantakke	=	aantakken
aantakken	verb	tot tak maken van een bestaand netwerk
aantakkend	=	aantakken
aantakkende	=	aantakken
aantakking	noun	verbindingsweg die aansluit op een eerder bestaanden grotere weg
aantakkingen	=	aantakking
aantakkinkje	=	aantakking
aantakkinkjes	=	aantakking
aantakt	=	aantakken
aantakte	=	aantakken
aantakten	=	aantakken
aantal	noun	een onbepaalde maar telbare hoeveelheid
aantallen	=	aantal
aantallenpiramide	noun	schema in piramidevorm dat laat zien welke en hoeveel organismen in de voedselketen een rol spelen
aantallenpiramiden	=	aantallenpiramide
aantallenpiramides	=	aantallenpiramide
aantallenpiramidetje	=	aantallenpiramide
aantallenpiramidetjes	=	aantallenpiramide
aantalletje	=	aantal
aantalletjes	=	aantal
aantap	=	aantappen
aantappe	=	aantappen
aantappen	verb	van bomen: beginnen met tappen
aantappend	=	aantappen
aantappende	=	aantappen
aantapt	=	aantappen
aantapte	=	aantappen
aantapten	=	aantappen
aantast	=	aantasten
aantastbaar	adj	aangetast kunnen worden
aantastbaarder	=	aantastbaar
aantastbaardere	=	aantastbaar
aantastbaarders	=	aantastbaar
aantastbaare	=	aantastbaar
aantastbaars	=	aantastbaar
aantastbaarst	=	aantastbaar
aantastbaarste	=	aantastbaar
aantastbare	=	aantastbaar
aantaste	=	aantasten
aantastelijk	adj	van iets dat het makkelijk beschadigd kan worden
aantastelijke	=	aantastelijk
aantastelijker	=	aantastelijk
aantastelijkere	=	aantastelijk
aantastelijkers	=	aantastelijk
aantastelijks	=	aantastelijk
aantastelijkst	=	aantastelijk
aantastelijkste	=	aantastelijk
aantasten	verb	beschadigen, aangrijpen waardoor iets lelijker wordt
aantastend	=	aantasten
aantastende	=	aantasten
aantasting	noun	het aantasten, de beschadiging van iets
aantastingen	=	aantasting
aantastinkje	=	aantasting
aantastinkjes	=	aantasting
aantastte	=	aantasten
aantastten	=	aantasten
aanteeg	=	aantijgen
aanteegt	=	aantijgen
aanteel	=	aantelen
aanteelde	=	aantelen
aanteelden	=	aantelen
aanteelt	=	aantelen
aantege	=	aantijgen
aantegen	=	aantijgen
aanteken	=	aantekenen
aantekenaar	noun	iemand die aantekeningen maakt (in de marge van een boek)
aantekenaars	=	aantekenaar
aantekenboek	noun	notitieboek
aantekenboeken	=	aantekenboek
aantekenboekje	noun	alleen verkleinwoord klein formaat bundel onbeschreven papier die men bij zich draagt om opmerkingen in op te schrijven
aantekenboekjes	=	aantekenboek
aantekende	=	aantekenen
aantekenden	=	aantekenen
aantekene	=	aantekenen
aantekenen	verb	opschrijven om te onthouden
aantekenend	=	aantekenen
aantekenende	=	aantekenen
aantekening	noun	het aantekenen van iets, opmerking
aantekeningen	=	aantekening
aantekeningenblad	noun	papier waarop men notities kan maken
aantekeningenbladen	=	aantekeningenblad
aantekeningenlijst	noun	een gestructureerde opsomming van genoteerde observaties, besluiten of actiepunten die dienen als geheugensteun en naslagwerk.
aantekeningenlijsten	=	aantekeningenlijst
aantekeningenlijstje	=	aantekeningenlijst
aantekeningenlijstjes	=	aantekeningenlijst
aantekeningetje	=	aantekening
aantekeningetjes	=	aantekening
aantekeninkje	=	aantekening
aantekenschrift	noun	notitieboekje waarin men aantekeningen kan maken
aantekenschriften	=	aantekenschrift
aantekenschriftje	=	aantekenschrift
aantekenschriftjes	=	aantekenschrift
aantekent	=	aantekenen
aantele	=	aantelen
aantelen	verb	gericht tot wasdom brengen
aantelend	=	aantelen
aantelende	=	aantelen
aantellen	verb	van geld: een hoeveelheid geld aan iemand geven
aantellend	=	aantellen
aantelling	noun	het opsommen of tellen van iets in de aanwezigheid van een ander persoon
aantellingen	=	aantelling
aantellinkje	=	aantelling
aantellinkjes	=	aantelling
aantijg	=	aantijgen
aantijge	=	aantijgen
aantijgen	verb|obsolete	aantrekken [4]
aantijgend	=	aantijgen
aantijgende	=	aantijgen
aantijger	noun	iemand die een aantijging doet
aantijgers	=	aantijger
aantijgertje	=	aantijger
aantijgertjes	=	aantijger
aantijging	noun	kwaadwillige en/of ongegronde beschuldiging
aantijgingen	=	aantijging
aantijginkje	=	aantijging
aantijginkjes	=	aantijging
aantijgt	=	aantijgen
aantik	=	aantikken
aantikke	=	aantikken
aantikken	verb	iemand of iets even verplicht tikken
aantikkend	=	aantikken
aantikkende	=	aantikken
aantikt	=	aantikken
aantikte	=	aantikken
aantikten	=	aantikken
aantimmer	=	aantimmeren
aantimmerde	=	aantimmeren
aantimmerden	=	aantimmeren
aantimmere	=	aantimmeren
aantimmeren	verb	stevig vastmaken met spijkers of schroeven
aantimmerend	=	aantimmeren
aantimmerende	=	aantimmeren
aantimmert	=	aantimmeren
aantip	=	aantippen
aantippe	=	aantippen
aantippen	verb	iets net kunnen aanraken
aantippend	=	aantippen
aantippende	=	aantippen
aantipt	=	aantippen
aantipte	=	aantippen
aantipten	=	aantippen
aantocht	noun	in aantocht zijn naderen; nadering
aantochten	=	aantocht
aantochtje	=	aantocht
aantochtjes	=	aantocht
aantoge	=	aantijgen
aantogen	=	aantijgen
aantone	=	aantonen
aantonen	verb	wijzen
aantonend	adj	de aantonende wijs een wijs die zoals gewoonlijk vervoegd wordt naar persoon of getal
aantonende	=	aantonen
aantonends	=	aantonend
aantoning	noun	het bewijzen van iets
aantoningen	=	aantoning
aantoninkje	=	aantoning
aantoog	=	aantijgen
aantoogt	=	aantijgen
aantoon	=	aantonen
aantoonbaar	adj	mogelijk om aan te tonen	adv	op aantoonbare wijze
aantoonbaarder	=	aantoonbaar
aantoonbaardere	=	aantoonbaar
aantoonbaarders	=	aantoonbaar
aantoonbaarheden	=	aantoonbaarheid
aantoonbaarheid	noun	het kunnen bewijzen dat een bepaalde bewering juist is
aantoonbaarheidje	=	aantoonbaarheid
aantoonbaars	=	aantoonbaar
aantoonbaarst	=	aantoonbaar
aantoonbaarste	=	aantoonbaar
aantoonbare	=	aantoonbaar
aantoonde	=	aantonen
aantoonden	=	aantonen
aantoonen	=	aantonen
aantoont	=	aantonen
aantraadt	=	aantreden
aantrad	=	aantreden
aantrade	=	aantreden
aantraden	=	aantreden
aantrap	=	aantrappen
aantrappe	=	aantrappen
aantrappen	verb	met een trapbeweging starten
aantrappend	=	aantrappen
aantrappende	=	aantrappen
aantrapt	=	aantrappen
aantrapte	=	aantrappen
aantrapten	=	aantrappen
aantrede	=	aantreden
aantreden	verb	in het gelid gaan staan
aantredend	=	aantreden
aantredende	=	aantreden
aantree	noun	breedte van een traptrede
aantreed	=	aantreden
aantreedt	=	aantreden
aantref	=	aantreffen
aantreffe	=	aantreffen
aantreffen	verb	ontmoeten, vinden
aantreffend	=	aantreffen
aantreffende	=	aantreffen
aantreft	=	aantreffen
aantrek	=	aantrekken
aantrekke	=	aantrekken
aantrekkelijk	adj	bekoorlijk, fijn, leuk, knap
aantrekkelijke	=	aantrekkelijk
aantrekkelijker	=	aantrekkelijk
aantrekkelijkere	=	aantrekkelijk
aantrekkelijkers	=	aantrekkelijk
aantrekkelijkheden	=	aantrekkelijkheid
aantrekkelijkheid	noun	bekoorlijkheid, attractie
aantrekkelijkheidsfactor	noun	eigenschap of kenmerk dat iets of iemand bekoorlijk en begerenswaard maakt
aantrekkelijkheidsfactoren	=	aantrekkelijkheidsfactor
aantrekkelijkheidsindex	noun	getal dat aangeeft hoe fijn en begerenswaard iets of iemand is in vergelijking met gelijksoortige mensen of zaken
aantrekkelijkheidsindexen	=	aantrekkelijkheidsindex
aantrekkelijkheidsindexje	=	aantrekkelijkheidsindex
aantrekkelijkheidsindexjes	=	aantrekkelijkheidsindex
aantrekkelijkheidsindices	=	aantrekkelijkheidsindex
aantrekkelijks	=	aantrekkelijk
aantrekkelijkst	=	aantrekkelijk
aantrekkelijkste	=	aantrekkelijk
aantrekken	verb	dankzij een kracht objecten naar zich toe doen bewegen
aantrekkend	=	aantrekken
aantrekkende	=	aantrekken
aantrekker	noun	gangmaker voor een sprinter
aantrekkers	=	aantrekker
aantrekking	noun	het elkaar aantrekken van massa, de kracht die dingen met massa naar elkaar laat bewegen
aantrekkingen	=	aantrekking
aantrekkingskracht	noun	een kracht waarmee alle stoffelijke lichamen elkaar proberen te naderen
aantrekkingskrachten	=	aantrekkingskracht
aantrekkingskrachtje	=	aantrekkingskracht
aantrekkingskrachtjes	=	aantrekkingskracht
aantrekkingspolen	=	aantrekkingspool
aantrekkingspool	noun	heel populaire bestemming voor mensen, kapitaal en goederen
aantrekkingsvermogen	noun	het vermogen of de kracht om anderen aan te trekken of te fascineren
aantrekkingsvermogens	=	aantrekkingsvermogen
aantrekkinkje	=	aantrekking
aantrekkinkjes	=	aantrekking
aantrekt	=	aantrekken
aantrippel	=	aantrippelen
aantrippelde	=	aantrippelen
aantrippelden	=	aantrippelen
aantrippele	=	aantrippelen
aantrippelen	verb	met kleine schreden en min of meer rennend aankomen
aantrippelend	=	aantrippelen
aantrippelende	=	aantrippelen
aantrippelt	=	aantrippelen
aantrof	=	aantreffen
aantroffe	=	aantreffen
aantroffen	=	aantreffen
aantroft	=	aantreffen
aantrok	=	aantrekken
aantrokke	=	aantrekken
aantrokken	=	aantrekken
aantrokt	=	aantrekken
aantuig	=	aantuigen
aantuigde	=	aantuigen
aantuigden	=	aantuigen
aantuige	=	aantuigen
aantuigen	verb|obsolete	protesteren, verzet aantekenen
aantuigend	=	aantuigen
aantuigende	=	aantuigen
aantuigt	=	aantuigen
aanture	=	aanturen
aanturen	verb	iets of iemand aanhoudend strak aankijken
aanturend	=	aanturen
aanturende	=	aanturen
aantuur	=	aanturen
aantuurde	=	aanturen
aantuurden	=	aanturen
aantuurt	=	aanturen
aanvaar	=	aanvaren
aanvaard	adj	geaccepteerd
aanvaardbaar	adj	te aanvaarden, acceptabel, gepast
aanvaardbaarder	=	aanvaardbaar
aanvaardbaardere	=	aanvaardbaar
aanvaardbaarders	=	aanvaardbaar
aanvaardbaarheden	=	aanvaardbaarheid
aanvaardbaarheid	noun	het acceptabel zijn; het toegestaan zijn
aanvaardbaars	=	aanvaardbaar
aanvaardbaarst	=	aanvaardbaar
aanvaardbaarste	=	aanvaardbaar
aanvaardbare	=	aanvaardbaar
aanvaardde	=	aanvaarden
aanvaardden	=	aanvaarden
aanvaarde	=	aanvaarden
aanvaarden	verb	beginnen, ondernemen
aanvaardend	=	aanvaarden
aanvaardende	=	aanvaarden
aanvaarding	noun	het aanvaarden
aanvaardingen	=	aanvaarding
aanvaardingsplicht	noun	de verplichting om iets toe te staan; de verplichting om iets of iemand in ontvangst te nemen
aanvaardingsplichten	=	aanvaardingsplicht
aanvaardingsplichtig	adj	verplicht zijn om iemand aan te nemen voor een bepaalde betrekking
aanvaardingsplichtige	noun	persoon of organisatie die een aanvaardingsplicht heeft
aanvaardingsplichtigen	=	aanvaardingsplichtige
aanvaardingsplichtiger	=	aanvaardingsplichtig
aanvaardingsplichtigere	=	aanvaardingsplichtig
aanvaardingsplichtigers	=	aanvaardingsplichtig
aanvaardingsplichtigs	=	aanvaardingsplichtig
aanvaardingsplichtigst	=	aanvaardingsplichtig
aanvaardingsplichtigste	=	aanvaardingsplichtig
aanvaardingsproces	noun	stroom van handelingen die er toe leiden dat men iets onaangenaams toch weet te accepteren; stroom van handelingen waardoor men zich bij bepaalde zaken leert neer te leggen
aanvaardingsprocessen	=	aanvaardingsproces
aanvaardingsrede	noun	toespraak die men houdt als men zich bereid verklaart een functie te vervullen
aanvaardingsredes	=	aanvaardingsrede
aanvaardingstoespraak	noun	rede die men houdt als men zich bereid verklaart een functie te vervullen
aanvaardingstoespraakje	=	aanvaardingstoespraak
aanvaardingstoespraakjes	=	aanvaardingstoespraak
aanvaardingstoespraken	=	aanvaardingstoespraak
aanvaardinkje	=	aanvaarding
aanvaardinkjes	=	aanvaarding
aanvaards	=	aanvaard
aanvaardt	=	aanvaarden
aanvaarhoofd	noun	beschermend paalwerk aan het uiteinde van een sluis
aanvaarhoofden	=	aanvaarhoofd
aanvaarpaal	noun	paalwerk aan het einde van een sluishoofd
aanvaarpalen	=	aanvaarpaal
aanvaart	noun	het aanvaren
aanvaarten	=	aanvaart
aanval	noun	een poging de tegenpartij geweld aan te doen of van zijn positie te beroven en daarbij de eigen positie te verbeteren
aanvalle	=	aanvallen
aanvallen	verb	aangrijpen
aanvallend	adj	gericht op de aanval
aanvallende	=	aanvallen
aanvallender	=	aanvallend
aanvallendere	=	aanvallend
aanvallenders	=	aanvallend
aanvallenderwijze	adv	als aanvaller
aanvallends	=	aanvallend
aanvallendst	=	aanvallend
aanvallendste	=	aanvallend
aanvaller	noun	iemand of iets die aanvalt
aanvallers	=	aanvaller
aanvallertje	=	aanvaller
aanvallertjes	=	aanvaller
aanvalletje	=	aanval
aanvalletjes	=	aanval
aanvallig	adj	bekoorlijk.
aanvallige	=	aanvallig
aanvalliger	=	aanvallig
aanvalligere	=	aanvallig
aanvalligers	=	aanvallig
aanvalligheden	=	aanvalligheid
aanvalligheid	noun	het bekoorlijk en bevallig zijn, meestal van kinderen en jonge vrouwen
aanvalligs	=	aanvallig
aanvalligst	=	aanvallig
aanvalligste	=	aanvallig
aanvalsactie	noun	offensieve activiteit
aanvalsacties	=	aanvalsactie
aanvalscolonne	noun	rij militairen en militaire voertuigen die erop gericht zijn de vijand aan te vallen
aanvalscolonnes	=	aanvalscolonne
aanvalscolonnetje	=	aanvalscolonne
aanvalscolonnetjes	=	aanvalscolonne
aanvalsdaad	noun	de keer dat men aanvalt
aanvalsdaden	=	aanvalsdaad
aanvalsdrang	noun	neiging om de tegenstander actief tegemoet te treden en te bestrijden
aanvalsdrift	noun	de innerlijke neiging of drang om aan te vallen
aanvalsdriften	=	aanvalsdrift
aanvalsduo	noun	twee samenwerkende aanvallers
aanvalsduo's	=	aanvalsduo
aanvalsfout	noun	foutieve aanval bij het handballen en andere sporten
aanvalsfouten	=	aanvalsfout
aanvalsfoutje	=	aanvalsfout
aanvalsfoutjes	=	aanvalsfout
aanvalsfront	noun	front waarop een aanval plaatsvindt
aanvalsfronten	=	aanvalsfront
aanvalsfrontje	=	aanvalsfront
aanvalsfrontjes	=	aanvalsfront
aanvalsgeweer	noun	krachtig, automatisch vuurwapen voor de middellange afstand
aanvalsgeweertje	=	aanvalsgeweer
aanvalsgeweertjes	=	aanvalsgeweer
aanvalsgeweren	=	aanvalsgeweer
aanvalsgolf	noun	tijdelijke toename van offensieve acties
aanvalsgolfje	=	aanvalsgolf
aanvalsgolfjes	=	aanvalsgolf
aanvalsgolven	=	aanvalsgolf
aanvalshelft	noun	het halve speelveld dat het dichtste bij het doel van de tegenstand ligt
aanvalshelften	=	aanvalshelft
aanvalshelikopter	noun	een militaire helikopter bewapend om doelwitten op de grond aan te vallen met kanonnen, machinegeweervuur en raketten.
aanvalshelikopters	=	aanvalshelikopter
aanvalshelikoptertje	=	aanvalshelikopter
aanvalshelikoptertjes	=	aanvalshelikopter
aanvalshond	noun	agressieve hond die men kan gebruiken in gevechten
aanvalshonden	=	aanvalshond
aanvalskans	noun	de mogelijkheid om aan te vallen
aanvalskansen	=	aanvalskans
aanvalskoppel	noun	groep van twee samenwerkende aanvallers
aanvalskoppels	=	aanvalskoppel
aanvalskracht	noun	vermogen om de tegenstander actief tegemoet te treden
aanvalskrachten	=	aanvalskracht
aanvalskreet	noun	kreet die wordt geslaakt bij een aanval
aanvalskreetje	=	aanvalskreet
aanvalskreetjes	=	aanvalskreet
aanvalskreten	=	aanvalskreet
aanvalsleider	noun	iemand die een team voorgaat in de strijd; iemand die een aanval coördineert
aanvalsleiders	=	aanvalsleider
aanvalslinie	noun	rij samenwerkende aanvallers
aanvalslinies	=	aanvalslinie
aanvalslust	noun	het verlangen om een tegenstander actief tegemoet te treden in de strijd
aanvalslusten	=	aanvalslust
aanvalslustig	adj	veel zin hebben in het aanvallen; geneigd om aan te vallen
aanvalslustige	=	aanvalslustig
aanvalslustiger	=	aanvalslustig
aanvalslustigere	=	aanvalslustig
aanvalslustigers	=	aanvalslustig
aanvalslustigs	=	aanvalslustig
aanvalslustigst	=	aanvalslustig
aanvalslustigste	=	aanvalslustig
aanvalsmachine	noun	toestel waarmee men kan aanvallen
aanvalsmachines	=	aanvalsmachine
aanvalsmacht	noun	leger dat in de aanval gaat; leger dat een aanval kan inzetten
aanvalsmachten	=	aanvalsmacht
aanvalsmissie	noun	offensieve actie waarbij men en bepaald doel wil behalen
aanvalsmissies	=	aanvalsmissie
aanvalsoorlog	noun	voor die staat die een oorlog begint door als eerste een oorlogsverklaring te zenden aan of een oorlogsdaad te stellen jegens een andere staat is die oorlog een aanvalsoorlog
aanvalsoorlogen	=	aanvalsoorlog
aanvalsoorlogje	=	aanvalsoorlog
aanvalsoorlogjes	=	aanvalsoorlog
aanvalsopbouw	noun	de organisatie en strategie van een offensieve actie
aanvalsopbouwen	=	aanvalsopbouw
aanvalsopzet	noun	het ontwerp van een offensieve actie
aanvalsopzetten	=	aanvalsopzet
aanvalspartij	noun	schaakpartij waarbij een van de twee deelnemers aanvalt
aanvalspartijen	=	aanvalspartij
aanvalsplan	noun	de wijze waarop men denkt een aanval op de vijand met succes te kunnen uitvoeren
aanvalsplannen	=	aanvalsplan
aanvalsplannetje	=	aanvalsplan
aanvalsplannetjes	=	aanvalsplan
aanvalspoging	noun	de keer dat men probeert de tegenstander met een offensieve actie te verslaan
aanvalspogingen	=	aanvalspoging
aanvalspoginkje	=	aanvalspoging
aanvalspoginkjes	=	aanvalspoging
aanvalspunt	noun	punt waar zal worden aangevallen
aanvalspunten	=	aanvalspunt
aanvalspuntje	=	aanvalspunt
aanvalspuntjes	=	aanvalspunt
aanvalsrecht	noun	concept in het internationaal recht, specifiek in het oorlogsrecht, dat betrekking heeft op het recht van staten om militaire actie te ondernemen
aanvalsrechten	=	aanvalsrecht
aanvalsremmer	noun	geneesmiddel dat een epileptische aanval afremt, zoals fenobarbital
aanvalsremmers	=	aanvalsremmer
aanvalsremmertje	=	aanvalsremmer
aanvalsremmertjes	=	aanvalsremmer
aanvalsschepen	=	aanvalsschip
aanvalsschip	noun	marineschip dat geschikt is voor offensieve acties
aanvalssein	noun	teken dat wordt gegeven om een offensief te beginnen
aanvalsseinen	=	aanvalssein
aanvalsspel	noun	manier waarop sporter of sportploeg in de aanval is
aanvalsspelen	=	aanvalsspel
aanvalsspeler	noun	sporter die vooral goed kan aanvallen
aanvalsspelers	=	aanvalsspeler
aanvalsspellen	=	aanvalsspel
aanvalsstrategie	noun	plan hoe men een aanval uitvoert
aanvalsstrategieën	=	aanvalsstrategie
aanvalsteam	noun	groep mensen die samen als eersten in de voorhoede iets of iemand bestrijden
aanvalsteampje	=	aanvalsteam
aanvalsteampjes	=	aanvalsteam
aanvalsteams	=	aanvalsteam
aanvalsteken	noun	signaal aan de eigen troepen dat men begint met een offensieve actie
aanvalstekens	=	aanvalsteken
aanvalstekentje	=	aanvalsteken
aanvalstekentjes	=	aanvalsteken
aanvalster	noun	Een vrouwelijke aanvaller.
aanvalsters	=	aanvalster
aanvalstertje	=	aanvalster
aanvalstertjes	=	aanvalster
aanvalstrio	noun	groep van drie samenwerkende aanvallers
aanvalstrio's	=	aanvalstrio
aanvalsvak	noun	helft van het korfbalveld waar de korf staat waar men moet proberen een baal door te spelen
aanvalsvakken	=	aanvalsvak
aanvalsvlag	noun	een rode vlag die in historische contexten werd gebruikt om een signaal van strijd of aanval aan te geven
aanvalsvlaggen	=	aanvalsvlag
aanvalsvlagje	=	aanvalsvlag
aanvalsvlagjes	=	aanvalsvlag
aanvalsvliegtuig	noun	gevechtsvliegtuig waarmee men een aanval kan uitvoeren
aanvalsvliegtuigen	=	aanvalsvliegtuig
aanvalsvliegtuigje	=	aanvalsvliegtuig
aanvalsvliegtuigjes	=	aanvalsvliegtuig
aanvalswapen	noun	wapen voor aanval
aanvalswapenen	=	aanvalswapen
aanvalswapens	=	aanvalswapen
aanvalswapentje	=	aanvalswapen
aanvalswapentjes	=	aanvalswapen
aanvalswerk	noun	bouwwerken die men nodig heeft voor het uitvoeren van een aanval
aanvalswerken	=	aanvalswerk
aanvalswijze	noun	manier waarop men een offensieve actie uitvoert
aanvalswijzen	=	aanvalswijze
aanvalswijzes	=	aanvalswijze
aanvalt	=	aanvallen
aanvang	noun	begin
aanvange	=	aanvangen
aanvangen	verb	beginnen, starten
aanvangend	=	aanvangen
aanvangende	=	aanvangen
aanvanger	noun	iemand die iets start
aanvangers	=	aanvanger
aanvangetje	=	aanvang
aanvangsdata	=	aanvangsdatum
aanvangsdatum	noun	dag op de kalender dat iets begint
aanvangsdatums	=	aanvangsdatum
aanvangsfase	noun	periode in het begin
aanvangsfasen	=	aanvangsfase
aanvangsfases	=	aanvangsfase
aanvangshoogte	noun	de hoogte van de lat waar men als eerste overheen probeert te springen bij polstokhoogspringen of bij hoogspringen
aanvangshoogten	=	aanvangshoogte
aanvangshoogtes	=	aanvangshoogte
aanvangsklas	noun|obsolete	de klas waarin kinderen voor het eerst leren lezen en schrijven; groep 3 van de basisschool
aanvangsklasse	noun	categorie van de beginnelingen
aanvangsklassen	=	aanvangsklas
aanvangskost	noun|obsolete	de hoeveelheid geld die men voor het gebruik van iets moet maken
aanvangskosten	noun	de hoeveelheid geld die men voor het gebruik van iets moet maken
aanvangsprijs	noun	de prijs waarmee men een biedproces begint
aanvangsprijsje	=	aanvangsprijs
aanvangsprijsjes	=	aanvangsprijs
aanvangsprijzen	=	aanvangsprijs
aanvangspunt	noun	punt waarmee of waarop (tijd) men kan aanvangen, beginpunt
aanvangspunten	=	aanvangspunt
aanvangspuntje	=	aanvangspunt
aanvangspuntjes	=	aanvangspunt
aanvangsrit	noun	de eerste rit van een serie ritten
aanvangsritten	=	aanvangsrit
aanvangssalaris	noun	het loon dat iemand ontvangt bij het begin van zijn of haar aanstelling en na enige tijd verhoogd kan worden
aanvangssalarissen	=	aanvangssalaris
aanvangssnelheden	=	aanvangssnelheid
aanvangssnelheid	noun	de snelheid waarmee iets begint
aanvangssnelheidje	=	aanvangssnelheid
aanvangssnelheidjes	=	aanvangssnelheid
aanvangsstadia	=	aanvangsstadium
aanvangsstadium	noun	eerste begin fase van iets
aanvangsstadiums	=	aanvangsstadium
aanvangstijd	noun	het tijdstip dat een bepaalde activiteit begint
aanvangstijden	=	aanvangstijd
aanvangstijdstip	noun	het precieze moment dat iets begint
aanvangstijdstippen	=	aanvangstijdstip
aanvangstoets	noun	een toets die vaak aan het begin van een schooljaar of een nieuw leertraject wordt afgenomen om een indruk te krijgen van het beginniveau van de cursisten
aanvangstoetsen	=	aanvangstoets
aanvangstoetsje	=	aanvangstoets
aanvangstoetsjes	=	aanvangstoets
aanvangsuren	=	aanvangsuur
aanvangsuur	noun	tijdstip dat iets begint
aanvangswedstrijd	noun	de eerste wedstrijd van een competitie of toernooi
aanvangswedstrijden	=	aanvangswedstrijd
aanvangt	=	aanvangen
aanvanguren	=	aanvanguur
aanvanguur	noun	tijdstip dat iets begint
aanvankelijk	adj	in het begin, oorspronkelijk	adv	in het begin
aanvankelijke	=	aanvankelijk
aanvankelijker	=	aanvankelijk
aanvankelijkere	=	aanvankelijk
aanvankelijkers	=	aanvankelijk
aanvankelijks	=	aanvankelijk
aanvankelijkst	=	aanvankelijk
aanvankelijkste	=	aanvankelijk
aanvare	=	aanvaren
aanvaren	verb	varend botsen op
aanvarend	=	aanvaren
aanvarende	=	aanvaren
aanvaring	noun	botsing van een schip met een ander schip of object
aanvaringen	=	aanvaring
aanvaringsschot	noun	waterdichte afscheiding in de boeg of de achtersteven van een schip om de schade bij een botsing te beperken
aanvaringsschotje	=	aanvaringsschot
aanvaringsschotjes	=	aanvaringsschot
aanvaringsschotten	=	aanvaringsschot
aanvarinkje	=	aanvaring
aanvarinkjes	=	aanvaring
aanvat	=	aanvatten
aanvatte	=	aanvatten
aanvatten	verb	aanpakken
aanvattend	=	aanvatten
aanvattende	=	aanvatten
aanvatter	noun	hulpmiddel waarmee men iets kan vastpakken
aanvatters	=	aanvatter
aanvatting	noun	de start van een activiteit of handeling
aanvattingen	=	aanvatting
aanvecht	=	aanvechten
aanvechtbaar	adj	betwistbaar.
aanvechtbaarder	=	aanvechtbaar
aanvechtbaardere	=	aanvechtbaar
aanvechtbaarders	=	aanvechtbaar
aanvechtbaars	=	aanvechtbaar
aanvechtbaarst	=	aanvechtbaar
aanvechtbaarste	=	aanvechtbaar
aanvechtbare	=	aanvechtbaar
aanvechte	=	aanvechten
aanvechten	verb	betwisten
aanvechtend	=	aanvechten
aanvechtende	=	aanvechten
aanvechting	noun	sterke neiging, verleiding
aanvechtingen	=	aanvechting
aanvechtinkje	=	aanvechting
aanvechtinkjes	=	aanvechting
aanveeg	=	aanvegen
aanveegde	=	aanvegen
aanveegden	=	aanvegen
aanveegt	=	aanvegen
aanvees	=	aanvijzen
aanvege	=	aanvegen
aanvegen	verb	vegend reinigen
aanvegend	=	aanvegen
aanvegende	=	aanvegen
aanveilen	verb	te koop aanbieden
aanveilend	=	aanveilen
aanversterf	=	aanversterven
aanversterft	=	aanversterven
aanversterve	=	aanversterven
aanversterven	verb	door overlijden van een erflater eigendom worden Met de erfgenaam als meewerkend voorwerp.
aanverstervend	=	aanversterven
aanversterving	noun	het verkrijgen van iets door het overlijden van een ander
aanverstervingen	=	aanversterving
aanverstierf	=	aanversterven
aanverstierft	=	aanversterven
aanverstierve	=	aanversterven
aanverstierven	=	aanversterven
aanverstorven	adj	in eigendom verworven door het overlijden van een ander
aanverstorvener	=	aanverstorven
aanverstorveners	=	aanverstorven
aanverstorvens	=	aanverstorven
aanverstorvenst	=	aanverstorven
aanverstorvenste	=	aanverstorven
aanverwant	noun	mannelijk familielid	adj	nauw aan elkaar gerelateerd
aanverwante	noun	vrouwelijk familielid
aanverwanten	=	aanverwant
aanverwanter	=	aanverwant
aanverwantere	=	aanverwant
aanverwanters	=	aanverwant
aanverwantes	=	aanverwante
aanverwantje	=	aanverwant
aanverwants	=	aanverwant
aanverwantschap	noun	verwantschap
aanverwantschappen	=	aanverwantschap
aanverwantst	=	aanverwant
aanverwantste	=	aanverwant
aanvet	=	aanvetten
aanvette	=	aanvetten
aanvetten	verb	vetter worden van vee
aanvettend	=	aanvetten
aanvettende	=	aanvetten
aanvezen	=	aanvijzen
aanviel	=	aanvallen
aanviele	=	aanvallen
aanvielen	=	aanvallen
aanvielt	=	aanvallen
aanvijl	noun	vijl waarmee je iets kunt afwerken
aanvijlde	=	aanvijlen
aanvijlden	=	aanvijlen
aanvijle	=	aanvijlen
aanvijlen	verb	een product afmaken door het te vijlen
aanvijlend	=	aanvijlen
aanvijlende	=	aanvijlen
aanvijlt	=	aanvijlen
aanvijs	=	aanvijzen
aanvijst	=	aanvijzen
aanvijze	=	aanvijzen
aanvijzen	verb	aanschroeven, met schroeven vastmaken
aanvijzend	=	aanvijzen
aanvijzende	=	aanvijzen
aanving	=	aanvangen
aanvinge	=	aanvangen
aanvingen	=	aanvangen
aanvingt	=	aanvangen
aanvink	=	aanvinken
aanvinke	=	aanvinken
aanvinken	verb	met een v vormig tekentje (vinkje) aangeven wat je keuze is op een formulier
aanvinkend	=	aanvinken
aanvinkende	=	aanvinken
aanvinkt	=	aanvinken
aanvinkte	=	aanvinken
aanvinkten	=	aanvinken
aanvlam	=	aanvlammen
aanvlamde	=	aanvlammen
aanvlamden	=	aanvlammen
aanvlamme	=	aanvlammen
aanvlammen	verb	in brand geraken van een brandbare stof
aanvlammend	=	aanvlammen
aanvlammende	=	aanvlammen
aanvlamt	=	aanvlammen
aanvlieg	=	aanvliegen
aanvliege	=	aanvliegen
aanvliegen	verb	vliegend naderen
aanvliegend	=	aanvliegen
aanvliegende	=	aanvliegen
aanvliegmethode	noun	manier waarop men ergens naartoe vliegt
aanvliegmethoden	=	aanvliegmethode
aanvliegmethodes	=	aanvliegmethode
aanvliegroute	noun	vaste koers van vliegtuigen voor de landing
aanvliegrouten	=	aanvliegroute
aanvliegroutes	=	aanvliegroute
aanvliegroutetje	=	aanvliegroute
aanvliegroutetjes	=	aanvliegroute
aanvliegt	=	aanvliegen
aanvliegtijd	noun	de tijd die men nodig heeft om ergens naartoe te vliegen
aanvliegtijden	=	aanvliegtijd
aanvlij	=	aanvlijen
aanvlijde	=	aanvlijen
aanvlijden	=	aanvlijen
aanvlije	=	aanvlijen
aanvlijen	verb	op een vriendelijke wijze met elkaar omgaan; met elkaar knuffelen
aanvlijend	=	aanvlijen
aanvlijende	=	aanvlijen
aanvlijt	=	aanvlijen
aanvloei	=	aanvloeien
aanvloeide	=	aanvloeien
aanvloeiden	=	aanvloeien
aanvloeie	=	aanvloeien
aanvloeien	verb	van een stromende vloeistof het stromend naderen
aanvloeiend	=	aanvloeien
aanvloeiende	=	aanvloeien
aanvloeit	=	aanvloeien
aanvloge	=	aanvliegen
aanvlogen	=	aanvliegen
aanvloog	=	aanvliegen
aanvloogt	=	aanvliegen
aanvocht	=	aanvechten
aanvochte	=	aanvechten
aanvochten	=	aanvechten
aanvoeg	=	aanvoegen
aanvoegde	=	aanvoegen
aanvoegden	=	aanvoegen
aanvoege	=	aanvoegen
aanvoegen	verb	aan iets anders toevoegen met als doel iets goed te laten sluiten
aanvoegend	adj	een wens of veronderstelling uitdrukkend
aanvoegende	=	aanvoegend
aanvoegends	=	aanvoegend
aanvoeging	noun	datgene wat met een groter geheel verenigd wordt
aanvoegingen	=	aanvoeging
aanvoeginkje	=	aanvoeging
aanvoeginkjes	=	aanvoeging
aanvoegsel	noun	datgene dat aan een groter geheel wordt toegevoegd
aanvoegsels	=	aanvoegsel
aanvoegseltje	=	aanvoegsel
aanvoegseltjes	=	aanvoegsel
aanvoegt	=	aanvoegen
aanvoel	=	aanvoelen
aanvoelde	=	aanvoelen
aanvoelden	=	aanvoelen
aanvoele	=	aanvoelen
aanvoelen	verb	gevoel hebben voor, bij intuïtie begrijpen
aanvoelend	=	aanvoelen
aanvoelende	=	aanvoelen
aanvoeling	noun	het aanvoelen
aanvoelingen	=	aanvoeling
aanvoelingsvermogen	noun	vermogen tot aanvoelen
aanvoelingsvermogens	=	aanvoelingsvermogen
aanvoelt	=	aanvoelen
aanvoer	noun	het aanbrengen met een leiding of voertuig
aanvoerbuis	noun	holle pijp waardoor een vloeistof of een gas naar toestel of reservoir wordt geleid
aanvoerbuisje	=	aanvoerbuis
aanvoerbuisjes	=	aanvoerbuis
aanvoerbuizen	=	aanvoerbuis
aanvoerde	=	aanvoeren
aanvoerden	=	aanvoeren
aanvoerder	noun	een bevelhebber, een leider
aanvoerders	=	aanvoerder
aanvoerdersband	noun	de band die de aanvoerder van een team om de bovenarm draagt
aanvoerdersbanden	=	aanvoerdersband
aanvoerdersbandje	=	aanvoerdersband
aanvoerdersbandjes	=	aanvoerdersband
aanvoerderschap	noun	de titel van aanvoerder hebben in een sportteam
aanvoerderschappen	=	aanvoerderschap
aanvoerdertje	=	aanvoerder
aanvoerdertjes	=	aanvoerder
aanvoere	=	aanvoeren
aanvoeren	verb	bevel voeren over, leiden
aanvoerend	=	aanvoeren
aanvoerende	=	aanvoeren
aanvoerhaven	noun	haven waar veel goederen aangevoerd worden
aanvoerhavens	=	aanvoerhaven
aanvoerhaventje	=	aanvoerhaven
aanvoerhaventjes	=	aanvoerhaven
aanvoering	noun	onder ~ van: terwijl ... aanvoert
aanvoeringen	=	aanvoering
aanvoerkanaal	noun	kanaal waardoor water naar een bepaalde bestemming stroomt
aanvoerkanaaltje	=	aanvoerkanaal
aanvoerkanaaltjes	=	aanvoerkanaal
aanvoerkanalen	=	aanvoerkanaal
aanvoerlijn	noun	route of bron die zorgt voor de aanvoer van mensen of goederen naar een bepaalde plaats
aanvoerlijnen	=	aanvoerlijn
aanvoerlijntje	=	aanvoerlijn
aanvoernet	noun	net dat men gebruikt bij het vissen
aanvoernetten	=	aanvoernet
aanvoerpijp	noun	een buis die bepaalde stoffen naar een machine of fabriek geleidt
aanvoerpijpen	=	aanvoerpijp
aanvoerpijpje	=	aanvoerpijp
aanvoerpijpjes	=	aanvoerpijp
aanvoerrol	noun	deel van een fijnspinnerij van vlas
aanvoerrollen	=	aanvoerrol
aanvoerrolletje	=	aanvoerrol
aanvoerrolletjes	=	aanvoerrol
aanvoerroute	noun	weg via welke zaken of personen naar een bepaalde plaats worden gebracht
aanvoerrouten	=	aanvoerroute
aanvoerroutes	=	aanvoerroute
aanvoerster	noun	vrouwelijke aanvoerder
aanvoersters	=	aanvoerster
aanvoerstertje	=	aanvoerster
aanvoerstertjes	=	aanvoerster
aanvoert	=	aanvoeren
aanvoertje	=	aanvoer
aanvoertroep	noun	deel van een legermacht die zorgt voor de aanvoer van materieel en manschappen naar het front
aanvoertroepen	=	aanvoertroep
aanvoerweg	noun	weg waarover mensen en goederen een gebied of plaats kunnen bereiken
aanvoerwegen	=	aanvoerweg
aanvraag	noun	verzoek, vaak min of meer officieel
aanvraagdata	=	aanvraagdatum
aanvraagdatum	noun	een datum waarop iets wordt aangevraagd
aanvraagdatumpje	=	aanvraagdatum
aanvraagdatumpjes	=	aanvraagdatum
aanvraagdatums	=	aanvraagdatum
aanvraagde	=	aanvragen
aanvraagden	=	aanvragen
aanvraagdenª	=	aanvragen
aanvraagdeª	=	aanvragen
aanvraagdossier	noun	de verzameling van alle documenten die nodig zijn voor een aanvraag van bijvoorbeeld een vergunning of uitkering
aanvraagdossiers	=	aanvraagdossier
aanvraagformulier	noun	een papieren of elektronisch blad waarin men de benodigde informatie dient in te vullen voor het aanvragen ergens van
aanvraagformulieren	=	aanvraagformulier
aanvraagformuliertje	=	aanvraagformulier
aanvraagformuliertjes	=	aanvraagformulier
aanvraagje	=	aanvraag
aanvraagjes	=	aanvraag
aanvraagloket	noun	al dan niet fysieke plaats waar men kan verzoeken om in aanmerking te komen voor een subsidie of toeslag
aanvraagloketje	=	aanvraagloket
aanvraagloketjes	=	aanvraagloket
aanvraagloketten	=	aanvraagloket
aanvraagprocedure	noun	een procedure die wordt gevolgd bij het behandelen van een aanvraag
aanvraagprocedures	=	aanvraagprocedure
aanvraagproceduretje	=	aanvraagprocedure
aanvraagproceduretjes	=	aanvraagprocedure
aanvraagster	noun	vrouw die een officieel verzoek doet; vrouw die een vergunning wil krijgen
aanvraagsters	=	aanvraagster
aanvraagstertje	=	aanvraagster
aanvraagstertjes	=	aanvraagster
aanvraagt	=	aanvragen
aanvraagtermijn	noun	de termijn waarbinnen een aanvraag kan worden ingediend
aanvraagtermijnen	=	aanvraagtermijn
aanvraagtermijntje	=	aanvraagtermijn
aanvraagtermijntjes	=	aanvraagtermijn
aanvrage	noun	verzoek, vaak min of meer officieel
aanvragen	verb	verzoeken, min of meer officieel
aanvragend	=	aanvragen
aanvragende	=	aanvragen
aanvrager	noun	iemand die een verzoek doet
aanvragers	=	aanvrager
aanvragertje	=	aanvrager
aanvragertjes	=	aanvrager
aanvrat	=	aanvreten
aanvrate	=	aanvreten
aanvraten	=	aanvreten
aanvreet	=	aanvreten
aanvrete	=	aanvreten
aanvreten	verb	beschadigd door vraat
aanvretend	=	aanvreten
aanvretende	=	aanvreten
aanvries	=	aanvriezen
aanvriest	=	aanvriezen
aanvrieze	=	aanvriezen
aanvriezen	verb	ergens aan vastvriezen
aanvriezend	=	aanvriezen
aanvriezende	=	aanvriezen
aanvroeg	=	aanvragen
aanvroege	=	aanvragen
aanvroegen	=	aanvragen
aanvroegt	=	aanvragen
aanvroor	=	aanvriezen
aanvroren	=	aanvriezen
aanvul	=	aanvullen
aanvulde	=	aanvullen
aanvulden	=	aanvullen
aanvulfrequentie	noun	hoe vaak de voorraad van een bepaald artikel of product wordt aangevuld in een magazijn, winkel of distributiecentrum
aanvulfrequenties	=	aanvulfrequentie
aanvulle	=	aanvullen
aanvullen	verb	het ontbrekende bijvoegen
aanvullend	adj	die of dat aanvult
aanvullende	=	aanvullend
aanvullends	=	aanvullend
aanvulling	noun	het aanvullen
aanvullingen	=	aanvulling
aanvullingsblad	noun	een extra document dat wordt gebruikt om aanvullende informatie toe te voegen aan een bestaande set documenten of formulieren
aanvullingsbladen	=	aanvullingsblad
aanvullingsexamen	noun	een aanvullend examen
aanvullingsexamens	=	aanvullingsexamen
aanvullingsexamentje	=	aanvullingsexamen
aanvullingsexamentjes	=	aanvullingsexamen
aanvullingsexamina	=	aanvullingsexamen
aanvullingsregeling	noun	salarisafspraken waarbij het loon tot een bepaald bedrag wordt opgehoogd
aanvullingsregelingen	=	aanvullingsregeling
aanvullinkje	=	aanvulling
aanvullinkjes	=	aanvulling
aanvulsel	noun	iets dat dient om iets volledig te maken wat nog niet compleet was
aanvulsels	=	aanvulsel
aanvult	=	aanvullen
aanvure	=	aanvuren
aanvuren	verb	aanwakkeren
aanvurend	=	aanvuren
aanvurende	=	aanvuren
aanvuring	noun	de keer dat men iemand stimuleert om iets goeds te doen
aanvuringen	=	aanvuring
aanvuur	=	aanvuren
aanvuurde	=	aanvuren
aanvuurden	=	aanvuren
aanvuurt	=	aanvuren
aanwaai	=	aanwaaien
aanwaaide	=	aanwaaien
aanwaaiden	=	aanwaaien
aanwaaie	=	aanwaaien
aanwaaien	verb	erheen waaien
aanwaaiend	=	aanwaaien
aanwaaiende	=	aanwaaien
aanwaait	=	aanwaaien
aanwaggel	=	aanwaggelen
aanwaggelde	=	aanwaggelen
aanwaggelden	=	aanwaggelen
aanwaggele	=	aanwaggelen
aanwaggelen	verb	op een langzame, slingerende, onzekere manier lopend naderen met name van eenden
aanwaggelend	=	aanwaggelen
aanwaggelende	=	aanwaggelen
aanwaggelt	=	aanwaggelen
aanwakker	=	aanwakkeren
aanwakkerde	=	aanwakkeren
aanwakkerden	=	aanwakkeren
aanwakkere	=	aanwakkeren
aanwakkeren	verb	aansporen
aanwakkerend	=	aanwakkeren
aanwakkerende	=	aanwakkeren
aanwakkering	noun	het wakkerder of levendiger maken (van emoties en gevoelens)
aanwakkeringen	=	aanwakkering
aanwakkert	=	aanwakkeren
aanwandel	=	aanwandelen
aanwandelde	=	aanwandelen
aanwandelden	=	aanwandelen
aanwandele	=	aanwandelen
aanwandelen	verb	al lopend ergens arriveren; te voet ergens arriveren
aanwandelend	=	aanwandelen
aanwandelende	=	aanwandelen
aanwandelt	=	aanwandelen
aanwas	noun	het groter worden door aanslibbing
aanwasch	=	aanwas
aanwasje	=	aanwas
aanwasjes	=	aanwas
aanwasse	=	aanwassen
aanwassen	verb	toenemen, aangroeien
aanwassend	=	aanwassen
aanwassende	=	aanwassen
aanwast	=	aanwassen
aanwater	=	aanwateren
aanwaterde	=	aanwateren
aanwaterden	=	aanwateren
aanwatere	=	aanwateren
aanwateren	verb	vochtig maken, met name van zand
aanwaterend	=	aanwateren
aanwaterende	=	aanwateren
aanwatert	=	aanwateren
aanwees	=	aanwijzen
aanweest	=	aanwijzen
aanweid	=	aanweiden
aanweidde	=	aanweiden
aanweidden	=	aanweiden
aanweide	=	aanweiden
aanweiden	verb	weer na de wei brengen van vee na afloop van de winter
aanweidend	=	aanweiden
aanweidende	=	aanweiden
aanweidt	=	aanweiden
aanwen	=	aanwennen
aanwend	=	aanwenden
aanwendbaar	adj	bruikbaar, te gebruiken
aanwendbaarder	=	aanwendbaar
aanwendbaardere	=	aanwendbaar
aanwendbaarders	=	aanwendbaar
aanwendbaars	=	aanwendbaar
aanwendbaarst	=	aanwendbaar
aanwendbaarste	=	aanwendbaar
aanwendbare	=	aanwendbaar
aanwendde	=	aanwenden
aanwendden	=	aanwenden
aanwende	=	aanwennen
aanwenden	verb	gebruikmaken van
aanwendend	=	aanwenden
aanwendende	=	aanwenden
aanwending	noun	het iets ergens voor gebruiken
aanwendingen	=	aanwending
aanwendinkje	=	aanwending
aanwendinkjes	=	aanwending
aanwendt	=	aanwenden
aanwenne	=	aanwennen
aanwennen	verb	zich ~: zich tot een gewoonte maken
aanwennend	=	aanwennen
aanwennende	=	aanwennen
aanwenning	noun	het proces van wennen aan iets, ofwel de gewenning aan een bepaalde situatie, gewoonte of omgeving.
aanwenningen	=	aanwenning
aanwensel	noun	hebbelijkheid, gewoonte
aanwensels	=	aanwensel
aanwenseltje	=	aanwensel
aanwenseltjes	=	aanwensel
aanwent	=	aanwennen
aanwerf	=	aanwerven
aanwerft	=	aanwerven
aanwerk	=	aanwerken
aanwerke	=	aanwerken
aanwerken	verb	met veel aandacht arbeid verrichten
aanwerkend	=	aanwerken
aanwerkende	=	aanwerken
aanwerkt	=	aanwerken
aanwerkte	=	aanwerken
aanwerkten	=	aanwerken
aanwerp	=	aanwerpen
aanwerpe	=	aanwerpen
aanwerpen	verb	van kleding dat men deze zeer snel en slordig aantrekt
aanwerpend	=	aanwerpen
aanwerpende	=	aanwerpen
aanwerpt	=	aanwerpen
aanwerve	=	aanwerven
aanwerven	verb	in dienst nemen
aanwervend	=	aanwerven
aanwervende	=	aanwerven
aanwerver	noun	persoon of bedrijf dat nieuw personeel zoekt en aanneemt
aanwervers	=	aanwerver
aanwerving	noun	activiteit gericht op het krijgen militairen voor het leger, van nieuw personeel voor een bedrijf of nieuwe leden voor een vereniging
aanwervingen	=	aanwerving
aanwervingexamen	noun	examen dat men moet afleggen als men in aanmerking voor een bepaalde baan wil komen
aanwervingexamens	=	aanwervingexamen
aanwervingsexamen	noun	examen dat men moet afleggen als men in aanmerking wilt komen voor een bepaalde baan
aanwervingsexamens	=	aanwervingsexamen
aanwervingsprocedure	noun	serie handelingen die nodig zijn voor het aanstellen van iemand in een bepaalde functie
aanwervingsprocedures	=	aanwervingsprocedure
aanwervingsstop	noun	geen nieuw personeel aannemen
aanwervingsstops	=	aanwervingsstop
aanwervingsvoorwaarde	noun	vereisten waaraan een sollicitant moet voeldoen wil hij of zij in aanmerking komen voor de baan
aanwervingsvoorwaarden	=	aanwervingsvoorwaarde
aanwet	=	aanwetten
aanwette	=	aanwetten
aanwetten	verb	een werktuig scherp maken aan een (natte) steen
aanwettend	=	aanwetten
aanwettende	=	aanwetten
aanweze	=	aanwijzen
aanwezen	verb	tegenwoordigheid, existentie, aanzijn
aanwezend	adj	tegenwoordig zijn, er zijn (van mensen)
aanwezende	=	aanwezend
aanwezends	=	aanwezend
aanwezens	=	aanwezen
aanwezig	adj	tegenwoordig zijn, er zijn (van mensen)
aanwezige	noun	iemand die iets bijwoont
aanwezigen	=	aanwezige
aanwezigenlijst	noun	lijst met de namen van de personen die ergens aanwezig zijn geweest
aanwezigenlijsten	=	aanwezigenlijst
aanweziger	=	aanwezig
aanwezigere	=	aanwezig
aanwezigers	=	aanwezig
aanwezigheden	=	aanwezigheid
aanwezigheid	noun	het aanwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats
aanwezigheidje	=	aanwezigheid
aanwezigheidsdienst	noun	werkperiode waarbij men ergens aanwezig moet zijn zodat men direkt kan beginnen te werken als dat nodig is
aanwezigheidsdiensten	=	aanwezigheidsdienst
aanwezigheidsgeld	noun	vergoeding die iemand ontvangt louter en alleen om de reden dat men ergens is
aanwezigheidsgelden	=	aanwezigheidsgeld
aanwezigheidslijst	noun	lijst waarop staat staat wie tijdens een bepaalde activiteit aanwezig was
aanwezigheidslijsten	=	aanwezigheidslijst
aanwezigheidsperiode	noun	het tijdsbestek dat men ergens is of verblijft
aanwezigheidsperioden	=	aanwezigheidsperiode
aanwezigheidsperiodes	=	aanwezigheidsperiode
aanwezigheidspolitiek	noun	beleid om prominent zichtbaar ergens aanwezig te zijn
aanwezigs	=	aanwezig
aanwezigst	=	aanwezig
aanwezigste	=	aanwezig
aanwierf	=	aanwerven
aanwierft	=	aanwerven
aanwierp	=	aanwerpen
aanwierpe	=	aanwerpen
aanwierpen	=	aanwerpen
aanwierpt	=	aanwerpen
aanwierve	=	aanwerven
aanwierven	=	aanwerven
aanwies	=	aanwassen
aanwiese	=	aanwassen
aanwiesen	=	aanwassen
aanwiest	=	aanwassen
aanwijs	=	aanwijzen
aanwijsbaar	adj	aantoonbaar
aanwijsbaarder	=	aanwijsbaar
aanwijsbaardere	=	aanwijsbaar
aanwijsbaarders	=	aanwijsbaar
aanwijsbaars	=	aanwijsbaar
aanwijsbaarst	=	aanwijsbaar
aanwijsbaarste	=	aanwijsbaar
aanwijsbare	=	aanwijsbaar
aanwijsgebied	noun	gebied dat is geselecteerd voor een bepaalde activiteit
aanwijsgebieden	=	aanwijsgebied
aanwijsgebiedje	=	aanwijsgebied
aanwijsgebiedjes	=	aanwijsgebied
aanwijsinstrument	noun	toestel waar mee men iets kan aanduiden
aanwijsinstrumenten	=	aanwijsinstrument
aanwijsinstrumentje	=	aanwijsinstrument
aanwijsinstrumentjes	=	aanwijsinstrument
aanwijsplaats	noun	plaats in de selectie zonder dat men daarvoor aan een selectieprocedure hoeft mee te doen
aanwijsplaatsen	=	aanwijsplaats
aanwijsplek	noun	plaats in een selectie zonder dat men deel hoeft te nemen aan een selectieprocedure
aanwijsplekken	=	aanwijsplek
aanwijsstok	noun	stok waarmee men zaken kan aanwijzen op een schoolbord
aanwijsstokje	=	aanwijsstok
aanwijsstokjes	=	aanwijsstok
aanwijsstokken	=	aanwijsstok
aanwijst	=	aanwijzen
aanwijstrojka	noun	groep van drie leidinggevenden die bepalen welke sporters er naar een bepaald sportevenement worden uitgezonden
aanwijstrojka's	=	aanwijstrojka
aanwijze	=	aanwijzen
aanwijzen	verb	door wijzen tonen
aanwijzend	adj	aanwijzend voornaamwoord
aanwijzende	=	aanwijzen
aanwijzends	=	aanwijzend
aanwijzer	noun	iemand die aanwijst
aanwijzers	=	aanwijzer
aanwijzertje	=	aanwijzer
aanwijzertjes	=	aanwijzer
aanwijzing	noun	het aanwijzen
aanwijzingen	=	aanwijzing
aanwijzingsbesluit	noun	besluit van een hogere overheid dat door een lagere overheid moet worden opgevolgd
aanwijzingsbesluiten	=	aanwijzingsbesluit
aanwijzingsbevoegdheden	=	aanwijzingsbevoegdheid
aanwijzingsbevoegdheid	noun	recht van een bewindspersoon om in een concreet geval een aanwijzing te geven
aanwijzingsbord	noun	een bord waarop een (dwingend) verzoek staat
aanwijzingsborden	=	aanwijzingsbord
aanwijzingsbordje	=	aanwijzingsbord
aanwijzingsinstrument	noun	wettelijke regeling waarbij een hogere overheid een lagere overheid kan dwingen iets te doen
aanwijzingsinstrumenten	=	aanwijzingsinstrument
aanwijzingsrecht	noun	het recht om een opdracht te geven aan een organisatie of persoon om een bepaalde gedragslijn te volgen
aanwijzingsrechten	=	aanwijzingsrecht
aanwijzinkje	=	aanwijzing
aanwijzinkjes	=	aanwijzing
aanwin	=	aanwinnen
aanwinne	=	aanwinnen
aanwinnen	verb	gebiedswinst boeken door verlanding
aanwinnend	=	aanwinnen
aanwinnende	=	aanwinnen
aanwinning	noun	de keer dat men een nieuw stuk land maakt waar eerst water was
aanwinningen	=	aanwinning
aanwinninkje	=	aanwinning
aanwinninkjes	=	aanwinning
aanwinst	noun	iets nieuws dat erbij komt
aanwinsten	=	aanwinst
aanwinstenbeleid	noun	de strategie of het beleid waarmee een instelling, zoals een bibliotheek of museum, nieuwe items toevoegt aan haar collectie
aanwinstje	=	aanwinst
aanwinstjes	=	aanwinst
aanwint	=	aanwinnen
aanwip	=	aanwippen
aanwippe	=	aanwippen
aanwippen	verb	kort bezoeken
aanwippend	=	aanwippen
aanwippende	=	aanwippen
aanwipt	=	aanwippen
aanwipte	=	aanwippen
aanwipten	=	aanwippen
aanwoei	=	aanwaaien
aanwoeie	=	aanwaaien
aanwoeien	=	aanwaaien
aanwoeit	=	aanwaaien
aanwoeker	=	aanwoekeren
aanwoekerde	=	aanwoekeren
aanwoekerden	=	aanwoekeren
aanwoekere	=	aanwoekeren
aanwoekeren	verb	op een te hebberige manier winst najagen
aanwoekerend	=	aanwoekeren
aanwoekerende	=	aanwoekeren
aanwoekert	=	aanwoekeren
aanwon	=	aanwinnen
aanwonende	noun	mensen die aan een bepaalde straat, weg of water wonen
aanwonenden	=	aanwonende
aanwonne	=	aanwinnen
aanwonnen	=	aanwinnen
aanwont	=	aanwinnen
aanwreef	=	aanwrijven
aanwreeft	=	aanwrijven
aanwreve	=	aanwrijven
aanwreven	=	aanwrijven
aanwrijf	=	aanwrijven
aanwrijft	=	aanwrijven
aanwrijve	=	aanwrijven
aanwrijven	verb	ten laste leggen
aanwrijvend	=	aanwrijven
aanwrijvende	=	aanwrijven
aanwrijving	noun	het iemand iets verwijten
aanwrijvingen	=	aanwrijving
aanzaagt	=	aanzien
aanzag	=	aanzien
aanzage	=	aanzien
aanzagen	=	aanzien
aanzak	=	aanzakken
aanzakke	=	aanzakken
aanzakken	verb	op een slappe langzame manier ergens aankomen of ergens mee aankomen
aanzakkend	=	aanzakken
aanzakkende	=	aanzakken
aanzakt	=	aanzakken
aanzakte	=	aanzakken
aanzakten	=	aanzakken
aanzat	=	aanzitten
aanzate	=	aanzitten
aanzaten	=	aanzitten
aanzeg	=	aanzeggen
aanzegde	=	aanzeggen
aanzegden	=	aanzeggen
aanzegdet	=	aanzeggen
aanzegge	=	aanzeggen
aanzeggen	verb	iemand iets enigszins plechtig laten weten
aanzeggend	=	aanzeggen
aanzeggende	=	aanzeggen
aanzegger	noun	iemand die geboorte en dood aanzegt
aanzeggers	=	aanzegger
aanzeggertje	=	aanzegger
aanzeggertjes	=	aanzegger
aanzegging	noun	officiële kennisgeving aan een belanghebbende
aanzeggingen	=	aanzegging
aanzegginkje	=	aanzegging
aanzegginkjes	=	aanzegging
aanzegster	=	aanzegger
aanzegt	=	aanzeggen
aanzei	=	aanzeggen
aanzeide	=	aanzeggen
aanzeiden	=	aanzeggen
aanzeidet	=	aanzeggen
aanzeidt	=	aanzeggen
aanzeil	=	aanzeilen
aanzeilde	=	aanzeilen
aanzeilden	=	aanzeilen
aanzeile	=	aanzeilen
aanzeilen	verb	ergens naartoe zeilen met een zeilschip
aanzeilend	=	aanzeilen
aanzeilende	=	aanzeilen
aanzeilt	=	aanzeilen
aanzet	noun	begin
aanzetje	=	aanzet
aanzetjes	=	aanzet
aanzetknop	noun	schakelaar waarmee men iets kan opstarten of aanzetten
aanzetknopje	=	aanzetknop
aanzetknopjes	=	aanzetknop
aanzetknoppen	=	aanzetknop
aanzetriem	noun	riem die men gebruikt voor het scherpen van een scheermes
aanzetriemen	=	aanzetriem
aanzetriempje	=	aanzetriem
aanzetriempjes	=	aanzetriem
aanzetsel	noun	verhitte etensresten die aan de wand van een pan zijn gaan koeken
aanzetsels	=	aanzetsel
aanzetslinger	noun	zwengel waarmee men een verbrandingsmotor kan starten, tegenwoordig gebruikt men hiervoor een startmotor
aanzetslingers	=	aanzetslinger
aanzetslingertje	=	aanzetslinger
aanzetslingertjes	=	aanzetslinger
aanzetstaal	noun	stalen pen met fijne groeven waarlangs men een mes kan halen om dat aan te zetten of licht kan slijpen
aanzetstaaltje	=	aanzetstaal
aanzetstaaltjes	=	aanzetstaal
aanzetstalen	=	aanzetstaal
aanzetsteen	noun	eerste natuursteen op het hoekpunt van een boog boven een kozijn
aanzetsteentje	=	aanzetsteen
aanzetsteentjes	=	aanzetsteen
aanzetstenen	=	aanzetsteen
aanzetster	noun	vrouw die het initiatief tot een actie neemt; vrouw die anderen aanmoedigt om actie te ondernemen
aanzetsters	=	aanzetster
aanzetstuk	noun	verlengstuk
aanzetstukje	=	aanzetstuk
aanzetstukjes	=	aanzetstuk
aanzetstukken	=	aanzetstuk
aanzette	=	aanzetten
aanzetten	verb	~ tegen tegen iets plaatsen
aanzettend	=	aanzetten
aanzettende	=	aanzetten
aanzetter	noun	iemand die anderen stimuleert om bepaalde dingen te gaan doen
aanzetters	=	aanzetter
aanzetting	noun	de aanmoediging om iets te doen
aanzettingen	=	aanzetting
aanzeul	=	aanzeulen
aanzeulde	=	aanzeulen
aanzeulden	=	aanzeulen
aanzeule	=	aanzeulen
aanzeulen	verb	door zware bepakking, moeizaam naderen
aanzeulend	=	aanzeulen
aanzeulende	=	aanzeulen
aanzeult	=	aanzeulen
aanzicht	noun	aanblik, voorkomen
aanzichten	=	aanzicht
aanzichtje	=	aanzicht
aanzichtjes	=	aanzicht
aanzie	=	aanzien
aanzien	verb	kijken naar	noun	hoe iets of iemand door anderen gezien wordt
aanziend	=	aanzien
aanziende	=	aanzien
aanzienlijk	adj	voornaam, groot, belangrijk, erg, niet te verwaarlozen
aanzienlijke	=	aanzienlijk
aanzienlijken	=	aanzienlijk
aanzienlijker	=	aanzienlijk
aanzienlijkere	=	aanzienlijk
aanzienlijkers	=	aanzienlijk
aanzienlijkheden	=	aanzienlijkheid
aanzienlijkheid	noun	de mate van belangrijkheid en omvang
aanzienlijks	=	aanzienlijk
aanzienlijkst	=	aanzienlijk
aanzienlijkste	=	aanzienlijk
aanziet	=	aanzien
aanzijn	noun	bestaan, tegenwoordigheid, aanwezen
aanzijns	=	aanzijn
aanzit	=	aanzitten
aanzitjacht	noun	manier van jagen waarbij de jagers op een hoogzit wachten totdat het wild op schietafstand komt
aanzitjachten	=	aanzitjacht
aanzitte	=	aanzitten
aanzitten	verb	~ aan: aan de maaltijd zitten.
aanzittend	=	aanzitten
aanzittende	=	aanzitten
aanzocht	=	aanzoeken
aanzochten	=	aanzoeken
aanzoek	noun	verzoek
aanzoeke	=	aanzoeken
aanzoeken	verb	een aanzoek doen
aanzoekend	=	aanzoeken
aanzoekende	=	aanzoeken
aanzoeker	noun	iemand die aan iemand anders vraagt of hij of zij met hem of haar wilt trouwen
aanzoekerij	noun	het doen van een verzoek of aanzoek
aanzoekerijen	=	aanzoekerij
aanzoekje	=	aanzoek
aanzoekjes	=	aanzoek
aanzoekkers	=	aanzoeker
aanzoekt	=	aanzoeken
aanzogen	=	aanzuigen
aanzoog	=	aanzuigen
aanzoogt	=	aanzuigen
aanzuig	=	aanzuigen
aanzuige	=	aanzuigen
aanzuigeffect	noun	mechanisme waarin een (te) gunstige regeling ervoor zorgt dat te veel mensen gebruik van deze regeling gaan maken
aanzuigeffecten	=	aanzuigeffect
aanzuigen	verb	door zuiging of ventilatie een stof in de richting van de zuiging doen bewegen
aanzuigend	=	aanzuigen
aanzuigende	=	aanzuigen
aanzuiging	noun	het door het veroorzaken van een negatieve druk iets naar zich toe trekken
aanzuigingen	=	aanzuiging
aanzuiginkje	=	aanzuiging
aanzuiginkjes	=	aanzuiging
aanzuigkanaal	noun	buis die wordt gebruikt om lucht, gas, of vloeistof aan te zuigen en naar een bepaalde plek te transporteren
aanzuigkanaaltje	=	aanzuigkanaal
aanzuigkanaaltjes	=	aanzuigkanaal
aanzuigkanalen	=	aanzuigkanaal
aanzuigrooster	noun	een rooster dat men gebruikt in ventilatiesystemen, airconditioningsystemen, of verwarmingsinstallaties om lucht aan te zuigen
aanzuigroosters	=	aanzuigrooster
aanzuigroostertje	=	aanzuigrooster
aanzuigroostertjes	=	aanzuigrooster
aanzuigt	=	aanzuigen
aanzuiver	=	aanzuiveren
aanzuiverde	=	aanzuiveren
aanzuiverden	=	aanzuiveren
aanzuivere	=	aanzuiveren
aanzuiveren	verb	het nog schuldige betalen
aanzuiverend	=	aanzuiveren
aanzuiverende	=	aanzuiveren
aanzuivering	noun	het betalen van alle schulden en openstaande rekeningen
aanzuiveringen	=	aanzuivering
aanzuivert	=	aanzuiveren
aanzure	=	aanzuren
aanzuren	verb	door toevoeging van een kleine hoeveelheid zuur de zuurgraad verlagen
aanzurend	=	aanzuren
aanzurende	=	aanzuren
aanzuur	=	aanzuren
aanzuurde	=	aanzuren
aanzuurden	=	aanzuren
aanzuurt	=	aanzuren
aanzwaai	=	aanzwaaien
aanzwaaide	=	aanzwaaien
aanzwaaiden	=	aanzwaaien
aanzwaaie	=	aanzwaaien
aanzwaaien	verb	zwabberend naderen; heen en weer zwaaiend naderen (met name door mensen die teveel alcohol hebben gedronken)
aanzwaaiend	=	aanzwaaien
aanzwaaiende	=	aanzwaaien
aanzwaait	=	aanzwaaien
aanzweef	=	aanzweven
aanzweefde	=	aanzweven
aanzweefden	=	aanzweven
aanzweeft	=	aanzweven
aanzweep	=	aanzwepen
aanzweept	=	aanzwepen
aanzweepte	=	aanzwepen
aanzweepten	=	aanzwepen
aanzweet	=	aanzweten
aanzweette	=	aanzweten
aanzweetten	=	aanzweten
aanzwel	=	aanzwellen
aanzwelle	=	aanzwellen
aanzwellen	verb	toenemen in omvang, luidheid of intensiteit
aanzwellend	adj	in omvang toenemend, groter wordend
aanzwellende	=	aanzwellen
aanzwellends	=	aanzwellend
aanzwelt	=	aanzwellen
aanzwem	=	aanzwemmen
aanzwemme	=	aanzwemmen
aanzwemmen	verb	naderen door te zwemmen
aanzwemmend	=	aanzwemmen
aanzwemmende	=	aanzwemmen
aanzwemt	=	aanzwemmen
aanzwengel	=	aanzwengelen
aanzwengelde	=	aanzwengelen
aanzwengelden	=	aanzwengelen
aanzwengele	=	aanzwengelen
aanzwengelen	verb	op gang brengen, stimuleren
aanzwengelend	=	aanzwengelen
aanzwengelende	=	aanzwengelen
aanzwengelt	=	aanzwengelen
aanzwepe	=	aanzwepen
aanzwepen	verb	van paarden: met de zweep aansporen
aanzwepend	=	aanzwepen
aanzwepende	=	aanzwepen
aanzwete	=	aanzweten
aanzweten	verb	groente (bijvoorbeeld ui) in vet of olie bakken zodanig dat ze glazig worden maar niet bruin worden
aanzwetend	=	aanzweten
aanzwetende	=	aanzweten
aanzweve	=	aanzweven
aanzweven	verb	vliegend naderen
aanzwevend	=	aanzweven
aanzwevende	=	aanzweven
aanzwol	=	aanzwellen
aanzwolle	=	aanzwellen
aanzwollen	=	aanzwellen
aanzwolt	=	aanzwellen
aanzwom	=	aanzwemmen
aanzwomme	=	aanzwemmen
aanzwommen	=	aanzwemmen
aanzwomt	=	aanzwemmen
aap	noun	benaming voor soorten uit de orde primaten (Primates) waartoe ook de mens behoort
aap-noot-mies	noun	leesmethode voor aanvankelijk lezen met een leesplankje waarvan de eerste woorden luiden aap noot mies, tegenwoordig vervangen door maan, roos, vis
aap-noot-miesplankje	noun	leesplankje dat begint met de woorden "aap", "noot" en "Mies"
aap-noot-miesplankjes	=	aap-noot-miesplankje
aapachtig	adj	gelijkend op een aap
aapachtige	=	aapachtig
aapachtigen	noun	primates orde van zoogdieren die de apen, de halfapen en de mensachtigen omvat
aapachtiger	=	aapachtig
aapachtigere	=	aapachtig
aapachtigers	=	aapachtig
aapachtigs	=	aapachtig
aapachtigst	=	aapachtig
aapachtigste	=	aapachtig
aapje	noun	alleen verkleinwoord huurrijtuig in Amsterdam
aapjes	=	aap
aapjesgezicht	noun	gelaat dat lijkt op dat van een aap; aapachtig gezicht
aapjesgezichten	=	aapjesgezicht
aapjesgezichtje	=	aapjesgezicht
aapjesgezichtjes	=	aapjesgezicht
aapjeskoetsier	noun	koetsier van huurkoetsen, gekleed in uniform.
aapjeskoetsiers	=	aapjeskoetsier
aapjesorchis	noun	bepaald soort orchidee, Orchis simia
aapjesorchisje	=	aapjesorchis
aapjesorchisjes	=	aapjesorchis
aapjesorchissen	=	aapjesorchis
aapmens	noun	voorloper van de homo sapiens of m.a.w. van de huidige mens
aapmensch	=	aapmens
aapmensen	=	aapmens
aapmensje	=	aapmens
aapmensjes	=	aapmens
aar	noun	bloeiwijze van granen
aard	noun	wezen, natuur, karakter
aardachtig	adj	lijkend op de aarde
aardachtige	=	aardachtig
aardachtiger	=	aardachtig
aardachtigere	=	aardachtig
aardachtigers	=	aardachtig
aardachtigs	=	aardachtig
aardachtigst	=	aardachtig
aardachtigste	=	aardachtig
aardaker	noun	bepaald soort plant, Lathyrus tuberosus uit het geslacht Lathyrus
aardakers	=	aardaker
aardakertje	=	aardaker
aardakertjes	=	aardaker
aardakkerslak	noun	soort slak
aardakkerslakken	=	aardakkerslak
aardalkalimetaal	noun	naam voor elk element uit de tweede chemische reeks van het periodiek systeem.
aardalkalimetalen	=	aardalkalimetaal
aardamandel	noun	bepaald soort vaste plant, Cyperus esculentus uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae)
aardamandelen	=	aardamandel
aardamandels	=	aardamandel
aardamandeltje	=	aardamandel
aardamandeltjes	=	aardamandel
aardantenne	noun	een op de grond liggende of ingegraven draadantenne waarmee vroeger wel proeven zijn genomen
aardantennen	=	aardantenne
aardantennes	=	aardantenne
aardantennetje	=	aardantenne
aardantennetjes	=	aardantenne
aardappel	noun	bepaald soort plant, Solanum tuberosum, uit de nachtschadefamilie
aardappel-groentepuree	noun	gerecht gemaakt van geprakte aardappelen vermengd met groenten
aardappel-groentepurees	=	aardappel-groentepuree
aardappel-knolselderiepuree	noun	gerecht gemaakt van gepureerde aardappelen en knolselderij
aardappel-knolselderiepurees	=	aardappel-knolselderiepuree
aardappel-knolselderijpuree	noun	gerecht gemaakt van gepureerde aardappelen en knolselderij
aardappel-knolselderijpurees	=	aardappel-knolselderijpuree
aardappel-knolselderpuree	noun	gerecht gemaakt van gepureerde aardappelen en knolselderij
aardappel-knolselderpurees	=	aardappel-knolselderpuree
aardappelakker	noun	stuk land waarop aardappels worden verbouwd
aardappelakkers	=	aardappelakker
aardappelakkertje	=	aardappelakker
aardappelakkertjes	=	aardappelakker
aardappelbeweging	noun	actiegroep die probeert de voelselprijzen te drukken door rechtstreeks voedingsproducten van boeren te kopen zonder tussenkomst van tussenhandelaars
aardappelbewegingen	=	aardappelbeweging
aardappelbeweginkje	=	aardappelbeweging
aardappelbeweginkjes	=	aardappelbeweging
aardappelbloem	noun	zetmeel gewonnen uit de knop van de aardappel
aardappelboer	noun	boer die aardappels verbouwt
aardappelboeren	=	aardappelboer
aardappelboertje	=	aardappelboer
aardappelboertjes	=	aardappelboer
aardappelbovist	noun	bepaald soort schimmel, Scleroderma citrinum uit de familie Sclerodermataceae
aardappelbroden	=	aardappelbrood
aardappelbrood	noun	baksel van aardappelmeel vermengd met roggemeel
aardappelbroodje	noun	alleen verkleinwoord zoete lekkernij gebakken uit een deeg van aardappelmeel en bloem
aardappelbroodjes	=	aardappelbrood
aardappelbuik	noun|obsolete	een flinke buik waarvan werd aangenomen dat die het gevolg was van overmatig aardappelgebruik
aardappelbuiken	=	aardappelbuik
aardappelbuikje	=	aardappelbuik
aardappelbuikjes	=	aardappelbuik
aardappelcampagne	noun	geheel van met de aardappeloogst verband houdende werkzaamheden
aardappelcampagnes	=	aardappelcampagne
aardappelcupcake	noun	cupcake gemaakt van aardappelmeel
aardappelcupcakes	=	aardappelcupcake
aardappelcystenaaltjes	noun	een geslacht Globodera van plantenparasitaire aaltjes uit de klasse Chromadorea, de orde Tylenchida en de familie Heteroderidae.
aardappeldeeg	noun	een deegsoort die gemaakt wordt met aardappelen als hoofdingrediënt, vaak in combinatie met bloem en soms eieren
aardappelen	=	aardappel
aardappeleter	noun	iemand die (vaak) aardappels eet
aardappeleters	=	aardappeleter
aardappeletertje	=	aardappeleter
aardappeletertjes	=	aardappeleter
aardappelgalwesp	noun	Biorhiza pallida een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
aardappelgalwespen	=	aardappelgalwesp
aardappelgalwespje	=	aardappelgalwesp
aardappelgalwespjes	=	aardappelgalwesp
aardappelgerecht	noun	gerecht met aardappelen als één van de ingrediënten
aardappelgerechten	=	aardappelgerecht
aardappelgerechtje	=	aardappelgerecht
aardappelgerechtjes	=	aardappelgerecht
aardappelgeweer	noun	apparaat waarmee men aardappels kan wegschieten
aardappelgeweren	=	aardappelgeweer
aardappelgratin	noun	ovenschotel van aardappels
aardappelgratins	=	aardappelgratin
aardappelhandelaar	noun	iemand die aardappels inkoopt van boeren en met winst verkoopt
aardappelhandelaartje	=	aardappelhandelaar
aardappelhandelaartjes	=	aardappelhandelaar
aardappelhandelaren	=	aardappelhandelaar
aardappelhoofd	noun	nagebootst hoofd, gemaakt uit een aardappel door er stukjes uit te snijden of voorwerpen in vast te prikken die onderdelen van het gelaat of zelfs ledematen verbeelden
aardappelhoofden	=	aardappelhoofd
aardappelhoofdje	=	aardappelhoofd
aardappelhoofdjes	=	aardappelhoofd
aardappelindustrie	noun	de fabrieken die aardappelen als grondstof gebruiken voor het maken van andere producten
aardappelindustrieën	=	aardappelindustrie
aardappelkanker	noun	plantenziekte veroorzaakt door de waterschimmel Phytophthora infestans, waar vooral aardappelplanten, maar bijvoorbeeld ook tomatenplanten gevoelig voor zijn
aardappelkanon	noun	toestel waarmee men aardappelen kan afschieten
aardappelkanonnen	=	aardappelkanon
aardappelkelder	noun	ondergrondse opslagplaats voor aardapels
aardappelkelders	=	aardappelkelder
aardappelkeldertje	=	aardappelkelder
aardappelkeldertjes	=	aardappelkelder
aardappelkever	noun	bepaald soort tor, Leptinotarsa decemlineata, ongeveer 1 cm lang en met een geel rugschild dat is voorzien van 10 overlangse zwarte strepen die op de aardappelplant leeft
aardappelkevers	=	aardappelkever
aardappelkevertje	=	aardappelkever
aardappelkevertjes	=	aardappelkever
aardappelkist	noun	opbergbak waarin men aardappels donker, droog en koel kan bewaren zodat ze niet gaan uitlopen
aardappelkisten	=	aardappelkist
aardappelkistje	=	aardappelkist
aardappelkistjes	=	aardappelkist
aardappelklokje	noun	Calyptella gibbosa een paddenstoel uit de familie Marasmiaceae.
aardappelklokjes	=	aardappelklokje
aardappelknikmos	noun	Bryum bornholmense een mos uit de familie Bryaceae.
aardappelknikmosje	=	aardappelknikmos
aardappelknikmosjes	=	aardappelknikmos
aardappelknikmossen	=	aardappelknikmos
aardappelkoek	noun	koek gemaakt van aardappelmeel
aardappelkoeken	=	aardappelkoek
aardappelkoekje	=	aardappelkoek
aardappelkoekjes	=	aardappelkoek
aardappelkroket	noun	kroket van aardappelpuree
aardappelkroketje	=	aardappelkroket
aardappelkroketjes	=	aardappelkroket
aardappelkroketten	=	aardappelkroket
aardappelland	noun	akker waarop men aardappels verbouwt
aardappellanden	=	aardappelland
aardappelloof	noun	het groene, bovengrondse, giftige deel van de aardappelplant
aardappelman	noun	persoon die actief is in het verbouwen van of handelen in aardappels
aardappelmannen	=	aardappelman
aardappelmannetje	=	aardappelman
aardappelmannetjes	=	aardappelman
aardappelmarkt	noun	plaats waar men in aardappelen handelt
aardappelmarkten	=	aardappelmarkt
aardappelmeel	noun	zetmeelhoudend product van aardappelen
aardappelmeelfabriek	noun	bedrijf dat van fabrieksaardappelen aardappelzetmeel maakt
aardappelmeelfabrieken	=	aardappelmeelfabriek
aardappelmeelfabriekje	=	aardappelmeelfabriek
aardappelmeelfabriekjes	=	aardappelmeelfabriek
aardappelmes	noun	klein mesje waarmee men aardappelen kan schillen en uitlopers van de aardappelen kan verwijderen
aardappelmesje	noun	een mesje voor het schillen van aardappelen
aardappelmesjes	=	aardappelmesje
aardappelmessen	=	aardappelmes
aardappelmoeheid	noun	een aardappelziekte veroorzaakt door cysteaaltjes
aardappelmot	noun	Phthorimaea operculella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
aardappelmotje	=	aardappelmot
aardappelmotjes	=	aardappelmot
aardappelmotten	=	aardappelmot
aardappelmousseline	noun	een dunner van structuur zijnde aardappelpuree door toevoeging van meer vocht
aardappelmousselines	=	aardappelmousseline
aardappelneus	noun	een neus die verdacht veel lijkt op een aardappel
aardappelneusje	=	aardappelneus
aardappelneusjes	=	aardappelneus
aardappelneuzen	=	aardappelneus
aardappelontwikkelaar	noun	persoon of bedrijf dat nieuwe soorten aardappelen ontwikkelt
aardappelontwikkelaars	=	aardappelontwikkelaar
aardappeloogst	noun	het oogsten van de aardappels waarbij de aardappels uit de grond worden gehaald nadat eerst het loof is verwijderd
aardappeloogsten	=	aardappeloogst
aardappelpers	noun	een keukenhulpmiddel waarmee je gekookte aardappelen door een geperforeerd rooster drukt om een zeer fijne, luchtige puree te maken
aardappelpersen	=	aardappelpers
aardappelpersje	=	aardappelpers
aardappelpersjes	=	aardappelpers
aardappelplant	noun	bepaald soort plant, Solanum tuberosum waarvan aardappelen de eetbare stengelknollen zijn
aardappelplanten	=	aardappelplant
aardappelplantje	=	aardappelplant
aardappelplantjes	=	aardappelplant
aardappelpootgoed	noun	aardappels die men in de grond stopt om ze te laten groeien tot een volwassen aardappelplanten
aardappelpoter	noun	werktuig voor het poten van aardappels
aardappelpoters	=	aardappelpoter
aardappelprijs	noun	geld dat men moet betalen voor aardappelen, geld dat de verkoper ontvangt voor aardappelen
aardappelprijzen	=	aardappelprijs
aardappelproduct	noun	etenswaar gemaakt van aardappelen
aardappelproducten	=	aardappelproduct
aardappelpuree	noun	een puree van zeer fijn gemaakte, met melk aangemengde aardappels
aardappelpurees	=	aardappelpuree
aardappelpureetje	=	aardappelpuree
aardappelpureetjes	=	aardappelpuree
aardappelras	noun	aanduiding voor categorieën aardappelplanten, Solanum tuberosum, die door de mens geselecteerd zijn op bepaalde erfelijke eigenschappen
aardappelrassen	=	aardappelras
aardappelrooien	verb	de knollen van de aardappelplant oogsten
aardappelrooiend	=	aardappelrooien
aardappelrooiende	=	aardappelrooien
aardappelrooier	noun	machine waarmee men aardappels oogst
aardappelrooiers	=	aardappelrooier
aardappels	=	aardappel
aardappelsalaadje	=	aardappelsalade
aardappelsalaadjes	=	aardappelsalade
aardappelsalade	noun	een salade die gemaakt wordt uit aardappelen
aardappelsalades	=	aardappelsalade
aardappelsaladetje	=	aardappelsalade
aardappelsaladetjes	=	aardappelsalade
aardappelschijfje	noun	een plakje van een aardappel
aardappelschijfjes	=	aardappelschijfje
aardappelschil	noun	de schil van een aardappel
aardappelschillen	=	aardappelschil
aardappelschiller	noun	apparaat om aardappels te schillen
aardappelschillers	=	aardappelschiller
aardappelschillertje	=	aardappelschiller
aardappelschillertjes	=	aardappelschiller
aardappelschilletje	=	aardappelschil
aardappelschilletjes	=	aardappelschil
aardappelschilmachine	noun	een apparaat in de keuken voor het mechanisch verwijderen van de schil van een aardappel
aardappelschilmachines	=	aardappelschilmachine
aardappelschilmachinetje	=	aardappelschilmachine
aardappelschilmachinetjes	=	aardappelschilmachine
aardappelschilmes	noun	mes waarmee men de schil van een aardappel kan verwijderen
aardappelschilmesje	noun	klein keukenmesje om groenten te schillen
aardappelschilmesjes	=	aardappelschilmesje
aardappelschilmessen	=	aardappelschilmes
aardappelschrapmachine	noun	een apparaat in de keuken voor het mechanisch verwijderen van de schil van een aardappel
aardappelschrapmachines	=	aardappelschrapmachine
aardappelschrapmachinetje	=	aardappelschrapmachine
aardappelschrapmachinetjes	=	aardappelschrapmachine
aardappelsla	noun	koud aardappelgerecht
aardappelsla's	=	aardappelsla
aardappelslaatje	=	aardappelsalade
aardappelslaatjes	=	aardappelsalade
aardappelsnuitkever	noun	Cylas formicarius een kleine keversoort uit de familie Brentidae
aardappelsnuitkevers	=	aardappelsnuitkever
aardappelsnuitkevertje	=	aardappelsnuitkever
aardappelsnuitkevertjes	=	aardappelsnuitkever
aardappelsoep	noun	soep op basis van blokjes aardappel
aardappelsoepen	=	aardappelsoep
aardappelsoepje	=	aardappelsoep
aardappelsoepjes	=	aardappelsoep
aardappelsoort	noun	aardappel die voor een bepaald doel gebruikt kan worden
aardappelsoorten	=	aardappelsoort
aardappelspecialist	noun	iemand die veel weet van aardappelen
aardappelspecialisten	=	aardappelspecialist
aardappelstamper	noun	apparaat om aardappels mee te stampen zodat er kruim overblijft waarmee men b.v. aardappelpuree kan fabriceren
aardappelstampers	=	aardappelstamper
aardappelstampertje	=	aardappelstamper
aardappelstampertjes	=	aardappelstamper
aardappelstengel	noun	de stengel van een aardappelplant
aardappelstengelboorder	noun	bepaalde soort vlinder, Hydraecia micacea, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
aardappelstengelboorders	=	aardappelstengelboorder
aardappelstengels	=	aardappelstengel
aardappelstijfsel	noun	stijfsel gemaakt van aardappelzetmeel en water
aardappelstroop	noun	zoete siroop die wordt gemaakt van aardappelen
aardappelteelt	noun	de verbouw van aardappelen
aardappelteelten	=	aardappelteelt
aardappelteler	noun	een boer die aardappels verbouwt
aardappeltelers	=	aardappelteler
aardappeltelertje	=	aardappelteler
aardappeltelertjes	=	aardappelteler
aardappeltje	=	aardappel
aardappeltjes	=	aardappel
aardappeltortilla	noun	soort Spaanse omelet gemaakt met aardappel
aardappeltortilla's	=	aardappeltortilla
aardappelveld	noun	Een akker waar aardappelen worden geteeld.
aardappelvelden	=	aardappelveld
aardappelveldje	=	aardappelveld
aardappelveldjes	=	aardappelveld
aardappelverkoper	noun	iemand die aardappelen verkoopt
aardappelverkopers	=	aardappelverkoper
aardappelverkopertje	=	aardappelverkoper
aardappelverkopertjes	=	aardappelverkoper
aardappelvlokken	noun	gemalen en daarna gedroogde en geplette aardappelen die men o.a. gebruikt in de productie van chips
aardappelvork	noun	landbouwwerktuig voor het oogsten van aardappels
aardappelvorken	=	aardappelvork
aardappelvorkje	=	aardappelvork
aardappelvorkjes	=	aardappelvork
aardappelzak	noun	zak waarin met aardappels kan vervoeren
aardappelzakje	=	aardappelzak
aardappelzakjes	=	aardappelzak
aardappelzakken	=	aardappelzak
aardappelzetmeel	noun	zetmeel gewonnen uit (fabrieks)aardappels
aardappelzetmeelconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die aarappelzetmeel produceren en verwerken
aardappelzetmeelconcerns	=	aardappelzetmeelconcern
aardappelzetmeelverwerker	noun	bedrijf dat producten maakt van aardappelzetmeel
aardappelzetmeelverwerkers	=	aardappelzetmeelverwerker
aardappelziekte	noun	door schimmel veroorzaakte ziekte bij aardappels, Phytophthora infestans
aardappelziekten	=	aardappelziekte
aardappelziektes	=	aardappelziekte
aardartisjok	noun	bepaald soort plant, Helianthus tuberosus
aardartisjokje	=	aardartisjok
aardartisjokjes	=	aardartisjok
aardartisjokken	=	aardartisjok
aardas	noun	denkbeeldige as tussen de twee geografische polen waar rond de aarde éénmaal per dag draait
aardasje	=	aardas
aardasjes	=	aardas
aardassen	=	aardas
aardatmosfeer	noun	de atmosfeer om de aarde
aardatmosfeertje	=	aardatmosfeer
aardatmosfeertjes	=	aardatmosfeer
aardatmosferen	=	aardatmosfeer
aardbaan	noun	de baan die de aarde rond de zon volgt
aardbaantje	=	aardbaan
aardbaantjes	=	aardbaan
aardbanen	=	aardbaan
aardbei	noun	benaming voor planten uit het geslacht Fragaria
aardbei-ijs	noun	ijs met aardbeiensmaak die hopelijk afkomstig is van aardbeien
aardbei-ijsje	=	aardbei-ijs
aardbei-ijsjes	=	aardbei-ijs
aardbeiblaasmijnmot	noun	Ectoedemia arcuatella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
aardbeiblaasmijnmotje	=	aardbeiblaasmijnmot
aardbeiblaasmijnmotjes	=	aardbeiblaasmijnmot
aardbeiblaasmijnmotten	=	aardbeiblaasmijnmot
aardbeibladaaltje	noun	Aphelenchoides fragariae een bladaaltje dat tot de familie Aphelenchoididae behoort en werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1891 door Ritzema Bos, die van E. A. Ormerod besmette aardbeienplanten uit Engeland naar Ritzema-Bos kreeg.
aardbeibladaaltjes	=	aardbeibladaaltje
aardbeibladroller	noun	Sparganothis pilleriana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
aardbeibladrollers	=	aardbeibladroller
aardbeibladrollertje	=	aardbeibladroller
aardbeibladrollertjes	=	aardbeibladroller
aardbeibladwesp	noun	Allantus cinctus (syn.
aardbeibladwespen	=	aardbeibladwesp
aardbeibladwespje	=	aardbeibladwesp
aardbeibladwespjes	=	aardbeibladwesp
aardbeibloesem	noun	bloesem van de aardbei
aardbeibloesemkever	noun	Anthonomus rubi een soort uit de familie snuitkevers (Curculionidae) die inheems is in Europa
aardbeibloesemkevers	=	aardbeibloesemkever
aardbeibloesemkevertje	=	aardbeibloesemkever
aardbeibloesemkevertjes	=	aardbeibloesemkever
aardbeibloesempje	=	aardbeibloesem
aardbeibloesempjes	=	aardbeibloesem
aardbeibloesems	=	aardbeibloesem
aardbeibomen	=	aardbeiboom
aardbeiboom	noun	bepaald soort plant, Arbutus unedo uit de heifamilie Ericaceae
aardbeiboomgroentje	noun	Callophrys avis een vlinder uit de familie Lycaenidae.
aardbeiboomgroentjes	=	aardbeiboomgroentje
aardbeiboompje	=	aardbeiboom
aardbeiboompjes	=	aardbeiboom
aardbeien	=	aardbei
aardbeienautomaat	noun	een kast, (meestal) langs de kant van de weg, waar na inwerpen van geld een bakje aardbeien uit komt
aardbeienautomaatje	=	aardbeienautomaat
aardbeienautomaatjes	=	aardbeienautomaat
aardbeienautomaten	=	aardbeienautomaat
aardbeienbavarois	noun	luchtige pudding met aardbeiensmaak
aardbeienbavaroise	noun	pudding gebaseerd op gelatine en eieren met een aardbeiensmaak
aardbeienbavaroises	=	aardbeienbavaroise
aardbeienbavaroisetje	=	aardbeienbavaroise
aardbeienbavaroisetjes	=	aardbeienbavaroise
aardbeienbed	noun	klein veldje met aardbeien
aardbeienbedden	=	aardbeienbed
aardbeienbedje	=	aardbeienbed
aardbeienbedjes	=	aardbeienbed
aardbeienbomen	=	aardbeienboom
aardbeienboom	noun	bepaald soort plant, Arbutus unedo uit de heifamilie Ericaceae, een tot 3 m hoge struik of zelden een tot 12 m hoge boom met een matgrijze, gegroefde stam
aardbeienconfituren	=	aardbeienconfituur
aardbeienconfituur	noun	zoet broodbeleg gemaakt van aardbeien
aardbeiencoulis	noun	een vrije dikke saus van aardbeien
aardbeiengelei	noun	gepureerde aardbeien die met gelatine stijver zijn gemaakt
aardbeiengeleien	=	aardbeiengelei
aardbeiengeleitje	=	aardbeiengelei
aardbeiengeleitjes	=	aardbeiengelei
aardbeienijs	noun	ijs met aardbeiensmaak
aardbeienijsje	=	aardbeienijs
aardbeienijsjes	=	aardbeienijs
aardbeienjam	noun	jam van aardbeien
aardbeienjams	=	aardbeienjam
aardbeienkauwgum	noun	soort snoepgoed met de smaak van aardbeien
aardbeienkraam	noun	een kleinschalige verkooplocatie, vaak langs de weg of op het erf van een boer, waar verse aardbeien rechtstreeks van de teler worden verkocht
aardbeienkraampje	=	aardbeienkraam
aardbeienkraampjes	=	aardbeienkraam
aardbeienkramen	=	aardbeienkraam
aardbeienmerengue	noun	merengue gemaakt van aardbeien
aardbeienmerengues	=	aardbeienmerengue
aardbeienmousse	noun	Een licht en luchtig (na)gerecht van aardbeien.
aardbeienmousses	=	aardbeienmousse
aardbeienneus	noun	rode, ontstoken neus
aardbeienneusje	=	aardbeienneus
aardbeienneusjes	=	aardbeienneus
aardbeienneuzen	=	aardbeienneus
aardbeienplant	noun	Fragaria × ananassa plant waaraan aardbeien groeien als schijnvrucht
aardbeienplanten	=	aardbeienplant
aardbeienplantje	=	aardbeienplant
aardbeienplantjes	=	aardbeienplant
aardbeienpluk	noun	het oogsten van aarbeien
aardbeiensaus	noun	zoete saus gemaakt van aardbeien
aardbeiensausen	=	aardbeiensaus
aardbeiensausje	=	aardbeiensaus
aardbeiensausjes	=	aardbeiensaus
aardbeiensauzen	=	aardbeiensaus
aardbeiensmaak	noun	smaak die lijkt op die van aardbeien maar geen aardbeien bevat
aardbeiensmaakje	=	aardbeiensmaak
aardbeiensmaakjes	=	aardbeiensmaak
aardbeiensmaken	=	aardbeiensmaak
aardbeiensnijder	noun	een handige keukengadget die speciaal is ontworpen om aardbeien snel en gelijkmatig in dunne plakjes te snijden
aardbeiensnijders	=	aardbeiensnijder
aardbeiensnijdertje	=	aardbeiensnijder
aardbeiensnijdertjes	=	aardbeiensnijder
aardbeiensorbet	noun	ijs gemaakt van aardbeienpuree
aardbeiensorbetje	=	aardbeiensorbet
aardbeiensorbetjes	=	aardbeiensorbet
aardbeiensorbets	=	aardbeiensorbet
aardbeienstruik	noun	plant Fragaria waaraan aardbeien groeien
aardbeienstruiken	=	aardbeienstruik
aardbeienstruikje	=	aardbeienstruik
aardbeienstruikjes	=	aardbeienstruik
aardbeientaart	noun	vruchtentaart met een vulling van aardbeien
aardbeientaarten	=	aardbeientaart
aardbeientaartje	=	aardbeientaart
aardbeientaartjes	=	aardbeientaart
aardbeienteelt	noun	de verbouw van aardbeien
aardbeienteelten	=	aardbeienteelt
aardbeientijd	noun	de periode van het jaar dat aardbeien rijp zijn en verse aardbeien verkrijgbaar zijn
aardbeientijden	=	aardbeientijd
aardbeientong	noun	een symptoom waarbij de tong eerst wit wordt en na een aantal dagen rood en gezwollen en regelmatig bespikkeld met rode puntjes, in een verdeling zoals de zaadjes op de buitenkant van een aardbei
aardbeientongen	=	aardbeientong
aardbeientongetje	=	aardbeientong
aardbeientongetjes	=	aardbeientong
aardbeientrio	noun	een nagerecht bestaande uit ten minste drie delen waarin aardbeien zijn verwerkt
aardbeientrio's	=	aardbeientrio
aardbeientriootje	=	aardbeientrio
aardbeientriootjes	=	aardbeientrio
aardbeienvlaai	noun	een vlaai die met aardbeien en aardbeiengelei is gevuld
aardbeienvlaaien	=	aardbeienvlaai
aardbeienvlaaitje	=	aardbeienvlaai
aardbeienvlaaitjes	=	aardbeienvlaai
aardbeienyoghurt	noun	yoghurt met toegevoegde aardbeien of aardbeiensmaak
aardbeienyoghurts	=	aardbeienyoghurt
aardbeiganzerik	noun	Potentilla sterilis een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae).
aardbeiganzeriken	=	aardbeiganzerik
aardbeiganzerikje	=	aardbeiganzerik
aardbeiganzerikjes	=	aardbeiganzerik
aardbeiguave	noun	bepaald soort plant, Psidium cattleianum uit de mirtefamilie (Myrtaceae)
aardbeiguaven	=	aardbeiguave
aardbeiguaves	=	aardbeiguave
aardbeihaantje	noun	Galerucella tenella een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
aardbeihaantjes	=	aardbeihaantje
aardbeihemangiomen	=	aardbeihemangioom
aardbeihemangioom	noun	Dit hemangioom is meestal al bij pasgeboren baby's zichtbaar of ontstaat in de eerste maanden na de geboorte
aardbeihemangioompje	=	aardbeihemangioom
aardbeihemangioompjes	=	aardbeihemangioom
aardbeikikker	noun	Oophaga pumilio een kleine giftige kikker uit de familie pijlgifkikkers (Dendrobatidae).
aardbeikikkers	=	aardbeikikker
aardbeikikkertje	=	aardbeikikker
aardbeikikkertjes	=	aardbeikikker
aardbeiklaver	noun	bepaald soort plant, Trifolium fragiferum uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae of Fabaceae)
aardbeiklavers	=	aardbeiklaver
aardbeiklavertje	=	aardbeiklaver
aardbeiklavertjes	=	aardbeiklaver
aardbeikleurig	adj	met de rode kleur van aardbeien
aardbeikleurige	=	aardbeikleurig
aardbeikleuriger	=	aardbeikleurig
aardbeikleurigere	=	aardbeikleurig
aardbeikleurigers	=	aardbeikleurig
aardbeikleurigs	=	aardbeikleurig
aardbeikleurigst	=	aardbeikleurig
aardbeikleurigste	=	aardbeikleurig
aardbeikokermot	noun	Coleophora albicostella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
aardbeikokermotje	=	aardbeikokermot
aardbeikokermotjes	=	aardbeikokermot
aardbeikokermotten	=	aardbeikokermot
aardbeiplant	noun	de plant waaraan de aardbei groeit
aardbeiplanten	=	aardbeiplant
aardbeiplantje	=	aardbeiplant
aardbeiplantjes	=	aardbeiplant
aardbeipuntkogeltje	noun	Ramularia grevilleana een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
aardbeipuntkogeltjes	=	aardbeipuntkogeltje
aardbeirode	=	aardbeirood
aardbeirood	noun	tint rood met RAL-nummer 3018 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3018 ( ); een rode kleur die op die van een aardbei lijkt.
aardbeiroods	=	aardbeirood
aardbeismaak	noun	een smaakstof die afkomstig is van aardbeien of een smaak heeft die lijkt op die van aardbeien
aardbeismaakje	=	aardbeismaak
aardbeismaakjes	=	aardbeismaak
aardbeismaken	=	aardbeismaak
aardbeispinazie	noun	bepaald soort plant, Blitum capitatum
aardbeistengelsteker	noun	Neocoenorrhinus germanicus een keversoort uit de familie Rhynchitidae.
aardbeistengelstekers	=	aardbeistengelsteker
aardbeistengelstekertje	=	aardbeistengelsteker
aardbeistengelstekertjes	=	aardbeistengelsteker
aardbeistruik	noun	plant Fragaria waaraan aardbeien groeien
aardbeistruiken	=	aardbeistruik
aardbeistruikje	=	aardbeistruik
aardbeistruikjes	=	aardbeistruik
aardbeitaart	noun	taart met aardbeien, taart met een aardbeiensmaak
aardbeitaarten	=	aardbeitaart
aardbeitaartje	=	aardbeitaart
aardbeitaartjes	=	aardbeitaart
aardbeitje	=	aardbei
aardbeitjes	=	aardbei
aardbeivlek	noun	een goedaardige woekering van kleine bloedvaatjes
aardbeivlekje	=	aardbeivlek
aardbeivlekjes	=	aardbeivlek
aardbeivlekken	=	aardbeivlek
aardbeivlinder	noun	Pyrgus malvae een dagvlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae), zwart met witte stippen die vooral op heidevelden en schrale graslanden leeft, bij ons vrij zeldzaam
aardbeivlinders	=	aardbeivlinder
aardbeivlindertje	=	aardbeivlinder
aardbeivlindertjes	=	aardbeivlinder
aardbeiwitvlekmot	noun	Incurvaria praelatella een nachtvlinder uit de familie witvlekmotten (Incurvariidae).
aardbeiwitvlekmotje	=	aardbeiwitvlekmot
aardbeiwitvlekmotjes	=	aardbeiwitvlekmot
aardbeiwitvlekmotten	=	aardbeiwitvlekmot
aardbeving	noun	een schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst, meestal te wijten aan verschuivingen van delen van de daaronder liggende aardmantel
aardbevingen	=	aardbeving
aardbevingsdiplomatie	noun	het diplomatiek gebruiken van een aardbeving om de betrekkingen met een land te verbeteren, bijvoorbeeld door humanitaire hulp te bieden
aardbevingsgebied	noun	streek waar veel aardschokken voorkomen
aardbevingsgebieden	=	aardbevingsgebied
aardbevingsgebiedje	=	aardbevingsgebied
aardbevingsgebiedjes	=	aardbevingsgebied
aardbevingsgolf	noun	De energie die bij een aardschok vrijkomt en zich als een golf vanuit het hypocentrum naar de omgeving voortplant
aardbevingsgolfje	=	aardbevingsgolf
aardbevingsgolfjes	=	aardbevingsgolf
aardbevingsgolven	=	aardbevingsgolf
aardbevingsgordel	noun	Smalle zone waar vaak aardschokken voorkomen
aardbevingsgordels	=	aardbevingsgordel
aardbevingsgordeltje	=	aardbevingsgordel
aardbevingsgordeltjes	=	aardbevingsgordel
aardbevingshaard	noun	de plaats van het ontstaan van een aardschok onder de aardkorst
aardbevingshaarden	=	aardbevingshaard
aardbevingshaardje	=	aardbevingshaard
aardbevingshaardjes	=	aardbevingshaard
aardbevingsmeter	noun	toestel waarmee men de aard en de kracht van aardtrillingen kan meten
aardbevingsmeters	=	aardbevingsmeter
aardbevingsramp	noun	de noodlottige gevolgen van een trilling of schokkende beweging van de aardkorst
aardbevingsrampen	=	aardbevingsramp
aardbevingsschade	noun	nadeel veroorzaakt door een schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst
aardbevingsschaden	=	aardbevingsschade
aardbevingsschades	=	aardbevingsschade
aardbevingsstress	noun	spanning door aardbevingen of de kans op aardbevingen
aardbevinkje	=	aardbeving
aardbevinkjes	=	aardbeving
aardbewoner	noun	Bewoner van de planeet aarde
aardbewoners	=	aardbewoner
aardbewonertje	=	aardbewoner
aardbewonertjes	=	aardbewoner
aardbewoonster	noun	vrouw die op de aarde woont
aardbewoonsters	=	aardbewoonster
aardbewoonstertje	=	aardbewoonster
aardbewoonstertjes	=	aardbewoonster
aardbezie	noun|obsolete	benaming voor planten uit het geslacht Fragaria
aardbeziën	=	aardbezie
aardbij	noun	Andrena soort wilde bij
aardbijen	=	aardbij
aardbodem	noun	grond of bodem aan de oppervlakte van de aarde waarop de mensen, de dieren en de planten leven
aardbodempje	=	aardbodem
aardbodempjes	=	aardbodem
aardbodems	=	aardbodem
aardbok	noun	Iberodorcadion fuliginator een kever uit de familie van de boktorren, de Cerambycidae (voorheen geplaatst in het geslacht Dorcadion)
aardbokje	=	aardbok
aardbokjes	=	aardbok
aardbokken	=	aardbok
aardbol	noun	aarde
aardbollen	=	aardbol
aardbolletje	=	aardbol
aardbolletjes	=	aardbol
aardbonen	=	aardboon
aardboogkever	noun	Trechoblemus micros een keversoort uit de familie loopkevers (Carabidae).
aardboogkevers	=	aardboogkever
aardboogkevertje	=	aardboogkever
aardboogkevertjes	=	aardboogkever
aardboon	noun	Macrotyloma geocarpum een kruidachtige, eenjarige plant.
aardboontje	=	aardboon
aardboontjes	=	aardboon
aardboor	noun	een stuk gereedschap dat wordt gebruikt om diepe, smalle gaten in de grond te boren voor het plaatsen van palen
aardboortje	=	aardboor
aardboortjes	=	aardboor
aardboren	=	aardboor
aardbrand	noun	ontbranding van de aardkorst door in de aardkorst aanwezige brandbare stoffen als asfalt en steenkool
aardbranden	=	aardbrand
aardde	=	aarden
aardden	=	aarden
aarddistel	noun	Cirsium acaule een plant uit de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae).
aarddistels	=	aarddistel
aarddisteltje	=	aarddistel
aarddisteltjes	=	aarddistel
aarddraad	noun	een draad die een elektrisch apparaat met de aarde verbindt om eventuele elektrische overstroom af te leiden
aarddraadje	=	aarddraad
aarddraadjes	=	aarddraad
aarddraden	=	aarddraad
aarde	noun	de wereld, de bewoonbare planeet van ons zonnestelsel
aardebaan	noun	het deel van een verkeersweg of spoorweg onder de wegverharding of het spoor dat de krachten van het verkeer naar de ondergrond afdraagt en de weg op de gewenste hoogte brengt
aardebaantje	=	aardebaan
aardebaantjes	=	aardebaan
aardebanen	=	aardebaan
aardeconferentie	noun	bijeenkomst van vertegenwoordigers van verschillende landen van de gehele wereld
aardeconferenties	=	aardeconferentie
aardedonker	adj	erg donker
aardedonkere	=	aardedonker
aardedonkers	=	aardedonker
aardeekhoorn	noun	benaming voor verschillende soorten knaagdieren uit de geslachtengroep Marmotini
aardeekhoorns	=	aardeekhoorn
aardegoed	noun	landerijen die bij een landgoed horen
aardehuis	noun	woning gemaakt van aarde en autobanden
aardehuisje	=	aardehuis
aardehuisjes	=	aardehuis
aardehuizen	=	aardehuis
aardekrabber	noun	een gebouw dat voornamelijk ondergronds is gebouwd
aardekrabbers	=	aardekrabber
aardelektrode	noun	in de grond aangebrachte metalen staaf waarop de aarding van een elektrische installatie is aangesloten
aardelektroden	=	aardelektrode
aardelektrodes	=	aardelektrode
aardeling	noun	zwakke, nietige bewoner van de planeet aarde
aardelingen	=	aardeling
aarden	verb	ergens ~ zich thuis voelen, wennen, gewoon worden	adj	van aarde gemaakt
aardend	=	aarden
aardende	=	aarden
aarder	noun	benaming voor zeevissen uit de familie Mugilidae
aarders	=	aarder
aardertje	=	aarder
aardertjes	=	aarder
aardes	=	aarde
aardetint	noun	rood-bruine kleur
aardetinten	=	aardetint
aardetje	=	aarde
aardevlek	noun	door zand en aarde veroorzaakte vieze plek
aardevlekje	=	aardevlek
aardevlekjes	=	aardevlek
aardevlekken	=	aardevlek
aardewerk	noun	gebakken vaatwerk en sierstukken, gevormd uit aarde, klei of leem.	adj	van aardewerk
aardewerken	adj	van aardewerk vervaardigd
aardewerker	noun	ambachtsman die aardewerk maakt
aardewerkers	=	aardewerker
aardewerkfabriek	noun	een bedrijf waar aardewerk worden gemaakt
aardewerkfabrieken	=	aardewerkfabriek
aardewerkfabriekje	=	aardewerkfabriek
aardewerkfabriekjes	=	aardewerkfabriek
aardewerkfabrikant	noun	persoon die aardewerk maakt
aardewerkfabrikanten	=	aardewerkfabrikant
aardewerkfabrikantje	=	aardewerkfabrikant
aardewerkfabrikantjes	=	aardewerkfabrikant
aardewerkindustrie	noun	de bedrijven die betrokken zijn bij het, door bakken van klei, op grote schaal produceren van aardewerk
aardewerkindustrieën	=	aardewerkindustrie
aardewerkswinkel	noun	winkel waar men aardewerk verkoopt
aardewerkswinkels	=	aardewerkswinkel
aardewerkswinkeltje	=	aardewerkswinkel
aardewerkswinkeltjes	=	aardewerkswinkel
aardewerkwinkel	noun	winkel waar men aardewerk verkoopt
aardewerkwinkels	=	aardewerkwinkel
aardewerkwinkeltje	=	aardewerkwinkel
aardewerkwinkeltjes	=	aardewerkwinkel
aardfout	noun	een fout in een elektrische installatie waardoor elektriciteit weglekt naar de aarde
aardfoutcontrole	noun	onderzoek van een elektrische installatie naar het weglekken van elektriciteit naar de aarde
aardfoutcontroles	=	aardfoutcontrole
aardfouten	=	aardfout
aardfoutje	=	aardfout
aardfoutjes	=	aardfout
aardgas	noun	een gas dat uit de aarde komt en dat grotendeels uit methaan bestaat
aardgasafzet	noun	de verkoop van aardgas
aardgasafzetten	=	aardgasafzet
aardgasauto	noun	een auto die aardgas als brandstof gebruikt
aardgasauto's	=	aardgasauto
aardgasautootje	=	aardgasauto
aardgasautootjes	=	aardgasauto
aardgasbaat	noun	inkomsten die men verkrijgt door de verkoop van aardgas
aardgasbaten	noun	de geldelijke inkomsten die men krijgt door aardgas te winnen
aardgasbatenfonds	noun	fonds waarin men geld spaart dat men met de verkoop van aardgas heeft verdient
aardgasbatenfondsen	=	aardgasbatenfonds
aardgasbatenfondsje	=	aardgasbatenfonds
aardgasbatenfondsjes	=	aardgasbatenfonds
aardgasbedrijf	noun	onderneming die aardgas wint en verkoopt
aardgasbedrijfje	=	aardgasbedrijf
aardgasbedrijfjes	=	aardgasbedrijf
aardgasbedrijven	=	aardgasbedrijf
aardgasbel	noun	grote ruimte onder de aardkorst die gevuld is met aardgas
aardgasbellen	=	aardgasbel
aardgasbelletje	=	aardgasbel
aardgasbelletjes	=	aardgasbel
aardgasboring	noun	het boren in de aarde met als doel om aardgas te vinden en te winnen
aardgasboringen	=	aardgasboring
aardgasbuffer	noun	voorraad gewonnen aardgas die men kan aanspreken als er extra veel vraag naar aardgas is
aardgasbuffers	=	aardgasbuffer
aardgasbus	noun	autobus die aardgas als brandstof gebruikt
aardgasbussen	=	aardgasbus
aardgasexport	noun	de verkoop van aardgas naar het buitenland
aardgasexporten	=	aardgasexport
aardgasfonds	noun	een kapitaal dat is gevormd door de gespaarde inkomsten uit aardgas
aardgasfondsen	=	aardgasfonds
aardgasfondsje	=	aardgasfonds
aardgasfondsjes	=	aardgasfonds
aardgasgeld	noun	geld dat men heeft verdient door het verkopen van aardgas
aardgasgelden	=	aardgasgeld
aardgasgestookt	adj	met aardgas als brandstof
aardgasgestookte	=	aardgasgestookt
aardgasgestookts	=	aardgasgestookt
aardgasinkomst	noun	geld dat men heeft verdient door het verkopen van aardgas
aardgasinkomsten	noun	de geldelijke baten die men krijgt door naar aardgas te boren
aardgaskachel	noun	verwarmingstoestel dat aardgas gebruikt als brandstof
aardgaskachels	=	aardgaskachel
aardgasleiding	noun	buis waar aardgas doorheen stroomt
aardgasleidingen	=	aardgasleiding
aardgasleidinkje	=	aardgasleiding
aardgasleidinkjes	=	aardgasleiding
aardgasmarkt	noun	de virtuele markt waarop men aardgas in- en verkoopt
aardgasmarkten	=	aardgasmarkt
aardgasmotor	noun	milieuvriendelijke motor aangedreven door aardgas
aardgasmotoren	=	aardgasmotor
aardgasmotors	=	aardgasmotor
aardgasmotortje	=	aardgasmotor
aardgasmotortjes	=	aardgasmotor
aardgasnet	noun	een distributienet voor aardgas
aardgasnetje	=	aardgasnet
aardgasnetjes	=	aardgasnet
aardgasnetten	=	aardgasnet
aardgasopbrengst	noun	hoeveelheid aardgas die men wint bij een boorput
aardgasopbrengsten	=	aardgasopbrengst
aardgaspomp	noun	pomp waarmee men aardgas door leidingen kan persen
aardgaspompen	=	aardgaspomp
aardgaspompje	=	aardgaspomp
aardgaspompjes	=	aardgaspomp
aardgasprijs	noun	de hoeveelheid geld die men voor een standaard hoeveelheid aardgas moet betalen
aardgasprijzen	=	aardgasprijs
aardgasproductie	noun	de winning van aardgas uit de bodem door boringen
aardgasproducties	=	aardgasproductie
aardgasproject	noun	een in de tijd beperkte reeks handelingen betreffende de winning, het transport of het gebruik van aardgas
aardgasprojecten	=	aardgasproject
aardgasprojectje	=	aardgasproject
aardgasprojectjes	=	aardgasproject
aardgasreserve	noun	op een plek aanwezige voorraad aan aardgas
aardgasreserves	=	aardgasreserve
aardgasrijden	verb	autorijden waarbij men aardgas gebruikt als brandstof
aardgasrijdend	=	aardgasrijden
aardgasrijdende	=	aardgasrijden
aardgasrotonde	noun	verdeelcentrum voor aardgas met opslag en doorvoer mogelijkheden
aardgasrotonden	=	aardgasrotonde
aardgasrotondes	=	aardgasrotonde
aardgassen	=	aardgas
aardgasstation	noun	plaats waar men aardgas verdeelt over gebruikers
aardgasstations	=	aardgasstation
aardgastank	noun	opslagvat voor aardgas
aardgastanker	noun	groot schip dat vloeibaar gemaakt aardgas vervoert
aardgastankers	=	aardgastanker
aardgastankinstallatie	noun	toestel waarmee men aardgas van een opslag in een tank kan pompen
aardgastankinstallaties	=	aardgastankinstallatie
aardgastanks	=	aardgastank
aardgastankstation	noun	plaats waar men met een voertuig aardgas kan tanken
aardgastankstations	=	aardgastankstation
aardgastaxi	noun	taxi die aardgas gebruikt als brandstof
aardgastaxi's	=	aardgastaxi
aardgasterminal	noun	plaats waar men vloeibaar aardgas kan laden en lossen van een schip
aardgasterminals	=	aardgasterminal
aardgasveld	noun	gebied waar men aardgas kan winnen
aardgasvelden	=	aardgasveld
aardgasverbruik	noun	de hoeveelheid aardgas die men aanwendt als brandstof of als grondstof
aardgasvondst	noun	het ontdekken van winbaar aardgas op een bepaalde plaats
aardgasvondsten	=	aardgasvondst
aardgasvoorraad	noun	de hoeveelheid gas die al wel uit de grond is gewonnen maar nog niet is verbruikt
aardgasvoorraadje	=	aardgasvoorraad
aardgasvoorraadjes	=	aardgasvoorraad
aardgasvoorraden	=	aardgasvoorraad
aardgasvraag	noun	de behoefte aan aardgas
aardgasvragen	=	aardgasvraag
aardgasvrij	adj	het niet gebruiken van aardgas voor bijvoorbeeld de verwarming van een huis, maar in de plaats daarvan andere (duurzame) energiebronnen gebruiken
aardgasvrije	=	aardgasvrij
aardgasvulstation	noun	plaats waar een voertuig aardgas kan tanken
aardgasvulstations	=	aardgasvulstation
aardgaswet	noun	wetgeving betreffende de winning, de handel en het gebruik van aardgas
aardgaswetten	=	aardgaswet
aardgaswinning	noun	het ontginnen van aardgas
aardgaswinningen	=	aardgaswinning
aardgaswinst	noun	geld dat men overhoudt van de aardgasverkoop als men al de kosten van de aardgaswinning heeft betaald
aardgaswinsten	=	aardgaswinst
aardgebonden	adj	aan de grond gebonden
aardgebondener	=	aardgebonden
aardgebondeners	=	aardgebonden
aardgebondens	=	aardgebonden
aardgebondenst	=	aardgebonden
aardgebondenste	=	aardgebonden
aardgeest	noun	In de aarde wonende geest, gnoom
aardgeesten	=	aardgeest
aardgeleiding	noun	elektrische geleidingsvermogen van de aardebodem
aardgeleidingen	=	aardgeleiding
aardgeleidinkje	=	aardgeleiding
aardgeleidinkjes	=	aardgeleiding
aardgeschiedenis	noun	de geschiedenis van de planeet aarde
aardgeschiedenissen	=	aardgeschiedenis
aardgewas	noun	planten die voornamelijk onder de grond groeien en waar de eetbare delen, zoals knollen, wortels of bollen, in de bodem zitten
aardgewasje	=	aardgewas
aardgewasjes	=	aardgewas
aardgewassen	=	aardgewas
aardglobe	noun	een afbeelding van de aarde in de vorm van een bol
aardgloben	=	aardglobe
aardglobes	=	aardglobe
aardgoed	noun	de 2 à 4 bladen der tabaksplant die op de onderste bladen (ook vodden, lompen of zandgoed geheeten) volgen.
aardgoedje	=	aardgoed
aardgoedjes	=	aardgoed
aardgordel	noun	luchtstreek, een van de vijf gebieden gelegen tussen een pool en poolcirkel, poolcirkel en keerkring of tussen de keerkringen
aardgordels	=	aardgordel
aardhars	noun	in sommige aardlagen voorkomende harsachtige stoffen
aardharsen	=	aardhars
aardhommel	noun	benaming voor insecten uit vier nauw verwante soorten hommels, Bombus (Bombus), die hun nest onder de grond hebben
aardhommel-groep	noun	groep bestaande uit vier zeer nauw verwante soorten: de aardhommel (Bombus terrestris), de veldhommel (Bombus lucorum), de grote veldhommel (Bombus magnus) en de wilgenhommel (Bombus cryptarum)
aardhommel-groepen	=	aardhommel-groep
aardhommel-groepje	=	aardhommel-groep
aardhommel-groepjes	=	aardhommel-groep
aardhommels	=	aardhommel
aardhommeltje	=	aardhommel
aardhommeltjes	=	aardhommel
aardhooiwagens	noun	Nemastomatidae een familie van hooiwagens die 16 hedendaagse geslachten omvat en 170 soorten.
aardhoop	noun	hoop aarde
aardhoopje	=	aardhoop
aardhopen	=	aardhoop
aardig	adj	aangenaam in de omgang	adv	aangenaam
aardige	=	aardig
aardiger	=	aardig
aardigere	=	aardig
aardigers	=	aardig
aardigheden	=	aardigheid
aardigheid	noun	het prettige, het bevallige
aardigheidje	noun	alleen verkleinwoord kleine attentie of gift die iemands waardering of genegenheid uitdrukt
aardigheidjes	=	aardigheid
aardigjes	adv	op een redelijk goede manier
aardigs	=	aardig
aardigst	=	aardig
aardigste	=	aardig
aarding	noun	aardleiding, verbinding van delen van een elektrisch circuit of een elektrisch toestel met de aarde, ter verhindering dat de betrokken delen een gevaarlijke spanning ten opzichte van de aarde zouden opbouwen
aardingen	=	aarding
aardingslus	noun	draad die onder de fundering van een huis gelegd moet worden en de gebruikers beschermt tegen elektrische schokken
aardingslusje	=	aardingslus
aardingslusjes	=	aardingslus
aardingslussen	=	aardingslus
aardingstransformator	noun	een transformator die een geaard sterpunt creëert in een geïsoleerd driefasennet
aardingstransformatoren	=	aardingstransformator
aardingstransformators	=	aardingstransformator
aardingstransformatortje	=	aardingstransformator
aardingstransformatortjes	=	aardingstransformator
aardinkje	=	aarding
aardinkjes	=	aarding
aardje	=	aard
aardjes	=	aard
aardkastanje	noun	Bunium bulbocastanum een in de Benelux in het wild groeiende vaste plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae)
aardkastanjeroest	noun	Puccinia bulbocastani een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
aardkastanjeroesten	=	aardkastanjeroest
aardkastanjeroestje	=	aardkastanjeroest
aardkastanjeroestjes	=	aardkastanjeroest
aardkastanjes	=	aardkastanje
aardkern	noun	het binnenste, onder de aardmantel gelegen gedeelte, van de aarde
aardkernen	=	aardkern
aardkerntje	=	aardkern
aardkerntjes	=	aardkern
aardklem	noun	een klem voor het aanleggen van een aardverbinding
aardklemmen	=	aardklem
aardklemmetje	=	aardklem
aardklemmetjes	=	aardklem
aardkleur	noun	tint ontstaan uit pigmenten die uit de aarde zijn gewonnen
aardkleuren	=	aardkleur
aardkleurig	adj	met de warme kleuren van aarde zoals rood, oranje, bruin, beige en zwart
aardkleurige	=	aardkleurig
aardkleuriger	=	aardkleurig
aardkleurigere	=	aardkleurig
aardkleurigers	=	aardkleurig
aardkleurigs	=	aardkleurig
aardkleurigst	=	aardkleurig
aardkleurigste	=	aardkleurig
aardklimaat	noun	een gematigd klimaat waar het goed toeven is voor mensen
aardklimaten	=	aardklimaat
aardklomp	noun	samengeklonterd stuk grond of aarde dat vaak ontstaat bij het omspitten of bewerken van de grond
aardklompen	=	aardklomp
aardklompje	=	aardklomp
aardklompjes	=	aardklomp
aardklont	noun	een kluit of klomp aarde
aardklonten	=	aardklont
aardkloot	noun|obsolete	de aarde als bolvormige planeet, de blauwe planeet
aardklootje	=	aardkloot
aardklootjes	=	aardkloot
aardkloten	=	aardkloot
aardkluit	noun	aaneen gekleefd hoopje aarde
aardkluiten	=	aardkluit
aardkluitje	=	aardkluit
aardkluitjes	=	aardkluit
aardkorst	noun	het buitenste gedeelte van de planeet Aarde
aardkorsten	=	aardkorst
aardkorstje	=	aardkorst
aardkorstjes	=	aardkorst
aardkrekel	noun	benaming voor insecten uit de familie Gryllotalpidae die op of in de grond leven
aardkrekels	=	aardkrekel
aardkrekeltje	=	aardkrekel
aardkrekeltjes	=	aardkrekel
aardkrokodil	noun	Manidae zoogdier met een huid die bestaat uit over elkaar liggende schubben
aardkrokodillen	=	aardkrokodil
aardkromming	noun	de kromming van het aardoppervlak
aardkrommingen	=	aardkromming
aardkruiper	noun	benaming voor duizendpoten uit de orde Geophilomorpha
aardkruipers	noun	een geslacht Geocerthia van zangvogels uit de familie ovenvogels (Furnariidae)
aardkruipertje	=	aardkruiper
aardkruipertjes	=	aardkruiper
aardkunde	noun	wetenschap van de geschiedenis van de bouw en ontwikkeling van de aardkorst
aardkundig	adj	volgens of met betrekking tot de aardkunde	adv	volgens of met betrekking tot de aardkunde
aardkundige	noun	een wetenschapper die de aarde, haar geschiedenis en de processen die haar vormen en gevormd hebben, bestudeert
aardkundigen	=	aardkundige
aardkundiger	=	aardkundig
aardkundigere	=	aardkundig
aardkundigers	=	aardkundig
aardkundigs	=	aardkundig
aardkundigst	=	aardkundig
aardkundigste	=	aardkundig
aardlaag	noun	een van de lagen van de aarde
aardlaagje	=	aardlaag
aardlaagjes	=	aardlaag
aardlagen	=	aardlaag
aardleguanen	noun	een geslacht Liolaemus van hagedissen uit de familie Liolaemidae
aardleiding	noun	de aardingskabel, verbinding van delen van een elektrisch circuit of elektrisch toestel met de aarde, ter verhindering dat de betrokken delen een gevaarlijke spanning ten opzichte van de aarde kunnen opbouwen
aardleidingen	=	aardleiding
aardleidinkje	=	aardleiding
aardleidinkjes	=	aardleiding
aardlek	noun	lekstroom naar de aarde, een stroom die van een apparaat naar de aarde stroomt ipv naar de nuldraad of de aardedraad
aardlekken	=	aardlek
aardlekschakelaar	noun	een schakelaar die elektrische stroom onderbreekt bij stroomlekkage naar aarde
aardlekschakelaars	=	aardlekschakelaar
aardlekschakelaartje	=	aardlekschakelaar
aardlekschakelaartjes	=	aardlekschakelaar
aardloper	noun	Laemostenus terricola een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
aardlopers	=	aardloper
aardlopertje	=	aardloper
aardlopertjes	=	aardloper
aardmagneetveld	noun	het magnetische veld dat opgewekt wordt door de planeet aarde
aardmagneetvelden	=	aardmagneetveld
aardmagnetisch	adj	betrekking hebbend op het magnetisme van de aarde
aardmagnetische	=	aardmagnetisch
aardmagnetischer	=	aardmagnetisch
aardmagnetischere	=	aardmagnetisch
aardmagnetischers	=	aardmagnetisch
aardmagnetisme	noun	het magnetische krachtveld van de aarde
aardman	noun	sprookjesfiguur lijkend op een dwerg
aardmannen	=	aardman
aardmannetje	noun	een volgens het oude volksgeloof dwergachtige aardgeest
aardmannetjes	=	aardmannetje
aardmantel	noun	het gedeelte tussen de aardkorst en de kern van de aarde
aardmantels	=	aardmantel
aardmanteltje	=	aardmantel
aardmanteltjes	=	aardmantel
aardmassa	noun	hoeveelheid materie van de aarde
aardmassa's	=	aardmassa
aardmassaatje	=	aardmassa
aardmassaatjes	=	aardmassa
aardmeetkunde	noun	wetenschap die zich bezighoudt met het bepalen van grootte en vorm van het aardoppervlak
aardmetaal	noun	elementen die uit bepaalde zeldzame aarden verkregen worden.
aardmetaaltje	=	aardmetaal
aardmetaaltjes	=	aardmetaal
aardmetalen	=	aardmetaal
aardmeting	noun	bepaling van de afmetingen van de aardbol
aardmetingen	=	aardmeting
aardmetinkje	=	aardmeting
aardmetinkjes	=	aardmeting
aardmuis	noun	Microtus agrestis, een zoogdier uit de orde van knaagdieren
aardmuisje	=	aardmuis
aardmuisjes	=	aardmuis
aardmuizen	=	aardmuis
aardnoot	noun	nootachtige vrucht van Arachis hypogaea, die onder de grond groeit
aardnootje	=	aardnoot
aardnootjes	=	aardnoot
aardnootolie	noun	olie gemaakt van pinda's
aardnootolies	=	aardnootolie
aardnootoliën	=	aardnootolie
aardnoten	=	aardnoot
aardnotenolie	noun	olie gewonnen uit pinda's Arachis hypogaea
aardnotenolies	=	aardnotenolie
aardnotenoliën	=	aardnotenolie
aardobservatie	noun	wetenschappelijke waarnemingen van de aarde (vanuit de ruimte)
aardobservaties	=	aardobservatie
aardolie	noun	een fossiele energiebron, mengsel van vloeibare koolwaterstoffen
aardolie-industrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij winning en verwerking van aardolie en aardolieproducten
aardolie-industrieën	=	aardolie-industrie
aardoliemaatschappij	noun	een bedrijf dat zich voornamelijk richt op het winnen en verwerken van aardolie (en aardgas)
aardoliemaatschappijen	=	aardoliemaatschappij
aardolieproduct	noun	verhandelbaar resultaat van het bewerken van aardolie
aardolieproducten	=	aardolieproduct
aardolieproductje	=	aardolieproduct
aardolieproductjes	=	aardolieproduct
aardolieprodukt	=	aardolieproduct
aardoliereserve	noun	de reserve die nog aanwezig is aan aardolie (al dan niet in de wereld)
aardoliereserves	=	aardoliereserve
aardolies	=	aardolie
aardoliesector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de winning en verwerking van aardolie en aardolieproducten
aardoliesectoren	=	aardoliesector
aardoliesectors	=	aardoliesector
aardolietje	=	aardolie
aardolietjes	=	aardolie
aardolievoorraad	noun	de voorraad die nog aanwezig is aan aardolie (al dan niet in de wereld)
aardoliën	=	aardolie
aardoppervlak	noun	het buitenste gedeelte van de aardkorst
aardoppervlakje	=	aardoppervlak
aardoppervlakjes	=	aardoppervlak
aardoppervlakken	=	aardoppervlak
aardoppervlakte	noun	de grootte van het oppervlak van de aarde
aardoppervlakten	=	aardoppervlakte
aardoppervlaktes	=	aardoppervlakte
aardoppervlaktetje	=	aardoppervlakte
aardoppervlaktetjes	=	aardoppervlakte
aardopwarmingsvermogen	noun	de mate waarin een broeikasgas kan bijdragen tot de klimaatopwarming in vergelijking met koolstofdioxide
aardopwarmingsvermogens	=	aardopwarmingsvermogen
aardpeer	noun	bepaald soort zonnebloem, Helianthus tuberosus, die als vaste plant wordt gekweekt
aardpeertje	=	aardpeer
aardpeertjes	=	aardpeer
aardpek	noun	asfalt
aardpekken	=	aardpek
aardperen	=	aardpeer
aardplaat	noun	een deel van de aardkorst dat door convectie in de mantel eronder als een plaat verschuift
aardplaatje	=	aardplaat
aardplaatjes	=	aardplaat
aardplaten	=	aardplaat
aardplooi	noun	omhooggerichte plooi in een gesteente of aardlaag
aardplooien	=	aardplooi
aardpolen	=	aardpool
aardpool	noun	elk van de beide aspunten van de aarde
aardpooltje	=	aardpool
aardpooltjes	=	aardpool
aardpython	noun	Calabaria reinhardtii een niet-giftige slang uit de familie reuzenslangen (Boidae)
aardpythons	=	aardpython
aardpythontje	=	aardpython
aardpythontjes	=	aardpython
aardrijk	noun	de aarde met alles wat zij bevat
aardrijken	=	aardrijk
aardrijkskunde	noun	discipline die zich bezighoudt met het bestuderen van het aardoppervlak, het in kaart brengen van vormen van o.a. cultuur, plantenleven en dierenwereld, gebruik van het milieu en verkeer en het beschrijven van het landschap
aardrijkskundeboek	noun	een schoolboek waarin de aarde en het aardoppervlak wordt behandeld.
aardrijkskundeboeken	=	aardrijkskundeboek
aardrijkskundeboekje	=	aardrijkskundeboek
aardrijkskundeboekjes	=	aardrijkskundeboek
aardrijkskundedocent	noun	leraar die het vak aardrijkskunde doceert op een middelbare school
aardrijkskundedocenten	=	aardrijkskundedocent
aardrijkskundeleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin de aarde en het aardoppervlak wordt behandeld.
aardrijkskundeleraars	=	aardrijkskundeleraar
aardrijkskundeleraartje	=	aardrijkskundeleraar
aardrijkskundeleraartjes	=	aardrijkskundeleraar
aardrijkskundeleraren	=	aardrijkskundeleraar
aardrijkskundelerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin de aarde en het aardoppervlak wordt behandeld.
aardrijkskundeleraresje	=	aardrijkskundelerares
aardrijkskundeleraresjes	=	aardrijkskundelerares
aardrijkskundeleraressen	=	aardrijkskundelerares
aardrijkskundeles	noun	een schoolvak waarin de aarde en het aardoppervlak wordt behandeld.
aardrijkskundelesje	=	aardrijkskundeles
aardrijkskundelesjes	=	aardrijkskundeles
aardrijkskundelessen	=	aardrijkskundeles
aardrijkskundelokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin de aarde en het aardoppervlak wordt behandeld.
aardrijkskundelokaaltje	=	aardrijkskundelokaal
aardrijkskundelokaaltjes	=	aardrijkskundelokaal
aardrijkskundelokalen	=	aardrijkskundelokaal
aardrijkskundeonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak aardrijkskunde.
aardrijkskundewerkstuk	noun	een tekst die men maakt voor het vak aardrijkskunde op op school
aardrijkskundewerkstukje	=	aardrijkskundewerkstuk
aardrijkskundewerkstukjes	=	aardrijkskundewerkstuk
aardrijkskundewerkstukken	=	aardrijkskundewerkstuk
aardrijkskundig	adj	met betrekking tot de aardrijkskunde
aardrijkskundige	noun	iemand die de relatie tussen mensen en hun natuurlijke omgeving vanuit een ruimtelijk perspectief bestudeert, en de natuurlijke gesteldheid van de bodem bestudeert
aardrijkskundigen	=	aardrijkskundige
aardrijkskundiger	=	aardrijkskundig
aardrijkskundigere	=	aardrijkskundig
aardrijkskundigers	=	aardrijkskundig
aardrijkskundigs	=	aardrijkskundig
aardrijkskundigst	=	aardrijkskundig
aardrijkskundigste	=	aardrijkskundig
aardrol	noun	wals om de grond vast te drukken en vlak te maken
aardrollen	=	aardrol
aardrolletje	=	aardrol
aardrolletjes	=	aardrol
aardrook	noun	rook die uit de aarde komt bij natuurbranden en bij vulkanische activiteit
aardrotatie	noun	de draaiing van de aarde om haar eigen as, waarvan de duur ca. 24 uur bedraagt
aardrotaties	=	aardrotatie
aardrotatietje	=	aardrotatie
aardrotatietjes	=	aardrotatie
aardrups	noun	larve van bepaalde motten, vaak van de familie nachtvlinders Agrotis die bekend staan om de schade die ze kunnen aanrichten aan gewassen en tuinen, aangezien ze zich graag voeden met plantenwortels en bladeren
aardrupsen	=	aardrups
aardrupsje	=	aardrups
aardrupsjes	=	aardrups
aards	adj	betrekking hebbende op de aarde, tot de aarde behorend
aardsch	=	aards
aardschaduw	noun	de schaduw van de aarde aan de tegenovergestelde kant van waar de zon staat en een maansverduistering kan veroorzaken
aardschaduwen	=	aardschaduw
aardscheerder	noun	klein hemellichaam dat in zijn baan om de zon de aarde op korte afstand passeert (meestal planetoïden, soms kometen)
aardscheerders	=	aardscheerder
aardscheerdertje	=	aardscheerder
aardscheerdertjes	=	aardscheerder
aardschijfje	noun	Lucilla scintilla een kleine slakkensoort uit de familie van de Helicodiscidae die ondergronds leeft.
aardschijfjes	=	aardschijfje
aardschildpadden	noun	een geslacht Geoemyda van schildpadden uit de familie Geoemydidae.
aardschok	noun	een plotselinge aardbeving
aardschokje	=	aardschok
aardschokjes	=	aardschok
aardschokken	=	aardschok
aardschol	noun	een continentale plaat
aardschollen	=	aardschol
aardscholletje	=	aardschol
aardscholletjes	=	aardschol
aardschors	noun	aardkorst
aardschorsen	=	aardschors
aardschorsje	=	aardschors
aardschorsjes	=	aardschors
aardschudding	noun	trilling van de aarde
aardschuddingen	=	aardschudding
aardschuddinkje	=	aardschudding
aardschuddinkjes	=	aardschudding
aardse	=	aards
aardser	=	aards
aardsere	=	aards
aardsers	=	aards
aardsgezind	adj	aan het aardse gehecht
aardsgezinde	=	aardsgezind
aardsgezinder	=	aardsgezind
aardsgezindere	=	aardsgezind
aardsgezinders	=	aardsgezind
aardsgezindheden	=	aardsgezindheid
aardsgezindheid	noun	het gericht zijn op het aardse en het materiële
aardsgezinds	=	aardsgezind
aardsgezindst	=	aardsgezind
aardsgezindste	=	aardsgezind
aardsheden	=	aardsheid
aardsheid	noun	een (wijn)smaak die doet denken aan grond en aarde
aardslak	noun	landnaaktslak, slak zonder schelp, Limax agrestis
aardslakje	=	aardslak
aardslakjes	=	aardslak
aardslakken	noun	een familie Limacidae van naaktslakken.
aardslang	noun	gladde slang Coronella austriaca, een zeldzame slangensoort die lijkt op een adder maar niet giftig is
aardslangen	noun	een familie Xenopeltidae van slangen die deels ondergronds leven
aardslangetje	=	aardslang
aardslangetjes	=	aardslang
aardsluiting	noun	kortsluiting tussen geaarde en niet-geaarde delen van een elektrische installatie
aardsluitingen	=	aardsluiting
aardsluitinkje	=	aardsluiting
aardsluitinkjes	=	aardsluiting
aardspin	noun	Atypidae een groep spinnen die in en op de grond leven en daar hun prooien bespringen
aardspinnen	=	aardspin
aardst	=	aards
aardste	=	aards
aardster	noun	een geslacht Geastrum van schimmels uit de familie Geastraceae.
aardsterren	=	aardster
aardsterretje	=	aardster
aardsterretjes	=	aardster
aardstorting	noun	plotselinge aardverschuiving waarbij een deel van de bodem wegzakt
aardstortingen	=	aardstorting
aardstortinkje	=	aardstorting
aardstortinkjes	=	aardstorting
aardstraal	noun	straal, halve diameter van de aarde
aardstraaltje	=	aardstraal
aardstraaltjes	=	aardstraal
aardstralen	=	aardstraal
aardstralenkast	noun	een apparaat dat aardstralen zou neutraliseren
aardstralenkasten	=	aardstralenkast
aardstralenkastje	=	aardstralenkast
aardstralenkastjes	=	aardstralenkast
aardstraling	noun	uitstraling van warmte door de aarde
aardstralingen	=	aardstraling
aardstromen	=	aardstroom
aardstroom	noun	elektrische stroom door de aardkorst en de oceanen
aardstroompje	=	aardstroom
aardstroompjes	=	aardstroom
aardsysteemkunde	noun	de wetenschap die de aarde als één (ecologisch) systeem onderzoekt
aardt	=	aarden
aardtapuit	noun	Oenanthe pileata zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
aardtapuiten	=	aardtapuit
aardtapuitje	=	aardtapuit
aardtapuitjes	=	aardtapuit
aardtenrek	noun	zeer klein soort zoogdier, Geogale aurita, dat voorkomt in het noordoosten en zuidwesten van Madagaskar, als enige levende soort van de onderfamilie Geogalinae en het geslacht Geogale
aardtenrekje	=	aardtenrek
aardtenrekjes	=	aardtenrek
aardtenreks	noun	onderfamilie, Geogalinae, van de tenreks Tenrecidae.
aardtongzwameter	noun	Hypomyces papulasporae een schimmel uit het geslacht Hypomyces.
aardtongzwameters	=	aardtongzwameter
aardtongzwametertje	=	aardtongzwameter
aardtongzwametertjes	=	aardtongzwameter
aardtrilling	noun	zeer zwakke aardbeving
aardtrillingen	=	aardtrilling
aardtrillinkje	=	aardtrilling
aardtrillinkjes	=	aardtrilling
aardvarken	noun	bepaald soort zoogdier, Orycteropus afer, dat een lange, kleverige tong heeft, vooral 's nachts actief is en voorkomt in vrijwel geheel Afrika ten zuiden van de Sahara, als enige overlevende vertegenwoordiger van de orde der buistandigen (Tubulidentata)
aardvarkens	=	aardvarken
aardvarkentje	=	aardvarken
aardvarkentjes	=	aardvarken
aardvast	adj	in de aarde vastzittend, tak- of wortelvast
aardvaste	=	aardvast
aardveil	noun	bepaald soort altijd groene heester die zich met wortelvezels aan de omringende omgeving vasthecht, Glechoma hederacea
aardveilen	=	aardveil
aardveiltje	=	aardveil
aardveiltjes	=	aardveil
aardverbinding	noun	beschermende verbinding van elektrische apparatuur met de grond
aardverbindingen	=	aardverbinding
aardverbindinkje	=	aardverbinding
aardverbindinkjes	=	aardverbinding
aardverf	noun	minerale verf (vervaardigd uit natuurlijke stoffen)
aardverfje	=	aardverf
aardverfjes	=	aardverf
aardverschuiving	noun	het naar beneden schuiven van een grote massa grond
aardverschuivingen	=	aardverschuiving
aardverschuivinkje	=	aardverschuiving
aardverschuivinkjes	=	aardverschuiving
aardverven	=	aardverf
aardvlo	noun	kever die behoort tot de tribus Alticini.
aardvlooien	noun	Alticini bladkevers, die behoren tot de tribus Alticini.
aardvlooitje	=	aardvlo
aardvlooitjes	=	aardvlo
aardvlootje	=	aardvlo
aardvlootjes	=	aardvlo
aardvork	noun	ijzeren vork met twee tanden, om zoden te kunnen verwerken
aardvorken	=	aardvork
aardvorkje	=	aardvork
aardvorkjes	=	aardvork
aardvrucht	noun	alle eetbare wortels, knollen, bollen en vruchten die in de grond groeien
aardvruchten	=	aardvrucht
aardvruchtje	=	aardvrucht
aardvruchtjes	=	aardvrucht
aardwarmte	noun	warmte die in het inwendige van de aarde aanwezig is
aardwas	noun	geel bruin, brandbaar mengsel van koolwaterstoffen
aardwater	noun	water dat (diep) in de bodem zit; ondergronds water
aardwerk	noun	een bouwwerk dat voornamelijk gemaakt is van opgeworpen aarde
aardwerken	=	aardwerk
aardwerker	noun	iemand die met aarde en grond werkt
aardwerkers	=	aardwerker
aardwerkje	=	aardwerk
aardwerkjes	=	aardwerk
aardwetenschap	noun	elk van de wetenschappen die de planeet aarde bestuderen.
aardwetenschappen	=	aardwetenschap
aardwetenschapper	noun	iemand die de planeet aarde bestudeert
aardwetenschappers	=	aardwetenschapper
aardwinde	noun	Convolvulus arvensis plant uit de windefamilie die veel voorkomt op akkers, langs wegen en in de duinen
aardwinden	=	aardwinde
aardwindes	=	aardwinde
aardwolf	noun	Proteles cristatus, een lid van de familie der hyena's
aardwolfje	=	aardwolf
aardwolfjes	=	aardwolf
aardwolven	=	aardwolf
aardworm	noun	in de grond levende worm van de klasse Oligochaeta
aardwormen	=	aardworm
aardwormpje	=	aardworm
aardwormpjes	=	aardworm
aardzak	noun	met aarde of zand gevulde zak beter bekend onder de naam zandzak
aardzakje	=	aardzak
aardzakjes	=	aardzak
aardzakken	=	aardzak
aardzegge	noun	Carex humilis een overblijvende plant uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
aardzeggen	=	aardzegge
aardzeggetje	=	aardzegge
aardzeggetjes	=	aardzegge
aarereprijs	noun	Veronica spicata een relatief zeldzame overblijvende plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
aarereprijsje	=	aarereprijs
aarereprijsjes	=	aarereprijs
aarereprijzen	=	aarereprijs
aarlenaar	noun	een inwoner van Aarlen, of iemand afkomstig uit Aarlen
aarlenaars	=	aarlenaar
aarlenaarse	noun	vrouwelijke bewoner van Aarle een buurtschap in Nederland
aarlenaarsen	=	aarlenaarse
aarlenaren	=	aarlenaar
aarlens	adj	op Aarlen betrekking hebbend
aarlense	noun	een vrouwelijke inwoner van Aarlen, of een vrouw afkomstig uit Aarlen
aarlensen	=	aarlense
aarlenser	=	aarlens
aarlensere	=	aarlens
aarlensers	=	aarlens
aarlenst	=	aarlens
aarlenste	=	aarlens
aarmaanmos	noun	Cephalozia macrostachya een soort die voorkomt op natte tot vochtige, oligotrofe standplaatsen met lage pH. Doorgaans gaat het om venige standplaatsen in bijvoorbeeld hoogveenmoerassen, natte heiden en venige venoevers.
aarmaanmosje	=	aarmaanmos
aarmaanmosjes	=	aarmaanmos
aarmaanmossen	=	aarmaanmos
aarmunt	noun	sterk geurende, vaste plant, Mentha spicata uit de lipbloemenfamilie Lamiaceae
aarmunten	=	aarmunt
aars	noun	anus
aarschots	adj	betrekking hebbend op Aarschot een stad in de Belgische provincie Vlaams-Brabant
aarschotse	noun	vrouwelijke bewoner van Aarschot een stad in België
aarschotsen	=	aarschotse
aarschotser	=	aarschots
aarschotsere	=	aarschots
aarschotsers	=	aarschots
aarschotst	=	aarschots
aarschotste	=	aarschots
aarschottenaar	noun	bewoner uit Aarschot, een stad in de Belgische provincie Vlaams-Brabant
aarschottenaars	=	aarschottenaar
aarschottenaartje	=	aarschottenaar
aarschottenaartjes	=	aarschottenaar
aarschottenaren	=	aarschottenaar
aarsdarm	noun|obsolete	het laatste deel van het maag-darmkanaal
aarsdarmen	=	aarsdarm
aarsdarmpje	=	aarsdarm
aarsgaatje	=	aarsgat
aarsgaatjes	=	aarsgat
aarsgat	noun	aars, anus
aarsgaten	=	aarsgat
aarsgewei	noun	naam van een tatoeage die breed uitwaaierend is aangebracht op de rug boven de bilspleet
aarsgeweien	=	aarsgewei
aarsgeweitje	=	aarsgewei
aarsgeweitjes	=	aarsgewei
aarsje	=	aars
aarsjes	=	aars
aarsmade	noun	bepaald soort parasitaire, maar onschadelijke rondworm van ca. 5–10 mm lengte, Enterobius vermicularis, die voorkomt in de darmen van de mens Het wormpje is geelwit van kleur en is bij onvoldoende licht, en zonder een loep of een (binoculaire) microscoop, amper zichtbaar.
aarsmaden	=	aarsmade
aarsmades	=	aarsmade
aarsmadetje	=	aarsmade
aarsmadetjes	=	aarsmade
aarsopening	noun	de opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal waardoor afvalstoffen het lichaam verlaten
aarsopeningen	=	aarsopening
aarsopeningetje	=	aarsopening
aarsopeningetjes	=	aarsopening
aarspil	noun	hoofdas waaraan de bloempjes en later de zaden vastzitten bij grassen, Poaceae
aarspillen	=	aarspil
aarstulp	noun	pijnlijke uitstulping van een ader bij de anus (meestal in meervoudsvorm: aarstulpen)
aarstulpen	noun	pijnlijke uitstulping van de aderen van de anus
aarstulpje	=	aarstulp
aarstulpjes	=	aarstulp
aarsvin	noun	vin bij de aars
aarsvinnen	=	aarsvin
aarsvinnetje	=	aarsvin
aarsvinnetjes	=	aarsvin
aarsworm	noun	een kleine, maar onschadelijke, parasitaire rondworm (van ca. 5–10 mm lengte) die voorkomt in de darmen van de mens
aarswormen	=	aarsworm
aarswormpje	=	aarsworm
aarswormpjes	=	aarsworm
aartje	=	aar
aartjes	=	aar
aarts	=	aards
aartsapostel	noun	de belangrijkste apostel
aartsapostelen	=	aartsapostel
aartsapostels	=	aartsapostel
aartsaposteltje	=	aartsapostel
aartsaposteltjes	=	aartsapostel
aartsarchitect	noun	de belangrijkste oftewel hoogste architect, die uitzonderlijke opdrachten krijgt toegewezen
aartsarchitecten	=	aartsarchitect
aartsarchitectje	=	aartsarchitect
aartsarchitectjes	=	aartsarchitect
aartsbedrieger	noun	iemand die altijd probeert anderen te misleiden
aartsbedriegers	=	aartsbedrieger
aartsbedriegertje	=	aartsbedrieger
aartsbedriegertjes	=	aartsbedrieger
aartsbedriegster	noun	vrouw die van nature veel bedrog pleegt
aartsbedriegsters	=	aartsbedriegster
aartsbedriegstertje	=	aartsbedriegster
aartsbedriegstertjes	=	aartsbedriegster
aartsbisdom	noun	het belangrijkste gebied van een kerkprovincie, dat geleid wordt door de aartsbisschop
aartsbisdommen	=	aartsbisdom
aartsbisdommetje	=	aartsbisdom
aartsbisdommetjes	=	aartsbisdom
aartsbisschop	noun	de voornaamste bisschop van een kerkprovincie
aartsbisschopje	=	aartsbisschop
aartsbisschopjes	=	aartsbisschop
aartsbisschoppelijk	adj	betrekking hebbend op een aartsbisschop
aartsbisschoppelijke	=	aartsbisschoppelijk
aartsbisschoppelijker	=	aartsbisschoppelijk
aartsbisschoppelijkere	=	aartsbisschoppelijk
aartsbisschoppelijkers	=	aartsbisschoppelijk
aartsbisschoppelijks	=	aartsbisschoppelijk
aartsbisschoppelijkst	=	aartsbisschoppelijk
aartsbisschoppelijkste	=	aartsbisschoppelijk
aartsbisschoppen	=	aartsbisschop
aartsbooswicht	noun	booswicht in de overtreffende trap
aartsbooswichten	=	aartsbooswicht
aartsbroederschap	noun	verband van vrome gelovigen voor een religieus doel dat een centrale rol speelt binnen een groep van verwante soortgelijke verbanden
aartsbroederschappen	=	aartsbroederschap
aartsch	=	aards
aartsconservatief	noun	iemand die zeer behoudend is	adj	zeer behoudzuchtig
aartsconservatiefs	=	aartsconservatief
aartsconservatiefst	=	aartsconservatief
aartsconservatiefste	=	aartsconservatief
aartsconservatieve	=	aartsconservatief
aartsconservatieven	=	aartsconservatief
aartsconservatiever	=	aartsconservatief
aartsconservatievere	=	aartsconservatief
aartsconservatievers	=	aartsconservatief
aartsdeugniet	noun	iemand die heel stout en ondeugend is
aartsdeugnieten	=	aartsdeugniet
aartsdiaken	noun	rooms-katholieke priester met bijstand van de aartsbisschop als taak
aartsdiakenen	=	aartsdiaken
aartsdiakens	=	aartsdiaken
aartsdiakenschap	noun	een geestelijke die verantwoordelijk is voor een een verzameling parochies binnen een groter bisdom
aartsdiakenschappen	=	aartsdiakenschap
aartsdiakentje	=	aartsdiaken
aartsdiakentjes	=	aartsdiaken
aartsdiocees	noun	het belangrijkste gebied van een kerkprovincie, dat geleid wordt door de aartsbisschop
aartsdioceesje	=	aartsdiocees
aartsdioceesjes	=	aartsdiocees
aartsdiocesen	=	aartsdiocees
aartsdom	adj	bijzonder dom
aartsdomkop	noun	iemand met een uitzonderlijk gebrek aan intelligentie
aartsdomkoppen	=	aartsdomkop
aartsdomme	=	aartsdom
aartsdomoor	noun	iemand die nooit iets begrijpt
aartsdomoren	=	aartsdomoor
aartsdoms	=	aartsdom
aartsdonker	noun	volstrekt donker	adj	volstrekt donker
aartsdonkere	=	aartsdonker
aartsdonkers	=	aartsdonker
aartsengel	noun	een hemelgeest in een rang boven een engel
aartsengelen	=	aartsengel
aartsengels	=	aartsengel
aartsengeltje	=	aartsengel
aartsengeltjes	=	aartsengel
aartsgek	noun	iemand die heel erg gestoord is	adj	heel erg gestoord
aartsgekje	=	aartsgek
aartsgekjes	=	aartsgek
aartsgekke	=	aartsgek
aartsgekken	=	aartsgek
aartsgeks	=	aartsgek
aartshertog	noun	een keizerlijke prins in het vroegere Oostenrijk-Hongarije
aartshertogdom	noun	gebied van een aartshertog
aartshertogdommen	=	aartshertogdom
aartshertogdommetje	=	aartshertogdom
aartshertogdommetjes	=	aartshertogdom
aartshertogelijk	adj	van een aartshertog
aartshertogelijke	=	aartshertogelijk
aartshertogelijker	=	aartshertogelijk
aartshertogelijkere	=	aartshertogelijk
aartshertogelijkers	=	aartshertogelijk
aartshertogelijks	=	aartshertogelijk
aartshertogelijkst	=	aartshertogelijk
aartshertogelijkste	=	aartshertogelijk
aartshertogen	=	aartshertog
aartshertogin	noun	adellijke titel, vrouw van een aartshertog
aartshertoginnen	=	aartshertogin
aartshertoginnetje	=	aartshertogin
aartshertoginnetjes	=	aartshertogin
aartshertogje	=	aartshertog
aartshertogjes	=	aartshertog
aartshuichelaar	noun	een meester in het huichelen
aartshuichelaars	=	aartshuichelaar
aartsidioot	noun	persoon die heel erg dom is
aartsidioten	=	aartsidioot
aartskanselier	noun	grootkanselier van het pauselijk hof
aartskanselieren	=	aartskanselier
aartskanseliers	=	aartskanselier
aartskanseliertje	=	aartskanselier
aartskanseliertjes	=	aartskanselier
aartsketter	noun	iemand die niet meer gelooft in 'de ware' religie
aartsketters	=	aartsketter
aartskettertje	=	aartsketter
aartskletser	noun	persoon die (te) veel praat
aartskletsers	=	aartskletser
aartskletsertje	=	aartskletser
aartskletsertjes	=	aartskletser
aartslelijk	adj	heel erg lelijk
aartslelijke	=	aartslelijk
aartslelijks	=	aartslelijk
aartsleugenaar	noun	iemand die zeer veel liegt
aartsleugenaars	=	aartsleugenaar
aartsleugenaartje	=	aartsleugenaar
aartsleugenaartjes	=	aartsleugenaar
aartslui	adj	heel erg lui, uiterst lui
aartsluiaard	noun	een zeer lui persoon
aartsluiaards	=	aartsluiaard
aartsluie	=	aartslui
aartsluis	=	aartslui
aartsmoeder	noun	eerbiedwaardige stammoeder; eerbiedwaardige oermoeder
aartsmoeders	=	aartsmoeder
aartsmoedertje	=	aartsmoeder
aartsmoeilijk	adj	zeer lastig
aartsmoeilijke	=	aartsmoeilijk
aartsmoeilijks	=	aartsmoeilijk
aartsoptimist	noun	een optimist zonder weerga
aartsoptimisten	=	aartsoptimist
aartspriester	noun	voornaamste priester (bij een kathedrale kerk i.g.v. van rooms)
aartspriesteren	=	aartspriester
aartspriesters	=	aartspriester
aartspriesterschap	noun	een geestelijke die verantwoordelijk is voor een een verzameling parochies binnen een groter bisdom
aartspriesterschappen	=	aartspriesterschap
aartspriestertje	=	aartspriester
aartspriestertjes	=	aartspriester
aartsprofeet	noun	belangrijke profeet, een van de grote profeten uit de Bijbel
aartsprofeetje	=	aartsprofeet
aartsprofeetjes	=	aartsprofeet
aartsprofeten	=	aartsprofeet
aartsrivaal	noun	iemand die de belangrijkste rivaal is (sinds onheuglijke tijden)
aartsrivaaltje	=	aartsrivaal
aartsrivaaltjes	=	aartsrivaal
aartsrivale	noun	vrouw waarmee men altijd strijdt om dezelfde zaken
aartsrivalen	=	aartsrivaal
aartsrivales	=	aartsrivale
aartsroddelaarster	noun	vrouw die heel veel kwaadspreekt over andere mensen
aartsroddelaarsters	=	aartsroddelaarster
aartsroddelaarstertje	=	aartsroddelaarster
aartsroddelaarstertjes	=	aartsroddelaarster
aartsschelm	noun	doortrapte boef, iemand die sterk geneigd is dingen te die verboden zijn
aartsschelmen	=	aartsschelm
aartsschurk	noun	iemand die een hele erge misdadiger is
aartsschurken	=	aartsschurk
aartsslecht	adj	door en door slecht
aartsslechte	=	aartsslecht
aartsslechts	=	aartsslecht
aartsvader	noun	eerbiedwaardig stamvader (van het Israëlitische volk)
aartsvaderen	=	aartsvader
aartsvaderlijk	adv	met de eerbiedwaardigheid van de aartsvader.
aartsvaderlijke	=	aartsvaderlijk
aartsvaderlijker	=	aartsvaderlijk
aartsvaderlijkere	=	aartsvaderlijk
aartsvaderlijkers	=	aartsvaderlijk
aartsvaderlijks	=	aartsvaderlijk
aartsvaderlijkst	=	aartsvaderlijk
aartsvaderlijkste	=	aartsvaderlijk
aartsvaders	=	aartsvader
aartsvadertje	=	aartsvader
aartsvadertjes	=	aartsvader
aartsverrader	noun	een verrader bij uitnemendheid
aartsverraders	=	aartsverrader
aartsvijand	noun	ergste vijand
aartsvijanden	=	aartsvijand
aartsvijandin	=	aartsvijand
aartsvijandje	=	aartsvijand
aartsvijandjes	=	aartsvijand
aarvederkruid	noun	bepaald soort vaste waterplant, Myriophyllum spicatum uit de vederkruidfamilie (Haloragaceae)
aarvormig	adj	vorm van een korenaar hebbend
aarvormige	=	aarvormig
aarvormiger	=	aarvormig
aarvormigere	=	aarvormig
aarvormigers	=	aarvormig
aarvormigs	=	aarvormig
aarvormigst	=	aarvormig
aarvormigste	=	aarvormig
aarzel	=	aarzelen
aarzelaar	noun	iemand die veel twijfelt, een onzeker iemand
aarzelaars	=	aarzelaar
aarzelde	=	aarzelen
aarzelden	=	aarzelen
aarzele	=	aarzelen
aarzelen	verb	onzeker zijn, twijfelen
aarzelend	adj	met twijfel en onzekerheid
aarzelende	=	aarzelen
aarzelender	=	aarzelend
aarzelendere	=	aarzelend
aarzelenders	=	aarzelend
aarzelends	=	aarzelend
aarzelendst	=	aarzelend
aarzelendste	=	aarzelend
aarzeling	noun	onzekerheid, twijfel, weifel
aarzelingen	=	aarzeling
aarzelingetje	=	aarzeling
aarzelingetjes	=	aarzeling
aarzelloos	adj	zonder aarzeling
aarzelloost	=	aarzelloos
aarzellooste	=	aarzelloos
aarzelloze	=	aarzelloos
aarzellozer	=	aarzelloos
aarzellozere	=	aarzelloos
aarzellozers	=	aarzelloos
aarzelmaand	noun|obsolete	tiende maand van het kalenderjaar
aarzelmaanden	=	aarzelmaand
aarzelmaandje	=	aarzelmaand
aarzelmaandjes	=	aarzelmaand
aarzelt	=	aarzelen
aarzen	=	aars
aas	noun	stuk vlees dat als lokmiddel gebruikt wordt
aasbloem	noun	benaming voor diverse stinkende planten zoals de stinkende kamille Anthemis cotula
aasbloemen	=	aasbloem
aasbloempje	=	aasbloem
aasbloempjes	=	aasbloem
aasde	=	azen
aasden	=	azen
aasdier	noun	dier dat zich voedt met aas
aasdieren	=	aasdier
aasdiertje	=	aasdier
aasdiertjes	=	aasdier
aasdomsrecht	noun|historical	vonnis en rechtspraak zoals uitgesproken door de azig een Friese volksrechter, de buren of de schout
aasdomsrechten	=	aasdomsrecht
aasemmer	noun	een bak waarin een visser zijn levende aasvissen bewaart
aasemmers	=	aasemmer
aasemmertje	=	aasemmer
aasemmertjes	=	aasemmer
aaseter	noun	een dier dat zich met kadavers voedt
aaseters	=	aaseter
aasetertje	=	aaseter
aasetertjes	=	aaseter
aasgarnalen	noun	een orde Mysida van garnalen (Caridea)
aasgedrag	noun	de manier waarop vissen het aas eten
aasgier	noun	bepaald soort roofvogel, Neophron percnopterus, een van aas levende gier
aasgieren	=	aasgier
aasgierfonds	noun	financieel fonds waarin commerciële instellingen de overgenomen schuldenlasten van derdewereldlanden aan banken of overheden plaatsen
aasgierfondsen	=	aasgierfonds
aasgierfondsje	=	aasgierfonds
aasgierfondsjes	=	aasgierfonds
aasgiertje	=	aasgier
aasgiertjes	=	aasgier
aasjager	noun	een slechte, onzorgvuldige jager
aasjagers	=	aasjager
aasje	=	aas
aasjes	=	aas
aaskever	noun	Silphidae een kever uit de familie Silphidae behorende tot de onderorde Polyphaga.
aaskevers	noun	Silphidae een familie van kevers behorende tot de onderorde Polyphaga.
aaskevertje	=	aaskever
aaskevertjes	=	aaskever
aaskoprakever	noun	Necrobia violacea een keversoort uit de familie van de mierkevers (Cleridae).
aaskoprakevers	=	aaskoprakever
aaskoprakevertje	=	aaskoprakever
aaskoprakevertjes	=	aaskoprakever
aasmestkever	noun	Onthophagus coenobita een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae) en de onderfamilie pillendraaiers (Scarabaeinae)
aasmestkevers	=	aasmestkever
aasmestkevertje	=	aasmestkever
aasmestkevertjes	=	aasmestkever
aassoort	noun	soort voedsel waarmee men vissen lokt die men wil vangen
aassoorten	=	aassoort
aast	=	azen
aastor	noun	kever die eieren in dode lichamen legt
aastorren	=	aastor
aastorretje	=	aastor
aastorretjes	=	aastor
aasvis	noun	dode of levende vis die vissers gebruiken als lokmiddel voor de te vangen vis
aasvisje	=	aasvis
aasvisjes	=	aasvis
aasvissen	=	aasvis
aasvlieg	noun	bepaalde vlieg die op kadavers eieren legt
aasvliegen	=	aasvlieg
aasvliegje	=	aasvlieg
aasvliegjes	=	aasvlieg
aasvogel	noun	vogel die leeft van dode dieren
aasvogelen	=	aasvogel
aasvogels	=	aasvogel
aasvogeltje	=	aasvogel
aasvreter	noun	dier dat van het vlees van lijken leeft: een gier is een aasvreter
aasvreters	=	aasvreter
aasvretertje	=	aasvreter
aasvretertjes	=	aasvreter
aaszak	noun	zak waarin men eten kan vervoeren
aaszakken	=	aaszak
aat	noun	dat wat men als voedsel kan gebruiken
aatje	=	a
aaw	abbrev	de afkorting voor Algemene Arbeidsongeschiktheidswet
aaw-voorziening	noun	een voorziening in het kader van de AAW
aaw-voorzieningen	=	aaw-voorziening
aaw-voorzieninkje	=	aaw-voorziening
aaw-voorzieninkjes	=	aaw-voorziening
ab	noun	afkorting van het algemeen bestuur
ab's	=	ab
ab-bord	noun|historical	plank met handvat en venster waarin letters in alfabetische volgorde staan afgebeeld, tot de 20e eeuw gebruikt als hulpmiddel om kinderen te leren lezen
ab-borden	=	ab-bord
aba	noun	afkorting van algemene bacheloropleiding
aba's	=	aba
ababbel	noun|obsolete	klap in het gelaat
ababbels	=	ababbel
abaca	noun	bepaald soort bananenplant, Musa textilis die een vezel levert, de manillahennep
abaca's	=	abaca
abacadabra	noun	abracadabra
abaci	=	abacus
abacterieel	adj	zonder bacteriën
abacterieels	=	abacterieel
abacteriële	=	abacterieel
abactis	noun	secretaris
abactisje	=	abactis
abactisjes	=	abactis
abactissen	=	abactis
abacus	noun	raam met staven waarop balletjes kunnen schuiven om kinderen te leren rekenen
abacusje	=	abacus
abacusjes	=	abacus
abacussen	=	abacus
abaisse	noun	een stuk uitgerold deeg
abaisseer	=	abaisseren
abaisseerde	=	abaisseren
abaisseerden	=	abaisseren
abaisseert	=	abaisseren
abaissere	=	abaisseren
abaisseren	verb	met een deegroller platter (en dus lager) maken
abaisserend	=	abaisseren
abaisserende	=	abaisseren
abaja	noun	wijd vallend, vaak donker gekleurd gewaad dat het hele lichaam vanaf de schouders bedekt, vooral gedragen door islamitische vrouwen
abaja's	=	abaja
abandon	noun	gedraging die duidelijk maakt dat iemand niet langer aanspraak op iets maakt
abandonneer	=	abandonneren
abandonneerde	=	abandonneren
abandonneerden	=	abandonneren
abandonneert	=	abandonneren
abandonnement	noun	verzekerde goederen en schepen overlaten aan een verzekeringsmaatschappij; wettelijk afstand doen van
abandonnementen	=	abandonnement
abandonnere	=	abandonneren
abandonneren	verb	afstaan, afstand doen, verlaten
abandonnerend	=	abandonneren
abandonnerende	=	abandonneren
abandonware	noun	verouderde software die niet meer door de leverancier wordt onderhouden
abasie	noun	aandoening waarbij je niet goed kan blijven lopen
abat-jour	noun	een raam dat bovenin een kelderruimte zit en van bovenaf licht geeft
abat-jours	=	abat-jour
abatis	noun	bruikbare resten die ontstaan zijn door het bereiden van voedsel
abaton	noun	het allerheiligste deel van een tempel waar men niet mag binnengaan
abattoir	noun	een bedrijf waar dieren geslacht worden
abattoirs	=	abattoir
abattoirtje	=	abattoir
abattoirtjes	=	abattoir
abaxiaal	adj	aan de zijde die van de as is afgekeerd
abaxiaals	=	abaxiaal
abaxiaalst	=	abaxiaal
abaxiaalste	=	abaxiaal
abaxiale	=	abaxiaal
abaxialer	=	abaxiaal
abaxialere	=	abaxiaal
abaxialers	=	abaxiaal
abaya	noun	loszittende lange Arabische jurk voor vrouwen waardoor alleen handen, voeten en het gelaat zichtbaar blijven; ze wordt gedragen over andere kleding heen
abaya's	=	abaya
abazijnstalig	adj	de Abazijnse taal sprekend
abazijnstalige	=	abazijnstalig
abazijnstaligs	=	abazijnstalig
abb	noun	belasting die op de Caraïbische eilanden wordt geheven op productie en invoer van goederen
abba	noun	vader
abba's	=	abba
abbatiaal	adj	betrekking hebbend op een abt of een abdij
abbatiaals	=	abbatiaal
abbatiaalst	=	abbatiaal
abbatiaalste	=	abbatiaal
abbatiaat	noun	de ambtsperiode van een abt of een abdis
abbatiale	=	abbatiaal
abbatialer	=	abbatiaal
abbatialere	=	abbatiaal
abbatialers	=	abbatiaal
abbreviatie	noun	afkorting, het inkorten van een woord of een frase
abbreviaties	=	abbreviatie
abbreviatietje	=	abbreviatie
abbreviatietjes	=	abbreviatie
abbrevieer	=	abbreviëren
abbrevieerde	=	abbreviëren
abbrevieerden	=	abbreviëren
abbrevieert	=	abbreviëren
abbreviëre	=	abbreviëren
abbreviëren	verb	afkorten, verkort schrijven
abbreviërend	=	abbreviëren
abbreviërende	=	abbreviëren
abbé	noun	wereldlijk geestelijke (in Frankrijk)
abbés	=	abbé
abc	noun	gezamenlijke lettertekens van het alfabet zoals die in hun gangbare volgorde worden aangeleerd
abc's	=	abc
abc'tje	=	abc
abc'tjes	=	abc
abc-boek	noun	een boek waaruit men het abc leert
abc-boeken	=	abc-boek
abc-boekje	=	abc-boek
abc-boekjes	=	abc-boek
abc-eiland	noun	de Antilliaanse eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao
abc-eilanden	=	abc-eiland
abc-oorlog	noun	oorlog waarin atoombommen, bacteriologische en chemische wapens gebruikt worden
abc-oorlogen	=	abc-oorlog
abc-oorlogje	=	abc-oorlog
abc-oorlogjes	=	abc-oorlog
abc-wapen	noun	een wapen dat behoort tot de klasse van ABC-wapens, een massavernietigingswapen
abc-wapens	noun	klasse van atomaire, bacteriologische en chemische wapens
abces	noun	een ophoping van pus in het lichaam, daarbij een onnatuurlijke holte vormend
abcesje	=	abces
abcesjes	=	abces
abcessen	=	abces
abchazischtalig	adj	de Abchazische taal sprekend
abchazischtalige	=	abchazischtalig
abchazischtaligs	=	abchazischtalig
abcoudenaar	noun	bewoner uit Abcoude, een dorp en voormalige gemeente in het noordwesten van de Nederlandse provincie Utrecht
abcoudenaars	=	abcoudenaar
abcoudenaartje	=	abcoudenaar
abcoudenaartjes	=	abcoudenaar
abcoudenaren	=	abcoudenaar
abcoudens	adj	behorend tot of betrekking hebbend op Abcoude, een dorp in Utrecht
abcoudense	=	abcoudens
abcoudenser	=	abcoudens
abcoudensere	=	abcoudens
abcoudensers	=	abcoudens
abcoudenst	=	abcoudens
abcoudenste	=	abcoudens
abcouds	adj	behorend tot of betrekking hebbende op Abcoude, een plaats in Nederland
abcoudse	noun	vrouwelijke bewoner van Abcoude; vrouw uit Abcoude
abcoudsen	=	abcoudse
abcoudser	=	abcouds
abcoudsere	=	abcouds
abcoudsers	=	abcouds
abcoudst	=	abcouds
abcoudste	=	abcouds
abd-al-kurimus	noun	Passer hemileucus een zangvogel uit de familie van de mussen (Passeridae).
abd-al-kurimusje	=	abd-al-kurimus
abd-al-kurimusjes	=	abd-al-kurimus
abd-al-kurimussen	=	abd-al-kurimus
abdicatie	noun	troonsafstand
abdicatiebus	noun	een vervoermiddel (bus) dat gebruikt wordt om gasten van/naar de abdicatieplechtigheid te vervoeren
abdicatiebusje	=	abdicatiebus
abdicatiebusjes	=	abdicatiebus
abdicatiebussen	=	abdicatiebus
abdicatieceremonie	noun	de ceremonie waarin de akte van abdicatie getekend wordt en de regerend koning(in) afstand doet van de troon.
abdicatieceremonies	=	abdicatieceremonie
abdicatieceremonietje	=	abdicatieceremonie
abdicatieceremonietjes	=	abdicatieceremonie
abdicatieceremonieën	=	abdicatieceremonie
abdicatieceremoniën	=	abdicatieceremonie
abdicatiedag	noun	de dag waarop de abdicatie plaatsvindt.
abdicatiedagen	=	abdicatiedag
abdicatiedagje	=	abdicatiedag
abdicatiedagjes	=	abdicatiedag
abdicaties	=	abdicatie
abdicatietje	=	abdicatie
abdicatietjes	=	abdicatie
abdiceer	=	abdiceren
abdiceerde	=	abdiceren
abdiceerden	=	abdiceren
abdiceert	=	abdiceren
abdicere	=	abdiceren
abdiceren	verb	afstand doen van de troon, aftreden als vorst
abdicerend	=	abdiceren
abdicerende	=	abdiceren
abdij	noun	klooster met aan de leiding een abt of abdis
abdijbier	noun	in een klooster gebrouwen zwak alcoholische drank; bier waaraan een abdij zijn naam gegeven heeft
abdijbieren	=	abdijbier
abdijbiertje	=	abdijbier
abdijbiertjes	=	abdijbier
abdijcomplex	noun	ommuurde groep gebouwen (met abdijkerk, woon-, slaap- en eetruimten, de bibliotheek, moestuin e.d.) die samen een klooster vormen
abdijcomplexen	=	abdijcomplex
abdijcomplexje	=	abdijcomplex
abdijcomplexjes	=	abdijcomplex
abdijen	=	abdij
abdijgebouw	noun	gebouwen die horen bij een klooster
abdijgebouwen	=	abdijgebouw
abdijhoeve	noun	boerderij die in het bezit is van een klooster
abdijhoeven	=	abdijhoeve
abdijhoeves	=	abdijhoeve
abdijkerk	noun	een kerk die bij een abdij hoort
abdijkerken	=	abdijkerk
abdijkerkje	=	abdijkerk
abdijkerkjes	=	abdijkerk
abdijsiroop	noun	in een klooster gemaakte hoestdrank; hoestdrank vernoemt naar een klooster; het middel zou goed werken tegen de Spaanse griep
abdijsiropen	=	abdijsiroop
abdijsite	noun	plaats waar een klooster gebouwd is; terrein dat hoort bij een klooster
abdijsiten	=	abdijsite
abdijsites	=	abdijsite
abdijtje	=	abdij
abdijtjes	=	abdij
abdijwijngaard	noun	door kloosterlingen in cultuur gebracht stuk landbouwgrond ten behoeve van wijnbouw.
abdijwijngaarden	=	abdijwijngaard
abdijyoga	noun	yoga meditatie in een (voormalig) klooster
abdiqueer	=	abdiqueren
abdiqueerde	=	abdiqueren
abdiqueerden	=	abdiqueren
abdiqueert	=	abdiqueren
abdiquere	=	abdiqueren
abdiqueren	verb	vrijwillig afstand doen van bestaande rechten of verantwoordelijkheden
abdiquerend	=	abdiqueren
abdiquerende	=	abdiqueren
abdis	noun	bestuurster van een abdij
abdisje	=	abdis
abdisjes	=	abdis
abdissen	=	abdis
abdomen	noun	onderbuik
abdomens	=	abdomen
abdominaal	adj	de onderbuik betreffend
abdominaals	=	abdominaal
abdominale	=	abdominaal
abduceer	=	abduceren
abduceerde	=	abduceren
abduceerden	=	abduceren
abduceert	=	abduceren
abducere	=	abduceren
abduceren	verb	van de middellijn af bewegen, in geval van een arm of een been van de mediaanlijn af
abducerend	=	abduceren
abducerende	=	abduceren
abductie	noun	wegvoering
abducties	=	abductie
abductietje	=	abductie
abductietjes	=	abductie
abecedaria	=	abecedarium
abecedarium	noun	een acrostichon waarvan de opeenvolgende regels met de opeenvolgende letters van het alfabet beginnen
abecedariumpje	=	abecedarium
abecedariumpjes	=	abecedarium
abecedariums	=	abecedarium
abeel	noun	bepaald soort loofboom, Populus alba uit het populierengeslacht
abeelbomen	=	abeelboom
abeelboom	noun	Populus alba soort populier met een witte bast
abeelboompje	=	abeelboom
abeelboompjes	=	abeelboom
abeeltje	=	abeel
abeeltjes	=	abeel
abeelvouwmot	noun	Phyllonorycter comparella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
abeelvouwmotje	=	abeelvouwmot
abeelvouwmotjes	=	abeelvouwmot
abeelvouwmotten	=	abeelvouwmot
abel	adj	bekwaam, bedreven
abele	=	abel
abelen	=	abeel
abelenbladsteelmineermot	noun	Ectoedemia turbidella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
abelenbladsteelmineermotje	=	abelenbladsteelmineermot
abelenbladsteelmineermotjes	=	abelenbladsteelmineermot
abelenbladsteelmineermotten	=	abelenbladsteelmineermot
abelenlaan	noun	laan met populieren populus
abelenlanen	=	abelenlaan
abeler	=	abel
abelere	=	abel
abelers	=	abel
abels	=	abel
abelst	=	abel
abelste	=	abel
aberdaregraszanger	noun	Cisticola aberdare een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
aberdaregraszangers	=	aberdaregraszanger
aberdaregraszangertje	=	aberdaregraszanger
aberdaregraszangertjes	=	aberdaregraszanger
aberdoedas	noun|obsolete	harde klap om de oren
aberdoedasje	=	aberdoedas
aberdoedasjes	=	aberdoedas
aberdoedassen	=	aberdoedas
aberrant	adj	afwijkend van de norm
aberrante	=	aberrant
aberranter	=	aberrant
aberrantere	=	aberrant
aberranters	=	aberrant
aberrants	=	aberrant
aberrantst	=	aberrant
aberrantste	=	aberrant
aberratie	noun	afwijking, afdwaling van het gewone of van het gewenste
aberraties	=	aberratie
aberratietje	=	aberratie
aberratietjes	=	aberratie
abessief	adv	naamval die afwezigheid aanduidt
abessijn	noun	een elegant gebouwde kortharige kat met een gespikkeld cyperpatroon
abessijnen	=	abessijn
abessijntje	=	abessijn
abessijntjes	=	abessijn
abgeseild	=	abseilen
abgeseilde	=	abseilen
abhorreer	=	abhorreren
abhorreerde	=	abhorreren
abhorreerden	=	abhorreren
abhorreert	=	abhorreren
abhorrere	=	abhorreren
abhorreren	verb	verfoeien, verafschuwen
abhorrerend	=	abhorreren
abhorrerende	=	abhorreren
abib	noun	eerste maand van het jaar, in maart-april; oude benaming, later: nisan (4×: Ex. 13:4, 23:15, 34:18, Deut. 16:1)
abimeer	=	abimeren
abimeerde	=	abimeren
abimeerden	=	abimeren
abimeert	=	abimeren
abimere	=	abimeren
abimeren	verb	beschadigen, misbruiken, vandaliseren
abimerend	=	abimeren
abimerende	=	abimeren
abiotisch	adj	niet levend, zonder biologische oorsprong
abiotische	=	abiotisch
abiotischer	=	abiotisch
abiotischere	=	abiotisch
abiotischers	=	abiotisch
abissio	noun	het weglaten van klanken aan het eind van woorden
abitur	noun	het eindexamen van de middelbare school in Duitsland dat men nodig heeft om naar een universiteit te gaan
abituriënt	noun	wie een middelbare school of school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met het eindexamendiploma verlaat
abituriënten	=	abituriënt
abject	adj	volstrekt verachtelijk, zeer verwerpelijk
abjecte	=	abject
abjecter	=	abject
abjectere	=	abject
abjecters	=	abject
abjectheden	=	abjectheid
abjectheid	noun	de mate waarin iets abject is
abjects	=	abject
abjectst	=	abject
abjectste	=	abject
ablatie	noun	losmaking
ablatief	noun	de zesde naamval die onder meer de instantie aangeeft waarvan iets uitgaat of vertrekt
ablatiefje	=	ablatief
ablaties	=	ablatie
ablatietje	=	ablatie
ablatietjes	=	ablatie
ablatieven	=	ablatief
ablativi	=	ablativus
ablativus	noun	een naamval die de instantie aangeeft waarvan iets uitgaat of vertrekt.
ablativussen	=	ablativus
ablaut	noun	de op het Indo-Europees teruggaande regelmatige afwisseling van bepaalde wortelklinkers in etymologisch verwante woorden en woorddelen, die niet door de klankomgeving wordt bepaald
ablauten	=	ablaut
ableer	=	ableren
ableerde	=	ableren
ableerden	=	ableren
ableert	=	ableren
ablere	=	ableren
ableren	verb	chirurgisch verwijderen
ablerend	=	ableren
ablutie	noun	religieuze wassing
abluties	=	ablutie
ablutietje	=	ablutie
ablutievaatje	=	ablutievat
ablutievaatjes	=	ablutievat
ablutievat	noun	een vat waarin in rooms-katholieke kerken de priester zijn handen wast
ablutievaten	=	ablutievat
ablutiën	=	ablutie
abnormaal	adv	ongewoon, bijzonder
abnormaals	=	abnormaal
abnormaalst	=	abnormaal
abnormaalste	=	abnormaal
abnormale	=	abnormaal
abnormaler	=	abnormaal
abnormalere	=	abnormaal
abnormalers	=	abnormaal
abnormaliteit	noun	onregelmatigheid
abnormaliteiten	=	abnormaliteit
abo	noun	verkorting van abonnement
abo's	=	abo
abolitie	noun	afschaffing
abolities	=	abolitie
abolitionisme	noun	het streven naar afschaffing van een verschijnsel, bv. het strafrecht of de slavernij
abolitionist	noun	voorstander van abolitie (abolitionisme); voorstander van de afschaffing van de slavernij
abolitioniste	noun	vrouwelijke voorstander of aanhanger van het abolitionisme; vrouwelijke voorstander voor het afschaffen van de slavernij
abolitionisten	=	abolitionist
abolitionistes	=	abolitioniste
abolitionistisch	adj	betreffende het abolitionisme
abolitionistische	=	abolitionistisch
abolitionistischer	=	abolitionistisch
abolitionistischere	=	abolitionistisch
abolitionistischers	=	abolitionistisch
abolitionistje	=	abolitionist
abolitionistjes	=	abolitionist
aboma	noun	zeer grote en zware wurgslang uit het geslacht Eunectes
aboma's	=	aboma
abominabel	adj	bijzonder slecht
abominabele	=	abominabel
abominabeler	=	abominabel
abominabelere	=	abominabel
abominabelers	=	abominabel
abominabels	=	abominabel
abominabelst	=	abominabel
abominabelste	=	abominabel
abominatie	noun	iets wat afkeer opwekt
abominaties	=	abominatie
abondance	noun	koeienras
abondances	=	abondance
abondant	adj	overvloedig
abondante	=	abondant
abondanter	=	abondant
abondantere	=	abondant
abondanters	=	abondant
abondantie	noun	overvloed
abondanties	=	abondantie
abondants	=	abondant
abondantst	=	abondant
abondantste	=	abondant
abongrakoekje	noun	koekje van sesamzaad
abongrakoekjes	=	abongrakoekje
abongrazaad	noun	sesamzaad
abongrazaadje	=	abongrazaad
abongrazaadjes	=	abongrazaad
abongrazaden	=	abongrazaad
abonnee	noun	iemand die op iets geabonneerd is
abonnee-tv	noun	een televisiekanaal dat men alleen tegen betaling van abonnementsgelden kan bekijken
abonneebestand	noun	een lijst met de gegevens van de abonnees
abonneebestanden	=	abonneebestand
abonneekanaal	noun	televisiekanaal waarvoor men een abonnement nodig heeft om het te kunnen bekijken
abonneekanalen	=	abonneekanaal
abonneekosten	noun	geld dat een abonnee voor een abonnement moet betalen
abonneenummer	noun	nummer van telefoonaansluiting
abonneenummers	=	abonneenummer
abonneenummertje	=	abonneenummer
abonneenummertjes	=	abonneenummer
abonneer	=	abonneren
abonneerde	=	abonneren
abonneerden	=	abonneren
abonneert	=	abonneren
abonnees	=	abonnee
abonneeservice	noun	afdeling van een bedrijf die diensten verleent aan mensen met een abonnement
abonneeservices	=	abonneeservice
abonneetaxi	noun	taxi waarvoor men een abonnement nodig heeft om er gebruik van te kunnen maken; taxi waarbij men als men een abonnement heeft korting krijgt op de ritprijs
abonneetaxi's	=	abonneetaxi
abonneetelevisie	noun	televisie met abonnement op bepaalde programma's
abonneetje	=	abonnee
abonneetjes	=	abonnee
abonneewerving	noun	het proberen meer abonnees te krijgen
abonneewervingen	=	abonneewerving
abonneezender	noun	televisiekanaal waarvoor men een abonnement nodig heeft om het te kunnen bekijken
abonneezenders	=	abonneezender
abonnement	noun	overeenkomst waarbij een persoon op geregelde tijden (bijvoorbeeld wekelijks of maandelijks) een tijdschrift of dergelijke ontvangt
abonnementen	=	abonnement
abonnementenbestand	noun	lijst van mensen die een abonnement hebben
abonnementenbestanden	=	abonnementenbestand
abonnementhouder	noun	persoon die in het recht heeft om herhaaldelijk van iets gebruik te maken zonder daarvoor te betalen, of die het recht heeft op korting
abonnementhouders	=	abonnementhouder
abonnementje	=	abonnement
abonnementjes	=	abonnement
abonnementkost	noun|obsolete	geld dat een abonnee voor een abonnement moet betalen
abonnementkosten	noun	geld dat een abonnee voor een abonnement moet betalen
abonnementnummer	noun	het nummer dat aan een abonnee is toegewezen en dat wordt gebruikt als identificatienummer bij abonnementsdiensten
abonnementnummers	=	abonnementnummer
abonnementsbasis	noun	abonnementen als financiële grondslag van een bedrijf of organisatie
abonnementsbasissen	=	abonnementsbasis
abonnementsfraude	noun	het op een slinkse manier verkopen van een abonnement
abonnementsfraudes	=	abonnementsfraude
abonnementsgeld	noun	geld dat je moet betalen om een krant, tijdschrift of een dienst regelmatig te ontvangen
abonnementsgelden	=	abonnementsgeld
abonnementskaart	noun	bewijs dat aangeeft dat iemand het recht geeft om gedurende een bepaalde periode ergens gebruik van te maken
abonnementskaarten	=	abonnementskaart
abonnementskaartje	=	abonnementskaart
abonnementskaartjes	=	abonnementskaart
abonnementskost	noun|obsolete	geld dat een abonnee voor een abonnement moet betalen
abonnementskosten	noun	de prijs die men moet betalen voor een abonnement
abonnementsnummer	noun	het nummer dat aan een abonnee is toegewezen en dat wordt gebruikt als identificatienummer bij abonnementsdiensten
abonnementsnummers	=	abonnementsnummer
abonnementsprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen om gedurende een bepaalde tijd een dienst of product te mogen gebruiken of te ontvangen
abonnementsprijsje	=	abonnementsprijs
abonnementsprijsjes	=	abonnementsprijs
abonnementsprijzen	=	abonnementsprijs
abonnementstarief	noun	prijs die men moet betalen om gedurende een bepaalde periode ergens regelmatig gebruik van te mogen maken
abonnementstarieven	=	abonnementstarief
abonnementsvoorstelling	noun	een voorstelling voor abonnementhouders
abonnementsvoorstellingen	=	abonnementsvoorstelling
abonnementsvoorstellinkje	=	abonnementsvoorstelling
abonnementsvoorstellinkjes	=	abonnementsvoorstelling
abonnementsvorm	noun	soort abonnement
abonnementsvormen	=	abonnementsvorm
abonnementsvrij	adj	waar geen abonnement aan vast zit
abonnementsvrije	=	abonnementsvrij
abonnementsvrijs	=	abonnementsvrij
abonnementsysteem	noun	de verzameling abonnementen die men aanbiedt
abonnementsystemen	=	abonnementsysteem
abonnere	=	abonneren
abonneren	verb	zich ~ op een abonnement aangaan
abonnerend	=	abonneren
abonnerende	=	abonneren
abonnering	noun	het aangaan van een contract voor regelmatige levering van goederen of diensten
abonneringen	=	abonnering
abop	noun	afkorting van Algemene Bond van Onderwijzend Personeel
aboriginal	noun	oorspronkelijke bewoner van een gebied voordat (met name Engelstalige) immigranten zich daar gingen vestigen, of een nazaat daarvan Vooral gebruikt als om de koloniale associaties met inboorling of inlander te vermijden.
aboriginalletje	=	aboriginal
aboriginalletjes	=	aboriginal
aboriginals	=	aboriginal
aboriginaltje	=	aboriginal
aboriginaltjes	=	aboriginal
aborigine	noun	oorspronkelijke bewoner van Australië
aborigine's	=	aborigine
aborigines	noun	oorspronkelijke bewoners van Midden-Italië, voorgangers van de Romeinen#meervoud van het zelfstandig naamwoord Aborigine
aboriginevlag	noun	een officieel erkende vlag van Australië die de Aboriginal-bevolking en hun spirituele band met het land vertegenwoordigt
aboriginevlaggen	=	aboriginevlag
aboriginevlaggetje	=	aboriginevlag
aboriginevlaggetjes	=	aboriginevlag
aborteer	=	aborteren
aborteerde	=	aborteren
aborteerden	=	aborteren
aborteert	=	aborteren
abortere	=	aborteren
aborteren	verb	een foetus weghalen
aborterend	=	aborteren
aborterende	=	aborteren
aborteur	noun	persoon die (clandestien) een abortus provocatus opwekt
aborteurs	=	aborteur
aborteurtje	=	aborteur
aborteurtjes	=	aborteur
aborteuse	noun	vrouwelijke vorm van aborteur
aborteuses	=	aborteuse
aborteusetje	=	aborteuse
aborteusetjes	=	aborteuse
abortief	adj	vruchtafdrijvend
abortiefs	=	abortief
abortiefst	=	abortief
abortiefste	=	abortief
abortieve	=	abortief
abortiever	=	abortief
abortievere	=	abortief
abortievers	=	abortief
abortus	noun	een opzettelijk afgebroken zwangerschap, abortus provocatus
abortusarts	noun	een arts die bevoegd is om abortussen te verrichten
abortusartsen	=	abortusarts
abortusartsje	=	abortusarts
abortusartsjes	=	abortusarts
abortusbeleid	noun	beleid ten aanzien van abortussen
abortusboot	noun	boot waarop men abortuspillen verstrekt wanneer deze boot vaart in de internationale wateren
abortusboten	=	abortusboot
abortusbuddy	noun	vrijwilliger die een vrouw ondersteunt die naar een abortuskliniek gaat en haar beschermt tegen agressieve anti-abortusdemonstranten
abortusbuddy's	=	abortusbuddy
abortuscijfer	noun	het aantal abortussen dat verricht wordt in een bepaalde populatie in een bepaalde periode
abortuscijfers	=	abortuscijfer
abortuscontainer	noun	container waarin een mobiele abortuskliniek is gevestigd
abortuscontainers	=	abortuscontainer
abortuscontainertje	=	abortuscontainer
abortuscontainertjes	=	abortuscontainer
abortusdebat	noun	discussie over het abortusvraagstuk
abortusdebatje	=	abortusdebat
abortusdebatjes	=	abortusdebat
abortusdebatten	=	abortusdebat
abortusinstituten	=	abortusinstituut
abortusinstituut	noun	een inrichting waar abortus kan plaatsvinden
abortusinstituutje	=	abortusinstituut
abortusinstituutjes	=	abortusinstituut
abortusje	=	abortus
abortusjes	=	abortus
abortuskliniek	noun	een inrichting waar de zwangerschap wordt afgebroken
abortusklinieken	=	abortuskliniek
abortuskliniekje	=	abortuskliniek
abortuskliniekjes	=	abortuskliniek
abortuskwestie	noun	alle discussies en conflicten rond abortus m.n. over het al dan niet legaliseren van de abortus en onder welke voorwaarden
abortuskwesties	=	abortuskwestie
abortusmedicijn	noun	medicament waarmee men in een zeer vroeg stadium van de zwangerschap een abortus kan opwekken
abortusmedicijnen	=	abortusmedicijn
abortuspil	noun	een abortus opwekkende pil
abortuspilbehandeling	noun	zwangerschapsafbreking bij een zeer korte zwangerschapsduur met behulp van een medicament
abortuspilbehandelingen	=	abortuspilbehandeling
abortuspilbehandelingetje	=	abortuspilbehandeling
abortuspilbehandelingetjes	=	abortuspilbehandeling
abortuspillen	=	abortuspil
abortuspilletje	=	abortuspil
abortuspilletjes	=	abortuspil
abortuspraktijk	noun	gebouw waarin men abortussen verricht
abortuspraktijken	=	abortuspraktijk
abortusregeling	noun	alle wet- en regelgeving rond zwangerschapsafbrekingen
abortusregelingen	=	abortusregeling
abortusschepen	=	abortusschip
abortusschip	noun	varende abortuskliniek die landen aandoet waar abortus verboden is en met patiëntes naar internationale wateren vaart om daar hulp te bieden aan die patiëntes
abortussen	=	abortus
abortusteam	noun	een groep van artsen die samen een abortus verrichten
abortusteampje	=	abortusteam
abortusteampjes	=	abortusteam
abortusteams	=	abortusteam
abortustoerisme	noun	het zich naar een ander land begeven om een abortus te laten uitvoeren
abortustoerist	noun	vrouw die naar een bepaalde plaats reist om daar een abortus provocatus te laten uitvoeren omdat het in het eigen land moeilijker, duurder of verboden is
abortustoeristen	=	abortustoerist
abortustoeristje	=	abortustoerist
abortusverbod	noun	wettelijk verbod op het verrichten of laten verrichten van een zwangerschapsafbreking
abortusverboden	=	abortusverbod
abortusvraagstuk	noun	discussie die gaande is rond abortus
abortusvraagstukken	=	abortusvraagstuk
abortuswet	noun	wet die de kunstmatige opwekking van abortus (provocatus) regelt
abortuswetgeving	noun	bindende regels van de overheid die bepalen wanneer een zwangerschap mag worden afgebroken
abortuswetgevingen	=	abortuswetgeving
abortuswetje	=	abortuswet
abortuswetjes	=	abortuswet
abortuswetten	=	abortuswet
abos	noun	afkorting van Algemeen Bestuur voor Ontwikkelingssamenwerking
abp	noun	Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, het pensioenfonds voor mensen die werken in het onderwijs of werken in overheidsdienst
abracadabra	noun	wartaal, onduidelijke taal	intj	een toverspreuk
abraham	noun	pop die Abraham voorstelt, gegeven aan mannen die vijftig jaar worden, gemaakt van brooddeeg, speculaas of ander materiaal
abrahamitisch	adj	abrahamische religies: monotheïstische godsdiensten waarin Abraham als aartsvader wordt beschouwd
abrahamitische	=	abrahamitisch
abrahamitischer	=	abrahamitisch
abrahamitischere	=	abrahamitisch
abrahamitischers	=	abrahamitisch
abrahammetje	=	abraham
abrahammetjes	=	abraham
abrahams	=	abraham
abrasie	noun	schaafwond, afkrabbing
abrasies	=	abrasie
abri	noun	een wachthuisje bij een halte van het openbaar vervoer
abri's	=	abri
abrietje	=	abri
abrietjes	=	abri
abrikoos	noun	vrucht van de boom Prunus armeniaca
abrikoosje	=	abrikoos
abrikoosjes	=	abrikoos
abrikooskleurig	adj	met de geeloranje kleur van een abrikoos
abrikooskleurige	=	abrikooskleurig
abrikooskleuriger	=	abrikooskleurig
abrikooskleurigere	=	abrikooskleurig
abrikooskleurigers	=	abrikooskleurig
abrikooskleurigs	=	abrikooskleurig
abrikooskleurigst	=	abrikooskleurig
abrikooskleurigste	=	abrikooskleurig
abrikoteer	=	abrikoteren
abrikoteerde	=	abrikoteren
abrikoteerden	=	abrikoteren
abrikoteert	=	abrikoteren
abrikotere	=	abrikoteren
abrikoteren	verb	bestrijken met warme en gezeefde (abrikozen)gelei of -jam om een baksel glanzend te maken
abrikoterend	=	abrikoteren
abrikoterende	=	abrikoteren
abrikozen	=	abrikoos
abrikozenbomen	=	abrikozenboom
abrikozenboom	noun	bepaald soort boom waaraan abrikozen groeien, Prunus armeniaca
abrikozenboompje	=	abrikozenboom
abrikozenboompjes	=	abrikozenboom
abrikozenbuisjeszwam	noun	Xylodon flaviporus een paddenstoel uit de familie Schizoporaceae.
abrikozenbuisjeszwammen	=	abrikozenbuisjeszwam
abrikozenbuisjeszwammetje	=	abrikozenbuisjeszwam
abrikozenbuisjeszwammetjes	=	abrikozenbuisjeszwam
abrikozenconfituren	=	abrikozenconfituur
abrikozenconfituur	noun	jam gemaakt van abrikozen
abrikozengelei	noun	gebonden sap van abrikozen
abrikozengeleien	=	abrikozengelei
abrikozenjam	noun	zoet broodbeleg gemaakt met abrikozen
abrikozenjams	=	abrikozenjam
abrikozenpit	noun	de grote harde pit die in een abrikoos zit.
abrikozenpitje	=	abrikozenpit
abrikozenpitjes	=	abrikozenpit
abrikozenpitten	=	abrikozenpit
abrikozensaus	noun	zoete saus gemaakt met abrikozen
abrikozensausen	=	abrikozensaus
abrikozensauzen	=	abrikozensaus
abrikozentaart	noun	vruchtentaart met abrikozen
abrikozentaarten	=	abrikozentaart
abrikozentaartje	=	abrikozentaart
abrikozentaartjes	=	abrikozentaart
abrikozenvlaai	noun	een met abrikozen en abrikozengelei gevulde vlaai
abrikozenvlaaien	=	abrikozenvlaai
abrikozenvlaaitje	=	abrikozenvlaai
abrikozenvlaaitjes	=	abrikozenvlaai
abrire	verb	het openen van de ark in de synagoge (erefunctie)
abrupt	adj	onverwachts optredend	adv	ineens, plotseling, plotsklaps
abrupte	=	abrupt
abrupter	=	abrupt
abruptere	=	abrupt
abrupters	=	abrupt
abrupts	=	abrupt
abruptst	=	abrupt
abruptste	=	abrupt
abruzzengems	noun	Rupicapra ornata een soort uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
abruzzengemsje	=	abruzzengems
abruzzengemsjes	=	abruzzengems
abruzzengemzen	=	abruzzengems
abs	noun	remsysteem waarbij de wielen blijven draaien en dus niet gaan slippen
abs'en	=	abs
absces	=	abces
abschnittsmotte	noun	een kasteelheuvel die ontstaan is door het weggraven van de verbinding met de achterliggende heuvel
abschnittsmottes	=	abschnittsmotte
abschnittsmottetje	=	abschnittsmotte
abschnittsmottetjes	=	abschnittsmotte
abscis	noun	de afstand tot de opstaande as van een coördinatenstelsel
abscisje	=	abscis
abscisjes	=	abscis
abscissen	=	abscis
abseil	=	abseilen
abseilde	=	abseilen
abseilden	=	abseilen
abseile	=	abseilen
abseilen	verb	met behulp van een touw van een steile wand afdalen
abseilend	=	abseilen
abseilende	=	abseilen
abseiler	noun	persoon die met behulp van een touw afdaalt van een steile bergwand
abseilers	=	abseiler
abseilt	=	abseilen
absence	noun	een kortstondig bewustzijnsverlies als gevolg van een stoornis in de hersenen
absences	=	absence
absent	adj	afwezig
absente	=	absent
absenteer	=	absenteren
absenteerde	=	absenteren
absenteerden	=	absenteren
absenteert	=	absenteren
absenten	=	absent
absentenlijst	noun	lijst met de namen van de afwezigen
absentenlijsten	=	absentenlijst
absentenlijstje	=	absentenlijst
absentenlijstjes	=	absentenlijst
absenter	=	absent
absentere	=	absent
absenteren	verb	zich ~: zich eventjes verwijderen
absenterend	=	absenteren
absenterende	=	absenteren
absenters	=	absent
absenteïsme	noun	het (te veel) afwezig zijn
absentia	noun	afwezigheid, alleen deel van de vaste verbinding in absentia
absentie	noun	afwezigheid.
absentielijst	noun	lijst met namen van hen die afwezig zijn (waardoor je ook kunt weten wie er wel aanwezig zijn)
absentielijsten	=	absentielijst
absentielijstje	=	absentielijst
absentielijstjes	=	absentielijst
absentiemelding	noun	de officiële notificatie aan een school of werkgever dat een leerling of werknemer niet aanwezig kan zijn, meestal vanwege ziekte of een geldige reden
absentiemeldingen	=	absentiemelding
absentiemeldinkje	=	absentiemelding
absentiemeldinkjes	=	absentiemelding
absentieoverzicht	noun	overzicht van leerlingen die niet aanwezig waren in de klas
absentieoverzichten	=	absentieoverzicht
absenties	=	absentie
absentietje	=	absentie
absents	=	absent
absentst	=	absent
absentste	=	absent
abside	noun	de uitbouw die het koor van een kerk afsluit
absiden	=	abside
absides	=	abside
absidetje	=	abside
absidetjes	=	abside
absint	noun	sterkedrank op basis van anijs, absintalsem Artemisia absinthium, venkel en een aantal aanvullende kruiden
absintalsem	noun	bepaald soort plant, Artemisia absinthium uit de composietenfamilie (Asteraceae) Het bittere aftreksel van deze knoppen vormt een belangrijk bestanddeel van de dranken vermout en de (klassieke) absint.
absintalsems	=	absintalsem
absintdrinker	noun	persoon die regelmatig een bepaald soort alcoholhoudende anijsdrank drinkt
absintdrinkers	=	absintdrinker
absintdrinkertje	=	absintdrinker
absintdrinkertjes	=	absintdrinker
absintdrinkster	noun	vrouw die absint drinkt
absintdrinksters	=	absintdrinkster
absintdrinkstertje	=	absintdrinkster
absintdrinkstertjes	=	absintdrinkster
absintisme	noun	gezondheidsklachten toegeschreven aan een overmatig absint gebruik
absintje	=	absint
absintmonnik	noun	bepaalde soort vlinder, Cucullia absinthii, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
absintmonniken	=	absintmonnik
absintolie	noun	olie afkomstig van absintalsem Artemisia absinthium, die gebruikt wordt om absint te maken
absintolies	=	absintolie
absintoliën	=	absintolie
absis	=	apsis
absolute	=	absoluut
absoluter	=	absoluut
absolutere	=	absoluut
absoluters	=	absoluut
absolutie	noun	het vergeven van de zonden
absolutief	noun	het lijdend voorwerp van een overgankelijk werkwoord
absolutiefje	=	absolutief
absolutiefjes	=	absolutief
absolutieven	=	absolutief
absolutisme	noun	onbeperkte alleenheerschappij van de soeverein
absolutist	noun	een voorstander van het absolutisme
absolutisten	=	absolutist
absolutistisch	adj	volgens het absolutisme
absolutistische	=	absolutistisch
absolutistischer	=	absolutistisch
absolutistischere	=	absolutistisch
absolutistischers	=	absolutistisch
absolutistje	=	absolutist
absolutistjes	=	absolutist
absoluut	adj	niet beschouwd in betrekking tot iets soortgelijks
absoluutheid	noun	de mate waarin iets of iemand absoluut is
absoluuts	=	absoluut
absoluutst	=	absoluut
absoluutste	=	absoluut
absolveer	=	absolveren
absolveerde	=	absolveren
absolveerden	=	absolveren
absolveert	=	absolveren
absolvere	=	absolveren
absolveren	verb	zonden vergeven
absolverend	=	absolveren
absolverende	=	absolveren
absorbaat	noun	atoomkern die een extra kerndeeltje in zich heeft opgenomen
absorbaten	=	absorbaat
absorbeer	=	absorberen
absorbeerbaar	adj	wat je kan absorberen
absorbeerbaarder	=	absorbeerbaar
absorbeerbaardere	=	absorbeerbaar
absorbeerbaarders	=	absorbeerbaar
absorbeerbaars	=	absorbeerbaar
absorbeerbaarst	=	absorbeerbaar
absorbeerbaarste	=	absorbeerbaar
absorbeerbare	=	absorbeerbaar
absorbeerde	=	absorberen
absorbeerden	=	absorberen
absorbeert	=	absorberen
absorbens	noun	een stof die andere stoffen (met name vloeistoffen) in zich op kan nemen
absorbentia	=	absorbens
absorbere	=	absorberen
absorberen	verb	in zich opnemen, opslorpen, met name van vloeistof
absorberend	adj	in staat om vocht op te nemen
absorberende	=	absorberend
absorberends	=	absorberend
absorptie	noun	het feit waardoor iets (meestal vloeistoffen) opgenomen of opgezogen wordt in iets anders
absorptieband	noun	donkere band in een absorptiespectrum
absorptiebanden	=	absorptieband
absorptiebandje	=	absorptieband
absorptiebandjes	=	absorptieband
absorptiecoëfficiënt	noun	verhouding tussen de hoeveelheid die door een object wordt opgenomen tot de totale hoeveelheid waaraan dat object is blootgesteld
absorptiecoëfficiënten	=	absorptiecoëfficiënt
absorptiecoëfficiëntje	=	absorptiecoëfficiënt
absorptiecoëfficiëntjes	=	absorptiecoëfficiënt
absorptiedemper	noun	geluiddemper waarbij een teveel aan geluidstrillingen door een laag geluiddempend materiaal (staal-, steen- of glaswol) worden opgenomen door middel van absorptie
absorptiedempers	=	absorptiedemper
absorptiedempertje	=	absorptiedemper
absorptiedempertjes	=	absorptiedemper
absorptiefactor	noun	het deel van de straling dat door een vlak geabsorbeerd wordt
absorptiefactoren	=	absorptiefactor
absorptiefactors	=	absorptiefactor
absorptiekoeling	noun	koelmethode die een warmtebron gebruikt om energie te leveren voor het koelsysteem
absorptiekoelingen	=	absorptiekoeling
absorptiekracht	noun	opnamecapaciteit van iets of iemand; vermogen om het verlangde doelmatig te verwerken
absorptiekrachten	=	absorptiekracht
absorptiekrachtje	=	absorptiekracht
absorptiekrachtjes	=	absorptiekracht
absorptielijn	noun	een spectraallijn waarin een voorwerp of chemische stof opgestraald licht of andere elektromagnetische straling absorbeert, en niet reflecteert of doorlaat
absorptielijnen	=	absorptielijn
absorptielijntje	=	absorptielijn
absorptielijntjes	=	absorptielijn
absorptienevel	noun	diffuse nevel die aan de hemel zichtbaar is doordat een donkere wolk van gas en stof afsteekt tegen een heldere achtergrond of doordat achtergrondsterren ontbreken in de richting van de wolk
absorptienevelen	=	absorptienevel
absorptienevels	=	absorptienevel
absorptieneveltje	=	absorptienevel
absorptieneveltjes	=	absorptienevel
absorpties	=	absorptie
absorptiespectra	=	absorptiespectrum
absorptiespectrum	noun	spectrum van licht waarin na het doordringen door een stof bepaalde golflengten veel sterker geabsorbeerd zijn dan de overige
absorptiespectrums	=	absorptiespectrum
absorptiestreep	noun	donkere lijn in een spectrum
absorptiestreepje	=	absorptiestreep
absorptiestreepjes	=	absorptiestreep
absorptiestrepen	=	absorptiestreep
absorptietje	=	absorptie
absorptievermogen	noun	het vermogen tot absorptie van een materiaal of energie door een ander materiaal
absorptievermogens	=	absorptievermogen
absorptievermogentje	=	absorptievermogen
absorptievermogentjes	=	absorptievermogen
absoute	noun	een plechtigheid na een uitvaartmis waarin voor de overledene om kwijtschelding van straf wordt gebeden
absouten	=	absoute
absoutes	=	absoute
absoutje	=	absoute
absoutjes	=	absoute
abstineer	=	abstineren
abstineerde	=	abstineren
abstineerden	=	abstineren
abstineert	=	abstineren
abstinent	noun	iemand die zich onthoudt, meestal van alcohol	adj	zich van iets onthoudend
abstinente	=	abstinent
abstinenten	=	abstinent
abstinenter	=	abstinent
abstinentere	=	abstinent
abstinenters	=	abstinent
abstinentie	noun	onthouding, m.n. van medicijnen, alcohol, drugs
abstinenties	=	abstinentie
abstinentieverschijnsel	noun	lichamelijke en geestelijke verschijnselen die ontstaan als men plotseling stopt met de inname van een verslavend middel
abstinentieverschijnselen	=	abstinentieverschijnsel
abstinentieverschijnsels	=	abstinentieverschijnsel
abstinentje	=	abstinent
abstinentjes	=	abstinent
abstinents	=	abstinent
abstinentst	=	abstinent
abstinentste	=	abstinent
abstinere	=	abstineren
abstineren	verb	zich onthouden van (een verdere medisch behandeling)
abstinerend	=	abstineren
abstinerende	=	abstineren
abstract	adj	onvoorstelbaar als vorm	noun	de trekstangen die in een orgel gezamenlijk de tractuur vormen
abstracta	=	abstractum
abstracte	=	abstract
abstracten	=	abstract
abstracter	=	abstract
abstractere	=	abstract
abstracters	=	abstract
abstractheden	=	abstractheid
abstractheid	noun	de mate waarin iets alleen in de gedachten bestaat
abstractie	noun	een begrip dat los staat van de dagelijkse werkelijkheid
abstractiegraad	noun	de mate waarin men het direct waarneembare overstijgt
abstractiegraden	=	abstractiegraad
abstractieniveau	noun	mate waarin een wezen abstraheert in zijn denken (en/of spreken)
abstractieniveaus	=	abstractieniveau
abstracties	=	abstractie
abstractievermogen	noun	het vermogen om uit veel afzonderlijke feiten de relevante kern te halen
abstractievermogens	=	abstractievermogen
abstractje	=	abstract
abstractjes	=	abstract
abstracts	=	abstract
abstractst	=	abstract
abstractste	=	abstract
abstractum	noun	woord dat een abstract begrip aanduidt
abstractumpje	=	abstractum
abstractumpjes	=	abstractum
abstraheer	=	abstraheren
abstraheerde	=	abstraheren
abstraheerden	=	abstraheren
abstraheert	=	abstraheren
abstrahere	=	abstraheren
abstraheren	verb	van een herkenbaar figuratief beeld een minder herkenbaar of zelfs een non-figuratief beeld maken.
abstraherend	=	abstraheren
abstraherende	=	abstraheren
abstrahering	noun	het proces waarbij men uit veel verschillende afzonderlijke feiten een relevante kern weet te halen
abstraheringen	=	abstrahering
absurd	adj	erg onlogisch
absurde	=	absurd
absurder	=	absurd
absurdere	=	absurd
absurders	=	absurd
absurdheden	=	absurdheid
absurdheid	noun	het vreemde, het onwaarschijnlijke, het gekke, het belachelijke
absurdisme	noun	richting, vooral in de toneelliteratuur, die het absurde benadrukt
absurdismen	=	absurdisme
absurdist	noun	aanhanger van het absurdisme, een filosofische stroming waarin wordt gesteld dat het leven in essentie geen betekenis heeft
absurdistan	noun	bijnaam voor een land met zeer vreemde regels en wetten; naam die gebruikt wordt om kritiek te leveren op de overheidsbureaucratie
absurdisten	=	absurdist
absurdistisch	adj	betrekking hebbend op het onbegrijpelijke van de wereld
absurdistische	=	absurdistisch
absurdistischer	=	absurdistisch
absurdistischere	=	absurdistisch
absurdistischers	=	absurdistisch
absurdistje	=	absurdist
absurdistjes	=	absurdist
absurditeit	noun	dwaasheid
absurditeiten	=	absurditeit
absurditeitje	=	absurditeit
absurditeitjes	=	absurditeit
absurdië	noun	bijnaam voor een land met zeer vreemde regels en wetten; naam die gebruikt wordt om kritiek te leveren op de overheidsbureaucratie
absurds	=	absurd
absurdst	=	absurd
absurdste	=	absurd
abt	noun	het hoofd van een abdij
abten	=	abt
abtje	=	abt
abtjes	=	abt
abtschap	noun	het ambt of de ambtsduur van een abt.
abtschappen	=	abtschap
abuis	noun	misvatting, vergissing, misverstand, fout	adj	mis, verkeerd
abuisje	=	abuis
abuisjes	=	abuis
abuizen	=	abuis
abundant	adj	abondant, overvloedig, rijkelijk
abundante	=	abundant
abundanter	=	abundant
abundantere	=	abundant
abundanters	=	abundant
abundantie	noun	in ruime mate aanwezig of voorhanden zijn
abundanties	=	abundantie
abundants	=	abundant
abundantst	=	abundant
abundantste	=	abundant
abuselfie	noun	een selfie die per ongeluk gemaakt is
abuselfies	=	abuselfie
abusief	adj	fout
abusiefs	=	abusief
abusiefst	=	abusief
abusiefste	=	abusief
abusieve	=	abusief
abusievelijk	adv	bij vergissing
abusiever	=	abusief
abusievere	=	abusief
abusievers	=	abusief
abutment	noun	verbindingsstuk om kroon op tandimplantaat te bevestigen
abutmentje	=	abutment
abutmentjes	=	abutment
abutments	=	abutment
abvv	noun	Algemeen Belgisch Vakverbond
abw	noun	tussen 1965 en 2004 geldende regeling om mensen met een inkomen onder het bestaansminimum een uitkering te geven	abbrev|historical	Algemene bijstandswet
abyssaal	adj	behorende tot een grote diepte; zeer diep
abyssaals	=	abyssaal
abyssaalst	=	abyssaal
abyssaalste	=	abyssaal
abyssale	=	abyssaal
abyssaler	=	abyssaal
abyssalere	=	abyssaal
abyssalers	=	abyssaal
ac	noun	aanmeldcentrum
ac's	=	ac
acacia	noun	een geslacht Acacia van planten uit de onderfamilie Mimosoideae van de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae/Fabaceae).
acacia's	=	acacia
acacia-apalis	noun	Phyllolais pulchella een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
acacia-apalisje	=	acacia-apalis
acacia-apalisjes	=	acacia-apalis
acacia-apalissen	=	acacia-apalis
acaciaatje	=	acacia
acaciaatjes	=	acacia
acaciagaai	noun	Zavattariornis stresemanni een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
acaciagaaien	=	acaciagaai
acaciagaaitje	=	acaciagaai
acaciagaaitjes	=	acaciagaai
acaciagors	noun	Emberiza flaviventris een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
acaciagorsje	=	acaciagors
acaciagorsjes	=	acaciagors
acaciagorzen	=	acaciagors
acaciahoning	noun	zoete honing met een weinig overheersende smaak afkomstig van robinia ("acacia")
acaciahoningen	=	acaciahoning
acaciahout	noun	zeer duurzaam hout van de acaciaboom Robinia pseudoacacia
acaciakapokmees	noun	Anthoscopus caroli een zangvogel uit de familie Remizidae (buidelmezen).
acaciakapokmeesje	=	acaciakapokmees
acaciakapokmeesjes	=	acaciakapokmees
acaciakapokmezen	=	acaciakapokmees
acacialaan	noun	weg omgeven door acacia's
acacialaantje	=	acacialaan
acacialaantjes	=	acacialaan
acacialanen	=	acacialaan
acacialijster	noun	Turdus litsitsirupa een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters)
acacialijsters	=	acacialijster
acacialijstertje	=	acacialijster
acacialijstertjes	=	acacialijster
acaciamees	noun	Melaniparus cinerascens een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
acaciameesje	=	acaciamees
acaciameesjes	=	acaciamees
acaciamezen	=	acaciamees
acaciaroze	noun	wat donkere kleur roze, die van acacia's	adj	de kleur acaciaroze hebbend
acaciavliegenvanger	noun	Batis soror een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
acaciavliegenvangers	=	acaciavliegenvanger
acaciavliegenvangertje	=	acaciavliegenvanger
acaciavliegenvangertjes	=	acaciavliegenvanger
acaciavouwmot	noun	Macrosaccus robiniella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
acaciavouwmotje	=	acaciavouwmot
acaciavouwmotjes	=	acaciavouwmot
acaciavouwmotten	=	acaciavouwmot
acaciawinterkoning	noun	Thryophilus pleurostictus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
acaciawinterkoningen	=	acaciawinterkoning
acaciawinterkoninkje	=	acaciawinterkoning
acaciawinterkoninkjes	=	acaciawinterkoning
acadeem	noun	verkorting van academicus iemand die gestudeerd heeft of iemand die lid is van een wetenschappelijk genootschap
academen	=	acadeem
academica	noun	een vrouwelijk persoon met een academische opleiding
academica's	=	academica
academicae	=	academica
academici	=	academicus
academicus	noun	een mannelijk persoon met een academische opleiding
academicusbelasting	noun	verhoogd belastingtarief voor mensen die op kosten van de belastingbetaler een universitaire opleiding hebben genoten
academicusbelastingen	=	academicusbelasting
academicusje	=	academicus
academicussen	=	academicus
academie	noun	geleerd genootschap
academieassistent	noun	door de KNAW aangestelde masterstudent die op een universiteit wetenschappelijk onderzoek verricht
academieassistenten	=	academieassistent
academiegebouw	noun	centraal gebouw van een universiteit
academiegebouwen	=	academiegebouw
academiegebouwtje	=	academiegebouw
academiegebouwtjes	=	academiegebouw
academiehoogleraar	noun	professor aan een universiteit die is aangesteld door een vereniging van wetenschappers
academiehoogleraars	=	academiehoogleraar
academiehoogleraren	=	academiehoogleraar
academiejaar	noun	periode van 365 dagen beginnend met de feestelijke opening van het academiejaar; studiejaar aan hogeschool of universiteit
academiejaartje	=	academiejaar
academiejaren	=	academiejaar
academieleden	=	academielid
academielid	noun	persoon die lid is van een wetenschappelijk genootschap
academieopleiding	noun	leergang aan een academie
academieopleidingen	=	academieopleiding
academieopleidinkje	=	academieopleiding
academieopleidinkjes	=	academieopleiding
academies	=	academie
academiestad	noun	stad waarin een universiteit of hogeschool is gevestigd
academiestadje	=	academiestad
academiestadjes	=	academiestad
academiesteden	=	academiestad
academiestudent	noun	persoon die studeert aan een academie
academiestudenten	=	academiestudent
academiestudentje	=	academiestudent
academiestudentjes	=	academiestudent
academietijd	noun	periode dat men heeft gestudeerd aan een hogeschool of universiteit
academietijden	=	academietijd
academietje	=	academie
academietjes	=	academie
academievergadering	noun	bijeenkomst waarin academici, zoals docenten, onderzoekers en soms ook studenten, samenkomen om onderwerpen van wetenschappelijk belang te bespreken
academievergaderingen	=	academievergadering
academievriend	noun	vriend die men tijdens de studie op een universiteit of hogeschool heeft leren kennen
academievrienden	=	academievriend
academievriendin	noun	vriendin die men tijdens de studie op een universiteit of hogeschool heeft leren kennen
academievriendinnen	=	academievriendin
academievriendinnetje	=	academievriendin
academievriendinnetjes	=	academievriendin
academievriendje	=	academievriend
academievriendjes	=	academievriend
academisch	adj	van of aan een academie
academische	=	academisch
academischer	=	academisch
academischere	=	academisch
academischers	=	academisch
academischt	=	academisch
academischte	=	academisch
academiseer	=	academiseren
academiseerde	=	academiseren
academiseerden	=	academiseren
academiseert	=	academiseren
academisere	=	academiseren
academiseren	verb	praktisch onderzoek meer wetenschappelijk verantwoord maken
academiserend	=	academiseren
academiserende	=	academiseren
academisering	noun	het overhevelen van de masteropleiding van de hogeschool naar de universiteit
academiseringen	=	academisering
academisme	noun	opvatting van beeldende kunst die uitgaat van overgeleverde principes
academiën	=	academie
acajou	noun	hout van een tropische boom Anacardium occidentale
acajou-inkleuring	noun	bruine kleurstof waarmee men grijs haar kan verbergen
acajou-inkleuringen	=	acajou-inkleuring
acajoubomen	=	acajouboom
acajouboom	noun	bepaald soort groenblijvende tropische boom, Anacardium occidentale
acajouboompje	=	acajouboom
acajouboompjes	=	acajouboom
acajous	=	acajou
acajoutje	=	acajou
acajoutjes	=	acajou
acantholyse	noun	verlies van samenhang van de opperhuid waardoor de huid loslaat
acanthus	noun	bepaald soort Zuid-Europese doornachtige plant met sierlijk krullende bladeren, Acanthus mollis uit de familie Acanthaceae, waarvan de vorm vaak als motief wordt gebruikt
acanthusblaadje	=	acanthusblad
acanthusblaadjes	=	acanthusblad
acanthusblad	noun	blad van de Acanthus spinosus of Acanthus mollis
acanthusbladen	=	acanthusblad
acanthusbladeren	=	acanthusblad
acanthusbladertjes	=	acanthusblad
acanthusblaren	=	acanthusblad
acanthusfamilie	noun	een familie Acanthaceae in de orde Lamiales van tweezaadlobbige planten.
acanthusfamilietje	=	acanthusfamilie
acanthusje	=	acanthus
acanthusjes	=	acanthus
acanthusmotief	noun	veel toegepaste motief binnen de bouwornamentiek
acanthusmotiefje	=	acanthusmotief
acanthusmotiefjes	=	acanthusmotief
acanthusmotieven	=	acanthusmotief
acanthussen	=	acanthus
acapulcogaai	noun	Cyanocorax sanblasianus een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
acapulcogaaien	=	acapulcogaai
acapulcogaaitje	=	acapulcogaai
acapulcogaaitjes	=	acapulcogaai
acaricide	noun	een pesticide dat bedoeld is om mijten zoals spint en teken te bestrijden
acariciden	=	acaricide
acaricides	=	acaricide
acaricidetje	=	acaricide
acaricidetjes	=	acaricide
acarologie	noun	tak van de zoölogie die zich bezighoudt met de studie van mijten en teken, de orde Acarina
acathisie	noun	rusteloosheid en onvermogen om wat langer stil te zitten of te liggen (bijvoorbeeld als neveneffect van medicijnen tegen psychoses)
acatoposis	noun|obsolete	onvermogen om te slikken en te drinken
acatène	noun	fiets zonder ketting, een kettingloos rijwiel, waarbij de aandrijving via een cardanas verloopt
acatènes	=	acatène
accapareer	=	accapareren
accapareerde	=	accapareren
accapareerden	=	accapareren
accapareert	=	accapareren
accaparere	=	accapareren
accapareren	verb	beslag leggen op, inpalmen, opkopen, zich toe-eigenen
accaparerend	=	accapareren
accaparerende	=	accapareren
accapareuse	noun	opkoopster
accapareuses	=	accapareuse
accapareusetje	=	accapareuse
accapareusetjes	=	accapareuse
accelerando	adv	in versnellend tempo
acceleratie	noun	toename van de snelheid
acceleratiemoment	noun	periode van versnelling
acceleratiemomenten	=	acceleratiemoment
acceleratiepomp	noun	pompje in de carburateur van een benzinemotor waarmee een hoeveelheid benzine in de aangezogen lucht wordt gespoten bij intrappen van het gaspedaal
acceleratiepompen	=	acceleratiepomp
acceleratiepompje	=	acceleratiepomp
acceleratiepompjes	=	acceleratiepomp
acceleratieproef	noun	test die wordt uitgevoerd om te meten hoe snel een voertuig vanuit stilstand een bepaalde snelheid kan bereiken
acceleratieproefje	=	acceleratieproef
acceleratieproefjes	=	acceleratieproef
acceleratieproeven	=	acceleratieproef
acceleraties	=	acceleratie
acceleratietje	=	acceleratie
acceleratietjes	=	acceleratie
acceleratievermogen	noun	de capaciteit van iets of iemand om te kunnen versnellen
acceleratievermogens	=	acceleratievermogen
accelerator	noun	deeltjesversneller
acceleratoren	=	accelerator
accelerators	=	accelerator
acceleratortje	=	accelerator
acceleratortjes	=	accelerator
accelereer	=	accelereren
accelereerde	=	accelereren
accelereerden	=	accelereren
accelereert	=	accelereren
accelerere	=	accelereren
accelereren	verb	versnellen
accelererend	=	accelereren
accelererende	=	accelereren
accelerometer	noun	toestel dat een versnelling kan meten
accelerometers	=	accelerometer
accent	noun	de manier waarop iemand de fonetische klanken uitspreekt
accenten	=	accent
accentje	=	accent
accentjes	=	accent
accentloos	adj	zonder accent
accentloost	=	accentloos
accentlooste	=	accentloos
accentloze	=	accentloos
accentlozer	=	accentloos
accentlozere	=	accentloos
accentlozers	=	accentloos
accentteken	noun	een teken dat helpt bij de uitspraak van een geschreven woord
accenttekens	=	accentteken
accenttekentje	=	accentteken
accenttekentjes	=	accentteken
accentuatie	noun	het accent leggen
accentuaties	=	accentuatie
accentuatietje	=	accentuatie
accentuatietjes	=	accentuatie
accentueer	=	accentueren
accentueerde	=	accentueren
accentueerden	=	accentueren
accentueerstift	noun	een viltstift bedoeld om teksten te markeren of voorwerpen herkenbaar te labelen
accentueerstiften	=	accentueerstift
accentueerstiftje	=	accentueerstift
accentueerstiftjes	=	accentueerstift
accentueert	=	accentueren
accentuere	=	accentueren
accentueren	verb	de nadruk leggen op
accentuerend	=	accentueren
accentuerende	=	accentueren
accentuering	noun	presentatie op zo'n manier dat het als onderdeel extra opvalt
accentueringen	=	accentuering
accentverlegging	noun	verandering in de volgorde van de zaken die men het meeste aandacht geeft
accentverleggingen	=	accentverlegging
accentverlegginkje	=	accentverlegging
accentverlegginkjes	=	accentverlegging
accentvers	noun	een vers met een vast aantal heffingen, maar een onbepaald aantal lettergrepen
accentverschil	noun	verschil in inzicht betreffende een bepaalde kwestie
accentverschillen	=	accentverschil
accentverschilletje	=	accentverschil
accentverschilletjes	=	accentverschil
accentverschuiving	noun	verandering waarbij de aandacht meer op een ander onderdeel wordt gevestigd
accentverschuivingen	=	accentverschuiving
accentverschuivinkje	=	accentverschuiving
accentverschuivinkjes	=	accentverschuiving
accentversje	=	accentvers
accentversjes	=	accentvers
accentverzen	=	accentvers
accept	noun	verklaring dat men zal betalen
acceptabel	adj	aannemelijk
acceptabele	=	acceptabel
acceptabeler	=	acceptabel
acceptabelere	=	acceptabel
acceptabelers	=	acceptabel
acceptabels	=	acceptabel
acceptabelst	=	acceptabel
acceptabelste	=	acceptabel
acceptant	noun	een persoon die een wissel accepteert
acceptanten	=	acceptant
acceptantje	=	acceptant
acceptantjes	=	acceptant
acceptatie	noun	het accepteren, het geaccepteerd worden
acceptatiebeleid	noun	geheel van regels over toelating of aanvaardbaarheid
acceptatiegraad	noun	de mate waarin men bereid is iets te aanvaarden en toe te passen
acceptatiegraden	=	acceptatiegraad
acceptatieomgeving	noun	proefomgeving die zoveel mogelijk lijkt op de echte werkomgeving en waarde klant kan beoordelen of een ICT product aan de eisen voldoet
acceptatieomgevingen	=	acceptatieomgeving
acceptatieplicht	noun	verbod op het uitsluiten van mensen tot een bepaalde voorziening
acceptatieplichten	=	acceptatieplicht
acceptatieplichtig	adj	het verplicht zijn van een verzekeringsmaatschappij een klant te accepteren voor een bepaalde verzekering
acceptatieplichtige	=	acceptatieplichtig
acceptatieplichtiger	=	acceptatieplichtig
acceptatieplichtigere	=	acceptatieplichtig
acceptatieplichtigers	=	acceptatieplichtig
acceptatieplichtigs	=	acceptatieplichtig
acceptatieplichtigst	=	acceptatieplichtig
acceptatieplichtigste	=	acceptatieplichtig
acceptatieprobleem	noun	de moeite die iemand heeft om te aanvaarden dat iets is zoals het is
acceptatieprobleempje	=	acceptatieprobleem
acceptatieprobleempjes	=	acceptatieprobleem
acceptatieproblemen	=	acceptatieprobleem
acceptatieproces	noun	de gang van zaken die er toe leidt dat men kan aanvaarden dat iets is zoals het is
acceptatieprocesje	=	acceptatieproces
acceptatieprocesjes	=	acceptatieproces
acceptatieprocessen	=	acceptatieproces
acceptatiepunten	noun	specifieke voorwaarden waaraan een project, taak of product moet voldoen om te worden goedgekeurd door de eindgebruikers of opdrachtgevers
acceptatierede	noun	toespraak waarin men aangeeft dat men een bepaalde aanstelling aanvaardt
acceptatieredes	=	acceptatierede
acceptatieredevoering	noun	toespraak waarin men aangeeft dat men een bepaalde aanstelling aanvaardt
acceptatieredevoeringen	=	acceptatieredevoering
acceptaties	=	acceptatie
acceptatiestop	noun	het door een verzekeringsmaatschappij stoppen met het aannemen van nieuwe verzekerden
acceptatiestops	=	acceptatiestop
acceptatietje	=	acceptatie
acceptatietoespraak	noun	toespraak waarin men aangeeft dat men een bepaalde aanstelling aanvaardt
acceptatietoespraken	=	acceptatietoespraak
accepteer	=	accepteren
accepteerbaar	adj	goed te keuren, aannemelijk, getolereerd kan worden
accepteerbaarder	=	accepteerbaar
accepteerbaardere	=	accepteerbaar
accepteerbaarders	=	accepteerbaar
accepteerbaars	=	accepteerbaar
accepteerbaarst	=	accepteerbaar
accepteerbaarste	=	accepteerbaar
accepteerbare	=	accepteerbaar
accepteerde	=	accepteren
accepteerden	=	accepteren
accepteeren	=	accepteren
accepteert	=	accepteren
accepten	=	accept
acceptere	=	accepteren
accepteren	verb	aanvaarden
accepterend	=	accepteren
accepterende	=	accepteren
acceptgiro	noun	een kaart die door de ontvanger van een betaling aan de betaler wordt gestuurd om de betaling te vereenvoudigen
acceptgiro's	=	acceptgiro
acceptgirokaart	noun	een kaart die door de ontvanger van een betaling aan de betaler wordt gestuurd om de betaling te vereenvoudigen
acceptgirokaarten	=	acceptgirokaart
acceptgirokaartje	=	acceptgirokaart
acceptgirokaartjes	=	acceptgirokaart
acceptgirootje	=	acceptgiro
acceptgirootjes	=	acceptgiro
acceptie	noun	het aanvaarden van iets
acceptje	=	accept
acceptjes	=	accept
acceptkrediet	noun	documentair krediet waarbij de opbrengst ter beschikking komt in de vorm van een geaccepteerde wissel
acceptkredieten	=	acceptkrediet
acceptor	noun	atoom of molecule dat een extra elektron kan ontvangen
acceptoren	=	acceptor
acceptors	=	acceptor
acceptortje	=	acceptor
acceptortjes	=	acceptor
acceptprovisie	noun	extra kosten die banken of kredietverstrekkers in rekening brengen bij het afsluiten van een lening of hypotheek het gaat hier om beoordelingskosten en administratiekosten
acceptprovisies	=	acceptprovisie
acces	noun	de doorgang door een geïnundeerd terrein
accessen	=	acces
accessibel	adj	het gemak waarmee men tot iets of iemand toegang krijgt
accessibele	=	accessibel
accessibeler	=	accessibel
accessibelere	=	accessibel
accessibelers	=	accessibel
accessibels	=	accessibel
accessibelst	=	accessibel
accessibelste	=	accessibel
accessie	noun	toetreding van een staat tot een al bestaand verdrag
accessies	=	accessie
accessietje	=	accessie
accessit	noun	tweede plaats, eervolle vermelding
accessits	=	accessit
accessiën	=	accessie
accessoir	adj	toegevoegd aan of onderdeel van iets dat groter of belangrijker is
accessoirder	=	accessoir
accessoirdere	=	accessoir
accessoirders	=	accessoir
accessoire	noun	een attribuut dat als aanvulling dient
accessoires	=	accessoire
accessoiretje	=	accessoire
accessoiretjes	=	accessoire
accessoirs	=	accessoir
accessoirst	=	accessoir
accessoirste	=	accessoir
accessoria	noun	attributen die als aanvulling dienen
accident	noun	ongeval, ongeluk
accidentalia	noun	aanvullende bepalingen of bijkomstige eigenschappen van een rechtshandeling die niet essentieel zijn voor het bestaan ervan, maar door partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen
accidenteel	adj	bij tijd en wijlen, bij toeval, bijkomstig
accidenteels	=	accidenteel
accidenteelst	=	accidenteel
accidenteelste	=	accidenteel
accidentele	=	accidenteel
accidenteler	=	accidenteel
accidentelere	=	accidenteel
accidentelers	=	accidenteel
accidenten	=	accident
accidentje	noun	alleen verkleinwoord Pelecopsis elongata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
accidentjes	=	accident
accidentologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de studie van ongelukken
accijns	noun	belasting die direct geheven wordt bij de aan- en verkoop van verbruiksgoederen
accijnsdrama	noun	grote ellende de ontstaat door het verhogen van de verbruiksbelasting, met name als daardoor een prijsverschil ontstaat tussen het ene en het andere land
accijnsdrama's	=	accijnsdrama
accijnsheffing	noun	het opleggen van een verbruiksbelasting bij de verkoop van een bepaald product
accijnsheffingen	=	accijnsheffing
accijnsje	=	accijns
accijnsjes	=	accijns
accijnskantoor	noun	plaats waar de ontvanger van accijnzen werkzaam is
accijnskantoren	=	accijnskantoor
accijnsloos	adj	zonder accijns
accijnsloost	=	accijnsloos
accijnslooste	=	accijnsloos
accijnsloze	=	accijnsloos
accijnslozer	=	accijnsloos
accijnslozere	=	accijnsloos
accijnslozers	=	accijnsloos
accijnsrechten	noun	belastingen die door de overheid worden geheven op bepaalde consumptiegoederen, zoals alcohol, tabak, en brandstof
accijnstoerisme	noun	toerisme naar een plaats waar men minder verbruiksbelasting hoeft te betalen
accijnstoerist	noun	persoon die reist naar een plaats waar men minder verbruiksbelasting hoeft te betalen
accijnstoeristen	=	accijnstoerist
accijnsverhoging	noun	toename van het tarief van de verbruiksbelasting
accijnsverhogingen	=	accijnsverhoging
accijnsverhoginkje	=	accijnsverhoging
accijnsverhoginkjes	=	accijnsverhoging
accijnsverlaging	noun	vermindering van het tarief van de verbruiksbelasting
accijnsverlagingen	=	accijnsverlaging
accijnsverlaginkje	=	accijnsverlaging
accijnsverlaginkjes	=	accijnsverlaging
accijnszegel	noun	zegel die geplakt is op een ongeopend product en aangeeft dat de verbruiksbelasting is betaald
accijnszegels	=	accijnszegel
accijnzen	=	accijns
accijs	=	accijns
accijse	=	accijns
acclamatie	noun	goedkeuring door applaus
acclamaties	=	acclamatie
acclimatisatie	noun	het acclimatiseren
acclimatiseer	=	acclimatiseren
acclimatiseerde	=	acclimatiseren
acclimatiseerden	=	acclimatiseren
acclimatiseert	=	acclimatiseren
acclimatisere	=	acclimatiseren
acclimatiseren	verb	aan een andere omgeving wennen
acclimatiserend	=	acclimatiseren
acclimatiserende	=	acclimatiseren
acclimatisering	noun	het acclimatiseren
acclimatiseringen	=	acclimatisering
accolade	noun	elk van beide spiegelbeeldige haakvormige leestekens waarmee een bepaald deel van een tekst kan worden gemarkeerd
accoladen	=	accolade
accolades	=	accolade
accoladetje	=	accolade
accoladetjes	=	accolade
accommodatie	noun	voorzieningen ten behoeve van het (aangenaam) verblijf van personen
accommodatiebeleid	noun	strategie betreffende de bouw van faciliteiten voor sporters, vakantiegangers e.d.
accommodatiecommissie	noun	groep mensen die zich met de materiële infrastructuur (zoals bijvoorbeeld de huisvesting) bezighoudt
accommodatiecommissies	=	accommodatiecommissie
accommodatiedek	noun	verdieping op een schip met ruimtes voor persoonlijke huisvesting van passagiers of bemanningsleden
accommodatiedekken	=	accommodatiedek
accommodatiefonds	noun	hoeveelheid geld waarmee men sportvoorzieningen kan bekostigen
accommodatiefondsen	=	accommodatiefonds
accommodatiefondsje	=	accommodatiefonds
accommodatiefondsjes	=	accommodatiefonds
accommodaties	=	accommodatie
accommodatietje	=	accommodatie
accommodatietjes	=	accommodatie
accommodatievermogen	noun	het vermogen om op een kleine afstand nog scherp te kunnen zien
accommodatievermogens	=	accommodatievermogen
accommodeer	=	accommoderen
accommodeerde	=	accommoderen
accommodeerden	=	accommoderen
accommodeert	=	accommoderen
accommodere	=	accommoderen
accommoderen	verb	gelegenheid bieden voor een bepaalde activiteit
accommoderend	=	accommoderen
accommoderende	=	accommoderen
accommodist	noun	persoon die (teveel) schippert met zijn eigen mening en ideologie om zich maar aan te passen aan anderen
accommodisten	=	accommodist
accompagnateur	noun	persoon zijn die de muziekbegeleiding verzorgt, bijvoorbeeld op de piano, tijdens een optrede
accompagnateurs	=	accompagnateur
accompagnateurtje	=	accompagnateur
accompagnateurtjes	=	accompagnateur
accompagneer	=	accompagneren
accompagneerde	=	accompagneren
accompagneerden	=	accompagneren
accompagneert	=	accompagneren
accompagnement	noun	begeleiding van een solist, begeleiding van een zanger
accompagnere	=	accompagneren
accompagneren	verb	begeleiden vooral in de muziek
accompagnerend	=	accompagneren
accompagnerende	=	accompagneren
accompanhar	verb	het begeleiden van de Tora als die in de synagoge van de ark naar de teba wordt gedragen (erefunctie)
acconsonantie	noun	rijm van woorden door gelijkluidendheid van medeklinkers
accoord	=	akkoord
accordatie	noun|obsolete	akkoord, overeenstemming
accordaties	=	accordatie
accordeer	=	accorderen
accordeerde	=	accorderen
accordeerden	=	accorderen
accordeert	=	accorderen
accordeon	noun	een muziekinstrument met doorslaande tongen waarbij door trekken en duwen dezelfde toon wordt geproduceerd
accordeonactie	noun	term die gebruikt wordt voor de beweging van het verkeer in een file, waarbij de auto's steeds opnieuw wat sneller opschuiven en vervolgens weer tot stilstand komen
accordeonacties	=	accordeonactie
accordeonactietje	=	accordeonactie
accordeonactietjes	=	accordeonactie
accordeondeur	noun	deur die bestaat uit één of meer door scharnieren aan elkaar verbonden verticale delen of lamellen en klapt bij het openen als een harmonica in
accordeondeuren	=	accordeondeur
accordeoneffect	noun	verschijnsel dat iets met zekere regelmaat dan weer groter wordt en dan weer krimpt
accordeoneffecten	=	accordeoneffect
accordeonfabrikant	noun	persoon die trekharmonica's produceert
accordeonfabrikanten	=	accordeonfabrikant
accordeonfile	noun	/ (in België) een soort file waarbij de autobestuurders stelselmatig voor een tijdje stilstaan en dan weer kunnen doorrijden
accordeonfiles	=	accordeonfile
accordeonfiletje	=	accordeonfile
accordeonfiletjes	=	accordeonfile
accordeonhypotheek	noun	hypotheek waarbij de te betalen maandlasten gelijk blijven, maar de looptijd van de hypotheek korter respectievelijk langer wordt als de rente daalt respectievelijk stijgt
accordeonhypotheken	=	accordeonhypotheek
accordeonist	noun	iemand die een accordeon kan bespelen
accordeoniste	noun	vrouw die een accordeon kan bespelen
accordeonisten	=	accordeonist
accordeonistes	=	accordeoniste
accordeonistetje	=	accordeoniste
accordeonistetjes	=	accordeoniste
accordeonistje	=	accordeonist
accordeonistjes	=	accordeonist
accordeonmuziek	noun	muziek gemaakt door een accordeon
accordeonnetje	=	accordeon
accordeonnetjes	=	accordeon
accordeons	=	accordeon
accordeonvereniging	noun	een organisatie van en voor accordeonspelers
accordeonverenigingen	=	accordeonvereniging
accordeonverenigingetje	=	accordeonvereniging
accordeonverenigingetjes	=	accordeonvereniging
accordeonwedstrijd	noun	wedstrijd van trekharmonicaspelers
accordeonwedstrijden	=	accordeonwedstrijd
accordere	=	accorderen
accorderen	verb	tot een akkoord komen, het eens worden
accorderend	=	accorderen
accorderende	=	accorderen
accordering	noun	verlenen van toestemming door een leidinggevende (organisatie)
accorderingen	=	accordering
accordeur	noun	stemmer van muziekinstrumenten
accordeurs	=	accordeur
accoucheur	noun	iemand die accoucheert, een verloskundige
accoucheurs	=	accoucheur
accoucheurtje	=	accoucheur
accoucheurtjes	=	accoucheur
account	noun	een bankrekening
accountability	noun	de plicht om je te verantwoorden voor je handelen
accountafdeling	noun	afdeling waar men de contacten met de klanten van een bedrijf onderhoudt
accountafdelingen	=	accountafdeling
accountancy	noun	werk dat de accountants zouden moeten uitvoeren d.w.z. het beroepsmatig jaarrekeningen controleren of opmaken of de administraties voeren van de bedrijven
accountancykantoor	noun	bedrijf dat de jaarrekeningen en de boekhouding van andere bedrijven controleert en goedkeurt
accountancykantoren	=	accountancykantoor
accountant	noun	iemand die zijn beroep maakt van het inrichten en controleren van boekhoudingen en administraties
accountant-administratieconsulent	noun	iemand die ondernemers controleert, helpt en adviseert op het gebied van de boekhouding en financiële organisatie
accountant-administratieconsulenten	=	accountant-administratieconsulent
accountantje	=	accountant
accountantjes	=	accountant
accountants	=	accountant
accountants-administratieconsulenten	=	accountant-administratieconsulent
accountantsbureau	noun	onderneming die de financiële boekhouding van andere ondernemingen controleert
accountantsbureaus	=	accountantsbureau
accountantsbureautje	=	accountantsbureau
accountantsbureautjes	=	accountantsbureau
accountantscontrole	noun	onderzoek van de financiële administratie van een bedrijf of organisatie door een accountant
accountantscontroles	=	accountantscontrole
accountantsdienst	noun	overheidsorganisatie die de financiële administratie van de overheid controleert
accountantsdiensten	=	accountantsdienst
accountantsexamen	noun	toets die men succesvol moet afleggen als met financieel controleur van jaarrekeningen wil worden
accountantsexamens	=	accountantsexamen
accountantsfirma	noun	bedrijf dat de boekhouding van andere organisaties of bedrijven controleert
accountantsfirma's	=	accountantsfirma
accountantsgroep	noun	groep van samenwerkende boekhoudkundige controleurs of accountantskantoren
accountantsgroepen	=	accountantsgroep
accountantskantoor	noun	een bureau voor zakelijke dienstverlening dat als hoofdwerkzaamheid accountancy heeft
accountantskantoortje	=	accountantskantoor
accountantskantoortjes	=	accountantskantoor
accountantskantoren	=	accountantskantoor
accountantskosten	noun	geld dat men aan een accountant moet betalen voor de controle van de boekhouding
accountantsmaatschap	noun	groep controleurs van boekhoudingen die als één organisatie samenwerken
accountantsmaatschappen	=	accountantsmaatschap
accountantsmaatschappij	noun	bedrijf waaraan financieel specialisten zijn verbonden die o.a. jaarrekeningen kunnen controleren voor hun klanten
accountantsmaatschappijen	=	accountantsmaatschappij
accountantsnetwerk	noun	netwerk van samenwerkende accountants
accountantsnetwerken	=	accountantsnetwerk
accountantsonderzoek	noun	controle van de boekhouding door een accountant
accountantsonderzoeken	=	accountantsonderzoek
accountantsorganisatie	noun	organisatie waarbij meerdere accountants en accountantsfirma's zijn aangesloten
accountantsorganisaties	=	accountantsorganisatie
accountantsrapport	noun	verslag van een controlerend accountant waarin staat of de boekhouding correct is bijgehouden
accountantsrapporten	=	accountantsrapport
accountantsrapportje	=	accountantsrapport
accountantsrapportjes	=	accountantsrapport
accountantstoezicht	noun	toezicht op de accountants zoals dat wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten en de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants
accountantsverklaring	noun	een schriftelijk verslag waarin de accountant schrijft of het financiële jaarverslag van een onderneming voldoet aan alle wettelijke eisen en aan welke eisen niet voldaan is.
accountantsverklaringen	=	accountantsverklaring
accountantsverklarinkje	=	accountantsverklaring
accountantsverklarinkjes	=	accountantsverklaring
accountantsverslag	noun	rapportage dat een accountant maakt als hij de boekhouding van een bedrijf heeft gecontroleerd
accountantsverslagen	=	accountantsverslag
accountantsverslagje	=	accountantsverslag
accountantsverslagjes	=	accountantsverslag
accountdirector	noun	functie gelijkend op die van accountmanager maar dan een trede hoger, de verbindingspersoon tussen de klant en de organisatie waarvoor men werkt
accountdirectors	=	accountdirector
accountgegeven	noun	een stukje informatie van een deelnemer aan iets of van een abonnee of rekening
accountgegevens	=	accountgegeven
accounthernoeming	noun	de wijziging van de naam van een gebruikersaccount
accounthernoemingen	=	accounthernoeming
accounthernoeminkje	=	accounthernoeming
accounthernoeminkjes	=	accounthernoeming
accounting	noun	onderdeel van een organisatie dat stelselmatig bijhouden en controleren hoe het met het geld van een bedrijf of huishouding gaat
accountingmanager	noun	werknemer die in een organisatie verantwoordelijk is voor 'financial accounting' en 'management accounting', ook wel externe en interne verslaggeving genoemd
accountingmanagers	=	accountingmanager
accountingmanagertje	=	accountingmanager
accountingmanagertjes	=	accountingmanager
accountje	=	account
accountjes	=	account
accountmanagement	noun	het regelen van de zaken met één bepaalde klant of klantengroep
accountmanager	noun	intermediair tussen de klant en de organisatie die hij vertegenwoordigt (b.v. bij een bank iemand die een cliënt adviseert over geldbelegging en andere geldzaken)
accountmanagers	=	accountmanager
accountmanagertje	=	accountmanager
accountmanagertjes	=	accountmanager
accountnaam	noun	de naam waaronder een klant of abonnee geregistreerd staat
accountnamen	=	accountnaam
accounts	=	account
accraas	adj	op Accra betrekking hebbend
accraer	noun	een inwoner van Accra, of iemand afkomstig uit Accra
accraers	=	accraer
accraertje	=	accraer
accraertjes	=	accraer
accrase	noun	een vrouwelijke inwoner van Accra, of een vrouw afkomstig uit Accra
accrasen	=	accrase
accreditatie	noun	het accrediteren (als geloofwaardig erkennen)
accreditatiekader	noun	criteria voor een beoordeling van de kwaliteit van een organisatie
accreditatiekaders	=	accreditatiekader
accreditatieorgaan	noun	organisatie die de kwaliteit van personen en bedrijf onderzoekt en erkent
accreditatieorganen	=	accreditatieorgaan
accreditatieproces	noun	procedure waarin men de kwaliteit van een organisatie onderzoekt
accreditatieprocessen	=	accreditatieproces
accreditatieraad	noun	groep mensen die bepaalt aan welke eisen een organisatie of persoon moet voldoen voor het verkrijgen van een keurmerk
accreditatieraden	=	accreditatieraad
accreditaties	=	accreditatie
accreditatiestelsel	noun	stelsel van regelgeving en toetsing waardoor organisaties die in aanmerking willen komen voor een keurmerk aan strenge eisen moeten voldoen
accreditatiestelsels	=	accreditatiestelsel
accrediteer	=	accrediteren
accrediteerde	=	accrediteren
accrediteerden	=	accrediteren
accrediteert	=	accrediteren
accreditere	=	accrediteren
accrediteren	verb	een officieel stempel van goedkeuring aan iets of iemand verlenen
accrediterend	=	accrediteren
accrediterende	=	accrediteren
accreditering	noun	een officieel stempel van goedkeuring
accrediteringen	=	accreditering
accreditief	noun	opdracht aan een bank om iemand geld te overhandigen
accreditieven	=	accreditief
accres	noun	een aangroei of toeneming
accresje	=	accres
accresjes	=	accres
accressen	=	accres
accretie	noun	het samenklonteren van materiaal waarbij uit veel kleine deeltjes een kleiner aantal grotere objecten ontstaan
accreties	=	accretie
accretietje	=	accretie
accrocheer	=	accrocheren
accrocheerde	=	accrocheren
accrocheerden	=	accrocheren
accrocheert	=	accrocheren
accrochere	=	accrocheren
accrocheren	verb	ophangen, vasthaken, aanknopen
accrocherend	=	accrocheren
accu	noun	een toestel ('batterij') om elektriciteit op te slaan
accu's	=	accu
accuaangedreven	adj	van een elektrisch apparaat dat het de strook krijgt uit een accu of oplaadbare batterij
accuaangedrevens	=	accuaangedreven
accuangst	noun	de vrees die iemand in een elektrisch voertuig kan hebben dat de accu leeg is voordat de bestemming is bereikt
accubak	noun	het balkvormige omhulsel van een accu waar het accuzuur in zit
accubakje	=	accubak
accubakjes	=	accubak
accubakken	=	accubak
accubatterij	noun	groep accu's
accubatterijen	=	accubatterij
accuboormachientje	=	accuboormachine
accuboormachientjes	=	accuboormachine
accuboormachine	noun	elektrisch aangedreven gereedschap, dat zijn energie krijgt van een accu, geschikt om te worden gebruikt als schroevendraaier en als boormachine
accuboormachines	=	accuboormachine
accuboormachinetje	=	accuboormachine
accuboormachinetjes	=	accuboormachine
accuboorschroevendraaier	noun	een door een accu aangedreven schroevendraaier die zwaar genoeg is om ook als boormachine gebruik te worden
accuboorschroevendraaiers	=	accuboorschroevendraaier
accuboorschroevendraaiertje	=	accuboorschroevendraaier
accuboorschroevendraaiertjes	=	accuboorschroevendraaier
accucapaciteit	noun	hoeveelheid energie die in een batterij of vergelijkbaar opslagmedium voor elektriciteit kan worden opgeslagen
accucapaciteiten	=	accucapaciteit
accucontainer	noun	grootschalig, mobiel energieopslagsysteem dat is ondergebracht in een robuuste zeecontainer
accucontainers	=	accucontainer
accucontainertje	=	accucontainer
accucontainertjes	=	accucontainer
accudag	noun	rustdag die men opneemt om weer op krachten te komen
accudagen	=	accudag
accudagje	=	accudag
accudagjes	=	accudag
accuhulp	noun	pechhulp voor auto's die niet kunnen starten door een leeggelopen accu
accuhulpen	=	accuhulp
accukist	noun	een beschermende kist of kast waarin een accu geborgen is om de accu te beschermen en stevig op zijn plaats te houden
accukisten	=	accukist
accukistje	=	accukist
accukistjes	=	accukist
accuklem	noun	metalen knijper aan een stroomkabel, bestemd om contact te maken met een spanningsbron
accuklemmen	=	accuklem
accuklemmetje	=	accuklem
accuklemmetjes	=	accuklem
acculaadstation	noun	plaats waar men de batterij van een elektrisch voertuig kan opladen
acculaadstationnetje	=	acculaadstation
acculaadstationnetjes	=	acculaadstation
acculaadstations	=	acculaadstation
acculader	noun	een adapter waarmee herlaadbare batterijen kunnen worden opgeladen
acculaders	=	acculader
acculadertje	=	acculader
acculadertjes	=	acculader
acculading	noun	de elektriciteit die opgeslagen is in een batterij of accu
acculadingen	=	acculading
acculturatie	noun	een proces waarbij een groep culturele of sociale kenmerken van een andere groep overneemt en zich zo dus aanpast aan de culturele omgeving
acculturatieproces	noun	het proces van acculturatie (dat zelf al een proces is)
acculturatieprocessen	=	acculturatieproces
acculturaties	=	acculturatie
accultureer	=	accultureren
accultureerde	=	accultureren
accultureerden	=	accultureren
accultureert	=	accultureren
acculturere	=	accultureren
accultureren	verb	zich aanpassen aan de culturele omgeving
acculturerend	=	accultureren
acculturerende	=	accultureren
accumulateur	=	accumulator
accumulatie	noun	ophoping
accumulatief	adj	bij elkaar optellend
accumulatiefs	=	accumulatief
accumulatiefst	=	accumulatief
accumulatiefste	=	accumulatief
accumulaties	=	accumulatie
accumulatietheorie	noun	marxistische theorie van steeds voortschrijdende opeenhoping van bezit in handen van een beperkt aantal kapitalisten
accumulatietheorietje	=	accumulatietheorie
accumulatietheorietjes	=	accumulatietheorie
accumulatietheorieën	=	accumulatietheorie
accumulatietje	=	accumulatie
accumulatietjes	=	accumulatie
accumulatieve	=	accumulatief
accumulatiever	=	accumulatief
accumulatievere	=	accumulatief
accumulatievers	=	accumulatief
accumulator	noun	toestel dat de opeenhoping van elektrische lading mogelijk maakt, accu
accumulatorcentrale	noun	elektrische centrale waarin energie wordt opgeslagen
accumulatorcentrales	=	accumulatorcentrale
accumulatorcentraletje	=	accumulatorcentrale
accumulatorcentraletjes	=	accumulatorcentrale
accumulatoren	=	accumulator
accumulatorenbatterij	noun	een toestel dat elektriciteit kan opslaan en later weer kan leveren
accumulatorenbatterijen	=	accumulatorenbatterij
accumulatorenbatterijtje	=	accumulatorenbatterij
accumulatorenbatterijtjes	=	accumulatorenbatterij
accumulators	=	accumulator
accumulatortje	=	accumulator
accumulatortjes	=	accumulator
accumuleer	=	accumuleren
accumuleerde	=	accumuleren
accumuleerden	=	accumuleren
accumuleert	=	accumuleren
accumulere	=	accumuleren
accumuleren	verb	opstapelen, verzamelen, opeenhopen, ophopen.
accumulerend	=	accumuleren
accumulerende	=	accumuleren
accuoplader	noun	toestel waarmee men elektrische energie in een accu kan opslaan
accuopladers	=	accuoplader
accupack	noun	een samenstelling van meerdere oplaadbare batterijen.
accupacks	=	accupack
accuplaat	noun	stuk bodemplaat waar een accu op staat
accuplaatje	=	accuplaat
accuplaatjes	=	accuplaat
accuplaten	=	accuplaat
accuraat	adj	met grote nauwgezetheid uitgevoerd
accuraatheden	=	accuraatheid
accuraatheid	noun	de mate van nauwkeurigheid waarmee men iets doet
accuraats	=	accuraat
accuraatst	=	accuraat
accuraatste	=	accuraat
accurate	=	accuraat
accurater	=	accuraat
accuratere	=	accuraat
accuraters	=	accuraat
accuratesse	noun	accuraatheid, precisie
accusatie	noun	bericht van ontvangst
accusatief	noun	naamval voor het lijdend voorwerp
accusatiefje	=	accusatief
accusaties	=	accusatie
accusatietje	=	accusatie
accusatietjes	=	accusatie
accusatieven	=	accusatief
accuschroevendraaier	noun	een elektrische schroevendraaier die door een accu van stroom voorzien wordt en dus draadloos gebruikt kan worden
accuschroevendraaiers	=	accuschroevendraaier
accuschroevendraaiertje	=	accuschroevendraaier
accuschroevendraaiertjes	=	accuschroevendraaier
accuseer	=	accuseren
accuseerde	=	accuseren
accuseerden	=	accuseren
accuseert	=	accuseren
accusere	=	accuseren
accuseren	verb|obsolete	aanklagen, beschuldigen
accuserend	=	accuseren
accuserende	=	accuseren
accuspanning	noun	potentiaalverschil tussen de twee polen van een toestel waarin elektriciteit is opgeslagen
accuspanningen	=	accuspanning
accustress	noun	de vrees die iemand in een elektrisch voertuig kan hebben dat de accu leeg is voordat de bestemming is bereikt
accutrein	noun	een elektrisch treinstel of motorrijtuig, waarvan de elektromotoren gevoed worden door accu's die in de trein aanwezig zijn
accutreinen	=	accutrein
accutreintje	=	accutrein
accutreintjes	=	accutrein
accuutje	=	accu
accuutjes	=	accu
accuvoeding	noun	stroomvoorziening d.m.v. een accu
accuvoedingen	=	accuvoeding
accuvoedinkje	=	accuvoeding
accuvoedinkjes	=	accuvoeding
accuwacht	noun	instelling die hulp biedt aan automobilisten met startproblemen
accuwachten	=	accuwacht
accuwachtje	=	accuwacht
accuwachtjes	=	accuwacht
accuwisselstation	noun	locatie waar men de lege accu van een elektrisch voertuig kan verwisselen voor een volle accu
accuwisselstationnetje	=	accuwisselstation
accuwisselstationnetjes	=	accuwisselstation
accuwisselstations	=	accuwisselstation
accuzuren	=	accuzuur
accuzuur	noun	sterk zuur (H₂SO₄) dat in auto's wordt gebruikt binnen het toestel (loodaccu) om elektriciteit op te slaan
ace	noun	bij tennis de opslag die de tegenpartij mist
ace-remmer	noun	medicijn dat de werking van angiotensine I converterend enzym (ACE) in de weefsels en het bloedplasma remt
ace-remmers	=	ace-remmer
acefaal	adj	zonder hoofd
acefaals	=	acefaal
acefale	=	acefaal
acellulair	adj	niet uit aparte cellen opgebouwd
acellulairder	=	acellulair
acellulairdere	=	acellulair
acellulairders	=	acellulair
acellulaire	=	acellulair
acellulairs	=	acellulair
acellulairst	=	acellulair
acellulairste	=	acellulair
acen	verb	een winnend punt scoren bij tennis door een opslag die door de tegenstander niet kan worden aangeraakt
acend	=	acen
acende	=	acen
acenocoumarol	noun	middel dat de bloedstolling remt
acerola	noun	bepaald soort plant, Malpighia emarginata uit de familie Malpighiaceae
acerola's	=	acerola
acerolakers	noun	bepaald soort plant, Malpighia emarginata uit de familie Malpighiaceae
acerolakersen	=	acerolakers
acerolakersje	=	acerolakers
acerolakersjes	=	acerolakers
aces	=	ace
acetaal	noun	organische verbinding die ontstaat door toevoeging van een alcohol aan een aldehyde
acetaaltje	=	acetaal
acetaaltjes	=	acetaal
acetaat	noun	een ester of zout afgeleid van azijnzuur
acetaatfilm	noun	film waarvan de drager wordt vervaardigd uit celluloseacetaat
acetaatfilmpje	=	acetaatfilm
acetaatfilmpjes	=	acetaatfilm
acetaatfilms	=	acetaatfilm
acetalen	=	acetaal
acetaten	=	acetaat
acete	=	acen
aceton	noun	kleurloze, vluchtige, sterk riekende vloeistof die als oplosmiddel wordt gebruikt met als chemische formule: C₃H₆O
acetons	=	aceton
acetontje	=	aceton
acetylcholine	noun	een neurotransmitter die vooral betrokken is bij de impulsoverdracht van de zenuw naar de skeletspiercellen
acetylcholinen	=	acetylcholine
acetylcholines	=	acetylcholine
acetyleen	noun	een verbinding van waterstof en koolstof met de samenstelling H₂C₂, die als gasvormige brandstof voor het vormen van fel licht en hete vlammen gebruikt wordt
acetyleenbrander	noun	een brander met een zeer hoge temperatuur die men gebruikt om metalen te lassen, te solderen of te snijden
acetyleenbranders	=	acetyleenbrander
acetyleengas	noun	C₂H₂ explosief gas dat ontstaat als men water op calciumcarbide druppelt
acetyleengassen	=	acetyleengas
acetyleenlamp	noun	een gaslantaarn op acetyleen (carbidgas)
acetyleenlampen	=	acetyleenlamp
acetyleenlampje	=	acetyleenlamp
acetyleenlampjes	=	acetyleenlamp
acetylenen	=	acetyleen
acetylsalicylzuren	=	acetylsalicylzuur
acetylsalicylzuur	noun	carbonzuur met een pijnstillende en koortsverlagende werking, onder de naam aspirine heel vaak gebruikt als geneesmiddel
ach	intj	drukt medelijden, verbazing, ontzetting of onsteltenis uit
achaat	=	agaat
acharon	noun	degene die wordt toegevoegd aan de zeven die in de synagoge voor het lezen van de Tora worden opgeroepen
acharoniem	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden vanaf de 16e eeuw
achava	noun	broederschap
achel	=	achelen
achelde	=	achelen
achelden	=	achelen
achele	=	achelen
achelen	verb	eten
achelend	=	achelen
achelende	=	achelen
achelt	=	achelen
achenebbisj	noun|informal	iemand die de zieligheid oproept	adj	och!, helaas!, jammer! (uitroep van medelijden of spijt)
achenebbisje	=	achenebbisj
achenebbisjer	=	achenebbisj
achenebbisjere	=	achenebbisj
achenebbisjers	=	achenebbisj
achenebbisjt	=	achenebbisj
achenebbisjte	=	achenebbisj
achilleshiel	noun	kwetsbare plaats of plek
achilleshielen	=	achilleshiel
achilleshieltje	=	achilleshiel
achilleshieltjes	=	achilleshiel
achilleskruid	noun	benaming voor duizendblad
achilleskruiden	=	achilleskruid
achillespees	noun	dikke pees van de kuitspier naar de hiel
achillespeesblessure	noun	een blessure aan de achillespees zoals ontsteking of breuk
achillespeesblessuren	=	achillespeesblessure
achillespeesblessures	=	achillespeesblessure
achillespeesblessuretje	=	achillespeesblessure
achillespeesblessuretjes	=	achillespeesblessure
achillespeesbreuk	noun	een geheel of gedeeltelijke scheuring van de achillespees
achillespeesbreuken	=	achillespeesbreuk
achillespeesje	=	achillespees
achillespeesjes	=	achillespees
achillespeesontsteking	noun	een ontsteking van de achillespees
achillespeesontstekingen	=	achillespeesontsteking
achillespeesontstekinkje	=	achillespeesontsteking
achillespeesontstekinkjes	=	achillespeesontsteking
achillespezen	=	achillespees
achillestendinopathie	noun	aandoening die gepaard gaat met pijn aan de achillespees of achillespezen
achiote	noun	bepaald soort boom, Bixa orellana, waaruit de kleurstof orleaan wordt gewonnen
achiotes	=	achiote
achmaol	=	achtmaal
achondroplasie	noun	ontwikkelingsstoornis gekenmerkt door dwerggroei; erfelijke aandoening waarbij de vorming van kraakbeen in de lange pijpbeenderen verstoord is, waardoor zich geen normale groeischijf ontwikkelt
achromasie	noun	kleurenblind
achromatisch	adj	kleurloos
achromatische	=	achromatisch
achromatischer	=	achromatisch
achromatischere	=	achromatisch
achromatischers	=	achromatisch
achromatopsie	noun	een zeldzame aandoening waardoor de patiënt alleen grijstinten kan zien; volledige kleurenblindheid
achronologisch	adj	niet naar tijdstip gerangschikt
achronologische	=	achronologisch
achronologischer	=	achronologisch
achronologischere	=	achronologisch
achronologischers	=	achronologisch
acht	num	"8", het getal tussen zeven en negen	noun	het cijfer 8
acht-tot-achtproject	noun	project waarbij risicojongeren van 8 uur 's-ochtends tot 8 uur 's-avonds worden begeleid om te voorkomen dat ze afglijden tot criminaliteit
acht-tot-achtprojecten	=	acht-tot-achtproject
acht-tot-achtvoorziening	noun	voorziening (bijvoorbeeld een school) waarvan cliënten van 8 uur 's-morgens tot 8 uur 's-avonds gebruik kunnen maken
acht-tot-achtvoorzieningen	=	acht-tot-achtvoorziening
achtaderig	adj	met acht aders (stroomdraden)
achtaderige	=	achtaderig
achtaderigs	=	achtaderig
achtarm	noun	weekdier met acht stevige tentakels
achtarmen	=	achtarm
achtarmig	adj	met acht armen; acht armen hebbend
achtarmige	=	achtarmig
achtarmigs	=	achtarmig
achtarmpje	=	achtarm
achtarmpjes	=	achtarm
achtbaan	noun	een attractie (meestal op de kermis) bestaand uit een karretje dat over een baan met bochten, stijgingen en dalingen rijdt
achtbaancursus	noun	een cursus om bange mensen om te laten leren gaan met de achtbaan.
achtbaancursusje	=	achtbaancursus
achtbaancursusjes	=	achtbaancursus
achtbaancursussen	=	achtbaancursus
achtbaaneconomie	noun	de economie van een land die regelmatig een snelle groei en snelle neergang meemaakt
achtbaaneconomieën	=	achtbaaneconomie
achtbaanrit	noun	een rit in een achtbaan
achtbaanritje	=	achtbaanrit
achtbaanritjes	=	achtbaanrit
achtbaanritten	=	achtbaanrit
achtbaantje	=	achtbaan
achtbaantjes	=	achtbaan
achtbaar	adj	respectabel
achtbaarder	=	achtbaar
achtbaardere	=	achtbaar
achtbaarders	=	achtbaar
achtbaarheden	=	achtbaarheid
achtbaarheid	noun	de mate waarin iets of iemand eerbied of achting verdient
achtbaars	=	achtbaar
achtbaarst	=	achtbaar
achtbaarste	=	achtbaar
achtbanen	=	achtbaan
achtbare	=	achtbaar
achtcilinder	noun	een motor met interne verbranding met achtcilinders
achtcilindermotor	noun	verbrandingsmotor met 8 verbrandingskamers
achtcilindermotoren	=	achtcilindermotor
achtcilindermotors	=	achtcilindermotor
achtcilinders	=	achtcilinder
achtdaags	adj	acht dagen durend
achtdaagse	=	achtdaags
achtdelig	adj	een geheel dat bestaat uit 8 onderdelen of afleveringen
achtdelige	=	achtdelig
achtdeligs	=	achtdelig
achtduizend	num	8000
achtduizenden	noun	datief van achtduizenden
achtduizender	noun	een van de 14 bergen op aarde waarvan de top hoger ligt dan 8000 meter boven het zeeniveau
achtduizenders	=	achtduizender
achtduizendste	adj	nummer achtduizend in een rij
achte	=	achten
achteloos	adj	zonder de vereiste belangstelling, zorg, achting, nadenkendheid of aandacht
achteloosheden	=	achteloosheid
achteloosheid	noun	gebrek aan aandacht voor mogelijke problemen
achteloosheidje	=	achteloosheid
achteloosheidjes	=	achteloosheid
achteloost	=	achteloos
achtelooste	=	achteloos
achteloze	=	achteloos
achtelozer	=	achteloos
achtelozere	=	achteloos
achtelozers	=	achteloos
achten	verb	beschouwen, van mening zijn, houden voor	noun	roeiwedstrijd tussen achtpersoonsboten (achten)
achtend	=	achten
achtende	=	achten
achtendertig	num	"38", het getal tussen zevenendertig en negenendertig, dertig plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 38 is aangeduid
achtendertigen	noun	datief van achtendertig
achtendertigjarig	adj	38 jaren durend
achtendertigjarige	noun	levend wezen dat 38 jaar oud is of iets dat 38 jaar bestaat
achtendertigjarigen	=	achtendertigjarige
achtendertigjarigs	=	achtendertigjarig
achtendertigje	=	achtendertig
achtendertigjes	=	achtendertig
achtendertigs	=	achtendertig
achtendertigste	adj	nummer achtendertig in een rij.
achtendertigurig	adj	38 uur bevattend; 38 uur omvattend
achtendertigurige	=	achtendertigurig
achtendertigurigs	=	achtendertigurig
achtenhalf	num	de breuk 8½; acht en een half
achtenhalfs	=	achtenhalf
achtenhalve	=	achtenhalf
achtennegentig	num	"98", het getal tussen zevenennegentig en negenennegentig, negentig plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 98 is aangeduid
achtennegentigen	noun	datief van achtennegentig
achtennegentigjarig	adj	98 jaren durend
achtennegentigjarige	noun	levend wezen dat 98 jaar oud is of iets dat 98 jaar bestaat
achtennegentigjarigen	=	achtennegentigjarige
achtennegentigjarigs	=	achtennegentigjarig
achtennegentigje	=	achtennegentig
achtennegentigjes	=	achtennegentig
achtennegentigs	=	achtennegentig
achtennegentigste	adj	nummer achtennegentig in een rij.
achtenswaard	adj	waard om geacht te worden, achtenswaardig
achtenswaarde	=	achtenswaard
achtenswaarder	=	achtenswaard
achtenswaardere	=	achtenswaard
achtenswaarders	=	achtenswaard
achtenswaardig	adj	respect verdienend, respectabel
achtenswaardige	=	achtenswaardig
achtenswaardiger	=	achtenswaardig
achtenswaardigere	=	achtenswaardig
achtenswaardigers	=	achtenswaardig
achtenswaardigheden	=	achtenswaardigheid
achtenswaardigheid	noun	de mate waarin iets of iemand respect verdient
achtenswaardigs	=	achtenswaardig
achtenswaardigst	=	achtenswaardig
achtenswaardigste	=	achtenswaardig
achtenswaards	=	achtenswaard
achtenswaardst	=	achtenswaard
achtenswaardste	=	achtenswaard
achtentachtig	num	"88", het getal tussen zevenentachtig en negenentachtig, tachtig plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 88 is aangeduid
achtentachtigen	noun	datief van achtentachtig
achtentachtigjarig	adj	88 jaren durend
achtentachtigjarige	noun	levend wezen dat 88 jaar oud is of iets dat 88 jaar bestaat
achtentachtigjarigen	=	achtentachtigjarige
achtentachtigjarigs	=	achtentachtigjarig
achtentachtigje	=	achtentachtig
achtentachtigjes	=	achtentachtig
achtentachtigs	=	achtentachtig
achtentachtigste	adj	nummer achtentachtig in een rij.
achtentwintig	num	"28", het getal tussen zevenentwintig en negenentwintig, twintig plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 28 is aangeduid
achtentwintigduizend	num	28.000
achtentwintigduizenden	noun	datief van achtentwintigduizend
achtentwintigen	noun	datief van achtentwintig
achtentwintighoek	noun	meetkundige figuur met achtentwintig zijden en hoeken
achtentwintighoeken	=	achtentwintighoek
achtentwintigjarig	adj	28 jaren durend
achtentwintigjarige	noun	levend wezen dat 28 jaar oud is of iets dat 28 jaar bestaat
achtentwintigjarigen	=	achtentwintigjarige
achtentwintigjarigs	=	achtentwintigjarig
achtentwintigje	=	achtentwintig
achtentwintigjes	=	achtentwintig
achtentwintigs	=	achtentwintig
achtentwintigste	adj	nummer achtentwintig in een rij.
achtenveertig	num	"48", het getal tussen zevenenveertig en negenenveertig, veertig plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 48 is aangeduid
achtenveertigen	num	datief van achtenveertig
achtenveertighoek	noun	meetkundige figuur met achtenveertig zijden en hoeken
achtenveertighoeken	=	achtenveertighoek
achtenveertigjarig	adj	48 jaren durend
achtenveertigjarige	noun	levend wezen dat 48 jaar oud is of iets dat 48 jaar bestaat
achtenveertigjarigen	=	achtenveertigjarige
achtenveertigjarigs	=	achtenveertigjarig
achtenveertigje	=	achtenveertig
achtenveertigjes	=	achtenveertig
achtenveertigs	=	achtenveertig
achtenveertigste	adj	nummer achtenveertig in een rij.
achtenvijftig	num	"58", het getal tussen zevenenvijftig en negenenvijftig, vijftig plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 58 is aangeduid
achtenvijftigen	num	datief van achtenvijftig
achtenvijftigjarig	adj	58 jaren durend
achtenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 58 jaar oud is of iets dat 58 jaar bestaat
achtenvijftigjarigen	=	achtenvijftigjarige
achtenvijftigjarigs	=	achtenvijftigjarig
achtenvijftigje	=	achtenvijftig
achtenvijftigjes	=	achtenvijftig
achtenvijftigs	=	achtenvijftig
achtenvijftigste	adj	nummer achtenvijftig in een rij.
achtenzestig	num	"68", het getal tussen zevenenzestig en negenenzestig, zestig plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 68 is aangeduid
achtenzestigen	num	datief van achtenzestig
achtenzestigjarig	adj	68 jaren durend
achtenzestigjarige	noun	levend wezen dat 68 jaar oud is of iets dat 68 jaar bestaat
achtenzestigjarigen	=	achtenzestigjarige
achtenzestigjarigs	=	achtenzestigjarig
achtenzestigje	=	achtenzestig
achtenzestigjes	=	achtenzestig
achtenzestigs	=	achtenzestig
achtenzestigste	adj	nummer achtenzestig in een rij.
achtenzeventig	num	"78", het getal tussen zevenenzeventig en negenenzeventig, zeventig plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 78 is aangeduid
achtenzeventigen	num	datief van achtenzeventig
achtenzeventigjarig	adj	78 jaren durend
achtenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 78 jaar oud is of iets dat 78 jaar bestaat
achtenzeventigjarigen	=	achtenzeventigjarige
achtenzeventigjarigs	=	achtenzeventigjarig
achtenzeventigje	=	achtenzeventig
achtenzeventigjes	=	achtenzeventig
achtenzeventigs	=	achtenzeventig
achtenzeventigste	adj	nummer achtenzeventig in een rij.
achter	prep	verder weg dan (gezien vanaf de spreker of anderszins)	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
achteraan	adv	in de laatste of een van de laatste posities in een rangschikking, op een verder weg liggende plaats	prep	als laatste deel van
achteraandrijving	noun	aandrijving waarbij de kracht van een motor alleen op de achterwielen wordt overgebracht
achteraandrijvingen	=	achteraandrijving
achteraandrijvinkje	=	achteraandrijving
achteraandrijvinkjes	=	achteraandrijving
achteraanga	=	achteraangaan
achteraangaan	verb	iets volgen
achteraangaand	=	achteraangaan
achteraangaande	=	achteraangaan
achteraangaat	=	achteraangaan
achteraangegaan	=	achteraangaan
achteraangegane	=	achteraangaan
achteraangekomen	=	achteraankomen
achteraangelopen	=	achteraanlopen
achteraangezeten	=	achteraanzitten
achteraanging	=	achteraangaan
achteraangingen	=	achteraangaan
achteraankom	=	achteraankomen
achteraankome	=	achteraankomen
achteraankomen	verb	later zijn dan anderen
achteraankomend	=	achteraankomen
achteraankomende	=	achteraankomen
achteraankomt	=	achteraankomen
achteraankwaamt	=	achteraankomen
achteraankwam	=	achteraankomen
achteraankwamen	=	achteraankomen
achteraanliep	=	achteraanlopen
achteraanliepe	=	achteraanlopen
achteraanliepen	=	achteraanlopen
achteraanliept	=	achteraanlopen
achteraanloop	=	achteraanlopen
achteraanloopt	=	achteraanlopen
achteraanlope	=	achteraanlopen
achteraanlopen	verb	op de benen voortbewegen als laatste van een groep
achteraanlopend	=	achteraanlopen
achteraanlopende	=	achteraanlopen
achteraanzat	=	achteraanzitten
achteraanzaten	=	achteraanzitten
achteraanzicht	noun	een afbeelding van iets zoals van achter bekeken
achteraanzichten	=	achteraanzicht
achteraanzichtje	=	achteraanzicht
achteraanzichtjes	=	achteraanzicht
achteraanzit	=	achteraanzitten
achteraanzitte	=	achteraanzitten
achteraanzitten	verb	op een plaats achter alles en iedereen op het zitvlak rusten
achteraanzittend	=	achteraanzitten
achteraanzittende	=	achteraanzitten
achterachterkleinkind	noun	het kind van iemands kleinkind
achterachterkleinkinderen	=	achterachterkleinkind
achterachterkleinkindje	=	achterachterkleinkind
achterachterkleinkindjes	=	achterachterkleinkind
achterachterkleinzonen	=	achterachterkleinzoon
achterachterkleinzoon	noun	de zoon van iemands achterkleinkind; de kleinzoon van iemands kleinkind
achterachterkleinzoontje	=	achterachterkleinzoon
achterachterkleinzoontjes	=	achterachterkleinzoon
achteraf	adv	na afloop
achterafbuurt	noun	een wijk van een stad of dorp dat niet goed zichtbaar is en uit het centrum gelegen is; vaak is het een wijk met goedkopere huizen waar armere mensen wonen
achterafbuurten	=	achterafbuurt
achterafgelegen	adj	in een stille, afgelegen streek liggend
achterafgelegener	=	achterafgelegen
achterafgelegeners	=	achterafgelegen
achterafgelegens	=	achterafgelegen
achterafgelegenst	=	achterafgelegen
achterafgelegenste	=	achterafgelegen
achterafgeplaatst	=	achterafplaatsen
achterafkantoor	noun	een kantoor van bedenkelijke kwaliteit
achterafkantoortje	=	achterafkantoor
achterafkantoortjes	=	achterafkantoor
achterafkantoren	=	achterafkantoor
achterafplaats	noun	een afgelegen plek, een plek die niet centraal gelegen is of moeilijk bereikbaar
achterafplaatsen	verb	op een niet centrale plaats neerzetten
achterafplaatsend	=	achterafplaatsen
achterafplaatsje	=	achterafplaats
achterafplaatsjes	=	achterafplaats
achterafscherming	noun	beschermende afscheiding aan de achterzijde van een ruimte
achterafschermingen	=	achterafscherming
achterafsteeg	noun	smalle, verborgen, onbeduidende straat
achterafsteegje	=	achterafsteeg
achterafsteegjes	=	achterafsteeg
achterafstegen	=	achterafsteeg
achterafstraat	noun	een kleine stille straat waar maar weinig verkeer en mensen komen
achterafstraatje	=	achterafstraat
achterafstraatjes	=	achterafstraat
achterafstraten	=	achterafstraat
achterafzaal	noun	kleine aan de achterkant van een gebouw gelegen min of meer verborgen ruimte waar soms besloten bijeenkomsten worden gehouden
achterafzaaltje	=	achterafzaal
achterafzaaltjes	=	achterafzaal
achterafzalen	=	achterafzaal
achteranker	noun	voorwerp dat men aan de achterkant van een schip overboord gooit om het schip vast te leggen
achterankerlier	noun	installatie waarmee men het achteranker kan ophijsen
achterankerlieren	=	achterankerlier
achterankers	=	achteranker
achterapostel	noun	steunhout aan de achtersteven van een schip
achterapostels	=	achterapostel
achteraposteltje	=	achterapostel
achteraposteltjes	=	achterapostel
achteras	noun	achterste as van een voertuig
achterasje	=	achteras
achterasjes	=	achteras
achterassen	=	achteras
achterbak	noun	kofferbak achter in een auto
achterbakje	=	achterbak
achterbakjes	=	achterbak
achterbakken	=	achterbak
achterbaks	adj	stiekem, stom, geniepig
achterbakse	=	achterbaks
achterbakser	=	achterbaks
achterbaksere	=	achterbaks
achterbaksers	=	achterbaks
achterbaksheden	=	achterbaksheid
achterbaksheid	noun	de mate van stiekem en geniepig zijn
achterbakst	=	achterbaks
achterbakste	=	achterbaks
achterbalk	noun	een (houten)balk die aan de achterkant van een molen
achterbalken	=	achterbalk
achterbalkje	=	achterbalk
achterbalkjes	=	achterbalk
achterbalkon	noun	open plek aan de achterkant van een tram, trein of bus waar men kan in- of uitstappen
achterbalkonnetje	=	achterbalkon
achterbalkonnetjes	=	achterbalkon
achterbalkons	=	achterbalkon
achterban	noun	de grote groep van mensen die een organisatie niet leiden of besturen maar wel steunen
achterband	noun	een van twee of meer banden aan de achterzijde van een voertuig
achterbanden	=	achterband
achterbandje	=	achterband
achterbandjes	=	achterband
achterbank	noun	de bank in het achterste deel van een voertuig
achterbankairbag	noun	airbag die de passagiers op de achterbank beschermen bij een aanrijding
achterbankairbags	=	achterbankairbag
achterbanken	=	achterbank
achterbanker	noun	relatief onbekende parlementariër die zelden of nooit het woord voert
achterbankers	=	achterbanker
achterbankertje	=	achterbanker
achterbankertjes	=	achterbanker
achterbankgeneratie	noun	verwend stelletje kinderen die door hun ouders van jongs af aan met de auto overal naartoe zijn gebracht
achterbankgeneraties	=	achterbankgeneratie
achterbankgeneratietje	=	achterbankgeneratie
achterbankgeneratietjes	=	achterbankgeneratie
achterbankje	=	achterbank
achterbankjes	=	achterbank
achterbanktoilet	noun	draagbare toilet die op de achterbank van een (kampeer)auto geplaatst kan worden
achterbanktoiletten	=	achterbanktoilet
achterbannen	=	achterban
achterbannetje	=	achterban
achterbannetjes	=	achterban
achterbanweek	noun	week waarin politici contact hebben met (potentiële) kiezers en partijleden
achterbanweken	=	achterbanweek
achterbanwerk	noun	activiteiten van de leiding van een organisatie die gericht zijn op de leden van die organisatie
achterbanwerken	=	achterbanwerk
achterbeen	noun	een van de twee poten van een paard die het dichtst bij de staat en ver van de kop zitten
achterbeentje	=	achterbeen
achterbeentjes	=	achterbeen
achterbenen	=	achterbeen
achterbil	noun	vlees van een bepaald deel van een rund
achterbillen	=	achterbil
achterbleef	=	achterblijven
achterbleeft	=	achterblijven
achterbleve	=	achterblijven
achterbleven	=	achterblijven
achterblijf	=	achterblijven
achterblijfster	noun	vrouw die niet mee kan komen met de snelsten
achterblijfsters	=	achterblijfster
achterblijfstertje	=	achterblijfster
achterblijfstertjes	=	achterblijfster
achterblijft	=	achterblijven
achterblijve	=	achterblijven
achterblijven	verb	nog steeds ergens zijn waar anderen of iets anders niet meer aanwezig is
achterblijvend	=	achterblijven
achterblijvende	noun	iemand die de snelheid van anderen niet kan volgen
achterblijvenden	=	achterblijvende
achterblijver	noun	iemand die blijft als anderen weggaan
achterblijvers	=	achterblijver
achterblijvertje	=	achterblijver
achterblijvertjes	=	achterblijver
achterbomen	=	achterboom
achterboom	noun	een overwegslagboom voor het afsluiten van het fiets- en/of voetgangersverkeer bij een AHOB en ADOB
achterbout	noun	het vlees van de achterdijen van slachtvee
achterbouten	=	achterbout
achterboutje	=	achterbout
achterbouw	noun	aanbouw aan de achterzijde van een gebouw
achterbumper	noun	stootstang aan de achterkant van een voertuig
achterbumpers	=	achterbumper
achterbumpertje	=	achterbumper
achterbumpertjes	=	achterbumper
achterburen	=	achterbuur
achterbuur	noun	persoon die in een huis woont waarvan het perceel grenst aan de achterzijde van het eigen perceel
achterbuurjongen	noun	een jongen die woont in het huis dat direct achter jouw woning is gelegen
achterbuurjongens	=	achterbuurjongen
achterbuurjongentje	=	achterbuurjongen
achterbuurjongentjes	=	achterbuurjongen
achterbuurlieden	=	achterbuurman
achterbuurlui	=	achterbuurman
achterbuurman	noun	de buur die met de achtertuin aan de eigen tuin grenst
achterbuurmannen	=	achterbuurman
achterbuurmeisje	noun	alleen verkleinwoord een meisje dat woont in het huis dat direct achter jouw woning is gelegen
achterbuurmeisjes	=	achterbuurmeisje
achterbuurt	noun	een buurt die voornamelijk bewoond wordt door mensen met een laag inkomen en waarin ook huizen van slechte kwaliteit staan
achterbuurten	=	achterbuurt
achterbuurtje	=	achterbuurt
achterbuurtjes	=	achterbuurt
achterbuurtscholen	=	achterbuurtschool
achterbuurtschool	noun	school in een wijk met veel bewoners van een lagere sociaaleconomische klasse
achterbuurtschooltje	=	achterbuurtschool
achterbuurtschooltjes	=	achterbuurtschool
achterbuurttaal	noun	manier van spreken die past bij mensen die een lage sociaal-economische positie bekleden
achterbuurttaaltje	=	achterbuurttaal
achterbuurvrouw	noun	vrouw die in een huis woont waarvan het perceel grenst aan de achterzijde van het eigen perceel
achterbuurvrouwen	=	achterbuurvrouw
achterdacht	=	achterdocht
achterdachte	=	achterdenken
achterdachten	=	achterdenken
achterdak	noun	een dak aan de achterkant van een gebouw
achterdaken	=	achterdak
achterdakje	=	achterdak
achterdakjes	=	achterdak
achterdeel	noun	het deel aan het einde
achterdeeltje	=	achterdeel
achterdeeltjes	=	achterdeel
achterdek	noun	het achterste deel van het dek van een schip
achterdekje	=	achterdek
achterdekjes	=	achterdek
achterdekken	=	achterdek
achterdelen	=	achterdeel
achterdenk	=	achterdenken
achterdenke	=	achterdenken
achterdenken	verb|obsolete	nadat iets gebeurd is bezorgd piekeren over mogelijke gevolgen	noun|obsolete	indruk dat iemands houding of gedrag ongunstige bedoelingen verhult
achterdenkend	adj	blijk gevend van argwaan
achterdenkende	=	achterdenkend
achterdenkender	=	achterdenkend
achterdenkendere	=	achterdenkend
achterdenkenders	=	achterdenkend
achterdenkends	=	achterdenkend
achterdenkendst	=	achterdenkend
achterdenkendste	=	achterdenkend
achterdenkens	=	achterdenken
achterdenkt	=	achterdenken
achterdeur	noun	deur langs de achterkant van een gebouw
achterdeuren	=	achterdeur
achterdeurproblematiek	noun	het probleem dat coffeeshops wel softdrugs mogen verkopen maar dat er geen legale softdrugs zijn die kunnen worden ingekocht
achterdeurproblematieken	=	achterdeurproblematiek
achterdeurtje	=	achterdeur
achterdeurtjes	=	achterdeur
achterdijk	noun	tweede waterkering als extra bescherming tegen overstroming wanneer een dichter bij het open water gelegen evenwijdig lopende waterkering doorbroken of overstroomd raakt
achterdijken	=	achterdijk
achterdijks	adj	aan de landzijde van een dijk gelegen; aan de binnenzijde van een dijk gelegen
achterdijkse	=	achterdijks
achterdocht	noun	twijfel aan de oprechte intentie
achterdochtig	adj	geneigd verdenking te koesteren
achterdochtige	=	achterdochtig
achterdochtiger	=	achterdochtig
achterdochtigere	=	achterdochtig
achterdochtigers	=	achterdochtig
achterdochtigheden	=	achterdochtigheid
achterdochtigheid	noun	het achterdochtig zijn.
achterdochtigs	=	achterdochtig
achterdochtigst	=	achterdochtig
achterdochtigste	=	achterdochtig
achterdoek	noun	het doek dat aan de achterkant van het toneel hangt en deel van het decor is
achterdoeken	=	achterdoek
achterdoekje	=	achterdoek
achterdoekjes	=	achterdoek
achterduims	adj	op een manier of met een karakter dat niet eerlijk, oprecht of betrouwbaar is, vaak met verborgen of oneerlijke bedoelingen
achterduimse	=	achterduims
achterdénkend	=	achterdenkend
achtereen	adv	zonder onderbreking, opeenvolgend
achtereenvolgend	adj	op deze wijze na elkaar
achtereenvolgende	=	achtereenvolgend
achtereenvolgends	=	achtereenvolgend
achtereenvolgens	adv	één voor één.
achtereind	noun	het achterste deel van een voorwerp
achtereinde	noun	het achterste deel van een voorwerp dat een voorkant en achtereinde heeft
achtereinden	=	achtereind
achtereindes	=	achtereinde
achtereindje	=	achtereind
achterelkaar	adv|figurative	onmiddellijk, zonder onderbreking
achteren	adv	van ~ aan de achterzijde, vanaf de achterzijde
achterend	=	achtereind
achtererf	noun	stuk grond dat direct grenst aan aan de achterzijde van een gebouw of boerderij
achtererfje	=	achtererf
achtererfjes	=	achtererf
achtererven	=	achtererf
achterflap	noun	over het achterplat naar binnen gevouwen deel van een boekomslag
achterflapje	=	achterflap
achterflapjes	=	achterflap
achterflappen	=	achterflap
achterflaptekst	noun	tekst die achterop een boek staat waardoor een lezer of koper van dit boek een indruk kan krijgen over de inhoud van dit boek
achterflapteksten	=	achterflaptekst
achterga	=	achtergaan
achtergaan	verb	achterlopen van een uurwerk
achtergaand	=	achtergaan
achtergaande	=	achtergaan
achtergaat	=	achtergaan
achtergalerij	noun	galerij aan de achterkant
achtergalerijen	=	achtergalerij
achtergalerijtje	=	achtergalerij
achtergalerijtjes	=	achtergalerij
achtergang	noun	lange, smalle doorloopruimte aan de achterzijde van een gebouw
achtergangen	=	achtergang
achtergangetje	=	achtergang
achtergangetjes	=	achtergang
achtergebleven	adj	van iets dat het niet is weggegaan
achtergeblevene	noun	iemand die op een plaats is gebleven terwijl anderen zijn vertrokken
achtergeblevenen	=	achtergeblevene
achtergeblevener	=	achtergebleven
achtergebleveners	=	achtergebleven
achtergeblevens	=	achtergebleven
achtergeblevenst	=	achtergebleven
achtergeblevenste	=	achtergebleven
achtergebouw	noun	achterste gedeelte van een bouwwerk; gebouw dat staat op het achterste gedeelte van een perceel
achtergebouwen	=	achtergebouw
achtergedacht	=	achterdenken
achtergedeelte	noun	deel dat aan de achterzijde zit
achtergedeelten	=	achtergedeelte
achtergedeeltes	=	achtergedeelte
achtergegaan	=	achtergaan
achtergehouden	=	achterhouden
achtergekomen	=	achterkomen
achtergelapt	=	achterlappen
achtergelaten	=	achterlaten
achtergelegen	=	achterliggen
achtergelopen	=	achterlopen
achtergestaan	=	achterstaan
achtergestel	noun	het achterste derde gedeelte van een paard
achtergesteld	=	achterstellen
achtergestelde	=	achterstellen
achtergesteldheden	=	achtergesteldheid
achtergesteldheid	noun	de mate waarin een persoon minder privileges heeft dan andere mensen
achtergestellen	=	achtergestel
achtergevel	noun	de buitenmuur aan de achterkant van een gebouw
achtergevels	=	achtergevel
achtergeveltje	=	achtergevel
achtergeveltjes	=	achtergevel
achtergeveltoerist	noun	homoseksueel
achtergeveltoeristen	=	achtergeveltoerist
achtergevoegd	=	achtervoegen
achtergevoegde	=	achtervoegen
achtergezeild	=	achterzeilen
achtergezet	=	achterzetten
achterging	=	achtergaan
achtergingen	=	achtergaan
achtergracht	noun	een kanaal in een stad aan de achterzijde van gebouwen
achtergrachten	=	achtergracht
achtergrond	noun	letterlijk, hetgeen zich achter de voorgrond bevindt, vaak het aandachtspunt
achtergrondartikel	noun	een langer stuk in een krant of tijdschrift waarin de schrijver dieper ingaat op de oorzaken en de bredere context van wat er in het nieuws is gebeurd
achtergrondartikelen	=	achtergrondartikel
achtergrondartikels	=	achtergrondartikel
achtergrondbeeld	noun	afbeelding die dient als achtergrondelement bij bijvoorbeeld een film, theatervoorstelling, presentatie of website
achtergrondbeelden	=	achtergrondbeeld
achtergronddanser	noun	persoon die tijdens een optreden danst als ondersteuning van de hoofdartiest
achtergronddanseres	noun	vrouw die tijdens een optreden de hoofdartiest al dansend ondersteunt
achtergronddanseresje	=	achtergronddanseres
achtergronddanseresjes	=	achtergronddanseres
achtergronddanseressen	=	achtergronddanseres
achtergronddansers	=	achtergronddanser
achtergronddansertje	=	achtergronddanser
achtergronddansertjes	=	achtergronddanser
achtergronden	=	achtergrond
achtergrondfiguren	=	achtergrondfiguur
achtergrondfiguur	noun	onopvallend persoon die niet op de voorgrond treedt
achtergrondfiguurtje	=	achtergrondfiguur
achtergrondfiguurtjes	=	achtergrondfiguur
achtergrondgedachte	noun	gedachte die ten grondslag ligt aan een bepaalde handeling
achtergrondgedachten	=	achtergrondgedachte
achtergrondgedachtes	=	achtergrondgedachte
achtergrondgegeven	noun	informatie die nodig is om bepaalde zaken te kunnen begrijpen
achtergrondgegevens	=	achtergrondgegeven
achtergrondgeheugen	noun	computergeheugen dat het (vluchtige en snelle) centrale geheugen aanvult
achtergrondgeheugens	=	achtergrondgeheugen
achtergrondgeluid	noun	onduidelijk, niet helder geluid dat van verder weg komt dat weinig bruikbare informatie bevat
achtergrondgeluiden	=	achtergrondgeluid
achtergrondgeluidje	=	achtergrondgeluid
achtergrondgeluidjes	=	achtergrondgeluid
achtergrondgesprek	noun	een vertrouwelijk gesprek
achtergrondgesprekken	=	achtergrondgesprek
achtergrondinfo	noun	kennis van de indirecte oorzaak van actualiteiten, de achterliggende oorzaak of betekenis
achtergrondinfo's	=	achtergrondinfo
achtergrondinformatie	noun	algemene kennis die nodig is om iets speciaals te kunnen begrijpen
achtergrondinformaties	=	achtergrondinformatie
achtergrondje	=	achtergrond
achtergrondjes	=	achtergrond
achtergrondkennis	noun	zaken die je weet over de context van bepaalde feiten
achtergrondkleur	noun	de kleur van het veld waarop tekst of afbeeldingen getoond worden
achtergrondkleuren	=	achtergrondkleur
achtergrondkleurtje	=	achtergrondkleur
achtergrondkleurtjes	=	achtergrondkleur
achtergrondkoor	noun	groep zangers die de belangrijkste zanger begeleidt
achtergrondkoortje	=	achtergrondkoor
achtergrondkoortjes	=	achtergrondkoor
achtergrondkoren	=	achtergrondkoor
achtergrondlawaai	noun	luid en storend geluid dat van verre komt
achtergrondliteratuur	noun	schriftelijke informatie die dient ter verdieping van een bepaald onderwerp; informatie die als basis dient voor de bestudering van een bepaald onderwerp
achtergrondmateriaal	noun	documenten en andere voorwerpen die inzicht geven over de ontwikkeling en de oorzaken van iets of iemand
achtergrondmaterialen	=	achtergrondmateriaal
achtergrondmuziek	noun	muziek die bedoeld is om niet direct of bewust naar te luisteren (als in een concertsituatie), maar die louter tot doel heeft sfeerverhogend te werken ze wordt vaak toegepast in openbare ruimtes zoals winkels en horecagelegenheden
achtergrondmuziekje	=	achtergrondmuziek
achtergrondmuziekjes	=	achtergrondmuziek
achtergrondniveau	noun	een mate van blootstelling die 'normaal' of 'natuurlijk' is
achtergrondniveaus	=	achtergrondniveau
achtergrondplaatje	noun	een afbeelding die achter het eigenlijke onderwerp staat
achtergrondplaatjes	=	achtergrondplaatje
achtergrondprojectie	noun	het vertonen van beelden op de achtergrond in een theater, een film, een televisieprogramma of een presentatie
achtergrondprojecties	=	achtergrondprojectie
achtergrondprojectietje	=	achtergrondprojectie
achtergrondprojectietjes	=	achtergrondprojectie
achtergrondreportage	noun	verslag dat dieper ingaat op de ontwikkelingen en oorzaken van bepaalde zaken
achtergrondreportages	=	achtergrondreportage
achtergrondruis	noun	monotoon lawaai dat nauwelijks de aandacht trekt
achtergrondscherm	noun	een vlak dat te zien is achter het voorwerp of de persoon die op de voorgrond de meeste aandacht krijgt
achtergrondschermen	=	achtergrondscherm
achtergrondschermpje	=	achtergrondscherm
achtergrondschermpjes	=	achtergrondscherm
achtergrondstraling	noun	gewoonlijk aanwezige stroom van fotonen of deeltjes kleiner dan atomen
achtergrondstralingen	=	achtergrondstraling
achtergrondstudie	noun	een onderzoek naar de ontwikkelingen en oorzaken van iets
achtergrondstudies	=	achtergrondstudie
achtergrondverhaal	noun	een verhaal dat gaat over de diepere oorzaken van een gebeurtenis
achtergrondverhaaltje	=	achtergrondverhaal
achtergrondverhaaltjes	=	achtergrondverhaal
achtergrondverhalen	=	achtergrondverhaal
achtergrondverlichting	noun	licht dat van achteren door het te belichten voorwerp heen schijnt
achtergrondverlichtingen	=	achtergrondverlichting
achtergrondvervuiling	noun	een milieuverontreiniging die wijdverspreid is
achtergrondvervuilingen	=	achtergrondvervuiling
achtergrondzang	noun	gezang dat dient als begeleiding van de solist
achtergrondzangen	=	achtergrondzang
achtergrondzanger	noun	iemand die de hoofdartiest zingend begeleidt
achtergrondzangeres	noun	zangeres die een solist begeleidt
achtergrondzangeresje	=	achtergrondzangeres
achtergrondzangeresjes	=	achtergrondzangeres
achtergrondzangeressen	=	achtergrondzangeres
achtergrondzangers	=	achtergrondzanger
achterhaal	=	achterhalen
achterhaalbaar	adj	teruggevonden
achterhaalbaarder	=	achterhaalbaar
achterhaalbaardere	=	achterhaalbaar
achterhaalbaarders	=	achterhaalbaar
achterhaalbaars	=	achterhaalbaar
achterhaalbaarst	=	achterhaalbaar
achterhaalbaarste	=	achterhaalbaar
achterhaalbare	=	achterhaalbaar
achterhaald	adj	niet langer van toepassing, niet langer als nuttig erkend (en dus fout)
achterhaalde	=	achterhalen
achterhaalden	=	achterhalen
achterhaalder	=	achterhaald
achterhaaldere	=	achterhaald
achterhaalders	=	achterhaald
achterhaaldheden	=	achterhaaldheid
achterhaaldheid	noun	het niet langer van toepassing zijn, het niet langer als nuttig erkend worden
achterhaalds	=	achterhaald
achterhaaldst	=	achterhaald
achterhaaldste	=	achterhaald
achterhaalt	=	achterhalen
achterhale	=	achterhalen
achterhalen	verb	iets weten komen, op te sporen, naspeuren, ontdekken waarvan je al weet dat het bestaat
achterhalend	=	achterhalen
achterhalende	=	achterhalen
achterhaling	noun	de keer dat een persoon of organisatie wordt ingehaald door snellere of zich sneller ontwikkelende personen of organisatie; de keer dat men achterblijft
achterhalingen	=	achterhaling
achterham	noun	ham van de achterbout (de bil) van een varken
achterhammen	=	achterham
achterhand	noun	het gedeelte van een hand bij de pols
achterhanden	=	achterhand
achterhandje	=	achterhand
achterhandjes	=	achterhand
achterhandsbeen	noun	een van de acht handwortelbeentjes
achterhandsbeenderen	=	achterhandsbeen
achterhandsbeentje	=	achterhandsbeen
achterhandsbeentjes	=	achterhandsbeen
achterhandsbenen	=	achterhandsbeen
achterhar	noun	verticale balk in sluisdeur (puntdeur) aan de kant van de sluiswand
achterharren	=	achterhar
achterharretje	=	achterhar
achterharretjes	=	achterhar
achterhaven	noun	een haven die dieper in het land ligt
achterhavens	=	achterhaven
achterhaventje	=	achterhaven
achterhaventjes	=	achterhaven
achterheen	adv	achteraan.
achterhesp	noun	achterhesp
achterhespen	=	achterhesp
achterhield	=	achterhouden
achterhielde	=	achterhouden
achterhielden	=	achterhouden
achterhieldt	=	achterhouden
achterhoede	noun	de posities op het speelveld het dichtste bij het eigen doel
achterhoedegevecht	noun	gevecht tussen de achterhoede van een vluchtend leger en een vijand die dat leger achterna zit
achterhoedegevechten	=	achterhoedegevecht
achterhoedegevechtje	=	achterhoedegevecht
achterhoedegevechtjes	=	achterhoedegevecht
achterhoeden	=	achterhoede
achterhoedepositie	noun	een plaats in de verdediging van een team
achterhoedeposities	=	achterhoedepositie
achterhoedepositietje	=	achterhoedepositie
achterhoedepositietjes	=	achterhoedepositie
achterhoedes	=	achterhoede
achterhoedescholen	=	achterhoedeschool
achterhoedeschool	noun	school waarbij de leerprestaties van de kinderen achterblijven bij het gemiddelde of gewenste niveau
achterhoedespeelster	noun	vrouw die een verdedigende rol heeft in een team
achterhoedespeelsters	=	achterhoedespeelster
achterhoedespeler	noun	speler die dicht bij het eigen doel speelt en meestal een verdedigende rol heeft
achterhoedespelers	=	achterhoedespeler
achterhoek	noun	een achteraf gelegen, weinig bezochte plaats of gebied
achterhoeken	=	achterhoek
achterhoeker	noun	bewoner van de Achterhoek, het meest oostelijke deel van de provincie Gelderland
achterhoekers	=	achterhoeker
achterhoekertje	=	achterhoeker
achterhoekertjes	=	achterhoeker
achterhoekje	=	achterhoek
achterhoekjes	=	achterhoek
achterhoeks	adj	betrekking hebbend op de Achterhoek; uit de Achterhoek
achterhoekse	noun	vrouw uit de Achterhoek; vrouw die woont in de Achterhoek
achterhoeksen	=	achterhoekse
achterhoekser	=	achterhoeks
achterhoeksere	=	achterhoeks
achterhoeksers	=	achterhoeks
achterhoekst	=	achterhoeks
achterhoekste	=	achterhoeks
achterhoofd	noun	het achterste deel van het hoofd
achterhoofden	=	achterhoofd
achterhoofdje	=	achterhoofd
achterhoofdjes	=	achterhoofd
achterhoofdsbeen	noun	een van de beenderen van de schedel
achterhoofdsbeenderen	=	achterhoofdsbeen
achterhoofdsbeentje	=	achterhoofdsbeen
achterhoofdsbeentjes	=	achterhoofdsbeen
achterhoofdsligging	noun	de normale manier waarop een mensenkind geboren wordt
achterhooft	=	achterhoofd
achterhou	=	achterhouden
achterhoud	=	achterhouden
achterhoude	=	achterhouden
achterhouden	verb	zorgen dat iets verborgen blijft, geheim houden, (letterlijk achter je rug verborgen houden)
achterhoudend	adj	geneigd om dingen geheim, en verborgen te houden
achterhoudende	=	achterhouden
achterhoudender	=	achterhoudend
achterhoudendere	=	achterhoudend
achterhoudenders	=	achterhoudend
achterhoudendheden	=	achterhoudendheid
achterhoudendheid	noun	de mate waarin iemand bewust bepaalde informatie, gevoelens of intenties voor zichzelf houdt en niet volledig open of transparant is
achterhoudends	=	achterhoudend
achterhoudendst	=	achterhoudend
achterhoudendste	=	achterhoudend
achterhouding	noun	het iets niet overhandigen
achterhoudingen	=	achterhouding
achterhoudinkje	=	achterhouding
achterhoudinkjes	=	achterhouding
achterhoudt	=	achterhouden
achterhout	noun	houten constructie aan de achterkant van een schip
achterhuis	noun	een bouwsel dat achter een huis wordt gebouwd en daar ook mee in verbinding staat
achterhuisje	=	achterhuis
achterhuisjes	=	achterhuis
achterhuizen	=	achterhuis
achterhut	noun	verblijfplaats aan de achterkant van een schip
achterhutten	=	achterhut
achterin	adv	in het achterste deel
achteringang	noun	ingang aan de achterzijde van een gebouw, vaak minder representatief dan de hoofdingang
achteringangen	=	achteringang
achterjaar	noun|obsolete	najaar, herfst
achterjaartje	=	achterjaar
achterjaartjes	=	achterjaar
achterjaren	=	achterjaar
achterkade	noun	lage, smalle, aarden dijk die een gebied moet beschermen tegen opdringend water wanneer het land aan de andere kant ervan overstroomt
achterkades	=	achterkade
achterkaft	noun	achterkant van een schrift of tijdschrift die meestal gemaakt is van wat dikker gekleurd papier of karton
achterkaften	=	achterkaft
achterkajuit	noun	verblijfsruimte voor opvarenden in het achterste deel vam een pleziervaartuig
achterkajuiten	=	achterkajuit
achterkamer	noun	kamer gelegen langs de achterzijde van een gebouw
achterkamerpolitiek	noun	besluitvorming zonder discussie in een volksvertegenwoordiging en met vermijding van openbaarheid
achterkamerpraktijk	noun	besluitvorming zonder discussie in een volksvertegenwoordiging en met vermijding van openbaarheid
achterkamerpraktijken	=	achterkamerpraktijk
achterkamers	=	achterkamer
achterkamertje	=	achterkamer
achterkamertjes	=	achterkamer
achterkamertjesculturen	=	achterkamertjescultuur
achterkamertjescultuur	noun	gebruik waarbij besluitvorming zonder discussie in een volksvertegenwoordiging en met vermijding van openbaarheid als de normale gang van zaken wordt beschouwd
achterkamertjespolitiek	noun	besluitvorming zonder discussie in een volksvertegenwoordiging en met vermijding van openbaarheid
achterkant	noun	achterzijde, keerzijde, kant tegenover de voorkant
achterkanten	=	achterkant
achterkantje	=	achterkant
achterkantjes	=	achterkant
achterkantlijn	noun	de lijn aan de achterkant van het speelveld
achterkantlijnen	=	achterkantlijn
achterkantlijntje	=	achterkantlijn
achterkantlijntjes	=	achterkantlijn
achterkasteel	noun	hoogoplopende achterste deel van een schip
achterkasteeltje	=	achterkasteel
achterkasteeltjes	=	achterkasteel
achterkastelen	=	achterkasteel
achterkeuken	noun	bijkeuken aan de achterkant van het huis; ruimte tussen de schuur en het huis in
achterkeukens	=	achterkeuken
achterkeukentje	=	achterkeuken
achterkeukentjes	=	achterkeuken
achterklap	noun	kwaadsprekerij achter iemands rug om
achterklapje	=	achterklap
achterklapjes	=	achterklap
achterklappe	=	achterklappen
achterklappen	verb	zonder dat iemand er zelf bij is, kwaadspreken over die persoon; op een vervelende manier over anderen praten
achterklappend	=	achterklappen
achterklappende	=	achterklappen
achterklapt	=	achterklappen
achterklapte	=	achterklappen
achterklapten	=	achterklappen
achterkleindochter	noun	De dochter van een kleinkind
achterkleindochters	=	achterkleindochter
achterkleindochtertje	=	achterkleindochter
achterkleindochtertjes	=	achterkleindochter
achterkleinkind	noun	het kind van iemands kleinkind
achterkleinkinderen	=	achterkleinkind
achterkleinkindje	=	achterkleinkind
achterkleinkindjes	=	achterkleinkind
achterkleinzonen	=	achterkleinzoon
achterkleinzoon	noun	de zoon van iemands kleinkind
achterkleinzoons	=	achterkleinzoon
achterkleinzoontje	=	achterkleinzoon
achterkleinzoontjes	=	achterkleinzoon
achterklep	noun	klep die zich aan de achterzijde (van een vrachtwagen) bevindt
achterklepje	=	achterklep
achterklepjes	=	achterklep
achterkleppen	=	achterklep
achterklinker	noun	klinker die wordt uitgesproken met naar het zachte gehemelte gewelfde tong
achterklinkers	=	achterklinker
achterklinkertje	=	achterklinker
achterklinkertjes	=	achterklinker
achterkom	=	achterkomen
achterkome	=	achterkomen
achterkomen	verb	ontdekken, realiseren
achterkomend	=	achterkomen
achterkomende	=	achterkomen
achterkomt	=	achterkomen
achterkwaamt	=	achterkomen
achterkwab	noun	achterste deel van een orgaan bijv. de achterkwab van de hypofyse
achterkwabben	=	achterkwab
achterkwam	=	achterkomen
achterkwame	=	achterkomen
achterkwamen	=	achterkomen
achterkwartier	noun	de achterbout
achterkwartieren	=	achterkwartier
achterkwartiertje	=	achterkwartier
achterkwartiertjes	=	achterkwartier
achterlaagt	=	achterliggen
achterlaat	=	achterlaten
achterlader	noun	vuurwapen dat van kogel en springstof wordt voorzien aan de kant van de schutter, niet door de loop aan de voorkant
achterladers	=	achterlader
achterlag	=	achterliggen
achterlagen	=	achterliggen
achterlager	noun	lager aan de achterkant van een toestel
achterlagers	=	achterlager
achterland	noun	streek die geografisch verder weg ligt, maar economisch verbonden is met een voorliggende streek of stad, meestal aangeduid gezien vanaf zee
achterlanden	=	achterland
achterlandje	=	achterland
achterlandjes	=	achterland
achterlandverbinding	noun	water-, spoor- en wegverbinding tussen een haven en het daarachter gelegen binnenland
achterlandverbindingen	=	achterlandverbinding
achterlandverbindinkje	=	achterlandverbinding
achterlandverbindinkjes	=	achterlandverbinding
achterlangs	adv	achter iemand of iets gaand
achterlap	noun	deel van een schoenzool dat onder de hiel zit
achterlappen	verb	schoenen voorzien van van nieuwe zolen
achterlappend	=	achterlappen
achterlapte	=	achterlappen
achterlast	noun	aandrang om te poepen of een scheet te laten
achterlasten	=	achterlast
achterlate	=	achterlaten
achterlaten	verb	dumpen, weggaan van, verlaten, niet meenemen
achterlatend	=	achterlaten
achterlatende	=	achterlaten
achterlating	noun	het niet mee nemen van iets als men vertrekt
achterlatingen	=	achterlating
achterlatinkje	=	achterlating
achterleen	noun	leengoed dat men van een leenman in leen heeft gekregen; leen in de tweede graad
achterleenman	noun	persoon die een onderleen heeft gekregen van een leenman
achterleenmannen	=	achterleenman
achterlenen	=	achterleen
achterleuning	noun	deel van een stoel of bank waartegen men de rug kan laten rusten
achterleuningen	=	achterleuning
achterleuninkje	=	achterleuning
achterleuninkjes	=	achterleuning
achterlichaam	noun	het achterste gedeelte van een organisme dat het verst van de kop af zit
achterlichamen	=	achterlichaam
achterlicht	noun	lamp(en) aan de achterkant van een voertuig (meestal rood gekleurd)
achterlichten	=	achterlicht
achterlichtje	=	achterlicht
achterlichtjes	=	achterlicht
achterlieden	=	achterman
achterliep	=	achterlopen
achterliepe	=	achterlopen
achterliepen	=	achterlopen
achterliept	=	achterlopen
achterliet	=	achterlaten
achterliete	=	achterlaten
achterlieten	=	achterlaten
achterlig	=	achterliggen
achterligge	=	achterliggen
achterliggen	verb	op achterstand zijn, niet meer bij de besten behoren
achterliggend	adj	voorbij zijnde
achterliggende	=	achterliggend
achterliggends	=	achterliggend
achterligger	noun	degene die een achterstand heeft in een wedstrijd
achterliggers	=	achterligger
achterliggertje	=	achterligger
achterliggertjes	=	achterligger
achterligt	=	achterliggen
achterlijf	noun	het achterste van de drie delen van de gelede dieren
achterlijfje	=	achterlijf
achterlijfjes	=	achterlijf
achterlijk	adj	achterstand vertonend in de ontwikkeling (met denigrerende bijklank; meest gezegd van een persoon, kan zowel lichamelijk als geestelijk zijn)	noun	lijn (lijkentouw) die aan de achterkant van een zeil vastgemaakt is bij een zeilschip
achterlijke	noun	iemand met een geestelijke achterstand
achterlijken	=	achterlijk
achterlijker	=	achterlijk
achterlijkere	=	achterlijk
achterlijkers	=	achterlijk
achterlijkheden	=	achterlijkheid
achterlijkheid	noun	ontwikkelingsstoornis waarbij de verstandelijke vermogens zich niet met de normale snelheid ontwikkelen en meestal een gemiddeld niveau niet zullen bereiken
achterlijkje	=	achterlijk
achterlijkjes	=	achterlijk
achterlijks	=	achterlijk
achterlijkst	=	achterlijk
achterlijkste	=	achterlijk
achterlijn	noun	lijn die de achterste begrenzing van het speelveld aangeeft
achterlijnen	=	achterlijn
achterlijntje	=	achterlijn
achterlijntjes	=	achterlijn
achterlijven	=	achterlijf
achterloop	=	achterlopen
achterloops	adj	van waterkeringen (met name van sluisdeuren) dat ze door een gebrekkige werking water doorlaten
achterloopse	=	achterloops
achterloopsheden	=	achterloopsheid
achterloopsheid	noun	het verschijnsel dat er water langs een kunstwerk stroomt als gevolg van een groot waterstandsverschil.
achterloopt	=	achterlopen
achterlope	=	achterlopen
achterlopen	verb	een vroegere tijd aangeven dan de juiste
achterlopend	=	achterlopen
achterlopende	=	achterlopen
achterloper	noun	iets of iemand die achter anderen aan komt
achterlopers	=	achterloper
achterlopertje	=	achterloper
achterlopertjes	=	achterloper
achterlui	=	achterman
achterluik	noun	luik aan de achterkant van een gebouw of schip
achterluiken	=	achterluik
achterman	noun	man die in het tweede of derde gelid staat
achtermannen	=	achterman
achtermast	noun	de achterste mast van een schip met meerdere masten
achtermasten	=	achtermast
achtermastje	=	achtermast
achtermastjes	=	achtermast
achtermiddag	noun	laatste deel van de middag
achtermiddagen	=	achtermiddag
achtermiddagje	=	achtermiddag
achtermuren	=	achtermuur
achtermuur	noun	muur aan de achterkant van een gebouw
achtermuurtje	=	achtermuur
achtermuurtjes	=	achtermuur
achterna	adv	iemand of iets volgend
achternaad	noun	naad aan de minder goed zichtbare achterzijde van een kledingstuk
achternaam	noun	een naam die van geslacht op geslacht en indien gewenst door het huwelijk overgedragen wordt
achternaampje	=	achternaam
achternaampjes	=	achternaam
achternadeden	=	achternadoen
achternadeed	=	achternadoen
achternaden	=	achternaad
achternadoe	=	achternadoen
achternadoen	verb	het gedrag van iemand anders imiteren
achternadoend	=	achternadoen
achternadoende	=	achternadoen
achternadoet	=	achternadoen
achternaga	=	achternagaan
achternagaan	verb	op enige afstand volgen
achternagaand	=	achternagaan
achternagaande	=	achternagaan
achternagaat	=	achternagaan
achternagedaan	=	achternadoen
achternagegaan	=	achternagaan
achternagelopen	=	achternalopen
achternagereden	=	achternarijden
achternagestuurd	=	achternasturen
achternagestuurde	=	achternasturen
achternagevaren	=	achternavaren
achternagezet	=	achternazetten
achternagezeten	=	achternazitten
achternagezette	=	achternazetten
achternagezonden	=	achternazenden
achternaging	=	achternagaan
achternaginge	=	achternagaan
achternagingen	=	achternagaan
achternagingt	=	achternagaan
achternaliep	=	achternalopen
achternaliepe	=	achternalopen
achternaliepen	=	achternalopen
achternaliept	=	achternalopen
achternaloop	=	achternalopen
achternaloopt	=	achternalopen
achternalope	=	achternalopen
achternalopen	verb	volgen
achternalopend	=	achternalopen
achternalopende	=	achternalopen
achternamen	=	achternaam
achternamiddag	noun	het laatste deel van de middag
achternamiddagen	=	achternamiddag
achternamiddagje	=	achternamiddag
achternamiddagjes	=	achternamiddag
achternareden	=	achternarijden
achternareed	=	achternarijden
achternarij	=	achternarijden
achternarijd	=	achternarijden
achternarijde	=	achternarijden
achternarijden	verb	iemand in een voertuig volgen
achternarijdend	=	achternarijden
achternarijdende	=	achternarijden
achternarijdt	=	achternarijden
achternasture	=	achternasturen
achternasturen	verb	iemand die al vertrokken is iets sturen
achternasturend	=	achternasturen
achternasturende	=	achternasturen
achternastuur	=	achternasturen
achternastuurde	=	achternasturen
achternastuurden	=	achternasturen
achternastuurt	=	achternasturen
achternavaar	=	achternavaren
achternavaart	=	achternavaren
achternavare	=	achternavaren
achternavaren	verb	een voorganger varend volgen
achternavarend	=	achternavaren
achternavarende	=	achternavaren
achternavoer	=	achternavaren
achternavoeren	=	achternavaren
achternavoert	=	achternavaren
achternazat	=	achternazitten
achternazate	=	achternazitten
achternazaten	=	achternazitten
achternazend	=	achternazenden
achternazenden	verb	iemand die al vertrokken is iets sturen
achternazendend	=	achternazenden
achternazendende	=	achternazenden
achternazendt	=	achternazenden
achternazet	=	achternazetten
achternazette	=	achternazetten
achternazetten	verb	een vluchter achtervolgen; iemand proberen te vangen door er hard achteraan te gaan
achternazettend	=	achternazetten
achternazettende	=	achternazetten
achternazit	=	achternazitten
achternazitte	=	achternazitten
achternazitten	verb	achtervolgen en proberen te vangen
achternazittend	=	achternazitten
achternazittende	=	achternazitten
achternazond	=	achternazenden
achternazonden	=	achternazenden
achterneef	noun	de zoon van een neef, nicht, oudoom of oudtante
achterneefje	=	achterneef
achterneefjes	=	achterneef
achterneven	=	achterneef
achternicht	noun	de dochter van een neef, nicht, oudoom of oudtante
achternichten	=	achternicht
achternichtje	=	achternicht
achternichtjes	=	achternicht
achternoen	noun	maaltijd die men tussen de lunch en het diner gebruikt
achternoenen	=	achternoen
achternoentje	=	achternoen
achterom	adv	rondom naar de achterzijde	noun	gedeelte aan de achterzijde van een woning
achteromgekeken	=	achteromkijken
achteromgekomen	=	achteromkomen
achteromgezien	=	achteromzien
achteromgeziene	=	achteromzien
achteromkeek	=	achteromkijken
achteromkeekt	=	achteromkijken
achteromkeke	=	achteromkijken
achteromkeken	=	achteromkijken
achteromkijk	=	achteromkijken
achteromkijke	=	achteromkijken
achteromkijken	verb	het hoofd en het bovenlijf omdraaien om in achterwaartse richting een blik te werpen
achteromkijkend	=	achteromkijken
achteromkijkende	=	achteromkijken
achteromkijkt	=	achteromkijken
achteromkom	=	achteromkomen
achteromkome	=	achteromkomen
achteromkomen	verb	via de achterdeur binnenkomen in plaats van via de voordeur
achteromkomend	=	achteromkomen
achteromkomende	=	achteromkomen
achteromkomt	=	achteromkomen
achteromkwaamt	=	achteromkomen
achteromkwam	=	achteromkomen
achteromkwamen	=	achteromkomen
achterommetje	noun	een pad dat naar de achterzijde van een huis voert
achterommetjes	=	achterommetje
achteromslag	noun	deel van de stofomslag die een boek aan de achterzijde beschermt tegen stof en beschadigingen
achteromslagen	=	achteromslag
achteromzaagt	=	achteromzien
achteromzag	=	achteromzien
achteromzagen	=	achteromzien
achteromzie	=	achteromzien
achteromzien	verb	terug kijken
achteromziend	=	achteromzien
achteromziende	=	achteromzien
achteromziet	=	achteromzien
achteronder	noun	ruimte achter in het onderschip
achteronders	=	achteronder
achterop	adv	op de achterzijde of het achterdeel
achteropaanrijding	noun	aanrijding waarbij een voertuig botst tegen een voor hem rijdend voertuig
achteropaanrijdingen	=	achteropaanrijding
achteropaanrijdinkje	=	achteropaanrijding
achteropaanrijdinkjes	=	achteropaanrijding
achteropgehinkt	=	achterophinken
achteropgekomen	=	achteropkomen
achteropgelopen	=	achteroplopen
achteropgeraakt	=	achteropraken
achteropgeraakte	=	achteropraken
achterophink	=	achterophinken
achterophinke	=	achterophinken
achterophinken	verb	achterlopen, behoren tot de langzaamsten
achterophinkend	=	achterophinken
achterophinkende	=	achterophinken
achterophinkt	=	achterophinken
achterophinkte	=	achterophinken
achterophinkten	=	achterophinken
achteropkom	=	achteropkomen
achteropkome	=	achteropkomen
achteropkomen	verb	inhalen van een eerder opgelopen achterstand, inhalen zonder passeren
achteropkomend	=	achteropkomen
achteropkomende	=	achteropkomen
achteropkomt	=	achteropkomen
achteropkwaamt	=	achteropkomen
achteropkwam	=	achteropkomen
achteropkwame	=	achteropkomen
achteropkwamen	=	achteropkomen
achteropliep	=	achteroplopen
achteropliepe	=	achteroplopen
achteropliepen	=	achteroplopen
achteropliept	=	achteroplopen
achteroploop	=	achteroplopen
achteroploopt	=	achteroplopen
achteroplope	=	achteroplopen
achteroplopen	verb	achterlopen, behoren tot de langzaamsten
achteroplopend	=	achteroplopen
achteroplopende	=	achteroplopen
achteropraak	=	achteropraken
achteropraakt	=	achteropraken
achteropraakte	=	achteropraken
achteropraakten	=	achteropraken
achteroprake	=	achteropraken
achteropraken	verb	op een achterstand geraken t.o.v. van iets of iemand
achteroprakend	=	achteropraken
achteroprakende	=	achteropraken
achteropwerker	noun	homoseksueel
achteropwerkers	=	achteropwerker
achterover	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in achterwaartse richting
achteroverbogen	=	achteroverbuigen
achteroverboog	=	achteroverbuigen
achteroverbuig	=	achteroverbuigen
achteroverbuige	=	achteroverbuigen
achteroverbuigen	verb	naar achteren buigen van iets
achteroverbuigend	=	achteroverbuigen
achteroverbuigende	=	achteroverbuigen
achteroverbuigt	=	achteroverbuigen
achteroverdruk	=	achteroverdrukken
achteroverdrukke	=	achteroverdrukken
achteroverdrukken	verb	stiekem pikken
achteroverdrukkend	=	achteroverdrukken
achteroverdrukkende	=	achteroverdrukken
achteroverdrukt	=	achteroverdrukken
achteroverdrukte	=	achteroverdrukken
achteroverdrukten	=	achteroverdrukken
achterovergebogen	=	achteroverbuigen
achterovergedrukt	=	achteroverdrukken
achterovergedrukte	=	achteroverdrukken
achterovergekamd	=	achteroverkammen
achterovergelegen	=	achteroverliggen
achterovergeleund	=	achteroverleunen
achterovergeleunde	=	achteroverleunen
achterovergeslagen	=	achteroverslaan
achterovergevallen	=	achterovervallen
achterovergezeten	=	achteroverzitten
achteroverkam	=	achteroverkammen
achteroverkamde	=	achteroverkammen
achteroverkamden	=	achteroverkammen
achteroverkamme	=	achteroverkammen
achteroverkammen	verb	met behulp van een kam achterwaarts kammen van haar
achteroverkammend	=	achteroverkammen
achteroverkammende	=	achteroverkammen
achteroverkamt	=	achteroverkammen
achteroverlag	=	achteroverliggen
achteroverlagen	=	achteroverliggen
achteroverleun	=	achteroverleunen
achteroverleunde	=	achteroverleunen
achteroverleunden	=	achteroverleunen
achteroverleune	=	achteroverleunen
achteroverleunen	verb	naar achteren leunen
achteroverleunend	=	achteroverleunen
achteroverleunende	=	achteroverleunen
achteroverleunt	=	achteroverleunen
achteroverlig	=	achteroverliggen
achteroverligge	=	achteroverliggen
achteroverliggen	verb	liggen op de rug en het achterhoofd
achteroverliggend	=	achteroverliggen
achteroverliggende	=	achteroverliggen
achteroverligt	=	achteroverliggen
achteroversla	=	achteroverslaan
achteroverslaan	verb	in één teug een drankje opdrinken
achteroverslaand	=	achteroverslaan
achteroverslaande	=	achteroverslaan
achteroverslaat	=	achteroverslaan
achteroversloeg	=	achteroverslaan
achteroversloegen	=	achteroverslaan
achteroverval	=	achterovervallen
achterovervalle	=	achterovervallen
achterovervallen	verb	achterwaarts omvallen
achterovervallend	=	achterovervallen
achterovervallende	=	achterovervallen
achterovervalt	=	achterovervallen
achteroverviel	=	achterovervallen
achterovervielen	=	achterovervallen
achteroverzitten	verb	met het bovenlichaam naar achteren gebogen zitten
achterpaadje	=	achterpad
achterpaadjes	=	achterpad
achterpaard	noun	het achterste paard van een vier- of zesspan
achterpaarden	=	achterpaard
achterpad	noun	een pad dat achter een huis en tuin loopt en toegang geeft voor een achteringang van het huis
achterpaden	=	achterpad
achterpadje	=	achterpad
achterpadjes	=	achterpad
achterpagina	noun	de achterkant van een publicatie
achterpagina's	=	achterpagina
achterpand	noun	achterste deel van een gebouw
achterpanden	=	achterpand
achterpandje	=	achterpand
achterpandjes	=	achterpand
achterpartij	noun	de achterste hoeveelheid van iets; het achterste gedeelte van iets
achterpartijen	=	achterpartij
achterpassagier	noun	persoon die op de achterbank van een auto zit
achterpassagiers	=	achterpassagier
achterpassagiertje	=	achterpassagier
achterpassagiertjes	=	achterpassagier
achterpiek	noun	afgesloten ruimte in de achtersteven waar de stuurinrichting van een schip aanwezig is
achterpieken	=	achterpiek
achterpiekje	=	achterpiek
achterpiekjes	=	achterpiek
achterpiekschot	noun	waterdichte wand die de voorkant van de achtersteven in een schip afgrenst
achterpiekschotje	=	achterpiekschot
achterpiekschotjes	=	achterpiekschot
achterpiekschotten	=	achterpiekschot
achterplaat	noun	een vlak, plat en vrij dun stuk materiaal, zoals metaal of hout dat aan de achterzijde van een voorwerp zit
achterplaatje	=	achterplaat
achterplaatjes	=	achterplaat
achterplan	noun	de achtergrond van o.a. schilderijen
achterplannen	=	achterplan
achterplannetje	=	achterplan
achterplannetjes	=	achterplan
achterplat	noun	de achterkant van een boek
achterplaten	=	achterplaat
achterplatje	=	achterplat
achterplatjes	=	achterplat
achterplatten	=	achterplat
achterplecht	noun	dek achter op een klein vaartuig
achterplechten	=	achterplecht
achterpoort	noun	een doorgang door een muur aan de achterzijde van een gebouw
achterpoorten	=	achterpoort
achterpoortje	=	achterpoort
achterpoortjes	=	achterpoort
achterpoot	noun	informele term in de biologie die gebruikt wordt om de achterste poot van een dier aan te duiden
achterpootafdruk	noun	spoor van een dier ontstaan door de druk van de achterpoot in zachte vochtige grond
achterpootafdrukje	=	achterpootafdruk
achterpootafdrukjes	=	achterpootafdruk
achterpootafdrukken	=	achterpootafdruk
achterpootje	=	achterpoot
achterpootjes	=	achterpoot
achterporch	noun	overdekte veranda aan de achterkant van het huis
achterporches	=	achterporch
achterportier	noun	Persoon die bij de achterdeurdeur staat om te bepalen wie wel en wie niet binnen mag
achterportieren	=	achterportier
achterportiers	=	achterportier
achterportiertje	=	achterportier
achterportiertjes	=	achterportier
achterpoten	=	achterpoot
achterraam	noun	raam aan de zijkant van een gebouw of voertuig
achterraampje	=	achterraam
achterraampjes	=	achterraam
achterramen	=	achterraam
achterrem	noun	een rem die de achterwielen langzamer laat ronddraaien
achterremmen	=	achterrem
achterroef	noun	verblijfplaats voor bemanningsleden van een schip aan de achterzijde van een schip
achterroefje	=	achterroef
achterroefjes	=	achterroef
achterroeven	=	achterroef
achterruimte	noun	de minder goed zichtbare ruimte aan de achterzijde van een gebouw
achterruimten	=	achterruimte
achterruimtes	=	achterruimte
achterruit	noun	ruit aan de achterkant van een voertuig die zorgt voor zicht achter op de weg
achterruiten	=	achterruit
achterruitje	=	achterruit
achterruitjes	=	achterruit
achterruitverwarming	noun	een electrische verwarming die in de achterruit van een auto zit en als doel heeft het zicht naar achteren helder te houden
achterruitverwarmingen	=	achterruitverwarming
achterscheepje	=	achterschip
achterscheepjes	=	achterschip
achterschepen	=	achterschip
achterschip	noun	het achterste deel van een schip
achterschot	noun	eenvoudige houten wand die een ruimte scheidt van een daarachter gelegen ruimte
achterschotten	=	achterschot
achterspatbord	noun	een bord dat achter een draaiend achterwiel bevestigd wordt om van het wiel afgeslingerd en opspattend water en modder op te vangen
achterspatborden	=	achterspatbord
achterspatbordje	=	achterspatbord
achterspatbordjes	=	achterspatbord
achterspeler	noun	een speler die bij groepsspelen de achterste positie voor zijn rekening neemt
achterspelers	=	achterspeler
achterspelertje	=	achterspeler
achterspelertjes	=	achterspeler
achterspoiler	noun	vleugel aan de achterzijde van een auto als aerodynamische voorziening die zorgt voor een betere wegligging van de achterwielen
achterspoilers	=	achterspoiler
achterst	adj	het meest aan de achterzijde gelegen
achtersta	=	achterstaan
achterstaan	verb	in een wedstrijd op verlies staan
achterstaand	adj	op een achterstand staande in een wedstrijd
achterstaande	=	achterstaan
achterstaands	=	achterstaand
achterstaat	=	achterstaan
achterstag	noun	lijn of staalkabel die gespannen is tussen masttop en de achtersteven (hek) van een zeilboot
achterstagen	=	achterstag
achterstagje	=	achterstag
achterstagjes	=	achterstag
achterstagspanner	noun	een spanner waarmee de achterstag van een mast op de gewenste spanning wordt gebracht
achterstagspanners	=	achterstagspanner
achterstagspannertje	=	achterstagspanner
achterstagspannertjes	=	achterstagspanner
achterstal	noun	het niet op tijd zijn, iets wat je eerder had moeten doen (m.n. het geld dat men eerder had moeten betalen)
achterstallen	=	achterstal
achterstalletje	=	achterstal
achterstalletjes	=	achterstal
achterstallig	adj	niet op tijd, iets wat je eerder had moeten doen
achterstallige	=	achterstallig
achterstalliger	=	achterstallig
achterstalligere	=	achterstallig
achterstalligers	=	achterstallig
achterstalligheden	=	achterstalligheid
achterstalligheid	noun	de mate waarin iets nog niet voltooid is wat wel voltooid had moeten zijn
achterstalligs	=	achterstallig
achterstalligst	=	achterstallig
achterstalligste	=	achterstallig
achterstand	noun	het verschil tussen de huidige en de gewenste stand
achterstanden	=	achterstand
achterstandenbeleid	noun	een plan van aanpak om mensen met een achterstand in de samenleving vooruit te helpen
achterstandje	=	achterstand
achterstandjes	=	achterstand
achterstandsbeleid	noun	een plan van aanpak om mensen met een achterstand in de samenleving vooruit te helpen
achterstandsbestrijding	noun	de poging om mensen met een sociaaleconomische achterstand vooruit te helpen
achterstandsbestrijdingen	=	achterstandsbestrijding
achterstandsbudget	noun	hoeveelheid geld dat beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van onderwijsachterstanden
achterstandsbudgets	=	achterstandsbudget
achterstandsbudgetten	=	achterstandsbudget
achterstandsbuurt	noun	buurt in een stad die achterblijft t.o.v. de andere stadsdelen
achterstandsbuurten	=	achterstandsbuurt
achterstandsbuurtje	=	achterstandsbuurt
achterstandsbuurtjes	=	achterstandsbuurt
achterstandsgebied	noun	geografisch gebied waar relatief veel mensen met een achterstand leven
achterstandsgebieden	=	achterstandsgebied
achterstandsgebiedje	=	achterstandsgebied
achterstandsgebiedjes	=	achterstandsgebied
achterstandsgeld	noun	geld dat men gebruikt voor het wegwerken van leerachterstanden bij leerlingen
achterstandsgelden	=	achterstandsgeld
achterstandsgezin	noun	gezin met weinig geld uit een lagere sociaaleconomische status; kansarm gezin
achterstandsgezinnen	=	achterstandsgezin
achterstandsgezinnetje	=	achterstandsgezin
achterstandsgezinnetjes	=	achterstandsgezin
achterstandsgroep	noun	groep mensen met weinig sociaaleconomische kansen
achterstandsgroepen	=	achterstandsgroep
achterstandsgroepje	=	achterstandsgroep
achterstandsgroepjes	=	achterstandsgroep
achterstandsituatie	noun	minder dan gemiddelde sociaal-economische positie; minder dan gemiddelde leefomstandigheden
achterstandsituaties	=	achterstandsituatie
achterstandskind	noun	kind met een taal- en ontwikkelingsachterstand
achterstandskinderen	=	achterstandskind
achterstandskindje	=	achterstandskind
achterstandskindjes	=	achterstandskind
achterstandsleerling	noun	een leerling met fysieke, mentale, sociale problemen en/of achterstand
achterstandsleerlingen	=	achterstandsleerling
achterstandsleerlingetje	=	achterstandsleerling
achterstandsleerlingetjes	=	achterstandsleerling
achterstandspositie	noun	de situatie dat men een slechtere sociaal - economische positie heeft dan gemiddele
achterstandsposities	=	achterstandspositie
achterstandsscholen	=	achterstandsschool
achterstandsscholier	noun	leerling die hoort bij een achterstandscategorie zoals kinderen met ouders uit een lage sociaaleconomische klasse
achterstandsscholieren	=	achterstandsscholier
achterstandsschool	noun	school voor kinderen met een leerachterstand, met name uit sociaal zwakke milieus
achterstandsschooltje	=	achterstandsschool
achterstandsschooltjes	=	achterstandsschool
achterstandssituatie	noun	positie waarin men een sociaal - economische positie heeft die minder is dat het gemiddelde
achterstandssituaties	=	achterstandssituatie
achterstandswijk	noun	woonwijk waarin de leefbaarheid niet aan de gestelde normen voldoet
achterstandswijken	=	achterstandswijk
achterstandswijkje	=	achterstandswijk
achterstandswijkjes	=	achterstandswijk
achterste	noun	zitvlak, bips
achtersteek	noun	bij het naaien dat men de naald halverwege de vorige steek weer in de stof steekt
achtersteken	=	achtersteek
achterstel	noun	achterste deel van viervoetige dieren of van een vierwielig rij- of voertuig
achterstelde	=	achterstellen
achterstelden	=	achterstellen
achterstelle	=	achterstellen
achterstellen	verb	iets of iemand te laag waarderen, of in een ongunstige positie plaatsen
achterstellend	=	achterstellen
achterstellende	=	achterstellen
achterstelling	noun	in een slechtere positie dan anderen zetten of houden
achterstellingen	=	achterstelling
achterstelt	=	achterstellen
achtersten	=	achterste
achtersteven	noun	de achterzijde van een schip
achterstevens	=	achtersteven
achtersteventje	=	achtersteven
achtersteventjes	=	achtersteven
achterstevoren	adv	omgedraaid, met de achterkant waar de voorkant hoort te zijn
achterstond	=	achterstaan
achterstonden	=	achterstaan
achterstraat	noun	straat aan de achterzijde van gebouwen en woningen
achterstraatje	=	achterstraat
achterstraatjes	=	achterstraat
achterstraten	=	achterstraat
achterstreng	noun	de zenuwvezels aan de achterkant van de witte stof van het ruggenmerg
achterstrengen	=	achterstreng
achterstrengetje	=	achterstreng
achterstrengetjes	=	achterstreng
achterstuk	noun	het achterste gedeelte van een groter geheel
achterstukje	=	achterstuk
achterstukjes	=	achterstuk
achterstukken	=	achterstuk
achterterras	noun	verhard vlak stuk terrein aan de achterkant van een gebouw
achterterrasje	=	achterterras
achterterrasjes	=	achterterras
achterterrassen	=	achterterras
achterterrein	noun	achteraf gelegen stuk land; stuk land dat, gezien vanaf de straatkant, achter een gebouw ligt
achterterreinen	=	achterterrein
achterterreintje	=	achterterrein
achterterreintjes	=	achterterrein
achtertoneel	noun	het achterste gedeelte van een podium
achtertonelen	=	achtertoneel
achtertrap	noun	trap aan de achterzijde van een gebouw
achtertrappen	=	achtertrap
achtertros	noun	dik touw dat is samengesteld uit verschillende strengen dat hangt aan de achterzijde van een schip
achtertrossen	=	achtertros
achtertuin	noun	een tuin aan de achterzijde van een huis
achtertuinen	=	achtertuin
achtertuinland	noun	stuk land dat direct achter een gebouw ligt
achtertuinlanden	=	achtertuinland
achtertuintje	=	achtertuin
achtertuintjes	=	achtertuin
achteruit	noun	een versnelling die een mechaniek in achterwaartse richting doet teruglopen	adv	naar achteren gericht, in achterwaartse richting
achteruitblikken	verb	actief naar achteren kijken
achteruitblikkend	=	achteruitblikken
achteruitboer	=	achteruitboeren
achteruitboerde	=	achteruitboeren
achteruitboerden	=	achteruitboeren
achteruitboere	=	achteruitboeren
achteruitboeren	verb	dat iets slechter gaat dan voorheen in stoffelijke zin
achteruitboerend	=	achteruitboeren
achteruitboerende	=	achteruitboeren
achteruitboert	=	achteruitboeren
achteruitdeins	=	achteruitdeinzen
achteruitdeinsde	=	achteruitdeinzen
achteruitdeinsden	=	achteruitdeinzen
achteruitdeinst	=	achteruitdeinzen
achteruitdeinze	=	achteruitdeinzen
achteruitdeinzen	verb	door schrik, angst of afkeer terug gaan
achteruitdeinzend	=	achteruitdeinzen
achteruitdeinzende	=	achteruitdeinzen
achteruiten	=	achteruit
achteruitga	=	achteruitgaan
achteruitgaan	verb	slechter worden, verminderen in kwaliteit of kwantiteit
achteruitgaand	=	achteruitgaan
achteruitgaande	=	achteruitgaan
achteruitgaat	=	achteruitgaan
achteruitgang	noun	uitgang aan de achterzijde.
achteruitgangen	=	achteruitgang
achteruitgangetje	=	achteruitgang
achteruitgangetjes	=	achteruitgang
achteruitgeblikt	=	achteruitblikken
achteruitgeboerd	=	achteruitboeren
achteruitgeboerde	=	achteruitboeren
achteruitgedeinsd	=	achteruitdeinzen
achteruitgegaan	=	achteruitgaan
achteruitgehold	=	achteruithollen
achteruitgekeken	=	achteruitkijken
achteruitgekrabbeld	=	achteruitkrabbelen
achteruitgelopen	=	achteruitlopen
achteruitgereden	=	achteruitrijden
achteruitgeschopt	=	achteruitschoppen
achteruitgeschoven	=	achteruitschuiven
achteruitgeslagen	=	achteruitslaan
achteruitgesprongen	=	achteruitspringen
achteruitgestoken	=	achteruitsteken
achteruitgevallen	=	achteruitvallen
achteruitgevlogen	=	achteruitvliegen
achteruitgeweken	=	achteruitwijken
achteruitgezet	=	achteruitzetten
achteruitgezette	=	achteruitzetten
achteruitging	=	achteruitgaan
achteruitginge	=	achteruitgaan
achteruitgingen	=	achteruitgaan
achteruitgingt	=	achteruitgaan
achteruithol	=	achteruithollen
achteruitholde	=	achteruithollen
achteruitholden	=	achteruithollen
achteruitholle	=	achteruithollen
achteruithollen	verb	zich rennend achteruit bewegen
achteruithollend	=	achteruithollen
achteruithollende	=	achteruithollen
achteruitholt	=	achteruithollen
achteruitje	=	achteruit
achteruitjes	=	achteruit
achteruitkeek	=	achteruitkijken
achteruitkeken	=	achteruitkijken
achteruitkijk	=	achteruitkijken
achteruitkijke	=	achteruitkijken
achteruitkijken	verb	in rugwaartse richting blikken
achteruitkijkend	=	achteruitkijken
achteruitkijkhelm	noun	helm met spiegel waardoor men naar achteren kan kijken
achteruitkijkhelmen	=	achteruitkijkhelm
achteruitkijkspiegel	noun	een spiegel aan een auto of (motor)fiets waarmee men de situatie op de weg achter zich kan zien
achteruitkijkspiegels	=	achteruitkijkspiegel
achteruitkijkspiegeltje	=	achteruitkijkspiegel
achteruitkijkspiegeltjes	=	achteruitkijkspiegel
achteruitkijkt	=	achteruitkijken
achteruitkrabbel	=	achteruitkrabbelen
achteruitkrabbelde	=	achteruitkrabbelen
achteruitkrabbelden	=	achteruitkrabbelen
achteruitkrabbele	=	achteruitkrabbelen
achteruitkrabbelen	verb	met moeite achteruit gaan
achteruitkrabbelend	=	achteruitkrabbelen
achteruitkrabbelende	=	achteruitkrabbelen
achteruitkrabbelt	=	achteruitkrabbelen
achteruitliep	=	achteruitlopen
achteruitliepe	=	achteruitlopen
achteruitliepen	=	achteruitlopen
achteruitliept	=	achteruitlopen
achteruitloop	=	achteruitlopen
achteruitloopt	=	achteruitlopen
achteruitlope	=	achteruitlopen
achteruitlopen	verb	van minder belang worden, naar achteren lopen zonder omdraaien, verslechteren
achteruitlopend	=	achteruitlopen
achteruitlopende	=	achteruitlopen
achteruitreden	=	achteruitrijden
achteruitreed	=	achteruitrijden
achteruitrij	=	achteruitrijden
achteruitrijcamera	noun	videocamera die de bestuurder een beeld geeft van wat er achter de auto gebeurt bij het achteruitrijden
achteruitrijcamera's	=	achteruitrijcamera
achteruitrijd	=	achteruitrijden
achteruitrijde	=	achteruitrijden
achteruitrijden	verb	rijden in achterwaartse richting
achteruitrijdend	=	achteruitrijden
achteruitrijdende	=	achteruitrijden
achteruitrijdt	=	achteruitrijden
achteruitrijlamp	noun	wit licht aan de achterzijde van een voertuig dat gaat branden als men bij een gemotoriseerd voertuig de versnelling in zijn achteruit zet
achteruitrijlampen	=	achteruitrijlamp
achteruitrijlampje	=	achteruitrijlamp
achteruitrijlampjes	=	achteruitrijlamp
achteruitrijlicht	noun	witkleurige verlichting die andere weggebruikers erop attendeert dat een voertuig achteruit gaat rijden
achteruitrijlichten	=	achteruitrijlicht
achteruitschoof	=	achteruitschuiven
achteruitschop	=	achteruitschoppen
achteruitschoppe	=	achteruitschoppen
achteruitschoppen	verb	met de benen of poten een trappende beweging naar achteren maken
achteruitschoppend	=	achteruitschoppen
achteruitschoppende	=	achteruitschoppen
achteruitschopt	=	achteruitschoppen
achteruitschopte	=	achteruitschoppen
achteruitschopten	=	achteruitschoppen
achteruitschoven	=	achteruitschuiven
achteruitschuif	=	achteruitschuiven
achteruitschuift	=	achteruitschuiven
achteruitschuive	=	achteruitschuiven
achteruitschuiven	verb	naar achteren verplaatsen zonder los te raken van de ondergrond
achteruitschuivend	=	achteruitschuiven
achteruitschuivende	=	achteruitschuiven
achteruitsla	=	achteruitslaan
achteruitslaan	verb	achterwaarts trappen
achteruitslaand	=	achteruitslaan
achteruitslaande	=	achteruitslaan
achteruitslaat	=	achteruitslaan
achteruitsloeg	=	achteruitslaan
achteruitsloegen	=	achteruitslaan
achteruitspring	=	achteruitspringen
achteruitspringe	=	achteruitspringen
achteruitspringen	verb	zich springend naar achteren bewegen
achteruitspringend	=	achteruitspringen
achteruitspringende	=	achteruitspringen
achteruitspringt	=	achteruitspringen
achteruitsprong	=	achteruitspringen
achteruitsprongen	=	achteruitspringen
achteruitstaakt	=	achteruitsteken
achteruitstak	=	achteruitsteken
achteruitstaken	=	achteruitsteken
achteruitsteek	=	achteruitsteken
achteruitsteekt	=	achteruitsteken
achteruitsteke	=	achteruitsteken
achteruitsteken	verb	een voertuig achteruitrijdend inparkeren
achteruitstekend	=	achteruitsteken
achteruitstekende	=	achteruitsteken
achteruitval	=	achteruitvallen
achteruitvalle	=	achteruitvallen
achteruitvallen	verb	in achterwaartse richting naar de aarde bewegen; op de rug vallen
achteruitvallend	=	achteruitvallen
achteruitvallende	=	achteruitvallen
achteruitvalt	=	achteruitvallen
achteruitviel	=	achteruitvallen
achteruitvielen	=	achteruitvallen
achteruitvlieg	=	achteruitvliegen
achteruitvliege	=	achteruitvliegen
achteruitvliegen	verb	in achterwaartse richting vliegen
achteruitvliegend	=	achteruitvliegen
achteruitvliegende	=	achteruitvliegen
achteruitvliegt	=	achteruitvliegen
achteruitvlogen	=	achteruitvliegen
achteruitvloog	=	achteruitvliegen
achteruitweek	=	achteruitwijken
achteruitweken	=	achteruitwijken
achteruitwijk	=	achteruitwijken
achteruitwijke	=	achteruitwijken
achteruitwijken	verb	naar achteren wijken
achteruitwijkend	=	achteruitwijken
achteruitwijkende	=	achteruitwijken
achteruitwijkt	=	achteruitwijken
achteruitzet	=	achteruitzetten
achteruitzette	=	achteruitzetten
achteruitzetten	verb	het terugdraaien van een klok naar een vroeger tijdstip
achteruitzettend	=	achteruitzetten
achteruitzettende	=	achteruitzetten
achtervang	noun	iets waarop men kan terugvallen als er iets mis gaat
achtervangen	=	achtervang
achtervanger	noun	iemand die dient als reserve als iemand uitvalt
achtervangers	=	achtervanger
achterveld	noun	een achteraf gelegen open, onbebost, grotendeels vlak stuk lands
achtervelden	=	achterveld
achterveldje	=	achterveld
achterveldjes	=	achterveld
achterveranda	noun	uitbouw aan de achterzijde van een woning die open is of met glas gesloten
achterveranda's	=	achterveranda
achterverandaatje	=	achterveranda
achterverandaatjes	=	achterveranda
achtervering	noun	mechanisme dat dient om schokken op te vangen van de wielen aan de achterkant van een voertuig
achterveringen	=	achtervering
achtervertrek	noun	een ruimte die aan de achterkant van een gebouw is gelegen; vertrek dat niet uitziet op de openbare weg
achtervertrekje	=	achtervertrek
achtervertrekjes	=	achtervertrek
achtervertrekken	=	achtervertrek
achtervleugel	noun	deel van een gebouw aan de achterzijde
achtervleugels	=	achtervleugel
achtervoeg	=	achtervoegen
achtervoegde	=	achtervoegen
achtervoegden	=	achtervoegen
achtervoege	=	achtervoegen
achtervoegen	verb	achteraan toevoegen
achtervoegend	=	achtervoegen
achtervoegende	=	achtervoegen
achtervoeging	noun	met achtervoeging van: onder toevoeging aan het eind van
achtervoegingen	=	achtervoeging
achtervoeginkje	=	achtervoeging
achtervoeginkjes	=	achtervoeging
achtervoegsel	noun	een woorddeel dat achter de stam van een woord gevoegd wordt
achtervoegsels	=	achtervoegsel
achtervoegseltje	=	achtervoegsel
achtervoegseltjes	=	achtervoegsel
achtervoegt	=	achtervoegen
achtervoet	noun	de voeten of hoeven aan de achterpoten van vee
achtervoeten	=	achtervoet
achtervoetje	=	achtervoet
achtervoetjes	=	achtervoet
achtervolg	=	achtervolgen
achtervolgd	=	achtervolgen
achtervolgde	=	achtervolgen
achtervolgden	=	achtervolgen
achtervolge	=	achtervolgen
achtervolgen	verb	iets of iemand trachten in te halen
achtervolgend	=	achtervolgen
achtervolgende	=	achtervolgen
achtervolger	noun	iemand die achter iemand anders aan gaat
achtervolgers	=	achtervolger
achtervolgertje	=	achtervolger
achtervolgertjes	=	achtervolger
achtervolging	noun	een actie waarbij men tracht een bewegend doel in te halen
achtervolgingen	=	achtervolging
achtervolgingsfinale	noun	laatste wedstrijd om het kampioenschap achtervolging bij het baanwielrennen
achtervolgingsfinales	=	achtervolgingsfinale
achtervolgingsploeg	noun	team van sporters dat meedoet aan een achtervolgingswedstrijd (bij wielrennen of schaatsen)
achtervolgingsploegen	=	achtervolgingsploeg
achtervolgingsscène	noun	een deel van een acteifilm waarin de ene persoon een vluchtende ander najaagt
achtervolgingsscènes	=	achtervolgingsscène
achtervolgingswaan	noun	achtervolgingswaanzin
achtervolgingswaanzin	noun	psychose waarbij iemand overtuigd is te worden achtervolgd en dit als zeer beangstigend en gevaarlijk ervaart
achtervolgingswedstrijd	noun	wedstrijd waar bij de twee schaatsers of schaatsploegen bij de start aan de tegenover elkaar gelegen zijde van de schaatsbaan starten
achtervolgingswedstrijden	=	achtervolgingswedstrijd
achtervolginkje	=	achtervolging
achtervolginkjes	=	achtervolging
achtervolgster	noun	vrouw die probeert een achterstand in te halen; vrouw die probeert iemand voorbij te gaan
achtervolgsters	=	achtervolgster
achtervolgstertje	=	achtervolgster
achtervolgstertjes	=	achtervolgster
achtervolgt	=	achtervolgen
achtervork	noun	vork waarin het achterwiel van een tweewieler hangt
achtervorken	=	achtervork
achtervorkje	=	achtervork
achtervorkjes	=	achtervork
achterwaar	=	achterwaren
achterwaard	=	achterwaren
achterwaarde	=	achterwaren
achterwaarden	=	achterwaren
achterwaart	=	achterwaren
achterwaarts	adj	in een richting die naar de achterkant wijst	adv	in achterwaartse richting
achterwaartse	=	achterwaarts
achterwacht	noun	iemand die de telefoon aanneemt voor de dienstdoende huisarts, sinds de opkomst van de huisartsenposten eigenlijk verouderd
achterwachten	=	achterwacht
achterwachtje	=	achterwacht
achterwachtjes	=	achterwacht
achterwagen	noun	een kleine wagen die getrokken wordt door een andere wagen
achterwagens	=	achterwagen
achterwagentje	=	achterwagen
achterwagentjes	=	achterwagen
achterwand	noun	de achterste muur van een gebouw of vertrek
achterwanden	=	achterwand
achterwandje	=	achterwand
achterwandjes	=	achterwand
achterware	=	achterwaren
achterwaren	verb	iemand beschermen, behoeden en verzorgen
achterwarend	=	achterwaren
achterwarende	=	achterwaren
achterweg	noun	een afgelegen weg die minder goed begaanbaar is
achterwege	adv	niet (laten) gebeuren, weglaten
achterwegen	=	achterweg
achterweggetje	=	achterweg
achterweggetjes	=	achterweg
achterwegje	=	achterweg
achterwegjes	=	achterweg
achterwende	noun	oude naam voor de dijk aan de landzijde van een rivierpolder, moest deze polder beschermen tegen water uit het veengebied
achterwendes	=	achterwende
achterwerk	noun	achterste deel
achterwerken	=	achterwerk
achterwerkje	=	achterwerk
achterwerkjes	=	achterwerk
achterwiel	noun	Het achterste wiel bij een voortuig met meerdere wielen in de lengterichting
achterwielaandrijving	noun	aandrijving waarbij de kracht van een motor alleen op de achterwielen wordt overgebracht
achterwielaandrijvingen	=	achterwielaandrijving
achterwielaandrijvinkje	=	achterwielaandrijving
achterwielaandrijvinkjes	=	achterwielaandrijving
achterwielen	=	achterwiel
achterwieletje	=	achterwiel
achterwielophanging	noun	de constructie waarmee de achterwielen verbonden zijn met de rest van de auto
achterwielophangingen	=	achterwielophanging
achterwielophanginkje	=	achterwielophanging
achterwielophanginkjes	=	achterwielophanging
achterwieltje	=	achterwiel
achterwieltjes	=	achterwiel
achterwoning	noun	woning die gelegen is aan de achterkant van een gebouw
achterwoningen	=	achterwoning
achterwoninkje	=	achterwoning
achterwoninkjes	=	achterwoning
achterzaal	noun	een zaal die ligt achter een andere (hoofd)ruimte in een gebouw
achterzaaltje	=	achterzaal
achterzaaltjes	=	achterzaal
achterzak	noun	een zak aan de achterkant van een kledingstuk
achterzakje	=	achterzak
achterzakjes	=	achterzak
achterzakken	=	achterzak
achterzalen	=	achterzaal
achterzeil	noun	zeil van de grote mast van een zeilschip
achterzeild	=	achterzeilen
achterzeilde	=	achterzeilen
achterzeilden	=	achterzeilen
achterzeile	=	achterzeilen
achterzeilen	verb	achterblijven bij het zeilen
achterzeilend	=	achterzeilen
achterzeilende	=	achterzeilen
achterzeilt	=	achterzeilen
achterzeiltje	=	achterzeil
achterzeiltjes	=	achterzeil
achterzet	noun	bal die vanaf de achterlijn in achterwaartse richting voor het doel wordt gebracht
achterzetsel	noun	woord dat achter een zelfstandig naamwoord geplaatst wordt met dezelfde betekenis als een voorzetsel
achterzetsels	=	achterzetsel
achterzetseltje	=	achterzetsel
achterzette	=	achterzetten
achterzetten	verb	iets fysiek verplaatsen naar de achtergrond
achterzettend	=	achterzetten
achterzettende	=	achterzetten
achterzij	noun	achterkant
achterzijde	noun	de kant of rand tegenover de voorkant
achterzijden	=	achterzijde
achterzijdes	=	achterzijde
achterzijdetje	=	achterzijde
achterzijdetjes	=	achterzijde
achterzijruit	noun	raam dat aan de achterzijkant van een auto zit
achterzijruiten	=	achterzijruit
achterzolder	noun	afgezonderd deel van een zolder aan de achterzijde van een woning
achterzolders	=	achterzolder
achterzoldertje	=	achterzolder
achterzoldertjes	=	achterzolder
achtgranenbroden	=	achtgranenbrood
achtgranenbrood	noun	brood waarin het meel van 8 verschillende graansoorten is verwerkt
achthoek	noun	een vorm met acht hoeken
achthoeken	=	achthoek
achthoekig	adj	de vorm van een (meestal regelmatige) achthoek hebbend
achthoekige	=	achthoekig
achthoekiger	=	achthoekig
achthoekigere	=	achthoekig
achthoekigers	=	achthoekig
achthoekigs	=	achthoekig
achthoekigst	=	achthoekig
achthoekigste	=	achthoekig
achthoekje	=	achthoek
achthoekjes	=	achthoek
achthonderd	num	"800", het getal tussen zevenhonderdnegenennegentig en achthonderdeen, acht maal honderd	noun	dat wat in een (rang)ordening met 800 is aangeduid
achthonderdacht	num	"808", het getal tussen achthonderdzeven en achthonderdnegen, achthonderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 808 is aangeduid
achthonderdachten	=	achthonderdacht
achthonderdachtendertig	num	"838", het getal tussen achthonderdzevenendertig en achthonderdnegenendertig, achthonderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 838 is aangeduid
achthonderdachtendertigje	=	achthonderdachtendertig
achthonderdachtendertigjes	=	achthonderdachtendertig
achthonderdachtendertigs	=	achthonderdachtendertig
achthonderdachtennegentig	num	"898", het getal tussen achthonderdzevenennegentig en achthonderdnegenennegentig, achthonderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 898 is aangeduid
achthonderdachtennegentigje	=	achthonderdachtennegentig
achthonderdachtennegentigjes	=	achthonderdachtennegentig
achthonderdachtennegentigs	=	achthonderdachtennegentig
achthonderdachtentachtig	num	"888", het getal tussen achthonderdzevenentachtig en achthonderdnegenentachtig, achthonderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 888 is aangeduid
achthonderdachtentachtigje	=	achthonderdachtentachtig
achthonderdachtentachtigjes	=	achthonderdachtentachtig
achthonderdachtentachtigs	=	achthonderdachtentachtig
achthonderdachtentwintig	num	"828", het getal tussen achthonderdzevenentwintig en achthonderdnegenentwintig, achthonderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 828 is aangeduid
achthonderdachtentwintigje	=	achthonderdachtentwintig
achthonderdachtentwintigjes	=	achthonderdachtentwintig
achthonderdachtentwintigs	=	achthonderdachtentwintig
achthonderdachtenveertig	num	"848", het getal tussen achthonderdzevenenveertig en achthonderdnegenenveertig, achthonderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 848 is aangeduid
achthonderdachtenveertigje	=	achthonderdachtenveertig
achthonderdachtenveertigjes	=	achthonderdachtenveertig
achthonderdachtenveertigs	=	achthonderdachtenveertig
achthonderdachtenvijftig	num	"858", het getal tussen achthonderdzevenenvijftig en achthonderdnegenenvijftig, achthonderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 858 is aangeduid
achthonderdachtenvijftigje	=	achthonderdachtenvijftig
achthonderdachtenvijftigjes	=	achthonderdachtenvijftig
achthonderdachtenvijftigs	=	achthonderdachtenvijftig
achthonderdachtenzestig	num	"868", het getal tussen achthonderdzevenenzestig en achthonderdnegenenzestig, achthonderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 868 is aangeduid
achthonderdachtenzestigje	=	achthonderdachtenzestig
achthonderdachtenzestigjes	=	achthonderdachtenzestig
achthonderdachtenzestigs	=	achthonderdachtenzestig
achthonderdachtenzeventig	num	"878", het getal tussen achthonderdzevenenzeventig en achthonderdnegenenzeventig, achthonderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 878 is aangeduid
achthonderdachtenzeventigje	=	achthonderdachtenzeventig
achthonderdachtenzeventigjes	=	achthonderdachtenzeventig
achthonderdachtenzeventigs	=	achthonderdachtenzeventig
achthonderdachtje	=	achthonderdacht
achthonderdachtjes	=	achthonderdacht
achthonderdachttien	num	"818", het getal tussen achthonderdzeventien en achthonderdnegentien, achthonderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 818 is aangeduid
achthonderdachttiens	=	achthonderdachttien
achthonderdachttientje	=	achthonderdachttien
achthonderdachttientjes	=	achthonderdachttien
achthonderddertien	num	"813", het getal tussen achthonderdtwaalf en achthonderdveertien, achthonderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 813 is aangeduid
achthonderddertiens	=	achthonderddertien
achthonderddertientje	=	achthonderddertien
achthonderddertientjes	=	achthonderddertien
achthonderddertig	num	"830", het getal tussen achthonderdnegenentwintig en achthonderdeenendertig, achthonderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 830 is aangeduid
achthonderddertigje	=	achthonderddertig
achthonderddertigjes	=	achthonderddertig
achthonderddertigs	=	achthonderddertig
achthonderddrie	num	"803", het getal tussen achthonderdtwee en achthonderdvier, achthonderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 803 is aangeduid
achthonderddries	=	achthonderddrie
achthonderddrietje	=	achthonderddrie
achthonderddrietjes	=	achthonderddrie
achthonderddrieëndertig	num	"833", het getal tussen achthonderdtweeëndertig en achthonderdvierendertig, achthonderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 833 is aangeduid
achthonderddrieëndertigje	=	achthonderddrieëndertig
achthonderddrieëndertigjes	=	achthonderddrieëndertig
achthonderddrieëndertigs	=	achthonderddrieëndertig
achthonderddrieënnegentig	num	"893", het getal tussen achthonderdtweeënnegentig en achthonderdvierennegentig, achthonderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 893 is aangeduid
achthonderddrieënnegentigje	=	achthonderddrieënnegentig
achthonderddrieënnegentigjes	=	achthonderddrieënnegentig
achthonderddrieënnegentigs	=	achthonderddrieënnegentig
achthonderddrieëntachtig	num	"883", het getal tussen achthonderdtweeëntachtig en achthonderdvierentachtig, achthonderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 883 is aangeduid
achthonderddrieëntachtigje	=	achthonderddrieëntachtig
achthonderddrieëntachtigjes	=	achthonderddrieëntachtig
achthonderddrieëntachtigs	=	achthonderddrieëntachtig
achthonderddrieëntwintig	num	"823", het getal tussen achthonderdtweeëntwintig en achthonderdvierentwintig, achthonderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 823 is aangeduid
achthonderddrieëntwintigje	=	achthonderddrieëntwintig
achthonderddrieëntwintigjes	=	achthonderddrieëntwintig
achthonderddrieëntwintigs	=	achthonderddrieëntwintig
achthonderddrieënveertig	num	"843", het getal tussen achthonderdtweeënveertig en achthonderdvierenveertig, achthonderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 843 is aangeduid
achthonderddrieënveertigje	=	achthonderddrieënveertig
achthonderddrieënveertigjes	=	achthonderddrieënveertig
achthonderddrieënveertigs	=	achthonderddrieënveertig
achthonderddrieënvijftig	num	"853", het getal tussen achthonderdtweeënvijftig en achthonderdvierenvijftig, achthonderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 853 is aangeduid
achthonderddrieënvijftigje	=	achthonderddrieënvijftig
achthonderddrieënvijftigjes	=	achthonderddrieënvijftig
achthonderddrieënvijftigs	=	achthonderddrieënvijftig
achthonderddrieënzestig	num	"863", het getal tussen achthonderdtweeënzestig en achthonderdvierenzestig, achthonderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 863 is aangeduid
achthonderddrieënzestigje	=	achthonderddrieënzestig
achthonderddrieënzestigjes	=	achthonderddrieënzestig
achthonderddrieënzestigs	=	achthonderddrieënzestig
achthonderddrieënzeventig	num	"873", het getal tussen achthonderdtweeënzeventig en achthonderdvierenzeventig, achthonderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 873 is aangeduid
achthonderddrieënzeventigje	=	achthonderddrieënzeventig
achthonderddrieënzeventigjes	=	achthonderddrieënzeventig
achthonderddrieënzeventigs	=	achthonderddrieënzeventig
achthonderdduizend	num	800.000
achthonderdduizenden	noun	datief van achthonderdduizend
achthonderdduizendste	adj	nummer achthonderdduizend in een rij
achthonderdeen	num	"801", het getal tussen achthonderd en achthonderdtwee, achthonderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 801 is aangeduid
achthonderdeenendertig	num	"831", het getal tussen achthonderddertig en achthonderdtweeëndertig, achthonderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 831 is aangeduid
achthonderdeenendertigje	=	achthonderdeenendertig
achthonderdeenendertigjes	=	achthonderdeenendertig
achthonderdeenendertigs	=	achthonderdeenendertig
achthonderdeenennegentig	num	"891", het getal tussen achthonderdnegentig en achthonderdtweeënnegentig, achthonderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 891 is aangeduid
achthonderdeenennegentigje	=	achthonderdeenennegentig
achthonderdeenennegentigjes	=	achthonderdeenennegentig
achthonderdeenennegentigs	=	achthonderdeenennegentig
achthonderdeenentachtig	num	"881", het getal tussen achthonderdtachtig en achthonderdtweeëntachtig, achthonderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 881 is aangeduid
achthonderdeenentachtigje	=	achthonderdeenentachtig
achthonderdeenentachtigjes	=	achthonderdeenentachtig
achthonderdeenentachtigs	=	achthonderdeenentachtig
achthonderdeenentwintig	num	"821", het getal tussen achthonderdtwintig en achthonderdtweeëntwintig, achthonderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 821 is aangeduid
achthonderdeenentwintigje	=	achthonderdeenentwintig
achthonderdeenentwintigjes	=	achthonderdeenentwintig
achthonderdeenentwintigs	=	achthonderdeenentwintig
achthonderdeenenveertig	num	"841", het getal tussen achthonderdveertig en achthonderdtweeënveertig, achthonderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 841 is aangeduid
achthonderdeenenveertigje	=	achthonderdeenenveertig
achthonderdeenenveertigjes	=	achthonderdeenenveertig
achthonderdeenenveertigs	=	achthonderdeenenveertig
achthonderdeenenvijftig	num	"851", het getal tussen achthonderdvijftig en achthonderdtweeënvijftig, achthonderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 851 is aangeduid
achthonderdeenenvijftigje	=	achthonderdeenenvijftig
achthonderdeenenvijftigjes	=	achthonderdeenenvijftig
achthonderdeenenvijftigs	=	achthonderdeenenvijftig
achthonderdeenenzestig	num	"861", het getal tussen achthonderdzestig en achthonderdtweeënzestig, achthonderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 861 is aangeduid
achthonderdeenenzestigje	=	achthonderdeenenzestig
achthonderdeenenzestigjes	=	achthonderdeenenzestig
achthonderdeenenzestigs	=	achthonderdeenenzestig
achthonderdeenenzeventig	num	"871", het getal tussen achthonderdzeventig en achthonderdtweeënzeventig, achthonderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 871 is aangeduid
achthonderdeenenzeventigje	=	achthonderdeenenzeventig
achthonderdeenenzeventigjes	=	achthonderdeenenzeventig
achthonderdeenenzeventigs	=	achthonderdeenenzeventig
achthonderdeens	=	achthonderdeen
achthonderdeentje	=	achthonderdeen
achthonderdeentjes	=	achthonderdeen
achthonderdeerste	adj	nummer achthonderdeen in een rij.
achthonderdelf	num	"811", het getal tussen achthonderdtien en achthonderdtwaalf, achthonderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 811 is aangeduid
achthonderdelfje	=	achthonderdelf
achthonderdelfjes	=	achthonderdelf
achthonderdelfs	=	achthonderdelf
achthonderden	noun	datief van achthonderd
achthonderdenacht	num	"808", langere vorm van achthonderdacht, achthonderd plus acht
achthonderdenachtendertig	num	"838", langere vorm van achthonderdachtendertig, achthonderd plus achtendertig
achthonderdenachtennegentig	num	"898", langere vorm van achthonderdachtennegentig, achthonderd plus achtennegentig
achthonderdenachtentachtig	num	"888", langere vorm van achthonderdachtentachtig, achthonderd plus achtentachtig
achthonderdenachtentwintig	num	"828", langere vorm van achthonderdachtentwintig, achthonderd plus achtentwintig
achthonderdenachtenveertig	num	"848", langere vorm van achthonderdachtenveertig, achthonderd plus achtenveertig
achthonderdenachtenvijftig	num	"858", langere vorm van achthonderdachtenvijftig, achthonderd plus achtenvijftig
achthonderdenachtenzestig	num	"868", langere vorm van achthonderdachtenzestig, achthonderd plus achtenzestig
achthonderdenachtenzeventig	num	"878", langere vorm van achthonderdachtenzeventig, achthonderd plus achtenzeventig
achthonderdenachttien	num	"818", langere vorm van achthonderdachttien, achthonderd plus achttien
achthonderdendertien	num	"813", langere vorm van achthonderddertien, achthonderd plus dertien
achthonderdendertig	num	"830", langere vorm van achthonderddertig, achthonderd plus dertig
achthonderdendrie	num	"803", langere vorm van achthonderddrie, achthonderd plus drie
achthonderdendrieëndertig	num	"833", langere vorm van achthonderddrieëndertig, achthonderd plus drieëndertig
achthonderdendrieënnegentig	num	"893", langere vorm van achthonderddrieënnegentig, achthonderd plus drieënnegentig
achthonderdendrieëntachtig	num	"883", langere vorm van achthonderddrieëntachtig, achthonderd plus drieëntachtig
achthonderdendrieëntwintig	num	"823", langere vorm van achthonderddrieëntwintig, achthonderd plus drieëntwintig
achthonderdendrieënveertig	num	"843", langere vorm van achthonderddrieënveertig, achthonderd plus drieënveertig
achthonderdendrieënvijftig	num	"853", langere vorm van achthonderddrieënvijftig, achthonderd plus drieënvijftig
achthonderdendrieënzestig	num	"863", langere vorm van achthonderddrieënzestig, achthonderd plus drieënzestig
achthonderdendrieënzeventig	num	"873", langere vorm van achthonderddrieënzeventig, achthonderd plus drieënzeventig
achthonderdeneen	num	"801", langere vorm van achthonderdeen, achthonderd plus een
achthonderdeneenendertig	num	"831", langere vorm van achthonderdeenendertig, achthonderd plus eenendertig
achthonderdeneenennegentig	num	"891", langere vorm van achthonderdeenennegentig, achthonderd plus eenennegentig
achthonderdeneenentachtig	num	"881", langere vorm van achthonderdeenentachtig, achthonderd plus eenentachtig
achthonderdeneenentwintig	num	"821", langere vorm van achthonderdeenentwintig, achthonderd plus eenentwintig
achthonderdeneenenveertig	num	"841", langere vorm van achthonderdeenenveertig, achthonderd plus eenenveertig
achthonderdeneenenvijftig	num	"851", langere vorm van achthonderdeenenvijftig, achthonderd plus eenenvijftig
achthonderdeneenenzestig	num	"861", langere vorm van achthonderdeenenzestig, achthonderd plus eenenzestig
achthonderdeneenenzeventig	num	"871", langere vorm van achthonderdeenenzeventig, achthonderd plus eenenzeventig
achthonderdeneerste	adj	nummer achthonderdeen in een rij.
achthonderdenelf	num	"811", langere vorm van achthonderdelf, achthonderd plus elf
achthonderdenen	noun	datief van achthonderdeen
achthonderdenenen	noun	datief van achthonderdeneen
achthonderdennegen	num	"809", langere vorm van achthonderdnegen, achthonderd plus negen
achthonderdennegenendertig	num	"839", langere vorm van achthonderdnegenendertig, achthonderd plus negenendertig
achthonderdennegenennegentig	num	"899", langere vorm van achthonderdnegenennegentig, achthonderd plus negenennegentig
achthonderdennegenentachtig	num	"889", langere vorm van achthonderdnegenentachtig, achthonderd plus negenentachtig
achthonderdennegenentwintig	num	"829", langere vorm van achthonderdnegenentwintig, achthonderd plus negenentwintig
achthonderdennegenenveertig	num	"849", langere vorm van achthonderdnegenenveertig, achthonderd plus negenenveertig
achthonderdennegenenvijftig	num	"859", langere vorm van achthonderdnegenenvijftig, achthonderd plus negenenvijftig
achthonderdennegenenzestig	num	"869", langere vorm van achthonderdnegenenzestig, achthonderd plus negenenzestig
achthonderdennegenenzeventig	num	"879", langere vorm van achthonderdnegenenzeventig, achthonderd plus negenenzeventig
achthonderdennegentien	num	"819", langere vorm van achthonderdnegentien, achthonderd plus negentien
achthonderdennegentig	num	"890", langere vorm van achthonderdnegentig, achthonderd plus negentig
achthonderdentachtig	num	"880", langere vorm van achthonderdtachtig, achthonderd plus tachtig
achthonderdentien	num	"810", langere vorm van achthonderdtien, achthonderd plus tien
achthonderdentwaalf	num	"812", langere vorm van achthonderdtwaalf, achthonderd plus twaalf
achthonderdentwee	num	"802", langere vorm van achthonderdtwee, achthonderd plus twee
achthonderdentweede	adj	nummer achthonderdtwee in een rij.
achthonderdentweeën	noun	datief van achthonderdentwee
achthonderdentweeëndertig	num	"832", langere vorm van achthonderdtweeëndertig, achthonderd plus tweeëndertig
achthonderdentweeënnegentig	num	"892", langere vorm van achthonderdtweeënnegentig, achthonderd plus tweeënnegentig
achthonderdentweeëntachtig	num	"882", langere vorm van achthonderdtweeëntachtig, achthonderd plus tweeëntachtig
achthonderdentweeëntwintig	num	"822", langere vorm van achthonderdtweeëntwintig, achthonderd plus tweeëntwintig
achthonderdentweeënveertig	num	"842", langere vorm van achthonderdtweeënveertig, achthonderd plus tweeënveertig
achthonderdentweeënvijftig	num	"852", langere vorm van achthonderdtweeënvijftig, achthonderd plus tweeënvijftig
achthonderdentweeënzestig	num	"862", langere vorm van achthonderdtweeënzestig, achthonderd plus tweeënzestig
achthonderdentweeënzeventig	num	"872", langere vorm van achthonderdtweeënzeventig, achthonderd plus tweeënzeventig
achthonderdentwintig	num	"820", langere vorm van achthonderdtwintig, achthonderd plus twintig
achthonderdenveertien	num	"814", langere vorm van achthonderdveertien, achthonderd plus veertien
achthonderdenveertig	num	"840", langere vorm van achthonderdveertig, achthonderd plus veertig
achthonderdenvier	num	"804", langere vorm van achthonderdvier, achthonderd plus vier
achthonderdenvierendertig	num	"834", langere vorm van achthonderdvierendertig, achthonderd plus vierendertig
achthonderdenvierennegentig	num	"894", langere vorm van achthonderdvierennegentig, achthonderd plus vierennegentig
achthonderdenvierentachtig	num	"884", langere vorm van achthonderdvierentachtig, achthonderd plus vierentachtig
achthonderdenvierentwintig	num	"824", langere vorm van achthonderdvierentwintig, achthonderd plus vierentwintig
achthonderdenvierenveertig	num	"844", langere vorm van achthonderdvierenveertig, achthonderd plus vierenveertig
achthonderdenvierenvijftig	num	"854", langere vorm van achthonderdvierenvijftig, achthonderd plus vierenvijftig
achthonderdenvierenzestig	num	"864", langere vorm van achthonderdvierenzestig, achthonderd plus vierenzestig
achthonderdenvierenzeventig	num	"874", langere vorm van achthonderdvierenzeventig, achthonderd plus vierenzeventig
achthonderdenvijf	num	"805", langere vorm van achthonderdvijf, achthonderd plus vijf
achthonderdenvijfendertig	num	"835", langere vorm van achthonderdvijfendertig, achthonderd plus vijfendertig
achthonderdenvijfennegentig	num	"895", langere vorm van achthonderdvijfennegentig, achthonderd plus vijfennegentig
achthonderdenvijfentachtig	num	"885", langere vorm van achthonderdvijfentachtig, achthonderd plus vijfentachtig
achthonderdenvijfentwintig	num	"825", langere vorm van achthonderdvijfentwintig, achthonderd plus vijfentwintig
achthonderdenvijfenveertig	num	"845", langere vorm van achthonderdvijfenveertig, achthonderd plus vijfenveertig
achthonderdenvijfenvijftig	num	"855", langere vorm van achthonderdvijfenvijftig, achthonderd plus vijfenvijftig
achthonderdenvijfenzestig	num	"865", langere vorm van achthonderdvijfenzestig, achthonderd plus vijfenzestig
achthonderdenvijfenzeventig	num	"875", langere vorm van achthonderdvijfenzeventig, achthonderd plus vijfenzeventig
achthonderdenvijftien	num	"815", langere vorm van achthonderdvijftien, achthonderd plus vijftien
achthonderdenvijftig	num	"850", langere vorm van achthonderdvijftig, achthonderd plus vijftig
achthonderdenzes	num	"806", langere vorm van achthonderdzes, achthonderd plus zes
achthonderdenzesendertig	num	"836", langere vorm van achthonderdzesendertig, achthonderd plus zesendertig
achthonderdenzesennegentig	num	"896", langere vorm van achthonderdzesennegentig, achthonderd plus zesennegentig
achthonderdenzesentachtig	num	"886", langere vorm van achthonderdzesentachtig, achthonderd plus zesentachtig
achthonderdenzesentwintig	num	"826", langere vorm van achthonderdzesentwintig, achthonderd plus zesentwintig
achthonderdenzesenveertig	num	"846", langere vorm van achthonderdzesenveertig, achthonderd plus zesenveertig
achthonderdenzesenvijftig	num	"856", langere vorm van achthonderdzesenvijftig, achthonderd plus zesenvijftig
achthonderdenzesenzestig	num	"866", langere vorm van achthonderdzesenzestig, achthonderd plus zesenzestig
achthonderdenzesenzeventig	num	"876", langere vorm van achthonderdzesenzeventig, achthonderd plus zesenzeventig
achthonderdenzestien	num	"816", langere vorm van achthonderdzestien, achthonderd plus zestien
achthonderdenzestig	num	"860", langere vorm van achthonderdzestig, achthonderd plus zestig
achthonderdenzeven	num	"807", langere vorm van achthonderdzeven, achthonderd plus zeven
achthonderdenzevenendertig	num	"837", langere vorm van achthonderdzevenendertig, achthonderd plus zevenendertig
achthonderdenzevenennegentig	num	"897", langere vorm van achthonderdzevenennegentig, achthonderd plus zevenennegentig
achthonderdenzevenentachtig	num	"887", langere vorm van achthonderdzevenentachtig, achthonderd plus zevenentachtig
achthonderdenzevenentwintig	num	"827", langere vorm van achthonderdzevenentwintig, achthonderd plus zevenentwintig
achthonderdenzevenenveertig	num	"847", langere vorm van achthonderdzevenenveertig, achthonderd plus zevenenveertig
achthonderdenzevenenvijftig	num	"857", langere vorm van achthonderdzevenenvijftig, achthonderd plus zevenenvijftig
achthonderdenzevenenzestig	num	"867", langere vorm van achthonderdzevenenzestig, achthonderd plus zevenenzestig
achthonderdenzevenenzeventig	num	"877", langere vorm van achthonderdzevenenzeventig, achthonderd plus zevenenzeventig
achthonderdenzeventien	num	"817", langere vorm van achthonderdzeventien, achthonderd plus zeventien
achthonderdenzeventig	num	"870", langere vorm van achthonderdzeventig, achthonderd plus zeventig
achthonderdje	=	achthonderd
achthonderdjes	=	achthonderd
achthonderdnegen	num	"809", het getal tussen achthonderdacht en achthonderdtien, achthonderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 809 is aangeduid
achthonderdnegenendertig	num	"839", het getal tussen achthonderdachtendertig en achthonderdveertig, achthonderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 839 is aangeduid
achthonderdnegenendertigje	=	achthonderdnegenendertig
achthonderdnegenendertigjes	=	achthonderdnegenendertig
achthonderdnegenendertigs	=	achthonderdnegenendertig
achthonderdnegenennegentig	num	"899", het getal tussen achthonderdachtennegentig en negenhonderd, achthonderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 899 is aangeduid
achthonderdnegenennegentigje	=	achthonderdnegenennegentig
achthonderdnegenennegentigjes	=	achthonderdnegenennegentig
achthonderdnegenennegentigs	=	achthonderdnegenennegentig
achthonderdnegenentachtig	num	"889", het getal tussen achthonderdachtentachtig en achthonderdnegentig, achthonderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 889 is aangeduid
achthonderdnegenentachtigje	=	achthonderdnegenentachtig
achthonderdnegenentachtigjes	=	achthonderdnegenentachtig
achthonderdnegenentachtigs	=	achthonderdnegenentachtig
achthonderdnegenentwintig	num	"829", het getal tussen achthonderdachtentwintig en achthonderddertig, achthonderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 829 is aangeduid
achthonderdnegenentwintigje	=	achthonderdnegenentwintig
achthonderdnegenentwintigjes	=	achthonderdnegenentwintig
achthonderdnegenentwintigs	=	achthonderdnegenentwintig
achthonderdnegenenveertig	num	"849", het getal tussen achthonderdachtenveertig en achthonderdvijftig, achthonderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 849 is aangeduid
achthonderdnegenenveertigje	=	achthonderdnegenenveertig
achthonderdnegenenveertigjes	=	achthonderdnegenenveertig
achthonderdnegenenveertigs	=	achthonderdnegenenveertig
achthonderdnegenenvijftig	num	"859", het getal tussen achthonderdachtenvijftig en achthonderdzestig, achthonderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 859 is aangeduid
achthonderdnegenenvijftigje	=	achthonderdnegenenvijftig
achthonderdnegenenvijftigjes	=	achthonderdnegenenvijftig
achthonderdnegenenvijftigs	=	achthonderdnegenenvijftig
achthonderdnegenenzestig	num	"869", het getal tussen achthonderdachtenzestig en achthonderdzeventig, achthonderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 869 is aangeduid
achthonderdnegenenzestigje	=	achthonderdnegenenzestig
achthonderdnegenenzestigjes	=	achthonderdnegenenzestig
achthonderdnegenenzestigs	=	achthonderdnegenenzestig
achthonderdnegenenzeventig	num	"879", het getal tussen achthonderdachtenzeventig en achthonderdtachtig, achthonderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 879 is aangeduid
achthonderdnegenenzeventigje	=	achthonderdnegenenzeventig
achthonderdnegenenzeventigjes	=	achthonderdnegenenzeventig
achthonderdnegenenzeventigs	=	achthonderdnegenenzeventig
achthonderdnegens	=	achthonderdnegen
achthonderdnegentien	num	"819", het getal tussen achthonderdachttien en achthonderdtwintig, achthonderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 819 is aangeduid
achthonderdnegentiens	=	achthonderdnegentien
achthonderdnegentientje	=	achthonderdnegentien
achthonderdnegentientjes	=	achthonderdnegentien
achthonderdnegentig	num	"890", het getal tussen achthonderdnegenentachtig en achthonderdeenennegentig, achthonderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 890 is aangeduid
achthonderdnegentigje	=	achthonderdnegentig
achthonderdnegentigjes	=	achthonderdnegentig
achthonderdnegentigs	=	achthonderdnegentig
achthonderdnegentje	=	achthonderdnegen
achthonderdnegentjes	=	achthonderdnegen
achthonderds	=	achthonderd
achthonderdste	adj	nummer achthonderd in een rij
achthonderdtachtig	num	"880", het getal tussen achthonderdnegenenzeventig en achthonderdeenentachtig, achthonderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 880 is aangeduid
achthonderdtachtigje	=	achthonderdtachtig
achthonderdtachtigjes	=	achthonderdtachtig
achthonderdtachtigs	=	achthonderdtachtig
achthonderdtal	noun	aantal van achthonderd
achthonderdtallen	=	achthonderd
achthonderdtien	num	"810", het getal tussen achthonderdnegen en achthonderdelf, achthonderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 810 is aangeduid
achthonderdtiens	=	achthonderdtien
achthonderdtientje	=	achthonderdtien
achthonderdtientjes	=	achthonderdtien
achthonderdtwaalf	num	"812", het getal tussen achthonderdelf en achthonderddertien, achthonderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 812 is aangeduid
achthonderdtwaalfje	=	achthonderdtwaalf
achthonderdtwaalfjes	=	achthonderdtwaalf
achthonderdtwaalfs	=	achthonderdtwaalf
achthonderdtwee	num	"802", het getal tussen achthonderdeen en achthonderddrie, achthonderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 802 is aangeduid
achthonderdtweede	adj	nummer achthonderdtwee in een rij.
achthonderdtwees	=	achthonderdtwee
achthonderdtweetje	=	achthonderdtwee
achthonderdtweetjes	=	achthonderdtwee
achthonderdtweeën	noun	datief van achthonderdtwee
achthonderdtweeëndertig	num	"832", het getal tussen achthonderdeenendertig en achthonderddrieëndertig, achthonderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 832 is aangeduid
achthonderdtweeëndertigje	=	achthonderdtweeëndertig
achthonderdtweeëndertigjes	=	achthonderdtweeëndertig
achthonderdtweeëndertigs	=	achthonderdtweeëndertig
achthonderdtweeënnegentig	num	"892", het getal tussen achthonderdeenennegentig en achthonderddrieënnegentig, achthonderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 892 is aangeduid
achthonderdtweeënnegentigje	=	achthonderdtweeënnegentig
achthonderdtweeënnegentigjes	=	achthonderdtweeënnegentig
achthonderdtweeënnegentigs	=	achthonderdtweeënnegentig
achthonderdtweeëntachtig	num	"882", het getal tussen achthonderdeenentachtig en achthonderddrieëntachtig, achthonderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 882 is aangeduid
achthonderdtweeëntachtigje	=	achthonderdtweeëntachtig
achthonderdtweeëntachtigjes	=	achthonderdtweeëntachtig
achthonderdtweeëntachtigs	=	achthonderdtweeëntachtig
achthonderdtweeëntwintig	num	"822", het getal tussen achthonderdeenentwintig en achthonderddrieëntwintig, achthonderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 822 is aangeduid
achthonderdtweeëntwintigje	=	achthonderdtweeëntwintig
achthonderdtweeëntwintigjes	=	achthonderdtweeëntwintig
achthonderdtweeëntwintigs	=	achthonderdtweeëntwintig
achthonderdtweeënveertig	num	"842", het getal tussen achthonderdeenenveertig en achthonderddrieënveertig, achthonderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 842 is aangeduid
achthonderdtweeënveertigje	=	achthonderdtweeënveertig
achthonderdtweeënveertigjes	=	achthonderdtweeënveertig
achthonderdtweeënveertigs	=	achthonderdtweeënveertig
achthonderdtweeënvijftig	num	"852", het getal tussen achthonderdeenenvijftig en achthonderddrieënvijftig, achthonderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 852 is aangeduid
achthonderdtweeënvijftigje	=	achthonderdtweeënvijftig
achthonderdtweeënvijftigjes	=	achthonderdtweeënvijftig
achthonderdtweeënvijftigs	=	achthonderdtweeënvijftig
achthonderdtweeënzestig	num	"862", het getal tussen achthonderdeenenzestig en achthonderddrieënzestig, achthonderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 862 is aangeduid
achthonderdtweeënzestigen	noun	datief van achthonderdtweeënzestig
achthonderdtweeënzestigje	=	achthonderdtweeënzestig
achthonderdtweeënzestigjes	=	achthonderdtweeënzestig
achthonderdtweeënzestigs	=	achthonderdtweeënzestig
achthonderdtweeënzeventig	num	"872", het getal tussen achthonderdeenenzeventig en achthonderddrieënzeventig, achthonderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 872 is aangeduid
achthonderdtweeënzeventigje	=	achthonderdtweeënzeventig
achthonderdtweeënzeventigjes	=	achthonderdtweeënzeventig
achthonderdtweeënzeventigs	=	achthonderdtweeënzeventig
achthonderdtwintig	num	"820", het getal tussen achthonderdnegentien en achthonderdeenentwintig, achthonderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 820 is aangeduid
achthonderdtwintigje	=	achthonderdtwintig
achthonderdtwintigjes	=	achthonderdtwintig
achthonderdtwintigs	=	achthonderdtwintig
achthonderdveertien	num	"814", het getal tussen achthonderddertien en achthonderdvijftien, achthonderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 814 is aangeduid
achthonderdveertiens	=	achthonderdveertien
achthonderdveertientje	=	achthonderdveertien
achthonderdveertientjes	=	achthonderdveertien
achthonderdveertig	num	"840", het getal tussen achthonderdnegenendertig en achthonderdeenenveertig, achthonderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 840 is aangeduid
achthonderdveertigje	=	achthonderdveertig
achthonderdveertigjes	=	achthonderdveertig
achthonderdveertigs	=	achthonderdveertig
achthonderdvier	num	"804", het getal tussen achthonderddrie en achthonderdvijf, achthonderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 804 is aangeduid
achthonderdvierendertig	num	"834", het getal tussen achthonderddrieëndertig en achthonderdvijfendertig, achthonderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 834 is aangeduid
achthonderdvierendertigje	=	achthonderdvierendertig
achthonderdvierendertigjes	=	achthonderdvierendertig
achthonderdvierendertigs	=	achthonderdvierendertig
achthonderdvierennegentig	num	"894", het getal tussen achthonderddrieënnegentig en achthonderdvijfennegentig, achthonderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 894 is aangeduid
achthonderdvierennegentigje	=	achthonderdvierennegentig
achthonderdvierennegentigjes	=	achthonderdvierennegentig
achthonderdvierennegentigs	=	achthonderdvierennegentig
achthonderdvierentachtig	num	"884", het getal tussen achthonderddrieëntachtig en achthonderdvijfentachtig, achthonderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 884 is aangeduid
achthonderdvierentachtigje	=	achthonderdvierentachtig
achthonderdvierentachtigjes	=	achthonderdvierentachtig
achthonderdvierentachtigs	=	achthonderdvierentachtig
achthonderdvierentwintig	num	"824", het getal tussen achthonderddrieëntwintig en achthonderdvijfentwintig, achthonderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 824 is aangeduid
achthonderdvierentwintigje	=	achthonderdvierentwintig
achthonderdvierentwintigjes	=	achthonderdvierentwintig
achthonderdvierentwintigs	=	achthonderdvierentwintig
achthonderdvierenveertig	num	"844", het getal tussen achthonderddrieënveertig en achthonderdvijfenveertig, achthonderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 844 is aangeduid
achthonderdvierenveertigje	=	achthonderdvierenveertig
achthonderdvierenveertigjes	=	achthonderdvierenveertig
achthonderdvierenveertigs	=	achthonderdvierenveertig
achthonderdvierenvijftig	num	"854", het getal tussen achthonderddrieënvijftig en achthonderdvijfenvijftig, achthonderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 854 is aangeduid
achthonderdvierenvijftigje	=	achthonderdvierenvijftig
achthonderdvierenvijftigjes	=	achthonderdvierenvijftig
achthonderdvierenvijftigs	=	achthonderdvierenvijftig
achthonderdvierenzestig	num	"864", het getal tussen achthonderddrieënzestig en achthonderdvijfenzestig, achthonderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 864 is aangeduid
achthonderdvierenzestigje	=	achthonderdvierenzestig
achthonderdvierenzestigjes	=	achthonderdvierenzestig
achthonderdvierenzestigs	=	achthonderdvierenzestig
achthonderdvierenzeventig	num	"874", het getal tussen achthonderddrieënzeventig en achthonderdvijfenzeventig, achthonderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 874 is aangeduid
achthonderdvierenzeventigje	=	achthonderdvierenzeventig
achthonderdvierenzeventigjes	=	achthonderdvierenzeventig
achthonderdvierenzeventigs	=	achthonderdvierenzeventig
achthonderdviers	=	achthonderdvier
achthonderdviertje	=	achthonderdvier
achthonderdviertjes	=	achthonderdvier
achthonderdvijf	num	"805", het getal tussen achthonderdvier en achthonderdzes, achthonderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 805 is aangeduid
achthonderdvijfendertig	num	"835", het getal tussen achthonderdvierendertig en achthonderdzesendertig, achthonderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 835 is aangeduid
achthonderdvijfendertigje	=	achthonderdvijfendertig
achthonderdvijfendertigjes	=	achthonderdvijfendertig
achthonderdvijfendertigs	=	achthonderdvijfendertig
achthonderdvijfennegentig	num	"895", het getal tussen achthonderdvierennegentig en achthonderdzesennegentig, achthonderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 895 is aangeduid
achthonderdvijfennegentigje	=	achthonderdvijfennegentig
achthonderdvijfennegentigjes	=	achthonderdvijfennegentig
achthonderdvijfennegentigs	=	achthonderdvijfennegentig
achthonderdvijfentachtig	num	"885", het getal tussen achthonderdvierentachtig en achthonderdzesentachtig, achthonderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 885 is aangeduid
achthonderdvijfentachtigje	=	achthonderdvijfentachtig
achthonderdvijfentachtigjes	=	achthonderdvijfentachtig
achthonderdvijfentachtigs	=	achthonderdvijfentachtig
achthonderdvijfentwintig	num	"825", het getal tussen achthonderdvierentwintig en achthonderdzesentwintig, achthonderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 825 is aangeduid
achthonderdvijfentwintigje	=	achthonderdvijfentwintig
achthonderdvijfentwintigjes	=	achthonderdvijfentwintig
achthonderdvijfentwintigs	=	achthonderdvijfentwintig
achthonderdvijfenveertig	num	"845", het getal tussen achthonderdvierenveertig en achthonderdzesenveertig, achthonderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 845 is aangeduid
achthonderdvijfenveertigje	=	achthonderdvijfenveertig
achthonderdvijfenveertigjes	=	achthonderdvijfenveertig
achthonderdvijfenveertigs	=	achthonderdvijfenveertig
achthonderdvijfenvijftig	num	"855", het getal tussen achthonderdvierenvijftig en achthonderdzesenvijftig, achthonderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 855 is aangeduid
achthonderdvijfenvijftigje	=	achthonderdvijfenvijftig
achthonderdvijfenvijftigjes	=	achthonderdvijfenvijftig
achthonderdvijfenvijftigs	=	achthonderdvijfenvijftig
achthonderdvijfenzestig	num	"865", het getal tussen achthonderdvierenzestig en achthonderdzesenzestig, achthonderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 865 is aangeduid
achthonderdvijfenzestigje	=	achthonderdvijfenzestig
achthonderdvijfenzestigjes	=	achthonderdvijfenzestig
achthonderdvijfenzestigs	=	achthonderdvijfenzestig
achthonderdvijfenzeventig	num	"875", het getal tussen achthonderdvierenzeventig en achthonderdzesenzeventig, achthonderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 875 is aangeduid
achthonderdvijfenzeventigje	=	achthonderdvijfenzeventig
achthonderdvijfenzeventigjes	=	achthonderdvijfenzeventig
achthonderdvijfenzeventigs	=	achthonderdvijfenzeventig
achthonderdvijfje	=	achthonderdvijf
achthonderdvijfjes	=	achthonderdvijf
achthonderdvijfs	=	achthonderdvijf
achthonderdvijftien	num	"815", het getal tussen achthonderdveertien en achthonderdzestien, achthonderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 815 is aangeduid
achthonderdvijftiens	=	achthonderdvijftien
achthonderdvijftientje	=	achthonderdvijftien
achthonderdvijftientjes	=	achthonderdvijftien
achthonderdvijftig	num	"850", het getal tussen achthonderdnegenenveertig en achthonderdeenenvijftig, achthonderd plus vijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 850 is aangeduid
achthonderdvijftigje	=	achthonderdvijftig
achthonderdvijftigjes	=	achthonderdvijftig
achthonderdvijftigs	=	achthonderdvijftig
achthonderdzes	num	"806", het getal tussen achthonderdvijf en achthonderdzeven, achthonderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 806 is aangeduid
achthonderdzesendertig	num	"836", het getal tussen achthonderdvijfendertig en achthonderdzevenendertig, achthonderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 836 is aangeduid
achthonderdzesendertigje	=	achthonderdzesendertig
achthonderdzesendertigjes	=	achthonderdzesendertig
achthonderdzesendertigs	=	achthonderdzesendertig
achthonderdzesennegentig	num	"896", het getal tussen achthonderdvijfennegentig en achthonderdzevenennegentig, achthonderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 896 is aangeduid
achthonderdzesennegentigje	=	achthonderdzesennegentig
achthonderdzesennegentigjes	=	achthonderdzesennegentig
achthonderdzesennegentigs	=	achthonderdzesennegentig
achthonderdzesentachtig	num	"886", het getal tussen achthonderdvijfentachtig en achthonderdzevenentachtig, achthonderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 886 is aangeduid
achthonderdzesentachtigje	=	achthonderdzesentachtig
achthonderdzesentachtigjes	=	achthonderdzesentachtig
achthonderdzesentachtigs	=	achthonderdzesentachtig
achthonderdzesentwintig	num	"826", het getal tussen achthonderdvijfentwintig en achthonderdzevenentwintig, achthonderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 826 is aangeduid
achthonderdzesentwintigje	=	achthonderdzesentwintig
achthonderdzesentwintigjes	=	achthonderdzesentwintig
achthonderdzesentwintigs	=	achthonderdzesentwintig
achthonderdzesenveertig	num	"846", het getal tussen achthonderdvijfenveertig en achthonderdzevenenveertig, achthonderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 846 is aangeduid
achthonderdzesenveertigje	=	achthonderdzesenveertig
achthonderdzesenveertigjes	=	achthonderdzesenveertig
achthonderdzesenveertigs	=	achthonderdzesenveertig
achthonderdzesenvijftig	num	"856", het getal tussen achthonderdvijfenvijftig en achthonderdzevenenvijftig, achthonderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 856 is aangeduid
achthonderdzesenvijftigje	=	achthonderdzesenvijftig
achthonderdzesenvijftigjes	=	achthonderdzesenvijftig
achthonderdzesenvijftigs	=	achthonderdzesenvijftig
achthonderdzesenzestig	num	"866", het getal tussen achthonderdvijfenzestig en achthonderdzevenenzestig, achthonderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 866 is aangeduid
achthonderdzesenzestigje	=	achthonderdzesenzestig
achthonderdzesenzestigjes	=	achthonderdzesenzestig
achthonderdzesenzestigs	=	achthonderdzesenzestig
achthonderdzesenzeventig	num	"876", het getal tussen achthonderdvijfenzeventig en achthonderdzevenenzeventig, achthonderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 876 is aangeduid
achthonderdzesenzeventigje	=	achthonderdzesenzeventig
achthonderdzesenzeventigjes	=	achthonderdzesenzeventig
achthonderdzesenzeventigs	=	achthonderdzesenzeventig
achthonderdzesje	=	achthonderdzes
achthonderdzesjes	=	achthonderdzes
achthonderdzessen	=	achthonderdzes
achthonderdzestien	num	"816", het getal tussen achthonderdvijftien en achthonderdzeventien, achthonderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 816 is aangeduid
achthonderdzestiens	=	achthonderdzestien
achthonderdzestientje	=	achthonderdzestien
achthonderdzestientjes	=	achthonderdzestien
achthonderdzestig	num	"860", het getal tussen achthonderdnegenenvijftig en achthonderdeenenzestig, achthonderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 860 is aangeduid
achthonderdzestigje	=	achthonderdzestig
achthonderdzestigjes	=	achthonderdzestig
achthonderdzestigs	=	achthonderdzestig
achthonderdzeven	num	"807", het getal tussen achthonderdzes en achthonderdacht, achthonderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 807 is aangeduid
achthonderdzevenendertig	num	"837", het getal tussen achthonderdzesendertig en achthonderdachtendertig, achthonderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 837 is aangeduid
achthonderdzevenendertigje	=	achthonderdzevenendertig
achthonderdzevenendertigjes	=	achthonderdzevenendertig
achthonderdzevenendertigs	=	achthonderdzevenendertig
achthonderdzevenennegentig	num	"897", het getal tussen achthonderdzesennegentig en achthonderdachtennegentig, achthonderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 897 is aangeduid
achthonderdzevenennegentigje	=	achthonderdzevenennegentig
achthonderdzevenennegentigjes	=	achthonderdzevenennegentig
achthonderdzevenennegentigs	=	achthonderdzevenennegentig
achthonderdzevenentachtig	num	"887", het getal tussen achthonderdzesentachtig en achthonderdachtentachtig, achthonderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 887 is aangeduid
achthonderdzevenentachtigje	=	achthonderdzevenentachtig
achthonderdzevenentachtigjes	=	achthonderdzevenentachtig
achthonderdzevenentachtigs	=	achthonderdzevenentachtig
achthonderdzevenentwintig	num	"827", het getal tussen achthonderdzesentwintig en achthonderdachtentwintig, achthonderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 827 is aangeduid
achthonderdzevenentwintigje	=	achthonderdzevenentwintig
achthonderdzevenentwintigjes	=	achthonderdzevenentwintig
achthonderdzevenentwintigs	=	achthonderdzevenentwintig
achthonderdzevenenveertig	num	"847", het getal tussen achthonderdzesenveertig en achthonderdachtenveertig, achthonderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 847 is aangeduid
achthonderdzevenenveertigje	=	achthonderdzevenenveertig
achthonderdzevenenveertigjes	=	achthonderdzevenenveertig
achthonderdzevenenveertigs	=	achthonderdzevenenveertig
achthonderdzevenenvijftig	num	"857", het getal tussen achthonderdzesenvijftig en achthonderdachtenvijftig, achthonderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 857 is aangeduid
achthonderdzevenenvijftigje	=	achthonderdzevenenvijftig
achthonderdzevenenvijftigjes	=	achthonderdzevenenvijftig
achthonderdzevenenvijftigs	=	achthonderdzevenenvijftig
achthonderdzevenenzestig	num	"867", het getal tussen achthonderdzesenzestig en achthonderdachtenzestig, achthonderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 867 is aangeduid
achthonderdzevenenzestigje	=	achthonderdzevenenzestig
achthonderdzevenenzestigjes	=	achthonderdzevenenzestig
achthonderdzevenenzestigs	=	achthonderdzevenenzestig
achthonderdzevenenzeventig	num	"877", het getal tussen achthonderdzesenzeventig en achthonderdachtenzeventig, achthonderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 877 is aangeduid
achthonderdzevenenzeventigje	=	achthonderdzevenenzeventig
achthonderdzevenenzeventigjes	=	achthonderdzevenenzeventig
achthonderdzevenenzeventigs	=	achthonderdzevenenzeventig
achthonderdzevens	=	achthonderdzeven
achthonderdzeventien	num	"817", het getal tussen achthonderdzestien en achthonderdachttien, achthonderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 817 is aangeduid
achthonderdzeventiens	=	achthonderdzeventien
achthonderdzeventientje	=	achthonderdzeventien
achthonderdzeventientjes	=	achthonderdzeventien
achthonderdzeventig	num	"870", het getal tussen achthonderdnegenenzestig en achthonderdeenenzeventig, achthonderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 870 is aangeduid
achthonderdzeventigje	=	achthonderdzeventig
achthonderdzeventigjes	=	achthonderdzeventig
achthonderdzeventigs	=	achthonderdzeventig
achthonderdzeventje	=	achthonderdzeven
achthonderdzeventjes	=	achthonderdzeven
achting	noun	aanzien, respect
achtingsvol	adj	met veel respect
achtingsvolle	=	achtingsvol
achtingsvoller	=	achtingsvol
achtingsvollere	=	achtingsvol
achtingsvollers	=	achtingsvol
achtingsvols	=	achtingsvol
achtingsvolst	=	achtingsvol
achtingsvolste	=	achtingsvol
achtingswaardig	adj	van iets dat het respect, eerbied en waardering verdient
achtingswaardige	=	achtingswaardig
achtingswaardiger	=	achtingswaardig
achtingswaardigere	=	achtingswaardig
achtingswaardigers	=	achtingswaardig
achtingswaardigs	=	achtingswaardig
achtingswaardigst	=	achtingswaardig
achtingswaardigste	=	achtingswaardig
achtjaarlijks	adj	eens in de 8 jaar plaatsvindend
achtjaarlijkse	=	achtjaarlijks
achtjarig	adj	8 jaren durend
achtjarige	noun	levend wezen dat 8 jaar oud is of iets dat 8 jaar bestaat
achtjarigen	=	achtjarige
achtjarigs	=	achtjarig
achtje	=	acht
achtjes	=	acht
achtkamp	noun	wedstrijd met 8 teams of deelnemers
achtkampen	=	achtkamp
achtkant	noun	lichaam met acht kanten of zijden	adj	acht kanten of zijden hebbend
achtkante	=	achtkant
achtkanten	=	achtkant
achtkantig	adj	met acht zijden
achtkantige	=	achtkantig
achtkantigs	=	achtkantig
achtkantje	=	achtkant
achtkantjes	=	achtkant
achtkants	=	achtkant
achtknoop	noun	bepaald soort knoop in een touw
achtknoopje	=	achtknoop
achtknoopjes	=	achtknoop
achtknopen	=	achtknoop
achtkoppig	adj	met 8 mensen
achtkoppige	=	achtkoppig
achtkoppigs	=	achtkoppig
achtling	noun	een worp van acht nakomelingen
achtlingen	=	achtling
achtlingetje	=	achtling
achtmaal	adv	met acht herhalingen, in acht gevallen
achtmaands	adj	acht maanden durend
achtmaandse	=	achtmaands
achtneming	noun	in achtneming: rekening houdend met
achtnemingen	=	achtneming
achtpotig	adj	met acht poten
achtpotige	=	achtpotig
achtpotigs	=	achtpotig
achtpuntig	adj	met acht punten
achtpuntige	=	achtpuntig
achtpuntigs	=	achtpuntig
achtregelig	adj	bestaand uit acht regels
achtregelige	=	achtregelig
achtregeligs	=	achtregelig
achtspan	noun	groep van 8 trekdieren die samen één koets of wagen trekken
achtspannen	=	achtspan
achtste	noun	een deel van iets waarbij acht van deze delen samen het geheel vormen	adj	nummer acht in een rij
achtste-eeuwer	noun	iemand die in de achtste eeuw heeft geleefd
achtste-eeuwers	=	achtste-eeuwer
achtste-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 701-800
achtste-eeuwse	=	achtste-eeuws
achtstegroeper	noun	leerling van de laatste groep van het basisonderwijs in Nederland
achtstegroepers	=	achtstegroeper
achtstegroepertje	=	achtstegroeper
achtstegroepertjes	=	achtstegroeper
achtsten	=	achtste
achtstes	=	achtste
achttal	noun	welgeteld acht
achttallen	=	achttal
achttalletje	=	achttal
achttalletjes	=	achttal
achttallig	adj	in acht stuks voorkomend of uit achttallen bestaand
achttallige	=	achttallig
achttalligs	=	achttallig
achtte	=	achten
achtten	=	achten
achttien	num	"18", het getal tussen zeventien en negentien, tien plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 18 is aangeduid
achttiende	adj	nummer achttien in een rij
achttiende-eeuwer	noun	iemand die in de achttiende eeuw heeft geleefd
achttiende-eeuwers	=	achttiende-eeuwer
achttiende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1701-1800
achttiende-eeuwse	=	achttiende-eeuws
achttienden	=	achttiende
achttienduizend	num	18.000
achttienduizenden	noun	datief van achttienduizend
achttienduizendste	adj	nummer achttienduizend in een rij
achttienen	noun	datief van achttien
achttiengebed	noun	dagelijks hoofdgebed, dat driemaal per dag staande wordt gezegd
achttiengebeden	=	achttiengebed
achttienhoek	noun	meetkundige figuur met achttien hoeken
achttienhoeken	=	achttienhoek
achttienhonderd	num	1800
achttienhonderden	noun	datief van achttienhonderd
achttienhonderdste	adj	nummer achttienhonderd in een rij
achttienjaarlijks	adj	eens in de 18 jaar plaatsvindend
achttienjaarlijkse	=	achttienjaarlijks
achttienjarig	adj	18 jaren durend
achttienjarige	noun	levend wezen dat 18 jaar oud is of iets dat 18 jaar bestaat
achttienjarigen	=	achttienjarige
achttienjarigs	=	achttienjarig
achttienje	=	achttien
achttienjes	=	achttien
achttienmaal	adv	bij achttien gelegenheden
achttiens	=	achttien
achttiental	noun	welgeteld achttien
achttientallen	=	achttiental
achttientalletje	=	achttiental
achttientalletjes	=	achttiental
achttienvleklieveheersbeestje	noun	Myrrha octodecimguttata een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
achttienvleklieveheersbeestjes	=	achttienvleklieveheersbeestje
achturendag	noun	een werkdag die 8 uur duurt; achturige werkdag
achturendagen	=	achturendag
achturig	adj	acht uren durend
achturige	=	achturig
achturigs	=	achturig
achtuurbloem	noun	vogelmelk
achtuurbloemen	=	achtuurbloem
achtuurjournaal	noun	een journaal dat om acht uur 's avonds wordt uitgezonden
achtuurjournaals	=	achtuurjournaal
achtuurjournaaltje	=	achtuurjournaal
achtuurjournaaltjes	=	achtuurjournaal
achtuurjournalen	=	achtuurjournaal
achtvlak	noun	een ruimtelijke figuur begrensd door acht vlakken
achtvlakje	=	achtvlak
achtvlakjes	=	achtvlak
achtvlakken	=	achtvlak
achtvlakkig	adj	acht vlakken hebbend
achtvlakkige	=	achtvlakkig
achtvlakkigs	=	achtvlakkig
achtvlekpriemkever	noun	Bembidion octomaculatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
achtvlekpriemkevers	=	achtvlekpriemkever
achtvlekpriemkevertje	=	achtvlekpriemkever
achtvlekpriemkevertjes	=	achtvlekpriemkever
achtvoetig	adj	van een versregel dat ze bestaat uit acht versvoeten
achtvoetige	=	achtvoetig
achtvoetigs	=	achtvoetig
achtvormig	adj	vorm van een acht hebbend
achtvormige	=	achtvormig
achtvormiger	=	achtvormig
achtvormigere	=	achtvormig
achtvormigers	=	achtvormig
achtvormigs	=	achtvormig
achtvormigst	=	achtvormig
achtvormigste	=	achtvormig
achtvoud	noun	achtmaal zo grote hoeveelheid
achtvouden	=	achtvoud
achtvoudig	adj	voor de achtste keer
achtvoudige	=	achtvoudig
achtvoudigs	=	achtvoudig
achtwerf	adv	met acht herhalingen, in acht gevallen
achtzaam	adj	het oplettend zijn bij wat men doet
achtzaams	=	achtzaam
achtzaamst	=	achtzaam
achtzaamste	=	achtzaam
achtzame	=	achtzaam
achtzamer	=	achtzaam
achtzamere	=	achtzaam
achtzamers	=	achtzaam
achtzijdig	adj	van een afgesloten lichaam dat het omgeven is door 8 platte vlakken
achtzijdige	=	achtzijdig
achtzijdigs	=	achtzijdig
acid	noun|slang	lysergeenzuurdi-ethylamide gebruikt als hallucinerend middel
aciditeit	noun	de zuurgraad, geeft aan hoeveel H⁺ er in een oplossing voorkomt
aciditeiten	=	aciditeit
acidofiel	adj	affiniteit hebbend tot zuur
acidofiele	=	acidofiel
acidofiels	=	acidofiel
acidose	noun	vergiftiging door een te sterke verlaging van de zuurgraad
aclvb	noun	afkorting van Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België
acme	noun	hoogtepunt van een ziekte
acme's	=	acme
acmv	noun	afkorting van Algemeen Christelijk Middenstandsverbond
acne	noun	puistjes
acne's	=	acne
acnebehandeling	noun	therapie gericht op het laten verdwijnen van jeugdpuistjes
acnebehandelingen	=	acnebehandeling
acnebehandelingetje	=	acnebehandeling
acnebehandelingetjes	=	acnebehandeling
acod	noun	afkorting van Algemene Centrale der Openbare Diensten
acoliet	noun	in de Rooms-katholieke Kerk een misdienaar die ouder is dan 16 jaar
acoliete	=	acoliet
acolieten	=	acoliet
acolietje	=	acoliet
aconitine	noun	stof die wordt geproduceerd door de akoniet
acouchy	noun	middelgroot knaagdier uit het geslacht Myoprocta uit de familie Dasyproctidae.
acouchy's	noun	Myoprocta middelgrote knaagdieren uit de familie Dasyproctidae.
acouchy'tje	=	acouchy
acouchy'tjes	=	acouchy
acoustiek	=	akoestiek
acquest	noun	verwerving met name door een huwelijk
acquesten	=	acquest
acquiesceerde	=	acquiesceren
acquiesceren	verb	tot rust komen
acquiescerend	=	acquiesceren
acquireer	=	acquireren
acquireerde	=	acquireren
acquireerden	=	acquireren
acquireert	=	acquireren
acquirere	=	acquireren
acquireren	verb	verwerven, verkrijgen
acquirerend	=	acquireren
acquirerende	=	acquireren
acquisiteur	noun	iemand die acquireert (belast is met werving van klanten)
acquisiteurs	=	acquisiteur
acquisiteurtje	=	acquisiteur
acquisiteurtjes	=	acquisiteur
acquisitie	noun	de verwerving van een bedrijf door een ander bedrijf
acquisitieactiviteit	noun	handeling die erop gericht is klanten te werven
acquisitieactiviteiten	=	acquisitieactiviteit
acquisitiebeleid	noun	strategie die men volgt bij het verwerven of aankopen van iets
acquisitief	adj	verwervend, verkrijgend
acquisitiefraude	noun	het onder valse voorwendselen verkopen van advertenties aan bedrijven
acquisitiefraudes	=	acquisitiefraude
acquisitiefs	=	acquisitief
acquisitiekosten	noun	geld dat men moet betalen om klanten en orders te werven
acquisitieplan	noun	voorgenomen handeling hoe men als bedrijf of organisatie nieuwe klanten en zakelijke relaties kan verwerven
acquisitieplannen	=	acquisitieplan
acquisitieplannetje	=	acquisitieplan
acquisitieplannetjes	=	acquisitieplan
acquisities	=	acquisitie
acquisitietje	=	acquisitie
acquisitietjes	=	acquisitie
acquisitietraining	noun	cursus waarbij men leert klanten te werven; cursus waarbij men leert advertenties te verkopen
acquisitietrainingen	=	acquisitietraining
acquisitieve	=	acquisitief
acquisitrice	noun	vrouwelijke vorm van acquisiteur
acquisitrices	=	acquisitrice
acquisitricetje	=	acquisitrice
acquisitricetjes	=	acquisitrice
acquit	noun	vereffening van een schuld of rekening.
acquits	=	acquit
acquitstoot	noun	de beginstoot bij het biljarten en de ligging van de ballen bij die beginstoot
acquitstoten	=	acquitstoot
acquitteer	=	acquitteren
acquitteerde	=	acquitteren
acquitteerden	=	acquitteren
acquitteert	=	acquitteren
acquitten	=	acquit
acquittere	=	acquitteren
acquitteren	verb	voldoen van een rekening
acquitterend	=	acquitteren
acquitterende	=	acquitteren
acre	noun	Amerikaanse oppervlaktemaakt van 40,5 aren
acremierklauwier	noun	Thamnophilus divisorius een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
acremierklauwieren	=	acremierklauwier
acremierklauwiertje	=	acremierklauwier
acremierklauwiertjes	=	acremierklauwier
acres	=	acre
acretodietiran	noun	Hemitriccus cohnhafti een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
acretodietirannen	=	acretodietiran
acretodietirannetje	=	acretodietiran
acretodietirannetjes	=	acretodietiran
acribie	noun	van personen of gegevens: uiterste nauwkeurigheid in taalkundige arbeid
acribisch	adj	heel erg nauwkeurig en precies
acribische	=	acribisch
acribischer	=	acribisch
acribischere	=	acribisch
acribischers	=	acribisch
acribometer	noun	kleine passer waarmee men kleine voorwerpen precies kan meten
acribometers	=	acribometer
acribometertje	=	acribometer
acribometertjes	=	acribometer
acro	noun	acrobatiek binnen de gymnastiek die kracht, lenigheid, balans en samenwerking combineert
acrobaat	noun	artiest die allerlei moeilijke gymnastische toeren uithaalt (vaak werkend in een circus)
acrobaatje	noun	alleen verkleinwoord Acrobatornis fonsecai een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
acrobaatjes	=	acrobaat
acrobate	noun	Een vrouwelijke acrobaat
acrobaten	=	acrobaat
acrobatentoer	noun	halsbrekend kunststukje van een acrobaat
acrobatentoeren	=	acrobatentoer
acrobatentoertje	=	acrobatentoer
acrobatentoertjes	=	acrobatentoer
acrobates	=	acrobate
acrobatetje	=	acrobate
acrobatetjes	=	acrobate
acrobatie	noun	de bewegingskunst met het lichaam
acrobatiek	noun	Wat een acrobaat doet (in het circus).
acrobatietje	=	acrobatie
acrobatietjes	=	acrobatie
acrobatieën	=	acrobatie
acrobatisch	adj	heel erg lenig, sterk en handig zodat je circuskunsten kunt doen
acrobatische	=	acrobatisch
acrobatischer	=	acrobatisch
acrobatischere	=	acrobatisch
acrobatischers	=	acrobatisch
acrobatischte	=	acrobatisch
acrocyanose	noun	blauwkleuring van handen, voeten
acrofobie	noun	overmatige angst om op een hoge plaats te zijn
acrogym	noun	acrobatie door gymnastiek
acrogymmen	=	acrogym
acrogymmetje	=	acrogym
acrogymmetjes	=	acrogym
acroleïne	noun	een prikkelende, bijtende, giftige vloeistof, een aldehyde, CH₂=CH-CH=O, te maken door de destructive destillatie van glycerol.
acromatisch	adj	van kennis dat deze uitsluitend door mondelinge overlevering wordt overgedragen aan een kleine groep ingewijden
acromatische	=	acromatisch
acromatischer	=	acromatisch
acromatischere	=	acromatisch
acromatischers	=	acromatisch
acroniem	noun	woord bestaande uit de beginletters van andere woorden
acroniemen	=	acroniem
acroniempje	=	acroniem
acroniempjes	=	acroniem
acropomaden	noun	een familie Acropomatidae van baarsachtige vissen, waartoe 33 soorten worden gerekend.
acrosticha	=	acrostichon
acrostichon	noun	naamdicht
acrostichonnetje	=	acrostichon
acrostichonnetjes	=	acrostichon
acrostichons	=	acrostichon
acryl	noun	een op wol lijkende textielvezel	adj	een op wol lijkende textielvezel hebbend
acrylaat	noun	een ester of zout van acrylzuur
acrylaatje	=	acrylaat
acrylaatjes	=	acrylaat
acrylamide	noun	mogelijk kankerverwekkende stof met als brutoformule C₃H₅NO
acrylamiden	=	acrylamide
acrylamides	=	acrylamide
acrylamidetje	=	acrylamide
acrylamidetjes	=	acrylamide
acrylaten	=	acrylaat
acryldoek	noun	doek gemaakt van een soort kunstzijde
acryldoeken	=	acryldoek
acrylonitrilbutadieenstyreen	noun	bepaalde harde, stevige kunststof, vaak gebruikt voor behuizingen van apparaten, voor legoblokjes en voor 3D-printen
acrylonitrilbutadieenstyreentje	=	acrylonitrilbutadieenstyreen
acrylonitrilbutadieenstyreentjes	=	acrylonitrilbutadieenstyreen
acrylonitrilbutadieenstyrenen	=	acrylonitrilbutadieenstyreen
acrylverf	noun	waterverdunbare verf op basis van een polymeerhars uit de acrylgroep waarvan wel gezegd wordt dat die milieuvriendelijk zou zijn
acrylverfdoek	noun	doek waarop men goed met acrylverf kan schilderen
acrylverfdoeken	=	acrylverfdoek
acrylverfje	=	acrylverf
acrylverfjes	=	acrylverf
acrylverven	=	acrylverf
acrylzuren	=	acrylzuur
acrylzuur	noun	een organisch zuur
acrylzuurtje	=	acrylzuur
act	noun	op zichzelf staand onderdeel van een voorstelling voor publiek
actant	noun	elk van de zinsdelen die duiden op een persoon of zaak die bij een handeling is betrokken, zoals het onderwerp, het lijdend voorwerp en het meewerkend voorwerp
actanten	=	actant
acte	=	akte
acteer	=	acteren
acteercarrière	noun	de loopbaan als toneelspeler
acteercarrières	=	acteercarrière
acteerde	=	acteren
acteerdebuten	=	acteerdebuut
acteerdebuut	noun	de eerste keer dat men een rol speelt in een toneelstuk of film
acteerden	=	acteren
acteerervaring	noun	de mate waarin men in het verleden toneel- of filmrollen heeft gespeeld
acteerervaringen	=	acteerervaring
acteerervarinkje	=	acteerervaring
acteerervarinkjes	=	acteerervaring
acteerkanon	noun	een heel goede toneelspeler
acteerkanonnen	=	acteerkanon
acteerkunst	noun	de kunst van het toneelspelen; de kwaliteit van iemands toneelspel
acteerkunsten	=	acteerkunst
acteerles	noun	les in het acteren
acteerlesje	=	acteerles
acteerlesjes	=	acteerles
acteerlessen	=	acteerles
acteerprestatie	noun	resultaat van wat men met toneelspelen heeft bereikt
acteerprestaties	=	acteerprestatie
acteerprijs	noun	prijs die een acteur ontvangt als waardering voor een rol die hij of zij heeft gespeeld
acteerprijzen	=	acteerprijs
acteerspel	noun	het toneelspelen
acteerspelen	=	acteerspel
acteerspellen	=	acteerspel
acteerstijl	noun	wijze van toneelspel die kenmerkend is voor een of meer acteurs
acteerstijlen	=	acteerstijl
acteert	=	acteren
acteertalent	noun	aanleg voor toneelspelen
acteertalenten	=	acteertalent
acteertalentje	=	acteertalent
acteertalentjes	=	acteertalent
acteerwerk	noun	beroepsmatig toneelspelen
acteerwerken	=	acteerwerk
actere	=	acteren
acteren	verb	een rol vervullen in een toneelspel
acterend	=	acteren
acterende	=	acteren
acteur	noun	persoon die een personage uitbeeldt in een verhaal of rollenspel, toneelspeler, iemand die acteert
acteur-regisseur	noun	iemand die meespeelt in een film of toneelstuk en ook de rol van regisseur heeft; regisseur die zelf meespeelt in een film of toneelstuk
acteur-regisseurs	=	acteur-regisseur
acteurs	=	acteur
acteurs-regisseurs	=	acteur-regisseur
acteursbond	noun	vakbond van en voor toneelspelers
acteursbonden	=	acteursbond
acteurschap	noun	het vak van toneelspeler; het vakmanschap van een toneelspeler
acteurschappen	=	acteurschap
acteursclub	noun	groep toneelspelers
acteursclubje	=	acteursclub
acteursclubjes	=	acteursclub
acteursclubs	=	acteursclub
acteursechtpaar	noun	partners die beiden spelen in toneelstukken en/of films
acteursechtparen	=	acteursechtpaar
acteursensemble	noun	groep toneelspelers die samen een mediaproductie verzorgen
acteursensembles	=	acteursensemble
acteursfilm	noun	speelfilm waarin niet het verhaal het belangrijkste is maar het werk van de acteurs
acteursfilmpje	=	acteursfilm
acteursfilmpjes	=	acteursfilm
acteursfilms	=	acteursfilm
acteurskoppel	noun	een vaste combinatie van twee toneelspelers die vaak samen optreden
acteurskoppels	=	acteurskoppel
acteursleven	noun	het bestaan van een toneelspeler
acteurslevens	=	acteursleven
acteursleventje	=	acteursleven
acteursleventjes	=	acteursleven
acteurslijst	noun	lijst van de toneelspelers die in een film of toneelstuk optreden
acteurslijsten	=	acteurslijst
acteursloopbaan	noun	de carrière als toneelspeler
acteursloopbanen	=	acteursloopbaan
acteursopleiding	noun	opleiding tot toneelspeler of filmacteur
acteursopleidingen	=	acteursopleiding
acteursopleidinkje	=	acteursopleiding
acteursopleidinkjes	=	acteursopleiding
acteursprijs	noun	prijs die een acteur ontvangt als hij of zij een uitzonderlijk goede acteerprestatie heeft geleverd
acteursprijzen	=	acteursprijs
acteursregie	noun	het acteurs sturen in hoe ze hun rol vertolken
acteursregies	=	acteursregie
acteursregieën	=	acteursregie
acteursregisseur	noun	iemand die acteurs aanwijzingen geeft hoe ze hun rol moeten spelen in een film of toneelstuk
acteursregisseurs	=	acteursregisseur
acteursscholen	=	acteursschool
acteursschool	noun	onderwijsinstelling waar men toneelspelers opleidt
acteurstheater	noun	toneel waarbij het spel, de enscenering en de decors vooral door de acteurs wordt bepaald
acteurstheaters	=	acteurstheater
acteurstheatertje	=	acteurstheater
acteurstheatertjes	=	acteurstheater
acteurstoneel	noun	toneelspel waarbij de acteurs de leiding hebben
acteurstonelen	=	acteurstoneel
acteursvakbond	noun	vereniging van toneelspelers
acteursvakbonden	=	acteursvakbond
acteurtje	=	acteur
acteurtjes	=	acteur
acth	noun	hormoon afgescheiden in het hersenaanhangsel
actie	noun	handeling, bedrijvigheid
actieaanbod	noun	extra voordeel dat een verkoper gedurende een beperkte tijd geeft aan klanten
actieartikel	noun	product dat een verkoper tijdelijk extra voordelig aanbiedt aan klanten
actieartikelen	=	actieartikel
actieartikels	=	actieartikel
actiebeleid	noun	strategie met betrekking tot het uitvoeren van daadwerkelijke activiteiten
actiebereidheid	noun	bereidheid om actie te voeren
actiebijeenkomst	noun	bijeenkomst van een groep mensen die een maatschappelijke strijd voeren
actiebijeenkomsten	=	actiebijeenkomst
actieblaadje	=	actieblad
actieblaadjes	=	actieblad
actieblad	noun	tijdschrift of publicatie waarin geschreven wordt over een maatschappelijke strijd
actiebladen	=	actieblad
actieblok	noun	aaneengesloten periode dat men actief bezig is met één taak
actieblokje	=	actieblok
actieblokjes	=	actieblok
actieblokken	=	actieblok
actiebrief	noun	brief waarin opgeroepen tot een bepaalde (verandering) van handelen
actiebrieven	=	actiebrief
actiebudget	noun	bedrag waarmee men een bepaalde campagne of een bepaald project kan financieren
actiebudgetje	=	actiebudget
actiebudgetjes	=	actiebudget
actiebudgets	=	actiebudget
actiebudgetten	=	actiebudget
actiecentra	=	actiecentrum
actiecentrum	noun	plaats vanwaaruit de actie geleid wordt
actiecentrumpje	=	actiecentrum
actiecentrumpjes	=	actiecentrum
actiecentrums	=	actiecentrum
actiecode	noun	code waarmee men gebruik kan maken van een tijdelijke aanbieding
actiecodes	=	actiecode
actiecomedy	noun	een film met actie en humor
actiecomedy's	=	actiecomedy
actiecomiteetje	=	actiecomité
actiecomiteetjes	=	actiecomité
actiecomité	noun	comité dat een bepaalde actie leidt
actiecomités	=	actiecomité
actiecommissie	noun	groep personen die officieel is ingesteld om een bepaalde activiteit te organiseren en uit te voeren
actiecommissies	=	actiecommissie
actiecommissietje	=	actiecommissie
actiecommissietjes	=	actiecommissie
actiedag	noun	dag waarop een bedrijf of organisatie een speciale actie heeft of uitvoert
actiedagen	=	actiedag
actiedagje	=	actiedag
actiedagjes	=	actiedag
actiedata	=	actiedatum
actiedatum	noun	dag waarop men een bepaalde activiteit uitvoert; dag waarvoor men een bepaalde activiteit heeft gepland
actiedatums	=	actiedatum
actiedreiging	noun	de vrees dat er handelingen worden uitgevoerd die een bepaald politiek doel ondersteunen én hinderlijke gevolgen hebben voor de samenleving
actiedreigingen	=	actiedreiging
actiedreiginkje	=	actiedreiging
actiedreiginkjes	=	actiedreiging
actiedruk	noun	de dwang die uitgaat van een georganiseerde (politieke) campagne
actief	noun	uitstaand tegoed	adj	met iets bezig zijnde
actiefiguren	=	actiefiguur
actiefiguur	noun	plastic poppetje gemaakt naar het voor beeld van een personage dat voorkomt in een actiefilm
actiefiguurtje	=	actiefiguur
actiefiguurtjes	=	actiefiguur
actiefilm	noun	film met veel actie en meestal weinig intellectuele diepgang en waarin vaak geknokt wordt
actiefilmpje	=	actiefilm
actiefilmpjes	=	actiefilm
actiefilms	=	actiefilm
actiefolder	noun	kleine uitgave waarin voordeeltjes en kortingen staan vermeld die maar voor een bepaalde periode gelden
actiefolders	=	actiefolder
actiefoldertje	=	actiefolder
actiefoldertjes	=	actiefolder
actiefoto	noun	foto van een bewegend object
actiefoto's	=	actiefoto
actiefotograaf	noun	persoon die foto's maakt van mensen, dieren of dingen die zeer actief bezig zijn of snel bewegen
actiefotografen	=	actiefotograaf
actiefotootje	=	actiefoto
actiefotootjes	=	actiefoto
actiefront	noun	militant opererende actiegroep
actiefronten	=	actiefront
actiefrontje	=	actiefront
actiefrontjes	=	actiefront
actiefs	=	actief
actiefst	=	actief
actiefstal	noun	stal waarin dieren vrij kunnen samenleven met andere dieren
actiefstallen	=	actiefstal
actiefste	=	actief
actiefzijde	noun	kant met bezittingen bij een balans; linkerzijde van een balans
actiefzijden	=	actiefzijde
actiefzijdes	=	actiefzijde
actiegebied	noun	terrein waar een politieke actie wordt gevoerd
actiegebieden	=	actiegebied
actiegebiedje	=	actiegebied
actiegebiedjes	=	actiegebied
actiegericht	adj	met de bedoeling dat het leidt tot het ondernemen van handelingen
actiegerichte	=	actiegericht
actiegerichter	=	actiegericht
actiegerichtere	=	actiegericht
actiegerichters	=	actiegericht
actiegerichts	=	actiegericht
actiegerichtst	=	actiegericht
actiegerichtste	=	actiegericht
actiegevoelig	adj	van bedrijven of organisatie kwetsbaar voor politieke acties
actiegevoelige	=	actiegevoelig
actiegevoeliger	=	actiegevoelig
actiegevoeligere	=	actiegevoelig
actiegevoeligers	=	actiegevoelig
actiegevoeligs	=	actiegevoelig
actiegevoeligst	=	actiegevoelig
actiegevoeligste	=	actiegevoelig
actiegevoerd	=	actievoeren
actiegolf	noun	plotselinge, tijdelijke toename van politieke acties die gericht zijn op het behalen van een politiek doel
actiegolven	=	actiegolf
actiegroep	noun	een groep mensen die actie voeren om een bepaald (idealistisch) doel te bereiken
actiegroepen	=	actiegroep
actiegroepje	=	actiegroep
actiegroepjes	=	actiegroep
actiehandel	noun	het kopen en verkopen van aandelen
actiehandels	=	actiehandel
actiehandeltje	=	actiehandel
actiehandeltjes	=	actiehandel
actieheld	noun	hoofdrol in actiefilms
actiehelden	=	actieheld
actieheldin	noun	vrouwelijke hoofdrol in een actiefilm
actieheldinnen	=	actieheldin
actieheldinnetje	=	actieheldin
actieheldinnetjes	=	actieheldin
actieheldje	=	actieheld
actieheldjes	=	actieheld
actiekaart	noun	landkaart waarop men kan zien waar actie gevoerd wordt
actiekaarten	=	actiekaart
actiekamp	noun	bivak waar actievoerders verblijven als protest
actiekampen	=	actiekamp
actiekomedie	noun	film(genre) met de combinatie actie en humor
actiekomedies	=	actiekomedie
actiekorting	noun	prijsreductie die men krijgt als men een product gedurende een bepaalde periode koopt
actiekortingen	=	actiekorting
actiekortinkje	=	actiekorting
actiekortinkjes	=	actiekorting
actiekrant	noun	krant van een actiegroep
actiekranten	=	actiekrant
actiekrantje	=	actiekrant
actiekrantjes	=	actiekrant
actieleider	noun	leider van een actie
actieleiders	=	actieleider
actieleiding	noun	groep mensen die een politieke strijd van bijvoorbeeld een vakbond organiseren
actieleidingen	=	actieleiding
actieleidinkje	=	actieleiding
actieleidinkjes	=	actieleiding
actielijn	noun	samenhangend gedeelte binnen een plan van handelen
actielijnen	=	actielijn
actielijst	noun	lijst van actiepunten (eventueel met uitvoerenden en streefdata)
actielijsten	=	actielijst
actielijstje	=	actielijst
actielijstjes	=	actielijst
actiemarketing	noun	marketing door middel van reclameacties
actiemateriaal	noun	zaken die men gebruikt tijdens een campagne
actiematerialen	=	actiemateriaal
actiemiddag	noun	evenement dat hoofdzakelijk tussen 12:00 en 18:00 uur plaatsvindt en onderdeel is van een campagne voor een bepaald, meest sociaal of politiek, doel
actiemiddagen	=	actiemiddag
actiemiddel	noun	bewust gekozen handelingen om de aandacht te vestigen op een sociaal of politiek doel of om dat doel op een andere manier te bevorderen als onderdeel van een campagne
actiemiddelen	=	actiemiddel
actiemodel	noun	ontwerp / blauwdruk voor een campagne
actiemodellen	=	actiemodel
actiemoeheid	noun	het na een lange strijd minder bereid zijn om actie te voeren
actiemogelijkheden	=	actiemogelijkheid
actiemogelijkheid	noun	de mate waarin het mogelijk is een actie (zoals bijvoorbeeld een staking of demonstratie) te voeren
actiemoment	noun	een (korte) periode van een bepaalde activiteit
actiemomenten	=	actiemoment
actieondersteuning	noun	hulp en middelen die worden ingezet voor het uitvoeren van een bepaalde taak
actieondersteuningen	=	actieondersteuning
actieonderzoek	noun	sociaal onderzoek waarbij men niet alleen maar kijkt hoe en waarom zaken zijn zoals ze zijn, maar ook hoe men ze in een gewenste richting kan veranderen door actief deel te nemen in het proces
actieonderzoeken	=	actieonderzoek
actiepagina	noun	een (internet)pagina over een bepaalde activiteit
actiepagina's	=	actiepagina
actiepamflet	noun	een papieren uitgave met een heel duidelijke oproep om in actie te komen om een misstand aan te pakken
actiepamfletten	=	actiepamflet
actiepartij	noun	politieke partij die zich meer richt op oppositievoeren en buitenparlementaire acties dan op regeren of besturen
actiepartijen	=	actiepartij
actieperiode	noun	tijdperk waarin men een campagne voert
actieperioden	=	actieperiode
actieperiodes	=	actieperiode
actieplaats	noun	plek waar men een bepaalde handeling uitvoert
actieplaatsen	=	actieplaats
actieplan	noun	plan volgens welke men te werk gaat bij een activiteit
actieplannen	=	actieplan
actieplannetje	=	actieplan
actieplannetjes	=	actieplan
actieplatform	noun	plaats (op het internet) waar men activiteiten ontwikkeld om een (vermeende) misstand aan te pakken
actieplatformen	=	actieplatform
actieplatforms	=	actieplatform
actiepotentiaal	noun	stroom van ionen over het celmembraan van zenuwcellen en spiercellen die verantwoordelijk is voor het geleiden van zenuwprikkels en het samentrekken van spieren
actiepotentialen	=	actiepotentiaal
actieprijs	noun	speciale lage prijs die alleen op een bepaalde plaats of gedurende een bepaalde tijd van toepassing is
actieprijsje	=	actieprijs
actieprijsjes	=	actieprijs
actieprijzen	=	actieprijs
actieproces	noun	alle activiteiten die betrekking hebben op een bepaald commercieel promotieproces
actieprocessen	=	actieproces
actieprogramma	noun	lijst van maatregelen die ervoor moeten zorgen dat een bepaald doel bereikt wordt
actieprogramma's	=	actieprogramma
actieprogrammaatje	=	actieprogramma
actieprogrammaatjes	=	actieprogramma
actiepunt	noun	iets dat nog moet worden uitgevoerd of waaraan aandacht moet worden geschonken
actiepunten	=	actiepunt
actiepuntenlijst	noun	lijst met handelingen die men van plan is te doen
actiepuntenlijsten	=	actiepuntenlijst
actiepuntenlijstje	=	actiepuntenlijst
actiepuntenlijstjes	=	actiepuntenlijst
actiepuntje	=	actiepunt
actiepuntjes	=	actiepunt
actieradii	=	actieradius
actieradius	noun	de grootste afstand die een vervoermiddel kan afleggen, zonder het innemen van brandstof of stroom
actieradiusangst	noun	de vrees die iemand in een elektrisch voertuig kan hebben dat de accu leeg is voordat de bestemming is bereikt
actieradiusje	=	actieradius
actieradiusjes	=	actieradius
actieradiussen	=	actieradius
actieritme	noun	de regelmaat en frequentie waarin een bepaalde taken worden uitgevoerd in bedrijfsprocessen
actieritmen	=	actieritme
actieritmes	=	actieritme
acties	=	actie
actieschepen	=	actieschip
actieschip	noun	vaartuig dat wordt gebruikt om de aandacht te vestigen op een sociaal of politiek doel of om dat doel op een andere manier te bevorderen als onderdeel van een campagne
actiescène	noun	deel van een film waarin de nadruk meer ligt op het handelen dan op de dialoog
actiescènes	=	actiescène
actiescènetje	=	actiescène
actiescènetjes	=	actiescène
actieserie	noun	televisieserie of filmserie waarin actie, spanning en avontuur belangrijke elementen zijn
actieseries	=	actieserie
actiesite	noun	website die men gebruikt tijdens een campagne
actiesites	=	actiesite
actiespektakel	noun	een heel indrukwekkende actiefilm
actiespektakels	=	actiespektakel
actiespel	noun	spel waarin vaardigheid en behendigheid van de speler wordt verwacht
actiespelen	=	actiespel
actiespellen	=	actiespel
actiespelletje	=	actiespel
actiespelletjes	=	actiespel
actiestraat	noun	gang in een supermarkt waar alle aanbiedingen bij elkaar staan
actiestraten	=	actiestraat
actiestromen	=	actiestroom
actiestroom	noun	methode binnen projectmanagement, kwaliteitsbeheer of bedrijfsprocessen om een reeks acties te structureren en te plannen
actietarief	noun	het tarief in geval van een speciale actie
actietarieven	=	actietarief
actieteam	noun	groep mensen die tijdelijk wordt gevormd voor het slagvaardig aanpakken van een probleem of uitvoeren van een eenmalige activiteit
actieteams	=	actieteam
actieterrein	noun	afgebakend stuk grond voor een evenement binnen een campagne voor een bepaald, meest sociaal of politiek, doel
actieterreinen	=	actieterrein
actieterreintje	=	actieterrein
actieterreintjes	=	actieterrein
actiethriller	noun	thriller met de nadruk op gevechten, achtervolgingen, explosies en stuntwerk
actiethrillers	=	actiethriller
actietje	=	actie
actietjes	=	actie
actieturbine	noun	is een turbine waarbij de stoom uitsluitend in de straalbuizen ontspant en waarvan de stoomdruk voor en na het schoepenwiel gelijk blijft
actieturbines	=	actieturbine
actieve	=	actief
actieveling	noun	iemand die heel actief en bedrijvig is
actievelingen	=	actieveling
actieven	noun	mensen die betaald werk verrichten
actiever	=	actief
actievere	=	actief
actievergadering	noun	bijeenkomst in het kader van een politieke campagne
actievergaderingen	=	actievergadering
actieverkoop	noun	de verkoop van producten tijdens een bepaalde actieperiode waarin de consument speciale voordelen wordt geschonken
actieverkoopje	=	actieverkoop
actieverkoopjes	=	actieverkoop
actieverkopen	=	actieverkoop
actievers	=	actief
actievoer	=	actievoeren
actievoerde	=	actievoeren
actievoerden	=	actievoeren
actievoerder	noun	iemand die deelneemt aan een actie (vaak gaat het om een politieke actie), activist.
actievoerders	=	actievoerder
actievoerdertje	=	actievoerder
actievoerdertjes	=	actievoerder
actievoere	=	actievoeren
actievoeren	verb	actie ondernemen om te trachten een (politiek) doel te bereiken
actievoerend	=	actievoeren
actievoerende	=	actievoeren
actievoerster	noun	een vrouwelijke actievoerder
actievoersters	=	actievoerster
actievoerstertje	=	actievoerster
actievoerstertjes	=	actievoerster
actievoert	=	actievoeren
actievoetbal	noun	initiatiefrijke manier van voetballen
actievoorraad	noun	hoeveelheid goederen die men heeft verzameld om een bepaalde activiteit te kunnen uitvoeren
actievoorraadje	=	actievoorraad
actievoorraadjes	=	actievoorraad
actievoorraden	=	actievoorraad
actievoorstel	noun	voorstel voor een protestactie
actievoorstellen	=	actievoorstel
actievoorwaarde	noun	vereisten waaraan een (toekomstige) deelnemer moet voldoen wil hij of zij in aanmerking komen voor een bepaalde (voordeel)actie
actievoorwaarden	=	actievoorwaarde
actievorm	noun	karakteristiek type van handelingen om de aandacht te vestigen op een sociaal of politiek doel of om dat doel op een andere manier te bevorderen als onderdeel van een campagne
actievormen	=	actievorm
actiewagen	noun	voertuig of aanhanger met een uitklapbaar informatiepaneel dat wordt geplaatst op de rijbaan van een autoweg of autosnelweg
actiewagens	=	actiewagen
actiewandeling	noun	een wandeling als protest tegen een ongewenste situatie
actiewandelingen	=	actiewandeling
actiewapen	noun	een politieke actie als strijdmiddel in een onderhandeling
actiewapens	=	actiewapen
actieweek	noun	een week met speciale activiteiten rond een bepaald thema
actieweekje	=	actieweek
actieweekjes	=	actieweek
actieweken	=	actieweek
actinide	noun	element uit de reeks van 15 elementen met een atoomnummer van 89 tot en met 103 van het periodiek systeem
actiniden	=	actinide
actinisch	adj	met betrekking tot elektromagnetische straling: een chemische reactie veroorzakend
actinische	=	actinisch
actinischer	=	actinisch
actinischere	=	actinisch
actinischers	=	actinisch
actinium	noun	een scheikundig element met symbool Ac en atoomnummer 89. Het is een zilverkleurig actinide
actiniumatomen	=	actiniumatoom
actiniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element actinium.
actiniumatoompje	=	actiniumatoom
actiniumatoompjes	=	actiniumatoom
actinograaf	noun	stralingsmeter die de sterkte meet waarmee die straling inwerkt op een chemische stof (foto-emulsie)
actinograafje	=	actinograaf
actinograafjes	=	actinograaf
actinografen	=	actinograaf
actinometer	noun	stralingsmeter die de sterkte meet waarmee die straling inwerkt op een chemische stof (foto-emulsie)
actinometers	=	actinometer
actinometertje	=	actinometer
actinometertjes	=	actinometer
actionair	noun	aandeelhouder
actionairs	=	actionair
actionaris	noun	aandeelhouder
actionarisje	=	actionaris
actionarisjes	=	actionaris
actionarissen	=	actionaris
actionisme	noun	stroming in de Oostenrijkse beeldende kunst in de jaren 60 van de twintigste eeuw, gekenmerkt door choquerende en taboedoorbrekende performances, zoals automutilatie en rituelen met dode dieren
actionist	noun	handelaar of speculant in aandelen
actionisten	=	actionist
actionistje	=	actionist
actionnist	=	actionist
activa	noun	in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen van een onderneming
activabeheer	noun	beheer van de bezittingen van een bedrijf
activatie	noun	het in werking stellen van iets dat eerst nog in rust was
activatiecode	noun	code die je moet invoeren om een bepaald product te kunnen gebruiken, met name in gebruik bij software
activatiecodes	=	activatiecode
activaties	=	activatie
activator	noun	persoon of zaak die iets activeert
activatoren	=	activator
activators	=	activator
activatortje	=	activator
activatortjes	=	activator
activeer	=	activeren
activeerde	=	activeren
activeerden	=	activeren
activeert	=	activeren
activere	=	activeren
activeren	verb	werkzaam maken
activerend	adj	gericht op het werkzamer worden
activerende	=	activeren
activerender	=	activerend
activerendere	=	activerend
activerenders	=	activerend
activerends	=	activerend
activerendst	=	activerend
activerendste	=	activerend
activering	noun	het activeren
activeringen	=	activering
activeringsaanbod	noun	een dienst of traject vanuit de gemeente dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt ondersteunt om te participeren in de samenleving door het doen van maatschappelijk nuttige activiteiten, zoals vrijwilligerswerk of een proefplaatsing, met als doel een stap richting werk te zetten of meer sociale contacten op te doen.
activeringstaks	noun	belasting die eigenaren van grond of gebouwen moeten betalen als ze hun eigendom ongebruikt laten
activeringstaksen	=	activeringstaks
activisme	noun	zienswijze waarin sterke voorrang wordt gegeven aan de daad ten koste van meditatie, studie en gebed
activismen	=	activisme
activist	noun	actievoerder
activiste	noun	vrouwelijke activist zn
activisten	=	activist
activistengroep	noun	een groep mensen die actie voeren om een bepaald (idealistisch) doel te bereiken
activistengroepen	=	activistengroep
activistengroepje	=	activistengroep
activistengroepjes	=	activistengroep
activistes	=	activiste
activistetje	=	activiste
activistetjes	=	activiste
activistisch	adj	met alle mogelijke middelen een (politiek) doel nastrevend
activistische	=	activistisch
activistischer	=	activistisch
activistischere	=	activistisch
activistischers	=	activistisch
activistischt	=	activistisch
activistischte	=	activistisch
activistje	=	activist
activistjes	=	activist
activiteit	noun	een bepaalde werkzaamheid, verrichting
activiteiten	=	activiteit
activiteitenaanbod	noun	alle activiteiten die door een organisatie of in een bepaalde regio worden aangeboden, of dat nu recreatief, sportief, creatief of andersoortig is
activiteitenbegeleider	noun	iemand die beroepshalve activiteitenbegeleiding verzorgt
activiteitenbegeleiders	=	activiteitenbegeleider
activiteitenbegeleidertje	=	activiteitenbegeleider
activiteitenbegeleidertjes	=	activiteitenbegeleider
activiteitenbegeleiding	noun	het anderen helpen, ondersteunen en beschermen bij het uitvoeren van bezigheden
activiteitenbegeleidingen	=	activiteitenbegeleiding
activiteitenbegeleidinkje	=	activiteitenbegeleiding
activiteitenbegeleidinkjes	=	activiteitenbegeleiding
activiteitencentra	=	activiteitencentrum
activiteitencentrum	noun	instelling waar mensen uit een bepaalde doelgroep onder begeleiding activiteiten kunnen ontplooien
activiteitencentrums	=	activiteitencentrum
activiteitencommissie	noun	team personen die, m.n. feestelijke en sportieve, bezigheden organiseert
activiteitencommissies	=	activiteitencommissie
activiteitenkalender	noun	een tabel waarop staat wanneer men aan welke bezigheden kan deelnemen
activiteitenkalenders	=	activiteitenkalender
activiteitenkalendertje	=	activiteitenkalender
activiteitenkalendertjes	=	activiteitenkalender
activiteitenlijst	noun	opsomming van bezigheden
activiteitenlijsten	=	activiteitenlijst
activiteitenlijstje	=	activiteitenlijst
activiteitenlijstjes	=	activiteitenlijst
activiteitenmatrices	=	activiteitenmatrix
activiteitenmatrix	noun	tabel waarin aangegeven is welke middelen men gebruikt of inzet voor welke activiteiten
activiteitenmatrixen	=	activiteitenmatrix
activiteitenmatrixje	=	activiteitenmatrix
activiteitenmatrixjes	=	activiteitenmatrix
activiteitenniveau	noun	op het niveau van de individuele, niet samengestelde handelingen
activiteitenniveaus	=	activiteitenniveau
activiteitenoverzicht	noun	schema waarin alle bezigheden zijn aangegeven
activiteitenoverzichten	=	activiteitenoverzicht
activiteitenoverzichtje	=	activiteitenoverzicht
activiteitenoverzichtjes	=	activiteitenoverzicht
activiteitenplan	noun	schema van de voorgenomen verrichtingen
activiteitenplannen	=	activiteitenplan
activiteitenplannetje	=	activiteitenplan
activiteitenplannetjes	=	activiteitenplan
activiteitenplanning	noun	schema waarin bezigheden zijn aangegeven
activiteitenplanningen	=	activiteitenplanning
activiteitenprogramma	noun	schema van bezigheden die men ergens kan uitvoeren
activiteitenprogramma's	=	activiteitenprogramma
activiteitenschema	noun	tabel waarin evenementen en acties vermeld staan
activiteitenschema's	=	activiteitenschema
activiteitenschemaatje	=	activiteitenschema
activiteitenschemaatjes	=	activiteitenschema
activiteitje	=	activiteit
activiteitjes	=	activiteit
activiteitsgebied	noun	terrein waarop iets of iemand actief is
activiteitsgebieden	=	activiteitsgebied
activiteitsgebiedje	=	activiteitsgebied
activiteitsgebiedjes	=	activiteitsgebied
activiteitsgraad	noun	de hoeveelheid verrichtingen die iemand uitvoert
activiteitsgraden	=	activiteitsgraad
activiteitsniveau	noun	de graad waarin iemand fysieke arbeid verricht
activiteitsniveaus	=	activiteitsniveau
activitycenter	noun	babyspeeltje met onderdelen waar de baby naar kan grijpen
activitycenters	=	activitycenter
activitycentertje	=	activitycenter
activitycentertjes	=	activitycenter
activum	noun	bedrijvende vorm, het actief
actiën	=	actie
actiënhandel	=	actiehandel
actje	=	act
actjes	=	act
actor	noun	handelende persoon of instantie
actoren	=	actor
actores	=	actor
actortje	=	actor
actreur	=	actreutel
actreutel	noun	toneelspeler die op een ouderwetse, onnatuurlijke manier acteert zoals gebruikelijk was in de jaren '50 van de 20ste eeuw
actreutels	=	actreutel
actreuteltje	=	actreutel
actreuteltjes	=	actreutel
actrice	noun	vrouw die een personage uitbeeldt in een verhaal of rollenspel, vrouw die acteert
actriceje	noun	denkbeeldig verkleinwoord van actrice
actrices	=	actrice
actricetje	=	actrice
actricetjes	=	actrice
acts	=	act
actua	noun	alle informatie van een zeker algemeen belang die tot dusver aan publieke waarneming was onttrokken
actualisatie	noun	het bijwerken naar de huidige toestand, het actualiseren (actueel maken)
actualisaties	=	actualisatie
actualisatietje	=	actualisatie
actualiseer	=	actualiseren
actualiseerde	=	actualiseren
actualiseerden	=	actualiseren
actualiseert	=	actualiseren
actualisere	=	actualiseren
actualiseren	verb	actueel maken, maken tot een onderwerp dat op het ogenblik van belang is
actualiserend	=	actualiseren
actualiserende	=	actualiseren
actualisering	noun	het actualiseren
actualiseringen	=	actualisering
actualisme	noun	politiek systeem dat streeft naar beperking van de macht van het parlement en concentratie van de uitvoerende macht bij een eerste minister
actualiteit	noun	datgene wat momenteel sterk in de belangstelling staat
actualiteiten	=	actualiteit
actualiteitenoverzicht	noun	een overzicht van de actualiteiten
actualiteitenoverzichten	=	actualiteitenoverzicht
actualiteitenoverzichtje	=	actualiteitenoverzicht
actualiteitenoverzichtjes	=	actualiteitenoverzicht
actualiteitenprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma dat uitgebreider ingaat op de onderwerpen van het nieuws
actualiteitenprogramma's	=	actualiteitenprogramma
actualiteitenprogrammaatje	=	actualiteitenprogramma
actualiteitenprogrammaatjes	=	actualiteitenprogramma
actualiteitenrubriek	noun	een radio- of televisieprogramma waar de achtergronden van het nieuws worden behandeld
actualiteitenrubrieken	=	actualiteitenrubriek
actualiteitenrubriekje	=	actualiteitenrubriek
actualiteitenrubriekjes	=	actualiteitenrubriek
actualiteitenzender	noun	omroepkanaal met voornamelijk nieuwsprogramma's
actualiteitenzenders	=	actualiteitenzender
actualiteitje	=	actualiteit
actualiteitjes	=	actualiteit
actualiteitsboek	noun	een boek waarin een actuele situatie wordt beschreven
actualiteitsboeken	=	actualiteitsboek
actualiteitsboekje	=	actualiteitsboek
actualiteitsboekjes	=	actualiteitsboek
actualiteitswaarde	noun	het belang van iets uit het verleden in de huidige tijd
actualiteitswaarden	=	actualiteitswaarde
actualiteitswaardes	=	actualiteitswaarde
actuariaat	noun	verzekeringsmathematiek, de wiskunde die nodig is voor verzekeringsmaatschappijen
actuariaten	=	actuariaat
actuarieel	adj	van een actuaris
actuarieels	=	actuarieel
actuarieelst	=	actuarieel
actuarieelste	=	actuarieel
actuaris	noun	iemand die zich bezighoudt met het doorrekenen en evalueren van risico's
actuarisje	=	actuaris
actuarisjes	=	actuaris
actuarissen	=	actuaris
actuariële	=	actuarieel
actuariëler	=	actuarieel
actuariëlere	=	actuarieel
actuariëlers	=	actuarieel
actuator	noun	apparaat dat iets in beweging kan brengen
actuatoren	=	actuator
actuators	=	actuator
actuatortje	=	actuator
actuatortjes	=	actuator
actueel	adj	dat wat op dit moment bestaat of van kracht is
actueels	=	actueel
actueelst	=	actueel
actueelste	=	actueel
actuele	=	actueel
actueler	=	actueel
actuelere	=	actueel
actuelers	=	actueel
acultureel	adj	geen cultuur bezittend of niet daarop betrekking hebbend
acultureels	=	acultureel
acultureelst	=	acultureel
acultureelste	=	acultureel
aculturele	=	acultureel
acultureler	=	acultureel
aculturelere	=	acultureel
aculturelers	=	acultureel
acupressuur	noun	wetenschappelijk niet bewezen nuttige therapie die bestaat uit het op bepaalde plaatsen van het lichaam drukken met de vingertoppen van de therapeut
acupuncturist	noun	beoefenaar van de acupunctuur
acupuncturisten	=	acupuncturist
acupuncturistje	=	acupuncturist
acupuncturistjes	=	acupuncturist
acupunctuur	noun	een Chinese behandelingsmethode waarbij, ter genezing van een kwaal of ter bestrijding van pijn, op bepaalde plaatsen naalden in de huid worden gestoken
acupunctuurpunt	noun	punt waarin het plaatsen van de naald een effect gaat hebben
acupunctuurpunten	=	acupunctuurpunt
acute	=	acuut
acuter	=	acuut
acutere	=	acuut
acuters	=	acuut
acuut	adj	plots ontstaan, op korte termijn verlopend, meestal ook spoedeisend ingrijpen vereisend
acuuts	=	acuut
acuutst	=	acuut
acuutste	=	acuut
acv	noun	Algemeen Christelijk Vakverbond (België)
acv-voorzitter	noun	leider van het Algemeen Christelijk Vakverbond
acv-voorzitters	=	acv-voorzitter
acvw	noun|historical	Vlaamse organisatie van katholieke ondernemers van 1925 tot 1962
acvw's	=	acvw
acw'er	noun	lid van het Algemeen Christelijk Werkliedenverbond
acw'ers	=	acw'er
acyrologie	noun	stijlfiguur waarbij een woord of uitdrukking opzettelijk in een verkeerde vorm wordt gebruikt
ad	prep	bij, tot, met, tegen
ad-hocactie	noun	een actie die men slechts éénmaal uitvoert voor één bepaalde gelegenheid
ad-hocacties	=	ad-hocactie
ad-hocactietje	=	ad-hocactie
ad-hocactietjes	=	ad-hocactie
ad-hocbasis	noun	uitgangspunt voor handelen dat alleen van toepassing is voor dit ene specifieke geval
ad-hocbeleid	noun	maatregel die genomen wordt voor één incidenteel geval, maar die niet hoeft te passen in een meer algemeen beleid
ad-hocbeslissing	noun	snel genomen beslissing die niet past in een algemeen beleid en waarover niet goed is nagedacht
ad-hocbeslissingen	=	ad-hocbeslissing
ad-hocbesluitvorming	noun	het maken van beslissingen in een bepaalde specifieke situatie zonder dat daar een algemeen geldend beleid aan ten grondslag ligt; improviserend handelen naar bevind van zaken
ad-hocbesluitvormingen	=	ad-hocbesluitvorming
ad-hoccomiteetje	=	ad-hoccomité
ad-hoccomiteetjes	=	ad-hoccomité
ad-hoccomité	noun	groep mensen die samen één bepaalde actuele aangelegenheid aanpakken en daarna weer uit elkaar gaan
ad-hoccomités	=	ad-hoccomité
ad-hoccommissie	noun	tijdelijke commissie die is opgericht voor één specifieke taak
ad-hoccommissies	=	ad-hoccommissie
ad-hocoplossing	noun	een tijdelijke, snelle oplossing voor een heel specifiek probleem
ad-hocoplossingen	=	ad-hocoplossing
ad-hoczaak	noun	iets dat specifiek voor een bepaalde situatie of een bepaald doel is geregeld, en dat niet voorbereid of gepland is
ad-hoczaakje	=	ad-hoczaak
ad-hoczaakjes	=	ad-hoczaak
ad-hoczaken	=	ad-hoczaak
ad-lezer	noun	persoon die het Algemeen Dagblad als krant leest; abonnee van het Algemeen Dagblad
ad-lezers	=	ad-lezer
adagia	=	adagium
adagio	noun	bedaard klinkend stuk klassieke muziek	adv	in een rustig tempo gespeeld, ongeveer 66 tot 76 tellen per minuut
adagio's	=	adagio
adagiootje	=	adagio
adagios	=	adagio
adagium	noun	levenswijsheid, motto, spreuk, stelregel
adagiums	=	adagium
adam	noun	man die wordt beschouwd als de eerste van een afstammingsreeks
adamawatortel	noun	Streptopelia hypopyrrha een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
adamawatortels	=	adamawatortel
adamawatorteltje	=	adamawatortel
adamawatorteltjes	=	adamawatortel
adamiet	noun	zink-arsenaat met de chemische formule Zn₂(AsO₄)(OH)
adamieten	=	adamiet
adamietje	=	adamiet
adamietjes	=	adamiet
adammetje	=	adam
adammetjes	=	adam
adams	=	adam
adamsappel	noun	vooruitstekende gedeelte van het strottenhoofd bij de man
adamsappels	=	adamsappel
adamsappeltje	=	adamsappel
adamsappeltjes	=	adamsappel
adamsdeficiëntie	noun	aangeboren gebrek voor het aanmaken van het enzym lactase
adamsdeficiënties	=	adamsdeficiëntie
adamsgilde	noun	beroepsgroep van hoveniers
adamsgilden	=	adamsgilde
adamsgildes	=	adamsgilde
adamskostuum	noun	naaktheid, door het geheel ontbreken van kleding
adamskostuumpje	=	adamskostuum
adamskostuumpjes	=	adamskostuum
adamskostuums	=	adamskostuum
adamsvork	noun	vingers
adamsvorken	=	adamsvork
adamsvorkje	=	adamsvork
adamsvorkjes	=	adamsvork
adaptatie	noun	aanpassingsvermogen
adaptatieprobleem	noun	een moeilijkheid of probleem met de adaptatie
adaptatieprobleempje	=	adaptatieprobleem
adaptatieprobleempjes	=	adaptatieprobleem
adaptatieproblemen	=	adaptatieprobleem
adaptaties	=	adaptatie
adaptatiestoornis	noun	een stoornis die het adaptatieproces bemoeilijkt
adaptatiestoornisje	=	adaptatiestoornis
adaptatiestoornisjes	=	adaptatiestoornis
adaptatiestoornissen	=	adaptatiestoornis
adaptatietje	=	adaptatie
adaptatievermogen	noun	het in staat zijn tot adaptatie
adapteer	=	adapteren
adapteerde	=	adapteren
adapteerden	=	adapteren
adapteert	=	adapteren
adapter	noun	een apparaat om elektrische wisselspanning om te vormen naar gelijkspanning van een meestal lager voltage
adaptere	=	adapteren
adapteren	verb	aanpassen aan omstandigheden
adapterend	=	adapteren
adapterende	=	adapteren
adapters	=	adapter
adaptertje	=	adapter
adaptertjes	=	adapter
adaptie	noun	aanpassing, adaptatie
adaptief	adj	zich aanpassend
adaptiefe	=	adaptief
adaptiefs	=	adaptief
adaptiefst	=	adaptief
adaptiefste	=	adaptief
adapties	=	adaptie
adaptieve	=	adaptief
adaptiever	=	adaptief
adaptievere	=	adaptief
adaptievers	=	adaptief
adar	noun	twaalfde maand van het joodse jaar, in februari-maart (9×: Est. 3:7 +, Ezra 6:15); zesde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
adat	noun	gewoonterecht in Indonesië
adatrecht	noun	Indonesisch gewoonterecht
adatrechten	=	adatrecht
adats	=	adat
adaxiaal	adj	aan de zijde die naar de hoofdas toegekeerd is
adaxiaals	=	adaxiaal
adaxiaalst	=	adaxiaal
adaxiaalste	=	adaxiaal
adaxiale	=	adaxiaal
adaxialer	=	adaxiaal
adaxialere	=	adaxiaal
adaxialers	=	adaxiaal
adbusten	verb	tekst of beeld zo aanpassen dat ze in plaats van reclame juist kritiek worden
add	noun	de afkorting voor Attention Deficit Disorder, een aangeboren neurologische aandoening
add'er	noun	iemand die lijdt aan de psychiatrische stoornis 'attention deficit disorder' wordt genoemd
add'ers	=	add'er
add'ertje	=	add'er
add'ertjes	=	add'er
add-on	noun	een extra toevoeging aan een computerprogramma
add-ons	=	add-on
addax	noun	Addax nasomaculatus een ernstig bedreigde antilope uit de Sahara.
addaxen	=	addax
addaxje	=	addax
addaxjes	=	addax
addeer	=	adderen
addeerde	=	adderen
addeerden	=	adderen
addeert	=	adderen
addenda	=	addendum
addendum	noun	op zichzelf staande toevoeging aan een boek of ander document
addendumpje	=	addendum
addendumpjes	=	addendum
addenoi	intj|vulgar	Heer!, God!
addenom	intj|vulgar	Heer!, God!
adder	noun	een bepaalde soort giftige slangen uit de familie van adders, Vipera berus
adderbeet	noun	beet van een adder, een giftige slang
adderbeetje	=	adderbeet
adderbeten	=	adderbeet
addere	=	adderen
adderen	verb	vormen uit de samenvoeging van twee bestaande moleculen
adderend	=	adderen
adderende	=	adderen
adderengebroed	noun	boosaardige mensen, die door nijd en laster het geluk van anderen vergiftigen
addergebroed	noun	boosaardige mensen, die door nijd en laster het geluk van anderen vergiftigen
addergif	noun	het gif van een adder
addergiffen	=	addergif
adderkruid	noun	Pseudopodospermum hispanicum een kruidachtige plant
adderlantaarnhaai	noun	Trigonognathus kabeyai een vissensoort uit de familie van de lantaarnhaaien (Etmopteridae).
adderlantaarnhaaien	=	adderlantaarnhaai
adderlantaarnhaaitje	=	adderlantaarnhaai
adderlantaarnhaaitjes	=	adderlantaarnhaai
addernest	noun	nest van adders
addernesten	=	addernest
addernestje	=	addernest
addernestjes	=	addernest
adderringslang	noun	Natrix maura een slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie waterslangen (Natricinae)
adderringslangen	=	adderringslang
adderringslangetje	=	adderringslang
adderringslangetjes	=	adderringslang
adders	noun	Viperidae een familie van slangen waarvan alle soorten zonder uitzondering giftig zijn
addertje	=	adder
addertjes	=	adder
addertong	noun	benaming voor planten uit het geslacht Ophioglossum met ongeveer 50 soorten uit de addertongfamilie (Ophioglossaceae)
addertongen	noun	een orde Ophioglossales van varens.
addertongetje	=	addertong
addertongfamilie	noun	een familie Ophioglossaceae van varens, met in Nederland twee à drie vertegenwoordigers: de gewone addertong (Ophioglossum vulgatum) en de gelobde maanvaren (Botrychium lunaria), en mogelijk de azorenaddertong (Ophioglossum azoricum)
addervissen	noun	een onderfamilie Chauliodontinae van straalvinnige vissen uit de orde van draakvisachtigen (Stomiiformes)
adderwortel	noun	benaming voor een bepaald soort overblijvende plant, Bistorta officinalis uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
adderwortelen	=	adderwortel
adderwortelgalmug	noun	Dasineura bistortae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
adderwortelgalmuggen	=	adderwortelgalmug
adderwortelgalmugje	=	adderwortelgalmug
adderwortelgalmugjes	=	adderwortelgalmug
adderwortels	=	adderwortel
adderworteltje	=	adderwortel
adderzeenaald	noun	Entelurus aequoreus een straalvinnige vis uit de familie van de zeenaalden en zeepaardjes (Syngnathidae) en de orde van de zeenaaldachtigen (Syngnathiformes).
adderzeenaalden	=	adderzeenaald
adderzeenaaldje	=	adderzeenaald
adderzeenaaldjes	=	adderzeenaald
addict	noun	verslaafde
addictie	noun	verslaving
addicties	=	addictie
addictietje	=	addictie
addictietjes	=	addictie
addicts	=	addict
addirectief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met naar of naartoe uitgedrukt wordt: een beweging naar de directe omgeving van iets anders
addirectiefje	=	addirectief
addirectiefjes	=	addirectief
addirectieven	=	addirectief
additie	noun	optelling, bijeenvoeging, bijtelling
additief	noun	toevoeging, aanvulling	adj	toevoegend, aanvullend
additiefje	=	additief
additiefjes	=	additief
additiefs	=	additief
additiereactie	noun	reactie waarbij uit twee moleculen één nieuw molecuul wordt gevormd
additiereacties	=	additiereactie
addities	=	additie
additieve	=	additief
additieven	=	additief
additioneel	adj	bijgevoegd, toegevoegd, bijkomend
additioneels	=	additioneel
additioneelst	=	additioneel
additioneelste	=	additioneel
additionele	=	additioneel
additioneler	=	additioneel
additionelere	=	additioneel
additionelers	=	additioneel
additiva	=	additivum
additivum	noun	toevoeging
additivumpje	=	additivum
additivumpjes	=	additivum
adductie	noun	toevoering
adducties	=	adductie
adductietje	=	adductie
addéren	=	adderen
adekus	noun	afkorting van Anton de Kom Universiteit van Suriname
adel	noun	bevoorrechte en vaak ook rijke groep personen aan wie een meest erfelijke titel verleend was en aan wie voorheen een bepaald gebiedsdeel in eigendom gegeven was
adelaar	noun	benaming voor sommige soorten grote roofvogels
adelaars	=	adelaar
adelaarsblik	noun	zo goed kunnen zien als een adelaar
adelaarsblikken	=	adelaarsblik
adelaarshorst	noun	nest van een arend, altijd op een hooggelegen plaats
adelaarshorsten	=	adelaarshorst
adelaarsjong	noun	opgroeiende arend die nog door zijn ouders wordt verzorgd
adelaarsjongen	=	adelaarsjong
adelaarsnest	noun	verblijf- en broedplaats van arenden, doorgaans op een heel hoge plek
adelaarsnesten	=	adelaarsnest
adelaarsogen	=	adelaarsoog
adelaarsoog	noun	het scherpe oog van een adelaar
adelaarsoogje	=	adelaarsoog
adelaarsoogjes	=	adelaarsoog
adelaarsrog	noun	Myliobatis aquila een vissensoort uit de familie van de adelaarsroggen (Myliobatidae).
adelaarsroggen	noun	een familie Myliobatidae van grote roggen.
adelaarsroggetje	=	adelaarsrog
adelaarsroggetjes	=	adelaarsrog
adelaarsrogje	=	adelaarsrog
adelaarsrogjes	=	adelaarsrog
adelaarssteen	noun	een steen die magische eigenschappen zou hebben
adelaarssteentje	=	adelaarssteen
adelaarssteentjes	=	adelaarssteen
adelaarsstenen	=	adelaarssteen
adelaarsvaren	noun	Pteridium aquilinum De adelaarsvaren is een varen uit de adelaarsvarenfamilie Dennstaedtiaceae
adelaarsvarenfamilie	noun	een familie Dennstaedtiaceae van varens met elf geslachten en 170 soorten.
adelaarsvarens	=	adelaarsvaren
adelaarsvarentje	=	adelaarsvaren
adelaarsvis	noun	Cynoscion virescens een straalvinnige vissensoort uit de familie van ombervissen (Sciaenidae).
adelaarsvisje	=	adelaarsvis
adelaarsvisjes	=	adelaarsvis
adelaarsvissen	=	adelaarsvis
adelaarsvleugel	noun	de vleugel van een arend
adelaarsvleugels	=	adelaarsvleugel
adelaarsvleugeltje	=	adelaarsvleugel
adelaarsvleugeltjes	=	adelaarsvleugel
adelaarsvlucht	noun	het vliegen en zweven van een adelaar
adelaarsvluchten	=	adelaarsvlucht
adelaartje	=	adelaar
adelaartjes	=	adelaar
adelaren	=	adelaar
adelatief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met weg van bij of vanaf uitgedrukt wordt: een beweging die de directe omgeving van iets anders verlaat
adelatiefje	=	adelatief
adelatiefjes	=	adelatief
adelatieven	=	adelatief
adelboek	noun	lijst met alle adellijke geslachten van een land
adelboeken	=	adelboek
adelborst	noun	benaming voor een officier in opleiding aan het Nederlandse Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM); vergelijkbaar met een cadet bij andere legeronderdelen
adelborsten	=	adelborst
adelborstje	=	adelborst
adelbrief	noun	schrijven waaruit blijkt dat iemand van adel is
adelbriefje	=	adelbrief
adelbrieven	=	adelbrief
adelde	=	adelen
adelden	=	adelen
adeldom	noun	de groep van mensen die van edele afkomst is
adele	=	adelen
adelen	verb	in de adelstand verheffen
adelend	=	adelen
adelende	=	adelen
adeliepinguïn	noun	kleine geheel zwart-witte pinguïnsoort Pygoscelis adeliae
adeliepinguïnnetje	=	adeliepinguïn
adeliepinguïnnetjes	=	adeliepinguïn
adeliepinguïns	=	adeliepinguïn
adeliepinguïntje	=	adeliepinguïn
adeliepinguïntjes	=	adeliepinguïn
adelijk	=	adellijk
adellijck	=	adellijk
adellijk	adj	van of behorende tot de adel
adellijke	=	adellijk
adellijken	=	adellijk
adellijker	=	adellijk
adellijkere	=	adellijk
adellijkers	=	adellijk
adellijks	=	adellijk
adellijkst	=	adellijk
adellijkste	=	adellijk
adellyk	=	adellijk
adelsmaarschalk	noun	functionaris die toezicht houdt op de adel
adelsmaarschalken	=	adelsmaarschalk
adelstand	noun	sociaal of juridisch afgebakende klasse mensen (edelen) die van oorsprong een bevoorrechte positie innam
adelstanden	=	adelstand
adelstandje	=	adelstand
adelt	=	adelen
adeltrots	noun	de (overmatige) fierheid die een persoon kan voelen omdat hij of zij van adellijke afkomst is
adem	noun	de lucht die levende wezens in zich opnemen en weer uitdrijven
ademanalyse	noun	analyse van de adem (t.b.v. van alcoholcontrole) d.m.v. een blaastest
ademanalysen	=	ademanalyse
ademanalyses	=	ademanalyse
ademautomaat	noun	een instrument dat ervoor zorgt dat een duiker de lucht uit de duikfles kan ademen, onderdeel van de duikuitrusting.
ademautomaatje	=	ademautomaat
ademautomaatjes	=	ademautomaat
ademautomaten	=	ademautomaat
adembeklemmend	adj	van iets dat het angstig maakt
adembeklemmende	=	adembeklemmend
adembeklemmender	=	adembeklemmend
adembeklemmendere	=	adembeklemmend
adembeklemmenders	=	adembeklemmend
adembeklemmends	=	adembeklemmend
adembeklemmendst	=	adembeklemmend
adembeklemmendste	=	adembeklemmend
adembenemend	adj	heel indrukwekkend, zo indrukwekkend dat je zelfs vergeet te ademen
adembenemende	=	adembenemend
adembenemender	=	adembenemend
adembenemendere	=	adembenemend
adembenemenders	=	adembenemend
adembenemends	=	adembenemend
adembenemendst	=	adembenemend
adembenemendste	=	adembenemend
adembescherming	noun	voorzieningen die ervoor zorgen dat iemand veilig kan ademhalen
adembeschermingsfilter	noun	filter van een gasmasker dat de giftige buitenlucht zuivert voordat iemand deze inademt
adembeschermingsfilters	=	adembeschermingsfilter
adembeschermingsfiltertje	=	adembeschermingsfilter
adembeschermingsfiltertjes	=	adembeschermingsfilter
adembeweging	noun	bewegingen van de borstkas door het ademen
adembewegingen	=	adembeweging
adembeweginkje	=	adembeweging
adembeweginkjes	=	adembeweging
ademde	=	ademen
ademden	=	ademen
ademe	=	ademen
ademen	verb	de voor het leven nodige lucht inzuigen en weer uitdrijven
ademend	adj	lucht in- en uit de longen laten gaan
ademende	=	ademen
ademends	=	ademend
ademgehaald	=	ademhalen
ademhaal	=	ademhalen
ademhaalde	=	ademhalen
ademhaalden	=	ademhalen
ademhaalt	=	ademhalen
ademhale	=	ademhalen
ademhalen	verb	door levende wezens inblazen en uitblazen van lucht om zuurstof te krijgen
ademhalend	=	ademhalen
ademhalende	=	ademhalen
ademhaling	noun	uitwisseling van gassen door levende wezens
ademhalingen	=	ademhaling
ademhalingsapparaat	noun	geheel van de lichaamsdelen die zorgen voor het opnemen van zuurstof en het uitscheiden van kooldioxide
ademhalingsapparaatje	=	ademhalingsapparaat
ademhalingsapparaatjes	=	ademhalingsapparaat
ademhalingsapparaten	=	ademhalingsapparaat
ademhalingsautomaat	noun	een instrument dat ervoor zorgt dat een duiker de lucht uit de duikfles kan ademen, onderdeel van de duikuitrusting.
ademhalingsautomaatje	=	ademhalingsautomaat
ademhalingsautomaatjes	=	ademhalingsautomaat
ademhalingsautomaten	=	ademhalingsautomaat
ademhalingscentrum	noun	deel van het centraal zenuwstelsel dat de ademhaling regelt
ademhalingsdepressie	noun	verminderde ademhaling, zowel in diepte als frequentie, die wordt veroorzaakt door onderdrukking van de ademhaling
ademhalingsdepressies	=	ademhalingsdepressie
ademhalingsgymnastiek	noun	oefeningen die erop gericht zijn de ademhaling te verbeteren
ademhalingsmasker	noun	masker met filter dat de ademhalingslucht zuivert of waardoor zuivere lucht wordt toegevoerd
ademhalingsmaskers	=	ademhalingsmasker
ademhalingsmaskertje	=	ademhalingsmasker
ademhalingsmaskertjes	=	ademhalingsmasker
ademhalingsmoeilijkheden	noun	problemen bij het in- en uitademen
ademhalingsoefening	noun	de training van het ademhalen
ademhalingsoefeningen	=	ademhalingsoefening
ademhalingsoefeningetje	=	ademhalingsoefening
ademhalingsoefeningetjes	=	ademhalingsoefening
ademhalingsorgaan	noun	orgaan dat zuurstof in het lichaam opneemt en kooldioxide afgeeft
ademhalingsorgaantje	=	ademhalingsorgaan
ademhalingsorgaantjes	=	ademhalingsorgaan
ademhalingsorganen	=	ademhalingsorgaan
ademhalingsprobleem	noun	onvoldoende kunnen ademhalen
ademhalingsprobleempje	=	ademhalingsprobleem
ademhalingsprobleempjes	=	ademhalingsprobleem
ademhalingsproblemen	=	ademhalingsprobleem
ademhalingsquotiënt	noun	verhouding tussen de hoeveelheid kooldioxide die bij de ademhaling vrijkomt en de in dezelfde tijd opgenomen zuurstof
ademhalingsquotiënten	=	ademhalingsquotiënt
ademhalingsstoornis	noun	afwijking in het in- en uitademen
ademhalingsstoornissen	=	ademhalingsstoornis
ademhalingssysteem	noun	het systeem van luchtopname via de neus of mondholte, door de luchtpijp (trachea) met zijn vertakkingen naar de longen waardoor een organisme van zuurstof wordt voorzien
ademhalingssysteempje	=	ademhalingssysteem
ademhalingssysteempjes	=	ademhalingssysteem
ademhalingssystemen	=	ademhalingssysteem
ademhalingstechniek	noun	de beheersing van de ademhaling
ademhalingstechnieken	=	ademhalingstechniek
ademhalingstechniekje	=	ademhalingstechniek
ademhalingstechniekjes	=	ademhalingstechniek
ademhalingstoestel	noun	toestel waarmee men de ademhaling van een patiënt kan ondersteunen
ademhalingstoestellen	=	ademhalingstoestel
ademhalingsweg	noun	het buizenstelsel in het lichaam waardoor de buitenlucht wordt getransporteerd naar de plaats waar zuurstof het lichaam in en koolzuur gas het lichaam uit kan gaan
ademhalingswegen	=	ademhalingsweg
ademhalinkje	=	ademhaling
ademhalinkjes	=	ademhaling
ademhalisme	noun	geloof dat iemand zonder eten en drinken kan leven; geloof dat iemand alleen van de lucht kan leven
ademhalist	noun	iemand die gelooft dat een mens geen eten en drinken nodig heeft, maar genoeg heeft aan licht en lucht
ademhalisten	=	ademhalist
ademloos	adj	erg stil of zelfs zonder adem te halen	adv	op ademloze wijze
ademloost	=	ademloos
ademlooste	=	ademloos
ademloze	=	ademloos
ademlozer	=	ademloos
ademlozere	=	ademloos
ademlozers	=	ademloos
ademnood	noun	gebrek aan adem
ademoefening	noun	oefening die men doet om de ademhaling te verbeteren
ademoefeningen	=	ademoefening
adempauze	noun	een pauze om te rusten
adempauzen	=	adempauze
adempauzes	=	adempauze
adempauzetje	=	adempauze
adempauzetjes	=	adempauze
adempje	=	adem
adempjes	=	adem
ademruimte	noun	ruimte die iemand de gelegenheid geeft om te kunnen ademhalen
ademruimten	=	ademruimte
ademruimtes	=	ademruimte
ademstilstand	noun	een onderbreking van de ademhaling van langer dan 10 seconden
ademstilstanden	=	ademstilstand
ademstoot	noun	krachtige uitademing
ademstootje	=	ademstoot
ademstootjes	=	ademstoot
ademstoten	=	ademstoot
ademt	=	ademen
ademtest	noun	een test van de ademlucht om te zien of iemand alcohol heeft gedronken
ademtesten	=	ademtest
ademtestje	=	ademtest
ademtestjes	=	ademtest
ademtests	=	ademtest
ademteug	noun	hoeveelheid lucht die in een keer via de mond in de longen wordt gezogen
ademteugen	=	ademteug
ademtocht	noun	één cyclus van in- en uitademing
ademtochten	=	ademtocht
ademtochtje	=	ademtocht
ademtochtjes	=	ademtocht
ademweg	noun	de route die de lucht door het lichaam volgt naar de longblaasjes
ademwegen	=	ademweg
ademwolk	noun	damp bij de mond die zichtbaar wordt wanneer de warme, vochtige uitgeademde lucht in contact komt met koude buitenlucht
ademwolken	=	ademwolk
ademwolkje	=	ademwolk
ademwolkjes	=	ademwolk
ademwortel	noun	een door de wortels gevormd kegelvormig orgaan dat boven de grond of het water uitsteekt, waardoor planten die in het water staan kunnen beschikken over lucht
ademwortels	=	ademwortel
adenine	noun	een van de nucleobasen (purinebase) in DNA en RNA
adeninen	=	adenine
adenines	=	adenine
adenitis	noun	klierontsteking
adenohypofyse	noun	het niet-neurale deel van de hypofyse, dat allerlei verschillende hormonen afgeeft
adenohypofysen	=	adenohypofyse
adenohypofyses	=	adenohypofyse
adenohypofysetje	=	adenohypofyse
adenohypofysetjes	=	adenohypofyse
adenomen	=	adenoom
adenoom	noun	goedaardig klierweefselgezwel
adenoompje	=	adenoom
adenoompjes	=	adenoom
adenosine	noun	ribonucleoside (opgebouwd uit adenine en ribose) dat aangetroffen wordt in spierweefsel
adenosinedifosfaat	noun	een ribonucleotide opgebouwd uit het nucleobase adenine, het monosacharide ribose en twee fosfaatgroepen dat in de celstofwisseling een sleutelrol vervult als drager van chemische energie
adenosinedifosfaten	=	adenosinedifosfaat
adenosinen	=	adenosine
adenosines	=	adenosine
adenosinetrifosfaat	noun	een ribonucleotide opgebouwd uit het nucleobase adenine, het monosacharide ribose en drie fosfaatgroepen dat in de celstofwisseling een sleutelrol vervult als drager van chemische energie
adenosinetrifosfaten	=	adenosinetrifosfaat
adenovirus	noun	familie van virussen die verkoudheden veroorzaken
adenovirussen	=	adenovirus
adenoïde	adj	betrekking hebbend op klierweefsel
adenoïder	=	adenoïde
adenoïdere	=	adenoïde
adenoïders	=	adenoïde
adenoïdes	=	adenoïde
adenoïedst	=	adenoïde
adenoïedste	=	adenoïde
adept	noun	ingewijde in de geheimen van een kunst of wetenschap van een sekte; in het bijzonder beoefenenaar der alchemie
adepten	=	adept
adeptje	=	adept
adeptjes	=	adept
adequaat	adv	correct en passend bij het beoogde doel
adequaatheden	=	adequaatheid
adequaatheid	noun	de mate waarin iets of iemand voldoende is om een bepaald doel te bereiken
adequaats	=	adequaat
adequaatst	=	adequaat
adequaatste	=	adequaat
adequate	=	adequaat
adequater	=	adequaat
adequatere	=	adequaat
adequaters	=	adequaat
ader	noun	een vat waardoor zuurstofarm bloed vanuit de weefsels naar het hart beweegt
aderbreuk	noun	breuk of sterke uitzetting van een ader
aderbreuken	=	aderbreuk
aderbreukje	=	aderbreuk
aderbreukjes	=	aderbreuk
aderde	=	aderen
aderden	=	aderen
adere	=	aderen
aderen	verb	van aders voorzien
aderend	=	aderen
aderende	=	aderen
adergelaten	=	aderlaten
adergezwel	noun	wildgroei van aderen
adergezwellen	=	adergezwel
aderig	adj	een aantal elektrische aders bevattend
aderige	=	aderig
aderiger	=	aderig
aderigere	=	aderig
aderigers	=	aderig
aderigs	=	aderig
aderigst	=	aderig
aderigste	=	aderig
aderlaat	=	aderlaten
aderlate	=	aderlaten
aderlaten	verb	het verwijderen van een zekere hoeveelheid bloed uit de aderen, waaraan eertijds grote medische voordelen werden toegeschreven
aderlatend	=	aderlaten
aderlatende	=	aderlaten
aderlating	noun	de handeling van het aderlaten
aderlatingen	=	aderlating
aderlatinkje	=	aderlating
aderlatinkjes	=	aderlating
aderliet	verb	enkelvoud verleden tijd van aderlaten
aderlieten	=	aderlaten
aderlijk	adj	met betrekking tot de bloedvaten waardoor het bloed naar het hart toe stroomt
aderlijke	=	aderlijk
aderlijks	=	aderlijk
aderontsteking	noun	ontsteking van de bloedvaten die het bloed terug naar het hart leiden
aderontstekingen	=	aderontsteking
aderontstekinkje	=	aderontsteking
aderontstekinkjes	=	aderontsteking
aders	=	ader
aderspat	noun	blijvende adervaatwandverwijding
aderspatje	=	aderspat
aderspatjes	=	aderspat
aderspatten	=	aderspat
adert	=	aderen
adertje	=	ader
adertjes	=	ader
aderverkalking	noun	afzetting van vetachtige stoffen in de wand van slagaders
aderverkalkingen	=	aderverkalking
aderverkalkinkje	=	aderverkalking
aderverkalkinkjes	=	aderverkalking
adervlies	noun	laagje weefsel met bloedvaten tussen het harde oogvlies en het netvlies
adervliezen	=	adervlies
adessief	noun	een naamval die voorkomt in een talen als het Fins of het Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel bij of naast uitgedrukt wordt: een toestand van rust in de directe omgeving van iets anders.
adessiefje	=	adessief
adessiefjes	=	adessief
adessieven	=	adessief
adfekaat	=	advocaat
adfertênsy	=	advertentie
adh	noun	afkorting van de 'aanbevolen dagelijkse hoeveelheid'; een richtlijn voor de inname van vitamines, vetten en andere voedingsstoffen
adh's	=	adh
adhd	noun	de afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder, een gedragsziekte met concentratiestoornissen en hyperactiviteit
adhd'er	noun	persoon die is gediagnostiseerd als hebbende ADHD
adhd'ers	=	adhd'er
adhd'ertje	=	adhd'er
adhd'ertjes	=	adhd'er
adhd-kind	noun	een kind dat ADHD heeft
adhd-kinderen	=	adhd-kind
adhd-kindje	=	adhd-kind
adhd-kindjes	=	adhd-kind
adhd-klas	noun	klas die speciaal geschikt is voor kinderen die de diagnose ADHD hebben gekregen
adhd-klasje	=	adhd-klas
adhd-klasjes	=	adhd-klas
adhd-klassen	=	adhd-klas
adhd-medicatie	noun	medicijnen die gebruikt worden bij de behandeling van ADHD
adhd-medicaties	=	adhd-medicatie
adhd-patiënt	noun	persoon die is gediagnostiseerd als hebbende ADHD
adhd-patiënten	=	adhd-patiënt
adhd-patiëntje	=	adhd-patiënt
adhd-patiëntjes	=	adhd-patiënt
adherent	noun	een staat die zich bij een verdrag aansluit; bondgenoot	adj	samenhangend, vastzittend
adherente	=	adherent
adherenten	=	adherent
adherenter	=	adherent
adherentere	=	adherent
adherenters	=	adherent
adherentie	noun	de mate waarin men zich houdt aan een protocol
adherenties	=	adherentie
adherentietje	=	adherentie
adherents	=	adherent
adherentst	=	adherent
adherentste	=	adherent
adhesie	noun	een vergroeiing van organen
adhesiebetuiging	noun	duidelijk blijk van instemming geven
adhesiebetuigingen	=	adhesiebetuiging
adhesiebetuiginkje	=	adhesiebetuiging
adhesiebetuiginkjes	=	adhesiebetuiging
adhesies	=	adhesie
adhesietje	=	adhesie
adhocratie	noun	een politieksysteem dat wordt gekenmerkt door het sterk reageren op de actualiteit zonder rekening te houden met de langere termijn
adhocratieën	=	adhocratie
adhortatie	noun	aansporing
adhortatief	noun	aansporende werkwoordsvorm en is een archaïsche en minder bevelende vorm van de imperatief	adj	aansporend
adhortatiefs	=	adhortatief
adhortatiefst	=	adhortatief
adhortatiefste	=	adhortatief
adhortaties	=	adhortatie
adhortatieve	=	adhortatief
adhortatieven	=	adhortatief
adhortatiever	=	adhortatief
adhortatievere	=	adhortatief
adhortatievers	=	adhortatief
adiabatisch	adj	zonder uitwisseling van warmte met de omgeving
adiabatische	=	adiabatisch
adiabatischer	=	adiabatisch
adiabatischere	=	adiabatisch
adiabatischers	=	adiabatisch
adie	intj	afscheidsgroet, laatst vaarwel, iemand adieu zeggen
adieer	=	adiëren
adieerde	=	adiëren
adieerden	=	adiëren
adieert	=	adiëren
adieu	noun	vaarwel, afscheid	intj	afscheidsgroet, laatst vaarwel, iemand adieu zeggen
adieudicht	noun	afscheidsgedicht
adieudichten	=	adieudicht
adieudichtje	=	adieudicht
adieudichtjes	=	adieudicht
adieus	=	adieu
adios	intj	afscheidsgroet
adipeus	adj	met een dik lichaam; met overgewicht
adipeust	=	adipeus
adipeuste	=	adipeus
adipeuze	=	adipeus
adipeuzer	=	adipeus
adipeuzere	=	adipeus
adipeuzers	=	adipeus
adipositas	noun	van een persoon dat hij te veel vet heeft
adiv	noun	afkorting van Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid; de militaire inlichtingendienst van België
adiëre	=	adiëren
adiëren	verb	aanvaarden
adiërend	=	adiëren
adiërende	=	adiëren
adje	=	ad
adjectief	noun	een woordsoort die wordt gebruikt om een eigenschap of hoedanigheid van een zelfstandig naamwoord te benoemen
adjectiefje	=	adjectief
adjectiefjes	=	adjectief
adjectieven	=	adjectief
adjectivisch	adj	bijvoeglijk
adjectivische	=	adjectivisch
adjectivischer	=	adjectivisch
adjectivischere	=	adjectivisch
adjectivischers	=	adjectivisch
adjectivum	noun	een woordsoort dat wordt gebruikt om een eigenschap of hoedanigheid van een zelfstandig naamwoord te benoemen
adjudant	noun	onderofficiersrang boven die van sergeant [1] en sergeant-majoor
adjudant-chef	noun	onderofficier in het Belgische leger met een functie die overeenkomt met die van adjudant-onderofficier in het Nederlandse leger
adjudant-chefs	=	adjudant-chef
adjudanten	=	adjudant
adjudantje	=	adjudant
adjudantjes	=	adjudant
adjudiceer	=	adjudiceren
adjudiceerde	=	adjudiceren
adjudiceerden	=	adjudiceren
adjudiceert	=	adjudiceren
adjudicere	=	adjudiceren
adjudiceren	verb	toewijzen door een rechter
adjudicerend	=	adjudiceren
adjunct	noun	ambtenaar of functionaris, aan een hogere toegevoegd om deze in zijn ambtsbezigheden bij te staan en bij afwezigheid te vervangen
adjunct-algemeendirecteur	noun	persoon die de algemeen directeur bijstaat en bij diens afwezigheid vervangt; plaatsvervangend algemeendirecteur
adjunct-algemeendirecteuren	=	adjunct-algemeendirecteur
adjunct-algemeendirecteurs	=	adjunct-algemeendirecteur
adjunct-chef	noun	iemand die een chef steunt en bij afwezigheid vervangt
adjunct-chefs	=	adjunct-chef
adjunct-commies	noun	een ambtenaar in rang onmiddellijk onder een commies staande
adjunct-commiezen	=	adjunct-commies
adjunct-commissaris	noun	iemand die een commissaris steunt en bij afwezigheid vervangt
adjunct-commissarissen	=	adjunct-commissaris
adjunct-directeur	noun	iemand die de directeur assisteert en bij afwezigheid vervangt
adjunct-directeur-generaal	noun	iemand die de hoogste leidinggevende van bepaalde ambtelijke organisaties bijstaat en bij diens afwezigheid vervangt; plaatsvervangend directeur-generaal
adjunct-directeuren	=	adjunct-directeur
adjunct-directeuren-generaal	=	adjunct-directeur-generaal
adjunct-directeurs	=	adjunct-directeur
adjunct-directeurs-generaal	=	adjunct-directeur-generaal
adjunct-directrice	noun	vrouw die de directeur bijstaat en in diens afwezigheid vervangt; plaatsvervangend directrice
adjunct-directrices	=	adjunct-directrice
adjunct-hoofd	noun	plaatsvervanger van het hoofd
adjunct-hoofden	=	adjunct-hoofd
adjunct-hoofdredacteur	noun	plaatsvervanger van de hoofdredacteur
adjunct-hoofdredacteuren	=	adjunct-hoofdredacteur
adjunct-hoofdredacteurs	=	adjunct-hoofdredacteur
adjunct-inspecteur	noun	persoon die de inspecteur bijstaat en in diens afwezigheid vervangt; plaatsvervangend inspecteur
adjunct-inspecteurs	=	adjunct-inspecteur
adjunct-kabinetschef	noun	persoon die de kabinetschef bijstaat en bij diens afwezigheid vervangt; plaatsverangend kabinetschef
adjunct-kabinetschefs	=	adjunct-kabinetschef
adjunct-manager	noun	assistent en vervanger van een leidinggevende
adjunct-managers	=	adjunct-manager
adjunct-secretaris	noun	iemand die een secretaris steunt en bij afwezigheid vervangt
adjunct-secretaris-generaal	noun	persoon die de secretaris-generaal bijstaat en bij diens afwezigheid vervangt; plaatsvervangend secretaris-generaal
adjunct-secretarissen	=	adjunct-secretaris
adjunct-secretarissen-generaal	=	adjunct-secretaris-generaal
adjuncten	=	adjunct
adjunctje	=	adjunct
adjunctjes	=	adjunct
adjustage	noun	het adjusteren, het justeren
adjustages	=	adjustage
adjustagetje	=	adjustage
adjustagetjes	=	adjustage
adjusteer	=	adjusteren
adjusteerde	=	adjusteren
adjusteerden	=	adjusteren
adjusteert	=	adjusteren
adjustere	=	adjusteren
adjusteren	verb	afregelen, afstellen
adjusterend	=	adjusteren
adjusterende	=	adjusteren
adjuvans	noun	toevoegsel, Een materiaal dat, bij toevoeging aan een medicijn of een ander middel, de werking ervan bevordert of anderszins op een voorspelbare manier beïnvloedt
adjuvansen	=	adjuvans
adjuvansje	=	adjuvans
adjuvansjes	=	adjuvans
adjuvant	noun	stof die men aan een vaccin toevoegt om de immuunreactie te versterken
adjuvanten	=	adjuvant
adjuvantia	=	adjuvans
adl-woning	noun	een zelfstandige, rolstoeltoegankelijke woning voor mensen met een ernstige lichamelijke beperking.
adl-woningen	=	adl-woning
adl-woninkje	=	adl-woning
adl-woninkjes	=	adl-woning
administrateur	noun	iemand die de administratie bijhoudt
administrateur-generaal	noun	hoge ambtelijke functie in België
administrateuren	=	administrateur
administrateuren-generaal	=	administrateur-generaal
administrateurs	=	administrateur
administrateurs-generaal	=	administrateur-generaal
administrateurtje	=	administrateur
administrateurtjes	=	administrateur
administratie	noun	de plaats waar gegevens zorgvuldig worden vastgelegd zodat ze later terug te vinden of te controleren zijn
administratieafdeling	noun	deel van een organisatie dat verantwoordelijk is voor het systematisch vastleggen, verwerken, archiveren en beheren van gegevens en documenten
administratieafdelingen	=	administratieafdeling
administratiecommissie	noun	België: organisatie die beoordeelt of een persoon zelfstandige of werknemer is
administratiecommissies	=	administratiecommissie
administratiecommissietje	=	administratiecommissie
administratiecommissietjes	=	administratiecommissie
administratief	adj	betrekking hebbend op administratie
administratiefrechtelijk	adj	volgens of over de voorschriften waarmee het openbaar bestuur werkt
administratiefrechtelijke	=	administratiefrechtelijk
administratiefrechtelijker	=	administratiefrechtelijk
administratiefrechtelijkere	=	administratiefrechtelijk
administratiefrechtelijkers	=	administratiefrechtelijk
administratiefrechtelijks	=	administratiefrechtelijk
administratiefrechtelijkst	=	administratiefrechtelijk
administratiefrechtelijkste	=	administratiefrechtelijk
administratiefs	=	administratief
administratiefst	=	administratief
administratiefste	=	administratief
administratiegebouw	noun	gebouw waarin kantoren gevestigd zijn
administratiegebouwen	=	administratiegebouw
administratiegebouwtje	=	administratiegebouw
administratiegebouwtjes	=	administratiegebouw
administratiekantoor	noun	kantoor van beheer
administratiekantoortje	=	administratiekantoor
administratiekantoortjes	=	administratiekantoor
administratiekantoren	=	administratiekantoor
administratiekost	noun|obsolete	bedrag dat nodig is om een transactie te beheren
administratiekosten	noun	bedrag dat nodig is om een transactie te beheren
administratienummer	noun	getal dat men gebruikt in een gegevensverzameling en dat functioneert als naam
administratienummers	=	administratienummer
administratieprogramma	noun	een computerapplicatie die behulpzaam is met het voeren van een financiële administratie
administratieprogramma's	=	administratieprogramma
administratieprogrammaatje	=	administratieprogramma
administratieprogrammaatjes	=	administratieprogramma
administraties	=	administratie
administratiesysteem	noun	methode om gegevens gestructureerd te bewaren
administratiesystemen	=	administratiesysteem
administratietijd	noun	de tijd die nodig is voor de administratie en vastlegging van gegevens zonder dat men in ander opzicht nuttige arbeid verricht
administratietje	=	administratie
administratietjes	=	administratie
administratieve	=	administratief
administratiever	=	administratief
administratievere	=	administratief
administratievers	=	administratief
administrator	noun	iemand die administreert
administratoren	=	administrator
administrators	=	administrator
administreer	=	administreren
administreerde	=	administreren
administreerden	=	administreren
administreert	=	administreren
administrere	=	administreren
administreren	verb	zorgvuldig vastleggen van gegevens zodat het later terug te vinden of controleren is
administrerend	=	administreren
administrerende	=	administreren
admiraal	noun	opperbevelhebber van een oorlogsvloot
admiraals	=	admiraal
admiraalschap	noun	het admiraal zijn
admiraalschapje	=	admiraalschap
admiraalschappen	=	admiraalschap
admiraalsschepen	=	admiraalsschip
admiraalsschip	noun	schip waarop de bevelvoerder van een vloot vaart
admiraalsuniform	noun	de officiële, ceremoniële kleding van de bevelhebber van de marine
admiraalsuniformen	=	admiraalsuniform
admiraalsvlag	noun	vlag die men hijst op het schip waarop de admiraal van een vloot vaart
admiraalsvlaggen	=	admiraalsvlag
admiraaltje	=	admiraal
admiraaltjes	=	admiraal
admiraalvlinder	noun	Vanessa atalanta veel voorkomende vlinder met rode strepen
admiraalvlinders	=	admiraalvlinder
admiraalzeil	=	admiraalzeilen
admiraalzeilen	verb	op een feestelijke wijze in formatie zeilen met pleziervaartuigen
admiraalzeilend	=	admiraalzeilen
admiraalzeilende	=	admiraalzeilen
admiralen	=	admiraal
admiraliteit	noun	bestuursorgaan dat de organisatie van de oorlogsvloot of zeemacht (marine) leidde, admiraliteitscollege
admiraliteiten	=	admiraliteit
admiraliteitje	=	admiraliteit
admiraliteitscollege	noun	bewindvoerders over zeezaken in de Republiek der Verenigde Nederlanden
admiraliteitscolleges	=	admiraliteitscollege
admiraliteitshof	noun	gerechtshof van de admiraliteit in de lage landen dat recht sprak over maritieme zaken
admiraliteitshoven	=	admiraliteitshof
admiraliteitsrupsvogel	noun	Edolisoma admiralitatis een rupsvogel die voorkomt op de Admiraliteitseilanden.
admiraliteitsrupsvogels	=	admiraliteitsrupsvogel
admiraliteitsrupsvogeltje	=	admiraliteitsrupsvogel
admiraliteitsrupsvogeltjes	=	admiraliteitsrupsvogel
admiratie	noun	bewondering
admiraties	=	admiratie
admissie	noun	toelating, vergunning
admissies	=	admissie
admittantie	noun	de reciproke complexe impedantie
admittanties	=	admittantie
admittantietje	=	admittantie
admittantietjes	=	admittantie
admitteer	=	admitteren
admitteerde	=	admitteren
admitteerden	=	admitteren
admitteert	=	admitteren
admittere	=	admitteren
admitteren	verb	het toelaten of toestaan van iets of iemand
admitterend	=	admitteren
admitterende	=	admitteren
adnexitis	noun	ontsteking van de eierstokken en de eileiders
adnominaal	adj	met een zelfstandig naamwoord verbonden gebruikt
adnominaals	=	adnominaal
adnominale	=	adnominaal
ado-trainer	noun	een oefenmeester bij de Haagse voetbalclub ADO
ado-trainers	=	ado-trainer
adob	noun	met spoorbomen beveiligde spoorwegovergang
adobs	=	adob
adolescent	noun	jeugdig persoon, puber (met een leeftijd tussen de 15 en 20 jaar)	adj	met een leeftijd tussen de 15 en 20 jaar
adolescente	=	adolescent
adolescenten	=	adolescent
adolescentenkliniek	noun	psychiatrisch ziekenhuis voor jongeren van 12 tot 18 (met uitloop tot 21) jaar
adolescentenklinieken	=	adolescentenkliniek
adolescentenkliniekje	=	adolescentenkliniek
adolescentenkliniekjes	=	adolescentenkliniek
adolescentenprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma dat speciaal gemaakt is voor adolescenten
adolescentenprogramma's	=	adolescentenprogramma
adolescentenprogrammaatje	=	adolescentenprogramma
adolescentenprogrammaatjes	=	adolescentenprogramma
adolescenter	=	adolescent
adolescentere	=	adolescent
adolescenters	=	adolescent
adolescentie	noun	levensfase tussen jeugd en volwassenheid die komt na de puberteit
adolescentieperiode	noun	deel van zijn leven waarin een persoon in de adolescentie verkeert
adolescentieperioden	=	adolescentieperiode
adolescentieperiodes	=	adolescentieperiode
adolescenties	=	adolescentie
adolescentje	=	adolescent
adolescentjes	=	adolescent
adolescents	=	adolescent
adolescentst	=	adolescent
adolescentste	=	adolescent
adonis	noun	schone jongeling
adonisblauwtje	noun	Lysandra bellargus een vlinder uit de familie Lycaenidae.
adonisblauwtjes	=	adonisblauwtje
adoniscomplex	noun	ziekelijke behoefte bij een man om er mooi en gespierd uit te zien
adoniscomplexen	=	adoniscomplex
adoniscomplexje	=	adoniscomplex
adoniseer	=	adoniseren
adoniseerde	=	adoniseren
adoniseerden	=	adoniseren
adoniseert	=	adoniseren
adonisere	=	adoniseren
adoniseren	verb	zich mooi maken
adoniserend	=	adoniseren
adoniserende	=	adoniseren
adonisje	=	adonis
adonisjes	=	adonis
adonismycena	noun	Atheniella adonis een paddenstoel uit de familie Marasmiaceae
adonismycena's	=	adonismycena
adonismycenaatje	=	adonismycena
adonismycenaatjes	=	adonismycena
adonissen	=	adonis
adoptant	noun	iemand die een kind adopteert
adoptante	noun	vrouw die een kind adopteert
adoptanten	=	adoptant
adoptantes	=	adoptante
adopteer	=	adopteren
adopteerde	=	adopteren
adopteerden	=	adopteren
adopteerkerstbomen	=	adopteerkerstboom
adopteerkerstboom	noun	kerstboom die men tijdens de kerstdagen huurt en verzorgt en daarna weer bij de eigenaar (voor hergebruik) inlevert
adopteerkerstboompje	=	adopteerkerstboom
adopteerkerstboompjes	=	adopteerkerstboom
adopteert	=	adopteren
adoptere	=	adopteren
adopteren	verb	een kind aannemen en verzorgen alsof het iemands eigen kind is
adopterend	=	adopteren
adopterende	=	adopteren
adoptianisme	noun	een in de 2e eeuw ontstane opvatting, dat Christus in feite een door God uitverkoren profeet was
adoptie	noun	het opnemen van een vreemd kind als het eigene
adoptie-embryo	noun	embryo dat wordt ingeplant bij een onvruchtbare vrouw en dat afkomstig is van een donor
adoptie-embryo's	=	adoptie-embryo
adoptie-embryootje	=	adoptie-embryo
adoptie-embryootjes	=	adoptie-embryo
adoptieagent	noun	politieagent die een persoon die veel misdaden pleegt nauwkeurig in de gaten houdt
adoptieagenten	=	adoptieagent
adoptiebaby	noun	kind dat als baby wordt geadopteerd
adoptiebaby's	=	adoptiebaby
adoptiebeleid	noun	plan van aanpak met betrekking tot het vinden van een nieuwe baas voor huisdieren die verblijven in een dierenasiel
adoptiebemiddelaar	noun	iemand die bemiddelt bij adopties
adoptiebemiddelaars	=	adoptiebemiddelaar
adoptiebemiddeling	noun	dienstverlening aan mensen die een kind willen aannemen en verzorgen alsof het iemands eigen kind is
adoptiebemiddelingen	=	adoptiebemiddeling
adoptiebomen	=	adoptieboom
adoptieboom	noun	kerstboom die men tijdens de kerstdagen huurt en verzorgt en daarna weer bij de eigenaar (voor hergebruik) inlevert
adoptieboompje	=	adoptieboom
adoptieboompjes	=	adoptieboom
adoptiebureau	noun	organisatie die het adopteren van kinderen organiseert
adoptiebureaus	=	adoptiebureau
adoptiecentra	=	adoptiecentrum
adoptiecentrum	noun	organisatie die betrokken is bij de adoptie van kinderen
adoptiecentrums	=	adoptiecentrum
adoptiedochter	noun	vrouwelijk kind dat men aanneemt als een eigen kind
adoptiedochters	=	adoptiedochter
adoptiedochtertje	=	adoptiedochter
adoptiedochtertjes	=	adoptiedochter
adoptief	adj	aangenomen als kind
adoptiefdochter	=	adoptiedochter
adoptiefkind	noun	geadopteerd kind, (aangenomen kind)
adoptiefkinderen	=	adoptiefkind
adoptiefkindje	=	adoptiefkind
adoptiefkindjes	=	adoptiefkind
adoptiefmoeder	=	adoptiemoeder
adoptiefouder	noun	adoptieouders
adoptiefouders	=	adoptiefouder
adoptiefoudertje	=	adoptiefouder
adoptiefs	=	adoptief
adoptiefst	=	adoptief
adoptiefste	=	adoptief
adoptiefvader	=	adoptievader
adoptiefzonen	=	adoptiefzoon
adoptiefzoon	noun	mannelijk kind dat is aangenomen als eigen kind zonder dat er sprake is van een biologische band
adoptiefzoons	=	adoptiefzoon
adoptiefzoontje	=	adoptiefzoon
adoptiefzoontjes	=	adoptiefzoon
adoptiegebied	noun	natuurgebied dat men onder zijn hoede heeft genomen om het te beschermen
adoptiegebieden	=	adoptiegebied
adoptiegezin	noun	gezin waarin kinderen wonen die niet de biologische kinderen zijn van de ouders
adoptiegezinnen	=	adoptiegezin
adoptiegezinnetje	=	adoptiegezin
adoptiegezinnetjes	=	adoptiegezin
adoptiekerstbomen	=	adoptiekerstboom
adoptiekerstboom	noun	kerstboom die men tijdens de kerstdagen huurt en verzorgt en daarna weer bij de eigenaar (voor hergebruik) inlevert
adoptiekerstboompje	=	adoptiekerstboom
adoptiekerstboompjes	=	adoptiekerstboom
adoptiekind	noun	kind dat door mensen wordt opgevoed die niet zijn eigen ouders zijn, maar die zich wel als zodanig gedragen
adoptiekinderen	=	adoptiekind
adoptiekindje	=	adoptiekind
adoptiekindjes	=	adoptiekind
adoptiekip	noun	legkip die een beter bestaan heeft omdat een boer daarvoor een vergoeding van een consument van eieren krijgt
adoptiekipje	=	adoptiekip
adoptiekipjes	=	adoptiekip
adoptiekippen	=	adoptiekip
adoptiekippetje	=	adoptiekip
adoptiekippetjes	=	adoptiekip
adoptiekoe	noun	koe waarvoor iemand betaalt om door een boer verzorgt te worden; geadopteerde koe
adoptiekoeien	=	adoptiekoe
adoptiemoeder	noun	vrouw die een kind aanneemt als het hare terwijl er geen bloedband is
adoptiemoeders	=	adoptiemoeder
adoptiemoedertje	=	adoptiemoeder
adoptieouder	noun	mensen die een kind dat niet hun eigen kind is opvoeden alsof het wel hun eigen kind is
adoptieouders	=	adoptieouder
adoptieoudertje	=	adoptieouder
adoptieplan	noun	het voornemen om iets te verzorgen alsof je zelf de eigenaar bent
adoptieplannen	=	adoptieplan
adoptieplannetje	=	adoptieplan
adoptieplannetjes	=	adoptieplan
adoptieprocedure	noun	alle handelingen die nodig zijn om een kind aan te nemen als je eigen kind zonder dat er sprake is van een bloedband
adoptieprocedures	=	adoptieprocedure
adoptieraad	noun	officiële instantie die toezicht houdt op adopties
adoptieraden	=	adoptieraad
adoptierecht	noun	het kunnen opeisen dat men in voorkomende gevallen een vreemd kind mag opnemen als het eigen
adoptierechten	=	adoptierecht
adoptieregeling	noun	een wettige afspraak rond het opnemen van een vreemd kind als het eigen
adoptieregelingen	=	adoptieregeling
adopties	=	adoptie
adoptietoerisme	noun	reizen waarop men spontaan en impulsief een kind adopteert
adoptievader	noun	man die een kind heeft aangenomen als de zijne terwijl er geen bloedband is
adoptievaders	=	adoptievader
adoptievadertje	=	adoptievader
adoptieve	=	adoptief
adoptiever	=	adoptief
adoptieverbod	noun	wet die het opnemen van een vreemd kind als het eigen in bepaalde situaties strafbaar maakt
adoptieverboden	=	adoptieverbod
adoptieverdrag	noun	overeenkomst tussen twee of meer landen dat regelt hoe ouders een kind uit het buitenland als eigen kind in hun gezin kunnen opnemen
adoptieverdragen	=	adoptieverdrag
adoptievere	=	adoptief
adoptieverlof	noun	doorbetaalde vrije dagen die iemand krijgt als hij of zij een kind adopteert
adoptieverloven	=	adoptieverlof
adoptievers	=	adoptief
adoptieverzoek	noun	vraag om een kind te mogen adopteren
adoptieverzoeken	=	adoptieverzoek
adoptievoorbereiding	noun	alle stappen die men moet nemen voordat men kan overgaan tot het adopteren van een kind
adoptievoorbereidingen	=	adoptievoorbereiding
adoptiewet	noun	wetgeving die adoptie van kinderen regelt
adoptiewetgeving	noun	alle wettelijke regelingen die betrekking hebben op het opnemen van een vreemd kind als het eigene
adoptiewetten	=	adoptiewet
adorabel	adj	van een persoon dat je die persoon heel mooi en aardig vindt
adorabele	=	adorabel
adorabeler	=	adorabel
adorabelere	=	adorabel
adorabelers	=	adorabel
adorabels	=	adorabel
adorabelst	=	adorabel
adorabelste	=	adorabel
adorant	noun	iemand die adoreert
adoranten	=	adorant
adoratie	noun	aanbidding, verering
adoraties	=	adoratie
adoreer	=	adoreren
adoreerde	=	adoreren
adoreerden	=	adoreren
adoreert	=	adoreren
adorere	=	adoreren
adoreren	verb	aanbidden, verafgoden, vereren
adorerend	=	adoreren
adorerende	=	adoreren
adrenaline	noun	een hormoon en een neurotransmitter die wordt geproduceerd in de bijnieren en in sommige zenuwcellen en vrijkomt bij angst en stress, maar ook bij woede, kou, hitte, pijn en fysieke arbeid
adrenaline-injectie	noun	een injectie van adrenaline
adrenaline-injecties	=	adrenaline-injectie
adrenalinegehalte	noun	de concentratie adrenaline die in het bloed zit, bij spanning gaat die concentratie omhoog
adrenalinegehalten	=	adrenalinegehalte
adrenalinegehaltes	=	adrenalinegehalte
adrenalinekick	noun	hoedanigheid van verrukking/opwinding die wordt opgezweept door adrenaline.
adrenalinekickje	=	adrenalinekick
adrenalinekickjes	=	adrenalinekick
adrenalinekicks	=	adrenalinekick
adrenalinen	=	adrenaline
adrenalines	=	adrenaline
adrenalinestoot	noun	hoedanigheid van verrukking/opwinding die wordt opgezweept door adrenaline
adrenalinestoten	=	adrenalinestoot
adrenerg	noun	met betrekking tot sympathische zenuwvezels die bij prikkeling stoffen produceren met een effect als van adrenaline
adrenolytica	=	adrenolyticum
adrenolyticum	noun	een middel dat adrenaline opheft
adrenolyticumpje	=	adrenolyticum
adrenolyticumpjes	=	adrenolyticum
adres	noun	aanduiding van de plaats, straat en huisnummer waar iemand woont of iets is gevestigd
adresbalk	noun	de balk op een computerscherm met het internetadres van de locatie waar de browser zijn gegevens ophaalt
adresbalken	=	adresbalk
adresband	noun	wikkel om een stuk drukwerk waarop het adres staat
adresbanden	=	adresband
adresbandje	=	adresband
adresbandjes	=	adresband
adresbehandeling	noun	het opstellen, opslaan, of het verwerken van adresgegevens
adresbehandelingen	=	adresbehandeling
adresbestand	noun	bestand van adressen van bepaalde personen
adresbestanden	=	adresbestand
adresbestandje	=	adresbestand
adresbestandjes	=	adresbestand
adresboek	noun	een boek met alfabetisch en/of systematisch geordende adressen
adresboeken	=	adresboek
adresboekje	=	adresboek
adresboekjes	=	adresboek
adresbureau	noun	firma die adressen rubriceert en aan bedrijven en reclamebureaus verkoopt
adresbureaus	=	adresbureau
adresbureautje	=	adresbureau
adresbureautjes	=	adresbureau
adresbus	noun	een bus ( = aantal adreslijnen) die door de processor van een computer gebruikt wordt om een bepaalde adresplaats te adresseren
adresbusje	=	adresbus
adresbussen	=	adresbus
adresdichtheden	=	adresdichtheid
adresdichtheid	noun	een maat voor de verhouding tussen het aantal adressen en de oppervlakte van een bepaald topografisch gebied
adresfirma	noun	firma die adressen rubriceert en aan bedrijven en reclamebureaus verkoopt
adresfirma's	=	adresfirma
adresfirmaatje	=	adresfirma
adresfirmaatjes	=	adresfirma
adresgegeven	noun	een stukje informatie over de vestigingsplaats van een persoon of organisatie
adresgegevens	noun	informatie betreffende de vestigingsplaats van personen of organisaties
adresgegeventje	=	adresgegeven
adresgegeventjes	=	adresgegeven
adresgroep	noun	een groep contactpersonen of adressen die samen gegroepeerd worden, vaak om communicatie te vergemakkelijken met een e-mailprogramma
adresgroepen	=	adresgroep
adresje	=	adres
adresjes	=	adres
adreskaart	noun	kaartje waarop de naam, adres, telefoonnummer en emailadres van iemand staan vermeld
adreskaarten	=	adreskaart
adreskaartje	=	adreskaart
adreskaartjes	=	adreskaart
adreslabel	noun	kaart of plakkee waarop plaats, straat, postcode en huisnummer staan vermeld
adreslabels	=	adreslabel
adreslabeltje	=	adreslabel
adreslabeltjes	=	adreslabel
adreslijst	noun	opsomming van NAW (Naam Adres Woonplaats) gegevens
adreslijsten	=	adreslijst
adreslijstje	=	adreslijst
adreslijstjes	=	adreslijst
adresproever	noun	zakcomputer waarmee een controleur de door een zwartrijder opgegeven postcode kan controleren
adresproevers	=	adresproever
adresproevertje	=	adresproever
adresproevertjes	=	adresproever
adresruimte	noun	de hoeveelheid unieke adressen die kunnen worden gebruikt in een computernetwerk of geheugentoewijzing
adresruimten	=	adresruimte
adresruimtes	=	adresruimte
adressaat	noun	iets of iemand naar wie men een boodschap stuurt
adressant	noun	iemand die zich met een verzoek tot de bevoegde macht wendt
adressante	noun	vrouw die zich met een verzoek tot de bevoegde macht wendt
adressanten	=	adressant
adressantes	=	adressante
adressantje	=	adressant
adressantjes	=	adressant
adressaten	=	adressaat
adresseer	=	adresseren
adresseerbaar	adj	van een object dat het een adres met een postcode heeft
adresseerbaarder	=	adresseerbaar
adresseerbaardere	=	adresseerbaar
adresseerbaarders	=	adresseerbaar
adresseerbaars	=	adresseerbaar
adresseerbaarst	=	adresseerbaar
adresseerbaarste	=	adresseerbaar
adresseerbare	=	adresseerbaar
adresseerde	=	adresseren
adresseerden	=	adresseren
adresseermachine	noun	machine die vroeger werd gebruikt voor het stempelen van regelmatig voorkomende adressen
adresseermachines	=	adresseermachine
adresseert	=	adresseren
adressen	=	adres
adressenbank	noun	bestand van adressen
adressenbanken	=	adressenbank
adressenbankje	=	adressenbank
adressenbankjes	=	adressenbank
adressenbestand	noun	bestand van adressen van bepaalde personen
adressenbestanden	=	adressenbestand
adressenbestandje	=	adressenbestand
adressenbestandjes	=	adressenbestand
adressenboek	noun	lijst met alle contacten zoals deze zijn opgeslagen in iemands telefoon of computer
adressenboeken	=	adressenboek
adressenboekje	=	adressenboek
adressenboekjes	=	adressenboek
adressenlijst	noun	lijst met NAW (Naam Adres Woonplaats) gegevens
adressenlijsten	=	adressenlijst
adressenlijstje	=	adressenlijst
adressenlijstjes	=	adressenlijst
adressenschrijver	noun	iemand die zich met een verzoek tot de bevoegde macht wendt
adressenschrijvers	=	adressenschrijver
adressenschrijvertje	=	adressenschrijver
adressenschrijvertjes	=	adressenschrijver
adressere	=	adresseren
adresseren	verb	een adres ter verzending op een poststuk aanbrengen
adresserend	=	adresseren
adresserende	=	adresseren
adressering	noun	het adresseren
adresseringen	=	adressering
adresseringsruimte	noun	de hoeveelheid unieke adressen die kunnen worden gebruikt in een computernetwerk of geheugentoewijzing.
adresseringsruimten	=	adresseringsruimte
adresseringsruimtes	=	adresseringsruimte
adresseringsruimtetje	=	adresseringsruimte
adresseringsruimtetjes	=	adresseringsruimte
adresserinkje	=	adressering
adressograaf	noun	adresseermachine, voorloper van de computer
adressograafje	=	adressograaf
adressograafjes	=	adressograaf
adressografen	=	adressograaf
adresstroken	=	adresstrook
adresstrook	noun	strook papier waarop een adres geschreven kan worden
adresstrookje	=	adresstrook
adresstrookjes	=	adresstrook
adresverandering	noun	de officiële melding dat u verhuist naar een nieuw woonadres of uw postadres wijzigt
adresveranderingen	=	adresverandering
adresveranderingetje	=	adresverandering
adresveranderingetjes	=	adresverandering
adreswijziging	noun	opgave van wijziging van een adres
adreswijzigingen	=	adreswijziging
adreswijzigingetje	=	adreswijziging
adreswijzigingetjes	=	adreswijziging
adriatisch	adj	op gebieden rond de Adriatische zee betrekking hebbend
adriatische	=	adriatisch
adriatischer	=	adriatisch
adriatischere	=	adriatisch
adriatischers	=	adriatisch
adsl	noun	digitale techniek waarmee snel informatie in twee richtingen over een telefoonlijn kan worden verstuurd
adsl-aansluiting	noun	een aansluiting voor ASDL
adsl-aansluitingen	=	adsl-aansluiting
adsl-aansluitinkje	=	adsl-aansluiting
adsl-aansluitinkjes	=	adsl-aansluiting
adsl-verbinding	noun	snelle internetverbinding via de telefoonlijn waarbij de downstreamsnelheid veel hoger is dan de upstreamsnelheid
adsl-verbindingen	=	adsl-verbinding
adsl-verbindinkje	=	adsl-verbinding
adsl-verbindinkjes	=	adsl-verbinding
adsorbeer	=	adsorberen
adsorbeerde	=	adsorberen
adsorbeerden	=	adsorberen
adsorbeert	=	adsorberen
adsorbere	=	adsorberen
adsorberen	verb	aantrekken, aan de oppervlakte binden
adsorberend	=	adsorberen
adsorberende	=	adsorberen
adsorptie	noun	een fenomeen dat optreedt aan het grensvlak van twee fasen, waarbij moleculen of atomen zich aan dit grensvlak hechten
adsorpties	=	adsorptie
adsorptietje	=	adsorptie
adsorptietjes	=	adsorptie
adstringent	adj	adstringerend
adstringente	=	adstringent
adstringenter	=	adstringent
adstringentere	=	adstringent
adstringenters	=	adstringent
adstringents	=	adstringent
adstringentst	=	adstringent
adstringentste	=	adstringent
adstringerend	adj	bijtend of samentrekkende stof, veelal gebruikt om bloeding of vochtafscheiding van huid of slijmvlies tegen te gaan
adstringerende	=	adstringerend
adstringerends	=	adstringerend
adstructie	noun	onderbouwing, redenen om te komen tot een conclusie
adstructies	=	adstructie
adstrueer	=	adstrueren
adstrueerde	=	adstrueren
adstrueerden	=	adstrueren
adstrueert	=	adstrueren
adstruere	=	adstrueren
adstrueren	verb	toelichten
adstruerend	=	adstrueren
adstruerende	=	adstrueren
adukibonen	=	adukiboon
adukiboon	noun	bepaald soort kleine, rode sojaboon, Phaseolus angularis waarvan de plant behoort tot de vlinderbloemenfamilie
adukiboontje	=	adukiboon
adukiboontjes	=	adukiboon
adulatie	noun	verering
adult	noun	volwassene	adj	volwassen
adulte	=	adult
adulten	=	adult
adulter	=	adult
adultere	=	adult
adulters	=	adult
adultpagina	noun	pagina (op het internet) die niet voor kinderen geschikt is, meestal sex en/of geweld bevattend
adultpagina's	=	adultpagina
adults	=	adult
adultst	=	adult
adultste	=	adult
adusta-uil	noun	bepaalde soort vlinder, Mniotype adusta, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
adusta-uilen	=	adusta-uil
adv	noun	arbeidsduurverkorting
adv-dag	noun	vrije dag om te voldoen aan de adv
adv-dagen	=	adv-dag
advenant	adj	naar advenant: in overeenstemming met het voornoemde
advent	noun	een periode van vier weken voor Kerstmis
adventen	=	advent
adventief	noun	toevallig ergens gekomen zonder dat daar natuurlijke oorzaken voor zijn
adventiefje	=	adventief
adventiefs	=	adventief
adventiefste	=	adventief
adventieve	=	adventief
adventieven	=	adventief
adventiever	=	adventief
adventievere	=	adventief
adventievers	=	adventief
adventisme	noun	in 1831 door W. Miller gesticht protestants-christelijk kerkgenootschap, waarin de spoedige wederkomst van Christus centraal staat
adventist	noun	aanhanger van het adventisme een in 1831 door W. Miller gesticht protestants-christelijk kerkgenootschap, waarin de spoedige wederkomst van Christus centraal staat
adventisten	=	adventist
adventistje	=	adventist
adventistjes	=	adventist
adventje	=	advent
adventjes	=	advent
adventkalender	noun	kalender voor het aftellen van de laatste 24 dagen voor kerstmis waarbij men iedere dag een luikje of pakje mag openmaken
adventkalenders	=	adventkalender
adventsconcert	noun	een concert tijdens de adventsperiode
adventsconcerten	=	adventsconcert
adventskaars	noun	elk van de vier kaarsen in de adventskrans die men aansteekt in de periode voor het kerstfeest
adventskaarsen	=	adventskaars
adventskalender	noun	de kalender bestaat vaak uit een platte kartonnen doos waarin 24 genummerde vakjes zijn aangebracht, elk nummer staat voor een datum van 1 tot 24 december, elke avond mag in de adventstijd een vakje met de juiste datum geopend worden en het daarin gevonden snoepje is dan van jou
adventskalenders	=	adventskalender
adventskalendertje	=	adventskalender
adventskalendertjes	=	adventskalender
adventskrans	noun	een hangende of op tafel liggende ronde krans van gevlochten dennen- of sparrengroen als symbool van hoop, met vier kaarsen waarvan tijdens de advent er elke zondag één meer wordt aangestoken
adventskransen	=	adventskrans
adventsperiode	noun	de vier weken voor kerstmis
adventsperioden	=	adventsperiode
adventsperiodes	=	adventsperiode
adventspreek	noun	een preek die gehouden wordt tijdens een kerkdienst in de vier weken voor kerstmis
adventspreekje	=	adventspreek
adventspreekjes	=	adventspreek
adventspreken	=	adventspreek
adventsstuk	noun	stukje met dennengroen en 4 kaarsen dat men maakt voor de laatste maand voor kerstmis
adventsstukken	=	adventsstuk
adventstijd	noun	de laatste vier weken voor het kerstfeest
adventstijden	=	adventstijd
adventsviering	noun	het vieren van de advent
adventsvieringen	=	adventsviering
adventszondag	noun	elk van de vier zondagen vóór kerstmis
adventszondagen	=	adventszondag
adventtijd	noun	de 24 dagen voor kerstmis
adventtijden	=	adventtijd
adventviering	noun	het vieren van de advent
adventvieringen	=	adventviering
adventzondag	noun	een van de vier zondagen die voorafgaan aan Kerstmis
adventzondagen	=	adventzondag
adverbia	=	adverbium
adverbiaal	adj	bijwoordelijk
adverbiaals	=	adverbiaal
adverbiaalst	=	adverbiaal
adverbiaalste	=	adverbiaal
adverbiale	=	adverbiaal
adverbialer	=	adverbiaal
adverbialere	=	adverbiaal
adverbialers	=	adverbiaal
adverbium	noun	een woord dat een bijvoeglijk naamwoord, een werkwoord, een telwoord of een ander bijwoord nader bepaalt
adverteer	=	adverteren
adverteerde	=	adverteren
adverteerden	=	adverteren
adverteerder	noun	iemand die een reclame plaatst
adverteerders	=	adverteerder
adverteerdersindex	noun	in een publicatie opgenomen lijst van de advertenties die erin staan, met de plek waar ze te vinden zijn
adverteerdersindexen	=	adverteerdersindex
adverteerdersmarkt	noun	alle bedrijven en organisaties die zich toeleggen op het maken en verspreiden van reclames
adverteerdertje	=	adverteerder
adverteert	=	adverteren
advertentie	noun	een aankondiging in een krant, reclameblad, tijdschrift los van de redactionele inhoud
advertentie-inkomst	noun	geld dat men ontvangt voor het plaatsen van advertenties
advertentie-inkomsten	=	advertentie-inkomst
advertentieaanbod	noun	het aantal advertenties dat ergens gepubliceerd is
advertentieacquisiteur	noun	persoon die probeert advertenties te werven voor een krant of tijdschrift
advertentieacquisiteurs	=	advertentieacquisiteur
advertentieacquisitie	noun	de werving van advertenties door een mediabedrijf
advertentieacquisities	=	advertentieacquisitie
advertentieafdeling	noun	afdeling van een mediabedrijf waar men zorgdraagt voor het werven en plaatsen van reclame-uitingen
advertentieafdelingen	=	advertentieafdeling
advertentiebedrijf	noun	bedrijf dat geld verdient door advertenties te plaatsen
advertentiebedrijven	=	advertentiebedrijf
advertentiebeleid	noun	regels hoe men omgaat met het al dan niet plaatsen van bepaalde reclameuitingen
advertentieblaadje	=	advertentieblad
advertentieblaadjes	=	advertentieblad
advertentieblad	noun	gratis krant die helemaal bekostigd wordt door de daarin geplaatste advertenties
advertentiebladen	=	advertentieblad
advertentiebudget	noun	hoeveelheid geld dat beschikbaar is voor het maken van reclame
advertentiebudgetje	=	advertentiebudget
advertentiebudgetjes	=	advertentiebudget
advertentiebudgets	=	advertentiebudget
advertentiebudgetten	=	advertentiebudget
advertentiebureau	noun	een bedrijf dat zich toelegt op het verpreiden van commerciële informatie
advertentiebureaus	=	advertentiebureau
advertentiebureautje	=	advertentiebureau
advertentiebureautjes	=	advertentiebureau
advertentiecampagne	noun	actie om ergens reclame voor te maken met behulp van reclameuitingen in de media
advertentiecampagnes	=	advertentiecampagne
advertentiegeweld	noun	de enorme vloed van advertenties die een consument over zich heen krijgt
advertentiekost	noun|obsolete	het geld dat men moet betalen voor het plaatsen van reclameboodschappen
advertentiekosten	noun	het geld dat men moet betalen voor het plaatsen van reclameboodschappen
advertentiekrant	noun	een uigebreide folder in de vorm van een krant met aanbiedingen van één winkel(keten)
advertentiekranten	=	advertentiekrant
advertentiekrantje	=	advertentiekrant
advertentiekrantjes	=	advertentiekrant
advertentiemarkt	noun	vraag en aanbod op het gebied van het plaatsen van reclameuitingen in de media
advertentiemarkten	=	advertentiemarkt
advertentieomzet	noun	de inkomsten die een mediabedrijf genereert uit de verkoop van advertentieruimte
advertentieomzetten	=	advertentieomzet
advertentiepagina	noun	bladzijde in krant of tijdschrift waarop reclameuitingen gedrukt staan
advertentiepagina's	=	advertentiepagina
advertentiepartner	noun	adverteerder waarmee men samenwerkt
advertentiepartners	=	advertentiepartner
advertentierubriek	noun	deel van een krant of tijdschrift waar advertenties voor gelijksoortige producten bij elkaar staan
advertentierubrieken	=	advertentierubriek
advertentierubriekje	=	advertentierubriek
advertentierubriekjes	=	advertentierubriek
advertentieruimte	noun	plaats waar men advertenties kan publiceren
advertentieruimten	=	advertentieruimte
advertentieruimtes	=	advertentieruimte
advertenties	=	advertentie
advertentietarief	noun	geld dat men moet betalen om een reclameuiting geplaatst te krijgen
advertentietarieven	=	advertentietarief
advertentietekst	noun	de tekst van een reclame
advertentieteksten	=	advertentietekst
advertentietje	=	advertentie
advertentietjes	=	advertentie
advertentieverkoop	noun	het verkopen van advertentieruimte door een mediabedrijf
advertentieverkopen	=	advertentieverkoop
advertentieverkoper	noun	iemand die advertenties verkoopt
advertentieverkopers	=	advertentieverkoper
advertentievolume	noun	de totale hoeveelheid verkochte en geplaatste advertenties
advertentievolumen	=	advertentievolume
advertentievolumes	=	advertentievolume
advertentiewerving	noun	het verkopen van advertentieruimte door een mediabedrijf
advertentiewervingen	=	advertentiewerving
advertere	=	adverteren
adverteren	verb	tegen betaling kennisgeven van iets in de media, reclame maken
adverterend	=	adverteren
adverterende	=	adverteren
advertorial	noun	advertentie die gepresenteerd wordt als redactionele tekst en daarom min of meer objectieve waarde zou hebben
advertorials	=	advertorial
advies	noun	een gegeven aanbeveling
adviesaanvraag	noun	verzoek aan één of meer mensen om in een bepaalde kwestie een aanbeveling te geven
adviesaanvraagje	=	adviesaanvraag
adviesaanvraagjes	=	adviesaanvraag
adviesaanvrage	noun	officieel verzoek aan één of meer mensen om in een bepaalde kwestie een aanbeveling te geven
adviesaanvragen	=	adviesaanvraag
adviesbedrijf	noun	bedrijf dat aanbevelingen geeft aan bedrijven en organisaties
adviesbedrijven	=	adviesbedrijf
adviesbehoefte	noun	de behoefte om geadviseerd te worden
adviesbehoeften	=	adviesbehoefte
adviesbehoeftes	=	adviesbehoefte
adviesboek	noun	boek waarin de schrijver de lezer adviezen geeft
adviesboeken	=	adviesboek
adviesboekje	=	adviesboek
adviesboekjes	=	adviesboek
adviesbranche	noun	bedrijfstak die zich met het geven van advies bezighoudt
adviesbranches	=	adviesbranche
adviesbrief	noun	schrijven waarin een aanbeveling wordt gedaan over een bepaald onderwerk
adviesbrieven	=	adviesbrief
adviesbureau	noun	bureau dat adviezen verstrekt
adviesbureaus	=	adviesbureau
adviesbureautje	=	adviesbureau
adviesbureautjes	=	adviesbureau
adviescentra	=	adviescentrum
adviescentrum	noun	centrum dat advies geeft (aan bepaalde doelgroepen)
adviescentrums	=	adviescentrum
adviescollege	noun	officieel voor onbepaalde tijd ingestelde organisatie die raad geeft aan een instantie die beslissingen neemt
adviescolleges	=	adviescollege
adviescomiteetje	=	adviescomité
adviescomiteetjes	=	adviescomité
adviescomité	noun	groep deskundigen die een aanbeveling doet over een bepaald onderwerp
adviescomités	=	adviescomité
adviescommissie	noun	groep mensen die is aangewezen om samen raad geven over een bepaald onderwerp
adviescommissies	=	adviescommissie
adviesdienst	noun	instelling die op een bepaald gebied aanbevelingen geeft
adviesdiensten	=	adviesdienst
adviesdocument	noun	schriftelijk verslag van een gegeven aanbeveling
adviesdocumenten	=	adviesdocument
adviesdocumentje	=	adviesdocument
adviesdocumentjes	=	adviesdocument
adviesethiek	noun	ethische waarden en normen die men aanbeveelt maar niet dwingend oplegt
adviesfunctie	noun	taak als raadgever
adviesfuncties	=	adviesfunctie
adviesfunctietje	=	adviesfunctie
adviesfunctietjes	=	adviesfunctie
adviesfunktie	=	adviesfunctie
adviesgesprek	noun	een gesprek waarbij een deskundige aan iemand een advies geeft
adviesgesprekken	=	adviesgesprek
adviesgroep	noun	aantal samenwerkende bedrijven die vragen van klanten op een bepaald gebied beantwoordt en aanbevelingen doet
adviesgroepen	=	adviesgroep
adviesgroepje	=	adviesgroep
adviesgroepjes	=	adviesgroep
adviesinstantie	noun	organisatie die vragen beantwoordt en aanbevelingen doet op bepaalde gebieden
adviesinstanties	=	adviesinstantie
adviesje	=	advies
adviesjes	=	advies
advieskantoor	noun	organisatie die vragen beantwoordt en aanbevelingen doet over bepaalde onderwerpen
advieskantoren	=	advieskantoor
advieskollege	=	adviescollege
advieskommissie	=	adviescommissie
advieskost	noun|obsolete	het geld dat men moet betalen om zich door een raadgever te laten adviseren
advieskosten	noun	het geld dat men moet betalen om zich door een raadgever te laten adviseren
advieslichaam	noun	officiële organisatie die vragen beantwoordt en aanbevelingen doet over bepaalde onderwerpen
advieslichamen	=	advieslichaam
advieslijst	noun	opsomming van een aantal aanbevelingen
advieslijsten	=	advieslijst
advieslijstje	=	advieslijst
advieslijstjes	=	advieslijst
adviesmarkt	noun	vraag en aanbod op het gebied van het beantwoorden van vragen en geven van aanbevelingen
adviesmarkten	=	adviesmarkt
adviesnota	noun	schrijven waarin vragen worden beantwoordt en aanbevelingen worden gedaan
adviesnota's	=	adviesnota
adviesopdracht	noun	verplichting om een onderzoek te doen en een aanbeveling te maken
adviesopdrachten	=	adviesopdracht
adviesopdrachtje	=	adviesopdracht
adviesopdrachtjes	=	adviesopdracht
adviesorgaan	noun	een gremium (college, vergadering) met een adviserende (raadgevende) functie
adviesorgaantje	=	adviesorgaan
adviesorgaantjes	=	adviesorgaan
adviesorganen	=	adviesorgaan
adviesorganisatie	noun	bedrijf of lichaam [2] dat onderzoek verricht en naar aanleiding van dat onderzoek aanbevelingen doet
adviesorganisaties	=	adviesorganisatie
adviespraktijk	noun	bedrijf dat onderzoek doet en aanbevelingen geeft
adviespraktijken	=	adviespraktijk
adviesprijs	noun	verkoopsprijs die door producenten van een product wordt aanbevolen
adviesprijsje	=	adviesprijs
adviesprijsjes	=	adviesprijs
adviesprijzen	=	adviesprijs
adviesraad	noun	raad die advies geeft op een bepaald gebied
adviesraadje	=	adviesraad
adviesraadjes	=	adviesraad
adviesraden	=	adviesraad
adviesrapport	noun	schriftelijk bericht waarin men een raad geeft over een bepaalde zaak
adviesrapporten	=	adviesrapport
adviesrecht	noun	het recht om gevraagd en ongevraagd een aanbeveling te doen
adviesrechten	=	adviesrecht
adviesrol	noun	de functie van onderzoeker en adviseur
adviesrollen	=	adviesrol
adviesronde	noun	een proces van onderzoek, overwegen om daarna een aanbeveling te kunnen doen
adviesronden	=	adviesronde
adviesrondes	=	adviesronde
adviessnelheden	=	adviessnelheid
adviessnelheid	noun	de aanbevolen maximumsnelheid
adviesstijl	noun	de manier waarop men een aanbeveling doet
adviesstijlen	=	adviesstijl
adviesstijltje	=	adviesstijl
adviesstijltjes	=	adviesstijl
adviestaak	noun	het moeten uitbrengen van adviezen als opgave
adviestak	noun	deel van een bedrijf dat klanten raad geeft
adviestaken	=	adviestaak
adviestakken	=	adviestak
adviesterrein	noun	onderwerpen waarover iets of iemand een aanbeveling kan geven
adviesterreinen	=	adviesterrein
adviesterreintje	=	adviesterrein
adviesterreintjes	=	adviesterrein
adviesverhoging	noun	aanbeveling om een aandeel te kopen
adviesverhogingen	=	adviesverhoging
adviesverhoginkje	=	adviesverhoging
adviesverhoginkjes	=	adviesverhoging
adviesverlaging	noun	aanbeveling om een aandeel te verkopen
adviesverlagingen	=	adviesverlaging
adviesverlaginkje	=	adviesverlaging
adviesverlaginkjes	=	adviesverlaging
adviesverlening	noun	het geven van raad als dienstverlening
adviesverleningen	=	adviesverlening
adviesvraag	noun	verzoek om informatie en raad
adviesvraagje	=	adviesvraag
adviesvraagjes	=	adviesvraag
adviesvragen	=	adviesvraag
adviesvrager	noun	iemand die vraagt om informatie en raad
adviesvragers	=	adviesvrager
advieswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het geven van raad
advieswerelden	=	advieswereld
advieswereldje	=	advieswereld
advieswereldjes	=	advieswereld
advieswerk	noun	betaalde arbeid waarin men klanten raad geeft
advieswerken	=	advieswerk
adviezen	=	advies
advijs	=	advies
adviseer	=	adviseren
adviseerde	=	adviseren
adviseerden	=	adviseren
adviseert	=	adviseren
advisere	=	adviseren
adviseren	verb	raad geven aan
adviserend	adj	tegen iemand zeggend wat het beste voor hem zou zijn, raadgevend, aanbevelingen gevend
adviserende	=	adviserend
adviserender	=	adviserend
adviserendere	=	adviserend
adviserenders	=	adviserend
adviserends	=	adviserend
adviserendst	=	adviserend
adviserendste	=	adviserend
advisering	noun	het adviseren
adviseringen	=	advisering
adviseringsproces	noun	een gestructureerd traject dat leidt tot een aanbeveling
adviseringsprocesje	=	adviseringsproces
adviseringsprocesjes	=	adviseringsproces
adviseringsprocessen	=	adviseringsproces
adviseur	noun	deskundige die adviseert, een mentor, raadgever, raadsman, raadsvrouw
adviseurs	=	adviseur
adviseurschap	noun	de functie van iemand die anderen raad geeft
adviseurschapje	=	adviseurschap
adviseurschapjes	=	adviseurschap
adviseurschappen	=	adviseurschap
adviseursfunctie	noun	betrekking als raadgever
adviseursfuncties	=	adviseursfunctie
adviseursrol	noun	de functie als raadgever
adviseursrollen	=	adviseursrol
adviseursrolletje	=	adviseursrol
adviseursrolletjes	=	adviseursrol
adviseurstaak	noun	de opdracht die een adviseur heeft gekregen
adviseurstaken	=	adviseurstaak
adviseurtje	=	adviseur
adviseurtjes	=	adviseur
adviseuse	=	adviseur
advocaat	noun	pleiter, verdediger in rechtszaken
advocaat-fiscaal	noun	aanklager en eiser bij het Hoog Militair Gerechtshof en bij tribunalen
advocaat-generaal	noun	iemand die de functie van aanklager bij een ressortsparket bij een Nederlands gerechtshof bekleedt
advocaat-stagiaire	noun	vrouw die werkt als beginnend advocaat, beroepsopleiding volgt en werkt onder begeleiding van een patroon
advocaat-stagiaires	=	advocaat-stagiaire
advocaatachtig	adj	lijkend op een advocaat; kenmerkend voor een pleiter in de rechtbank
advocaatachtige	=	advocaatachtig
advocaatachtiger	=	advocaatachtig
advocaatachtigere	=	advocaatachtig
advocaatachtigers	=	advocaatachtig
advocaatachtigs	=	advocaatachtig
advocaatachtigst	=	advocaatachtig
advocaatachtigste	=	advocaatachtig
advocaatje	=	advocaat
advocaatjes	=	advocaat
advocaatkost	noun|obsolete	uitgaven die nodig zijn om een advocaat te raadplegen
advocaatkosten	noun	uitgaven die nodig zijn om een advocaat te raadplegen
advocaatskost	noun|obsolete	het geld dat men moet betalen om zich door een advocaat te laten verdedigen
advocaatskosten	noun	het geld dat men moet betalen om zich door een advocaat te laten verdedigen
advocate	noun	vrouwelijke vorm van advocaat
advocaten	=	advocaat
advocaten-fiscaal	=	advocaat-fiscaal
advocaten-generaal	=	advocaat-generaal
advocaten-stagiaires	=	advocaat-stagiaire
advocatenblaadje	=	advocatenblad
advocatenblaadjes	=	advocatenblad
advocatenblad	noun	vaktijdschrift voor advocaten
advocatenbladen	=	advocatenblad
advocatenbureau	noun	organisatie waarbij meerdere advocaten werken
advocatenbureaus	=	advocatenbureau
advocatenbureautje	=	advocatenbureau
advocatenbureautjes	=	advocatenbureau
advocatencollectief	noun	samenwerkingsverband van advocaten, met name in de sociale advocatuur
advocatencollectieven	=	advocatencollectief
advocatenduo	noun	twee samenwerkende advocaten
advocatenduo's	=	advocatenduo
advocatenduootje	=	advocatenduo
advocatenduootjes	=	advocatenduo
advocatenexamen	noun	onderzoek of iemand voldoende kennis en vaardigheden heeft om te kunnen werken als pleiter; afsluitende toets van een opleiding tot advocaat
advocatenexamens	=	advocatenexamen
advocatenfirma	noun	organisatie waarin meerdere advocaten werkzaam zijn
advocatenfirma's	=	advocatenfirma
advocatenfirmaatje	=	advocatenfirma
advocatenfirmaatjes	=	advocatenfirma
advocatengroep	noun	aantal advocaten met een gemeenschappelijke eigenschap
advocatengroepen	=	advocatengroep
advocatengroepje	=	advocatengroep
advocatengroepjes	=	advocatengroep
advocatenkamer	noun	kamer in een gevangenis waarin een advocaat vertrouwelijk met een gedetineerde kan spreken
advocatenkamers	=	advocatenkamer
advocatenkantoor	noun	een bureau voor juridische dienstverlening met als hoofdwerkzaamheid: werkzaamheden door advocaten.
advocatenkantoortje	=	advocatenkantoor
advocatenkantoortjes	=	advocatenkantoor
advocatenkantoren	=	advocatenkantoor
advocatenkorps	noun	alle advocaten als één groep
advocatenkorpsen	=	advocatenkorps
advocatenkost	noun|obsolete	het geld dat men moet betalen om zich door een advocaat te laten verdedigen
advocatenkosten	noun	het geld dat men moet betalen om zich door een advocaat te laten verdedigen
advocatenkostuum	noun	een net herenpak dat past bij iemand die werkzaam is als advocaat
advocatenkostuumpje	=	advocatenkostuum
advocatenkostuumpjes	=	advocatenkostuum
advocatenkostuums	=	advocatenkostuum
advocatenmakelaar	noun	iemand die bemiddelt tussen advocaten en cliënten die een advocaat nodig hebben
advocatenmakelaars	=	advocatenmakelaar
advocatenpraktijk	noun	de dagelijkse bezigheden van een advocaat
advocatenpraktijken	=	advocatenpraktijk
advocatenstreek	noun	wettelijke trucjes die advocaten gebruiken om hun cliënten te helpen, maar die de rechtsgang bemoeilijken
advocatenstreken	=	advocatenstreek
advocatenteam	noun	advocaten die samenwerken in één zaak voor één persoon of organisatie
advocatenteams	=	advocatenteam
advocatentitel	noun	officiële aanduiding dat men advocaat is
advocatentitels	=	advocatentitel
advocatentruc	noun	slimmigheidje die een advocaat gebruikt tijdens de verdediging van een cliënt in de rechtbank
advocatentrucje	=	advocatentruc
advocatentrucjes	=	advocatentruc
advocatentrucs	=	advocatentruc
advocatenvak	noun	het beroep van advocaat
advocaterij	noun	beroep van advocaat
advocaterijen	=	advocaterij
advocates	=	advocate
advocaturen	=	advocatuur
advocatuur	noun	de verzameling van alle advocaten
adware	noun	goedkope software waarin advertenties worden getoond
adzukibonen	=	adzukiboon
adzukiboon	noun	Phaseolus angularis Vigna angularis
adzukiboontje	=	adzukiboon
adzukiboontjes	=	adzukiboon
ae	abbrev	het symbool voor astronomische eenheid
aed	noun	mobiel apparaat om iemand met een hartstilstand te reanimeren
aed's	=	aed
aed'tje	=	aed
aed'tjes	=	aed
aed-apparaat	noun	draagbaar toestel waarmee men het hartritme van een bewustelozen patiënt kan annalyseren en zomogelijk met een elektrische schok kan corrigeren
aed-apparaatje	=	aed-apparaat
aed-apparaatjes	=	aed-apparaat
aed-apparaten	=	aed-apparaat
aed-gebruik	noun	benutting van een mobiel apparaat om iemand met een hartstilstand te reanimeren
aed-toestel	noun	draagbaar toestel waarmee men het hartritme van een bewustelozen patiënt kan annalyseren en zomogelijk met een elektrische schok kan corrigeren
aed-toestellen	=	aed-toestel
aed-toestelletje	=	aed-toestel
aed-toestelletjes	=	aed-toestel
aegeisch	=	egeïsch
aegeïsch	=	egeïsch
aegis	noun	bescherming
aekster	=	ekster
ael	=	aal
aelscholver	=	aalscholver
aendacht	=	aandacht
aendagt	=	aandacht
aeneasrat	noun	bepaald soort zoogdier, Marmosa murina uit de familie van de opossums (Didelphidae), dat voorkomt in Zuid-Amerika, een van de kleinste buideldieren van de Nieuwe Wereld De wetenschappelijke naam van de soort werd als Didelphis murina in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.
aeneasratje	=	aeneasrat
aeneasratjes	=	aeneasrat
aeneasratten	=	aeneasrat
aenmaeren	=	aanmeren
aenmerken	=	aanmerken
aenranding	=	aanranding
aenrandinge	=	aanranding
aenrandinghe	=	aanranding
aensnellen	=	aansnellen
aenversterven	=	aanversterven
aenwassen	=	aanwassen
aequator	=	equator
aequatoriaal	=	equatoriaal
aequinoctiaal	=	equinoctiaal
aequivalentie	=	equivalentie
aeratie	noun	het aereren
aeratietje	=	aeratie
aeraulisch	adj	betrekking hebbend op de techniek en wetenschap van luchtverplaatsing, luchtbehandeling en ventilatie
aeraulische	=	aeraulisch
aeraulischer	=	aeraulisch
aeraulischere	=	aeraulisch
aeraulischers	=	aeraulisch
aerd-appel	=	aardappel
aerdsch	=	aards
aerdtappel	=	aardappel
aereer	=	aereren
aereerde	=	aereren
aereerden	=	aereren
aereert	=	aereren
aerere	=	aereren
aereren	verb	met lucht in aanraking brengen
aererend	=	aereren
aererende	=	aereren
aerobatics	noun	het maken van ingewikkelde figuren en bewegingen in de lucht met een vliegtuig
aerobatiek	noun	het maken van ingewikkelde figuren en bewegingen in de lucht met een vliegtuig
aerobe	=	aeroob
aerober	=	aeroob
aerobere	=	aeroob
aerobers	=	aeroob
aerobic	=	aerobiccen
aerobicce	=	aerobiccen
aerobiccen	verb	aerobics beoefenen
aerobiccend	=	aerobiccen
aerobiccende	=	aerobiccen
aerobics	noun	ritmische lichaamsbeweging op muziek, meestal in een sportschool
aerobict	=	aerobiccen
aerobicte	=	aerobiccen
aerobicten	=	aerobiccen
aerobisch	adj	met lucht
aerobische	=	aerobisch
aerobischer	=	aerobisch
aerobischere	=	aerobisch
aerobischers	=	aerobisch
aeroclub	noun	club voor vliegsport
aeroclubs	=	aeroclub
aerodromen	=	aerodroom
aerodroom	noun	aerodroom, vliegveld
aerodrooms	=	aerodroom
aerodynamica	noun	de wetenschap die de beweging van gassen beschrijft.
aerodynamisch	adj	betrekking hebbende op de aerodynamica
aerodynamische	=	aerodynamisch
aerodynamischer	=	aerodynamisch
aerodynamischere	=	aerodynamisch
aerodynamischers	=	aerodynamisch
aerodynamischt	=	aerodynamisch
aerodynamischte	=	aerodynamisch
aerofagie	noun	inslikken van lucht
aerofobie	noun	ziekelijke vrees voor frisse lucht, tocht, wind
aerofonen	=	aerofoon
aerofoon	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die een toon voortbrengen door een trillende luchtkolom
aerofoons	=	aerofoon
aerofoontje	=	aerofoon
aerofoontjes	=	aerofoon
aerograaf	noun	een kleine, op basis van lucht werkende verfspuit die verschillende inkt- en verfsoorten kan verwerken, luchtpenseel, airbrush
aerograafje	=	aerograaf
aerograafjes	=	aerograaf
aerografen	=	aerograaf
aerografie	noun	verf spuiten met een kleine, op basis van lucht werkende verfspuit die verschillende inkt- en verfsoorten kan verwerken
aerografieën	=	aerografie
aerologen	=	aeroloog
aerologie	noun	weerkunde van de hogere luchtlagen
aeroloog	noun	iemand die zich bezig houdt met weerkunde van de hogere luchtlagen
aeroloogje	=	aeroloog
aeroloogjes	=	aeroloog
aeromechanica	noun	mechanica van gassen
aerometer	noun	apparaat om de dichtheid van vloeistoffen of gassen te meten
aerometers	=	aerometer
aerometertje	=	aerometer
aerometertjes	=	aerometer
aeronaut	noun	bestuurder van een luchtvaartuig, vliegenier
aeronauten	=	aeronaut
aeronautica	noun	theorie van de luchtvaart
aeronautiek	noun	theorie van de luchtvaart
aeronautisch	adj	betrekking hebbend op de luchtvaart
aeronautische	=	aeronautisch
aeronautischer	=	aeronautisch
aeronautischere	=	aeronautisch
aeronautischers	=	aeronautisch
aeronautje	noun	alleen verkleinwoord Erigone dentipalpis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
aeronautjes	=	aeronautje
aeronautkleinoogje	noun	Porrhomma microphthalmum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
aeronautkleinoogjes	=	aeronautkleinoogje
aeronomie	noun	leer van de hogere luchtlagen
aeroob	adj	zuurstof behoevend
aeroobs	=	aeroob
aeroobst	=	aeroob
aeroobste	=	aeroob
aeroplankton	noun	vrij in de lucht zwevende (micro-)organismen
aeroscoop	noun	apparaat om het stofgehalte van de lucht te onderzoeken
aeroscoopje	=	aeroscoop
aeroscoopjes	=	aeroscoop
aeroscopen	=	aeroscoop
aerosol	noun	een verstuiver van een vloeistof of fijn poeder
aerosolen	=	aerosol
aerosols	=	aerosol
aerosoltoestel	noun	apparaat dat een vloeistof verneveld
aerosoltoestellen	=	aerosoltoestel
aerosolverpakking	noun	een verpakking die onder hoge gasdruk staat en wordt gebruikt om een vloeistof of poeder in de vorm van een fijne nevel (aërosol), schuim of spray te verspuiten.
aerosolverpakkingen	=	aerosolverpakking
aerosolverpakkinkje	=	aerosolverpakking
aerosolverpakkinkjes	=	aerosolverpakking
aerostaat	noun	luchtballon, luchtschip, zeppelin
aerostaten	=	aerostaat
aerostatica	noun	leer van het evenwicht van gassen
aerostatisch	adj	met betrekking tot de aerostatica
aerostatische	=	aerostatisch
aerotropisme	noun	neiging van groeiende planten om zich te ontwikkelen in de richting van zuurstofrijkere lucht
aert	=	aard
aertsch	=	aards
aes	=	aas
aesopisch	adj	betrekking hebbend op de stijl van de Griekse fabeldichter Aesopus (6e eeuw v.Chr.), gekenmerkt door korte, moraliserende dierenverhalen
aesopische	=	aesopisch
aesopischer	=	aesopisch
aesopischere	=	aesopisch
aesopischers	=	aesopisch
aesthetisch	=	esthetisch
aetiologie	=	etiologie
aetitus	noun	een steen die magische eigenschappen zou hebben
aex-index	noun	getal dat aangeeft hoe de waarde van de belangrijkste aandelen op de Amsteredamse effectenbeurs zich ontwikkelen
aex-indexen	=	aex-index
aex-indices	=	aex-index
aexter	=	ekster
af	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: niet langer op of aan iets	adj	klaar, gereed
afa	=	antifa
afaat	=	afeten
afakie	noun	toestand waarbij het oog geen lens meer heeft
afantasie	noun	het onvermogen om mentale beelden te creëren
afantasieën	=	afantasie
afasie	noun	het onvermogen te spreken
afasiebehandeling	noun	gespecialiseerde logopedische behandeling gericht op het verminderen van taalproblemen en het verbeteren van de communicatie bij mensen met afasie.
afasiebehandelingen	=	afasiebehandeling
afasiebehandelingetje	=	afasiebehandeling
afasiebehandelingetjes	=	afasiebehandeling
afasiepatiënt	noun	persoon die door een hersenbeschadiging niet meer kan spreken
afasiepatiënten	=	afasiepatiënt
afasiepatiëntje	=	afasiepatiënt
afasiepatiëntjes	=	afasiepatiënt
afasietje	=	afasie
afasieën	=	afasie
afasiologen	=	afasioloog
afasiologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met afasie
afasioloog	noun	een logopedist die zich toelegt op de studie en behandeling van afasie, het onvermogen te spreken
afasioloogje	=	afasioloog
afasioloogjes	=	afasioloog
afat	=	afeten
afaten	=	afeten
afatisch	adj	lijdend aan afasie
afatische	=	afatisch
afatischer	=	afatisch
afatischere	=	afatisch
afatischers	=	afatisch
afbad	=	afbidden
afbaden	=	afbidden
afbak	=	afbakken
afbaken	=	afbakenen
afbakende	=	afbakenen
afbakenden	=	afbakenen
afbakene	=	afbakenen
afbakenen	verb	de grenzen van iets duidelijk markeren
afbakenend	=	afbakenen
afbakenende	=	afbakenen
afbakening	noun	het afbakenen
afbakeningen	=	afbakening
afbakeningetje	=	afbakening
afbakeningetjes	=	afbakening
afbakeninkje	=	afbakening
afbakent	=	afbakenen
afbakke	=	afbakken
afbakken	verb	voorgebakken brood voor een tweede maal bakken zodat het klaar is voor consumptie
afbakkend	=	afbakken
afbakkende	=	afbakken
afbakt	=	afbakken
afbakte	=	afbakken
afbakten	=	afbakken
afbarst	=	afbarsten
afbarste	=	afbarsten
afbarsten	verb	barstend afvallen
afbarstend	=	afbarsten
afbarstende	=	afbarsten
afbarstte	=	afbarsten
afbarstten	=	afbarsten
afbedel	=	afbedelen
afbedelde	=	afbedelen
afbedelden	=	afbedelen
afbedele	=	afbedelen
afbedelen	verb	door te bedelen verkrijgen
afbedelend	=	afbedelen
afbedelende	=	afbedelen
afbedelt	=	afbedelen
afbeeld	=	afbeelden
afbeeldde	=	afbeelden
afbeeldden	=	afbeelden
afbeelde	=	afbeelden
afbeelden	verb	een beeldende gelijkenis maken
afbeeldend	=	afbeelden
afbeeldende	=	afbeelden
afbeelding	noun	een grafisch beeld
afbeeldingen	=	afbeelding
afbeeldingenregister	noun	systematische opsomming van alle gebruikte figuren in een drukwerk
afbeeldingenregisters	=	afbeeldingenregister
afbeeldingenregistertje	=	afbeeldingenregister
afbeeldingenregistertjes	=	afbeeldingenregister
afbeeldinkje	=	afbeelding
afbeeldinkjes	=	afbeelding
afbeeldsel	noun	afbeelding
afbeeldsels	=	afbeeldsel
afbeeldt	=	afbeelden
afbeen	=	afbenen
afbeende	=	afbenen
afbeenden	=	afbenen
afbeent	=	afbenen
afbeet	=	afbijten
afbeitel	=	afbeitelen
afbeitelde	=	afbeitelen
afbeitelden	=	afbeitelen
afbeitele	=	afbeitelen
afbeitelen	verb	iets met een beitel ergens vanaf houwen
afbeitelend	=	afbeitelen
afbeitelende	=	afbeitelen
afbeitelt	=	afbeitelen
afbek	=	afbekken
afbekke	=	afbekken
afbekken	verb	iemand op grove wijze te woord staan
afbekkend	=	afbekken
afbekkende	=	afbekken
afbekt	=	afbekken
afbekte	=	afbekken
afbekten	=	afbekken
afbel	=	afbellen
afbelde	=	afbellen
afbelden	=	afbellen
afbelle	=	afbellen
afbellen	verb	telefonisch afzeggen
afbellend	=	afbellen
afbellende	=	afbellen
afbelt	=	afbellen
afbene	=	afbenen
afbenen	verb	een weg tot het einde lopen
afbenend	=	afbenen
afbenende	=	afbenen
afbericht	noun	mededeling dat iets niet doorgaat
afberichten	=	afbericht
afberichtje	=	afbericht
afberichtjes	=	afbericht
afbestel	=	afbestellen
afbesteld	=	afbestellen
afbestelde	=	afbestellen
afbestelden	=	afbestellen
afbestelle	=	afbestellen
afbestellen	verb	een besteld iets afzeggen
afbestellend	=	afbestellen
afbestellende	=	afbestellen
afbestelling	noun	het ongedaan maken van een bestelling
afbestellingen	=	afbestelling
afbestelt	=	afbestellen
afbet	=	afbetten
afbetaal	=	afbetalen
afbetaald	=	afbetalen
afbetaalde	=	afbetalen
afbetaalden	=	afbetalen
afbetaalt	=	afbetalen
afbetale	=	afbetalen
afbetalen	verb	uitgesteld in termijnen betalen
afbetalend	=	afbetalen
afbetalende	=	afbetalen
afbetaling	noun	een geleidelijke betaling in termijnen
afbetalingen	=	afbetaling
afbetalingsmethode	noun	een methode om een afbetaling te verrichten
afbetalingsmethoden	=	afbetalingsmethode
afbetalingsmethodes	=	afbetalingsmethode
afbetalingsmethodetje	=	afbetalingsmethode
afbetalingsmethodetjes	=	afbetalingsmethode
afbetalingsregeling	noun	een formele regeling met betrekking tot het verrichten van een afbetaling
afbetalingsregelingen	=	afbetalingsregeling
afbetalingsregelingetje	=	afbetalingsregeling
afbetalingsregelingetjes	=	afbetalingsregeling
afbetalingsstelsel	noun	manier van betalen waarbij de koper in termijnen betaalt en de verkoper eigenaar blijft zolang het product nog niet helemaal betaald is
afbetalingsstelsels	=	afbetalingsstelsel
afbetalingsstelseltje	=	afbetalingsstelsel
afbetalingsstelseltjes	=	afbetalingsstelsel
afbetalingssysteem	noun	stelsel waarbij de koper in termijnen de koopsom afbetaalt.
afbetalingssysteempje	=	afbetalingssysteem
afbetalingssysteempjes	=	afbetalingssysteem
afbetalingssystemen	=	afbetalingssysteem
afbetalingstermijn	noun	de tijd die men heeft om (een deel van) een schuld af te lossen
afbetalingstermijnen	=	afbetalingstermijn
afbetalingswijze	noun	een manier om een afbetaling te verrichten
afbetalingswijzen	=	afbetalingswijze
afbetalingswijzes	=	afbetalingswijze
afbetalinkje	=	afbetaling
afbete	=	afbijten
afbeten	=	afbijten
afbette	=	afbetten
afbetten	verb	voorzichtig met een doekje vocht verwijderen zonder te wrijven
afbettend	=	afbetten
afbettende	=	afbetten
afbeul	=	afbeulen
afbeulde	=	afbeulen
afbeulden	=	afbeulen
afbeule	=	afbeulen
afbeulen	verb	heel hard laten werken tot het niet meer gaat
afbeulend	=	afbeulen
afbeulende	=	afbeulen
afbeult	=	afbeulen
afbid	=	afbidden
afbidde	=	afbidden
afbidden	verb	door bidden of smeken verkrijgen
afbiddend	=	afbidden
afbiddende	=	afbidden
afbidding	noun	het smeken met behulp van een gebed
afbiddingen	=	afbidding
afbidt	=	afbidden
afbied	=	afbieden
afbiede	=	afbieden
afbieden	verb	afdingen
afbiedend	=	afbieden
afbiedende	=	afbieden
afbiedt	=	afbieden
afbies	=	afbiezen
afbiesde	=	afbiezen
afbiesden	=	afbiezen
afbiest	=	afbiezen
afbiets	=	afbietsen
afbietse	=	afbietsen
afbietsen	verb	op een opdringende wijze iets vragen aan iemand anders
afbietsend	=	afbietsen
afbietsende	=	afbietsen
afbietst	=	afbietsen
afbietste	=	afbietsen
afbietsten	=	afbietsen
afbieze	=	afbiezen
afbiezen	verb	een stuk stof met een lint of bies afzetten
afbiezend	=	afbiezen
afbiezende	=	afbiezen
afbijt	=	afbijten
afbijte	=	afbijten
afbijten	verb	met de tanden verwijderen
afbijtend	=	afbijten
afbijtende	=	afbijten
afbijtmiddel	noun	chemisch product voor het zeer drastisch schoonmaken bijv. het verwijderen van verflagen.
afbijtmiddelen	=	afbijtmiddel
afbijtmiddeltje	=	afbijtmiddel
afbijtmiddeltjes	=	afbijtmiddel
afbik	=	afbikken
afbikke	=	afbikken
afbikken	verb	door middel van bikken iets van iets anders af halen; met een beitel verwijderen
afbikkend	=	afbikken
afbikkende	=	afbikken
afbikt	=	afbikken
afbikte	=	afbikken
afbikten	=	afbikken
afbind	=	afbinden
afbinde	=	afbinden
afbinden	verb	iets afsluiten door er een touw of koord omheen te binden
afbindend	=	afbinden
afbindende	=	afbinden
afbindt	=	afbinden
afblaas	=	afblazen
afblaast	=	afblazen
afbladder	=	afbladderen
afbladderde	=	afbladderen
afbladderden	=	afbladderen
afbladdere	=	afbladderen
afbladderen	verb	het in dunne laagjes loskomen van verf
afbladderend	=	afbladderen
afbladderende	=	afbladderen
afbladdert	=	afbladderen
afblader	=	afbladeren
afbladerde	=	afbladeren
afbladerden	=	afbladeren
afbladere	=	afbladeren
afbladeren	verb	verliezen van bladeren van een boom of plant
afbladerend	=	afbladeren
afbladerende	=	afbladeren
afbladert	=	afbladeren
afblaf	=	afblaffen
afblaffe	=	afblaffen
afblaffen	verb	door bejegening met ruwe woorden van zich afschrikken
afblaffend	=	afblaffen
afblaffende	=	afblaffen
afblaft	=	afblaffen
afblafte	=	afblaffen
afblaften	=	afblaffen
afblaze	=	afblazen
afblazen	verb	het teken geven dat iets niet doorgaat
afblazend	=	afblazen
afblazende	=	afblazen
afbleef	=	afblijven
afbleeft	=	afblijven
afbleve	=	afblijven
afbleven	=	afblijven
afblies	=	afblazen
afbliest	=	afblazen
afblieze	=	afblazen
afbliezen	=	afblazen
afblijf	=	afblijven
afblijft	=	afblijven
afblijve	=	afblijven
afblijven	verb	niet aanraken
afblijvend	=	afblijven
afblijvende	=	afblijven
afblok	=	afblokken
afblokke	=	afblokken
afblokken	verb	uitgeput raken door heel hard te studeren
afblokkend	=	afblokken
afblokkende	=	afblokken
afblokt	=	afblokken
afblokte	=	afblokken
afblokten	=	afblokken
afblot	=	afblotten
afblotte	=	afblotten
afblotten	verb	het verliezen van kleine schilfers verf
afblottend	=	afblotten
afbluf	=	afbluffen
afbluffe	=	afbluffen
afbluffen	verb	winnen door grootspraak, winnen door bluffen
afbluffend	=	afbluffen
afbluffende	=	afbluffen
afbluft	=	afbluffen
afblufte	=	afbluffen
afbluften	=	afbluffen
afblus	=	afblussen
afblusse	=	afblussen
afblussen	verb	toevoegen van een koude vloeistof (bijvoorbeeld wat of wijn) aan heet (gebraden of gebakken) voedsel in een pan
afblussend	=	afblussen
afblussende	=	afblussen
afblust	=	afblussen
afbluste	=	afblussen
afblusten	=	afblussen
afbod	noun	het kopen door mijn te roepen bij een veiling waarbij de verkoop prijs steeds lager wordt
afboden	=	afbieden
afboek	=	afboeken
afboeke	=	afboeken
afboeken	verb	het waardeverlies van een bezit in de boeken opnemen
afboekend	=	afboeken
afboekende	=	afboeken
afboeking	noun	een boekhoudkundige waardedaling van iets
afboekingen	=	afboeking
afboekinkje	=	afboeking
afboekinkjes	=	afboeking
afboekt	=	afboeken
afboekte	=	afboeken
afboekten	=	afboeken
afboen	=	afboenen
afboende	=	afboenen
afboenden	=	afboenen
afboene	=	afboenen
afboenen	verb	aan de buitenkant schoonmaken
afboenend	=	afboenen
afboenende	=	afboenen
afboent	=	afboenen
afboge	=	afbuigen
afbogen	=	afbuigen
afbol	=	afbollen
afbolde	=	afbollen
afbolden	=	afbollen
afbolle	=	afbollen
afbollen	verb|informal	naar elders gaan
afbollend	=	afbollen
afbollende	=	afbollen
afbolt	=	afbollen
afbond	=	afbinden
afbonden	=	afbinden
afbonk	=	afbonken
afbonke	=	afbonken
afbonken	verb	met veel lawaai naar beneden gaan
afbonkend	=	afbonken
afbonkende	=	afbonken
afbonkt	=	afbonken
afbonkte	=	afbonken
afbonkten	=	afbonken
afbood	=	afbieden
afboog	=	afbuigen
afboogt	=	afbuigen
afboord	=	afboorden
afboordde	=	afboorden
afboordden	=	afboorden
afboorde	=	afboorden
afboorden	verb	van een boord voorzien
afboordend	=	afboorden
afboordende	=	afboorden
afboordt	=	afboorden
afborstel	=	afborstelen
afborstelde	=	afborstelen
afborstelden	=	afborstelen
afborstele	=	afborstelen
afborstelen	verb	een pak of ander kledingstuk van aanklevende haren of stof ontdoen met een borstel
afborstelend	=	afborstelen
afborstelende	=	afborstelen
afborstelt	=	afborstelen
afbottel	=	afbottelen
afbottelde	=	afbottelen
afbottelden	=	afbottelen
afbottele	=	afbottelen
afbottelen	verb	wijn, bier of andere dranken in flessen doen
afbottelend	=	afbottelen
afbottelende	=	afbottelen
afbottelt	=	afbottelen
afbouw	noun	het tot voltooiing afbouwen van een bouwwerk
afbouwde	=	afbouwen
afbouwden	=	afbouwen
afbouwe	=	afbouwen
afbouwen	verb	zorgen dat je de bouw van iets voltooit en dus het bouwen stopt
afbouwend	=	afbouwen
afbouwende	=	afbouwen
afbouwfase	noun	fase aan het eind van de eigenlijke uitvoering
afbouwfasen	=	afbouwfase
afbouwfases	=	afbouwfase
afbouwperiode	noun	tijdsbestek waarin men geleidelijk met iets stopt
afbouwperiodes	=	afbouwperiode
afbouwproces	noun	gestructureerd traject dat gericht is op het beëindigen van iets
afbouwprocesje	=	afbouwproces
afbouwprocesjes	=	afbouwproces
afbouwprocessen	=	afbouwproces
afbouwprogramma	noun	serie handelingen die gericht is op het stoppen of het verminderen van iets
afbouwprogramma's	=	afbouwprogramma
afbouwprogrammaatje	=	afbouwprogramma
afbouwprogrammaatjes	=	afbouwprogramma
afbouwregeling	noun	geheel van voorschrifte en afspraken die betrekking hebben op het geleidelijk stoppen van iets
afbouwregelingen	=	afbouwregeling
afbouwregelingetje	=	afbouwregeling
afbouwregelingetjes	=	afbouwregeling
afbouwschema	noun	een goed uitgewerkt plan om met iets geleidelijk te kunnen stoppen
afbouwschema's	=	afbouwschema
afbouwschemaatje	=	afbouwschema
afbouwschemaatjes	=	afbouwschema
afbouwt	=	afbouwen
afbraak	noun	de actie van iets af te breken, het slopen
afbraakbeleid	noun	een plan van aanpak dat, althans volgens tegenstanders van dit plan, veel dingen kapot maakt
afbraakmateriaal	noun	materiaal dat overblijft na de afbraak van iets
afbraakmaterialen	=	afbraakmateriaal
afbraakprijs	noun	zeer lage prijs, vaak lager dan de kostprijs, waar concurrenten niet voor kunnen leveren
afbraakprijsje	=	afbraakprijs
afbraakprijsjes	=	afbraakprijs
afbraakprijzen	=	afbraakprijs
afbraakproces	noun	gebeurtenissen die de afbreking of vernietiging van iets leiden
afbraakprocessen	=	afbraakproces
afbraakproduct	noun	resultaat van een chemische afbraakreactie
afbraakproducten	=	afbraakproduct
afbraakt	=	afbreken
afbraakterrein	noun	plaats waar de bebouwing is gesloopt
afbraakterreinen	=	afbraakterrein
afbraakwerk	noun	het afbreken van bouwstructuren, variërend van het verwijderen van een muur tot het volledig slopen van een gebouw
afbraakwerken	=	afbraakwerk
afbraam	=	afbramen
afbraamde	=	afbramen
afbraamden	=	afbramen
afbraamt	=	afbramen
afbracht	=	afbrengen
afbrachten	=	afbrengen
afbrak	=	afbreken
afbrake	=	afbreken
afbraken	=	afbreken
afbrame	=	afbramen
afbramen	verb	ontdoen van bramen (scherpe randen)
afbramend	=	afbramen
afbramende	=	afbramen
afbrand	=	afbranden
afbrandde	=	afbranden
afbrandden	=	afbranden
afbrande	=	afbranden
afbranden	verb	geheel door brand teloorgaan
afbrandend	=	afbranden
afbrandende	=	afbranden
afbranding	noun|figurative	keer dat iemand zeer veel afbrekende kritiek krijgt
afbrandingen	=	afbranding
afbrandinkje	=	afbranding
afbrandinkjes	=	afbranding
afbrandt	=	afbranden
afbreek	=	afbreken
afbreekbaar	adj	mate waarin een product door bacteriën en andere microogranismen kan worden afgebroken
afbreekbaarder	=	afbreekbaar
afbreekbaardere	=	afbreekbaar
afbreekbaarders	=	afbreekbaar
afbreekbaarheden	=	afbreekbaarheid
afbreekbaarheid	noun	het kunnen breken van een molecuul in kleinere atomen of moleculen
afbreekbaars	=	afbreekbaar
afbreekbaarst	=	afbreekbaar
afbreekbaarste	=	afbreekbaar
afbreekbare	=	afbreekbaar
afbreekfout	noun	een vergissing bij het afbreken van een woord aan het einde van de regel
afbreekfouten	=	afbreekfout
afbreekfoutje	=	afbreekfout
afbreekfoutjes	=	afbreekfout
afbreekhulp	noun	persoon die helpt bij het slopen
afbreekhulpen	=	afbreekhulp
afbreekhulpje	=	afbreekhulp
afbreekhulpjes	=	afbreekhulp
afbreekmes	noun	handgereedschap met een uitschuifbaar mes dat uit meerdere, afbreekbare segmenten bestaat
afbreekmesje	=	afbreekmes
afbreekmesjes	=	afbreekmes
afbreekmessen	=	afbreekmes
afbreekpatronen	=	afbreekpatroon
afbreekpatroon	noun	de manier waarop een woord kan worden afgebroken op het einde van een regel in een gedrukte tekst
afbreekplaats	noun	locatie in een woord waar het woord kan worden afgebroken op het einde van een regel in een gedrukte tekst
afbreekplaatsen	=	afbreekplaats
afbreekpunt	noun	een punt dat staat op de plaats in een woord waar het woord afgebroken kan worden op het einde van een zin
afbreekpunten	=	afbreekpunt
afbreekpuntje	=	afbreekpunt
afbreekpuntjes	=	afbreekpunt
afbreekregel	noun	voorschriften met betrekking tot het afbreken van woorden met meer lettergrepen
afbreekregels	=	afbreekregel
afbreekroutine	noun	methodische manier waarop men werkzaamheden kan stoppen
afbreekroutines	=	afbreekroutine
afbreekt	=	afbreken
afbreekteken	noun	afbrekingsteken
afbreektekens	=	afbreekteken
afbreektekentje	=	afbreekteken
afbrei	=	afbreien
afbreide	=	afbreien
afbreiden	=	afbreien
afbreie	=	afbreien
afbreien	verb	voltooien van een breiwerk
afbreiend	=	afbreien
afbreiende	=	afbreien
afbreit	=	afbreien
afbreke	=	afbreken
afbreken	verb	met de grond gelijk maken
afbrekend	=	afbreken
afbrekende	=	afbreken
afbreker	noun	iemand die iets kapot maakt of vernietigt
afbrekers	=	afbreker
afbrekertje	=	afbreker
afbrekertjes	=	afbreker
afbreking	noun	het afbreken
afbrekingen	=	afbreking
afbrekingsteken	noun	teken dat een woord is afgebroken (en de volgende lettergrepen daarna komen)
afbrekingstekens	=	afbrekingsteken
afbrekingstekentje	=	afbrekingsteken
afbrekingstekentjes	=	afbrekingsteken
afbrekinkje	=	afbreking
afbrekinkjes	=	afbreking
afbreng	=	afbrengen
afbrenge	=	afbrengen
afbrengen	verb	iemand laten stoppen met wat hij denkt
afbrengend	=	afbrengen
afbrengende	=	afbrengen
afbrengt	=	afbrengen
afbreuk	noun	afbreuk doen aan: het minder goed, mooi of waardevol maken
afbreuken	=	afbreuk
afbreukrisico	noun	van een beroep: de kans die je hebt om zodanig te mislukken dat je je werk moet staken
afbreukrisico's	=	afbreukrisico
afbrokkel	=	afbrokkelen
afbrokkelde	=	afbrokkelen
afbrokkelden	=	afbrokkelen
afbrokkele	=	afbrokkelen
afbrokkelen	verb	geleidelijk brokstukken verliezen
afbrokkelend	=	afbrokkelen
afbrokkelende	=	afbrokkelen
afbrokkeling	noun	het kleiner worden doordat er steeds een stuk vanaf breekt
afbrokkelingen	=	afbrokkeling
afbrokkelt	=	afbrokkelen
afbuig	=	afbuigen
afbuige	=	afbuigen
afbuigen	verb	van richting veranderen
afbuigend	=	afbuigen
afbuigende	=	afbuigen
afbuiging	noun	afwijking van de rechte lijn
afbuigingen	=	afbuiging
afbuiginkje	=	afbuiging
afbuiginkjes	=	afbuiging
afbuigmagneet	noun	magneet waarmee men de weg van bewegende positief of negatief geladen deeltjes kan veranderen
afbuigmagneetje	=	afbuigmagneet
afbuigmagneetjes	=	afbuigmagneet
afbuigmagneten	=	afbuigmagneet
afbuigt	=	afbuigen
afcentiemen	verb	korting geven van 1 procent op een belasting tarief
afcentiemend	=	afcentiemen
afcheck	=	afchecken
afchecke	=	afchecken
afchecken	verb	controleren of alle zaken van een lijst kloppen
afcheckend	=	afchecken
afcheckende	=	afchecken
afcheckt	=	afchecken
afcheckte	=	afchecken
afcheckten	=	afchecken
afdaal	=	afdalen
afdaalde	=	afdalen
afdaalden	=	afdalen
afdaalt	=	afdalen
afdak	noun	een schuin van een gebouw uitstekend stuk dak dat beschutting verleent aan de buitenmuur
afdaken	=	afdak
afdakje	=	afdak
afdakjes	=	afdak
afdakken	=	afdak
afdale	=	afdalen
afdalen	verb	naar een lagere hoogte gaan
afdalend	=	afdalen
afdalende	=	afdalen
afdaler	noun	iemand die, met name bij skiën en wielrennen, heel snel van een berg af kan gaan
afdalers	=	afdaler
afdalertje	=	afdaler
afdalertjes	=	afdaler
afdaling	noun	het naar beneden gaan vanaf een hogere plek/hoogte
afdalingen	=	afdaling
afdalinkje	=	afdaling
afdalinkjes	=	afdaling
afdam	=	afdammen
afdamde	=	afdammen
afdamden	=	afdammen
afdamme	=	afdammen
afdammen	verb	een water met een dam of damwand afsluiten
afdammend	=	afdammen
afdammende	=	afdammen
afdamming	noun	afsluiting van een waterloop door een dam
afdammingen	=	afdamming
afdamt	=	afdammen
afdank	=	afdanken
afdanke	=	afdanken
afdanken	verb	wegdoen vanwege gebrek aan nut
afdankend	=	afdanken
afdankende	=	afdanken
afdankertje	noun	een voorwerp of persoon dat iemand wil weggooien maar dat door iemand anders toch nog als tweedehandsje gebruikt wordt (ook in figuurlijke zin)
afdankertjes	=	afdankertje
afdanking	noun	het iemand uit zijn functie zetten
afdankingen	=	afdanking
afdankinkje	=	afdanking
afdankinkjes	=	afdanking
afdankt	=	afdanken
afdankte	=	afdanken
afdankten	=	afdanken
afdans	=	afdansen
afdanse	=	afdansen
afdansen	verb	het afleggen van een dansexamen
afdansend	=	afdansen
afdansende	=	afdansen
afdanst	=	afdansen
afdanste	=	afdansen
afdansten	=	afdansen
afdede	=	afdoen
afdeden	=	afdoen
afdeed	=	afdoen
afdeedt	=	afdoen
afdeel	=	afdelen
afdeelde	=	afdelen
afdeelden	=	afdelen
afdeeling	=	afdeling
afdeelt	=	afdelen
afdeins	=	afdeinzen
afdeinsde	=	afdeinzen
afdeinsden	=	afdeinzen
afdeinst	=	afdeinzen
afdeinze	=	afdeinzen
afdeinzen	verb	zich door schrik of schaamte naar achteren bewegen
afdeinzend	=	afdeinzen
afdeinzende	=	afdeinzen
afdek	=	afdekken
afdekculturen	=	afdekcultuur
afdekcultuur	noun	manier van doen waarin het gewoon is om fouten en misstanden verborgen te houden
afdekfolie	noun	dun en buigzaam vel van een metaal of kunststof waarmee men iets kan bedekken
afdekfolies	=	afdekfolie
afdekhoes	noun	een lap stof die het een voorwerp van boven afsluit ter bescherming, met name de hoes die je over een auto kunt leggen als bescherming tegen de weersinvloeden of tegen vuil in een garage
afdekhoesje	=	afdekhoes
afdekhoesjes	=	afdekhoes
afdekhoezen	=	afdekhoes
afdekkap	noun	voorwerp dat een gat moet kunnen afsluiten
afdekkapje	=	afdekkap
afdekkapjes	=	afdekkap
afdekkappen	=	afdekkap
afdekke	=	afdekken
afdekken	verb	iets over iets anders heen plaatsen
afdekkend	=	afdekken
afdekkende	=	afdekken
afdekking	noun	het afdekken
afdekkingen	=	afdekking
afdekkinkje	=	afdekking
afdekkinkjes	=	afdekking
afdeklaag	noun	een laag die zorgt dat twee zaken niet met elkaar in contact kunnen komen
afdeklaagje	=	afdeklaag
afdeklaagjes	=	afdeklaag
afdeklagen	=	afdeklaag
afdekplaat	noun	vlakke plaat die iets afschermt, beschermt en minder zichtbaar maakt
afdekplaatje	=	afdekplaat
afdekplaatjes	=	afdekplaat
afdekplaten	=	afdekplaat
afdekrooster	noun	een rooster dat gebruikt wordt om een gat af te dichten of een object af te schermen
afdekroosters	=	afdekrooster
afdekroostertje	=	afdekrooster
afdekroostertjes	=	afdekrooster
afdekt	=	afdekken
afdekte	=	afdekken
afdekten	=	afdekken
afdekverf	noun	bovenste verflaag die als laatste wordt aangebracht
afdekverven	=	afdekverf
afdekzeil	noun	doek waarmee men lading kan beschermen tegen weer en wind, vaak met metalen ogen aan de rand om het vast te kunnen sjorren
afdekzeilen	=	afdekzeil
afdele	=	afdelen
afdelen	verb	2 of meer zaken van elkaar scheiden zonder verlies van de onderlinge verbondenheid
afdelend	=	afdelen
afdelende	=	afdelen
afdelf	=	afdelven
afdelfde	=	afdelven
afdelfden	=	afdelven
afdelft	=	afdelven
afdeling	noun	groep van werknemers die aan dezelfde taken werken, een deel van een bedrijf of organisatie
afdelingen	=	afdeling
afdelingsactiviteit	noun	bijeenkomst waaraan alle medewerkers van een afdeling van een bedrijf of organisatie kunnen deelnemen
afdelingsactiviteiten	=	afdelingsactiviteit
afdelingsactiviteitje	=	afdelingsactiviteit
afdelingsactiviteitjes	=	afdelingsactiviteit
afdelingsarchief	noun	bewaarplaats van belangrijke documenten die betrekking hebben op een afdeling van een bedrijf of organisatie
afdelingsarchiefje	=	afdelingsarchief
afdelingsarchiefjes	=	afdelingsarchief
afdelingsarchieven	=	afdelingsarchief
afdelingsbelang	noun	iets wat belangrijk of voordeling voor een bepaalde afdeling van een organisatie of bedrijf zonder dat het voordeling hoeft te zijn voor de gehele organisatie of het gehele bedrijf
afdelingsbelangen	=	afdelingsbelang
afdelingsbelangetje	=	afdelingsbelang
afdelingsbelangetjes	=	afdelingsbelang
afdelingsbesturen	=	afdelingsbestuur
afdelingsbestuur	noun	bestuur van een plaatselijke afdeling van een politieke partij of vereniging
afdelingsbestuurder	noun	leidinggevende van een afdeling; lid van het afdelingsbestuur
afdelingsbestuurders	=	afdelingsbestuurder
afdelingsbestuursvergadering	noun	bijeenkomst van het bestuur van een afdeling van een organisatie
afdelingsbestuursvergaderingen	=	afdelingsbestuursvergadering
afdelingsbestuursvergaderingetje	=	afdelingsbestuursvergadering
afdelingsbestuursvergaderingetjes	=	afdelingsbestuursvergadering
afdelingsbibliotheek	noun	plaats waar de boekenverzameling van een afdeling van een organisatie staat
afdelingsbibliotheekje	=	afdelingsbibliotheek
afdelingsbibliotheekjes	=	afdelingsbibliotheek
afdelingsbibliotheken	=	afdelingsbibliotheek
afdelingsblaadje	=	afdelingsblad
afdelingsblaadjes	=	afdelingsblad
afdelingsblad	noun	tijdschrift dat wordt uitgegeven door een afdeling van een organisatie
afdelingsbladen	=	afdelingsblad
afdelingschef	noun	leidinggevende van een deel van een bedrijf of organisatie
afdelingschefs	=	afdelingschef
afdelingscollega	noun	een persoon die op dezelfde afdeling van een bedrijf of organisatie werkt
afdelingscollega's	=	afdelingscollega
afdelingscoördinator	noun	iemand die binnen een organisatie die bestaat uit afgebakende eenheden tot taak heeft de het werk van de mensen binnen een bepaalde eenheid op elkaar af te stemmen
afdelingscoördinatoren	=	afdelingscoördinator
afdelingscoördinators	=	afdelingscoördinator
afdelingsdirecteur	noun	iemand die de baas is van een afdeling van een bedrijf of organisatie
afdelingsdirecteuren	=	afdelingsdirecteur
afdelingsdirecteurs	=	afdelingsdirecteur
afdelingsdirectie	noun	de leiding van een deel van een organisatie of bedrijf
afdelingsdirecties	=	afdelingsdirectie
afdelingsfonds	noun	voor een afdeling van organisatie vastgelegde hoeveelheid geld; kapitaal waarover een afdeling van een organisatie kan beschikken
afdelingsfondsen	=	afdelingsfonds
afdelingsfondsje	=	afdelingsfonds
afdelingsfondsjes	=	afdelingsfonds
afdelingsgebied	noun	een specifiek werkgebied of domein binnen een organisatie
afdelingsgebieden	=	afdelingsgebied
afdelingsgebiedje	=	afdelingsgebied
afdelingsgebiedjes	=	afdelingsgebied
afdelingshoofd	noun	iemand die leiding geeft aan een deel van een bedrijf
afdelingshoofden	=	afdelingshoofd
afdelingskrant	noun	periodieke uitgave die verzorgd wordt door een afdeling van een organisatie
afdelingskranten	=	afdelingskrant
afdelingskrantje	=	afdelingskrant
afdelingskrantjes	=	afdelingskrant
afdelingsleden	=	afdelingslid
afdelingsleider	noun	iemand die leiding geeft aan een deel van een organisatie
afdelingsleiders	=	afdelingsleider
afdelingsleiding	noun	de persoon of personen die de leiding hebben over een deel van een bedrijf of organisatie
afdelingsleidingen	=	afdelingsleiding
afdelingslid	noun	iemand die lid is van een plaatselijke afdeling van een politieke partij of vereniging
afdelingsmanager	noun	leider van een afdeling van een bedrijf of organisatie
afdelingsmanagers	=	afdelingsmanager
afdelingsniveau	noun	op het hiërarchische niveau van een afdeling
afdelingsniveaus	=	afdelingsniveau
afdelingsnummer	noun	identificatienummer van een afdeling van een organisatie
afdelingsnummers	=	afdelingsnummer
afdelingsnummertje	=	afdelingsnummer
afdelingsnummertjes	=	afdelingsnummer
afdelingsonderzoek	noun	onderzoek van een wetsvoorstel in de delen van de volksvertegenwoordiging.
afdelingsonderzoeken	=	afdelingsonderzoek
afdelingsonderzoekje	=	afdelingsonderzoek
afdelingsonderzoekjes	=	afdelingsonderzoek
afdelingsraad	noun	orgaan van een afdeling dat raadgevende of beslissende bevoegdheden heeft
afdelingsraden	=	afdelingsraad
afdelingssecretaresse	noun	vrouwelijke werknemer die het secretariaatswerk voor een deel van een bedrijf of organisatie opneemt
afdelingssecretaresses	=	afdelingssecretaresse
afdelingssecretariaat	noun	administratie van een afdeling
afdelingssecretariaten	=	afdelingssecretariaat
afdelingsstemmental	noun	de gedetailleerde uitslagen van stemmen per kiesdistrict of afdeling, zoals die vaak worden gerapporteerd tijdens verkiezingen
afdelingsstemmentallen	=	afdelingsstemmental
afdelingsstructuren	=	afdelingsstructuur
afdelingsstructuur	noun	organisatiestructuur van een organisatie of onderneming in verschillende afdelingen en teams
afdelingstaak	noun	de functie van een afdeling binnen een organisatie of bedrijf
afdelingstaakje	=	afdelingstaak
afdelingstaakjes	=	afdelingstaak
afdelingstaken	=	afdelingstaak
afdelingsverband	noun	samenhangend met (de leden van) een onderdeel van een organisatie of bedrijf
afdelingsverbanden	=	afdelingsverband
afdelingsvergadering	noun	bespreking met de leden van een afdeling van een bedrijf of organisatie
afdelingsvergaderingen	=	afdelingsvergadering
afdelingsvoorzitter	noun	de voorzitter van het bestuur van een afdeling van een organisatie of bedrijf
afdelingsvoorzitters	=	afdelingsvoorzitter
afdelingswerk	noun	werkzaamheden en taken van een deel van een organisatie of bedrijf
afdelingswerken	=	afdelingswerk
afdelingswerkje	=	afdelingswerk
afdelingswerkjes	=	afdelingswerk
afdelinkje	=	afdeling
afdelinkjes	=	afdeling
afdelve	=	afdelven
afdelven	verb	afgraven
afdelvend	=	afdelven
afdelvende	=	afdelven
afdicht	=	afdichten
afdichte	=	afdichten
afdichten	verb	afsluiten tegen het binnendringen van iets dat ongewenst is (ook )
afdichtend	=	afdichten
afdichtende	=	afdichten
afdichting	noun	het afdichten
afdichtingen	=	afdichting
afdichtingstape	noun	tape voor het afdichten van b.v. koppelingen in gasleidingen etc.
afdichtingstapes	=	afdichtingstape
afdichtte	=	afdichten
afdichtten	=	afdichten
afdief	=	afdieven
afdiefde	=	afdieven
afdiefden	=	afdieven
afdieft	=	afdieven
afdien	=	afdienen
afdiende	=	afdienen
afdienden	=	afdienen
afdiene	=	afdienen
afdienen	verb	het leegmaken van de tafel na de maaltijd
afdienend	=	afdienen
afdienende	=	afdienen
afdient	=	afdienen
afdieve	=	afdieven
afdieven	verb	de 'diefjes' verwijderen van een plant
afdievend	=	afdieven
afdievende	=	afdieven
afding	=	afdingen
afdinge	=	afdingen
afdingen	verb	~ op: door onderhandelen een prijs omlaag zien te krijgen
afdingend	=	afdingen
afdingende	=	afdingen
afdingt	=	afdingen
afdoe	=	afdoen
afdoen	verb	een gerezen vraag of tegenwerping als onbetekenend voorstellen
afdoend	adj	toereikend om het probleem op te lossen
afdoende	=	afdoen
afdoender	=	afdoend
afdoendere	=	afdoend
afdoenders	=	afdoend
afdoends	=	afdoend
afdoendst	=	afdoend
afdoendste	=	afdoend
afdoener	noun	nietszeggende, algemene opmerking om een discussie voortijdig af te sluiten
afdoeners	=	afdoener
afdoenertje	=	afdoener
afdoenertjes	=	afdoener
afdoening	noun	iets afmaken, iets volbrengen
afdoeningen	=	afdoening
afdoeninkje	=	afdoening
afdoeninkjes	=	afdoening
afdoet	=	afdoen
afdok	=	afdokken
afdokke	=	afdokken
afdokken	verb	met tegenzin en onder dwang geld moeten betalen
afdokkend	=	afdokken
afdokkende	=	afdokken
afdokt	=	afdokken
afdokte	=	afdokken
afdokten	=	afdokken
afdolf	=	afdelven
afdolven	=	afdelven
afdonder	=	afdonderen
afdonderde	=	afdonderen
afdonderden	=	afdonderen
afdondere	=	afdonderen
afdonderen	verb	met hoge snelheid en veel geraas ergens vanaf vallen
afdonderend	=	afdonderen
afdonderende	=	afdonderen
afdondert	=	afdonderen
afdong	=	afdingen
afdonge	=	afdingen
afdongen	=	afdingen
afdongt	=	afdingen
afdop	=	afdoppen
afdoppe	=	afdoppen
afdoppen	verb	verwijderen van een dop van een verpakking
afdoppend	=	afdoppen
afdoppende	=	afdoppen
afdopt	=	afdoppen
afdopte	=	afdoppen
afdopten	=	afdoppen
afdouwen	=	afduwen
afdraaf	=	afdraven
afdraafde	=	afdraven
afdraafden	=	afdraven
afdraaft	=	afdraven
afdraag	=	afdragen
afdraagt	=	afdragen
afdraai	=	afdraaien
afdraaide	=	afdraaien
afdraaiden	=	afdraaien
afdraaie	=	afdraaien
afdraaien	verb	door draaien iets ergens vanaf halen
afdraaiend	=	afdraaien
afdraaiende	=	afdraaien
afdraait	=	afdraaien
afdracht	noun	wat men afdraagt aan een groep of organisatie waar men lid van is of een zakelijke relatie mee heeft
afdrachten	=	afdracht
afdrachtskorting	noun	vrijstelling voor het betalen van bepaalde belastingen of premies
afdrachtskortingen	=	afdrachtskorting
afdrage	=	afdragen
afdragen	verb	door dragen afslijten
afdragend	=	afdragen
afdragende	=	afdragen
afdrager	noun	iets tweedehands wat van mindere kwaliteit is; oorspronkelijk alleen voor kleding
afdragers	=	afdrager
afdragertje	=	afdrager
afdragertjes	=	afdrager
afdrave	=	afdraven
afdraven	verb	naar beneden rennen
afdravend	=	afdraven
afdravende	=	afdraven
afdreef	=	afdrijven
afdreeft	=	afdrijven
afdreg	=	afdreggen
afdregde	=	afdreggen
afdregden	=	afdreggen
afdregge	=	afdreggen
afdreggen	verb	systematisch de bodem van een water afzoeken met een baggeraar
afdreggend	=	afdreggen
afdreggende	=	afdreggen
afdregt	=	afdreggen
afdreig	=	afdreigen
afdreigde	=	afdreigen
afdreigden	=	afdreigen
afdreige	=	afdreigen
afdreigen	verb	door het uiten van dreigementen iemand iets afpersen
afdreigend	=	afdreigen
afdreigende	=	afdreigen
afdreiging	noun	een vorm van afpersing waarbij geen gebruik wordt gemaakt van geweld, noch wordt gedreigd met geweld
afdreigingen	=	afdreiging
afdreiginkje	=	afdreiging
afdreiginkjes	=	afdreiging
afdreigt	=	afdreigen
afdrentel	=	afdrentelen
afdrentelde	=	afdrentelen
afdrentelden	=	afdrentelen
afdrentele	=	afdrentelen
afdrentelen	verb	langzaam, met onzekere pas naar beneden gaan
afdrentelend	=	afdrentelen
afdrentelende	=	afdrentelen
afdrentelt	=	afdrentelen
afdreve	=	afdrijven
afdreven	=	afdrijven
afdrift	noun	zijdelingse afwijking van de koers, die een schip wil volgen, ten gevolge van de werking van stroming of wind
afdrijf	=	afdrijven
afdrijft	=	afdrijven
afdrijve	=	afdrijven
afdrijven	verb	onder invloed van bijvoorbeeld de wind van zijn plaats geraken
afdrijvend	=	afdrijven
afdrijvende	=	afdrijven
afdrijving	noun	geleidelijk een andere kant opdrijven
afdrijvingen	=	afdrijving
afdrijvinkje	=	afdrijving
afdring	=	afdringen
afdringe	=	afdringen
afdringen	verb	met geweld of grote nadruk iets van iemand eisen of afpakken
afdringend	=	afdringen
afdringende	=	afdringen
afdringt	=	afdringen
afdrink	=	afdrinken
afdrinke	=	afdrinken
afdrinken	verb	leegdrinken, uitdrinken, beëindigen
afdrinkend	=	afdrinken
afdrinkende	=	afdrinken
afdrinkt	=	afdrinken
afdroeg	=	afdragen
afdroege	=	afdragen
afdroegen	=	afdragen
afdroegt	=	afdragen
afdroge	=	afdrogen
afdrogen	verb	het vocht wegnemen van iets of iemand
afdrogend	=	afdrogen
afdrogende	=	afdrogen
afdroging	noun	een wedstrijd die men op een vreselijke manier heeft verloren
afdrogingen	=	afdroging
afdrong	=	afdringen
afdronge	=	afdringen
afdrongen	=	afdringen
afdrongt	=	afdringen
afdronk	noun	laatste gewaarwording bij het proeven of drinken van wijn
afdronken	=	afdrinken
afdronkje	=	afdronk
afdroog	=	afdrogen
afdroogde	=	afdrogen
afdroogden	=	afdrogen
afdroogdoek	noun	een doek waarmee men kan afdrogen
afdroogdoeken	=	afdroogdoek
afdroogdoekje	=	afdroogdoek
afdroogdoekjes	=	afdroogdoek
afdroogt	=	afdrogen
afdroop	=	afdruipen
afdroopt	=	afdruipen
afdrope	=	afdruipen
afdropen	=	afdruipen
afdroppel	=	afdroppelen
afdroppelde	=	afdroppelen
afdroppelden	=	afdroppelen
afdroppele	=	afdroppelen
afdroppelen	verb	druppelsgewijs vocht verliezen
afdroppelend	=	afdroppelen
afdroppelende	=	afdroppelen
afdroppelt	=	afdroppelen
afdruip	=	afdruipen
afdruipbak	noun	bak waarin overtollige vloeistof wordt opgevangen die van een voorwerp druipt
afdruipbakje	=	afdruipbak
afdruipbakjes	=	afdruipbak
afdruipbakken	=	afdruipbak
afdruipe	=	afdruipen
afdruipen	verb	het geleidelijke proces waarmee aangehecht vocht van een vast oppervlak valt
afdruipend	=	afdruipen
afdruipende	=	afdruipen
afdruiping	noun	het druppelsgewijs vochtverliezen; het druppelsgewijs drogen
afdruipingen	=	afdruiping
afdruiprek	noun	een open raamwerk waarin pasgewassen vaatwerk gezet wordt om het aanhangende vocht af te laten vloeien
afdruiprekje	=	afdruiprek
afdruiprekjes	=	afdruiprek
afdruiprekken	=	afdruiprek
afdruipt	=	afdruipen
afdruk	noun	resultaat van het afdrukken op papier of ander materiaal
afdrukapparaat	noun	toestel waarmee men afdrukken kan maken; met name een apparaat waarmee men computerinformatie kan afdrukken
afdrukapparaatje	=	afdrukapparaat
afdrukapparaatjes	=	afdrukapparaat
afdrukapparaten	=	afdrukapparaat
afdrukbaar	adj	van een computerbestand dat je het kunt printen
afdrukbaarder	=	afdrukbaar
afdrukbaardere	=	afdrukbaar
afdrukbaarders	=	afdrukbaar
afdrukbaars	=	afdrukbaar
afdrukbaarst	=	afdrukbaar
afdrukbaarste	=	afdrukbaar
afdrukbare	=	afdrukbaar
afdrukeenheden	=	afdrukeenheid
afdrukeenheid	noun	toestel waarmee men afdrukken kan maken; met name een apparaat waarmee men computerinformatie kan afdrukken
afdrukeenheidje	=	afdrukeenheid
afdrukeenheidjes	=	afdrukeenheid
afdrukformaat	noun	de omvang van een afdruk
afdrukformaatje	=	afdrukformaat
afdrukformaatjes	=	afdrukformaat
afdrukformaten	=	afdrukformaat
afdrukje	=	afdruk
afdrukjes	=	afdruk
afdrukke	=	afdrukken
afdrukken	verb	in- of uitschakelen door op een knop te drukken
afdrukkend	=	afdrukken
afdrukkende	=	afdrukken
afdrukkwaliteit	noun	hoe goed een afdruk is die door een printer gemaakt wordt
afdrukkwaliteiten	=	afdrukkwaliteit
afdrukkwaliteitje	=	afdrukkwaliteit
afdrukkwaliteitjes	=	afdrukkwaliteit
afdrukpapier	noun	materiaal waarop men foto's kan afdrukken
afdrukpapieren	=	afdrukpapier
afdrukpapiertje	=	afdrukpapier
afdrukpapiertjes	=	afdrukpapier
afdrukraam	noun	fotografisch raam waarmee men een afdruk van een negatief kan maken
afdrukraampje	=	afdrukraam
afdrukraampjes	=	afdrukraam
afdrukramen	=	afdrukraam
afdruksel	noun	iets wat ontstaan is door het drukken van een voorwerp in of op een ander voorwerp
afdrukselectie	noun	keuze, uit een grotere groep, van de zaken die men gaat afdrukken
afdrukselecties	=	afdrukselectie
afdrukselectietje	=	afdrukselectie
afdrukselectietjes	=	afdrukselectie
afdruksels	=	afdruksel
afdrukt	=	afdrukken
afdrukte	=	afdrukken
afdrukten	=	afdrukken
afdrukversie	noun	de variant van een tekst of afbeelding die men kan afdrukken
afdrukversies	=	afdrukversie
afdrup	=	afdruppen
afdruppe	=	afdruppen
afdruppel	=	afdruppelen
afdruppelde	=	afdruppelen
afdruppelden	=	afdruppelen
afdruppele	=	afdruppelen
afdruppelen	verb	druppel voor druppel van iets afvallen
afdruppelend	=	afdruppelen
afdruppelende	=	afdruppelen
afdruppelt	=	afdruppelen
afdruppen	verb	druppel voor druppel ergens vanaf vallen
afdruppend	=	afdruppen
afdruppende	=	afdruppen
afdrupt	=	afdruppen
afdrupte	=	afdruppen
afdrupten	=	afdruppen
afduikel	=	afduikelen
afduikelde	=	afduikelen
afduikelden	=	afduikelen
afduikele	=	afduikelen
afduikelen	verb	vallend naar beneden gaan
afduikelend	=	afduikelen
afduikelende	=	afduikelen
afduikelt	=	afduikelen
afduw	=	afduwen
afduwde	=	afduwen
afduwden	=	afduwen
afduwe	=	afduwen
afduwen	verb	een voorwerp door duwen van iets anders verwijderen (met name van een boot van de wal)
afduwend	=	afduwen
afduwende	=	afduwen
afduwt	=	afduwen
afdwaal	=	afdwalen
afdwaalde	=	afdwalen
afdwaalden	=	afdwalen
afdwaalt	=	afdwalen
afdwale	=	afdwalen
afdwalen	verb	het juiste pad kwijt raken
afdwalend	=	afdwalen
afdwalende	=	afdwalen
afdwaling	noun|figurative	het niet meer volgen van een logische, doelgerichte handeling maar willekeurig andere zaken behandelen
afdwalingen	=	afdwaling
afdwalinkje	=	afdwaling
afdwalinkjes	=	afdwaling
afdweil	=	afdweilen
afdweilde	=	afdweilen
afdweilden	=	afdweilen
afdweile	=	afdweilen
afdweilen	verb	reinigen met een dweil
afdweilend	=	afdweilen
afdweilende	=	afdweilen
afdweilt	=	afdweilen
afdwing	=	afdwingen
afdwingbaar	adj	via de wet recht hebben op en kunnen opeisen
afdwingbaarder	=	afdwingbaar
afdwingbaardere	=	afdwingbaar
afdwingbaarders	=	afdwingbaar
afdwingbaarheden	=	afdwingbaarheid
afdwingbaarheid	noun	de mogelijkheid om iets door middel van dwang te kunnen bereiken
afdwingbaars	=	afdwingbaar
afdwingbaarst	=	afdwingbaar
afdwingbaarste	=	afdwingbaar
afdwingbare	=	afdwingbaar
afdwinge	=	afdwingen
afdwingen	verb	onder dwang iets verkrijgen
afdwingend	=	afdwingen
afdwingende	=	afdwingen
afdwinging	noun	het opleggen van iets ongeacht de wensen van de persoon of organisatie
afdwingingen	=	afdwinging
afdwinginkje	=	afdwinging
afdwinginkjes	=	afdwinging
afdwingt	=	afdwingen
afdwong	=	afdwingen
afdwonge	=	afdwingen
afdwongen	=	afdwingen
afdwongt	=	afdwingen
afdóénd	=	afdoend
afeet	=	afeten
afeis	=	afeisen
afeise	=	afeisen
afeisen	verb	dwingend om iets vragen
afeisend	=	afeisen
afeisende	=	afeisen
afeist	=	afeisen
afeiste	=	afeisen
afeisten	=	afeisen
aferesis	noun	het wegvallen van klanken of een lettergreep aan het begin van een woord
afete	=	afeten
afeten	verb	door eten verwijderen
afetend	=	afeten
afetende	=	afeten
affabel	adj	prettig in het omgaan met mensen
affabele	=	affabel
affabeler	=	affabel
affabelere	=	affabel
affabelers	=	affabel
affabels	=	affabel
affabelst	=	affabel
affabelste	=	affabel
affaire	noun	zakelijke of vervelende aangelegenheid die langere tijd aandacht vraagt
affaires	=	affaire
affairetje	=	affaire
affairetjes	=	affaire
affairisme	noun	het gebruikmaken van politieke relaties of invloed om zaken te doen, het ritselen en regelen
affairtje	=	affaire
affakkel	=	affakkelen
affakkelde	=	affakkelen
affakkelden	=	affakkelen
affakkele	=	affakkelen
affakkelen	verb	verbranden van overtollig gas via een hoge fakkel
affakkelend	=	affakkelen
affakkelende	=	affakkelen
affakkelt	=	affakkelen
affect	noun	aandoening van het gemoed, gemoedsaandoening; plotselinge, hevige emotie of gemoedstoestand
affectatie	noun	een schijnbare gemoedsgesteldheid die niet met de werkelijkheid overeenstemt, gemaaktheid
affectaties	=	affectatie
affecteer	=	affecteren
affecteerde	=	affecteren
affecteerden	=	affecteren
affecteert	=	affecteren
affecten	=	affect
affectere	=	affecteren
affecteren	verb	net doen alsof, voorgeven
affecterend	=	affecteren
affecterende	=	affecteren
affectie	noun	genegenheid, liefde
affectief	adj	van de gevoelens uitgaand en/of hiermee verbonden of erop inwerkend
affectiefs	=	affectief
affectiefst	=	affectief
affectiefste	=	affectief
affecties	=	affectie
affectieschade	noun	immateriële schade ten gevolge van het overlijden of gewond raken van een naaste
affectieschaden	=	affectieschade
affectieschades	=	affectieschade
affectieve	=	affectief
affectiever	=	affectief
affectievere	=	affectief
affectievers	=	affectief
affectiviteit	noun	de mate waarin iemand openstaat om gevoelsmatig geraakt te worden
affectiviteiten	=	affectiviteit
affectje	=	affect
affectjes	=	affect
affectueus	adj	met liefde
affectueust	=	affectueus
affectueuste	=	affectueus
affectueuze	=	affectueus
affectueuzer	=	affectueus
affectueuzere	=	affectueus
affectueuzers	=	affectueus
afferent	adj	toevoerend (naar een orgaan)
afferente	=	afferent
afferents	=	afferent
affichage	noun	een openbare bekendmaking door het opplakken van een bedrukt vel papier
affiche	noun	een vrij fors stuk drukwerk dat op muren of ramen aangebracht kan worden
affichecampagne	noun	reclamecampagne die gebruik maakt van aanplakbiljetten
affichecampagnes	=	affichecampagne
afficheer	=	afficheren
afficheerde	=	afficheren
afficheerden	=	afficheren
afficheert	=	afficheren
affichere	=	afficheren
afficheren	verb	op muren, palen of borden aanplakken
afficherend	=	afficheren
afficherende	=	afficheren
affichering	noun	openbare bekendmaking met als doel iets aan te bevelen
afficheringen	=	affichering
affiches	=	affiche
affichetje	=	affiche
affichetjes	=	affiche
affidavit	noun	een officiële schriftelijke verklaring opgesteld voor een juridisch doel dat door een beëdigd persoon is opgesteld
affidavits	=	affidavit
affiets	=	affietsen
affietse	=	affietsen
affietsen	verb	tot het einde toe fietsen
affietsend	=	affietsen
affietsende	=	affietsen
affietst	=	affietsen
affietste	=	affietsen
affietsten	=	affietsen
affijn	=	enfin
affik	=	affikken
affikke	=	affikken
affikken	verb|informal	tot de grond afbranden, door vuur verloren gaan
affikkend	=	affikken
affikkende	=	affikken
affikt	=	affikken
affikte	=	affikken
affikten	=	affikken
affiliatie	noun	verbondenheid met een moederorganisatie
affiliaties	=	affiliatie
affiliatieziekenhuis	noun	een ziekenhuis en een andere instelling, zoals een universiteit, betekent een formele samenwerking of verbondenheid.
affiliatieziekenhuisje	=	affiliatieziekenhuis
affiliatieziekenhuisjes	=	affiliatieziekenhuis
affiliatieziekenhuizen	=	affiliatieziekenhuis
affilieer	=	affiliëren
affilieerde	=	affiliëren
affilieerden	=	affiliëren
affilieert	=	affiliëren
affiliëre	=	affiliëren
affiliëren	verb	zich affiliëren aansluiten bij
affiliërend	=	affiliëren
affiliërende	=	affiliëren
affinage	noun	het affineren
affinagetje	=	affinage
affinagetjes	=	affinage
affineer	=	affineren
affineerde	=	affineren
affineerden	=	affineren
affineert	=	affineren
affinere	=	affineren
affineren	verb	zuiveren, louteren
affinerend	=	affineren
affinerende	=	affineren
affiniteit	noun	een geestelijke verwantschap
affiniteiten	=	affiniteit
affirmatie	noun	bevestiging
affirmatief	adj	bevestigend, bekrachtigend
affirmatiefs	=	affirmatief
affirmatiefst	=	affirmatief
affirmatiefste	=	affirmatief
affirmaties	=	affirmatie
affirmatieve	=	affirmatief
affirmatieven	=	affirmatief
affirmatiever	=	affirmatief
affirmatievere	=	affirmatief
affirmatievers	=	affirmatief
affirmeer	=	affirmeren
affirmeerde	=	affirmeren
affirmeerden	=	affirmeren
affirmeert	=	affirmeren
affirmere	=	affirmeren
affirmeren	verb	bevestigen, bekrachtigen
affirmerend	=	affirmeren
affirmerende	=	affirmeren
affix	noun	een gebonden morfeem dat aan een ander morfeem wordt vastgehecht om zo een nieuw woord te vormen
affixen	=	affix
affixje	=	affix
affixjes	=	affix
affixoïde	noun	woord dat zelfstandig voorkomt, maar dat samenstellingen vormt waarin de oorspronkelijke betekenis plaats heeft gemaakt voor het louter versterken van het andere deel Zie ook deze uitleg.
affixoïden	=	affixoïde
affixoïdes	=	affixoïde
affloot	=	affluiten
affloten	=	affluiten
affluenza	noun	denkbeeldige ziekte die veroorzaakt wordt door een overdaad aan rijkdom en materiële overvloed
affluenza's	=	affluenza
affluit	=	affluiten
affluite	=	affluiten
affluiten	verb	een spel met een fluitsignaal tot stilstand brengen
affluitend	=	affluiten
affluitende	=	affluiten
affodil	noun	benaming voor planten uit het geslacht Asphodelus
affodilfamilie	noun	een familie Asphodelaceae van eenzaadlobbige bloeiende planten met zo'n 800 soorten in circa een dozijn genera.
affodille	noun	Asphodelus sierplant die in verband wordt gebracht met de dood
affodillen	=	affodil
affodilles	=	affodille
affodilletje	=	affodille
affodilletjes	=	affodille
affreus	adj	foeilelijk
affreust	=	affreus
affreuste	=	affreus
affreuze	=	affreus
affreuzer	=	affreus
affreuzere	=	affreus
affreuzers	=	affreus
affricaat	noun	een combinatie van twee medeklinkers, waarvan de eerste een plosief is en de tweede een homorgane wrijfklank
affricaatje	=	affricaat
affricaatjes	=	affricaat
affricaten	=	affricaat
affront	noun	iets wat als beledigend/krenkend/kwetsend wordt ervaren
affronteer	=	affronteren
affronteerde	=	affronteren
affronteerden	=	affronteren
affronteert	=	affronteren
affrontelijk	adj	beledigend
affrontelijke	=	affrontelijk
affrontelijker	=	affrontelijk
affrontelijkere	=	affrontelijk
affrontelijkers	=	affrontelijk
affrontelijks	=	affrontelijk
affrontelijkst	=	affrontelijk
affrontelijkste	=	affrontelijk
affronten	=	affront
affrontere	=	affronteren
affronteren	verb|formal	beledigen, krenken
affronterend	=	affronteren
affronterende	=	affronteren
affrontje	=	affront
affrontjes	=	affront
affuit	noun	een onderstel waarop een kanon verreden kan worden
affuiten	=	affuit
affuitje	=	affuit
affuitjes	=	affuit
affutage	noun|obsolete	onderstel voor geschut, affuitwerk
affutages	=	affutage
affutagetje	=	affutage
affutagetjes	=	affutage
afga	=	afgaan
afgaaft	=	afgeven
afgaan	verb	naar beneden gaan
afgaand	adj	naar beneden gaan, dalend
afgaande	=	afgaan
afgaands	=	afgaand
afgaat	=	afgaan
afgaf	=	afgeven
afgang	noun	een schaamtevolle mislukking die gezichtsverlies veroorzaakt terwijl men er toch wel veel van verwacht had
afgangen	=	afgang
afgangetje	=	afgang
afgangetjes	=	afgang
afgas	noun	vervuild gas dat vrijkomt bij verbranding en andere chemische processen
afgasje	=	afgas
afgasjes	=	afgas
afgassen	=	afgas
afgave	=	afgeven
afgaven	=	afgeven
afgebakend	adj	van iets dat het duidelijke grenzen heeft
afgebakende	=	afbakenen
afgebakender	=	afgebakend
afgebakendere	=	afgebakend
afgebakenders	=	afgebakend
afgebakends	=	afgebakend
afgebakendst	=	afgebakend
afgebakendste	=	afgebakend
afgebakken	=	afbakken
afgebarsten	=	afbarsten
afgebedeld	=	afbedelen
afgebedelde	=	afbedelen
afgebeden	=	afbidden
afgebeeld	adj	van iets dat het op een foto, tekening of schilderij te zien is
afgebeelde	=	afbeelden
afgebeelds	=	afgebeeld
afgebeend	=	afbenen
afgebeiteld	=	afbeitelen
afgebekt	=	afbekken
afgebekte	=	afbekken
afgebeld	=	afbellen
afgebelde	=	afbellen
afgebet	=	afbetten
afgebetaald	=	afbetalen
afgebeten	=	afbijten
afgebeuld	=	afbeulen
afgebeulde	=	afbeulen
afgebiesd	=	afbiezen
afgebietst	=	afbietsen
afgebikt	=	afbikken
afgebikte	=	afbikken
afgebladderd	adj	van verf dat deze van het geverfde voorwerp afvalt
afgebladderde	=	afbladderen
afgebladderder	=	afgebladderd
afgebladderdere	=	afgebladderd
afgebladderders	=	afgebladderd
afgebladderds	=	afgebladderd
afgebladderdst	=	afgebladderd
afgebladderdste	=	afgebladderd
afgebladerd	=	afbladeren
afgeblaft	=	afblaffen
afgeblafte	=	afblaffen
afgeblazen	=	afblazen
afgebleven	=	afblijven
afgeblokt	=	afblokken
afgeblokte	=	afblokken
afgeblot	=	afblotten
afgebluft	=	afbluffen
afgeblufte	=	afbluffen
afgeblust	=	afblussen
afgebluste	=	afblussen
afgeboden	=	afbieden
afgeboekt	=	afboeken
afgeboekte	=	afboeken
afgeboend	=	afboenen
afgeboende	=	afboenen
afgebogen	=	afbuigen
afgebold	=	afbollen
afgebolde	=	afbollen
afgebonden	=	afbinden
afgebonkt	=	afbonken
afgeboord	=	afboorden
afgeboorde	=	afboorden
afgeborsteld	=	afborstelen
afgebotteld	=	afbottelen
afgebouwd	=	afbouwen
afgebouwde	=	afbouwen
afgebraamd	=	afbramen
afgebraamde	=	afbramen
afgebracht	=	afbrengen
afgebrachte	=	afbrengen
afgebrand	=	afbranden
afgebreid	=	afbreien
afgebreide	=	afbreien
afgebroken	=	afbreken
afgebrokkeld	=	afbrokkelen
afgecentiemd	=	afcentiemen
afgecheckt	=	afchecken
afgecheckte	=	afchecken
afgedaald	=	afdalen
afgedaalde	=	afdalen
afgedaan	adj	afgehandeld
afgedaans	=	afgedaan
afgedamd	=	afdammen
afgedamde	=	afdammen
afgedane	=	afgedaan
afgedankt	adj	niet meer in gebruik
afgedankte	=	afdanken
afgedankter	=	afgedankt
afgedanktere	=	afgedankt
afgedankters	=	afgedankt
afgedankts	=	afgedankt
afgedanktst	=	afgedankt
afgedanktste	=	afgedankt
afgedanst	=	afdansen
afgedanste	=	afdansen
afgedeeld	=	afdelen
afgedeinsd	=	afdeinzen
afgedekt	=	afdekken
afgedekte	=	afdekken
afgedicht	=	afdichten
afgedichte	=	afdichten
afgediefd	=	afdieven
afgediefde	=	afdieven
afgediend	=	afdienen
afgediende	=	afdienen
afgedokt	=	afdokken
afgedokte	=	afdokken
afgedolven	=	afdelven
afgedonderd	=	afdonderen
afgedongen	=	afdingen
afgedopt	=	afdoppen
afgedopte	=	afdoppen
afgedraafd	=	afdraven
afgedraafde	=	afdraven
afgedraaid	=	afdraaien
afgedraaide	=	afdraaien
afgedraaider	=	afdraaien
afgedraaidere	=	afdraaien
afgedraaiders	=	afdraaien
afgedraaids	=	afdraaien
afgedraaidst	=	afdraaien
afgedraaidste	=	afdraaien
afgedragen	adj	door langdurig gebruik versleten en vervormd
afgedragens	=	afgedragen
afgedregd	=	afdreggen
afgedregde	=	afdreggen
afgedreigd	=	afdreigen
afgedreigde	=	afdreigen
afgedrenteld	=	afdrentelen
afgedreven	=	afdrijven
afgedrongen	=	afdringen
afgedronken	=	afdrinken
afgedroogd	=	afdrogen
afgedroogde	=	afdrogen
afgedropen	=	afdruipen
afgedroppeld	=	afdroppelen
afgedrukt	=	afdrukken
afgedrukte	=	afdrukken
afgedruppeld	=	afdruppelen
afgedrupt	=	afdruppen
afgedrupte	=	afdruppen
afgeduikeld	=	afduikelen
afgeduwd	=	afduwen
afgeduwde	=	afduwen
afgedwaald	=	afdwalen
afgedweild	=	afdweilen
afgedweilde	=	afdweilen
afgedwongen	=	afdwingen
afgeef	=	afgeven
afgeeft	=	afgeven
afgeer	=	afgeren
afgeerde	=	afgeren
afgeerden	=	afgeren
afgeert	=	afgeren
afgefakkeld	=	affakkelen
afgefakkelde	=	affakkelen
afgefietst	=	affietsen
afgefikt	=	affikken
afgefloten	=	affluiten
afgegaan	=	afgaan
afgegeerd	=	afgeren
afgegespt	=	afgespen
afgegeten	=	afeten
afgegeven	=	afgeven
afgegleden	=	afglijden
afgeglipt	=	afglippen
afgegluurd	=	afgluren
afgegolfd	=	afgolven
afgegooid	=	afgooien
afgegooide	=	afgooien
afgegoten	=	afgieten
afgegraasd	=	afgrazen
afgegraasde	=	afgrazen
afgegraven	=	afgraven
afgegrendeld	=	afgrendelen
afgegrendelde	=	afgrendelen
afgegrensd	=	afgrenzen
afgegrensde	=	afgrenzen
afgegrist	=	afgrissen
afgehaakt	=	afhaken
afgehaakte	=	afhaken
afgehaald	=	afhalen
afgehaalde	=	afhalen
afgehakt	=	afhakken
afgehakte	=	afhakken
afgehamerd	=	afhameren
afgehamerde	=	afhameren
afgehandeld	=	afhandelen
afgehandelde	=	afhandelen
afgehangen	=	afhangen
afgehapt	=	afhappen
afgehapte	=	afhappen
afgehard	=	afharden
afgeharde	=	afharden
afgeharkt	=	afharken
afgehaspeld	=	afhaspelen
afgehaspelde	=	afhaspelen
afgehecht	=	afhechten
afgehechte	=	afhechten
afgeheld	=	afhellen
afgehelde	=	afhellen
afgeheven	=	afheffen
afgehold	=	afhollen
afgeholpen	=	afhelpen
afgehoord	=	afhoren
afgehouden	=	afhouden
afgehouwen	=	afhouwen
afgehuifd	=	afhuiven
afgehuifde	=	afhuiven
afgehuurd	=	afhuren
afgehuurde	=	afhuren
afgejaagd	=	afjagen
afgejaagde	=	afjagen
afgejakkerd	=	afjakkeren
afgejakkerde	=	afjakkeren
afgekaapt	=	afkapen
afgekaart	=	afkaarten
afgekaarte	=	afkaarten
afgekaatst	=	afkaatsen
afgekaatste	=	afkaatsen
afgekabbeld	=	afkabbelen
afgekalfd	=	afkalven
afgekalfde	=	afkalven
afgekalkt	=	afkalken
afgekalkte	=	afkalken
afgekamd	=	afkammen
afgekamde	=	afkammen
afgekant	=	afkanten
afgekante	=	afkanten
afgekapt	=	afkappen
afgekapte	=	afkappen
afgekat	=	afkatten
afgekatte	=	afkatten
afgekeerd	=	afkeren
afgekeerde	=	afkeren
afgekeken	=	afkijken
afgekerfd	=	afkerven
afgeketst	=	afketsen
afgeketste	=	afketsen
afgekeurd	=	afkeuren
afgekickt	=	afkicken
afgekickte	=	afkicken
afgekit	=	afkitten
afgekitte	=	afkitten
afgeklapt	=	afklappen
afgeklede	=	afkleden
afgekleed	=	afkleden
afgeklemd	=	afklemmen
afgeklemde	=	afklemmen
afgekletst	=	afkletsen
afgeklokt	=	afklokken
afgeklokte	=	afklokken
afgeklommen	=	afklimmen
afgeklonken	=	afklinken
afgeklopt	=	afkloppen
afgeklopte	=	afkloppen
afgekloven	=	afkluiven
afgeknaagd	=	afknagen
afgeknaagde	=	afknagen
afgeknabbeld	=	afknabbelen
afgeknabbelde	=	afknabbelen
afgeknald	=	afknallen
afgeknapt	=	afknappen
afgeknapte	=	afknappen
afgeknauwd	=	afknauwen
afgeknauwde	=	afknauwen
afgekneld	=	afknellen
afgeknelde	=	afknellen
afgeknepen	=	afknijpen
afgekneveld	=	afknevelen
afgeknibbeld	=	afknibbelen
afgeknipt	=	afknippen
afgeknipte	=	afknippen
afgeknoopt	=	afknopen
afgeknoopte	=	afknopen
afgeknot	=	afknotten
afgeknuppeld	=	afknuppelen
afgeknutseld	=	afknutselen
afgekocht	=	afkopen
afgekochte	=	afkopen
afgekoeld	=	afkoelen
afgekoelde	=	afkoelen
afgekoerst	=	afkoersen
afgekolfd	=	afkolven
afgekolfde	=	afkolven
afgekomen	=	afkomen
afgekondigd	=	afkondigen
afgekondigde	noun	persoon die is afgekondigd
afgekondigden	=	afgekondigde
afgekookt	=	afkoken
afgekookte	=	afkoken
afgekoppeld	=	afkoppelen
afgekoppelde	=	afkoppelen
afgekort	=	afkorten
afgekorte	=	afkorten
afgekorven	=	afkerven
afgekraakt	=	afkraken
afgekraakte	=	afkraken
afgekrabbeld	=	afkrabbelen
afgekrabd	=	afkrabben
afgekrabde	=	afkrabben
afgekrast	=	afkrassen
afgekraste	=	afkrassen
afgekregen	=	afkrijgen
afgekropen	=	afkruipen
afgekruid	=	afkruiden
afgekruide	=	afkruiden
afgekruimeld	=	afkruimelen
afgekruist	=	afkruisen
afgekuierd	=	afkuieren
afgekuist	=	afkuisen
afgekuiste	=	afkuisen
afgekukeld	=	afkukelen
afgekukelde	=	afkukelen
afgekund	=	afkunnen
afgekunde	=	afkunnen
afgekust	=	afkussen
afgekuste	=	afkussen
afgelachen	=	aflachen
afgeladen	=	afladen
afgelakt	=	aflakken
afgelakte	=	aflakken
afgelangd	=	aflangen
afgelapt	=	aflappen
afgelast	=	afgelasten
afgelaste	=	afgelasten
afgelasten	verb	de opdracht geven om iets niet door te laten gaan
afgelastend	=	afgelasten
afgelastende	=	afgelasten
afgelasting	noun	het niet door laten gaan van een gebeurtenis
afgelastingen	=	afgelasting
afgelastinkje	=	afgelasting
afgelastte	=	afgelasten
afgelastten	=	afgelasten
afgelaten	=	aflaat
afgelazerd	=	aflazeren
afgelazerde	=	aflazeren
afgelebberd	=	aflebberen
afgelebberde	=	aflebberen
afgeleefd	adj	oud en versleten
afgeleefde	=	afleven
afgeleefder	=	afgeleefd
afgeleefdere	=	afgeleefd
afgeleefders	=	afgeleefd
afgeleefds	=	afgeleefd
afgeleefdst	=	afgeleefd
afgeleefdste	=	afgeleefd
afgeleekt	=	afleken
afgeleekte	=	afleken
afgeleerd	=	afleren
afgeleerde	=	afleren
afgelegd	=	afleggen
afgelegen	adj	op grote afstand gelegen van menselijke activiteit
afgelegener	=	afgelegen
afgelegeners	=	afgelegen
afgelegenheden	=	afgelegenheid
afgelegenheid	noun	het zeer ver van de bewoonde wereld verwijderd zijn
afgelegens	=	afgelegen
afgelegenst	=	afgelegen
afgelegenste	=	afgelegen
afgeleid	=	afleiden
afgeleide	noun	een maat voor de verandering die een functie ondergaat als de argumenten van deze functie een infinitesimaal kleine verandering ondergaan
afgeleiden	=	afgeleide
afgeleides	=	afgeleide
afgeleverd	=	afleveren
afgeleverde	=	afleveren
afgelezen	=	aflezen
afgelijnd	=	aflijnen
afgelijnde	=	aflijnen
afgelikt	=	aflikken
afgelikte	=	aflikken
afgeloerd	=	afloeren
afgeloerde	=	afloeren
afgelogen	=	afliegen
afgelokt	=	aflokken
afgelokte	=	aflokken
afgelood	=	afloden
afgeloogd	=	aflogen
afgelopen	adj	beëindigd, wat voorbij is
afgelopens	=	afgelopen
afgelost	=	aflossen
afgeloste	=	aflossen
afgeluisd	=	afluizen
afgeluisde	=	afluizen
afgeluisterd	=	afluisteren
afgeluisterde	=	afluisteren
afgemaaid	=	afmaaien
afgemaaide	=	afmaaien
afgemaakt	=	afmaken
afgemaakte	=	afmaken
afgemaald	=	afmalen
afgemaalde	=	afmalen
afgemalen	=	afmalen
afgemarcheerd	=	afmarcheren
afgemarcheerde	=	afmarcheren
afgemarteld	=	afmartelen
afgemartelde	=	afmartelen
afgemat	=	afmatten
afgemeerd	=	afmeren
afgemeerde	=	afmeren
afgemeld	=	afmelden
afgemelde	=	afmelden
afgemest	=	afmesten
afgemeten	adj	niet meer dan het hoogst noodzakelijke
afgemetener	=	afgemeten
afgemeteners	=	afgemeten
afgemetenheden	=	afgemetenheid
afgemetenheid	noun	het deftig of gedwongen zijn
afgemetens	=	afgemeten
afgemetenst	=	afgemeten
afgemetenste	=	afgemeten
afgemijnd	=	afmijnen
afgemijnde	=	afmijnen
afgemolken	=	afmelken
afgemonsterd	=	afmonsteren
afgemonsterde	=	afmonsteren
afgemonteerd	=	afmonteren
afgenaaid	=	afnaaien
afgenaaide	=	afnaaien
afgenepen	=	afnijpen
afgeneusd	=	afneuzen
afgenokt	=	afnokken
afgenokte	=	afnokken
afgenomen	=	afnemen
afgenummerd	=	afnummeren
afgepaald	=	afpalen
afgepaalde	=	afpalen
afgepakt	=	afpakken
afgepakte	=	afpakken
afgepast	=	afpassen
afgepeddeld	=	afpeddelen
afgepeeld	=	afpelen
afgepeelde	=	afpelen
afgepeigerd	=	afpeigeren
afgepeigerde	=	afpeigeren
afgepeigerder	=	afpeigeren
afgepeigerdere	=	afpeigeren
afgepeigerders	=	afpeigeren
afgepeigerds	=	afpeigeren
afgepeigerdst	=	afpeigeren
afgepeigerdste	=	afpeigeren
afgepeild	=	afpeilen
afgepeilde	=	afpeilen
afgepeld	=	afpellen
afgepelde	=	afpellen
afgepend	=	afpennen
afgepende	=	afpennen
afgeperkt	=	afperken
afgeperkte	=	afperken
afgeperst	=	afpersen
afgeperste	=	afpersen
afgepeuterd	=	afpeuteren
afgepeuzeld	=	afpeuzelen
afgepijnigd	=	afpijnigen
afgepijnigde	=	afpijnigen
afgepikt	=	afpikken
afgepikte	=	afpikken
afgepingeld	=	afpingelen
afgepingelde	=	afpingelen
afgepitst	=	afpitsen
afgepitste	=	afpitsen
afgeplagd	=	afplaggen
afgeplakt	=	afplakken
afgeplakte	=	afplakken
afgeplat	=	afplatten
afgeplet	=	afpletten
afgeploegd	=	afploegen
afgeplozen	=	afpluizen
afgepluisd	=	afpluizen
afgepluisde	=	afpluizen
afgeplukt	=	afplukken
afgeplukte	=	afplukken
afgepoeierd	=	afpoeieren
afgepoeierde	=	afpoeieren
afgepoetst	=	afpoetsen
afgepoetste	=	afpoetsen
afgepompt	=	afpompen
afgepompte	=	afpompen
afgepraat	=	afpraten
afgepreekt	=	afpreken
afgeprijsd	=	afprijzen
afgeprijsde	=	afprijzen
afgeprikt	=	afprikken
afgeprint	=	afprinten
afgepulkt	=	afpulken
afgepulkte	=	afpulken
afgepunt	=	afpunten
afgepunte	=	afpunten
afgeraagd	=	afragen
afgeraakt	=	afraken
afgeraakte	=	afraken
afgeraapt	=	afrapen
afgeraasd	=	afrazen
afgeraden	=	afraden
afgerafeld	=	afrafelen
afgerafelde	=	afrafelen
afgeraffeld	=	afraffelen
afgeraffelde	=	afraffelen
afgeragd	=	afraggen
afgeragde	=	afraggen
afgerammeld	=	aframmelen
afgerammelde	=	aframmelen
afgeranseld	=	afranselen
afgeranselde	=	afranselen
afgeraspt	=	afraspen
afgeraspte	=	afraspen
afgerasterd	=	afrasteren
afgerasterde	=	afrasteren
afgerateld	=	afratelen
afgeratelde	=	afratelen
afgereageerd	=	afreageren
afgereageerde	=	afreageren
afgereden	=	afrijden
afgereed	=	afreden
afgeregeld	=	afregelen
afgeregelde	=	afregelen
afgeregen	=	afrijgen
afgeregend	=	afregenen
afgereisd	=	afreizen
afgereisde	=	afreizen
afgerekend	=	afrekenen
afgerekende	=	afrekenen
afgeremd	=	afremmen
afgeremde	=	afremmen
afgeren	verb	schuins (ver)lopen
afgerend	=	afrennen
afgerende	=	afrennen
afgerepeld	=	afrepelen
afgerepelde	=	afrepelen
afgerezen	=	afrijzen
afgericht	adj	bekwaam
afgerichte	=	africhten
afgerichter	=	afgericht
afgerichtere	=	afgericht
afgerichters	=	afgericht
afgerichts	=	afgericht
afgerichtst	=	afgericht
afgerichtste	=	afgericht
afgerist	=	afrissen
afgeritst	=	afritsen
afgeritste	=	afritsen
afgeroeid	=	afroeien
afgeroeide	=	afroeien
afgeroepen	=	afroepen
afgeroffeld	=	afroffelen
afgeroffelde	=	afroffelen
afgerold	=	afrollen
afgerolde	=	afrollen
afgerond	=	afronden
afgeronde	=	afronden
afgeronseld	=	afronselen
afgeronselde	=	afronselen
afgeroofd	=	afroven
afgeroomd	=	afromen
afgeroomde	=	afromen
afgerost	=	afrossen
afgeroste	=	afrossen
afgerot	=	afrotten
afgerotst	=	afrotsen
afgeruild	=	afruilen
afgeruilde	=	afruilen
afgeruimd	=	afruimen
afgeruimde	=	afruimen
afgeruist	=	afruisen
afgerukt	=	afrukken
afgesabbeld	=	afsabbelen
afgesabberd	=	afsabberen
afgesappeld	=	afsappelen
afgesappelde	=	afsappelen
afgeschaafd	=	afschaven
afgeschaafde	=	afschaven
afgeschaald	=	afschalen
afgeschaalde	=	afschalen
afgeschaduwd	=	afschaduwen
afgeschaft	=	afschaffen
afgeschafte	=	afschaffen
afgeschakeld	=	afschakelen
afgeschakelde	=	afschakelen
afgeschampt	=	afschampen
afgeschat	=	afschatten
afgeschatte	=	afschatten
afgescheept	=	afschepen
afgescheepte	=	afschepen
afgescheiden	=	afscheiden
afgescheidene	noun	iemand die zich van een hoofdstroming van een geloof heeft afgekeerd
afgescheidenen	=	afgescheidene
afgeschenen	=	afschijnen
afgeschept	=	afscheppen
afgeschermd	=	afschermen
afgeschetst	=	afschetsen
afgescheurd	=	afscheuren
afgescheurde	=	afscheuren
afgeschild	=	afschillen
afgeschilde	=	afschillen
afgeschilderd	=	afschilderen
afgeschilderde	=	afschilderen
afgeschilferd	=	afschilferen
afgeschilferde	=	afschilferen
afgeschitterd	=	afschitteren
afgeschminkt	=	afschminken
afgeschminkte	=	afschminken
afgeschoffeld	=	afschoffelen
afgeschonken	=	afschenken
afgeschooid	=	afschooien
afgeschooide	=	afschooien
afgeschopt	=	afschoppen
afgeschopte	=	afschoppen
afgeschoren	=	afscheren
afgeschoten	=	afschieten
afgeschoven	=	afschuiven
afgeschraapt	=	afschrapen
afgeschraapte	=	afschrapen
afgeschrabd	=	afschrabben
afgeschrapt	=	afschrappen
afgeschreeuwd	=	afschreeuwen
afgeschreven	=	afschrijven
afgeschrikt	=	afschrikken
afgeschrikte	=	afschrikken
afgeschrobd	=	afschrobben
afgeschrobde	=	afschrobben
afgeschroefd	=	afschroeven
afgeschroefde	=	afschroeven
afgeschroeid	=	afschroeien
afgeschubd	=	afschubben
afgeschud	=	afschudden
afgeschudde	=	afschudden
afgeschuierd	=	afschuieren
afgeschuierde	=	afschuieren
afgeschuimd	=	afschuimen
afgeschuimde	=	afschuimen
afgeschuind	=	afschuinen
afgeschuinde	=	afschuinen
afgeschut	=	afschutten
afgeschutte	=	afschutten
afgeschuurd	=	afschuren
afgeschuurde	=	afschuren
afgeseind	=	afseinen
afgeserveerd	=	afserveren
afgeserveerde	=	afserveren
afgesijpeld	=	afsijpelen
afgesjouwd	=	afsjouwen
afgesjouwde	=	afsjouwen
afgeslacht	=	afslachten
afgeslachte	=	afslachten
afgeslagen	=	afslaan
afgeslankt	=	afslanken
afgeslankte	=	afslanken
afgeslapt	=	afslappen
afgesleept	=	afslepen
afgesleepte	=	afslepen
afgeslenterd	=	afslenteren
afgeslepen	=	afslijpen
afgesleten	=	afslijten
afgesleurd	=	afsleuren
afgesleurde	=	afsleuren
afgeslibd	=	afslibben
afgeslingerd	=	afslingeren
afgesloft	=	afsloffen
afgesloofd	=	afsloven
afgesloopt	=	afslopen
afgesloopte	=	afslopen
afgesloot	=	afsloten
afgeslopen	=	afsluipen
afgeslorpt	=	afslorpen
afgesloten	=	afsluiten
afgeslotenheden	=	afgeslotenheid
afgeslotenheid	noun	de mate waarin men geen contacten meer heeft met de buitenwereld
afgeslurpt	=	afslurpen
afgesmeekt	=	afsmeken
afgesmeekte	=	afsmeken
afgesmeerd	=	afsmeren
afgesmeerde	=	afsmeren
afgesmeten	=	afsmijten
afgesmolten	=	afsmelten
afgesnauwd	=	afsnauwen
afgesnauwde	=	afsnauwen
afgesneden	=	afsnijden
afgesneld	=	afsnellen
afgesnoeid	=	afsnoeien
afgesnoeide	=	afsnoeien
afgesnoept	=	afsnoepen
afgesnoepte	=	afsnoepen
afgesnoerd	=	afsnoeren
afgesnoerde	=	afsnoeren
afgesnord	=	afsnorren
afgesnoten	=	afsnuiten
afgesnuffeld	=	afsnuffelen
afgesnuit	=	afsnuiten
afgesnuite	=	afsnuiten
afgesopt	=	afsoppen
afgesopte	=	afsoppen
afgesp	=	afgespen
afgespaand	=	afspanen
afgespannen	=	afspannen
afgespat	=	afspatten
afgespatieerd	=	afspatiëren
afgespe	=	afgespen
afgespeeld	=	afspelen
afgespeelde	=	afspelen
afgespeet	=	afspeten
afgespeld	=	afspelden
afgespelde	=	afspelden
afgespen	verb	iets wat met een gesp vast is gemaakt weer losmaken
afgespend	=	afgespen
afgespende	=	afgespen
afgespete	=	afspeten
afgespeurd	=	afspeuren
afgespeurde	=	afspeuren
afgespied	=	afspieden
afgespiegeld	=	afspiegelen
afgespiegelde	=	afspiegelen
afgespit	=	afspitten
afgespleten	=	afsplijten
afgesplinterd	=	afsplinteren
afgesplitst	=	afsplitsen
afgesplitste	=	afsplitsen
afgespoeld	=	afspoelen
afgespoelde	=	afspoelen
afgesponnen	=	afspinnen
afgesponsd	=	afsponzen
afgesponsde	=	afsponzen
afgesponst	=	afsponsen
afgesponste	=	afsponsen
afgespoord	=	afsporen
afgespoten	=	afspuiten
afgesproken	=	afspreken
afgesprongen	=	afspringen
afgespt	=	afgespen
afgespte	=	afgespen
afgespten	=	afgespen
afgestaan	=	afstaan
afgestamd	=	afstammen
afgestamde	=	afstammen
afgestampt	=	afstampen
afgestane	=	afstaan
afgestapt	=	afstappen
afgestegen	=	afstijgen
afgestekt	=	afstekken
afgestekte	=	afstekken
afgesteld	=	afstellen
afgestemd	=	afstemmen
afgestempeld	=	afstempelen
afgestempelde	=	afstempelen
afgestevend	=	afstevenen
afgestevende	=	afstevenen
afgestikt	=	afstikken
afgestikte	=	afstikken
afgestipt	=	afstippen
afgestipte	=	afstippen
afgestoft	=	afstoffen
afgestofte	=	afstoffen
afgestoken	=	afsteken
afgestommeld	=	afstommelen
afgestompt	=	afstompen
afgestompte	=	afstompen
afgestompter	=	afstompen
afgestomptere	=	afstompen
afgestompters	=	afstompen
afgestompts	=	afstompen
afgestomptst	=	afstompen
afgestomptste	=	afstompen
afgestoofd	=	afstoven
afgestoofde	=	afstoven
afgestookt	=	afstoken
afgestoomd	=	afstomen
afgestoomde	=	afstomen
afgestopt	=	afstoppen
afgestopte	=	afstoppen
afgestormd	=	afstormen
afgestormde	=	afstormen
afgestort	=	afstorten
afgestorte	=	afstorten
afgestorven	=	afsterven
afgestorvene	noun	iemand die is overleden
afgestorvenen	=	afgestorvene
afgestoten	=	afstoten
afgestoven	=	afstuiven
afgestraald	=	afstralen
afgestraalde	=	afstralen
afgestraft	=	afstraffen
afgestrafte	=	afstraffen
afgestreden	=	afstrijden
afgestreept	=	afstrepen
afgestreepte	=	afstrepen
afgestreken	=	afstrijken
afgestript	=	afstrippen
afgestripte	=	afstrippen
afgestrompeld	=	afstrompelen
afgestroomd	=	afstromen
afgestroomde	=	afstromen
afgestroopt	=	afstropen
afgestroopte	=	afstropen
afgestruind	=	afstruinen
afgestruinde	=	afstruinen
afgestudeerd	adj	de studie voltooid hebbend
afgestudeerde	noun	iemand die een opleiding met succes heeft afgerond
afgestudeerden	=	afgestudeerde
afgestudeerds	=	afgestudeerd
afgestuit	=	afstuiten
afgestuite	=	afstuiten
afgestuurd	=	afsturen
afgestuurde	=	afsturen
afgestuwd	=	afstuwen
afgetaaid	=	aftaaien
afgetaaide	=	aftaaien
afgetakeld	=	aftakelen
afgetakelde	=	aftakelen
afgetakt	=	aftakken
afgetakte	=	aftakken
afgetapet	=	aftapen
afgetapete	=	aftapen
afgetapt	=	aftappen
afgetapte	=	aftappen
afgetast	=	aftasten
afgetaste	=	aftasten
afgeteerd	=	afteren
afgetekend	=	aftekenen
afgetekende	=	aftekenen
afgeteld	=	aftellen
afgetelde	=	aftellen
afgetikt	=	aftikken
afgetikte	=	aftikken
afgetild	=	aftillen
afgetimmerd	=	aftimmeren
afgetimmerde	=	aftimmeren
afgetipt	=	aftippen
afgetipte	=	aftippen
afgetobd	=	aftobben
afgetoetst	=	aftoetsen
afgetokkeld	=	aftokkelen
afgetond	=	aftonnen
afgetonde	=	aftonnen
afgetoomd	=	aftomen
afgetopt	=	aftoppen
afgetopte	=	aftoppen
afgetornd	=	aftornen
afgetraind	=	aftrainen
afgetrainde	=	aftrainen
afgetrapt	adj	helemaal versleten door er lang mee te lopen
afgetrapte	=	afgetrapt
afgetrapter	=	afgetrapt
afgetraptere	=	afgetrapt
afgetrapters	=	afgetrapt
afgetrapts	=	afgetrapt
afgetraptst	=	afgetrapt
afgetraptste	=	afgetrapt
afgetreden	=	aftreden
afgetroefd	=	aftroeven
afgetroefde	=	aftroeven
afgetroggeld	=	aftroggelen
afgetroggelde	=	aftroggelen
afgetrokken	=	aftrekken
afgetrokkenheden	=	afgetrokkenheid
afgetrokkenheid	noun	gebrek aan verbondenheid met de werkelijkheid
afgetrommeld	=	aftrommelen
afgetuigd	=	aftuigen
afgetuigde	=	aftuigen
afgetuimeld	=	aftuimelen
afgeturfd	=	afturven
afgeturfde	=	afturven
afgetuurd	=	afturen
afgetypt	=	aftypen
afgevaagd	=	afvagen
afgevaardigd	=	afvaardigen
afgevaardigde	noun	iemand die verkozen of aangewezen is een groep of gebied in een vergadering te vertegenwoordigen
afgevaardigden	=	afgevaardigde
afgevallen	=	afvallen
afgevangen	=	afvangen
afgevaren	=	afvaren
afgeve	=	afgeven
afgeveegd	=	afvegen
afgeveegde	=	afvegen
afgeveerd	adj	van een massa dat deze door veren wordt gedragen
afgeveerde	=	afgeveerd
afgeveerds	=	afgeveerd
afgeveld	=	afvellen
afgeven	verb	achterlaten op de plek van bestemming
afgevend	=	afgeven
afgevende	=	afgeven
afgeverfd	=	afverven
afgeverfde	=	afverven
afgevergd	=	afvergen
afgevezeld	=	afvezelen
afgevezen	=	afvijzen
afgevijld	=	afvijlen
afgevijlde	=	afvijlen
afgevild	=	afvillen
afgeving	noun	de keer dat men iets achterlaat op de plaats van bestemming
afgevingen	=	afgeving
afgevinkt	=	afvinken
afgevinkte	=	afvinken
afgevist	=	afvissen
afgevlagd	=	afvlaggen
afgevlagde	=	afvlaggen
afgevlakt	=	afvlakken
afgevlakte	=	afvlakken
afgevloeid	=	afvloeien
afgevloeide	=	afvloeien
afgevlogen	=	afvliegen
afgevlucht	=	afvluchten
afgevochten	=	afvechten
afgevoegd	=	afvoegen
afgevoerd	=	afvoeren
afgevoerde	=	afvoeren
afgevorderd	=	afvorderen
afgevormd	=	afvormen
afgevraagd	=	afvragen
afgevraagde	=	afvragen
afgevreeën	=	afvrijen
afgevreten	=	afvreten
afgevrijd	=	afvrijen
afgevrijde	=	afvrijen
afgevroren	=	afvriezen
afgevuld	=	afvullen
afgevulde	=	afvullen
afgevuurd	=	afvuren
afgevuurde	=	afvuren
afgewaaid	=	afwaaien
afgewaaide	=	afwaaien
afgewaardeerd	=	afwaarderen
afgewaardeerde	=	afwaarderen
afgewacht	=	afwachten
afgewachte	=	afwachten
afgewaggeld	=	afwaggelen
afgewandeld	=	afwandelen
afgewassen	=	afwassen
afgewaterd	=	afwateren
afgewaterde	=	afwateren
afgeweekt	=	afweken
afgeweekte	=	afweken
afgeweerd	=	afweren
afgeweerde	=	afweren
afgeweid	=	afweiden
afgeweken	=	afwijken
afgewend	adj	dat iets dat voorkomen is
afgewende	=	afwenden
afgewender	=	afgewend
afgewenders	=	afgewend
afgewends	=	afgewend
afgewenteld	=	afwentelen
afgewentelde	=	afwentelen
afgewerkt	adj	tot in de laatste en kleine details afgemaakt
afgewerkte	=	afgewerkt
afgewerkter	=	afgewerkt
afgewerktere	=	afgewerkt
afgewerkters	=	afgewerkt
afgewerkts	=	afgewerkt
afgewerktst	=	afgewerkt
afgewerktste	=	afgewerkt
afgeweten	=	afweten
afgewezen	=	afwijzen
afgewezene	noun	iemand die afgewezen is, sollicitant die niet is aangenomen
afgewezenen	=	afgewezene
afgewikkeld	=	afwikkelen
afgewikkelde	=	afwikkelen
afgewimpeld	=	afwimpelen
afgewimpelde	=	afwimpelen
afgewind	adj	met wind die van een bepaalde plaats wegblaast
afgewipt	=	afwippen
afgewisseld	=	afwisselen
afgewisselde	=	afwisselen
afgewist	=	afwissen
afgewiste	=	afwissen
afgewogen	=	afwegen
afgewonden	=	afwinden
afgewonnen	=	afwinnen
afgewoond	=	afwonen
afgewoonde	=	afwonen
afgeworpen	=	afwerpen
afgeworven	=	afwerven
afgewreven	=	afwrijven
afgewrongen	=	afwringen
afgezaagd	adj	saai, alledaags, overbekend
afgezaagde	=	afzagen
afgezaagder	=	afgezaagd
afgezaagdere	=	afgezaagd
afgezaagders	=	afgezaagd
afgezaagds	=	afgezaagd
afgezaagdst	=	afgezaagd
afgezaagdste	=	afgezaagd
afgezabbeld	=	afzabbelen
afgezabberd	=	afzabberen
afgezadeld	=	afzadelen
afgezadelde	=	afzadelen
afgezakt	=	afzakken
afgezant	noun	iemand die als officiële vertegenwoordiger naar een andere partij gestuurd wordt
afgezanten	=	afgezant
afgezantje	=	afgezant
afgezantjes	=	afgezant
afgezeefd	=	afzeven
afgezeemd	=	afzemen
afgezeemde	=	afzemen
afgezeept	=	afzepen
afgezeepte	=	afzepen
afgezegd	=	afzeggen
afgezegde	=	afzeggen
afgezegend	=	afzegenen
afgezeikt	=	afzeiken
afgezeikte	=	afzeiken
afgezeild	=	afzeilen
afgezeilde	=	afzeilen
afgezeken	=	afzeiken
afgezengd	=	afzengen
afgezet	=	afzetten
afgezeten	=	afzitten
afgezette	=	afzetten
afgezeuld	=	afzeulen
afgezeulde	=	afzeulen
afgezicht	=	afzichten
afgezichte	=	afzichten
afgezien	prep	buiten beschouwing latend
afgeziene	=	afzien
afgeziens	=	afgezien
afgezocht	=	afzoeken
afgezochte	=	afzoeken
afgezoend	=	afzoenen
afgezoende	=	afzoenen
afgezogen	=	afzuigen
afgezonden	=	afzenden
afgezonderd	adj	in isolatie gebracht, geen contact meer hebben met de groep waartoe men behoorde	adv	in isolatie
afgezonderde	noun	iemand die geen contact meer heeft of mag hebben met andere mensen; iemand die apart gehouden wordt
afgezonderden	=	afgezonderde
afgezonderder	=	afgezonderd
afgezonderdere	=	afgezonderd
afgezonderders	=	afgezonderd
afgezonderds	=	afgezonderd
afgezonderdst	=	afgezonderd
afgezonderdste	=	afgezonderd
afgezonken	=	afzinken
afgezoomd	=	afzomen
afgezoomde	=	afzomen
afgezopen	=	afzuipen
afgezwaaid	=	afzwaaien
afgezwaaide	=	afzwaaien
afgezwakt	=	afzwakken
afgezweefd	=	afzweven
afgezweept	=	afzwepen
afgezwenkt	=	afzwenken
afgezwenkte	=	afzwenken
afgezwierd	=	afzwieren
afgezwoegd	=	afzwoegen
afgezwommen	=	afzwemmen
afgezworen	=	afzweren
afgezworven	=	afzwerven
afgeëist	=	afeisen
afghaan	noun	verkorting van Afghaanse windhond	verb	afgaan
afghaans	adj	gerelateerd aan Afghanistan
afghaansch	=	afghaans
afghaansche	=	afghaanse
afghaanse	noun	een inwoonster van Afghanistan
afghaansen	=	afghaanse
afghaanser	=	afghaans
afghaansere	=	afghaans
afghaansers	=	afghaans
afghaanst	=	afghaans
afghaanste	=	afghaans
afghaantje	=	afghaan
afghaantjes	=	afghaan
afghanen	=	afghaan
afghanistanveteraan	noun	militair of ex-militair die in Afghanistan gedient heeft
afghanistanveteranen	=	afghanistanveteraan
afgiet	=	afgieten
afgietdeksel	noun	een deksel met één of meer openingen waardoor men het kookvocht kan scheiden van het gekookte voedsel
afgietdeksels	=	afgietdeksel
afgietdekseltje	=	afgietdeksel
afgietdekseltjes	=	afgietdeksel
afgiete	=	afgieten
afgieten	verb	het wegschenken van kookvocht
afgietend	=	afgieten
afgietende	=	afgieten
afgietsel	noun	is een kopie van een origineel beeld of ander voorwerp, gemaakt door eerst een afdruk rond het origineel te maken en vervolgens de afdruk te vullen met een vloeistof die uithardt
afgietseldier	noun	een nauwkeurige, driedimensionale kopie van een (echt) dier of een deel daarvan, gemaakt door middel van een gietproces
afgietseldieren	=	afgietseldier
afgietseldiertje	=	afgietseldier
afgietseldiertjes	=	afgietseldier
afgietsels	=	afgietsel
afgietseltje	=	afgietsel
afgietseltjes	=	afgietsel
afgifte	noun	overhandiging volgens bepaalde regels
afgiftekantoor	noun	locatie waar men officiële documenten kan ontvangen
afgiftekantoren	=	afgiftekantoor
afgiften	=	afgifte
afgifteprijs	noun	prijs of koers van niet aan de beurs genoteerde beleggingsfondsen waarbij de uitgevende instantie de prijs bepaalt
afgifteprijsje	=	afgifteprijs
afgifteprijsjes	=	afgifteprijs
afgifteprijzen	=	afgifteprijs
afgiftes	=	afgifte
afging	=	afgaan
afginge	=	afgaan
afgingen	=	afgaan
afgingt	=	afgaan
afglede	=	afglijden
afgleden	=	afglijden
afgleed	=	afglijden
afgleedt	=	afglijden
afglij	=	afglijden
afglijd	=	afglijden
afglijde	=	afglijden
afglijden	verb	door glijden van iets afdalen
afglijdend	adj	glijdend ergens vanaf gaan of naar beneden gaan
afglijdende	=	afglijden
afglijdends	=	afglijdend
afglijding	noun|figurative	het langzaam bewegen naar een slechter of lager niveau
afglijdingen	=	afglijding
afglijdinkje	=	afglijding
afglijdinkjes	=	afglijding
afglijdt	verb	Zo staat het er dus voor met hetland of the free: een land-in-revolutie dat afglijdt naar een politiestaat, onder leiding van machtsdronken bruten die zelf roekeloos soldaatje spelen op onveilige sociale media.
afglip	=	afglippen
afglippe	=	afglippen
afglippen	verb	ergens vanaf glijden
afglippend	=	afglippen
afglippende	=	afglippen
afglipt	=	afglippen
afglipte	=	afglippen
afglipten	=	afglippen
afglure	=	afgluren
afgluren	verb	stiekem afkijken
afglurend	=	afgluren
afglurende	=	afgluren
afgluur	=	afgluren
afgluurde	=	afgluren
afgluurden	=	afgluren
afgluurt	=	afgluren
afgod	noun	een andere god dan de ene God; een "valse" god
afgoden	=	afgod
afgodendienaar	noun	iemand die een niet officieel erkende godheid aanbidt; iemand die een zogenaamde valse godheid aanbidt
afgodendienaars	=	afgodendienaar
afgodendienaren	=	afgodendienaar
afgodendienst	noun	religieuze verering van één of meer afgoden in de ogen van een ander religieus persoon, dus goden die die persoon niet als ware god erkent
afgodendiensten	=	afgodendienst
afgodentempel	noun	gebouw dat dient ter aanbidding van twee of meer godheden
afgodentempels	=	afgodentempel
afgodentempeltje	=	afgodentempel
afgodentempeltjes	=	afgodentempel
afgoderij	noun	de verering van afgoden
afgoderijen	=	afgoderij
afgoderijtje	=	afgoderij
afgodin	noun	vrouwelijke godheid die de spreker of schrijver vanuit zijn religie niet als ware god erkent
afgodinnen	=	afgodin
afgodinnetje	=	afgodin
afgodisch	adj	betrekking hebbend op het vereren van iets of iemand alsof het een god is
afgodische	=	afgodisch
afgodischer	=	afgodisch
afgodischere	=	afgodisch
afgodischers	=	afgodisch
afgodje	=	afgod
afgodjes	=	afgod
afgodsbeeld	noun	voorwerp met de figuur van een ten onrechte vereerd machtig bovennatuurlijk wezen
afgodsbeelden	=	afgodsbeeld
afgodsbeeldje	=	afgodsbeeld
afgodsbeeldjes	=	afgodsbeeld
afgodsdienst	noun	aanbidding van een andere godheid dan die van de lokaal gangbare 'officiële' godsdienst
afgodsdiensten	=	afgodsdienst
afgodsdienstje	=	afgodsdienst
afgodsdienstjes	=	afgodsdienst
afgodslang	noun	een slang die als een godheid wordt aanbeden
afgodslangen	=	afgodslang
afgodslangetje	=	afgodslang
afgodslangetjes	=	afgodslang
afgodsslang	=	afgodslang
afgodstempel	noun	plaats waar één niet 'officiële' godheid wordt vereerd
afgodstempels	=	afgodstempel
afgodstempeltje	=	afgodstempel
afgodstempeltjes	=	afgodstempel
afgolf	=	afgolven
afgolfde	=	afgolven
afgolfden	=	afgolven
afgolft	=	afgolven
afgolve	=	afgolven
afgolven	verb	met golven naar beneden stromen van een vloeistof
afgolvend	=	afgolven
afgolvende	=	afgolven
afgooi	=	afgooien
afgooide	=	afgooien
afgooiden	=	afgooien
afgooie	=	afgooien
afgooien	verb	naar beneden werpen
afgooiend	=	afgooien
afgooiende	=	afgooien
afgooit	=	afgooien
afgoot	=	afgieten
afgote	=	afgieten
afgoten	=	afgieten
afgraaf	=	afgraven
afgraaft	=	afgraven
afgraas	=	afgrazen
afgraasde	=	afgrazen
afgraasden	=	afgrazen
afgraast	=	afgrazen
afgrave	=	afgraven
afgraven	verb	door graven een aardlaag geheel verwijderen
afgravend	=	afgraven
afgravende	=	afgraven
afgraving	noun	een stuk land waarvan de grond verwijderd is, of waar men nog steeds aan het graven is
afgravingen	=	afgraving
afgravinkje	=	afgraving
afgravinkjes	=	afgraving
afgraze	=	afgrazen
afgrazen	verb	helemaal kaal vreten (door een grazer)
afgrazend	=	afgrazen
afgrazende	=	afgrazen
afgrendel	=	afgrendelen
afgrendelde	=	afgrendelen
afgrendelden	=	afgrendelen
afgrendele	=	afgrendelen
afgrendelen	verb	actief isoleren van de omgeving
afgrendelend	=	afgrendelen
afgrendelende	=	afgrendelen
afgrendeling	noun	het actief isoleren en afsluiten van de omgeving
afgrendelingen	=	afgrendeling
afgrendelt	=	afgrendelen
afgrens	=	afgrenzen
afgrensbaar	adj	de mate waarin de grenzen kunnen worden aangegeven
afgrensbaarder	=	afgrensbaar
afgrensbaardere	=	afgrensbaar
afgrensbaarders	=	afgrensbaar
afgrensbaars	=	afgrensbaar
afgrensbaarst	=	afgrensbaar
afgrensbaarste	=	afgrensbaar
afgrensbare	=	afgrensbaar
afgrensde	=	afgrenzen
afgrensden	=	afgrenzen
afgrenst	=	afgrenzen
afgrenze	=	afgrenzen
afgrenzen	verb	met een duidelijke grens afscheiden
afgrenzend	=	afgrenzen
afgrenzende	=	afgrenzen
afgrenzing	noun	vaststelling van een scheidslijn met de omgeving
afgrenzingen	=	afgrenzing
afgrijselijk	adj	verschrikkelijk.	adv	in hoge mate
afgrijselijke	=	afgrijselijk
afgrijselijker	=	afgrijselijk
afgrijselijkere	=	afgrijselijk
afgrijselijkers	=	afgrijselijk
afgrijselijkheden	=	afgrijselijkheid
afgrijselijkheid	noun	iets dat zeer afschuwelijk is
afgrijselijks	=	afgrijselijk
afgrijselijkst	=	afgrijselijk
afgrijselijkste	=	afgrijselijk
afgrijslijk	adj	iets wat zo erg is dat het afgrijzen opwekt
afgrijslijke	=	afgrijslijk
afgrijslijker	=	afgrijslijk
afgrijslijkere	=	afgrijslijk
afgrijslijkers	=	afgrijslijk
afgrijslijkheden	=	afgrijslijkheid
afgrijslijkheid	noun	iets dat afschuw opwekt
afgrijslijks	=	afgrijslijk
afgrijslijkst	=	afgrijslijk
afgrijslijkste	=	afgrijslijk
afgrijzen	noun	een gevoel van ontzetting en afkeer
afgris	=	afgrissen
afgrisse	=	afgrissen
afgrissen	verb	met een snelle beweging iets van iemand afnemen
afgrissend	=	afgrissen
afgrissende	=	afgrissen
afgrist	=	afgrissen
afgriste	=	afgrissen
afgristen	=	afgrissen
afgroef	=	afgraven
afgroeft	=	afgraven
afgroeve	=	afgraven
afgroeven	=	afgraven
afgrond	noun	een grote steile diepte
afgronddiep	adj|figurative	heel ver onder het oppervlak liggend, zich heel ver omlaag uitstrekkend, vaak : zeer intens
afgronddiepe	=	afgronddiep
afgronddieps	=	afgronddiep
afgrondelijk	adj	onpeilbaar diep
afgrondelijke	=	afgrondelijk
afgrondelijker	=	afgrondelijk
afgrondelijkere	=	afgrondelijk
afgrondelijkers	=	afgrondelijk
afgrondelijks	=	afgrondelijk
afgrondelijkst	=	afgrondelijk
afgrondelijkste	=	afgrondelijk
afgronden	=	afgrond
afgrondje	=	afgrond
afgrondjes	=	afgrond
afgunst	noun	gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunt, niet alleen maar het lijden omdat men iets niet heeft maar ook het lijden omdat een ander het wel heeft
afgunsten	=	afgunst
afgunstig	adj	iemand niet gunnen dat die iets heeft dat men zelf wil hebben
afgunstige	=	afgunstig
afgunstiger	=	afgunstig
afgunstigere	=	afgunstig
afgunstigers	=	afgunstig
afgunstigs	=	afgunstig
afgunstigst	=	afgunstig
afgunstigste	=	afgunstig
afgunstwekkend	adj	van iets dat het de jaloezie opwekt
afgunstwekkende	=	afgunstwekkend
afgunstwekkender	=	afgunstwekkend
afgunstwekkendere	=	afgunstwekkend
afgunstwekkenders	=	afgunstwekkend
afgunstwekkends	=	afgunstwekkend
afgunstwekkendst	=	afgunstwekkend
afgunstwekkendste	=	afgunstwekkend
afhaak	=	afhaken
afhaakt	=	afhaken
afhaakte	=	afhaken
afhaakten	=	afhaken
afhaal	=	afhalen
afhaalcentra	=	afhaalcentrum
afhaalcentrum	noun	plaats waar klanten hun bestelde goederen zelf kunnen ophalen
afhaalcentrums	=	afhaalcentrum
afhaalchinees	noun	een chinees restaurant dat zich voornamelijk richt op klanten die een maaltijd afhalen en elders nuttigen
afhaalchinezen	=	afhaalchinees
afhaalde	=	afhalen
afhaalden	=	afhalen
afhaaldienst	noun	service van een restaurant waarbij de klanten klaargemaakte warme maaltijden kunnen ophalen bij het restaurant zonder de maaltijd daar ook te nuttigen
afhaaldiensten	=	afhaaldienst
afhaaldienstje	=	afhaaldienst
afhaaldienstjes	=	afhaaldienst
afhaalfile	noun	een verkeersopstopping doordat mensen worden afgehaald
afhaalfiles	=	afhaalfile
afhaalfiletje	=	afhaalfile
afhaalfiletjes	=	afhaalfile
afhaalmaaltijd	noun	Een maaltijd die je bij een restaurant afhaalt in plaats van in het restaurant zelf te eten.
afhaalmaaltijden	=	afhaalmaaltijd
afhaalmaaltijdje	=	afhaalmaaltijd
afhaalmaaltijdjes	=	afhaalmaaltijd
afhaalpunt	noun	plaats waar men post of bestellingen kan laten bezorgen om ze van daaruit mee te nemen
afhaalpunten	=	afhaalpunt
afhaalrestaurant	noun	restaurant waar maaltijden afgehaald kunnen worden
afhaalrestauranten	=	afhaalrestaurant
afhaalrestaurantje	=	afhaalrestaurant
afhaalrestaurantjes	=	afhaalrestaurant
afhaalrestaurants	=	afhaalrestaurant
afhaalt	=	afhalen
afhak	=	afhakken
afhake	=	afhaken
afhaken	verb	niet langer met een proces meedoen
afhakend	=	afhaken
afhakende	=	afhaken
afhaker	noun	iemand die zijn plannen niet ten uitvoer brengt; iemand die niet meer meedoet met een geplande activiteit
afhakers	=	afhaker
afhakertje	=	afhaker
afhakertjes	=	afhaker
afhakke	=	afhakken
afhakken	verb	door te hakken iets afscheiden
afhakkend	=	afhakken
afhakkende	=	afhakken
afhakt	=	afhakken
afhakte	=	afhakken
afhakten	=	afhakken
afhale	=	afhalen
afhalen	verb	goederen die klaargelegd zijn in bezit komen nemen
afhalend	=	afhalen
afhalende	=	afhalen
afhaler	noun	iemand die een bepaald product bij de leverancier ophaalt
afhalers	=	afhaler
afhaling	noun	het ophalen van iets
afhalingen	=	afhaling
afhamer	=	afhameren
afhamerde	=	afhameren
afhamerden	=	afhameren
afhamere	=	afhameren
afhameren	verb	door een slag met een hamer aangeven dat er een beslissing is genomen (met name tijdens een veiling dat de koop voor een bepaald bedrag is gesloten)
afhamerend	=	afhameren
afhamerende	=	afhameren
afhamert	=	afhameren
afhandel	=	afhandelen
afhandelaar	noun	bedrijf dat zorgt voor het verwerken van bagage op een vliegveld
afhandelaars	=	afhandelaar
afhandelaren	=	afhandelaar
afhandelde	=	afhandelen
afhandelden	=	afhandelen
afhandele	=	afhandelen
afhandelen	verb	regelen zodat het tot een einde komt
afhandelend	=	afhandelen
afhandelende	=	afhandelen
afhandeling	noun	de manier waarop iets wordt geregeld tot het af is
afhandelingen	=	afhandeling
afhandelingetje	=	afhandeling
afhandelingetjes	=	afhandeling
afhandelingskost	noun|obsolete	bedrag dat nodig is om een transactie te verwerken
afhandelingskosten	noun	bedrag dat nodig is om een transactie te verwerken
afhandelingstermijn	noun	de tijd die nodig is om een bepaalde procedure tot een einde te brengen
afhandelingstermijnen	=	afhandelingstermijn
afhandelt	=	afhandelen
afhandig	adj	uit iemands bezit gebracht
afhang	=	afhangen
afhange	=	afhangen
afhangeling	noun	iemand die van iemand met een grotere macht afhankelijk is
afhangelingen	=	afhangeling
afhangen	verb	~ van: naargelang iets verandert mee veranderen
afhangend	adj	naar beneden hangend; naar beneden gaand
afhangende	=	afhangen
afhangends	=	afhangend
afhangt	=	afhangen
afhangzaag	noun	zaag waar het blad makkelijk kan worden losgenomen
afhangzaagje	=	afhangzaag
afhangzaagjes	=	afhangzaag
afhangzagen	=	afhangzaag
afhankelijk	adj	genoodzaakt op anderen te vertrouwen
afhankelijke	=	afhankelijk
afhankelijker	=	afhankelijk
afhankelijkere	=	afhankelijk
afhankelijkers	=	afhankelijk
afhankelijkheden	=	afhankelijkheid
afhankelijkheid	noun	dat iets bepaald wordt door iets anders
afhankelijkheidspositie	noun	ongelijke verhouding tussen twee partijen waar de een niet zonder de ander kan maar andersom wel
afhankelijkheidsposities	=	afhankelijkheidspositie
afhankelijkheidsrelatie	noun	ongelijkwaardige betrekking tussen twee of meer partijen waarbij één van de partijen macht kan uitoefenen over de ander omdat hij of zij beschikking heeft over zaken die de ander nodig heeft
afhankelijkheidsrelaties	=	afhankelijkheidsrelatie
afhankelijkheidssyndromen	=	afhankelijkheidssyndroom
afhankelijkheidssyndroom	noun	een toestand waarin een persoon fysiek of mentaal van een gewoonte of middel afhankelijk is.
afhankelijkheidssyndroompje	=	afhankelijkheidssyndroom
afhankelijkheidssyndroompjes	=	afhankelijkheidssyndroom
afhankelijkheidsverhouding	noun	relatie waarbij een persoon, groep of instelling niet zonder een andere persoon, groep of instelling kan
afhankelijkheidsverhoudingen	=	afhankelijkheidsverhouding
afhankelijkheidsverhoudinkje	=	afhankelijkheidsverhouding
afhankelijkheidsverhoudinkjes	=	afhankelijkheidsverhouding
afhankelijks	=	afhankelijk
afhankelijkst	=	afhankelijk
afhankelijkste	=	afhankelijk
afhap	=	afhappen
afhappe	=	afhappen
afhappen	verb	happen zodat er iets verdwijnt
afhappend	=	afhappen
afhappende	=	afhappen
afhapt	=	afhappen
afhapte	=	afhappen
afhapten	=	afhappen
afhard	=	afharden
afhardde	=	afharden
afhardden	=	afharden
afharde	=	afharden
afharden	verb	kasplanten langzaam laten wennen aan de koudere buitenlucht
afhardend	=	afharden
afhardende	=	afharden
afhardt	=	afharden
afhark	=	afharken
afharke	=	afharken
afharken	verb	met een hark verwijderen
afharkend	=	afharken
afharkende	=	afharken
afharkt	=	afharken
afharkte	=	afharken
afharkten	=	afharken
afhaspel	=	afhaspelen
afhaspelde	=	afhaspelen
afhaspelden	=	afhaspelen
afhaspele	=	afhaspelen
afhaspelen	verb	draad die ergens omheen gedraaid is weer losmaken met een draaiende of rollende beweging
afhaspelend	=	afhaspelen
afhaspelende	=	afhaspelen
afhaspelt	=	afhaspelen
afhecht	=	afhechten
afhechte	=	afhechten
afhechten	verb	iets netjes afwerken
afhechtend	=	afhechten
afhechtende	=	afhechten
afhechtte	=	afhechten
afhechtten	=	afhechten
afhef	=	afheffen
afheffe	=	afheffen
afheffen	verb	naar boven verwijderen door op te tillen
afheffend	=	afheffen
afheffende	=	afheffen
afheft	=	afheffen
afhel	=	afhellen
afhelde	=	afhellen
afhelden	=	afhellen
afhelle	=	afhellen
afhellen	verb	via een schuine vlak naar beneden gaan
afhellend	=	afhellen
afhellende	=	afhellen
afhelp	=	afhelpen
afhelpe	=	afhelpen
afhelpen	verb	iemand verlossen van een last; iemand ergens van bevrijden
afhelpend	=	afhelpen
afhelpende	=	afhelpen
afhelpt	=	afhelpen
afhelt	=	afhellen
afhief	=	afheffen
afhield	=	afhouden
afhielde	=	afhouden
afhielden	=	afhouden
afhieldt	=	afhouden
afhielp	=	afhelpen
afhielpe	=	afhelpen
afhielpen	=	afhelpen
afhielpt	=	afhelpen
afhieuw	=	afhouwen
afhieuwe	=	afhouwen
afhieuwen	=	afhouwen
afhieuwt	=	afhouwen
afhieven	=	afheffen
afhing	=	afhangen
afhinge	=	afhangen
afhingen	=	afhangen
afhingt	=	afhangen
afhol	=	afhollen
afholde	=	afhollen
afholden	=	afhollen
afholle	=	afhollen
afhollen	verb	allemaal haastig bezoeken
afhollend	=	afhollen
afhollende	=	afhollen
afholt	=	afhollen
afhoor	=	afhoren
afhoorde	=	afhoren
afhoorden	=	afhoren
afhoort	=	afhoren
afhore	=	afhoren
afhoren	verb	stiekem afluisteren
afhorend	=	afhoren
afhorende	=	afhoren
afhou	=	afhouden
afhoud	=	afhouden
afhoude	=	afhouden
afhouden	verb	op enige afstand laten, niet dichterbij laten komen
afhoudend	=	afhouden
afhoudende	=	afhouden
afhouding	noun	korting, vermindering, inhouding
afhoudingen	=	afhouding
afhoudinkje	=	afhouding
afhoudinkjes	=	afhouding
afhoudt	=	afhouden
afhouw	=	afhouwen
afhouwde	=	afhouwen
afhouwden	=	afhouwen
afhouwe	=	afhouwen
afhouwen	verb	door houwen iets afscheiden
afhouwend	=	afhouwen
afhouwende	=	afhouwen
afhouwing	noun	de keer dat men iets ergens vanaf hakt
afhouwingen	=	afhouwing
afhouwt	=	afhouwen
afhuif	=	afhuiven
afhuifde	=	afhuiven
afhuifden	=	afhuiven
afhuift	=	afhuiven
afhuive	=	afhuiven
afhuiven	verb	een valk de huif afnemen
afhuivend	=	afhuiven
afhuivende	=	afhuiven
afhure	=	afhuren
afhuren	verb	iets in zijn geheel huren zodat niemand anders het meer kan huren
afhurend	=	afhuren
afhurende	=	afhuren
afhuring	noun	de keer dat men iets in zijn geheel huurt zonder dat anderen het dan kunnen gebruiken
afhuringen	=	afhuring
afhuur	=	afhuren
afhuurde	=	afhuren
afhuurden	=	afhuren
afhuurt	=	afhuren
aficionado	noun	liefhebber, fan, aanhanger, amateur
aficionado's	=	aficionado
afijn	intj|informal	enfin, welnu
afikoman	noun	stuk matse dat vóór de sedermaaltijd ergens wordt verborgen, door de kinderen moet worden gezocht en waarmee vervolgens de maaltijd wordt afgesloten
afikomans	=	afikoman
afikomen	noun	stuk matse dat vóór de seidermaaltijd ergens wordt verborgen, door de kinderen moet worden gezocht en waarmee vervolgens de maaltijd wordt afgesloten
afikomens	=	afikomen
afikoumon	noun	stuk matse dat vóór de seidermaaltijd ergens wordt verborgen, door de kinderen moet worden gezocht en waarmee vervolgens de maaltijd wordt afgesloten de afikoumon mv #meervoud van het zelfstandig naamwoord afikoumon
afingisoep	noun	soep met geraspte cassave
afingisoepen	=	afingisoep
afingisoepje	=	afingisoep
afingisoepjes	=	afingisoep
afjaag	=	afjagen
afjaagde	=	afjagen
afjaagden	=	afjagen
afjaagt	=	afjagen
afjage	=	afjagen
afjagen	verb	met veel snelheid, inspanning en behendigheid iets of iemand uitputten en iets uit handen nemen
afjagend	=	afjagen
afjagende	=	afjagen
afjakker	=	afjakkeren
afjakkerde	=	afjakkeren
afjakkerden	=	afjakkeren
afjakkere	=	afjakkeren
afjakkeren	verb	landurig zo snel voortdrijven dat totale uitputting het gevolg is
afjakkerend	=	afjakkeren
afjakkerende	=	afjakkeren
afjakkert	=	afjakkeren
afjatten	verb	door diefstal ontnemen
afjoeg	=	afjagen
afjoege	=	afjagen
afjoegen	=	afjagen
afjoegt	=	afjagen
afkaap	=	afkapen
afkaapt	=	afkapen
afkaapte	=	afkapen
afkaapten	=	afkapen
afkaart	=	afkaarten
afkaarte	=	afkaarten
afkaarten	verb	iets afspreken, iets bespreken
afkaartend	=	afkaarten
afkaartende	=	afkaarten
afkaartte	=	afkaarten
afkaartten	=	afkaarten
afkaats	=	afkaatsen
afkaatse	=	afkaatsen
afkaatsen	verb	door stuiteren een naderende beweging omzetten in een verwijderende beweging
afkaatsend	=	afkaatsen
afkaatsende	=	afkaatsen
afkaatsing	noun	door spiegeling verkregen afbeelding
afkaatsingen	=	afkaatsing
afkaatst	=	afkaatsen
afkaatste	=	afkaatsen
afkaatsten	=	afkaatsen
afkabbel	=	afkabbelen
afkabbelde	=	afkabbelen
afkabbelden	=	afkabbelen
afkabbele	=	afkabbelen
afkabbelen	verb	door rustig stromen van water afbrokkelen van oevers en dijken
afkabbelend	=	afkabbelen
afkabbelende	=	afkabbelen
afkabbeling	noun	het afbrokkelen van oevers en dijken door langzaam stromend water
afkabbelingen	=	afkabbeling
afkabbelt	=	afkabbelen
afkalf	=	afkalven
afkalfde	=	afkalven
afkalfden	=	afkalven
afkalft	=	afkalven
afkalk	=	afkalken
afkalke	=	afkalken
afkalken	verb	afbikken van een aanwezige kalklaag
afkalkend	=	afkalken
afkalkende	=	afkalken
afkalkt	=	afkalken
afkalkte	=	afkalken
afkalkten	=	afkalken
afkalve	=	afkalven
afkalven	verb	geleidelijk land verliezen doordat de oever in het water verzakt
afkalvend	=	afkalven
afkalvende	=	afkalven
afkalving	noun	wegspoelen van stukken land door stromend water
afkalvingen	=	afkalving
afkam	=	afkammen
afkamde	=	afkammen
afkamden	=	afkammen
afkamme	=	afkammen
afkammen	verb	iets meer afkeuren dan eigenlijk gerechtvaardigd is
afkammend	=	afkammen
afkammende	=	afkammen
afkamt	=	afkammen
afkan	=	afkunnen
afkant	=	afkanten
afkante	=	afkanten
afkanten	verb	het afwerken van een zijkant van een voorwerp
afkantend	=	afkanten
afkantende	=	afkanten
afkanting	noun	het afronden of minder scherp maken van de kanten van een werkstuk
afkantingen	=	afkanting
afkantpers	noun	industriële machine die wordt gebruikt om metalen plaatmateriaal in een specifieke hoek of vorm te buigen
afkantpersen	=	afkantpers
afkantpersje	=	afkantpers
afkantpersjes	=	afkantpers
afkantte	=	afkanten
afkantten	=	afkanten
afkap	=	afkappen
afkape	=	afkapen
afkapen	verb	iemand iets met list, bedrog of geweld afhandig maken
afkapend	=	afkapen
afkapende	=	afkapen
afkappe	=	afkappen
afkappen	verb	op een heldere duidelijke manier ergens een einde aan maken
afkappend	=	afkappen
afkappende	=	afkappen
afkapping	noun	een afdakje dat beschermt tegen regen en direct zonlicht
afkappingen	=	afkapping
afkappingsteken	noun	apostrof
afkappingstekens	=	afkappingsteken
afkappingstekentje	=	afkappingsteken
afkappingstekentjes	=	afkappingsteken
afkappunt	noun	de score op een glijdende schaal die men gekozen heeft als de grens tussen twee categorieën
afkappunten	=	afkappunt
afkappuntje	=	afkappunt
afkappuntjes	=	afkappunt
afkapt	=	afkappen
afkapte	=	afkappen
afkapten	=	afkappen
afkat	=	afkatten
afkatte	=	afkatten
afkatten	verb	iemand op een onvriendelijke manier toespreken
afkattend	=	afkatten
afkattende	=	afkatten
afkeek	=	afkijken
afkeekt	=	afkijken
afkeer	noun	een sterke behoefte om zich tegen iets te keren omdat je het vervelend of verkeerd vindt
afkeerde	=	afkeren
afkeerden	=	afkeren
afkeerig	=	afkerig
afkeert	=	afkeren
afkeke	=	afkijken
afkeken	=	afkijken
afkere	=	afkeren
afkeren	verb	omdraaien, afwenden
afkerend	=	afkeren
afkerende	=	afkeren
afkerf	=	afkerven
afkerfde	=	afkerven
afkerfden	=	afkerven
afkerft	=	afkerven
afkerig	adj	een hekel hebbend aan
afkerige	=	afkerig
afkeriger	=	afkerig
afkerigere	=	afkerig
afkerigers	=	afkerig
afkerigheid	noun	het een hekel of tegenzin hebben aan iets of iemand
afkerigs	=	afkerig
afkerigst	=	afkerig
afkerigste	=	afkerig
afkering	noun	het zich ergens van afwenden
afkeringen	=	afkering
afkerve	=	afkerven
afkerven	verb	ergens iets met een mes verwijderen
afkervend	=	afkerven
afkervende	=	afkerven
afkets	=	afketsen
afketse	=	afketsen
afketsen	verb	een voorstel verwerpen
afketsend	=	afketsen
afketsende	=	afketsen
afketst	=	afketsen
afketste	=	afketsen
afketsten	=	afketsen
afkeur	noun	afkeer
afkeurde	=	afkeuren
afkeurden	=	afkeuren
afkeure	=	afkeuren
afkeuren	verb	niet geschikt verklaren
afkeurend	adj	een negatief oordeel uitdrukkend of bevattend
afkeurende	=	afkeuren
afkeurender	=	afkeurend
afkeurendere	=	afkeurend
afkeurenders	=	afkeurend
afkeurends	=	afkeurend
afkeurendst	=	afkeurend
afkeurendste	=	afkeurend
afkeurenswaard	adj	het afkeuren waard, afkeurenswaardig
afkeurenswaarde	=	afkeurenswaard
afkeurenswaarder	=	afkeurenswaard
afkeurenswaardere	=	afkeurenswaard
afkeurenswaarders	=	afkeurenswaard
afkeurenswaardig	adj	afkeuring verdienend
afkeurenswaardige	=	afkeurenswaardig
afkeurenswaardiger	=	afkeurenswaardig
afkeurenswaardigere	=	afkeurenswaardig
afkeurenswaardigers	=	afkeurenswaardig
afkeurenswaardigs	=	afkeurenswaardig
afkeurenswaardigst	=	afkeurenswaardig
afkeurenswaardigste	=	afkeurenswaardig
afkeurenswaards	=	afkeurenswaard
afkeurenswaardst	=	afkeurenswaard
afkeurenswaardste	=	afkeurenswaard
afkeuring	noun	het uitspreken van een negatief oordeel over iets
afkeuringen	=	afkeuring
afkeurt	=	afkeuren
afkick	=	afkicken
afkickboerderij	noun	afkickcentrum op het platteland
afkickboerderijen	=	afkickboerderij
afkickcentra	=	afkickcentrum
afkickcentrum	noun	kliniek waar patiënten van hun drugsverslaving afgeholpen worden
afkickcentrums	=	afkickcentrum
afkicke	=	afkicken
afkicken	verb	Het stoppen van een verslaving of gewoonte met ontwenningsverschijnselen.
afkickend	=	afkicken
afkickende	=	afkicken
afkickkliniek	noun	kliniek waar verslaafden geholpen worden om van hun verslaving af te komen
afkickklinieken	=	afkickkliniek
afkickprogramma	noun	methode om mensen te genezen van een verslaving
afkickprogramma's	=	afkickprogramma
afkickt	=	afkicken
afkickte	=	afkicken
afkickten	=	afkicken
afkickverschijnsel	noun	onaangenaam gevoel en/of gevoel van onvoldaanheid dat men ervaart wanneer men een middel waaraan men verslaafd is niet meer gebruikt
afkickverschijnselen	=	afkickverschijnsel
afkickverschijnsels	=	afkickverschijnsel
afkijk	=	afkijken
afkijke	=	afkijken
afkijken	verb	een idee leren, kopiëren, stelen van iemand
afkijkend	=	afkijken
afkijkende	=	afkijken
afkijker	noun	iemand die tijdens een schriftelijk proefwerk of examen kijkt wat een andere kandidaat voor antwoorden heeft gegeven
afkijkers	=	afkijker
afkijkt	=	afkijken
afkit	=	afkitten
afkitte	=	afkitten
afkitten	verb	iets geheel met kit sluitend afdichten
afkittend	=	afkitten
afkittende	=	afkitten
afklap	=	afklappen
afklappe	=	afklappen
afklappen	verb	iemand its uit het hoofd praten
afklappend	=	afklappen
afklappende	=	afklappen
afklapt	=	afklappen
afklapte	=	afklappen
afklapten	=	afklappen
afklede	=	afkleden
afkleden	verb	kleding die goed afkleedt maakt je mooier
afkledend	=	afkleden
afkledende	=	afkleden
afkleed	=	afkleden
afkleedde	=	afkleden
afkleedden	=	afkleden
afkleedt	=	afkleden
afklem	=	afklemmen
afklemde	=	afklemmen
afklemden	=	afklemmen
afklemme	=	afklemmen
afklemmen	verb	met een klem de vrije doorstroming of doorgang belemmeren
afklemmend	=	afklemmen
afklemmende	=	afklemmen
afklemming	noun	door klemmen iets van een groter geheel afscheiden, met name van een lichaamsdeel van de rest van het lichaam
afklemmingen	=	afklemming
afklemt	=	afklemmen
afklets	=	afkletsen
afkletse	=	afkletsen
afkletsen	verb	heel lang over onbelangrijke zaken praten
afkletsend	=	afkletsen
afkletsende	=	afkletsen
afkletst	=	afkletsen
afkletste	=	afkletsen
afkletsten	=	afkletsen
afklikbaar	adj	los te maken met een klik
afklikbaarder	=	afklikbaar
afklikbaardere	=	afklikbaar
afklikbaarders	=	afklikbaar
afklikbaars	=	afklikbaar
afklikbaarst	=	afklikbaar
afklikbaarste	=	afklikbaar
afklikbare	=	afklikbaar
afklim	=	afklimmen
afklimme	=	afklimmen
afklimmen	verb	afdalen waarbij men ook de handen moet gebruiken
afklimmend	=	afklimmen
afklimmende	=	afklimmen
afklimt	=	afklimmen
afklink	=	afklinken
afklinke	=	afklinken
afklinken	verb	een onenigheid bijleggen door samen een glas te drinken nadat men de glazen tegen elkaar getikt heeft
afklinkend	=	afklinken
afklinkende	=	afklinken
afklinkt	=	afklinken
afklok	=	afklokken
afklokke	=	afklokken
afklokken	verb	de tijd meten bij een bepaalde gebeurtenis
afklokkend	=	afklokken
afklokkende	=	afklokken
afklokt	=	afklokken
afklokte	=	afklokken
afklokten	=	afklokken
afklom	=	afklimmen
afklommen	=	afklimmen
afklonk	=	afklinken
afklonken	=	afklinken
afkloof	=	afkluiven
afklooft	=	afkluiven
afklop	=	afkloppen
afkloppe	=	afkloppen
afkloppen	verb	soort van ritueel waarbij men door op iets te kloppen, het lot probeert te sturen, in het bijzonder het uit bijgeloof kloppen op onbewerkt hout om te voorkomen dat een uitgesproken onheil werkelijkheid zal worden
afkloppend	=	afkloppen
afkloppende	=	afkloppen
afklopper	noun	veilingmeester die met een klap met een hamer een bod definitief maakt
afkloppers	=	afklopper
afklopt	=	afkloppen
afklopte	=	afkloppen
afklopten	=	afkloppen
afklove	=	afkluiven
afkloven	=	afkluiven
afkluif	=	afkluiven
afkluift	=	afkluiven
afkluive	=	afkluiven
afkluiven	verb	door kluiven alle vlees van een bot verwijderen
afkluivend	=	afkluiven
afkluivende	=	afkluiven
afknaag	=	afknagen
afknaagde	=	afknagen
afknaagden	=	afknagen
afknaagt	=	afknagen
afknabbel	=	afknabbelen
afknabbelde	=	afknabbelen
afknabbelden	=	afknabbelen
afknabbele	=	afknabbelen
afknabbelen	verb	met kleine bijtende bewegingen iets verwijderen van een groter geheel
afknabbelend	=	afknabbelen
afknabbelende	=	afknabbelen
afknabbeling	noun|figurative	klein stukje dat van een groter geheel is afgehaald
afknabbelingen	=	afknabbeling
afknabbelt	=	afknabbelen
afknage	=	afknagen
afknagen	verb	iets met de tanden verwijderen
afknagend	=	afknagen
afknagende	=	afknagen
afknaging	noun	het langzaam wegschuren
afknagingen	=	afknaging
afknal	=	afknallen
afknalde	=	afknallen
afknalden	=	afknallen
afknalle	=	afknallen
afknallen	verb	zonder veel nadenken met een vuurwapen neerschieten#:*"Jagers zijn geen bloeddorstige monsters die rücksichtslos alles afknallen"
afknallend	=	afknallen
afknallende	=	afknallen
afknalt	=	afknallen
afknap	=	afknappen
afknappe	=	afknappen
afknappen	verb	ineens iets of iemand niet meer belangrijk, interessant, of leuk vinden
afknappend	=	afknappen
afknappende	=	afknappen
afknapper	noun	een tegenvaller die zo groot is dat men daarna moeilijk of niet verder kan of gaat
afknappers	=	afknapper
afknappertje	=	afknapper
afknappertjes	=	afknapper
afknapt	=	afknappen
afknapte	=	afknappen
afknapten	=	afknappen
afknauw	=	afknauwen
afknauwde	=	afknauwen
afknauwden	=	afknauwen
afknauwe	=	afknauwen
afknauwen	verb	stukje bij beetje ergens wat van afknabbelen
afknauwend	=	afknauwen
afknauwende	=	afknauwen
afknauwt	=	afknauwen
afkneep	=	afknijpen
afkneept	=	afknijpen
afknel	=	afknellen
afknelde	=	afknellen
afknelden	=	afknellen
afknelle	=	afknellen
afknellen	verb	door omvatting zorgen dat de doorgang van iets wordt belemmerd
afknellend	=	afknellen
afknellende	=	afknellen
afknelling	noun	door knellen zorgen dat iets minder goed doorgankelijk is
afknellingen	=	afknelling
afknelt	=	afknellen
afknepe	=	afknijpen
afknepen	=	afknijpen
afknevel	=	afknevelen
afknevelde	=	afknevelen
afknevelden	=	afknevelen
afknevele	=	afknevelen
afknevelen	verb	een persoon te veel, of met geweld, of onwettig iets afdwingen
afknevelend	=	afknevelen
afknevelende	=	afknevelen
afknevelt	=	afknevelen
afknibbel	=	afknibbelen
afknibbelde	=	afknibbelen
afknibbelden	=	afknibbelen
afknibbele	=	afknibbelen
afknibbelen	verb	iets kleiner maken door er steeds kleine stukjes af te halen
afknibbelend	=	afknibbelen
afknibbelende	=	afknibbelen
afknibbelt	=	afknibbelen
afknijp	=	afknijpen
afknijpe	=	afknijpen
afknijpen	verb	door knijpen verwijderen
afknijpend	=	afknijpen
afknijpende	=	afknijpen
afknijper	noun	iemand die valsheid in de handel bedrijft
afknijpers	=	afknijper
afknijping	noun	het door knijpen kleiner maken van zaken
afknijpingen	=	afknijping
afknijpt	=	afknijpen
afknip	=	afknippen
afknippe	=	afknippen
afknippen	verb	met een schaar een stuk van iets groters afhalen
afknippend	=	afknippen
afknippende	=	afknippen
afknipt	=	afknippen
afknipte	=	afknippen
afknipten	=	afknippen
afknoop	=	afknopen
afknoopt	=	afknopen
afknoopte	=	afknopen
afknoopten	=	afknopen
afknope	=	afknopen
afknopen	verb	iets verwijderen of losmaken door de knopen los te knopen
afknopend	=	afknopen
afknopende	=	afknopen
afknot	=	afknotten
afknotte	=	afknotten
afknotten	verb	iets kleiner maken door er een scherpe kant vanaf te halen
afknottend	=	afknotten
afknottende	=	afknotten
afknotting	noun	de keer dat men iets door breken of hakken korter maakt door er de top vanaf te halen
afknottingen	=	afknotting
afknuppel	=	afknuppelen
afknuppelde	=	afknuppelen
afknuppelden	=	afknuppelen
afknuppele	=	afknuppelen
afknuppelen	verb	iets of iemand met een knuppel verwonden of doodslaan
afknuppelend	=	afknuppelen
afknuppelende	=	afknuppelen
afknuppelt	=	afknuppelen
afknutsel	=	afknutselen
afknutselde	=	afknutselen
afknutselden	=	afknutselen
afknutsele	=	afknutselen
afknutselen	verb	al knutselend voltooien; iets voltooien waar men heel lang mee bezig is geweest
afknutselend	=	afknutselen
afknutselende	=	afknutselen
afknutselt	=	afknutselen
afko	noun|informal	afkorting, met name tweelettergrepige verkorting die op een klinker eindigt
afko's	=	afko
afkocht	=	afkopen
afkochte	=	afkopen
afkochten	=	afkopen
afkoel	=	afkoelen
afkoelde	=	afkoelen
afkoelden	=	afkoelen
afkoele	=	afkoelen
afkoelen	verb	kouder worden
afkoelend	=	afkoelen
afkoelende	=	afkoelen
afkoeling	noun	een proces waarbij de temperatuur geleidelijk lager wordt
afkoelingen	=	afkoeling
afkoelingsperiode	noun	tijd die men kan gebruiken om tot bezinning te komen in een conflict of bij een grote aankoop
afkoelingsperioden	=	afkoelingsperiode
afkoelingsperiodes	=	afkoelingsperiode
afkoelrek	noun	een metalen rooster dat wordt gebruikt om gebakken producten zoals cake, brood of koekjes te laten afkoelen
afkoelrekje	=	afkoelrek
afkoelrekjes	=	afkoelrek
afkoelrekken	=	afkoelrek
afkoelrooster	noun	metalen rooster met pootjes om baksels zoals cakes, koekjes of brood in af te laten koelen
afkoelroosters	=	afkoelrooster
afkoelt	=	afkoelen
afkoers	=	afkoersen
afkoerse	=	afkoersen
afkoersen	verb	afkoersen op: ergens naar toe gaan, ergens op af gaan
afkoersend	=	afkoersen
afkoersende	=	afkoersen
afkoerst	=	afkoersen
afkoerste	=	afkoersen
afkoersten	=	afkoersen
afkoke	=	afkoken
afkoken	verb	koken tot iets geheel gaar is
afkokend	=	afkoken
afkokende	=	afkoken
afkoker	noun	soort aardappel die uit elkaar valt voor ze helemaal gaar is; zeer bloemige aardappel
afkokers	=	afkoker
afkokertje	=	afkoker
afkolf	=	afkolven
afkolfde	=	afkolven
afkolfden	=	afkolven
afkolfset	noun	een hulpmiddel om moeders te helpen afkolven
afkolfsetje	=	afkolfset
afkolfsetjes	=	afkolfset
afkolfsets	=	afkolfset
afkolft	=	afkolven
afkolve	=	afkolven
afkolven	verb	het aftappen van melk van de borst van een moeder
afkolvend	=	afkolven
afkolvende	=	afkolven
afkom	=	afkomen
afkome	=	afkomen
afkomen	verb	op iemand ~: iemand -soms dreigend- benaderen
afkomend	=	afkomen
afkomende	=	afkomen
afkomst	noun	de familie waarvan je afstamt
afkomsten	=	afkomst
afkomstig	adj	komende van/uit
afkomstige	=	afkomstig
afkomstigs	=	afkomstig
afkomstje	=	afkomst
afkomstjes	=	afkomst
afkomt	=	afkomen
afkon	=	afkunnen
afkonden	=	afkunnen
afkondig	=	afkondigen
afkondigde	=	afkondigen
afkondigden	=	afkondigen
afkondige	=	afkondigen
afkondigen	verb	openbaar maken, bijvoorbeeld van een beslissing
afkondigend	=	afkondigen
afkondigende	=	afkondigen
afkondiging	noun	het afkondigen van iets
afkondigingen	=	afkondiging
afkondigingetje	=	afkondiging
afkondigingetjes	=	afkondiging
afkondiginkje	=	afkondiging
afkondigt	=	afkondigen
afkook	=	afkoken
afkooksel	noun	vloeistof waarin de oplosbare stoffen uit een vaste stof zijn opgelost door koken
afkooksels	=	afkooksel
afkookseltje	=	afkooksel
afkookseltjes	=	afkooksel
afkookt	=	afkoken
afkookte	=	afkoken
afkookten	=	afkoken
afkoop	noun	betaling van een bedrag om een verplichting te beëindigen, of om van gezeur (afpersing) af te zijn
afkoopbaar	adj	de mogelijkheid hebbende om met één betaling een verplichting te laten vervallen
afkoopbaarder	=	afkoopbaar
afkoopbaardere	=	afkoopbaar
afkoopbaarders	=	afkoopbaar
afkoopbaarheden	=	afkoopbaarheid
afkoopbaarheid	noun	de mogelijkheid om met één betaling een verplichting te laten vervallen
afkoopbaars	=	afkoopbaar
afkoopbaarst	=	afkoopbaar
afkoopbaarste	=	afkoopbaar
afkoopbaarstelling	noun	het bepalen dat schulden of verplichtingen in één keer voldaan kunnen worden
afkoopbaarstellingen	=	afkoopbaarstelling
afkoopbare	=	afkoopbaar
afkoopregeling	noun	regeling waarbij de ene partij geld betaalt en de andere partij geen schadeclaim meer zal indienen
afkoopregelingen	=	afkoopregeling
afkoopsom	noun	een bedrag dat ineens betaald wordt opdat een langdurige geldelijke verplichting ophoudt te bestaan
afkoopsommen	=	afkoopsom
afkoopsommetje	=	afkoopsom
afkoopsommetjes	=	afkoopsom
afkoopt	=	afkopen
afkoopverbod	noun	het niet mogen accepteren van een afkoopsom in ruil voor het afstand doen van een recht (zoals bijvoorbeeld een pensioen of lijfrente)
afkoopverboden	=	afkoopverbod
afkoopwaarde	noun	de hoeveelheid geld de men waarschijnlijk moet betalen bij het afkopen van een verplichting
afkoopwaarden	=	afkoopwaarde
afkoopwaardes	=	afkoopwaarde
afkope	=	afkopen
afkopen	verb	geld betalen zodat er geen schuld of verplichting meer is
afkopend	=	afkopen
afkopende	=	afkopen
afkoping	noun	het door betaling van geld zorgen dat een verplichting wordt kwijtgescholden
afkopingen	=	afkoping
afkoppel	=	afkoppelen
afkoppelde	=	afkoppelen
afkoppelden	=	afkoppelen
afkoppele	=	afkoppelen
afkoppelen	verb	een deel losmaken van een groter geheel
afkoppelend	=	afkoppelen
afkoppelende	=	afkoppelen
afkoppeling	noun	het verbreken van een verbinding
afkoppelingen	=	afkoppeling
afkoppelt	=	afkoppelen
afkorf	=	afkerven
afkorft	=	afkerven
afkort	=	afkorten
afkorte	=	afkorten
afkorten	verb	kortere versies voor veelgebruikte woorden of woordgroepen bedenken
afkortend	=	afkorten
afkortende	=	afkorten
afkorting	noun	algemeen: het inkorten van een woord of een frase
afkortingen	=	afkorting
afkortingsteken	noun	' teken dat aangeeft dat men één of meer tekens heeft weggelaten ('s-morgens in plaats van des-morgens)
afkortingstekens	=	afkortingsteken
afkortinkje	=	afkorting
afkortinkjes	=	afkorting
afkortte	=	afkorten
afkortten	=	afkorten
afkorve	=	afkerven
afkorven	=	afkerven
afkraak	=	afkraken
afkraakt	=	afkraken
afkraakte	=	afkraken
afkraakten	=	afkraken
afkrab	=	afkrabben
afkrabbe	=	afkrabben
afkrabbel	=	afkrabbelen
afkrabbelde	=	afkrabbelen
afkrabbelden	=	afkrabbelen
afkrabbele	=	afkrabbelen
afkrabbelen	verb	door krabben iets schoonmaken
afkrabbelend	=	afkrabbelen
afkrabbelende	=	afkrabbelen
afkrabbelt	=	afkrabbelen
afkrabben	verb	door krabben verwijderen
afkrabbend	=	afkrabben
afkrabbende	=	afkrabben
afkrabber	noun	gereedschap waarmee je verf of behang kunt afkrabben
afkrabbers	=	afkrabber
afkrabde	=	afkrabben
afkrabden	=	afkrabben
afkrabsel	noun	afgekrabde stof
afkrabsels	=	afkrabsel
afkrabt	=	afkrabben
afkrake	=	afkraken
afkraken	verb	vernietigend beoordelen
afkrakend	=	afkraken
afkrakende	=	afkraken
afkras	=	afkrassen
afkrasse	=	afkrassen
afkrassen	verb	iets verwijderen met een krassende beweging
afkrassend	=	afkrassen
afkrassende	=	afkrassen
afkrast	=	afkrassen
afkraste	=	afkrassen
afkrasten	=	afkrassen
afkreeg	=	afkrijgen
afkreegt	=	afkrijgen
afkrege	=	afkrijgen
afkregen	=	afkrijgen
afkrijg	=	afkrijgen
afkrijge	=	afkrijgen
afkrijgen	verb	erin slagen iets te voltooien
afkrijgend	=	afkrijgen
afkrijgende	=	afkrijgen
afkrijgt	=	afkrijgen
afkroop	=	afkruipen
afkropen	=	afkruipen
afkrui	=	afkruien
afkruid	=	afkruiden
afkruidde	=	afkruiden
afkruidden	=	afkruiden
afkruide	=	afkruien
afkruiden	verb	afmaken van een gerecht door kruiden toe te voegen
afkruidend	=	afkruiden
afkruidende	=	afkruiden
afkruidt	=	afkruiden
afkruie	=	afkruien
afkruien	verb	met een kruiwagen afvoeren
afkruiend	=	afkruien
afkruiende	=	afkruien
afkruimel	=	afkruimelen
afkruimelde	=	afkruimelen
afkruimelden	=	afkruimelen
afkruimele	=	afkruimelen
afkruimelen	verb	zo afbreken dat er kruimels ontstaan
afkruimelend	=	afkruimelen
afkruimelende	=	afkruimelen
afkruimelt	=	afkruimelen
afkruip	=	afkruipen
afkruipe	=	afkruipen
afkruipen	verb	op handen en voeten weggaan
afkruipend	=	afkruipen
afkruipende	=	afkruipen
afkruipt	=	afkruipen
afkruis	=	afkruisen
afkruise	=	afkruisen
afkruisen	verb	iets op een lijst markeren als het gecontroleerd is
afkruisend	=	afkruisen
afkruisende	=	afkruisen
afkruist	=	afkruisen
afkruiste	=	afkruisen
afkruisten	=	afkruisen
afkruit	=	afkruien
afkuier	=	afkuieren
afkuierde	=	afkuieren
afkuierden	=	afkuieren
afkuiere	=	afkuieren
afkuieren	verb	langzaam en rustig naar beneden slenteren
afkuierend	=	afkuieren
afkuierende	=	afkuieren
afkuiert	=	afkuieren
afkuis	=	afkuisen
afkuise	=	afkuisen
afkuisen	verb	schoonmaken door het vuil te verwijderen
afkuisend	=	afkuisen
afkuisende	=	afkuisen
afkuist	=	afkuisen
afkuiste	=	afkuisen
afkuisten	=	afkuisen
afkukel	=	afkukelen
afkukelde	=	afkukelen
afkukelden	=	afkukelen
afkukele	=	afkukelen
afkukelen	verb|informal	op een onhandige manier ergens vanaf vallen
afkukelend	=	afkukelen
afkukelende	=	afkukelen
afkukelt	=	afkukelen
afkunne	=	afkunnen
afkunnen	verb	iets kunnen voltooien
afkunnend	=	afkunnen
afkunnende	=	afkunnen
afkunt	verb	tweede persoon enkelvoud van afkunnen
afkus	=	afkussen
afkusse	=	afkussen
afkussen	verb	door het geven van een zoen een conflict bijleggen
afkussend	=	afkussen
afkussende	=	afkussen
afkust	=	afkussen
afkuste	=	afkussen
afkusten	=	afkussen
afkwaamt	=	afkomen
afkwam	=	afkomen
afkwame	=	afkomen
afkwamen	=	afkomen
aflaad	=	afladen
aflaadde	=	afladen
aflaadden	=	afladen
aflaadhaven	noun	haven waar een schip zijn laatste lading inneemt
aflaadhavens	=	aflaadhaven
aflaadhaventje	=	aflaadhaven
aflaadhaventjes	=	aflaadhaven
aflaadt	=	afladen
aflaast	=	aflezen
aflaat	noun	een kwijtschelding van tijdelijke straffen die men zou moeten ondergaan na het sterven, binnen de rooms-katholieke traditie
aflaatbrief	noun	een papier waarmee officieel een aflaat verleend wordt
aflaatbriefje	=	aflaatbrief
aflaatbriefjes	=	aflaatbrief
aflaatbrieven	=	aflaatbrief
aflaathandel	noun	handel in bewijzen die een vermindering van de straftijd in het vagevuur zouden bewerkstelligen
aflaathandeltje	=	aflaathandel
aflaathandeltjes	=	aflaathandel
aflaatje	=	aflaat
aflaatjes	=	aflaat
aflaatkraan	noun	kraan die, indien geopend, vloeistof uit een systeem afvoert
aflaatkranen	=	aflaatkraan
aflach	=	aflachen
aflache	=	aflachen
aflachen	verb	heftig en langdurig lachen
aflachend	=	aflachen
aflachende	=	aflachen
aflacht	=	aflachen
aflachte	=	aflachen
aflachten	=	aflachen
aflade	=	afladen
afladen	verb	vrachtgoed van een scheepsdek of open wagen lossen
afladend	=	afladen
afladende	=	afladen
aflader	noun	bevrachter van een schip
afladers	=	aflader
aflading	noun	de keer dat men lading verwijdert
afladingen	=	aflading
aflag	=	afliggen
aflagen	=	afliggen
aflak	=	aflakken
aflakke	=	aflakken
aflakken	verb	de laatste lagen verf aanbrengen; iets afmaken
aflakkend	=	aflakken
aflakkende	=	aflakken
aflakt	=	aflakken
aflakte	=	aflakken
aflakten	=	aflakken
aflandig	adj	niet naar het land toe maar van het land af gaand
aflandige	=	aflandig
aflandiger	=	aflandig
aflandigere	=	aflandig
aflandigers	=	aflandig
aflandigs	=	aflandig
aflandigst	=	aflandig
aflandigste	=	aflandig
aflang	=	aflangen
aflangde	=	aflangen
aflangden	=	aflangen
aflange	=	aflangen
aflangen	verb	iets afgeven aan een ander; aan huis bezorgen van brieven, pakjes e.d.
aflangend	=	aflangen
aflangende	=	aflangen
aflangt	=	aflangen
aflap	=	aflappen
aflappe	=	aflappen
aflappen	verb	iets repareren door er lappen op aan te brengen
aflappend	=	aflappen
aflappende	=	aflappen
aflapt	=	aflappen
aflapte	=	aflappen
aflapten	=	aflappen
aflas	=	aflassen
aflasse	=	aflassen
aflassen	verb	laswerk afmaken
aflassend	=	aflassen
aflassende	=	aflassen
aflast	=	aflassen
aflaste	=	aflassen
aflasten	verb	overgankelijk (spreektaal) (niet algemeen) de opdracht geven om iets niet door te laten gaan
aflastend	=	aflasten
aflastte	=	aflasten
aflastten	=	aflasten
aflate	=	aflaat
aflaten	=	aflaat
aflatend	=	aflaat
aflatende	=	aflaat
aflating	noun	afneming
aflatingen	=	aflating
aflatinkje	=	aflating
aflatinkjes	=	aflating
aflatoxine	noun	sterk kankerverwekkende, door schimmel geproduceerde giftige stof met de formule C₁₇H₁₂O₆
aflatoxinen	=	aflatoxine
aflatoxines	=	aflatoxine
aflatoxinetje	=	aflatoxine
aflatoxinetjes	=	aflatoxine
aflaze	=	aflezen
aflazen	=	aflezen
aflazer	=	aflazeren
aflazerde	=	aflazeren
aflazerden	=	aflazeren
aflazere	=	aflazeren
aflazeren	verb|informal	afvallen
aflazerend	=	aflazeren
aflazerende	=	aflazeren
aflazert	=	aflazeren
aflebber	=	aflebberen
aflebberde	=	aflebberen
aflebberden	=	aflebberen
aflebbere	=	aflebberen
aflebberen	verb	afzoenen of aflikken
aflebberend	=	aflebberen
aflebberende	=	aflebberen
aflebbert	=	aflebberen
afleef	=	afleven
afleefde	=	afleven
afleefden	=	afleven
afleeft	=	afleven
afleek	=	afleken
afleekt	=	afleken
afleekte	=	afleken
afleekten	=	afleken
afleer	=	afleren
afleerde	=	afleren
afleerden	=	afleren
afleert	=	afleren
aflees	=	aflezen
afleesapparaat	noun	toestel waarmee men de meetwaardes van een meetinstrument kan waarnemen
afleesapparaatje	=	afleesapparaat
afleesapparaatjes	=	afleesapparaat
afleesapparaten	=	afleesapparaat
afleesapparatuur	noun	verzameling toestellen waarmee men de meetwaardes van een meetinstrument kan waarnemen
afleesbaar	adj	waarneembaar en interpreteerbaar zijn van tekst en/of symbolen
afleesbaarder	=	afleesbaar
afleesbaardere	=	afleesbaar
afleesbaarders	=	afleesbaar
afleesbaars	=	afleesbaar
afleesbaarst	=	afleesbaar
afleesbaarste	=	afleesbaar
afleesbare	=	afleesbaar
afleesfout	noun	fout die ontstaat bij het aflezen van een meetinstrument
afleesfouten	=	afleesfout
afleesinstrument	noun	toestel waarmee men meetwaardes van een meetinstrument kan bepalen
afleesinstrumenten	=	afleesinstrument
afleesloep	noun	vergrootglas waarmee men een meetinstrument zeer nauwkeurig kan aflezen
afleesloepen	=	afleesloep
afleesloepje	=	afleesloep
afleesloepjes	=	afleesloep
afleesstreep	noun	dunne lijn die je kan bewegen ten opzichte van een maatverdeling om daarop de toepasselijke waarde precies af te kunnen lezen
afleesstreepje	=	afleesstreep
afleesstreepjes	=	afleesstreep
afleesstrepen	=	afleesstreep
afleest	=	aflezen
afleg	=	afleggen
aflegde	=	afleggen
aflegden	=	afleggen
aflegge	=	afleggen
afleggen	verb	voorbereiden van de overledene(n) op de begrafenis
afleggend	=	afleggen
afleggende	=	afleggen
aflegger	noun	voorwerp (met name kleding) dat de oorspronkelijke eigenaar niet meer gebruikt maar nog niet helemaal versleten is en dus nog door iemand anders als tweedehandsje gebruikt kan worden
afleggers	=	aflegger
afleggersvereniging	noun	groep mensen die een lijk klaarmaken voor een begrafenis (m.n. in Suriname)
afleggersverenigingen	=	afleggersvereniging
afleggersverenigingetje	=	afleggersvereniging
afleggersverenigingetjes	=	afleggersvereniging
afleggertje	=	aflegger
afleggertjes	=	aflegger
aflegging	noun	het afstand doen van iets
afleggingen	=	aflegging
aflegginkje	=	aflegging
aflegginkjes	=	aflegging
aflegt	=	afleggen
afleid	=	afleiden
afleidbaar	adj	de mate waarin de aandacht op een ander onderwerp kan worden gericht door een prikkel van buiten
afleidbaarder	=	afleidbaar
afleidbaardere	=	afleidbaar
afleidbaarders	=	afleidbaar
afleidbaars	=	afleidbaar
afleidbaarst	=	afleidbaar
afleidbaarste	=	afleidbaar
afleidbare	=	afleidbaar
afleidde	=	afleiden
afleidden	=	afleiden
afleide	=	afleiden
afleiden	verb	de aandacht van iemand naar een ander onderwerp laten gaan
afleidend	=	afleiden
afleidende	=	afleiden
afleider	noun	middel om iets of iemand (al of niet gewenst) iets anders te laten doen
afleiders	=	afleider
afleidertje	=	afleider
afleidertjes	=	afleider
afleiding	noun	een gebeurtenis of activiteit die de gedachten op iets anders richt
afleidingen	=	afleiding
afleidingskanaal	noun	kanaal of leiding die zorgt dat water of een andere vloeistof via een andere dan de normale weg kan wegstromen
afleidingskanaaltje	=	afleidingskanaal
afleidingskanaaltjes	=	afleidingskanaal
afleidingskanalen	=	afleidingskanaal
afleidingsmaneuver	noun	een actie die erop gericht is de aandacht van iemand op iets anders te laten richten
afleidingsmaneuvers	=	afleidingsmaneuver
afleidingsmanoeuvre	noun	een actie die erop gericht is de aandacht van iemand op iets anders te laten richten
afleidingsmanoeuvres	=	afleidingsmanoeuvre
afleidingsmiddel	noun	zaak waardoor men vermaakt kan worden
afleidingsmiddelen	=	afleidingsmiddel
afleidinkje	=	afleiding
afleidinkjes	=	afleiding
afleidkunde	noun	de studie naar de oorsprong en de verandering van vorm en betekenis van woorden
afleidsel	noun	een geleed woord waarvan een van de delen een gebonden morfeem is, een woorddeel dat niet zelfstandig als woord kan optreden zoals voor- of achtervoegsels (ook wel pre- en suffixen genoemd)
afleidsels	=	afleidsel
afleidt	=	afleiden
afleke	=	afleken
afleken	verb	zachtjes naar beneden stromen, afdruipen, afvloeien
aflekend	=	afleken
aflekende	=	afleken
aflere	=	afleren
afleren	verb	leren iets niet langer te doen of een fout in het geleerde te verbeteren
aflerend	=	afleren
aflerende	=	afleren
afleve	=	afleven
afleven	verb	het leven ploeterend en zwoegend tot het einde toe slijten
aflevend	=	afleven
aflevende	=	afleven
aflever	=	afleveren
afleveraar	noun	iemand die prodcten levert aan de eindgebruiker
afleveraars	=	afleveraar
afleveradres	noun	plaats waar een bedrijf een bestelling naartoe stuurt en waar de klant het ontvangt
afleveradressen	=	afleveradres
afleverde	=	afleveren
afleverden	=	afleveren
aflevere	=	afleveren
afleveren	verb	brengen naar en achterlaten op de plek van bestemming
afleverend	=	afleveren
afleverende	=	afleveren
aflevering	noun	elk onderdeel van een tv-serie dat op regelmatige tijden wordt uitgebracht of uitgezonden
afleveringen	=	aflevering
afleveringetje	=	aflevering
afleveringetjes	=	aflevering
afleveringsbewijs	noun	bewijs dat de leverancier iets bij de klant heeft gebracht
afleveringsbewijsje	=	afleveringsbewijs
afleveringsbewijsjes	=	afleveringsbewijs
afleveringsbewijzen	=	afleveringsbewijs
afleveringsdatum	noun	dag dat iets bezorgd of geleverd wordt dat men heeft gekocht of besteld
afleveringsdatums	=	afleveringsdatum
afleveringskwaliteit	noun	de kwaliteit van een geleverde dienst of product
afleveringskwaliteiten	=	afleveringskwaliteit
afleveringsnummer	noun	volgnummer van een programma dat deel uitmaakt van een serie; volgnummer van een aflevering van een televisieshow of podcast serie
afleveringsnummers	=	afleveringsnummer
afleveringsnummertje	=	afleveringsnummer
afleveringsnummertjes	=	afleveringsnummer
afleveringstermijn	noun	periode waarbinnen een besteld product geleverd moet of kan worden
afleveringstermijnen	=	afleveringstermijn
afleveringstijd	noun	tijdstip dat iets bezorgd of geleverd wordt dat men heeft gekocht of besteld
afleverinkje	=	aflevering
afleverinkjes	=	aflevering
aflevert	=	afleveren
afleze	=	aflezen
aflezen	verb	de meetwaarde bepalen door te kijken naar een meetapparaat
aflezend	=	aflezen
aflezende	=	aflezen
aflezer	noun	apparaat dat een kaart kan herkennen
aflezers	=	aflezer
aflezing	noun	het aflezen van iets
aflezingen	=	aflezing
aflieg	=	afliegen
afliege	=	afliegen
afliegen	verb	beweren geen betrekking tot het genoemde te hebben
afliegend	=	afliegen
afliegende	=	afliegen
afliegt	=	afliegen
afliep	=	aflopen
afliepe	=	aflopen
afliepen	=	aflopen
afliept	=	aflopen
afliet	=	aflaat
aflieten	=	aflaat
aflig	=	afliggen
afligge	=	afliggen
afliggen	verb	door een afstand gescheiden zijn
afliggend	=	afliggen
afliggende	=	afliggen
afligt	=	afliggen
aflijden	=	afleiden
aflijn	=	aflijnen
aflijnde	=	aflijnen
aflijnden	=	aflijnen
aflijne	=	aflijnen
aflijnen	verb	met strepen scherp afgrenzen
aflijnend	=	aflijnen
aflijnende	=	aflijnen
aflijning	noun	duidelijke afgrenzing
aflijningen	=	aflijning
aflijnt	=	aflijnen
aflijvig	adj	overleden
aflijvige	=	aflijvig
aflijviger	=	aflijvig
aflijvigere	=	aflijvig
aflijvigers	=	aflijvig
aflijvigs	=	aflijvig
aflijvigst	=	aflijvig
aflijvigste	=	aflijvig
aflik	=	aflikken
aflikke	=	aflikken
aflikken	verb	iets ergens vanaf halen door het er met je tong af te halen
aflikkend	=	aflikken
aflikkende	=	aflikken
aflikt	=	aflikken
aflikte	=	aflikken
aflikten	=	aflikken
aflode	=	afloden
afloden	verb	met een dieplood de diepte van een water bepalen
aflodend	=	afloden
aflodende	=	afloden
afloer	=	afloeren
afloerde	=	afloeren
afloerden	=	afloeren
afloere	=	afloeren
afloeren	verb	op een stiekeme, arglistige manier gluren
afloerend	=	afloeren
afloerende	=	afloeren
afloert	=	afloeren
afloge	=	aflogen
aflogen	verb	met een basische stof afwassen
aflogend	=	aflogen
aflogende	=	aflogen
aflok	=	aflokken
aflokke	=	aflokken
aflokken	verb	weglokken
aflokkend	=	aflokken
aflokkende	=	aflokken
aflokt	=	aflokken
aflokte	=	aflokken
aflokten	=	aflokken
aflood	=	afloden
afloodde	=	afloden
afloodden	=	afloden
afloodt	=	afloden
afloog	=	aflogen
afloogde	=	aflogen
afloogden	=	aflogen
afloogt	=	aflogen
afloop	noun	einde
afloopdata	=	afloopdatum
afloopdatum	noun	dag dat de geldigheid van een bepaalde afspraak of regeling stopt
afloopdatums	=	afloopdatum
afloopje	=	afloop
afloopjes	=	afloop
afloopt	=	aflopen
aflope	=	aflopen
aflopen	verb	eindigen, verstrijken
aflopend	adj	tot een einde komend
aflopende	=	aflopen
aflopends	=	aflopend
aflos	=	aflossen
aflosbaar	adj	met de mogelijkheid het geleende bedrag terug te betalen
aflosbaarder	=	aflosbaar
aflosbaardere	=	aflosbaar
aflosbaarders	=	aflosbaar
aflosbaars	=	aflosbaar
aflosbaarst	=	aflosbaar
aflosbaarste	=	aflosbaar
aflosbare	=	aflosbaar
aflosboete	noun	een boete die betaald moet worden bij (vervroegd) aflossen
aflosboetes	=	aflosboete
aflosse	=	aflossen
aflossen	verb	de plaats innemen van, in zijn taak vervangen
aflossend	=	aflossen
aflossende	=	aflossen
aflosser	noun	iemand die een taak van iemand anders overneemt
aflossers	=	aflosser
aflossing	noun	het aflossen
aflossingen	=	aflossing
aflossingskoers	noun	wedstrijd waarbij verschillende leden van een team om de beurt een deel van de afstand afleggen
aflossingskoersen	=	aflossingskoers
aflossingsploeg	noun	groep schaatsers die samen een ploeg vormen in een aflossingswedstrijd bij shorttrack
aflossingsploegen	=	aflossingsploeg
aflossingsregeling	noun	afspraak tussen schuldenaar en schuldeiser hoe een schuld afbetaald zal worden
aflossingsregelingen	=	aflossingsregeling
aflossingstermijn	noun	tijdsperiode waarin men een schuld (geheel of gedeeltelijk) moet terugbetalen
aflossingstermijnen	=	aflossingstermijn
aflossingsvrij	adj	van (een deel van) een hypotheekschuld dat men deze niet verplicht hoeft af te lossen
aflossingsvrije	=	aflossingsvrij
aflossingsvrijer	=	aflossingsvrij
aflossingsvrijere	=	aflossingsvrij
aflossingsvrijers	=	aflossingsvrij
aflossingsvrijs	=	aflossingsvrij
aflossingsvrijst	=	aflossingsvrij
aflossingsvrijste	=	aflossingsvrij
aflossingswaarde	noun	bedrag dat een obligatiehouder ontvangt op de vervaldatum
aflossingswaarden	=	aflossingswaarde
aflossingswaardes	=	aflossingswaarde
aflossingswedstrijd	noun	wedstrijd waarbij verschillende leden van een team om de beurt een deel van de afstand afleggen
aflossingswedstrijden	=	aflossingswedstrijd
aflossinkje	=	aflossing
aflossinkjes	=	aflossing
aflost	=	aflossen
afloste	=	aflossen
aflosten	=	aflossen
afluis	=	afluizen
afluisde	=	afluizen
afluisden	=	afluizen
afluist	=	afluizen
afluister	=	afluisteren
afluisteraar	noun	iemand die stiekem meeluistert met een gesprek dat niet voor hem bedoeld is
afluisteraars	=	afluisteraar
afluisteraartje	=	afluisteraar
afluisterapparaat	noun	apparaat waarmee men ongemerkt naar gesprekken van anderen kan luisteren
afluisterapparaatje	=	afluisterapparaat
afluisterapparaatjes	=	afluisterapparaat
afluisterapparaten	=	afluisterapparaat
afluisterapparatuur	noun	apparatuur die gebruikt wordt om de gesprekken van andere mensen te kunnen horen zonder hun medeweten
afluisterbaar	adj	met de mogelijkheid om communicatie te kunnen onderscheppen
afluisterbaarder	=	afluisterbaar
afluisterbaardere	=	afluisterbaar
afluisterbaarders	=	afluisterbaar
afluisterbaars	=	afluisterbaar
afluisterbaarst	=	afluisterbaar
afluisterbaarste	=	afluisterbaar
afluisterbare	=	afluisterbaar
afluistercamera	noun	bewakingscamera die beelden gaat verzenden als er plotseling heftig lawaai is
afluistercamera's	=	afluistercamera
afluisterde	=	afluisteren
afluisterden	=	afluisteren
afluistere	=	afluisteren
afluisteren	verb	ongemerkt luisteren naar de communicatie van anderen
afluisterend	=	afluisteren
afluisterende	=	afluisteren
afluisternetwerk	noun	stelsel van apparaten waarmee men berichten en gesprekken kan beluisteren en uitlezen die niet niet voor de betreffende ontvanger bestemd zijn
afluisternetwerken	=	afluisternetwerk
afluisterparanoia	noun	de overdreven angst om afgeluisterd te worden
afluisterpost	noun	locatie waar men in het geheim naar de communicatie van anderen luistert
afluisterposten	=	afluisterpost
afluisterpostje	=	afluisterpost
afluisterpostjes	=	afluisterpost
afluisterpraktijk	noun	feitelijk gebruik van de mogelijkheden om stiekem te horen wat mensen tegen elkaar zeggen, vooral door het aftappen van telefoongesprekken
afluisterpraktijken	noun	systematisch, georganiseerd stiekem horen wat mensen tegen elkaar zeggen
afluisterschandaal	noun	een schandaal als gevolg van het afluisteren door iemand of een organisatie wat maatschappelijk onacceptabel wordt gevonden
afluisterschandaaltje	=	afluisterschandaal
afluisterschandaaltjes	=	afluisterschandaal
afluisterschandalen	=	afluisterschandaal
afluistersysteem	noun	apparatuur waarmee men in het geheim iets of iemand kan beluisteren
afluistersystemen	=	afluistersysteem
afluistert	=	afluisteren
afluisterzaak	noun	schandaal dat ontstaat door illegale afluisterpraktijken
afluisterzaakje	=	afluisterzaak
afluisterzaakjes	=	afluisterzaak
afluisterzaken	=	afluisterzaak
afluize	=	afluizen
afluizen	verb	door onderhandelingen proberen te krijgen
afluizend	=	afluizen
afluizende	=	afluizen
afm	noun	afkorting van Atomic Force Microscope, "Atoomkrachtmicroscoop"
afmaai	=	afmaaien
afmaaide	=	afmaaien
afmaaiden	=	afmaaien
afmaaie	=	afmaaien
afmaaien	verb	het afsnijden van gras of graangewassen
afmaaiend	=	afmaaien
afmaaiende	=	afmaaien
afmaait	=	afmaaien
afmaak	=	afmaken
afmaakt	=	afmaken
afmaakte	=	afmaken
afmaakten	=	afmaken
afmaal	=	afmalen
afmaalde	=	afmalen
afmaalden	=	afmalen
afmaalt	=	afmalen
afmake	=	afmaken
afmaken	verb	iets tot voltooiing brengen
afmakend	=	afmaken
afmakende	=	afmaken
afmaker	noun	iemand die een actie succesvol voltooit
afmakers	=	afmaker
afmakertje	=	afmaker
afmakertjes	=	afmaker
afmaking	noun	het voltooien van iets
afmakingen	=	afmaking
afmale	=	afmalen
afmalen	verb	rijden, afleggen
afmalend	=	afmalen
afmalende	=	afmalen
afmarcheer	=	afmarcheren
afmarcheerde	=	afmarcheren
afmarcheerden	=	afmarcheren
afmarcheert	=	afmarcheren
afmarchere	=	afmarcheren
afmarcheren	verb	terugtrekken van een militaire eenheid
afmarcherend	=	afmarcheren
afmarcherende	=	afmarcheren
afmars	noun	het weglopen van een militaire eenheid, het terugtrekken van een militaire eenheid
afmarsen	=	afmars
afmartel	=	afmartelen
afmartelde	=	afmartelen
afmartelden	=	afmartelen
afmartele	=	afmartelen
afmartelen	verb	iets of iemand heel erg vermoeien
afmartelend	=	afmartelen
afmartelende	=	afmartelen
afmarteling	noun	de keer dat men een mens of dier geheel heeft uitgeput
afmartelingen	=	afmarteling
afmartelt	=	afmartelen
afmat	=	afmatten
afmate	=	afmeten
afmaten	=	afmeten
afmatte	=	afmatten
afmatten	verb	uitputtend vermoeien
afmattend	adj	bijzonder vermoeiend
afmattende	=	afmattend
afmattender	=	afmattend
afmattendere	=	afmattend
afmattenders	=	afmattend
afmattends	=	afmattend
afmattendst	=	afmattend
afmattendste	=	afmattend
afmatting	noun	het heel vermoeid zijn; het heel vermoeid worden
afmattingen	=	afmatting
afmeer	=	afmeren
afmeerde	=	afmeren
afmeerden	=	afmeren
afmeersteiger	noun	constructie die het water insteekt en waar men een boot kan aanleggen
afmeersteigers	=	afmeersteiger
afmeert	=	afmeren
afmeet	=	afmeten
afmeld	=	afmelden
afmeldde	=	afmelden
afmeldden	=	afmelden
afmelde	=	afmelden
afmelden	verb	de sessie binnen een programma beëindigen
afmeldend	=	afmelden
afmeldende	=	afmelden
afmelding	noun	een melding van iemands afwezigheid of vertrek
afmeldingen	=	afmelding
afmeldinkje	=	afmelding
afmeldinkjes	=	afmelding
afmeldt	=	afmelden
afmelk	=	afmelken
afmelke	=	afmelken
afmelken	verb	de uiers van koeien ontdoen van melk
afmelkend	=	afmelken
afmelkende	=	afmelken
afmelkt	=	afmelken
afmelkte	=	afmelken
afmelkten	=	afmelken
afmere	=	afmeren
afmeren	verb	het vastleggen van een schip
afmerend	=	afmeren
afmerende	=	afmeren
afmest	=	afmesten
afmeste	=	afmesten
afmesten	verb	laatste fase van het mesten van een dier voordat men het slacht
afmestend	=	afmesten
afmestende	=	afmesten
afmestte	=	afmesten
afmestten	=	afmesten
afmete	=	afmeten
afmeten	verb	door meting een bepaalde hoeveelheid van een voorraad afzonderen
afmetend	=	afmeten
afmetende	=	afmeten
afmeting	noun	de ruimte die iets in beslag neemt (lengte, oppervlak, inhoud etc.)
afmetingen	=	afmeting
afmetinkje	=	afmeting
afmetinkjes	=	afmeting
afmijn	=	afmijnen
afmijnde	=	afmijnen
afmijnden	=	afmijnen
afmijne	=	afmijnen
afmijnen	verb	veiling bij afslag; een veiling waarbij een product op een te hoge prijs wordt ingezet, waarna de prijs daalt totdat iemand akkoord gaat
afmijnend	=	afmijnen
afmijnende	=	afmijnen
afmijner	noun	iemand die een veiling bij afbod leidt
afmijners	=	afmijner
afmijning	noun	het kopen door mijn te roepen bij een veiling waarbij de verkoop prijs steeds lager wordt
afmijningen	=	afmijning
afmijnt	=	afmijnen
afmolk	=	afmelken
afmolken	=	afmelken
afmonster	=	afmonsteren
afmonsterde	=	afmonsteren
afmonsterden	=	afmonsteren
afmonstere	=	afmonsteren
afmonsteren	verb	van de monsterrol schrappen zodat iemand niet meer een bemanningslid van een schip is
afmonsterend	=	afmonsteren
afmonsterende	=	afmonsteren
afmonstering	noun	de keer dat men na een (zee)reis uit dienst treedt bij een scheepvaartbedrijf en men zijn gage ontvangt
afmonsteringen	=	afmonstering
afmonstert	=	afmonsteren
afmonteer	=	afmonteren
afmonteerde	=	afmonteren
afmonteerden	=	afmonteren
afmonteert	=	afmonteren
afmontere	=	afmonteren
afmonteren	verb	een project voltooien door de laatste montagewerkzaamheden te verrichten
afmonterend	=	afmonteren
afmonterende	=	afmonteren
afnaai	=	afnaaien
afnaaide	=	afnaaien
afnaaiden	=	afnaaien
afnaaie	=	afnaaien
afnaaien	verb	voltooien van naaiwerk
afnaaiend	=	afnaaien
afnaaiende	=	afnaaien
afnaait	=	afnaaien
afnaamt	=	afnemen
afnam	=	afnemen
afname	noun	het minder worden
afnamecontract	noun	overeenkomst waarbij men zich verplicht een bepaalde hoeveelheid goederen of diensten te kopen
afnamecontracten	=	afnamecontract
afnamegarantie	noun	belofte dat men een bepaalde hoeveelheid producten zal kopen bij een leverancier
afnamegaranties	=	afnamegarantie
afnamen	=	afname
afnameplicht	noun	de verplichting om iets te kopen of om ergens gebruik van te maken
afnameplichten	=	afnameplicht
afnameprijs	noun	de prijs die men voor een bepaald product kan krijgen bij aflevering
afnameprijzen	=	afnameprijs
afnames	=	afname
afnametje	=	afname
afnametjes	=	afname
afnameverplichting	noun	de verplichting om iets te kopen of te gebruiken
afnameverplichtingen	=	afnameverplichting
afnamezijde	noun	de kant van de markt waar de vraag naar producten of diensten vandaan komt; de kopers en de klanten
afnamezijden	=	afnamezijde
afnamezijdes	=	afnamezijde
afneem	=	afnemen
afneembaar	adj	met de mogelijkheid om iets van iets anders af te halen
afneembaarder	=	afneembaar
afneembaardere	=	afneembaar
afneembaarders	=	afneembaar
afneembaars	=	afneembaar
afneembaarst	=	afneembaar
afneembaarste	=	afneembaar
afneembare	=	afneembaar
afneemster	noun	vrouwelijke klant; vrouw die iets koopt
afneemsters	=	afneemster
afneemt	=	afnemen
afneep	=	afnijpen
afneme	=	afnemen
afnemen	verb	iemand iets ~: iemand iets doen verliezen
afnemend	adj	kleiner worden van de verlichting van de maan in de periode van volle tot nieuwe maan in
afnemende	=	afnemend
afnemender	=	afnemend
afnemendere	=	afnemend
afnemenders	=	afnemend
afnemends	=	afnemend
afnemendst	=	afnemend
afnemendste	=	afnemend
afnemer	noun	individueel persoon of rechtspersoon die goederen of diensten opkoopt, mannelijke vorm van afneemster
afnemers	=	afnemer
afnemerskrediet	noun	lening die een koper aan een leverancier geeft door te betalen voordat de goederen zijn ontvangen
afnemerskredieten	=	afnemerskrediet
afnemerskring	noun	de groep van klanten die regelmatig bepaalde producten afneemt bij een bepaald bedrijf
afnemerskringen	=	afnemerskring
afnemerszijde	noun	de kant van de kopers van producten; de vraagkant van de markt
afnemerszijden	=	afnemerszijde
afnemerszijdes	=	afnemerszijde
afnemertje	=	afnemer
afnemertjes	=	afnemer
afneming	noun	vermindering
afnemingen	=	afneming
afnepen	=	afnijpen
afneus	=	afneuzen
afneusde	=	afneuzen
afneusden	=	afneuzen
afneust	=	afneuzen
afneuze	=	afneuzen
afneuzen	verb	stiekem uit nieuwsgierigheid ergens naar kijken
afneuzend	=	afneuzen
afneuzende	=	afneuzen
afnijp	=	afnijpen
afnijpe	=	afnijpen
afnijpen	verb	afknijpen, afknippen, doorknippen
afnijpend	=	afnijpen
afnijpende	=	afnijpen
afnijpt	=	afnijpen
afnok	=	afnokken
afnokke	=	afnokken
afnokken	verb|informal	weggaan, ophouden
afnokkend	=	afnokken
afnokkende	=	afnokken
afnokt	=	afnokken
afnokte	=	afnokken
afnokten	=	afnokken
afnummer	=	afnummeren
afnummerde	=	afnummeren
afnummerden	=	afnummeren
afnummere	=	afnummeren
afnummeren	verb	op volgorde het nummer van iets of iemand zeggen
afnummerend	=	afnummeren
afnummerende	=	afnummeren
afnummert	=	afnummeren
afone	=	afoon
afonie	noun	het volledige verlies van je stem, waarbij je alleen nog kunt fluisteren, en wordt veroorzaakt door een stoornis in de stembanden die niet meer kunnen trillen om geluid te produceren
afoon	adj	geen klank of stem hebbend
afoons	=	afoon
aforisme	noun	korte spreuk met een kernachtige boodschap
aforismen	=	aforisme
aforismenwoordenboek	noun	woordenboek met korte, kernachtige uitspraken die een algemene waarheid, wijsheid of sentiment bevatten
aforismenwoordenboeken	=	aforismenwoordenboek
aforismenwoordenboekje	=	aforismenwoordenboek
aforismenwoordenboekjes	=	aforismenwoordenboek
aforismes	=	aforisme
aforismetje	=	aforisme
aforistisch	adj	in de vorm van aforismen
aforistische	=	aforistisch
aforistischer	=	aforistisch
aforistischere	=	aforistisch
aforistischers	=	aforistisch
afpaal	=	afpalen
afpaalde	=	afpalen
afpaalden	=	afpalen
afpaalt	=	afpalen
afpak	=	afpakken
afpakke	=	afpakken
afpakken	verb	ontnemen, afnemen
afpakkend	=	afpakken
afpakkende	=	afpakken
afpakking	noun	de keer dat men iets van iemand afpakt
afpakkingen	=	afpakking
afpakt	=	afpakken
afpakte	=	afpakken
afpakten	=	afpakken
afpale	=	afpalen
afpalen	verb	duidelijk aangeven waar het ene eindigt en het andere begint
afpalend	=	afpalen
afpalende	=	afpalen
afpaling	noun	grens
afpalingen	=	afpaling
afpas	=	afpassen
afpasse	=	afpassen
afpassen	verb	nauwkeurig afmeten
afpassend	=	afpassen
afpassende	=	afpassen
afpassing	noun	afmeting van een benodigde hoeveelheid
afpassingen	=	afpassing
afpast	=	afpassen
afpaste	=	afpassen
afpasten	=	afpassen
afpeddel	=	afpeddelen
afpeddelde	=	afpeddelen
afpeddelden	=	afpeddelen
afpeddele	=	afpeddelen
afpeddelen	verb	tot het einde toe fietsen
afpeddelend	=	afpeddelen
afpeddelende	=	afpeddelen
afpeddelt	=	afpeddelen
afpeel	=	afpelen
afpeelde	=	afpelen
afpeelden	=	afpelen
afpeelt	=	afpelen
afpeiger	=	afpeigeren
afpeigerde	=	afpeigeren
afpeigerden	=	afpeigeren
afpeigere	=	afpeigeren
afpeigeren	verb|informal	afmatten, dodelijk vermoeien, uitputten
afpeigerend	=	afpeigeren
afpeigerende	=	afpeigeren
afpeigert	=	afpeigeren
afpeil	=	afpeilen
afpeilde	=	afpeilen
afpeilden	=	afpeilen
afpeile	=	afpeilen
afpeilen	verb	meten van de diepte van een water met een peilstok
afpeilend	=	afpeilen
afpeilende	=	afpeilen
afpeiling	noun	het meten van de hoeveelheid vloeistof (of andere zaken)
afpeilingen	=	afpeiling
afpeilt	=	afpeilen
afpel	=	afpellen
afpelde	=	afpellen
afpelden	=	afpellen
afpele	=	afpelen
afpelen	verb	afpellen
afpelend	=	afpelen
afpelende	=	afpelen
afpelle	=	afpellen
afpellen	verb	het met de vingers verwijderen van een harde schil of schaal
afpellend	=	afpellen
afpellende	=	afpellen
afpelt	=	afpellen
afpen	=	afpennen
afpende	=	afpennen
afpenden	=	afpennen
afpendend	=	afpennen
afpenne	=	afpennen
afpennen	verb	overschrijven
afpennend	=	afpennen
afpennende	=	afpennen
afpent	=	afpennen
afperk	=	afperken
afperke	=	afperken
afperken	verb	grenzen bepalen en grenzen stellen, in letterlijke zin van een ruimte maar in overdrachtelijke zin ook van tijd, rechten, plichten, handelingen enz. enz.
afperkend	=	afperken
afperkende	=	afperken
afperking	noun	het maken van een duidelijke grens
afperkingen	=	afperking
afperkt	=	afperken
afperkte	=	afperken
afperkten	=	afperken
afpers	=	afpersen
afperse	=	afpersen
afpersen	verb	onder dreiging van geweld iemand geld afnemen
afpersend	=	afpersen
afpersende	=	afpersen
afperser	noun	iemand op een oneerlijke manier een ander dwingt iets te doen wat die laatste persoon niet wil
afpersers	=	afperser
afpersertje	=	afperser
afpersertjes	=	afperser
afpersing	noun	mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen
afpersingen	=	afpersing
afpersingsbrief	noun	brief waarin men iemand op wederechtelijke wijze dwingt geld af te geven
afpersingsbriefje	=	afpersingsbrief
afpersingsbriefjes	=	afpersingsbrief
afpersingsbrieven	=	afpersingsbrief
afpersingspraktijk	noun	een strafbaar feit waarbij iemand onder druk wordt gezet om iets te doen of te geven wat hij niet wil, vaak onder dreiging van schade.
afpersingspraktijken	noun	het onder een verborgen bedreiging proberen mensen geld afhandig te maken
afpersingszaak	noun	rechtszaak betreffende een bedreiging waarbij het slachtoffer geld of goederen moet afstaan aan de dreiger
afpersingszaken	=	afpersingszaak
afpersinkje	=	afpersing
afpersinkjes	=	afpersing
afperst	=	afpersen
afperste	=	afpersen
afpersten	=	afpersen
afperster	noun	vrouwelijke crimineel die op een oneerlijke manier een ander dwingt iets te doen wat die laatste persoon niet wil
afpersters	=	afperster
afperstertje	=	afperster
afperstertjes	=	afperster
afpeuter	=	afpeuteren
afpeuterde	=	afpeuteren
afpeuterden	=	afpeuteren
afpeutere	=	afpeuteren
afpeuteren	verb	iets door frunniken of peuteren met de vingers verwijderen
afpeuterend	=	afpeuteren
afpeuterende	=	afpeuteren
afpeutert	=	afpeuteren
afpeuzel	=	afpeuzelen
afpeuzelde	=	afpeuzelen
afpeuzelden	=	afpeuzelen
afpeuzele	=	afpeuzelen
afpeuzelen	verb	iets langzaam en met smaak helemaal opeten
afpeuzelend	=	afpeuzelen
afpeuzelende	=	afpeuzelen
afpeuzelt	=	afpeuzelen
afpijnig	=	afpijnigen
afpijnigde	=	afpijnigen
afpijnigden	=	afpijnigen
afpijnige	=	afpijnigen
afpijnigen	verb	de geest zo hard gebruiken dat het heel vermoeiend is
afpijnigend	=	afpijnigen
afpijnigende	=	afpijnigen
afpijnigt	=	afpijnigen
afpik	=	afpikken
afpikke	=	afpikken
afpikken	verb	iets van iemand stelen
afpikkend	=	afpikken
afpikkende	=	afpikken
afpikt	=	afpikken
afpikte	=	afpikken
afpikten	=	afpikken
afpingel	=	afpingelen
afpingelde	=	afpingelen
afpingelden	=	afpingelen
afpingele	=	afpingelen
afpingelen	verb	door onderhandelen proberen de prijs van een te kopen product proberen te verlagen
afpingelend	=	afpingelen
afpingelende	=	afpingelen
afpingelt	=	afpingelen
afpits	=	afpitsen
afpitse	=	afpitsen
afpitsen	verb	afnijpen tussen de nagels van twee vingers
afpitsend	=	afpitsen
afpitsende	=	afpitsen
afpitst	=	afpitsen
afpitste	=	afpitsen
afpitsten	=	afpitsen
afplag	=	afplaggen
afplagde	=	afplaggen
afplagden	=	afplaggen
afplagge	=	afplaggen
afplaggen	verb	verwijderen van de toplaag van een bodem van een heide
afplaggend	=	afplaggen
afplaggende	=	afplaggen
afplagt	=	afplaggen
afplak	=	afplakken
afplakke	=	afplakken
afplakken	verb	dichtmaken door er iets op te plakken
afplakkend	=	afplakken
afplakkende	=	afplakken
afplakt	=	afplakken
afplaktape	noun	papieren of kunststof plakband waarmee voorwerpen worden afgeplakt bij het verven
afplaktapeje	=	afplaktape
afplaktapejes	=	afplaktape
afplaktapes	=	afplaktape
afplakte	=	afplakken
afplakten	=	afplakken
afplat	=	afplatten
afplatte	=	afplatten
afplatten	verb	een ronde vorm gedeeltelijk vlak maken
afplattend	=	afplatten
afplattende	=	afplatten
afplatting	noun	iets dat min of meer bolvormig is platter maken
afplattingen	=	afplatting
afplattinkje	=	afplatting
afplet	=	afpletten
afplette	=	afpletten
afpletten	verb	iets zo plat maken als nodig is
afplettend	=	afpletten
afplettende	=	afpletten
afploeg	=	afploegen
afploegde	=	afploegen
afploegden	=	afploegen
afploege	=	afploegen
afploegen	verb	omwerpen van de aarde
afploegend	=	afploegen
afploegende	=	afploegen
afploegt	=	afploegen
afploos	=	afpluizen
afploost	=	afpluizen
afploze	=	afpluizen
afplozen	=	afpluizen
afpluis	=	afpluizen
afpluisde	=	afpluizen
afpluisden	=	afpluizen
afpluist	=	afpluizen
afpluize	=	afpluizen
afpluizen	verb	in kleine vezeltjes, plukjes van het bot afplukken
afpluizend	=	afpluizen
afpluizende	=	afpluizen
afpluk	=	afplukken
afplukke	=	afplukken
afplukken	verb	door plukken aftrekken
afplukkend	=	afplukken
afplukkende	=	afplukken
afplukt	=	afplukken
afplukte	=	afplukken
afplukten	=	afplukken
afpoeier	=	afpoeieren
afpoeierde	=	afpoeieren
afpoeierden	=	afpoeieren
afpoeiere	=	afpoeieren
afpoeieren	verb	zorgen dat men van iemand af komt
afpoeierend	=	afpoeieren
afpoeierende	=	afpoeieren
afpoeiering	noun	de keer dat iemand afgestraft wordt
afpoeieringen	=	afpoeiering
afpoeiert	=	afpoeieren
afpoets	=	afpoetsen
afpoetse	=	afpoetsen
afpoetsen	verb	iets ergens door wrijven van afhalen
afpoetsend	=	afpoetsen
afpoetsende	=	afpoetsen
afpoetst	=	afpoetsen
afpoetste	=	afpoetsen
afpoetsten	=	afpoetsen
afpomp	=	afpompen
afpompe	=	afpompen
afpompen	verb	een vloeistof door pompen verwijderen
afpompend	=	afpompen
afpompende	=	afpompen
afpomping	noun	het door een pomp verwijderen van een vloeistof
afpompingen	=	afpomping
afpompt	=	afpompen
afpompte	=	afpompen
afpompten	=	afpompen
afpraat	=	afpraten
afpraatte	=	afpraten
afpraatten	=	afpraten
afprate	=	afpraten
afpraten	verb	afdingen
afpratend	=	afpraten
afpratende	=	afpraten
afpreek	=	afpreken
afpreekt	=	afpreken
afpreekte	=	afpreken
afpreekten	=	afpreken
afpreke	=	afpreken
afpreken	verb	stoppen met preken nadat men dat een tijd gedaan heeft
afprekend	=	afpreken
afprekende	=	afpreken
afprijs	=	afprijzen
afprijsde	=	afprijzen
afprijsden	=	afprijzen
afprijst	=	afprijzen
afprijze	=	afprijzen
afprijzen	verb	iets goedkoper maken
afprijzend	=	afprijzen
afprijzende	=	afprijzen
afprijzing	noun	het verlagen van de prijzen
afprijzingen	=	afprijzing
afprik	=	afprikken
afprikke	=	afprikken
afprikken	verb	door het maken van kleine gaatjes met een naald of speld iets verwijderen of losmaken
afprikkend	=	afprikken
afprikkende	=	afprikken
afprikt	=	afprikken
afprikte	=	afprikken
afprikten	=	afprikken
afprint	=	afprinten
afprinte	=	afprinten
afprinten	verb	weergeven d.m.v. een printer of een drukpers
afprintend	=	afprinten
afprintende	=	afprinten
afprintte	=	afprinten
afprintten	=	afprinten
afpulk	=	afpulken
afpulke	=	afpulken
afpulken	verb	iets met de vingers verwijderen
afpulkend	=	afpulken
afpulkende	=	afpulken
afpulkt	=	afpulken
afpulkte	=	afpulken
afpulkten	=	afpulken
afpunt	=	afpunten
afpunte	=	afpunten
afpunten	verb	een voorwerp ontdoen van een al te scherp uitsteeksel
afpuntend	=	afpunten
afpuntende	=	afpunten
afpuntte	=	afpunten
afpuntten	=	afpunten
afraad	=	afraden
afraadde	=	afraden
afraadden	=	afraden
afraadt	=	afraden
afraag	=	afragen
afraagde	=	afragen
afraagden	=	afragen
afraagt	=	afragen
afraak	=	afraken
afraakt	=	afraken
afraakte	=	afraken
afraakten	=	afraken
afraap	=	afrapen
afraapt	=	afrapen
afraapte	=	afrapen
afraapten	=	afrapen
afraas	=	afrazen
afraasde	=	afrazen
afraasden	=	afrazen
afraast	=	afrazen
afrade	=	afraden
afraden	verb	iemand trachten te overtuigen een voornemen niet uit te voeren
afradend	=	afraden
afradende	=	afraden
afrader	noun	iets waarvan je tegen een ander zegt dat hij het beter niet kan doen
afraders	=	afrader
afradertje	=	afrader
afradertjes	=	afrader
afrafel	=	afrafelen
afrafelde	=	afrafelen
afrafelden	=	afrafelen
afrafele	=	afrafelen
afrafelen	verb	kleiner worden van een weefsel door het verliezen van rafels aan de randen
afrafelend	=	afrafelen
afrafelende	=	afrafelen
afrafelt	=	afrafelen
afraffel	=	afraffelen
afraffelde	=	afraffelen
afraffelden	=	afraffelen
afraffele	=	afraffelen
afraffelen	verb	iets snel en op een slordige manier afmaken
afraffelend	=	afraffelen
afraffelende	=	afraffelen
afraffelt	=	afraffelen
afrag	=	afraggen
afragde	=	afraggen
afragden	=	afraggen
afrage	=	afragen
afragen	verb	spinrag met een ragebol verwijderen
afragend	=	afragen
afragende	=	afragen
afragge	=	afraggen
afraggen	verb	iets te snel en onzorgvuldig afwerken
afraggend	=	afraggen
afraggende	=	afraggen
afragt	=	afraggen
afrake	=	afraken
afraken	verb	niet meer belast worden door iets vervelends
afrakend	=	afraken
afrakende	=	afraken
aframmel	=	aframmelen
aframmelde	=	aframmelen
aframmelden	=	aframmelen
aframmele	=	aframmelen
aframmelen	verb|informal	een pak rammel geven, afranselen
aframmelend	=	aframmelen
aframmelende	=	aframmelen
aframmeling	noun	pak slaag ook figuurlijk
aframmelingen	=	aframmeling
aframmelt	=	aframmelen
afransel	=	afranselen
afranselde	=	afranselen
afranselden	=	afranselen
afransele	=	afranselen
afranselen	verb	mishandelen door middel van het toedienen van slaag
afranselend	=	afranselen
afranselende	=	afranselen
afranseling	noun	een pak slaag; een pak rammel; een aantal flinke klappen
afranselingen	=	afranseling
afranselt	=	afranselen
afrape	=	afrapen
afrapen	verb	iets ergens vanaf pakken
afrapend	=	afrapen
afrapende	=	afrapen
afrasp	=	afraspen
afraspe	=	afraspen
afraspen	verb	met een rasp iets vanaf de buitenkant verwijderen
afraspend	=	afraspen
afraspende	=	afraspen
afraspt	=	afraspen
afraspte	=	afraspen
afraspten	=	afraspen
afraster	=	afrasteren
afrasterde	=	afrasteren
afrasterden	=	afrasteren
afrasterdraad	noun	draad dat men gebruikt voor het afgrenzen van iets (vaak gaat het om een stuk land)
afrasterdraadje	=	afrasterdraad
afrasterdraadjes	=	afrasterdraad
afrasterdraden	=	afrasterdraad
afrastere	=	afrasteren
afrasteren	verb	iets met een raster of hekwerk begrenzen
afrasterend	=	afrasteren
afrasterende	=	afrasteren
afrastering	noun	een open hekwerk dat gebieden van elkaar scheidt
afrasteringen	=	afrastering
afrasteringetje	=	afrastering
afrasteringetjes	=	afrastering
afrastert	=	afrasteren
afratel	=	afratelen
afratelde	=	afratelen
afratelden	=	afratelen
afratele	=	afratelen
afratelen	verb	in een veel te hoog tempo een bepaalde tekst voorlezen of opzeggen
afratelend	=	afratelen
afratelende	=	afratelen
afratelt	=	afratelen
afraze	=	afrazen
afrazen	verb	met grote of wilde snelheid naar beneden gaan
afrazend	=	afrazen
afrazende	=	afrazen
afreageer	=	afreageren
afreageerde	=	afreageren
afreageerden	=	afreageren
afreageert	=	afreageren
afreagere	=	afreageren
afreageren	verb	het gemoed ontdoen van woede door iets of de volle laag te geven
afreagerend	=	afreageren
afreagerende	=	afreageren
afrechten	=	africhten
afrede	=	afreden
afreden	verb	verder gereedmaken, afmaken
afredend	=	afreden
afredende	=	afreden
afreed	=	afrijden
afreedde	=	afreden
afreedden	=	afreden
afreedt	=	afreden
afreeg	=	afrijgen
afreegt	=	afrijgen
afrees	=	afrijzen
afrege	=	afrijgen
afregel	=	afregelen
afregelde	=	afregelen
afregelden	=	afregelen
afregele	=	afregelen
afregelen	verb	zodanig fijn regelen dat e.e.a. daarna naar wens functioneert
afregelend	=	afregelen
afregelende	=	afregelen
afregelt	=	afregelen
afregen	=	afregenen
afregende	=	afregenen
afregenden	=	afregenen
afregene	=	afregenen
afregenen	verb	door regenen ergens vanaf gaan
afregenend	=	afregenen
afregenende	=	afregenen
afregent	=	afregenen
afregten	=	africhten
afreis	noun	de keer dat men vertrekt
afreisde	=	afreizen
afreisden	=	afreizen
afreist	=	afreizen
afreize	=	afreizen
afreizen	verb	een plaats verlaten om aan een reis te beginnen
afreizend	=	afreizen
afreizende	=	afreizen
afreken	=	afrekenen
afrekenculturen	=	afrekencultuur
afrekencultuur	noun	samenleving waarin verantwoordelijke mensen en organisaties, soms al te sterk, worden afgerekend op hun prestaties
afrekende	=	afrekenen
afrekenden	=	afrekenen
afrekene	=	afrekenen
afrekenen	verb	een aankoop of schuld betalen
afrekenend	=	afrekenen
afrekenende	=	afrekenen
afrekening	noun	uiteindelijke bestraffing
afrekeningen	=	afrekening
afrekeningetje	=	afrekening
afrekeningetjes	=	afrekening
afrekenstation	noun	een kassa in een winkel (i.h.b. een supermarkt) waar de klant zelf zijn/haar producten scant en betaalt, zonder tussenkomst van een caissière
afrekenstationnetje	=	afrekenstation
afrekenstationnetjes	=	afrekenstation
afrekenstations	=	afrekenstation
afrekensysteem	noun	methode waarmee een de hoogte van een rekening wordt bepaald en betaald kan worden
afrekensystemen	=	afrekensysteem
afrekent	=	afrekenen
afrem	=	afremmen
afremde	=	afremmen
afremden	=	afremmen
afremme	=	afremmen
afremmen	verb	de snelheid van iets doen verminderen
afremmend	verb	vaart minderend
afremmende	=	afremmen
afremmends	=	afremmend
afremming	noun	het zorgen dat iets langzamer gaat; zorgen dat iets minder snel gaat
afremmingen	=	afremming
afremt	=	afremmen
afren	=	afrennen
afrende	=	afrennen
afrenden	=	afrennen
afrenne	=	afrennen
afrennen	verb	rennend naderen
afrennend	=	afrennen
afrennende	=	afrennen
afrent	=	afrennen
afrepel	=	afrepelen
afrepelde	=	afrepelen
afrepelden	=	afrepelen
afrepele	=	afrepelen
afrepelen	verb	de knoppen of zaaddozen van het vlas door repelen wegnemen
afrepelend	=	afrepelen
afrepelende	=	afrepelen
afrepelt	=	afrepelen
afrezen	=	afrijzen
africht	=	africhten
africhte	=	africhten
africhten	verb	door middel van oefening voor iets geschikt maken
africhtend	=	africhten
africhtende	=	africhten
africhter	noun	iemand die dieren temt en kunstjes leert
africhters	=	africhter
africhting	noun	het dieren aanleren van bepaalde vaardigheden
africhtingen	=	africhting
africhtster	noun	vrouw die dieren temt en kunstjes leert
africhtsters	=	africhtster
africhtstertje	=	africhtster
africhtstertjes	=	africhtster
africhtte	=	africhten
africhtten	=	africhten
afried	=	afraden
afriede	=	afraden
afrieden	=	afraden
afriedt	=	afraden
afriep	=	afroepen
afriepen	=	afroepen
afrigten	=	africhten
afrij	=	afrijden
afrijd	=	afrijden
afrijde	=	afrijden
afrijden	verb	naar beneden rijden
afrijdend	=	afrijden
afrijdende	=	afrijden
afrijdt	=	afrijden
afrijg	=	afrijgen
afrijge	=	afrijgen
afrijgen	verb	een kledingstuk van het lichaam verwijderen dat met een koord vastgemaakt is
afrijgend	=	afrijgen
afrijgende	=	afrijgen
afrijgt	=	afrijgen
afrijs	=	afrijzen
afrijst	=	afrijzen
afrijze	=	afrijzen
afrijzen	verb	opstaan en zich verwijderen
afrijzend	=	afrijzen
afrijzende	=	afrijzen
afrijzer	noun	glijbaan, schuifaf, glijplank
afrijzers	=	afrijzer
afrikaan	noun	benaming voor planten uit het geslacht Tagetes behorend tot de composietenfamilie (Asteraceae)
afrikaander	noun	witte bewoner van Zuid-Afrika
afrikaanders	=	afrikaander
afrikaans	adj	komende van of betreffende het continent Afrika
afrikaansch	=	afrikaans
afrikaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Afrika, of een vrouw afkomstig uit Afrika
afrikaansen	=	afrikaanse
afrikaanser	=	afrikaans
afrikaansere	=	afrikaans
afrikaansers	=	afrikaans
afrikaanssprekend	adj	van een persoon dat deze het Afrikaans (de van het Nederlands afgeleide taal die in Zuid-Afrika en Namibië wordt gesproken) machtig is en gebruikt
afrikaanssprekende	=	afrikaanssprekend
afrikaanssprekends	=	afrikaanssprekend
afrikaanst	=	afrikaans
afrikaanstalig	adj	de Afrikaanse taal sprekend
afrikaanstalige	=	afrikaanstalig
afrikaanstaligs	=	afrikaanstalig
afrikaanste	=	afrikaans
afrikaantje	=	afrikaan
afrikaantjes	=	afrikaan
afrikanen	=	afrikaan
afrikaner	noun	een blanke Afrikaanstalige inwoner van Zuid-Afrika, oorspronkelijk voornamelijk van Nederlandse, Hugenoot-Franse of Duitse afkomst
afrikaners	=	afrikaner
afrikanertje	=	afrikaner
afrikaniseer	=	afrikaniseren
afrikaniseerde	=	afrikaniseren
afrikaniseerden	=	afrikaniseren
afrikaniseert	=	afrikaniseren
afrikanisere	=	afrikaniseren
afrikaniseren	verb	iets meer baseren op Afrikaanse- dan op westerse tradities
afrikaniserend	=	afrikaniseren
afrikaniserende	=	afrikaniseren
afrikanistiek	noun	de studie van Afrika; culturele antropologie van Afrika
afrikaspecialist	noun	deskundige op het gebied van Afrika
afrikaspecialisten	=	afrikaspecialist
afris	=	afrissen
afrisse	=	afrissen
afrissen	verb	van planten de blaadjes of vruchten met een wrijvende beweging verwijderen
afrissend	=	afrissen
afrissende	=	afrissen
afrist	=	afrissen
afriste	=	afrissen
afristen	verb	van planten de blaadjes of vruchten met een wrijvende beweging verwijderen
afristend	=	afristen
afristende	=	afristen
afristte	=	afristen
afristten	=	afristen
afrit	noun	een verkeersweg waarlangs men van een autoweg of autosnelweg af kan rijden
afritje	=	afrit
afritjes	=	afrit
afrits	=	afritsen
afritsbroek	noun	broek die men korter kan maken door er de pijpen van af te halen met een ritssluiting
afritsbroeken	=	afritsbroek
afritsbroekje	=	afritsbroek
afritsbroekjes	=	afritsbroek
afritse	=	afritsen
afritsen	verb	met behulp van een rits iets tijdelijk en zonder schade van een groter geheel afhalen
afritsend	=	afritsen
afritsende	=	afritsen
afritst	=	afritsen
afritste	=	afritsen
afritsten	=	afritsen
afritten	=	afrit
afro	noun	verkorting van afrokapsel
afro's	=	afro
afro-amerikaan	noun	bewoner met Afrikaanse voorouders die in Amerika woont
afro-amerikaans	adj	betrekking hebbend op de personen met Afrikaanse voorouders die in Amerika wonen
afro-amerikaanse	noun	vrouwelijke bewoner met Afrikaanse voorouders die in Amerika woont
afro-amerikaansen	=	afro-amerikaanse
afro-amerikaanser	=	afro-amerikaans
afro-amerikaansere	=	afro-amerikaans
afro-amerikaansers	=	afro-amerikaans
afro-amerikaanst	=	afro-amerikaans
afro-amerikaanste	=	afro-amerikaans
afro-amerikanen	=	afro-amerikaan
afro-surinaams	adj	betrekking hebbend op de personen met een Afrikaanse origine die in Suriname wonen
afro-surinaamse	noun	vrouwelijke bewoner van waarvan voorouders uit Afrika stammen die in Suriname woont
afro-surinaamsen	=	afro-surinaamse
afro-surinaamser	=	afro-surinaams
afro-surinaamsere	=	afro-surinaams
afro-surinaamsers	=	afro-surinaams
afro-surinaamst	=	afro-surinaams
afro-surinaamste	=	afro-surinaams
afro-surinamer	noun	een inwoner van Suriname, of iemand afkomstig uit Suriname wiens voorouders ooit uit Afrika afkomstig waren
afro-surinamers	=	afro-surinamer
afrodiet	noun	iemand waarvan het geslacht niet te bepalen is
afrodieten	=	afrodiet
afrodietje	=	afrodiet
afrodietjes	=	afrodiet
afrodisiaca	=	afrodisiacum
afrodisiacum	noun	een middel dat de geslachtsdrift stimuleert
afrodisie	noun	ziekelijke verhoging van de geslachtsdrift
afroei	=	afroeien
afroeide	=	afroeien
afroeiden	=	afroeien
afroeie	=	afroeien
afroeien	verb	naar beneden roeien; met de stroom mee roeien
afroeiend	=	afroeien
afroeiende	=	afroeien
afroeit	=	afroeien
afroep	noun	het afroepen
afroepcontract	noun	overeenkomst waarbij de leverancier belooft te leveren als de koper het product nodig heeft
afroepcontractant	noun	werknemer die men op afroep kan inhuren om werkzaamheden te verrichten
afroepcontractanten	=	afroepcontractant
afroepcontracten	=	afroepcontract
afroepe	=	afroepen
afroepen	verb	het een voor een noemen van namen
afroepend	=	afroepen
afroepende	=	afroepen
afroeper	noun	iemand die met luide stem een mededeling doet in de publieke ruimte
afroepers	=	afroeper
afroepertje	=	afroeper
afroepertjes	=	afroeper
afroeping	noun	het vragen aan iemand of hij ergens weg wil gaan omdat hij ergens anders nodig is
afroepingen	=	afroeping
afroept	=	afroepen
afroffel	=	afroffelen
afroffelde	=	afroffelen
afroffelden	=	afroffelen
afroffele	=	afroffelen
afroffelen	verb	iets snel en slordig voltooien
afroffelend	=	afroffelen
afroffelende	=	afroffelen
afroffelt	=	afroffelen
afrohouse	noun	elektronische dansmuziek met oorspronkelijk Afrikaanse ritmes en klanken, gemaakt met een combinatie elektronische instrumenten als synthesizer, keyboard, drumcomputer of sampler en traditionele als piano en saxofoon; eind 20e eeuw ontstaan in Zuid-Afrika
afrokapper	noun	kapper die gespecialiseerd is in kroeshaar
afrokappers	=	afrokapper
afrokappertje	=	afrokapper
afrokappertjes	=	afrokapper
afrokapsel	noun	kapsel van bolvormig om het hoofd geknipt krullend haar
afrokapsels	=	afrokapsel
afrol	=	afrollen
afrolbaar	adj	met de mogelijkheid om wat opgerold is weer af te rollen
afrolbaarder	=	afrolbaar
afrolbaardere	=	afrolbaar
afrolbaarders	=	afrolbaar
afrolbaars	=	afrolbaar
afrolbaarst	=	afrolbaar
afrolbaarste	=	afrolbaar
afrolbare	=	afrolbaar
afrolde	=	afrollen
afrolden	=	afrollen
afrolle	=	afrollen
afrollen	verb	zich ontrollen
afrollend	=	afrollen
afrollende	=	afrollen
afrolmenu	noun	een keuzelijst die zichtbaar wordt na het klikken op een kopje
afrolmenu's	=	afrolmenu
afrolmenuutje	=	afrolmenu
afrolmenuutjes	=	afrolmenu
afrolook	noun	kapsel van bolvormig om het hoofd geknipt krullend haar
afrolooks	=	afrolook
afrolt	=	afrollen
afrome	=	afromen
afromen	verb	het beste ergens vanaf halen
afromend	=	afromen
afromende	=	afromen
afromer	noun	iets of iemand die de room van de melk afhaalt
afromers	=	afromer
afroming	noun	de verwijdering van de waardevolle vetlaag van koeienmelk
afromingen	=	afroming
afrond	=	afronden
afrondde	=	afronden
afrondden	=	afronden
afronde	=	afronden
afronden	verb	het vervangen van een getal met te veel decimalen door het meest dichtbije getal met het gewenste aantal decimalen
afrondend	adj	de laatste details voltooien zodat iets klaar is, de puntjes op de i zetten, de laatse oneffenheden wegwerken
afrondende	=	afrondend
afrondends	=	afrondend
afrondfout	noun	een fout die ontstaat als men een waarde afrond naar minder significante cijfers dus het verschil tussen de werkelijke waarde en de waarde na afronden
afrondfouten	=	afrondfout
afrondfoutje	=	afrondfout
afrondfoutjes	=	afrondfout
afronding	noun	het afronden
afrondingen	=	afronding
afrondingsfout	noun	een fout die ontstaat als men een waarde afrond naar minder significante cijfers dus het verschil tussen de werkelijke waarde en de waarde na afronden
afrondingsfouten	=	afrondingsfout
afrondingsfoutje	=	afrondingsfout
afrondingsfoutjes	=	afrondingsfout
afrondingsgesprek	noun	gesprek op het einde van een periode waarin men die periode evalueert
afrondingsgesprekje	=	afrondingsgesprek
afrondingsgesprekjes	=	afrondingsgesprek
afrondingsgesprekken	=	afrondingsgesprek
afrondingsmal	noun	uit metaal, hout of kunststof gemaakt blad met randen en uitsparingen waarlangs gebogen lijnen kunnen worden getrokken
afrondingsmallen	=	afrondingsmal
afrondingsmalletje	=	afrondingsmal
afrondingsmalletjes	=	afrondingsmal
afrondinkje	=	afronding
afrondinkjes	=	afronding
afrondt	=	afronden
afronsel	=	afronselen
afronselde	=	afronselen
afronselden	=	afronselen
afronsele	=	afronselen
afronselen	verb	een soldaat verleiden tot desertie (om hem daarna in te lijven in het eigen leger)
afronselend	=	afronselen
afronselende	=	afronselen
afronselt	=	afronselen
afroof	=	afroven
afroofde	=	afroven
afroofden	=	afroven
afrooft	=	afroven
afroom	=	afromen
afroomde	=	afromen
afroomden	=	afromen
afroomkassa	noun	frauduleus afrekensysteem dat een deel van de omzet verborgen houdt voor de belastingdienst
afroomkassa's	=	afroomkassa
afroomkluis	noun	kluis die bij de kassa wordt geplaatst om contant geld en munten veilig op te bergen, zonder de kassa zelf te openen
afroomkluisje	=	afroomkluis
afroomkluisjes	=	afroomkluis
afroomkluizen	=	afroomkluis
afroomt	=	afromen
afrootje	=	afro
afropop	noun	Afrikaanse popmuziek
afros	=	afrossen
afrosse	=	afrossen
afrossen	verb	een pak ransel geven, afranselen
afrossend	=	afrossen
afrossende	=	afrossen
afrossing	noun	een pak slaag.
afrossingen	=	afrossing
afrossinkje	=	afrossing
afrossinkjes	=	afrossing
afrost	=	afrossen
afroste	=	afrossen
afrosten	=	afrossen
afrot	=	afrotten
afrots	=	afrotsen
afrotse	=	afrotsen
afrotsen	verb	door wildheid, door rossen en rijden verslijten
afrotsend	=	afrotsen
afrotsende	=	afrotsen
afrotst	=	afrotsen
afrotste	=	afrotsen
afrotsten	=	afrotsen
afrotte	=	afrotten
afrotten	verb	door een rottingsproces ergens anders los van raken
afrottend	=	afrotten
afrottende	=	afrotten
afrove	=	afroven
afroven	verb	iets van iemand stelen
afrovend	=	afroven
afrovende	=	afroven
afruil	=	afruilen
afruilde	=	afruilen
afruilden	=	afruilen
afruile	=	afruilen
afruilen	verb	samen tot een compromis komen waarbij beide partijen iets krijgen en beide partijen iets verliezen
afruilend	=	afruilen
afruilende	=	afruilen
afruilt	=	afruilen
afruiltransactie	noun	een transactie waarbij afruil plaatsvindt
afruiltransacties	=	afruiltransactie
afruim	=	afruimen
afruimde	=	afruimen
afruimden	=	afruimen
afruime	=	afruimen
afruimen	verb	de resten van een genuttigde maaltijd van de tafel halen
afruimend	=	afruimen
afruimende	=	afruimen
afruimt	=	afruimen
afruis	=	afruisen
afruise	=	afruisen
afruisen	verb	luidruchtig naar beneden stromen van water
afruisend	=	afruisen
afruisende	=	afruisen
afruist	=	afruisen
afruiste	=	afruisen
afruisten	=	afruisen
afruk	=	afrukken
afrukke	=	afrukken
afrukken	verb	met grote, kortdurende kracht iets wegnemen
afrukkend	=	afrukken
afrukkende	=	afrukken
afrukking	noun	de keer dat men iets ergens vanaf trekt
afrukkingen	=	afrukking
afrukt	=	afrukken
afrukte	=	afrukken
afrukten	=	afrukken
afsabbel	=	afsabbelen
afsabbelde	=	afsabbelen
afsabbelden	=	afsabbelen
afsabbele	=	afsabbelen
afsabbelen	verb	ergens aan likken en lurken
afsabbelend	=	afsabbelen
afsabbelende	=	afsabbelen
afsabbelt	=	afsabbelen
afsabber	=	afsabberen
afsabberde	=	afsabberen
afsabberden	=	afsabberen
afsabbere	=	afsabberen
afsabberen	verb	afsabbelen
afsabberend	=	afsabberen
afsabberende	=	afsabberen
afsabbert	=	afsabberen
afsappel	=	afsappelen
afsappelde	=	afsappelen
afsappelden	=	afsappelen
afsappele	=	afsappelen
afsappelen	verb	zich ~: zich afsloven
afsappelend	=	afsappelen
afsappelende	=	afsappelen
afsappelt	=	afsappelen
afschaaf	=	afschaven
afschaafde	=	afschaven
afschaafden	=	afschaven
afschaafsel	noun	fijne deeltjes die vrijkomen bij het schaven
afschaafsels	=	afschaafsel
afschaaft	=	afschaven
afschaal	=	afschalen
afschaalde	=	afschalen
afschaalden	=	afschalen
afschaalt	=	afschalen
afschaduw	=	afschaduwen
afschaduwde	=	afschaduwen
afschaduwden	=	afschaduwen
afschaduwe	=	afschaduwen
afschaduwen	verb	aankondigen dat iets gaat gebeuren (door de schaduw vooruit te werpen)
afschaduwend	=	afschaduwen
afschaduwende	=	afschaduwen
afschaduwing	noun	iets dat een teken is van, of een gevolg van iets anders
afschaduwingen	=	afschaduwing
afschaduwt	=	afschaduwen
afschaf	=	afschaffen
afschaffe	=	afschaffen
afschaffen	verb	tot een einde brengen
afschaffend	=	afschaffen
afschaffende	=	afschaffen
afschaffer	noun	iemand die iets afschaft
afschaffers	=	afschaffer
afschaffertje	=	afschaffer
afschaffing	noun	het doen ophouden te bestaan van een regel, wet, instelling, ambt e.d
afschaffingen	=	afschaffing
afschaffinkje	=	afschaffing
afschaffinkjes	=	afschaffing
afschaft	=	afschaffen
afschafte	=	afschaffen
afschaften	=	afschaffen
afschakel	=	afschakelen
afschakelbaar	adj	met de mogelijkheid om schakels te verwijderen
afschakelbaarder	=	afschakelbaar
afschakelbaardere	=	afschakelbaar
afschakelbaarders	=	afschakelbaar
afschakelbaars	=	afschakelbaar
afschakelbaarst	=	afschakelbaar
afschakelbaarste	=	afschakelbaar
afschakelbare	=	afschakelbaar
afschakelde	=	afschakelen
afschakelden	=	afschakelen
afschakele	=	afschakelen
afschakelen	verb	loskoppelen van het elektriciteitsnet, andere stroombron, het internet e.d.
afschakelend	=	afschakelen
afschakelende	=	afschakelen
afschakeling	noun	het verbreken van een verbinding
afschakelingen	=	afschakeling
afschakelt	=	afschakelen
afschale	=	afschalen
afschalen	verb	kleiner maken
afschalend	=	afschalen
afschalende	=	afschalen
afschamp	=	afschampen
afschampe	=	afschampen
afschampen	verb	van een wapen dat de bedoeling heeft om iemand te raken en te beschadigen dat het die persoon niet verwondt
afschampend	=	afschampen
afschampende	=	afschampen
afschamper	noun	een kogel of wapen dat de vijand wel raakt maar de geen of weinig letsel veroorzaakt
afschampers	=	afschamper
afschampt	=	afschampen
afschampte	=	afschampen
afschampten	=	afschampen
afschat	=	afschatten
afschatte	=	afschatten
afschatten	verb	het maken van een schatting
afschattend	=	afschatten
afschattende	=	afschatten
afschatting	noun	het bepalen van de arbeidsongeschiktheid van een persoon
afschattingen	=	afschatting
afschave	=	afschaven
afschaven	verb	ergens iets in kleine stukjes vanaf halen
afschavend	=	afschaven
afschavende	=	afschaven
afscheen	=	afschijnen
afscheep	noun	verscheping
afscheept	=	afschepen
afscheepte	=	afschepen
afscheepten	=	afschepen
afscheer	=	afscheren
afscheert	=	afscheren
afscheid	noun	een begroeting bij het elkaar verlaten
afscheidbaar	adj	van een ruimte dat je het kunt afsluiten, afgrenzen van een andere ruimte
afscheidbaarder	=	afscheidbaar
afscheidbaardere	=	afscheidbaar
afscheidbaarders	=	afscheidbaar
afscheidbaars	=	afscheidbaar
afscheidbaarst	=	afscheidbaar
afscheidbaarste	=	afscheidbaar
afscheidbare	=	afscheidbaar
afscheidde	=	afscheiden
afscheidden	=	afscheiden
afscheide	=	afscheiden
afscheidelijk	adj	afscheidbaar
afscheidelijke	=	afscheidelijk
afscheidelijks	=	afscheidelijk
afscheiden	verb	afzonderen, uit de aanwezigheid van iets verwijderen
afscheidend	=	afscheiden
afscheidende	=	afscheiden
afscheider	noun	apparaat dat ervoor zorgt dat iets van iets anders afgescheiden wordt sterk lijkend op een scheider
afscheiders	=	afscheider
afscheidertje	=	afscheider
afscheidertjes	=	afscheider
afscheiding	noun	wat afgescheiden wordt, wat uiteen gaat
afscheidingen	=	afscheiding
afscheidingsbeweging	noun	politieke organisatie die streeft naar de afscheiding van een bepaald gebied
afscheidingsbewegingen	=	afscheidingsbeweging
afscheidingsbeweginkje	=	afscheidingsbeweging
afscheidingsbeweginkjes	=	afscheidingsbeweging
afscheidingslijn	noun	de grenslijn tussen twee gebieden die dient om de verbinding tussen beide gebieden te beperken
afscheidingslijnen	=	afscheidingslijn
afscheidingsmuren	=	afscheidingsmuur
afscheidingsmuur	noun	een muur die twee gebieden van elkaar scheidt
afscheidingsmuurtje	=	afscheidingsmuur
afscheidingsmuurtjes	=	afscheidingsmuur
afscheidingsoorlog	noun	oorlog die wordt gevoerd om te trachten zich af te afscheiden van een bestaande staat
afscheidingsoorlogen	=	afscheidingsoorlog
afscheidingssloot	noun	smal door mensen gegraven water dat een gebied afgrenst van een ander gebied
afscheidingsslootje	=	afscheidingssloot
afscheidingsslootjes	=	afscheidingssloot
afscheidingssloten	=	afscheidingssloot
afscheidinkje	=	afscheiding
afscheidinkjes	=	afscheiding
afscheidje	=	afscheid
afscheidjes	=	afscheid
afscheidnemen	noun	geheel van handelingen, gevoelens en uitgesproken wensen wanneer iemand voor langere tijd of voorgoed onbereikbaar zal worden
afscheidnemend	adj	van een persoon dat hij of zij ergens vertrekt
afscheidnemende	=	afscheidnemend
afscheidnemends	=	afscheidnemend
afscheidsbezoek	noun	een laatste visite die men aflegt voordat men weggaat
afscheidsbezoeken	=	afscheidsbezoek
afscheidsbezoekje	=	afscheidsbezoek
afscheidsbezoekjes	=	afscheidsbezoek
afscheidsborrel	noun	feestelijke bijeenkomst met een hapje en een drankje als iemand afscheid neemt
afscheidsborrels	=	afscheidsborrel
afscheidsborreltje	=	afscheidsborrel
afscheidsborreltjes	=	afscheidsborrel
afscheidsbrief	noun	een vaak emotionele brief waarmee iemand afscheid neemt van andere mensen omdat de persoon zelfmoord gaat plegen, gaat sterven, ter door veroordeeld is, de liefde opzegt of naar een andere plaats vertrekt
afscheidsbriefje	=	afscheidsbrief
afscheidsbriefjes	=	afscheidsbrief
afscheidsbrieven	=	afscheidsbrief
afscheidscadeau	noun	cadeau dat iemand krijgt bij zijn vertrek of aftreden
afscheidscadeaus	=	afscheidscadeau
afscheidscadeautje	=	afscheidscadeau
afscheidscadeautjes	=	afscheidscadeau
afscheidsceremonie	noun	een feestelijke, plechtige bijeenkomst als iemand ergens vertrekt
afscheidsceremonies	=	afscheidsceremonie
afscheidsceremonieën	=	afscheidsceremonie
afscheidsceremoniën	=	afscheidsceremonie
afscheidscollege	noun	laatste leerzame lezing die men geeft op een universiteit voordat men vertrekt
afscheidscolleges	=	afscheidscollege
afscheidsconcert	noun	laatste muziekuitvoering die iemand geeft als hij ergens weggaat
afscheidsconcerten	=	afscheidsconcert
afscheidsconcertje	=	afscheidsconcert
afscheidsconcertjes	=	afscheidsconcert
afscheidsdans	noun	dans ter gelegenheid van een afscheid; een dans als laatste eer
afscheidsdansen	=	afscheidsdans
afscheidsdansje	=	afscheidsdans
afscheidsdansjes	=	afscheidsdans
afscheidsdienst	noun	bijeenkomst ter gelegenheid van het overlijden van iemand
afscheidsdiensten	=	afscheidsdienst
afscheidsdiner	noun	een diner ter afscheid van iemand
afscheidsdiners	=	afscheidsdiner
afscheidsdinertje	=	afscheidsdiner
afscheidsdinertjes	=	afscheidsdiner
afscheidsdrink	noun	glaasje drank dat een gast voor zijn vertrek wordt aangeboden
afscheidsdrinks	=	afscheidsdrink
afscheidsduel	noun	de laatste wedstrijd die een sporter bij een bepaalde club speelt
afscheidsduellen	=	afscheidsduel
afscheidsduels	=	afscheidsduel
afscheidsel	noun	stof die door de cellen van een klier of plant wordt geproduceerd en wordt uitgescheiden in de omgeving
afscheidsels	=	afscheidsel
afscheidsfeest	noun	feestelijke bijeenkomst omdat iemand ergens weggaat
afscheidsfeesten	=	afscheidsfeest
afscheidsfeestje	=	afscheidsfeest
afscheidsfeestjes	=	afscheidsfeest
afscheidsgeschenk	noun	geschenk dat men geeft bij iemands vertrek
afscheidsgeschenken	=	afscheidsgeschenk
afscheidsgeschenkje	=	afscheidsgeschenk
afscheidsgeschenkjes	=	afscheidsgeschenk
afscheidsgesprek	noun	gesprek dat men voert bij een afscheid
afscheidsgesprekje	=	afscheidsgesprek
afscheidsgesprekjes	=	afscheidsgesprek
afscheidsgesprekken	=	afscheidsgesprek
afscheidsgroet	noun	groet ter afscheid
afscheidsgroeten	=	afscheidsgroet
afscheidsgroetje	=	afscheidsgroet
afscheidsgroetjes	=	afscheidsgroet
afscheidshuis	noun	plaats waar een overledene kan worden opgebaard
afscheidshuisje	=	afscheidshuis
afscheidshuisjes	=	afscheidshuis
afscheidshuizen	=	afscheidshuis
afscheidsinterview	noun	een vraaggesprek gehouden met iemand die afscheid (van een functie) neemt
afscheidsinterviews	=	afscheidsinterview
afscheidsinterviewtje	=	afscheidsinterview
afscheidsinterviewtjes	=	afscheidsinterview
afscheidskreet	noun	luide uitroep bij het elkaar verlaten
afscheidskreetje	=	afscheidskreet
afscheidskreetjes	=	afscheidskreet
afscheidskreten	=	afscheidskreet
afscheidskus	noun	kus ter afscheid
afscheidskusje	=	afscheidskus
afscheidskusjes	=	afscheidskus
afscheidskussen	=	afscheidskus
afscheidslied	noun	lied ter afscheid
afscheidsliederen	=	afscheidslied
afscheidsliedje	=	afscheidslied
afscheidsliedjes	=	afscheidslied
afscheidsmaal	noun	feestelijke maaltijd die gehouden wordt bij iemands afscheid; de laatste maaltijd van iemand
afscheidsmaaltje	=	afscheidsmaal
afscheidsmael	=	afscheidsmaal
afscheidsmalen	=	afscheidsmaal
afscheidspreek	noun	afscheidsrede gehouden door een geestelijke tijdens een godsdienstoefening
afscheidspreekje	=	afscheidspreek
afscheidspreekjes	=	afscheidspreek
afscheidspreken	=	afscheidspreek
afscheidspremie	noun	extra geld dat iemand krijgt bij zijn of haar ontslag
afscheidspremies	=	afscheidspremie
afscheidsreceptie	noun	feestelijke ontvangst met drankje en hapje ter gelegenheid van het vertrek van iemand
afscheidsrecepties	=	afscheidsreceptie
afscheidsrede	noun	de toespraak die iemand houdt bij zijn of haar vertrek of aftreden
afscheidsredes	=	afscheidsrede
afscheidsritueel	noun	ritueel zoals dat bij het nemen van afscheid plaatsvindt
afscheidsritueeltje	=	afscheidsritueel
afscheidsritueeltjes	=	afscheidsritueel
afscheidsrituelen	=	afscheidsritueel
afscheidsspeech	noun	lezing die een persoon houdt bij zijn of haar afscheid of aftreden
afscheidsspeechen	=	afscheidsspeech
afscheidsspeeches	=	afscheidsspeech
afscheidstoernee	noun	de laatste rondreis met verschillende optredens bij het beëindigen van een carrière
afscheidstoernees	=	afscheidstoernee
afscheidstoerneetje	=	afscheidstoernee
afscheidstoerneetjes	=	afscheidstoernee
afscheidstoespraak	noun	de rede die iemand houdt bij zijn of haar vertrek of aftreden
afscheidstoespraakje	=	afscheidstoespraak
afscheidstoespraakjes	=	afscheidstoespraak
afscheidstoespraken	=	afscheidstoespraak
afscheidstournee	noun	laatste rondreis met optredens ter beëindiging van een loopbaan
afscheidstournees	=	afscheidstournee
afscheidsvoorstelling	noun	laatste voorstelling door een acteur of organisatie gegeven
afscheidsvoorstellingen	=	afscheidsvoorstelling
afscheidswade	noun	textiel waarin een overledene begraven wordt
afscheidswaden	=	afscheidswade
afscheidswades	=	afscheidswade
afscheidswedstrijd	noun	laatste wedstrijd van een sporter
afscheidswedstrijden	=	afscheidswedstrijd
afscheidswedstrijdje	=	afscheidswedstrijd
afscheidswedstrijdjes	=	afscheidswedstrijd
afscheidswens	noun	een persoonlijke boodschap die je uitspreekt of schrijft wanneer je van iemand afscheid neemt
afscheidswensen	=	afscheidswens
afscheidswensje	=	afscheidswens
afscheidswensjes	=	afscheidswens
afscheidswoord	noun	een rede die iemand houdt bij zijn of haar afscheid
afscheidswoorden	=	afscheidswoord
afscheidswoordje	=	afscheidswoord
afscheidswoordjes	=	afscheidswoord
afscheidszoen	noun	kus bij het afscheid nemen
afscheidszoenen	=	afscheidszoen
afscheidszoentje	=	afscheidszoen
afscheidszoentjes	=	afscheidszoen
afscheidt	=	afscheiden
afschenen	=	afschijnen
afschenk	=	afschenken
afschenke	=	afschenken
afschenken	verb	afgieten, decanteren
afschenkend	=	afschenken
afschenkende	=	afschenken
afschenkt	=	afschenken
afschep	=	afscheppen
afschepe	=	afschepen
afschepen	verb	onder valse voorwendselen iemand onverrichter zake wegsturen.
afschepend	=	afschepen
afschepende	=	afschepen
afscheper	noun	iemand die rechtvaardige verzoeken en vragen van een ander afdoet met een smoesje
afschepers	=	afscheper
afscheping	noun	de keer dat men iemand met een smoes of met een boze opmerking wegstuurt
afschepingen	=	afscheping
afschepinkje	=	afscheping
afschepinkjes	=	afscheping
afscheppe	=	afscheppen
afscheppen	verb	iets minder belangrijk of groots maken; onzin uit een verhaal verwijderen
afscheppend	=	afscheppen
afscheppende	=	afscheppen
afschept	=	afscheppen
afschepte	=	afscheppen
afschepten	=	afscheppen
afschere	=	afscheren
afscheren	verb	met een scheermes geheel verwijderen
afscherend	=	afscheren
afscherende	=	afscheren
afscherm	=	afschermen
afschermde	=	afschermen
afschermden	=	afschermen
afschermdoos	noun	een installatiedoos die aan alle kanten gesloten kan worden ter afscherming van elektrische of magnetische velden
afschermdoosje	=	afschermdoos
afschermdoosjes	=	afschermdoos
afschermdozen	=	afschermdoos
afscherme	=	afschermen
afschermen	verb	beschermen door het verborgen te houden
afschermend	=	afschermen
afschermende	=	afschermen
afscherming	noun	bescherming door zaken gescheiden te houden
afschermingen	=	afscherming
afscherminkje	=	afscherming
afschermkap	noun	metalen omhulsel dat elektromagnetische storing voorkomt
afschermkappen	=	afschermkap
afschermplicht	noun	de plicht om iets of iemand te isoleren van de omgeving (met name van dieren tijdens een epidemie)
afschermplichten	=	afschermplicht
afschermt	=	afschermen
afschets	=	afschetsen
afschetse	=	afschetsen
afschetsen	verb	voltooien van een schetsmatige tekening
afschetsend	=	afschetsen
afschetsende	=	afschetsen
afschetst	=	afschetsen
afschetste	=	afschetsen
afschetsten	=	afschetsen
afscheur	=	afscheuren
afscheurde	=	afscheuren
afscheurden	=	afscheuren
afscheure	=	afscheuren
afscheuren	verb	door een scheurbeweging van een groter geheel losraken
afscheurend	=	afscheuren
afscheurende	=	afscheuren
afscheuring	noun	de keer dat iets door scheuren losraakt van een groter geheel
afscheuringen	=	afscheuring
afscheurt	=	afscheuren
afschiet	=	afschieten
afschiete	=	afschieten
afschieten	verb	met een schot doden
afschietend	=	afschieten
afschietende	=	afschieten
afschietperiode	noun	tijdsbestek dat men vuurwerk mag afsteken
afschietperioden	=	afschietperiode
afschietperiodes	=	afschietperiode
afschijn	=	afschijnen
afschijne	=	afschijnen
afschijnen	verb	licht verspreiden door een lichtgevend voorwerp
afschijnend	=	afschijnen
afschijnende	=	afschijnen
afschijnsel	noun	straling die van een lichtgevend voorwerp komt
afschijnsels	=	afschijnsel
afschijnt	=	afschijnen
afschil	=	afschillen
afschilde	=	afschillen
afschilden	=	afschillen
afschilder	=	afschilderen
afschilderde	=	afschilderen
afschilderden	=	afschilderen
afschildere	=	afschilderen
afschilderen	verb	een meestal niet geheel terechte weergave van iets of iemand geven, waardoor de schrijver of spreker vooral aangeeft wat hij zelf vindt van de beschreven persoon
afschilderend	=	afschilderen
afschilderende	=	afschilderen
afschildering	noun	geschilderde afbeelding
afschilderingen	=	afschildering
afschilderingetje	=	afschildering
afschilderingetjes	=	afschildering
afschildert	=	afschilderen
afschilderwerk	noun	de arbeid die men moet verrichten om een schilderwerk af te ronden
afschilfer	=	afschilferen
afschilferde	=	afschilferen
afschilferden	=	afschilferen
afschilfere	=	afschilferen
afschilferen	verb	in schilfers ervan afvallen
afschilferend	=	afschilferen
afschilferende	=	afschilferen
afschilfering	noun	de schilfers die afgeschilferd zijn
afschilferingen	=	afschilfering
afschilfert	=	afschilferen
afschille	=	afschillen
afschillen	verb	het verwijderen van de schil van een vrucht of groente
afschillend	=	afschillen
afschillende	=	afschillen
afschilt	=	afschillen
afschitter	=	afschitteren
afschitterde	=	afschitteren
afschitterden	=	afschitteren
afschittere	=	afschitteren
afschitteren	verb	licht geven door weerkaatsen van opvallend licht
afschitterend	=	afschitteren
afschitterende	=	afschitteren
afschittert	=	afschitteren
afschmink	=	afschminken
afschminke	=	afschminken
afschminken	verb	na een theater voorstelling de schmink verwijderen
afschminkend	=	afschminken
afschminkende	=	afschminken
afschminkt	=	afschminken
afschminkte	=	afschminken
afschminkten	=	afschminken
afschoffel	=	afschoffelen
afschoffelde	=	afschoffelen
afschoffelden	=	afschoffelen
afschoffele	=	afschoffelen
afschoffelen	verb	met een schoffel afsnijden van de wortels van een onkruid
afschoffelend	=	afschoffelen
afschoffelende	=	afschoffelen
afschoffelt	=	afschoffelen
afschonk	=	afschenken
afschonken	=	afschenken
afschoof	=	afschuiven
afschooi	=	afschooien
afschooide	=	afschooien
afschooiden	=	afschooien
afschooie	=	afschooien
afschooien	verb	bedelend door een landstreek gaan
afschooiend	=	afschooien
afschooiende	=	afschooien
afschooit	=	afschooien
afschoor	=	afscheren
afschoort	=	afscheren
afschoot	=	afschieten
afschop	=	afschoppen
afschoppe	=	afschoppen
afschoppen	verb	met een krachtige trap met de voeten verwijderen
afschoppend	=	afschoppen
afschoppende	=	afschoppen
afschopt	=	afschoppen
afschopte	=	afschoppen
afschopten	=	afschoppen
afschore	=	afscheren
afschoren	=	afscheren
afschot	noun	een bewust aangebrachte helling van een vlak of leiding voor het doen af- of weglopen van vloeistof
afschote	=	afschieten
afschoten	=	afschieten
afschotten	=	afschot
afschotvergunning	noun	toestemming om een teveel aan wild dood te schieten als beheersmaatregel
afschotvergunningen	=	afschotvergunning
afschouwelijk	=	afschuwelijk
afschoven	=	afschuiven
afschraap	=	afschrapen
afschraapsel	noun	wat men door schrapen van een oppervlak heeft verwijderd
afschraapsels	=	afschraapsel
afschraapt	=	afschrapen
afschraapte	=	afschrapen
afschraapten	=	afschrapen
afschrab	=	afschrabben
afschrabbe	=	afschrabben
afschrabben	verb	iets dat vastzit aan een voorwerp schrobbend verwijderen
afschrabbend	=	afschrabben
afschrabbende	=	afschrabben
afschrabde	=	afschrabben
afschrabden	=	afschrabben
afschrabt	=	afschrabben
afschrap	=	afschrappen
afschrape	=	afschrapen
afschrapen	verb	ergens iets van afhalen door krabben
afschrapend	=	afschrapen
afschrapende	=	afschrapen
afschraper	noun	werktuig waarmee men kan afschrapen
afschrapers	=	afschraper
afschrappe	=	afschrappen
afschrappen	verb	met een scherp voorwerp overtollig materiaal van een voorwerp verwijderen
afschrappend	=	afschrappen
afschrappende	=	afschrappen
afschrapsel	noun	het fijne stof dat men van een hard voorwerp haalt bij schrapen, schrappen, schuren en schaven
afschrapsels	=	afschrapsel
afschrapseltje	=	afschrapsel
afschrapseltjes	=	afschrapsel
afschrapt	=	afschrappen
afschrapte	=	afschrappen
afschrapten	=	afschrappen
afschreef	=	afschrijven
afschreeft	=	afschrijven
afschreeuw	=	afschreeuwen
afschreeuwde	=	afschreeuwen
afschreeuwden	=	afschreeuwen
afschreeuwe	=	afschreeuwen
afschreeuwen	verb	zich uitputten door heel hard of lang te schreeuwen
afschreeuwend	=	afschreeuwen
afschreeuwende	=	afschreeuwen
afschreeuwt	=	afschreeuwen
afschreve	=	afschrijven
afschreven	=	afschrijven
afschrift	noun	een kopie van een document, gewoonlijk van een transactie of rekening
afschriften	=	afschrift
afschriftje	=	afschrift
afschriftjes	=	afschrift
afschrijf	=	afschrijven
afschrijfbaar	adj	wat je bij het boekhouden in waarde kunt laten verminderen omdat het ouder en minder waard wordt en wat dan ook aftrekbaar is voor de belastingen.
afschrijfbaarder	=	afschrijfbaar
afschrijfbaardere	=	afschrijfbaar
afschrijfbaarders	=	afschrijfbaar
afschrijfbaars	=	afschrijfbaar
afschrijfbaarst	=	afschrijfbaar
afschrijfbaarste	=	afschrijfbaar
afschrijfbare	=	afschrijfbaar
afschrijfpunt	noun	scherp stalen voorwerp waarmee men werk kan aftekenen op een te bewerken stuk (hard)hout
afschrijfpunten	=	afschrijfpunt
afschrijfpuntje	=	afschrijfpunt
afschrijfpuntjes	=	afschrijfpunt
afschrijft	=	afschrijven
afschrijve	=	afschrijven
afschrijven	verb	een afschrift maken, met de hand kopiëren
afschrijvend	=	afschrijven
afschrijvende	=	afschrijven
afschrijver	noun	iemand die documenten overschrijft
afschrijvers	=	afschrijver
afschrijvertje	=	afschrijver
afschrijvertjes	=	afschrijver
afschrijving	noun	een jaarlijks afgeboekt bedrag op een begroting om in rekening te brengen dat sommige goederen een beperkte levensduur bezitten
afschrijvingen	=	afschrijving
afschrijvingsberekening	noun	het berekenen van de waardevermindering van bedrijfsmiddelen over een bepaalde periode
afschrijvingsberekeningen	=	afschrijvingsberekening
afschrijvingsbrief	noun	document waarin staat dat een voertuig of ander kapitaalgoed geheel is afgeschreven en daarmee uit de boekhouding wordt verwijderd
afschrijvingsbriefje	=	afschrijvingsbrief
afschrijvingsbriefjes	=	afschrijvingsbrief
afschrijvingsbrieven	=	afschrijvingsbrief
afschrijvingsduur	noun	de vermoedelijke termijn dat een kapitaalgoed economisch en technisch bruikbaar is en waarna de waarde tot nul is gedaald
afschrijvingskost	noun|obsolete	waardevermindering van kapitaalgoederen en andere bezittingen uitgedrukt in een geldbedrag
afschrijvingskosten	noun	waardevermindering van kapitaalgoederen en andere bezittingen uitgedrukt in een geldbedrag
afschrijvingsmethode	noun	de manier waarop men de waarde vermindering van kapitaalgoederen opneemt in de boekhouding
afschrijvingsmethoden	=	afschrijvingsmethode
afschrijvingsmethodes	=	afschrijvingsmethode
afschrijvingsmethodiek	noun	de manier waarop men de waardevermindering van een bezit in de boekhouding opneemt
afschrijvingsmethodieken	=	afschrijvingsmethodiek
afschrijvingsmethodiekje	=	afschrijvingsmethodiek
afschrijvingsmethodiekjes	=	afschrijvingsmethodiek
afschrijvingspercentage	noun	deel van de nieuwwaarde van kapitaalgoederen die men per jaar afschrijft in de boekhouding om de afschrijvingskosten te kunnen berekenen
afschrijvingspercentages	=	afschrijvingspercentage
afschrijvingssysteem	noun	de manier waarop men de afschrijvingskosten van kapitaalgoederen berekend en in de boekhouding verwerkt
afschrijvingssysteempje	=	afschrijvingssysteem
afschrijvingssysteempjes	=	afschrijvingssysteem
afschrijvingssystemen	=	afschrijvingssysteem
afschrijvingstermijn	noun	de tijd die men aanhoudt voordat een kapitaalgoed volledig is afbetaald
afschrijvingstermijnen	=	afschrijvingstermijn
afschrijvinkje	=	afschrijving
afschrijvinkjes	=	afschrijving
afschrik	=	afschrikken
afschrikke	=	afschrikken
afschrikken	verb	doen weggaan door angst aan te jagen, door angst aan te jagen bepaald gedrag voorkomen
afschrikkend	=	afschrikken
afschrikkende	=	afschrikken
afschrikking	noun	dreiging om een ander van bepaald gedrag af te houden
afschrikkingen	=	afschrikking
afschrikkingseffect	noun	het angst- of vreesopwekkende resultaat van een handeling
afschrikkingseffecten	=	afschrikkingseffect
afschrikkingsevenwicht	noun	een machtsevenwicht dat gebaseerd is op de angst van verschillende partijen voor elkaar
afschrikkingsevenwichten	=	afschrikkingsevenwicht
afschrikkingsmacht	noun	militaire dreiging die een land beschermt tegen aanvallen door andere landen
afschrikkingsmachten	=	afschrikkingsmacht
afschrikkingsmiddel	noun	bepaalde dreiging gebruikt om een aanval te voorkomen
afschrikkingsmiddelen	=	afschrikkingsmiddel
afschrikkinkje	=	afschrikking
afschrikkinkjes	=	afschrikking
afschrikmiddel	noun	iets wat mensen zo bang maakt zodat ze bepaalde (ongewenste) handelingen niet uitvoeren
afschrikmiddelen	=	afschrikmiddel
afschrikmiddeltje	=	afschrikmiddel
afschrikt	=	afschrikken
afschrikte	=	afschrikken
afschrikten	=	afschrikken
afschrikwekkend	adj	schrik veroorzakend waardoor het handelen van iemand beïnvloed wordt
afschrikwekkende	=	afschrikwekkend
afschrikwekkender	=	afschrikwekkend
afschrikwekkendere	=	afschrikwekkend
afschrikwekkenders	=	afschrikwekkend
afschrikwekkends	=	afschrikwekkend
afschrikwekkendst	=	afschrikwekkend
afschrikwekkendste	=	afschrikwekkend
afschrob	=	afschrobben
afschrobbe	=	afschrobben
afschrobben	verb	met water en borstel iets ontdoen van vuil
afschrobbend	=	afschrobben
afschrobbende	=	afschrobben
afschrobde	=	afschrobben
afschrobden	=	afschrobben
afschrobt	=	afschrobben
afschroef	=	afschroeven
afschroefbaar	adj	van iets dat je het ergens anders van af kan draaien
afschroefbaarder	=	afschroefbaar
afschroefbaardere	=	afschroefbaar
afschroefbaarders	=	afschroefbaar
afschroefbaars	=	afschroefbaar
afschroefbaarst	=	afschroefbaar
afschroefbaarste	=	afschroefbaar
afschroefbare	=	afschroefbaar
afschroefde	=	afschroeven
afschroefden	=	afschroeven
afschroeft	=	afschroeven
afschroei	=	afschroeien
afschroeide	=	afschroeien
afschroeiden	=	afschroeien
afschroeie	=	afschroeien
afschroeien	verb	iets met behulp van grote hitte of vuur verwijderen
afschroeiend	=	afschroeien
afschroeiende	=	afschroeien
afschroeit	=	afschroeien
afschroeve	=	afschroeven
afschroeven	verb	met een draaiende beweging verwijderen wat vastgeschroefd was
afschroevend	=	afschroeven
afschroevende	=	afschroeven
afschub	=	afschubben
afschubbe	=	afschubben
afschubben	verb	verwijderen van de schubben van een vis
afschubbend	=	afschubben
afschubbende	=	afschubben
afschubde	=	afschubben
afschubden	=	afschubben
afschubt	=	afschubben
afschud	=	afschudden
afschudde	=	afschudden
afschudden	verb	door middel van krachige beweging iets verwijderen
afschuddend	=	afschudden
afschuddende	=	afschudden
afschudt	=	afschudden
afschuier	=	afschuieren
afschuierde	=	afschuieren
afschuierden	=	afschuieren
afschuiere	=	afschuieren
afschuieren	verb	met een borstel schoonmaken van m.n. de kleren
afschuierend	=	afschuieren
afschuierende	=	afschuieren
afschuiert	=	afschuieren
afschuif	=	afschuiven
afschuifsysteem	noun	werkwijze waarbij de verantwoordelijkheid voor iets telkens op iemand anders wordt afgewenteld
afschuifsysteempje	=	afschuifsysteem
afschuifsysteempjes	=	afschuifsysteem
afschuifsystemen	=	afschuifsysteem
afschuift	=	afschuiven
afschuim	=	afschuimen
afschuimde	=	afschuimen
afschuimden	=	afschuimen
afschuime	=	afschuimen
afschuimen	verb	schuim van een bouillon afhalen met een schuimspaan zodat er een heldere vloeistof achterblijft
afschuimend	=	afschuimen
afschuimende	=	afschuimen
afschuimer	noun	toestel waarmee men het schuim aan het oppervlak van een vloeistof verwijdert
afschuimers	=	afschuimer
afschuimt	=	afschuimen
afschuin	=	afschuinen
afschuinde	=	afschuinen
afschuinden	=	afschuinen
afschuine	=	afschuinen
afschuinen	verb	het schuin afwerken van de rand van een materiaal
afschuinend	=	afschuinen
afschuinende	=	afschuinen
afschuining	noun	de schuine afgewerking van een product
afschuiningen	=	afschuining
afschuint	=	afschuinen
afschuive	=	afschuiven
afschuiven	verb	iemand anders iets laten doen wat je eigenlijk zelf zou moeten doen maar waar je geen zin in hebt
afschuivend	=	afschuiven
afschuivende	=	afschuiven
afschuiving	noun	een geologische breuk waarbij delen van een planeetkorst uit elkaar getrokken worden en het gesteente in tweeën gebroken, waarna één blok langs het schuine breukvlak van het andere naar beneden glijdt
afschuivingen	=	afschuiving
afschuivinkje	=	afschuiving
afschuivinkjes	=	afschuiving
afschure	=	afschuren
afschuren	verb	door schuren gladmaken
afschurend	=	afschuren
afschurende	=	afschuren
afschuring	noun	proces waarbij door wrijving met hard materiaal deeltjes uit een stijf oppervlak worden losgemaakt
afschuringen	=	afschuring
afschut	=	afschutten
afschutsel	noun	iets dat dient om twee ruimtes van elkaar te scheiden
afschutsels	=	afschutsel
afschutseltje	=	afschutsel
afschutseltjes	=	afschutsel
afschutte	=	afschutten
afschutten	verb	een schip door een sluis doen passeren van hoger naar lager gelegen water.
afschuttend	=	afschutten
afschuttende	=	afschutten
afschutting	noun	wand die men gebruikt om twee ruimtes van elkaar te scheiden
afschuttingen	=	afschutting
afschuur	=	afschuren
afschuurde	=	afschuren
afschuurden	=	afschuren
afschuurt	=	afschuren
afschuw	noun	hevige afkeer
afschuwelijk	adj	wat hevige afkeer opwekt
afschuwelijke	=	afschuwelijk
afschuwelijker	=	afschuwelijk
afschuwelijkere	=	afschuwelijk
afschuwelijkers	=	afschuwelijk
afschuwelijkheden	=	afschuwelijkheid
afschuwelijkheid	noun	iets dat afschuw opwekt
afschuwelijks	=	afschuwelijk
afschuwelijkst	=	afschuwelijk
afschuwelijkste	=	afschuwelijk
afschuwlijk	adj	afschuw en ergernis opwekkend; heel vervelend
afschuwlijke	=	afschuwlijk
afschuwlijker	=	afschuwlijk
afschuwlijkere	=	afschuwlijk
afschuwlijkers	=	afschuwlijk
afschuwlijks	=	afschuwlijk
afschuwlijkst	=	afschuwlijk
afschuwlijkste	=	afschuwlijk
afschuwwekkend	adj	heel erg afschrikwekkend
afschuwwekkende	=	afschuwwekkend
afschuwwekkender	=	afschuwwekkend
afschuwwekkendere	=	afschuwwekkend
afschuwwekkenders	=	afschuwwekkend
afschuwwekkends	=	afschuwwekkend
afschuwwekkendst	=	afschuwwekkend
afschuwwekkendste	=	afschuwwekkend
afsein	=	afseinen
afseinde	=	afseinen
afseinden	=	afseinen
afseine	=	afseinen
afseinen	verb	een teken geven dat een voorgenomen handeling niet of later plaats zal vinden
afseinend	=	afseinen
afseinende	=	afseinen
afseint	=	afseinen
afserveer	=	afserveren
afserveerde	=	afserveren
afserveerden	=	afserveren
afserveert	=	afserveren
afservere	=	afserveren
afserveren	verb	iets of iemand aan de kant zetten; afdoen als
afserverend	=	afserveren
afserverende	=	afserveren
afsijpel	=	afsijpelen
afsijpelde	=	afsijpelen
afsijpelden	=	afsijpelen
afsijpele	=	afsijpelen
afsijpelen	verb	langzaam, druppelsgewijs afdruppelen of afvloeien
afsijpelend	=	afsijpelen
afsijpelende	=	afsijpelen
afsijpeling	noun	het afsijpelen; het afdruppelen
afsijpelingen	=	afsijpeling
afsijpelt	=	afsijpelen
afsjouw	=	afsjouwen
afsjouwde	=	afsjouwen
afsjouwden	=	afsjouwen
afsjouwe	=	afsjouwen
afsjouwen	verb	zich uitputten, zich afmatten
afsjouwend	=	afsjouwen
afsjouwende	=	afsjouwen
afsjouwt	=	afsjouwen
afsla	=	afslaan
afslaan	verb	iets weigeren aan te nemen
afslaand	=	afslaan
afslaande	=	afslaan
afslaat	=	afslaan
afslacht	=	afslachten
afslachte	=	afslachten
afslachten	verb	een populatie door slachting drastisch in aantal verminderen
afslachtend	=	afslachten
afslachtende	=	afslachten
afslachting	noun	het zinloos vermoorden van mensen op een gruwelijke manier
afslachtingen	=	afslachting
afslachtinkje	=	afslachting
afslachtte	=	afslachten
afslachtten	=	afslachten
afslag	noun	uitrit van een grotere naar een kleinere weg
afslagen	=	afslag
afslager	noun	iemand die de verkoop van goederen op een veiling regelt
afslagers	=	afslager
afslagje	=	afslag
afslagjes	=	afslag
afslagkust	noun	overgang tussen land en water die zeer regelmatig wordt aangetast door erosie
afslagkusten	=	afslagkust
afslagplaats	noun	een veiling waar de voorgestelde prijs geleidelijk verlaagd word
afslagplaatsen	=	afslagplaats
afslagplaatsje	=	afslagplaats
afslank	=	afslanken
afslanke	=	afslanken
afslanken	verb	gewicht verliezen, meest door beweging en dieet
afslankend	=	afslanken
afslankende	=	afslanken
afslanking	noun	het afslanken
afslankingen	=	afslanking
afslankingskuren	=	afslankingskuur
afslankingskuur	noun	behandeling van overgewicht; behandeling die als doel heeft gewicht te verliezen
afslankingskuurtje	=	afslankingskuur
afslankingskuurtjes	=	afslankingskuur
afslankingsoperatie	noun	beperking van de omvang van een bedrijf teneinde de kosten te reduceren en de doelmatigheid te verbeteren
afslankingsoperaties	=	afslankingsoperatie
afslankingsplan	noun	het voornemen om de (personeels)omvang van een bedrijf te verkleinen
afslankingsplannen	=	afslankingsplan
afslankingsplannetje	=	afslankingsplan
afslankingsplannetjes	=	afslankingsplan
afslankingsproces	noun	de gang van zaken bij het verkleinen van een bedrijf
afslankingsprocessen	=	afslankingsproces
afslankinkje	=	afslanking
afslankinkjes	=	afslanking
afslankkoffie	noun	koffie die zou helpen bij het verliezen van lichaamsgewicht
afslankkoffies	=	afslankkoffie
afslankt	=	afslanken
afslankte	=	afslanken
afslankten	=	afslanken
afslankthee	noun	thee die zou helpen bij het verliezen van lichaamsgewicht
afslankthees	=	afslankthee
afslanktheeën	=	afslankthee
afslankvakantie	noun	vakantie die men gebruikt om af te slanken
afslankvakanties	=	afslankvakantie
afslankvakantietje	=	afslankvakantie
afslankvakantietjes	=	afslankvakantie
afslankwedstrijd	noun	wedstrijd waarbij de deelnemer die de meeste kilo's afvalt in een bepaalde tijd gewonnen heeft
afslankwedstrijden	=	afslankwedstrijd
afslankwedstrijdje	=	afslankwedstrijd
afslankwedstrijdjes	=	afslankwedstrijd
afslappen	verb	spijs vloeibaarder maken door vocht of ei toe te voegen waardoor ze spuitbaar wordt
afslappend	=	afslappen
afslappende	=	afslappen
afsleep	=	afslepen
afsleept	=	afslepen
afsleepte	=	afslepen
afsleepten	=	afslepen
afsleet	=	afslijten
afslenter	=	afslenteren
afslenterde	=	afslenteren
afslenterden	=	afslenteren
afslentere	=	afslenteren
afslenteren	verb	langzaam lopend weggaan
afslenterend	=	afslenteren
afslenterende	=	afslenteren
afslentert	=	afslenteren
afslepe	=	afslepen
afslepen	verb	wegslepen
afslepend	=	afslepen
afslepende	=	afslepen
afsleping	noun	het wegslepen van met name vaartuigen
afslepingen	=	afsleping
afsleten	=	afslijten
afsleur	=	afsleuren
afsleurde	=	afsleuren
afsleurden	=	afsleuren
afsleure	=	afsleuren
afsleuren	verb	met geweld en trekken iets of iemand ergens afhalen
afsleurend	=	afsleuren
afsleurende	=	afsleuren
afsleurt	=	afsleuren
afslib	=	afslibben
afslibbe	=	afslibben
afslibben	verb	zuiveren van erts met water en modder
afslibbend	=	afslibben
afslibbende	=	afslibben
afslibde	=	afslibben
afslibden	=	afslibben
afslibt	=	afslibben
afslijp	=	afslijpen
afslijpe	=	afslijpen
afslijpen	verb	door slijpen wegnemen
afslijpend	=	afslijpen
afslijpende	=	afslijpen
afslijping	noun	het verwijderen van iets door het te slijpen
afslijpingen	=	afslijping
afslijpsel	noun	de kleine deeltjes of het stof dat door slijpen is verwijderd; afval dat door slijpen ontstaat
afslijpsels	=	afslijpsel
afslijpt	=	afslijpen
afslijt	=	afslijten
afslijte	=	afslijten
afslijten	verb	in een proces van slijtage verliezen
afslijtend	=	afslijten
afslijtende	=	afslijten
afslijting	noun	verwijdering van materiaal door langdurige inwerking van krachten
afslijtingen	=	afslijting
afslikken	verb|obsolete	iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalen
afslikkend	=	afslikken
afslikkende	=	afslikken
afslinger	=	afslingeren
afslingerde	=	afslingeren
afslingerden	=	afslingeren
afslingere	=	afslingeren
afslingeren	verb	met een krachtige, slingerende beweging weggooien of wegwerpen
afslingerend	=	afslingeren
afslingerende	=	afslingeren
afslingert	=	afslingeren
afsloeg	=	afslaan
afsloege	=	afslaan
afsloegen	=	afslaan
afsloegt	=	afslaan
afslof	=	afsloffen
afsloffe	=	afsloffen
afsloffen	verb	schuifelend weggaan
afsloffend	=	afsloffen
afsloffende	=	afsloffen
afsloft	=	afsloffen
afslofte	=	afsloffen
afsloften	=	afsloffen
afsloof	=	afsloven
afsloofde	=	afsloven
afsloofden	=	afsloven
afslooft	=	afsloven
afsloop	=	afslopen
afsloopt	=	afslopen
afsloopte	=	afslopen
afsloopten	=	afslopen
afsloot	=	afsluiten
afslootte	=	afsloten
afslootten	=	afsloten
afslope	=	afslopen
afslopen	verb	helemaal afbreken
afslopend	=	afslopen
afslopende	=	afslopen
afslorp	=	afslorpen
afslorpe	=	afslorpen
afslorpen	verb	met halfgesloten mond en bijgeluiden zuigend een bovenlaag verwijderen
afslorpend	=	afslorpen
afslorpende	=	afslorpen
afslorpt	=	afslorpen
afslorpte	=	afslorpen
afslorpten	=	afslorpen
afslote	=	afsloten
afsloten	verb	met sloten afscheiden
afslotend	=	afsloten
afslotende	=	afsloten
afslove	=	afsloven
afsloven	verb	zo hard werken dat je helemaal uitgeput raakt
afslovend	=	afsloven
afslovende	=	afsloven
afsluip	=	afsluipen
afsluipe	=	afsluipen
afsluipen	verb	zich sluipend verwijderen
afsluipend	=	afsluipen
afsluipende	=	afsluipen
afsluipt	=	afsluipen
afsluit	=	afsluiten
afsluitbaar	adj	met de mogelijkheid om iets op slot te doen of dicht te maken
afsluitbaarder	=	afsluitbaar
afsluitbaardere	=	afsluitbaar
afsluitbaarders	=	afsluitbaar
afsluitbaars	=	afsluitbaar
afsluitbaarst	=	afsluitbaar
afsluitbaarste	=	afsluitbaar
afsluitbare	=	afsluitbaar
afsluitdam	noun	een dam die een water afsluit van de zee
afsluitdammen	=	afsluitdam
afsluitdata	=	afsluitdatum
afsluitdatum	noun	het tijdstip waarop een verbinding wordt verbroken
afsluitdatums	=	afsluitdatum
afsluitdeksel	noun	een voorwerp om een hol open lichaam mee af te dekken en af te sluiten
afsluitdeksels	=	afsluitdeksel
afsluitdekseltje	=	afsluitdeksel
afsluitdekseltjes	=	afsluitdeksel
afsluitdijk	noun	dijk tot het afsluiten van een stromend water of een binnenzee
afsluitdijken	=	afsluitdijk
afsluitdop	noun	een kapje dat een opening dichtmaakt
afsluitdopje	=	afsluitdop
afsluitdopjes	=	afsluitdop
afsluitdoppen	=	afsluitdop
afsluite	=	afsluiten
afsluiten	verb	zorgen dat iets of iemand niet in, uit of door iets kan gaan, alle openingen dicht doen
afsluitend	adj	het einde vormend
afsluitende	=	afsluiten
afsluitender	=	afsluitend
afsluitendere	=	afsluitend
afsluitenders	=	afsluitend
afsluitends	=	afsluitend
afsluitendst	=	afsluitend
afsluitendste	=	afsluitend
afsluiter	noun	mechaniek om de doorstroming van een medium te regelen (gas, vaste stof, slurrie, of vloeistof), door het (deels) openen of sluiten van een of meer doorstroomopeningen
afsluiters	=	afsluiter
afsluitertje	=	afsluiter
afsluitertjes	=	afsluiter
afsluitformulier	noun	document dat gebruikt wordt voor het beëindigen van een huurcontract, een arbeidsovereenkomst, of het afronden van een project
afsluitformulieren	=	afsluitformulier
afsluitformuliertje	=	afsluitformulier
afsluitformuliertjes	=	afsluitformulier
afsluiting	noun	iets afsluiten
afsluitingen	=	afsluiting
afsluitingsfeest	noun	feest dat gegeven wordt aan het einde van iets
afsluitingsfeesten	=	afsluitingsfeest
afsluitingsfeestje	=	afsluitingsfeest
afsluitingsfeestjes	=	afsluitingsfeest
afsluitingsmuren	=	afsluitingsmuur
afsluitingsmuur	noun	muur die een park of tuin afsluit van de omgeving
afsluitingsmuurtje	=	afsluitingsmuur
afsluitingsmuurtjes	=	afsluitingsmuur
afsluitinkje	=	afsluiting
afsluitinkjes	=	afsluiting
afsluitkraan	noun	kraan waarmee je een deel van het waterleidingnetwerk afsluit
afsluitkraantje	=	afsluitkraan
afsluitkraantjes	=	afsluitkraan
afsluitkranen	=	afsluitkraan
afsluitpremie	noun	geld dat men ontvangt als men een contract sluit
afsluitpremies	=	afsluitpremie
afsluitprocedure	noun	een reeks routinematige stappen die men moet doorlopen om systemen, apparatuur, of processen veilig af te sluiten en voor te bereiden op een veilige stilstand of uitschakeling
afsluitprocedures	=	afsluitprocedure
afsluitproceduretje	=	afsluitprocedure
afsluitproceduretjes	=	afsluitprocedure
afsluitprovisie	noun	beloning die een adviseur of tussenpersoon ontvangt na afsluiting van een contract
afsluitprovisies	=	afsluitprovisie
afsluitprovisietje	=	afsluitprovisie
afsluitprovisietjes	=	afsluitprovisie
afslurp	=	afslurpen
afslurpe	=	afslurpen
afslurpen	verb	met halfgesloten mond en bijgeluiden zuigend een bovenlaag verwijderen
afslurpend	=	afslurpen
afslurpende	=	afslurpen
afslurpt	=	afslurpen
afslurpte	=	afslurpen
afslurpten	=	afslurpen
afslúítend	=	afsluitend
afsmeek	=	afsmeken
afsmeekt	=	afsmeken
afsmeekte	=	afsmeken
afsmeekten	=	afsmeken
afsmeer	=	afsmeren
afsmeerde	=	afsmeren
afsmeerden	=	afsmeren
afsmeerlaag	noun	een dunne, afsluitende laag die op een oppervlak wordt aangebracht om het te beschermen en af te sluiten.
afsmeerlaagje	=	afsmeerlaag
afsmeerlaagjes	=	afsmeerlaag
afsmeerlagen	=	afsmeerlaag
afsmeert	=	afsmeren
afsmeet	=	afsmijten
afsmeke	=	afsmeken
afsmeken	verb	afbidden; nederig om iets vragen
afsmekend	=	afsmeken
afsmekende	=	afsmeken
afsmeking	noun	gebed waarin met de godheid om een gunst vraagt
afsmekingen	=	afsmeking
afsmelt	noun	vermindering van de hoeveelheid ijs doordat het smelt
afsmelte	=	afsmelten
afsmelten	verb	wegsmelten
afsmeltend	=	afsmelten
afsmeltende	=	afsmelten
afsmere	=	afsmeren
afsmeren	verb	ergens een dikke vloeistof op aanbrengen met een wrijvende beweging
afsmerend	=	afsmeren
afsmerende	=	afsmeren
afsmeten	=	afsmijten
afsmijt	=	afsmijten
afsmijte	=	afsmijten
afsmijten	verb	met de grond gelijk maken, afbreken
afsmijtend	=	afsmijten
afsmijtende	=	afsmijten
afsmolt	=	afsmelten
afsmolte	=	afsmelten
afsmolten	=	afsmelten
afsnauw	=	afsnauwen
afsnauwde	=	afsnauwen
afsnauwden	=	afsnauwen
afsnauwe	=	afsnauwen
afsnauwen	verb	iemand op geïrriteerde toon kortaf antwoorden
afsnauwend	=	afsnauwen
afsnauwende	=	afsnauwen
afsnauwt	=	afsnauwen
afsnede	=	afsnijden
afsneden	=	afsnijden
afsneed	=	afsnijden
afsneedt	=	afsnijden
afsnel	=	afsnellen
afsnelde	=	afsnellen
afsnelden	=	afsnellen
afsnelle	=	afsnellen
afsnellen	verb	met grote snelheid naderen
afsnellend	=	afsnellen
afsnellende	=	afsnellen
afsnelt	=	afsnellen
afsnij	=	afsnijden
afsnijd	=	afsnijden
afsnijde	=	afsnijden
afsnijden	verb	ergens een stuk vanaf halen, bekorten, inkorten
afsnijdend	=	afsnijden
afsnijdende	=	afsnijden
afsnijding	noun	een kortere route die ontstaan is door een kronkeling recht te maken
afsnijdingen	=	afsnijding
afsnijdinkje	=	afsnijding
afsnijdinkjes	=	afsnijding
afsnijdsel	noun	restjes die overblijven na snijden
afsnijdsels	=	afsnijdsel
afsnijdt	=	afsnijden
afsnijfrequentie	noun	de frequentie waarbij de frequentiekarakteristiek van een systeem een bepaalde minimale grenswaarde bereikt
afsnijfrequenties	=	afsnijfrequentie
afsnijfrequentietje	=	afsnijfrequentie
afsnijfrequentietjes	=	afsnijfrequentie
afsnijsel	noun	verkorting, spreektaal van afsnijdsel
afsnijsels	=	afsnijdsel
afsnoei	=	afsnoeien
afsnoeide	=	afsnoeien
afsnoeiden	=	afsnoeien
afsnoeie	=	afsnoeien
afsnoeien	verb	door snoeien verwijderen
afsnoeiend	=	afsnoeien
afsnoeiende	=	afsnoeien
afsnoeit	=	afsnoeien
afsnoep	=	afsnoepen
afsnoepe	=	afsnoepen
afsnoepen	verb	iets waardevols stukje bij beetje wegnemen
afsnoepend	=	afsnoepen
afsnoepende	=	afsnoepen
afsnoept	=	afsnoepen
afsnoepte	=	afsnoepen
afsnoepten	=	afsnoepen
afsnoer	=	afsnoeren
afsnoerde	=	afsnoeren
afsnoerden	=	afsnoeren
afsnoere	=	afsnoeren
afsnoeren	verb	met een snoer afbinden
afsnoerend	=	afsnoeren
afsnoerende	=	afsnoeren
afsnoert	=	afsnoeren
afsnoot	=	afsnuiten
afsnor	=	afsnorren
afsnorde	=	afsnorren
afsnorden	=	afsnorren
afsnorre	=	afsnorren
afsnorren	verb	van een pijl: met een suizend geluid de boog verlaten
afsnorrend	=	afsnorren
afsnorrende	=	afsnorren
afsnort	=	afsnorren
afsnoten	=	afsnuiten
afsnuffel	=	afsnuffelen
afsnuffelde	=	afsnuffelen
afsnuffelden	=	afsnuffelen
afsnuffele	=	afsnuffelen
afsnuffelen	verb	iets helemaal besnuffelen
afsnuffelend	=	afsnuffelen
afsnuffelende	=	afsnuffelen
afsnuffelt	=	afsnuffelen
afsnuit	=	afsnuiten
afsnuite	=	afsnuiten
afsnuiten	verb	het inkorten van de lont van een brandende kaars om het walmen te beperken
afsnuitend	=	afsnuiten
afsnuitende	=	afsnuiten
afsnuiting	noun	het verwijderde verkoolde deel van de pit van een kaars
afsnuitingen	=	afsnuiting
afsnuitte	=	afsnuiten
afsnuitten	=	afsnuiten
afsop	=	afsoppen
afsoppe	=	afsoppen
afsoppen	verb	iets grondig met water en zeep reinigen
afsoppend	=	afsoppen
afsoppende	=	afsoppen
afsopt	=	afsoppen
afsopte	=	afsoppen
afsopten	=	afsoppen
afspaan	=	afspanen
afspaande	=	afspanen
afspaanden	=	afspanen
afspaant	=	afspanen
afspan	=	afspannen
afspande	=	afspannen
afspanden	=	afspannen
afspane	=	afspanen
afspanen	verb	met een spaan grote delen van een min of meer weke stof zoals boter afnemen
afspanend	=	afspanen
afspanende	=	afspanen
afspanne	=	afspannen
afspannen	verb	een draad strak tussen twee vaste punten laten hangen
afspannend	=	afspannen
afspannende	=	afspannen
afspanning	noun	een hek of andere afrastering die een bepaald gebied afsluit
afspanningen	=	afspanning
afspant	=	afspannen
afspat	=	afspatten
afspatiëren	verb	aanpassen van de ruimtes tussen letters of woorden in een tekst, vaak met het doel de leesbaarheid of de esthetiek te verbeteren
afspatiërend	=	afspatiëren
afspatiëring	noun	het aanpassen van de ruimtes tussen letters of woorden in een tekst, vaak met het doel de leesbaarheid of de esthetiek te verbeteren
afspatiëringen	=	afspatiëring
afspatte	=	afspatten
afspatten	verb	ergens vanaf stralen
afspattend	=	afspatten
afspattende	=	afspatten
afspeel	=	afspelen
afspeelapparatuur	noun	toestel waarmee men vooraf opgenomen materiaal zichtbaar en/of hoorbaar kan maken
afspeelbaar	adj	van een muziek- of beelddrager dat je nog naar kunt luisteren en kijken
afspeelbaarder	=	afspeelbaar
afspeelbaardere	=	afspeelbaar
afspeelbaarders	=	afspeelbaar
afspeelbaars	=	afspeelbaar
afspeelbaarst	=	afspeelbaar
afspeelbaarste	=	afspeelbaar
afspeelbare	=	afspeelbaar
afspeelde	=	afspelen
afspeelden	=	afspelen
afspeelt	=	afspelen
afspeet	=	afspeten
afspeette	=	afspeten
afspeetten	=	afspeten
afspel	noun	het deel van het spel waarin de kaarten worden gespeeld nadat het bieden is voltooid en waarbij door strategisch spelen van kaarten wordt getracht om het aantal slagen te maximaliseren en het contract te halen
afspeld	=	afspelden
afspeldde	=	afspelden
afspeldden	=	afspelden
afspelde	=	afspelden
afspelden	verb	met spelden (tijdelijk) in de juiste vorm brengen zodat de kleermaker weet waar de naden genaaid moeten worden
afspeldend	=	afspelden
afspeldende	=	afspelden
afspeldt	=	afspelden
afspele	=	afspelen
afspelen	verb	opgenomen geluids- of beeldmateriaal opnieuw laten horen of zien
afspelend	=	afspelen
afspelende	=	afspelen
afspete	=	afspeten
afspeten	verb	van een spit afnemen
afspetend	=	afspeten
afspetende	=	afspeten
afspeur	=	afspeuren
afspeurde	=	afspeuren
afspeurden	=	afspeuren
afspeure	=	afspeuren
afspeuren	verb	zo goed naar iets zoeken dat er na afloop niets meer te vinden is
afspeurend	=	afspeuren
afspeurende	=	afspeuren
afspeurt	=	afspeuren
afspied	=	afspieden
afspiedde	=	afspieden
afspiedden	=	afspieden
afspiede	=	afspieden
afspieden	verb	zo goed kijken dat men alles ziet en niets mist
afspiedend	=	afspieden
afspiedende	=	afspieden
afspiedt	=	afspieden
afspiegel	=	afspiegelen
afspiegelde	=	afspiegelen
afspiegelden	=	afspiegelen
afspiegele	=	afspiegelen
afspiegelen	verb	doen voorkomen
afspiegelend	=	afspiegelen
afspiegelende	=	afspiegelen
afspiegeling	noun	afbeelding van iets
afspiegelingen	=	afspiegeling
afspiegelingetje	=	afspiegeling
afspiegelingetjes	=	afspiegeling
afspiegelingsbeginsel	noun	beginsel dat aangeeft welke werknemers voor ontslag in aanmerking komen
afspiegelingsbeginselen	=	afspiegelingsbeginsel
afspiegelingsbeginsels	=	afspiegelingsbeginsel
afspiegelingscoalitie	noun	coalitie op federaal niveau met dezelfde partijen als die op regionaal niveau aan de macht zijn
afspiegelingscoalities	=	afspiegelingscoalitie
afspiegelingscollege	noun	een bestuursorgaan van de overheid, dat is samengesteld naar de zetelverdeling in het benoemende vertegenwoordigende orgaan.
afspiegelingscolleges	=	afspiegelingscollege
afspiegelingsregering	noun	regering op federaal niveau met dezelfde partijen die op regionaal niveau aan de macht zijn
afspiegelingsregeringen	=	afspiegelingsregering
afspiegelt	=	afspiegelen
afspin	=	afspinnen
afspinne	=	afspinnen
afspinnen	verb	spinnen tot het bittere einde
afspinnend	=	afspinnen
afspinnende	=	afspinnen
afspint	=	afspinnen
afspit	=	afspitten
afspitte	=	afspitten
afspitten	verb	met een schop afgraven
afspittend	=	afspitten
afspittende	=	afspitten
afspleet	=	afsplijten
afspleten	=	afsplijten
afsplijt	=	afsplijten
afsplijte	=	afsplijten
afsplijten	verb	door bijten losgaan en afvallen
afsplijtend	=	afsplijten
afsplijtende	=	afsplijten
afsplinter	=	afsplinteren
afsplinterde	=	afsplinteren
afsplinterden	=	afsplinteren
afsplintere	=	afsplinteren
afsplinteren	verb	losraken van kleine scherpe stukjes hout van een groter stuk hout
afsplinterend	=	afsplinteren
afsplinterende	=	afsplinteren
afsplintert	=	afsplinteren
afsplits	=	afsplitsen
afsplitse	=	afsplitsen
afsplitsen	verb	zich van een groter geheel afscheiden
afsplitsend	=	afsplitsen
afsplitsende	=	afsplitsen
afsplitsing	noun	afscheiding
afsplitsingen	=	afsplitsing
afsplitsingetje	=	afsplitsing
afsplitsingetjes	=	afsplitsing
afsplitsinkje	=	afsplitsing
afsplitsinkjes	=	afsplitsing
afsplitst	=	afsplitsen
afsplitste	=	afsplitsen
afsplitsten	=	afsplitsen
afspoel	=	afspoelen
afspoelde	=	afspoelen
afspoelden	=	afspoelen
afspoele	=	afspoelen
afspoelen	verb	een opgewonden draad of band van een klos afwentelen
afspoelend	=	afspoelen
afspoelende	=	afspoelen
afspoeling	noun	de keer dat men zich schoonmaakt met water; de keer dat men zich afspoelt met water
afspoelingen	=	afspoeling
afspoelt	=	afspoelen
afspon	=	afspinnen
afsponnen	=	afspinnen
afspons	=	afsponsen
afsponsde	=	afsponzen
afsponsden	=	afsponzen
afsponse	=	afsponsen
afsponsen	verb	schoonmaken met een spons
afsponsend	=	afsponsen
afsponsende	=	afsponsen
afsponst	=	afsponsen
afsponste	=	afsponsen
afsponsten	=	afsponsen
afsponze	=	afsponzen
afsponzen	verb	koelen, bevochtigen of schoonmaken met een vochtige spons
afsponzend	=	afsponzen
afsponzende	=	afsponzen
afspoor	=	afsporen
afspoorde	=	afsporen
afspoorden	=	afsporen
afspoort	=	afsporen
afspoot	=	afspuiten
afspore	=	afsporen
afsporen	verb	iets helemaal doorzoeken
afsporend	=	afsporen
afsporende	=	afsporen
afspoten	=	afspuiten
afspraak	noun	een met elkaar afgesproken belofte
afspraakbevestiging	noun	mededeling dat de gemaakte afspraak inderdaad doorgaat
afspraakbevestigingen	=	afspraakbevestiging
afspraakbevestigingetje	=	afspraakbevestiging
afspraakbevestigingetjes	=	afspraakbevestiging
afspraakje	noun	alleen verkleinwoord belofte van twee verliefde mensen om elkaar op een bepaalde tijd en plaats te ontmoeten
afspraakjes	=	afspraak
afspraakt	=	afspreken
afsprak	=	afspreken
afsprake	=	afspreken
afspraken	=	afspraak
afsprakenkaart	noun	kaart waarop de tijd en de plaats van een afspraak (met een hulpverlener) staat genoteerd
afsprakenkaarten	=	afsprakenkaart
afsprakenkaartje	=	afsprakenkaart
afsprakenkaartjes	=	afsprakenkaart
afsprakenlijst	noun	opsomming van de zaken die men met elkaar is overeengekomen
afsprakenlijsten	=	afsprakenlijst
afsprakenlijstje	=	afsprakenlijst
afsprakenlijstjes	=	afsprakenlijst
afsprakensysteem	noun	een systeem waarin afspraken tussen mensen of organisaties kan worden geregeld
afsprakensysteempje	=	afsprakensysteem
afsprakensysteempjes	=	afsprakensysteem
afsprakensystemen	=	afsprakensysteem
afspreek	=	afspreken
afspreekt	=	afspreken
afspreke	=	afspreken
afspreken	verb	een onderling vergelijk vastleggen, overeenkomen
afsprekend	=	afspreken
afsprekende	=	afspreken
afspring	=	afspringen
afspringe	=	afspringen
afspringen	verb	van boven naar beneden springen
afspringend	=	afspringen
afspringende	=	afspringen
afspringt	=	afspringen
afsprong	=	afspringen
afspronge	=	afspringen
afsprongen	=	afspringen
afsprongt	=	afspringen
afspuit	=	afspuiten
afspuite	=	afspuiten
afspuiten	verb	door spuiten reinigen
afspuitend	=	afspuiten
afspuitende	=	afspuiten
afsta	=	afstaan
afstaakt	=	afsteken
afstaan	verb	uit handen geven
afstaand	=	afstaan
afstaande	=	afstaan
afstaat	=	afstaan
afstak	=	afsteken
afstake	=	afsteken
afstaken	=	afsteken
afstam	=	afstammen
afstamde	=	afstammen
afstamden	=	afstammen
afstamme	=	afstammen
afstammeling	noun	bloedverwant in neerdalende lijn
afstammelinge	noun	vrouwelijke bloedverwant in neerdalende lijn
afstammelingen	=	afstammeling
afstammelinges	=	afstammelinge
afstammelingetje	=	afstammeling
afstammelingetjes	=	afstammeling
afstammelinkje	=	afstammeling
afstammen	verb	~ van: een nakomeling zijn van
afstammend	=	afstammen
afstammende	=	afstammen
afstamming	noun	de genetische voorgeschiedenis van een individu, volk of soort
afstammingen	=	afstamming
afstammingetje	=	afstamming
afstammingetjes	=	afstamming
afstammingsgegeven	noun	een stuk informatie dat men heeft over de biologische voorouders
afstammingsgegevens	noun	data die men heeft over de biologische voorouders
afstammingsleer	noun	de leer dat de soorten van planten en dieren zijn voortgekomen uit eerder bestaande soorten
afstammingslijn	noun	de lijn van voorouders waarvan iemand afstamt
afstammingslijnen	=	afstammingslijn
afstammingslijntje	=	afstammingslijn
afstammingslijntjes	=	afstammingslijn
afstammingsrecht	noun	wetgeving rond de erfopvolging
afstammingsrechten	=	afstammingsrecht
afstammingstheorie	noun	de leer dat alle soorten zijn voortgekomen uit eerder bestaande soortn
afstammingstheorietje	=	afstammingstheorie
afstammingstheorietjes	=	afstammingstheorie
afstammingstheorieën	=	afstammingstheorie
afstammingsvraag	noun	vraag die iemand heeft over de eigen biologische afkomst, herkomst en ontstaansgeschiedenis.
afstammingsvraagje	=	afstammingsvraag
afstammingsvraagjes	=	afstammingsvraag
afstammingsvragen	=	afstammingsvraag
afstamminkje	=	afstamming
afstamminkjes	=	afstamming
afstamp	=	afstampen
afstampe	=	afstampen
afstampen	verb	door trappen iets verwijderen
afstampend	=	afstampen
afstampende	=	afstampen
afstampt	=	afstampen
afstampte	=	afstampen
afstampten	=	afstampen
afstamt	=	afstammen
afstand	noun	de (meetbare) ruimte tussen twee niet samenvallende objecten
afstandbediening	noun	Wij kunnen de televisie aan en uit zetten vanaf de bank met een afstandbediening.
afstandbedieningen	=	afstandbediening
afstandbedieninkje	=	afstandbediening
afstandbedieninkjes	=	afstandbediening
afstanddoening	noun	handeling waaruit blijkt dat je niet langer aanspraak maakt op iets dat je toebehoorde of toekwam
afstanddoeningen	=	afstanddoening
afstandelijk	adj	onverschillig, niet emotioneel ergens bij betrokken zijn
afstandelijke	=	afstandelijk
afstandelijker	=	afstandelijk
afstandelijkere	=	afstandelijk
afstandelijkers	=	afstandelijk
afstandelijkheden	=	afstandelijkheid
afstandelijkheid	noun	het ergens niet emotioneel bij betrokken zijn
afstandelijks	=	afstandelijk
afstandelijkst	=	afstandelijk
afstandelijkste	=	afstandelijk
afstanden	=	afstand
afstandentraining	noun	sportoefening waarbij het gaat om een bepaalde afstand af te leggen en minder om de snelheid waarmee men dat doet
afstandentrainingen	=	afstandentraining
afstandentraininkje	=	afstandentraining
afstandentraininkjes	=	afstandentraining
afstandhouder	noun	iets wat men gebruikt om de afstand tussen twee zaken of personen te bewaren
afstandhouders	=	afstandhouder
afstandig	adj	niet betrokken, emotionele afstand bewarend
afstandige	=	afstandig
afstandiger	=	afstandig
afstandigere	=	afstandig
afstandigers	=	afstandig
afstandigs	=	afstandig
afstandigst	=	afstandig
afstandigste	=	afstandig
afstandje	=	afstand
afstandjes	=	afstand
afstandmeter	noun	meetinstrument waarmee men een afstand kan meten zoals deze o.a. wordt gebruikt in de fotografie
afstandmeters	=	afstandmeter
afstandmeting	noun	vaststelling hoe ver zaken van elkaar verwijderd zijn
afstandmetingen	=	afstandmeting
afstandsangst	noun	de angst dat men zijn bestemming met een elektrische auto niet kan halen omdat de accu leeg raakt en er geen laadstations beschikbaar zijn
afstandsbediening	noun	een toestel dat vanaf afstand een ander toestel bestuurt
afstandsbedieningen	=	afstandsbediening
afstandsbedieninghouder	noun	een handig hulpmiddel om al je afstandsbedieningen (van de tv, mediabox, airco, etc.) op één vaste plek te bewaren
afstandsbedieninghouders	=	afstandsbedieninghouder
afstandsbedieninghoudertje	=	afstandsbedieninghouder
afstandsbedieninghoudertjes	=	afstandsbedieninghouder
afstandsbedieninkje	=	afstandsbediening
afstandsbedieninkjes	=	afstandsbediening
afstandsbepaling	noun	meting hoe ver weg iets gelegen is
afstandsbepalingen	=	afstandsbepaling
afstandsbepalinkje	=	afstandsbepaling
afstandsbepalinkjes	=	afstandsbepaling
afstandsbesturing	noun	het besturen op afstand d.m.v. een zender
afstandsbesturingen	=	afstandsbesturing
afstandsbesturinkje	=	afstandsbesturing
afstandsbesturinkjes	=	afstandsbesturing
afstandschaamte	noun	schaamte die men voelt als men de verplichte afstand tot een ander persoon niet in acht heeft genomen
afstandschot	noun	het vanaf grote afstand schieten van de bal op het doel
afstandschoten	=	afstandschot
afstandseis	noun	een dwingend voorschrift over een bepaalde afstand die bewaard moet worden
afstandseisen	=	afstandseis
afstandshamen	verb	iemand in het openbaar aan de kaakstellen omdat hij of zij zich niet aan de afstandsregels heeft gehouden die in een epidemie gelden
afstandshamende	=	afstandshamen
afstandskind	noun	kind dat wordt afgestaan voor adoptie
afstandskinderen	=	afstandskind
afstandskindje	=	afstandskind
afstandskindjes	=	afstandskind
afstandsleren	verb	een vorm van onderwijs waarbij de studenten niet fysiek aanwezig zijn om onderwezen te worden
afstandsmaat	noun	een eenheid/maat om de lengte/afstand tussen twee punten op te meten.
afstandsmaatje	=	afstandsmaat
afstandsmaatjes	=	afstandsmaat
afstandsmaatschappij	noun	samenleving waarbij mensen fysieke afstand van elkaar houden om besmetting door een virus of bacterie te voorkomen
afstandsmaatschappijen	=	afstandsmaatschappij
afstandsmaten	=	afstandsmaat
afstandsmeter	noun	een optisch instrument of elektronisch apparaat waarmee afstanden gemeten kunnen worden
afstandsmeters	=	afstandsmeter
afstandsmetertje	=	afstandsmeter
afstandsmetertjes	=	afstandsmeter
afstandsmoeder	noun	moeder die haar kind afstaat voor adoptie
afstandsmoeders	=	afstandsmoeder
afstandsonderwijs	noun	onderwijs dat men volgt zonder in de onderwijsinstelling aanwezig te zijn, schriftelijk of d.m.v. een computer (e-mail en chatten), radio, televisie enz
afstandspaal	noun	paal die langs de weg staat en aangeeft hoe groot de afstand tot een bepaald punt is
afstandspaaltje	=	afstandspaal
afstandspaaltjes	=	afstandspaal
afstandspalen	=	afstandspaal
afstandsprocedure	noun	een juridisch proces waarbij een ouder vrijwillig afstand doet van het ouderlijk gezag over een kind met het doel om het kind ter adoptie vrij te geven
afstandsprocedures	=	afstandsprocedure
afstandsproceduretje	=	afstandsprocedure
afstandsproceduretjes	=	afstandsprocedure
afstandsregel	noun	voorschrift over de afstand die men houden
afstandsregels	=	afstandsregel
afstandsregeltje	=	afstandsregel
afstandsregeltjes	=	afstandsregel
afstandsrit	noun	race met een paard, koets, auto of op een andere manier over een zeer lange afstand om de kwaliteit van paard en of auto te toeseten
afstandsritten	=	afstandsrit
afstandssamenleving	noun	sociaal geheel van mensen die hun levenswijze zo hebben aangepast dat ze ver uit elkaar blijven om besmetting met een ziekte te voorkomen
afstandssamenlevingen	=	afstandssamenleving
afstandsschot	noun	een schot waarbij het doel op een grote afstand is gelegen
afstandsschoten	=	afstandsschot
afstandssein	noun	sein dat op een bepaalde afstand van een brug of station staat en aangeeft of een veilige doortocht mogelijk is
afstandsseinen	=	afstandssein
afstandsseintje	=	afstandssein
afstandsseintjes	=	afstandssein
afstandssensor	noun	een apparaat dat de afstand kan meten tot een bepaald object
afstandssensoren	=	afstandssensor
afstandssensors	=	afstandssensor
afstandstabel	noun	tabel waarop de afstanden tussen verschillende plaatsen staan vermeld
afstandstabellen	=	afstandstabel
afstandstabelletje	=	afstandstabel
afstandstabelletjes	=	afstandstabel
afstandsverklaring	noun	verklaring dat men afstand doet van bepaalde rechten
afstandsverklaringen	=	afstandsverklaring
afstandsverklarinkje	=	afstandsverklaring
afstandsverklarinkjes	=	afstandsverklaring
afstandswijzer	noun	tabel met afstanden tussen verschillende plaatsen
afstandswijzers	=	afstandswijzer
afstap	noun	een trede waardoor men lager kan komen o.a. nodig om uit een autobus te kunnen stappen.
afstapje	=	afstap
afstapjes	=	afstap
afstappe	=	afstappen
afstappen	verb	ermee ophouden, ervan afzien
afstappend	=	afstappen
afstappende	=	afstappen
afstapt	=	afstappen
afstapte	=	afstappen
afstapten	=	afstappen
afsteeg	=	afstijgen
afsteegt	=	afstijgen
afsteek	noun	het afscheiden door middel van een steekwerktuig
afsteekbeitel	noun	beitel voor het maken van groeven in hout of metaal
afsteekbeitels	=	afsteekbeitel
afsteekbeiteltje	=	afsteekbeitel
afsteekbeiteltjes	=	afsteekbeitel
afsteekt	=	afsteken
afstege	=	afstijgen
afstegen	=	afstijgen
afstek	=	afstekken
afsteke	=	afsteken
afsteken	verb	door insteken van bijvoorbeeld een spade een hoeveelheid materiaal verwijderen
afstekend	=	afsteken
afstekende	=	afsteken
afsteker	noun	iemand die iets laat branden
afstekers	=	afsteker
afstekertje	=	afsteker
afstekertjes	=	afsteker
afstekke	=	afstekken
afstekken	verb	afstikken
afstekkend	=	afstekken
afstekkende	=	afstekken
afstekt	=	afstekken
afstekte	=	afstekken
afstekten	=	afstekken
afstel	noun	het afstellen, het opgeven of laten varen van een voorgenomen handeling
afstelde	=	afstellen
afstelden	=	afstellen
afstelle	=	afstellen
afstellen	verb	regelbare parameters zo kiezen dat een toestel voor een bepaald doel gereed is
afstellend	=	afstellen
afstellende	=	afstellen
afsteller	noun	iemand die de instellingen van een systeem aanpast aan een specifieke situatie
afstellers	=	afsteller
afstellertje	=	afsteller
afstellertjes	=	afsteller
afstelling	noun	het afstellen
afstellingen	=	afstelling
afstelt	=	afstellen
afstem	=	afstemmen
afstemde	=	afstemmen
afstemden	=	afstemmen
afstemeenheden	=	afstemeenheid
afstemeenheid	noun	apparaat waarmee men kan afstemmen op bepaalde radiogolven voor het ontvangen van radio- of televisieprogramma's
afstemknop	noun	deel van een radio-ontvanger waarmee men kan kiezen naar welk radioprogramma men gaat luisteren
afstemknopje	=	afstemknop
afstemknopjes	=	afstemknop
afstemknoppen	=	afstemknop
afstemkring	noun	een elektrische schakeling die bestaat uit een spoel en een condensator.
afstemkringen	=	afstemkring
afstemkringetje	=	afstemkring
afstemkringetjes	=	afstemkring
afstemme	=	afstemmen
afstemmen	verb	op de juiste toonhoogte brengen
afstemmend	=	afstemmen
afstemmende	=	afstemmen
afstemming	noun	het afstemmen
afstemmingen	=	afstemming
afstemmingsgesprek	noun	conversatie die dient om iets zo regelen dat het voor iedereen passend is
afstemmingsgesprekje	=	afstemmingsgesprek
afstemmingsgesprekjes	=	afstemmingsgesprek
afstemmingsgesprekken	=	afstemmingsgesprek
afstemmingsproces	noun	procedure die dient om iets zo te regelen dat het voor iedereen passend is
afstemmingsprocessen	=	afstemmingsproces
afstemogen	=	afstemoog
afstemoog	noun	inrichting aan een radio- of tv-toestel waarop men kan aflezen hoe sterk de ontvangst is van het ontvangen radiosignaal
afstemoogje	=	afstemoog
afstemoogjes	=	afstemoog
afstempel	=	afstempelen
afstempelde	=	afstempelen
afstempelden	=	afstempelen
afstempele	=	afstempelen
afstempelen	verb	er een stempel opzetten
afstempelend	=	afstempelen
afstempelende	=	afstempelen
afstempeling	noun	de keer dat de postzegel op een envelop is afgestempeld en daardoor niet meer opnieuw gebruikt kan worden
afstempelingen	=	afstempeling
afstempelt	=	afstempelen
afstemschaal	noun	verdeling op een radio waardoor men kan zien op welke radiofrequentie men heeft afgestemd
afstemschaaltje	=	afstemschaal
afstemschaaltjes	=	afstemschaal
afstemschalen	=	afstemschaal
afstemt	=	afstemmen
afsterf	=	afsterven
afsterft	=	afsterven
afsterve	=	afsterven
afsterven	verb	iemand verloren hebben door dat die persoon overleden is
afstervend	=	afsterven
afstervende	=	afsterven
afsterving	noun	overlijden, doodgaan (van een gedeelte) van een organisme
afstervingen	=	afsterving
afstervinkje	=	afsterving
afsteven	=	afstevenen
afstevende	=	afstevenen
afstevenden	=	afstevenen
afstevene	=	afstevenen
afstevenen	verb	onvermijdelijk gaan naar
afstevenend	=	afstevenen
afstevenende	=	afstevenen
afstevent	=	afstevenen
afstierf	=	afsterven
afstierft	=	afsterven
afstierve	=	afsterven
afstierven	=	afsterven
afstiet	=	afstoten
afstiete	=	afstoten
afstieten	=	afstoten
afstijg	=	afstijgen
afstijge	=	afstijgen
afstijgen	verb	ergens vanaf gaan m.n. van een paard of ander vervoermiddel
afstijgend	=	afstijgen
afstijgende	=	afstijgen
afstijgt	=	afstijgen
afstik	=	afstikken
afstikke	=	afstikken
afstikken	verb	voltooien van het naaien van een naad
afstikkend	=	afstikken
afstikkende	=	afstikken
afstikker	noun	iemand die bij het winnen van turf met een metalen blad aan een steel rechthoekige stukken veengrond lossnijdt
afstikkers	=	afstikker
afstikt	=	afstikken
afstikte	=	afstikken
afstikten	=	afstikken
afstip	=	afstippen
afstippe	=	afstippen
afstippen	verb	een lijn of figuur aangeven op een ondergrond met behulp van punten
afstippend	=	afstippen
afstippende	=	afstippen
afstipt	=	afstippen
afstipte	=	afstippen
afstipten	=	afstippen
afstof	=	afstoffen
afstoffe	=	afstoffen
afstoffen	verb	ontdoen van stof
afstoffend	=	afstoffen
afstoffende	=	afstoffen
afstoft	=	afstoffen
afstofte	=	afstoffen
afstoften	=	afstoffen
afstoke	=	afstoken
afstoken	verb	door vuur volledig vernietigen
afstokend	=	afstoken
afstokende	=	afstoken
afstome	=	afstomen
afstomen	verb	met stoom iets (bijvoorbeeld behang) verwijderen
afstomend	=	afstomen
afstomende	=	afstomen
afstommel	=	afstommelen
afstommelde	=	afstommelen
afstommelden	=	afstommelen
afstommele	=	afstommelen
afstommelen	verb	met horten en stoten en veel lawaai naar beneden gaan alsof men niet goed kan zien waar men gaat
afstommelend	=	afstommelen
afstommelende	=	afstommelen
afstommelt	=	afstommelen
afstomp	=	afstompen
afstompe	=	afstompen
afstompen	verb	zijn scherpheid verliezen
afstompend	=	afstompen
afstompende	=	afstompen
afstomping	noun	het emotioneel ongevoelig zijn of worden; emotionele vervlakking
afstompingen	=	afstomping
afstompt	=	afstompen
afstompte	=	afstompen
afstompten	=	afstompen
afstond	=	afstaan
afstonde	=	afstaan
afstonden	=	afstaan
afstondt	=	afstaan
afstoof	=	afstoven
afstoofde	=	afstoven
afstoofden	=	afstoven
afstooft	=	afstoven
afstook	=	afstoken
afstookt	=	afstoken
afstookte	=	afstoken
afstookten	=	afstoken
afstoom	=	afstomen
afstoomde	=	afstomen
afstoomden	=	afstomen
afstoomt	=	afstomen
afstoot	=	afstoten
afstootte	=	afstoten
afstootten	=	afstoten
afstop	=	afstoppen
afstoppe	=	afstoppen
afstoppen	verb	iets in zijn vaart en gang hinderen
afstoppend	=	afstoppen
afstoppende	=	afstoppen
afstopt	=	afstoppen
afstopte	=	afstoppen
afstopten	=	afstoppen
afstorm	=	afstormen
afstormde	=	afstormen
afstormden	=	afstormen
afstorme	=	afstormen
afstormen	verb	met grote snelheid en wildheid ergens naar toe gaan
afstormend	=	afstormen
afstormende	=	afstormen
afstormt	=	afstormen
afstort	=	afstorten
afstorte	=	afstorten
afstorten	verb	al de ontvangen contanten bij een bank inwisselen om ze te laten bijschrijven op een bankrekening
afstortend	=	afstorten
afstortende	=	afstorten
afstorting	noun	vorm van massabeweging waarbij een grote hoeveelheid los materiaal onder invloed van de zwaartekracht in hoge snelheid langs een helling omlaag beweegt
afstortingen	=	afstorting
afstortte	=	afstorten
afstortten	=	afstorten
afstote	=	afstoten
afstotelijk	adj	heel erg lelijk
afstotelijke	=	afstotelijk
afstotelijker	=	afstotelijk
afstotelijkere	=	afstotelijk
afstotelijkers	=	afstotelijk
afstotelijks	=	afstotelijk
afstotelijkst	=	afstotelijk
afstotelijkste	=	afstotelijk
afstoten	verb	van de hand doen
afstotend	adj	van iets dat men het liever op afstand houdt
afstotende	=	afstoten
afstotender	=	afstotend
afstotendere	=	afstotend
afstotenders	=	afstotend
afstotends	=	afstotend
afstotendst	=	afstotend
afstotendste	=	afstotend
afstoting	noun	een kracht die twee voorwerpen zich van elkaar doet verwijderen
afstotingen	=	afstoting
afstotingsreactie	noun	reactie van het immuunsysteem om een lichaamsvreemde stof te verwijderen
afstotingsreacties	=	afstotingsreactie
afstotingsverschijnsel	noun	teken dat er op duidt dat geïmplanteerde kunsstoffen worden afgestoten door de patiënt
afstotingsverschijnselen	=	afstotingsverschijnsel
afstotingsverschijnsels	=	afstotingsverschijnsel
afstotinkje	=	afstoting
afstotinkjes	=	afstoting
afstove	=	afstoven
afstoven	verb	zo lang stoven tot het spul gereed is
afstovend	=	afstoven
afstovende	=	afstoven
afstraal	=	afstralen
afstraalde	=	afstralen
afstraalden	=	afstralen
afstraalt	=	afstralen
afstraf	=	afstraffen
afstraffe	=	afstraffen
afstraffen	verb	iets betaald zetten
afstraffend	=	afstraffen
afstraffende	=	afstraffen
afstraffing	noun	een grote nederlaag ondergaan
afstraffingen	=	afstraffing
afstraffinkje	=	afstraffing
afstraffinkjes	=	afstraffing
afstraft	=	afstraffen
afstrafte	=	afstraffen
afstraften	=	afstraffen
afstrale	=	afstralen
afstralen	verb	invloed hebben op hoe men iets of iemand ziet en waardeert
afstralend	=	afstralen
afstralende	=	afstralen
afstraling	noun	licht en warmte die door een voorwerp wordt uitgezonden of gereflecteerd
afstralingen	=	afstraling
afstrede	=	afstrijden
afstreden	=	afstrijden
afstreed	=	afstrijden
afstreedt	=	afstrijden
afstreek	=	afstrijken
afstreeke	=	afstrijken
afstreeken	=	afstrijken
afstreekt	=	afstrijken
afstreep	=	afstrepen
afstreept	=	afstrepen
afstreepte	=	afstrepen
afstreepten	=	afstrepen
afstreken	=	afstrijken
afstrepe	=	afstrepen
afstrepen	verb	door het plaatsen van een streepje of vinkje markeren als 'afgehandeld'
afstrepend	=	afstrepen
afstrepende	=	afstrepen
afstrijd	=	afstrijden
afstrijde	=	afstrijden
afstrijden	verb	tegenspreken
afstrijdend	=	afstrijden
afstrijdende	=	afstrijden
afstrijdt	=	afstrijden
afstrijk	=	afstrijken
afstrijke	=	afstrijken
afstrijken	verb	een lucifer door strijken tot ontbranding laten komen
afstrijkend	=	afstrijken
afstrijkende	=	afstrijken
afstrijker	noun	persoon die overtollig materiaal verwijdert
afstrijkers	=	afstrijker
afstrijkertje	=	afstrijker
afstrijkertjes	=	afstrijker
afstrijkt	=	afstrijken
afstrip	=	afstrippen
afstrippe	=	afstrippen
afstrippen	verb	verwijderen van een omhulsel
afstrippend	=	afstrippen
afstrippende	=	afstrippen
afstript	=	afstrippen
afstripte	=	afstrippen
afstripten	=	afstrippen
afstrome	=	afstromen
afstromen	verb	weg spoelen van een vloeistof
afstromend	=	afstromen
afstromende	=	afstromen
afstroming	noun	het naar beneden vloeien
afstromingen	=	afstroming
afstrompel	=	afstrompelen
afstrompelde	=	afstrompelen
afstrompelden	=	afstrompelen
afstrompele	=	afstrompelen
afstrompelen	verb	moeizaam naar beneden lopen
afstrompelend	=	afstrompelen
afstrompelende	=	afstrompelen
afstrompelt	=	afstrompelen
afstroom	=	afstromen
afstroomde	=	afstromen
afstroomden	=	afstromen
afstroomt	=	afstromen
afstroop	=	afstropen
afstroopt	=	afstropen
afstroopte	=	afstropen
afstroopten	=	afstropen
afstrope	=	afstropen
afstropen	verb	de buitenste laag ergens vanaf halen, met name de vacht van een dier
afstropend	=	afstropen
afstropende	=	afstropen
afstruin	=	afstruinen
afstruinde	=	afstruinen
afstruinden	=	afstruinen
afstruine	=	afstruinen
afstruinen	verb	een geheel gebied of stadsdeel lopend verkennen
afstruinend	=	afstruinen
afstruinende	=	afstruinen
afstruint	=	afstruinen
afstudeer	=	afstuderen
afstudeerde	=	afstuderen
afstudeerden	=	afstuderen
afstudeerder	noun	iemand die net een studie heeft afgerond
afstudeerders	=	afstudeerder
afstudeerdocent	noun	leerkracht die een student begeleidt bij het voltooien van zijn of haar studie
afstudeerdocenten	=	afstudeerdocent
afstudeerfase	noun	laatste deel van een studie vlak voor de voltooiing van die studie
afstudeerfasen	=	afstudeerfase
afstudeerfases	=	afstudeerfase
afstudeerhotel	noun	hotel waarin iemand tijdelijk verblijft om zich voor te bereiden op zijn afstuderen
afstudeerhotels	=	afstudeerhotel
afstudeeronderwerp	noun	onderwerp van een afstudeerscriptie
afstudeeronderwerpen	=	afstudeeronderwerp
afstudeeronderwerpje	=	afstudeeronderwerp
afstudeeronderwerpjes	=	afstudeeronderwerp
afstudeeronderzoek	noun	onderzoek waarmee iemand laat zien dat hij een studie met succes heeft gevolgd en afgerond
afstudeeronderzoeken	=	afstudeeronderzoek
afstudeeropdracht	noun	een project dat een student uitvoert als onderdeel van de voltooiing van een studie
afstudeeropdrachten	=	afstudeeropdracht
afstudeeropdrachtje	=	afstudeeropdracht
afstudeeropdrachtjes	=	afstudeeropdracht
afstudeerpresentatie	noun	voordracht waarin iemand de resultaten van zijn afstudeeronderzoek presenteert
afstudeerpresentaties	=	afstudeerpresentatie
afstudeerproject	noun	een productie die men heeft gemaakt als bewijs dat men een opleiding met goed gevolg heeft voltooid
afstudeerprojecten	=	afstudeerproject
afstudeerprojectje	=	afstudeerproject
afstudeerprojectjes	=	afstudeerproject
afstudeerrichting	noun	vak waarin men zijn studie aan een universiteit of hogeschool kan afronden
afstudeerrichtingen	=	afstudeerrichting
afstudeerscriptie	noun	het verslag dat de student moet maken op het einde van een opleiding
afstudeerscripties	=	afstudeerscriptie
afstudeerscriptietje	=	afstudeerscriptie
afstudeerscriptietjes	=	afstudeerscriptie
afstudeerstage	noun	de laatste plaats waar een student werkt voordat hij zijn opleiding afrondt
afstudeerstages	=	afstudeerstage
afstudeert	=	afstuderen
afstudeertheses	=	afstudeerthesis
afstudeerthesis	noun	tekst die men schrijft naar aanleiding van een afstudeeropdracht en waarmee men kan aantonen dat men een opleiding met goed gevolg heeft afgerond
afstudeerthesissen	=	afstudeerthesis
afstudeervariant	noun	één van de manieren om een studie te voltooien
afstudeervarianten	=	afstudeervariant
afstudeervariantje	=	afstudeervariant
afstudeervariantjes	=	afstudeervariant
afstudeerverslag	noun	schrijven waarin de student aantoont dat men een studie succesvol heeft voltooid; vaak betreft het een verslag van een onderzoek
afstudeerverslagen	=	afstudeerverslag
afstudeerverslagje	=	afstudeerverslag
afstudeerverslagjes	=	afstudeerverslag
afstudeerwerk	noun	studie die men doet om aan te tonen dat men een studie met goed gevolg heeft doorlopen
afstudeerwerken	=	afstudeerwerk
afstudeerwerkje	=	afstudeerwerk
afstudeerwerkjes	=	afstudeerwerk
afstudere	=	afstuderen
afstuderen	verb	het succesvol afmaken van een studie, m.n. in het hoger onderwijs
afstuderend	=	afstuderen
afstuderende	noun	iemand die afstudeert
afstuderenden	=	afstuderende
afstuif	=	afstuiven
afstuift	=	afstuiven
afstuit	=	afstuiten
afstuite	=	afstuiten
afstuiten	verb	door botsen stuiten zonder dat iets doorboord wordt en verdergaan in een andere richting
afstuitend	=	afstuiten
afstuitende	=	afstuiten
afstuitte	=	afstuiten
afstuitten	=	afstuiten
afstuive	=	afstuiven
afstuiven	verb	door het wegstuiven van zand door de wind lager worden
afstuivend	=	afstuiven
afstuivende	=	afstuiven
afstuiving	noun	het wegwaaien van materiaal
afstuivingen	=	afstuiving
afsture	=	afsturen
afsturen	verb	naar beneden bewegen
afsturend	=	afsturen
afsturende	=	afsturen
afstuur	=	afsturen
afstuurde	=	afsturen
afstuurden	=	afsturen
afstuurt	=	afsturen
afstuw	=	afstuwen
afstuwde	=	afstuwen
afstuwden	=	afstuwen
afstuwe	=	afstuwen
afstuwen	verb	zware voorwerpen door duwen voortbewegen
afstuwend	=	afstuwen
afstuwende	=	afstuwen
afstuwt	=	afstuwen
aft	noun	een kleine zweer in de mond
aftaai	=	aftaaien
aftaaide	=	aftaaien
aftaaiden	=	aftaaien
aftaaie	=	aftaaien
aftaaien	verb|informal	weggaan bij een werkzaamheid, dienst e.d.
aftaaiend	=	aftaaien
aftaaiende	=	aftaaien
aftaait	=	aftaaien
aftak	=	aftakken
aftakas	noun	is een cardanaandrijving met een schuifkoppeling, en snelkoppelingen aan beide zijden voor het overbrengen van vermogen van een trekker/werktuigdrager naar een werktuig
aftakasje	=	aftakas
aftakasjes	=	aftakas
aftakassen	=	aftakas
aftakdoos	noun	doos waarin een aftakking kan worden gemaakt
aftakdoosje	=	aftakdoos
aftakdoosjes	=	aftakdoos
aftakdozen	=	aftakdoos
aftakel	=	aftakelen
aftakelde	=	aftakelen
aftakelden	=	aftakelen
aftakele	=	aftakelen
aftakelen	verb	slechter worden
aftakelend	=	aftakelen
aftakelende	=	aftakelen
aftakeling	noun	het aftakelen: de achteruitgang in kracht, schoonheid, intelligentie etc.
aftakelingen	=	aftakeling
aftakelingetje	=	aftakeling
aftakelingetjes	=	aftakeling
aftakelingsproces	noun	stroom gebeurtenissen die leidt tot het vergaan van iets of iemand
aftakelingsprocessen	=	aftakelingsproces
aftakelinkje	=	aftakeling
aftakelt	=	aftakelen
aftakke	=	aftakken
aftakken	verb	zich afsplitsen van de oorspronkelijke weg; een zijtak vormend
aftakkend	=	aftakken
aftakkende	=	aftakken
aftakking	noun	van een weg, waterloop of (elektrische) leiding zijwaarts afgaande tak
aftakkingen	=	aftakking
aftakkingsdoos	noun	een installatiedoos die opengemaakt kan worden en waarin een elektriciteits aftakking gemaakt kan worden die op deze manier bereikbaar blijft.
aftakkingsdoosje	=	aftakkingsdoos
aftakkingsdoosjes	=	aftakkingsdoos
aftakkingsdozen	=	aftakkingsdoos
aftakkinkje	=	aftakking
aftakkinkjes	=	aftakking
aftakleiding	noun	buis die zich van een grotere hoofdleiding afsplitst
aftakleidingen	=	aftakleiding
aftakleidinkje	=	aftakleiding
aftakleidinkjes	=	aftakleiding
aftakt	=	aftakken
aftakte	=	aftakken
aftakten	=	aftakken
aftands	adj	ouderwets en niet meer bij de tijd
aftandsch	=	aftands
aftandse	=	aftands
aftandser	=	aftands
aftandsere	=	aftands
aftandsers	=	aftands
aftandst	=	aftands
aftandste	=	aftands
aftap	=	aftappen
aftapapparatuur	noun	toestel waarmee men telefoonverkeer kan afluisteren
aftapbaar	adj	van een telefoon of ander communicatie apparaat: dat het afgeluisterd kan worden
aftapbaarder	=	aftapbaar
aftapbaardere	=	aftapbaar
aftapbaarders	=	aftapbaar
aftapbaars	=	aftapbaar
aftapbaarst	=	aftapbaar
aftapbaarste	=	aftapbaar
aftapbare	=	aftapbaar
aftape	=	aftapen
aftapen	verb	iets met een zelfklevende strook afplakken
aftapend	=	aftapen
aftapende	=	aftapen
aftapet	=	aftapen
aftapete	=	aftapen
aftapeten	=	aftapen
aftapkogelkraan	noun	kraan die gebruikt wordt om leidingen, tanks of systemen eenvoudig te kunnen aftappen, ze bestaat uit een bol met een opening, door de kraan een kwartslag te draaien kan men ze openen of sluiten
aftapkogelkraantje	=	aftapkogelkraan
aftapkogelkraantjes	=	aftapkogelkraan
aftapkogelkranen	=	aftapkogelkraan
aftapkraan	noun	kraan waarmee men een systeem van leidingen en vaten kan ledigen
aftapkraantje	=	aftapkraan
aftapkraantjes	=	aftapkraan
aftapkranen	=	aftapkraan
aftapleiding	noun	buis waarmee men een systeem van leidingen en vaten kan ledigen
aftapleidingen	=	aftapleiding
aftapleidinkje	=	aftapleiding
aftapleidinkjes	=	aftapleiding
aftapmogelijkheden	=	aftapmogelijkheid
aftapmogelijkheid	noun	voorziening die het mogelijk maakt om een telefoon- of communicatielijn af te luisteren
aftappe	=	aftappen
aftappen	verb	ergens iets van afnemen, gewoonlijk een vloeistof
aftappend	=	aftappen
aftappende	=	aftappen
aftapper	noun	iemand die iets afneemt van een stroom die voor iets of iemand anders bestemd is
aftappers	=	aftapper
aftapping	noun	een aansluiting op een leiding die het mogelijk maakt iets uit deze leiding weeg te nemen
aftappingen	=	aftapping
aftappinkje	=	aftapping
aftappinkjes	=	aftapping
aftapplug	noun	stop die men verwijdert als men een vloeistof wil laten afvloeien; afsluiting van een aftapopening
aftappluggen	=	aftapplug
aftapplugje	=	aftapplug
aftapplugjes	=	aftapplug
aftappomp	noun	pomp waarmee men iets kan leegpompen; pomp waarmee men het aftappen kan versnellen
aftappompen	=	aftappomp
aftappompje	=	aftappomp
aftappompjes	=	aftappomp
aftappunt	noun	plaats waar men vloeistof of informatie kan wegnemen uit een leiding
aftappunten	=	aftappunt
aftappuntje	=	aftappunt
aftappuntjes	=	aftappunt
aftapt	=	aftappen
aftapte	=	aftappen
aftapten	=	aftappen
aftast	=	aftasten
aftaste	=	aftasten
aftasten	verb	aanrakend onderzoeken
aftastend	=	aftasten
aftastende	=	aftasten
aftastte	=	aftasten
aftastten	=	aftasten
afte	noun	een kleine zweer in de mond ten gevolge van een virus
afteer	=	afteren
afteerde	=	afteren
afteerden	=	afteren
afteert	=	afteren
afteken	=	aftekenen
aftekenaar	noun	een apparaat waarmee je een lijn op een voorwerp kunt tekenen
aftekenaars	=	aftekenaar
aftekende	=	aftekenen
aftekenden	=	aftekenen
aftekene	=	aftekenen
aftekenen	verb	een lijn of markering op materiaal tekenen, waarlangs je gaat zagen of boren
aftekenend	=	aftekenen
aftekenende	=	aftekenen
aftekening	noun	patroon met duidelijke contouren
aftekeningen	=	aftekening
aftekenpotloden	=	aftekenpotlood
aftekenpotlood	noun	tekengerei bij stevig drukken wat vetkrijt achterlaat waarmee op materialen die je gaat bewerken de gewenste afmetingen worden aangegeven
aftekent	=	aftekenen
aftel	=	aftellen
aftelbaar	adj	met de mogelijkheid om naar beneden te kunnen tellen
aftelbaarder	=	aftelbaar
aftelbaardere	=	aftelbaar
aftelbaarders	=	aftelbaar
aftelbaars	=	aftelbaar
aftelbaarst	=	aftelbaar
aftelbaarste	=	aftelbaar
aftelbare	=	aftelbaar
aftelde	=	aftellen
aftelden	=	aftellen
aftelklok	noun	een uurwerk dat aangeeft hoe lang het nog duurt tot een bepaald moment
aftelklokje	=	aftelklok
aftelklokjes	=	aftelklok
aftelklokken	=	aftelklok
aftelle	=	aftellen
aftellen	verb	dalend tellen tot aan het moment dat iets volgens plan gebeuren moet
aftellend	=	aftellen
aftellende	=	aftellen
aftellied	noun	liedje dat men gebruikt bij kinderspelletjes om iemand aan te wijzen
aftelliederen	=	aftellied
aftelliedje	=	aftellied
aftelliedjes	=	aftellied
aftelling	noun	het naar beneden tellen om aan te geven hoelang het nog duurt voordat iets gaat gebeuren
aftellingen	=	aftelling
aftellinkje	=	aftelling
aftelmoment	noun	een gezamenlijk, vaak feestelijk evenement vlak voor een belangrijke gebeurtenis (zoals de jaarwisseling) waarbij luidkeels wordt afgeteld naar de nieuwe tijd
aftelmomenten	=	aftelmoment
aftelmomentje	=	aftelmoment
aftelmomentjes	=	aftelmoment
aftelrijm	noun	kinderrijmpje dat men gebruikt om te bepalen 'wie hem is' in een spelletje
aftelrijmen	=	aftelrijm
aftelrijmpje	=	aftelrijm
aftelrijmpjes	=	aftelrijm
aftelsom	noun	een rekenkundige opgave waarbij een getal aftrekt van een ander getal
aftelsommen	=	aftelsom
aftelstoplicht	noun	stoplicht dat aangeeft hoelang men nog moet wachten totdat men verder mag gaan
aftelstoplichten	=	aftelstoplicht
aftelt	=	aftellen
aftelversje	noun	kinderrijmpje dat men gebruikt om te bepalen 'wie hem is' in een spelletje
aftelversjes	=	aftelversje
aften	=	aft
after	=	afteren
afterbeat	noun	muziek waarbij het accent op de tweede en vierde tel ligt
afterbeats	=	afterbeat
afterclub	noun	uitgaansgelegenheid die nog open is als de meeste andere horecagelegenheden al gesloten zijn
afterclubs	=	afterclub
afterde	=	afteren
afterden	=	afteren
aftere	=	afteren
afteren	verb	voltooien van het teren
afterend	=	afteren
afterende	=	afteren
afterparty	noun	een feest na een bepaalde gebeurtenis, het kan zelfs het feest na een feest zijn, meestal een feestje in kleine kring
afterparty's	=	afterparty
afterpil	noun	medicament dat men na de geslachtsgemeenschap kan gebruiken als anticonceptiemiddel
afterpillen	=	afterpil
aftersale	noun	wat zich na de verkoop van een product afspeelt
aftersales	noun	service die na de verkoop van een product wordt geboden
aftershave	noun	een alcohol en parfum bevattend toiletartikel om na het scheren de huid te verfrissen en te ontsmetten
aftershaves	=	aftershave
aftersun	noun	een beschermende crème die je na het zonnebaden op de huid aanbrengt
aftersuns	=	aftersun
aftert	=	afteren
aftik	=	aftikken
aftikke	=	aftikken
aftikken	verb	stoppen met muziekspelen
aftikkend	=	aftikken
aftikkende	=	aftikken
aftikt	=	aftikken
aftikte	=	aftikken
aftikten	=	aftikken
aftil	=	aftillen
aftilde	=	aftillen
aftilden	=	aftillen
aftille	=	aftillen
aftillen	verb	door dragen naar beneden brengen
aftillend	=	aftillen
aftillende	=	aftillen
aftilt	=	aftillen
aftimmer	=	aftimmeren
aftimmerde	=	aftimmeren
aftimmerden	=	aftimmeren
aftimmere	=	aftimmeren
aftimmeren	verb	met hout afwerken
aftimmerend	=	aftimmeren
aftimmerende	=	aftimmeren
aftimmering	noun	van hout gemaakt afwerking
aftimmeringen	=	aftimmering
aftimmert	=	aftimmeren
aftip	=	aftippen
aftippe	=	aftippen
aftippen	verb	de top van iets verwijderen
aftippend	=	aftippen
aftippende	=	aftippen
aftipt	=	aftippen
aftipte	=	aftippen
aftipten	=	aftippen
aftiteling	noun	tekst die aan het eind van een film, televisieprogramma of computerspel in beeld verschijnt en waarin de namen van alle acteurs en makers die bij de productie betrokken waren, vermeld zijn
aftitelingen	=	aftiteling
aftje	=	aft
aftjes	=	aft
aftob	=	aftobben
aftobbe	=	aftobben
aftobben	verb	uitgeput raken door veel zorgen en werk
aftobbend	=	aftobben
aftobbende	=	aftobben
aftobde	=	aftobben
aftobden	=	aftobben
aftobt	=	aftobben
aftocht	noun	het weggaan
aftochten	=	aftocht
aftochtje	=	aftocht
aftochtjes	=	aftocht
aftoets	=	aftoetsen
aftoetse	=	aftoetsen
aftoetsen	verb	laten nakijken
aftoetsend	=	aftoetsen
aftoetsende	=	aftoetsen
aftoetst	=	aftoetsen
aftoetste	=	aftoetsen
aftoetsten	=	aftoetsen
aftokkelen	verb	tokkelend afspelen
aftokkelend	=	aftokkelen
aftokkelende	=	aftokkelen
aftome	=	aftomen
aftomen	verb	het hoofdstel en de teugels van een paard verwijderen
aftomend	=	aftomen
aftomende	=	aftomen
afton	=	aftonnen
aftonde	=	aftonnen
aftonden	=	aftonnen
aftonne	=	aftonnen
aftonnen	verb	een vaarwater geheel met tonnen afbakenen
aftonnend	=	aftonnen
aftonnende	=	aftonnen
aftont	=	aftonnen
aftoom	=	aftomen
aftoomde	=	aftomen
aftoomden	=	aftomen
aftoomt	=	aftomen
aftop	=	aftoppen
aftoppe	=	aftoppen
aftoppen	verb	ergens de top vanaf halen
aftoppend	=	aftoppen
aftoppende	=	aftoppen
aftopping	noun	verlagen van de hoogste waarden
aftoppingen	=	aftopping
aftopt	=	aftoppen
aftopte	=	aftoppen
aftopten	=	aftoppen
aftorn	=	aftornen
aftornde	=	aftornen
aftornden	=	aftornen
aftorne	=	aftornen
aftornen	verb	afstropen, afvillen
aftornend	=	aftornen
aftornende	=	aftornen
aftornt	=	aftornen
aftraadt	=	aftreden
aftrad	=	aftreden
aftrade	=	aftreden
aftraden	=	aftreden
aftradt	=	aftreden
aftrain	=	aftrainen
aftrainde	=	aftrainen
aftrainden	=	aftrainen
aftraine	=	aftrainen
aftrainen	verb	langzamerhand minder gaan trainen zodat het lichaam zich op een gezonde manier kan aanpassen aan minder fysieke inspanning
aftrainend	=	aftrainen
aftrainende	=	aftrainen
aftraint	=	aftrainen
aftrap	noun	de eerste trap vanuit de middencirkel bij het begin van speeltijd van een voetbalwedstrijd
aftrapje	=	aftrap
aftrapjes	=	aftrap
aftrappe	=	aftrappen
aftrappen	verb	de aftrap nemen; de voetbal wedstrijd beginnen
aftrappend	=	aftrappen
aftrappende	=	aftrappen
aftrapt	=	aftrappen
aftrapte	=	aftrappen
aftrapten	=	aftrappen
aftred	noun	eerste aftrap
aftrede	=	aftreden
aftreden	verb	een bepaalde positie of een bepaald ambt opgeven
aftredend	adj	van een persoon dat deze zijn functie neerlegt; ontslag nemend
aftredende	=	aftreden
aftredends	=	aftredend
aftreding	noun	het ontslag nemen uit een ambt of functie
aftredingen	=	aftreding
aftredinkje	=	aftreding
aftredinkjes	=	aftreding
aftreed	=	aftreden
aftreedt	=	aftreden
aftrek	noun	een bedrag dat ergens afgetrokken wordt
aftrekaanval	noun	aanvalstechniek bij het schaken
aftrekaanvallen	=	aftrekaanval
aftrekaanvalletje	=	aftrekaanval
aftrekaanvalletjes	=	aftrekaanval
aftrekbaar	adj	van kosten die men van het inkomen mag aftrekken en waarover men dan ook geen belasting hoeft te betalen
aftrekbaarder	=	aftrekbaar
aftrekbaardere	=	aftrekbaar
aftrekbaarders	=	aftrekbaar
aftrekbaarheden	=	aftrekbaarheid
aftrekbaarheid	noun	het in mindering mogen brengen op het belastbaar inkomen van bepaalde kosten en uitgaven
aftrekbaars	=	aftrekbaar
aftrekbaarst	=	aftrekbaar
aftrekbaarste	=	aftrekbaar
aftrekbare	=	aftrekbaar
aftrekbedrag	noun	hoeveelheid geld die men in mindering mag brengen bij een belastingaangifte
aftrekbedragen	=	aftrekbedrag
aftrekbeperking	noun	begrenzing van de mogelijkheid om een bedrag in mindering te brengen bij het doen van een belastingaangifte; begrenzing van een aftrekpost
aftrekbeperkingen	=	aftrekbeperking
aftrekke	=	aftrekken
aftrekken	verb	rekenkundige bewerking waarbij een getal met een getal verminderd wordt
aftrekkend	=	aftrekken
aftrekkende	=	aftrekken
aftrekker	noun	rubberen wisser aan een steel om overtollig water van een glad oppervlak te verwijderen na het schoonmaken
aftrekkers	=	aftrekker
aftrekkertje	=	aftrekker
aftrekkertjes	=	aftrekker
aftrekking	noun	rekenkundige bewerking waarbij een getal van een ander getal afgetrokken wordt
aftrekkingen	=	aftrekking
aftrekkingsteken	noun	een symbool dat wordt gebruikt om een aftrekking aan te duiden
aftrekkingstekens	=	aftrekkingsteken
aftrekkingstekentje	=	aftrekkingsteken
aftrekkingstekentjes	=	aftrekkingsteken
aftrekkinkje	=	aftrekking
aftrekkinkjes	=	aftrekking
aftrekmogelijkheden	=	aftrekmogelijkheid
aftrekmogelijkheid	noun	het kunnen verminderen van de hoeveelheid belasting die men moet betalen door het inkomen of de winst te verminderen met een bepaalde uitgavepost
aftrekpost	noun	een geldbedrag dat je van je inkomen mag aftrekken voordat je je belastbaar inkomen berekend
aftrekposten	=	aftrekpost
aftrekpostje	=	aftrekpost
aftrekpostjes	=	aftrekpost
aftrekregeling	noun	voorziening die het mogelijk maakt minder belasting te betalen omdat men een bepaalde onkostenpost mag aftrekken van het belastbaar inkomen of van de winst
aftrekregelingen	=	aftrekregeling
aftrekschaak	noun	de koning schaak zetten door een stuk weg te zetten.
aftrekschaakje	=	aftrekschaak
aftrekschaakjes	=	aftrekschaak
aftreksel	noun	een vloeistof waarin men de oplosbare delen van iets heeft laten oplossen
aftreksels	=	aftreksel
aftrekseltje	=	aftreksel
aftrekseltjes	=	aftreksel
aftreksom	noun	een rekenopgave die bestaat uit een aftrekking
aftreksommen	=	aftreksom
aftrekt	=	aftrekken
aftrektal	noun	getal waarvan een ander getal moet worden afgetrokken
aftrektallen	=	aftrektal
aftroef	=	aftroeven
aftroefde	=	aftroeven
aftroefden	=	aftroeven
aftroeft	=	aftroeven
aftroeve	=	aftroeven
aftroeven	verb	door een troef te spelen zich een slag toe-eigenen
aftroevend	=	aftroeven
aftroevende	=	aftroeven
aftroever	noun	een slag die men wint bij een kaartspel door een troef te spelen
aftroevers	=	aftroever
aftroevertje	=	aftroever
aftroevertjes	=	aftroever
aftroeving	noun	de keer dat er in een slag een troef wordt gespeeld
aftroevingen	=	aftroeving
aftroggel	=	aftroggelen
aftroggelaar	noun	iemand die op slinkse wijze geld of goederen van een ander probeert te krijgen
aftroggelaars	=	aftroggelaar
aftroggelaarster	noun	vrouwelijke vorm van aftroggelaar
aftroggelarij	noun	de keer dat men op slinkse wijze iets verkrijgt van een ander
aftroggelarijen	=	aftroggelarij
aftroggelarijtje	=	aftroggelarij
aftroggelarijtjes	=	aftroggelarij
aftroggelde	=	aftroggelen
aftroggelden	=	aftroggelen
aftroggele	=	aftroggelen
aftroggelen	verb	door aanhoudende vriendelijke bede en zoet gevlei iets van iemand verkrijgen, op slinkse manier loskrijgen
aftroggelend	=	aftroggelen
aftroggelende	=	aftroggelen
aftroggeling	noun	de keer dat men met mooie praatjes probeert geld, goederen of diensten te verkrijgen
aftroggelingen	=	aftroggeling
aftroggelt	=	aftroggelen
aftrok	=	aftrekken
aftrokke	=	aftrekken
aftrokken	=	aftrekken
aftrokt	=	aftrekken
aftrommel	=	aftrommelen
aftrommelde	=	aftrommelen
aftrommelden	=	aftrommelen
aftrommele	=	aftrommelen
aftrommelen	verb	iets in het openbaar verkondigen na eerst met een trommel de aandacht te hebben getrokken
aftrommelend	=	aftrommelen
aftrommelende	=	aftrommelen
aftrommelt	=	aftrommelen
aftruggelen	=	aftroggelen
aftuig	=	aftuigen
aftuigde	=	aftuigen
aftuigden	=	aftuigen
aftuige	=	aftuigen
aftuigen	verb	ontdoen van alle tuig
aftuigend	=	aftuigen
aftuigende	=	aftuigen
aftuiging	noun	zware lichamelijke mishandeling
aftuigingen	=	aftuiging
aftuiginkje	=	aftuiging
aftuiginkjes	=	aftuiging
aftuigt	=	aftuigen
aftuimel	=	aftuimelen
aftuimelde	=	aftuimelen
aftuimelden	=	aftuimelen
aftuimele	=	aftuimelen
aftuimelen	verb	naar beneden vallen
aftuimelend	=	aftuimelen
aftuimelende	=	aftuimelen
aftuimelt	=	aftuimelen
afture	=	afturen
afturen	verb	op een grotere afstand intens als bekijken
afturend	=	afturen
afturende	=	afturen
afturf	=	afturven
afturfde	=	afturven
afturfden	=	afturven
afturft	=	afturven
afturve	=	afturven
afturven	verb	een item op een lijst afstrepen ten teken dat dit item gezien of afgehandeld is
afturvend	=	afturven
afturvende	=	afturven
aftuur	=	afturen
aftuurde	=	afturen
aftuurden	=	afturen
aftuurt	=	afturen
aftyp	=	aftypen
aftype	=	aftypen
aftypen	verb	doorgaan met tikken tot iets klaar is
aftypend	=	aftypen
aftypende	=	aftypen
aftypt	=	aftypen
aftypte	=	aftypen
aftypten	=	aftypen
afunctioneel	adj	van iets dat het niet werkzaam is; iets dat het geen praktisch nut heeft
afunctioneels	=	afunctioneel
afunctioneelst	=	afunctioneel
afunctioneelste	=	afunctioneel
afunctionele	=	afunctioneel
afunctioneler	=	afunctioneel
afunctionelere	=	afunctioneel
afunctionelers	=	afunctioneel
afvaag	=	afvagen
afvaagde	=	afvagen
afvaagden	=	afvagen
afvaagt	=	afvagen
afvaar	=	afvaren
afvaardig	=	afvaardigen
afvaardigde	=	afvaardigen
afvaardigden	=	afvaardigen
afvaardige	=	afvaardigen
afvaardigen	verb	iemand machtigen om iets te vertegenwoordigen, meestal een vereniging of een staat
afvaardigend	=	afvaardigen
afvaardigende	=	afvaardigen
afvaardiging	noun	een of meer mensten die als vertegenwoordigers zijn gestuurd
afvaardigingen	=	afvaardiging
afvaardigingetje	=	afvaardiging
afvaardigingetjes	=	afvaardiging
afvaardigt	=	afvaardigen
afvaart	noun	wegvaren van de wal van een vaartuig
afvaarten	=	afvaart
afvaartje	=	afvaart
afvaartjes	=	afvaart
afvage	=	afvagen
afvagen	verb	afvegen
afvagend	=	afvagen
afvagende	=	afvagen
afval	noun	onbruikbare resten die weggegooid worden
afvalaanbod	noun	beschikbare hoeveelheid weggegooide, onbruikbare resten
afvalarm	adj	met weinig afval, weinig afval producerend
afvalarme	=	afvalarm
afvalarmer	=	afvalarm
afvalarmere	=	afvalarm
afvalarmers	=	afvalarm
afvalarms	=	afvalarm
afvalarmst	=	afvalarm
afvalarmste	=	afvalarm
afvalbak	noun	bak waar het afval in wordt gedeponeerd totdat de vuilnisdienst het ophaalt
afvalbakje	=	afvalbak
afvalbakjes	=	afvalbak
afvalbakken	=	afvalbak
afvalbedrijf	noun	bedrijf dat afval verbrandt, recyclet of op een andere manier verwerkt
afvalbedrijfje	=	afvalbedrijf
afvalbedrijfjes	=	afvalbedrijf
afvalbedrijven	=	afvalbedrijf
afvalbeheer	noun	het zorgen voor een verantwoorde manier van omgaan met afvalstoffen; alle zaken de hebben te maken met het verzamelen, vervoer, verwerken en opslaan van afvalstoffen
afvalbeheerplan	noun	beheerplan voor het afval
afvalbeheerplannen	=	afvalbeheerplan
afvalbeleid	noun	plan van aanpak over de verwerking van onbruikbare resten die worden weggegooid
afvalberg	noun	een berg gemaakt van afval
afvalbergen	=	afvalberg
afvalberging	noun	plaats waar men afvalstoffen opslaat
afvalbergje	=	afvalberg
afvalbergjes	=	afvalberg
afvalbingo	noun	bingospel waarbij het de bedoeling is zoveel mogelijk verschillende soorten afval op te halen die op een speciale bingokaart staan afgebeeld
afvalbingo's	=	afvalbingo
afvalbranche	noun	bedrijfstak die waardeloze reststoffen verzamelt en verwerkt
afvalbranches	=	afvalbranche
afvalbrengstation	noun	station waar men afval gescheiden kan inleveren
afvalbrengstations	=	afvalbrengstation
afvalcontainer	noun	verrijdbare bak waarin men afval kan doen
afvalcontainers	=	afvalcontainer
afvalcontainertje	=	afvalcontainer
afvalcontainertjes	=	afvalcontainer
afvaldepot	noun	plaats waar afval wordt verzameld en tijdelijk wordt opgeslagen
afvaldepotje	=	afvaldepot
afvaldepotjes	=	afvaldepot
afvaldepots	=	afvaldepot
afvaleiland	noun	door water omgeven (drijvende) massa afval
afvaleilanden	=	afvaleiland
afvaleilandje	=	afvaleiland
afvaleilandjes	=	afvaleiland
afvalemmer	noun	een bak waarin men afval kan doen
afvalemmers	=	afvalemmer
afvalemmertje	=	afvalemmer
afvalemmertjes	=	afvalemmer
afvalgips	noun	verontreinigd calciumsulfaat dat als onbruikbare reststof overblijft bij chemische productie
afvalgrijper	noun	een stuk gereedschap met een lange steel en een grijpmechanisme aan het uiteinde, bedoeld om afval en zwerfvuil van de grond op te pakken zonder te hoeven bukken
afvalgrijpers	=	afvalgrijper
afvalgrijpertje	=	afvalgrijper
afvalgrijpertjes	=	afvalgrijper
afvalhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep afval in- en verkoopt
afvalhandelaars	=	afvalhandelaar
afvalhandelaartje	=	afvalhandelaar
afvalhandelaartjes	=	afvalhandelaar
afvalhandelaren	=	afvalhandelaar
afvalheffing	noun	geld dat een huishouding, bedrijf of organisatie moet betalen voor het ophalen en verwerken van afvalstoffen
afvalheffingen	=	afvalheffing
afvalheffinkje	=	afvalheffing
afvalheffinkjes	=	afvalheffing
afvalhoop	noun	de resten van opeengehoopt keukenafval uit de oudheid die, stratigrafisch onderzocht, belangrijke archeologische gegevens kunnen opleveren
afvalhoopje	=	afvalhoop
afvalhoopjes	=	afvalhoop
afvalhopen	=	afvalhoop
afvalhout	noun	hout dat men ziet als afval; hout waarvan de eigenaar geen nuttig gebruik meer kan maken
afvalhoutje	=	afvalhout
afvalhoutjes	=	afvalhout
afvalintercommunale	noun	organisatie in meerdere Belgische gemeenten die de inzameling, overslag en de verwerking van huishoudelijk afval verzorgt
afvalintercommunales	=	afvalintercommunale
afvalinzameling	noun	het ophalen van waardeloze reststoffen
afvalinzamelingen	=	afvalinzameling
afvalkuil	noun	een holte in de grond waarin met verbruikte goederen kan wegstoppen en later begraven
afvalkuilen	=	afvalkuil
afvalkuiltje	=	afvalkuil
afvalkuiltjes	=	afvalkuil
afvalle	=	afvallen
afvallen	verb	gewicht verliezen
afvallend	=	afvallen
afvallende	=	afvallen
afvaller	noun	mensen die ergens niet meer aan mee (kunnen, willen of mogen) doen
afvallers	=	afvaller
afvallertje	=	afvaller
afvallertjes	=	afvaller
afvallig	adj	niet trouw of loyaal aan
afvallige	noun	iemand die een bepaald geloof ontrouw wordt
afvalligen	=	afvallige
afvalliger	=	afvallig
afvalligere	=	afvallig
afvalligers	=	afvallig
afvalligheden	=	afvalligheid
afvalligheid	noun	het ontrouw worden aan zijn geloof
afvalligheidje	=	afvalligheid
afvalligs	=	afvallig
afvalligst	=	afvallig
afvalligste	=	afvallig
afvalling	noun	het afvallen, afval-
afvallingen	=	afvalling
afvallingskoers	noun	wielerwedstrijd waarbij steeds de laatste renner of ploeg uit de race wordt genomen
afvallingskoersen	=	afvallingskoers
afvallingsrace	noun	snelheidswedstrijd waarbij steeds deelnemers kansloos achterblijven en uiteindelijke de winnaar in een klein groepje of alleen over de finishlijn gaat
afvallingsraces	=	afvallingsrace
afvallozing	noun	dumping van onbruikbare, vaak schadelijke stoffen, in de leefomgeving
afvallozingen	=	afvallozing
afvalmaffia	noun	maffia die zich bezig houdt met het al dan niet legaal verwerken van afvalstromen
afvalmaffia's	=	afvalmaffia
afvalmand	noun	een mand waarin men droge, onbruikbare resten verzamelt
afvalmanden	=	afvalmand
afvalmandje	=	afvalmand
afvalmandjes	=	afvalmand
afvalmarkt	noun	het systeem van vraag en aanbod op het gebied van afvalverwerking
afvalmarkten	=	afvalmarkt
afvalmateriaal	noun	reststoffen zonder economische waarde; reststoffen zonder praktisch nut waarvan de eigenaar zich wil ontdoen
afvalmaterialen	=	afvalmateriaal
afvalolie	noun	vervuilde of gebruikte olie die niet goed meer is voor algemene consumptie en gebruik
afvalolies	=	afvalolie
afvaloliën	=	afvalolie
afvaloven	noun	installatie waarin men afval verbrandt
afvalovens	=	afvaloven
afvalplan	noun	voornemens over hoe het afvalprobleem aan te pakken
afvalplannen	=	afvalplan
afvalplannetje	=	afvalplan
afvalplannetjes	=	afvalplan
afvalpreventie	noun	het voorkomen van de productie van schadelijke, nutteloze restproducten
afvalpreventies	=	afvalpreventie
afvalprobleem	noun	moeilijkheid in de verwijdering en verwerking van vuilnis en andere afvalstoffen
afvalprobleempje	=	afvalprobleem
afvalprobleempjes	=	afvalprobleem
afvalproblematiek	noun	het geheel van problemen rond de productie, verzameling en vernietiging van afval
afvalproblematieken	=	afvalproblematiek
afvalproblemen	=	afvalprobleem
afvalproduct	noun	materiaal dat ontstaat en overblijft bij een activiteit die op een ander doel gericht is
afvalproducten	=	afvalproduct
afvalproductie	noun	de hoeveelheid afvalstoffen die men veroorzaakt
afvalproducties	=	afvalproductie
afvalproductje	=	afvalproduct
afvalproductjes	=	afvalproduct
afvalput	noun	put waardoor afvalwater kan wegstromen
afvalputje	=	afvalput
afvalputjes	=	afvalput
afvalputten	=	afvalput
afvalrace	noun	race volgens een afvalsysteem
afvalraces	=	afvalrace
afvalresten	noun	onbruikbare restanten
afvalscheiding	noun	het splitsen van een afvalstroom in verschillende componenten die op een eigen manier verwerkt of hergebruikt kunnen worden
afvalscheidingen	=	afvalscheiding
afvalscheidinkje	=	afvalscheiding
afvalscheidinkjes	=	afvalscheiding
afvalschepen	=	afvalschip
afvalschip	noun	vaartuig gebruikt voor het vervoer van onbruikbare resten uit de industrie of vuilnis van huishoudens
afvalsector	noun	bedrijfstak die reststoffen zonder waarde verwerkt
afvalsectoren	=	afvalsector
afvalsectors	=	afvalsector
afvalstof	noun	stof die als ongewenst restproduct overblijft bij een of ander proces
afvalstoffen	=	afvalstof
afvalstoffenheffing	noun	geld dat men moet betalen om afval te laten verwijderen en te verwerken
afvalstoffenheffingen	=	afvalstoffenheffing
afvalstoffenheffinkje	=	afvalstoffenheffing
afvalstoffenheffinkjes	=	afvalstoffenheffing
afvalstoffenplan	noun	voornemens rond de verzameling en verwerking van de dingen die door bewoners en bedrijven worden weggegooid
afvalstoffenplannen	=	afvalstoffenplan
afvalstoffenplannetje	=	afvalstoffenplan
afvalstoffenplannetjes	=	afvalstoffenplan
afvalstofje	=	afvalstof
afvalstofjes	=	afvalstof
afvalstort	noun	plaats waarnaar men afval brengt
afvalstorten	=	afvalstort
afvalstortplaats	noun	plaats waar men reststoffen zonder waarde dumpt
afvalstortplaatsen	=	afvalstortplaats
afvalstromen	=	afvalstroom
afvalstroom	noun	een grote, zich steeds weer vernieuwende hoeveelheid weggegooide, onbruikbare rotzooi
afvalstroompje	=	afvalstroom
afvalstroompjes	=	afvalstroom
afvalsysteem	noun	systeem waarbij steeds meer gegadigden uitgeschakeld worden.
afvalsysteempje	=	afvalsysteem
afvalsysteempjes	=	afvalsysteem
afvalsystemen	=	afvalsysteem
afvalt	=	afvallen
afvaltaks	noun	belasting die men moet betalen voor het afval dat men veroorzaakt
afvaltaksen	=	afvaltaks
afvaltoerisme	noun|humorous	het illegaal storten van afval in Verweggistan om zo betaling te ontlopen
afvalton	noun	een groot rond hol vat waarin met overbodig materiaal kan stoppen
afvaltonnen	=	afvalton
afvaltransport	noun	vervoer van afvalstoffen
afvaltransporten	=	afvaltransport
afvalverbranding	noun	het verbranden van afval
afvalverbrandingen	=	afvalverbranding
afvalverbrandingscapaciteit	noun	de hoeveelheid afval die men in verbrandingsovens kan verwerken
afvalverbrandingscapaciteiten	=	afvalverbrandingscapaciteit
afvalverbrandingsinstallatie	noun	installatie waarin afval wordt verbrand
afvalverbrandingsinstallaties	=	afvalverbrandingsinstallatie
afvalverbrandingsinstallatietje	=	afvalverbrandingsinstallatie
afvalverbrandingsinstallatietjes	=	afvalverbrandingsinstallatie
afvalverbrandingsoven	noun	installatie waarmee men afval kan verbranden
afvalverbrandingsovens	=	afvalverbrandingsoven
afvalverbrandinkje	=	afvalverbranding
afvalverbrandinkjes	=	afvalverbranding
afvalverwerkend	adj	van een bedrijf dat het afval omzet in nuttige of minder schadelijke producten
afvalverwerkende	=	afvalverwerkend
afvalverwerkends	=	afvalverwerkend
afvalverwerker	noun	bedrijf dat afval recyclet, verbrandt of op een andere manier verwerkt
afvalverwerkers	=	afvalverwerker
afvalverwerkertje	=	afvalverwerker
afvalverwerkertjes	=	afvalverwerker
afvalverwerking	noun	de verwerking van afval
afvalverwerkingen	=	afvalverwerking
afvalverwerkingsbedrijf	noun	bedrijf dat afval recyclet, verbrandt of op een andere manier verwerkt
afvalverwerkingsbedrijfje	=	afvalverwerkingsbedrijf
afvalverwerkingsbedrijfjes	=	afvalverwerkingsbedrijf
afvalverwerkingsbedrijven	=	afvalverwerkingsbedrijf
afvalverwerkingsinstallatie	noun	stelsel van apparaten waarmee men nutteloze reststoffen kan verwerken
afvalverwerkingsinstallaties	=	afvalverwerkingsinstallatie
afvalverwerkinkje	=	afvalverwerking
afvalverwerkinkjes	=	afvalverwerking
afvalverwijdering	noun	in inzamelen van vuilnis
afvalverwijderingen	=	afvalverwijdering
afvalvlieg	noun	Heleomyzidae vlieg uit een familie van de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
afvalvliegen	noun	Heleomyzidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
afvalvliegje	=	afvalvlieg
afvalvliegjes	=	afvalvlieg
afvalwarmte	noun	bij een proces vrijkomende warmte die niet nuttig wordt gebruikt
afvalwater	noun	water dat gebruikt is in de industrie of in het huishouden en dat na gebruik geloosd wordt
afvalwaterbehandeling	noun	het proces waarbij verontreinigd water (uit huishoudens, industrie en regenwater) wordt gezuiverd om schadelijke stoffen te verwijderen, zodat het veilig kan worden teruggegeven aan het milieu (oppervlaktewater) of hergebruikt.
afvalwaterbehandelingen	=	afvalwaterbehandeling
afvalwaterbehandelingetje	=	afvalwaterbehandeling
afvalwaterbehandelingetjes	=	afvalwaterbehandeling
afvalwatercontrole	noun	toezicht op de lozing en verwerking van afvalwater
afvalwatercontroles	=	afvalwatercontrole
afvalwateren	=	afvalwater
afvalwaterheffing	noun	de belastingen die u betaalt voor het verwerken van het water dat door uw afvoer of toilet verdwijnt
afvalwaterheffingen	=	afvalwaterheffing
afvalwaterheffinkje	=	afvalwaterheffing
afvalwaterheffinkjes	=	afvalwaterheffing
afvalwaterlozing	noun	het in oppervlaktewater uitstoten van afvalwater
afvalwaterlozingen	=	afvalwaterlozing
afvalwaterlozinkje	=	afvalwaterlozing
afvalwaterlozinkjes	=	afvalwaterlozing
afvalwaterreiniging	noun	het schoonmaken van afvalwater
afvalwaterreinigingen	=	afvalwaterreiniging
afvalwaterreiniginkje	=	afvalwaterreiniging
afvalwaterreiniginkjes	=	afvalwaterreiniging
afvalwaters	=	afvalwater
afvalwatertje	=	afvalwater
afvalwatertjes	=	afvalwater
afvalwaterzuivering	noun	het verwijderen van schadelijke stoffen uit verontreinigd afvalwater
afvalwaterzuiveringen	=	afvalwaterzuivering
afvalwedstrijd	noun	een wedstrijd waarbij de deelnemers in een bepaalde tijd zo veel mogelijk proberen af te vallen, degene die het meest is afgevallen is de winnaar
afvalwedstrijden	=	afvalwedstrijd
afvalwedstrijdje	=	afvalwedstrijd
afvalwedstrijdjes	=	afvalwedstrijd
afvalzak	noun	een zak, (meestal van plastic) om afval in te deponeren
afvalzakhouder	noun	een frame of standaard waarin je een vuilniszak hangt om deze open en op zijn plek te houden
afvalzakhouders	=	afvalzakhouder
afvalzakhoudertje	=	afvalzakhouder
afvalzakhoudertjes	=	afvalzakhouder
afvalzakje	=	afvalzak
afvalzakjes	=	afvalzak
afvalzakken	=	afvalzak
afvalzuur	noun	onbruikbare stoffen die bij een productieproces overblijven en een hoge concentratie waterstofionen bevatten
afvang	=	afvangen
afvange	=	afvangen
afvangen	verb	iets opvangen dat wordt weggegooid
afvangend	=	afvangen
afvangende	=	afvangen
afvangt	=	afvangen
afvare	=	afvaren
afvaren	verb	wegvaren (van de wal)
afvarend	=	afvaren
afvarende	=	afvaren
afvecht	=	afvechten
afvechte	=	afvechten
afvechten	verb	iets of iemand uitputten door te vechten
afvechtend	=	afvechten
afvechtende	=	afvechten
afveeg	=	afvegen
afveegde	=	afvegen
afveegden	=	afvegen
afveegt	=	afvegen
afvees	=	afvijzen
afvege	=	afvegen
afvegen	verb	met een doekje of papiertje vuil weghalen
afvegend	=	afvegen
afvegende	=	afvegen
afvel	=	afvellen
afvelde	=	afvellen
afvelden	=	afvellen
afvelle	=	afvellen
afvellen	verb	verwijderen van een bast of vel van een boom of dier
afvellend	=	afvellen
afvellende	=	afvellen
afvelt	=	afvellen
afverf	=	afverven
afverfde	=	afverven
afverfden	=	afverven
afverft	=	afverven
afverg	=	afvergen
afvergde	=	afvergen
afvergden	=	afvergen
afverge	=	afvergen
afvergen	verb	van iemand eisen dat hij of zij je iets geeft
afvergend	=	afvergen
afvergende	=	afvergen
afvergt	=	afvergen
afverve	=	afverven
afverven	verb	een schilderwerk afmaken
afvervend	=	afverven
afvervende	=	afverven
afvezel	=	afvezelen
afvezelde	=	afvezelen
afvezelden	=	afvezelen
afvezele	=	afvezelen
afvezelen	verb	verslijten van stoffen die gemaakt zijn van plantaardige vezels
afvezelend	=	afvezelen
afvezelende	=	afvezelen
afvezelt	=	afvezelen
afvezen	=	afvijzen
afviel	=	afvallen
afviele	=	afvallen
afvielen	=	afvallen
afvielt	=	afvallen
afvijl	=	afvijlen
afvijlde	=	afvijlen
afvijlden	=	afvijlen
afvijle	=	afvijlen
afvijlen	verb	met een soort rasp ergens materiaal vanaf halen
afvijlend	=	afvijlen
afvijlende	=	afvijlen
afvijlt	=	afvijlen
afvijs	=	afvijzen
afvijst	=	afvijzen
afvijze	=	afvijzen
afvijzen	verb	afschroeven
afvijzend	=	afvijzen
afvijzende	=	afvijzen
afvil	=	afvillen
afvilde	=	afvillen
afvilden	=	afvillen
afville	=	afvillen
afvillen	verb	een dier van zijn gehele huid ontdoen
afvillend	=	afvillen
afvillende	=	afvillen
afvilt	=	afvillen
afving	=	afvangen
afvingen	=	afvangen
afvink	=	afvinken
afvinkculturen	=	afvinkcultuur
afvinkcultuur	noun	samenleving waarin controle wordt uitgeoefend op makkelijk meetbare, maar niet altijd relevante, onderwerpen
afvinke	=	afvinken
afvinken	verb	met een V-tje markeren als iets gecontroleerd en goed bevonden is
afvinkend	=	afvinken
afvinkende	=	afvinken
afvinklijst	noun	een lijst met onderdelen die een voor een gecontroleerd moeten worden, checklist, checklist
afvinklijsten	=	afvinklijst
afvinklijstje	=	afvinklijst
afvinklijstjes	=	afvinklijst
afvinkt	=	afvinken
afvinkte	=	afvinken
afvinkten	=	afvinken
afvis	=	afvissen
afvisse	=	afvissen
afvissen	verb	een water helemaal leeg vissen
afvissend	=	afvissen
afvissende	=	afvissen
afvist	=	afvissen
afviste	=	afvissen
afvisten	=	afvissen
afvlag	=	afvlaggen
afvlagde	=	afvlaggen
afvlagden	=	afvlaggen
afvlagge	=	afvlaggen
afvlaggen	verb	door het zwaaien met een vlag een teken geven dat een race afgelopen is
afvlaggend	=	afvlaggen
afvlaggende	=	afvlaggen
afvlagt	=	afvlaggen
afvlak	=	afvlakken
afvlakke	=	afvlakken
afvlakken	verb	langzamer gaan van veranderingen verminderen zodat een grafische voorstelling van de verandering horizontaler wordt
afvlakkend	=	afvlakken
afvlakkende	=	afvlakken
afvlakking	noun	het afvlakken
afvlakkingen	=	afvlakking
afvlakkinkje	=	afvlakking
afvlakkinkjes	=	afvlakking
afvlakt	=	afvlakken
afvlakte	=	afvlakken
afvlakten	=	afvlakken
afvlieg	=	afvliegen
afvliege	=	afvliegen
afvliegen	verb	op eigen kracht door de lucht vertrekken
afvliegend	=	afvliegen
afvliegende	=	afvliegen
afvliegt	=	afvliegen
afvloei	=	afvloeien
afvloeide	=	afvloeien
afvloeiden	=	afvloeien
afvloeie	=	afvloeien
afvloeien	verb	ontslag krijgen
afvloeiend	=	afvloeien
afvloeiende	=	afvloeien
afvloeiing	noun	het afvloeien
afvloeiingen	=	afvloeiing
afvloeiingsfonds	noun	kapitaal dat men gebruikt voor de ontslagvergoedingen bij gedwongen ontslag
afvloeiingsfondsen	=	afvloeiingsfonds
afvloeiingsfondsje	=	afvloeiingsfonds
afvloeiingsfondsjes	=	afvloeiingsfonds
afvloeiingskost	noun|obsolete	geld dat een werknemer moet betalen om personeel te kunnen ontslaan
afvloeiingskosten	noun	kosten die een werknemer moet maken om personeel te kunnen ontslaan
afvloeiingslijst	noun	Lijst van personen die worden afgevloeid (of daarvoor in aanmerking komen)
afvloeiingslijsten	=	afvloeiingslijst
afvloeiingsmaatregel	noun	regeling die is getroffen bij gedwongen ontslagen
afvloeiingsmaatregelen	=	afvloeiingsmaatregel
afvloeiingsmaatregels	=	afvloeiingsmaatregel
afvloeiingsplan	noun	voornemens om medewerkers te ontslaan als deel van een bedrijfshervorming
afvloeiingsplannen	=	afvloeiingsplan
afvloeiingsplannetje	=	afvloeiingsplan
afvloeiingsplannetjes	=	afvloeiingsplan
afvloeiingsregeling	noun	een vergoeding die mensen ontvangen bij (collectief) ontslag
afvloeiingsregelingen	=	afvloeiingsregeling
afvloeiinkje	=	afvloeiing
afvloeiinkjes	=	afvloeiing
afvloeit	=	afvloeien
afvlogen	=	afvliegen
afvloog	=	afvliegen
afvlucht	=	afvluchten
afvluchte	=	afvluchten
afvluchten	verb	mensen en dieren die zich ergens vandaan verwijderen om een gevaar te ontlopen
afvluchtend	=	afvluchten
afvluchtende	=	afvluchten
afvluchtte	=	afvluchten
afvluchtten	=	afvluchten
afvocht	=	afvechten
afvochten	=	afvechten
afvoegen	verb	het vullen en afwerken van de voegen tussen de bakstenen van een metselwerk
afvoegend	=	afvoegen
afvoegende	=	afvoegen
afvoer	noun	vervoer naar elders
afvoerbuis	noun	pijp waarmee men overvloedige vloeistof kan laten wegvloeien
afvoerbuisje	=	afvoerbuis
afvoerbuisjes	=	afvoerbuis
afvoerbuizen	=	afvoerbuis
afvoercapaciteit	noun	de hoeveelheid water die een rivier kan afvoeren zonder te overstromen
afvoercapaciteiten	=	afvoercapaciteit
afvoerde	=	afvoeren
afvoerden	=	afvoeren
afvoerder	noun	een spier die een lichaamsdeel van het lichaam af doet bewegen
afvoerders	=	afvoerder
afvoere	=	afvoeren
afvoeren	verb	verwijderen, wegleiden
afvoerend	=	afvoeren
afvoerende	=	afvoeren
afvoergassenleiding	noun	buis waardoor verbrandingsgassen veilig worden verwijderd uit een gebouw of installatie
afvoergassenleidingen	=	afvoergassenleiding
afvoergassenleidinkje	=	afvoergassenleiding
afvoergassenleidinkjes	=	afvoergassenleiding
afvoergoot	noun	bouwkundige voorziening in de vorm van een langgerekt kanaal dat wordt gebruikt om regenwater of andere vloeistoffen gecontroleerd op te vangen en af te voeren
afvoergootje	=	afvoergoot
afvoergootjes	=	afvoergoot
afvoergoten	=	afvoergoot
afvoering	noun	het verwijderen van iets of iemand
afvoeringen	=	afvoering
afvoerkanaal	noun	buis of waterweg waardoor een vloeistof of een gas kan weg stromen
afvoerkanaaltje	=	afvoerkanaal
afvoerkanaaltjes	=	afvoerkanaal
afvoerkanalen	=	afvoerkanaal
afvoerleiding	noun	leiding waardoor een stroom overtollige vloeistof wordt weggevoerd
afvoerleidingen	=	afvoerleiding
afvoerleidingsysteem	noun	alle met elkaar verbonden buizen die zorgen voor de afvoer van gassen of vloeistoffen
afvoerleidingsysteempje	=	afvoerleidingsysteem
afvoerleidingsysteempjes	=	afvoerleidingsysteem
afvoerleidingsystemen	=	afvoerleidingsysteem
afvoerleidinkje	=	afvoerleiding
afvoerleidinkjes	=	afvoerleiding
afvoermiddel	noun	middel om obstipatie te bestrijden
afvoermiddelen	=	afvoermiddel
afvoermiddeltje	=	afvoermiddel
afvoermiddeltjes	=	afvoermiddel
afvoerpijp	noun	buis om vloeistoffen weg te laten vloeien, soms ook gebruikt voor gassen of rook
afvoerpijpen	=	afvoerpijp
afvoerpijpje	=	afvoerpijp
afvoerpijpjes	=	afvoerpijp
afvoerput	noun	put voor het lozen van afvalwater vaak aan de bovenkant voorzien van een rooster
afvoerputje	=	afvoerput
afvoerputjes	=	afvoerput
afvoerputten	=	afvoerput
afvoerrooster	noun	rooster waardoor met name gassen kunnen wegstromen
afvoerroosters	=	afvoerrooster
afvoerroostertje	=	afvoerrooster
afvoerroostertjes	=	afvoerrooster
afvoerroute	noun	trafject waarlangs goederen weggevoerd kunnen worden
afvoerroutes	=	afvoerroute
afvoerroutetje	=	afvoerroute
afvoerroutetjes	=	afvoerroute
afvoersok	noun	een verbindingsstuk met een binnendraad dat een toilet, douche of wastafel aansluit op een afvoerbuis
afvoersokje	=	afvoersok
afvoersokjes	=	afvoersok
afvoersokken	=	afvoersok
afvoersysteem	noun	stelsel van voorzieningen die nodig zijn om iets af te voeren wat niet meer nodig is
afvoersysteempje	=	afvoersysteem
afvoersysteempjes	=	afvoersysteem
afvoersystemen	=	afvoersysteem
afvoert	=	afvoeren
afvoertje	=	afvoer
afvoertjes	=	afvoer
afvoertrens	noun	sloot of kanaal dat dient voor de afvoer van overtollig (regen)water
afvoertrenzen	=	afvoertrens
afvoerweg	noun	weg waarover overtollig materiaal verwijderd kan worden
afvoerwegen	=	afvoerweg
afvorder	=	afvorderen
afvorderde	=	afvorderen
afvorderden	=	afvorderen
afvordere	=	afvorderen
afvorderen	verb	iets eisen van iemand
afvorderend	=	afvorderen
afvorderende	=	afvorderen
afvordert	=	afvorderen
afvorm	=	afvormen
afvormde	=	afvormen
afvormden	=	afvormen
afvorme	=	afvormen
afvormen	verb	het uiterlijk van iets helemaal voltooien
afvormend	=	afvormen
afvormende	=	afvormen
afvormt	=	afvormen
afvraag	=	afvragen
afvraagde	verb|obsolete	enkelvoud verleden tijd van afvragen
afvraagden	verb|obsolete	meervoud verleden tijd van afvragen
afvraagt	=	afvragen
afvrage	=	afvragen
afvragen	verb	zich ~: zichzelf een vraag stellen
afvragend	=	afvragen
afvragende	=	afvragen
afvrat	=	afvreten
afvraten	=	afvreten
afvree	=	afvrijen
afvreet	=	afvreten
afvreeën	=	afvrijen
afvrete	=	afvreten
afvreten	verb	door eten verwijderen, door happen of bijten laten verdwijnen
afvretend	=	afvreten
afvretende	=	afvreten
afvries	=	afvriezen
afvriest	=	afvriezen
afvrieze	=	afvriezen
afvriezen	verb	door de werking van de vorst afsterven
afvriezend	=	afvriezen
afvriezende	=	afvriezen
afvrij	=	afvrijen
afvrijde	=	afvrijen
afvrijden	=	afvrijen
afvrije	=	afvrijen
afvrijen	verb	veel, lang of hartstochtelijk vrijen
afvrijend	=	afvrijen
afvrijende	=	afvrijen
afvrijt	=	afvrijen
afvroeg	=	afvragen
afvroege	=	afvragen
afvroegen	=	afvragen
afvroegt	=	afvragen
afvroor	=	afvriezen
afvroort	=	afvriezen
afvrore	=	afvriezen
afvroren	=	afvriezen
afvul	=	afvullen
afvulde	=	afvullen
afvulden	=	afvullen
afvulle	=	afvullen
afvullen	verb	iets vullen totdat het helemaal vol is
afvullend	=	afvullen
afvullende	=	afvullen
afvult	=	afvullen
afvure	=	afvuren
afvuren	verb	wegschieten van kogels, projectielen
afvurend	=	afvuren
afvurende	=	afvuren
afvuring	noun	het schieten van projectielen met een vuurwapen
afvuringen	=	afvuring
afvuur	=	afvuren
afvuurde	=	afvuren
afvuurden	=	afvuren
afvuurt	=	afvuren
afwaai	=	afwaaien
afwaaide	=	afwaaien
afwaaiden	=	afwaaien
afwaaie	=	afwaaien
afwaaien	verb	vallen door een snelle luchtstroom; afbreken door een snelle luchtstroom; verwijderd worden door een snelle luchtstroom
afwaaiend	=	afwaaien
afwaaiende	=	afwaaien
afwaait	=	afwaaien
afwaardeer	=	afwaarderen
afwaardeerde	=	afwaarderen
afwaardeerden	=	afwaarderen
afwaardeert	=	afwaarderen
afwaardere	=	afwaarderen
afwaarderen	verb	de waarde, die men aan iets toekent, verminderen
afwaarderend	=	afwaarderen
afwaarderende	=	afwaarderen
afwaardering	noun	de waarde van iets lager inschatten dan daarvoor
afwaarderingen	=	afwaardering
afwaarts	adv	in de richting van de oorsprong naar de mond	adj	naar beneden gericht
afwaartse	=	afwaarts
afwacht	=	afwachten
afwachte	=	afwachten
afwachten	verb	wachten op wat er gaat gebeuren
afwachtend	adj	observerend maar niet handelend
afwachtende	=	afwachtend
afwachtender	=	afwachtend
afwachtendere	=	afwachtend
afwachtenders	=	afwachtend
afwachtends	=	afwachtend
afwachtendst	=	afwachtend
afwachtendste	=	afwachtend
afwachting	noun	in de veronderstelling zijnde dat bepaalde dingen gaan gebeuren
afwachtte	=	afwachten
afwachtten	=	afwachten
afwaggel	=	afwaggelen
afwaggelde	=	afwaggelen
afwaggelden	=	afwaggelen
afwaggele	=	afwaggelen
afwaggelen	verb	moeilijk, onzeker lopend weggaan
afwaggelend	=	afwaggelen
afwaggelende	=	afwaggelen
afwaggelt	=	afwaggelen
afwandel	=	afwandelen
afwandelde	=	afwandelen
afwandelden	=	afwandelen
afwandele	=	afwandelen
afwandelen	verb	ergens vandaan lopen; iets lopend verlaten
afwandelend	=	afwandelen
afwandelende	=	afwandelen
afwandelt	=	afwandelen
afwas	noun	het afwassen, het af te wassene
afwasautomaat	noun	een apparaat om automatisch de afwas te doen
afwasautomaatje	=	afwasautomaat
afwasautomaatjes	=	afwasautomaat
afwasautomaten	=	afwasautomaat
afwasbaar	adj	geschikt om met water en zeep te worden schoongemaakt
afwasbaarder	=	afwasbaar
afwasbaardere	=	afwasbaar
afwasbaarders	=	afwasbaar
afwasbaars	=	afwasbaar
afwasbaarst	=	afwasbaar
afwasbaarste	=	afwasbaar
afwasbak	noun	bak die wordt gebruikt om de afwas mee te doen
afwasbakje	=	afwasbak
afwasbakjes	=	afwasbak
afwasbakken	=	afwasbak
afwasbare	=	afwasbaar
afwasborstel	noun	borstel waarmee de afwas wordt gedaan
afwasborstels	=	afwasborstel
afwasborsteltje	=	afwasborstel
afwasborsteltjes	=	afwasborstel
afwashulp	noun	persoon die helpt bij het afwas; persoon die de afwas doet
afwashulpen	=	afwashulp
afwashulpje	=	afwashulp
afwashulpjes	=	afwashulp
afwasje	=	afwas
afwasjes	=	afwas
afwaskom	noun	bak waarin water zit om serviesgoed te kunnen schoonmaken
afwaskommen	=	afwaskom
afwaskommetje	=	afwaskom
afwaskommetjes	=	afwaskom
afwaskwast	noun	borstel die men gebruikt bij het reinigen van eetgerei
afwaskwasten	=	afwaskwast
afwasmachientje	=	afwasmachine
afwasmachientjes	=	afwasmachine
afwasmachine	noun	een apparaat om automatisch de afwas te doen
afwasmachines	=	afwasmachine
afwasmachinetje	=	afwasmachine
afwasmachinetjes	=	afwasmachine
afwasmiddel	noun	schoonmaakmiddel voor de vaat
afwasmiddelen	=	afwasmiddel
afwasmiddeltje	=	afwasmiddel
afwasmiddeltjes	=	afwasmiddel
afwasrek	noun	een handig keukenaccessoire waarop je afgewassen servies, bestek en pannen plaatst om ze georganiseerd aan de lucht te laten drogen
afwasrekje	=	afwasrek
afwasrekjes	=	afwasrek
afwasrekken	=	afwasrek
afwasse	=	afwassen
afwassen	verb	het schoonmaken van de vaat, zoals, messen, vorken, lepels, borden
afwassend	=	afwassen
afwassende	=	afwassen
afwasser	noun	apparaat om automatisch de vaat te reinigen
afwassers	=	afwasser
afwassertje	=	afwasser
afwassertjes	=	afwasser
afwassing	noun	de keer dat men iets schoonmaakt met water
afwassingen	=	afwassing
afwassop	noun	warm water met afwasmiddel waarmee men de vuile vaat schoonmaakt
afwassopje	=	afwassop
afwasster	noun	vrouwelijke vorm van afwasser
afwassters	=	afwasster
afwast	=	afwassen
afwaste	=	afwassen
afwasteam	noun	groep mensen die samen de vaat doen na een maaltijd
afwasteampje	=	afwasteam
afwasteampjes	=	afwasteam
afwasteams	=	afwasteam
afwasteil	noun	een plastic of metalen bak die in de gootsteen past, gebruikt om de vaat in te wassen met water en afwasmiddel
afwasteilen	=	afwasteil
afwasteiltje	=	afwasteil
afwasteiltjes	=	afwasteil
afwasten	=	afwassen
afwaswater	noun	het sop waarin met het eetgerei schoonmaakt of -gemaakt heeft
afwaswatertje	=	afwaswater
afwaswatertjes	=	afwaswater
afwater	=	afwateren
afwaterde	=	afwateren
afwaterden	=	afwateren
afwatere	=	afwateren
afwateren	verb	overtollig water afvoeren
afwaterend	=	afwateren
afwaterende	=	afwateren
afwatering	noun	het afvoeren van een overschot aan water
afwateringen	=	afwatering
afwateringetje	=	afwatering
afwateringetjes	=	afwatering
afwateringsgaatje	=	afwateringsgat
afwateringsgaatjes	=	afwateringsgat
afwateringsgat	noun	gat in het onderste deel van het schip voor het lozen van water dat in het schip is gekomen
afwateringsgaten	=	afwateringsgat
afwateringsgebied	noun	een gebied waaruit het water wordt afgevoerd via een bepaalde waterweg
afwateringsgebieden	=	afwateringsgebied
afwateringsgebiedje	=	afwateringsgebied
afwateringsgebiedjes	=	afwateringsgebied
afwateringsgeul	noun	een lange en smalle verlaging in de grond waar water door kan wegstromen
afwateringsgeulen	=	afwateringsgeul
afwateringsgeultje	=	afwateringsgeul
afwateringsgeultjes	=	afwateringsgeul
afwateringskanaal	noun	kanaal, greppel, waardoor overtollig water wordt afgevoerd
afwateringskanaaltje	=	afwateringskanaal
afwateringskanaaltjes	=	afwateringskanaal
afwateringskanalen	=	afwateringskanaal
afwateringsput	noun	put waarin overtollig water afvloeit
afwateringsputje	=	afwateringsput
afwateringsputjes	=	afwateringsput
afwateringsputten	=	afwateringsput
afwateringssysteem	noun	systeem dat zorgt voor het afvoeren van een overschot aan water
afwateringssystemen	=	afwateringssysteem
afwaterinkje	=	afwatering
afwatert	=	afwateren
afweeg	=	afwegen
afweegfactor	noun	zaak waarmee die invloed heeft op de beslissing men maakt
afweegfactoren	=	afweegfactor
afweegt	=	afwegen
afweek	noun	de week waarin iemand geen dienst heeft.
afweekje	=	afweek
afweekjes	=	afweek
afweekt	=	afweken
afweekte	=	afweken
afweekten	=	afweken
afweer	noun	het afweren van aanvallen
afweerapparaat	noun	het orgaansysteem dat een organisme beschermt tegen infecties
afweerapparaatje	=	afweerapparaat
afweerapparaatjes	=	afweerapparaat
afweerapparaten	=	afweerapparaat
afweerbaar	adj	van een bedreiging: dat je ervoor kunt zorgen dat die geen nadelig effect heeft
afweerbaarder	=	afweerbaar
afweerbaardere	=	afweerbaar
afweerbaarders	=	afweerbaar
afweerbaars	=	afweerbaar
afweerbaarst	=	afweerbaar
afweerbaarste	=	afweerbaar
afweerbare	=	afweerbaar
afweercel	noun	cel die betrokken is bij het afweermechanisme
afweercellen	=	afweercel
afweercelletje	=	afweercel
afweercelletjes	=	afweercel
afweerde	=	afweren
afweerden	=	afweren
afweerder	noun	iets of iemand die iets of iemand beschermt tegen kwade invloeden
afweerders	=	afweerder
afweergeschut	noun	verzamelterm voor vuurwapens waarmee verdedigers aanvallende vliegtuigen kunnen bestoken
afweerhouding	noun	een (onbewuste) verdedigingsmechanisme of houding waarbij iemand zich fysiek of mentaal afsluit, emotioneel terugtrekt of anderen op afstand houdt om zichzelf te beschermen.
afweerhoudingen	=	afweerhouding
afweerhoudinkje	=	afweerhouding
afweerhoudinkjes	=	afweerhouding
afweerkanon	noun	geschut dat beschermt tegen vliegtuigen
afweerkanonnen	=	afweerkanon
afweermanoeuvre	noun	beschermende handeling
afweermanoeuvres	=	afweermanoeuvre
afweermechanisme	noun	verdedigingsstelsel van het lichaam tegen infectie
afweermechanismen	=	afweermechanisme
afweermechanismes	=	afweermechanisme
afweermiddel	noun	zaak die bescherming biedt tegen schadelijke invloeden
afweermiddelen	=	afweermiddel
afweermiddeltje	=	afweermiddel
afweermiddeltjes	=	afweermiddel
afweerraket	noun	raket die dient om zich te beschermen tegen een luchtaanval
afweerraketten	=	afweerraket
afweerreactie	noun	verandering in lichamelijke processen door het immuunsysteem bij het bestrijden van een infectie
afweerreacties	=	afweerreactie
afweerstelsel	noun	een complex netwerk waarin gespecialiseerde cellen en eiwitten samenwerken om een levend wezen te beschermen tegen ziekte en infectie
afweerstelsels	=	afweerstelsel
afweerstelseltje	=	afweerstelsel
afweerstelseltjes	=	afweerstelsel
afweerstof	noun	De stoffen die het lichaam maakt om een infectieziekte te bestrijden.
afweerstoffen	=	afweerstof
afweerstofje	=	afweerstof
afweerstofjes	=	afweerstof
afweerstoornis	noun	een stoornis in de afweer
afweerstoornissen	=	afweerstoornis
afweersysteem	noun	het geheel van mechanismes binnen de mens of een ander organisme, dat intern zorgt voor de afweer tegen ziekteverwekkers als bacteriën en virussen
afweersysteempje	=	afweersysteem
afweersysteempjes	=	afweersysteem
afweersystemen	=	afweersysteem
afweert	=	afweren
afweervuren	=	afweervuur
afweervuur	noun	het schieten als bescherming tegen vijandelijke tanks en vliegtuigen
afwees	=	afwijzen
afweest	=	afwijzen
afweet	=	afweten
afwege	=	afwegen
afwegen	verb	het ene belang vergelijken met het andere
afwegend	=	afwegen
afwegende	=	afwegen
afweging	noun	het prepareren van een hoeveelheid stof met een bekend gewicht door weging met een weegschaal
afwegingen	=	afweging
afwegingsproces	noun	traject waarbij men verschillende opties onderzoekt en met elkaar vergelijkt en uiteindelijk een keuze maakt
afwegingsprocesje	=	afwegingsproces
afwegingsprocesjes	=	afwegingsproces
afwegingsprocessen	=	afwegingsproces
afweginkje	=	afweging
afweginkjes	=	afweging
afweid	=	afweiden
afweidde	=	afweiden
afweidden	=	afweiden
afweide	=	afweiden
afweiden	verb	op de wei rondlopen om voedsel te zoeken
afweidend	=	afweiden
afweidende	=	afweiden
afweidt	=	afweiden
afweke	=	afweken
afweken	verb	door weken loslaten
afwekend	=	afweken
afwekende	=	afweken
afweking	noun	dat wat men verkrijgt na weken of afweken
afwekingen	=	afweking
afwen	=	afwennen
afwend	=	afwenden
afwendbaar	adj	van iets slechts dat je het kunt voorkomen
afwendbaarder	=	afwendbaar
afwendbaardere	=	afwendbaar
afwendbaarders	=	afwendbaar
afwendbaars	=	afwendbaar
afwendbaarst	=	afwendbaar
afwendbaarste	=	afwendbaar
afwendbare	=	afwendbaar
afwendde	=	afwenden
afwendden	=	afwenden
afwende	=	afwennen
afwenden	verb	ergens niet meer naar willen kijken
afwendend	=	afwenden
afwendende	=	afwenden
afwending	noun	het afweren van iets naars of het verdedigen tegen iets vervelends
afwendingen	=	afwending
afwendinkje	=	afwending
afwendinkjes	=	afwending
afwendt	=	afwenden
afwenne	=	afwennen
afwennen	verb	een gewoonte opgeven
afwennend	=	afwennen
afwennende	=	afwennen
afwenning	noun	het opgeven van een gewoonte
afwenningen	=	afwenning
afwent	=	afwennen
afwentel	=	afwentelen
afwentelde	=	afwentelen
afwentelden	=	afwentelen
afwentele	=	afwentelen
afwentelen	verb	afwentelen op: een last overdragen op iemand of iets anders zodat je er zelf niets aan hoeft te doen en je je er zelf ook niet verantwoordelijk voor voelt, het heeft meestal een negatieve betekenis
afwentelend	=	afwentelen
afwentelende	=	afwentelen
afwenteling	noun	de keer dat men een last doorschuift op iemand of iets anders
afwentelingen	=	afwenteling
afwentelt	=	afwentelen
afwere	=	afweren
afweren	verb	een aanval neutraliseren
afwerend	adj	verdedigend, afwijzend, defensief
afwerende	=	afweren
afwerender	=	afwerend
afwerendere	=	afwerend
afwerenders	=	afwerend
afwerends	=	afwerend
afwerendst	=	afwerend
afwerendste	=	afwerend
afwerf	=	afwerven
afwerft	=	afwerven
afwering	noun	verdediging of bescherming tegen iets of iemand
afweringen	=	afwering
afwerk	=	afwerken
afwerke	=	afwerken
afwerken	verb	de laatste en kleine details afmaken
afwerkend	=	afwerken
afwerkende	=	afwerken
afwerker	noun	iemand die de laatste essentiële handeling verricht die nodig is om een klus af te voltooien
afwerkers	=	afwerker
afwerkertje	=	afwerker
afwerkertjes	=	afwerker
afwerkfase	noun	het laatste deel van een bouw- of productieproces waarin de laatste details worden afgemaakt
afwerkfasen	=	afwerkfase
afwerkfases	=	afwerkfase
afwerkfasetje	=	afwerkfase
afwerkfasetjes	=	afwerkfase
afwerking	noun	de voltooiing
afwerkingen	=	afwerking
afwerkingsniveau	noun	de kwaliteit van de laatste werkzaamheden verricht aan een product
afwerkingsniveaus	=	afwerkingsniveau
afwerkinkje	=	afwerking
afwerklaag	noun	bovenste laag van een oppervlak, aangebracht om het eindresultaat te beschermen, verfraaien of functioneel af te werken
afwerklaagje	=	afwerklaag
afwerklaagjes	=	afwerklaag
afwerklagen	=	afwerklaag
afwerklijst	noun	lat die wordt aangebracht om de rand tussen twee vlakken goed af te sluiten en te verfraaien
afwerklijsten	=	afwerklijst
afwerklijstje	=	afwerklijst
afwerklijstjes	=	afwerklijst
afwerkplaats	noun	door de overheid gedoogde plaats waar tippelaarsters seks met hun klanten mogen hebben
afwerkplaatsen	=	afwerkplaats
afwerkplamuur	noun	fijn soort plamuur dat wordt gebruikt voor het gladmaken van oppervlakken in de laatste fase van afwerking, zoals muren, plafonds, of houtwerk
afwerkplek	noun	e naam van een locatie waar tippelprostituees met de auto van de klant heen rijden om seks te bedrijven
afwerkplekken	=	afwerkplek
afwerkster	noun	vrouw die een klus afmaakt
afwerksters	=	afwerkster
afwerkstertje	=	afwerkster
afwerkstertjes	=	afwerkster
afwerkstroken	=	afwerkstrook
afwerkstrook	noun	smalle strook materiaal die men gebruikt om randen en overgangen netjes af te werken.
afwerkstrookje	=	afwerkstrook
afwerkstrookjes	=	afwerkstrook
afwerkt	=	afwerken
afwerkte	=	afwerken
afwerkten	=	afwerken
afwerp	=	afwerpen
afwerpe	=	afwerpen
afwerpen	verb	iets van zich afschudden
afwerpend	=	afwerpen
afwerpende	=	afwerpen
afwerping	noun	handeling waarbij je iets omlaag of van je vandaan gooit
afwerpingen	=	afwerping
afwerpt	=	afwerpen
afwerve	=	afwerven
afwerven	verb	klanten, volgelingen, leden enz. verwerven door ze bij een andere groep weg te halen
afwervend	=	afwerven
afwervende	=	afwerven
afwete	=	afweten
afweten	verb	iets ~ van: kennis bezitten op een bepaald gebied
afwetend	=	afweten
afwetende	=	afweten
afweze	=	afwijzen
afwezen	noun	het afwezig zijn
afwezend	adj	van een persoon dat deze niet is op de plaats waar men verwachtte dat hij of zij was; niet ter plaatse
afwezende	=	afwezend
afwezender	=	afwezend
afwezendere	=	afwezend
afwezenders	=	afwezend
afwezendheden	=	afwezendheid
afwezendheid	noun	het niet aanwezig zijn
afwezends	=	afwezend
afwezendst	=	afwezend
afwezendste	=	afwezend
afwezig	adj	niet op een bepaald tijdstip en plaats
afwezige	noun	iemand die tegen de verwachting in iets niet bijwoont
afwezigen	=	afwezige
afweziger	=	afwezig
afwezigere	=	afwezig
afwezigers	=	afwezig
afwezigheden	=	afwezigheid
afwezigheid	noun	het afwezig zijn op een bepaald tijdstip en plaats
afwezigheidje	=	afwezigheid
afwezigheidmelding	noun	een automatisch e-mailbericht dat wordt verstuurd als reactie op inkomende e-mails wanneer je (tijdelijk) niet aan het werk bent.
afwezigheidmeldingen	=	afwezigheidmelding
afwezigheidmeldinkje	=	afwezigheidmelding
afwezigheidmeldinkjes	=	afwezigheidmelding
afwezigheidsattest	noun	schrijven waarin staat dat iemand wegens ziekte of andere omstandigheid niet naar zijn werk of naar school kan of hoeft te gaan
afwezigheidsattesten	=	afwezigheidsattest
afwezigheidslijst	noun	lijst met de namen van de afwezigen
afwezigheidslijsten	=	afwezigheidslijst
afwezigheidslijstje	=	afwezigheidslijst
afwezigheidslijstjes	=	afwezigheidslijst
afwezigheidsmelding	noun	een automatisch e-mailbericht dat wordt verstuurd als reactie op inkomende e-mails wanneer je (tijdelijk) niet aan het werk bent.
afwezigheidsmeldingen	=	afwezigheidsmelding
afwezigheidsmeldinkje	=	afwezigheidsmelding
afwezigheidsmeldinkjes	=	afwezigheidsmelding
afwezigs	=	afwezig
afwezigst	=	afwezig
afwezigste	=	afwezig
afwierf	=	afwerven
afwierp	=	afwerpen
afwierpe	=	afwerpen
afwierpen	=	afwerpen
afwierpt	=	afwerpen
afwierven	=	afwerven
afwijk	=	afwijken
afwijke	=	afwijken
afwijken	verb	niet de gangbare norm volgen
afwijkend	adj	niet normaal, meestal in negatieve betekenis
afwijkende	=	afwijkend
afwijkender	=	afwijkend
afwijkendere	=	afwijkend
afwijkenders	=	afwijkend
afwijkends	=	afwijkend
afwijkendst	=	afwijkend
afwijkendste	=	afwijkend
afwijking	noun	het niet goed afgesteld staan en naar een bepaalde kant neigen
afwijkingen	=	afwijking
afwijkingsmogelijkheden	=	afwijkingsmogelijkheid
afwijkingsmogelijkheid	noun	de mogelijkheid om een uitzondering te maken; de toestemming om af te wijken van een regel
afwijkinkje	=	afwijking
afwijkinkjes	=	afwijking
afwijkt	=	afwijken
afwijs	=	afwijzen
afwijsbaar	adj	dat iets af te keuren is
afwijsbaarder	=	afwijsbaar
afwijsbaardere	=	afwijsbaar
afwijsbaarders	=	afwijsbaar
afwijsbaars	=	afwijsbaar
afwijsbaarst	=	afwijsbaar
afwijsbaarste	=	afwijsbaar
afwijsbare	=	afwijsbaar
afwijsfabriek	noun	organisatie die veel verzoeken van mensen afwijst
afwijsfabrieken	=	afwijsfabriek
afwijst	=	afwijzen
afwijze	=	afwijzen
afwijzen	verb	een negatieve beslissing ergens over nemen
afwijzend	adj	afkeurend, negatief	adv	niet eens met
afwijzende	=	afwijzend
afwijzender	=	afwijzend
afwijzendere	=	afwijzend
afwijzenders	=	afwijzend
afwijzends	=	afwijzend
afwijzendst	=	afwijzend
afwijzendste	=	afwijzend
afwijzing	noun	een bericht dat op een voorstel of aanzoek niet ingegaan wordt
afwijzingen	=	afwijzing
afwijzingsbeslissing	noun	beslissing waarin een aanvraag, verzoek of voorstel wordt afgewezen
afwijzingsbeslissingen	=	afwijzingsbeslissing
afwijzingsbrief	noun	brief waarin staat dat een gedaan verzoek niet ingewilligd wordt; brief waarin staat dat men de baan waarvoor men heeft gesolliciteerd niet krijgt
afwijzingsbriefje	=	afwijzingsbrief
afwijzingsbriefjes	=	afwijzingsbrief
afwijzingsbrieven	=	afwijzingsbrief
afwijzingsgesprek	noun	gesprek waarin een persoon hoort dat zijn verzoek niet is ingewilligd
afwijzingsgesprekje	=	afwijzingsgesprek
afwijzingsgesprekjes	=	afwijzingsgesprek
afwijzingsgesprekken	=	afwijzingsgesprek
afwijzinkje	=	afwijzing
afwijzinkjes	=	afwijzing
afwikkel	=	afwikkelen
afwikkelaar	noun	iemand die zorgt dat een financiële of rechtelijke transactie voltooid wordt.
afwikkelaars	=	afwikkelaar
afwikkelbaar	adj	wat zonder knippen agebeeld kan worden op een platvlak
afwikkelbaarder	=	afwikkelbaar
afwikkelbaardere	=	afwikkelbaar
afwikkelbaarders	=	afwikkelbaar
afwikkelbaars	=	afwikkelbaar
afwikkelbaarst	=	afwikkelbaar
afwikkelbaarste	=	afwikkelbaar
afwikkelbare	=	afwikkelbaar
afwikkelde	=	afwikkelen
afwikkelden	=	afwikkelen
afwikkele	=	afwikkelen
afwikkelen	verb	een opgewikkelde draad of kabel van de spil verwijderen door deze te draaien
afwikkelend	=	afwikkelen
afwikkelende	=	afwikkelen
afwikkeling	noun	handeling waarbij een opgerolde draad of kabel geleidelijk draaiend wordt losgemaakt
afwikkelingen	=	afwikkeling
afwikkelingetje	=	afwikkeling
afwikkelingetjes	=	afwikkeling
afwikkelingskosten	noun	geld dat nodig is om een bepaalde zaak administratief en juridisch af te ronden
afwikkelt	=	afwikkelen
afwimpel	=	afwimpelen
afwimpelde	=	afwimpelen
afwimpelden	=	afwimpelen
afwimpele	=	afwimpelen
afwimpelen	verb	afwijzen, afpoeieren, afwenden, afschepen, afzeggen.
afwimpelend	=	afwimpelen
afwimpelende	=	afwimpelen
afwimpeling	noun	mededeling waarin iemand aangeeft ergens niet voor te voelen
afwimpelingen	=	afwimpeling
afwimpelt	=	afwimpelen
afwin	=	afwinnen
afwind	=	afwinden
afwinde	=	afwinden
afwinden	verb	een opgewonden draad van een klos afwikkelen
afwindend	=	afwinden
afwindende	=	afwinden
afwinding	noun	het afspoelen van een draad van een klos of haspel
afwindingen	=	afwinding
afwindt	=	afwinden
afwinne	=	afwinnen
afwinnen	verb	veroveren op een vijand in een oorlog
afwinnend	=	afwinnen
afwinnende	=	afwinnen
afwint	=	afwinnen
afwip	=	afwippen
afwippe	=	afwippen
afwippen	verb	met een sprongetje ergens vanaf gaan
afwippend	=	afwippen
afwippende	=	afwippen
afwipt	=	afwippen
afwipte	=	afwippen
afwipten	=	afwippen
afwis	=	afwissen
afwisbaar	adj	van een oppervlakte dat je het kunt schoonmaken
afwisbaarder	=	afwisbaar
afwisbaardere	=	afwisbaar
afwisbaarders	=	afwisbaar
afwisbaars	=	afwisbaar
afwisbaarst	=	afwisbaar
afwisbaarste	=	afwisbaar
afwisbare	=	afwisbaar
afwisse	=	afwissen
afwissel	=	afwisselen
afwisselde	=	afwisselen
afwisselden	=	afwisselen
afwissele	=	afwisselen
afwisselen	verb	om en om plaatsvinden
afwisselend	adj	elkaar vervangend, nu eens hier dan dan weer daar	adv	op afwisselende wijze
afwisselende	=	afwisselend
afwisselender	=	afwisselend
afwisselendere	=	afwisselend
afwisselenders	=	afwisselend
afwisselends	=	afwisselend
afwisselendst	=	afwisselend
afwisselendste	=	afwisselend
afwisseling	noun	variatie.
afwisselingen	=	afwisseling
afwisselingetje	=	afwisseling
afwisselinkje	=	afwisseling
afwisselinkjes	=	afwisseling
afwisselt	=	afwisselen
afwissen	verb	met een vegende beweging verwijderen of schoonmaken
afwissend	=	afwissen
afwissende	=	afwissen
afwist	=	afweten
afwiste	=	afwissen
afwisten	=	afweten
afwoei	=	afwaaien
afwoeie	=	afwaaien
afwoeien	=	afwaaien
afwoeit	=	afwaaien
afwoge	=	afwegen
afwogen	=	afwegen
afwon	=	afwinnen
afwond	=	afwinden
afwonde	=	afwinden
afwonden	=	afwinden
afwondt	=	afwinden
afwone	=	afwonen
afwonen	verb	op een manier in een huis verblijven dat dit huis daarna niet meer geschikt is voor bewoning
afwonend	=	afwonen
afwonende	=	afwonen
afwonnen	=	afwinnen
afwoog	=	afwegen
afwoogt	=	afwegen
afwoon	=	afwonen
afwoonde	=	afwonen
afwoonden	=	afwonen
afwoont	=	afwonen
afwreef	=	afwrijven
afwreven	=	afwrijven
afwrijf	=	afwrijven
afwrijft	=	afwrijven
afwrijve	=	afwrijven
afwrijven	verb	wegwrijven, schoonvegen
afwrijvend	=	afwrijven
afwrijvende	=	afwrijven
afwrijving	noun	verwijdering of reiniging van een buitenste laag door er met druk overheen te schuiven
afwrijvingen	=	afwrijving
afwring	=	afwringen
afwringe	=	afwringen
afwringen	verb	iets met kracht of geweld van iemand afnemen
afwringend	=	afwringen
afwringende	=	afwringen
afwringt	=	afwringen
afwrong	=	afwringen
afwrongen	=	afwringen
afz	noun	afkorting van Administratie van Fiscale Zaken; een Belgische overheidsorganisatie die zich bezighoudt met belasting wetweving en bestrijding van fraude
afzaag	=	afzagen
afzaagde	=	afzagen
afzaagden	=	afzagen
afzaagt	=	afzagen
afzaat	noun	het schuine deel van een horizontale lijst, bijvoorbeeld een waterlijst of raamdorpel: het schuin aflopende bovenvlak van de onderdorpel, waardoor hemelwater gemakkelijk kan weglopen zonder schade aan te richten aan de muur
afzaatje	=	afzaat
afzaatjes	=	afzaat
afzabbel	=	afzabbelen
afzabbelde	=	afzabbelen
afzabbelden	=	afzabbelen
afzabbele	=	afzabbelen
afzabbelen	verb	iets aflikken; iets met speeksel bevochtigen
afzabbelend	=	afzabbelen
afzabbelende	=	afzabbelen
afzabbelt	=	afzabbelen
afzabber	=	afzabberen
afzabberde	=	afzabberen
afzabberden	=	afzabberen
afzabbere	=	afzabberen
afzabberen	verb	iets aflikken; iets met speeksel vochtig maken
afzabberend	=	afzabberen
afzabberende	=	afzabberen
afzabbert	=	afzabberen
afzadel	=	afzadelen
afzadelde	=	afzadelen
afzadelden	=	afzadelen
afzadele	=	afzadelen
afzadelen	verb	het verwijderen van het rijzadel van een paardenrug
afzadelend	=	afzadelen
afzadelende	=	afzadelen
afzadelt	=	afzadelen
afzag	=	afzien
afzage	=	afzagen
afzagen	verb	met een zaag inkorten of smaller maken
afzagend	=	afzagen
afzagende	=	afzagen
afzak	=	afzakken
afzakke	=	afzakken
afzakken	verb	naar beneden glijden
afzakkend	=	afzakken
afzakkende	=	afzakken
afzakker	noun	vooral in de vorm van afzakkertje: een laatste alcoholisch drankje dat men gebruikt na de maaltijd om de vertering te bevorderen
afzakkers	=	afzakker
afzakkertje	=	afzakker
afzakkertjes	=	afzakker
afzakking	noun	vermindering
afzakkingen	=	afzakking
afzakkinkje	=	afzakking
afzakkinkjes	=	afzakking
afzakt	=	afzakken
afzakte	=	afzakken
afzakten	=	afzakken
afzanderij	noun	hoog gelegen plaats waar men zand afgraaft om er bouwland van te maken
afzanderijen	=	afzanderij
afzanding	noun	het verwijderen van zand(hopen)
afzandingen	=	afzanding
afzat	=	afzitten
afzaten	=	afzitten
afzeef	=	afzeven
afzeefde	=	afzeven
afzeefden	=	afzeven
afzeeft	=	afzeven
afzeek	=	afzeiken
afzeekt	=	afzeiken
afzeem	=	afzemen
afzeemde	=	afzemen
afzeemden	=	afzemen
afzeemt	=	afzemen
afzeep	=	afzepen
afzeept	=	afzepen
afzeepte	=	afzepen
afzeepten	=	afzepen
afzeg	=	afzeggen
afzegde	=	afzeggen
afzegden	=	afzeggen
afzegenen	verb	verlenen van de definitieve goedkeuring
afzegenend	=	afzegenen
afzegge	=	afzeggen
afzeggen	verb	aangeven dat men niet gaat komen
afzeggend	=	afzeggen
afzeggende	=	afzeggen
afzegger	noun	iets of iemand die aangeeft, ondanks een eerdere uitnodiging of toezegging, niet op een evenement of bijeenkomst aanwezig te zijn
afzeggers	=	afzegger
afzeggertje	=	afzegger
afzeggertjes	=	afzegger
afzegging	noun	een termijn mondeling afbestellen
afzeggingen	=	afzegging
afzegginkje	=	afzegging
afzegginkjes	=	afzegging
afzegt	=	afzeggen
afzei	=	afzeggen
afzeide	=	afzeggen
afzeiden	=	afzeggen
afzeidt	=	afzeggen
afzeik	=	afzeiken
afzeike	=	afzeiken
afzeiken	verb|informal	belachelijk maken, op een onaangename manier voor schut zetten
afzeikend	=	afzeiken
afzeikende	=	afzeiken
afzeiklijn	noun	lijn die men kan bellen om opdracht te geven iemand te grazen te nemen door hem te confronteren met een fake-telefoongesprek
afzeiklijnen	=	afzeiklijn
afzeikt	=	afzeiken
afzeikte	=	afzeiken
afzeikten	=	afzeiken
afzeiktet	=	afzeiken
afzeil	=	afzeilen
afzeilde	=	afzeilen
afzeilden	=	afzeilen
afzeile	=	afzeilen
afzeilen	verb	zeilend voltooien
afzeilend	=	afzeilen
afzeilende	=	afzeilen
afzeilt	=	afzeilen
afzeke	=	afzeiken
afzeken	=	afzeiken
afzelia	noun	een geslacht Afzelia van bomen uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
afzelia's	=	afzelia
afzeme	=	afzemen
afzemen	verb	reinigen met een zeem
afzemend	=	afzemen
afzemende	=	afzemen
afzend	=	afzenden
afzende	=	afzenden
afzenden	verb	iets met een bode of koeriersdienst meegeven teneinde het ergens te laten bestellen
afzendend	=	afzenden
afzendende	=	afzenden
afzender	noun	iemand die iets naar een adres verzendt, de verzender
afzenders	=	afzender
afzendertje	=	afzender
afzendertjes	=	afzender
afzending	noun	plaats vanwaar iets verstuurd is
afzendingen	=	afzending
afzendster	noun	een vrouwelijk iemand die een bericht stuurt
afzendsters	=	afzendster
afzendstertje	=	afzendster
afzendstertjes	=	afzendster
afzendt	=	afzenden
afzeng	=	afzengen
afzengde	=	afzengen
afzengden	=	afzengen
afzenge	=	afzengen
afzengen	verb	van dieren, personen of voorwerpen ze door vuur ontdoen van de buitenste delen of lagen
afzengend	=	afzengen
afzengende	=	afzengen
afzengt	=	afzengen
afzepe	=	afzepen
afzepen	verb	iets met zeep schoonmaken
afzepend	=	afzepen
afzepende	=	afzepen
afzet	noun	de hoeveelheid verkochte producten
afzetbaar	adj	met de mogelijkheid om te kunnen afzetten (in alle betekenissen)
afzetbaarder	=	afzetbaar
afzetbaardere	=	afzetbaar
afzetbaarders	=	afzetbaar
afzetbaarheden	=	afzetbaarheid
afzetbaarheid	noun	de mogelijkheid om ontslagen te kunnen worden uit een functie of ambt
afzetbaars	=	afzetbaar
afzetbaarst	=	afzetbaar
afzetbaarste	=	afzetbaar
afzetbalk	noun	balk waartegen een sporter zich kan afzetten bij een springsport
afzetbalken	=	afzetbalk
afzetbalkje	=	afzetbalk
afzetbalkjes	=	afzetbalk
afzetbare	=	afzetbaar
afzetgebied	noun	het gebied waar iets verkocht kan worden
afzetgebieden	=	afzetgebied
afzetgebiedje	=	afzetgebied
afzetgebiedjes	=	afzetgebied
afzetgroei	noun	toename van de verkoop van bepaalde producten
afzetje	=	afzet
afzetjes	=	afzet
afzetkanaal	noun	weg waarlangs een product of dienst wordt afgezet
afzetkanaaltje	=	afzetkanaal
afzetkanaaltjes	=	afzetkanaal
afzetkanalen	=	afzetkanaal
afzetlint	noun	plastic lint dat aangeeft dat de toegang tot een bepaald gebied tijdelijk verboden is
afzetlinten	=	afzetlint
afzetlintje	=	afzetlint
afzetlintjes	=	afzetlint
afzetmarkt	noun	markt waar een product of dienst kan worden afgezet
afzetmarkten	=	afzetmarkt
afzetmarktje	=	afzetmarkt
afzetmarktjes	=	afzetmarkt
afzetmogelijkheden	=	afzetmogelijkheid
afzetmogelijkheid	noun	de kansen die er zijn om een product of dienst te verkopen
afzetnet	noun	een net waarmee men uitgangen van een viswater afsluit
afzetnetje	=	afzetnet
afzetnetjes	=	afzetnet
afzetnetten	=	afzetnet
afzetpotentie	noun	de kans die er bestaat om een product succesvol te verkopen; de mogelijke vraag die er ontstaat naar een product of dienst
afzetpotenties	=	afzetpotentie
afzetpraktijk	noun	methoden of strategieën die bedrijven inzetten om hun producten of diensten te verkopen of te promoten
afzetpraktijken	=	afzetpraktijk
afzetprijs	noun	de prijs waarvoor men een product op dienst kan verkopen; afzetprijs = productiekosten + winstmarge
afzetprijsje	=	afzetprijs
afzetprijsjes	=	afzetprijs
afzetprijzen	=	afzetprijs
afzetprobleem	noun	moeilijkheid om voor alle geproduceerde producten een koper te vinden
afzetproblematiek	noun	moeilijkheden die een verkoper ondervindt bij de verkoop van producten en diensten
afzetproblematieken	=	afzetproblematiek
afzetproblemen	=	afzetprobleem
afzetproces	noun	alle stappen die nodig zijn om een product of dienst van de producent naar de uiteindelijke consument te brengen
afzetprocessen	=	afzetproces
afzetpunt	noun	plaats waartegen men (met de benen) kracht kan uitoefenen om weg te kunnen bewegen
afzetpunten	=	afzetpunt
afzetpuntje	=	afzetpunt
afzetpuntjes	=	afzetpunt
afzetsel	noun	materiaal dat uit een vloeistof neerslaat op een vast voorwerp
afzetsels	=	afzetsel
afzetster	noun	vrouw die iemand bedriegt door te hoge prijzen te vragen voor goederen of diensten
afzetsters	=	afzetster
afzetstertje	=	afzetster
afzetstertjes	=	afzetster
afzette	=	afzetten
afzetten	verb	het verwijderen van een deel van een lichaamsdeel
afzettend	=	afzetten
afzettende	=	afzetten
afzetter	noun	iemand die door misleiding een buitensporige betaling voor iets weet te verkrijgen
afzetterij	noun	door misleiding een veel te hoge prijs voor iets zien te verkrijgen
afzetterijen	=	afzetterij
afzetterijtje	=	afzetterij
afzetterijtjes	=	afzetterij
afzetters	=	afzetter
afzettertje	=	afzetter
afzettertjes	=	afzetter
afzetting	noun	iets waarmee je mensen kunt tegen houden zoals bijvoorbeeld een hek of een link
afzettingen	=	afzetting
afzettingsgesteente	noun	gesteente dat ontstaan is uit verweringsmateriaal dat later weer ergens anders is neergeslagen
afzettingsgesteenten	=	afzettingsgesteente
afzettingsgesteentes	=	afzettingsgesteente
afzettingsprocedure	noun	handelingen die ertoe leiden dat iemand uit een ambt wordt gezet
afzettingsprocedures	=	afzettingsprocedure
afzettinkje	=	afzetting
afzettinkjes	=	afzetting
afzetvolume	noun	de hoeveelheid goederen en diensten die men verkoopt
afzetvolumen	=	afzetvolume
afzetvolumes	=	afzetvolume
afzetzaag	noun	smalle zaag voor het uitzagen van gaten
afzetzaagje	=	afzetzaag
afzetzaagjes	=	afzetzaag
afzetzagen	=	afzetzaag
afzeul	=	afzeulen
afzeulde	=	afzeulen
afzeulden	=	afzeulen
afzeule	=	afzeulen
afzeulen	verb	zware voorwerpen naar beneden dragen
afzeulend	=	afzeulen
afzeulende	=	afzeulen
afzeult	=	afzeulen
afzeve	=	afzeven
afzeven	verb	met een zeef iets verwijderen
afzevend	=	afzeven
afzevende	=	afzeven
afzicht	=	afzichten
afzichtbaar	adj|poetic	heel lelijk
afzichtbaarder	=	afzichtbaar
afzichtbaardere	=	afzichtbaar
afzichtbaarders	=	afzichtbaar
afzichtbaars	=	afzichtbaar
afzichtbaarst	=	afzichtbaar
afzichtbaarste	=	afzichtbaar
afzichtbare	=	afzichtbaar
afzichte	=	afzichten
afzichtelijk	adj	zo lelijk dat men de neiging heeft de blik elders te richten
afzichtelijke	=	afzichtelijk
afzichtelijker	=	afzichtelijk
afzichtelijkere	=	afzichtelijk
afzichtelijkers	=	afzichtelijk
afzichtelijkheden	=	afzichtelijkheid
afzichtelijkheid	noun	het heel lelijk zijn
afzichtelijks	=	afzichtelijk
afzichtelijkst	=	afzichtelijk
afzichtelijkste	=	afzichtelijk
afzichten	verb	met een zeis afmaaien
afzichtend	=	afzichten
afzichtende	=	afzichten
afzichtig	adj	heel erg lelijk, zo lelijk dat men de neiging heeft de blik af te wenden
afzichtige	=	afzichtig
afzichtiger	=	afzichtig
afzichtigere	=	afzichtig
afzichtigers	=	afzichtig
afzichtigs	=	afzichtig
afzichtigst	=	afzichtig
afzichtigste	=	afzichtig
afzichtte	=	afzichten
afzichtten	=	afzichten
afzie	=	afzien
afzien	verb	~ van: besluiten iets niet te doen
afzienbaar	adj	niet zo heel veel, over niet al te lange tijd
afzienbaarder	=	afzienbaar
afzienbaardere	=	afzienbaar
afzienbaarders	=	afzienbaar
afzienbaare	=	afzienbaar
afzienbaars	=	afzienbaar
afzienbaarst	=	afzienbaar
afzienbaarste	=	afzienbaar
afzienbare	=	afzienbaar
afziend	=	afzien
afziende	=	afzien
afziet	=	afzien
afzijdig	adj	zich ~ houden: zich er niet mee bemoeien, ervoor kiezen niet mee te doen
afzijdige	=	afzijdig
afzijdiger	=	afzijdig
afzijdigere	=	afzijdig
afzijdigers	=	afzijdig
afzijdigheid	noun	het zich ergens niet bij betrokken voelen het zich ergens niet mee bemoeien
afzijdigs	=	afzijdig
afzijdigst	=	afzijdig
afzijdigste	=	afzijdig
afzijn	noun	het verwijderd zijn van andere mensen
afzink	=	afzinken
afzinke	=	afzinken
afzinken	verb	iets naar de bodem van een water doen laten zinken
afzinkend	=	afzinken
afzinkende	=	afzinken
afzinkt	=	afzinken
afzit	=	afzitten
afzitte	=	afzitten
afzitten	verb	afstand bewaren
afzittend	=	afzitten
afzittende	=	afzitten
afzocht	=	afzoeken
afzochte	=	afzoeken
afzochten	=	afzoeken
afzoek	=	afzoeken
afzoeke	=	afzoeken
afzoeken	verb	op alle mogelijke plaatsen zoeken
afzoekend	=	afzoeken
afzoekende	=	afzoeken
afzoekt	=	afzoeken
afzoen	=	afzoenen
afzoende	=	afzoenen
afzoenden	=	afzoenen
afzoene	=	afzoenen
afzoenen	verb	kusjes geven, met kusjes bedekken
afzoenend	=	afzoenen
afzoenende	=	afzoenen
afzoent	=	afzoenen
afzoge	=	afzuigen
afzogen	=	afzuigen
afzome	=	afzomen
afzomen	verb	afwerken en op maat maken van een kledingstuk door het maken van een beschermende omslag aan het uiteinde
afzomend	=	afzomen
afzomende	=	afzomen
afzond	=	afzenden
afzonde	=	afzenden
afzonden	=	afzenden
afzonder	=	afzonderen
afzonderde	=	afzonderen
afzonderden	=	afzonderen
afzondere	=	afzonderen
afzonderen	verb	zich ~ zichzelf uit de groep halen
afzonderend	=	afzonderen
afzonderende	=	afzonderen
afzondering	noun	een bestaan in een geïsoleerd leefgebied
afzonderingen	=	afzondering
afzonderingsstal	noun	stal waarin men dieren die lijden aan besmettelijke aandoeningen apart houdt van de andere, nog gezonde dieren
afzonderingsstallen	=	afzonderingsstal
afzonderingsstalletje	=	afzonderingsstal
afzonderingsstalletjes	=	afzonderingsstal
afzonderlijk	adj	op zichzelf staand; niet verbonden met andere personen of zaken
afzonderlijke	=	afzonderlijk
afzonderlijks	=	afzonderlijk
afzondert	=	afzonderen
afzondt	=	afzenden
afzonk	=	afzinken
afzonke	=	afzinken
afzonken	=	afzinken
afzonkt	=	afzinken
afzoog	=	afzuigen
afzoogt	=	afzuigen
afzoom	=	afzomen
afzoomde	=	afzomen
afzoomden	=	afzomen
afzoomt	=	afzomen
afzoop	=	afzuipen
afzopen	=	afzuipen
afzuig	=	afzuigen
afzuige	=	afzuigen
afzuigen	verb	door toepassing van zuiging of ventilatie een meestal gasvormige stof verwijderen
afzuigend	=	afzuigen
afzuigende	=	afzuigen
afzuiging	noun	het door zuigen verwijderen van verontreinigingen
afzuigingen	=	afzuiging
afzuiginkje	=	afzuiging
afzuiginkjes	=	afzuiging
afzuiginstallatie	noun	groep apparaten die zorgt dat vervuilde lucht wordt weggezogen
afzuiginstallaties	=	afzuiginstallatie
afzuigkap	noun	een huishoudelijk apparaat in de keuken dat de kookluchtjes moet afvoeren
afzuigkapje	=	afzuigkap
afzuigkapjes	=	afzuigkap
afzuigkappen	=	afzuigkap
afzuigsysteem	noun	toestellen die zorgen dat iets door zuigen wordt verwijderd
afzuigsysteempje	=	afzuigsysteem
afzuigsysteempjes	=	afzuigsysteem
afzuigsystemen	=	afzuigsysteem
afzuigt	=	afzuigen
afzuigunit	noun	toestel dat verontreinigde lucht wegzuigt
afzuigunits	=	afzuigunit
afzuip	=	afzuipen
afzuipe	=	afzuipen
afzuipen	verb	zich afmatten door te veel alcohol te drinken
afzuipend	=	afzuipen
afzuipende	=	afzuipen
afzuipt	=	afzuipen
afzwaai	=	afzwaaien
afzwaaide	=	afzwaaien
afzwaaiden	=	afzwaaien
afzwaaie	=	afzwaaien
afzwaaien	verb	ontslagen worden of ontslag nemen uit een functie m.n. uit een legerfunctie
afzwaaiend	=	afzwaaien
afzwaaiende	=	afzwaaien
afzwaaier	noun	iets wat zijn doel helemaal mist
afzwaaiers	=	afzwaaier
afzwaaiertje	=	afzwaaier
afzwaaiertjes	=	afzwaaier
afzwaait	=	afzwaaien
afzwak	=	afzwakken
afzwakke	=	afzwakken
afzwakken	verb	minder sterk worden
afzwakkend	=	afzwakken
afzwakkende	=	afzwakken
afzwakking	noun	minder sterk worden
afzwakkingen	=	afzwakking
afzwakkinkje	=	afzwakking
afzwakkinkjes	=	afzwakking
afzwakt	=	afzwakken
afzwakte	=	afzwakken
afzwakten	=	afzwakken
afzweef	=	afzweven
afzweefde	=	afzweven
afzweefden	=	afzweven
afzweeft	=	afzweven
afzweep	=	afzwepen
afzweept	=	afzwepen
afzweepte	=	afzwepen
afzweepten	=	afzwepen
afzweer	=	afzweren
afzweerde	=	afzweren
afzweerden	=	afzweren
afzweert	=	afzweren
afzwem	=	afzwemmen
afzwemme	=	afzwemmen
afzwemmen	verb	een zwemexamen doen
afzwemmend	=	afzwemmen
afzwemmende	=	afzwemmen
afzwemt	=	afzwemmen
afzwenk	=	afzwenken
afzwenke	=	afzwenken
afzwenken	verb	van richting veranderen
afzwenkend	=	afzwenken
afzwenkende	=	afzwenken
afzwenkt	=	afzwenken
afzwenkte	=	afzwenken
afzwenkten	=	afzwenken
afzwepe	=	afzwepen
afzwepen	verb	iets of iemand helemaal kapot slaan met een zweep
afzwepend	=	afzwepen
afzwepende	=	afzwepen
afzwere	=	afzweren
afzweren	verb	bij ede verklaren dat men niet langer bereid is iets of iemand te dienen
afzwerend	=	afzweren
afzwerende	=	afzweren
afzwerf	=	afzwerven
afzwerft	=	afzwerven
afzwering	noun	het plechtig beloven iets niet meer te doen of te geloven
afzweringen	=	afzwering
afzwerve	=	afzwerven
afzwerven	verb	weggaan van de oorspronkelijke plaats, weggaan van de oorspronkelijke mening zonder een duidelijke richting
afzwervend	=	afzwerven
afzwervende	=	afzwerven
afzweve	=	afzweven
afzweven	verb	ergens vandaan zweven
afzwevend	=	afzweven
afzwevende	=	afzweven
afzwier	=	afzwieren
afzwierde	=	afzwieren
afzwierden	=	afzwieren
afzwiere	=	afzwieren
afzwieren	verb	heftig met de armen of het lichaam zwieren (schaatsen, dansen)
afzwierend	=	afzwieren
afzwierende	=	afzwieren
afzwierf	=	afzwerven
afzwiert	=	afzwieren
afzwierven	=	afzwerven
afzwoeg	=	afzwoegen
afzwoegde	=	afzwoegen
afzwoegden	=	afzwoegen
afzwoege	=	afzwoegen
afzwoegen	verb	zo hard werken dat men uitgeput raakt
afzwoegend	=	afzwoegen
afzwoegende	=	afzwoegen
afzwoegt	=	afzwoegen
afzwoer	=	afzweren
afzwoere	=	afzweren
afzwoeren	=	afzweren
afzwoert	=	afzweren
afzwom	=	afzwemmen
afzwommen	=	afzwemmen
afzwoor	=	afzweren
afzworen	=	afzweren
aga	noun	hoge officier in het Ottomaanse rijk
aga's	=	aga
agaal	noun	band of koord, meestal zwart gekleurd, gebruikt om de keffiyeh om het hoofd van de drager te houden
agaaltje	=	agaal
agaaltjes	=	agaal
agaam	adj	zich ongeslachtelijk voortplantend
agaams	=	agaam
agaamst	=	agaam
agaamste	=	agaam
agaamtandwormhagedis	noun	Agamodon anguliceps een wormhagedis uit de familie puntstaartwormhagedissen (Trogonophidae)
agaamtandwormhagedisje	=	agaamtandwormhagedis
agaamtandwormhagedisjes	=	agaamtandwormhagedis
agaamtandwormhagedissen	=	agaamtandwormhagedis
agaat	noun	een doorzichtige, maar soms ook opake variëteit van trigonaal kwarts en een subvariëteit van chalcedoon
agaatgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7038 ( ); een grijze kleur zoals die van agaat.	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7038 ( ).
agaatgrijze	=	agaatgrijs
agaathfonds	noun	een Nederlands initiatief dat zich richt op het stimuleren van risicodragend kapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen (MKB)
agaathlening	noun	lening van een particuliier (vaak een familielid of bekende) aan een kleine of middelgrote onderneming (MKB)
agaathleningen	=	agaathlening
agaathleninkje	=	agaathlening
agaathleninkjes	=	agaathlening
agaatje	=	agaat
agaatjes	=	agaat
agaatlichtmot	noun	Diasemiopsis ramburialis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
agaatlichtmotje	=	agaatlichtmot
agaatlichtmotjes	=	agaatlichtmot
agaatlichtmotten	=	agaatlichtmot
agaatpissebed	noun	Eurydice pulchra een pissebed uit de familie Cirolanidae.
agaatpissebedden	=	agaatpissebed
agaatpissebedje	=	agaatpissebed
agaatpissebedjes	=	agaatpissebed
agaatslakken	noun	Achatina een geslacht van grote slakken uit de familie Achatinidae
agaatvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Phlogophora meticulosa, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
agaatvlinders	=	agaatvlinder
agada	noun	het verhalende, niet-halachische gedeelte van de mondelinge Tora
agadisch	adj	horend tot of volgens de agada
agadische	=	agadisch
agadot	=	agada
agalactie	noun	een gebrek aan moedermelk
agalen	=	agaal
agalev	noun	politieke partij in België
agame	noun	Agamidae hagedis met een driehoekige kop
agamen	noun	een familie Agamidae van hagedissen uit de orde schubreptielen (Squamata).
agamer	=	agaam
agamere	=	agaam
agamers	=	agaam
agamie	noun	niet getrouwd zijn
agamireiger	noun	Agamia agami een vogel uit de familie van de reigers.
agamireigers	=	agamireiger
agamireigertje	=	agamireiger
agamireigertjes	=	agamireiger
agammaglobulinemie	noun	gebrek aan bloedeiwit dat rol speelt bij afweer
agamograaf	noun	een optische kunstvorm waarbij twee of meer afbeeldingen op een slimme manier worden gecombineerd op één stuk papier door het in repen te knippen en deze in een zigzag- of accordeonvouw te plakken, zodat bij het bekijken vanuit verschillende hoeken steeds een andere afbeelding tevoorschijn komt
agamograafje	=	agamograaf
agamograafjes	=	agamograaf
agamografen	=	agamograaf
agape	noun	liefdesmaal bij eerste christenen, laatste avondmaal
agapen	=	agape
agaporniden	=	agapornis
agapornis	noun	dwergpapegaai van het geslacht Agapornis
agapornisje	=	agapornis
agapornisjes	=	agapornis
agapornissen	=	agapornis
agar	noun	een witachtige, smaak- en reukloze, onvertakte polysacharide die uit de celwanden van sommige soorten roodwieren gewonnen wordt, voornamelijk op Sri Lanka, Java en in Japan
agar-agar	=	agaragar
agaragar	noun	gedroogd zeewier
agaten	adj	van agaat vervaardigd
agave	noun	benaming voor vetplanten uit het geslacht Agave, in het wild afkomstig uit Amerika, maar nu als sierplant gekweekt De bekendste toepassing is als zoetmiddel.
agavefamilie	noun	botanische naam voor een familie van eenzaadlobbige planten, Agavaceae
agavefamilies	=	agavefamilie
agaven	=	agave
agaves	=	agave
agecoin	noun	munstuk voor mensen boven de 18 jaar waarmee ze een sigarettenautomaat kunnen gebruiken die voor jongeren is geblokkeerd
agecoins	=	agecoin
ageer	=	ageren
ageerde	=	ageren
ageerden	=	ageren
ageert	=	ageren
agekey	noun	bepaald soort chipkaart om aan te tonen dat de houder oud genoeg is om van een bepaalde automaat gebruik te maken
agekeys	=	agekey
agence	noun	vestiging waar het publiek een bedrijf of organisatie kan bereiken
agences	=	agence
agenda	noun	een notitieboek waarin afspraken genoteerd worden
agenda's	=	agenda
agendaatje	=	agenda
agendaatjes	=	agenda
agendabeheer	noun	het bijhouden van iemands tijdsplanning
agendacommissie	noun	groep mensen die is aangesteld de lijst van te bespreken punten op een vergadering vast te stellen
agendacommissies	=	agendacommissie
agendacommissietje	=	agendacommissie
agendacommissietjes	=	agendacommissie
agendahedonist	noun	iemand die uitspattingen, zoals het gebruiken van drugs, zorgvuldig plant
agendahedonisten	=	agendahedonist
agendaprogramma	noun	computerprogramma waarmee men afspraken en taken kan beheren
agendaprogramma's	=	agendaprogramma
agendapunt	noun	te behandelen onderwerp voor plaatsing in een agenda (voor een vergadering)
agendapunten	=	agendapunt
agendapuntje	=	agendapunt
agendapuntjes	=	agendapunt
agendaseks	noun	zorgvuldig geplande seks waarvoor anders, door het drukke bestaan, geen tijd is
agendasetting	noun	het aankaarten van een onderwerp; het plaatsen van een punt op de agenda
agendasettings	=	agendasetting
agendatechnisch	adj	wat de agenda of de planning betreft
agendatechnische	=	agendatechnisch
agendavolgorde	noun	lijst met onderwerpen die op een vergadering achtereenvolgens worden behandeld
agendavolgorden	=	agendavolgorde
agendavolgordes	=	agendavolgorde
agendavoorstel	noun	onderwerpenlijst met te bespreken onderwerpen voor een vergadering
agendavoorstellen	=	agendavoorstel
agendavoorstelletje	=	agendavoorstel
agendavoorstelletjes	=	agendavoorstel
agendeer	=	agenderen
agendeerde	=	agenderen
agendeerden	=	agenderen
agendeert	=	agenderen
agender	noun	iemand die niet ingedeeld kan of wil worden in de traditionele genderindeling van man en vrouw	adj	zonder geslacht
agendere	=	agenderen
agenderen	verb	op de agenda plaatsen
agenderend	=	agenderen
agenderende	=	agenderen
agendering	noun	het plaatsen van onderwerpen op de agenda van een vergadering; de lijst van agendapunten van een vergadering
agenderingen	=	agendering
agenderingsbevoegdheden	=	agenderingsbevoegdheid
agenderingsbevoegdheid	noun	het recht om de te bespreken onderwerpen van een vergadering te bepalen
agenderingsdata	=	agenderingsdatum
agenderingsdatum	noun	de datum waarop een bepaald onderwerp in een vergadering wordt besproken
agenderingsdatums	=	agenderingsdatum
agenders	=	agender
agendertje	=	agender
agendertjes	=	agender
agenesie	noun	het achterwege blijven van de ontwikkeling van organen of ledematen
agenitalisme	noun	het ontbreken van geslachtsorganen
agens	noun	een werkzame stof
agensje	=	agens
agensjes	=	agens
agent	noun	persoon die namens de politie belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid
agent-provocateur	noun	iemand die door een regering of partij wordt gebruikt om vermoedelijke tegenstanders tot oproer of overtreding uit te lokken
agente	noun	vrouwelijke vorm van agent
agenten	=	agent
agentennetwerk	noun	groep samenwerkende (geheim)agenten
agentennetwerken	=	agentennetwerk
agentennetwerkje	=	agentennetwerk
agentennetwerkjes	=	agentennetwerk
agentenopleiding	noun	de professionele training die je voorbereidt op een carrière als politieagent bij de Nederlandse politie
agentenopleidingen	=	agentenopleiding
agentenopleidinkje	=	agentenopleiding
agentenopleidinkjes	=	agentenopleiding
agentes	=	agente
agentia	=	agens
agentief	adj	betrekking hebbend op de handelende persoon
agentiefs	=	agentief
agentieve	=	agentief
agentje	=	agent
agentjes	=	agent
agents	=	agent
agents-provocateurs	=	agent-provocateur
agentschap	noun	lokale vertegenwoording van een grotere organisatie
agentschapje	=	agentschap
agentschapjes	=	agentschap
agentschappen	=	agentschap
agenturen	=	agentuur
agentuur	noun	handelsvertegenwoordiging
agentuurtje	=	agentuur
agentuurtjes	=	agentuur
agere	=	ageren
ageren	verb	moeite doen om een - meestal politiek - doel te bereiken
agerend	=	ageren
agerende	=	ageren
agflatie	noun	inflatie veroorzaakt door het steeds duurder worden van landbouwproducten
agflaties	=	agflatie
aggenebbisj	=	achenebbisj
agger	noun	tijdens eb door stromingen veroorzaakte korte stijging van het waterpeil
aggers	=	agger
agglomeraat	noun	opeenhoping (zonder innerlijke samenhang)
agglomeraatje	=	agglomeraat
agglomeraatjes	=	agglomeraat
agglomeraten	=	agglomeraat
agglomeratie	noun	grote stad met de daaraan vastgegroeide steden en dorpen
agglomeratieraad	noun	raad van een stedelijke agglomeratie vergelijkbaar met een supergemeenteraad
agglomeratieraadje	=	agglomeratieraad
agglomeratieraadjes	=	agglomeratieraad
agglomeratieraden	=	agglomeratieraad
agglomeraties	=	agglomeratie
agglomeratietje	=	agglomeratie
agglomereer	=	agglomereren
agglomereerde	=	agglomereren
agglomereerden	=	agglomereren
agglomereert	=	agglomereren
agglomerere	=	agglomereren
agglomereren	verb	zich ophopen, samenklonteren
agglomererend	=	agglomereren
agglomererende	=	agglomereren
agglutinatie	noun	samenklontering
agglutinaties	=	agglutinatie
agglutineer	=	agglutineren
agglutineerde	=	agglutineren
agglutineerden	=	agglutineren
agglutineert	=	agglutineren
agglutinere	=	agglutineren
agglutineren	verb	aan elkaar kleven, samenkleven
agglutinerend	=	agglutineren
agglutinerende	=	agglutineren
aggravatie	noun	verergeren of overdrijven
aggravaties	=	aggravatie
aggravatietje	=	aggravatie
aggravatietjes	=	aggravatie
aggregaat	noun	vereniging van niet-scheikundig verbonden stoffen tot een geheel
aggregaatstoestand	noun	toestand waarin een stof naar de mate van samenhang der moleculen verkeert, te weten vast, vloeibaar of gasvormig
aggregaatstoestanden	=	aggregaatstoestand
aggregaten	=	aggregaat
aggregatie	noun	samenvoeging
aggregatieniveau	noun	detailniveau waarop gegevens worden samengevoegd of geanalyseerd
aggregatieniveaus	=	aggregatieniveau
aggregaties	=	aggregatie
aggregatietje	=	aggregatie
aggregatietoestand	noun	elk van de toestanden, afhankelijk van druk en temperatuur, waarin een stof kan voorkomen, o.a. vast, vloeibaar of gasvormig
aggregatietoestanden	=	aggregatietoestand
aggregatietoestandje	=	aggregatietoestand
aggregatietoestandjes	=	aggregatietoestand
aggregeer	=	aggregeren
aggregeerde	=	aggregeren
aggregeerden	=	aggregeren
aggregeert	=	aggregeren
aggregere	=	aggregeren
aggregeren	verb	samenplaatsen, samenvoegen
aggregerend	=	aggregeren
aggregerende	=	aggregeren
aggressie	=	agressie
aggressief	=	agressief
aggressiviteit	=	agressiviteit
agiel	adj	vlug, snel, behendig
agiele	=	agiel
agieler	=	agiel
agielere	=	agiel
agielers	=	agiel
agiels	=	agiel
agielst	=	agiel
agielste	=	agiel
agile	adj	vlug en beweeglijk	adv	op een slagvaardige, wendbare manier met vermijding van verstarde procedures en organisatiestructuren
agiles	=	agile
agio	noun	assistent-geneeskundige in opleiding
agio's	=	agio
agio'tje	=	agio
agiootje	=	agio
agiootjes	=	agio
agioreserve	noun	de financiële reserve van een naamloze vennootschap of besloten vennootschap die ontstaat door emissie van aandelen boven de nominale waarde
agioreserves	=	agioreserve
agiotage	noun	het agioteren
agiotages	=	agiotage
agiotagetje	=	agiotage
agiotagetjes	=	agiotage
agioteer	=	agioteren
agioteerde	=	agioteren
agioteerden	=	agioteren
agioteert	=	agioteren
agiotere	=	agioteren
agioteren	verb	speculeren (aan de beurs)
agioterend	=	agioteren
agioterende	=	agioteren
agioteur	noun	speculant (in effecten)
agioteurs	=	agioteur
agioteurtje	=	agioteur
agioteurtjes	=	agioteur
agisme	noun	leeftijdsdiscriminatie
agitatie	noun	opwinding
agitaties	=	agitatie
agitatietje	=	agitatie
agitatietjes	=	agitatie
agitato	adj	een Italiaanse muziekterm die letterlijk geagiteerd, bewogen, betekent.
agitato's	=	agitato
agitator	noun	onruststoker
agitatoren	=	agitator
agitatorisch	adj	als een agitator
agitatorische	=	agitatorisch
agitatorischer	=	agitatorisch
agitatorischere	=	agitatorisch
agitatorischers	=	agitatorisch
agitators	=	agitator
agitatortje	=	agitator
agitatortjes	=	agitator
agiteer	=	agiteren
agiteerde	=	agiteren
agiteerden	=	agiteren
agiteert	=	agiteren
agitere	=	agiteren
agiteren	verb	~voor onrust stoken
agiterend	=	agiteren
agiterende	=	agiteren
agitprop	noun	benaming voor cultuuruitingen bedoeld om wat mensen denken en doen in een bepaalde politieke richting te sturen
agitprops	=	agitprop
aglossie	noun	zeldzame aangeboren afwijking waarbij een kind wordt geboren zonder tong
agnosie	noun	onwetendheid
agnost	noun	agnosticus
agnoste	=	agnost
agnosten	=	agnost
agnostica	=	agnosticus
agnostici	=	agnosticus
agnosticisme	noun	levensbeschouwing die ervan uitgaat dat kennis van religieuze ideeën over vermeende bovennatuurlijke verschijnselen onmogelijk is, omdat deze niet (met de wetenschappelijke methode) te bewijzen zijn ofwel de leer dat wij het transcendente niet kunnen kennen
agnosticus	noun	iemand die ten aanzien van het bovennatuurlijke stelt dat dit niet te kennen valt
agnosticusje	=	agnosticus
agnosticusjes	=	agnosticus
agnostisch	adj	met betrekking of volgens het agnosticisme
agnostische	=	agnostisch
agnostischer	=	agnostisch
agnostischere	=	agnostisch
agnostischers	=	agnostisch
agnostje	=	agnost
agoena	noun	vrouw die niet kan hertrouwen omdat verblijfplaats en lot van haar verdwenen man onbekend zijn of omdat haar man geen scheiding wil
agoenot	=	agoena
agoeti	noun	benaming voor Zuid-Amerikaans knaagdieren uit het geslacht Dasyprocta, die ongeveer 40 cm lang kunnen worden
agoeti's	noun	Dasyprocta een geslacht van Latijns-Amerikaanse knaagdieren
agoetietje	=	agoeti
agoge	noun	een vrouwelijke agoog
agogen	=	agoog
agogentaal	noun	het omslachtige en versluierende taalgebruik zoals dat typisch zou zijn voor welzijnswerkers
agogentaaltje	=	agogentaal
agoges	=	agoge
agogie	noun	opvoedingswerk en vormingswerk (ook van volwassenen)
agogiek	noun	leer van de minuscule veranderingen in de uitvoering (bijv. het tempo) ter wille van de voordracht
agogieken	=	agogiek
agogieën	=	agogie
agogisch	adj	met betrekking tot de agogie of agogiek
agogische	=	agogisch
agogischer	=	agogisch
agogischere	=	agogisch
agogischers	=	agogisch
agologen	=	agoloog
agologie	noun	wetenschap van het opvoedend en vormend handelen. (agogiek)
agologisch	adj	betrekking hebbend op de pedagogie en andrologie
agologische	=	agologisch
agologischer	=	agologisch
agologischere	=	agologisch
agologischers	=	agologisch
agoloog	noun	wetenschapper die zich bezig houdt met van het opvoedend en vormend handelen. (agogiek)
agoloogje	=	agoloog
agoloogjes	=	agoloog
agonaal	adj	de doodsstrijd betreffend
agonaals	=	agonaal
agonale	=	agonaal
agonie	noun	doodsstrijd
agonieën	=	agonie
agonist	noun	spier die zelfstandig werkt
agonisten	=	agonist
agonistje	=	agonist
agonistjes	=	agonist
agoog	noun	iemand die beroepshalve het sociale gedrag van mensen verbetert door vorming en opvoeding
agoon	noun	een lijn die alle punten op aarde verbindt waar de hoek tussen het magnetische noorden en het geografische noorden 0 graden is
agora	noun	plein in Oud-Griekse steden
agora's	=	agora
agoraatje	=	agora
agoraatjes	=	agora
agorafobie	noun	angst voor openbare ruimtes met veel drukte
agorafobietje	=	agorafobie
agorafobietjes	=	agorafobie
agorafobieën	=	agorafobie
agouta	noun	Solenodon paradoxus een solenodon, een primitief zoogdier behorend tot de insecteneters.
agouta's	=	agouta
agoutaatje	=	agouta
agoutaatjes	=	agouta
agraaf	noun	ijzerdraad rond de kurk van een champagnefles
agrafe	noun	haak of gesp die als sluiting dient
agrafen	=	agrafe
agraffe	=	agrafe
agrafie	noun	onvermogen om de gedachten schriftelijk uit te drukken ten gevolge van hersenletsel
agrammatisme	noun	onvermogen om met woorden correcte zinnen te vormen
agranulocyt	noun	wit bloedlichaampje zonder korrels in het cytoplasma
agranulocyten	=	agranulocyt
agranulocytje	=	agranulocyt
agranulocytjes	=	agranulocyt
agranulocytose	noun	vermindering van het aantal korrelcellen(witte bloedcellen) in het bloed
agrarisch	adj	betrekking hebbend op de landbouw
agrarische	=	agrarisch
agrarischer	=	agrarisch
agrarischere	=	agrarisch
agrarischers	=	agrarisch
agrarisme	noun	een politieke filosofie die het plattelandsleven boven het ‘corrupte’ stedelijke leven plaatst.
agrariër	noun	landbouwer
agrariërs	=	agrariër
agraven	=	agraaf
agreekment	noun	de overeenkomst die Europese leiders met Griekenland sloten in 2015 om het land geld te lenen
agressie	noun	bedreiging met geweld
agressiebeheersing	noun	de controle van iemands agressie
agressiecoach	noun	iemand die personen coacht die problemen hebben met hun agressiebeheersing
agressiecoaches	=	agressiecoach
agressief	adj	geneigd om aan te vallen, het initiatief nemend en doordrijvend om een overwinning of resultaat te behalen
agressiefs	=	agressief
agressiefst	=	agressief
agressiefste	=	agressief
agressieharnas	noun	scherm dat een (bus)chauffeur kan beschermen tegen agressieve reizigers
agressieharnassen	=	agressieharnas
agressieoorlog	noun	voor die staat die een oorlog begint door als eerste een oorlogsverklaring te zenden aan of een oorlogsdaad te stellen jegens een andere staat is die oorlog een aanvalsoorlog
agressieoorlogen	=	agressieoorlog
agressieoorlogje	=	agressieoorlog
agressieoorlogjes	=	agressieoorlog
agressies	=	agressie
agressiespoorlijn	noun	spoorlijn met relatief veel agressieve en gewelddadige passagiers
agressiespoorlijnen	=	agressiespoorlijn
agressietest	noun	een psychologische test die ontworpen is om de mate en aard van agressie in een persoon te meten
agressietesten	=	agressietest
agressietestje	=	agressietest
agressietestjes	=	agressietest
agressietests	=	agressietest
agressietje	=	agressie
agressieve	noun	gewelddadig persoon
agressieveling	noun	een gewelddadig en/of agressief persoon
agressievelingen	=	agressieveling
agressievelingetje	=	agressieveling
agressievelingetjes	=	agressieveling
agressieven	=	agressieve
agressiever	=	agressief
agressievere	=	agressief
agressievers	=	agressief
agressiviteit	noun	de neiging tot agressie
agressiviteiten	=	agressiviteit
agressor	noun	aanvaller
agressors	=	agressor
agribulk	noun	gewassen die in zeer grote hoeveelheden worden geproduceerd; agrarische massagoederen
agribusiness	noun	de economische sector van de landbouw
agribusinessje	=	agribusiness
agribusinessjes	=	agribusiness
agriculturen	=	agricultuur
agricultuur	noun	landbouw
agrificatie	noun	overgang naar de teelt van gewassen voor industriële toepassing die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie (non-food-producten)
agrificaties	=	agrificatie
agrimonie	noun	benaming voor overblijvende, kruidachtige planten uit het geslacht Agrimonia dat behooort tot de rozenfamilie (Rosaceae)
agrimonieroest	noun	Pucciniastrum agrimoniae een schimmel behorend tot de familie Pucciniastraceae.
agrimonieroesten	=	agrimonieroest
agrimonieroestje	=	agrimonieroest
agrimonieroestjes	=	agrimonieroest
agrimonies	=	agrimonie
agrimoniën	=	agrimonie
agro-industrie	noun	landbouwindustrie
agro-industrieel	adj	betrekking hebbend op de grootschalige, industriële verwerking van agrarische producten
agro-industrieels	=	agro-industrieel
agro-industrieelst	=	agro-industrieel
agro-industrieelste	=	agro-industrieel
agro-industrieën	=	agro-industrie
agro-industriële	=	agro-industrieel
agro-industriëler	=	agro-industrieel
agro-industriëlere	=	agro-industrieel
agro-industriëlers	=	agro-industrieel
agrobiologie	noun	biologie van de akkerbodem
agrobiologisch	adj	betreffende een duurzame landbouwaanpak die landbouw (agro) integreert met natuurlijke ecologische processen (ecologie) om voedsel te produceren.
agrobiologische	=	agrobiologisch
agrobiologischer	=	agrobiologisch
agrobiologischere	=	agrobiologisch
agrobiologischers	=	agrobiologisch
agrobusiness	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de landbouw en de veeteelt
agrochemie	noun	leer en onderzoek van de chemische processen die zich afspelen in de bodem en bij de voeding der landbouwgewassen
agrochemisch	adj	met betrekking tot de agrochemie
agrochemische	=	agrochemisch
agrochemischer	=	agrochemisch
agrochemischere	=	agrochemisch
agrochemischers	=	agrochemisch
agroconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven in de agrarische industrie
agroconcerns	=	agroconcern
agrofood	noun	landbouwproduct dat bedoeld is voor menselijke consumptie
agrogeologie	noun	landbouwkundige aardkunde
agrologen	=	agroloog
agrologie	noun	bodemkunde op landbouwkundig gebied
agroloog	noun	iemand die zich bezig houdt met bodemkunde op landbouwkundig gebied
agroloogje	=	agroloog
agroloogjes	=	agroloog
agronomen	=	agronoom
agronomie	noun	studie van de landbouw
agronomisch	adj	landbouwkundig
agronomische	=	agronomisch
agronomischer	=	agronomisch
agronomischere	=	agronomisch
agronomischers	=	agronomisch
agronoom	noun	deskundige in de agronomie, een landbouwkundige
agronoompje	=	agronoom
agronoompjes	=	agronoom
agropark	noun	bedrijventerrein met meerdere grootschalige agrarische bedrijven
agroparken	=	agropark
agroproductiepark	noun	bedrijventerrein met meerdere agrarische bedrijven
agroproductieparken	=	agroproductiepark
agrotechnologisch	adj	betreffende een technologische aanpak van de landbouw
agrotechnologische	=	agrotechnologisch
agrotechnologischer	=	agrotechnologisch
agrotechnologischere	=	agrotechnologisch
agrotechnologischers	=	agrotechnologisch
agroterrorisme	noun	terreur door het opzettelijk schade aanbrengen aan dieren of planten die gebruikt worden in de landbouw
agrotoerisme	noun	toerisme naar agrarische gebieden met t.b.v. educatieve doeleinden opengestelde landbouwbedrijven
agrotoerist	noun	iemand die voor zijn plezier en ontspanning gaat werken op een boerderij
agrotoeristen	=	agrotoerist
agrovoeding	noun	het gehele ketensysteem dat betrokken is bij de productie, verwerking, distributie en verkoop van voedsel, afkomstig uit de land- en tuinbouw.
agrovoedingen	=	agrovoeding
agrovoedinkje	=	agrovoeding
agrovoedinkjes	=	agrovoeding
agtergrond	=	achtergrond
agterhoofd	=	achterhoofd
agterhooft	=	achterhoofd
agterkamer	=	achterkamer
agterpoot	=	achterpoot
aguijankarekiet	noun	Acrocephalus nijoi een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
aguijankarekieten	=	aguijankarekiet
aguijankarekietje	=	aguijankarekiet
aguijankarekietjes	=	aguijankarekiet
aguinaldo	noun	Antiliaanse muziek waarbij motieven uit het kerstverhaal worden bezongen
aguinaldo's	=	aguinaldo
aguinaldogroep	noun	Antiliaanse muziekgroep die motieven uit het kerstverhaal ten gehore brengt
aguinaldogroepen	=	aguinaldogroep
agulhas-langsnavelleeuwerik	noun	Certhilauda brevirostris een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
agulhas-langsnavelleeuweriken	=	agulhas-langsnavelleeuwerik
agulhas-langsnavelleeuwerikje	=	agulhas-langsnavelleeuwerik
agulhas-langsnavelleeuwerikjes	=	agulhas-langsnavelleeuwerik
agulhaslangsnavelleeuwerik	noun	Certhilauda brevirostris een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
agulhaslangsnavelleeuweriken	=	agulhaslangsnavelleeuwerik
agulhaslangsnavelleeuwerikje	=	agulhaslangsnavelleeuwerik
agulhaslangsnavelleeuwerikjes	=	agulhaslangsnavelleeuwerik
agv	=	avg
ah	noun	uitroep "ah!", die herkenning of verbazing uitdrukt	intj	drukt herkenning, verbazing of schrik uit
aha	intj|informal	uitroep die een zekere, al dan niet aangename, verrassing uitdrukt
aha-effect	noun	een plotseling opkomend begrip bij iemand
aha-effecten	=	aha-effect
aha-erlebnis	noun	letterlijk "aha-ervaring" betekent, is een situatie waarin een persoon plotseling nieuwe inzichten verkrijgt
aha-erlebnissen	=	aha-erlebnis
aha-ervaring	noun	een gevoelen dat ontstaat als je iets ineens begrijpt
aha-ervaringen	=	aha-ervaring
aha-ervarinkje	=	aha-ervaring
aha-ervarinkjes	=	aha-ervaring
ahantafrankolijn	noun	Pternistis ahantensis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
ahantafrankolijnen	=	ahantafrankolijn
ahantafrankolijntje	=	ahantafrankolijn
ahantafrankolijntjes	=	ahantafrankolijn
ahava	noun	liefde
ahistorisch	adj	geschiedkundig incorrect
ahistorische	=	ahistorisch
ahitofel	noun	slechte raadgever
ahitofels	=	ahitofel
ahob	noun	afkorting van:Automatische halve overwegbomen
ahobs	=	ahob
ahoi	intj	groet die men vooral in de scheepvaart gebruikt
ahorn	noun	een boom of heester van het geslacht Acer
ahornbladsnavelkogeltje	noun	Apiognomonia acerina een schimmel behorend tot de familie Gnomoniaceae.
ahornbladsnavelkogeltjes	=	ahornbladsnavelkogeltje
ahornbomen	=	ahornboom
ahornboom	noun	Acer esdoorn
ahornboompje	=	ahornboom
ahornboompjes	=	ahornboom
ahornen	adj	van ahornhout vervaardigd
ahornhout	noun	hout afkomstig van een esdoorn
ahornhouten	adj	gemaakt van esdoornhout; gemaakt van ahornhout
ahorns	=	ahorn
ahornsiroop	noun	zoete stroop afkomstig van de esdoorn
ahornsiropen	=	ahornsiroop
ahornsuiker	noun	suiker gemaakt van de stroop van de suikeresdoorn
ahornsuikers	=	ahornsuiker
ahornsuikertje	=	ahornsuiker
ahornsuikertjes	=	ahornsuiker
ahorntje	=	ahorn
ahorntjes	=	ahorn
ahoy	intj|informal	begroeting
ahs	=	ah
ahum	intj	een uitroep om aandacht
ai	noun	drievingerige zoogdier Bradypus tridactylus, tandarm dier uit het Amazonegebied (Drievingerige luiaard)	intj|informal	uitroep die een onaangename verrassing uitdrukt, zoals pijn, schrik of medelijden
ai's	=	ai
ai-onderzoeker	noun	persoon die onderzoek doet naar kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence)
ai-onderzoekers	=	ai-onderzoeker
ai-slop	noun	media van lage kwaliteit, inclusief teksten en afbeeldingen, gemaakt met behulp van generatieve kunstmatige intelligentietechnologie
ai-systeem	noun	geheel van software en computers die men gebruikt voor een toepassing van Artificial Intelligence (kunstmatige intelligentie)
ai-systeempje	=	ai-systeem
ai-systeempjes	=	ai-systeem
ai-systemen	=	ai-systeem
ai-tekst	noun	een met kunstmatige intelligentie gegenereerde tekst
ai-teksten	=	ai-tekst
ai-tekstje	=	ai-tekst
ai-tekstjes	=	ai-tekst
ai-washing	noun	bedriegelijke presentatie van een bedrijf alsof het bijzonder goed is in het gebruik van kunstmatige intelligentie
aide-mémoire	noun	geheugenhulpje in de vorm van een boek of folder
aide-mémoires	=	aide-mémoire
aide-mémoiretje	=	aide-mémoire
aide-mémoiretjes	=	aide-mémoire
aidocratie	noun	samenleving waarin iedereen de zelfde toegang heeft tot bronnen van zelfrespect
aidocratieën	=	aidocratie
aids	noun	een virusziekte waarbij het natuurlijke afweersysteem van het lichaam steeds verder afgebroken wordt
aidsactivist	noun	iemand die probeert publieke en politieke aandacht te krijgen voor de aidsproblematiek
aidsactivisten	=	aidsactivist
aidsafdeling	noun	deel van een ziekenhuis of zorginstelling speciaal voor aidspatiënten
aidsafdelingen	=	aidsafdeling
aidsambassadeur	noun	door het ministerie van ontwikkelingssamenwerking aangestelde functionaris die verantwoordelijk is voor het uitdragen van het Nederlandse beleid op het terrein van HIV/aids bestrijding en preventie
aidsambassadeuren	=	aidsambassadeur
aidsambassadeurs	=	aidsambassadeur
aidsbeleid	noun	plannen die gemaakt worden met betrekking tot aids
aidsbesmetting	noun	drager worden van het hivvirus; besmet raken met aidsvirus
aidsbesmettingen	=	aidsbesmetting
aidsbestrijding	noun	het beperken van de aidsepidemie en het genezen van aidspatiënten
aidsbestrijdingen	=	aidsbestrijding
aidsbestrijdinkje	=	aidsbestrijding
aidsbestrijdinkjes	=	aidsbestrijding
aidscampagne	noun	een voorlichtingscampagne over aids
aidscampagnes	=	aidscampagne
aidscommissie	noun	groep mensen die het beleid rond aids bespreekt en coördineert
aidscommissies	=	aidscommissie
aidsconferentie	noun	een bijeenkomst van artsen, wetenschappers en politici over aids en de bestrijding van aids
aidsconferenties	=	aidsconferentie
aidscongres	noun	een bijeenkomst van deskundigen, wetenschappers en andere betrokkenen waarbij aids het centrale onderwerp is
aidscongressen	=	aidscongres
aidscoördinator	noun	iemand die zorgt dat alle activiteiten rond aids een samenhangend geheel worden
aidscoördinatoren	=	aidscoördinator
aidscoördinators	=	aidscoördinator
aidsdeskundige	noun	iemand die veel weet over aids en de behandeling van aids
aidsdeskundigen	=	aidsdeskundige
aidsdode	noun	iemand die is overleden aan aids
aidsdoden	=	aidsdode
aidsepidemie	noun	de verspreiding van de besmetting met het hivvirus en het voorkomen van aids
aidsepidemies	=	aidsepidemie
aidsepidemieën	=	aidsepidemie
aidsfonds	noun	een organisatie die gelden beheert die dienen om de aidsbestrijding te bekostigen
aidsfondsen	=	aidsfonds
aidsfondsje	=	aidsfonds
aidsfondsjes	=	aidsfonds
aidsgala	noun	een feest waar men geld inzamelt voor de bestrijding van aids
aidsgala's	=	aidsgala
aidsgeval	noun	aidspatiënt
aidsgevallen	=	aidsgeval
aidsinfectie	noun	ziekte van het immuunsysteem door besmetting met hiv
aidsinfecties	=	aidsinfectie
aidskind	noun	kind dat besmet is geraakt met het HIV-virus en daardoor de ziekte aids heeft ontwikkeld
aidskinderen	=	aidskind
aidskindje	=	aidskind
aidskindjes	=	aidskind
aidskliniek	noun	ziekenhuis speciaal voor aidspatiënten; polikliniek voor aidspatiënten en mensen die zich op aids willen laten testen
aidsklinieken	=	aidskliniek
aidskliniekje	=	aidskliniek
aidskliniekjes	=	aidskliniek
aidslijder	noun	aidspatiënt
aidslijders	=	aidslijder
aidslijdertje	=	aidslijder
aidslijdertjes	=	aidslijder
aidsmedicijn	noun	geneesmiddel tegen een HIV-besmetting
aidsmedicijnen	=	aidsmedicijn
aidsmoe	adj	beu zijn van alle aandacht voor aids
aidsmoeheid	noun	het beu zijn van alle aandacht die er voor aids is
aidsmoes	=	aidsmoe
aidsmoest	=	aidsmoe
aidsmoeste	=	aidsmoe
aidsmoeë	=	aidsmoe
aidsmoeër	=	aidsmoe
aidsmoeëre	=	aidsmoe
aidsmoeërs	=	aidsmoe
aidsonderzoek	noun	alle het onderzoek dat betrekking heeft op aids
aidsonderzoeken	=	aidsonderzoek
aidsonderzoeker	noun	iemand die wetenschappelijk onderzoek doet naar aids
aidsonderzoekers	=	aidsonderzoeker
aidspatiënt	noun	iemand die aids heeft
aidspatiënten	=	aidspatiënt
aidspatiëntje	=	aidspatiënt
aidspatiëntjes	=	aidspatiënt
aidspreventie	noun	het zorgen dat mensen niet besmet raken met het hivvirus
aidspreventiepolitiek	noun	de methode van aanpak om te voorkomen dat mensen besmet raken met het hivvirus
aidspreventies	=	aidspreventie
aidsprobleem	noun	alle moeilijkheden die ontstaan door het bestaan van aids
aidsproblematiek	noun	alle moeilijkheden die bestaan rond aids
aidsproblematieken	=	aidsproblematiek
aidsproblemen	=	aidsprobleem
aidsprogramma	noun	een serie samenhangende activiteiten die betrekking hebben op het voorkomen en behandelen van aids
aidsprogramma's	=	aidsprogramma
aidsremmend	adj	de ontwikkeling en verspreiding van aids en het hivvirus onderdrukkend
aidsremmende	=	aidsremmend
aidsremmender	=	aidsremmend
aidsremmendere	=	aidsremmend
aidsremmenders	=	aidsremmend
aidsremmends	=	aidsremmend
aidsremmendst	=	aidsremmend
aidsremmendste	=	aidsremmend
aidsremmer	noun	geneesmiddel dat de ontwikkeling van aids bij een besmet persoon remt
aidsremmers	=	aidsremmer
aidsrisico	noun	de risico's die men loopt om besmet te raken met het hivvirus
aidsrisico's	=	aidsrisico
aidsschandaal	noun	iets waar mensen schande van spreken en betrekking heeft op (de verspreiding van) aids (vaak gaat het over een hiv-besmetting van hemofiliepatiënten)
aidsschandalen	=	aidsschandaal
aidsslachtoffer	noun	aidspatiënten en met name de mensen die overleden zijn aan aids
aidsslachtoffers	=	aidsslachtoffer
aidstest	noun	een bloedonderzoek dat kan vaststellen of je wel of niet besmet bent met het hivvirus
aidstesten	=	aidstest
aidstestje	=	aidstest
aidstestjes	=	aidstest
aidstests	=	aidstest
aidstijdperk	noun	de tijd dat een aidsepidemie heerst
aidstijdperken	=	aidstijdperk
aidsvaccin	noun	een middel dat ervoor zou moeten gaan zorgen dat iemand niet ziek wordt na besmetting met het hivvirus
aidsvaccins	=	aidsvaccin
aidsvirus	noun	virus dat aids veroorzaakt
aidsvirussen	=	aidsvirus
aidsvoorlichting	noun	activiteit die als doel heeft mensen te informeren over aids om ze zo te helpen bij hun menings- en besluitvorming
aidsvoorlichtingen	=	aidsvoorlichting
aidswees	noun	kind waarvan de vader en de moeder zijn overleden door aids
aidsweesje	=	aidswees
aidsweesjes	=	aidswees
aidswezen	=	aidswees
aidsziekenhuis	noun	ziekenhuis met een specifieke afdeling of polikliniek voor mensen met aids of hiv
aidsziekenhuisje	=	aidsziekenhuis
aidsziekenhuisjes	=	aidsziekenhuis
aidsziekenhuizen	=	aidsziekenhuis
aigrette	noun	bepaald soort watervogel, Egretta garzetta
aigrettes	=	aigrette
aiguillette	noun	reepje vlees van de kippen- of eendenborst
aiguillettes	=	aiguillette
aikido	noun	een Japanse krijgsdiscipline met een sterk filosofische inslag
aimabel	adj	aardig
aimabele	=	aimabel
aimabeler	=	aimabel
aimabelere	=	aimabel
aimabelers	=	aimabel
aimabels	=	aimabel
aimabelst	=	aimabel
aimabelste	=	aimabel
aingemachts	noun	door inmaken geconserveerd voedsel (groente of fruit)
aio	noun	afgestudeerd basisarts die een verdere opleiding volgt tot huisarts, verpleeghuisarts, medisch specialist, sociaalgeneeskundige of sportarts
aio's	=	aio
aioli	noun	een eenvoudige, maar niet eenvoudig te bereiden knoflooksaus, die veel gebruikt wordt in Catalonië en elders aan de Middellandse Zee, Provençaalse knoflook-mayonaise
aioli's	=	aioli
aiootje	=	aio
aiootjes	=	aio
aioplaats	noun	mogelijkheid om als assistent in opleiding te kunnen werken; mogelijkheid om een assistent in opleiding te werk te stellen
aioplaatsen	=	aioplaats
air	noun	gezicht, houding, allure; arrogantie, kapsones
airbag	noun	systeem in voertuigen waar bij een botsing snel een zak wordt opgeblazen ter bescherming van de inzittenden
airbaghelm	noun	fietshelm met ingebouwde airbag
airbaghelmen	=	airbaghelm
airbagje	=	airbag
airbags	=	airbag
airbnb-economie	noun	samenleving waarbij het gewoon is om je eigen huis te verhuren als vakantiewoning
airbnb-economieën	=	airbnb-economie
airbnb-host	noun	persoon die via Airbnb betalende gasten ontvangt in zijn eigen huis
airbnb-hosts	=	airbnb-host
airbrush	noun	verfspuit die de verf zeer fijn verdeeld opbrengt
airbrushe	=	airbrushen
airbrushen	verb	tekenen met behulp een spuitje aangedreven door een luchtcompressor
airbrushend	=	airbrushen
airbrushende	=	airbrushen
airbrushes	=	airbrush
airbrusht	=	airbrushen
airbrushte	=	airbrushen
airbrushten	=	airbrushen
airbus	noun	Europees samenwerkingsverband tussen Franse, Duitse en Spaanse vliegtuigbouwers
airbusje	=	airbus
airbusjes	=	airbus
airbussen	=	airbus
airco	noun	airconditioning
airco's	=	airco
airconditioned	adj	gekoeld en van overtollig vocht ontdaan door een airco
airconditioneds	=	airconditioned
airconditioner	noun	een apparaat dat voor airconditioning zorgt
airconditioners	=	airconditioner
airconditionertje	=	airconditioner
airconditionertjes	=	airconditioner
airconditioning	noun	de regeling van de temperatuur en de vochtigheidsgraad van de lucht in een ruimte
airconditionings	=	airconditioning
aircootje	=	airco
aircootjes	=	airco
aircoruimte	noun	een deel van een gebouw waarin klimaatregeling is aangebracht
aircoruimten	=	aircoruimte
aircoruimtes	=	aircoruimte
aircoschaamte	noun	afzien van een installatie om lucht te koelen vanwege het mogelijke verwijt dat je op die manier juist bijdraagt aan opwarming van het klimaat
aircospecialist	noun	een monteur die alles weet van airco's
aircospecialisten	=	aircospecialist
aircospecialistje	=	aircospecialist
aircospecialistjes	=	aircospecialist
aircozaal	noun	grote ruimte waarin klimaatbeheersing is aangebracht
aircozalen	=	aircozaal
airfry	=	airfryen
airfryde	=	airfryen
airfryden	=	airfryen
airfrye	=	airfryen
airfryen	verb	frituren of bakken met hete lucht
airfryend	=	airfryen
airfryer	noun	toestel waarmee men met hete lucht kan frituren, bakken of koken
airfryers	=	airfryer
airfryertje	=	airfryer
airfryertjes	=	airfryer
airfryt	=	airfryen
airhockey	noun	een snel tafelspel voor twee (of vier) spelers, waarbij je met een 'pusher' een puck door een luchtkussen over een gladde tafel schiet, met als doel de puck in het doel van de tegenstander te krijgen
airhockeytafel	noun	oppervlak op een onderstel waarop twee of vier spelers met een 'pusher' een puck op een luchtkussen over een gladde tafel in het doel van hun tegenstander proberen te schieten
airhockeytafels	=	airhockeytafel
airhockeytafeltje	=	airhockeytafel
airhockeytafeltjes	=	airhockeytafel
airhostess	noun	vrouw die beroepsmatig passagiers in een vliegtuig, schip, bus of trein verzorgt, vrouwelijke vorm van steward
airhostessen	=	airhostess
airlift	noun	transport van goederen en materieel via de lucht
airlifts	=	airlift
airline	noun	bedrijf dat vliegtuigen exploiteert
airlines	=	airline
airmail	noun	met een vliegtuig verzonden post
airmails	=	airmail
airmarshal	noun	gewapende, niet-geüniformeerde veiligheidsagent die meevliegt met een verkeersvliegtuig met als doel terreuracties te voorkomen
airmarshals	=	airmarshal
airmile	noun	waardepunt die inwisselbaar zijn tegen reischeques
airmiles	=	airmile
airplay	noun	de optelsom van het aantal keren dat een liedje wordt gedraaid op radiostations tussen 07.00 en 19.00 uur
airporttax	noun	de kosten die de vliegtuigmaatschappij betaalt voor vertrek en aankomst op luchthavens
airs	=	air
airshow	noun	evenement waar publiek kan kijken naar bijzondere vliegtuigen en naar vluchten waarmee piloten hun vaardigheden laten zien
airshows	=	airshow
airsoftwapen	noun	wapen waarmee men plastic balletjes kan afschieten
airsoftwapens	=	airsoftwapen
airstrip	noun	klein, eenvoudig vliegveld vaak zonder een verharde landingsbaan
airstrips	=	airstrip
airtje	=	air
airtjes	=	air
airtrack	noun	opblaasbare sportmat die wordt gebruikt voor gymnastiek, turnen, freerunning en cheerleading
airtrackje	=	airtrack
airtrackjes	=	airtrack
airtracks	=	airtrack
ais	=	ai
aitje	=	ai
aitjes	=	ai
aivd	noun	de afkorting voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst van Nederland
ajacied	noun	een speler of supporter van de Amsterdamse voetbalclub Ajax
ajacieden	=	ajacied
ajaciedje	=	ajacied
ajaciedjes	=	ajacied
ajakkes	intj	uitroep van afkeer of walging
ajasses	intj	kreet van afgrijzen
ajb	intj	alstublieft, gebruikt om een verzoek informeel te benadrukken
ajc	noun	de afkorting voor Arbeidersjeugdcentrale, een socialistische jeugdorganisatie uit het midden van de 20e eeuw
ajen	noun	zestiende letter van het alfabet
ajens	=	ajen
ajin	noun	zestiende letter van het alfabet
ajinomoto	noun	een soort smaakversterker afkomstig uit Japan
ajins	=	ajin
ajoen	=	ajuin
ajour	adj	decoratie met openingen die licht doorlaten
ajourneer	=	ajourneren
ajourneerde	=	ajourneren
ajourneerden	=	ajourneren
ajourneert	=	ajourneren
ajournere	=	ajourneren
ajourneren	verb	verdagen, uitstellen
ajournerend	=	ajourneren
ajours	=	ajour
ajoursteek	noun	bepaalde breisteek
ajoursteken	=	ajoursteek
ajowan	noun	Trachyspermum ammi een specerij uit India en Pakistan.
aju	intj	afscheidsgroet
ajuin	noun	bepaald eetbaar bolgewas, Allium cepa
ajuinachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van ajuin
ajuinachtige	=	ajuinachtig
ajuinachtiger	=	ajuinachtig
ajuinachtigere	=	ajuinachtig
ajuinachtigers	=	ajuinachtig
ajuinachtigs	=	ajuinachtig
ajuinachtigst	=	ajuinachtig
ajuinachtigste	=	ajuinachtig
ajuinbol	noun	snack die bestaat uit uienringen die in een beslag worden gedoopt en vervolgens gefrituurd tot ze krokant en goudbruin zijn
ajuinbollen	=	ajuinbol
ajuinen	=	ajuin
ajuintje	=	ajuin
ajuintjes	=	ajuin
ajuinzaad	noun	zaad waaruit uien groeien
ajuinzaadje	=	ajuinzaad
ajuinzaadjes	=	ajuinzaad
ajuinzaden	=	ajuinzaad
ajuus	intj|informal	een afscheidsgroet
aka	noun	benaming voor vleesetende vogels met scherpe klauwen en kromme snavels	adv	beter bekend als, ook wel genoemd, met als pseudoniem
aka's	=	aka
akademie	=	academie
akanswari	noun	iemand die te veel eet
akanswari's	=	akanswari
akant	noun	bepaald soort Zuid-Europese doornachtige plant met sierlijk krullende bladeren, Acanthus mollis familie Acanthaceae, waarvan de vorm vaak als motief wordt gebruikt
akanten	=	akant
akaopleiding	noun	Arbeidsmarkt GeKwalificeerd Assistent en is een praktijkgerichte MBO-niveau 1 opleiding.
akaopleidingen	=	akaopleiding
akaopleidinkje	=	akaopleiding
akaopleidinkjes	=	akaopleiding
akeda	noun	bekorting van: akedat Jitschak
akedat	noun	binding van de ledematen (zoals bij een offerdier) van
akee	noun	bepaald soort tot 25 m hoge, groenblijvende boom, Blighia sapida met een korte, tot 1,8 m brede stam, een grijze, bijna gladde schors en een brede, dichte kroon
akefietje	=	akkefietje
akekee	noun	Loxops caeruleirostris een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
akekee's	=	akekee
akekeetje	=	akekee
akekeetjes	=	akekee
akela	noun	leider van een groep welpen bij de padvinderij
akela's	=	akela
akelei	noun	benaming voor kruidachtige, winterharde, vaste sierplanten uit het geslacht Aquilegia in de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
akelei-uil	noun	bepaalde soort vlinder, Lamprotes c-aureum, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
akelei-uilen	=	akelei-uil
akeleien	=	akelei
akeleigalmug	noun	Macrolabis aquilegiae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
akeleigalmuggen	=	akeleigalmug
akeleigalmugje	=	akeleigalmug
akeleigalmugjes	=	akeleigalmug
akeleiruit	noun	Thalictrum aquilegiifolium een plant, die tot de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) behoort.
akeleiruiten	=	akeleiruit
akeleiruitje	=	akeleiruit
akeleiruitjes	=	akeleiruit
akeleitje	=	akelei
akelig	adj	huiveringwekkend, vreeswekkend, griezelig	adv	in hoge mate
akelige	=	akelig
akeliger	=	akelig
akeligere	=	akelig
akeligers	=	akelig
akeligheden	=	akeligheid
akeligheid	noun	de mate waarin iets onaangenaam is
akeligheidje	=	akeligheid
akeligheidjes	=	akeligheid
akeligs	=	akelig
akeligst	=	akelig
akeligste	=	akelig
akelijk	=	akelig
akelik	=	akelig
aken	=	aak
akenaar	noun	een inwoner van Aken, of iemand afkomstig uit Aken
akenaren	=	akenaar
akenmineermot	noun	Stigmella aceris een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
akenmineermotje	=	akenmineermot
akenmineermotjes	=	akenmineermot
akenmineermotten	=	akenmineermot
akens	adj	op Aken betrekking hebbend
akensch	=	akens
akense	noun	een vrouwelijke inwoner van Aken, of een vrouw afkomstig uit Aken
akenses	=	akense
akenvruchtmineermot	noun	Ectoedemia louisella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
akenvruchtmineermotje	=	akenvruchtmineermot
akenvruchtmineermotjes	=	akenvruchtmineermot
akenvruchtmineermotten	=	akenvruchtmineermot
aker	noun	koperen of ijzeren emmertje, dat men aan een touw neerlaat om water te putten
akerkloot	noun|obsolete	eikelvormige kogel bestaande uit een aantal bijeengebonden kleinere kogels
akerklootje	=	akerkloot
akerklootjes	=	akerkloot
akerkloten	=	akerkloot
akers	=	aker
akertje	=	aker
akertjes	=	aker
akervarken	noun|obsolete	een varken dat met eikels gevoerd wordt
akervarkens	=	akervarken
akervarkentje	=	akervarken
akervarkentjes	=	akervarken
akevietje	=	akkefietje
aki	noun	bepaald soort tot 25 m hoge, groenblijvende boom, Blighia sapida met een korte, tot 1,8 m brede stam, een grijze, bijna gladde schors en een brede, dichte kroon
aki's	=	aki
akialoa	noun	een uitgestorven geslacht van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae).
akialoa's	=	akialoa
akialoaatje	=	akialoa
akialoaatjes	=	akialoa
akiapolaau	noun	Hemignathus wilsoni een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
akiapolaaus	=	akiapolaau
akiapolaautje	=	akiapolaau
akiapolaautjes	=	akiapolaau
akinesie	noun	bewegingsarmoede
akipruim	noun	vrucht van Blighia sapida, die eenmaal rijp niet meer giftig is en op Jamaica als lekkernij wordt beschouwd
akipruimen	=	akipruim
akkadischtalig	adj	de Akkadische taal sprekend
akkadischtalige	=	akkadischtalig
akkadischtaligs	=	akkadischtalig
akkefietje	noun|informal	lastig werk, karweitje
akkefietjes	=	akkefietje
akker	noun	afgeperkt stuk land dat bestemd is bebouwd te worden met een gewas
akkeraardslak	noun	gevlekte akkerslak
akkeraardslakje	=	akkeraardslak
akkeraardslakjes	=	akkeraardslak
akkeraardslakken	=	akkeraardslak
akkerandoorn	noun	bepaald soort eenjarige plant, Stachys arvensis uit de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae)
akkerandoorns	=	akkerandoorn
akkerbedstro	noun	bepaald soort eenjarige, kruidachtige plant, Asperula arvensis uit de sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
akkerbontloper	noun	Acupalpus meridianus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkerbontlopers	=	akkerbontloper
akkerbontlopertje	=	akkerbontloper
akkerbontlopertjes	=	akkerbontloper
akkerboogkever	noun	Trechus quadristriatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkerboogkevers	=	akkerboogkever
akkerboogkevertje	=	akkerboogkever
akkerboogkevertjes	=	akkerboogkever
akkerboterbloem	noun	bepaald soort plant, Ranunculus arvensis uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
akkerboterbloemen	=	akkerboterbloem
akkerbouw	noun	aanbouw van gewassen in de volle grond, met uitzondering van groenten en fruit
akkerbouwbedrijf	noun	een bedrijf in de land- en tuinbouwsector, dat zich richt op akkerbouw
akkerbouwbedrijfje	=	akkerbouwbedrijf
akkerbouwbedrijfjes	=	akkerbouwbedrijf
akkerbouwbedrijven	=	akkerbouwbedrijf
akkerbouwer	noun	landbouwer
akkerbouwers	=	akkerbouwer
akkerbouwertje	=	akkerbouwer
akkerbouwertjes	=	akkerbouwer
akkerbouwgebied	noun	een deel van een land dat men gebruikt voor het verbouwen van gewassen in de open lucht op de volle grond
akkerbouwgebieden	=	akkerbouwgebied
akkerbouwgebiedje	=	akkerbouwgebied
akkerbouwgebiedjes	=	akkerbouwgebied
akkerbouwgewas	noun	plantensoort die men teelt in de open lucht en op de volle grond
akkerbouwgewasje	=	akkerbouwgewas
akkerbouwgewasjes	=	akkerbouwgewas
akkerbouwgewassen	=	akkerbouwgewas
akkerbouwgrond	noun	terrein waarop men landbouwgewassen kan telen
akkerbouwgronden	=	akkerbouwgrond
akkerbouwproduct	noun	landbouwgewas
akkerbouwproducten	=	akkerbouwproduct
akkerde	=	akkeren
akkerden	=	akkeren
akkerdistel	noun	bepaald soort plant, Cirsium arvense, de in Nederland meest voorkomende vederdistel
akkerdistelboorvlieg	noun	Xyphosia miliaria een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
akkerdistelboorvliegen	=	akkerdistelboorvlieg
akkerdistelboorvliegje	=	akkerdistelboorvlieg
akkerdistelboorvliegjes	=	akkerdistelboorvlieg
akkerdisteldansvlieg	noun	Empis livida een vlieg uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
akkerdisteldansvliegen	=	akkerdisteldansvlieg
akkerdisteldansvliegje	=	akkerdisteldansvlieg
akkerdisteldansvliegjes	=	akkerdisteldansvlieg
akkerdistelnetwants	noun	Tingis ampliata een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
akkerdistelnetwantsen	=	akkerdistelnetwants
akkerdistelnetwantsje	=	akkerdistelnetwants
akkerdistelnetwantsjes	=	akkerdistelnetwants
akkerdistelpuntkogeltje	noun	Mycosphaerella cirsii-arvensis een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
akkerdistelpuntkogeltjes	=	akkerdistelpuntkogeltje
akkerdistelroest	noun	Puccinia suaveolens een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
akkerdistelroesten	=	akkerdistelroest
akkerdistelroestje	=	akkerdistelroest
akkerdistelroestjes	=	akkerdistelroest
akkerdistels	=	akkerdistel
akkerdisteltje	=	akkerdistel
akkerdoornzaad	noun	bepaald soort eenjarige plant, Torilis arvensis uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae)
akkerdoornzaden	=	akkerdoornzaad
akkerdravik	noun	Bromus arvensis een plant uit de grassenfamilie (Poaceae)
akkere	=	akkeren
akkeren	verb	ploegen, beploegen, bebouwen
akkerend	=	akkeren
akkerende	=	akkeren
akkerereprijs	noun	Veronica agrestis een eenjarige plant die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
akkerereprijsje	=	akkerereprijs
akkerereprijsjes	=	akkerereprijs
akkerereprijzen	=	akkerereprijs
akkergeelster	noun	bolgewas Gagea villosa uit de leliefamilie (Liliaceae)
akkergeelsterren	=	akkergeelster
akkergeelsterretje	=	akkergeelster
akkergeelsterretjes	=	akkergeelster
akkerglimmer	noun	Amara similata een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkerglimmers	=	akkerglimmer
akkerglimmertje	=	akkerglimmer
akkerglimmertjes	=	akkerglimmer
akkergoudsbloem	noun	bepaald soort plant, Calendula arvensis
akkergoudsbloemen	=	akkergoudsbloem
akkergraver	noun	Clivina collaris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkergravers	=	akkergraver
akkergravertje	=	akkergraver
akkergravertjes	=	akkergraver
akkergrootoogkever	noun	Asaphidion flavipes een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkergrootoogkevers	=	akkergrootoogkever
akkergrootoogkevertje	=	akkergrootoogkever
akkergrootoogkevertjes	=	akkergrootoogkever
akkerhommel	noun	Bombus pascuorum een hommel en behoort tot de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
akkerhommels	=	akkerhommel
akkerhommeltje	=	akkerhommel
akkerhommeltjes	=	akkerhommel
akkerhoningklaver	noun	bepaald soort tweejarige- of meerjarige plant, Melilotus officinalis uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae)
akkerhoningklavers	=	akkerhoningklaver
akkerhoornbloem	noun	bepaald soort vaste plant, Cerastium arvense uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae)
akkerhoornbloemen	=	akkerhoornbloem
akkerkers	noun	bepaald soort plant, Rorippa sylvestris uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
akkerkersen	=	akkerkers
akkerklaver	noun	Trifolium aureum een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) die van nature voorkomt in heel Europa, behalve in het noorden.
akkerklavers	=	akkerklaver
akkerklavertje	=	akkerklaver
akkerklavertjes	=	akkerklaver
akkerklokje	noun	bepaald soort vaste plant, Campanula rapunculoides uit de klokjesfamilie (Campanulaceae), komt van nature voor in Eurazië en is in Nederland vanaf 1 januari 2017 niet meer wettelijk beschermd De plant wordt gebruikt in bloemenweidemengsels.
akkerklokjes	=	akkerklokje
akkerkolen	=	akkerkool
akkerkool	noun	bepaald soort plant, Lapsana communis uit de composietenfamilie (Asteraceae)
akkerkoolroest	noun	Puccinia lapsanae een roestschimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
akkerkoolroesten	=	akkerkoolroest
akkerkoolroestje	=	akkerkoolroest
akkerkoolroestjes	=	akkerkoolroest
akkerland	noun	een stuk bewerkte grond waarop cultuurgewassen zoals graan of suikerbieten worden verbouwd
akkerlanden	=	akkerland
akkerlandje	=	akkerland
akkerlandschap	noun	gebied dat gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van landbouwbedrijven
akkerlandschappen	=	akkerlandschap
akkerleeuwenbek	noun	bepaald soort eenjarige plant, Misopates orontium uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae)
akkerleeuwenbekken	=	akkerleeuwenbek
akkerleeuwerik	noun	Alaudidae de gewone leeuwerik; een kleine zangvogel
akkerleeuwerikje	=	akkerleeuwerik
akkerleeuwerikjes	=	akkerleeuwerik
akkerleeuwerikken	=	akkerleeuwerik
akkerlieden	=	akkerman
akkerloopkever	noun	Carabus arcensis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkerloopkevers	=	akkerloopkever
akkerloopkevertje	=	akkerloopkever
akkerloopkevertjes	=	akkerloopkever
akkerlui	=	akkerman
akkermaalsbos	noun	bos dat dient als afgrenzing van een akker; kreupelhout van eiken rond een akker
akkermaalsbosje	=	akkermaalsbos
akkermaalsbosjes	=	akkermaalsbos
akkermaalsbossen	=	akkermaalsbos
akkermaalshout	noun	kreupelhout dat groeit op de afscheiding van akkers en wordt gebruikt als hakhout voor de kachel
akkerman	noun	iemand die landbouwgrond bewerkt
akkermannen	=	akkerman
akkermannetje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor bonte vogels met lange beweeglijke staart uit het geslacht Motacilla
akkermannetjes	=	akkerman
akkermelkdistel	noun	Sonchus arvensis een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
akkermelkdistels	=	akkermelkdistel
akkermelkdisteltje	=	akkermelkdistel
akkermelkdisteltjes	=	akkermelkdistel
akkermunt	noun	Mentha arvensis een vaste plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae).
akkermunten	=	akkermunt
akkermuntje	=	akkermunt
akkermuntjes	=	akkermunt
akkerogentroost	noun	Odontites vernus subsp. vernus een eenjarige plant uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
akkerpaardenstaart	noun	Equisetum arvense
akkerpaardenstaarten	=	akkerpaardenstaart
akkerpaardenstaartje	=	akkerpaardenstaart
akkerpaardenstaartjes	=	akkerpaardenstaart
akkerpaddenstoel	noun	eetbare champignon met een witte steel en een gele hoed en een lichte anijssmaak Agaricus arvensis
akkerpaddenstoelen	=	akkerpaddenstoel
akkerpaddenstoeltje	=	akkerpaddenstoel
akkerpaddenstoeltjes	=	akkerpaddenstoel
akkerparelmoervlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Boloria dia, uit de onderfamilie Heliconiinae, die zelden in Nederland gezien wordt.
akkerparelmoervlinders	=	akkerparelmoervlinder
akkerpriemkever	noun	Bembidion obtusum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkerpriemkevers	=	akkerpriemkever
akkerpriemkevertje	=	akkerpriemkever
akkerpriemkevertjes	=	akkerpriemkever
akkerrand	noun	de grens van een landbouwperceel
akkerrandbeheer	noun	de zorg voor de zoom van akkers
akkerranden	=	akkerrand
akkerrandje	=	akkerrand
akkerrandjes	=	akkerrand
akkerroodpootglimmer	noun	Amara familiaris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkerroodpootglimmers	=	akkerroodpootglimmer
akkerroodpootglimmertje	=	akkerroodpootglimmer
akkerroodpootglimmertjes	=	akkerroodpootglimmer
akkers	=	akker
akkerscherm	noun	een geslacht Ammi van planten uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
akkerschermen	=	akkerscherm
akkerschermpje	=	akkerscherm
akkerschermpjes	=	akkerscherm
akkerslak	noun	een slak uit de familie Agriolimacidae
akkerslakje	=	akkerslak
akkerslakjes	=	akkerslak
akkerslakken	=	akkerslak
akkersleep	noun	landbouwwerktuig dat men over een akker heen trekt om de grond te verkruimelen en te egaliseren
akkersnelloper	noun	Anchomenus dorsalis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
akkersnellopers	=	akkersnelloper
akkersnellopertje	=	akkersnelloper
akkersnellopertjes	=	akkersnelloper
akkert	=	akkeren
akkerteelt	noun	het verbouwen van gewassen in de open lucht op akkers
akkerteelten	=	akkerteelt
akkertje	=	akker
akkertjes	=	akker
akkerviltkruid	noun	Filago arvensis een eenjarige plant die behoort tot de composietenfamilie.
akkerviltkruiden	=	akkerviltkruid
akkerviltkruidje	=	akkerviltkruid
akkerviltkruidjes	=	akkerviltkruid
akkerviolen	=	akkerviool
akkerviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola arvensis uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
akkerviooltje	noun	bepaald soort eenjarige plant, Viola arvensis uit de viooltjesfamilie (Violaceae), een in Europa op bouwland, vooral tussen granen veel voorkomende plant en dan vaak als onkruid gezien; de soort komt ook voor in wegbermen en op stortplaatsen
akkerviooltjes	=	akkerviooltje
akkervogel	noun	vogel wiens habitat de akker is
akkervogels	=	akkervogel
akkervogeltje	=	akkervogel
akkervogeltjes	=	akkervogel
akkervrucht	noun	gewas dat op de akkers groeit
akkervruchten	=	akkervrucht
akkerwalstro	noun	Galium spurium een eenjarige plant, die behoort tot de sterbladigenfamilie.
akkerwalstro's	=	akkerwalstro
akkerwalstrootje	=	akkerwalstro
akkerwalstrootjes	=	akkerwalstro
akkerwinde	noun	Convolvulus arvensis De akkerwinde is een plant uit de windefamilie Convolvulaceae
akkerwinde-uil	noun	bepaalde soort vlinder, Tyta luctuosa, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
akkerwinde-uilen	=	akkerwinde-uil
akkerwinde-uiltje	=	akkerwinde-uil
akkerwinde-uiltjes	=	akkerwinde-uil
akkerwinden	=	akkerwinde
akkerwindes	=	akkerwinde
akkerzenegroen	noun	bepaald soort eenjarige plant, Ajuga chamaepitys uit de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae)
akkevietje	noun	kleinigheidje
akkevietjes	=	akkevietje
akkoord	noun	overeenkomst	intj	daar ben ik het mee eens
akkoordbevinding	noun	mededeling dat men iets goed vindt, dat men ergens toestemming voor geeft
akkoordbevindingen	=	akkoordbevinding
akkoordbevindinkje	=	akkoordbevinding
akkoordbevindinkjes	=	akkoordbevinding
akkoorden	=	akkoord
akkoordenschema	noun	notitie van muziek in de vorm van akkoordsymbolen, het is een sterk vereenvoudigde vorm t.o.v. notenschrift
akkoordenschema's	=	akkoordenschema
akkoordje	=	akkoord
akkoordjes	=	akkoord
akkoordsymbolen	=	akkoordsymbool
akkoordsymbool	noun	een code om muzikale akkoorden met behulp van letters, cijfers en muziektekens, te benoemen of te noteren
akkoordsymbooltje	=	akkoordsymbool
akkoordsymbooltjes	=	akkoordsymbool
akkoordverklaring	noun	mededeling dat met het ergens mee eens is, mededeling dat men ergens toestemming voor geeft
akkoordverklaringen	=	akkoordverklaring
akkoordverklarinkje	=	akkoordverklaring
akkoordverklarinkjes	=	akkoordverklaring
akku	=	accu
akoenoehoe	noun	Bubo leucostictus een oehoe uit de familie Strigidae.
akoenoehoes	=	akoenoehoe
akoenoehoetje	=	akoenoehoe
akoenoehoetjes	=	akoenoehoe
akoestiek	noun	de voortplanting van klank in een besloten ruimte en de ervaring die deze voortplanting bezorgd aan de luisteraar
akoestieken	=	akoestiek
akoestiekje	=	akoestiek
akoestisch	adj	wat geluid betreft
akoestische	=	akoestisch
akoestischer	=	akoestisch
akoestischere	=	akoestisch
akoestischers	=	akoestisch
akoestischt	=	akoestisch
akoestischte	=	akoestisch
akohekohe	noun	Palmeria dolei een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
akohekohe's	=	akohekohe
akohekohetje	=	akohekohe
akohekohetjes	=	akohekohe
akolei	noun	een geslacht van kruidachtige, winterharde, vaste planten uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
akoleien	=	akolei
akoniet	noun	benaming voor planten uit het geslacht Aconitum
akonieten	=	akoniet
akonietje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor Eranthis hyemalis
akonietjes	noun	#meervoud van het zelfstandig naamwoord akonietje
akonijt	=	akoniet
akrobaat	=	acrobaat
akrobatiek	=	acrobatiek
akrobatisch	=	acrobatisch
aks	noun	bijl met een lange steel en een smalle snede
aksen	=	aks
aksje	=	aks
aksjes	=	aks
akst	noun	zwaar, snijdend blad op een lange steel
aksten	=	akst
akstje	=	akst
akstjes	=	akst
akt	=	akte
akte	noun	stuk waarin feiten, rechtshandelingen of afspraken zijn vastgelegd, dat is opgesteld om als bewijs te dienen Soms stelt de wet als eis dat dit door een daartoe bevoegd openbaar ambtenaar gebeurt, men spreekt dan van een authentieke akte.
aktekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het opstellen en ondertekenen van een officieel document
aktekosten	noun	kosten die gemaakt moeten worden voor het opstellen en ondertekenen van een officieel document
akten	=	akte
aktename	noun	de keer dat men te kennen geeft een melding van een ander gehoord en begrepen te hebben
aktenamen	=	aktename
aktenames	=	aktename
aktentas	=	aktetas
aktentasch	=	aktetas
aktes	=	akte
aktetas	noun	platte en rechthoekige tas van stevig materiaal, geschikt voor papieren en boeken
aktetasje	=	aktetas
aktetasjes	=	aktetas
aktetassen	=	aktetas
aktetje	=	akte
aktie	=	actie
aktief	=	actief
aktiefilm	=	actiefilm
aktieplan	=	actieplan
aktivisties	=	activistisch
al	adv	reeds	noun	heelal
alaaf	intj	carnavalskreet
alaam	noun	een stuk gereedschap dat gemaakt is om bepaald werk te kunnen doen
alaat	adj	over vleugels beschikkend
alaats	=	alaat
alabaster	noun	albast
alagoasmesbekpauwies	noun	Mitu mitu een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae) behorend tot de hokko's.
alagoasmesbekpauwiesje	=	alagoasmesbekpauwies
alagoasmesbekpauwiesjes	=	alagoasmesbekpauwies
alagoasmesbekpauwiezen	=	alagoasmesbekpauwies
alagoasmiersluiper	noun	Myrmotherula snowi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
alagoasmiersluipers	=	alagoasmiersluiper
alagoasmiersluipertje	=	alagoasmiersluiper
alagoasmiersluipertjes	=	alagoasmiersluiper
alakondre	noun	ketting die bestaat uit stukjes van andere kettingen	adj	allesomvattend, universeel, algemeen, compleet
alalie	noun	het niet kunnen spreken
alambiek	noun	distilleertoestel (van de alchemisten)
alambieken	=	alambiek
alambiekje	=	alambiek
alamen	=	alaam
alangalang	noun	tropische grassoort
alangalangs	=	alangalang
alanine	noun	een proteïnogeen aminozuur
alaninen	=	alanine
alanines	=	alanine
alant	noun	benaming voor planten uit het geslacht Inula dat behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae)
alanten	=	alant
alantpalpmot	noun	Ptocheuusa paupella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
alantpalpmotje	=	alantpalpmot
alantpalpmotjes	=	alantpalpmot
alantpalpmotten	=	alantpalpmot
alantschildpadtor	noun	Cassida murraea een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
alantschildpadtorren	=	alantschildpadtor
alantschildpadtorretje	=	alantschildpadtor
alantschildpadtorretjes	=	alantschildpadtor
alantswortel	noun	bittere geneeskrachtige wortel van de alant Inula
alantswortelen	=	alantswortel
alantswortels	=	alantswortel
alantwortel	=	alantswortel
alaotrabamboemaki	noun	Hapalemur alaotrensis een halfmaki uit de familie der maki's (Lemuridae).
alaotrabamboemaki's	=	alaotrabamboemaki
alaotrabamboemakietje	=	alaotrabamboemaki
alaotrabamboemakietjes	=	alaotrabamboemaki
alara	abbrev	de afkorting voor As Low As Reasonably Achievable, zo laag als redelijker wijze bereikbaar is
alario-kanarie	noun	Serinus alario een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
alario-kanaries	=	alario-kanarie
alario-kanarietje	=	alario-kanarie
alario-kanarietjes	=	alario-kanarie
alariokanarie	noun	een zangvogel Serinus alario uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
alariokanaries	=	alariokanarie
alariokanarietje	=	alariokanarie
alariokanarietjes	=	alariokanarie
alarm	noun	een waarschuwing tegen gevaar
alarmbel	noun	een bel die luidt of geluid wordt bij een alarm
alarmbellen	=	alarmbel
alarmbelletje	=	alarmbel
alarmbelletjes	=	alarmbel
alarmbelprocedure	noun	procedures die in de Belgische Grondwet te vinden zijn en gebruikt kunnen worden als een taalminderheid of een ideologische gemeenschap zich benadeeld voelt, ook is er een alarmbelprocedure voor Brusselse instellingen
alarmbelprocedures	=	alarmbelprocedure
alarmblazer	noun	iemand die op de trompet speelt als er gevaar dreigt
alarmblazers	=	alarmblazer
alarmcentrale	noun	centraal punt waar waarschuwingen en meldingen binnenkomen en vanwaaruit kan worden opgetreden
alarmcentrales	=	alarmcentrale
alarmcentraletje	=	alarmcentrale
alarmcentraletjes	=	alarmcentrale
alarmcode	noun	code die het soort alarm aangeeft
alarmcodes	=	alarmcode
alarmdienst	noun	organisatie waar men een acuut gevaar kan melden en die direct kan reageren op dat gevaar
alarmdiensten	=	alarmdienst
alarmeer	=	alarmeren
alarmeerde	=	alarmeren
alarmeerden	=	alarmeren
alarmeeren	=	alarmeren
alarmeert	=	alarmeren
alarmen	=	alarm
alarmere	=	alarmeren
alarmeren	verb	door alarm oproepen of bijeenroepen
alarmerend	adj	van iets dat het angst veroorzaakt
alarmerende	=	alarmeren
alarmerender	=	alarmerend
alarmerendere	=	alarmerend
alarmerenders	=	alarmerend
alarmerends	=	alarmerend
alarmerendst	=	alarmerend
alarmerendste	=	alarmerend
alarmering	noun	het laten afgaan van een alarm; een waarschuwingssignaal geven
alarmeringen	=	alarmering
alarmeringslijst	noun	opsomming van de personen en diensten die men moet waarschuwen als er gevaar dreigt
alarmeringslijsten	=	alarmeringslijst
alarmeringslijstje	=	alarmeringslijst
alarmeringslijstjes	=	alarmeringslijst
alarmeringssysteem	noun	een uit meerdere onderdelen bestaand stelsel van toestellen dat bij een onwenselijke situatie een signaal afgeeft
alarmeringssysteempje	=	alarmeringssysteem
alarmeringssysteempjes	=	alarmeringssysteem
alarmeringssystemen	=	alarmeringssysteem
alarmerinkje	=	alarmering
alarmerinkjes	=	alarmering
alarmfase	noun	fase waarin alarm wordt geslagen omdat er iets goed fout gaat
alarmfasen	=	alarmfase
alarmfases	=	alarmfase
alarmfasetje	=	alarmfase
alarmfasetjes	=	alarmfase
alarmfluit	noun	fluit waarop geblazen wordt bij een gevaarlijke situatie
alarmfluiten	=	alarmfluit
alarmfluitje	=	alarmfluit
alarmfluitjes	=	alarmfluit
alarmfunctie	noun	van iets dat het als taak heeft te waarschuwen
alarmfuncties	=	alarmfunctie
alarmgever	noun	toestel dat een signaal afgeeft als er gevaar dreigt
alarmgevers	=	alarmgever
alarmgevertje	=	alarmgever
alarmgevertjes	=	alarmgever
alarminrichting	noun	groep samenhangende apparaten die een signaal produceert als er gevaar dreigt
alarminrichtingen	=	alarminrichting
alarminrichtinkje	=	alarminrichting
alarminrichtinkjes	=	alarminrichting
alarminstallatie	noun	groep samenhangende apparaten die een signaal produceert als er gevaar dreigt
alarminstallaties	=	alarminstallatie
alarmisme	noun	het veroorzaken van onrust door alarm te slaan, vaak met een politiek doel
alarmist	noun	iemand die anderen onnodig bang maakt
alarmisten	=	alarmist
alarmistisch	adj	met betrekking tot het alarmisme
alarmistische	=	alarmistisch
alarmistischer	=	alarmistisch
alarmistischere	=	alarmistisch
alarmistischers	=	alarmistisch
alarmistischt	=	alarmistisch
alarmistischte	=	alarmistisch
alarmistje	=	alarmist
alarmkast	noun	kast met een knop waarop men bij gevaar kan drukken om hulp in te roepen
alarmkasten	=	alarmkast
alarmkastje	=	alarmkast
alarmkastjes	=	alarmkast
alarmklok	noun	klok die geluid wordt in geval van rampen
alarmklokje	=	alarmklok
alarmklokjes	=	alarmklok
alarmklokken	=	alarmklok
alarmknop	noun	een knop waarmee je in situaties van gevaar anderen kunt waarschuwen
alarmknopje	=	alarmknop
alarmknopjes	=	alarmknop
alarmknoppen	=	alarmknop
alarmkreet	noun	kreet ter waarschuwing van naderend gevaar
alarmkreetje	=	alarmkreet
alarmkreetjes	=	alarmkreet
alarmkreten	=	alarmkreet
alarmlicht	noun	signaallampen aan de achterzijde van een auto, waarmee men aangeeft dat er gevaar dreigt
alarmlichten	=	alarmlicht
alarmlichtje	=	alarmlicht
alarmlichtjes	=	alarmlicht
alarmlijn	noun	telefoonnummer dat men in een acute noodsituatie kan bellen om alarm te slaan en hulp te krijgen
alarmlijnen	=	alarmlijn
alarmlus	noun	stroomdraad rond een raam die dient om een alarm te activeren als men het glas breekt
alarmlusje	=	alarmlus
alarmlusjes	=	alarmlus
alarmlussen	=	alarmlus
alarmmelding	noun	signaal dat er een acute, gevaarlijke, onwenselijke situatie is ontstaan
alarmmeldingen	=	alarmmelding
alarmmeldinkje	=	alarmmelding
alarmmeldinkjes	=	alarmmelding
alarmniveau	noun	de mate waarin gevaar dreigt
alarmniveaus	=	alarmniveau
alarmnummer	noun	telefoonnummer dat je ingeval van nood kunt bellen om hulp te vragen
alarmnummers	=	alarmnummer
alarmnummertje	=	alarmnummer
alarmnummertjes	=	alarmnummer
alarmoefening	noun	een oefening die wordt gehouden om een noodsituatie te simuleren en mensen te laten oefenen met een reactie op een echt alarm
alarmoefeningen	=	alarmoefening
alarmoefeningetje	=	alarmoefening
alarmoefeningetjes	=	alarmoefening
alarmopvolging	noun	de afhandeling van een alarmmelding
alarmopvolgingen	=	alarmopvolging
alarmpaneel	noun	bedieningsbord van een alarminstallatie
alarmpaneeltje	=	alarmpaneel
alarmpaneeltjes	=	alarmpaneel
alarmpanelen	=	alarmpaneel
alarmpeil	noun	hoogte van het water waarbij er sprake is van gevaarlijk hoog water
alarmpeilen	=	alarmpeil
alarmpistolen	=	alarmpistool
alarmpistool	noun	enigszins op een echt vuurwapen lijkend pistool, dat geen projectielen afvuurt, maar enkel losse patronen en dan een luide knal produceren
alarmpistooltje	=	alarmpistool
alarmpistooltjes	=	alarmpistool
alarmpje	=	alarm
alarmpjes	=	alarm
alarmprocedure	noun	afgesproken werkwijze als een alarm afgaat; werkwijze in een noodsituatie
alarmprocedures	=	alarmprocedure
alarmpunt	noun	druksensor of knop die bij indrukken een alarm activeert
alarmpunten	=	alarmpunt
alarmpuntje	=	alarmpunt
alarmpuntjes	=	alarmpunt
alarmreset	noun	het opnieuw opstarten van een alarminstallatie na een (vals) alarm
alarmschel	noun	een bel die luidt of geluid wordt bij een alarm
alarmschellen	=	alarmschel
alarmschelletje	=	alarmschel
alarmschelletjes	=	alarmschel
alarmschijf	noun	plaat die het best geklasseerd staat in de tipparade en die door veelvuldig draaien in de hitparade komt te staan
alarmschijfje	=	alarmschijf
alarmschijfjes	=	alarmschijf
alarmschijven	=	alarmschijf
alarmsein	noun	een auditief of visueel teken dat aangeeft dat er gevaar dreigt
alarmseinen	=	alarmsein
alarmsignaal	noun	een noodsignaal, vaak in de vorm van een luid geluid of een knipperend licht, dat voor dreigend gevaar waarschuwt
alarmsignaaltje	=	alarmsignaal
alarmsignaaltjes	=	alarmsignaal
alarmsignalen	=	alarmsignaal
alarmstand	noun	toestand waarin iemand voorbereid is om een gevaarlijke situatie aan te kunnen
alarmstanden	=	alarmstand
alarmsysteem	noun	een elektronisch systeem dat een alarm geeft bij gevaarlijke gebeurtenissen
alarmsysteempje	=	alarmsysteem
alarmsysteempjes	=	alarmsysteem
alarmsystemen	=	alarmsysteem
alarmtoestand	noun	situatie waarin gevaar dreigt
alarmtoestanden	=	alarmtoestand
alasjanwapiti	noun	een ondersoort Cervus canadensis alashanicus van de wapiti.
alasjanwapiti's	=	alasjanwapiti
alasjanwapitietje	=	alasjanwapiti
alasjanwapitietjes	=	alasjanwapiti
alaskadravik	noun	Bromus sitchensis een soort uit het geslacht dravik (Bromus).
alaskadraviken	=	alaskadravik
alaskadravikje	=	alaskadravik
alaskadravikjes	=	alaskadravik
alaskafluithaas	noun	Ochotona collaris haasachtige uit de familie van de fluithazen (Ochotonidae).
alaskafluithaasje	=	alaskafluithaas
alaskafluithaasjes	=	alaskafluithaas
alaskafluithazen	=	alaskafluithaas
alaskahaas	noun	Lepus othus haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
alaskahaasje	=	alaskahaas
alaskahaasjes	=	alaskahaas
alaskahazen	=	alaskahaas
alaskakoolvis	noun	Theragra chalcogramma een straalvinnige vis uit de familie van kabeljauwen (Gadidae) in orde van kabeljauwachtigen (Gadiformes).
alaskakoolvisje	=	alaskakoolvis
alaskakoolvisjes	=	alaskakoolvis
alaskakoolvissen	=	alaskakoolvis
alaskamarmot	noun	Marmota broweri knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
alaskamarmotje	=	alaskamarmot
alaskamarmotjes	=	alaskamarmot
alaskamarmotten	=	alaskamarmot
alaskastrandloper	noun	Calidris mauri een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
alaskastrandlopers	=	alaskastrandloper
alaskastrandlopertje	=	alaskastrandloper
alaskastrandlopertjes	=	alaskastrandloper
alaskawoelmuis	noun	Microtus miurus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
alaskawoelmuisje	=	alaskawoelmuis
alaskawoelmuisjes	=	alaskawoelmuis
alaskawoelmuizen	=	alaskawoelmuis
alaskawolf	noun	Canis lupus tundrarum een ondersoort van de wolf die leeft in de uitgestrekte poolvlakte, waar het elk jaar voor vijf maanden aan een stuk voor 24 uur op 24 donker is.
alaskawolfje	=	alaskawolf
alaskawolfjes	=	alaskawolf
alaskawolven	=	alaskawolf
alatapepre	noun	Spaanse peper
alate	=	alaat
alawiet	noun	lid van een geloofsgemeenschap die voortgekomen is uit een afsplitsing van de sjiitische islam
alawieten	=	alawiet
alawitisch	adj	met betrekking tot de alawieten
alawitische	=	alawitisch
alawitischer	=	alawitisch
alawitischere	=	alawitisch
alawitischers	=	alawitisch
albanees	noun	inwoner van Albanië, of iemand afkomstig uit Albanië	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Albanië
albaneesje	=	albanese
albaneest	=	albanees
albaneestalig	adj	de Albaneese taal sprekend
albaneestalige	=	albaneestalig
albaneestaligs	=	albaneestalig
albaneeste	=	albanees
albanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Albanië, of een vrouw afkomstig uit Albanië
albanesen	=	albanese
albaneser	=	albanees
albanesere	=	albanees
albanesers	=	albanees
albanezen	=	albanees
albaniër	noun	inwoner van de republiek Albanië, of iemand afkomstig uit Albanië in de Balkan
albaniërs	=	albaniër
albast	noun	een benaming van twee verschillende mineralen: gips en calciet (of seleniet)
albasten	adj	van albast vervaardigd
albastglas	noun	glas dat licht doorlaat maar waar men niet doorheen kan kijken
albatros	noun	benaming voor vogels uit de familie Diomedeidae, grote zeevogels met lange vleugels
albatrosje	=	albatros
albatrosjes	=	albatros
albatrossen	noun	Diomedeidae familie van grote zeevogels met lange vleugels die vrijwel hun hele leven doorbrengen boven zee.
albe	noun	lang, wit misgewaad van katholieke priesters, diakens en misdienaars
albedil	noun	een bemoeial die alles wil beslissen
albedillen	=	albedil
albedilletje	=	albedil
albedilletjes	=	albedil
albedils	=	albedil
alben	=	albe
albertinebergfiskaal	noun	Laniarius holomelas een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
albertinebergfiskaaltje	=	albertinebergfiskaal
albertinebergfiskaaltjes	=	albertinebergfiskaal
albertinebergfiskalen	=	albertinebergfiskaal
albinisme	noun	het ontbreken van pigmentkleurstof in de huid
albino	noun	een persoon, dier of plant met weinig pigment
albino's	=	albino
albino'tje	=	albino
album	noun	een boek waarin gelijksoortige zaken zijn bijeengebracht, zoals foto's of postzegels
albumblad	noun	blad uit een album (voor foto's, postzegels e.d.)
albumbladen	=	albumblad
albumdebuten	=	albumdebuut
albumdebuut	noun	de eerste keer dat een muziekgroep of een artiest een muziekalbum uitbrengt
albumdebuutje	=	albumdebuut
albumdebuutjes	=	albumdebuut
albumine	noun	in water oplosbaar eiwit dat veel in bloed voorkomt
albuminen	=	albumine
albuminepapier	noun	papier met albumine en zilvernitraat dat men gebruikt als fotopapier
albumines	=	albumine
albumpje	=	album
albumpjes	=	album
albums	=	album
albumtitel	noun	de titel van een langspeelplaat
albumtitels	=	albumtitel
albumvers	noun	eenvoudig gedichtje dat men schrijft in een poëziealbum
albumversje	=	albumvers
albumversjes	=	albumvers
albumverzen	=	albumvers
alcanna	=	alkanna
alcantara	noun	kunststof die gebruikt wordt als alternatief voor suède in de kledingindustrie en meubelmakerij
alchemie	noun	vroegere occulte wetenschap, waarin onder andere werd geprobeerd om de Steen der Wijzen te vinden en daarmee edelmetalen uit andere elementen te vormen
alchemisme	noun	filosofie gebaseerd op de alchemie
alchemist	noun	iemand die de alchemie beoefent
alchemisten	=	alchemist
alchemistisch	adj	van of volgens de in de oudheid en middeleeuwen beoefende leer om goud en stoffen met magische werking te maken
alchemistische	=	alchemistisch
alchemistischer	=	alchemistisch
alchemistischere	=	alchemistisch
alchemistischers	=	alchemistisch
alchemistje	=	alchemist
alchemistjes	=	alchemist
alchimie	noun	alchemie
alchimisme	noun	filosofie gebaseerd op de alchemie
alchimist	noun	alchemist
alchimisten	=	alchimist
alchimistisch	adj	van of volgens de in de oudheid en middeleeuwen beoefende leer om goud en stoffen met magische werking te maken
alchimistische	=	alchimistisch
alchimistischer	=	alchimistisch
alchimistischere	=	alchimistisch
alchimistischers	=	alchimistisch
alcippe	noun	Alcippe een geslacht van zangvogels uit de bijna gelijknamige familie van de Alcippeidae.
alcippes	=	alcippe
alcippetje	=	alcippe
alcippetjes	=	alcippe
alco	noun	iemand die overmatig alcohol drinkt of daaraan is verslaafd
alco's	=	alco
alcoflexen	verb	bewust minder alcohol gebruiken
alcoflexend	=	alcoflexen
alcoflexte	=	alcoflexen
alcohol	noun	elk van de verbindingen uit een groep koolwaterstoffen die gekenmerkt zijn door de aanwezigheid van een -O-H-verbinding
alcoholarm	adj	weinig alcohol bevattend
alcoholarme	=	alcoholarm
alcoholarmer	=	alcoholarm
alcoholarmere	=	alcoholarm
alcoholarmers	=	alcoholarm
alcoholarms	=	alcoholarm
alcoholarmst	=	alcoholarm
alcoholarmste	=	alcoholarm
alcoholband	noun	enkelband die meet of en hoeveel alcohol de drager heeft genuttigd
alcoholbanden	=	alcoholband
alcoholbeleid	noun	alle regels en plannen die men maakt op het gebied van de alcoholconsumptie
alcoholbestrijding	noun	streven om overmatig gebruik van sterke drank tegen te gaan en het geheel van personen en activiteiten die op dat streven gericht zijn
alcoholbestrijdingen	=	alcoholbestrijding
alcoholbestrijdinkje	=	alcoholbestrijding
alcoholbestrijdinkjes	=	alcoholbestrijding
alcoholblokkade	noun	blokkering van een weg in verband met een grootscheepse alcoholcontrole
alcoholblokkades	=	alcoholblokkade
alcoholbranche	noun	bedrijfstak van bedrijven die alcoholhoudende dranken produceren
alcoholbranches	=	alcoholbranche
alcoholbus	noun	bus met apparatuur waarmee de politie snel het alcoholpromillage van automobilisten kan bepalen
alcoholbusje	=	alcoholbus
alcoholbusjes	=	alcoholbus
alcoholbussen	=	alcoholbus
alcoholconsumptie	noun	gebruik van alcoholhoudende dranken
alcoholconsumpties	=	alcoholconsumptie
alcoholcontrole	noun	controle van de politie of een bestuurder alcohol gedronken heeft
alcoholcontroles	=	alcoholcontrole
alcoholcursus	noun	een verplichte educatieve maatregel, opgelegd door het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) aan bestuurders die zijn aangehouden met te veel alcohol op.
alcoholcursusje	=	alcoholcursus
alcoholcursusjes	=	alcoholcursus
alcoholcursussen	=	alcoholcursus
alcoholdagboek	noun	dagboek waarin iemand zijn alcoholgebruik bijhoudt, het gevoel dat hij daarbij heeft en met wie hij de alcohol gebruikt
alcoholdagboeken	=	alcoholdagboek
alcoholdagboekje	=	alcoholdagboek
alcoholdagboekjes	=	alcoholdagboek
alcoholen	=	alcohol
alcoholgebruik	noun	de consumptie van alcoholische drank
alcoholgehalte	noun	aandeel ethanol in verhouding tot de totale hoeveelheid, bij dranken een maatstaf hoe snel je er dronken van wordt, en bij lichaamsvloeistoffen een maat voor dronkenschap
alcoholgehalten	=	alcoholgehalte
alcoholgehaltes	=	alcoholgehalte
alcoholgrens	noun	bepaalde grenswaarde voor de hoeveelheid alcohol die in het bloed mag zitten
alcoholgrenzen	=	alcoholgrens
alcoholhoudend	adj	van een vloeistof dat alcohol een van de componenten is
alcoholhoudende	=	alcoholhoudend
alcoholhoudender	=	alcoholhoudend
alcoholhoudendere	=	alcoholhoudend
alcoholhoudenders	=	alcoholhoudend
alcoholhoudends	=	alcoholhoudend
alcoholhoudendst	=	alcoholhoudend
alcoholhoudendste	=	alcoholhoudend
alcoholica	noun	sterkedrank
alcoholica's	=	alcoholica
alcoholici	=	alcoholicus
alcoholicus	noun	iemand die te veel alcohol drinkt; iemand met een drankprobleem; iemand die verslaafd is aan alcohol
alcoholieker	noun	iemand die aan alcohol verslaafd is
alcoholiekers	=	alcoholieker
alcoholisch	adj	alcohol bevattend
alcoholische	=	alcoholisch
alcoholischer	=	alcoholisch
alcoholischere	=	alcoholisch
alcoholischers	=	alcoholisch
alcoholischt	=	alcoholisch
alcoholischte	=	alcoholisch
alcoholiseer	=	alcoholiseren
alcoholiseerde	=	alcoholiseren
alcoholiseerden	=	alcoholiseren
alcoholiseert	=	alcoholiseren
alcoholisere	=	alcoholiseren
alcoholiseren	verb	met alcohol vermengen of behandelen
alcoholiserend	=	alcoholiseren
alcoholiserende	=	alcoholiseren
alcoholisme	noun	verslaving aan het gebruik van alcohol
alcoholist	noun	iemand die lijdt onder een verslaving aan ethanol
alcoholiste	noun	vrouw die verslaafd is aan sterke drank
alcoholisten	=	alcoholist
alcoholistencontainer	noun	een pejoratieve (minachtende) term die in de Nederlandse taal wordt gebruikt om te verwijzen naar een (meestal verplaatsbare) woonunit, noodwoning of een specifieke plek waar mensen met een ernstige alcoholverslaving wonen of verblijven.
alcoholistencontainers	=	alcoholistencontainer
alcoholistencontainertje	=	alcoholistencontainer
alcoholistencontainertjes	=	alcoholistencontainer
alcoholistes	=	alcoholiste
alcoholistisch	adj	met betrekking tot het alcoholisme
alcoholistische	=	alcoholistisch
alcoholistischer	=	alcoholistisch
alcoholistischere	=	alcoholistisch
alcoholistischers	=	alcoholistisch
alcoholistje	=	alcoholist
alcoholkar	noun	voertuig dat alcohol vervoert
alcoholkarren	=	alcoholkar
alcoholkarretje	=	alcoholkar
alcoholkarretjes	=	alcoholkar
alcoholkater	noun	beroerde gevoel dat ontstaat na het gebruik van te veel alcohol
alcoholkaters	=	alcoholkater
alcoholkatertje	=	alcoholkater
alcoholkatertjes	=	alcoholkater
alcoholmatigingsbeleid	noun	plan van aanpak om het (problematisch) alcoholgebruik te verminderen
alcoholmisbruik	noun	de overmatige consumptie van alcoholische drank
alcoholofiel	noun	niet problematische liefhebber van alcoholische dranken
alcoholofielen	=	alcoholofiel
alcoholofieltje	=	alcoholofiel
alcoholofieltjes	=	alcoholofiel
alcoholopvoeding	noun	Alcoholopvoeding is het geheel van regels, gesprekken en houdingen die ouders en opvoeders hanteren om kinderen en jongeren voor te lichten over en te begeleiden bij het gebruik van alcoholhoudende drank.
alcoholopvoedingen	=	alcoholopvoeding
alcoholopvoedinkje	=	alcoholopvoeding
alcoholopvoedinkjes	=	alcoholopvoeding
alcoholpartij	noun	bedrijf dat betrokken is bij de productie en verkoop van alcoholische dranken
alcoholpartijen	=	alcoholpartij
alcoholpercentage	noun	hoeveelheid ethanol in verhouding tot een totale hoeveelheid vloeistof, uitgedrukt in honderdsten, vooral gebruikt bij sterke drank
alcoholpercentages	=	alcoholpercentage
alcoholpoeder	noun	alcohol in poedervorm (de vloeibare alcohol zit in kleine met dextrine omgeven bolletjes)
alcoholpoeders	=	alcoholpoeder
alcoholpoli	noun	kliniek voor (jeugdige) patiënten met een problematisch alcoholgebruik
alcoholpoli's	=	alcoholpoli
alcoholpolikliniek	noun	polikliniek voor (jeugdige) patiënten met een problematisch alcoholgebruik
alcoholpoliklinieken	=	alcoholpolikliniek
alcoholpop	noun	mix van een alcoholhoudende drank met limonade
alcoholpops	=	alcoholpop
alcoholprobleem	noun	moeilijkheid die ontstaat door overmatig alcohol gebruik
alcoholprobleempje	=	alcoholprobleem
alcoholprobleempjes	=	alcoholprobleem
alcoholproblemen	=	alcoholprobleem
alcoholpromillage	noun	hoeveelheid ethanol in verhouding tot een totale hoeveelheid vloeistof, uitgedrukt in duizendsten, vooral gebruikt bij bloedproeven om vast te stellen hoe sterk een bestuurder nog onder de invloed van sterke drank is
alcoholpromillages	=	alcoholpromillage
alcoholreclame	noun	commerciële boodschappen die het doel hebben om een bepaalde alcoholische drank meer te kopen
alcoholreclames	=	alcoholreclame
alcoholroes	noun	toestand van verminderd bewustzijn na overmatig alcoholgebruik
alcoholroesje	=	alcoholroes
alcoholroesjes	=	alcoholroes
alcoholroezen	=	alcoholroes
alcoholslot	noun	voorziening in een motorvoertuig die, middels een blaastest, meet of en hoeveel de bestuurder alcohol heeft gedronken.
alcoholsloten	=	alcoholslot
alcoholslotje	=	alcoholslot
alcoholslotjes	=	alcoholslot
alcoholsmokkel	noun	stiekem sterke drank invoeren (om accijns, invoerrechten of drooglegging te omzeilen)
alcoholstift	noun	een soort viltstift waarmee, met moeilijk uitwisbare inkt, op bijna alle ondergronden geschreven kan worden
alcoholstiften	=	alcoholstift
alcoholtest	noun	meting waarbij de hoeveelheid ethanol in de adem of het bloed wordt bepaald om vast te stellen hoe sterk iemand nog onder de invloed van sterke drank is
alcoholtesten	=	alcoholtest
alcoholtestje	=	alcoholtest
alcoholtestjes	=	alcoholtest
alcoholtests	=	alcoholtest
alcoholverbod	noun	een wettelijke regeling die aangeeft dat het niet is toegestaan om alcohol te drinken, bij zich te hebben of te verkopen
alcoholverboden	=	alcoholverbod
alcoholverbruik	noun	de hoeveelheid alcoholische dranken die wordt genuttigd
alcoholvergiftiging	noun	het optreden van vergiftigingsverschijnselen door consumptie van alcoholhoudende dranken
alcoholvergiftigingen	=	alcoholvergiftiging
alcoholvergiftigingetje	=	alcoholvergiftiging
alcoholvergiftigingetjes	=	alcoholvergiftiging
alcoholverkeerscursus	noun	een verplichte educatieve maatregel, opgelegd door het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen) aan bestuurders die zijn aangehouden met te veel alcohol op.
alcoholverkeerscursusje	=	alcoholverkeerscursus
alcoholverkeerscursusjes	=	alcoholverkeerscursus
alcoholverkeerscursussen	=	alcoholverkeerscursus
alcoholverkoop	noun	de verkoop van alcoholische dranken
alcoholverkopen	=	alcoholverkoop
alcoholverslaafd	adj	van iemand dat hij of zij een ziekelijke en onbedwingbare drang heeft tot het nuttigen van schadelijke hoeveelheden alcohol
alcoholverslaafde	noun	iemand die schadelijke hoeveelheden alcohol gebruikt
alcoholverslaafden	=	alcoholverslaafde
alcoholverslaafder	=	alcoholverslaafd
alcoholverslaafdere	=	alcoholverslaafd
alcoholverslaafders	=	alcoholverslaafd
alcoholverslaafds	=	alcoholverslaafd
alcoholverslaafdst	=	alcoholverslaafd
alcoholverslaafdste	=	alcoholverslaafd
alcoholverslaving	noun	verslaving aan het gebruik van alcohol
alcoholverslavingen	=	alcoholverslaving
alcoholverslavinkje	=	alcoholverslaving
alcoholverslavinkjes	=	alcoholverslaving
alcoholvrij	adj	met een verwaarloosbaar alcoholgehalte
alcoholvrije	=	alcoholvrij
alcoholvrijer	=	alcoholvrij
alcoholvrijere	=	alcoholvrij
alcoholvrijers	=	alcoholvrij
alcoholvrijmibo	noun	vrijdagmiddagborrel met alcoholvrije drankjes; vrijdagmiddagborrel zonder alcoholische drankjes
alcoholvrijmibo's	=	alcoholvrijmibo
alcoholvrijs	=	alcoholvrij
alcoholvrijst	=	alcoholvrij
alcoholvrijste	=	alcoholvrij
alcoholwalm	noun	de (vieze, smerige) geur van (verschraalde) alcoholische dranken
alcoholwalmen	=	alcoholwalm
alcoholwalmpje	=	alcoholwalm
alcoholwalmpjes	=	alcoholwalm
alcolade	noun	soort groen reukwater dat citroenmelisse en lavendel bevat
alcolock	noun	toestel dat ervoor zorgt dat een auto niet kan starten als de bestuurder alcohol heeft gebruikt
alcolocks	=	alcolock
alcomobilisme	noun	het automobilisme onder invloed van alcohol
alcopop	noun	drankje gemaakt van limonade en sterke drank ze bevat 4-8% alcohol
alcopops	=	alcopop
alcyonehoefijzerneus	noun	Rhinolophus alcyone een West-Afrikaanse hoefijzerneusvleermuis die waarschijnlijk sterk verwant is met de landerhoefijzerneus.
alcyonehoefijzerneusje	=	alcyonehoefijzerneus
alcyonehoefijzerneusjes	=	alcyonehoefijzerneus
alcyonehoefijzerneuzen	=	alcyonehoefijzerneus
aldaar	adv	in de eerder genoemde plaats
aldabrabrilvogel	noun	Zosterops aldabrensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
aldabrabrilvogels	=	aldabrabrilvogel
aldabrabrilvogeltje	=	aldabrabrilvogel
aldabrabrilvogeltjes	=	aldabrabrilvogel
aldabradrongo	noun	Dicrurus aldabranus een soort zangvogel uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus.
aldabradrongo's	=	aldabradrongo
aldabradrongootje	=	aldabradrongo
aldabradrongootjes	=	aldabradrongo
aldabrawever	noun	Foudia aldabrana een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
aldabrawevers	=	aldabrawever
aldabrawevertje	=	aldabrawever
aldabrawevertjes	=	aldabrawever
aldabrazanger	noun	Nesillas aldabrana een uitgestorven zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
aldabrazangers	=	aldabrazanger
aldabrazangertje	=	aldabrazanger
aldabrazangertjes	=	aldabrazanger
aldehyde	noun	organische verbinding, gevormd door een primaire alcohol selectief te oxideren
aldehyden	=	aldehyde
aldehydes	=	aldehyde
aldehydesuiker	noun	een suiker dat een aldehydegroep bevat
aldehydesuikers	=	aldehydesuiker
aldehydesuikertje	=	aldehydesuiker
aldehydesuikertjes	=	aldehydesuiker
alderaardigst	=	alleraardigst
alderaerdigst	=	alleraardigst
alderchristelijkst	=	allerchristelijkst
alderdomst	=	allerdomst
aldergrootst	=	allergrootst
alderheiligst	=	allerheiligst
alderkleinst	=	allerkleinst
alderlekkerst	=	allerlekkerst
alderliefst	=	allerliefst
alderslimst	=	allerslimst
aldervreemdst	=	allervreemdst
aldine	noun	lettertype
aldinen	=	aldine
aldines	=	aldine
aldislamp	noun	een speciale schijnwerper waarmee men (morse-) signalen kan geven
aldislampen	=	aldislamp
aldislampje	=	aldislamp
aldislampjes	=	aldislamp
aldoor	adv	de hele tijd
aldoordringend	adj	van iets dat het overal doorheen gaat
aldoordringende	=	aldoordringend
aldoordringends	=	aldoordringend
aldose	noun	een suiker dat een aldehydegroep bevat
aldosen	=	aldose
aldoses	=	aldose
aldra	adv|formal	spoedig, weldra, aanstonds
aldus	adv	zo, op deze manier
ale	noun	Engels bier
aleatorisch	adj	afhankelijk van toeval
aleatorische	=	aleatorisch
aleatorischer	=	aleatorisch
aleatorischere	=	aleatorisch
aleatorischers	=	aleatorisch
alechem	prep	met u (in: sjalom alechem)
aleer	conj|formal	voordat
alef	noun	eerste letter van het Hebreeuwse alfabet
alefbeet	noun	alfabet
alefbeis	noun	alfabet
alefniveau	noun	mate van oneindigheid
alefniveau's	=	alefniveau
alefs	=	alef
aleichem	prep	met u (in: sjolem aleichem en aleichem sjolem)
alembiek	=	alambiek
alen	noun	een orde Saccopharyngiformes van straalvinnigen.
aleoetenstern	noun	Onychoprion aleuticus een zeevogel uit de familie Laridae (meeuwen) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
aleoetensternen	=	aleoetenstern
aleoetensterns	=	aleoetenstern
aleoetensterntje	=	aleoetenstern
aleoetensterntjes	=	aleoetenstern
aleph	=	alef
aleppobuil	noun	granulomateuze huidulceratie, endemisch in Azië, Afrika, het Middellandse Zeegebied en delen van Zuid-Amerika veroorzaakt door Leishmania tropica
aleppobuilen	=	aleppobuil
aleppobuiltje	=	aleppobuil
aleppobuiltjes	=	aleppobuil
aleppoden	noun	Pinus halepensis een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
aleppodennen	=	aleppoden
aleppodennetje	=	aleppoden
aleppodennetjes	=	aleppoden
alert	noun	waarschuwingsbericht	adj	oplettend, snel reagerend
alerte	=	alert
alerteer	=	alerteren
alerteerde	=	alerteren
alerteerden	=	alerteren
alerteert	=	alerteren
alerter	=	alert
alertere	=	alert
alerteren	verb	alert maken op mogelijk gevaar, bv. attenderen op het risico van een terroristische aanval
alerterend	=	alerteren
alerterende	=	alerteren
alertering	noun	het alerteren, de waarschuwing
alerteringen	=	alertering
alerteringssysteem	noun	systeem van procedures en technische hulpmiddelen om in geval van nood of dreiging alle benodigde personen en diensten te kunnen waarschuwen
alerteringssysteempje	=	alerteringssysteem
alerteringssysteempjes	=	alerteringssysteem
alerteringssystemen	=	alerteringssysteem
alerterinkje	=	alertering
alerterinkjes	=	alertering
alerters	=	alert
alertheden	=	alertheid
alertheid	noun	het alert zijn; het oplettend zijn
alertje	=	alert
alertjes	=	alert
alerts	=	alert
alertst	=	alert
alertste	=	alert
ales	=	ale
alethe	noun	zangvogels uit de geslachten Alethe of Chamaetylas van de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
aletheia	noun	onverborgenheid, waarheid, onverhuld
alethes	=	alethe
alethetje	=	alethe
alethetjes	=	alethe
aletje	=	ale
aletjes	=	ale
alevel	conj	desondanks, niettemin, echter, toch
aleviet	noun	moslim die een meer humanistische, spirituele variant van het sjiisme belijdt Alevieten vormen in Turkije, Nederland en België na de soennieten de grootste geloofsgemeenschap onder Turkse moslims.
alevieten	=	aleviet
alevitisch	adj	met betrekking tot de alevieten
alevitische	=	alevitisch
alevitischer	=	alevitisch
alevitischere	=	alevitisch
alevitischers	=	alevitisch
alewijn	noun	aloë
alewijnen	=	alewijn
alewijntje	=	alewijn
alewijntjes	=	alewijn
alexanderkoesimanse	noun	Crossarchus alexandri roofdier uit de familie van mangoesten (Herpestidae).
alexanderkoesimanses	=	alexanderkoesimanse
alexanderkoesimansje	=	alexanderkoesimanse
alexanderkoesimansjes	=	alexanderkoesimanse
alexanderparkiet	noun	Psittacula alexandri een papegaaiachtige uit de familie van de papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae).
alexanderparkieten	=	alexanderparkiet
alexanderparkietje	=	alexanderparkiet
alexanderparkietjes	=	alexanderparkiet
alexandrijn	noun	versregel die uit zes jamben bestaat
alexandrijnen	=	alexandrijn
alexie	noun	onvermogen om te lezen, door een aandoening waarbij je hersens geen verband leggen tussen waargenomen tekst en mogelijke betekenissen
alf	noun	elf; een mythologisch wezen dat meestal over bovennatuurlijke krachten beschikt
alfa	noun	α, eerste letter van het Griekse alfabet
alfa's	=	alfa
alfa-effect	noun	het effect waarbij een nucleofiel centrum een verhoogde nucleofiliciteit vertoont als gevolg van de aanwezigheid van een naburig atoom (alfa-atoom) dat een of meerdere vrije elektronenparen bezit
alfa-effecten	=	alfa-effect
alfaatje	=	alfa
alfaatjes	=	alfa
alfabeet	noun	iemand die kan lezen en schrijven
alfabeetje	=	alfabeet
alfabet	noun	de gezamenlijke lettertekens waarmee een taal schriftelijk wordt weergegeven, in hun bepaalde volgorde
alfabeten	=	alfabeet
alfabeties	=	alfabetisch
alfabetisch	adj	gerangschikt volgens de letters van het alfabet beginnend bij de A en eindigend bij de Z
alfabetische	=	alfabetisch
alfabetischer	=	alfabetisch
alfabetischere	=	alfabetisch
alfabetischers	=	alfabetisch
alfabetiseer	=	alfabetiseren
alfabetiseerde	=	alfabetiseren
alfabetiseerden	=	alfabetiseren
alfabetiseert	=	alfabetiseren
alfabetisere	=	alfabetiseren
alfabetiseren	verb	lezen en schrijven aanleren
alfabetiserend	=	alfabetiseren
alfabetiserende	=	alfabetiseren
alfabetisering	noun	het alfabetiseren
alfabetiseringen	=	alfabetisering
alfabetiseringsambassadeur	noun	oorspronkelijk laaggeletterd persoon die op latere leeftijd heeft leren lezen en schrijven en nu vertelt, ter stimulering voor anderen om weer naar school te gaan, hoe het feit dat hij nu kan lezen en schrijven zijn leven veranderd heeft
alfabetiseringsambassadeuren	=	alfabetiseringsambassadeur
alfabetiseringsambassadeurs	=	alfabetiseringsambassadeur
alfabetiseringscursus	noun	een reeks lessen die als doel hebben de leerling te leren lezen en schrijven
alfabetiseringscursusje	=	alfabetiseringscursus
alfabetiseringscursusjes	=	alfabetiseringscursus
alfabetiseringscursussen	=	alfabetiseringscursus
alfabetiseringsproject	noun	programma dat als doel heeft mensen te leren lezen en schrijven
alfabetiseringsprojecten	=	alfabetiseringsproject
alfabetisme	noun	het kunnen lezen en schrijven
alfabetje	=	alfabet
alfabetjes	=	alfabet
alfabets	=	alfabet
alfabetserie	noun	delen van een geheel gebaseerd op de 26 letters van het alfabet
alfabetseries	=	alfabetserie
alfabetserietje	=	alfabetserie
alfabetserietjes	=	alfabetserie
alfabetten	=	alfabet
alfadeeltje	noun	een positief deeltje dat voorkomt in de radioactieve straling die geproduceerd wordt door sommige radionucleïden
alfadeeltjes	=	alfadeeltje
alfafaculteit	noun	faculteit van de menswetenschappen (niet-exacte vakken)
alfafaculteiten	=	alfafaculteit
alfaglucosidase	noun	enzym dat de omzetting van zetmeel in glucose bevordert
alfagram	noun	een speciaal soort anagram waarbij de letters van een woord of zin in alfabetische volgorde worden herschikt, waardoor een nieuw woord of zin ontstaat
alfagrammen	=	alfagram
alfagrammetje	=	alfagram
alfagrammetjes	=	alfagram
alfagras	noun	Macrochloa tenacissima gras dat groei in Nood-Afrika en Spanje en dat o.a. wordt gebruikt voor het maken van touw en espadrilles
alfahulp	noun	iemand die in de gezinsverzorging werkt en in loondienst werkzaam is bij de patiënt/cliënt zelf
alfahulpen	=	alfahulp
alfalfa	noun	ontkiemde zaden van luzerne Medicago sativa
alfaman	noun	dominante man die zich hanig, stoer (tegenover vrouwen) gedraagt
alfamannen	=	alfaman
alfamannetje	=	alfaman
alfamannetjes	=	alfaman
alfanumeriek	adj	een verzamelnaam voor de letters van het alfabet en de cijfers 0 tot en met 9
alfanumerieke	=	alfanumeriek
alfanumerieker	=	alfanumeriek
alfanumeriekere	=	alfanumeriek
alfanumeriekers	=	alfanumeriek
alfanumerieks	=	alfanumeriek
alfanumeriekst	=	alfanumeriek
alfanumeriekste	=	alfanumeriek
alfaproteobacteriën	=	α-proteobacteriën
alfastraal	noun	bundel ioniserende straling bestaande uit de kernen van heliumatomen
alfastralen	=	alfastraal
alfastraling	noun	een vorm van radioactiviteit die bestaat uit ⁴He-kernen
alfastralingen	=	alfastraling
alfatype	noun	dominerend persoon
alfatypen	=	alfatype
alfatypes	=	alfatype
alfatypetje	=	alfatype
alfatypetjes	=	alfatype
alfavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter alfa
alfavarianten	=	alfavariant
alfaversie	noun	versie van computersoftware die nog niet af is
alfaversies	=	alfaversie
alfaversietje	=	alfaversie
alfaversietjes	=	alfaversie
alfawetenschap	noun	elk van de wetenschappen van de alfa-afdeling, met name taalkunde, letterkunde, geschiedenis, rechtsgeleerdheid ('rechten') en theologie
alfawetenschappen	=	alfawetenschap
alfawolf	noun	achterhaalde aanduiding voor de aanvoerder binnen een roedel wolven Canis lupus In natuurlijke omstandigheden bestaat een roedel uit een ouderpaar dat een groep van hun kinderen aanvoert.
alfawolven	=	alfawolf
alfje	=	alf
alfjes	=	alf
alfken	=	alf
alfkens	=	alf
alg	noun	in water voorkomende vaatloos, op een plant gelijkend organisme
algauw	adv	spoedig, snel
algazel	noun	Oryx dammah een antilope
algazellen	=	algazel
algazelletje	=	algazel
algazelletjes	=	algazel
alge	noun	in water voorkomende vaatloos, op een plant gelijkend organisme
algebra	noun	deel van de wiskunde dat zich bezighoudt met de betrekkingen van door letters en tekens aangeduide grootheden
algebraoefening	noun	wiskundesom die dient om algebraïsche vaardigheden te leren
algebraoefeningen	=	algebraoefening
algebraïsch	adj	betrekking hebbend op de algebra, gebaseerd zijn op de algebra
algebraïsche	=	algebraïsch
algebraïscher	=	algebraïsch
algebraïschere	=	algebraïsch
algebraïschers	=	algebraïsch
algebraïscht	=	algebraïsch
algebraïschte	=	algebraïsch
algebraïst	noun	kenner van de algebra
algebraïsten	=	algebraïst
algeheel	adj	helemaal, geheel, totaal, volledig
algeheels	=	algeheel
algehele	=	algeheel
algelijk	adv	op gelijke wijze
algemeen	adj	iedereen betreffend, van iedereen	noun	meestal
algemeenheden	=	algemeenheid
algemeenheid	noun	de mate waarin iets veel voorkomt
algemeens	=	algemeen
algemeenst	=	algemeen
algemeenste	=	algemeen
algemeenverbindendverklaring	noun	economie een juridisch instrument in Nederland waarbij een cao (collectieve arbeidsovereenkomst) of bepaalde bepalingen uit een cao door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid algemeen verbindend worden verklaard.
algemeenverbindendverklaringen	=	algemeenverbindendverklaring
algemeenverbindendverklarinkje	=	algemeenverbindendverklaring
algemeenverbindendverklarinkjes	=	algemeenverbindendverklaring
algemene	=	algemeen
algemenen	=	algemeen
algemener	=	algemeen
algemenere	=	algemeen
algemeners	=	algemeen
algemeniteit	noun	het algemeen-zijn
algemeniteiten	=	algemeniteit
algen	noun	gebruikt als verzamelterm voor soorten die niet tot de landplanten behoren, Algae Er bestaan verschillende opvattingen over de afbakening en het is geen groep meer met een duidelijke taxonomische status.
algenbloei	noun	woekering van kleine wieren, waardoor het water verkleurt
algeneters	noun	het enige geslacht (Gyrinocheilus) binnen de gelijknamige familie algeneters (Gyrinocheilidae) in de vissenorde karperachtigen (Cypriniformes).
algengroei	noun	toename van het aantal algen dat ergens aanwezig is
algentapijt	noun	geheel van wiertjes die een meestal groene laag vormen op een vochtige ondergrond of op een bodem onder water
algentapijten	=	algentapijt
algenvrij	adj	zonder algen
algenvrije	=	algenvrij
algenvrijer	=	algenvrij
algenvrijere	=	algenvrij
algenvrijers	=	algenvrij
algenvrijs	=	algenvrij
algenvrijst	=	algenvrij
algenvrijste	=	algenvrij
algenwolk	noun	wolkachtige structuur in het water gevormd door een grote hoeveelheid eencellige plantjes
algenwolken	=	algenwolk
algenzakdrager	noun	Dahlica lichenella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
algenzakdragers	=	algenzakdrager
algenzakdragertje	=	algenzakdrager
algenzakdragertjes	=	algenzakdrager
algerijn	noun	een inwoner van Algerije, of iemand afkomstig uit Algerije
algerijnen	=	algerijn
algerijns	adj	uit/afkomstig van Algerije
algerijnse	noun	een vrouwelijke inwoner van Algerije, of een vrouw afkomstig uit Algerije
algerijnsen	=	algerijnse
algerijnser	=	algerijns
algerijnsere	=	algerijns
algerijnsers	=	algerijns
algerijnst	=	algerijns
algerijnste	=	algerijns
algerijntje	=	algerijn
algerijntjes	=	algerijn
algiers	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Algiers
algierse	noun	een vrouwelijke inwoner van Algiers, of een vrouw afkomstig uit Algiers
algiersen	=	algierse
algierser	noun	een inwoner van Algiers, of iemand afkomstig uit Algiers
algiersers	=	algierser
alginaat	noun	een hydrofiel polymeer, met als hoofdbestanddeel alginezuur dat gemaakt wordt uit zeewier en o.a. als verdikkingsmiddel in de voedingsindustrie wordt toegepast
algje	=	alg
algjes	=	alg
algoed	adj	van iets dat het helemaal goed is
algoede	=	algoed
algoedheid	noun	iets wat helemaal goed is
algoeds	=	algoed
algonkium	noun	geologisch tijdperk waarin de eerste meercellige levensvormen ontstonden
algorist	noun	persoon die kan rekenen met decimale getallen
algoristen	=	algorist
algorithme	=	algoritme
algoritme	noun	eindige reeks instructies om vanuit een gegeven begintoestand het daarbij behorende doel te bereiken
algoritmen	=	algoritme
algoritmes	noun	programmatuur die bepaalt welke resultaten op een zoekmachine of bijdragen op social media eerder aan een gebruiker worden getoond worden
algoritmetje	=	algoritme
algoritmiek	noun	ontwerpen, analyseren en implementeren van algoritmes
algoritmieken	=	algoritmiek
algoritmisch	adj	volgens een wiskundig recept; met behulp van een door een computer uitgevoerd wiskundig recept
algoritmische	=	algoritmisch
algoritmischer	=	algoritmisch
algoritmischere	=	algoritmisch
algoritmischers	=	algoritmisch
algoritmischt	=	algoritmisch
algoritmischte	=	algoritmisch
alhidade	noun	een draaibare arm, wijzer, liniaal of vizier van een gradenboog, die op verschillende peiltoestellen kompas, sextant enz. wordt toegepast om het aantal graden van een peiling af te lezen
alhidades	=	alhidade
alhidadetje	=	alhidade
alhidadetjes	=	alhidade
alhier	adv	in deze plaats
alhoewel	conj	leidt een toegeving in waarvan de hoofdzin de geldigheid wegneemt
alia	noun	emigratie naar Israël
alia's	=	alia
alias	noun	een bijnaam	adv	anders gezegd, ook wel genaamd
aliassen	=	alias
alibi	noun	het kunnen aantonen dat men elders was tijdens het zich voltrekken van een misdaad, waardoor men uitgesloten kan worden van beschuldiging
alibi's	=	alibi
alibiali	noun	allochtoon die in een functie slechts getolereerd wordt om de schijn van discriminatie te vermijden
alibiali's	=	alibiali
alibiali'tje	=	alibiali
alibiali'tjes	=	alibiali
alibietje	=	alibi
alibisliding	noun	een voetbalterm voor een sliding die een speler maakt zonder dat deze echt nodig is of effect heeft, puur om te laten zien dat hij 'actie onderneemt'.
alibislidings	=	alibisliding
alibislidinkje	=	alibisliding
alibislidinkjes	=	alibisliding
alice-in-wonderlandsyndromen	=	alice-in-wonderlandsyndroom
alice-in-wonderlandsyndroom	noun	metamorfopsie
alicespringsmuis	noun	Pseudomys fieldi een knaagdier uit het geslacht Pseudomys dat voorkomt in Australië.
alicespringsmuisje	=	alicespringsmuis
alicespringsmuisjes	=	alicespringsmuis
alicespringsmuizen	=	alicespringsmuis
alien	noun	een, gewoonlijk intelligent, buitenaards wezen
alien-handsyndromen	=	alien-handsyndroom
alien-handsyndroom	noun	een neurologische aandoening, waarbij een ledemaat (meestal de hand) van een persoon gedragingen vertoont, zonder dat dit de intentie van de persoon is
alienbroederij	noun	fictief bedrijf dat buitenaardse wezens zou kweken
alienbroederijen	=	alienbroederij
alienkoningin	noun	fictieve heerseres van buitenaardse wezens
alienkoninginnen	=	alienkoningin
aliens	=	alien
alieë	noun	het opgeroepen worden voor het lezen van de Tora
alieës	=	alieë
alignatie	noun	plaatsing zoveel mogelijk op een rechte lijn
alignaties	=	alignatie
aligneer	=	aligneren
aligneerde	=	aligneren
aligneerden	=	aligneren
aligneert	=	aligneren
alignement	noun	het geheel van rechte lijnen, bogen en overgangsbogen waarmee de as van een verkeersweg, spoorbaan of waterweg is gedefinieerd in drie dimensies
alignementen	=	alignement
alignere	=	aligneren
aligneren	verb	met elkaar in overeenstemming brengen; zorgen dat iedereen op één lijn zit
alignerend	=	aligneren
alignerende	=	aligneren
alignering	noun	het op één lijn brengen
aligneringen	=	alignering
alikas	noun	witte knikker van marmer of albast
alikassen	=	alikas
alikruik	noun	eetbare zeeslak Littorina littorea
alikruiken	noun	Littorina een geslacht van Gastropoda, dat fossiel bekend is vanaf het paleoceen.
alikruikje	=	alikruik
alikruikjes	=	alikruik
alim	noun	een islamitische geleerde
alimentair	adj	met betrekking tot de voeding
alimentairder	=	alimentair
alimentairdere	=	alimentair
alimentairders	=	alimentair
alimentaire	=	alimentair
alimentairs	=	alimentair
alimentairst	=	alimentair
alimentairste	=	alimentair
alimentatie	noun	toelage voor levensonderhoud na echtscheiding aan ex-partner en/of kind(eren)
alimentatieachterstand	noun	het niet op tijd hebben betaald van toelage voor levensonderhoud na echtscheiding aan ex-partner en/of kind(eren)
alimentatieachterstanden	=	alimentatieachterstand
alimentatieachterstandje	=	alimentatieachterstand
alimentatieachterstandjes	=	alimentatieachterstand
alimentatiebetaling	noun	overmaken van toelage voor levensonderhoud na echtscheiding aan ex-partner en/of kind(eren)
alimentatiebetalingen	=	alimentatiebetaling
alimentatieduur	noun	de periode dat men een toelage voor levensonderhoud na echtscheiding aan ex-partner en/of kind(eren) moet betalen
alimentatiegeld	noun	geld dat dient als toelage voor levensonderhoud, na een echtscheiding, van ex-partner en/of kind(eren)
alimentatiegelden	=	alimentatiegeld
alimentatieplicht	noun	de verplichting om een onderhoudsbijdrage te leveren aan iemand waarmee men vroeger getrouwd was
alimentatieplichten	=	alimentatieplicht
alimentatieplichtig	adj	het verplicht zijn een toelage voor levensonderhoud na echtscheiding van ex-partner en/of kind(eren) te betalen
alimentatieplichtige	noun	persoon die verplicht is een geldelijke vergoeding te betalen aan iemand waarmee hij of zij vroeger getrouwd is geweest
alimentatieplichtigen	=	alimentatieplichtige
alimentatieplichtiger	=	alimentatieplichtig
alimentatieplichtigere	=	alimentatieplichtig
alimentatieplichtigers	=	alimentatieplichtig
alimentatieplichtigs	=	alimentatieplichtig
alimentatieplichtigst	=	alimentatieplichtig
alimentatieplichtigste	=	alimentatieplichtig
alimentaties	=	alimentatie
alimentatietje	=	alimentatie
alimentatietjes	=	alimentatie
alimentatiezaak	noun	juridisch geschil over de hoogte van de vergoeding die betaalt moet worden bij een echtscheiding aan de minstverdienende partner
alimentatiezaakje	=	alimentatiezaak
alimentatiezaakjes	=	alimentatiezaak
alimentatiezaken	=	alimentatiezaak
alims	=	alim
alinea	noun	een onderverdeling van een stuk geschreven tekst, gewoonlijk bestaande uit een paar zinnen en aangegeven door een inspringende regel of door een witregel.
alinea's	=	alinea
alinea-indeling	noun	de verdeling van een tekst in alinea's
alinea-indelingen	=	alinea-indeling
alineaatje	=	alinea
alineaatjes	=	alinea
alineaniveau	noun	op de schaal van alinea's; per alinea
alineaniveau's	=	alineaniveau
alineanummer	noun	identificatienummer van een stuk tekst met een lengte van enkele zinnen; volgnummer van een alinea
alineanummers	=	alineanummer
alineanummertje	=	alineanummer
alineanummertjes	=	alineanummer
alineaprofiel	noun	methode om de structuur en inhoud van een alinea te analyseren en te beoordelen
alineaprofielen	=	alineaprofiel
alineaprofieltje	=	alineaprofiel
alineaprofieltjes	=	alineaprofiel
alineascheiding	noun	de manier waarop de overgang tussen twee alinea's is aangegeven meestal gaat het om een witregel of een inspringing van de linkerkantlijn
alineascheidingen	=	alineascheiding
alineastructuren	=	alineastructuur
alineastructuur	noun	de opbouw van een alinea
alineateken	noun	een symbool dat binnen een paragraaf een alinea aanduidt
alineatekens	=	alineateken
aliot	=	alia
alismabladroller	noun	Gynnidomorpha alismana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
alismabladrollers	=	alismabladroller
alismabladrollertje	=	alismabladroller
alismabladrollertjes	=	alismabladroller
aliterair	adj	zonder geremd te worden door kennis van of gevoel voor letterkunde
aliteraire	=	aliterair
aliterairs	=	aliterair
alizarine	noun	een rood pigment dat oorspronkelijk uit de wortels van meekrap (Rubia tinctorum) gewonnen werd, maar tegenwoordig vooral synthetisch gemaakt wordt uit ftaalzuuranhydride en ortho-hydrochinon
aliënatie	noun	gevoel dat iets niet langer eigen, vertrouwd en begrijpelijk is
aliënaties	=	aliënatie
aliëneer	=	aliëneren
aliëneerde	=	aliëneren
aliëneerden	=	aliëneren
aliëneert	=	aliëneren
aliënere	=	aliëneren
aliëneren	verb	vervreemden
aliënerend	=	aliëneren
alk	noun	benaming voor zeevogels uit de familie Alcidae
alkaan	noun	een koolwaterstof met alleen enkele bindingen gekenmerkt door de algemene formule CₙH₂ₙ₊₂ die wel verzadigde koolwaterstoffen worden genoemd
alkaantje	=	alkaan
alkali	noun	hydroxide van een alkalimetaal
alkalien	adj	basisch, een hoge zuurgraad bezittend
alkaliene	=	alkalien
alkaliener	=	alkalien
alkalienere	=	alkalien
alkalimetaal	noun	de naam voor elk element uit de eerste chemische reeks van het periodiek systeem
alkalimetaaltje	=	alkalimetaal
alkalimetalen	=	alkalimetaal
alkaline	noun	een loogzout dat opgelost in water een pH heeft die hoger is dan 7
alkalinen	=	alkaline
alkalines	=	alkaline
alkalisch	adj	met betrekking tot alkali (base)
alkalische	=	alkalisch
alkalischer	=	alkalisch
alkalischere	=	alkalisch
alkalischers	=	alkalisch
alkaliseer	=	alkaliseren
alkaliseerde	=	alkaliseren
alkaliseerden	=	alkaliseren
alkaliseert	=	alkaliseren
alkalisere	=	alkaliseren
alkaliseren	verb	een oplossing meer basisch en dus minder zuur maken
alkaliserend	=	alkaliseren
alkaliserende	=	alkaliseren
alkaliën	=	alkali
alkalose	noun	zuurverlies, te alkalisch bloed
alkaloses	=	alkalose
alkaloïde	noun	een stikstof bevattende plantenbase (vaak giftig)
alkaloïden	=	alkaloïde
alkaloïdes	=	alkaloïde
alkaloïdetje	=	alkaloïde
alkaloïdetjes	=	alkaloïde
alkanen	=	alkaan
alkanna	noun	naam voor planten uit het geslacht Alkanna
alkanna's	=	alkanna
alkeen	noun	onverzadigde koolwaterstofverbinding, verkregen uit ruwe olie door het kraken van alkanen met de algemene formule CₙH₂ₙ
alkeentje	=	alkeen
alkeentjes	=	alkeen
alken	noun	Alcidae een vogelfamilie van de open zee.
alkenen	=	alkeen
alkje	=	alk
alkjes	=	alk
alkmaarder	noun	een inwoner van Alkmaar, of iemand afkomstig uit Alkmaar	adj	op Alkmaar betrekking hebbend
alkmaarders	=	alkmaarder
alkmaardertje	=	alkmaarder
alkmaardertjes	=	alkmaarder
alkmaars	adj	op Alkmaar betrekking hebbend
alkmaarse	noun	een vrouwelijke inwoner van Alkmaar, of een vrouw afkomstig uit Alkmaar
alkmaarsen	=	alkmaarse
alkmaarser	=	alkmaars
alkmaarsere	=	alkmaars
alkmaarsers	=	alkmaars
alkmaarst	=	alkmaars
alkmaarste	=	alkmaars
alkohol	=	alcohol
alkoof	noun	een kleine raamloze zijkamer, vaak gebruikt als slaapkamer
alkoofje	=	alkoof
alkoofjes	=	alkoof
alkoven	=	alkoof
alkstormvogeltje	noun	bepaald soort kleine zeevogel, Pelecanoides urinatrix uit de familie Procellariidae Het is een kleine wat mollige vogel die 20 tot 25 centimeter groot wordt.
alkstormvogeltjes	noun	een geslacht Pelecanoides van vogels uit de familie stormvogels en pijlstormvogels en de orde Procellariiformes (Buissnaveligen).
alkyl	noun	functionele groep afgeleid van alkanen.
alkyleer	=	alkyleren
alkyleerde	=	alkyleren
alkyleerden	=	alkyleren
alkyleert	=	alkyleren
alkylen	=	alkyl
alkylere	=	alkyleren
alkyleren	verb	een waterstofatoom door een alkylgroep vervangen
alkylerend	=	alkyleren
alkylerende	=	alkyleren
alkylgroep	noun	de functionele groep die ontstaat door aan een alkaan een waterstofatoom te onttrekken
alkylgroepen	=	alkylgroep
alkylgroepje	=	alkylgroep
alkylgroepjes	=	alkylgroep
alkyltje	=	alkyl
all-in	adv	alles inbegrepen, zonder bijkomende kosten
all-inclusive	adj	alles inbegrepen, zonder bijgaande kosten
all-inclusives	=	all-inclusive
all-informule	noun	werkwijze in o.a. de horeca waarbij men de klant vooraf één bepaald bedrag laat betalen waarna de klant alles kan gebruiken wat hij of zij maar wenst
all-informules	=	all-informule
all-inhotel	noun	hotel waarin men voor een vastbedrag gebruik kan maken van alle beschikbare faciliteiten, drankjes en maaltijden
all-inhotels	=	all-inhotel
all-inprijs	noun	de totale prijs van iets zonder dat er nog extra' kosten bijkomen
all-inprijsje	=	all-inprijs
all-inprijsjes	=	all-inprijs
all-inprijzen	=	all-inprijs
all-invakantie	noun	een vakantie waarbij alle kosten van te voren worden betaald en men tijdens de vakantie geen verdere uitgaven meer hoeft te doen
all-invakanties	=	all-invakantie
all-invakantietje	=	all-invakantie
all-invakantietjes	=	all-invakantie
alla	intj	als aansporing: kom op
allang	adv	al, al geruime tijd
allatief	noun	naamval die richting aanduidt	adj	richting aanduidend
allatiefs	=	allatief
allatieve	=	allatief
allatieven	=	allatief
alle	pron	elke, geen uitgezonderd	num	elke, geen uitgezonderd
allebei	num	alle twee, beiden
allebeide	num	alle twee, beiden
alledaags	adj	gewoon, normaal, niet bijzonder
alledaagse	=	alledaags
alledaagser	=	alledaags
alledaagsere	=	alledaags
alledaagsers	=	alledaags
alledaagsheden	=	alledaagsheid
alledaagsheid	noun	iets dat heel gewoon en niets bijzonders is
alledaagsheidje	=	alledaagsheid
alledaagst	=	alledaags
alledaagste	=	alledaags
alledag	adv	iedere dag; een gewone niet bijzondere dag
allee	noun	laan	intj	een kreet ter aansporing
alleen	adj	zonder gezelschap	adv	slechts
alleen-zijn	noun	regelmatig gezelschap ontberen
alleengaand	adj	van een reiziger dat deze zonder medereizigers reist
alleengaande	noun	iemand die alleen reist
alleengaanden	=	alleengaande
alleengaands	=	alleengaand
alleengebruik	noun	het recht om iets te gebruiken terwijl alle anderen dat niet mogen
alleenhandel	noun	het recht om een bepaalde handel te drijven terwijl alle anderen dat niet mogen
alleenheerschappij	noun	volstrekte heerschappij van één persoon
alleenheerschappijen	=	alleenheerschappij
alleenheerscher	=	alleenheerser
alleenheerser	noun	iemand die met onbeperkte oppermacht regeert
alleenheerseres	=	alleenheerser
alleenheersers	=	alleenheerser
alleenheersertje	=	alleenheerser
alleenheersertjes	=	alleenheerser
alleenlijk	adv	in je eentje zonder andere mensen
alleenpinnenkassa	noun	een kassa waar men niet met contact geld kan betalen
alleenpinnenkassa's	=	alleenpinnenkassa
alleenrecht	noun	een via de wet verkregen monopolie bijvoorbeeld door een patent of concessie
alleenrechten	=	alleenrecht
alleenrechtje	=	alleenrecht
alleenrechtjes	=	alleenrecht
alleens	=	alleen
alleenschaamte	noun	het zich schamen als men alleen naar een restaurant, film of een andere zaak gaat waar veel mensen samen met anderen naartoe gaan
alleenspraak	noun	een tekst die door één persoon wordt uitgesproken
alleenspraakje	=	alleenspraak
alleenspraken	=	alleenspraak
alleensprekend	adj	een rechter die in zijn eentje een uitspraak kan doen
alleensprekende	=	alleensprekend
alleensprekends	=	alleensprekend
alleenst	=	alleen
alleenstaand	adj	zonder partner of gezin
alleenstaande	noun	iemand die geen partner heeft
alleenstaanden	=	alleenstaande
alleenstaands	=	alleenstaand
alleenste	=	alleen
alleenverdeler	noun	distributeur die de alleenverkoop van een product bezit
alleenverdelers	=	alleenverdeler
alleenverdienend	adj	als enige in een huishouden geld verdienend
alleenverdienende	noun	persoon die als enige van een huishouden geld verdient
alleenverdienenden	=	alleenverdienende
alleenverdienends	=	alleenverdienend
alleenverdiener	noun	iemand die als enige in een huishouden een inkomen verwerft
alleenverdieners	=	alleenverdiener
alleenverkoop	noun	het recht om als enige in een bepaald gebied een bepaald product te verkopen
alleenverkopen	=	alleenverkoop
alleenvertegenwoordiger	noun	persoon die als enige verkoper van een bepaald bedrijf optreedt in een bepaalde markt
alleenvertegenwoordigers	=	alleenvertegenwoordiger
alleenvertegenwoordiging	noun	dat één persoon of één partij de exclusieve bevoegdheid heeft om juridisch, commercieel of bestuurlijk namens een ander op te treden
alleenvertegenwoordigingen	=	alleenvertegenwoordiging
alleenvertegenwoordigingetje	=	alleenvertegenwoordiging
alleenvertegenwoordigingetjes	=	alleenvertegenwoordiging
alleenvertoningsrecht	noun	het recht om als enige een bepaalde film te draaien in een bioscoop
alleenvertoningsrechten	=	alleenvertoningsrecht
alleenwonend	adj	van een persoon dat deze in zijn eentje een huishouding vormt
alleenwonende	=	alleenwonend
alleenwonends	=	alleenwonend
alleenzaligmakend	adj	van iets dat het de enige manier is om in de hemel te komen
alleenzaligmakende	=	alleenzaligmakend
alleenzaligmakender	=	alleenzaligmakend
alleenzaligmakendere	=	alleenzaligmakend
alleenzaligmakenders	=	alleenzaligmakend
alleenzaligmakends	=	alleenzaligmakend
alleenzaligmakendst	=	alleenzaligmakend
alleenzaligmakendste	=	alleenzaligmakend
allees	=	allee
alleetje	=	allee
alleetjes	=	allee
alleeën	=	allee
allegaar	adv	alles bij elkaar
allegaartje	noun	een bonte verzameling, een verzameling van zeer ongelijke mensen of zaken
allegaartjes	=	allegaartje
alleghenybeeksalamander	noun	Desmognathus ochrophaeus een salamander uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
alleghenybeeksalamanders	=	alleghenybeeksalamander
alleghenybeeksalamandertje	=	alleghenybeeksalamander
alleghenybeeksalamandertjes	=	alleghenybeeksalamander
allegorie	noun	een metafoor in de vorm van personificatie van iets abstracts op grond van gelijkenis, met name gebruikt in de letterkunde en de beeldende kunst
allegorietje	=	allegorie
allegorietjes	=	allegorie
allegorieën	=	allegorie
allegorisch	adj	betrekking hebbend op het uitbeelden van een abstract begrip
allegorische	=	allegorisch
allegorischer	=	allegorisch
allegorischere	=	allegorisch
allegorischers	=	allegorisch
allegorischt	=	allegorisch
allegorischte	=	allegorisch
allegoriseer	=	allegoriseren
allegoriseerde	=	allegoriseren
allegoriseerden	=	allegoriseren
allegoriseert	=	allegoriseren
allegorisere	=	allegoriseren
allegoriseren	verb	als een allegorie voorstellen
allegoriserend	=	allegoriseren
allegoriserende	=	allegoriseren
allegorisme	noun	een veelvoorkomend type geschilderde voorstelling in de barok
allegretto	noun	muzikaal stuk dat in allegretto wordt uitgevoerd	adv	iets minder snel tempo, maar sierlijker dan allegro
allegretto's	=	allegretto
allegro	adv	opgewekt en levendig gespeeld zodat het vrolijk klinkt	noun	muziekstuk of deel daarvan dat opgewekt en levendig gespeeld moet worden
allegro's	=	allegro
allegrootje	=	allegro
allegrootjes	=	allegro
allehens	noun	iedereen
allehensje	=	allehens
allehensjes	=	allehens
allejezus	adv|informal	heel erg	intj|vulgar	uitroep van ergernis
allel	noun	elk van de alternatieve uitvoeringen van een gen, die allemaal in homologe chromosomen op dezelfde plaats liggen
allelen	=	allel
allelfrequentie	noun	is een getal om aan te geven hoe vaak een bepaald allel binnen een populatie voorkomt
alleluja	noun	oproep in een aantal psalmen om de Heer te prijzen (24× in OT: Ps. 104:35 +; ook 4× in NT)
alleluja's	=	alleluja
allelujaatje	=	alleluja
allemaal	pron	als bepaling van gesteldheid: in zijn geheel, zonder uitzondering
allemachtig	adv|vulgar	verbazingwekkend, bijzonder, enorm	intj|vulgar	een uitroep van verbazing
allemachtige	=	allemachtig
allemachtiger	=	allemachtig
allemachtigere	=	allemachtig
allemachtigers	=	allemachtig
allemachtigs	=	allemachtig
allemachtigst	=	allemachtig
allemachtigste	=	allemachtig
alleman	pron	iedereen, de gehele ploeg
allemande	noun	een rustige stapdans van Duitse oorsprong die bestaat uit een tweedelige 4/4 maat met veel zestiende noten
allemandes	=	allemande
allemansgading	noun	een product dat voor iedereen geschikt is
allemansgadingen	=	allemansgading
allemansgek	noun	iemand die te goed is voor zijn medemens en regelmatig wordt bedrogen
allemansgekken	=	allemansgek
allemansvriend	noun	iemand die door iedereen geliefd is en geen vijanden heeft
allemansvrienden	=	allemansvriend
allemansvriendin	=	allemansvriend
allemansvriendje	=	allemansvriend
allemansvriendjes	=	allemansvriend
allemensen	intj	lieve hemel, drukt grote verbazing uit, soms ook met enige ergernis
allen	pron	alle ; allemaal, iedereen	num	alle ; allemaal
allene	=	alleen
allenen	=	alleen
allener	=	alleen
allenere	=	alleen
alleners	=	alleen
allengs	adv	geleidelijk over een langere tijd
allenig	adj	alleen
allenige	=	allenig
alleniger	=	allenig
allenigere	=	allenig
allenigers	=	allenig
alleniglijk	adj	eenzaam en alleen; in je eentje
alleniglijke	=	alleniglijk
alleniglijker	=	alleniglijk
alleniglijkere	=	alleniglijk
alleniglijkers	=	alleniglijk
alleniglijks	=	alleniglijk
alleniglijkst	=	alleniglijk
alleniglijkste	=	alleniglijk
allenigs	=	allenig
allenigst	=	allenig
allenigste	=	allenig
aller	pron	van alle
alleraangenaamst	adj	het aangenaamst mogelijke
alleraangenaamste	=	alleraangenaamst
alleraardigst	adj	heel leuk of aantrekkelijk op een gemoedelijke manier
alleraardigste	=	alleraardigst
alleraardigsts	=	alleraardigst
alleraerdigst	=	alleraardigst
allerakeligst	adj	heel vervelend en naar
allerakeligste	=	allerakeligst
allerallergeenarmst	adj	met uiterst weinig stoffen waar men allergisch op kan reageren
allerallergeenarmste	=	allerallergeenarmst
allerallergeenvrijst	adj	helemaal zonder stoffen waar men allergisch op kan reageren
allerallergeenvrijste	=	allerallergeenvrijst
allerarmst	adj	in de ernstigste armoede
allerarmste	noun	persoon die heel weinig geld te besteden heeft Alleen gangbaar in het meervoud; het enkelvoud komt soms voor als zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord.
allerarmsten	noun	mensen die het minste geld te besteden hebben
allerbekendst	adj	bekender dan alle anderen
allerbekendste	=	allerbekendst
allerbekoorlijkst	adj	heel erg aantrekkelijk
allerbekoorlijkste	=	allerbekoorlijkst
allerbelabberdst	adj	verschrikkelijk slecht
allerbelabberdste	=	allerbelabberdst
allerbelangrijkst	adj	uiterst belangrijk; van het grootste belang
allerbelangrijkste	noun	persoon die van zeer groot belang is
allerbelangrijksten	=	allerbelangrijkste
allerbeminnelijkst	adj	heel erg aardig in de omgang
allerbeminnelijkste	=	allerbeminnelijkst
allerberoerdst	adj	heel erg slecht of waardeloos
allerberoerdste	=	allerberoerdst
allerbest	adj	heel erg goed, helemaal goed
allerbeste	=	allerbest
allerbests	=	allerbest
allercharmantst	adj	zeer aantrekkelijk en aardig; zeer prettig in de omgang
allercharmantste	=	allercharmantst
allerchristelijkst	adj	zeer sterk het christelijke geloof belijdend
allerchristelijkste	=	allerchristelijkst
allerchristelijksts	=	allerchristelijkst
allerdikst	=	dik
allerdikste	=	dik
allerdomst	adj	heel erg dom
allerdomste	=	allerdomst
allerdomsts	=	allerdomst
allerduurst	adj	zeer duur; duurder dan al het andere
allerduurste	=	duur
allereenvoudigst	adj	eenvoudiger dan alle anderen
allereenvoudigste	=	allereenvoudigst
allereerst	adj	komend vóór elk ander	adv	geheel op de eerste plaats
allereerste	=	allereerst
allerergst	=	erg
allerergste	=	erg
allerfijnst	adj	met een uiterste verfijndheid
allerfijnste	=	allerfijnst
allerfoutst	adj	heel erg verkeerd
allerfoutste	=	allerfoutst
allergeen	noun	stof die overgevoeligheid veroorzaakt
allergeentje	=	allergeen
allergeentjes	=	allergeen
allergenen	=	allergeen
allergeschiktst	adj	met precies de juiste eigenschappen
allergeschiktste	=	allergeschiktst
allergetrouwst	adj	uitermate trouw zijn aan een plicht
allergetrouwste	=	allergetrouwst
allergevoeligst	adj	uitermate gevoelig; in zeer grote mate in staat zijn iets te voelen
allergevoeligste	=	allergevoeligst
allergie	noun	een ziek makende reactie van het immuunsysteem op lichaamsvreemde stoffen (allergenen).
allergietje	=	allergie
allergietjes	=	allergie
allergieën	=	allergie
allergisch	adj	overgevoelig
allergische	=	allergisch
allergischer	=	allergisch
allergischere	=	allergisch
allergischers	=	allergisch
allergischt	=	allergisch
allergischte	=	allergisch
allergoedkoopst	adj	met een heel lage prijs
allergoedkoopste	=	allergoedkoopst
allergologen	=	allergoloog
allergologie	noun	wetenschap die allergieën bestudeert
allergoloog	noun	gespecialiseerde internist die zich bezighoudt met de diagnostiek en behandeling van allergieën
allergrootst	adj	zo heel erg groot dat het nog groter niet denkbaar is
allergrootste	noun	iemand die het grootst of het meest belangrijk is
allergrootsten	=	allergrootste
allergrootsts	=	allergrootst
allerhande	noun	divers samengesteld geheel	pron	van allerlei soort
allerhardst	adj	met zeer veel kracht
allerhardste	=	allerhardst
allerhartelijkst	adj	het vriendelijk mogelijkste
allerhartelijkste	=	allerhartelijkst
allerheiligendag	noun	1 november de dag dat men alle heiligen en martelaren gedenkt binnen de rooms-katholieke kerk
allerheiligendagen	=	allerheiligendag
allerheiligenfeest	noun	christelijk feest ter nagedachtenis aan alle heiligen en martelaren
allerheiligenfeesten	=	allerheiligenfeest
allerheiligenvakantie	noun	een Belgische schoolvakantie van één week rond 1 november
allerheiligenvakanties	=	allerheiligenvakantie
allerheiligst	adj	heel erg heilig
allerheiligste	noun	dat wat de meeste verering verdient
allerheiligsten	=	allerheiligste
allerheiligsts	=	allerheiligst
allerhelderst	adj	het meest heldere
allerhelderste	=	allerhelderst
allerhoogst	adj	zo heel erg hoog dat nog hoger niet denkbaar is
allerhoogste	=	allerhoogst
allerijl	noun	archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt; met de grootst mogelijke spoed
allerjongst	adj	zeer jong
allerjongste	noun	zeer jong persoon
allerjongsten	=	allerjongste
allerkinderen	noun	feestdag van de 'Onnozele Kinderen', op 28 december; herdenking van de kindermoord in Bethlehem in opdracht van koning Herodes, beschreven in het Nieuwe Testament (Matteüs 2:16-18)
allerkinderendag	noun	28 december, de dag dat men de kinderen gedenkt die na de geboorte van Jezus Christus op bevel van Herodes werden gedood
allerkinderendagen	=	allerkinderendag
allerkleinst	adj	het kleinst mogelijkste
allerkleinste	adj	met de geringste omvang	noun	degene die of datgene dat het kleinst is
allerkleinsten	=	allerkleinste
allerkleinsts	=	allerkleinst
allerkloterigst	adj	heel erg vervelend
allerkloterigste	=	allerkloterigst
allerlaagst	adj	zeer laag; het minste
allerlaagste	=	allerlaagst
allerlaatst	adj	later dan al het andere (alle anderen)
allerlaatste	noun	iets of iemand die absoluut de laatste plaats in een reeks inneemt	adj	verbogen vorm van de absoluut overtreffende trap van laat, sterk beklemtoond laatste
allerlangst	adj	met een heel grote lengte
allerlangste	=	allerlangst
allerlei	pron	van grote verscheidenheid
allerlekkerst	adj	lekkerder dan alle anderen
allerlekkerste	noun	iets dat lekkerder is dan alle andere dingen
allerlekkersten	=	allerlekkerste
allerlekkersts	=	allerlekkerst
allerleukst	adj	grappige of prettig in de hoogst mogelijke of (bij overdrijving) in zeer hoge mate
allerleukste	=	leuk
allerleuksts	=	allerleukst
allerlichtst	adj	met het minste gewicht
allerlichtste	=	allerlichtst
allerlieflijkst	=	lieflijk
allerlieflijkste	=	lieflijk
allerliefst	adj	zo heel erg lief dat nog liever niet denkbaar is
allerliefste	=	allerliefst
allerliefsts	=	allerliefst
allerlíéfst	=	allerliefst
allermeest	adj	meer dan al het andere
allermeeste	=	allermeest
allerminst	adj	bijzonder gering; het minst van alle	adv	in het geheel niet
allerminste	=	allerminst
allermiserabelst	adj	uitermate slecht en treurig; uiterst ellendig
allermiserabelste	=	allermiserabelst
allermodernst	adj	meest nieuwe; meest moderne
allermodernste	=	allermodernst
allermoeilijkst	adj	zo moeilijk dat nog moeilijker niet denkbaar is
allermoeilijkste	=	allermoeilijkst
allermooist	adj	het mooist mogelijke
allermooiste	=	allermooist
allernaast	adj	dichterbij dan alle anderen
allernaaste	=	allernaast
allernederigst	adj	uiterst bescheiden
allernederigste	=	allernederigst
allernieuwst	adj	nieuwer, moderner dan alle anderen
allernieuwste	=	allernieuwst
allernoodzakelijkst	adj	waar men helemaal niet zonder kan
allernoodzakelijkste	=	allernoodzakelijkst
alleronderst	adj	van iets dat het helemaal beneden is zonder dat er iets is dat nog lager gelegen is
alleronderste	=	alleronderst
alleroneindigst	adj	met uiterst veel elementen
alleroneindigste	=	alleroneindigst
alleroudst	adj	met een hogere ouderdom dat alle andere zaken of personen
alleroudste	=	alleroudst
allerprettigst	adj	fijner, aangenamer dan alle andere zaken of personen
allerprettigste	=	allerprettigst
allerprimitiefst	adj	op een uiterst ongeciviliseerde manier
allerprimitiefste	=	allerprimitiefst
allerrijkst	adj	beschikkend over zeer veel financiële middelen
allerrijkste	noun	iemand die zeer veel eigendommen heeft
allerrijksten	=	allerrijkste
allersickst	adj	uiterst raar en ziek
allersickste	=	allersickst
allersimpelst	adj	eenvoudiger, makkelijker dan alle anderen
allersimpelste	=	allersimpelst
allerslechtst	adj	in de hoogste mate kwaadaardig, verwerpelijk op van lage kwaliteit
allerslechtste	noun	uiterst slecht persoon of zaak
allerslechtsten	=	allerslechtste
allerslimst	adj	intelligenter dan alle anderen; slimmer dan alle anderen; beter dan alle anderen
allerslimste	=	allerslimst
allerslimsts	=	allerslimst
allersnelst	adj	uiterst snel; sneller dan alle anderen
allersnelste	=	allersnelst
allersomberst	adj	uiterst teneergeslagen; meer teneergeslagen dan wie dan ook
allersomberste	=	allersomberst
allersterkst	adj	in hoogst denkbare mate of (bij overdrijving) in zeer hoge mate krachtig of stevig
allersterkste	=	allersterkst
allertreurigst	=	treurig
allertreurigste	=	treurig
allertrouwst	adj	uitermate trouw; trouwer dan de meeste anderen
allertrouwste	noun	uiterst trouw persoon
allertrouwsten	=	allertrouwste
allertrouwsts	=	allertrouwst
allertweedst	adj	op zeer nadrukkelijk de tweede plaats in een rangschikking
allertweedste	=	allertweedst
alleruiterst	adj	meest maximale
alleruiterste	=	alleruiterst
allerverdorvenst	adj	door en door slecht en rot
allerverdorvenste	noun	door en door slecht persoon
allerverdorvensten	=	allerverdorvenste
allerverdrietigst	adj	uiterst verdrietig
allerverdrietigste	=	allerverdrietigst
allerverrukkelijkst	adj	het meest fijne of heerlijke
allerverrukkelijkste	=	allerverrukkelijkst
allerverst	adj	het meeset verafgelegen
allerverste	=	allerverst
allervreemdst	adj	heel erg vreemd
allervreemdste	=	vreemd
allervreemdsts	=	allervreemdst
allervreselijkst	=	vreselijk
allervreselijkste	=	vreselijk
allervriendelijkst	adj	heel erg vriendelijk
allervriendelijkste	=	allervriendelijkst
allervroegst	adj	eerste in de tijd; oudste
allervroegste	=	allervroegst
allerwegen	adv	overal
allerwijst	adj	meest wijze; meest verstandige
allerwijste	=	allerwijst
allerzachtst	adj	heel erg zacht; zachter dan al het andere
allerzachtste	=	allerzachtst
allerzielendag	noun	2 november: de dag dat men binnen de rooms-katholieke kert alle overledenen herdenkt
allerzielendagen	=	allerzielendag
allerzwakst	adj	met minder kracht dan elke andere
allerzwakste	noun	iemand die in een zeer zwakke sociaal economische positie verkeert
allerzwaksten	=	allerzwakste
allerzwartst	adj	zwarter dan alle anderen
allerzwartste	=	allerzwartst
alleráárdigst	=	alleraardigst
alles	pron	al het mogelijke, de gehele verzameling of hoeveelheid zonder uitzondering
alles-of-nietspoging	noun	gewaagde poging om een ommekeer teweeg te brengen in een nadelige situatie, die helaas indien ze mislukt meestal met zich meebrengt dat de situatie verder verslechtert
alles-of-nietspogingen	=	alles-of-nietspoging
allesbehalve	adv	duidt aan dat het genoemde juist niet waar is
allesbeheersend	adj	van iets of iemand dat het alles controleert, bepaalt of beheerst
allesbeheersende	=	allesbeheersend
allesbeheersends	=	allesbeheersend
allesbepalend	adj	volledig uitmakend wat resultaat is
allesbepalende	=	allesbepalend
allesbepalends	=	allesbepalend
allesbrander	noun	kachel die meer soorten brandstof kan verbranden
allesbranders	=	allesbrander
allesbrandertje	=	allesbrander
allesbrandertjes	=	allesbrander
allesdoordringend	adj	van iets dat het overal invloed op heeft
allesdoordringende	=	allesdoordringend
allesdoordringends	=	allesdoordringend
alleseisend	adj	alles verlangend
alleseisende	=	alleseisend
alleseisends	=	alleseisend
alleseter	noun	een dier dat zowel dierlijk als plantaardig voedsel eet
alleseters	=	alleseter
allesetertje	=	alleseter
allesetertjes	=	alleseter
alleskunner	noun	iemand die heel veel kan (of die de indruk geeft alles te kunnen)
alleskunners	=	alleskunner
alleskunnertje	=	alleskunner
alleskunnertjes	=	alleskunner
allesomvattend	adj	toepasbaar voor alle situaties
allesomvattende	=	allesomvattend
allesomvattender	=	allesomvattend
allesomvattendere	=	allesomvattend
allesomvattenders	=	allesomvattend
allesomvattends	=	allesomvattend
allesomvattendst	=	allesomvattend
allesomvattendste	=	allesomvattend
allesopener	noun	keukenhulpmiddel waarmee je diverse soorten verpakkingen, zoals potten, flessen, blikken en zakjes, gemakkelijk kunt openen zonder veel kracht te hoeven gebruiken
allesopeners	=	allesopener
allesoverheersend	adj	groter, belangrijker, machtiger dan al het andere
allesoverheersende	=	allesoverheersend
allesoverheersends	=	allesoverheersend
allesoverwoekerend	adj	zo hard groeiend dat al het andere wordt weggedrukt
allesoverwoekerende	=	allesoverwoekerend
allesoverwoekerends	=	allesoverwoekerend
allesreiniger	noun	schoonmaakmiddel waarvan wordt beweerd dat men er alles mee kan schoonmaken
allesreinigers	=	allesreiniger
allesreinigertje	=	allesreiniger
allesverlammend	adj	alles en iedereen krachteloos makend
allesverlammende	=	allesverlammend
allesverlammender	=	allesverlammend
allesverlammendere	=	allesverlammend
allesverlammenders	=	allesverlammend
allesverlammends	=	allesverlammend
allesverlammendst	=	allesverlammend
allesverlammendste	=	allesverlammend
allesvernietigend	adj	alles en iedereen kapotmakend
allesvernietigende	=	allesvernietigend
allesvernietigender	=	allesvernietigend
allesvernietigendere	=	allesvernietigend
allesvernietigenders	=	allesvernietigend
allesvernietigends	=	allesvernietigend
allesvernietigendst	=	allesvernietigend
allesvernietigendste	=	allesvernietigend
allesverslindend	adj	alle middelen opeisend en verbruikend
allesverslindende	=	allesverslindend
allesverslindender	=	allesverslindend
allesverslindendere	=	allesverslindend
allesverslindenders	=	allesverslindend
allesverslindends	=	allesverslindend
allesverslindendst	=	allesverslindend
allesverslindendste	=	allesverslindend
allesverterend	adj	van iets dat het iemand helemaal in beslag neemt en vernietigd
allesverterende	=	allesverterend
allesverterends	=	allesverterend
allesverwoestend	adj	echt alles verwoestend.
allesverwoestende	=	allesverwoestend
allesverwoestends	=	allesverwoestend
allesvreter	noun	iemand die niet kieskeurig is met datgene dat het mondje binnengaat
allesvreters	=	allesvreter
alleswetend	adj	bekend zijnde met alles
alleswetende	=	alleswetend
alleswetends	=	alleswetend
allesweter	noun	zeer kundig en goed ingelicht persoon; wandelende encyclopedie
allesweters	=	allesweter
alleswetertje	=	allesweter
alleswetertjes	=	allesweter
alleszins	adv	in elk geval
allez	intj	aansporende uitdrukking: kom op, kom nou
alliage	noun	het legeren (samensmelten) van diverse metalen
alliages	=	alliage
alliance-ring	noun	ring die een verbintenis symboliseert bij voorbeeld een verlovingsring
alliancie	=	alliantie
alliantie	noun	een bondgenootschap, verbond
allianties	=	alliantie
alliantietje	=	alliantie
alliantietjes	=	alliantie
alliantievorming	noun	het smeden van een bondgenootschap; het smeden van een verbond
alliantievormingen	=	alliantievorming
allicht	adv	zeer waarschijnlijk
allieer	=	alliëren
allieerde	=	alliëren
allieerden	=	alliëren
allieert	=	alliëren
alligador	=	alligator
alligator	noun	een grote krokodilachtige uit het geslacht Alligator
alligatorhagedissen	noun	een geslacht Gerrhonotus van hagedissen die behoren tot de hazelwormen (Anguidae)
alligatorjufferduif	noun	Ptilinopus alligator een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
alligatorjufferduifje	=	alligatorjufferduif
alligatorjufferduifjes	=	alligatorjufferduif
alligatorjufferduiven	=	alligatorjufferduif
alligators	noun	een onderfamilie Alligatorinae van krokodilachtigen die behoren tot de familie alligators en kaaimannen (Alligatoridae)
alligatorschildpad	noun	Macrochelys temminckii een grote schildpaddensoort uit de familie bijtschildpadden (Chelydridae)
alligatorschildpadden	=	alligatorschildpad
alligatorschildpadje	=	alligatorschildpad
alligatorschildpadjes	=	alligatorschildpad
alligatortje	=	alligator
alligatortjes	=	alligator
allistisch	adj	niet autistisch
allistische	=	allistisch
alliteratie	noun	het gelijk zijn van de beginmedeklinkers van twee of meerdere beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen een uitdrukking, prozazin of vers
alliteraties	=	alliteratie
alliteratietje	=	alliteratie
alliteratietjes	=	alliteratie
allitereer	=	allitereren
allitereerde	=	allitereren
allitereerden	=	allitereren
allitereert	=	allitereren
alliterere	=	allitereren
allitereren	verb	beginnen met gelijke medeklinkers van twee of meerdere beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen een uitdrukking, prozazin of vers
allitererend	=	allitereren
allitererende	=	allitereren
allitteratie	noun	het gelijk zijn van de beginmedeklinkers van twee of meerdere beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen een uitdrukking, prozazin of vers
allitteraties	=	allitteratie
allitteratietje	=	allitteratie
allitteratietjes	=	allitteratie
allittereer	=	allittereren
allittereerde	=	allittereren
allittereerden	=	allittereren
allittereert	=	allittereren
allitterere	=	allittereren
allittereren	verb	beginnen met gelijke medeklinkers van twee of meerdere beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen een uitdrukking, prozazin of vers
allittererend	=	allittereren
allittererende	=	allittereren
alliëre	=	alliëren
alliëren	verb	samensmelten
alliërend	=	alliëren
alliërende	=	alliëren
allo	noun|informal	allochtoon	intj	hallo
allo's	=	allo
allocatie	noun	toewijzing
allocaties	=	allocatie
alloceer	=	alloceren
alloceerde	=	alloceren
alloceerden	=	alloceren
alloceert	=	alloceren
allocere	=	alloceren
alloceren	verb	het reserveren van geheugen.
allocerend	=	alloceren
allocerende	=	alloceren
allochthoon	=	allochtoon
allochtone	=	allochtoon
allochtonen	=	allochtoon
allochtonenbeleid	noun	inwoner met een migratieachtergrond
allochtonenproblematiek	noun	de moeilijkheden die men ervaart met personen die afkomstig zijn uit het buitenland
allochtonenproblematieken	=	allochtonenproblematiek
allochtoner	=	allochtoon
allochtonere	=	allochtoon
allochtoners	=	allochtoon
allochtonisch	adj	met betrekking tot de allochtonen
allochtonische	=	allochtonisch
allochtonischer	=	allochtonisch
allochtonischere	=	allochtonisch
allochtonischers	=	allochtonisch
allochtoon	noun	iemand die van elders afkomstig is Binnen het overheidsbeleid gaat het meer specifiek om een persoon die niet is geboren in het land of plaats waar hij woont of die ouders heeft die niet geboren zijn in het land of plaats waar hij woont.	adj	uit een ander land of plaats afkomstig
allochtoons	=	allochtoon
allochtoonst	=	allochtoon
allochtoonste	=	allochtoon
allochtoontje	=	allochtoon
allochtoontjes	=	allochtoon
allocutie	noun	toespraak meer in het bijzonder van de paus (voor een bepaalde doelgroep over een actueel onderwerp. (voornamelijk aan het college van kardinalen of - tijdens een concilie - voor de concilievaders))
allocuties	=	allocutie
allofonen	=	allofoon
allofoon	noun	een alternatieve vorm die een spraakklank in een bepaalde fonologische context aanneemt, zonder dat dit enig verschil in betekenis met zich meebrengt (i.t.t. een foneem)
allofoontje	=	allofoon
allofoontjes	=	allofoon
allogamie	noun	mengeling van verschillende zaken
allogeen	adj	van elders afkomstig
allogeens	=	allogeen
allogeenst	=	allogeen
allogeenste	=	allogeen
allogene	=	allogeen
allogener	=	allogeen
allogenere	=	allogeen
allogeners	=	allogeen
allolalie	noun	spraakstoornis door een afwijking in het spraakcentrum van de hersenen
allomorf	noun	elk van de verschillende vormen van een morfeem	adj	in een andere vorm
allomorfe	=	allomorf
allomorfen	=	allomorf
allomorfs	=	allomorf
allonge	noun	verlengstuk, verlenging
allongepruik	noun	een pruik met krullen tot aan de schouders die in de mode kwam in de tijd van Lodewijk XIV van Frankrijk
allongepruiken	=	allongepruik
allongepruikje	=	allongepruik
allongepruikjes	=	allongepruik
allonges	=	allonge
alloniem	noun	naam van een bestaande persoon die door een schrijver als schuilnaam wordt gebruikt
alloniemen	=	alloniem
alloniempje	=	alloniem
alloniempjes	=	alloniem
allooi	noun	gehalte aan bijvoorbeeld goud, samenstelling, waarde, vaak overdrachtelijk
allooien	=	allooi
allopaat	noun	regulier arts, term die alleen door homeopaten wordt gebruikt
allopathie	noun	in homeopathische kringen gebruikte term voor reguliere geneeskunde
allopathisch	adj	betrekking hebbend op de reguliere geneeskunde (zogenoemd door de homeopaten)
allopathische	=	allopathisch
allopathischer	=	allopathisch
allopathischere	=	allopathisch
allopathischers	=	allopathisch
allotransplantatie	noun	transplantatie van een orgaan van een menselijke donor naar een menselijke ontvanger
allotransplantaties	=	allotransplantatie
allotransplantatietje	=	allotransplantatie
allotransplantatietjes	=	allotransplantatie
allotria	noun	dingen die in vergelijking met andere kwesties van weinig belang zijn
allotroop	noun	andere kristallijne verschijningsvorm van dezelfde vaste stof of hetzelfde chemisch element	adj	op allotropie betrekking hebbend
allotroopje	=	allotroop
allotroops	=	allotroop
allotrope	=	allotroop
allotropen	=	allotroop
allotropie	noun	het verschijnsel dat hetzelfde chemisch element of dezelfde vaste verbinding in verschillende verschijningsvormen kan voorkomen met een verschillende kristalstructuur
allotropieën	=	allotropie
allpahuayomiervogel	noun	Percnostola arenarum een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
allpahuayomiervogels	=	allpahuayomiervogel
allpahuayomiervogeltje	=	allpahuayomiervogel
allpahuayomiervogeltjes	=	allpahuayomiervogel
allrisk	adv	van een autoverzekering dat deze niet alleen de wettelijke aansprakelijkheid dekt als men een ander schade berokkent maar ook als men door eigen schuld aan de eigen auto schade veroorzaakt
allriskverzekering	noun	overeenkomst waarbij tegen betaling van een premie alle mogelijke schade wordt vergoed die niet is veroorzaakt door eigen opzet of nalatigheid of door grootschalige natuurrampen
allriskverzekeringen	=	allriskverzekering
allround	adj	veelzijdig, van alle markten thuis zijn
allrounder	noun	iemand die alle onderdelen van zijn vak beheerst
allrounders	=	allrounder
allroundkampioene	noun	sportster die een allroundkampioenschap heeft gewonnen
allroundkampioenes	=	allroundkampioene
allroundkampioenschap	noun	wedstrijd voor sporters die niet gespecialiseerd zijn in één onderdeel van een bepaalde sport
allroundkampioenschappen	=	allroundkampioenschap
allrounds	=	allround
allroundschaatsen	verb	wedstrijdschaatsen over meerdere afstanden
allroundschaatsende	=	allroundschaatsen
allroundster	noun	vrouw die in aan meerdere disciplines van een sport deelneemt
allroundsters	=	allroundster
allroundtitel	noun	een eerbewijs voor een schaatser die tijdens een kampioenschap op de lange baan gemiddeld over de lange en korte afstanden de snelste was
allroundtitels	=	allroundtitel
allroundtoernooi	noun	wedstrijd over verschillende, kortere en langere, afstanden met name bij het langebaanschaatsen
allroundtoernooien	=	allroundtoernooi
allterrainbike	noun	fiets waarmee men overal kan fietsen, mountainbike
allterrainbikes	=	allterrainbike
alltimerecord	noun	record dat nog nooit eerder is behaald en dat alle vergelijkingen overschrijdt, van de beste prestatie in een bepaalde categorie ooit
alltimerecords	=	alltimerecord
alludeer	=	alluderen
alludeerde	=	alluderen
alludeerden	=	alluderen
alludeert	=	alluderen
alludere	=	alluderen
alluderen	verb	een toespeling maken
alluderend	=	alluderen
alluderende	=	alluderen
allure	noun	indrukwekkende uitstraling
allures	=	allure
allusie	noun	artistieke toespeling of zinspeling
allusies	=	allusie
allusietje	=	allusie
alluviaal	adj	door aanslibbing ontstaan	noun	het losse materiaal (regoliet) dat als sediment door een rivier is afgezet
alluviaals	=	alluviaal
alluviaalst	=	alluviaal
alluviaalste	=	alluviaal
alluviale	=	alluviaal
alluvialen	=	alluviaal
alluvialer	=	alluviaal
alluvialere	=	alluviaal
alluvialers	=	alluviaal
alluvium	noun	sediment van los materiaal (regoliet) dat door stromend water is afgezet
allweather	adj	geschikt voor alle weersomstandigheden
allweatherkleding	noun	weerbestendige kledij
allé	=	allee
alm	noun	een hoger gelegen weide in de bergen.
alma	noun	gesubsidieerd restaurant waar studenten goedkoop kunnen eten
alma's	=	alma
almaar	adv	bij voortduring en herhaling
almacht	noun	absolute macht, macht over alles
almachtig	adj	onbeperkte macht over alles en iedereen
almachtige	=	almachtig
almachtiger	=	almachtig
almachtigere	=	almachtig
almachtigers	=	almachtig
almachtigs	=	almachtig
almachtigst	=	almachtig
almachtigste	=	almachtig
almachtsfantasie	noun	de verkeerde veronderstelling dat men alles kan regelen zoals men dat goeddunkt
almachtsfantasietje	=	almachtsfantasie
almachtsfantasieën	=	almachtsfantasie
almanak	noun	een jaarlijkse publicatie met steeds terugkerende informatie op bepaalde gebieden, deels geordend volgens de kalender.
almanakje	=	almanak
almanakjes	=	almanak
almanakken	=	almanak
almaviva	noun	lange, wijde mantel zonder mouwen
almaviva's	=	almaviva
almede	adv	ook, ook, insgelijks
almee	adv	op dezelfde manier, in hetzelfde verband	noun	vrouw in de Arabische wereld die mensen met zang en dans vermaakt, soms met de bijbetekenis dat zij ook voor erotisch vermaak zorgt
almeerder	noun	een inwoner van Almere, of iemand afkomstig uit Almere
almeerders	=	almeerder
almeerdertje	=	almeerder
almeerdertjes	=	almeerder
almeers	adj	op Almere betrekking hebbend
almeerse	noun	een vrouwelijke inwoner van Almere, of een vrouw afkomstig uit Almere
almeersen	=	almeerse
almeerser	=	almeers
almeersere	=	almeers
almeersers	=	almeers
almeerst	=	almeers
almeerste	=	almeers
almeeën	=	almee
almemmer	noun	verhoogd platform in de synagoge, waar de chazan staat en de Tora wordt voorgelezen
almemmers	=	almemmer
almemmor	noun	verhoogd platform in de synagoge, waar de chazan staat en de Tora wordt voorgelezen
almemmors	=	almemmor
almen	=	alm
almeteen	adv	van het ene op het andere moment
almeteens	adv	van het ene op het andere moment
almiqui	noun	Atopogale cubana een zoogdier, behorende tot de familie der solenodons (Solenodontidae)
almiqui's	=	almiqui
almiquietje	=	almiqui
almiquietjes	=	almiqui
almogend	adj	het almachtig zijn
almogende	=	almogend
almogender	=	almogend
almogendere	=	almogend
almogenders	=	almogend
almogendheden	=	almogendheid
almogendheid	noun	de mate waarin men alles kan regelen zoals men dat goeddrukt
almogends	=	almogend
almogendst	=	almogend
almogendste	=	almogend
almone	noun	weduwe
almones	=	almone
almpje	=	alm
almpjes	=	alm
alnico	noun	legering hoofdzakelijk bestaande uit aluminium, nikkel en kobalt
alocasie	noun	Alocasia macrorrhizos een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
aloene	noun	alfoers volk dat leeft in het westen van het Indonesische eiland Ceram
aloha	intj	een groet in het Hawaïaans die onder andere hallo en tot ziens betekent
alohashirt	noun	een kledingstuk met tropische patronen dat oorspronkelijk van Hawaï komt
alohashirtje	=	alohashirt
alohashirtjes	=	alohashirt
alohashirts	=	alohashirt
alom	adv	overal, onder velen, op vele plekken
alomtegenwoordig	adj	overal aanwezig
alomtegenwoordige	=	alomtegenwoordig
alomtegenwoordiger	=	alomtegenwoordig
alomtegenwoordigere	=	alomtegenwoordig
alomtegenwoordigers	=	alomtegenwoordig
alomtegenwoordigheden	=	alomtegenwoordigheid
alomtegenwoordigheid	noun	de eigenschap om overal tegelijkertijd aanwezig te zijn
alomtegenwoordigs	=	alomtegenwoordig
alomtegenwoordigst	=	alomtegenwoordig
alomtegenwoordigste	=	alomtegenwoordig
alomvattend	adj	compleet, alles bij elkaar
alomvattende	=	alomvattend
alomvattender	=	alomvattend
alomvattendere	=	alomvattend
alomvattenders	=	alomvattend
alomvattendheid	noun	iets dat helemaal compleet is; iets dat betrekking heeft op het geheel
alomvattends	=	alomvattend
alomvattendst	=	alomvattend
alomvattendste	=	alomvattend
alooi	=	allooi
alopecia	noun	aandoening waardoor haren niet meer of minder aangroeien
alopecie	noun	haaruitval
alorboeboekuil	noun	Ninox plesseni een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
alorboeboekuilen	=	alorboeboekuil
alorboeboekuiltje	=	alorboeboekuil
alorboeboekuiltjes	=	alorboeboekuil
alordwerghoningeter	noun	Myzomela prawiradilagae een endemische vogel uit de bergbossen van het het eiland Alor (Kleine Soenda-eilanden, Indonesië).
alordwerghoningeters	=	alordwerghoningeter
alordwerghoningetertje	=	alordwerghoningeter
alordwerghoningetertjes	=	alordwerghoningeter
aloud	adj	sinds vele jaren bekend
aloude	=	aloud
alouds	=	aloud
aloë	noun	benaming voor bloeiende, succulente planten uit het geslacht Aloe dat uit ongeveer vierhonderd soorten bestaat Het natuurlijk verspreidingsgebied is beperkt tot Afrika: van Zuid-Afrika tot tropisch Afrika, en naburige gebieden zoals Madagaskar, het Arabische schiereiland en verschillende Afrikaanse eilanden alsmede de Canarische eilanden.
aloë's	=	aloë
aloëetje	=	aloë
aloëetjes	=	aloë
aloëmos	noun	een geslacht Aloina van bladmossen uit de kleimosfamilie (Pottiaceae).
aloëmosje	=	aloëmos
aloëmosjes	=	aloëmos
aloëmossen	=	aloëmos
aloëtje	=	aloë
alp	noun	een hooggelegen bergweide, met name in de Alpen
alpaca	noun	bepaald soort zoogdier, Vicugna pacos uit Zuid-Amerika uit de familie van de kameelachtigen (Camelidae)	adj	gemaakt van de de metaallegering alpaca
alpaca's	=	alpaca
alpacaatje	=	alpaca
alpacaatjes	=	alpaca
alpacawol	noun	wol gemaakt van de vacht van een berglama
alpen	=	alp
alpenakelei	noun	Aquilegia alpina een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die vooral te vinden is in de subalpiene en alpiene zone van de westelijke Alpen en de noordelijke Apennijnen
alpenakeleien	=	alpenakelei
alpenakeleitje	=	alpenakelei
alpenakeleitjes	=	alpenakelei
alpenandoorn	noun	Stachys alpina een vaste plant, die behoort tot de lipbloemenfamilie.
alpenandoorns	=	alpenandoorn
alpenandoorntje	=	alpenandoorn
alpenandoorntjes	=	alpenandoorn
alpenanemonen	=	alpenanemoon
alpenanemoon	noun	bepaald soort overblijvende plant die te vinden is in de meeste Europese gebergtes, Pulsatilla alpina uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
alpenanemoontje	=	alpenanemoon
alpenanemoontjes	=	alpenanemoon
alpenanjer	noun	Dianthus alpinus een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae)
alpenanjers	=	alpenanjer
alpenanjertje	=	alpenanjer
alpenanjertjes	=	alpenanjer
alpenbergerebia	noun	Erebia eriphyle een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
alpenbergerebia's	=	alpenbergerebia
alpenbergerebiaatje	=	alpenbergerebia
alpenbergerebiaatjes	=	alpenbergerebia
alpenbes	noun	Ribes alpinum een struik, die behoort tot de ribesfamilie (Grossulariaceae).
alpenbesje	=	alpenbes
alpenbesjes	=	alpenbes
alpenbessen	=	alpenbes
alpenbijvlieg	noun	Eristalis alpina een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
alpenbijvliegen	=	alpenbijvlieg
alpenbijvliegje	=	alpenbijvlieg
alpenbijvliegjes	=	alpenbijvlieg
alpenblauwtje	noun	Agriades orbitulus een vlinder uit de familie van de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes (Lycaenidae).
alpenblauwtjes	=	alpenblauwtje
alpenbloem	noun	benaming voor de bloeiende planten die vooral groeien in het hooggebergte tussen Italië en de rest van Europa
alpenbloemen	=	alpenbloem
alpenbodemkrabspin	noun	Ozyptila rauda een spinnensoort in de taxonomische indeling van de krabspinnen (Thomisidae)
alpenbodemkrabspinnen	=	alpenbodemkrabspin
alpenbodemkrabspinnetje	=	alpenbodemkrabspin
alpenbodemkrabspinnetjes	=	alpenbodemkrabspin
alpenboktor	noun	Rosalia alpina een insect uit de familie boktorren (Cerambycidae)
alpenboktorren	=	alpenboktor
alpenboktorretje	=	alpenboktor
alpenboktorretjes	=	alpenboktor
alpenbosmuis	noun	Apodemus alpicola knaagdier uit het geslacht bosmuizen (Apodemus).
alpenbosmuisje	=	alpenbosmuis
alpenbosmuisjes	=	alpenbosmuis
alpenbosmuizen	=	alpenbosmuis
alpenclub	noun	vereniging van wintersportliefhebbers
alpenclubje	=	alpenclub
alpenclubjes	=	alpenclub
alpenclubs	=	alpenclub
alpenden	noun	bepaald soort naaldboom, Pinus cembra uit de dennenfamilie Pinaceae, die groeit in de Alpen en de Karpaten tot vlak onder de boomgrens
alpendennen	=	alpenden
alpendorp	noun	kleine woonplaats gelegen in de bergen
alpendorpen	=	alpendorp
alpendorpje	=	alpendorp
alpendorpjes	=	alpendorp
alpenflora	noun	alle planten die voorkomen in het hooggebergte
alpengebied	noun	gebied waarin de Alpen zijn gelegen
alpengebieden	=	alpengebied
alpengebiedje	=	alpengebied
alpengebiedjes	=	alpengebied
alpengems	noun	Rupicapra rupicapra rupicapra de nominaatondersoort van de gems (Rupicapra rupicapra) voor het eerst beschreven door Carolus Linnaeus in 1758
alpengemsje	=	alpengems
alpengemsjes	=	alpengems
alpengemzen	=	alpengems
alpengierzwaluw	noun	Tachymarptis melba een soort gierzwaluw.
alpengierzwaluwen	=	alpengierzwaluw
alpengierzwaluwtje	=	alpengierzwaluw
alpengierzwaluwtjes	=	alpengierzwaluw
alpenglanserebia	noun	Erebia nivalis een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
alpenglanserebia's	=	alpenglanserebia
alpenglanserebiaatje	=	alpenglanserebia
alpenglanserebiaatjes	=	alpenglanserebia
alpengloeien	noun	een optisch fenomeen dat net voor zonsopgang en na zonsondergang in gebergten waar te nemen is en waarbij met name besneeuwde bergtoppen een roodachtig licht weerschijnen
alpengrootoorvleermuis	noun	Plecotus macrobullaris alpinus De Alpengrootoorvleermuis is een vleermuis die voorkomt in de berggebieden van Europa.
alpengrootoorvleermuisje	=	alpengrootoorvleermuis
alpengrootoorvleermuisjes	=	alpengrootoorvleermuis
alpengrootoorvleermuizen	=	alpengrootoorvleermuis
alpenheggenmus	noun	Prunella collaris een zangvogel uit de familie van heggenmussen (Prunellidae)
alpenheggenmusje	=	alpenheggenmus
alpenheggenmusjes	=	alpenheggenmus
alpenheggenmussen	=	alpenheggenmus
alpenheksenkruid	noun	Circaea alpina een plant uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
alpenheksenkruiden	=	alpenheksenkruid
alpenheksenkruidje	=	alpenheksenkruid
alpenheksenkruidjes	=	alpenheksenkruid
alpenhelm	noun	Bartsia alpina een kruidachtige plant uit de bremraapfamilie (Orobanchacea).
alpenhelmen	=	alpenhelm
alpenhelmpje	=	alpenhelm
alpenhelmpjes	=	alpenhelm
alpenhooibeestje	noun	Coenonympha gardetta een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
alpenhooibeestjes	=	alpenhooibeestje
alpenhoorn	noun	een van hout vervaardigd blaasinstrument met een lengte tot vier meter
alpenhoornen	=	alpenhoorn
alpenhoorns	=	alpenhoorn
alpenhoorntje	=	alpenhoorn
alpenhoorntjes	=	alpenhoorn
alpenhoren	noun	alpenhoorn
alpenhorens	=	alpenhoren
alpenjager	noun	infanterist van het Franse of Italiaanse leger
alpenjagers	=	alpenjager
alpenkauw	noun	Pyrrhocorax graculus een grote zangvogel uit de familie van de kraaien.
alpenkauwen	=	alpenkauw
alpenkauwjte	=	alpenkauw
alpenkauwtje	=	alpenkauw
alpenkauwtjes	=	alpenkauw
alpenklaver	noun	Trifolium alpestre een overblijvende plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) die van nature voorkomt in Oost- en Midden-Europa, westelijk tot in België en in West-Azië
alpenklavers	=	alpenklaver
alpenklavertje	=	alpenklaver
alpenklavertjes	=	alpenklaver
alpenkraai	noun	Pyrrhocorax pyrrhocorax een vogel uit de familie van de kraaien (Corvidae).
alpenkraaien	=	alpenkraai
alpenkraaitje	=	alpenkraai
alpenkraaitjes	=	alpenkraai
alpenkwastjesbloem	noun	Soldanella alpina een overblijvende plant uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae) die te vinden is in de alpiene zone van de Alpen, de Pyreneeën en de Balkan.
alpenkwastjesbloemen	=	alpenkwastjesbloem
alpenkwastjesbloemetje	=	alpenkwastjesbloem
alpenkwastjesbloemetjes	=	alpenkwastjesbloem
alpenkwastjesbloempje	=	alpenkwastjesbloem
alpenkwastjesbloempjes	=	alpenkwastjesbloem
alpenland	noun	land waarin een deel van de Alpen zijn gelegen
alpenlanden	=	alpenland
alpenlandje	=	alpenland
alpenlandjes	=	alpenland
alpenlandsalamander	noun	Salamandra atra een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
alpenlandsalamanders	=	alpenlandsalamander
alpenlandsalamandertje	=	alpenlandsalamander
alpenlandsalamandertjes	=	alpenlandsalamander
alpenleeuwenbek	noun	Linaria alpina een doorgaans tweejarige plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae) die losse kussens vormt.
alpenleeuwenbekje	=	alpenleeuwenbek
alpenleeuwenbekjes	=	alpenleeuwenbek
alpenleeuwenbekken	=	alpenleeuwenbek
alpenlelie	noun	benaming gebruikt voor verschillende soorten opvallende bloemen die voorkomen in de Alpen
alpenlelies	=	alpenlelie
alpenmansschild	noun	Androsace alpina een kiemplantje van de Alpenweide dat groeit op een kussentje.
alpenmansschilden	=	alpenmansschild
alpenmansschildje	=	alpenmansschild
alpenmansschildjes	=	alpenmansschild
alpenmarmot	noun	Marmota marmota knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
alpenmarmotje	=	alpenmarmot
alpenmarmotjes	=	alpenmarmot
alpenmarmotten	=	alpenmarmot
alpenparelmoervlinder	noun	Melitaea varia een vlinder uit de familie Nymphalidae (aurelia's).
alpenparelmoervlinders	=	alpenparelmoervlinder
alpenparelmoervlindertje	=	alpenparelmoervlinder
alpenparelmoervlindertjes	=	alpenparelmoervlinder
alpenromaanstalig	adj	de Alpenromaanse taal sprekend
alpenromaanstalige	=	alpenromaanstalig
alpenromaanstaligs	=	alpenromaanstalig
alpenroos	noun	Rhododendron ferrugineum plant die in het hooggebergte groeit
alpenroosje	=	alpenroos
alpenroosjes	=	alpenroos
alpenrozen	=	alpenroos
alpenruit	noun	Thalictrum alpinum een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die te vinden is in het noordpoolgebied en in de alpiene zone van de Europese en Noord-Amerikaanse hooggebergtes
alpenruiten	=	alpenruit
alpenruitje	=	alpenruit
alpenruitjes	=	alpenruit
alpenrus	noun	Juncus alpinoarticulatus subsp. alpinoarticulatus een overblijvend kruid uit de russenfamilie (Juncaceae).
alpenrusje	=	alpenrus
alpenrusjes	=	alpenrus
alpenrussen	=	alpenrus
alpensaffierblauwtje	noun	Kretania trappi een vlinder uit de familie van de Lycaenidae.
alpensaffierblauwtjes	=	alpensaffierblauwtje
alpenscheefkelk	noun	Arabis alpina een overblijvende plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae), die voorkomt in bergketens in Europa, Noord-Afrika, Midden- en Oost-Azië en Noord-Amerika
alpenscheefkelken	=	alpenscheefkelk
alpenscheefkelkje	=	alpenscheefkelk
alpenscheefkelkjes	=	alpenscheefkelk
alpensneeuwhoen	noun	Lagopus muta een vogel uit de onderfamilie der ruigpoothoenders (Tetraoninae).
alpensneeuwhoenderen	=	alpensneeuwhoen
alpensneeuwhoenders	=	alpensneeuwhoen
alpensneeuwhoendertje	=	alpensneeuwhoen
alpensneeuwhoendertjes	=	alpensneeuwhoen
alpensneeuwhoenen	=	alpensneeuwhoen
alpensneeuwhoentje	=	alpensneeuwhoen
alpensneeuwhoentjes	=	alpensneeuwhoen
alpenspikkeldikkopje	noun	Pyrgus warrenensis een vlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae).
alpenspikkeldikkopjes	=	alpenspikkeldikkopje
alpensteenbok	noun	Capra ibex een evenhoevig zoogdier uit de familie der holhoornigen (Bovidae), en een van de negen recente soorten uit het geslacht van de geiten (Capra).
alpensteenbokje	=	alpensteenbok
alpensteenbokjes	=	alpensteenbok
alpensteenbokken	=	alpensteenbok
alpenstok	noun	houten staak met een metalen punt zoals die bij het beklimmen van bergen wordt gebruikt
alpenstokje	=	alpenstok
alpenstokjes	=	alpenstok
alpenstokken	=	alpenstok
alpentijloos	noun	Colchicum alpinum een plant uit de herfsttijloosfamilie.
alpentijlozen	=	alpentijloos
alpentop	noun	berg in een hooggebergte
alpentopje	=	alpentop
alpentopjes	=	alpentop
alpentoppen	=	alpentop
alpentrapmos	noun	een soort levermos Lophozia wenzelii uit de trapmosfamilie (Lophoziaceae).
alpentrapmosje	=	alpentrapmos
alpentrapmosjes	=	alpentrapmos
alpentrapmossen	=	alpentrapmos
alpenvereniging	noun	een organisatie die zich richt op de bergsport, zoals wandelen, alpinisme, klimmen en toerskiën.
alpenverenigingen	=	alpenvereniging
alpenverenigingetje	=	alpenvereniging
alpenverenigingetjes	=	alpenvereniging
alpenvergeet-mij-nietje	noun	bepaald soort plant, Myosotis alpestris uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
alpenvergeet-mij-nietjes	=	alpenvergeet-mij-nietje
alpenwatersalamander	noun	Ichthyosaura alpestris een middelgrote soort en een van de kleurrijkste watersalamanders.
alpenwatersalamanders	=	alpenwatersalamander
alpenwatersalamandertje	=	alpenwatersalamander
alpenwatersalamandertjes	=	alpenwatersalamander
alpenwei	noun	weiland in de bergen waar koeien kunnen grazen
alpenweide	noun	een grasland in het hooggebergte
alpenweiden	=	alpenweide
alpenweides	=	alpenweide
alpenweidetje	=	alpenweide
alpenweidetjes	=	alpenweide
alpenweien	=	alpenwei
alpenweitje	=	alpenwei
alpenweitjes	=	alpenwei
alpenwolfsklauw	noun	Diphasiastrum alpinu (basioniem: Lycopodium alpinum) een giftige, vaste plant, die behoort tot de wolfsklauwfamilie (Lycopodiaceae).
alpenwolfsklauwen	=	alpenwolfsklauw
alpenwolfsklauwtje	=	alpenwolfsklauw
alpenwolfsklauwtjes	=	alpenwolfsklauw
alpenzeggemineermot	noun	Elachista alpinella een nachtvlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
alpenzeggemineermotje	=	alpenzeggemineermot
alpenzeggemineermotjes	=	alpenzeggemineermot
alpenzeggemineermotten	=	alpenzeggemineermot
alpenzijde-erebia	noun	Erebia mnestra een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
alpenzijde-erebia's	=	alpenzijde-erebia
alpenzijde-erebiaatje	=	alpenzijde-erebia
alpenzijde-erebiaatjes	=	alpenzijde-erebia
alpha	=	alfa
alphabet	=	alfabet
alphabetisch	=	alfabetisch
alphabetisme	=	alfabetisme
alpien	adj	van, betrekking hebbend op, zoals voorkomt in de Alpen, het hooggebergte
alpiene	=	alpien
alpiener	=	alpien
alpienere	=	alpien
alpieners	=	alpien
alpiens	=	alpien
alpienst	=	alpien
alpienste	=	alpien
alpijns	adj	betrekking hebbend op de Alpen
alpijnsch	=	alpijns
alpijnse	=	alpijns
alpijnser	=	alpijns
alpijnsere	=	alpijns
alpijnsers	=	alpijns
alpijnst	=	alpijns
alpijnste	=	alpijns
alpine	adj	van, betrekking hebbend op, zoals voorkomt in de Alpen, het hooggebergte
alpine-scheiding	noun	de gebeurtenis waarbij een partner de andere (vaak minder ervaren) partner alleen achterlaat op een berg tijdens een bergwandeling, met alle risico's van dien
alpine-scheidingen	=	alpine-scheiding
alpinecombinatie	noun	gecombineerde skiwedstrijd afdaling en slalom
alpinecombinaties	=	alpinecombinatie
alpiner	=	alpine
alpinere	=	alpine
alpiners	=	alpine
alpines	=	alpine
alpineski	=	alpineskiën
alpineskiede	=	alpineskiën
alpineskieden	=	alpineskiën
alpineskiet	=	alpineskiën
alpineskië	=	alpineskiën
alpineskiën	verb	sport waarbij men op ski's een heuvel of berg afdaalt
alpineskiënd	=	alpineskiën
alpineskiënde	=	alpineskiën
alpineskiër	noun	iemand die een of meer takken van het alpineskiën beoefent
alpineskiërs	=	alpineskiër
alpinest	=	alpine
alpineste	=	alpine
alpinisme	noun	het beklimmen van bergen en andere steile wanden
alpinist	noun	iemand die de bergsport beoefent
alpiniste	noun	vrouwelijke bergbeklimmer
alpinisten	=	alpinist
alpinistes	=	alpiniste
alpinistisch	adj	met betrekking tot het alpinisme
alpinistische	=	alpinistisch
alpinistischer	=	alpinistisch
alpinistischere	=	alpinistisch
alpinistischers	=	alpinistisch
alpinistje	=	alpinist
alpinistjes	=	alpinist
alpino	noun	ronde vilten baret met een steeltje in het midden, meestal donker gekleurd
alpino's	=	alpino
alpinoman	noun	man die een alpinopet draagt
alpinomannen	=	alpinoman
alpinomuts	noun	een klein, meestal zwart hoofddeksel, gemaakt van vervilte wollen stof met een leren bies langs de rand en een kenmerkend steeltje (cabillou) bovenop
alpinomutsen	=	alpinomuts
alpinomutsje	=	alpinomuts
alpinomutsjes	=	alpinomuts
alpinootje	=	alpino
alpinootjes	=	alpino
alpinopet	noun	plat hoofddeksel dat lijkt op een kleine baret
alpinopetje	=	alpinopet
alpinopetjes	=	alpinopet
alpinopetten	=	alpinopet
alpje	=	alp
alpjes	=	alp
alras	adv|formal	spoedig
alrede	adv	alreeds, reeds
alree	adv|obsolete	alreeds, albereids, oké
alreeds	adv|formal	al, reeds
alruin	noun	bepaald soort Zuid-Europese verdovende en bedwelmende overblijvende plant, Mandragora officinarum uit de nachtschadefamilie (Solanaceae), die de giftige alkaloïden atropine en scopolamine bevat en vroeger werd gebruikt als narcoticum, pijnstiller en deels ook als hallucinogeen middel, onder meer in heksenzalf
alruinen	=	alruin
alruinmannetje	noun	Mandragora officinarum de wortel van de alruin die zou lijken op een mens
alruinmannetjes	=	alruinmannetje
alruintje	=	alruin
alruinwortel	noun	wortel van de alruin Mandragora officinarum die de vorm van een mens zou hebben
als	conj	wanneer
alsaan	adv	bij voortduring, in ieder geval
alscuses	=	alscuus
alscuus	noun	een verontschuldiging die geen echte verontschuldiging is omdat het een voorwaardelijk excuus is
alscuusje	=	alscuus
alscuusjes	=	alscuus
alsdan	adv|formal	in dat geval, op die tijd
alsem	noun	benaming voor planten van het composietengeslacht Artemisia
alsemambrosia	noun	bepaalde eenjarige plant, Ambrosia artemisiifolia uit de composietenfamilie Compositae of Asteraceae
alsemambrosia's	=	alsemambrosia
alsembeker	noun	beker gevuld met alsem
alsembekers	=	alsembeker
alsemfeetiran	noun	Empidonax wrightii een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
alsemfeetirannen	=	alsemfeetiran
alsemfeetirannetje	=	alsemfeetiran
alsemfeetirannetjes	=	alsemfeetiran
alsemkokermot	noun	Coleophora albicans een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
alsemkokermotje	=	alsemkokermot
alsemkokermotjes	=	alsemkokermot
alsemkokermotten	=	alsemkokermot
alsemkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Artemisia
alsemkruiden	=	alsemkruid
alsems	=	alsem
alsemvedermot	noun	Hellinsia distinctus een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
alsemvedermotje	=	alsemvedermot
alsemvedermotjes	=	alsemvedermot
alsemvedermotten	=	alsemvedermot
alsemwijn	noun	bittere wijn waarin men alsem Artemisia heeft afgetrokken
alsemwijnen	=	alsemwijn
alsemzaad	noun	zaad van alsem Artemisia
alsemzaadje	=	alsemzaad
alsemzaadjes	=	alsemzaad
alsemzaden	=	alsemzaad
alsjeblief	adv|informal	als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
alsjeblieft	adv|informal	als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
alsjemenou	intj|obsolete	drukt verbazing uit
alsmaar	adv	bij voortduring en herhaling
alsmede	conj	en ook
alsnog	adv	toch nog
alsnu	adv	nú
also	=	kluister
alsof	conj	luidt een vergelijking in
alsook	conj	en ook, alsmede
alstoen	adv	tóén
alston-dwergbuidelrat	noun	Marmosa alstoni is een opossum uit de familie van de Didelphidae
alston-dwergbuidelratje	=	alston-dwergbuidelrat
alston-dwergbuidelratjes	=	alston-dwergbuidelrat
alston-dwergbuidelratten	=	alston-dwergbuidelrat
alstondwergbuidelrat	noun	Marmosa alstoni een opossum uit de familie van de Didelphidae.
alstondwergbuidelratje	=	alstondwergbuidelrat
alstondwergbuidelratjes	=	alstondwergbuidelrat
alstondwergbuidelratten	=	alstondwergbuidelrat
alstroemeria	noun	een geslacht Alstroemeria van vaste planten uit de familie Alstroemeriaceae.
alstroemeria's	=	alstroemeria
alstu	intj|informal	alstublieft
alstublief	adv|formal	als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
alstublieft	adv|formal	toevoeging als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
alszaak	noun	ophef over een mogelijke taalkundige goedkeuring van de constructie 'groter als' terwijl alleen 'groter dan' en 'even groot als' grammaticaal correct zijn
alt	noun	lage vrouwenstem
alt-a-hypotheek	noun	hypothecaire lening tegen een hogere rente waarbij men de kredietwaardigheid van de hypotheeknemer niet of nauwelijks controleert
alt-a-hypotheken	=	alt-a-hypotheek
alt-light	noun	nationalistische stroming zoals die zich in de 21e eeuw heeft ontwikkeld in de VS die net iets minder extreem is als de alt-rightbeweging
alt-lite	noun	extreem rechtse politieke groepering die minder extreen is als alt-right
alt-rechts	noun	extreemrechtse nationalistische stroming zoals die zich in de 21e eeuw heeft ontwikkeld in de VS	adj	betrekking hebbend op de alt-rechtsbeweging
alt-rechtse	=	alt-rechts
alt-right	noun	extreemrechtse nationalistische stroming zoals die zich in de 21e eeuw heeft ontwikkeld in de VS	adj	behorend tot of passend bij de extreemrechtse nationalistische stroming zoals die zich in de 21e eeuw heeft ontwikkeld in de VS
alt-rights	=	alt-right
altaar	noun	offertafel voor godsdienstige plechtigheden
altaardoek	noun	doek die tijdens de eucharistieviering over het altaar is gelegd
altaardoeken	=	altaardoek
altaardoekje	=	altaardoek
altaardoekjes	=	altaardoek
altaargeheim	noun	het altaarsacrament waarin brood en wijn zouden veranderen in het lichaam en bloed van Jezus Christus
altaargeheimen	=	altaargeheim
altaars	=	altaar
altaarsteen	noun	gewijde steen in het midden van het altaar
altaarstenen	=	altaarsteen
altaarstuk	noun	een kunstwerk dat op het altaar wordt geplaatst
altaarstukje	=	altaarstuk
altaarstukjes	=	altaarstuk
altaarstukken	=	altaarstuk
altaartafel	noun	grote hoge tafel die als altaar gebruikt kan worden
altaartafels	=	altaartafel
altaartafeltje	=	altaartafel
altaartafeltjes	=	altaartafel
altaartje	=	altaar
altaartjes	=	altaar
altaflorestamierpitta	noun	Hylopezus whittakeri een zangvogel uit de familie Grallariidae.
altaflorestamierpitta's	=	altaflorestamierpitta
altaflorestamierpittaatje	=	altaflorestamierpitta
altaflorestamierpittaatjes	=	altaflorestamierpitta
altai-argali	noun	Ovis ammon ammon is de nominaatondersoort van de argali (Ovis ammon) en behoort tot de familie der holhoornigen (Bovidae).
altai-argali's	=	altai-argali
altai-argalietje	=	altai-argali
altai-argalietjes	=	altai-argali
altaiberghoen	noun	Tetraogallus altaicus een vogel uit de familie der fazantachtigen (Phasianidae).
altaiberghoenderen	=	altaiberghoen
altaiberghoenders	=	altaiberghoen
altaiberghoendertje	=	altaiberghoen
altaiberghoendertjes	=	altaiberghoen
altaiberghoenen	=	altaiberghoen
altaiberghoentje	=	altaiberghoen
altaiberghoentjes	=	altaiberghoen
altaifluithaas	noun	Ochotona alpina haasachtige uit de familie der fluithazen (Ochotonidae).
altaifluithaasje	=	altaifluithaas
altaifluithaasjes	=	altaifluithaas
altaifluithazen	=	altaifluithaas
altaimarmot	noun	Marmota baibacina knaagdier uit de familie der eekhoorns (Sciuridae).
altaimarmotje	=	altaimarmot
altaimarmotjes	=	altaimarmot
altaimarmotten	=	altaimarmot
altamiratroepiaal	noun	Icterus gularis een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
altamiratroepiaaltje	=	altamiratroepiaal
altamiratroepiaaltjes	=	altamiratroepiaal
altamiratroepialen	=	altamiratroepiaal
altaren	=	altaar
altaïsch	noun	taalfamilie van talen rond Siberië
altaïsche	=	altaïsch
altblokfluit	noun	een eenvoudig houten blaasinstrument dat recht voor de mond wordt bespeeld
altblokfluiten	=	altblokfluit
altblokfluitje	=	altblokfluit
altblokfluitjes	=	altblokfluit
altcoin	noun	cryptomunt anders dan de bitcoin
altcoins	=	altcoin
altegaar	adv	allen tezamen
altegader	adv	allen tezamen
altemaal	adv	allen te zamen
altemet	adv|obsolete	soms, zo nu en dan
altemets	adv	drukt onzekerheid uit over de waarschijnlijkheid dat iets gebeurt
alten	=	alt
alter	noun	afzonderlijke persoonlijkheid bij iemand die door een dissociatieve identiteitsstoornis meerdere persoonlijkheidstoestanden heeft
alteratie	noun	een onverwachte verandering
alteraties	=	alteratie
altere	=	halsteren
altereer	=	altereren
altereerde	=	altereren
altereerden	=	altereren
altereert	=	altereren
alterere	=	altereren
altereren	verb	veranderen
altererend	=	altereren
altererende	=	altereren
alternant	noun	determinant samengesteld uit n functies en n punten (niet noodzakelijkerwijze onderscheiden) door het element i,j gelijk te stellen aan de waarde van de functie i in punt j en vice versa
alternanten	=	alternant
alternantie	noun	afwisseling
alternanties	=	alternantie
alternantje	=	alternant
alternantjes	=	alternant
alternatie	noun	afwisseling
alternatief	noun	een andere mogelijkheid of methode	adj	met een andere methode
alternatiefje	=	alternatief
alternatiefjes	=	alternatief
alternatiefs	=	alternatief
alternatiefst	=	alternatief
alternatiefste	=	alternatief
alternaties	=	alternatie
alternatieve	=	alternatief
alternatieveling	noun	iemand die graag anders is dan anderen (maar daardoor wel veel lijkt op anderen die anders willen zijn)
alternatievelingen	=	alternatieveling
alternatievemuziekliefhebber	noun	een liefhebber van alternatieve muziek
alternatievemuziekliefhebbers	=	alternatievemuziekliefhebber
alternatieven	=	alternatief
alternatiever	=	alternatief
alternatievere	=	alternatief
alternatievers	=	alternatief
alternator	noun	machine waarin mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omgezet wordt in elektrische wisselstroom
alternatoren	=	alternator
alternators	=	alternator
alternatortje	=	alternator
alternatortjes	=	alternator
alterneer	=	alterneren
alterneerde	=	alterneren
alterneerden	=	alterneren
alterneert	=	alterneren
alternere	=	alterneren
alterneren	verb	min of meer regelmatig afwisselen
alternerend	=	alterneren
alternerende	=	alterneren
alterneut	noun	'therapeut' die aan alternatieve therapieën doet
alterneuten	=	alterneut
alterneuterij	noun	het beoefenen van alternatieve therapieën
alterneuterijen	=	alterneuterij
alterneuterijtje	=	alterneuterij
alterneuterijtjes	=	alterneuterij
alterneutje	=	alterneut
alterneutjes	=	alterneut
alters	=	alter
alterwetsj	adj	ouderwets
alterwetsje	=	alterwetsj
altezamen	adv	alles samen
altfluit	noun	een grotere en lagere versie van de dwarsfluit.
altfluiten	=	altfluit
althaeastruik	noun	Hibiscus syriacus een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
althaeastruiken	=	althaeastruik
althaeastruikje	=	althaeastruik
althaeastruikjes	=	althaeastruik
althans	conj	geeft in het gedeelte na althans meer specifiek (en tegengesteld) aan wat er bedoeld wordt, in ieder geval
althea	noun	benaming voor planten uit het geslacht Althaea, zoals heemst en zeemaluwe
althea's	=	althea
althobo	noun	een orkestinstrument met een lagere uitvoering dan de hobo, behoort tot de houtblazers, het wordt met een dubbelriet aangeblazen
althobo's	=	althobo
althobootje	=	althobo
althobootjes	=	althobo
althoboïst	noun	iemand die althobo speelt
althoboïsten	=	althoboïst
althoboïstje	=	althoboïst
althoboïstjes	=	althoboïst
althoorn	noun	koperen blaasinstrument in alt stemming
althoornen	=	althoorn
althoorns	=	althoorn
althoren	noun	koperen blaasinstrument in alt stemming
althorens	=	althoren
altijd	adv	op elk moment, blijvend
altijddurend	adj	nooit stoppend
altijddurende	=	altijddurend
altijddurends	=	altijddurend
altijdgroen	adj	groen loof dragend dat niet afvalt
altijdgroene	=	altijdgroen
altijdgroens	=	altijdgroen
altimeter	noun	hoogtemeter
altimeters	=	altimeter
altist	noun	een bespeler van een alt-instrument
altisten	=	altist
altistje	=	altist
altistjes	=	altist
altje	=	alt
altjes	=	alt
alto	noun	iemand met een meer op duurzaamheid gerichte levensstijl die zich zichtbaar niets aantrekt van mode en merken
alto's	=	alto
altocumuli	=	altocumulus
altocumulus	noun	een vorm van bewolking op middelbare hoogte (2-6 km) die bestaat uit banken of velden grote schaapjeswolken, soms met een golfvormige structuur
altoos	adv	op elk moment
altoosdurend	adj	zonder onderbreking doorgaand
altoosdurende	=	altoosdurend
altoosdurends	=	altoosdurend
altpartij	noun	dat deel van een zangstuk dat door de alt wordt gezonden
altpartijen	=	altpartij
altruïsme	noun	levenshouding van iemand die zijn handelwijze laat bepalen door de belangen van anderen
altruïst	noun	iemand die helpt zonder eigen voordeel
altruïste	noun	vrouw die helpt zonder eigen voordeel
altruïsten	=	altruïst
altruïstes	=	altruïste
altruïstisch	adj	zichzelf opofferend ten gunste van andere mensen
altruïstische	=	altruïstisch
altruïstischer	=	altruïstisch
altruïstischere	=	altruïstisch
altruïstischers	=	altruïstisch
altruïstje	=	altruïst
alts	=	alt
altsax	noun	laag gestemde saxofoon
altsaxen	=	altsax
altsaxofonen	=	altsaxofoon
altsaxofonist	noun	iemand die (beroepshalve) altsaxofoon speelt
altsaxofonisten	=	altsaxofonist
altsaxofonistje	=	altsaxofonist
altsaxofonistjes	=	altsaxofonist
altsaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
altsaxofoons	=	altsaxofoon
altsaxofoontje	=	altsaxofoon
altsaxofoontjes	=	altsaxofoon
altsleutel	noun	een teken geplaatst op de derde lijn van een balk dat aangeeft dat deze een c weergeeft
altsleutels	=	altsleutel
altsleuteltje	=	altsleutel
altsleuteltjes	=	altsleutel
altsopraan	noun	een vrouwelijke zangstem tussen alt en sopraan
altsopranen	=	altsopraan
altstem	noun	lage vrouwelijke zangstem
altstemmen	=	altstem
alttoets	noun	een toets op het toetsenbord van veel computers die een alternatieve functie geeft aan andere toetsen
alttoetsen	=	alttoets
altviolen	=	altviool
altviolist	noun	iemand die altviool speelt
altvioliste	noun	vrouwelijke vorm van altviolist
altviolisten	=	altviolist
altviolistes	=	altvioliste
altviolistetje	=	altvioliste
altviolistje	=	altviolist
altviolistjes	=	altviolist
altviool	noun	een muziekinstrument in de familie van de strijkinstrumenten, verwant aan maar groter en lager klinkend dan de viool
altviooltje	=	altviool
altviooltjes	=	altviool
altzangeres	noun	zangeres met een lage vrouwelijke zangstem
altzangeressen	=	altzangeres
alu-hoedje	noun	een hoofddeksel gemaakt van een of meer stukken aluminiumfolie of vergelijkbaar materiaal.
alu-hoedjes	=	alu-hoedje
aluhoedje	noun	hoed gemaakt van aluminiumfolie die, volgens sommige mensen die een complottheorie aanhangen, beschermt tegen gedachtenlezen of gedachtenbeheersing door de overheid
aluhoedjes	=	aluhoedje
aluin	noun	kaliumaluminiumsulfaat KAl(SO₄)₂
aluinaarde	noun	aluminiumoxide
aluinaardefabriek	noun	fabriek waar men bauxiet verwerkt
aluinaardefabrieken	=	aluinaardefabriek
aluinde	=	aluinen
aluinden	=	aluinen
aluine	=	aluinen
aluinen	verb	met een aluinoplossing behandelen	adj	van aluin vervaardigd, met aluin bewerkt
aluinend	=	aluinen
aluinende	=	aluinen
aluinsteen	noun	minerale stof, die tot het bereiden van aluin wordt aangewend
aluinsteentje	=	aluinsteen
aluinsteentjes	=	aluinsteen
aluinstenen	=	aluinsteen
aluint	=	aluinen
aluku	noun	afstammeling van Afrikaanse slaven die eind 17e en begin 18e eeuw ontsnapten van de Nederlandse plantages in het huidige Suriname
aluku's	=	aluku
aluminium	noun	scheikundig element met symbool Al en atoomnummer 13. Het is een zilverwit hoofdgroepmetaal	adj	van aluminium
aluminiumatomen	=	aluminiumatoom
aluminiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element aluminium.
aluminiumatoompje	=	aluminiumatoom
aluminiumatoompjes	=	aluminiumatoom
aluminiumbedrijf	noun	fabriek waarin aluminium wordt gemaakt
aluminiumbedrijfje	=	aluminiumbedrijf
aluminiumbedrijfjes	=	aluminiumbedrijf
aluminiumbedrijven	=	aluminiumbedrijf
aluminiumboot	noun	boot waarvan de scheepsromp gemaakt is van aluminium
aluminiumboten	=	aluminiumboot
aluminiumbrons	noun	legering van koper en aluminium, zich onderscheidend door een bijzondere hardheid
aluminiumconcern	noun	groot bedrijf dat betrokken is bij de productie en verwerking van aluminium
aluminiumconcerns	=	aluminiumconcern
aluminiumdivisie	noun	deel van een bedrijf dat aluminium verwerkt
aluminiumdivisies	=	aluminiumdivisie
aluminiumfabriek	noun	fabriek waar men met behulp van elektrische stroom aluminium wint uit aluinaarde
aluminiumfabrieken	=	aluminiumfabriek
aluminiumfabriekje	=	aluminiumfabriek
aluminiumfabriekjes	=	aluminiumfabriek
aluminiumfabrikant	noun	producent van aluminium
aluminiumfabrikanten	=	aluminiumfabrikant
aluminiumfolie	noun	dun folie gemaakt van aluminium.
aluminiumfolies	=	aluminiumfolie
aluminiumfolietje	=	aluminiumfolie
aluminiumgieterij	noun	bedrijf dat van gesmolten aluminium producten maakt door gietprocessen
aluminiumgieterijen	=	aluminiumgieterij
aluminiumgieterijtje	=	aluminiumgieterij
aluminiumgieterijtjes	=	aluminiumgieterij
aluminiumindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie en verwerking van aluminium
aluminiumindustrieën	=	aluminiumindustrie
aluminiumoxide	noun	Al₂O₃ verbinding van zuurstof en aluminium waaruit men d.m.v. elektrolyse aluminium kan maken
aluminiumoxiden	=	aluminiumoxide
aluminiumoxides	=	aluminiumoxide
aluminiumprijs	noun	de waarde van aluminium uitgedrukt in geld
aluminiumprijzen	=	aluminiumprijs
aluminiumproducent	noun	bedrijf dat aluminium maakt
aluminiumproducenten	=	aluminiumproducent
aluminiumproductie	noun	het maken van aluminium uit bauxiet en aluinaarde
aluminiumproducties	=	aluminiumproductie
aluminiumsector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie en verwerking van aluminium
aluminiumsectoren	=	aluminiumsector
aluminiumsectors	=	aluminiumsector
aluminiumsmelter	noun	bedrijf waar men aluminium maakt
aluminiumsmelters	=	aluminiumsmelter
aluminiumsulfaat	noun	Al₂(SO4)₃ deel van aluin; wordt gebruikt als slakkenverdelgingsmiddel ook wordt het gebruikt bij insectenbeten
aluminiumsulfaten	=	aluminiumsulfaat
aluminiumtape	noun	sterke, zelfklevende tape van aluminiumfolie
aluminiumtapes	=	aluminiumtape
alumni	=	alumnus
alumnivereniging	noun	netwerkorganisatie van oud-studenten van een specifieke universiteit, hogeschool of opleiding.
alumniverenigingen	=	alumnivereniging
alumniverenigingetje	=	alumnivereniging
alumniverenigingetjes	=	alumnivereniging
alumnus	noun	afgestudeerde van een universiteit of hogeschool
alutape	noun	sterke, zelfklevende tape van aluminiumfolie
alutapes	=	alutape
aluzink	noun	staalplaat met een corrosiebestendige coating van ongeveer 55% aluminium, 43% zink en 1,6% silicium
alv	noun	bijeenkomst voor alle leden van een vereniging of organisatie
alv's	=	alv
alvader	noun	de opperste godheid
alvaders	=	alvader
alvadertje	=	alvader
alvadertjes	=	alvader
alvast	adv	nu al
alve	=	alf
alven	=	alf
alveolaar	adj	betrekking hebbend op aveoli	noun	medeklinker bij de vorming waarvan de tongpunt de bovenste tandkas of superieure alveolare rand raakt
alveolaars	=	alveolaar
alveolair	adj	betrekking hebbend tot aveoli	noun	consonant bij de vorming waarvan het tongpunt de tandkassen raakt
alveolairder	=	alveolair
alveolairdere	=	alveolair
alveolairders	=	alveolair
alveolaire	=	alveolair
alveolairen	=	alveolair
alveolairs	=	alveolair
alveolairst	=	alveolair
alveolairste	=	alveolair
alveolare	=	alveolaar
alveolaren	=	alveolaar
alveole	noun	wetenschappelijke benaming voor longblaasje
alveolen	=	alveole
alveoli	=	alveole
alveolitis	noun	ontsteking van de longblaasjes
alver	noun	bepaalde, tot de karperachtigen behorende soort vis Alburnus alburnus
alverman	noun	een goedaardige kabouterman (in vertellingen uit de Lage Landen)
alvermannen	=	alverman
alvermannetje	=	alverman
alvermannetjes	=	alverman
alvermogen	noun	onbeperkte macht over alles en iedereen (van een god of een vorst)
alvermogend	adj	alles kunnend
alvermogende	=	alvermogend
alvermogends	=	alvermogend
alvermogens	=	alvermogen
alvers	=	alver
alvertje	=	alver
alvertjes	=	alver
alvervrouw	noun	een goedaardige kaboutervrouw (in vertellingen uit de Lage Landen)
alvervrouwen	=	alvervrouw
alvervrouwtje	=	alvervrouw
alvervrouwtjes	=	alvervrouw
alvlees	noun|obsolete	orgaan in de buik dat sappen aanmaakt voor het verteren van voedsel
alvleesch	=	alvlees
alvleesklier	noun	een klier die enzymen afscheidt in de twaalfvingerige darm om de afbraak van zetmeel, vet en eiwitten te bevorderen
alvleeskliereiwit	noun	eiwit afkomstig uit de alvleesklier van dieren dat een stimulerende werking heeft op de vetvertering
alvleeskliereiwitten	=	alvleeskliereiwit
alvleesklieren	=	alvleesklier
alvleesklierenzym	noun	door de alvleesklier afgescheiden enzymen die eiwitten en vetten van het voedsel verteren in het maagdarmkanaal
alvleesklierenzymen	=	alvleesklierenzym
alvleesklierkanker	noun	adenocarcinoom van de pancreas, is een minder vaak voorkomende vorm van kanker
alvleesklierkankers	=	alvleesklierkanker
alvleesklierontsteking	noun	ontsteking van de pancreas
alvleesklierontstekingen	=	alvleesklierontsteking
alvleesklierontstekinkje	=	alvleesklierontsteking
alvleesklierontstekinkjes	=	alvleesklierontsteking
alvleeskliertje	=	alvleesklier
alvleeskliertjes	=	alvleesklier
alvleessap	noun	sap dat door de alvleesklier wordt afgescheiden, sap dat door pancreas wordt afgescheiden
alvleessappen	=	alvleessap
alvlezen	=	alvlees
alvorens	conj	luidt een handeling in die in de tijd voorafgaat aan die van de hoofdzin
alwaar	adv|formal	op welke plaats
alweder	adv	al weer, voor de zoveelste keer
alweer	adv	opnieuw, nogmaals, wederom, weer
alwetend	adj	dat iemand of iets alles weet
alwetende	noun	persoon die alles weet of alles denkt te weten
alwetenden	=	alwetende
alwetender	=	alwetend
alwetendere	=	alwetend
alwetenders	=	alwetend
alwetendheden	=	alwetendheid
alwetendheid	noun	het alwetend zijn
alwetendheidje	=	alwetendheid
alwetends	=	alwetend
alwetendst	=	alwetend
alwetendste	=	alwetend
alweter	noun	iemand die alles weet of denkt alles te weten
alweters	=	alweter
alwijs	adj	alles wetend, alles kennend
alwijst	=	alwijs
alwijste	=	alwijs
alwijze	=	alwijs
alwijzer	=	alwijs
alwijzere	=	alwijs
alwijzers	=	alwijs
alwys	=	alwijs
alzeleven	adv|obsolete	bij voortduring, op ieder moment
alzheimer	noun	een degeneratieve aandoening van de hersenen waarbij de patiënt soms in snel tempo dementeert
alzheimercafeetje	=	alzheimercafé
alzheimercafeetjes	=	alzheimercafé
alzheimercafé	noun	gelegenheid waar men kan praten over dementie
alzheimercafés	=	alzheimercafé
alzheimerpatiënt	noun	patiënt die aan alzheimer lijdt
alzheimerpatiënten	=	alzheimerpatiënt
alzheimerpatiëntje	=	alzheimerpatiënt
alzheimerpatiëntjes	=	alzheimerpatiënt
alzheimers	=	alzheimer
alzheimertje	=	alzheimer
alzheimertjes	=	alzheimer
alziend	adj	alles ziende
alziende	=	alziend
alziends	=	alziend
alzijdig	adj	naar of van alle kanten
alzijdige	=	alzijdig
alzijdigheden	=	alzijdigheid
alzijdigheid	noun	de mate waarin iets algemeen toepasbaar is
alzijdigs	=	alzijdig
alzo	conj|obsolete	op een manier als	adv|obsolete	op deze manier, in deze vorm
am	noun|obsolete	vrouw die het kind van een andere vrouw borstvoeding geeft
ama	noun	Japanse vrouw die op een traditionele manier in zee duikt naar oesters en andere zeevruchten
ama's	=	ama
amaatje	=	ama
amaatjes	=	ama
amacht	=	onmacht
amachtig	=	onmachtig
amacurocanastero	noun	Thripophaga amacurensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
amacurocanastero's	=	amacurocanastero
amacurocanasterootje	=	amacurocanastero
amacurocanasterootjes	=	amacurocanastero
amah	noun	hulp in de huishouding
amahs	=	amah
amai	intj|informal	een korte uitroep van teleurstelling, verwondering of verbazing
amakihi	noun	Chlorodrepanis virens een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
amakihi's	noun	een geslacht Chlorodrepanis van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae).
amakihietje	=	amakihi
amakihietjes	=	amakihi
amalekiet	noun	lid van het volk Amalek-2 (12×: Gen. 14:7, Num. 14:25 +, Recht. 12:15, 1 Sam. 15:6 +, 2 Sam. 1:8 +)
amalekieten	=	amalekiet
amalgaam	noun	legering van kwikzilver en een ander metaal, bijvoorbeeld zilver, vroeger veel gebruikt voor vullingen van kiezen
amalgaampje	=	amalgaam
amalgaamvulling	noun	vulling in tand of kies met een amalgaam
amalgaamvullingen	=	amalgaamvulling
amalgaamvullinkje	=	amalgaamvulling
amalgaamvullinkjes	=	amalgaamvulling
amalgama	noun|figurative	geheel bestaand uit een vermenging van onderdelen die eigenlijk niet bij elkaar horen
amalgama's	=	amalgama
amalgameer	=	amalgameren
amalgameerde	=	amalgameren
amalgameerden	=	amalgameren
amalgameert	=	amalgameren
amalgamen	=	amalgaam
amalgamere	=	amalgameren
amalgameren	verb	metallurgische methode waarbij men een metaal mengt met kwik
amalgamerend	=	amalgameren
amalgamerende	=	amalgameren
amamihoutsnip	noun	Scolopax mira een vogel uit de familie Scolopacidae (Strandlopers en snippen).
amamihoutsnipje	=	amamihoutsnip
amamihoutsnipjes	=	amamihoutsnip
amamihoutsnippen	=	amamihoutsnip
amamikonijn	noun	Pentalagus furnessi Het amamikonijn (Pentalagus furnessi; Japans: アマミノクロウサギ 奄美野黒兔, Amamino kuro usagi) is een zoogdier uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
amamikonijnen	=	amamikonijn
amamikonijntje	=	amamikonijn
amamikonijntjes	=	amamikonijn
amanatsu	noun	Citrus × natsudaidai een geeloranje citrusvrucht, die ongeveer even groot is als een platte sinaasappel.
amanatsu's	=	amanatsu
amanatsu'tje	=	amanatsu
amanatsu'tjes	=	amanatsu
amanda	noun	krentenbroodje met amandelspijs
amanda's	=	amanda
amandel	noun	vrucht van de amandelboom Amygdalus dulcis
amandelachtig	adj	lijkend op de vrucht van een amandelboom vaan smaak, kleur, reuk of vorm
amandelachtige	=	amandelachtig
amandelachtiger	=	amandelachtig
amandelachtigere	=	amandelachtig
amandelachtigers	=	amandelachtig
amandelachtigs	=	amandelachtig
amandelachtigst	=	amandelachtig
amandelachtigste	=	amandelachtig
amandelbomen	=	amandelboom
amandelboom	noun	Prunus dulcis een kleine loofboom uit de rozenfamilie met als steenvrucht de amandel
amandelboompje	=	amandelboom
amandelboompjes	=	amandelboom
amandelbroden	=	amandelbrood
amandelbrood	noun	zoete lekkernij gebakken van deeg uit fijngemaakte amandelen
amandelbroodje	=	amandelbrood
amandelbroodjes	=	amandelbrood
amandelen	=	amandel
amandelessence	noun	sterk geconcentreerd aromatisch aftreksel van amandelolie
amandelessencen	=	amandelessence
amandelessences	=	amandelessence
amandelgeest	noun	sterk geconcentreerd aromatisch aftreksel van amandelolie
amandelmeel	noun	fijn gemalen amandelen, rijk aan vitaminen, mineralen en vitaminen B1, B2, B6 en E
amandelmelk	noun	een melkachtige drank die uit fijngemalen amandelen en water bereid kan worden en die gewoonlijk horchata wordt genoemd
amandelmelken	=	amandelmelk
amandelmelkje	=	amandelmelk
amandelmot	noun	Cadra cautella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
amandelmotje	=	amandelmot
amandelmotjes	=	amandelmot
amandelmotten	=	amandelmot
amandelolie	noun	uit amandelen en uit perzikpitten geperste spijsolie
amandelolies	=	amandelolie
amandeloliën	=	amandelolie
amandelontsteking	noun	is een ontsteking van de keelamandelen (tonsillen).
amandelontstekingen	=	amandelontsteking
amandelontstekinkje	=	amandelontsteking
amandelontstekinkjes	=	amandelontsteking
amandeloogerebia	noun	Erebia alberganus een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
amandeloogerebia's	=	amandeloogerebia
amandeloogerebiaatje	=	amandeloogerebia
amandeloogerebiaatjes	=	amandeloogerebia
amandeloperatie	noun	operatie aan de, achter in de keel gelegen, amandelen
amandeloperaties	=	amandeloperatie
amandelorgeade	noun	melkachtige drank, gekookt uit amandelen
amandelpasta	noun	een smeuige massa gemaakt van gemalen amandelnoten
amandelpasta's	=	amandelpasta
amandelpers	noun	pasta van amandelen, amandelspijs
amandelpersen	=	amandelpers
amandelpersje	=	amandelpers
amandelrussula	noun	een paddenstoel Russula grata uit de familie Russulaceae.
amandelrussula's	=	amandelrussula
amandelrussulaatje	=	amandelrussula
amandelrussulaatjes	=	amandelrussula
amandels	=	amandel
amandelschaafsel	noun	geschaafde amandelpitten
amandelschaafsels	=	amandelschaafsel
amandelslijmkop	noun	Hygrophorus agathosmus een paddenstoel uit de familie Hygrophoraceae.
amandelslijmkopje	=	amandelslijmkop
amandelslijmkopjes	=	amandelslijmkop
amandelslijmkoppen	=	amandelslijmkop
amandelslijmkoppie	=	amandelslijmkop
amandelslijmkoppies	=	amandelslijmkop
amandelspijs	noun	een mengsel van amandelen en suiker dat wordt gebruikt in o.a. gevulde speculaas en boterletters
amandelspijzen	=	amandelspijs
amandelstaaf	noun	een staafvormig gebak gemaakt van amandelspijs en bladerdeeg
amandelstaven	=	amandelstaaf
amandeltaart	noun	taart met amandeldeeg
amandeltaarten	=	amandeltaart
amandeltaartje	=	amandeltaart
amandeltaartjes	=	amandeltaart
amandeltje	=	amandel
amandeltjes	=	amandel
amandelvezelkop	noun	een schimmel Inocybe hirtella behorend tot de familie Inocybaceae.
amandelvezelkopje	=	amandelvezelkop
amandelvezelkopjes	=	amandelvezelkop
amandelvezelkoppen	=	amandelvezelkop
amandelvormig	adj	vorm van een amandel hebbend
amandelvormige	=	amandelvormig
amandelvormiger	=	amandelvormig
amandelvormigere	=	amandelvormig
amandelvormigers	=	amandelvormig
amandelvormigs	=	amandelvormig
amandelvormigst	=	amandelvormig
amandelvormigste	=	amandelvormig
amandelwilg	noun	bepaald soort loofboom, Salix triandra, die inheems is in de Benelux en tot 4 meter hoog kan worden
amandelwilgbastgalmug	noun	Rabdophaga triandraperda een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
amandelwilgbastgalmuggen	=	amandelwilgbastgalmug
amandelwilgbastgalmugje	=	amandelwilgbastgalmug
amandelwilgbastgalmugjes	=	amandelwilgbastgalmug
amandelwilgblaasbladwesp	noun	Pontania triandrae een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
amandelwilgblaasbladwespen	=	amandelwilgblaasbladwesp
amandelwilgblaasbladwespje	=	amandelwilgblaasbladwesp
amandelwilgblaasbladwespjes	=	amandelwilgblaasbladwesp
amandelwilgen	=	amandelwilg
amandelwilgroest	noun	Melampsora amygdalinae een roestschimmel in de familie Melampsoraceae.
amandelwilgroesten	=	amandelwilgroest
amandelwilgroestje	=	amandelwilgroest
amandelwilgroestjes	=	amandelwilgroest
amandelwolfsmelk	noun	Euphorbia amygdaloides Amandelwolfsmelk staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en stabiel tot iets toegenomen.
amandelzeep	noun	zeep gemaakt met fijngestampte amandelen
amandelzeepje	=	amandelzeep
amandelzeepjes	=	amandelzeep
amandelzepen	=	amandelzeep
amandelzuren	=	amandelzuur
amandelzuur	noun	zuur dat wordt het toegepast in geneesmiddelen voor de nabehandeling van chronische infecties aan de urinewegen
amandelzuurtje	=	amandelzuur
amandelzuurtjes	=	amandelzuur
amaniet	noun	een geslacht Amanita van schimmels behorend tot de familie Amanitaceae.
amanieten	=	amaniet
amanietje	=	amaniet
amanietjes	=	amaniet
amanihoningzuiger	noun	Hedydipna pallidigaster een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers) die alleen voorkomt op een paar plaatsen in Oost-Afrika.
amanihoningzuigers	=	amanihoningzuiger
amanihoningzuigertje	=	amanihoningzuiger
amanihoningzuigertjes	=	amanihoningzuiger
amanogarnaal	noun	Caridina multidentata een zoetwatergarnaal uit de familie van de Atyidae.
amanogarnaaltje	=	amanogarnaal
amanogarnaaltjes	=	amanogarnaal
amanogarnalen	=	amanogarnaal
amant	noun	minnaar
amants	=	amant
amanuenses	=	amanuensis
amanuensis	noun	is een assistent op natuurkundig, biologisch en/of scheikundig terrein op een school of in een laboratorium ook in figuurlijke zin gebruikt als assistent in meer algemene zin
amanuensissen	=	amanuensis
amapiano	noun	housemuziek uit Zuid-Afrika
amarant	noun	een geslacht Amaranthus van eenjarige, kruidachtige planten uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
amaranten	noun	een geslacht Lagonosticta van zangvogels uit de familie prachtvinken (Estrildidae)
amarantenfamilie	noun	een familie Amaranthaceae van tweezaadlobbige kruidachtige planten en struiken
amaranthout	noun	het rood tot violet gekleurde hout van de Copaifera dat vooral voor fineerwerk wordt gebruikt
amarantje	=	amarant
amarantwants	noun	insect uit de familie Piesmatidae uit de orde der halfvleugeligen (Hemiptera).
amarantwantsen	noun	Piesmatidae een familie uit de orde der halfvleugeligen (Hemiptera).
amarantwantsje	=	amarantwants
amarantwantsjes	=	amarantwants
amaretto	noun	likeur met een zoete amandelsmaak
amaretto's	=	amaretto
amarettootje	=	amaretto
amaril	noun	een fijnkorrelig gesteente (samengesteld uit korund, magnetiet, hematiet en kwarts) dat onder meer in poedervorm gebruikt wordt voor de vervaardiging van schuurpapier, schuurlinnen, instrooimateriaal afwerkvloeren, polijst- en slijpschijven
amarilkatoen	noun	een katoenen lap bedekt met fijn amarilpoeder, waarmee voorwerpen gepolijst kunnen worden
amarillen	=	amaril
amarilletje	=	amaril
amarilletjes	=	amaril
amarillo	noun	lichtgeel	adj	lichtgeel
amarillo's	=	amarillo
amarilschijf	noun	slijpschijf van amaril
amarilschijfje	=	amarilschijf
amarilschijfjes	=	amarilschijf
amarilschijven	=	amarilschijf
amarsipa	noun	Amarsipus carlsbergi een baarsachtige vis en de enige soort in het geslacht Amarsipus, wat weer het enige geslacht is in de familie amarsipiden (Amarsipidae)
amarsipa's	=	amarsipa
amarsipiden	noun	een familie Amarsipidae uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
amaryllis	noun	narcisachtige sierplant meest bekend is de Amaryllis Belladonna, ze heeft een lange stengel en een paar grote bloemen
amaryllissen	=	amaryllis
amateur	noun	een persoon die iets als hobby doet, niet-beroeps vakman, niet-beroeps sporter
amateurarcheologen	=	amateurarcheoloog
amateurarcheoloog	noun	iemand die uit liefhebberij opgravingen doet
amateurastronomen	=	amateurastronoom
amateurastronomie	noun	is een onderdeel van de astronomie dat door amateurs wordt beoefend
amateurastronoom	noun	persoon die uit liefhebberij de sterrenkunde bedrijft
amateuratleet	noun	iemand die uit liefhebberij atletiek beoefent
amateuratleten	=	amateuratleet
amateurbasis	noun	dat je iets niet professioneel en onbetaald doet, puur uit liefhebberij, hobby of passie.
amateurbokser	noun	iemand die uit liefhebberij de bokssport beoefent
amateurboksers	=	amateurbokser
amateurboksertje	=	amateurbokser
amateurboksertjes	=	amateurbokser
amateurclub	noun	sportclub voor liefhebbers die met sporten geen geld verdienen
amateurclubje	=	amateurclub
amateurclubjes	=	amateurclub
amateurclubs	=	amateurclub
amateurdetective	noun	iemand die misdaden opheldert terwijl dat niet zijn beroep is
amateurdetectives	=	amateurdetective
amateurdichter	noun	iemand die voor zijn eigen plezier gedichten schrijft
amateurdichters	=	amateurdichter
amateurdichtertje	=	amateurdichter
amateurdichtertjes	=	amateurdichter
amateurelftal	noun	voetbalploeg bestaande uit niet-profvoetballers
amateurelftallen	=	amateurelftal
amateurfilm	noun	film die gemaakt is door een liefhebber
amateurfilmpje	=	amateurfilm
amateurfilmpjes	=	amateurfilm
amateurfilms	=	amateurfilm
amateurfotograaf	noun	iemand die voor zijn liefhebberij foto's maakt
amateurfotografen	=	amateurfotograaf
amateurgeologen	=	amateurgeoloog
amateurgeoloog	noun	iemand die uit liefhebberij onderzoek doet naar de aardkorst
amateurisme	noun	het beoefenen uit liefhebberij
amateuristisch	adj	betrekking hebbend op personen en het werk van personen die iets doen of maken zonder daarin een professionele scholing te hebben ontvangen
amateuristische	=	amateuristisch
amateuristischer	=	amateuristisch
amateuristischere	=	amateuristisch
amateuristischers	=	amateuristisch
amateuristischt	=	amateuristisch
amateuristischte	=	amateuristisch
amateurkampioen	noun	winnaar van een kampioenstitel bij de niet-professionele sporters
amateurkampioenen	=	amateurkampioen
amateurkampioenschap	noun	de kampioenstitel voor sporters die een sport als hobby uitoefenen
amateurkampioenschappen	=	amateurkampioenschap
amateurkoor	noun	groep niet-professionele zangers die in een koor zingen
amateurkoortje	=	amateurkoor
amateurkoortjes	=	amateurkoor
amateurkoren	=	amateurkoor
amateurkunst	noun	kunst gemaakt door niet professionele liefhebbers
amateuronderzoeker	noun	persoon die uit liefhebberij iets onderzoek
amateuronderzoekers	=	amateuronderzoeker
amateuronderzoekertje	=	amateuronderzoeker
amateuronderzoekertjes	=	amateuronderzoeker
amateuropname	noun	niet-professionele vastlegging van geluid of beeld
amateuropnamen	=	amateuropname
amateuropnames	=	amateuropname
amateurrenner	noun	iemand die uit liefhebberij deelneemt aan wielerwedstrijden
amateurrenners	=	amateurrenner
amateurs	=	amateur
amateurschilder	noun	iemand die uit liefhebberij de schilderkunst beoefent
amateurschilders	=	amateurschilder
amateurschildertje	=	amateurschilder
amateurschildertjes	=	amateurschilder
amateursport	noun	sport die wordt beoefend door onbetaalde liefhebbers
amateursporten	=	amateursport
amateursporter	noun	iemand die voor zijn plezier sport en er niet voor betaald wordt
amateursporters	=	amateursporter
amateurstatus	noun	de officiële positie als niet-professioneel sporter
amateurstatussen	=	amateurstatus
amateurswerk	noun	werk dat gemaakt is door een amateur
amateurswerken	=	amateurswerk
amateurswerkje	=	amateurswerk
amateurswerkjes	=	amateurswerk
amateurtheater	noun	theatervoorstelling gemaakt door spelers die het niet voor hun broodwinning doen
amateurtheaters	=	amateurtheater
amateurtijdperk	noun	de tijdsperiode dat een activiteit uit liefhebberij werd uitgevoerd en niet beroepsmatig
amateurtijdperken	=	amateurtijdperk
amateurtijdperkje	=	amateurtijdperk
amateurtijdperkjes	=	amateurtijdperk
amateurtje	=	amateur
amateurtjes	=	amateur
amateurtoneel	noun	toneelspel dat gespeeld wordt door liefhebbers
amateurtoneelgezelschap	noun	groep amateurtoneelspelers die samen toneelstukken uitvoeren
amateurtoneelgezelschapje	=	amateurtoneelgezelschap
amateurtoneelgezelschapjes	=	amateurtoneelgezelschap
amateurtoneelgezelschappen	=	amateurtoneelgezelschap
amateurtoneeltje	=	amateurtoneel
amateurtoneeltjes	=	amateurtoneel
amateurvereniging	noun	vereniging waarvan onbetaalde sporters lid zijn
amateurverenigingen	=	amateurvereniging
amateurverenigingetje	=	amateurvereniging
amateurverenigingetjes	=	amateurvereniging
amateurvideo	noun	videofilm gemaakt door iemand die geen beroepsfilmer is
amateurvideo's	=	amateurvideo
amateurvirologen	=	amateurviroloog
amateurviroloog	noun	een leek die de inzichten van professionele virologen en medici in twijfel trekt op basis van persoonlijke opvattingen en onderbuikgevoelens
amateurvoetbal	noun	voetbal beoefenen als hobby en niet als betaald beroep
amateurvoetbalclub	noun	Een sportclub waarin voetbal wordt gespeeld op amateurniveau
amateurvoetbalclubje	=	amateurvoetbalclub
amateurvoetbalclubjes	=	amateurvoetbalclub
amateurvoetbalclubs	=	amateurvoetbalclub
amateurvoetballer	noun	iemand die voetbal speelt als hobby
amateurvoetballers	=	amateurvoetballer
amateurvoetballertje	=	amateurvoetballer
amateurvoetballertjes	=	amateurvoetballer
amateurvoetbalster	noun	een vrouwelijke amateurvoetballer
amateurvoetbalsters	=	amateurvoetbalster
amateurvoetbalstertje	=	amateurvoetbalster
amateurvoetbalstertjes	=	amateurvoetbalster
amateurwedstrijd	noun	wedstrijd die gespeeld wordt door onbetaalde liefhebbers
amateurwedstrijden	=	amateurwedstrijd
amateurwielrennen	noun	wielrennen door liefhebbers
amateurwielrenner	noun	iemand die voor zijn plezier meedoet aan wielerwedstrijden
amateurwielrenners	=	amateurwielrenner
amatrice	noun	vrouw die iets als hobby doet en dus niet beroepsmatig
amatrices	=	amatrice
amatricetje	=	amatrice
amatricetjes	=	amatrice
amaurose	noun	blindheid
amaxofobie	noun	een overmatige en niet-functionele angst om een voertuig te besturen of om bijrijder te zijn
amazilia	noun	Amazilia een geslacht van vogels uit de familie kolibries (Trochilidae) en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
amazilia's	=	amazilia
amaziliaatje	=	amazilia
amaziliaatjes	=	amazilia
amazing	adv	geweldig, heel leuk, heel cool, fantastisch
amazone	noun	strijdbare vrouw
amazone-ijsvogel	noun	Chloroceryle amazona een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
amazone-ijsvogels	=	amazone-ijsvogel
amazone-ijsvogeltje	=	amazone-ijsvogel
amazone-ijsvogeltjes	=	amazone-ijsvogel
amazone-oeistiti	noun	zoogdier uit het geslacht Mico van de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
amazone-oeistiti's	noun	Mico een geslacht van de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
amazone-oeistitietje	=	amazone-oeistiti
amazone-oeistitietjes	=	amazone-oeistiti
amazone-parasolvogel	noun	Cephalopterus ornatus een zangvogel uit het geslacht Cephalopterus.
amazone-parasolvogels	=	amazone-parasolvogel
amazone-parasolvogeltje	=	amazone-parasolvogel
amazone-parasolvogeltjes	=	amazone-parasolvogel
amazone-roodteenvogelspin	noun	Avicularia avicularia een spin uit de familie vogelspinnen (Theraphosidae) en lid van het geslacht Avicularia.
amazone-roodteenvogelspinnen	=	amazone-roodteenvogelspin
amazone-roodteenvogelspinnetje	=	amazone-roodteenvogelspin
amazone-roodteenvogelspinnetjes	=	amazone-roodteenvogelspin
amazone-varkenssnuitskunk	noun	Conepatus semistriatus een roofdier uit de familie Mephitidae.
amazone-varkenssnuitskunkje	=	amazone-varkenssnuitskunk
amazone-varkenssnuitskunkjes	=	amazone-varkenssnuitskunk
amazone-varkenssnuitskunks	=	amazone-varkenssnuitskunk
amazonebrulaap	noun	Alouatta nigerrima een soort van het geslacht brulapen (Alouatta).
amazonebrulaapje	=	amazonebrulaap
amazonebrulaapjes	=	amazonebrulaap
amazonebrulapen	=	amazonebrulaap
amazonecavia	noun	Cavia fulgida een caviasoort uit Zuid-Amerika die voorkomt in het oosten van Brazilië.
amazonecavia's	=	amazonecavia
amazonecaviaatje	=	amazonecavia
amazonecaviaatjes	=	amazonecavia
amazonedwergeekhoorn	noun	Microsciurus flaviventer eekhoorn (Microsciurus flaviventer) is een eekhoornsoort behorend tot de Amerikaanse dwergeekhoorns.
amazonedwergeekhoorns	=	amazonedwergeekhoorn
amazonedwergeekhoorntje	=	amazonedwergeekhoorn
amazonedwergeekhoorntjes	=	amazonedwergeekhoorn
amazonedwergral	noun	Laterallus exilis een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
amazonedwergrallen	=	amazonedwergral
amazonedwergralletje	=	amazonedwergral
amazonedwergralletjes	=	amazonedwergral
amazonegebied	noun	het drainagebekken van de Amazone en haar zijrivieren
amazonegebieden	=	amazonegebied
amazonegifkikker	noun	Ranitomeya ventrimaculata een kleine kikker uit de familie pijlgifkikkers (Dendrobatidae).
amazonegifkikkers	=	amazonegifkikker
amazonegifkikkertje	=	amazonegifkikker
amazonegifkikkertjes	=	amazonegifkikker
amazonekroontiran	noun	Onychorhynchus coronatus een zangvogel uit de familie Tityridae
amazonekroontirannen	=	amazonekroontiran
amazonekroontirannetje	=	amazonekroontiran
amazonekroontirannetjes	=	amazonekroontiran
amazonelamantijn	noun	Trichechus inunguis een lamantijn (zeekoe) die in het stroomgebied van de Amazone voorkomt (waaronder ook de zijrivieren van de Amazone en de monding van de Amazone), in Brazilië, Colombia, Ecuador, Guyana en Peru
amazonelamantijnen	=	amazonelamantijn
amazonelamantijntje	=	amazonelamantijn
amazonelamantijntjes	=	amazonelamantijn
amazonemier	noun	Polyergus rufescens roofmier van 5 tot 10 mm lang die poppen van een andere miersoort rooft die dan later hun slaven worden
amazonemieren	noun	Polyergus een geslacht van mieren uit de onderfamilie schubmieren (Formicinae).
amazonemierklauwier	noun	Thamnophilus amazonicus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
amazonemierklauwieren	=	amazonemierklauwier
amazonemierklauwiertje	=	amazonemierklauwier
amazonemierklauwiertjes	=	amazonemierklauwier
amazonemierpitta	noun	Hylopezus berlepschi een zangvogel uit de familie Grallariidae.
amazonemierpitta's	=	amazonemierpitta
amazonemierpittaatje	=	amazonemierpitta
amazonemierpittaatjes	=	amazonemierpitta
amazonemiersluiper	noun	Myrmotherula multostriata een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
amazonemiersluipers	=	amazonemiersluiper
amazonemiersluipertje	=	amazonemiersluiper
amazonemiersluipertjes	=	amazonemiersluiper
amazonemiertje	=	amazonemier
amazonemiertjes	=	amazonemier
amazonemoortiran	noun	Knipolegus poecilocercus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
amazonemoortirannen	=	amazonemoortiran
amazonemoortirannetje	=	amazonemoortiran
amazonemoortirannetjes	=	amazonemoortiran
amazonemotmot	noun	Momotus momota een vogel uit de familie motmots (Momotidae)
amazonemotmotje	=	amazonemotmot
amazonemotmotjes	=	amazonemotmot
amazonemotmots	=	amazonemotmot
amazonemotmotten	=	amazonemotmot
amazonemuggenvanger	noun	Polioptila plumbea een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
amazonemuggenvangers	=	amazonemuggenvanger
amazonemuggenvangertje	=	amazonemuggenvanger
amazonemuggenvangertjes	=	amazonemuggenvanger
amazonemuisspecht	noun	Xiphorhynchus ocellatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
amazonemuisspechten	=	amazonemuisspecht
amazonemuisspechtje	=	amazonemuisspecht
amazonemuisspechtjes	=	amazonemuisspecht
amazonen	=	amazone
amazonepapegaai	noun	Amazona lid van een geslacht van papegaaiachtigen uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae)
amazonepapegaaien	noun	Amazona een geslacht van papegaaiachtigen uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae)
amazoneparasolvogel	noun	Cephalopterus ornatus een zangvogel uit het geslacht Cephalopterus.
amazoneparasolvogels	=	amazoneparasolvogel
amazoneparasolvogeltje	=	amazoneparasolvogel
amazoneparasolvogeltjes	=	amazoneparasolvogel
amazoneparkiet	noun	Nannopsittaca dachilleae een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
amazoneparkieten	=	amazoneparkiet
amazoneparkietje	=	amazoneparkiet
amazoneparkietjes	=	amazoneparkiet
amazoneregenwoud	noun	het regenwoud van het Amazonebekken (nog het grootste regenwoud op Aarde)
amazoneregenwouden	=	amazoneregenwoud
amazonereuzenpekari	noun	Pecari maximus (in de pers ook wel reuzenpekari genoemd, maar die naam is ook gebruikt voor de prehistorische reuzenpekari) is een nieuwe soort pekari die door de Nederlands-Braziliaanse bioloog Marc van Roosmalen en de Duitse filmer Lothar Frenz in 2004 in Brazilië is ontdekt.
amazonereuzenpekari's	=	amazonereuzenpekari
amazonereuzenpekarietje	=	amazonereuzenpekari
amazonereuzenpekarietjes	=	amazonereuzenpekari
amazones	=	amazone
amazonestern	noun	Sternula superciliaris een zeevogel uit de familie Laridae (meeuwen) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
amazonesternen	=	amazonestern
amazonesterns	=	amazonestern
amazonesterntje	=	amazonestern
amazonesterntjes	=	amazonestern
amazonetaling	noun	Amazonetta brasiliensis een vogel uit de familie Anatidae.
amazonetalingen	=	amazonetaling
amazonetalinkje	=	amazonetaling
amazonetalinkjes	=	amazonetaling
amazonetangare	noun	Eucometis penicillata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
amazonetangaren	=	amazonetangare
amazonetangaretje	=	amazonetangare
amazonetangaretjes	=	amazonetangare
amazonetje	=	amazone
amazonetjes	=	amazone
amazonetroepiaal	noun	Icterus croconotus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
amazonetroepiaaltje	=	amazonetroepiaal
amazonetroepiaaltjes	=	amazonetroepiaal
amazonetroepialen	=	amazonetroepiaal
amazonetrogon	noun	Trogon ramonianus een vogel uit de familie Trogonidae.
amazonetrogonnetje	=	amazonetrogon
amazonetrogonnetjes	=	amazonetrogon
amazonetrogons	=	amazonetrogon
amazonewinterkoning	noun	Odontorchilus cinereus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
amazonewinterkoningen	=	amazonewinterkoning
amazonewinterkoninkje	=	amazonewinterkoning
amazonewinterkoninkjes	=	amazonewinterkoning
amazonewoud	noun	het tropische regenwoud van het Amazonebekken
amazonewouden	=	amazonewoud
amazonezanger	noun	Myiothlypis flaveola een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
amazonezangers	=	amazonezanger
amazonezangertje	=	amazonezanger
amazonezangertjes	=	amazonezanger
amazonezit	noun	zitten op een zadel met de beide benen aan één kant van het paard of rijwiel (als passagier)
amazonezwartkeeltrogon	noun	Trogon rufus een vogel uit de familie Trogonidae.
amazonezwartkeeltrogonnetje	=	amazonezwartkeeltrogon
amazonezwartkeeltrogonnetjes	=	amazonezwartkeeltrogon
amazonezwartkeeltrogons	=	amazonezwartkeeltrogon
ambacht	noun	een handwerkvak dat vaak aanzienlijke vaardigheden vereist
ambachtelijk	adj	volgens de methoden van het oude ambacht
ambachtelijke	=	ambachtelijk
ambachtelijker	=	ambachtelijk
ambachtelijkere	=	ambachtelijk
ambachtelijkers	=	ambachtelijk
ambachtelijkheden	=	ambachtelijkheid
ambachtelijkheid	noun	de kennis en kunde die iemand heeft om iets te kunnen maken
ambachtelijks	=	ambachtelijk
ambachtelijkst	=	ambachtelijk
ambachtelijkste	=	ambachtelijk
ambachten	=	ambacht
ambachtje	=	ambacht
ambachtjes	=	ambacht
ambachtsactiviteit	noun	werkzaamheden verricht door ambachtslieden
ambachtsactiviteiten	=	ambachtsactiviteit
ambachtsactiviteitje	=	ambachtsactiviteit
ambachtsactiviteitjes	=	ambachtsactiviteit
ambachtsbaas	noun	baas die een ambacht uitvoert; leidinggevende ambachtsman
ambachtsbaasje	=	ambachtsbaas
ambachtsbaasjes	=	ambachtsbaas
ambachtsbazen	=	ambachtsbaas
ambachtscholen	=	ambachtschool
ambachtschool	noun	school voor praktisch onderwijs; school waar men een ambacht leert
ambachtschooltje	=	ambachtschool
ambachtschooltjes	=	ambachtschool
ambachtsgevolg	noun	alle rechten en voordelen, aan een ambachtsheerlijkheid verbonden
ambachtsgevolgen	=	ambachtsgevolg
ambachtsgezel	noun	leerling/ambachtsman die de basisvaardigheden van een ambacht beheerste maar de graad van meester nog niet heeft verkregen
ambachtsgezellen	=	ambachtsgezel
ambachtsgezelletje	=	ambachtsgezel
ambachtsgezelletjes	=	ambachtsgezel
ambachtsgilde	noun	vereniging van ambachtslieden van een bepaald ambacht (vanaf de middeleeuwen tot eind 18e eeuw)
ambachtsgilden	=	ambachtsgilde
ambachtsgildes	=	ambachtsgilde
ambachtsheer	noun	een heer met plaatselijke regeermacht en bevoegdheid tot rechtspraak in de z.g. ambachtsheerlijkheid
ambachtsheerlijkheden	=	ambachtsheerlijkheid
ambachtsheerlijkheid	noun	de waardigheid van een ambachtsheer met de daaraan verbonden rechten
ambachtsheertje	=	ambachtsheer
ambachtsheertjes	=	ambachtsheer
ambachtsheren	=	ambachtsheer
ambachtshuis	noun	het huis van een ambacht of gilde, het gildehuis
ambachtshuisje	=	ambachtshuis
ambachtshuisjes	=	ambachtshuis
ambachtshuizen	=	ambachtshuis
ambachtskunst	noun	kunstzinnige producten gemaakt door ambachtslieden
ambachtskunsten	=	ambachtskunst
ambachtslieden	=	ambachtsman
ambachtslui	=	ambachtsman
ambachtsman	noun	iemand die met een ambacht zijn brood verdient
ambachtsmannen	=	ambachtsman
ambachtsmannetje	=	ambachtsman
ambachtsmannetjes	=	ambachtsman
ambachtsmens	noun	iemand die met een ambacht het brood verdient
ambachtsmensen	=	ambachtsmens
ambachtsmensje	=	ambachtsmens
ambachtsmensjes	=	ambachtsmens
ambachtsonderwijs	noun	praktische opleiding voor technische beroepen
ambachtsscholen	=	ambachtsschool
ambachtsschool	noun	tot ongeveer 1968 opleidingsschool voor technische vakken tegenwoordig vmbo
ambachtsschooltje	=	ambachtsschool
ambachtsschooltjes	=	ambachtsschool
ambachtsvolk	noun	het volk wat een ambacht uitoefent ofwel de gezamenlijke ambachtslieden
ambachtsvrouw	noun	beoefenaarster van een ambacht
ambachtsvrouwe	noun	vrouwelijke variant van ambachtsheer
ambachtsvrouwen	=	ambachtsvrouw
ambachtsvrouwtje	=	ambachtsvrouwe
ambachtswerk	noun	het werk dat een ambachtsman in zijn ambacht vervaardigd
ambachtswerken	=	ambachtswerk
ambachtswerkje	=	ambachtswerk
ambachtswerkjes	=	ambachtswerk
ambarella	noun	Spondias dulcis (ook wel: Spondias cytherea) uit de pruikenboomfamilie Anacardiaceae
ambassaatje	=	ambassade
ambassade	noun	de officiële vertegenwoordiging van de ene regering in de hoofdstad van de andere
ambassadegebouw	noun	gebouw waarin de vertegenwoordiging van een buitenlandse mogendheid is gevestigd
ambassadegebouwen	=	ambassadegebouw
ambassadegebouwtje	=	ambassadegebouw
ambassadegebouwtjes	=	ambassadegebouw
ambassademedewerker	noun	functionaris die werkt op een vertegenwoordiging van een land in het buitenland
ambassademedewerkers	=	ambassademedewerker
ambassaden	=	ambassade
ambassadepersoneel	noun	mensen die werkzaam zijn op een ambassade
ambassadepost	noun	betrekking op een ambassade
ambassadeposten	=	ambassadepost
ambassaderaad	noun	diplomaat die werkzaam is op een ambassade
ambassaderaden	=	ambassaderaad
ambassades	=	ambassade
ambassadesecretaris	noun	diplomaat werkzaam op een diplomatieke vertegenwoordiging van een land in het buitenland
ambassadesecretarissen	=	ambassadesecretaris
ambassadestaf	noun	personeel dat werk op een ambassade
ambassadestaven	=	ambassadestaf
ambassadeterrein	noun	grondgebied dat hoort bij een ambassade en waar de wetten en regels gelden van het land waarvan de ambassade is
ambassadeterreinen	=	ambassadeterrein
ambassadetje	=	ambassade
ambassadetjes	=	ambassade
ambassadeur	noun	iemand die door de ene staat is aangesteld om deze staat bij een andere staat te vertegenwoordigen.
ambassadeuren	=	ambassadeur
ambassadeurs	=	ambassadeur
ambassadeurschap	noun	vertegenwoordiging van een land in een ander land of bij een internationale organisatie
ambassadeurschapje	=	ambassadeurschap
ambassadeurschapjes	=	ambassadeurschap
ambassadeurschappen	=	ambassadeurschap
ambassadeursniveau	noun	op het hiërarchische niveau dat gelijkgesteld kan worden aan dat van een ambassadeur
ambassadeursniveaus	=	ambassadeursniveau
ambassadeurspost	noun	bepaalde formatieplaats als ambassadeur voor een bepaald land in een bepaald land
ambassadeursposten	=	ambassadeurspost
ambassadeursrol	noun	rol als beschermer, pleiter of vertegenwoordiger voor een organisatie of land
ambassadeursrollen	=	ambassadeursrol
ambassadeursvrouw	noun	de echtgenote van een ambassadeur of ambassadrice
ambassadeursvrouwen	=	ambassadeursvrouw
ambassadeurswoning	noun	ambtswoning voor een ambassadeur
ambassadeurswoningen	=	ambassadeurswoning
ambassadeurswoninkje	=	ambassadeurswoning
ambassadeurswoninkjes	=	ambassadeurswoning
ambassadeurtje	=	ambassadeur
ambassadeurtjes	=	ambassadeur
ambassadewijk	noun	deel van een (hoofd)stad waarin de vertegenwoordigingen van vreemde mogendheden zijn gevestigd
ambassadewijken	=	ambassadewijk
ambassadewijkje	=	ambassadewijk
ambassadewijkjes	=	ambassadewijk
ambassadrice	noun	vrouwelijke vorm van ambassadeur
ambassadrices	=	ambassadrice
ambassadricetje	=	ambassadrice
amber	noun	hard wasachtig grijs product gevonden in de maag van potvissen dat bestaat uit verteerde rugschilden van reuzeninktvissen die het hoofdvoedsel van de potvis vormen
amberachtig	adj	lijkend op amber; met de eigenschappen van amber
amberachtige	=	amberachtig
amberachtigs	=	amberachtig
amberbomen	=	amberboom
amberboom	noun	benaming voor de Amerikaanse amberboom Liquidambar styraciflua, een loofboom uit de familie Altingiaceae, van oorsprong uit het oosten van Noord-Amerika
amberboompje	=	amberboom
amberboompjes	=	amberboom
amberbosrotslijster	noun	Monticola erythronotus een soort uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
amberbosrotslijsters	=	amberbosrotslijster
amberbosrotslijstertje	=	amberbosrotslijster
amberbosrotslijstertjes	=	amberbosrotslijster
amberen	adj	bestaand uit amber
ambergeur	noun	geurfamilie in parfums
ambergeuren	=	ambergeur
ambergeurtje	=	ambergeur
ambergeurtjes	=	ambergeur
ambergrijs	noun	grijze amber
ambergrijzen	=	ambergrijs
amberkleur	noun	de lichtoranje kleur van amber, die oorspronkelijk van barnsteen komt
amberkleuren	=	amberkleur
amberkleurig	adj	de lichtoranje kleur van amber hebbend, een oranjegele kleur hebbend die oorspronkelijk van barnsteen komt
amberkleurige	=	amberkleurig
amberkleuriger	=	amberkleurig
amberkleurigere	=	amberkleurig
amberkleurigers	=	amberkleurig
amberkleurigs	=	amberkleurig
amberkleurigst	=	amberkleurig
amberkleurigste	=	amberkleurig
amberkleurtje	=	amberkleur
amberkleurtjes	=	amberkleur
amberkruid	noun	Teucrium marum een niet-winterharde, vaste plant, die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
amberkruiden	=	amberkruid
amberkruidje	=	amberkruid
amberkruidjes	=	amberkruid
ambers	=	amber
ambertje	=	amber
ambertjes	=	amber
ambetant	adj	vervelend, onprettig
ambetante	=	ambetant
ambetanter	=	ambetant
ambetantere	=	ambetant
ambetanterik	noun	een vervelend of een lastig persoon
ambetanteriken	=	ambetanterik
ambetanterikje	=	ambetanterik
ambetanterikjes	=	ambetanterik
ambetanterikske	=	ambetanterik
ambetanterikskes	=	ambetanterik
ambetanters	=	ambetant
ambetants	=	ambetant
ambetantst	=	ambetant
ambetantste	=	ambetant
ambeteer	=	ambeteren
ambeteerde	=	ambeteren
ambeteerden	=	ambeteren
ambeteert	=	ambeteren
ambetere	=	ambeteren
ambeteren	verb	iemand lastig vallen; iemand hinderen
ambeterend	=	ambeteren
ambeterende	=	ambeteren
ambiance	noun	omgeving, stemming, sfeer
ambiances	=	ambiance
ambidexter	noun	iemand die zowel links- als rechtshandig is	adj	alleen predicatief: zowel links- als rechtshandig
ambidextere	=	ambidexter
ambidexters	=	ambidexter
ambidextrie	noun	fenomeen dat iemand zowel links- als rechtshandig is (tweehandig)
ambieer	=	ambiëren
ambieerde	=	ambiëren
ambieerden	=	ambiëren
ambieert	=	ambiëren
ambient	noun	sfeervolle elektronische muziek zonder duidelijk ritme
ambigram	noun	tekst die zo is geschreven en vormgegeven dat zij gelezen in omgekeerde richting of na een draaiing opnieuw een leesbare tekst vormt
ambigrammen	=	ambigram
ambigu	adj	dubbelzinnig, voor meerdere uitleg vatbaar
ambigu's	=	ambigu
ambigu'ste	=	ambigu
ambigue	=	ambigu
ambiguer	=	ambigu
ambiguere	=	ambigu
ambiguers	=	ambigu
ambiguïteit	noun	dubbelzinnigheid
ambiguïteiten	=	ambiguïteit
ambilogie	noun	een uiting met tweeërlei uitleg
ambilogietje	=	ambilogie
ambilogietjes	=	ambilogie
ambilogieën	=	ambilogie
ambitie	noun	het begeren een bepaald succes te behalen
ambitieniveau	noun	het streven naar verbetering van iemands positie in de samenleving
ambitieniveaus	=	ambitieniveau
ambities	=	ambitie
ambitietje	=	ambitie
ambitietjes	=	ambitie
ambitieus	adj	vol van de wens en het vertrouwen om iets te bereiken
ambitieust	=	ambitieus
ambitieuste	=	ambitieus
ambitieuze	=	ambitieus
ambitieuzer	=	ambitieus
ambitieuzere	=	ambitieus
ambitieuzers	=	ambitieus
ambivalent	adj	op hetzelfde moment twee verschillende, vaak tegengestelde, gevoelens hebbend
ambivalente	=	ambivalent
ambivalenter	=	ambivalent
ambivalentere	=	ambivalent
ambivalenters	=	ambivalent
ambivalentie	noun	twee verschillende waarden of mogelijkheden hebbende
ambivalenties	=	ambivalentie
ambivalentietje	=	ambivalentie
ambivalentietjes	=	ambivalentie
ambivalents	=	ambivalent
ambivalentst	=	ambivalent
ambivalentste	=	ambivalent
ambiëre	=	ambiëren
ambiëren	verb	naar iets streven
ambiërend	=	ambiëren
ambiërende	=	ambiëren
amblyopie	noun	lui oog
amblyopieën	=	amblyopie
ambo	noun	verhoogd podium in een kerk
ambo's	=	ambo
amboinees	=	ambonees
amboineesch	=	ambonees
ambonees	noun	Zuid-Molukker	adj	Zuid-Moluks
amboneesch	=	ambonees
amboneesje	=	ambonees
amboneesjes	=	ambonees
amboneest	=	ambonees
amboneeste	=	ambonees
ambonese	=	ambonees
amboneser	=	ambonees
ambonesere	=	ambonees
ambonesers	=	ambonees
ambonezen	=	ambonees
ambras	noun	toestand waarin mensen boos op elkaar zijn en vervelend tegen elkaar doen
ambraske	=	ambras
ambroos	=	ambrozijn
ambrosia	noun	naam voor planten uit het geslacht Ambrosia, dat oorspronkelijk uit Amerika afkomstig is
ambrosia's	=	ambrosia
ambrozijn	noun	godenspijs
ambt	noun	officiële betrekking, post die meestal van overheidswege toegekend wordt en enige vorm van gezag uitstraalt
ambtelijk	adj	met overdreven veel regels en procedures
ambtelijke	=	ambtelijk
ambtelijker	=	ambtelijk
ambtelijkere	=	ambtelijk
ambtelijkers	=	ambtelijk
ambtelijks	=	ambtelijk
ambtelijkst	=	ambtelijk
ambtelijkste	=	ambtelijk
ambteloos	adj	zonder ambt
ambteloost	=	ambteloos
ambtelooste	=	ambteloos
ambteloze	=	ambteloos
ambtelozer	=	ambteloos
ambtelozere	=	ambteloos
ambtelozers	=	ambteloos
ambten	=	ambt
ambtenaar	noun	iemand die aangesteld is in een door de overheid beheerde dienst
ambtenaarlijk	adj	volgens de regels van een ambt
ambtenaarlijke	=	ambtenaarlijk
ambtenaarlijker	=	ambtenaarlijk
ambtenaarlijkere	=	ambtenaarlijk
ambtenaarlijkers	=	ambtenaarlijk
ambtenaarlijks	=	ambtenaarlijk
ambtenaarlijkst	=	ambtenaarlijk
ambtenaarlijkste	=	ambtenaarlijk
ambtenaars	=	ambtenaar
ambtenaarsloopbaan	noun	de loopbaan van een ambtenaar
ambtenaarsloopbaantje	=	ambtenaarsloopbaan
ambtenaarsloopbaantjes	=	ambtenaarsloopbaan
ambtenaarsloopbanen	=	ambtenaarsloopbaan
ambtenaarswereld	noun	de besloten wereld van de overheidsdienaren
ambtenaarswerelden	=	ambtenaarswereld
ambtenaarswereldje	=	ambtenaarswereld
ambtenaarswereldjes	=	ambtenaarswereld
ambtenaartje	=	ambtenaar
ambtenaartjes	=	ambtenaar
ambtenaren	=	ambtenaar
ambtenaren-cao	noun	collectieve arbeidsovereenkomst voor personen in overheidsdienst
ambtenaren-cao's	=	ambtenaren-cao
ambtenarenactie	noun	een actie, zoals een demonstratie, staking of werkonderbreking, die wordt georganiseerd door ambtenaren om hun eisen te uiten of om hun werkomstandigheden te beïnvloeden
ambtenarenacties	=	ambtenarenactie
ambtenarenactietje	=	ambtenarenactie
ambtenarenactietjes	=	ambtenarenactie
ambtenarenapparaat	noun	het korps van ambtenaren
ambtenarenapparaten	=	ambtenarenapparaat
ambtenarenbond	noun	vakbond voor overheidsdienaren
ambtenarenbonden	=	ambtenarenbond
ambtenarencentrale	noun	vakbond van ambtenaren; vakbond van overheidsfunctionarissen
ambtenarencentrales	=	ambtenarencentrale
ambtenarengerecht	noun	rechtbank in geschillen tussen ambtenaren en overheid
ambtenarengerechten	=	ambtenarengerecht
ambtenarenkorps	noun	de hele gemeenschap van ambtenaren
ambtenarenkorpsen	=	ambtenarenkorps
ambtenarenopleiding	noun	onderwijs om een functie in dienst van de overheid te kunnen vervullen
ambtenarenopleidingen	=	ambtenarenopleiding
ambtenarenopleidinkje	=	ambtenarenopleiding
ambtenarenopleidinkjes	=	ambtenarenopleiding
ambtenarenpensioenfonds	noun	pensioenfonds speciaal voor mensen die in dienst van de overheid zijn
ambtenarenpensioenfondsen	=	ambtenarenpensioenfonds
ambtenarenpensioenfondsje	=	ambtenarenpensioenfonds
ambtenarenpensioenfondsjes	=	ambtenarenpensioenfonds
ambtenarenrecht	noun	wetgeving die de rechten en plichten van mensen regelt die in dienst van de overheid werkzaam zijn
ambtenarenrechten	=	ambtenarenrecht
ambtenarenrechter	noun	rechter die beslist in zaken die betrekking hebben op het ambtenarenrecht
ambtenarenrechters	=	ambtenarenrechter
ambtenarenreglement	noun	basis voor de rechtspositie van de ambtenaren
ambtenarenreglementen	=	ambtenarenreglement
ambtenarensalaris	noun	het loon dat mensen die in dienst zijn van de overheid ontvangen
ambtenarensalarisje	=	ambtenarensalaris
ambtenarensalarisjes	=	ambtenarensalaris
ambtenarensalarissen	=	ambtenarensalaris
ambtenarenstaking	noun	het uit protest neerleggen van het werk door mensen die werken in dienst van de overheid
ambtenarenstakingen	=	ambtenarenstaking
ambtenarenstakinkje	=	ambtenarenstaking
ambtenarenstakinkjes	=	ambtenarenstaking
ambtenarenstatus	noun	de rechtspositie van een overheidsdienaar
ambtenarenstatussen	=	ambtenarenstatus
ambtenarenstatuten	=	ambtenarenstatuut
ambtenarenstatuut	noun	het geheel van regels, rechten en plichten die van toepassing zijn op ambtenaren die in dienst zijn van een overheid of overheidsinstelling
ambtenarentaal	noun	jargon van de overheid dat daarbuiten vaak verhullend of onbegrijpelijk wordt gevonden
ambtenarentaaltje	=	ambtenarentaal
ambtenarenvakbond	noun	vakbond voor personen die in dienst zijn van de overheid
ambtenarenvakbonden	=	ambtenarenvakbond
ambtenarenwet	noun	wet die de rechtspositie van overheidsdienaren regelt
ambtenarenwetten	=	ambtenarenwet
ambtenarenzaak	noun	strafzaak betreffende een strafbaar feit door een ambtenaar in de uitoefening van zijn functie begaan
ambtenarenzaakje	=	ambtenarenzaak
ambtenarenzaakjes	=	ambtenarenzaak
ambtenarenzaken	=	ambtenarenzaak
ambtenares	noun	een vrouwelijk persoon die aangesteld is in een door de overheid beheerde dienst
ambtenaresje	=	ambtenares
ambtenaresjes	=	ambtenares
ambtenaressen	=	ambtenares
ambtenarij	noun	de macht van de ambtenaren
ambtenarijen	=	ambtenarij
ambtenarijtje	=	ambtenarij
ambtenarijtjes	=	ambtenarij
ambtgenoot	noun	iemand die een gelijkt beroep of ambt beoefent
ambtgenootje	=	ambtgenoot
ambtgenote	noun	vrouwelijke collega die eenzelfde ambt bekleedt
ambtgenoten	=	ambtgenoot
ambtgenotes	=	ambtgenote
ambtje	=	ambt
ambtjes	=	ambt
ambtsaanvaarding	noun	het accepteren van een benoeming in een ambt
ambtsaanvaardingen	=	ambtsaanvaarding
ambtsaanvaardinkje	=	ambtsaanvaarding
ambtsaanvaardinkjes	=	ambtsaanvaarding
ambtsbediening	noun	vervullen van de taken en plichten die aan een ambt verbonden zijn
ambtsbedieningen	=	ambtsbediening
ambtsbericht	noun	bericht van een ambt
ambtsberichten	=	ambtsbericht
ambtsbezigheden	=	ambtsbezigheid
ambtsbezigheid	noun	werkzaamheden die verbonden zijn aan het bekleden van een bepaald ambt
ambtsbroeder	noun	persoon die eenzelfde ambt bekleedt
ambtsbroeders	=	ambtsbroeder
ambtsdraagster	noun	vrouw die een bepaald belangrijk ambt bekleedt
ambtsdraagsters	=	ambtsdraagster
ambtsdrager	noun	iemand die een belangrijk ambt vervult met name gebruikt bij kerkelijke- en overheidsfuncties
ambtsdragers	=	ambtsdrager
ambtseden	=	ambtseed
ambtsedig	adj	wat valt onder de ambtseed
ambtsedige	=	ambtsedig
ambtsedigs	=	ambtsedig
ambtseed	noun	officiële gelofte die iemand aflegt bij het aanvaarden van een publieke functie
ambtsgebied	noun	grondgebied waarover men zijn ambt uitoefent
ambtsgebieden	=	ambtsgebied
ambtsgebiedje	=	ambtsgebied
ambtsgebiedjes	=	ambtsgebied
ambtsgeheim	noun	het verplicht geheimhouden van kennis die men opdoet tijdens de uitoefening van zijn ambt
ambtsgeheimen	=	ambtsgeheim
ambtsgenoot	noun	iemand die eenzelfde functie met gezag bij de overheid of een kerkgenootschap vervult
ambtsgenoten	=	ambtsgenoot
ambtsgewaad	noun	kleding die men verplicht is te dragen bij de uitoefening van een ambt
ambtsgewaden	=	ambtsgewaad
ambtshalve	adv	vanwege het ambt
ambtsjubilea	=	ambtsjubileum
ambtsjubileum	noun	viering dat men een ambt een bepaalde tijd heeft vervult
ambtsjubileumpje	=	ambtsjubileum
ambtsjubileumpjes	=	ambtsjubileum
ambtsjubileums	=	ambtsjubileum
ambtsketen	noun	een halsketting als symbool van het ambt van een hoge ambtsdrager zoals van een burgemeester of een rector van een universiteit
ambtsketenen	=	ambtsketen
ambtsketens	=	ambtsketen
ambtsketentje	=	ambtsketen
ambtsketentjes	=	ambtsketen
ambtsketting	noun	een ketting, in het algemeen vervaardigd uit zilver, waarmee bepaalde hoge ambtsdragers zoals burgemeesters en rectores van een universiteit zich onderscheiden
ambtskettingen	=	ambtsketting
ambtskledij	noun	voorgeschreven kleding die hoort bij de uitoefening van een bepaald ambt
ambtskostuum	noun	werkkleding waarmee een persoon zich onderscheidt als functionaris; kleding die passend is voor een bepaalde functie
ambtskostuums	=	ambtskostuum
ambtsleer	noun	de theorie over de invulling van een kerkelijk ambt
ambtsleertje	=	ambtsleer
ambtsleertjes	=	ambtsleer
ambtsleren	=	ambtsleer
ambtsmisbruik	noun	misbruik van de bevoegdheden van een ambt door een ambtsdrager
ambtsmisdrijf	noun	een criminele handeling die men tijdens de uitoefening van zijn ambt bedrijft
ambtsmisdrijven	=	ambtsmisdrijf
ambtsopleiding	noun	gespecialiseerde opleiding die opleidt tot een specifiek ambt, vaak binnen een religieuze of levensbeschouwelijke context.
ambtsopleidingen	=	ambtsopleiding
ambtsopleidinkje	=	ambtsopleiding
ambtsopleidinkjes	=	ambtsopleiding
ambtsopvatting	noun	de visie die men heeft over hoe men een ambt moet invullen
ambtsopvattingen	=	ambtsopvatting
ambtsoverdracht	noun	plechtigheid waarbij een opvolger de functie van zijn voorganger overneemt
ambtsoverdrachten	=	ambtsoverdracht
ambtspenning	noun	penning die aan een koord om de hals van bepaalde ambtsdragers hangt als teken van hun waardigheid
ambtspenningen	=	ambtspenning
ambtspenninkje	=	ambtspenning
ambtspenninkjes	=	ambtspenning
ambtsperiode	noun	tijdperk dat men een bepaalde functie vervult
ambtsperioden	=	ambtsperiode
ambtsperiodes	=	ambtsperiode
ambtsplicht	noun	plichten die horen bij de vervulling van een bepaald ambt
ambtsplichten	=	ambtsplicht
ambtstermijn	noun	de tijdspanne waarvoor iemand een bepaalde functie mag uitoefenen en het aantal keren dat iemand zo'n tijdsspanne mag uitoefenen
ambtstermijnen	=	ambtstermijn
ambtstijd	noun	de periode dat iemand een functie vervult
ambtstijden	=	ambtstijd
ambtsuitoefening	noun	het verrichten van werkzaamheden die passen bij het bekleden van een bepaalde officiële functie
ambtsuitoefeningen	=	ambtsuitoefening
ambtsverrichting	noun	handeling die een ambtenaar uit hoofde van zijn functie verricht
ambtsverrichtingen	=	ambtsverrichting
ambtsvervulling	noun	het vervullen van de taken die horen bij het bekleden van een bepaalde functie
ambtsvervullingen	=	ambtsvervulling
ambtsvoorganger	noun	iemand die een ambt vroeger heeft bekleed
ambtsvoorgangers	=	ambtsvoorganger
ambtswoning	noun	een woning die is toegewezen aan de beoefenaar van een ambt
ambtswoningen	=	ambtswoning
ambtswoninkje	=	ambtswoning
ambtswoninkjes	=	ambtswoning
ambu	noun	wagen die wordt gebruikt voor ziekenvervoer
ambu's	=	ambu
ambulance	noun	voertuig om gewonden of zieken van en naar het ziekenhuis te brengen
ambulancebestuurder	noun	iemand die een ziekenauto bestuurt
ambulancebestuurders	=	ambulancebestuurder
ambulancebroeder	noun	verpleegkundige die werkt op de ziekenauto
ambulancebroeders	=	ambulancebroeder
ambulancebus	noun	een bus die ingericht is als ambulance om meerdere patiënten te vervoeren
ambulancebusje	=	ambulancebus
ambulancebusjes	=	ambulancebus
ambulancebussen	=	ambulancebus
ambulancechauffeur	noun	chauffeur van een ambulance
ambulancechauffeurs	=	ambulancechauffeur
ambulancedienst	noun	organisatie die zich toelegt op ziekenvervoer
ambulancediensten	=	ambulancedienst
ambulancedrone	noun	drone die een defibrillator snel naar iemand met een hartstilstand kan brengen
ambulancedrones	=	ambulancedrone
ambulancefiets	noun	rijwiel voorzien van een medische uitrusting waarmee een hulpverlener eerste hulp kan verlenen op plaatsen die met een auto moeilijker bereikbaar zijn
ambulancefietsen	=	ambulancefiets
ambulancehulp	noun	medische assistentie met inzet van een ziekenauto
ambulancehulpen	=	ambulancehulp
ambulancehulpverlener	noun	iemand die met een ambulance rijdt en in noodgevallen mensen komt helpen
ambulancehulpverleners	=	ambulancehulpverlener
ambulancehulpverlening	noun	medische hulp met de inzet van een ziekenwagen
ambulancehulpverleningen	=	ambulancehulpverlening
ambulanceje	=	ambulance
ambulancejes	=	ambulance
ambulancekleven	verb	vlak achter een ambulance rijden om zo tijdwinst te behalen
ambulanceklever	noun	automobilist die vlak achter een ambulance aanrijdt om sneller te kunnen opschieten in het verkeer
ambulanceklevers	=	ambulanceklever
ambulancemedewerker	noun	iemand die als bestuurder van of begeleider in een ziekenauto werkt
ambulancemedewerkers	=	ambulancemedewerker
ambulancen	=	ambulance
ambulancepersoneel	noun	iemand die in werkt op een ziekenauto
ambulancepost	noun	plaats waar ziekenwagens staan opgesteld
ambulanceposten	=	ambulancepost
ambulances	=	ambulance
ambulancetaxi	noun	taxi voorzien van medische apparatuur en medisch geschoolde taxichauffeur die een hulpverlener vervoert naar plaats waar medische hulp nodig is
ambulancetaxi's	=	ambulancetaxi
ambulancetje	=	ambulance
ambulancetjes	=	ambulance
ambulancetrein	noun	trein die is ingericht voor het vervoer en verzorging van zieken en gewonden
ambulancetreinen	=	ambulancetrein
ambulanceverpleegkundige	noun	iemand die voor een patiënt zorgt tijdens het ziekenvervoer
ambulanceverpleegkundigen	=	ambulanceverpleegkundige
ambulancevervoer	noun	het vervoer van zieken met behulp van een ziekenwagen; de instantie die het vervoer van zieken met behulp van ziekenwagens regelt
ambulancevliegtuig	noun	vliegtuig dat geschikt is voor het vervoer van zieken en gewonden
ambulancevliegtuigen	=	ambulancevliegtuig
ambulancevliegtuigje	=	ambulancevliegtuig
ambulancevliegtuigjes	=	ambulancevliegtuig
ambulancewagen	noun	auto waarin zieke of gewonde mensen vervoert kunnen worden
ambulancewagens	=	ambulancewagen
ambulancezorg	noun	hulpverlening aan patiënten door de ambulancedienst
ambulancezuster	=	ambulancebroeder
ambulancier	noun	iemand die als bestuurder van of begeleider in een ziekenauto werkt
ambulanciers	=	ambulancier
ambulant	adj	in staat om te lopen
ambulante	=	ambulant
ambulanter	=	ambulant
ambulantere	=	ambulant
ambulanters	=	ambulant
ambulants	=	ambulant
ambulantst	=	ambulant
ambulantste	=	ambulant
ambulatoria	=	ambulatorium
ambulatorium	noun	een centrum voor ambulante zorg, polikliniek
ambulatoriumpje	=	ambulatorium
ambulatoriumpjes	=	ambulatorium
ambulatoriums	=	ambulatorium
ambutaxi	noun	speciaal ingerichte taxi die een arts snel naar een patiënt kan brengen
ambutaxi's	=	ambutaxi
amchoor	noun	poeder gemaakt van gedroogde groene mango's
ame	abbrev	eenheid van atomaire massa, de ame is in 1961 vervangen door de "geünificeerde atoommassa-eenheid" (symbool "u")
amechtig	adj	sterk hijgend	adv	op amechtige wijze
amechtige	=	amechtig
amechtiger	=	amechtig
amechtigere	=	amechtig
amechtigers	=	amechtig
amechtigheden	=	amechtigheid
amechtigheid	noun	het amechtig zijn
amechtigs	=	amechtig
amechtigst	=	amechtig
amechtigste	=	amechtig
amee	=	am
ameen	noun	term waarmee de geldigheid wordt bevestigd van iets dat gezegd is: het zij zo, het is zo (30×: Num. 5:22, Deut. 27:15 +, 1 Kon. 1:36, Jes. 65:16 met tekstkritiek, Jer. 11:5 +, Ps. 41:14, Neh. 5:13 +, 1 Kron. 16:36; Griekse vorm 129× in NT)
amei	=	am
ameiva's	noun	geslacht van hagedissen Ameiva die behoren tot de familie tejuhagedissen (Teiidae)
amelander	noun	een inwoner van Ameland, of iemand afkomstig uit Ameland	adj	op Ameland betrekking hebbend
amelanders	=	amelander
amelands	adj	op Ameland betrekking hebbend
amelandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Ameland, of een vrouw afkomstig uit Ameland
amelandsen	=	amelandse
amelkoren	noun	benaming voor emmertarwe, soort tarwe dat lijkt op spelt en die men gebruikt voor de productie van witte stijfsel
ameloblast	noun	cel die het glazuur van de tand vormt
ameloblasten	=	ameloblast
amen	noun	term waarmee de geldigheid wordt bevestigd van iets dat gezegd is: het zij zo, het is zo (30×: Num. 5:22, Deut. 27:15 +, 1 Kon. 1:36, Jes. 65:16 met tekstkritiek, Jer. 11:5 +, Ps. 41:14, Neh. 5:13 +, 1 Kron. 16:36; ook 129× in NT)	intj	dat zij zo, een slotwoord van gebeden en preken
amende	noun	schuldbekentenis, boete, straf
amendeer	=	amenderen
amendeerde	=	amenderen
amendeerden	=	amenderen
amendeert	=	amenderen
amendement	noun	voorstel om een vast te stellen tekst te veranderen
amendementen	=	amendement
amendementje	=	amendement
amendementjes	=	amendement
amendementsrecht	noun	het recht om wetsvoorstellen en andere plannen aan te passen
amendementsrechten	=	amendementsrecht
amendere	=	amenderen
amenderen	verb	een formele verandering van een officieel document door middel van een toevoeging, weglating of wijziging
amenderend	=	amenderen
amenderende	=	amenderen
amendering	noun	voorstel om een officieel document te wijzigen
amenderingen	=	amendering
amendes	=	amende
amenorrhoea	noun	het uitblijven van de menstruatie
amenorroe	noun	de afwezigheid van ten minste 3 menstruele perioden in de vruchtbare leeftijd
amens	=	amen
amentje	=	amen
amer	noun	aanlegplaats zonder versterkte kade
ameretto	noun	een zoete likeur met amandelsmaak uit Italië, amaretto
amerettoos	=	ameretto
amerettootje	=	ameretto
amerettootjes	=	ameretto
americain	noun	fijn gemalen rauw mager rundvlees dat met kruiden en andere toevoegingen tot een smeuïg geheel is gemaakt, wordt als gerecht of als broodbeleg gegeten
americana	noun	een muziekstijl die is afgeleid van authentieke en alternatieve country, folk, blues, rootsmuziek en indiepop in een modern jasje
americanfootballwedstrijd	noun	strijd tussen twee ploegen in de uit Amerika afkomstige veldsport die op rugby lijkt
americanfootballwedstrijden	=	americanfootballwedstrijd
americium	noun	een scheikundig element met symbool Am en atoomnummer 95. Het is een zilverwit actinide
americiumatomen	=	americiumatoom
americiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element americium.
americiumatoompje	=	americiumatoom
americiumatoompjes	=	americiumatoom
amerij	noun|figurative	een korte tijd (die men nodig heeft om een weesgegroetje te bidden)
amerijen	=	amerij
amerikaan	noun	amerikaan schrijf je met een kleine letter a als het gaat over een afgeleid begrip
amerikaans	adj	betreffende of komende van Amerika
amerikaans-iberisch	adj	betrekking hebbend op enige landen van Amerika die vroeger deel vormden van de koninkrijken Spanje en Portugal (heel Zuid-Amerika (behalve Guyana en Suriname), Centraal-Amerika en Mexico)
amerikaans-iberische	=	amerikaans-iberisch
amerikaans-iberischer	=	amerikaans-iberisch
amerikaans-iberischere	=	amerikaans-iberisch
amerikaans-iberischers	=	amerikaans-iberisch
amerikaans-samoaan	noun	een inwoner van Amerikaans-Samoa, of iemand afkomstig uit Amerikaans-Samoa
amerikaans-samoaans	adj	op Amerikaans-Samoa betrekking hebbend
amerikaans-samoaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Amerikaans-Samoa, of een vrouw afkomstig uit Amerikaans-Samoa
amerikaans-samoaansen	=	amerikaans-samoaanse
amerikaans-samoanen	=	amerikaans-samoaan
amerikaanse	noun	vrouwelijke inwoner van Noord- of Zuid-Amerika
amerikaansen	=	amerikaanse
amerikaanser	=	amerikaans
amerikaansere	=	amerikaans
amerikaansers	=	amerikaans
amerikaanst	=	amerikaans
amerikaanste	=	amerikaans
amerikaantje	=	amerikaan
amerikaantjes	=	amerikaan
amerikanen	=	amerikaan
amerikaniseer	=	amerikaniseren
amerikaniseerde	=	amerikaniseren
amerikaniseerden	=	amerikaniseren
amerikaniseert	=	amerikaniseren
amerikanisere	=	amerikaniseren
amerikaniseren	verb	zich aanpassen aan de Amerikaanse cultuur
amerikaniserend	=	amerikaniseren
amerikaniserende	=	amerikaniseren
amerikanisering	noun	een wereldwijd sociaal-cultureel proces waarin de Amerikaanse cultuur eigen wordt gemaakt in de mondiale samenleving
amerikaniseringen	=	amerikanisering
amerikanisme	noun	idiomatische eigenaardigheid van het Engels in de Verenigde Staten
amerikanismen	=	amerikanisme
amerikanistiek	noun	de wetenschappelijke studie van de Verenigde-Staten van Amerika
amers	=	amer
amertje	=	amer
amertjes	=	amer
amethist	noun	een vaak prachtig violet gekleurde vorm van kristallijn kwarts, die kleine hoeveelheden titaan en ijzer bevat
amethistbekertje	noun	Smardaea amethystina een paddenstoel uit de familie Humariaceae.
amethistbekertjes	=	amethistbekertje
amethistblauwtje	noun	Zizeeria knysna een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
amethistblauwtjes	=	amethistblauwtje
amethistboself	noun	Calliphlox amethystina een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
amethistboselfen	=	amethistboself
amethistboselfje	=	amethistboself
amethistboselfjes	=	amethistboself
amethistboselven	=	amethistboself
amethistcantharel	noun	een paddenstoel Cantharellus amethysteus uit de familie Hydnaceae.
amethistcantharellen	=	amethistcantharel
amethistcantharelletje	=	amethistcantharel
amethistcantharelletjes	=	amethistcantharel
amethisten	=	amethist
amethisthoningzuiger	noun	Chalcomitra amethystina een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
amethisthoningzuigers	=	amethisthoningzuiger
amethisthoningzuigertje	=	amethisthoningzuiger
amethisthoningzuigertjes	=	amethisthoningzuiger
amethistje	=	amethist
amethistjes	=	amethist
amethistknotszwam	noun	Clavaria zollingeri (syn. :Clavaria lavandula) een behoorlijk wijdverbreide paddenstoel uit de familie Clavariaceae.
amethistknotszwammen	=	amethistknotszwam
amethistknotszwammetje	=	amethistknotszwam
amethistknotszwammetjes	=	amethistknotszwam
amethistkoekoek	noun	Chrysococcyx xanthorhynchus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
amethistkoekoeken	=	amethistkoekoek
amethistkoekoekje	=	amethistkoekoek
amethistkoekoekjes	=	amethistkoekoek
amethistrussula	noun	een paddenstoel Russula amethystina uit de familie Russulaceae.
amethistrussula's	=	amethistrussula
amethistrussulaatje	=	amethistrussula
amethistrussulaatjes	=	amethistrussula
amethistspreeuw	noun	Cinnyricinclus leucogaster een vogelsoort uit de familie Sturnidae (spreeuwen).
amethistspreeuwen	=	amethistspreeuw
amethistspreeuwtje	=	amethistspreeuw
amethistspreeuwtjes	=	amethistspreeuw
amethistzonnekolibrie	noun	Heliangelus amethysticollis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
amethistzonnekolibries	=	amethistzonnekolibrie
amethistzonnekolibrietje	=	amethistzonnekolibrie
amethistzonnekolibrietjes	=	amethistzonnekolibrie
amethistzwam	noun	een eetbare zwam Laccaria amethystina uit het geslacht van de fopzwammen, een plaatjeszwam zonder manchet
amethistzwammen	=	amethistzwam
amethistzwammetje	=	amethistzwam
amethistzwammetjes	=	amethistzwam
amethyst	=	amethist
ametropie	noun	afwijking van het normale zien, bijziendheid of verziendheid
ameublement	noun	een stel bij elkaar horende meubelen
ameublementen	=	ameublement
ameublementje	=	ameublement
ameublementjes	=	ameublement
amfetamine	noun	stimulerend middel, uit de groep van de wekaminen
amfetaminegebruik	noun	het (mis)bruik van amfetamine als stimulerend middel
amfetaminen	=	amfetamine
amfetamines	=	amfetamine
amfibie	noun	gewerveld dier dat zijn leven als een soort visje in het water begint en bij het opgroeien van gedaante verandert en op het land komt wonen
amfibiebus	noun	bus die op de weg kan rijden en in het water kan varen
amfibiebussen	=	amfibiebus
amfibietank	noun	gevechtstank die zich zowel op het land als in het water kan voortbewegen
amfibietanks	=	amfibietank
amfibietje	=	amfibie
amfibietjes	=	amfibie
amfibievliegtuig	noun	een vliegtuig dat kan opstijgen van en landen op het water
amfibievliegtuigen	=	amfibievliegtuig
amfibievliegtuigje	=	amfibievliegtuig
amfibievoertuig	noun	voertuig dat tevens als vaartuig kan dienen
amfibievoertuigen	=	amfibievoertuig
amfibievoertuigje	=	amfibievoertuig
amfibieën	noun	klasse Amphibia van gewervelde, koudbloedige dieren met een naakte, relatief gladde huid.
amfibisch	adj	geschikt zowel voor in het water als op het land
amfibische	=	amfibisch
amfibischer	=	amfibisch
amfibischere	=	amfibisch
amfibischers	=	amfibisch
amfibrachen	=	amfibrachys
amfibrachisch	adj	betreffende een driesyllabige (drielettergrepige) versvoet uit de klassieke prosodie, gekenmerkt door het ritme: onbeklemtoond - beklemtoond - onbeklemtoond (da-DUM-da).
amfibrachische	=	amfibrachisch
amfibrachischer	=	amfibrachisch
amfibrachischere	=	amfibrachisch
amfibrachischers	=	amfibrachisch
amfibrachys	noun	een versvoet bestaande uit een beklemtoonde lettergreep met aan weerszijden een onbeklemtoonde, genoteerd als ⌣-⌣
amfioen	noun	opium, heulsap
amfioenkit	noun	opiumkroeg
amfioenkitje	=	amfioenkit
amfioenkitjes	=	amfioenkit
amfioenkitten	=	amfioenkit
amfisbena	noun	een heraldisch element in de vorm van een mythologisch monster dat een tweede kop heeft in plaats van een staart
amfisbena's	=	amfisbena
amfitheater	noun	ovaalvorming theater waarbij de toeschouwers rondom het toneel zitten
amfitheaters	=	amfitheater
amfitheatersgewijs	adj	halfrond, oplopend zoals typisch is voor een amfitheater
amfitheatersgewijze	=	amfitheatersgewijs
amfitheatertje	=	amfitheater
amfitheatertjes	=	amfitheater
amfoor	noun	een door de oude Grieken en Romeinen gebruikte buikige kruik met twee oren
amfoortje	=	amfoor
amfoortjes	=	amfoor
amfora	noun	door de oude Grieken en Romeinen gebruikte buikige kruik met twee oren
amfora's	=	amfora
amforaatje	=	amfora
amforaatjes	=	amfora
amforen	=	amfoor
amfoteer	adj	de eigenschap hebbend om zowel als zuur en als base op te kunnen treden
amfoteers	=	amfoteer
amfotere	=	amfoteer
amhaarstalig	adj	de Amhaarse taal sprekend
amhaarstalige	=	amhaarstalig
amhaarstaligs	=	amhaarstalig
amicaal	adj	aardig en vriendschappelijk in omgang
amicaals	=	amicaal
amicaalst	=	amicaal
amicaalste	=	amicaal
amicale	=	amicaal
amicaler	=	amicaal
amicalere	=	amicaal
amicalers	=	amicaal
amice	noun	iemand waarmee men bevriend is
amices	=	amice
amict	noun	schouderdoekje dat de rooms-katholieke priester in de mis onder de albe draagt
amicten	=	amict
amide	noun	witte vaste stof, afgeleid van een verbinding van ammoniak
amiden	=	amide
amides	=	amide
amietsvaandrager	noun	Fundulopanchax amieti een straalvinnige vissensoort uit de familie van de killivisjes (Nothobranchiidae).
amietsvaandragers	=	amietsvaandrager
amietsvaandragertje	=	amietsvaandrager
amietsvaandragertjes	=	amietsvaandrager
amigo	noun|informal	vriendschappelijke aanspreekvorm voor een man
amigo's	=	amigo
amigocratie	noun	vriendjespolitiek
amigocratieën	=	amigocratie
amine	noun	een organische verbinding die kan worden beschouwd afgeleid te zijn van ammoniak door vervanging van één of meer N-H-bindingen door N-C-bindingen
aminen	=	amine
amines	=	amine
aminozuren	=	aminozuur
aminozuur	noun	bouwstof van de eiwitten, een organische verbinding die zowel een carboxylgroep (-COOH) als een aminegroep (-NH₂) bezit
aminozuurtje	=	aminozuur
aminozuurtjes	=	aminozuur
amish	noun	een mennonitische, rigoristische protestantse geloofsgemeenschap in Noord-Amerika
amitriptyline	noun	geneesmiddel dat gebruikt wordt bij depressieve patiënten
ammaniet	noun	een inwoner van Amman, of iemand afkomstig uit Amman
ammanieten	=	ammaniet
ammanitisch	adj	op Amman betrekking hebbend
ammanitische	noun	een vrouwelijke inwoner van Amman, of een vrouw afkomstig uit Amman
ammanitischen	=	ammanitische
ammehoela	intj|informal	uitroep die uitdrukt dat men iets grote onzin vindt
ammelaken	noun|obsolete	grote doek die over een tafel wordt uitgespreid als bescherming of versiering
ammelakens	=	ammelaken
ammenooitniet	intj|informal	helemaal nooit
ammeratsem	=	amorets
ammonia	noun	een oplossing van het gas ammoniak in water.
ammoniak	noun	een chemische verbinding van stikstof en waterstof met samenstelling NH₃
ammoniakaal	adj	met betrekking tot ammoniak of ammoniakhoudend
ammoniakaals	=	ammoniakaal
ammoniakaalst	=	ammoniakaal
ammoniakaalste	=	ammoniakaal
ammoniakale	=	ammoniakaal
ammoniakaler	=	ammoniakaal
ammoniakalere	=	ammoniakaal
ammoniakalers	=	ammoniakaal
ammoniakbeleid	noun	plan van aanpak dat erop gericht is de ammoniakuitstoot te verminderen
ammoniakemissie	noun	uitstoot van ammoniak
ammoniakemissies	=	ammoniakemissie
ammoniakgas	noun	een chemische verbinding van stikstof en waterstof met samenstelling NH₃ in gasvorm
ammoniakgasje	=	ammoniakgas
ammoniakgasjes	=	ammoniakgas
ammoniakgassen	=	ammoniakgas
ammoniakhoudend	adj	van iets dat er ammoniak in zit
ammoniakhoudende	=	ammoniakhoudend
ammoniakhoudends	=	ammoniakhoudend
ammoniakprobleem	noun	moeilijkheid die ontstaat door het teveel uitstoten van ammoniak
ammoniakproblemen	=	ammoniakprobleem
ammoniakreductieplan	noun	beleid dat erop gericht is de uitstoot van het schadelijke ammoniak te verminderen
ammoniakreductieplannen	=	ammoniakreductieplan
ammoniakreductieplannetje	=	ammoniakreductieplan
ammoniakreductieplannetjes	=	ammoniakreductieplan
ammoniakschotelkorst	noun	Lecanora barkmaniana een korstmossoort uit de familie Lecanoraceae.
ammoniakschotelkorsten	=	ammoniakschotelkorst
ammoniakschotelkorstje	=	ammoniakschotelkorst
ammoniakschotelkorstjes	=	ammoniakschotelkorst
ammoniakuitstoot	noun	het brengen van ammoniak in het milieu
ammoniakwater	noun	mengsel van 10% ammoniak in 90% water
ammoniet	noun	karakteristiek fossiel van een uitgestorven weekdiersoort met opgerolde schaal
ammonieten	noun	Ammonoidea een uitgestorven onderklasse van de inktvissen (Cephalopoda).
ammonietje	=	ammoniet
ammonietjes	=	ammoniet
ammonitische	noun	vrouwelijk lid van het volk Ammon (2×: 1 Kon. 11:1, Neh. 13:23)
ammonium	noun	verbinding van stikstof (N) en waterstof (H), een eenwaardig kation met samenstelling NH₄⁺
ammoniumcarbonaat	noun	verbinding van stikstof, koolstof, waterstof en zuurstof, o.a. gebruikt als vlugzout, verfmiddel en bakpoeder
ammoniumcarbonaten	=	ammoniumcarbonaat
ammoniumfosfaat	noun	een ammoniumzout van fosforzuur, met als brutoformule (NH₄)₃PO₄
ammoniumfosfaten	=	ammoniumfosfaat
ammoniumnitraat	noun	NH₄NO₃, het ammoniumzout van salpeterzuur
ammoniumnitraten	=	ammoniumnitraat
ammoniumsulfaat	noun	₂SO₄ ammoniumzout dat men gebruikt als kunstmest; zwavelzure ammoniak
ammoniumsulfaten	=	ammoniumsulfaat
ammonshoorn	noun	bepaald soort algemeen voorkomende slak, Perpolita hammonis
ammonshoornen	=	ammonshoorn
ammonshoorns	=	ammonshoorn
ammonshoorntje	=	ammonshoorn
ammonshoorntjes	=	ammonshoorn
ammonshoren	noun	ammoniet
ammonshorens	=	ammonshoren
ammonshorentje	noun	alleen verkleinwoord Perpolita hammonis een slakkensoort uit de familie van de Gastrodontidae.
ammonshorentjes	=	ammonshoren
ammunitie	noun	benodigdheden om met vuurwapens te kunnen schieten
ammunitiën	=	ammunitie
amnesie	noun	geheugenverlies
amnesietje	=	amnesie
amnesietjes	=	amnesie
amnesieën	=	amnesie
amnestie	noun	een verklaring dat afgezien zal worden van strafvervolging voor een bepaalde groep
amnestiemaatregel	noun	maatregel waarbij straffen worden kwijtgescholden
amnestiemaatregelen	=	amnestiemaatregel
amnestiemaatregels	=	amnestiemaatregel
amnestieregeling	noun	regeling waarbij een groep mensen die tegen de wet heeft gehandeld vrijgesteld wordt van strafvervolging
amnestieregelingen	=	amnestieregeling
amnestieregelingetje	=	amnestieregeling
amnestieregelingetjes	=	amnestieregeling
amnestieverlening	noun	maatregel waarmee de wetgever aan bepaalde handelingen met terugwerkende kracht hun strafbaar karakter ontneemt zodat die handelingen geacht worden nooit een misdrijf te zijn geweest
amnestieverleningen	=	amnestieverlening
amnestiewet	noun	wet die regelt dat een bepaalde groep mensen vrijgesteld wordt van strafvervolging
amnestiewetten	=	amnestiewet
amnestieën	=	amnestie
amnestyjaarboek	noun	een jaarlijkse publicatie van Amnesty International dat een overzicht geeft van de wereldwijde mensenrechtensituatie en analyseert hoe mensenrechten onder druk staan
amnestyjaarboeken	=	amnestyjaarboek
amnestyjaarboekje	=	amnestyjaarboek
amnestyjaarboekjes	=	amnestyjaarboek
amnion	noun	lamsvlies, het binnenste der eivliezen van het embryo in het moederlichaam
amnionen	=	amnion
amnionnetje	=	amnion
amnionnetjes	=	amnion
amnioscoop	noun	optisch instrument voor amnioscopie
amnioscopen	=	amnioscoop
amnioscopie	noun	onderzoek met een amnioscoop van het vruchtwater via de vagina
amnioscopieën	=	amnioscopie
amoebe	noun	eencellige eukaryoot die van vorm kan veranderen door het uitsteken en intrekken van schijnvoetjes
amoebekorst	noun	Arthonia radiata een korstmossoort uit het geslacht vlekje (Arthonia).
amoebekorsten	=	amoebekorst
amoebekorstje	=	amoebekorst
amoebekorstjes	=	amoebekorst
amoeben	noun	benaming voor eencellige eukaryoten uit de stam Amoebozoa of meer specifiek het geslacht Amoeba
amoebes	=	amoebe
amoebetje	=	amoebe
amoebetjes	=	amoebe
amoed	noun	/ bladzijde
amoediem	=	amoed
amoerdruif	noun	Vitis amurensis een plantensoort uit de wijnstokfamilie (Vitaceae)
amoerdruifje	=	amoerdruif
amoerdruifjes	=	amoerdruif
amoerdruiven	=	amoerdruif
amoeregel	noun	Erinaceus amurensis insecteneter uit de familie der egels (Erinaceidae).
amoeregels	=	amoeregel
amoeregeltje	=	amoeregel
amoeregeltjes	=	amoeregel
amoeresdoorn	noun	Acer ginnala een loofboom uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae)
amoeresdoorns	=	amoeresdoorn
amoeresdoorntje	=	amoeresdoorn
amoeresdoorntjes	=	amoeresdoorn
amoergrondel	noun	Perccottus glenii een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zeegrondels (Odontobutidae).
amoergrondels	=	amoergrondel
amoergrondeltje	=	amoergrondel
amoergrondeltjes	=	amoergrondel
amoerlemming	noun	Lemmus amurensis knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
amoerlemmingen	=	amoerlemming
amoerlemmings	=	amoerlemming
amoerlemminkje	=	amoerlemming
amoerlemminkjes	=	amoerlemming
amoerlinde	noun	Tilia amurensis een loofboom uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
amoerlinden	=	amoerlinde
amoerlindes	=	amoerlinde
amoerlindetje	=	amoerlinde
amoerlindetjes	=	amoerlinde
amoerpanter	noun	bepaald soort zoogdier, Panthera pardus orientalis, de meest noordoostelijk voorkomende ondersoort van de luipaard
amoerpanters	=	amoerpanter
amoerpantertje	=	amoerpanter
amoerpantertjes	=	amoerpanter
amoerparadijsmonarch	noun	Terpsiphone incei een zangvogel uit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae.
amoerparadijsmonarchen	=	amoerparadijsmonarch
amoerparadijsmonarchje	=	amoerparadijsmonarch
amoerparadijsmonarchjes	=	amoerparadijsmonarch
amoerroodpootvalk	noun	Falco amurensis een roofvogel uit de familie der valken (Falconidae).
amoerroodpootvalken	=	amoerroodpootvalk
amoerroodpootvalkje	=	amoerroodpootvalk
amoerroodpootvalkjes	=	amoerroodpootvalk
amoerrotslijster	noun	Monticola gularis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
amoerrotslijsters	=	amoerrotslijster
amoerrotslijstertje	=	amoerrotslijster
amoerrotslijstertjes	=	amoerrotslijster
amoersnoek	noun	Esox reichertii een straalvinnige vissensoort uit de familie van de snoeken (Esocidae).
amoersnoeken	=	amoersnoek
amoersnoekje	=	amoersnoek
amoersnoekjes	=	amoersnoek
amoersteur	noun	Acipenser schrenckii een straalvinnige vissensoort uit de familie der steuren (Acipenseridae).
amoersteuren	=	amoersteur
amoersteurtje	=	amoersteur
amoersteurtjes	=	amoersteur
amoertijgerkat	noun	Prionailurus bengalensis euptilura een kleine katachtige uit Azië en een ondersoort van de Bengaalse tijgerkat.
amoertijgerkatje	=	amoertijgerkat
amoertijgerkatjes	=	amoertijgerkat
amoertijgerkatten	=	amoertijgerkat
amoerweekschildpad	noun	Pelodiscus maackii een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae)
amoerweekschildpadden	=	amoerweekschildpad
amoerweekschildpadje	=	amoerweekschildpad
amoerweekschildpadjes	=	amoerweekschildpad
amok	noun	woede, razernij, de behoefte een groep mensen aan te vallen met het doel dezen te doden
amokmaker	noun	persoon die in woedende razernij anderen ombrengt
amokmakers	=	amokmaker
amoks	=	amok
amoledscherm	noun	beeldscherm dat gebruik maakt van amoleds en daardoor weinig energie verbruikt en een hoog contast heeft
amoledschermen	=	amoledscherm
amoniet	noun	lid van het volk Ammon (15×: Deut. 2:20 +, 1 Sam. 11:1 +, 2 Sam. 23:37, 1 Kon. 11:5, Ezra 9:1, Neh. 2:10 +, 1 Kron. 11:39, 2 Kron. 20:1 +)
amonieten	=	amoniet
amonitische	noun	vrouwelijk lid van het volk Ammon (2×: 1 Kon. 11:1, Neh. 13:23)
amor	noun	afbeelding van de Romeinse god Amor
amoraïem	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden vanaf de 3e tot in de 5e eeuw v.
amoraïeten	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden vanaf de 3e tot in de 5e eeuw v.
amoraïtisch	adj	van de amoraïeten
amoraïtische	=	amoraïtisch
amorceband	noun	een lange strook van papier of plastic met kleine bolletjes van een explosieve stof
amorcebanden	=	amorceband
amoreel	adj	zonder ethisch besef, maar het hoeft niet per se tegen het ethisch gevoel in te gaan
amoreels	=	amoreel
amoreelst	=	amoreel
amoreelste	=	amoreel
amorele	=	amoreel
amoreler	=	amoreel
amorelere	=	amoreel
amorelers	=	amoreel
amorets	noun	onwetende, met name op joods gebied; domkop
amorette	noun	voorstelling van mythologische hulpje van de god van de liefde (Amor, ook wel Cupido) als een bloot, mollig kind, vaak met pijl en boog
amoretten	noun	voorstelling van mythologische hulpjes van de god van de liefde (Amor, ook wel Cupido) als blote, mollige kinderen, vaak met pijl en boog
amorf	adj	zonder duidelijk geordende structuur
amorfe	=	amorf
amorfer	=	amorf
amorfere	=	amorf
amorfers	=	amorf
amorfs	=	amorf
amorfst	=	amorf
amorfste	=	amorf
amoriet	noun	lid van een oorspronkelijke bevolkingsgroep van Kanaän-2, voortgekomen uit Kanaän-1, de vierde zoon van Cham-1; 'de Amorieten' is soms aanduiding van alle Kanaänieten (87×: Gen. 10:16 +, Ex. 3:8 +, Num. 13:29 +, Deut. 1:4 +, Joz. 2:10 +, Recht. 1:34 +, 1 Sam. 7:14, 2 Sam. 21:2, 1 Kon. 4:19 +, 2 Kon. 21:11, Ez. 16:3 +, Am. 2:9 +, Ps. 135:11 +, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 1 Kron. 1:14, 2 Kron. 8:7)
amorieten	=	amoriet
amoroso	adv	innig, op een liefdevolle manier
amors	=	amor
amortisatie	noun	het gerechtelijk afschrijven van geldswaardig papier, dat op enigerlei wijze verloren is gegaan, afschrijving
amortisatiefonds	noun	een kapitaal dat dient om een lening af te betalen
amortisatiefondsen	=	amortisatiefonds
amortisatiefondsje	=	amortisatiefonds
amortisatiefondsjes	=	amortisatiefonds
amortisaties	=	amortisatie
amortisatietje	=	amortisatie
amortiseer	=	amortiseren
amortiseerbaar	adj	van een schuld: dat men de schuld kleiner kan en mag maken door het storten van geld
amortiseerbaarder	=	amortiseerbaar
amortiseerbaardere	=	amortiseerbaar
amortiseerbaarders	=	amortiseerbaar
amortiseerbaars	=	amortiseerbaar
amortiseerbaarst	=	amortiseerbaar
amortiseerbaarste	=	amortiseerbaar
amortiseerbare	=	amortiseerbaar
amortiseerde	=	amortiseren
amortiseerden	=	amortiseren
amortiseert	=	amortiseren
amortisere	=	amortiseren
amortiseren	verb	gerechtelijk van onwaarde verklaren
amortiserend	=	amortiseren
amortiserende	=	amortiseren
amortisseur	noun	schokbreker
amortisseurs	=	amortisseur
amortisseurtje	=	amortisseur
amortisseurtjes	=	amortisseur
amosiet	noun	bruin asbest
amotie	noun	ontslag
amoties	=	amotie
amourette	noun	korte liefdesrelatie
amourettes	=	amourette
amoureus	adj	vol met liefde of verliefdheid
amoureust	=	amoureus
amoureuste	=	amoureus
amoureuze	=	amoureus
amoureuzer	=	amoureus
amoureuzere	=	amoureus
amoureuzers	=	amoureus
amoveer	=	amoveren
amoveerde	=	amoveren
amoveerden	=	amoveren
amoveert	=	amoveren
amovere	=	amoveren
amoveren	verb|formal	slopen, afbreken
amoverend	=	amoveren
amoverende	=	amoveren
amoxicilline	noun	bepaald type geneesmiddel
amp-connector	noun	bepaalde oplossing om zonder solderen een veilige elektrische verbinding te maken
amp-connectoren	=	amp-connector
amp-connectors	=	amp-connector
ampaytapaculo	noun	Scytalopus whitneyi een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
ampaytapaculo's	=	ampaytapaculo
ampaytapaculootje	=	ampaytapaculo
ampaytapaculootjes	=	ampaytapaculo
ampel	adj	uitvoerig, meer dan genoeg
ampele	=	ampel
ampeler	=	ampel
ampelere	=	ampel
ampelers	=	ampel
ampels	=	ampel
ampelst	=	ampel
ampelste	=	ampel
amper	adv	nauwelijks, bijna niet
ampersand	noun	de ligatuur die het woord "en" vertegenwoordigt: &
ampersands	=	ampersand
ampertjes	adv	nauwelijks
ampex	noun	een professionele videorecorder
ampexen	=	ampex
amphibievliegtuig	=	amfibievliegtuig
amphibrachisch	=	amfibrachisch
amphibrachys	=	amfibrachys
ampikkelateur	noun	iemand die met een prikstok (zwerf)afval opruimt
ampikkelateurs	=	ampikkelateur
amplificatie	noun	uitbreiding, vergroting, versterking
amplificaties	=	amplificatie
amplificatietje	=	amplificatie
amplificeer	=	amplificeren
amplificeerde	=	amplificeren
amplificeerden	=	amplificeren
amplificeert	=	amplificeren
amplificere	=	amplificeren
amplificeren	verb	vergroten, uitbreiden, versterken
amplificerend	=	amplificeren
amplificerende	=	amplificeren
amplifiëren	=	amplificeren
amplitude	noun	de grootte, of sterkte, van een trilling.
amplitudemodulatie	noun	modulatiewijze waarbij de amplitude van de draaggolf varieert met het uit te zenden signaal hetgeen neerkomt op het vermenigvuldigen van draaggolf en informatiesignaal, (AM)
amplitudemodulaties	=	amplitudemodulatie
amplitudemodulatietje	=	amplitudemodulatie
amplitudes	=	amplitude
amplitudetje	=	amplitude
amplitudo	noun	de uitslag van een slinger- of golfbeweging
amplitudo's	=	amplitudo
ampul	noun	dichtgesmolten medicijnflesje, waarin steriele injectiestoffen worden afgeleverd
ampullen	=	ampul
ampulletje	=	ampul
ampulletjes	=	ampul
amputatie	noun	afzetting van een lichaamsdeel
amputatiefetisj	noun	een psychische aandoening waarbij de patiënt een sterk overheersend verlangen heeft om één of meer gezonde ledematen te laten amputeren
amputatiefetisje	=	amputatiefetisj
amputatiefetisjen	=	amputatiefetisj
amputatiefetisjes	=	amputatiefetisj
amputaties	=	amputatie
amputatietje	=	amputatie
amputeer	=	amputeren
amputeerde	=	amputeren
amputeerden	=	amputeren
amputeert	=	amputeren
amputere	=	amputeren
amputeren	verb	een lichaamsdeel chirurgisch verwijderen
amputerend	=	amputeren
amputerende	=	amputeren
ampèrage	noun	de stroomsterkte die door een verbinding gaat of kan gaan uitgedrukt in ampères
ampèrages	=	ampèrage
ampère	noun	de SI-basiseenheid van elektrische stroomsterkte/elektrische stroom, weergegeven met symbool A
ampère-uren	=	ampère-uur
ampère-uur	noun	eenheid voor de hoeveelheid verplaatste elektrische lading (eenheidssymbool Ah), de lading bij een stroom van één ampère gedurende één uur
ampère-uurtje	=	ampère-uur
ampère-uurtjes	=	ampère-uur
ampèremeter	noun	een instrument om de elektrische stroom, uitgedrukt in ampère, te bepalen
ampèremeters	=	ampèremeter
ampèremetertje	=	ampèremeter
ampèremetertjes	=	ampèremeter
ampères	=	ampère
ampèreseconde	noun	de hoeveelheid elektrische lading die door een verbinding gaat gedurende 1 seconde als de stroomsterkte 1 ampère is
ampèreseconden	=	ampèreseconde
ampèresecondes	=	ampèreseconde
ampèretje	=	ampère
ampèretjes	=	ampère
amratsem	=	amorets
amratses	noun	onwetendheid, met name op joods gebied
amslerrooster	noun	een rooster met horizontale en verticale lijnen, dat gebruikt wordt om het centrale gezichtsveld te testen
amslerroosters	=	amslerrooster
amslerroostertje	=	amslerrooster
amslerroostertjes	=	amslerrooster
amsoi	noun	Brassica juncea bladgroente, veel gebruikt in de Surinaamse keuken.
amsoien	=	amsoi
amstelstation	noun	naam van een trein- en metrostation in Amsterdam-Oost, gelegen aan de spoorlijn Amsterdam – Utrecht
amsterdamalbatros	noun	Diomedea amsterdamensis een grote albatros die enkel broedt op het Plateau des Tourbières op het eiland Amsterdam in de Indische Oceaan.
amsterdamalbatrosje	=	amsterdamalbatros
amsterdamalbatrosjes	=	amsterdamalbatros
amsterdamalbatrossen	=	amsterdamalbatros
amsterdammer	noun	inwoner van Amsterdam, hoofdstad van Nederland	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Amsterdam
amsterdammers	=	amsterdammer
amsterdammertje	noun	een paaltje op het trottoir dat ongewenst parkeren voorkomt
amsterdammertjes	=	amsterdammertje
amsterdams	adj	van, uit, betreffende of als in Amsterdam
amsterdamsch	=	amsterdams
amsterdamse	noun	inwoonster van Amsterdam
amsterdamsen	=	amsterdamse
amsterdamser	=	amsterdams
amsterdamsere	=	amsterdams
amsterdamsers	=	amsterdams
amsterdamsmient	noun	Mareca marecula een uitgestorven vogel uit de familie Anatidae.
amsterdamsmienten	=	amsterdamsmient
amsterdamsmientje	=	amsterdamsmient
amsterdamsmientjes	=	amsterdamsmient
amsterdamst	=	amsterdams
amsterdamste	=	amsterdams
amto	noun	een vorm van technisch onderwijs in België
amto's	=	amto
amtootje	=	amto
amtootjes	=	amto
amu	abbrev	de "atomic mass unit" is in 1961 vervangen door de "unified atomic mass unit" (symbool: u)
amulet	noun	hanger, meestal om de hals gedragen, die drager bovennatuurlijke bescherming biedt
amuletje	=	amulet
amuletjes	=	amulet
amuletten	=	amulet
amusant	adj	vermakelijk, grappig, vrolijk, licht
amusante	=	amusant
amusanter	=	amusant
amusantere	=	amusant
amusanters	=	amusant
amusants	=	amusant
amusantst	=	amusant
amusantste	=	amusant
amuse	noun	heel klein gerechtje voor de maaltijd
amuse-gueule	noun	klein hapje bij het begin van de maaltijd
amuse-gueules	=	amuse-gueule
amuseer	=	amuseren
amuseerde	=	amuseren
amuseerden	=	amuseren
amuseert	=	amuseren
amusement	noun	iets waarmee men zich vermaakt
amusementen	=	amusement
amusementje	=	amusement
amusementjes	=	amusement
amusementsbedrijf	noun	onderneming waar men programma's ter vermaak van het publiek maakt
amusementsbedrijfje	=	amusementsbedrijf
amusementsbedrijfjes	=	amusementsbedrijf
amusementsbedrijven	=	amusementsbedrijf
amusementscentra	=	amusementscentrum
amusementscentrum	noun	gelegenheid waar mensen zich op verschillende manier kunnen vermaken
amusementscentrumpje	=	amusementscentrum
amusementscentrumpjes	=	amusementscentrum
amusementscentrums	=	amusementscentrum
amusementsconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven in de entertainmentindustrie
amusementsconcerns	=	amusementsconcern
amusementsfilm	noun	film die dient om de kijker te vermaken
amusementsfilmpje	=	amusementsfilm
amusementsfilmpjes	=	amusementsfilm
amusementsfilms	=	amusementsfilm
amusementshal	noun	grote ruimte met gokautomaten
amusementshallen	=	amusementshal
amusementsindustrie	noun	bedrijfstak waarin men programma's ter vermaak produceert
amusementsindustrieën	=	amusementsindustrie
amusementsmachine	noun	een automaat of apparaat dat bedoeld is voor vermaak (entertainment)
amusementsmachines	=	amusementsmachine
amusementsmachinetje	=	amusementsmachine
amusementsmachinetjes	=	amusementsmachine
amusementsmuziek	noun	muziek die alleen maar dient als vermaak
amusementspark	noun	een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld
amusementsparken	=	amusementspark
amusementsparkje	=	amusementspark
amusementsparkjes	=	amusementspark
amusementsprogramma	noun	een programma op radio of televisie dat als doel heeft de luisteraar of kijker te vermaken
amusementsprogramma's	=	amusementsprogramma
amusementsprogrammaatje	=	amusementsprogramma
amusementsprogrammaatjes	=	amusementsprogramma
amusementssector	noun	bedrijfstak van bedrijven die als doel hebben hun klanten vermaak te bieden
amusementssectoren	=	amusementssector
amusementssectors	=	amusementssector
amusementssfeer	noun	in het kader van zaken die vooral gericht zijn op vermaak
amusementssfeertje	=	amusementssfeer
amusementssfeertjes	=	amusementssfeer
amusementssferen	=	amusementssfeer
amusementswaarde	noun	de mate waarin iets leuk is; de mate waarin iets kan dienen tot vermaak
amusementswaarden	=	amusementswaarde
amusementswaardes	=	amusementswaarde
amusementswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het maken van amusementsprogramma's
amusementswerelden	=	amusementswereld
amusementswereldje	=	amusementswereld
amusementswereldjes	=	amusementswereld
amusere	=	amuseren
amuseren	verb	op aangename wijze een indruk op iemand maken, iemand doen (glim)lachen
amuserend	=	amuseren
amuserende	=	amuseren
amuses	=	amuse
amuzikaal	adj	niet muzikaal, geen aanleg hebbende voor muziek
amuzikaals	=	amuzikaal
amuzikaalst	=	amuzikaal
amuzikaalste	=	amuzikaal
amuzikale	=	amuzikaal
amuzikaler	=	amuzikaal
amuzikalere	=	amuzikaal
amuzikalers	=	amuzikaal
amv	noun	algemene muzikale vorming
amv's	=	amv
amvb	noun	de afkorting voor Algemene Maatregel van Bestuur, het uitvoeringsbesluit behorende bij een Nederlandse wet
amvb's	=	amvb
amvb'tje	=	amvb
amvb'tjes	=	amvb
amygdala	noun	elk van de twee kernen van neuronen in de hersenen die een koppeling maken tussen wat zintuigen waarnemen en opgeroepen gevoelens
amygdalae	=	amygdala
amyl	noun	ongemalen zetmeel
amylase	noun	een verteringsenzym dat amylose ofwel amylum (een niet-vertakte vorm van zetmeel) afbreekt
amylasen	=	amylase
amylasetje	=	amylase
amylasetjes	=	amylase
amylopectine	noun	een vertakt polysaccharide.
amylopectinen	=	amylopectine
amylopectines	=	amylopectine
amylose	noun	bestanddeel van zetmeel dat oplosbaar is in water, een lineair polymeer dat ontstaat door de vorming van een glycosidebinding tussen de anomerische hydroxylgroep op koolstofatoom 1 en de hydroxylgroep op koolstofatoom 4 van een ander residu
amylosen	=	amylose
amyloses	=	amylose
amylosetje	=	amylose
amylosetjes	=	amylose
amyloïde	noun	een abnormaal, verkeerd gevouwen eiwit dat zich in het lichaam ophoopt in de vorm van onoplosbare vezels (fibrillen) in weefsels en organen, waardoor de normale functie ervan wordt verstoord, wat leidt tot amyloïdose
amyloïden	=	amyloïde
amyloïdes	=	amyloïde
amyotrofie	noun	een spierziekte waarbij mensen last hebben van terugkerende pijnaanvallen
amyotrofieën	=	amyotrofie
an	noun	eerste letter van het Georgische alfabet (ა)
anaal	adj	met betrekking tot de darmuitgang van de mens
anaalklier	noun	klier gelegen naast de anus van veel diersoorten die sterk riekende geurstoffen afscheidt
anaalklieren	=	anaalklier
anaalkliertje	=	anaalklier
anaalkliertjes	=	anaalklier
anaals	=	anaal
anaalvin	noun	een vin vissen gesitueerd bij de anus.
anaalvinnen	=	anaalvin
anaalvinnetje	=	anaalvin
anaalvinnetjes	=	anaalvin
anabaptisme	noun	vroege protestantse stroming die vond dat mensen pas als volwassene gedoopt kunnen worden
anabaptist	noun	wederdoper
anabaptisten	=	anabaptist
anabiose	noun	toestand van latent leven, bv. na bevriezing of uitdroging
anabole	noun	synthetische steroïde afgeleid van het mannelijk geslachtshormoon testosteron
anabolen	=	anabole
anaboler	=	anabool
anabolere	=	anabool
anabolers	=	anabool
anabolica	=	anabolicum
anabolicum	noun	medicamenten die zorgen voor extra weefselopbouw
anabolisch	adj	betrekking hebbend op of gerelateerd aan het anabolisme
anabolische	=	anabolisch
anabolischer	=	anabolisch
anabolischere	=	anabolisch
anabolischers	=	anabolisch
anabolisme	noun	opbouw bij de stofwisseling waarbij simpele stoffen omgezet worden tot chemisch ingewikkeldere stoffen
anabolismetje	=	anabolisme
anabool	adj	weefselopbouwend
anabools	=	anabool
anaboolst	=	anabool
anaboolste	=	anabool
anabooltje	=	anabole
anabooltjes	=	anabole
anachoreet	noun	iemand die alleen en in afzondering leeft
anachoreetje	=	anachoreet
anachoreten	=	anachoreet
anachronisme	noun	een al dan niet gewilde inbreuk op of breuk in de chronologische consistentie van toestanden of gebeurtenissen
anachronismen	=	anachronisme
anachronistisch	adj	niet passend in de tijdsvolgorde of in de periode waarin het wordt gepresenteerd
anachronistische	=	anachronistisch
anachronistischer	=	anachronistisch
anachronistischere	=	anachronistisch
anachronistischers	=	anachronistisch
anaconda	noun	zeer grote en zware wurgslang uit het geslacht Eunectes in het bijzonder Eunectes murinus
anaconda's	noun	Eunectes een geslacht van slangen uit de familie reuzenslangen (Boidae)
anacondaatje	=	anaconda
anacondaatjes	=	anaconda
anadia's	noun	een geslacht Anadia van hagedissen uit de familie Gymnophthalmidae
anadiploses	=	anadiplosis
anadiplosis	noun	stijlfiguur waarbij een of meer woorden aan het einde van een regel of zin worden herhaald aan het begin van de volgende regel of zin
anadrome	=	anadroom
anadroom	adj	geneigd om de rivier op te trekken om te paaien
anadrooms	=	anadroom
anaerobe	=	anaeroob
anaerober	=	anaeroob
anaerobere	=	anaeroob
anaerobers	=	anaeroob
anaeroob	adj	zonder zuurstof kunnende leven
anaeroobs	=	anaeroob
anaeroobst	=	anaeroob
anaeroobste	=	anaeroob
anafase	noun	voorlaatste fase van de kerndeling
anafasen	=	anafase
anafases	=	anafase
anafasetje	=	anafase
anafasetjes	=	anafase
anafoor	noun	de doelbewuste herhaling van dezelfde woord of woordgroep aan het begin van twee of meer opeenvolgende (soms nevengeschikte) zinnen
anafoortje	=	anafoor
anafoortjes	=	anafoor
anaforen	=	anafoor
anaforisch	adj	verwijzend
anaforische	=	anaforisch
anaforischer	=	anaforisch
anaforischere	=	anaforisch
anaforischers	=	anaforisch
anafylactisch	adj	als gevolg van overgevoeligheid (allergie)
anafylactische	=	anafylactisch
anafylactischer	=	anafylactisch
anafylactischere	=	anafylactisch
anafylactischers	=	anafylactisch
anafylaxie	noun	een medische term voor een snelle systemische allergische reactie
anafylaxies	=	anafylaxie
anaglypta	noun	een type overschilderbaar reliëfbehang, gemaakt van papier of vinyl
anagogie	noun	de concretisering van spirituele fenomenen in teksten of toespraken
anagram	noun	een woord dat, of zin die, uit geheel dezelfde letters bestaat als een ander woord of andere zin in dezelfde taal
anagrammen	=	anagram
anagrammetje	=	anagram
anagrammetjes	=	anagram
anakiet	noun	volk van reuzen dat bij de komst van de Israëlieten in Kanaän-2 woont, met name rondom Hebron-1 (9×: Deut. 1:28 +, Joz. 11:21 +)
anakieten	=	anakiet
anakoloet	noun	een fout in de zin, een zin waarvan twee delen grammaticaal niet bij elkaar passen, waardoor de uiting onzinnig wordt
anakoloeten	=	anakoloet
anale	=	anaal
analecta	noun	verzameling uittreksels
analecten	noun	uitgezochte stukken, bloemlezing, uittreksels
analemma	noun	figuur met de vorm van een acht die laat zien hoe de schijnbare positie van een bepaald hemellichaam aan de hemel op een bepaald tijdstip van de dag in het verloop van een jaar verandert
analemma's	=	analemma
analemmaatje	=	analemma
analepsis	noun	Een terugblik naar een eerder moment in de tijd
analeptica	=	analepticum
analepticum	noun	versterkend, opwekkend middel
analfabeet	noun	iemand die niet kan lezen of schrijven	adj	niet kunnende lezen of schrijven
analfabeetje	=	analfabeet
analfabeetjes	=	analfabeet
analfabeets	=	analfabeet
analfabeetst	=	analfabeet
analfabeetste	=	analfabeet
analfabete	noun	vrouw die niet kan lezen of schrijven
analfabeten	=	analfabeet
analfabeter	=	analfabeet
analfabetere	=	analfabeet
analfabeters	=	analfabeet
analfabetes	=	analfabete
analfabetisch	adj	niet in staat om teksten te lezen
analfabetische	=	analfabetisch
analfabetischer	=	analfabetisch
analfabetischere	=	analfabetisch
analfabetischers	=	analfabetisch
analfabetisme	noun	het niet kunnen lezen of schrijven
analgesie	noun	vermindering van de pijnbeleving
analgesieën	=	analgesie
analgetica	=	analgeticum
analgeticum	noun	pijnstillend middel
analgeticumpje	=	analgeticum
analgeticumpjes	=	analgeticum
analist	noun	iemand die iets analyseert
analiste	noun	een vrouw die voor haar beroep onderzoek doet in een laboratorium
analisten	=	analist
analistenbijeenkomst	noun	bijeenkomst waar beleggingsanalisten worden geïnformeerd over de toekomstplannen van een beursgenoteerd bedrijf
analistenbijeenkomsten	=	analistenbijeenkomst
analistenmeeting	noun	bijeenkomst waar financieel analisten inlichtingen krijgen over de economische vooruitzichten van een bedrijf
analistenmeetings	=	analistenmeeting
analistenrapport	noun	verslag van iemand die een analyse heeft gemaakt
analistenrapporten	=	analistenrapport
analistenrapportje	=	analistenrapport
analistenrapportjes	=	analistenrapport
analistenteam	noun	groep mensen die onderzoek doet
analistenteampje	=	analistenteam
analistenteampjes	=	analistenteam
analistenteams	=	analistenteam
analistes	=	analiste
analistje	=	analist
analistjes	=	analist
analoga	=	analogon
analoge	=	analoog
analoger	=	analoog
analogere	=	analoog
analogers	=	analoog
analogie	noun	een overeenkomst tussen twee verschillende zaken die bijv. kan dienen als basis voor een bepaalde redenering of vergelijking
analogietje	=	analogie
analogietjes	=	analogie
analogiewerking	noun	situatie die niet direct in de wet wordt behandeld oplossen door een vergelijkbare situatie te gebruiken die wel in de wet wort behandeld
analogiewerkingen	=	analogiewerking
analogieën	=	analogie
analogisch	adj	analoog
analogische	=	analogisch
analogischer	=	analogisch
analogischere	=	analogisch
analogischers	=	analogisch
analogiseer	=	analogiseren
analogiseerde	=	analogiseren
analogiseerden	=	analogiseren
analogiseert	=	analogiseren
analogisere	=	analogiseren
analogiseren	verb	verklaren met behulp van een analogie
analogiserend	=	analogiseren
analogiserende	=	analogiseren
analogon	noun	iets dat veel overeenkomsten heeft met iets anders; het overeenkomstige
analogons	=	analogon
analoog	adj	overeenkomend met
analoog-digitaalomzetter	noun	zet een analoog signaal, bijvoorbeeld een spraaksignaal, om in een reeks cijfers (digitaal)
analoog-digitaalomzetters	=	analoog-digitaalomzetter
analoog-digitaalomzettertje	=	analoog-digitaalomzetter
analoog-digitaalomzettertjes	=	analoog-digitaalomzetter
analoogkaas	noun	product gemaakt van witte (geraffineerde) palmolie, melkeiwit en zetmeel
analoogkazen	noun	het meervoud van analoogkaas
analoogs	=	analoog
analoogst	=	analoog
analoogste	=	analoog
analphabeet	=	analfabeet
analysant	noun	patiënt in psychoanalyse
analysanten	=	analysant
analysator	noun	apparaat dat analyseert
analysatoren	=	analysator
analysators	=	analysator
analysatortje	=	analysator
analysatortjes	=	analysator
analyse	noun	de ontleding van iets ter bestudering
analyseer	=	analyseren
analyseerbaar	adj	goed onderzocht kunnen worden
analyseerbaarder	=	analyseerbaar
analyseerbaardere	=	analyseerbaar
analyseerbaarders	=	analyseerbaar
analyseerbaars	=	analyseerbaar
analyseerbaarst	=	analyseerbaar
analyseerbaarste	=	analyseerbaar
analyseerbare	=	analyseerbaar
analyseerde	=	analyseren
analyseerden	=	analyseren
analyseert	=	analyseren
analysefase	noun	binnen de looptijd van een onderzoek het deel waarin de verzamelde gegevens worden geïnterpreteerd
analysefasen	=	analysefase
analysefases	=	analysefase
analysemethode	noun	beredeneerde vaste werkwijze om na te gaan waaruit iets is samengesteld en hoe het geheel werkt
analysemethoden	=	analysemethode
analysemethodes	=	analysemethode
analysemodel	noun	gestructureerde manier om iets of iemand te onderzoeken en te beoordelen
analysemodellen	=	analysemodel
analysemodelletje	=	analysemodel
analysemodelletjes	=	analysemodel
analysen	=	analyse
analyserapport	noun	verslag van een gedetailleerd en nauwkeurig onderzoek naar alle aspecten van een bepaalde kwestie
analyserapporten	=	analyserapport
analyserapportje	=	analyserapport
analyserapportjes	=	analyserapport
analysere	=	analyseren
analyseren	verb	gedetailleerd en nauwkeurig bekijken
analyserend	adj	waarnemingen verwerken tot conclusies
analyserende	=	analyseren
analyserender	=	analyserend
analyserendere	=	analyserend
analyserenders	=	analyserend
analyserends	=	analyserend
analyserendst	=	analyserend
analyserendste	=	analyserend
analyseresultaat	noun	uitkomst van een onderzoek naar de onderdelen van het te onderzoeken object
analyseresultaatje	=	analyseresultaat
analyseresultaatjes	=	analyseresultaat
analyseresultaten	=	analyseresultaat
analyses	=	analyse
analysetechniek	noun	methode om de samenstelling van een bepaald monster te bepalen
analysetechnieken	=	analysetechniek
analysetechniekje	=	analysetechniek
analysetechniekjes	=	analysetechniek
analysetijd	noun	de tijd die men nodig heeft voor een onderzoek; de tijd die men heeft om een onderzoek te verrichten
analysetijden	=	analysetijd
analysetje	=	analyse
analysetjes	=	analyse
analysewerk	noun	de arbeid die men verricht aan een onderzoek of bestudering van iets
analysewerken	=	analysewerk
analytici	=	analyticus
analyticus	noun	iemand die analyseert
analytisch	adj	op analyse berustend, daarmee werkend, daaruit bestaand, ontledend
analytische	=	analytisch
analytischer	=	analytisch
analytischere	=	analytisch
analytischers	=	analytisch
analytischt	=	analytisch
analytischte	=	analytisch
anambra-astrild	noun	Estrilda poliopareia een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
anambra-astrilden	=	anambra-astrild
anambra-astrildje	=	anambra-astrild
anambra-astrildjes	=	anambra-astrild
anamnese	noun	een vraaggesprek naar de ziektegeschiedenis
anamneseformulier	noun	document met voorbedrukte vragen betreffende de medische voorgeschiedenis, de klachten van een patiënt en andere gegevens die van belang zijn voor het stellen van een juiste diagnose
anamneseformulieren	=	anamneseformulier
anamneseformuliertje	=	anamneseformulier
anamneseformuliertjes	=	anamneseformulier
anamneses	=	anamnese
anamnesetje	=	anamnese
anamnesetjes	=	anamnese
anamnestisch	adj	met betrekking tot de anamnese
anamnestische	=	anamnestisch
anamnestischer	=	anamnestisch
anamnestischere	=	anamnestisch
anamnestischers	=	anamnestisch
anamorfisme	noun	concept uit het functioneel programmeren dat gegrond is in de categorietheorie
anamorfose	noun	een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet
anamorfosen	=	anamorfose
anamorfosetje	=	anamorfose
anamorfosetjes	=	anamorfose
ananas	noun	Ananas comosus (ook: Ananas sativus), een vrucht van de ananasplant
ananasblad	noun	groene blad dat bovenop een ananas zit
ananasbladeren	=	ananasblad
ananasboor	noun	een stuk keukengerei voor het snijden van ananassen
ananasboortje	=	ananasboor
ananasboortjes	=	ananasboor
ananasboren	=	ananasboor
ananasconfituren	=	ananasconfituur
ananasconfituur	noun	jam gemaakt van ananas
ananasdrank	noun	vruchtendrank met ananassmaak; vruchtendrank gemaakt met ananassap
ananasdranken	=	ananasdrank
ananasdrankje	=	ananasdrank
ananasdrankjes	=	ananasdrank
ananasgalwesp	noun	Andricus fecundatrix een parthenogenetische galwesp uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
ananasgalwespen	=	ananasgalwesp
ananasgalwespje	=	ananasgalwesp
ananasgalwespjes	=	ananasgalwesp
ananasguave	noun	Feijoa sellowiana een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae)
ananasguaven	=	ananasguave
ananasguaves	=	ananasguave
ananasje	=	ananas
ananasjes	=	ananas
ananaskas	noun	plantenkas waarin men ananassen kweekt
ananaskasje	=	ananaskas
ananaskasjes	=	ananaskas
ananaskassen	=	ananaskas
ananaskers	noun	Physalis peruviana is een tot 2 m hoge, eenjarige, kruidachtige plant uit de nachtschadefamilie Solanaceae
ananaskersen	=	ananaskers
ananaskorst	noun	Lepra amara een korstmossoort uit de familie Pertusariaceae.
ananaskorsten	=	ananaskorst
ananaskorstje	=	ananaskorst
ananaskorstjes	=	ananaskorst
ananaslieden	=	ananasman
ananaslui	=	ananasman
ananasman	noun	deskundige op het gebied van het kweken van ananassen
ananaspulp	noun	papachtige brij (weke massa), door vermalen van ananassen verkregen
ananassalie	noun	Salvia elegans een van oorsprong Midden-Amerikaanse plant uit de lipbloemenfamilie
ananassalies	=	ananassalie
ananassap	noun	sap afkomstig van de ananas
ananassapje	=	ananassap
ananassapjes	=	ananassap
ananassappen	=	ananassap
ananasschijf	noun	plak van een ananas, haaks op de lengterichting gesneden, vaak met een gat in het midden, waar het vezelige deel is verwijderd
ananasschijven	=	ananasschijf
ananasschil	noun	schil van een ananas
ananasschillen	=	ananasschil
ananasschiller	noun	een stuk keukengereedschap waarmee men een ananas kunt schillen, de harde kern kan verwijderen en in gelijke schijven kan snijden
ananasschillers	=	ananasschiller
ananasschillertje	=	ananasschiller
ananasschillertjes	=	ananasschiller
ananasschilletje	=	ananasschil
ananasschilletjes	=	ananasschil
ananassen	=	ananas
ananassnijder	noun	een stuk keukengerei voor het snijden van ananassen
ananassnijders	=	ananassnijder
ananasvormig	adj	vorm van een ananas hebbend
ananasvormige	=	ananasvormig
ananasvormiger	=	ananasvormig
ananasvormigere	=	ananasvormig
ananasvormigers	=	ananasvormig
ananasvormigs	=	ananasvormig
ananasvormigst	=	ananasvormig
ananasvormigste	=	ananasvormig
anansitori	noun	verzonnen verhaal
anansitori's	=	anansitori
anapaest	=	anapest
anapaestus	=	anapest
anapest	noun	versvoet bestaande uit twee onbeklemtoonde lettergrepen gevolgd door een beklemtoonde
anapesten	=	anapest
anaphalantiasis	noun	haarverlies bij de wenkbrauwen
anaplastologie	noun	specialisme dat zich bezighoudt met protheses
anapsiden	noun	een onderklasse Anapsida van reptielen met als belangrijkste kenmerk een gesloten schedeldak zonder openingen achter de ogen.
anarchie	noun	het ontbreken van een geordend bestuur, regeringsloosheid
anarchies	=	anarchie
anarchietje	=	anarchie
anarchieën	=	anarchie
anarchisme	noun	het idee van een autoriteitsloze, geweldloze samenleving waarin mensen zonder macht of autoriteit leven
anarchismen	=	anarchisme
anarchismes	=	anarchisme
anarchismetje	=	anarchisme
anarchismus	=	anarchisme
anarchist	noun	aanhanger van het anarchisme
anarchiste	noun	aanhangster van het idee van een autoriteitsloze, geweldloze samenleving waarin mensen zonder macht of autoriteit leven
anarchisten	=	anarchist
anarchistes	=	anarchiste
anarchisties	=	anarchistisch
anarchistisch	adj	betrekking hebbend op of volgens het anarchisme
anarchistische	=	anarchistisch
anarchistischer	=	anarchistisch
anarchistischere	=	anarchistisch
anarchistischers	=	anarchistisch
anarchistischt	=	anarchistisch
anarchistischte	=	anarchistisch
anarchistje	=	anarchist
anarchistjes	=	anarchist
anarcho-syndicalisme	=	anarchosyndicalisme
anarchocommunisme	noun	anarchisme, dat zich het vormen van een communistische samenleving ten doel stelt
anarchofeminisme	noun	stroming binnen het feminisme die zich verwant voelt met het anarchisme
anarchokapitalisme	noun	libertaire vorm van kapitalisme, die staatsbemoeienis op ieder terrein afwijst en alles (dus ook leger, politie en rechtspraak) aan het marktmechanisme wil overlaten
anarchosyndicalisme	noun	stroming ontstaan aan het eind van de 19e eeuw die nastreeft dat arbeiders zichzelf organiseren om los van politieke partijen door collectieve actie een betere samenleving te bereiken
anasjiem	=	iesj
anastatisch	adj	door of met betrekking tot een manier van vermenigvuldigen waarbij bestaande prenten in reliëf op een plaat van steen of zink worden overgebracht zodat er nieuwe afdrukken van gemaakt kunnen worden
anastatische	=	anastatisch
anastatischer	=	anastatisch
anastatischere	=	anastatisch
anastatischers	=	anastatisch
anastigmaat	noun	optisch systeem dat zo ontworpen is dat lichtstralen die door de lens gaan, ongeacht hun invalshoek, samenvallen in één punt en er een scherpe afbeelding kan worden geproduceerd voor het maken van foto's; lens die vertekeningen corrigeert
anastigmaatje	=	anastigmaat
anastigmaatjes	=	anastigmaat
anastigmaten	=	anastigmaat
anastomose	noun	een vaatverbinding, het aan elkaar verbinden van twee vaten
anastrofe	noun	inversie, stijlfiguur waarbij de normale woordvolgorde wordt omgekeerd
anastrofen	=	anastrofe
anathema	noun	vloek, banvloek, excommunicatie, kerkban
anathema's	=	anathema
anatolisch	adj	met betrekking tot Anatolië
anatolische	=	anatolisch
anatolischer	=	anatolisch
anatolischere	=	anatolisch
anatolischers	=	anatolisch
anatolischt	=	anatolisch
anatolischte	=	anatolisch
anatolië	noun	benaming voor het Aziatische deel van Turkije of het schiereiland tussen de Zwarte Zee en de Middellandse Zee
anatome	noun	vrouwelijke vorm van anatoom
anatomen	=	anatoom
anatomes	=	anatome
anatomie	noun	ontleedkunde
anatomieën	=	anatomie
anatomisch	adj	met betrekking tot de anatomie
anatomische	=	anatomisch
anatomischer	=	anatomisch
anatomischere	=	anatomisch
anatomischers	=	anatomisch
anatomiseer	=	anatomiseren
anatomiseerde	=	anatomiseren
anatomiseerden	=	anatomiseren
anatomiseert	=	anatomiseren
anatomisere	=	anatomiseren
anatomiseren	verb	ontleden
anatomiserend	=	anatomiseren
anatomiserende	=	anatomiseren
anatomist	noun|obsolete	iemand die de ontleedkunde beoefent
anatomisten	=	anatomist
anatoom	noun	een persoon die kennis draagt van de (menselijke) anatomie
anatoompje	=	anatoom
anatoompjes	=	anatoom
anatripsis	noun	het wrijven van de gelederen
anava	noun	bescheidenheid
anaëroob	=	anaeroob
anbi	noun	instelling die belastingvoordelen heeft omdat het zonder winstoogmerk het algemene nut dient
anbi's	=	anbi
anbibeschikking	noun	het officiële besluit van de Belastingdienst waarmee een organisatie de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) krijgt.
anbibeschikkingen	=	anbibeschikking
anbibeschikkinkje	=	anbibeschikking
anbibeschikkinkjes	=	anbibeschikking
anc	noun	Afrikaans Nationaal Congres, een politieke partij in Zuid-Afrika
ancashtapaculo	noun	Scytalopus affinis een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
ancashtapaculo's	=	ancashtapaculo
ancashtapaculootje	=	ancashtapaculo
ancashtapaculootjes	=	ancashtapaculo
ancestraal	adj	passend bij de voorvaderen, passend bij de (verre) oudheid
ancestraals	=	ancestraal
ancestraalst	=	ancestraal
ancestraalste	=	ancestraal
ancestrale	=	ancestraal
ancestraler	=	ancestraal
ancestralere	=	ancestraal
ancestralers	=	ancestraal
anchorlieden	=	anchorman
anchorlui	=	anchorman
anchorman	noun	een vaste presentator van een dagelijks uitgezonden nieuwsrubriek/journaal op televisie
anchormannen	=	anchorman
anchormen	=	anchorman
anchorwoman	noun	vaste presentatrice bij een nieuwsrubriek
anchorwomen	=	anchorwoman
ancien	noun	iemand die ergens al lang actief is en daardoor zeer ervaren is
ancienniteit	=	anciënniteit
anciens	=	ancien
anciënniteit	noun	de periode dat iemand verbonden is aan een bepaalde organisatie
anciënniteitbeginsel	noun	het beginsel dat de werknemers die het laatst in dienst genomen zijn, als eerste voor ontslag worden voorgedragen
anciënniteitbeginselen	=	anciënniteitbeginsel
anciënniteitbeginsels	=	anciënniteitbeginsel
anciënniteitbeginseltje	=	anciënniteitbeginsel
anciënniteitbeginseltjes	=	anciënniteitbeginsel
anciënniteiten	=	anciënniteit
anciënniteitsverlof	noun	extra verlof dat een werknemer krijgt als hij meer dienstjaren heeft gewerkt bij een bepaalde organisatie
anciënniteitsverlofje	=	anciënniteitsverlof
anciënniteitsverlofjes	=	anciënniteitsverlof
anciënniteitsverloven	=	anciënniteitsverlof
andaloesisch	adj	op Andaloesië betrekking hebbend
andaloesische	noun	een vrouwelijke inwoner van Andaloesië, of een vrouw afkomstig uit Andaloesië
andaloesischen	=	andaloesische
andaloesischer	=	andaloesisch
andaloesischere	=	andaloesisch
andaloesischers	=	andaloesisch
andaloesiër	noun	een inwoner van Andaloesië, of iemand afkomstig uit Andaloesië
andaloesiërs	=	andaloesiër
andalusisch	adj	op Andalusië betrekking hebbend
andalusische	noun	een vrouwelijke inwoner van Andalusië, of een vrouw afkomstig uit Andalusië
andalusischen	=	andalusische
andalusischer	=	andalusisch
andalusischere	=	andalusisch
andalusischers	=	andalusisch
andalusiër	noun	een inwoner van Andalusië, of iemand afkomstig uit Andalusië
andalusiërs	=	andalusiër
andamanenboeboekuil	noun	Ninox affinis een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
andamanenboeboekuilen	=	andamanenboeboekuil
andamanenboeboekuiltje	=	andamanenboeboekuil
andamanenboeboekuiltjes	=	andamanenboeboekuil
andamanenboomekster	noun	Dendrocitta bayleii een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
andamanenboomeksters	=	andamanenboomekster
andamanenboomekstertje	=	andamanenboomekster
andamanenboomekstertjes	=	andamanenboomekster
andamanenbuulbuul	noun	Brachypodius fuscoflavescens een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae).
andamanenbuulbuuls	=	andamanenbuulbuul
andamanenbuulbuultje	=	andamanenbuulbuul
andamanenbuulbuultjes	=	andamanenbuulbuul
andamanendrongo	noun	Dicrurus andamanensis een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's.
andamanendrongo's	=	andamanendrongo
andamanendrongootje	=	andamanendrongo
andamanendrongootjes	=	andamanendrongo
andamanendwergooruil	noun	Otus balli een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
andamanendwergooruilen	=	andamanendwergooruil
andamanendwergooruiltje	=	andamanendwergooruil
andamanendwergooruiltjes	=	andamanendwergooruil
andamanenhoningvogel	noun	Dicaeum virescens een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
andamanenhoningvogels	=	andamanenhoningvogel
andamanenhoningvogeltje	=	andamanenhoningvogel
andamanenhoningvogeltjes	=	andamanenhoningvogel
andamanenhoutduif	noun	Columba palumboides een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
andamanenhoutduifje	=	andamanenhoutduif
andamanenhoutduifjes	=	andamanenhoutduif
andamanenhoutduiven	=	andamanenhoutduif
andamanenkerkuil	noun	Tyto deroepstorffi een endemische soort kerkuil op de Andamanen en Nicobaren
andamanenkerkuilen	=	andamanenkerkuil
andamanenkerkuiltje	=	andamanenkerkuil
andamanenkerkuiltjes	=	andamanenkerkuil
andamanenkoekoeksduif	noun	Macropygia rufipennis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
andamanenkoekoeksduifje	=	andamanenkoekoeksduif
andamanenkoekoeksduifjes	=	andamanenkoekoeksduif
andamanenkoekoeksduiven	=	andamanenkoekoeksduif
andamanennachtzwaluw	noun	Caprimulgus andamanicus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
andamanennachtzwaluwen	=	andamanennachtzwaluw
andamanennachtzwaluwtje	=	andamanennachtzwaluw
andamanennachtzwaluwtjes	=	andamanennachtzwaluw
andamanenpapegaaiduif	noun	Treron chloropterus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
andamanenpapegaaiduifje	=	andamanenpapegaaiduif
andamanenpapegaaiduifjes	=	andamanenpapegaaiduif
andamanenpapegaaiduiven	=	andamanenpapegaaiduif
andamanenral	noun	Rallina canningi een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
andamanenrallen	=	andamanenral
andamanenralletje	=	andamanenral
andamanenralletjes	=	andamanenral
andamanenrupsvogel	noun	Coracina dobsoni een rupsvogel die endemisch is op de Andamanen
andamanenrupsvogels	=	andamanenrupsvogel
andamanenrupsvogeltje	=	andamanenrupsvogel
andamanenrupsvogeltjes	=	andamanenrupsvogel
andamanenshamalijster	noun	Copsychus albiventris een vogelsoort uit de familie van de vliegenvangers.
andamanenshamalijsters	=	andamanenshamalijster
andamanenshamalijstertje	=	andamanenshamalijster
andamanenshamalijstertjes	=	andamanenshamalijster
andamanenslangenarend	noun	Spilornis elgini een vogel uit de familie Accipitridae (Havikachtigen).
andamanenslangenarenden	=	andamanenslangenarend
andamanenslangenarendje	=	andamanenslangenarend
andamanenslangenarendjes	=	andamanenslangenarend
andamanenspecht	noun	Dryocopus hodgei een vogel uit de familie der Picidae (Spechten).
andamanenspechten	=	andamanenspecht
andamanenspechtje	=	andamanenspecht
andamanenspechtjes	=	andamanenspecht
andamanenspoorkoekoek	noun	Centropus andamanensis een koekoek die alleen voorkomt op de Andamaneilanden.
andamanenspoorkoekoeken	=	andamanenspoorkoekoek
andamanenspoorkoekoekje	=	andamanenspoorkoekoek
andamanenspoorkoekoekjes	=	andamanenspoorkoekoek
andamanenspreeuw	noun	Sturnia erythropygius een vogelsoort uit de familie Sturnidae die voorkomt op de Andamanen en de Nicobaren van India.
andamanenspreeuwen	=	andamanenspreeuw
andamanenspreeuwtje	=	andamanenspreeuw
andamanenspreeuwtjes	=	andamanenspreeuw
andamanentaling	noun	Anas albogularis een kleine soort eend uit de familie Anatidae.
andamanentalingen	=	andamanentaling
andamanentalinkje	=	andamanentaling
andamanentalinkjes	=	andamanentaling
andante	adv	rustig voortgaand in gematigd tempo (een snelheid van 69 tot 84 tellen per minuut)
andantes	=	andante
andantino	adv	'rustig voortgaand' tempo in de muziek, Vóór 1800 was dit tempo iets langzamer dan andante, na 1800 is het iets sneller geworden dan andante (een snelheid van 76 tot 90 tellen per minuut)
andantino's	=	andantino
ander	adj	niet deze	noun	diegene die je niet zelf bent
anderdaags	adj	om de dag
anderdaagse	=	anderdaags
anderdeels	adv	aan de andere kant
andere	=	ander
anderen	=	ander
anderendaags	adv	op de volgende dag
anderhalf	num	met enkelvoud: één en een half, 1,5
anderhalfgeneratie	noun	iemand die één ouder heeft die naar het nieuwe vaderland is gekomen terwijl de andere ouder er geboren en opgeleid is
anderhalfgeneraties	=	anderhalfgeneratie
anderhalfs	=	anderhalf
anderhalve	=	anderhalf
anderhalvemeter	=	anderhalvemeteren
anderhalvemeterafstand	noun	de ruimte van 1,5 meter die tussen twee personen aanwezig moet zijn zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterafstanden	=	anderhalvemeterafstand
anderhalvemeterbezoek	noun	een visite waarbij men 1,5 meter afstand van elkaar houdt zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterbezoeken	=	anderhalvemeterbezoek
anderhalvemeterbioscoop	noun	bioscoop met 1,5 meter ruimte tussen de bezoekers zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterbioscopen	=	anderhalvemeterbioscoop
anderhalvemetercinema	noun	bioscoop met 1,5 meter ruimte tussen de bezoekers zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetercinema's	=	anderhalvemetercinema
anderhalvemetercirkel	noun	de denkbeeldige cirkel met een straal van 1,5 meter die vrij moest blijven rond een persoon zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetercirkels	=	anderhalvemetercirkel
anderhalvemetercoach	noun	iemand die mensen in bedrijven adviseert hoe men het beste kan omgaan met de anderhalvemeterregels tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetercoaches	=	anderhalvemetercoach
anderhalvemeterdate	noun	afspraakje met iemand waarbij men 1,5 meter afstand houdt zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterdates	=	anderhalvemeterdate
anderhalvemeterde	=	anderhalvemeteren
anderhalvemeterden	=	anderhalvemeteren
anderhalvemeterdiscipline	noun	de mate waarin men zich houdt aan de afstandregels die golden tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterdoctrine	noun	het dogma of leerstelling dat men door anderhalvemeterafstand te houden van elkaar de kans op besmetting door het coronavirus aanzienlijk verlaagt
anderhalvemeterdoctrines	=	anderhalvemeterdoctrine
anderhalvemetere	=	anderhalvemeteren
anderhalvemetereconomie	noun	een economie waarin werknemers en beroepsbeoefenaars zo veel mogelijk anderhalve meter afstand houden om verspreiding van een besmettelijke ziekte te voorkomen; in gebruik geraakt na de uitbraak van het Covid-19-coronavirus
anderhalvemetereconomietje	=	anderhalvemetereconomie
anderhalvemetereconomietjes	=	anderhalvemetereconomie
anderhalvemetereconomieën	=	anderhalvemetereconomie
anderhalvemeteren	verb	je leven zo inrichten dat je 1,5 meter afstand houdt van je medemensen om zo een besmetting met een bacterie of virus te voorkomen
anderhalvemeterend	=	anderhalvemeteren
anderhalvemeterfanfare	noun	muziekgezelschap met blaasinstrumenten dat 1,5 meter afstand tussen de spelers handhaaft zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterfanfares	=	anderhalvemeterfanfare
anderhalvemeterhoreca	noun	uitgaansgelegenheden waar de gasten 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterhost	noun	gastheer of gastvrouw die de anderhalvemeterregels respecteert zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterhosts	=	anderhalvemeterhost
anderhalvemeterkantoor	noun	kantoor waar de verschillende werkplekken minimaal 1,5 meter van elkaar gescheiden zijn zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterkantoren	=	anderhalvemeterkantoor
anderhalvemeterkus	noun	handkus waarbij men 1,5 meter afstand van elkaar bewaarde zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterkusje	=	anderhalvemeterkus
anderhalvemeterkusjes	=	anderhalvemeterkus
anderhalvemeterkussen	=	anderhalvemeterkus
anderhalvemetermaatje	noun	iemand waarmee je samen een activiteit onderneemt waarbij je de 1,5 meter afstand bewaart zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemetermaatjes	=	anderhalvemetermaatje
anderhalvemetermaatregel	noun	de verordening dat iedereen een afstand van anderehalvemeter tot elkaar moet bewaren om besmetting te voorkomen
anderhalvemetermaatregelen	=	anderhalvemetermaatregel
anderhalvemetermaatregels	=	anderhalvemetermaatregel
anderhalvemetermaatschappij	noun	samenleving waarbij mensen fysieke afstand van minimaal anderhalve meter van elkaar bewaren om besmetting door een virus of bacterie te voorkomen
anderhalvemetermaatschappijen	=	anderhalvemetermaatschappij
anderhalvemetermaatschappijtje	=	anderhalvemetermaatschappij
anderhalvemetermaatschappijtjes	=	anderhalvemetermaatschappij
anderhalvemetermusea	=	anderhalvemetermuseum
anderhalvemetermuseum	noun	museum waar de bezoekers 1,5 meter afstand van elkaar kunnen houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemetermuseums	=	anderhalvemetermuseum
anderhalvemeternorm	noun	de regel dat men 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeternormen	=	anderhalvemeternorm
anderhalvemeterorkest	noun	muziekgezelschap waarvan de spelers 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterorkesten	=	anderhalvemeterorkest
anderhalvemeteroverleg	noun	vergadering of bijeenkomst waarvan de deelnemers 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeteroverleggen	=	anderhalvemeteroverleg
anderhalvemeteroverlegje	=	anderhalvemeteroverleg
anderhalvemeteroverlegjes	=	anderhalvemeteroverleg
anderhalvemeterpolitie	noun|humorous	de politie die de door de overheid opgelegde maatregel van anderhalve meter afstand houden moet handhaven
anderhalvemeterregel	noun	regel dat men niet dichter dan anderhalve meter bij elkaar mag komen om besmetting te voorkomen
anderhalvemeterregelen	=	anderhalvemeterregel
anderhalvemeterregels	=	anderhalvemeterregel
anderhalvemeterregeltje	=	anderhalvemeterregel
anderhalvemeterregeltjes	=	anderhalvemeterregel
anderhalvemeterrichtlijn	noun	aanwijzing tijdens de coronaepidemie dat mensen 1,5 meter afstand van elkaar bewaren om besmetting met het coronavirus te voorkomen
anderhalvemeterrichtlijnen	=	anderhalvemeterrichtlijn
anderhalvemeterrij	noun	een rij mensen die 1,5 afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterrijen	=	anderhalvemeterrij
anderhalvemetersamenleving	noun	een samenleving waarin (vrijwel) iedereen waar mogelijk anderhalve meter afstand houdt om verspreiding van een besmettelijke ziekte (m.n.
anderhalvemetersamenlevingen	=	anderhalvemetersamenleving
anderhalvemetersamenlevinkje	=	anderhalvemetersamenleving
anderhalvemetersamenlevinkjes	=	anderhalvemetersamenleving
anderhalvemeterscenario	noun	draaiboek hoe zaken moeten lopen zodat mensen 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterscenario's	=	anderhalvemeterscenario
anderhalvemeterscholen	=	anderhalvemeterschool
anderhalvemeterschool	noun	school waarin de leerlingen 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterschooltje	=	anderhalvemeterschool
anderhalvemeterschooltjes	=	anderhalvemeterschool
anderhalvemeterseks	noun	seksuele handeling waarbij de partners 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemetersessie	noun	optreden van een artiest waarbij men 1,5 meter afstand van elkaar houdt zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterset	noun	groep zaken die het mogelijk maakt om een ruimte zo in te richten dat het eenvoudig is om 1,5 meter afstand tussen de verschillende personen in die ruimte te handhaven
anderhalvemetersets	=	anderhalvemeterset
anderhalvemetersetting	noun	omgeving waarbij men 1,5 meter afstand van elkaar houdt zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemetersettingen	=	anderhalvemetersetting
anderhalvemeterspecialist	noun	iemand die verstand heeft hoe men iets kan aanpassen aan de eis dat mensen 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterspecialisten	=	anderhalvemeterspecialist
anderhalvemeterstembusgang	noun	verkiezingen waarbij de stemgerechtigden 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterstembusgangen	=	anderhalvemeterstembusgang
anderhalvemetersticker	noun	plakplaatje dat mensen helpt 1,5 meter afstand van elkaar te houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterstickers	=	anderhalvemetersticker
anderhalvemeterstickertje	=	anderhalvemetersticker
anderhalvemeterstickertjes	=	anderhalvemetersticker
anderhalvemeterstok	noun	lat die helpt een afstand van 1,5 meter uit te zetten zodat mensen 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemeterstokje	=	anderhalvemeterstok
anderhalvemeterstokjes	=	anderhalvemeterstok
anderhalvemeterstokken	=	anderhalvemeterstok
anderhalvemetersyndroom	noun	de al te dwangmatige neiging om 1,5 meter afstand te houden tijdens en na de coronaepidemie
anderhalvemetert	=	anderhalvemeteren
anderhalvemetertafel	noun	tafel waaraan mensen op 1,5 meter afstand van elkaar kunnen zitten zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemetertafels	=	anderhalvemetertafel
anderhalvemetertennis	noun	tennis waarbij mensen niet dichter dan 1,5 meter bij elkaar komen zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterterras	noun	terras waarbij mensen op 1,5 meter afstand van elkaar zitten houden zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterterrasje	=	anderhalvemeterterras
anderhalvemeterterrasjes	=	anderhalvemeterterras
anderhalvemeterterrassen	=	anderhalvemeterterras
anderhalvemetertheater	noun	theater waarbij de bezoekers op 1,5 meter afstand van elkaar zitten zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetertheaters	=	anderhalvemetertheater
anderhalvemetertheatertje	=	anderhalvemetertheater
anderhalvemetertheatertjes	=	anderhalvemetertheater
anderhalvemetertijdperk	noun	periode dat mensen 1,5 meter afstand van elkaar moesten houden tijdens de corona-epidemie
anderhalvemetertoerisme	noun	reizen waarbij de toeristen 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetertrein	noun	trein die zo in gericht is dat mensen 1,5 meter afstand van elkaar kunnen houden zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetertreinen	=	anderhalvemetertrein
anderhalvemetertreintje	=	anderhalvemetertrein
anderhalvemetertreintjes	=	anderhalvemetertrein
anderhalvemetervak	noun	ruimte waarin mensen de 1,5 meter afstand van elkaar kunnen houden zoals verplicht was tijdens de corona-epidemie
anderhalvemetervakantie	noun	vakantie waarbij mensen 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetervakanties	=	anderhalvemetervakantie
anderhalvemetervakantietje	=	anderhalvemetervakantie
anderhalvemetervakantietjes	=	anderhalvemetervakantie
anderhalvemetervakken	=	anderhalvemetervak
anderhalvemeterveilig	adj	op een goede manier voldoend aan de anderhalvemetereisen die de overheid stelde tijdens de coronaepidemie zodat er weinig kans op besmetting of beboeting was
anderhalvemeterveilige	=	anderhalvemeterveilig
anderhalvemeterveiliger	=	anderhalvemeterveilig
anderhalvemeterveiligere	=	anderhalvemeterveilig
anderhalvemeterveiligers	=	anderhalvemeterveilig
anderhalvemeterveiligs	=	anderhalvemeterveilig
anderhalvemeterveiligst	=	anderhalvemeterveilig
anderhalvemeterveiligste	=	anderhalvemeterveilig
anderhalvemetervergadering	noun	vergadering waarbij de deelnemer 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetervergaderingen	=	anderhalvemetervergadering
anderhalvemeterversie	noun	de uitvoering van iets waarbij mensen 1,5 meter afstand van elkaar kunnen houden zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterversies	=	anderhalvemeterversie
anderhalvemetervriendschap	noun	vriendschap waarbij men bij een ontmoeting 1,5 meter afstand van elkaar houdt zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemetervriendschapje	=	anderhalvemetervriendschap
anderhalvemetervriendschapjes	=	anderhalvemetervriendschap
anderhalvemetervriendschappen	=	anderhalvemetervriendschap
anderhalvemeterwandelen	verb	samen met iemand een wandeling maken waarbij men 1,5 meter afstand van elkaar houdt
anderhalvemeterwandelend	=	anderhalvemeterwandelen
anderhalvemeterwatcher	noun	iemand die erop toeziet dat mensen 1,5 meter afstand van elkaar houden zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterwatchers	=	anderhalvemeterwatcher
anderhalvemeterwereld	noun	de kleine leefomgeving die ontstaat als men 1,5 meter afstand van elkaar houdt zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterwerkelijkheid	noun	het dagelijkse leven in een samenleving waarbij men 1,5 meter afstand van elkaar houdt zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterzone	noun	de vrije ruimte om iemand heen die ontstaat als men 1,5 meter afstand van elkaar houdt zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderhalvemeterzorg	noun	de medische- en verpleegkundigezorg in een samenleving waarin men 1,5 meter afstand van elkaar houdt zoals verplicht was tijdens de coronaepidemie
anderlechtenaar	noun	een inwoner van Anderlecht, of iemand afkomstig uit Anderlecht
anderlechtenaars	adj	op Anderlecht betrekking hebbend
anderlechtenaarse	noun	een vrouwelijke inwoner van Anderlecht, of iemand afkomstig hiervan
anderlechtenaarsen	=	anderlechtenaarse
anderlechtenaren	=	anderlechtenaar
andermaal	adv	nog een keer
anderman	noun	iemand anders
andermannen	=	anderman
andermans	pron	genitief van een andere man, wordt gebruikt in bezittelijke zin dus: 'van iemand anders'
anders	adv	op andere wijze	conj	leidt een zin in die een andere gang van zaken aangeeft
anders-zijn	noun	afwijkend, verschillend zijn van anderen
andersdenkend	adj	iemand met een ander geloof, politieke voorkeur of mening
andersdenkende	noun	persoon die een afwijkende mening heeft
andersdenkenden	=	andersdenkende
andersdenkends	=	andersdenkend
andersgelovig	adj	een ander dan het eigen geloof hebbend
andersgelovige	=	andersgelovig
andersgelovigs	=	andersgelovig
andersgezind	adj	een ander kerkelijke gezindheid of politieke stroming aanhangend
andersgezinde	=	andersgezind
andersgezinder	=	andersgezind
andersgezindere	=	andersgezind
andersgezinders	=	andersgezind
andersgezinds	=	andersgezind
andersgezindst	=	andersgezind
andersgezindste	=	andersgezind
andersglobaliseringsbeweging	noun	een internationale netwerkbeweging die streeft naar een eerlijkere wereldhandel en gelijke kansen.
andersglobaliseringsbewegingen	=	andersglobaliseringsbeweging
andersglobaliseringsbeweginkje	=	andersglobaliseringsbeweging
andersglobaliseringsbeweginkjes	=	andersglobaliseringsbeweging
andersglobalisme	noun	beweging die een tegenwicht wil bieden tegen de 'neoliberale' manier van globalisering en met name het ontstaan van een ongereguleerde, dan wel ondemocratisch gereguleerde wereldmarkt
andersglobalistisch	adj	met betrekking tot het andersglobalisme
andersglobalistische	=	andersglobalistisch
andersglobalistischer	=	andersglobalistisch
andersglobalistischere	=	andersglobalistisch
andersglobalistischers	=	andersglobalistisch
anderskleurig	adj	met een andere kleur
anderskleurige	noun	iets of iemand met een andere kleur
anderskleurigen	=	anderskleurige
anderskleurigs	=	anderskleurig
andersluidend	adj	een andere inhoud hebbend
andersluidende	=	andersluidend
andersluidends	=	andersluidend
andersom	adv	in omgekeerde volgorde, juist de andere zijde
andersoortig	adj	van een andere aard
andersoortige	=	andersoortig
andersoortigs	=	andersoortig
anderspartij	noun	politieke partij die zelf zegt andere politiek te bedrijven dan de andere politieke partijen
anderspartijen	=	anderspartij
anderspartijtje	=	anderspartij
anderspartijtjes	=	anderspartij
anderstalig	adj	een andere taal gebruikend
anderstalige	noun	iemand wiens moedertaal een andere is dan algemeen gesproken in een gebied
anderstaligen	=	anderstalige
anderstaligs	=	anderstalig
andersvalide	noun	iemand met een geestelijke of lichamelijke handicap
andersvaliden	=	andersvalide
andersvalides	=	andersvalide
anderszins	adv	in andere opzichten dan het genoemde
anderwaarts	adv	in een heel verschillende richting
anderwerf	adv	voor de tweede keer; bij herhaling
anderzijds	adv	aan de andere kant
andesamazilia	noun	Uranomitra franciae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
andesamazilia's	=	andesamazilia
andesamaziliaatje	=	andesamazilia
andesamaziliaatjes	=	andesamazilia
andesarassari	noun	Aulacorhynchus albivitta een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
andesarassari's	=	andesarassari
andesarassarietje	=	andesarassari
andesarassarietjes	=	andesarassari
andesboomjager	noun	Thripadectes flammulatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
andesboomjagers	=	andesboomjager
andesboomjagertje	=	andesboomjager
andesboomjagertjes	=	andesboomjager
andescanastero	noun	Asthenes modesta een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
andescanastero's	=	andescanastero
andescanasterootje	=	andescanastero
andescanasterootjes	=	andescanastero
andescaracara	noun	Phalcoboenus megalopterus een roofvogel uit de familie van de Falconidae (valkachtigen).
andescaracara's	=	andescaracara
andescaracaraatje	=	andescaracara
andescaracaraatjes	=	andescaracara
andescondor	noun	Vultur gryphus een gier uit de familie gieren van de Nieuwe Wereld (Cathartidae).
andescondors	=	andescondor
andescondortje	=	andescondor
andescondortjes	=	andescondor
andesdwerguil	noun	Glaucidium jardinii een vogel uit de familie van de uilen.
andesdwerguilen	=	andesdwerguil
andesdwerguiltje	=	andesdwerguil
andesdwerguiltjes	=	andesdwerguil
andeseend	noun	Lophonetta specularioides een vogel uit de familie Anatidae.
andeseenden	=	andeseend
andeseendje	=	andeseend
andeseendjes	=	andeseend
andeselenia	noun	Elaenia pallatangae een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
andeselenia's	=	andeselenia
andeseleniaatje	=	andeselenia
andeseleniaatjes	=	andeselenia
andesflamingo	noun	Phoenicoparrus andinus een vogelsoort uit de familie van de flamingo's.
andesflamingo's	=	andesflamingo
andesflamingootje	=	andesflamingo
andesflamingootjes	=	andesflamingo
andesfuten	=	andesfuut
andesfuut	noun	Podiceps andinus een uitgestorven watervogel uit de familie van de futen (Podicipedidae).
andesfuutje	=	andesfuut
andesfuutjes	=	andesfuut
andesgans	noun	Chloephaga melanoptera een gans uit de familie van de Anatidae.
andesgansje	=	andesgans
andesgansjes	=	andesgans
andesganzen	=	andesgans
andesgierzwaluw	noun	Aeronautes andecolus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
andesgierzwaluwen	=	andesgierzwaluw
andesgierzwaluwtje	=	andesgierzwaluw
andesgierzwaluwtjes	=	andesgierzwaluw
andesgrondspecht	noun	Colaptes rupicola een vogel uit de familie Picidae (spechten).
andesgrondspechten	=	andesgrondspecht
andesgrondspechtje	=	andesgrondspecht
andesgrondspechtjes	=	andesgrondspecht
andesibis	noun	Theristicus branickii een vogel uit de familie van de ibissen en lepelaars (Threskiornithidae).
andesibisje	=	andesibis
andesibisjes	=	andesibis
andesibissen	=	andesibis
andesiet	noun	een grijs tot zwart intermediair (tussen felsisch en mafisch) stollingsgesteente, dat tussen de 52 en 63 procent silica (SiO₂) bevat
andeskievit	noun	Vanellus resplendens een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
andeskieviten	=	andeskievit
andeskievitje	=	andeskievit
andeskievitjes	=	andeskievit
andesklauwiercotinga	noun	Laniisoma buckleyi een Zuid-Amerikaanse vogel die lijkt op zowel een continga als op een klauwier.
andesklauwiercotinga's	=	andesklauwiercotinga
andesklauwiercotingaatje	=	andesklauwiercotinga
andesklauwiercotingaatjes	=	andesklauwiercotinga
andeskluten	=	andeskluut
andeskluut	noun	Recurvirostra andina een vogel uit de familie van de Recurvirostra (Steltkluten en kluten).
andeskluutje	=	andeskluut
andeskluutjes	=	andeskluut
andeskuifarend	noun	Spizaetus isidori een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen).
andeskuifarenden	=	andeskuifarend
andeskuifarendje	=	andeskuifarend
andeskuifarendjes	=	andeskuifarend
andeskwartelsnip	noun	Attagis gayi een vogel uit de familie der Thinocoridae (Kwartelsnippen).
andeskwartelsnipje	=	andeskwartelsnip
andeskwartelsnipjes	=	andeskwartelsnip
andeskwartelsnippen	=	andeskwartelsnip
andesmanakin	noun	Chloropipo unicolor een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
andesmanakinnetje	=	andesmanakin
andesmanakinnetjes	=	andesmanakin
andesmanakins	=	andesmanakin
andesmeesstekelstaart	noun	Leptasthenura andicola een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
andesmeesstekelstaarten	=	andesmeesstekelstaart
andesmeesstekelstaartje	=	andesmeesstekelstaart
andesmeesstekelstaartjes	=	andesmeesstekelstaart
andesmeeuw	noun	Chroicocephalus serranus een vogel uit de familie Laridae (meeuwen).
andesmeeuwen	=	andesmeeuw
andesmeeuwtje	=	andesmeeuw
andesmeeuwtjes	=	andesmeeuw
andesmoerasrat	noun	Neotomys ebriosus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
andesmoerasratje	=	andesmoerasrat
andesmoerasratjes	=	andesmoerasrat
andesmoerasratten	=	andesmoerasrat
andesmuis	noun	Andinomys edax knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
andesmuisje	=	andesmuis
andesmuisjes	=	andesmuis
andesmuizen	=	andesmuis
andespapegaai	noun	Hapalopsittaca amazonina een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
andespapegaaien	=	andespapegaai
andespapegaaitje	=	andespapegaai
andespapegaaitjes	=	andespapegaai
andesparkiet	noun	Bolborhynchus orbygnesius een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
andesparkieten	=	andesparkiet
andesparkietje	=	andesparkiet
andesparkietjes	=	andesparkiet
andesplevier	noun	Oreopholus ruficollis een vogel uit de familie van de Charadriidae (kieviten en plevieren).
andesplevieren	=	andesplevier
andespleviertje	=	andesplevier
andespleviertjes	=	andesplevier
andespluimoor	noun	Pseudocolaptes boissonneautii een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
andespluimoortje	=	andespluimoor
andespluimoortjes	=	andespluimoor
andespluimoren	=	andespluimoor
andesrat	noun	Lenoxus apicalis knaagdier uit de familie van de Cricetidae
andesratje	=	andesrat
andesratjes	=	andesrat
andesratten	=	andesrat
andesreuzennachtzwaluw	noun	Nyctibius maculosus een vogel uit de familie Nyctibiidae (reuzennachtzwaluwen).
andesreuzennachtzwaluwen	=	andesreuzennachtzwaluw
andesreuzennachtzwaluwtje	=	andesreuzennachtzwaluw
andesreuzennachtzwaluwtjes	=	andesreuzennachtzwaluw
andesrotsrat	noun	Aconaemys fuscus knaagdier uit de familie van de schijnratten (Octodontidae)
andesrotsratje	=	andesrotsrat
andesrotsratjes	=	andesrotsrat
andesrotsratten	=	andesrotsrat
andesschreeuwuil	noun	Megascops ingens een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
andesschreeuwuilen	=	andesschreeuwuil
andesschreeuwuiltje	=	andesschreeuwuil
andesschreeuwuiltjes	=	andesschreeuwuil
andessijs	noun	Spinus spinescens een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
andessijsje	=	andessijs
andessijsjes	=	andessijs
andessijzen	=	andessijs
andessjakohoen	noun	Penelope montagnii een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
andessjakohoenderen	=	andessjakohoen
andessjakohoenders	=	andessjakohoen
andessjakohoendertje	=	andessjakohoen
andessjakohoendertjes	=	andessjakohoen
andessnip	noun	Gallinago jamesoni een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
andessnipje	=	andessnip
andessnipjes	=	andessnip
andessnippen	=	andessnip
andessolitaire	noun	Myadestes ralloides een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
andessolitaires	=	andessolitaire
andessolitairetje	=	andessolitaire
andessolitairetjes	=	andessolitaire
andessperwer	noun	Accipiter ventralis een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
andessperwers	=	andessperwer
andessperwertje	=	andessperwer
andessperwertjes	=	andessperwer
andesstekelstaart	noun	Oxyura ferruginea een eend uit de familie van de Anatidae.
andesstekelstaarten	=	andesstekelstaart
andesstekelstaartje	=	andesstekelstaart
andesstekelstaartjes	=	andesstekelstaart
andestaling	noun	Anas andium een eend uit de familie van de Anatidae.
andestalingen	=	andestaling
andestalinkje	=	andestaling
andestalinkjes	=	andestaling
andestinamoe	noun	Nothoprocta pentlandii een vogel die tot de orde van de tinamoes (Tinamiformes) behoort.
andestinamoes	=	andestinamoe
andestinamoetje	=	andestinamoe
andestinamoetjes	=	andestinamoe
andestroepiaal	noun	Oreopsar bolivianus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen)
andestroepiaaltje	=	andestroepiaal
andestroepiaaltjes	=	andestroepiaal
andestroepialen	=	andestroepiaal
andesvariant	noun	vorm van het hantavirus die haar oorsprong vindt bij rijstratten in de Zuid-Amerikaanse Andes
andesvarianten	=	andesvariant
andesvirus	noun	een variant van het hantavirus dat zijn oorsprong vindt bij rijstratten in de Zuid-Amerikaanse Andes
andesvirussen	=	andesvirus
andesvos	noun	Lycalopex culpaeus een hondachtige uit het geslacht Lycalopex
andesvosje	=	andesvos
andesvosjes	=	andesvos
andesvossen	=	andesvos
andesvossin	=	andesvos
andeswinterkoning	noun	Pheugopedius mystacalis een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
andeswinterkoningen	=	andeswinterkoning
andeswinterkoninkje	=	andeswinterkoning
andeswinterkoninkjes	=	andeswinterkoning
andeszadelrugtamarin	noun	Leontocebus leucogenys een zoogdier uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
andeszadelrugtamarinnetje	=	andeszadelrugtamarin
andeszadelrugtamarinnetjes	=	andeszadelrugtamarin
andeszadelrugtamarins	=	andeszadelrugtamarin
andeszwaluw	noun	Orochelidon andecola een zangvogel uit de familie zwaluwen (Hirundinidae).
andeszwaluwen	=	andeszwaluw
andeszwaluwtje	=	andeszwaluw
andeszwaluwtjes	=	andeszwaluw
andijvie	noun	Cichorium endiva, een eetbaar eenjarig gewas dat nauw verwant is aan witlof
andijvies	=	andijvie
andijviesla	noun	salade gemaakt met rauwe andijvie en een dressing
andijviestamppot	noun	een stamppot gemaakt van geprakte aardappels en andijvie
andijviestamppotje	=	andijviestamppot
andijviestamppotjes	=	andijviestamppot
andijviestamppotten	=	andijviestamppot
andijvietje	=	andijvie
andisch	adj	gerelateerd aan de Andes een gebergte in Zuid-Amerika
andische	=	andisch
andischer	=	andisch
andischere	=	andisch
andischers	=	andisch
andivie	=	andijvie
andoorn	noun	benaming voor planten uit het geslacht Stachys van ongeveer 300 soorten eenjarige en overblijvende, kruidachtige en struikachtige planten uit de lipbloemenfamilie Lamiaceae
andoornbij	noun	Anthophora furcata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae), geslacht sachembijen (Anthophora).
andoornbijen	=	andoornbij
andoornbijtje	=	andoornbij
andoornbijtjes	=	andoornbij
andoornbladgalmug	noun	Wachtliella stachydis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
andoornbladgalmuggen	=	andoornbladgalmug
andoornbladgalmugje	=	andoornbladgalmug
andoornbladgalmugjes	=	andoornbladgalmug
andoornbloemgalmug	noun	Ametrodiplosis crassinerva een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
andoornbloemgalmuggen	=	andoornbloemgalmug
andoornbloemgalmugje	=	andoornbloemgalmug
andoornbloemgalmugjes	=	andoornbloemgalmug
andoorndikkopje	noun	Carcharodus lavatherae een dagvlinder uit de familie hesperiidae, de dikkopjes
andoorndikkopjes	=	andoorndikkopje
andoornkokermot	noun	Coleophora lineolea een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
andoornkokermotje	=	andoornkokermot
andoornkokermotjes	=	andoornkokermot
andoornkokermotten	=	andoornkokermot
andoornkuifbladroller	noun	Endothenia ericetana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
andoornkuifbladrollers	=	andoornkuifbladroller
andoornkuifbladrollertje	=	andoornkuifbladroller
andoornkuifbladrollertjes	=	andoornkuifbladroller
andoorns	=	andoorn
andoornschildwants	noun	Stagonomus venustissimus een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
andoornschildwantsen	=	andoornschildwants
andoornschildwantsje	=	andoornschildwants
andoornschildwantsjes	=	andoornschildwants
andoren	noun	benaming voor planten uit het geslacht Stachys, ongeveer 300 soorten eenjarige en overblijvende, kruidachtige en struikachtige planten uit de lipbloemenfamilie Lamiaceae
andorens	=	andoren
andorraan	noun	een inwoner van Andorra, of iemand afkomstig uit Andorra
andorraans	adj	op Andorra betrekking hebbend
andorraanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Andorra, of een vrouw afkomstig uit Andorra
andorraansen	=	andorraanse
andorranen	=	andorraan
andorrees	noun	iemand die afkomstig is uit Andorra	adj	van/uit Andorra
andorreesje	=	andorrees
andorreesjes	=	andorrees
andorreest	=	andorrees
andorreeste	=	andorrees
andorrese	noun	een vrouwelijke inwoner van Andorra, of een vrouw afkomstig uit Andorra
andorresen	=	andorrese
andorreser	=	andorrees
andorresere	=	andorrees
andorresers	=	andorrees
andorreze	=	andorrees
andorrezen	=	andorrees
andorrezer	=	andorrees
andorrezere	=	andorrees
andorrezers	=	andorrees
andragogen	=	andragoog
andragogie	noun	de sociale en culturele opvoeding en vorming van volwassenen
andragogiek	noun	sociaal-culturele opvoeding en vorming van volwassenen
andragogisch	adj	de andragogie betreffend
andragogische	=	andragogisch
andragogischer	=	andragogisch
andragogischere	=	andragogisch
andragogischers	=	andragogisch
andragologen	=	andragoloog
andragologie	noun	de leer van de andragogie
andragoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de leer van de andragogie
andragoloogje	=	andragoloog
andragoloogjes	=	andragoloog
andragoog	noun	iemand die gespecialiseerd is in de opvoeding en vorming van volwassenen
andreaskruis	noun	kruis van twee even lange, schuingeplaatste balken
andreaskruisen	=	andreaskruis
andreaskruisje	=	andreaskruis
andreaskruisjes	=	andreaskruis
andreaskruizen	=	andreaskruis
andrieskruis	noun	schuin kruis dat bij houtverbindingen wordt gebruikt
andrieskruisen	=	andrieskruis
andrieskruizen	=	andrieskruis
androcefaal	adj	het hoofd van een mens hebbend
androcefaals	=	androcefaal
androcefale	=	androcefaal
androcentrisme	noun	een sociale houding, zienswijze en handelwijze die normaal de man centraal stelt als sociale maatstaf
androdioecisch	adj	mannelijke of tweeslachtige bloemen dragend
androdioecische	=	androdioecisch
androgeen	noun	mannelijk geslachtshormoon behorend tot de klasse der steroïden, zoals testosteron en andere stoffen met androgene werking	adj	de ontwikkeling van mannelijke geslachtskenmerken bevorderend
androgeenongevoeligheidssyndroom	noun	aangeboren afwijking waardoor iemand niet of onvoldoende reageert op mannelijke geslachtshormonen (androgenen)
androgeens	=	androgeen
androgeenst	=	androgeen
androgeenste	=	androgeen
androgeentje	=	androgeen
androgeentjes	=	androgeen
androgene	=	androgeen
androgenen	=	androgeen
androgener	=	androgeen
androgenere	=	androgeen
androgeners	=	androgeen
androgyn	adj	met zowel vrouwelijke als mannelijke kenmerken	noun	tweeslachtig wezen, hermafrodiet
androgyne	=	androgyn
androgynen	=	androgyn
androgyner	=	androgyn
androgynere	=	androgyn
androgyners	=	androgyn
androgynie	noun	het voorkomen van vrouwelijke en mannelijke kenmerken in één persoon
androgyns	=	androgyn
androgynst	=	androgyn
androgynste	=	androgyn
androloge	noun	vrouwelijke vorm van androloog
andrologen	=	androloog
androloges	=	androloge
andrologie	noun	een geneeskundig specialisme dat zich bezig houdt met ziektes van mannen
androloog	noun	geneeskundig specialist die zich bezig houdt met ziekten van mannelijke voortplantingsorganen (in tegenstelling tot gynaecologie)
androloogje	=	androloog
androloogjes	=	androloog
andromanie	noun	nymfomanie
andromanietje	=	andromanie
andromanietjes	=	andromanie
andromedalijster	noun	Zoothera andromedae een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
andromedalijsters	=	andromedalijster
andromedalijstertje	=	andromedalijster
andromedalijstertjes	=	andromedalijster
andromedanevel	noun	een sterrenstelsel met een spiraalvormige structuur in het sterrenbeeld Andromeda
andromonoecisch	adj	afwisselend mannelijke als tweeslachtige bloemen dragend
andromonoecische	=	andromonoecisch
andropauze	noun	overgang bij de man, gekenmerkt door energiegebrek, geïrriteerdheid en een verminderd libido
androseksualiteit	noun	seksuele voorkeur voor mannen
androseksueel	noun	iemand met seksuele voorkeur voor mannen	adj	betrekking hebbend op de liefde voor mannen
androseksueels	=	androseksueel
androseksueelst	=	androseksueel
androseksueelste	=	androseksueel
androseksueeltje	=	androseksueel
androseksueeltjes	=	androseksueel
androseksuele	=	androseksueel
androseksuelen	=	androseksueel
androseksueler	=	androseksueel
androseksuelere	=	androseksueel
androseksuelers	=	androseksueel
androstenon	noun	mannelijk geslachtshormoon behorend tot de klasse der steroïden
androsteron	noun	bepaald mannelijk hormoon
androïde	noun	robot die op een mens lijkt
androïden	=	androïde
androïdes	=	androïde
anekdootje	=	anekdote
anekdote	noun	een amusant, kort verhaal
anekdoten	=	anekdote
anekdotes	=	anekdote
anekdotetje	=	anekdote
anekdotetjes	=	anekdote
anekdotiek	noun	een toevallige bijzonderheid
anekdotisch	adj	berustend op anekdotes
anekdotische	=	anekdotisch
anekdotischer	=	anekdotisch
anekdotischere	=	anekdotisch
anekdotischers	=	anekdotisch
anemie	noun	bloedarmoede, een gebrek aan rode bloedcellen
anemiek	adj	met te weinig rode bloedkleurstof; met bloedarmoede
anemieën	=	anemie
anemisch	adj	aan bloedarmoede lijdend
anemische	=	anemisch
anemischer	=	anemisch
anemischere	=	anemisch
anemischers	=	anemisch
anemischt	=	anemisch
anemischte	=	anemisch
anemograaf	noun	zelfregistrerende windsnelheidsmeter
anemograafje	=	anemograaf
anemograafjes	=	anemograaf
anemografen	=	anemograaf
anemometer	noun	windmeter, windkrachtmeter
anemometers	=	anemometer
anemometertje	=	anemometer
anemonen	=	anemoon
anemonenbekerzwam	noun	Dumontinia tuberosa een paddenstoel behorend tot de familie Sclerotiniaceae.
anemonenbekerzwammen	=	anemonenbekerzwam
anemonenbekerzwammetje	=	anemonenbekerzwam
anemonenbekerzwammetjes	=	anemonenbekerzwam
anemoon	noun	benaming voor planten uit het geslacht Anemone
anemoon-en-ruitroest	noun	Tranzschelia anemones een schimmel behorend tot de Tranzscheliaceae.
anemoon-en-ruitroesten	=	anemoon-en-ruitroest
anemoon-en-ruitroestje	=	anemoon-en-ruitroest
anemoon-en-ruitroestjes	=	anemoon-en-ruitroest
anemoontje	=	anemoon
anemoontjes	=	anemoon
anemoonvis	noun	benaming voor vissen uit het geslacht Amphiprion in de familie Pomacentridae in de orde baarsachtigen Perciformes
anemoonvisje	=	anemoonvis
anemoonvisjes	=	anemoonvis
anemoonvissen	=	anemoonvis
anemoscoop	noun	windsnelheidsmeter
anemoscoopje	=	anemoscoop
anemoscoopjes	=	anemoscoop
anemoscopen	=	anemoscoop
anencefalie	noun	fatale aangeboren afwijking: het geheel of gedeeltelijk ontbreken van schedel en hersenen
anergie	noun	afwezigheid van reactie
anergietje	=	anergie
anergietjes	=	anergie
anergieën	=	anergie
anesthesie	noun	verdoving of narcose
anesthesiemedewerker	noun	een medewerker in een ziekenhuis die gespecialiseerd is in anesthesie
anesthesiemedewerkers	=	anesthesiemedewerker
anesthesieën	=	anesthesie
anesthesiologe	noun	vrouwelijke vorm van anesthesioloog
anesthesiologen	=	anesthesioloog
anesthesiologes	=	anesthesiologe
anesthesiologie	noun	een medisch vakgebied dat zich bezig houdt met het geven van anesthesie aan patiënten die een operatie of een pijnlijk, belastend onderzoek moeten ondergaan
anesthesioloog	noun	een medisch specialist die zich bezig houdt met het geven van anesthesie aan patiënten die een operatie of een pijnlijk, belastend onderzoek moeten ondergaan
anesthesioloogje	=	anesthesioloog
anesthesioloogjes	=	anesthesioloog
anesthesist	noun	geneeskundige die is gespecialiseerd in het verdoven van patiënten die een operatie of een pijnlijk, belastend onderzoek moeten ondergaan
anesthesiste	noun	vrouwelijke geneeskundige die is gespecialiseerd in het verdoven van patiënten voor een operatie of een onderzoek
anesthesisten	=	anesthesist
anesthesistes	=	anesthesiste
anesthesistje	=	anesthesist
anesthesistjes	=	anesthesist
anesthetica	=	anestheticum
anestheticum	noun	pijnverdovend middel
anestheticumpje	=	anestheticum
anesthetisch	adj	met betrekking tot de anesthesie
anesthetische	=	anesthetisch
anesthetischer	=	anesthetisch
anesthetischere	=	anesthetisch
anesthetischers	=	anesthetisch
anethol	noun	een apolaire aromatische onverzadigde ether, met als brutoformule C₁₀H₁₂O
aneurysma	noun	een ziekelijke verwijding in een slagader
aneurysma's	=	aneurysma
angalampu	noun	Hibiscus schizopetalus struik met rode, hangende bloemen
angalampu's	=	angalampu
angehaucht	adj	tenderend naar
angehauchte	=	angehaucht
angehauchts	=	angehaucht
angejiddeld	adj	zich als niet-Jood thuis voelend in een Joodse omgeving
angejiddelde	=	angejiddeld
angejiddelder	=	angejiddeld
angejiddeldere	=	angejiddeld
angejiddelders	=	angejiddeld
angejiddelds	=	angejiddeld
angejiddeldst	=	angejiddeld
angejiddeldste	=	angejiddeld
angel	noun	orgaan waarmee wespen, bijen en soortgelijke dieren steken
angelen	=	angel
angelier	noun|obsolete	anjelier
angelinadwergooruil	noun	Otus angelinae een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
angelinadwergooruilen	=	angelinadwergooruil
angelinadwergooruiltje	=	angelinadwergooruil
angelinadwergooruiltjes	=	angelinadwergooruil
angelologen	=	angeloloog
angelologie	noun	leer van de Engelen
angeloloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de leer van de Engelen
angeloloogje	=	angeloloog
angeloloogjes	=	angeloloog
angelroede	noun	hengel
angels	=	angel
angelsteek	noun	pijnlijke steek door een insect
angelsteekje	=	angelsteek
angelsteekjes	=	angelsteek
angelsteken	=	angelsteek
angeltje	=	angel
angeltjes	=	angel
angelus	noun	door katholieken driemaal daags gehouden gebed: om zes uur 's morgens, twaalf uur 's middags en zes uur 's avonds
angelusje	=	angelus
angelusjes	=	angelus
angelusklok	noun	de kleinste klok van het gelui (aantal klokken) van een rooms-katholiek kerkelijk gebouw
angelusklokje	=	angelusklok
angelusklokjes	=	angelusklok
angelusklokken	=	angelusklok
angelussen	=	angelus
angiitis	noun	bloedveranderding (ontsteking), verzamelnaam voor collageenziekten
angina	noun	is een ontsteking van de keelamandelen (tonsillen).
angina's	=	angina
anginae	=	angina
angineus	adj	het gevolg zijn van angina pectoris
angineuze	=	angineus
angio-oedeem	noun	zwelling veroorzaakt door (allergische) overgevoeligheid
angio-oedeempje	=	angio-oedeem
angio-oedeempjes	=	angio-oedeem
angio-oedemen	=	angio-oedeem
angiocardiografie	noun	het maken van röntgenfoto's van hart en omgeving
angiogenese	noun	vorming van nieuwe haarvaten uit bestaand vaatweefsel
angiografie	noun	het zichtbaar maken van bloedvaten op röntgenfoto's met behulp van contrastvloeistof.
angiogram	noun	röntgenfoto van de bloedvaten in de hersenen, bv. om vast te stellen of een doodverklaarde patiënt ook werkelijk dood is
angiogrammen	=	angiogram
angiogrammetje	=	angiogram
angiogrammetjes	=	angiogram
angiologen	=	angioloog
angiologie	noun	leer van de bloed- en lymfvaten en aandoeningen daaraan
angioloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de leer van de bloed- en lymfvaten en aandoeningen daaraan
angioloogje	=	angioloog
angioloogjes	=	angioloog
angiomen	=	angioom
angioneurotica	=	angioneuroticum
angioneuroticum	noun	medicijn, inwerkend op de zenuwtjes van de bloedvaten
angioom	noun	goedaardig gezwel in haarvaten
angioompje	=	angioom
angioompjes	=	angioom
angiopathie	noun	ziekte van de bloedvaten
angiopathietje	=	angiopathie
angiopathietjes	=	angiopathie
angiopathieën	=	angiopathie
angioplastiek	noun	het verwijden van vernauwde slagaders
angioplastieken	=	angioplastiek
angioplastiekje	=	angioplastiek
angioplastiekjes	=	angioplastiek
angiosperm	adj	bedektzadig
angiosperme	=	angiosperm
angiospermer	=	angiosperm
angiospermere	=	angiosperm
angiospermers	=	angiosperm
angiosperms	=	angiosperm
angiospermst	=	angiosperm
angiospermste	=	angiosperm
angiotensine	noun	vaatvernauwend, bloeddrukverhogend hormoon
angisa	noun	vierkante gesteven doek die over het hoofdhaar wordt gedrapeerd
angisa's	=	angisa
angisaatje	=	angisa
anglaise	adj	door olie, ei, peper en zout en bloem gehaald om te paneren
anglaises	=	anglaise
anglicaan	noun	lid van de Engelse (anglicaanse) staatskerk
anglicaans	adj	behorend bij de Engelse (anglicaanse) staatskerk
anglicaanse	=	anglicaans
anglicaanser	=	anglicaans
anglicaansere	=	anglicaans
anglicaansers	=	anglicaans
anglicaanst	=	anglicaans
anglicaanste	=	anglicaans
anglicanen	=	anglicaan
anglicanisme	noun	godsdienst van de Engelse staatskerk
anglicisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Engels of gevormd naar Engels voorbeeld
anglicismen	=	anglicisme
anglicismes	=	anglicisme
anglicismetje	=	anglicisme
anglicismetjes	=	anglicisme
anglist	noun	iemand die de Engelse taal- en letterkunde heeft bestudeerd
anglisten	=	anglist
anglistiek	noun	Engelse taal- en letterkunde
anglo-normandisch	adj	als van, in of betrekking hebbend of het Anglo-Normandisch
anglo-normandische	=	anglo-normandisch
anglo-normandischer	=	anglo-normandisch
anglo-normandischere	=	anglo-normandisch
anglofiel	noun	liefhebber van al wat Engels is	adj	voorliefde tonend voor al wat Engels is
anglofiele	=	anglofiel
anglofielen	=	anglofiel
anglofieler	=	anglofiel
anglofielere	=	anglofiel
anglofielers	=	anglofiel
anglofiels	=	anglofiel
anglofielst	=	anglofiel
anglofielste	=	anglofiel
anglofilie	noun	voorliefde voor al wat Engels is
anglofobie	noun	afkeer van al wat Engels is
anglofone	=	anglofoon
anglofoon	adj	Engelstalig
anglofoons	=	anglofoon
anglomaan	noun	iemand die op een ziekelijke manier ingenomen is met de Engelsen en al wat Engels is	adj	op een ziekelijke manier ingenomen zijn met de Engelsen en al wat Engels is
anglomaans	=	anglomaan
anglomaanst	=	anglomaan
anglomaanste	=	anglomaan
anglomane	=	anglomaan
anglomanen	=	anglomaan
anglomaner	=	anglomaan
anglomanere	=	anglomaan
anglomaners	=	anglomaan
anglomanie	noun	dwepen met alles wat Engels is
angola-astrild	noun	Coccopygia bocagei (syn: Estrilda bocagei) een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
angola-astrilden	=	angola-astrild
angola-astrildje	=	angola-astrild
angola-astrildjes	=	angola-astrild
angolaan	noun	een inwoner van Angola, of iemand afkomstig uit Angola
angolaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Angola, of een vrouw afkomstig uit Angola
angolaansen	=	angolaanse
angolablauwfazantje	noun	Uraeginthus angolensis een kleurig vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
angolablauwfazantjes	=	angolablauwfazantje
angolabrilvogel	noun	Zosterops kasaicus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
angolabrilvogels	=	angolabrilvogel
angolabrilvogeltje	=	angolabrilvogel
angolabrilvogeltjes	=	angolabrilvogel
angolabuulbuul	noun	Phyllastrephus viridiceps een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
angolabuulbuuls	=	angolabuulbuul
angolabuulbuultje	=	angolabuulbuul
angolabuulbuultjes	=	angolabuulbuul
angoladrongovliegenvanger	noun	Melaenornis brunneus (syn: Dioptrornis brunneus) een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
angoladrongovliegenvangers	=	angoladrongovliegenvanger
angoladrongovliegenvangertje	=	angoladrongovliegenvanger
angoladrongovliegenvangertjes	=	angoladrongovliegenvanger
angolafiskaal	noun	Laniarius brauni een zangvogel uit de familie Malaconotidae (bosklauwieren).
angolafiskaaltje	=	angolafiskaal
angolafiskaaltjes	=	angolafiskaal
angolafiskalen	=	angolafiskaal
angolagiraffe	noun	Giraffa giraffa angolensis (synoniem: Giraffa camelopardalis angolensis) een giraffenondersoort die voorkomt in Noord-Namibië, West-Zambia, Botswana en West-Zimbabwe
angolagiraffen	=	angolagiraffe
angolagiraffes	=	angolagiraffe
angolagiraffetje	=	angolagiraffe
angolagiraffetjes	=	angolagiraffe
angolagraszanger	noun	Cisticola bulliens een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
angolagraszangers	=	angolagraszanger
angolagraszangertje	=	angolagraszanger
angolagraszangertjes	=	angolagraszanger
angolahoningzuiger	noun	Cinnyris oustaleti een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
angolahoningzuigers	=	angolahoningzuiger
angolahoningzuigertje	=	angolahoningzuiger
angolahoningzuigertjes	=	angolahoningzuiger
angolakoesimanse	noun	Crossarchus ansorgei roofdier uit de familie van de mangoesten (Herpestidae).
angolakoesimanses	=	angolakoesimanse
angolakoesimansje	=	angolakoesimanse
angolakoesimansjes	=	angolakoesimanse
angolalangsnavelzanger	noun	Macrosphenus pulitzeri een zangvogel uit de familie Macrosphenidae.
angolalangsnavelzangers	=	angolalangsnavelzanger
angolalangsnavelzangertje	=	angolalangsnavelzanger
angolalangsnavelzangertjes	=	angolalangsnavelzanger
angolaleeuwerik	noun	Amirafra angolensis een leeuwerik uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
angolaleeuweriken	=	angolaleeuwerik
angolaleeuwerikje	=	angolaleeuwerik
angolaleeuwerikjes	=	angolaleeuwerik
angolalelvliegenvanger	noun	Platysteira albifrons een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
angolalelvliegenvangers	=	angolalelvliegenvanger
angolalelvliegenvangertje	=	angolalelvliegenvanger
angolalelvliegenvangertjes	=	angolalelvliegenvanger
angolaloofbuulbuul	noun	Phyllastrephus fulviventris een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
angolaloofbuulbuuls	=	angolaloofbuulbuul
angolaloofbuulbuultje	=	angolaloofbuulbuul
angolaloofbuulbuultjes	=	angolaloofbuulbuul
angolanen	=	angolaan
angolapitta	noun	bepaald soort vogel, Pitta angolensis, uit de familie van pitta's (Pittidae)
angolapitta's	=	angolapitta
angolapittaatje	=	angolapitta
angolapittaatjes	=	angolapitta
angolaroezet	noun	Lissonycteris angolensis vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
angolaroezetje	=	angolaroezet
angolaroezetjes	=	angolaroezet
angolaroezetten	=	angolaroezet
angolavliegenvanger	noun	Batis minulla een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
angolavliegenvangers	=	angolavliegenvanger
angolavliegenvangertje	=	angolavliegenvanger
angolavliegenvangertjes	=	angolavliegenvanger
angolavrijstaartvleermuis	noun	Tadarida condylura De Angola-vrijstaartvleermuis (Tadarida condylura, eerder Mops condylurus) is een zoogdier uit de familie van de bulvleermuizen (Molossidae).
angolavrijstaartvleermuisje	=	angolavrijstaartvleermuis
angolavrijstaartvleermuisjes	=	angolavrijstaartvleermuis
angolavrijstaartvleermuizen	=	angolavrijstaartvleermuis
angolazwaluw	noun	Hirundo angolensis een zwaluw uit het geslacht Hirundo.
angolazwaluwen	=	angolazwaluw
angolazwaluwtje	=	angolazwaluw
angolazwaluwtjes	=	angolazwaluw
angolees	noun	een inwoner van Angola, of iemand afkomstig uit Angola	adj	op Angola betrekking hebbend
angoleesje	=	angolees
angoleesjes	=	angolees
angoleest	=	angolees
angoleeste	=	angolees
angolese	=	angolees
angoleser	=	angolees
angolesere	=	angolees
angolesers	=	angolees
angolezen	=	angolees
angora	noun	benaming voor huisdierrassen met lang, zijdeachtig haar
angora's	=	angora
angorageit	noun	een geitenras dat afkomstig is uit de vallei Angora (Ankara) op de Centraal Anatolische Hoogvlakte in Turkije.
angorageiten	=	angorageit
angorageitje	=	angorageit
angorageitjes	=	angorageit
angorakat	noun	huiskat met lang zijdeachtig haar
angorakatje	=	angorakat
angorakatjes	=	angorakat
angorakatten	=	angorakat
angorakonijn	noun	middelgroot konijnenras met een extreem lange vacht
angorakonijnen	=	angorakonijn
angorakonijntje	=	angorakonijn
angorakonijntjes	=	angorakonijn
angorawol	noun	wol van een oorspronkelijk Turks geitenras maar ook van het angorakonijn
angostura	noun	bittere drank gemaakt van de bast van de Zuid-Ameriaanse Angostura trifoliata
angostura's	=	angostura
angst	noun	gevoel dat er onheil of gevaar dreigt
angstaanjagend	adj	gevoelens van vrees veroorzakend
angstaanjagende	=	angstaanjagend
angstaanjagender	=	angstaanjagend
angstaanjagendere	=	angstaanjagend
angstaanjagenders	=	angstaanjagend
angstaanjagends	=	angstaanjagend
angstaanjagendst	=	angstaanjagend
angstaanjagendste	=	angstaanjagend
angstaanval	noun	aanval van angst
angstaanvallen	=	angstaanval
angstaanvalletje	=	angstaanval
angstaanvalletjes	=	angstaanval
angstbijter	noun	hond die bijt als hij bang is
angstbijters	=	angstbijter
angstbijtertje	=	angstbijter
angstbijtertjes	=	angstbijter
angstcahier	noun	schrift waarin men schrijft over angstige ervaringen; dagboek over iemands angsten
angstcahiers	=	angstcahier
angstcahiertje	=	angstcahier
angstcahiertjes	=	angstcahier
angstcomplex	noun	neurotisch bepaald, chronisch angstgevoel
angstcomplexen	=	angstcomplex
angstcomplexje	=	angstcomplex
angstcomplexjes	=	angstcomplex
angstculturen	=	angstcultuur
angstcultuur	noun	'cultuur' die in bepaalde organisaties aanwezig is waardoor misstanden kunnen blijven bestaan omdat de medewerkers bang zijn
angstcultuurtje	=	angstcultuur
angstcultuurtjes	=	angstcultuur
angstdromen	=	angstdroom
angstdroom	noun	een angst veroorzakende droom
angstdroompje	=	angstdroom
angstdroompjes	=	angstdroom
angsten	=	angst
angstgedachte	noun	een denkbeeld waar je bang van wordt
angstgedachtes	=	angstgedachte
angstgedachtetje	=	angstgedachte
angstgedachtetjes	=	angstgedachte
angstgegner	noun	een gevreesd persoon of tegenstander
angstgegners	=	angstgegner
angstgeschrei	noun	het huilen omdat men bang is
angstgeschreien	=	angstgeschrei
angstgevoel	noun	gewaarwording van angst
angstgevoelen	=	angstgevoel
angstgevoelens	=	angstgevoel
angsthaas	noun	iemand die te snel bang is
angsthaasje	=	angsthaas
angsthaasjes	=	angsthaas
angsthazen	=	angsthaas
angsthazerij	noun	gedrag dat gebaseerd is op een overdreven angst
angsthazerijen	=	angsthazerij
angsthazig	adj	een angstig gemoed hebbend
angsthazige	=	angsthazig
angsthaziger	=	angsthazig
angsthazigere	=	angsthazig
angsthazigers	=	angsthazig
angsthazigs	=	angsthazig
angsthazigst	=	angsthazig
angsthazigste	=	angsthazig
angsthysterie	noun	overmatige, overdreven, nutteloze angst die men te heftig uit
angstig	adj	vol van bange gevoelens
angstige	noun	iemand die bang is
angstigen	=	angstige
angstiger	=	angstig
angstigere	=	angstig
angstigers	=	angstig
angstiglijk	adj	te voorzichtig
angstiglijke	=	angstiglijk
angstiglijker	=	angstiglijk
angstiglijkere	=	angstiglijk
angstiglijkers	=	angstiglijk
angstiglijks	=	angstiglijk
angstiglijkst	=	angstiglijk
angstiglijkste	=	angstiglijk
angstigs	=	angstig
angstigst	=	angstig
angstigste	=	angstig
angstje	=	angst
angstjes	=	angst
angstklacht	noun	een te sterk gevoel van angst zonder dat daar een goede reden voor is
angstklachten	=	angstklacht
angstkreet	noun	uit angst geslaakte kreet
angstkreetje	=	angstkreet
angstkreetjes	=	angstkreet
angstkreten	=	angstkreet
angstneurose	noun	neurose die verband houdt met enigerlei angst
angstneurosen	=	angstneurose
angstneuroses	=	angstneurose
angstogen	noun	manier van kijken die past bij iemand die heel angstig is
angstprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan doordat met overmatig bang is
angstproblemen	=	angstprobleem
angstpsychose	noun	psychose met angst als belangrijkste symptoom
angstpsychosen	=	angstpsychose
angstpsychoses	=	angstpsychose
angstpsychosetje	=	angstpsychose
angstreactie	noun	actie die men onderneemt bij een echte of vermeende bedreiging
angstreacties	=	angstreactie
angstreductie	noun	vermindering van een angstig gevoel; minder bang worden
angstreducties	=	angstreductie
angstschreeuw	noun	schreeuw van angst
angstschreeuwen	=	angstschreeuw
angstschreeuwtje	=	angstschreeuw
angstschreeuwtjes	=	angstschreeuw
angststoornis	noun	neurose gekenmerkt door terugkerende periodes van intense pathologische angst
angststoornisje	=	angststoornis
angststoornisjes	=	angststoornis
angststoornissen	=	angststoornis
angstsyndromen	=	angstsyndroom
angstsyndroom	noun	ziekelijke angst
angsttandarts	noun	tandarts die gespecialiseerd is in de behandeling van extreem angstige patiënten
angsttandartsen	=	angsttandarts
angsttoestand	noun	situatie waarin men zich steeds bedreigd voelt
angsttoestanden	=	angsttoestand
angstvallig	adj	schrikachtig, bangelijk
angstvallige	=	angstvallig
angstvalliger	=	angstvallig
angstvalligere	=	angstvallig
angstvalligers	=	angstvallig
angstvalligheden	=	angstvalligheid
angstvalligheid	noun	de neiging hebben om snel bang te zijn
angstvalligs	=	angstvallig
angstvalligst	=	angstvallig
angstvalligste	=	angstvallig
angstversterkend	adj	van iets dat het iemand bang maakt: van iets dat het iemands angst heftiger maakt
angstversterkende	=	angstversterkend
angstversterkender	=	angstversterkend
angstversterkendere	=	angstversterkend
angstversterkenders	=	angstversterkend
angstversterkends	=	angstversterkend
angstversterkendst	=	angstversterkend
angstversterkendste	=	angstversterkend
angstvisioen	noun	voorstelling waar men bang van wordt
angstvisioenen	=	angstvisioen
angstwekkend	adj	angst en vrees veroorzakend
angstwekkende	=	angstwekkend
angstwekkender	=	angstwekkend
angstwekkendere	=	angstwekkend
angstwekkenders	=	angstwekkend
angstwekkends	=	angstwekkend
angstwekkendst	=	angstwekkend
angstwekkendste	=	angstwekkend
angstzweet	noun	zweet dat iemand uitbreekt in een angstwekkende situatie
anguillaan	noun	een inwoner van Anguilla, of iemand afkomstig uit Anguilla
anguillaans	adj	op Anguilla betrekking hebbend
anguillaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Anguilla, of een vrouw afkomstig uit Anguilla
anguillaansen	=	anguillaanse
anguillaanser	=	anguillaans
anguillaansere	=	anguillaans
anguillaansers	=	anguillaans
anguillaanst	=	anguillaans
anguillaanste	=	anguillaans
anguillanen	=	anguillaan
angulair	adj	met hoeken, hoekig
angulaire	=	angulair
angulairs	=	angulair
angwantibo	noun	Arctocebus calabarensis een soort van het geslacht angwantibo's (Arctocebus).
angwantibo's	noun	Arctocebus een geslacht uit de familie loriachtigen (Lorisidae).
angwantibootje	=	angwantibo
angwantibootjes	=	angwantibo
anhedonie	noun	het verlies of de vermindering van het vermogen tot plezierbeleving
anhidrose	noun	het ontbreken van zweetafscheiding
anhydride	noun	chemische verbinding waar geen water meer in zit
anhydriden	=	anhydride
anhydrides	=	anhydride
anhydridetje	=	anhydride
anhydridetjes	=	anhydride
anhydrisch	adj	watervrij (zonder water)
anhydrische	=	anhydrisch
anhydrischer	=	anhydrisch
anhydrischere	=	anhydrisch
anhydrischers	=	anhydrisch
ani	=	anus
anianiau	noun	Magumma parva een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
anianiaus	=	anianiau
anianiautje	=	anianiau
anianiautjes	=	anianiau
anideus	noun	zeldzame vormeloze misgeboorte, een foetus die slechts bestaat uit een met de huid bedekte ronde massa van celweefsel, vet en ongevormde organen
anieëm	noun	arme mensen
anijs	noun	bepaald soort schermbloemige plant, Pimpinella anisum
anijsblad	noun	Piper peltatum; een kruidachtige, soms houtachtige plant die tot 1,5 of 3 meter hoog kan worden en die o.a. in Suriname voorkomt
anijsbladen	=	anijsblad
anijschampignon	noun	bepaalde eetbare paddenstoel met de geur van anijs en een lichte anijssmaak, Agaricus arvensis uit de familie Agaricaceae
anijschampignonnetje	=	anijschampignon
anijschampignonnetjes	=	anijschampignon
anijschampignons	=	anijschampignon
anijshagel	noun	een soort broodbeleg bestaande uit langwerpige witte granules (zoals vruchtenhagel, breder en korter dan hagelslag), gemaakt van suiker en anijs
anijshageltje	=	anijshagel
anijshageltjes	=	anijshagel
anijskoraalzwam	noun	Ramaria gracilis een schimmel behorend tot de familie Gomphaceae.
anijskoraalzwammen	=	anijskoraalzwam
anijskoraalzwammetje	=	anijskoraalzwam
anijskoraalzwammetjes	=	anijskoraalzwam
anijskurkzwam	noun	Trametes suaveolens een paddenstoel uit de familie Polyporaceae.
anijskurkzwammen	=	anijskurkzwam
anijskurkzwammetje	=	anijskurkzwam
anijskurkzwammetjes	=	anijskurkzwam
anijsmelk	noun	oorspronkelijk warme melk die met anijszaad en suiker werd gekookt maar tegenwoordig wordt gemaakt door het oplossen van één of meerdere anijsblokjes (suiker en anijsextracten) in warme melk
anijsmelken	=	anijsmelk
anijsmelkje	=	anijsmelk
anijsmelkjes	=	anijsmelk
anijsolie	noun	van anijszaad getrokken olie
anijsolies	=	anijsolie
anijsolietje	=	anijsolie
anijsolietjes	=	anijsolie
anijsoliën	=	anijsolie
anijsplant	noun	Pimpinella anisum is een bloemdragende plant die behoort tot de schermbloemenfamilie Umbelliferae of Apiaceae die gebruikt wordt voor het aromatiseren van gerechten
anijsplanten	=	anijsplant
anijsplantje	=	anijsplant
anijsplantjes	=	anijsplant
anijssuiker	noun	suiker met een anijssmaak
anijssuikers	=	anijssuiker
anijssuikertje	=	anijssuiker
anijssuikertjes	=	anijssuiker
anijszaad	noun	het zaad van de anijsplant
anijszaadje	=	anijszaad
anijszaadjes	=	anijszaad
anijszaden	=	anijszaad
aniline	noun	een kleurloze corrosieve vloeistof en belangrijke grondstof voor synthetische kleurstoffen, aanvankelijk vervaardigd door distillatie van indigo
anilinegroen	noun	malachietgroen	adj	donkergroen gekleurd als met bovenstaande organische kleurstof
anilinegroene	=	anilinegroen
anilinegroenen	=	anilinegroen
anilinegroener	=	anilinegroen
anilinegroenere	=	anilinegroen
anilinegroeners	=	anilinegroen
anilinegroens	=	anilinegroen
anilinegroenst	=	anilinegroen
anilinegroenste	=	anilinegroen
anilinen	=	aniline
anilinepotloden	=	anilinepotlood
anilinepotlood	noun	potlood waarmee onuitwisbare teksten geschreven kunnen worden
anilinepotloodje	=	anilinepotlood
anilinepotloodjes	=	anilinepotlood
anilines	=	aniline
anilingus	noun	seksuele stimulering met de tong van de huid rond de anus van de partner
anima	noun	levenskracht opgevat als spiritueel, bovennatuurlijk verschijnsel
anima's	=	anima
animaal	adj	dierlijk
animaals	=	animaal
animaalst	=	animaal
animaalste	=	animaal
animale	=	animaal
animaler	=	animaal
animalere	=	animaal
animalers	=	animaal
animaliteit	noun	het dierlijk zijn, de dierlijkheid
animaliteiten	=	animaliteit
animateur	noun	gangmaker
animateurs	=	animateur
animateurtje	=	animateur
animateurtjes	=	animateur
animatie	noun	tweedimensionaal audiovisueel werk gemaakt door het creëren van een serie beelden met toenemende verandering waardoor beweging gesuggereerd wordt
animatiefilm	noun	film met getekende, bewegende beelden van iets dat in de werkelijkheid bestaat
animatiefilmpje	=	animatiefilm
animatiefilmpjes	=	animatiefilm
animatiefilms	=	animatiefilm
animaties	=	animatie
animatieserie	noun	groep bij elkaar horende animatiefilms die gemaakt zijn van losse foto's
animatieseries	=	animatieserie
animatiestudio	noun	bedrijf waar men animatie- en tekenfilms maakt
animatiestudio's	=	animatiestudio
animatietechniek	noun	methode waarbij men door opeenvolgende stilstaande beelden beweging kan suggereren
animatietechnieken	=	animatietechniek
animatietechniekje	=	animatietechniek
animatietechniekjes	=	animatietechniek
animatietje	=	animatie
animatietjes	=	animatie
animato	adv	muziektempo: levendig, opgewekt
animator	noun	iemand die animeert
animatoren	=	animator
animators	=	animator
animatortje	=	animator
animatortjes	=	animator
animatrice	noun	vrouwelijke vorm van animateur vrouwelijke vorm van animator
animatrices	=	animatrice
animatricetje	=	animatrice
animatricetjes	=	animatrice
anime	noun	tekenfilms uit Japan
anime's	=	anime
animeer	=	animeren
animeerde	=	animeren
animeerden	=	animeren
animeermeisje	noun	meisje dat in nachtclubs klanten verleidt tot consumeren
animeermeisjes	=	animeermeisje
animeert	=	animeren
animeetje	=	anime
animere	=	animeren
animeren	verb	opmonteren, opvrolijken
animerend	=	animeren
animerende	=	animeren
animisme	noun	leer volgens welke de ziel de oorzaak is van alle levensfuncties
animistisch	adj	gelovend dat levende wezens, natuurverschijnselen of voorwerpen een eigen geest kunnen bezitten
animistische	=	animistisch
animistischer	=	animistisch
animistischere	=	animistisch
animistischers	=	animistisch
animo	noun	het zin hebben in
animositeit	noun	vijandigheid
animositeiten	=	animositeit
animus	noun	bezielende kracht
animussen	=	animus
aninoet	noun	rouwperiode tussen overlijden en begrafenis
anioema	noun	Anhima cornuta een vogel uit de familie hoenderkoeten (Anhimidae).
anioema's	=	anioema
anioemaatje	=	anioema
anioemaatjes	=	anioema
anioet	noun	armoede
anion	noun	negatief geladen ion
anionen	=	anion
anionisch	adj	met negatief geladen deeltjes
anionische	=	anionisch
aniridie	noun	aandoening waarbij de iris ontbreekt
anisette	noun	likeur bereid uit anijszaad en knoppen van de anijsplant
anisettes	=	anisette
anisocorie	noun	ongelijkheid van de pupillen
anisomelie	noun	ongelijkheid in de lengte van de ledematen
anisotroop	adj	van iets dat de eigenschappen niet in iedere richting dezelfde zijn
anisotroops	=	anisotroop
anisotroopst	=	anisotroop
anisotroopste	=	anisotroop
anisotrope	=	anisotroop
anisotroper	=	anisotroop
anisotropere	=	anisotroop
anisotropers	=	anisotroop
anita	noun	dom, ordinair meisje
anita's	=	anita
anitaatje	=	anita
anitaatjes	=	anita
anitriberi	noun	eenvoudig rijstgerecht
anjelier	noun	anjer
anjelieren	=	anjelier
anjeliertje	=	anjelier
anjeliertjes	=	anjelier
anjer	noun	benaming voor planten uit het geslacht Dianthus uit de anjerfamilie
anjerfamilie	noun	een familie Caryophyllaceae van meest kruidachtige planten in de orde Caryophyllales, vooral voorkomend in gebieden met een gematigd klimaat
anjerfamilieroest	noun	Puccinia arenariae een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
anjerfamilieroesten	=	anjerfamilieroest
anjerfamilieroestje	=	anjerfamilieroest
anjerfamilieroestjes	=	anjerfamilieroest
anjerfamilies	=	anjerfamilie
anjerfamilietje	=	anjerfamilie
anjerfamilietjes	=	anjerfamilie
anjermot	noun	Cacoecimorpha pronubana een nachtvlinder uit de familie van de bladrollers, de Tortricidae
anjermotje	=	anjermot
anjermotjes	=	anjermot
anjermotten	=	anjermot
anjers	=	anjer
anjertje	=	anjer
anjertjes	=	anjer
anjoemara	noun	Hoplias aimara een straalvinnige vissensoort uit de familie van de forelzalmen (Erythrinidae).
anjoemara's	=	anjoemara
anjoen	=	ajuin
anjouanbrilvogel	noun	Zosterops anjouanensis een zangvogel die in 1887 door Edward Newton werd beschreven.
anjouanbrilvogels	=	anjouanbrilvogel
anjouanbrilvogeltje	=	anjouanbrilvogel
anjouanbrilvogeltjes	=	anjouanbrilvogel
anjouandwergooruil	noun	Otus capnodes een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
anjouandwergooruilen	=	anjouandwergooruil
anjouandwergooruiltje	=	anjouandwergooruil
anjouandwergooruiltjes	=	anjouandwergooruil
anjouanhoningzuiger	noun	Cinnyris comorensis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
anjouanhoningzuigers	=	anjouanhoningzuiger
anjouanhoningzuigertje	=	anjouanhoningzuiger
anjouanhoningzuigertjes	=	anjouanhoningzuiger
anjouanzanger	noun	Nesillas longicaudata een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
anjouanzangers	=	anjouanzanger
anjouanzangertje	=	anjouanzanger
anjouanzangertjes	=	anjouanzanger
ank	noun	hardmetalen blokje met uitsparing in de vorm van een halve bol met een verschillende diameter in elk vlak, om in dun metaal met een bolpons komvormige uithollingen te maken
ankarioot	noun	een inwoner van Ankara, of iemand afkomstig uit Ankara
ankarioten	=	ankarioot
ankariotisch	adj	op Ankara betrekking hebbend
ankariotische	noun	een vrouwelijke inwoner van Ankara, of een vrouw afkomstig uit Ankara
ankariotischen	=	ankariotische
ankeiler	noun	korte tekst op voorpagina of omslag die tot lezen uitnodigt van een artikel elders in een blad
ankeilers	=	ankeiler
anken	=	ank
anker	noun	onderdeel van een vaartuig dat overboord wordt geworpen om dit vaartuig vast te leggen waar niet aangemeerd kan worden, scheepsanker
ankerarm	noun	dwarsgedeelte van een anker
ankerarmen	=	ankerarm
ankerarmpje	=	ankerarm
ankerarmpjes	=	ankerarm
ankerbak	noun	ruimte om het anker met toebehoren in te bewaren wanneer het schip vaart
ankerbakken	=	ankerbak
ankerbal	noun	een zwarte bal die moet worden getoond op vaartuigen die bij daglicht ten anker liggen
ankerballen	=	ankerbal
ankerballetje	=	ankerbal
ankerballetjes	=	ankerbal
ankerboei	noun	drijver die de plaats aanwijst, waar een anker ligt zodat andere schepen daar bij het ankeren rekening mee kunnen houden (niet over de ankerketting heen ankeren)
ankerboeien	=	ankerboei
ankerbol	noun	een zwarte bol die moet worden getoond op vaartuigen die bij daglicht ten anker liggen
ankerbollen	=	ankerbol
ankerbolletje	=	ankerbol
ankerbolletjes	=	ankerbol
ankerde	=	ankeren
ankerden	=	ankeren
ankere	=	ankeren
ankeren	verb	het anker laten zakken met de bedoeling het schip hiermede aan de bodem van het vaarwater vast te leggen, voor anker gaan, voor anker leggen
ankerend	=	ankeren
ankerende	=	ankeren
ankergaatje	=	ankergat
ankergaatjes	=	ankergat
ankergat	noun	muuropening voor een anker
ankergaten	=	ankergat
ankergerei	noun	gehele uitrusting waarmee een schip kan worden vastgelegd aan de waterbodem
ankergrond	noun	bodem van een water die geschikt is voor een schip om te ankeren
ankergronden	=	ankergrond
ankerkader	noun	kaderspel waarbij op het biljartlaken ankers zijn getekend
ankerkaders	=	ankerkader
ankerkadertje	=	ankerkader
ankerkadertjes	=	ankerkader
ankerketting	noun	ketting waaraan een schip voor anker ligt
ankerkettingen	=	ankerketting
ankerkettinkje	=	ankerketting
ankerkettinkjes	=	ankerketting
ankerkruis	noun	plaats waar de armen van een anker zich verenigen met de schacht
ankerkruisen	=	ankerkruis
ankerkruizen	=	ankerkruis
ankerkuil	noun	aan een anker vastgelegd visnet dat langzaam in een punt of zak uitloopt
ankerkuilen	=	ankerkuil
ankerkuiltje	=	ankerkuil
ankerkuiltjes	=	ankerkuil
ankerlantaarn	noun	navigatielicht dat een schip moet voeren als het voor anker ligt
ankerlantaarns	=	ankerlantaarn
ankerlantaarntje	=	ankerlantaarn
ankerlantaarntjes	=	ankerlantaarn
ankerlicht	noun	wit licht dat van alle kanten zichtbaar op een schip moet branden als teken dat het met behulp van een scheepsanker stilligt
ankerlichten	=	ankerlicht
ankerlichtje	=	ankerlicht
ankerlichtjes	=	ankerlicht
ankerlieden	=	ankerman
ankerlier	noun	lier om het anker te lichten
ankerlieren	=	ankerlier
ankerliermotor	noun	motor voor het ophijsen van het anker; motor waarmee men de lier van een anker kan aandrijvenv
ankerliermotoren	=	ankerliermotor
ankerliermotors	=	ankerliermotor
ankerliertje	=	ankerlier
ankerliertjes	=	ankerlier
ankerlui	=	ankerman
ankerman	noun	een vaste presentator van een dagelijks uitgezonden nieuwsrubriek/journaal op televisie
ankermannen	=	ankerman
ankermast	noun	hoge mast waaraan met zeppelins kan aanmeren
ankermasten	=	ankermast
ankerogen	=	ankeroog
ankeroog	noun	een gat in de schacht van een anker waar een ring door heen gaat
ankeroogje	=	ankeroog
ankeroogjes	=	ankeroog
ankerop	adv	het omhoog hijsen van het anker als teken van vertrek
ankerplaat	noun	is een onderdeel van een grondkerende constructie
ankerplaats	noun	plaats waar men kan ankeren
ankerplaatsen	=	ankerplaats
ankerplaatsje	=	ankerplaats
ankerpunt	noun	elk van de uitstekende delen van een anker dat in de bodem haakt
ankerpunten	=	ankerpunt
ankerpuntje	=	ankerpunt
ankerpuntjes	=	ankerpunt
ankerrail	noun	een in het beton aan te brengen voorziening waaraan men andere elementen kan vastmaken; bevestigingssysteem voor beton
ankerrails	=	ankerrail
ankerrailtje	=	ankerrail
ankerrailtjes	=	ankerrail
ankerreactie	noun	is de inwerking van het ankerveld op het statorveld in een gelijkstroommachine of synchrone machine.
ankerreacties	=	ankerreactie
ankerreactietje	=	ankerreactie
ankerreactietjes	=	ankerreactie
ankers	=	anker
ankerslof	noun	voorwerp dat men onder de punt van de hand van een anker legt
ankersloffen	=	ankerslof
ankerslofje	=	ankerslof
ankerslofjes	=	ankerslof
ankerslot	noun	slot van het merk Anker
ankersloten	=	ankerslot
ankerslotje	=	ankerslot
ankerslotjes	=	ankerslot
ankersteek	noun	is een knoop waarmee een lijn aan een oog bevestigd kan worden
ankert	=	ankeren
ankertje	=	anker
ankertjes	=	anker
ankertouw	noun	kabel waaraan een drijvend voorwerp geankerd is
ankertouwen	=	ankertouw
ankertouwtje	=	ankertouw
ankertouwtjes	=	ankertouw
ankertros	noun	kabel waaraan een drijvend voorwerp geankerd is
ankertrossen	=	ankertros
ankervrouw	noun	presentatrice van een nieuws- of praatprogramma
ankervrouwen	=	ankervrouw
ankerwacht	noun	taak om erop te letten dat een schip veilig op een bepaalde plaats blijft liggen
ankerwachten	=	ankerwacht
ankerwasbekertje	noun	een schimmel Hyalorbilia inflatula behorend tot de familie Arthrobotryaceae.
ankerwasbekertjes	=	ankerwasbekertje
ankerwikkeling	noun	de windingen van koperdraad van een elektrisch anker bestemd om te draaien in een motor of dynamo
ankh	noun	hiëroglief dat leven betekent
ankhs	=	ankh
anklet	noun	korte sok
anklets	=	anklet
ankoberkanarie	noun	Crithagra ankoberensis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
ankoberkanaries	=	ankoberkanarie
ankoberkanarietje	=	ankoberkanarie
ankoberkanarietjes	=	ankoberkanarie
annaaltjes	=	annalen
annalen	noun	geschiedkundig verhaal van gebeurtenissen van jaar voor jaar op summiere en strikt chronologische wijze
annamkruiplijster	noun	Napothera danjoui een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
annamkruiplijsters	=	annamkruiplijster
annamkruiplijstertje	=	annamkruiplijster
annamkruiplijstertjes	=	annamkruiplijster
annammergelsluiptimalia	noun	Gypsophila annamensis zangvogel uit de familie Pellorneidae.
annammergelsluiptimalia's	=	annammergelsluiptimalia
annammergelsluiptimaliaatje	=	annammergelsluiptimalia
annammergelsluiptimaliaatjes	=	annammergelsluiptimalia
annamprinia	noun	Prinia rocki een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
annamprinia's	=	annamprinia
annampriniaatje	=	annamprinia
annampriniaatjes	=	annamprinia
annamwaterschildpad	noun	Mauremys annamensis een schildpad uit de familie Geoemydidae.
annamwaterschildpadden	=	annamwaterschildpad
annamwaterschildpadje	=	annamwaterschildpad
annamwaterschildpadjes	=	annamwaterschildpad
annanas	=	ananas
annapaulownabomen	=	annapaulownaboom
annapaulownaboom	noun	Paulownia tomentosa sierboom genoemd naar Anna Paulowna (1795-1865), echtgenote van koning Willem II
annatto	noun	Bixa orellana Orleaan is een natuurlijke roodoranje kleurstof die wordt bereid uit de vruchthuid van een tropische boom (Bixa orellana) en die bijvoorbeeld in boter / margarine toegepast wordt om een gele kleur te krijgen.
annex	conj	en tevens
annexatie	noun	het (met geweld) grondgebied toe-eigenen
annexatieplan	noun	voornemen om een bepaald gebied toe te voegen aan een staat of andere bestuurlijke eenheid
annexatieplannen	=	annexatieplan
annexatieplannetje	=	annexatieplan
annexatieplannetjes	=	annexatieplan
annexaties	=	annexatie
annexatietje	=	annexatie
annexatietjes	=	annexatie
annexeer	=	annexeren
annexeerde	=	annexeren
annexeerden	=	annexeren
annexeert	=	annexeren
annexere	=	annexeren
annexeren	verb	het toeëigenen van een grondgebied
annexerend	=	annexeren
annexerende	=	annexeren
annexionisme	noun	het streven om te annexeren
annexionist	noun	aanhanger van het annexionisme; voorstander van annexeren
annexionisten	=	annexionist
annexionistisch	adj	gericht op het toe-eigenen van een gebied dat in het bezit is van een ander
annexionistische	=	annexionistisch
annexionistischer	=	annexionistisch
annexionistischere	=	annexionistisch
annexionistischers	=	annexionistisch
annihilatie	noun	vernietiging
annihilaties	=	annihilatie
annihilator	noun	brandblusser
annihilatoren	=	annihilator
annihilators	=	annihilator
annihilatortje	=	annihilator
annihilatortjes	=	annihilator
annihileer	=	annihileren
annihileerde	=	annihileren
annihileerden	=	annihileren
annihileert	=	annihileren
annihilere	=	annihileren
annihileren	verb	nietig verklaren, vernietigen
annihilerend	=	annihileren
annihilerende	=	annihileren
anniversaria	=	anniversarium
anniversarium	noun	jaarfeest
anniversariumpje	=	anniversarium
anniversariumpjes	=	anniversarium
anniversariums	=	anniversarium
anno	prep	in het jaar
annobonbrilvogel	noun	Zosterops griseovirescens een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
annobonbrilvogels	=	annobonbrilvogel
annobonbrilvogeltje	=	annobonbrilvogel
annobonbrilvogeltjes	=	annobonbrilvogel
annobondwergooruil	noun	Otus feae een kleine uil uit de familie van de strigidae (uilen), die voorkomt op het eiland Annobón in de Golf van Guinee
annobondwergooruilen	=	annobondwergooruil
annobondwergooruiltje	=	annobondwergooruil
annobondwergooruiltjes	=	annobondwergooruil
annobonparadijsmonarch	noun	Terpsiphone smithii zangvogeluit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae.
annobonparadijsmonarchen	=	annobonparadijsmonarch
annobonparadijsmonarchje	=	annobonparadijsmonarch
annobonparadijsmonarchjes	=	annobonparadijsmonarch
annobónparadijsmonarch	noun	Terpsiphone smithii syn (Terpsiphone rufiventer smithii) een zangvogel de familie Monarchidae.
annobónparadijsmonarchen	=	annobónparadijsmonarch
annobónparadijsmonarchje	=	annobónparadijsmonarch
annobónparadijsmonarchjes	=	annobónparadijsmonarch
annonce	noun	advertentie
annonceer	=	annonceren
annonceerde	=	annonceren
annonceerden	=	annonceren
annonceert	=	annonceren
annoncere	=	annonceren
annonceren	verb	bekend maken
annoncerend	=	annonceren
annoncerende	=	annonceren
annonces	=	annonce
annotatie	noun	verzorging van de verklarende aantekeningen bij een tekst, afbeelding of andere uiting
annotaties	=	annotatie
annotator	noun	iemand die een rechtsgeleerd commentaar verzorgt op een vonnis, arrest of uitspraak van een rechter of rechterlijk college
annotatoren	=	annotator
annotators	=	annotator
annoteer	=	annoteren
annoteerde	=	annoteren
annoteerden	=	annoteren
annoteert	=	annoteren
annotere	=	annoteren
annoteren	verb	van kanttekeningen voorzien
annoterend	=	annoteren
annoterende	=	annoteren
annualiseer	=	annualiseren
annualiseerde	=	annualiseren
annualiseerden	=	annualiseren
annualiseert	=	annualiseren
annualisere	=	annualiseren
annualiseren	verb	extrapoleren tot jaarcijfers
annualiserend	=	annualiseren
annualiserende	=	annualiseren
annuaria	=	annuarium
annuarium	noun	jaarboek
annuariumpje	=	annuarium
annuariumpjes	=	annuarium
annuariums	=	annuarium
annuel	noun	eenjarige plant
annuellen	=	annuel
annuelletje	=	annuel
annulatie	noun	de afzegging van een afspraak
annulatiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als men een eerder gemaakte boeking afzegt
annulatiekosten	noun	geld dat men moet betalen als men een eerder gemaakte boeking afzegt
annulaties	=	annulatie
annulatieverzekering	noun	dekking voor de annuleringskosten wanneer iets niet door kan gaan, of vergoedt (een deel van) de gemaakte kosten bij het afbreken van iets indien er sprake is van een gedekte gebeurtenis
annulatieverzekeringen	=	annulatieverzekering
annuleer	=	annuleren
annuleerbaar	adj	met de mogelijkheid om te kunnen afzeggen
annuleerbaarder	=	annuleerbaar
annuleerbaardere	=	annuleerbaar
annuleerbaarders	=	annuleerbaar
annuleerbaars	=	annuleerbaar
annuleerbaarst	=	annuleerbaar
annuleerbaarste	=	annuleerbaar
annuleerbare	=	annuleerbaar
annuleerde	=	annuleren
annuleerden	=	annuleren
annuleert	=	annuleren
annulere	=	annuleren
annuleren	verb	iets afgelasten
annulerend	=	annuleren
annulerende	=	annuleren
annulering	noun	de keer dat je een afspraak afzegt
annuleringen	=	annulering
annuleringskosten	noun	geld dat men moet betalen als men een eerder gemaakte boeking afzegt
annuleringsverzekering	noun	dekking voor de annuleringskosten wanneer iets niet door kan gaan, of vergoedt (een deel van) de gemaakte kosten bij het afbreken van iets indien er sprake is van een gedekte gebeurtenis
annuleringsverzekeringen	=	annuleringsverzekering
annuleringsvoorwaarde	noun	vereisten waaraan een persoon moet voldoen wil hij of zij in aanmerking komen voor een terugbetaling als hij of zij een eerder gemaakte reservering afzegt
annuleringsvoorwaarden	=	annuleringsvoorwaarde
annum	noun	een tijdseenheid voor jaar, de tijdspanne die de Aarde nodig heeft om eenmaal haar baan om de Zon te voltooien, weergegeven met symbool a.
annunciatie	noun	aankondiging
annunciaties	=	annunciatie
annuïtair	adj	op basis van annuïteiten
annuïtairder	=	annuïtair
annuïtairdere	=	annuïtair
annuïtairders	=	annuïtair
annuïtaire	=	annuïtair
annuïtairs	=	annuïtair
annuïtairst	=	annuïtair
annuïtairste	=	annuïtair
annuïteit	noun	vaste periodieke (vaak jaarlijkse) uitkering
annuïteiten	=	annuïteit
annuïteitenbasis	noun	op basis van een vast bedrag per jaar
annuïteitenbasissen	=	annuïteitenbasis
annuïteitenhypotheek	noun	een hypotheek waarin voor elke termijn het aflossingsbedrag zo wordt gekozen, dat de totale betaling dat betaald wordt aan de hypotheekverstrekker (de som van rente en aflossing) per termijn gelijk is, waarbij de hele hypotheeklening aan het einde van de looptijd terugbetaald is.
annuïteitenhypotheekje	=	annuïteitenhypotheek
annuïteitenhypotheekjes	=	annuïteitenhypotheek
annuïteitenhypotheken	=	annuïteitenhypotheek
annuïteitensysteem	noun	systeem van aflossen van een hypotheek waar het (maand)bedrag van afbetaling over de gehele looptijd gelijk blijft
annuïteitensysteempje	=	annuïteitensysteem
annuïteitensysteempjes	=	annuïteitensysteem
annuïteitensystemen	=	annuïteitensysteem
anoa	noun	Bubalus depressicornis een klein wild rund uit het Indonesische eiland Celebes.
anoa's	=	anoa
anoaatje	=	anoa
anoaatjes	=	anoa
anode	noun	de elektrode waarlangs elektronen het elektrolyt verlaten
anoden	=	anode
anodes	=	anode
anodestromen	=	anodestroom
anodestroom	noun	elektrische stroom bij de positieve elektrode
anodestroompje	=	anodestroom
anodestroompjes	=	anodestroom
anodetje	=	anode
anodetjes	=	anode
anodiseer	=	anodiseren
anodiseerde	=	anodiseren
anodiseerden	=	anodiseren
anodiseert	=	anodiseren
anodisere	=	anodiseren
anodiseren	verb	een oppervlaktebehandeling om metalen zoals aluminium en titanium te voorzien van een oxidelaag door middel van een elektrolytische behandeling
anodiserend	=	anodiseren
anodiserende	=	anodiseren
anodontie	noun	zeldzame, aangeboren aandoening waarbij alle tanden en kiezen ontbreken
anoftalmie	noun	aandoening waarbij de oogbol ontbreekt
anogenitaal	adj	met betrekking tot de aars en de geslachtsdelen
anogenitaals	=	anogenitaal
anogenitale	=	anogenitaal
anolis	noun	hagedis uit het geslacht Anolis van een grote familie Dactyloidae uit de leguaanachtigen (Iguania)
anolissen	noun	een grote familie Dactyloidae van hagedissen die behoren tot de leguaanachtigen (Iguania).
anomaal	adj	afwijkend van een regel of wet
anomaals	=	anomaal
anomaalst	=	anomaal
anomaalste	=	anomaal
anomale	=	anomaal
anomaler	=	anomaal
anomalere	=	anomaal
anomalers	=	anomaal
anomalie	noun	afwijking, onregelmatigheid, strijdigheid met wet of regel
anomalietje	=	anomalie
anomalietjes	=	anomalie
anomalieën	=	anomalie
anomalisch	adj	niet volgens de regels, afwijkend, onregelmatig
anomalische	=	anomalisch
anomalischer	=	anomalisch
anomalischere	=	anomalisch
anomalischers	=	anomalisch
anomaloscoop	noun	apparaat om te testen of iemand kleuren goed kan zien
anomaloscopen	=	anomaloscoop
anomie	noun	de verwerping van de wet
anoniem	adj	naamloos
anonieme	=	anoniem
anoniemer	=	anoniem
anoniemere	=	anoniem
anoniemers	=	anoniem
anoniems	=	anoniem
anoniemst	=	anoniem
anoniemste	=	anoniem
anonimisatie	noun	het anonimiseren
anonimisaties	=	anonimisatie
anonimiseer	=	anonimiseren
anonimiseerde	=	anonimiseren
anonimiseerden	=	anonimiseren
anonimiseert	=	anonimiseren
anonimisere	=	anonimiseren
anonimiseren	verb	zorgen dat gegevens over personen niet herleidbaar zijn tot bepaalde individuen; verwijderen van de identiteit
anonimiserend	=	anonimiseren
anonimiserende	=	anonimiseren
anonimisering	noun	verwijderen van gegevens die zouden kunnen leiden tot de identificatie van de persoon waarover het gaat
anonimiseringen	=	anonimisering
anonimiteit	noun	naamloosheid
anonimiteiten	=	anonimiteit
anonnotice	noun	een bericht dat bovenaan wikipagina's wordt getoond voor niet-ingelogde gebruikers.
anonnoticeje	=	anonnotice
anonnoticejes	=	anonnotice
anonnotices	=	anonnotice
anonymi	=	anonymus
anonymus	noun	een persoon die zijn identiteit verborgen houdt
anorak	noun	waterdichte korte overjas dicht van voren, met capuchon
anorakje	=	anorak
anorakjes	=	anorak
anorakken	=	anorak
anoraks	=	anorak
anorectaal	adj	met betrekking tot aars en endeldarm
anorectaals	=	anorectaal
anorectale	=	anorectaal
anorectisch	adj	lijdend aan of betrekking hebbend op anorexia nervosa
anorectische	=	anorectisch
anorectischer	=	anorectisch
anorectischere	=	anorectisch
anorectischers	=	anorectisch
anorexia	noun	magerzucht, eetstoornis
anorexia-nervosapatiënt	noun	patient de lijdt aan een ziekte waarbij men zichzelf uithongert; persoon met een ernstige, psychische eetstoornis
anorexia-nervosapatiënten	=	anorexia-nervosapatiënt
anorexia-nervosapatiëntje	=	anorexia-nervosapatiënt
anorexia-nervosapatiëntjes	=	anorexia-nervosapatiënt
anorexiaatje	=	anorexia
anorexiaatjes	=	anorexia
anorexiapatiënt	noun	persoon die aan de eetstoornis anorexia nervosa lijdt
anorexiapatiënte	noun	vrouwelijke patient die lijdt aan de eetstoornis anorexia nervosa
anorexiapatiënten	=	anorexiapatiënt
anorexiapatiëntes	=	anorexiapatiënte
anorexiapatiëntje	=	anorexiapatiënt
anorexiapatiëntjes	=	anorexiapatiënt
anorexie	noun	verlies van eetlust
anorganisch	adj	niet tot de koolstofverbindingen behorend
anorganische	=	anorganisch
anorganischer	=	anorganisch
anorganischere	=	anorganisch
anorganischers	=	anorganisch
anorganischt	=	anorganisch
anorganischte	=	anorganisch
anorgasmie	noun	het onvermogen tot het bereiken van een orgasme bij de geslachtsgemeenschap
anosmie	noun	onvermogen om te ruiken
anotie	noun	zeldzame aangeboren afwijking waarbij de oorschelp volledig ontbreekt
anovulair	adj	anovulatoor (zonder eisprong bij de vrouw)
anoxia	noun	gebrek aan zuurstof naar de hersenen, oorzaak van hallucinaties (bijv. de 'tunnel van licht' bij een bijna-dood ervaring)
anoxie	noun	zuurstofgebrek
anp	noun	de afkorting voor Algemeen Nederlands Persbureau
ans	=	an
anschluss	noun	aansluiting, (menselijk) contact
ansi	noun	de afkorting voor American National Standards Institute, een Amerikaanse non-profitorganisatie die een aantal Amerikaanse standaarden en normeringen beheert
ansicht	noun	kaart met een afbeelding erop, prentbriefkaart
ansichten	=	ansicht
ansichtje	=	ansicht
ansichtjes	=	ansicht
ansichtkaart	noun	een postkaart met een afbeelding
ansichtkaarten	=	ansichtkaart
ansichtkaartje	=	ansichtkaart
ansichtkaartjes	=	ansichtkaart
ansichtskaart	=	ansichtkaart
ansjee	noun	mannen van
ansjovis	noun	bewerkte en gezouten kleine visjes uit de familie Engraulidae die vooral om hun smaak aan gerechten worden toegevoegd
ansjovisfilet	noun	in zout ingelgede ansjovis zonder graten
ansjovisfiletje	=	ansjovisfilet
ansjovisfiletjes	=	ansjovisfilet
ansjovisfilets	=	ansjovisfilet
ansjovisje	=	ansjovis
ansjovisjes	=	ansjovis
ansjovissen	noun	een familie Engraulidae van straalvinnige vissen uit de orde van haringachtigen (Clupeiformes).
ansjovisvangst	noun	het vissen op ansjovis
ansjovisvangsten	=	ansjovisvangst
anslepen	=	aanslepen
antacidum	noun	zuurbinder
antagonisme	noun	tegenstrijdige werking van krachten of stoffen
antagonismen	=	antagonisme
antagonist	noun	tegenwerkend middel of orgaan
antagoniste	noun	vrouwelijke antagonist; tegenspeelster
antagonisten	=	antagonist
antagonistes	=	antagoniste
antagonistisch	adj	elkaar tegenwerkend, elkaar bestrijdend
antagonistische	=	antagonistisch
antagonistischer	=	antagonistisch
antagonistischere	=	antagonistisch
antagonistischers	=	antagonistisch
antagonistje	=	antagonist
antagonistjes	=	antagonist
antarctis	noun	land en zee rond het zuidelijkste punt op aarde, bezuiden de 60e breedtegraad
antarctisch	adj	zeer koud
antarctische	=	antarctisch
antarctischer	=	antarctisch
antarctischere	=	antarctisch
antarctischers	=	antarctisch
antarctischt	=	antarctisch
antarctischte	=	antarctisch
antarctiër	noun	een inwoner van Antarctica, of iemand afkomstig uit Antarctica
antarctiërs	=	antarctiër
antarktisch	=	antarctisch
ante	noun	platte, hoekige pilaster
antecedent	noun	de naam voor het woord waarnaar een ander woord, meestal een betrekkelijk voornaamwoord, verwijst	adj	wanneer deze, ondanks een opheffing van het gebied waarin zij stroomt, haar bedding kan handhaven, door die in het stijgende landschap in te snijden
antecedente	=	antecedent
antecedenten	=	antecedent
antecedentenonderzoek	noun	onderzoek naar wat een persoon in het verleden heeft gedaan; onderzoek naar de achtergrond van iemand
antecedentenonderzoeken	=	antecedentenonderzoek
antecedentenonderzoekje	=	antecedentenonderzoek
antecedentenonderzoekjes	=	antecedentenonderzoek
antecedentie	noun	het antecedent zijn
antecedenties	=	antecedentie
antecedentje	=	antecedent
antecedentjes	=	antecedent
antecedents	=	antecedent
antedateer	=	antedateren
antedateerde	=	antedateren
antedateerden	=	antedateren
antedateert	=	antedateren
antedatere	=	antedateren
antedateren	verb	van een eerdere datum zijn
antedaterend	=	antedateren
antedaterende	=	antedateren
antediluviaal	adj	betrekking hebbend op de tijd voor de zondvloed
antediluviaals	=	antediluviaal
antediluviaalst	=	antediluviaal
antediluviaalste	=	antediluviaal
antediluviaans	adj	van voor de 'zondvloed'
antediluviaanse	=	antediluviaans
antediluviale	=	antediluviaal
antediluvialer	=	antediluviaal
antediluvialere	=	antediluviaal
antediluvialers	=	antediluviaal
antemetica	=	antemeticum
antemeticum	noun	een middel dat braken tegengaat
anten	=	ante
antenne	noun	een vrij opgestelde elektrische geleider voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische straling in het radiofrequente gedeelte van het elektromagnetische spectrum
antenne-inrichting	noun	installatie om communicatiesignalen voor radio en tv uit de ether op te vangen en via bekabeling naar afspeelaparatuur te verspreiden
antenne-inrichtingen	=	antenne-inrichting
antennebaarsje	noun	Mikrogeophagus ramirezi een tropische vis uit de familie cichliden (Cichlidae) die ook als aquariumvis gehouden wordt.
antennebaarsjes	=	antennebaarsje
antennebeleid	noun	strategie betreffende de plaatsing van antennes voor mobiele communicatie
antennedraad	noun	een elektrisch geleidende draad, met weinig rek en een hoog geleidingsvermogen voor hoogfrequente wisselstroom, die als stralend en/of ontvangend element van draadantennes wordt toegepast
antennedraadje	=	antennedraad
antennedraadjes	=	antennedraad
antennedraden	=	antennedraad
antennehoogte	noun	de vrije hoogte zonder obstakels, van een antenne boven land of zee
antennehoogten	=	antennehoogte
antennehoogtetje	=	antennehoogte
antennehoogtetjes	=	antennehoogte
antennekabel	noun	de elektrische geleider tussen een antenne en de ingang van de ontvang- en/of zendapparatuur
antennekabels	=	antennekabel
antennekabeltje	=	antennekabel
antennekabeltjes	=	antennekabel
antennekring	noun	een resonantiekring van een zend/ontvangtoestel waarmee een antenne rechtstreeks is gekoppeld ter verhoging van de selectiviteit en het onderdrukken van sterke, ongewenste, signalen
antennekringen	=	antennekring
antennekringetje	=	antennekring
antennekringetjes	=	antennekring
antennemast	noun	een hoge ondersteuningsconstructie die een antenne draagt
antennemasten	=	antennemast
antennemastje	=	antennemast
antennemastjes	=	antennemast
antennemot	noun	Tenaga nigripunctella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
antennemotje	=	antennemot
antennemotjes	=	antennemot
antennemotten	=	antennemot
antennen	=	antenne
antenneregister	noun	een centraal (Agentschap Telecom) bijgehouden overzicht met gegevens over zendantennes in Nederland
antenneregisters	=	antenneregister
antenneregistertje	=	antenneregister
antenneregistertjes	=	antenneregister
antennes	=	antenne
antenneschotel	noun	de parabolische reflector van een paraboolantenne , een reflecterend oppervlak in de vorm van een parabool waarmee een sterke bundeling van geluidsgolven en elektromagnetische straling wordt verkregen
antenneschotels	=	antenneschotel
antenneschoteltje	=	antenneschotel
antenneschoteltjes	=	antenneschotel
antennesignaal	noun	de sterkte van het door een antenne geleverd signaal
antennesignaaltje	=	antennesignaal
antennesignaaltjes	=	antennesignaal
antennesignalen	=	antennesignaal
antennesysteem	noun	het totaal aan antennes, kabels en aansluitpunten wat in een gebouw nodig is om ontvangst van radio, tv etc. mogelijk te maken
antennesysteempje	=	antennesysteem
antennesysteempjes	=	antennesysteem
antennesystemen	=	antennesysteem
antennetje	=	antenne
antennetjes	=	antenne
antenneversterker	noun	een direct bij een antenne geplaatste signaalversterker
antenneversterkers	=	antenneversterker
antenneversterkertje	=	antenneversterker
antenneversterkertjes	=	antenneversterker
antenneversterking	noun	de winst van een antenne die men bij hoge draaggolffrequenties kan behalen door gebruik te maken van richtwerking en reflectie van het signaal
antenneversterkingen	=	antenneversterking
antenneversterkinkje	=	antenneversterking
antenneversterkinkjes	=	antenneversterking
antennewinst	noun	de signaalversterking van een antenne die bij hoge draaggolffrequenties kan worden verkregen door richtwerking en reflectie van het signaal
antennewinsten	=	antennewinst
antennewinstje	=	antennewinst
antennewinstjes	=	antennewinst
antependia	=	antependium
antependium	noun	doek die de voorzijde van een altaar of avondmaalstafel bedekt
antependiums	=	antependium
anterieur	adj	ouder dan het genoemde
anterieurder	=	anterieur
anterieurdere	=	anterieur
anterieurders	=	anterieur
anterieure	=	anterieur
anterieurs	=	anterieur
anterieurst	=	anterieur
anterieurste	=	anterieur
anterograad	adj	zich naar voren uitstrekkend
anterograads	=	anterograad
anterograde	=	anterograad
anthelminthica	=	anthelminthicum
anthelminthicum	noun	een wormdrijvend middel
anthelminthicumpje	=	anthelminthicum
anthelminthicumpjes	=	anthelminthicum
anthem	noun	loflied op een land of club
anthems	=	anthem
anthocyaan	noun	kleurstof die in de celvacuole van hogere planten voorkomt
anthocyaantje	=	anthocyaan
anthocyaantjes	=	anthocyaan
anthologen	=	antholoog
anthologie	noun	bloemlezing
anthologietje	=	anthologie
anthologieën	=	anthologie
antholoog	noun	samensteller van bloemlezingen
antholoogje	=	antholoog
antholoogjes	=	antholoog
anthrax	=	antrax
anthurium	noun	Anthurium een groot plantengeslacht uit tropisch Amerika dat bestaat uit 600 soorten.
anthuriums	=	anthurium
anti	noun	de tegenstander	adv	tegen
anti's	=	anti
anti-amerikaans	adj	tegen de Amerikanen, tegen de VS of diens regering
anti-amerikaanse	=	anti-amerikaans
anti-amerikaanser	=	anti-amerikaans
anti-amerikaansere	=	anti-amerikaans
anti-amerikaansers	=	anti-amerikaans
anti-amerikaanst	=	anti-amerikaans
anti-amerikaanste	=	anti-amerikaans
anti-amerikanisme	=	antiamerikanisme
anti-belgisch	adj	getuigend van een negatieve houding jegens België, de Belgische staat, of de Belgische cultuur en instellingen
anti-belgische	=	anti-belgisch
anti-belgischer	=	anti-belgisch
anti-belgischere	=	anti-belgisch
anti-belgischers	=	anti-belgisch
anti-duits	adj	tegen het Duitse standpunt of alles wat maar Duits is
anti-duitse	=	anti-duits
anti-duitser	=	anti-duits
anti-duitsere	=	anti-duits
anti-duitsers	=	anti-duits
anti-duitst	=	anti-duits
anti-duitste	=	anti-duits
anti-economisch	adj	in strijd met het economisch principe, wat inhoudt dat acties, beslissingen of ontwikkelingen leiden tot onnodig hoge kosten, verspilling van middelen of een gebrek aan winstgevendheid.
anti-economische	=	anti-economisch
anti-economischer	=	anti-economisch
anti-economischere	=	anti-economisch
anti-economischers	=	anti-economisch
anti-elektron	noun	de antimaterieversie van het elektron
anti-elektronen	=	anti-elektron
anti-emetica	=	anti-emeticum
anti-emeticum	noun	een middel dat braken tegengaat
anti-engels	adj	gericht zijn tegen bewoners van Engeland
anti-engelse	=	anti-engels
anti-engelser	=	anti-engels
anti-engelsere	=	anti-engels
anti-engelsers	=	anti-engels
anti-engelst	=	anti-engels
anti-engelste	=	anti-engels
anti-epileptica	=	anti-epilepticum
anti-epilepticum	noun	geneesmiddel tegen epilepsie
anti-epilepticums	=	anti-epilepticum
anti-establishment	noun	geheel van mensen die zich tegen de gevestigde orde en de huidige machthebbers keren	adj	gericht tegen de gevestigde orde; gekeerd tegen de huidige machthebbers
anti-etatisme	noun	afwijzing van de opvatting dat de overheid de samenleving moet sturen
anti-exsudatief	noun	middel tegen ontstekingsvocht
anti-exsudatieven	=	anti-exsudatief
anti-frans	adj	tegen alles wat Frans is
anti-franse	=	anti-frans
anti-franser	=	anti-frans
anti-fransere	=	anti-frans
anti-fransers	=	anti-frans
anti-franst	=	anti-frans
anti-franste	=	anti-frans
anti-held	=	antiheld
anti-hennepwet	noun	wet die de teelt, productie en verkoop hennepproducten verbiedt
anti-hennepwetje	=	anti-hennepwet
anti-hennepwetjes	=	anti-hennepwet
anti-hennepwetten	=	anti-hennepwet
anti-ideologisch	adj	betrekking hebbend op een houding die pragmatisme verkiest boven vaste ideologische kaders
anti-ideologische	=	anti-ideologisch
anti-ideologischer	=	anti-ideologisch
anti-ideologischere	=	anti-ideologisch
anti-ideologischers	=	anti-ideologisch
anti-imperialistisch	adj	tegen de overheersing door een vreemde mogendheid
anti-imperialistische	=	anti-imperialistisch
anti-imperialistischer	=	anti-imperialistisch
anti-imperialistischere	=	anti-imperialistisch
anti-imperialistischers	=	anti-imperialistisch
anti-individualistisch	adj	betrekking hebbend op het verzet tegen het idee dat het individu centraal staat, waarbij het groepsbelang, de gemeenschap of het collectief (wij-groep) belangrijker wordt geacht dan persoonlijke autonomie
anti-individualistische	=	anti-individualistisch
anti-individualistischer	=	anti-individualistisch
anti-individualistischere	=	anti-individualistisch
anti-individualistischers	=	anti-individualistisch
anti-infectieus	adj	tegen de infectieverwekker gericht
anti-infectieust	=	anti-infectieus
anti-infectieuste	=	anti-infectieus
anti-infectieuze	=	anti-infectieus
anti-infectieuzer	=	anti-infectieus
anti-infectieuzere	=	anti-infectieus
anti-infectieuzers	=	anti-infectieus
anti-inflammatoir	adj	wat ontsteking tegengaat
anti-inflammatoirder	=	anti-inflammatoir
anti-inflammatoirdere	=	anti-inflammatoir
anti-inflammatoirders	=	anti-inflammatoir
anti-inflammatoire	=	anti-inflammatoir
anti-inflammatoirs	=	anti-inflammatoir
anti-inflammatoirst	=	anti-inflammatoir
anti-inflammatoirste	=	anti-inflammatoir
anti-inflatiebeleid	noun	beleid dat de inflatie tot een maximum wil beperken
anti-inrijpaal	noun	paal die inrijden moet voorkomen
anti-inrijpalen	=	anti-inrijpaal
anti-integratief	adj	betrekking hebbend op anti-integratie
anti-integratiefs	=	anti-integratief
anti-integratiefst	=	anti-integratief
anti-integratiefste	=	anti-integratief
anti-integratieve	=	anti-integratief
anti-integratiever	=	anti-integratief
anti-integratievere	=	anti-integratief
anti-integratievers	=	anti-integratief
anti-intellectualisme	noun	een sentiment van vijandigheid of afkeer tegenover intellectuelen, intellectuele activiteiten en academici
anti-intellectualistisch	adj	betrekking hebbend op een houding van argwaan, vijandigheid of minachting tegenover intellectuelen, academici, wetenschap en kritisch denken
anti-intellectualistische	=	anti-intellectualistisch
anti-intellectualistischer	=	anti-intellectualistisch
anti-intellectualistischere	=	anti-intellectualistisch
anti-intellectualistischers	=	anti-intellectualistisch
anti-intellectueel	adj	met een sentiment van vijandigheid of afkeer tegenover intellectuelen
anti-intellectueels	=	anti-intellectueel
anti-intellectueelst	=	anti-intellectueel
anti-intellectueelste	=	anti-intellectueel
anti-intellectuele	=	anti-intellectueel
anti-intellectueler	=	anti-intellectueel
anti-intellectuelere	=	anti-intellectueel
anti-intellectuelers	=	anti-intellectueel
anti-islam	adj	tegen het islamitisch geloof, moslims en/of alles wat met de islam te maken heeft
anti-islamitisch	adj	tegen de islam; tegen de moslims; tegen islamieten
anti-islamitische	=	anti-islamitisch
anti-islamitischer	=	anti-islamitisch
anti-islamitischere	=	anti-islamitisch
anti-islamitischers	=	anti-islamitisch
anti-islams	=	anti-islam
anti-israëlisch	adj	gekant zijn tegen de staat Israël, haar beleid of haar bestaansrecht
anti-israëlische	=	anti-israëlisch
anti-israëlischer	=	anti-israëlisch
anti-israëlischere	=	anti-israëlisch
anti-israëlischers	=	anti-israëlisch
anti-joods	adj	tegen joden
anti-joodse	=	anti-joods
anti-joodser	=	anti-joods
anti-joodsere	=	anti-joods
anti-joodsers	=	anti-joods
anti-joodst	=	anti-joods
anti-joodste	=	anti-joods
anti-judaïsme	noun	anti-Joods, Jodenhaat en dan vooral tegen het joodse geloof
anti-koerdisch	adj	met of getuigend van een afkeer van alles wat met de Koerden te maken heeft
anti-koerdische	=	anti-koerdisch
anti-koerdischer	=	anti-koerdisch
anti-koerdischere	=	anti-koerdisch
anti-koerdischers	=	anti-koerdisch
anti-nederlands	adj	tegen de staat Nederland
anti-nederlandse	=	anti-nederlands
anti-nederlandser	=	anti-nederlands
anti-nederlandsere	=	anti-nederlands
anti-nederlandsers	=	anti-nederlands
anti-nederlandst	=	anti-nederlands
anti-nederlandste	=	anti-nederlands
anti-oestrogeen	adj	wat de werking van de vrouwelijke geslachtshormonen tegengaat
anti-oestrogeens	=	anti-oestrogeen
anti-oestrogene	=	anti-oestrogeen
anti-russisch	adj	tegen Rusland
anti-russische	=	anti-russisch
anti-russischer	=	anti-russisch
anti-russischere	=	anti-russisch
anti-russischers	=	anti-russisch
anti-servisch	adj	tegen de Servische staat of regering
anti-servische	=	anti-servisch
anti-servischer	=	anti-servisch
anti-servischere	=	anti-servisch
anti-servischers	=	anti-servisch
anti-tsjechisch	adj	een negatieve houding, afkeer of gerichtheid tegen de Tsjechische bevolking, cultuur, taal of het land Tsjechië
anti-tsjechische	=	anti-tsjechisch
anti-tsjechischer	=	anti-tsjechisch
anti-tsjechischere	=	anti-tsjechisch
anti-tsjechischers	=	anti-tsjechisch
anti-vietnamees	adj	tegen de staat Vietnam
anti-vietnameest	=	anti-vietnamees
anti-vietnameeste	=	anti-vietnamees
anti-vietnamese	=	anti-vietnamees
anti-vietnameser	=	anti-vietnamees
anti-vietnamesere	=	anti-vietnamees
anti-vietnamesers	=	anti-vietnamees
antiaanbakfolie	noun	folie die men gebruikt voor het bakken van voedsel zonder dat men daar olie of boter voor nodig heeft
antiaanbakfolies	=	antiaanbakfolie
antiaanbaklaag	noun	beschermlaagje in pannen dat aanbakken van gerechten moet voorkomen
antiaanbaklaagje	=	antiaanbaklaag
antiaanbaklaagjes	=	antiaanbaklaag
antiaanbaklagen	=	antiaanbaklaag
antiaanbakpan	noun	pan met een antiaanbaklaag
antiaanbakpannen	=	antiaanbakpan
antiabortus	adj	tegen een geplande zwangerschapsafbreking
antiabortusactivist	noun	iemand die strijdt tegen de legalisering van abortus provocatus
antiabortusactivisten	=	antiabortusactivist
antiabortusbeweging	noun	politieke beweging die o.a. als doel heeft abortus provocatus strafbaar te maken
antiabortusbewegingen	=	antiabortusbeweging
antiabortusbeweginkje	=	antiabortusbeweging
antiabortusbeweginkjes	=	antiabortusbeweging
antiabortuswetgeving	noun	wetgeving die abortus wil verbieden
antiabortuswetgevingen	=	antiabortuswetgeving
antiabortuswetgevinkje	=	antiabortuswetgeving
antiabortuswetgevinkjes	=	antiabortuswetgeving
antiacida	=	antiacidum
antiacidum	noun	een middel dat een teveel aan (maag)zuur tegengaat
antialcoholcampagne	noun	actie waarbij men het gebruik van alcohol probeert tegen te gaan
antialcoholcampagnes	=	antialcoholcampagne
antiallergiekoe	noun	koe die melk produceert waarin geen eiwitten zitten die koemelkallergie veroorzaken
antiallergiekoeien	=	antiallergiekoe
antiallergisch	adj	wat overgevoeligheid tegengaat
antiallergische	=	antiallergisch
antiallergischer	=	antiallergisch
antiallergischere	=	antiallergisch
antiallergischers	=	antiallergisch
antiamerikanisme	noun	negatieve houding tegenover de Verenigde Staten van Amerika en hun politiek
antiangineus	adj	wat beklemming op de borst tegengaat
antiangineust	=	antiangineus
antiangineuste	=	antiangineus
antiangineuze	=	antiangineus
antiangineuzer	=	antiangineus
antiangineuzere	=	antiangineus
antiangineuzers	=	antiangineus
antiapartheidsactivist	noun	iemand die actief strijdt tegen het apartheidsregime
antiapartheidsactivisten	=	antiapartheidsactivist
antiapartheidsbeweging	noun	maatschappelijke beweging tegen het racisme van de apartheid (in Zuid-Afrika)
antiapartheidsbewegingen	=	antiapartheidsbeweging
antiapartheidsbeweginkje	=	antiapartheidsbeweging
antiapartheidsbeweginkjes	=	antiapartheidsbeweging
antiapartheidsstrijd	noun	de strijd tegen het politieke systeem dat voor rassenscheiding is
antiaritmica	=	antiaritmicum
antiaritmicum	noun	geneesmiddel dat hartritmestoornis tegengaat
antiasovliegtuig	noun	drone die door de overheid wordt gebruikt om mensen op te sporen die hinder veroorzaken door onwettig gedrag
antiasovliegtuigen	=	antiasovliegtuig
antiasovliegtuigje	=	antiasovliegtuig
antiasovliegtuigjes	=	antiasovliegtuig
antiastmatica	=	antiastmaticum
antiastmaticum	noun	middel tegen astma (benauwdheid van luchtwegen)
antiautobeleid	noun	beleid dat erop gericht is de auto zoveel mogelijk te weren
antiautoritair	adj	gekant tegen elke vorm van gezag
antiautoritairder	=	antiautoritair
antiautoritairdere	=	antiautoritair
antiautoritairders	=	antiautoritair
antiautoritaire	=	antiautoritair
antiautoritairs	=	antiautoritair
antiautoritairst	=	antiautoritair
antiautoritairste	=	antiautoritair
antibacterieel	noun	antibacterieën, bacteriedodende stof van natuurlijke of kunstmatige oorsprong	adj	bacteriedodend of bacteriën bestrijdend
antibacterieels	=	antibacterieel
antibacterieelst	=	antibacterieel
antibacterieelste	=	antibacterieel
antibacteriële	=	antibacterieel
antibacteriëler	=	antibacterieel
antibacteriëlere	=	antibacterieel
antibacteriëlers	=	antibacterieel
antiballistisch	adj	gericht tegen projectielen
antiballistische	=	antiballistisch
antiballistischer	=	antiballistisch
antiballistischere	=	antiballistisch
antiballistischers	=	antiballistisch
antibaryon	noun	het antideeltje van een baryon
antibaryonen	=	antibaryon
antibekeringswet	noun	Een wet ingevoerd in India waarin het verbod is vastgelegd om door middel van geweld, het verschaffen van prikkels en bedrieglijke middelen, in woord dan wel in gedrag, een ander persoon te bekeren tot een ander geloof dan wel hieraan medeplichtig te zijn
antibekeringswetten	=	antibekeringswet
antibiogram	noun	beeld van de gevoeligheid voor bacteriedodende middelen
antibiogrammen	=	antibiogram
antibiogrammetje	=	antibiogram
antibiogrammetjes	=	antibiogram
antibiose	noun	parasitisme waarbij minstens een van de partners te gronde gaat
antibiotica	=	antibioticum
antibioticagebruik	noun	het toepassen van antibiotica
antibioticakuren	=	antibioticakuur
antibioticakuur	noun	een serie toedieningen van een antibacterieel middel die als geheel een infectieziekte kan genezen
antibioticakuurtje	=	antibioticakuur
antibioticakuurtjes	=	antibioticakuur
antibioticaresistentie	noun	het ongevoelig zijn van een bacterie voor antibacteriële middelen
antibioticaresistenties	=	antibioticaresistentie
antibioticateam	noun	team dat probeert het antibioticumgebruik in een ziekenhuis te optimaliseren
antibioticateams	=	antibioticateam
antibioticatherapie	noun	behandeling met geneesmiddelen die bacteriën doden
antibioticatherapietje	=	antibioticatherapie
antibioticatherapietjes	=	antibioticatherapie
antibioticatherapieën	=	antibioticatherapie
antibioticum	noun	geneesmiddel tegen infectieziekten
antibioticumpje	=	antibioticum
antibioticums	=	antibioticum
antibiotisch	adj	van de aard van of werkend met antibiotica
antibiotische	=	antibiotisch
antibiotischer	=	antibiotisch
antibiotischere	=	antibiotisch
antibiotischers	=	antibiotisch
antibladerlaser	noun	laser waarmee men de bladeren van een treinrails kan verwijderen
antibladerlasers	=	antibladerlaser
antiblarenspray	noun	spray die de vorming van blaren (tijdens het wandelen) tegengaat
antiblarensprays	=	antiblarenspray
antiblokkeersysteem	noun	een elektronisch systeem dat er voor zorgt dat een voertuig pompend remt om te voorkomen dat de wielen gaan slippen
antiblokkeersysteempje	=	antiblokkeersysteem
antiblokkeersysteempjes	=	antiblokkeersysteem
antiblokkeersystemen	=	antiblokkeersysteem
antiboise	noun	een dressing die is gemaakt van tomaat en knoflook, gebakken in olijfolie
antiboises	=	antiboise
antibolsjewistisch	adj	een tegenstander zijn van het bolsjewisme, de radicale communistische stroming die in 1917 de macht greep in Rusland onder leiding van Lenin
antibolsjewistische	=	antibolsjewistisch
antibolsjewistischer	=	antibolsjewistisch
antibolsjewistischere	=	antibolsjewistisch
antibolsjewistischers	=	antibolsjewistisch
antibraakmiddel	noun	geneesmiddel dat het braken tegengaat
antibraakmiddelen	=	antibraakmiddel
antibraakmiddeltje	=	antibraakmiddel
antibraakmiddeltjes	=	antibraakmiddel
antiburgerlijk	adj	tegen de burgerlijke levensstijl
antiburgerlijke	=	antiburgerlijk
antiburgerlijker	=	antiburgerlijk
antiburgerlijkere	=	antiburgerlijk
antiburgerlijkers	=	antiburgerlijk
antiburgerlijks	=	antiburgerlijk
antiburgerlijkst	=	antiburgerlijk
antiburgerlijkste	=	antiburgerlijk
anticarjacksysteem	noun	systeem om carjacken te vermijden
anticarjacksystemen	=	anticarjacksysteem
antichambre	noun	wachtkamer bij een hooggeplaatst persoon
antichambreer	=	antichambreren
antichambreerde	=	antichambreren
antichambreerden	=	antichambreren
antichambreert	=	antichambreren
antichambrere	=	antichambreren
antichambreren	verb	zijn opwachting maken, in de (figuurlijke) wachtkamer zitten
antichambrerend	=	antichambreren
antichambrerende	=	antichambreren
antichambres	=	antichambre
anticholinergica	=	anticholinergicum
anticholinergicum	noun	een stof die de werking van een weefselhormoon onderdrukt
antichrist	noun	personificatie van alles wat vijandig aan het christendom is
antichristelijk	adj	tegen het christendom
antichristelijke	=	antichristelijk
antichristelijker	=	antichristelijk
antichristelijkere	=	antichristelijk
antichristelijkers	=	antichristelijk
antichristelijks	=	antichristelijk
antichristelijkst	=	antichristelijk
antichristelijkste	=	antichristelijk
antichristen	=	antichrist
antichronologisch	adj	het presenteren van informatie in omgekeerde tijdsvolgorde, waarbij het nieuwste (meest recente) item bovenaan staat en het oudste onderaan.
antichronologische	=	antichronologisch
antichronologischer	=	antichronologisch
antichronologischere	=	antichronologisch
antichronologischers	=	antichronologisch
anticipatie	noun	het vooruitlopen op iets
anticipatief	adj	vooruitlopend op
anticipatiefs	=	anticipatief
anticipatiefst	=	anticipatief
anticipatiefste	=	anticipatief
anticipaties	=	anticipatie
anticipatietje	=	anticipatie
anticipatieve	=	anticipatief
anticipatiever	=	anticipatief
anticipatievere	=	anticipatief
anticipatievers	=	anticipatief
anticipeer	=	anticiperen
anticipeerde	=	anticiperen
anticipeerden	=	anticiperen
anticipeert	=	anticiperen
anticipere	=	anticiperen
anticiperen	verb	vanuit een bepaalde verwachting handelen, vooruit kijken, vooruit regelen, vooruitlopen (op)
anticiperend	=	anticiperen
anticiperende	=	anticiperen
anticlimactisch	adj	met een weinig spannende, soms teleurstellende ontknoping
anticlimactische	=	anticlimactisch
anticlimactischer	=	anticlimactisch
anticlimactischere	=	anticlimactisch
anticlimactischers	=	anticlimactisch
anticlimactischt	=	anticlimactisch
anticlimactischte	=	anticlimactisch
anticlimax	noun	een weinig spannende, soms teleurstellende ontknoping van het verhaal
anticlimaxen	=	anticlimax
anticlimaxje	=	anticlimax
anticlinaal	noun	naar boven bolronde plooi in gesteente of aardlaag	adj	naar boven hellend
anticlinaals	=	anticlinaal
anticlinaaltje	=	anticlinaal
anticlinaaltjes	=	anticlinaal
anticlinale	noun	naar boven bolronde plooi in gesteente of aardlaag
anticlinalen	=	anticlinaal
anticline	noun	een plooi met naar beneden wijzende flanken, waarbij de aardlagen aan de binnenzijde het oudst zijn
anticlinen	=	anticline
anticlines	=	anticline
anticlinetje	=	anticline
anticlinetjes	=	anticline
anticoagulans	noun	een stof die de bloedstolling vertraagt of tegengaat
anticoagulantia	=	anticoagulans
anticommunisme	noun	politieke grondhouding die zich richt tegen de communistische ideologie en tegen de politiek die uit naam van deze ideologie wordt bedreven
anticommunist	noun	iemand met een hekel aan het communisme of communisten
anticommunisten	=	anticommunist
anticommunistisch	adj	strijdend tegen het communisme
anticommunistische	=	anticommunistisch
anticommunistischer	=	anticommunistisch
anticommunistischere	=	anticommunistisch
anticommunistischers	=	anticommunistisch
anticonceptie	noun	technieken voor het voorkomen van zwangerschap na geslachtsgemeenschap
anticonceptiecheque	noun	korting die jongeren krijgen bij het kopen van anticonceptiemiddelen
anticonceptiecheques	=	anticonceptiecheque
anticonceptiemiddel	noun	techniek voor het voorkomen van zwangerschap na geslachtsgemeenschap, methode
anticonceptiemiddelen	=	anticonceptiemiddel
anticonceptiemiddeltje	=	anticonceptiemiddel
anticonceptiemiddeltjes	=	anticonceptiemiddel
anticonceptiepil	noun	een methode van anticonceptie in de vorm van een pil, dat je niet zwanger wordt
anticonceptiepillen	=	anticonceptiepil
anticonceptiepilletje	=	anticonceptiepil
anticonceptiepilletjes	=	anticonceptiepil
anticonceptiepleister	noun	pleister met hormonen die dient als anticonceptiemiddel
anticonceptiepleisters	=	anticonceptiepleister
anticoncepties	=	anticonceptie
anticonceptiva	=	anticonceptivum
anticonceptivum	noun	voorbehoedmiddel, anticonceptiemiddel, anticonceptiepil
anticonceptivumpje	=	anticonceptivum
anticonceptivumpjes	=	anticonceptivum
anticonstitutioneel	adj	in strijd met de grondwet
anticonstitutioneels	=	anticonstitutioneel
anticonstitutioneelst	=	anticonstitutioneel
anticonstitutioneelste	=	anticonstitutioneel
anticonstitutionele	=	anticonstitutioneel
anticonstitutioneler	=	anticonstitutioneel
anticonstitutionelere	=	anticonstitutioneel
anticonstitutionelers	=	anticonstitutioneel
anticonvulsiva	=	anticonvulsivum
anticonvulsivum	noun	middel tegen stuipen, toevallen (bij epilepsie)
anticoronafeest	noun	feest waarmee men protesteert tegen de coronamaatregelen van de overheid door expres de coronaregels te overtreden
anticoronafeesten	=	anticoronafeest
anticorrosief	adj	corrosie tegengaand, roestwerend
anticorrosiefs	=	anticorrosief
anticorrosiefst	=	anticorrosief
anticorrosiefste	=	anticorrosief
anticorrosieve	=	anticorrosief
anticorrosiever	=	anticorrosief
anticorrosievere	=	anticorrosief
anticorrosievers	=	anticorrosief
anticorruptiecommissie	noun	commissie die zich bezighoudt met bestrijding van de corruptie
anticorruptiecommissies	=	anticorruptiecommissie
anticorruptiecommissietje	=	anticorruptiecommissie
anticorruptiecommissietjes	=	anticorruptiecommissie
anticorruptiewaakhond	noun	organisatie die waakt tegen ambtsmisbruik
anticorruptiewaakhonden	=	anticorruptiewaakhond
anticorruptiewet	noun	wet waarmee men ambtsmisbruik kan bestrijden
anticorruptiewetten	=	anticorruptiewet
anticyclisch	adj	tegen de ontwikkeling van de conjunctuur in
anticyclische	=	anticyclisch
anticyclischer	=	anticyclisch
anticyclischere	=	anticyclisch
anticyclischers	=	anticyclisch
anticyclonen	=	anticycloon
anticycloon	noun	een gebied met een hogere luchtdruk dan gemiddeld
anticycloontje	=	anticycloon
anticycloontjes	=	anticycloon
antidanser	noun	persoon die expres uit de maat danst
antidansers	=	antidanser
antidansertje	=	antidanser
antidansertjes	=	antidanser
antidateer	=	antidateren
antidateerde	=	antidateren
antidateerden	=	antidateren
antidateert	=	antidateren
antidatere	=	antidateren
antidateren	verb	voorzien van een te vroege datum
antidaterend	=	antidateren
antidaterende	=	antidateren
antideeltje	noun	een deeltje waarvan een aantal fysische eigenschappen dezelfde zijn, maar andere eigenschappen (waaronder de lading) precies tegengesteld
antideeltjes	=	antideeltje
antidemocratisch	adj	gericht tegen de democratie en voor de een of andere vorm van dictatuur
antidemocratische	=	antidemocratisch
antidemocratischer	=	antidemocratisch
antidemocratischere	=	antidemocratisch
antidemocratischers	=	antidemocratisch
antidepressiva	=	antidepressivum
antidepressivum	noun	een middel tegen ziekelijke neerslachtigheid
antidepressivumpje	=	antidepressivum
antidepressivumpjes	=	antidepressivum
antidiabetica	=	antidiabeticum
antidiabeticum	noun	geneesmiddel ter behandeling van suikerziekte
antidiscriminatie	adj	tegen onderdrukking op basis van geloof, ras of geslacht
antidiscriminatiewet	noun	wetten die discriminatie tegengaan of strafbaar stellen
antidiscriminatiewetten	=	antidiscriminatiewet
antidiuretisch	adj	wat de vorming van urine tegengaat
antidiuretische	=	antidiuretisch
antidopaminergisch	adj	wat de werking van een weefselhormoon tegengaat
antidoping	adj	betrekking hebbend op de strijd tegen het gebruik van verboden stimulerende middelen in de sport
antidopingbeleid	noun	de manier waarop men het gebruik van illegale, prestatieverhogende middelen probeert tegen te gaan
antidopingbureau	noun	organisatie die het gebruik van verboden stimulerende middelen in de sport bestrijdt
antidopingbureaus	=	antidopingbureau
antidopingcommissie	noun	groep mensen die probeert illegale prestatieverhogende middelen te weren uit de sport
antidopingcommissies	=	antidopingcommissie
antidopingpool	noun	groep sporters die zich ten alle tijde beschikbaar moeten stellen voor het laten doen van een dopingcontrole
antidopingpools	=	antidopingpool
antidopingscommissie	noun	groep personen die belast is met de bestrijding van doping
antidopingscommissies	=	antidopingscommissie
antidota	=	antidotum
antidotaal	adj	de eigenschap hebbend van een antidotum
antidotaals	=	antidotaal
antidotale	=	antidotaal
antidotum	noun	een tegengif
antidotumpje	=	antidotum
antidotumpjes	=	antidotum
antidrugs	adj	tegen illegale roesmiddelen strijdend
antidrugsactie	noun	serie handelingen gericht tegen drugscriminaliteit
antidrugsacties	=	antidrugsactie
antidrugsactietje	=	antidrugsactie
antidrugsactietjes	=	antidrugsactie
antidrugsbrigade	noun	onderdeel van de politie dat belast is met de bestrijding van handel en productie van verboden, verdovende middelen
antidrugsbrigaden	=	antidrugsbrigade
antidrugsbrigades	=	antidrugsbrigade
antidumpingheffing	noun	een extra invoerheffing die door de overheid (bijv. de Europese Unie) wordt opgelegd op goederen die uit het buitenland worden geïmporteerd tegen een kunstmatig lage prijs
antidumpingheffingen	=	antidumpingheffing
antidumpingheffinkje	=	antidumpingheffing
antidumpingheffinkjes	=	antidumpingheffing
antidumpingzaak	noun	strafzaak betreffende een overtreding van antidumpingwetgeving
antidumpingzaakje	=	antidumpingzaak
antidumpingzaakjes	=	antidumpingzaak
antidumpingzaken	=	antidumpingzaak
antiek	adj	oud, maar waardevol	noun	oude kunst-, sier- en gebruiksvoorwerpen, die verzameld en verhandeld worden
antiekbeurs	noun	tijdelijke tentoonstelling en bijeenkomst van verschillende verkopers van antiek
antiekbeurzen	=	antiekbeurs
antieke	=	antiek
antieken	noun	personen uit de antieke oudheid
antieker	=	antiek
antiekere	=	antiek
antiekers	=	antiek
antiekhandel	noun	de in- en verkoop van oude voorwerpen
antiekhandelaar	noun	iemand die in antiek handelt
antiekhandelaars	=	antiekhandelaar
antiekhandelaartje	=	antiekhandelaar
antiekhandelaartjes	=	antiekhandelaar
antiekhandelaren	=	antiekhandelaar
antiekhandels	=	antiekhandel
antiekmarkt	noun	de wereld van vraag en aanbod op het gebied van antiek
antiekmarkten	=	antiekmarkt
antiekmarktje	=	antiekmarkt
antiekmarktjes	=	antiekmarkt
antiekrode	=	antiekrood
antiekrood	adj	een soort donkerrood met het RGB nummer 134-42-46
antiekroods	=	antiekrood
antieks	=	antiek
antiekst	=	antiek
antiekste	=	antiek
antiekveiling	noun	keer dat men zeer oude, en daardoor waardevolle goederen bij opbod verkoopt
antiekveilingen	=	antiekveiling
antiekwinkel	noun	winkel waar men antieke spullen goederen kan kopen
antiekwinkels	=	antiekwinkel
antiekwinkeltje	=	antiekwinkel
antiekwinkeltjes	=	antiekwinkel
antiekzaak	noun	winkel waar men antieke spullen verkoopt
antiekzaakje	=	antiekzaak
antiekzaakjes	=	antiekzaak
antiekzaken	=	antiekzaak
antietje	=	anti
antietjes	=	anti
antifa	noun	linkse beweging die strijdt tegen het fascisme
antifa's	=	antifa
antifascisme	noun	politieke stroming die strijdt tegen het fascisme
antifascismes	=	antifascisme
antifascismetje	=	antifascisme
antifascist	noun	actief bestrijder van nationalistisch autoritaire opvattingen en praktijken
antifascisten	=	antifascist
antifascistisch	adj	het fascisme bestrijdend; strijdend tegen extreemrechts
antifascistische	=	antifascistisch
antifascistischer	=	antifascistisch
antifascistischere	=	antifascistisch
antifascistischers	=	antifascistisch
antifascistischt	=	antifascistisch
antifascistischte	=	antifascistisch
antifascistje	=	antifascist
antifeministisch	adj	de bevrijding van de vrouw belemmerend
antifeministische	=	antifeministisch
antifeministischer	=	antifeministisch
antifeministischere	=	antifeministisch
antifeministischers	=	antifeministisch
antifibrinolytica	=	antifibrinolyticum
antifibrinolyticum	noun	een middel tegen oplossing van fibrine bij de bloedstolling
antifibrinolyticumpje	=	antifibrinolyticum
antifibrinolyticumpjes	=	antifibrinolyticum
antifibrinolyticums	=	antifibrinolyticum
antifileplan	noun	voornemens om opstoppingen in het verkeer tegen te gaan
antifileplannen	=	antifileplan
antifileplannetje	=	antifileplan
antifileplannetjes	=	antifileplan
antiflogistica	=	antiflogisticum
antiflogisticum	noun	een middel dat ontsteking tegengaat
antiflogisticumpje	=	antiflogisticum
antiflogisticumpjes	=	antiflogisticum
antifonaria	=	antifonarium
antifonarium	noun	boek met antifonen
antifonariumpje	=	antifonarium
antifonariumpjes	=	antifonarium
antifonariums	=	antifonarium
antifonen	=	antifoon
antifoon	noun	apparaatje om het oor af te sluiten tegen hinderlijk geluid
antifoontje	=	antifoon
antifoontjes	=	antifoon
antifouling	noun	maatregelen die zorgen dat de aangroei van algen en schelpen aan de buitenzijde van een scheepsromp wordt geremd
antifoulings	=	antifouling
antifrase	noun	stijlfiguur waarbij door middel van een woord of zinsdeel iets wordt uitgedrukt waarvan de gevoelswaarde min of meer tegengesteld is aan datgene wat net daarvoor is gezegd, meestal om een ironisch effect te bereiken of als eufemisme
antifraudebureau	noun	organisatie belast met het voorkomen en opsporen van bedrog en zwendel
antifraudebureaus	=	antifraudebureau
antifraudedienst	noun	organisatie die bedrog en gesjoemel door valsheid in geschrifte bestrijdt
antifraudediensten	=	antifraudedienst
antifundamentalistisch	adj	tegen een orthodoxe, antiliberale godsdienstige richting
antifundamentalistische	=	antifundamentalistisch
antifundamentalistischer	=	antifundamentalistisch
antifundamentalistischere	=	antifundamentalistisch
antifundamentalistischers	=	antifundamentalistisch
antifungisch	adj	wat schimmels doodt
antifungische	=	antifungisch
antifungischer	=	antifungisch
antifungischere	=	antifungisch
antifungischers	=	antifungisch
antigeen	noun	lichaamsvreemde afweeropwekkende stof
antigeentje	=	antigeen
antigeentjes	=	antigeen
antigeluid	noun	een geluid dat een ander geluid opheft door een tegengestelde fase
antigeluiden	=	antigeluid
antigeluidje	=	antigeluid
antigeluidjes	=	antigeluid
antigen	noun	een molecuul dat in staat is een reactie van het afweersysteem op te wekken, waarbij antistoffen worden aangemaakt
antigenen	=	antigeen
antigevoel	noun	een negatieve emotionele gewaarwording die men ergens bij krijgt
antigevoelens	=	antigevoel
antigif	noun	een substantie die de werking van een giftige stof in het (menselijk) lichaam kan neutraliseren, vertragen, of verzwakken
antigifcentra	=	antigifcentrum
antigifcentrum	noun	Belgisch instituut dat voorlichting geeft over giffen
antigifcentrums	=	antigifcentrum
antigiffen	=	antigif
antigifje	=	antigif
antigifjes	=	antigif
antigifmiddel	noun	medicament dat de werking van een gif neutraliseert
antigifmiddelen	=	antigifmiddel
antigifmiddeltje	=	antigifmiddel
antigifmiddeltjes	=	antigifmiddel
antiglobaliseerder	noun	aanhanger van de politieke beweging die zich keert tegen ongebreidelde vrijhandel en multinationale ondernemingen
antiglobaliseerders	=	antiglobaliseerder
antiglobaliseringsbeweging	noun	politieke beweging die zich keert tegen ongebreidelde vrijhandel en multinationale ondernemingen
antiglobaliseringsbewegingen	=	antiglobaliseringsbeweging
antiglobaliseringsbeweginkje	=	antiglobaliseringsbeweging
antiglobaliseringsbeweginkjes	=	antiglobaliseringsbeweging
antiglobalisme	noun	politieke stroming die zich m.n. richt tegen de (oneerlijke) mondiale vrije markteconomie (die niet vrij zou zijn)
antiglobalist	noun	iemand die zich zorgen maakt over de samenwerking van westerse economieën en de schade die dat kan hebben voor het milieu, de derde wereld en de armere mensen in de westerse wereld
antiglobalisten	=	antiglobalist
antiglobalistisch	adj	met betrekking tot het antiglobalisme
antiglobalistische	=	antiglobalistisch
antiglobalistischer	=	antiglobalistisch
antiglobalistischere	=	antiglobalistisch
antiglobalistischers	=	antiglobalistisch
antiglobalistje	=	antiglobalist
antiglobalistjes	=	antiglobalist
antigodsdienstig	adj	een negatieve instelling tav godsdienst hebbend
antigodsdienstige	=	antigodsdienstig
antigodsdienstiger	=	antigodsdienstig
antigodsdienstigere	=	antigodsdienstig
antigodsdienstigers	=	antigodsdienstig
antigodsdienstigs	=	antigodsdienstig
antigodsdienstigst	=	antigodsdienstig
antigodsdienstigste	=	antigodsdienstig
antigraaibeding	noun	regeling die het uitkeren van te hoge bonussen moet tegengaan
antigraaibedingen	=	antigraaibeding
antigraaibedingetje	=	antigraaibeding
antigraaibedingetjes	=	antigraaibeding
antihaaruitvalmiddel	noun	een middel dat haaruitval zou moeten voorkomen
antihaaruitvalmiddelen	=	antihaaruitvalmiddel
antiheld	noun	een hoofdpersonage in een verhaal met niet de typerende positieve eigenschappen van een held
antihelden	=	antiheld
antiheldin	noun	een vrouwelijk hoofdpersonage in een verhaal die niet de typische positieve eigenschappen heeft van een held
antiheldinnen	=	antiheldin
antiheldinnetje	=	antiheldin
antiheldje	=	antiheld
antiheldjes	=	antiheld
antihistamine	noun	verbinding die de werking van histamine blokkeert en daarmee allergische reacties onderdrukt
antihistaminen	=	antihistamine
antihistaminepil	noun	medicament in de vorm van een pil dat een allergische reactie onderdrukt
antihistaminepillen	=	antihistaminepil
antihistaminepilletje	=	antihistaminepil
antihistaminepilletjes	=	antihistaminepil
antihistamines	=	antihistamine
antihistaminica	=	antihistaminicum
antihistaminicum	noun	stof die de werking van de weefselstof histamine vermindert
antihoestmiddel	noun	een middel dat tegen hoesten zou moeten werken
antihoestmiddelen	=	antihoestmiddel
antihomoseksueel	adj	tegen alles wat betrekking heeft op de liefde van mannen voor mannen of vrouwen voor vrouwen
antihomoseksueels	=	antihomoseksueel
antihomoseksueelst	=	antihomoseksueel
antihomoseksueelste	=	antihomoseksueel
antihomoseksuele	=	antihomoseksueel
antihomoseksueler	=	antihomoseksueel
antihomoseksuelere	=	antihomoseksueel
antihomoseksuelers	=	antihomoseksueel
antihomotherapie	noun	zogenaamde therapie waardoor een homo van zijn geaardheid af zou komen
antihomotherapieën	=	antihomotherapie
antihomowet	noun	wet waarbij homoseksualiteit wordt verboden of homo's op andere wijze worden gediscrimineerd
antihomowetgeving	noun	wetgeving die gericht is tegen mensen die houden van mensen van hetzelfde geslacht
antihomowetgevingen	=	antihomowetgeving
antihomowetten	=	antihomowet
antihoofdluisbehandeling	noun	behandeling ter bestrijding van luis op het hoofd
antihoofdluisbehandelingen	=	antihoofdluisbehandeling
antihoofdluisbehandelingetje	=	antihoofdluisbehandeling
antihoofdluisbehandelingetjes	=	antihoofdluisbehandeling
antihouding	noun	een gezindheid, opstelling of houding die is gericht tegen iets of iemand
antihoudingen	=	antihouding
antihoudinkje	=	antihouding
antihoudinkjes	=	antihouding
antihypertensiva	=	antihypertensivum
antihypertensivum	noun	bloeddrukverlagend middel
antikankereiwit	noun	eiwit dat tegen kanker zou helpen
antikankereiwitten	=	antikankereiwit
antikapitalistisch	adj	van iets of iemand dat hij of zij tegen het economische systeem van de vrije markt is
antikapitalistische	=	antikapitalistisch
antikapitalistischer	=	antikapitalistisch
antikapitalistischere	=	antikapitalistisch
antikapitalistischers	=	antikapitalistisch
antikartelwet	noun	wet die bepaalt dat bedrijven geen onderlinge, concurrentiebeperkende afspraken mogen maken om zo de prijzen van bepaalde producten hoog te houden
antikartelwetgeving	noun	wetgeving die erop gericht is om concurrentiebeperkende acties van bedrijven tegen te gaan
antikartelwetgevingen	=	antikartelwetgeving
antikartelwetten	=	antikartelwet
antikaterpil	noun	medicament dat de nare bijwerkingen van overmatig alcoholgebruik bestrijdt
antikaterpillen	=	antikaterpil
antikaterpilletje	=	antikaterpil
antikaterpilletjes	=	antikaterpil
antikatholiek	adj	een negatief standpunt innemend tav alles wat katholiek (paaps) is
antikatholieke	=	antikatholiek
antikatholieker	=	antikatholiek
antikatholiekere	=	antikatholiek
antikatholiekers	=	antikatholiek
antikatholieks	=	antikatholiek
antikatholiekst	=	antikatholiek
antikatholiekste	=	antikatholiek
antikernenergiebeweging	noun	actiegroepen die zich verzetten tegen het gebruik van kernenergie
antikernenergiebewegingen	=	antikernenergiebeweging
antikernwapendemonstratie	noun	politieke optocht waarin de deelnemers hun afkeer ten opzichte van kernwapens laten merken; protesttocht tegen kernbewapening
antikernwapendemonstraties	=	antikernwapendemonstratie
antikernwapenverdrag	noun	overeenkomst tussen twee of meer landen om de ontwikkeling, het bezit en het gebruik van kernwapens te verminderen of te reguleren
antikernwapenverdragen	=	antikernwapenverdrag
antikidnapknop	noun	alarmknop die men kan indrukken als er sprake is van een (dreigende) ontvoering
antikidnapknopje	=	antikidnapknop
antikidnapknopjes	=	antikidnapknop
antikidnapknoppen	=	antikidnapknop
antikleeflaag	noun	laag in een bak- of braadpan waardoor het voedsel niet aan de bodem blijft plakken tijdens het bakken
antikleeflaagje	=	antikleeflaag
antikleeflaagjes	=	antikleeflaag
antikleeflagen	=	antikleeflaag
antikleefpan	noun	pan met een speciale antiaanbaklaag
antikleefpannen	=	antikleefpan
antikleefpannetje	=	antikleefpan
antikleefpannetjes	=	antikleefpan
antiklerikaal	noun	iemand die antiklerikaal is	adj	tegen (de invloed van) de geestelijkheid gericht
antiklerikaals	=	antiklerikaal
antiklerikaalst	=	antiklerikaal
antiklerikaalste	=	antiklerikaal
antiklerikale	=	antiklerikaal
antiklerikalen	=	antiklerikaal
antiklerikaler	=	antiklerikaal
antiklerikalere	=	antiklerikaal
antiklerikalers	=	antiklerikaal
antiklerikalisme	noun	het antiklerikaal zijn
antiklopmiddel	noun	een stof die de klopvastheid van benzine kan vergroten maar vaak aanleiding geeft tot een sterke loodvervuiling van het milieu zoals het geval is bij tetra-ethyllood wat op zijn beurt weer kan leiden tot loodvergiftiging van mens en dier
antiklopmiddelen	=	antiklopmiddel
antiklopmiddels	=	antiklopmiddel
antiklopmiddeltje	=	antiklopmiddel
antiklopmiddeltjes	=	antiklopmiddel
antikoloniaal	adj	tegen het hebben van koloniën
antikoloniaals	=	antikoloniaal
antikoloniaalst	=	antikoloniaal
antikoloniaalste	=	antikoloniaal
antikoloniale	=	antikoloniaal
antikolonialer	=	antikoloniaal
antikolonialere	=	antikoloniaal
antikolonialers	=	antikoloniaal
antikolonialistisch	adj	tegen het kolonialisme zijnde
antikolonialistische	=	antikolonialistisch
antikolonialistischer	=	antikolonialistisch
antikolonialistischere	=	antikolonialistisch
antikolonialistischers	=	antikolonialistisch
antikoningsgezind	adj	tegen de koning en het koningschap zijnde
antikoningsgezinde	=	antikoningsgezind
antikoningsgezinder	=	antikoningsgezind
antikoningsgezindere	=	antikoningsgezind
antikoningsgezinders	=	antikoningsgezind
antikoningsgezinds	=	antikoningsgezind
antikoningsgezindst	=	antikoningsgezind
antikoningsgezindste	=	antikoningsgezind
antikopieersoftware	noun	softwarematige bescherming tegen het maken van illegale kopieën
antikraak	noun	een vorm van gebruik van leegstaand onroerend goed, waarbij een kleine groep mensen een pand 'bewaakt' om te voorkomen dat krakers het vastgoed in gebruik kunnen nemen	adv	van (ver)huren: met minder huurbescherming en lagere 'huur' voorkomen dat een leegstaand gebouw bezet wordt door niet betalende bewoners
antikraakbeweging	noun	een vorm van gebruik van leegstaand onroerend goed, waarbij een kleine groep mensen een pand 'bewaakt' om te voorkomen dat krakers het vastgoed in gebruik kunnen nemen
antikraakbewegingen	=	antikraakbeweging
antikraakbeweginkje	=	antikraakbeweging
antikraakbeweginkjes	=	antikraakbeweging
antikraakpand	noun	gebouw dat tijdelijk wordt bewoond om illegale bewoning te voorkomen
antikraakpanden	=	antikraakpand
antikraakpandje	=	antikraakpand
antikraakpandjes	=	antikraakpand
antikraakwacht	noun	één of meer personen die tijdelijk door de eigenaar in een pand geplaatst worden om te voorkomen dat het pand gekraakt wordt
antikraakwachten	=	antikraakwacht
antikraakwachtje	=	antikraakwacht
antikraakwachtjes	=	antikraakwacht
antikritiek	noun	weerlegging van kritiek (dat zelf dus ook kritiek is); weerlegging van een veroordeling; antwoord op een kritiek
antikritieken	=	antikritiek
antileurregeling	noun	verbod op het gebruiken van een offerte om bij andere aanbieders een korting te verkrijgen
antileurregelingen	=	antileurregeling
antiliberaal	adj	de persoonlijke vrijheid minachtend
antiliberaals	=	antiliberaal
antiliberaalst	=	antiliberaal
antiliberaalste	=	antiliberaal
antiliberale	=	antiliberaal
antiliberaler	=	antiliberaal
antiliberalere	=	antiliberaal
antiliberalers	=	antiliberaal
antilichaam	noun	antistof in het bloed
antilichaampje	=	antilichaam
antilichaampjes	=	antilichaam
antilichamen	=	antilichaam
antillendikbekje	noun	Loxigilla noctis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
antillendikbekjes	=	antillendikbekje
antillenleguaan	noun	Iguana delicatissima een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae)
antillenleguaantje	=	antillenleguaan
antillenleguaantjes	=	antillenleguaan
antillenleguanen	=	antillenleguaan
antillenlijster	noun	Turdus lherminieri een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
antillenlijsters	=	antillenlijster
antillenlijstertje	=	antillenlijster
antillenlijstertjes	=	antillenlijster
antillenorganist	noun	Chlorophonia musica een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
antillenorganisten	=	antillenorganist
antillenorganistje	=	antillenorganist
antillenorganistjes	=	antillenorganist
antillensaltator	noun	Saltator albicollis een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
antillensaltators	=	antillensaltator
antillensaltatortje	=	antillensaltator
antillensaltatortjes	=	antillensaltator
antilliaan	noun	een inwoner van Antillen, of iemand afkomstig uit Antillen
antilliaans	adj	op Antillen betrekking hebbend
antilliaans-nederlands	adj	betrekking hebbend op de Antillen die deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden	noun	het Nederlands dat op de Nederlandse Antillen wordt gesproken
antilliaans-nederlandse	=	antilliaans-nederlands
antilliaans-nederlandser	=	antilliaans-nederlands
antilliaans-nederlandsere	=	antilliaans-nederlands
antilliaans-nederlandsers	=	antilliaans-nederlands
antilliaans-nederlandst	=	antilliaans-nederlands
antilliaans-nederlandste	=	antilliaans-nederlands
antilliaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Antillen, of een vrouw afkomstig uit Antillen
antilliaansen	=	antilliaanse
antilliaanser	=	antilliaans
antilliaansere	=	antilliaans
antilliaansers	=	antilliaans
antilliaanst	=	antilliaans
antilliaanste	=	antilliaans
antilliaantje	=	antilliaan
antilliaantjes	=	antilliaan
antillianen	=	antilliaan
antilogie	noun	tegenstrijdigheid
antilogietje	=	antilogie
antilogietjes	=	antilogie
antilogieën	=	antilogie
antiloop	noun	een verzamelnaam voor slanke holhoornige hoefdieren die voornamelijk in Afrika leven
antiloopje	=	antilope
antiloopjes	=	antilope
antilope	noun	een verzamelnaam voor slanke holhoornige hoefdieren die voornamelijk in Afrika leven
antilopeachtig	adj	lijkend op of een eigenschap hebbend van een antilope
antilopeachtige	=	antilopeachtig
antilopeachtiger	=	antilopeachtig
antilopeachtigere	=	antilopeachtig
antilopeachtigers	=	antilopeachtig
antilopeachtigs	=	antilopeachtig
antilopeachtigst	=	antilopeachtig
antilopeachtigste	=	antilopeachtig
antilopegrondeekhoorn	noun	Ammospermophilus leucurus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
antilopegrondeekhoorns	noun	Ammospermophilus een geslacht van eekhoorns, behorende tot de grondeekhoorns.
antilopegrondeekhoorntje	=	antilopegrondeekhoorn
antilopegrondeekhoorntjes	=	antilopegrondeekhoorn
antilopekangoeroe	noun	Macropus antilopinus een kangoeroesoort die leeft in het noorden van Australië
antilopekangoeroes	=	antilopekangoeroe
antilopekangoeroetje	=	antilopekangoeroe
antilopekangoeroetjes	=	antilopekangoeroe
antilopen	noun	omvatten verscheidene holhoornige hoefdieren, die voornamelijk in Afrika leven.
antilopes	=	antilope
antilopewallaroe	noun	Macropus antilopinus een kangoeroesoort die leeft in het noorden van Australië
antimaffiapolitie	noun	afdeling van de politie die zich speciaal richt op de bestrijding van de georganiseerde Italiaanse misdaad
antimaffiarechter	noun	magistraat die zich toelegt op het vervolgen van georganiseerde misdaad Het rechtsstelsel van Italië kent onderzoeksrechters die onafhankelijk
antimaffiarechters	=	antimaffiarechter
antimakassar	noun	gehaakt of kanten kleedje over de rugleuning van stoelen vroeger ter voorkoming van afgeven van makasserolie aan het meubilair
antimakassars	=	antimakassar
antimalariamiddel	noun	middel dat tegen malaria helpt
antimalariamiddelen	=	antimalariamiddel
antimaterie	noun	materie die in alles de omgekeerde eigenschappen heeft in vergelijking met de normale materie
antimateriedeeltje	noun	elementair deeltje dat de tegenhanger vormt van de normale materie
antimateriedeeltjes	=	antimateriedeeltje
antimateriekern	noun	atoomkern die de tegenhanger vormt van de atoomkern van normale materie
antimateriekernen	=	antimateriekern
antimaterieontdekking	noun	ontdekking op het gebied van de antimaterie
antimaterieontdekkingen	=	antimaterieontdekking
antimaterierecord	noun	beste prestatie op het gebied van de antimaterie
antimaterierecords	=	antimaterierecord
antimaterieversie	noun	variant opgebouwd uit subatomaire deeltjes met een lading die precies tegengesteld is aan hun standaardvorm
antimaterieversies	=	antimaterieversie
antimetaboliet	noun	een stof die structureel lijkt op een natuurlijke stof (een metaboliet) die in cellen wordt gebruikt, maar een andere functie heeft, waardoor het normale stofwisselingsprocessen kan remmen of stilzetten, vaak met als doel celdeling te voorkomen.
antimetabolieten	=	antimetaboliet
antimetabool	noun	een stijlfiguur waarbij woorden worden herhaald, maar dan in de omgekeerde volgorde
antimetafysisch	adj	tegen alles wat niet gebaseerd is op zintuigelijke of instrumentele waarneming
antimetafysische	=	antimetafysisch
antimetafysischer	=	antimetafysisch
antimetafysischere	=	antimetafysisch
antimetafysischers	=	antimetafysisch
antimetrie	noun	incidentele, opzettelijke afwijking van het metrum
antimetrieën	=	antimetrie
antimetrisch	adj	volgens een systeem voor de tijdsduur van muzieknoten en rusten, waarin de verhoudingen niet worden bepaald door een factor twee, zoals in het metrische systeem, maar door een willekeurig ander (breuk-)getal (bijv. anderhalf, drie, vijf etc.) De tijdsduur (notenwaarde) van noten en rusten volgens dit systeem, hebben in de muzieknotatie geen eigen symbool, ze moeten worden aangegeven met de symbolen uit de metrische reeks voorzien van een speciale aanduiding.
antimetrische	=	antimetrisch
antimicrobieel	adj	tegen ziekteverwekkers gericht
antimicrobieels	=	antimicrobieel
antimicrobieelst	=	antimicrobieel
antimicrobieelste	=	antimicrobieel
antimicrobiële	=	antimicrobieel
antimicrobiëler	=	antimicrobieel
antimicrobiëlere	=	antimicrobieel
antimicrobiëlers	=	antimicrobieel
antimigrainemiddel	noun	middel dat tegen migraine helpt (bijv. pepperspray)
antimigrainemiddelen	=	antimigrainemiddel
antimilitarisme	noun	een reactie op het militarisme
antimilitarist	noun	aanhanger van een (politieke) beweging die tegen het leger is
antimilitaristen	=	antimilitarist
antimilitaristisch	adj	tegen het leger zijnde, betrekking hebbend op de (politieke) beweging die tegen het leger is
antimilitaristische	=	antimilitaristisch
antimilitaristischer	=	antimilitaristisch
antimilitaristischere	=	antimilitaristisch
antimilitaristischers	=	antimilitaristisch
antimisbruikbepaling	noun	deel van (fiscale) wet- en regelgeving dat probeert om laakbare gebruik voor een doel waarvoor het niet bedoeld was tegen te gaan
antimisbruikbepalingen	=	antimisbruikbepaling
antimisbruikbepalinkje	=	antimisbruikbepaling
antimisbruikbepalinkjes	=	antimisbruikbepaling
antimitotica	=	antimitoticum
antimitoticum	noun	middel dat de celdeling verhindert of vertraagt
antimitotisch	adj	de mitose belemmerend
antimitotische	=	antimitotisch
antimitotischer	=	antimitotisch
antimitotischere	=	antimitotisch
antimitotischers	=	antimitotisch
antimobbingcel	noun	afgesloten ruimte die iemand beschermt tegen pesten op het werk
antimobbingcellen	=	antimobbingcel
antimonarchist	noun	persoon die actief tegen de koning en het koningschap gekant is
antimonarchisten	=	antimonarchist
antimonarchistisch	adj	tegen de koning of het koningschap zijnde
antimonarchistische	=	antimonarchistisch
antimonarchistischer	=	antimonarchistisch
antimonarchistischere	=	antimonarchistisch
antimonarchistischers	=	antimonarchistisch
antimonium	noun	scheikundig element met symbool Sb en atoomnummer 51. Het is een zilvergrijs metalloïde
antimoon	noun	scheikundig element met symbool Sb en atoomnummer 51. Het is een zilvergrijs metalloïde
antimoonatomen	=	antimoonatoom
antimoonatoom	noun	een atoom van het chemisch element antimoon.
antimoonatoompje	=	antimoonatoom
antimoonatoompjes	=	antimoonatoom
antimuggenspray	noun	middel dat muggen doodt en in de vorm van een aerosol op de huid of de kleding wordt gespoten
antimuggensprays	=	antimuggenspray
antimycotica	=	antimycoticum
antimycoticum	noun	middel tegen schimmelziekte
antinarcoticabrigade	noun	onderdeel van de politie, douane of het leger dat drugscriminaliteit bestrijdt
antinarcoticabrigaden	=	antinarcoticabrigade
antinarcoticabrigades	=	antinarcoticabrigade
antinatalistisch	adj	betreffende een filosofische stroming die stelt dat het moreel onjuist is om kinderen te krijgen, vaak gebaseerd op de overtuiging dat het leven inherent gepaard gaat met lijden
antinatalistische	=	antinatalistisch
antinatalistischer	=	antinatalistisch
antinatalistischere	=	antinatalistisch
antinatalistischers	=	antinatalistisch
antinationaal	adj	tegen het nationaal belang in; niet getuigend van vaderlandsliefde
antinationaals	=	antinationaal
antinationaalst	=	antinationaal
antinationaalste	=	antinationaal
antinationale	=	antinationaal
antinationaler	=	antinationaal
antinationalere	=	antinationaal
antinationalers	=	antinationaal
antinazi	noun	een tegenstander van het nationaalsocialisme
antinazi's	=	antinazi
antinazistisch	adj	tegen het fascisme; tegen het nationaalsocialisme
antinazistische	=	antinazistisch
antinazistischer	=	antinazistisch
antinazistischere	=	antinazistisch
antinazistischers	=	antinazistisch
antineoplastisch	adj	wat de vorming van kankergezwellen tegengaat
antineoplastische	=	antineoplastisch
antineoplastischer	=	antineoplastisch
antineoplastischere	=	antineoplastisch
antineoplastischers	=	antineoplastisch
antineutron	noun	een subatomair deeltje zonder lading en met vrijwel dezelfde massa als een antiproton, en met dezelfde massa en spin als het neutron, maar met een baryongetal van −1 in plaats van +1
antineutronen	=	antineutron
antineutrons	=	antineutron
antinome	=	antinoom
antinomer	=	antinoom
antinomere	=	antinoom
antinomers	=	antinoom
antinomie	noun	werkelijke of schijnbare tegenstrijdigheid tussen twee oordelen of uitspraken, twee dingen die allebei logisch lijken, maar niet tegelijk waar kunnen zijn
antinomieën	=	antinomie
antinomisme	noun	Denkwijze of levensbeschouwing die zich niet aan wetten en wetsbepalingen onderwerpen wil vooral op theologisch gebied
antinomismetje	=	antinomisme
antinomismetjes	=	antinomisme
antinoom	adj	zich niet aan wetten en wetsbepalingen onderwerpend willen vooral op theologisch gebied
antinooms	=	antinoom
antinoomst	=	antinoom
antinoomste	=	antinoom
antioorlog	adj	tegen een gewapend conflict tussen twee of meer partijen (meestal tussen twee of meer naties)
antioorlogbetoging	noun	betoging gericht tot de oorlog in het algemeen of een specifiek exemplaar
antioorlogbetogingen	=	antioorlogbetoging
antioorlogbetoginkje	=	antioorlogbetoging
antioorlogbetoginkjes	=	antioorlogbetoging
antioorlogs	=	antioorlog
antioorlogsactivist	noun	activist die zich inzet om oorlogen te voorkomen
antioorlogsactivisten	=	antioorlogsactivist
antioorlogsbetoging	noun	een openbare samenkomst of demonstratie waarbij burgers protesteren tegen een specifiek gewapend conflict, de wapenindustrie of oorlogvoering in het algemeen.
antioorlogsbetogingen	=	antioorlogsbetoging
antioorlogsbetoginkje	=	antioorlogsbetoging
antioorlogsbetoginkjes	=	antioorlogsbetoging
antioorlogsfilm	noun	film waarin het voeren van oorlog wordt veroordeeld
antioorlogsfilms	=	antioorlogsfilm
antioquialooftiran	noun	Pogonotriccus lanyoni een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
antioquialooftirannen	=	antioquialooftiran
antioquialooftirannetje	=	antioquialooftiran
antioquialooftirannetjes	=	antioquialooftiran
antioquiastruikgors	noun	Atlapetes blancae een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
antioquiastruikgorsje	=	antioquiastruikgors
antioquiastruikgorsjes	=	antioquiastruikgors
antioquiastruikgorzen	=	antioquiastruikgors
antioquiawinterkoning	noun	Thryophilus sernai een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
antioquiawinterkoningen	=	antioquiawinterkoning
antioquiawinterkoninkje	=	antioquiawinterkoning
antioquiawinterkoninkjes	=	antioquiawinterkoning
antioxidans	noun	een stof die chemische oxidatie tegengaat
antioxidansen	=	antioxidans
antioxidant	noun	stof die reacties tegengaat waarbij elektronen worden uitgewisseld	adj	reacties tegengaand waarbij elektronen worden uitgewisseld
antioxidante	=	antioxidant
antioxidanten	=	antioxidant
antioxidantje	=	antioxidant
antioxidantjes	=	antioxidant
antioxidants	=	antioxidant
antipapisme	noun	een gevoel van afkeer van de Katholieke Kerk en een beweging die op dat gevoel gebaseerd is
antipapist	noun	iemand die papen haat
antipapisten	=	antipapist
antiparallel	adj	twee lijnen l_1 en l_2 worden als antiparallel ten opzichte van twee andere lijnen m_1 en m_1 gedefinieerd, als de hoeken tussen l_1 en m_1 en tussen l_2 en m_2 even groot zijn
antiparallelle	=	antiparallel
antiparalleller	=	antiparallel
antiparallellere	=	antiparallel
antiparallellers	=	antiparallel
antiparallels	=	antiparallel
antiparallelst	=	antiparallel
antiparallelste	=	antiparallel
antipasti	=	antipasto
antipasto	noun	voorgerecht
antipathie	noun	negatieve gevoelens die men tegen iemand koestert
antipathiek	adj	gevoel van afkeer opwekkend
antipathieke	=	antipathiek
antipathieker	=	antipathiek
antipathiekere	=	antipathiek
antipathiekers	=	antipathiek
antipathieks	=	antipathiek
antipathiekst	=	antipathiek
antipathiekste	=	antipathiek
antipathietje	=	antipathie
antipathietjes	=	antipathie
antipathieën	=	antipathie
antipersoneelsmijn	noun	explosief gericht tegen personen dat ontploft bij aanraking
antipersoneelsmijnen	=	antipersoneelsmijn
antipersoneelsmijntje	=	antipersoneelsmijn
antipersoneelsmijntjes	=	antipersoneelsmijn
antipestbeleid	noun	geheel van maatregelen tegen het alsmaar plagen van dezelfde leerlingen
antipiraterijmissie	noun	operatie waarbij marineschepen zeerovers bestrijden
antipiraterijmissies	=	antipiraterijmissie
antipiraterijsoftware	noun	softwarematige bescherming tegen het maken van illegale kopieën
antipode	noun	hét tegenovergestelde van iets of iemand
antipoden	=	antipode
antipodenalbatros	noun	Diomedea antipodensis een vogel uit de familie van de albatrossen (Diomedeidae).
antipodenalbatrosje	=	antipodenalbatros
antipodenalbatrosjes	=	antipodenalbatros
antipodenalbatrossen	=	antipodenalbatros
antipolitiek	adj	tegen de gewone politieke manier van doen
antipolitieke	=	antipolitiek
antipolitieker	=	antipolitiek
antipolitiekere	=	antipolitiek
antipolitiekers	=	antipolitiek
antipolitieks	=	antipolitiek
antipolitiekst	=	antipolitiek
antipolitiekste	=	antipolitiek
antiproliferatief	adj	tegen snelle groei gericht
antiproliferatiefs	=	antiproliferatief
antiproliferatieve	=	antiproliferatief
antipropaganda	noun	propaganda tegen iets
antiproton	noun	het antideeltje van het proton, alleen daarvan verschillend doordat het de tegengestelde lading heeft
antiprotonen	=	antiproton
antiprurigineus	adj	jeukwerend
antiprurigineust	=	antiprurigineus
antiprurigineuste	=	antiprurigineus
antiprurigineuze	=	antiprurigineus
antiprurigineuzer	=	antiprurigineus
antiprurigineuzere	=	antiprurigineus
antiprurigineuzers	=	antiprurigineus
antipsychiatrie	noun	een heterogene beweging die ontstond in de jaren zestig van de twintigste eeuw en vijandig stond tegenover de meeste fundamentele veronderstellingen en gebruikelijke praktijken binnen de psychiatrie
antipsychotica	=	antipsychoticum
antipsychoticum	noun	geneesmiddel dat wanen vermindert (psychoses onderdrukt)
antipurisme	noun	de neiging vooral een leenwoord te willen gebruiken, ook als de eigen taal ergens een woord voor heeft, uit angst om als purist uitgemaakt te worden
antipyretica	=	antipyreticum
antipyreticum	noun	een koortswerend middel
antipyreticumpje	=	antipyreticum
antipyreticumpjes	=	antipyreticum
antipyretisch	adj	koortsverlagend
antipyretische	=	antipyretisch
antipyretischer	=	antipyretisch
antipyretischere	=	antipyretisch
antipyretischers	=	antipyretisch
antipyrine	noun	geneesmiddel met pijnstillende en antipyretische (koortsverlagende) werking
antipyrinen	=	antipyrine
antipyrines	=	antipyrine
antiqua	noun	Latijnse staande drukletter ontworpen tussen ongeveer 1470 en 1600
antiquaar	noun	handelaar in oude boeken, handschriften, prenten en kaarten
antiquaars	=	antiquaar
antiquaartje	=	antiquaar
antiquaartjes	=	antiquaar
antiquair	noun	iemand die handelt in oude waardevolle voorwerpen
antiquairs	=	antiquair
antiquairtje	=	antiquair
antiquairtjes	=	antiquair
antiquaren	=	antiquaar
antiquariaat	noun	winkel of bedrijf dat oude en tweedehands boeken verhandelt en verkoopt
antiquariaatje	=	antiquariaat
antiquariaatjes	=	antiquariaat
antiquariaten	=	antiquariaat
antiquarisch	adj	betrekking hebbend op voorwerpen uit vroeger tijd
antiquarische	=	antiquarisch
antiquarischer	=	antiquarisch
antiquarischere	=	antiquarisch
antiquarischers	=	antiquarisch
antiquark	noun	een bepaald type quark met eigenschappen die tegengesteld zijn aan die van de 'normale' quark
antiquarks	=	antiquark
antiquiteit	noun	een oud kunst-, sier- of gebruiksvoorwerp, voorwerp uit de oude tijd
antiquiteiten	=	antiquiteit
antiracisme	noun	de bestrijding van racisme en de onderdrukking van minderheidsgroepen en het streven naar de beëindiging ervan
antiracismebeweging	noun	maatschappelijke beweging tegen het racisme
antiracismebewegingen	=	antiracismebeweging
antiracismebeweginkje	=	antiracismebeweging
antiracismebeweginkjes	=	antiracismebeweging
antiracist	noun	iemand die strijdt tegen de opvatting dat mensen door afstamming kunnen worden ingedeeld in grote groepen met verschillende uiterlijke kenmerken ("ras") en dat zo'n indeling belangrijk is voor het inrichten van de samenleving
antiracisten	=	antiracist
antiracistisch	adj	strijdend tegen de opvatting dat mensen door afstamming kunnen worden ingedeeld in grote groepen met verschillende uiterlijke kenmerken ("ras") en dat zo'n indeling belangrijk is voor het inrichten van de samenleving
antiracistische	=	antiracistisch
antiracistischer	=	antiracistisch
antiracistischere	=	antiracistisch
antiracistischers	=	antiracistisch
antiraketraket	noun	raket waarmee men vijandelijke raketten onschadelijk kan maken
antiraketraketten	=	antiraketraket
antiraketschild	noun	bescherming tegen aanvallende raketten
antiraketschilden	=	antiraketschild
antiraketsysteem	noun	verdedigingssysteem tegen aanvalsraketten
antiraketsysteempje	=	antiraketsysteem
antiraketsysteempjes	=	antiraketsysteem
antiraketsystemen	=	antiraketsysteem
antirakettenschild	noun	systeem waarmee men vijandelijke raketten kan bestrijden
antirakettenschilden	=	antirakettenschild
antiraketwapen	noun	wapen waarmee men een aanvallende raket kan vernietigen
antiraketwapens	=	antiraketwapen
antiramkraakpaal	noun	paal die ramkraken moet voorkomen
antiramkraakpaaltje	=	antiramkraakpaal
antiramkraakpaaltjes	=	antiramkraakpaal
antiramkraakpalen	=	antiramkraakpaal
antireclame	noun	publiciteit die schade aan het imago van een bedrijf, product of instituut veroorzaakt
antireclames	=	antireclame
antiregeringsdemonstrant	noun	een demonstrant die demonstreert tegen de regering
antiregeringsdemonstranten	=	antiregeringsdemonstrant
antiregeringsdemonstrantje	=	antiregeringsdemonstrant
antiregeringsdemonstrantjes	=	antiregeringsdemonstrant
antireligieus	adj	tegen iedere vorm van godsdienst
antireligieust	=	antireligieus
antireligieuste	=	antireligieus
antireligieuze	=	antireligieus
antireligieuzer	=	antireligieus
antireligieuzere	=	antireligieus
antireligieuzers	=	antireligieus
antiretroviraal	adj	van een geneesmiddel dat het een remmende werking heeft op de vermenigvuldiging van retrovirussen
antiretroviraals	=	antiretroviraal
antiretroviraalst	=	antiretroviraal
antiretroviraalste	=	antiretroviraal
antiretrovirale	=	antiretroviraal
antiretroviraler	=	antiretroviraal
antiretroviralere	=	antiretroviraal
antiretroviralers	=	antiretroviraal
antirevolutionair	noun	aanhanger van de voormalige Antirevolutionaire Partij, opgegaan in het CDA	adj	tegen revolutie gekant
antirevolutionairder	=	antirevolutionair
antirevolutionairdere	=	antirevolutionair
antirevolutionairders	=	antirevolutionair
antirevolutionaire	=	antirevolutionair
antirevolutionairen	=	antirevolutionair
antirevolutionairs	=	antirevolutionair
antirevolutionairst	=	antirevolutionair
antirevolutionairste	=	antirevolutionair
antirimpel-bh	noun	een beha die men 's-nachts draagt om de vorming van rimpels in het decolleté tegen te gaan
antirimpel-bh's	=	antirimpel-bh
antirimpelbeha	noun	een beha die men 's-nacht draagt om de vorming van rimpels in het decolletégebied tegen te gaan
antirimpelbeha's	=	antirimpelbeha
antirimpelcrème	noun	cosmetisch smeersel dat helpt voorkomen dat er vouwen of groeven in de menselijke huid ontstaan, of deze vouwen en groeven helpt te verdoezelen
antirimpelcrèmes	=	antirimpelcrème
antiroestmiddel	noun	middel dat de oxidatie van metalen (m.n. ijzer) tegengaat
antiroestmiddelen	=	antiroestmiddel
antiroker	noun	iemand die strijdt tegen de verkoop en het gebruik van tabak
antirokers	=	antiroker
antirookbeleid	noun	geheel van maatregelen die gericht zijn op het ontmoedigen van het roken van tabak
antirookcampagne	noun	actie die als doel heeft het tabaksgebruik te verminderen
antirookcampagnes	=	antirookcampagne
antirookpil	noun	medicament dat helpt bij het stoppen met roken
antirookpillen	=	antirookpil
antirookpilletje	=	antirookpil
antirookpilletjes	=	antirookpil
antiroosshampoo	noun	een product bedoeld, meestal in vloeibare vorm, dat bedoeld is om het haar te wassen en overmatige schilvering van de hoofdhuid tegen te gaan
antiroosshampoos	=	antiroosshampoo
antisacerdotalisme	noun	schismatieke stroming die zich verzette tegen het onderscheid tussen leken en geestelijken binnen de hiërarchie van de Katholieke Kerk
antisandinistisch	adj	tegen het bewind van de sandinisten in Nicaraqua
antisandinistische	=	antisandinistisch
antisandinistischer	=	antisandinistisch
antisandinistischere	=	antisandinistisch
antisandinistischers	=	antisandinistisch
antischimmelmiddel	noun	geneesmiddel tegen een schimmelinfectie
antischimmelmiddelen	=	antischimmelmiddel
antischimmelmiddeltje	=	antischimmelmiddel
antischimmelmiddeltjes	=	antischimmelmiddel
antischoondochterclausule	noun	clausule in een testament waarin bepaald wordt dat de erfenis alleen bestemd is voor de eigen kinderen en niet voor de partners daarvan, zodat in geval van scheiding het geld binnen de familie blijft en niet (voor een deel) bij een schoondochter of schoonzoon terechtkomt
antischoondochterclausules	=	antischoondochterclausule
antischoonzoonclausule	noun	clausule in een testament waarin bepaald wordt dat de erfenis alleen bestemd is voor de eigen kinderen en niet voor de partners daarvan, zodat in geval van scheiding het geld binnen de familie blijft en niet (voor een deel) bij een schoonzoon of schoondochter terechtkomt
antischoonzoonclausules	=	antischoonzoonclausule
antisemiet	noun	iemand die een hekel heeft aan joden
antisemieten	=	antisemiet
antisemietje	=	antisemiet
antisemietjes	=	antisemiet
antisemitisch	adj	anti-Joods, tegen het Joodse volk
antisemitische	=	antisemitisch
antisemitischer	=	antisemitisch
antisemitischere	=	antisemitisch
antisemitischers	=	antisemitisch
antisemitischte	=	antisemitisch
antisemitisme	noun	anti-Joods racisme, mensen discrimineren vanwege hun Joodse afkomst
antisepsis	noun	behandeling ter voorkoming van infectie
antiseptica	=	antisepticum
antisepticum	noun	een bacteriedodend middel dat plaatselijk, uitwendig kan worden gebruikt, op het lichaam of om instrumenten of werkvlakken te ontsmetten
antiseptisch	adj	sepsis voorkomend
antiseptische	=	antiseptisch
antiseptischer	=	antiseptisch
antiseptischere	=	antiseptisch
antiseptischers	=	antiseptisch
antisera	=	antiserum
antiserum	noun	bloedserum met antistoffen ter voorkoming van een ziekte
antiserums	=	antiserum
antislip	noun	een middel tegen slippen
antislipband	noun	een band die tegen slippen bestendig is
antislipbanden	=	antislipband
antislipbandje	=	antislipband
antislipbandjes	=	antislipband
antislipcursus	noun	reeks lessen waarin je leert hoe je een voertuig op een gladde weg bestuurbaar houdt
antislipcursusje	=	antislipcursus
antislipcursusjes	=	antislipcursus
antislipcursussen	=	antislipcursus
antisliplaag	noun	stroeve laag die ervoor zorgt dan men minder snel uitglijdt als men zich erover voortbeweegt
antisliplagen	=	antisliplaag
antislipmat	noun	stroeve mat die uitglijden of verschuiven op een gladde ondergrond (zoals bijvoorbeeld in een badkamer) voorkomt
antislipmatje	=	antislipmat
antislipmatjes	=	antislipmat
antislipmatten	=	antislipmat
antislipzolen	=	antislipzool
antislipzool	noun	onderkant van een schoen die speciaal stroef is gemaakt om uitglijden te voorkomen
antislipzooltje	=	antislipzool
antislipzooltjes	=	antislipzool
antismokingtoxkit	noun	kit, ontwikkeld in België, die jongeren moet doen afzien van roken van tabak door het geven van informatie etc.
antismokingtoxkits	=	antismokingtoxkit
antisnoeppleister	noun	pleister die zou moeten helpen om snoepen te voorkomen
antisnoeppleisters	=	antisnoeppleister
antisnurkpot	noun	potje met een middel dat een geur verspreidt dat het snurken zou doen verminderen
antisnurkpotje	=	antisnurkpot
antisnurkpotjes	=	antisnurkpot
antisnurkpotten	=	antisnurkpot
antisociaal	adj	vijandig aan de (normen en waarden) van de samenleving gericht
antisociaals	=	antisociaal
antisociaalst	=	antisociaal
antisociaalste	=	antisociaal
antisociale	=	antisociaal
antisocialer	=	antisociaal
antisocialere	=	antisociaal
antisocialers	=	antisociaal
antisocialisme	noun	afkeer van de politieke richting die streeft naar door de staat opgelegde gelijkheid
antisocialistisch	adj	tegen het socialisme; het socialisme bestrijdend
antisocialistische	=	antisocialistisch
antisocialistischer	=	antisocialistisch
antisocialistischere	=	antisocialistisch
antisocialistischers	=	antisocialistisch
antispamfilter	noun	programma dat ongewenste advertentie e-mails blokkeert
antispamfilters	=	antispamfilter
antispamsite	noun	website waar men informatie kan vinden hoe men ongewenste e-mails wil blokkeren
antispamsites	=	antispamsite
antispamwebsite	noun	website waar men informatie kan vinden hoe men ongewenste e-mails wil blokkeren
antispamwebsites	=	antispamwebsite
antispasmodica	=	antispasmodicum
antispasmodicum	noun	middel dat krampen van organen tegengaat
antispeculatiebeding	noun	voorwaarde in een koopcontract (meestal van een huis) dat men het gekochte pas na een bepaalde (langere) tijd mag verkopen
antispeculatiebedingen	=	antispeculatiebeding
antispeculatiebedingetje	=	antispeculatiebeding
antispeculatiebedingetjes	=	antispeculatiebeding
antispijbelactie	noun	georganiseerde poging om spijbelen tegen te gaan, waarbij er maatregelen worden getroffen om leerlingen te stimuleren om naar school te gaan en om het verzuim te bestrijden
antispijbelacties	=	antispijbelactie
antispijbelactietje	=	antispijbelactie
antispijbelactietjes	=	antispijbelactie
antispijbelchip	noun	chip die ingenaaid kan worden in de kleding van leerlingen waardoor men ongeoorloofd verzuim kan registreren
antispijbelchips	=	antispijbelchip
antispuugkap	noun	kap die over het hoofd van de arrestant wordt getrokken om de politieagenten te beschermen tegen spugen
antispuugkappen	=	antispuugkap
antistatisch	adj	zo gemaakt dat het oppervlak elektrische lading snel afvoert Deze eigenschap kan van belang zijn om vonkjes of het aantrekken van stof tegen te gaan.
antistatische	=	antistatisch
antistatischer	=	antistatisch
antistatischere	=	antistatisch
antistatischers	=	antistatisch
antistof	noun	eiwit dat de werking van lichaamsvreemde stoffen zoals virussen, bacteriën of grote moleculen opheft
antistoffen	=	antistof
antistofje	=	antistof
antistofjes	=	antistof
antistoller	noun	middel dat de stolling van het bloed remt
antistollers	=	antistoller
antistollingsmiddel	noun	een middel dat gebruikt worden om de natuurlijke stollingsneiging van het bloed te onderdrukken
antistollingsmiddelen	=	antistollingsmiddel
antistollingsmiddeltje	=	antistollingsmiddel
antistollingsmiddeltjes	=	antistollingsmiddel
antistrofe	noun	tweede van elke groep van drie strofen
antistrofen	=	antistrofe
antistrofes	=	antistrofe
antitankgeschut	noun	kanon dat dient om tanks uit te schakelen
antitankmijn	noun	landmijn gericht tegen tanks en pantservoertuigen
antitankmijnen	=	antitankmijn
antitankraket	noun	wapen waarmee men tanks kan vernietigen of onklaar maken
antitankraketten	=	antitankraket
antitankwapen	noun	werktuig bestemd om gepantserde gevechtswagens uit te schakelen
antitankwapens	=	antitankwapen
antiterreuralliantie	noun	samenwerkingsverband dat erop gericht is terrorisme te voorkomen en te bestrijden
antiterreurallianties	=	antiterreuralliantie
antiterreurcampagne	noun	actie van beveiligingsorganisaties tegen mogelijke terreurorganisaties
antiterreurcampagnes	=	antiterreurcampagne
antiterreurcoalitie	noun	internalionaal samenwerkingsverband dat erop gericht is terrorisme te voorkomen en te bestrijden
antiterreurcoalities	=	antiterreurcoalitie
antiterreureenheden	=	antiterreureenheid
antiterreureenheid	noun	overheidsdienst die gespecialiseerd is in het bestrijden van terreur
antiterreurmaatregel	noun	handelingen die erop gericht zijn terrorisme te bestrijden en te voorkomen
antiterreurmaatregelen	=	antiterreurmaatregel
antiterreurmaatregels	=	antiterreurmaatregel
antiterreurorganisatie	noun	organisatie die als taak heeft terrorisme te bestrijden en te voorkomen
antiterreurorganisaties	=	antiterreurorganisatie
antiterreurpolitie	noun	politieafdeling die gericht is tegen terreuraanslagen
antiterreurtsaar	noun	persoon met zeer uitgebreide bevoegdheden voor het bestrijden en voorkomen van terrorisme
antiterreurtsaren	=	antiterreurtsaar
antiterreurwet	noun	wet die de bestrijding van terreurgroepen regelt
antiterreurwetgeving	noun	wetgeving die erop gericht is terrorisme te bestrijden en te voorkomen
antiterreurwetgevingen	=	antiterreurwetgeving
antiterreurwetten	=	antiterreurwet
antiterrorisme	noun	de bestrijding van hen die terreurdaden (willen) begaan
antiterrorisme-eenheden	=	antiterrorisme-eenheid
antiterrorisme-eenheid	noun	overheidsdienst die gespecialiseerd is in het bestrijden van terreur
antiterrorismecampagne	noun	groep acties die gericht is op het bestrijden van terrorisme
antiterrorismecampagnes	=	antiterrorismecampagne
antiterrorismecoalitie	noun	internationaal samenwerkingsverband om terrorisme te voorkomen en te bestrijden
antiterrorismecoalities	=	antiterrorismecoalitie
antiterrorismeteam	noun	organisatie die probeert terroristische activiteiten te voorkomen en te bestrijden
antiterrorismeteams	=	antiterrorismeteam
antiterrorismewet	noun	wetten waarmee met terrorisme probeert te voorkomen en te bestrijden
antiterrorismewetten	=	antiterrorismewet
antiterroristisch	adj	het terrorisme bestrijdend
antiterroristische	=	antiterroristisch
antiterroristischer	=	antiterroristisch
antiterroristischere	=	antiterroristisch
antiterroristischers	=	antiterroristisch
antitese	=	antithese
antitetisch	=	antithetisch
antithese	noun	het tegenovergestelde, iets met een tegengestelde betekenis
antithesen	=	antithese
antitheses	=	antithese
antithesetje	=	antithese
antithetisch	adj	berustend op een antithese (tegenstelling)
antithetische	=	antithetisch
antithetischer	=	antithetisch
antithetischere	=	antithetisch
antithetischers	=	antithetisch
antitoxine	noun	middel dat de gifstof onschadelijk maakt
antitoxinen	=	antitoxine
antitoxines	=	antitoxine
antitrombine	noun	eiwit in bloedplasma dat de bloedstolling remt
antitrombinen	=	antitrombine
antitrombinetje	=	antitrombine
antitrombinetjes	=	antitrombine
antitrombotisch	adj	wat de vorming van bloedstolsel tegengaat
antitrombotische	=	antitrombotisch
antitrombotischer	=	antitrombotisch
antitrombotischere	=	antitrombotisch
antitrombotischers	=	antitrombotisch
antitrustproces	noun	rechtszaak tegen een bedrijf dat probeert economische mededinging tegen te gaan
antitrustprocessen	=	antitrustproces
antitrustwet	noun	wetgeving die erop gericht is om oneerlijke concurrentie te voorkomen
antitrustwetgeving	noun	wet tegen monopolievorming
antitrustwetgevingen	=	antitrustwetgeving
antitrustwetten	=	antitrustwet
antitrustzaak	noun	rechtszaak tegen een bedrijf dat probeert eerlijke concurrentie tegen te gaan
antitrustzaakje	=	antitrustzaak
antitrustzaakjes	=	antitrustzaak
antitrustzaken	=	antitrustzaak
antitumoraal	adj	tegen gezwellen gericht
antitumoraals	=	antitumoraal
antitumorale	=	antitumoraal
antitussiva	=	antitussivum
antitussivum	noun	hoestmiddel
antiutopie	noun	een zeer gevaarlijk, vervelend, ongewenst toekomstbeeld
antiutopietje	=	antiutopie
antiutopietjes	=	antiutopie
antiutopieën	=	antiutopie
antivaxer	noun	iemand die tegen vaccinatie is of tegen wetten die dat voorschrijven
antivaxers	=	antivaxer
antivaxertje	=	antivaxer
antivaxertjes	=	antivaxer
antiverdwaalarmband	noun	armband van kunststof (voor kleine kinderen) waarop ouders hun mobiele telefoonnummer kunnen noteren zodat verdwaalde kinderen gemakkelijk weer met hun ouders verenigd kunnen worden
antiverdwaalarmbanden	=	antiverdwaalarmband
antiverdwaalarmbandje	=	antiverdwaalarmband
antiverdwaalarmbandjes	=	antiverdwaalarmband
antiverdwaalpaal	noun	paal die verdwalen moet voorkomen (voor zover dat mogelijk is)
antiverdwaalpalen	=	antiverdwaalpaal
antiverouderingsbier	noun	bier dat zo gezond zou zijn dat het de veroudering van een mens zou tegengaan
antiverouderingsbieren	=	antiverouderingsbier
antiverouderingsmedicijn	noun	medicijn dat veroudering tegengaat
antiverouderingsmedicijnen	=	antiverouderingsmedicijn
antivertragingsplan	noun	plan om ongewenste vertragingen (in het verkeer) tegen te gaan
antivertragingsplannen	=	antivertragingsplan
antivertragingsplannetje	=	antivertragingsplan
antivertragingsplannetjes	=	antivertragingsplan
antiviraal	adj	werkzaam tegen virussen
antiviraals	=	antiviraal
antiviraalst	=	antiviraal
antiviraalste	=	antiviraal
antivirale	=	antiviraal
antiviraler	=	antiviraal
antiviralere	=	antiviraal
antiviralers	=	antiviraal
antivirus	noun	programma dat de computer tegen computervirussen beschermt
antivirusbedrijf	noun	bedrijf dat software maakt die computers beschermt tegen computervirussen
antivirusbedrijven	=	antivirusbedrijf
antivirusproduct	noun	software waarmee men virusinfecties op een computer kan vinden en opruimen
antivirusproducten	=	antivirusproduct
antivirusprogramma	noun	een programma dat computervirussen tegenhoudt en verwijdert
antivirusprogramma's	=	antivirusprogramma
antivirusprogrammaatje	=	antivirusprogramma
antivirusprogrammaatjes	=	antivirusprogramma
antivirussoftware	noun	software die probeert om computervirussen en/of malware te identificeren, tegen te houden en te verwijderen
antivries	noun	een stof die veelal aan koelwater wordt toegevoegd om het vriespunt ervan te verlagen om bevriezen ervan te voorkomen
antivriesmiddel	noun	een middel dat aan water wordt toegevoegd om het vriespunt van het mengsel te verlagen en zo schade door bevriezing te voorkomen
antivriesmiddelen	=	antivriesmiddel
antiwesters	adj	Tegen alle waarden van het vrije westen
antiwesterse	=	antiwesters
antiwesterser	=	antiwesters
antiwestersere	=	antiwesters
antiwestersers	=	antiwesters
antiwesterst	=	antiwesters
antiwesterste	=	antiwesters
antiworteldoek	noun	een weefsel (van kunststof) dat in de tuinaanleg wordt gebruikt om wortelgroei te belemmeren
antiworteldoeken	=	antiworteldoek
antizionisme	noun	politieke stroming die de vorming van een zelfstandige Joodse staat
antizionistisch	adj	tegen het streven van Joden om een Joodse staat te stichten in Eretz Israël
antizionistische	=	antizionistisch
antizionistischer	=	antizionistisch
antizionistischere	=	antizionistisch
antizionistischers	=	antizionistisch
antizwartepietactivist	noun	een activist tegen Zwarte Piet
antizwartepietactiviste	noun	vrouwelijke vorm van antizwartepietactivist
antizwartepietactivisten	=	antizwartepietactivist
antizwartepietactivistes	=	antizwartepietactiviste
antizwartepietactivistje	=	antizwartepietactivist
antizwartepietactivistjes	=	antizwartepietactivist
antoniem	noun	een woord waarvan de betekenis tegengesteld is aan die van een ander woord	adj	het bezitten van een tegengestelde betekenis
antonieme	=	antoniem
antoniemen	=	antoniem
antoniempje	=	antoniem
antoniempjes	=	antoniem
antoniems	=	antoniem
antoniusbroden	=	antoniusbrood
antoniusbrood	noun	benaming voor ingezameld geld of voedsel voor de armen, traditioneel uitgedeeld rond 17 januari, waarmee de schenkers zich de voorspraak van de heilige Antonius verwerven
antoniusbroodje	=	antoniusbrood
antoniusbroodjes	=	antoniusbrood
antoniuskruis	noun	een kruis met een T-vorm
antoniuskruisen	=	antoniuskruis
antoniuskruisje	=	antoniuskruis
antoniuskruisjes	=	antoniuskruis
antoniuskruizen	=	antoniuskruis
antoniusvarken	noun|obsolete	een varken, bedoeld voor de armen, dat met een bel rondliep en vrij weiderecht had
antoniusvarkens	=	antoniusvarken
antoniusvarkentje	=	antoniusvarken
antoniusvarkentjes	=	antoniusvarken
antoniusvuur	noun|obsolete	ziekte die ontstaat door het eten van met een schimmel geïnfecteerde rogge (moederkoorn)
antonomasie	noun	een stijlfiguur, waarbij een eigenschap (van een persoon) niet wordt omschreven met de klassieke term maar met een eigennaam van een andere persoon die algemeen bekend is als typische drager van die eigenschap
antonpieckachtig	adj	sprookjesachtig, romantisch
antonpieckachtige	=	antonpieckachtig
antonpieckachtiger	=	antonpieckachtig
antonpieckachtigere	=	antonpieckachtig
antonpieckachtigers	=	antonpieckachtig
antonpieckachtigs	=	antonpieckachtig
antonpieckachtigst	=	antonpieckachtig
antonpieckachtigste	=	antonpieckachtig
antonymie	noun	het antoniem zijn
antraceen	noun	aromatische koolwaterstof, een bestanddeel van koolteer
antraciet	noun	een vorm van steenkool die sterk verhit is geweest	adj	zwartgrijs
antraciete	=	antraciet
antracieter	=	antraciet
antracietere	=	antraciet
antracieters	=	antraciet
antracietgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7016 ( ); een zeer donkere grijze kleur zoals die van antraciet.	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7016 ( ).
antracietgrijst	=	antracietgrijs
antracietgrijste	=	antracietgrijs
antracietgrijze	=	antracietgrijs
antracietgrijzen	=	antracietgrijs
antracietgrijzer	=	antracietgrijs
antracietgrijzere	=	antracietgrijs
antracietgrijzers	=	antracietgrijs
antracietkleurig	adj	donkergrijs
antracietkleurige	=	antracietkleurig
antracietkleuriger	=	antracietkleurig
antracietkleurigere	=	antracietkleurig
antracietkleurigers	=	antracietkleurig
antracietkleurigs	=	antracietkleurig
antracietkleurigst	=	antracietkleurig
antracietkleurigste	=	antracietkleurig
antraciets	=	antraciet
antracietst	=	antraciet
antracietste	=	antraciet
antracose	noun	stoflongen ontstaan door inademing van steenkoolstof of roet
antrax	noun	een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis
antraxbrief	noun	brief waarin poeder zit met antraxbacterieën die de ontvanger ernstig ziek kunnen maken
antraxbriefje	=	antraxbrief
antraxbrieven	=	antraxbrief
antropobiologie	noun	antropologie die de mens als biologisch organisme, het gedrag van primaten en de menselijke evolutie bestudeert
antropoceen	noun	niet-officiële benaming voor het tijdperk waarin de mensheid wereldwijde invloed op geologie en ecologie heeft Vaak wordt hierbij gedacht aan de tijd vanaf de 19e eeuw met de Industriële Revolutie.
antropocentrisch	adj	de mens als het middelpunt van de schepping beschouwend
antropocentrische	=	antropocentrisch
antropocentrischer	=	antropocentrisch
antropocentrischere	=	antropocentrisch
antropocentrischers	=	antropocentrisch
antropocentrisme	noun	visie waarin de mens het middelpunt van het bestaan is en de mens de maat is waar al het andere aan afgemeten wordt.
antropofaag	noun	menseneter, kannibaal	adj	mensen etend
antropofaagje	=	antropofaag
antropofaagjes	=	antropofaag
antropofaags	=	antropofaag
antropofage	=	antropofaag
antropofagen	=	antropofaag
antropofagie	noun	het eten van mensen
antropofobie	noun	mensenvrees
antropogeen	adj	door mensen teweeggebracht
antropogeens	=	antropogeen
antropogeenst	=	antropogeen
antropogeenste	=	antropogeen
antropogene	=	antropogeen
antropogener	=	antropogeen
antropogenere	=	antropogeen
antropogeners	=	antropogeen
antropogenese	noun	ontstaan en ontwikkeling van de mensheid
antropogenetica	noun	leer van het ontstaan en de afstamming van de mens, van de ontwikkeling van de mensenrassen en van de erfelijkheid van ziekten en afwijkingen bij de mens
antropogenie	noun	ontstaan en ontwikkeling van de mensheid
antropografie	noun	de wetenschap van de menselijke raskenmerken
antropologe	noun	een wetenschapster die zich bezighoudt met het bestuderen van het menselijk gedrag
antropologen	=	antropoloog
antropologes	=	antropologe
antropologie	noun	de wetenschap van de mens en het menselijk gedrag
antropologisch	adj	de antropologie betreffend
antropologische	=	antropologisch
antropologischer	=	antropologisch
antropologischere	=	antropologisch
antropologischers	=	antropologisch
antropoloog	noun	een wetenschapper die zich bezighoudt met het bestuderen van het menselijk gedrag
antropoloogje	=	antropoloog
antropoloogjes	=	antropoloog
antropometrie	noun	het bepalen van afmetingen van het menselijk lichaam
antropometrisch	adj	in verband met de antropometrie
antropomorf	adj	naar menselijke maatstaven gedacht of voorgesteld, mensvormig
antropomorfe	=	antropomorf
antropomorfen	=	antropomorf
antropomorfer	=	antropomorf
antropomorfere	=	antropomorf
antropomorfers	=	antropomorf
antropomorfisch	adj	een menselijke gedaante hebbend
antropomorfische	=	antropomorfisch
antropomorfischer	=	antropomorfisch
antropomorfischere	=	antropomorfisch
antropomorfischers	=	antropomorfisch
antropomorfiseer	=	antropomorfiseren
antropomorfiseerde	=	antropomorfiseren
antropomorfiseerden	=	antropomorfiseren
antropomorfiseert	=	antropomorfiseren
antropomorfisere	=	antropomorfiseren
antropomorfiseren	verb	een dier of object als mens behandelen of menselijke eigenschappen toedichten
antropomorfiserend	=	antropomorfiseren
antropomorfiserende	=	antropomorfiseren
antropomorfisme	noun	voorstelling van God, of van andere wezens (robots etc.), in menselijke vormen, met menselijke opvattingen, hartstochten enz
antropomorfismen	=	antropomorfisme
antropomorfs	=	antropomorf
antropomorfst	=	antropomorf
antropomorfste	=	antropomorf
antroponiem	noun	persoonsnaam, eigennaam van een persoon
antroponiemen	=	antroponiem
antroponiempje	=	antroponiem
antroponiempjes	=	antroponiem
antroponymie	noun	de studie naar de oorsprong van de voor- en familienamen van mensen
antroposcopie	noun	het vaststellen van niet-meetbare eigenschappen van het menselijk lichaam
antroposofe	noun	vrouw die de levensbeschouwing van Rudolf Steiner aanhangt
antroposofen	=	antroposoof
antroposofes	=	antroposofe
antroposofie	noun	door Rudolf Steiner (1861-1925) ontwikkelde levensbeschouwing (o.m. over een geestelijke wereld die toegankelijk zou zijn via innerlijke ontwikkeling)
antroposofieën	=	antroposofie
antroposofisch	adj	volgens de antroposofie
antroposofische	=	antroposofisch
antroposofischer	=	antroposofisch
antroposofischere	=	antroposofisch
antroposofischers	=	antroposofisch
antroposoof	noun	een aanhanger van de leer van Rudolf Steiner
antropoïde	noun	mensachtige	adj	mensachtig
antropoïden	=	antropoïde
antropoïdes	=	antropoïde
antruwa	noun	Solanum macrocarpon een plant die lijkt op de aubergineplant
antruwa's	=	antruwa
antwerpenaar	noun	een inwoner van Antwerpen, of iemand afkomstig uit Antwerpen
antwerpenaars	=	antwerpenaar
antwerpenaartje	=	antwerpenaar
antwerpenaartjes	=	antwerpenaar
antwerpenaren	=	antwerpenaar
antwerps	adj	van, uit, betreffende of als in Antwerpen
antwerpsch	=	antwerps
antwerpse	noun	een vrouwelijke inwoner van de stad of provincie Antwerpen
antwerpsen	=	antwerpse
antwerpser	=	antwerps
antwerpsere	=	antwerps
antwerpsers	=	antwerps
antwerpst	=	antwerps
antwerpste	=	antwerps
antwoord	noun	de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
antwoordapparaat	noun	toestel dat automatisch een telefoongesprek opneemt en de beller de gelegenheid geeft een bericht achter te laten
antwoordapparaatje	=	antwoordapparaat
antwoordapparaatjes	=	antwoordapparaat
antwoordapparaten	=	antwoordapparaat
antwoordbrief	noun	schriftelijke reactie op een schrijven
antwoordbriefje	=	antwoordbrief
antwoordbriefjes	=	antwoordbrief
antwoordbrieven	=	antwoordbrief
antwoordcombinatie	noun	een term die wordt gebruikt om meerdere antwoorden op een bepaalde vraag of probleem samen te voegen tot één gestructureerd en coherent geheel
antwoordcombinaties	=	antwoordcombinatie
antwoordcoupon	noun	deel van een advertentie waarmee de lezer van de advertentie direct kan reageren richting adverteerder
antwoordcouponnetje	=	antwoordcoupon
antwoordcouponnetjes	=	antwoordcoupon
antwoordcoupons	=	antwoordcoupon
antwoordde	=	antwoorden
antwoordden	=	antwoorden
antwoorddienst	noun	organisatie de men kan opbellen als men vragen of problemen heeft
antwoorddiensten	=	antwoorddienst
antwoorde	=	antwoorden
antwoorden	verb	het geven van een antwoord
antwoordend	=	antwoorden
antwoordende	=	antwoorden
antwoordenvelop	noun	envelop met een voorgedrukt adres van de ontvanger en waarop de verzender geen postzegel hoeft te plakken
antwoordenveloppe	noun	voorbedrukte envelop waarmee men een bericht naar een bedrijf of organisatie kan sturen zonder dat men porto hoeft te betalen
antwoordenveloppen	=	antwoordenvelop
antwoordenveloppetje	=	antwoordenveloppe
antwoordenveloppetjes	=	antwoordenveloppe
antwoordformulier	noun	een voorbedrukt stuk papier waarop vragen kunnen worden beantwoord
antwoordformulieren	=	antwoordformulier
antwoordje	=	antwoord
antwoordjes	=	antwoord
antwoordkaart	noun	briefkaart met een voorgedrukt adres van de ontvanger en waarop de verzender geen postzegel hoeft te plakken
antwoordkaarten	=	antwoordkaart
antwoordkaartje	=	antwoordkaart
antwoordkaartjes	=	antwoordkaart
antwoordnummer	noun	een postbus waar de ontvanger de kosten voor het versturen van de zending betaalt
antwoordnummers	=	antwoordnummer
antwoordnummertje	=	antwoordnummer
antwoordpakket	noun	samengesteld antwoord op meerdere vragen en verzoeken
antwoordpakketten	=	antwoordpakket
antwoordrooster	noun	een overzicht van vragen en antwoorden
antwoordroosters	=	antwoordrooster
antwoordservice	noun	dienst die vragen van klanten beantwoordt
antwoordservices	=	antwoordservice
antwoordt	=	antwoorden
antwoordzending	noun	methode waarbij klanten zaken terug kunnen sturen naar de verzender zonder dat men daarvoor kosten hoeft te maken
antwoordzendingen	=	antwoordzending
antwoordzendinkje	=	antwoordzending
antwoordzendinkjes	=	antwoordzending
anurie	noun	uitblijven van urinevorming
anus	noun	opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal waardoor afvalstoffen het lichaam verlaten
anusfissuren	=	anusfissuur
anusfissuur	noun	een kloofje in de huid rond de anus
anusfissuurtje	=	anusfissuur
anusfissuurtjes	=	anusfissuur
anusje	=	anus
anusjes	=	anus
anuskloofje	noun	een kloofje in de huid rond de anus
anuskloofjes	=	anuskloofje
anussen	=	anus
anvr	noun	de afkorting voor Algemene Nederlandse Vereniging van Reisbureaus
anw	noun	door de de overheid geregelde uitkering voor echtgenoten en kinderen van alle kostwinners die overlijden
anw's	=	anw
anw'tje	=	anw
anw'tjes	=	anw
anwb	noun	de afkorting voor Algemene Nederlandse Wielrijdersbond, tegenwoordig de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB
anwb-echtpaar	noun	twee getrouwde mensen die dezelfde vrijetijdskleding dragen zoals door de ANWB wordt verkocht
anwb-echtparen	=	anwb-echtpaar
anwb-stel	noun	twee mensen die dezelfde vrijetijdskleding dragen zoals door de ANWB wordt verkocht
anwb-stellen	=	anwb-stel
anwb-stelletje	=	anwb-stel
anwb-stelletjes	=	anwb-stel
anxietas	noun	angstgevoel
anxietates	=	anxietas
anxiolyticum	noun	geneesmiddel dat angst en onrust vermindert
anxtigh	=	angstig
anyumara	noun	Hoplias aimara een straalvinnige vissensoort uit de familie van de forelzalmen
anyumara's	=	anyumara
anzichtkaart	=	ansichtkaart
aoristi	=	aoristus
aoristus	noun	een werkwoordstijd die een perfectief aspect aanduidt
aoristusje	=	aoristus
aoristussen	=	aoristus
aorta	noun	de slagader die van het hart naar het lichaam, behalve de longen, loopt
aorta's	=	aorta
aortaklep	noun	de hartklep tussen de linker kamer en de grote lichaamsslagader
aortakleppen	=	aortaklep
aosta-esparcetteblauwtje	noun	Polyommatus humedasae een vlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, blauwtjes en vuurvlinders
aosta-esparcetteblauwtjes	=	aosta-esparcetteblauwtje
aov	noun	de afkorting voor Algemene ondernemersvaardigheden, voorheen het middenstandsdiploma
aov'er	noun	iemand die AOV (een arbeidsongeschiktheidsverzekering) krijgt
aov'ers	=	aov'er
aov's	=	aov
aov-gerechtigd	adj	aanspraak hebbend op een uitkering van de ouderdomsverzekering voor alle ingezetenen van in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland
aov-gerechtigde	noun	iemand die recht heeft op een uitkering van de ouderdomsverzekering voor alle ingezetenen van in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland
aov-gerechtigden	=	aov-gerechtigde
aov-gerechtigds	=	aov-gerechtigd
aov-leeftijd	noun	de leeftijd vanaf wanneer men recht heeft op een uitkering van de ouderdomsverzekering voor alle ingezetenen van in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland
aov-leeftijden	=	aov-leeftijd
aov-premie	noun	alle gelden die worden geïnd voor de ouderdomsverzekering voor alle ingezetenen van in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland
aov-premies	=	aov-premie
aov-stelsel	noun	alle wetgeving rond de ouderdomsverzekering voor alle ingezetenen van in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Caribisch Nederland die wordt bekostigd door de inning van inkomensafhankelijke premies door de lands- of rijksbelastingdienst
aov-stelsels	=	aov-stelsel
aov-uitkering	noun	een uitkering van het Surinaamse Algemeen Oudedagsvoorzieningsfonds
aov-uitkeringen	=	aov-uitkering
aov-uitkerinkje	=	aov-uitkering
aov-uitkerinkjes	=	aov-uitkering
aov-wet	noun	wet die de AOV regelt
aov-wetten	=	aov-wet
aow	noun	uitkering volgens de regeling voor collectief ouderdomspensioen
aow'er	noun	in Nederland iemand die van overheidswege pensioengeld ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet
aow'ers	=	aow'er
aow'ertje	=	aow'er
aow'ertjes	=	aow'er
aow's	=	aow
aow'tje	=	aow
aow'tjes	=	aow
aow-leeftijd	noun	leeftijd waarop iemand recht heeft op AOW
aow-leeftijden	=	aow-leeftijd
aow-toerist	noun	iemand die in Nederland komt wonen om het recht op volledige AOW bij te kopen voor de jaren dat hij niet in Nederland woonde
aow-toeristen	=	aow-toerist
aow-uitkering	noun	een uitkering van het Nederlandse collectieve ouderdomspensioen in het kader van de AOW
aow-uitkeringen	=	aow-uitkering
aow-uitkerinkje	=	aow-uitkering
aow-uitkerinkjes	=	aow-uitkering
apaan	noun	chemische stof
apache	noun	straatrover die in het begin van de 20ste eeuw actief was in de grote steden (vooral Parijs)
apachedans	noun	indianendans
apachedansen	=	apachedans
apachedansje	=	apachedans
apachedansjes	=	apachedans
apachen	=	apache
apaches	=	apache
apaiseer	=	apaiseren
apaiseerde	=	apaiseren
apaiseerden	=	apaiseren
apaiseert	=	apaiseren
apaisere	=	apaiseren
apaiseren	verb	stillen, kalmeren, doen bedaren
apaiserend	=	apaiseren
apaiserende	=	apaiseren
apalis	noun	Apalis een geslacht van zangvogels uit de familie Cisticolidae.
apalisje	=	apalis
apalisjes	=	apalis
apalissen	=	apalis
apanage	noun	gebied of ander vermogen door een feodaal heerser als inkomstenbron aan een vazal toegekend
apanages	=	apanage
apapane	noun	Himatione sanguinea een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
apapane's	=	apapane
apapanetje	=	apapane
apapanetjes	=	apapane
apart	adj	op zichzelf, afzonderlijk van het andere, afgezonderd, gescheiden, afzonderlijk
aparte	=	apart
aparter	=	apart
apartere	=	apart
aparters	=	apart
apartheden	=	apartheid
apartheid	noun	de in Zuid-Afrika door de blanke overheid in het verleden opgelegde scheiding tussen de verschillende rassen
apartheidje	=	apartheid
apartheidsbeleid	noun	het streven om verschillende etnische groepen gescheiden van elkaar te houden
apartheidsbewind	noun	voormalige regering van Zuid-Afrika die gebaseerd was op een strikte rassenscheiding
apartheidsbewinden	=	apartheidsbewind
apartheidsbus	noun	bus waar personen van maar één etnische groep in mogen vervoerd worden, bus met gescheiden compartimenten voor verschillende etnische groepen
apartheidsbussen	=	apartheidsbus
apartheidspolitiek	noun	overheidsbeleid tussen 1948 en 1990 van Zuid-Afrika, gericht op handhaving van de apartheid tussen blank en zwart
apartheidsregering	noun	een regering die gebaseerd is op rassenscheiding
apartheidsregeringen	=	apartheidsregering
apartheidsregime	noun|historical	Zuid-Afrikaanse regering die rassenscheiding toepaste
apartheidsregimes	=	apartheidsregime
apartheidsstaat	noun	land waar verschillende etnische groepen verschillende wettelijke rechten hebben en zich niet mogen mengen
apartheidsstaten	=	apartheidsstaat
apartheidssysteem	noun	politiek systeem waarbij groepen van verschillende etniciteit gescheiden van elkaar worden gehouden en verschillende rechten hebben
apartheidssystemen	=	apartheidssysteem
apartheidstijd	noun	periode van 1948 tot 1990 toen er rassenscheidingswetten golden in Zuid-Afrika
apartheidstijden	=	apartheidstijd
apartje	noun	overleg in beperkte kring waarbij anderen zijn uitgesloten
apartjes	=	apartje
aparts	=	apart
apartst	=	apart
apartste	=	apart
apathie	noun	lusteloosheid, gebrek aan emotie, motivatie of enthousiasme
apathisch	adj	ongevoelig voor emoties
apathische	=	apathisch
apathischer	=	apathisch
apathischere	=	apathisch
apathischers	=	apathisch
apathischt	=	apathisch
apathischte	=	apathisch
apatride	noun	stateloosheid; het verschijnsel dat men van geen enkele natie een staatsburger is
apatriden	=	apatride
apatrides	=	apatride
apebroodboom	=	apenbroodboom
apegapen	verb	naar adem snakken, uitgeput zijn, bijna dood gaan
apekool	noun|informal	complete onzin, domme praat
apelazarus	noun|informal	in verbindingen met schrikken, lachen, werken, zoeken enz. heel erg hard schrikken, lachen, werken, zoeken enz (zodat je figuurlijk doodgaat zoals lazarus dood is gegaan)
apelazerus	noun|informal	in verbindingen met schrikken, lachen, werken, zoeken enz. heel erg hard schrikken, lachen, werken, zoeken enz (zodat je figuurlijk doodgaat zoals Lazarus dood is gegaan)
apen	noun	Simiiformes een infraorde uit de orde der primaten (Primates).	verb|obsolete	iets als een aap nadoen
apenaids	noun	ziekte bij primaten waarvan het afweersysteem is aangetast door een besmetting met siv
apenarend	noun	soort roofvogel Pithecophaga jefferyi, de nationale vogel van de Filipijnen
apenarenden	=	apenarend
apenarendje	=	apenarend
apenbek	noun	persoon met een heel lelijk of grof gelaat
apenbekje	=	apenbek
apenbekjes	=	apenbek
apenbekken	=	apenbek
apenboomfamilie	noun	een familie Araucariaceae een zeer oude familie van coniferen.
apenborstel	noun	Combretum rotundifolium; een neotropische liaan
apenborstels	=	apenborstel
apenborsteltje	=	apenborstel
apenborsteltjes	=	apenborstel
apenbos	noun	een bos waar een gemeenschap apen woont
apenbosje	=	apenbos
apenbosjes	=	apenbos
apenbossen	=	apenbos
apenbrood	noun	vrucht van de apenbroodboom, Adansonia digitata
apenbroodbomen	=	apenbroodboom
apenbroodboom	noun	Adansonia digitata grote tropische boom uit Afrika en Australië
apenbroodboompje	=	apenbroodboom
apenbroodboompjes	=	apenbroodboom
apenbroodje	=	apenbrood
apenbroodjes	=	apenbrood
apengeil	adj	seksueel zeer opgewonden	noun	uitscheiding uit de geslachtsorganen van apen
apengeile	=	apengeil
apengeiler	=	apengeil
apengeilere	=	apengeil
apengeilers	=	apengeil
apengeils	=	apengeil
apengeilst	=	apengeil
apengeilste	=	apengeil
apengeslacht	noun	groep met elkaar verwante apensoorten
apengeslachten	=	apengeslacht
apengezicht	noun|figurative	iets dat er heel lelijk uitziet
apengezichten	=	apengezicht
apenhaar	noun	fijngesneden tabak
apenharen	=	apenhaar
apenhuis	noun	verblijf voor primaten in een dierentuin
apenhuizen	=	apenhuis
apenjaar	noun	een jaar uit de pubertijd van een jongere waarin sommigen meer apenstreken uithalen
apenjaren	noun	puberale leeftijd waarop jongeren zich vaker misdragen en met name meer apenstreken uithalen
apenjong	noun	kind van een aap,; onvolwassen aap
apenjongen	=	apenjong
apenkolonie	noun	grote groep bij elkaar levende apen
apenkolonies	=	apenkolonie
apenkoloniën	=	apenkolonie
apenkont	noun	de kont van een aap
apenkonten	=	apenkont
apenkontje	=	apenkont
apenkontjes	=	apenkont
apenkooi	noun	tikkertje in een gymzaal waarbij de deelnemers niet met de voeten op de grond mogen komen
apenkooide	=	apenkooien
apenkooiden	=	apenkooien
apenkooie	=	apenkooien
apenkooien	verb	apenkooi spelen (tikkertje in de gymnastiekzaal waarbij alle gymtoestellen opgesteld staan)
apenkooiend	=	apenkooien
apenkooiende	=	apenkooien
apenkooit	=	apenkooien
apenkooitje	=	apenkooi
apenkop	noun|informal	ondeugend kind
apenkopje	=	apenkop
apenkoppen	=	apenkop
apenkopvleermuis	noun	zoogdier uit het geslacht Pteralopex van vleermuizen uit de familie der vleerhonden (Pteropodidae) dat voorkomt in de Salomonseilanden, inclusief de Papoea-Nieuw-Guineese eilanden bougainville en Buka
apenkopvleermuisje	=	apenkopvleermuis
apenkopvleermuisjes	=	apenkopvleermuis
apenkopvleermuizen	noun	Pteralopex een geslacht van vleermuizen uit de familie der vleerhonden (Pteropodidae) dat voorkomt in de Salomonseilanden, inclusief de Papoea-Nieuw-Guineese eilanden Bougainville en Buka
apenkots	noun	braaksel van apen
apenkuren	=	apenkuur
apenkuur	noun|figurative	dwaze, grappige handeling uitgevoerd door een aap
apenland	noun	'onderontwikkeld' land in de tropen
apenlanden	=	apenland
apenliefde	noun	genegenheid en gehechtheid tussen apen
apenliefdes	=	apenliefde
apennijns	adj	met betrekking tot de Apennijnen
apennijnse	=	apennijns
apennijnser	=	apennijns
apennijnsere	=	apennijns
apennijnsers	=	apennijns
apennijnst	=	apennijns
apennijnste	=	apennijns
apennoot	noun	bepaald soort plant met ondergrondse peulvruchten, Arachis hypogaea uit de vlinderbloemenfamilie
apennootje	noun	alleen verkleinwoord peul of zaad van de pindaplant Arachis hypogaea
apennootjes	=	apennootje
apennoten	=	apennoot
apenoot	=	apennoot
apenootje	=	apennootje
apenpak	noun	verkleedkostuum om op een aap te lijken
apenpakje	=	apenpak
apenpakjes	=	apenpak
apenpakken	=	apenpak
apenpakkie	=	apenpak
apenpakkies	=	apenpak
apenpoep	noun	uitwerpselen van apen
apenpok	noun	één pok van de besmettelijke op pokken lijkende ziekte bij apen die ook op de mens kan overgaan maar minder gevaarlijk is dan de pokken
apenpokken	noun	op pokken gelijkende ziekte bij apen die ook op de mens kan overgaan die met name in Afrika voorkomt
apenpoot	noun	een van de onderste ledematen van een aap
apenpootje	=	apenpoot
apenpootjes	=	apenpoot
apenpoten	=	apenpoot
apenrots	noun	natuurlijke stuk gebergte waarop apen leven
apenrotsen	=	apenrots
apenrotsje	=	apenrots
apenrotsjes	=	apenrots
apensoort	noun	een diersoort uit de infraorde der apen
apensoorten	=	apensoort
apenspel	noun	een kluchige, dwaze, onzinnige vertoning
apenspellen	=	apenspel
apenspelletje	=	apenspel
apenspelletjes	=	apenspel
apenstaart	noun	de staart van een aap
apenstaarten	=	apenstaart
apenstaartgeneratie	noun	generatie, geboren na 1990, die is opgegroeid met de moderne communicatiemiddelen, zoals e-mail en internet, waarin het apenstaartje (@) een zekere rol speelt
apenstaartgeneraties	=	apenstaartgeneratie
apenstaartje	noun	alleen verkleinwoord internetsymbool @, gebruikt om aan te geven dat een naam als (deel van) een adres bedoeld is
apenstaartjes	=	apenstaartje
apenstreek	noun	een schelmenstreek, uitgehaald door een speels schepsel, zoals een aap of een puberale jongere tijdens de zogenaamde apenjaren
apenstreekje	=	apenstreek
apenstreekjes	=	apenstreek
apenstreken	=	apenstreek
apenstront	noun	uitwerpselen van apen
apentaal	noun	primitieve, onverstaanbare taal
apentaaltje	=	apentaal
apentaaltjes	=	apentaal
apentuin	noun	dierentuin met apen
apentuinen	=	apentuin
apentuintje	=	apentuin
apentuintjes	=	apentuin
apenverblijf	noun	een speciaal ingerichte ruimte waar primaten worden gehuisvest in gevangenschap, zoals in dierentuinen of opvangcentra
apenverblijfje	=	apenverblijf
apenverblijfjes	=	apenverblijf
apenverblijven	=	apenverblijf
apenvlees	noun	vlees afkomstig van een aap
aperij	noun	een grappige, dommige handeling
aperijen	=	aperij
aperijtje	=	aperij
aperitief	noun	een eetlust opwekkende alcoholische drank die voor de maaltijd genuttigd wordt
aperitiefconcert	noun	klein concert overdag
aperitiefconcerten	=	aperitiefconcert
aperitiefconcertje	=	aperitiefconcert
aperitiefconcertjes	=	aperitiefconcert
aperitiefje	=	aperitief
aperitiefjes	=	aperitief
aperitieven	=	aperitief
apert	adj	voor iedereen duidelijk, onmiskenbaar
aperte	=	apert
aperter	=	apert
apertere	=	apert
aperters	=	apert
aperts	=	apert
apertst	=	apert
apertste	=	apert
aperturen	=	apertuur
apertuur	noun	opening
apertuurantenne	noun	een soortnaam van antennetypen voor zeer hoge frequenties.
apertuurantennes	=	apertuurantenne
apertuurantennetje	=	apertuurantenne
apertuurantennetjes	=	apertuurantenne
apertuurtje	=	apertuur
aperçu	noun	beknopte weergave van informatie
aperçu's	=	aperçu
aperçuutje	=	aperçu
aperçuutjes	=	aperçu
apetrots	adj	heel erg blij met wat men (bereikt) heeft
apetrotse	=	apetrots
apex	noun	top van een ruimtelijk figuur
apexen	=	apex
apezat	adj	veel te veel alcohol gedronken hebbend
apezats	=	apezat
apezatte	=	apezat
apezuur	noun	heel erg in vaste verbinding met werken, schrikken, fietsen, trappen e.d.
apfelstrudel	noun	Oostenrijkse gebaksoort van (blader)deeg, appel en rozijnen
apfelstrudels	=	apfelstrudel
aphelia	=	aphelium
aphelium	noun	verst van de zon verwijderde punt van de baan van een planeet of komeet om de zon
apicaal	noun	een foon (spraakgeluid) geproduceerd door de luchtstroom in de mond te belemmeren met het puntje van de tong	adj	de punt, de kop, de kruin betreffende
apicaals	=	apicaal
apicaalst	=	apicaal
apicaalste	=	apicaal
apicale	=	apicaal
apicalen	=	apicaal
apicaler	=	apicaal
apicalere	=	apicaal
apicalers	=	apicaal
apices	=	apex
apicomplexa	noun	taxonomische groep van eencelligen, Apicomplexa, waarvan de meeste leden parasitair leven
apiculturen	=	apicultuur
apicultuur	noun	bijenteelt
apidologen	=	apidoloog
apidologie	noun	de wetenschappelijke bestudering van bijen en hommels
apidologieën	=	apidologie
apidoloog	noun	wetenschapper die bijen en hommels bestudeert, beoefenaar van de apidologie
apie	noun	alleen verkleinwoord kleine, eenvoudige knikker
apies	=	apie
apin	noun	vrouwelijke aap
apinnen	=	apin
apinnetje	=	apin
apinnetjes	=	apin
apinti	noun	enkelvellig slaginstrument dat door de Surinaamse marrons gebruikt werd om berichten door te seinen naar naburige dorpen en/of stammen
apinti's	=	apinti
apintidrum	noun	enkelvellig slaginstrument dat door de Surinaamse marrons gebruikt werd om berichten door te seinen naar naburige dorpen en/of stammen
apintidrums	=	apintidrum
apk	noun	Algemene Periodieke Keuring, een in Nederland verplichte autokeuring
apk's	=	apk
apk'tje	=	apk
apk-keuring	noun	verplichte algemene periodieke keuring voor personenauto's
apk-keuringen	=	apk-keuring
apk-keurinkje	=	apk-keuring
aplanatisch	adj	zonder vertekening
aplanatische	=	aplanatisch
aplanatischer	=	aplanatisch
aplanatischere	=	aplanatisch
aplanatischers	=	aplanatisch
aplasie	noun	onvolledige ontwikkeling van orgaan of lichaamsdeel
aplodactiliden	noun	een familie Aplodactylidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
aplomadovalk	noun	Falco femoralis een roofvogel uit de familie Falconidae.
aplomadovalken	=	aplomadovalk
aplomadovalkje	=	aplomadovalk
aplomadovalkjes	=	aplomadovalk
aplomb	noun	loodrecht, verticaal, in evenwicht
apneu	noun	ademstilstand (van langer dan 10 seconden)
apneus	=	apneu
apneutje	=	apneu
apneutjes	=	apneu
apnoe	=	apneu
apnoea	=	apneu
apo	noun	algemeen periodiek onderhoud
apo's	=	apo
apocalyps	noun	einde van de wereld, zoals beschreven in het Bijbelboek Openbaringen
apocalypsen	=	apocalyps
apocalyptici	=	apocalypticus
apocalypticus	noun	iemand die denkt dat het einde der tijden nabij is
apocalyptiek	noun	de zonder wetenschappelijke onderbouwing bestaande overtuiging dat het einde van de wereld, de "apocalyps", aanstaande is
apocalyptisch	adj	betrekking hebbend op of ontleend aan de Apocalyps
apocalyptische	=	apocalyptisch
apocalyptischer	=	apocalyptisch
apocalyptischere	=	apocalyptisch
apocalyptischers	=	apocalyptisch
apocope	noun	deletie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordeinde
apocope's	=	apocope
apocopeer	=	apocoperen
apocopeerde	=	apocoperen
apocopeerden	=	apocoperen
apocopeert	=	apocoperen
apocopen	=	apocope
apocopere	=	apocoperen
apocoperen	verb	afhakken
apocoperend	=	apocoperen
apocoperende	=	apocoperen
apocopes	=	apocope
apocrief	noun	overgeleverde tekst die volgens een kerkgenootschap niet echt tot de Bijbel behoort	adj	volgens een kerkgenootschap niet echt tot de Bijbel behorend
apocriefe	=	apocrief
apocriefen	=	apocrief
apocriefer	=	apocrief
apocriefere	=	apocrief
apocriefers	=	apocrief
apocriefs	=	apocrief
apocriefst	=	apocrief
apocriefste	=	apocrief
apocryph	=	apocrief
apodictisch	adj	onweerlegbaar, noodzakelijk waar
apodictische	=	apodictisch
apodictischer	=	apodictisch
apodictischere	=	apodictisch
apodictischers	=	apodictisch
apogeum	noun	punt in de baan van een hemellichaam, dat het verst van de aarde verwijderd is
apograaf	noun	handschrift dat vanaf het origineel van de eigenlijke auteur door een kopiist of secretaris is overgeschreven naar een voorbeeldtekst
apografen	=	apograaf
apohoningzuiger	noun	Aethopyga boltoni een honingzuiger, die alleen voorkomt op het eiland Mindanao, in het zuiden van de Filipijnen.
apohoningzuigers	=	apohoningzuiger
apohoningzuigertje	=	apohoningzuiger
apohoningzuigertjes	=	apohoningzuiger
apokoinou	noun	zinsconstructie waarbij een of meer woorden tot twee zinnen of zinsdelen tegelijk horen
apokoinous	=	apokoinou
apolair	adj	geen pool (lading etc.) hebbend
apolairder	=	apolair
apolairdere	=	apolair
apolairders	=	apolair
apolaire	=	apolair
apolairs	=	apolair
apolairst	=	apolair
apolairste	=	apolair
apolitiek	adj	zonder enige politieke lading of interesse
apolitieke	=	apolitiek
apolitieker	=	apolitiek
apolitiekere	=	apolitiek
apolitiekers	=	apolitiek
apolitieks	=	apolitiek
apolitiekst	=	apolitiek
apolitiekste	=	apolitiek
apollinisch	adj	van Apollo
apollinische	=	apollinisch
apollinischer	=	apollinisch
apollinischere	=	apollinisch
apollinischers	=	apollinisch
apollovlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Parnassius apollo, uit de familie Papilionidae, die in Nederland voorkomt
apollovlinders	=	apollovlinder
apolocotinga	noun	Phibalura boliviana een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
apolocotinga's	=	apolocotinga
apolocotingaatje	=	apolocotinga
apolocotingaatjes	=	apolocotinga
apologeet	noun	verdediger van de leer van het christendom in de 2e en 3e eeuw tegen de aanklachten vanwege het paganisme en het jodendom
apologen	=	apoloog
apologeten	=	apologeet
apologetica	noun	leer der verdediging (van het Christendom)
apologetiek	noun	verdediging of bewijsvoering van een religie met behulp van argumenten; wetenschappelijke verdediging van het Christendom tegen niet-Christenen
apologetieken	=	apologetiek
apologetisch	adj	verdedigend
apologetische	=	apologetisch
apologetischer	=	apologetisch
apologetischere	=	apologetisch
apologetischers	=	apologetisch
apologie	noun	een mondelinge of schriftelijke verdediging van een persoon, zaak of leer tegen onrechtvaardige aanvallen
apologietje	=	apologie
apologietjes	=	apologie
apologieverbod	noun	verbod op het goedpraten, verheerlijken, bagatelliseren of ontkennen van ernstige misdrijven, zoals terrorisme of genocide, vaak bedoeld om radicalisering en extremisme tegen te gaan
apologieverboden	=	apologieverbod
apologieverbodje	=	apologieverbod
apologieverbodjes	=	apologieverbod
apologieën	=	apologie
apologisch	adj	van de aard van een apoloog of apologie
apologische	=	apologisch
apologischer	=	apologisch
apologischere	=	apologisch
apologischers	=	apologisch
apoloog	noun	anekdote met een moraal
apoplectisch	adj	zoals voorkomt bij een beroerte
apoplectische	=	apoplectisch
apoplectischer	=	apoplectisch
apoplectischere	=	apoplectisch
apoplectischers	=	apoplectisch
apoplexie	noun	hevige bloeduitstorting in de hersenen
apoplexieën	=	apoplexie
apoptose	noun	geprogrammeerde celdood
aporetisch	adj	zonder uitweg, geen oplossing of antwoord vindend
aporetische	=	aporetisch
aporetischer	=	aporetisch
aporetischere	=	aporetisch
aporetischers	=	aporetisch
aporie	noun	onoplosbaar probleem
aporieën	=	aporie
aporofobie	noun	afkeer van mensen die arm zijn en de manier waarop zij leven
aposematisch	adj	van dieren dat ze voorzien zijn van felle, opvallende kleuren of patronen als waarschuwingssignaal naar roofdieren dat ze giftig, gevaarlijk of onsmakelijk zijn
aposematische	=	aposematisch
aposematischer	=	aposematisch
aposematischere	=	aposematisch
aposematischers	=	aposematisch
aposiopese	noun	plotseling afbreken van een zin als middel om de aandacht te vestigen op een ontwikkelde gedachte of om opwinding uit te drukken
aposiopeses	=	aposiopese
apostaat	noun	afvallige
apostasie	noun	afstand nemen van het geloof waarvan men eerst aanhanger van was
apostaten	=	apostaat
apostel	noun	elk van de voornaamste twaalf leerlingen van Jezus en eerste verkondigers van het christendom
apostelbrief	noun	brief geschreven door een apostel aan een plaatselijke geloofsgemeenschap zoals deze zijn opgenomen in het Nieuwe Testament van de Bijbel
apostelbriefje	=	apostelbrief
apostelbriefjes	=	apostelbrief
apostelbrieven	=	apostelbrief
apostelen	=	apostel
apostels	=	apostel
apostelschap	noun	het apostel zijn
aposteltje	=	apostel
aposteltjes	=	apostel
apostelvogel	noun	Struthidea cinerea een snelle, grijze of zwarte vogel van de familie van de slijknestkraaien (Corcoracidae)
apostelvogels	=	apostelvogel
apostelvogeltje	=	apostelvogel
apostelvogeltjes	=	apostelvogel
apostil	noun	stempel of aanvullend document dat de geldigheid van de ondertekening van een document verzekert
apostille	noun	stempel of aanvullend document dat de geldigheid van de ondertekening van een document verzekert
apostilleer	=	apostilleren
apostilleerde	=	apostilleren
apostilleerden	=	apostilleren
apostilleert	=	apostilleren
apostillen	=	apostil
apostillere	=	apostilleren
apostilleren	verb	kanttekeningen maken bij, kanttekenen
apostillerend	=	apostilleren
apostillerende	=	apostilleren
apostilles	=	apostille
apostolaat	noun	het geheel van activiteiten die uitgaan van de Katholieke Kerk tot verbreiding van het evangelie in woord, sacrament en daad te midden van niet-christelijke volkeren
apostolair	adj	betreffende de apostelen of het apostolaat
apostolaire	=	apostolair
apostolairs	=	apostolair
apostolaten	=	apostolaat
apostolica	=	apostolicum
apostolicum	noun	tweede deel van het Nieuwe Testament bestaande uit de Handelingen, Brieven en de Openbaring van Johannes
apostolisch	adj	van de apostelen afkomstig
apostolische	=	apostolisch
apostolischer	=	apostolisch
apostolischere	=	apostolisch
apostolischers	=	apostolisch
apostrof	noun	leesteken lijkend op een komma maar hoger geplaatst
apostroffen	=	apostrof
apostrofje	=	apostrof
apostrofjes	=	apostrof
apostrofs	=	apostrof
apostrophe	=	apostrof
apothecia	=	apothecium
apothecium	noun	een duidelijk gevormde, enkelvoudige of samengevoegde, bekerachtige structuur die voorkomt bij sommige zakjeszwammen (ascomyceten)
apotheciën	=	apothecium
apotheek	noun	plaats waar men geneesmiddelen en andere gezondheidsproducten kan kopen
apotheekhoudend	adj	in de eigen praktijk een apotheek voor patiënten houdend
apotheekhoudende	=	apotheekhoudend
apotheekhoudends	=	apotheekhoudend
apotheekje	=	apotheek
apotheekjes	=	apotheek
apotheekkast	noun	klein afsluitbaar bergmeubel waarin je medicijnen kunt bewaren
apotheekkasten	=	apotheekkast
apotheken	=	apotheek
apotheker	noun	iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt
apothekeres	noun	een vrouwelijke apotheker
apothekeressen	=	apothekeres
apothekers	=	apotheker
apothekersassistent	noun	een medewerker in de apotheek die het lopende werk doet.
apothekersassistente	noun	vrouw die in een apotheek werkt onder leiding van een apotheker
apothekersassistenten	=	apothekersassistent
apothekersassistentes	=	apothekersassistente
apothekersexamen	noun	examen wat men moet afleggen om apotheker te worden
apothekersexamens	=	apothekersexamen
apothekersorganisatie	noun	vereniging waar apothekers bij zijn aangesloten
apothekersorganisaties	=	apothekersorganisatie
apothekersrekening	noun	een rekening zoals door een apotheker wordt uitgeschreven voor de levering van geneesmiddelen
apothekersrekeningen	=	apothekersrekening
apothekersskink	noun	Scincus scincus een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
apothekersskinken	=	apothekersskink
apothekersskinkje	=	apothekersskink
apothekersskinkjes	=	apothekersskink
apothekerswiet	noun	medicinale wiet die men via de apotheker kan verkrijgen
apothekertje	=	apotheker
apothekertjes	=	apotheker
apothema	noun	een meetkundige term die zowel op een cirkel als een regelmatige veelhoek kan worden toegepast
apothema's	=	apothema
apothemaatje	=	apothema
apothemaatjes	=	apothema
apotheose	noun	slotstuk van een opvoering vertoond met veel pracht en praal
apotheosen	=	apotheose
app	noun	een afkorting van "application", een gebruiksklaar programma waarmee digitale apparatuur bepaalde functies kan vervullen
appaire	noun	affaire met iemand waarmee men niet getrouwd is via de sociale media site WhasApp
appaires	=	appaire
appalachenbossalamander	noun	Plethodon jordani een amfibie uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
appalachenbossalamanders	=	appalachenbossalamander
appalachenbossalamandertje	=	appalachenbossalamander
appalachenbossalamandertjes	=	appalachenbossalamander
appalachenkatoenstaart	noun	Sylvilagus obscurus haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
appalachenkatoenstaarten	=	appalachenkatoenstaart
appalachenkatoenstaartje	=	appalachenkatoenstaart
appalachenkatoenstaartjes	=	appalachenkatoenstaart
apparaat	noun	een door mensen gemaakt voorwerp dat is samengesteld uit verschillende onderdelen en een bepaalde functie heeft
apparaatje	=	apparaat
apparaatjes	=	apparaat
apparaatskost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan de organisatie en administratie en dus niet aan het doel waarvoor het geld bestemd was
apparaatskosten	noun	geld dat men besteedt aan de organisatie en administratie en dus niet aan het doel waarvoor het geld bestemd was
apparaten	=	apparaat
apparatenbezit	noun	het in eigendom hebben van toestellen
apparatenbouw	noun	het produceren van toestellen
apparatsjik	noun	iemand die ten tijde van het Sovjet-tijdperk werkte bij de Communistische Partij of de Russische overheid
apparatsjiks	=	apparatsjik
apparatuur	noun	geheel aan toestellen en toebehoren dat men voor een bepaalde taak benodigt
apparatuurkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het gebruik of bezit van de benodigde toestellen
appareil	noun	mengsel van verschillende ingrediënten
apparent	adj	de aanstaande echtgenoot of echtgenote (iemand die blijkbaar de man of vrouw van iemand gaat worden)
apparente	=	apparent
apparenteer	=	apparenteren
apparenteerde	=	apparenteren
apparenteerden	=	apparenteren
apparenteert	=	apparenteren
apparenter	=	apparent
apparentere	=	apparent
apparenteren	verb	aanpassen van iets om het in overeenstemming te brengen met nieuwe wet- en regelgeving
apparenterend	=	apparenteren
apparenterende	=	apparenteren
apparentering	noun	Bij parlementsverkiezingen: een lijstverbinding tussen dezelfde partijen over verschillende stemdistricten.
apparenteringen	=	apparentering
apparenters	=	apparent
apparents	=	apparent
apparentst	=	apparent
apparentste	=	apparent
apparitie	noun	het zich ergens vertonen van personen; kort verblijf
apparities	=	apparitie
appartement	noun	een afzonderlijke woning in een groter gebouw
appartementen	=	appartement
appartementenblok	noun	groot aaneengesloten gebouw dat is opgedeeld in verschillende zelfstandige wooneenheden
appartementenblokje	=	appartementenblok
appartementenblokjes	=	appartementenblok
appartementenblokken	=	appartementenblok
appartementencomplex	noun	een gebouw waarin meer woningen van één verdieping aanwezig zijn.
appartementencomplexen	=	appartementencomplex
appartementencomplexje	=	appartementencomplex
appartementencomplexjes	=	appartementencomplex
appartementengebouw	noun	gebouw met verschillende zelfstandige wooneenheden
appartementengebouwen	=	appartementengebouw
appartementje	=	appartement
appartementjes	=	appartement
appartementsblok	noun	groot aaneengesloten gebouw dat is opgedeeld in verschillende zelfstandige wooneenheden
appartementsblokje	=	appartementsblok
appartementsblokjes	=	appartementsblok
appartementsblokken	=	appartementsblok
appartementsgebouw	noun	een groter gebouw (meestal met meerdere woonlagen) waarin verschillende zelfstandige woningen zitten
appartementsgebouwen	=	appartementsgebouw
appartementsgebouwtje	=	appartementsgebouw
appartementsgebouwtjes	=	appartementsgebouw
appartementsrecht	noun	de rechten en plichten die iemand heeft in een vereniging van eigenaren; het verdelen van het eigendomsrecht van een gebouw in meerdere delen
appassionato	adv	hartstochtelijk (Italiaanse muziekterm met betrekking tot de manier waarop een stuk of passage uitgevoerd dient te worden)
appathon	noun	landurige bijeenkomst van mensen die in een sessie een app ontwikkelen en testen
appathons	=	appathon
appbericht	noun	bericht dat verstuurd is via WhatsApp of een soortgelijk programma
appberichten	=	appbericht
appberichtje	=	appbericht
appberichtjes	=	appbericht
appe	=	appen
appeal	noun	aanlokkelijkheid, aantrekkelijkheid, aantrekkingskracht [2]
appeals	=	appeal
appeasement	noun	diplomatiek beleid gericht op het vermijden van oorlog door concessies te doen aan een andere macht
appel	noun	tijdstip waarop alle leden van een groep bijeengeroepen worden om hun aanwezigheid te bewijzen.
appelaar	noun	appelboom
appelaars	=	appelaar
appelaartje	=	appelaar
appelaartjes	=	appelaar
appelaren	=	appelaar
appelautomaat	noun	verkoopautomaat (vending machine) waar je 24 uur per dag verse appels rechtstreeks van de teler kunt kopen
appelautomaatje	=	appelautomaat
appelautomaatjes	=	appelautomaat
appelautomaten	=	appelautomaat
appelazijn	noun	uit appelcider bereide azijn
appelazijnen	=	appelazijn
appelazijntje	=	appelazijn
appelazijntjes	=	appelazijn
appelbacove	noun	dikke, korte banaan met de smaak van een appel
appelbacoven	=	appelbacove
appelbacoves	=	appelbacove
appelbanaan	noun	een bananenras met banaantjes van ongeveer 9 cm lang, die een beetje naar appels smaken
appelbeignet	noun	gebakken schijfje in deeg gedoopte appel
appelbeignetje	=	appelbeignet
appelbeignetjes	=	appelbeignet
appelbeignets	=	appelbeignet
appelbes	noun	een geslacht Aronia van planten uit de rozenfamilie (Rosaceae) dat van oorsprong voorkomt in het oosten van de Verenigde Staten.
appelbesje	=	appelbes
appelbesjes	=	appelbes
appelbessen	=	appelbes
appelbladgalmug	noun	Dasineura mali een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
appelbladgalmuggen	=	appelbladgalmug
appelbladgalmugje	=	appelbladgalmug
appelbladgalmugjes	=	appelbladgalmug
appelbladmineermot	noun	Stigmella malella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
appelbladmineermotje	=	appelbladmineermot
appelbladmineermotjes	=	appelbladmineermot
appelbladmineermotten	=	appelbladmineermot
appelbladroller	noun	bepaalde soort vlinder, Cydia pomonella, uit de familie van de bladrollers Tortricidae, die algemeen in Nederland en Vlaanderen voorkomt
appelbladrollers	=	appelbladroller
appelblauwzeegroen	adj	met een iets doffere tint van turquoise	noun	iets doffere tint van turquoise
appelblauwzeegroene	=	appelblauwzeegroen
appelblauwzeegroenen	=	appelblauwzeegroen
appelblauwzeegroener	=	appelblauwzeegroen
appelblauwzeegroenere	=	appelblauwzeegroen
appelblauwzeegroeners	=	appelblauwzeegroen
appelblauwzeegroens	=	appelblauwzeegroen
appelblauwzeegroenst	=	appelblauwzeegroen
appelblauwzeegroenste	=	appelblauwzeegroen
appelbloedluis	noun	Eriosoma lanigerum een plantensap opzuigend insect uit de superfamilie van de bladluizen (Aphididae).
appelbloedluisje	=	appelbloedluis
appelbloedluisjes	=	appelbloedluis
appelbloedluizen	=	appelbloedluis
appelbloeisem	=	appelbloesem
appelbloesem	noun	bloem van een appelboom Malus domestica
appelbloesempje	=	appelbloesem
appelbloesems	=	appelbloesem
appelbogaard	=	appelboomgaard
appelbol	noun	een gebak dat uit een binnenkant van een met een appelboor uitgeholde appel en een buitenkant van bladerdeeg bestaat
appelbollen	=	appelbol
appelbolletje	=	appelbol
appelbolletjes	=	appelbol
appelbomen	=	appelboom
appelboom	noun	boom waaraan appels groeien
appelboomgaard	noun	aantal, geplante appelbomen die men laat groeien om appels te kunnen oogsten
appelboomgaarden	=	appelboomgaard
appelboomgaardje	=	appelboomgaard
appelboomkaaszwam	noun	Pappia fissilis een eenjarige schimmel uit de familie Meruliaceae.
appelboomkaaszwammen	=	appelboomkaaszwam
appelboomkaaszwammetje	=	appelboomkaaszwam
appelboomkaaszwammetjes	=	appelboomkaaszwam
appelboompje	=	appelboom
appelboompjes	=	appelboom
appelboor	noun	een keukenhulp waarmee het klokhuis van een (hele) appel kan worden verwijderd
appelboortje	=	appelboor
appelboortjes	=	appelboor
appelboren	=	appelboor
appelcactus	noun	Cereus repandus een grote zuilcactus die 10 tot 12 meter hoog kan worden
appelcactusje	=	appelcactus
appelcactusjes	=	appelcactus
appelcactussen	=	appelcactus
appelcake	noun	appeltaart met cakedeeg
appelcakes	=	appelcake
appelcarré	noun	vierkant stuk appelgebak
appelcarrés	=	appelcarré
appelcompote	noun	grove appelmoes met stukjes appel
appelcompoteje	=	appelcompote
appelcompotejes	=	appelcompote
appelcompotes	=	appelcompote
appeldagvaarding	noun	dagvaarding in hoger beroep; een formeel juridisch document, betekend door een gerechtsdeurwaarder, waarmee een partij in een civiele procedure een vonnis van de rechtbank aanvecht en het hoger beroep bij het gerechtshof start.
appeldagvaardingen	=	appeldagvaarding
appeldagvaardinkje	=	appeldagvaarding
appeldagvaardinkjes	=	appeldagvaarding
appeldeler	noun	keukengerei dat een appel in één beweging ontpit en in gelijke partjes snijdt
appeldelers	=	appeldeler
appelen	=	appel
appelfiguren	=	appelfiguur
appelfiguur	noun	het lichaam hebbende met de vorm van een appel, waarbij men breder is rond de borst en de buik, maar men slanker is bij de benen en de schouders
appelfiguurtje	=	appelfiguur
appelfiguurtjes	=	appelfiguur
appelflap	noun	lekkernij gemaakt van bladerdeeg, driehoekig van vorm en gevuld met een mengsel van in blokjes gesneden appel en kaneel
appelflapje	=	appelflap
appelflapjes	=	appelflap
appelflappen	=	appelflap
appelflauwte	noun	een licht gevoel van flauwte (die verholpen zou worden door het eten van een appel)
appelflauwten	=	appelflauwte
appelflauwtes	=	appelflauwte
appelgebak	noun	banket waarin appel is verwerkt
appelgebakje	=	appelgebak
appelgebakjes	=	appelgebak
appelglasvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Synanthedon myopaeformis, uit de familie Sesiidae, die in Nederland voorkomt
appelglasvlinders	=	appelglasvlinder
appelgrauw	adj	kleur van een paard: grauw met appelronde plekken
appelgrauwe	=	appelgrauw
appelgrauwer	=	appelgrauw
appelgrauwere	=	appelgrauw
appelgrauwers	=	appelgrauw
appelgrauws	=	appelgrauw
appelgrauwst	=	appelgrauw
appelgrauwste	=	appelgrauw
appelgrijs	noun	Grauw geappeld, grauw met appelronde plekken ook appelgrauw genoemd
appelgrijzen	=	appelgrijs
appelgroen	noun	een frisgroene kleur	adj	met een frisgroene kleur
appelgroene	=	appelgroen
appelgroenen	=	appelgroen
appelgroener	=	appelgroen
appelgroenere	=	appelgroen
appelgroeners	=	appelgroen
appelgroens	=	appelgroen
appelgroenst	=	appelgroen
appelgroenste	=	appelgroen
appelhoekmineermot	noun	Stigmella incognitella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
appelhoekmineermotje	=	appelhoekmineermot
appelhoekmineermotjes	=	appelhoekmineermot
appelhoekmineermotten	=	appelhoekmineermot
appelkoek	noun	klein appeltaartje
appelkoeken	=	appelkoek
appelkoekje	=	appelkoek
appelkoekjes	=	appelkoek
appelkoos	noun|obsolete	abrikoos
appelkoosje	=	appelkoos
appelkoosjes	=	appelkoos
appelkoosziekte	noun	ziekte met koorts en diarree voorkomend in het begin van de zomer in Zuid-Afrika.
appelkozen	=	appelkoos
appelkwastmot	noun	Blastodacna atra een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
appelkwastmotje	=	appelkwastmot
appelkwastmotjes	=	appelkwastmot
appelkwastmotten	=	appelkwastmot
appellabel	adj	waartegen beroep openstaat
appellabele	=	appellabel
appellabeler	=	appellabel
appellabelere	=	appellabel
appellabelers	=	appellabel
appellabels	=	appellabel
appellabelst	=	appellabel
appellabelste	=	appellabel
appellant	noun	partij die in beroep is gegaan
appellante	noun	vrouw of organisatie die in beroep is gegaan
appellanten	=	appellant
appellantes	=	appellante
appellatie	noun	zitting voor de behandeling van appélzaken
appellatief	noun	soortnaam
appellatiefje	=	appellatief
appellatiefjes	=	appellatief
appellaties	=	appellatie
appellatieven	=	appellatief
appellation	noun	herkomstbenaming van een product
appellations	=	appellation
appelleer	=	appelleren
appelleerde	=	appelleren
appelleerden	=	appelleren
appelleert	=	appelleren
appellere	=	appelleren
appelleren	verb	~aan een beroep doen op, speculeren op
appellerend	=	appelleren
appellerende	=	appelleren
appelletje	=	appel
appelletjes	=	appel
appelmachientje	=	appelschilmachine
appelmachientjes	=	appelschilmachine
appelmoes	noun	een moes van gekookte appels
appelmoesje	=	appelmoes
appelmoesjes	=	appelmoes
appelmolmboorder	noun	Epicallima formosella een nachtvlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
appelmolmboorders	=	appelmolmboorder
appelmolmboordertje	=	appelmolmboorder
appelmolmboordertjes	=	appelmolmboorder
appeloogst	noun	de oogst van de appelen
appeloogsten	=	appeloogst
appelpannenkoek	noun	een pannenkoek met appel
appelpannenkoeken	=	appelpannenkoek
appelpannenkoekje	=	appelpannenkoek
appelpannenkoekjes	=	appelpannenkoek
appelpedaalmot	noun	Argyresthia curvella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
appelpedaalmotje	=	appelpedaalmot
appelpedaalmotjes	=	appelpedaalmot
appelpedaalmotten	=	appelpedaalmot
appelpit	noun	de zaadkorrel die binnen in het klokhuis van een appel aanwezig is, waaruit een appelboom kan groeien
appelpitje	=	appelpit
appelpitjes	=	appelpit
appelpitten	=	appelpit
appelplaats	noun	een centrale open plek op een kazerneterrein of in een gevangenenkamp waar een appel (hier de verzameling van een groep militairen of gevangenen) gehouden wordt
appelplaatsen	=	appelplaats
appelpluk	noun	het oogsten van appels
appelpot	noun	een speciaal bakje, vaak gemaakt van keramiek, om een hele appel in te bereiden in de oven
appelpotje	=	appelpot
appelpotjes	=	appelpot
appelpotten	=	appelpot
appelpunt	noun	puntvorming deel van een ronde appeltaart
appelpunten	=	appelpunt
appelpuntje	=	appelpunt
appelpuntjes	=	appelpunt
appelras	noun	ras waartoe een appelsoort behoort
appelrasje	=	appelras
appelrasjes	=	appelras
appelrassen	=	appelras
appelrechter	noun	rechter die een uitspraak doet in hoger beroep
appelrechters	=	appelrechter
appelrond	adj	zo rond als een appel
appelronde	=	appelrond
appelronds	=	appelrond
appelrotkelkje	noun	Monilinia fructigena een zwam uit de familie Sclerotiniaceae.
appelrotkelkjes	=	appelrotkelkje
appelrussula	noun	Russula paludosa een paddenstoel uit de familie Russulaceae.
appelrussula's	=	appelrussula
appelrussulaatje	=	appelrussula
appelrussulaatjes	=	appelrussula
appels	=	appel
appelsap	noun	een vruchtensap die uit appels bereid is
appelsapje	=	appelsap
appelsapjes	=	appelsap
appelsappen	=	appelsap
appelschel	=	appelschil
appelschijf	noun	afgesneden plak van een appel
appelschijfje	=	appelschijf
appelschijfjes	=	appelschijf
appelschijven	=	appelschijf
appelschil	noun	de buitenste beschermlaag van een appel
appelschilapparaat	noun	keukenhulpmiddel dat razendsnel appels (en soms andere groenten/fruit) schilt, het klokhuis verwijdert en vaak in spiraalvormige schijfjes snijdt
appelschilapparaatje	=	appelschilapparaat
appelschilapparaatjes	=	appelschilapparaat
appelschilapparaten	=	appelschilapparaat
appelschillen	verb	het verwijderen van de buitenste beschermlaag van een appel
appelschillende	=	appelschillen
appelschiller	noun	keukenhulpmiddel dat razendsnel appels (en soms andere groenten/fruit) schilt, het klokhuis verwijdert en vaak in spiraalvormige schijfjes snijdt
appelschillers	=	appelschiller
appelschillertje	=	appelschiller
appelschillertjes	=	appelschiller
appelschilletje	=	appelschil
appelschilmachine	noun	keukenhulpmiddel dat razendsnel appels (en soms andere groenten/fruit) schilt, het klokhuis verwijdert en vaak in spiraalvormige schijfjes snijdt
appelschilmachines	=	appelschilmachine
appelschilmachinetje	=	appelschilmachine
appelschilmachinetjes	=	appelschilmachine
appelschimmel	noun	schimmel die appelvormige plekken veroorzaakt
appelschimmels	=	appelschimmel
appelschurftzwam	noun	Venturia inaequalis een van de belangrijkste veroorzakers van plantenziekten bij appel
appelschurftzwammen	=	appelschurftzwam
appelschurftzwammetje	=	appelschurftzwam
appelschurftzwammetjes	=	appelschurftzwam
appelsien	noun	een sinaasappel
appelsienboom	=	appelsienenboom
appelsienen	=	appelsien
appelsienenbomen	=	appelsienenboom
appelsienenboom	noun	Citrus sinensis boom waaraan sinaasappels groeien
appelsienenboompje	=	appelsienenboom
appelsienenboompjes	=	appelsienenboom
appelsienenhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep sinaasappels in- en verkoopt.
appelsienenhandelaars	=	appelsienenhandelaar
appelsienenhandelaartje	=	appelsienenhandelaar
appelsienenhandelaartjes	=	appelsienenhandelaar
appelsienenhandelaren	=	appelsienenhandelaar
appelsienenschil	noun	de schil van een sinaasappel
appelsienenschillen	=	appelsienenschil
appelsienenschilletje	=	appelsienenschil
appelsiensap	noun	sap afkomstig van sinaasappels
appelsiensapje	=	appelsiensap
appelsiensapjes	=	appelsiensap
appelsiensappen	=	appelsiensap
appelsientje	=	appelsien
appelsientjes	=	appelsien
appelsla	noun	rauwkostgerecht met appel
appelslof	noun	soort appelgebak
appelsloffen	=	appelslof
appelslofje	=	appelslof
appelslofjes	=	appelslof
appelsmort	noun	een mengsel van appel, rozijnen, suiker, roompoeder en kaneel dat gebruikt wordt voor de vervaardiging van appeltaart
appelsneeuwmot	noun	Leucoptera malifoliella een vlinder uit de familie sneeuwmotten (Lyonetiidae).
appelsneeuwmotje	=	appelsneeuwmot
appelsneeuwmotjes	=	appelsneeuwmot
appelsneeuwmotten	=	appelsneeuwmot
appelsnijder	noun	keukengerei dat een appel in één beweging ontpit en in gelijke partjes snijdt
appelsnijders	=	appelsnijder
appelsnijdertje	=	appelsnijder
appelsnijdertjes	=	appelsnijder
appelsoort	noun	een specifieke variëteit van de appel (Malus domestica), met unieke kenmerken zoals smaak (zoet, zuur), textuur (knapperig, zacht), kleur en toepassing (eetappel, keukenappel), met bekende voorbeelden als Elstar, Jonagold, Gala en Goudreinet, die allemaal afstammen van de wilde appel
appelsoorten	=	appelsoort
appelsoortje	=	appelsoort
appelsoortjes	=	appelsoort
appelspijs	noun	een moes van gekookte appels
appelspijsje	=	appelspijs
appelspijzen	=	appelspijs
appelspintkever	noun	Scolytus mali een keversoort uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
appelspintkevers	=	appelspintkever
appelspintkevertje	=	appelspintkever
appelspintkevertjes	=	appelspintkever
appelstippelmot	noun	Yponomeuta malinellus een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae).
appelstippelmotje	=	appelstippelmot
appelstippelmotjes	=	appelstippelmot
appelstippelmotten	=	appelstippelmot
appelstroop	noun	een donkere stroop gemaakt van appels
appelstropen	=	appelstroop
appeltaart	noun	gebak gevuld met stukjes vruchten van de appelboom
appeltaarten	=	appeltaart
appeltaartje	=	appeltaart
appeltaartjes	=	appeltaart
appeltak	noun	bepaalde soort vlinder, Campaea margaritaria, uit de familie Geometridae, die in Nederland voorkomt
appeltakken	=	appeltak
appelthee	noun	een Turkse thee met een appelsmaak
appeltheetje	=	appelthee
appeltheetjes	=	appelthee
appeltheeën	=	appelthee
appeltje	=	appel
appeltje-eitje	adj	van iets dat het heel eenvoudig is om te doen
appeltjes	=	appel
appelverdeler	noun	keukengerei dat een appel in één beweging ontpit en gelijke partjes snijdt
appelverdelers	=	appelverdeler
appelverdelertje	=	appelverdeler
appelverdelertjes	=	appelverdeler
appelvink	noun	Coccothraustes coccothraustes een zangvogel die is te herkennen aan zijn typische roep, zijn forse bouw, de witte vleugelvelden en de witte eindband op zijn staart
appelvinken	=	appelvink
appelvinkje	=	appelvink
appelvormig	adj	vorm van een appel hebbend
appelvormige	=	appelvormig
appelvormiger	=	appelvormig
appelvormigere	=	appelvormig
appelvormigers	=	appelvormig
appelvormigs	=	appelvormig
appelvormigst	=	appelvormig
appelvormigste	=	appelvormig
appelvouwmot	noun	Phyllonorycter blancardella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
appelvouwmotje	=	appelvouwmot
appelvouwmotjes	=	appelvouwmot
appelvouwmotten	=	appelvouwmot
appelvruchtsteker	noun	Tatianaerhynchites aequatus een keversoort uit de familie Rhynchitidae.
appelvruchtstekers	=	appelvruchtsteker
appelvruchtstekertje	=	appelvruchtsteker
appelvruchtstekertjes	=	appelvruchtsteker
appelwang	noun	bolle wang met een gezonde rode kleur
appelwangen	=	appelwang
appelwangetje	=	appelwang
appelwangetjes	=	appelwang
appelwijn	noun	alcoholhoudende drank gemaakt van vergist appelsap
appelwijnen	=	appelwijn
appelwijntje	=	appelwijn
appelwijntjes	=	appelwijn
appelzebramot	noun	Parornix scoticella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
appelzebramotje	=	appelzebramot
appelzebramotjes	=	appelzebramot
appelzebramotten	=	appelzebramot
appen	verb|informal	tekstberichten versturen met een smartphone
append	=	appen
appendage	noun	elk van de kleine bijbehorende toestellen en onderdelen die dienen ter completering van een machine of een installatie
appendages	=	appendage
appendance	noun	gebouw horend bij een groter bouwwerk
appendanceje	=	appendance
appendancejes	=	appendance
appendances	=	appendance
appende	=	appen
appendices	=	appendix
appendicitis	noun	ontsteking van het wormvormig aanhangsel van de blindedarm
appendicitissen	=	appendicitis
appendix	noun	iets wat ergens aan hangt, aanhangsel
appendixje	=	appendix
appendixjes	=	appendix
appenzeller	noun	bewoner van het Zwitserse kanton Appenzell	adj	van, uit, betreffende het Zwitserse kanton Appenzell
appenzellers	=	appenzeller
apperceptie	noun	een bewuste waarneming
appercepties	=	apperceptie
appetijt	noun	eetlust, verlangen naar eten
appetijtelijk	adj	eetlust opwekkend
appetijtelijke	=	appetijtelijk
appetijtelijker	=	appetijtelijk
appetijtelijkere	=	appetijtelijk
appetijtelijkers	=	appetijtelijk
appetijtelijks	=	appetijtelijk
appetijtelijkst	=	appetijtelijk
appetijtelijkste	=	appetijtelijk
appetijten	=	appetijt
appetijtje	=	appetijt
appetijtjes	=	appetijt
appetizer	noun	klein voorafje dat dient als smaakmaker
appetizers	=	appetizer
appgroep	noun	groep gebruikers van WhatsApp die berichten maken die naar alle leden van de groep gestuurd worden
appgroepen	=	appgroep
appgroepje	=	appgroep
appikorsem	=	appikoures
appikoures	noun	scepticus, ongelovige, ketter
appje	noun	alleen verkleinwoord door middel van app verstuurd bericht
appjes	=	app
applaudisseer	=	applaudisseren
applaudisseerde	=	applaudisseren
applaudisseerden	=	applaudisseren
applaudisseert	=	applaudisseren
applaudissere	=	applaudisseren
applaudisseren	verb	in de handen klappen om goedkeuring of bewondering te tonen
applaudisserend	=	applaudisseren
applaudisserende	=	applaudisseren
applaus	noun	geklap in de handen als teken van goedkeuring of bewondering
applausconcert	noun	een concert dat in zijn geheel of grotendeels bestaat uit mensen die in hun handen klappen
applausconcerten	=	applausconcert
applausconcertje	=	applausconcert
applausconcertjes	=	applausconcert
applausen	=	applaus
applausje	=	applaus
applausjes	=	applaus
applauskind	noun	kind dat teveel door de ouders geprezen wordt
applauskinderen	=	applauskind
applauskindje	=	applauskind
applauskindjes	=	applauskind
applausmachine	noun	machine die naar wens applaus laat horen
applausmachines	=	applausmachine
applausmeter	noun	meetinstrument waarmee men de luidheid van instemmend geklap kan meten
applausmeters	=	applausmeter
applausvervanging	noun	een vervanging van een speler van een team zodat de vertrekkende speler extra positieve aandacht krijgt
applausvervangingen	=	applausvervanging
applausvervanginkje	=	applausvervanging
applausvervanginkjes	=	applausvervanging
applauswissel	noun	een vervanging van een speler in een team zodat de vertrekkende speler extra positieve aandacht krijgt
applauswissels	=	applauswissel
applauzen	=	applaus
applet	noun	een klein programma dat op een client draait in de context van een groter programma
applets	=	applet
applicatie	noun	toepassing.
applicatiebedrijf	noun	onderneming die toepassingssoftware maakt
applicatiebedrijfje	=	applicatiebedrijf
applicatiebedrijfjes	=	applicatiebedrijf
applicatiebedrijven	=	applicatiebedrijf
applicatiebeheerder	noun	beheerder van computertoepassingssoftware
applicatiebeheerders	=	applicatiebeheerder
applicatiecursus	noun	aanvullend onderwijs voor mensen die al een bepaald beroep uitoefenen
applicatiecursusje	=	applicatiecursus
applicatiecursusjes	=	applicatiecursus
applicatiecursussen	=	applicatiecursus
applicatiedomein	noun	het specifieke gebied waarin een computerprogramma wordt gebruikt
applicatiedomeinen	=	applicatiedomein
applicatieprogramma	noun	computerprogramma voor een bepaalde toepassing
applicatieprogramma's	=	applicatieprogramma
applicaties	=	applicatie
applicatiesoftware	noun	software in de vorm van een computerprogramma dat bedoeld is voor eindgebruikers
applicatietje	=	applicatie
applicatietjes	=	applicatie
applicatiewerk	noun	ornamentaal oplegwerk
applicator	noun	hulpmiddel voor aanwending of aanbrengen van een substantie
applicatoren	=	applicator
applicators	=	applicator
applicatortje	=	applicator
applicatortjes	=	applicator
appliceer	=	appliceren
appliceerde	=	appliceren
appliceerden	=	appliceren
appliceert	=	appliceren
applicere	=	appliceren
appliceren	verb	toepassen, opbrengen
applicerend	=	appliceren
applicerende	=	appliceren
appliek	=	applique
applique	noun	versiering van een oppervlakte in de vorm van een daarop aangebracht motief gemaakt uit ander materiaal
appliqueer	=	appliqueren
appliqueerde	=	appliqueren
appliqueerden	=	appliqueren
appliqueert	=	appliqueren
appliquere	=	appliqueren
appliqueren	verb	een kledingstuk of stof versieren met zaken die men op het kledingstuk naait
appliquerend	=	appliqueren
appliquerende	=	appliqueren
appliques	=	applique
appliqué	noun	versiering van een oppervlakte door daarop een motief gemaakt van ander materiaal aan te brengen
appoggiatura	noun	een lange voorslag, klein genoteerd, die op de tel van de erop volgende hoofdnoot begint en van diens waarde wordt afgetrokken (abstraherende voorslag)
appoggiatura's	=	appoggiatura
appointeer	=	appointeren
appointeerde	=	appointeren
appointeerden	=	appointeren
appointeert	=	appointeren
appointere	=	appointeren
appointeren	verb	een schikking treffen in een twistgeding
appointerend	=	appointeren
appointerende	=	appointeren
appongeluk	noun	een ongeluk waarbij een van de betrokkenen aan het appen was in het verkeer
appongelukje	=	appongeluk
appongelukjes	=	appongeluk
appongelukken	=	appongeluk
apporteer	=	apporteren
apporteerde	=	apporteren
apporteerden	=	apporteren
apporteert	=	apporteren
apportere	=	apporteren
apporteren	verb	terugbrengen
apporterend	=	apporteren
apporterende	=	apporteren
apporteur	noun	dier dat apporteert (terugbrengt)
apporteurs	=	apporteur
apporteurtje	=	apporteur
apporteurtjes	=	apporteur
appositie	noun	bijvoeglijke bepaling bij een zelfstandig naamwoord die fungeert als verklarende bijvoeging, en daaraan onmiddellijk is gekoppeld.
apposities	=	appositie
appositioneel	adj	betrekking hebbend op een bijstelling
appositioneels	=	appositioneel
appositioneelst	=	appositioneel
appositioneelste	=	appositioneel
appositionele	=	appositioneel
appositioneler	=	appositioneel
appositionelere	=	appositioneel
appositionelers	=	appositioneel
appreciatie	noun	waardering, schatting
appreciaties	=	appreciatie
apprecieer	=	appreciëren
apprecieerde	=	appreciëren
apprecieerden	=	appreciëren
apprecieert	=	appreciëren
appreciëre	=	appreciëren
appreciëren	verb	naar waarde schatten, op prijs stellen
appreciërend	=	appreciëren
appreciërende	=	appreciëren
appret	noun	het appreteren
appretage	noun	Het appreteren
appretagetje	=	appretage
appretagetjes	=	appretage
appreteer	=	appreteren
appreteerde	=	appreteren
appreteerden	=	appreteren
appreteert	=	appreteren
appretere	=	appreteren
appreteren	verb	nader behandelen, afwerken, verstevigen
appreterend	=	appreteren
appreterende	=	appreteren
appreteur	noun	iemand die appreteert, appreteerder
appreteurs	=	appreteur
appreteurtje	=	appreteur
appreteurtjes	=	appreteur
appreteuse	noun	vrouwelijke vorm van appreteur
appreteuses	=	appreteuse
appreteusetje	=	appreteuse
appreteusetjes	=	appreteuse
apprets	=	appret
approach	noun	benadering, aanpak
approaches	=	approach
approbatie	noun	vergunning
approbaties	=	approbatie
approviandeer	=	approvianderen
approviandeerde	=	approvianderen
approviandeerden	=	approvianderen
approviandeert	=	approvianderen
approviandere	=	approvianderen
approvianderen	verb	het voorzien van proviand
approvianderend	=	approvianderen
approvianderende	=	approvianderen
approximaal	adj	benaderend, het dichtsbijliggend
approximaals	=	approximaal
approximaalst	=	approximaal
approximaalste	=	approximaal
approximale	=	approximaal
approximaler	=	approximaal
approximalere	=	approximaal
approximalers	=	approximaal
approximatie	noun	benadering
approximatief	adj	bij raming (benadering) bepaald of opgegeven, benaderd
approximatiefs	=	approximatief
approximatiefst	=	approximatief
approximatiefste	=	approximatief
approximaties	=	approximatie
approximatiestelling	noun	stelling dat men een willekeurige continue functie willekeurig goed kan benaderen met behulp van polynomen
approximatiestellingen	=	approximatiestelling
approximatietje	=	approximatie
approximatietjes	=	approximatie
approximatieve	=	approximatief
approximatiever	=	approximatief
approximatievere	=	approximatief
approximatievers	=	approximatief
approximeer	=	approximeren
approximeerde	=	approximeren
approximeerden	=	approximeren
approximeert	=	approximeren
approximere	=	approximeren
approximeren	verb	benaderen
approximerend	=	approximeren
approximerende	=	approximeren
apps	=	app
appstore	noun	online winkel waar men programma's voor computer, tablet of telefoon kan kopen en downloaden
appstores	=	appstore
appt	=	appen
appte	=	appen
appten	=	appen
apptivisme	noun	het verspreiden van politieke boodschappen door leden van een politieke partij via apps
apptivist	noun	persoon die via WhatsApp en de sociale media de ideeën van zijn of haar politieke partij verspreidt
apptivisten	=	apptivist
appwinkel	noun	online winkel waar men programma's voor computer, tablet of telefoon kan kopen en downloaden
appwinkels	=	appwinkel
appèl	=	appel
apr	noun	vierde kalendermaand, april
apraxie	noun	het onvermogen om complexe handelingen uit te voeren, die niet terug te voeren zijn op een parese, sensibiliteitsstoornissen, ataxie of bewustzijnsstoornissen
april	noun	vierde maand van het jaar
aprilactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand april
aprilacties	=	aprilactie
aprilactietje	=	aprilactie
aprilactietjes	=	aprilactie
aprilavond	noun	een avond in april
aprilavonden	=	aprilavond
aprilbeweging	noun	massaal protestants-conservatief protest in Nederland tegen het besluit van paus Pius IX om de rooms-katholieke bisschoppelijke hiërarchie (het indelen van het land in bisdommen) te herstellen.
aprilcijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand april
aprilcijfers	=	aprilcijfer
aprilcijfertje	=	aprilcijfer
aprilcijfertjes	=	aprilcijfer
aprildag	noun	dag in de vierde maand van het jaar
aprildagen	=	aprildag
aprilde	=	aprillen
aprilden	=	aprillen
aprileditie	noun	uitgave voor de maand april
apriledities	=	aprileditie
aprileditietje	=	aprileditie
aprileditietjes	=	aprileditie
aprilgrap	noun	grappen die men op 1 april maakt en mag maken
aprilgrappen	=	aprilgrap
aprilgrol	noun	grol die men op 1 april maakt en mag maken
aprilgrollen	=	aprilgrol
aprille	=	aprillen
aprillen	verb	iemand op 1 april voor de gek houden
aprillend	=	aprillen
aprillende	=	aprillen
aprilletje	=	april
aprilmaand	noun	de vierde maand van het jaar
aprilmaanden	=	aprilmaand
aprilmiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand april
aprilmiddagen	=	aprilmiddag
aprilmiddagje	=	aprilmiddag
aprilmiddagjes	=	aprilmiddag
aprilmop	noun	grap die men elkaar vertelt op 1 april
aprilmoppen	=	aprilmop
aprilmorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand april
aprilmorgens	=	aprilmorgen
aprilmorgentje	=	aprilmorgen
aprilmorgentjes	=	aprilmorgen
aprilnacht	noun	een van de nachten in de maand april
aprilnachten	=	aprilnacht
aprilnamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand april
aprilnamiddagen	=	aprilnamiddag
aprilnamiddagje	=	aprilnamiddag
aprilnamiddagjes	=	aprilnamiddag
aprilnummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 4de maand van het jaar
aprilnummers	=	aprilnummer
aprilochtend	noun	deel van de dag in de maand april tussen 6.00 en 12.00 uur
aprilochtenden	=	aprilochtend
aprilochtendje	=	aprilochtend
aprilochtendjes	=	aprilochtend
aprils	adj	zoals kenmerkend voor de vierde maand van het jaar (april) of in die maand
aprilse	=	aprils
aprilser	=	aprils
aprilsere	=	aprils
aprilsers	=	aprils
aprilst	=	aprils
aprilste	=	aprils
aprilt	=	aprillen
apriltemperaturen	=	apriltemperatuur
apriltemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand april
apriltemperatuurtje	=	apriltemperatuur
apriltemperatuurtjes	=	apriltemperatuur
aprilvis	noun	een grap die op 1 april wordt gemaakt
aprilvisje	=	aprilvis
aprilvisjes	=	aprilvis
aprilviske	=	aprilvis
aprilvissen	=	aprilvis
aprilweek	noun	week in de maand april
aprilweekje	=	aprilweek
aprilweekjes	=	aprilweek
aprilweer	noun	het voorjaarsweer zoals dat normaal is voor april
aprilweken	=	aprilweek
aprilwijn	noun	wijn die geselcteerd is voor de maand april
aprilwijnen	=	aprilwijn
aprilwijntje	=	aprilwijn
aprilwijntjes	=	aprilwijn
aprilwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand april
aprilwinden	=	aprilwind
aprilwindje	=	aprilwind
aprilwindjes	=	aprilwind
aprilzaad	noun	iets dat niet bestaat en waarvan iedereen kan weten dat het niet bestaat
aprilzaden	=	aprilzaad
aprilzon	noun	een lentezon die net wat meer warmte geeft dan de zon die men gewend is geraakt van de winter
aprilzonnen	=	aprilzon
aprilzonnetje	=	aprilzon
aprilzonnetjes	=	aprilzon
après-ski	noun	het uitgaan, drinken, dansen en feestvieren na het skiën
après-skiede	=	après-skiën
après-skieden	=	après-skiën
après-skiet	=	après-skiën
après-skië	=	après-skiën
après-skiën	verb	feestvieren tijdens een winstersportvakantie
après-skiënd	=	après-skiën
après-skiënde	=	après-skiën
apsis	noun	halfronde uitbouw die het koor van een kerk afsluit
apsisje	=	apsis
apsisjes	=	apsis
apsissen	=	apsis
aptagram	noun	woord dat zowel een anagram als een synoniem is van een ander woord
aptagrammen	=	aptagram
apulisch	adj	betreft primair een antieke aardewerkstijl uit de 5e-4e eeuw v.Chr.
apulische	=	apulisch
apulischer	=	apulisch
apulischere	=	apulisch
apulischers	=	apulisch
apurimacstekelstaart	noun	Synallaxis courseni een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
apurimacstekelstaarten	=	apurimacstekelstaart
apurimacstekelstaartje	=	apurimacstekelstaart
apurimacstekelstaartjes	=	apurimacstekelstaart
apurimacstruikgors	noun	Atlapetes forbesi een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
apurimacstruikgorsje	=	apurimacstruikgors
apurimacstruikgorsjes	=	apurimacstruikgors
apurimacstruikgorzen	=	apurimacstruikgors
apv	noun	de afkorting voor Algemene Plaatselijke Verordening, vroeger Algemene Politie Verordening, een Nederlandse term voor door de gemeente uitgevaardigde wetgeving
apv's	=	apv
aqua	noun	water
aquabike	noun	soort van hometrainer die in het water van een zwembad staat
aquabikeje	=	aquabike
aquabikejes	=	aquabike
aquabikes	=	aquabike
aquaculturen	=	aquacultuur
aquacultuur	noun	het kweken van vis en andere waterdieren in een kunstmatige omgeving
aquaduct	noun	brug waarmee een kanaal over een uitholling in het terrein wordt geleid
aquaducten	=	aquaduct
aquaductje	=	aquaduct
aquaductjes	=	aquaduct
aquadynamisch	adj	zo vormgegeven dat er een minimale weerstand is als het voorwerp zich door het water beweegt
aquadynamische	=	aquadynamisch
aquadynamischer	=	aquadynamisch
aquadynamischere	=	aquadynamisch
aquadynamischers	=	aquadynamisch
aquagym	noun	fitness (voor ouderen) in het water
aquajog	=	aquajoggen
aquajogde	=	aquajoggen
aquajogden	=	aquajoggen
aquajogge	=	aquajoggen
aquajoggen	verb	fitnessen in het water van een ondiep zwembad
aquajoggend	=	aquajoggen
aquajoggende	=	aquajoggen
aquajogging	noun	lopen of joggen in het water.
aquajogt	=	aquajoggen
aquamarijn	noun	een mineraal met een bleekgroene, geelgroene, bleekblauwe of blauwgroene kleur.	adj	de kleur aquamarijn hebbend
aquamarijne	=	aquamarijn
aquamarijnen	=	aquamarijn
aquamarijner	=	aquamarijn
aquamarijnere	=	aquamarijn
aquamarijners	=	aquamarijn
aquamarijns	=	aquamarijn
aquamarijnst	=	aquamarijn
aquamarijnste	=	aquamarijn
aquamarijntje	=	aquamarijn
aquamarijntjes	=	aquamarijn
aquamatie	noun	milieuvriendelijke manier van lijkbezorging met behulp van kaliumhydroxide
aquamaties	=	aquamatie
aquameerde	=	aquameren
aquamere	=	aquameren
aquameren	verb	het oplossen van een stoffelijk overschot met behulp van kaliumhydroxide
aquamerend	=	aquameren
aquanaut	noun	diepzeeonderzoeker
aquanauten	=	aquanaut
aquaplane	=	aquaplanen
aquaplanede	=	aquaplanen
aquaplaneden	=	aquaplanen
aquaplanen	verb	bij hoge snelheid door een laagje water boven een oppervlakte getild worden, waardoor men niet meer kan sturen
aquaplanend	=	aquaplanen
aquaplanende	=	aquaplanen
aquaplanet	=	aquaplanen
aquaplaning	noun	het glijden van wielen over een dun laagje water op het wegdek
aquarel	noun	verf op waterbasis
aquarelblok	noun	stapel papier dat geschikt is voor het maken van waterverfschilderijen
aquarelblokje	=	aquarelblok
aquarelblokjes	=	aquarelblok
aquarelblokken	=	aquarelblok
aquarelkleur	noun	een kleur die verkrijgbaar is als waterverf
aquarelkleuren	=	aquarelkleur
aquarelkleurtje	=	aquarelkleur
aquarelkleurtjes	=	aquarelkleur
aquarelleer	=	aquarelleren
aquarelleerde	=	aquarelleren
aquarelleerden	=	aquarelleren
aquarelleert	=	aquarelleren
aquarellen	=	aquarel
aquarellere	=	aquarelleren
aquarelleren	verb	schilderen met waterverf
aquarellerend	=	aquarelleren
aquarellerende	=	aquarelleren
aquarelletje	=	aquarel
aquarelletjes	=	aquarel
aquarellist	noun	maker van aquarellen
aquarellisten	=	aquarellist
aquarelstudie	noun	een schets in waterverf
aquarelstudies	=	aquarelstudie
aquarelstudietje	=	aquarelstudie
aquarelstudietjes	=	aquarelstudie
aquarelverf	noun	waterverf voor het maken van aquarellen
aquarelverfje	=	aquarelverf
aquarelverfjes	=	aquarelverf
aquarelverven	=	aquarelverf
aquaria	=	aquarium
aquarist	noun	iemand die een aquarium beheert en onderhoudt
aquaristen	=	aquarist
aquaristiek	noun	het houden of ook kweken van vissen, waterplanten in een glazen bak
aquaristje	=	aquarist
aquaristjes	=	aquarist
aquarium	noun	glazen bak met water waarin onderwaterflora en -fauna gehouden wordt met de bedoeling vissen, lagere dieren en/of planten te verzorgen, te tonen en/of te kweken.
aquariumhouderij	noun	het houden of ook kweken van vissen, waterplanten in een glazen bak
aquariumpje	=	aquarium
aquariumpjes	=	aquarium
aquariumplant	noun	plant die men kweekt in een aquarium
aquariumplanten	=	aquariumplant
aquariumplantje	=	aquariumplant
aquariumplantjes	=	aquariumplant
aquariums	=	aquarium
aquariumvereniging	noun	een lokale of regionale club voor liefhebbers van de aquariumhobby.
aquariumverenigingen	=	aquariumvereniging
aquariumverenigingetje	=	aquariumvereniging
aquariumverenigingetjes	=	aquariumvereniging
aquariumvis	noun	vis die goed kan leven in een aquarium
aquariumvisje	=	aquariumvis
aquariumvisjes	=	aquariumvis
aquariumvissen	=	aquariumvis
aquariumwater	noun	water dat in een aquarium zit en geschikt is om vissen in te houden
aquariuskind	noun	hooggevoelig kind uit het aquariustijdperk
aquariuskinderen	=	aquariuskind
aquariuskindje	=	aquariuskind
aquariuskindjes	=	aquariuskind
aquariustijdperk	noun	tijdperk dat in het teken van Aquarius (Waterman) staat, van ca. 2000 tot 4000 n.Chr., waarin volgens sommigen het vrouwelijke, intuïtieve en de liefde bepalend zijn voor de wereldordening!!
aquascape	noun	de inrichting van een aquarium
aquascapes	=	aquascape
aquascaping	noun	inrichting van een aquarium
aquastop	noun	kraan in de toevoer naar (was)machines die voorkomt dat waswater in de leidingen terugloopt of te veel water in het apparaat terechtkomt
aquastopje	=	aquastop
aquastopjes	=	aquastop
aquastops	=	aquastop
aquatint	noun	etstechniek die het weergeven van gradaties in intensiteit mogelijk maakt en waarvan de daarmee gemaakte ets op waterverf lijkt
aquatinten	=	aquatint
aquatisch	adj	betrekking hebbend op het water
aquatische	=	aquatisch
aquatischer	=	aquatisch
aquatischere	=	aquatisch
aquatischers	=	aquatisch
aquavit	noun	een sterkedrank, op basis van karwij, uit Scandinavië
aquavitje	=	aquavit
aquavitjes	=	aquavit
aquavits	=	aquavit
aquifer	noun	een waterdragende laag in de ondergrond
aquifers	=	aquifer
aquosus	adj	waterig
ar	noun	slee die door trekdieren over sneeuw of ijs getrokken wordt
ara	noun	grote bontgekleurde vogel uit Zuid-Amerika
ara's	=	ara
araatje	=	ara
araatjes	=	ara
arabesk	noun	een uitgebreide, vaak vlakvullende toepassing van zich herhalende geometrische vormen, die soms aan de vormen van dier of plant herinneren
arabesken	=	arabesk
arabeskje	=	arabesk
arabeskjes	=	arabesk
arabica	noun	koffiebonen afkomstig van Coffea arabica en de koffie die men daarvan maakt
arabicakoffie	noun	Coffea arabica een van de twee meest geteelde koffiesoorte
arabicakoffies	=	arabicakoffie
arabier	noun	bepaald ras van paarden, veel gebruikt als rijdier
arabieren	=	arabier
arabierenvriend	noun	iemand die sympathiseert met Arabieren
arabierenvrienden	=	arabierenvriend
arabierenvriendje	=	arabierenvriend
arabierenvriendjes	=	arabierenvriend
arabiertje	=	arabier
arabiertjes	=	arabier
arabisatie	noun	proces waarbij de Arabische taal, cultuur en religie in een bepaalde samenleving steeds meer invloed krijgen
arabisch	adj	betrekking hebbend op de Arabische taal en cultuur
arabisch-nationalistisch	adj	betrekking hebbend op de politieke ideologie die streeft naar eenheid, soevereiniteit en macht voor de Arabische volkeren in het Midden-Oosten en Noord-Afrika
arabisch-nationalistische	=	arabisch-nationalistisch
arabisch-nationalistischer	=	arabisch-nationalistisch
arabisch-nationalistischere	=	arabisch-nationalistisch
arabisch-nationalistischers	=	arabisch-nationalistisch
arabische	=	arabisch
arabischer	=	arabisch
arabischere	=	arabisch
arabischers	=	arabisch
arabischt	=	arabisch
arabischtalig	adj	de taal van de Arabieren ofwel de taal van de Koran gebruikend
arabischtalige	=	arabischtalig
arabischtaligs	=	arabischtalig
arabischte	=	arabisch
arabiseer	=	arabiseren
arabiseerde	=	arabiseren
arabiseerden	=	arabiseren
arabiseert	=	arabiseren
arabisere	=	arabiseren
arabiseren	verb	Arabisch maken
arabiserend	=	arabiseren
arabiserende	=	arabiseren
arabisering	noun	proces waarbij de Arabische taal, cultuur en religie in een bepaalde samenleving steeds meer invloed krijgen
arabiseringen	=	arabisering
arabist	noun	wetenschapper die de Arabische taal, cultuur en literatuur bestudeert
arabiste	noun	vrouwelijke vorm van arabist
arabisten	=	arabist
arabistes	=	arabiste
arabistiek	noun	wetenschap van de Arabische taal, cultuur en geschiedenis
arabistieken	=	arabistiek
arabo-andalusisch	adj	gerelateerd aan de unieke culturele, muzikale en taalkundige versmelting van Arabische en Iberische (Spaanse/Portugese) invloeden die ontstond in Al-Andalus (islamitisch Spanje) tussen de 8e en 15e eeuw
arabo-andalusische	=	arabo-andalusisch
arabo-andalusischer	=	arabo-andalusisch
arabo-andalusischere	=	arabo-andalusisch
arabo-andalusischers	=	arabo-andalusisch
arachideolie	noun	plantaardige spijsolie geperst uit aardnoten
arachideolies	=	arachideolie
arachideolietje	=	arachideolie
arachideolietjes	=	arachideolie
arachideoliën	=	arachideolie
arachnofobie	noun	ziekelijke angst voor spinnen en spinachtigen
arachnologe	noun	vrouwelijke vorm van arachnoloog
arachnologen	=	arachnoloog
arachnologes	=	arachnologe
arachnologie	noun	tak van de zoölogie die zich bezighoudt met de studie van de spinachtigen Arachnida
arachnologisch	adj	met betrekking tot de arachnologie
arachnologische	=	arachnologisch
arachnologischer	=	arachnologisch
arachnologischere	=	arachnologisch
arachnologischers	=	arachnologisch
arachnoloog	noun	houdt zich bezig met de studie van de spinachtigen Arachnida
arachnoloogje	=	arachnoloog
arachnoloogjes	=	arachnoloog
arafatchoker	noun	Palestijnse sjaal
arafatchokers	=	arafatchoker
arafatchokertje	=	arafatchoker
arafatchokertjes	=	arafatchoker
arafatsjaal	noun	keffiyeh, een traditioneel hoofddeksel dat voornamelijk door mannen in Arabische landen en landen met een droog klimaat gedragen wordt om hen te beschermen tegen kou, zon, stof en zand
arafatsjaals	=	arafatsjaal
arafatsjaaltje	=	arafatsjaal
arafatsjaaltjes	=	arafatsjaal
arafuralijsterdikkop	noun	Colluricincla megarhyncha een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters)
arafuralijsterdikkopje	=	arafuralijsterdikkop
arafuralijsterdikkopjes	=	arafuralijsterdikkop
arafuralijsterdikkoppen	=	arafuralijsterdikkop
arafurawaaierstaart	noun	Rhipidura dryas een soort uit de familie Rhipiduridae.
arafurawaaierstaarten	=	arafurawaaierstaart
arafurawaaierstaartje	=	arafurawaaierstaart
arafurawaaierstaartjes	=	arafurawaaierstaart
arafurawrattenslang	noun	Acrochordus arafurae een aquatische slang uit de familie wrattenslangen (Acrochordidae), die wijdverbreid is in tropisch Australië.
arafurawrattenslangen	=	arafurawrattenslang
arafurawrattenslangetje	=	arafurawrattenslang
arafurawrattenslangetjes	=	arafurawrattenslang
aragonees	noun	Een inwoner van Aragon
aragoneesje	=	aragonees
aragoneesjes	=	aragonees
aragoneest	=	aragonees
aragoneestalig	adj	de Aragoneese taal sprekend
aragoneestalige	=	aragoneestalig
aragoneestaligs	=	aragoneestalig
aragoneeste	=	aragonees
aragonese	noun	een inwoonster van Aragon
aragonesen	=	aragonese
aragoneser	=	aragonees
aragonesere	=	aragonees
aragonesers	=	aragonees
aragonezen	=	aragonees
araguaiastekelstaart	noun	Synallaxis simoni een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
araguaiastekelstaarten	=	araguaiastekelstaart
araguaiastekelstaartje	=	araguaiastekelstaart
araguaiastekelstaartjes	=	araguaiastekelstaart
arajot	noun	bekorting van: giloei arajot
arak	noun	rijstbrandewijn uit Indonesië.
arakanaardschildpad	noun	Heosemys depressa een schildpad uit de familie Geoemydidae.
arakanaardschildpadden	=	arakanaardschildpad
arakanaardschildpadje	=	arakanaardschildpad
arakanaardschildpadjes	=	arakanaardschildpad
arakje	=	arak
arakjes	=	arak
aralia-uitbreekkogeltje	noun	Diaporthe araliae een schimmel behorend tot de familie Diaporthaceae.
aralia-uitbreekkogeltjes	=	aralia-uitbreekkogeltje
arame	noun	Eisenia arborea Eisenia bicyclis eetbare soort van zeewier
aramees	adj	horend tot of gesteld in het Aramees
arameese	noun	een vrouwelijke inwoner van een oude stad in het land van Aram, in het noorden van Sirië, of iemand afkomstig hiervan
arameesen	=	arameese
arameest	=	aramees
arameestalig	adj	de Arameese taal sprekend
arameestalige	=	arameestalig
arameestaligs	=	arameestalig
arameeste	=	aramees
arameeër	noun	lid van het volk Aram-2 (10×: Gen. 25:20 +, Deut. 26:5, 2 Kon. 5:20 +)
arameeërs	=	arameeër
aramen	=	arame
arames	=	arame
aramese	noun	vrouwelijk lid van het volk Aram-2 (1 Kr. 7:14)
arameser	=	aramees
aramesere	=	aramees
aramesers	=	aramees
arametje	=	arame
arametjes	=	arame
aramide	noun	polymeer (met name polyamiden met aromatisch karakter) die hittebestendig zijn en/of een grote treksterkte hebben
aramidevezel	noun	een supervezel van aramide waarvan o.a. kogelvrije vesten kunnen worden gemaakt
aramidevezels	=	aramidevezel
aramidevezeltje	=	aramidevezel
aramidevezeltjes	=	aramidevezel
arancini	noun	Italiaans gerecht bestaande uit gefrituurde, gevulde rijstballetjes
arancino	noun	gefrituurd, gevuld rijstballetje, een Italiaans gerecht
araparkiet	noun	Rhynchopsitta pachyrhyncha een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
araparkieten	noun	een geslacht Rhynchopsitta van vogels uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
araparkietje	=	araparkiet
araparkietjes	=	araparkiet
araripemanakin	noun	Antilophia bokermanni een zangvogel uit de familie der manakins (Pipridae).
araripemanakinnetje	=	araripemanakin
araripemanakinnetjes	=	araripemanakin
araripemanakins	=	araripemanakin
arassari	noun	een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans)
arassari's	noun	een geslacht Aulacorhynchus van vogels uit de familie toekans (Ramphastidae).
arassarietje	=	arassari
arassarietjes	=	arassari
aratinga	noun	Aratinga een geslacht van vogels uit de familie van de Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
aratinga's	noun	een geslacht Psittacara van vogels uit de familie van de Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
aratingaatje	=	aratinga
aratingaatjes	=	aratinga
aratsot	=	erets
araucaria	noun	een geslacht Araucaria van groenblijvende coniferen uit de familie Araucariaceae.
araucaria's	=	araucaria
araucariameesstekelstaart	noun	Leptasthenura setaria een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
araucariameesstekelstaarten	=	araucariameesstekelstaart
araucariameesstekelstaartje	=	araucariameesstekelstaart
araucariameesstekelstaartjes	=	araucariameesstekelstaart
arava	noun	wilgentak, een van de vier soorten planten (arbaä miniem) in de plantenbundel die wordt gebruikt op Soekot
araviem	=	erev
aravot	=	arava
arawak	noun	lid van een volk van indianen die zich tegen het einde van de 15e eeuw hadden gevestigd op de Antillen, in het Amazonebekken, in Florida, en aan de voet van de Andes
arawakken	=	arawak
araza	noun	Eugenia stipitata een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae).
araza's	=	araza
arba	num	vier
arbang	num	vier (alleen in onderstaande verbindingen)
arbaä	num	vier
arbe	num	vier
arbeid	noun	energie die door een krachtbron geleverd wordt bij verplaatsing van een voorwerp
arbeidde	=	arbeiden
arbeidden	=	arbeiden
arbeide	=	arbeiden
arbeiden	verb	werk verrichten, met name met de handen
arbeidend	adj	werkend in loondienst
arbeidende	=	arbeiden
arbeidends	=	arbeidend
arbeider	noun	iemand die voor een loon handmatige arbeid verricht
arbeider-heilige	noun	heilig verklaarde arbeider
arbeider-heiligen	=	arbeider-heilige
arbeiderisme	noun	het in overdreven mate rekening houden met de gedragingen, eisen, wensen e.d. van de arbeiders
arbeideristisch	adj	met betrekking tot het arbeiderisme
arbeideristische	=	arbeideristisch
arbeideristischer	=	arbeideristisch
arbeideristischere	=	arbeideristisch
arbeideristischers	=	arbeideristisch
arbeiders	=	arbeider
arbeidersaccent	noun	de manier waarop iemand die laagbetaalde handenarbeid verricht de taal uitspreekt
arbeidersaccenten	=	arbeidersaccent
arbeidersaccentje	=	arbeidersaccent
arbeidersaccentjes	=	arbeidersaccent
arbeidersauto	noun	goedkope, eenvoudige auto die ook door mensen met een laag inkomen gekocht en gebruikt kan worden
arbeidersauto's	=	arbeidersauto
arbeidersautootje	=	arbeidersauto
arbeidersautootjes	=	arbeidersauto
arbeidersbevolking	noun	deel van de bevolking dat uit arbeiders en dagloners bestaat
arbeidersbevolkingen	=	arbeidersbevolking
arbeidersbevolkinkje	=	arbeidersbevolking
arbeidersbevolkinkjes	=	arbeidersbevolking
arbeidersbeweging	noun	het georganiseerd streven ter verbetering van de belangen voor en door de arbeiders
arbeidersbewegingen	=	arbeidersbeweging
arbeidersbeweginkje	=	arbeidersbeweging
arbeidersbeweginkjes	=	arbeidersbeweging
arbeidersbuurt	noun	buurt waar voornamelijk mensen uit de lagere maatschappelijke klassen wonen
arbeidersbuurten	=	arbeidersbuurt
arbeidersbuurtje	=	arbeidersbuurt
arbeidersbuurtjes	=	arbeidersbuurt
arbeiderscentrale	noun	vakverbond van arbeiders
arbeiderscentrales	=	arbeiderscentrale
arbeiderscontrole	noun	situatie dat de arbeiders van een bepaald bedrijf inzage hebben in alle documenten van dat bedrijf – contracten, overeenkomsten en dergelijke
arbeiderscontroles	=	arbeiderscontrole
arbeiderseis	noun	eisen die arbeiders stellen betreffende hun salaris en de werkomstandigheden
arbeiderseisen	=	arbeiderseis
arbeiderseisje	=	arbeiderseis
arbeiderseisjes	=	arbeiderseis
arbeidersfamilie	noun	familie waarvan de leden behoren tot de werkende klasse
arbeidersfamilies	=	arbeidersfamilie
arbeidersfamilietje	=	arbeidersfamilie
arbeidersfamilietjes	=	arbeidersfamilie
arbeidersgedrag	noun	manier van doen die zou passen bij mensen die productiearbeid verrichten
arbeidersgezin	noun	gezin waarbij de vader en soms ook de moeder werkt in een fabriek
arbeidersgezinnen	=	arbeidersgezin
arbeidersgezinnetje	=	arbeidersgezin
arbeidersgezinnetjes	=	arbeidersgezin
arbeidershuis	noun	klein, eenvoudig huis dat speciaal is gebouwd voor de gezinnen van mensen die laagbetaalde handenarbeid verrichten
arbeidershuisje	=	arbeidershuis
arbeidershuisjes	=	arbeidershuis
arbeidershuizen	=	arbeidershuis
arbeidersjongen	noun	jongeman die productiearbeid verricht; jongen uit de arbeidende klasse
arbeidersjongens	=	arbeidersjongen
arbeiderskind	noun	kind uit de arbeidersklasse
arbeiderskinderen	=	arbeiderskind
arbeiderskindje	=	arbeiderskind
arbeiderskindjes	=	arbeiderskind
arbeidersklas	noun	deel van de bevolking dat bestaat uit productiewerknemers
arbeidersklasje	=	arbeidersklas
arbeidersklasjes	=	arbeidersklas
arbeidersklasse	noun	de groep mensen die uitsluitend van haar arbeid leeft
arbeidersklassen	=	arbeidersklas
arbeiderskring	noun	de wereld van de productiemedewerkers
arbeiderskringen	=	arbeiderskring
arbeidersman	noun	arbeider
arbeidersmannen	=	arbeidersman
arbeidersmannetje	=	arbeidersman
arbeidersmannetjes	=	arbeidersman
arbeidersmassa	noun	de grote groep van productiemedewerkers
arbeidersmassa's	=	arbeidersmassa
arbeidersmeerderheden	=	arbeidersmeerderheid
arbeidersmeerderheid	noun	een meerderheid in een vertegenwoordigend lichaam die gevormd wordt door politieke partijen die opkomen voor de belangen van arbeiders
arbeidersmilieu	noun	de sociale omgeving van arbeiders
arbeidersmilieus	=	arbeidersmilieu
arbeidersopstand	noun	een massale, vaak gewelddadige, poging door arbeiders om het heersende gezag af te schudden
arbeidersopstanden	=	arbeidersopstand
arbeidersorganisatie	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van arbeiders
arbeidersorganisaties	=	arbeidersorganisatie
arbeidersparadijs	noun	land waar het goed zou zijn voor mensen die werken in de productiedienst
arbeidersparadijzen	=	arbeidersparadijs
arbeiderspartij	noun	organisatie van of voor mensen die in dienst van anderen moeten werken, met het doel hun lot te verbeteren door de staat te beïnvloeden, vooral door deelname aan verkiezingen
arbeiderspartijen	=	arbeiderspartij
arbeiderspartijtje	=	arbeiderspartij
arbeiderspartijtjes	=	arbeiderspartij
arbeidersraad	noun	raad van arbeiders zoals gebruikelijk in de begintijd van het Russisch communisme en bij het anarchisme
arbeidersraadje	=	arbeidersraad
arbeidersraadjes	=	arbeidersraad
arbeidersraden	=	arbeidersraad
arbeidersstaat	noun	staat waar de werkende klasse de macht heeft of in naam zou hebben
arbeidersstad	noun	een stad waar veel arbeiders werken, een stad met relatief veel laaggeschoold personeel en fabrieken
arbeidersstadje	=	arbeidersstad
arbeidersstadjes	=	arbeidersstad
arbeidersstand	noun	de sociale klasse die bestaat uit mensen die loonarbeid verrichten
arbeidersstanden	=	arbeidersstand
arbeidersstaten	=	arbeidersstaat
arbeiderssteden	=	arbeidersstad
arbeiderstrein	noun	speciale trein voor werklieden in de vroege ochtend en in avond bij het sluiten van de fabrieken
arbeiderstreinen	=	arbeiderstrein
arbeiderstreintje	=	arbeiderstrein
arbeiderstreintjes	=	arbeiderstrein
arbeidersvereniging	noun	een organisatie van arbeiders die is opgericht om hun gezamenlijke belangen te bespreken en te behartigen.
arbeidersverenigingen	=	arbeidersvereniging
arbeidersverenigingetje	=	arbeidersvereniging
arbeidersverenigingetjes	=	arbeidersvereniging
arbeidersvrouw	noun	een vrouwelijke arbeider
arbeidersvrouwen	=	arbeidersvrouw
arbeidersvrouwtje	=	arbeidersvrouw
arbeidersvrouwtjes	=	arbeidersvrouw
arbeiderswijk	noun	wijk waar industrie arbeiders wonen / wijk met eenvoudige woningen
arbeiderswijken	=	arbeiderswijk
arbeiderswijkje	=	arbeiderswijk
arbeiderswijkjes	=	arbeiderswijk
arbeiderswoning	noun	Een woning voor arbeiders
arbeiderswoningen	=	arbeiderswoning
arbeiderswoninkje	=	arbeiderswoning
arbeiderswoninkjes	=	arbeiderswoning
arbeiderszelfbeheer	noun	organisatie van een bedrijf waarbij de werknemers zelf de leiding hebben en het beleid bepalen
arbeiderszelfbesturen	=	arbeiderszelfbestuur
arbeiderszelfbestuur	noun	het besturen van bedrijven door arbeidersraden zonder bestuurders
arbeiderszonen	=	arbeiderszoon
arbeiderszoon	noun	de zoon van een arbeider
arbeiderszoons	=	arbeiderszoon
arbeiderszoontje	=	arbeiderszoon
arbeiderszoontjes	=	arbeiderszoon
arbeidertje	=	arbeider
arbeidertjes	=	arbeider
arbeidsaanbod	noun	het totaal aan beschikbare arbeidskrachten op de arbeidsmarkt
arbeidsanalist	noun	persoon die arbeidsprocessen onderzoekt om deze processen efficiënter en minder belastend te maken
arbeidsanalisten	=	arbeidsanalist
arbeidsanalistje	=	arbeidsanalist
arbeidsanalistjes	=	arbeidsanalist
arbeidsanalyse	noun	onderzoek van menselijke en mechanische arbeidsverrichtingen
arbeidsanalysen	=	arbeidsanalyse
arbeidsanalyses	=	arbeidsanalyse
arbeidsauditoraat	noun	een functie in het Belgisch rechtssysteem bij de arbeidsrechtbank
arbeidsauditoraten	=	arbeidsauditoraat
arbeidsbegeleiding	noun	ondersteuning en begeleiding die wordt geboden aan werknemers of werkzoekenden om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, hun prestaties te verbeteren, of hun welzijn op de werkvloer te waarborgen
arbeidsbegeleidingen	=	arbeidsbegeleiding
arbeidsbelasting	noun	de hoeveelheid belasting die men over het loon moet betalen
arbeidsbelastingen	=	arbeidsbelasting
arbeidsbeleid	noun	de manier waarop men omgaat met werkenden en de arbeid die zij verrichten
arbeidsbeleving	noun	de wijze waarop de werknemer zijn werk ervaart; de subjectieve ervaring van de zwaarte van het werk
arbeidsbelevingen	=	arbeidsbeleving
arbeidsbemiddelaar	noun	iemand die belast is met arbeidsbemiddeling
arbeidsbemiddelaars	=	arbeidsbemiddelaar
arbeidsbemiddeling	noun	het met elkaar in contact komen van werknemers en werkgevers op het vlak van werk
arbeidsbemiddelingen	=	arbeidsbemiddeling
arbeidsbeperking	noun	belemmering die ontstaan is door ziekte of gebrek waardoor het verkrijgen of verrichten van arbeid niet of minder goed mogelijk is
arbeidsbeperkingen	=	arbeidsbeperking
arbeidsbescherming	noun	de bescherming van de werkende mens tijdens de uitoefening van het werk
arbeidsbeschermingen	=	arbeidsbescherming
arbeidsbesparend	adj	minder menselijke arbeid nodig hebbend
arbeidsbesparende	=	arbeidsbesparend
arbeidsbesparender	=	arbeidsbesparend
arbeidsbesparendere	=	arbeidsbesparend
arbeidsbesparenders	=	arbeidsbesparend
arbeidsbesparends	=	arbeidsbesparend
arbeidsbesparendst	=	arbeidsbesparend
arbeidsbesparendste	=	arbeidsbesparend
arbeidsbesparing	noun	vermindering van de hoeveelheid arbeid die verricht hoeft te worden voor de productie van goederen en diensten
arbeidsbesparingen	=	arbeidsbesparing
arbeidsbestel	noun	het geheel van arbeidsverhoudingen, de arbeidsmarkt en de arbeidsorganisatie die de arbeidsrelatie tussen werkgever en werknemer kenmerkt
arbeidsbestellen	=	arbeidsbestel
arbeidsbeurs	noun	instantie waar mensen die werk zoeken en mensen die personeel nodig hebben elkaar (virtueel) kunnen ontmoeten
arbeidsbeurzen	=	arbeidsbeurs
arbeidsbevolking	noun	deel van de bevolking dat (betaalde) arbeid kan verrichten
arbeidsbevolkingen	=	arbeidsbevolking
arbeidsbevolkinkje	=	arbeidsbevolking
arbeidsbevolkinkjes	=	arbeidsbevolking
arbeidsbeweging	noun	organisatie van arbeiders
arbeidsbewegingen	=	arbeidsbeweging
arbeidsbeweginkje	=	arbeidsbeweging
arbeidsbeweginkjes	=	arbeidsbeweging
arbeidsbureau	noun	overheidsinstelling die bemiddelt tussen werkgevers en werkzoekende
arbeidsbureaus	=	arbeidsbureau
arbeidsbureautje	=	arbeidsbureau
arbeidsbureautjes	=	arbeidsbureau
arbeidscapaciteit	noun	de hoeveelheid arbeid die iets of iemand kan verrichten
arbeidscapaciteiten	=	arbeidscapaciteit
arbeidscircuit	noun	geheel van bedrijvigheid waarin je in verschillende banen bij meerdere werkgevers toch vergelijkbaar werk kan blijven vinden en een loopbaan kan maken
arbeidscircuits	=	arbeidscircuit
arbeidsconflict	noun	conflictsituatie tussen werkgever en werknemer
arbeidsconflicten	=	arbeidsconflict
arbeidsconflictje	=	arbeidsconflict
arbeidsconflictjes	=	arbeidsconflict
arbeidscontract	noun	de overeenkomst tussen werkgever en werknemer over de arbeidsvoorwaarden
arbeidscontractant	noun	persoon die arbeid verricht voor iemand anders na tekening van een (tijdelijk) arbeidscontract
arbeidscontractanten	=	arbeidscontractant
arbeidscontracten	=	arbeidscontract
arbeidscontractje	=	arbeidscontract
arbeidscontractjes	=	arbeidscontract
arbeidsculturen	=	arbeidscultuur
arbeidscultuur	noun	de manier waarop werkenden met elkaar omgaan op de werkvloer
arbeidscultuurtje	=	arbeidscultuur
arbeidscultuurtjes	=	arbeidscultuur
arbeidsdag	noun	een dag waarop men werkt
arbeidsdagen	=	arbeidsdag
arbeidsdeal	noun	akkoord over maatregelen die de situatie op de Belgische arbeidsmarkt moeten verbeteren
arbeidsdeals	=	arbeidsdeal
arbeidsdeelname	noun	percentage van de beroepsbevolking dat zonder steun van de overheid betaald werk heeft
arbeidsdeelnamen	=	arbeidsdeelname
arbeidsdeelnames	=	arbeidsdeelname
arbeidsdeling	noun	de opsplitsing van een taak in verschillende deeltaken die door verschillende gespecialiseerde arbeiders gedaan kunnen worden
arbeidsdelingen	=	arbeidsdeling
arbeidsdeskundig	adj	met kennis uit opleiding en ervaring over of en hoe iemand belemmeringen om te werken kan overwinnen
arbeidsdeskundige	noun	iemand die door opleiding en ervaring kan beoordelen of en hoe iemand belemmeringen om te werken kan overwinnen
arbeidsdeskundigen	=	arbeidsdeskundige
arbeidsdeskundiger	=	arbeidsdeskundig
arbeidsdeskundigere	=	arbeidsdeskundig
arbeidsdeskundigers	=	arbeidsdeskundig
arbeidsdeskundigs	=	arbeidsdeskundig
arbeidsdeskundigst	=	arbeidsdeskundig
arbeidsdeskundigste	=	arbeidsdeskundig
arbeidsdienst	noun	verplichte, dwangmatige tewerkstelling door de staat
arbeidsdiensten	=	arbeidsdienst
arbeidsdruk	noun	de dwang die men ervaart tijdens het werken om meer te presteren
arbeidsduur	noun	de totale tijd gedurende welke men in een periode (dag, jaar) werkt
arbeidsduurverkorting	noun	vermindering van het totaal aantal uren dat een werknemer per week werkt, ooit beschouwd als een methode om nieuwe banen te creëren
arbeidsduurverkortingen	=	arbeidsduurverkorting
arbeidsduurverlenging	noun	verlenging van de werkdag om een tekort aan arbeidskrachten op te vangen
arbeidsduurverlengingen	=	arbeidsduurverlenging
arbeidsduurverlenginkje	=	arbeidsduurverlenging
arbeidsduurverlenginkjes	=	arbeidsduurverlenging
arbeidsduurvermindering	noun	verkorting van de werktijd al middeel om meer mensen aan het werk te helpen
arbeidsduurverminderingen	=	arbeidsduurvermindering
arbeidservaring	noun	kennis en vaardigheden opgedaan tijdens het werken
arbeidservaringen	=	arbeidservaring
arbeidservarinkje	=	arbeidservaring
arbeidservarinkjes	=	arbeidservaring
arbeidsethiek	noun	het belang dat men hecht aan (hard) werken
arbeidsethos	noun	moraal en houding t.a.v. het werk
arbeidsflexibiliteit	noun	het gemak waarmee werknemers op variabele tijden kunnen werken
arbeidsflexibiliteiten	=	arbeidsflexibiliteit
arbeidsgehandicapt	adj	door langdurige lichamelijke of geestelijke problemen ernstig belemmerd om te werken In de Nederlandse sociale wetgeving wordt de term "met een structurele functionele beperking" gebruikt.
arbeidsgehandicapte	noun	iemand die door langdurige lichamelijke of geestelijke problemen wordt belemmerd om te werken
arbeidsgehandicapten	=	arbeidsgehandicapte
arbeidsgehandicapts	=	arbeidsgehandicapt
arbeidsgeneesheer	noun	een arts die de aanvullende specialisatie in arbeidsgeneeskunde heeft gevolgd
arbeidsgeneesheren	=	arbeidsgeneesheer
arbeidsgeneeskundige	noun	geneeskundige die zich bezighoudt met de arbeidsomstandigheden en beroepsziekten
arbeidsgeneeskundigen	=	arbeidsgeneeskundige
arbeidsgeschikt	adj	geschikt om te werken
arbeidsgeschikte	noun	iemand die kan werken
arbeidsgeschikten	=	arbeidsgeschikte
arbeidsgeschikter	=	arbeidsgeschikt
arbeidsgeschiktere	=	arbeidsgeschikt
arbeidsgeschikters	=	arbeidsgeschikt
arbeidsgeschiktheden	=	arbeidsgeschiktheid
arbeidsgeschiktheid	noun	de mate waarin iemand in staat is om betaalde arbeid te verrichten
arbeidsgeschikts	=	arbeidsgeschikt
arbeidsgeschiktst	=	arbeidsgeschikt
arbeidsgeschiktste	=	arbeidsgeschikt
arbeidsgeschil	noun	conflict tussen werkgever en werknemer
arbeidsgeschillen	=	arbeidsgeschil
arbeidsgeschilletje	=	arbeidsgeschil
arbeidsgeschilletjes	=	arbeidsgeschil
arbeidsgewenning	noun	procedure om iemand na ziekte e.d. weer geleidelijk in het arbeidsproces op te nemen
arbeidsgewenningen	=	arbeidsgewenning
arbeidshandicap	noun	belemmering in het kunnen vervullen van een betaalde baan
arbeidshandicaps	=	arbeidshandicap
arbeidshof	noun	behandelt in België het hoger beroep tegen vonnissen van de arbeidsrechtbank
arbeidshoven	=	arbeidshof
arbeidshulpverlening	noun	maatschappelijk werk in bedrijven dat zich richt op werkgerelateerde problemen
arbeidshygiëne	noun	de leer van de schadelijke invloeden die het werk op mensen kan hebben en het bestrijden van de gevaren die daaruit voortvloeien; de zorg voor een gezonde werkomgeving
arbeidsimmigratie	noun	het verhuizen van werknemers naar plaatsen waar men (beter betaald) werk kan vinden
arbeidsinhoud	noun	de hoeveelheid tijd die nodig is om een bepaald product te fabriceren
arbeidsinhouden	=	arbeidsinhoud
arbeidsinkomen	noun	inkomen uit arbeid
arbeidsinkomens	=	arbeidsinkomen
arbeidsinkomensquote	noun	het deel (of het percentage) van het nationaal inkomen dat dient als beloning voor de verschaffing van de productiefactor arbeid
arbeidsinkomensquoteje	=	arbeidsinkomensquote
arbeidsinkomensquotejes	=	arbeidsinkomensquote
arbeidsinkomensquoten	=	arbeidsinkomensquote
arbeidsinspecteur	noun	iemand die toeziet op de arbeidsomstandigheden voor werknemers
arbeidsinspecteurs	=	arbeidsinspecteur
arbeidsinspectie	noun	ambtelijke dienst of meerdere diensten die toezien op de regels rondom werk zoals de Arbeidsomstandighedenwetgeving in een land
arbeidsinspecties	=	arbeidsinspectie
arbeidsinstensiever	=	arbeidsintensief
arbeidsintegratie	noun	het kunnen functioneren als betaalde werknemer op de arbeidsmarkt
arbeidsintegraties	=	arbeidsintegratie
arbeidsintensief	adj	veel arbeid nodig hebbende
arbeidsintensiefs	=	arbeidsintensief
arbeidsintensiefst	=	arbeidsintensief
arbeidsintensiefste	=	arbeidsintensief
arbeidsintensieve	=	arbeidsintensief
arbeidsintensiever	=	arbeidsintensief
arbeidsintensievere	=	arbeidsintensief
arbeidsintensievers	=	arbeidsintensief
arbeidsintensiteit	noun	de hoeveelheid arbeid per hoeveelheid kapitaal / de hoeveelheid arbeid per hoeveelheid product
arbeidsintensiteiten	=	arbeidsintensiteit
arbeidsinzet	noun	gedwongen tewerkstelling van jonge mannen tijdens de Tweede-Wereldoorlog
arbeidsinzetten	=	arbeidsinzet
arbeidsjaar	noun	eenheid van werkgelegenheid: een full-time baan gedurende een jaar
arbeidsjaren	=	arbeidsjaar
arbeidskaart	noun	identiteitskaart die aangeeft dat iemand een werkvergunning heeft
arbeidskaarten	=	arbeidskaart
arbeidskamer	noun	ruimte in een ziekenhuis waar zwangere vrouwen tijdelijk verblijven tot de eigenlijke bevalling begint
arbeidskamers	=	arbeidskamer
arbeidskantoor	noun	organisatie waar werkzoekenden en werkgevers die personeel nodig hebben elkaar (viruteel) kunnen ontmoeten
arbeidskantoortje	=	arbeidskantoor
arbeidskantoortjes	=	arbeidskantoor
arbeidskantoren	=	arbeidskantoor
arbeidsklimaat	noun	de arbeidsomstandigheden en sfeer in een bedrijf
arbeidsklimaten	=	arbeidsklimaat
arbeidskorting	noun	verlaging van de inkomstenbelasting voor mensen die betaald werk verrichten
arbeidskortingen	=	arbeidskorting
arbeidskost	noun	loonkosten
arbeidskosten	noun	loonkosten
arbeidskostenbeleid	noun	de manier waarmee de overheid omgaat met onkosten die men maakt om zijn werk te kunnen verrichten
arbeidskostenforfait	noun	belastingvoordeel dat een werkende ontvangt als vergoeding voor de onkosten die hij of zij moet maken voor het verrichten van betaalde arbeid
arbeidskostenforfaits	=	arbeidskostenforfait
arbeidskracht	noun	het vermogen om arbeid te (kunnen) verrichten
arbeidskrachten	=	arbeidskracht
arbeidskrachtje	=	arbeidskracht
arbeidskrachtjes	=	arbeidskracht
arbeidskrapte	noun	tekort van arbeidskrachten op de arbeidsmarkt
arbeidskunde	noun	theoretische en praktische kennis op het gebied van de menselijke arbeid
arbeidskundig	adj	betrekking hebbend op de arbeidskunde
arbeidskundige	noun	persoon die kennis heeft over arbeid en de belasting die dat veroorzaakt bij werkenden
arbeidskundigen	=	arbeidskundige
arbeidskundigs	=	arbeidskundig
arbeidslast	noun	het zware en vermoeiende van het werk dat men verricht
arbeidslasten	=	arbeidslast
arbeidsleer	noun	leer betreffende de aanpassing van werk aan de menselijke capaciteiten
arbeidsleven	noun	het deel van iemands leven waarin hij of zij werkzaam was
arbeidslevens	=	arbeidsleven
arbeidslieden	=	arbeidsman
arbeidslijst	noun	lijst waarop de begin- en eindtijd van de arbeid en ook de rusttijden staan vermeld
arbeidslijsten	=	arbeidslijst
arbeidslijstje	=	arbeidslijst
arbeidslijstjes	=	arbeidslijst
arbeidslonen	=	arbeidsloon
arbeidsloon	noun	inkomsten die men ontvangt door het uitvoeren van werk
arbeidsloontje	=	arbeidsloon
arbeidsloontjes	=	arbeidsloon
arbeidsloos	adj	zonder arbeid
arbeidsloost	=	arbeidsloos
arbeidslooste	=	arbeidsloos
arbeidsloze	=	arbeidsloos
arbeidslozer	=	arbeidsloos
arbeidslozere	=	arbeidsloos
arbeidslozers	=	arbeidsloos
arbeidsluitjes	=	arbeidsman
arbeidslust	noun	zin om te werken (!)
arbeidslusten	=	arbeidslust
arbeidslustje	=	arbeidslust
arbeidslustjes	=	arbeidslust
arbeidsman	noun	arbeider
arbeidsmannen	=	arbeidsman
arbeidsmannetje	=	arbeidsman
arbeidsmarkt	noun	de interactie tussen vraag naar en aanbod van arbeid
arbeidsmarktanalyse	noun	onderzoek naar vraag en aanbod van personeel
arbeidsmarktanalysen	=	arbeidsmarktanalyse
arbeidsmarktanalyses	=	arbeidsmarktanalyse
arbeidsmarktbeleid	noun	de maatregelen die de overheid neemt op het gebied van vraag en aanbod van betaald werk
arbeidsmarktcommunicatie	noun	communicatie van een bedrijf met de groep toekomstige, potentiële werknemers
arbeidsmarktcommunicaties	=	arbeidsmarktcommunicatie
arbeidsmarkten	=	arbeidsmarkt
arbeidsmarktje	=	arbeidsmarkt
arbeidsmarktjes	=	arbeidsmarkt
arbeidsmarktonderzoek	noun	onderzoek naar de vraag- en het aanbod van arbeidskrachten
arbeidsmarktonderzoeken	=	arbeidsmarktonderzoek
arbeidsmarktperspectief	noun	de kans dat men een betaalde baan vindt (met een bepaalde opleiding)
arbeidsmarktperspectieven	=	arbeidsmarktperspectief
arbeidsmarktpolitiek	noun	overheidsbeleid dat erop gericht is inactieven weer aan betaald werk te helpen
arbeidsmarktpositie	noun	de eisen die een persoon kan stellen (of juist niet kan stellen) aan de aard van betaalde arbeid; de kans dat een persoon passende arbeid vindt
arbeidsmarktposities	=	arbeidsmarktpositie
arbeidsmarktprobleem	noun	moeilijkheid dat de vraag naar arbeid en het aanbod van arbeidskrachten niet met elkaar in evenwicht zijn
arbeidsmarktproblemen	=	arbeidsmarktprobleem
arbeidsmarktsegmentatie	noun	de verdeling van werkenden in steeds kleinere niet-inwisselbare groepen zodat de flexibiliteit van de arbeidsmarkt afneemt
arbeidsmarktsegmentaties	=	arbeidsmarktsegmentatie
arbeidsmarktsituatie	noun	de vraag naar arbeidskrachten; het aanbod van arbeidskrachten
arbeidsmarktsituaties	=	arbeidsmarktsituatie
arbeidsmarkttoeslag	noun	toeslag op het salaris van een ambtenaar als deze ambtenaar in het bedrijfsleven meer kan verdienen voor hetzelfde werk
arbeidsmarkttoeslagen	=	arbeidsmarkttoeslag
arbeidsmentaliteit	noun	de houding die mensen hebben t.a.v. hun werk
arbeidsmigrant	noun	iemand die migreert om werk of beter betaald werk te vinden
arbeidsmigranten	=	arbeidsmigrant
arbeidsmigratie	noun	verhuizen naar een ander land omdat daar betaald werk gevonden kan worden
arbeidsmigraties	=	arbeidsmigratie
arbeidsmobiliteit	noun	het kunnen en bereid zijn te veranderen van baan, zowel in de aard van het werk dat men doet, als de plaats waar men het werk verricht
arbeidsmogelijkheden	=	arbeidsmogelijkheid
arbeidsmogelijkheid	noun	de arbeid die iemand (met een ziekte of gebrek) nog kan uitvoeren
arbeidsmoraal	noun	de houding van iemand t.o.v. werk; de wil om te werken
arbeidsmoralen	=	arbeidsmoraal
arbeidsmotivatie	noun	dat wat men drijft om (betaalde) arbeid te verrichten
arbeidsmotivaties	=	arbeidsmotivatie
arbeidsomstandigheden	noun	situatie waarin men werkt, vooral voor zover die van invloed is op de veiligheid en gezondheid
arbeidsomstandighedenbeleid	noun	plan van aanpak betreffende het fysieke, sociale en psychologische klimaat waarin wordt gewerkt
arbeidsomstandighedenwet	noun	wet waarin de omstandigheden van werknemers tijdens de uitoefening van hun beroep wordt geregeld
arbeidsomstandighedenwetten	=	arbeidsomstandighedenwet
arbeidsomstandigheid	noun	situatie waarin men werkt o.a. met betrekking tot de veiligheid en gezondheid
arbeidsomstandigheidje	=	arbeidsomstandigheid
arbeidsomstandigheidjes	=	arbeidsomstandigheid
arbeidsonbekwaam	adj	ongeschikt om te werken
arbeidsonbekwaams	=	arbeidsonbekwaam
arbeidsonbekwaamst	=	arbeidsonbekwaam
arbeidsonbekwaamste	=	arbeidsonbekwaam
arbeidsonbekwame	=	arbeidsonbekwaam
arbeidsonbekwamer	=	arbeidsonbekwaam
arbeidsonbekwamere	=	arbeidsonbekwaam
arbeidsonbekwamers	=	arbeidsonbekwaam
arbeidsonderzoek	noun	onderzoek naar de arbeidsomstandigheden bij een bedrijf
arbeidsonderzoeken	=	arbeidsonderzoek
arbeidsonderzoekje	=	arbeidsonderzoek
arbeidsonderzoekjes	=	arbeidsonderzoek
arbeidsongeschikt	adj	niet in staat zijn om te werken (binnen het 'normale' bedrijfsleven)
arbeidsongeschikte	noun	persoon die arbeidsongeschikt is
arbeidsongeschikten	=	arbeidsongeschikte
arbeidsongeschikter	=	arbeidsongeschikt
arbeidsongeschiktere	=	arbeidsongeschikt
arbeidsongeschikters	=	arbeidsongeschikt
arbeidsongeschiktheden	=	arbeidsongeschiktheid
arbeidsongeschiktheid	noun	het ongeschikt zijn om te werken (binnen het 'normale' bedrijfsleven)
arbeidsongeschiktheidspensioen	noun	uitkering die iemand ontvangt die door gezondheidsproblemen minder of niet kan werken
arbeidsongeschiktheidspensioenen	=	arbeidsongeschiktheidspensioen
arbeidsongeschiktheidspensioentje	=	arbeidsongeschiktheidspensioen
arbeidsongeschiktheidspensioentjes	=	arbeidsongeschiktheidspensioen
arbeidsongeschiktheidsperiode	noun	tijdperk dat men niet instaat is om te werken
arbeidsongeschiktheidsperioden	=	arbeidsongeschiktheidsperiode
arbeidsongeschiktheidsperiodes	=	arbeidsongeschiktheidsperiode
arbeidsongeschiktheidsregeling	noun	regelingen betreffende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
arbeidsongeschiktheidsregelingen	=	arbeidsongeschiktheidsregeling
arbeidsongeschiktheidsregelingetje	=	arbeidsongeschiktheidsregeling
arbeidsongeschiktheidsregelingetjes	=	arbeidsongeschiktheidsregeling
arbeidsongeschiktheidsrisico	noun	het financiële gevaren die men loopt door een ziekte of een gebrek
arbeidsongeschiktheidsrisico's	=	arbeidsongeschiktheidsrisico
arbeidsongeschiktheidsuitkering	noun	een uitkering die men krijgt als iemand door diens gezondheid niet in staat is om (volledig) te kunnen werken
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen	=	arbeidsongeschiktheidsuitkering
arbeidsongeschiktheidsuitkerinkje	=	arbeidsongeschiktheidsuitkering
arbeidsongeschiktheidsuitkerinkjes	=	arbeidsongeschiktheidsuitkering
arbeidsongeschiktheidsverzekering	noun	verzekering tegen de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen	=	arbeidsongeschiktheidsverzekering
arbeidsongeschiktheidsverzekerinkje	=	arbeidsongeschiktheidsverzekering
arbeidsongeschiktheidsverzekerinkjes	=	arbeidsongeschiktheidsverzekering
arbeidsongeschiktheidswet	noun	wet die o.a. de uitkeringen regelt die een werknemer, met een langdurige ziekte of aandoening die hem belet om arbeid te verrichten, ontvangt
arbeidsongeschiktheidswetten	=	arbeidsongeschiktheidswet
arbeidsongeschikts	=	arbeidsongeschikt
arbeidsongeschiktst	=	arbeidsongeschikt
arbeidsongeschiktste	=	arbeidsongeschikt
arbeidsongeval	noun	ongeval dat tijdens het werk (of onderweg van en naar het werk) optreedt, bedrijfsongeval
arbeidsongevallen	=	arbeidsongeval
arbeidsongevallenwet	noun	een wet die e.e.a. regelt in geval van arbeidsongevallen
arbeidsongevallenwetten	=	arbeidsongevallenwet
arbeidsongevalletje	=	arbeidsongeval
arbeidsongevalletjes	=	arbeidsongeval
arbeidsonrust	noun	ontevredenheid bij personeelsleden over de arbeidsvoorwaarden
arbeidsopgave	noun	de specifieke taken die een werknemer heeft tijdens de uitoefening van zijn werk
arbeidsopgaven	=	arbeidsopgave
arbeidsopgaves	=	arbeidsopgave
arbeidsopvatting	noun	de manier waarop mensen denken over werk en de rol die arbeid in hun leven speelt
arbeidsopvattingen	=	arbeidsopvatting
arbeidsorganisatie	noun	organisatie die zich toelegt op de arbeidsomstandigheden
arbeidsorganisaties	=	arbeidsorganisatie
arbeidsorganisatorisch	adj	betreffende het regelen van de uit te voeren arbeid
arbeidsorganisatorische	=	arbeidsorganisatorisch
arbeidsorganisatorischer	=	arbeidsorganisatorisch
arbeidsorganisatorischere	=	arbeidsorganisatorisch
arbeidsorganisatorischers	=	arbeidsorganisatorisch
arbeidsovereenkomst	noun	een afspraak om arbeid te verrichten en daarvoor betaald te worden
arbeidsovereenkomsten	=	arbeidsovereenkomst
arbeidsovereenkomstje	=	arbeidsovereenkomst
arbeidsovereenkomstjes	=	arbeidsovereenkomst
arbeidsparticipatie	noun	deelname aan het arbeidsproces
arbeidsparticipaties	=	arbeidsparticipatie
arbeidspatronen	=	arbeidspatroon
arbeidspatroon	noun	geheel van gewoonten en regelingen dat bepaald hoe de werkomstandigheden van iemand zijn
arbeidspatroontje	=	arbeidspatroon
arbeidspatroontjes	=	arbeidspatroon
arbeidsplaats	noun	elke plek waar arbeid wordt verricht in dienstverband van een organisatie
arbeidsplaatsen	=	arbeidsplaats
arbeidsplaatsenbeleid	noun	alle maatregelen om de werkgelegenheid te bevorderen
arbeidsplaatsenovereenkomst	noun	resultaat van een onderhandeling waarbij men bepaalt hoeveel mensen er kunnen blijven werken in een bedrijf na een reorganisatie
arbeidsplaatsenovereenkomsten	=	arbeidsplaatsenovereenkomst
arbeidsplaatsenplan	noun	alle plannen die gericht zijn op het bevorderen van de werkgelegenheid en het bestrijden van werkloosheid
arbeidsplaatsenplannen	=	arbeidsplaatsenplan
arbeidsplaatsje	=	arbeidsplaats
arbeidsplaatsjes	=	arbeidsplaats
arbeidsplaatsvoorziening	noun	aanpassingen op de werkplek, zodat mensen met een beperking kunnen deelnemen aan het arbeidsproces
arbeidsplaatsvoorzieningen	=	arbeidsplaatsvoorziening
arbeidsplek	noun	locatie waar iemand werkt
arbeidsplekken	=	arbeidsplek
arbeidsplicht	noun	het moeten werken
arbeidsplichten	=	arbeidsplicht
arbeidsplichtig	adj	het wettelijk of moreel verplicht zijn om werk te verrichten
arbeidsplichtige	noun	persoon die de plicht heeft om arbeid te verrichten als zich daartoe de kans voordoet
arbeidsplichtigen	=	arbeidsplichtige
arbeidsplichtiger	=	arbeidsplichtig
arbeidsplichtigere	=	arbeidsplichtig
arbeidsplichtigers	=	arbeidsplichtig
arbeidsplichtigs	=	arbeidsplichtig
arbeidsplichtigst	=	arbeidsplichtig
arbeidsplichtigste	=	arbeidsplichtig
arbeidspool	noun	groep personen over wiens arbeidskracht beschikt kan worden (onder bepaalde voorwaarden)
arbeidspools	=	arbeidspool
arbeidspooltje	=	arbeidspool
arbeidspooltjes	=	arbeidspool
arbeidspositie	noun	de macht die die iemand heeft op de arbeidsmarkt
arbeidsposities	=	arbeidspositie
arbeidspotentieel	noun	de hoeveelheid arbeidskracht die aanwezig is in een land
arbeidspotentiëlen	=	arbeidspotentieel
arbeidsprestatie	noun	het resultaat van de verrichte arbeid
arbeidsprestaties	=	arbeidsprestatie
arbeidsproces	noun	het verrichten van betaalde arbeid
arbeidsprocessen	=	arbeidsproces
arbeidsproductief	adj	genoeg producerend in een bepaald tijdseenheid
arbeidsproductiefs	=	arbeidsproductief
arbeidsproductiefst	=	arbeidsproductief
arbeidsproductiefste	=	arbeidsproductief
arbeidsproductieve	=	arbeidsproductief
arbeidsproductiever	=	arbeidsproductief
arbeidsproductievere	=	arbeidsproductief
arbeidsproductievers	=	arbeidsproductief
arbeidsproductiviteit	noun	de hoeveelheid productie die per tijdseenheid wordt geproduceerd door één arbeider
arbeidspsychologie	noun	studie van de mens in zijn betrekking tot zijn arbeid
arbeidsraad	noun	adviesgevend orgaan van de regering tav werk en arbeiders
arbeidsraadje	=	arbeidsraad
arbeidsraadjes	=	arbeidsraad
arbeidsraden	=	arbeidsraad
arbeidsre-integratie	noun	proces om iemand die lang geen werk heeft gehad weer een baan te bezorgen
arbeidsre-integraties	=	arbeidsre-integratie
arbeidsrecht	noun	privaatrechtelijk vakgebied dat de contractuele aspecten van arbeidsverhoudingen en de rechtsposities van werknemers en werkgevers regelt
arbeidsrechtbank	noun	rechterlijk orgaan ter behandeling van geschillen betreffende arbeid en betreffende sociale voorzieningen
arbeidsrechtbanken	=	arbeidsrechtbank
arbeidsrechtelijk	adj	betrekking hebbend op het arbeidsrecht
arbeidsrechtelijke	=	arbeidsrechtelijk
arbeidsrechtelijker	=	arbeidsrechtelijk
arbeidsrechtelijkere	=	arbeidsrechtelijk
arbeidsrechtelijkers	=	arbeidsrechtelijk
arbeidsrechtelijks	=	arbeidsrechtelijk
arbeidsrechtelijkst	=	arbeidsrechtelijk
arbeidsrechtelijkste	=	arbeidsrechtelijk
arbeidsrechten	=	arbeidsrecht
arbeidsrechter	noun	rechter die bemiddelt bij arbeidsconflicten
arbeidsrechters	=	arbeidsrechter
arbeidsregister	noun	register dat de namen bevat van alle personen, die in een bedrijf werkzaam zijn
arbeidsregisters	=	arbeidsregister
arbeidsregistertje	=	arbeidsregister
arbeidsregistertjes	=	arbeidsregister
arbeidsreglement	noun	schriftelijk document waarin de arbeidsvoorwaarden staan vermeld
arbeidsreglementen	=	arbeidsreglement
arbeidsrelatie	noun	interpersoonlijke relaties tussen mensen die met elkaar samenwerken
arbeidsrelaties	=	arbeidsrelatie
arbeidsrendement	noun	productiviteit van de arbeid
arbeidsrendementen	=	arbeidsrendement
arbeidsreserve	noun	de groep van mensen die betaald werk kunnen en willen doen maar niet of nog niet werken
arbeidsreserves	=	arbeidsreserve
arbeidsreservoir	noun	verzameling van alle mensen die in staat zijn om te werken
arbeidsreservoirs	=	arbeidsreservoir
arbeidsritme	noun	de regelmaat die het hebben van een baan veroorzaakt
arbeidsritmen	=	arbeidsritme
arbeidsritmes	=	arbeidsritme
arbeidsrooster	noun	schema waarin staat wie, wat, waar en wanneer doet als arbeid
arbeidsroosters	=	arbeidsrooster
arbeidsroostertje	=	arbeidsrooster
arbeidsroostertjes	=	arbeidsrooster
arbeidsrust	noun	het afwezig zijn van stakingen en andere acties van werkenden om betere arbeidsvoorwaarden te verwerven
arbeidsschaarste	noun	tekort aan werk in vergelijking met de aanwezige beroepsbevolking waardoor werkloosheid ontstaat
arbeidsschaarsten	=	arbeidsschaarste
arbeidsschaarstes	=	arbeidsschaarste
arbeidsschuw	adj	werken zoveel mogelijk mijdend
arbeidsschuwe	=	arbeidsschuw
arbeidsschuwer	=	arbeidsschuw
arbeidsschuwere	=	arbeidsschuw
arbeidsschuwers	=	arbeidsschuw
arbeidsschuwheid	noun	het niet willen werken omdat men zo rijk is dat men het geld niet nodig heeft; het niet willen werken omdat de sociale uitkeringen hoog genoeg zijn
arbeidsschuws	=	arbeidsschuw
arbeidsschuwst	=	arbeidsschuw
arbeidsschuwste	=	arbeidsschuw
arbeidssituatie	noun	hoe de zaken ervoor staan op de arbeidsmarkt
arbeidssituaties	=	arbeidssituatie
arbeidssplitsing	noun	verdeling van de arbeid tussen beroepen en bedrijven
arbeidssplitsingen	=	arbeidssplitsing
arbeidssplitsinkje	=	arbeidssplitsing
arbeidssplitsinkjes	=	arbeidssplitsing
arbeidsstijl	noun	een van de manieren waarop de arbeid gedaan kan worden
arbeidsstijlen	=	arbeidsstijl
arbeidsstijltje	=	arbeidsstijl
arbeidsstijltjes	=	arbeidsstijl
arbeidssysteem	noun	de manier hoe men de arbeidsrechten in een land heeft geregeld
arbeidssystemen	=	arbeidssysteem
arbeidstaak	noun	een taak die verricht moet worden tijdens het werk
arbeidstaakje	=	arbeidstaak
arbeidstaakjes	=	arbeidstaak
arbeidstaken	=	arbeidstaak
arbeidstekort	noun	te weinig mensen die vacatures kunnen opvullen
arbeidstekorten	=	arbeidstekort
arbeidstempo	noun	de snelheid waarmee men werkt
arbeidstempo's	=	arbeidstempo
arbeidster	noun	een vrouwelijke persoon die werk uitvoert voor een ander
arbeidster-heilige	noun	heilig verklaarde vrouwelijke arbeider
arbeidster-heiligen	=	arbeidster-heilige
arbeidsterrein	noun	de onderwerpen waar iemand zich bij zijn werk mee bezighoudt
arbeidsterreinen	=	arbeidsterrein
arbeidsterreintje	=	arbeidsterrein
arbeidsterreintjes	=	arbeidsterrein
arbeidsters	=	arbeidster
arbeidstertje	=	arbeidster
arbeidstertjes	=	arbeidster
arbeidstevredenheid	noun	de voldoening die men krijgt uit de arbeid die men verricht
arbeidstherapeut	noun	iemand die beroepsmatig arbeidstherapie toepast
arbeidstherapeute	noun	vrouw die arbeidstherapie geeft
arbeidstherapeuten	=	arbeidstherapeut
arbeidstherapeutes	=	arbeidstherapeute
arbeidstherapeutisch	adj	gerelateerd aan een psychiatrische therapievorm waarbij de patiënt lichte arbeid verricht
arbeidstherapeutische	=	arbeidstherapeutisch
arbeidstherapeutischer	=	arbeidstherapeutisch
arbeidstherapeutischere	=	arbeidstherapeutisch
arbeidstherapeutischers	=	arbeidstherapeutisch
arbeidstherapie	noun	behandeling van lichamelijke en geestelijke ziekten door arbeid
arbeidstherapietje	=	arbeidstherapie
arbeidstherapietjes	=	arbeidstherapie
arbeidstherapieën	=	arbeidstherapie
arbeidstijd	noun	tijd gedurende welke men werkt
arbeidstijden	=	arbeidstijd
arbeidstijdenwet	noun	wet die de arbeids- en rusttijden voor werknemers regelt
arbeidstijdenwetten	=	arbeidstijdenwet
arbeidstijdverkorting	noun	Nederlands regelgevend kader waarbij het totaal aantal dagen dat een werknemer per jaar werkt verminderd wordt, bij arbeidsduurverkorting neemt het aantal gewerkte uren per dag of per week af
arbeidstijdverkortingen	=	arbeidstijdverkorting
arbeidstijdverlenging	noun	meer werken op een dag of in een week
arbeidstijdverlengingen	=	arbeidstijdverlenging
arbeidstijdverlenginkje	=	arbeidstijdverlenging
arbeidstijdverlenginkjes	=	arbeidstijdverlenging
arbeidstoekomst	noun	loopbaan, werkomstandigheden en beloning in komende jaren
arbeidstoeleiding	noun	alles wat nodig is om een leerling voor te bereiden op loonvormende arbeid
arbeidstoeleidingen	=	arbeidstoeleiding
arbeidstoeleidinkje	=	arbeidstoeleiding
arbeidstoeleidinkjes	=	arbeidstoeleiding
arbeidstoeslag	noun	belastingkorting voor mensen de betaald werk hebben
arbeidstoeslagen	=	arbeidstoeslag
arbeidsuitstoot	noun	verlies van werkgelegenheid
arbeidsuren	=	arbeidsuur
arbeidsuur	noun	werktijd van 60 minuten
arbeidsveiligheid	noun	veiligheid in de werksituatie
arbeidsveld	noun	terrein waarop men werkzaam is
arbeidsvelden	=	arbeidsveld
arbeidsverbod	noun	een verbod om te werken, wat historisch gezien vaak gericht was op specifieke groepen
arbeidsverboden	=	arbeidsverbod
arbeidsverbodje	=	arbeidsverbod
arbeidsverbodjes	=	arbeidsverbod
arbeidsverdeling	noun	Het verdelen van het werk in verschillende taken.
arbeidsverdelingen	=	arbeidsverdeling
arbeidsverdringing	noun	mensen uit andere landen die in een land het werk komen doen en daarmee de inwoners van het land mogelijk zouden verdringen om zelf dat werk te doen.
arbeidsverdringingen	=	arbeidsverdringing
arbeidsvergunning	noun	papieren die een buitenlandse werknemer de toelating geven om te werken
arbeidsvergunningen	=	arbeidsvergunning
arbeidsverhouding	noun	wettelijke betrekkingen tussen werkgever en werknemer
arbeidsverhoudingen	=	arbeidsverhouding
arbeidsverhoudinkje	=	arbeidsverhouding
arbeidsverhoudinkjes	=	arbeidsverhouding
arbeidsverleden	noun	de opsomming van alle arbeid die men in het verleden gedaan heeft
arbeidsverledens	=	arbeidsverleden
arbeidsvermogen	noun	de mate waarin iemand in staat is te werken
arbeidsvermogens	=	arbeidsvermogen
arbeidsvermogentje	=	arbeidsvermogen
arbeidsvermogentjes	=	arbeidsvermogen
arbeidsverzekering	noun	sociale verzekering die zorgt voor inkomen als men geen betaald werk kan krijgen of geen betaald werk kan verrichten
arbeidsverzekeringen	=	arbeidsverzekering
arbeidsverzuim	noun	niet werken dat niet veroorzaakt wordt door ziekte
arbeidsvoldoening	noun	de bevrediging die men krijgt door het werk dat men doet
arbeidsvoldoeningen	=	arbeidsvoldoening
arbeidsvolume	noun	de totale werkgelegenheid
arbeidsvolumen	=	arbeidsvolume
arbeidsvolumes	=	arbeidsvolume
arbeidsvoorbereiding	noun	geheel van activiteiten die nodig zijn om iemand later zijn werk goed te laten doen
arbeidsvoorbereidingen	=	arbeidsvoorbereiding
arbeidsvoorwaarde	noun	voorwaarde waaronder werk wordt verricht, bijvoorbeeld met betrekking tot betaling, werktijden en vakantiedagen
arbeidsvoorwaardelijk	adj	betrekking hebbend op de voorwaarden waaronder men bepaalde arbeid verricht
arbeidsvoorwaardelijke	=	arbeidsvoorwaardelijk
arbeidsvoorwaardelijker	=	arbeidsvoorwaardelijk
arbeidsvoorwaardelijkere	=	arbeidsvoorwaardelijk
arbeidsvoorwaardelijkers	=	arbeidsvoorwaardelijk
arbeidsvoorwaardelijks	=	arbeidsvoorwaardelijk
arbeidsvoorwaardelijkst	=	arbeidsvoorwaardelijk
arbeidsvoorwaardelijkste	=	arbeidsvoorwaardelijk
arbeidsvoorwaarden	=	arbeidsvoorwaarde
arbeidsvoorwaardenbeleid	noun	plannen die men heeft op het gebied van de voorwaarden waaronder men betaalde arbeid verricht
arbeidsvoorwaardencontract	noun	een schriftelijk document waarin de arbeidsvoorwaarden van een werknemer zijn vastgelegd
arbeidsvoorwaardencontracten	=	arbeidsvoorwaardencontract
arbeidsvoorwaardennota	noun	schrijven waarin men gedachten over de arbeidsvoorwaarden formuleert
arbeidsvoorwaardennota's	=	arbeidsvoorwaardennota
arbeidsvoorwaardenontwikkeling	noun	veranderingen die optreden in de arbeidsvoorwaarden in een bepaalde richting
arbeidsvoorwaardenontwikkelingen	=	arbeidsvoorwaardenontwikkeling
arbeidsvoorwaardenoverleg	noun	onderhandelingen over arbeidscontracten tussen (vertegenwoordigers) van werknemers en werkgevers
arbeidsvoorwaardenoverleggen	=	arbeidsvoorwaardenoverleg
arbeidsvoorwaardenpakket	noun	alle plichten en rechten van werknemers
arbeidsvoorwaardenpakketten	=	arbeidsvoorwaardenpakket
arbeidsvoorwaardetje	=	arbeidsvoorwaarde
arbeidsvoorziening	noun	maatregelen door de overheid genomen om vraag en aanbod van arbeidskrachten op elkaar af te stellen
arbeidsvoorzieningen	=	arbeidsvoorziening
arbeidsvoorzieningsbeleid	noun	plan van aanpak voor het creëren van arbeidsplekken voor mensen die door ziekte of gebrek moeilijk of niet aan een betaalde baan kunnen komen
arbeidsvoorzieningswet	noun	wet- en regelgeving die de arbeidsomstandigheden regelt van mensen die door ziekte of gebrek geen reguliere arbeidsplek kunnen verkrijgen
arbeidsvoorzieningswetten	=	arbeidsvoorzieningswet
arbeidsvraag	noun	behoefte aan werknemers bij werkgevers
arbeidsvraagstuk	noun	de opgave om het arbeidsaanbod in overeenstemming te brengen met de vraag naar arbeid
arbeidsvraagstukje	=	arbeidsvraagstuk
arbeidsvraagstukjes	=	arbeidsvraagstuk
arbeidsvraagstukken	=	arbeidsvraagstuk
arbeidsvragen	=	arbeidsvraag
arbeidsvrede	noun	situatie dat er geen conflict is tussen werkgevers en werknemers
arbeidsvreugde	noun	het plezier dat men aan zijn werk beleeft
arbeidsvreugden	=	arbeidsvreugde
arbeidsvreugdes	=	arbeidsvreugde
arbeidsvrouw	=	arbeidsman
arbeidsweek	noun	deel van de week dat men besteedt aan werken meestal uitgedrukt in het aantal uren dat men per week werkt
arbeidsweekje	=	arbeidsweek
arbeidsweekjes	=	arbeidsweek
arbeidsweken	=	arbeidsweek
arbeidswereld	noun	alles wat te maken heeft met het verrichten van (betaald) werk
arbeidswerelden	=	arbeidswereld
arbeidswereldje	=	arbeidswereld
arbeidswereldjes	=	arbeidswereld
arbeidswet	noun	wet die de verhoudingen tussen werkgever en werknemer regelt; wet die de belangen van een werknemer beschermt
arbeidswetgeving	noun	wetgeving die de verhouding tussen werkgever en werknemer regelt
arbeidswetgevingen	=	arbeidswetgeving
arbeidswetten	=	arbeidswet
arbeidszaak	noun	een aangelegenheid met betrekking tot het werken
arbeidszaakje	=	arbeidszaak
arbeidszaakjes	=	arbeidszaak
arbeidszaken	noun	meningsverschillen die betrekking hebben op de voorwaarden waaronder iemand werk verricht
arbeidt	=	arbeiden
arbeidzaam	adj	met genoegen en inzet gewoon om arbeid te verrichten
arbeidzaamheid	noun	geneigdheid van een persoon om te werken
arbeidzaams	=	arbeidzaam
arbeidzaamst	=	arbeidzaam
arbeidzaamste	=	arbeidzaam
arbeidzame	=	arbeidzaam
arbeidzamer	=	arbeidzaam
arbeidzamere	=	arbeidzaam
arbeidzamers	=	arbeidzaam
arbelos	noun	meetkundige figuur bestaande uit drie halve cirkels die elkaar raken op een gemeenschappelijke basislijn
arbiter	noun	scheidsrechter bij een wedstrijd
arbiters	=	arbiter
arbiterscursus	noun	opleiding tot scheidsrechter
arbiterscursusje	=	arbiterscursus
arbiterscursusjes	=	arbiterscursus
arbiterscursussen	=	arbiterscursus
arbiterskorps	noun	de groep scheidsrechters waarover men kan beschikken
arbiterskorpsen	=	arbiterskorps
arbitersopleiding	noun	scholing tot scheidsrechter
arbitersopleidingen	=	arbitersopleiding
arbitersopleidinkje	=	arbitersopleiding
arbitersopleidinkjes	=	arbitersopleiding
arbitertje	=	arbiter
arbitraal	adj	scheidsrechterlijk
arbitraals	=	arbitraal
arbitraalst	=	arbitraal
arbitraalste	=	arbitraal
arbitrage	noun	het handelen van een scheidsrechter of arbiter (spraakgebruik)
arbitragecommissie	noun	een groep gebruikers die zich gezamenlijk ertoe inzetten om bepaalde conflicten op een wiki op te lossen
arbitragecommissies	=	arbitragecommissie
arbitragehof	noun	rechtscollege dat toeziet op de naleving van de grondrechten en de bevoegdheidsverdeling tussen staat, gemeenschappen en gewesten
arbitragepanel	noun	groep mensen die een scheidsrechterlijke beslissing neemt in een conflict tussen twee of meer partijen
arbitragepanels	=	arbitragepanel
arbitrageprocedure	noun	het proces waarbij een scheidsrechter beslist over een conflict tussen twee of meer partijen
arbitrageprocedures	=	arbitrageprocedure
arbitrages	=	arbitrage
arbitragetje	=	arbitrage
arbitragetjes	=	arbitrage
arbitrageur	noun	iemand die arbitreert, een arbitrant
arbitrageurs	=	arbitrageur
arbitrageurtje	=	arbitrageur
arbitrageurtjes	=	arbitrageur
arbitragezaak	noun	geschil dat wordt voorgelegd aan een scheidsrechter
arbitragezaken	=	arbitragezaak
arbitrair	adj	willekeurig
arbitrairder	=	arbitrair
arbitrairdere	=	arbitrair
arbitrairders	=	arbitrair
arbitraire	=	arbitrair
arbitrairs	=	arbitrair
arbitrairst	=	arbitrair
arbitrairste	=	arbitrair
arbitrale	=	arbitraal
arbitraler	=	arbitraal
arbitralere	=	arbitraal
arbitralers	=	arbitraal
arbitrant	noun	iemand die arbitreert (arbitrage uitoefent)
arbitranten	=	arbitrant
arbitreer	=	arbitreren
arbitreerde	=	arbitreren
arbitreerden	=	arbitreren
arbitreert	=	arbitreren
arbitrere	=	arbitreren
arbitreren	verb	door arbitrage afdoen
arbitrerend	=	arbitreren
arbitrerende	=	arbitreren
arbo	noun	voor arbeidsomstandigheden
arboarts	noun	bedrijfsarts die let op de arbeidsomstandigheden binnen een bedrijf
arboartsen	=	arboarts
arbobeleid	noun	plan van aanpak betreffende de omstandigheden waaronder werkenden hun arbeid moeten verrichten
arbobesluit	noun	besluit met concrete regels die aangeven welk resultaat het arbobeleid moet hebben
arbobesluiten	=	arbobesluit
arbocatalogi	=	arbocatalogus
arbocatalogus	noun	een document, waarin vertegenwoordigende organisaties van werkgevers en werknemers op bedrijfstak of sectorniveau vastleggen welke maatregelen er getroffen moeten worden om te voldoen aan de bedoelingen van de arbowet
arbocatalogussen	=	arbocatalogus
arbocommissie	noun	groep mensen die is aangesteld om toezicht te houden op de naleving van de arbeidsomstandighedenwet
arbocommissies	=	arbocommissie
arbocoördinator	noun	persoon die toeziet op de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet in een bedrijf of organisatie
arbocoördinatoren	=	arbocoördinator
arbocoördinators	=	arbocoördinator
arbodienst	noun	helpt werkgevers en werknemers bij het opstellen en uitvoeren van een arbeidsomstandigheden- en verzuimbeleid
arbodiensten	=	arbodienst
arbodienstverlening	noun	het verzorgen van het toezicht op de omstandigheden waaronder een werknemer zijn werk moet doen
arbodienstverleningen	=	arbodienstverlening
arboregeling	noun	regeling waarin de uitwerking staat van sommige onderdelen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit
arboregelingen	=	arboregeling
arboreta	=	arboretum
arboretum	noun	verzameling van aangeplante boomsoorten
arboretums	=	arboretum
arbotechnisch	adj	betrekking hebbend op de arbeidsomstandigheden
arbotechnische	=	arbotechnisch
arbovriendelijk	adj	met goede arbeidsomstandigheden geproduceerd; gericht op gezonde arbeidsomstandigheden
arbovriendelijke	=	arbovriendelijk
arbovriendelijker	=	arbovriendelijk
arbovriendelijkere	=	arbovriendelijk
arbovriendelijkers	=	arbovriendelijk
arbovriendelijks	=	arbovriendelijk
arbovriendelijkst	=	arbovriendelijk
arbovriendelijkste	=	arbovriendelijk
arbowetgeving	noun	alle wetten die betrekking hebben op de arbeidsomstandigheden
arbowetgevingen	=	arbowetgeving
arbozaak	noun	een zaak of probleem in het kader van de arbeidsomstandigheden (arbo)
arbozaakje	=	arbozaak
arbozaakjes	=	arbozaak
arbozaken	=	arbozaak
arbozorg	noun	de zorg van werkgevers voor de arbeidsomstandigheden in hun organisatie
arc	noun	boog
arcade	noun	op twee kolommen rustende boog
arcadehal	noun	speelhal met videokasten waar men tegen betaling computerspellen kan spelen.
arcadehallen	=	arcadehal
arcadehalletje	=	arcadehal
arcadehalletjes	=	arcadehal
arcadekast	noun	een type amusementsmachine dat doorgaans in openbare gelegenheden staat en werkt op muntinworp of met een betaalkaart
arcadekasten	=	arcadekast
arcadekastje	=	arcadekast
arcadekastjes	=	arcadekast
arcaden	=	arcade
arcades	=	arcade
arcadespel	noun	een type amusementsmachine dat doorgaans in openbare gelegenheden staat en werkt op muntinworp of met een betaalkaart
arcadespelen	=	arcadespel
arcadespellen	=	arcadespel
arcadespelletje	=	arcadespel
arcadespelletjes	=	arcadespel
arcadetje	=	arcade
arcadia	noun	een romantisch verheerlijkend verhaal over het boerse gelukkige leven van herders in Arcadia
arcadia's	=	arcadia
arcadisch	adj	een utopische landelijke rust uitstralend
arcadische	=	arcadisch
arcadischer	=	arcadisch
arcadischere	=	arcadisch
arcadischers	=	arcadisch
arcana	=	arcanum
arcanum	noun	geheim geneesmiddel
arccosinus	noun	inverse van de cosinus
arccosinusje	=	arccosinus
arccosinusjes	=	arccosinus
arccosinussen	=	arccosinus
arceer	=	arceren
arceerde	=	arceren
arceerden	=	arceren
arceerstift	noun	een viltstift bedoeld om teksten te markeren of voorwerpen herkenbaar te labelen
arceerstiften	=	arceerstift
arceerstiftje	=	arceerstift
arceerstiftjes	=	arceerstift
arceert	=	arceren
arcere	=	arceren
arceren	verb	een vlak vullen met een stel fijne lijntjes op regelmatige afstanden evenwijdig aan elkaar
arcerend	=	arceren
arcerende	=	arceren
arcering	noun	een combinatie van lijnen die zo verschillende dieptes, effecten en uitdrukkingen weergeven in een zwart-wit pen- of potloodtekening
arceringen	=	arcering
archaea	noun	een van de drie taxonomische domeinen, Archaea
archaeon	noun	een organisme dat tot het domein Archaea behoort
archaeozoïcum	=	archeozoïcum
archaïcum	noun	tijdperk waarin de aarde een vaste korst had gekregen en de eerste sporen van leven zijn te vinden, van 4 tot 2,5 miljard jaar geleden
archaïsch	adj	behorend tot of betrekking hebbend op een zeer oud tijdperk
archaïsche	=	archaïsch
archaïscher	=	archaïsch
archaïschere	=	archaïsch
archaïschers	=	archaïsch
archaïscht	=	archaïsch
archaïschte	=	archaïsch
archaïseer	=	archaïseren
archaïseerde	=	archaïseren
archaïseerden	=	archaïseren
archaïseert	=	archaïseren
archaïsere	=	archaïseren
archaïseren	verb	archaïsch maken; van een ouderwets uiterlijk voorzien
archaïserend	=	archaïseren
archaïserende	=	archaïseren
archaïsme	noun	een woord dat in onbruik geraakt is
archaïsmen	=	archaïsme
archaïsmetje	=	archaïsme
archaïsmetjes	=	archaïsme
archaïstisch	adj	opzettelijk ouderwets
archaïstische	=	archaïstisch
archaïstischer	=	archaïstisch
archaïstischere	=	archaïstisch
archaïstischers	=	archaïstisch
archeofyt	noun	oude cultuurplant
archeofyten	=	archeofyt
archeologe	noun	Een vrouwelijke archeoloog
archeologen	=	archeoloog
archeologes	=	archeologe
archeologie	noun	studie van de niet-geschreven overblijfselen van het verleden
archeologisch	adj	oudheidkundig, de archeologie betreffende
archeologische	=	archeologisch
archeologischer	=	archeologisch
archeologischere	=	archeologisch
archeologischers	=	archeologisch
archeoloog	noun	iemand die archeologie heeft gestudeerd
archeoloogje	=	archeoloog
archeoloogjes	=	archeoloog
archeozoïcum	noun	het tijdperk in de geschiedenis der aarde waarin de planeet een vaste korst gekregen had
archesporia	=	archesporium
archesporium	noun	plantencel waaruit sporen of vergelijkbare lichamen ontwikkeld worden
archesporiumpje	=	archesporium
archesporiumpjes	=	archesporium
archetype	noun	oermodel dat ten grondslag ligt aan latere varianten
archetypen	=	archetype
archetypes	=	archetype
archetypetje	=	archetype
archetypisch	adj	van de aard van of als archetype
archetypische	=	archetypisch
archetypischer	=	archetypisch
archetypischere	=	archetypisch
archetypischers	=	archetypisch
archetypischt	=	archetypisch
archetypischte	=	archetypisch
archeïcum	noun	tijdperk waarin de aarde een vaste korst had gekregen en de eerste sporen van leven zijn te vinden, van 4 tot 2,5 miljard jaar geleden
archiduc	noun	aartshertog
archiducsaus	noun	champignonsaus
archiducsausen	=	archiducsaus
archiducsausje	=	archiducsaus
archiducsausjes	=	archiducsaus
archiducsauzen	=	archiducsaus
archief	noun	plaats waar (meestal oude) documenten opgeslagen en verzameld worden
archiefambtenaar	noun	persoon in overheidsdienst die werkt voor een archief
archiefambtenaars	=	archiefambtenaar
archiefambtenaren	=	archiefambtenaar
archiefbeeld	noun	beeldmateriaal (foto, film of video) dat deel uitmaakt van een archief
archiefbeelden	=	archiefbeeld
archiefbeeldje	=	archiefbeeld
archiefbeeldjes	=	archiefbeeld
archiefbeheer	noun	het in stand houden en up-to-date houden van een archief
archiefbeheerder	noun	persoon die betrokken is bij het in stand houden en up-to-date houden van een archief
archiefbeheerders	=	archiefbeheerder
archiefbeherende	noun	persoon die betrokken is bij het in stand houden en up-to-date houden van een archief
archiefbeherenden	=	archiefbeherende
archiefbeleid	noun	regels en procedures die een organisatie heeft opgesteld om haar archieven te beheren
archiefbescheid	noun	een document uit het archief
archiefbescheiden	noun	gearchiveerde documenten, waarvan het archiveren door de overheid bij wet is geregeld
archiefbesluit	noun	beslissingen die een organisatie neemt over haar archieven
archiefbesluiten	=	archiefbesluit
archiefbestand	noun	computerbestand dat men op een veilige plaats bewaart als back-up
archiefbestanden	=	archiefbestand
archiefbestandje	=	archiefbestand
archiefbestandjes	=	archiefbestand
archiefbewaarplaats	noun	veilige locatie waar men een archief langdurig kan huisvesten
archiefbewaarplaatsen	=	archiefbewaarplaats
archiefbewaarplaatsje	=	archiefbewaarplaats
archiefbewaarplaatsjes	=	archiefbewaarplaats
archiefcollectie	noun	voorwerpen die zijn opgeslagen in een archief maar die deel uitmaken van een (niet-systematsiche) verzameling
archiefcollecties	=	archiefcollectie
archiefdepot	noun	veilige locatie waar men een archief langdurig kan huisvesten
archiefdepots	=	archiefdepot
archiefdienst	noun	onderdeel van een organisatie dat de archieven beheert
archiefdiensten	=	archiefdienst
archiefdocument	noun	een document dat bewaard is gebleven in een archief
archiefdocumenten	=	archiefdocument
archiefdocumentje	=	archiefdocument
archiefdocumentjes	=	archiefdocument
archiefdoos	noun	een doos waarin archiefstukken zitten
archiefdoosje	=	archiefdoos
archiefdoosjes	=	archiefdoos
archiefdozen	=	archiefdoos
archiefexemplaar	noun	een individueel voorbeeld ergens van dat men langdurig bewaart zonder dat het algemeen gebruikt wordt
archiefexemplaartje	=	archiefexemplaar
archiefexemplaartjes	=	archiefexemplaar
archiefexemplaren	=	archiefexemplaar
archieffoto	noun	een eerder gemaakte foto die in een archief bewaard is gebleven
archieffoto's	=	archieffoto
archieffotootje	=	archieffoto
archieffotootjes	=	archieffoto
archiefgebouw	noun	gebouw waarin een archief of administratie wordt bewaard
archiefgebouwen	=	archiefgebouw
archiefgids	noun	publicatie met informatie over een archief en hoe men het kan gebruiken
archiefgidsen	=	archiefgids
archiefgidsje	=	archiefgids
archiefgidsjes	=	archiefgids
archiefinspecteur	noun	persoon die toezicht houdt op een archief
archiefinspecteurs	=	archiefinspecteur
archiefinspectie	noun	organisatie die toezicht houdt op een of meer archief
archiefje	=	archief
archiefjes	=	archief
archiefkast	noun	bergmeubel voor archiefstukken
archiefkasten	=	archiefkast
archiefkastje	=	archiefkast
archiefkastjes	=	archiefkast
archiefkelder	noun	ondergrondse ruimte waarin oude documenten worden bewaard
archiefkelders	=	archiefkelder
archiefkeldertje	=	archiefkelder
archiefkeldertjes	=	archiefkelder
archieflade	noun	la van een archiefkast waarin archiefmateriaal is opgeborgen
archiefladen	=	archieflade
archieflades	=	archieflade
archiefliefhebber	noun	persoon die geïnteresseerd is in archieven en archiefmateriaal
archiefliefhebbers	=	archiefliefhebber
archiefmap	noun	een bundeling van archiefstukken in een, meestal kartonnen, map
archiefmapje	=	archiefmap
archiefmapjes	=	archiefmap
archiefmappen	=	archiefmap
archiefmateriaal	noun	zaken die in een archief zijn opgeborgen
archiefmaterialen	=	archiefmateriaal
archiefmedewerker	noun	medewerker in een archief
archiefmedewerkers	=	archiefmedewerker
archiefmedewerkster	noun	vrouw die werkzaam is in een archief
archiefmedewerksters	=	archiefmedewerkster
archiefmedewerkstertje	=	archiefmedewerkster
archiefmedewerkstertjes	=	archiefmedewerkster
archiefnummer	noun	identificatienummer van een document dat in een archief is opgeborgen
archiefnummers	=	archiefnummer
archiefnummertje	=	archiefnummer
archiefnummertjes	=	archiefnummer
archiefonderzoek	noun	onderzoek in een archief
archiefonderzoeken	=	archiefonderzoek
archiefopname	noun	het proces waarbij informatie wordt opgeslagen in een archief het omvat het selecteren, organiseren en vastleggen van de informatie die bewaard moet worden
archiefopnamen	=	archiefopname
archiefopnames	=	archiefopname
archiefpagina	noun	een pagina op een website die oude, niet langer actuele informatie toont
archiefpagina's	=	archiefpagina
archiefpaginaatje	=	archiefpagina
archiefpaginaatjes	=	archiefpagina
archiefruimte	noun	ruimte die men nodig heeft voor het huisvesten van een documentenverzameling
archiefruimten	=	archiefruimte
archiefruimtes	=	archiefruimte
archiefstuk	noun	document dat in een archief bewaard wordt of zou moeten worden
archiefstukje	=	archiefstuk
archiefstukjes	=	archiefstuk
archiefstukken	=	archiefstuk
archiefvernietiging	noun	het onherstelbaar vernietigen van vertrouwelijke documenten en data.
archiefvernietigingen	=	archiefvernietiging
archiefvernietigingetje	=	archiefvernietiging
archiefvernietigingetjes	=	archiefvernietiging
archiefwerk	noun	de arbeid die men in een archief verricht
archiefwerken	=	archiefwerk
archiefwet	noun	wet die bepaalt welke overheidsdocumenten bewaard mogen of moeten worden en voor hoe lang; en wie het archief man inzien
archiefwetenschap	noun	is de studie van het vastleggen van doelgericht verzamelde menselijke kennis
archiefwetenschappen	=	archiefwetenschap
archiefwetten	=	archiefwet
archiefwezen	noun	de sector die zich bezighoudt met het samenstellen, behouden en toegankelijk maken van archieven
archiefzaak	noun	alles wat betrekking heeft op het bijhouden van een archief
archiefzaakje	=	archiefzaak
archiefzaakjes	=	archiefzaak
archiefzaken	=	archiefzaak
archieven	=	archief
archifoneem	noun	een fonetisch element dat meerdere fonemen vertegenwoordigt die in een bepaalde fonologische context dezelfde oppervlaktevorm hebben
archifoneempje	=	archifoneem
archifoneempjes	=	archifoneem
archifonemen	=	archifoneem
archimandriet	noun	in het Oosters christendom de benaming voor de overste van een klooster of van een groep kloosters (aartsabt)
archimandrieten	=	archimandriet
archimedisch	adj	betrekking hebbend op de (wet van) Archimedes, een Griekse wiskundige en natuurkundige
archimedische	=	archimedisch
archimedischer	=	archimedisch
archimedischere	=	archimedisch
archimedischers	=	archimedisch
archipel	noun	een eilandengroep
archipelletje	=	archipel
archipelletjes	=	archipel
archipels	=	archipel
architect	noun	iemand die gebouwen en constructies ontwerpt en de leiding neemt tijdens de bouw ervan
architecte	noun	een vrouwelijke architect
architecten	=	architect
architectenbureau	noun	bedrijf bestaande uit een of meerdere architecten
architectenbureaus	=	architectenbureau
architectenbureautje	=	architectenbureau
architectenbureautjes	=	architectenbureau
architectenduo	noun	twee architecten die samen een gebouw hebben ontworpen
architectenduo's	=	architectenduo
architectenfirma	noun	bedrijf waaraan een aantal architecten verbonden is
architectenfirma's	=	architectenfirma
architectengroep	noun	een aantal samenwerkende architecten
architectengroepen	=	architectengroep
architectengroepje	=	architectengroep
architectengroepjes	=	architectengroep
architectenkeuze	noun	selectie van de architect die een ontwerp mag maken voor een gebouw
architectenkeuzen	=	architectenkeuze
architectenkeuzes	=	architectenkeuze
architectenopleiding	noun	een academische of hbo-studie die opleidt tot het beroep van architect.
architectenopleidingen	=	architectenopleiding
architectenopleidinkje	=	architectenopleiding
architectenopleidinkjes	=	architectenopleiding
architectenprijsvraag	noun	wedstrijd voor architecten waarbij de winnaar vaak een ontwerp- en bouwopdracht krijgt
architectenprijsvraagje	=	architectenprijsvraag
architectenprijsvraagjes	=	architectenprijsvraag
architectenprijsvragen	=	architectenprijsvraag
architectenscholen	=	architectenschool
architectenschool	noun	departement van een hogeschool in Vlaanderen waar men het diploma van architect kan behalen
architectenschooltje	=	architectenschool
architectenschooltjes	=	architectenschool
architectenvereniging	noun	beroepsorganisatie die de belangen van architecten behartigt, de kwaliteit van de beroepsuitoefening bewaakt en dient als netwerkplatform.
architectenverenigingen	=	architectenvereniging
architectenverenigingetje	=	architectenvereniging
architectenverenigingetjes	=	architectenvereniging
architectenwinkel	noun	bouwkundig informatiecentrum waarin architecten particuliere wooneigenaren of huurders adviezen geven over eenvoudige verbouwingen
architectenwinkels	=	architectenwinkel
architectenwinkeltje	=	architectenwinkel
architectenwinkeltjes	=	architectenwinkel
architectes	=	architecte
architectje	=	architect
architectjes	=	architect
architectonisch	adj	betrekking hebbend op de architectuur
architectonische	=	architectonisch
architectonischer	=	architectonisch
architectonischere	=	architectonisch
architectonischers	=	architectonisch
architectonischt	=	architectonisch
architectonischte	=	architectonisch
architecturaal	adj	de bouwkunst of enig bouwwerk betreffend
architecturaals	=	architecturaal
architecturaalst	=	architecturaal
architecturaalste	=	architecturaal
architecturale	=	architecturaal
architecturaler	=	architecturaal
architecturalere	=	architecturaal
architecturalers	=	architecturaal
architecturen	=	architectuur
architectuur	noun	de bouwstijl van een gebouw, bouwstijl
architectuurbeleid	noun	het toezicht op de kwaliteit en vormgeving van nieuw te bouwen gebouwen
architectuurbeschrijving	noun	beschrijving van een bepaalde architectuurstroming
architectuurbeschrijvingen	=	architectuurbeschrijving
architectuurbiënnale	noun	architectuur tentoonstelling die iedere tweejaar wordt georganiseerd
architectuurbiënnales	=	architectuurbiënnale
architectuurboek	noun	een boek dat geschreven is over architectuur, met daarin informatie over de theorie, geschiedenis, techniek of ontwerp van de gebouwde omgeving
architectuurboeken	=	architectuurboek
architectuurboekje	=	architectuurboek
architectuurboekjes	=	architectuurboek
architectuurbureau	noun	bedrijf dat gebouwen ontwerpt
architectuurbureaus	=	architectuurbureau
architectuurbureautje	=	architectuurbureau
architectuurbureautjes	=	architectuurbureau
architectuurcentra	=	architectuurcentrum
architectuurcentrum	noun	instituut dat werk van architecten beheert en toegankelijk maakt
architectuurcentrums	=	architectuurcentrum
architectuurcritici	=	architectuurcriticus
architectuurcriticus	noun	iemand die het werk van een architect beoordeelt in een krant of tijdschrift
architectuurgeschiedenis	noun	de geschiedenis van van de bouwkunst
architectuurgeschiedenissen	=	architectuurgeschiedenis
architectuurhistorisch	adj	betreffende de geschiedenis van de architectuur en bouwkunde
architectuurhistorische	=	architectuurhistorisch
architectuurhistorischer	=	architectuurhistorisch
architectuurhistorischere	=	architectuurhistorisch
architectuurhistorischers	=	architectuurhistorisch
architectuurjaarboek	noun	een jaarlijks verschijnende publicatie die een overzicht geeft van de belangrijkste en meest opmerkelijke architectuurprojecten van het afgelopen jaar, vaak aangevuld met beschouwingen, essays en analyses van experts
architectuurjaarboeken	=	architectuurjaarboek
architectuurjaarboekje	=	architectuurjaarboek
architectuurjaarboekjes	=	architectuurjaarboek
architectuurmusea	=	architectuurmuseum
architectuurmuseum	noun	museum voor bouwkunde en bouwkundige ontwerpen
architectuurmuseumpje	=	architectuurmuseum
architectuurmuseumpjes	=	architectuurmuseum
architectuurmuseums	=	architectuurmuseum
architectuurnota	noun	beleidsstuk over de te ontwerpen gebouwen
architectuurnota's	=	architectuurnota
architectuuropleiding	noun	een academische of hbo-studie die opleidt tot architectonisch ontwerper.
architectuuropleidingen	=	architectuuropleiding
architectuuropleidinkje	=	architectuuropleiding
architectuuropleidinkjes	=	architectuuropleiding
architectuurprijs	noun	prijs voor een uitzonderlijk goede bouwkundige prestatie die aan een architect wordt uitgereikt
architectuurprijzen	=	architectuurprijs
architectuurschets	noun	schematische tekening die een indruk moet geven van een ontworpen gebouw
architectuurschetsen	=	architectuurschets
architectuurschetsje	=	architectuurschets
architectuurschetsjes	=	architectuurschets
architectuurstijl	noun	een manier van bouw die kenmerkend is voor een bepaalde periode of plaats
architectuurstijlen	=	architectuurstijl
architectuurstudie	noun	opleiding tot architect
architectuurstudies	=	architectuurstudie
architectuurstudietje	=	architectuurstudie
architectuurstudietjes	=	architectuurstudie
architectuurtekening	noun	technische tekening met het ontwerp van een gebouw
architectuurtekeningen	=	architectuurtekening
architectuurtheorie	noun	de handeling van het denken, discussiëren en schrijven over architectuur
architectuurtheorietje	=	architectuurtheorie
architectuurtheorietjes	=	architectuurtheorie
architectuurtheorieën	=	architectuurtheorie
architectuurtje	=	architectuur
architectuurtjes	=	architectuur
architectuurwedstrijd	noun	wedstrijd tussen architecten waarbij een jury bepaalt wie het beste ontwerp heeft gemaakt
architectuurwedstrijden	=	architectuurwedstrijd
architectuurwedstrijdje	=	architectuurwedstrijd
architectuurwedstrijdjes	=	architectuurwedstrijd
architectuurwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het ontwerpen en bouwen van gebouwen
architectuurwerelden	=	architectuurwereld
architectuurwereldje	=	architectuurwereld
architectuurwereldjes	=	architectuurwereld
architomie	noun	vorm van aseksuele voortplanting waarbij een meercellig organisme eerst in twee of meer delen splitst en daarna pas de ontbrekende lichaamsdelen worden gevormd
architomieën	=	architomie
architraaf	noun	in de bouwkunst uit het Midden-Oosten, de Griekse en de Romeinse architectuur de onderste dragende balk in het hoofdgestel (kroonwerk) van een gebouw
architraafje	=	architraaf
architraafjes	=	architraaf
architraven	=	architraaf
archivaal	adj	van of in archieven
archivaals	=	archivaal
archivale	=	archivaal
archivalia	noun	archiefstukken
archivalisch	adj	met behulp van of betrekking hebbend op een archief
archivalische	=	archivalisch
archivalischer	=	archivalisch
archivalischere	=	archivalisch
archivalischers	=	archivalisch
archivaresse	noun	vrouwelijke vorm van archivaris
archivaris	noun	een persoon die een archief beheert
archivarisje	=	archivaris
archivarisjes	=	archivaris
archivarissen	=	archivaris
archiveer	=	archiveren
archiveerde	=	archiveren
archiveerden	=	archiveren
archiveert	=	archiveren
archivere	=	archiveren
archiveren	verb	iets geclassificeerd opslaan om het later gemakkelijk terug te vinden
archiverend	=	archiveren
archiverende	=	archiveren
archivering	noun	het archiveren
archiveringen	=	archivering
archiveringssysteem	noun	een systeem en of systematiek om gegevensbestanden te archiveren
archiveringssysteempje	=	archiveringssysteem
archiveringssysteempjes	=	archiveringssysteem
archiveringssystemen	=	archiveringssysteem
archivist	noun	beheerder van een archief
archivisten	=	archivist
archivistje	=	archivist
arcologie	noun	een set van ontwerpprincipes voor architectuur zoals die zijn beschreven door Paolo Soleri.
arcsinus	noun	inverse functie van de sinus
arcsinusje	=	arcsinus
arcsinusjes	=	arcsinus
arcsinussen	=	arcsinus
arctangens	noun	inverse functie van de tangens
arctangensen	=	arctangens
arctangenten	=	arctangens
arctisch	adj	extreem koud, behorend bij heel lage temperaturen
arctische	=	arctisch
arctischer	=	arctisch
arctischere	=	arctisch
arctischers	=	arctisch
arctischt	=	arctisch
arctischte	=	arctisch
arctofiel	noun	liefhebber van teddyberen
arctofielen	=	arctofiel
arde	=	arren
ardeens	adj	van, uit de streek der Ardennen
ardeense	=	ardeens
ardeenser	=	ardeens
ardeensere	=	ardeens
ardeensers	=	ardeens
ardeenst	=	ardeens
ardeenste	=	ardeens
arden	=	arren
ardennenwevertje	noun	Tenuiphantes alacris een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
ardennenwevertjes	=	ardennenwevertje
ardenner	noun	bepaald soort paard
ardenners	=	ardenner
ardennertje	=	ardenner
ardennertjes	=	ardenner
ardens	adj	van, uit de streek der Ardennen
ardense	=	ardens
ardenser	=	ardens
ardensere	=	ardens
ardensers	=	ardens
ardenst	=	ardens
ardenste	=	ardens
arder	=	ar
ards	noun	Acute Respiratory Distress Syndrome
arduin	noun	blauwe hardsteen
arduinen	adj	van arduin vervaardigd
arduinsteen	noun	een steen gemaakt van arduin
arduinsteentje	=	arduinsteen
arduinsteentjes	=	arduinsteen
arduinstenen	=	arduinsteen
are	noun	een oppervlaktemaat ter grootte van een vierkante decameter, gelijk aan 10 m × 10 meter, gelijk aan 100 m², weergegeven met symbool a
area	noun	bepaald gebied binnen een orgaan
area's	=	area
areaal	noun	gebied, oppervlakte
areaaltje	=	areaal
arealen	=	areaal
areamanager	noun	leidinggevende die verantwoordelijk is voor meerdere vestigingen van een bedrijf
areamanagers	=	areamanager
areel	noun	onbesnedene, niet-jood
areilem	=	orel
areka	noun	benaming voor palmbomen uit het geslacht Areca
areka's	=	areka
arelaar	noun	een inwoner van Arel, of iemand afkomstig uit Arel
arelaars	adj	op Arel betrekking hebbend
arelaarse	noun	een vrouwelijke inwoner van Arel, of iemand afkomstig hiervan
arelaarsen	=	arelaarse
arelaartje	=	arelaar
arelaartjes	=	arelaar
arelaren	=	arelaar
arelaxed	adj	niet ontspannen
arelaxeds	=	arelaxed
arelaxt	=	arelaxed
arelaxte	=	arelaxed
arelaxter	=	arelaxed
arelaxtere	=	arelaxed
arelaxters	=	arelaxed
arelaxtst	=	arelaxed
arelaxtste	=	arelaxed
areliem	=	areel
areligieus	adj	zonder enige relatie met een religie
areligieust	=	areligieus
areligieuste	=	areligieus
areligieuze	=	areligieus
areligieuzer	=	areligieus
areligieuzere	=	areligieus
areligieuzers	=	areligieus
aren	=	aar
arena	noun	schouwtoneel, met meestal niet meer dan een zanderige bodem, waar bijv. sportwedstrijden, gevechten of circusvoorstellingen gehouden worden
arena's	=	arena
arenaatje	=	arena
arenaatjes	=	arena
arend	noun	dagactieve, middelgrote tot grote roofvogel met brede vleugels, stevige snavel en scherpe klauwen.
arendbuizerd	noun	Buteo rufinus een groot soort buizerd die voorkomt in droge steppegebieden in Zuidoost-Europa, Noord-Afrika en West-Azië
arendbuizerdje	=	arendbuizerd
arendbuizerdjes	=	arendbuizerd
arendbuizerds	=	arendbuizerd
arenden	=	arend
arendje	=	arend
arendjes	=	arend
arendsblik	noun	waarneming met het vermogen ook op afstand goed details te kunnen zien
arendsblikken	=	arendsblik
arendsjong	noun	het kuiken van een adelaar
arendsjongen	=	arendsjong
arendsklauw	noun	de scherpe nagels aan de poot van een adelaar
arendsklauwen	=	arendsklauw
arendsklauwtje	=	arendsklauw
arendsklauwtjes	=	arendsklauw
arendsnest	noun	verblijf- en broedplaats van arenden, doorgaans op een heel hoge plek
arendsnesten	=	arendsnest
arendsneus	noun	een grote, haakvormige neus
arendsneuzen	=	arendsneus
arendsogen	=	arendsoog
arendsoog	noun	oog van een arend
arendsoogje	=	arendsoog
arendsoogjes	=	arendsoog
arendsvleugel	noun	de vleugel van een adelaar
arendsvleugels	=	arendsvleugel
arendsvleugeltje	=	arendsvleugel
arendsvleugeltjes	=	arendsvleugel
arendsvlucht	noun	het vliegen van een adelaar
arendsvluchten	=	arendsvlucht
arengpalm	noun	Arenga pinnata een economisch belangrijke palm, die van nature voorkomt in tropisch Azië van Oost-India tot Maleisië, Indonesië en de Filipijnen
arengpalmen	=	arengpalm
arengpalmpje	=	arengpalm
arengpalmpjes	=	arengpalm
arenlezer	noun	iemand die achter de maaiers aanliep en de aren (halmen) die waren gevallen verzamelde
arenlezers	=	arenlezer
arenlezertje	=	arenlezer
arenlezertjes	=	arenlezer
areografie	noun	beschrijving van het oppervlak van de planeet Mars
areografieën	=	areografie
areola	noun	rond of soms ovaal gebied dat meer gepigmenteerd is dan de omringende huid
areola's	=	areola
areolae	=	areola
areolenschildpad	noun	Homopus areolatus een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
areolenschildpadden	=	areolenschildpad
areolenschildpadje	=	areolenschildpad
areolenschildpadjes	=	areolenschildpad
areometer	noun	een instrument dat wordt gebruikt voor het bepalen van de dichtheid van vloeistoffen, een vochtweger
areometers	=	areometer
areometertje	=	areometer
areometertjes	=	areometer
areopagus	noun	gerechtshof in het oude Griekenland vernoemd naar de heuvel Areopagus
arepa	noun	een broodje gebakken van een gekookt maïsmeel-deeg
arepa's	=	arepa
ares	=	are
arfakastrapia	noun	Astrapia nigra een grote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels en de superfamilie Corvoidea.
arfakastrapia's	=	arfakastrapia
arfakastrapiaatje	=	arfakastrapia
arfakastrapiaatjes	=	arfakastrapia
arfakbessenpikker	noun	Melanocharis arfakiana een zangvogel uit de familie Melanocharitidae.
arfakbessenpikkers	=	arfakbessenpikker
arfakbessenpikkertje	=	arfakbessenpikker
arfakbessenpikkertjes	=	arfakbessenpikker
arfakbrilvogel	noun	Zosterops fuscicapilla een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
arfakbrilvogels	=	arfakbrilvogel
arfakbrilvogeltje	=	arfakbrilvogel
arfakbrilvogeltjes	=	arfakbrilvogel
arfakdwerghoningeter	noun	Myzomela adolphinae kleine endemische vogel uit de gebergtebossen van Nieuw-Guinea
arfakdwerghoningeters	=	arfakdwerghoningeter
arfakdwerghoningetertje	=	arfakdwerghoningeter
arfakdwerghoningetertjes	=	arfakdwerghoningeter
arfakhoningeter	noun	Melipotes gymnops een vogel uit de familie van de Meliphagidae (Honingeters).
arfakhoningeters	=	arfakhoningeter
arfakhoningetertje	=	arfakhoningeter
arfakhoningetertjes	=	arfakhoningeter
arfaknon	noun	Lonchura vana een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
arfaknonnen	=	arfaknon
arfaknonnetje	=	arfaknon
arfaknonnetjes	=	arfaknon
arfakparotia	noun	Parotia sefilata een soort paradijsvogel uit het geslacht parotia.
arfakparotia's	=	arfakparotia
arfakparotiaatje	=	arfakparotia
arfakparotiaatjes	=	arfakparotia
arg	adj	In de 17de eeuw was arg nog zeer gewoon, doch later is deze vorm nagenoeg in onbruik geraakt en door erg verdrongen
argali	noun	soort wild schaap Ovis ammon dat oorspronkelijk voorkomt in Centraal-Azië
argali's	=	argali
arganbomen	=	arganboom
arganboom	noun	Sideroxylon spinosum een boom uit de familie Sapotaceae.
arganboompje	=	arganboom
arganboompjes	=	arganboom
arganolie	noun	een plantaardige olie, die wordt gewonnen uit pitten van vruchten die aan de arganboom groeien
arganolies	=	arganolie
arganoliën	=	arganolie
arge	=	arg
argelist	=	arglist
argelistig	=	arglistig
argeloos	adj	zonder zich van mogelijk gevaar bewust te zijn, naïef, onschuldig
argeloosheden	=	argeloosheid
argeloosheid	noun	het argeloos zijn, (de onschuld of eenvoud van iemand, die aan geen kwaad denkt, niets kwaads vermoedt)
argeloost	=	argeloos
argelooste	=	argeloos
argeloze	=	argeloos
argelozer	=	argeloos
argelozere	=	argeloos
argelozers	=	argeloos
argentaan	noun	een zilverkleurige metaallegering van koper, zink en nikkel
argentanen	=	argentaan
argentijn	noun	een restaurant met Argentijs eten
argentijnen	=	argentijn
argentijns	adj	op Argentinië betrekking hebbend
argentijnse	noun	een vrouwelijke inwoner van Argentinië, of een vrouw afkomstig uit Argentinië
argentijnsen	=	argentijnse
argentijnser	=	argentijns
argentijnsere	=	argentijns
argentijnsers	=	argentijns
argentijnst	=	argentijns
argentijnste	=	argentijns
argentijntje	=	argentijn
argentijntjes	=	argentijn
argh	intj	uitroep van schrik of frustratie
arginine	noun	een proteïnogeen aminozuur
arglist	noun	het plegen van bedrog of misleiding
arglisten	=	arglist
arglistig	adj	vaak anderen te slim af zijnde, bedrieglijk, sluw
arglistige	=	arglistig
arglistiger	=	arglistig
arglistigere	=	arglistig
arglistigers	=	arglistig
arglistigheden	=	arglistigheid
arglistigheid	noun	het arglistig zijn
arglistigheidje	=	arglistigheid
arglistigheidjes	=	arglistigheid
arglistigs	=	arglistig
arglistigst	=	arglistig
arglistigste	=	arglistig
argon	noun	een scheikundig element en kleurloos edelgas met het symbool Ar en het atoomnummer 18
argonatomen	=	argonatoom
argonatoom	noun	een atoom van het chemisch element argon.
argonatoompje	=	argonatoom
argonatoompjes	=	argonatoom
argonlamp	noun	lichtblauw licht gevende gasontladingslamp, gevuld met argondamp
argonlampen	=	argonlamp
argonlampje	=	argonlamp
argonlampjes	=	argonlamp
argot	noun	dieventaal, straattaal
argotisme	noun	een aanduiding voor slang, straattaal of Bargoens
argotismetje	=	argotisme
argotismetjes	=	argotisme
argots	=	argot
args	=	arg
argument	noun	een aangevoerd feit in een discussie om een zienswijze te ondersteunen
argumentatie	noun	bewijsvoering, aanvoering van argumenten
argumentatief	adj	bewijsvoerend
argumentatiefs	=	argumentatief
argumentatiefst	=	argumentatief
argumentatiefste	=	argumentatief
argumentaties	=	argumentatie
argumentatieschema	noun	een van de vier vormen van argumentatie (enkelvoudig, meervoudig, nevenschikkend, onderschikkend)
argumentatieschema's	=	argumentatieschema
argumentatieschemaatje	=	argumentatieschema
argumentatieschemaatjes	=	argumentatieschema
argumentatieschemata	=	argumentatieschema
argumentatiestructuren	=	argumentatiestructuur
argumentatiestructuur	noun	de opbouw van een redenering
argumentatietheorie	noun	een interdisciplinaire studie van hoe de mens door logisch redeneren tot conclusies komt die gebaseerd zijn op premissen
argumentatietheorieën	=	argumentatietheorie
argumentatietje	=	argumentatie
argumentatieve	=	argumentatief
argumentatiever	=	argumentatief
argumentatievere	=	argumentatief
argumentatievers	=	argumentatief
argumenteer	=	argumenteren
argumenteerde	=	argumenteren
argumenteerden	=	argumenteren
argumenteert	=	argumenteren
argumenten	=	argument
argumentere	=	argumenteren
argumenteren	verb	met argumenten tot een conclusie trachten te komen
argumenterend	=	argumenteren
argumenterende	=	argumenteren
argumentering	noun	argumentatie
argumenteringen	=	argumentering
argumentje	=	argument
argumentjes	=	argument
argus	noun	persoon met scherpe blik waaraan niets ontgaat
argusbladwespen	noun	een familie Argidae van vliesvleugelige insecten
argusfazant	noun	Argusianus argus hoenderachtige vogel uit de familie Phasianidae
argusfazanten	noun	een geslacht Argusianus van vogels uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
argusfazantje	=	argusfazant
argusfazantjes	=	argusfazant
argusnachtzwaluw	noun	Eurostopodus argus een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
argusnachtzwaluwen	=	argusnachtzwaluw
argusnachtzwaluwtje	=	argusnachtzwaluw
argusnachtzwaluwtjes	=	argusnachtzwaluw
argusogen	noun	heel oplettend of zeer wantrouwend
argusoog	noun	een oog dat niets ontgaat
argusoogje	=	argusoog
argusoogjes	=	argusoog
argussen	=	argus
argusvis	noun	Scatophagus argus een gekleurde, zijdelings sterk afgeplatte vis met donkere onregelmatige vlekken ("argusogen") op de flanken.
argusvisje	=	argusvis
argusvisjes	=	argusvis
argusvissen	noun	een familie Scatophagidae binnen de baarsachtige vissen.
argusvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Lasiommata megera, uit de familie Nymphalidae, die in Nederland voorkomt
argusvlinders	=	argusvlinder
argwaan	noun	gekoesterd gevoel van verdenking, wantrouwen
argwaande	=	argwanen
argwaanden	=	argwanen
argwaant	=	argwanen
argwane	=	argwanen
argwanen	verb	achterdocht koesteren
argwanend	adj	gevoelens van verdenking koesterend
argwanende	=	argwanen
argwanender	=	argwanend
argwanendere	=	argwanend
argwanenders	=	argwanend
argwanendheden	=	argwanendheid
argwanendheid	noun	de mate waarin iemand achterdochtig is
argwanends	=	argwanend
argwanendst	=	argwanend
argwanendste	=	argwanend
argwanig	adj	een zekere mate van argwaan hebbend
argwanige	=	argwanig
argwaniger	=	argwanig
argwanigere	=	argwanig
argwanigers	=	argwanig
argwanigs	=	argwanig
argwanigst	=	argwanig
argwanigste	=	argwanig
aria	noun	een solo voor een zanger of zangeres binnen een opera
aria's	=	aria
ariaatje	=	aria
ariaatjes	=	aria
arianisme	noun	richting binnen het christendom vanaf de 4e eeuw die het leerstuk van de drie-eenheid afwees
aride	adj	dor en droog
arider	=	aride
aridere	=	aride
ariders	=	aride
arides	=	aride
ariedst	=	aride
ariedste	=	aride
aripuanamiersluiper	noun	Herpsilochmus stotzi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
aripuanamiersluipers	=	aripuanamiersluiper
aripuanamiersluipertje	=	aripuanamiersluiper
aripuanamiersluipertjes	=	aripuanamiersluiper
aripuanazijdeaapje	noun	Mico intermedius een soort uit de familie Amazone-oeistiti's (Mico).
aripuanazijdeaapjes	=	aripuanazijdeaapje
arisch	adj|historical	behorend tot of bij blanken die geen Semieten zijn Door de nazi's vooral gebruikt als aanduiding voor "niet-Joods".
arische	noun	aanduiding voor een blanke, niet-Joodse vrouw in de tijd van de nazi's
arischen	=	arische
arischer	=	arisch
arischere	=	arisch
arischers	=	arisch
aristocraat	noun	een persoon die lid is van de aristocratie; iemand met een adellijke titel
aristocraatje	=	aristocraat
aristocraatjes	=	aristocraat
aristocrate	noun	vrouw van adellijke afkomst
aristocraten	=	aristocraat
aristocrates	=	aristocrate
aristocratie	noun	regeringsvorm waarbij de heerschappij in handen is van een kleine groep, de zogenaamde aristocraten, waarvan wordt verondersteld dat zij van nature de meest geschikte bestuurders zijn
aristocraties	=	aristocratie
aristocratietje	=	aristocratie
aristocratieën	=	aristocratie
aristocratisch	adj	volgens de principes van een aristocratie
aristocratische	=	aristocratisch
aristocratischer	=	aristocratisch
aristocratischere	=	aristocratisch
aristocratischers	=	aristocratisch
aristocratischt	=	aristocratisch
aristocratischte	=	aristocratisch
aristokratie	=	aristocratie
aristolochia	noun	een geslacht Aristolochia van planten in de pijpbloemfamilie (Aristolochiaceae)
aristolochia's	=	aristolochia
aristotelisch	adj	op Aristoteles betrekking hebbend, van hem afkomstig
aristotelische	=	aristotelisch
aristotelischer	=	aristotelisch
aristotelischere	=	aristotelisch
aristotelischers	=	aristotelisch
aristotelisme	noun	filosofische school opgericht door Aristoteles, de Peripatetische School, gebaseerd op zijn eigen methode van filosofie bedrijven
ariteit	noun	het aantal variabelen waarvan een functie afhangt
ariteiten	=	ariteit
arithmetiek	noun	rekenkunde, aritmetica
aritmetica	noun	leer van de basale rekenkundige operaties op getallen
aritmetisch	adj	met betrekking tot de aritmetica (rekenkunde)
aritmetische	=	aritmetisch
aritmetischer	=	aritmetisch
aritmetischere	=	aritmetisch
aritmetischers	=	aritmetisch
aritmie	noun	onregelmatige hartslag
aritmisch	adj	zonder regelmatige herhaling; zonder ritme; zonder maat
aritmische	=	aritmisch
aritmischer	=	aritmisch
aritmischere	=	aritmisch
aritmischers	=	aritmisch
aritmogeen	adj	wat onregelmatige hartslag veroorzaakt
aritmogene	=	aritmogeen
aritmogener	=	aritmogeen
aritmogenere	=	aritmogeen
aritmomanie	noun	vorm van obsessieve-compulsieve stoornis waarbij de patiënt de dwangmatige behoefte heeft om allerlei zaken te tellen
arizona-alligatorhagedis	noun	Elgaria kingii een reptiel uit de familie hazelwormen (Anguidae)
arizona-alligatorhagedisje	=	arizona-alligatorhagedis
arizona-alligatorhagedisjes	=	arizona-alligatorhagedis
arizona-alligatorhagedissen	=	arizona-alligatorhagedis
arizona-eekhoorn	noun	Sciurus arizonensis knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
arizona-eekhoorns	=	arizona-eekhoorn
arizona-eekhoorntje	=	arizona-eekhoorn
arizona-eekhoorntjes	=	arizona-eekhoorn
arizonakoraalslang	noun	Micruroides euryxanthus een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae) en de onderfamilie Elapinae
arizonakoraalslangen	=	arizonakoraalslang
arizonakoraalslangetje	=	arizonakoraalslang
arizonakoraalslangetjes	=	arizonakoraalslang
arizonaschorpioen	noun	Hadrurus arizonensis een schorpioen uit de familie Caraboctonidae.
arizonaschorpioenen	=	arizonaschorpioen
arizonaschorpioentje	=	arizonaschorpioen
arizonaschorpioentjes	=	arizonaschorpioen
arizonaspecht	noun	Leuconotopicus arizonae een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
arizonaspechten	=	arizonaspecht
arizonaspechtje	=	arizonaspecht
arizonaspechtjes	=	arizonaspecht
arizonaspitsmuis	noun	Sorex arizonae insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
arizonaspitsmuisje	=	arizonaspitsmuis
arizonaspitsmuisjes	=	arizonaspitsmuis
arizonaspitsmuizen	=	arizonaspitsmuis
ariër	noun	blanke die geen Semiet is Door de nazi's vooral gebruikt als aanduiding voor "niet-Jood".
ariërs	=	ariër
ariërverklaring	noun	document ingesteld door de nazi's waaruit bleek dat iemand niet van Joodse afkomst was
ariërverklaringen	=	ariërverklaring
ariërverklarinkje	=	ariërverklaring
ariërverklarinkjes	=	ariërverklaring
ark	noun	vaartuig waarop men kan wonen
arkansaskoningstiran	noun	Tyrannus verticalis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
arkansaskoningstirannen	=	arkansaskoningstiran
arkansaskoningstirannetje	=	arkansaskoningstiran
arkansaskoningstirannetjes	=	arkansaskoningstiran
arkebussier	noun|obsolete	met haakbus bewapend soldaat
arkebussiers	=	arkebussier
arkebussiertje	=	arkebussier
arkebussiertjes	=	arkebussier
arken	=	ark
arkje	=	ark
arkjes	=	ark
arkschelpen	noun	in zee levende tweekleppige schelpsoorten die tot de familie Arcidae behoren
arktisch	=	arctisch
arm	noun	elk van de bovenste ledematen bij de mens, reikend vanaf de schouder tot (en soms met) de pols en hand	adj	niets of bijna niets bezittend
armada	noun	grote oorlogsvloot
armada's	=	armada
armageddon	noun	een allesvernietigende catastrofe of oorlog
armageddons	=	armageddon
armagnac	noun	een Franse brandewijn die de naam van zijn geboortestreek, Armagnac, draagt
armagnacje	=	armagnac
armagnacjes	=	armagnac
armagnacs	=	armagnac
armamentaria	=	armamentarium
armamentarium	noun	wapenkamer
armamentariumpje	=	armamentarium
armamentariumpjes	=	armamentarium
armamentariums	=	armamentarium
armamputatie	noun	een operatie waarbij een arts de gehele arm of een deel daarvan weghaalt
armamputaties	=	armamputatie
armamputatietje	=	armamputatie
armamputatietjes	=	armamputatie
armaturen	=	armatuur
armatuur	noun	wapening van een constructie
armatuurtje	=	armatuur
armatuurtjes	=	armatuur
armband	noun	sieraad of merkteken dat om de pols of arm gedragen wordt
armbanden	=	armband
armbandgordijnzwam	noun	een schimmel Cortinarius armillatus behorend tot de familie Cortinariaceae.
armbandgordijnzwammen	=	armbandgordijnzwam
armbandgordijnzwammetje	=	armbandgordijnzwam
armbandgordijnzwammetjes	=	armbandgordijnzwam
armbandhorloge	noun	horloge dat om de arm kan worden gedragen door de aanwezigheid van een armband
armbandhorloges	=	armbandhorloge
armbandhorlogetje	=	armbandhorloge
armbandhorlogetjes	=	armbandhorloge
armbandje	=	armband
armbandjes	=	armband
armbandmot	noun	Elegia similella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
armbandmotje	=	armbandmot
armbandmotjes	=	armbandmot
armbandmotten	=	armbandmot
armbesturen	=	armbestuur
armbestuur	noun	lichaam dat de toestand van arme mensen probeert te regelen en te verbeteren
armbeweging	noun	een al of niet betekenisvolle plaatsverandering van de bovenste ledematen
armbewegingen	=	armbeweging
armbeweginkje	=	armbeweging
armbeweginkjes	=	armbeweging
armbezoek	noun	het naar de armen gaan om zich op de hoogte te stellen van hun toestand en hun noden
armbezoeken	=	armbezoek
armblaker	noun	standaard met meerdere uitsteeksels om kaarsen in te plaatsen
armblakers	=	armblaker
armborst	noun	middeleeuws wapen
armborsten	=	armborst
armborstje	=	armborst
armborstjes	=	armborst
armbreuk	noun	breuk van of in een arm
armbreuken	=	armbreuk
armbreukje	=	armbreuk
armbreukjes	=	armbreuk
armdiep	adj	zo ver als je met een ver uitgestrekte hand kan reiken
armdiepe	=	armdiep
armdieps	=	armdiep
armdik	adj	zo dik als een arm
armdikke	=	armdik
armdiks	=	armdik
armdrukken	verb	uitoefenen van de krachtsport waarbij men probeert de arm van de tegenstander naar beneden te drukken
armdrukte	=	armdrukken
arme	noun	iemand die weinig bezit
armee	noun|obsolete	leger
armeen	noun	een inwoner van Armenië, of iemand afkomstig uit Armenië
armeens	adj	betreffende Armenië of het Armeens
armeensch	=	armeens
armeense	noun	een inwoonster van Armenië, of een vrouw afkomstig uit Armenië
armeensen	=	armeense
armeenser	=	armeens
armeensere	=	armeens
armeensers	=	armeens
armeenst	=	armeens
armeenste	=	armeens
armeentje	=	armeen
armeentjes	=	armeen
armeetje	=	armee
armeeën	=	armee
armelijk	adj	op een armoedige bekrompen manier
armelijke	=	armelijk
armelijker	=	armelijk
armelijkere	=	armelijk
armelijkers	=	armelijk
armelijks	=	armelijk
armelijkst	=	armelijk
armelijkste	=	armelijk
armelui	noun	arme mensen
armeluiskind	noun	kinderen van arme mensen
armeluiskinderen	=	armeluiskind
armeluiskindje	=	armeluiskind
armeluiskindjes	=	armeluiskind
armeluisleven	noun	het leven van arme mensen; een armoedig leven
armeluislevens	=	armeluisleven
armeluitje	=	armelui
armeluitjes	=	armelui
armen	=	arm
armenbelasting	noun	geld dat men geeft aan arme mensen
armenbelastingen	=	armenbelasting
armenbuurt	noun	deel van een stad of dorp waar veel arme mensen wonen
armenbuurten	=	armenbuurt
armenbuurtje	=	armenbuurt
armenbuurtjes	=	armenbuurt
armendokter	noun	arts die voornamelijk werkt voor arme patiënten
armendokters	=	armendokter
armenen	=	armeen
armenfonds	noun	fonds voor de armenzorg
armenfondsen	=	armenfonds
armenfondsje	=	armenfonds
armenfondsjes	=	armenfonds
armengeld	noun	geld dat bestemd is om arme mensen te ondersteunen
armengelden	=	armengeld
armengoed	noun	goederen waarmee de armen door de diaconie worden onderhouden
armengoederen	=	armengoed
armenhuis	noun	een tehuis voor een aantal minvermogende mensen
armenhuisje	=	armenhuis
armenhuisjes	=	armenhuis
armenhuizen	=	armenhuis
armeninrichting	noun	tehuis of gesticht waar arme mensen werden opgenomen
armeninrichtingen	=	armeninrichting
armeniër	noun	een inwoner van Armenië, of iemand afkomstig uit Armenië
armeniërs	=	armeniër
armeniërtje	=	armeniër
armeniërtjes	=	armeniër
armenkas	noun	hoeveelheid geld die gereserveerd is voor de ondersteuning van de behoeftigen
armenkassen	=	armenkas
armenpraktijk	noun	de medische werkruimte van een arts voor de armen
armenpraktijken	=	armenpraktijk
armenpraktijkje	=	armenpraktijk
armenpraktijkjes	=	armenpraktijk
armenraad	noun|obsolete	college bestaande uit vertegenwoordigers van instellingen van weldadigheid
armenraden	=	armenraad
armenscholen	=	armenschool
armenschool	noun	school waar de kinderen van minvermogenden kosteloos onderwijs ontvingen
armenschooltje	=	armenschool
armenschooltjes	=	armenschool
armenverzorger	noun	iemand die arme mensen ondersteunt
armenverzorgers	=	armenverzorger
armenverzorging	noun	de ondersteuning van arme mensen
armenverzorgingen	=	armenverzorging
armenwet	noun	De laatste armenwet van Nederland stamt uit 1912
armenwetje	=	armenwet
armenwetjes	=	armenwet
armenwetten	=	armenwet
armenwijk	noun	een deel van de stad waar mensen met een laag inkomen wonen in huizen van een slechte kwaliteit
armenwijken	=	armenwijk
armenzak	noun	kerkzakje waarin men tijdens de kerkdienst geld inzamelt voor de armen
armenzakje	=	armenzak
armenzakjes	=	armenzak
armenzakken	=	armenzak
armenzorg	noun	hulp voor hen die niet in hun eigen materiële behoeften kunnen voorzien
armer	=	arm
armere	=	arm
armers	=	arm
armetierig	adj	armoedig, sjofel, armelijk, schamel
armetierige	=	armetierig
armetieriger	=	armetierig
armetierigere	=	armetierig
armetierigers	=	armetierig
armetierigheden	=	armetierigheid
armetierigheid	noun	mater waarin iets getuigt van een gebrek aan zorg en financiële middelen
armetierigs	=	armetierig
armetierigst	=	armetierig
armetierigste	=	armetierig
armgebaar	noun	een beweging of houding van de hand en de arm waarmee je een gesproken bewering probeert te verduidelijken of te versterken
armgebaartje	=	armgebaar
armgebaartjes	=	armgebaar
armgebaren	=	armgebaar
armhaar	noun	een haar die groeit op de arm
armhaartje	=	armhaar
armhaartjes	=	armhaar
armharen	=	armhaar
armhart	noun	een lafbek, angsthaas, bangerd, bangerik
armharten	=	armhart
armhartje	=	armhart
armhartjes	=	armhart
armhuis	noun	instelling voor armen
armhuisje	=	armhuis
armhuisjes	=	armhuis
armhuizen	=	armhuis
armillairsfeer	noun	driedimensionale voorstelling van de plaats van hemellichamen door ze te plaatsen op metalen ringen rondom de zon of de aarde in een hemelbol
armillairsferen	=	armillairsfeer
armillaria	=	armillarium
armillarium	noun	driedimensionale voorstelling van de plaats van hemellichamen door ze te plaatsen op metalen ringen rondom de zon of de aarde in een hemelbol
armillariums	=	armillarium
arminiaan	noun	aanhanger van de theoloog Arminius
arminiaen	=	arminiaan
arminianen	=	arminiaan
arminianisme	noun	religieuze stroming, gesticht door de aanhangers van Arminius, die in 1610 bij de Staten van Holland een remonstrantie indienden die de vijf voornaamste stellingen van hun geloof bevatte
arminianismus	=	arminianisme
armkandelaar	noun	standaard met meerdere uitsteeksels om kaarsen in te plaatsen
armkandelaars	=	armkandelaar
armkandelaren	=	armkandelaar
armklem	noun	een controletechnieken die bij vechtsporten zoals judo, karate en jiujitsu worden gebruikt, de bedoeling van een armklem is dat men het ellebooggewricht immobiliseert
armklemmen	=	armklem
armkracht	noun	kracht die je kunt uitoefenen met je armen
armlastig	adj	arm, hulpbehoevend
armlastige	=	armlastig
armlastiger	=	armlastig
armlastigere	=	armlastig
armlastigers	=	armlastig
armlastigs	=	armlastig
armlastigst	=	armlastig
armlastigste	=	armlastig
armlegger	noun	deel van een bank of stoel waarop men de onderarm kan steunen
armleggers	=	armlegger
armlengte	noun	afstand ter grootte van een gestrekte arm
armlengten	=	armlengte
armlengtes	=	armlengte
armleuning	noun	deel van een meubelstuk (vooral een stoel of een bank) waarop men de arm kan laten rusten
armleuningen	=	armleuning
armleuninkje	=	armleuning
armleuninkjes	=	armleuning
armmeester	noun	manager van een armhuis (maar niet zo goed betaald)
armmeesters	=	armmeester
armmeestertje	=	armmeester
armmeestertjes	=	armmeester
armoe	noun	is volgens de definitie van de Verenigde Naties het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften, armoede
armoede	noun	de toestand waarin iemand leeft die zeer weinig middelen voor zijn levensonderhoud heeft
armoedebeleid	noun	een plan van aanpak dat als doel heeft armoede te bestrijden
armoedebestrijder	noun	persoon die probeert mensen te helpen die in financiële problemen zitten
armoedebestrijders	=	armoedebestrijder
armoedebestrijding	noun	alle maatregelen die genomen worden om te voorkomen dat mensen of groepen van mensen arm worden of blijven
armoedebestrijdingen	=	armoedebestrijding
armoedebestrijdinkje	=	armoedebestrijding
armoedebestrijdinkjes	=	armoedebestrijding
armoedecijfer	noun	statistische gegevens over mensen die in armoede leven
armoedecijfers	=	armoedecijfer
armoededebat	noun	discussie over de aanpak van de armoede
armoededebatten	=	armoededebat
armoedegrens	noun	het bedrag aan inkomen dat men minimaal moet hebben om niet in armoede te leven
armoedegrensje	=	armoedegrens
armoedegrensjes	=	armoedegrens
armoedegrenzen	=	armoedegrens
armoedemigrant	noun	arm persoon die naar een ander land emigreert in de hoop het daar beter te krijgen
armoedemigranten	=	armoedemigrant
armoedenorm	noun	grens qua inkomen waaronder iemand als arm wordt gekwalificeerd
armoedenormen	=	armoedenorm
armoedenota	noun	schrijven waarin het voorgenomen beleid omtrent armoede wordt beschreven
armoedenota's	=	armoedenota
armoedenotaatje	=	armoedenota
armoedenotaatjes	=	armoedenota
armoedeprobleem	noun	moeilijkheid ontstaan door armoede
armoedeproblematiek	noun	de ongewenste situatie dat mensen te weinig middelen hebben om een goed leven te leiden
armoedeproblematieken	=	armoedeproblematiek
armoedeproblemen	=	armoedeprobleem
armoedereis	noun	tocht waarbij plaatsen worden bezocht waar mensen met weinig geld leven
armoedereizen	=	armoedereis
armoedeval	noun	fenomeen dat iemand met een uitkering door te gaan werken geen extra inkomsten verwerft; verschijnsel dat iemand door meer geld te verdienen, door het wegvallen van sociale voorzieningen, juist armer wordt; verschijnsel dat iemand die arm is geen mogelijkheden heeft om zijn of haar positie te verbeteren
armoedevallen	=	armoedeval
armoedevermindering	noun	het verlagen van het aantal mensen dat in armoede leeft
armoedeverminderingen	=	armoedevermindering
armoedevraagstuk	noun	alle problemen die spelen rond het hebben van onvoldoende middelen voor het levensonderhoud
armoedevraagstukken	=	armoedevraagstuk
armoedig	adj	van armoede getuigend
armoedige	=	armoedig
armoediger	=	armoedig
armoedigere	=	armoedig
armoedigers	=	armoedig
armoedigheden	=	armoedigheid
armoedigheid	noun	het heel arm zijn
armoedigs	=	armoedig
armoedigst	=	armoedig
armoedigste	=	armoedig
armoedje	=	armoede
armoedjes	=	armoede
armoedzaaier	noun	zeer arm persoon
armoedzaaiers	=	armoedzaaier
armoedzaaiertje	=	armoedzaaier
armoedzaaiertjes	=	armoedzaaier
armoei	=	armoede
armoeiig	adj|informal	op een manier die past bij armen
armoeiige	=	armoeiig
armoeiiger	=	armoeiig
armoeiigere	=	armoeiig
armoeiigers	=	armoeiig
armoeiigs	=	armoeiig
armoeiigst	=	armoeiig
armoeiigste	=	armoeiig
armoeizaaier	=	armoedzaaier
armoezaaier	noun	persoon die heel arm is
armoezaaiers	=	armoezaaier
armoezaaiertje	=	armoezaaier
armoezaaiertjes	=	armoezaaier
armoriaal	noun	boek dat familiewapens beschrijft en afbeeldt
armorialen	=	armoriaal
armpijn	noun	pijn tussen schouder en hand, die kan variëren van lichte irritatie tot ernstige pijn
armpijnen	=	armpijn
armpijntje	=	armpijn
armpijntjes	=	armpijn
armpje	=	arm
armpjedruk	=	armpjedrukken
armpjedrukke	=	armpjedrukken
armpjedrukken	verb	uitoefenen van de krachtsport waarbij men probeert de arm van de tegenstander naar beneden te drukken
armpjedrukkend	=	armpjedrukken
armpjedrukkende	=	armpjedrukken
armpjedrukt	=	armpjedrukken
armpjedrukte	=	armpjedrukken
armpjedrukten	=	armpjedrukken
armpjes	=	arm
armpotigen	noun	een stam Brachiopoda, ongewervelde zeedieren die voedsel binnenhalen met een tentakelkrans en zich beschermen met twee harde schalen, aan de boven- en de onderkant.
armring	noun	band die als sieraad of amulet om de arm wordt gedragen
armringen	=	armring
armringetje	=	armring
arms	=	arm
armsgat	noun	opening (meestal in kleding) waardoor men de arm kan steken en waaraan vaak een mouw is vastgemaakt
armsgaten	=	armsgat
armslag	noun	beweging van de armen tijdens het zwemmen
armslagen	=	armslag
armslengte	noun	afstand ter grootte van een gestrekte arm
armslengten	=	armslengte
armslengtes	=	armslengte
armst	=	arm
armste	noun	iemand die heel weinig financiële middelen heeft of weinig geld verdient
armsten	=	armste
armsteun	noun	iets waarop je je arm kunt laten leunen
armsteunen	=	armsteun
armsteuntje	=	armsteun
armsteuntjes	=	armsteun
armstoel	noun	een stoel met een armleuning
armstoelen	=	armstoel
armstoeltje	=	armstoel
armstoeltjes	=	armstoel
armtierig	adj	arm, verlopen en sober
armtierige	=	armtierig
armtieriger	=	armtierig
armtierigere	=	armtierig
armtierigers	=	armtierig
armtierigs	=	armtierig
armtierigst	=	armtierig
armtierigste	=	armtierig
armuitsnijding	noun	open ruimte in een kledingstuk waardoor men de armen kan steken
armuitsnijdingen	=	armuitsnijding
armverzorger	noun	iemand die zorgdraagt voor de armen
armverzorgers	=	armverzorger
armverzorging	noun	de zorg voor de armen
armverzorgingen	=	armverzorging
armviolen	=	armviool
armviool	noun|obsolete	oude benaming voor een (alt-)viool, die bij het bespelen op de arm of schouder werd gehouden
armviooltje	=	armviool
armviooltjes	=	armviool
armvol	noun	een hoeveelheid die men in één keer in zijn armen kan dragen
armvoogd	noun	iemand die lid is van het burgerlijk armenbestuur
armvoogden	=	armvoogd
armwezen	noun	de toestand van arme mensen
armworp	noun	werptechniek die wordt toegepast bij vechtsporten zoals het judo en zelfverdedigingskunsten zoals het jiujitsu en het san shou
armworpen	=	armworp
armworstel	=	armworstelen
armworstelen	verb	uitoefenen van de krachtsport waarbij men probeert de arm van de tegenstander naar beneden te drukken
armworstelend	=	armworstelen
armworstelende	=	armworstelen
armzalig	adj	van weinig waarde
armzalige	=	armzalig
armzaliger	=	armzalig
armzaligere	=	armzalig
armzaligers	=	armzalig
armzaligheden	=	armzaligheid
armzaligheid	noun	iets dat getuigt van weinig nadenken; iets dat getuigd van weinig verbeeldingskracht
armzaligs	=	armzalig
armzaligst	=	armzalig
armzaligste	=	armzalig
armzwaai	noun	een krachtige, slingerende beweging van de hele arm
armzwaaien	=	armzwaai
armée	=	armee
arnhemmer	noun	een inwoner van Arnhem, of iemand afkomstig uit Arnhem	adj	op Arnhem betrekking hebbend
arnhemmers	=	arnhemmer
arnhems	adj	op Arnhem betrekking hebbend
arnhemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Arnhem, of een vrouw afkomstig uit Arnhem
arnhemsen	=	arnhemse
arnhemser	=	arnhems
arnhemsere	=	arnhems
arnhemsers	=	arnhems
arnhemst	=	arnhems
arnhemste	=	arnhems
arnhemvoskoesoe	noun	Trichosurus vulpecula arnhemensis een klimbuideldier uit het geslacht der koesoes (Trichosurus) dat voorkomt in het noorden van West-Australië (Kimberley) en het Noordelijk Territorium (top end), inclusief Barrow Island (het ontleent zijn naam aan Arnhemland in het Noordelijk Territorium).
arnhemvoskoesoes	=	arnhemvoskoesoe
arnhemvoskoesoetje	=	arnhemvoskoesoe
arnhemvoskoesoetjes	=	arnhemvoskoesoe
arob	noun	de afkorting voor Administratieve Rechtspraak Overheidsbeschikkingen
aroehoningeter	noun	Meliphaga aruensis endemische middelgrote honingeter uit Nieuw-Guinea en omliggende eilanden
aroehoningeters	=	aroehoningeter
aroehoningetertje	=	aroehoningeter
aroehoningetertjes	=	aroehoningeter
aroekookaburra	noun	Dacelo tyro een vogel uit de familie van de ijsvogels (Alcedinidae).
aroekookaburra's	=	aroekookaburra
aroekookaburraatje	=	aroekookaburra
aroekookaburraatjes	=	aroekookaburra
aroemeens	adj	van de Aroemenen, zoals bij de Aroemenen, met betrekking tot de Aroemenen
aroemeense	=	aroemeens
aroemeenser	=	aroemeens
aroemeensere	=	aroemeens
aroemeensers	=	aroemeens
aroemeenst	=	aroemeens
aroemeenstalig	adj	de Aroemeense taal sprekend
aroemeenstalige	=	aroemeenstalig
aroemeenstaligs	=	aroemeenstalig
aroemeenste	=	aroemeens
aroevlagstaartijsvogel	noun	Tanysiptera hydrocharis een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
aroevlagstaartijsvogels	=	aroevlagstaartijsvogel
aroevlagstaartijsvogeltje	=	aroevlagstaartijsvogel
aroevlagstaartijsvogeltjes	=	aroevlagstaartijsvogel
aroevliegenvanger	noun	Kempiella flavovirescens een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
aroevliegenvangers	=	aroevliegenvanger
aroevliegenvangertje	=	aroevliegenvanger
aroevliegenvangertjes	=	aroevliegenvanger
aroma	noun	geur van spijzen, dranken, genotmiddelen enz
aroma's	=	aroma
aromaat	noun	Plantaardige of kunstmatig vervaardigde stof met sterke specifieke geur of smaak, een aromastof
aromaatje	=	aroma
aromachemicaliën	noun	chemische stoffen die werken als geurstof of smaakstof
aromajockey	noun	iemand die geuren mengt op allerlei evenementen, zoals een diskjockey muziek mengt
aromajockeys	=	aromajockey
aromajockeytje	=	aromajockey
aromajockeytjes	=	aromajockey
aromanis	noun	Mangifera indica mango
aromantisch	adj	betrekking hebbend op de gevoelens van een persoon die weinig tot geen romantische aantrekkingskracht ervaart, dus zelden of nooit verliefd wordt, en vaak geen behoefte heeft aan een romantische relatie, hoewel ze wel sterke platonische liefde (voor vrienden, familie) kunnen voelen en andere vormen van liefde kunnen ervaren
aromantische	=	aromantisch
aromantischer	=	aromantisch
aromantischere	=	aromantisch
aromantischers	=	aromantisch
aromaten	=	aromaat
aromatherapie	noun	alternatieve geneeswijze waarbij patiënten behandeld worden met aromatische oliën
aromatherapietje	=	aromatherapie
aromatherapietjes	=	aromatherapie
aromatherapieën	=	aromatherapie
aromatisch	adj	met geurstof
aromatische	=	aromatisch
aromatischer	=	aromatisch
aromatischere	=	aromatisch
aromatischers	=	aromatisch
aromatischt	=	aromatisch
aromatischte	=	aromatisch
aromatiseer	=	aromatiseren
aromatiseerde	=	aromatiseren
aromatiseerden	=	aromatiseren
aromatiseert	=	aromatiseren
aromatisere	=	aromatiseren
aromatiseren	verb	geur geven aan
aromatiserend	=	aromatiseren
aromatiserende	=	aromatiseren
aromen	=	aroom
aron	noun	ark in de synagoge (kast voor de Torarollen)
aroniem	=	aron
aronot	=	aron
arons	=	aron
aronskelk	noun	een geslacht Arum van planten uit de aronskelkfamilie (Araceae).
aronskelken	=	aronskelk
aronskelkfamilie	noun	een familie Araceae van eenzaadlobbige planten.
aronskelkje	=	aronskelk
aronskelkjes	=	aronskelk
aroom	noun	geur van spijzen, dranken, genotmiddelen enz
arowana's	noun	een familie Osteoglossidae van vissen.
aroyomierklauwier	noun	Thamnophilus aroyae een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
aroyomierklauwieren	=	aroyomierklauwier
aroyomierklauwiertje	=	aroyomierklauwier
aroyomierklauwiertjes	=	aroyomierklauwier
arp	abbrev	Anti Revolutionaire Partij een van de partijen die is opgegaan in het CDA
arpeggio	noun	akkoord dat gebroken gespeeld wordt	adv	gebroken gespeeld
arpeggio's	=	arpeggio
arpitaans	adj	betrekking hebbende op Arpitanië of de Arpitanen.
arpitaanse	=	arpitaans
arpitaanstalig	adj	de Arpitaanse taal sprekend
arpitaanstalige	=	arpitaanstalig
arpitaanstaligs	=	arpitaanstalig
arrangeer	=	arrangeren
arrangeerde	=	arrangeren
arrangeerden	=	arrangeren
arrangeert	=	arrangeren
arrangement	noun	verschillende tot een aantrekkelijk geheel samengevoegde elementen of (programma-)onderdelen
arrangementen	=	arrangement
arrangementje	=	arrangement
arrangementjes	=	arrangement
arrangementsbedrag	noun	geld dat men moet betalen voor een combinatie van artikelen of diensten die tot één pakket zijn samengevoegd de term wordt vooral gebruikt bij reizen en evenementen
arrangementsbedragen	=	arrangementsbedrag
arrangementsbedragje	=	arrangementsbedrag
arrangementsbedragjes	=	arrangementsbedrag
arrangere	=	arrangeren
arrangeren	verb	in een bepaalde orde rangschikken, ordenen
arrangerend	=	arrangeren
arrangerende	=	arrangeren
arrangeur	noun	iemand die een compositie geschikt maakt voor andere instrumenten, of een andere muzikale stijl.
arrangeurs	=	arrangeur
arrangeurtje	=	arrangeur
arrangeurtjes	=	arrangeur
arrauschildpad	noun	Podocnemis expansa een schildpad uit de familie van de scheenplaatschildpadden (Podocnemididae)
arrauschildpadden	=	arrauschildpad
arrauschildpadje	=	arrauschildpad
arrauschildpadjes	=	arrauschildpad
array	noun	rangschikking van elementen die kunnen worden gerefereerd door ten minste één index of sleutel (dimensie)
arrays	=	array
arraytje	=	array
arraytjes	=	array
arre	noun	aambeeld waarop men een zeis kan scherp kloppen
arren	verb	rijden met een ar	adj	datief van het verouderde ar (boos, kwaad), archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
arrend	=	arren
arrende	=	arren
arrenslede	noun	fraaie door versierde paarden getrokken slee voor het vervoer van personen over het ijs
arrensleden	=	arrenslede
arrensledes	=	arrenslede
arrenslee	noun	door trekdieren voortbewogen slee waarmee men over de sneeuw of het ijs rijdt
arrensleetje	=	arrenslee
arrensleetjes	=	arrenslee
arrensleewedstrijd	noun	een wedstrijd gehouden met een arrenslee op sneeuw of ijs.
arrensleewedstrijden	=	arrensleewedstrijd
arrensleewedstrijdje	=	arrensleewedstrijd
arrensleewedstrijdjes	=	arrensleewedstrijd
arrensleeën	=	arrenslee
arreslee	=	arrenslee
arrest	noun	een aanhouding, arrestatie, gevangenneming
arrestant	noun	iemand die in hechtenis is genomen door de politie
arrestante	noun	een vrouwelijke arrestant
arrestanten	=	arrestant
arrestantenhok	noun|informal	cel waarin iemand wordt opgesloten die is aangehouden maar nog niet is veroordeeld
arrestantenhokje	=	arrestantenhok
arrestantenhokjes	=	arrestantenhok
arrestantenhokken	=	arrestantenhok
arrestantenkamer	noun	ruimte in een politiebureau waarin mensen worden gesloten als ze zijn aangehoude zijn maar nog niet zijn veroordeeld
arrestantenkamers	=	arrestantenkamer
arrestantenwagen	noun	wagen waarin arrestanten vervoerd worden
arrestantenwagens	=	arrestantenwagen
arrestantenwagentje	=	arrestantenwagen
arrestantenwagentjes	=	arrestantenwagen
arrestantenzorg	noun	de verzorging van mensen die in hechtenis zijn genomen maar waar nog geen oordeel door de rechter over is geveld
arrestantes	=	arrestante
arrestantje	=	arrestant
arrestantjes	=	arrestant
arrestatie	noun	een aanhouding door de sterke arm der wet
arrestatieactie	noun	handeling van de politie waarbij men één of meer personen in hechtenis neemt
arrestatieacties	=	arrestatieactie
arrestatiebevel	noun	een document dat de politie de opdracht geeft een verdachte of veroordelde aan te houden
arrestatiebevelen	=	arrestatiebevel
arrestatiebevelletje	=	arrestatiebevel
arrestatiebevelletjes	=	arrestatiebevel
arrestatiegolf	noun	tijdelijke, plotselinge toename van een aantal in hechtenis nemingen
arrestatiegolven	=	arrestatiegolf
arrestatiepoging	noun	de keer dat men probeert iemand aan te houden
arrestatiepogingen	=	arrestatiepoging
arrestatiepoginkje	=	arrestatiepoging
arrestatiepoginkjes	=	arrestatiepoging
arrestaties	=	arrestatie
arrestatieteam	noun	gespecialiseerd team bij de politie en de marechaussee dat hoog in het geweldspectrum kan opereren
arrestatieteampje	=	arrestatieteam
arrestatieteampjes	=	arrestatieteam
arrestatieteams	=	arrestatieteam
arrestatietje	=	arrestatie
arrestatietjes	=	arrestatie
arrestatieverzoek	noun	verzoek om iemand aan te houden vaak door de politie van het ene land aan de politie van het andere land
arrestatieverzoeken	=	arrestatieverzoek
arresteer	=	arresteren
arresteerde	=	arresteren
arresteerden	=	arresteren
arresteert	=	arresteren
arresten	=	arrest
arrestere	=	arresteren
arresteren	verb	van overheidswege in hechtenis nemen
arresterend	=	arresteren
arresterende	=	arresteren
arresthuis	noun	een cellencomplex waar mensen geen gevangenisstraf, maar voorlopige hechtenis ondergaan
arresthuizen	=	arresthuis
arrestje	=	arrest
arrestjes	=	arrest
arretje	=	ar
arretjes	=	ar
arrheniusbase	noun	een stof die een of meer hydroxylgroepen bevat en in een waterige oplossing OH-ionen afsplitst
arrheniusbasen	=	arrheniusbase
arrheniuszuren	=	arrheniuszuur
arrheniuszuur	noun	een chemische stof die opgelost in water in staat is waterstofionen af te splitsen
arriveer	=	arriveren
arriveerde	=	arriveren
arriveerden	=	arriveren
arriveert	=	arriveren
arrivere	=	arriveren
arriveren	verb	de bestemming bereiken
arriverend	=	arriveren
arriverende	=	arriveren
arrivisme	noun	het streven om hoe dan ook vooruit te komen
arrivist	noun	iemand die met alle geoorloofde en niet-geoorloofde middelen probeert een officiële positie te verkrijgen
arrivisten	=	arrivist
arrivé	noun	iemand die erin geslaagd is een aanzienlijke positie in de maatschappij te bereiken
arrivés	=	arrivé
arrogant	adj	te veel met zichzelf ingenomen, verwaand
arrogante	=	arrogant
arroganter	=	arrogant
arrogantere	=	arrogant
arroganters	=	arrogant
arrogantie	noun	verwaande houding tegenover anderen
arroganties	=	arrogantie
arrogants	=	arrogant
arrogantst	=	arrogant
arrogantste	=	arrogant
arrondissement	noun	onderdeel van een bestuurlijk gebied, o.a. in België en Frankrijk
arrondissementaal	adj	betrekking hebbend op een arrondissement in bestuurlijke zin
arrondissementaals	=	arrondissementaal
arrondissementaalst	=	arrondissementaal
arrondissementaalste	=	arrondissementaal
arrondissementale	=	arrondissementaal
arrondissementaler	=	arrondissementaal
arrondissementalere	=	arrondissementaal
arrondissementalers	=	arrondissementaal
arrondissementeel	adj	betrekking hebbend op een arrondissement in bestuurlijke zin
arrondissementeels	=	arrondissementeel
arrondissementeelst	=	arrondissementeel
arrondissementeelste	=	arrondissementeel
arrondissementele	=	arrondissementeel
arrondissementeler	=	arrondissementeel
arrondissementelere	=	arrondissementeel
arrondissementelers	=	arrondissementeel
arrondissementen	=	arrondissement
arrondissementscommissaris	noun	bestuursambtenaar, o.a. belast met het toezicht op het bestuur in een of meer arrondissementen
arrondissementscommissarissen	=	arrondissementscommissaris
arrondissementsparket	noun	regiokantoor van het Openbaar Ministerie waar officieren van justitie werken
arrondissementsparketten	=	arrondissementsparket
arrondissementsrechtbank	noun	de rechtbank van een van de 11 arrondissementen van Nederland tegenwoordig vervangen door de naam rechtbank
arrondissementsrechtbanken	=	arrondissementsrechtbank
arrondissementsschoolopziener	noun	persoon die namens de overheid toeziet op de kwaliteit van het (basis)onderwijs in een bepaald gebied
arrondissementsschoolopzieners	=	arrondissementsschoolopziener
arroseer	=	arroseren
arroseerde	=	arroseren
arroseerden	=	arroseren
arroseert	=	arroseren
arrosere	=	arroseren
arroseren	verb	bedruipen van ingrediënten tijdens bakken, braden of grillen; meestal met vet of olie
arroserend	=	arroseren
arroserende	=	arroseren
arrowroot	noun	Maranta arundinacea een grote, overblijvende plant uit het geslacht Maranta die wordt gevonden in regenwouden.
arrowroots	=	arrowroot
arrêteer	=	arrêteren
arrêteerde	=	arrêteren
arrêteerden	=	arrêteren
arrêteert	=	arrêteren
arrêtere	=	arrêteren
arrêteren	verb	iets of iemand beletten verder te gaan
arrêterend	=	arrêteren
arrêterende	=	arrêteren
ars	noun	vaardigheid die door aanleg en oefening ontwikkeld is Meestal gebruikt als verwijzing naar een specifieke vaardigheid die eerder met een aanvullende bepaling in het Latijn is aangegeven.
arseen	noun	scheikundig element met symbool As en atoomnummer 33. Het is een grijs metalloïde
arseenatomen	=	arseenatoom
arseenatoom	noun	een atoom van het chemisch element arseen.
arseenatoompje	=	arseenatoom
arseenatoompjes	=	arseenatoom
arseenverbinding	noun	een chemische verbinding met het element arsenicum
arseenverbindingen	=	arseenverbinding
arseenzuur	noun	verbinding van arseen, waterstof en zuurstof, het oxozuur van vijfwaardig arseen met als brutoformule H₃AsO₄
arsenaal	noun	opslagplaats voor oorlogsbehoeften voor land- of zeemacht
arsenaaltje	=	arsenaal
arsenaaltjes	=	arsenaal
arsenalen	=	arsenaal
arsenicum	noun	zie arseen
arsenicumatomen	=	arsenicumatoom
arsenicumatoom	noun	een atoom van het chemisch element arsenicum.
arsenicumatoompje	=	arsenicumatoom
arsenicumatoompjes	=	arsenicumatoom
arsenicumvergiftiging	noun	de toestand die ontstaat na het in- of opnemen van arseen
arsenicumvergiftigingen	=	arsenicumvergiftiging
arsenicumvergiftigingetje	=	arsenicumvergiftiging
arsenicumvergiftigingetjes	=	arsenicumvergiftiging
arseniek	noun	33ste element van het Periodiek Systeem
arst	=	ar
art	noun	kunst
art-decostijl	noun	op een manier die past bij art deco een eclectische kunststroming van 1920 - 1939 met een zekere nadruk op technologische elementen
art-decostijlen	=	art-decostijl
art-decowachtruimte	noun	wachtkamer die is ingericht in art-decostijl
art-decowachtruimten	=	art-decowachtruimte
art-decowachtruimtes	=	art-decowachtruimte
art-decowachtruimtetje	=	art-decowachtruimte
art-decowachtruimtetjes	=	art-decowachtruimte
art-decowoning	noun	een huis dat gebouwd of ingericht is in de Art Deco-stijl, een populaire en luxueuze kunststroming uit het interbellum (ca. 1920–1940).
art-decowoningen	=	art-decowoning
art-decowoninkje	=	art-decowoning
art-decowoninkjes	=	art-decowoning
art-nouveaustijl	noun	passend bij art nouveau: een kunststroming die tussen 1880 en 1914 op verschillende plaatsen in Europa populair was, voornamelijk als reactie op het vormvervagende impressionisme
art-nouveaustijlen	=	art-nouveaustijl
art-nouveauwoning	noun	huis gebouwd in de art-nouveaukunststroming (populair tussen 1890 en 1914).
art-nouveauwoningen	=	art-nouveauwoning
art-nouveauwoninkje	=	art-nouveauwoning
art-nouveauwoninkjes	=	art-nouveauwoning
artdirection	noun	de artistieke leiding van een audiovisuele productie zoals een film
artdirector	noun	een artistiek leider die verantwoordelijk is voor de artistieke visie van een bedrijf in de creatieve industrie
artdirectors	=	artdirector
artefact	noun	een door mensenhand gemaakt kunstvoorwerp of -product
artefacten	=	artefact
artefactje	=	artefact
artefactjes	=	artefact
artemisia	noun	benaming voor planten uit het geslacht Artemisia, behorend tot de composietenfamilie (Asteraceae)
arterie	noun	slagader
arterieel	adj	met betrekking tot de arteriën
arterieels	=	arterieel
arterieelst	=	arterieel
arterieelste	=	arterieel
arterieklem	noun	een klem waarmee men (tijdens een chirurgische operatie) een arterie (tijdelijk) kan afklemmen
arterieklemmen	=	arterieklem
arterieklemmetje	=	arterieklem
arterieklemmetjes	=	arterieklem
arteries	=	arterie
arteriitis	noun	ontsteking van de slagaderwand
arteriografie	noun	het nemen van röntgenfoto's van de slagaderen
arteriografietje	=	arteriografie
arteriografietjes	=	arteriografie
arteriografieën	=	arteriografie
arteriolair	adj	met betrekking tot de kleine slagaders
arteriosclerose	noun	een degeneratie van het weefsel van de wand van slagaders, aderverkalking
arterioveneus	adj	met betrekking tot een slagader en een ader
arterioveneuze	=	arterioveneus
arteriële	=	arterieel
arteriëler	=	arterieel
arteriëlere	=	arterieel
arteriëlers	=	arterieel
arteriën	=	arterie
artes	=	ars
artesisch	adj	waar water vanuit een ondergronds bekken opwelt door de hydrostatische druk
artesische	=	artesisch
artesischer	=	artesisch
artesischere	=	artesisch
artesischers	=	artesisch
arthouse	noun	klein gespecialiseerd theater, waar films of toneelstukken van hoge artistieke kwaliteit worden vertoond
arthouseje	=	arthouse
arthousejes	=	arthouse
arthouses	=	arthouse
arthrokinematisch	adj	betrekking hebbend op de bewegingsvrijheid van de gewrichten
arthrokinematische	=	arthrokinematisch
articulair	adj	met betrekking tot een gewricht
articulairder	=	articulair
articulairdere	=	articulair
articulaire	=	articulair
articulatie	noun	de wijze waarop overgegaan wordt dan de ene noot op de volgende
articulatiebases	=	articulatiebasis
articulatiebasis	noun	aangeboren mond- en keelstand met betrekking tot het spreken
articulatiebasissen	=	articulatiebasis
articulatieplaats	noun	plaats waar de articulatie tot stand komt
articulatieplaatsen	=	articulatieplaats
articulatiepunt	noun	plaats waar de articulatie tot stand komt
articulatiepunten	=	articulatiepunt
articulatiepuntje	=	articulatiepunt
articulatiepuntjes	=	articulatiepunt
articulaties	=	articulatie
articulatietje	=	articulatie
articulator	noun	delen van het lichaam die worden gebruikt bij de vorming van spraakklanken
articulatoren	=	articulator
articulatorisch	adj	betrekking hebbend op de uitspraak van woorden
articulatorische	=	articulatorisch
articulatorischer	=	articulatorisch
articulatorischere	=	articulatorisch
articulatorischers	=	articulatorisch
articulators	=	articulator
articulatortje	=	articulator
articulatortjes	=	articulator
articuleer	=	articuleren
articuleerde	=	articuleren
articuleerden	=	articuleren
articuleert	=	articuleren
articulere	=	articuleren
articuleren	verb	de uitspraakklanken zorgvuldig vormen
articulerend	=	articuleren
articulerende	=	articuleren
artiest	noun	iemand die zijn creatieve talenten gebruikt om kunst te maken, uitvoerend kunstenaar
artieste	noun	iemand die haar creatieve talenten gebruikt om kunst te maken
artiesten	=	artiest
artiestenbestaan	noun	het leven van een artiest
artiestenbureau	noun	bedrijf dat de zakelijke belangen van aangesloten artiesten behartigt
artiestenbureaus	=	artiestenbureau
artiestencafeetje	=	artiestencafé
artiestencafeetjes	=	artiestencafé
artiestencafé	noun	uitgaansgelegenheid waar artiesten elkaar ontmoeten
artiestencafés	=	artiestencafé
artiestenfoyer	noun	een ruimte in een theater, opnamestudio, evenementenhal of gelijkwaardige plaats voor optredens waar artiesten voor en na hun optreden kunnen wachten en uitrusten
artiestenfoyers	=	artiestenfoyer
artiestenhaar	noun	haardracht zoals dat bij creatieve personen veel voorkomt, haardracht met lang haar
artiestenhoed	noun	slappe vilten hoed met een brede rand die veel door artiesten werd gedragen
artiestenhoeden	=	artiestenhoed
artiestenhoedje	=	artiestenhoed
artiestenhoedjes	=	artiestenhoed
artiestenhonoraria	=	artiestenhonorarium
artiestenhonorarium	noun	geld dat een artiest krijgt voor een optreden
artiestenhonorariums	=	artiestenhonorarium
artiesteningang	noun	speciale ingang van een schouwburg e.d. voor de optredende artiesten
artiesteningangen	=	artiesteningang
artiestennaam	noun	naam waaronder iemand als artiest werkt maar wat niet zijn echte naam hoeft te zijn
artiestennaampje	=	artiestennaam
artiestennaampjes	=	artiestennaam
artiestennamen	=	artiestennaam
artiestenregeling	noun	speciale regeling voor uitvoerend kunstenaars met betrekking tot werkloosheidsuitkeringen
artiestenregelingen	=	artiestenregeling
artiestenstal	noun	groep artiesten die werken met één impresario
artiestenstallen	=	artiestenstal
artiestenuitgang	noun	de uitgang waar een uitvoerend kunstenaar een theatergebouw verlaat
artiestenuitgangen	=	artiestenuitgang
artiestenvereniging	noun	een belangenorganisatie die opkomt voor de rechten, arbeidsvoorwaarden en inkomsten van uitvoerend artiesten, zoals muzikanten, acteurs en dansers.
artiestenverenigingen	=	artiestenvereniging
artiestenverenigingetje	=	artiestenvereniging
artiestenverenigingetjes	=	artiestenvereniging
artiestenwereld	noun	de besloten groep waartoe artiesten behoren
artiestenwerelden	=	artiestenwereld
artiestenwereldje	=	artiestenwereld
artiestenwereldjes	=	artiestenwereld
artiesterig	adj	kunstzinnig;(beetje) op de manier van kustenaars meestal in een afkeurende zin gebruikt
artiesterige	=	artiesterig
artiesteriger	=	artiesterig
artiesterigere	=	artiesterig
artiesterigers	=	artiesterig
artiesterigs	=	artiesterig
artiesterigst	=	artiesterig
artiesterigste	=	artiesterig
artiestes	=	artieste
artiestetje	=	artieste
artiestje	=	artiest
artiestjes	=	artiest
artificialiteit	noun	eigenschap dat het bewust door iemand is gemaakt en spontaan of in de natuur niet kan voorkomen
artificialiteiten	=	artificialiteit
artificieel	adj	kunstmatig (ook )
artificieels	=	artificieel
artificieelst	=	artificieel
artificieelste	=	artificieel
artificieus	adj	kunstmatig
artificieust	=	artificieus
artificieuste	=	artificieus
artificieuze	=	artificieus
artificieuzer	=	artificieus
artificieuzere	=	artificieus
artificieuzers	=	artificieus
artificiële	=	artificieel
artificiëler	=	artificieel
artificiëlere	=	artificieel
artificiëlers	=	artificieel
artikel	noun	een voorwerp dat te koop is
artikelaanbod	noun	de producten die men kan leveren en verkopen
artikelaanduiding	noun	korte / kortste beschrijving van een product
artikelaanduidingen	=	artikelaanduiding
artikelbestand	noun	lijst met beschikbare producten
artikelbestanden	=	artikelbestand
artikelen	=	artikel
artikelenbundel	noun	drukwerk waarin verschillende artikelen zijn opgenomen
artikelenbundels	=	artikelenbundel
artikelenbundeltje	=	artikelenbundel
artikelenbundeltjes	=	artikelenbundel
artikelenreeks	noun	serie publicaties in kranten of tijdschriften
artikelenreeksen	=	artikelenreeks
artikelenreeksje	=	artikelenreeks
artikelenreeksjes	=	artikelenreeks
artikelenserie	noun	een aantal bij elkaar horende tijdschrift- of krantenartikels
artikelenseries	=	artikelenserie
artikelenserietje	=	artikelenserie
artikelenserietjes	=	artikelenserie
artikelgewijs	adj	per artikel
artikelgewijze	=	artikelgewijs
artikelgroep	noun	groep producten met gelijksoortige eigenschappen; deel van het assortiment van een winkel
artikelgroepen	=	artikelgroep
artikelgroepje	=	artikelgroep
artikelgroepjes	=	artikelgroep
artikelkeuze	noun	een product dat men kan kiezen uit een groter aantal producten
artikelkeuzen	=	artikelkeuze
artikelkeuzes	=	artikelkeuze
artikelnaamruimte	noun	de naamruimte op een wiki waar de kern van het project te vinden, datgene waar het om het project om draait
artikelnaamruimtes	=	artikelnaamruimte
artikelnaamruimtetje	=	artikelnaamruimte
artikelnaamruimtetjes	=	artikelnaamruimte
artikelnummer	noun	identificatie nummer dat hoort bij een bepaald product
artikelnummers	=	artikelnummer
artikelomschrijving	noun	de beschrijving van een product
artikelomschrijvingen	=	artikelomschrijving
artikelomschrijvinkje	=	artikelomschrijving
artikelpresentatie	noun	het tentoonstellen van een product of een afbeelding daarvan met de bedoeling om het onder de aandacht te brengen van potentiële kopers
artikelpresentaties	=	artikelpresentatie
artikelpresentatietje	=	artikelpresentatie
artikelpresentatietjes	=	artikelpresentatie
artikelrecord	noun	gestructureerde verzameling informatie over een specifiek product in een database of catalogus
artikelrecords	=	artikelrecord
artikelregel	noun	een regel of specifieke bepaling binnen een juridisch document, contract, statuut of wet
artikelregelen	=	artikelregel
artikelregels	=	artikelregel
artikelregeltje	=	artikelregel
artikelregeltjes	=	artikelregel
artikels	=	artikel
artikelselectie	noun	de keuze van een (groep) product(en) uit een grotere groep producten
artikelselecties	=	artikelselectie
artikelsgewijs	adj	per artikel
artikelsgewijze	=	artikelsgewijs
artikelsoort	noun	een groep producten met gelijksoortige eigenschappen
artikelsoorten	=	artikelsoort
artikelsoortje	=	artikelsoort
artikelsoortjes	=	artikelsoort
artikeltje	=	artikel
artikeltjes	=	artikel
artikeltwaalfgemeente	noun	wegens financieel wanbeleid op grond van artikel twaalf van de Gemeentewet onder curatele gestelde gemeente
artikeltwaalfgemeenten	=	artikeltwaalfgemeente
artikeltwaalfgemeentes	=	artikeltwaalfgemeente
artikeltwaalfgemeentetje	=	artikeltwaalfgemeente
artikeltwaalfgemeentetjes	=	artikeltwaalfgemeente
artillerie	noun	het wapen dat vuursteun geeft aan de eigen troepen
artillerie-eenheden	=	artillerie-eenheid
artillerie-eenheid	noun	groep militairen en hun materieel die deel uitmaken van de artillerie
artillerie-eenheidje	=	artillerie-eenheid
artillerie-eenheidjes	=	artillerie-eenheid
artillerieaanval	noun	aanhoudende beschieting met kanonnen
artillerieaanvallen	=	artillerieaanval
artilleriebeschieting	noun	het schieten met kanonnen; het beschoten worden met kanonnen
artilleriebeschietingen	=	artilleriebeschieting
artilleriegeschut	noun	verzameling wapens waarmee men explosieven kan afschieten
artilleriegevecht	noun	gevecht waarbij men geschut gebruik zoals kanononnen, howitzers en tanks
artilleriegevechten	=	artilleriegevecht
artilleriegevechtje	=	artilleriegevecht
artilleriegevechtjes	=	artilleriegevecht
artillerieofficier	noun	bevelvoerder van een groep militairen die bewapend zijn met kanonnen
artillerieofficieren	=	artillerieofficier
artilleriepark	noun	verzameling opgeslagen artillerie die kan dienen als vervanging van geschut dat men tekort komt
artillerieparken	=	artilleriepark
artillerieparkje	=	artilleriepark
artillerieparkjes	=	artilleriepark
artilleriestelling	noun	een opstelling bestaande uit één of meerdere stuks geschut in een bouwwerk dat dient ter bescherming
artilleriestellingen	=	artilleriestelling
artilleriestellinkje	=	artilleriestelling
artilleriestellinkjes	=	artilleriestelling
artilleriesteun	noun	hulp aan de infanterie door middel van geschut
artillerietje	=	artillerie
artillerietrein	noun	troepenafdeling de zorgt voor het vervoer van geschut
artillerietreinen	=	artillerietrein
artillerietreintje	=	artillerietrein
artillerietreintjes	=	artillerietrein
artillerievuren	=	artillerievuur
artillerievuur	noun	het schieten met kanonnen
artillerieën	=	artillerie
artillerij	=	artillerie
artillerijvuur	=	artillerievuur
artillerist	noun	een militair die dienst doet bij de artillerie
artilleristen	=	artillerist
artilleristisch	adj	betrekking hebbend op het geschut van een leger
artilleristische	=	artilleristisch
artilleristischer	=	artilleristisch
artilleristischere	=	artilleristisch
artilleristischers	=	artilleristisch
artilleristje	=	artillerist
artilleristjes	=	artillerist
artisanaal	adj	op de originele of traditionele manier gemaakt, het is een juridisch niet beschermde en daarom vaak misbruikte term
artisanaals	=	artisanaal
artisanaalst	=	artisanaal
artisanaalste	=	artisanaal
artisanaat	noun	ambacht, vak, beroep
artisanale	=	artisanaal
artisanaler	=	artisanaal
artisanalere	=	artisanaal
artisanalers	=	artisanaal
artisjok	noun	Cynara scolymus een soort plant waarvan de vlezige schutbladeren van de gesloten bloemknop als groente worden gegeten
artisjokboorvlieg	noun	Terellia fuscicornis een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
artisjokboorvliegen	=	artisjokboorvlieg
artisjokboorvliegje	=	artisjokboorvlieg
artisjokboorvliegjes	=	artisjokboorvlieg
artisjokje	=	artisjok
artisjokjes	=	artisjok
artisjokken	=	artisjok
artismier	noun	Tetramorium guineense een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
artismieren	=	artismier
artismiertje	=	artismier
artismiertjes	=	artismier
artistenhaar	noun	haardracht zoals dat bij creatieve personen veel voorkomt, haardracht met lang haar
artisticiteit	noun	het artistiek zijn
artisticiteiten	=	artisticiteit
artistiek	adj	aanleg hebbend voor het maken van kunst
artistieke	=	artistiek
artistiekeling	noun	persoon die lijkt op een kunstenaar; iemand die zich gedraagt als een soort kunstenaar
artistiekelingen	=	artistiekeling
artistiekelingetje	=	artistiekeling
artistieker	=	artistiek
artistiekere	=	artistiek
artistiekerig	adj	een beetje kunstzinnig meestal niet al te positief bedoeld
artistiekerige	=	artistiekerig
artistiekeriger	=	artistiekerig
artistiekerigere	=	artistiekerig
artistiekerigers	=	artistiekerig
artistiekerigs	=	artistiekerig
artistiekerigst	=	artistiekerig
artistiekerigste	=	artistiekerig
artistiekers	=	artistiek
artistieks	=	artistiek
artistiekst	=	artistiek
artistiekste	=	artistiek
artjockey	noun	kunstenaar die verschillende kunstvormen samenvoegt
artjockeys	=	artjockey
artnapping	noun	stelen en ontvoeren van kunst met als doel losgeld te krijgen
artnappings	=	artnapping
artotheek	noun	een organisatie die werken van beeldende kunst in bruikleen geeft of verhuurt aan particulieren of bedrijven
artotheken	=	artotheek
artralgie	noun	gewrichtspijn
artritis	noun	gewrichtsontsteking
artritisch	adj	aangetast door een ontsteking aan de gewrichten; betrekking hebbend op een ontsteking aan de gewrichten
artritische	=	artritisch
artritischer	=	artritisch
artritischere	=	artritisch
artritischers	=	artritisch
artritissen	=	artritis
artrogeen	adj	betrekking hebbend op de gewrichten
artrogeens	=	artrogeen
artrogene	=	artrogeen
artrografie	noun	het maken van röntgenfoto's van gewrichten na inspuiting met contrastvloeistof
artrogram	noun	röntgenfoto van een met contrastmiddel ingespoten gewricht
artrogrammen	=	artrogram
artrogrammetje	=	artrogram
artrogrammetjes	=	artrogram
artrologen	=	artroloog
artrologie	noun	leer van de gewrichten
artroloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de leer van de gewrichten
artroloogje	=	artroloog
artroloogjes	=	artroloog
artropathie	noun	gewrichtsaandoening
artroplastiek	noun	plastische operatie aan een gewricht
artroscoop	noun	optisch instrument voor artroscopie
artroscoopje	=	artroscoop
artroscoopjes	=	artroscoop
artroscopen	=	artroscoop
artroscopie	noun	medisch onderzoek van de binnenzijde van een gewricht
artroscopietje	=	artroscopie
artroscopietjes	=	artroscopie
artroscopieën	=	artroscopie
artrose	noun	een aandoening van het gewrichtskraakbeen
artroses	=	artrose
artrotomie	noun	gewrichtsoperatie
artrotomieën	=	artrotomie
arts	noun	een geneeskundige die bevoegd is een praktijk uit te oefenen
arts-assistent	noun	een arts die zijn studie geneeskunde heeft afgerond en volledig bevoegd is, en in opleiding is tot specialist
arts-assistenten	=	arts-assistent
arts-onderzoeker	noun	arts die wetenschappelijk onderzoek doet
arts-onderzoekers	=	arts-onderzoeker
arts-patiënt	noun	patiënt die arts van beroep is
arts-patiënten	=	arts-patiënt
arts-patiëntje	=	arts-patiënt
arts-patiëntjes	=	arts-patiënt
arts-patiëntrelatie	noun	de persoonlijke relatie tussen patiënt en arts die een positief of negatief effect kan hebben op het genezingsproces
arts-patiëntrelaties	=	arts-patiëntrelatie
artse	=	arts
artsen	=	arts
artsen-assistenten	=	arts-assistent
artsen-onderzoekers	=	arts-onderzoeker
artsenbezoek	noun	de keer dat men een arts consulteert
artsenbezoeken	=	artsenbezoek
artsenbezoeker	noun	functionaris die huisartsen, specialisten en apothekers informeert over medische of farmaceutische producten, omdat ze betaald worden door de farmaceutische industrie gaat het dus vooral om het promoten van medicijnen
artsenbezoekers	=	artsenbezoeker
artsenbezoekster	noun	vrouw die huisartsen, specialisten en apothekers informeert over medische of farmaceutische producten, omdat ze betaald wordt door de farmaceutische industrie gaat het dus vooral om het promoten van medicijnen
artsenbezoeksters	=	artsenbezoekster
artsendiploma	noun	bewijs dat men succesvol een artsenopleiding heeft afgerond
artsendiploma's	=	artsendiploma
artseneden	=	artseneed
artseneed	noun	beroepscode voor artsen die wordt voorgelezen bij het afleggen van het artsexamen en die is afgeleidt van de eed van Hippocrates
artsenhart	noun	de diepste gevoelens van een persoon als dokter
artsenharten	=	artsenhart
artsenij	noun	geneesmiddel dat men inneemt
artsenijbereidkunde	noun	de kunst van de bereiding van geneesmiddelen
artsenijboek	noun	een verouderde term voor een farmacopee, een officieel handboek met voorschriften voor de samenstelling en bereiding van geneesmiddelen
artsenijboeken	=	artsenijboek
artsenijboekje	=	artsenijboek
artsenijboekjes	=	artsenijboek
artsenijen	=	artsenij
artseninformatiemap	noun	mapje met nuttige inlichtingen over een bepaald onderwerp voor artsen
artseninformatiemapje	=	artseninformatiemap
artseninformatiemapjes	=	artseninformatiemap
artseninformatiemappen	=	artseninformatiemap
artsenkeuze	noun	het kiezen van de arts door wie men behandeld wenst te worden
artsenkeuzen	=	artsenkeuze
artsenkeuzes	=	artsenkeuze
artsenmonster	noun	een proefmonster van een bepaald medicament of medisch hulpmiddel dat aan een arts wordt gegeven als voorbeeld
artsenmonsters	=	artsenmonster
artsenmonstertje	=	artsenmonster
artsenmonstertjes	=	artsenmonster
artsenopleiding	noun	universitaire beroepsopleiding tot arts
artsenopleidingen	=	artsenopleiding
artsenopleidinkje	=	artsenopleiding
artsenopleidinkjes	=	artsenopleiding
artsenorganisatie	noun	vereniging van doctoren
artsenorganisaties	=	artsenorganisatie
artsenpraktijk	noun	gebouw of ruimte waar een of meer dokteren werken
artsenpraktijken	=	artsenpraktijk
artsenstudie	noun	universitaire opleiding tot arts
artsenstudies	=	artsenstudie
artsenstudiën	=	artsenstudie
artsensyndicaat	noun	beroepsorganisatie van artsen in België
artsensyndicaten	=	artsensyndicaat
artsenteam	noun	groep samenwerkende doktoren
artsenteams	=	artsenteam
artsentekort	noun	de afwezigheid van voldoende artsen
artsentekorten	=	artsentekort
artsenvereniging	noun	vereniging die opkomt voor de belangen van artsen en ook inhoudelijke, geneeskundige standpunten communiceert namens de artsen
artsenverenigingen	=	artsenvereniging
artsenverenigingetje	=	artsenvereniging
artsenverenigingetjes	=	artsenvereniging
artsexamen	noun	proef die men moet afleggen voordat men zich arts mag noemen
artsexamens	=	artsexamen
artsje	=	arts
artsjes	=	arts
artwashing	noun	het verbeteren van een besmet imago door het sponsoren van kunst en kunstenaars
artwork	noun	het grafisch materiaal dat een muziekuitgave vergezelt
artworks	=	artwork
arty	adj	zichzelf kunstzinnig noemend zonder het echt te zijn
arty's	=	arty
artyer	=	arty
artyere	=	arty
artyers	=	arty
artyst	=	arty
artyste	=	arty
arubaan	noun	iemand die woonachtig is op of afkomstig van het eiland Aruba
arubaans	adj	op Aruba betrekking hebbend
arubaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Aruba, of een vrouw afkomstig uit Aruba
arubaansen	=	arubaanse
arubaanser	=	arubaans
arubaansere	=	arubaans
arubaansers	=	arubaans
arubaanst	=	arubaans
arubaanste	=	arubaans
arubaantje	=	arubaan
arubanen	=	arubaan
arubaratelslang	noun	Crotalus unicolor een slang uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
arubaratelslangen	=	arubaratelslang
arubaratelslangetje	=	arubaratelslang
arubaratelslangetjes	=	arubaratelslang
arubarenhagedis	noun	Cnemidophorus arubensis Deze hagedis stamt af van de familie Teiidei.
arubarenhagedisje	=	arubarenhagedis
arubarenhagedisjes	=	arubarenhagedis
arubarenhagedissen	=	arubarenhagedis
arviet	noun	avondgebed
arytenoïde	noun	bekervormig kraakbeentje in het strottenhoofd
arytenoïden	=	arytenoïde
arytenoïdes	=	arytenoïde
as	noun	overblijfsel van iets dat verbrand is
as-groot	noun	het akkoord as - c - es, de grote drieklank op de eerste trap van de As-grotetertstoonladder
as-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de As-grotetertstoonladder
as-grootakkoorden	=	as-grootakkoord
as-grootakkoordje	=	as-grootakkoord
as-grootakkoordjes	=	as-grootakkoord
as-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “as” als grondtoon
as-grotetertstoonladders	=	as-grotetertstoonladder
as-grotetertstoonladdertje	=	as-grotetertstoonladder
as-grotetertstoonladdertjes	=	as-grotetertstoonladder
as-grotetertstoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "as" als grondtoon
as-grotetertstoonschaaltje	=	as-grotetertstoonschaal
as-grotetertstoonschaaltjes	=	as-grotetertstoonschaal
as-grotetertstoonschalen	=	as-grotetertstoonschaal
as-klein	noun	het akkoord as - ces - es (as - b - es), de kleine drieklank op de eerste trap van de as-kleinetertstoonladder
as-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de as-kleinetertstoonladder
as-kleinakkoorden	=	as-kleinakkoord
as-kleinakkoordje	=	as-kleinakkoord
as-kleinakkoordjes	=	as-kleinakkoord
as-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “as” als grondtoon
as-kleinetertstoonaarden	=	as-kleinetertstoonaard
as-kleinetertstoonaardje	=	as-kleinetertstoonaard
as-kleinetertstoonaardjes	=	as-kleinetertstoonaard
as-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “as” als grondtoon
as-kleinetertstoonladders	=	as-kleinetertstoonladder
as-kleinetertstoonladdertje	=	as-kleinetertstoonladder
as-kleinetertstoonladdertjes	=	as-kleinetertstoonladder
as-majeur	noun	het akkoord as - c - es, de grote drieklank op de eerste trap van de As-grotetertstoonladder
as-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de As-grotetertstoonladder
as-majeurakkoorden	=	as-majeurakkoord
as-majeurakkoordje	=	as-majeurakkoord
as-majeurakkoordjes	=	as-majeurakkoord
as-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “as” als grondtoon
as-majeurtoonaarden	=	as-majeurtoonaard
as-majeurtoonaardje	=	as-majeurtoonaard
as-majeurtoonaardjes	=	as-majeurtoonaard
as-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "as" als grondtoon
as-majeurtoonladders	=	as-majeurtoonladder
as-majeurtoonladdertje	=	as-majeurtoonladder
as-majeurtoonladdertjes	=	as-majeurtoonladder
as-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "as" als grondtoon
as-majeurtoonschaaltje	=	as-majeurtoonschaal
as-majeurtoonschaaltjes	=	as-majeurtoonschaal
as-majeurtoonschalen	=	as-majeurtoonschaal
as-mineur	noun	het akkoord as - ces - es (as - b - es), de kleine drieklank op de eerste trap van de as-kleinetertstoonladder
as-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de as-kleinetertstoonladder
as-mineurakkoorden	=	as-mineurakkoord
as-mineurakkoordje	=	as-mineurakkoord
as-mineurakkoordjes	=	as-mineurakkoord
as-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “as” als grondtoon
as-mineurtoonladders	=	as-mineurtoonladder
as-mineurtoonladdertje	=	as-mineurtoonladder
as-mineurtoonladdertjes	=	as-mineurtoonladder
as-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “as” als grondtoon
as-mineurtoonschaaltje	=	as-mineurtoonschaal
as-mineurtoonschaaltjes	=	as-mineurtoonschaal
as-mineurtoonschalen	=	as-mineurtoonschaal
as-toonladder	=	as-grotetertstoonladder
asa	conj	dan en slechts dan als, enkel wanneer
asaandrijving	noun	techniek die de beweging van een motor via een ronddraaiende spil overbrengt op een apparaat of voertuig
asaandrijvingen	=	asaandrijving
asafdichting	noun	afdichting van een ronddraaiende as
asafdichtingen	=	asafdichting
asana	noun	elk van de houdingen die onderdeel zijn van oefeningen in yoga
asana's	=	asana
asanalyse	noun	onderzoek van as
asanalysen	=	asanalyse
asanalyses	=	asanalyse
asap	adv	zo gauw mogelijk, zo snel mogelijk
asara	num	tien
asbak	noun	opvangbak voor as en peuken van sigaretten en sigaren
asbakje	=	asbak
asbakjes	=	asbak
asbakken	=	asbak
asbakkenras	noun	een hond met een onduidelijke stamboom; hond die het resultaat is van een kruising tussen verschillende rassen
asbakkenrassen	=	asbakkenras
asbaktegel	noun	tegel met een verzonken, door een metalen rooster afgedekte ruimte in een trottoir waarin men gedoofde sigaretten kan deponeren
asbaktegels	=	asbaktegel
asbelt	noun	plaats waar men huishoudelijk afval stort
asbelten	=	asbelt
asbest	noun	verzamelnaam van een aantal silicaten met een vezelige structuur
asbestcement	noun	bouwmateriaal dat bestaat uit cement en asbest
asbestclaim	noun	aanspraak op vergoeding van schade door blootstelling aan asbest
asbestclaims	=	asbestclaim
asbesthoudend	adj	van iets dat het asbest bevat
asbesthoudende	=	asbesthoudend
asbesthoudender	=	asbesthoudend
asbesthoudendere	=	asbesthoudend
asbesthoudenders	=	asbesthoudend
asbesthoudends	=	asbesthoudend
asbesthoudendst	=	asbesthoudend
asbesthoudendste	=	asbesthoudend
asbestkanker	noun	ziekte waarbij cellen uit de vliezen om de longen of andere inwendige organen gaan woekeren
asbestose	noun	beroepsziekte met verminderde longfunctie die veroorzaakt is door het inademen van asbest
asbestoseclaim	noun	aanspraak op schadevergoeding i.v.m. blootstelling aan asbest en de daardoor veroorzaakte longziekte
asbestoseclaims	=	asbestoseclaim
asbestoses	=	asbestose
asbestpapier	noun	brandwerend en isoleren papierachtig materiaal waarin asbestvezels zijn verwerkt
asbestplaat	noun	plaat gemaakt van asbest, plaat die asbest bevat
asbestplaatje	=	asbestplaat
asbestplaatjes	=	asbestplaat
asbestplaten	=	asbestplaat
asbestprobleem	noun	moeilijkheid veroorzaakt door de aanwezigheid van asbest op plaatsen waar het schadelijk kan zijn voor mensen
asbestprobleempje	=	asbestprobleem
asbestprobleempjes	=	asbestprobleem
asbestproblemen	=	asbestprobleem
asbestslachtoffer	noun	persoon die is blootgesteld aan asbest en daar schade van heeft ondervonden
asbestslachtoffers	=	asbestslachtoffer
asbeststof	noun	fijnkorrelig materiaal dat veel asbest bevat
asbeststoffen	=	asbeststof
asbestverontreiniging	noun	de aanwezigheid van schadelijke asbestvezels in of op materialen, in de lucht, of in de bodem.
asbestverontreinigingen	=	asbestverontreiniging
asbestverontreinigingetje	=	asbestverontreiniging
asbestverontreinigingetjes	=	asbestverontreiniging
asbestvervuiling	noun	besmetting van een gebied met giftige asbestdeeltjes
asbestvervuilingen	=	asbestvervuiling
asbestverwijdering	noun	het wegnemen van het kankerverwekkende asbest
asbestverwijderingen	=	asbestverwijdering
asbestvezel	noun	draadvormige structuur gemaakt van asbest
asbestvezels	=	asbestvezel
asbestvezeltje	=	asbestvezel
asbestvezeltjes	=	asbestvezel
asbestvrij	adj	geen asbest bevattend
asbestvrije	=	asbestvrij
asbestvrijer	=	asbestvrij
asbestvrijere	=	asbestvrij
asbestvrijers	=	asbestvrij
asbestvrijs	=	asbestvrij
asbestvrijst	=	asbestvrij
asbestvrijste	=	asbestvrij
asbij	noun	Andrena cineraria een bij uit het geslacht van de zandbijen (Andrena)
asbijen	=	asbij
asbijtje	=	asbij
asbijtjes	=	asbij
asblok	noun	blok of balk waarop een as rust
asblokje	=	asblok
asblokjes	=	asblok
asblokken	=	asblok
asblond	adj	grijsachtig, licht blond meestal van haar
asblonde	=	asblond
asblonder	=	asblond
asblondere	=	asblond
asblonders	=	asblond
asblonds	=	asblond
asblondst	=	asblond
asblondste	=	asblond
asborstmierkruiper	noun	Myrmoborus lugubris een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
asborstmierkruipers	=	asborstmierkruiper
asborstmierkruipertje	=	asborstmierkruiper
asborstmierkruipertjes	=	asborstmierkruiper
asborstvliegenvanger	noun	Muscicapa randi een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers)
asborstvliegenvangers	=	asborstvliegenvanger
asborstvliegenvangertje	=	asborstvliegenvanger
asborstvliegenvangertjes	=	asborstvliegenvanger
asbos	noun	Psilocaulon junceum een plant endemisch in Zuid-Afrika, waarvan de as gebruikt werd om loog te vervaardigen, voor de bereiding van zeep
asbosje	=	asbos
asbosjes	=	asbos
asbossen	=	asbos
asceet	noun	iemand die zich aan godsdienstige praktijken en boetedoeningen wijdt en zeer sober leeft
asceetje	=	asceet
asceetjes	=	asceet
ascendant	noun	het teken van de dierenriem dat op het moment van een geboorte aan de oostelijke horizon staat: het rijzende teken
ascendanten	=	ascendant
ascendent	noun	bloedverwant in opgaande lijn
ascendenten	=	ascendent
ascensionfregatvogel	noun	Fregata aquila een vogel uit de familie van de fregatvogels (Fregatidae).
ascensionfregatvogels	=	ascensionfregatvogel
ascensionfregatvogeltje	=	ascensionfregatvogel
ascensionfregatvogeltjes	=	ascensionfregatvogel
ascensionkwak	noun	Nycticorax olsoni een uitgestorven vogel uit de reigerfamilie.
ascensionkwakje	=	ascensionkwak
ascensionkwakjes	=	ascensionkwak
ascensionkwakken	=	ascensionkwak
ascensionral	noun	Mundia elpenor een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
ascensionrallen	=	ascensionral
ascensionralletje	=	ascensionral
ascensionralletjes	=	ascensionral
ascese	noun	streven naar zuiver gedrag door beteugeling van de begeertes en hartstochten
asceten	=	asceet
ascetisch	adj	betrekking hebbend op ascese
ascetische	=	ascetisch
ascetischer	=	ascetisch
ascetischere	=	ascetisch
ascetischers	=	ascetisch
ascetisme	noun	beoefening van de ascese
asch	=	as
aschbelt	=	asbelt
aschgraauw	=	asgrauw
aschgrauw	=	asgrauw
aschla	=	asla
aschlade	=	asla
aschvaalt	=	asvaalt
aschvarken	=	asvarken
aschwoensdag	=	aswoensdag
ascii	noun	de afkorting voor American Standard Code for Information Interchange, een internationale digitale computertekenset van 128 codes
ascites	noun	buikwaterzucht
asclepiusstaf	noun	staf met een daaromheen kronkelende slang, embleem van de geneeskundigen
asclepiusstaven	=	asclepiusstaf
ascorbinezuren	=	ascorbinezuur
ascorbinezuur	noun	vitamine C
asdeeltje	noun	in de lucht zwevend korrletje dat ontstaan is door een vulkaanuitbarsting
asdeeltjes	=	asdeeltje
asdiameter	noun	doorsnede van een spil
asdiameters	=	asdiameter
asdruk	noun	druk die de wielen aan een as uitoefenen op wegdek of rails
asdrukken	=	asdruk
ase	noun	bij de Germanen benaming voor elk lid van de belangrijkste godenfamilie
aseksualiteit	noun	het aseksueel zijn
aseksueel	adj	zonder seksuele organen, geslachtloos
aseksueels	=	aseksueel
aseksueelst	=	aseksueel
aseksueelste	=	aseksueel
aseksuele	=	aseksueel
aseksuelen	=	aseksueel
aseksueler	=	aseksueel
aseksuelere	=	aseksueel
aseksuelers	=	aseksueel
aselect	adj	volkomen bepaald door het toeval, vooral gebruikt in het kader van statistisch onderzoek
aselecte	=	aselect
aselecter	=	aselect
aselectere	=	aselect
aselecters	=	aselect
aselects	=	aselect
aselectst	=	aselect
aselectste	=	aselect
asem	noun	adem, levenslucht, ademhaling
asemde	=	asemen
asemden	=	asemen
aseme	=	asemen
asemen	verb|informal	ademen
asemend	=	asemen
asemende	=	asemen
asemhalen	=	ademhalen
asemhaling	=	ademhaling
asemisch	adj	zonder vooraf bepaalde betekenis; zonder semantische beperkingen; met een open inhoud
asemische	=	asemisch
asemmer	noun	bak waarin men huishoudelijk afval kan deponeren
asemmers	=	asemmer
asemmertje	=	asemmer
asemmertjes	=	asemmer
asempje	=	asem
asempjes	=	asem
asemt	=	asemen
asen	=	ase
asepsis	noun	zonder bacterien of ziektekiemen
aseptisch	adj	vrij van ziektekiemen, kiemvrij
aseptische	=	aseptisch
aseptischer	=	aseptisch
aseptischere	=	aseptisch
aseptischers	=	aseptisch
aseret	num	tien
ases	noun	een met twee halve tonen verlaagde toon "a"
ases-groot	=	ases-grotetertstoonladder
ases-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Ases-grotetertstoonladder
ases-grootakkoorden	=	ases-grootakkoord
ases-grootakkoordje	=	ases-grootakkoord
ases-grootakkoordjes	=	ases-grootakkoord
ases-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “ases” als grondtoon.
ases-grotetertstoonladders	=	ases-grotetertstoonladder
ases-grotetertstoonladdertje	=	ases-grotetertstoonladder
ases-grotetertstoonladdertjes	=	ases-grotetertstoonladder
ases-majeur	noun	afkorting van de “Ases-majeurtoonsoort” of het “Ases-majeurakkoord”
ases-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Ases-grotetertstoonladder
ases-majeurakkoorden	=	ases-majeurakkoord
ases-majeurakkoordje	=	ases-majeurakkoord
ases-majeurakkoordjes	=	ases-majeurakkoord
ases-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "ases" als grondtoon.
ases-majeurtoonladders	=	ases-majeurtoonladder
ases-majeurtoonladdertje	=	ases-majeurtoonladder
ases-majeurtoonladdertjes	=	ases-majeurtoonladder
ases-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "ases" als grondtoon.
ases-majeurtoonschaaltje	=	ases-majeurtoonschaal
ases-majeurtoonschaaltjes	=	ases-majeurtoonschaal
ases-majeurtoonschalen	=	ases-majeurtoonschaal
ases-toonladder	=	ases-grotetertstoonladder
asesje	=	ases
asesjes	=	ases
asessen	=	ases
asexuaal	=	aseksueel
asexualiteit	=	aseksualiteit
asexueel	=	aseksueel
asfa	noun	de afkorting voor Associatie van Surinaamse Fabrikanten
asfalt	noun	een mengsel van bitumen en minerale aggregaten, dat vooral als wegdek gebruikt wordt.
asfaltbaan	noun	met asfalt bedekte strook land
asfaltbanen	=	asfaltbaan
asfaltbestrating	noun	wegdek gemaakt van asfalt
asfaltbestratingen	=	asfaltbestrating
asfaltbeton	noun	materiaal dat wordt samengesteld uit minerale aggregaten en bitumen dat wordt gebruikt als wegverhardingsmateriaal
asfaltcentrale	noun	fabriek waar men asfalt maakt uit grondstoffen en oud asfalt
asfaltcentrales	=	asfaltcentrale
asfalteer	=	asfalteren
asfalteerde	=	asfalteren
asfalteerden	=	asfalteren
asfalteert	=	asfalteren
asfalten	=	asfalt
asfaltere	=	asfalteren
asfalteren	verb	bedekken met een mengsel van bitumen, steentjes en andere stoffen
asfalterend	=	asfalteren
asfalterende	=	asfalteren
asfaltering	noun	het voorzien van een weg met een laag asfalt
asfalteringen	=	asfaltering
asfalteringsbedrijf	noun	bedrijf dat wegen voorziet van een wegdek van asfalt
asfalteringsbedrijven	=	asfalteringsbedrijf
asfalteringsprogramma	noun	voornemens om bepaalde wegen te asfalteren
asfalteringsprogramma's	=	asfalteringsprogramma
asfalteringsproject	noun	het asfalteren van een nauwkeurig omschreven aantal wegen of delen van wegen in een duidelijk omschreven tijdsperiode
asfalteringsprojecten	=	asfalteringsproject
asfalteringswerkzaamheden	noun	werkzaamheden die asfalteren omvatten
asfalteringswerkzaamheid	noun	werk dat asfalteren omvat
asfalthelling	noun	stijgende of dalende weg met een geasfalteerd wegdek
asfalthellingen	=	asfalthelling
asfaltherstelling	noun	de reparatie van gaten en scheuren in het asfalt
asfaltherstellingen	=	asfaltherstelling
asfaltjeugd	noun	jongeren van de lagere klassen die weinig opvoeding krijgen
asfaltlaag	noun	wegdek van asfalt
asfaltlaagje	=	asfaltlaag
asfaltlaagjes	=	asfaltlaag
asfaltlagen	=	asfaltlaag
asfaltlucht	noun	de geur die rond druk bereden geasfalteerde wegen te ruiken is door het asfalt en het daarop rijdende verkeer
asfaltluchten	=	asfaltlucht
asfaltluchtje	=	asfaltlucht
asfaltluchtjes	=	asfaltlucht
asfaltpapier	noun	flexibele, waterdichte dakbedekking waarin teer is verwerkt
asfaltpapieren	=	asfaltpapier
asfaltspreider	noun	een bouwmachine die wordt gebruikt bij de aanleg of het onderhoud van wegen en die als functie heeft het asfalt zo te verspreiden dat een egaal wegoppervlak ontstaat
asfaltspreiders	=	asfaltspreider
asfaltspreidertje	=	asfaltspreider
asfaltspreidertjes	=	asfaltspreider
asfaltweg	noun	verharde weg waarvan het wegdek bestaat uit asfalt
asfaltwegen	=	asfaltweg
asfaltweggetje	=	asfaltweg
asfaltweggetjes	=	asfaltweg
asfaltwegje	=	asfaltweg
asfaltwegjes	=	asfaltweg
asferisch	adj	niet bolvormig
asferische	=	asferisch
asferischer	=	asferisch
asferischere	=	asferisch
asferischers	=	asferisch
asfyxiatie	noun	verstikking
asfyxiaties	=	asfyxiatie
asfyxiatietje	=	asfyxiatie
asfyxiatietjes	=	asfyxiatie
asfyxie	noun	zuurstofgebrek door verstikking
asfyxieer	=	asfyxiëren
asfyxieerde	=	asfyxiëren
asfyxieerden	=	asfyxiëren
asfyxieert	=	asfyxiëren
asfyxiëre	=	asfyxiëren
asfyxiëren	verb	sterven door een gebrek aan zuurstof
asfyxiërend	=	asfyxiëren
asfyxiërende	=	asfyxiëren
asgat	noun	kuil waarin men as kan verzamelen
asgaten	=	asgat
asgrauw	adj	de grauwe kleur van as hebbend	noun	een kleur grauw als as
asgrauwe	=	asgrauw
asgrauwen	=	asgrauw
asgrauwer	=	asgrauw
asgrauwere	=	asgrauw
asgrauwers	=	asgrauw
asgrauws	=	asgrauw
asgrauwst	=	asgrauw
asgrauwste	=	asgrauw
asgrijs	noun	de kleur van de resten van verbrand materiaal	adj	met de kleur als die van resten verbrand materiaal
asgrijst	=	asgrijs
asgrijste	=	asgrijs
asgrijze	=	asgrijs
asgrijzen	=	asgrijs
asgrijzer	=	asgrijs
asgrijzere	=	asgrijs
asgrijzers	=	asgrijs
ashambulijstergaai	noun	Montecincla meridionale een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
ashambulijstergaaien	=	ashambulijstergaai
ashambulijstergaaitje	=	ashambulijstergaai
ashambulijstergaaitjes	=	ashambulijstergaai
ashera	noun	een hybride van de huiskat en een wilde kattensoort
ashera's	=	ashera
asherakat	noun	een hybride van de huiskat en een wilde kattensoort
asherakatten	=	asherakat
ashoop	noun	een stapel onverbrande restanten van een brand
ashopen	=	ashoop
ashram	noun	leefgemeenschap van en ontmoetingscentrum voor aanhangers van Indiase religies, die gebruikt wordt als religieuze levens-, studie- en arbeidsgemeenschap
ashrams	=	ashram
ashwaganda	noun	Withania somnifera een plantensoort uit de nachtschadefamilie.
ashwaganda's	=	ashwaganda
ashwagandha	noun	Withania somnifera een plantensoort uit de nachtschadefamilie.
ashwagandha's	=	ashwagandha
asiaat	=	aziaat
asian-fishing	noun	culturele toe eigening waarbij een niet Oost-Aziaat zich voordoet als als Oost-Aziatisch
asianfishing	noun	culturele toe eigening waarbij een niet Oost-Aziaat zich voordoet als als Oost-Aziatisch
asiatisch	=	aziatisch
asiel	noun	een verblijf voor verstoten of weggelopen honden, katten en andere huisdieren
asielaanvraag	noun	verzoek van een vluchteling om in een ander dan zijn eigen land opgevangen te worden
asielaanvraagje	=	asielaanvraag
asielaanvraagjes	=	asielaanvraag
asielaanvrage	noun	verzoek van een vluchteling om in een ander dan zijn eigen land opgevangen te worden
asielaanvragen	=	asielaanvraag
asielaanvrager	noun	iemand die bescherming vraagt in een ander land omdat hij of zij in zijn eigen land wordt bedreigd
asielaanvragers	=	asielaanvrager
asieladvocaat	noun	advocaat die gespecialiseerd is in het asielrecht en asielzoekers bijstaat in de asielprocedure
asieladvocate	noun	vrouwelijke vorm van asieladvocaat
asieladvocaten	=	asieladvocaat
asieladvocates	=	asieladvocate
asielbeleid	noun	beleid t.a.v. in het land komende asielzoekers
asielcentra	=	asielcentrum
asielcentrum	noun	plaats waar mensen die als vluchteling of ontheemde uit een ander land zijn gekomen tijdelijk worden opgevangen
asielcentrums	=	asielcentrum
asielcriminaliteit	noun	door asielzoekers gepleegde criminaliteit
asielcrisiswet	noun	wet die nodig is om de (vermeende) acuut onhoudbare noodsituatie rond asiel en asielopvang het hoofd te bieden
asielcrisiswetten	=	asielcrisiswet
asieldebat	noun	twistgesprek over hoe om te gaan met mensen die asiel aanvragen
asieldebatten	=	asieldebat
asieldossier	noun	problematiek rond asielaanvragen waar een bestuur een plan van aanpak moet maken
asieldossiers	=	asieldossier
asieldwang	noun	de handeling waarbij een gemeente gedwongen wordt om een aantal asielzoekers op te vangen
asielen	=	asiel
asielgerechtigd	adj	het recht op asiel hebbend
asielgerechtigde	noun	iemand die recht heeft op opvang in een land omdat hij of zij in het land van origine vervolgd wordt
asielgerechtigden	=	asielgerechtigde
asielgerechtigds	=	asielgerechtigd
asielhond	noun	een hond die geen baasje heeft en (tijdelijk) in een dierenopvang leeft
asielhonden	=	asielhond
asielhondje	=	asielhond
asielhondjes	=	asielhond
asielketen	noun	het proces van de opvang, huisvesting en integratie van asielzoekers
asielkind	noun	kind van vluchtelingen; kind dat asiel heeft aangevraagd
asielkinderen	=	asielkind
asielkwestie	noun	vraagstuk van hoe om te gaan met mensen die politiek asiel aanvragen
asielkwesties	=	asielkwestie
asielland	noun	land dat vluchteling opvangt
asiellanden	=	asielland
asiellocatie	noun	plaats waar mensen uit het buitenland worden opgevangen in afwachting van een beslissing over hun verzoek tot toelating als vluchteling
asiellocaties	=	asiellocatie
asielmigratie	noun	migratie door personen die een asielaanvraag hebben ingediend
asielmigraties	=	asielmigratie
asielnoodmaatregelenwet	noun	wetsvoorstel dat beoogt de 'asielcrisis' in Nederland te bestrijden
asielopvang	noun	plaats waar vluchtelingen tijdelijk worden gehuisvest
asielopvangen	=	asielopvang
asielpolitiek	noun	overheidsbeleid betreffende de opvang van asielzoekers en vluchtelingen
asielprobleem	noun	moeilijkheid bij het opvangen van vluchtelingen
asielproblematiek	noun	alle ervaren moeilijkheden rond de opvang van asielzoekers en vluchtelingen
asielproblematieken	=	asielproblematiek
asielproblemen	=	asielprobleem
asielprocedure	noun	een juridische procedure waarin de autoriteiten beoordelen of een vreemdeling op grond van het vluchtelingenverdrag recht heeft op een verblijfsvergunning
asielprocedures	=	asielprocedure
asielrecht	noun	wetgeving rond het verlenen en verkrijgen van asiel
asielrechten	=	asielrecht
asielregel	noun	regels betreffende het opvangen van vluchtelingen
asielregels	=	asielregel
asielregeltje	=	asielregel
asielregeltjes	=	asielregel
asielrelaas	noun	het verhaal van een vluchteling over zijn of haar vervolging in het land van herkomst en zijn of haar vlucht naar een asielland
asielrelazen	=	asielrelaas
asiels	=	asiel
asielstatus	noun	officiële erkenning dat iemand recht heeft op bescherming als vluchteling in het kader van het asielrecht
asielstatussen	=	asielstatus
asielstelsel	noun	systeem van regelingen rond het verlenen van een veilig toevluchtsoord voor vluchtelingen
asielstelsels	=	asielstelsel
asielstelseltje	=	asielstelsel
asielstelseltjes	=	asielstelsel
asielstromen	=	asielstroom
asielstroom	noun	de gang van asielzoekers van het ene naar het andere land
asielsysteem	noun	geheel van regels en voorzieningen voor mensen die een land willen binnenkomen als vluchteling
asielsystemen	=	asielsysteem
asieltje	=	asiel
asieltoerisme	noun	onder het mom van een asielaanvraag zijn verblijf in een land willen verlengen
asieltsunami	noun	als overweldigend ervaren hoeveelheid asielzoekers
asieltsunami's	=	asieltsunami
asielverhaal	noun	het verslag van een vluchteling over zijn motieven om te vluchten en asiel aan te vragen
asielverhalen	=	asielverhaal
asielverzoek	noun	een aanvraag om in een land bescherming te ontvangen omdat men in eigen land vervolgd wordt
asielverzoeken	=	asielverzoek
asielvlucht	noun	een vlucht waarmee asielzoekers vervoerd worden
asielvluchten	=	asielvlucht
asielvraagstuk	noun	het probleem zoals dat ervaren wordt rond asielzoekers en vluchtelingen
asielvraagstukken	=	asielvraagstuk
asielwet	noun	wet die de status en opvang van vluchtelingen regelt
asielwetgeving	noun	wetgeving betreffende het aanvragen van asiel en het verlenen van asiel
asielwetgevingen	=	asielwetgeving
asielwetten	=	asielwet
asielzaak	noun	rechtszaak waarin beslist wordt op iemand wel of geen recht heeft op opvang omdat hij of zij in zijn eigen land niet veilig is
asielzaakje	=	asielzaak
asielzaakjes	=	asielzaak
asielzaken	=	asielzaak
asielzoeker	noun	iemand die asiel zoekt buiten zijn eigen land omdat hij in zijn eigen land wordt bedreigd
asielzoekers	=	asielzoeker
asielzoekersbeleid	noun	plan van aanpak betreffende het verlenen van asiel
asielzoekerscentra	=	asielzoekerscentrum
asielzoekerscentrum	noun	woonplaats voor asielzoekers zonder verblijfsvergunning
asielzoekerscentrumpje	=	asielzoekerscentrum
asielzoekerscentrumpjes	=	asielzoekerscentrum
asielzoekerscentrums	=	asielzoekerscentrum
asielzoekersproblematiek	noun	de politieke kwestie rond het opvangen van vluchtelingen die asiel hebben aangevraagd
asielzoekersproblematieken	=	asielzoekersproblematiek
asielzoekersvlucht	noun	reis door de lucht met asielzoekers
asielzoekersvluchten	=	asielzoekersvlucht
asielzoekerswoning	noun	huis waarin men asielzoekers kan huisvesten
asielzoekerswoningen	=	asielzoekerswoning
asielzoekerswoninkje	=	asielzoekerswoning
asielzoekerswoninkjes	=	asielzoekerswoning
asielzoekertje	=	asielzoeker
asielzoekertjes	=	asielzoeker
asielzoekster	noun	vrouw die bescherming zoekt in een ander land omdat ze in het eigen land bedreigd wordt
asielzoeksters	=	asielzoekster
asielzoekstertje	=	asielzoekster
asielzoekstertjes	=	asielzoekster
asirekster	noun	Pica asirensis een zangvogel uit de familie van de kraaien en het geslacht eksters (Pica).
asireksters	=	asirekster
asirekstertje	=	asirekster
asirekstertjes	=	asirekster
asjantiklauwier	noun	Malaconotus lagdeni een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
asjantiklauwieren	=	asjantiklauwier
asjantiklauwiertje	=	asjantiklauwier
asjantiklauwiertjes	=	asjantiklauwier
asje	=	as
asjeblief	adv|informal	als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
asjeblieft	adv|informal	als beleefde aandrang bij een verzoek of versterking bij een bevel
asjemenou	intj	drukt verbazing uit
asjes	=	as
asjeweine	adj	verdwenen
asjkeloniet	noun	inwoner van Askelon-1 (Joz. 13:3)
asjkelonieten	=	asjkeloniet
asjkenaz	noun	Rijnland, Duitsland
asjkenazi	noun	Hoogduitse jood, jood afkomstig uit Midden- of Oost-Europa
asjkenazi's	=	asjkenazi
asjkenaziem	=	asjkenazi
asjkenazisch	adj	van of volgens de Asjkenazi's
asjkenazische	=	asjkenazisch
asjkenazischer	=	asjkenazisch
asjkenazischere	=	asjkenazisch
asjkenazischers	=	asjkenazisch
asjmedai	noun	demon, duivel
asjteratiet	noun	inwoner van Astarot (1 Kron. 11:44)
asjteratieten	=	asjteratiet
askar	noun	wagen waarmee men huisvuil ophaalt
askarren	=	askar
askarretje	=	askar
askarretjes	=	askar
askegel	noun	verbrand stuk sigaar of sigaret dat nog niet van de sigaar of sigaret is gevallen
askegels	=	askegel
askegeltje	=	askegel
askegeltjes	=	askegel
askeloniet	noun	inwoner van Askelon-1 (Joz. 13:3)
askelonieten	=	askeloniet
asken	=	askenen
askende	=	askenen
askenden	=	askenen
askene	=	askenen
askenen	verb	stelen, pikken, jatten
askenend	=	askenen
askent	=	askenen
askleur	noun	de vale, grauwe, vaak grijze kleur van as
askleuren	=	askleur
askleurig	adj	de grijze kleur van as hebbend
askleurige	=	askleurig
askleurigs	=	askleurig
askleurtje	=	askleur
askleurtjes	=	askleur
askruik	noun	een pot waarin de as van een overledene in zit
askruiken	=	askruik
askruikje	=	askruik
askruikjes	=	askruik
askruis	noun	twee gekruiste streken as die op het voorhoofd van de gelovigen gewreven worden aan het begin van de vastentijd
askruisen	=	askruis
askruisje	=	askruis
askruisjes	=	askruis
askruizen	=	askruis
askussen	noun	metalen blok waarop een as steunt en waarin die ronddraait
askussens	=	askussen
askussentje	=	askussen
askussentjes	=	askussen
asla	noun	uitschuifbaar onderdeel van een kachel of oven waarin verbrandingsresten terechtkomen om ze eenvoudig te kunnen verwijderen
asla's	=	asla
aslaatje	=	asla
aslade	noun	een metalen bak waarin de as van een kolen- of houtkachel wordt verzamelt; de asbak van een kachel
asladen	=	aslade
aslades	=	aslade
aslager	noun	een constructie die er voor zorgt dat een as beter kan draaien door het verlagen van de wrijving
aslagers	=	aslager
asleger	noun	kussen waarin een draaiende as is gelegen
aslegers	=	asleger
aslieden	=	asman
aslijn	noun	denkbeeldige as
aslijnen	=	aslijn
aslijntje	=	aslijn
aslijntjes	=	aslijn
aslood	noun	bismut
aslui	=	asman
asmaat	noun	afstand van het gat voor de sleutel en het gat voor de deurklink
asman	noun	iemand die huisvuil ophaalt
asmannen	=	asman
asmaten	=	asmaat
asmogendheden	=	asmogendheid
asmogendheid	noun	elk van de machtige staten Duitsland, Italië en Japan die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog een alliantie vormden
aso	noun	asociaal persoon, een maatschappelijk onaangepast iemand	adj	asociaal
aso's	=	aso
aso'st	=	aso
aso-azc	noun	asielzoekerscentrum voor overlast gevende asielzoekers
aso-azc's	=	aso-azc
aso-opleiding	noun	Algemeen Secundair Onderwijs en is een onderwijsvorm in Vlaanderen die sterk theoretisch is ingesteld.
aso-opleidingen	=	aso-opleiding
aso-opleidinkje	=	aso-opleiding
aso-opleidinkjes	=	aso-opleiding
asobak	noun	overdreven grote, brandstofslurpende terreinwagen die in de stad wordt gebruikt
asobakje	=	asobak
asobakken	=	asobak
asobestendig	adj	bestand tegen de ruwe behandeling door hufters
asobestendige	=	asobestendig
asobestendiger	=	asobestendig
asobestendigere	=	asobestendig
asobestendigers	=	asobestendig
asobestendigs	=	asobestendig
asobestendigst	=	asobestendig
asobestendigste	=	asobestendig
asociaal	noun	mensen die niet aangepast zijn maar wel hinderlijk	adj	zonder sociaal besef, onaangepast
asociaals	=	asociaal
asociaalst	=	asociaal
asociaalste	=	asociaal
asociaaltje	=	asociaal
asociaaltjes	=	asociaal
asociale	=	asociaal
asocialen	=	asociaal
asocialer	=	asociaal
asocialere	=	asociaal
asocialers	=	asociaal
asocontainer	noun	noodwoning gemaakt van een container waarin iemand kan wonen die ongeschikt is gebleken voor een reguliere woning
asocontainers	=	asocontainer
asocontainertje	=	asocontainer
asocontainertjes	=	asocontainer
asodorp	noun	dorp geschikt voor mensen die veel overlast veroorzaken
asodorpen	=	asodorp
asodorpje	=	asodorp
asodorpjes	=	asodorp
asomobilist	noun	automobilist die door zijn of haar gedrag veel overlast geeft en gevaar veroorzaakt
asomobilisten	=	asomobilist
asootje	=	aso
asoplegging	noun	het tekenen van een askruisje op het voorhoofd tijdens de dienst op Aswoensdag
asotaks	noun	nog niet bestaande belasting op overlast veroorzakend gedrag
asotaksen	=	asotaks
asowoning	noun	noodwoning gemaakt van een container waarin iemand kan wonen die ongeschikt is gebleken voor een reguliere woning
asowoningen	=	asowoning
asowoninkje	=	asowoning
asowoninkjes	=	asowoning
asoër	=	aso
asparagine	noun	een proteïnogeen aminozuur
asparaginezuur	noun	een proteïnogeen aminozuur
asparagus	noun	Asparagus sierasperge die men als kamerplant houdt
asparagussen	=	asparagus
aspartaam	noun	een kunstmatige zoetstof
aspecifiek	adj	niet-specifiek.
aspecifieke	=	aspecifiek
aspecifieker	=	aspecifiek
aspecifiekere	=	aspecifiek
aspecifiekers	=	aspecifiek
aspecifieks	=	aspecifiek
aspecifiekst	=	aspecifiek
aspecifiekste	=	aspecifiek
aspect	noun	kant of zijde waar je naar kijkt (aan een kwestie of object)
aspecten	=	aspect
aspectje	=	aspect
aspectjes	=	aspect
asperge	noun	Asparagus officinalis subsp. officinalis een plant die in het wild vooral voorkomt in kuststreken en langs rivieren.
asperge-erwt	noun	Lotus tetragonolobus een eenjarige plant afkomstig uit het Middellandse Zeegebied, Klein-Azië en Syrië.
asperge-erwten	=	asperge-erwt
asperge-erwtje	=	asperge-erwt
asperge-erwtjes	=	asperge-erwt
aspergeachtig	adj	lijkend op of een eigenschap hebbend van asperge
aspergeachtige	=	aspergeachtig
aspergeachtiger	=	aspergeachtig
aspergeachtigere	=	aspergeachtig
aspergeachtigers	=	aspergeachtig
aspergeachtigs	=	aspergeachtig
aspergeachtigst	=	aspergeachtig
aspergeachtigste	=	aspergeachtig
aspergebed	noun	bed waarin men asperges kweekt
aspergebedden	=	aspergebed
aspergeboorvlieg	noun	Plioreocepta poeciloptera een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
aspergeboorvliegen	=	aspergeboorvlieg
aspergeboorvliegje	=	aspergeboorvlieg
aspergeboorvliegjes	=	aspergeboorvlieg
aspergebroccoli	noun	groente die een kruising is tussen kailan en broccoli
aspergefamilie	noun	een familie Asparagaceae van eenzaadlobbige planten.
aspergehaantje	noun	bepaald soort tor, Crioceris asparagi uit de familie bladkevers (Chrysomelidae)
aspergehaantjes	=	aspergehaantje
aspergekop	noun	het bovenste en fijnste deel van een asperge
aspergekopje	=	aspergekop
aspergekopjes	=	aspergekop
aspergekoppen	=	aspergekop
aspergekorst	noun	Jamesiella anastomosans een korstmos in de orde Ostropales.
aspergekorsten	=	aspergekorst
aspergekorstje	=	aspergekorst
aspergekorstjes	=	aspergekorst
aspergekweker	noun	boer die aspeges verbouwt
aspergekwekers	=	aspergekweker
aspergeoogst	noun	inzameling van opgekweekte asperges door ze uit te steken
aspergeoogsten	=	aspergeoogst
aspergeoogstmachine	noun	toestel waarmee men asperges automatisch kan steken
aspergeoogstmachines	=	aspergeoogstmachine
aspergepunt	noun	de eetbare wortels van de plant Asparagus officinalis
aspergepunten	=	aspergepunt
aspergepuntje	=	aspergepunt
aspergepuntjes	=	aspergepunt
asperger	noun|obsolete	iemand die leidt aan het syndroom van Asperger (autisme met normale taalontwikkeling, gemiddelde neiging tot het maken van contact en een normale tot hoge intelligentie)
aspergerobot	noun	automaat die de jonge stengels van de aspergeplant (Asparagus officinalis) oogst
aspergerobots	=	aspergerobot
aspergerobotten	=	aspergerobot
aspergeroest	noun	Puccinia asparagi een schimmelziekte die asperges aantast.
aspergeroesten	=	aspergeroest
aspergeroestje	=	aspergeroest
aspergeroestjes	=	aspergeroest
aspergeroomsoep	noun	soep gemaakt van asperges en room
aspergeroomsoepen	=	aspergeroomsoep
aspergers	=	asperger
aspergersyndromen	=	aspergersyndroom
aspergersyndroom	noun	dit syndroom kenmerkt zich door beperkingen in de sociale interacties en een beperkt repertoire aan interesses en activiteiten
aspergertje	=	asperger
aspergertjes	=	asperger
asperges	=	asperge
aspergeschep	noun	een stuk keukengerei voor het opscheppen van asperges
aspergescheppen	=	aspergeschep
aspergesoep	noun	soep met asperges of de smaak van asperges
aspergesoepen	=	aspergesoep
aspergesteekmachine	noun	toestel waarmee men automatisch asperges kan oogsten
aspergesteekmachines	=	aspergesteekmachine
aspergesteken	noun	het oogsten van asperges
aspergesteker	noun	iemand die asperges oogst
aspergestekers	=	aspergesteker
aspergetang	noun	tang die men gebruikt bij het opdienen van asperges
aspergetangen	=	aspergetang
aspergetangetje	=	aspergetang
aspergetangetjes	=	aspergetang
aspergeteelt	noun	het kweken en verbouwen van aspergeplanten
aspergeteelten	=	aspergeteelt
aspergeteler	noun	iemand die asperges kweekt
aspergetelers	=	aspergeteler
aspergetje	=	asperge
aspergetjes	=	asperge
aspergeveld	noun	een veld waar asperges geteeld worden
aspergevelden	=	aspergeveld
aspergeveldje	=	aspergeveld
aspergeveldjes	=	aspergeveld
aspergevlieg	noun	Plioreocepta poeciloptera een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
aspergevliegen	=	aspergevlieg
aspergevliegje	=	aspergevlieg
aspergevliegjes	=	aspergevlieg
aspergie	=	asperge
aspersie	=	asperge
aspic	noun	vlees- of visbouillon gebonden met gelatine
aspicje	=	aspic
aspicjes	=	aspic
aspics	=	aspic
aspidistra	noun	botanische naam van een geslacht Aspidistra van eenzaadlobbige planten: de naam wordt ook in het Nederlands gebruikt voor sierplanten in dit geslacht die als kamerplant gebruikt worden
aspidistra's	=	aspidistra
aspiraat	noun	plofgeluid dat ontstaat bij gelijktijdig blazen en openen van de mond
aspiraatje	=	aspiraat
aspiraatjes	=	aspiraat
aspirant	noun	iemand die dingt naar een rang of betrekking, kandidaat
aspirant-agent	noun	iemand die politie-agent wil worden
aspirant-agenten	=	aspirant-agent
aspirant-bestuurder	noun	iemand die zich inspant om een leidinggevende positie te krijgen
aspirant-bestuurders	=	aspirant-bestuurder
aspirant-bewoner	noun	persoon die graag bewoner zou willen worden maar het nog niet is
aspirant-bewoners	=	aspirant-bewoner
aspirant-commissaris	noun	politieambtenaar, één graad hoger dan hoofdinspecteur
aspirant-commissarisje	=	aspirant-commissaris
aspirant-commissarisjes	=	aspirant-commissaris
aspirant-commissarissen	=	aspirant-commissaris
aspirant-controleur	noun	persoon die kandidaat is om controleur te worden
aspirant-controleurs	=	aspirant-controleur
aspirant-hoofdinspecteur	noun	politieambtenaar, één graad hoger dan inspecteur
aspirant-hoofdinspecteurs	=	aspirant-hoofdinspecteur
aspirant-hoofdinspecteurtje	=	aspirant-hoofdinspecteur
aspirant-hoofdinspecteurtjes	=	aspirant-hoofdinspecteur
aspirant-inspecteur	noun	politieambtenaar, één graad hoger dan hulpagent
aspirant-inspecteurs	=	aspirant-inspecteur
aspirant-inspecteurtje	=	aspirant-inspecteur
aspirant-inspecteurtjes	=	aspirant-inspecteur
aspirant-journalist	noun	persoon die journalist wil worden maar het nog niet is
aspirant-journalisten	=	aspirant-journalist
aspirant-koper	noun	iemand die het plan heeft iets aan te schaffen
aspirant-kopers	=	aspirant-koper
aspirant-leden	=	aspirant-lid
aspirant-lid	noun	iemand die bezig is om zich aan te sluiten bij een bepaalde organisatie
aspirant-minister	noun	persoon die in aanmerking komt voor de functie als minister maar het nog niet is
aspirant-ministers	=	aspirant-minister
aspirant-omroep	noun	organisatie die ambities heeft om aan het omroepbestel deel te nemen
aspirant-omroepen	=	aspirant-omroep
aspirant-omroepje	=	aspirant-omroep
aspirant-omroepjes	=	aspirant-omroep
aspirant-omroepvereniging	noun	beginnende omroeporganisatie die de ambitie heeft om toe te treden tot het Nederlandse publieke omroepbestel.
aspirant-omroepverenigingen	=	aspirant-omroepvereniging
aspirant-omroepverenigingetje	=	aspirant-omroepvereniging
aspirant-omroepverenigingetjes	=	aspirant-omroepvereniging
aspirant-ondernemer	noun	persoon die ondernemer wil worden; persoon die een eigen bedrijf wil stichten
aspirant-ondernemers	=	aspirant-ondernemer
aspirant-politici	=	aspirant-politicus
aspirant-politicus	noun	persoon die politiek actief wil worden maar nog niet verkozen is
aspirant-student	noun	persoon die aan een universiteit of hogeschool wil gaan studeren maar nog niet is ingeschreven of aangenomen
aspirant-studenten	=	aspirant-student
aspirante	noun	vrouwelijke vorm van aspirant, vrouwelijke kandidaat voor een functie
aspiranten	=	aspirant
aspirantenklasse	noun	wedstrijdcategorie voor jeugdigen (12-14 jaar)
aspirantenklassen	=	aspirantenklasse
aspirantes	=	aspirante
aspirantetje	=	aspirante
aspirantetjes	=	aspirante
aspirantje	=	aspirant
aspirantjes	=	aspirant
aspiraten	=	aspiraat
aspirateur	noun	apparaat waarmee iets kan worden aangezogen (bv. door de tandarts uit de mond, door de verpleegkundige uit een wond)
aspirateurs	=	aspirateur
aspirateurtje	=	aspirateur
aspirateurtjes	=	aspirateur
aspiratie	noun	het verwijderen of opvangen van materiaal door middel van opzuiging
aspiratieniveau	noun	hoogte van iemands streven op bijvoorbeeld sociaal-cultureel, wetenschappelijk of sportief gebied
aspiratieniveaus	=	aspiratieniveau
aspiraties	=	aspiratie
aspirator	noun	aspirateur
aspiratoren	=	aspirator
aspirators	=	aspirator
aspiratortje	=	aspirator
aspiratortjes	=	aspirator
aspireer	=	aspireren
aspireerde	=	aspireren
aspireerden	=	aspireren
aspireert	=	aspireren
aspirere	=	aspireren
aspireren	verb	iets willen worden of iets willen hebben.
aspirerend	=	aspireren
aspirerende	=	aspireren
aspirientje	=	aspirine
aspirientjes	=	aspirine
aspirine	noun	een middel tegen allerlei kwalen met als werkzame stof acetylsalicylzuur
aspirinen	=	aspirine
aspirines	=	aspirine
aspirinetablet	noun	tablet met pijnstiller paracetamol
aspirinetabletje	=	aspirinetablet
aspirinetabletjes	=	aspirinetablet
aspirinetabletten	=	aspirinetablet
aspisadder	noun	Vipera aspis een slang uit de familie adders (Viperidae)
aspisadders	=	aspisadder
aspisaddertje	=	aspisadder
aspisaddertjes	=	aspisadder
asportief	adj	helemaal niet sportief; niet houdend van sport
asportiefs	=	asportief
asportiefst	=	asportief
asportiefste	=	asportief
asportieve	=	asportief
asportiever	=	asportief
asportievere	=	asportief
asportievers	=	asportief
aspot	noun	pot waarin men as kan verzamelen
aspotje	=	aspot
aspotjes	=	aspot
aspotten	=	aspot
aspunt	noun	het puntige uiteinde van sommige assen (horloges)
aspunten	=	aspunt
aspuntje	=	aspunt
aspuntjes	=	aspunt
asregen	noun	door een vulkaan uitgestoten fijn verdeelde verbrandingsresten die uit de lucht neerslaan
asregens	=	asregen
asrest	noun	wat overblijft na het verbranden van iets of iemand
asresten	=	asrest
asrestje	=	asrest
asrestjes	=	asrest
assagaai	noun	werpspeer van Zuid-Afrikaanse stammen (in het bijzonder de Zoeloes)
assagaaien	=	assagaai
assagaaitje	=	assagaai
assai	adv	vrij sterk
assaieur	=	essayeur
assaisonneer	=	assaisonneren
assaisonneerde	=	assaisonneren
assaisonneerden	=	assaisonneren
assaisonneert	=	assaisonneren
assaisonnere	=	assaisonneren
assaisonneren	verb	op smaak brengen met seizoensgebonden producten en kruiden
assaisonnerend	=	assaisonneren
assaisonnerende	=	assaisonneren
assamdwergkruiplijster	noun	Napothera malacoptila een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
assamdwergkruiplijsters	=	assamdwergkruiplijster
assamdwergkruiplijstertje	=	assamdwergkruiplijster
assamdwergkruiplijstertjes	=	assamdwergkruiplijster
assamlijstergaai	noun	Trochalopteron chrysopterum een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
assamlijstergaaien	=	assamlijstergaai
assamlijstergaaitje	=	assamlijstergaai
assamlijstergaaitjes	=	assamlijstergaai
assammakaak	noun	Macaca assamensis een soort van het geslacht makaken (Macaca).
assammakaakje	=	assammakaak
assammakaakjes	=	assammakaak
assammakaken	=	assammakaak
assamthee	noun	zwarte thee uit de Indiase regio Assam, bekend om zijn volle en moutachtige smaak
assamthees	=	assamthee
assamtheeën	=	assamthee
assay	noun	toetsing
assayeeren	=	essayeren
assayeur	=	essayeur
assays	=	assay
asschepoester	=	assepoester
asschewoensdag	=	aswoensdag
asschotel	noun	schotel om as in op te vangen
asschotels	=	asschotel
asschoteltje	=	asschotel
asschoteltjes	=	asschotel
asse	noun|obsolete	overblijfsel van iets dat verbrand is
assegaai	noun	houten werpspies bij Afrikaanse volksstammen
assegaaien	=	assegaai
assegaaitje	=	assegaai
assem	noun	Tamarindus indica, een tropische boom waarvan de vruchten in verschillende producten verwerkt worden
assemblage	noun	het in elkaar zetten van onderdelen tot een geheel
assemblage-industrie	noun	tak van de industrie waar producten in elkaar worden gezet uit losse onderdelen
assemblage-industrieën	=	assemblage-industrie
assemblagefabriek	noun	fabriek waar uit verschillende onderdelen een compleet product wordt gemaakt
assemblagefabrieken	=	assemblagefabriek
assemblagefabriekje	=	assemblagefabriek
assemblagefabriekjes	=	assemblagefabriek
assemblagehal	noun	fabriekshal waarin onderdelen worden samengevoegd tot een eindproduct
assemblagehallen	=	assemblagehal
assemblagelijn	noun	serie werkplekken waarlangs een product gaat dat men in elkaar zet
assemblagelijnen	=	assemblagelijn
assemblageproces	noun	het proces waarbij men uit verschillende onderdelen één product samenstelt
assemblageprocessen	=	assemblageproces
assemblages	=	assemblage
assemblagesysteem	noun	een systeem of systematiek voor de assemblage van onderdelen
assemblagesysteempje	=	assemblagesysteem
assemblagesysteempjes	=	assemblagesysteem
assemblagesystemen	=	assemblagesysteem
assemblee	noun	vergadering van het Franse parlement
assembleecommissie	noun	groep leden van een algemene vergadering met een afgebakende taak
assembleecommissies	=	assembleecommissie
assembleeleden	=	assembleelid
assembleelid	noun	iemand die lid is van een volksvertegenwoordiging
assembleer	=	assembleren
assembleerde	=	assembleren
assembleerden	=	assembleren
assembleerprogramma	noun	computerprogramma geschreven in een taal die zeer dicht bij machinetaal staat
assembleerprogramma's	=	assembleerprogramma
assembleert	=	assembleren
assembleertaal	noun	lagere programmeertaal die één niveau boven machinetaal staat en waarin iedere instructie (mnemonische weergave) direct correspondeert met één machineopdracht
assembleertaaltje	=	assembleertaal
assembleertaaltjes	=	assembleertaal
assembleertalen	=	assembleertaal
assemblees	=	assemblee
assembleevergadering	noun	bijeenkomst van een parlement of algemene vergadering
assembleevergaderingen	=	assembleevergadering
assembleevoorzitter	noun	iemand die een vergadering van een parlement of algemene vergadering leidt
assembleevoorzitters	=	assembleevoorzitter
assembler	noun	programma dat een assembleertaal (programmeertaal) vertaalt naar machinetaal
assemblere	=	assembleren
assembleren	verb	bouwen of maken door onderdelen samen te voegen of te monteren
assemblerend	=	assembleren
assemblerende	=	assembleren
assemblers	=	assembler
assems	=	assem
assen	=	as
assenaar	noun	een inwoner van Assen, of iemand afkomstig uit Assen
assenaars	=	assenaar
assenaartje	=	assenaar
assenaartjes	=	assenaar
assenaren	=	assenaar
assenedenaar	noun	een inwoner van Assenede, of iemand afkomstig uit Assenede
assenedenaren	=	assenedenaar
asseneeds	adj	op Assenede betrekking hebbend
asseneedse	noun	een vrouwelijke inwoner van Assenede, of een vrouw afkomstig uit Assenede
asseneedsen	=	asseneedse
assenkruis	noun	twee snijdende lijnen in een 2-dimensionale ruimte; assen in een 2-dimensionale ruimte
assenkruisje	=	assenkruis
assenkruisjes	=	assenkruis
assenkruizen	=	assenkruis
assens	adj	op Assen betrekking hebbend
assense	noun	een vrouwelijke inwoner van Assen, of een vrouw afkomstig uit Assen
assensen	=	assense
assenser	=	assens
assensere	=	assens
assensers	=	assens
assenst	=	assens
assenste	=	assens
assenstelsel	noun	stelsel van assen die b.v. een cartesisch coördinatenstelsel definiëren. (een orthogonaal coördinatenstelsel waarbij de afstand tussen twee coördinaatlijnen constant is)
assenstelsels	=	assenstelsel
assenstelseltje	=	assenstelsel
assenstelseltjes	=	assenstelsel
assepoes	noun	zielig meisje dat heel hard moet werken zonder daarvoor waardering te krijgen
assepoesen	=	assepoes
assepoester	noun	meisje dat altijd, net als de sprookjesfiguur, moet sloven
assepoestercomplex	noun	de (vermeende) verborgen angst van van vrouwen voor onafhankelijkheid
assepoesters	=	assepoester
assepoestertje	=	assepoester
assepoestertjes	=	assepoester
assepoezen	=	assepoes
asser	noun	een inwoner van Assen, of iemand afkomstig uit Assen	adj	op Assen betrekking hebbend
assers	=	asser
assertie	noun	verzekering, bewering
assertief	adj	mondig, zelfbewust
assertiefs	=	assertief
assertiefst	=	assertief
assertiefste	=	assertief
asserties	=	assertie
assertietje	=	assertie
assertietjes	=	assertie
assertieve	=	assertief
assertiever	=	assertief
assertievere	=	assertief
assertievers	=	assertief
assertiviteit	noun	het opkomen voor jezelf zonder agressief over te komen
assertiviteiten	=	assertiviteit
assertiviteitstraining	noun	begeleide oefening waarbij je leert hoe je jouw opvattingen vriendelijk maar vastberaden aan anderen kunt overbrengen
assertiviteitstrainingen	=	assertiviteitstraining
asses	=	assessen
assese	noun	een vrouwelijke inwoner van Asse, of een vrouw afkomstig uit Asse (in Vlaams-Brabant
assesen	=	assese
assesse	=	assessen
assessen	verb	het toetsen en beoordelen van de prestaties van een student
assessend	=	assessen
assessende	=	assessen
assessment	noun	een beoordelingstraject dat sollicitanten of kandidaten moeten doorlopen om voor een bepaalde functie aangenomen te worden of om te bepalen of zij over de nodige talenten beschikken
assessmentcenter	noun	organisatie waar sollicitanten en werknemers worden onderzocht op geschiktheid voor hun functie
assessmentcenters	=	assessmentcenter
assessments	=	assessment
assessor	noun	de hulp van de voorzitter
assessoren	=	assessor
assessors	=	assessor
assest	=	assessen
asseste	=	assessen
assesten	=	assessen
asset	noun	bezitting
assetmanagement	noun	het beheer van vermogens voor derden, door daarin gespecialiseerde organisaties of personen
assetmanager	noun	persoon die de bezittingen van een bedrijf beheert
assetmanagers	=	assetmanager
assets	=	asset
assetstripper	noun	iemand die bedrijven ontmantelt, de minder rendabele onderdelen wegsnoeit en veel personeel ontslaat
assetstrippers	=	assetstripper
assignaat	noun	papiergeld door de Franse overheid uitgegeven tussen 1792 en 1797 waarbij de onteigende kerkelijke bezittingen dienden als onderpand
assignaten	=	assignaat
assignatie	noun	schriftelijke opdracht tot (uit)betalen
assignaties	=	assignatie
assignatietje	=	assignatie
assignatietjes	=	assignatie
assigneer	=	assigneren
assigneerde	=	assigneren
assigneerden	=	assigneren
assigneert	=	assigneren
assignere	=	assigneren
assigneren	verb	aanwijzen, toewijzen
assignerend	=	assigneren
assignerende	=	assigneren
assimilant	noun	iemand die assimileert
assimilanten	=	assimilant
assimilatie	noun	het geheel of gedeeltelijk identiek maken van twee opeenvolgende spraakklanken
assimilatieproces	noun	proces waarbij een groep zich aanpast aan een andere groep zonder de eigen cultuur te behouden
assimilatieprocessen	=	assimilatieproces
assimilaties	=	assimilatie
assimileer	=	assimileren
assimileerbaar	adj	van chemische component: geschikt om door een organisme gebruikt te worden om te gebruiken in de opbouw van organische verbindingen
assimileerbaarder	=	assimileerbaar
assimileerbaardere	=	assimileerbaar
assimileerbaarders	=	assimileerbaar
assimileerbaars	=	assimileerbaar
assimileerbaarst	=	assimileerbaar
assimileerbaarste	=	assimileerbaar
assimileerbare	=	assimileerbaar
assimileerde	=	assimileren
assimileerden	=	assimileren
assimileeren	=	assimileren
assimileert	=	assimileren
assimilere	=	assimileren
assimileren	verb	gelijkvormig maken, gelijkstellen
assimilerend	=	assimileren
assimilerende	=	assimileren
assisenhof	noun	rechtbank met een lekenjury die oordeelt over de beschuldigden van misdaden, politieke en persdelicten
assisenhoven	=	assisenhof
assisenproces	noun	rechtszaak waarbij een jury bepaalt of de verdachte wel of niet schuldig wordt bevonden
assisenprocessen	=	assisenproces
assisenzaak	noun	strafrechtszaak bij het hof van assisen, de Belgische rechtbank die bevoegd is voor misdaden en politieke en drukpersmisdrijven
assisenzaken	=	assisenzaak
assist	noun	beslissende voorzet bij een balsport, m.n. bij voetballen waardoor een andere speler kan scoren
assisteer	=	assisteren
assisteerde	=	assisteren
assisteerden	=	assisteren
assisteert	=	assisteren
assisten	=	assist
assistent	noun	iemand die een ander in diens taak ondersteunt
assistent-afdelingsmanager	noun	professional die de afdelingsmanager helpt bij het uitoefenen van zijn of haar taken
assistent-afdelingsmanagers	=	assistent-afdelingsmanager
assistent-apotheker	noun	apotheker die een andere apotheker helpt; een apotheker die werkt onder leiding van een andere apotheker
assistent-apothekers	=	assistent-apotheker
assistent-arts	noun	afgestudeerd arts die in opleiding is tot specialist
assistent-artsen	=	assistent-arts
assistent-bondscoach	noun	persoon die de bondscoach helpt; iemand die werkt als coach onder leiding van de bondscoach
assistent-bondscoaches	=	assistent-bondscoach
assistent-coach	noun	persoon die de coach helpt; iemand die werkt onder leiding van de coach
assistent-coaches	=	assistent-coach
assistent-commissaris	noun	hulp van de commissaris; persoon die werkt onder leiding van een commissaris
assistent-commissarissen	=	assistent-commissaris
assistent-directeur	noun	persoon die de directeur helpt; persoon die werkt onder leiding van de directeur
assistent-directeuren	=	assistent-directeur
assistent-directeurs	=	assistent-directeur
assistent-geneeskundige	noun	arts die werkt onder leiding van een geneeskundige; geneeskundige die een arts helpt
assistent-geneeskundigen	=	assistent-geneeskundige
assistent-manager	noun	hulp van de chef
assistent-managers	=	assistent-manager
assistent-onderzoeker	noun	persoon die een onderzoeker helpt; iemand die werkt onder leiding van een onderzoeker
assistent-onderzoekers	=	assistent-onderzoeker
assistent-ploegleider	noun	persoon die de ploegleider helpt; persoon die werkt onder leiding van de ploegleider
assistent-ploegleiders	=	assistent-ploegleider
assistent-regisseur	noun	persoon die een (film)regisseur helpt; persoon die werkt onder leiding van een (film)regisseur
assistent-regisseurs	=	assistent-regisseur
assistent-resident	noun	persoon die de resident helpt; persoon die onder leiding van de resident werkt
assistent-residenten	=	assistent-resident
assistent-scheidsrechter	noun	officiële benaming voor grensrechter
assistent-scheidsrechters	=	assistent-scheidsrechter
assistent-trainer	noun	iemand die een hoofdtrainer helpt
assistent-trainers	=	assistent-trainer
assistent-trainertje	=	assistent-trainer
assistent-trainertjes	=	assistent-trainer
assistente	noun	vrouwelijk persoon die ondersteunend werk doet
assistenten	=	assistent
assistentes	=	assistente
assistentetje	=	assistente
assistentetjes	=	assistente
assistentie	noun	het verlenen van hulp
assistentiewoning	noun	een aangepaste, veilige woning waar ouderen zelfstandig wonen.
assistentiewoningen	=	assistentiewoning
assistentiewoninkje	=	assistentiewoning
assistentiewoninkjes	=	assistentiewoning
assistentje	=	assistent
assistentjes	=	assistent
assistentschap	noun	het sassistent zijn
assistentschapje	=	assistentschap
assistentschapjes	=	assistentschap
assistentschappen	=	assistentschap
assistere	=	assisteren
assisteren	verb	een helpende hand bieden
assisterend	=	assisteren
assisterende	=	assisteren
assistje	=	assist
assistjes	=	assist
assists	=	assist
associatie	noun	het aan elkaar koppelen of met elkaar in verband brengen
associatieakkoord	noun	overeenstemming tot nauwere samenwerking en onderlinge verbondenheid
associatieakkoorden	=	associatieakkoord
associatief	adj	door verbinding van bewustzijnsinhouden en verwante voorstellingen (associatie) gevormd, daarop berustend
associatiefs	=	associatief
associatiefst	=	associatief
associatiefste	=	associatief
associatieovereenkomst	noun	verdrag waarbij twee partijen overeenkomen intensiever met elkaar te gaan samenwerken
associatieovereenkomsten	=	associatieovereenkomst
associaties	=	associatie
associatiespin	noun	grafische methode om snel een complex en potentieel chaotisch netwerk van gedachten te beschrijven, waarbij ideeën snel met elkaar verbonden worden op een manier die lijkt op de verweven draden van een spinnenweb
associatiespinnen	=	associatiespin
associatiespinnetje	=	associatiespin
associatiespinnetjes	=	associatiespin
associatietje	=	associatie
associatietjes	=	associatie
associatieve	=	associatief
associatiever	=	associatief
associatieverdrag	noun	verdrag dat gericht is op een sterkere band tussen twee of meer landen
associatieverdragen	=	associatieverdrag
associatievere	=	associatief
associatievermogen	noun	het vermogen betrekkingen te kunnen leggen tussen twee begrippen
associatievermogens	=	associatievermogen
associatievers	=	associatief
associeer	=	associëren
associeerde	=	associëren
associeerden	=	associëren
associeert	=	associëren
associeetje	=	associé
associeetjes	=	associé
associé	noun	vennoot, compagnon
associés	=	associé
associëre	=	associëren
associëren	verb	tot compagnon maken of nemen
associërend	=	associëren
associërende	=	associëren
assonant	noun	assonerende klank
assonanten	=	assonant
assonantie	noun	rijmvorm waarin de klinkers overeenkomen bijv. bewegen - lepel
assonanties	=	assonantie
assonantje	=	assonant
assonantjes	=	assonant
assoneer	=	assoneren
assoneerde	=	assoneren
assoneerden	=	assoneren
assoneert	=	assoneren
assonere	=	assoneren
assoneren	verb	samen een assonatie vormen, rijmen op
assonerend	=	assoneren
assonerende	=	assoneren
assorteer	=	assorteren
assorteerde	=	assorteren
assorteerden	=	assorteren
assorteert	=	assorteren
assortere	=	assorteren
assorteren	verb	op kwaliteit bij elkaar zoeken
assorterend	=	assorteren
assorterende	=	assorteren
assorti	adj	gevarieerd
assortiment	noun	aanbod van producten door een leverancier
assortimenten	=	assortiment
assortimentje	=	assortiment
assortimentjes	=	assortiment
assortimentsbeheer	noun	het organiseren van de winkelvoorraden of handelsvoorraden van een bedrijf
assortimentsbeleid	noun	beslissingen over welke producten men ter verkoop aanbiedt
assortimentsbewaking	noun	beheer van de verzameling van de producten die men ter verkoop aanbiedt waarbij men rekening houdt met de vraag van de klanten en de winstgevendheid voor de verkoper
assortimentsbreedte	noun	de verscheidenheid van producten en productgroepen die men ter verkoop aanbiedt
assortimentsbreedten	=	assortimentsbreedte
assortimentsbreedtes	=	assortimentsbreedte
assortimentslijst	noun	opsomming van alle artikelen of productgroepen die een leverancier kan leveren aan klanten
assortimentslijsten	=	assortimentslijst
assortimentslijstje	=	assortimentslijst
assortimentslijstjes	=	assortimentslijst
assortimentsuitbreiding	noun	vergroten van het aantal producten of productgroepen die een leverancier kan leveren aan zijn klanten
assortimentsuitbreidingen	=	assortimentsuitbreiding
assumeer	=	assumeren
assumeerde	=	assumeren
assumeerden	=	assumeren
assumeert	=	assumeren
assumere	=	assumeren
assumeren	verb	een standpunt innemen
assumerend	=	assumeren
assumerende	=	assumeren
assumptie	noun	wat men aanneemt als startpunt voor een onderzoek of redenering
assumpties	=	assumptie
assumptionist	noun	lid van een congregatie binnen de Katholieke Kerk die door Emmanuel d'Alzon in 1850 in Nîmes in het college O.L. Vrouw Assumptie werd gesticht.
assumptionisten	=	assumptionist
assuradeur	noun	een onderneming die verzekeringen afsluit, verzekeraar
assuradeuren	=	assuradeur
assuradeurs	=	assuradeur
assuradeurtje	=	assuradeur
assuradeurtjes	=	assuradeur
assurant	noun	iemand die assureert (iets tegen schade verzekert)
assuranten	=	assurant
assurantie	noun	verzekering
assurantieadviseur	noun	iemand die adviseert bij het afsluiten van assuranties
assurantieadviseurs	=	assurantieadviseur
assurantieagent	noun	persoon die verzekeringen aan klanten verkoopt namens een verzekeringsmaatschappij; persoon die gemachtigd is verzekeringen af te sluiten namens een verzekeringsmaatschappij
assurantieagenten	=	assurantieagent
assurantiebedrijf	noun	bedrijf dat verzekeringen afsluit
assurantiebedrijfje	=	assurantiebedrijf
assurantiebedrijfjes	=	assurantiebedrijf
assurantiebedrijven	=	assurantiebedrijf
assurantiebelasting	noun	belasting die wordt geheven over verzekeringen
assurantiebelastingen	=	assurantiebelasting
assurantiebemiddelaar	noun	tussenpersoon die bemiddelt tussen klanten en verzekeringsmaatschappijen bij het afsluiten van verzekeringen
assurantiebemiddelaars	=	assurantiebemiddelaar
assurantiebemiddelaartje	=	assurantiebemiddelaar
assurantiebemiddelaartjes	=	assurantiebemiddelaar
assurantiebemiddeling	noun	het (onafhankelijk) bemiddelen tussen verzekeringsmaatschappijen en klanten voor het kiezen en afsluiten van verzekeringen
assurantiebemiddelingen	=	assurantiebemiddeling
assurantiebemiddelingsbedrijf	noun	bedrijf dat klanten (onafhankelijk) adviseert bij het afsluiten van verzekeringen
assurantiebemiddelingsbedrijfje	=	assurantiebemiddelingsbedrijf
assurantiebemiddelingsbedrijfjes	=	assurantiebemiddelingsbedrijf
assurantiebemiddelingsbedrijven	=	assurantiebemiddelingsbedrijf
assurantiebezorger	noun	persoon die (onafhankelijk) advies geeft over de af te sluiten verzekeringen
assurantiebezorgers	=	assurantiebezorger
assurantieconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse verzekeringsmaatschappijen
assurantieconcerns	=	assurantieconcern
assurantiegroep	noun	groep verzekeringsmaatschappijen die werken onder één moedermaatschappij
assurantiegroepen	=	assurantiegroep
assurantiegroepje	=	assurantiegroep
assurantiegroepjes	=	assurantiegroep
assurantiekantoor	noun	bedrijf dat verzekeringen verkoopt
assurantiekantoren	=	assurantiekantoor
assurantiemaatschappij	noun	bedrijf dat verzekeringen verkoopt
assurantiemaatschappijen	=	assurantiemaatschappij
assurantiemakelaar	noun	makelaar in verzekeringen, verzekeringsmakelaar
assurantiemakelaars	=	assurantiemakelaar
assurantiemakelaren	=	assurantiemakelaar
assurantiepolis	noun	document van de verzekeraar dat vastlegt op welke vergoedingen een verzekering recht heeft en welke voorwaarden daarbij gelden
assurantiepolissen	=	assurantiepolis
assurantiepremie	noun	de premie die periodiek moet worden betaald voor de verzekering aan de verzekeraar
assurantiepremies	=	assurantiepremie
assurantiepremietje	=	assurantiepremie
assurantiepremietjes	=	assurantiepremie
assuranties	=	assurantie
assurantiesysteem	noun	softwaresysteem dat gebruikt wordt door verzekeringsmaatschappijen
assurantiesysteempje	=	assurantiesysteem
assurantiesysteempjes	=	assurantiesysteem
assurantiesystemen	=	assurantiesysteem
assurantietussenpersonen	=	assurantietussenpersoon
assurantietussenpersoon	noun	persoon die onafhankelijk advies geeft bij het afsluiten van verzekeringen en helpt bij het afsluiten van de gekozen verzekering
assurantietussenpersoontje	=	assurantietussenpersoon
assurantietussenpersoontjes	=	assurantietussenpersoon
assurantiën	=	assurantie
assurateur	=	assuradeur
assureer	=	assureren
assureerde	=	assureren
assureerden	=	assureren
assureert	=	assureren
assurere	=	assureren
assureren	verb	verzekeren
assurerend	=	assureren
assurerende	=	assureren
assyriologen	=	assyrioloog
assyriologie	noun	de wetenschappelijke studie van het oude Mesopotamië
assyriologisch	adj	met betrekking tot de assyriologie
assyriologische	=	assyriologisch
assyriologischer	=	assyriologisch
assyriologischere	=	assyriologisch
assyriologischers	=	assyriologisch
assyrioloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de de wetenschappelijke studie van het oude Mesopotamië
assyrioloogje	=	assyrioloog
assyrioloogjes	=	assyrioloog
assyrisch	adj	op Assyrië betrekking hebbend
assyrische	noun	vrouwelijke inwoner van Assyrië, of iemand afkomstig hiervan
assyrischen	=	assyrische
assyrischer	=	assyrisch
assyrischere	=	assyrisch
assyrischers	=	assyrisch
assyriër	noun	een inwoner van Assyrië, of iemand afkomstig uit Assyrië
assyriërs	=	assyriër
ast	noun|obsolete	geperforeerde verwarmde vloer in een bierbrouwerij
astaat	noun	een scheikundig element en een metalliek zilverkleurig metalloïde met symbool At en atoomnummer 85
astaatatomen	=	astaatatoom
astaatatoom	noun	een atoom van het chemisch element astaat.
astaatatoompje	=	astaatatoom
astaatatoompjes	=	astaatatoom
astasie	noun	aandoening waarbij je niet goed kan blijven staan
astatisch	adj	aan geen vaste stand gebonden
astatische	=	astatisch
astatischer	=	astatisch
astatischere	=	astatisch
astatischers	=	astatisch
astatium	noun	scheikundig element met symbool At en atoomnummer 85. Het is een metalliek zilverkleurig metalloïde
astatiumatomen	=	astatiumatoom
astatiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element astatium.
astatiumatoompje	=	astatiumatoom
astatiumatoompjes	=	astatiumatoom
asten	=	ast
aster	noun	een geslacht Aster uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae).
asteratiet	noun	inwoner van Astarot (1 Kron. 11:44)
asteratieten	=	asteratiet
asterfijnstraal	noun	een geslacht Conyza van eenjarige planten uit de familie Asteraceae.
asterfijnstraaltje	=	asterfijnstraal
asterfijnstraaltjes	=	asterfijnstraal
asterfijnstralen	=	asterfijnstraal
asteriden	noun	informele naam voor een clade asterids in het APG IV-systeem van classificatie, en in de voorgangers daarvan: het APG II- en het APG III-systeem.
asterisk	noun	typografisch symbool in de vorm van een sterretje in superscript met vijf of zes punten (* of ٭)
asterisken	=	asterisk
asteriskje	=	asterisk
asteriskjes	=	asterisk
asterkokermot	noun	Coleophora asteris een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
asterkokermotje	=	asterkokermot
asterkokermotjes	=	asterkokermot
asterkokermotten	=	asterkokermot
astermonnik	noun	bepaalde soort vlinder, Cucullia asteris, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
astermonniken	=	astermonnik
asteroïde	noun	een klein vast hemellichaam dat net als een planeet om de zon draait
asteroïden	=	asteroïde
asteroïdengordel	noun	gordel van kleine hemellichamen tussen Mars en Jupiter
asteroïdengordels	=	asteroïdengordel
asteroïdes	=	asteroïde
asteroïdetje	=	asteroïde
asteroïdetjes	=	asteroïde
asters	=	aster
astertje	=	aster
astertjes	=	aster
asthenie	noun	krachteloosheid, lichamelijk of geestelijke zwakte
asthenisch	adj	met grote algemene zwakte
asthenische	=	asthenisch
asthenischer	=	asthenisch
asthenischere	=	asthenisch
asthenischers	=	asthenisch
asthenopie	noun	overbelasting van de oogspieren door langdurig en intensief gebruik van de ogen
astigmatisch	adj	van een lens dat de kromming niet in alle richtingen gelijk is en dat een scherpe afbeelding dus niet mogelijk is
astigmatische	=	astigmatisch
astigmatischer	=	astigmatisch
astigmatischere	=	astigmatisch
astigmatischers	=	astigmatisch
astigmatisme	noun	het onduidelijk zien, veroorzaakt door ongelijke breking van hoornvlies of lens
astje	=	ast
astjes	=	ast
astma	noun	een ziekte die, door vernauwing van de luchtwegen, benauwdheid en hoestbuien veroorzaakt
astma's	=	astma
astma-aanval	noun	plotselinge benauwdheid door een verergering van astma of CARA
astma-aanvallen	=	astma-aanval
astma-aanvalletje	=	astma-aanval
astma-aanvalletjes	=	astma-aanval
astmacentra	=	astmacentrum
astmacentrum	noun	ziekenhuis gespecialiseerd in de behandeling van astmapatiënten
astmacentrums	=	astmacentrum
astmaklacht	noun	benauwdheidsklachten veroorzaakt door astma of COPD
astmaklachten	=	astmaklacht
astmalijder	noun	iemand die aan astma lijdt, een astmapatiënt
astmalijders	=	astmalijder
astmalijdertje	=	astmalijder
astmalijdertjes	=	astmalijder
astmamedicijn	noun	medicament dat men gebruikt om de klachten van astma te verlichten
astmamedicijnen	=	astmamedicijn
astmapatiënt	noun	iemand die lijdt aan de longziekte astma en last heeft van aanvallen van benauwdheid en hoesten
astmapatiënten	=	astmapatiënt
astmapatiëntje	=	astmapatiënt
astmapatiëntjes	=	astmapatiënt
astmasigaret	noun	sigaret met tabak en kruiden die zou helpen om een astma-aanval te verlichten (sic!!)
astmasigaretje	=	astmasigaret
astmasigaretjes	=	astmasigaret
astmasigaretten	=	astmasigaret
astmatici	=	astmaticus
astmaticus	noun	iemand die last heeft van benauwdheid en hoesten door de ziekte astma
astmatisch	adj	last hebbend van astma
astmatische	=	astmatisch
astmatischer	=	astmatisch
astmatischere	=	astmatisch
astmatischers	=	astmatisch
astmavereniging	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van astmapatiënten
astmaverenigingen	=	astmavereniging
aston	noun	emmer waarin men as verzamelt
astonnen	=	aston
astraal	adj	de sterren betreffende
astraallichaam	noun	onstoffelijk deel van de mens dat onafhankelijk van het stoffelijk lichaam zou kunnen bestaan ten voortbestaan
astraallichamen	=	astraallichaam
astraals	=	astraal
astraalst	=	astraal
astraalste	=	astraal
astragaal	noun	bolrond sierprofiel dat de scheiding vormt tussen de schacht en het kapiteel van een klassieke zuil of gebruikt wordt als versiering van de overgang tussen andere onderdelen van een constructie
astragalen	=	astragaal
astrakan	noun	bont van Karakoel-schapen
astrakannen	=	astrakan
astrale	=	astraal
astraler	=	astraal
astralere	=	astraal
astralers	=	astraal
astrant	adj	van een persoon dat deze (te) vrijmoedig is
astrante	=	astrant
astranter	=	astrant
astrantere	=	astrant
astranters	=	astrant
astrants	=	astrant
astrantst	=	astrant
astrantste	=	astrant
astrapia	noun	Astrapia een geslacht van zangvogels uit de familie paradijsvogels (Paradisaeidae).
astrapia's	=	astrapia
astrapiaatje	=	astrapia
astrapiaatjes	=	astrapia
astreinte	noun	dwangsom
astreintes	=	astreinte
astreintetje	=	astreinte
astreintetjes	=	astreinte
astrild	noun	een vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
astrilden	noun	een geslacht Estrilda van zangvogels uit de familie prachtvinken (Estrildidae)
astrildje	=	astrild
astrildjes	=	astrild
astringent	adj	samentrekkend
astringente	=	astringent
astringenter	=	astringent
astringentere	=	astringent
astringenters	=	astringent
astringents	=	astringent
astringentst	=	astringent
astringentste	=	astringent
astrochemie	noun	onderdeel van de sterrenkunde dat zich vooral bezighoudt met scheikundig onderzoek
astrocytomen	=	astrocytoom
astrocytoom	noun	hersentumor ontstaan uit astrocyten
astrodynamica	noun	de leer van de beweging van voorwerpen in de ruimte
astrofotografie	noun	fotografie van objecten aan de nachtelijke hemel, zoals planeten, sterren etc.
astrofotografies	=	astrofotografie
astrofotografieën	=	astrofotografie
astrofysica	noun	het deel van de astronomie dat de processen die zich afspelen in sterren en het heelal probeert te verklaren met natuurkundige wetten
astrofysica's	=	astrofysica
astrofysici	=	astrofysicus
astrofysicus	noun	iemand die de processen die zich afspelen in sterren en meer in het algemeen de processen die in het heelal waarneembaar zijn probeert te verklaren met natuurkundige wetten
astrofysisch	adj	betrekking hebbend op de natuurkunde van van de hemelichamen
astrofysische	=	astrofysisch
astrofysischer	=	astrofysisch
astrofysischere	=	astrofysisch
astrofysischers	=	astrofysisch
astrognosie	noun	de wetenschap die zich bezighout met de namen en eigenschappen van sterren, een ouderwetse term voor astronomie
astrograaf	noun	telescoop met fotoapparatuur
astrograafje	=	astrograaf
astrograafjes	=	astrograaf
astrografen	=	astrograaf
astrografie	noun	sterrenbeschrijving
astrografietje	=	astrografie
astrografietjes	=	astrografie
astrografieën	=	astrografie
astrolabia	=	astrolabium
astrolabium	noun	instrument voor graadmeting o.a. gebruikt in de navigatie
astrologe	noun	een beoefenaarster van de astrologie
astrologen	=	astroloog
astrologes	=	astrologe
astrologie	noun	de leer die gebeurtenissen aan het hemelgewelf in verband brengt met gebeurtenissen op aarde
astrologisch	adj	de astrologie betreffend
astrologische	=	astrologisch
astrologischer	=	astrologisch
astrologischere	=	astrologisch
astrologischers	=	astrologisch
astroloog	noun	een beoefenaar van de astrologie
astroloogje	=	astroloog
astroloogjes	=	astroloog
astrometrie	noun	sterrenkunde die de meetkundige eigenschappen van de hemellichamen bestudeert
astronaut	noun	een (Amerikaanse) ruimtevaarder
astronaute	noun	Een vrouwelijke astronaut
astronauten	=	astronaut
astronautenvoedsel	noun	speciale voedingsmiddelen die door ruimtevaarders worden gebruikt tijdens een ruimtereis
astronautes	=	astronaute
astronautetje	=	astronaute
astronautisch	adj	betrekking hebbend op de astronautiek
astronautische	=	astronautisch
astronautischer	=	astronautisch
astronautischere	=	astronautisch
astronautischers	=	astronautisch
astronautje	=	astronaut
astronautjes	=	astronaut
astronavigatie	noun	richtings- en plaatsbepaling aan de hand van hemellichamen, specifiek de zon, de maan, vier planeten (Venus, Mars, Jupiter en Saturnus) en 57 sterren
astronome	noun	vrouwelijke vorm van astronoom
astronomen	=	astronoom
astronomes	=	astronome
astronomie	noun	de wetenschap die de objecten in de ruimte bestudeert
astronomieën	=	astronomie
astronomisch	adj	betreffende de sterrenkunde
astronomische	=	astronomisch
astronomischer	=	astronomisch
astronomischere	=	astronomisch
astronomischers	=	astronomisch
astronomist	=	astronoom
astronoom	noun	een wetenschapper die zich bezig houdt met de astronomie of sterrenkunde
astronoompje	=	astronoom
astronoompjes	=	astronoom
astrophysica	=	astrofysica
astrophysicus	=	astrofysicus
astroturf	noun	ondergrond waarop men kan sporten, soort grasvervanger
astroturfing	noun	een misleidende marketing- of pr-tactiek waarbij kunstmatig de schijn van een spontane, breed gedragen burgerbeweging (grassroots) wordt gewekt.
astroturven	=	astroturf
astroïde	noun	stervormige kromme lijn
astroïden	=	astroïde
astroïdes	=	astroïde
astu	=	alstu
asturische	noun	een vrouwelijke inwoner van Asturië, of iemand afkomstig hiervan
asturischen	=	asturische
asturischtalig	adj	de Asturische taal sprekend
asturischtalige	=	asturischtalig
asturischtaligs	=	asturischtalig
asturiër	noun	een inwoner van Asturië (Spaans: Asturias), of iemand afkomstig uit Asturië
asturiërs	=	asturiër
asuitstrooiing	noun	respectvolle verspreiding van de crematieresten van een overledene in de natuur of op een andere speciale plaats, als afscheidsritueel en moment voor nabestaanden om te herdenken en los te laten
asuitstrooiingen	=	asuitstrooiing
asuitstrooiinkje	=	asuitstrooiing
asuitstrooiinkjes	=	asuitstrooiing
asurn	noun	pot waarin men de overblijfselen van een gecremeerd persoon bewaart
asurnen	=	asurn
asvaal	adj	op een ziekelijke manier bleek zijn
asvaals	=	asvaal
asvaalt	noun	een vuilstortplaats, als de hoeveelheid vuil toeneemt ontstaat er een heuvel, een belt van vuil
asvaalten	=	asvaalt
asvaaltje	=	asvaalt
asvale	=	asvaal
asvarken	noun|obsolete	veger om as te verzamelen
asvarkens	=	asvarken
asvarkentje	=	asvarken
asvarkentjes	=	asvarken
asverschuiving	noun	verkeersmaatregel waarbij de as (het midden) van een weg verspringt, vaak in een S-vorm, om het verkeer te dwingen af te remmen en slalommend te rijden.
asverschuivingen	=	asverschuiving
asverschuivinkje	=	asverschuiving
asverschuivinkjes	=	asverschuiving
asverstrooiing	noun	het uitstrooien van de as van een persoon die is gecremeerd
asverstrooiingen	=	asverstrooiing
asverstrooiinkje	=	asverstrooiing
asverstrooiinkjes	=	asverstrooiing
asweg	noun	weg waarvan de verharding bestaat uit sintels uit een hoogoven
aswegen	=	asweg
aswenteling	noun	rotatie om een as
aswentelingen	=	aswenteling
aswoensdag	noun	eerste dag van de veertig dagen durende vastentijd, en daarmee de eerste dag na carnaval
aswoensdagen	=	aswoensdag
aswolk	noun	een aerosol van fijnverdeelde vulkanische as
aswolken	=	aswolk
aswolkje	=	aswolk
aswolkjes	=	aswolk
asyl	=	asiel
asymmetrie	noun	het afwezig zijn van symmetrie
asymmetrietje	=	asymmetrie
asymmetrieën	=	asymmetrie
asymmetrisch	adv	zonder symmetrie
asymmetrische	=	asymmetrisch
asymmetrischer	=	asymmetrisch
asymmetrischere	=	asymmetrisch
asymmetrischers	=	asymmetrisch
asymmetrischt	=	asymmetrisch
asymmetrischte	=	asymmetrisch
asymptomatisch	adj	zonder ziekteverschijnselen
asymptomatische	=	asymptomatisch
asymptomatischer	=	asymptomatisch
asymptomatischere	=	asymptomatisch
asymptomatischers	=	asymptomatisch
asymptoot	noun	een lijn die door een kromme of functie willekeurig dicht benaderd wordt, maar deze nooit raakt.
asymptootje	=	asymptoot
asymptoten	=	asymptoot
asymptotiek	noun	methode om zaken te berekenen die een limiet benaderen en waarbij een exacte oplossing niet mogelijk of zeer lastig is
asymptotisch	adj	betreffende een lijn die een kromme oneindig dicht benadert zonder deze kromme te raken of snijden
asymptotische	=	asymptotisch
asymptotischer	=	asymptotisch
asymptotischere	=	asymptotisch
asymptotischers	=	asymptotisch
asynchrone	=	asynchroon
asynchroner	=	asynchroon
asynchronere	=	asynchroon
asynchroners	=	asynchroon
asynchroon	adj	niet synchroon (ook )
asynchroons	=	asynchroon
asynchroonst	=	asynchroon
asynchroonste	=	asynchroon
asyndeta	=	asyndeton
asyndeton	noun	zinsverband zonder voegwoorden
asystolie	noun	het ontbreken van elektrische activiteit van het hart
asystolieën	=	asystolie
at	noun	een apenstaartje in een e-mailadres (@).
atacamakolibrie	noun	Rhodopis vesper een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
atacamakolibries	=	atacamakolibrie
atacamakolibrietje	=	atacamakolibrie
atacamakolibrietjes	=	atacamakolibrie
atactisch	adj	onregelmatig, onbeheerst
atactische	=	atactisch
atactischer	=	atactisch
atactischere	=	atactisch
atactischers	=	atactisch
atalanta	noun	bepaalde soort vlinder, Vanessa atalanta
atalanta's	=	atalanta
atalantaatje	=	atalanta
ataraxie	noun	onverstoorbare staat die zich kenmerkt door vrijheid van zorgen, affectieloosheid en emotionele gelatenheid
ataraxieën	=	ataraxie
atavisme	noun	het opduiken bij een nakomeling van een kenmerk dat vroegere generaties bezaten, maar dat in tussenliggende generaties niet, of niet meer, voorkwam
atavismen	=	atavisme
atavistisch	adj	het atavisme betreffend of daarop berustend
atavistische	=	atavistisch
atavistischer	=	atavistisch
atavistischere	=	atavistisch
atavistischers	=	atavistisch
ataxie	noun	een onzekere gang bij het lopen
ataxietje	=	ataxie
ataxieën	=	ataxie
atb	noun	een familie van Nederlandse treinbeïnvloedingssystemen, die machinisten ondersteunen bij het waarnemen en opvolgen van spoorwegseinen
atb's	=	atb
atb'tje	=	atb
atb'tjes	=	atb
atchaer	=	atjar
atchar	=	atjar
atchiar	=	atjar
ate	=	eten
atechnisch	adj	helemaal niet technisch, heel onhandig
atechnische	=	atechnisch
atechnischer	=	atechnisch
atechnischere	=	atechnisch
atechnischers	=	atechnisch
atelier	noun	de werkruimte van een kunstenaar
atelierbezoek	noun	bezoek aan de werkplaats van een beeldend kunstenaar
atelierbezoeken	=	atelierbezoek
atelierbezoekje	=	atelierbezoek
atelierbezoekjes	=	atelierbezoek
ateliermeisje	noun	jonge vrouw die actief is in de artistieke wereld van schilders
ateliermeisjes	=	ateliermeisje
atelierrepliek	noun	een sterk op het origineel lijkende versie van een kunstwerk, dat door het atelier van de kunstenaar vervaardigd is
atelierreplieken	=	atelierrepliek
atelierroute	noun	route door een gebied die men kan afleggen waarbij ateliers van kunstenaars kunnen worden bezocht
atelierrouten	=	atelierroute
atelierroutes	=	atelierroute
atelierruimte	noun	werkplaats van een beeldend kunstenaar
atelierruimten	=	atelierruimte
atelierruimtes	=	atelierruimte
ateliers	=	atelier
ateliertje	=	atelier
ateliertjes	=	atelier
atelierwoning	noun	woning die ook dienst kan doen als atelier van een beeldend kunstenaar
atelierwoningen	=	atelierwoning
atelierwoninkje	=	atelierwoning
atelierwoninkjes	=	atelierwoning
atemoya	noun	Annona ×atemoya een kruising tussen de cherimoya (Annona cherimola) en de zoetzak (Annona squamosa), die in 1908 in Miami (Florida) is ontstaan.
atemoya's	=	atemoya
aten	=	eten
atenolol	noun	medicament uit de groep van de bètablokkers die men gebruikt bij de behandeling van een te hoge bloeddruk
aterling	noun	een moreel verwerpelijk persoon
aterlingen	=	aterling
atheens	adj	op Athene betrekking hebbend
atheense	noun	een vrouwelijke inwoner van Athene, of een vrouw afkomstig uit Athene
atheensen	=	atheense
atheenser	=	atheens
atheensere	=	atheens
atheensers	=	atheens
atheenst	=	atheens
atheenste	=	atheens
athematisch	adj	niet tot het thema behorend, daar niet op berustend
athematische	=	athematisch
athematischer	=	athematisch
athematischere	=	athematisch
athematischers	=	athematisch
athenea	=	atheneum
athener	noun	een inwoner van de stad Athene
atheners	=	athener
athenertje	=	athener
athenertjes	=	athener
atheneum	noun	school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
atheneumpje	=	atheneum
atheneumpjes	=	atheneum
atheneums	=	atheneum
atheoretisch	adj	niet theoretisch
atheoretische	=	atheoretisch
atheoretischer	=	atheoretisch
atheoretischere	=	atheoretisch
atheoretischers	=	atheoretisch
atheromatose	noun	degeneratie van de vaatwand
atheromen	=	atheroom
atheroom	noun	zwelling onder de huid, die wordt veroorzaakt door verstopping van een talgklier
atheroompje	=	atheroom
atheroompjes	=	atheroom
atherosclerose	noun	slagaderverkalking
athertondoornsnavel	noun	Acanthiza katherina een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
athertondoornsnavels	=	athertondoornsnavel
athertondoornsnaveltje	=	athertondoornsnavel
athertondoornsnaveltjes	=	athertondoornsnavel
athertonstruiksluiper	noun	Sericornis keri een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
athertonstruiksluipers	=	athertonstruiksluiper
athertonstruiksluipertje	=	athertonstruiksluiper
athertonstruiksluipertjes	=	athertonstruiksluiper
athetose	noun	onwillekeurige (ongecontroleerde) bewegingen van vingers en tenen
atheïsme	noun	overtuiging dat goden niet bestaan
atheïsmus	=	atheïsme
atheïst	noun	een persoon die niet gelooft in het bestaan van goden
atheïste	noun	vrouwelijke vorm van atheïst
atheïsten	=	atheïst
atheïstenkerk	noun	bijeenkomst van mensen die niet in een god geloven
atheïstenkerken	=	atheïstenkerk
atheïstes	=	atheïste
atheïstisch	adj	ongodsdienstig
atheïstische	=	atheïstisch
atheïstischer	=	atheïstisch
atheïstischere	=	atheïstisch
atheïstischers	=	atheïstisch
atheïstje	=	atheïst
atheïstjes	=	atheïst
athikortteenleeuwerik	noun	Alaudala athensis een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae).
athikortteenleeuweriken	=	athikortteenleeuwerik
athikortteenleeuwerikje	=	athikortteenleeuwerik
athikortteenleeuwerikjes	=	athikortteenleeuwerik
athleisure	noun	modestijl die zich kenmerkt door het dragen van sportieve vrijetijdskleding
atied	noun	toekomende tijd
atitlanfuten	=	atitlanfuut
atitlanfuut	noun	Podilymbus gigas een uitgestorven watervogel.
atitlanfuutje	=	atitlanfuut
atitlanfuutjes	=	atitlanfuut
atiusalangaan	noun	Aerodramus sawtelli een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
atiusalangaantje	=	atiusalangaan
atiusalangaantjes	=	atiusalangaan
atiusalanganen	=	atiusalangaan
atjar	noun	een Indonesisch gerecht: ingelegd zuur bestaande uit azijn, kool, wortel, tauge, komkommer en tomaat
atjars	=	atjar
atjehbuulbuul	noun	Pycnonotus snouckaerti een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
atjehbuulbuuls	=	atjehbuulbuul
atjehbuulbuultje	=	atjehbuulbuul
atjehbuulbuultjes	=	atjehbuulbuul
atjeher	noun	een inwoner van Atjeh, of iemand afkomstig uit Atjeh
atjehers	=	atjeher
atjehfazant	noun	Lophura inornata hoogerwerfi een vogel uit de familie fazanten (Phasianidae).
atjehfazanten	=	atjehfazant
atjehfazantje	=	atjehfazant
atjehfazantjes	=	atjehfazant
atjehs	adj	op Atjeh betrekking hebbend
atjehse	noun	een vrouwelijke inwoner van Atjeh, of een vrouw afkomstig uit Atjeh
atjehsen	=	atjehse
atjehser	=	atjehs
atjehsere	=	atjehs
atjehsers	=	atjehs
atjehst	=	atjehs
atjehste	=	atjehs
atlant	noun	een zuil in de vorm van een mannenfiguur die het hoofdgestel van een gebouw draagt
atlanteeër	noun	een inwoner van Atlas, of iemand afkomstig uit Atlas
atlanteeërs	=	atlanteeër
atlanten	=	atlant
atlanteïsch	adj	op Atlas betrekking hebbend
atlanteïsche	noun	een vrouwelijke inwoner van Atlas, of een vrouw afkomstig uit Atlas
atlanteïschen	=	atlanteïsche
atlantici	=	atlanticus
atlanticisme	noun	het streven naar een hechte samenwerking op politiek en militair gebied tussen de Verenigde Staten, Canada en de landen van Europa
atlanticum	noun	het eerste warme en vochtige tijdperk na de ijstijd, in Noordwest-Europa derde chron van het tijdvak holoceen, van 7.270 tot 3.710 v.
atlanticus	noun	voorstander van de Noord-Atlantische samenwerking
atlantisch	adj	met betrekking tot de Atlantische Oceaan
atlantische	=	atlantisch
atlantischer	=	atlantisch
atlantischere	=	atlantisch
atlantischers	=	atlantisch
atlantisme	noun	het streven naar een hechte samenwerking op politiek en militair gebied tussen de Verenigde Staten, Canada en de landen van Europa
atlas	noun	een boek dat geografische kaarten bevat
atlasbeer	noun	Ursus arctos crowtheri een uitgestorven ondersoort van de bruine beer, die soms wordt geclassificeerd als een aparte soort
atlasbeertje	=	atlasbeer
atlasbeertjes	=	atlasbeer
atlasberen	=	atlasbeer
atlasbergvink	noun	Rhodopechys alienus een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
atlasbergvinken	=	atlasbergvink
atlasbergvinkje	=	atlasbergvink
atlasbergvinkjes	=	atlasbergvink
atlasbronlibel	noun	Cordulegaster princeps een echte libel uit de familie van de bronlibellen (Cordulegastridae).
atlasbronlibellen	=	atlasbronlibel
atlasbronlibelletje	=	atlasbronlibel
atlasbronlibelletjes	=	atlasbronlibel
atlasceder	noun	Cedrus atlantica een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
atlasceders	=	atlasceder
atlascedertje	=	atlasceder
atlascedertjes	=	atlasceder
atlasgrasmus	noun	Curruca deserticola een zangvogel uit de familie van Sylviidae
atlasgrasmusje	=	atlasgrasmus
atlasgrasmusjes	=	atlasgrasmus
atlasgrasmussen	=	atlasgrasmus
atlashert	noun	een ondersoort Cervus elaphus barbarus van het edelhert die voorkomt in Noord-Afrika.
atlasherten	=	atlashert
atlashertje	=	atlashert
atlashertjes	=	atlashert
atlasje	=	atlas
atlasjes	=	atlas
atlassen	=	atlas
atlasturkooisblauwtje	noun	Polyommatus atlantica een vlinder uit de familie Lycaenidae.
atlasturkooisblauwtjes	=	atlasturkooisblauwtje
atlasvliegenvanger	noun	Ficedula speculigera een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
atlasvliegenvangers	=	atlasvliegenvanger
atlasvliegenvangertje	=	atlasvliegenvanger
atlasvliegenvangertjes	=	atlasvliegenvanger
atlasvlinder	noun	Attacus atlas een vlinder uit de familie van de nachtpauwogen (Saturniidae).
atlasvlinders	=	atlasvlinder
atlasvlindertje	=	atlasvlinder
atlasvlindertjes	=	atlasvlinder
atleet	noun	iemand die grote prestaties op sportief gebied verricht
atleetje	=	atleet
atleetjes	=	atleet
atlete	noun	vrouwelijke atleet
atleten	=	atleet
atletencommissie	noun	commissie die sporters vertegenwoordigt; vertegenwoordiging van de sporters
atletencommissies	=	atletencommissie
atletendorp	noun	verzameling gebouwen waar sporters verblijven tijdens een training of sportmanifestatie
atletendorpen	=	atletendorp
atletendorpje	=	atletendorp
atletendorpjes	=	atletendorp
atletenmanager	noun	zakelijk adviseur van een sportevenement
atletenmanagers	=	atletenmanager
atletenvereniging	noun	een vereniging waarvan atleten lid kunnen worden en die atleten vertegenwoordigt
atletenverenigingen	=	atletenvereniging
atletes	=	atlete
atletetje	=	atlete
atletiek	noun	sporttak waarin vooral lopen, springen en werpen aan bod komen
atletiekbaan	noun	terrein waar atletiekwedstrijden gehouden kunnen worden
atletiekbaantje	=	atletiekbaan
atletiekbaantjes	=	atletiekbaan
atletiekbanen	=	atletiekbaan
atletiekbeoefening	noun	beoefenen van de sporttak waarin vooral lopen, springen en werpen aan bod komen
atletiekbond	noun	bond waaraan atleten zijn verbonden
atletiekbonden	=	atletiekbond
atletiekcarrière	noun	loopbaan als atleet
atletiekcarrières	=	atletiekcarrière
atletiekclub	noun	sportvereniging voor atleten
atletiekclubje	=	atletiekclub
atletiekclubjes	=	atletiekclub
atletiekclubs	=	atletiekclub
atletiekcoach	noun	trainer en begeleider van atleten die de atletiek beoefenen
atletiekcoaches	=	atletiekcoach
atletiekevenement	noun	belangrijke atletiekbijeenkomst; belangrijke atletiekwedstrijd
atletiekevenementen	=	atletiekevenement
atletiekfederatie	noun	vereniging van atletiek clubs; internationale vereniging van atletiekbonden
atletiekfederaties	=	atletiekfederatie
atletiekkampioenschap	noun	atletiekwedstrijd waarvan de winnaar wort uitgeroepen tot kampioen
atletiekkampioenschappen	=	atletiekkampioenschap
atletiekloopbaan	noun	carrière als atleet
atletiekloopbanen	=	atletiekloopbaan
atletiekmanager	noun	zakelijk leider van atletiekclubs en -evenementen
atletiekmanagers	=	atletiekmanager
atletiekploeg	noun	groep atleten die uikomen voor één land of één club
atletiekploegen	=	atletiekploeg
atletieksport	noun	verzamelnaam voor alle vormen van atletiek
atletieksporten	=	atletieksport
atletiekstadion	noun	plaats waar bezoekers kunnen kijken naar atletiekwedstrijden
atletiekstadions	=	atletiekstadion
atletiekterrein	noun	een speciaal ontworpen sportaccommodatie voor atletiekwedstrijden en -trainingen
atletiekterreinen	=	atletiekterrein
atletiekterreintje	=	atletiekterrein
atletiekterreintjes	=	atletiekterrein
atletiektrainer	noun	trainer van atletieksporters
atletiektrainers	=	atletiektrainer
atletiekunie	noun	vereniging voor beoefenaren van de atletiek
atletiekunies	=	atletiekunie
atletiekveld	noun	speciaal ontworpen accommodatie voor atletiekwedstrijden en -trainingen
atletiekvelden	=	atletiekveld
atletiekveldje	=	atletiekveld
atletiekveldjes	=	atletiekveld
atletiekvereniging	noun	vereniging voor beoefenaren van de atletieksport
atletiekverenigingen	=	atletiekvereniging
atletiekverenigingetje	=	atletiekvereniging
atletiekverenigingetjes	=	atletiekvereniging
atletiekwedstrijd	noun	wedstrijd tussen atleten
atletiekwedstrijden	=	atletiekwedstrijd
atletiekwedstrijdje	=	atletiekwedstrijd
atletiekwedstrijdjes	=	atletiekwedstrijd
atletiekwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij atletiek
atletiekwerelden	=	atletiekwereld
atletiekwereldje	=	atletiekwereld
atletiekwereldjes	=	atletiekwereld
atletisch	adj	lichamelijk in staat grote prestaties te leveren
atletische	=	atletisch
atletischer	=	atletisch
atletischere	=	atletisch
atletischers	=	atletisch
atletischt	=	atletisch
atletischte	=	atletisch
atm-kaart	noun	betaalkaart in Suriname waarmee je bedragen bij een geldautomaat kunt opnemen
atm-kaarten	=	atm-kaart
atm-kaartje	=	atm-kaart
atm-kaartjes	=	atm-kaart
atmolyse	noun	het scheiden van gassen uit een gasmengsel
atmolysen	=	atmolyse
atmolyses	=	atmolyse
atmolysetje	=	atmolyse
atmolysetjes	=	atmolyse
atmosfeer	noun	een gasvormig omhulsel van een planeet of maan
atmosfeerlaag	noun	een laag in de atmosfeer
atmosfeerlaagje	=	atmosfeerlaag
atmosfeerlaagjes	=	atmosfeerlaag
atmosfeerlagen	=	atmosfeerlaag
atmosfeertje	=	atmosfeer
atmosfeertjes	=	atmosfeer
atmosferen	=	atmosfeer
atmosferisch	adj	op de atmosfeer betrekking hebbend
atmosferische	=	atmosferisch
atmosferischer	=	atmosferisch
atmosferischere	=	atmosferisch
atmosferischers	=	atmosferisch
atmosferischt	=	atmosferisch
atmosferischte	=	atmosferisch
atnach	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
atnachta	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
atol	noun	een ringvormig koraaleiland
atollen	=	atol
atolletje	=	atol
atolletjes	=	atol
atolpurperspreeuw	noun	Aplonis feadensis een zeldzame spreeuwensoort.
atolpurperspreeuwen	=	atolpurperspreeuw
atolpurperspreeuwtje	=	atolpurperspreeuw
atolpurperspreeuwtjes	=	atolpurperspreeuw
atomair	adj	betrekking hebbend op atomen
atomairder	=	atomair
atomairdere	=	atomair
atomairders	=	atomair
atomaire	=	atomair
atomairs	=	atomair
atomairst	=	atomair
atomairste	=	atomair
atomen	=	atoom
atomie	noun	filosofie die het heelal beschouwt als een toevallige combinatie van atomen en hun wisselwerkingen
atomisch	adj	het atoom betreffende
atomische	=	atomisch
atomischer	=	atomisch
atomischere	=	atomisch
atomischers	=	atomisch
atomiseer	=	atomiseren
atomiseerde	=	atomiseren
atomiseerden	=	atomiseren
atomiseert	=	atomiseren
atomisere	=	atomiseren
atomiseren	verb	tot in de kleinst mogelijke delen verdelen
atomiserend	=	atomiseren
atomiserende	=	atomiseren
atomisering	noun	in hele kleine stukjes gebroken
atomiseringen	=	atomisering
atomisme	noun	theorie dat alle stof uit atomen bestaat
atomismus	=	atomisme
atomist	noun	aanhanger van het atomistische systeem
atomisten	=	atomist
atomistisch	adj	met betrekking tot het atomisme
atomistische	=	atomistisch
atomistischer	=	atomistisch
atomistischere	=	atomistisch
atomistischers	=	atomistisch
atomistje	=	atomist
atomistjes	=	atomist
atonaal	adj	zonder overheersende tooncentra, zoals een tonica of dominant
atonaals	=	atonaal
atonaalst	=	atonaal
atonaalste	=	atonaal
atonale	=	atonaal
atonaler	=	atonaal
atonalere	=	atonaal
atonalers	=	atonaal
atonaliteit	noun	Het atonaal, dus zonder tonaliteit, zijn
atonaliteiten	=	atonaliteit
atonie	noun	spierslapte
atoom	noun	het kleinste deel van een element dat nog dezelfde eigenschappen van dat element bezit
atoomaanval	noun	een aanval met atoomwapens
atoomaanvallen	=	atoomaanval
atoomaanvalletje	=	atoomaanval
atoomaanvalletjes	=	atoomaanval
atoomafval	noun	onbruikbare, radioactieve stoffen die vrijkomen bij kernreacties
atoomagentschap	noun	een autonome organisatie die zich bezighoudt met nucleaire technologie
atoomagentschappen	=	atoomagentschap
atoombewapening	noun	het totaal aan atomaire wapens
atoombewapeningen	=	atoombewapening
atoombom	noun	een bom waarvan de vernietigingskracht berust op het vrijkomen van energie door de splitsing van atomen
atoombommen	=	atoombom
atoombommetje	=	atoombom
atoombommetjes	=	atoombom
atoombureau	noun	instituut voor ontwikkeling van en toezicht op nucleaire technologie
atoombureaus	=	atoombureau
atoomcentra	=	atoomcentrum
atoomcentrale	noun	kerncentrale
atoomcentrales	=	atoomcentrale
atoomcentrum	noun	instituut voor kernenergie of kernbewapening
atoomcentrums	=	atoomcentrum
atoomdreiging	noun	dreiging dat een land of terroristische groepering kernwapens (atoombommen) zal inzetten in een conflict, of de angst dat een nucleaire centrale door een ongeluk of oorlog gevaarlijk veel radioactieve straling lekt
atoomdreigingen	=	atoomdreiging
atoomdreiginkje	=	atoomdreiging
atoomdreiginkjes	=	atoomdreiging
atoomduikboot	noun	onderzeeboot aangedreven door kernenergie
atoomduikboten	=	atoomduikboot
atoomenergie	noun	Energie die vrijkomt bij kernsplitsing of bij atoomfusie.
atoomenergieagentschap	noun	instantie die toezicht houdt op kerncentrales
atoomenergieagentschappen	=	atoomenergieagentschap
atoomfabriek	noun	plaats waar splijtstof voor kerncentrales of kernwapens wordt gemaakt
atoomfabrieken	=	atoomfabriek
atoomfysica	noun	deel van de natuurkunde die zich bezighoudt met de opbouw van de atomen en hun elektronenschillen, de wisselwerking van atomen en ionen met andere atomen of ionen, vaste stoffen, elektromagnetische straling en magnetische velden
atoomfysica's	=	atoomfysica
atoomgeleerde	noun	iemand die deskundig is op het gebied van kernreacties, atoomenergie en atoomwapens
atoomgeleerden	=	atoomgeleerde
atoomgetal	noun	het aantal protonen in een atoomkern
atoomgetallen	=	atoomgetal
atoomgewicht	noun	de massa van een atoom, uitgedrukt in atomaire massa-eenheden (u), het waterstofatoom heeft een atoomgewicht van 1
atoomgewichten	=	atoomgewicht
atoomkern	noun	onderdeel van het atoom, dat bestaat uit twee soorten subatomaire deeltjes of nucleonen: protonen en neutronen
atoomkernen	=	atoomkern
atoomkerntje	=	atoomkern
atoomklok	noun	apparaat voor zeer nauwkeurige tijdmeting, berustend op de trillingen van atomen bijvoorbeeld van cesium, kwik, ytterbium, of strontium
atoomklokje	=	atoomklok
atoomklokjes	=	atoomklok
atoomklokken	=	atoomklok
atoomknop	noun	knop waarmee de hoogste machthebber van een atoommacht een atoomoorlog kan ontketenen
atoomknoppen	=	atoomknop
atoomkop	noun	de top van een raket waarin atoombommen geplaatst kunnen worden
atoomkopje	=	atoomkop
atoomkopjes	=	atoomkop
atoomkoppen	=	atoomkop
atoomlading	noun	de elektrische lading van een atoom, die wordt bepaald door het verschil tussen het aantal positief geladen protonen in de kern en het aantal negatief geladen elektronen in de schillen eromheen
atoomladingen	=	atoomlading
atoomladinkje	=	atoomlading
atoomladinkjes	=	atoomlading
atoomlobby	noun	geheel van organisaties en personen die proberen invloed uit te oefenen op de overheid om kernsplitsing als energiebron te gebruiken
atoomlobby's	=	atoomlobby
atoommacht	noun	staat die over kernwapens beschikt
atoommachten	=	atoommacht
atoommassa	noun	de massa van een atoom, uitgedrukt in de atomaire massa-eenheid u
atoommassa's	=	atoommassa
atoommassaatje	=	atoommassa
atoommassaatjes	=	atoommassa
atoomnummer	noun	de kernlading van een atoom, het aantal protonen in een atoomkern, dat ieder chemisch element bepaald
atoomnummers	=	atoomnummer
atoomnummertje	=	atoomnummer
atoomnummertjes	=	atoomnummer
atoomonderzeeër	noun	schip met kernenergieaandrijving dat onderwater kan varen
atoomonderzeeërs	=	atoomonderzeeër
atoomontploffing	noun	een explosie die wordt veroorzaakt door het plotseling vrijkomen van een enorme hoeveelheid energie uit atoomkernen.
atoomontploffingen	=	atoomontploffing
atoomontploffinkje	=	atoomontploffing
atoomontploffinkjes	=	atoomontploffing
atoomoorlog	noun	oorlog gevoerd met inzet van atomaire wapens
atoomoorlogen	=	atoomoorlog
atoompacifisme	noun	stroming binnen het pacifisme die specifiek het bezit en gebruik van atoomwapens afkeurt
atoompacifist	noun	persoon die het bezit en gebruik atoomwapens afkeurt
atoompacifisten	=	atoompacifist
atoomparaplu	noun	bescherming tegen vijandelijke aanvallen omdat men de vijand met atoomwapens kan afschrikken; nucleair afschrikkingssysteem
atoomparaplu's	=	atoomparaplu
atoompje	=	atoom
atoompjes	=	atoom
atoompolitiek	noun	overheidsbeleid betreffende kernenergie en kernwapens
atoomproef	noun	een ontploffing van een atoombom als test (en als demonstratie)
atoomproefje	=	atoomproef
atoomproeven	=	atoomproef
atoomprogramma	noun	gemaakte plannen rond de ontwikkeling en het gebruik van atoomenergie en atoomwapens
atoomprogramma's	=	atoomprogramma
atoomprogrammaatje	=	atoomprogramma
atoomprogrammaatjes	=	atoomprogramma
atoomraket	noun	raket waarmee men één of meer atoombommen naar vijandelijk terrein kan schieten
atoomraketten	=	atoomraket
atoomreactor	noun	installatie waarin een nucleair splijtingsprocess plaats vindt
atoomreactoren	=	atoomreactor
atoomreactors	=	atoomreactor
atoomrooster	noun	vaste stof waarin de kleinste deeltjes van chemische elementen een doorgaand patroon vormen waarbinnen geen afzonderlijke moleculen zijn aan te wijzen
atoomroosters	=	atoomrooster
atoomschepen	=	atoomschip
atoomschip	noun	een schip dat door kernenergie wordt aangedreven
atoomschuilkelder	noun	ondergrondse ruimte waarin men kan schuilen bij een aanval met een kernbom
atoomschuilkelders	=	atoomschuilkelder
atoomsplijting	noun	splitsing van de atoomkernen, waarbij massa in energie wordt omgezet
atoomsplijtingen	=	atoomsplijting
atoomsplitsing	noun	een proces waarbij een atoomkern in twee delen uiteenvalt, meestal onder vrijmaking van neutronen en heel veel warmte
atoomsplitsingen	=	atoomsplitsing
atoomstromen	=	atoomstroom
atoomstroom	noun	energie opgewekt met kernenergie
atoomterrorist	noun	terrorist die gebruikmaakt van atoomwapens
atoomterroristen	=	atoomterrorist
atoomterroristje	=	atoomterrorist
atoomterroristjes	=	atoomterrorist
atoomtheorie	noun	leer die aanneemt dat de materie niet tot in het oneindige deelbaar is, maar dat ze bestaat uit kleine deeltjes die niet verder deelbaar zijn (zonder dat de stof zijn eigenschappen verliest): de atomen
atoomtheorietje	=	atoomtheorie
atoomtheorietjes	=	atoomtheorie
atoomtheorieën	=	atoomtheorie
atoomtijdperk	noun	tijdperk van kernbom en kernenergie
atoomtijdperken	=	atoomtijdperk
atoomtoerisme	noun	het reizen naar plaatsen die van belang zijn (geweest) met betrekking tot kernsplijting, kernenergie of atoomwapens
atoomtransport	noun	het vervoer van radioactieve stoffen
atoomtransporten	=	atoomtransport
atoomwaakhond	noun	toezichthouder met betrekking tot atoomenergie en kernwapens
atoomwaakhonden	=	atoomwaakhond
atoomwapen	noun	wapen waarvan nucleaire reacties de energiebron zijn
atoomwapenprogramma	noun	serie met elkaar samenhangende acties die betrekking hebben op de ontwikkeling en productie van kernwapens
atoomwapenprogramma's	=	atoomwapenprogramma
atoomwapens	=	atoomwapen
atoomwapentje	=	atoomwapen
atoomwapentjes	=	atoomwapen
atoomzwaard	noun|figurative	de kernmacht van een land
atoomzwaarden	=	atoomzwaard
atopia	noun	het niet in staat zijn een mentale voorstelling (ook 'cognitieve kaart') te maken van de omgeving, waardoor iemand zich niet kan oriënteren
atopie	noun	abnormale plaatsing van een orgaan
atopieën	=	atopie
atopisch	adj	met betrekking tot een vorm van overgevoeligheid (allergie)
atopische	=	atopisch
atopischer	=	atopisch
atopischere	=	atopisch
atopischers	=	atopisch
atorisch	adj	niet torisch geslepen
atorische	=	atorisch
atorvastatine	noun	een groep geneesmiddelen die cholesterolsyntheseremmers of statinen worden genoemd
atorvastatinen	=	atorvastatine
atoxisch	adj	niet-giftig
atoxische	=	atoxisch
atoxischer	=	atoxisch
atoxischere	=	atoxisch
atoxischers	=	atoxisch
atracoteam	noun	politie-eenheid die overvallen bestrijdt
atracoteams	=	atracoteam
atrako	noun	overval
atrako's	=	atrako
atrakoteam	noun	politie-eenheid die overvallen bestrijdt
atrakoteams	=	atrakoteam
atresie	noun	aandoening waarbij een lichaamsopening ontbreekt of is dichtgegroeid
atria	=	atrium
atriaal	adj	met betrekking tot een hartboezem
atriaals	=	atriaal
atriale	=	atriaal
atrioventriculair	adj	met betrekking tot hartboezem en hartkamer
atrioventriculairder	=	atrioventriculair
atrioventriculairdere	=	atrioventriculair
atrioventriculaire	=	atrioventriculair
atrium	noun	voorkamer van het hart
atriumfibrilleren	noun	een hartritmestoornis waarbij de boezems (atria) van het hart niet meer zoals normaal samentrekken na een ontlading van de sinusknoop maar veel te snel en onregelmatig samentrekken
atriumpje	=	atrium
atriums	=	atrium
atriumtuin	noun	ruimte met planten waar daglicht van boven kan binnenkomen en die door delen van een gebouw omringd is of in een gebouw ligt
atriumtuinen	=	atriumtuin
atrofie	noun	verschrompeling van organen
atrofieer	=	atrofiëren
atrofieerde	=	atrofiëren
atrofieerden	=	atrofiëren
atrofieert	=	atrofiëren
atrofieën	=	atrofie
atrofiëre	=	atrofiëren
atrofiëren	verb	atrofie (gaan) vertonen (door onvoldoende voeding)
atrofiërend	=	atrofiëren
atropine	noun	alkaloïde verkregen uit wolfskers en doornappel, in de geneeskunde o.a. gebruikt bij hartritmestoornissen
atropinen	=	atropine
atropines	=	atropine
atrovent	noun	merknaam voor ipratropium een geneesmiddel dat men gebruikt voor de behandeling van astma
atsee	noun	status constructus meervoud van het zelfstandig naamwoord eets
atseret	noun	andere naam voor: Sjavoeot (dat de tijd na Pesach afsluit)
atsjar	=	atjar
atsmaoet	noun	onafhankelijkheid
attaca	noun	zonder pauze doorgaan met een nieuw deel van een muziekstuk
attaca's	=	attaca
attache	noun	toevoegsel, aanhechtsel
attachee	noun	vrouwelijke vorm van attaché
attacheer	=	attacheren
attacheerde	=	attacheren
attacheerden	=	attacheren
attacheert	=	attacheren
attachees	=	attachee
attacheetje	=	attaché
attacheetjes	=	attaché
attachere	=	attacheren
attacheren	verb	als attaché toevoegen
attacherend	=	attacheren
attacherende	=	attacheren
attaches	=	attache
attachment	noun	bestand dat met een e-mail wordt meegezonden
attachments	=	attachment
attaché	noun	werknemer verbonden aan een gezantschap (consulaat of ambassade)
attachékoffer	noun	rechthoekige, afsluitbare, niet vervormbare handkoffer voor het bewaren en dragen van documenten
attachékoffers	=	attachékoffer
attachékoffertje	=	attachékoffer
attachékoffertjes	=	attachékoffer
attachés	=	attaché
attakeren	=	attaqueren
attaque	noun	plotseling sterk opkomende ziekteverschijnselen
attaqueer	=	attaqueren
attaqueerde	=	attaqueren
attaqueerden	=	attaqueren
attaqueeren	=	attaqueren
attaqueert	=	attaqueren
attaquere	=	attaqueren
attaqueren	verb	een aanval openen op iets of iemand, ook figuurlijk
attaquerend	=	attaqueren
attaquerende	=	attaqueren
attaques	=	attaque
atte	=	atten
attelemiese	adj	in 'iemand attelemiese slaan': (half)dood
atten	verb	in één teug een drankje opdrinken
attend	=	atten
attende	=	atten
attendeer	=	attenderen
attendeerde	=	attenderen
attendeerden	=	attenderen
attendeert	=	attenderen
attendere	=	attenderen
attenderen	verb	opmerkzaam maken, wijzen op, attent maken op
attenderend	=	attenderen
attenderende	=	attenderen
attendering	noun	het actief informeren van mensen op een bepaald gevaar
attenderingen	=	attendering
attenderingslijst	noun	een lijst die wordt gebruikt om specifieke zaken onder de aandacht te brengen van een groep mensen of individuen
attenderingslijsten	=	attenderingslijst
attenderingslijstje	=	attenderingslijst
attenderingslijstjes	=	attenderingslijst
attenoje	intj|vulgar	Heer!, God!
attent	adj	aandacht schenkend
attentaat	noun	gerichte vijandige handeling
attentaten	=	attentaat
attente	=	attent
attenter	=	attent
attentere	=	attent
attenters	=	attent
attentheden	=	attentheid
attentheid	noun	een beleefdheid, een voorkomendheid, extra aandacht
attentie	noun	aandacht
attenties	=	attentie
attentiewaarde	noun	de mate waarin iets de aandacht weet te trekken en te houden
attentiewaarden	=	attentiewaarde
attentiewaardes	=	attentiewaarde
attentiorexia	noun	verlies van concentratie door overmatige prikkeling (door de sociale media)
attents	=	attent
attentst	=	attent
attentste	=	attent
attentvol	adj	met veel aandacht
attentvolle	=	attentvol
attentvoller	=	attentvol
attentvollere	=	attentvol
attentvollers	=	attentvol
attentvols	=	attentvol
attentvolst	=	attentvol
attentvolste	=	attentvol
attenuator	noun	verzwakker
attenuators	=	attenuator
attest	noun	schriftelijk bewijs
attestatie	noun	formele getuigenverklaring omtrent een feit of feiten, een toedracht enz.; getuigschrift
attestaties	=	attestatie
attesteer	=	attesteren
attesteerde	=	attesteren
attesteerden	=	attesteren
attesteert	=	attesteren
attesten	=	attest
attestere	=	attesteren
attesteren	verb	met een attest bekrachtigen
attesterend	=	attesteren
attesterende	=	attesteren
attestering	noun	de keer dat men officieel verklaart of getuigt dat iets voldoet aan de gestelde eisen
attesteringen	=	attestering
attestje	=	attest
attestjes	=	attest
atticisme	noun	stijlrichting in de antieke welsprekendheid, die in de 2e eeuw v.Chr. ontstond als reactie op het asianisme
atticismes	=	atticisme
attila	noun	uniformjas van de huzaren
attila's	=	attila
attisch	adj	op Attica, het schiereiland waarop Athene ligt, of Athene betrekking hebbend
attische	=	attisch
attischer	=	attisch
attischere	=	attisch
attischers	=	attisch
attitude	noun	een houding; een denkwijze; een opstelling
attituden	=	attitude
attitudes	=	attitude
attitudeverandering	noun	aanpassing van de houding die men heeft ten opzichte van iets of iemand
attitudeveranderingen	=	attitudeverandering
attitudeveranderingetje	=	attitudeverandering
attitudeveranderingetjes	=	attitudeverandering
atto-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10⁻¹⁸ ohm of 0,000.000.000.000.001 milliohm, weergegeven met symbool aΩ
atto-ohmpje	=	atto-ohm
atto-ohmpjes	=	atto-ohm
atto-ohms	=	atto-ohm
attoampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10⁻¹⁸ ampère of 0,000.000.000.000.001 milliampère, weergegeven met symbool aA
attoampères	=	attoampère
attoampèretje	=	attoampère
attoampèretjes	=	attoampère
attobecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10⁻¹⁸ becquerel of 0,000.000.000.000.001 millibecquerel, weergegeven met symbool aBq
attobecquerels	=	attobecquerel
attocandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10⁻¹⁸ candela of 0,000.000.000.000.001 millicandela, weergegeven met symbool acd
attocandela's	=	attocandela
attocoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10⁻¹⁸ coulomb of 0,000.000.000.000.001 millicoulomb, weergegeven met symbool aC
attocoulombs	=	attocoulomb
attocoulombtje	=	attocoulomb
attocoulombtjes	=	attocoulomb
attofarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10⁻¹⁸ farad of 0,000.000.000.000.001 millifarad, weergegeven met symbool aF
attofaradje	=	attofarad
attofaradjes	=	attofarad
attofarads	=	attofarad
attogram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10⁻¹⁸ gram of 0,000.000.000.000.001 milligram, weergegeven met symbool ag
attogrammen	=	attogram
attogrammetje	=	attogram
attogrammetjes	=	attogram
attogray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10⁻¹⁸ gray of 0,000.000.000.000.001 milligray, weergegeven met symbool aGy
attograys	=	attogray
attograytje	=	attogray
attograytjes	=	attogray
attohenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10⁻¹⁸ henry of 0,000.000.000.000.001 millihenry, weergegeven met symbool aH
attohenry's	=	attohenry
attohenry'tje	=	attohenry
attohenry'tjes	=	attohenry
attohertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10⁻¹⁸ hertz of 0,000.000.000.000.001 millihertz, weergegeven met symbool aHz
attojoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10⁻¹⁸ joule of 0,000.000.000.000.001 millijoule, weergegeven met symbool aJ
attojoules	=	attojoule
attokatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10⁻¹⁸ katal of 0,000.000.000.000.001 millikatal, weergegeven met symbool akat
attokatals	=	attokatal
attokelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10⁻¹⁸ kelvin of 0,000.000.000.000.001 millikelvin, weergegeven met symbool aK
attoliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,000.000.000.000.000.001 liter, weergegeven met symbool al, aL of aℓ
attoliters	=	attoliter
attolitertje	=	attoliter
attolitertjes	=	attoliter
attolumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10⁻¹⁸ lumen of 0,000.000.000.000.001 millilumen, weergegeven met symbool alm
attolumens	=	attolumen
attolux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10⁻¹⁸ lux of 0,000.000.000.000.001 millilux, weergegeven met symbool alx
attometer	noun	een lengtemaat met een waarde van 10⁻¹⁸ meter of 0,000.000.000.000.001 millimeter, weergegeven met symbool am
attometers	=	attometer
attometertje	=	attometer
attometertjes	=	attometer
attomol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10⁻¹⁸ mol of 0,000.000.000.000.001 millimol, weergegeven met symbool amol
attomolen	=	attomol
attonewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10⁻¹⁸ newton of 0,000.000.000.000.001 millinewton, weergegeven met symbool aN
attonewtons	=	attonewton
attopascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10⁻¹⁸ pascal of 0,000.000.000.000.001 millipascal, weergegeven met symbool aPa
attoseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10⁻¹⁸ seconde of 0,000.000.000.000.001 milliseconde, weergegeven met symbool as
attoseconden	=	attoseconde
attosecondes	=	attoseconde
attosiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10⁻¹⁸ siemens of 0,000.000.000.000.001 millisiemens, weergegeven met symbool aS
attosiemensen	=	attosiemens
attosiemensje	=	attosiemens
attosiemensjes	=	attosiemens
attosievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10⁻¹⁸ sievert of 0,000.000.000.000.001 millisievert, weergegeven met symbool aSv
attotesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10⁻¹⁸ tesla of 0,000.000.000.000.001 millitesla, weergegeven met symbool aT
attovolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10⁻¹⁸ volt of 0,000.000.000.000.001 millivolt, weergegeven met symbool aV
attovoltje	=	attovolt
attovoltjes	=	attovolt
attovolts	=	attovolt
attowatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10⁻¹⁸ watt of 0,000.000.000.000.001 milliwatt, weergegeven met symbool aW
attowatts	=	attowatt
attoweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10⁻¹⁸ weber of 0,000.000.000.000.001 milliweber, weergegeven met symbool aWb
attowebers	=	attoweber
attractie	noun	aantrekking
attractiebeginsel	noun	een juridisch begrip dat veel wordt gebruikt in het bestuursrecht en het belastingrecht, en in sommige gevallen in het privaatrecht.
attractiebeginselen	=	attractiebeginsel
attractief	adj	aantrekkelijk
attractiefs	=	attractief
attractiefst	=	attractief
attractiefste	=	attractief
attractiepark	noun	een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld
attractieparken	=	attractiepark
attractieparkje	=	attractiepark
attractieparkjes	=	attractiepark
attractiepolen	=	attractiepool
attractiepool	noun	bezienswaardigheid die of evenement dat de aandacht trekt
attracties	=	attractie
attractietje	=	attractie
attractieve	=	attractief
attractiever	=	attractief
attractievere	=	attractief
attractievers	=	attractief
attractiewaarde	noun	de mate waarin iets bezienswaardig is
attractiewaarden	=	attractiewaarde
attractiewaardes	=	attractiewaarde
attractiviteit	noun	de mate waarin iets aantrekkelijk of begerenswaardig is
attractiviteiten	=	attractiviteit
attrapeer	=	attraperen
attrapeerde	=	attraperen
attrapeerden	=	attraperen
attrapeert	=	attraperen
attrapere	=	attraperen
attraperen	verb	betrappen
attraperend	=	attraperen
attraperende	=	attraperen
attribueer	=	attribueren
attribueerde	=	attribueren
attribueerden	=	attribueren
attribueert	=	attribueren
attribuere	=	attribueren
attribueren	verb	iets ~ aan aan iets toeschrijven, toekennen
attribuerend	=	attribueren
attribuerende	=	attribueren
attributen	=	attribuut
attributie	noun	de toekenning, toeschrijving, toedeling
attributief	adj	toekennend, toeschrijvend, toedelend
attributiefs	=	attributief
attributiefst	=	attributief
attributiefste	=	attributief
attributies	=	attributie
attributiestudie	noun	onderzoek dat bepaald welke factoren verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor een bepaald verschijnsel
attributiestudies	=	attributiestudie
attributiestudietje	=	attributiestudie
attributiestudietjes	=	attributiestudie
attributiestudiën	=	attributiestudie
attributietheorie	noun	theorie die het gebruik van uitvluchten om handelwijzen te rechtvaardigen nader verklaart
attributietheorietje	=	attributietheorie
attributietheorietjes	=	attributietheorie
attributietheorieën	=	attributietheorie
attributietje	=	attributie
attributietjes	=	attributie
attributieve	=	attributief
attributiever	=	attributief
attributievere	=	attributief
attributievers	=	attributief
attribuut	noun	voorwerp, behorend bij iets anders
attribuutje	=	attribuut
attribuutjes	=	attribuut
atuenmierpitta	noun	Grallaria atuensis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
atuenmierpitta's	=	atuenmierpitta
atuenmierpittaatje	=	atuenmierpitta
atuenmierpittaatjes	=	atuenmierpitta
atv	noun	arbeidstijdverkorting
atv-dag	noun	dag waarop men vrij is i.v.m. de arbeidstijdverkortingregeling
atv-dagen	=	atv-dag
atv-dagje	=	atv-dag
atv-dagjes	=	atv-dag
atv-richtlijn	noun	een beleidsdocument dat de aanpak van fiscale en douane-delicten in Nederland reguleert
atv-richtlijnen	=	atv-richtlijn
atypisch	adj	afwijkend van het gemiddelde
atypische	=	atypisch
atypischer	=	atypisch
atypischere	=	atypisch
atypischers	=	atypisch
atypischt	=	atypisch
atypischte	=	atypisch
au	intj	uitroep van pijn
au's	=	au
au-pairbureau	noun	organisatie de bemiddelt in plaatsing van jongeren die in een buitenlands gezin als vergoeding voor kost en inwoning huishoudelijke werkzaamheden verrichten
au-pairbureaus	=	au-pairbureau
au-pairmeisje	noun	jonge vrouw die in een buitenlands gezin als vergoeding voor kost en inwoning huishoudelijke werkzaamheden verricht
au-pairmeisjes	=	au-pairmeisje
au-pairwerk	noun	huishoudelijke werkzaamheden die een jongere verricht, die verblijft in een buitenlands gezin, als vergoeding voor kost en inwoning
aubade	noun	een muzikale hulde die over het algemeen 's ochtends gebracht wordt
aubaden	=	aubade
aubades	=	aubade
aubergine	noun	Solanum melongena, plant uit de nachtschadefamilie	adj	dieppaars
aubergineachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van aubergine
aubergineachtige	=	aubergineachtig
aubergineachtiger	=	aubergineachtig
aubergineachtigere	=	aubergineachtig
aubergineachtigers	=	aubergineachtig
aubergineachtigs	=	aubergineachtig
aubergineachtigst	=	aubergineachtig
aubergineachtigste	=	aubergineachtig
aubergines	=	aubergine
auberginetje	=	aubergine
auberginetjes	=	aubergine
aubinn-eekhoorn	noun	Protoxerus aubinnii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae), dat voorkomt in Liberia, Ivoorkust, Ghana en Sierra Leone
aubinn-eekhoorns	=	aubinn-eekhoorn
aubinn-eekhoorntje	=	aubinn-eekhoorn
aubinn-eekhoorntjes	=	aubinn-eekhoorn
aucaans	adj	betrekking hebbend op het Aucaans
aucaanse	=	aucaans
aucklandaalscholver	noun	Leucocarbo colensoi een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
aucklandaalscholvers	=	aucklandaalscholver
aucklandaalscholvertje	=	aucklandaalscholver
aucklandaalscholvertjes	=	aucklandaalscholver
aucklandsnip	noun	Coenocorypha aucklandica een vogel uit de familie Scolopacidae (Strandlopers en snippen).
aucklandsnipje	=	aucklandsnip
aucklandsnipjes	=	aucklandsnip
aucklandsnippen	=	aucklandsnip
aucklandtaling	noun	Anas aucklandica eend uit de familie van de Anatidae.
aucklandtalingen	=	aucklandtaling
aucklandtalinkje	=	aucklandtaling
aucklandtalinkjes	=	aucklandtaling
aucteur	noun	iemand die zowel acteur als auteur is
aucteurs	=	aucteur
aucteurtje	=	aucteur
aucteurtjes	=	aucteur
auctie	noun	verkoping bij opbod van roerende goederen
aucties	=	auctie
auctionaris	noun	iemand die aucties houdt
auctionarissen	=	auctionaris
auctiën	=	auctie
auctor	noun	auctor intellectualis: geestelijk vader
auctoren	=	auctor
auctoriaal	adj	gepresenteerd door de alwetende verteller
auctoriaals	=	auctoriaal
auctoriaalst	=	auctoriaal
auctoriaalste	=	auctoriaal
auctoriale	=	auctoriaal
auctorialer	=	auctoriaal
auctorialere	=	auctoriaal
auctorialers	=	auctoriaal
aucuba	noun	een geslacht Aucuba van planten die volgens het Cronquist-systeem (1981) in de kornoeljefamilie (Cornaceae) thuishoren.
aucuba's	=	aucuba
audacieus	adj|obsolete	durf of overmoed tonend
audacieuze	=	audacieus
audicien	noun	winkelier die is opgeleid om hoortoestellen aan te meten en te verkopen
audiciens	=	audicien
audio	noun	de techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezet geluid, geluidsverwerkingstechniek
audio's	=	audio
audio-cd	noun	compact disc met een geluidsopname
audio-cd's	=	audio-cd
audio-installatie	noun	installatie voor het weergeven van muziek
audio-installaties	=	audio-installatie
audio-opname	noun	registratie van geluid
audio-opnamen	=	audio-opname
audio-opnames	=	audio-opname
audioapparaat	noun	apparaat waarmee geluid ten gehore gebracht kan worden
audioapparaten	=	audioapparaat
audioapparatuur	noun	apparatuur voor geluidsopname en/of geluidsweergave
audiobericht	noun	een bericht dat bestaat uit een geluidsfile
audioberichten	=	audiobericht
audioberichtje	=	audiobericht
audioberichtjes	=	audiobericht
audiobestand	noun	computerbestand waarin gecodeerd geluid is opgenomen
audiobestanden	=	audiobestand
audiobestandje	=	audiobestand
audioblog	noun	blog, dagboek of logboek waarna men kan luisteren
audioblogde	=	audiobloggen
audioblogden	=	audiobloggen
audioblogge	=	audiobloggen
audiobloggen	verb	maken van een via het internet te beluisteren dagboek of logboek
audiobloggend	=	audiobloggen
audiobloggende	=	audiobloggen
audioblogger	noun	iemand die een gesproken logboek of dagboek maakt dat via het internet te beluisteren is
audiobloggers	=	audioblogger
audiobloggertje	=	audioblogger
audiobloggertjes	=	audioblogger
audioblogs	=	audioblog
audioblogt	=	audiobloggen
audioboek	noun	geluidsopname van een voorgelezen boek
audioboeken	=	audioboek
audioboekje	=	audioboek
audioboekjes	=	audioboek
audiocassette	noun	magneetband in een cassette, cassettebandje
audiocassetten	=	audiocassette
audiocassettes	=	audiocassette
audiodescriptie	noun	ingesproken beschrijving van wat zichtbaar is zodat ook blinden en slechtzienden kunnen kennisnemen van de inhoud, met name bij speelfilms toegepast
audiodescripties	=	audiodescriptie
audiofonen	=	audiofoon
audiofoon	noun	gehoorapparaat
audiofoons	=	audiofoon
audiofoontje	=	audiofoon
audiofoontjes	=	audiofoon
audiofragment	noun	een stuk opgenomen geluid
audiofragmenten	=	audiofragment
audiofragmentje	=	audiofragment
audiofragmentjes	=	audiofragment
audiofuck	noun	digitale manipulatie van geluidsbestanden om mensen voor de mal te houden of om ze te bedriegen
audiofucke	=	audiofucken
audiofucken	verb	digitaal bewerken van audiobestanden om mensen voor de mal te houden of te bedriegen
audiofuckend	=	audiofucken
audiofuckende	=	audiofucken
audiofucks	=	audiofuck
audiofuckt	=	audiofucken
audiofuckte	=	audiofucken
audiofuckten	=	audiofucken
audiogids	noun	weergaveapparaat (mp3-speler, iPod etc.) met koptelefoon waarmee bezoekers van musea, tentoonstellingen e.d. vastgelegde informatie kunnen beluisteren gedurende een zogenaamde audiotoer
audiogidsen	=	audiogids
audiogidsje	=	audiogids
audiogidsjes	=	audiogids
audiogram	noun	grafische voorstelling (grafiek of diagram) van een gehoortest (gemaakt met een audiometer)
audiogrammen	=	audiogram
audiogrammetje	=	audiogram
audiogrammetjes	=	audiogram
audiokabel	noun	elektrisch snoertje dat het geluidssignaal van het ene naar het andere apparaat vervoert.
audiokabels	=	audiokabel
audiokabeltje	=	audiokabel
audiokabeltjes	=	audiokabel
audiolinguaal	adj	betrekking hebbend op het luisteren en spreken
audiolinguaals	=	audiolinguaal
audiolinguale	=	audiolinguaal
audiologen	=	audioloog
audiologie	noun	wetenschap van het menselijk gehoor en de ziekten daarvan
audiologisch	adj	betrekking hebbend op de wetenschap en medische specialisatie van het gehoor, evenwicht en de diagnostiek/revalidatie van gehoorproblemen (zoals slechthorendheid, tinnitus)
audiologische	=	audiologisch
audiologischer	=	audiologisch
audiologischere	=	audiologisch
audiologischers	=	audiologisch
audioloog	noun	iemand die zich bezig houdt met het meten en door hulpmiddelen corrigeren van de gehoorsfunctie
audioloogje	=	audioloog
audioloogjes	=	audioloog
audiometer	noun	meetinstrument dat de kwaliteit van het gehoor meet
audiometers	=	audiometer
audiometertje	=	audiometer
audiometertjes	=	audiometer
audiometrie	noun	meting van kwaliteit van het gehoor
audioproduct	noun	apparaat waarmee men geluid kan afspelen
audioproducten	=	audioproduct
audioproductje	=	audioproduct
audioproductjes	=	audioproduct
audiorack	noun	kast bestemd om een geluidsinstallatie in te plaatsen
audiorackje	=	audiorack
audiorackjes	=	audiorack
audioracks	=	audiorack
audioroman	noun	roman die alleen in audiovorm is gepubliceerd, het is dus wat anders dan een luisterboek dat primair als gedrukt boek is uitgegeven
audioromannetje	=	audioroman
audioromannetjes	=	audioroman
audioromans	=	audioroman
audioset	noun	complete set geluidsapparatuur, radio, versterker, cd-speler etc.
audiosetje	=	audioset
audiosetjes	=	audioset
audiosets	=	audioset
audiosignaal	noun	elektrisch of elektromagnetisch equivalent van een geluidssignaal
audiosignaaltje	=	audiosignaal
audiosignaaltjes	=	audiosignaal
audiosignalen	=	audiosignaal
audiosysteem	noun	installatie dat geluid weergeeft
audiosystemen	=	audiosysteem
audiotape	noun	magneetband waarop men geluid kan opnemen
audiotapes	=	audiotape
audiotekst	noun	een gesproken tekst
audioteksten	=	audiotekst
audiotekstje	=	audiotekst
audiotekstjes	=	audiotekst
audiotex	noun	informatiesysteem via de telefoon waarop men zich kon abonneren, achterhaald sinds de verbreiding van internet
audiotheek	noun	instelling waar men geluidsdragers als cd's en grammofoonplaten enz kan lenen
audiotheekje	=	audiotheek
audiotheekjes	=	audiotheek
audiotheken	=	audiotheek
audiotoer	noun	rondleiding door een museum of andere attractie waarbij men gebruik maakt van een mp3-speler of een iPod waarin de informatie in gesproken vorm is opgeslagen
audiotoeren	=	audiotoer
audiotoerisme	noun	lopen met een koptelefoon door een museum of andere toeristische attractie
audiotoers	=	audiotoer
audiotoertje	=	audiotoer
audiotoertjes	=	audiotoren
audiotoren	noun	complete set geluidsapparatuur, radio, versterker, cd-speler etc.
audiotorens	=	audiotoren
audiotorentje	=	audiotoren
audiotorentjes	=	audiotoren
audiotour	noun	rondleiding met behulp van vooraf opgenomen gesproken woord en geluid
audiotours	=	audiotour
audioversterker	noun	een versterker voor het frequentiegebied van geluidsgolven (15Hz-20kHz)
audioversterkers	=	audioversterker
audioversterkertje	=	audioversterker
audioversterkertjes	=	audioversterker
audiovisueel	adj	zichtbaar en hoorbaar
audiovisueels	=	audiovisueel
audiovisueelst	=	audiovisueel
audiovisueelste	=	audiovisueel
audiovisuele	=	audiovisueel
audiovisueler	=	audiovisueel
audiovisuelere	=	audiovisueel
audiovisuelers	=	audiovisueel
audit	noun	onderzoek naar een bedrijfsorganisatie
auditant	noun	iemand die auditie doet
auditanten	=	auditant
auditantje	=	auditant
auditantjes	=	auditant
auditbureau	noun	bedrijf dat onafhankelijke controles uitvoert naar de bedrijfsvoering van bedrijven en organisaties
auditbureaus	=	auditbureau
auditcomiteetje	=	auditcomité
auditcomiteetjes	=	auditcomité
auditcomité	noun	groep mensen die de raad van bestuur van informeert en aanbeveling doet op het gebied van interne en externe risico's die een bedrijf of organisatie loopt
auditcomités	=	auditcomité
auditcommissie	noun	groep mensen die de raad van bestuur van informeert en aanbeveling doet op het gebied van interne en externe risico's die een bedrijf of organisatie loopt
auditcommissies	=	auditcommissie
auditdienst	noun	afdeling van een organisatie die de eigen of andere organisaties controleert
auditdiensten	=	auditdienst
audite	=	auditen
auditeer	=	auditeren
auditeerde	=	auditeren
auditeerden	=	auditeren
auditeert	=	auditeren
auditen	verb	de bedrijfshuishouding onderzoeken
auditend	=	auditen
auditende	=	auditen
auditere	=	auditeren
auditeren	verb	auditie doen
auditerend	=	auditeren
auditerende	=	auditeren
auditeur	noun	ambtenaar bij het auditoraat van de Raad van State
auditeur-generaal	noun	leidinggevend jurist bij het auditoraat van de Raad van State
auditeur-militair	noun	aanklager bij een militair gerechtshof
auditeuren-generaal	=	auditeur-generaal
auditeurs	=	auditeur
auditeurs-generaal	=	auditeur-generaal
auditeurs-militair	=	auditeur-militair
auditie	noun	een examen waarbij iemand zijn muzikale vaardigheden in klank bewijst
auditief	adj	met betrekking tot het gehoor
auditiefs	=	auditief
auditiefst	=	auditief
auditiefste	=	auditief
audities	=	auditie
auditietje	=	auditie
auditietjes	=	auditie
auditieve	=	auditief
auditiever	=	auditief
auditievere	=	auditief
auditievers	=	auditief
auditkantoor	noun	bedrijf dat onafhankelijke controles uitvoert naar de bedrijfsvoering van bedrijven en organisaties
auditkantoortje	=	auditkantoor
auditkantoortjes	=	auditkantoor
auditkantoren	=	auditkantoor
auditor	noun	toehoorder, iemand die lessen volgt maar geen examen aflegt
auditoraat	noun	militaire rechtbank
auditoraat-generaal	noun	het algemene auditoraat
auditoraten	=	auditoraat
auditoraten-generaal	=	auditoraat-generaal
auditoren	=	auditor
auditoria	=	auditorium
auditorium	noun	gehoor, de gezamenlijke toehoorders
auditoriumpje	=	auditorium
auditoriumpjes	=	auditorium
auditoriums	=	auditorium
auditors	=	auditor
audits	=	audit
auditte	=	auditen
auditten	=	auditen
auditwaakhond	noun	toezichthouder van personen en instellingen die bedrijven controleren; controleur van de controleurs
auditwaakhonden	=	auditwaakhond
audiëntie	noun	officieel bezoek van een lager geplaatst persoon bij een zeer hoog geplaatst persoon
audiëntieblad	noun	verslag van een rechtszaak
audiëntiebladen	=	audiëntieblad
audiënties	=	audiëntie
audiëntiezaal	noun	zaal waarin audiënties worden gehouden
audiëntiezalen	=	audiëntiezaal
auerhaan	noun	bepaald soort vogel Tetrao urogallus
auerhaantje	=	auerhaan
auerhaantjes	=	auerhaan
auerhanen	=	auerhaan
auerhoen	noun	Tetrao urogallus een vogel uit de onderfamilie der ruigpoothoenders (Tetraoninae).
auerhoenderen	=	auerhoen
auerhoenders	=	auerhoen
auerhoendertje	=	auerhoen
auerhoendertjes	=	auerhoen
auerhoenen	=	auerhoen
auermetaal	noun	pyrofore legering van ijzer en cerium die wordt gebruikt als vuursteentje van aanstekers
aueros	noun	oeros
auerosje	=	aueros
auerosjes	=	aueros
auerossen	=	aueros
aufklärung	noun	culturele stroming of beweging van intellectuelen met als doel het gebruik van de rede en het filosoferen te bevorderen
aug	noun	achtste kalendermaand, augustus
auger-elektron	=	augerelektron
augerelektron	noun	elektron dat door röntgenstraling, ontstaan door energieverschillen elders in het atoom, uit de schil gestoten wordt
augerelektronen	=	augerelektron
augiasstal	noun	ongeordende, rommelige boel
augiasstallen	=	augiasstal
augiasstalletje	=	augiasstal
augiasstalletjes	=	augiasstal
augmentatie	noun|obsolete	vermeerdering, vergroting, uitbreiding
augmentatief	adj	vermeerderd, vergrotend, uitbreidend
augmentatiefs	=	augmentatief
augmentaties	=	augmentatie
augmentatieve	=	augmentatief
augur	noun	een priester in het oude Rome die voorspellingen deed op grond van de vlucht van vogels
augurbuizerd	noun	Buteo augur een roofvogel uit de familie van de Accipitridae.
augurbuizerdje	=	augurbuizerd
augurbuizerdjes	=	augurbuizerd
augurbuizerds	=	augurbuizerd
auguren	=	augur
augurenlach	noun	een betekenisvolle glimlach gewisseld door samenzweerders, bedriegers e.d
augurenlachje	=	augurenlach
augurenlachjes	=	augurenlach
augures	=	augur
augurk	noun	Cucumis sativus een vrucht van de plant Cucumis sativus uit de komkommerfamilie die wordt ingelegd in azijn of pekel om te fermenteren.
augurken	=	augurk
augurkenstruik	noun	Decaisnea insignis een struik uit de familie Lardizabalaceae.
augurkenstruiken	=	augurkenstruik
augurkenstruikje	=	augurkenstruik
augurkenstruikjes	=	augurkenstruik
augurkje	=	augurk
augurkjes	=	augurk
augurs	=	augur
augustijn	noun	kloosterling van een naar St.-Augustinus genoemde orde
augustijnen	=	augustijn
augustijnenklooster	noun	gebouw waar kloosterlingen leven naar de kloosterregel van Augustinus
augustijnenkloosters	=	augustijnenklooster
augustijner	noun	monnik die lid is van de augustijnerorde; augustijner monnik	adj	betrekking hebbend op de naar St.-Augustinus genoemde kloosterorde
augustijners	=	augustijner
augustus	noun	de achtste maand van het jaar
augustusactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand augustus
augustusacties	=	augustusactie
augustusactietje	=	augustusactie
augustusactietjes	=	augustusactie
augustusavond	noun	een avond in augustus
augustusavonden	=	augustusavond
augustuscijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand augustus
augustuscijfers	=	augustuscijfer
augustuscijfertje	=	augustuscijfer
augustuscijfertjes	=	augustuscijfer
augustusdag	noun	dag in de achtste maand van het jaar
augustusdagen	=	augustusdag
augustuseditie	noun	uitgave voor de maand augustus
augustusedities	=	augustuseditie
augustuseditietje	=	augustuseditie
augustuseditietjes	=	augustuseditie
augustusmaand	noun	de 8ste maand van het jaar
augustusmaanden	=	augustusmaand
augustusmiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand augustus
augustusmiddagen	=	augustusmiddag
augustusmiddagje	=	augustusmiddag
augustusmiddagjes	=	augustusmiddag
augustusmorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand augustus
augustusmorgens	=	augustusmorgen
augustusmorgentje	=	augustusmorgen
augustusmorgentjes	=	augustusmorgen
augustusnacht	noun	een van de nachten in de maand augustus
augustusnachten	=	augustusnacht
augustusnamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand augustus
augustusnamiddagen	=	augustusnamiddag
augustusnamiddagje	=	augustusnamiddag
augustusnamiddagjes	=	augustusnamiddag
augustusnummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 8ste maand van het jaar
augustusnummers	=	augustusnummer
augustusochtend	noun	deel van de dag in de maand augustus tussen 6.00 en 12.00 uur
augustusochtenden	=	augustusochtend
augustusochtendje	=	augustusochtend
augustusochtendjes	=	augustusochtend
augustussen	=	augustus
augustustemperaturen	=	augustustemperatuur
augustustemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand augustus
augustustemperatuurtje	=	augustustemperatuur
augustustemperatuurtjes	=	augustustemperatuur
augustusweek	noun	een week in de maand augustus
augustusweekje	=	augustusweek
augustusweekjes	=	augustusweek
augustusweer	noun	het zomerweer zoals dat normaal is voor augustus
augustusweken	=	augustusweek
augustuswijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand augustus
augustuswijnen	=	augustuswijn
augustuswijntje	=	augustuswijn
augustuswijntjes	=	augustuswijn
augustuswind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand augustus
augustuswinden	=	augustuswind
augustuswindje	=	augustuswind
augustuswindjes	=	augustuswind
augustuszon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand augustus
augustuszonnen	=	augustuszon
augustuszonnetje	=	augustuszon
augustuszonnetjes	=	augustuszon
aukaanstalig	adj	de Aukaanse taal sprekend
aukaanstalige	=	aukaanstalig
aukaanstaligs	=	aukaanstalig
aula	noun	een grote ruimte of zaal in een gebouw
aula's	=	aula
aulaatje	=	aula
aulaatjes	=	aula
aura	noun	energieveld dat mensen en ook andere levende wezens zou omgeven
aura's	=	aura
auraal	adj	met betrekking tot het oor of het gehoor
auraals	=	auraal
auraatje	=	aura
auraatjes	=	aura
aurale	=	auraal
auralees	=	auralezen
auralezen	verb	emoties, karaktertrekken en fysieke gesteldheid aflezen aan iemands aura
auralezend	=	auralezen
auralezende	=	auralezen
aurelia	noun	Nymphalidae soort vlinder met goudkleurige vleugels
aurelia's	noun	familie Nymphalidae van vlinders in de superfamilie Papilionoidea.
aureliapluimbroekje	noun	Haplophaedia aureliae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
aureliapluimbroekjes	=	aureliapluimbroekje
aureolen	=	aureool
aureool	noun	ring van licht om het lichaam van een goddelijk of heilig persoon
aureooltje	=	aureool
aureooltjes	=	aureool
auriculair	adj	met betrekking tot het oor
auriculaire	=	auriculair
auriculairs	=	auriculair
auricupride	noun	natuurlijke legering van koper en goud met formule: Cu₃Au
auride	noun	een zoutachtige verbinding waarin goud met een oxidatiegetal -1 het anion vormt
auriden	=	auride
aurides	=	auride
aurikel	noun	Primula auricula een plant uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae) De plant is een relict uit de laatste ijstijd en oorspronkelijk afkomstig uit het Tiroler Gschnitztal.
auriscoop	noun	instrument om in de gehoorgang van het oor te kunnen kijken
auriscopen	=	auriscoop
aurora	noun	dageraad
aurora's	=	aurora
aurora-astrild	noun	Pytilia phoenicoptera een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), oorspronkelijk afkomstig uit Afrika, met name het gedeelte van Zambia tot Ethiopië.
aurora-astrilden	=	aurora-astrild
aurora-astrildje	=	aurora-astrild
aurora-astrildjes	=	aurora-astrild
auroraatje	=	aurora
auroraatjes	=	aurora
auroramot	noun	Tinea semifulvella een vlinder uit de familie Tineidae, de echte motten.
auroramotje	=	auroramot
auroramotjes	=	auroramot
auroramotten	=	auroramot
auroraroodmus	noun	Carpodacus waltoni een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
auroraroodmusje	=	auroraroodmus
auroraroodmusjes	=	auroraroodmus
auroraroodmussen	=	auroraroodmus
auschwitzleugen	noun	leugen verkondigd door negationistische neonazi's dat de gaskamers van Auschwitz niet zouden hebben bestaan
auschwitzleugens	=	auschwitzleugen
auscultant	noun|obsolete	toehoorder, auscultator
auscultanten	=	auscultant
auscultatie	noun	luisteren naar lichaamsgeruis van bijv. hart of longen
auscultaties	=	auscultatie
auscultator	noun	iemand die ausculteert (toeluistert)
auscultatoren	=	auscultator
auscultators	=	auscultator
auscultatortje	=	auscultator
auscultatortjes	=	auscultator
ausculteer	=	ausculteren
ausculteerde	=	ausculteren
ausculteerden	=	ausculteren
ausculteert	=	ausculteren
auscultere	=	ausculteren
ausculteren	verb	luisteren
ausculterend	=	ausculteren
ausculterende	=	ausculteren
ausdauer	noun	uithoudingsvermogen, doorzettingsvermogen, taaiheid
auslaut	noun	slotklank van een woord of lettergreep
auslauten	=	auslaut
auspicia	=	auspicium
auspicium	noun	waarneming (aan vogels) als teken dat door de goden gegeven zou zijn
auspiciën	noun	onder ~ van: met de ondersteuning, goedkeuring van, onder toezicht van
ausputzer	noun	vrije verdediger bij voetballen, maar tevens met de taak de bal mee naar voren te nemen
ausputzers	=	ausputzer
aussie	noun|informal	afkorting voor Australiër
aussies	=	aussie
austeriteit	noun	het streng zijn (met betrekking tot zedelijke normen)
austraal	adj	zuidelijk
austraals	=	austraal
australe	=	austraal
australisch	adj	van Australië
australische	noun	een vrouwelijke inwoner van Australië, of een vrouw afkomstig uit Australië
australischen	=	australische
australischer	=	australisch
australischere	=	australisch
australischers	=	australisch
australischt	=	australisch
australischte	=	australisch
australië-antigeen	noun|obsolete	stof die in het lichaam de afweerreactie tegen hepatitis B oproept
australiëantigeen	noun|obsolete	hepatitis B-antigeen, HBsAg
australiëantigeentje	=	australiëantigeen
australiëantigeentjes	=	australiëantigeen
australiëantigenen	=	australiëantigeen
australiër	noun	een inwoner van Australië
australiërs	=	australiër
australiërtje	=	australiër
australopitheci	=	australopithecus
australopithecus	noun	Australopithecus een uitgestorven geslacht van mensachtigen dat leefde tussen 4,3 en 2 miljoen jaar geleden
austronesisch	adj	behorend tot een groep van verwante talen die vooral worden gesproken in Zuidoost-Azië en het gebied van de Indische en de Grote Oceaan
austronesische	=	austronesisch
austroslavisme	noun	De aanhangers van het austroslavisme streefden naar een hervorming van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie in een trialistische staat
autaar	noun|obsolete	offertafel voor godsdienstige plechtigheden
autaartje	=	autaar
autaartjes	=	autaar
autarchie	noun	onafhankelijk zelfbestuur
autarchieën	=	autarchie
autaren	=	autaar
autarkie	noun	situatie dat een land of andere huishouding alles wat nodig is helemaal zelf kan produceren en dus niet afhankelijk is van andere landen of producenten
autarkieën	=	autarkie
autarkisch	adj	betrekking hebbend op het streven naar economische onafhankelijkheid
autarkische	=	autarkisch
autarkischer	=	autarkisch
autarkischere	=	autarkisch
autarkischers	=	autarkisch
auteur	noun	persoon die aan de basis staat van een origineel geschreven werk
auteurs	=	auteur
auteurschap	noun	het maker zijn van een tekst of compositie
auteurschappen	=	auteurschap
auteursexemplaar	noun	gedrukt exemplaar van een werk dat in het bezit is van de auteur
auteursexemplaartje	=	auteursexemplaar
auteursexemplaartjes	=	auteursexemplaar
auteursexemplaren	=	auteursexemplaar
auteursfilm	noun	speelfilm, waarvan de regisseur tekst en scenario zelf geschreven heeft
auteursfilms	=	auteursfilm
auteursfoto	noun	foto van de schrijver van een boek
auteursfoto's	=	auteursfoto
auteursfotootje	=	auteursfoto
auteursfotootjes	=	auteursfoto
auteursnaam	noun	de naam van de schrijver van een geschrift
auteursnamen	=	auteursnaam
auteursrecht	noun	het recht van de maker op het publiceren van zijn werk
auteursrechtaanduiding	noun	vermelding op een drukwerk of ander auteursrechtelijk beschermd werk wie het copyright bezit
auteursrechtaanduidingen	=	auteursrechtaanduiding
auteursrechtaanduidinkje	=	auteursrechtaanduiding
auteursrechtaanduidinkjes	=	auteursrechtaanduiding
auteursrechtelijk	adj	betrekking hebbend op het intellectueel eigendom
auteursrechtelijke	=	auteursrechtelijk
auteursrechtelijker	=	auteursrechtelijk
auteursrechtelijkere	=	auteursrechtelijk
auteursrechtelijkers	=	auteursrechtelijk
auteursrechtelijks	=	auteursrechtelijk
auteursrechtelijkst	=	auteursrechtelijk
auteursrechtelijkste	=	auteursrechtelijk
auteursrechten	=	auteursrecht
auteursrechtenschending	noun	zonder toestemming gebruiken, kopiëren, verspreiden of bewerken van een auteursrechtelijk beschermd werk
auteursrechtenschendingen	=	auteursrechtenschending
auteursrechtenschendinkje	=	auteursrechtenschending
auteursrechtenschendinkjes	=	auteursrechtenschending
auteursrechthebbende	noun	iemand die in bezit is van de auteursrechten
auteursrechthebbenden	=	auteursrechthebbende
auteursrechtteken	noun	een symbool waarmee wordt aangegeven dat een werk auteursrechtelijk is beschermd
auteursrechttekens	=	auteursrechtteken
auteursrechttekentje	=	auteursrechtteken
auteursrechttekentjes	=	auteursrechtteken
auteursvereniging	noun	organisatie die de belangen van makers (auteurs) behartigt en vergoedingen int en verdeelt voor het gebruik van hun creatieve werken.
auteursverenigingen	=	auteursvereniging
auteursverenigingetje	=	auteursvereniging
auteursverenigingetjes	=	auteursvereniging
auteurswet	noun	de wet die het auteursrecht regelt
auteurswetje	=	auteurswet
auteurswetjes	=	auteurswet
auteurswetten	=	auteurswet
auteurtje	=	auteur
auteurtjes	=	auteur
authenticatie	noun	het proces waarbij iemand nagaat of een gebruiker, een andere computer of applicatie daadwerkelijk is wie hij beweert te zijn
authenticaties	=	authenticatie
authenticeer	=	authenticeren
authenticeerde	=	authenticeren
authenticeerden	=	authenticeren
authenticeert	=	authenticeren
authenticere	=	authenticeren
authenticeren	verb	echtheid, oorsprong of rechtsgeldigheid vaststellen (bijvoorbeeld van een document of kunstvoorwerp)
authenticerend	=	authenticeren
authenticerende	=	authenticeren
authenticiteit	noun	het authentiek zijn
authenticiteiten	=	authenticiteit
authentiek	adj	gelijk aan het origineel, gelijk hoe iemand echt is	adv	gelijk aan het origineel, gelijk hoe iemand echt is
authentieke	=	authentiek
authentieker	=	authentiek
authentiekere	=	authentiek
authentiekers	=	authentiek
authentieks	=	authentiek
authentiekst	=	authentiek
authentiekste	=	authentiek
authentificatie	noun	het proces waarbij iemand nagaat of een gebruiker, een andere computer of applicatie daadwerkelijk is wie hij beweert te zijn
authentificaties	=	authentificatie
authentificeer	=	authentificeren
authentificeerde	=	authentificeren
authentificeerden	=	authentificeren
authentificeert	=	authentificeren
authentificere	=	authentificeren
authentificeren	verb	authentiek, rechtsgeldig maken
authentificerend	=	authentificeren
authentificerende	=	authentificeren
authentiseer	=	authentiseren
authentiseerde	=	authentiseren
authentiseerden	=	authentiseren
authentiseert	=	authentiseren
authentisere	=	authentiseren
authentiseren	verb	echtheid, oorsprong of rechtsgeldigheid vaststellen (bijvoorbeeld van een document of kunstvoorwerp)
authentiserend	=	authentiseren
authentiserende	=	authentiseren
autheur	=	auteur
authorisatie	=	autorisatie
autipas	noun	kaartje met een hoesje dat mensen die last hebben van autisme in contacten met anderen kunnen gebruiken: het vermeldt de voornaamste informatie over de persoon en autisme in het algemeen
autipassen	=	autipas
autisme	noun	een ontwikkelingsstoornis in de hersenen, zich bij personen uitend in een moeilijk contact maken met de omgeving
autismecoach	noun	iemand die mensen begeleidt die een Autisme Spectrum Stoornis als diagnose hebben gekregen
autismecoaches	=	autismecoach
autismeklas	noun	klas met een heldere structuur die speciaal geschikt is voor mensen die Autisme Spectrum Stoornis als diagnose hebben gekregen
autismeklasje	=	autismeklas
autismeklasjes	=	autismeklas
autismeklassen	=	autismeklas
autismen	=	autisme
autismes	=	autisme
autismespectra	=	autismespectrum
autismespectrum	noun	de visie dat de autistische stoornis en daaraan verwante aandoeningen een continuüm vormen, waarbij de symptomen als glijdende schaal kunnen worden beschreven
autismespectrums	=	autismespectrum
autismespectrumstoornis	noun	stoornis binnen het spectrum dat de visie weerspiegelt dat de autistische stoornis en daaraan verwante aandoeningen een continuüm vormen, waarbij de symptomen als glijdende schaal kunnen worden beschreven
autismespectrumstoornissen	=	autismespectrumstoornis
autismetje	=	autisme
autismevereniging	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van mensen met autisme en hun naasten.
autismeverenigingen	=	autismevereniging
autismeverenigingetje	=	autismevereniging
autismeverenigingetjes	=	autismevereniging
autismevriendelijk	adj	aangepast aan de behoeften en kwetsbaarheden van mensen met autisme
autismevriendelijke	=	autismevriendelijk
autismevriendelijker	=	autismevriendelijk
autismevriendelijkere	=	autismevriendelijk
autismevriendelijkers	=	autismevriendelijk
autismevriendelijks	=	autismevriendelijk
autismevriendelijkst	=	autismevriendelijk
autismevriendelijkste	=	autismevriendelijk
autist	noun	iemand voor wie contacten met andere mensen en het verwerken van prikkels lastig zijn door de manier waarop het brein zich heeft ontwikkeld
autisten	=	autist
autistenklas	noun	klas met een heldere structuur die speciaal geschikt is voor mensen die Autisme Spectrum Stoornis als diagnose hebben gekregen
autistenklasje	=	autistenklas
autistenklasjes	=	autistenklas
autistenklassen	=	autistenklas
autisties	=	autistisch
autistisch	adj	lijdend aan autisme
autistische	=	autistisch
autistischer	=	autistisch
autistischere	=	autistisch
autistischers	=	autistisch
autistischt	=	autistisch
autistischte	=	autistisch
autistje	=	autist
autistjes	=	autist
auto	noun	voertuig met drie of meer wielen, een motor en een carrosserie
auto's	=	auto
auto-agressie	noun	gewelddadig gedrag gericht naar de zelf
auto-agressies	=	auto-agressie
auto-ecologie	noun	de studie van de ecologie van een individuele plant of soort
auto-expert	noun	iemand die veel verstand heeft van vierwielige personenvoertuigen
auto-experten	=	auto-expert
auto-experts	=	auto-expert
auto-export	noun	verkoop van personenwagens naar het buitenland
auto-exporten	=	auto-export
auto-exporteur	noun	bedrijf dat personenvoertuigen verkoopt aan het buitenland
auto-exporteurs	=	auto-exporteur
auto-immuun	adj	met betrekking tot afweerstoffen gericht tegen de eigen lichaamsweefsels
auto-immuunontsteking	noun	Bij een auto-immuunontsteking valt het eigen afweersysteem (immuunsysteem) per ongeluk gezonde lichaamscellen en weefsels aan.
auto-immuunontstekingen	=	auto-immuunontsteking
auto-immuunontstekinkje	=	auto-immuunontsteking
auto-immuunontstekinkjes	=	auto-immuunontsteking
auto-immuunsysteem	noun	niet-bestaand onderdeel van het immuunsysteem dat auto-immuunziektes zou veroorzaken
auto-immuunsystemen	=	auto-immuunsysteem
auto-immuunziekte	noun	een ziekte waarbij het immuunsysteem het eigen lichaam aanvalt
auto-immuunziekten	=	auto-immuunziekte
auto-immuunziektes	=	auto-immuunziekte
auto-import	noun	een vierwielig gemotoriseerd personenvervoersmiddel kopen uit het buitenland
auto-importen	=	auto-import
auto-importeur	noun	bedrijf dat vierwielige gemotoriseerde personenvervoersmiddelen koopt in het buitenland om ze te verkopen in het binnenland
auto-importeurs	=	auto-importeur
auto-inbraak	noun	het zich, met geweld, onbevoegd toegang verschaffen tot een auto meestal met het doel om waardevolle zaken uit die auto te stelen
auto-inbraken	=	auto-inbraak
auto-industrie	noun	de bedrijfstak die auto's (of motorvoertuigen in het algemeen) ontwerpt, ontwikkelt, produceert, bemerkt en verkoopt
auto-industriekenner	noun	iemand die veel kennis heeft over zaken die spelen in de bedrijven die auto's produceren
auto-industriekenners	=	auto-industriekenner
auto-industrieën	=	auto-industrie
auto-inspectie	noun	visueel onderzoek aan een auto om bijvoorbeeld de waarde van de auto te bepalen of de ernst van de schade na een ongeluk
auto-inspecties	=	auto-inspectie
auto-onderdeel	noun	onderdeel van een auto
auto-onderdelen	=	auto-onderdeel
auto-onderhoud	noun	het geheel aan werkzaamheden dat nodig is om een auto in goede staat te houden
auto-ongeluk	noun	verkeersongeval waarbij minstens één auto betrokken is
auto-ongelukje	=	auto-ongeluk
auto-ongelukjes	=	auto-ongeluk
auto-ongelukken	=	auto-ongeluk
auto-ongeval	noun	een ongeval waarbij de betrokkenen zich in of rond een auto begaven
auto-ongevallen	=	auto-ongeval
auto-ongevalletje	=	auto-ongeval
auto-ongevalletjes	=	auto-ongeval
auto-ontwerper	noun	iemand die nieuw auto's bedenkt en vormgeeft
auto-ontwerpers	=	auto-ontwerper
auto-uitlaat	noun	buis waardoor de verbrandingsgassen uit de motor een auto kunnen verlaten
auto-uitlaten	=	auto-uitlaat
autoaankoop	noun	de keer dat men een auto koopt
autoaankopen	=	autoaankoop
autoachtervolging	noun	een situatie waarin een persoon in een voertuig met opzet probeert te ontsnappen aan de politie, nadat deze persoon bijvoorbeeld een stopteken heeft genegeerd of een misdrijf heeft gepleegd.
autoachtervolgingen	=	autoachtervolging
autoachtervolginkje	=	autoachtervolging
autoachtervolginkjes	=	autoachtervolging
autoalarm	noun	een apparaat dat een, meestal luide, waarschuwing produceert als onbevoegden proberen een auto te openen
autoalarmen	=	autoalarm
autoantenne	noun	een op een auto gemonteerde antenne voor het ontvangen van radioprogramma's, communicatie of navigatie
autoantennen	=	autoantenne
autoantennes	=	autoantenne
autoantennetje	=	autoantenne
autoantennetjes	=	autoantenne
autoassemblage	noun	het in elkaar zetten van een auto uit losse onderdelen
autoassemblages	=	autoassemblage
autobaan	noun	weg bestemd voor snel gemotoriseerd verkeer (zoals auto's, motoren, bussen en vrachtwagens) met ongelijkvloerse kruisingen en een middenberm tussen de twee rijrichtingen
autobaantje	=	autobaan
autobaantjes	=	autobaan
autobak	noun	bergruimte in een auto
autobakken	=	autobak
autoband	noun	een band voor een auto.
autobanden	=	autoband
autobandje	=	autoband
autobandjes	=	autoband
autobandventieldop	noun	afsluiting tegen vuil van de inlaat waardoor lucht in de band van een motorvoertuig kan worden gepompt
autobandventieldopje	=	autobandventieldop
autobandventieldopjes	=	autobandventieldop
autobandventieldoppen	=	autobandventieldop
autobanen	=	autobaan
autobatterij	noun	onderdeel van een motorvoertuig waarin elektriciteit kan worden opgeslagen
autobatterijen	=	autobatterij
autobedrijf	noun	bedrijf dat auto's produceert, verhandelt of repareert
autobedrijfje	=	autobedrijf
autobedrijfjes	=	autobedrijf
autobedrijven	=	autobedrijf
autobelasting	noun	belasting die men moet betalen om te mogen autorijden, wegenbelasting, motorrijtuigenbelasting
autobelastingen	=	autobelasting
autobeleid	noun	plan van aanpak rond het gebruik van auto's
autobenzine	noun	benzine die geschikt is als brandstof voor gebruik in personenauto's
autobenzines	=	autobenzine
autobestuurder	noun	bestuurder van een motorvoertuig op meer dan drie wielen
autobestuurders	=	autobestuurder
autobestuurdertje	=	autobestuurder
autobestuurdertjes	=	autobestuurder
autobestuurster	noun	vrouw die een auto bestuurt
autobestuursters	=	autobestuurster
autobeurs	noun	tentoonstelling waar autoproducenten nieuwe modellen tonen
autobeursje	=	autobeurs
autobeursjes	=	autobeurs
autobeurzen	=	autobeurs
autobezit	noun	het in eigendom hebben van een auto met name als het gaat over een groep mensen
autobezitter	noun	eigenaar van een personenwagen
autobezitters	=	autobezitter
autobio	noun	autobiografie
autobio's	=	autobio
autobiograaf	noun	iemand die zijn eigen levensverhaal of een deel daarvan beschrijft
autobiograafje	=	autobiograaf
autobiografen	=	autobiograaf
autobiografie	noun	een beschrijving van het eigen leven.
autobiografietje	=	autobiografie
autobiografietjes	=	autobiografie
autobiografieën	=	autobiografie
autobiografisch	adj	betrekking hebben op de eigen levensgeschiedenis
autobiografische	=	autobiografisch
autobiografischer	=	autobiografisch
autobiografischere	=	autobiografisch
autobiografischers	=	autobiografisch
autobiografischt	=	autobiografisch
autobiografischte	=	autobiografisch
autobioscoop	noun	een plek waar bezoekers in de open lucht vanuit de auto van een film kunnen genieten
autobioscoopje	=	autobioscoop
autobioscoopjes	=	autobioscoop
autobioscopen	=	autobioscoop
autoblaadje	=	autoblad
autoblaadjes	=	autoblad
autoblad	noun	tijdschrift over auto's en autosport
autobladen	=	autoblad
autoboer	noun|informal	iemand die personenwagens verkoopt
autoboeren	=	autoboer
autobom	noun	auto geladen met explosieven gebruikt als wapen bij terroristische aanslagen
autobomaanslag	noun	een geweldsmisdrijf waarbij men een explosief in een auto laat ontploffen
autobomaanslagen	=	autobomaanslag
autobommen	=	autobom
autobommetje	=	autobom
autobommetjes	=	autobom
autoboot	noun	schip waarmee grote aantallen auto's worden getransporteerd vanaf de plaats waar ze gemaakt zijn
autoboten	=	autoboot
autobotsing	noun	aanrijding waarbij één of meer auto's betrokken zijn
autobotsingen	=	autobotsing
autobouwer	noun	iemand die auto's bouwt
autobouwers	=	autobouwer
autobouwertje	=	autobouwer
autobouwertjes	=	autobouwer
autobox	noun	luidsprekers die in een auto gemonteerd zijn
autoboxen	=	autobox
autoboxje	=	autobox
autoboxjes	=	autobox
autobranche	noun	alle soorten bedrijven die samenhangen met auto's
autobranches	=	autobranche
autobrand	noun	vuur dat delen van een personenwagen verteert
autobranden	=	autobrand
autobrandje	=	autobrand
autobrandjes	=	autobrand
autobrandstof	noun	brandstoffen die men in automotoren kan gebruiken
autobrandstoffen	=	autobrandstof
autobus	noun	een groot voertuig voor het vervoeren van een groot aantal passagiers
autobusbedrijf	noun	bedrijf dat busverbindingen exploiteert
autobusbedrijfje	=	autobusbedrijf
autobusbedrijfjes	=	autobusbedrijf
autobusbedrijven	=	autobusbedrijf
autobusdienst	noun	vorm van openbaar vervoer met behulp van een bus
autobusdiensten	=	autobusdienst
autobusdienstje	=	autobusdienst
autobusdienstjes	=	autobusdienst
autobusje	=	autobus
autobusjes	=	autobus
autobuslijn	noun	een autobusverbinding tussen twee plaatsen met behulp van een bus
autobuslijnen	=	autobuslijn
autobuslijntje	=	autobuslijn
autobuslijntjes	=	autobuslijn
autobussen	=	autobus
autocar	noun	een luxe autobus om reizen of uitstappen mee te maken, touringcar
autocarrosserie	noun	het koetswerk van een auto, dat wil zeggen de constructie zonder onderdelen als de motor, de wielen, de aandrijflijn, en het interieur
autocarrosserieën	=	autocarrosserie
autocars	=	autocar
autochrome	=	autochroom
autochroom	adj	de natuurlijke kleuren weergevend
autochrooms	=	autochroom
autochtone	=	autochtoon
autochtonen	=	autochtoon
autochtoner	=	autochtoon
autochtonere	=	autochtoon
autochtoners	=	autochtoon
autochtoon	noun	de oorspronkelijke bewoner van een land, inboorling	adj	oorspronkelijk in een bepaald gebied thuishorend
autochtoons	=	autochtoon
autochtoonst	=	autochtoon
autochtoonste	=	autochtoon
autochtoontje	=	autochtoon
autochtoontjes	=	autochtoon
autoclaaf	noun	afgesloten drukvat voor sterilisatie met damp onder hoge druk en temperatuur
autoclaveer	=	autoclaveren
autoclaveerde	=	autoclaveren
autoclaveerden	=	autoclaveren
autoclaveert	=	autoclaveren
autoclaven	=	autoclaaf
autoclavere	=	autoclaveren
autoclaveren	verb	in een autoclaaf behandelen
autoclaverend	=	autoclaveren
autoclaverende	=	autoclaveren
autocolonne	noun	een rij auto's die samen van de ene naar de andere plaats rijden
autocolonnes	=	autocolonne
autoconcern	noun	grote onderneming die auto's ontwerpt en produceert
autoconcerns	=	autoconcern
autoconstructeur	noun	bedrijf dat auto's bouwt
autoconstructeurs	=	autoconstructeur
autocontrole	noun	verplichte periodieke controle van een auto heet in Nederland apk
autocontroles	=	autocontrole
autocorrectie	noun	functie van een tekstverwerkingsprogramma die schrijffouten herkent en verbetert
autocorrecties	=	autocorrectie
autocorrelatie	noun	de kruiscorrelatie van een functie of signaal met zichzelf
autocorrelaties	=	autocorrelatie
autocoureur	noun	sporter die racet in racewagens
autocoureurs	=	autocoureur
autocoureurtje	=	autocoureur
autocraat	noun	iemand die de alleenheerschappij voert
autocraatje	=	autocraat
autocraatjes	=	autocraat
autocrash	noun	harde botsing waarbij een auto tegen een andere auto, een persoon, een dier of een voorwerp aan botst
autocrashes	=	autocrash
autocrashje	=	autocrash
autocrashjes	=	autocrash
autocraten	=	autocraat
autocratie	noun	een regeringsvorm waarbij de macht wordt uitgeoefend door één man of vrouw
autocratietje	=	autocratie
autocratietjes	=	autocratie
autocratieën	=	autocratie
autocratisch	adj	dictatoriaal
autocratische	=	autocratisch
autocratischer	=	autocratisch
autocratischere	=	autocratisch
autocratischers	=	autocratisch
autocratischt	=	autocratisch
autocratischte	=	autocratisch
autocriminaliteit	noun	misdadigheid met betrekking tot auto's; diefstal van auto's
autocros	=	autocrossen
autocross	noun	terreinwedstrijd voor wagens
autocrosse	=	autocrossen
autocrossen	verb	met een auto crossen, aan autocross meedoen
autocrossend	=	autocrossen
autocrossende	=	autocrossen
autocrosses	=	autocross
autocrost	=	autocrossen
autocroste	=	autocrossen
autocrosten	=	autocrossen
autocue	noun	voor de kijker onzichtbaar scherm waarop regel voor regel de tekst van een nieuwslezer of spreker verschijnt
autocues	=	autocue
autocunnilingus	noun	zelfbevrediging door het likken van je eigen vagina
autodafe	noun	een ritueel van penitentie van door de (Spaanse ) inquisitie veroordeelde ketters en afvalligen
autodafe's	=	autodafe
autodak	noun	de bovenkant van een auto die bij een cabriolet opklapbaar is
autodaken	=	autodak
autodakje	=	autodak
autodakjes	=	autodak
autodate	=	autodaten
autodaten	verb	autodelen
autodatend	=	autodaten
autodatende	=	autodaten
autodateplaats	noun	plaats waar men met elkaar afspreekt voor het autodaten
autodateplaatsen	=	autodateplaats
autodatet	=	autodaten
autodatete	=	autodaten
autodateten	=	autodaten
autodealer	noun	een bedrijf of persoon die auto's van één bepaald merk in één bepaalde regio verkoopt
autodealers	=	autodealer
autodek	noun	dek van een (veer)boot waarop auto's vervoerd worden
autodekken	=	autodek
autodelen	verb	samen met anderen één of meer auto's gebruiken; gebuikmaken van een deelauto
autodelende	=	autodelen
autodeur	noun	de deur van een auto
autodeuren	=	autodeur
autodeurtje	=	autodeur
autodeurtjes	=	autodeur
autodichtheden	=	autodichtheid
autodichtheid	noun	de concentratie van auto's in een bepaald gebied
autodidact	noun	iemand die op eigen houtje allerlei kennis vergaart
autodidacten	=	autodidact
autodidactisch	adj	betrekking hebbend op het zichzelf dingen aanleren zonder tussenkomst van een onderwijsinstelling
autodidactische	=	autodidactisch
autodief	noun	een dief die gespecialiseerd is in het stelen van auto's
autodiefje	=	autodief
autodiefjes	=	autodief
autodiefstal	noun	de keer dat een auto gestolen wordt of is
autodiefstallen	=	autodiefstal
autodiefstalletje	=	autodiefstal
autodiefstalletjes	=	autodiefstal
autodienst	noun	bedrijf dat vervoer met auto's aanbiedt
autodiensten	=	autodienst
autodieven	=	autodief
autodistributie	noun	het verspreiden van auto's vanaf een centrale locatie naar de klanten
autodistributies	=	autodistributie
autodivisie	noun	deel van een bedrijf dat auto's produceert, verhandelt of repareert
autodivisies	=	autodivisie
autodromen	=	autodroom
autodroom	noun	parcours voor autoraces
autodroompje	=	autodroom
autodroompjes	=	autodroom
autodrooms	=	autodroom
autofabriek	noun	plaats waar auto's worden gemaakt
autofabrieken	=	autofabriek
autofabriekje	=	autofabriek
autofabriekjes	=	autofabriek
autofabrikant	noun	bedrijf dat auto's maakt
autofabrikanten	=	autofabrikant
autofellatio	noun	acrobatische vorm van zelfbevrediging waarbij een man zijn eigen penis afzuigt
autofinanciering	noun	het uitlenen van geld om een auto te kunnen kopen
autofinancieringen	=	autofinanciering
autofiscaliteit	noun	de fiscale regels rondom het wagenpark van ondernemers en werknemers
autofiscaliteiten	=	autofiscaliteit
autofocus	noun	automatische scherpstelling bij camera's, diaprojectors, vergrotingsapparaten enz
autofocuscamera	noun	camera die zichzelf scherpstelt bij het maken van foto's of video's
autofocuscamera's	=	autofocuscamera
autofocuscameraatje	=	autofocuscamera
autofocuscameraatjes	=	autofocuscamera
autogaam	adj	zich voortplantend kunnend zonder soortgenoot (voor de bestuiving)
autogaams	=	autogaam
autogame	=	autogaam
autogamie	noun	het zichtzelf bevruchten bij bloemen
autogarage	noun	gebouw waarin men een auto kan stallen
autogarages	=	autogarage
autogas	noun	een mengsel van propaan en butaan dat gebruikt kan worden voor verbranding in auto's
autogassen	=	autogas
autogebruik	noun	hoeveel men daadwerkelijk met een auto rijdt
autogebruiker	noun	persoon die rijdt in een auto
autogebruikers	=	autogebruiker
autogeen	adj	vanzelf plaatsvindend
autogeens	=	autogeen
autogeenst	=	autogeen
autogeenste	=	autogeen
autogek	noun	autoliefhebber	adj	heel erg veel van auto's houden
autogekje	=	autogek
autogekjes	=	autogek
autogekke	=	autogek
autogekken	=	autogek
autogekker	=	autogek
autogekkere	=	autogek
autogekkers	=	autogek
autogeks	=	autogek
autogekst	=	autogek
autogekste	=	autogek
autogene	=	autogeen
autogener	=	autogeen
autogenere	=	autogeen
autogeners	=	autogeen
autogereden	=	autorijden
autogeschiedenis	noun	de ontwikkeling van de auto in het verleden
autogigant	noun	zeer grote autofabrikant
autogiganten	=	autogigant
autogiro	noun	molenvliegtuig
autogiro's	=	autogiro
autogirootje	=	autogiro
autogirootjes	=	autogiro
autoglas	noun	gespecialiseerd veiligheidsglas (voor-, zij- en achterruiten) ontworpen voor auto's, gericht op structurele sterkte, veiligheid en helderheid
autogoal	noun	doelpunt gemaakt door een speler van de eigen partij; eigen doelpunt
autogoals	=	autogoal
autogordel	noun	een riem die een inzittende van een auto beschermt bij een ongeluk
autogordels	=	autogordel
autogordeltje	=	autogordel
autogordeltjes	=	autogordel
autograaf	noun	eigenhandig geschreven stuk van een beroemd persoon
autografen	=	autograaf
autografie	noun	procedé tot vermenigvuldiging van drukwerk of tekeningen
autografieën	=	autografie
autografisch	adj	met de eigen hand geschreven
autografische	=	autografisch
autografischer	=	autografisch
autografischere	=	autografisch
autografischers	=	autografisch
autogram	noun	handtekening van een beroemd persoon
autogrammen	=	autogram
autogrammetje	=	autogram
autogrammetjes	=	autogram
autogroep	noun	bedrijf met meerdere vestigingen die betrokken is bij de verkoop, productie en het onderhoud van auto's
autogroepen	=	autogroep
autogynefilie	noun	seksuele opwinding die bij sommige mannen ontstaat als ze zichzelf als vrouw voorstellen Dit is een omstreden beschrijving van erotische verlangens bij transvrouwen.
autogyro	=	autogiro
autohandel	noun	de in- en verkoop van auto's
autohandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep nieuwe of tweedehandsauto's in- en verkoopt
autohandelaars	=	autohandelaar
autohandelaartje	=	autohandelaar
autohandelaartjes	=	autohandelaar
autohandelaren	=	autohandelaar
autohandels	=	autohandel
autohoorn	noun	apparaat in een voertuig dat een luid geluid produceert om bestuurders en andere weggebruikers te waarschuwen
autohoornen	=	autohoorn
autohoorns	=	autohoorn
autohoorntje	=	autohoorn
autohoorntjes	=	autohoorn
autohouder	noun	een accessoire om een mobiele telefoon of ander apparaat veilig en stabiel in een auto te bevestigen
autohouders	=	autohouder
autohoudertje	=	autohouder
autohoudertjes	=	autohouder
autohuren	=	autohuur
autohuur	noun	overeenkomst waarbij de verhuurder een auto ter beschikking stelt aan een huurder in ruil voor een vergoeding
autokaart	noun	een wegenkaart geschikt voor gemotoriseerd verkeer
autokaarten	=	autokaart
autokatalyse	noun	katalytische werking door stoffen die zelf bij de reactie ontstaan
autokatalysen	=	autokatalyse
autokatalyses	=	autokatalyse
autokatalysetje	=	autokatalyse
autokatalysetjes	=	autogram
autokenteken	noun	het nummer (kenteken) dat een auto draagt en onder is ingeschreven.
autokentekens	=	autokenteken
autokentekentje	=	autokenteken
autokentekentjes	=	autokenteken
autokerkhof	noun	terrein waarop sloopauto's staan
autokerkhofje	=	autokerkhof
autokerkhofjes	=	autokerkhof
autokerkhoven	=	autokerkhof
autokeuring	noun	controle van een auto op technische en milieu-aspecten
autokeuringen	=	autokeuring
autokeuringsbedrijf	noun	onderenming waar men auto's beoordeelt (op veiligheid, op waarde)
autokeuringsbedrijven	=	autokeuringsbedrijf
autokeuringsbewijs	noun	schriftelijk bewijsstuk dat men de auto heeft laten keuren en dat deze in orde is bevonden
autokeuringsbewijsje	=	autokeuringsbewijs
autokeuringsbewijsjes	=	autokeuringsbewijs
autokeuringsbewijzen	=	autokeuringsbewijs
autoklonen	verb	het vervalsen van de identiteit van een auto
autoklonende	=	autoklonen
autokloner	noun	crimineel die een auto voorziet van een valse identiteit
autokloners	=	autokloner
autokloon	noun	auto met een valse identiteit
autokoper	noun	iemand die een auto koopt
autokopers	=	autokoper
autokost	noun|obsolete	geld dat men nodig heeft om met een auto te kunnen rijden
autokosten	noun	geld dat men nodig heeft om met een auto te kunnen rijden
autokostenforfait	noun	het voordeel dat iemand privé geniet door het gebruiken van de auto van de zaak voor privé doeleinden belasten door middel van een fiscale bijtelling
autokostenforfaitje	=	autokostenforfait
autokostenforfaitjes	=	autokostenforfait
autokostenforfaits	=	autokostenforfait
autokostenschijf	noun	hulpmiddel om een duidelijk overzicht te krijigen van de totale kosten die bij het bezit en gebruik van een auto komen kijken
autokostenschijfje	=	autokostenschijf
autokostenschijfjes	=	autokostenschijf
autokostenschijven	=	autokostenschijf
autokostenvergoeding	noun	geld dat een werknemer ontvangt voor het gebruiken van de privé-auto voor het woon-werkverkeer
autokostenvergoedingen	=	autokostenvergoeding
autokostenvergoedinkje	=	autokostenvergoeding
autokostenvergoedinkjes	=	autokostenvergoeding
autokraak	noun	inbraak in een auto om de auto zelf te stelen
autokraakje	=	autokraak
autokraakjes	=	autokraak
autokraken	=	autokraak
autokraker	noun	icrimineel die inbreekt in auto's
autokrakers	=	autokraker
autolak	noun	glimmende verf die men gebruikt voor het verven van auto's, autolak wordt gebruikt als buitenste verflaag
autolakken	=	autolak
autolamp	noun	lamp van een auto
autolampen	=	autolamp
autolampje	=	autolamp
autolampjes	=	autolamp
autoland	noun|figurative	alles en iedereen die te maken heeft met auto's
autolanden	=	autoland
autolease	noun	het leasen van een auto
autoleasebedrijf	noun	bedrijf dat auto's voor een langere, vaste termijn verhuurt
autoleasebedrijfje	=	autoleasebedrijf
autoleasebedrijfjes	=	autoleasebedrijf
autoleasebedrijven	=	autoleasebedrijf
autoleasemaatschappij	noun	maatschappij die auto's voor een langere, vaste termijn verhuurt
autoleasemaatschappijen	=	autoleasemaatschappij
autoleasing	noun	het langdurig huren en verhuren van auto's
autoleasings	=	autoleasing
autolening	noun	een geldlening die men aangaat om een auto te kunnen kopen
autoleningen	=	autolening
autoleninkje	=	autolening
autoleninkjes	=	autolening
autolicht	noun	verlichting van een auto die een auto zichtbaar maakt in het donker en waardoor de automobilist de omgeving kan zien
autolichten	=	autolicht
autolichtje	=	autolicht
autolichtjes	=	autolicht
autoliefhebber	noun	persoon die veel plezier beleeft aan auto's
autoliefhebbers	=	autoliefhebber
autolobby	noun	belangengroep die achter de schermen opkomt voor de belangen van de autoindustrie
autolobby's	=	autolobby
autolockdoos	noun	kartonnen doos met een automatisch sluitende bodem die in één snelle beweging kan worden opgezet, zonder dat tape nodig is voor de bodem
autolockdoosje	=	autolockdoos
autolockdoosjes	=	autolockdoos
autolockdozen	=	autolockdoos
autologe	=	autoloog
autologisch	adj	met betrekking tot de autologie, identiek met hetgeen door het woord wordt aangeduid
autologische	=	autologisch
autologischer	=	autologisch
autologischere	=	autologisch
autologischers	=	autologisch
autoloog	adj	op zichzelf betrekking hebbend
autoloogs	=	autoloog
autoloos	adj	zonder autoverkeer
autoloost	=	autoloos
autolooste	=	autoloos
autoloze	=	autoloos
autolozer	=	autoloos
autolozere	=	autoloos
autolozers	=	autoloos
autoluw	adj	met relatief weinig auto's
autoluwe	=	autoluw
autoluwer	=	autoluw
autoluwere	=	autoluw
autoluwers	=	autoluw
autoluws	=	autoluw
autoluwst	=	autoluw
autoluwste	=	autoluw
autolyse	noun	het uiteenvallen van weefsels en organen door de activiteit van hun eigen enzymen
automaat	noun	een toestel dat, eenmaal in werking gezet, zonder verdere tussenkomst een aantal handelingen verricht
automaatje	=	automaat
automaatjes	=	automaat
automagazine	noun	tijdschrift dat de auto, het autorijden en de autoindustrie als onderwerp heeft
automagazines	=	automagazine
automagisch	adj	automatisch waarbij het onderliggende proces niet eenvoudig valt te doorgronden waardoor het op magie lijkt
automagische	=	automagisch
automagischer	=	automagisch
automagischere	=	automagisch
automagischers	=	automagisch
automagischt	=	automagisch
automagischte	=	automagisch
automaker	noun	bedrijf dat auto's produceert
automakers	=	automaker
automarkt	noun	handel in (tweedehands) auto's
automarkten	=	automarkt
automarktje	=	automarkt
automarktjes	=	automarkt
automaten	=	automaat
automatenbranche	noun	bedrijven die automaten maken die producten afleveren na inworp van muntgeld
automatenbranches	=	automatenbranche
automatenbranchetje	=	automatenbranche
automatenbranchetjes	=	automatenbranche
automatenhal	noun	ruimte waarin meerdere gokautomaten staan opgesteld
automatenhallen	=	automatenhal
automatenhalletje	=	automatenhal
automatenhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep (gok)automaten in- en verkoopt en vaak ook exploiteert
automatenhandelaars	=	automatenhandelaar
automatenhandelaartje	=	automatenhandelaar
automatenhandelaartjes	=	automatenhandelaar
automatenhandelaren	=	automatenhandelaar
automatentheorie	noun	de theorie betreffende cellulaire automaten
automatentheorietje	=	automatentheorie
automatentheorietjes	=	automatentheorie
automatentheorieën	=	automatentheorie
automatie	noun	zelfstandige handelingen en verrichtingen die gebeuren zonder zich dit bewust te zijn
automatiek	noun	een verkoopautomaat, in een automatiek ligt bereid voedsel op een servetje of kartonnetje achter glazen deurtjes, waar het warm wordt gehouden
automatieken	=	automatiek
automatiekje	=	automatiek
automatietje	=	automatie
automatieën	=	automatie
automatisatie	noun	een handeling die door veelvuldige herhaling steeds meer onbewust wordt verricht
automatisaties	=	automatisatie
automatisch	adj	niet bestuurd door de hand van de mens	adv	zonder menselijke besturing
automatische	=	automatisch
automatischer	=	automatisch
automatischere	=	automatisch
automatischers	=	automatisch
automatischt	=	automatisch
automatischte	=	automatisch
automatiseer	=	automatiseren
automatiseerde	=	automatiseren
automatiseerden	=	automatiseren
automatiseerder	noun	bedrijf dat automatiseringssoftware ontwikkelt, verkoopt en onderhoudt
automatiseerders	=	automatiseerder
automatiseeren	=	automatiseren
automatiseering	=	automatisering
automatiseert	=	automatiseren
automatisere	=	automatiseren
automatiseren	verb	automatisch doen werken
automatiserend	=	automatiseren
automatiserende	=	automatiseren
automatisering	noun	Het fenomeen dat productieprocessen worden gedaan door (geprogrammeerde) machines.
automatiseringen	=	automatisering
automatiseringsaanpak	noun	de manier waarop men bedrijfsprocessen automatiseert
automatiseringsaanpakje	=	automatiseringsaanpak
automatiseringsaanpakjes	=	automatiseringsaanpak
automatiseringsaanpakken	=	automatiseringsaanpak
automatiseringsafdeling	noun	ict-afdeling van een bedrijf of organisatie
automatiseringsafdelingen	=	automatiseringsafdeling
automatiseringsbedrijf	noun	onderneming die andere bedrijven helpt met het gebruiken van computers
automatiseringsbedrijfje	=	automatiseringsbedrijf
automatiseringsbedrijfjes	=	automatiseringsbedrijf
automatiseringsbedrijven	=	automatiseringsbedrijf
automatiseringsbegeleiding	noun	mensen en bedrijven assisteren bij het automatiseren van een bedrijfsvoering en andere processen
automatiseringsbegeleidingen	=	automatiseringsbegeleiding
automatiseringsbeleid	noun	voornemens betreffende de automatisering van bedrijfsprocessen
automatiseringsbeleidje	=	automatiseringsbeleid
automatiseringsbranche	noun	bedrijfstak van ict- en computerbedrijven
automatiseringsbranches	=	automatiseringsbranche
automatiseringsbureau	noun	bedrijf dat de automatiseringsprojecten van bedrijven en organisaties uitvoert en begeleidt
automatiseringsbureaus	=	automatiseringsbureau
automatiseringsbureautje	=	automatiseringsbureau
automatiseringsbureautjes	=	automatiseringsbureau
automatiseringsconcern	noun	een groot bedrijf dat zich toelegt op de toepasssing van de informatica bij andere bedrijven
automatiseringsconcerns	=	automatiseringsconcern
automatiseringsconcerntje	=	automatiseringsconcern
automatiseringsconcerntjes	=	automatiseringsconcern
automatiseringscursus	noun	cursus waarbij men leert om te vaan met een geautomatiseerd systeem
automatiseringscursusje	=	automatiseringscursus
automatiseringscursusjes	=	automatiseringscursus
automatiseringscursussen	=	automatiseringscursus
automatiseringsdag	noun	themadag die in het teken staat van de automatisering
automatiseringsdagen	=	automatiseringsdag
automatiseringsdagje	=	automatiseringsdag
automatiseringsdagjes	=	automatiseringsdag
automatiseringsdeskundige	noun	persoon die veel kennis heeft van de automatisering
automatiseringsdeskundigen	=	automatiseringsdeskundige
automatiseringsexpert	noun	persoon die zeer deskundig is op het gebied van de automatisering
automatiseringsexperten	=	automatiseringsexpert
automatiseringsexpertje	=	automatiseringsexpert
automatiseringsexpertjes	=	automatiseringsexpert
automatiseringsexperts	=	automatiseringsexpert
automatiseringsfunctie	noun	aanstelling in een bedrijf betreffende de automatisering
automatiseringsfuncties	=	automatiseringsfunctie
automatiseringsfunctietje	=	automatiseringsfunctie
automatiseringsfunctietjes	=	automatiseringsfunctie
automatiseringsgebied	noun	alles wat de automatisering betreft; het terrein van de automatisering
automatiseringsgebieden	=	automatiseringsgebied
automatiseringsgebiedje	=	automatiseringsgebied
automatiseringsgebiedjes	=	automatiseringsgebied
automatiseringsgids	noun	drukwerk met informatie over onderwerpen betreffende de automatisering
automatiseringsgidsen	=	automatiseringsgids
automatiseringsgidsje	=	automatiseringsgids
automatiseringsgidsjes	=	automatiseringsgids
automatiseringsgolf	noun	plotselinge toename van het aantal werkzaamheden die door machines worden overgenomen
automatiseringsgolven	=	automatiseringsgolf
automatiseringsgraad	noun	mate waarin werkzaamheden door geprogrammeerde machines worden verricht
automatiseringsgraden	=	automatiseringsgraad
automatiseringskost	noun|obsolete	kosten die men maakt voor computers, software en personeel die bepaalde procedures automatiseren
automatiseringskosten	noun	kosten die men maakt voor computers, software en personeel die bepaalde procedures automatiseren
automatiseringsman	noun	persoon die gaat over de automatisering van een bedrijf of organisatie
automatiseringsmannen	=	automatiseringsman
automatiseringsmannetje	=	automatiseringsman
automatiseringsmannetjes	=	automatiseringsman
automatiseringsmarkt	noun	het geheel van vraag naar en aanbod van automatiseringsproducten
automatiseringsmarkten	=	automatiseringsmarkt
automatiseringspersoneel	noun	personen die in dienst zijn van een bedrijf of organisatie in verband met de automatisering van bedrijfsprocessen
automatiseringsplan	noun	voornemens betreffende de automatisering van bedrijfsprocessen
automatiseringsplannen	=	automatiseringsplan
automatiseringsplannetje	=	automatiseringsplan
automatiseringsplannetjes	=	automatiseringsplan
automatiseringsplanning	noun	uitgewerkt plan betreffende de automatisering van bedrijfsprocessen
automatiseringsplanningen	=	automatiseringsplanning
automatiseringsproject	noun	project betreffende de automatisering van (delen van) een bedrijf
automatiseringsprojecten	=	automatiseringsproject
automatiseringssector	noun	groep bedrijven die andere bedrijven automatiseren
automatiseringssectoren	=	automatiseringssector
automatiseringssectors	=	automatiseringssector
automatiseringssysteem	noun	informatiesysteem waarmee zaken door apparaten gedaan kunnen worden die eerst door mensen gedaan moesten worden
automatiseringssysteempje	=	automatiseringssysteem
automatiseringssysteempjes	=	automatiseringssysteem
automatiseringssystemen	=	automatiseringssysteem
automatiseringsterrein	noun	alles wat de automatisering betreft; het terrein van de automatisering
automatiseringsterreinen	=	automatiseringsterrein
automatiseringstijdperk	noun	periode in de geschiedenis waarin het gebruik van geprogrammeerde machines in de productie sterk toeneemt
automatiseringstijdperken	=	automatiseringstijdperk
automatiserinkje	=	automatisering
automatiserinkjes	=	automatisering
automatisme	noun	onwillekeurig plaatshebbende handeling
automatismen	=	automatisme
automatismetje	=	automatisme
automaton	=	automaat
automatum	=	automaat
automecanicien	noun	vakman die de werking van motorvoertuigen met een carrosserie herstelt of verbetert
automecanicienne	noun	vakvrouw die de werking van motorvoertuigen met een carrosserie herstelt of verbetert
automecaniciennes	=	automecanicienne
automecaniciens	=	automecanicien
automechanica	noun	studierichting in het Vlaams secundair onderwijs
automechanieker	noun	iemand die auto's onderhoudt en repareert en die een opleiding automechanica heeft gevolgd
automechaniekers	=	automechanieker
automerk	noun	merk van de auto
automerken	=	automerk
automerkje	=	automerk
automerkjes	=	automerk
automobiel	noun	gemotoriseerd voertuig op vier of meer wielen, auto
automobielbedrijf	noun	bedrijf dat auto's verkoopt en onderhoudt
automobielbedrijfje	=	automobielbedrijf
automobielbedrijfjes	=	automobielbedrijf
automobielbedrijven	=	automobielbedrijf
automobielbranche	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de verkoop, het onderhoud en de productie van auto's
automobielbranches	=	automobielbranche
automobielclub	noun	vereniging van autoeigenaren; vereniging van autoliefhebbers
automobielclubs	=	automobielclub
automobielconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse autofabrikanten
automobielconcerns	=	automobielconcern
automobielen	=	automobiel
automobielfabriek	noun	fabriek waar men auto's maakt
automobielfabrieken	=	automobielfabriek
automobielfabriekje	=	automobielfabriek
automobielfabriekjes	=	automobielfabriek
automobielfabrikant	noun	bedrijf dat auto's maakt
automobielfabrikanten	=	automobielfabrikant
automobielfederatie	noun	federatie van auto- , motorsport- en motorclubs
automobielfederaties	=	automobielfederatie
automobielindustrie	noun	bedrijfstak die auto's produceert
automobielindustrieën	=	automobielindustrie
automobielinspectie	noun	met de ogen beoordelen van een auto (voor het bepalen van de waarde of de ernst van de schade)
automobielinspecties	=	automobielinspectie
automobielmarkt	noun	het geheel van vraag en aanbod betreffende auto's
automobielmarkten	=	automobielmarkt
automobielnijverheden	=	automobielnijverheid
automobielnijverheid	noun	bedrijven betrokken bij de productie van auto's
automobielsector	noun	alle breddrijven die verbonden zijn met de productie, verkoop en onderhoud van auto's
automobielsectoren	=	automobielsector
automobielsectors	=	automobielsector
automobielsport	noun	wedstrijdsport waarbij men in sportauto's rijdt
automobieltje	=	automobiel
automobieltjes	=	automobiel
automobilisme	noun	automobielsport
automobilist	noun	een bestuurder van een auto, chauffeur
automobiliste	noun	vrouwelijke vorm van automobilist, chauffeuse
automobilisten	=	automobilist
automobilistenclub	noun	vereniging van autobezitters
automobilistenclubje	=	automobilistenclub
automobilistenclubjes	=	automobilistenclub
automobilistenclubs	=	automobilistenclub
automobilistenvereniging	noun	vereniging die de belangen van autobezitters behartigt
automobilistenverenigingen	=	automobilistenvereniging
automobilistenverenigingetje	=	automobilistenvereniging
automobilistenverenigingetjes	=	automobilistenvereniging
automobilistes	=	automobiliste
automobilistje	=	automobilist
automobilistjes	=	automobilist
automobiliteit	noun	mate waarin men voor het vervoer van personen of goederen gebruik wil maken van de auto
automodel	noun	type auto geproduceerd door één autofabrikant
automodellen	=	automodel
automonteur	noun	vakman die de werking van motorvoertuigen met een carrosserie herstelt of verbetert
automonteurs	=	automonteur
automonteurtje	=	automonteur
automonteurtjes	=	automonteur
automorfisme	noun	een bijectieve afbeelding van een object naar zichzelf die de structuur van het object behoudt, anders gezegd een isomorfisme van het object naar zichzelf
automorfismen	=	automorfisme
automorfismes	=	automorfisme
automorfismetje	=	automorfisme
automorfismetjes	=	automorfisme
automotive	noun	auto-industrie
automotives	=	automotive
automotor	noun	in een auto geplaatste of te plaatsen motor
automotoren	=	automotor
automotors	=	automotor
automotortje	=	automotor
automotortjes	=	automotor
automusea	=	automuseum
automuseum	noun	tentoonstellingsgebouw voor bijzondere en oude auto's
automuseumpje	=	automuseum
automuseumpjes	=	automuseum
automuseums	=	automuseum
automutilatie	noun	het zichzelf opzettelijk verminken
automutilaties	=	automutilatie
automutileer	=	automutileren
automutileerde	=	automutileren
automutileerden	=	automutileren
automutileert	=	automutileren
automutilere	=	automutileren
automutileren	verb	zichzelf (met opzet) verminken
automutilerend	=	automutileren
automutilerende	=	automutileren
autonavigatie	noun	routenavigatiesysteem voor auto's
autonavigatiesysteem	noun	boordcomputer in een auto, die registreert waar deze zich bevindt en de kortste route aangeeft wanneer de bestuurder een bestemming opgeeft
autonavigatiesysteempje	=	autonavigatiesysteem
autonavigatiesysteempjes	=	autonavigatiesysteem
autonavigatiesystemen	=	autonavigatiesysteem
autoniem	adj	met naam
autonieme	=	autoniem
autoniemen	=	autoniem
autoniemer	=	autoniem
autoniemere	=	autoniem
autoniemers	=	autoniem
autoniems	=	autoniem
autoniemst	=	autoniem
autoniemste	=	autoniem
autonijverheden	=	autonijverheid
autonijverheid	noun	auto-industrie
autonome	=	autonoom
autonomen	=	autonoom
autonomer	=	autonoom
autonomere	=	autonoom
autonomers	=	autonoom
autonomie	noun	gedeeltelijk zelfbestuur (met de mogelijkheid om zelf wetgeving te maken)
autonomiebespreking	noun	een gesprek waarin wordt afgestemd in hoeverre een individu of team zelf de regie heeft over het eigen handelen, het werk of de keuzes.
autonomiebesprekingen	=	autonomiebespreking
autonomiebesprekinkje	=	autonomiebespreking
autonomiebesprekinkjes	=	autonomiebespreking
autonomiebeweging	noun	een verzameling van linkse, anarchistische en marxistische politieke groeperingen die in de jaren zeventig van de twintigste eeuw in Europa opkwamen.
autonomiebewegingen	=	autonomiebeweging
autonomiebeweginkje	=	autonomiebeweging
autonomiebeweginkjes	=	autonomiebeweging
autonomiegroep	noun	een groep mensen die zich richt op zelfbeheer, zelforganisatie en onafhankelijkheid
autonomiegroepen	=	autonomiegroep
autonomieplan	noun	voornemen om een bepaalde regio meer zelfbestuur te geven
autonomieplannen	=	autonomieplan
autonomieplannetje	=	autonomieplan
autonomieplannetjes	=	autonomieplan
autonomieproblematiek	noun	moeilijkheden die mensen ervaren met het vinden, behouden of uitoefenen van zelfstandigheid en zelfbeschikking
autonomieproblematieken	=	autonomieproblematiek
autonomiestatuten	=	autonomiestatuut
autonomiestatuut	noun	officieel besluit over hoe zelfstandig een deel van een land kan functioneren
autonomiestatuutje	=	autonomiestatuut
autonomiestatuutjes	=	autonomiestatuut
autonomietje	=	autonomie
autonomietjes	=	autonomie
autonomievergroting	noun	bevordering van de zelfredzaamheid
autonomievergrotingen	=	autonomievergroting
autonomieën	=	autonomie
autonomisme	noun	een radicaal-links streven naar de opbouw van een alternatieve orde buiten de reguliere, kapitalistische orde om
autonomist	noun	aanhanger van een radicaal-links streven naar de opbouw van een alternatieve orde buiten de reguliere, kapitalistische orde om
autonomisten	=	autonomist
autonomistisch	adj	met betrekking tot het autonomisme
autonomistische	=	autonomistisch
autonomistischer	=	autonomistisch
autonomistischere	=	autonomistisch
autonomistischers	=	autonomistisch
autonomiteit	noun	de zelfstandigheid; het op eigen houtje iets kunnen doen zonder dat een ander daar toestemming voor hoeft te geven
autonoom	noun	anarchistische jongere in Nederland in de jaren tachtig van de twintigste eeuw	adj	op zichzelf staand, zelfstandig, onafhankelijk
autonoompje	=	autonoom
autonoompjes	=	autonoom
autonooms	=	autonoom
autonoomst	=	autonoom
autonoomste	=	autonoom
autonummer	noun	aflevering van een tijdschrift die speciaal gewijd is aan auto's
autonummers	=	autonummer
autootje	=	auto
autootjes	=	auto
autopapier	noun	een document dat op de auto betrekking heeft
autopapieren	noun	documenten die volgens de wet aantonen dat een motorvoertuig in het verkeer gebruikt mag worden, het kentekenbewijs en het verzekeringsbewijs
autopark	noun	verzameling auto's die een organisatie of bedrijf tot zijn beschikking heeft
autoparken	=	autopark
autopech	noun	oponthoud door mankementen aan een motorvoertuig
autoped	noun	step
autopedje	=	autoped
autopedjes	=	autoped
autopeds	=	autoped
autopet	=	autopetten
autopette	=	autopetten
autopetten	verb	zich met een autoped voortbewegen
autopettend	=	autopetten
autopettende	=	autopetten
autopiloot	noun	een systeem in een vliegtuig, schip of ruimtevaartuig dat het voertuig automatisch bestuurt
autopiloten	=	autopiloot
autoplastiek	noun	herstel van een verminkt stuk huid, d.m.v. een aan een ander deel van het lichaam ontnomen materiaal
autoplastieken	=	autoplastiek
autopletter	noun	toestel waarmee men autowrakken tot handteerbare pakketten kan samenpersen
autopletters	=	autopletter
autopoetsbedrijf	noun	een gespecialiseerd bedrijf dat auto's grondig reinigt en onderhoudt, zowel van binnen als van buiten, om ze weer in showroomconditie te brengen
autopoetsbedrijfje	=	autopoetsbedrijf
autopoetsbedrijfjes	=	autopoetsbedrijf
autopoetsbedrijven	=	autopoetsbedrijf
autoportier	noun	deur waardoor een passagier een auto in- en uit kan gaan
autoportieren	=	autoportier
autoprobleem	noun	moeilijkheid met de auto
autoproblemen	=	autoprobleem
autoproducent	noun	bedrijf dat auto's maakt
autoproducenten	=	autoproducent
autoproductie	noun	het maken van auto's
autoproducties	=	autoproductie
autoprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma dat gaat over auto's en autorijden
autoprogramma's	=	autoprogramma
autoprogrammaatje	=	autoprogramma
autoprogrammaatjes	=	autoprogramma
autopsie	noun	een lijkschouwing
autopsierapport	noun	verslag van een lijkschouwing, waarin de patholoog-anatoom vaak meldt wat de doodsoorzaak is
autopsierapporten	=	autopsierapport
autopsies	=	autopsie
autopsietje	=	autopsie
autopsietjes	=	autopsie
autopsieën	=	autopsie
autopsiën	noun|obsolete	schrijfwijze voor autopsieën
autoraam	noun	een van de ramen van een auto
autoraampje	=	autoraam
autoraampjes	=	autoraam
autorace	noun	snelheidswedstrijd met auto's
autoracebaan	noun	parcours voor autoraces
autoracebaantje	=	autoracebaan
autoracebaantjes	=	autoracebaan
autoracebanen	=	autoracebaan
autoracen	verb	meedoen met een snelheidsrace voor auto's
autoracend	=	autoracen
autoracende	=	autoracen
autoraces	=	autorace
autoradio	noun	in een auto ingebouwde radio (vaak tevens voorzien van cd-speler etc.)
autoradio's	=	autoradio
autoradiootje	=	autoradio
autoradiootjes	=	autoradio
autorally	noun	autorace op de, al dan niet tijdelijk afgesloten, openbare weg
autorally's	=	autorally
autorallysport	noun	het in wedstrijd verband racen met auto's op de, al dan niet tijdelijk afgesloten, openbare weg
autoramen	=	autoraam
autoreclame	noun	commerciële boodschap waarin een men een bepaald type auto aanbeveelt
autoreclames	=	autoreclame
autorede	=	autorijden
autoreden	=	autorijden
autoreed	=	autorijden
autoreedt	=	autorijden
autoregeling	noun	reglement dat een bedrijf hanteert voor zaken die samenhangen met het gebruik van en de keuzevrijheid betreffende de auto van de zaak
autoregelingen	=	autoregeling
autoregressie	noun	statistische analysetechniek van een tijdreeks die gebruikt wordt voor het maken van voorspellingen
autoregressies	=	autoregressie
autoreis	noun	een tocht of vakantie waarbij de auto het belangrijkste vervoermiddel is
autoreisje	=	autoreis
autoreisjes	=	autoreis
autoreizen	=	autoreis
autorenbaan	noun	parcours voor autoraces
autorenbaantje	=	autorenbaan
autorenbaantjes	=	autorenbaan
autorenbanen	=	autorenbaan
autoreply	noun	een functie van een e-mailprogramma die ervoor zorgt dat iedere afzender van een e-mail automatisch een reactie krijgt
autoreply's	=	autoreply
autoreus	noun	zeer grote autoproducent
autoreuzen	=	autoreus
autoreverse	adj	automatische omkering van de afspeelrichting van een geluidsband, waardoor eindeloze weergave mogelijk is
autoreverses	=	autoreverse
autorij	=	autorijden
autorijbewijs	noun	een certificaat dat als bewijs dient voor iemands bevoegdheid om een autovoertuig te besturen
autorijbewijsje	=	autorijbewijs
autorijbewijsjes	=	autorijbewijs
autorijbewijzen	=	autorijbewijs
autorijd	=	autorijden
autorijde	=	autorijden
autorijden	verb	zich voortbewegen door een auto te besturen
autorijdend	=	autorijden
autorijdende	=	autorijden
autorijder	noun	iemand die een autovoertuig bestuurt
autorijders	=	autorijder
autorijdertje	=	autorijder
autorijdertjes	=	autorijder
autorijdster	noun	vrouwelijke vorm van autorijder
autorijdsters	=	autorijdster
autorijdstertje	=	autorijdster
autorijdstertjes	=	autorijdster
autorijdt	=	autorijden
autorijles	noun	een les waarin iemand wordt aangeleerd om een autovoertuig te besturen
autorijlesje	=	autorijles
autorijlesjes	=	autorijles
autorijlessen	=	autorijles
autorijscholen	=	autorijschool
autorijschool	noun	instelling waar men diverse rijbewijzen voor het besturen van motorvoertuigen kan halen
autorijschooltje	=	autorijschool
autorijschooltjes	=	autorijschool
autorisatie	noun	machtiging, verlening van een bevoegdheid door een autoriteit
autorisaties	=	autorisatie
autoriseer	=	autoriseren
autoriseerde	=	autoriseren
autoriseerden	=	autoriseren
autoriseert	=	autoriseren
autorisere	=	autoriseren
autoriseren	verb	iemand volmacht geven om iets te doen
autoriserend	=	autoriseren
autoriserende	=	autoriseren
autorit	noun	een reisje met de auto
autoritair	adj	gebaseerd op, of gebruikmakend van macht als eerste beginsel; dwingend met macht en gezag
autoritairder	=	autoritair
autoritairdere	=	autoritair
autoritairders	=	autoritair
autoritaire	=	autoritair
autoritairs	=	autoritair
autoritairst	=	autoritair
autoritairste	=	autoritair
autoritarisme	noun	systeem (meestal dictatuur) waarbij alle macht berust bij een kleine groep die niet aan enigerlei vorm van controle onderworpen is
autoritatief	adj	autoritair
autoritatiefs	=	autoritatief
autoritatiefst	=	autoritatief
autoritatiefste	=	autoritatief
autoritatieve	=	autoritatief
autoritatiever	=	autoritatief
autoritatievere	=	autoritatief
autoritatievers	=	autoritatief
autoriteit	noun	de overheid, het bevoegd gezag
autoriteiten	=	autoriteit
autoriteitje	=	autoriteit
autoriteitjes	=	autoriteit
autoriteitsconflict	noun	situatie waarbij men strijdt over wie het gezag heeft; situatie waarbij het gezag niet wordt aanvaard
autoriteitsconflicten	=	autoriteitsconflict
autoriteitsconflictje	=	autoriteitsconflict
autoriteitsconflictjes	=	autoriteitsconflict
autoriteitsgevoeligheden	=	autoriteitsgevoeligheid
autoriteitsgevoeligheid	noun	de mate waarin men zich laat beïnvloeden door het gezag
autoritje	=	autorit
autoritjes	=	autorit
autoritten	=	autorit
autoroute	noun	de weg tussen twee plaatsen die speciaal geschikt is voor autoverkeer
autorouten	=	autoroute
autoroutes	=	autoroute
autoruit	noun	ruit van een auto
autoruiten	=	autoruit
autoruitje	=	autoruit
autoruitjes	=	autoruit
autosalon	noun	overdekte tentoonstelling waar autofabrikanten hun nieuwste autotypen presenteren
autosalons	=	autosalon
autoschade	noun	beschadiging van auto's door bijvoorbeeld ongevallen
autoschadeherstel	noun	het repareren van auto's die beschadigd zijn geraakt (bij een ongeval)
autoschadehersteller	noun	iemand de beschadigde auto's repareert
autoschadeherstellers	=	autoschadehersteller
autoschaden	=	autoschade
autoschades	=	autoschade
autoschepen	=	autoschip
autoschip	noun	vrachtschip voor het transport van (nieuwe) auto's
autoscooter	noun	een driewielig voertuig voor (meestal) twee personen met een dusdanige constructie dat er geen schade aan de auto ontstaat als tegen andere botsauto's aangereden (gebotst) wordt
autoscooters	=	autoscooter
autoscootertje	=	autoscooter
autoscootertjes	=	autoscooter
autosector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de aan- en verkoop van auto's
autosectoren	=	autosector
autosectors	=	autosector
autoseksualiteit	noun	een seksuele voorkeur voor masturbatie (zelfbevrediging) boven seks met een partner
autoshampoo	noun	speciaal reinigingsmiddel dat ontworpen is om auto's veilig en effectief te wassen, zonder de lak te beschadigen
autoshampoos	=	autoshampoo
autoshampootje	=	autoshampoo
autoshampootjes	=	autoshampoo
autoshop	noun	winkel waar men producten voor de auto verkoopt
autoshops	=	autoshop
autoshow	noun	tentoonstelling van auto's
autoshowroom	noun	ruimte waarin te verkopen auto's worden getoond
autoshowrooms	=	autoshowroom
autoshows	=	autoshow
autoshowtje	=	autoshow
autoshowtjes	=	autoshow
autoslaaptrein	noun	een trein waarmee reizigers hun eigen auto of motor kunnen vervoeren, terwijl ze zelf de nacht doorbrengen in een ander deel van de trein
autoslaaptreinen	=	autoslaaptrein
autosleutel	noun	sleutel die toegang geeft tot een motorvoertuig
autosleutels	=	autosleutel
autosleuteltje	=	autosleutel
autosleuteltjes	=	autosleutel
autosloperij	noun	bedrijf dat gebruikte auto's sloopt om de nog bruikbare onderdelen en metalen te kunnen verkopen
autosloperijen	=	autosloperij
autosnelweg	noun	weg voor snelverkeer (dat sneller kan en mag rijden dan 60 km per uur), met gescheiden rijbanen, een middenberm en ongelijkvloerse kruisingen
autosnelwegen	=	autosnelweg
autosomen	=	autosoom
autosoom	noun	een chromosoom dat geen geslachtschromosoom (heterosoom) is; homoloog chromosoom
autosoompje	=	autosoom
autospiegel	noun	spiegel in of aan een auto waarmee een chauffeur kan zien wat achter de auto gebeurt zonder het hoofd te moeten omdraaien
autospiegels	=	autospiegel
autospiegeltje	=	autospiegel
autospiegeltjes	=	autospiegel
autospons	noun	een speciaal ontworpen, zachte en absorberende spons (vaak van schuim, microvezel of met een netstructuur) om voertuigen handmatig te wassen en vuil, stof en vlekken krasvrij te verwijderen
autosponsen	=	autospons
autosponsje	=	autospons
autosponsjes	=	autospons
autosponzen	=	autospons
autosport	noun	verzamelnaam voor wedstrijden die verreden worden met een gemotoriseerd voertuig met vier of meer wielen
autosporten	=	autosport
autosportfederatie	noun	internationale vereniging van autosportbonden
autosportfederaties	=	autosportfederatie
autospuit	noun	gemotoriseerde brandspuit
autospuiten	=	autospuit
autospuiter	noun	iemand die een laklaag aanbrengt op een auto
autospuiters	=	autospuiter
autostaanplaats	noun	parkeerplaats voor een auto
autostaanplaatsen	=	autostaanplaats
autostambomen	=	autostamboom
autostamboom	noun	register waarin alle vorige eigenaren van een klassieke auto zijn opgenomen
autostoel	noun	een zitplaats in een auto
autostoelen	=	autostoel
autostoeltje	=	autostoel
autostoeltjes	=	autostoel
autostop	noun	lift, reis met de duim
autostops	=	autostop
autostrada	noun	autoweg met gescheiden rijbanen en ongelijkvloerse kruisingen
autostrada's	=	autostrada
autostrade	noun	autosnelweg
autostradeke	=	autostrade
autostraden	=	autostrade
autostrades	=	autostrade
autostradetje	=	autostrade
autosuggestie	noun	het verschijnsel dat eigen gedachten (suggestie) een positief of negatief effect kunnen hebben op lichamelijk of geestelijk welzijn
autosuggesties	=	autosuggestie
autosuggestietje	=	autosuggestie
autosuggestietjes	=	autosuggestie
autosurf	=	autosurfen
autosurfde	=	autosurfen
autosurfden	=	autosurfen
autosurfe	=	autosurfen
autosurfen	verb	staand op een autodak zich rond laten rijden
autosurfend	=	autosurfen
autosurfende	=	autosurfen
autosurft	=	autosurfen
autosurfte	=	autosurfen
autosurften	=	autosurfen
autotechniek	noun	vakgebied van alles wat met het ontwerpen, fabriceren, onderhouden en herstellen van auto's te maken heeft
autotechnieken	=	autotechniek
autotelefoon	noun	mobiele telefonie vanuit de auto
autotelefoons	=	autotelefoon
autotelefoontje	=	autotelefoon
autotelefoontjes	=	autotelefoon
autotentoonstelling	noun	tentoonstelling van auto's
autotentoonstellingen	=	autotentoonstelling
autotocht	noun	een reis met een auto
autotochten	=	autotocht
autotochtje	=	autotocht
autotochtjes	=	autotocht
autotransformator	noun	een transformator waarbij de secundaire spanning gerealiseerd wordt door een aftakking direct van de primaire wikkeling (er treedt dus geen scheiding op van 'primair' en 'secundair' circuit)
autotransformatoren	=	autotransformator
autotransformators	=	autotransformator
autotransformatortje	=	autotransformator
autotransformatortjes	=	autotransformator
autotrein	noun	personentrein waarop men ook zijn auto of motor mee kan nemen, terwijl ze zelf verblijven in een ander deel van de trein
autotreinen	=	autotrein
autotreintje	=	autotrein
autotreintjes	=	autotrein
autotsaar	noun	door de overheid aangestelde persoon die een reorganisatie in een autobedrijf moet doorvoeren
autotsaren	=	autotsaar
autotunnel	noun	onderdoorgang die toegankelijk is voor auto's
autotunnels	=	autotunnel
autotunneltje	=	autotunnel
autotunneltjes	=	autotunnel
autotype	noun	bepaald model auto dat door één autofabrikant wordt gemaakt
autotypen	=	autotype
autotypes	=	autotype
autotypie	noun	het maken van een cliché van een door een raster opgenomen foto
autotypieën	=	autotypie
autovaccin	noun	Een entstof die bereid is met behulp van een uit één of meer dieren geïsoleerde pathogene organismen of antigenen met het oog op de incidentele toepassing bij datzelfde dier of diezelfde dieren of dieren die daarmee tezamen worden gehouden op dezelfde locatie
autovaccins	=	autovaccin
autovakantie	noun	Vakantie waarbij de auto het belangrijkste vervoersmiddel is
autovakanties	=	autovakantie
autovakantietje	=	autovakantie
autovakantietjes	=	autovakantie
autoveerboot	noun	een veerboot waarmee ook auto's overgezet kunnen worden
autoveerbootje	=	autoveerboot
autoveerbootjes	=	autoveerboot
autoveerboten	=	autoveerboot
autoverhuur	noun	het tegen een financiële vergoeding voor een korte tijd beschikbaar stellen van een auto aan een huurder
autoverhuurbedrijf	noun	bedrijf dat auto's zonder chauffeur verhuurt
autoverhuurbedrijfje	=	autoverhuurbedrijf
autoverhuurbedrijfjes	=	autoverhuurbedrijf
autoverhuurbedrijven	=	autoverhuurbedrijf
autoverhuurder	noun	iemand of organisatie die een auto tegen betaling ter beschikking stelt
autoverhuurders	=	autoverhuurder
autoverhuurdertje	=	autoverhuurder
autoverhuurdertjes	=	autoverhuurder
autoverkeer	noun	alle vervoer per auto
autoverkoop	noun	de keer dat men tegen betaling een auto levert
autoverkoopbedrijf	noun	een onderneming die zich primair toelegt op de inkoop en verkoop van auto's met als doel winst te maken
autoverkoopbedrijfje	=	autoverkoopbedrijf
autoverkoopbedrijfjes	=	autoverkoopbedrijf
autoverkoopbedrijven	=	autoverkoopbedrijf
autoverkopen	=	autoverkoop
autoverkoper	noun	iemand die auto's verkoopt als beroep
autoverkopers	=	autoverkoper
autoverschrikker	noun	uitklapbare reflector aan de linkerzijkant van een fiets om te zorgen dat auto's op veilige afstand passeren
autoverschrikkers	=	autoverschrikker
autovervoer	noun	personenvervoer met behulp van een auto
autoverwarming	noun	een verwarming die het compartiment voor de passagiers in een warm houdt
autoverwarmingen	=	autoverwarming
autoverzekeraar	noun	bedrijf dat autoverzekeringen verkoopt
autoverzekeraars	=	autoverzekeraar
autoverzekering	noun	term voor velerlei verzekeringen die tot doel hebben de schade aan of veroorzaakt door de eigen auto te verzekeren
autoverzekeringen	=	autoverzekering
autoverzekeringetje	=	autoverzekering
autoverzekeringetjes	=	autoverzekering
autovignet	noun	achter de autoruit bevestigd betalingsbewijs van een vergunning om van een landelijk provinciaal of stedelijk wegennet gebruik te maken
autovignetje	=	autovignet
autovignetjes	=	autovignet
autovignetten	=	autovignet
autovrees	noun	een overmatige en niet-functionele angst om een voertuig te besturen of om bijrijder te zijn
autovreesje	=	autovrees
autovreesjes	=	autovrees
autovrezen	=	autovrees
autovrij	adj	zonder auto's
autovrije	=	autovrij
autovrijer	=	autovrij
autovrijere	=	autovrij
autovrijers	=	autovrij
autovrijs	=	autovrij
autovrijst	=	autovrij
autovrijste	=	autovrij
autowas	noun	plaats waar je een auto kunt laten wassen
autowasbedrijf	noun	een professionele onderneming gespecialiseerd in het reinigen van de buitenkant en/of binnenkant van motorvoertuigen
autowasbedrijfje	=	autowasbedrijf
autowasbedrijfjes	=	autowasbedrijf
autowasbedrijven	=	autowasbedrijf
autowasbeurt	noun	de reiniging van de buitenkant van een voertuig
autowasbeurten	=	autowasbeurt
autowasbeurtje	=	autowasbeurt
autowasbeurtjes	=	autowasbeurt
autowassen	=	autowas
autowasser	noun	iemand die tegen betaling auto's schoonmaakt
autowasserette	noun	een mechanische installatie die de buitenzijde van voertuigen automatisch reinigt met borstels, water en zeep
autowasserettes	=	autowasserette
autowasserettetje	=	autowasserette
autowasserettetjes	=	autowasserette
autowasserij	noun	bedrijf waar men zijn auto kan laten wassen
autowasserijen	=	autowasserij
autowasserijtje	=	autowasserij
autowasserijtjes	=	autowasserij
autowassers	=	autowasser
autowassertje	=	autowasser
autowassertjes	=	autowasser
autowasstraat	noun	autowas installatie waarbij auto's automatisch via een lopende band schoongemaakt worden
autowasstraten	=	autowasstraat
autoweg	noun	een weg waarop alleen gemotoriseerd verkeer zoals auto's, motorfietsen en vrachtauto's wordt toegelaten en waar voor dat verkeer toepasselijke voorzieningen zijn aangebracht
autowegen	=	autoweg
autowegennet	noun	netwerk van wegen die alleen geschikt zijn voor motorvoertuigen die harder dan 50 kilometer per uur kunnen en mogen rijden
autowegennetje	=	autowegennet
autowegennetjes	=	autowegennet
autowegennetten	=	autowegennet
autowegenvignet	noun	vignet dat men achter de voorruit moet plakken als met toegang tot het autowegennet wil krijgen
autowegenvignetje	=	autowegenvignet
autowegenvignetjes	=	autowegenvignet
autowegenvignetten	=	autowegenvignet
autoweggetje	=	autoweg
autoweggetjes	=	autoweg
autowegje	=	autoweg
autowegjes	=	autoweg
autowereld	noun	alles en iedereen die wat te maken heeft met auto's
autowerelden	=	autowereld
autowereldje	=	autowereld
autowereldjes	=	autowereld
autowijding	noun	een religieus ritueel waarbij een auto of ander voertuig wordt gezegend, vaak door een priester met wijwater.
autowijdingen	=	autowijding
autowijdinkje	=	autowijding
autowijdinkjes	=	autowijding
autowrak	noun	een overblijfsel van een gebruikte auto
autowrakje	=	autowrak
autowrakjes	=	autowrak
autowrakken	=	autowrak
autozaak	noun	bedrijf dat zich bezighoudt met de in- en verkoop van auto's, vaak ook met onderhoud en reparatie
autozaakje	=	autozaak
autozaakjes	=	autozaak
autozaken	=	autozaak
autozoektocht	noun	een zoektocht met de auto
autozoektochten	=	autozoektocht
autozoektochtje	=	autozoektocht
autozoektochtjes	=	autozoektocht
autozwendel	noun	criminaliteit betreffende de koop en verkoop van auto's
autrice	noun	vrouw die origineel geschreven werk voortbrengt
autrices	=	autrice
autricetje	=	autrice
autricetjes	=	autrice
auw	intj	uitroep van pijn
auxiliair	adj	helpend, ondersteunend, hulp-
auxiliairder	=	auxiliair
auxiliairdere	=	auxiliair
auxiliairders	=	auxiliair
auxiliaire	=	auxiliair
auxiliairs	=	auxiliair
auxiliairst	=	auxiliair
auxiliairste	=	auxiliair
auxine	noun	hormonale plantengroeistof
auxinen	=	auxine
auxines	=	auxine
av	noun	vader
avaarstalig	adj	de Avaarse taal sprekend
avaarstalige	=	avaarstalig
avaarstaligs	=	avaarstalig
aval	noun	bindende afspraak over een wissel dat je in die iemands plaats zal betalen als hij zelf in gebreke blijft (als extra zekerheid voor de ontvanger van de wissel)
avaleer	=	avaleren
avaleerde	=	avaleren
avaleerden	=	avaleren
avaleert	=	avaleren
avalere	=	avaleren
avaleren	verb	aval geven, voor aval tekenen, borg staan
avalerend	=	avaleren
avalerende	=	avaleren
avalist	noun	iemand die borg staat voor een wissel of cheque
avalisten	=	avalist
avance	noun	poging tot toenadering
avanceer	=	avanceren
avanceerde	=	avanceren
avanceerden	=	avanceren
avanceert	=	avanceren
avancere	=	avanceren
avanceren	verb	snel vooruitgaan
avancerend	=	avanceren
avancerende	=	avanceren
avances	=	avance
avaniem	=	even
avant-garde	noun	voorhoede van een legereenheid
avant-gardes	=	avant-garde
avant-gardetoneel	noun	vernieuwend en experimenteel toneelstuk waarvan de makers het traditionele toneel afwijzen
avant-gardetonelen	=	avant-gardetoneel
avant-gardisme	noun	moderne, vernieuwende, grensverleggende stroming in de kunst en de wetenschap
avant-gardist	noun	lid van de voorhoede, met name in de kunst van rond de eerste wereldoorlog
avant-gardisten	=	avant-gardist
avant-gardistisch	adj	vernieuwend, experimenteel en de traditionele vormen afwijzend
avant-gardistische	=	avant-gardistisch
avant-gardistischer	=	avant-gardistisch
avant-gardistischere	=	avant-gardistisch
avant-gardistischers	=	avant-gardistisch
avant-première	noun	voorpremière
avant-premières	=	avant-première
avant-scène	noun	voorgrond van het toneel, tussen het scherm en het voetlicht
avant-scènes	=	avant-scène
avanthop	noun	genre van rapmuziek dat wijder verbreid raakte vanaf het begin van de 21e eeuw en waarin wordt geëxperimenteerd met ongewone ritmes en elementen ontleend aan andere populaire muziekgenres
avar	noun	verleden tijd
avarij	=	averij
avasculair	adj	geen bloedvaten hebbend
avasculaire	=	avasculair
avasculairs	=	avasculair
avatar	noun	de incarnatie van een godheid, met name in het hindoeïsme
avatars	=	avatar
ave	noun	het gebed 'Ave Maria'	intj	wees gegroet, heil
ave's	=	ave
aveel	noun	rouwende (na de begrafenis)	adj	rouwend
aveetje	=	ave
aveetjes	=	ave
avegaar	noun	boor voor gebruik in een booromslag, het boorsel wordt afgevoerd volgens het principe van de schroef van Archimedes, ook als grondboor
avegaars	=	avegaar
avegaartje	=	avegaar
avegaartjes	=	avegaar
avegaren	=	avegaar
aveilem	=	ovel
aveliem	=	aveel
aveloet	noun	rouwperiode vanaf de begrafenis
avenant	noun	aanhangsel van een overeenkomst	adj	naar avenant: in overeenstemming met; in evenredigheid met
avenants	=	avenant
avenue	noun	brede laan met aanweerszijden een of meer bomenrijen in een grote stad
avenues	=	avenue
avera	noun	overtreding, zonde
avere	noun	overtreding, zonde
averecht	adj	binnenste buiten; precies tegengesteld
averechte	=	averecht
averechter	=	averecht
averechtere	=	averecht
averechters	=	averecht
averechts	adj	in omgekeerde richting.
averechtse	=	averechts
averechtser	=	averechts
averechtsere	=	averechts
averechtsers	=	averechts
averechtst	=	averechts
averechtste	=	averechts
averes	=	avere
averij	noun	een schade aan een schip of lading gedurende een reis
averijen	=	averij
averijtje	=	averij
averijtjes	=	averij
averot	=	avera
avers	noun	voorzijde van een muntstuk, penning of medaille	adj	met afkeer, geneigd tot bestrijden of vermijden van iets
averse	=	avers
aversen	=	avers
averser	=	avers
aversere	=	avers
aversers	=	avers
aversie	noun	afkeer, tegenzin
aversief	adj	afkeer opwekkend, tegenzin opwekkend
aversiefs	=	aversief
aversiefst	=	aversief
aversiefste	=	aversief
aversies	=	aversie
aversietje	=	aversie
aversieve	=	aversief
aversiever	=	aversief
aversievere	=	aversief
aversievers	=	aversief
averst	=	avers
averste	=	avers
averuit	noun	Artemisia campestris wilde averuit
averuiten	=	averuit
averuitknoopvlekje	noun	Eucosma wimmerana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
averuitknoopvlekjes	=	averuitknoopvlekje
averuitkokermot	noun	Coleophora granulatella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
averuitkokermotje	=	averuitkokermot
averuitkokermotjes	=	averuitkokermot
averuitkokermotten	=	averuitkokermot
avg	noun	arts verstandelijk gehandicapten
avg's	=	avg
avg'tje	=	avg
avg'tjes	=	avg
aviair	adj	van vogels afkomstig, vogel-
aviaire	=	aviair
aviairs	=	aviair
aviaria	=	aviarium
aviarium	noun	volière, vogelhuis
aviariumpje	=	aviarium
aviariumpjes	=	aviarium
aviariums	=	aviarium
aviateur	noun	vlieger, vliegenier
aviateurs	=	aviateur
aviateurtje	=	aviateur
aviateurtjes	=	aviateur
aviatiek	noun	luchtvaart
aviculturen	=	avicultuur
avicultuur	noun	vogelteelt
aviev	noun	eerste maand van het jaar, in maart-april; oude benaming, later: nisan (4×: Ex. 13:4, 23:15, 34:18, Deut. 16:1)
avifauna	noun	vogelwereld
avifauna's	=	avifauna
avinoe	noun	onze vader (gezegd van God of van een aartsvader)
aviobrug	noun	beweegbare looptunnel tussen vliegtuig en luchthavengebouw
aviobruggen	=	aviobrug
aviobruggetje	=	aviobrug
aviobruggetjes	=	aviobrug
aviobrugje	=	aviobrug
aviobrugjes	=	aviobrug
avionica	noun	staat voor toegepaste elektronica in de luchtvaart en is als zodanig een subonderdeel van elektrotechniek.
avis	noun|obsolete	mening, advies
avitaminose	noun	ernstig gebrek aan vitaminen
avitaminosen	=	avitaminose
avitaminoses	=	avitaminose
avivage	noun	het helderder maken (verlevendigen), (van weefsels)
avivages	=	avivage
avivagetje	=	avivage
avivagetjes	=	avivage
aviveer	=	aviveren
aviveerde	=	aviveren
aviveerden	=	aviveren
aviveert	=	aviveren
avivere	=	aviveren
aviveren	verb	helderder maken, meer laten glanzen
aviverend	=	aviveren
aviverende	=	aviveren
avocado	noun	Persea americana een tropische vrucht van de avocadoboom
avocado's	=	avocado
avocado-olie	noun	een plantaardige olie (spijsolie) gemaakt van avocado's
avocado-olies	=	avocado-olie
avocado-oliën	=	avocado-olie
avocadobomen	=	avocadoboom
avocadoboom	noun	Persea americana, immergroene boom uit Midden-Amerika die de avocadoperen voortbrengt
avocadoboompje	=	avocadoboom
avocadoboompjes	=	avocadoboom
avocadootje	=	avocado
avocadootjes	=	avocado
avocadopeer	noun	Persea americana een tropische vrucht van de avocadoboom
avocadopeertje	=	avocadopeer
avocadopeertjes	=	avocadopeer
avocadoperen	=	avocadopeer
avocadosnijder	noun	keukenhulp die het snijden, ontpitten en uit de schil scheppen van een avocado veiliger en gemakkelijker maakt
avocadosnijders	=	avocadosnijder
avocadosnijdertje	=	avocadosnijder
avocadosnijdertjes	=	avocadosnijder
avoda	noun	tempeldienst
avodat	noun	eredienst van
avodot	=	avoda
avond	noun	periode die de overgang is tussen dag en nacht
avondappel	noun	tijdstip in de avond waarop alle leden van een groep bijeengeroepen worden om hun aanwezigheid te bewijzen
avondappels	=	avondappel
avondbad	noun	een bad dat men voor de nacht neemt
avondbaden	=	avondbad
avondbede	noun	het avondgebed
avondbeden	=	avondbede
avondbedes	=	avondbede
avondbezoek	noun	bezoek afgelegd in de avonduren
avondbezoeken	=	avondbezoek
avondbezoekje	=	avondbezoek
avondbezoekjes	=	avondbezoek
avondbijeenkomst	noun	georganiseerd samenzijn dat tussen 18:00 en 23:00 uur plaatsvindt
avondbijeenkomsten	=	avondbijeenkomst
avondblad	noun	krant die 's-avonds verschijnt
avondbladen	=	avondblad
avondbulletin	noun	nieuwsuitzending in de avonduren
avondbulletins	=	avondbulletin
avondcollege	noun	bijeenkomst in de avonduren waarin een docent een bepaald onderwerp uitlegt aan studenten
avondcolleges	=	avondcollege
avondcourant	noun	krant die later op de dag wordt uitgegeven
avondcouranten	=	avondcourant
avondcourantje	=	avondcourant
avondcourantjes	=	avondcourant
avondcursus	noun	serie lessen over één bepaald onderwerp die in de avonduren wordt gegeven
avondcursusje	=	avondcursus
avondcursusjes	=	avondcursus
avondcursussen	=	avondcursus
avonddauw	noun	een fijn condensaat dat 's avonds de grond kan bedekken
avonddienst	noun	beroepsuitoefening in de avond
avonddiensten	=	avonddienst
avonddikbek	noun	Hesperiphona vespertina een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae)
avonddikbekje	=	avonddikbek
avonddikbekjes	=	avonddikbek
avonddikbekken	=	avonddikbek
avondduister	noun	de donkerte van de avond
avondeditie	noun	blad (van een krant) dat 's avonds wordt uitgegeven, avonduitgave
avondedities	=	avondeditie
avondeditietje	=	avondeditie
avondeditietjes	=	avondeditie
avonden	=	avond
avondenlang	adj	de hele avond durend
avondenlange	=	avondenlang
avondenlangs	=	avondenlang
avondeten	noun	een maaltijd die 's avonds genuttigd wordt
avondetende	=	avondeten
avondetentje	=	avondeten
avondetentjes	=	avondeten
avondfeest	noun	feestelijke bijeenkomst in de avonduren
avondfeesten	=	avondfeest
avondfeestje	=	avondfeest
avondfeestjes	=	avondfeest
avondgebed	noun	een gebed dat iemand in de avond bidt
avondgebeden	=	avondgebed
avondgebedje	=	avondgebed
avondgebedjes	=	avondgebed
avondgors	noun	Pooecetes gramineus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
avondgorsje	=	avondgors
avondgorsjes	=	avondgors
avondgorzen	=	avondgors
avondgrauwen	noun	het donker worden bij het vallen van de avond waardoor de kleuren verdwijnen en alles grijzer wordt
avondgymnasia	=	avondgymnasium
avondgymnasium	noun	een avondschool die zich toelegt op het leren van de klassieke talen
avondgymnasiums	=	avondgymnasium
avondhandel	noun	handel in buitenlandse aandelen die door het tijdsverschil plaatsvindt in de avonduren
avondhandels	=	avondhandel
avondhemel	noun	de hemel zoals men die 's avonds kan waarnemen
avondhemels	=	avondhemel
avondhemeltje	=	avondhemel
avondhemeltjes	=	avondhemel
avondhoofd	noun	persoon die leiding geeft aan de avondploeg
avondhoofden	=	avondhoofd
avondjapon	noun	jurk die 's-avonds en vooral op feesten gedragen wordt
avondjaponnen	=	avondjapon
avondje	=	avond
avondjes	=	avond
avondjournaal	noun	nieuwsuitzending in de avonduren
avondjournaals	=	avondjournaal
avondjournalen	=	avondjournaal
avondjurk	noun	een chique jurk voor feesten, galajurk
avondjurken	=	avondjurk
avondjurkje	=	avondjurk
avondjurkjes	=	avondjurk
avondkerk	noun	kerkdienst in de avonduren
avondkerken	=	avondkerk
avondkerkje	=	avondkerk
avondkerkjes	=	avondkerk
avondklederen	=	avondkleed
avondkledij	noun	feestelijke, chique kleding die men gebruikt voor officiële avondbijeenkomsten
avondkleding	noun	met avondfeesten gedragen kleding
avondkleed	noun	een elegante, chique jurk die bedoeld is voor formele of feestelijke gelegenheden 's avonds
avondkleedje	=	avondkleed
avondkleedjes	=	avondkleed
avondkleren	=	avondkleed
avondklok	noun	verbod om zich op straat te begeven na een zekere tijd
avondklokje	=	avondklok
avondklokjes	=	avondklok
avondklokken	=	avondklok
avondkoekoeksbloem	noun	een plant Silene latifolia subsp. alba uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
avondkoekoeksbloemen	=	avondkoekoeksbloem
avondkoekoeksbloemetje	=	avondkoekoeksbloem
avondkoekoeksbloemetjes	=	avondkoekoeksbloem
avondkoekoeksbloempje	=	avondkoekoeksbloem
avondkrant	noun	een dagblad dat in de namiddag beschikbaar komt
avondkranten	=	avondkrant
avondkrantje	=	avondkrant
avondkrantjes	=	avondkrant
avondles	noun	onderwijs in de avonduren
avondlessen	=	avondles
avondlicht	noun	het licht na 18.00 uur (van de zon, de maan of van kunstlicht)
avondlied	noun	lied dat op het einde van de dag wordt gezongen om god te danken
avondliederen	=	avondlied
avondliedje	=	avondlied
avondliedjes	=	avondlied
avondlijk	adj	gedurende de avond
avondlijke	=	avondlijk
avondlijker	=	avondlijk
avondlijkere	=	avondlijk
avondlijkers	=	avondlijk
avondlijks	=	avondlijk
avondlijkst	=	avondlijk
avondlijkste	=	avondlijk
avondlockdown	noun	lockdown die geldt voor de avond en de nacht; gedwongen sluiting van restaurants, bioscopen en andere uitgaansgelegenheden in de avond- en nachturen
avondlockdowns	=	avondlockdown
avondlucht	noun	de donkere hemel zoals die 's-avonds te zien is
avondluchten	=	avondlucht
avondmaal	noun	de maaltijd die men 's avonds nuttigt
avondmaalde	=	avondmalen
avondmaalden	=	avondmalen
avondmaalsbeker	noun	beker met wijn die men gebruikt in protestantse kerken als met het laatste avondmaal van Christus en zijn discipelen herdenkt
avondmaalsbekers	=	avondmaalsbeker
avondmaalsbekertje	=	avondmaalsbeker
avondmaalsbekertjes	=	avondmaalsbeker
avondmaalsbrood	noun	brood dat bij een viering door gelovigen wordt gegeten als herinnering aan het lijden en stervan van Jezus Christus
avondmaalsdienst	noun	protestantse kerkdienst ter herdenking van het laatste avondmaal van Christus en zijn discipelen
avondmaalsdiensten	=	avondmaalsdienst
avondmaalsdienstje	=	avondmaalsdienst
avondmaalsdienstjes	=	avondmaalsdienst
avondmaalsstel	noun	de een bij elkaar behorend stel vaatwerk dat ertoe dient om het Heilig Avondmaal tijdens de protestantse liturgie te gebruiken
avondmaalsstellen	=	avondmaalsstel
avondmaalstafel	noun	tafel gebruikt bij de viering van het Laatste Avondmaal
avondmaalstafels	=	avondmaalstafel
avondmaalsviering	noun	viering van het heilig avondmaal in een protestantse plechtigheid
avondmaalsvieringen	=	avondmaalsviering
avondmaalt	=	avondmalen
avondmaaltijd	noun	het warme eten dat men vroeg in de avond nuttigt
avondmaaltijden	=	avondmaaltijd
avondmaaltijdje	=	avondmaaltijd
avondmaaltje	=	avondmaal
avondmaaltjes	=	avondmaal
avondmale	=	avondmalen
avondmalen	verb	het avondmaal gebruiken
avondmalend	=	avondmalen
avondmalende	=	avondmalen
avondmarkt	noun	markt die 's avonds plaatsvindt
avondmarkten	=	avondmarkt
avondmarktje	=	avondmarkt
avondmarktjes	=	avondmarkt
avondmens	noun	iemand met een voorkeur voor bezigheden in de avonduren
avondmensen	=	avondmens
avondmensje	=	avondmens
avondmensjes	=	avondmens
avondmenu	noun	menu dat 's avonds wordt gegeten
avondmenu's	=	avondmenu
avondmis	noun	een eucharistieviering in de avonduren
avondmissen	=	avondmis
avondnieuws	noun	een nieuwsuitzending in de avonduren
avondonderwijs	noun	onderwijs tijdens de avonduren
avondopening	noun	de keer dat een winkeel of instelling gedurende de avonduren geopend is voor het publiek
avondopeningen	=	avondopening
avondopenstelling	noun	het in de avonduren toegankelijk zijn van een voorziening (die normaliter in de avonduren gesloten is)
avondopenstellingen	=	avondopenstelling
avondopleiding	noun	onderwijs voor volwassenen dat men, na het dagelijkse werk, in de avonduren kan volgen
avondopleidingen	=	avondopleiding
avondopleidinkje	=	avondopleiding
avondopleidinkjes	=	avondopleiding
avondpartij	noun	een feestje in de avonduren
avondpartijen	=	avondpartij
avondpartijtje	=	avondpartij
avondpartijtjes	=	avondpartij
avondpauwogen	=	avondpauwoog
avondpauwoog	noun	Smerinthus ocellatus een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae)
avondpermissie	noun	toestemming gegeven aan militairen om enige uren in de avond buiten de kazerne te verblijven
avondpermissies	=	avondpermissie
avondploeg	noun	mensen die samen in de avonduren werken
avondploegen	=	avondploeg
avondpost	noun	briefpost die 's avonds vertrekt of aankomt
avondposten	=	avondpost
avondprogramma	noun	activiteiten die gepland zijn voor de avond
avondprogramma's	=	avondprogramma
avondprogrammaatje	=	avondprogramma
avondprogrammaatjes	=	avondprogramma
avondprogrammering	noun	de activiteiten die men gepland heeft in de avonduren
avondprogrammeringen	=	avondprogrammering
avondpubliek	noun	de mensen die iets in de avonduren bezoeken
avondretour	noun	treinkaartje of ander vervoersbewijs dat, tegen een sterk gereduceerd tarief, geldig is voor de heen- en terugreis als deze beiden op dezelfde avond plaatsvinden
avondretours	=	avondretour
avondretourtje	=	avondretour
avondretourtjes	=	avondretour
avondrit	noun	korte reis die men in de tijd tussen middag en nacht maakt
avondritje	=	avondrit
avondritjes	=	avondrit
avondritten	=	avondrit
avondrood	noun	rode kleur van het hemelgewelf dat vaak in het westen te zien is als de zon bijna ondergaat of net is ondergegaan
avondroodwasbekertje	noun	Orbilia rubrovacuolata een schimmel behorend tot de familie Orbiliaceae.
avondroodwasbekertjes	=	avondroodwasbekertje
avonds	noun	genitief van avond
avondschaduw	noun	de lange schaduw die geworpen wordt door de laagstaande avondzon
avondschaduwen	=	avondschaduw
avondschemer	noun	de tijd van de dag dat het donker wordt; de tijd vlak na zonsondergang
avondschemering	noun	de tijd van de dag waarop het donker wordt
avondschemeringen	=	avondschemering
avondschemeringetje	=	avondschemering
avondschemers	=	avondschemer
avondscholen	=	avondschool
avondschool	noun	een school waarin in de avonduren lesgegeven wordt
avondschooltje	=	avondschool
avondschooltjes	=	avondschool
avondsessie	noun	aaneengesloten periode in de avond waarin men een bepaalde handeling verricht
avondsessies	=	avondsessie
avondsluiting	noun	sluiting van een bepaalde voorziening in de avonduren
avondsluitingen	=	avondsluiting
avondspits	noun	de grote verkeersdrukte aan het einde van de middag en het begin van de avond
avondspitsen	=	avondspits
avondspitsuren	=	avondspitsuur
avondspitsuur	noun	drukke periode in het verkeer 's avonds
avondspreekuren	=	avondspreekuur
avondspreekuur	noun	tijd in de avonduren waarin een hulpverlener patiënten te woord staat
avondstond	noun	de tijd rond het ondergaan van de zon
avondstonden	=	avondstond
avondstondje	=	avondstond
avondstondjes	=	avondstond
avondstudent	noun	persoon die alleen in de avonduren studeert (omdat hij of zij overdag een baan heeft)
avondstudenten	=	avondstudent
avondstudentje	=	avondstudent
avondstudentjes	=	avondstudent
avondstudie	noun	studeren in de avonduren
avondstudies	=	avondstudie
avondstudietje	=	avondstudie
avondstudietjes	=	avondstudie
avondsymposia	=	avondsymposium
avondsymposium	noun	een wetenschappelijke samenkomst die plaatsvindt in de avonduren
avondsymposiums	=	avondsymposium
avondtarief	noun	geld dat je moet betalen als je 's-avonds van iets gebruik wilt maken
avondtariefje	=	avondtarief
avondtariefjes	=	avondtarief
avondtarieven	=	avondtarief
avondtijd	noun|obsolete	periode waarin de dag overgaat in de nacht
avondtoilet	noun	mooie en goed verzorgde opmaak en kleding om chique uit te gaan
avondtoiletten	=	avondtoilet
avondtraining	noun	de keer dat men zich in de avonduren bekwaamt in een sport
avondtrainingen	=	avondtraining
avondtrein	noun	een treinreis in de avonduren
avondtreinen	=	avondtrein
avondtreintje	=	avondtrein
avondtreintjes	=	avondtrein
avondtweedaagse	noun	activiteit die zich uitstrekt over twee, opeenvolgende, avonden
avondtweedaagsen	=	avondtweedaagse
avondtweedaagses	=	avondtweedaagse
avonduitzending	noun	een radio- of televisieprogramma dat in de avonduren wordt uitgezonden
avonduitzendingen	=	avonduitzending
avonduitzendinkje	=	avonduitzending
avonduitzendinkjes	=	avonduitzending
avonduren	=	avonduur
avonduur	noun	een uur in de avond
avonduurtje	=	avonduur
avonduurtjes	=	avonduur
avondvergadering	noun	bespreking met een groep mensen in de avonduren
avondvergaderingen	=	avondvergadering
avondverzorging	noun	middelen en handelingen toepast voor het slapengaan die moeten leiden tot een aantrekkelijker uiterlijk
avondverzorgingen	=	avondverzorging
avondvierdaagse	noun	jaarlijks terugkerende serie wandeltochten, op vier achtereenvolgende avonden
avondvierdaagsen	=	avondvierdaagse
avondvierdaagses	=	avondvierdaagse
avondvlinder	noun	vlinder die in de vroege ochtend of avond actief is
avondvlinders	=	avondvlinder
avondvlindertje	=	avondvlinder
avondvlindertjes	=	avondvlinder
avondvlucht	noun	een vliegreis in de avonduren
avondvluchten	=	avondvlucht
avondvoorstelling	noun	de uitvoering van een opera, toneelstuk, concert of iets dergelijks in de avond
avondvoorstellingen	=	avondvoorstelling
avondvoorstellinkje	=	avondvoorstelling
avondvoorstellinkjes	=	avondvoorstelling
avondvullend	adj	de hele avond durend meestal van een activiteit die verstrooiing geeft
avondvullende	=	avondvullend
avondvullender	=	avondvullend
avondvullendere	=	avondvullend
avondvullenders	=	avondvullend
avondvullends	=	avondvullend
avondvullendst	=	avondvullend
avondvullendste	=	avondvullend
avondwake	noun	het gedenken van een overledene de avond voor diens begrafenis
avondwaken	=	avondwake
avondwakes	=	avondwake
avondwandeling	noun	voettocht in de avonduren
avondwandelingen	=	avondwandeling
avondwandelingetje	=	avondwandeling
avondwandelingetjes	=	avondwandeling
avondwedstrijd	noun	in de avonduren gespeelde wedstrijd
avondwedstrijden	=	avondwedstrijd
avondwedstrijdje	=	avondwedstrijd
avondwedstrijdjes	=	avondwedstrijd
avondwerk	noun	werk dat 's-avonds gedaan wordt, het 's-avonds werken
avondwijding	noun	religieuze bijeenkomst aan het einde van de dag
avondwijdingen	=	avondwijding
avondwijdinkje	=	avondwijding
avondwijdinkjes	=	avondwijding
avondwind	noun	de milde wind die in de avond waait
avondwinden	=	avondwind
avondwinkel	noun	een winkel die in de avonduren en in het begin van de nacht is geopend
avondwinkels	=	avondwinkel
avondwinkeltje	=	avondwinkel
avondwinkeltjes	=	avondwinkel
avondzitting	noun	rechtszaak die in de avonduren wordt gehouden
avondzittingen	=	avondzitting
avondzon	noun	de ondergaande zon
avondzonnen	=	avondzon
avondzonnetje	=	avondzon
avondzonnetjes	=	avondzon
avonture	=	avonturen
avonturen	verb	iets spannends doen waarvan het resultaat nog niet helemaal vaststaat aan het begin van de handeling
avonturenboek	noun	spannend boek voor de jeugd
avonturenboeken	=	avonturenboek
avonturenboekje	=	avonturenboek
avonturenboekjes	=	avonturenboek
avonturend	=	avonturen
avonturende	=	avonturen
avonturenfilm	noun	film waarin de hoofdpersoon spannende en gevaarlijke gebeurtenissen meemaakt
avonturenfilmpje	=	avonturenfilm
avonturenfilmpjes	=	avonturenfilm
avonturenfilms	=	avonturenfilm
avonturenkomedie	noun	boek, film of toneelstuk met zowel spannende als komische elementen
avonturenkomedies	=	avonturenkomedie
avonturenkomedietje	=	avonturenkomedie
avonturenkomedietjes	=	avonturenkomedie
avonturenpark	noun	een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld
avonturenparken	=	avonturenpark
avonturenroman	noun	roman waarin de hoofdpersonen voor ongewone, spectaculaire en gevaarlijke situaties oplossingen moet vinden
avonturenromannetje	=	avonturenroman
avonturenromannetjes	=	avonturenroman
avonturenromans	=	avonturenroman
avonturenverhaal	noun	literair werk waarin actie, fysiek gevaar en spanning heel belangrijke elementen zijn
avonturenverhaaltje	=	avonturenverhaal
avonturenverhaaltjes	=	avonturenverhaal
avonturenverhalen	=	avonturenverhaal
avonturier	noun	iemand die graag het avontuur opzoekt
avonturierde	=	avonturieren
avonturierden	=	avonturieren
avonturiere	=	avonturieren
avonturieren	verb	op avontuur gaan, het geluk beproeven
avonturierend	=	avonturieren
avonturierende	=	avonturieren
avonturiers	=	avonturier
avonturierster	noun	vrouwelijke vorm van avonturier
avonturiersters	=	avonturierster
avonturierstertje	=	avonturierster
avonturiert	=	avonturieren
avonturiertje	=	avonturier
avonturiertjes	=	avonturier
avonturisme	noun	lukrake handeling of handelwijze
avonturistisch	adj	met betrekking tot het avonturisme
avonturistische	=	avonturistisch
avonturistischer	=	avonturistisch
avonturistischere	=	avonturistisch
avonturistischers	=	avonturistisch
avontuur	noun	een onderneming waarvan de uitkomst niet bij voorbaat vaststaat, onverwacht gebeurt en gevaarlijk zijn
avontuurde	=	avonturen
avontuurden	=	avonturen
avontuurgen	noun	variant van het DRD4-gen waardoor de dragers van deze variant avontuurlijker, ondernemender zijn en meer risicovol gedrag vertonen
avontuurgenen	=	avontuurgen
avontuurgennetje	=	avontuurgen
avontuurgennetjes	=	avontuurgen
avontuurlijk	adj	graag avonturen willend
avontuurlijke	=	avontuurlijk
avontuurlijker	=	avontuurlijk
avontuurlijkere	=	avontuurlijk
avontuurlijkers	=	avontuurlijk
avontuurlijkheden	=	avontuurlijkheid
avontuurlijkheid	noun	kans op ongewone belevenissen
avontuurlijks	=	avontuurlijk
avontuurlijkst	=	avontuurlijk
avontuurlijkste	=	avontuurlijk
avontuurt	=	avonturen
avontuurtje	noun	kortdurende erotisch getinte relatie met iemand waarmee men niet getrouwd is
avontuurtjes	=	avontuur
avontuurtoerisme	noun	vorm van toerisme waarbij mensen naar afgelegen, exotische plaatsen reizen om daar allerlei activiteiten te ondernemen
avot	=	av
avro	noun	Algemene Radio Omroep een omroepvereniging die is opgegaan in AVROTROS
awacs	noun	de afkorting voor Airborne Warning And Control System, een op radar gebaseerd elektronisch systeem ontwikkeld voor de luchtruimbewaking
awacs-vliegtuig	noun	een vliegtuig uitgerust met een AWACS
awacs-vliegtuigen	=	awacs-vliegtuig
awacs-vliegtuigje	=	awacs-vliegtuig
awacs-vliegtuigjes	=	awacs-vliegtuig
awara	noun	oranjegele vrucht van de awaraboom
awara's	=	awara
award	noun	prijs die iemand ontvangt als hij of zij een bepaalde uitzonderlijk goede prestatie heeft geleverd
awards	=	award
awarduitreiking	noun	een ceremonieel evenement waarbij officiële prijzen, erkenningen of trofeeën worden toegekend aan personen, teams of bedrijven.
awarduitreikingen	=	awarduitreiking
awarduitreikinkje	=	awarduitreiking
awarduitreikinkjes	=	awarduitreiking
awarduitzending	noun	een televisie-, radio- of onlineprogramma waarin prijzen (awards) worden uitgereikt aan personen of organisaties voor uitzonderlijke prestaties op een bepaald gebied.
awarduitzendingen	=	awarduitzending
awarduitzendinkje	=	awarduitzending
awarduitzendinkjes	=	awarduitzending
awari	noun	Didelphis marsupialis buidelrat
awari's	=	awari
awarra	noun	Astrocaryum vulgare een tot 15 m hoge palm.
awarra's	=	awarra
awasa	noun	Surinaamse dans
awasa's	=	awasa
awb	=	abw
awbz	noun	de afkorting voor Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, een Nederlandse verplichte, collectieve ziektekostenverzekering
awbz-verstrekking	noun	de toekenning van zorg of vergoedingen uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
awbz-verstrekkingen	=	awbz-verstrekking
awbz-verstrekkinkje	=	awbz-verstrekking
awbz-verstrekkinkjes	=	awbz-verstrekking
awel	intj	komaan; vaak gebruikt aan het begin van een zin
awkward	adj	van iets dat je je ervoor schaamt
awkwarde	=	awkward
awkwarder	=	awkward
awkwardere	=	awkward
awkwarders	=	awkward
awkwards	=	awkward
awkwardst	=	awkward
awkwardste	=	awkward
awningdek	noun	overhuifd scheepsdek
awningdekje	=	awningdek
awningdekjes	=	awningdek
awningdekken	=	awningdek
awoert	intj	uitroep van afkeuring
aww	noun	de afkorting voor Algemene Weduwen- en Wezenwet, een Nederlandse wet die het recht op een uitkering regelde voor de naaste verwanten van een overledene
aww-uitkering	noun	een uitkering in het kader van de AWW
aww-uitkeringen	=	aww-uitkering
aww-uitkerinkje	=	aww-uitkering
aww-uitkerinkjes	=	aww-uitkering
awèl	intj	Antilliaans-Nederlands
axaal	=	axiaal
axcijns	=	accijns
axel	noun	sprong met een aantal verticale wentelingen in de lucht
axels	=	axel
axiaal	adj	de as betreffend of volgend, behorend tot de as
axiaals	=	axiaal
axiaalst	=	axiaal
axiaalste	=	axiaal
axiale	=	axiaal
axialer	=	axiaal
axialere	=	axiaal
axialers	=	axiaal
axillair	adj	betrekking hebbend op de (blad)oksel
axillairder	=	axillair
axillairdere	=	axillair
axillairders	=	axillair
axillaire	=	axillair
axillairs	=	axillair
axillairst	=	axillair
axillairste	=	axillair
axiologie	noun	waardeleer
axiologieën	=	axiologie
axiologisch	adj	betrekking hebbend op de filosofische waardeleer
axiologische	=	axiologisch
axioma	noun	een basisbegrip dat zonder bewijs aangenomen moet worden
axioma's	=	axioma
axiomaatje	=	axioma
axiomaatjes	=	axioma
axiomata	=	axioma
axiomatiek	noun	leer van de axioma's
axiomatisatie	noun	wiskundig stelsel baseren op onbewezen maar als grondslag aanvaarde stellingen
axiomatisaties	=	axiomatisatie
axiomatisch	adj	van de aard van of zoals een axioma, berustend op axioma's
axiomatische	=	axiomatisch
axiomatischer	=	axiomatisch
axiomatischere	=	axiomatisch
axiomatischers	=	axiomatisch
axishert	noun	Axis axis is een hertensoort uit India.
axisherten	=	axishert
axishertje	=	axishert
axishertjes	=	axishert
axolotl	noun	salamandersoort Ambystoma mexicanum uit Mexico die zich voortplant in de larvale vorm en in de natuur geen metamorfose naar een volwassen vorm kent
axolotls	=	axolotl
axolotltje	=	axolotl
axon	noun	een uitloper van een zenuwcel waarlangs berichten doorgegeven worden aan belendende cellen
axonen	=	axon
axonometrisch	adj	van een technische tekening dat er gebruik gemaakt is van een parallelprojectie
axonometrische	=	axonometrisch
aya	noun	Koranvers
aya's	=	aya
ayaca	noun	gerecht dat men op Oudejaarsavond gebruikt op Curaçao bestaande uit meel en krenten verpakt in een bananenblad
ayaca's	=	ayaca
ayacuchodistelstaart	noun	Asthenes ayacuchensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
ayacuchodistelstaarten	=	ayacuchodistelstaart
ayacuchodistelstaartje	=	ayacuchodistelstaart
ayacuchodistelstaartjes	=	ayacuchodistelstaart
ayacuchomierpitta	noun	Grallaria aayacuchensis een zangvogel uit de familie Grallariidae
ayacuchomierpitta's	=	ayacuchomierpitta
ayacuchomierpittaatje	=	ayacuchomierpitta
ayacuchomierpittaatjes	=	ayacuchomierpitta
ayahuasca	noun	verzamelnaam voor een groep plantenbrouwsels die MAO-remmers bevattende planten als Banisteriopsis caapi combineren met planten die andere (meestal indole) alkaloïden bevatten en psychogene eigenschappen hebben
ayaka	noun	gerecht van maismeel gevuld met o.a. kip dat is verpakt in een bananenblad en wat men vaak rond de kerst en oudjaarsavond gebruikt
ayaka's	=	ayaka
ayamaru-regenboogvis	noun	Melanotaenia boesemani een straalvinnige vissensoort uit de familie van de regenboogvissen (Melanotaeniidae).
ayamaru-regenboogvisje	=	ayamaru-regenboogvis
ayamaru-regenboogvisjes	=	ayamaru-regenboogvis
ayamaru-regenboogvissen	=	ayamaru-regenboogvis
ayatollaatje	=	ayatollah
ayatollaatjes	=	ayatollah
ayatollah	noun	titel van een hoge sjiitische geestelijke
ayatollahs	=	ayatollah
aymara	noun	lid van een volk in Bolivia en Peru
aymara's	=	aymara
aymaraparkiet	noun	Psilopsiagon aymara een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
aymaraparkieten	=	aymaraparkiet
aymaraparkietje	=	aymaraparkiet
aymaraparkietjes	=	aymaraparkiet
aymaratalig	adj	Aymara sprekend
aymaratalige	=	aymaratalig
aymarataligs	=	aymaratalig
ayote	noun	Cucurbita argyrosperma een eenjarige klim- of kruipende plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
ayotes	=	ayote
aytkanti	noun	Dermochelys coriacea een schildpad die in zee leeft, en behoort tot de familie lederschildpadden
aytkanti's	=	aytkanti
ayu	noun	Plecoglossus altivelis een spieringachtige vis uit de familie Plecoglossidae (ayu’s).
ayu's	=	ayu
ayurveda	noun	traditionele Indiase geneeskunde
ayurvedisch	adj	betrekking hebbend op de traditionele Indiase geneeskunde ayurveda
ayurvedische	=	ayurvedisch
ayurvedischer	=	ayurvedisch
ayurvedischere	=	ayurvedisch
ayurvedischers	=	ayurvedisch
ayuutje	=	ayu
ayuutjes	=	ayu
ayó	intj|slang	afscheidsgroet
az	noun	de afkorting van academisch ziekenhuis
azalea	noun	sierstruik van het geslacht rhododendron
azalea's	=	azalea
azaleaatje	=	azalea
azaleaatjes	=	azalea
azaleanetwants	noun	Stephanitis pyrioides een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
azaleanetwantsen	=	azaleanetwants
azaleanetwantsje	=	azaleanetwants
azaleanetwantsjes	=	azaleanetwants
azaleasteltmot	noun	Caloptilia azaleella een vlinder uit de familie Gracillariidae, de mineermotten.
azaleasteltmotje	=	azaleasteltmot
azaleasteltmotjes	=	azaleasteltmot
azaleasteltmotten	=	azaleasteltmot
azapropazon	noun	behoort tot de groep geneesmiddelen die ontstekingsremmende pijnstillers worden genoemd
azara-arassari	noun	Pteroglossus azara een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
azara-arassari's	=	azara-arassari
azara-arassarietje	=	azara-arassari
azara-arassarietjes	=	azara-arassari
azaravos	noun	Lycalopex gymnocercus een zoogdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae).
azaravosje	=	azaravos
azaravosjes	=	azaravos
azaravossen	=	azaravos
azarooldoorn	noun	Crataegus azarolus een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) die voorkomt in het Middellandse Zeegebied.
azarooldoornen	=	azarooldoorn
azarooldoorns	=	azarooldoorn
azarooldoorntje	=	azarooldoorn
azarooldoorntjes	=	azarooldoorn
azathioprine	noun	middel dat het immuunsysteem remt en o.a. gebruikt wordt bij autoimmuunziekten
azatiet	noun	inwoner van Gaza (Joz. 13:3, Recht. 16:2)
azatieten	=	azatiet
azavtani	verb	gij mijverlaten, mij in de steek gelaten, alleen in onderstaande vaste verbinding
azc	noun	asielzoekerscentrum
azc's	=	azc
azc'tje	=	azc
azc'tjes	=	azc
aze	=	azen
azelastine	noun	anti-allergiemiddel dat men gebruikt bij de behandeling van een allergische rhinitis
azem	=	adem
azen	verb	voorzien van aas
azend	=	azen
azende	=	azen
azeotroop	noun	een (niet-ideaal) mengsel van twee of meer componenten waarvan de dampfase dezelfde samenstelling heeft als de vloeistoffase
azeotroopje	=	azeotroop
azeotroopjes	=	azeotroop
azeotropen	=	azeotroop
azerbeidzjaan	noun	een inwoner van Azerbeidzjan, of iemand afkomstig uit Azerbeidzjan
azerbeidzjaans	adj	op Azerbeidzjan betrekking hebbend
azerbeidzjaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Azerbeidzjan, of een vrouw afkomstig uit Azerbeidzjan
azerbeidzjaansen	=	azerbeidzjaanse
azerbeidzjaanser	=	azerbeidzjaans
azerbeidzjaansere	=	azerbeidzjaans
azerbeidzjaansers	=	azerbeidzjaans
azerbeidzjaanst	=	azerbeidzjaans
azerbeidzjaanstalig	adj	de Azerbeidzjaanse taal sprekend
azerbeidzjaanstalige	=	azerbeidzjaanstalig
azerbeidzjaanstaligs	=	azerbeidzjaanstalig
azerbeidzjaanste	=	azerbeidzjaans
azerbeidzjanen	=	azerbeidzjaan
azeri	noun	inwoner van Azerbeidzjan, of iemand afkomstig uit Azerbeidzjan
azeri's	=	azeri
azerisch	adj	betrekking hebbend op de taal, cultuur of inwoners van Azerbeidzjan
azerische	=	azerisch
azerischer	=	azerisch
azerischere	=	azerisch
azerischers	=	azerisch
azertyklavier	noun	toetsenbord waarvan de namen van de zes meest linksboven geplaatste toetsen A Z E R T Y zijn, een indeling die vooral in Frankrijk en België wordt gebruikt
azertyklavieren	=	azertyklavier
azertyklaviertje	=	azertyklavier
azertyklaviertjes	=	azertyklavier
azertytoetsenbord	noun	oppervlak met knopjes per letter voor het invoeren van tekst, ingedeeld zoals dat in België en Frankrijk gebruikelijk is
azertytoetsenborden	=	azertytoetsenbord
aziaat	noun	bewoner van Azië of iemand afkomstig is uit Azië
aziaatje	=	aziaat
aziaatjes	=	aziaat
aziaten	=	aziaat
aziatisch	adj	afkomstig uit of betreffend het continent Azië
aziatische	noun	een vrouwelijke inwoner van Azië, of een vrouw afkomstig uit Azië
aziatischen	=	aziatische
aziatischer	=	aziatisch
aziatischere	=	aziatisch
aziatischers	=	aziatisch
aziatischt	=	aziatisch
aziatischte	=	aziatisch
azijl	=	azijn
azijn	noun	verkregen door oxidatie van verdunde alcohol (CH₃-COOH)
azijnaal	noun	bepaald soort rondworm, Turbatrix aceti
azijnaaltje	noun	bepaald soort rondworm, Turbatrix aceti
azijnaaltjes	=	azijnaaltje
azijnachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van azijn
azijnachtige	=	azijnachtig
azijnachtiger	=	azijnachtig
azijnachtigere	=	azijnachtig
azijnachtigers	=	azijnachtig
azijnachtigs	=	azijnachtig
azijnachtigst	=	azijnachtig
azijnachtigste	=	azijnachtig
azijnalen	=	azijnaal
azijnbacterie	noun	bacterie die behoort tot de soorten die ethanol tot azijnzuur oxideren
azijnbacteriën	=	azijnbacterie
azijnbomen	=	azijnboom
azijnboom	noun	Rhus typhina plant uit de pruikenboomfamilie Anacardiaceae
azijnboompje	=	azijnboom
azijnboompjes	=	azijnboom
azijnen	=	azijn
azijnether	noun	ester van ethanol en azijnzuur: ethylacetaat
azijnethers	=	azijnether
azijnfabriek	noun	onderneming waar op grote schaal azijn wordt gemaakt
azijnfabrieken	=	azijnfabriek
azijnfabriekje	=	azijnfabriek
azijnfabriekjes	=	azijnfabriek
azijnfles	noun	fles waarin men azijn bewaart
azijnflesje	=	azijnfles
azijnflesjes	=	azijnfles
azijnflessen	=	azijnfles
azijngisting	noun	gisting waardoor azijn uit alcohol ontstaat
azijngistingen	=	azijngisting
azijnhout	noun	hout van de wintergroene eik Quercus ilex
azijnhouten	=	azijnhout
azijnhoutje	=	azijnhout
azijnhoutjes	=	azijnhout
azijnmaker	noun	persoon die azijn maakt van bier, wijn of andere alcoholische dranken
azijnmakerij	noun	het maken van azijn
azijnmakerijen	=	azijnmakerij
azijnmakerijtje	=	azijnmakerij
azijnmakerijtjes	=	azijnmakerij
azijnmakers	=	azijnmaker
azijnmoer	noun	de moedergist die de gisting van alcohol naar azijn veroorzaakt
azijnmoeren	=	azijnmoer
azijnmoertje	=	azijnmoer
azijnmoertjes	=	azijnmoer
azijnpisser	noun|informal	zo'n zuurpruim dat hij wel azijn moet pissen
azijnpissers	=	azijnpisser
azijnpissertje	=	azijnpisser
azijnpissertjes	=	azijnpisser
azijnsaus	noun	saus waarin ook azijn aanwezig is (naast (olijf)olie)
azijnsausen	=	azijnsaus
azijnsausje	=	azijnsaus
azijnsausjes	=	azijnsaus
azijnsauzen	=	azijnsaus
azijnschorpioen	noun	Mastigoproctus giganteus een zweepstaartschorpioen uit de familie Thelyphonidae.
azijnschorpioenen	=	azijnschorpioen
azijnschorpioentje	=	azijnschorpioen
azijnschorpioentjes	=	azijnschorpioen
azijnstel	noun	verkorting van olie-en-azijnstel: een set van twee flesjes waarvan de een olie en de andere azijn bevat en die worden gebruikt voor het aan tafel maken van een dressing voor een salade
azijnstellen	=	azijnstel
azijnsyndromen	=	azijnsyndroom
azijnsyndroom	noun	chemische reactie waardoor nitraatfilms en acetaatfilms kunnen worden verwoest
azijntje	=	azijn
azijnvaatje	=	azijnvat
azijnvaatjes	=	azijnvat
azijnvat	noun	vat waarin men wijn kan laten fermenteren tot azijn
azijnvaten	=	azijnvat
azijnvlieg	noun	Drosophila funebris een vliegensoort uit de familie van de fruitvliegen (Drosophilidae).
azijnvliegen	=	azijnvlieg
azijnvliegje	=	azijnvlieg
azijnvliegjes	=	azijnvlieg
azijnzeiker	noun|informal	zo'n zuurpruim dat hij wel azijn moet zeiken
azijnzeikers	=	azijnzeiker
azijnzeikertje	=	azijnzeiker
azijnzeikertjes	=	azijnzeiker
azijnzuren	=	azijnzuur
azijnzuur	noun	een verzadigd carbonzuur met een sterke geur en formule CH₃COOH
azijnzuuranhydride	noun	een organische verbinding met de formule C₄H₆O₃
azijnzuuranhydriden	=	azijnzuuranhydride
azijnzuuranhydrides	=	azijnzuuranhydride
azijnzuuranhydridetje	=	azijnzuuranhydride
azijnzuuranhydridetjes	=	azijnzuuranhydride
azimut	noun	de hoek in het horizontale vlak, vaak met de noord- of zuidpool als uitgangspunt
azimuts	=	azimut
azitromycine	noun	antibioticum dat gebruikt wordt bij bacteriële infecties
azobordeaux	noun	bepaalde wijnrode kleurstof, gebruikt bij het kleuren van cellen bij onderzoek met de microscoop
azobé	noun	Afrikaans hardhout, afkomstig van Lophira alata, dat gebruikt wordt in waterwerken zoals sluisdeuren en dukdalven
azokleurstof	noun	kleurstof voor o.a. stoffen (zoals wol en katoen)
azokleurstoffen	=	azokleurstof
azorenaddertong	noun	Ophioglossum azoricum een varen uit de addertongfamilie (Ophioglossaceae).
azorenaddertongen	=	azorenaddertong
azorenaddertongetje	=	azorenaddertong
azorenaddertongetjes	=	azorenaddertong
azorengoudvink	noun	Pyrrhula murina een zangvogel uit de familie der Fringillidae (vinkachtigen).
azorengoudvinken	=	azorengoudvink
azorengoudvinkje	=	azorengoudvink
azorengoudvinkjes	=	azorengoudvink
azorenvink	noun	Fringilla moreletti een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
azorenvinken	=	azorenvink
azorenvinkje	=	azorenvink
azorenvinkjes	=	azorenvink
azorenvleermuis	noun	Nyctalus azoreum vleermuis uit de familie van de gladneuzen (Vespertilionidae).
azorenvleermuisje	=	azorenvleermuis
azorenvleermuisjes	=	azorenvleermuis
azorenvleermuizen	=	azorenvleermuis
azorisch	adj	betrekking hebbend op de Azoren, een autonome eilandengroep van Portugal in de Atlantische Oceaan
azorische	=	azorisch
azorischer	=	azorisch
azorischere	=	azorisch
azorischers	=	azorisch
azotemie	noun	toename van het stikstofgehalte van het bloed
azotisch	adj	stikstofhoudend
azotische	=	azotisch
azotometer	noun	stikstofmeter
azotometers	=	azotometer
azotometertje	=	azotometer
azotometertjes	=	azotometer
azoturie	noun	afscheiding van stikstof in de urine
azoverbinding	noun	verbinding die een groep van twee stikstofatomen bevat
azoverbindingen	=	azoverbinding
azoverbindinkje	=	azoverbinding
azoverbindinkjes	=	azoverbinding
azoïcum	noun	geologisch tijdperk waarin het geen sporen van leven te vinden zijn
azoïsch	adj	van, betreffende het azoïcum, zonder fossielen
azoïsche	=	azoïsch
azoïscher	=	azoïsch
azoïschere	=	azoïsch
azoïschers	=	azoïsch
azoöspermie	noun	ontbreken van zaadcellen in het sperma
aztekenlijster	noun	Ridgwayia pinicola een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
aztekenlijsters	=	aztekenlijster
aztekenlijstertje	=	aztekenlijster
aztekenlijstertjes	=	aztekenlijster
azuren	adj	met een diepblauwe kleur zoals die van de halfedelsteen lapis lazuli ( )
azurens	=	azuren
azuur	noun	diepblauwe kleur zoals die van de halfedelsteen lapis lazuli
azuurbisschop	noun	Cyanocompsa parellina een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
azuurbisschopje	=	azuurbisschop
azuurbisschopjes	=	azuurbisschop
azuurbisschoppen	=	azuurbisschop
azuurbladroller	noun	Spatalistis bifasciana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
azuurbladrollers	=	azuurbladroller
azuurbladrollertje	=	azuurbladroller
azuurbladrollertjes	=	azuurbladroller
azuurblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5009 ( ); een blauwe kleur zoals die van azuur.	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5009 ( ).
azuurblauwe	=	azuurblauw
azuurblauwen	=	azuurblauw
azuurblauwer	=	azuurblauw
azuurblauwere	=	azuurblauw
azuurblauwers	=	azuurblauw
azuurblauwmot	noun	Stenoptinea cyaneimarmorella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
azuurblauwmotje	=	azuurblauwmot
azuurblauwmotjes	=	azuurblauwmot
azuurblauwmotten	=	azuurblauwmot
azuurblauws	=	azuurblauw
azuurblauwst	=	azuurblauw
azuurblauwste	=	azuurblauw
azuurblauwtje	noun	Plebejidea loewii een vlinder uit de familie van de Lycaenidae.
azuurblauwtjes	=	azuurblauwtje
azuurcotinga	noun	Cotinga amabilis een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
azuurcotinga's	=	azuurcotinga
azuurcotingaatje	=	azuurcotinga
azuurcotingaatjes	=	azuurcotinga
azuurglazenmaker	noun	Aeshna caerulea een echte libel uit het geslacht en de familie van de glazenmakers (Aeshnidae)
azuurglazenmakers	=	azuurglazenmaker
azuurglazenmakertje	=	azuurglazenmaker
azuurglazenmakertjes	=	azuurglazenmaker
azuurijsvogel	noun	Ceyx azureus een kleine ijsvogel die voorkomt in rijk begroeide gebieden met water in Australazië
azuurijsvogels	=	azuurijsvogel
azuurijsvogeltje	=	azuurijsvogel
azuurijsvogeltjes	=	azuurijsvogel
azuurkapgaai	noun	Cyanolyca cucullata een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
azuurkapgaaien	=	azuurkapgaai
azuurkapgaaitje	=	azuurkapgaai
azuurkapgaaitjes	=	azuurkapgaai
azuurkoptangare	noun	Stilpnia cyanicollis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
azuurkoptangaren	=	azuurkoptangare
azuurkoptangaretje	=	azuurkoptangare
azuurkoptangaretjes	=	azuurkoptangare
azuurkwarts	noun	saffierkwarts
azuurmees	noun	Cyanistes cyanus een zangvogel uit de familie echte mezen (Paridae)
azuurmeesje	=	azuurmees
azuurmeesjes	=	azuurmees
azuurmezen	=	azuurmees
azuurnekgaai	noun	Cyanocorax heilprini een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
azuurnekgaaien	=	azuurnekgaai
azuurnekgaaitje	=	azuurnekgaai
azuurnekgaaitjes	=	azuurnekgaai
azuurniltava	noun	Cyornis unicolor een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
azuurniltava's	=	azuurniltava
azuurniltavaatje	=	azuurniltava
azuurniltavaatjes	=	azuurniltava
azuurpurperhoen	noun	Porphyrio flavirostris een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
azuurpurperhoenderen	=	azuurpurperhoen
azuurpurperhoenders	=	azuurpurperhoen
azuurpurperhoendertje	=	azuurpurperhoen
azuurpurperhoendertjes	=	azuurpurperhoen
azuurscharrelaar	noun	Eurystomus azureus een vogel uit de familie Coraciidae (Scharrelaars)
azuurscharrelaars	=	azuurscharrelaar
azuurscharrelaartje	=	azuurscharrelaar
azuurscharrelaartjes	=	azuurscharrelaar
azuurschoudertangare	noun	Thraupis cyanoptera een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
azuurschoudertangaren	=	azuurschoudertangare
azuurschoudertangaretje	=	azuurschoudertangare
azuurschoudertangaretjes	=	azuurschoudertangare
azuursteen	noun	edelsteen van een diepblauwe (azuur) kleur, geslepen vorm van lazuriet
azuurstenen	=	azuursteen
azuurstuittangare	noun	Poecilostreptus cabanisi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
azuurstuittangaren	=	azuurstuittangare
azuurstuittangaretje	=	azuurstuittangare
azuurstuittangaretjes	=	azuurstuittangare
azuurvliegenvanger	noun	Eumyias thalassinus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
azuurvliegenvangers	=	azuurvliegenvanger
azuurvliegenvangertje	=	azuurvliegenvanger
azuurvliegenvangertjes	=	azuurvliegenvanger
azuurwaterjuffer	noun	Coenagrion puella een 33 tot 35 mm grote juffer die in vrijwel heel Europa en oostelijk tot Centraal-Azië voorkomt.
azuurwaterjuffers	=	azuurwaterjuffer
azuurwaterjuffertje	=	azuurwaterjuffer
azuurwaterjuffertjes	=	azuurwaterjuffer
azuurzanger	noun	Setophaga cerulea een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
azuurzangers	=	azuurzanger
azuurzangertje	=	azuurzanger
azuurzangertjes	=	azuurzanger
azzesponem	noun	brutale vlerk
azzesponems	=	azzesponem
aâm	=	adem
aâr	=	ader
aërodynamica	=	aerodynamica
aëronautica	=	aeronautica
aëronautiek	=	aeronautiek
aëroob	=	aeroob
aërosol	=	aerosol
aërosoltoestel	=	aerosoltoestel
aërostaat	=	aerostaat
aï	=	ai
aïs	noun	een halve toon verhoogde toon "a"
aïs-groot	noun	het akkoord aïs - cisis - eïs (=aïs - d - f), de grote drieklank op de eerste trap van de Aïs-grotetertstoonladder
aïs-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Aïs-grotetertstoonladder
aïs-grootakkoorden	=	aïs-grootakkoord
aïs-grootakkoordje	=	aïs-grootakkoord
aïs-grootakkoordjes	=	aïs-grootakkoord
aïs-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "aïs" als grondtoon
aïs-grotetertstoonaarden	=	aïs-grotetertstoonaard
aïs-grotetertstoonaardje	=	aïs-grotetertstoonaard
aïs-grotetertstoonaardjes	=	aïs-grotetertstoonaard
aïs-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-grotetertstoonladders	=	aïs-grotetertstoonladder
aïs-grotetertstoonladdertje	=	aïs-grotetertstoonladder
aïs-grotetertstoonladdertjes	=	aïs-grotetertstoonladder
aïs-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-grotetertstoonschaaltje	=	aïs-grotetertstoonschaal
aïs-grotetertstoonschaaltjes	=	aïs-grotetertstoonschaal
aïs-grotetertstoonschalen	=	aïs-grotetertstoonschaal
aïs-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-grotetertstoonsoorten	=	aïs-grotetertstoonsoort
aïs-grotetertstoonsoortje	=	aïs-grotetertstoonsoort
aïs-grotetertstoonsoortjes	=	aïs-grotetertstoonsoort
aïs-klein	noun	het akkoord aïs - cis - eïs, de kleine drieklank op de eerste trap van de aïs-kleinetertstoonladder
aïs-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de aïs-kleinetertstoonladder
aïs-kleinakkoorden	=	aïs-kleinakkoord
aïs-kleinakkoordje	=	aïs-kleinakkoord
aïs-kleinakkoordjes	=	aïs-kleinakkoord
aïs-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-kleinetertstoonaarden	=	aïs-kleinetertstoonaard
aïs-kleinetertstoonaardje	=	aïs-kleinetertstoonaard
aïs-kleinetertstoonaardjes	=	aïs-kleinetertstoonaard
aïs-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-kleinetertstoonladders	=	aïs-kleinetertstoonladder
aïs-kleinetertstoonladdertje	=	aïs-kleinetertstoonladder
aïs-kleinetertstoonladdertjes	=	aïs-kleinetertstoonladder
aïs-majeur	noun	het akkoord aïs - cisis - eis (=aïs - d - f), de grote drieklank op de eerste trap van de Aïs-grotetertstoonladder
aïs-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Aïs-grotetertstoonladder
aïs-majeurakkoorden	=	aïs-majeurakkoord
aïs-majeurakkoordje	=	aïs-majeurakkoord
aïs-majeurakkoordjes	=	aïs-majeurakkoord
aïs-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-majeurtoonaarden	=	aïs-majeurtoonaard
aïs-majeurtoonaardje	=	aïs-majeurtoonaard
aïs-majeurtoonaardjes	=	aïs-majeurtoonaard
aïs-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "aïs" als grondtoon
aïs-majeurtoonladders	=	aïs-majeurtoonladder
aïs-majeurtoonladdertje	=	aïs-majeurtoonladder
aïs-majeurtoonladdertjes	=	aïs-majeurtoonladder
aïs-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "aïs" als grondtoon
aïs-majeurtoonschaaltje	=	aïs-majeurtoonschaal
aïs-majeurtoonschaaltjes	=	aïs-majeurtoonschaal
aïs-majeurtoonschalen	=	aïs-majeurtoonschaal
aïs-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-majeurtoonsoorten	=	aïs-majeurtoonsoort
aïs-majeurtoonsoortje	=	aïs-majeurtoonsoort
aïs-majeurtoonsoortjes	=	aïs-majeurtoonsoort
aïs-mineur	noun	het akkoord aïs - cis - eis, de kleine drieklank op de eerste trap van de aïs-kleinetertstoonladder
aïs-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de aïs-kleinetertstoonladder
aïs-mineurakkoorden	=	aïs-mineurakkoord
aïs-mineurakkoordje	=	aïs-mineurakkoord
aïs-mineurakkoordjes	=	aïs-mineurakkoord
aïs-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-mineurtoonladders	=	aïs-mineurtoonladder
aïs-mineurtoonladdertje	=	aïs-mineurtoonladder
aïs-mineurtoonladdertjes	=	aïs-mineurtoonladder
aïs-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “aïs” als grondtoon
aïs-mineurtoonschaaltje	=	aïs-mineurtoonschaal
aïs-mineurtoonschaaltjes	=	aïs-mineurtoonschaal
aïs-mineurtoonschalen	=	aïs-mineurtoonschaal
aïs-toonladder	=	aïs-grotetertstoonladder
aïsis	noun	een tweemaal met een halve toon verhoogde toon "a”
aïsisje	=	aïsis
aïsisjes	=	aïsis
aïsissen	=	aïsis
aïsje	=	aïs
aïsjes	=	aïs
aïssen	=	aïs
b	noun	de tweede letter van het alfabet
b's	=	b
b'tje	=	b
b'tjes	=	b
b-attest	noun	in het Vlaamse secundaire onderwijs: de leerling is geslaagd en mag overgaan naar elk aansluitend hoger leerjaar, behalve die studierichtingen/onderwijsvormen waarvoor het attest een clausule voorziet
b-attesten	=	b-attest
b-boy	noun	mannelijke beoefenaar van hiphop, mannelijke breakdancer
b-boys	=	b-boy
b-boytje	=	b-boy
b-boytjes	=	b-boy
b-cup	noun	B-cup betekent een bepaald volume aan borst, maar de werkelijke grootte varieert afhankelijk van de bijbehorende bandmaat (cijfer); een B-cup bij een 75-band is niet hetzelfde volume als een B-cup bij een 85-band, dit wordt ook wel zustermaten genoemd.
b-cups	=	b-cup
b-film	noun	een speelfilm met een laag artistiek niveau
b-filmpje	=	b-film
b-filmpjes	=	b-film
b-films	=	b-film
b-groot	noun	het akkoord b - dis - fis, de grote drieklank op de eerste trap van de B-grotetertstoonladder
b-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de B-grotetertstoonladder
b-grootakkoorden	=	b-grootakkoord
b-grootakkoordje	=	b-grootakkoord
b-grootakkoordjes	=	b-grootakkoord
b-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "b" als grondtoon
b-grotetertstoonaarden	=	b-grotetertstoonaard
b-grotetertstoonaardje	=	b-grotetertstoonaard
b-grotetertstoonaardjes	=	b-grotetertstoonaard
b-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met “b” als grondtoon
b-grotetertstoonladders	=	b-grotetertstoonladder
b-grotetertstoonladdertje	=	b-grotetertstoonladder
b-grotetertstoonladdertjes	=	b-grotetertstoonladder
b-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met "b" als grondtoon
b-grotetertstoonschaaltje	=	b-grotetertstoonschaal
b-grotetertstoonschaaltjes	=	b-grotetertstoonschaal
b-grotetertstoonschalen	=	b-grotetertstoonschaal
b-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met "b" als grondtoon
b-grotetertstoonsoorten	=	b-grotetertstoonsoort
b-grotetertstoonsoortje	=	b-grotetertstoonsoort
b-grotetertstoonsoortjes	=	b-grotetertstoonsoort
b-klein	noun	het akkoord b - d - fis, de kleine drieklank op de eerste trap van de b-kleinetertstoonladder
b-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de b-kleinetertstoonladder
b-kleinakkoorden	=	b-kleinakkoord
b-kleinakkoordje	=	b-kleinakkoord
b-kleinakkoordjes	=	b-kleinakkoord
b-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “b” als grondtoon
b-kleinetertstoonaarden	=	b-kleinetertstoonaard
b-kleinetertstoonaardje	=	b-kleinetertstoonaard
b-kleinetertstoonaardjes	=	b-kleinetertstoonaard
b-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “b” als grondtoon
b-kleinetertstoonladders	=	b-kleinetertstoonladder
b-kleinetertstoonladdertje	=	b-kleinetertstoonladder
b-kleinetertstoonladdertjes	=	b-kleinetertstoonladder
b-kleinetertstoonschaal	noun	een mineurtoonladder met “b” als grondtoon
b-kleinetertstoonschaaltje	=	b-kleinetertstoonschaal
b-kleinetertstoonschaaltjes	=	b-kleinetertstoonschaal
b-kleinetertstoonschalen	=	b-kleinetertstoonschaal
b-leden	=	b-lid
b-lid	noun	iemand uit de met B aangeduide categorie van personen die tot een vereniging behoren Vaak zal die vereniging dan ook A-leden kennen en mogelijk nog meer met volgende letters aangeduide categorieën.
b-majeur	noun	het akkoord b - dis - fis, de grote drieklank op de eerste trap van de B-grotetertstoonladder
b-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de B-grotetertstoonladder
b-majeurakkoorden	=	b-majeurakkoord
b-majeurakkoordje	=	b-majeurakkoord
b-majeurakkoordjes	=	b-majeurakkoord
b-majeursextakkoord	noun	een in de populaire muziek gebruikelijk akkoord; het wordt gevormd door het B-majeurakkoord plus de grote sext
b-majeursextakkoorden	=	b-majeursextakkoord
b-majeursextakkoordje	=	b-majeursextakkoord
b-majeursextakkoordjes	=	b-majeursextakkoord
b-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “b” als grondtoon
b-majeurtoonaarden	=	b-majeurtoonaard
b-majeurtoonaardje	=	b-majeurtoonaard
b-majeurtoonaardjes	=	b-majeurtoonaard
b-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "b" als grondtoon
b-majeurtoonladders	=	b-majeurtoonladder
b-majeurtoonladdertje	=	b-majeurtoonladder
b-majeurtoonladdertjes	=	b-majeurtoonladder
b-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "b" als grondtoon
b-majeurtoonschaaltje	=	b-majeurtoonschaal
b-majeurtoonschaaltjes	=	b-majeurtoonschaal
b-majeurtoonschalen	=	b-majeurtoonschaal
b-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met "b" als grondtoon
b-majeurtoonsoorten	=	b-majeurtoonsoort
b-majeurtoonsoortje	=	b-majeurtoonsoort
b-majeurtoonsoortjes	=	b-majeurtoonsoort
b-merk	noun	een merk dat minder bekend is dan een A-merk en er vaak een imitatie van is, op minder locaties vaak verkrijgbaar is, maar toch een bepaalde merk-status tracht op te bouwen.
b-merken	=	b-merk
b-merkje	=	b-merk
b-merkjes	=	b-merk
b-mineur	noun	het akkoord b - d - fis, de kleine drieklank op de eerste trap van de b-kleinetertstoonladder
b-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de b-kleinetertstoonladder
b-mineurakkoorden	=	b-mineurakkoord
b-mineurakkoordje	=	b-mineurakkoord
b-mineurakkoordjes	=	b-mineurakkoord
b-mineursextakkoord	noun	in de populaire muziek gebruikelijke sextakkoord dat wordt gevormd door het mineurakkoord plus een grote sext, tonen: b - d - fis - gis
b-mineursextakkoorden	=	b-mineursextakkoord
b-mineursextakkoordje	=	b-mineursextakkoord
b-mineursextakkoordjes	=	b-mineursextakkoord
b-mineurtoonaard	noun	een kleinetertstoonladder met “b” als grondtoon
b-mineurtoonaarden	=	b-mineurtoonaard
b-mineurtoonaardje	=	b-mineurtoonaard
b-mineurtoonaardjes	=	b-mineurtoonaard
b-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “b” als grondtoon
b-mineurtoonladders	=	b-mineurtoonladder
b-mineurtoonladdertje	=	b-mineurtoonladder
b-mineurtoonladdertjes	=	b-mineurtoonladder
b-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “b” als grondtoon
b-mineurtoonschaaltje	=	b-mineurtoonschaal
b-mineurtoonschaaltjes	=	b-mineurtoonschaal
b-mineurtoonschalen	=	b-mineurtoonschaal
b-opleiding	noun	mbo-niveau 3 opleiding (allround medewerker, bijv.
b-opleidingen	=	b-opleiding
b-opleidinkje	=	b-opleiding
b-opleidinkjes	=	b-opleiding
b-pion	noun	bij het schaakspel de pionnen die op de b-lijn staan bij het begin van het spel
b-pionnen	=	b-pion
b-pionnetje	=	b-pion
b-pionnetjes	=	b-pion
b-toonladder	noun	een grotetertstoonladder met b als grondtoon
b-toonladders	=	b-toonladder
b-toonladdertje	=	b-toonladder
b-toonladdertjes	=	b-toonladder
b-verpleegkundige	noun|obsolete	verpleegkundige gespecialiseerd in de verpleging van mensen met een psychiatrische ziekte
b-verpleegkundigen	=	b-verpleegkundige
ba	=	honderdzesentachtig
ba-verzekering	noun	Burgerlijke Aansprakelijkheidsverzekering in België die je verlicht verzekerd voor de financiële gevolgen van schade die je aan anderen toebrengt.
ba-verzekeringen	=	ba-verzekering
ba-verzekeringetje	=	ba-verzekering
ba-verzekeringetjes	=	ba-verzekering
baad	=	baden
baadde	=	baden
baadden	=	baden
baadje	noun	Indisch kledingstuk (dat in het Maleis en Javaans badjoe heet)
baadjes	=	baadje
baadster	noun	vrouw die een bad neemt
baadsters	=	baadster
baadstertje	=	baadster
baadt	=	baden
baai	noun	een landinwaartse uitstulping van een zee of oceaan
baaidag	noun	dag die men doorbrengt op het strand
baaidagen	=	baaidag
baaidagje	=	baaidag
baaidagjes	=	baaidag
baaide	=	baaien
baaiden	=	baaien
baaie	=	baaien
baaien	adj	van baai gemaakt
baaiend	=	baaien
baaierd	noun	ongevormde massa voor de schepping, waaruit de geordende aarde ontstaan is
baaierden	=	baaierd
baaierds	=	baaierd
baait	=	baaien
baaitabak	noun	snelbrandende, krullende pijptabak
baaitabakken	=	baaitabak
baaitje	=	baai
baaitjes	=	baai
baaivang	=	baaivangen
baaivange	=	baaivangen
baaivangen	verb	de vermetelheid bezitten in een baai te vangen
baaivangend	=	baaivangen
baaivangende	=	baaivangen
baaivanger	noun	overjas voor zeelieden
baaivangers	=	baaivanger
baaivangertje	=	baaivanger
baaivangertjes	=	baaivanger
baak	noun	een vuurtoren
baakgeld	noun	bakengeld
baakgelden	=	baakgeld
baakje	=	baak
baakjes	=	baak
baakmeester	noun	bakenmeester
baakmeesters	=	baakmeester
baal	noun	een stapel bijeengebonden plantaardig materiaal zoals hooi of tabak
baaldag	noun	een dag waarin iemand zich minder lekker voelt, slecht in zijn vel zit, een dag waarop men baalt van wat er speelt, zoals stress op het werk of de persoonlijke situatie waarin men verkeert.
baaldagen	=	baaldag
baaldagje	=	baaldag
baaldagjes	=	baaldag
baalde	=	balen
baalden	=	balen
baalgoed	noun	vrachtgoederen die men in balen vervoert
baalgoederen	=	baalgoed
baalkatoen	noun	grof, ongebleekt katoen (in baalvorm)
baalkatoenen	adj	van baalkatoen vervaardigd
baalmoment	noun	een moment waarop iemand zich minder lekker voelt, slecht in zijn vel zit, een moment waarop men baalt van wat er speelt, zoals stress op het werk of de persoonlijke situatie waarin men verkeert.
baalmomenten	=	baalmoment
baalmomentje	=	baalmoment
baalmomentjes	=	baalmoment
baalt	=	balen
baaltje	=	baal
baaltjes	=	baal
baalweek	noun	een week waarin iemand zich minder lekker voelt, slecht in zijn vel zit, een week waarin men baalt van wat er speelt, zoals stress op het werk of de persoonlijke situatie waarin men verkeert.
baalweekje	=	baalweek
baalweekjes	=	baalweek
baalweken	=	baalweek
baalzak	noun	grote zak gemaakt van jute of linnen
baalzakken	=	baalzak
baan	noun	het werk, een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer
baanatleet	noun	atleet die deelneemt aan wedstrijden op de baan
baanatleten	=	baanatleet
baanatletiek	noun	alle sporten die op een atletiekbaan kunnen worden uitgeoefend
baanbed	noun	deel van een weg waarover men rijdt; deel van een weg tussen de beide bermen
baanbedden	=	baanbed
baanbehoud	noun	instandhouding van werkgelegenheid, bij dezelfde baas in dienst kunnen blijven werken
baanbesturing	noun	de analoge of digitale besturing van een modelbaan
baanbesturingen	=	baanbesturing
baanbrekend	adj	nieuwe wegen openend, innoverend
baanbrekende	=	baanbrekend
baanbrekender	=	baanbrekend
baanbrekendere	=	baanbrekend
baanbrekenders	=	baanbrekend
baanbrekends	=	baanbrekend
baanbrekendst	=	baanbrekend
baanbrekendste	=	baanbrekend
baanbreker	noun|figurative	iemand die nieuwe wegen en terreinen voor de maatschappelijke ontwikkeling, van kennis enz. ontsluit
baanbrekers	=	baanbreker
baancafeetje	=	baancafé
baancafeetjes	=	baancafé
baancafé	noun	café voor vrachtwagenchauffeurs
baancafés	=	baancafé
baancommissaris	noun	iemand die bij wedstrijden op een baan toezicht houdt
baancommissarissen	=	baancommissaris
baande	=	banen
baanden	=	banen
baander	noun	spinner in een touwslagerij
baanderde	=	baanderen
baanderden	=	baanderen
baanderdeur	noun	grote, hoge, dubbele deuren die toegang verschaffen tot de bedrijfsruimte van een boerderij
baanderdeuren	=	baanderdeur
baandere	=	baanderen
baanderen	verb	onrustig heen en weer lopen, onverschillig lopen, banjeren
baanderend	=	baanderen
baanderende	=	baanderen
baanderheer	noun	ridder, die recht had eigen vaan te voeren
baanderheertje	=	baanderheer
baanderheren	=	baanderheer
baandert	=	baanderen
baanfiets	noun	fiets voor gebruik op een renbaan
baanfietsen	=	baanfiets
baanfietsje	=	baanfiets
baanfietsjes	=	baanfiets
baangarantie	noun	de belofte dat iemand baan blijft
baangaranties	=	baangarantie
baangebruik	noun	het gebruik van de landingsbanen van een vliegveld
baankans	noun	de waarschijnlijkheid om betaald werk te vinden
baankansen	=	baankans
baanlichaam	noun	lichaam van zand onder een weg of spoorweg
baanlichaampje	=	baanlichaam
baanlichaampjes	=	baanlichaam
baanlichamen	=	baanlichaam
baanloos	adj	zonder baan
baanloosheden	=	baanloosheid
baanloosheid	noun	het baanloos zijn
baanloper	noun	lokvink in een vinkenbaan
baanlopers	=	baanloper
baanlopertje	=	baanloper
baanlopertjes	=	baanloper
baanloze	=	baanloos
baanmeester	noun	beheerder van een stuk spoorweg
baanmeesters	=	baanmeester
baanopzichter	noun	persoon die toezicht houdt op een deel van een spoorweg
baanopzichters	=	baanopzichter
baanrace	noun	snelheidswedstrijd over een afgesloten circuit
baanraceje	=	baanrace
baanracejes	=	baanrace
baanraces	=	baanrace
baanrecord	noun	een beste sportprestatie die ooit op een bepaalde plaats is behaald
baanrecordje	=	baanrecord
baanrecordjes	=	baanrecord
baanrecords	=	baanrecord
baanrenner	noun	wielrenner die op een (overdekte) wielerbaan fietst
baanrenners	=	baanrenner
baanrestaurant	noun	een eetgelegenheid in de buurt van een weg, vooral gericht op automobilisten en truckers
baanrestaurantje	=	baanrestaurant
baanrestaurantjes	=	baanrestaurant
baanrestaurants	=	baanrestaurant
baanrots	noun	een feodaal heer die bij veldslagen van zijn vorst verplicht was met een eigen regiment krijgslieden deel te nemen die hij moest aanvoeren, daarbij werd een banier met het eigen wapen gedragen
baanrotsen	=	baanrots
baanrotsje	=	baanrots
baanrotsjes	=	baanrots
baanruimer	noun	gereedschap of persoon die een baan kan opruimen (meestal door schuiven)
baanruimers	=	baanruimer
baanruimertje	=	baanruimer
baanruimertjes	=	baanruimer
baanschuiver	noun	motorfiets met een lage achterover hangende zit
baanschuivers	=	baanschuiver
baansport	noun	sport die men beoefent op een speciaal voor die sport aangelegde baan
baansporten	=	baansport
baanstroper	noun	struikrover langs een grote weg
baanstropers	=	baanstroper
baant	=	banen
baantje	=	baan
baantjerij	=	baantjerijden
baantjerijd	=	baantjerijden
baantjerijden	verb	op de ijsbaan heen en weer rijden
baantjerijdend	=	baantjerijden
baantjerijdende	=	baantjerijden
baantjes	=	baan
baantjesjager	noun	iemand die, ten koste van het algemeen belang, probeert allerlei goed betaalde en weinig vermoeiende baantjes voor zichzelf of zijn familie te bemachtigen, vaak gaat het over politici
baantjesjagers	=	baantjesjager
baanvak	noun	een stuk spoor tussen twee punten, traject
baanvakje	=	baanvak
baanvakjes	=	baanvak
baanvakken	=	baanvak
baanvast	adj	met een goede wegligging
baanvaste	=	baanvast
baanvaster	=	baanvast
baanvastere	=	baanvast
baanvasters	=	baanvast
baanvastheid	noun	de mate waarin een voertuig contact heeft en houdt met de weg met name bij remmen, optrekken en het maken van bochten en dan in het bijzonder als de wegkwaliteit minder goed is en bij hoge snelheden
baanvastheiden	=	baanvastheid
baanvastheidje	=	baanvastheid
baanvasts	=	baanvast
baanvastst	=	baanvast
baanvastste	=	baanvast
baanveger	noun	schoonmaker van een ijsbaan
baanvegers	=	baanveger
baanvegertje	=	baanveger
baanvegertjes	=	baanveger
baanverlenging	noun	het langer maken van een al bestaande (landings)baan
baanverlengingen	=	baanverlenging
baanverlenginkje	=	baanverlenging
baanverlenginkjes	=	baanverlenging
baanvlak	noun	is het vlak waarin de baan van een maan of planeet om de zon loopt
baanvlakken	=	baanvlak
baanwachter	noun	beambte die toezicht op een deel van een spoorweg houdt
baanwachters	=	baanwachter
baanwachtershuis	noun	woning van de persoon die toezicht houdt op een (deel van een) spoorweg
baanwachtershuisje	=	baanwachtershuis
baanwachtershuisjes	=	baanwachtershuis
baanwachtershuizen	=	baanwachtershuis
baanwedstrijd	noun	wedstrijd die op een speciaal geprepareerde baan gehouden wordt en dus niet op de weg, op het veld of in het open water
baanwedstrijden	=	baanwedstrijd
baanwerker	noun	iemand die spoorwegen aanlegt en onderhoudt
baanwerkers	=	baanwerker
baanwerkertje	=	baanwerker
baanwerkertjes	=	baanwerker
baanwielrennen	noun	wielrennen op de baan, als sport
baanwielrennende	=	baanwielrennen
baanwielrenner	noun	iemand die aan baanwielrennen doet
baanwielrenners	=	baanwielrenner
baanwielrennertje	=	baanwielrenner
baanwielrennertjes	=	baanwielrenner
baanwielrenster	noun	vrouwelijke vorm van baanwielrenner
baanwielrensters	=	baanwielrenster
baanwielrenstertje	=	baanwielrenster
baanwielrenstertjes	=	baanwielrenster
baanzand	noun	wit zand dat men gebruikt bij de aanleg van (spoor)wegen
baanzekerheden	=	baanzekerheid
baanzekerheid	noun	het vertrouwen dat je mag hebben op het vinden van betaald werk
baar	noun	kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen	adj	in gereed geld, cash
baarblijkelijk	adj|obsolete	geeft aan dat iets duidelijk is en niet te ontkennen valt
baarblijkelijke	=	baarblijkelijk
baarblijkelijker	=	baarblijkelijk
baarblijkelijkere	=	baarblijkelijk
baarblijkelijkers	=	baarblijkelijk
baarblijkelijks	=	baarblijkelijk
baarblijkelijkst	=	baarblijkelijk
baarblijkelijkste	=	baarblijkelijk
baard	noun	typisch mannelijke gezichtsbeharing op en rond de kin
baardaap	noun	een alleen in India voorkomende zwarte aap met een kwastachtige staart en een opvallende grijze kraag
baardaapje	=	baardaap
baardaapjes	=	baardaap
baardagame	noun	Pogona vitticeps een reptiel uit de familie agamen (Agamidae).
baardagamen	=	baardagame
baardagametje	=	baardagame
baardagametjes	=	baardagame
baardapen	=	baardaap
baardbrander	noun	tabakspijp met een zeer korte steel
baardbranders	=	baardbrander
baardbrandertje	=	baardbrander
baardbrandertjes	=	baardbrander
baarddraad	noun	een langwerpig draadachtig tastorgaan bij de bek van een aantal soorten vissen, haaien, amfibieën en reptielen.
baarddraadje	=	baarddraad
baarddraadjes	=	baarddraad
baarddracht	noun	de manier waarop iemand zijn baard heeft gekapt of heeft laten kappen
baarddrachten	=	baarddracht
baarddraden	=	baarddraad
baarddrager	noun	iemand die een baard heeft
baarddragers	=	baarddrager
baarddragertje	=	baarddrager
baarddragertjes	=	baarddrager
baarde	=	baren
baardeloos	adj	zonder baard
baardeloost	=	baardeloos
baardelooste	=	baardeloos
baardeloze	=	baardeloos
baardelozer	=	baardeloos
baardelozere	=	baardeloos
baardelozers	=	baardeloos
baarden	=	baard
baardgentiaan	noun	benaming voor planten uit het geslacht Gentianella uit de gentiaanfamilie (Gentianaceae)
baardgentianen	=	baardgentiaan
baardgier	noun	Gypaetus barbatus gier met een spanwijdte van tot wel 2,90 meter
baardgieren	=	baardgier
baardgras	noun	Polypogon monspeliensis gras met langgenaalde kelkkafjes
baardgrasje	=	baardgras
baardgrasjes	=	baardgras
baardgrassen	=	baardgras
baardgrasvogel	noun	Melocichla mentalis een zangvogel uit de familie Macrosphenidae.
baardgrasvogels	=	baardgrasvogel
baardgrasvogeltje	=	baardgrasvogel
baardgrasvogeltjes	=	baardgrasvogel
baardgroei	noun	het groeien van haren op de kin en de wangen van een mens
baardhaar	noun	al het haar van een baard
baardhaartje	=	baardhaar
baardhaartjes	=	baardhaar
baardharen	=	baardhaar
baardhoningvogel	noun	Dicaeum annae een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
baardhoningvogels	=	baardhoningvogel
baardhoningvogeltje	=	baardhoningvogel
baardhoningvogeltjes	=	baardhoningvogel
baardig	adj	een (zware) baard dragend
baardige	=	baardig
baardiger	=	baardig
baardigere	=	baardig
baardigers	=	baardig
baardigs	=	baardig
baardigst	=	baardig
baardigste	=	baardig
baardijs	noun	een zeldzaam natuurverschijnsel waarbij dunne, haarachtige ijsdraden zich vormen uit dood en nat kernhout van loofbomen
baardje	=	baard
baardjes	=	baard
baardkeizertamarin	noun	Saguinus subgrisescens een zoogdier uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
baardkeizertamarinnetje	=	baardkeizertamarin
baardkeizertamarinnetjes	=	baardkeizertamarin
baardkeizertamarins	=	baardkeizertamarin
baardklokvogel	noun	Procnias averano een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga’s).
baardklokvogels	=	baardklokvogel
baardklokvogeltje	=	baardklokvogel
baardklokvogeltjes	=	baardklokvogel
baardkoekoek	noun	Microdynamis parva een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
baardkoekoeken	noun	Bucconidae een familie van vogels uit de orde spechtvogels.
baardkoekoekje	=	baardkoekoek
baardkoekoekjes	=	baardkoekoek
baardlieden	=	baardman
baardlijstergaai	noun	Ianthocincla cineracea een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
baardlijstergaaien	=	baardlijstergaai
baardlijstergaaitje	=	baardlijstergaai
baardlijstergaaitjes	=	baardlijstergaai
baardloos	adj	zonder baard (en dus nog jong en onervaren)
baardloost	=	baardloos
baardlooste	=	baardloos
baardloper	noun	een keversoort uit het geslacht Leistus van de familie van de loopkevers (Carabidae)
baardlopers	=	baardloper
baardlopertje	=	baardloper
baardlopertjes	=	baardloper
baardloze	=	baardloos
baardlozer	=	baardloos
baardlozere	=	baardloos
baardlozers	=	baardloos
baardlui	=	baardman
baardman	noun	man met een lange en dichte beharing van wangen en kin
baardmankruik	noun	beker van aardewerk met het relief van een man met een baard; een soort kruik die gemaakt is in het Rijnlands steengoed-gebied rond de stad Keulen in de 16e tot en met de 19e eeuw
baardmankruiken	=	baardmankruik
baardmankruikje	=	baardmankruik
baardmannen	=	baardman
baardmannetje	=	baardman
baardmannetjes	=	baardman
baardmanskruik	=	baardmankruik
baardmanwever	noun	Sporopipes squamifrons een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
baardmanwevers	=	baardmanwever
baardmanwevertje	=	baardmanwever
baardmanwevertjes	=	baardmanwever
baardmeervallen	noun	een familie Mochokidae van vissen uit de orde van de meervalachtigen (Siluriformes).
baardmeestimalia	noun	Yuhina flavicollis een zangvogel uit de familie Zosteropidae die voorkomt in het Oriëntaals gebied
baardmeestimalia's	=	baardmeestimalia
baardmeestimaliaatje	=	baardmeestimalia
baardmeestimaliaatjes	=	baardmeestimalia
baardmos	noun	benaming voor korstmossen uit het geslacht Usnea in de familie Parmeliaceae Baardmossen worden gekenmerkt door een struikachtige bouw en een centrale as van waaruit vertakkingen ontspringen.
baardmossel	noun	bepaalde soort paardenmossel met een behaarde schelp, Modiolus barbatus
baardmosselen	=	baardmossel
baardmossels	=	baardmossel
baardmosseltje	=	baardmossel
baardmosseltjes	=	baardmossel
baardmossen	=	baardmos
baardmosspikkelspanner	noun	bepaalde soort vlinder, Alcis jubata, uit de familie Geometridae, die in Nederland voorkomt
baardmosspikkelspanners	=	baardmosspikkelspanner
baardmuisspecht	noun	Xiphocolaptes falcirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
baardmuisspechten	=	baardmuisspecht
baardmuisspechtje	=	baardmuisspecht
baardmuisspechtjes	=	baardmuisspecht
baardnachtzwaluw	noun	Eurostopodus mystacalis een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
baardnachtzwaluwen	=	baardnachtzwaluw
baardnachtzwaluwtje	=	baardnachtzwaluw
baardnachtzwaluwtjes	=	baardnachtzwaluw
baardpaddenkopagame	noun	Phrynocephalus mystaceus een hagedis uit de familie der paddenkopagamen die voorkomt in Azië en het Midden-Oosten
baardpaddenkopagamen	=	baardpaddenkopagame
baardpatrijs	noun	Perdix dauurica een vogel uit de familie der fazanten (Phasianidae).
baardpatrijsje	=	baardpatrijs
baardpatrijsjes	=	baardpatrijs
baardpatrijzen	=	baardpatrijs
baardpootspringspin	noun	Saitis barbipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
baardpootspringspinnen	=	baardpootspringspin
baardpootspringspinnetje	=	baardpootspringspin
baardpootspringspinnetjes	=	baardpootspringspin
baardrager	noun	drager van een doodskist gedurende een uitvaart
baardragers	=	baardrager
baardrob	noun	bepaald soort zoogdier,Erignathus barbatus, een zeehondachtige uit de familie Phocidae
baardrobben	=	baardrob
baardrobbetje	=	baardrob
baardrobbetjes	=	baardrob
baardsaki	noun	Chiropotes satanas De baardsaki (Chiropotes satanas), ook wel satansaap genoemd, is een zoogdier uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae).
baardsaki's	noun	een geslacht Chiropotes van zoogdieren uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae)
baardsakietje	=	baardsaki
baardsakietjes	=	baardsaki
baardscheerder	noun	persoon die de baarden van mannen afscheert
baardscheerders	=	baardscheerder
baardschrapper	noun	persoon die een baard scheert
baardschrappers	=	baardschrapper
baardschurft	noun	een door een schimmel (dermatofyt) veroorzaakte ontsteking van de huid in het gedeelte van het gelaat waar bij mannen baardgroei optreedt
baardsjakohoen	noun	Penelope barbata een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
baardsjakohoenderen	=	baardsjakohoen
baardsjakohoenders	=	baardsjakohoen
baardsjakohoendertje	=	baardsjakohoen
baardsjakohoendertjes	=	baardsjakohoen
baardsnuitmot	noun	Platytes alpinella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
baardsnuitmotje	=	baardsnuitmot
baardsnuitmotjes	=	baardsnuitmot
baardsnuitmotten	=	baardsnuitmot
baardsnuituil	noun	bepaalde soort vlinder, Pechipogo strigilata, uit de familie Erebidae, die in Nederland voorkomt
baardsnuituilen	=	baardsnuituil
baardspecht	noun	Chloropicus namaquus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
baardspechten	=	baardspecht
baardspechtje	=	baardspecht
baardspechtjes	=	baardspecht
baardstoppel	noun	niet of slecht geschoren korte, scherpe haren in het gelaat
baardstoppels	=	baardstoppel
baardstoppeltje	=	baardstoppel
baardstoppeltjes	=	baardstoppel
baardtiran	noun	Polystictus pectoralis een zangvogel uit de familie der tirannen (Tyrannidae)
baardtirannen	=	baardtiran
baardtirannetje	=	baardtiran
baardtirannetjes	=	baardtiran
baardtrap	noun	Houbaropsis bengalensis een vogel uit de familie van de trappen (Otididae).
baardtrapje	=	baardtrap
baardtrapjes	=	baardtrap
baardtrappen	=	baardtrap
baarduil	noun	Strix nebulosa een imposante uilensoort uit de familie van de echte uilen (Strigidae).
baarduilen	=	baarduil
baarduiltje	=	baarduil
baarduiltjes	=	baarduil
baardvin	noun	etterige ontsteking van de huid van het gelaat
baardvinnen	=	baardvin
baardvireo	noun	Vireo altiloquus een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
baardvireo's	=	baardvireo
baardvireootje	=	baardvireo
baardvireootjes	=	baardvireo
baardvis	noun	Groenlandse walvis Balaena mysticetus
baardvissen	=	baardvis
baardvleermuis	noun	Myotis mystacinus, kleine vleermuis met behaarde bovenlip, behorende tot de gladneusvleermuizen
baardvleermuisje	=	baardvleermuis
baardvleermuisjes	=	baardvleermuis
baardvleermuizen	=	baardvleermuis
baardvogel	noun	een tot de behorende vogel
baardvogels	=	baardvogel
baardvogeltje	=	baardvogel
baardvogeltjes	=	baardvogel
baardwaaierstaart	noun	Cercotrichas barbata een vogelsoort uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
baardwaaierstaarten	=	baardwaaierstaart
baardwaaierstaartje	=	baardwaaierstaart
baardwaaierstaartjes	=	baardwaaierstaart
baardwalvis	noun	zeezoogdieren uit de onderorde Mysticeti, met baleinplaten in de bovenkaak, waarmee ze voedseldeeltjes uit het water kunnen filteren
baardwalvissen	=	baardwalvis
baardwerk	noun	met zand gevulde constructie uit rijshout die vroeger vaak de kern van kribben vormde
baardwerken	=	baardwerk
baardwerkje	=	baardwerk
baardwerkjes	=	baardwerk
baardwesp	noun	Pterocheilus phaleratus een vliesvleugelig insect uit de familie van de plooivleugelwespen (Vespidae).
baardwespen	=	baardwesp
baardwespje	=	baardwesp
baardwespjes	=	baardwesp
baardzwijn	noun	Sus barbatus een varkenssoort die op Sumatra, Borneo en in Maleisië voorkomt
baardzwijnen	=	baardzwijn
baardzwijntje	=	baardzwijn
baardzwijntjes	=	baardzwijn
baargoud	noun	goud in staafvorm
baarhuis	noun	een plaats waar lijken tijdelijk opgebaard liggen
baarhuisje	=	baarhuis
baarhuisjes	=	baarhuis
baarhuizen	=	baarhuis
baarkleden	=	baarkleed
baarkleed	noun	een kleed waarmee de lijkbaar en/of de doodskist bedekt worden, een lijkkleed
baarkleedje	=	baarkleed
baarkleedjes	=	baarkleed
baarkruk	noun	speciale kruk voor het in zittende houding baren van een kind
baarkrukje	=	baarkruk
baarkrukken	=	baarkruk
baarlijk	adj	zich in zijn ware vorm vertonend
baarlijke	=	baarlijk
baarlijker	=	baarlijk
baarlijkere	=	baarlijk
baarlijkers	=	baarlijk
baarlijks	=	baarlijk
baarlijkst	=	baarlijk
baarlijkste	=	baarlijk
baarmoeder	noun	voortplantingsorgaan van vrouwen waarin de vrucht zich ontwikkelt
baarmoederhals	noun	smal en buisvormig gedeelte van de baarmoeder dat aan een kant in de vagina eindigt en aan de andere kant overgaat in het baarmoederlichaam
baarmoederhalscel	noun	cellen afkomstig van het slijmvlies van de baarmoederhals
baarmoederhalscellen	=	baarmoederhalscel
baarmoederhalsje	=	baarmoederhals
baarmoederhalskanker	noun	vorm van kanker die zich in de baarmoederhals ontwikkelt
baarmoederhalsonderzoek	noun	het nemen van een monster van het slijmvlies van de baarmoederhals
baarmoederhalsonderzoeken	=	baarmoederhalsonderzoek
baarmoederhalzen	=	baarmoederhals
baarmoederkanker	noun	kwaadaardige afwijking ontstaan uit het slijmvlies van de baarmoeder
baarmoederlijk	adj	betrekking hebbend op de baarmoeder
baarmoederlijke	=	baarmoederlijk
baarmoederlijker	=	baarmoederlijk
baarmoederlijkere	=	baarmoederlijk
baarmoederlijkers	=	baarmoederlijk
baarmoederlijks	=	baarmoederlijk
baarmoederlijkst	=	baarmoederlijk
baarmoederlijkste	=	baarmoederlijk
baarmoedermond	noun	de opening van de baarmoeder in de vagina
baarmoedermonden	=	baarmoedermond
baarmoedermondje	=	baarmoedermond
baarmoedermondjes	=	baarmoedermond
baarmoeders	=	baarmoeder
baarmoederslijmvlies	noun	een dikke laag slijmvlies waarmee heel de binnenkant van de baarmoeder bedekt is
baarmoederslijmvliezen	=	baarmoederslijmvlies
baarmoederstaking	noun	er wordt gesproken van een baarmoederstaking indien het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw baart gedurende haar leven (in een landstreek) ver onder de 2 ligt
baarmoederstakingen	=	baarmoederstaking
baarmoederstakinkje	=	baarmoederstaking
baarmoederstakinkjes	=	baarmoederstaking
baarmoedertje	=	baarmoeder
baarmoedertjes	=	baarmoeder
baarmoederwand	noun	de gespierde wand van de baarmoeder
baarmoederwanden	=	baarmoederwand
baarmoederwandje	=	baarmoederwand
baarmoederwandjes	=	baarmoederwand
baarmoederweefsel	noun	het slijmvlies van de uterus
baarpijp	noun	bepaald, zacht klinkend orgelregister
baarpijpen	=	baarpijp
baarpijpje	=	baarpijp
baarpijpjes	=	baarpijp
baars	noun	Perca fluviatilis, roofvis met rode stekelvinnen, die voorkomt in zoetwater	adj	onervaren
baarsachtigen	noun	een orde Perciformes van vissen met meer dan 7000 sterk uiteenlopende soorten.
baarschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen als ze meer dan twee kinderen krijgen
baarse	=	baars
baarser	=	baars
baarsere	=	baars
baarsers	=	baars
baarsfilet	noun	baars zonder graten
baarsfiletje	=	baarsfilet
baarsfiletjes	=	baarsfilet
baarsfilets	=	baarsfilet
baarsje	=	baars
baarsjes	=	baars
baarst	=	baars
baarste	=	baars
baarstoel	noun	een speciaal voor het vergemakkelijken van een bevalling ontworpen stoel
baarstoelen	=	baarstoel
baarstoeltje	=	baarstoel
baarstoeltjes	=	baarstoel
baarsvissen	noun	de grootste onderorde Percoidei van de orde baarsachtigen (Perciformes)
baarszalmen	noun	een kleine orde Percopsiformes van straalvinnige vissen.
baart	=	baren
baartje	=	baar
baartjes	=	baar
baarzen	=	baars
baas	=	bazen
baasachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van baas
baasachtige	=	baasachtig
baasachtiger	=	baasachtig
baasachtigere	=	baasachtig
baasachtigers	=	baasachtig
baasachtigs	=	baasachtig
baasachtigst	=	baasachtig
baasachtigste	=	baasachtig
baasde	=	bazen
baasden	=	bazen
baasje	=	bazen
baasjes	=	bazen
baasschap	noun	het baas zijn, het hebben van gezag
baast	=	bazen
baat	noun	iets met een gunstig effect
baatbelasting	noun	belasting die door een gemeente wordt geheven van de eigenaar, bezitter of beperkt gerechtigde van een onroerende zaak, indien een in een bepaald gedeelte van de gemeente gelegen onroerende zaak, is gebaat door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur
baatbelastingen	=	baatbelasting
baatje	=	baat
baatjes	=	baat
baatte	=	baten
baatten	=	baten
baatziek	adj	te zeer belust op het behalen van winst
baatzieke	=	baatziek
baatzieker	=	baatziek
baatziekere	=	baatziek
baatziekers	=	baatziek
baatzieks	=	baatziek
baatziekst	=	baatziek
baatziekste	=	baatziek
baatzucht	noun	onedelmoedige en overdreven zucht tot eigen voordeel
baatzuchtig	adj	inhalig
baatzuchtige	=	baatzuchtig
baatzuchtiger	=	baatzuchtig
baatzuchtigere	=	baatzuchtig
baatzuchtigers	=	baatzuchtig
baatzuchtigheden	=	baatzuchtigheid
baatzuchtigheid	noun	de mate waarin men bezig is met het eigenbelang
baatzuchtigs	=	baatzuchtig
baatzuchtigst	=	baatzuchtig
baatzuchtigste	=	baatzuchtig
baatzuchtje	=	baatzucht
baba	noun	rond cakeje, gedrenkt in een zoete alcoholische drank
baba's	=	baba
babaco	noun	Vasconcellea × pentagona een hybride van de bergpapaja (Vasconcellea pubescens) en Vasconcellea stipulata.
babaco's	=	babaco
babacootje	=	babaco
babacootjes	=	babaco
babarfluiter	noun	Pachycephala sharpei een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
babarfluiters	=	babarfluiter
babarfluitertje	=	babarfluiter
babarfluitertjes	=	babarfluiter
babarhoningeter	noun	Lichmera squamata een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
babarhoningeters	=	babarhoningeter
babarhoningetertje	=	babarhoningeter
babarhoningetertjes	=	babarhoningeter
babax	noun	Babax een geslacht van vogels uit de familie Leiothrichidae
babaxen	=	babax
babaxje	=	babax
babaxjes	=	babax
babbel	noun	vlot gepraat of het vermogen daartoe
babbelaar	noun	iemand die veel kletst
babbelaars	noun	een geslacht Garritornis van zangvogels uit de familie Pomatostomidae
babbelaarster	noun	vrouw die veel kletst en roddelt
babbelaarsters	=	babbelaarster
babbelaarstertje	=	babbelaarster
babbelaarstertjes	=	babbelaarster
babbelaartje	=	babbelaar
babbelaartjes	=	babbelaar
babbelachtig	adj	geneigd zijn tot babbelen
babbelachtige	=	babbelachtig
babbelachtiger	=	babbelachtig
babbelachtigere	=	babbelachtig
babbelachtigers	=	babbelachtig
babbelachtigs	=	babbelachtig
babbelachtigst	=	babbelachtig
babbelachtigste	=	babbelachtig
babbelaren	=	babbelaar
babbelares	=	babbelaar
babbelarij	noun	het aanhoudend (inhoudsloos) kletsen, ouwehoeren en roddelen
babbelarijen	=	babbelarij
babbelarijtje	=	babbelarij
babbelarijtjes	=	babbelarij
babbelbox	noun	chatroom op het internet
babbelboxen	=	babbelbox
babbelde	=	babbelen
babbelden	=	babbelen
babbele	=	babbelen
babbelen	verb	gezellig praten over zaken van weinig belang
babbelend	adj	zonder veel nadenkend pratend en keuvelend
babbelende	=	babbelen
babbelends	=	babbelend
babbelkous	noun	een persoon die de neiging heeft veel een langdurig over weinig belangrijke zaken te praten
babbelkousen	=	babbelkous
babbelkousje	=	babbelkous
babbelkousjes	=	babbelkous
babbelpraat	noun	inhoudsloos geklets
babbelpraatje	=	babbelpraat
babbelpraatjes	=	babbelpraat
babbels	=	babbel
babbelt	=	babbelen
babbeltje	=	babbel
babbeltjes	=	babbel
babbeltoer	noun	de stemming, houding die men nodig heeft voor het maken van een luchtig praatje
babbeltoeren	=	babbeltoer
babbeltoertje	=	babbeltoer
babbeltoertjes	=	babbeltoer
babbeltruc	noun	het proberen binnen te dringen in een woning (om te stelen) door het vertellen van een of andere smoes
babbeltrucje	=	babbeltruc
babbeltrucjes	=	babbeltruc
babbeltrucs	=	babbeltruc
babbeltruken	=	babbeltruc
babbelziek	adj	wel erg praatlustig, klapziek
babbelzieke	=	babbelziek
babbelzieker	=	babbelziek
babbelziekere	=	babbelziek
babbelziekers	=	babbelziek
babbelzieks	=	babbelziek
babbelziekst	=	babbelziek
babbelziekste	=	babbelziek
babbelzucht	noun	de onbedwingbare neiging om over allerlei onderwerpen te praten, kletsen en te roddelen
babbittmetaal	noun	legering die gebruikt wordt in glijlagers
babbittmetaaltje	=	babbittmetaal
babbittmetaaltjes	=	babbittmetaal
babbittmetalen	=	babbittmetaal
babe	noun	jonge aantrekkelijke sexy vrouw
babeje	=	babe
babejes	=	babe
babes	=	babe
babi	noun	varken, zwijn; naam voor soorten uit het geslacht Sus
babi's	=	babi
babietje	=	babi
babietjes	=	babi
babiroesa	noun	varkensachtig hoefdier uit het geslacht Babyrousa, dat op Celebes en naburige eilanden voorkomt
babiroesa's	noun	Babyrousa een geslacht van varkensachtige hoefdieren.
babiroessa	=	babiroesa
babke	noun	bepaalde zoete cake
babkes	=	babke
baboe	noun	een Indische of Indonesische vrouwelijke kinderoppas of bediende
baboen	noun	Virola surinamensis een boom uit de nootmuskaatfamilie.
baboes	=	baboe
baboesjka	noun	grootmoedertje, oude vrouw
baboesjka's	=	baboesjka
baboetje	=	baboe
baboetjes	=	baboe
babok	noun|obsolete	iemand die zich dom of bot gedraagt
babokken	=	babok
babokkend	=	babok
babokkende	=	babok
baby	noun	een mens in de allereerste fase van zijn/haar leven na de geboorte, meestal tijdens het eerste levensjaar
baby's	=	baby
baby'tje	=	baby
baby'tjes	=	baby
babyaap	noun	heel jonge aap; pasgeboren aap
babyaapje	=	babyaap
babyaapjes	=	babyaap
babyachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van baby
babyachtige	=	babyachtig
babyachtiger	=	babyachtig
babyachtigere	=	babyachtig
babyachtigers	=	babyachtig
babyachtigs	=	babyachtig
babyachtigst	=	babyachtig
babyachtigste	=	babyachtig
babyafdeling	noun	een gespecialiseerde afdeling die zich richt op de medische zorg voor pasgeborenen (zuigelingen) die extra aandacht, observatie of intensieve behandeling nodig hebben
babyafdelingen	=	babyafdeling
babyapen	=	babyaap
babyartikel	noun	spullen die men kan gebruiken bij de verzorging van heel kleine kinderen
babyartikelen	=	babyartikel
babyartikels	=	babyartikel
babybad	noun	tobbe bedoeld om heel jonge kinderen in te wassen
babybaden	=	babybad
babybadje	=	babybad
babybadjes	=	babybad
babybed	noun	slaapplaats voor heel jonge kinderen
babybedden	=	babybed
babybedje	=	babybed
babybedjes	=	babybed
babybeer	noun	het jong van een beer; zeer jonge beer
babybeertje	=	babybeer
babybeertjes	=	babybeer
babyberen	=	babybeer
babyblauw	noun	zachtblauw, zoals vaak gebruikt voor kleren e.d. van jongensbaby's	adj	mbt bovenstaande kleur
babyblauwe	=	babyblauw
babyblauwen	=	babyblauw
babyblauwer	=	babyblauw
babyblauwere	=	babyblauw
babyblauwers	=	babyblauw
babyblauws	=	babyblauw
babyblauwst	=	babyblauw
babyblauwste	=	babyblauw
babyblog	noun	op het internet bijgehouden dagboek over één bepaalde baby
babyblogger	noun	iemand die een dagboek op het internet bijhoudt van één bepaalde baby
babybloggers	=	babyblogger
babyblogs	=	babyblog
babyblues	noun	sombere stemming bij de ouders van een zeer jong kind
babybond	noun	obligatie met een lagere nominale waarde dan normaal
babybondje	=	babybond
babybondjes	=	babybond
babybonds	=	babybond
babyboom	noun	een periode waarin ongewoon veel kinderen geboren worden
babyboomer	noun	iemand die tijdens een geboortegolf geboren is, maar in het bijzonder die plaatsvond na de Tweede Wereldoorlog
babyboomers	=	babyboomer
babyboomertje	=	babyboomer
babyboomertjes	=	babyboomer
babyboomgeneratie	noun	generatie die is geboren in de jaren vlak na de tweede wereldoorlog (in de geboortegolf)
babyboomgeneraties	=	babyboomgeneratie
babyboompje	=	babyboom
babyboompjes	=	babyboom
babybooms	=	babyboom
babyborrel	noun	een feest georganiseerd ter gelegenheid van de geboorte van een kind
babyborrels	=	babyborrel
babyborreltje	=	babyborrel
babyborreltjes	=	babyborrel
babybos	noun	bos geplant voor een groep zeer jonge kinderen als teken van vertrouwen in de toekomst
babybosje	=	babybos
babybosjes	=	babybos
babybossen	=	babybos
babybouncer	noun	kinderspeelgoed bestaande uit een wipstoeltje aan een of meer elastische snoeren die aan een balk of een boomtak worden bevestigd, zodat de baby in zijn stoeltje op en neer kan wippen
babybouncers	=	babybouncer
babybox	noun	een, vaak van hout gemaakt, min of meer vierkant meubelstuk omlijst door spijlen met een leuning erop waarin een baby of peuter veilig aanwezig kan zijn.
babyboxen	=	babybox
babyboxje	=	babybox
babyboxjes	=	babybox
babybrievenbus	noun	klep waar men anoniem een baby kan plaatsen, die dan door de ontvangende instantie uiteindelijk ter adoptie zal worden aangeboden
babybrievenbussen	=	babybrievenbus
babybroccoli	noun	groente die een kruising is tussen kailan en broccoli
babybus	noun	autobus bij o.a. attractieparken waarin allerlei benodigdheden aanwezig zijn voor ouders met baby's
babybusje	=	babybus
babybusjes	=	babybus
babybussen	=	babybus
babycrash	noun	plotselinge, grote daling van het aantal geboortes; plotselinge, grote daling van het geboortecijfer
babycrashes	=	babycrash
babydier	noun	een dier in de eerste fase van zijn leven
babydieren	=	babydier
babydoll	noun	nachtkleding voor vrouwen bestaande uit een kort broekje en een loshangend hemdje
babydolls	=	babydoll
babydruif	noun	Surinaamse naam van Flacourtia jangomas: struik met doornen waaraan kleine rode vruchten groeien
babydruiven	=	babydruif
babyeczeem	noun	een veelvoorkomende, chronische en jeukende huidaandoening bij baby's onder de 1 jaar, gekenmerkt door een slechte huidbarrière, droge huid en rode, schilferige plekken
babyface	noun	iemand met een rond, glad en expressief gelaat als van een jong kind
babyfaceje	=	babyface
babyfaces	=	babyface
babyfles	noun	een fles uitgerust met een speen, waaruit baby's vloeistoffen kunnen drinken
babyfleshormonen	=	babyfleshormoon
babyfleshormoon	noun	ongewenste chemische hormoonachtige stof die onder andere weglekt uit babyflesjes
babyflesje	=	babyfles
babyflesjes	=	babyfles
babyflessen	=	babyfles
babyfoon	noun	elektronisch afluisterapparaat om geluid uit de kinderkamer elders op te vangen
babyfoons	=	babyfoon
babyfoontje	=	babyfoon
babyfoontjes	=	babyfoon
babyfoto	noun	foto van een baby
babyfoto's	=	babyfoto
babyfotootje	=	babyfoto
babyfotootjes	=	babyfoto
babygeur	noun	wat men kan ruiken in de buurt van een baby
babygeuren	=	babygeur
babygeurtje	=	babygeur
babygeurtjes	=	babygeur
babygroep	noun	groep zeer jonge kinderen
babygroepen	=	babygroep
babygroepje	=	babygroep
babygroepjes	=	babygroep
babyhaar	noun	een afzonderlijke haar van een baby
babyhaartje	=	babyhaar
babyhaartjes	=	babyhaar
babyharen	=	babyhaar
babyhoofd	noun	het hoofd van een baby
babyhoofden	=	babyhoofd
babyhoofdje	=	babyhoofd
babyhoofdjes	=	babyhoofd
babyhuid	noun	huid van heel jonge kinderen
babyhuiden	=	babyhuid
babyhuidje	=	babyhuid
babyhuidjes	=	babyhuid
babyhuis	noun	een plek waar een moeder haar baby tijdelijk voor kortere of langere duur kan brengen als ze even niet meer voor hun baby kunnen zorgen
babyhuisje	=	babyhuis
babyhuisjes	=	babyhuis
babyhuizen	=	babyhuis
babykamer	noun	slaapkamer voor een baby
babykamers	=	babykamer
babykamertje	=	babykamer
babykamertjes	=	babykamer
babykleding	noun	kleine kleertjes die geschikt zijn voor een pasgeboren kind
babykleertjes	noun	de kleine kleertjes voor een pasgeboren kind
babylance	noun	ziekenwagen die speciaal bestemd is voor pasgeboren kinderen
babylanceje	=	babylance
babylancejes	=	babylance
babylancen	=	babylance
babylances	=	babylance
babyleeftijd	noun	de periode vanaf de geboorte tot ongeveer één jaar oud
babyleeftijden	=	babyleeftijd
babylijk	noun	lichaam van een klein kind dat gestorven is
babylijken	=	babylijk
babylijkje	=	babylijk
babylijkjes	=	babylijk
babylon	noun	een plek of situatie waar iedereen door elkaar praat, wat verwarring schept
babylonisch	adj	van, uit Babel, Babylon of Babylonië
babylonische	=	babylonisch
babylonischer	=	babylonisch
babylonischere	=	babylonisch
babylonischers	=	babylonisch
babylonischt	=	babylonisch
babylonischte	=	babylonisch
babylons	=	babylon
babyluik	noun	ruimte waarin men een baby anoniem te vondeling kan leggen met de zekerheid dat de baby wordt gevonden en verzorgd
babyluiken	=	babyluik
babyluikje	=	babyluik
babyluikjes	=	babyluik
babymais	noun	nog in hun geheel eetbare kolfjes van jonge maisplanten (Zea mays)
babymammoet	noun	pasgeboren mammoet Mammuthus
babymammoeten	=	babymammoet
babymammoetje	=	babymammoet
babymammoetjes	=	babymammoet
babymammoets	=	babymammoet
babymarkt	noun	de wereld van wensouders, draagmoeders en vruchtbaarheeidsklinieken waarin gehandeld wordt in de mogelijkheid om een baby te krijgen
babymarkten	=	babymarkt
babymarktje	=	babymarkt
babymarktjes	=	babymarkt
babymaïs	noun	nog in hun geheel eetbare kolfjes van jonge maisplanten (Zea mays)
babymelk	noun	voeding van baby's die bestaat uit water en daarin opgelost melkpoeder
babymelken	=	babymelk
babymelkpoeder	noun	poeder waar men door toevoeging van water, vloeibare babyvoeding kan maken
babymelkpoeders	=	babymelkpoeder
babymoon	noun	een laatste vakantie van een paar voordat de baby wordt geboren, m.a.w. de laatste keer dat men nog tijd voor elkaar heeft
babymoons	=	babymoon
babymoonvakantie	noun	een laatste vakantie van een paar voordat de baby wordt geboren, m.a.w. de laatste keer dat men nog tijd voor elkaar heeft
babymoonvakanties	=	babymoonvakantie
babymoord	noun	het moedwillig en met voorbedachte rade doden van een zeer jong kind
babymoorden	=	babymoord
babyolie	noun	een verzorgingsmiddel voor een gevoelige of droge huid met een zachtreinigende werking
babyolies	=	babyolie
babyolifant	noun	pasgeboren olifant
babyolifanten	=	babyolifant
babyolifantje	=	babyolifant
babyolifantjes	=	babyolifant
babyoliën	=	babyolie
babypoeder	noun	poeder dat men met water moet aanlengen om babymelk te krijgen
babypoeders	=	babypoeder
babypoedertje	=	babypoeder
babypoep	noun	poep van een baby
babypoepen	=	babypoep
babypoepje	=	babypoep
babypoepjes	=	babypoep
babypop	noun	een speelgoedpop die lijkt op een baby
babypopje	=	babypop
babypopjes	=	babypop
babypoppen	=	babypop
babypoppetje	=	babypop
babypoppetjes	=	babypop
babyroof	noun	het stelen van een baby
babyroven	=	babyroof
babyroze	noun	zachtroze, zoals vaak gebruikt voor kleren e.d. van meisjesbaby's	adj	mbt bovenstaande kleur
babyrozen	=	babyroze
babyrozer	=	babyroze
babyrozere	=	babyroze
babyrozers	=	babyroze
babyrozes	=	babyroze
babyschuif	noun	ruimte waarin men een baby anoniem te vondeling kan leggen met de zekerheid dat de baby wordt gevonden en verzorgd
babyschuiven	=	babyschuif
babyshampoo	noun	vloeibare zeep zonder schadelijke stoffen die geschikt is voor de allerkleinste kinderen
babyshampoos	=	babyshampoo
babyshampootje	=	babyshampoo
babyshower	noun	feestje voor de aanstaande moeder vol goede wensen en cadeaus voor de baby
babyshowers	=	babyshower
babyshowertje	=	babyshower
babyshowertjes	=	babyshower
babysit	noun	iemand die voor korte tijd op de kinderen past
babysits	=	babysit
babysitte	=	babysitten
babysitten	verb	passen op kleine kinderen terwijl de ouders niet aanwezig zijn
babysittend	=	babysitten
babysittende	=	babysitten
babysitter	noun	iemand die, gewoonlijk tegen betaling, enige tijd oppast op iemands kind of baby
babysitters	=	babysitter
babysittertje	=	babysitter
babysittertjes	=	babysitter
babyspeelgoed	noun	speelmateriaal dat geschikt is voor een baby
babyspeelgoedje	=	babyspeelgoed
babyspeelgoedjes	=	babyspeelgoed
babystasi	noun	consultatiebureau waar men altijd wel wat negatiefs weet te zeggen over de baby en waar men de ouders zeer dwingende adviezen geeft
babystasi's	=	babystasi
babystem	noun	overdreven kinderlijke manier van praten
babystemmen	=	babystem
babystemmetje	=	babystem
babystemmetjes	=	babystem
babytaal	noun	manier van 'spreken' van een baby
babytaaltje	=	babytaal
babytaaltjes	=	babytaal
babytalen	=	babytaal
babytheek	noun	een uitleendienst waar men babymateriaal kan lenen
babytheekje	=	babytheek
babytheekjes	=	babytheek
babytheken	=	babytheek
babytijd	noun	het eerste jaar van iemands leven
babytijden	=	babytijd
babyuitzet	noun	alle babyspullen die men nodig heeft om voor een baby te kunnen zorgen
babyuitzetten	=	babyuitzet
babyverzorging	noun	zaken die men nodig heeft voor de verzorging van een baby
babyvet	noun	het onderhuidse vet van een mollige baby
babyvoeding	noun	voeding speciaal geschikt voor baby's
babyvoedingen	=	babyvoeding
babyvoedinkje	=	babyvoeding
babyvoedinkjes	=	babyvoeding
babyvoedsel	noun	voeding die speciaal gemaakt is en geschikt is voor zeer jonge kinderen
babyvriendelijk	adj	geschikt voor baby's en jonge kinderen
babyvriendelijke	=	babyvriendelijk
babyvriendelijker	=	babyvriendelijk
babyvriendelijkere	=	babyvriendelijk
babyvriendelijkers	=	babyvriendelijk
babyvriendelijks	=	babyvriendelijk
babyvriendelijkst	=	babyvriendelijk
babyvriendelijkste	=	babyvriendelijk
babywinkel	noun	winkel waar men artikelen kan kopen die men kan gebruiken bij de verzorging van heel kleine kinderen
babywinkels	=	babywinkel
babywoord	noun	betekenisloze woordjes die men gebruikt in de omgang met baby's
babywoorden	=	babywoord
babywoordje	=	babywoord
babywoordjes	=	babywoord
babyzaag	noun	een kleine ijzerzaag met een verwisselbaar zaagblad dat kleiner is dan bij een 'gewone' ijzerzaag
babyzaagje	=	babyzaag
babyzaagjes	=	babyzaag
babyzaak	noun	een winkel waar men zaken verkoopt die men nodig heeft voor de verzorging van een heel jong kind
babyzaakje	=	babyzaak
babyzaakjes	=	babyzaak
babyzagen	=	babyzaag
babyzaken	=	babyzaak
babá	=	baba
baccalaureaat	noun	het baccalaureus zijn
baccalaureaten	=	baccalaureaat
baccalaurei	=	baccalaureus
baccalaureus	noun|historical	academische titel, te behalen na drie tot vier jaar hoger onderwijs
baccalaureusje	=	baccalaureus
baccalaureusjes	=	baccalaureus
baccarat	noun	gokspel met kaarten waarbij de (drie tot elf) deelnemers spelen tegen een bankhouder (baccarat banque) of onder elkaar (baccarat chemin-de-fer) en met twee kaarten en eventueel een derde, aanvullende kaart op negen of het dichtst daarbij uit moeten komen om de inzet te winnen
baccaratje	=	baccarat
baccaratjes	=	baccarat
baccaratroos	noun	Rosa roos met geschaduwde kleuren
baccaratroosje	=	baccaratroos
baccaratroosjes	=	baccaratroos
baccaratrozen	=	baccaratroos
bacchanaal	noun	Romeins feest ter ere van Bacchus
bacchanalen	=	bacchanaal
bacchant	noun	losbandige Bacchuspriesteres
bacchante	noun	priesteres van Bacchus
bacchanten	=	bacchant
bacchantes	=	bacchante
bacchantisch	adj	losbandig
bacchantische	=	bacchantisch
bacchantischer	=	bacchantisch
bacchantischere	=	bacchantisch
bacchantischers	=	bacchantisch
bacchisch	adj	met betrekking tot de god Bacchus
bacchische	=	bacchisch
bacchischer	=	bacchisch
bacchischere	=	bacchisch
bacchischers	=	bacchisch
bache	noun	een groot, stevig dekzeil, dat gebruikt wordt om spullen te beschermen tegen weersinvloeden, zoals op aanhangwagens of bouwplaatsen
bachelor	noun	academische titel, te behalen na drie tot vijf jaar hoger onderwijs
bachelor-master	noun	stelsel of opleiding van hoger onderwijs waarbij in vakgebieden de graad van bachelor en master kan worden behaald
bachelor-masteropleiding	noun	het internationale stelsel in het hoger onderwijs, waarbij een 3-jarige universitaire of 4-jarige HBO-bacheloropleiding (basis) wordt gevolgd door een specialiserende 1- tot 3-jarige masteropleiding.
bachelor-masteropleidingen	=	bachelor-masteropleiding
bachelor-masteropleidinkje	=	bachelor-masteropleiding
bachelor-masteropleidinkjes	=	bachelor-masteropleiding
bachelor-masters	=	bachelor-master
bachelor-masterstelsel	noun	een nadere uitwerking van de afspraken die 29 Europese landen in 1999 in het kader van het Bolognaproces hebben gemaakt om in tien jaar te komen tot één Europese hogeronderwijsruimte
bachelor-masterstelsels	=	bachelor-masterstelsel
bachelor-masterstructuren	=	bachelor-masterstructuur
bachelor-masterstructuur	noun	onderwijsstructuur in het hoger onderwijs, waarbij de opleiding is ingedeeld in een eerste, generalistische fase, die bij goed gevolg het bachelordiploma oplevert, en aanvullend een specialistische fase, die bij goed gevolg een masterdiploma oplevert
bachelor-na-bacheloropleiding	noun	een gespecialiseerde vervolgopleiding van 1 jaar (60 studiepunten) in Vlaanderen, die u volgt nadat u al een bachelordiploma heeft behaald.
bachelor-na-bacheloropleidingen	=	bachelor-na-bacheloropleiding
bachelor-na-bacheloropleidinkje	=	bachelor-na-bacheloropleiding
bachelor-na-bacheloropleidinkjes	=	bachelor-na-bacheloropleiding
bachelor-na-masteropleiding	noun	een vervolgopleiding die je volgt nadat je al een masterdiploma hebt behaald.
bachelor-na-masteropleidingen	=	bachelor-na-masteropleiding
bachelor-na-masteropleidinkje	=	bachelor-na-masteropleiding
bachelor-na-masteropleidinkjes	=	bachelor-na-masteropleiding
bachelordiploma	noun	getuigschrift dat men ontvangt na het succesvol afronden van de bachelor-fase van een opleiding aan een instelling voor hoger onderwijs, de student mag dan de titel bachelor voeren
bachelordiploma's	=	bachelordiploma
bachelorfase	noun	het eerste deel van een opleiding aan een hogeschool of universiteit
bachelorfasen	=	bachelorfase
bachelorfases	=	bachelorfase
bachelorgraad	noun	bewijs dat men een basisopleiding aan een universiteit of een volledige beroepsopleiding op een hogeschool heeft doorlopen
bachelorgraden	=	bachelorgraad
bacheloropleiding	noun	de eerste fase van een opleiding aan een instituut voor hogere onderwijs
bacheloropleidingen	=	bacheloropleiding
bacheloropleidinkje	=	bacheloropleiding
bacheloropleidinkjes	=	bacheloropleiding
bachelorproef	noun	project waarmee iemand zijn bacheloropleiding afrondt
bachelorproeven	=	bachelorproef
bachelors	=	bachelor
bachelorscriptie	noun	een vakinhoudelijk of wetenschappelijk opstel dat een verplicht onderdeel vormt van de bachelorfase in het hoger onderwijs waarin men eigen onderzoek beschrijft
bachelorscripties	=	bachelorscriptie
bachelorsdiploma	noun	getuigschrift dat men ontvangt na het succesvol afronden van de bachelor-fase van een opleiding aan een instelling voor hoger onderwijs, de student mag dan de titel bachelor voeren
bachelorsdiploma's	=	bachelorsdiploma
bachelorstudent	noun	leerling van het hoger onderwijs die de titel bachelor probeert te verwerven
bachelorstudenten	=	bachelorstudent
bachten	prep|obsolete	achter
bacil	noun	benaming voor soorten uit de klasse Bacilli die de vorm van een staafje of een komma hebben
bacillair	adj	betrekking hebbend op, veroorzaakt door bacillen
bacillairder	=	bacillair
bacillairdere	=	bacillair
bacillairders	=	bacillair
bacillaire	=	bacillair
bacillairs	=	bacillair
bacillairst	=	bacillair
bacillairste	=	bacillair
bacillen	noun	klasse Bacillum
bacillendrager	noun	iets of iemand die bacteriën kan overdragen zonder er zelf ziek van de zijn
bacillendragers	=	bacillendrager
bacilletje	=	bacil
bacilletjes	=	bacil
back	noun	verdediger, achterspeler
back-up	noun	een reservekopie van bestanden en andere gegevens die wordt gemaakt voor het geval het origineel verloren gaat
back-upbestand	noun	veiligheidscopie van een computerfile die men kan gebruiken als de oorspronkelijke file beschadigd is
back-upbestanden	=	back-upbestand
back-upje	=	back-up
back-upjes	=	back-up
back-uppe	=	back-uppen
back-uppen	verb	het maken van een back-up
back-uppend	=	back-uppen
back-uppende	=	back-uppen
back-upplan	noun	alternatieve handelwijze waarop je kunt terugvallen als de geplande handelwijze niet uitvoerbaar blijkt te zijn
back-upplannen	=	back-upplan
back-ups	=	back-up
back-upt	=	back-uppen
back-upte	=	back-uppen
back-upten	=	back-uppen
backbeat	noun	muziek waarbij het accent op de tweede en vierde tel ligt
backbeatje	=	backbeat
backbeatjes	=	backbeat
backbeats	=	backbeat
backbencher	noun	een parlementslid zonder bijzondere verantwoordelijkheden
backbenchers	=	backbencher
backbenchertje	=	backbencher
backbenchertjes	=	backbencher
backboard	noun	het bord achter de korf bij basketball
backboards	=	backboard
backbone	noun	het centrale en stevigste onderdeel van een constructie, de ruggengraat van een constructie
backbones	=	backbone
backdoor	noun	een bewust, door een programmeur, ingevoerde functie in programmatuur om de beveiliging te omzeilen
backdoors	=	backdoor
backdoortje	=	backdoor
backdoortjes	=	backdoor
backe	=	backen
backen	verb	steunen
backend	=	backen
backende	=	backen
backflip	noun	salto achterover
backflippe	=	backflippen
backflippen	verb	een salto achterwaarts springen
backflippend	=	backflippen
backflippende	=	backflippen
backflips	=	backflip
backflipt	=	backflippen
backflipte	=	backflippen
backflipten	=	backflippen
backgammon	noun	van triktrak afgeleid bordspel voor twee personen
background	noun	wat iemand in het verleden heeft gedaan en misdaan
backgrounds	=	background
backhand	noun	een achterwaartse slag met bijv. een tennisracket
backhands	=	backhand
backing	noun	ondersteuning die op de achtergrond of vooral wanneer het echt nodig is wordt gegeven
backlijn	noun	rand van het strafschopgebied, bij uitbreiding ook gebruikt als aanduiding van dat hele gebied
backlijnen	=	backlijn
backlijntje	=	backlijn
backlijntjes	=	backlijn
backoffice	noun	deel van een organisatie dat een deel van de hoofdtaak daarvan uitvoert maar geen rechtstreeks contact met de klanten onderhoudt
backofficemedewerker	noun	medewerker van de backoffice (van een bank)
backofficemedewerkers	=	backofficemedewerker
backoffices	=	backoffice
backorder	noun	bestelling van een product dat nog niet leverbaar is
backorders	=	backorder
backpack	=	backpacken
backpacke	=	backpacken
backpacken	verb	met een rugzak en te voet door een vreemde omgeving reizen, meestal zonder specifieke bestemming
backpackend	=	backpacken
backpackende	=	backpacken
backpacker	noun	iemand die met alleen een rugzak rondreist
backpackers	=	backpacker
backpackertje	=	backpacker
backpackertjes	=	backpacker
backpackt	=	backpacken
backpackte	=	backpacken
backpackten	=	backpacken
backroniem	noun	oorspronkelijk gewoon woord (dus geen acroniem) dat daarna als afkorting wordt geherinterpreteerd
backroniemen	=	backroniem
backs	=	back
backservice	noun	het aan een pensioenfonds te betalen bedrag om pensioenrechten achteraf te verhogen.
backservices	=	backservice
backslash	noun	typografisch teken (\), o.a. in Windows gebruikt om de namen van mappen en submappen van elkaar te scheiden
backslashen	=	backslash
backslashes	=	backslash
backslashje	=	backslash
backspace	noun	een toets die op een typemachine het wissen van eerder geschreven tekst mogelijk maakt
backspacen	verb	een karakter uit een tekst verwijderen door op de backspacetoets te drukken
backspacend	=	backspacen
backspacende	=	backspacen
backspaces	=	backspace
backspacet	=	backspacen
backspacete	=	backspacen
backspaceten	=	backspacen
backspin	noun	het draaien van een bal om zijn as in de richting die tegengesteld is aan de voorwaartse beweging van die bal
backspinde	=	backspinnen
backspinden	=	backspinnen
backspinne	=	backspinnen
backspinnen	verb	terugwaarts draaien van een vinylplaat
backspinnend	=	backspinnen
backspinnende	=	backspinnen
backspins	=	backspin
backspint	=	backspinnen
backstage	noun	ruimte achter het podium van een voorstelling, waar artiesten en technici buiten zicht van het publiek kunnen verblijven	adv	achter de schermen, niet zichtbaar voor het publiek
backstagepas	noun	bewijs dat iemand die het bij zich draagt het recht geeft om bij een voorstelling of concert achter op het podium te komen Dit bewijs kan de vorm hebben van een armband, sticker of lanyard en is geliefd bij fans omdat je zo dicht bij de artiesten kan komen en bij bobo's vanwege de exclusiviteit.
backstagepasje	=	backstagepas
backstagepasjes	=	backstagepas
backstagepassen	=	backstagepas
backstages	=	backstage
backstop	noun	de afspraak dat indien de brexit plaatsvind zonder dat er een handelsakkoord gesloten is na de overgangsperiode (tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie) de grens tussen Ierland en Noord-Ierland open blijft (zonder douanecontroles) en binnen het douanegebied van de Europese Unie blijft
backstop-regeling	noun	de regeling dat indien de brexit plaatsvind zonder dat er een handelsakkoord gesloten is na de overgangsperiode (tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie) de grens tussen Ierland en Noord-Ierland open blijft (zonder douanecontroles) en binnen het douanegebied van de Europese Unie blijft
backstop-regelingen	=	backstop-regeling
backstopregeling	noun	de regeling dat indien de brexit plaatsvind zonder dat er een handelsakkoord gesloten is na de overgangsperiode (tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie) de grens tussen Ierland en Noord-Ierland open blijft (zonder douanecontroles) en binnen het douanegebied van de Europese Unie blijft
backstopregelingen	=	backstopregeling
backt	=	backen
backte	=	backen
backten	=	backen
backtrack	noun	illegale grensovergang die door smokkelaars wordt gebruikt
backtracking	noun	het terugkeren naar een vorig punt van een reis
backtrackroute	noun	een niet legale grensovergang
backtrackrouten	=	backtrackroute
backtrackroutes	=	backtrackroute
baco	noun	cocktail van een koolzuurhoudende frisdrank gemaakt uit kolanoten met een scheut rum Strikt genomen moet het met rum van het merk "Bacardi" worden gemaakt.
baco's	=	baco
bacon	noun	licht gezouten en gerookt mager spek (met vlees eraan)
bacootje	=	baco
bacootjes	=	baco
bacove	noun	banaan die zo uit de schil gegeten kan worden, met name de Musa sapientium en de Musa sinensis
bacovebedrijf	noun	bananenplantage
bacovebedrijfje	=	bacovebedrijf
bacovebedrijfjes	=	bacovebedrijf
bacovebedrijven	=	bacovebedrijf
bacoven	=	bacove
bacovenwinkel	=	bacovewinkel
bacoves	=	bacove
bacovewinkel	noun|figurative	een chaotische puinzooi
bacovewinkels	=	bacovewinkel
bacovewinkeltje	=	bacovewinkel
bactericide	noun	een bacteriedodend middel	adj	bacteriëndodend
bactericiden	=	bactericide
bactericides	=	bactericide
bactericidetje	=	bactericide
bactericidetjes	=	bactericide
bacterie	noun	ééncellig micro-organisme dat zich snel kan vermenigvuldigen en rotting, gisting en ziekte kan veroorzaken
bacterieafdruk	noun	uniek bacterieel spoor dat ontstaat als iemand een voorwerp heeft aangeraakt en waardoor men die persoon zou kunnen identificeren
bacterieafdrukken	=	bacterieafdruk
bacterieculturen	=	bacteriecultuur
bacteriecultures	=	bacteriecultuur
bacteriecultuur	noun	kweek van bacteriën, bacteriekweek
bacteriecultuurtje	=	bacteriecultuur
bacteriecultuurtjes	=	bacteriecultuur
bacteriedodend	adj	niet alleen schoonmakend maar ook zorgend dat bacteriële besmettingsbronnen doodgaan
bacteriedodende	=	bacteriedodend
bacteriedodends	=	bacteriedodend
bacteriedrager	noun	persoon die besmet is met een bepaalde bacteriesoort zonder daar ziek van te zijn
bacteriedragers	=	bacteriedrager
bacterieel	adj	door bacteriën veroorzaakt
bacterieels	=	bacterieel
bacterieelst	=	bacterieel
bacterieelste	=	bacterieel
bacteriegroei	noun	groei van bacteriën
bacteriekanker	noun	moeilijk te bestrijden bacterieziekte veroorzaakt door Pseudomonas syringae, die vooral optreedt bij steenvruchten zoals kersen, pruimen en perziken
bacteriekankers	=	bacteriekanker
bacteriekapsel	noun	omhulsel van een bacterie
bacteriekapsels	=	bacteriekapsel
bacteriekapseltje	=	bacteriekapsel
bacteriekapseltjes	=	bacteriekapsel
bacteriekolonie	noun	voor het blote oog zichtbare hoeveelheid bacteriën van één soort die groeit op een voedingsbodem
bacteriekolonies	=	bacteriekolonie
bacteriekoloniën	=	bacteriekolonie
bacteriekweek	noun	kweek van bacteriën
bacteriekweekje	=	bacteriekweek
bacteriekweekjes	=	bacteriekweek
bacteriekweken	=	bacteriekweek
bacteriesoort	noun	groep bacteriën die tot één soort horen
bacteriesoorten	=	bacteriesoort
bacteriestam	noun	groep genetisch identieke bacteriën
bacteriestammen	=	bacteriestam
bacterietje	=	bacterie
bacterietjes	=	bacterie
bacterievrij	adj	zonder bacteriën; vrij van bacteriën
bacterievrije	=	bacterievrij
bacterievrijer	=	bacterievrij
bacterievrijere	=	bacterievrij
bacterievrijers	=	bacterievrij
bacterievrijs	=	bacterievrij
bacterievrijst	=	bacterievrij
bacterievrijste	=	bacterievrij
bacterievuur	noun	plantenziekte veroorzaakt door de bacterie Erwinia amylovora
bacterieziekte	noun	ziekten veroorzaakt door bacteriën
bacterieziekten	=	bacterieziekte
bacterieziektes	=	bacterieziekte
bacteriocide	noun	een bacteriedodend middel
bacteriociden	=	bacteriocide
bacteriocides	=	bacteriocide
bacteriofaag	noun	een virus dat bacteriën infecteert	adj	specifieke bacteriën aantastend en meestal ook vernietigend
bacteriofaagje	=	bacteriofaag
bacteriofaagjes	=	bacteriofaag
bacteriofaags	=	bacteriofaag
bacteriofage	=	bacteriofaag
bacteriofagen	=	bacteriofaag
bacteriologe	noun	vrouwelijke vorm van bacterioloog
bacteriologen	=	bacterioloog
bacteriologes	=	bacteriologe
bacteriologie	noun	een wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van bacteriën
bacteriologisch	adj	met betrekking tot de bacteriologie
bacteriologische	=	bacteriologisch
bacteriologischer	=	bacteriologisch
bacteriologischere	=	bacteriologisch
bacteriologischers	=	bacteriologisch
bacterioloog	noun	een wetenschapper die zich bezighoudt met de bacteriologie
bacterioloogje	=	bacterioloog
bacterioloogjes	=	bacterioloog
bacteriolyse	noun	het doden en oplossen van bacteriën in het lichaam
bacteriolysen	=	bacteriolyse
bacteriolyses	=	bacteriolyse
bacteriolysetje	=	bacteriolyse
bacteriolysetjes	=	bacteriolyse
bacterioscopie	noun	een wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van bacteriën d.m.v. een microscoop
bacteriostatica	=	bacteriostaticum
bacteriostaticum	noun	een stof die de toename van bacteriën belemmert
bacteriostaticumpje	=	bacteriostaticum
bacteriostaticumpjes	=	bacteriostaticum
bacteriostaticums	=	bacteriostaticum
bacteriostatisch	adj	bacteriegroei remmend
bacteriostatische	=	bacteriostatisch
bacteriostatischer	=	bacteriostatisch
bacteriostatischere	=	bacteriostatisch
bacteriostatischers	=	bacteriostatisch
bacteriële	=	bacterieel
bacteriëler	=	bacterieel
bacteriëlere	=	bacterieel
bacteriëlers	=	bacterieel
bacteriëmie	noun	de aanwezigheid van bacteriën in het bloed
bacteriëmieën	=	bacteriëmie
bacteriën	noun	een van de drie taxonomische domeinen, Bacteria
bad	noun	voorwerp waarin men zich wast met water, meestal in de vorm van een vat [1] of kuip en gemaakt van hout of een harder materiaal, zoals steen of ijzer
badbeardday	noun	dag waarop iemands baard slecht verzorgd is
badbearddays	=	badbeardday
badbroek	noun	broekje om mee te zwemmen
badbroeken	=	badbroek
badbroekje	=	badbroek
badbroekjes	=	badbroek
badcel	noun	kleine badkamer met een douche
badcellen	=	badcel
badcelletje	=	badcel
badcelletjes	=	badcel
badchan	noun	clown, komediant
badchaniem	=	badchan
badchen	noun	clown, komediant
badchens	=	badchen
badchonem	=	badchen
badculturen	=	badcultuur
badcultuur	noun	aangeleerd gedrag betreffende het baden zoals dat in een bepaalde samenleving gebruikelijk is
baddeken	verb	onderzoeken, met name van geslacht vee of dit koosjer kan worden verklaard of van voedsel of dit chameets bevat
badder	=	badderen
badderde	=	badderen
badderden	=	badderen
baddere	=	badderen
badderen	verb	zich in het water van een bad of vijver vermaken
badderend	=	badderen
badderende	=	badderen
baddert	=	badderen
badding	noun	balk van naaldhout met een doorsnede van 65 x 150 mm
baddingen	=	badding
baddings	=	badding
baddinkje	=	badding
baddinkjes	=	badding
baddoek	noun	handdoek die men gebruikt in de badkamer na het baden of douchen
baddoeken	=	baddoek
bade	=	baden
badeend	noun	een plastic stuk speelgoed in de vorm van een eend, dat in een badkuip kan drijven
badeenden	=	badeend
badeendje	=	badeend
badeendjes	=	badeend
baden	verb	een bad nemen
badend	adj	tijdens het nemen van een bad
badende	=	baden
badends	=	badend
badenkaart	noun	toegangsbewijs voor een zwembad dat recht geeft op een aantal keren toegang en gebruik van het zwembad
badenkaarten	=	badenkaart
badenkaartje	=	badenkaart
badenkaartjes	=	badenkaart
bader	noun	iemand, die baadt
baders	=	bader
badertje	=	bader
badertjes	=	bader
badgast	noun	een persoon die een badplaats bezoekt
badgasten	=	badgast
badgastje	=	badgast
badgastjes	=	badgast
badge	noun	teken dat als kenmerk op de kleding kan worden bevestigd
badgede	=	badgen
badgeden	=	badgen
badgelegenheden	=	badgelegenheid
badgelegenheid	noun	plek waar men een bad kan nemen
badgelegenheidje	=	badgelegenheid
badgelegenheidjes	=	badgelegenheid
badgelezer	noun	apparaat dat iemands badge kan lezen waarna registratie in een informatiesysteem mogelijk is
badgelezers	=	badgelezer
badgen	verb	een gecodeerde badge laten scannen bij aankomst en vertrek
badgend	=	badgen
badgende	=	badgen
badges	=	badge
badget	=	badgen
badgete	=	badgen
badgeten	=	badgen
badhairday	noun	dag waarop iemands haar slecht zit
badhairdays	=	badhairday
badhanddoek	noun	grote handdoek gemaakt van badstof om (delen van) het lichaam af te drogen na het wassen
badhanddoeken	=	badhanddoek
badhanddoekje	=	badhanddoek
badhanddoekjes	=	badhanddoek
badhandje	noun	zakje van badstof waarin men een hand kan steken en waarmee men zich kan wassen
badhandjes	=	badhandje
badhok	noun	ruimte waar men zich bij het zwemmen kan omkleden
badhokje	=	badhok
badhokjes	=	badhok
badhokken	=	badhok
badhotel	noun	hotel in een badplaats
badhotels	=	badhotel
badhuis	noun	openbare inrichting waar men tegen betaling een bad of douche kan nemen
badhuisje	=	badhuis
badhuisjes	=	badhuis
badhuizen	=	badhuis
badinage	noun	het badineren, het de spot drijven
badineer	=	badineren
badineerde	=	badineren
badineerden	=	badineren
badineert	=	badineren
badinere	=	badineren
badineren	verb	een spottende opmerking maken
badinerend	adj	op een luchtig spottende wijze
badinerende	=	badineren
badinerender	=	badinerend
badinerendere	=	badinerend
badinerenders	=	badinerend
badinerends	=	badinerend
badinerendst	=	badinerend
badinerendste	=	badinerend
badinrichting	noun	gebouw waar men kan zwemmen in een zwembad
badinrichtingen	=	badinrichting
badjas	noun	jas die over de badkleding wordt gedragen of wordt gedragen als ochtendjas
badjasje	=	badjas
badjasjes	=	badjas
badjassen	=	badjas
badje	=	bad
badjes	=	bad
badjing	noun	soort eekhoorn die in Maleisië en Indonesië veel voorkomt Callosciurus notatus
badjings	=	badjing
badjuffrouw	noun	Vrouw die toezicht houdt in een zwembad en vaak ook zwemles geeft
badjuffrouwen	=	badjuffrouw
badjuffrouwtje	=	badjuffrouw
badjuffrouwtjes	=	badjuffrouw
badkamer	noun	een vertrek waar men zich kan wassen en verzorgen
badkamerdeur	noun	een deur die toegang geeft aan een badkamer
badkamerdeuren	=	badkamerdeur
badkamerdeurtje	=	badkamerdeur
badkamerdeurtjes	=	badkamerdeur
badkamerkast	noun	bergmeubel bestemd voor een vertrek waar men zich kan wassen
badkamerkasten	=	badkamerkast
badkamerkastje	=	badkamerkast
badkamerkastjes	=	badkamerkast
badkamermeubel	noun	een meubel dat bestemd is voor of geplaatst is in een badkamer
badkamermeubelen	=	badkamermeubel
badkamermeubels	=	badkamermeubel
badkamermeubeltje	=	badkamermeubel
badkamermeubeltjes	=	badkamermeubel
badkamerraam	noun	raam in een badkamer dat zorgt voor licht en ventilatie
badkamerraampje	=	badkamerraam
badkamerraampjes	=	badkamerraam
badkamerramen	=	badkamerraam
badkamers	=	badkamer
badkamerspiegel	noun	aan de wand van een vertrek waar men zich kan wassen bevestigd glad oppervlak waarin men zichzelf goed weerkaatst kan zien
badkamerspiegels	=	badkamerspiegel
badkamerspiegeltje	=	badkamerspiegel
badkamerspiegeltjes	=	badkamerspiegel
badkamertegel	noun	glad afgewerkte platte stenen, meestal van aardewerk, waarmee wanden of vloeren van badkamers worden bekleed
badkamertegels	=	badkamertegel
badkamertegeltje	=	badkamertegel
badkamertegeltjes	=	badkamertegel
badkamertje	=	badkamer
badkamertjes	=	badkamer
badkamertrend	noun	de modeneiging ten aanzien van de inrichting van badkamers
badkamertrendje	=	badkamertrend
badkamertrendjes	=	badkamertrend
badkamertrends	=	badkamertrend
badkamerventilator	noun	toestel dat de vaak vochtige lucht in een vertrek waar men zich kan wassen afvoert, zodat die door drogere lucht wordt vervangen
badkamerventilatoren	=	badkamerventilator
badkamerventilators	=	badkamerventilator
badkamerventilatortje	=	badkamerventilator
badkamerventilatortjes	=	badkamerventilator
badkamerverf	noun	stof die wegens waterbestendigheid en schimmelwerende eigenschappen geschikt is om oppervlakten in een vertrek waar men zich wast te beschilderen
badkamerverfje	=	badkamerverf
badkamerverfjes	=	badkamerverf
badkamerverven	=	badkamerverf
badkamervloer	noun	bodem van het vertrek waar men zich kan wassen, meestal met tegels of ander waterbestendig materiaal afgewerkt
badkamervloeren	=	badkamervloer
badkamervloertje	=	badkamervloer
badkamervloertjes	=	badkamervloer
badkleding	noun	kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
badknecht	noun	persoon die helpt bij het baden
badknechten	=	badknecht
badknechtje	=	badknecht
badknechtjes	=	badknecht
badknechts	=	badknecht
badkoets	noun	door een paard voortgetrokken wagen waarmee men de zee in kan rijden om te gaan zwemmen
badkoetsen	=	badkoets
badkoetsje	=	badkoets
badkoetsjes	=	badkoets
badkostuum	noun|formal	kledingstuk om in te zwemmen of te zonnen
badkostuumpje	=	badkostuum
badkostuumpjes	=	badkostuum
badkostuums	=	badkostuum
badkraan	noun	kraan die is ontworpen om met relatief hoog debiet (tot wel 25 liter per minuut) warm water te kunnen leveren om het ligbad in zo kort mogelijke tijd te kunnen vullen met warm water
badkranen	=	badkraan
badkuip	noun	een waterreservoir (kuip) waarin één of enkele personen zich kunnen wassen en baden
badkuipen	=	badkuip
badkuipje	=	badkuip
badkuipjes	=	badkuip
badkuipkromme	noun	grafiek van de kosten die voor een apparaat ontstaan, gedurende de levensduur van dit apparaat
badkuiprand	noun	de rand van een bad waarin men zich kan wassen
badkuipranden	=	badkuiprand
badkuiprandje	=	badkuiprand
badkuiprandjes	=	badkuiprand
badkuren	=	badkuur
badkuur	noun	een medische behandeling in een kuuroord met medicinale baden
badkuurtje	=	badkuur
badkuurtjes	=	badkuur
badlaken	noun	een erg grote handdoek
badlakens	=	badlaken
badlakentje	=	badlaken
badlakentjes	=	badlaken
badlijn	noun	groep producten die men kan gebruiken bij het baden
badlijnen	=	badlijn
badlijntje	=	badlijn
badlijntjes	=	badlijn
badmantel	noun	badjas
badmantels	=	badmantel
badmanteltje	=	badmantel
badmanteltjes	=	badmantel
badmat	noun	een kleedje in de badkamer dat ervoor zorgt dat je niet uitglijdt over de (natte,) gladde tegels
badmatje	=	badmat
badmatjes	=	badmat
badmatten	=	badmat
badmeester	noun	iemand die toezicht houdt bij zwembaden en vaak ook zwemles geeft
badmeesters	=	badmeester
badmeestertje	=	badmeester
badmeestertjes	=	badmeester
badminton	noun	sport waarbij een shuttle met behulp van een racket over een net geslagen moet worden
badmintonbond	noun	landelijke organisatie van badmintonclubs en badmintonspelers
badmintonbonden	=	badmintonbond
badmintonclub	noun	een sportvereniging waarvan de leden badminton spelen
badmintonclubs	=	badmintonclub
badmintonde	=	badmintonnen
badmintonden	=	badmintonnen
badmintonne	=	badmintonnen
badmintonnen	verb	beoefenen van badminton
badmintonnend	=	badmintonnen
badmintonnende	=	badmintonnen
badmintonner	noun	iemand die aan badminton doet
badmintonners	=	badmintonner
badmintonnertje	=	badmintonner
badmintonnertjes	=	badmintonner
badmintonracket	noun	een racket dat gebruikt wordt bij het badmintonspel
badmintonracketje	=	badmintonracket
badmintonracketjes	=	badmintonracket
badmintonrackets	=	badmintonracket
badmintonselectie	noun	groep geselecteerde badmintonners die een club of land vertegenwoordigen in een toernooi of wedstrijd
badmintonselecties	=	badmintonselectie
badmintonshuttle	noun	object bestaande uit een kurk en veren dat als bal gebruikt wordt bij badminton
badmintonshuttles	=	badmintonshuttle
badmintonspeler	noun	persoon die, al dan niet beroepsmatig, de badmintonsport beoefent
badmintonspelers	=	badmintonspeler
badmintonspelertje	=	badmintonspeler
badmintonsport	noun	het spelen van badminton als wedstrijdsport
badmintonster	noun	vrouwelijke badmintonner
badmintonsters	=	badmintonster
badmintont	=	badmintonnen
badmintonterrein	noun	sportveld waarop men badminton kan spelen
badmintonterreinen	=	badmintonterrein
badmintonterreintje	=	badmintonterrein
badmintonterreintjes	=	badmintonterrein
badmintonveld	noun	speelveld dat gebruikt wordt bij badminton
badmintonvelden	=	badmintonveld
badmintonveldje	=	badmintonveld
badmintonveldjes	=	badmintonveld
badmintonvereniging	noun	sportclub van en voor badmintonspelers
badmintonverenigingen	=	badmintonvereniging
badmintonverenigingetje	=	badmintonvereniging
badmintonverenigingetjes	=	badmintonvereniging
badmintonwereld	noun	alles en iedereen die wat met de badmintonsport te maken heeft
badmintonwerelden	=	badmintonwereld
badmintonwereldje	=	badmintonwereld
badmintonwereldjes	=	badmintonwereld
badmode	noun	mode in badkleding
badmodes	=	badmode
badmuts	noun	waterdichte muts die vooral vrouwen dragen tijdens het zwemmen met als doel de haren droog te houden en bij wedstrijdzwemmer om de weerstand in het water te verminderen
badmutsen	=	badmuts
badmutsje	=	badmuts
badmutsjes	=	badmuts
badolie	noun	een speciaal ontworpen substantie voor een groot deel gemaakt uit natuurlijke zuivere oliën dat kan worden gebruikt bij het nemen van een ligbad in plaats van bijvoorbeeld badschuim
badolies	=	badolie
badoliën	=	badolie
badpak	noun	kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
badpakje	=	badpak
badpakjes	=	badpak
badpakken	=	badpak
badplaats	noun	aan zee gelegen plaats waar mensen vaak gaan zwemmen
badplaatsen	=	badplaats
badplaatsje	=	badplaats
badplaatsjes	=	badplaats
badrand	noun	de rand van een zwembad
badranden	=	badrand
badruimte	noun	ruimte waar mensen zich (ritueel) kunnen wassen
badruimten	=	badruimte
badruimtes	=	badruimte
badschuim	noun	middel dat aan badwater wordt toegevoegd om zeepbellen in het bad te krijgen
badseizoen	noun	tijd van het jaar waarin een badplaats vooral bezocht wordt
badseizoenen	=	badseizoen
badslipper	noun	watervast, licht schoeisel zonder hiel meestal gemaakt van plastic die geschikt is om over een nat oppervlak te lopen
badslippers	=	badslipper
badslippertje	=	badslipper
badslippertjes	=	badslipper
badstad	noun	Een stad aan zee
badstadje	=	badstad
badstadjes	=	badstad
badsteden	=	badstad
badstoel	noun	een stoel die je kunt gebruiken om in bad of onder de douche te gaan
badstoelen	=	badstoel
badstoeltje	=	badstoel
badstoeltjes	=	badstoel
badstof	noun	ruwe stof om je af te drogen na het baden, een katoenen weefsel, waarbij kettingdraden tot lussen zijn gevormd	adj	gemaakt van badstof
badstoffen	adj	gemaakt van een katoenen weefsel met lange lussen; gemaakt van een stof die veel water kan opnemen
badstrand	noun	strook zand aan de rand van een meer dat men voor recreatieve doeleinden kan gebruiken
badstranden	=	badstrand
badstrandje	=	badstrand
badstrandjes	=	badstrand
badt	=	bidden
badtas	noun	draagbare zak voor opbergen en meenemen van zwemspullen
badtasje	=	badtas
badtasjes	=	badtas
badtassen	=	badtas
badthermometer	noun	toestel waarmee de temperatuur van badwater kan vaststellen
badthermometers	=	badthermometer
badthermometertje	=	badthermometer
badthermometertjes	=	badthermometer
badtobbe	noun	een teil waarin men zich kan wassen
badtobbes	=	badtobbe
badvrouw	noun	vrouw die vrouwen helpt bij het baden
badvrouwen	=	badvrouw
badwater	noun	water dat gebruikt wordt om een bad te vullen
badzeep	noun	zeep in tablet vorm die in water blijft drijven
badzepen	=	badzeep
badzout	noun	badproduct op basis van zout eventueel aangevuld met kruiden, kleurstoffen en aroma's
badzouten	=	badzout
badzoutje	=	badzout
badzoutjes	=	badzout
baedeker	noun	reisgids
baedekers	=	baedeker
baet	=	baat
baf	intj	plotseling hard geluid of harde klap
baffe	=	baffen
baffen	verb	geluid maken dat kenmerkend is voor een hond
baffend	=	baffen
baffinbaai	noun	baai tussen Baffineiland (Canada) en de westkust van Groenland
baft	=	baffen
bafte	=	baffen
baften	=	baffen
bag	noun	juweel
bagage	noun	een verzameling van eigendommen van een reiziger
bagageafhandelaar	noun	bedrijf dat bagage van passagiers op een luchthaven verwerkt
bagageafhandelaars	=	bagageafhandelaar
bagageafhandelaartje	=	bagageafhandelaar
bagageafhandelaartjes	=	bagageafhandelaar
bagageafhandelaren	=	bagageafhandelaar
bagageafhandeling	noun	het afhandelen (verwerken) van de bagage
bagageafhandelingen	=	bagageafhandeling
bagageafhandelingsbedrijf	noun	onderneming die bij vertrek koffers en andere eigendommen die vliegtuigpassagiers tijdens de vlucht niet bij zich kunnen houden naar het ruim van het vliegtuig brengt en bij aankomst ervoor zorgt dat de passagier deze goederen weer in ontvangst kan nemen
bagageafhandelingsbedrijfje	=	bagageafhandelingsbedrijf
bagageafhandelingsbedrijfjes	=	bagageafhandelingsbedrijf
bagageafhandelingsbedrijven	=	bagageafhandelingsbedrijf
bagageband	noun	de lopende band waarop de bagage van de passagiers van een vliegtuig wordt gelegd op een vliegveld en waarde passagiers deze bagage kunnen pakken
bagagebanden	=	bagageband
bagagebureau	noun	een kantoor waar bagage afgehaald kan worden
bagagebureaus	=	bagagebureau
bagagebureautje	=	bagagebureau
bagagebureautjes	=	bagagebureau
bagagecarrousel	noun	rondgaande transportband met koffers en andere grote voorwerpen die passagiers willen meenemen als onderdeel van een systeem om die spullen op een ordelijke manier van of naar de daarvoor bestemde ruimte in een vliegtuig te brengen
bagagecarrousels	=	bagagecarrousel
bagagecontrole	noun	onderzoek van de bagage op smokkelwaar of zaken die gevaarlijk zijn om te vervoeren
bagagecontroles	=	bagagecontrole
bagagedepot	noun	plaats waar men zijn bagage tijdelijk in bewaring kan geven
bagagedepotje	=	bagagedepot
bagagedepotjes	=	bagagedepot
bagagedepots	=	bagagedepot
bagagedrager	noun	een rek op de fiets (of andere tweewieler) waarop bagage bevestigd kan worden
bagagedragers	=	bagagedrager
bagagedragertje	=	bagagedrager
bagagedragertjes	=	bagagedrager
bagagekluis	noun	afsluitbare ruimte die men kan huren om bagage voor korte tijd achter te laten
bagagekluisje	=	bagagekluis
bagagekluisjes	=	bagagekluis
bagagekluizen	=	bagagekluis
bagagelabel	noun	kaart of etiket aan of op reisgoed met informatie over de reiziger en de bestemming
bagagelabels	=	bagagelabel
bagagemand	noun	mand (voor op de fiets) waarin men bagage kan vervoeren
bagagemanden	=	bagagemand
bagagemandje	=	bagagemand
bagagemandjes	=	bagagemand
bagagenet	noun	een net waarmee de lading vastgezet kan worden
bagagenetje	=	bagagenet
bagagenetjes	=	bagagenet
bagagenetten	=	bagagenet
bagagepunt	noun	plek (bijv. in een kampeertent) die ruimte biedt voor bagage
bagagepunten	=	bagagepunt
bagagepuntje	=	bagagepunt
bagagepuntjes	=	bagagepunt
bagagerek	noun	een rek in of op een vervoermiddel voor personen waar men zijn bagage in kan opbergen
bagagerekje	=	bagagerek
bagagerekjes	=	bagagerek
bagagerekken	=	bagagerek
bagagereçu	noun	schriftelijk bewijs van ontvangst van ingeleverde bagage in de vorm van een bonnetje
bagagereçu's	=	bagagereçu
bagagereçuutje	=	bagagereçu
bagagereçuutjes	=	bagagereçu
bagagerijtuig	noun	treinwagon voor het vervoer van de bagage van de passagiers
bagagerijtuigen	=	bagagerijtuig
bagagerijtuigje	=	bagagerijtuig
bagagerijtuigjes	=	bagagerijtuig
bagageruim	noun	ruimte in een voertuig waarin bagage van de passagiers vervoert wordt
bagageruimen	=	bagageruim
bagageruimte	noun	bergruimte voor bagage bijv. in personenauto's
bagageruimten	=	bagageruimte
bagageruimtes	=	bagageruimte
bagages	=	bagage
bagagespin	noun	snelbinder met haken waarmee men bagage kan vastmaken (bijvoorbeeld aan de bagagedrager van een fiets)
bagagespinnen	=	bagagespin
bagagespinnetje	=	bagagespin
bagagespinnetjes	=	bagagespin
bagagetas	noun	tas waarin men reisbenodigdheden kan bergen
bagagetasje	=	bagagetas
bagagetasjes	=	bagagetas
bagagetassen	=	bagagetas
bagagetrein	noun	legertros die de benodigdheden van de manschappen vervoert
bagagetreinen	=	bagagetrein
bagagetreintje	=	bagagetrein
bagagetreintjes	=	bagagetrein
bagagewagen	noun	een aanhangwagen voor het vervoer van bagage
bagagewagens	=	bagagewagen
bagagewagentje	=	bagagewagen
bagagewagentjes	=	bagagewagen
bagatel	noun	iets van geringe betekenis of waarde
bagatelle	noun	een klein en licht muziekstuk
bagatellen	=	bagatel
bagatelles	=	bagatelle
bagatelletje	=	bagatel
bagatelletjes	=	bagatel
bagatelliseer	=	bagatelliseren
bagatelliseerde	=	bagatelliseren
bagatelliseerden	=	bagatelliseren
bagatelliseert	=	bagatelliseren
bagatellisere	=	bagatelliseren
bagatelliseren	verb	iets ernstigs onbelangrijk doen voorkomen
bagatelliserend	=	bagatelliseren
bagatelliserende	=	bagatelliseren
bagatellisering	noun	het doen alsof iets minder groot, zwaar of belangrijk is dan het in werkelijkheid is
bagatelliseringen	=	bagatellisering
bagdadder	noun	een inwoner van Bagdad, of iemand afkomstig uit Bagdad
bagdadders	=	bagdadder
bagdads	adj	op Bagdad betrekking hebbend
bagdadse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bagdad, of een vrouw afkomstig uit Bagdad
bagdadsen	=	bagdadse
bagel	noun	bepaald rond broodje met gat in het midden (waarvan de naam in de Engelse spelling 'bagel' ingeburgerd is geraakt)
bagels	=	bagel
bageltje	=	bagel
bagge	noun	big
baggel	=	baggelen
baggelaar	noun	veenarbeider
baggelaars	=	baggelaar
baggelde	=	baggelen
baggelden	=	baggelen
baggele	=	baggelen
baggelen	verb	baggeren
baggelend	=	baggelen
baggelende	=	baggelen
baggelt	=	baggelen
baggen	=	bagge
bagger	noun	opgebaggerd sediment, natte modder
baggeraar	noun	iemand die zich met baggerwerk bezighoudt
baggeraars	=	baggeraar
baggerbedrijf	noun	een bedrijf voor het uitbaggeren van waterwegen, voor landwinning en of opschonen van het oppervlaktewater
baggerbedrijfje	=	baggerbedrijf
baggerbedrijfjes	=	baggerbedrijf
baggerbedrijven	=	baggerbedrijf
baggerbeugel	noun	een soort schepnet met een lange steel (tot 8 meter lang) bestaande uit een metalen beugel, waaraan het baggernet is bevestigd dat werd gebruikt voor turfwinning
baggerbeugels	=	baggerbeugel
baggerbeugeltje	=	baggerbeugel
baggerbeugeltjes	=	baggerbeugel
baggerconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die actief zijn in de waterbouwkunde
baggerconcerns	=	baggerconcern
baggerde	=	baggeren
baggerden	=	baggeren
baggerdepot	noun	plaats waar men baggerslib kan bergen
baggerdepots	=	baggerdepot
baggerder	=	bagger
baggerdere	=	bagger
baggerders	=	bagger
baggerduiker	noun	viezerik, smeerkees
baggerduikers	=	baggerduiker
baggerduikertje	=	baggerduiker
baggerduikertjes	=	baggerduiker
baggere	=	baggeren
baggereiland	noun	kunstmatig eiland gemaakt van opgebaggerd materiaal
baggereilanden	=	baggereiland
baggereilandje	=	baggereiland
baggereilandjes	=	baggereiland
baggeremmer	noun	deel van een baggermolen
baggeremmers	=	baggeremmer
baggeremmertje	=	baggeremmer
baggeremmertjes	=	baggeremmer
baggeren	verb	het uitdiepen van een vaargeul door het verwijderen van overtollig sediment van de bodem
baggerend	=	baggeren
baggerende	=	baggeren
baggerfusie	noun	samengaan van twee of meer baggerbedrijven
baggerfusies	=	baggerfusie
baggergroep	noun	concern dat bestaat uit meerdere baggerbedrijven
baggergroepen	=	baggergroep
baggerindustrie	noun	alle bedrijven die actief zijn bij baggerwerkzaamheden
baggerindustrieën	=	baggerindustrie
baggerlaars	noun	laars die reikt tot aan de lies
baggerlaarzen	=	baggerlaars
baggerlieden	=	baggerman
baggerlui	=	baggerman
baggermaatschappij	noun	bedrijf dat baggerwerkzaamheden verricht
baggermaatschappijen	=	baggermaatschappij
baggermachientje	=	baggermachine
baggermachientjes	=	baggermachine
baggermachine	noun	een werktuig waarmee gebaggerd kan worden
baggermachines	=	baggermachine
baggermachinetje	=	baggermachine
baggermachinetjes	=	baggermachine
baggerman	noun	iemand die baggert
baggermannetje	=	baggerman
baggermannetjes	=	baggerman
baggermateriaal	noun	materiaal dat men van de bodem van een vaarweg heeft gebaggerd
baggermaterialen	=	baggermateriaal
baggermolen	noun	machine waarmee met behulp van een rondgaande ketting baggeremmers gebaggerd kan worden
baggermolens	=	baggermolen
baggeroorlog	noun	al te heftige concurrentiestrijd tussen verschillende baggerbedrijven
baggeroorlogen	=	baggeroorlog
baggerpoot	noun	deel van een bedrijf dat baggerwerkzaamheden verricht
baggerpoten	=	baggerpoot
baggerproject	noun	geheel van werkzaamheden waarbij een waterbodem dieper wordt gemaakt door sediment naar een andere plek te verplaatsen
baggerprojecten	=	baggerproject
baggers	=	bagger
baggerschepen	=	baggerschip
baggerschip	noun	schip dat gebruikt wordt voor het uitdiepen van waterwegen
baggerschuit	noun	platte boot die men gebruikt bij het baggeren in ondiep water
baggerschuiten	=	baggerschuit
baggerschuitje	=	baggerschuit
baggersector	noun	bedrijfstak van baggerbedrijven
baggersectoren	=	baggersector
baggersectors	=	baggersector
baggerslib	noun	modder die men van de bodem van een waterweg heeft gebaggerd
baggerslibben	=	baggerslib
baggerslibs	=	baggerslib
baggerspecie	noun	slib (een afbraakproduct van de organische componenten) dat opgebaggerd is
baggerspecies	=	baggerspecie
baggerspecietje	=	baggerspecie
baggerspecietjes	=	baggerspecie
baggerspeciën	=	baggerspecie
baggerst	=	bagger
baggerste	=	bagger
baggert	=	baggeren
baggerturf	noun	turf die men al uitbaggerend (en dus niet vergravend) wint
baggervloot	noun	groep van baggervaartuigen
baggervloten	=	baggervloot
baggerwerk	noun	iets dat gemaakt is door te baggeren
baggerwerken	=	baggerwerk
baggerwerkzaamheden	noun	de dingen die men doet tijdens het baggeren
baggerwerkzaamheid	noun	een stuk werk dat baggeren omvat
baggy	adj	slobberig, afzakkerig van hoe broeken gedragen kunnen worden
baggy's	=	baggy
baggyer	=	baggy
baggyere	=	baggy
baggyers	=	baggy
baggyst	=	baggy
baggyste	=	baggy
baghera	noun	leider bij de scouting (speltak welpen)
baghera's	=	baghera
bagijn	=	begijn
bagje	=	bag
bagjes	=	bag
baglafechtwever	noun	Ploceus baglafecht een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
baglafechtwevers	=	baglafechtwever
baglafechtwevertje	=	baglafechtwever
baglafechtwevertjes	=	baglafechtwever
bagno	noun	gevangenis voor galeislaven
bagno's	=	bagno
bagobomuistimalia	noun	Leonardina woodi een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
bagobomuistimalia's	=	bagobomuistimalia
bagobomuistimaliaatje	=	bagobomuistimalia
bagobomuistimaliaatjes	=	bagobomuistimalia
baguetje	=	baguette
baguetjes	=	baguette
baguette	noun	langwerpig brood met een harde korst
baguettes	=	baguette
baguettetje	=	baguette
baguettetjes	=	baguette
baguetting	noun	maken en publiceren van een selfie met een stokbrood
baguettings	=	baguetting
bah	intj	een uitroep die afkeuring over iets vies of ontoepasselijks uitdrukt
baha'i	=	bahai
bahai	noun	monotheïstisch geloof, gebaseerd op de overtuiging dat alle religies dezelfde bron hebben
bahais	=	bahai
bahamaan	noun	iemand afkomstig van de Bahama's
bahamaans	adj	op Bahama's betrekking hebbend
bahamaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bahama's, of een vrouw afkomstig uit Bahama's
bahamaansen	=	bahamaanse
bahamaanser	=	bahamaans
bahamaansere	=	bahamaans
bahamaansers	=	bahamaans
bahamaanst	=	bahamaans
bahamaanste	=	bahamaans
bahamaantje	=	bahamaan
bahamaantjes	=	bahamaan
bahamaboomklever	noun	Sitta insularis een zangvogel uit het geslacht sitta.
bahamaboomklevers	=	bahamaboomklever
bahamaboomklevertje	=	bahamaboomklever
bahamaboomklevertjes	=	bahamaboomklever
bahamaboself	noun	Nesophlox evelynae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bahamaboselfen	=	bahamaboself
bahamaboselfje	=	bahamaboself
bahamaboselfjes	=	bahamaboself
bahamaboselven	=	bahamaboself
bahamadikbekje	noun	Melopyrrha violacea een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
bahamadikbekjes	=	bahamadikbekje
bahamakoningstiran	noun	Tyrannus caudifasciatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
bahamakoningstirannen	=	bahamakoningstiran
bahamakoningstirannetje	=	bahamakoningstiran
bahamakoningstirannetjes	=	bahamakoningstiran
bahamamaskerzanger	noun	Geothlypis rostrata een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
bahamamaskerzangers	=	bahamamaskerzanger
bahamamaskerzangertje	=	bahamamaskerzanger
bahamamaskerzangertjes	=	bahamamaskerzanger
bahamanen	=	bahamaan
bahamapijlstaart	noun	Anas bahamensis een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
bahamapijlstaarten	=	bahamapijlstaart
bahamapijlstaartje	=	bahamapijlstaart
bahamapijlstaartjes	=	bahamapijlstaart
bahamarog	noun	Raja bahamensis een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
bahamaroggen	=	bahamarog
bahamaroggetje	=	bahamarog
bahamaroggetjes	=	bahamarog
bahamarogje	=	bahamarog
bahamarogjes	=	bahamarog
bahamaspecht	noun	Melanerpes superciliaris een vogel uit de familie Picidae.
bahamaspechten	=	bahamaspecht
bahamaspechtje	=	bahamaspecht
bahamaspechtjes	=	bahamaspecht
bahamaspotlijster	noun	Mimus gundlachii een vogelsoort uit de familie mimidae die voorkomt op de Bahama's, Cuba, de Turks- en Caicoseilanden en Jamaica.
bahamaspotlijsters	=	bahamaspotlijster
bahamaspotlijstertje	=	bahamaspotlijster
bahamaspotlijstertjes	=	bahamaspotlijster
bahamastompstaartrat	noun	Geocapromys ingrahami knaagdier uit de familie van de hutia's (Capromyidae)
bahamastompstaartratje	=	bahamastompstaartrat
bahamastompstaartratjes	=	bahamastompstaartrat
bahamastompstaartratten	=	bahamastompstaartrat
bahamatroepiaal	noun	Icterus northropi een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
bahamatroepiaaltje	=	bahamatroepiaal
bahamatroepiaaltjes	=	bahamatroepiaal
bahamatroepialen	=	bahamatroepiaal
bahamazaaghaai	noun	Pristiophorus schroederi een vis uit de familie van zaaghaaien (Pristiophoridae), orde van zaaghaaien (Pristiophoriformes).
bahamazaaghaaien	=	bahamazaaghaai
bahamazaaghaaitje	=	bahamazaaghaai
bahamazaaghaaitjes	=	bahamazaaghaai
bahamazanger	noun	Setophaga flavescens een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
bahamazangers	=	bahamazanger
bahamazangertje	=	bahamazanger
bahamazangertjes	=	bahamazanger
bahamazwaluw	noun	Tachycineta cyaneoviridis een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
bahamazwaluwen	=	bahamazwaluw
bahamazwaluwtje	=	bahamazwaluw
bahamazwaluwtjes	=	bahamazwaluw
bahaïsme	noun	het geheel aan theorieën, praktijken en denkwijzen die ontleend zijn aan het gedachtegoed van Bahá'u'lláh
bahco	noun	dankzij een schroefdraad verstelbare steeksleutel
bahco's	=	bahco
bahiaan	noun	iemand die woont in de Braziliaanse deelstaat Bahia of daarvan afkomstig is
bahiaans	adj	afkomstig van of met betrekking tot de Braziliaanse deelstaat Bahia
bahiaanse	noun	vrouwelijke inwoner van Bahia, of een vrouw afkomstig uit die deelstaat van Brazilië
bahiaansen	=	bahiaanse
bahiakwikstaarttiran	noun	Stigmatura bahiae een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bahiakwikstaarttirannen	=	bahiakwikstaarttiran
bahiakwikstaarttirannetje	=	bahiakwikstaarttiran
bahiakwikstaarttirannetjes	=	bahiakwikstaarttiran
bahialooftiran	noun	Phylloscartes beckeri een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae)
bahialooftirannen	=	bahialooftiran
bahialooftirannetje	=	bahialooftiran
bahialooftirannetjes	=	bahialooftiran
bahiamiersluiper	noun	Herpsilochmus pileatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bahiamiersluipers	=	bahiamiersluiper
bahiamiersluipertje	=	bahiamiersluiper
bahiamiersluipertjes	=	bahiamiersluiper
bahiamiervogel	noun	Rhopornis ardesiacus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bahiamiervogels	=	bahiamiervogel
bahiamiervogeltje	=	bahiamiervogel
bahiamiervogeltjes	=	bahiamiervogel
bahiamuistapaculo	noun	Scytalopus gonzagai een zangvogel uit de familie der tapaculo's (Rhinocryptidae)
bahiamuistapaculo's	=	bahiamuistapaculo
bahiamuistapaculootje	=	bahiamuistapaculo
bahiamuistapaculootjes	=	bahiamuistapaculo
bahianachtzwaluw	noun	Nyctiprogne vielliardi een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen)
bahianachtzwaluwen	=	bahianachtzwaluw
bahianachtzwaluwtje	=	bahianachtzwaluw
bahianachtzwaluwtjes	=	bahianachtzwaluw
bahianen	=	bahiaan
bahiastekelstaart	noun	Synallaxis cinerea een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
bahiastekelstaarten	=	bahiastekelstaart
bahiastekelstaartje	=	bahiastekelstaart
bahiastekelstaartjes	=	bahiastekelstaart
bahiatapaculo	noun	Eleoscytalopus psychopompus een zangvogel uit de familie der tapaculo's (Rhinocryptidae).Het is een endemische vogelsoort van het Atlantisch Woud in Brazilië
bahiatapaculo's	=	bahiatapaculo
bahiatapaculootje	=	bahiatapaculo
bahiatapaculootjes	=	bahiatapaculo
bahreiner	noun	een inwoner van Bahrein, of iemand afkomstig uit Bahrein
bahreiners	=	bahreiner
bahreini	noun	een inwoner van Bahrein, of iemand afkomstig uit Bahrein
bahreini's	=	bahreini
bahreins	adj	op Bahrein betrekking hebbend
bahreinse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bahrein, of een vrouw afkomstig uit Bahrein
bahreinsen	=	bahreinse
bahreinser	=	bahreins
bahreinsere	=	bahreins
bahreinsers	=	bahreins
bahreinst	=	bahreins
bahreinste	=	bahreins
baht	noun	de munteenheid van Thailand (eigenlijk Thaise baht)
bahtje	=	baht
bahtjes	=	baht
bahts	=	baht
bahá'í	=	bahai
baikaldonderpadden	noun	een familie Comephoridae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
baikalrob	noun	bepaald soort zoogdier, Pusa sibirica De Baikalrob of Nerpa (Pusa sibirica, verouderd Phoca sibirica) is een soort zeehond, die alleen voorkomt in het Zuid-Siberische Baikalmeer.
baikalrobben	=	baikalrob
baikalrobbetje	=	baikalrob
baikalrobbetjes	=	baikalrob
bail-out	noun	redding door de overheid van een bedrijf, land of organisatie dat in financiële moeilijkheden verkeerd door het geven van leningen tegen een lage rente
bail-outs	=	bail-out
baileybrug	noun	brug die bestaat uit standaardsegmenten die zeer snel opgebouwd kan worden
baileybruggen	=	baileybrug
baileybruggetje	=	baileybrug
baileybruggetjes	=	baileybrug
baileybrugje	=	baileybrug
baileybrugjes	=	baileybrug
baileymuisgoffer	noun	Chaetodipus baileyi knaagdier uit de familie van de wangzakmuizen (Heteromyidae).
baileymuisgoffers	=	baileymuisgoffer
baileymuisgoffertje	=	baileymuisgoffer
baileymuisgoffertjes	=	baileymuisgoffer
baisse	noun	een periode waarin de prijzen uitzonderlijk laag zijn
baissedekking	noun	de financiële zekerheid (zoals contanten of effecten) die een belegger moet aanhouden bij het innemen van een baissepositie (short gaan)
baissedekkingen	=	baissedekking
baissedekkinkje	=	baissedekking
baissedekkinkjes	=	baissedekking
baissemarkt	noun	aandelen markt waarbij bijna alle aandelen in koers dalen
baissemarkten	=	baissemarkt
baissepositie	noun	de positie die ontstaat door verkoop van stukken die de verkoper niet in bezit heeft
baisseposities	=	baissepositie
baisses	=	baisse
baissetransactie	noun	de keer dat men effecten verkoopt die men nog niet in zijn bezit heeft
baissetransacties	=	baissetransactie
baissier	noun	iemand die op koers- of prijsdaling speculeert
baissiers	=	baissier
baithak	noun	hindoeïstische bijeenkomst na het overlijden van een persoon
bajadwerguil	noun	Glaucidium hoskinsii een vogel uit de familie van de uilen.
bajadwerguilen	=	bajadwerguil
bajadwerguiltje	=	bajadwerguil
bajadwerguiltjes	=	bajadwerguil
bajadère	noun	Indische tempeldanseres; exotische danseres
bajadères	=	bajadère
bajen	=	baden
bajes	noun|informal	gevangenis
bajesboot	noun	boot die als gevangenis is ingericht en als zodanig dienst doet vaak ingezet om tijdelijke tekorten op te vangen
bajesboten	=	bajesboot
bajesen	=	bajes
bajesje	=	bajes
bajesjes	=	bajes
bajesklant	noun	iemand die in de gevangenis zit (of heeft gezeten)
bajesklanten	=	bajesklant
bajesklantje	=	bajesklant
bajesklantjes	=	bajesklant
bajesmaf	adj	afgestompt door gevangenisstraf
bajesmaffe	=	bajesmaf
bajesplan	noun	voorgenomen handelswijze om minder geld uit te geven voor de gevangenissen
bajesplannen	=	bajesplan
bajit	noun	huis
bajonet	noun	een steekwapen bovenop de loop van een geweer
bajonetaanval	noun	een aanval met geweren waaraan op de voorkant van de loop een mes is bevestigd
bajonetaanvallen	=	bajonetaanval
bajonetfitting	noun	fitting met bajonetsluiting
bajonetfittingen	=	bajonetfitting
bajonetfittinkje	=	bajonetfitting
bajonetfittinkjes	=	bajonetfitting
bajonetje	=	bajonet
bajonetjes	=	bajonet
bajonetschede	noun	schede waarin een bajonet wordt gedragen als deze niet op het geweer is gemonteerd
bajonetscheden	=	bajonetschede
bajonetschedes	=	bajonetschede
bajonetsluiting	noun	bevestiging van twee voorwerpen op elkaar door middel van (verende) pennen of nokken op het ene voorwerp, welke in speciale gleuven in het andere voorwerp vallen
bajonetsluitingen	=	bajonetsluiting
bajonetsluitinkje	=	bajonetsluiting
bajonetsluitinkjes	=	bajonetsluiting
bajonetten	=	bajonet
bak	noun	stevig voorwerp waarvan één zijde open is en waarin iets kan worden bewaard.
bakabana	noun	banaan gebakken in deeg
bakabana's	=	bakabana
bakbaard	=	bakkebaard
bakbanaan	noun	Musa paradisiaca een sterk meelhoudende bananensoort die eerst gebakken dient te worden
bakbanaantje	=	bakbanaan
bakbanaantjes	=	bakbanaan
bakbananen	=	bakbanaan
bakbarometer	noun	barometer bestaande uit een buis van Torricelli, geplaatst in een bak met kwik
bakbarometers	=	bakbarometer
bakbarometertje	=	bakbarometer
bakbarometertjes	=	bakbarometer
bakbatterij	noun	scheepsgeschut geplaatst op de bak (het voorkasteel d.w.z. het gedeelte van het bovendek vóór de fokkenmast.)
bakbatterijen	=	bakbatterij
bakbatterijtje	=	bakbatterij
bakbatterijtjes	=	bakbatterij
bakbeest	noun	een overmatig groot voorwerp
bakbeesten	=	bakbeest
bakbeestje	=	bakbeest
bakblik	noun	een metalen vorm waarin het materiaal wordt gedaan om een taart, cake, of brood te kunnen bakken, bakvorm
bakblikje	=	bakblik
bakblikjes	=	bakblik
bakblikken	=	bakblik
bakboord	noun	de linkerzijde als men vanop een schip naar de boeg kijkt
bakboorden	=	bakboord
bakboordje	=	bakboord
bakboordlicht	noun	het rode aan bakboord aanwezige navigatielicht
bakboordlichten	=	bakboordlicht
bakboordlichtje	=	bakboordlicht
bakboordlichtjes	=	bakboordlicht
bakboordroer	noun	het roer aan bakboordzijde.
bakboordroeren	=	bakboordroer
bakboordroertje	=	bakboordroer
bakboordroertjes	=	bakboordroer
bakboordslicht	noun	het rode aan bakboord aanwezige navigatielicht
bakboordslichten	=	bakboordslicht
bakboordslichtje	=	bakboordslicht
bakboordslichtjes	=	bakboordslicht
bakboordzij	noun	de zijde aan bakboord.
bakboordzijde	noun	de zijde aan bakboord.
bakboordzijden	=	bakboordzij
bakboordzijdes	=	bakboordzij
bakboordzijdetje	=	bakboordzijde
bakboordzijdetjes	=	bakboordzijde
bakboordzijtje	=	bakboordzij
bakboordzijtjes	=	bakboordzij
bakboter	noun	boter waaraan het merendeel van het normale vochtgehalte onttrokken is
bakboters	=	bakboter
bakbotertje	=	bakboter
bakbotertjes	=	bakboter
bakbromfiets	noun	een driewielig voertuig - een bakfiets - aangedreven door een hulpmotor (van niet meer dan 50cc cilinderinhoud)
bakbromfietsen	=	bakbromfiets
bakbromfietsje	=	bakbromfiets
bakbromfietsjes	=	bakbromfiets
bakdek	noun	voorste deel van het scheepsdek
bakdekken	=	bakdek
bakeliet	noun	allereerste volledig synthetische (harde) kunststof, fenolhars
bakelieten	adj	van bakeliet gemaakt
bakelman	noun	stokdrager
bakelmannen	=	bakelman
bakelmannetje	=	bakelman
bakelmannetjes	=	bakelman
baken	noun	een markering, meer in het bijzonder gebruikt in de lucht- en scheepvaart voor herkenningstekens
bakende	=	bakenen
bakenden	=	bakenen
bakene	=	bakenen
bakenen	verb	met bakens omgeven
bakenend	=	bakenen
bakenende	=	bakenen
bakengeld	noun	heffing van inkomende en uitgaande schepen tot dekking van de kosten van de bebakening
bakengelden	=	bakengeld
bakenlijn	noun	lijn die naar een radiobaken wijst
bakenlijnen	=	bakenlijn
bakenlijntje	=	bakenlijn
bakenlijntjes	=	bakenlijn
bakenmeester	noun	ambtenaar die de ondiepten in een vaarwater moet vaststellen en gevaarlijke punten moet markeren met een bakebn
bakenmeesters	=	bakenmeester
bakens	=	baken
bakent	=	bakenen
bakentje	=	baken
bakentjes	=	baken
bakenzender	noun	zender die de functie van radiobaken vervult
bakenzenders	=	bakenzender
bakenzendertje	=	bakenzender
bakenzendertjes	=	bakenzender
baker	noun	een ongeschoolde vrouw die aan kraamverpleging deelnam
bakerde	=	bakeren
bakerden	=	bakeren
bakere	=	bakeren
bakeren	verb	het strak inwikkelen van een baby in een deken of lappen
bakerend	=	bakeren
bakerende	=	bakeren
bakerhaaien	noun	een orde Orectolobiformes van lange, vaak sterk afgeplatte haaien.
bakerkind	noun	baby die nog goed warm moet worden gehouden
bakerkinderen	=	bakerkind
bakerkindje	=	bakerkind
bakerkindjes	=	bakerkind
bakermand	noun	een langwerpige, lage mand of houten bak waarin een baby verzorgd werd
bakermanden	=	bakermand
bakermandje	=	bakermand
bakermandjes	=	bakermand
bakermat	noun	een plaats waar de oorsprong van iemand of iets ligt
bakermatje	=	bakermat
bakermatten	=	bakermat
bakernaam	noun	troetelnaampje voor een heel klein kind die meestal is gebaseerd op de geluidjes die een baby kan maken
bakernaampje	=	bakernaam
bakernaampjes	=	bakernaam
bakernamen	=	bakernaam
bakerpraat	noun	onwetenschappelijke praatjes
bakerpraatje	=	bakerpraat
bakerpraatjes	=	bakerpraat
bakerrijm	noun	kinderversje dat kindermeisjes voor kinderen zingen
bakerrijmen	=	bakerrijm
bakerrijmpje	=	bakerrijm
bakerrijmpjes	=	bakerrijm
bakers	=	baker
bakerspeld	noun	een speld die in gebruik was voor katoenen luiers en niet per ongeluk open kon gaan en de baby verwonden
bakerspelden	=	bakerspeld
bakersprookje	noun	sprookje voor kleine kinderen
bakersprookjes	=	bakersprookje
bakert	=	bakeren
bakertje	=	baker
bakertjes	=	baker
bakfiets	noun	een driewielige fiets die voorzien is van een laadbak
bakfietsdelen	verb	samen met anderen één bakfiets gebruiken
bakfietsdelende	=	bakfietsdelen
bakfietsen	=	bakfiets
bakfietsgezin	noun	gezin waar men de kinderen in een bakfiets vervoert
bakfietsgezinnen	=	bakfietsgezin
bakfietsgezinnetje	=	bakfietsgezin
bakfietsgezinnetjes	=	bakfietsgezin
bakfietsje	=	bakfiets
bakfietsjes	=	bakfiets
bakfietskind	noun	kind dat door de ouders in een bakfiets wordt vervoerd
bakfietskinderen	=	bakfietskind
bakfietskindje	=	bakfietskind
bakfietskindjes	=	bakfietskind
bakfietsmoeder	noun	moeder die haar kinderen vervoert in een bakfiets
bakfietsmoeders	=	bakfietsmoeder
bakfietsmoedertje	=	bakfietsmoeder
bakfietsouder	noun	vader of moeder die hun kinderen met een bakfiets vervoeren
bakfietsouders	=	bakfietsouder
bakfietsoudertje	=	bakfietsouder
bakfietssale	noun	verkoop van goederen vanuit een bakfiets
bakfietssales	=	bakfietssale
bakfietsstad	noun	stad met veel linkse, progressieve, hoogopgeleide ouders die hun kinderen met een bakfiets vervoeren
bakfietssteden	=	bakfietsstad
bakfietsvader	noun	man die zijn kinderen met een bakfiets vervoert
bakfietsvaders	=	bakfietsvader
bakfietsvadertje	=	bakfietsvader
bakfietsvadertjes	=	bakfietsvader
bakgoot	noun	geul met een platte bodem en twee rechtopstaande wanden waardoor een vloeistof kan wegvloeien
bakgoten	=	bakgoot
bakhuis	noun	een bijgebouw van een boerderij of landhuis waarin men vroeger brood en koek bakte
bakhuisje	=	bakhuis
bakhuisjes	=	bakhuis
bakhuizen	=	bakhuis
bakje	=	bak
bakjes	=	bak
bakka	noun	tik op nek of het achterhoofd
bakka's	=	bakka
bakke	=	bakken
bakkebaard	noun	deel van het baardhaar dat groeit vanaf de kaaklijnen tot aan de haargrens boven de oren
bakkebaarden	=	bakkebaard
bakkebaardje	=	bakkebaard
bakkebaardjes	=	bakkebaard
bakkeet	noun	ruimte in een woning of aparte schuur waarin een bakoven staat
bakkeetje	=	bakkeet
bakkeetjes	=	bakkeet
bakkelaaien	=	bakkeleien
bakkelaayen	=	bakkeleien
bakkelei	=	bakkeleien
bakkeleide	=	bakkeleien
bakkeleiden	=	bakkeleien
bakkeleie	=	bakkeleien
bakkeleien	verb	ruzie maken, kibbelen
bakkeleiend	=	bakkeleien
bakkeleiende	=	bakkeleien
bakkeleijen	=	bakkeleien
bakkeleit	=	bakkeleien
bakkeljauw	noun	geweekte en gesneden stokvis/ klipvis, veel gebruikt in de Surinaamse keuken
bakkeljauwen	=	bakkeljauw
bakkeljauwtje	=	bakkeljauw
bakken	verb	voedsel bij hoge temperatuur in een oven of pan verhitten, meestal met wat olie of boter
bakkend	=	bakken
bakkende	=	bakken
bakkenist	noun	"passagier" (bijrijder) bij motorrace-wedstrijden met zijspan
bakkenisten	=	bakkenist
bakkenistje	=	bakkenist
bakkenistjes	=	bakkenist
bakker	noun	iemand die brood en taarten bakt om ze te verkopen
bakkerij	noun	een werkplaats waar men brood, koek, banket en dergelijke, bakt in een oven, een broodbakkerij
bakkerij-patisserie	noun	banketbakkerij waar men suikerwaren, gebak en brood maakt en verkoopt
bakkerij-patisserieën	=	bakkerij-patisserie
bakkerijen	=	bakkerij
bakkerijen-patisserieën	=	bakkerij-patisserie
bakkerijingrediënt	noun	grondstof die men in een (brood)bakkerij gebruikt voor het maken van brood en gebak
bakkerijingrediënten	=	bakkerijingrediënt
bakkerijproduct	noun	voedingsmiddelen die beroepsmatig zijn bereid door deeg in een oven te verhitten
bakkerijproducten	=	bakkerijproduct
bakkerijspeciaalzaak	noun	een bakkerij die zich specialiseert in een bepaald soort bakproduct, zoals een banketbakkerij (gebak en taart) of een ambachtelijke bakkerij (brood en banket met eigen recepten)
bakkerijspeciaalzaakje	=	bakkerijspeciaalzaak
bakkerijspeciaalzaakjes	=	bakkerijspeciaalzaak
bakkerijspeciaalzaken	=	bakkerijspeciaalzaak
bakkerijtje	=	bakkerij
bakkerijtjes	=	bakkerij
bakkerin	noun	een vrouw die brood en taarten bakt om ze te verkopen
bakkerinnen	=	bakkerin
bakkerinnetje	=	bakkerin
bakkerinnetjes	=	bakkerin
bakkers	=	bakker
bakkersastma	noun	een beroepsastma, die een allergische reactie bij bakkers veroorzaakt en wordt veroorzaakt door meelstof en broodverbeteraars
bakkersastma's	=	bakkersastma
bakkersbedrijf	noun	bedrijf waarin men brood en banket produceert
bakkersbedrijfje	=	bakkersbedrijf
bakkersbedrijfjes	=	bakkersbedrijf
bakkersbedrijven	=	bakkersbedrijf
bakkersbond	noun	vereniging van (Vlaamse) broodbakkers
bakkersbonden	=	bakkersbond
bakkersdozijn	noun	inhoudsmaat: een aantal van dertien stuks, één exemplaar meer dan een regulier dozijn (van twaalf stuks)
bakkersdozijnen	=	bakkersdozijn
bakkersdozijntje	=	bakkersdozijn
bakkersdozijntjes	=	bakkersdozijn
bakkerseczeem	noun	beroepsziekte door allergische reactie van de huid op bakkersbenodigdheden
bakkersgast	noun	knecht van een bakker
bakkersgasten	=	bakkersgast
bakkersgastje	=	bakkersgast
bakkersgastjes	=	bakkersgast
bakkersgezel	noun	hulp van een bakker
bakkersgezellen	=	bakkersgezel
bakkersgilde	noun	het gilde van de bakkers
bakkersgilden	=	bakkersgilde
bakkersgildes	=	bakkersgilde
bakkersgist	noun	microorganisme Saccharomyces cerevisiae dat een bakker gebruikt om het brood te laten rijzen maar dat men ook gebruikt in de bier- en wijnbereiding
bakkerskar	noun	wagen met twee wielen waarmee de bakker zijn brood naar zijn klanten bracht
bakkerskarren	=	bakkerskar
bakkerskarretje	=	bakkerskar
bakkerskarretjes	=	bakkerskar
bakkersknecht	noun	hulp in een bakkerij
bakkersknechten	=	bakkersknecht
bakkersknechtje	=	bakkersknecht
bakkersknechtjes	=	bakkersknecht
bakkersknechts	=	bakkersknecht
bakkerskraam	noun	marktkraam waar men brood en banket verkoopt
bakkerskraampje	=	bakkerskraam
bakkerskraampjes	=	bakkerskraam
bakkerskramen	=	bakkerskraam
bakkersmand	noun	mand met brood waarmee een bakker langs de huizen ging om brood te verkopen
bakkersmanden	=	bakkersmand
bakkersmandje	=	bakkersmand
bakkersmandjes	=	bakkersmand
bakkersoven	noun	oven in een bakkerij
bakkersovens	=	bakkersoven
bakkersoventje	=	bakkersoven
bakkersoventjes	=	bakkersoven
bakkersroom	noun	een speciale gele puddingachtige room die vaak in tompoezen, eclairs, vlaaien en soezen gebruikt wordt
bakkersschotel	noun	smalle plank aan lange steel waarmee de bakker de broden in de oven schiet
bakkersschotels	=	bakkersschotel
bakkersschoteltje	=	bakkersschotel
bakkersschoteltjes	=	bakkersschotel
bakkerstor	noun	bepaald soort insect, Blatta orientalis
bakkerstorren	=	bakkerstor
bakkerstrog	noun	bak waarin men het brooddeeg kneedt
bakkerstroggen	=	bakkerstrog
bakkerstroggetje	=	bakkerstrog
bakkerstroggetjes	=	bakkerstrog
bakkersvet	noun	een mengsel van spijsvetten, zoals reuzel en margarine met suiker
bakkersvetten	=	bakkersvet
bakkersvrouw	noun	de vrouw van de bakker
bakkersvrouwen	=	bakkersvrouw
bakkersvrouwtje	=	bakkersvrouw
bakkersvrouwtjes	=	bakkersvrouw
bakkerswagen	noun	de (hand)kar van een broodverkoper
bakkerswagens	=	bakkerswagen
bakkerswagentje	=	bakkerswagen
bakkerswagentjes	=	bakkerswagen
bakkerswinkel	noun	winkel waarin een bakker zijn producten verkoopt
bakkerswinkels	=	bakkerswinkel
bakkerswinkeltje	=	bakkerswinkel
bakkerswinkeltjes	=	bakkerswinkel
bakkerszaak	noun	een winkel waar bakkerijproducten verkocht worden
bakkerszaakje	=	bakkerszaak
bakkerszaakjes	=	bakkerszaak
bakkerszaken	=	bakkerszaak
bakkerszonen	=	bakkerszoon
bakkerszoon	noun	mannelijk kind van een bakker
bakkerszoons	=	bakkerszoon
bakkertje	=	bakker
bakkertjes	=	bakker
bakkes	noun|informal	gezicht
bakkesen	=	bakkes
bakkesje	=	bakkes
bakkesjes	=	bakkes
bakketen	=	bakkeet
bakkie	noun	alleen verkleinwoord toestel voor het zenden en ontvangen van radiosignalen in de 27 MHz-band, die gebruikt kan worden door particulieren
bakkies	=	bakkie
bakkwast	noun	keukengerei dat wordt gebruikt voor het invetten van bakvormen, het aanbrengen van glazuur en het verdelen van marinades
bakkwasten	=	bakkwast
bakkwastje	=	bakkwast
bakkwastjes	=	bakkwast
baklamp	noun	soort koperen olielamp met een platte bodem
baklampen	=	baklamp
baklampje	=	baklamp
baklampjes	=	baklamp
baklap	noun	plat stuk rundvlees van de schouder of bovenbil
baklapje	=	baklap
baklappen	=	baklap
baklava	noun	zeer zoet, Turks bladerdeeggebak met honing
baklava's	=	baklava
baklijn	noun	strafschopgebied
baklijnen	=	baklijn
baklucht	noun	de geur van het bakken
bakluchten	=	baklucht
bakluchtje	=	baklucht
bakluchtjes	=	baklucht
bakmeel	noun	tarwebloem met bakpoeder
bakmelen	=	bakmeel
bakmix	noun	kant-en-klaar mengsel van meel dat geschikt is voor het bakken van bijv. brood
bakmixen	=	bakmix
bakmixje	=	bakmix
bakmixjes	=	bakmix
baknummer	noun	identificatie nummer van een bak
baknummers	=	baknummer
baknummertje	=	baknummer
baknummertjes	=	baknummer
bakoes	adj	op Bakoe betrekking hebbend
bakoese	noun	een vrouwelijke inwoner van Bakoe, of een vrouw afkomstig uit Bakoe
bakoesen	=	bakoese
bakoeër	noun	een inwoner van Bakoe, of iemand afkomstig uit Bakoe
bakoeërs	=	bakoeër
bakolie	noun	olie waarin men voedsel kan bakken
bakolies	=	bakolie
bakoliën	=	bakolie
bakove	=	bacove
bakoven	noun	oven om in te bakken
bakovens	=	bakoven
bakoventje	=	bakoven
bakoventjes	=	bakoven
bakpan	noun	een pan die geschikt is voor het bakken (van vlees)
bakpannen	=	bakpan
bakpannetje	=	bakpan
bakpannetjes	=	bakpan
bakpapier	noun	speciaal geprepareerd papier dat in de oven gebruikt wordt om te bakken etenswaar niet aan de bakplaat of de bakvorm te laten kleven
bakpapieren	=	bakpapier
bakpapiertje	=	bakpapier
bakpapiertjes	=	bakpapier
bakpenseel	noun	keukengerei dat wordt gebruikt voor het invetten van bakvormen
bakpenseeltje	=	bakpenseel
bakpenseeltjes	=	bakpenseel
bakpenselen	=	bakpenseel
bakplaat	noun	ijzeren plaat in een oven waarop het deeg geplaatst wordt
bakplaatje	=	bakplaat
bakplaatjes	=	bakplaat
bakplaten	=	bakplaat
bakpoeder	noun	rijsmiddel op basis van natriumbicarbonaat
bakpoeders	=	bakpoeder
bakpoedertje	=	bakpoeder
bakpoedertjes	=	bakpoeder
bakpoeier	noun	rijsmiddel op basis van natriumbicarbonaat
bakpoeiers	=	bakpoeier
bakpoeiertje	=	bakpoeier
bakpoeiertjes	=	bakpoeier
bakproces	noun	de gang van zaken bij het bakken van voedingswaren
bakprocessen	=	bakproces
bakra	noun	blanke Nederlander
bakra's	=	bakra
bakroe	noun	een dwergspook, geest, dwerg of kabouterman uit Suriname
bakroes	=	bakroe
bakru	noun	een dwergspook, geest, dwerg of kabouterman uit Surinameklein mythisch wezen dat voor de helft gemaakt is van hout en de andere helft bestaat uit vlees
bakru's	=	bakru
baks	=	baksen
bakschieten	verb	Vlaams volksspel waarbij je met schijven of muntstukken moet gooien in een bak met openingen, om zo punten te scoren
bakse	=	baksen
baksel	noun	datgene wat gebakken is of wordt
baksels	=	baksel
bakseltje	=	baksel
bakseltjes	=	baksel
baksen	verb	geschut naar links of rechts bewegen
baksend	=	baksen
baksende	=	baksen
baksies	=	baksis
baksis	noun	extraatje, toegift	adj	extra
baksjisj	noun	fooi
baksjisje	=	baksjisj
baksjisjen	=	baksjisj
baksjisjes	=	baksjisj
bakske	=	bak
bakskist	noun	stevige uitgevoerde doos op een schip waarin het eetgerei en het rantsoen van een groep zeelui die gewoonlijk gelijktijdig eten wordt bewaard en die ook wel als eettafel werd gebruikt
bakskisten	=	bakskist
bakspatel	noun	is een simpel gereedschap dat men gebruikt om bijvoorbeeld een gebakken ei los te maken van de bodem van de pan wanneer deze is vastgebrand tijdens het bakken/braden.
bakspatels	=	bakspatel
bakspateltje	=	bakspatel
bakspateltjes	=	bakspatel
bakspel	noun	een van de verschillende varianten van triktrak of backgammon (met als meervoud bakspelen)
bakspelen	=	bakspel
bakspellen	=	bakspel
bakst	=	baksen
bakstafel	noun	tafel waaraan de leden van één bak de maaltijd kunnen gebruiken
bakstafels	=	bakstafel
bakstag	noun	naar achteren lopende steunkabel voor een rondhout op zeilschepen	adv	met stevige wind recht van achteren
bakstagen	=	bakstag
bakste	=	baksen
baksteen	noun	uit klei of leem gebakken steen
baksteenconstructie	noun	bouwwerk gemaakt met stenen die uit klei of leem zijn gebakken
baksteenconstructies	=	baksteenconstructie
baksteenconstructietje	=	baksteenconstructie
baksteenconstructietjes	=	baksteenconstructie
baksteenen	=	bakstenen
baksteenfabricage	noun	het bakken van baksteen; de productie van bakstenen
baksteenfabricages	=	baksteenfabricage
baksteenindustrie	noun	industrie die bakstenen, straatstenen en dakpannen produceert
baksteenindustrieën	=	baksteenindustrie
baksteenproducent	noun	bedrijf dat bakstenen maakt
baksteenproducenten	=	baksteenproducent
baksteenrode	=	baksteenrood
baksteenroden	=	baksteenrood
baksteenroder	=	baksteenrood
baksteenrodere	=	baksteenrood
baksteenroders	=	baksteenrood
baksteenrood	noun	bruinrode kleur van uit ijzerhoudende klei gebakken bouwstenen	adj	met de bruinrode kleur van uit ijzerhoudende klei gebakken bakstenen
baksteenroods	=	baksteenrood
baksteenroodst	=	baksteenrood
baksteenroodste	=	baksteenrood
baksteentje	=	baksteen
baksteentjes	=	baksteen
baksten	=	baksen
bakstenen	adj	bestaande uit of gemaakt van baksteen
bakster	noun	vrouw die bakt
baksters	=	bakster
bakstertje	=	bakster
bakt	=	bakken
baktafel	noun	tafel waarmee men tafelvoetbal speelt
baktafels	=	baktafel
baktafeltje	=	baktafel
baktafeltjes	=	baktafel
bakte	noun	datgene wat gebakken is of wordt
bakten	=	bakken
baktetje	=	bakte
baktetjes	=	bakte
baktijd	noun	tijd die nodig is om iets te bakken (voedsel of een ander materiaal)
baktijden	=	baktijd
baktrog	noun	trog waarin men deeg kneedt
baktroggen	=	baktrog
bakvet	noun	vet waarin men kan bakken of het vet dat vrijkomt bij het bakken
bakvetten	=	bakvet
bakvis	noun	spottende benaming voor een meisje of jonge vrouw in de puberteit of adolescentie wier gedrag nog niet van volwassenheid getuigt
bakvisblaadje	=	bakvisblad
bakvisblaadjes	=	bakvisblad
bakvisblad	noun	tijdschrift voor meisjes in de puberteit
bakvisbladen	=	bakvisblad
bakvisje	=	bakvis
bakvisjes	=	bakvis
bakvissen	=	bakvis
bakvorm	noun	is een metalen vorm waarin het materiaal wordt gedaan om een taart, cake, of brood te kunnen bakken
bakvormen	=	bakvorm
bakvormpje	=	bakvorm
bakvormpjes	=	bakvorm
bakwagen	noun	vrachtwagen waarbij de bak vast zit aan de cabine
bakwagens	=	bakwagen
bakwagentje	=	bakwagen
bakwagentjes	=	bakwagen
bakwedstrijd	noun	bijeenkomst waarbij een jury bepaalt wie de beste (banket)bakker is
bakwedstrijden	=	bakwedstrijd
bakwedstrijdje	=	bakwedstrijd
bakwedstrijdjes	=	bakwedstrijd
bakzeil	noun	een zeil dat aan bakboord gevoerd wordt, en dat de schipper verplicht voorrang te verlenen
bal	noun	object in de vorm van een bol en meestal gemaakt van leer [1] dat gebruikt wordt bij balspelen
balaanname	noun	het onder controle krijgen van een toegespeelde bal
balaannamen	=	balaanname
balaannames	=	balaanname
balabacdwerghert	noun	Tragulus nigricans is een dwerghert dat alleen voorkomt op de Filipijnen.
balabacdwergherten	=	balabacdwerghert
balabacdwerghertje	=	balabacdwerghert
balabacdwerghertjes	=	balabacdwerghert
balabakniltava	noun	Cyornis lemprieri een zeldzame, endemische vliegenvanger die alleen voorkomt in de Filipijnen
balabakniltava's	=	balabakniltava
balabakniltavaatje	=	balabakniltava
balabakniltavaatjes	=	balabakniltava
balaclava	noun	nauwsluitende muts die het hele hoofd bedekt, met uitsparingen voor de ogen en soms de mond
balaclava's	=	balaclava
baladeur	noun	verschuifbaar tandwiel in een versnellingsbak
baladeurs	=	baladeur
baladeurtje	=	baladeur
baladeurtjes	=	baladeur
balalaika	noun	een driesnarig Russisch tokkelinstrument
balalaika's	=	balalaika
balalaikaatje	=	balalaika
balalaikaatjes	=	balalaika
balalaikamuziek	noun	meestal Russische melodieën gespeeld of begeleid op een soort driehoekige gitaar
balalaikaorkest	noun	groep muzikanten met een soort driehoekige gitaar die meestal Russische volksmuziek speelt
balalaikaorkesten	=	balalaikaorkest
balanceboard	noun	bolle plank of schijf die met de bolle kant op de grond rust en die men gebruikt voor evenwichtsoefeningen
balanceboardje	=	balanceboard
balanceboardjes	=	balanceboard
balanceboards	=	balanceboard
balanceer	=	balanceren
balanceerde	=	balanceren
balanceerden	=	balanceren
balanceerkunst	noun|figurative	de kunst om met botsende belangen en meningen om te gaan
balanceerkunsten	=	balanceerkunst
balanceerstok	noun	lange stok waarmee een koorddanser zich in evenwicht houdt
balanceerstokje	=	balanceerstok
balanceerstokjes	=	balanceerstok
balanceerstokken	=	balanceerstok
balanceert	=	balanceren
balancere	=	balanceren
balanceren	verb	evenwicht behouden om er niet vanaf te vallen
balancerend	=	balanceren
balancerende	=	balanceren
balancering	noun	het in evenwicht brengen of houden
balanceringen	=	balancering
balanitis	noun	ontsteking van de eikel bij de man
balans	noun	evenwicht.
balansarm	noun	de arm van een balansweegschaal waaraan zowel het te wegen object als de bekende gewichten hangen
balansarmen	=	balansarm
balansboek	noun	boek waarin men het overzicht van bezittingen en schulden bijhoudt
balansboeken	=	balansboek
balansboekje	=	balansboek
balansboekjes	=	balansboek
balansbord	noun	bolle plank of schijf die met de bolle kant op de grond rust en die men gebruikt voor evenwichtsoefeningen
balansborden	=	balansbord
balansbordje	=	balansbord
balansbordjes	=	balansbord
balansburger	noun	iemand die zijn levensstijl aanpast als er minder inkomsten zijn
balansburgers	=	balansburger
balanscijfer	noun	cijfers in de boekhouding die aangeven wat de bezittingen en de schulden van een onderneming zijn
balanscijfers	=	balanscijfer
balansdag	noun	een dag dat je minder eet om een dag dat je te veel hebt gegeten te compenseren
balansdagen	=	balansdag
balansdagje	=	balansdag
balansdagjes	=	balansdag
balanseconomie	noun	economie gericht op welzijn en duurzaamheid en minder op groei en welvaart
balanseconomieën	=	balanseconomie
balansen	=	balans
balansgesprek	noun	gesprek van een werknemer en een leidinggevende over het evenwicht tussen werk en privéleven
balansgesprekje	=	balansgesprek
balansgesprekjes	=	balansgesprek
balansgesprekken	=	balansgesprek
balanshandhaving	noun	het bewaren van een evenwicht
balanshandhavingen	=	balanshandhaving
balansje	=	balans
balansjes	=	balans
balansopruiming	noun	uitverkoop van de oude voorraad van een winkel om het opmaken van de balans te vereenvoudigen en om plaats te maken voor nieuwe producten
balansopruimingen	=	balansopruiming
balansopruiminkje	=	balansopruiming
balansopruiminkjes	=	balansopruiming
balanspositie	noun	de financiële reserve die een onderneming heeft; het totaal van de bezittingen verminderd met het totaal aan schulden
balansposities	=	balanspositie
balansprobleem	noun	moeilijkheid met het bewaren van het evenwicht
balansprobleempje	=	balansprobleem
balansprobleempjes	=	balansprobleem
balansproblemen	=	balansprobleem
balansregelaar	noun	voorziening op een stereoversterker waarmee de balans tussen beide kanalen kan worden geregeld
balansregelaars	=	balansregelaar
balansregelaartje	=	balansregelaar
balansregelaartjes	=	balansregelaar
balansrekening	noun	een rekening van een dubbel boekhoudsysteem waarbij iedere transactie 2x wordt genoteerd
balansrekeningen	=	balansrekening
balansstructuren	=	balansstructuur
balansstructuur	noun	de samenstelling van de bezittingen en schulden van een (bancaire) instelling
balansstructuurtje	=	balansstructuur
balansstructuurtjes	=	balansstructuur
balanstotaal	noun	totaal aan wat een bank aan bezittingen en beleggingen op de balans heeft staan
balanstotalen	=	balanstotaal
balanstrut	noun	vrouw die niet tot de top van het bedrijfsleven kan doordringen omdat ze zich te veel bezig houdt met de balans tussen haar privéleven en haar werk
balanstrutje	=	balanstrut
balanstrutjes	=	balanstrut
balanstrutten	=	balanstrut
balansverhouding	noun	verhouding tussen activa en passiva op de balans
balansverhoudingen	=	balansverhouding
balansverhoudinkje	=	balansverhouding
balansverhoudinkjes	=	balansverhouding
balansvoertuig	noun	een voertuig dat wordt bestuurd door de balans te veranderen
balansvoertuigen	=	balansvoertuig
balansvoertuigje	=	balansvoertuig
balansvoertuigjes	=	balansvoertuig
balanswaarde	noun	de waarde van alle activa en passiva van een onderneming
balanswaarden	=	balanswaarde
balanswaardering	noun	de waarde van bezittingen en schulden zoals deze zijn opgenomen in de boekhouding
balanswaarderingen	=	balanswaardering
balanswaardes	=	balanswaarde
balartiest	noun	speler (voetballer) met een fraaie baltechniek
balartiesten	=	balartiest
balata	noun	Manilkara bidentata een plant uit de familie van de Sapotaceae.
balatabomen	=	balataboom
balataboom	noun	Manilkara bidentata een plant uit de familie van de Sapotaceae.
balataboompje	=	balataboom
balataboompjes	=	balataboom
balatum	noun	vloerbedekking gemaakt van vilt, gedrenkt in bitumen en guttapercha
balayage	noun	het lichter kleuren van de haren zodat het lijkt alsof ze gebleekt zijn door de zon
balayages	=	balayage
balbehandeling	noun	de mate waarin men de bal onder controle heeft tijdens een balsport
balbehandelingen	=	balbehandeling
balbehandelingetje	=	balbehandeling
balbehandelingetjes	=	balbehandeling
balbeheersing	noun	op techniek berustende vaardigheid die een speler in staat stelt feilloos met de bal om te gaan
balbeheersingen	=	balbeheersing
balbeheersinkje	=	balbeheersing
balbeheersinkjes	=	balbeheersing
balbezit	noun	het aan de bal zijn bij een teamsport
balboekje	noun	gevouwen kaart waarop een vrouw de namen had geschreven van de mannen waarmee ze had beloofd te dansen
balboekjes	=	balboekje
balboos	noun	heer des huizes, gemeentelid, vaste synagogebezoeker
balbooste	noun	vrouw des huizes
balboostes	=	balbooste
balbosem	=	balboos
balcirculatie	noun	het rondgaan van de bal tussen spelers van hetzelfde team
balcirculaties	=	balcirculatie
balcon	=	balkon
balcontact	noun	keer dat een speler de bal aanraakt
balcontacten	=	balcontact
balcontrole	noun	de goede balbeheersing in een balsport
baldadig	adj	wild, uitgelaten, ondeugend, overmoedig
baldadige	=	baldadig
baldadiger	=	baldadig
baldadigere	=	baldadig
baldadigers	=	baldadig
baldadigheden	=	baldadigheid
baldadigheid	noun	het baldadig zijn
baldadigheidje	=	baldadigheid
baldadigheidjes	=	baldadigheid
baldadigs	=	baldadig
baldadigst	=	baldadig
baldadigste	=	baldadig
baldakijn	noun	stoffen overdekking als ornament, meestal boven een troon, altaar of hemelbed
baldakijnen	=	baldakijn
baldakijns	=	baldakijn
baldakijntje	=	baldakijn
baldakijntjes	=	baldakijn
balde	=	ballen
balden	=	ballen
balder	=	balderen
balderde	=	balderen
balderden	=	balderen
baldere	=	balderen
balderen	verb	bulderen
balderend	=	balderen
balderende	=	balderen
baldert	=	balderen
baldover	noun	betrokken partij of persoon
baldoverde	=	baldoveren
baldoverden	=	baldoveren
baldovere	=	baldoveren
baldoveren	verb	verklikken
baldoverend	=	baldoveren
baldoverende	=	baldoveren
baldovers	=	baldover
baldovert	=	baldoveren
bale	=	balen
baleaar	noun	een inwoner van Balearen, of iemand afkomstig uit Balearen
baleaars	adj	op Balearen betrekking hebbend
baleaarse	noun	een vrouwelijke inwoner van Balearen, of een vrouw afkomstig uit Balearen
baleaarsen	=	baleaarse
balearen	=	baleaar
balearengeit	noun	Myotragus balearicus evenhoevige uit de onderfamilie Caprinae.
balearengeiten	=	balearengeit
balearengeitje	=	balearengeit
balearengeitjes	=	balearengeit
balearenhagedis	noun	Podarcis lilfordi een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
balearenhagedisje	=	balearenhagedis
balearenhagedisjes	=	balearenhagedis
balearenhagedissen	=	balearenhagedis
balearenpad	noun	Alytes muletensis een kikker uit de familie Alytidae
balearenpadden	=	balearenpad
balearenpadje	=	balearenpad
balearenpadjes	=	balearenpad
balegole	noun	koetsier
balegoles	=	balegole
balein	noun	versterkingsstaafje voor een korset of paraplu
baleinen	adj	van balein gemaakt
baleintje	=	balein
baleintjes	=	balein
baleinwalvis	noun	zoogdier uit de onderorde Mysticeti van de orde van walvissen (Cetacea).
baleinwalvisje	=	baleinwalvis
baleinwalvisjes	=	baleinwalvis
baleinwalvissen	noun	Mysticeti (of Mystacoceti) een onderorde van de orde van walvissen (Cetacea).
balemeerkat	noun	Chlorocebus djamdjamensis een soort van het geslacht groene meerkatten (Chlorocebus).
balemeerkatje	=	balemeerkat
balemeerkatjes	=	balemeerkat
balemeerkatten	=	balemeerkat
balen	verb	gevoelens van groot ongenoegen koesteren
balend	=	balen
balende	=	balen
balg	noun	een (geplooid) stuk leer, ruwe huid of rubber
balgen	=	balg
balgevoel	noun	hoe bedreven en 'handig' iemand is met het onder controle hebben van een voetbal
balgje	=	balg
balgjes	=	balg
balgstuw	noun	opblaasbare dam
balgstuwen	=	balgstuw
balhoofd	noun	kogelgewricht
balhoofden	=	balhoofd
balie	noun	langgerekte bank van waarachter men klanten bedient
balie-employeetje	=	balie-employé
balie-employeetjes	=	balie-employé
balie-employé	noun	bediende die achter de balie staat
balie-employés	=	balie-employé
baliefunctie	noun	betrekking waarbij men aan een loket werkt
baliefuncties	=	baliefunctie
baliehuwelijk	noun	zeer goedkope huwelijkssluiting op het stadshuis waarbij geen gasten aanwezig kunnen zijn
baliehuwelijken	=	baliehuwelijk
baliekluiver	noun	iemand die geen nuttige bezigheden heeft
baliekluivers	=	baliekluiver
baliekluivertje	=	baliekluiver
baliemedewerker	noun	iemand die bezoekers ontvangt aan de balie van een bedrijf, hotel, of instelling
baliemedewerkers	=	baliemedewerker
baliemedewerkster	noun	vrouw die bezoekers ontvangt aan de balie van een bedrijf, hotel, of instelling
baliemedewerksters	=	baliemedewerkster
baliemeisje	noun	meisje dat achter een loket klanten te woord staat
baliemeisjes	=	baliemeisje
baliemfluiter	noun	Pachycephala balim een endemische vogelsoort uit Nieuw-Guinea uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).. Deze fluiter wordt ook wel als ondersoort van de gouden fluiter (P. pectoralis) beschouwd en werd in 1940 als zodanig beschreven door de Canadese zoöloog Austin L. Rand
baliemfluiters	=	baliemfluiter
baliemfluitertje	=	baliemfluiter
baliemfluitertjes	=	baliemfluiter
baliemolen	noun	hoge molen met een galerij
baliemolens	=	baliemolen
baliemolentje	=	baliemolen
baliemolentjes	=	baliemolen
baliemrietvink	noun	Lonchura teerinki een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
baliemrietvinken	=	baliemrietvink
baliemrietvinkje	=	baliemrietvink
baliemrietvinkjes	=	baliemrietvink
baliepersoneel	noun	mensen die vanachter een balie klanten te woord staan en helpen
balies	=	balie
balietje	=	balie
balietjes	=	balie
balietoeslag	noun	extra geld dat men moet betalen als met een ticket koopt aan een loket in plaats van via een automaat of via het internet
balietoeslagen	=	balietoeslag
baligate	noun	Indonesisch bankschandaal waarbij de Bank Bali geld overhevelde naar de Golkarpartij
baligates	=	baligate
balije	noun	de naam voor een Ordensprovincie bij de grote geestelijke ridderorden: de Tempeliers, de Maltezer Orde en de Duitse Orde
balijen	=	balije
balinees	noun	inwoner van Bali, of iemand afkomstig uit Bali	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Bali
balineest	=	balinees
balineeste	=	balinees
balinese	noun	een vrouwelijke inwoner van Bali, of een vrouw afkomstig uit Bali
balinesen	=	balinese
balineser	=	balinees
balinesere	=	balinees
balinesers	=	balinees
balinezen	=	balinees
balirund	noun	Bos domesticus een zoogdier uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
balirunderen	=	balirund
balirundje	=	balirund
balirundjes	=	balirund
balispreeuw	noun	Leucopsar rothschildi een zangvogel uit de spreeuwenfamilie.
balispreeuwen	=	balispreeuw
balispreeuwtje	=	balispreeuw
balispreeuwtjes	=	balispreeuw
balizie	noun|slang	overheidsdienst die belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en het opsporen van wetsovertreders
baljapon	noun	feestelijke jurk die vrouwen dragen bij een dansfeest
baljaponnen	=	baljapon
baljaponnetje	=	baljapon
baljaponnetjes	=	baljapon
baljurk	noun	een feestelijke jurk met een nauwsluitend lijfje, die vanaf de taille wijd uitloopt (meest formele vorm van kleding voor vrouwen)
baljurken	=	baljurk
baljurkje	=	baljurk
baljurkjes	=	baljurk
baljuw	noun	ambtenaar binnen het stadsbestuur, veelal belast met de rechtspraak
baljuwen	=	baljuw
baljuws	=	baljuw
baljuwschap	noun	vertegenwoordiger van de vorst in een bepaald gebied
baljuwschapje	=	baljuwschap
baljuwschappen	=	baljuwschap
balk	noun	deel van een constructie met een lengte die veel groter is dan de breedte en de hoogte in doorsnede, gebruikt om een ruimte te overspannen
balkanaccent	noun	iemand die met een tongval spreekt die doet vermoeden dat deze persoon afkomstig is uit de Balkan
balkanaccenten	=	balkanaccent
balkanaccentje	=	balkanaccent
balkanaccentjes	=	balkanaccent
balkanbaardgrasmus	noun	Curruca cantillans een vogel uit de familie van de Sylviidae
balkanbaardgrasmusje	=	balkanbaardgrasmus
balkanbaardgrasmusjes	=	balkanbaardgrasmus
balkanbaardgrasmussen	=	balkanbaardgrasmus
balkanbeekschildpad	noun	Mauremys rivulata een schildpad uit de familie Geoemydidae.
balkanbeekschildpadden	=	balkanbeekschildpad
balkanbeekschildpadje	=	balkanbeekschildpad
balkanbeekschildpadjes	=	balkanbeekschildpad
balkanbergfluiter	noun	Phylloscopus orientalis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
balkanbergfluiters	=	balkanbergfluiter
balkanbergfluitertje	=	balkanbergfluiter
balkanbergfluitertjes	=	balkanbergfluiter
balkanblindmuis	noun	Spalax graecus muis uit Roemenië en Oekraïne.
balkanblindmuisje	=	balkanblindmuis
balkanblindmuisjes	=	balkanblindmuis
balkanblindmuizen	=	balkanblindmuis
balkanboswachter	noun	Hipparchia syriaca een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
balkanboswachters	=	balkanboswachter
balkanboswachtertje	=	balkanboswachter
balkanboswachtertjes	=	balkanboswachter
balkanbremvlinder	noun	Colias caucasica een soort uit de familie van de Pieridae (witjes), onderfamilie Coliadinae.
balkanbremvlinders	=	balkanbremvlinder
balkanbremvlindertje	=	balkanbremvlinder
balkanbremvlindertjes	=	balkanbremvlinder
balkanbronlibel	noun	Cordulegaster heros een echte libel uit de familie van de bronlibellen (Cordulegastridae).
balkanbronlibellen	=	balkanbronlibel
balkanbronlibelletje	=	balkanbronlibel
balkanbronlibelletjes	=	balkanbronlibel
balkangems	noun	Rupicapra rupicapra balcanica is een ondersoort van de gems (Rupicapra rupicapra).
balkangemsje	=	balkangems
balkangemsjes	=	balkangems
balkangemzen	=	balkangems
balkangrootoorvleermuis	noun	Plecotus kolombatovici kolombatovici een vleermuis uit het geslacht grootoorvleermuizen (Plecotus) die voorkomt in Kroatië, op eilanden in de Adriatische Zee en in Griekenland.
balkangrootoorvleermuisje	=	balkangrootoorvleermuis
balkangrootoorvleermuisjes	=	balkangrootoorvleermuis
balkangrootoorvleermuizen	=	balkangrootoorvleermuis
balkanhamster	noun	Mesocricetus raddei knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
balkanhamsters	=	balkanhamster
balkanhamstertje	=	balkanhamster
balkanhamstertjes	=	balkanhamster
balkanheivlinder	noun	Hipparchia volgensis een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
balkanheivlinders	=	balkanheivlinder
balkanheivlindertje	=	balkanheivlinder
balkanheivlindertjes	=	balkanheivlinder
balkanhooibeestje	noun	Coenonympha rhodopensis een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (aurelia's).
balkanhooibeestjes	=	balkanhooibeestje
balkaniseer	=	balkaniseren
balkaniseerde	=	balkaniseren
balkaniseerden	=	balkaniseren
balkaniseert	=	balkaniseren
balkanisere	=	balkaniseren
balkaniseren	verb	een land staatkundig in kleine, onderling vijandige, onderdelen versnipperen
balkaniserend	=	balkaniseren
balkaniserende	=	balkaniseren
balkanisering	noun	het balkaniseren, het uiteenvallen van een land in kleinere, vaak onderling vijandige staten
balkaniseringen	=	balkanisering
balkankamsalamander	noun	Triturus karelinii een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae)
balkankamsalamanders	=	balkankamsalamander
balkankamsalamandertje	=	balkankamsalamander
balkankamsalamandertjes	=	balkankamsalamander
balkanker	noun	scheepsanker met een dwarsbalk op de schacht
balkankers	=	balkanker
balkankertje	=	balkanker
balkankertjes	=	balkanker
balkanlynx	noun	bepaald soort zoogdier, Lynx lynx balcanicus, een ernstig bedreigde ondersoort van de Euraziatische lynx (Lynx lynx) Vanwege de zeer lage aantallen staat de Balkanlynx als in kritiek gevaar vermeld op de Rode Lijst van de IUCN.
balkanlynxen	=	balkanlynx
balkanlynxje	=	balkanlynx
balkanlynxjes	=	balkanlynx
balkanmeerkikker	noun	Pelophylax kurtmuelleri een kikker uit de familie echte kikkers (Ranidae)
balkanmeerkikkers	=	balkanmeerkikker
balkanmeerkikkertje	=	balkanmeerkikker
balkanmeerkikkertjes	=	balkanmeerkikker
balkanmol	noun	Talpa stankovici een zoogdier uit de familie van de mollen (Talpidae).
balkanmollen	=	balkanmol
balkanmolletje	=	balkanmol
balkanmolletjes	=	balkanmol
balkanoorlog	noun	een van de vele oorlogen die zich op de Balkan hebben afgespeeld bijv. die na het uiteenvallen van Joegoslavië van 1991-1995
balkanoorlogen	=	balkanoorlog
balkanoorlogje	=	balkanoorlog
balkanoorlogjes	=	balkanoorlog
balkanparelmoervlinder	noun	Boloria graeca een vlinder uit de familie Nymphalidae (Aurelia's), onderfamilie Heliconiinae.
balkanparelmoervlinders	=	balkanparelmoervlinder
balkanparelmoervlindertje	=	balkanparelmoervlinder
balkanparelmoervlindertjes	=	balkanparelmoervlinder
balkanroute	noun	smokkelroute (via de Balkan) voor drugs
balkanrouten	=	balkanroute
balkanroutes	=	balkanroute
balkanroutetje	=	balkanroute
balkanroutetjes	=	balkanroute
balkansneeuwmuis	noun	Dinaromys bogdanovi muis die enkel voorkomt in berggebieden in het voormalige Joegoslavië
balkansneeuwmuisje	=	balkansneeuwmuis
balkansneeuwmuisjes	=	balkansneeuwmuis
balkansneeuwmuizen	=	balkansneeuwmuis
balkansperwer	noun	Accipiter brevipes een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
balkansperwers	=	balkansperwer
balkansperwertje	=	balkansperwer
balkansperwertjes	=	balkansperwer
balkansyndroom	noun	diffuus ziektebeeld gekenmerkt door symptomen als vermoeidheid, slapeloosheid en algehele malaise bij sommige militairen die op de Balkan hebben gediend, soms toegeschreven aan het gebruik van wapens met giftige stoffen
balkantoornslang	noun	Hierophis gemonensis een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
balkantoornslangen	=	balkantoornslang
balkantoornslangetje	=	balkantoornslang
balkantoornslangetjes	=	balkantoornslang
balkanvliegenvanger	noun	Ficedula semitorquata een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
balkanvliegenvangers	=	balkanvliegenvanger
balkanvliegenvangertje	=	balkanvliegenvanger
balkanvliegenvangertjes	=	balkanvliegenvanger
balkanvuurvlinder	noun	Lycaena candens een vlinder uit de familie van de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes (Lycaenidae).
balkanvuurvlinders	=	balkanvuurvlinder
balkanvuurvlindertje	=	balkanvuurvlinder
balkanvuurvlindertjes	=	balkanvuurvlinder
balkanzijde-erebia	noun	Erebia rhodopensis een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
balkanzijde-erebia's	=	balkanzijde-erebia
balkanzijde-erebiaatje	=	balkanzijde-erebia
balkanzijde-erebiaatjes	=	balkanzijde-erebia
balkbrug	noun	eenvoudig type brug die bestaat uit balken
balkbruggen	=	balkbrug
balkbruggetje	=	balkbrug
balkbruggetjes	=	balkbrug
balkbrugje	=	balkbrug
balkbrugjes	=	balkbrug
balke	=	balken
balken	verb	iaën, het geluid van een ezel maken
balkenbrij	noun	voedsel, bereid uit vleesafval, boekweitmeel, rozijnen en speciale kruiden (vooral rommelkruid)
balkend	=	balken
balkende	=	balken
balkenendenorm	noun	een serie wettelijke en vrijwillige normen, die samen bepalen dat openbare bestuurders in Nederland niet meer mogen verdienen dan 130 procent van een ministerssalaris
balkenzolder	noun	zoldering in een gebouw waarbij de constructiebalken van de vloer of het plafond zichtbaar zijn, in plaats van dat ze zijn afgewerkt met een dicht plafond
balkenzoldering	noun	zoldering in een gebouw waarbij de constructiebalken van de vloer of het plafond zichtbaar zijn, in plaats van dat ze zijn afgewerkt met een dicht plafond
balkenzolderingen	=	balkenzoldering
balkenzolderingetje	=	balkenzoldering
balkenzolderingetjes	=	balkenzoldering
balkenzolders	=	balkenzolder
balkenzoldertje	=	balkenzolder
balkenzoldertjes	=	balkenzolder
balkhout	noun	gekwalificeerd dennenhout uit Noord-Europa te worden gebruikt; hout dat geschikt is voor het maken van (dragende) balken
balkijzer	noun	ijzeren balk met dubbel T profiel
balkijzers	=	balkijzer
balkje	=	balk
balkjes	=	balk
balklaag	noun	reeks balken die in één vlak liggen, met name voor het dragen van een vloer
balklaagje	=	balklaag
balklaagjes	=	balklaag
balklagen	=	balklaag
balkleden	=	balkleed
balkleed	noun	een jurk die vrouwen dragen op een bal
balkleedje	=	balkleed
balkleedjes	=	balkleed
balkon	noun	een bouwkundig onderdeel op een etage dat uit de gevel naar voren springt
balkonafvoer	noun	regenafvoer van een balkon
balkonafvoeren	=	balkonafvoer
balkonafvoertje	=	balkonafvoer
balkonafvoertjes	=	balkonafvoer
balkonconstructie	noun	de manier waarop een balkon gemaakt is
balkonconstructies	=	balkonconstructie
balkondeel	noun	vlonderplanken die men gebruikt op een balkon
balkondelen	verb	het delen van een balkon met andere huishoudens
balkondeur	noun	een deur die van binnen een gebouw naar een balkon leidt
balkondeuren	=	balkondeur
balkondeurtje	=	balkondeur
balkondoorvoer	noun	voorziening waardoor regenwater van een balkon kan worden afgevoerd
balkondoorvoeren	=	balkondoorvoer
balkonhek	noun	afrastering aan de rand van een balkon
balkonhekje	=	balkonhek
balkonhekjes	=	balkonhek
balkonhekken	=	balkonhek
balkonkamer	noun	ruimte in een woning die grenst aan een balkon
balkonkamers	=	balkonkamer
balkonnade	noun	muziekuitvoering op een balkon
balkonnades	=	balkonnade
balkonnetje	=	balkon
balkonnetjes	=	balkon
balkonpaal	noun	staander ter ondersteuning van een open deel van een gebouw dat uit de gevel naar voren steekt
balkonpalen	=	balkonpaal
balkonrand	noun	de buitenrand van een balkon
balkonranden	=	balkonrand
balkons	=	balkon
balkonscène	noun	het op het balkon van het paleis begeven door de koninklijke familie om daar de huldeblijken van het publiek te ontvangen.
balkonscènes	=	balkonscène
balkonscènetje	=	balkonscène
balkonscènetjes	=	balkonscène
balkonsolidariteit	noun	saamhorigheid die ontstaat als mensen hun huis niet uit mogen gaan en elkaar alleen nog maar via het balkon kunnen ontmoeten of spreken
balkonvloer	noun	het horizontale deel van een balkon waarop men kan staan
balkonvloeren	=	balkonvloer
balkonvloertje	=	balkonvloer
balkonvloertjes	=	balkonvloer
balkostuum	noun	feestkleding die men draagt op een bal
balkostuums	=	balkostuum
balkoure	noun	degene die in de synagoge de Tora voorleest
balkoures	=	balkoure
balkt	=	balken
balkte	=	balken
balkten	=	balken
balkunstenaar	noun	speler die heel behendig kan omgaan met de bal
balkunstenaars	=	balkunstenaar
ballad	noun	een rustig verhalend nummer met een melancholische tekst uit de pop of de jazz vocaal en meestal met een solo-instrument
ballade	noun	episch dichtstuk in een aantal korte strofen waarin tragische gebeurtenissen verteld worden
balladeboek	noun	een bundel met verhalende gedicht of liederen
balladeboeken	=	balladeboek
balladeboekje	=	balladeboek
balladeboekjes	=	balladeboek
balladen	=	ballade
ballades	=	ballade
balladetje	=	ballade
balladetjes	=	ballade
ballads	=	ballad
ballast	noun	vervanging van de nuttige lading door iets dat voldoende weegt om een schip te stabiliseren
ballastbed	noun	steenslag waarin de dwarsliggers van een spoorweg liggen
ballastbedden	=	ballastbed
ballastbroodje	noun	blokje metaal dat dient als ballast in een schip
ballastbroodjes	=	ballastbroodje
ballaste	=	ballasten
ballasten	verb	van ballast voorzien
ballastend	=	ballasten
ballastende	=	ballasten
ballasthok	noun	vak gemaakt van tuinen waarin ballast voor het afzinken komt
ballasthokje	=	ballasthok
ballasthokjes	=	ballasthok
ballasthokken	=	ballasthok
ballastloos	adj	zonder ballast
ballastloost	=	ballastloos
ballastlooste	=	ballastloos
ballastloze	=	ballastloos
ballastlozer	=	ballastloos
ballastlozere	=	ballastloos
ballastlozers	=	ballastloos
ballaststof	noun	onverteerbaar organisch bestanddeel van voedsel
ballaststoffen	=	ballaststof
ballasttank	noun	tank waarin een vloeistof wordt vervoerd die zorgt voor het duikend vermogen van een duikboot
ballasttanks	=	ballasttank
ballastte	=	ballasten
ballastten	=	ballasten
ballastwater	noun	water dat in schepen wordt gebruikt om de diepgang, stabiliteit en sterkte van het schip te verbeteren wanneer het schip niet (volledig) geladen is
ballastzak	noun	zak voor of met ballast voor een luchtballon
ballastzakje	=	ballastzak
ballastzakjes	=	ballastzak
ballastzakken	=	ballastzak
balle	=	ballen
ballebattem	noun	gemeenteleden, vaste synagogebezoekers
ballen	verb	tot een bal tezamen doen	noun|figurative	lef, branie, moed
ballenalarm	noun	oproep aan mannen om de eerste maandag van de maand, als het luchtalarm afgaat, hen teelballen te controleren op zaadbalkanker en andere ziekten
ballenalarmen	=	ballenalarm
ballenbad	noun	een bak met gekleurde plastic ballen waarin kinderen kunnen spelen
ballenbaden	=	ballenbad
ballenbak	noun	een bak met ballen
ballenbakje	=	ballenbak
ballenbakjes	=	ballenbak
ballenbakken	=	ballenbak
ballend	=	ballen
ballende	=	ballen
ballenhond	noun	hond die ballen opraapt tijdens een (tennis)wedstrijd
ballenhonden	=	ballenhond
ballenhouder	noun	een hulpmiddel om sportballen (zoals voetbal, basketbal of tennisbal) georganiseerd op te bergen, te vervoeren of vast te houden
ballenhouders	=	ballenhouder
ballenhoudertje	=	ballenhouder
ballenhoudertjes	=	ballenhouder
ballenjongen	noun	een jongen die langs het veld staat om de spelers van (nieuwe) speelballen te voorzien
ballenjongens	=	ballenjongen
ballenjongetje	=	ballenjongen
ballenjongetjes	=	ballenjongen
ballenkind	noun	jong persoon die de gespeelde ballen van de baan haalt tijdens een tenniswedstrijd
ballenkinderen	=	ballenkind
ballenkindje	=	ballenkind
ballenkindjes	=	ballenkind
ballenmeisje	noun	een meisje dat langs het veld staat om de spelers van (nieuwe) speelballen te voorzien
ballenmeisjes	=	ballenmeisje
ballenschieter	noun	een apparaat of hulpmiddel dat is ontworpen om ballen met snelheid en precisie weg te schieten of te werpen
ballenschieters	=	ballenschieter
ballenschietertje	=	ballenschieter
ballenschietertjes	=	ballenschieter
ballenspel	=	balspel
ballentent	noun	kermisattractie waar men kan ballengooien
ballententen	=	ballentent
ballententje	=	ballentent
ballenwasser	noun	Apparaat dat (golf- of ballenbak)ballen wast en desinfecteert
ballenwassers	=	ballenwasser
ballerig	adj	als (van) een (corps)bal
ballerige	=	ballerig
balleriger	=	ballerig
ballerigere	=	ballerig
ballerigers	=	ballerig
ballerigs	=	ballerig
ballerigst	=	ballerig
ballerigste	=	ballerig
ballerina	noun	een balletdanseres
ballerina's	=	ballerina
ballerinaatje	=	ballerina
ballerinaatjes	=	ballerina
ballerino	noun	mannelijke balletdanser
ballerino's	=	ballerino
ballet	noun	een artistieke dansvorm
balletacademie	noun	dansschool voor balletonderwijs
balletacademies	=	balletacademie
balletdanser	noun	een man die ballet danst
balletdanseres	noun	een vrouw die ballet danst
balletdanseresje	=	balletdanseres
balletdanseresjes	=	balletdanseres
balletdanseressen	=	balletdanseres
balletdansers	=	balletdanser
balletdansertje	=	balletdanser
balletdansertjes	=	balletdanser
balletgezelschap	noun	groep balletdansers die regelmatig samen dansuitvoeringen verzorgen
balletgezelschappen	=	balletgezelschap
balletje	=	bal
balletje-balletje	noun	illegaal gokspelletje dat op straat gespeeld wordt, waarin een bal in een van drie bekers wordt gegoocheld
balletjes	=	bal
balletjespistolen	=	balletjespistool
balletjespistool	noun	speelgoedpistool dat kleine balletjes afschiet
balletkomedie	noun	toneelspel dat wordt aangevuld door ballet en muziek
balletkomedies	=	balletkomedie
balletkomedietje	=	balletkomedie
balletkomedietjes	=	balletkomedie
balletles	noun	onderwijs in ballet
balletlesje	=	balletles
balletlesjes	=	balletles
balletlessen	=	balletles
balletmeester	noun	de leider van een bal
balletmeesters	=	balletmeester
balletopleiding	noun	een vorm van onderwijs tot balletdanser
balletopleidingen	=	balletopleiding
balletopleidinkje	=	balletopleiding
balletopleidinkjes	=	balletopleiding
balletpak	noun	De kleding van een balletdans(eres).
balletpakje	=	balletpak
balletpakjes	=	balletpak
balletpakken	=	balletpak
balletrepetitie	noun	herhaald oefenen om ballet aan te leren
balletrepetities	=	balletrepetitie
balletrepetitietje	=	balletrepetitie
balletrepetitietjes	=	balletrepetitie
balletschoen	noun	De schoenen waarop een balletdanser(es) danst, spitzen zijn een bijzondere vorm van balletschoenen.
balletschoenen	=	balletschoen
balletschoentje	=	balletschoen
balletschoentjes	=	balletschoen
balletscholen	=	balletschool
balletschool	noun	instelling voor onderwijs in ballet
balletschooltje	=	balletschool
balletschooltjes	=	balletschool
balletten	=	ballet
balling	noun	iemand die verbannen is
ballinge	noun	vrouw die uit haar land of stad is weggestuurd en daar niet meer terug mag komen
ballingen	=	balling
ballinges	=	ballinge
ballingschap	noun	gedwongen verblijf elders dan waar men thuis is
ballingschappen	=	ballingschap
ballingsoord	noun	plaats waar ballingen als straf naartoe gestuurd worden
ballingsoorden	=	ballingsoord
ballinkje	=	balling
ballinkjes	=	balling
ballistiek	noun	leer die de banen van projectielen bestudeert
ballistisch	adj	betrekking hebbend op de ballistiek de leer van vrij vliegende voorwerpen zoals kogels en bommen
ballistische	=	ballistisch
ballistischer	=	ballistisch
ballistischere	=	ballistisch
ballistischers	=	ballistisch
ballon	noun	een feestartikel bestaande uit een dun rubberen zakje dat met gas of lucht kan worden gevuld
ballonband	noun	een brede, bolle luchtband
ballonbanden	=	ballonband
ballonbandje	=	ballonband
ballonbandjes	=	ballonband
ballondoek	noun	doek waarvan een luchtballon is gemaakt
ballonegelvis	noun	Diodon holocanthus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de egelvissen (Diodontidae).
ballonegelvisje	=	ballonegelvis
ballonegelvisjes	=	ballonegelvis
ballonegelvissen	=	ballonegelvis
ballonfok	noun	grote kluiver, vooral door wedstrijdjachten gebruikt (die voor de wind varen)
ballonfokken	=	ballonfok
ballongarde	noun	keukengereedschap om ingrediënten in een kom of pan te mengen of op te kloppen
ballongardes	=	ballongarde
ballongardetje	=	ballongarde
ballongardetjes	=	ballongarde
ballonglaasje	=	ballonglas
ballonglaasjes	=	ballonglas
ballonglas	noun	bolvormig glas, met name voor bier en cocktails
ballonglazen	=	ballonglas
ballonhal	noun	een grote, opblaasbare sporttent zonder palen die door middel van luchtdruk omhoog wordt gehouden om tijdelijk een buitenveld te overdekken
ballonhallen	=	ballonhal
ballonhalletje	=	ballonhal
ballonhalletjes	=	ballonhal
ballonmand	noun	mand die onderaan een luchtballon hangt en waarin passagiers of vracht (zoals meetapparatuur) vervoerd worden
ballonmanden	=	ballonmand
ballonmandje	=	ballonmand
ballonmandjes	=	ballonmand
ballonnen	=	ballon
ballonnenbogen	=	ballonnenboog
ballonnenboog	noun	feestelijke boogvormige decoratie die bestaat uit een groot aantal ballonnen
ballonnenboogje	=	ballonnenboog
ballonnenboogjes	=	ballonnenboog
ballonnenclown	noun	een clown die kunstige voorwerpen maakt met ballonnen
ballonnenclowns	=	ballonnenclown
ballonnenclowntje	=	ballonnenclown
ballonnenclowntjes	=	ballonnenclown
ballonnenkrans	noun	een vrolijke, cirkelvormige decoratie die bestaat uit honderden onopgeblazen ballonnen die op een basis (meestal een strokrans) zijn geprikt of geknoopt
ballonnenkransen	=	ballonnenkrans
ballonnenkransje	=	ballonnenkrans
ballonnenkransjes	=	ballonnenkrans
ballonnenpilaar	noun	een verticale decoratie bestaande uit een frame of standaard waar tientallen ballonnen aan zijn bevestigd
ballonnenpilaartje	=	ballonnenpilaar
ballonnenpilaartjes	=	ballonnenpilaar
ballonnenpilaren	=	ballonnenpilaar
ballonnenpomp	noun	een hulpmiddel om snel en efficiënt ballonnen op te blazen zonder zelf te hoeven blazen
ballonnenpompen	=	ballonnenpomp
ballonnenpompje	=	ballonnenpomp
ballonnenpompjes	=	ballonnenpomp
ballonnenslinger	noun	een feestelijke decoratie waarbij meerdere ballonnen aan elkaar zijn bevestigd om een lange ketting of boog te vormen
ballonnenslingers	=	ballonnenslinger
ballonnenslingertje	=	ballonnenslinger
ballonnenslingertjes	=	ballonnenslinger
ballonnenstandaard	noun	een hulpmiddel om ballonnen rechtop te laten staan of in een specifieke vorm te presenteren zonder dat daar helium voor nodig is
ballonnenstandaarden	=	ballonnenstandaard
ballonnenstandaardje	=	ballonnenstandaard
ballonnenstandaardjes	=	ballonnenstandaard
ballonnenstandaards	=	ballonnenstandaard
ballonnentros	noun	een decoratieve bundel van meerdere ballonnen (meestal 3 tot 10 stuks) die samen aan lintjes zijn vastgemaakt, vaak verzwaard met een gewichtje
ballonnentrosje	=	ballonnentros
ballonnentrosjes	=	ballonnentros
ballonnentrossen	=	ballonnentros
ballonnenwedstrijd	noun	wedstrijd waarbij het erom gaat wiens ballon het verste komt
ballonnenwedstrijden	=	ballonnenwedstrijd
ballonnenzuil	noun	een verticale decoratie bestaande uit een frame of standaard waar tientallen ballonnen aan zijn bevestigd
ballonnenzuilen	=	ballonnenzuil
ballonnenzuiltje	=	ballonnenzuil
ballonnenzuiltjes	=	ballonnenzuil
ballonnetje	=	ballon
ballonnetjes	=	ballon
ballonnetjesminister	noun	minister die veel ideeën aankondigt maar niets realiseert
ballonnetjesministers	=	ballonnetjesminister
ballons	=	ballon
ballonvaar	=	ballonvaren
ballonvaarder	noun	piloot van een ballon
ballonvaarders	=	ballonvaarder
ballonvaarster	noun	vrouwelijke vorm van ballonvaarder
ballonvaarsters	=	ballonvaarster
ballonvaarstertje	=	ballonvaarster
ballonvaarstertjes	=	ballonvaarster
ballonvaart	noun	ballonvlucht, een tocht met een ballon
ballonvaarten	=	ballonvaart
ballonvaartje	=	ballonvaart
ballonvaartjes	=	ballonvaart
ballonvaren	verb	zich in een luchtballon voortbewegen
ballonvarend	=	ballonvaren
ballonvarende	=	ballonvaren
ballonvlucht	noun	ballonvaart, een tocht met een ballon
ballonvluchten	=	ballonvlucht
ballonvluchtje	=	ballonvlucht
ballonvluchtjes	=	ballonvlucht
ballonvormig	adj	vorm van een ballon hebbend
ballonvormige	=	ballonvormig
ballonvormiger	=	ballonvormig
ballonvormigere	=	ballonvormig
ballonvormigers	=	ballonvormig
ballonvormigs	=	ballonvormig
ballonvormigst	=	ballonvormig
ballonvormigste	=	ballonvormig
ballonwedstrijd	noun	precisiesport waarbij piloten proberen om met een heteluchtballon zo nauwkeurig mogelijk naar specifieke doelen of een bepaald gebied te navigeren
ballonwedstrijden	=	ballonwedstrijd
ballonzwelhaai	noun	Cephaloscyllium sufflans een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
ballonzwelhaaien	=	ballonzwelhaai
ballonzwelhaaitje	=	ballonzwelhaai
ballonzwelhaaitjes	=	ballonzwelhaai
ballorig	=	balorig
ballotage	noun	het stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
ballotagecommissie	noun	groep mensen die beslist of iemand wordt toegelaten als lid
ballotagecommissies	=	ballotagecommissie
ballotages	=	ballotage
ballote	noun	een geslacht Ballota uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
balloteer	=	balloteren
balloteerde	=	balloteren
balloteerden	=	balloteren
balloteert	=	balloteren
ballotegraafwants	noun	Tritomegas sexmaculatus een wants uit de familie graafwantsen (Cydnidae).
ballotegraafwantsen	=	ballotegraafwants
ballotegraafwantsje	=	ballotegraafwants
ballotegraafwantsjes	=	ballotegraafwants
ballotelangsprietmot	noun	Nemophora fasciella een vlinder uit de familie van de langsprietmotten (Adelidae).
ballotelangsprietmotje	=	ballotelangsprietmot
ballotelangsprietmotjes	=	ballotelangsprietmot
ballotelangsprietmotten	=	ballotelangsprietmot
ballotere	=	balloteren
balloteren	verb	stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
balloterend	=	balloteren
balloterende	=	balloteren
balloterookwants	noun	Raglius alboacuminatus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
balloterookwantsen	=	balloterookwants
balloterookwantsje	=	balloterookwants
balloterookwantsjes	=	balloterookwants
ballotine	noun	wild of gevogelte, van benen ontdaan, gevuld en samengebonden
ballotines	=	ballotine
ballpoint	noun	een pen die de inkt met een bal of kogel op het papier overbrengt
ballpointje	=	ballpoint
ballpointjes	=	ballpoint
ballpoints	=	ballpoint
ballroom	noun	een wat chiquere danszaal waar men formele dansen leert en uitvoert
ballrooms	=	ballroom
balmondig	adj|obsolete	beroofd van voogdijschap
balmondige	=	balmondig
balmondiger	=	balmondig
balmondigere	=	balmondig
balmondigers	=	balmondig
balmondigs	=	balmondig
balmondigst	=	balmondig
balmondigste	=	balmondig
balneologen	=	balneoloog
balneologie	noun	leer van de geneeskrachtige baden
balneologisch	adj	betrekking hebbend op de wetenschappelijke leer en therapeutische toepassing van geneeskrachtige baden, vaak in kuuroorden
balneologische	=	balneologisch
balneologischer	=	balneologisch
balneologischere	=	balneologisch
balneologischers	=	balneologisch
balneoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de leer van de geneeskrachtige baden
balneoloogje	=	balneoloog
balneoloogjes	=	balneoloog
balnet	noun	een net dat twee velden van elkaar scheidt, zoals bij tennis, waar de bal overheen geslagen wordt
balnetje	=	balnet
balnetjes	=	balnet
balnetten	=	balnet
balorig	adj	niet luisterend, tegendraads, dwars, weerspannig	adv	niet luisterend, tegendraads, dwars, weerspannig
balorige	=	balorig
baloriger	=	balorig
balorigere	=	balorig
balorigers	=	balorig
balorigheden	=	balorigheid
balorigheid	noun	de neiging om op een vrolijke manier stuurs en tegendraads te zijn
balorigheidje	=	balorigheid
balorigheidjes	=	balorigheid
balorigs	=	balorig
balorigst	=	balorig
balorigste	=	balorig
balpen	noun	een pen die met een bal of kogel de inkt op het papier overbrengt
balpennen	=	balpen
balpennetje	=	balpen
balpennetjes	=	balpen
balpuntpen	noun	een pen die met een bal of kogel de inkt op het papier overbrengt
balpuntpennen	=	balpuntpen
balpuntpennetje	=	balpuntpen
balpuntpennetjes	=	balpuntpen
bals	=	bal
balsa	noun	boomsoort uit tropisch Amerika Ochroma pyramidale	adj	bovenstaande boomsoort hebbend
balsahout	noun	zeer licht houtsoort, afkomstig van de snel groeiende Zuid-Amerikaanse balsaboom Ochroma pyramidale
balsahoutje	=	balsahout
balsahoutjes	=	balsahout
balsamico	noun	van balsamicoazijn
balsamico's	=	balsamico
balsamicoazijn	noun	Italiaanse aromatische azijn die sinds eeuwen de specialiteit is van Modena (Italië)
balsamicoazijnen	=	balsamicoazijn
balsamiek	adj	met een prettige geur
balsamieks	=	balsamiek
balsamientje	=	balsamine
balsamientjes	=	balsamine
balsamine	noun	een plant uit de familie Balsaminaceae van tweezaadlobbige kruidachtige planten, die voorkomen van gematigde tot tropische gebieden in Europa, Azië, Afrika (vooral Madagaskar) en Noord-Amerika
balsaminen	=	balsamine
balsamines	=	balsamine
balsaminetje	=	balsamine
balsaminetjes	=	balsamine
balsasschreeuwuil	noun	Megascops seductus een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
balsasschreeuwuilen	=	balsasschreeuwuil
balsasschreeuwuiltje	=	balsasschreeuwuil
balsasschreeuwuiltjes	=	balsasschreeuwuil
balschoen	noun	schoen die speciaal ter gelegenheid van een bal [1] wordt gedragen
balschoenen	=	balschoen
balschoentje	=	balschoen
balschoentjes	=	balschoen
balsem	noun	een verzamelnaam voor dun- en dikvloeibare plantaardige producten met doorgaans een sterke karakteristieke geur, die harsen en etherische oliën, veelal van de balsemboom bevatten
balsemappel	noun	Momordica balsamina
balsemappels	=	balsemappel
balsemappeltje	=	balsemappel
balsemappeltjes	=	balsemappel
balsembomen	=	balsemboom
balsemboom	noun	benaming voor bomen uit het geslacht Burseraceae waarvan de bast welriekende harsachtige stoffen oplevert
balsemboompje	=	balsemboom
balsemboompjes	=	balsemboom
balsemde	=	balsemen
balsemden	=	balsemen
balsemdoos	noun	een doos(je) waarin balsem bewaard kan worden
balsemdoosje	=	balsemdoos
balsemdoosjes	=	balsemdoos
balsemdozen	=	balsemdoos
balseme	=	balsemen
balsemen	verb	het prepareren van een stoffelijk overschot om het tegen ontbinding te beschermen
balsemend	=	balsemen
balsemende	=	balsemen
balsemiek	adj	vrij warm
balsemien	noun	benaming voor planten uit het geslacht Impatiens behorend tot de tweezaadlobbigen
balsemienen	=	balsemien
balsemienfamilie	noun	een familie Balsaminaceae van tweezaadlobbige kruidachtige planten.
balsemienfamilies	=	balsemienfamilie
balsemienfamilietje	=	balsemienfamilie
balsemienfamilietjes	=	balsemienfamilie
balsemientje	=	balsemien
balseming	noun	handelingen die ervoor zorgen dat de stoffelijke overschotten van een levend wezen niet vergaan
balsemingen	=	balseming
balsempje	=	balsem
balsempjes	=	balsem
balsems	=	balsem
balsemt	=	balsemen
balsemwormkruid	noun	Balsamita major Tanacetum balsamita U kunt hem gebruiken in soepen, bij wild en gevogelte, kalfsvlees, in vullingen, in salades en zelfs in gebak.
balsemzilverspar	noun	Abies balsamea een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae)
balsemzilversparren	=	balsemzilverspar
balsemzilversparretje	=	balsemzilverspar
balsemzilversparretjes	=	balsemzilverspar
balspel	noun	een spel met een of meerdere ballen.
balspelen	=	balspel
balspellen	=	balspel
balspelletje	=	balspel
balspelletjes	=	balspel
balspelvariant	noun	soort spel waarbij men één of meer bolvormige ballen gebruikt
balspelvarianten	=	balspelvariant
balspelvariantje	=	balspelvariant
balspelvariantjes	=	balspelvariant
balsport	noun	Een balsport is een sport die gespeeld wordt met een of meerdere ballen.
balsporten	=	balsport
balsturig	adj	moeilijk te sturen, niet luisterend, tegendraads
balsturige	=	balsturig
balsturiger	=	balsturig
balsturigere	=	balsturig
balsturigers	=	balsturig
balsturigs	=	balsturig
balsturigst	=	balsturig
balsturigste	=	balsturig
balt	=	ballen
baltechniek	noun	vaardigheid om de bal op alle gewenste wijzen voort te bewegen
baltechnieken	=	baltechniek
baltempo	noun	snelheid waarmee men de bal (over)speelt bij voetbal
baltempo's	=	baltempo
baltimoretroepiaal	noun	Icterus galbula een zangvogel uit de familie van de troepialen.
baltimoretroepiaaltje	=	baltimoretroepiaal
baltimoretroepiaaltjes	=	baltimoretroepiaal
baltimoretroepialen	=	baltimoretroepiaal
baltisch	adj	op Baltische zee of aangrenzende gebieden betrekking hebbend
baltische	=	baltisch
baltischer	=	baltisch
baltischere	=	baltisch
baltischers	=	baltisch
baltoilet	noun	mooie en goed verzorgde opmaak en kleding voor een feest waarvan stijldansen het voornaamste onderdeel is
baltoiletten	=	baltoilet
balts	noun	het paargedrag van met name vogels
baltse	=	baltsen
baltsen	verb	een paringsdans uitvoeren
baltsend	=	baltsen
baltsende	=	baltsen
baltsgedrag	noun	gedrag bij de balts
baltskreet	noun	bij het baltsen geslaakte kreet
baltskreetje	=	baltskreet
baltskreetjes	=	baltskreet
baltskreten	=	baltskreet
baltsroep	noun	geluid dat mannetjes in de paringstijd maken om vrouwtjes te lokken
baltsroepen	=	baltsroep
baltst	=	baltsen
baltste	=	baltsen
baltsten	=	baltsen
baltstijd	noun	de tijd van het jaar dat dieren met elkaar paren
baltstijden	=	baltstijd
baltsvlucht	noun	bijzondere wijze van vliegen van vogels in de paartijd (gedurende de balts)
baltsvluchten	=	baltsvlucht
baluster	noun	een verticale zuil of spijl van bijvoorbeeld een trap of leuning, in het bijzonder dienend ter afsluiting en vaak sterk geprofileerd
balusters	=	baluster
balustertje	=	baluster
balustertjes	=	baluster
balustrade	noun	een laag hekwerk dat een min of verheven standplaats omsluit
balustraden	=	balustrade
balustrades	=	balustrade
balustradetje	=	balustrade
balustradetjes	=	balustrade
balvaardig	adj	vaardig met de bal, goed zijn in het spelen met de bal
balvaardige	=	balvaardig
balvaardiger	=	balvaardig
balvaardigere	=	balvaardig
balvaardigers	=	balvaardig
balvaardigheden	=	balvaardigheid
balvaardigheid	noun	de technische vaardigheid waarmee een voetballer met de bal om kan gaan
balvaardigs	=	balvaardig
balvaardigst	=	balvaardig
balvaardigste	=	balvaardig
balvast	adj	iemand die niet snel de bal verliest tijdens een duel om de bal in een voetbal wedstrijd
balvaste	=	balvast
balvaster	=	balvast
balvastere	=	balvast
balvasters	=	balvast
balvasts	=	balvast
balvastst	=	balvast
balvastste	=	balvast
balverliefd	adj	iemand die zo veel van voetballen houdt dat hij maar moeilijk de bal kan overspelen naar een medespeler
balverliefde	=	balverliefd
balverliefder	=	balverliefd
balverliefdere	=	balverliefd
balverliefders	=	balverliefd
balverliefds	=	balverliefd
balverliefdst	=	balverliefd
balverliefdste	=	balverliefd
balverlies	noun	het verlies van de controle over de bal aan de tegenpartij
balverliesje	=	balverlies
balverliesjes	=	balverlies
balverliezen	=	balverlies
balvirtuoos	noun	iemand die heel behendig is met de bal	adj	behendig met de bal
balvirtuoost	=	balvirtuoos
balvirtuooste	=	balvirtuoos
balvirtuoze	=	balvirtuoos
balvirtuozen	=	balvirtuoos
balvirtuozer	=	balvirtuoos
balvirtuozere	=	balvirtuoos
balvirtuozers	=	balvirtuoos
balwerpen	verb	een sport waarbij men een bal zover mogelijk probeert weg te gooien
balwerpende	=	balwerpen
balwisseling	noun	de periode in een balsport (zoals tennis, tafeltennis of badminton) waarin de bal herhaaldelijk tussen spelers over het net wordt geslagen, vanaf de service tot het moment dat de bal uit het spel gaat
balwisselingen	=	balwisseling
balwisselingetje	=	balwisseling
balwisselingetjes	=	balwisseling
balzaal	noun	zaal ingericht voor danspartijen of grote feesten
balzaaltje	=	balzaal
balzaaltjes	=	balzaal
balzak	noun	huidplooi waarin de testikels liggen
balzakje	=	balzak
balzakjes	=	balzak
balzakken	=	balzak
balzalen	=	balzaal
bam	noun	grote knikker met een doorsnee tussen 22 en 25 mm	intj	geluid van een dreunende klap
bama	noun	podium
bama's	=	bama
bamaatje	=	bama
bamaatjes	=	bama
bamafoon	noun	bandopnameapparaat
bamafoons	=	bamafoon
bamamodel	noun	onderwijsmodel van brede bachelorfase gevolgd door specialistische masterfase
bamamodellen	=	bamamodel
bamaopleiding	noun	staat voor de bachelor-masterstructuur, een Europees onderwijsstelsel (sinds 2002/2003) dat hogeronderwijsopleidingen verdeelt in twee opeenvolgende fasen: een 3-jarige bachelor (universiteit) of 4-jarige bachelor (hbo) gevolgd door een specialiserende masteropleiding van 1 tot 3 jaar.
bamaopleidingen	=	bamaopleiding
bamaopleidinkje	=	bamaopleiding
bamaopleidinkjes	=	bamaopleiding
bamastructuren	=	bamastructuur
bamastructuur	noun	indeling van hoger onderwijs in twee fases die de bacheloropleiding en masteropleiding worden genoemd
bamba	noun	rondedans die gedanst wordt op La Bamba van Richie Valens
bamba's	=	bamba
bambi	noun|figurative	benaming voor een schattig, onschuldig meisje of vrouw
bambi's	=	bambi
bambietje	=	bambi
bambietjes	=	bambi
bambini	=	bambino
bambino	noun|informal	jonge zoon of dochter
bambino's	=	bambino
bambiogen	noun	grote, onschuldige ogen (twee reebruine ogen die keken de jager aan...)
bambiseks	noun	seks die bestaat uit knuffelen, strelen en zoenen maar zonder geslachtsgemeenschap
bambocheur	noun	iemand die mateloos pierewaait, een boemelaar
bambocheurs	=	bambocheur
bambocheurtje	=	bambocheur
bambocheurtjes	=	bambocheur
bamboe	noun	benaming voor reuzengrassoorten uit de onderfamilie Bambusoideae, afkomstig uit Azië waarvan de scheuten van sommigen eetbaar zijn
bamboebladroller	noun	Tetramoera langmaidi een vlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
bamboebladrollers	=	bamboebladroller
bamboebladrollertje	=	bamboebladroller
bamboebladrollertjes	=	bamboebladroller
bamboebos	noun	dichte begroeiing van bamboe
bamboebosje	=	bamboebos
bamboebosjes	=	bamboebos
bamboebossen	=	bamboebos
bamboeboszanger	noun	Abroscopus superciliaris een vogel in de familie van de Cettiidae.
bamboeboszangers	=	bamboeboszanger
bamboeboszangertje	=	bamboeboszanger
bamboeboszangertjes	=	bamboeboszanger
bamboefluit	noun	fluit gemaakt van een bamboestengel
bamboefluiten	=	bamboefluit
bamboefluitje	=	bamboefluit
bamboefluitjes	=	bamboefluit
bamboefrankolijn	noun	Pternistis nobilis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
bamboefrankolijnen	=	bamboefrankolijn
bamboefrankolijntje	=	bamboefrankolijn
bamboefrankolijntjes	=	bamboefrankolijn
bamboegors	noun	Emberiza variabilis een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
bamboegorsje	=	bamboegors
bamboegorsjes	=	bamboegors
bamboegorzen	=	bamboegors
bamboekoker	noun	een smal cilindervormig hol voorwerp gemaakt van bamboe dat bruikbaar is als verpakking
bamboekokers	=	bamboekoker
bamboemaki	noun	Hapalemur lid van een geslacht uit de familie der maki's of lemuren (Lemuridae) van alleen op Madagaskar voorkomende primaten
bamboemaki's	=	bamboemaki
bamboemierklauwier	noun	Cymbilaimus sanctaemariae een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bamboemierklauwieren	=	bamboemierklauwier
bamboemierklauwiertje	=	bamboemierklauwier
bamboemierklauwiertjes	=	bamboemierklauwier
bamboepaal	noun	van bamboe gemaakte paal
bamboepaaltje	=	bamboepaal
bamboepaaltjes	=	bamboepaal
bamboepalen	=	bamboepaal
bamboepalm	noun	Chamaedorea seifrizii een soort in het geslacht Chamaedorea van palmen.
bamboepalmen	=	bamboepalm
bamboepalmpje	=	bamboepalm
bamboepalmpjes	=	bamboepalm
bamboepapegaaiamadine	noun	Erythrura hyperythra een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
bamboepapegaaiamadines	=	bamboepapegaaiamadine
bamboepapegaaiamadinetje	=	bamboepapegaaiamadine
bamboepapegaaiamadinetjes	=	bamboepapegaaiamadine
bamboepatrijs	noun	Bambusicola fytchii een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
bamboepatrijsje	=	bamboepatrijs
bamboepatrijsjes	=	bamboepatrijs
bamboepatrijzen	=	bamboepatrijs
bamboerat	noun	zoogdier uit de onderfamilie Rhizomyinae van ondergronds levende knaagdieren uit de familie Spalacidae.
bamboeratje	=	bamboerat
bamboeratjes	=	bamboerat
bamboeratten	noun	Rhizomyinae een onderfamilie van ondergronds levende knaagdieren uit de familie Spalacidae.
bamboerietzanger	noun	Iduna similis een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
bamboerietzangers	=	bamboerietzanger
bamboerietzangertje	=	bamboerietzanger
bamboerietzangertjes	=	bamboerietzanger
bamboes	=	bamboe
bamboescheut	noun	uitloper van een bamboestengel, wordt vooral in de Aziatische keuken gebruikt
bamboescheuten	=	bamboescheut
bamboescheutje	=	bamboescheut
bamboescheutjes	=	bamboescheut
bamboespecht	noun	Gecinulus viridis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bamboespechten	noun	een geslacht Gecinulus van vogels uit de familie spechten (Picidae)
bamboespechtje	=	bamboespecht
bamboespechtjes	=	bamboespecht
bamboespruit	noun	uitloper van een bamboestengel, wordt vooral in de Aziatische keuken gebruikt
bamboespruiten	=	bamboespruit
bamboespruitje	=	bamboespruit
bamboespruitjes	=	bamboespruit
bamboestengel	noun	de dikke gesegmenteerde stam van een bamboeplant
bamboestengels	=	bamboestengel
bamboestengeltje	=	bamboestengel
bamboestengeltjes	=	bamboestengel
bamboestoel	noun	een stoel gemaakt van bamboe
bamboestoelen	=	bamboestoel
bamboestoeltje	=	bamboestoel
bamboestoeltjes	=	bamboestoel
bamboestok	noun	stok gemaakt van bamboe
bamboestokje	=	bamboestok
bamboestokjes	=	bamboestok
bamboestokken	=	bamboestok
bamboetafel	noun	tafel gemaakt van bamboe
bamboetafels	=	bamboetafel
bamboetafeltje	=	bamboetafel
bamboetafeltjes	=	bamboetafel
bamboetje	=	bamboe
bamboetjes	=	bamboe
bamboevingerrat	noun	Kannabateomys amblyonyx knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae)
bamboevingerratje	=	bamboevingerrat
bamboevingerratjes	=	bamboevingerrat
bamboevingerratten	=	bamboevingerrat
bamboevliegenvanger	noun	Muscicapa muttui een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
bamboevliegenvangers	=	bamboevliegenvanger
bamboevliegenvangertje	=	bamboevliegenvanger
bamboevliegenvangertjes	=	bamboevliegenvanger
bamboezen	=	bamboe
bamburisiden	noun	een familie Barbourisiidae van straalvinnige vissen uit de orde van walviskopvissen (Cetomimiformes)
bamde	=	bammen
bamden	=	bammen
bamenda-apalis	noun	Apalis bamendae een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
bamenda-apalisje	=	bamenda-apalis
bamenda-apalisjes	=	bamenda-apalis
bamenda-apalissen	=	bamenda-apalis
bamendalelvliegenvanger	noun	Platysteira laticincta een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
bamendalelvliegenvangers	=	bamendalelvliegenvanger
bamendalelvliegenvangertje	=	bamendalelvliegenvanger
bamendalelvliegenvangertjes	=	bamendalelvliegenvanger
bami	noun	Oost-Aziatische noedels op basis van tarwe
bamiakkoord	noun	overeenkomst tussen de coalitiepartijen CDA en PvdA, waarbij werd overeengekomen WAO’ers opnieuw te keuren; soms gebruikt als soortnaam voor dit type afspraken
bamiakkoorden	=	bamiakkoord
bamibal	noun	een gefrituurde ronde snack van bami met daaromheen paneermeel
bamiballen	=	bamibal
bamiballetje	=	bamibal
bamiballetjes	=	bamibal
bamihap	noun	snack bestaande uit bami goreng in een paneerlaag en dan gefrituurd
bamihapje	=	bamihap
bamihapjes	=	bamihap
bamihappen	=	bamihap
bamis	noun	mis ter ere van St.
bamischijf	noun	snack bestaande uit bami goreng in een paneerlaag en dan gefrituurd in schijfvorm
bamischijfje	=	bamischijf
bamischijfjes	=	bamischijf
bamischijven	=	bamischijf
bamissen	=	bamis
bamisweer	noun	guur herfstweer
bamivreter	noun|humorous	Chinees of Indonesiër
bamivreters	=	bamivreter
bamivretertje	=	bamivreter
bamivretertjes	=	bamivreter
bamme	=	bammen
bammen	verb	klinken
bammend	=	bammen
bammende	=	bammen
bammetje	noun|informal	sneetje brood, meestal met beleg
bammetjes	=	bammetje
bammoeder	noun	bewust alleenstaande moeder
bammoeders	=	bammoeder
bamot	=	bama
bamt	=	bammen
bamzaai	=	bamzaaien
bamzaaide	=	bamzaaien
bamzaaiden	=	bamzaaien
bamzaaie	=	bamzaaien
bamzaaien	verb	een kroegspel met lucifers, waarvan de verliezer een rondje betaalt
bamzaaiend	=	bamzaaien
bamzaaiende	=	bamzaaien
bamzaait	=	bamzaaien
ban	noun	straf in de vorm van een verbod om in een bepaald gebied te zijn
bana	noun|slang	mannelijk geslachtsdeel
bana's	=	bana
banaal	adj	gewoontjes, saai en voorspelbaar, weinig verheven of de zintuigen prikkelend, platvloers
banaals	=	banaal
banaalst	=	banaal
banaalste	=	banaal
banaan	noun	een vrucht van de bananenboom, Musa
banaanbomen	=	banaanboom
banaanboom	noun	boom waar bananen aan groeien
banaanboompje	=	banaanboom
banaanboompjes	=	banaanboom
banaanfamilie	noun	een familie Musaceae van eenzaadlobbige planten.
banaanschot	noun	voetbalterm voor een kromme bal; een balschot naar het doel in een horizontale boog
banaanschoten	=	banaanschot
banaanschotje	=	banaanschot
banaanschotjes	=	banaanschot
banaantje	=	banaan
banaantjes	=	banaan
banaat	noun	gebied in de Balkan dat door een landvoogd werd bestuurd
banale	=	banaal
banaler	=	banaal
banalere	=	banaal
banalers	=	banaal
banaliseer	=	banaliseren
banaliseerde	=	banaliseren
banaliseerden	=	banaliseren
banaliseert	=	banaliseren
banalisere	=	banaliseren
banaliseren	verb	doen alsof iets heel gewoon en niets bijzonders is
banaliserend	=	banaliseren
banaliserende	=	banaliseren
banalisering	noun	het respectloos behandelen van iets of iemand
banaliseringen	=	banalisering
banaliteit	noun	gemeenplaats, alledaagse opmerking, platitude
banaliteiten	=	banaliteit
banamba	noun|informal	een soort dans
bananasplit	noun	desert gemaakt van een in de lengte doorgesneden banaan bedekt met ijs, slagroom en chocolade
bananen	=	banaan
bananen-republiek	=	bananenrepubliek
bananenbacove	noun	een bacove die zonder te koken kan worden gegeten; een soort korte banaan
bananenbacoven	=	bananenbacove
bananenbacoves	=	bananenbacove
bananenblad	noun	het blad van een bananenboom
bananenbladen	=	bananenblad
bananenbladeren	=	bananenblad
bananenblaren	=	bananenblad
bananenbomen	=	bananenboom
bananenboom	noun	benaming voor bomen uit het geslacht Musa waaraan bananen groeien
bananenboompje	=	bananenboom
bananenboompjes	=	bananenboom
bananenboorder	noun	Opogona sacchari een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
bananenboorders	=	bananenboorder
bananenboordertje	=	bananenboorder
bananenboordertjes	=	bananenboorder
bananenbroden	=	bananenbrood
bananenbrood	noun	een soort brood dat bereid wordt uit gestampte bananen, tarwe, water en suiker
bananenbroodje	=	bananenbrood
bananenbroodjes	=	bananenbrood
bananenchip	noun	dun schijfje gefrituurde banaan
bananenchips	=	bananenchip
bananendoos	noun	een doos waarin bananen zitten om vervoerd te kunnen worden
bananendoosje	=	bananendoos
bananendoosjes	=	bananendoos
bananendozen	=	bananendoos
bananenfirma	noun	bedrijf dat bananen teelt en/of transporteert en/of in handelt
bananenfirma's	=	bananenfirma
bananenhanger	noun	een keukenaccessoire, vaak van hout of metaal, dat dient om een tros bananen op te hangen
bananenhangers	=	bananenhanger
bananenhangertje	=	bananenhanger
bananenhangertjes	=	bananenhanger
bananenhouder	noun	een keukenaccessoire, vaak van hout of metaal, dat dient om een tros bananen op te hangen
bananenhouders	=	bananenhouder
bananenhoudertje	=	bananenhouder
bananenhoudertjes	=	bananenhouder
bananenmeel	noun	meel gemaakt van bananen
bananenoorlog	noun	strijd om de gunst van de consumenten door de prijs van bananen te verlagen
bananenoorlogen	=	bananenoorlog
bananenplantage	noun	stuk grond waarop bananen geteeld worden
bananenplantages	=	bananenplantage
bananenrepubliek	noun	een van de Midden-Amerikaanse staten zoals Honduras, Nicaragua, El Salvador of Guatemala, eens zo genoemd vanwege de bananenindustrie die daar alles overheerste
bananenrepublieken	=	bananenrepubliek
bananenrepubliekje	=	bananenrepubliek
bananenrepubliekjes	=	bananenrepubliek
bananenschil	noun	de schil van een banaan
bananenschillen	=	bananenschil
bananenschilletje	=	bananenschil
bananenschilletjes	=	bananenschil
bananensector	noun	alle bedrijven die gerelateerd zijn aan de teelt en handel van bananen
bananensectoren	=	bananensector
bananensectors	=	bananensector
bananenspin	noun	Heteropoda venatoria een spinnensoort behorend tot de jachtkrabspinnen (Sparassidae).
bananenspinnen	=	bananenspin
bananenspinnetje	=	bananenspin
bananenspinnetjes	=	bananenspin
bananenstandaard	noun	een keukenaccessoire, vaak van hout of metaal, dat dient om een tros bananen op te hangen
bananenstandaarden	=	bananenstandaard
bananenstandaardje	=	bananenstandaard
bananenstandaardjes	=	bananenstandaard
bananenstandaards	=	bananenstandaard
bananenvla	noun	vla, die vaak bananenextract bevat maar zelden echte banaan
bananenvla's	=	bananenvla
bananenvlaatje	=	bananenvla
bananenvlaatjes	=	bananenvla
bananenvleermuis	noun	Musonycteris harrisoni vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
bananenvleermuisje	=	bananenvleermuis
bananenvleermuisjes	=	bananenvleermuis
bananenvleermuizen	=	bananenvleermuis
bananenvlieg	noun	Drosophila melanogaster een tweevleugelig insect uit de orde tweevleugeligen
bananenvliegen	=	bananenvlieg
bananenvliegje	=	bananenvlieg
bananenvliegjes	=	bananenvlieg
bananne	=	banaan
banaten	=	banaat
banbliksem	noun	kerkelijke banvloek
banbliksems	=	banbliksem
banbreuk	noun	het breken van de opgelegde ballingschap door de veroordeelde
banbreuken	=	banbreuk
banbreukje	=	banbreuk
banbreukjes	=	banbreuk
bancair	adj	van, als van, behorend bij een bank
bancairder	=	bancair
bancairdere	=	bancair
bancairders	=	bancair
bancaire	=	bancair
bancairs	=	bancair
bancairst	=	bancair
bancairste	=	bancair
bancontactkaart	noun	in België een door een bank afgegeven legitimatiebewijs dat in combinatie met een pincode gebruikt kan worden voor elektronisch geldverkeer bij betaal- en geldautomaten
bancontactkaarten	=	bancontactkaart
bancontactkaartje	=	bancontactkaart
bancontactkaartjes	=	bancontactkaart
band	noun	ringvormige omhulling van iets anders, vooral dienend voor de uitwendige bescherming
bandafnemer	noun	bandenlichter
bandafnemers	=	bandafnemer
bandafnemertje	=	bandafnemer
bandafnemertjes	=	bandafnemer
bandage	noun	zwachtel
bandageer	=	bandageren
bandageerde	=	bandageren
bandageerden	=	bandageren
bandageert	=	bandageren
bandagere	=	bandageren
bandageren	verb	ter versteviging omzwachtelen met repen textiel
bandagerend	=	bandageren
bandagerende	=	bandageren
bandages	=	bandage
bandagetje	=	bandage
bandagetjes	=	bandage
bandagist	noun	iemand die breukbanden en andere heelkundige verbandmiddelen vervaardigt en verkoopt
bandagisten	=	bandagist
bandana	noun	gekleurde doek die men om het hoofd of om de hals knoopt
bandana's	=	bandana
bandbreedte	noun	van een transmissiekanaal is het verschil tussen de hoogste en de laagste doorgelaten frequentie
bandbreedten	=	bandbreedte
bandbreedtes	=	bandbreedte
bandbreuk	noun	lekke band bij het fietsen
bandbreuken	=	bandbreuk
bandbuikmuisspecht	noun	Hylexetastes stresemanni een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bandbuikmuisspechten	=	bandbuikmuisspecht
bandbuikmuisspechtje	=	bandbuikmuisspecht
bandbuikmuisspechtjes	=	bandbuikmuisspecht
bandbuikspecht	noun	Veniliornis nigriceps een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bandbuikspechten	=	bandbuikspecht
bandbuikspechtje	=	bandbuikspecht
bandbuikspechtjes	=	bandbuikspecht
bandcoaching	noun	muzikale en creatieve begeleiding van een muziekgroep Een professionele bandcoach helpt muzikanten beter samen te spelen, te communiceren en hun podiumpresentatie of eigen geluid te ontwikkelen, wat resulteert in hechter samenspel en muzikale groei.
banddikte	noun	de hoogte van een fietsband
banddikten	=	banddikte
banddiktes	=	banddikte
bande	=	bannen
bandeau	noun	een kledingstuk bestaande uit een strook stof in het bijzonder een haarband of bikini
bandeaus	=	bandeau
bandeautop	noun	bikini
bandeautops	=	bandeautop
bandeer	=	banderen
bandeerde	=	banderen
bandeerden	=	banderen
bandeert	=	banderen
bandelier	noun	brede band die men om het middel of schuin over de schouder draagt
bandelieren	=	bandelier
bandeliers	=	bandelier
bandeloos	adj	zonder zich bekommeren om enige normen of regels
bandeloosheden	=	bandeloosheid
bandeloosheid	noun	het bandeloos zijn
bandeloost	=	bandeloos
bandelooste	=	bandeloos
bandeloze	=	bandeloos
bandelozer	=	bandeloos
bandelozere	=	bandeloos
bandelozers	=	bandeloos
banden	=	band
bandenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bandenfabrieken
bandenconcerns	=	bandenconcern
bandenfabriek	noun	bedrijf dat (lucht)banden produceert
bandenfabrieken	=	bandenfabriek
bandenfabriekje	=	bandenfabriek
bandenfabriekjes	=	bandenfabriek
bandenfabrikant	noun	bedrijf dat luchtbanden produceert
bandenfabrikanten	=	bandenfabrikant
bandeng	noun	Chanos chanos een straalvinnige vis uit de familie van bandengen (Chanidae), orde van zandvisachtigen (Gonorynchiformes).
bandengen	noun	een familie Chanidae van vissen die tot de orde van zandvisachtigen (Gonorynchiformes) behoren.
bandengetje	=	bandeng
bandenhotel	noun	plaats waar men seizoensgebonden autobanden of velgensets kan opslaan
bandenhotels	=	bandenhotel
bandenindustrie	noun	de fabrieken waarin (auto)banden worden gemaakt
bandenindustrieën	=	bandenindustrie
bandenlichter	noun	een stuk gereedschap geschikt om een buitenband van de velg te lichten
bandenlichters	=	bandenlichter
bandenlichtertje	=	bandenlichter
bandenloos	=	bandeloos
bandenmaker	noun	bedrijf dat luchtbanden maakt
bandenmakers	=	bandenmaker
bandenpech	noun	een lekkeband
bandenplak	noun	middel waarmee men een plakker op het gaatje van een lekke binnenband kan plakken
bandenplakset	noun	een doosje waarin zich alle benodigdheden bevinden voor het repareren van lekke binnenbanden van de fiets
bandenplaksetje	=	bandenplakset
bandenplaksetjes	=	bandenplakset
bandenplaksets	=	bandenplakset
bandenproducent	noun	bedrijf dan luchtbanden fabriceert
bandenproducenten	=	bandenproducent
bandenspanning	noun	de druk van de lucht in een luchtband
bandenspanningen	=	bandenspanning
bandenspoor	noun	de afdruk van rijdende banden op de ondergrond
bandensporen	=	bandenspoor
bandenstapel	noun	een opeenstapeling van (gebruikte) (auto)banden die men gebruikt als stootkussen
bandenstapels	=	bandenstapel
bandenwipper	noun	bandenlichter
bandenwippers	=	bandenwipper
bandenwippertje	=	bandenwipper
bandenwippertjes	=	bandenwipper
bandenwissel	noun	het wisselen van de banden van een voertuig
bandenwissels	=	bandenwissel
bandenwisselweek	noun	de week waarin opgeroepen wordt om de banden te wisselen van een auto.
bandenwisselweekje	=	bandenwisselweek
bandenwisselweekjes	=	bandenwisselweek
bandenwisselweken	=	bandenwisselweek
bandera	noun	papieren vlaggetje zoals die voor Kerstmis worden verkocht, met daarop een spottende liedtekst die bij dansfeesten rond Kerst en Nieuwjaaar wordt gezongen
bandera's	=	bandera
bandere	=	banderen
banderen	verb	van banden of dwarsstrepen voorzien
banderend	=	banderen
banderende	=	banderen
banderilla	noun	een versierde stok met weerhaken aan het einde, gebruikt bij stierengevechten
banderilla's	=	banderilla
banderillero	noun	een persoon die in een stierengevecht speren in de zij van een stier steekt als voorbereiding voor de matador die de stier doodt
banderillero's	=	banderillero
banderol	noun	lange rol papier met een spreuk
banderollen	=	banderol
banderolletje	=	banderol
banderolletjes	=	banderol
bandet	=	bannen
bandfilter	noun	filter dat frequenties die buiten een bepaald gebied vallen, niet doorlaat
bandfilters	=	bandfilter
bandfiltertje	=	bandfilter
bandfiltertjes	=	bandfilter
bandgeheugen	noun	een in de begintijd van de informatica veel gebruikt type geheugen bestaande uit een (goedkope) magneetband waarop de gegevens sequentieel zijn of worden vastgelegd
bandgeheugens	=	bandgeheugen
bandgrijsstaart	noun	Xenerpestes minlosi een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
bandgrijsstaarten	=	bandgrijsstaart
bandgrijsstaartje	=	bandgrijsstaart
bandgrijsstaartjes	=	bandgrijsstaart
bandgrondlibel	noun	Brachythemis impartita een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
bandgrondlibellen	=	bandgrondlibel
bandgrondlibelletje	=	bandgrondlibel
bandgrondlibelletjes	=	bandgrondlibel
bandheidelibel	noun	Sympetrum pedemontanum een kleine echte libel (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
bandheidelibellen	=	bandheidelibel
bandheidelibelletje	=	bandheidelibel
bandheidelibelletjes	=	bandheidelibel
bandhorens	noun	Fasciolaria een geslacht van slakken uit de familie van de Fasciolariidae
bandiet	noun	iemand die misdaden pleegt
bandieten	=	bandiet
bandietje	=	bandiet
bandietjes	=	bandiet
bandijk	noun	rivierdijk, geschikt om de hoogste waterstanden bij open rivier te keren
bandijken	=	bandijk
bandijsvogel	noun	Megaceryle alcyon is een ijsvogel uit Noord-Amerika
bandijsvogels	=	bandijsvogel
bandijsvogeltje	=	bandijsvogel
bandijsvogeltjes	=	bandijsvogel
bandijt	=	bandiet
banditisme	noun	het optreden van bandieten, georganiseerde misdadigheid
bandje	=	band
bandjes	=	band
bandjir	noun	heftige toename van het peil en de stroomsnelheid van rivieren bij zware regenval in stroomopwaarts gelegen bergen, vaak met overstroming en verwoestingen tot gevolg
bandjirs	=	bandjir
bandkabel	noun	een kabel met meerdere, parallelle geleiders in een platte, flexibele isolatie, die vaak wordt gebruikt voor het maken van verbindingen tussen apparaten en printplaten in computers en elektronica
bandkabels	=	bandkabel
bandkabeltje	=	bandkabel
bandkabeltjes	=	bandkabel
bandkeramiek	noun	rondom met ingekraste stroken versierd aardewerk dat kenmerkend is voor de mensen die rond 5.000 v.C. in Midden-Europa en de Lage Landen leefden
bandkwartel	noun	Philortyx fasciatus een vogel uit de familie Odontophoridae.
bandkwartels	=	bandkwartel
bandkwarteltje	=	bandkwartel
bandkwarteltjes	=	bandkwartel
bandlangoer	noun	Presbytis femoralis primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
bandlangoeren	=	bandlangoer
bandlangoertje	=	bandlangoer
bandlangoertjes	=	bandlangoer
bandleden	=	bandlid
bandleider	noun	dirigent en leider van een muziekgroep
bandleiders	=	bandleider
bandleidertje	=	bandleider
bandleidertjes	=	bandleider
bandlichtmot	noun	Sciota adelphella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
bandlichtmotje	=	bandlichtmot
bandlichtmotjes	=	bandlichtmot
bandlichtmotten	=	bandlichtmot
bandlid	noun	iemand die meespeelt in een muziekband
bandluipaardhaai	noun	Triakis scyllium een haai uit de familie van de gladde haaien
bandluipaardhaaien	=	bandluipaardhaai
bandluipaardhaaitje	=	bandluipaardhaai
bandluipaardhaaitjes	=	bandluipaardhaai
bandmaat	noun	vriend die in dezelfde muziekband speelt
bandmaatje	=	bandmaat
bandmaatjes	=	bandmaat
bandmaten	=	bandmaat
bandmof	noun	een elektro-mof bedoeld om verbinding te maken tussen twee "STAAL PUR PE"-buizen.
bandmoffen	=	bandmof
bandmofje	=	bandmof
bandmofjes	=	bandmof
bandnaam	noun	naam van een muziekband
bandnamen	=	bandnaam
bandoneon	noun	een wisseltonig instrument met doorslaande tongen en een blaasbalg
bandoneonist	noun	bespeler van de bandoneon
bandoneonisten	=	bandoneonist
bandoneonistje	=	bandoneonist
bandoneonistjes	=	bandoneonist
bandoneonnetje	=	bandoneon
bandoneonnetjes	=	bandoneon
bandoneons	=	bandoneon
bandoneonspeler	noun	iemand die een soort trekharmonica bespeelt
bandoneonspelers	=	bandoneonspeler
bandopname	noun	geluidsopname gemaakt met een bandrecorder
bandopnamen	=	bandopname
bandopnames	=	bandopname
bandopnemer	noun	apparaat waarmee men geluid kan vastleggen op magnetische tape
bandopnemers	=	bandopnemer
bandopnemertje	=	bandopnemer
bandopnemertjes	=	bandopnemer
bandpalpmot	noun	Syncopacma larseniella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
bandpalpmotje	=	bandpalpmot
bandpalpmotjes	=	bandpalpmot
bandpalpmotten	=	bandpalpmot
bandparodie	noun	het verknippen van geluiden en muziek in combinatie met cabaret en andere komische fragmenten
bandparodietje	=	bandparodie
bandparodietjes	=	bandparodie
bandparodieën	=	bandparodie
bandparodist	noun	iemand die bandparodie bedrijft
bandparodisten	=	bandparodist
bandparodistje	=	bandparodist
bandparodistjes	=	bandparodist
bandplooibroek	noun	een broek met een extra plooi aan de bovenkant van de broek
bandplooibroeken	=	bandplooibroek
bandrecorder	noun	een toestel dat geluid opnam op een band magnetiseerbaar materiaal
bandrecorders	=	bandrecorder
bandrecordertje	=	bandrecorder
bandrecordertjes	=	bandrecorder
bandrem	noun	rem die bestaat uit een band die om een schijf of trommel klemt
bandremmen	=	bandrem
bandremmetje	=	bandrem
bandremmetjes	=	bandrem
bandrob	noun	bepaald soort zoogdier, Histriophoca fasciata, een zeehondensoort uit de familie Phocidae.
bandrobben	=	bandrob
bandrobbetje	=	bandrob
bandrobbetjes	=	bandrob
bandrobje	=	bandrob
bandrobjes	=	bandrob
bandrozenmineermot	noun	Stigmella centifoliella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
bandrozenmineermotje	=	bandrozenmineermot
bandrozenmineermotjes	=	bandrozenmineermot
bandrozenmineermotten	=	bandrozenmineermot
bandrugmiervogel	noun	Dichrozona cincta een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bandrugmiervogels	=	bandrugmiervogel
bandrugmiervogeltje	=	bandrugmiervogel
bandrugmiervogeltjes	=	bandrugmiervogel
bands	=	band
bandsalamander	noun	Ommatotriton vittatus een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
bandsalamanders	=	bandsalamander
bandsalamandertje	=	bandsalamander
bandsalamandertjes	=	bandsalamander
bandspanner	noun	een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
bandspanners	=	bandspanner
bandspannertje	=	bandspanner
bandspannertjes	=	bandspanner
bandspiegelmot	noun	Cydia cosmophorana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
bandspiegelmotje	=	bandspiegelmot
bandspiegelmotjes	=	bandspiegelmot
bandspiegelmotten	=	bandspiegelmot
bandstaart	noun	dier met een staart waar een band overheen loopt
bandstaartbaardkolibrie	noun	Threnetes ruckeri een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bandstaartbaardkolibries	=	bandstaartbaardkolibrie
bandstaartbaardkolibrietje	=	bandstaartbaardkolibrie
bandstaartbaardkolibrietjes	=	bandstaartbaardkolibrie
bandstaartbananeneter	noun	Crinifer zonurus een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's).
bandstaartbananeneters	=	bandstaartbananeneter
bandstaartbananenetertje	=	bandstaartbananeneter
bandstaartbananenetertjes	=	bandstaartbananeneter
bandstaartbuizerd	noun	Buteo albonotatus een roofvogel uit de familie van de Accipitridae.
bandstaartbuizerdje	=	bandstaartbuizerd
bandstaartbuizerdjes	=	bandstaartbuizerd
bandstaartbuizerds	=	bandstaartbuizerd
bandstaartdoornkruiper	noun	Ochetorhynchus phoenicurus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bandstaartdoornkruipers	=	bandstaartdoornkruiper
bandstaartdoornkruipertje	=	bandstaartdoornkruiper
bandstaartdoornkruipertjes	=	bandstaartdoornkruiper
bandstaartduif	noun	Patagioenas fasciata een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
bandstaartduifje	=	bandstaartduif
bandstaartduifjes	=	bandstaartduif
bandstaartduiven	=	bandstaartduif
bandstaarten	=	bandstaart
bandstaartje	=	bandstaart
bandstaartjes	=	bandstaart
bandstaartmanakin	noun	Pipra fasciicauda een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
bandstaartmanakinnetje	=	bandstaartmanakin
bandstaartmanakinnetjes	=	bandstaartmanakin
bandstaartmanakins	=	bandstaartmanakin
bandstaartmierklauwier	noun	Thamnophilus melanothorax een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bandstaartmierklauwieren	=	bandstaartmierklauwier
bandstaartmierklauwiertje	=	bandstaartmierklauwier
bandstaartmierklauwiertjes	=	bandstaartmierklauwier
bandstaartoropendola	noun	Cacicus latirostris een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
bandstaartoropendola's	=	bandstaartoropendola
bandstaartoropendolaatje	=	bandstaartoropendola
bandstaartoropendolaatjes	=	bandstaartoropendola
bandstaartsierragors	noun	Porphyrospiza alaudina een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
bandstaartsierragorsje	=	bandstaartsierragors
bandstaartsierragorsjes	=	bandstaartsierragors
bandstaartsierragorzen	=	bandstaartsierragors
bandstaartsjakohoen	noun	Penelope argyrotis een vogel in de familie Cracidae.
bandstaartsjakohoenderen	=	bandstaartsjakohoen
bandstaartsjakohoenders	=	bandstaartsjakohoen
bandstaartsjakohoendertje	=	bandstaartsjakohoen
bandstaartsjakohoendertjes	=	bandstaartsjakohoen
bandstaarttrogon	noun	Apaloderma vittatum een vogel uit de familie van de trogons (Trogonidae).
bandstaarttrogonnetje	=	bandstaarttrogon
bandstaarttrogonnetjes	=	bandstaarttrogon
bandstaarttrogons	=	bandstaarttrogon
bandstand	noun	plaats waar een band speelt
bandstanden	=	bandstand
bandstandje	=	bandstand
bandstandjes	=	bandstand
bandsteltkluten	=	bandsteltkluut
bandsteltkluut	noun	Cladorhynchus leucocephalus een vogel uit de familie Recurvirostridae (kluten).
bandsteltkluutje	=	bandsteltkluut
bandsteltkluutjes	=	bandsteltkluut
bandstipspanner	noun	bepaalde soort vlinder, Idaea degeneraria, uit de familie Geometridae, die in Nederland voorkomt
bandstipspanners	=	bandstipspanner
bandstoot	noun	een stoot bij biljarten waarbij de speelbal een of meer keer tegen de zijkant aanstoot voordat de tweede aanspeelbal wordt geraakt
bandstoten	verb	een spelsoort bij biljarten waarbij men één of meer banden moet raken met de speelbal voordat de derde bal wordt geraakt
bandstotend	=	bandstoten
bandstotende	=	bandstoten
bandtransporteur	noun	rollende band zonder einde voor het vervoer van materiaal of goederen
bandtransporteurs	=	bandtransporteur
bandtransporteurtje	=	bandtransporteur
bandtransporteurtjes	=	bandtransporteur
bandvink	noun	Amadina fasciata een tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae) behorende zangvogel uit Noord- en Oost-Afrika en Transvaal.
bandvinken	=	bandvink
bandvinkje	=	bandvink
bandvinkjes	=	bandvink
bandvleugelwipstaart	noun	Cinclodes fuscus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bandvleugelwipstaarten	=	bandvleugelwipstaart
bandvleugelwipstaartje	=	bandvleugelwipstaart
bandvleugelwipstaartjes	=	bandvleugelwipstaart
bandvoorjaarsuil	noun	bepaalde soort vlinder, Orthosia opima, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
bandvoorjaarsuilen	=	bandvoorjaarsuil
bandvormig	adj	vorm van een band hebbend
bandvormige	=	bandvormig
bandvormiger	=	bandvormig
bandvormigere	=	bandvormig
bandvormigers	=	bandvormig
bandvormigs	=	bandvormig
bandvormigst	=	bandvormig
bandvormigste	=	bandvormig
bandwerk	noun	zaken die men in groten getale maakt zonder veel variatie
bandwerken	=	bandwerk
bandwilg	noun	Salix 'sekka' een plant, die behoort tot de wilgenfamilie (Salicaceae).
bandwilgen	=	bandwilg
bandwilgje	=	bandwilg
bandwilgjes	=	bandwilg
bandwitvlekmot	noun	Phylloporia bistrigella een nachtvlinder uit de familie witvlekmotten (Incurvariidae).
bandwitvlekmotje	=	bandwitvlekmot
bandwitvlekmotjes	=	bandwitvlekmot
bandwitvlekmotten	=	bandwitvlekmot
bandy-bandy	noun	Vermicella annulata een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
bandy-bandy's	=	bandy-bandy
bandyschaats	noun	schaats speciaal gemaakt voor het spelen van bandy (een voorloper van ijshockey)
bandyschaatsen	=	bandyschaats
bandyschaatsje	=	bandyschaats
bandyschaatsjes	=	bandyschaats
bandzaag	noun	lintzaag
bandzaagje	=	bandzaag
bandzaagjes	=	bandzaag
bandzagen	=	bandzaag
bane	=	banen
banen	verb	zich een weg ~: een pad maken waar er geen was, resoluut doordringen in iets
banenbeleid	noun	plan van aanpak om de werkgelegenheid te vergroten
banenbeurs	noun	bijeenkomst waar bedrijven banen aanbieden aan werkzoekenden
banenbeurzen	=	banenbeurs
banenbonus	noun	subsidie die werkgevers ontvangen voor het aannemen van mensen met een laag inkomen
banenbonussen	=	banenbonus
banencijfer	noun	aantal betaalde banen die er in een land zijn
banencijfers	=	banencijfer
banencreatie	noun	zorgen voor meer werkgelegenheid
banencreaties	=	banencreatie
banencursus	noun	training om aan een nieuwe baan te komen; een sollicitatietraining of een omscholingstraject
banencursusje	=	banencursus
banencursusjes	=	banencursus
banencursussen	=	banencursus
banend	=	banen
banende	=	banen
banengroei	noun	toename van de hoeveelheid betaald werk dat beschikbaar is; toename van de werkgelegenheid
banenjager	noun	iemand die een baan zoekt voor een werkzoekende
banenjagers	=	banenjager
banenmachientje	=	banenmachine
banenmachientjes	=	banenmachine
banenmachine	noun	persoon, bedrijf of organisatie die zorgt voor veel werkgelegenheid
banenmachines	=	banenmachine
banenmachinetje	=	banenmachine
banenmachinetjes	=	banenmachine
banenmarkt	noun	gelegenheid waarbij vraag en aanbod van functies tesamen gebracht worden
banenmarkten	=	banenmarkt
banenmarktje	=	banenmarkt
banenmarktjes	=	banenmarkt
banenmotor	noun	sector of instelling die voor veel banen zorgt
banenmotoren	=	banenmotor
banenmotors	=	banenmotor
banenplan	noun	voornemen om de werkgelegenheid te bevorderen
banenplannen	=	banenplan
banenplannetje	=	banenplan
banenplannetjes	=	banenplan
banenpool	noun	arbeidspool
banenpools	=	banenpool
banenpooltje	=	banenpool
banenprogramma	noun	serie handelingen die erop gericht is de werkgelegenheid te bevorderen
banenprogramma's	=	banenprogramma
banenreductie	noun	vermindering van het aantal arbeidsplaatsen
banenreducties	=	banenreductie
banensite	noun	een website waarop vacatures te vinden zijn.
banensiteje	=	banensite
banensitejes	=	banensite
banensites	=	banensite
banenverlies	noun	een vermindering van het aantal beschikbare arbeidsplaatsen
banenverliezen	=	banenverlies
bang	adj	een min of meer beredeneerde angst voor iets hebbend
bangalijst	noun	een lijstje van namen van meisjes gedeeld via e-mail en sociale media die volgens de verzenders de grootste sletten zijn/gemakkelijk tot seksuele handelingen over te halen zouden zijn
bangalijsten	=	bangalijst
bangalijstje	=	bangalijst
bangalijstjes	=	bangalijst
bangbang	noun	Surinaams visgerecht
bangbroek	noun	persoon die zich te veel door angst laat leiden
bangbroeken	=	bangbroek
bangbroekje	=	bangbroek
bange	=	bang
bangelijk	adj	van een persoon dat deze snel bang is
bangelijke	=	bangelijk
bangelijker	=	bangelijk
bangelijkere	=	bangelijk
bangelijkers	=	bangelijk
bangelijks	=	bangelijk
bangelijkst	=	bangelijk
bangelijkste	=	bangelijk
bangen	=	bang
banger	=	bang
bangerd	noun	iemand die overdreven snel bang bn is
bangerdje	=	bangerd
bangerdjes	=	bangerd
bangerds	=	bangerd
bangere	=	bang
bangerik	noun	iemand die overdreven bang is
bangeriken	=	bangerik
bangerikje	=	bangerik
bangerikjes	=	bangerik
bangers	=	bang
bangeschijter	noun	iemand die overdreven snel bang is
bangeschijters	=	bangeschijter
bangeschijtertje	=	bangeschijter
bangeschijtertjes	=	bangeschijter
bangetje	=	bang
banggai-jufferduif	noun	Ptilinopus subgularis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
banggai-jufferduifje	=	banggai-jufferduif
banggai-jufferduifjes	=	banggai-jufferduif
banggai-jufferduiven	=	banggai-jufferduif
banggai-junglevliegenvanger	noun	Cyornis pelingensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
banggai-junglevliegenvangers	=	banggai-junglevliegenvanger
banggai-junglevliegenvangertje	=	banggai-junglevliegenvanger
banggai-junglevliegenvangertjes	=	banggai-junglevliegenvanger
banggaibuulbuul	noun	Hypsipetes harterti een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls)
banggaibuulbuuls	=	banggaibuulbuul
banggaibuulbuultje	=	banggaibuulbuul
banggaibuulbuultjes	=	banggaibuulbuul
banggaidwergooruil	noun	Otus mendeni een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
banggaidwergooruilen	=	banggaidwergooruil
banggaidwergooruiltje	=	banggaidwergooruil
banggaidwergooruiltjes	=	banggaidwergooruil
banggaikraai	noun	Corvus unicolor een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
banggaikraaien	=	banggaikraai
banggaikraaitje	=	banggaikraai
banggaikraaitjes	=	banggaikraai
banggairupsvogel	noun	Edolisoma pelingi een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
banggairupsvogels	=	banggairupsvogel
banggairupsvogeltje	=	banggairupsvogel
banggairupsvogeltjes	=	banggairupsvogel
bangheid	noun	een toestand van schrik
bangig	adj	op een bevreesde manier
bangige	=	bangig
bangiger	=	bangig
bangigere	=	bangig
bangigers	=	bangig
bangigheden	=	bangigheid
bangigheid	noun	het (overdreven) bang zijn
bangigs	=	bangig
bangigst	=	bangig
bangigste	=	bangig
bangkirai	noun	soort hardhout uit Zuidoost-Azië; een houtsoort die, strikt genomen, afkomstig is van Shorea laevis
bangkokker	noun	een inwoner van Bangkok, of iemand afkomstig uit Bangkok
bangkokkers	=	bangkokker
bangkoks	adj	op Bangkok betrekking hebbend
bangkokse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bangkok, of een vrouw afkomstig uit Bangkok
bangkoksen	=	bangkokse
bangmaker	noun	iets of iemand die anderen bang maakt zonder dat dat reden voor is
bangmakerij	noun	dat wat (onterechte) angst tot gevolg heeft
bangmakerijen	=	bangmakerij
bangmakerijtje	=	bangmakerij
bangmakerijtjes	=	bangmakerij
bangmakers	=	bangmaker
bangmakertje	=	bangmaker
bangmakertjes	=	bangmaker
bango	noun	een van de drie scoremogelijkheden in een minder officiële variant van het golfen "bingo-bango-bongo"
bangs	=	bang
bangsa	noun	volk, mensen met dezelfde afkomst
bangst	=	bang
bangste	=	bang
bangwastruikzanger	noun	Bradypterus bangwaensis een zangvogel uit de familie Locustellidae.
bangwastruikzangers	=	bangwastruikzanger
bangwastruikzangertje	=	bangwastruikzanger
bangwastruikzangertjes	=	bangwastruikzanger
baniem	=	ben
banier	noun	een vlag of ander stuk stof dat een symbool, logo, slogan of andere boodschap toont
banierdrager	noun	iemand die de banier draagt
banierdragers	=	banierdrager
banieren	=	banier
banierheer	=	baanderheer
baniers	=	banier
baniertje	=	banier
baniertjes	=	banier
banistiek	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met vlaggen
baniz	adj	goed bn
banjer	noun	patser
banjerde	=	banjeren
banjerden	=	banjeren
banjere	=	banjeren
banjeren	verb	rustig heen en weer lopen
banjerend	=	banjeren
banjerende	=	banjeren
banjers	=	banjer
banjert	=	banjeren
banjir	noun	overstroming, stortvloed
banjirs	=	banjir
banjo	noun	snaarinstrument met een ronde klankkast dat bij tokkelen korte, harde klanken geeft
banjo's	=	banjo
banjokikker	noun	Limnodynastes dorsalis een kikker uit de familie der Limnodynastidae.
banjokikkers	=	banjokikker
banjokikkertje	=	banjokikker
banjokikkertjes	=	banjokikker
banjomuziek	noun	muziek gemaakt met een bano
banjootje	=	banjo
bank	noun	breed houten of metalen voorwerp waarop mensen kunnen zitten
bank-verzekeraar	noun	bedrijf dat zowel als bank als verzekeraar functioneert
bank-verzekeraars	=	bank-verzekeraar
bankaandeel	noun	waardepapier dat de mede-eigendom in het vermogen van een bank bewijst
bankaandelen	=	bankaandeel
bankactie	noun	aandeel in een bank
bankacties	=	bankactie
bankactietje	=	bankactie
bankactietjes	=	bankactie
bankafschrift	noun	een lijst met gemaakte betalingen en afschrijvingen van een bepaalde tijd
bankafschriften	=	bankafschrift
bankafschriftje	=	bankafschrift
bankafschriftjes	=	bankafschrift
bankautomaat	noun	apparaat waarmee een klant met een bankpas geld kan opnemen
bankautomaatje	=	bankautomaat
bankautomaatjes	=	bankautomaat
bankautomaten	=	bankautomaat
bankbed	noun	bed dat eenvoudig tot zitbank kan worden omgebouwd
bankbedden	=	bankbed
bankbediende	noun	ondergeschikt beambte bij een bank
bankbedienden	=	bankbediende
bankbediendes	=	bankbediende
bankbedje	=	bankbed
bankbedjes	=	bankbed
bankbedrijf	noun	onderneming die geld bewaart voor klanten, het betalingsverkeer regelt en leningen aanbiedt
bankbedrijfje	=	bankbedrijf
bankbedrijfjes	=	bankbedrijf
bankbedrijven	=	bankbedrijf
bankbelasting	noun	belasting die banken moeten betalen en die gebruikt wordt als de overheid moet bijspringen in slechte economische tijden
bankbelastingen	=	bankbelasting
bankbelastinkje	=	bankbelasting
bankbelastinkjes	=	bankbelasting
bankberoving	noun	een ernstig, veelal gewelddadig misdrijf waarbij daders geld of waardevolle spullen stelen uit een bank, vaak door medewerkers en klanten te bedreigen
bankberovingen	=	bankberoving
bankbiljet	noun	een betaalmiddel uitgegeven door een (centrale) bank van papier of kunststof dat is bedrukt met een tekst waaruit een tegenwaarde blijkt
bankbiljetje	=	bankbiljet
bankbiljetjes	=	bankbiljet
bankbiljetten	=	bankbiljet
bankboek	noun	boek waarin men transacties van een bank noteert
bankboeken	=	bankboek
bankboekje	=	bankboek
bankboekjes	=	bankboek
bankbreuk	noun	faillissement ten gevolge van feiten die strafrechtelijk vervolgbaar zijn
bankbreuken	=	bankbreuk
bankbreukje	=	bankbreuk
bankbreukjes	=	bankbreuk
bankbrief	noun	papier geld
bankbriefje	noun	bankbiljet
bankbriefjes	=	bankbriefje
bankbrieven	=	bankbrief
bankbus	noun	een bankkantoor dat gevestigd is in een autobus; mobiel bankkantoor
bankbussen	=	bankbus
bankcombinatie	noun	een bank die is ontstaan uit een fusie van twee of meer andere banken
bankcombinaties	=	bankcombinatie
bankconcern	noun	groot bedrijf dat bestaat uit meerdere banken
bankconcerns	=	bankconcern
bankconti	=	bankconto
bankconto	noun	rekening die iemand bij een bank heeft, bankrekening
bankconto's	=	bankconto
bankcontootje	=	bankconto
bankcontootjes	=	bankconto
bankcrises	=	bankcrisis
bankcrisis	noun	een plotselinge noodsituatie waarbij een bank dreigt zijn schulden niet meer te kunnen betalen
bankcrisissen	=	bankcrisis
bankdeposito	noun	geldsom die iemand bij een bank gestort of in bewaring gegeven heeft
bankdeposito's	=	bankdeposito
bankdirecteur	noun	hoofd van een bankbedrijf
bankdirecteuren	=	bankdirecteur
bankdirecteurs	=	bankdirecteur
bankdirecteurtje	=	bankdirecteur
bankdirecteurtjes	=	bankdirecteur
bankdisconto	noun	rentevoet die een bank berekent voor het disconteren van wissels
bankdisconto's	=	bankdisconto
bankdivisie	noun	deel van een bedrijf dat bancaire activiteiten ontplooit
bankdivisies	=	bankdivisie
bankdochter	noun	kleinere bank die deel uitmaakt van een groter concern
bankdochters	=	bankdochter
bankdruk	=	bankdrukken
bankdrukke	=	bankdrukken
bankdrukken	verb	een krachtoefening waarbij een gewicht van de borst moet worden weggedrukt, al liggende op een bank
bankdrukkend	=	bankdrukken
bankdrukkende	=	bankdrukken
bankdrukt	=	bankdrukken
bankdrukte	=	bankdrukken
bankdrukten	=	bankdrukken
banke	=	banken
bankemployee	noun	iemand die werkt bij een bank
bankemployees	=	bankemployee
bankemployeetje	=	bankemployee
bankemployeetjes	=	bankemployee
bankemployé	noun	persoon die werkt voor een bedrijf dat geld beheert en uitleent
bankemployés	=	bankemployé
banken	verb	eenentwintigen
banken-verzekeraars	=	bank-verzekeraar
bankenbelasting	noun	belasting die banken moeten betalen over hun schulden
bankenbelastingen	=	bankenbelasting
bankencommissie	noun	officiële commissie van een volksvertegenwoordiging die toezicht houdt op de banken
bankencommissies	=	bankencommissie
bankenconsortia	=	bankenconsortium
bankenconsortium	noun	tijdelijke samenwerking van een aantal banken om een bepaald project aan te pakken
bankenconsortiums	=	bankenconsortium
bankencrises	=	bankencrisis
bankencrisis	noun	economische crisis veroorzaakt door de banken
bankencrisisje	=	bankencrisis
bankencrisisjes	=	bankencrisis
bankencrisissen	=	bankencrisis
bankend	=	banken
bankende	=	banken
bankendomino	noun	het omvallen van financiële instellingen door de kredietcrisis (als de stenen in een dominospel)
bankendomino's	=	bankendomino
bankendominootje	=	bankendomino
bankendominootjes	=	bankendomino
bankenfusie	noun	het samengaan van twee of meer banken in één bank
bankenfusies	=	bankenfusie
bankenheffing	noun	belasting die banken moeten betalen en die gebruikt wordt als de overheid moet bijspringen in slechte economische tijden
bankenheffingen	=	bankenheffing
bankenheffinkje	=	bankenheffing
bankenheffinkjes	=	bankenheffing
bankenlandschap	noun	alle banken die in een bepaald land of groep van landen actief zijn
bankenlandschappen	=	bankenlandschap
bankensector	noun	de bedrijfstak van het bankwezen
bankensectoren	=	bankensector
bankensectors	=	bankensector
bankensectortje	=	bankensector
bankentaks	noun	belasting die banken moeten betalen en die gebruikt wordt als de overheid moet bijspringen in slechte economische tijden
bankentaksen	=	bankentaks
bankentoezicht	noun	controle op de banken of ze wel aan de wettelijke voorwaarden voldoen
bankenunie	noun	samenwerkingsverband van banken met een gemeenschappelijk doel
bankenunies	=	bankenunie
banket	noun	een feestelijke en vaak ook officiële maaltijd
banketbakker	noun	een bakker die voornamelijk taarten, klein gebak en chocolade maakt
banketbakkerij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op het vervaardigen van gebak, taart en andere lekkernijen
banketbakkerijen	=	banketbakkerij
banketbakkerijtje	=	banketbakkerij
banketbakkerijtjes	=	banketbakkerij
banketbakkers	=	banketbakker
banketbakkersroom	noun	een geel mengsel van room, eieren en suiker, dat wordt gebruikt als vulling voor taartjes en broodjes, met name tompoezen
banketbakkersspijs	noun	een variant op amandelspijs, waarbij geen geplette amandelen tijdens het bereiden gebruikt worden, maar geplette abrikozen- of perzikpitten.
banketbakkersspijzen	=	banketbakkersspijs
banketbakkerszaak	noun	een winkel of bedrijf gespecialiseerd in het vervaardigen en verkopen van banket, zoals taarten, gebak, koek en andere zoete lekkernijen
banketbakkerszaakje	=	banketbakkerszaak
banketbakkerszaakjes	=	banketbakkerszaak
banketbakkerszaken	=	banketbakkerszaak
banketbakkertje	=	banketbakker
banketbakkertjes	=	banketbakker
banketbakster	noun	een vrouwelijke bakker die voornamelijk taarten, klein gebak en chocolade maak
banketbaksters	=	banketbakster
banketje	=	banket
banketjes	=	banket
banketletter	noun	een stuk banket dat gemaakt is van bladerdeeg, gevuld is met amandelspijs, de vorm heeft van een letter (vaak de 'S') en vooral populair is rond Sinterklaas
banketletters	=	banketletter
banketlettertje	=	banketletter
banketlettertjes	=	banketletter
banketstaaf	noun	een langwerpig stuk gebak, bestaand uit bladerdeeg en gevuld met amandelspijs
banketstaafje	=	banketstaaf
banketstaafjes	=	banketstaaf
banketstaven	=	banketstaaf
banketteer	=	banketteren
banketteerde	=	banketteren
banketteerden	=	banketteren
banketteert	=	banketteren
banketten	=	banket
bankettere	=	banketteren
banketteren	verb	een feestelijke maaltijd gebruiken
banketterend	=	banketteren
banketterende	=	banketteren
bankfiliaal	noun	filiaal van een bank
bankfiliaaltje	=	bankfiliaal
bankfiliaaltjes	=	bankfiliaal
bankfilialen	=	bankfiliaal
bankfraude	noun	bedrog in bankzaken
bankfraudes	=	bankfraude
bankfraudeur	noun	iemand die met behulp van een bank bedrog pleegt
bankfraudeurs	=	bankfraudeur
bankfraudeurtje	=	bankfraudeur
bankfraudeurtjes	=	bankfraudeur
bankgarantie	noun	een contract waarin een bank onvoorwaardelijk garandeert om een bedrag aan de begunstigde te betalen
bankgaranties	=	bankgarantie
bankgarantietje	=	bankgarantie
bankgarantietjes	=	bankgarantie
bankgebouw	noun	gebouw waarin een bank is gevestigd
bankgebouwen	=	bankgebouw
bankgebouwtje	=	bankgebouw
bankgebouwtjes	=	bankgebouw
bankgegeven	noun	een stukje informatie betreffende de rekeningen van cliënten bij banken
bankgegevens	noun	de gegevens die bij banken aanwezig zijn bijv. die van rekeningen van cliënten
bankgeheim	noun	verplichting van een bank om gegevens van zijn klanten vertrouwelijk te behandelen
bankgeheimen	=	bankgeheim
bankgeld	noun	giraal tegoed dat op een bankrekening staat zonder dat daar contant geld of edelmetaal tegenover staat
bankgelden	=	bankgeld
bankgiro	noun	de overschrijving van geld naar een andere bankrekening
bankgiro's	=	bankgiro
bankgirocentrale	noun	centrale instelling voor het regelen van betalingen tussen banken en giro's
bankgirocentrales	=	bankgirocentrale
bankgirootje	=	bankgiro
bankgirootjes	=	bankgiro
bankgouverneur	noun	directeur van de centrale bank van een land
bankgouverneurs	=	bankgouverneur
bankhangen	verb	inactief op een bank luieren of ontspannen
bankhangende	=	bankhangen
bankhanger	noun	iemand die bankhangt
bankhangers	=	bankhanger
bankhangertje	=	bankhanger
bankhangertjes	=	bankhanger
bankheffing	noun	belasting die banken moeten betalen en die gebruikt wordt als de overheid moet bijspringen in slechte economische tijden
bankheffingen	=	bankheffing
bankheffinkje	=	bankheffing
bankheffinkjes	=	bankheffing
bankie	=	bankje
bankier	noun	iemand die financiële diensten verleent
bankierde	=	bankieren
bankierden	=	bankieren
bankiere	=	bankieren
bankieren	verb	de geldzaken regelen met een bank of financiële instelling
bankierend	=	bankieren
bankierende	=	bankieren
bankiers	=	bankier
bankiersclearing	noun	het afwikkelen van onderlinge schulden en vorderingen van banken
bankierseden	=	bankierseed
bankierseed	noun	Per 1 januari 2013 door de minister van Financiën ingevoerde verplicht af te leggen eed voor alle bestuurders en medewerkers van financiële ondernemingen waarbij ze beloven "dat ze hun functie integer en zorgvuldig zullen uitoefenen en daarbij het belang van de klant centraal stellen".
bankierseedje	=	bankierseed
bankierseedjes	=	bankierseed
bankiersfamilie	noun	familie die een bank bezit
bankiersfamilies	=	bankiersfamilie
bankiersfamilietje	=	bankiersfamilie
bankiersfamilietjes	=	bankiersfamilie
bankiersgeslacht	noun	familie die een bank bezit
bankiersgeslachten	=	bankiersgeslacht
bankiershuis	noun	bedrijf, zaak van een bankier
bankiershuizen	=	bankiershuis
bankierster	noun	vrouwelijke vorm van bankier
bankiersters	=	bankierster
bankierstertje	=	bankierster
bankierstertjes	=	bankierster
bankiersvereniging	noun	vereniging van bankiers die toezicht houdt op een centrale bank
bankiersverenigingen	=	bankiersvereniging
bankiersverenigingetje	=	bankiersvereniging
bankiersverenigingetjes	=	bankiersvereniging
bankierszonen	=	bankierszoon
bankierszoon	noun	mannelijk persoon wiens vader bankier was als beroep
bankierszoons	=	bankierszoon
bankiert	=	bankieren
bankiertje	=	bankier
bankiertjes	=	bankier
bankivahoen	noun	Gallus gallus een vogel uit het geslacht gallus uit de orde van de hoendervogels.
bankivahoenderen	=	bankivahoen
bankivahoenders	=	bankivahoen
bankivahoendertje	=	bankivahoen
bankivahoendertjes	=	bankivahoen
bankje	noun	alleen verkleinwoord kleine zitbank of voetenbank
bankjes	=	bank
bankjongen	noun	jonge, hoogopgeleide, brutale, al te zelfverzekerde bankmedewerker
bankjongens	=	bankjongen
bankkaart	noun	door een bank afgegeven legitimatiebewijs dat in combinatie met een pincode gebruikt kan worden voor elektronisch geldverkeer bij betaal- en geldautomaten
bankkaarten	=	bankkaart
bankkaartje	=	bankkaart
bankkaartjes	=	bankkaart
bankkantoor	noun	fysieke vestiging van een bank waar men als klant bankzaken kan doen
bankkantoortje	=	bankkantoor
bankkantoortjes	=	bankkantoor
bankkantoren	=	bankkantoor
bankkluis	noun	brandkast in een bankgebouw
bankkluisje	=	bankkluis
bankkluisjes	=	bankkluis
bankkluizen	=	bankkluis
bankkost	noun|obsolete	geld dat men voor de diensten van een bank moet betalen
bankkosten	noun	geld dat men voor de diensten van een bank moet betalen
bankkrediet	noun	het geld dat men kan lenen bij een bank
bankkredieten	=	bankkrediet
bankkredietje	=	bankkrediet
bankkredietjes	=	bankkrediet
banklening	noun	de keer dat men geld leent bij een bank
bankleningen	=	banklening
bankleninkje	=	banklening
bankleninkjes	=	banklening
banklieden	=	bankman
bankloket	noun	loket in een bankfiliaal waar klanten geholpen worden met bankzaken door bankemployees
bankloketje	=	bankloket
bankloketjes	=	bankloket
bankloketten	=	bankloket
banklui	=	bankman
bankmakelaar	noun	een ondernemer die als tussenpersoon financiële producten van financiële instellingen aanbiedt
bankmakelaars	=	bankmakelaar
bankmakelaren	=	bankmakelaar
bankman	noun	iemand die bij een bank werkt
bankmanager	noun	leidinggevende in een bankkantoor
bankmanagers	=	bankmanager
bankmannen	=	bankman
bankmannetje	=	bankman
bankmannetjes	=	bankman
bankmedewerker	noun	iemand die werkt bij een bank
bankmedewerkers	=	bankmedewerker
banknummer	noun	getal dat een identificatiecode is voor een rekening bij een bank
banknummers	=	banknummer
bankoe	noun	betaalmiddel in de vorm van een stukje bedrukt papier
bankoes	=	bankoe
bankoetje	=	bankoe
bankoetjes	=	bankoe
bankoverval	noun	beroving van een financiële instelling
bankovervallen	=	bankoverval
bankovervaller	noun	iemand die een bank berooft
bankovervallers	=	bankovervaller
bankovervallertje	=	bankovervaller
bankovervalletje	=	bankoverval
bankpapier	noun	een niet op naam gesteld waardepapier dat wordt uitgegeven door een bank, doorgaans de centrale bank van een land
bankpapieren	=	bankpapier
bankpapiertje	=	bankpapier
bankpapiertjes	=	bankpapier
bankpas	noun	door een bank afgegeven legitimatiebewijs dat in combinatie met een pincode gebruikt kan worden voor elektronisch geldverkeer bij betaal- en geldautomaten
bankpasje	=	bankpas
bankpasjes	=	bankpas
bankpassen	=	bankpas
bankpersoneel	noun	mensen die in dienst zijn van een bank
bankpoot	noun	een onderdeel van een bank of bankstel dat de zitting ondersteunt en verhoogt
bankpootje	=	bankpoot
bankpootjes	=	bankpoot
bankpost	noun	wit schrijfpapier, minimaal 45 gr ook geschikt om op te typen of om op te printen
bankpoten	=	bankpoot
bankpresident	noun	voorzitter, direkteur van een bank
bankpresidenten	=	bankpresident
bankraad	noun	groep mensen die als klankbord fungeert voor de directie van een bank; adviesorgaan van een bank
bankraden	=	bankraad
bankrekening	noun	een rekening-courant bij een bank
bankrekeningen	=	bankrekening
bankrekeningetje	=	bankrekening
bankrekeningetjes	=	bankrekening
bankrekeningnummer	noun	getal dat een identificatiecode is voor een rekening bij een bank
bankrekeningnummers	=	bankrekeningnummer
bankrelatie	noun	zakelijke betrekking tussen een bank en een klant
bankrelaties	=	bankrelatie
bankrente	noun	vergoeding die men ontvangt als men geld op een bank heeft staan
bankrenten	=	bankrente
bankrentes	=	bankrente
bankroet	noun	de toestand van een rechtspersoon die, blijkens rechterlijk onderzoek, niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen	adj	failliet
bankroete	=	bankroet
bankroeten	=	bankroet
bankroeter	=	bankroet
bankroetere	=	bankroet
bankroeters	=	bankroet
bankroetier	noun	iemand die bankroet gaat (eventueel gepaard gaande met fraude)
bankroetiers	=	bankroetier
bankroetiertje	=	bankroetier
bankroetje	=	bankroet
bankroetlama	noun	in een spel een lama die bij gevangenneming tot bankroet van een speler leidde
bankroetlama's	=	bankroetlama
bankroets	=	bankroet
bankroetst	=	bankroet
bankroetste	=	bankroet
bankroof	noun	het beroven van een bank
bankroofbende	noun	groep misdadigers die bankovervallen pleegt
bankroofbendes	=	bankroofbende
bankroutier	=	bankroetier
bankroven	=	bankroof
bankrover	noun	iemand die een bank berooft
bankrovers	=	bankrover
bankrovertje	=	bankrover
bankrovertjes	=	bankrover
bankrun	noun	verschijnsel waarbij een groot aantal klanten van één bank hun geld van hun rekeningen halen, waardoor bij de bank een acuut liquiditeitsprobleem ontstaat.
bankruns	=	bankrun
banksaldi	=	banksaldo
banksaldo	noun	tegoed dat iemand bij de bank heeft
banksaldo's	=	banksaldo
bankschandaal	noun	een zaak die een bank in opspraak brengt en waar mensen schande van spreken
bankschandalen	=	bankschandaal
bankschroef	noun	een handig hulpmiddel om werkstukken in vast te houden
bankschroefje	=	bankschroef
bankschroefjes	=	bankschroef
bankschroeven	=	bankschroef
bankschuld	noun	geld dat men geleend heeft van een bank en dat men nog moet terugbetalen
bankschulden	=	bankschuld
banksector	noun	bankensector
banksectoren	=	banksector
banksectors	=	banksector
banksectortje	=	banksector
banksectortjes	=	banksector
bankshop	noun	gebouw waarin een bank de klant kan ontvangen voor service en dienstverlening
bankshops	=	bankshop
banksparen	verb	op een geblokkeerde bankrekening, fiscaal gunstig sparen
banksparende	=	banksparen
bankspeler	noun	speler die (vaak) op de reservebank zit
bankspelers	=	bankspeler
bankstatuten	=	bankstatuut
bankstatuut	noun	een voorwaarde voor een financiële instelling die bancaire diensten uitvoert
bankstel	noun	bank met bijbehorende fauteuils en eventueel een tafeltje
bankstellen	=	bankstel
bankstellenspecialist	noun	een winkel die bankstellen verkoopt
bankstellenspecialisten	=	bankstellenspecialist
bankstelletje	=	bankstel
bankstelletjes	=	bankstel
bankstelsel	noun	de regels waaraan een bank moet voldoen wil de een bankvergunning krijgen
bankstelsels	=	bankstelsel
banksysteem	noun	een systematiek om geldtransacties te regelen
banksysteempje	=	banksysteem
banksysteempjes	=	banksysteem
banksystemen	=	banksysteem
bankt	=	banken
banktaks	noun	belasting die banken moeten betalen en die gebruikt wordt als de overheid moet bijspringen in slechte economische tijden
banktaksen	=	banktaks
bankte	=	banken
banktegoed	noun	geld dat men op een bankrekening heeft staan
banktegoeden	=	banktegoed
bankten	=	banken
banktransactie	noun	overschrijving van geld van de ene naar de andere bankrekening
banktransacties	=	banktransactie
bankuittreksel	noun	een lijst met gemaakte betalingen en afschrijvingen van een bepaalde tijd op een bepaalde bankrekening
bankuittreksels	=	bankuittreksel
bankvak	noun	de vakinhoudelijke kennis van een bankier
bankvergunning	noun	officiële toestemming om als bedrijf bancaire operaties uit te voeren
bankvergunningen	=	bankvergunning
bankverkeer	noun	de geldstroom tussen banken
bankverrichting	noun	een financiële handeling die de klant van een bank met zijn bankrekening doet, waaronder het doen van een betaling, overboeken, storting of automatische incasso
bankverrichtingen	=	bankverrichting
bankwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de financiële wereld van de banken
bankwerelden	=	bankwereld
bankwereldje	=	bankwereld
bankwereldjes	=	bankwereld
bankwerk	noun	koude bewerking van metaal met vijl, beitel enz. aan een werkbank, metaalbewerking
bankwerken	verb	metaal bewerken aan een werkbank
bankwerkend	=	bankwerken
bankwerkende	=	bankwerken
bankwerker	noun	iemand die bankwerk verricht.
bankwerkers	=	bankwerker
bankwet	noun	wet die het functioneren van De Nederlandse Bank regelt
bankwetten	=	bankwet
bankwezen	noun	de financiële sector
bankzaak	noun	alle dingen die bij een bank worden gedaan of geregeld
bankzaakje	=	bankzaak
bankzaakjes	=	bankzaak
bankzaken	=	bankzaak
bankzitter	noun	speler die tijdens een wedstrijd op de reservebank zit
bankzitters	=	bankzitter
banlieue	noun	buitenwijk die aan de rand van een grote stad ligt
banlieues	=	banlieue
banmolen	noun	graanmolen (meestal watermolen) waar boeren verplicht werden om hun graan te laten malen
banmolens	=	banmolen
bannaat	=	banaat
banne	noun	rechtsgebied van een instantie die bindende uitspraken kon doen
banneling	noun	persoon die op last van de regering zijn eigen land heeft moeten verlaten
bannelinge	noun	vrouw die op last van de regering haar eigen land heeft moeten verlaten
bannelingen	=	banneling
bannelinges	=	bannelinge
bannelingetje	=	banneling
bannelingetjes	=	banneling
bannen	verb	iemand de toegang tot iets weigeren
bannend	=	bannen
bannende	=	bannen
banner	noun	horizontale strook aan de bovenkant van een webpagina's die kan worden gebruikt voor advertenties
bannerheer	=	baanderheer
banners	=	banner
bannertje	=	banner
bannertjes	=	banner
banning	noun	het bannen
banningen	=	banning
banninkje	=	banning
banninkjes	=	banning
banot	=	bat
banpaal	noun	een meestal stenen paal die de grens van de banne, het rechtsgebied, aangeeft van een stad.
banpaaltje	=	banpaal
banpaaltjes	=	banpaal
banpalen	=	banpaal
bans	=	ban
banshee	noun	een Ierse fee die de dood van een mens aankondigt
banshees	=	banshee
bansuri	noun	een Indiase bamboe dwarsfluit
bansuri's	=	bansuri
bansuri'tje	=	bansuri
bansuri'tjes	=	bansuri
bant	=	bannen
bantam	noun	vechtlustige kip
bantamgewicht	noun	gewichtsklasse, boven het vlieggewicht, in vechtsport (boksers en worstelaars)
bantamgewichten	=	bantamgewicht
bantammer	=	bantam
banteng	noun	Bos javanicus wild rund uit de bossen van Zuidoost-Azië
bantengs	=	banteng
bantoe	noun	lid van een volk in het midden en zuiden van Afrika
bantoes	=	bantoe
bantoetaal	noun	een taal die tot de Bantoetak van de Niger-Congotalen behoort
bantoetaaltje	=	bantoetaal
bantoetaaltjes	=	bantoetaal
bantoetalen	=	bantoetaal
bantoeïstiek	noun	studie van de Bantoetalen, de taalfamilie waar de meest gesproken talen in de zuidelijke helft van Afrika toe behoren
banvloek	noun	een kerkelijke straf waardoor geestelijken of leken worden uitgesloten van de gemeenschap der gelovigen
banvloeke	=	banvloeken
banvloeken	verb	een banvloek uitspreken over
banvloekend	=	banvloeken
banvloekende	=	banvloeken
banvloekje	=	banvloek
banvloekjes	=	banvloek
banvloekt	=	banvloeken
banvloekte	=	banvloeken
banvloekten	=	banvloeken
bao	=	basisonderwijs
baobab	noun	een geslacht Adansonia van acht soorten dikstammige bomen uit droge, warme gebieden.
baobabgierzwaluw	noun	Telacanthura ussheri een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen) die voorkomt in Afrika ten zuiden van de Sahara
baobabgierzwaluwen	=	baobabgierzwaluw
baobabgierzwaluwtje	=	baobabgierzwaluw
baobabgierzwaluwtjes	=	baobabgierzwaluw
baobabs	=	baobab
baomer	noun	in de omer
bapao	noun	gestoomd broodje met een vulling dat zijn oorsprong vindt in de Chinese keuken
bapao's	=	bapao
bapaos	=	bapao
bapaotje	=	bapao
baptisme	noun	protestantisme dat de kinderdoop verwerpt en uitsluitend volwassenen als lid opneemt na aflegging van de geloofsbelijdenis en het ondergaan van de doop
baptist	noun	aanhanger van het baptisme, een stroming in het christendom (en lid van een baptistengemeente)
baptiste	noun	aanhangster van het baptisme, een stroming in het christendom (en lid van een baptistengemeente)
baptisten	=	baptist
baptistengemeente	noun	geloofsgemeenschap van baptisten
baptistengemeenten	=	baptistengemeente
baptistengemeentes	=	baptistengemeente
baptistengemeentetje	=	baptistengemeente
baptistengemeentetjes	=	baptistengemeente
baptistenkerk	noun	een kerk van de doopsgezinden
baptistenkerken	=	baptistenkerk
baptistenkerkje	=	baptistenkerk
baptistenkerkjes	=	baptistenkerk
baptisteria	=	baptisterium
baptisterium	noun	doopkapel
baptistes	=	baptiste
baptistje	=	baptist
baptistjes	=	baptist
bar	noun	plaats waar de gasten drank kunnen bestellen en nuttigen aan één kant van een langgerekte hoge toonbank, met bediening vanaf de andere kant	adj	verschrikkelijk, bijvoorbeeld bijzonder koud
bar-dancing	noun	uitgaansgeelegenheid waar men wat kan drinken en waar gelegenheid is tot dansen
bar-dancings	=	bar-dancing
bar-dancinkje	=	bar-dancing
bar-dancinkjes	=	bar-dancing
bar-restaurant	noun	eenvoudige eetgelegenheid waar men ook kan borrelen
bar-restaurantje	=	bar-restaurant
bar-restaurantjes	=	bar-restaurant
bar-restaurants	=	bar-restaurant
bara	noun	rond koekje met in het midden een gaatje, van gemalen urdiboontjes, gebakken in olie
bara's	=	bara
baraita	noun	niet in de Misjna opgenomen tanaïtische halachische uitspraak waarnaar in de Talmoed wordt verwezen
barak	noun	tijdelijk onderkomen voor een groep soldaten of andere personen
barakje	=	barak
barakjes	=	barak
barakken	=	barak
barakkendorp	noun	kleine nederzettingen met tijdelijke houten gebouwen waarin grote groepen mensen tijdelijk kunnen verblijven
barakkendorpen	=	barakkendorp
barakkendorpje	=	barakkendorp
barakkendorpjes	=	barakkendorp
barakkenkamp	noun	eenvoudige, tijdelijke groepshuisvesting bestaande uit meerdere lange houten gebouwen
barakkenkampen	=	barakkenkamp
barasingahert	noun	Rucervus duvaucelii evenhoevige uit de familie van de hertachtigen (Cervidae).
barasingaherten	=	barasingahert
barasingahertje	=	barasingahert
barasingahertjes	=	barasingahert
barbaar	noun	een persoon zonder besef van waarden, smaak en/of gevoel
barbaars	adj	zonder beperkingen opgelegd door beschaafd gedrag, meedogenloos, wreed
barbaarse	=	barbaars
barbaarser	=	barbaars
barbaarsere	=	barbaars
barbaarsers	=	barbaars
barbaarsheden	=	barbaarsheid
barbaarsheid	noun	de gruwelijkheid, wreedheid en achterlijkheid die zou passen bij onderontwikkelde mensen en volkeren
barbaarst	=	barbaars
barbaarste	=	barbaars
barbaartje	=	barbaar
barbaartjes	=	barbaar
barbadaan	noun	een inwoner van Barbados, of iemand afkomstig uit Barbados
barbadaans	adj	op Barbados betrekking hebbend
barbadaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Barbados, of een vrouw afkomstig uit Barbados
barbadaansen	=	barbadaanse
barbadaanser	=	barbadaans
barbadaansere	=	barbadaans
barbadaansers	=	barbadaans
barbadaanst	=	barbadaans
barbadaanste	=	barbadaans
barbadanen	=	barbadaan
barbadiaan	noun	een inwoner van Barbados, of iemand afkomstig uit Barbados
barbadiaans	adj	op Barbados betrekking hebbend
barbadiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Barbados, of een vrouw afkomstig uit Barbados
barbadiaansen	=	barbadiaanse
barbadiaanser	=	barbadiaans
barbadiaansere	=	barbadiaans
barbadiaansers	=	barbadiaans
barbadiaanst	=	barbadiaans
barbadiaanste	=	barbadiaans
barbadianen	=	barbadiaan
barbadosdikbekje	noun	Loxigilla barbadensis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
barbadosdikbekjes	=	barbadosdikbekje
barbakot	noun	een aantal roostervormige en daarvan afgeleide voorzieningen waaronder een rookvuur wordt gestookt en waarop vlees en vis gedroogd en gerookt worden ter conservering
barbakotje	=	barbakot
barbakotjes	=	barbakot
barbakotte	=	barbakotten
barbakotten	verb	het drogen en roken van vis en vlees op een rooster
barbakottend	=	barbakotten
barbakottende	=	barbakotten
barbapapa	noun	iemand die heel soepel en flexibel is en zich goed kan aanpassen aan de omstandigheden
barbapapa's	=	barbapapa
barbarakruid	noun	geslacht Barbarea uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
barbaren	=	barbaar
barbarij	noun	barbaarsheid
barbarijen	=	barbarij
barbarisme	noun	bruut onbeschaafd gedrag
barbarismen	=	barbarisme
barbarismetje	=	barbarisme
barbarismetjes	=	barbarisme
barbarolexis	noun	stijlfiguur waarbij bewust talen worden vermengd om een bepaalde sfeer op te roepen
barbecue	noun	apparaat waarop vlees kan worden bereid door het op een rooster boven een warmtebron te verhitten
barbecuede	=	barbecueën
barbecueden	=	barbecueën
barbecuefeest	noun	feestelijke bijeenkomst waarbij men van een barbecuemaaltijd kan genieten
barbecuefeesten	=	barbecuefeest
barbecuefeestje	=	barbecuefeest
barbecuefeestjes	=	barbecuefeest
barbecuen	=	barbecueën
barbecuepakket	noun	verpakking met verschillende soorten vlees in porties die zo geroosterd kunnen worden, afgestemd op een bepaald aantal eters
barbecuepakketje	=	barbecuepakket
barbecuepakketjes	=	barbecuepakket
barbecuepakketten	=	barbecuepakket
barbecuerooster	noun	rooster boven de gloeiende kolen waarop het voedsel ligt
barbecueroosters	=	barbecuerooster
barbecueroostertje	=	barbecuerooster
barbecueroostertjes	=	barbecuerooster
barbecues	=	barbecue
barbecuesaus	noun	hartige saus bij geroosterd vlees
barbecuesausen	=	barbecuesaus
barbecuesausje	=	barbecuesaus
barbecuesausjes	=	barbecuesaus
barbecuesauzen	=	barbecuesaus
barbecueschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen als ze barbecueën omdat het slecht is voor het milieu
barbecuet	=	barbecueën
barbecuetje	=	barbecue
barbecuetjes	=	barbecue
barbecueë	=	barbecueën
barbecueën	verb	een maaltijd bereiden op een open vuur in de open lucht, meestal gebruikt men houtskool als brandstof
barbecueënd	=	barbecueën
barbecueënde	=	barbecueën
barbediende	noun	iemand die de bezoekers in een bar bedient
barbedienden	=	barbediende
barbediendes	=	barbediende
barbeel	noun	bepaalde vissoort die voorkomt in de middenlopen van rivieren, Barbus barbus
barbeeltje	=	barbeel
barbeeltjes	=	barbeel
barbeknoei	noun|informal	barbecue
barbelen	=	barbeel
barbershop	noun	zaak waar mannen hun haar kunnen laten doen
barbershops	=	barbershop
barbertje	noun	personage uit de parabel die voorafgaat aan de roman Max Havelaar van Multatuli en een notitie erover in zijn Ideeën
barbertjes	=	barbertje
barbie	noun	uiterst succesvolle pop die kinderen allerlei kleren kunnen aantrekken
barbiepop	noun	bepaald merk van een als een volwassen vrouw uitgevoerd speelpopje dat in allerlei kleren gestoken kan worden
barbiepopje	=	barbiepop
barbiepopjes	=	barbiepop
barbiepoppen	=	barbiepop
barbiepoppetje	=	barbiepop
barbiepoppetjes	=	barbiepop
barbier	noun	een herenkapper die ook baarden bijwerkt
barbiers	=	barbier
barbiersgilde	noun	beroepsgroep van herenkappers
barbiersgilden	=	barbiersgilde
barbiersgildes	=	barbiersgilde
barbiersmes	noun	scheermes van een herenkapper
barbiersmesje	=	barbiersmes
barbiersmesjes	=	barbiersmes
barbiersmessen	=	barbiersmes
barbierspaal	noun	een traditioneel, vaak rood-wit-blauw gestreept uithangbord dat de ingang van een barbershop markeert
barbierspaaltje	=	barbierspaal
barbierspaaltjes	=	barbierspaal
barbierspalen	=	barbierspaal
barbiersstok	noun	een traditioneel, vaak rood-wit-blauw gestreept uithangbord dat de ingang van een barbershop markeert
barbiersstokje	=	barbiersstok
barbiersstokjes	=	barbiersstok
barbiersstokken	=	barbiersstok
barbierster	noun|obsolete	vrouwelijke kapper
barbiersters	=	barbierster
barbierszaak	noun	kapsalon voor heren
barbierszaakje	=	barbierszaak
barbierszaakjes	=	barbierszaak
barbierszaken	=	barbierszaak
barbiertje	=	barbier
barbiertjes	=	barbier
barbies	=	barbie
barbietje	=	barbie
barbietjes	=	barbie
barbituraat	noun	Een slaapmiddel in de vorm van een barbituurzuur verbinding
barbituraten	=	barbituraat
barblad	noun	bovenste horizontaal deel van een bar waarop o.a. de drankjes geserveerd worden door de barkeeper en waaraan de gasten zitten op barkrukken
barbladen	=	barblad
barbudazanger	noun	Setophaga subita een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers)
barbudazangers	=	barbudazanger
barbudazangertje	=	barbudazanger
barbudazangertjes	=	barbudazanger
barbudo's	noun	de enige familie Polymixiidae in de orde (Polymixiiformes) van straalvinnige vissen.
barcarolle	noun	gondellied
barcarolles	=	barcarolle
barcode	noun	een op artikelen, verpakkingen afgedrukte reeks smalle en brede streepjes waarmee in gecodeerde vorm productinformatie is vastgelegd die met een scanner kan worden gelezen
barcodelezer	noun	een (rand-) apparaat om barcodes mee te lezen
barcodelezers	=	barcodelezer
barcodelezertje	=	barcodelezer
barcodelezertjes	=	barcodelezer
barcodes	=	barcode
barcodescanner	noun	een (rand-) apparaat om barcodes mee te lezen
barcodescanners	=	barcodescanner
barcodescannertje	=	barcodescanner
barcodescannertjes	=	barcodescanner
barcodetje	=	barcode
barcodetjes	=	barcode
bard	noun|informal	een dichter
bardame	noun	vrouw die klanten bedient in een bar
bardames	=	bardame
barde	noun	stukjes vet vlees die men gebruikt bij het barderen
bardeer	=	barderen
bardeerde	=	barderen
bardeerden	=	barderen
bardeert	=	barderen
barden	=	bard
barder	=	bar
bardere	=	bar
barderen	verb	voor het braden omwikkelen van gevogelte, wild of vlees met dunne plakjes spek
barderend	=	barderen
barderende	=	barderen
barders	=	bar
bardes	=	barde
bardichtheid	noun	de hoeveelheid bars en cafés in verhouding tot het aantal inwoners van een gebied
bardje	=	bard
bardjes	=	bard
bare	=	baren
barebacken	verb	bedrijven van anale seks zonder een condoom te gebruiken
barebackend	=	barebacken
barebackende	=	barebacken
barebacker	noun	iemand die anale seks heeft zonder het dragen van een condoom
barebackers	=	barebacker
barebackfeest	noun	bijeenkomst waar men zonder condoom anale seks met elkaar heeft
barebackfeesten	=	barebackfeest
barebackfeestje	=	barebackfeest
barebackfeestjes	=	barebackfeest
barebacking	noun	anale seks zonder condoom met het risico met hiv besmet te worden
barebackparty	noun	feestelijke bijeenkomst waarbij de bezoekers anale seks hebben zonder een condoom te gebruiken
barebackparty's	=	barebackparty
bareel	noun	slagboom
bareeltje	=	bareel
bareeltjes	=	bareel
barelen	=	bareel
barema	noun	loonschaal een bandbreedte waarbij het arbeidsloon ligt tussen een minimum- en maximumbedrag
barema's	=	barema
baremisch	adj	volgens de loon- of salaristabel
baremische	=	baremisch
baremischer	=	baremisch
baremischere	=	baremisch
baremischers	=	baremisch
baren	verb	op de wereld brengen
barend	=	baren
barende	=	baren
barensnoden	=	barensnood
barensnood	noun	pijnlijke situatie waarin een barende vrouw verkeert
barensnoodje	=	barensnood
barensnoodjes	=	barensnood
barensteel	noun	een brisure of breuk waarmee het wapen van een zoon zich onderscheidt van dat van zijn vader
barensteeltje	=	barensteel
barensteeltjes	=	barensteel
barenstelen	=	barensteel
barenswee	noun	pijnen tijdens de bevalling
barensweeën	=	barenswee
barentszzee	noun	de ijzige zee ten noorden van Moermansk
baret	noun	plat hoofddeksel zonder klep, o.a. in gebruik bij militairen
baretaardster	noun	Geastrum striatum een buikzwam uit de familie Geastraceae.
baretaardsterren	=	baretaardster
baretaardsterretje	=	baretaardster
baretaardsterretjes	=	baretaardster
baretje	=	baret
baretjes	=	baret
barette	noun	een staafvormige broche
baretten	=	baret
barettes	=	barette
barettetje	=	barette
barettetjes	=	barette
barg	noun	gesneden mannetjeszwijn (beer)
bargen	=	barg
bargje	=	barg
bargjes	=	barg
bargoen	=	berkoen
bargoens	noun	groepstaal die voor buitenstaanders onbegrijpelijk is
bargoense	=	bargoens
bargoenser	=	bargoens
bargoensere	=	bargoens
bargoensers	=	bargoens
bargoenst	=	bargoens
bargoenste	=	bargoens
barheden	=	barheid
barheid	noun	een vreselijke, ruwe, harde, vervelende toestand
barhouder	noun	iemand die een café exploiteert
barhouders	=	barhouder
bariatrie	noun	specialisme dat zich bezighoudt met de oorzaken, preventie en behandeling van obesitas (vetzucht)
bariatrisch	adj	met betrekking tot de bariatrie
bariatrische	=	bariatrisch
bariatrischer	=	bariatrisch
bariatrischere	=	bariatrisch
bariatrischers	=	bariatrisch
baribal	noun	Amerikaanse zwarte beer Ursus americanus
baribals	=	baribal
baricade	=	barricade
baricaderen	=	barricaderen
baricarderen	=	barricaderen
bariet	noun	bariumsulfaat
barietwater	noun	oplossing van bariumhydroxide, Ba(OH)2 in water
baring	noun	het baren
baringen	=	baring
barista	noun	een vakman of -vrouw die zich toelegt op het bereiden van espresso en aanverwante dranken zoals cappuccino.
barista's	=	barista
bariton	noun	een mannenstem tussen bas en tenor
baritonnetje	=	bariton
baritonnetjes	=	bariton
baritons	=	bariton
baritonsax	noun	baritonsaxofoon
baritonsaxen	=	baritonsax
baritonsaxofonen	=	baritonsaxofoon
baritonsaxofonist	noun	iemand die (beroepshalve) baritonsaxofoon speelt
baritonsaxofonisten	=	baritonsaxofonist
baritonsaxofonistje	=	baritonsaxofonist
baritonsaxofonistjes	=	baritonsaxofonist
baritonsaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
baritonsaxofoons	=	baritonsaxofoon
baritonsaxofoontje	=	baritonsaxofoon
baritonsaxofoontjes	=	baritonsaxofoon
baritonsleutel	noun	een teken, geplaatst op de vijfde lijn van een balk, dat aangeeft dat deze lijn een c weergeeft
baritonsleutels	=	baritonsleutel
baritonsleuteltje	=	baritonsleutel
baritonsleuteltjes	=	baritonsleutel
barium	noun	scheikundig element met symbool Ba en atoomnummer 56. Het is een zilverwit aardalkalimetaal
bariumatomen	=	bariumatoom
bariumatoom	noun	een atoom van het chemisch element barium.
bariumatoompje	=	bariumatoom
bariumatoompjes	=	bariumatoom
bariumcarbonaat	noun	onoplosbaar zout dat gebruikt wordt als rattengif
bariumcarbonaten	=	bariumcarbonaat
bark	noun	bepaald type zeilschip met drie of meer masten
barkas	noun	grootste (reddings)sloep aan boord van een schip
barkasje	=	barkas
barkasjes	=	barkas
barkassen	=	barkas
barkast	noun	meubelstuk waarin flessen alcoholische drank en glazen bewaard en getoond kunnen worden
barkastaalvink	noun	Vidua larvaticola een vogel uit de familie van de Viduidae.
barkastaalvinken	=	barkastaalvink
barkastaalvinkje	=	barkastaalvink
barkastaalvinkjes	=	barkastaalvink
barkasten	=	barkast
barkastje	noun	alleen verkleinwoord klein bergmeubel met openklappend schenkbord om drinkbenodigdheden in op te bergen
barkastjes	=	barkast
barkeeper	noun	iemand die achter de bar staat en drankjes voor de gasten inschenkt
barkeepers	=	barkeeper
barkeepertje	=	barkeeper
barkeepertjes	=	barkeeper
barken	=	bark
barkje	=	bark
barkjes	=	bark
barkoen	=	berkoen
barkruk	noun	een hoge kruk zonder leuning de gebruikt wordt om aan de bar van een café te kunnen zitten.
barkrukje	=	barkruk
barkrukjes	=	barkruk
barkrukken	=	barkruk
barlieden	=	barman
barlui	=	barman
barman	noun	iemand die achter de bar staat en drankjes voor de gasten inschenkt
barmannen	=	barman
barmannetje	=	barman
barmannetjes	=	barman
barmeid	noun	jonge vrouw die achter de bar werkt en bezoekers drank serveert
barmeiden	=	barmeid
barmeidje	=	barmeid
barmeidjes	=	barmeid
barmeisje	=	barmeid
barmeisjes	=	barmeid
barmens	noun	iemand die achter de bar staat en drankjes voor de gasten inschenkt
barmensen	=	barmens
barmensje	=	barmens
barmensjes	=	barmens
barmeubel	noun	meubel waaraan men kan zitten op een hoge kruk en een drankje kan drinken
barmeubelen	=	barmeubel
barmeubels	=	barmeubel
barmeubeltje	=	barmeubel
barmeubeltjes	=	barmeubel
barmhartig	adj	op vergevende wijze begrip tonend voor iemands moeilijkheden
barmhartige	=	barmhartig
barmhartiger	=	barmhartig
barmhartigere	=	barmhartig
barmhartigers	=	barmhartig
barmhartigheden	=	barmhartigheid
barmhartigheid	noun	de mate van barmhartig zijn
barmhartigs	=	barmhartig
barmhartigst	=	barmhartig
barmhartigste	=	barmhartig
barmsijs	noun	kleine, vrij zeldzame vink uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae) en het geslacht Acanthis met een rood voorhoofd
barmsijsje	=	barmsijs
barmsijsjes	=	barmsijs
barmsijzen	noun	een geslacht Acanthis van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae).
barn	noun	eenheid van oppervlakte in de atoomfysica, 10⁻²⁸ m²
barnde	=	barnen
barnden	=	barnen
barne	=	barnen
barnen	verb|obsolete	branden
barnend	=	barnen
barnende	=	barnen
barnevelder	noun	bepaald kippenras
barnevelders	=	barnevelder
barneveldertje	=	barnevelder
barneveldertjes	=	barnevelder
barninck	noun	brandstof
barning	noun|figurative	heftige emoties
barningen	=	barning
barnnetel	=	brandnetel
barns	=	barn
barnsteen	noun	fossiele hars (van de den Pinus succinifera) die tot de halfedelstenen wordt gerekend
barnsteenkracht	noun	poëtische benaming voor elektriciteit
barnsteenkust	noun	kuststrook aan de Oostzee ten noordwesten van Kaliningrad (het voormalige Koningsbergen) in de oblast Kaliningrad waar zeer veel barnsteen voorkomt
barnsteenmosklokje	noun	een schimmel Galerina vittiformis uit de familie Hymenogastraceae.
barnsteenmosklokjes	=	barnsteenmosklokje
barnsteenolie	noun	olieachtige stof die door verhitting van barnsteen wordt verkregen
barnsteenslak	noun	een op het land levende longslak Succinea putris
barnsteenslakken	noun	Succineidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
barnsteentje	=	barnsteen
barnsteentjes	=	barnsteen
barnsteenvernis	noun	oorspronkelijk uit barnsteen, tegenwoordig uit colofonium bereide vernis
barnsteenvernissen	=	barnsteenvernis
barnsteenzuren	=	barnsteenzuur
barnsteenzuur	noun	uit barnsteen verkregen zuur
barnsteenzuurtje	=	barnsteenzuur
barnsteenzuurtjes	=	barnsteenzuur
barnstenen	adj	van barnsteen
barnt	=	barnen
barnumachtig	adj	reusachtig, geweldig
barnumachtige	=	barnumachtig
barnumachtiger	=	barnumachtig
barnumachtigere	=	barnumachtig
barnumachtigers	=	barnumachtig
barnumachtigs	=	barnumachtig
barnumachtigst	=	barnumachtig
barnumachtigste	=	barnumachtig
barnumreclame	noun	overdreven aanprijzing van een product of dienst van matige kwaliteit
barnumreclames	=	barnumreclame
baroech	adj	gezegend
barograaf	noun	zelfregistrerende barometer
barografen	=	barograaf
barogram	noun	door een barograaf opgetekende registratie van de luchtdruk
barogrammen	=	barogram
barogrammetje	=	barogram
barogrammetjes	=	barogram
barok	adj	onregelmatig, grillig, vreemd gevormd of overladen	noun	een 17e eeuwse kunststroming die er naar streeft grootste, dramatische momenten en beweging uit te drukken
barokke	=	barok
barokker	=	barok
barokkere	=	barok
barokkers	=	barok
barokkunst	noun	kunst uit de 17de en 18de eeuw die gekenmerkt wordt door een overdaad van vorm en heftigheid van gevoelsuitdrukking
barokkunsten	=	barokkunst
barokmuziek	noun	westerse, klassieke, gecomponeerde muziek uit de periode 1600 - 1750
baroks	=	barok
barokschilder	noun	schilder die schildert in de stijl van de barok
barokschilders	=	barokschilder
barokst	=	barok
barokste	=	barok
barokstijl	noun	manier van decoreren die gekenmerkt wordt door overdaad van vorm en heftigheid van gevoelsuitdrukking
barokstijlen	=	barokstijl
baroktijd	noun	periode van 1600 tot 1750
baroktuin	noun	omheind stuk grond waar planten in symmetrische vormen zijn geplant en gesnoeid, zoals dat mode was in siertuinen uit de 17e eeuw
baroktuinen	=	baroktuin
baroktuintje	=	baroktuin
baroktuintjes	=	baroktuin
barolo	noun	droge rode wijn uit de omgeving van de gelijknamige plaats in de Italiaanse regio Piëmont
barolo's	=	barolo
barometer	noun	een instrument dat de luchtdruk meet, weerglas
barometers	=	barometer
barometertje	=	barometer
barometertjes	=	barometer
barometrisch	adj	op de (meting van de) luchtdruk betrekking hebbend of op een barometer
barometrische	=	barometrisch
barometrischer	=	barometrisch
barometrischere	=	barometrisch
barometrischers	=	barometrisch
baron	noun	adellijke titel, in rang tussen jonkheer en burggraaf
barones	noun	vrouwelijke baron
baronesje	=	barones
baronesjes	=	barones
baronesse	noun	een vrouwelijke baron
baronessen	=	barones
baronessetje	=	baronesse
baronessetjes	=	baronesse
baronet	noun	laagste erfelijke, adellijke titel in Groot-Brittannië
baronetten	=	baronet
baronie	noun	vrije heerlijkheid (adellijk grondbezit) van een baron, landvorm die ontstond in de Benelux in de 15e- en 16e eeuw voornamelijk in de regio Noord-Brabant tot aan België
baronietje	=	baronie
baronietjes	=	baronie
baronieën	=	baronie
baronnen	=	baron
baronnenkind	noun	zoon of dochter van een baron of barones
baronnenkinderen	=	baronnenkind
baronnenkindje	=	baronnenkind
baronnenkindjes	=	baronnenkind
baronnentitel	noun	de adellijke titel van baron
baronnentitels	=	baronnentitel
baronnetje	=	baron
baronnetjes	=	baron
barons	=	baron
baroreceptor	noun	drukgevoelige receptor
baroreceptoren	=	baroreceptor
baroreceptors	=	baroreceptor
baroreceptortje	=	baroreceptor
baroreceptortjes	=	baroreceptor
baroscoop	noun	toestel om het gewichtsverlies van lichamen in gassen aan te tonen
baroscopen	=	baroscoop
barotrauma	noun	lichamelijk letsel door snel veranderende atmosferische druk b.v. bij duikers die te snel opstijgen
barouchet	noun	licht, vierwielig rijtuig
barouchetten	=	barouchet
barpersoneel	noun	mensen die gasten aan de toog bedienen
barpianist	noun	iemand die in een café achtergrondmuziek maakt door op een piano te spelen
barpianisten	=	barpianist
barplassen	verb	urineren tegen een bar in een café
barplassend	=	barplassen
barplassende	=	barplassen
barplasser	noun	persoon die in een café tegen de bar plast
barplassers	=	barplasser
barquette	noun	bakje van bladerdeeg met vulling
barquettes	=	barquette
barrabandparkiet	noun	Polytelis swainsonii een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
barrabandparkieten	=	barrabandparkiet
barrabandparkietje	=	barrabandparkiet
barrabandparkietjes	=	barrabandparkiet
barracuda	noun	benaming voor baarsachtige zeeroofvissen uit het geslacht Sphyraena
barracuda's	noun	een familie Sphyraenidae van baarsachtige vissen.
barracudaatje	=	barracuda
barracudaatjes	=	barracuda
barracudina's	noun	een familie Paralepididae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
barrage	noun	een versperring
barrages	=	barrage
barragetje	=	barrage
barragetjes	=	barrage
barramundi	noun	Lates calcarifer een straalvinnige vis uit de familie van reuzenbaarzen (Latidae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
barramundi's	=	barramundi
barrancapiewie	noun	Contopus lugubris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
barrancapiewies	=	barrancapiewie
barrancapiewietje	=	barrancapiewie
barrancapiewietjes	=	barrancapiewie
barranco	noun	een kloof in vulkanische gebieden die is ontstaan na afkoeling van de magma en erosie
barranco's	=	barranco
barrancootje	=	barranco
barrancootjes	=	barranco
barre	noun	horizontaal rondhout aan de muur voor balletoefeningen
barreer	=	barreren
barreerde	=	barreren
barreerden	=	barreren
barreert	=	barreren
barrel	noun	slechte, tweedehands fiets of auto
barrelhouse	noun	een muziekgenre
barrels	=	barrel
barreltje	=	barrel
barreltjes	=	barrel
barren	=	barre
barrer	=	bar
barrere	=	bar
barreren	verb	een paard tijdens het springen met opzet laten stoten tegen de hindernis door het optillen van een dunne balk met als doel het paard hoger te laten springen
barrerend	=	barreren
barrerende	=	barreren
barrers	=	bar
barres	=	barre
barretje	=	bar
barretjes	=	bar
barrevoeter	noun	persoon die op blote voeten loopt
barrevoeters	=	barrevoeter
barrevoetertje	=	barrevoeter
barrevoetertjes	=	barrevoeter
barrevoets	adv	met of op blote voeten
barrevoetster	=	barrevoeter
barricade	noun	straatversperring die de doorgang door een straat onmogelijk maakt
barricadeer	=	barricaderen
barricadeerde	=	barricaderen
barricadeerden	=	barricaderen
barricadeeren	=	barricaderen
barricadeert	=	barricaderen
barricaden	=	barricade
barricadere	=	barricaderen
barricaderen	verb	het versperren van de doorgang door middel van een barricade of andere hindernis
barricaderend	=	barricaderen
barricaderende	=	barricaderen
barricades	=	barricade
barricadetje	=	barricade
barricadetjes	=	barricade
barring	noun	reserve rondhout op een schip
barringen	=	barring
barrique	noun	vat van ongeveer 225 liter, meestal gemaakt van eikenhout, gebruikt voor de fermentatie en rijping van wijn
barriques	=	barrique
barrière	noun	begrenzing, bescherming, belemmering
barrièrerif	noun	langgerekte afzetting van koraal die na eeuwen op grotere afstand langs een kust is ontstaan
barrièreriffen	=	barrièrerif
barrières	=	barrière
barrièretje	=	barrière
barrièretjes	=	barrière
barrièrevrij	adj	geen barrières hebbend
barrièrevrije	=	barrièrevrij
barrièrevrijer	=	barrièrevrij
barrièrevrijere	=	barrièrevrij
barrièrevrijers	=	barrièrevrij
barrièrevrijs	=	barrièrevrij
barrièrevrijst	=	barrièrevrij
barrièrevrijste	=	barrièrevrij
bars	adj	onverbiddelijk, onvriendelijk, boos, nors
bars-restaurants	=	bar-restaurant
barse	=	bars
barser	=	bars
barsere	=	bars
barsers	=	bars
barsheden	=	barsheid
barsheid	noun	het boos, lomp en onvriendelijk zijn
barslet	noun	slet die in een bar opereert
barsletje	=	barslet
barsletjes	=	barslet
barsletten	=	barslet
barst	noun	breuklijn in een breekbaar voorwerp
barste	=	bar
barsten	verb	heftig breken of uiteenspatten
barstend	adj	met heel veel
barstende	=	barsten
barstends	=	barstend
barstendst	=	barstend
barstens	noun	genitief van barsten
barstensvol	adj	zo vol dat het zou kunnen barsten
barstensvolle	=	barstensvol
barstensvols	=	barstensvol
barstje	=	barst
barstjes	=	barst
barstte	=	barsten
barstten	=	barsten
bartafel	noun	tafel waaraan men kan staan of met hoge krukken aan kan zitten
bartafels	=	bartafel
bartafeltje	=	bartafel
bartafeltjes	=	bartafel
bartender	noun	iemand die achter de bar staat en drankjes voor de gasten inschenkt
bartenders	=	bartender
bartendertje	=	bartender
bartendertjes	=	bartender
barusanbuulbuul	noun	Alcurus tympanistrigus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
barusanbuulbuuls	=	barusanbuulbuul
barusanbuulbuultje	=	barusanbuulbuul
barusanbuulbuultjes	=	barusanbuulbuul
barvoets	adv	met of op blote voeten
barvoetse	=	barvoets
barvrouw	noun	vrouwelijke barkeeper, serveerster in een café
barvrouwen	=	barvrouw
baryon	noun	een uit drie quarks bestaand subatomair deeltje
baryonen	=	baryon
baryongetal	noun	het totaal aantal baryonen
barzoi	noun	oud Russisch hondenras, behorende tot de windhonden
barzois	=	barzoi
bas	noun	zanger met een basstem, baszanger
bas-buffo	noun	beweeglijke basstem voor komische rollen
bas-buffo's	=	bas-buffo
bas-reliëf	noun	een beeldhouwmethode waarbij de weergegeven voorstelling vrij ondiep uitgewerkt is
bas-reliëffotografie	noun	het vervaardigen van foto's die de illusie van een reliëf geven
bas-reliëffotografietje	=	bas-reliëffotografie
bas-reliëffotografietjes	=	bas-reliëffotografie
bas-reliëffotografieën	=	bas-reliëffotografie
bas-reliëfs	=	bas-reliëf
basaal	adj	fundamenteel
basaalcelcarcinomen	=	basaalcelcarcinoom
basaalcelcarcinoom	noun	vorm van huidkanker die zelden uitzaait
basaalcelcarcinoompje	=	basaalcelcarcinoom
basaalcelcarcinoompjes	=	basaalcelcarcinoom
basaalcelkanker	noun	vorm van huidkanker die vrijwel nooit uitzaaiingen vormt
basaalcelkankers	=	basaalcelkanker
basaalmetabolisme	noun	stofwisseling van een organisme die de minimale hoeveelheid energie oplevert die noodzakelijk is voor de primaire levensprocessen
basaals	=	basaal
basaalst	=	basaal
basaalste	=	basaal
basale	=	basaal
basaler	=	basaal
basalere	=	basaal
basalers	=	basaal
basaliomen	=	basalioom
basalioom	noun	vorm van huidkanker die zelden uitzaait
basalioompje	=	basalioom
basalioompjes	=	basalioom
basalt	noun	een mafisch vulkanisch stollingsgesteente dat gevormd wordt door de stolling van lava of magma
basalten	adj	uit basalt bestaand
basaltgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7012 ( )	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7012 ( )
basaltgrijze	=	basaltgrijs
basaltisch	adj	met betrekking tot basalt
basaltische	=	basaltisch
basaltischer	=	basaltisch
basaltischere	=	basaltisch
basaltischers	=	basaltisch
basalttapuit	noun	Oenanthe warriae een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
basalttapuiten	=	basalttapuit
basalttapuitje	=	basalttapuit
basalttapuitjes	=	basalttapuit
basar	noun	vlees
basaria	noun	solo zangstuk voor een zanger met een basstem
basaria's	=	basaria
basblokfluit	noun	een eenvoudig houten blaasinstrument dat, via een S-bocht, recht voor de mond wordt bespeeld
basblokfluiten	=	basblokfluit
basblokfluitje	=	basblokfluit
basblokfluitjes	=	basblokfluit
bascule	noun	een weegschaal die gebaseerd is op het principe van een hefboom
basculebrug	noun	een brug die open klapt met een behulp van een contragewicht
basculebruggen	=	basculebrug
basculebruggetje	=	basculebrug
basculebruggetjes	=	basculebrug
basculebrugje	=	basculebrug
basculebrugjes	=	basculebrug
bascules	=	bascule
basculesluiting	noun	spanjoletsluiting aan balkondeuren enz., waarbij de stang uit twee delen bestaat, waarvan het ene naar beneden en het andere naar boven beweegt
basculesluitingen	=	basculesluiting
basculetje	=	bascule
basculetjes	=	bascule
bascuultje	=	bascule
bascuultjes	=	bascule
basdrum	noun	grote trommel met een lage toon die men gebruikt voor het aangeven van het ritme
basdrums	=	basdrum
base	noun	stof die een of meer hydroxylgroepen bevat en in een waterige oplossing OH-ionen afsplitst: arrheniusbase
baseball	noun	bal waarmee honkbal wordt gespeeld
baseballbat	noun	knuppel waarmee de slagman de bal, die geworpen is door de werper, kan slaan bij honkbal
baseballbats	=	baseballbat
baseballcap	noun	pet met grote zonneklep die oorspronkelijk vooral door honkbalspelers werd gedragen
baseballcaps	=	baseballcap
baseballcoach	noun	begeleider/trainer van een honkbalteam
baseballcoaches	=	baseballcoach
baseballde	=	baseballen
baseballden	=	baseballen
baseballe	=	baseballen
baseballen	verb	spelen van honkbal
baseballend	=	baseballen
baseballende	=	baseballen
baseballpet	noun	pet die een honkbalspeler draagt tijdens het honkbalspelen
baseballpetje	=	baseballpet
baseballpetjes	=	baseballpet
baseballpetten	=	baseballpet
baseballs	=	baseball
baseballt	=	baseballen
basede	=	basen
baseden	=	basen
baseer	=	baseren
baseerde	=	baseren
baseerden	=	baseren
baseert	=	baseren
basejump	noun	sprong met een parachute vanaf een hoge vaste locatie zoals bijvoorbeeld een toren of berg
basejumpen	verb	een vorm van parachutespringen waarbij men springt vanaf een hoog punt op aarde, zoals een gebouw of berg
basejumpende	=	basejumpen
basejumper	noun	persoon die vanaf een hoog vast punt met een parachute naar beneden springt
basejumpers	=	basejumper
basejumps	=	basejump
baseline	noun	een van de twee achterlijnen van een tennisveld
baseliner	noun	tennisser die vooral krachtig vanaf de achterlijn defensief kan spelen
baseliners	=	baseliner
baselines	=	baseline
basement	noun	onderste stuk waarop het opstaande deel rust van een pilaar, zuil of voorwerp dat daarop lijkt
basementen	=	basement
basen	verb	high worden van cocaïne(damp) door het te roken met een waterpijp
basenachtig	adj	met de eigenschappen van een base (loog)
basenachtige	=	basenachtig
basenachtiger	=	basenachtig
basenachtigere	=	basenachtig
basenachtigers	=	basenachtig
basenachtigs	=	basenachtig
basenachtigst	=	basenachtig
basenachtigste	=	basenachtig
basend	=	basen
basende	=	basen
basere	=	baseren
baseren	verb	~ op: gronden, doen steunen
baserend	=	baseren
baserende	=	baseren
bases	=	basis
baset	=	basen
basetje	=	base
basfluit	noun	een dwarsfluit die gestemd is in C, maar die een octaaf lager klinkt dan genoteerd
basfluiten	=	basfluit
basgitaar	noun	een gewoonlijk elektrisch of elektronisch versterkt viersnarig instrument met een lage ligging
basgitaartje	=	basgitaar
basgitaartjes	=	basgitaar
basgitaren	=	basgitaar
basgitarist	noun	een musicus die basgitaar speelt
basgitaristen	=	basgitarist
basgitaristje	=	basgitarist
basgitaristjes	=	basgitarist
bash	=	bashen
bashe	=	bashen
bashen	verb	bekritiseren op een beledigende manier
bashend	=	bashen
bashende	=	bashen
bashing	noun	iemand onnodig hard afraken of bekritiseren
bashoorn	noun|obsolete	blaasinstrument met een lage toon
bashoornen	=	bashoorn
bashoorns	=	bashoorn
basht	=	bashen
bashte	=	bashen
bashten	=	bashen
basic	noun	eenvoudig te leren computertaal (Beginners All-purpose Symbolic Instruction Code)	adj	met alleen het hoogst nodige; zonder extra's
basiciteit	noun	de mate van basisch zijn van een oplossing
basics	noun	een collectie van eenvoudige, tijdloze kledingstukken die de fundering vormen van een veelzijdige garderobe.
basilanvliegenvanger	noun	Ficedula basilanica een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
basilanvliegenvangers	=	basilanvliegenvanger
basilanvliegenvangertje	=	basilanvliegenvanger
basilanvliegenvangertjes	=	basilanvliegenvanger
basilica	noun	eretitel toegekend aan kerkgebouwen die van bijzondere religieuze betekenis zijn
basilica's	=	basilica
basilicaal	adj	als bij een basilica
basilicaals	=	basilicaal
basilicaalst	=	basilicaal
basilicaalste	=	basilicaal
basilicaatje	=	basilica
basilicale	=	basilicaal
basilicaler	=	basilicaal
basilicalere	=	basilicaal
basilicalers	=	basilicaal
basilicum	noun	bepaald soort plant, Ocimum basilicum, een keukenkruid
basilicumpje	=	basilicum
basilicums	=	basilicum
basiliek	noun	een ere-titel voor een Katholieke Kerk.
basilieken	=	basiliek
basiliekje	=	basiliek
basiliekjes	=	basiliek
basilisk	noun	fabeldier, slangdraak, volgens het bijgeloof zo giftig dat zelfs zijn blik iemand doden kan
basilisken	noun	een geslacht Basiliscus van hagedissen uit de familie Corytophanidae.
basiliskje	=	basilisk
basioniem	noun	een synoniem waarop een latere naam is gebaseerd
basioniemen	=	basioniem
basioniempje	=	basioniem
basioniempjes	=	basioniem
basis	noun	grondslag
basisaanbod	noun	het meest noodzakelijke aanbod; het fundamentele aanbod
basisadministratie	noun	vastlegging van essentiële basisgegevens die men nodig heeft voor het voeren van andere administraties
basisadministraties	=	basisadministratie
basisakkoord	noun	elk van de 7 akkoorden (A,B,C,D,E,F,G) waarmee men de meeste liedjes op een gitaar kan begeleiden
basisakkoorden	=	basisakkoord
basisakkoordje	=	basisakkoord
basisakkoordjes	=	basisakkoord
basisarts	noun	arts die een universitaire studie heeft afgerond, maar zich niet specialiseerde in de huisartsengeneeskunde of een ander medisch specialisme
basisartsen	=	basisarts
basisassortiment	noun	verzameling standaard producten die een leverancier altijd kan leveren
basisassortimenten	=	basisassortiment
basisbedrag	noun	bedrag waarmee men begint zonder mogelijke aanvullingen
basisbedragen	=	basisbedrag
basisbedragje	=	basisbedrag
basisbedragjes	=	basisbedrag
basisbehandeling	noun	eerste, fundamentele behandeling die gericht is op essentiële verzorging, reiniging of onderhoud, vaak zonder ingrijpende extra's.
basisbehandelingen	=	basisbehandeling
basisbehandelingetje	=	basisbehandeling
basisbehandelingetjes	=	basisbehandeling
basisbehoefte	noun	Wat men écht nodig heeft om te overleven.
basisbehoeften	=	basisbehoefte
basisbehoeftes	=	basisbehoefte
basisbeperking	noun	nauwere begrenzing van mogelijkheden die als uitgangspunt wordt gebruikt
basisbeperkingen	=	basisbeperking
basisberaad	noun	behartigtings organisatie die individueel en collectief de belangen van kwetsbare personen binnen de geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke opvang en verslavingszorg beschermt
basisberoepsopleiding	noun	MBO-opleiding op niveau 2, gericht op het aanleren van uitvoerende, praktische beroepsvaardigheden.
basisberoepsopleidingen	=	basisberoepsopleiding
basisberoepsopleidinkje	=	basisberoepsopleiding
basisberoepsopleidinkjes	=	basisberoepsopleiding
basisbeurs	noun	standaard financiële vergoeding in Nederland voor vier jaar studeren aan het hoger onderwijs
basisbeursje	=	basisbeurs
basisbeursjes	=	basisbeurs
basisbeurzen	=	basisbeurs
basisbeweging	noun	Een verzamelnaam voor onafhankelijke, kritische gemeenschappen binnen de joods-christelijke traditie.
basisbewegingen	=	basisbeweging
basisbeweginkje	=	basisbeweging
basisbeweginkjes	=	basisbeweging
basisboek	noun	het belangrijkste boek van een methode, zoals een leerboek dat de grondbeginselen van een vak behandelt
basisboeken	=	basisboek
basisboekje	=	basisboek
basisboekjes	=	basisboek
basisch	adj	werkend als een scheikundige stof die H+ ionen kan binden, of in water opgelost aanleiding geeft tot OH- ionen
basische	=	basisch
basischemicaliën	noun	grondstoffen die men gebruikt voor het maken van meer complexe chemische producten
basischemie	noun	industrie die zich richt op het maken van chemische grondstoffen die gebruikt worden voor het maken van complexere chemische producten
basischer	=	basisch
basischere	=	basisch
basischers	=	basisch
basiscommandant	noun	leidinggevende van een militaire standplaats
basiscommandanten	=	basiscommandant
basisconcept	noun	de grondslag van iets, de grondgedachte van iets
basisconcepten	=	basisconcept
basisconditie	noun	de algemene lichamelijke toestand van een sporter
basiscondities	=	basisconditie
basiscontract	noun	standaard contract zonder extra's
basiscontracten	=	basiscontract
basiscontractje	=	basiscontract
basiscontractjes	=	basiscontract
basiscursus	noun	een lesprogramma om de beginselen van iets te leren
basiscursusje	=	basiscursus
basiscursusjes	=	basiscursus
basiscursussen	=	basiscursus
basisdemocratie	noun	een vorm van democratie waarin zo veel mogelijk beslissingen actief door het kiesbevoegde volk worden genomen in plaats van beslissingen door volksvertegenwoordigers
basisdemocratieën	=	basisdemocratie
basisdienstregeling	noun	een sterk versoberde dienstregeling van het openbaar vervoer
basisdienstregelingen	=	basisdienstregeling
basisdienstregelingetje	=	basisdienstregeling
basisdienstverlening	noun	de standaard dienstverlening die man van een bedrijf ontvangt zonder extra's
basisdienstverleningen	=	basisdienstverlening
basisding	noun	iets dat heel essentieel is; iets dat behoort tot de eerste levensbehoeften
basisdingen	=	basisding
basisdingetje	=	basisding
basisdingetjes	=	basisding
basisdocument	noun	document dat ten grondslag ligt aan andere documenten
basisdocumenten	=	basisdocument
basiseducatie	noun	elementaire algemene ontwikkeling voor ouderen die het niet eerder geleerd hebben
basiseducaties	=	basiseducatie
basiseenheden	=	basiseenheid
basiseenheid	noun	elementaire eenheid waar andere eenheden van afgeleid kunnen worden
basiseis	noun	minimale voorwaarden waaraan iets moet voldoen
basiseisen	=	basiseis
basiselement	noun	bestanddeel dat niet gemist kan worden
basiselementen	=	basiselement
basiself	noun	de elf spelers waarmee men een voetbalwedstrijd begint
basiselftal	noun	het standaardelftal waarop later nog wijzigingen kunnen worden aangebracht
basiselftallen	=	basiselftal
basisexamen	noun	een eerste toets in het begin van een studie; afsluitende toets van een beginnerscursus
basisexamens	=	basisexamen
basisexamentje	=	basisexamen
basisexamentjes	=	basisexamen
basisfilosofie	noun	de gedachte die de grondslag vormt voor het handelen van iets of iemand
basisfilosofieën	=	basisfilosofie
basisformatie	noun	de groep spelers waarmee men een wedstrijd begint
basisformaties	=	basisformatie
basisformule	noun	de basis opzet van werkwijze
basisformules	=	basisformule
basisformuletje	=	basisformule
basisformuletjes	=	basisformule
basisfunctie	noun	primaire taak van iets of iemand
basisfuncties	=	basisfunctie
basisgebruiker	noun	iemand die de beginselen van iets kan toepassen
basisgebruikers	=	basisgebruiker
basisgebruikertje	=	basisgebruiker
basisgebruikertjes	=	basisgebruiker
basisgedachte	noun	het belangrijkste idee waarop andere denkbeelden gebaseerd zijn
basisgedachten	=	basisgedachte
basisgedachtes	=	basisgedachte
basisgegeven	noun	een wezenlijk gegeven dat aan de basis staat van alle volgende
basisgegevens	=	basisgegeven
basisgegeventje	=	basisgegeven
basisgegeventjes	=	basisgegeven
basisgevoel	noun	de begin gevoelens; de gevoelens die de grondslag vormen van andere gevoelens
basisgewicht	noun	het begin gewicht van iets waar dan later nog het variabele gewicht aan wordt toegevoegd
basisgezondheidszorg	noun	eenvoudige niet specialistische, voor iedereen toegankelijke medische zorg
basisgezondheidszorgen	=	basisgezondheidszorg
basisgoed	noun	iets dat men als elementair voor het voortbestaan beschouwt
basisgoederen	noun	goederen die men als elementair voor het voortbestaan beschouwt en die daarom volgens sommige regeringen betaalbaar moeten blijven
basishouding	noun	de essentie van de opstelling en gedragslijn
basishoudingen	=	basishouding
basishoudinkje	=	basishouding
basishoudinkjes	=	basishouding
basisidee	noun	fundamentele gedachte
basisideeën	=	basisidee
basisindustrie	noun	bedrijven die grondstoffen verwerken en daar industriële producten van maken, zoals staal, plastic en chemicaliën, vormen de basisindustrie
basisindustrieën	=	basisindustrie
basisinformatie	noun	start informatie waaraan later meer specifieke informatie kan worden toegevoegd
basisinfrastructuren	=	basisinfrastructuur
basisinfrastructuur	noun	de essentiële voorzieningen zoals (spoor)wegen, vliegvelden, havens, bekabeling, riolering enzovoort
basisingrediënt	noun	belangrijkste bestanddeel (om iets te maken of te koken)
basisingrediënten	=	basisingrediënt
basisinkomen	noun	uitkering die van staatswege wordt verstrekt, ook als men niet werkt (individueel, onconditioneel)
basisinkomens	=	basisinkomen
basisinkomentje	=	basisinkomen
basisinvestering	noun	begin investering
basisinvesteringen	=	basisinvestering
basisinvesterinkje	=	basisinvestering
basisinvesterinkjes	=	basisinvestering
basisjaar	noun	jaar dat men tot grondslag van vergelijking kiest voor statistieken enz
basisjaren	=	basisjaar
basisje	=	basis
basisjes	=	basis
basiskamp	noun	hoofdkamp waar al het materiaal bewaard wordt
basiskampen	=	basiskamp
basiskampje	=	basiskamp
basiskampjes	=	basiskamp
basiskenmerk	noun	de belangrijkste, kenmerkende eigenschappen van iets of iemand
basiskenmerken	=	basiskenmerk
basiskennis	noun	de eerste beginselen van een onderwerp of vakgebied beheersen
basiskleding	noun	een collectie van eenvoudige, tijdloze kledingstukken die de fundering vormen van een veelzijdige garderobe.
basiskleur	noun	de grondkleur van iets waar later accenten aan kunnen worden toegevoegd
basiskleuren	=	basiskleur
basiskleurtje	=	basiskleur
basiskleurtjes	=	basiskleur
basiskwaliteit	noun	de minimaal noodzakelijke kwaliteit
basiskwaliteiten	=	basiskwaliteit
basislijn	noun	de lijn die de zee scheidt van het land en de binnenwateren
basislijnen	=	basislijn
basislijntje	=	basislijn
basislijntjes	=	basislijn
basislonen	=	basisloon
basisloon	noun	loon zonder extra toeslagen of bonussen
basisloontje	=	basisloon
basisloontjes	=	basisloon
basismand	noun	verzamelnaam voor alle basisproducten die vallen onder de wettelijk vastgestelde maximumprijzen op de Antillen
basismanden	=	basismand
basismateriaal	noun	de onbewerkte grondstof die men kan gaan bewerken om tot een product te komen
basismaterialen	=	basismateriaal
basismetaal	noun	metallurgische industrie; de industrie die metalen produceert
basismetalen	=	basismetaal
basismodel	noun	het eenvoudigste model van een bepaald soort product zonder enige extra toevoeging
basismodellen	=	basismodel
basisnet	noun	belangrijkste wegen, spoorwegen en waterwegen voor het vervoer van bepaalde zaken
basisnetten	=	basisnet
basisniveau	noun	de conditie waarmee men begint voordat men (extra) gaat trainen
basisniveaus	=	basisniveau
basisnorm	noun	de minimale eisen waaraan iets moet voldoen
basisnormen	=	basisnorm
basisonderwijs	noun	reguliere scholing voor kinderen van 4 tot 12 jaar, dat op de basisschool gegeven wordt
basisonderzoek	noun	onderzoek dat de grondslag vormt voor meer specifiek onderzoek
basisonderzoeken	=	basisonderzoek
basisontwerp	noun	oorspronkelijk ontwerp zonder verdere wijzigingen of aanvullingen
basisontwerpen	=	basisontwerp
basisopleiding	noun	algemene opleiding voor beginners die zich later kunnen specialiseren of dieper op de stof in kunnen gaqan
basisopleidingen	=	basisopleiding
basisopleidinkje	=	basisopleiding
basisopleidinkjes	=	basisopleiding
basisopstelling	noun	standaard lijst van spelers en hun posities die spelen in een wedstrijd, waarop later nog wijzigingen aangebracht kunnen worden
basisopstellingen	=	basisopstelling
basispaadje	=	basispad
basispaadjes	=	basispad
basispad	noun	het geheel van bestaand en bepaald gepland beleid dat als referentie wordt gebruikt bij het doorrekenen van de financiële gevolgen (per jaar voor enkele komende jaren, en structureel) van een wijziging
basispaden	=	basispad
basispakket	noun	meest elementaire pakket van iets (verzekering etc.) met de minste inhoud en de laagste prijs
basispakketje	=	basispakket
basispakketjes	=	basispakket
basispakketten	=	basispakket
basispastoraat	noun	geestelijke zorg die gericht is op de gelovigen zelf; geestelijke zorg op het laagste hiërarchische niveau
basispastoraten	=	basispastoraat
basispensioen	noun	pensioen zonder aanvullingen
basispensioenen	=	basispensioen
basispensioentje	=	basispensioen
basispensioentjes	=	basispensioen
basisplaats	noun	een lid van een groep sporters waarmee men een wedstrijd begint; lid van de basisformatie
basisplaatsen	=	basisplaats
basisplan	noun	plan dat de grondslag vormt voor de gehele aanpak van iets
basisplannen	=	basisplan
basisplannetje	=	basisplan
basisplannetjes	=	basisplan
basisploeg	noun	standaard team waarop later nog wijzigingen kunnen worden aangebracht
basisploegen	=	basisploeg
basisploegje	=	basisploeg
basisploegjes	=	basisploeg
basispolis	noun	de meest eenvoudige verzekering zonder extra dekkingen
basispolissen	=	basispolis
basispolitiezorg	noun	de primaire werkzaamheden die politieagenten doen, waaronder hulpverlening, handhaving, controles, opsporing
basispremie	noun	het geld dat men moet betalen voor een verzekering met de minimaal vereiste dekking
basispremies	=	basispremie
basisprijs	noun	de prijs van iets zonder extra's of toeslagen
basisprijsje	=	basisprijs
basisprijsjes	=	basisprijs
basisprijzen	=	basisprijs
basisprincipe	noun	grondbeginsel
basisprincipes	=	basisprincipe
basisprobleem	noun	de fundamentele oorzaak van veel andere moeilijkheden
basisprobleempje	=	basisprobleem
basisprobleempjes	=	basisprobleem
basisproblemen	=	basisprobleem
basisproduct	noun	de meest kale vorm van een product of dienst
basisproducten	=	basisproduct
basisproductiviteit	noun	hoeveelheid resultaat die per hoeveelheid productiemiddel ontstaat zonder speciale maatregelen om haar te verhogen of verstoringen die haar verlagen
basisprogramma	noun	wat minimaal nodig is
basisprogramma's	=	basisprogramma
basisprogrammaatje	=	basisprogramma
basisprogrammaatjes	=	basisprogramma
basispunt	noun	een honderdste deel van een procent/procentpunt, weergegeven met symbool ‱.
basispunten	=	basispunt
basispuntje	=	basispunt
basispuntjes	=	basispunt
basisrecht	noun	een fundamentele aanspraak op iets die men altijd kan maken
basisrechten	=	basisrecht
basisregel	noun	elementaire regel (de beginselen of grondslagen betreffend)
basisregeling	noun	regeling waarop later nog aanvullingen en wijzigingen gemaakt kunnen worden
basisregelingen	=	basisregeling
basisregels	=	basisregel
basisregistratie	noun	een registratie van basale gegevens zoals bijv. plaatsvindt in de Gemeentelijke basisadministratie (GBA)
basisregistraties	=	basisregistratie
basisregistratietje	=	basisregistratie
basisregistratietjes	=	basisregistratie
basisrente	noun	de marktrente die een bank in rekening brengt bij nieuwe hypotheken zonder een risico-opslag
basisrenten	=	basisrente
basisrentes	=	basisrente
basissalaris	noun	salaris zonder extra toeslagen of bonussen
basissalarisje	=	basissalaris
basissalarisjes	=	basissalaris
basissalarissen	=	basissalaris
basisscenario	noun	een draaiboek waarop later nog wijzigingen en aanvullingen gemaakt kunnen worden
basisscenario's	=	basisscenario
basisscholen	=	basisschool
basisscholier	noun	iemand die onderwijs volgt op een basisschool, meestal in de leeftijd van 4-12 jaar
basisscholieren	=	basisscholier
basisscholiertje	=	basisscholier
basisscholiertjes	=	basisscholier
basisschool	noun	een school voor lager onderwijs
basisschooldirecteur	noun	leidinggevende van een basisschool
basisschooldirecteuren	=	basisschooldirecteur
basisschooldirecteurs	=	basisschooldirecteur
basisschooljeugd	noun	de kinderen die op de basisschool zitten
basisschoolkind	noun	kind dat naar een basisschool gaat
basisschoolkinderen	=	basisschoolkind
basisschoolkindje	=	basisschoolkind
basisschoolkindjes	=	basisschoolkind
basisschoolleeftijd	noun	periode van iemands leven tussen de 4 en 12 jaar
basisschoolleeftijden	=	basisschoolleeftijd
basisschoolleerling	noun	een leerling van het primair onderwijs
basisschoolleerlingen	=	basisschoolleerling
basisschoolleerlingetje	=	basisschoolleerling
basisschoolleerlingetjes	=	basisschoolleerling
basisschoolleraar	noun	iemand die lesgeeft op een school voor leerlingen die tussen de 4 en 12 jaar oud zijn
basisschoolleraars	=	basisschoolleraar
basisschoolleraartje	=	basisschoolleraar
basisschoolleraartjes	=	basisschoolleraar
basisschoolleraren	=	basisschoolleraar
basisschoolopleiding	noun	opleiding tot leraar op een basisschool
basisschoolopleidingen	=	basisschoolopleiding
basisschoolopleidinkje	=	basisschoolopleiding
basisschoolopleidinkjes	=	basisschoolopleiding
basisschooltje	=	basisschool
basisschooltjes	=	basisschool
basissen	=	basis
basisset	noun	de kleinst mogelijke verzameling waarmee je een bepaalde taak kunt uitvoeren zonder allerlei extra's die eventueel later kunnen worden toegevoegd als uitbreiding
basissetje	=	basisset
basissetjes	=	basisset
basissets	=	basisset
basissnelheden	=	basissnelheid
basissnelheid	noun	snelheid die een sporter kan maken zonder extra versnelling
basisspeler	noun	een deelnemer aan een teamsport die vanaf het eerste moment van een wedstrijd, aan de wedstrijd deelneemt
basisspelers	=	basisspeler
basisstation	noun	thuisbasis
basisstationnetje	=	basisstation
basisstationnetjes	=	basisstation
basisstations	=	basisstation
basisstelsel	noun	sociaal stelsel dat voor alle werkenden geldt
basisstelsels	=	basisstelsel
basisstructuren	=	basisstructuur
basisstructuur	noun	de groep voorzieningen die altijd nodig zijn en waarop later nog extra zaken kunnen worden toegevoegd
basissysteem	noun	grondslag waarop wijzigingen en aanvullingen gemaakt kunnen worden
basissysteempje	=	basissysteem
basissysteempjes	=	basissysteem
basissystemen	=	basissysteem
basistarief	noun	laagste tarief zonder toeslagen
basistariefje	=	basistarief
basistariefjes	=	basistarief
basistarieven	=	basistarief
basisteam	noun	team zoals het meestal is samengesteld
basisteampje	=	basisteam
basisteampjes	=	basisteam
basisteams	=	basisteam
basistekst	noun	document dat als uitgangspunt dient bij verdere studie of activiteiten
basisteksten	=	basistekst
basistraining	noun	beginopleiding die voor iedere militair gelijk is
basistrainingen	=	basistraining
basistraininkje	=	basistraining
basistraininkjes	=	basistraining
basisuitkering	noun	uitkering zonder toeslagen
basisuitkeringen	=	basisuitkering
basisuitrusting	noun	dat wat minimaal nodig is om een taak te kunnen vervullen
basisuitrustingen	=	basisuitrusting
basisvaardigheden	=	basisvaardigheid
basisvaardigheid	noun	een algemene competentie waarop men kan voortbouwen voor meer complexe en specialistische vaardigheden
basisvaardigheidje	=	basisvaardigheid
basisvaardigheidjes	=	basisvaardigheid
basisvariant	noun	de eenvoudigste standaard vorm van iets
basisvarianten	=	basisvariant
basisvariantje	=	basisvariant
basisvariantjes	=	basisvariant
basisveiligheden	=	basisveiligheid
basisveiligheid	noun	het gevoel dat men redelijk beschermd is
basisvergoeding	noun	standaard vergoeding zonder extra's
basisvergoedingen	=	basisvergoeding
basisvergoedinkje	=	basisvergoeding
basisvergoedinkjes	=	basisvergoeding
basisversie	noun	het meest eenvoudige type van iets
basisversies	=	basisversie
basisvertrouwen	noun	het geloof dat iemand in weze te vertrouwen is
basisverzekering	noun	verplichte ziektekostenverzekering voor ingezetenen van Nederland die sinds 1 januari 2006 van kracht is
basisverzekeringen	=	basisverzekering
basisvoedsel	noun	dominante voedingsmiddelen binnen een bepaald voedingspatroon
basisvoorwaarde	noun	het eerste dat nodig is en waar men niet zonder kan
basisvoorwaarden	=	basisvoorwaarde
basisvoorziening	noun	iets wat voor alle mensen van een bepaalde doelgroep beschikbaar moet zijn
basisvoorzieningen	=	basisvoorziening
basisvorm	noun	meest simpele uitvoering van een vorm zonder enige versiering of variatie
basisvormen	=	basisvorm
basisvorming	noun	onderwijsprogramma van de eerste drie leerjaren van alle middelbareschool
basisvormingen	=	basisvorming
basisvormingstoets	noun	verzameling opgaven in de 14 vakken van de basisvorming om na te gaan in hoeverre een leerling de kerndoelen van de eerste jaren van het voortgezet onderwijs bereikt had Invoering van deze toets was onderdeel van het onderwijsbeleid aan het eind van de 20e eeuw, maar bleek in de praktijk op teveel bezwaren te stuiten.
basisvormingstoetsen	=	basisvormingstoets
basisvormpje	=	basisvorm
basisvormpjes	=	basisvorm
basiswaarde	noun	een heel belangrijke norm die de grondslag vormt van een normen en waarde systeem
basiswaarden	=	basiswaarde
basiswaardes	=	basiswaarde
basiswet	noun	een belangrijke wet waaruit andere wetten ontstaan zijn; voorganger van een echte grondwet
basiswetje	=	basiswet
basiswetjes	=	basiswet
basiswetten	=	basiswet
basiswijn	noun	een wijn waarvan men een andere (moesserende) wijn maakt
basiswijnen	=	basiswijn
basiswijntje	=	basiswijn
basiswijntjes	=	basiswijn
basiswoning	noun	de standaarduitvoering van een nieuwbouwhuis.
basiswoningen	=	basiswoning
basiswoninkje	=	basiswoning
basiswoninkjes	=	basiswoning
basiswoord	noun	oorspronkelijke, onveranderde woord waaruit een ander woord is afgeleid, zoals het woord waar je een verkleinwoord van maakt
basiswoorden	=	basiswoord
basiswoordenboek	noun	grootste woordenboek voor kinderen van de basisschool, instapwoordenboek
basiswoordenboeken	=	basiswoordenboek
basiswoordenboekje	=	basiswoordenboek
basiswoordenboekjes	=	basiswoordenboek
basiswoordenlijst	noun	opsomming van alle woorden die men op een bepaald onderwijsniveau minimaal moet kennen
basiswoordenlijsten	=	basiswoordenlijst
basiswoordje	=	basiswoord
basiswoordjes	=	basiswoord
basisziekenhuis	noun	zeer eenvoudig ziekenhuis met alleen een aantal basis voorzieningen
basisziekenhuisje	=	basisziekenhuis
basisziekenhuisjes	=	basisziekenhuis
basisziekenhuizen	=	basisziekenhuis
basiszorg	noun	de medische zorg die door de eerstelijnszorgverleners wordt gegeven
basja	=	basya
basje	=	bas
basjes	=	bas
bask	noun	een inwoner van Baskenland
baskant	noun	de zijde van een muziekinstrument dat de lage tonen produceert
baskanten	=	baskant
basken	=	bask
baskenmuts	noun	plat hoofddeksel dat lijkt op een kleine baret.
baskenmutsen	=	baskenmuts
baskenmutsje	=	baskenmuts
baskenmutsjes	=	baskenmuts
baskerville	noun	lettertype vernoemd naar John Baskerville (1706-1775)
basket	noun	als doel dienende ring met netje
basketbal	noun	sport gespeeld door twee teams van vijf spelers die punten scoren door een bal in de korf van de tegenstander te gooien
basketbalautomaat	noun	apparaat waarbij de speler binnen een bepaalde tijdslimiet zoveel mogelijk ballen door een basket moet zien te gooien
basketbalautomaatje	=	basketbalautomaat
basketbalautomaatjes	=	basketbalautomaat
basketbalautomaten	=	basketbalautomaat
basketbalbond	noun	de overkoepelende sportbond van basketbalverenigingen in een land
basketbalbonden	=	basketbalbond
basketbalbondje	=	basketbalbond
basketbalbondjes	=	basketbalbond
basketbalbord	noun	het verhoogde paneel – vaak gemaakt van kunststof, glasvezel of acryl – waaraan de basketbalring is bevestigd
basketbalborden	=	basketbalbord
basketbalbordje	=	basketbalbord
basketbalbordjes	=	basketbalbord
basketbalclub	noun	vereniging van basketbalspelers
basketbalclubje	=	basketbalclub
basketbalclubjes	=	basketbalclub
basketbalclubs	=	basketbalclub
basketbalcoach	noun	trainer van een basketbal team
basketbalcoaches	=	basketbalcoach
basketbalcompetitie	noun	een serie wedstrijden tussen verschillende basketbalteams om een kampioenschap
basketbalcompetities	=	basketbalcompetitie
basketbalde	=	basketballen
basketbalden	=	basketballen
basketbaldiplomatie	noun	diplomatie die plaatsvindt door het spelen van basketbalwedstrijden
basketbalkorf	noun	het doel bij basketbal waar spelers de bal doorheen moeten gooien om punten te scoren
basketbalkorfje	=	basketbalkorf
basketbalkorfjes	=	basketbalkorf
basketbalkorven	=	basketbalkorf
basketball	noun	verouderde uitspraakvariant van basketbal
basketballe	=	basketballen
basketballen	verb	basketbal spelen
basketballend	=	basketballen
basketballende	=	basketballen
basketballer	noun	iemand basketbal speelt
basketballerij	noun	alles wat te maken heeft het spelen van basketbal
basketballers	=	basketballer
basketballertje	=	basketballer
basketballertjes	=	basketballer
basketballetje	=	basketbal
basketballetjes	=	basketbal
basketballiefhebber	noun	iemand die heel veel houdt van de sport basketbal
basketballiefhebbers	=	basketballiefhebber
basketballiefhebbertje	=	basketballiefhebber
basketballiefhebbertjes	=	basketballiefhebber
basketbalmachientje	=	basketbalmachine
basketbalmachientjes	=	basketbalmachine
basketbalmachine	noun	apparaat waarbij je binnen een tijdslimiet zoveel mogelijk ballen door een basket moet gooien
basketbalmachines	=	basketbalmachine
basketbalmachinetje	=	basketbalmachine
basketbalmachinetjes	=	basketbalmachine
basketbalmatch	noun	een wedstrijd tussen twee basketbalteams
basketbalmatchen	=	basketbalmatch
basketbalmatches	=	basketbalmatch
basketbalmatchje	=	basketbalmatch
basketbalmatchjes	=	basketbalmatch
basketbalnet	noun	het open netje dat aan de metalen ring (de basket) van een basketbalbord hangt
basketbalnetje	=	basketbalnet
basketbalnetjes	=	basketbalnet
basketbalnetten	=	basketbalnet
basketbalpaal	noun	een sportattribuut bij het basketbal dat bestaat uit een verticale paal met basketbalbord, ring en netje
basketbalpaaltje	=	basketbalpaal
basketbalpaaltjes	=	basketbalpaal
basketbalpalen	=	basketbalpaal
basketbalplein	noun	sportveld waarop men basketbal kan spelen
basketbalpleinen	=	basketbalplein
basketbalpleintje	=	basketbalplein
basketbalpleintjes	=	basketbalplein
basketbalploeg	noun	groep basketballers die samen in basketbalwedstrijd spelen tegen een ander basketbalteam
basketbalploegen	=	basketbalploeg
basketbalschoen	noun	speciale schoen voor het spelen van basketbal
basketbalschoenen	=	basketbalschoen
basketbalschoentje	=	basketbalschoen
basketbalschoentjes	=	basketbalschoen
basketbalselectie	noun	ploeg basketbalspelers die uit een grotere groep basketbalspelers is uitgekozen
basketbalselecties	=	basketbalselectie
basketbalspeelster	noun	vrouw die lid is van een basketbalteam
basketbalspeelsters	=	basketbalspeelster
basketbalspeelstertje	=	basketbalspeelster
basketbalspeelstertjes	=	basketbalspeelster
basketbalspeler	noun	sporter die basketbal speelt
basketbalspelers	=	basketbalspeler
basketbalsport	noun	een sport gespeeld door twee teams van vijf spelers die punten scoren door een bal in de korf van de tegenstander te gooien
basketbalstadion	noun	gebouw waarin men basketbalwedstrijden kan houden en bijwonen
basketbalstadionnetje	=	basketbalstadion
basketbalstadionnetjes	=	basketbalstadion
basketbalstadions	=	basketbalstadion
basketbalster	noun	vrouwelijke vorm van basketballer
basketbalsterren	=	basketbalster
basketbalsters	=	basketbalster
basketbalstertje	=	basketbalster
basketbalstertjes	=	basketbalster
basketbalt	=	basketballen
basketbaltalent	noun	iemand met veel aanleg voor basketbal
basketbaltalenten	=	basketbaltalent
basketbaltalentje	=	basketbaltalent
basketbaltalentjes	=	basketbaltalent
basketbalteam	noun	groep basketbalspelers die wedstrijden voor een bepaald club spelen
basketbalteams	=	basketbalteam
basketbalterrein	noun	sportveld waarop men basketbal kan spelen
basketbalterreinen	=	basketbalterrein
basketbalterreintje	=	basketbalterrein
basketbalterreintjes	=	basketbalterrein
basketbaltitel	noun	naam die een basketbalkampioen mag dragen
basketbaltitels	=	basketbaltitel
basketbaltoernooi	noun	evenement met meerdere basketbalwedstrijden
basketbaltoernooien	=	basketbaltoernooi
basketbaltoernooitje	=	basketbaltoernooi
basketbaltoernooitjes	=	basketbaltoernooi
basketbalveld	noun	het speelveld voor basketbal
basketbalvelden	=	basketbalveld
basketbalveldje	=	basketbalveld
basketbalveldjes	=	basketbalveld
basketbalvereniging	noun	een sportclub waar de basketbalsport beoefend wordt
basketbalverenigingen	=	basketbalvereniging
basketbalverenigingetje	=	basketbalvereniging
basketbalverenigingetjes	=	basketbalvereniging
basketbalwedstrijd	noun	een wedstrijd basketbal tussen twee basketbalteams
basketbalwedstrijden	=	basketbalwedstrijd
basketbalwedstrijdje	=	basketbalwedstrijd
basketbalwedstrijdjes	=	basketbalwedstrijd
basketbalwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het basketballen
basketbalwerelden	=	basketbalwereld
basketmatch	noun	een wedstrijd tussen twee basketbalteams
basketmatchen	=	basketmatch
basketmatches	=	basketmatch
basketmatchje	=	basketmatch
basketmatchjes	=	basketmatch
basketpaal	noun	een sportattribuut bij het basketbal dat bestaat uit een verticale paal met basketbalbord, ring en netje
basketpaaltje	=	basketpaal
basketpaaltjes	=	basketpaal
basketpalen	=	basketpaal
basketplein	noun	sportveld waarop men basketbal kan spelen
basketpleinen	=	basketplein
basketpleintje	=	basketplein
basketpleintjes	=	basketplein
basketring	noun	ring waar de bal doorheen moet
basketringen	=	basketring
baskets	=	basket
basketspeler	noun	sporter die basketbal speelt
basketspelers	=	basketspeler
basketspelertje	=	basketspeler
basketspelertjes	=	basketspeler
baskette	=	basketten
basketten	verb	basketbal spelen
baskettend	=	basketten
baskettende	=	basketten
basketter	noun	iemand die basketbal speelt
basketterrein	noun	sportveld waarop men basketbal kan spelen
basketterreinen	=	basketterrein
basketterreintje	=	basketterrein
basketterreintjes	=	basketterrein
basketters	=	basketter
basketveld	noun	sportveld waarop men basketbal kan spelen
basketvelden	=	basketveld
basketveldje	=	basketveld
basketveldjes	=	basketveld
basketwedstrijd	noun	een wedstrijd tussen twee basketbalteams
basketwedstrijden	=	basketwedstrijd
basketwedstrijdje	=	basketwedstrijd
basketwedstrijdjes	=	basketwedstrijd
baskiet	noun	rieten mand voor het bewaren en vervoeren van waren
baskieten	=	baskiet
baskisch	adj	met betrekking tot de Basken
baskisch-nationalistisch	adj	betrekking hebbend op een politieke ideologie die streeft naar zelfbeschikking, culturele autonomie of volledige onafhankelijkheid voor Baskenland (inclusief Navarra en Frans-Baskenland)
baskisch-nationalistische	=	baskisch-nationalistisch
baskisch-nationalistischer	=	baskisch-nationalistisch
baskisch-nationalistischere	=	baskisch-nationalistisch
baskisch-nationalistischers	=	baskisch-nationalistisch
baskische	noun	een vrouwelijke inwoner van Baskenland, of een vrouw afkomstig uit Baskenland
baskischen	=	baskische
baskischer	=	baskisch
baskischere	=	baskisch
baskischers	=	baskisch
baskischt	=	baskisch
baskischtalig	adj	de Baskische taal sprekend
baskischtalige	=	baskischtalig
baskischtaligs	=	baskischtalig
baskischte	=	baskisch
baskje	=	bask
baskjes	=	bask
baskoline	noun	het basketbal spelen op een trampoline.
baskulen	=	baskuul
baskuul	noun	een weegschaal gebaseerd op een hefboom
baskuultje	=	baskuul
baskuultjes	=	baskuul
baslijn	noun	een melodie gespeeld op een basinstrument
baslijnen	=	baslijn
baslijntje	=	baslijn
baslijntjes	=	baslijn
basmati	noun	geurige rijst uit India
basmatirijst	noun	rijst met een lange korrel die oorspronkelijk uit het grensgebied van India, Pakistan en Nepal komt
basnoot	noun	een lage toon
basnoten	=	basnoot
baspartij	noun	dat deel van een meerstemmig muziekstuk dat voor de bas is gecomponeerd
baspartijen	=	baspartij
basrakarekiet	noun	Acrocephalus griseldis een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
basrakarekieten	=	basrakarekiet
basrakarekietje	=	basrakarekiet
basrakarekietjes	=	basrakarekiet
basralokus	noun	Dicorynia guianensis tropische boom en het hardhout van deze boom
basreflexkast	noun	luidsprekerkast die de lage tonen extra krachtig weergeeft en waarbij het geluid achter de luidspreker ook ter versterking wordt gebruikt
basreflexkasten	=	basreflexkast
basreflexkastje	=	basreflexkast
basreflexkastjes	=	basreflexkast
bassa	=	pasja
bassaxofonist	noun	iemand die (beroepshalve) bassaxofoon speelt
bassaxofonisten	=	bassaxofonist
bassaxofonistje	=	bassaxofonist
bassaxofonistjes	=	bassaxofonist
bassaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
bassaxofoons	=	bassaxofoon
bassaxofoontje	=	bassaxofoon
bassaxofoontjes	=	bassaxofoon
bassdrum	noun	grote trom van het drumstel
bassdrummetje	=	bassdrum
bassdrummetjes	=	bassdrum
bassdrums	=	bassdrum
basse	=	bassen
bassen	verb	blaffen, het geluid maken dat kenmerkend is voor de hond
bassend	=	bassen
bassende	=	bassen
basserolen	=	basserool
basserool	noun	snuiter, rare snuiter
basset	noun	gevlekte 'drijvende' jachthond met korte poten en hangoren
bassethoorn	noun	verlengde klarinet voor extra lage tonen
bassethoornen	=	bassethoorn
bassethoorns	=	bassethoorn
bassets	=	basset
basseveldenaar	noun	een inwoner van Bassevelde, of iemand afkomstig uit Bassevelde
basseveldenaren	=	basseveldenaar
bassevelds	adj	op Bassevelde betrekking hebbend
basseveldse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bassevelde, of een vrouw afkomstig uit Bassevelde
basseveldsen	=	basseveldse
bassin	noun	bekken met een ondoorlaatbare bodem waarin water opgeslagen kan worden
bassins	=	bassin
bassintje	=	bassin
bassintjes	=	bassin
bassist	noun	iemand die contrabas speelt
bassiste	noun	een vrouwelijke bassist
bassisten	=	bassist
bassistes	=	bassiste
bassistje	=	bassist
bassistjes	=	bassist
bassleutel	noun	een teken geplaatst op de vierde lijn van een balk dat aangeeft dat deze lijn een f weergeeft
bassleutels	=	bassleutel
bassleuteltje	=	bassleutel
bassleuteltjes	=	bassleutel
basspel	noun	spel op een basinstrument, muziekstuk met lage tonen
basspellen	=	basspel
basstem	noun	een lage mannenstem
basstemmen	=	basstem
basstemmetje	=	basstem
basstemmetjes	=	basstem
bast	noun	buitenste laag van een boom, meestal het geheel van schors en aangroeilaag
basta	noun	klaveraas, de derde troefkaart	intj	uitroep om een eind te maken aan verdere tegenspraak
basta's	=	basta
bastaard	noun	de tegenwoordig niet meer gangbare aanduiding voor een kind dat niet geboren is uit een wettig huwelijk
bastaardarend	noun	Clanga clanga een middelgrote arend die broedt in Oost-Europa en Midden- en Noord-Azië
bastaardarenden	=	bastaardarend
bastaardarendje	=	bastaardarend
bastaardarendjes	=	bastaardarend
bastaardbaars	noun	Lutjanus jocu een straalvinnige vis uit de familie van snappers (Lutjanidae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
bastaardbaarsje	=	bastaardbaars
bastaardbaarsjes	=	bastaardbaars
bastaardbaarzen	=	bastaardbaars
bastaardeer	=	bastaarderen
bastaardeerde	=	bastaarderen
bastaardeerden	=	bastaarderen
bastaardeert	=	bastaarderen
bastaardeikvaren	noun	Polypodium × mantoniae een varen uit de eikvarenfamilie (Polypodiaceae).
bastaardeikvarens	=	bastaardeikvaren
bastaardeikvarentje	=	bastaardeikvaren
bastaardeikvarentjes	=	bastaardeikvaren
bastaarden	=	bastaard
bastaardere	=	bastaarderen
bastaarderen	verb	bastaarden vormen door natuurlijke of kunstmatige bevruchting van twee erfelijk verschillende geslachtscellen
bastaarderend	=	bastaarderen
bastaarderende	=	bastaarderen
bastaardering	noun	het bastaarderen
bastaarderingen	=	bastaardering
bastaardglanskever	noun	insect uit de familie Kateretidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
bastaardglanskevers	noun	Kateretidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
bastaardglanskevertje	=	bastaardglanskever
bastaardglanskevertjes	=	bastaardglanskever
bastaardhond	noun	niet-raszuivere hond
bastaardhonden	=	bastaardhond
bastaardhondje	=	bastaardhond
bastaardhondjes	=	bastaardhond
bastaardhoningvogels	noun	Dicaeidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
bastaardje	=	bastaard
bastaardjes	=	bastaard
bastaardkind	noun	kind verwekt buiten een wettelijk erkende echtelijke relatie
bastaardkinderen	=	bastaardkind
bastaardkindje	=	bastaardkind
bastaardkindjes	=	bastaardkind
bastaardklaproos	noun	Papaver hybridum een in Nederland zeer zeldzame eenjarige plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae).
bastaardklaproosje	=	bastaardklaproos
bastaardklaproosjes	=	bastaardklaproos
bastaardklaprozen	=	bastaardklaproos
bastaardklaver	noun	Trifolium hybridum is een overblijvende plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie Leguminosae of Fabaceae
bastaardklavers	=	bastaardklaver
bastaardklavertje	=	bastaardklaver
bastaardklavertjes	=	bastaardklaver
bastaardknobbeldaas	noun	Hybomitra solstitialis een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
bastaardknobbeldaasje	=	bastaardknobbeldaas
bastaardknobbeldaasjes	=	bastaardknobbeldaas
bastaardknobbeldazen	=	bastaardknobbeldaas
bastaardnachtegaal	noun	Prunella modularis heggenmus
bastaardnachtegalen	=	bastaardnachtegaal
bastaardpaardenstaart	noun	Equisetum × litorale een overblijvende plant, die behoort tot de paardenstaartfamilie (Equisetaceae).
bastaardpaardenstaarten	=	bastaardpaardenstaart
bastaardpaardenstaartje	=	bastaardpaardenstaart
bastaardpaardenstaartjes	=	bastaardpaardenstaart
bastaards	=	bastaard
bastaardsatijnvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Euproctis chrysorrhoea, uit de familie Erebidae, die in Nederland voorkomt
bastaardsatijnvlinders	=	bastaardsatijnvlinder
bastaardschorpioenen	noun	Pseudoscorpionida een orde van kleine, ongewervelde dieren die behoren tot spinachtigen (Arachnida)
bastaardsnuitkever	noun	insect uit de familie Nemonychidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
bastaardsnuitkevers	noun	Nemonychidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
bastaardsnuitkevertje	=	bastaardsnuitkever
bastaardsnuitkevertjes	=	bastaardsnuitkever
bastaardsuiker	noun	suiker die wordt gemaakt door aan fijngemalen, witte, geraffineerde suiker een oplossing van invertsuiker toe te voegen
bastaardsuikers	=	bastaardsuiker
bastaardsuikertje	=	bastaardsuiker
bastaardsuikertjes	=	bastaardsuiker
bastaardtras	noun	metselspecie bestaande uit een mengsel van kalk, tras en zand
bastaardtrassen	=	bastaardtras
bastaardvloek	noun	is een door klankverandering van een echte vloek afgeleide krachtterm, die daardoor beoogt minder aanstoot te geven, zoals potverdomme of jasses.
bastaardvloeken	=	bastaardvloek
bastaardvloekje	=	bastaardvloek
bastaardvlotgras	noun	Glyceria × pedicellata een vaste plant die tot de grassenfamilie (Poaceae) behoort.
bastaardvlotgrasje	=	bastaardvlotgras
bastaardvlotgrasjes	=	bastaardvlotgras
bastaardvlotgrassen	=	bastaardvlotgras
bastaardwederikkever	noun	Bromius obscurus een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
bastaardwederikkevers	=	bastaardwederikkever
bastaardwederikkevertje	=	bastaardwederikkever
bastaardwederikkevertjes	=	bastaardwederikkever
bastaardwoord	noun	een leenwoord waarvan de oorspronkelijke vorm aan de spelling, fonologie of morfologie van de nieuwe taal is aangepast
bastaardwoorden	=	bastaardwoord
bastaardwoordje	=	bastaardwoord
bastaardzonen	=	bastaardzoon
bastaardzoon	noun	een onwettige, mannelijke nakomeling; buitenechtelijk mannelijk kind
bastaardzoons	=	bastaardzoon
baste	=	bassen
basteloos	adj	zonder bast
basteloost	=	basteloos
bastelooste	=	basteloos
basteloze	=	basteloos
bastelozer	=	basteloos
bastelozere	=	basteloos
bastelozers	=	basteloos
basten	=	bast
bastenaaks	adj	op Bastenaken betrekking hebbend
bastenaakse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bastenaken, of een vrouw afkomstig uit Bastenaken
bastenaaksen	=	bastenaakse
bastenaakses	=	bastenaakse
bastenakenaar	noun	een inwoner van Bastenaken, of iemand afkomstig uit Bastenaken
bastenakenaren	=	bastenakenaar
basterd	noun	bastaard
basterdamarant	noun	Amaranthus hybridus subsp. hybridus een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
basterdamaranten	=	basterdamarant
basterdamarantje	=	basterdamarant
basterdamarantjes	=	basterdamarant
basterdduizendknoop	noun	Fallopia × bohemica een overblijvende plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
basterdduizendknoopje	=	basterdduizendknoop
basterdduizendknoopjes	=	basterdduizendknoop
basterdduizendknopen	=	basterdduizendknoop
basterden	=	basterd
basterdhyacint	noun	Hyacinthoides × massartiana een giftige, overblijvende plant uit de aspergefamilie (Asparagaceae).
basterdhyacinten	=	basterdhyacint
basterdhyacintje	=	basterdhyacint
basterdhyacintjes	=	basterdhyacint
basterdje	=	basterd
basterdjes	=	basterd
basterdklaver	noun	Trifolium hybridum is een overblijvende plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie Leguminosae of Fabaceae
basterdklavers	=	basterdklaver
basterdklavertje	=	basterdklaver
basterdklavertjes	=	basterdklaver
basterdkraakwilg	noun	een nothospecies Salix ×fragilis uit de wilgenfamilie (Salicaceae).
basterdkraakwilgen	=	basterdkraakwilg
basterdkraakwilgje	=	basterdkraakwilg
basterdkraakwilgjes	=	basterdkraakwilg
basterds	=	basterd
basterdsuiker	noun	minder zuivere, niet-gekristalliseerde suiker
basterdsuikers	=	basterdsuiker
basterdsuikertje	=	basterdsuiker
basterdsuikertjes	=	basterdsuiker
basterdwederik	noun	een groot geslacht Epilobium uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae) met ongeveer 200 soorten wereldwijd.
basterdwederiken	=	basterdwederik
basterdwederikgalmot	noun	Mompha divisella een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
basterdwederikgalmotje	=	basterdwederikgalmot
basterdwederikgalmotjes	=	basterdwederikgalmot
basterdwederikgalmotten	=	basterdwederikgalmot
basterdwederikje	=	basterdwederik
basterdwederikjes	=	basterdwederik
basterdwederikmot	noun	Mompha locupletella een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
basterdwederikmotje	=	basterdwederikmot
basterdwederikmotjes	=	basterdwederikmot
basterdwederikmotten	=	basterdwederikmot
basterdwederikpeulmot	noun	Mompha subbistrigella een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
basterdwederikpeulmotje	=	basterdwederikpeulmot
basterdwederikpeulmotjes	=	basterdwederikpeulmot
basterdwederikpeulmotten	=	basterdwederikpeulmot
basterdzandloopkever	noun	Cicindela hybrida een kever uit de familie loopkevers (Carabidae)
basterdzandloopkevers	=	basterdzandloopkever
basterdzandloopkevertje	=	basterdzandloopkever
basterdzandloopkevertjes	=	basterdzandloopkever
basterma	noun	Armeens gerecht van gedroogd rundvlees omgeven door een roodkleurig kruidenmengsel
basterma's	=	basterma
bastille	noun	een Romeins en middeleeuws vestingwerk
bastilles	=	bastille
bastion	noun	uitstekend deel van een vestingswal
bastionnetje	=	bastion
bastionnetjes	=	bastion
bastions	=	bastion
bastje	=	bast
bastjes	=	bast
bastkever	noun	Scolytinae kever die leeft tussen de schors en het hout van een boom
bastkevers	=	bastkever
bastkevertje	=	bastkever
bastkevertjes	=	bastkever
bastonen	=	bastoon
bastonnade	noun	stokslagen op de voeten of op de rug als bestraffing
bastonnades	=	bastonnade
bastonnadetje	=	bastonnade
bastoon	noun	een lage muziektoon, de laagste noot van een akkoord
basutokanarie	noun	Crithagra symonsi een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
basutokanaries	=	basutokanarie
basutokanarietje	=	basutokanarie
basutokanarietjes	=	basutokanarie
baswerk	noun	het spel op de basgitaar
baswerken	=	baswerk
basya	noun	ambtenaar die in rang onder de kapitein (dorpshoofd) komt
basya's	=	basya
bat	noun	schot van planken, als tijdelijk als brug over een sloot of als vaste brug zonder leuning
bataaf	noun	Germaanse bewoner van het rivierengebied in Nederland in de Romeinse tijd
bataafje	=	bataaf
bataafs	adj	van of met betrekking tot de Bataven
bataafsch	=	bataafs
bataafse	=	bataafs
bataafser	=	bataafs
bataafsere	=	bataafs
bataafsers	=	bataafs
bataafst	=	bataafs
bataafste	=	bataafs
bataat	noun	bepaald tropisch knolgewas, Ipomoea batatas
bataefsch	=	bataafs
batagurschildpad	noun	Batagur baska een schildpad uit de familie Geoemydidae
batagurschildpadden	=	batagurschildpad
batagurschildpadje	=	batagurschildpad
batagurschildpadjes	=	batagurschildpad
batakker	noun	bepaald ras van kleine paarden
batakkers	=	batakker
batakkertje	=	batakker
batakkertjes	=	batakker
bataljon	noun	een legereenheid die zelfstandig kan opereren en afhankelijk van haar opdracht en niveau van operationaliteit uit 400 tot 2000 militairen bestaat
bataljons	=	bataljon
bataljonscommandant	noun	bevelhebber van een bataljon (legereenheid van 400-2000 manschappen)
bataljonscommandanten	=	bataljonscommandant
bataten	=	bataat
bataven	=	bataaf
batavier	noun	lid van een Germaanse stam die in de Romeinse tijd de Rijn in uitgeholde boomstammen zouden hebben afgezakt en zich in de Betuwe vestigden
batavieren	=	batavier
bataviers	=	batavier
bataviertje	=	batavier
batavisme	noun	woord of uitdrukking uit het Nederlands overgenomen in een andere taal dat door gezaghebbende deskundigen afgekeurd wordt als strijdig met het eigen karakter van de overnemende taal
batavismen	=	batavisme
batch	noun	een groep gegevens die in één onafgebroken proces wordt verwerkt
batches	=	batch
batchje	=	batch
batchjes	=	batch
batchverwerking	noun	verwerking van een groep transacties
batchverwerkingen	=	batchverwerking
batchverwerkinkje	=	batchverwerking
batchverwerkinkjes	=	batchverwerking
batdetector	noun	een apparaat waarmee de ultrasone geluiden van vleermuizen opgevangen kunnen worden en deze hoorbaar en/of zichtbaar gemaakt worden
batdetectoren	=	batdetector
batdetectors	=	batdetector
bate	=	baat
batee	noun	huizen van
bateleur	noun	Terathopius ecaudatus een havikachtige uit het geslacht Terathopius en tevens de enige soort uit dit geslacht
bateleurs	=	bateleur
bateleurtje	=	bateleur
bateleurtjes	=	bateleur
baten	verb	helpen, van nut zijn
batend	=	baten
batende	=	baten
bathylutichten	noun	een familie Bathylutichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
bathymasteriden	noun	een familie Bathymasteridae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
bathysauroiden	noun	een familie Bathysauroididae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
bathyscaaf	noun	duikboot voor diepzeeonderzoek die bestand is tegen de extreem grote hydrostatische druk die op grote diepte heerst
bathyscafen	=	bathyscaaf
bathysfeer	noun	een holle bol die aan stalen kabels tot grote diepte neergelaten wordt voor diepzeeonderzoek
bathysfeertje	=	bathysfeer
bathysfeertjes	=	bathysfeer
bathysferen	=	bathysfeer
batiem	=	bajit
batig	adj	nuttig
batigs	=	batig
batik	=	batikken
batikke	=	batikken
batikken	verb	stof bewerken met was en vervolgens met kleurstof om er kleurige patronen op aan te brengen
batikkend	=	batikken
batikkende	=	batikken
batikker	noun	iemand die met een Indische verfmethode katoenenweefsels kleurt
batikkers	=	batikker
batikt	=	batikken
batikte	=	batikken
batikten	=	batikken
batist	noun	een fijn, doorschijnend weefsel dat gemaakt kan zijn van linnen, wol, katoen, zijde of zelfs kunstzijde
batisten	adj	gemaakt van batist (een fijn, doorschijnend weefsel dat gemaakt kan zijn van linnen, wol, katoen, zijde of zelfs kunstzijde)
batistje	=	batist
batjandwerghoningeter	noun	Myzomela batjanensis een soort honingeter die alleen voorkomt op het eiland Batjan (Noord-Molukken).
batjandwerghoningeters	=	batjandwerghoningeter
batjandwerghoningetertje	=	batjandwerghoningeter
batjandwerghoningetertjes	=	batjandwerghoningeter
batjauwvis	noun	Rachycentron canadum een straalvinnige vissensoort uit de familie van de cobia's (Rachycentridae).
batjauwvisje	=	batjauwvis
batjauwvisjes	=	batjauwvis
batjauwvissen	=	batjauwvis
batje	=	bat
batjes	=	bat
batlen	noun	klaploper
batlonem	=	batlen
baton	noun	stokje dat een dirigent bij het dirigeren hanteert
batonnetje	=	baton
batonnetjes	=	baton
batons	=	baton
batontje	=	baton
batontjes	=	baton
batraaf	noun	ondeugende jongen
batraafje	=	batraaf
batraafjes	=	batraaf
batraven	=	batraaf
bats	noun	spade met een gebogen blad
batse	=	batsen
batsen	verb	geslachtsgemeenschap hebben
batsend	=	batsen
batsende	=	batsen
batsje	=	bats
batsjes	=	bats
batslieden	=	batsman
batslui	=	batsman
batsman	noun	slagman bij cricket
batsmannen	=	batsman
batsmannetje	=	batsman
batsmannetjes	=	batsman
batst	=	batsen
batste	=	batsen
batsten	=	batsen
batte	=	batten
battel	=	battelen
battelde	=	battelen
battelden	=	battelen
battele	=	battelen
battelen	verb	direct met elkaar de strijd aangaan (door wedijverende rappers of hiphopdansers)
battelend	=	battelen
battelende	=	battelen
battelt	=	battelen
batten	verb	de wicket verdedigen bij cricket
battend	=	batten
battende	=	batten
batter	noun	slaag, rammeling
batteredchildsyndromen	=	batteredchildsyndroom
batteredchildsyndroom	noun	kindermishandeling door fysiek geweld die aanleiding geven tot blauwe plekken, breuken of huidletsel
batteredchildsyndroompje	=	batteredchildsyndroom
batteredchildsyndroompjes	=	batteredchildsyndroom
batterij	noun	een elektrotechnische component waarin elektrische energie kan worden opgeslagen
batterijcontainer	noun	grootschalig, mobiel energieopslagsysteem dat is ondergebracht in een robuuste zeecontainer
batterijcontainers	=	batterijcontainer
batterijcontainertje	=	batterijcontainer
batterijcontainertjes	=	batterijcontainer
batterijen	=	batterij
batterijfabriek	noun	fabriek die batterijen en/of accu's maakt
batterijfabrieken	=	batterijfabriek
batterijfabriekje	=	batterijfabriek
batterijfabriekjes	=	batterijfabriek
batterijlaadstation	noun	plaats waar men de accu van een elektrisch voertuig kan laden
batterijlaadstations	=	batterijlaadstation
batterijlader	noun	apparaat waarmee oplaadbare batterijen opgeladen kunnen worden
batterijladers	=	batterijlader
batterijladertje	=	batterijlader
batterijladertjes	=	batterijlader
batterijmodule	noun	relatief zelfstandig deel van een apparaat met daarin de elektrochemische cellen die als spanningsbron dienen
batterijmodules	=	batterijmodule
batterijontsteking	noun	het elektrische systeem in voertuigen dat de accu gebruikt om de motor te starten.
batterijontstekingen	=	batterijontsteking
batterijontstekinkje	=	batterijontsteking
batterijontstekinkjes	=	batterijontsteking
batterijpercentage	noun	een aanduiding, meestal weergegeven als een getal tussen 0% en 100% in de statusbalk van een apparaat, die aangeeft hoeveel energie er nog in de accu zit: bij 0% valt de telefoon of tablet uit, bij 100% kun je je telefoon of tablet niet meer voller opladen
batterijpercentages	=	batterijpercentage
batterijpercentagetje	=	batterijpercentage
batterijpercentagetjes	=	batterijpercentage
batterijstress	noun	de vrees die iemand in een elektrisch voertuig kan hebben dat de accu leeg is voordat de bestemming is bereikt
batterijtje	=	batterij
batterijtjes	=	batterij
batterijtrein	noun	een elektrisch treinstel of motorrijtuig, waarvan de elektromotoren gevoed worden door een oplaadbare batterij in de trein
batterijtreinen	=	batterijtrein
batterijtreintje	=	batterijtrein
batterijtreintjes	=	batterijtrein
batterijvoeding	noun	stroomvoorziening van een elektrisch apparaat door middel van een batterij of accu; draagbare of back-up energiebron die chemische energie omzet in gelijkstroom waardoor apparaten functioneren zonder directe aansluiting op het lichtnet
batterijvoedingen	=	batterijvoeding
batterijvoedinkje	=	batterijvoeding
batterijvoedinkjes	=	batterijvoeding
batterijwisselstation	noun	plaats waar elektrische voertuigen een lege accu kunnen inwisselen tegen een volgeladen accu
batterijwisselstations	=	batterijwisselstation
batterijzuren	=	batterijzuur
batterijzuur	noun	waterige oplossing van zwavelzuur (H₂SO₄)
batters	=	batter
batting	noun	een bezaagde houten balk van naaldhout van ongeveer 65 x 150 mm
battingen	=	batting
battings	=	batting
battinkje	=	batting
battinkjes	=	batting
battle	noun	optreden waarbij rappers of breakdancers elkaar om de beurt proberen te overtreffen, ook wel gebruikt in andere genres voor optredens waarbij verschillende optredenden elkaar proberen te overtroeven in virtuositeit
battledress	noun	militair veldtenue, bestaande uit gesloten korte bloes en lange broek
battledressen	=	battledress
battledresses	=	battledress
battles	=	battle
batéman	noun	iemand die zelfstandig naar goud zoekt
batémannen	=	batéman
baud	noun	eenheid van snelheid van informatieoverdracht van een datatransmissiekanaal (modem, telefoonlijn etc.)
baudrate	noun	De snelheid waarmee elektronische informatie wordt verzonden en ontvangen
baudrates	=	baudrate
bauds	=	baud
bauno	noun	Mangifera caesia een weinig bekende verwant van de mango (Mangifera indica).
bauno's	=	bauno
bauw	=	bauwen
bauwde	=	bauwen
bauwden	=	bauwen
bauwe	=	bauwen
bauwen	verb	een blaffend geluid maken (gewoonlijk van personen)
bauwend	=	bauwen
bauwende	=	bauwen
bauwt	=	bauwen
bauxiet	noun	een mineraal dat een belangrijk erts van aluminium vormt.
bauxieten	=	bauxiet
bauxieterts	noun	mineraal waaruit men uiteindelijk aluminium kan winnen
bauxietertsen	=	bauxieterts
bauxietindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij verwerking van bauxieterts
bauxietindustrieën	=	bauxietindustrie
bauxietmaatschappij	noun	bedrijf dat betrokken is bij de produtie en verwerking van bauxiet
bauxietmaatschappijen	=	bauxietmaatschappij
bauxietmijn	noun	plaats waar men bauxiet(erts) in dagbouw opdelft
bauxietmijnen	=	bauxietmijn
bauxietreserve	noun	de hoeveelheid bauxiet die ergens aanwezig is en nog gedolven kan worden
bauxietreserves	=	bauxietreserve
bauxietsector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het opdelven en verwerken van bauxiet
bauxietsectoren	=	bauxietsector
bauxietsectors	=	bauxietsector
bauxietvoorkomen	noun	het voorkomen van bauxiet
bauxietvoorkomens	noun	aluminiumerts dat op een bepaalde plaats wordt gevonden
bauxietweg	noun	onverharde, rood gekleurde weg die loopt door een bauxiet houdend terrein
bauxietwegen	=	bauxietweg
bavariameisje	noun	een vrouw met een jurkje dat is ontworpen/bedacht door Bavaria voor de supporters van het Nederlands elftal
bavariameisjes	=	bavariameisje
bavarois	noun	een koud dessert dat bereid wordt met gelatine, vruchtenmoes en slagroom
bavaroise	noun	bavarois
bavaroises	=	bavaroise
bavaroisetje	=	bavaroise
bavaroisetjes	=	bavaroise
bavaroistje	=	bavarois
bavaroistjes	=	bavarois
bavet	noun	doekje waarop met name een kind kan morsen tijdens het eten of drinken zodat de kleren schoon blijven
bavetje	=	bavet
bavetjes	=	bavet
bavette	noun	een omgebonden lapje om het morsen van voedsel op kleding te voorkomen
bavetten	=	bavet
bavettes	=	bavette
baviaan	noun	Papio, een aap van het geslacht Papio (bavianen) binnen de familie Cercopithecidae met een korte staart en een vooruitstekende snuit
baviaanspinnen	noun	Harpactirinae een onderfamilie van de vogelspinnen die acht geslachten telt.
baviaantje	=	baviaan
baviaantjes	=	baviaan
baviaen	=	baviaan
bavianen	noun	Papio een geslacht van apen binnen de familie Cercopithecidae.
baweanhert	noun	Axis kuhlii is een hertensoort.
baweanherten	=	baweanhert
baweanhertje	=	baweanhert
baweanhertjes	=	baweanhert
baxter	noun	vochttoediening in de bloedvaten
baxters	=	baxter
baxtertje	=	baxter
baxtertjes	=	baxter
bayawever	noun	Ploceus philippinus een zangvogel die voorkomt op het Indisch Subcontinent tot in het westen van de Indische Archipel.
bayawevers	=	bayawever
bayawevertje	=	bayawever
bayawevertjes	=	bayawever
bazaar	noun	een (vaak overdekte) markt
bazaars	=	bazaar
bazaartje	=	bazaar
bazaartjes	=	bazaar
bazalt	=	basalt
bazaltgrijs	=	basaltgrijs
baze	=	bazen
bazel	=	bazelen
bazelaar	noun	iemand die onzin uitkraamt
bazelaars	=	bazelaar
bazelde	=	bazelen
bazelden	=	bazelen
bazele	=	bazelen
bazelen	verb	onsamenhangend en onbegrijpelijk praten
bazelend	=	bazelen
bazelende	=	bazelen
bazelt	=	bazelen
bazen	verb	bazig doen, de baas zijn over iemand
bazend	=	bazen
bazende	=	bazen
bazenpoeper	noun	iemand die ten koste van alles in de gunst van de baas wil komen
bazenpoepers	=	bazenpoeper
bazenpoepertje	=	bazenpoeper
bazenpoepertjes	=	bazenpoeper
bazielkruid	noun	Ocimum basilicum basilicum
bazig	adj	autoritair, zich gedragend alsof een ander gehoorzaam moet zijn, de baas spelend
bazige	=	bazig
baziger	=	bazig
bazigere	=	bazig
bazigers	=	bazig
bazigheden	=	bazigheid
bazigheid	noun	de mate waarin iemand autoritair gedrag vertoont
bazigs	=	bazig
bazigst	=	bazig
bazigste	=	bazig
bazin	noun	vrouwelijke baas
bazinnen	=	bazin
bazinnetje	=	bazin
bazinnetjes	=	bazin
bazooka	noun	buisvormige raketwerper dienend als anti-tankwapen
bazooka's	=	bazooka
bazookaatje	=	bazooka
bazookaatjes	=	bazooka
bazuin	noun	een instrument uit de koperblazersfamilie bestaande uit een ongebogen, lange metalen (koperen) buis, breed uitlopend aan het einde, waarop alleen boventonen voortgebracht kunnen worden.
bazuinblazer	noun	iemand die op een bazuin blaast
bazuinblazers	=	bazuinblazer
bazuinde	=	bazuinen
bazuinden	=	bazuinen
bazuine	=	bazuinen
bazuinen	verb	met veel geschal verkondigen
bazuinend	=	bazuinen
bazuinende	=	bazuinen
bazuinengel	noun	engel met een bazuin
bazuinengelen	=	bazuinengel
bazuinengeltje	=	bazuinengel
bazuinengeltjes	=	bazuinengel
bazuingeschal	noun	het geschal van een bazuin
bazuinkoor	noun	band van koperblazers
bazuinkoormuziek	noun	muziek die ten gehore wordt gebracht door een groep koperblazers
bazuinkoortje	=	bazuinkoor
bazuinkoortjes	=	bazuinkoor
bazuinkoren	=	bazuinkoor
bazuint	=	bazuinen
bazuintje	=	bazuin
bazuintjes	=	bazuin
baäl	noun	mannelijk iemand, met name iemand die een bepaalde werkzaamheid verricht
baälee	=	baäl
baäls	=	baäl
bb	=	honderdzevenentachtig
bbb	noun	basisvoorziening voor uitgeprocedeerde asielzoekers bestaande uit een slaapplaats, wasgelegenheid en voeding
bbc	noun	British Broadcasting Company de Engelse publieke omroep
bbl-opleiding	noun	Een Beroepsbegeleidende Leerweg is een MBO-leerroute waarbij je leren en werken combineert, meestal 60-80% werken bij een erkend leerbedrijf en 1 dag per week school.
bbl-opleidingen	=	bbl-opleiding
bbl-opleidinkje	=	bbl-opleiding
bbl-opleidinkjes	=	bbl-opleiding
bbp	noun	afkorting van bruto binnenlands product: totale (geld)waarde van alle in een land (of andersoortige productie-eenheid) geproduceerde goederen en diensten gedurende een bepaalde periode
bbp's	=	bbp
bbp'tje	=	bbp
bbq	noun	barbecue
bbq'de	=	bbq'en
bbq'den	=	bbq'en
bbq'e	=	bbq'en
bbq'en	verb	een maaltijd bereiden op een open vuur in de open lucht, meestal gebruikt men houtskool als brandstof
bbq'end	=	bbq'en
bbq'ende	=	bbq'en
bbq'er	noun	iemand die barbecuet
bbq'ers	=	bbq'er
bbq's	=	bbq
bbq't	=	bbq'en
bbq'tje	=	bbq
bbq'tjes	=	bbq
bbq-pakket	abbrev	barbecuepakket
bbq-saus	abbrev	barbecuesaus
bbt'er	noun	beroepsmilitair met een tijdelijk dienstverband
bbt'ers	=	bbt'er
bc	=	honderdachtentachtig
bd	=	honderdnegenentachtig
bdsm	noun	een term voor seksuele voorkeuren en rollenspellen die gebruikmaken van opgelegde fysieke beperkingen, intense zenuwprikkels of het spelen van een machtsspel
be	=	honderdnegentig
beaam	=	beamen
beaamd	=	beamen
beaamde	=	beamen
beaamden	=	beamen
beaamt	=	beamen
beaarding	noun	begrafenis
beaardingen	=	beaarding
beaas	=	beazen
beaasd	=	beazen
beaasde	=	beazen
beaasden	=	beazen
beaast	=	beazen
beaat	adj	diep en volledig gelukkig, innig tevreden
beaats	=	beaat
beaatst	=	beaat
beaatste	=	beaat
beachbabe	noun	aantrekkelijke vrouwelijke strandbezoeker
beachbabes	=	beachbabe
beachclub	noun	strandtent die zich richt op een jong, trendy publiek
beachclubs	=	beachclub
beachparty	noun	een feest op het strand
beachparty's	=	beachparty
beachsoccer	noun	voetbal dat op het strand of los zand wordt gespeeld
beachsoccertoernooi	noun	serie wedstrijden strandvoetbal waarvan de winnaar een titel wint
beachsoccertoernooien	=	beachsoccertoernooi
beachvolley	noun	volleybal dat men op een ondergrond van los zand speelt
beachvolleybal	noun	volleybal dat men speelt op een speelveld met los strandzand op de vloer tussen teams van twee spelers
beachvolleybalde	=	beachvolleyballen
beachvolleybalden	=	beachvolleyballen
beachvolleyballe	=	beachvolleyballen
beachvolleyballen	verb	het spelen van volleybal op een ondergrond die bestaat uit rul zand
beachvolleyballend	=	beachvolleyballen
beachvolleyballende	=	beachvolleyballen
beachvolleybalt	=	beachvolleyballen
beadem	=	beademen
beademd	=	beademen
beademde	=	beademen
beademden	=	beademen
beademe	=	beademen
beademen	verb	door kunstmatige inbreng van lucht in iemands longen het ademhalingsproces voortgang doen vinden
beademend	=	beademen
beademende	=	beademen
beademing	noun	het beademen
beademingen	=	beademing
beademingsapparaat	noun	beademingsmachine, apparaat om iemand kunstmatig te laten ademen
beademingsapparaten	=	beademingsapparaat
beademingsapparatuur	noun	het geheel aan toestellen om iemand kunstmatig te laten ademen
beademingsmachine	noun	beademingsapparaat, apparaat om iemand kunstmatig te laten ademen
beademingsmachines	=	beademingsmachine
beademingstoestel	noun	apparaat in ziekenhuis om iemand kunstmatig te laten ademen
beademingstoestellen	=	beademingstoestel
beademinkje	=	beademing
beademt	=	beademen
beagle	noun	kleine hond van een bepaald ras
beagles	=	beagle
beagletje	=	beagle
beam	=	beamen
beambte	noun	functionaris die een lager ambt uitoefent
beambten	=	beambte
beambtes	=	beambte
beamde	=	beamen
beamden	=	beamen
beame	=	beamen
beamen	verb	bevestigen dat men het eens is met iets, instemmen met
beamend	adj	van een persoon dat deze aangeeft het ergens mee eens te zijn
beamende	=	beamen
beamends	=	beamend
beamer	noun	projector voor elektronische beelden van computer, dvd, televisie enz.
beamers	=	beamer
beamertje	=	beamer
beaming	noun	uiting die aangeeft dat je het ergens mee eens bent
beamingen	=	beaming
beamt	=	beamen
beanbag	noun	zitzak
beanbags	=	beanbag
beangst	adj	benauwd door iets engs
beangste	=	beangst
beangsten	verb	beangstigen
beangstend	=	beangsten
beangstende	=	beangsten
beangster	=	beangst
beangstere	=	beangst
beangsters	=	beangst
beangstig	=	beangstigen
beangstigd	=	beangstigen
beangstigde	=	beangstigen
beangstigden	=	beangstigen
beangstige	=	beangstigen
beangstigen	verb	vrees inboezemen
beangstigend	adj	vrees inboezemend
beangstigende	=	beangstigend
beangstigender	=	beangstigend
beangstigendere	=	beangstigend
beangstigenders	=	beangstigend
beangstigends	=	beangstigend
beangstigendst	=	beangstigend
beangstigendste	=	beangstigend
beangstigt	=	beangstigen
beangsts	=	beangst
beangstst	=	beangst
beangstste	=	beangst
beangstte	=	beangsten
beangstten	=	beangsten
beantwoord	=	beantwoorden
beantwoordbaar	adj	van een vraag dat er antwoord op is
beantwoordbaarder	=	beantwoordbaar
beantwoordbaardere	=	beantwoordbaar
beantwoordbaarders	=	beantwoordbaar
beantwoordbaars	=	beantwoordbaar
beantwoordbaarst	=	beantwoordbaar
beantwoordbaarste	=	beantwoordbaar
beantwoordbare	=	beantwoordbaar
beantwoordde	=	beantwoorden
beantwoordden	=	beantwoorden
beantwoorde	=	beantwoorden
beantwoorden	verb	de reactie op een vraag geven
beantwoordend	=	beantwoorden
beantwoordende	=	beantwoorden
beantwoorder	noun	iemand die beantwoordt
beantwoorders	=	beantwoorder
beantwoording	noun	de gehele procedure van antwoord geven
beantwoordingen	=	beantwoording
beantwoordinkje	=	beantwoording
beantwoordinkjes	=	beantwoording
beantwoordt	=	beantwoorden
bearbeid	=	bearbeiden
bearbeidde	=	bearbeiden
bearbeidden	=	bearbeiden
bearbeide	=	bearbeiden
bearbeiden	verb	verouderd: bewerken
bearbeidend	=	bearbeiden
bearbeidende	=	bearbeiden
bearbeiding	noun	het bearbeiden
bearbeidingen	=	bearbeiding
bearbeidinkje	=	bearbeiding
bearbeidinkjes	=	bearbeiding
bearbeidt	=	bearbeiden
beargumenteer	=	beargumenteren
beargumenteerd	=	beargumenteren
beargumenteerde	=	beargumenteren
beargumenteerden	=	beargumenteren
beargumenteert	=	beargumenteren
beargumentere	=	beargumenteren
beargumenteren	verb	met argumenten onderbouwen
beargumenterend	=	beargumenteren
beargumenterende	=	beargumenteren
bearmarkt	noun	effectenmarkt in een periode waarin aandelenkoersen langdurig in een dalend patroon zitten en er wijdverbreid pessimisme heerst
bearmarkten	=	bearmarkt
bearmarktje	=	bearmarkt
bearmarktjes	=	bearmarkt
bearnaise	noun	van bearnaisesaus
bearnaises	=	bearnaise
bearnaisesaus	noun	saus gemaakt van opgeklopte boter en eigeel met toevoeging van een gastrique, bestaande uit wijn, azijn, dragon, mignonettes, kervel, bouquet garni en sjalotten
bearnaisesausen	=	bearnaisesaus
bearnaisesauzen	=	bearnaisesaus
beat	noun	ritme
beat-mis	=	beatmis
beatblog	=	beatbloggen
beatblogde	=	beatbloggen
beatblogden	=	beatbloggen
beatblogge	=	beatbloggen
beatbloggen	verb	gebruikmaken van een sociaal netwerk om informatie te verwerven over een bepaald onderwerp
beatbloggend	=	beatbloggen
beatbloggende	=	beatbloggen
beatblogger	noun	journalist die informatie verwerft door het volgen van bepaald sociaal netwerk
beatbloggers	=	beatblogger
beatblogging	noun	het informatie verzamelen via een sociaal netwerk
beatblogt	=	beatbloggen
beatbox	noun	het met de menselijke stem en een microfoon nadoen van percussie-instrumenten zoals gebruikelijk bij hiphopmuziek
beatboxe	=	beatboxen
beatboxen	verb	het door impulsgeluiden nadoen van percussie waarbij men de microfoon met beide handen tegen de lippen aanhoudt om ook met de ademhaling geluiden te kunnen voortbrengen
beatboxend	=	beatboxen
beatboxende	=	beatboxen
beatboxer	noun	iemand die beatboxt (d.w.z. geluiden maakt zonder instrumenten te gebruiken)
beatboxers	=	beatboxer
beatboxje	=	beatbox
beatboxjes	=	beatbox
beatboxt	=	beatboxen
beatboxte	=	beatboxen
beatboxten	=	beatboxen
beate	=	beaat
beater	=	beaat
beatere	=	beaat
beaters	=	beaat
beatgeneratie	noun	generatie die in de jaren vijftig van de twintigste eeuw opgroeide en die wordt geassocieerd met popmuziek, gebruik van drugs, reizen etc.
beatgeneraties	=	beatgeneratie
beatgeneration	noun	groep non-conformistische Amerikaanse dichters in de jaren vijftig van de twintigste eeuw
beatgenerations	=	beatgeneration
beatificatie	noun	opnemen van een gestorven persoon in de lijst van zaligen
beatificaties	=	beatificatie
beatje	=	beat
beatjes	=	beat
beatjuggel	=	beatjuggelen
beatjuggelde	=	beatjuggelen
beatjuggelden	=	beatjuggelen
beatjuggele	=	beatjuggelen
beatjuggelen	verb	twee of meer geluidsmonsters manipuleren om een unieke compositie te scheppen met behulp van meer dan een draaitafel en een of meer mixers
beatjuggelend	=	beatjuggelen
beatjuggelende	=	beatjuggelen
beatjuggelt	=	beatjuggelen
beatlehaar	noun	langharig mannenkapsel dat lijkt om dat van de Beatles
beatmis	noun	een kerkelijke eucharistieviering die zich door middel van (beat)muziek specifiek op de jeugd richtte
beatmissen	=	beatmis
beatmuziek	noun	ritmische popmuziek
beatmuziekje	=	beatmuziek
beatmuziekjes	=	beatmuziek
beatnik	noun	lid of aanhanger van de beatgeneratie (beatgeneration)
beatniks	=	beatnik
beatricebladroller	noun	Aethes beatricella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
beatricebladrollers	=	beatricebladroller
beatricebladrollertje	=	beatricebladroller
beatricebladrollertjes	=	beatricebladroller
beats	=	beat
beau	noun	man waarmee een liefdesrelatie bestaat
beaufort	noun	eenheid van windkracht
beaufortschaal	noun	schaal waarin de windkracht wordt uitgedrukt
beaujolais	noun	fruitige, jonge wijn uit de landstreek Beaujolais in Frankrijk
beaus	=	beau
beauty	noun	een heel mooi uitziende vrouw
beauty's	=	beauty
beauty'tje	=	beauty
beautycase	noun	een koffertje met meestal voornamelijk make-up spullen voor vrouwen
beautycases	=	beautycase
beautycentra	=	beautycentrum
beautycentrum	noun	instituut waar men een schoonheidsbehandeling kan ondergaan
beautycentrums	=	beautycentrum
beautycoach	noun	iemand die make-up- en kledingadviezen geeft
beautycoaches	=	beautycoach
beautyprinses	noun	vrouwelijk persoon die gekleed en er uit ziet als een mooie prinses
beautyprinsesje	=	beautyprinses
beautyprinsesjes	=	beautyprinses
beautyprinsessen	=	beautyprinses
beautysalon	noun	winkel waarin men een schoonheidsbehandeling kan ondergaan
beautysalons	=	beautysalon
beautytoerist	noun	iemand die naar een ander land gaat voor een schoonheidsbehandeling omdat deze in het eigen land (tijdelijk) niet beschikbaar is
beautytoeristen	=	beautytoerist
beautyverwendag	noun	dag dat men zich in een wellnesscentrum mooi laat maken en laat verwennen
beautyverwendagen	=	beautyverwendag
beauté	noun	opvallend mooie vrouw
beautés	=	beauté
beav	noun	van of in de maand av
beaze	=	beazen
beazen	verb	proberen tot slachtoffer te maken, belagen
beazend	=	beazen
beazende	=	beazen
bebaard	adj	voorzien van een (lange) baard
bebaarde	=	bebaard
bebaarder	=	bebaard
bebaardere	=	bebaard
bebaarders	=	bebaard
bebaards	=	bebaard
bebaardst	=	bebaard
bebaardste	=	bebaard
bebaken	=	bebakenen
bebakend	=	bebakenen
bebakende	=	bebakenen
bebakenden	=	bebakenen
bebakene	=	bebakenen
bebakenen	verb	van bakens voorzien
bebakenend	=	bebakenen
bebakenende	=	bebakenen
bebakening	noun	het markeren van iets
bebakeningen	=	bebakening
bebakent	=	bebakenen
bebbel	noun	orgaan waarmee mensen spreken
bebbels	=	bebbel
bebind	=	bebinden
bebinde	=	bebinden
bebinden	verb	iemand of iets met banden vastmaken
bebindend	=	bebinden
bebindende	=	bebinden
bebindt	=	bebinden
beblaard	adj	met blaren
beblaarde	=	beblaard
beblaards	=	beblaard
beblader	=	bebladeren
bebladerd	=	bebladeren
bebladerde	=	bebladeren
bebladerden	=	bebladeren
bebladere	=	bebladeren
bebladeren	verb	met bladeren bestrooien
bebladerend	=	bebladeren
bebladerende	=	bebladeren
bebladert	=	bebladeren
bebloed	adj	waaraan bloed kleeft
bebloede	=	bebloed
bebloeder	=	bebloed
bebloedere	=	bebloed
bebloeders	=	bebloed
bebloeds	=	bebloed
bebloedst	=	bebloed
bebloedste	=	bebloed
bebloem	=	bebloemen
bebloemd	adj	van bloemen voorzien
bebloemde	=	bebloemen
bebloemden	=	bebloemen
bebloemder	=	bebloemd
bebloemdere	=	bebloemd
bebloemders	=	bebloemd
bebloemds	=	bebloemd
bebloemdst	=	bebloemd
bebloemdste	=	bebloemd
bebloeme	=	bebloemen
bebloemen	verb	met meel of bloem bestrooien, vaak om aanbakken te voorkomen
bebloemend	=	bebloemen
bebloemende	=	bebloemen
bebloemt	=	bebloemen
beboer	=	beboeren
beboerd	=	beboeren
beboerde	=	beboeren
beboerden	=	beboeren
beboere	=	beboeren
beboeren	verb	grond als boer bebouwen
beboerend	=	beboeren
beboerende	=	beboeren
beboert	=	beboeren
beboet	=	beboeten
beboetbaar	adj	van strafbare handelingen: waarvoor een boete gegeven kan worden als sactie
beboetbaarder	=	beboetbaar
beboetbaardere	=	beboetbaar
beboetbaarders	=	beboetbaar
beboetbaars	=	beboetbaar
beboetbaarst	=	beboetbaar
beboetbaarste	=	beboetbaar
beboetbare	=	beboetbaar
beboete	=	beboeten
beboeten	verb	een boete uitdelen aan een persoon
beboetend	=	beboeten
beboetende	=	beboeten
beboeting	noun	het beboeten
beboetingen	=	beboeting
beboette	=	beboeten
beboetten	=	beboeten
bebond	=	bebinden
bebonde	=	bebinden
bebonden	=	bebinden
bebondt	=	bebinden
beboomd	adj	begroeid met bomen; beplant met bomen
beboomde	=	beboomd
beboomder	=	beboomd
beboomdere	=	beboomd
beboomders	=	beboomd
beboomds	=	beboomd
beboomdst	=	beboomd
beboomdste	=	beboomd
bebop	noun	een muziekstijl ontstaan in de jaren 1940 in de jazz die complexe ritmes en harmonieën bevat die vaak een dominante positie innemen
bebopnepkapoentje	noun	bepaald soort tor, Rhyzobius lophanthae uit de familie Curculionidae
bebopnepkapoentjes	=	bebopnepkapoentje
bebording	noun	een plaats voorzien met (verkeers)borden
bebordingen	=	bebording
bebordinkje	=	bebording
bebordinkjes	=	bebording
bebos	=	bebossen
bebosse	=	bebossen
bebossen	verb	met bomen bedekken
bebossend	=	bebossen
bebossende	=	bebossen
bebossing	noun	het bedekt zijn met bos van een gebied
bebossingen	=	bebossing
bebost	adj	met wouden bedekt
beboste	=	bebossen
bebosten	=	bebossen
beboster	=	bebost
bebostere	=	bebost
bebosters	=	bebost
bebosts	=	bebost
bebostst	=	bebost
bebostste	=	bebost
beboter	=	beboteren
beboterd	=	beboteren
beboterde	=	beboteren
beboterden	=	beboteren
bebotere	=	beboteren
beboteren	verb	boter aanbrengen op iets: op voedsel tegen uitdrogen, of op kookgerei om aanbakken te voorkomen
beboterend	=	beboteren
beboterende	=	beboteren
bebotert	=	beboteren
bebouw	=	bebouwen
bebouwbaar	adj	geschikt voor bebouwing (voor de landbouw of voor gebouwen)
bebouwbaarder	=	bebouwbaar
bebouwbaardere	=	bebouwbaar
bebouwbaarders	=	bebouwbaar
bebouwbaars	=	bebouwbaar
bebouwbaarst	=	bebouwbaar
bebouwbaarste	=	bebouwbaar
bebouwbare	=	bebouwbaar
bebouwd	=	bebouwen
bebouwde	=	bebouwen
bebouwden	=	bebouwen
bebouwe	=	bebouwen
bebouwen	verb	vullen met gebouwen
bebouwend	=	bebouwen
bebouwende	=	bebouwen
bebouwer	noun	iemand die de grond bewerkt voor de landbouw
bebouwers	=	bebouwer
bebouwing	noun	het construeren van een gebouw op een stuk land
bebouwingen	=	bebouwing
bebouwingsdichtheden	=	bebouwingsdichtheid
bebouwingsdichtheid	noun	de oppervlakte van de gebouwen op een gebied per oppervlakteeenheid van dat gebied
bebouwt	=	bebouwen
bebrild	adj	brildragend
bebrilde	=	bebrild
bebrilds	=	bebrild
bebroed	=	bebroeden
bebroedde	=	bebroeden
bebroedden	=	bebroeden
bebroede	=	bebroeden
bebroeden	verb	met het lichaam warm houden
bebroedend	=	bebroeden
bebroedende	=	bebroeden
bebroedt	=	bebroeden
bechalav	noun	en melk
bechamel	noun	van bechamelsaus
bechamels	=	bechamel
bechamelsaus	noun	gebonden saus van bouillon of melk
bechamelsausen	=	bechamelsaus
bechamelsauzen	=	bechamelsaus
bechor	noun	eerstgeborene
bechoriem	=	bechor
bechterew	noun	gewrichtsontsteking van de wervelkolom, met rugpijn en stijfheid als gevolg
becijfer	=	becijferen
becijferbaar	adj	van kosten dat je de hoogte van het bedrag kunt vaststellen
becijferbaarder	=	becijferbaar
becijferbaardere	=	becijferbaar
becijferbaarders	=	becijferbaar
becijferbaars	=	becijferbaar
becijferbaarst	=	becijferbaar
becijferbaarste	=	becijferbaar
becijferbare	=	becijferbaar
becijferd	=	becijferen
becijferde	=	becijferen
becijferden	=	becijferen
becijfere	=	becijferen
becijferen	verb	uitrekenen
becijferend	=	becijferen
becijferende	=	becijferen
becijfering	noun	berekening uitgedrukt in getallen
becijferingen	=	becijfering
becijferingetje	=	becijfering
becijferingetjes	=	becijfering
becijfert	=	becijferen
beckmannomlegging	noun	organische chemische reactie waarbij een oxime wordt omgezet in een amidederivaat onder invloed van een zuur (zoals zwavelzuur of fosforpentachloride)
beckmannomleggingen	=	beckmannomlegging
beckmannomlegginkje	=	beckmannomlegging
beckmannomlegginkjes	=	beckmannomlegging
beclometason	noun	medicament dat wordt gebruikt bij de behandeling van astma
becommentarieer	=	becommentariëren
becommentarieerd	=	becommentariëren
becommentarieerde	=	becommentariëren
becommentarieerden	=	becommentariëren
becommentarieert	=	becommentariëren
becommentariëre	=	becommentariëren
becommentariëren	verb	van commentaar voorzien; kritiek hebben op
becommentariërend	=	becommentariëren
becommentariërende	=	becommentariëren
beconcurreer	=	beconcurreren
beconcurreerd	=	beconcurreren
beconcurreerde	=	beconcurreren
beconcurreerden	=	beconcurreren
beconcurreert	=	beconcurreren
beconcurrere	=	beconcurreren
beconcurreren	verb	aan mededinging onderwerpen
beconcurrerend	=	beconcurreren
beconcurrerende	=	beconcurreren
becquerel	noun	de SI-eenheid van radioactiviteit, weergegeven met symbool Bq
becquerels	=	becquerel
bed	noun	een meubel gemaakt om in te slapen
bed-bad-brood	noun	basisvoorziening voor uitgeprocedeerde asielzoekers bestaande uit een slaapplaats, wasgelegenheid en voeding
bed-bad-broodlocatie	noun	plaats waar uitgeprocedeerde asielzoekers een slaapplaats, wasgelegenheid en voeding ontvangen
bed-bad-broodlocaties	=	bed-bad-broodlocatie
bed-bad-broodopvang	noun	plaats waar uitgeprocedeerde asielzoekers een slaapplaats, wasgelegenheid en voeding ontvangen
bed-bad-broodregeling	noun	basisvoorziening voor uitgeprocedeerde asielzoekers bestaande uit een slaapplaats, wasgelegenheid en voeding
bed-bad-broodregelingen	=	bed-bad-broodregeling
bed-bad-broodregelingetje	=	bed-bad-broodregeling
bed-bad-broodregelingetjes	=	bed-bad-broodregeling
bed-bad-en-broodregeling	noun	regeling waarbij de overheid zorgt voor basale noodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers
bed-bad-en-broodregelingen	=	bed-bad-en-broodregeling
bedaagd	adj	op leeftijd zijnd
bedaagde	=	bedaagd
bedaagder	=	bedaagd
bedaagdere	=	bedaagd
bedaagders	=	bedaagd
bedaagdheden	=	bedaagdheid
bedaagdheid	noun	het bedaagd zijn
bedaagds	=	bedaagd
bedaagdst	=	bedaagd
bedaagdste	=	bedaagd
bedaar	=	bedaren
bedaard	adj	rustig, kalm
bedaarde	=	bedaard
bedaarden	=	bedaren
bedaarder	=	bedaard
bedaardere	=	bedaard
bedaarders	=	bedaard
bedaardheid	noun	de rust en de kalmte van iets of iemand
bedaards	=	bedaard
bedaardst	=	bedaard
bedaardste	=	bedaard
bedaart	=	bedaren
bedacht	adj	alert bn, waakzaam
bedachte	=	bedenken
bedachten	=	bedenken
bedachter	=	bedacht
bedachtere	=	bedacht
bedachters	=	bedacht
bedachts	=	bedacht
bedachtst	=	bedacht
bedachtste	=	bedacht
bedachtzaam	adj	goed doordacht iets doen
bedachtzaamheid	noun	het geneigd zijn om goed na te denken voordat men handelt
bedachtzaams	=	bedachtzaam
bedachtzaamst	=	bedachtzaam
bedachtzaamste	=	bedachtzaam
bedachtzame	=	bedachtzaam
bedachtzamer	=	bedachtzaam
bedachtzamere	=	bedachtzaam
bedachtzamers	=	bedachtzaam
bedaest	=	bedeesd
bedaking	noun	het dak van een gebouw
bedakingen	=	bedaking
bedakinkje	=	bedaking
bedakinkjes	=	bedaking
bedamp	=	bedampen
bedampe	=	bedampen
bedampen	verb	een voorwerp bedekken door er een damp op te laten neerslaan
bedampend	=	bedampen
bedampende	=	bedampen
bedampt	=	bedampen
bedampte	=	bedampen
bedampten	=	bedampen
bedank	=	bedanken
bedankbrief	noun	brief waarin men zijn dankbaarheid uit
bedankbriefje	=	bedankbrief
bedankbriefjes	=	bedankbrief
bedankbrieven	=	bedankbrief
bedanke	=	bedanken
bedanken	verb	erkentelijkheid tot uitdrukking brengen
bedankend	=	bedanken
bedankende	=	bedanken
bedanking	noun	het bedanken van iemand
bedankingen	=	bedanking
bedankinkje	=	bedanking
bedankinkjes	=	bedanking
bedankje	noun	dankzegging
bedankjes	=	bedankje
bedankt	intj	uitspraak om waardering en erkenning te tonen in dagelijks gebruik.
bedankte	=	bedanken
bedankten	=	bedanken
bedankts	=	bedankt
bedankvideo	noun	filmpje waarin iemand zijn dank uitspreekt naar één of meer personen of organisaties
bedankvideo's	=	bedankvideo
bedare	=	bedaren
bedaren	verb	tot rust komen, kalm worden	noun	rust, kalmte
bedarend	=	bedaren
bedarende	=	bedaren
bedauw	=	bedauwen
bedauwd	=	bedauwen
bedauwde	=	bedauwen
bedauwden	=	bedauwen
bedauwe	=	bedauwen
bedauwen	verb	met ochtend mist bedekken en bevochtigen
bedauwend	=	bedauwen
bedauwende	=	bedauwen
bedauwt	=	bedauwen
bedbank	noun	zitbank die tot bed kan worden omgebouwd
bedbanken	=	bedbank
bedbankje	=	bedbank
bedbankjes	=	bedbank
bedbodem	noun	planken of latten die de matras van een bed ondersteunen
bedbodempje	=	bedbodem
bedbodempjes	=	bedbodem
bedbodems	=	bedbodem
bedde	verb|obsolete	enkelvoud verleden tijd van bedden	noun|obsolete	datief van bed
beddegenoot	=	bedgenoot
beddegoed	=	beddengoed
beddekussen	=	beddenkussen
beddelaken	=	beddenlaken
bedden	=	bed
beddencapaciteit	noun	het aantal patiënten dat tegelijkertijd kan worden opgenomen in een ziekenhuis
beddencapaciteiten	=	beddencapaciteit
beddend	=	bed
beddende	=	bed
beddengoed	noun	het textiel dat op een bed gebruikt wordt
beddenhuis	noun	deel van een ziekenhuis waar patiënten verblijven; deel van ziekenhuis met de verpleegafdelingen
beddenhuizen	=	beddenhuis
beddenkussen	noun	zak van textiel gevuld met zacht verend materiaal om het hoofd op te laten rusten tijdens het slapen
beddenkussens	=	beddenkussen
beddenkussentje	=	beddenkussen
beddenkussentjes	=	beddenkussen
beddenlaken	noun	grote doek van katoen of linnen om tijdens het slapen het matras of de deken van het lichaam te scheiden
beddenlakens	=	beddenlaken
beddenlakentje	=	beddenlaken
beddenlakentjes	=	beddenlaken
beddenmaker	noun	bedrijf dat bedden produceert en verkoopt
beddenmakers	=	beddenmaker
beddenpan	noun	ondersteek
beddenpannen	=	beddenpan
beddenpannetje	=	beddenpan
beddenpannetjes	=	beddenpan
beddenplank	noun	vaste plank (in een bedstee) waarop iets gezet kan worden
beddenplanken	=	beddenplank
beddenplankje	=	beddenplank
beddenplankjes	=	beddenplank
beddensprei	noun	sierkleed voor over een bed
beddenspreien	=	beddensprei
beddenspreitje	=	beddensprei
beddenspreitjes	=	beddensprei
beddentekort	noun	een gebrek aan slaapplaatsen
beddentijk	noun	overtrek van een bed
beddentijken	=	beddentijk
beddenwinkel	noun	een winkel waar men bedden, matrassen en andere slaapkamermeubels verkoopt
beddenwinkels	=	beddenwinkel
beddenwinkeltje	=	beddenwinkel
beddenwinkeltjes	=	beddenwinkel
beddenzak	noun	een stevige met zacht materiaal gevulde zak die men kan gebruiken als bed
beddenzakken	=	beddenzak
beddesprei	=	beddensprei
bedding	noun	de uitholling in het landschap waarin een stroom of beek zich voortbeweegt
beddingen	=	bedding
beddinkje	=	bedding
beddinkjes	=	bedding
bede	noun	smekend, dringend verzoek, smeekbede
bededag	noun	dag dat het burgerlijk of kerkelijk gezag oproept tot gezamenlijk bidden
bededagen	=	bededag
bedeel	=	bedelen
bedeeld	=	bedelen
bedeelde	noun	persoon die bedeeld wordt
bedeelden	=	bedelen
bedeelen	=	bedelen
bedeelt	=	bedelen
bedeesd	adj	weinig assertief
bedeesde	=	bedeesd
bedeesder	=	bedeesd
bedeesdere	=	bedeesd
bedeesders	=	bedeesd
bedeesdheid	noun	het weinig assertief zijn; het slecht opkomen voor de eigen belangen
bedeesds	=	bedeesd
bedeesdst	=	bedeesd
bedeesdste	=	bedeesd
bedehuis	noun	gebouw waarin religieuze bijeenkomsten plaatsvinden
bedehuisje	=	bedehuis
bedehuisjes	=	bedehuis
bedehuizen	=	bedehuis
bedeind	noun	uiteinde van het bed
bedeinde	noun	bedeind
bedeinden	=	bedeind
bedeindes	=	bedeinde
bedek	=	bedekken
bedekke	=	bedekken
bedekken	verb	iets over iets heen plaatsen zodat het niet zichtbaar is
bedekkend	=	bedekken
bedekkende	=	bedekken
bedekking	noun	het bedekken van iets
bedekkingen	=	bedekking
bedekkinkje	=	bedekking
bedekkinkjes	=	bedekking
bedeklok	noun	een klok die geluid wordt om gelovigen op te roepen tot het gebed
bedeklokje	=	bedeklok
bedeklokjes	=	bedeklok
bedeklokken	=	bedeklok
bedekt	adj	met iets eroverheen, zodat je het niet ziet
bedektbloeiend	adj	planten die geen bloemen en zaden gebruiken om zich voort te planten
bedektbloeiende	=	bedektbloeiend
bedektbloeiends	=	bedektbloeiend
bedekte	=	bedekt
bedektelijk	adj	op een slinkse manier
bedektelijke	=	bedektelijk
bedektelijker	=	bedektelijk
bedektelijkere	=	bedektelijk
bedektelijkers	=	bedektelijk
bedektelijks	=	bedektelijk
bedektelijkst	=	bedektelijk
bedektelijkste	=	bedektelijk
bedekten	=	bedekken
bedekter	=	bedekt
bedektere	=	bedekt
bedekters	=	bedekt
bedekts	=	bedekt
bedektst	=	bedekt
bedektste	=	bedekt
bedektzadigen	noun	een binnen de landplanten (Embryophyta) naar soortenrijkdom en aandeel in de biomassa op Aarde belangrijkste groep planten: Angiospermae.
bedel	noun	een meestal zilveren figuurtje dat aan een armband gehangen wordt
bedelaar	noun	een arm persoon die vraagt om geld zonder daar iets voor te doen
bedelaars	=	bedelaar
bedelaarster	noun	vrouwelijke vorm van bedelaar
bedelaarsters	=	bedelaarster
bedelaarstertje	=	bedelaarster
bedelaarstertjes	=	bedelaarster
bedelaartje	=	bedelaar
bedelaartjes	=	bedelaar
bedelachtig	adj	geneigd zijn tot bedelen
bedelachtige	=	bedelachtig
bedelachtiger	=	bedelachtig
bedelachtigere	=	bedelachtig
bedelachtigers	=	bedelachtig
bedelachtigs	=	bedelachtig
bedelachtigst	=	bedelachtig
bedelachtigste	=	bedelachtig
bedelares	noun	vrouwelijke bedelaar, vrouw die bedelt
bedelaresje	=	bedelares
bedelaresjes	=	bedelares
bedelaresse	=	bedelares
bedelaressen	=	bedelares
bedelarij	noun	het om een aalmoes vragen
bedelarijen	=	bedelarij
bedelarijtje	=	bedelarij
bedelarijtjes	=	bedelarij
bedelarmband	noun	een armband waaraan kleine voorwerpjes (de bedeltjes) kunnen worden gehangen.
bedelarmbanden	=	bedelarmband
bedelarmbandje	=	bedelarmband
bedelarmbandjes	=	bedelarmband
bedelbrief	noun	bericht waarin de afzender de ontvanger verzoekt geld of goederen aan hem of een door hem gesteld doel te verstrekken de term heeft een negatieve bijklank
bedelbriefje	=	bedelbrief
bedelbriefjes	=	bedelbrief
bedelbrieven	=	bedelbrief
bedelde	=	bedelen
bedelden	=	bedelen
bedele	=	bedelen
bedelen	verb	om een aalmoes vragen.
bedelend	adj	van een persoon dat deze vraagt om een gift of aalmoes
bedelende	=	bedelen
bedelends	=	bedelend
bedelf	=	bedelven
bedelft	=	bedelven
bedeling	noun	het aan de armen uitdelen van giften
bedelingen	=	bedeling
bedelinkje	=	bedeling
bedelinkjes	=	bedeling
bedelkind	noun	een kind dat bedelt
bedelkinderen	=	bedelkind
bedelkindje	=	bedelkind
bedelkindjes	=	bedelkind
bedelknop	noun	een drukknop voor voetgangers of fietsers bij verkeerslichten waarmee ze kunnen aangeven dat ze willen oversteken
bedelknopje	=	bedelknop
bedelknopjes	=	bedelknop
bedelknoppen	=	bedelknop
bedelman	noun	arme man die bedelt
bedelmannen	=	bedelman
bedelmannetje	=	bedelman
bedelmannetjes	=	bedelman
bedelmonnik	noun	kloosterling uit een bedelorde
bedelmonniken	=	bedelmonnik
bedelmonnikje	=	bedelmonnik
bedelnap	noun	bakje van een bedelaar waarin men geld kan doen
bedelnappen	=	bedelnap
bedelorde	noun	soort kloosterorde die afhankelijk is van giften
bedelorden	=	bedelorde
bedelordes	=	bedelorde
bedels	=	bedel
bedelstaf	noun	de staf (stok) waarmede een bedelaar liep, als kenmerkend voorwerp van zijn conditie en symbool van diepe armoede
bedelstaven	=	bedelstaf
bedelt	=	bedelen
bedeltje	=	bedel
bedeltjes	=	bedel
bedeltocht	noun	reis die men maakt om te smeken om hulp
bedeltochten	=	bedeltocht
bedeltochtje	=	bedeltocht
bedeltochtjes	=	bedeltocht
bedeltoer	noun	het langdurig of intensief geld vragen zonder directe tegenprestatie
bedeltoeren	=	bedeltoer
bedeltoertje	=	bedeltoer
bedeltoertjes	=	bedeltoer
bedelve	=	bedelven
bedelven	verb	met een dikke laag bedekken
bedelvend	=	bedelven
bedelvende	=	bedelven
bedelverbod	noun	verbod om in de openbare ruimte te vragen om geld
bedelverboden	=	bedelverbod
bedelverbodje	=	bedelverbod
bedelverbodjes	=	bedelverbod
bedelzak	noun	zak waarin een bedelaar zijn aalmoezen verzamelt
bedelzakje	=	bedelzak
bedelzakjes	=	bedelzak
bedelzakken	=	bedelzak
beden	=	bede
bedenk	=	bedenken
bedenkdag	noun	dag die men kan gebruiken om terug te komen op een eerder genomen beslissing
bedenkdagen	=	bedenkdag
bedenke	=	bedenken
bedenkelijk	adj	wat bezorgdheid of afkeuring opwekt	adv	op een wijze die van enig bedenk, van twijfel of van bezorgdheid blijk geeft
bedenkelijke	=	bedenkelijk
bedenkelijken	=	bedenkelijk
bedenkelijker	=	bedenkelijk
bedenkelijkere	=	bedenkelijk
bedenkelijkers	=	bedenkelijk
bedenkelijks	=	bedenkelijk
bedenkelijkst	=	bedenkelijk
bedenkelijkste	=	bedenkelijk
bedenken	verb	gedachten laten gaan over, denken over, overwegen
bedenkend	=	bedenken
bedenkende	=	bedenken
bedenker	noun	iemand die iets ontworpen of bedacht heeft
bedenkers	=	bedenker
bedenkertje	=	bedenker
bedenkertjes	=	bedenker
bedenking	noun	tegenwerping
bedenkingen	=	bedenking
bedenkinkje	=	bedenking
bedenkinkjes	=	bedenking
bedenksel	noun	iets wat alleen maar door mensen is bedacht zonder dat het echt hoeft te bestaan
bedenksels	=	bedenksel
bedenkseltje	=	bedenksel
bedenkseltjes	=	bedenksel
bedenkster	noun	vrouw die iets ontworpen of bedacht heeft
bedenksters	=	bedenkster
bedenkt	=	bedenken
bedenktijd	noun	termijn die men krijgt om ergens over na te denken
bedenktijden	=	bedenktijd
bederf	noun	een proces van aantasting en verslechtering dat iets onbruikbaar maakt
bederfbaar	adj	dat iets kan rotten waardoor het niet meer verkocht en geconsumeerd kan worden
bederfbaarder	=	bederfbaar
bederfbaardere	=	bederfbaar
bederfbaarders	=	bederfbaar
bederfbaars	=	bederfbaar
bederfbaarst	=	bederfbaar
bederfbaarste	=	bederfbaar
bederfbare	=	bederfbaar
bederfelijk	adj	dat iets kan verrotten of vergaan en daardoor niet meer bruikbaar of eetbaar is
bederfelijke	=	bederfelijk
bederfelijker	=	bederfelijk
bederfelijkere	=	bederfelijk
bederfelijkers	=	bederfelijk
bederfelijks	=	bederfelijk
bederfelijkst	=	bederfelijk
bederfelijkste	=	bederfelijk
bederft	=	bederven
bederfwerend	adj	het bederf tegenhoudend
bederfwerende	=	bederfwerend
bederfwerender	=	bederfwerend
bederfwerendere	=	bederfwerend
bederfwerenders	=	bederfwerend
bederfwerends	=	bederfwerend
bederfwerendst	=	bederfwerend
bederfwerendste	=	bederfwerend
bederve	=	bederven
bederven	verb|figurative	verpesten, verknoeien
bedervend	=	bederven
bedervende	=	bederven
bederver	noun	iets dat of iemand die (de zaak) bederft
bedervers	=	bederver
bedes	=	bede
bedetje	=	bede
bedevaarder	noun	bedevaartganger
bedevaarders	=	bedevaarder
bedevaarster	noun	vrouwelijke vorm van bedevaarder
bedevaarsters	=	bedevaarster
bedevaart	noun	reis naar een plaats die een bijzondere betekenis heeft binnen een religie
bedevaarten	=	bedevaart
bedevaartganger	noun	iemand die ter bedevaart gaat; iemand die om religieuze redenen een reis maakt naar een heilige plaats
bedevaartgangers	=	bedevaartganger
bedevaartje	=	bedevaart
bedevaartjes	=	bedevaart
bedevaartoord	noun	een plaats waar mensen op bedevaart heen gaan
bedevaartoorden	=	bedevaartoord
bedevaartplaats	noun	plaats waar pelgrims naartoe reizen
bedevaartplaatsen	=	bedevaartplaats
bedevaartplaatsje	=	bedevaartplaats
bedevaartplaatsjes	=	bedevaartplaats
bedevaartsoord	noun	een plaats waar mensen op bedevaart heen gaan
bedevaartsoorden	=	bedevaartsoord
bedevaartsoordje	=	bedevaartsoord
bedevaartsoordjes	=	bedevaartsoord
bedevaartsplaats	noun	plaats waar men heen gaat voor een bedevaart
bedevaartsplaatsen	=	bedevaartsplaats
bedevaartsplaatsje	=	bedevaartsplaats
bedevaartsplaatsjes	=	bedevaartsplaats
bedevaartstocht	noun	een reis naar een heilige plaats als religieuze handeling
bedevaartstochten	=	bedevaartstocht
bedevaartstochtje	=	bedevaartstocht
bedevaartstochtjes	=	bedevaartstocht
bedevaartstoerisme	noun	vorm van toerisme waarbij pelgrims op bedevaart gaan naar een bedevaartsoord
bedevaarttocht	noun	reis naar een heilige plaats als godsdienstoefening
bedevaarttochten	=	bedevaarttocht
bedevaarttochtje	=	bedevaarttocht
bedevaarttochtjes	=	bedevaarttocht
bedgalg	noun	een hulpmiddel met een handgreep dat boven het bed wordt geplaatst om iemand te helpen bij het veranderen van houding of het zelfstandig in en uit bed komen
bedgalgen	=	bedgalg
bedgalgje	=	bedgalg
bedgalgjes	=	bedgalg
bedgebondenheid	noun	een lichamelijke toestand waardoor een patiënt het bed niet kan verlaten
bedgeheim	noun	geheimen over iemands seksleven
bedgeheimen	=	bedgeheim
bedgeheimpje	=	bedgeheim
bedgeheimpjes	=	bedgeheim
bedgenoot	noun	iemand waarmee men het bed deelt
bedgenootje	=	bedgenoot
bedgenootjes	=	bedgenoot
bedgenote	noun	vrouw waarmee je in een bed slaapt
bedgenoten	=	bedgenoot
bedgenotes	=	bedgenote
bedgordijn	noun	gordijnen die om een bed gehangen kunnen worden om het bed en de persoon die op het bed is af te schermen van de omgeving
bedgordijnen	=	bedgordijn
bedheffer	noun	een hulpmiddel met een handgreep dat boven het bed wordt geplaatst om iemand te helpen bij het veranderen van houding of het zelfstandig in en uit bed komen
bedheffers	=	bedheffer
bedheffertje	=	bedheffer
bedheffertjes	=	bedheffer
bedhek	noun	een hulpmiddel dat voorkomt dat mensen (vooral kinderen, maar ook volwassenen) uit bed vallen, en/of dient als ondersteuning bij het in- en uitstappen
bedhekje	=	bedhek
bedhekjes	=	bedhek
bedhekken	=	bedhek
bedibber	=	bedibberen
bedibberd	=	bedibberen
bedibberde	=	bedibberen
bedibberden	=	bedibberen
bedibbere	=	bedibberen
bedibberen	verb	spreken
bedibberend	=	bedibberen
bedibberende	=	bedibberen
bedibbert	=	bedibberen
bedied	=	bedieden
bediedde	=	bedieden
bediedden	=	bedieden
bediede	=	bedieden
bedieden	verb|obsolete	beduiden
bediedend	=	bedieden
bediedende	=	bedieden
bediedt	=	bedieden
bedien	=	bedienen
bedienaar	noun	iemand die een machine bestuurt
bedienaars	=	bedienaar
bedienaren	=	bedienaar
bedienbaar	adj	met de mogelijkheid om de werking van het apparaat d.m.v. handelen te beïnvloeden
bedienbaarder	=	bedienbaar
bedienbaardere	=	bedienbaar
bedienbaarders	=	bedienbaar
bedienbaars	=	bedienbaar
bedienbaarst	=	bedienbaar
bedienbaarste	=	bedienbaar
bedienbare	=	bedienbaar
bediend	adj	een dienst ontvangend (door een betaalde kracht)
bediende	noun	iemand in een ondergeschikte betrekking
bediendecontract	noun	arbeidsovereenkomst voor (huishoudelijke) bedienden; arbeidscontract voor werknemers die geen arbeider zijn
bediendecontracten	=	bediendecontract
bediendecontractje	=	bediendecontract
bediendecontractjes	=	bediendecontract
bedienden	=	bedienen
bediendeopleiding	noun	een vorm van beroepsonderwijs die bedoeld is om mensen op te leiden voor administratieve, commerciële of ondersteunende taken binnen een organisatie.
bediendeopleidingen	=	bediendeopleiding
bediendeopleidinkje	=	bediendeopleiding
bediendeopleidinkjes	=	bediendeopleiding
bediendes	=	bediende
bediendestaking	noun	werkonderbreking door (huishoudelijke) bedienden om betere arbeidsomstandigheden te verkrijgen; staking door werknemers die geen arbeider zijn
bediendestakingen	=	bediendestaking
bediendestakinkje	=	bediendestaking
bediendestakinkjes	=	bediendestaking
bediendestatuten	=	bediendestatuut
bediendestatuut	noun	arbeidsovereenkomst voor (huishoudelijke) bedienden; arbeidscontract voor werknemers die geen arbeider zijn
bediendetje	=	bediende
bediendevakbond	noun	vakbond voor (huishoudelijke) bedienden; vakbond voor werknemers die geen arbeider zijn
bediendevakbonden	=	bediendevakbond
bediendevakbondje	=	bediendevakbond
bediendevakbondjes	=	bediendevakbond
bediends	=	bediend
bediene	=	bedienen
bedienen	verb	eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
bedienend	adj	van personeel dat ze de klanten voorzien van wat ze nodig hebben
bedienende	=	bedienen
bedienends	=	bedienend
bediener	noun	iemand die een apparaat op een goede manier laat functioneren
bedieners	=	bediener
bedienertje	=	bediener
bedienertjes	=	bediener
bediening	noun	groep van personen die eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
bedieningen	=	bediening
bedieningsconcept	noun	doordachte opzet voor de manier waarop apparaat hanteerbaar is gemaakt
bedieningsconcepten	=	bedieningsconcept
bedieningsfout	noun	vergissing in het bedienen van een apparaat of machine
bedieningsfouten	=	bedieningsfout
bedieningsgeld	noun	toeslag op de prijzen voor de bediening
bedieningsgelden	=	bedieningsgeld
bedieningsgemak	noun	de eenvoud waarmee men een apparaat kan gebruiken
bedieningsgemakken	=	bedieningsgemak
bedieningsknop	noun	knop waarmee men een apparaat kan laten werken
bedieningsknoppen	=	bedieningsknop
bedieningsorgaan	noun	een object waarmee invloed kan worden uitgeoefend op een systeem
bedieningsorgaantje	=	bedieningsorgaan
bedieningsorgaantjes	=	bedieningsorgaan
bedieningsorganen	=	bedieningsorgaan
bedieningspaneel	noun	paneel met regelapparatuur en meetinstrumenten
bedieningspaneeltje	=	bedieningspaneel
bedieningspaneeltjes	=	bedieningspaneel
bedieningspanelen	=	bedieningspaneel
bedieninkje	=	bediening
bedieninkjes	=	bediening
bedient	=	bedienen
bedierf	=	bederven
bedierft	=	bederven
bedierve	=	bederven
bedierven	=	bederven
bedijd	=	bedijen
bedijde	=	bedijen
bedijen	verb	voorspoedig groeien, voorspoedig ontwikkelen
bedijend	=	bedijen
bedijk	=	bedijken
bedijke	=	bedijken
bedijken	verb	voorzien van dijken
bedijkend	=	bedijken
bedijkende	=	bedijken
bedijking	noun	het omgeven van een gebied met een dijk
bedijkingen	=	bedijking
bedijkinkje	=	bedijking
bedijkinkjes	=	bedijking
bedijkt	adj	beschermd door dijken
bedijkte	=	bedijken
bedijkten	=	bedijken
bedijkts	=	bedijkt
bedika	noun	onderzoek, met name van geslacht vee of dit koosjer kan worden verklaard
bedikat	noun	onderzoek van
bedikot	=	bedika
bedil	=	bedillen
bedilal	noun	bemoeial
bedilallen	=	bedilal
bedilalletje	=	bedilal
bedilalletjes	=	bedilal
bedilals	=	bedilal
bedild	=	bedillen
bedilde	=	bedillen
bedilden	=	bedillen
bedille	=	bedillen
bedillen	verb	op een bemoeizuchtige manier voor een ander regelen
bedillend	=	bedillen
bedillende	=	bedillen
bediller	noun	iemand die veel op andere mensen vit
bedillerig	adj	op een onaangename manier bemoeizuchtig
bedillerige	=	bedillerig
bedilleriger	=	bedillerig
bedillerigere	=	bedillerig
bedillerigers	=	bedillerig
bedillerigs	=	bedillerig
bedillerigst	=	bedillerig
bedillerigste	=	bedillerig
bedillers	=	bediller
bedilt	=	bedillen
bedilziek	adj	bemoeizuchtig, bazig
bedilzieke	=	bedilziek
bedilzieker	=	bedilziek
bedilziekere	=	bedilziek
bedilziekers	=	bedilziek
bedilzieks	=	bedilziek
bedilziekst	=	bedilziek
bedilziekste	=	bedilziek
bedilzucht	noun	de overmatige neiging om zich met alles en iedereen te bemoeien
bedilzuchtig	adj	de neiging tot bedillen hebbend
bedilzuchtige	=	bedilzuchtig
bedilzuchtiger	=	bedilzuchtig
bedilzuchtigere	=	bedilzuchtig
bedilzuchtigers	=	bedilzuchtig
bedilzuchtigs	=	bedilzuchtig
bedilzuchtigst	=	bedilzuchtig
bedilzuchtigste	=	bedilzuchtig
beding	noun	een bij onderhandeling overeengekomen voorwaarde
bedinge	=	bedingen
bedingen	verb	door onderhandeling een toezegging verkrijgen
bedingend	=	bedingen
bedingende	=	bedingen
bedingetje	=	beding
bedingetjes	=	beding
bedinging	noun	een bij onderhandeling overeengekomen voorwaarde
bedingingen	=	bedinging
bedinginkje	=	bedinging
bedinginkjes	=	bedinging
bedingt	=	bedingen
bediscussieer	=	bediscussiëren
bediscussieerbaar	adj	waarover discussie mogelijk is
bediscussieerbaarder	=	bediscussieerbaar
bediscussieerbaardere	=	bediscussieerbaar
bediscussieerbaarders	=	bediscussieerbaar
bediscussieerbaars	=	bediscussieerbaar
bediscussieerbaarst	=	bediscussieerbaar
bediscussieerbaarste	=	bediscussieerbaar
bediscussieerbare	=	bediscussieerbaar
bediscussieerd	=	bediscussiëren
bediscussieerde	=	bediscussiëren
bediscussieerden	=	bediscussiëren
bediscussieert	=	bediscussiëren
bediscussiëre	=	bediscussiëren
bediscussiëren	verb	aan discussie onderwerpen
bediscussiërend	=	bediscussiëren
bediscussiërende	=	bediscussiëren
bedissel	=	bedisselen
bedisselaar	noun	iemand die iets regelt
bedisselaars	=	bedisselaar
bedisseld	=	bedisselen
bedisselde	=	bedisselen
bedisselden	=	bedisselen
bedissele	=	bedisselen
bedisselen	verb	alles op een precieze manier regelen voor andere mensen (heeft een wat ongunstige betekenis)
bedisselend	=	bedisselen
bedisselende	=	bedisselen
bedisselt	=	bedisselen
bedjasje	noun	warm jasje dat een vrouw draagt over haar nachtkleding als ze rechtop in bed zit
bedjasjes	=	bedjasje
bedje	=	bed
bedjes	=	bed
bedkruik	noun	een heetwaterzak die wordt gebruikt om in bed voor warmte te zorgen als het koud is
bedkruiken	=	bedkruik
bedkruikje	=	bedkruik
bedkruikjes	=	bedkruik
bedkussen	noun	een met zacht materiaal gevulde zak, dienende om het slaapcomfort van de gebruiker te verbeteren
bedkussens	=	bedkussen
bedkussentje	=	bedkussen
bedkussentjes	=	bedkussen
bedlamp	noun	lamp aan het hoofdeinde van een bed zodat je kunt lezen in bed en licht kunt maken als je in bed ligt
bedlampen	=	bedlamp
bedlampje	=	bedlamp
bedlampjes	=	bedlamp
bedlegerig	adj	niet in staat uit bed te komen
bedlegerige	=	bedlegerig
bedlegeriger	=	bedlegerig
bedlegerigere	=	bedlegerig
bedlegerigers	=	bedlegerig
bedlegerigheid	noun	het bedlegerig zijn
bedlegerigs	=	bedlegerig
bedlegerigst	=	bedlegerig
bedlegerigste	=	bedlegerig
bedlinnen	noun	lakens en slopen die op een bed liggen
bedluis	noun	Cimex lectularius, een parasitair insect dat behoort tot de familie bedwantsen (Cimicidae) en berucht is omdat het het bed van de mens graag als tehuis kiest
bedluizen	=	bedluis
bedmaatje	noun|informal	iemand waarmee je vooral seksuele omgang hebt
bedmaatjes	=	bedmaatje
bednet	noun	een net dat om een bed heen hangt en de slapende beschermt tegen muggen en andere insecten
bednetje	=	bednet
bednetjes	=	bednet
bednetten	=	bednet
bedodden	=	bedotten
bedoek	=	bedoeken
bedoeke	=	bedoeken
bedoeken	verb	schilderij voorzien van een steunend doek aan de achterkant van dat schilderij
bedoekend	=	bedoeken
bedoekende	=	bedoeken
bedoekt	=	bedoeken
bedoekte	=	bedoeken
bedoekten	=	bedoeken
bedoel	=	bedoelen
bedoeld	adj	wat men wilde bereiken of uitdrukken	adv	goed- of slecht~ met goede of slechte intenties, maar omgekeerd uitpakkend
bedoelde	=	bedoeld
bedoelden	=	bedoelen
bedoelds	=	bedoeld
bedoele	=	bedoelen
bedoelen	verb	met een woord of toespeling iets of iemand aanduiden of proberen aan te duiden
bedoelend	=	bedoelen
bedoelende	=	bedoelen
bedoeling	noun	het doel van een actie, dat wat men wil gaan doen of wil bereiken
bedoelingen	=	bedoeling
bedoelinkje	=	bedoeling
bedoelinkjes	=	bedoeling
bedoelt	=	bedoelen
bedoening	noun	druk gedoe
bedoeningen	=	bedoening
bedoeninkje	=	bedoening
bedoeninkjes	=	bedoening
bedoezelaar	noun	iemand die iets vuil of lelijk maakt
bedoezelaars	=	bedoezelaar
bedoeïen	noun	nomadische arabier
bedoeïenen	=	bedoeïen
bedoeïenentent	noun	tent die de kenmerkende huisvesting is van het woestijnvolk de Bedoeïen
bedoeïenententen	=	bedoeïenentent
bedoeïenententje	=	bedoeïenentent
bedoeïenententjes	=	bedoeïenentent
bedoeïentje	=	bedoeïen
bedolf	=	bedelven
bedolft	=	bedelven
bedolve	=	bedelven
bedolven	=	bedelven
bedompt	adj	van een ruimte dat je er moeilijk kunt ademhalen, dat het er stinkt en er geen frisse lucht is
bedompte	=	bedompt
bedompter	=	bedompt
bedomptere	=	bedompt
bedompters	=	bedompt
bedomptheden	=	bedomptheid
bedomptheid	noun	het gebrek aan schone, frisse lucht in een bepaalde ruimte
bedompts	=	bedompt
bedomptst	=	bedompt
bedomptste	=	bedompt
bedonder	=	bedonderen
bedonderaar	noun	iemand die een ander kwaad doet door te liegen
bedonderaars	=	bedonderaar
bedonderd	=	bedonderen
bedonderde	=	bedonderen
bedonderden	=	bedonderen
bedonderder	=	bedonderen
bedonderdere	=	bedonderen
bedonderders	=	bedonderen
bedonderds	=	bedonderen
bedonderdst	=	bedonderen
bedonderdste	=	bedonderen
bedondere	=	bedonderen
bedonderen	verb	aan bedrog onderwerpen
bedonderend	=	bedonderen
bedonderende	=	bedonderen
bedondert	=	bedonderen
bedong	=	bedingen
bedonge	=	bedingen
bedongen	=	bedingen
bedongt	=	bedingen
bedorve	=	bederven
bedorven	adj	niet langer voor consumptie geschikt
bedorvens	=	bedorven
bedot	=	bedotten
bedotia's	noun	een familie Bedotiidae, in het Engels ook wel Madagascar rainbowfish genoemd, in de orde der koornaarvisachtigen (Atheriniformes).
bedotte	=	bedotten
bedotten	verb	iemand bedrieglijk in een waan brengen, gewoonlijk spelenderwijs
bedottend	=	bedotten
bedottende	=	bedotten
bedotter	noun	iemand die andere door leugens bedriegt
bedotters	=	bedotter
bedottertje	=	bedotter
bedottertjes	=	bedotter
bedpan	noun	verpleegkundig hulpmiddel waar mee een patient op bed kan urineren en defaeceren, ook gebruikt in een postoel
bedpannen	=	bedpan
bedpannetje	=	bedpan
bedpannetjes	=	bedpan
bedpapegaai	noun	een hulpmiddel met een handgreep dat boven het bed wordt geplaatst om iemand te helpen bij het veranderen van houding of het zelfstandig in en uit bed komen
bedpapegaaien	=	bedpapegaai
bedpapegaaitje	=	bedpapegaai
bedpapegaaitjes	=	bedpapegaai
bedplank	noun	plank aan de voorkant van een bedstee die ervoor zorgt dat iemand niet uit bed valt
bedplanken	=	bedplank
bedplankje	=	bedplank
bedplankjes	=	bedplank
bedplas	=	bedplassen
bedplasse	=	bedplassen
bedplassen	verb	urineren terwijl je in bed ligt
bedplassend	=	bedplassen
bedplassende	=	bedplassen
bedplasser	noun	persoon, meestal een kind, die tijdens de slaap zonder opzet urine verliest in bed
bedplassers	=	bedplasser
bedplassertje	=	bedplasser
bedplassertjes	=	bedplasser
bedplast	=	bedplassen
bedplaste	=	bedplassen
bedplasten	=	bedplassen
bedraad	=	bedraden
bedraadde	=	bedraden
bedraadden	=	bedraden
bedraadt	=	bedraden
bedraag	=	bedragen
bedraagt	=	bedragen
bedrade	=	bedraden
bedraden	verb	van draad voorzien
bedradend	=	bedraden
bedradende	=	bedraden
bedrading	noun	het bedraden
bedradingen	=	bedrading
bedradinkje	=	bedrading
bedradinkjes	=	bedrading
bedrag	noun	som geld, geldsom
bedrage	=	bedrag
bedragen	verb	de som gelds die iets kost
bedragend	=	bedragen
bedragende	=	bedragen
bedragens	=	bedragen
bedragje	=	bedrag
bedragjes	=	bedrag
bedrand	noun	opstaand deel van een slaapmeubel naast en even hoog als de matras, waarop iemand kan zitten bij het uit bed stappen
bedranden	=	bedrand
bedreef	=	bedrijven
bedreeft	=	bedrijven
bedreig	=	bedreigen
bedreigd	adj	bang gemaakt, dreigend bejegend
bedreigde	=	bedreigen
bedreigden	=	bedreigen
bedreigds	=	bedreigd
bedreige	=	bedreigen
bedreigen	verb	iemand bang maken
bedreigend	adj	dat iets angstig maakt
bedreigende	=	bedreigend
bedreigender	=	bedreigend
bedreigendere	=	bedreigend
bedreigenders	=	bedreigend
bedreigends	=	bedreigend
bedreigendst	=	bedreigend
bedreigendste	=	bedreigend
bedreiger	noun	iemand die gevaar oplevert.
bedreigers	=	bedreiger
bedreigertje	=	bedreiger
bedreigertjes	=	bedreiger
bedreiging	noun	een mogelijk gevaar
bedreigingen	=	bedreiging
bedreiginkje	=	bedreiging
bedreiginkjes	=	bedreiging
bedreigt	=	bedreigen
bedremmeld	adj	in een pijnlijke verlegenheid gebracht
bedremmelde	=	bedremmeld
bedremmelder	=	bedremmeld
bedremmeldere	=	bedremmeld
bedremmelders	=	bedremmeld
bedremmelds	=	bedremmeld
bedremmeldst	=	bedremmeld
bedremmeldste	=	bedremmeld
bedreve	=	bedrijven
bedreven	adj	ervaren en handig, vakkundig
bedrevener	=	bedreven
bedreveners	=	bedreven
bedrevenheden	=	bedrevenheid
bedrevenheid	noun	de mate waarin iemand bedreven is
bedrevens	=	bedreven
bedrevenst	=	bedreven
bedrevenste	=	bedreven
bedrieg	=	bedriegen
bedriege	=	bedriegen
bedriegelijk	=	bedrieglijk
bedriegen	verb	iemand met kwade opzet in de waan brengen, misleiden
bedriegend	=	bedriegen
bedriegende	=	bedriegen
bedriegens	noun	genitief van bedriegen
bedrieger	noun	iemand die een ander om de tuin leidt voor persoonlijk gewin
bedriegerij	noun	het iemand met kwade bedoelingen in de waan brengen
bedriegerijen	=	bedriegerij
bedriegerijtje	=	bedriegerij
bedriegers	=	bedrieger
bedriegertje	=	bedrieger
bedriegertjes	=	bedrieger
bedrieglijk	adj	misleidend, leugenachtig, zich mooier voordoen dan de werkelijkheid
bedrieglijke	=	bedrieglijk
bedrieglijker	=	bedrieglijk
bedrieglijkere	=	bedrieglijk
bedrieglijkers	=	bedrieglijk
bedrieglijkheden	=	bedrieglijkheid
bedrieglijkheid	noun	het bedrieglijk zijn
bedrieglijks	=	bedrieglijk
bedrieglijkst	=	bedrieglijk
bedrieglijkste	=	bedrieglijk
bedriegster	noun	vrouw die bedriegt
bedriegsters	=	bedriegster
bedriegstertje	=	bedriegster
bedriegstertjes	=	bedriegster
bedriegt	=	bedriegen
bedrijf	noun	organisatie, samenspel van mensen en middelen om producten en of diensten te leveren
bedrijfje	=	bedrijf
bedrijfjes	=	bedrijf
bedrijfs-cao	noun	arbeidsovereenkomst voor al het personeel van één bedrijf
bedrijfs-cao's	=	bedrijfs-cao
bedrijfs-pc-netwerk	noun	een pc-netwerk binnen een bedrijf
bedrijfs-pc-netwerken	=	bedrijfs-pc-netwerk
bedrijfsactiviteit	noun	elk van de bezigheden van een bedrijf
bedrijfsactiviteiten	=	bedrijfsactiviteit
bedrijfsadministratie	noun	verzameling van gegevens die verband houden met het besturen en doen functioneren van een bedrijf
bedrijfsadministraties	=	bedrijfsadministratie
bedrijfsadviseur	noun	een specialist die een bedrijf adviseert in zaken de bedrijfvoering
bedrijfsadviseurs	=	bedrijfsadviseur
bedrijfsadviseurtje	=	bedrijfsadviseur
bedrijfsadviseurtjes	=	bedrijfsadviseur
bedrijfsadvocaat	noun	een specialist binnen het bedrijf die belast is met juridische zaken
bedrijfsadvocaatje	=	bedrijfsadvocaat
bedrijfsadvocaatjes	=	bedrijfsadvocaat
bedrijfsadvocaten	=	bedrijfsadvocaat
bedrijfsafval	noun	door een bedrijf geproduceerd afval; afvalstoffen die ontstaan bij een productieproces
bedrijfsanalyse	noun	onderzoek naar de processen binnen een bedrijf
bedrijfsanalysen	=	bedrijfsanalyse
bedrijfsanalyses	=	bedrijfsanalyse
bedrijfsarts	noun	aan een bedrijf verbonden arts
bedrijfsartsen	=	bedrijfsarts
bedrijfsauto	noun	auto die in gebruik is voor het verrichten van bedrijfsactiviteiten en op naam van het bedrijf staat
bedrijfsauto's	=	bedrijfsauto
bedrijfsbelang	noun	wat in het voordeel van een onderneming is
bedrijfsbelangen	=	bedrijfsbelang
bedrijfsbelasting	noun	de belasting, die een bedrijf de overheid en andere instaties verschuldigd is
bedrijfsbelastingen	=	bedrijfsbelasting
bedrijfsbeleid	noun	het beleid van een onderneming
bedrijfsbestemming	noun	een terrein met als functie dat er een bedrijf op gevestigd mag worden
bedrijfsbestemmingen	=	bedrijfsbestemming
bedrijfsbeveiliging	noun	afdeling van een bedrijf die betrokken is bij de veiligheid in dat bedrijf
bedrijfsbeveiligingen	=	bedrijfsbeveiliging
bedrijfsbeveiligingetje	=	bedrijfsbeveiliging
bedrijfsbeveiligingetjes	=	bedrijfsbeveiliging
bedrijfsbezetting	noun	aantal personeelsleden dat werkzaam is in een bedrijf
bedrijfsbezettingen	=	bedrijfsbezetting
bedrijfsbezoek	noun	een visite bij of excursie naar een bedrijf bijvoorbeeld door de Belastingdienst of door een onderwijsinstelling
bedrijfsbezoeken	=	bedrijfsbezoek
bedrijfsbezoekje	=	bedrijfsbezoek
bedrijfsbezoekjes	=	bedrijfsbezoek
bedrijfsbeëindiging	noun	het stoppen van de bedrijfsvoering van een bedrijf
bedrijfsbeëindigingen	=	bedrijfsbeëindiging
bedrijfsblaadje	=	bedrijfsblad
bedrijfsblaadjes	=	bedrijfsblad
bedrijfsblad	noun	tijdschrift dat uitgegeven wordt door een organisatie of bedrijf en informatie bevat over die organisatie
bedrijfsbladen	=	bedrijfsblad
bedrijfsblind	adj	niet in staat om fouten binnen het (eigen) bedrijf op te merken door een te eenzijdige gerichtheid
bedrijfsblinde	=	bedrijfsblind
bedrijfsblindheid	noun	niet zien wat er werkelijk gebeurt in het eigen bedrijf of de eigen samenleving
bedrijfsblinds	=	bedrijfsblind
bedrijfsbrand	noun	een brand in een bedrijfspand en/of op het bedrijfsterrein
bedrijfsbranden	=	bedrijfsbrand
bedrijfsbrandje	=	bedrijfsbrand
bedrijfsbrandjes	=	bedrijfsbrand
bedrijfsbrandweer	noun	een particulier brandweerkorps van een bedrijf of instelling
bedrijfsbrede	=	bedrijfsbreed
bedrijfsbreed	adj	betreffende de gehele onderneming
bedrijfsbreeds	=	bedrijfsbreed
bedrijfsbureau	noun	afdeling die zich bezig houdt met de planning en indeling van werkzaamheden in een onderneming
bedrijfsbureaus	=	bedrijfsbureau
bedrijfschap	noun|obsolete	een publiekrechtelijke organisatie in Nederland van de bedrijven die in eenzelfde branche werken (de laatsten zijn 1 januari 2015 opgeheven)
bedrijfschappen	=	bedrijfschap
bedrijfschef	noun	iemand die de dagelijkse leiding heeft van een bedrijf
bedrijfschefs	=	bedrijfschef
bedrijfscoach	noun	iemand die de werknemers van een bedrijf begeleid en traint
bedrijfscoaches	=	bedrijfscoach
bedrijfscommunicatie	noun	de communicatie activiteiten van een bedrijf zowel binnen het bedrijf zelf als naar de buitenwereld
bedrijfscommunicaties	=	bedrijfscommunicatie
bedrijfscomplex	noun	verzameling gebouwen waarin een bedrijf is gevestigd
bedrijfscomplexen	=	bedrijfscomplex
bedrijfscomplexje	=	bedrijfscomplex
bedrijfscomplexjes	=	bedrijfscomplex
bedrijfscomputer	noun	centrale computer van een bedrijf of organisatie
bedrijfscomputers	=	bedrijfscomputer
bedrijfscontinuïteit	noun	het voortbestaan van een bedrijf
bedrijfscorrespondentie	noun	brieven die worden gestuurd en ontvangen in het kader van de bedrijfsvoering van een onderneming
bedrijfscorrespondenties	=	bedrijfscorrespondentie
bedrijfscrèche	noun	kinderopvang bij een onderneming voor kinderen waarvan de ouders bij die onderneming werken
bedrijfscrèches	=	bedrijfscrèche
bedrijfsculturen	=	bedrijfscultuur
bedrijfscultuur	noun	manier waarop de medewerkers in een bedrijf met elkaar en met derden omgaan
bedrijfscultuurtje	=	bedrijfscultuur
bedrijfscultuurtjes	=	bedrijfscultuur
bedrijfscursus	noun	een gerichte training of opleiding die door een werkgever wordt geïnitieerd, gefaciliteerd en vaak gefinancierd om werknemers essentiële kennis en vaardigheden bij te brengen
bedrijfscursusje	=	bedrijfscursus
bedrijfscursusjes	=	bedrijfscursus
bedrijfscursussen	=	bedrijfscursus
bedrijfsdetective	noun	iemand die in dienst van een onderneming speurwerk doet naar criminaliteit waar die onderneming schade van heeft
bedrijfsdetectives	=	bedrijfsdetective
bedrijfseconomen	=	bedrijfseconoom
bedrijfseconomie	noun	de tak van de micro-economie die de economische gebeurtenissen in een bedrijf bestudeert
bedrijfseconomieën	=	bedrijfseconomie
bedrijfseconomisch	adj	betrekking hebbend op het financiële resultaat van een onderneming
bedrijfseconomische	=	bedrijfseconomisch
bedrijfseconomischer	=	bedrijfseconomisch
bedrijfseconomischere	=	bedrijfseconomisch
bedrijfseconomischers	=	bedrijfseconomisch
bedrijfseconoom	noun	een persoon die is afgestudeerd in de bedrijfseconomie
bedrijfseconoompje	=	bedrijfseconoom
bedrijfseconoompjes	=	bedrijfseconoom
bedrijfseigenaar	noun	iemand die een onderneming in zijn bezit heeft
bedrijfseigenaars	=	bedrijfseigenaar
bedrijfseigenaren	=	bedrijfseigenaar
bedrijfseigendom	noun	een bezit van een bedrijf of organisatie
bedrijfseigendommen	=	bedrijfseigendom
bedrijfsethiek	noun	de leer van de morele aspecten van het ondernemen; de leer over het goed en kwaad van het economisch handelen in een organisatie
bedrijfsevenement	noun	een evenement dat georganiseerd wordt voor de werknemers van een bedrijf en eventueel ook hun gezinsleden
bedrijfsevenementen	=	bedrijfsevenement
bedrijfsfeest	noun	feestelijke bijeenkomst voor de medewerkers van een bedrijf
bedrijfsfeesten	=	bedrijfsfeest
bedrijfsfeestje	=	bedrijfsfeest
bedrijfsfeestjes	=	bedrijfsfeest
bedrijfsfilm	noun	audiovisuele productie door en over een bepaald bedrijf, vaak met een promotionele inhoud
bedrijfsfilmpje	=	bedrijfsfilm
bedrijfsfilmpjes	=	bedrijfsfilm
bedrijfsfilms	=	bedrijfsfilm
bedrijfsfilosofie	noun	de centrale gedachte van een bedrijf
bedrijfsfilosofieën	=	bedrijfsfilosofie
bedrijfsfinanciering	noun	het voorzien van een onderneming van voldoende kapitaal
bedrijfsfinancieringen	=	bedrijfsfinanciering
bedrijfsfitness	noun	een aan een onderneming gerelateerde sportschool
bedrijfsfonds	noun	organisatie die de fondsen voor de pensioenen van een bedrijf beheert; bedrijfspensioenfonds
bedrijfsfondsen	=	bedrijfsfonds
bedrijfsgebouw	noun	gebouw waarin een bedrijf gevestigd is
bedrijfsgebouwen	=	bedrijfsgebouw
bedrijfsgebouwtje	=	bedrijfsgebouw
bedrijfsgebouwtjes	=	bedrijfsgebouw
bedrijfsgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een bedrijf of eigendom van een bedrijf
bedrijfsgegevens	noun	data die eigendom zijn van een bedrijf en die men niet met de buitenwacht wil delen
bedrijfsgegeventje	=	bedrijfsgegeven
bedrijfsgegeventjes	=	bedrijfsgegeven
bedrijfsgeheim	noun	informatie die omwille van de inhoud of aard niet buiten het bedrijf verspreid mag worden
bedrijfsgeheimen	=	bedrijfsgeheim
bedrijfsgeneeskunde	noun	medisch specialisme gericht op relatie tussen arbeid en gezondheid
bedrijfsgeschiedenis	noun	het verleden van een bedrijf of organisatie
bedrijfsgeschiedenisje	=	bedrijfsgeschiedenis
bedrijfsgeschiedenisjes	=	bedrijfsgeschiedenis
bedrijfsgeschiedenissen	=	bedrijfsgeschiedenis
bedrijfsgezondheidsdienst	noun	afdeling binnen een bedrijf die toeziet op de werkgerelateerde gezondheidstoestand van de werknemers van dat bedrijf
bedrijfsgezondheidsdiensten	=	bedrijfsgezondheidsdienst
bedrijfsgezondheidszorg	noun	de gezondheidszorg voor werknemers met werkgerelateerde aandoeningen
bedrijfsgrond	noun	terrein waarop een bedrijf gevestigd is
bedrijfsgronden	=	bedrijfsgrond
bedrijfsgrootte	noun	de omvang van een onderneming
bedrijfsgrootten	=	bedrijfsgrootte
bedrijfsgroottes	=	bedrijfsgrootte
bedrijfshal	noun	een grote ruimte waarin bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden
bedrijfshallen	=	bedrijfshal
bedrijfshalletje	=	bedrijfshal
bedrijfshalletjes	=	bedrijfshal
bedrijfshulpverlener	noun	iemand die kan optreden in noodsituaties (zoals bijvoorbeeld ongelukken en brand) op het werk
bedrijfshulpverleners	=	bedrijfshulpverlener
bedrijfshulpverlening	noun	de hulp die wordt verleend bij ongewenste gebeurtenissen in een organisatie, die de veiligheid en/of gezondheid van de werknemers en andere aanwezigen bedreigen (zoals brand en ongevallen)
bedrijfshulpverleningen	=	bedrijfshulpverlening
bedrijfshygiëne	noun	alles wat een goede gezondheid vereist en de handelingen, inrichtingen en instellingen die deze bevorderen zoals b.v. het schoon-zijn om infectie te voorkomen binnen een bedrijf
bedrijfsidee	noun	een bedrijfsidee staat voor wat een bedrijf hoe gaat doen en voor wie
bedrijfsideetje	=	bedrijfsidee
bedrijfsideetjes	=	bedrijfsidee
bedrijfsideeën	=	bedrijfsidee
bedrijfsinformatie	noun	gegevens over het functioneren van een bedrijf
bedrijfsingenieur	noun	ingenieur verbonden aan een bedrijf die zich ook bezighoudt met bedrijfseconomische vraagstukken
bedrijfsingenieurs	=	bedrijfsingenieur
bedrijfsintern	adj	binnen één onderneming
bedrijfsinterne	=	bedrijfsintern
bedrijfsinterner	=	bedrijfsintern
bedrijfsinternere	=	bedrijfsintern
bedrijfsinterners	=	bedrijfsintern
bedrijfsinterns	=	bedrijfsintern
bedrijfsinvestering	noun	geld dat bedrijven uitgeven om hun bedrijf beter of meer te laten produceren om zo de inkomsten en de winst te verhogen
bedrijfsinvesteringen	=	bedrijfsinvestering
bedrijfsjurist	noun	een specialist binnen het bedrijf die belast is met juridische zaken
bedrijfsjuristen	=	bedrijfsjurist
bedrijfsjuristje	=	bedrijfsjurist
bedrijfsjuristjes	=	bedrijfsjurist
bedrijfskantine	noun	bedrijfsruimte waar men voedsel en drank kan kopen en gebruiken; horeca in een bedrijf
bedrijfskantines	=	bedrijfskantine
bedrijfskapitaal	noun	de bezittingen van een onderneming; het geld dat een onderneming tot haar beschikking heeft
bedrijfskapitalen	=	bedrijfskapitaal
bedrijfskas	noun	kas(stroom) van een bedrijf
bedrijfskasje	=	bedrijfskas
bedrijfskasjes	=	bedrijfskas
bedrijfskassen	=	bedrijfskas
bedrijfskasstromen	=	bedrijfskasstroom
bedrijfskasstroom	noun	kasstroom van een bedrijf
bedrijfsklaar	adj	klaar om in bedrijf genomen te worden
bedrijfsklaarder	=	bedrijfsklaar
bedrijfsklaardere	=	bedrijfsklaar
bedrijfsklaarders	=	bedrijfsklaar
bedrijfsklaars	=	bedrijfsklaar
bedrijfsklaarst	=	bedrijfsklaar
bedrijfsklaarste	=	bedrijfsklaar
bedrijfsklare	=	bedrijfsklaar
bedrijfskleding	noun	kleding die in het bijzonder bedoeld is voor het bedrijfsleven
bedrijfsklimaat	noun	de sfeer of stemming binnen een bedrijf of organisatie
bedrijfsklimaten	=	bedrijfsklimaat
bedrijfskost	noun|obsolete	de kosten die men moet maken voor het behalen van een omzet
bedrijfskosten	noun	de kosten die men moet maken voor het behalen van een omzet
bedrijfskrant	noun	tijdschrift dat binnen een onderneming wordt verspreid
bedrijfskranten	=	bedrijfskrant
bedrijfskrantje	=	bedrijfskrant
bedrijfskrantjes	=	bedrijfskrant
bedrijfskrediet	noun	geld dat een bedrijf bij een bank kan lenen
bedrijfskredieten	=	bedrijfskrediet
bedrijfskritisch	adj	wat van doorslaggevend belang is voor het functioneren van een onderneming
bedrijfskritische	=	bedrijfskritisch
bedrijfskritischer	=	bedrijfskritisch
bedrijfskritischere	=	bedrijfskritisch
bedrijfskritischers	=	bedrijfskritisch
bedrijfskunde	noun	het vakgebied dat zich bezighoudt met de organisatie en marktomgeving van bedrijven
bedrijfskundig	adj	betrekking hebbend op de bedrijfskunde
bedrijfskundige	noun	een beoefenaar van de bedrijfskunde
bedrijfskundigen	=	bedrijfskundige
bedrijfskundiger	=	bedrijfskundig
bedrijfskundigere	=	bedrijfskundig
bedrijfskundigers	=	bedrijfskundig
bedrijfskundigs	=	bedrijfskundig
bedrijfskundigst	=	bedrijfskundig
bedrijfskundigste	=	bedrijfskundig
bedrijfslaboratoria	=	bedrijfslaboratorium
bedrijfslaboratorium	noun	laboratorium dat deel uitmaakt van een onderneming
bedrijfslaboratoriums	=	bedrijfslaboratorium
bedrijfslast	noun	een hoeveelheid geld die nodig is om een (deel van een) bedrijf te laten functioneren
bedrijfslasten	noun	de hoeveelheid geld die nodig is om een bedrijf te laten functioneren
bedrijfslastje	=	bedrijfslast
bedrijfslastjes	=	bedrijfslast
bedrijfsleer	noun	de leer van de bedrijfskunde
bedrijfsleider	noun	iemand die dagelijks leiding geeft aan een onderneming
bedrijfsleiders	=	bedrijfsleider
bedrijfsleidertje	=	bedrijfsleider
bedrijfsleidertjes	=	bedrijfsleider
bedrijfsleiding	noun	de leiding van een bedrijf, de directeur en of de topmanagers
bedrijfsleidingen	=	bedrijfsleiding
bedrijfsleidinkje	=	bedrijfsleiding
bedrijfsleidinkjes	=	bedrijfsleiding
bedrijfsleidster	noun	een vrouwelijk persoon die een bedrijf leidt
bedrijfsleidsters	=	bedrijfsleidster
bedrijfsleidstertje	=	bedrijfsleidster
bedrijfsleidstertjes	=	bedrijfsleidster
bedrijfsleven	noun	het geheel aan bedrijven in een bepaalde samenleving
bedrijfslevenbeleid	noun	plan van aanpak van de overheid dat betrekking heeft op de particuliere bedrijven
bedrijfsleventje	=	bedrijfsleven
bedrijfsleventjes	=	bedrijfsleven
bedrijfslogo	noun	een abstract symbool van een bedrijf waaraan men producten van dit bedrijf makkelijk kan herkennen
bedrijfslogo's	=	bedrijfslogo
bedrijfsmaatschappelijk	adj	betrekking hebbend op het welzijn van werknemers van een onderneming
bedrijfsmaatschappelijke	=	bedrijfsmaatschappelijk
bedrijfsmaatschappelijker	=	bedrijfsmaatschappelijk
bedrijfsmaatschappelijkere	=	bedrijfsmaatschappelijk
bedrijfsmaatschappelijkers	=	bedrijfsmaatschappelijk
bedrijfsmaatschappelijks	=	bedrijfsmaatschappelijk
bedrijfsmaatschappelijkst	=	bedrijfsmaatschappelijk
bedrijfsmaatschappelijkste	=	bedrijfsmaatschappelijk
bedrijfsmanagement	noun	de studie over het besturen van een organisatie
bedrijfsmanager	noun	leidinggevende van een bedrijf of vestiging van een bedrijf
bedrijfsmanagers	=	bedrijfsmanager
bedrijfsmatig	adj	in het kader van de uitoefening van een beroep
bedrijfsmatige	=	bedrijfsmatig
bedrijfsmatiger	=	bedrijfsmatig
bedrijfsmatigere	=	bedrijfsmatig
bedrijfsmatigers	=	bedrijfsmatig
bedrijfsmatigs	=	bedrijfsmatig
bedrijfsmatigst	=	bedrijfsmatig
bedrijfsmatigste	=	bedrijfsmatig
bedrijfsmiddel	noun	goederen die men nodig heeft voor het functioneren van een bedrijf
bedrijfsmiddelen	=	bedrijfsmiddel
bedrijfsmodel	noun	model dat gebruikt wordt om diverse bedrijfsaspecten in kaart te brengen en te beheren
bedrijfsmodellen	=	bedrijfsmodel
bedrijfsnaam	noun	naam waaronder een bedrijf bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd
bedrijfsnamen	=	bedrijfsnaam
bedrijfsnetwerk	noun	computernetwerk dat verschillende computersystemen van een bedrijf met elkaar verbindt
bedrijfsnetwerken	=	bedrijfsnetwerk
bedrijfsnieuws	noun	nieuws over een bepaalde onderneming
bedrijfsniveau	noun	op de schaal van één bedrijf
bedrijfsniveaus	=	bedrijfsniveau
bedrijfsnummer	noun	identificatienummer van een bedrijf
bedrijfsnummers	=	bedrijfsnummer
bedrijfsnummertje	=	bedrijfsnummer
bedrijfsnummertjes	=	bedrijfsnummer
bedrijfsomgeving	noun	binnen de kring van een organisatie of bedrijf
bedrijfsomgevingen	=	bedrijfsomgeving
bedrijfsomvang	noun	de grootte van een onderneming
bedrijfsomvangen	=	bedrijfsomvang
bedrijfsomzet	noun	de waarde van de producten en diensten die een bedrijf maakt of levert
bedrijfsomzetten	=	bedrijfsomzet
bedrijfsonderdeel	noun	min of meer zelfstandige afdeling van een bedrijf
bedrijfsonderdeeltje	=	bedrijfsonderdeel
bedrijfsonderdeeltjes	=	bedrijfsonderdeel
bedrijfsonderdelen	=	bedrijfsonderdeel
bedrijfsongeluk	noun	ongeluk tijdens het werk
bedrijfsongelukje	=	bedrijfsongeluk
bedrijfsongelukjes	=	bedrijfsongeluk
bedrijfsongelukken	=	bedrijfsongeluk
bedrijfsongeval	noun	een gebeurtenis op het werk of in werktijd die onmiddellijk leidt tot schade aan de gezondheid
bedrijfsongevallen	=	bedrijfsongeval
bedrijfsongevalletje	=	bedrijfsongeval
bedrijfsongevalletjes	=	bedrijfsongeval
bedrijfsontwikkeling	noun	het opstarten en laten groeien van bedrijven
bedrijfsontwikkelingen	=	bedrijfsontwikkeling
bedrijfsopleiding	noun	door een werkgever geïnitieerde, gefaciliteerde en (gedeeltelijk) gefinancierde cursus of training.
bedrijfsopleidingen	=	bedrijfsopleiding
bedrijfsopleidinkje	=	bedrijfsopleiding
bedrijfsopleidinkjes	=	bedrijfsopleiding
bedrijfsopvolger	noun	degene die een bedrijf voortzet als de huidige eigenaar ermee stopt
bedrijfsopvolgers	=	bedrijfsopvolger
bedrijfsopvolging	noun	het voortzetten van een onderneming als de huidige eigenaar er mee stopt
bedrijfsopvolgingen	=	bedrijfsopvolging
bedrijfsopvolginkje	=	bedrijfsopvolging
bedrijfsopvolginkjes	=	bedrijfsopvolging
bedrijfsorganisatie	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van (een aantal) bedrijven
bedrijfsorganisaties	=	bedrijfsorganisatie
bedrijfsorganisatorisch	adj	betrekking hebbend op de structuur, inrichting of werkwijze van een onderneming
bedrijfsorganisatorische	=	bedrijfsorganisatorisch
bedrijfsorganisatorischer	=	bedrijfsorganisatorisch
bedrijfsorganisatorischere	=	bedrijfsorganisatorisch
bedrijfsorganisatorischers	=	bedrijfsorganisatorisch
bedrijfsovername	noun	het opkopen van een bedrijf om dit bedrijf voort te zetten onder een nieuwe eigenaar
bedrijfsovernamen	=	bedrijfsovername
bedrijfsovernames	=	bedrijfsovername
bedrijfspagina	noun	online profiel van een bedrijf op een sociaalmediaplatform
bedrijfspagina's	=	bedrijfspagina
bedrijfspaginaatje	=	bedrijfspagina
bedrijfspaginaatjes	=	bedrijfspagina
bedrijfspand	noun	gebouw waarin een onderneming is gevestigd en dat in principe niet geschikt is voor bewoning
bedrijfspanden	=	bedrijfspand
bedrijfspandje	=	bedrijfspand
bedrijfspandjes	=	bedrijfspand
bedrijfspensioen	noun	pensioen opgebouwd bij een bedrijf
bedrijfspensioenen	=	bedrijfspensioen
bedrijfspensioenfonds	noun	pensioenfonds voor de werknemers van een bepaald bedrijf
bedrijfspensioenfondsen	=	bedrijfspensioenfonds
bedrijfspensioentje	=	bedrijfspensioen
bedrijfspensioentjes	=	bedrijfspensioen
bedrijfsplan	noun	beschrijving wat men als bedrijf wil bereiken en hoe men dat denkt te bereiken
bedrijfsplannen	=	bedrijfsplan
bedrijfsplannetje	=	bedrijfsplan
bedrijfsplannetjes	=	bedrijfsplan
bedrijfspoedel	noun	scheldwoord voor iemand die slaafs anderen naloopt
bedrijfspoedels	=	bedrijfspoedel
bedrijfspoedeltje	=	bedrijfspoedel
bedrijfspoedeltjes	=	bedrijfspoedel
bedrijfspolitiek	noun	politiek binnen/ten aanzien van een bedrijf
bedrijfspraktijk	noun	de manier waarop men in de praktijk werkt
bedrijfspraktijken	=	bedrijfspraktijk
bedrijfspresentatie	noun	voordracht over een bedrijf of organisatie
bedrijfspresentaties	=	bedrijfspresentatie
bedrijfsprobleem	noun	moeilijkheid in de bedrijfsvoering
bedrijfsproblemen	=	bedrijfsprobleem
bedrijfsproces	noun	ordening van het werk dat uitgevoerd dient te worden in een organisatie
bedrijfsprocessen	=	bedrijfsproces
bedrijfspsychologen	=	bedrijfspsycholoog
bedrijfspsychologie	noun	onderdeel van de psychologie dat het effect van de werkomstandigheden op de mens bestudeert
bedrijfspsycholoog	noun	psycholoog die verbonden is aan een bedrijf
bedrijfsraad	noun	overlegorgaan van werkgevers en werknemers uit een bepaalde bedrijfstak voor bemiddeling bij geschillen en regeling van collectieve arbeidsovereenkomsten
bedrijfsraadje	=	bedrijfsraad
bedrijfsraadjes	=	bedrijfsraad
bedrijfsraden	=	bedrijfsraad
bedrijfsrecherche	noun	een bedrijf dat onderzoek doet naar mogelijke onwettige handelingen binnen een onderneming
bedrijfsrecherches	=	bedrijfsrecherche
bedrijfsrestaurant	noun	restaurant binnen een bedrijf
bedrijfsrestaurantje	=	bedrijfsrestaurant
bedrijfsrestaurantjes	=	bedrijfsrestaurant
bedrijfsrestaurants	=	bedrijfsrestaurant
bedrijfsresultaat	noun	winst of verlies van een bedrijf
bedrijfsresultaatje	=	bedrijfsresultaat
bedrijfsresultaatjes	=	bedrijfsresultaat
bedrijfsresultaten	=	bedrijfsresultaat
bedrijfsrevisor	noun	degene die de jaarrekening controleert en als zodanig vergelijkbaar met de functie van registeraccountant in Nederland, controleur van de boekhouding
bedrijfsrevisoren	=	bedrijfsrevisor
bedrijfsrevisors	=	bedrijfsrevisor
bedrijfsrisico	noun	gevaar dat een bepaalde bedrijfsactiviteit niet lonend is
bedrijfsrisico's	=	bedrijfsrisico
bedrijfsruimte	noun	ruimte waar een bedrijf is gevestigd of die daarvoor bedoeld of geschikt is
bedrijfsruimten	=	bedrijfsruimte
bedrijfsruimtes	=	bedrijfsruimte
bedrijfsschade	noun	schade aan bedrijven
bedrijfsschaden	=	bedrijfsschade
bedrijfsschades	=	bedrijfsschade
bedrijfsschap	noun	de overkoepelende organisatie van een bepaalde bedrijfstak
bedrijfsschappen	=	bedrijfsschap
bedrijfsscholen	=	bedrijfsschool
bedrijfsschool	noun	opleiding binnen een bedrijf
bedrijfsschooltje	=	bedrijfsschool
bedrijfsschooltjes	=	bedrijfsschool
bedrijfssector	noun	de verzamelnaam voor een groep organisaties/bedrijven die bijdragen aan gelijksoortige producten of diensten
bedrijfssectoren	=	bedrijfssector
bedrijfssectors	=	bedrijfssector
bedrijfssectortje	=	bedrijfssector
bedrijfssite	noun	internet pagina van een onderneming
bedrijfssiten	=	bedrijfssite
bedrijfssites	=	bedrijfssite
bedrijfssluiting	noun	het stoppen van de bedrijfsvoering van een bedrijf
bedrijfssluitingen	=	bedrijfssluiting
bedrijfssoftware	noun	computerprogramma's die door bedrijven professioneel worden gebruikt
bedrijfssparen	verb	sparen via de werkgever, waarbij een deel van het loon onbelast op rente kan worden gezet
bedrijfssparende	=	bedrijfssparen
bedrijfsspionage	noun	stiekem achterhalen van informatie die een concurrent geheim wil houden Vooral gebruikt bij informatie over gebruikte productietechnieken.
bedrijfsstage	noun	tijd gedurende welke een leerling of student onder begeleiding in een bedrijf werkt als onderdeel van een opleiding of cursus
bedrijfsstages	=	bedrijfsstage
bedrijfssteun	noun	ondersteuning door de overheid van bedrijven
bedrijfsstrategie	noun	de manier waarop men de lange termijn doelstellingen van een bedrijf of organisatie denkt te kunnen bereiken
bedrijfsstrategieën	=	bedrijfsstrategie
bedrijfsstructuren	=	bedrijfsstructuur
bedrijfsstructuur	noun	de wijze waarop taken binnen een bedrijf zijn verdeeld en de wijze waarop vervolgens afstemming tussen deeltaken tot stand is gebracht
bedrijfssysteem	noun	besturingssysteem
bedrijfssysteempje	=	bedrijfssysteem
bedrijfssysteempjes	=	bedrijfssysteem
bedrijfssystemen	=	bedrijfssysteem
bedrijfstak	noun	de verzamelnaam voor een groep organisaties/bedrijven die bijdragen aan gelijksoortige producten of diensten
bedrijfstakgewijs	adj	per bedrijfstak
bedrijfstakgewijze	=	bedrijfstakgewijs
bedrijfstakje	=	bedrijfstak
bedrijfstakjes	=	bedrijfstak
bedrijfstakken	=	bedrijfstak
bedrijfstakregeling	noun	een regeling die voor een gehele bedrijfstak geldt
bedrijfstakregelingen	=	bedrijfstakregeling
bedrijfstakregelingetje	=	bedrijfstakregeling
bedrijfstakregelingetjes	=	bedrijfstakregeling
bedrijfstechnisch	adj	de technische inrichting en uitoefening van een bedrijf
bedrijfstechnische	=	bedrijfstechnisch
bedrijfstechnischer	=	bedrijfstechnisch
bedrijfstechnischere	=	bedrijfstechnisch
bedrijfstechnischers	=	bedrijfstechnisch
bedrijfstemperaturen	=	bedrijfstemperatuur
bedrijfstemperatuur	noun	de temperatuur waarbij een apparaat optimaal functioneert
bedrijfstemperatuurtje	=	bedrijfstemperatuur
bedrijfstemperatuurtjes	=	bedrijfstemperatuur
bedrijfsterrein	noun	afgegrensd stuk land waarop fabrieken en andere ondernemingen gehuisvest zijn
bedrijfsterreinen	=	bedrijfsterrein
bedrijfsterreintje	=	bedrijfsterrein
bedrijfsterreintjes	=	bedrijfsterrein
bedrijfstijd	noun	de tijd dat een bedrijf effectief produceert
bedrijfstijden	=	bedrijfstijd
bedrijfstijdverlenging	noun	de verruiming van de operationele openingstijden of productie-uren van een onderneming.
bedrijfstijdverlengingen	=	bedrijfstijdverlenging
bedrijfstijdverlenginkje	=	bedrijfstijdverlenging
bedrijfstijdverlenginkjes	=	bedrijfstijdverlenging
bedrijfstop	noun	De top (bestuurders) van een bedrijf
bedrijfstopje	=	bedrijfstop
bedrijfstopjes	=	bedrijfstop
bedrijfstoppen	=	bedrijfstop
bedrijfsuitbreiding	noun	vergroting van een onderneming
bedrijfsuitbreidingen	=	bedrijfsuitbreiding
bedrijfsuitbreidinkje	=	bedrijfsuitbreiding
bedrijfsuitbreidinkjes	=	bedrijfsuitbreiding
bedrijfsuitoefening	noun	het actief laten functioneren van een bedrijf
bedrijfsuitoefeningen	=	bedrijfsuitoefening
bedrijfsuitvoering	noun	het uitvoeren van werkzaamheden die passen bij een bepaalde onderneming
bedrijfsuitvoeringen	=	bedrijfsuitvoering
bedrijfsvaartuig	noun	een type vaartuig dat door bedrijven wordt gebruikt
bedrijfsvaartuigen	=	bedrijfsvaartuig
bedrijfsvakantie	noun	periode dat een bedrijf gesloten is in de vakantieperiode
bedrijfsvakanties	=	bedrijfsvakantie
bedrijfsvakantietje	=	bedrijfsvakantie
bedrijfsvakantietjes	=	bedrijfsvakantie
bedrijfsveiligheid	noun	veiligheid binnen het bedrijf
bedrijfsvereniging	noun	een samenwerkingsverband tussen werkgevers en werknemers binnen een bepaalde bedrijfstak, opgericht om sociale verzekeringen uit te voeren.
bedrijfsverenigingen	=	bedrijfsvereniging
bedrijfsverenigingetje	=	bedrijfsvereniging
bedrijfsverenigingetjes	=	bedrijfsvereniging
bedrijfsvergunning	noun	officiële toestemming om een bepaalde onderneming te voeren
bedrijfsvergunningen	=	bedrijfsvergunning
bedrijfsverlies	noun	vermindering van de waarde van een bedrijf op de beurs
bedrijfsverliezen	=	bedrijfsverlies
bedrijfsverplaatsing	noun	het veranderen van de locatie waar een onderneming is gevestigd
bedrijfsverplaatsingen	=	bedrijfsverplaatsing
bedrijfsverzamelgebouw	noun	een gebouw dat dient om verschillende bedrijven in te huisvesten
bedrijfsverzamelgebouwen	=	bedrijfsverzamelgebouw
bedrijfsverzamelgebouwtje	=	bedrijfsverzamelgebouw
bedrijfsverzamelgebouwtjes	=	bedrijfsverzamelgebouw
bedrijfsverzekering	noun	verzekering tegen bedrijfsschade
bedrijfsverzekeringen	=	bedrijfsverzekering
bedrijfsvestiging	noun	zelfstandig functionerend onderdeel van een onderneming dat als aparte eenheid in de maatschappij opereert.
bedrijfsvestigingen	=	bedrijfsvestiging
bedrijfsvestigingetje	=	bedrijfsvestiging
bedrijfsvestigingetjes	=	bedrijfsvestiging
bedrijfsvoerder	noun	iemand die de leiding heeft over een onderneming
bedrijfsvoerders	=	bedrijfsvoerder
bedrijfsvoering	noun	exploitatie van een bedrijf
bedrijfsvoeringen	=	bedrijfsvoering
bedrijfsvoeringscentrum	noun	Een centrum waarvandaan de exploitatie van infrastructuur gecoördineerd wordt
bedrijfsvoerinkje	=	bedrijfsvoering
bedrijfsvoerinkjes	=	bedrijfsvoering
bedrijfsvoorheffing	noun	in België; een verplicht belastingvoorschot op de inkomstenbelasting, dat werkgevers of pensioendiensten direct inhouden op het loon of uitkering en doorstorten aan de fiscus.
bedrijfsvoorheffingen	=	bedrijfsvoorheffing
bedrijfsvoorheffinkje	=	bedrijfsvoorheffing
bedrijfsvoorheffinkjes	=	bedrijfsvoorheffing
bedrijfsvorm	noun	de (juridische) vorm van het bedrijf
bedrijfsvormen	=	bedrijfsvorm
bedrijfsvriendelijk	adj	aangepast aan de behoeften en wensen van het bedrijfsleven
bedrijfsvriendelijke	=	bedrijfsvriendelijk
bedrijfsvriendelijker	=	bedrijfsvriendelijk
bedrijfsvriendelijkere	=	bedrijfsvriendelijk
bedrijfsvriendelijkers	=	bedrijfsvriendelijk
bedrijfsvriendelijks	=	bedrijfsvriendelijk
bedrijfsvriendelijkst	=	bedrijfsvriendelijk
bedrijfsvriendelijkste	=	bedrijfsvriendelijk
bedrijfswaarde	noun	de waarde van de aandelen van een bedrijf op de aandelenbeurs
bedrijfswaarden	=	bedrijfswaarde
bedrijfswaardes	=	bedrijfswaarde
bedrijfswagen	noun	een vrachtwagen, bestelwagen of auto die gebruikt wordt door een onderneming voor bedrijfsdoeleinden
bedrijfswagens	=	bedrijfswagen
bedrijfswagenschaamte	noun	schaamte die mensen voelen als ze iedere dag met een auto van de zaak naar hun werk rijden
bedrijfswagentje	=	bedrijfswagen
bedrijfswagentjes	=	bedrijfswagen
bedrijfswebsite	noun	de website waarop een bedrijf zich presenteert, informatie beschikbaar stelt, en waarop servicevragen gesteld kunnen worden
bedrijfswebsiteje	=	bedrijfswebsite
bedrijfswebsitejes	=	bedrijfswebsite
bedrijfswebsites	=	bedrijfswebsite
bedrijfswereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met ondernemingen
bedrijfswerelden	=	bedrijfswereld
bedrijfswereldje	=	bedrijfswereld
bedrijfswereldjes	=	bedrijfswereld
bedrijfswetenschap	noun	het vakgebied dat zich bezighoudt met de organisatie en marktomgeving van bedrijven
bedrijfswetenschappen	=	bedrijfswetenschap
bedrijfswinst	noun	het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van een onderneming
bedrijfswinsten	=	bedrijfswinst
bedrijfswinstje	=	bedrijfswinst
bedrijfswinstjes	=	bedrijfswinst
bedrijfswiskunde	noun	wetenschappelijke discipline die beslissingen door bedrijven met wiskundige modellen en technieken onderzoekt of ondersteunt
bedrijfswoning	noun	woonhuis dat hoort bij een bedrijf
bedrijfswoningen	=	bedrijfswoning
bedrijfswoninkje	=	bedrijfswoning
bedrijfswoninkjes	=	bedrijfswoning
bedrijfszeker	adj	de mate waarin je erop kunt vertrouwen dat iets naar behoren functioneert; zonder storingen
bedrijfszekerder	=	bedrijfszeker
bedrijfszekerdere	=	bedrijfszeker
bedrijfszekerders	=	bedrijfszeker
bedrijfszekere	=	bedrijfszeker
bedrijfszekerheden	=	bedrijfszekerheid
bedrijfszekerheid	noun	de betrouwbaarheid in het gebruik van een machine of apparaat
bedrijfszekers	=	bedrijfszeker
bedrijfszekerst	=	bedrijfszeker
bedrijfszekerste	=	bedrijfszeker
bedrijft	=	bedrijven
bedrijve	=	bedrijven
bedrijven	verb	aan iets doen
bedrijvencentra	=	bedrijvencentrum
bedrijvencentrum	noun	gebouw waarin meerdere (startende) bedrijven zijn gevestigd
bedrijvencentrums	=	bedrijvencentrum
bedrijvencomplex	noun	groep bedrijfsgebouw die samen op één terrein zijn gelegen
bedrijvencomplexen	=	bedrijvencomplex
bedrijvencomplexje	=	bedrijvencomplex
bedrijvencomplexjes	=	bedrijvencomplex
bedrijvend	adj	van een persoon dat deze het vooraf genoemde doet
bedrijvende	=	bedrijven
bedrijvendokter	noun	iemand die slecht presterende bedrijven weer rendabel maakt
bedrijvendokters	=	bedrijvendokter
bedrijvends	=	bedrijvend
bedrijvengroep	noun	groep bedrijven met een gemeenschappelijke eigenaar
bedrijvengroepen	=	bedrijvengroep
bedrijvengroepje	=	bedrijvengroep
bedrijvengroepjes	=	bedrijvengroep
bedrijvenklasse	noun	groep bedrijven die op een bepaalde parameter tussen de boven- en ondergrens van een klasse scoren
bedrijvenklassen	=	bedrijvenklasse
bedrijvenmarkt	noun	bijeenkomst voor bedrijven om zakelijke overeenkomsten te sluiten
bedrijvenmarkten	=	bedrijvenmarkt
bedrijvenmarktje	=	bedrijvenmarkt
bedrijvenmarktjes	=	bedrijvenmarkt
bedrijvenorganisatie	noun	organisatie die de belangen van ondernemingen behartigt
bedrijvenorganisaties	=	bedrijvenorganisatie
bedrijvenpark	noun	een gebied binnen of buiten de bebouwde kom van een stad of dorp dat in eerste instantie bedoeld is voor de vestiging van commerciële bedrijven
bedrijvenparken	=	bedrijvenpark
bedrijvenparkje	=	bedrijvenpark
bedrijvenparkjes	=	bedrijvenpark
bedrijvensector	noun	deel van de economie dat bestaat uit bedrijven
bedrijvensectoren	=	bedrijvensector
bedrijvensectors	=	bedrijvensector
bedrijventerrein	noun	een gebied dat hoofdzakelijk bedoeld is voor de vestiging van commerciële bedrijven
bedrijventerreinen	=	bedrijventerrein
bedrijventerreintje	=	bedrijventerrein
bedrijventerreintjes	=	bedrijventerrein
bedrijvenvereniging	noun	een organisatie die bedrijven uit een specifieke regio of branche samenbrengt.
bedrijvenverenigingen	=	bedrijvenvereniging
bedrijvenverenigingetje	=	bedrijvenvereniging
bedrijvenverenigingetjes	=	bedrijvenvereniging
bedrijver	noun	iemand die een bepaalde handeling uitvoert
bedrijvers	=	bedrijver
bedrijvig	adj	tot hard werken geneigd, werkzaam, altijd bezig, nooit stil zittend, ijverig, actief
bedrijvige	=	bedrijvig
bedrijviger	=	bedrijvig
bedrijvigere	=	bedrijvig
bedrijvigers	=	bedrijvig
bedrijvigheden	=	bedrijvigheid
bedrijvigheid	noun	het bezig zijn van mensen of bedrijven, het werken, de drukte
bedrijvigheidje	=	bedrijvigheid
bedrijvigheidjes	=	bedrijvigheid
bedrijvigs	=	bedrijvig
bedrijvigst	=	bedrijvig
bedrijvigste	=	bedrijvig
bedrink	=	bedrinken
bedrinke	=	bedrinken
bedrinken	verb	jezelf in een slechte toestand brengen door te veel alcohol te drinken totdat je dronken bent
bedrinkend	=	bedrinken
bedrinkende	=	bedrinken
bedrinkt	=	bedrinken
bedrock	noun	de onderste laag van het aardoppervlak, bestaand uit onder andere graniet, kalksteen, zandsteen, basalt en gneiss
bedroef	=	bedroeven
bedroefd	adj	verdrietige gevoelens koesterend
bedroefde	=	bedroefd
bedroefden	=	bedroeven
bedroefder	=	bedroefd
bedroefdere	=	bedroefd
bedroefders	=	bedroefd
bedroefdheid	noun	het verdrietig zijn
bedroefds	=	bedroefd
bedroefdst	=	bedroefd
bedroefdste	=	bedroefd
bedroeft	=	bedroeven
bedroeg	=	bedragen
bedroege	=	bedragen
bedroegen	=	bedragen
bedroegt	=	bedragen
bedroeve	=	bedroeven
bedroeven	verb	triest stemmen, verdriet aandoen
bedroevend	adj	van iets dat men er droevig van wordt; van iets dat men er zich voor schaamt
bedroevende	=	bedroeven
bedroevender	=	bedroevend
bedroevendere	=	bedroevend
bedroevenders	=	bedroevend
bedroevends	=	bedroevend
bedroevendst	=	bedroevend
bedroevendste	=	bedroevend
bedroevens	noun	genitief van bedroeven
bedrog	noun	het met kwade opzet misleiden van iemand
bedroge	=	bedriegen
bedrogen	=	bedriegen
bedrogene	noun	slachtoffer van een bedrieger
bedrogenen	=	bedrogene
bedrogje	=	bedrog
bedrogjes	=	bedrog
bedrol	noun	hoofdkussen in de vorm van een cilinder
bedrollen	=	bedrol
bedrolletje	=	bedrol
bedrolletjes	=	bedrol
bedronk	=	bedrinken
bedronke	=	bedrinken
bedronken	=	bedrinken
bedronkt	=	bedrinken
bedroog	=	bedriegen
bedroogt	=	bedriegen
bedroop	=	bedruipen
bedroopt	=	bedruipen
bedrope	=	bedruipen
bedropen	=	bedruipen
bedroppel	=	bedroppelen
bedroppeld	=	bedroppelen
bedroppelde	=	bedroppelen
bedroppelden	=	bedroppelen
bedroppele	=	bedroppelen
bedroppelen	verb	met druppels bestrooien
bedroppelend	=	bedroppelen
bedroppelende	=	bedroppelen
bedroppelt	=	bedroppelen
bedroppen	=	bedruppen
bedruip	=	bedruipen
bedruipe	=	bedruipen
bedruipen	verb	druppelsgewijs vochtig houden
bedruipend	=	bedruipen
bedruipende	=	bedruipen
bedruipt	=	bedruipen
bedruk	=	bedrukken
bedrukke	=	bedrukken
bedrukken	verb	een tekst of afbeelding op iets aanbrengen door een drukproces
bedrukkend	=	bedrukken
bedrukkende	=	bedrukken
bedrukking	noun	afbeelding die ergens op gedrukt is met een drukpers
bedrukkingen	=	bedrukking
bedrukkinkje	=	bedrukking
bedrukkinkjes	=	bedrukking
bedrukt	adj	met tekst of figuren gevuld
bedrukte	=	bedrukken
bedrukten	=	bedrukken
bedrukter	=	bedrukt
bedruktere	=	bedrukt
bedrukters	=	bedrukt
bedruktheid	noun	droeve, depressieve stemming
bedrukts	=	bedrukt
bedruktst	=	bedrukt
bedruktste	=	bedrukt
bedrup	=	bedruppen
bedruppe	=	bedruppen
bedruppel	=	bedruppelen
bedruppeld	=	bedruppelen
bedruppelde	=	bedruppelen
bedruppelden	=	bedruppelen
bedruppele	=	bedruppelen
bedruppelen	verb	druppelend bevochtigen
bedruppelend	=	bedruppelen
bedruppelende	=	bedruppelen
bedruppelt	=	bedruppelen
bedruppen	verb	druppelsgewijze bevochtigen
bedruppend	=	bedruppen
bedruppende	=	bedruppen
bedrupt	=	bedruppen
bedrupte	=	bedruppen
bedrupten	=	bedruppen
bedrust	noun	de rust die je in bed geniet
bedscène	noun	een deel van een film of toneelstuk waarbij de handeling bestaat uit seksuele activiteiten in bed
bedscènes	=	bedscène
bedscènetje	=	bedscène
bedscènetjes	=	bedscène
bedsermoen	noun	terechtwijzing die een man van zijn vrouw krijgt als ze samen in bed liggen
bedsermoenen	=	bedsermoen
bedsermoentje	=	bedsermoen
bedsponde	noun	tautologie van bed en sponde
bedsponden	=	bedsponde
bedspondetje	=	bedsponde
bedspondetjes	=	bedsponde
bedsprei	noun	kleed dat als versiering over een bed heen wordt gedaan
bedspreien	=	bedsprei
bedspreitje	=	bedsprei
bedspreitjes	=	bedsprei
bedstede	noun	kastachtige ruimte waarin men kan slapen
bedsteden	=	bedstede
bedstedes	=	bedstede
bedstedetje	=	bedstede
bedstedetjes	=	bedstede
bedstee	noun	een in een afsluitbare kast ingebouwd bed
bedsteetje	=	bedstee
bedsteetjes	=	bedstee
bedsteeën	=	bedstee
bedstro	noun	een geslacht Asperula uit de sterbladigenfamilie (Rubiaceae).
bedtaks	noun	geld dat men moet betalen voor het gebruikmaken van een gevangenis of zorginstelling
bedtaksen	=	bedtaks
bedtijd	noun	tijd om te gaan slapen
bedtijden	=	bedtijd
beducht	adj	~ voor: zich bewust van of bevreesd voor gevaar, dreigend onheil enz.
beduchte	=	beducht
beduchten	verb	iets vrezen, t.w. iets dat zou kunnen plaats hebben, of waarvan men nadeel zou kunnen ondervinden
beduchtend	=	beduchten
beduchtende	=	beduchten
beduchter	=	beducht
beduchtere	=	beducht
beduchters	=	beducht
beduchtheid	noun	toestand van vrees en angst; hoe bang iemand is
beduchts	=	beducht
beduchtst	=	beducht
beduchtste	=	beducht
beduchtte	=	beduchten
beduchtten	=	beduchten
beduid	=	beduiden
beduidde	=	beduiden
beduidden	=	beduiden
beduide	=	beduiden
beduiden	verb	ergens naar verwijzen
beduidend	adj	aanzienlijk, veel, aanmerkelijk
beduidende	=	beduidend
beduidender	=	beduidend
beduidendere	=	beduidend
beduidenders	=	beduidend
beduidends	=	beduidend
beduidendst	=	beduidend
beduidendste	=	beduidend
beduiding	noun	uitlegging, verklaring, betekenis, beduidenis
beduidingen	=	beduiding
beduidt	=	beduiden
beduim	=	beduimen
beduimd	=	beduimen
beduimde	=	beduimen
beduimden	=	beduimen
beduime	=	beduimen
beduimel	=	beduimelen
beduimeld	=	beduimelen
beduimelde	=	beduimelen
beduimelden	=	beduimelen
beduimele	=	beduimelen
beduimelen	verb	bevlekken door aanraking met vuile vingers
beduimelend	=	beduimelen
beduimelende	=	beduimelen
beduimelt	=	beduimelen
beduimen	verb	met de duim aanraken
beduimend	=	beduimen
beduimende	=	beduimen
beduimt	=	beduimen
beduiveld	=	beduvelen
beduivelen	=	beduvelen
beduusd	adj	bedroefd en verbaasd, onthutst
beduusde	=	beduusd
beduusder	=	beduusd
beduusdere	=	beduusd
beduusders	=	beduusd
beduusdheid	noun	de mate waarin iemand onthutst en verbaasd is
beduusds	=	beduusd
beduusdst	=	beduusd
beduusdste	=	beduusd
beduvel	=	beduvelen
beduveld	=	beduvelen
beduvelde	=	beduvelen
beduvelden	=	beduvelen
beduvelds	=	beduvelen
beduvele	=	beduvelen
beduvelen	verb|informal	bedriegen
beduvelend	=	beduvelen
beduvelende	=	beduvelen
beduvelt	=	beduvelen
bedwang	noun	controle.
bedwants	noun	benaming voor parasitaire insecten uit de familie bedwantsen (Cimicidae), die leven van het bloed van vogels en zoogdieren
bedwantsen	noun	Cimicidae een familie uit de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
bedwantsje	=	bedwants
bedwantsjes	=	bedwants
bedwantske	=	bedwants
bedwantz	=	bedwants
bedwater	=	bedwateren
bedwaterde	=	bedwateren
bedwaterden	=	bedwateren
bedwatere	=	bedwateren
bedwateren	verb	tijdens de slaap urineren	noun	aandoening waarbij men tijdens de slaap urineert
bedwaterend	=	bedwateren
bedwaterende	=	bedwateren
bedwatert	=	bedwateren
bedwelm	=	bedwelmen
bedwelmd	adj	in een slaperige toestand gebracht
bedwelmde	=	bedwelmen
bedwelmden	=	bedwelmen
bedwelmds	=	bedwelmd
bedwelme	=	bedwelmen
bedwelmen	verb	iemands bewustzijn verminderen of laten verliezen door blootstelling aan een bepaalde stof, benevelen
bedwelmend	adj	van iets dat men erdoor in slaap valt
bedwelmende	=	bedwelmen
bedwelmender	=	bedwelmend
bedwelmendere	=	bedwelmend
bedwelmenders	=	bedwelmend
bedwelmends	=	bedwelmend
bedwelmendst	=	bedwelmend
bedwelmendste	=	bedwelmend
bedwelming	noun	het verlies van bewustzijn door toedoen van een gas of ander middel
bedwelmingen	=	bedwelming
bedwelmingsruimte	noun	ruimte in een slachterij waar dieren verdoofd worden met een bijtend CO_²-gas
bedwelmingsruimtes	=	bedwelmingsruimte
bedwelmt	=	bedwelmen
bedwing	=	bedwingen
bedwingbaar	adj	onder controle hebbend
bedwingbaarder	=	bedwingbaar
bedwingbaardere	=	bedwingbaar
bedwingbaarders	=	bedwingbaar
bedwingbaars	=	bedwingbaar
bedwingbaarst	=	bedwingbaar
bedwingbaarste	=	bedwingbaar
bedwingbare	=	bedwingbaar
bedwinge	=	bedwingen
bedwingen	verb	onderwerpen of onderdrukken
bedwingend	=	bedwingen
bedwingende	=	bedwingen
bedwinger	noun	iemand van een heel sterke tegenstander weet te winnen
bedwingers	=	bedwinger
bedwingt	=	bedwingen
bedwong	=	bedwingen
bedwonge	=	bedwingen
bedwongen	=	bedwingen
bedwongt	=	bedwingen
beecroftstekelstaarteekhoorn	noun	Anomalurus beecrofti knaagdier uit de familie van de stekelstaarteekhoorns (Anomaluridae).
beecroftstekelstaarteekhoorns	=	beecroftstekelstaarteekhoorn
beecroftstekelstaarteekhoorntje	=	beecroftstekelstaarteekhoorn
beecroftstekelstaarteekhoorntjes	=	beecroftstekelstaarteekhoorn
beef	noun	felle, langer durende onenigheid met een ander
beefde	=	beven
beefden	=	beven
beefgebied	noun	het gebied waarbinnen een aardbeving gevoeld is (heeft plaatsgevonden)
beefgebieden	=	beefgebied
beefgebiedje	=	beefgebied
beefgebiedjes	=	beefgebied
beefsteak	=	biefstuk
beeft	=	beven
beek	noun	een kleine, ondiepe, doorwaadbare waterloop
beek-bronzweefvlieg	noun	Sphegina elegans een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
beek-bronzweefvliegen	=	beek-bronzweefvlieg
beek-bronzweefvliegje	=	beek-bronzweefvlieg
beek-bronzweefvliegjes	=	beek-bronzweefvlieg
beekbezinking	noun	zandige kleilagen die in de loop der tijd door kleine riviertjes zijn afgezet Deze vruchtbare gronden langs beken werden vanwege de hoge grondwaterstand vaak als weiland gebruikt.
beekbezinkingen	=	beekbezinking
beekbunge	=	beekpunge
beekdal	noun	een lager gelegen gebied in het dekzandgebied van Nederland, waardoor een beek stroomt
beekdalen	=	beekdal
beekdalletje	=	beekdal
beekdalletjes	=	beekdal
beekdikkopmos	noun	Brachythecium rivulare een soort mos uit het geslacht dikkopmos (Brachythecium).
beekdikkopmosje	=	beekdikkopmos
beekdikkopmosjes	=	beekdikkopmos
beekdikkopmossen	=	beekdikkopmos
beekdonderpad	noun	Cottus rhenanus een inheemse vis in de Lage Landen.
beekdonderpadden	=	beekdonderpad
beekdonderpadje	=	beekdonderpad
beekdonderpadjes	=	beekdonderpad
beekforel	noun	bepaalde ondersoort van vissen die voorkomt in stromend water, Salmo trutta fario
beekforellen	=	beekforel
beekforelletje	=	beekforel
beekforelletjes	=	beekforel
beekgoudoogdaas	noun	Chrysops caecutiens een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
beekgoudoogdaasje	=	beekgoudoogdaas
beekgoudoogdaasjes	=	beekgoudoogdaas
beekgoudoogdazen	=	beekgoudoogdaas
beekhaarmuts	noun	een soort Orthotrichum rivulare uit het geslacht haarmuts (Orthotrichum).
beekhaarmutsen	=	beekhaarmuts
beekhaarmutsje	=	beekhaarmuts
beekhaarmutsjes	=	beekhaarmuts
beekje	=	beek
beekjes	=	beek
beekjuffer	noun	Calopterygidae libel uit de familie Calopterygidae van juffers (Zygoptera).
beekjufferen	=	beekjuffer
beekjuffers	noun	Calopterygidae een familie van juffers (Zygoptera).
beekjuffertje	=	beekjuffer
beekjuffertjes	=	beekjuffer
beekkeizerlibel	noun	Anax immaculifrons een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de glazenmakers (Aeshnidae)
beekkeizerlibellen	=	beekkeizerlibel
beekkeizerlibelletje	=	beekkeizerlibel
beekkeizerlibelletjes	=	beekkeizerlibel
beekloop	noun	bedding van een smal stromend water
beekloopje	=	beekloop
beekloopjes	=	beekloop
beeklopen	=	beekloop
beekloper	noun	Velia caprai een insect uit de familie beeklopers (Veliidae).
beeklopers	noun	Veliidae een familie van insecten in de onderorde van de wantsen voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Amyot & Serville in 1843.
beeklopertje	=	beekloper
beeklopertjes	=	beekloper
beekmijtertje	noun	Mitrula paludosa een in Nederland en België zeldzame zakjeszwam uit de orde Helotiales.
beekmijtertjes	=	beekmijtertje
beekmos	noun	Leptodictyum riparium een bladmos behorend tot de familie Amblystegiaceae.
beekmosje	=	beekmos
beekmosjes	=	beekmos
beekmossen	=	beekmos
beekoeverlibel	noun	Orthetrum coerulescens een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
beekoeverlibellen	=	beekoeverlibel
beekoeverlibelletje	=	beekoeverlibel
beekoeverlibelletjes	=	beekoeverlibel
beekpadden	noun	Ansonia een geslacht van kikkers uit de familie padden (Bufonidae).
beekparelmossel	noun	Margaritifera margaritifera een in zoet water levend tweekleppig weekdier
beekparelmossels	=	beekparelmossel
beekparelmosseltje	=	beekparelmossel
beekparelmosseltjes	=	beekparelmossel
beekpiraat	noun	Piratula knorri een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
beekpiraatje	=	beekpiraat
beekpiraatjes	=	beekpiraat
beekpiraten	=	beekpiraat
beekpriemkever	noun	Bembidion tibiale een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
beekpriemkevers	=	beekpriemkever
beekpriemkevertje	=	beekpriemkever
beekpriemkevertjes	=	beekpriemkever
beekprik	noun	zeldzaam visje dat inheems voorkomt in de Benelux, Lampetra planeri
beekprikje	=	beekprik
beekprikken	=	beekprik
beekpunge	noun	Veronica beccabunga een plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
beekpungehaantje	noun	Phaedon armoraciae een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
beekpungehaantjes	=	beekpungehaantje
beekpyjamaspin	noun	Singa nitidula een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wielwebspinnen (Araneidae)
beekpyjamaspinnen	=	beekpyjamaspin
beekpyjamaspinnetje	=	beekpyjamaspin
beekpyjamaspinnetjes	=	beekpyjamaspin
beekrombout	noun	Gomphus vulgatissimus een echte libel uit de familie van de rombouten (Gomphidae).
beekrombouten	=	beekrombout
beekromboutje	=	beekrombout
beekromboutjes	=	beekrombout
beeksalamanders	noun	Desmognathus een geslacht van salamanders uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
beekschaatsenrijder	noun	Aquarius najas een wants uit de familie van de Gerridae (Schaatsenrijders).
beekschaatsenrijders	=	beekschaatsenrijder
beekschaatsenrijdertje	=	beekschaatsenrijder
beekschaatsenrijdertjes	=	beekschaatsenrijder
beekschoffelmos	noun	Scapania undulata een levermossoort behorend tot de familie Scapaniaceae.
beekschoffelmosje	=	beekschoffelmos
beekschoffelmosjes	=	beekschoffelmos
beekschoffelmossen	=	beekschoffelmos
beeksigaar	noun	Sigara hellensii een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
beeksigaartje	=	beeksigaar
beeksigaartjes	=	beeksigaar
beeksigaren	=	beeksigaar
beekstaartjesmos	noun	Philonotis fontana een bladmos uit de familie Bartramiaceae.
beekstaartjesmosje	=	beekstaartjesmos
beekstaartjesmosjes	=	beekstaartjesmos
beekstaartjesmossen	=	beekstaartjesmos
beeksteenvlieg	noun	insect uit de familie Nemouridae van insecten uit de orde steenvliegen (Plecoptera)
beeksteenvliegen	noun	Nemouridae een familie van insecten uit de orde steenvliegen (Plecoptera)
beeksteenvliegje	=	beeksteenvlieg
beeksteenvliegjes	=	beeksteenvlieg
beekstekelstaart	noun	Lochmias nematura een zangvogel uit de familie Furnariidae (venvogels).
beekstekelstaarten	=	beekstekelstaart
beekstekelstaartje	=	beekstekelstaart
beekstekelstaartjes	=	beekstekelstaart
beekzwemwormpje	noun	Nais pseudobtusa een ringworm uit de familie van de Naididae.
beekzwemwormpjes	=	beekzwemwormpje
beeld	noun	driedimensionaal kunstwerk
beeldafstand	noun	afstand tussen het beeld en het midden van een lens of spiegel
beeldafstanden	=	beeldafstand
beeldanalyse	noun	ontleding van de essentiële informatie die in een beeld aanwezig is (en eventuele conversie naar een andere vorm)
beeldanalysen	=	beeldanalyse
beeldanalyses	=	beeldanalyse
beeldband	noun	magnetische band met videoopnames
beeldbanden	=	beeldband
beeldbandje	=	beeldband
beeldbandjes	=	beeldband
beeldbank	noun	een verzameling digitaal beeldmateriaal zoals foto's, tekeningen en video.
beeldbanken	=	beeldbank
beeldbankje	=	beeldbank
beeldbankjes	=	beeldbank
beeldbel	=	beeldbellen
beeldbelde	=	beeldbellen
beeldbelden	=	beeldbellen
beeldbelle	=	beeldbellen
beeldbellen	verb	telefoneren waarbij men naast een geluidsverbinding ook een beeldverbinding heeft
beeldbellend	=	beeldbellen
beeldbellende	=	beeldbellen
beeldbelt	=	beeldbellen
beeldbepalend	adj|figurative	kenmerkend voor iets
beeldbepalende	=	beeldbepalend
beeldbepalender	=	beeldbepalend
beeldbepalendere	=	beeldbepalend
beeldbepalenders	=	beeldbepalend
beeldbepalends	=	beeldbepalend
beeldbepalendst	=	beeldbepalend
beeldbepalendste	=	beeldbepalend
beeldbewerking	noun	het aanpassen van een afbeelding zodat ze beter aan de doelstellingen voldoet
beeldbewerkingen	=	beeldbewerking
beeldboek	noun	een kinderboek met veel illustraties of een educatief hulpmiddel met beelden, zoals een reeks simpele verhalen met foto's die ondersteuning bieden voor beginnende lezers
beeldboeken	=	beeldboek
beeldboekje	=	beeldboek
beeldboekjes	=	beeldboek
beeldborrel	noun	gezellige bijeenkomst via een videoverbinding waarbij men een drankje nuttigt
beeldborrelde	=	beeldborrelen
beeldborrelden	=	beeldborrelen
beeldborrele	=	beeldborrelen
beeldborrelen	verb	gezellige, virutele bijeenkomst via een internetverbinding waarbij men ook een drankje gebruikt
beeldborrelend	=	beeldborrelen
beeldborrelende	=	beeldborrelen
beeldborrels	=	beeldborrel
beeldborrelt	=	beeldborrelen
beeldbuis	noun	elektronenbuis van een monitor of televisietoestel waarop het beeld gevormd wordt
beeldbuisje	=	beeldbuis
beeldbuisjes	=	beeldbuis
beeldbuizen	=	beeldbuis
beeldculturen	=	beeldcultuur
beeldcultuur	noun	beschaving waarin communicatie met plaatjes en video een overheersende rol speelt
beeldde	=	beeld
beeldden	=	beeld
beelddenken	verb	vorm van bewustzijn waarbij wat je ziet en direct om je heen ervaart een grotere rol speelt dan woorden of begrippen
beelddenkende	=	beelddenken
beelddiagram	noun	grafische weergave van hoeveelheden, waarin staven of balken zijn vervangen door plaatjes die laten zien waarover het gaat en die door hun lengte of oppervlakte de bijbehorende hoeveelheid uitdrukken
beelddiagrammen	=	beelddiagram
beelddrager	noun	fysiek medium waarop men een afbeelding kan opslaan
beelddragers	=	beelddrager
beelde	=	beeld
beelden	=	beeld
beeldenaar	noun	afbeelding die op een rondel is geslagen
beeldenaars	=	beeldenaar
beeldenaartje	=	beeldenaar
beeldenaartjes	=	beeldenaar
beeldenbank	=	beeldbank
beeldend	adj	een beeld ergens van makend; iets heel aanschouwelijk maken
beeldende	=	beeldend
beeldender	=	beeldend
beeldendere	=	beeldend
beeldenders	=	beeldend
beeldendienst	noun	beeldenverering
beeldendiensten	=	beeldendienst
beeldends	=	beeldend
beeldendst	=	beeldend
beeldendste	=	beeldend
beeldengalerij	noun	galerij waar beeldhouwwerken zijn opgesteld
beeldengalerijen	=	beeldengalerij
beeldengalerijtje	=	beeldengalerij
beeldengalerijtjes	=	beeldengalerij
beeldengroep	noun	verzameling bij elkaar horende standbeelden
beeldengroepen	=	beeldengroep
beeldengroepje	=	beeldengroep
beeldengroepjes	=	beeldengroep
beeldenmaker	noun	persoon die afbeeldingen maakt
beeldenmakers	=	beeldenmaker
beeldenpark	noun	een pak waarin men beeldhouwwerken tentoonstelt
beeldenparken	=	beeldenpark
beeldenstorm	noun	een georganiseerde beweging die kerkgebouwen ontdoet van alle afbeeldingen, beeldhouwwerken en andere kunstwerken
beeldenstormen	=	beeldenstorm
beeldenstormer	noun	een deelnemer aan de Beeldenstorm
beeldenstormers	=	beeldenstormer
beeldenstormertje	=	beeldenstormer
beeldenstormertjes	=	beeldenstormer
beeldenstormpje	=	beeldenstorm
beeldenstormpjes	=	beeldenstorm
beeldentaal	noun	communicatie met behulp van illustraties in plaats van geschreven tekst
beeldentaaltje	=	beeldentaal
beeldentaaltjes	=	beeldentaal
beeldentalen	=	beeldentaal
beeldententoonstelling	noun	expositie van beeldhouwwerken
beeldententoonstellingen	=	beeldententoonstelling
beeldentuin	noun	een tuin of park waarin diverse beeldhouwwerken zijn tentoongesteld
beeldentuinen	=	beeldentuin
beeldentuintje	=	beeldentuin
beeldentuintjes	=	beeldentuin
beeldenverering	noun	het bewijzen van hulde aan voorstellingen van godsdienstige begrippen
beelderig	adj	fraai en lief maar niet in een al te hoogdravende zin van het woord
beelderige	=	beelderig
beelderiger	=	beelderig
beelderigere	=	beelderig
beelderigers	=	beelderig
beelderigs	=	beelderig
beelderigst	=	beelderig
beelderigste	=	beelderig
beeldfragment	noun	een deel van een film, video, tekening of foto.
beeldfragmenten	=	beeldfragment
beeldfragmentje	=	beeldfragment
beeldfragmentjes	=	beeldfragment
beeldgrafiek	noun	grafiek die informatie weergeeft met behulp van plaatjes of figuurtjes in plaats van staven of lijnen
beeldgrafieken	=	beeldgrafiek
beeldgrafiekje	=	beeldgrafiek
beeldgrafiekjes	=	beeldgrafiek
beeldhouden	=	beeldhouwen
beeldhouder	=	beeldhouwer
beeldhouw	=	beeldhouwen
beeldhouwde	=	beeldhouwen
beeldhouwden	=	beeldhouwen
beeldhouwe	=	beeldhouwen
beeldhouwen	verb	uit steen een beeld vervaardigen
beeldhouwend	=	beeldhouwen
beeldhouwende	=	beeldhouwen
beeldhouwer	noun	een beoefenaar van de beeldhouwkunst
beeldhouwers	=	beeldhouwer
beeldhouwertje	=	beeldhouwer
beeldhouwertjes	=	beeldhouwer
beeldhouwkunst	noun	een kunstvorm die ruimtelijke beelden voortbrengt, bijvoorbeeld door deze uit te houwen in steen
beeldhouwkunsten	=	beeldhouwkunst
beeldhouwster	noun	kunstenares die ruimtelijke beelden maakt, bijvoorbeeld door ze uit steen te houwen
beeldhouwsters	=	beeldhouwster
beeldhouwstertje	=	beeldhouwster
beeldhouwstertjes	=	beeldhouwster
beeldhouwt	=	beeldhouwen
beeldhouwwerk	noun	een kunstwerk vervaardigd door het houwen van steen
beeldhouwwerken	=	beeldhouwwerk
beeldhouwwerkje	=	beeldhouwwerk
beeldhouwwerkjes	=	beeldhouwwerk
beeldig	adj	mooi alsof het een plaatje is
beeldige	=	beeldig
beeldiger	=	beeldig
beeldigere	=	beeldig
beeldigers	=	beeldig
beeldigs	=	beeldig
beeldigst	=	beeldig
beeldigste	=	beeldig
beeldinformatie	noun	visuele gegevens
beelding	noun	beeldvorming
beeldingen	=	beelding
beeldinkje	=	beelding
beeldinkjes	=	beelding
beeldje	=	beeld
beeldjes	=	beeld
beeldkwaliteit	noun	hoe goed een afbeelding is die door een apparaat kan worden vastgelegd of weergegeven
beeldkwaliteiten	=	beeldkwaliteit
beeldkwaliteitplan	noun	een samenhangend pakket van intenties, aanbevelingen en-of richtlijnen voor het veiligstellen, creëren en-of verbeteren van de beeldkwaliteit in een bepaald gebied
beeldkwaliteitplannen	=	beeldkwaliteitplan
beeldkwaliteitplannetje	=	beeldkwaliteitplan
beeldkwaliteitplannetjes	=	beeldkwaliteitplan
beeldkwaliteitsplan	noun	samenhangend pakket van uitgangspunten en maatregelen met het doel dat de bebouwing van een bepaald gebied als geheel er goed uitziet
beeldkwaliteitsplannen	=	beeldkwaliteitsplan
beeldkwaliteitsplannetje	=	beeldkwaliteitsplan
beeldkwaliteitsplannetjes	=	beeldkwaliteitsplan
beeldmanipulatie	noun	het aanbrengen van veranderingen in een afbeelding
beeldmanipulaties	=	beeldmanipulatie
beeldmanipulatietje	=	beeldmanipulatie
beeldmanipulatietjes	=	beeldmanipulatie
beeldmateriaal	noun	het geheel van visuele informatie of de middelen die ervoor dienen om die te verkrijgen
beeldmateriaaltje	=	beeldmateriaal
beeldmaterialen	=	beeldmateriaal
beeldmerk	noun	een abstract symbool van een gemeente, bedrijf, stichting e.d. of een herkenningsteken waarin een naam of afkorting op kunstzinnige wijze is verbeeld
beeldmerken	=	beeldmerk
beeldmerkje	=	beeldmerk
beeldmerkjes	=	beeldmerk
beeldmooi	adj	buitengewoon aantrekkelijk om te zien
beeldmooie	=	beeldmooi
beeldmoois	=	beeldmooi
beeldopbouw	noun|figurative	de manier waarop men zich een mening of visie van iets gevormd heeft
beeldplaat	noun	schijf waarop beeldmateriaal is vastgelegd
beeldplaatje	=	beeldplaat
beeldplaatjes	=	beeldplaat
beeldplaten	=	beeldplaat
beeldpunt	noun	punt van een beeld (afgebeeld door een optisch stelsel)
beeldpunten	=	beeldpunt
beeldpuntje	=	beeldpunt
beeldpuntjes	=	beeldpunt
beeldrecht	noun	auteursrecht betreffende het gebruik van afbeeldingen
beeldrechten	=	beeldrecht
beeldredacteur	noun	redacteur die artikelen van afbeeldingen voorziet
beeldredacteuren	=	beeldredacteur
beeldredacteurs	=	beeldredacteur
beeldredacteurtje	=	beeldredacteur
beeldredacteurtjes	=	beeldredacteur
beeldregie	noun	het bepalen van hoe het beeld eruit ziet bij een film- of televisie-opname
beeldregies	=	beeldregie
beeldregieën	=	beeldregie
beeldregisseur	noun	iemand die bepaalt welk beeld van welke camera wordt uitgezonden op televisie
beeldregisseurs	=	beeldregisseur
beeldregisseurtje	=	beeldregisseur
beeldregisseurtjes	=	beeldregisseur
beeldrijk	adj	met veel uitingen via beelden
beeldrijke	=	beeldrijk
beeldrijker	=	beeldrijk
beeldrijkere	=	beeldrijk
beeldrijkers	=	beeldrijk
beeldrijks	=	beeldrijk
beeldrijkst	=	beeldrijk
beeldrijkste	=	beeldrijk
beeldroman	noun	een in stripvorm uitgegeven boek (gewoonlijk bestemd voor volwassenen) dat zich onderscheidt van het stripalbum door een veelal literaire inslag
beeldromannetje	=	beeldroman
beeldromannetjes	=	beeldroman
beeldromans	=	beeldroman
beeldscherm	noun	een scherm waarop een beeld geprojecteerd wordt
beeldschermboek	noun	digitaal bestand van een boek dat op een scherm wordt gelezen, zoals op een e-reader, tablet, smartphone of computer
beeldschermboeken	=	beeldschermboek
beeldschermboekje	=	beeldschermboek
beeldschermboekjes	=	beeldschermboek
beeldschermen	=	beeldscherm
beeldschermhouder	noun	een systeem om een beeldscherm aan een bureau, muur of vloer te monteren
beeldschermhouders	=	beeldschermhouder
beeldschermhoudertje	=	beeldschermhouder
beeldschermhoudertjes	=	beeldschermhouder
beeldschermpiloot	noun	een piloot van een onbemand luchtvaartuig.
beeldschermpilootje	=	beeldschermpiloot
beeldschermpilootjes	=	beeldschermpiloot
beeldschermpiloten	=	beeldschermpiloot
beeldschermpje	=	beeldscherm
beeldschermpjes	=	beeldscherm
beeldschermwerk	noun	computerwerk
beeldscherpte	noun	de mate waarin men details kan waarnemen op een afbeelding
beeldscherpten	=	beeldscherpte
beeldscherptes	=	beeldscherpte
beeldscherptetje	=	beeldscherpte
beeldschone	=	beeldschoon
beeldschoner	=	beeldschoon
beeldschonere	=	beeldschoon
beeldschoners	=	beeldschoon
beeldschoon	adj	van grote schoonheid, zo prachtig dat het een afbeelding lijkt
beeldschoons	=	beeldschoon
beeldschoonst	=	beeldschoon
beeldschoonste	=	beeldschoon
beeldschrift	noun	schrift dat bestaat uit schematische afbeeldingen zoals hiërogliefen
beeldschriften	=	beeldschrift
beeldsensor	noun	een elektronische component dat uit meerdere lichtgevoelige elementen bestaat, waarmee beelden elektronisch vastgelegd kunnen worden
beeldsensoren	=	beeldsensor
beeldsensors	=	beeldsensor
beeldsnack	noun	kort filmpje op het internet dat snel bekeken kan worden
beeldsnacks	=	beeldsnack
beeldsnij	=	beeldsnijden
beeldsnijd	=	beeldsnijden
beeldsnijden	verb	beelden maken uit hout, ivoor e.d
beeldsnijdend	=	beeldsnijden
beeldsnijdende	=	beeldsnijden
beeldsnijder	noun	iemand die beelden vervaardigt uit hout, ivoor, been en zacht gesteente met messen, beitels en gutsen
beeldsnijders	=	beeldsnijder
beeldsnijdertje	=	beeldsnijder
beeldsnijdertjes	=	beeldsnijder
beeldsnijwerk	noun	kunstwerk of versiering gemaakt door hout of ander materiaal met een mes of beitel te bewerken
beeldsnijwerken	=	beeldsnijwerk
beeldspraak	noun	het uiten van een gedachte of begrip met beelden
beeldspraakje	=	beeldspraak
beeldspraakjes	=	beeldspraak
beeldsprakelijk	adj	betrekking hebbend op het figuurlijke taalgebruik
beeldsprakelijke	=	beeldsprakelijk
beeldsprakelijker	=	beeldsprakelijk
beeldsprakelijkere	=	beeldsprakelijk
beeldsprakelijkers	=	beeldsprakelijk
beeldsprakelijks	=	beeldsprakelijk
beeldsprakelijkst	=	beeldsprakelijk
beeldsprakelijkste	=	beeldsprakelijk
beeldspraken	=	beeldspraak
beeldsynchrone	=	beeldsynchroon
beeldsynchroon	adj	met synchronisatie van beeld en geluid
beeldsynchroons	=	beeldsynchroon
beeldt	=	beeld
beeldtaal	noun	communicatie door middel van plaatjes in plaats van spraak of geschreven tekst
beeldtaaltje	=	beeldtaal
beeldtaaltjes	=	beeldtaal
beeldtalen	=	beeldtaal
beeldtechnici	=	beeldtechnicus
beeldtechnicus	noun	technicus die verantwoordelijk is voor de technische zaken bij video-opnamen
beeldtechnologie	noun	technologie van het (tegenwoordig meestal digitaal) verwerken van beelden
beeldtechnologieën	=	beeldtechnologie
beeldtelefoon	noun	telefoontoestel met beeldscherm
beeldtelefoons	=	beeldtelefoon
beeldtelefoontje	=	beeldtelefoon
beeldtelefoontjes	=	beeldtelefoon
beeldverantwoording	noun	informatie over de bronnen van de gebruikte beeldmaterialen
beeldverbinding	noun	elektronische verbinding waarbij niet alleen geluid maar ook beeld verzonden wordt
beeldverbindingen	=	beeldverbinding
beeldverbindinkje	=	beeldverbinding
beeldverbindinkjes	=	beeldverbinding
beeldverbod	noun	religieus principe dat het verboden is om God of goden af te beelden, voortkomend uit het jodendom, christendom en de islam, om afgoderij te voorkomen en te benadrukken dat God onbegrijpelijk en onzichtbaar is
beeldverboden	=	beeldverbod
beeldverbodje	=	beeldverbod
beeldverbodjes	=	beeldverbod
beeldverhaal	noun	reeks getekende plaatjes die verzonnen of werkelijke gebeurtenissen vertellen
beeldverhaaltje	=	beeldverhaal
beeldverhaaltjes	=	beeldverhaal
beeldverhalen	=	beeldverhaal
beeldverslag	noun	verslag in beeldvorm (film, tv etc.)
beeldverslagen	=	beeldverslag
beeldverslaggever	noun	iemand die reportages van gebeurtenissen maakt in de vorm van foto's, film of video
beeldverslaggevers	=	beeldverslaggever
beeldversterking	noun	het versterken van een beeld, vaak op elektronische wijze
beeldversterkingen	=	beeldversterking
beeldversterkinkje	=	beeldversterking
beeldversterkinkjes	=	beeldversterking
beeldverwerking	noun	het lithograferen van originelen zoals foto's, dia's, tekeningen, schetsen
beeldverwerkingen	=	beeldverwerking
beeldvlak	noun	oppervlak waarop (of ruimte waarbinnen ?) een beeld wordt gevormd
beeldvlakje	=	beeldvlak
beeldvlakjes	=	beeldvlak
beeldvlakken	=	beeldvlak
beeldvorm	noun	de vorm van een beeld; de vorm van een uitbeelding
beeldvormen	=	beeldvorm
beeldvorming	noun	wat men over iets vindt, mening
beeldvormingen	=	beeldvorming
beeldvormingstechniek	noun	manier om delen van een te onderzoeken object in beeld te brengen
beeldvormingstechnieken	=	beeldvormingstechniek
beeldvullend	adj	van een afbeelding dat die zo groot is als het gehele beeldscherm
beeldvullende	=	beeldvullend
beeldvullender	=	beeldvullend
beeldvullendere	=	beeldvullend
beeldvullenders	=	beeldvullend
beeldvullends	=	beeldvullend
beeldvullendst	=	beeldvullend
beeldvullendste	=	beeldvullend
beeldwisseling	noun	de harde of vloeiende overgang tussen twee verschillende camerabeelden
beeldwisselingen	=	beeldwisseling
beeldwisselingetje	=	beeldwisseling
beeldwisselingetjes	=	beeldwisseling
beeldwit	noun	slaapwandelaar	adj	met helderziende gaven
beeldwitje	=	beeldwit
beeldwitjes	=	beeldwit
beeldwits	=	beeldwit
beeldwitte	=	beeldwit
beeldwitten	=	beeldwit
beeldwoordenboek	noun	woordenboek waarbij in plaats van een beschrijving van het woord een plaatje of foto wordt gebruikt
beeldwoordenboeken	=	beeldwoordenboek
beeldwoordenboekje	=	beeldwoordenboek
beeldwoordenboekjes	=	beeldwoordenboek
beeltenis	noun	afbeelding, portret
beeltenisje	=	beeltenis
beeltenisjes	=	beeltenis
beeltenissen	=	beeltenis
beemd	noun	strook laaggelegen land ter weerszijden van een rivier of beek die regelmatig overstroomt, wat vaak vruchtbaar weidegebied oplevert.
beemden	=	beemd
beemdgras	noun	benaming voor pluimgras uit het geslacht Poa
beemdgrasmollisia	noun	Mollisia poaeoides een schimmel uit de familie Mollisiaceae.
beemdgrasmollisia's	=	beemdgrasmollisia
beemdgrasmollisiaatje	=	beemdgrasmollisia
beemdgrasmollisiaatjes	=	beemdgrasmollisia
beemdgrassen	=	beemdgras
beemdhaver	noun	Helictotrichon pratense een overblijvende plant uit de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae).
beemdhavers	=	beemdhaver
beemdhavertje	=	beemdhaver
beemdhavertjes	=	beemdhaver
beemdje	=	beemd
beemdkroon	noun	Knautia arvensis een plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
beemdkroonboktor	noun	Agapanthia intermedia een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
beemdkroonboktorren	=	beemdkroonboktor
beemdkroonboktorretje	=	beemdkroonboktor
beemdkroonboktorretjes	=	beemdkroonboktor
beemdkroonsmalsnuitje	noun	Aethes hartmanniana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
beemdkroonsmalsnuitjes	=	beemdkroonsmalsnuitje
beemdkroontje	=	beemdkroon
beemdkroontjes	=	beemdkroon
beemdlangbloem	noun	Festuca pratensis een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae)
beemdlangbloemen	=	beemdlangbloem
beemdlangbloemetje	=	beemdlangbloem
beemdlangbloemetjes	=	beemdlangbloem
beemdmosklokje	noun	Galerina hygrophila een paddenstoel uit de Galerina familie.
beemdmosklokjes	=	beemdmosklokje
beemdooievaarsbek	noun	Geranium pratense een vaste plant uit de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae).
beemdooievaarsbekje	=	beemdooievaarsbek
beemdooievaarsbekjes	=	beemdooievaarsbek
beemdooievaarsbekken	=	beemdooievaarsbek
been	noun	ledemaat waarop wordt gestaan en waarmee wordt gelopen, meestal specifiek met betrekking tot het menselijk lichaam
beenachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van been
beenachtige	=	beenachtig
beenachtiger	=	beenachtig
beenachtigere	=	beenachtig
beenachtigers	=	beenachtig
beenachtigs	=	beenachtig
beenachtigst	=	beenachtig
beenachtigste	=	beenachtig
beenbederf	noun|historical	aanduiding voor aantasting van het botweefsel door verschillende ziekten
beenbeschermer	noun	stevig omhulsel om het onderbeen ter bescherming bij het sporten
beenbeschermers	=	beenbeschermer
beenbeweging	noun	traptechniek die zorgt voor voortstuwing en balans in het water.
beenbewegingen	=	beenbeweging
beenbeweginkje	=	beenbeweging
beenbeweginkjes	=	beenbeweging
beenblok	noun	zwaar blok dat men een beest aan een poot bindt om te verhinderen dat het wegloopt
beenblokken	=	beenblok
beenbreek	noun	Narthecium ossifragum een lelieachtige plant uit de beenbreekfamilie.
beenbreekfamilie	noun	een familie Nartheciaceae van eenzaadlobbige planten die eigenlijk pas sinds de eeuwwisseling breed wordt erkend door systemen van plantentaxonomie.
beenbreken	=	beenbreek
beenbreuk	noun	het gebroken zijn van een bot
beenbreuken	=	beenbreuk
beenbreukje	=	beenbreuk
beenbreukjes	=	beenbreuk
beencel	noun	de meest voorkomende cel in botweefsel
beencellen	=	beencel
beende	=	benen
beenden	=	benen
beenderen	=	been
beendergestel	noun	skelet (of deel hiervan)
beendergestellen	=	beendergestel
beenderknager	noun	insect uit de familie Trogidae uit de orde van de kevers (Coleoptera).
beenderknagers	noun	Trogidae een familie uit de orde van de kevers (Coleoptera).
beenderknagertje	=	beenderknager
beenderknagertjes	=	beenderknager
beenderlijm	noun	lijm uit beenderen bereid
beenderlijmen	=	beenderlijm
beendermeel	noun	poeder gemaakt van gemalen beenderen
beenders	=	been
beendroge	=	beendroog
beendroger	=	beendroog
beendrogere	=	beendroog
beendrogers	=	beendroog
beendroog	adj	heel erg droog
beendroogs	=	beendroog
beendroogst	=	beendroog
beendroogste	=	beendroog
beenfracturen	=	beenfractuur
beenfractuur	noun	breuk van een bot in een been
beenganoïden	noun	een infraklasse Holostei van Oost-Amerikaanse vissen met een sterk verbeend skelet en een soort emaillelaag op de schubben.
beenhaar	noun	een van de haren die op het been groei
beenhakker	noun	stalen bijboot, met knikspantromp en luchtkisten, die vanaf de jaren vijftig tot in de jaren tachtig veel bij vrachtschepen gebruikt werd
beenhakkers	=	beenhakker
beenhakkertje	=	beenhakker
beenhakkertjes	=	beenhakker
beenham	noun	ham die bereid is met het vlees nog aan het bot
beenhammen	=	beenham
beenhard	adj	keihard
beenharde	=	beenhard
beenhards	=	beenhard
beenharen	=	beenhaar
beenhouwer	noun	een verkoper van vlees
beenhouwerij	noun	Het bedrijf van een beenhouwer
beenhouwerijen	=	beenhouwerij
beenhouwerijtje	=	beenhouwerij
beenhouwerijtjes	=	beenhouwerij
beenhouwers	=	beenhouwer
beenhouwertje	=	beenhouwer
beenhouwertjes	=	beenhouwer
beenkam	noun	lokale langwerpige verdikking van een bot
beenkammen	=	beenkam
beenkap	noun	stevige, beschermende bekleding van (de voorzijde van) het onderbeen
beenkapje	=	beenkap
beenkapjes	=	beenkap
beenkappen	=	beenkap
beenloos	adj	zonder benen (ledemaat waarop een mens staat)
beenloost	=	beenloos
beenlooste	=	beenloos
beenloze	=	beenloos
beenlozer	=	beenloos
beenlozere	=	beenloos
beenlozers	=	beenloos
beenmeel	=	beendermeel
beenmerg	noun	een sponsachtige, rode substantie die zich in het binnenste van beenderen bevindt
beenmergen	=	beenmerg
beenmergje	=	beenmerg
beenmergoedeem	noun	een zwelling ten gevolge van een ophoping van vocht in het beenmerg
beenmergoedemen	=	beenmergoedeem
beenmergontsteking	noun	een bacteriële infectie van het bot en het beenmerg.
beenmergontstekingen	=	beenmergontsteking
beenmergontstekinkje	=	beenmergontsteking
beenmergontstekinkjes	=	beenmergontsteking
beenmergpunctie	noun	het t.b.v. onderzoek met een holle naald ontnemen van beenmerg
beenmergpuncties	=	beenmergpunctie
beenmergpunctietje	=	beenmergpunctie
beenmergpunctietjes	=	beenmergpunctie
beenmergtransplantatie	noun	behandeling waarbij eerst het beenmerg van de patiënt wordt vernietigd om hem later nieuwe, gezonde beenmergcellen te geven van een donor
beenmergtransplantaties	=	beenmergtransplantatie
beenpit	noun	de benige kern van een hoorn van herkauwers
beenpitten	=	beenpit
beenprothese	noun	kunstbeen dat dient ter vervanging van een missend of afgezet been
beenprothesen	=	beenprothese
beenprotheses	=	beenprothese
beenruimte	noun	ruimte om de benen te plaatsen en uit te strekken bij een zitplaats, bijv. in een vliegtuig
beenruimten	=	beenruimte
beenruimtes	=	beenruimte
beenslag	noun	beweging van de benen tijdens het zwemmen
beenslagen	=	beenslag
beensnoeken	noun	een orde Lepisosteiformes van straalvinnige vissen
beenspier	noun	spier gelegen in de onderste ledematen van de mens
beenspieren	=	beenspier
beenspiertje	=	beenspier
beenspiertjes	=	beenspier
beensteun	noun	{medisch|nld} steun voor de onderbenen van een patiënt als er onderzoek gedaan moet worden aan de vagina of de schaamlippen van de vrouw
beensteunen	=	beensteun
beensteuntje	=	beensteun
beensteuntjes	=	beensteun
beenstuk	noun	een kledingstuk dat het been bedekt
beenstukje	=	beenstuk
beenstukjes	=	beenstuk
beenstukken	=	beenstuk
beent	=	benen
beentaster	noun	benaming voor zespotigen uit de orde Protura
beentasters	noun	een orde Protura, geleedpotige bodemdiertjes met zes poten, waarvan de twee voorste als tastorganen worden gebruikt
beentje	=	been
beentje-over	noun	methode bij het schaatsen om de bochten te nemen
beentje-overs	=	beentje-over
beentjes	=	been
beentongvisachtigen	noun	een superorde Osteoglossomorpha van straalvinnige vissen
beentongvissen	noun	een orde Osteoglossiformes van straalvinnige beenvissen
beenverlenging	noun	orthopedische chirurgische ingreep waarbij een bot (meestal het dijbeen of scheenbeen) in lengte wordt vergroot.
beenverlengingen	=	beenverlenging
beenverlenginkje	=	beenverlenging
beenverlenginkjes	=	beenverlenging
beenviolen	=	beenviool
beenviool	noun|obsolete	oude benaming voor een viola da gamba of violoncello, die bij het bespelen tussen de benen werd gehouden
beenviooltje	=	beenviool
beenviooltjes	=	beenviool
beenvis	noun	Teleostei infraklasse vissen met been in hun skelet (bevat meer dan 95% van alle huidige nog levende vissoorten)
beenvisachtig	adj	behorend tot de superklasse beenvisachtigen, Osteichthyes, geschubde zeedieren met echte botten
beenvisachtige	noun	benaming voor geschubde zeedieren behorend tot de superklasse Osteichthyes
beenvisachtigen	noun	een superklasse Osteichthyes van vissen die in tegenstelling tot de kraakbeenvissen (Chondrichthyes) in de regel een skelet hebben dat uit echt bot bestaat.
beenvisachtigs	=	beenvisachtig
beenvisje	=	beenvis
beenvissen	noun	een grote infraklasse Teleostei van vissen.
beenvlies	noun	een vast vlies aan beenderen met talloze bloedvaten die voor voeding en groei van het been zorgen
beenvliesje	=	beenvlies
beenvliesjes	=	beenvlies
beenvliesontsteking	noun	een ontsteking van het beenvlies (periost), het dunne vlies dat botten bedekt.
beenvliesontstekingen	=	beenvliesontsteking
beenvliesontstekinkje	=	beenvliesontsteking
beenvliesontstekinkjes	=	beenvliesontsteking
beenvliezen	=	beenvlies
beenvreter	noun	ziekte waardoor het gebeente wordt verteerd
beenvreters	=	beenvreter
beenvretertje	=	beenvreter
beenvretertjes	=	beenvreter
beenweefsel	noun	zeer stevig bindweefsel met kalk waaruit botten zijn opgebouwd
beenweefsels	=	beenweefsel
beenwerk	noun	de bouw van de poten van een dier
beenwindsel	noun	een lange reep stof die men om het onderbeen draait
beenwindselen	=	beenwindsel
beenwindsels	=	beenwindsel
beenwond	noun	wond aan iemands been
beenwonden	=	beenwond
beenworp	noun	techniek bij judo waarbij de tegenstander over het eigen been op de grond wordt geworpen
beenworpen	=	beenworp
beenzwart	noun	actieve kool gemaakt van verbrande beenderen	adj	van iets dat het heel donker zwart is
beenzwarte	=	beenzwart
beenzwarts	=	beenzwart
beep	=	beepen
beepe	=	beepen
beepen	verb	een piepend geluid maken
beepend	=	beepen
beepende	=	beepen
beeper	noun	elektronisch apparaat dat een waarschuwend piepend geluid maakt als het geactiveerd wordt
beepers	=	beeper
beept	=	beepen
beepte	=	beepen
beepten	=	beepen
beer	noun	groot viervoetig zoogdier uit de familie Ursidae
beerbaviaan	noun	Papio ursinus een primaat uit het zuiden van Afrika.
beerbaviaantje	=	beerbaviaan
beerbaviaantjes	=	beerbaviaan
beerbavianen	=	beerbaviaan
beerde	=	beren
beerden	=	beren
beerdiertjes	noun	een stam Tardigrada van minuscule meercellige dieren.
beerenburg	noun	kruidenbitter uit Friesland
beerenburgen	=	beerenburg
beerenburgje	=	beerenburg
beerenburgjes	=	beerenburg
beerhond	noun	benaming voor zoogdieren uit de uitgestorven familie Amphicyonidae, met uiterlijke kenmerken van zowel de hondachtigen als van de beren die leefden tijdens het eoceen, oligoceen en mioceen in Azië, Afrika, Europa en Noord-Amerika
beerhonden	noun	Amphicyonidae een familie van uitgestorven roofdieren met uiterlijke kenmerken van zowel de hondachtigen als van de beren.
beerkar	noun	wagen waarin men gier vervoert
beerkarren	=	beerkar
beerkarretje	=	beerkar
beerkarretjes	=	beerkar
beerkoeskoes	noun	Ailurops ursinus buideldier uit de familie van de Phalangeridae (koeskoezen).
beerkoeskoesje	=	beerkoeskoes
beerkoeskoesjes	=	beerkoeskoes
beerkoeskoezen	=	beerkoeskoes
beerlelijk	adj	heel erg lelijk
beerlelijke	=	beerlelijk
beerlelijks	=	beerlelijk
beermakaak	noun	Macaca arctoides is een soort van het geslacht makaken (Macaca).
beermakaakje	=	beermakaak
beermakaakjes	=	beermakaak
beermakaken	=	beermakaak
beermarter	noun	Arctictis binturong een Aziatische civetkatachtige uit de onderfamilie der palmrollers (Paradoxurinae)
beermarters	=	beermarter
beermartertje	=	beermarter
beermartertjes	=	beermarter
beerput	noun	een put waarin fecaliën verzameld worden
beerputeffect	noun	verschijnsel dat het aanpakken van een bepaalde misstand ertoe leidt dat er een groot aantal vergelijkbare of samenhangende misstanden bekend worden
beerputeffecten	=	beerputeffect
beerputje	=	beerput
beerputjes	=	beerput
beerputten	=	beerput
beerschepper	noun	een soort emmer aan een lange stok waarmee vroeger beerputten werden leeggemaakt
beerscheppers	=	beerschepper
beerscheppertje	=	beerschepper
beerscheppertjes	=	beerschepper
beert	=	beren
beertje	=	beer
beertjes	=	beer
beerton	noun	vat waarin met vloeibare mest kan vervoeren of bewaren; vat voor vloeibare uitwerpselen
beertonnen	=	beerton
beervlinder	noun	insect uit de onderfamilie Arctiinae van de spinneruilen (Erebidae).
beervlinders	noun	Arctiinae een onderfamilie van de spinneruilen (Erebidae).
beervlindertje	=	beervlinder
beervlindertjes	=	beervlinder
beerwagen	noun	een wagen waarmee in vroegere tijden urine en ontlasting werd opgehaald in steden, vooral vóór de komst van de moderne riolering en toiletten
beerwagens	=	beerwagen
beerwagentje	=	beerwagen
beerwagentjes	=	beerwagen
bees	noun	kus, zoen
beessie	=	beest
beest	noun	dier, met de nadruk op het aardse, niet-menselijke aspect
beestachtig	adj	zo slecht dat het niet meer menselijk is maar als van een beest
beestachtige	=	beestachtig
beestachtiger	=	beestachtig
beestachtigere	=	beestachtig
beestachtigers	=	beestachtig
beestachtigheden	=	beestachtigheid
beestachtigheid	noun	iets dat getuigt van van onmenselijke wreedheid; iets vreselijks
beestachtigs	=	beestachtig
beestachtigst	=	beestachtig
beestachtigste	=	beestachtig
beeste	=	beest
beestelijk	adj	op een geweldadige manier zoals het niet hoort te gaan tussen beschaafde mensen
beestelijke	=	beestelijk
beestelijker	=	beestelijk
beestelijkere	=	beestelijk
beestelijkers	=	beestelijk
beestelijks	=	beestelijk
beestelijkst	=	beestelijk
beestelijkste	=	beestelijk
beesten	=	beest
beestenbende	noun|informal	smeerboel, teringbende
beestenbenden	=	beestenbende
beestenbendes	=	beestenbende
beestenbendetje	=	beestenbende
beestenboel	noun|informal	gore boel, smeerboel
beestend	=	beest
beestende	=	beest
beestenmarkt	noun	een plek waar vee verhandeld wordt
beestenmarkten	=	beestenmarkt
beestenmarktje	=	beestenmarkt
beestenmarktjes	=	beestenmarkt
beestenspel	noun	plaats waar men een verzameling dieren kan bezichtigen
beestenspelen	=	beestenspel
beestenspellen	=	beestenspel
beestenwagen	noun	wagen waarin men dieren kan vervoeren
beestenwagens	=	beestenwagen
beestenweer	noun	heel slecht, onaangenaam, onstuimig weer
beestenweertje	=	beestenweer
beestenweren	=	beestenweer
beestig	adj	geweldig
beestige	=	beestig
beestiger	=	beestig
beestigere	=	beestig
beestigers	=	beestig
beestigs	=	beestig
beestigst	=	beestig
beestigste	=	beestig
beestje	noun	alleen verkleinwoord klein diertje, insect, bacterie, worm
beestjes	=	beest
beestte	=	beest
beestten	=	beest
beet	noun	samenklemming tussen de kaken	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: te pakken, vast
beetgaar	adj	gaar maar men moet tijdens het eten nog wel bijten, meestal betrekking hebbend op pasta of groente
beetgaarder	=	beetgaar
beetgaardere	=	beetgaar
beetgaarders	=	beetgaar
beetgaars	=	beetgaar
beetgaarst	=	beetgaar
beetgaarste	=	beetgaar
beetgare	=	beetgaar
beetgegrepen	=	beetgrijpen
beetgehad	=	beethebben
beetgehouden	=	beethouden
beetgekregen	=	beetkrijgen
beetgenomen	=	beetnemen
beetgepakt	=	beetpakken
beetgepakte	=	beetpakken
beetgreep	=	beetgrijpen
beetgrepen	=	beetgrijpen
beetgrijp	=	beetgrijpen
beetgrijpe	=	beetgrijpen
beetgrijpen	verb	door grijpen beet krijgen
beetgrijpend	=	beetgrijpen
beetgrijpende	=	beetgrijpen
beetgrijpt	=	beetgrijpen
beethad	=	beethebben
beethadde	=	beethebben
beethadden	=	beethebben
beethadt	=	beethebben
beetheb	=	beethebben
beethebbe	=	beethebben
beethebben	verb	iemand laten geloven in dingen die niet waar zijn
beethebbend	=	beethebben
beethebbende	=	beethebben
beethebt	=	beethebben
beetheeft	verb	tweede persoon (alleen U) en derde persoon enkelvoud van beethebben
beethield	=	beethouden
beethielden	=	beethouden
beethou	=	beethouden
beethoud	=	beethouden
beethoude	=	beethouden
beethouden	verb	stevig vasthouden
beethoudend	=	beethouden
beethoudende	=	beethouden
beethoudt	=	beethouden
beetje	noun	alleen verkleinwoord kleine hoeveelheid
beetjes	=	beet
beetkreeg	=	beetkrijgen
beetkregen	=	beetkrijgen
beetkrijg	=	beetkrijgen
beetkrijge	=	beetkrijgen
beetkrijgen	verb	te pakken krijgen
beetkrijgend	=	beetkrijgen
beetkrijgende	=	beetkrijgen
beetkrijgt	=	beetkrijgen
beetnaamt	=	beetnemen
beetnam	=	beetnemen
beetname	=	beetnemen
beetnamen	=	beetnemen
beetneem	=	beetnemen
beetneemt	=	beetnemen
beetneme	=	beetnemen
beetnemen	verb	vastpakken, in de handen nemen
beetnemend	=	beetnemen
beetnemende	=	beetnemen
beetpak	=	beetpakken
beetpakke	=	beetpakken
beetpakken	verb	grijpen en vasthouden
beetpakkend	=	beetpakken
beetpakkende	=	beetpakken
beetpakt	=	beetpakken
beetpakte	=	beetpakken
beetpakten	=	beetpakken
beets	=	beet
beetsuiker	noun	bietsuiker
beetsuikers	=	beetsuiker
beetsuikertje	=	beetsuiker
beetsuikertjes	=	beetsuiker
beetwortel	noun	suikerbiet
beetwortelen	=	beetwortel
beetwortels	=	beetwortel
beetwortelsuiker	noun	bietsuiker
beetwortelsuikers	=	beetwortelsuiker
beetwortelsuikertje	=	beetwortelsuiker
beetwortelsuikertjes	=	beetwortelsuiker
beetworteltje	=	beetwortel
beetworteltjes	=	beetwortel
beevaart	noun	bedevaart
beevaarten	=	beevaart
beevaartje	=	beevaart
beevaartjes	=	beevaart
beeweg	noun	bedevaart
beewegen	=	beeweg
beewegje	=	beeweg
beewegjes	=	beeweg
bef	noun	een kanten lapje dat in vroeger eeuwen algemeen op de borst gedragen werd, maar nu beperkt tot bepaalde beroepsgroepen, o.m. advokaten en dominees (van bepaalde protestantse stromingen).
befaamd	adj	op een goede manier bekend staan
befaamde	=	befaamd
befaamder	=	befaamd
befaamdere	=	befaamd
befaamders	=	befaamd
befaamds	=	befaamd
befaamdst	=	befaamd
befaamdste	=	befaamd
beffe	=	beffen
beffen	verb	het oraal bevredigen van een vrouw door haar geslachtsdelen te likken of met de tong te 'betasten'
beffend	=	beffen
beffende	=	beffen
befgajes	noun|informal	de rechterlijke macht
befiets	=	befietsen
befietse	=	befietsen
befietsen	verb	per fiets berijden
befietsend	=	befietsen
befietsende	=	befietsen
befietst	=	befietsen
befietste	=	befietsen
befietsten	=	befietsen
befje	=	bef
befjes	=	bef
befkanarie	noun	geile jongen, iemand die alsmaar achter vrouwen aanzit
befkanaries	=	befkanarie
befkanarietje	=	befkanarie
befkanarietjes	=	befkanarie
befkraag	noun	als kraag gedragen bef
befkragen	=	befkraag
befleeuwerik	noun	Mirafra collaris een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
befleeuweriken	=	befleeuwerik
befleeuwerikje	=	befleeuwerik
befleeuwerikjes	=	befleeuwerik
beflijster	noun	bepaald soort lijster, Turdus torquatus, die sterk op de merel lijkt met één duidelijk verschil, namelijk de witte band (bef) over de borst
beflijsters	=	beflijster
beflijstertje	=	beflijster
beflijstertjes	=	beflijster
befloers	=	befloersen
befloerse	=	befloersen
befloersen	verb	van een floers voorzien
befloersend	=	befloersen
befloersende	=	befloersen
befloerst	=	befloersen
befloerste	=	befloersen
befloersten	=	befloersen
beft	=	beffen
befte	=	beffen
befteckel	noun	iemand die houdt van oraal-genitaal contact
befteckeltje	=	befteckel
befteckeltjes	=	befteckel
beften	=	beffen
beg	noun	Turkse titel of benaming die gevoerd werd in sommige islamitische landen, bei
bega	=	begaan
begaafd	adj	met veel talent, talentvol, getalenteerd
begaafde	=	begaafd
begaafder	=	begaafd
begaafdere	=	begaafd
begaafders	=	begaafd
begaafdheden	=	begaafdheid
begaafdheid	noun	een bijzondere aanleg, een gave
begaafdheidje	=	begaafdheid
begaafdheidjes	=	begaafdheid
begaafds	=	begaafd
begaafdst	=	begaafd
begaafdste	=	begaafd
begaaft	=	begeven
begaai	=	begaaien
begaaid	=	begaaien
begaaide	=	begaaien
begaaiden	=	begaaien
begaaie	=	begaaien
begaaien	verb	bevuilen
begaaiend	=	begaaien
begaaiende	=	begaaien
begaait	=	begaaien
begaan	adj	gepleegd.	verb	iets doen dat onjuist of verboden is
begaanbaar	adj	in een toestand die doorgaand verkeer mogelijk maakt
begaanbaarder	=	begaanbaar
begaanbaardere	=	begaanbaar
begaanbaarders	=	begaanbaar
begaanbaarheden	=	begaanbaarheid
begaanbaarheid	noun	terreingesteldheid die bepaalt hoe moeilijk een route is af te leggen
begaanbaars	=	begaanbaar
begaanbaarst	=	begaanbaar
begaanbaarste	=	begaanbaar
begaanbare	=	begaanbaar
begaand	=	begaan
begaande	=	begaan
begaans	=	begaan
begaanst	=	begaan
begaanste	=	begaan
begaap	=	begapen
begaapt	=	begapen
begaapte	=	begapen
begaapten	=	begapen
begaat	=	begaan
begaf	=	begeven
begaffel	=	begaffelen
begaffeld	=	begaffelen
begaffelde	=	begaffelen
begaffelden	=	begaffelen
begaffele	=	begaffelen
begaffelen	verb	behappen, bedisselen
begaffelend	=	begaffelen
begaffelende	=	begaffelen
begaffelt	=	begaffelen
begane	adj	begane grond: de woonlaag die op het maaiveld ligt
beganegrondvloer	noun	de vloer van de bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld ligt
beganegrondvloeren	=	beganegrondvloer
beganegrondwoning	noun	gelijkvloerse woning die op het niveau van het maaiveld ligt
beganegrondwoningen	=	beganegrondwoning
beganegrondwoninkje	=	beganegrondwoning
beganegrondwoninkjes	=	beganegrondwoning
beganer	=	begaan
beganere	=	begaan
beganers	=	begaan
begankenis	noun	religieuze optocht
begankenissen	=	begankenis
begape	=	begapen
begapen	verb	bekijken, aanschouwen
begapend	=	begapen
begapende	=	begapen
begas	=	begassen
begasse	=	begassen
begassen	verb	met gas behandelen (bijv. tegen insecten, schimmels enz)
begassend	=	begassen
begassende	=	begassen
begast	=	begassen
begaste	=	begassen
begasten	=	begassen
begave	=	begeven
begaven	=	begeven
begeef	=	begeven
begeeft	=	begeven
begeer	=	begeren
begeerbaar	adj	van iets of iemand dat het de moeite waard is om te bezitten
begeerbaarder	=	begeerbaar
begeerbaardere	=	begeerbaar
begeerbaarders	=	begeerbaar
begeerbaars	=	begeerbaar
begeerbaarst	=	begeerbaar
begeerbaarste	=	begeerbaar
begeerbare	=	begeerbaar
begeerd	=	begeren
begeerde	=	begeren
begeerden	=	begeren
begeeren	=	begeren
begeerlijk	adj	van iets dat je het graag zou willen hebben, van iets dat het hebzucht opwekt
begeerlijke	=	begeerlijk
begeerlijker	=	begeerlijk
begeerlijkere	=	begeerlijk
begeerlijkers	=	begeerlijk
begeerlijkheden	=	begeerlijkheid
begeerlijkheid	noun	het begeerlijk zijn
begeerlijks	=	begeerlijk
begeerlijkst	=	begeerlijk
begeerlijkste	=	begeerlijk
begeert	=	begeren
begeerte	noun	sterk verlangen naar iets, hebzucht
begeerten	=	begeerte
begeertes	=	begeerte
begeertetje	=	begeerte
begeester	=	begeesteren
begeesteraar	noun	iemand die andere mensen ergens enthousiast voor maakt
begeesteraars	=	begeesteraar
begeesterd	adj	enthousiast
begeesterde	=	begeesteren
begeesterden	=	begeesteren
begeesterder	=	begeesterd
begeesterdere	=	begeesterd
begeesterders	=	begeesterd
begeesterds	=	begeesterd
begeesterdst	=	begeesterd
begeesterdste	=	begeesterd
begeestere	=	begeesteren
begeesteren	verb	inspireren, tot hartstocht brengen, bezielen
begeesterend	=	begeesteren
begeesterende	=	begeesteren
begeestering	noun	een energiek gevoel van blije en/of emotionele betrokkenheid
begeesteringen	=	begeestering
begeestert	=	begeesteren
begeestigen	=	begeesteren
begel	noun	bepaald rond broodje met gat in het midden (waarvan de naam in de Engelse spelling 'bagel' ingeburgerd is geraakt)
begeleid	adj	met begeleiding.
begeleidde	=	begeleiden
begeleidden	=	begeleiden
begeleide	=	begeleiden
begeleiden	verb	iemand op zijn weg vergezellen
begeleidend	adj	vergezellend, ergens bijgesloten zijnd
begeleidende	=	begeleidend
begeleidends	=	begeleidend
begeleider	noun	iemand die een ander begeleidt (vergezelt) (ook )
begeleiders	=	begeleider
begeleidershouding	noun	de manier waarop men als begeleider, leerkracht, coach of jeugdwerker aanwezig is in een groep en interactie aangaat met deelnemers.
begeleidershoudingen	=	begeleidershouding
begeleidershoudinkje	=	begeleidershouding
begeleidershoudinkjes	=	begeleidershouding
begeleidertje	=	begeleider
begeleiding	noun	personen die iemand vergezellen of bewaken
begeleidingen	=	begeleiding
begeleidingsband	noun	een muziekgroep die een zanger of zangeres begeleidt
begeleidingsbandje	=	begeleidingsband
begeleidingsbandjes	=	begeleidingsband
begeleidingsbands	=	begeleidingsband
begeleidingscomiteetje	=	begeleidingscomité
begeleidingscomiteetjes	=	begeleidingscomité
begeleidingscomité	noun	team dat een bepaald proces begeleidt
begeleidingscomités	=	begeleidingscomité
begeleidingscommissie	noun	groep mensen die anderen helpt bij het voltooien van een bepaald proces
begeleidingscommissies	=	begeleidingscommissie
begeleidingsdienst	noun	instelling die iets (bijv. scholen) begeleidt (in de ontwikkeling van hun onderwijs)
begeleidingsdiensten	=	begeleidingsdienst
begeleidingsgesprek	noun	gesprek dat erop gericht is iemand in positieve zin te veranderen
begeleidingsgesprekken	=	begeleidingsgesprek
begeleidingsgroep	noun	groep begeleiders die anderen helpt hun taak te volbrengen
begeleidingsgroepen	=	begeleidingsgroep
begeleidingsgroepje	=	begeleidingsgroep
begeleidingsgroepjes	=	begeleidingsgroep
begeleidingsinstrument	noun	instrument waarmee men, op de achtergrond, een solist aanvult
begeleidingsinstrumenten	=	begeleidingsinstrument
begeleidingsplan	noun	voorgenomen manier om iemand te ondersteunen en te controleren
begeleidingsplannen	=	begeleidingsplan
begeleidingsplannetje	=	begeleidingsplan
begeleidingsplannetjes	=	begeleidingsplan
begeleidingsprogramma	noun	gestructureerde aanpak om iemand te ondersteunen en te controleren
begeleidingsprogramma's	=	begeleidingsprogramma
begeleidingsteam	noun	groep mensen die iemand assisteert
begeleidingsteams	=	begeleidingsteam
begeleidingstraject	noun	een serie coachingsbijeenkomsten waarin men een positieve verandering bij iemand wil bereiken
begeleidingstrajecten	=	begeleidingstraject
begeleidingsverschijnsel	noun	verschijnsel dat zich regelmatig naast een ander verschijnsel voordoet
begeleidingsverschijnselen	=	begeleidingsverschijnsel
begeleidingsverschijnsels	=	begeleidingsverschijnsel
begeleidingsvraag	noun	de vraag wie de begeleiding verzorgt
begeleidingsvragen	=	begeleidingsvraag
begeleidinkje	=	begeleiding
begeleidinkjes	=	begeleiding
begeleids	=	begeleid
begeleidster	noun	vrouwelijke begeleider
begeleidsters	=	begeleidster
begeleidstertje	=	begeleidster
begeleidstertjes	=	begeleidster
begeleidt	=	begeleiden
begeleidwonenproject	noun	organisatie waarbij mensen onder begeleiding en toezicht zelfstandig kunnen wonen
begeleidwonenprojecten	=	begeleidwonenproject
begels	=	begel
begenadig	=	begenadigen
begenadigd	=	begenadigen
begenadigde	=	begenadigen
begenadigden	=	begenadigen
begenadige	=	begenadigen
begenadigen	verb	iemand zegenen
begenadigend	=	begenadigen
begenadigende	=	begenadigen
begenadiging	noun	het ontvangen van een gunst
begenadigingen	=	begenadiging
begenadigingetje	=	begenadiging
begenadigingetjes	=	begenadiging
begenadigt	=	begenadigen
begere	=	begeren
begeren	verb	sterk verlangen om iets te bezitten
begerend	=	begeren
begerende	=	begeren
begerenswaard	adj	het begeren waard
begerenswaarde	=	begerenswaard
begerenswaarder	=	begerenswaard
begerenswaardere	=	begerenswaard
begerenswaarders	=	begerenswaard
begerenswaardig	adj	dat iets de moeite waard is om te hebben
begerenswaardige	=	begerenswaardig
begerenswaardiger	=	begerenswaardig
begerenswaardigere	=	begerenswaardig
begerenswaardigers	=	begerenswaardig
begerenswaardigs	=	begerenswaardig
begerenswaardigst	=	begerenswaardig
begerenswaardigste	=	begerenswaardig
begerenswaards	=	begerenswaard
begerenswaardst	=	begerenswaard
begerenswaardste	=	begerenswaard
begerig	adj	vol verlanging iets te verkrijgen waar men vaak geen recht op heeft
begerige	=	begerig
begeriger	=	begerig
begerigere	=	begerig
begerigers	=	begerig
begerigheden	=	begerigheid
begerigheid	noun	het heel ergens naar verlangen
begerigheidje	=	begerigheid
begerigs	=	begerig
begerigst	=	begerig
begerigste	=	begerig
begeur	=	begeuren
begeurd	=	begeuren
begeurde	=	begeuren
begeurden	=	begeuren
begeure	=	begeuren
begeuren	verb	van een geur voorzien
begeurend	=	begeuren
begeurende	=	begeuren
begeurt	=	begeuren
begeve	=	begeven
begeven	verb	zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier
begevend	=	begeven
begevende	=	begeven
begevens	=	begeven
begier	=	begieren
begierd	=	begieren
begierde	=	begieren
begierden	=	begieren
begiere	=	begieren
begieren	verb	iets zo idioot vinden dat men er hard om moet lachen; zich bescheuren van het lachen
begierend	=	begieren
begierende	=	begieren
begiert	=	begieren
begiet	=	begieten
begiete	=	begieten
begieten	verb	iets ~: ergens een vloeistof over gooien
begietend	=	begieten
begietende	=	begieten
begiftig	=	begiftigen
begiftigd	=	begiftigen
begiftigde	noun	persoon die begiftigd is
begiftigden	=	begiftigen
begiftige	=	begiftigen
begiftigen	verb	een gift overhandigen
begiftigend	=	begiftigen
begiftigende	=	begiftigen
begiftigt	=	begiftigen
begijn	noun	vrouw die, zonder een kloostergelofte af te leggen, met anderen gemeenschappelijk als geestelijke zuster leefde (vanaf begin der 13de eeuw)
begijnen	=	begijn
begijnhof	noun	een hofje waar vrouwen als geestelijke zusters tezamen leefden, zonder een kloostergelofte af te leggen
begijnhofje	=	begijnhof
begijnhofjes	=	begijnhof
begijnhoven	=	begijnhof
begijntje	=	begijn
begijntjes	=	begijn
begil	=	begillen
begild	=	begillen
begilde	=	begillen
begilden	=	begillen
begille	=	begillen
begillen	verb	heel hard lachen
begillend	=	begillen
begillende	=	begillen
begilt	=	begillen
begin	noun	het eerste deel, het op gang komen
beginaccent	noun	beklemtoning van de eerste lettergreep
beginaccenten	=	beginaccent
begindag	noun	de eerste dag van iets dat meerdere dagen duurt
begindagen	=	begindag
begindata	noun	gegevens waarmee men start
begindatum	noun	de dag waarop iets start
begindatums	=	begindatum
begindosis	noun	de hoeveelheid van een medicament die men de eerste keer moet innemen
begindosissen	=	begindosis
beginfase	noun	eerste fase
beginfasen	=	beginfase
beginfases	=	beginfase
beginfout	noun	fout die bij het begin van een proces of activiteit is gemaakt
beginfouten	=	beginfout
beginfoutje	=	beginfout
beginfoutjes	=	beginfout
beginfragment	noun	beginstuk
beginfragmenten	=	beginfragment
beginfragmentje	=	beginfragment
beginfragmentjes	=	beginfragment
beging	=	begaan
beginge	=	begaan
begingen	=	begaan
begingeneriek	noun	begin beelden van een film of televisieprogramma waarin de titel van de productie, en de namen van de belangrijkste acteurs en crewleden worden vermeld
begingenerieken	=	begingeneriek
begingt	=	begaan
beginjaar	noun	het eerste jaar van een langere periode
beginjaren	=	beginjaar
beginkapitaal	noun	hoeveelheid geld dat men heeft bij het begin van een project
beginkapitaaltje	=	beginkapitaal
beginkapitaaltjes	=	beginkapitaal
beginkapitalen	=	beginkapitaal
beginletter	noun	de eerste letter van een woord of een tekst
beginletters	=	beginletter
beginlettertje	=	beginletter
beginlettertjes	=	beginletter
beginne	=	begin
beginneling	noun	een beginner, een nieuweling bij iets
beginnelinge	noun	vrouw die aan iets nieuws begint; onervaren vrouw
beginnelingen	=	beginneling
beginnelinges	=	beginnelinge
beginnelingetje	=	beginneling
beginnelingetjes	=	beginneling
beginnen	verb	voor het eerst gaan doen
beginnend	adj	die nog moet groeien, nog in de startfase
beginnende	=	beginnend
beginnender	=	beginnend
beginnendere	=	beginnend
beginnenders	=	beginnend
beginnends	=	beginnend
beginnendst	=	beginnend
beginnendste	=	beginnend
beginner	noun	iemand die nog maar net iets gaan beoefenen
beginners	=	beginner
beginnerscursus	noun	een lesprogramma, training of cursus bedoeld voor mensen die voor het eerst kennismaken met een bepaald onderwerp, hobby of vaardigheid
beginnerscursusje	=	beginnerscursus
beginnerscursusjes	=	beginnerscursus
beginnerscursussen	=	beginnerscursus
beginnersfout	noun	een vergissing die vaak door een onervaren persoon wordt gemaakt; een fout die alleen maar door beginners gemaakt zou mogen worden
beginnersfouten	=	beginnersfout
beginnersfoutje	=	beginnersfout
beginnersfoutjes	=	beginnersfout
beginnersgeluk	noun	het toevallige succes van een onervaren persoon
beginnersklas	noun	een klas van personen die net aan een bepaald soort bezigheid zijn begonnen en dus nog niet heel ervaren zijn
beginnersklasse	noun	categorie van personen die net aan een bepaald soort bezigheid zijn begonnen en dus nog niet heel ervaren zijn; categorie van onervaren personen
beginnersklassen	=	beginnersklasse
beginnertje	=	beginner
beginnertjes	=	beginner
beginnetje	=	begin
beginnetjes	=	begin
beginopstelling	noun	de samenstelling van een team aan het begin van een wedstrijd
beginopstellingen	=	beginopstelling
beginpagina	noun	pagina op een website met algemene informatie over en links naar de verdere inhoud van de site, bestemd voor de bezoekers die niet direct naar een specifieke pagina op de site gaan
beginpagina's	=	beginpagina
beginpaginaatje	=	beginpagina
beginpaginaatjes	=	beginpagina
beginperiode	noun	het eerste deel van een tijdvak
beginperioden	=	beginperiode
beginperiodes	=	beginperiode
beginpunt	noun	het plaats waar iets begint
beginpunten	=	beginpunt
beginpuntje	=	beginpunt
beginpuntjes	=	beginpunt
beginregel	noun	de eerste regel of zin van een tekst
beginregels	=	beginregel
beginrijm	noun	stijlfiguur waarbij twee of meer opeenvolgende of dicht bij elkaar staande woorden met dezelfde beginklank beginnen
beginrijmen	=	beginrijm
beginsalaris	noun	loon dat men ontvangt als men met een betrekking begint
beginsalarissen	=	beginsalaris
beginsel	noun	regel waar je je in ieder geval aan wilt houden
beginselakkoord	noun	overeenkomst op hoofdpunten maar waar de details nog van moeten worden uitgewerkt
beginselakkoorden	=	beginselakkoord
beginselen	noun	basiskennis, wat je moet weten voordat je ergens aan begint
beginselenwet	noun	wet die het verblijf in een gevangenis regelt: voluit de Beginselenwet gevangeniswezen BWG uit 1953 tegenwoordig Penitentiaire beginselenwet Pbw
beginselenwetten	=	beginselenwet
beginselloos	adj	zonder beginsel
beginselloosheden	=	beginselloosheid
beginselloosheid	noun	het beginselloos zijn
beginselloost	=	beginselloos
beginsellooste	=	beginselloos
beginselloze	=	beginselloos
beginsellozer	=	beginselloos
beginsellozere	=	beginselloos
beginsellozers	=	beginselloos
beginselpartij	noun	politieke partij die politiek bedrijft vanuit een beginselverklaring
beginselpartijen	=	beginselpartij
beginselpartijtje	=	beginselpartij
beginselpartijtjes	=	beginselpartij
beginselprogramma	noun	programma met de uitgangspunten van een politieke partij
beginselprogramma's	=	beginselprogramma
beginselprogrammaatje	=	beginselprogramma
beginselprogrammaatjes	=	beginselprogramma
beginsels	=	beginsel
beginseltje	=	beginsel
beginseltjes	=	beginsel
beginseltoestemming	noun	in principe instemming zonder dat de details van de overeenkomst zijn ingevuld
beginseltoestemmingen	=	beginseltoestemming
beginselvast	adj	niet van zijn principes afwijkend
beginselvaste	=	beginselvast
beginselvaster	=	beginselvast
beginselvastere	=	beginselvast
beginselvasters	=	beginselvast
beginselvastheid	noun	de mate waarin iemand zich aan zijn principes houdt zonder compromissen
beginselvasts	=	beginselvast
beginselvastst	=	beginselvast
beginselvastste	=	beginselvast
beginselverklaring	noun	verklaring waarin de beginselen van iemand of van een partij uiteengezet worden
beginselverklaringen	=	beginselverklaring
beginselverklarinkje	=	beginselverklaring
beginselverklarinkjes	=	beginselverklaring
beginsignaal	noun	teken dat iets kan beginnen
beginsignalen	=	beginsignaal
beginsituatie	noun	omstandigheden zoals die er bij de start van iets zijn of waren
beginsituaties	=	beginsituatie
beginsituatietje	=	beginsituatie
beginsnelheden	=	beginsnelheid
beginsnelheid	noun	de snelheid die een voorwerp aanvankelijk bezit
beginstadia	=	beginstadium
beginstadium	noun	het eerste deel van een proces
beginstadiums	=	beginstadium
beginstand	noun	de situatie zoals aan het begin van een periode
beginstanden	=	beginstand
beginstuk	noun	eerste deel van iets
beginstukje	=	beginstuk
beginstukjes	=	beginstuk
beginstukken	=	beginstuk
begint	=	beginnen
begintijd	noun	tijdstip waarop iets begint
begintijden	=	begintijd
begintijdperk	noun	de eerste periode van een geschiedenis; de eerste periode van een ontwikkeling
begintijdperken	=	begintijdperk
begintijdperkje	=	begintijdperk
begintijdperkjes	=	begintijdperk
begintijdstip	noun	moment dat iets aanvangt
begintijdstipje	=	begintijdstip
begintijdstipjes	=	begintijdstip
begintijdstippen	=	begintijdstip
begintoestand	noun	het geheel van omstandigheden waar iets of iemand zich in het begin bevindt
begintoestanden	=	begintoestand
begintonen	=	begintoon
begintoon	noun	de eerste trap van een toonladder, de grondtoon van een toonsoort
begintoontje	=	begintoon
begintoontjes	=	begintoon
begintune	noun	herkenbaar melodietje aan het begin van een programma
begintunes	=	begintune
begintunetje	=	begintune
begintunetjes	=	begintune
beginuren	=	beginuur
beginuur	noun	tijdstip dat een activiteit start
beginvoorwaarde	noun	een eis waaraan moet worden voldoen
beginvoorwaarden	=	beginvoorwaarde
beginwaarde	noun	de waarde van iets in geld uitgedrukt waar het bieden op een veiling begint
beginwaarden	=	beginwaarde
beginwaardes	=	beginwaarde
beginzet	noun	elk van de zetten die men doet aan het begin van een bordspel
beginzetje	=	beginzet
beginzetjes	=	beginzet
beginzetten	=	beginzet
beginzin	noun	de eerste zin van een gesprek, tekst of literair werk
beginzinnen	=	beginzin
beginzinnetje	=	beginzin
beginzinnetjes	=	beginzin
beglaas	=	beglazen
beglaasd	adj	van glas voorzien
beglaasde	=	beglaasd
beglaasden	=	beglazen
beglaasds	=	beglaasd
beglaast	=	beglazen
beglaze	=	beglazen
beglazen	verb	voorzien van glasruiten
beglazend	=	beglazen
beglazende	=	beglazen
beglazing	noun	alle glazen ruiten van een gebouw tezamen en alles wat direkt met de bevestiging van het glas te maken heeft
beglazingen	=	beglazing
beglazingskit	noun	kit waarmee een glas vastgezet wordt in een kozijn
beglazingskitten	=	beglazingskit
beglure	=	begluren
begluren	verb	stiekem bespieden
beglurend	=	begluren
beglurende	=	begluren
begluur	=	begluren
begluurd	=	begluren
begluurde	=	begluren
begluurden	=	begluren
begluurt	=	begluren
begoed	adj	in goede doen zijn
begoede	=	begoed
begoeds	=	begoed
begon	=	beginnen
begonia	noun	een geslacht Begonia van bloeiende planten uit de begoniafamilie
begonia's	=	begonia
begoniaatje	=	begonia
begoniaatjes	=	begonia
begoniafamilie	noun	een familie Begoniaceae van tweezaadlobbige planten
begonne	=	beginnen
begonnen	=	beginnen
begont	=	beginnen
begoochel	=	begoochelen
begoochelaar	noun	iemand die andere mensen bedriegt door ze een rad voor de ogen te draaien
begoochelaars	=	begoochelaar
begoocheld	=	begoochelen
begoochelde	=	begoochelen
begoochelden	=	begoochelen
begoochele	=	begoochelen
begoochelen	verb	iemand in een waan brengen
begoochelend	=	begoochelen
begoochelende	=	begoochelen
begoocheling	noun	het iemand in een waan brengen
begoochelingen	=	begoocheling
begoochelt	=	begoochelen
begoot	=	begieten
begot	intj|vulgar	om ergernis uit te drukken
begote	=	begieten
begoten	=	begieten
begraaf	=	begraven
begraafpark	noun	monumentale begraafplaats
begraafparken	=	begraafpark
begraafplaats	noun	een plaats waar overledenen begraven liggen
begraafplaatsen	=	begraafplaats
begraafplaatsje	=	begraafplaats
begraafplaatsjes	=	begraafplaats
begraaft	=	begraven
begraas	=	begrazen
begraasd	=	begrazen
begraasde	=	begrazen
begraasden	=	begrazen
begraast	=	begrazen
begrafenis	noun	ceremonie waarbij een overledene in een kist aan de aarde wordt toevertrouwd, de ceremonie wanneer de laatste eer aan iemand wordt gegeven
begrafenisauto	noun	motorvoertuig bestemd om als lijkwagen gebruikt te worden
begrafenisauto's	=	begrafenisauto
begrafenisceremonie	noun	plechtigheid bij de teraardebestelling van iemand
begrafenisceremonies	=	begrafenisceremonie
begrafenisceremonietje	=	begrafenisceremonie
begrafenisceremonietjes	=	begrafenisceremonie
begrafenisceremonieën	=	begrafenisceremonie
begrafenisceremoniën	=	begrafenisceremonie
begrafenisdienst	noun	kerkdienst voor de begrafenis van een overledene
begrafenisdiensten	=	begrafenisdienst
begrafenisfonds	noun	fonds waaruit begrafeniskosten werden betaald
begrafenisfondsen	=	begrafenisfonds
begrafenisgezicht	noun	strak, ernstig niet al te vrolijk gezicht
begrafenisgezichten	=	begrafenisgezicht
begrafenisje	=	begrafenis
begrafenisjes	=	begrafenis
begrafeniskost	noun|obsolete	de hoeveelheid geld die het kost om iemand te begraven
begrafeniskosten	noun	de hoeveelheid geld die het kost om iemand te begraven
begrafenisondernemer	noun	een persoon die meestal op verzoek van de nabestaanden, als die er zijn, de begrafenis van overledenen vanaf het afleggen tot en met de begrafenis of crematie verzorgt
begrafenisondernemers	=	begrafenisondernemer
begrafenisondernemertje	=	begrafenisondernemer
begrafenisondernemertjes	=	begrafenisondernemer
begrafenisonderneming	noun	een onderneming die zorgdraagt voor de begrafenis of crematie van een overledene
begrafenisondernemingen	=	begrafenisonderneming
begrafenisplechtigheden	=	begrafenisplechtigheid
begrafenisplechtigheid	noun	ceremonie rond de uitvaart van een overledene
begrafenisritueel	noun	geheel van ceremoniële handelingen rond een teraardebestelling van een overledene
begrafenisrituelen	=	begrafenisritueel
begrafenissen	=	begrafenis
begrafenisstoet	noun	optocht van mensen en voertuigen die de overledene begeleidt naar de begraafplaats
begrafenisstoeten	=	begrafenisstoet
begrafenisvereniging	noun	een lokale, coöperatieve organisatie zonder winstoogmerk.
begrafenisverenigingen	=	begrafenisvereniging
begrafenisverenigingetje	=	begrafenisvereniging
begrafenisverenigingetjes	=	begrafenisvereniging
begrafenisverzekering	noun	verzekering die geld uitkeert bestemd om de kosten van de begrafenis te dekken
begrafenisverzekeringen	=	begrafenisverzekering
begrave	=	begraven
begraven	verb	iets onder de grond stoppen
begravend	=	begraven
begravende	=	begraven
begravenis	=	begrafenis
begravens	=	begraven
begraving	noun	het brengen van de overledene naar de begraafplaats en de teraardebestelling zelf
begravingen	=	begraving
begraze	=	begrazen
begrazen	verb	de begroeiing door vee laten opeten
begrazend	=	begrazen
begrazende	=	begrazen
begrazing	noun	het begrazen (het verschijnsel waarbij grazers zich voeden met de vegetatie van weilanden of van allerlei grazige habitats in natuurgebieden)
begrazingen	=	begrazing
begreep	=	begrijpen
begreept	=	begrijpen
begrens	=	begrenzen
begrensbaar	adj	dat er aan een eigenschap van iets een maximum verbonden is
begrensbaarder	=	begrensbaar
begrensbaardere	=	begrensbaar
begrensbaarders	=	begrensbaar
begrensbaars	=	begrensbaar
begrensbaarst	=	begrensbaar
begrensbaarste	=	begrensbaar
begrensbare	=	begrensbaar
begrensd	adj	beperkt
begrensde	=	begrenzen
begrensden	=	begrenzen
begrensder	=	begrensd
begrensdere	=	begrensd
begrensders	=	begrensd
begrensdheden	=	begrensdheid
begrensdheid	noun	het ervaren van een belemmering
begrensds	=	begrensd
begrensdst	=	begrensd
begrensdste	=	begrensd
begrenst	=	begrenzen
begrenze	=	begrenzen
begrenzen	verb	beperken, limiteren
begrenzend	=	begrenzen
begrenzende	=	begrenzen
begrenzer	noun	voorziening die begrenst
begrenzers	=	begrenzer
begrenzertje	=	begrenzer
begrenzertjes	=	begrenzer
begrenzing	noun	een lijn waarover niet gegaan kan worden
begrenzingen	=	begrenzing
begrenzinkje	=	begrenzing
begrenzinkjes	=	begrenzing
begrepe	=	begrijpen
begrepen	=	begrijpen
begrijp	=	begrijpen
begrijpbaar	adj	makkelijk te begrijpen, meestal in de zin dat het goed aangevoeld kan worden
begrijpbaarder	=	begrijpbaar
begrijpbaardere	=	begrijpbaar
begrijpbaarders	=	begrijpbaar
begrijpbaarheden	=	begrijpbaarheid
begrijpbaarheid	noun	de mate waarin iets te vatten of te begrijpen is; het gemak waarin iets te vatten of te begrijpen is
begrijpbaars	=	begrijpbaar
begrijpbaarst	=	begrijpbaar
begrijpbaarste	=	begrijpbaar
begrijpbare	=	begrijpbaar
begrijpe	=	begrijpen
begrijpelijk	adj	op een manier voorgesteld die door anderen verstaan kan worden
begrijpelijke	=	begrijpelijk
begrijpelijker	=	begrijpelijk
begrijpelijkere	=	begrijpelijk
begrijpelijkers	=	begrijpelijk
begrijpelijkerwijs	adv	zodanig dat er begrip voor opgebracht kan worden
begrijpelijkerwijze	adv	op een manier die begrijpelijk is
begrijpelijkheden	=	begrijpelijkheid
begrijpelijkheid	noun	de eigenschap van iets of iemand dat je hem met je verstand kunt vatten
begrijpelijkheidje	=	begrijpelijkheid
begrijpelijks	=	begrijpelijk
begrijpelijkst	=	begrijpelijk
begrijpelijkste	=	begrijpelijk
begrijpen	verb	met het verstand vatten, snappen
begrijpend	adj	van iemand dat hij iets snapt; van iemand dat hij begrip toont
begrijpende	=	begrijpen
begrijpender	=	begrijpend
begrijpendere	=	begrijpend
begrijpenders	=	begrijpend
begrijpends	=	begrijpend
begrijpendst	=	begrijpend
begrijpendste	=	begrijpend
begrijpt	=	begrijpen
begrijpzaam	adj|obsolete	in staat personen of zaken goed te snappen of aan te voelen
begrijpzaams	=	begrijpzaam
begrijpzaamst	=	begrijpzaam
begrijpzaamste	=	begrijpzaam
begrijpzame	=	begrijpzaam
begrijpzamer	=	begrijpzaam
begrijpzamere	=	begrijpzaam
begrijpzamers	=	begrijpzaam
begrind	=	begrinden
begrindde	=	begrinden
begrindden	=	begrinden
begrinde	=	begrinden
begrinden	verb	van grind voorzien
begrindend	=	begrinden
begrindende	=	begrinden
begrindt	=	begrinden
begrip	noun	het verstaan of begrijpen van iets
begripje	=	begrip
begripjes	=	begrip
begriploos	adj	zonder begrip
begriploost	=	begriploos
begriplooste	=	begriploos
begriploze	=	begriploos
begriplozer	=	begriploos
begriplozere	=	begriploos
begriplozers	=	begriploos
begrippen	=	begrip
begrippenlijst	noun	lijst van woorden en hun betekenis die men moet kennen voor een goed begrip van een bepaald onderwerp
begrippenlijsten	=	begrippenlijst
begrippenlijstje	=	begrippenlijst
begrippenlijstjes	=	begrippenlijst
begripsvermogen	noun	natuurlijke aanleg of vermogen tot bevatten, begrijpen
begripsvermogens	=	begripsvermogen
begripsvol	adj	met veel begrip
begripsvolle	=	begripsvol
begripsvoller	=	begripsvol
begripsvollere	=	begripsvol
begripsvollers	=	begripsvol
begripsvols	=	begripsvol
begripsvolst	=	begripsvol
begripsvolste	=	begripsvol
begripsvorming	noun	het ontstaan van medeleven en empathie voor een bepaalde zaak of persoon
begripsvormingen	=	begripsvorming
begripvol	adj	met veel begrip; met veel inlevingsvermogen
begripvolle	=	begripvol
begripvoller	=	begripvol
begripvollere	=	begripvol
begripvollers	=	begripvol
begripvols	=	begripvol
begripvolst	=	begripvol
begripvolste	=	begripvol
begroef	=	begraven
begroeft	=	begraven
begroei	=	begroeien
begroeid	adj	met gewas bezet
begroeide	=	begroeien
begroeiden	=	begroeien
begroeids	=	begroeid
begroeie	=	begroeien
begroeien	verb	bedekt raken met planten
begroeiend	=	begroeien
begroeiende	=	begroeien
begroeiing	noun	planten die iets groeiend bedekken
begroeiingen	=	begroeiing
begroeiinkje	=	begroeiing
begroeiinkjes	=	begroeiing
begroeit	=	begroeien
begroet	=	begroeten
begroete	=	begroeten
begroeten	verb	bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven
begroetend	=	begroeten
begroetende	=	begroeten
begroeting	noun	het erkennen van elkaars aanwezigheid wanneer men elkaar ontmoet
begroetingen	=	begroeting
begroetingsritueel	noun	een geheel van vooraf vaststaande en gebruikelijke handelingen die men uitvoert bij het verwelkomen van iemand
begroetingsrituelen	=	begroetingsritueel
begroetinkje	=	begroeting
begroetinkjes	=	begroeting
begroette	=	begroeten
begroetten	=	begroeten
begroeve	=	begraven
begroeven	=	begraven
begroot	=	begroten
begrootte	=	begroten
begrootten	=	begroten
begrote	=	begroten
begrotelijk	adj	duur in verhouding met wat je ervoor terugkrijgt
begrotelijke	=	begrotelijk
begrotelijker	=	begrotelijk
begrotelijkere	=	begrotelijk
begrotelijkers	=	begrotelijk
begrotelijks	=	begrotelijk
begrotelijkst	=	begrotelijk
begrotelijkste	=	begrotelijk
begroten	verb	de grootte (bedrag, aantal) van iets met een calculatie inschatten
begrotend	=	begroten
begrotende	=	begroten
begroting	noun	raming van de te maken uitgaven voor de komende tijd
begrotingen	=	begroting
begrotingsaanpak	noun	de wijze waarop de begroting wordt opgesteld of eventuele risico's of problemen worden aangepakt
begrotingsaanpakken	=	begrotingsaanpak
begrotingsakkoord	noun	overeenkomst hoe de overheidsgelden besteed gaan worden
begrotingsakkoorden	=	begrotingsakkoord
begrotingsbehandeling	noun	behandeling van een begroting
begrotingsbehandelingen	=	begrotingsbehandeling
begrotingsbehandelingetje	=	begrotingsbehandeling
begrotingsbehandelingetjes	=	begrotingsbehandeling
begrotingsbeleid	noun	de manier waarop men de begroting opstelt en zich daaraan houdt
begrotingsbespreking	noun	de formele vergadering waarin een volksvertegenwoordiging, zoals de gemeenteraad of het parlement, de inkomsten en uitgaven van een overheid bespreekt.
begrotingsbesprekingen	=	begrotingsbespreking
begrotingsbesprekinkje	=	begrotingsbespreking
begrotingsbesprekinkjes	=	begrotingsbespreking
begrotingsbewaking	noun	het continu monitoren en controleren van de werkelijke uitgaven en inkomsten ten opzichte van de vooraf opgestelde begroting.
begrotingsbewakingen	=	begrotingsbewaking
begrotingsbewakinkje	=	begrotingsbewaking
begrotingsbewakinkjes	=	begrotingsbewaking
begrotingscijfer	noun	statistsiche gegevens betreffende een begroting
begrotingscijfers	=	begrotingscijfer
begrotingscommissie	noun	groep volksvertegenwoordigers die zich buigen over de voorgestelde financiële plannen van een regering
begrotingscommissies	=	begrotingscommissie
begrotingscontrole	noun	controle op de overheidsuitgaven
begrotingscontroles	=	begrotingscontrole
begrotingsdebat	noun	discussie over de invulling van de uitgaven van een overheid
begrotingsdebatje	=	begrotingsdebat
begrotingsdebatjes	=	begrotingsdebat
begrotingsdebatten	=	begrotingsdebat
begrotingsdirecteur	noun	iemand die toeziet op het maken van een begroting
begrotingsdirecteuren	=	begrotingsdirecteur
begrotingsdirecteurs	=	begrotingsdirecteur
begrotingsdiscipline	noun	het je nauwkeurig houden aan de financiële planning zoals deze in de begroting is vastgelegd
begrotingsdisciplines	=	begrotingsdiscipline
begrotingsevenwicht	noun	situatie waarbij een regering evenveel geld ontvangt als uitgeeft
begrotingsevenwichten	=	begrotingsevenwicht
begrotingsgat	noun	een tekort op de begroting
begrotingsgaten	=	begrotingsgat
begrotingsjaar	noun	jaar waarop de begroting betrekking heeft
begrotingsjaren	=	begrotingsjaar
begrotingskamer	noun	college dat toeziet op de besteding van overheidsgelden
begrotingskamers	=	begrotingskamer
begrotingsminister	noun	de minister die verantwoordelijk is voor het opstellen en controleren van de naleving van een begroting
begrotingsministers	=	begrotingsminister
begrotingsnorm	noun	de eisen waaraan een begroting moet voldoen
begrotingsnormen	=	begrotingsnorm
begrotingsoverleg	noun	bespreking over de inkomsten en uitgaven van een organisatie
begrotingsoverleggen	=	begrotingsoverleg
begrotingsoverschot	noun	een financiële planning waarbij men denkt meer geld te ontvangen dan uit te geven
begrotingsoverschotje	=	begrotingsoverschot
begrotingsoverschotten	=	begrotingsoverschot
begrotingsoverschrijding	noun	het meer geld uitgegeven hebben dan in een begroting was voorzien
begrotingsoverschrijdingen	=	begrotingsoverschrijding
begrotingsoverschrijdinkje	=	begrotingsoverschrijding
begrotingsoverschrijdinkjes	=	begrotingsoverschrijding
begrotingsplan	noun	voornemen over de inkomsten en uitgaven van een organisatie
begrotingsplannen	=	begrotingsplan
begrotingsplannetje	=	begrotingsplan
begrotingsplannetjes	=	begrotingsplan
begrotingspolitiek	noun	de manier waarop men tegen een begroting aankijkt; de doeleinden die men met een begroting nastreeft
begrotingspost	noun	bedrag dat voor een bepaald doel is opgenomen in een begroting; een geplande uitgave
begrotingsposten	=	begrotingspost
begrotingspostje	=	begrotingspost
begrotingspostjes	=	begrotingspost
begrotingsprobleem	noun	moeilijkheid om de in- en uitgaven van een organisatie op elkaar af te stellen, waarbij meestal het probleem is dat men meer geld wil uitgeven dan dat er ontvangen wordt
begrotingsprobleempje	=	begrotingsprobleem
begrotingsprobleempjes	=	begrotingsprobleem
begrotingsproblematiek	noun	alle moeilijkheden rond het maken van een begroting
begrotingsproblematieken	=	begrotingsproblematiek
begrotingsproblemen	=	begrotingsprobleem
begrotingsraad	noun	overleg over het opstellen van een begroting
begrotingsraden	=	begrotingsraad
begrotingsravijn	noun	het stoppen van economische stimuleringsmaatregelen samen met het invoeren van bezuinigingen waardoor er forse economische krimp ontstaat
begrotingsravijnen	=	begrotingsravijn
begrotingsruimte	noun	het bedrag dat bij het voorbereiden van een begroting nog gebruikt kan worden voor politieke of bestuurlijke keuzes, wanneer bij die voorbereiding wordt uitgegaan van bepaalde uitgangspunten die voor een langere termijn gelden.
begrotingsruimten	=	begrotingsruimte
begrotingsruimtes	=	begrotingsruimte
begrotingssaldi	=	begrotingssaldo
begrotingssaldo	noun	het tekort of het overschot over de begroting, uitgedrukt in geld, van een publieke of private instelling
begrotingssaldo's	=	begrotingssaldo
begrotingssouffleetje	=	begrotingssoufflé
begrotingssouffleetjes	=	begrotingssoufflé
begrotingssoufflé	noun	het mislukken van een begroting doordat er minder baten zijn en meer lasten dan begroot
begrotingssoufflés	=	begrotingssoufflé
begrotingssteun	noun	politieke steun voor een ingediende begroting
begrotingsstuk	noun	een document dat betrekking heeft op een begroting
begrotingsstukje	=	begrotingsstuk
begrotingsstukjes	=	begrotingsstuk
begrotingsstukken	noun	alle documenten die betrekking hebben op een begroting
begrotingssysteem	noun	manier waarop men een begroting maakt
begrotingssystematiek	noun	de manier waarop een begroting wordt gemaakt
begrotingssystematieken	=	begrotingssystematiek
begrotingssystemen	=	begrotingssysteem
begrotingstekort	noun	de mate waarin de inkomsten van de staat minder zijn dan de uitgaven
begrotingstekorten	=	begrotingstekort
begrotingstekortje	=	begrotingstekort
begrotingstekortjes	=	begrotingstekort
begrotingstsaar	noun|informal	bijnaam voor de eurocommissaris die toezicht houdt op de begroting van de lidstaten
begrotingstsaren	=	begrotingstsaar
begrotingsvoorbereiding	noun	werkzaamheden die nodig zijn voordat men een begroting kan maken
begrotingsvoorbereidingen	=	begrotingsvoorbereiding
begrotingsvoorbereidinkje	=	begrotingsvoorbereiding
begrotingsvoorbereidinkjes	=	begrotingsvoorbereiding
begrotingsvoorstel	noun	een ingediende begroting die nog niet is aangenomen
begrotingsvoorstellen	=	begrotingsvoorstel
begrotingswet	noun	wet waarmee men een begroting vastlegt
begrotingswetten	=	begrotingswet
begrotingswijziging	noun	verandering in de raming van de te maken uitgaven voor de komende tijd
begrotingswijzigingen	=	begrotingswijziging
begrotingswijzigingetje	=	begrotingswijziging
begrotingswijzigingetjes	=	begrotingswijziging
begrotingszaak	noun	alles wat te maken heeft met het opstellen van een financiële planning
begrotingszaakje	=	begrotingszaak
begrotingszaakjes	=	begrotingszaak
begrotingszaken	=	begrotingszaak
begrotinkje	=	begroting
begrotinkjes	=	begroting
begs	=	beg
begum	noun	edelvrouw van hoge rang in India
begumpje	=	begum
begumpjes	=	begum
begums	=	begum
begunstig	=	begunstigen
begunstigd	=	begunstigen
begunstigde	noun	persoon die begunstigd is of wordt
begunstigden	=	begunstigen
begunstige	=	begunstigen
begunstigen	verb	iemand al dan niet financieel voordeel schenken
begunstigend	=	begunstigen
begunstigende	=	begunstigen
begunstiger	noun	iemand die iets of iemand ondersteunt o.a. door die persoon of organisatie geld te geven
begunstigers	=	begunstiger
begunstiging	noun	het begunstigen
begunstigingen	=	begunstiging
begunstigingetje	=	begunstiging
begunstigingetjes	=	begunstiging
begunstigt	=	begunstigen
beha	noun	een kledingstuk voor vrouwen dat de borsten ondersteunt
beha's	=	beha
beha-achtig	adj	met eigenschappen van een beha
beha-achtige	=	beha-achtig
beha-achtiger	=	beha-achtig
beha-achtigere	=	beha-achtig
beha-achtigers	=	beha-achtig
beha-achtigs	=	beha-achtig
beha-achtigst	=	beha-achtig
beha-achtigste	=	beha-achtig
behaag	=	behagen
behaagd	=	behagen
behaagde	=	behagen
behaagden	=	behagen
behaaglijk	adj	aangenaam warm en gezellig
behaaglijke	=	behaaglijk
behaaglijker	=	behaaglijk
behaaglijkere	=	behaaglijk
behaaglijkers	=	behaaglijk
behaaglijkheden	=	behaaglijkheid
behaaglijkheid	noun	het aangenaam, gerieflijk en gezellig zijn
behaaglijkheidje	=	behaaglijkheid
behaaglijks	=	behaaglijk
behaaglijkst	=	behaaglijk
behaaglijkste	=	behaaglijk
behaagt	=	behagen
behaagziek	adj	met behaagzucht
behaagzieke	=	behaagziek
behaagzieker	=	behaagziek
behaagziekere	=	behaagziek
behaagziekers	=	behaagziek
behaagzieks	=	behaagziek
behaagziekst	=	behaagziek
behaagziekste	=	behaagziek
behaagzucht	noun	het overdreven verlangen om het anderen naar de zin te maken, en met name om anderen te verleiden
behaal	=	behalen
behaald	=	behalen
behaalde	=	behalen
behaalden	=	behalen
behaalt	=	behalen
behaar	=	beharen
behaard	adj	bedekt met haren
behaarde	=	behaard
behaarden	=	beharen
behaarder	=	behaard
behaardere	=	behaard
behaarders	=	behaard
behaards	=	behaard
behaardst	=	behaard
behaardste	=	behaard
behaart	=	beharen
behaatje	=	beha
behaatjes	=	beha
behage	=	behagen
behagelijk	adj	behaaglijk
behagelijke	=	behagelijk
behagelijker	=	behagelijk
behagelijkere	=	behagelijk
behagelijkers	=	behagelijk
behagelijks	=	behagelijk
behagelijkst	=	behagelijk
behagelijkste	=	behagelijk
behagen	verb	met meewerkend voorwerp welgevallig zijn	noun	het zich op zijn gemak voelen, het plezier aan iets beleven
behagend	=	behagen
behagende	=	behagen
behale	=	behalen
behalen	verb	een diploma of certificaat verwerven
behalend	=	behalen
behalende	=	behalen
behalve	prep	met uitzondering van, naar niet, met uitzondering van
behandel	=	behandelen
behandelaanbod	noun	de reeks of set van therapieën, behandelingen en diensten die een zorgverlener of instelling aanbiedt
behandelaar	noun	iemand die een patiënt probeert te genezen door middel van een behandeling
behandelaars	=	behandelaar
behandelaartje	=	behandelaar
behandelaren	=	behandelaar
behandelbaar	adj	te verbeteren door medisch handelen
behandelbaarder	=	behandelbaar
behandelbaardere	=	behandelbaar
behandelbaarders	=	behandelbaar
behandelbaars	=	behandelbaar
behandelbaarst	=	behandelbaar
behandelbaarste	=	behandelbaar
behandelbank	noun	een ligbank waarop de te behandelen persoon ligt en daar zijn behandeling ontvangt
behandelbanken	=	behandelbank
behandelbare	=	behandelbaar
behandelcapaciteit	noun	de hoeveelheid patiënten die men kan behandelen
behandelcentra	=	behandelcentrum
behandelcentrum	noun	kliniek waar mensen een medische behandeling ondergaan
behandelcentrums	=	behandelcentrum
behandeld	=	behandelen
behandeldag	noun	periode van eenwerk dag dat iemand wordt behandeld
behandeldagen	=	behandeldag
behandeldagje	=	behandeldag
behandeldagjes	=	behandeldag
behandelde	=	behandelen
behandelden	=	behandelen
behandelduur	noun	de tijdsduur van een behandeling
behandele	=	behandelen
behandelen	verb	verwerken
behandelend	adj	van iemand dat hij een patiënt of een zaak behandelt
behandelende	=	behandelen
behandelends	=	behandelend
behandeling	noun	het behandelen
behandelingen	=	behandeling
behandelingetje	=	behandeling
behandelingetjes	=	behandeling
behandelingsduur	noun	de tijdsduur van een behandeling
behandelingskost	noun|obsolete	geld dat men voor een (medische) behandeling moet betalen
behandelingskosten	noun	geld dat men voor een (medische) behandeling moet betalen
behandelingsmethode	noun	de manier hoe men een patiënt gezond kan maken
behandelingsmethoden	=	behandelingsmethode
behandelingsmethodes	=	behandelingsmethode
behandelingsmogelijkheden	=	behandelingsmogelijkheid
behandelingsmogelijkheid	noun	iets wat men kan doen om een zieke te genezen
behandelingsovereenkomst	noun	afspraak tussen patiënt en medisch behandelaar over hoe het onderzoek en de behandeling zal plaatsvinden
behandelingsovereenkomsten	=	behandelingsovereenkomst
behandelingsplan	noun	een plan waarin een beschrijving en het doel van de behandeling staan samen met de algemene gegevens van een patiënt.
behandelingsplannen	=	behandelingsplan
behandelingsplannetje	=	behandelingsplan
behandelingsplannetjes	=	behandelingsplan
behandelingsprogramma	noun	plan van aanpak om iemand met een stoornis te genezen
behandelingsprogramma's	=	behandelingsprogramma
behandelinkje	=	behandeling
behandelinstelling	noun	organisatie waar medische behandelingen worden uitgevoerd
behandelinstellingen	=	behandelinstelling
behandelinstellinkje	=	behandelinstelling
behandelinstellinkjes	=	behandelinstelling
behandelkamer	noun	ruimte waarin een (kleine) medische behandeling kan plaatsvinden
behandelkamers	=	behandelkamer
behandelkamertje	=	behandelkamer
behandelkamertjes	=	behandelkamer
behandelmethode	noun	manier om een patiënt te genezen
behandelmethoden	=	behandelmethode
behandelmethodes	=	behandelmethode
behandelmogelijkheden	=	behandelmogelijkheid
behandelmogelijkheid	noun	mogelijkheid om een patiënt van zijn of haar klachten af te helpen; kans om iemand te genezen
behandelplan	noun	een plan waarin een beschrijving en het doel van de behandeling staan samen met de algemene gegevens van een patiënt.
behandelplannen	=	behandelplan
behandelplannetje	=	behandelplan
behandelplannetjes	=	behandelplan
behandelprogramma	noun	plan van aanpak om iemand met een stoornis te genezen
behandelprogramma's	=	behandelprogramma
behandelresultaat	noun	uitkomst van een behandeling
behandelresultaatje	=	behandelresultaat
behandelresultaatjes	=	behandelresultaat
behandelresultaten	=	behandelresultaat
behandelruimte	noun	kamer in een gebouw waarin, met name medische, behandelingen worden uitgevoerd
behandelruimten	=	behandelruimte
behandelruimtes	=	behandelruimte
behandelstoel	noun	stoel waarin iemand zit die een behandeling ondergaat
behandelstoelen	=	behandelstoel
behandelstoeltje	=	behandelstoel
behandelstoeltjes	=	behandelstoel
behandelt	=	behandelen
behandeltafel	noun	bank waarop een patient ligt als hij of zij door een arts behandeld wordt
behandeltafels	=	behandeltafel
behandeltijd	noun	de tijd die men heeft om iemand te behandelen; de tijd die nodig is om iemand te behandelen
behandeltijden	=	behandeltijd
behandeltraject	noun	een reeks behandelingen en onderzoeken die nodig zijn om te genezen van een bepaalde aandoening of ziekte
behandeltrajecten	=	behandeltraject
behandeltrajectje	=	behandeltraject
behandeltrajectjes	=	behandeltraject
behandelwijze	noun	manier om een patiënt te genezen
behandelwijzen	=	behandelwijze
behandelwijzes	=	behandelwijze
behandelziekenhuis	noun	ziekenhuis dat is gespecialiseerd in de behandeling van bepaalde ziektes en aandoeningen
behandelziekenhuisje	=	behandelziekenhuis
behandelziekenhuisjes	=	behandelziekenhuis
behandelziekenhuizen	=	behandelziekenhuis
behang	noun	ter versiering en/of bescherming op de muur aangebrachte papieren bedekking
behange	=	behangen
behangen	verb	het bedekken van wanden met een laag papier
behangend	=	behangen
behangende	=	behangen
behangens	=	behangen
behanger	noun	iemand die beroepsmatig behangsel op de muren aanbrengt
behangers	=	behanger
behangersbij	noun	Megachile individu van een geslacht van vliesvleugelige insecten uit de familie Megachilidae dat leeft in holletjes van bijvoorbeeld bamboe of hout
behangersbijen	noun	Megachile een geslacht van vliesvleugelige insecten uit de familie Megachilidae.
behangersbijtje	=	behangersbij
behangersbijtjes	=	behangersbij
behangerslijm	noun	lijm waarmee behang aan een muur geplakt wordt
behangerslijmen	=	behangerslijm
behangerswesp	noun	Discoelius zonalis een vliesvleugelig insect uit de familie van de plooivleugelwespen (Vespidae).
behangerswespen	=	behangerswesp
behangerswespje	=	behangerswesp
behangerswespjes	=	behangerswesp
behangertje	=	behanger
behangertjes	=	behanger
behangetje	=	behang
behangetjes	=	behang
behanglijm	noun	een lijmsoort die wordt gebruikt om behang aan de muur te bevestigen.
behanglijmen	=	behanglijm
behangpapier	noun	dik papier met een decoratie dat je op de muur kunt plakken en je per rol kunt kopen
behangpapieren	=	behangpapier
behangpapiertje	=	behangpapier
behangpapiertjes	=	behangpapier
behangpatroon	noun	patroon van het behang
behangpatroongroep	noun	een verzameling symmetrie-elementen in twee dimensies die gezamenlijk een vlakvullende groep vormen
behangpatroongroepen	=	behangpatroongroep
behangpatroongroepje	=	behangpatroongroep
behangpatroongroepjes	=	behangpatroongroep
behangsel	noun	met motieven bedrukt papier of andere vlakke materialen waarmee wanden van kamers worden bekleed
behangsellijm	noun	een lijmsoort die wordt gebruikt om behangsel aan de muur te bevestigen.
behangsellijmen	=	behangsellijm
behangselpapier	noun	papierachtig materiaal om de binnenmuren van gebouwen mee te bekleden
behangselpapieren	=	behangselpapier
behangselpapiertje	=	behangselpapier
behangselpapiertjes	=	behangselpapier
behangsels	=	behangsel
behangselschilder	noun	iemand die met verf op wandbekleding afbeeldingen als verfraaiing aanbrengt
behangselschilders	=	behangselschilder
behangt	=	behangen
behangtafel	noun	een langgerekte, meestal inklapbare tafel waarop behangpapier insmeerd kan worden met plaksel
behangtafels	=	behangtafel
behap	=	behappen
behapbaar	adj	verdeeld in kleine stukjes die te overzien zijn
behapbaarder	=	behapbaar
behapbaardere	=	behapbaar
behapbaarders	=	behapbaar
behapbaars	=	behapbaar
behapbaarst	=	behapbaar
behapbaarste	=	behapbaar
behapbare	=	behapbaar
behappe	=	behappen
behappen	verb	kunnen behappen: kunnen begrijpen, bevatten, beheersen
behappend	=	behappen
behappende	=	behappen
behapt	=	behappen
behapte	=	behappen
behapten	=	behappen
behare	=	beharen
beharen	verb	van haar voorzien
beharend	=	beharen
beharende	=	beharen
beharing	noun	verzameling haren die de huid van mens of dier bedekken
beharingen	=	beharing
behartenswaard	adj	het behartigen waard zijnd
behartenswaarde	=	behartenswaard
behartenswaarder	=	behartenswaard
behartenswaardere	=	behartenswaard
behartenswaarders	=	behartenswaard
behartenswaardig	adj	van iets dat het goed is om er rekening mee te houden; van iets dat het goed is om eraan te denken; waard ter harte genomen te worden
behartenswaardige	=	behartenswaardig
behartenswaardiger	=	behartenswaardig
behartenswaardigere	=	behartenswaardig
behartenswaardigers	=	behartenswaardig
behartenswaardigs	=	behartenswaardig
behartenswaardigst	=	behartenswaardig
behartenswaardigste	=	behartenswaardig
behartenswaards	=	behartenswaard
behartenswaardst	=	behartenswaard
behartenswaardste	=	behartenswaard
behartig	=	behartigen
behartigd	=	behartigen
behartigde	=	behartigen
behartigden	=	behartigen
behartige	=	behartigen
behartigen	verb	iets ~ zich inzetten voor een bepaalde zaak
behartigend	=	behartigen
behartigende	=	behartigen
behartigenswaard	adj	het behartigen waard
behartigenswaarde	=	behartigenswaard
behartigenswaarder	=	behartigenswaard
behartigenswaardere	=	behartigenswaard
behartigenswaarders	=	behartigenswaard
behartigenswaardig	adj	wat de moeite waard is om aandacht aan te besteden
behartigenswaardige	=	behartigenswaardig
behartigenswaardiger	=	behartigenswaardig
behartigenswaardigere	=	behartigenswaardig
behartigenswaardigers	=	behartigenswaardig
behartigenswaardigs	=	behartigenswaardig
behartigenswaardigst	=	behartigenswaardig
behartigenswaardigste	=	behartigenswaardig
behartigenswaards	=	behartigenswaard
behartigenswaardst	=	behartigenswaard
behartigenswaardste	=	behartigenswaard
behartiger	noun	iemand die behartigt
behartigers	=	behartiger
behartiging	noun	het behartigen
behartigingen	=	behartiging
behartigingetje	=	behartiging
behartigingetjes	=	behartiging
behartigingswaardig	adj	waard om te worden behartigd
behartigingswaardige	=	behartigingswaardig
behartigingswaardiger	=	behartigingswaardig
behartigingswaardigere	=	behartigingswaardig
behartigingswaardigers	=	behartigingswaardig
behartigingswaardigs	=	behartigingswaardig
behartigingswaardigst	=	behartigingswaardig
behartigingswaardigste	=	behartigingswaardig
behartigt	=	behartigen
behaviorisme	noun	richting in de psychologie die zich uitsluitend bezighoudt met waarneembaar gedrag van mens en dier
behavioristisch	adj	met betrekking tot het behaviorisme
behavioristische	=	behavioristisch
behavioristischer	=	behavioristisch
behavioristischere	=	behavioristisch
behavioristischers	=	behavioristisch
behaviourisme	=	behaviorisme
beheer	noun	het beheren van, de zorg en verantwoording voor eigendommen van derden
beheerbaar	adj	dat je iets kunt onderhouden (niet te verwarren met beheersbaar)
beheerbaarder	=	beheerbaar
beheerbaardere	=	beheerbaar
beheerbaarders	=	beheerbaar
beheerbaarheden	=	beheerbaarheid
beheerbaarheid	noun	het beheerbaar zijn
beheerbaars	=	beheerbaar
beheerbaarst	=	beheerbaar
beheerbaarste	=	beheerbaar
beheerbare	=	beheerbaar
beheerbrand	noun	gecontroleerd laten afbranden van natuurgebied als onderdeel van ecologisch beheer of als veiligheidsmaatregel om ernstiger branden te voorkomen
beheerbranden	=	beheerbrand
beheercomiteetje	=	beheercomité
beheercomiteetjes	=	beheercomité
beheercomité	noun	team dat zorgdraagt voor het beheer en de organisatie van iets
beheercomités	=	beheercomité
beheercommissie	noun	groep personen die zorgen voor het behoud en onderhoud van iets
beheercommissies	=	beheercommissie
beheerd	=	beheren
beheerde	=	beheren
beheerden	=	beheren
beheerder	noun	een persoon die een systeem (al dan niet beroepsmatig) regelt en onderhoudt
beheerders	=	beheerder
beheerderswoning	noun	een woning die specifiek is bedoeld voor de beheerder van een bepaalde locatie of voorziening, en diens gezin.
beheerderswoningen	=	beheerderswoning
beheerderswoninkje	=	beheerderswoning
beheerderswoninkjes	=	beheerderswoning
beheerdertje	=	beheerder
beheerdertjes	=	beheerder
beheerkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het beheren, onderhouden en controleren van iets
beheerkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het beheren, onderhouden en controleren van iets
beheermaatregel	noun	activiteit die erop gericht is om iets in stand te houden
beheermaatregelen	=	beheermaatregel
beheermaatregels	=	beheermaatregel
beheermaatschappij	noun	bedrijf dat iets controleert en onderhoudt
beheermaatschappijen	=	beheermaatschappij
beheerorganisatie	noun	organisatie die iets onderhoudt en beschermt
beheerorganisaties	=	beheerorganisatie
beheerovereenkomst	noun	overeenkomst betreffende het in standhouden van iets
beheerovereenkomsten	=	beheerovereenkomst
beheerpagina	noun	een speciale webpagina waar beheerders taken kunnen uitvoeren om de website te onderhouden
beheerpagina's	=	beheerpagina
beheerpaginaatje	=	beheerpagina
beheerpaginaatjes	=	beheerpagina
beheerplan	noun	plan gemaakt voor een goed beheer
beheerplannen	=	beheerplan
beheerplannetje	=	beheerplan
beheerplannetjes	=	beheerplan
beheerraad	noun	raad van beheer
beheerraadje	=	beheerraad
beheerraadjes	=	beheerraad
beheerraden	=	beheerraad
beheers	=	beheersen
beheersbaar	adj	dat iets onder controle gehouden kan worden
beheersbaarder	=	beheersbaar
beheersbaardere	=	beheersbaar
beheersbaarders	=	beheersbaar
beheersbaarheden	=	beheersbaarheid
beheersbaarheid	noun	de mate waarin een situatie onder controle te houden is
beheersbaars	=	beheersbaar
beheersbaarst	=	beheersbaar
beheersbaarste	=	beheersbaar
beheersbare	=	beheersbaar
beheerschen	=	beheersen
beheerscomiteetje	=	beheerscomité
beheerscomiteetjes	=	beheerscomité
beheerscomité	noun	groep mensen die is aangesteld om iets te onderhouden en te exploiteren
beheerscomités	=	beheerscomité
beheerscommissie	noun	groep personen die verantwoordelijk is voor het behoud en onderhoud van iets
beheerscommissies	=	beheerscommissie
beheerse	=	beheersen
beheersen	verb	meester zijn over, het gezag uitoefenen over
beheersend	=	beheersen
beheersende	=	beheersen
beheerser	noun	iemand die iets beheerst
beheersers	=	beheerser
beheersertje	=	beheerser
beheersertjes	=	beheerser
beheersing	noun	het meester zijn over.
beheersingen	=	beheersing
beheersinkje	=	beheersing
beheersinkjes	=	beheersing
beheerskost	noun|obsolete	kosten bij het verhandelen of beheren van aandelen en effecten
beheerskosten	noun	kosten bij het verhandelen of beheren van aandelen en effecten
beheersmaatschappij	noun	organisatie die iets onder haar beheer heeft
beheersmaatschappijen	=	beheersmaatschappij
beheersmatig	adj	betrekking hebbend op de leiding en de organisatie
beheersmatige	=	beheersmatig
beheersmatiger	=	beheersmatig
beheersmatigere	=	beheersmatig
beheersmatigers	=	beheersmatig
beheersmatigs	=	beheersmatig
beheersmatigst	=	beheersmatig
beheersmatigste	=	beheersmatig
beheersovereenkomst	noun	afspraak hoe men iets beheert en onderhoudt
beheersovereenkomsten	=	beheersovereenkomst
beheersplan	noun	een plan waarin staat hoe men een bepaalde zaak denkt te kunnen gebruiken en onderhouden
beheersplannen	=	beheersplan
beheersplannetje	=	beheersplan
beheersplannetjes	=	beheersplan
beheersraad	noun	overleg van toezichthouders
beheersraden	=	beheersraad
beheersstichting	noun	organisatie die zorg draagt voor het behoud en onderhoud van iets
beheersstichtingen	=	beheersstichting
beheersstructuren	=	beheersstructuur
beheersstructuur	noun	geheel van organisaties en regels die dienen om iets te behouden en te onderhouden
beheerssysteem	noun	organisaties en regelgeving die zorgen dat iets behouden en onderhouden wordt
beheerssystemen	=	beheerssysteem
beheerst	adj	zonder uitspatten
beheerstaak	noun	alle dingen die men moet doen om controle over een bepaald proces te hebben en te houden
beheerstaken	=	beheerstaak
beheerste	=	beheersen
beheersten	=	beheersen
beheerster	noun	een vrouwelijk persoon die het beheer voert
beheerstere	=	beheerst
beheersters	=	beheerster
beheerstertje	=	beheerster
beheerstertjes	=	beheerster
beheerstichting	noun	organisatie die zorgt voor het onderhoudt en de bescherming van iets
beheerstichtingen	=	beheerstichting
beheerstructuren	=	beheerstructuur
beheerstructuur	noun	geheel van organisaties en regels die dienen om iets te behouden en te onderhouden
beheersts	=	beheerst
beheerstst	=	beheerst
beheerstste	=	beheerst
beheersvergoeding	noun	geld dat iets of iemand ontvangt voor het onderhoud en het behoud van iets
beheersvergoedingen	=	beheersvergoeding
beheersvergoedinkje	=	beheersvergoeding
beheersvergoedinkjes	=	beheersvergoeding
beheersvorm	noun	manier waarop men iets onderhoudt en beheert
beheersvormen	=	beheersvorm
beheersysteem	noun	het systeem waarmee men controle over een bepaald proces kan hebben en houden
beheersystemen	=	beheersysteem
beheert	=	beheren
beheervergoeding	noun	een doorlopende vergoeding die je als belegger betaalt aan een vermogensbeheerder of fondsbeheerder voor het beheren van je vermogen.
beheervergoedingen	=	beheervergoeding
beheervergoedinkje	=	beheervergoeding
beheervergoedinkjes	=	beheervergoeding
beheime	noun	vee
beheimes	=	beheime
beheks	=	beheksen
behekse	=	beheksen
beheksen	verb	betoveren
beheksend	=	beheksen
beheksende	=	beheksen
behekst	adj	door een heks betoverd
behekste	=	behekst
beheksten	=	beheksen
behekster	=	behekst
behekstst	=	behekst
behelp	=	behelpen
behelpe	=	behelpen
behelpen	verb	zich ~: een provisorische oplossing bedenken voor een probleem dat men heeft bij gebrek aan middelen
behelpend	=	behelpen
behelpende	=	behelpen
behelpt	=	behelpen
behels	=	behelzen
behelsd	=	behelzen
behelsde	=	behelzen
behelsden	=	behelzen
behelst	=	behelzen
behelze	=	behelzen
behelzen	verb	betrekking hebben op
behelzend	=	behelzen
behelzende	=	behelzen
behemot	noun	reusachtig land- en waterdier uit de oertijd; in vertalingen vaak: nijlpaard (Job 40:15)
behemoth	noun	enorm groot beest met vier poten, zoals Behemoth uit de Bijbel (Job 40:15)
behemoths	=	behemoth
behemots	=	behemot
behendig	adj	een goede lichaamscoördinatie bezittend	adv	op behendige wijze
behendige	=	behendig
behendiger	=	behendig
behendigere	=	behendig
behendigers	=	behendig
behendigheden	=	behendigheid
behendigheid	noun	de mate waarin men fysiek zijn lichaam weet te coördineren
behendigheidje	=	behendigheid
behendigheidjes	=	behendigheid
behendigheidsspel	noun	spel waarbij concentratie, nauwkeurigheid en lichaamsbeheersing centraal staan
behendigheidsspelen	=	behendigheidsspel
behendigheidsspellen	=	behendigheidsspel
behendigs	=	behendig
behendigst	=	behendig
behendigste	=	behendig
behenolie	noun	een plantaardige olie die wordt geperst uit de zaden van de plant Moringa oleifera.
behept	adj	~ met: onderhevig aan een bepaalde, meestal onaangename eigenschap
behepte	=	behept
behepts	=	behept
behere	=	beheren
beheren	verb	het beheer hebben over iets, ergens voor verantwoordelijk zijn
beherend	=	beheren
beherende	=	beheren
behield	=	behouden
behielde	=	behouden
behielden	=	behouden
behieldt	=	behouden
behielp	=	behelpen
behielpe	=	behelpen
behielpen	=	behelpen
behielpt	=	behelpen
behieuw	=	behouwen
behieuwen	=	behouwen
behing	=	behangen
behinge	=	behangen
behingen	=	behangen
behingt	=	behangen
behoed	=	behoeden
behoedde	=	behoeden
behoedden	=	behoeden
behoede	=	behoeden
behoeden	verb	iemand ~ voor voor een gevaar beschermen
behoedend	=	behoeden
behoedende	=	behoeden
behoeder	noun	een beschermer van iets of iemand
behoeders	=	behoeder
behoedertje	=	behoeder
behoeding	noun	het behoeden
behoedingen	=	behoeding
behoedinkje	=	behoeding
behoedinkjes	=	behoeding
behoedt	=	behoeden
behoedzaam	adj	op zijn of haar hoede om gevaar te voorkomen
behoedzaamheid	noun	het voorzichtig en zorgvuldig zijn
behoedzaams	=	behoedzaam
behoedzaamst	=	behoedzaam
behoedzaamste	=	behoedzaam
behoedzame	=	behoedzaam
behoedzamer	=	behoedzaam
behoedzamere	=	behoedzaam
behoedzamers	=	behoedzaam
behoef	=	behoeven
behoefd	=	behoeven
behoefde	=	behoeven
behoefden	=	behoeven
behoeft	=	behoeven
behoefte	noun	iets wat benodigd of zeer wenselijk is
behoefteanalyse	noun	onderzoek naar wat (groepen) mensen nodig hebben
behoefteanalysen	=	behoefteanalyse
behoefteanalyses	=	behoefteanalyse
behoeftebeginsel	noun	het principe dat de hoogte van een uitkering wordt bepaald door wat de uitkeringstrekker nodig heeft om minimaal van te kunnen leven.
behoeftebeginselen	=	behoeftebeginsel
behoeftebeginsels	=	behoeftebeginsel
behoeftebeginseltje	=	behoeftebeginsel
behoeftebeginseltjes	=	behoeftebeginsel
behoeftebevraging	noun	een proces of onderzoek waarbij in kaart wordt gebracht wat de specifieke wensen, behoeften, noden of eisen zijn van een bepaalde groep mensen, klanten of werknemers.
behoeftebevragingen	=	behoeftebevraging
behoeftebevraginkje	=	behoeftebevraging
behoeftebevraginkjes	=	behoeftebevraging
behoeftebevrediging	noun	het krijgen wat men verlangt; de verlangens van iemand vervullen
behoeftebevredigingen	=	behoeftebevrediging
behoeftebevredigingetje	=	behoeftebevrediging
behoeftebevredigingetjes	=	behoeftebevrediging
behoeften	=	behoefte
behoefteonderzoek	noun	onderzoek naar wat mensen willen of nodig hebben
behoefteonderzoeken	=	behoefteonderzoek
behoeftepeiling	noun	onderzoek d.m.v. een vragenlijst naar dat wat mensen willen
behoeftepeilingen	=	behoeftepeiling
behoeftes	=	behoefte
behoeftetje	=	behoefte
behoeftetjes	=	behoefte
behoeftig	adj	aangewezen zijn op met name financiële hulp van anderen
behoeftige	noun	persoon die aangewezen is op met name financiële hulp van anderen
behoeftigen	=	behoeftige
behoeftiger	=	behoeftig
behoeftigere	=	behoeftig
behoeftigers	=	behoeftig
behoeftigheden	=	behoeftigheid
behoeftigheid	noun	onvermogen buiten de hulp van anderen te kunnen
behoeftigheidje	=	behoeftigheid
behoeftigheidjes	=	behoeftigheid
behoeftigs	=	behoeftig
behoeftigst	=	behoeftig
behoeftigste	=	behoeftig
behoeve	=	behoeven
behoeven	verb	moeten
behoevend	=	behoeven
behoevende	=	behoeven
behoje	noun	vrouwelijk schaamdeel
behojes	=	behoje
beholpen	=	behelpen
behoor	=	behoren
behoord	=	behoren
behoorde	=	behoren
behoorden	=	behoren
behooren	=	behoren
behoorlijk	adj	aanzienlijk [2], flink [2], in hoge mate	adv	in redelijk grote mate
behoorlijke	=	behoorlijk
behoorlijker	=	behoorlijk
behoorlijkere	=	behoorlijk
behoorlijkers	=	behoorlijk
behoorlijks	=	behoorlijk
behoorlijkst	=	behoorlijk
behoorlijkste	=	behoorlijk
behoort	=	behoren
behore	=	behoren
behoren	verb	~ bij een eenheid vormen met of een onderdeel uitmaken van
behorend	=	behoren
behorende	=	behoren
behou	=	behouden
behoud	noun	het behoeden voor of verhinderen van een teloorgang
behoude	=	behouden
behouden	verb	iets niet verliezen, handhaven, in stand houden	adj	gered, niet verloren gegaan
behoudend	adj	vasthoudend aan het oude en vertrouwde
behoudende	=	behoudend
behoudender	=	behoudend
behoudendere	=	behoudend
behoudenders	=	behoudend
behoudendheid	noun	neiging om vooral heel voorzichtig te zijn en weinig te veranderen
behoudends	=	behoudend
behoudendst	=	behoudend
behoudendste	=	behoudend
behoudenis	noun	het blijven bestaan van iets of iemand
behoudenissen	=	behoudenis
behoudens	prep	niet meegerekend
behouder	noun	iemand die zorgt dat iets of iemand niet vernietigd wordt of verloren gaat
behouders	=	behouder
behoudsgezind	adj	verlangen dat alles blijft zoals het was
behoudsgezinde	=	behoudsgezind
behoudsgezinder	=	behoudsgezind
behoudsgezindere	=	behoudsgezind
behoudsgezinders	=	behoudsgezind
behoudsgezinds	=	behoudsgezind
behoudsgezindst	=	behoudsgezind
behoudsgezindste	=	behoudsgezind
behoudswet	noun	een wet die het behoud van één of meer fysische grootheden formuleert
behoudswetje	=	behoudswet
behoudswetjes	=	behoudswet
behoudswetten	=	behoudswet
behoudt	=	behouden
behoudzucht	noun	de neiging of dwang om alles onveranderlijk te laten
behouw	=	behouwen
behouwe	=	behouwen
behouwen	verb	stenen door houwen en vijlen geschikt maken voor gebruik; bewerken van stenen; glad maken van ruwe stenen
behouwend	=	behouwen
behouwende	=	behouwen
behouwt	=	behouwen
behuild	adj	waarmee gehuild is; waarover tranen hebben gelopen
behuilde	=	behuild
behuilder	=	behuild
behuildere	=	behuild
behuilders	=	behuild
behuilds	=	behuild
behuildst	=	behuild
behuildste	=	behuild
behuis	=	behuizen
behuisd	adj	~~ behuisd zijn: van een woning of gebouw voorzien zijn met de ~~ eigenschap
behuisde	=	behuisd
behuisden	=	behuizen
behuisds	=	behuisd
behuist	=	behuizen
behuize	=	behuizen
behuizen	verb	van een huis voorzien
behuizend	=	behuizen
behuizende	=	behuizen
behuizing	noun	een gebouw of deel daarvan dat als verblijf dient
behuizingen	=	behuizing
behuizinkje	=	behuizing
behuizinkjes	=	behuizing
behulp	noun	hulp, wordt nog gebruikt in de voorzetseluitdrukking 'met behulp van' (m.b.v.)
behulpelijk	adj	behulpzaam
behulpelijke	=	behulpelijk
behulpelijker	=	behulpelijk
behulpelijkere	=	behulpelijk
behulpelijkers	=	behulpelijk
behulpelijks	=	behulpelijk
behulpelijkst	=	behulpelijk
behulpelijkste	=	behulpelijk
behulpsaem	=	behulpzaam
behulpzaam	adj	bereid om te helpen
behulpzaamheid	noun	het geneigd zijn om andere mensen te helpen
behulpzaams	=	behulpzaam
behulpzaamst	=	behulpzaam
behulpzaamste	=	behulpzaam
behulpzaem	=	behulpzaam
behulpzame	=	behulpzaam
behulpzamer	=	behulpzaam
behulpzamere	=	behulpzaam
behulpzamers	=	behulpzaam
behuw	=	behuwen
behuwd	adj	getrouwd, gehuwd
behuwdbroeder	noun|obsolete	mannelijk aangetrouwd familielid, waarbij de verwantschap dus is ontstaan door een geregistreerd partnerschap of huwelijk
behuwdbroeders	=	behuwdbroeder
behuwdbroedertje	=	behuwdbroeder
behuwdbroedertjes	=	behuwdbroeder
behuwde	=	behuwen
behuwden	=	behuwen
behuwdmoeder	noun	vrouwelijke ouder van een echtgenoot
behuwdmoeders	=	behuwdmoeder
behuwds	=	behuwd
behuwdvader	noun	mannelijke ouder van een echtgenoot
behuwdvaders	=	behuwdvader
behuwe	=	behuwen
behuwen	verb	door huwen verkrijgen
behuwend	=	behuwen
behuwt	=	behuwen
bei	noun	vorst in het voormalige Turkse rijk
beiaard	noun	een in kerktoren, of vrijstaande klokkentoren (campanile), opgesteld muziekinstrument, dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurd
beiaardde	=	beiaarden
beiaardden	=	beiaarden
beiaarde	=	beiaarden
beiaarden	verb	op een beiaard spelen
beiaardend	=	beiaarden
beiaardende	=	beiaarden
beiaardier	noun	iemand die een beiaard of carillon bespeelt
beiaardiers	=	beiaardier
beiaardiertje	=	beiaardier
beiaardiertjes	=	beiaardier
beiaardje	=	beiaard
beiaardjes	=	beiaard
beiaards	=	beiaard
beiaardscholen	=	beiaardschool
beiaardschool	noun	opleidingsinstituut tot beiaardier, de bespeler van een beiaard, carillon of klokkenspel
beiaardschooltje	=	beiaardschool
beiaardschooltjes	=	beiaardschool
beiaardt	=	beiaarden
beid	=	beiden
beidde	=	beiden
beidden	=	beiden
beide	num	de een en de ander van twee, het tweetal
beiden	verb	treuzelen	num	elk van twee personen
beidend	=	beiden
beidende	=	beiden
beider	num	van elk van twee	pron|obsolete	genitief van beide
beiderhande	pron	beiderlei
beiderlei	pron	alle twee de soorten, elk van de twee typen
beiderzijds	adj	van alle twee de kanten komend
beiderzijdse	=	beiderzijds
beidjes	num	met zijn tweeën
beidt	=	beiden
beien	=	bei
beier	=	beieren
beierd	=	baaierd
beierde	=	beieren
beierden	=	beieren
beiere	=	beieren
beieren	verb	luid luiden van een of meer klokken
beierend	=	beieren
beierende	=	beieren
beierin	noun	een vrouwelijke inwoner van Beieren, of een vrouw afkomstig uit Beieren
beierinnen	=	beierin
beiers	=	beieren
beierse	noun	een vrouwelijke inwoner van Beieren, of een vrouw afkomstig uit Beieren
beiersen	=	beierse
beiert	=	beieren
beiertje	=	beieren
beige	noun	lichtgrijsachtig geelbruine kleur, zoals die van onbewerkt linnen	adj	met een grijsachtig geelbruine kleur, zoals die van onbewerkt linnen
beigeachtig	adj	een kleur hebbend die lijkt op beige
beigeachtige	=	beigeachtig
beigeachtiger	=	beigeachtig
beigeachtigere	=	beigeachtig
beigeachtigers	=	beigeachtig
beigeachtigs	=	beigeachtig
beigeachtigst	=	beigeachtig
beigeachtigste	=	beigeachtig
beigebruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8024 ( )	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8024( )
beigebruine	=	beigebruin
beigebruins	=	beigebruin
beigegrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7006 ( )	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7006 ( )
beigegrijze	=	beigegrijs
beiger	=	beige
beigere	=	beige
beigerode	=	beigerood
beigerood	noun	tint tussen beige en rood met RAL-nummer 3012 ( ).	adj	in een tint tussen beige en rood met RAL-nummer 3012 ( ).
beigeroods	=	beigerood
beigers	=	beige
beiges	=	beige
beigest	=	beige
beigeste	=	beige
beignet	noun	gebak gemaakt van gefrituurd beslag dat ook wel gevuld kan worden met een vrucht, groente, vlees of vis zit
beignetje	=	beignet
beignetjes	=	beignet
beignets	=	beignet
beijingbikini	noun	mensen (doorgaans mannen) die een ontblote buik en rug hebben om zo warmte kwijt te raken
beijingbikini's	=	beijingbikini
beijver	=	beijveren
beijveraar	noun	iemand die zich ergens sterk voor maakt
beijveraars	=	beijveraar
beijveraartje	=	beijveraar
beijveraartjes	=	beijveraar
beijverd	=	beijveren
beijverde	=	beijveren
beijverden	=	beijveren
beijvere	=	beijveren
beijveren	verb	zich inzetten voor
beijverend	=	beijveren
beijverende	=	beijveren
beijvert	=	beijveren
beijzel	=	beijzelen
beijzeld	adj	bedekt met een ijslaag
beijzelde	=	beijzelen
beijzelden	=	beijzelen
beijzelder	=	beijzeld
beijzeldere	=	beijzeld
beijzelders	=	beijzeld
beijzelds	=	beijzeld
beijzeldst	=	beijzeld
beijzeldste	=	beijzeld
beijzele	=	beijzelen
beijzelen	verb	met ijzel bedekt raken
beijzelend	=	beijzelen
beijzelende	=	beijzelen
beijzelt	=	beijzelen
beira	noun	Dorcatragus megalotis een dwergantilope uit de Hoorn van Afrika.
beira's	=	beira
beiraatje	=	beira
beiraatjes	=	beira
beiradwergantiloopje	=	beiradwergantilope
beiradwergantiloopjes	=	beiradwergantilope
beiradwergantilope	noun	Dorcatragus megalotis een dwergantilope uit de Hoorn van Afrika.
beiradwergantilopen	=	beiradwergantilope
beiradwergantilopes	=	beiradwergantilope
beire	adj	cool, leuk, geweldig
beirer	=	beire
beiroeter	noun	een inwoner van Beiroet, of iemand afkomstig uit Beiroet
beiroeters	=	beiroeter
beiroeti	noun	een inwoner van Beiroet, of iemand afkomstig uit Beiroet
beiroeti's	=	beiroeti
beiroets	adj	op Beiroet betrekking hebbend
beiroetse	noun	een vrouwelijke inwoner van Beiroet, of een vrouw afkomstig uit Beiroet
beiroetsen	=	beiroetse
beis	noun	tweede letter van het alfabet	adj	kwaad, boos
beisa	noun	Oryx beisa is een Afrikaanse oryx, verwant aan de gemsbok (Oryx gazella).
beisa's	=	beisa
beisaatje	=	beisa
beisaatjes	=	beisa
beisen	=	beis
beismedresj	noun	leerhuis, gewijd aan Torastudie
beismedresjen	=	beismedresj
beisponem	noun	kwaaie kop
beisponems	=	beisponem
beissie	noun	dubbeltje
beissies	=	beissie
beitel	noun	een staafvormig, scherp stuk gereedschap met een punt of wigvormige snede aan de "kopse kant"
beitelde	=	beitelen
beitelden	=	beitelen
beitele	=	beitelen
beitelen	verb	iets met een beitel (be)werken, met een scherp voorwerp steen bewerken
beitelend	=	beitelen
beitelende	=	beitelen
beitels	=	beitel
beitelt	=	beitelen
beiteltje	=	beitel
beiteltjes	=	beitel
beitelvormig	adj	de vorm hebben van een beitel.
beitelvormige	=	beitelvormig
beitelvormiger	=	beitelvormig
beitelvormigere	=	beitelvormig
beitelvormigers	=	beitelvormig
beitelvormigs	=	beitelvormig
beitelvormigst	=	beitelvormig
beitelvormigste	=	beitelvormig
beitje	=	bei
beitjes	=	bei
beits	noun	een houtbeschermingsproduct dat gedeeltelijk in het hout doordringt (verf blijft buiten het hout)
beitse	=	beitsen
beitsen	verb	met beits behandelen
beitsend	=	beitsen
beitsende	=	beitsen
beitsje	=	beits
beitsjes	=	beits
beitst	=	beitsen
beitste	=	beitsen
beitsten	=	beitsen
bejaag	=	bejagen
bejaagbaar	adj	toegestaan om op te jagen
bejaagbaarder	=	bejaagbaar
bejaagbaardere	=	bejaagbaar
bejaagbaarders	=	bejaagbaar
bejaagbaars	=	bejaagbaar
bejaagbaarst	=	bejaagbaar
bejaagbaarste	=	bejaagbaar
bejaagbare	=	bejaagbaar
bejaagd	=	bejagen
bejaagde	=	bejagen
bejaagden	=	bejagen
bejaagt	=	bejagen
bejaard	adj	op een voortgeschreden leeftijd, eufemisme voor oud
bejaarde	noun	iemand op hoge leeftijd (>65 jaar)
bejaarden	=	bejaarde
bejaardenboerderij	noun	een boerderij waar 24uurs zorg wordt geleverd voor ouderen (soms met dementie) en waar zowel agrarische als zorgactiviteiten een substantieel deel bijdragen aan het bedrijfsinkomen
bejaardenboerderijen	=	bejaardenboerderij
bejaardencentra	=	bejaardencentrum
bejaardencentrum	noun	gebouw waar meerdere bejaarden bij elkaar wonen en verzorgd kunnen worden
bejaardencentrums	=	bejaardencentrum
bejaardenflat	noun	woongebouw dat bestaat uit woningen voor mensen met hogere leeftijd
bejaardenflatje	=	bejaardenflat
bejaardenflatjes	=	bejaardenflat
bejaardenflats	=	bejaardenflat
bejaardengesticht	noun|obsolete	instelling die onderdak wil bieden aan hulpbehoevende ouderen
bejaardengestichten	=	bejaardengesticht
bejaardenhome	noun	gebouw waar ouderen wonen en passende voorzieningen vinden
bejaardenhomes	=	bejaardenhome
bejaardenhuis	noun	verzorgingshuis, bejaardentehuis, bejaardenhome, rusthuis, rustoord of woonzorgcentrum.
bejaardenhuisje	=	bejaardenhuis
bejaardenhuisjes	=	bejaardenhuis
bejaardenhuizen	=	bejaardenhuis
bejaardenhulp	noun	iemand die bejaarden helpt
bejaardenhulpen	=	bejaardenhulp
bejaardeninrichting	noun|obsolete	instelling die onderdak biedt aan hulpbehoevende ouderen
bejaardeninrichtingen	=	bejaardeninrichting
bejaardenoord	noun|obsolete	instelling die ouderen huisvesting en verzorging biedt
bejaardenoorden	=	bejaardenoord
bejaardenpas	noun	legitimatiebewijs dat het bejaard zijn van een persoon moet aantonen
bejaardenpasje	=	bejaardenpas
bejaardenpasjes	=	bejaardenpas
bejaardenpassen	=	bejaardenpas
bejaardenprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma dat speciaal gemaakt is voor oudere mensen
bejaardenprogramma's	=	bejaardenprogramma
bejaardenprogrammaatje	=	bejaardenprogramma
bejaardenprogrammaatjes	=	bejaardenprogramma
bejaardentehuis	noun	een instelling waar bejaarden kunnen wonen en verzorgd worden.
bejaardentehuisje	=	bejaardentehuis
bejaardentehuisjes	=	bejaardentehuis
bejaardentehuizen	=	bejaardentehuis
bejaardenverzorger	noun	iemand die (beroepsmatig) voor hulpbehoevende bejaarden zorgt
bejaardenverzorgers	=	bejaardenverzorger
bejaardenverzorgster	noun	een vrouw die voor haar beroep voor bejaarden zorgt.
bejaardenverzorgsters	=	bejaardenverzorgster
bejaardenverzorgstertje	=	bejaardenverzorgster
bejaardenverzorgstertjes	=	bejaardenverzorgster
bejaardenwoning	noun	huis dat door ligging, omvang en ontwerp geschikt is voor mensen met een hogere leeftijd
bejaardenwoningen	=	bejaardenwoning
bejaardenwoninkje	=	bejaardenwoning
bejaardenwoninkjes	=	bejaardenwoning
bejaardenzorg	noun	vaardigheid in het helpen van oudere mensen
bejaarder	=	bejaard
bejaardere	=	bejaard
bejaarders	=	bejaard
bejaardheid	noun	het op hoge leeftijd zijn, het bejaard zijn
bejaards	=	bejaard
bejaardst	=	bejaard
bejaardste	=	bejaard
bejag	noun	wat men najaagt, gewin
bejage	=	bejagen
bejagen	verb	het jacht maken op iets of iemand
bejagend	=	bejagen
bejagende	=	bejagen
bejaging	noun	de jacht, het jagen op iets of iemand
bejagingen	=	bejaging
bejaginkje	=	bejaging
bejaginkjes	=	bejaging
bejammer	=	bejammeren
bejammerd	=	bejammeren
bejammerde	=	bejammeren
bejammerden	=	bejammeren
bejammere	=	bejammeren
bejammeren	verb	luidkeels iets beklagen
bejammerend	=	bejammeren
bejammerende	=	bejammeren
bejammert	=	bejammeren
bejegen	=	bejegenen
bejegend	=	bejegenen
bejegende	=	bejegenen
bejegenden	=	bejegenen
bejegene	=	bejegenen
bejegenen	verb	iets of iemand op een bepaalde wijze behandelen
bejegenend	=	bejegenen
bejegenende	=	bejegenen
bejegening	noun	de manier waarop iemand een andere persoon behandelt bij een ontmoeting; de manier waarop je met een ander omgaat
bejegeningen	=	bejegening
bejegent	=	bejegenen
bejoeg	=	bejagen
bejoege	=	bejagen
bejoegen	=	bejagen
bejoegt	=	bejagen
bejubel	=	bejubelen
bejubeld	=	bejubelen
bejubelde	=	bejubelen
bejubelden	=	bejubelen
bejubele	=	bejubelen
bejubelen	verb	iets of iemand uitgebreid prijzen
bejubelend	=	bejubelen
bejubelende	=	bejubelen
bejubelt	=	bejubelen
bek	noun	snavel van vogels
bekaaid	adj	er ~ van afkomen een schamele uitkomst van iets krijgen
bekaaide	=	bekaaid
bekaaider	=	bekaaid
bekaaidere	=	bekaaid
bekaaiders	=	bekaaid
bekaaids	=	bekaaid
bekaaidst	=	bekaaid
bekaaidste	=	bekaaid
bekaan	adv	hier
bekaand	=	bekanen
bekaande	=	bekanen
bekaanden	=	bekanen
bekaant	=	bekanen
bekabel	=	bekabelen
bekabeld	=	bekabelen
bekabelde	=	bekabelen
bekabelden	=	bekabelen
bekabele	=	bekabelen
bekabelen	verb	van kabels voorzien
bekabelend	=	bekabelen
bekabelende	=	bekabelen
bekabeling	noun	alle (elektrische) kabels van een bepaald apparaat of gebouw
bekabelingen	=	bekabeling
bekabelt	=	bekabelen
bekading	noun	het afsluiten door kaden
bekadingen	=	bekading
bekadinkje	=	bekading
bekadinkjes	=	bekading
bekaf	adj	zeer vermoeid
bekakt	adj	door overdreven gedrag, vooral spraak, benadrukkend dat men tot de bovenlaag wil behoren
bekakte	=	bekakt
bekakter	=	bekakt
bekaktere	=	bekakt
bekakters	=	bekakt
bekakts	=	bekakt
bekaktst	=	bekakt
bekaktste	=	bekakt
bekalk	=	bekalken
bekalke	=	bekalken
bekalken	verb	met kalk bestrooien
bekalkend	=	bekalken
bekalkende	=	bekalken
bekalkt	=	bekalken
bekalkte	=	bekalken
bekalkten	=	bekalken
bekamp	=	bekampen
bekampe	=	bekampen
bekampen	verb	tegen iets of iemand strijden
bekampend	=	bekampen
bekampende	=	bekampen
bekampt	=	bekampen
bekampte	=	bekampen
bekampten	=	bekampen
bekan	=	bijkans
bekane	=	bekanen
bekanen	verb|obsolete	met een vlies of laag schimmel bedekt raken
bekanend	=	bekanen
bekanende	=	bekanen
bekans	=	bijkans
bekant	adv	bijna, bijkans, nagenoeg
bekap	=	bekappen
bekappe	=	bekappen
bekappen	verb	van een bekapping voorzien
bekappend	=	bekappen
bekappende	=	bekappen
bekapping	noun	het geraamte waarop men de dakbedekking kan bevestigen
bekappingen	=	bekapping
bekapt	=	bekappen
bekapte	=	bekappen
bekapten	=	bekappen
bekarde	noun	Pachyramphus aglaiae een zangvogel uit de familie Tityridae
bekardes	=	bekarde
bekardetje	=	bekarde
bekardetjes	=	bekarde
bekattering	noun	uitbrander
bekatteringen	=	bekattering
bekbrekend	adj	van een woord dat het moeilijk uit te spreken is
bekbrekende	=	bekbrekend
bekbrekender	=	bekbrekend
bekbrekendere	=	bekbrekend
bekbrekenders	=	bekbrekend
bekbrekends	=	bekbrekend
bekbrekendst	=	bekbrekend
bekbrekendste	=	bekbrekend
bekeef	=	bekijven
bekeeft	=	bekijven
bekeek	=	bekijken
bekeekt	=	bekijken
bekeer	=	bekeren
bekeerd	=	bekeren
bekeerde	=	bekeren
bekeerden	=	bekeren
bekeerder	noun	iemand die probeert iemand anders te laten geloven in een bepaald geloof of een bepaalde overtuiging
bekeerders	=	bekeerder
bekeeren	=	bekeren
bekeering	=	bekering
bekeerlijk	adj	vatbaar voor een geloofsverandering; vatbaar om bekeerd te worden
bekeerlijke	=	bekeerlijk
bekeerlijker	=	bekeerlijk
bekeerlijkere	=	bekeerlijk
bekeerlijkers	=	bekeerlijk
bekeerlijks	=	bekeerlijk
bekeerlijkst	=	bekeerlijk
bekeerlijkste	=	bekeerlijk
bekeerling	noun	iemand die zich recentelijk tot een bepaald geloof bekeerd heeft
bekeerlingen	=	bekeerling
bekeerlingetje	=	bekeerling
bekeerlingetjes	=	bekeerling
bekeert	=	bekeren
bekeke	=	bekijken
bekeken	=	bekijken
bekekene	noun	iemand waarna men kijkt
bekekenen	=	bekekene
beken	=	bekennen
bekend	adj	vertrouwd
bekende	noun	een persoon waarvan je weet wie het is
bekenden	=	bekende
bekender	=	bekend
bekendere	=	bekend
bekenders	=	bekend
bekendetje	=	bekende
bekendgemaakt	=	bekendmaken
bekendgemaakte	=	bekendmaken
bekendgestaan	=	bekendstaan
bekendheden	=	bekendheid
bekendheid	noun	het bekend zijn bij velen
bekendmaak	=	bekendmaken
bekendmaakt	=	bekendmaken
bekendmaakte	=	bekendmaken
bekendmaakten	=	bekendmaken
bekendmake	=	bekendmaken
bekendmaken	verb	openbaar maken
bekendmakend	=	bekendmaken
bekendmakende	=	bekendmaken
bekendmaking	noun	het bekendmaken
bekendmakingen	=	bekendmaking
bekendmakinkje	=	bekendmaking
bekendmakinkjes	=	bekendmaking
bekends	=	bekend
bekendst	=	bekend
bekendsta	=	bekendstaan
bekendstaan	verb	algemeen gekend zijn om
bekendstaand	=	bekendstaan
bekendstaande	=	bekendstaan
bekendstaat	=	bekendstaan
bekendste	=	bekend
bekendstond	=	bekendstaan
bekendstonden	=	bekendstaan
bekendwording	noun	het openbaarheid worden
bekendwordingen	=	bekendwording
bekendwordinkje	=	bekendwording
bekendwordinkjes	=	bekendwording
bekenne	=	bekennen
bekennen	verb	iets laak- of strafbaars toegeven
bekennend	adj	van een persoon dat hij erkent iets verkeerds gedaan te hebben
bekennende	=	bekennen
bekennends	=	bekennend
bekent	=	bekennen
bekenteken	=	bekentekenen
bekentekend	=	bekentekenen
bekentekende	=	bekentekenen
bekentekenden	=	bekentekenen
bekentekene	=	bekentekenen
bekentekenen	verb	van een kenteken voorzien
bekentekenend	=	bekentekenen
bekentekenende	=	bekentekenen
bekentekent	=	bekentekenen
bekentenis	noun	een verklaring waarin men toegeeft een bepaalde daad gepleegd te hebben
bekentenisje	=	bekentenis
bekentenisjes	=	bekentenis
bekentenisliteratuur	noun	literatuur waarin de schrijver zich duidelijk uitspreekt over de eigen gevoelens, ervaringen en opvattingen; literatuur met een persoonlijke getuigenis
bekentenislitteraturen	=	bekentenislitteratuur
bekentenislitteratuur	noun	literatuur waarin de schrijver zich duidelijk uitspreekt over de eigen gevoelens, ervaringen en opvattingen; literatuur met een persoonlijke getuigenis
bekentenissen	=	bekentenis
beker	noun	een cilindervormig voorwerp waaruit gedronken kan worden, mok
bekeravonturen	=	bekeravontuur
bekeravontuur	noun	alle spanningen die betrekking heeft op de strijd om een kampioensbeker
bekercompetitie	noun	reeks wedstrijden waarbij de winnaar een beker ontvangt
bekercompetities	=	bekercompetitie
bekerde	=	bekeren
bekerden	=	bekeren
bekerduel	noun	een wedstrijd tussen twee teams of sporters waarbij het resultaat meetelt in de strijd om de beker
bekerduellen	=	bekerduel
bekerduels	=	bekerduel
bekere	=	bekeren
bekeren	verb	aan bekerwedstrijden deelnemen.
bekerend	=	bekeren
bekerende	=	bekeren
bekerfinale	noun	de laatste wedstrijd van een toernooi waarvan de winnaar een beker ontvangt
bekerfinales	=	bekerfinale
bekerfinalist	noun	een van de twee ploegen die in een finale strijdt om de kampioensbeker
bekerfinalisten	=	bekerfinalist
bekerglaasje	=	bekerglas
bekerglaasjes	=	bekerglas
bekerglas	noun	een vrij breed, cilindrisch stuk glaswerk, gewoonlijk met een vrij grove inhoudsmaat op de buitenkant
bekerglazen	=	bekerglas
bekerhaarmuts	noun	Orthotrichum cupulatum een bladmos in de familie van de haarmutsen.
bekerhaarmutsen	=	bekerhaarmuts
bekerhaarmutsje	=	bekerhaarmuts
bekerhaarmutsjes	=	bekerhaarmuts
bekerhouder	noun	club die het vorig seizoen kampioen is geworden en een beker heeft gewonnen
bekerhouders	=	bekerhouder
bekerhoudertje	=	bekerhouder
bekerhoudertjes	=	bekerhouder
bekering	noun	het (doen) overgaan van iemand tot een bepaald geloof
bekeringen	=	bekering
bekeringsdrang	noun	drang tot bekeren
bekerinkje	=	bekering
bekermos	noun	groep korstmossen uit de familie Cladoniaceae
bekermosdiertje	noun	Farrella repens een mosdiertjessoort uit de familie van de Farrellidae.
bekermosdiertjes	=	bekermosdiertje
bekermossen	=	bekermos
bekernederlaag	noun	verlies van een wedstrijd in een strijd om een kampioensbeker
bekernederlagen	=	bekernederlaag
bekerophaler	noun	iemand die in een horecagelegenheid lege glazen en bekers verzamelt
bekerophalers	=	bekerophaler
bekerophalertje	=	bekerophaler
bekerophalertjes	=	bekerophaler
bekerplant	noun	Nepenthes vleesetende plant die insecten vangt in een met een vloeistof gevulde beker
bekerplanten	=	bekerplant
bekerplantje	=	bekerplant
bekerplantjes	=	bekerplant
bekerpoliepzwammetje	noun	Microthecium brevirostre een schimmel behorend tot de familie Ceratostomataceae.
bekerpoliepzwammetjes	=	bekerpoliepzwammetje
bekerprogramma	noun	wedstrijdschema betreffende de strijd om een kampioensbeker
bekerronde	noun	een fase in een strijd om een kampioensbeker
bekerronden	=	bekerronde
bekerrondes	=	bekerronde
bekers	=	beker
bekerstrijd	noun	wedstrijd die men speelt om een beker te winnen; alle wedstrijden die betrekking hebben op het winnen van een kampioensbeker
bekerstrijden	=	bekerstrijd
bekerstunt	noun	heel spectaculaire uitslag van een bekerwedstrijd; onverwachte overwinning in een bekerwedstrijd
bekerstunts	=	bekerstunt
bekert	=	bekeren
bekertje	=	beker
bekertjes	=	beker
bekertoernooi	noun	serie wedstrijden waarbij men strijd om een beker
bekertoernooien	=	bekertoernooi
bekertoernooitje	=	bekertoernooi
bekertreffen	noun	wedstrijd waarbij men strijdt om een beker
bekervoetbal	noun	het spelen van voetbalwedstrijden waarbij men een beker kan winnen
bekervormig	adj	vorm van een beker hebbend
bekervormige	=	bekervormig
bekervormiger	=	bekervormig
bekervormigere	=	bekervormig
bekervormigers	=	bekervormig
bekervormigs	=	bekervormig
bekervormigst	=	bekervormig
bekervormigste	=	bekervormig
bekerwedstrijd	noun	een wedstrijd die meetelt in de strijd om een beker
bekerwedstrijden	=	bekerwedstrijd
bekerwedstrijdje	=	bekerwedstrijd
bekerwedstrijdjes	=	bekerwedstrijd
bekerwinnaar	noun	de winnaar van een bekertoernooi, bekercompetitie of andere wedstrijd waarmee een (wissel)beker gewonnen kan worden
bekerwinnaars	=	bekerwinnaar
bekerwinst	noun	kampioenschap in een toernooi dat traditioneel een beker als trofee heeft
bekerwinsten	=	bekerwinst
bekerzege	noun	het winnen van een wedstrijd in de strijd om een beter
bekerzeges	=	bekerzege
bekeur	=	bekeuren
bekeurd	=	bekeuren
bekeurde	=	bekeuren
bekeurden	=	bekeuren
bekeure	=	bekeuren
bekeuren	verb	het opleggen van een boete voor een wetsovertreding
bekeurend	=	bekeuren
bekeurende	=	bekeuren
bekeuring	noun	een boete die wordt opgelegd voor het overtreden van een wet
bekeuringen	=	bekeuring
bekeurinkje	=	bekeuring
bekeurinkjes	=	bekeuring
bekeurt	=	bekeuren
bekeve	=	bekijven
bekeven	=	bekijven
bekijf	=	bekijven
bekijft	=	bekijven
bekijk	noun	nadrukkelijke, maar oppervlakkige aandacht van anderen
bekijke	=	bekijken
bekijken	verb	ergens naar kijken
bekijkend	=	bekijken
bekijkende	=	bekijken
bekijkt	=	bekijken
bekijve	=	bekijven
bekijven	verb	iemand ~ ruzie met iemand maken
bekijvend	=	bekijven
bekijvende	=	bekijven
bekist	=	bekisten
bekiste	=	bekisten
bekisten	verb	van een kist of kisting voorzien
bekistend	=	bekisten
bekistende	=	bekisten
bekister	noun	een bouwvakker die bekistingen van hout of metaal maakt waar men later het beton instort
bekisters	=	bekister
bekisting	noun	het bekisten
bekistingen	=	bekisting
bekistinkje	=	bekisting
bekistte	=	bekisten
bekistten	=	bekisten
bekje	=	bek
bekjes	=	bek
bekke	=	bekken
bekken	noun	vrij ondiepe maar brede ronde schaal	verb	op een enthousiaste manier zoenen
bekkenbeheer	noun	het beheer van een bekken
bekkenbeul	noun|humorous	tandarts
bekkenbeulen	=	bekkenbeul
bekkenbeultje	=	bekkenbeul
bekkenbeultjes	=	bekkenbeul
bekkenbodem	noun	een spiergroep die de organen onderin de buik ondersteunen
bekkenbodemmatje	noun	een in het lichaam geplaatst implantaat om bij een verzakking van organen in het bekken deze omhoog te houden
bekkenbodemmatjes	=	bekkenbodemmatje
bekkenbodempje	=	bekkenbodem
bekkenbodempjes	=	bekkenbodem
bekkenbodems	=	bekkenbodem
bekkenbodemverzakking	noun	een verzakking van de organen in de onderbuik door een afwijking van de spieren in de bekkenbodem
bekkenbodemverzakkingen	=	bekkenbodemverzakking
bekkenbodemverzakkinkje	=	bekkenbodemverzakking
bekkenbodemverzakkinkjes	=	bekkenbodemverzakking
bekkenbreuk	noun	breuk van/in het bekken
bekkenbreuken	=	bekkenbreuk
bekkend	=	bekken
bekkende	=	bekken
bekkeneel	noun	deel van de schedel waarin de hersenen zitten
bekkeneeltje	=	bekkeneel
bekkenelen	=	bekkeneel
bekkenfracturen	=	bekkenfractuur
bekkenfractuur	noun	breuk van een van de bekkenbeenderen
bekkeninstabiliteit	noun	pijn aan het bekken gerelateerd aan de zwangerschap
bekkenist	noun	slagwerker die de bekkens bespeelt
bekkenisten	=	bekkenist
bekkenistje	=	bekkenist
bekkenistjes	=	bekkenist
bekkenpijn	noun	pijn in het bekken door endometriose
bekkenpijnen	=	bekkenpijn
bekkenpijntje	=	bekkenpijn
bekkenpijntjes	=	bekkenpijn
bekkens	=	bekken
bekkenslag	noun	een luide klinkende slag op een bekken
bekkenslagen	=	bekkenslag
bekkentje	=	bekken
bekkentjes	=	bekken
bekkentrekken	verb	het gezicht vertrekken
bekkentrekker	noun	iemand die voor de grap gekke gelaatsuitdrukkingen aanneemt
bekkentrekkers	=	bekkentrekker
bekkentrekkertje	=	bekkentrekker
bekkentrekkertjes	=	bekkentrekker
bekkie	=	bek
bekkies	=	bek
beklaag	=	beklagen
beklaagd	=	beklagen
beklaagde	noun	iemand die voor de rechter van iets beschuldigd wordt
beklaagden	=	beklaagde
beklaagdenbank	noun	zitplaats ("bank") waarin bij een strafzaak de beklaagde zit
beklaagdenbanken	=	beklaagdenbank
beklaagdenbankje	=	beklaagdenbank
beklaagdenbankjes	=	beklaagdenbank
beklaaglijk	adj	te beklaren
beklaaglijke	=	beklaaglijk
beklaaglijker	=	beklaaglijk
beklaaglijkere	=	beklaaglijk
beklaaglijkers	=	beklaaglijk
beklaaglijks	=	beklaaglijk
beklaaglijkst	=	beklaaglijk
beklaaglijkste	=	beklaaglijk
beklaagt	=	beklagen
beklad	=	bekladden
bekladde	=	bekladden
bekladden	verb	op lelijke wijze iets met verf, modder of graffiti bedekken
bekladdend	=	bekladden
bekladdende	=	bekladden
bekladder	noun	iemand die op een vernielzuchtige manier iets met opzet smerig maakt
bekladderd	=	bekladderen
bekladderde	=	bekladderen
bekladderden	=	bekladderen
bekladdere	=	bekladderen
bekladderen	verb	iets met verf of iets anders bevuilen als vorm van vandalisme
bekladderend	=	bekladderen
bekladderende	=	bekladderen
bekladders	=	bekladder
bekladdert	=	bekladderen
bekladdertje	=	bekladder
bekladdertjes	=	bekladder
bekladding	noun	de keer dat iets besmeurd wordt
bekladdingen	=	bekladding
bekladdinkje	=	bekladding
bekladdinkjes	=	bekladding
bekladt	=	bekladden
beklag	noun	het zich beklagen
beklagcommissie	noun	groep mensen waarbij men zijn klachten kan indienen
beklagcommissies	=	beklagcommissie
beklage	=	beklagen
beklagen	verb	zich ~: ontevredenheid uiten, klachten indienen
beklagend	=	beklagen
beklagende	=	beklagen
beklagenswaard	adj	Het beklagen waard, beklagenswaardig
beklagenswaarde	=	beklagenswaard
beklagenswaarder	=	beklagenswaard
beklagenswaardere	=	beklagenswaard
beklagenswaarders	=	beklagenswaard
beklagenswaardig	adj	zielig
beklagenswaardige	=	beklagenswaardig
beklagenswaardiger	=	beklagenswaardig
beklagenswaardigere	=	beklagenswaardig
beklagenswaardigers	=	beklagenswaardig
beklagenswaardigs	=	beklagenswaardig
beklagenswaardigst	=	beklagenswaardig
beklagenswaardigste	=	beklagenswaardig
beklagenswaards	=	beklagenswaard
beklagenswaardst	=	beklagenswaard
beklagenswaardste	=	beklagenswaard
beklagje	=	beklag
beklagjes	=	beklag
beklant	adj	van een winkel dat het veel (vaste) klanten heeft
beklante	=	beklant
beklants	=	beklant
beklap	=	beklappen
beklappe	=	beklappen
beklappen	verb	iemand klappen geven
beklappend	=	beklappen
beklappende	=	beklappen
beklapper	noun	kwaadspreker, roddelaar
beklappers	=	beklapper
beklapt	=	beklappen
beklapte	=	beklappen
beklapten	=	beklappen
beklauter	=	beklauteren
beklauterd	=	beklauteren
beklauterde	=	beklauteren
beklauterden	=	beklauteren
beklautere	=	beklauteren
beklauteren	verb	beklimmen
beklauterend	=	beklauteren
beklauterende	=	beklauteren
beklautert	=	beklauteren
beklede	=	bekleed
bekleden	verb	met stof bedekken
bekledend	=	bekleden
bekledende	=	bekleden
bekleder	noun	iemand die iets (een ambt) bekleedt
bekledere	=	bekleed
bekleders	=	bekleder
bekleding	noun	een laag stof ter versiering en bescherming aangebracht op een hard oppervlak of een meubelstuk
bekledingen	=	bekleding
bekledinkje	=	bekleding
bekledinkjes	=	bekleding
bekleed	adj	voorzien van een bedekking met zachter materiaal
bekleedde	=	bekleden
bekleedden	=	bekleden
bekleeds	=	bekleed
bekleedsel	noun	datgene wat gebruikt wordt om iets te bekleden
bekleedsels	=	bekleedsel
bekleedst	=	bekleed
bekleedste	=	bekleed
bekleedt	=	bekleden
bekleef	=	beklijven
bekleeft	=	beklijven
beklem	=	beklemmen
beklemd	adj	van verschillende kanten vastgeknepen
beklemde	=	beklemmen
beklemden	=	beklemmen
beklemder	=	beklemd
beklemdere	=	beklemd
beklemders	=	beklemd
beklemdheid	noun	de mate waarin men zich angstig of somber voelt
beklemds	=	beklemd
beklemdst	=	beklemd
beklemdste	=	beklemd
beklemme	=	beklemmen
beklemmen	verb	vasthouden in een klem
beklemmend	adj	benauwend, beangstigend
beklemmende	=	beklemmend
beklemmender	=	beklemmend
beklemmendere	=	beklemmend
beklemmenders	=	beklemmend
beklemmends	=	beklemmend
beklemmendst	=	beklemmend
beklemmendste	=	beklemmend
beklemming	noun	drukkend gevoel van benauwdheid en vast te zitten
beklemmingen	=	beklemming
beklemt	=	beklemmen
beklemtone	=	beklemtonen
beklemtonen	verb	de nadruk leggen op iets
beklemtonend	=	beklemtonen
beklemtonende	=	beklemtonen
beklemtoon	=	beklemtonen
beklemtoonbaar	adj	geschikt om de klemtoon op te leggen
beklemtoonbaarder	=	beklemtoonbaar
beklemtoonbaardere	=	beklemtoonbaar
beklemtoonbaarders	=	beklemtoonbaar
beklemtoonbaars	=	beklemtoonbaar
beklemtoonbaarst	=	beklemtoonbaar
beklemtoonbaarste	=	beklemtoonbaar
beklemtoonbare	=	beklemtoonbaar
beklemtoond	adj	de klemtoon hebbend
beklemtoonde	=	beklemtonen
beklemtoonden	=	beklemtonen
beklemtoonds	=	beklemtoond
beklemtoont	=	beklemtonen
beklets	=	bekletsen
bekletse	=	bekletsen
bekletsen	verb	informeel en zonder ernst bespreken
bekletsend	=	bekletsen
bekletsende	=	bekletsen
bekletst	=	bekletsen
bekletste	=	bekletsen
bekletsten	=	bekletsen
bekleve	=	beklijven
bekleven	=	beklijven
beklieder	=	bekliederen
bekliederd	=	bekliederen
bekliederde	=	bekliederen
bekliederden	=	bekliederen
bekliedere	=	bekliederen
bekliederen	verb	door kliederen bevuilen
bekliederend	=	bekliederen
bekliederende	=	bekliederen
bekliedert	=	bekliederen
beklijf	=	beklijven
beklijfd	=	beklijven
beklijfde	=	beklijven
beklijfden	=	beklijven
beklijft	=	beklijven
beklijve	=	beklijven
beklijven	verb	voortleven in de herinnering
beklijvend	=	beklijven
beklijvende	=	beklijven
beklim	=	beklimmen
beklimbaar	adj	van iets hoogs dat je er met lichamelijke kracht op kunt komen
beklimbaarder	=	beklimbaar
beklimbaardere	=	beklimbaar
beklimbaarders	=	beklimbaar
beklimbaars	=	beklimbaar
beklimbaarst	=	beklimbaar
beklimbaarste	=	beklimbaar
beklimbare	=	beklimbaar
beklimme	=	beklimmen
beklimmen	verb	naar de top van iets, zoals een berg, klimmen
beklimmend	=	beklimmen
beklimmende	=	beklimmen
beklimming	noun	de keer dat iets beklommen wordt
beklimmingen	=	beklimming
beklimminkje	=	beklimming
beklimminkjes	=	beklimming
beklimt	=	beklimmen
beklink	=	beklinken
beklinke	=	beklinken
beklinken	verb	een vaste afspraak maken
beklinkend	=	beklinken
beklinkende	=	beklinken
beklinker	noun	iemand die een overeenkomst kan maken en afsluiten
beklinkerd	=	beklinkeren
beklinkerde	=	beklinkeren
beklinkerden	=	beklinkeren
beklinkere	=	beklinkeren
beklinkeren	verb	een wegdek verharden met behulp van klinkers [3]
beklinkerend	=	beklinkeren
beklinkerende	=	beklinkeren
beklinkert	=	beklinkeren
beklinkt	=	beklinken
bekloeg	=	beklagen
bekloegen	=	beklagen
beklom	=	beklimmen
beklomme	=	beklimmen
beklommen	=	beklimmen
beklomt	=	beklimmen
beklonk	=	beklinken
beklonke	=	beklinken
beklonken	=	beklinken
beklonkt	=	beklinken
beklop	=	bekloppen
bekloppe	=	bekloppen
bekloppen	verb	iets of iemand zo hard slaan dat er geluid ontstaat
bekloppend	=	bekloppen
bekloppende	=	bekloppen
beklopt	=	bekloppen
beklopte	=	bekloppen
beklopten	=	bekloppen
beknabbel	=	beknabbelen
beknabbeld	=	beknabbelen
beknabbelde	=	beknabbelen
beknabbelden	=	beknabbelen
beknabbele	=	beknabbelen
beknabbelen	verb	op iets laten knabbelen
beknabbelend	=	beknabbelen
beknabbelende	=	beknabbelen
beknabbelt	=	beknabbelen
bekneep	=	beknijpen
bekneept	=	beknijpen
beknel	=	beknellen
bekneld	=	beknellen
beknelde	=	beknellen
beknelden	=	beknellen
beknelle	=	beknellen
beknellen	verb	beperken, hinderen, in bedwang houden, verstikken
beknellend	=	beknellen
beknellende	=	beknellen
beknelling	noun	het ingeklemd zijn
beknellingen	=	beknelling
beknelt	=	beknellen
beknepe	=	beknijpen
beknepen	=	beknijpen
beknibbel	=	beknibbelen
beknibbelaar	noun	iemand die (overdreven) bezuinigingen doorvoert
beknibbelaars	=	beknibbelaar
beknibbeld	=	beknibbelen
beknibbelde	=	beknibbelen
beknibbelden	=	beknibbelen
beknibbele	=	beknibbelen
beknibbelen	verb	~ op relatief kleine verlagingen op een begroting toepassen
beknibbelend	=	beknibbelen
beknibbelende	=	beknibbelen
beknibbelflatie	noun	geldontwaarding die producenten camoufleren door minder dure ingrediënten te gebruiken bij een gelijkblijvende prijs
beknibbelt	=	beknibbelen
beknijp	=	beknijpen
beknijpe	=	beknijpen
beknijpen	verb	aan knijpen onderwerpen
beknijpend	=	beknijpen
beknijpende	=	beknijpen
beknijpt	=	beknijpen
beknopt	adj	tot het belangrijkste en noodzakelijkste teruggebracht
beknopte	=	beknopt
beknopter	=	beknopt
beknoptere	=	beknopt
beknopters	=	beknopt
beknoptheden	=	beknoptheid
beknoptheid	noun	het kort maar krachtig spreken of schrijven
beknopts	=	beknopt
beknoptst	=	beknopt
beknoptste	=	beknopt
beknor	=	beknorren
beknord	=	beknorren
beknorde	=	beknorren
beknorden	=	beknorren
beknorre	=	beknorren
beknorren	verb	iemand een standje geven
beknorrend	=	beknorren
beknorrende	=	beknorren
beknort	=	beknorren
beknot	=	beknotten
beknotte	=	beknotten
beknotten	verb	grenzen stellen zodat iets niet te groot kan worden
beknottend	=	beknotten
beknottende	=	beknotten
beknotting	noun	een beperking van de vrijheid om te handelen
beknottingen	=	beknotting
bekocht	adj	te duur hebbend ingekocht
bekochte	=	bekocht
bekochten	=	bekopen
bekochts	=	bekocht
bekoel	=	bekoelen
bekoeld	=	bekoelen
bekoelde	=	bekoelen
bekoelden	=	bekoelen
bekoele	=	bekoelen
bekoelen	verb|figurative	koel worden, rustiger worden
bekoelend	=	bekoelen
bekoelende	=	bekoelen
bekoeling	noun|figurative	het minder vriendelijk worden van een warme, hechte vriendschappelijke relatie
bekoelingen	=	bekoeling
bekoelt	=	bekoelen
bekogel	=	bekogelen
bekogeld	=	bekogelen
bekogelde	=	bekogelen
bekogelden	=	bekogelen
bekogele	=	bekogelen
bekogelen	verb	iemand aan het gooien met projectielen blootstellen
bekogelend	=	bekogelen
bekogelende	=	bekogelen
bekogelt	=	bekogelen
bekokstoof	=	bekokstoven
bekokstoofd	=	bekokstoven
bekokstoofde	=	bekokstoven
bekokstoofden	=	bekokstoven
bekokstooft	=	bekokstoven
bekokstove	=	bekokstoven
bekokstoven	verb	op listige wijze, in het geheim weten te regelen
bekokstovend	=	bekokstoven
bekokstovende	=	bekokstoven
bekom	=	bekomen
bekome	=	bekomen
bekomen	verb	een goede of slechte uitwerking hebben
bekomend	=	bekomen
bekomende	=	bekomen
bekomens	=	bekomen
bekommer	=	bekommeren
bekommeraar	noun	iemand die zich zorgen maakt
bekommeraars	=	bekommeraar
bekommerd	adj	veel zorgen makend, van zorg vervuld
bekommerde	=	bekommerd
bekommerden	=	bekommeren
bekommerder	=	bekommerd
bekommerdere	=	bekommerd
bekommerders	=	bekommerd
bekommerdheden	=	bekommerdheid
bekommerdheid	noun	bezorgdheid, gegeneerdheid, zorgelijkheid.
bekommerdheidje	=	bekommerdheid
bekommerdheidjes	=	bekommerdheid
bekommerds	=	bekommerd
bekommerdst	=	bekommerd
bekommerdste	=	bekommerd
bekommere	=	bekommeren
bekommeren	verb	zich ~ over: zich zorgen maken over
bekommerend	=	bekommeren
bekommerende	=	bekommeren
bekommering	noun	gemoedstoestand die wordt gekenmerkt door angst en zorgen
bekommeringen	=	bekommering
bekommeringetje	=	bekommering
bekommeringetjes	=	bekommering
bekommernis	noun	zorgen om iets of iemand hebben
bekommernisje	=	bekommernis
bekommernissen	=	bekommernis
bekommert	=	bekommeren
bekomst	noun	zoveel als iemand behaagt
bekomsten	=	bekomst
bekomt	=	bekomen
bekonkel	=	bekonkelen
bekonkelaar	noun	iemand die geheime afspraken maakt
bekonkelaars	=	bekonkelaar
bekonkeld	=	bekonkelen
bekonkelde	=	bekonkelen
bekonkelden	=	bekonkelen
bekonkele	=	bekonkelen
bekonkelen	verb	iets in het geheim met elkaar regelen waarbij er vaak een benadeelde partij is
bekonkelend	=	bekonkelen
bekonkelende	=	bekonkelen
bekonkelt	=	bekonkelen
bekoop	=	bekopen
bekoopt	=	bekopen
bekoor	=	bekoren
bekoord	=	bekoren
bekoorde	=	bekoren
bekoorden	=	bekoren
bekoorder	noun	iemand die een ander probeert te verleiden
bekoorders	=	bekoorder
bekoordertje	=	bekoorder
bekoordertjes	=	bekoorder
bekoorlijk	adj	aantrekkelijk, bekoring opwekkend
bekoorlijke	=	bekoorlijk
bekoorlijker	=	bekoorlijk
bekoorlijkere	=	bekoorlijk
bekoorlijkers	=	bekoorlijk
bekoorlijkheden	=	bekoorlijkheid
bekoorlijkheid	noun	de hoedanigheid van het kunnen bekoren
bekoorlijks	=	bekoorlijk
bekoorlijkst	=	bekoorlijk
bekoorlijkste	=	bekoorlijk
bekoorster	noun	vrouwspersoon bedreven in het bekoren
bekoorsters	=	bekoorster
bekoort	=	bekoren
bekope	=	bekopen
bekopen	verb	iets ~ met een hoge prijs ergens voor betalen, vooral in figuurlijke zin
bekopend	=	bekopen
bekopende	=	bekopen
bekore	=	bekoren
bekoren	verb	aantrekkingskracht uitoefenen
bekorend	=	bekoren
bekorende	=	bekoren
bekoring	noun	aangetrokken zijn
bekoringen	=	bekoring
bekorinkje	=	bekoring
bekorinkjes	=	bekoring
bekort	=	bekorten
bekorte	=	bekorten
bekorten	verb	de tijdsduur minder lang laten zijn
bekortend	=	bekorten
bekortende	=	bekorten
bekorting	noun	het kleiner maken van iets
bekortingen	=	bekorting
bekortte	=	bekorten
bekortten	=	bekorten
bekostig	=	bekostigen
bekostigd	=	bekostigen
bekostigde	=	bekostigen
bekostigden	=	bekostigen
bekostige	=	bekostigen
bekostigen	verb	ervoor zorgen dat de kosten betaald worden
bekostigend	=	bekostigen
bekostigende	=	bekostigen
bekostiging	noun	het bekostigen
bekostigingen	=	bekostiging
bekostigingetje	=	bekostiging
bekostigingetjes	=	bekostiging
bekostigingssysteem	noun	de manier waarop men de kosten van iets dekt
bekostigingssystemen	=	bekostigingssysteem
bekostigt	=	bekostigen
bekoved	adj	op eervolle wijze, keurig
bekovedlisj	adj	op eervolle wijze, keurig
bekrab	=	bekrabben
bekrabbe	=	bekrabben
bekrabben	verb	op iets of iemand een krabbende beweging maken
bekrabbend	=	bekrabben
bekrabbende	=	bekrabben
bekrabd	=	bekrabben
bekrabde	=	bekrabben
bekrabden	=	bekrabben
bekrabt	=	bekrabben
bekrachtig	=	bekrachtigen
bekrachtigd	=	bekrachtigen
bekrachtigde	=	bekrachtigen
bekrachtigden	=	bekrachtigen
bekrachtige	=	bekrachtigen
bekrachtigen	verb	extra kracht bijzetten
bekrachtigend	=	bekrachtigen
bekrachtigende	=	bekrachtigen
bekrachtiger	noun	iets dat of iemand die bekrachtigt
bekrachtigers	=	bekrachtiger
bekrachtiging	noun	het bekrachtigen
bekrachtigingen	=	bekrachtiging
bekrachtigingetje	=	bekrachtiging
bekrachtigingetjes	=	bekrachtiging
bekrachtigt	=	bekrachtigen
bekram	=	bekrammen
bekramd	=	bekrammen
bekramde	=	bekrammen
bekramden	=	bekrammen
bekramme	=	bekrammen
bekrammen	verb	dijken met strowerk bedekken
bekrammend	=	bekrammen
bekramt	=	bekrammen
bekrans	=	bekransen
bekranse	=	bekransen
bekransen	verb	bedekken met een (ere)krans
bekransend	=	bekransen
bekransende	=	bekransen
bekranst	=	bekransen
bekranste	=	bekransen
bekransten	=	bekransen
bekras	=	bekrassen
bekrasse	=	bekrassen
bekrassen	verb	iets al of niet opzettelijk voorzien van krassen
bekrassend	=	bekrassen
bekrassende	=	bekrassen
bekrast	=	bekrassen
bekraste	=	bekrassen
bekrasten	=	bekrassen
bekreun	=	bekreunen
bekreund	=	bekreunen
bekreunde	=	bekreunen
bekreunden	=	bekreunen
bekreune	=	bekreunen
bekreunen	verb	zich ergens heel druk over maken; zich ergens heel veel zorgen over maken; zich over iets beklagen
bekreunend	=	bekreunen
bekreunende	=	bekreunen
bekreunt	=	bekreunen
bekrimp	=	bekrimpen
bekrimpe	=	bekrimpen
bekrimpen	verb	beperken
bekrimpend	=	bekrimpen
bekrimpende	=	bekrimpen
bekrimpt	=	bekrimpen
bekritiseer	=	bekritiseren
bekritiseerd	=	bekritiseren
bekritiseerde	=	bekritiseren
bekritiseerden	=	bekritiseren
bekritiseert	=	bekritiseren
bekritisere	=	bekritiseren
bekritiseren	verb	kritiek uiten op iets of iemand, zeggen dat iets of iemand niet goed is
bekritiserend	=	bekritiseren
bekritiserende	=	bekritiseren
bekromp	=	bekrimpen
bekrompe	=	bekrimpen
bekrompen	adj	te beperkt van opvatting, niet verder kunnen kijken dan je neus lang is
bekrompener	=	bekrompen
bekrompeners	=	bekrompen
bekrompenheden	=	bekrompenheid
bekrompenheid	noun	iets dat getuigt van kleingeestigheid
bekrompens	=	bekrompen
bekrompenst	=	bekrompen
bekrompenste	=	bekrompen
bekrompt	=	bekrimpen
bekrone	=	bekronen
bekronen	verb	belonen voor uitmuntendheid
bekronend	=	bekronen
bekronende	=	bekronen
bekroning	noun	toekenning van een prijs als eerbetoon
bekroningen	=	bekroning
bekroninkje	=	bekroning
bekroninkjes	=	bekroning
bekroon	=	bekronen
bekroond	=	bekronen
bekroonde	=	bekronen
bekroonden	=	bekronen
bekroont	=	bekronen
bekroop	=	bekruipen
bekroopt	=	bekruipen
bekrope	=	bekruipen
bekropen	=	bekruipen
bekruip	=	bekruipen
bekruipe	=	bekruipen
bekruipen	verb	op iets of iemand kruipen
bekruipend	=	bekruipen
bekruipende	=	bekruipen
bekruipt	=	bekruipen
bekruis	=	bekruisen
bekruise	=	bekruisen
bekruisen	verb	zich bekruisen: een kruisteken slaan met de hand over het eigen lichaam
bekruisend	=	bekruisen
bekruisende	=	bekruisen
bekruist	=	bekruisen
bekruiste	=	bekruisen
bekruisten	=	bekruisen
bekruizen	=	bekruisen
bekschurft	noun	virusziekte bij schapen, gekenmerkt door korstvorming op de lippen en het tandvlees
bekt	=	bekken
bekte	=	bekken
bekten	=	bekken
bekvecht	=	bekvechten
bekvechte	=	bekvechten
bekvechten	verb	sprekend ruzie maken
bekvechtend	=	bekvechten
bekvechtende	=	bekvechten
bekvechter	noun	persoon die graag en veel ruzie maakt
bekvechterij	noun	een ruzieachtig gesprek
bekvechterijen	=	bekvechterij
bekvechterijtje	=	bekvechterij
bekvechterijtjes	=	bekvechterij
bekvechters	=	bekvechter
bekvechtertje	=	bekvechter
bekvechtertjes	=	bekvechter
bekvechtte	=	bekvechten
bekvechtten	=	bekvechten
bekvormig	adj	vorm van een bek hebbend
bekvormige	=	bekvormig
bekvormiger	=	bekvormig
bekvormigere	=	bekvormig
bekvormigers	=	bekvormig
bekvormigs	=	bekvormig
bekvormigst	=	bekvormig
bekvormigste	=	bekvormig
bekwaam	adj	in staat om bepaalde taken goed uit te voeren; competent, capabel, kundig
bekwaamd	=	bekwamen
bekwaamde	=	bekwamen
bekwaamden	=	bekwamen
bekwaamheden	=	bekwaamheid
bekwaamheid	noun	competentie.
bekwaamheidje	=	bekwaamheid
bekwaamheidjes	=	bekwaamheid
bekwaamheidsattest	noun	een officieel bewijs dat je iets kunt
bekwaamheidsattesten	=	bekwaamheidsattest
bekwaams	=	bekwaam
bekwaamst	=	bekwaam
bekwaamste	=	bekwaam
bekwaamt	=	bekwamen
bekwam	=	bekomen
bekwame	=	bekwaam
bekwamen	verb	de nodige kennis en vaardigheid bijbrengen
bekwamend	=	bekwamen
bekwamende	=	bekwamen
bekwamer	=	bekwaam
bekwamere	=	bekwaam
bekwamers	=	bekwaam
bekwijl	=	bekwijlen
bekwijld	=	bekwijlen
bekwijlde	=	bekwijlen
bekwijlden	=	bekwijlen
bekwijle	=	bekwijlen
bekwijlen	verb	iets of iemand met spuug of kwijl nat maken
bekwijlend	=	bekwijlen
bekwijlende	=	bekwijlen
bekwijlt	=	bekwijlen
bel	noun	klok, schel, zoemer
bel-etage	noun	in oude herenhuizen, kastelen en paleizen de (mooie) eerste verdieping of hoofdetage doorgaans gelegen boven een souterrain
bel-etages	=	bel-etage
bel-etagewoning	noun	een huis waarvan de belangrijkste woonverdieping (de leefruimte en keuken) een halve tot hele verdieping hoger ligt dan het straatniveau.
bel-etagewoningen	=	bel-etagewoning
bel-etagewoninkje	=	bel-etagewoning
bel-etagewoninkjes	=	bel-etagewoning
bel-me-nietregister	noun	lijst met telefoonnummers die niet mogen worden gebruikt voor telemarketing doeleinden
bel-me-nietregisters	=	bel-me-nietregister
belaad	=	beladen
belaadbaar	adj	van een transportmiddel hoeveel kg vracht vervoerd kan en mag worden
belaadbaarder	=	belaadbaar
belaadbaardere	=	belaadbaar
belaadbaarders	=	belaadbaar
belaadbaars	=	belaadbaar
belaadbaarst	=	belaadbaar
belaadbaarste	=	belaadbaar
belaadbare	=	belaadbaar
belaadde	=	beladen
belaadden	=	beladen
belaadt	=	beladen
belaag	=	belagen
belaagd	=	belagen
belaagde	noun	iemand die het slachtoffer is van belaging
belaagden	=	belagen
belaagster	noun	vrouw die een ander bedreigt
belaagsters	=	belaagster
belaagt	=	belagen
belaast	=	belezen
belabberd	adj	heel slecht, ellendig of ziek, beroerd
belabberde	=	belabberd
belabberder	=	belabberd
belabberdere	=	belabberd
belabberders	=	belabberd
belabberds	=	belabberd
belabberdst	=	belabberd
belabberdste	=	belabberd
belachelijk	adj	lachwekkend, om uit te lachen, idioot, bespottelijk, vreemd
belachelijke	=	belachelijk
belachelijker	=	belachelijk
belachelijkere	=	belachelijk
belachelijkers	=	belachelijk
belachelijkheden	=	belachelijkheid
belachelijkheid	noun	iets dat grote onzin is; iets dat heel schandelijk is
belachelijks	=	belachelijk
belachelijkst	=	belachelijk
belachelijkste	=	belachelijk
belactie	noun	georganiseerde telefonische campagne, vaak door sportclubs of verenigingen, waarbij leden, supporters en andere betrokkenen worden gebeld om steun te werven
belacties	=	belactie
belactietje	=	belactie
belactietjes	=	belactie
belade	=	beladen
beladen	verb	een lading aanbrengen op een lastdier of een voer- of vaartuig	adj	waarover al veel te doen geweest is, waarover met veel gevoelens wordt gedacht en gesproken
beladend	=	beladen
beladende	=	beladen
beladenheden	=	beladenheid
beladenheid	noun	het emotionele of politieke belang van iets
belader	noun	iemand die een vracht in of op een voertuig laadt
beladers	=	belader
belading	noun	vracht die een voertuig transporteert
beladingen	=	belading
beladingsgraad	noun	percentage van de maximale lading dat een voertuig daadswerkelijk vervoert of transporteert
beladingsgraden	=	beladingsgraad
beladinkje	=	belading
beladinkjes	=	belading
belag	=	beliggen
belage	=	belagen
belagen	verb	iemand agressief/intimiderend benaderen
belagend	=	belagen
belagende	=	belagen
belager	noun	iemand die iemand anders lastig valt
belagers	=	belager
belagertje	=	belager
belagertjes	=	belager
belaging	noun	stelselmatig lastigvallen van een persoon, door die persoon te achtervolgen, steeds op hinderlijke wijze contact op te nemen en soms ook te bedreigen
belagingen	=	belaging
belaginkje	=	belaging
belaginkjes	=	belaging
beland	=	belanden
belandde	=	belanden
belandden	=	belanden
belande	=	belanden
belanden	verb	min of meer bij toeval op een bepaalde plaats geraken, terechtkomen
belandend	=	belanden
belandende	=	belanden
belandt	=	belanden
belang	noun	iets wat belangrijk is voor een persoon, iets wat iemand veel voordeel (of nadeel) kan opleveren
belangd	=	belangen
belangde	=	belangen
belangden	=	belangen
belange	=	belangen
belangeloos	adj	zonder geldelijke belangen, onbaatzuchtig
belangeloosheden	=	belangeloosheid
belangeloosheid	noun	het belangeloos zijn
belangeloost	=	belangeloos
belangelooste	=	belangeloos
belangeloze	=	belangeloos
belangelozer	=	belangeloos
belangelozere	=	belangeloos
belangelozers	=	belangeloos
belangen	verb	betreffen
belangenafweging	noun	het nauwkeurig nagaan van de voor- en de nadelen van een bepaalde beslissing zijn voor de verschillende belanghebbenden
belangenafwegingen	=	belangenafweging
belangenafweginkje	=	belangenafweging
belangenafweginkjes	=	belangenafweging
belangenbehartiger	noun	een persoon die een andere partij vertegenwoordigt om diens belangen tot hun recht te laten komen
belangenbehartigers	=	belangenbehartiger
belangenbehartiging	noun	het zich inzetten voor iets dat belangrijk is voor een groep personen of een individu
belangenbehartigingen	=	belangenbehartiging
belangenbehartigingetje	=	belangenbehartiging
belangenbehartigingetjes	=	belangenbehartiging
belangenbehartigingsorganisatie	noun	instelling die opkomt voor de belangen van een bepaalde groep mensen
belangenbehartigingsorganisaties	=	belangenbehartigingsorganisatie
belangenclub	noun	een al of niet georganiseerde groep mensen, met een gemeenschappelijk doel, en dat doel actief nastreven
belangenclubje	=	belangenclub
belangenclubjes	=	belangenclub
belangenclubs	=	belangenclub
belangenconflict	noun	de tegengestelde mening over wat belangrijk is
belangenconflicten	=	belangenconflict
belangenconflictje	=	belangenconflict
belangenconflictjes	=	belangenconflict
belangend	=	belangen
belangende	=	belangen
belangengemeenschap	noun	samenwerkingsverband om bepaalde belangen gemeenschappelijk te behartigen
belangengemeenschappen	=	belangengemeenschap
belangengroep	noun	een al of niet georganiseerde groep mensen, met een gemeenschappelijk doel, en dat doel actief nastreven
belangengroepen	=	belangengroep
belangengroepering	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van een bepaalde groep mensen
belangengroeperingen	=	belangengroepering
belangengroeperinkje	=	belangengroepering
belangengroeperinkjes	=	belangengroepering
belangengroepje	=	belangengroep
belangengroepjes	=	belangengroep
belangenorganisatie	noun	een organisatie die uitsluitend opkomt voor het groepsbelang
belangenorganisaties	=	belangenorganisatie
belangenpartij	noun	politieke partij die opkomt voor één bepaalde groep uit de samenleving
belangenpartijen	=	belangenpartij
belangensfeer	noun	een kring of gebied waarbinnen iemand of een staat belangen heeft
belangensfeertje	=	belangensfeer
belangensfeertjes	=	belangensfeer
belangensferen	=	belangensfeer
belangenstrijd	noun	een strijd tussen verschillende partijen die verschillende belangen hebben
belangenstrijden	=	belangenstrijd
belangentegenstelling	noun	situatie waarbij het voordeel voor het ene een is voor het andere
belangentegenstellingen	=	belangentegenstelling
belangenverdediging	noun	het actief opkomen voor de rechten, wensen en behoeften van een individu, een specifieke groep of een maatschappelijk doel.
belangenverdedigingen	=	belangenverdediging
belangenverdedigingetje	=	belangenverdediging
belangenverdedigingetjes	=	belangenverdediging
belangenvereniging	noun	vereniging van personen of organisaties die een gemeenschappelijk belang hebben
belangenverenigingen	=	belangenvereniging
belangenverenigingetje	=	belangenvereniging
belangenverenigingetjes	=	belangenvereniging
belangenvermenging	noun	situatie waarbij iemand meerdere belangen dient en waarbij dezen met elkaar in conflict komen
belangenvermengingen	=	belangenvermenging
belangenvermenginkje	=	belangenvermenging
belangenvermenginkjes	=	belangenvermenging
belangenverstrengeling	noun	situatie waarbij iemand meerdere belangen dient en waarbij dezen met elkaar in conflict komen
belangenverstrengelingen	=	belangenverstrengeling
belangenvertegenwoordiger	noun	iemand die namens een groep mensen opkomt voor de zaken die voor hun van belang zijn
belangenvertegenwoordigers	=	belangenvertegenwoordiger
belangetje	=	belang
belangetjes	=	belang
belanggesteld	=	belangstellen
belanggestelde	=	belangstellen
belanghebbend	adj	er belang bij hebben
belanghebbende	noun	iemand die ergens belang bij heeft
belanghebbenden	=	belanghebbende
belanghebbender	=	belanghebbend
belanghebbendere	=	belanghebbend
belanghebbenders	=	belanghebbend
belanghebbends	=	belanghebbend
belanghebbendst	=	belanghebbend
belanghebbendste	=	belanghebbend
belangrijk	adj	van grote betekenis
belangrijke	=	belangrijk
belangrijker	=	belangrijk
belangrijkere	=	belangrijk
belangrijkers	=	belangrijk
belangrijkheden	=	belangrijkheid
belangrijkheid	noun	het van grote betekenis zijn
belangrijks	=	belangrijk
belangrijkst	=	belangrijk
belangrijkste	=	belangrijk
belangstel	=	belangstellen
belangstelde	=	belangstellen
belangstelden	=	belangstellen
belangstelle	=	belangstellen
belangstellen	verb	interesse tonen voor iets
belangstellend	adj	belangstelling tonend
belangstellende	noun	mensen die ergens interesse in hebben
belangstellenden	=	belangstellende
belangstellender	=	belangstellend
belangstellendere	=	belangstellend
belangstellenders	=	belangstellend
belangstellends	=	belangstellend
belangstellendst	=	belangstellend
belangstellendste	=	belangstellend
belangstelling	noun	bereidheid en verlangen aandacht aan iets te schenken
belangstellingen	=	belangstelling
belangstellingssfeer	noun	het geheel van de zaken waar een persoon of een groep van personen interesse in heeft
belangstellingssferen	=	belangstellingssfeer
belangstelt	=	belangstellen
belangt	=	belangen
belangwekkend	adj	belangstelling oproepend
belangwekkende	=	belangwekkend
belangwekkender	=	belangwekkend
belangwekkendere	=	belangwekkend
belangwekkenders	=	belangwekkend
belangwekkends	=	belangwekkend
belangwekkendst	=	belangwekkend
belangwekkendste	=	belangwekkend
belarus	noun	een inwoner van Belarus, of iemand afkomstig uit Belarus
belarusje	=	belarus
belarussen	=	belarus
belarussisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Belarus
belarussische	noun	een vrouwelijke inwoner van Wit-Rusland (ook Belarus)
belarussischen	=	belarussische
belarussischer	=	belarussisch
belarussischere	=	belarussisch
belarussischers	=	belarussisch
belarussischt	=	belarussisch
belarussischtalig	adj	de Belarussische taal sprekend
belarussischtalige	=	belarussischtalig
belarussischtaligs	=	belarussischtalig
belas	=	belezen
belaser	=	belaseren
belaserd	=	belaseren
belaserde	=	belaseren
belaserden	=	belaseren
belasere	=	belaseren
belaseren	verb	met een laserstraal bewerken
belaserend	=	belaseren
belaserende	=	belaseren
belasert	=	belaseren
belast	=	belasten
belastbaar	adj	dat het gewicht kan en mag dragen
belastbaarder	=	belastbaar
belastbaardere	=	belastbaar
belastbaarders	=	belastbaar
belastbaarheden	=	belastbaarheid
belastbaarheid	noun	onderhevig zijn aan heffingen door de overheid
belastbaars	=	belastbaar
belastbaarst	=	belastbaar
belastbaarste	=	belastbaar
belastbare	=	belastbaar
belaste	=	belasten
belasten	verb	gewichten plaatsen op
belastend	adj	van iets dat het heel zwaar is om te ondergaan
belastende	=	belasten
belastender	=	belastend
belastendere	=	belastend
belastenders	=	belastend
belastends	=	belastend
belastendst	=	belastend
belastendste	=	belastend
belaster	=	belasteren
belasterd	=	belasteren
belasterde	=	belasteren
belasterden	=	belasteren
belastere	=	belasteren
belasteren	verb	iemands goede naam geweld aandoen met onware aantijgingen
belasterend	=	belasteren
belasterende	=	belasteren
belastering	noun	de daad van het belasteren
belasteringen	=	belastering
belastert	=	belasteren
belasting	noun	door de wet gedwongen betaling aan de overheid zonder individuele tegenprestatie van die overheid
belasting-paradijs	=	belastingparadijs
belastingaangifte	noun	is een verklaring van de belastingplichtige aan de hand waarvan de belastingheffende instantie de verschuldigde belasting kan vaststellen
belastingaangiften	=	belastingaangifte
belastingaangiftes	=	belastingaangifte
belastingaanslag	noun	vaststelling van wat iemand aan belastingen moet betalen
belastingaanslagen	=	belastingaanslag
belastingadministratie	noun	het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en beheren van alle financiële gegevens en informatie die relevant zijn voor het berekenen en afdragen van belastingen aan de overheid.
belastingadministraties	=	belastingadministratie
belastingadvies	noun	advies hoe men met zijn geld kan omgaan om zo weinig mogelijk belasting te betalen; advies hoe men het beste zijn belastingaangifte kan doen
belastingadviesbureau	noun	bedrijf dat adviseert hoe men het beste en voordeligst zijn belastingaangifte kan doen
belastingadviesbureaus	=	belastingadviesbureau
belastingadvieskantoor	noun	bedrijf dat adviseert over fiscale aangelegenheden
belastingadvieskantoren	=	belastingadvieskantoor
belastingadviezen	=	belastingadvies
belastingadvisering	noun	het adviseren t.a.v. fiscale zaken
belastingadviseur	noun	specialist in fiscale kwesties, een belastingconsulent
belastingadviseurs	=	belastingadviseur
belastingadviseurtje	=	belastingadviseur
belastingadviseurtjes	=	belastingadviseur
belastingafdracht	noun	het geld dat men betaalt aan de belastingdienst
belastingafdrachten	=	belastingafdracht
belastingaffaire	noun	schandaal rond geld dat de overheid van burgers heft
belastingaffaires	=	belastingaffaire
belastingafspraak	noun	Afspraak tussen de belastingdienst van een land en een bedrijf omtrent te betalen belasting in dat land
belastingafspraakje	=	belastingafspraak
belastingafspraken	=	belastingafspraak
belastingaftrek	noun	post die aanleiding geeft tot een vermindering van de hoeveelheid belasting die men moet betalen
belastingaftrekbaar	adj	van kosten dat je ze mag aftrekken van je belastbaar inkomen bij het berekenen van de belasting die je moet betalen
belastingaftrekbaarder	=	belastingaftrekbaar
belastingaftrekbaardere	=	belastingaftrekbaar
belastingaftrekbaarders	=	belastingaftrekbaar
belastingaftrekbaars	=	belastingaftrekbaar
belastingaftrekbaarst	=	belastingaftrekbaar
belastingaftrekbaarste	=	belastingaftrekbaar
belastingaftrekbare	=	belastingaftrekbaar
belastingaftrekje	=	belastingaftrek
belastingaftrekjes	=	belastingaftrek
belastingaftrekken	=	belastingaftrek
belastingakkoord	noun	overeenstemming met betrekking tot de belastingheffingen
belastingakkoorden	=	belastingakkoord
belastingambtenaar	noun	iemand die bij de belastingdienst werkt
belastingambtenaars	=	belastingambtenaar
belastingambtenaren	=	belastingambtenaar
belastingattest	noun	een attest als bijlage bij de belastingaangifte
belastingattesten	=	belastingattest
belastingattestje	=	belastingattest
belastingattestjes	=	belastingattest
belastingbases	=	belastingbasis
belastingbasis	noun	inkomen en vermogen dat de grondslag vormt voor de hoeveelheid belasting die men moet betalen
belastingbasissen	=	belastingbasis
belastingbedrag	noun	de hoeveelheid geld die men als belastinbg moet afdragen aan de overheid
belastingbedragen	=	belastingbedrag
belastingbeleid	noun	de manier waarop men belastingen heft
belastingbesparing	noun	op een legale wijze zorgen dat je minder belasting hoeft te betalen
belastingbesparingen	=	belastingbesparing
belastingbetaler	noun	iemand die belasting betaalt (in de ogen van de rijken een sukkel)
belastingbetalers	=	belastingbetaler
belastingbetaling	noun	het overmaken van de belastinggelden aan de overheid
belastingbetalingen	=	belastingbetaling
belastingbiljet	noun	een formulier dat is ingevult door de belastingplichtige aan de hand waarvan de belastingheffende instantie (bij rijksbelastingen is dat de belastingdienst) de verschuldigde belasting kan vaststellen
belastingbiljetten	=	belastingbiljet
belastingbrief	noun	brief verzonden door de belastingdienst waarin staat hoeveel belasting de belastingbetaler dient te betalen
belastingbriefje	=	belastingbrief
belastingbriefjes	=	belastingbrief
belastingbrieven	=	belastingbrief
belastingclaim	noun	heffing van de belastingdienst; eis van de belastingdienst
belastingclaims	=	belastingclaim
belastingconcurrentie	noun	het wedijveren van verschillende landen door het verlagen van de belastingtarieven
belastingconstructie	noun	constructie om zo min mogelijk belasting te betalen
belastingconstructies	=	belastingconstructie
belastingconsulent	noun	iemand die adviezen geeft over belastingzaken
belastingconsulenten	=	belastingconsulent
belastingcontrole	noun	controle van de belastingopgaven van particulieren en bedrijven door de belastingdienst
belastingcontroles	=	belastingcontrole
belastingcontroletje	=	belastingcontrole
belastingcontroletjes	=	belastingcontrole
belastingcontroleur	noun	ambtenaar van de belastingdienst die controleert of de belastingaangiftes correct zijn ingevuld
belastingcontroleurs	=	belastingcontroleur
belastingdeal	noun	overeenkomst die grote bedrijven met de belastingdienst van een land sluiten zodat ze (wereldwijd) minder belasting betalen door alleen in dat land een beetje belasting te betalen waar dat land dan weer een voordeeltje van heeft.
belastingdeals	=	belastingdeal
belastingdealtje	=	belastingdeal
belastingdealtjes	=	belastingdeal
belastingdebat	noun	discussie over de belastingwetgeving
belastingdebatten	=	belastingdebat
belastingderving	noun	het mislopen van belastinginkomsten
belastingdervingen	=	belastingderving
belastingdeskundige	noun	persoon die verstand heeft van belastingen en belastingwetgeving
belastingdeskundigen	=	belastingdeskundige
belastingdienst	noun	overheidsdienst die de heffing en inning van belasting voor een staat verzorgt
belastingdiensten	=	belastingdienst
belastingdienstje	=	belastingdienst
belastingdruk	noun	het percentage van het bruto inkomen dat men aan belastingen moet betalen
belastingdrukken	=	belastingdruk
belastingen	=	belasting
belastingformulier	noun	voorbedrukte vragenlijst waarmee men de belastingaangifte kan doen
belastingformulieren	=	belastingformulier
belastingformuliertje	=	belastingformulier
belastingfraude	noun	fraude bij de belastingaangifte
belastingfraudes	=	belastingfraude
belastingfraudetje	=	belastingfraude
belastingfraudetjes	=	belastingfraude
belastinggaarder	noun	persoon die belasting int
belastinggaarders	=	belastinggaarder
belastinggebied	noun	wat betrekking heeft op het betalen van belastingen
belastinggebieden	=	belastinggebied
belastinggebiedje	=	belastinggebied
belastinggebiedjes	=	belastinggebied
belastinggegeven	noun	een stuk informatie betreffende de belastingaangifte
belastinggegevens	noun	data betreffende belastingaangiften
belastinggeld	noun	geld dat door de belastingbetaler in de staatskas is ingebracht
belastinggelden	=	belastinggeld
belastinggrondslag	noun	zaken die bepalen hoeveel belasting men moet betalen; zaken waarover men belasting moet betalen
belastinggrondslagen	=	belastinggrondslag
belastingharmonisatie	noun	het gelijktrekken van de belastingregels in verschillende landen
belastingharmonisaties	=	belastingharmonisatie
belastingheffing	noun	het heffen van belastingen
belastingheffingen	=	belastingheffing
belastingheffinkje	=	belastingheffing
belastingheffinkjes	=	belastingheffing
belastinghervorming	noun	verandering in de manier waarop men belastingen heft
belastinghervormingen	=	belastinghervorming
belastingherziening	noun	verandering in de manier waarop men belasting heft
belastingherzieningen	=	belastingherziening
belastinginkomst	noun	een van de inkomstenbronnen die een overheid ontvangt uit belastingen
belastinginkomsten	noun	geld dat de overheid ontvangt uit de belastingen
belastinginner	noun	iemand die belastinggelden ophaalt voor de overheid
belastinginners	=	belastinginner
belastinginnertje	=	belastinginner
belastinginning	noun	het innen van de belasting(en)
belastinginningen	=	belastinginning
belastinginspecteur	noun	hoofd van de belastingdienst aan wie de feitelijke uitvoering van de belastingwetten is opgedragen
belastinginspecteurs	=	belastinginspecteur
belastinginspectie	noun	de afdeling van de belastingdienst die belastingaangiftes controleert
belastinginspecties	=	belastinginspectie
belastingjaar	noun	jaar waarover men belasting heft
belastingjaren	=	belastingjaar
belastingkamer	noun	deel van een rechtbank dat rechtszaken betreffende de belastingen behandelt
belastingkamers	=	belastingkamer
belastingkantoor	noun	gebouw waar ambtenaren van de belastingdienst werkzaam zijn
belastingkantoortje	=	belastingkantoor
belastingkantoortjes	=	belastingkantoor
belastingkantoren	=	belastingkantoor
belastingklimaat	noun	de mate waarin personen en bedrijven belasting moeten betalen
belastingklimaten	=	belastingklimaat
belastingkorting	noun	vermindering van de belastingaanslag
belastingkortingen	=	belastingkorting
belastingkwestie	noun	een zaak die de vaststelling of de betaling van belastingen betreft
belastingkwesties	=	belastingkwestie
belastingmeevaller	noun	het onverwacht minder belasting hoeven te betalen dan men aanvankelijk dacht te moeten betalen
belastingmeevallers	=	belastingmeevaller
belastingmeevallertje	=	belastingmeevaller
belastingmeevallertjes	=	belastingmeevaller
belastingmisdrijf	noun	ernstige overtreding van de belastingwetten
belastingmisdrijven	=	belastingmisdrijf
belastingmoraal	noun	mate van bereidheid om aan belastingverplichtingen te voldoen en niet op zoek te gaan naar schimmige constructies voor belastingontwijking
belastingmoralen	=	belastingmoraal
belastingontduiker	noun	iemand die de belasting ontduikt d.w.z. minder belasting betaalt dan hij zou moeten
belastingontduikers	=	belastingontduiker
belastingontduikertje	=	belastingontduiker
belastingontduikertjes	=	belastingontduiker
belastingontduiking	noun	het op strafbare wijze zich onttrekken aan belastingbetaling
belastingontduikingen	=	belastingontduiking
belastingontduikinkje	=	belastingontduiking
belastingontduikinkjes	=	belastingontduiking
belastingontvanger	noun	ambtenaar die de verschuldigde belastingen int
belastingontvangers	=	belastingontvanger
belastingontwijking	noun	het op legale wijze zo klein mogelijk maken van de hoeveelheid te betalen belasting
belastingontwijkingen	=	belastingontwijking
belastingontwijkinkje	=	belastingontwijking
belastingontwijkinkjes	=	belastingontwijking
belastingopbrengst	noun	geld dat de overheid ontvangt via de belastingen
belastingopbrengsten	=	belastingopbrengst
belastingopgave	noun	opgave van inkomsten, bezittingen en andere zaken die invloed hebben op de hoeveelheid belasting die men moet betalen
belastingopgaves	=	belastingopgave
belastingpakket	noun	een groep samenhangende belastingmaatregelen
belastingpakketten	=	belastingpakket
belastingparadijs	noun	land dat een relatief gunstig belastingstelsel kent
belastingparadijsje	=	belastingparadijs
belastingparadijsjes	=	belastingparadijs
belastingparadijzen	=	belastingparadijs
belastingpercentage	noun	percentage van het inkomen dat men moet betalen aan de belastingen
belastingpercentages	=	belastingpercentage
belastingplan	noun	voorgenomen handelingen betreffende de belastingheffing
belastingplannen	=	belastingplan
belastingplannetje	=	belastingplan
belastingplannetjes	=	belastingplan
belastingplicht	noun	de verplichting om geld af te staan aan de overheid
belastingplichten	=	belastingplicht
belastingplichtig	adj	wettelijk verplicht belasting te betalen
belastingplichtige	noun	iemand die wettelijk verplicht is om belastingen te betalen
belastingplichtigen	=	belastingplichtige
belastingplichtiger	=	belastingplichtig
belastingplichtigere	=	belastingplichtig
belastingplichtigers	=	belastingplichtig
belastingplichtigs	=	belastingplichtig
belastingplichtigst	=	belastingplichtig
belastingplichtigste	=	belastingplichtig
belastingpolitiek	noun	beleid van de overheid met betrekking tot het heffen van belastingen
belastingquote	noun	aandeel van de belastingheffing in het nationaal inkomen
belastingquoten	=	belastingquote
belastingrecht	noun	het geheel aan regels over de heffing en de invordering van belastingen
belastingrechten	=	belastingrecht
belastingregel	noun	een regel onderdeel van het belastingstelsel
belastingregeling	noun	voorschriften rond het betalen en heffen van belastingen
belastingregelingen	=	belastingregeling
belastingregelingetje	=	belastingregeling
belastingregelingetjes	=	belastingregeling
belastingregels	=	belastingregel
belastingregeltje	=	belastingregel
belastingregeltjes	=	belastingregel
belastingregime	noun	het geheel van belastingregels
belastingregimes	=	belastingregime
belastingschaal	noun	inkomensklassen waarover men verschillende belastingtarieven moet betalen (de laagste inkomensklassen betalen een lager percentage belasting)
belastingschalen	=	belastingschaal
belastingschijf	noun	een deel van het inkomen (dat tussen de onder- en bovengrens van de belastingschijf zit) waarover men een vast belastingtarief betaalt
belastingschijven	=	belastingschijf
belastingschuld	noun	het nog moeten betalen van een bedrag aan de belastingdienst
belastingschulden	=	belastingschuld
belastingschuldje	=	belastingschuld
belastingschuldjes	=	belastingschuld
belastingschuw	adj	bang voor het betalen van belastingen; geneigd om de belastingen te ontduiken
belastingschuwe	=	belastingschuw
belastingschuwer	=	belastingschuw
belastingschuwere	=	belastingschuw
belastingschuwers	=	belastingschuw
belastingschuws	=	belastingschuw
belastingschuwst	=	belastingschuw
belastingschuwste	=	belastingschuw
belastingsdienst	noun	een organisatie die in een land de belastingen int
belastingsdiensten	=	belastingsdienst
belastingsdruk	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen aan de overheid (met een negatieve connotatie)
belastingsgeld	=	belastinggeld
belastingstaking	noun	een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid waarbij burgers of bedrijven collectief weigeren om belasting te betalen aan de overheid.
belastingstakingen	=	belastingstaking
belastingstakinkje	=	belastingstaking
belastingstakinkjes	=	belastingstaking
belastingstelsel	noun	de wetten en regels die het berekenen en innen van belasting regelen
belastingstelsels	=	belastingstelsel
belastingstelseltje	=	belastingstelsel
belastingstelseltjes	=	belastingstelsel
belastingsticker	noun	zelfklevend plakplaatje waardoor men kan aantonen de verplichte financiële afdracht aan de overheid gedaan te hebben
belastingstickers	=	belastingsticker
belastingstructuren	=	belastingstructuur
belastingstructuur	noun	de opbouw van de belastingen
belastingsvriendelijk	adj	fiscaal aantrekkelijk; ingericht om zo weinig mogelijk belasting te betalen
belastingsvriendelijke	=	belastingsvriendelijk
belastingsvriendelijker	=	belastingsvriendelijk
belastingsvriendelijkere	=	belastingsvriendelijk
belastingsvriendelijkers	=	belastingsvriendelijk
belastingsvriendelijks	=	belastingsvriendelijk
belastingsvriendelijkst	=	belastingsvriendelijk
belastingsvriendelijkste	=	belastingsvriendelijk
belastingsysteem	noun	de regelingen rond het belasting heffen
belastingsysteempje	=	belastingsysteem
belastingsysteempjes	=	belastingsysteem
belastingsystemen	=	belastingsysteem
belastingtarief	noun	de hoogte van het bedrag dat men aan de fiscus moet betalen onder bepaalde omstandigheden
belastingtarieven	=	belastingtarief
belastingtechnisch	adj	rekening houdend met de regels van de belastingwetgeving
belastingtechnische	=	belastingtechnisch
belastingtechnischer	=	belastingtechnisch
belastingtechnischere	=	belastingtechnisch
belastingtechnischers	=	belastingtechnisch
belastingtegenvaller	noun	minder belastingopbrengsten dan men had verwacht in de begroting
belastingtegenvallers	=	belastingtegenvaller
belastingtelefoon	noun	telefonisch bereikbare instelling die informatie over belastingen kan geven
belastingtelefoons	=	belastingtelefoon
belastingteruggaaf	noun	het terugkrijgen van te veel betaalde belasting
belastingteruggave	noun	teveel betaald geld dat men terugkrjgt van de belastingen
belastingteruggaven	=	belastingteruggaaf
belastingteruggaves	=	belastingteruggaaf
belastingtruc	noun	slinkse, maar legale methode om minder belasting te betalen
belastingtrucs	=	belastingtruc
belastingtruken	=	belastingtruc
belastinguitgaven	noun	geld dat men aan de overheid moet betalen als belasting
belastingverdrag	noun	overeenkomst tussen twee of meer landen met betrekking tot het heffen van belastingen voor (rechts)personen die in beide landen belastingplichtig zijn
belastingverdragen	=	belastingverdrag
belastingvereenvoudiging	noun	het minder ingewikkeld maken van de belastingen en de belastingaangifte
belastingvereenvoudigingen	=	belastingvereenvoudiging
belastingvereenvoudigingetje	=	belastingvereenvoudiging
belastingvereenvoudigingetjes	=	belastingvereenvoudiging
belastingverhoging	noun	vermeerdering van de hoeveelheid geld die men aan de overheid moet betalen
belastingverhogingen	=	belastingverhoging
belastingverhoginkje	=	belastingverhoging
belastingverhoginkjes	=	belastingverhoging
belastingverlaging	noun	vermindering van de hoeveelheid geld die men aan de overheid moet betalen
belastingverlagingen	=	belastingverlaging
belastingverlaginkje	=	belastingverlaging
belastingverlaginkjes	=	belastingverlaging
belastingverlichting	noun	het verlagen van de belastingdruk
belastingverlichtingen	=	belastingverlichting
belastingvermindering	noun	vermindering van het te betalen belastingbedrag
belastingverminderingen	=	belastingvermindering
belastingverminderinkje	=	belastingvermindering
belastingverminderinkjes	=	belastingvermindering
belastingverordening	noun	bindende algemene regels voor verplichte bijdragen die inwoners aan de overheid moeten betalen
belastingverordeningen	=	belastingverordening
belastingvlucht	noun	het vestigen een andere land om de hoge belastingen in het land van oorsprong te ontwijken
belastingvluchten	=	belastingvlucht
belastingvoet	noun	percentage van iemands inkomen dat naar de belastingen gaat
belastingvoeten	=	belastingvoet
belastingvoordeel	noun	financieel voordeel met betrekking tot het betalen van belasting
belastingvoordeeltje	=	belastingvoordeel
belastingvoordeeltjes	=	belastingvoordeel
belastingvoordelen	=	belastingvoordeel
belastingvoorstel	noun	een idee over een verandering in de belastingwetgeving
belastingvoorstellen	=	belastingvoorstel
belastingvriendelijk	adj	fiscaal aantrekkelijk; ingericht om zo weinig mogelijk belasting te betalen
belastingvriendelijke	=	belastingvriendelijk
belastingvriendelijker	=	belastingvriendelijk
belastingvriendelijkere	=	belastingvriendelijk
belastingvriendelijkers	=	belastingvriendelijk
belastingvriendelijks	=	belastingvriendelijk
belastingvriendelijkst	=	belastingvriendelijk
belastingvriendelijkste	=	belastingvriendelijk
belastingvrij	adj	dat men door bepaalde omstandigheden over iets geen belasting hoeft te betalen wat anders meestal wel belastbaar is
belastingvrijdom	noun	het vrijgesteld zijn van belastingbetalingen
belastingvrijdommen	=	belastingvrijdom
belastingvrije	=	belastingvrij
belastingvrijer	=	belastingvrij
belastingvrijere	=	belastingvrij
belastingvrijers	=	belastingvrij
belastingvrijs	=	belastingvrij
belastingvrijst	=	belastingvrij
belastingvrijste	=	belastingvrij
belastingvrijstelling	noun	het niet hoeven betalen van belasting over iets
belastingvrijstellingen	=	belastingvrijstelling
belastingwet	noun	een wet die betrekking heeft op het heffen van belastingen
belastingwetenschap	noun	het geheel van kennis betreffende het belastingstelsel
belastingwetgeving	noun	de gemaakte belastingwetten
belastingwetgevingen	=	belastingwetgeving
belastingwetten	=	belastingwet
belastingwijziging	noun	een aanpassing in de belastingwetgeving door de overheid, waardoor de hoogte van belastingen, heffingskortingen, aftrekposten of de regels voor belastingaangifte veranderen.
belastingwijzigingen	=	belastingwijziging
belastingwijzigingetje	=	belastingwijziging
belastingwijzigingetjes	=	belastingwijziging
belastingwinkel	noun	organisatie die mensen gratis helpt bij fiscale problemen
belastingwinkels	=	belastingwinkel
belastingzaak	noun	een rechtszaak betreffende een belastingaangelegenheid
belastingzaken	noun	de administratie nodig voor de belastingaangifte
belastinkje	=	belasting
belastinkjes	=	belasting
belastte	=	belasten
belastten	=	belasten
belatafel	=	belatafelen
belatafeld	=	belatafelen
belatafelde	=	belatafelen
belatafelden	=	belatafelen
belatafelds	=	belatafelen
belatafele	=	belatafelen
belatafelen	verb|informal	voor de gek houden
belatafelend	=	belatafelen
belatafelende	=	belatafelen
belatafelt	=	belatafelen
belauer	noun	een inwoner van Palau (ook Belau)
belauers	=	belauer
belaus	adj	op Palau (ook Belau) betrekking hebbend
belause	noun	een vrouwelijke inwoner van Palau (ook Belau)
belausen	=	belause
belauser	=	belaus
belausere	=	belaus
belausers	=	belaus
belaust	=	belaus
belauste	=	belaus
belaze	=	belezen
belazen	=	belezen
belazer	=	belazeren
belazerd	=	belazeren
belazerde	=	belazeren
belazerden	=	belazeren
belazerder	=	belazeren
belazerdere	=	belazeren
belazerders	=	belazeren
belazerds	=	belazeren
belazerdst	=	belazeren
belazerdste	=	belazeren
belazere	=	belazeren
belazeren	verb	door middel van bedrog zelf voordeel halen, meestal ten koste van anderen
belazerend	=	belazeren
belazerende	=	belazeren
belazert	=	belazeren
belbedrijf	noun	bedrijf dat telefoonverbindingen verzorgt of verkoopt
belbedrijfje	=	belbedrijf
belbedrijfjes	=	belbedrijf
belbedrijven	=	belbedrijf
belboei	noun	boei waarin een bel is opgehangen die door de golfbeweging wordt geactiveerd en die schepen 's nachts en tijdens mist aldus waarschuwt
belboeien	=	belboei
belbomen	=	belboom
belboom	noun	een structuur die gebruikt wordt om snel een bepaalde groep mensen telefonisch te bereiken
belboompje	=	belboom
belboompjes	=	belboom
belbundel	noun	hoeveelheid tijd die men maandelijks voor een vast bedrag mag bellen bij een (mobiel) telefoonabonnement
belbundels	=	belbundel
belbus	noun	busdienst waarvoor passagiers tevoren telefonisch of anderszins moeten reserveren omdat de bus anders niet rijdt
belbusje	=	belbus
belbusjes	=	belbus
belbussen	=	belbus
belcanto	adv	zangstijl waarbij vooral aandacht wordt besteed aan fraaie klankvorming (vibrato) en waarbij de tekst op de tweede plaats staat
belcanto's	=	belcanto
belcentra	=	belcentrum
belcentrale	noun	een afdeling of organisatie die is gespecialiseerd in het afhandelen van telefoonverkeer
belcentrales	=	belcentrale
belcentrum	noun	organisatie die de telefonische contacten van bedrijven en organisaties verzorgt
belcentrums	=	belcentrum
belde	=	bellen
belden	=	bellen
belede	=	belijden
beleden	=	belijden
beledig	=	beledigen
beledigd	=	beledigen
beledigde	=	beledigen
beledigden	=	beledigen
beledige	=	beledigen
beledigen	verb	opmerkingen maken tegen of over een persoon die dat niet leuk vindt
beledigend	adj	met de bedoeling om iemand te beledigen en te kwetsen
beledigende	=	beledigen
beledigender	=	beledigend
beledigendere	=	beledigend
beledigenders	=	beledigend
beledigends	=	beledigend
beledigendst	=	beledigend
beledigendste	=	beledigend
belediger	noun	iemand die nare, schofferende opmerkingen maakt over iets of iemand
beledigers	=	belediger
belediging	noun	een krenking van iemands gevoel van eer of eigenwaarde
beledigingen	=	belediging
beledigingetje	=	belediging
beledigingetjes	=	belediging
beledigt	=	beledigen
beleed	=	belijden
beleedigen	=	beledigen
beleediging	=	belediging
beleedt	=	belijden
beleef	=	beleven
beleefbaar	adj	wat door eigen ondervinding ervaren kan worden
beleefbaarder	=	beleefbaar
beleefbaardere	=	beleefbaar
beleefbaarders	=	beleefbaar
beleefbaars	=	beleefbaar
beleefbaarst	=	beleefbaar
beleefbaarste	=	beleefbaar
beleefbare	=	beleefbaar
beleefd	adj	van goede omgangsvormen getuigend, fatsoenlijk	adv	op beleefde wijze
beleefde	=	beleefd
beleefdelijk	adj	op een nette, beschaafde manier
beleefdelijke	=	beleefdelijk
beleefdelijker	=	beleefdelijk
beleefdelijkere	=	beleefdelijk
beleefdelijkers	=	beleefdelijk
beleefdelijks	=	beleefdelijk
beleefdelijkst	=	beleefdelijk
beleefdelijkste	=	beleefdelijk
beleefden	=	beleven
beleefder	=	beleefd
beleefdere	=	beleefd
beleefders	=	beleefd
beleefdheden	=	beleefdheid
beleefdheid	noun	een sociale vaardigheid, die de omgang in de maatschappij vergemakkelijkt
beleefdheidje	=	beleefdheid
beleefdheidjes	=	beleefdheid
beleefdheidsbezoek	noun	een visite die men alleen maar aflegt omdat dat volgens de regels van het fatsoen moet
beleefdheidsbezoeken	=	beleefdheidsbezoek
beleefdheidsbezoekje	=	beleefdheidsbezoek
beleefdheidsbezoekjes	=	beleefdheidsbezoek
beleefdheidsformule	noun	een vaste uitdrukking die men als teken van beleefdheid gebruikt
beleefdheidsformules	=	beleefdheidsformule
beleefdheidsfrase	noun	een beleefde manier van spreken
beleefdheidsfrasen	=	beleefdheidsfrase
beleefdheidsfrases	=	beleefdheidsfrase
beleefdheidsgebaar	noun	een lichaamsbeweging waarmee men respect voor iemand wil uitdrukken
beleefdheidsgebaartje	=	beleefdheidsgebaar
beleefdheidsgebaartjes	=	beleefdheidsgebaar
beleefdheidsgebaren	=	beleefdheidsgebaar
beleefdheidshalve	adv	uit beleefdheid
beleefdheidsvorm	noun	beleefde aanspreekvorm, gebruikt tegen iemand die men niet tutoyeert
beleefdheidsvormen	=	beleefdheidsvorm
beleefdheidsvormpje	=	beleefdheidsvorm
beleefdheidsvormpjes	=	beleefdheidsvorm
beleefds	=	beleefd
beleefdst	=	beleefd
beleefdste	=	beleefd
beleeft	=	beleven
beleeftuin	noun	tuin die dient om met name kinderen en demente bejaarden zintuigelijke ervaringen te laten beleven
beleeftuinen	=	beleeftuin
beleen	=	belenen
beleenbaar	adj	geschikt zijn om als onderpand te dienen bij een lening
beleenbaarder	=	beleenbaar
beleenbaardere	=	beleenbaar
beleenbaarders	=	beleenbaar
beleenbaars	=	beleenbaar
beleenbaarst	=	beleenbaar
beleenbaarste	=	beleenbaar
beleenbare	=	beleenbaar
beleend	=	belenen
beleende	=	belenen
beleenden	=	belenen
beleent	=	belenen
beleer	=	beleren
beleerd	=	beleren
beleerden	=	beleren
beleeren	=	beleren
beleert	=	beleren
belees	=	belezen
beleest	=	belezen
beleg	noun	langdurige uitsluiting van de buitenwereld door een vijandige strijdmacht
belegd	=	beleggen
belegde	=	beleggen
belegden	=	beleggen
belegen	adj	lang of een voldoende tijd gelegen hebbend
belegener	=	belegen
belegeners	=	belegen
belegens	=	belegen
belegenst	=	belegen
belegenste	=	belegen
beleger	=	belegeren
belegeraar	noun	iemand die belegert
belegeraars	=	belegeraar
belegerd	=	belegeren
belegerde	=	belegeren
belegerden	=	belegeren
belegere	=	belegeren
belegeren	verb	met een leger omsingeld houden
belegerend	=	belegeren
belegerende	=	belegeren
belegering	noun	een langdurige militaire blokkade en aanval op een stad of fort.
belegeringen	=	belegering
belegeringetje	=	belegering
belegeringetjes	=	belegering
belegerinkje	=	belegering
belegerinkjes	=	belegering
belegert	=	belegeren
belegge	=	beleggen
beleggen	verb	geld steken in een naar verwachting winstgevende onderneming [1] of in waardepapieren	noun	de actie van het beleg op een boterham doen
beleggend	=	beleggen
beleggende	=	beleggen
belegger	noun	iemand die geld belegt, geld vastlegt in effecten of goederen, in de verwachting hier later winst mee te maken
beleggers	=	belegger
beleggersclub	noun	groep mensen die samen beleggingen doet
beleggersclubs	=	beleggersclub
beleggersgroep	noun	groep samenwerkende eigenaren van aandelen #:▸ Verder zal PME komende dinsdag volgens Trouw op de aandeelhoudersvergadering van Shell instemmen met een klimaatresolutie van de activistische beleggersgroep Follow This.
beleggersgroepen	=	beleggersgroep
beleggersgroepje	=	beleggersgroep
beleggersgroepjes	=	beleggersgroep
beleggersmarkt	noun	de mogelijkheid om aandelen te kopen en te verkopen; de plaats waar gehandeld wordt in aandelen
beleggersmarkten	=	beleggersmarkt
beleggersvereniging	noun	belangenorganisatie die opkomt voor de rechten en het financiële gewin van beleggers.
beleggersverenigingen	=	beleggersvereniging
beleggersverenigingetje	=	beleggersvereniging
beleggersverenigingetjes	=	beleggersvereniging
beleggersvertrouwen	noun	vertrouwen van beleggers in de economische resultaten van een bedrijf of de economie als geheel
beleggertje	=	belegger
beleggertjes	=	belegger
belegging	noun	geld besteed aan iets waarvan men verwacht dat het later meer waarde zal hebben
beleggingen	=	belegging
beleggingsadvies	noun	tips over waar men het beste zijn kapitaal in kan investeren
beleggingsadviesje	=	beleggingsadvies
beleggingsadviesjes	=	beleggingsadvies
beleggingsadviezen	=	beleggingsadvies
beleggingsadviseur	noun	persoon die klanten adviseert over welke aandelen ze het beste kunnen kopen
beleggingsadviseurs	=	beleggingsadviseur
beleggingsbeleid	noun	voorgenomen plannen over op welke manier men zijn geld belegt
beleggingscategorie	noun	klasse van beleggingen
beleggingscategorieën	=	beleggingscategorie
beleggingsclub	noun	groep mensen die samen beleggingen doet
beleggingsclubje	=	beleggingsclub
beleggingsclubjes	=	beleggingsclub
beleggingsclubs	=	beleggingsclub
beleggingsexpert	noun	iemand die veel kennis heeft op het gebied van beleggen in effecten
beleggingsexperten	=	beleggingsexpert
beleggingsexperts	=	beleggingsexpert
beleggingsfonds	noun	instelling die gelden van individuele spaarders of inleggers belegt
beleggingsfondsen	=	beleggingsfonds
beleggingshypotheek	noun	hypotheek die men aflost door de verkoop van effecten die men in zijn bezit heeft
beleggingshypotheken	=	beleggingshypotheek
beleggingsinstelling	noun	organisatie die beleggingen doet voor de deelnemers in die organisatie
beleggingsinstellingen	=	beleggingsinstelling
beleggingsinstrument	noun	iets dat men kan gebruiken om geld zo te beleggen dat men er geld mee kan verdienen
beleggingsinstrumenten	=	beleggingsinstrument
beleggingsjaar	noun	een kalenderjaar bekeken vanuit het oogpunt van een belegger
beleggingsjaren	=	beleggingsjaar
beleggingsmaatschappij	noun	bedrijf dat gelden van aandeelhouders belegt in andere ondernemingen, om zodoende te zorgen voor een goed rendement voor zijn eigen aandeelhouders
beleggingsmaatschappijen	=	beleggingsmaatschappij
beleggingsmaatschappijtje	=	beleggingsmaatschappij
beleggingsmaatschappijtjes	=	beleggingsmaatschappij
beleggingsmarkt	noun	markt van de beleggingsproducten
beleggingsmarkten	=	beleggingsmarkt
beleggingsmix	noun	de samenstelling van een beleggingsportefeuille
beleggingsmixen	=	beleggingsmix
beleggingsmixje	=	beleggingsmix
beleggingsmixjes	=	beleggingsmix
beleggingsmogelijkheden	=	beleggingsmogelijkheid
beleggingsmogelijkheid	noun	een zaak waarin men zijn geld kan beleggen
beleggingsobject	noun	iets wat men koopt omdat men hoopt dat het in waarde stijgt of een direkt economisch rendement heeft
beleggingsobjecten	=	beleggingsobject
beleggingsopbrengst	noun	geld dat verdient wordt door geld te beleggen
beleggingsopbrengsten	=	beleggingsopbrengst
beleggingsportefeuille	noun	de verzameling van beleggingen die een persoon of organisatie heeft
beleggingsportefeuilles	=	beleggingsportefeuille
beleggingsproduct	noun	een manier van beleggen in aandelen en effecten die door een bank wordt aangeboden
beleggingsproducten	=	beleggingsproduct
beleggingsproductje	=	beleggingsproduct
beleggingsproductjes	=	beleggingsproduct
beleggingsrekening	noun	bankrekening voor obligaties en aandelen
beleggingsrekeningen	=	beleggingsrekening
beleggingsrendement	noun	behaalde winst uit een investering
beleggingsrendementen	=	beleggingsrendement
beleggingsresultaat	noun	de winsten of verliezen die ontstaan door beleggingen in aandelen of obligaties
beleggingsresultaatje	=	beleggingsresultaat
beleggingsresultaatjes	=	beleggingsresultaat
beleggingsresultaten	=	beleggingsresultaat
beleggingsrisico	noun	het gevaar dat bestaat dat beleggingen minder waard worden of minder rendement opleveren dan gehoopt
beleggingsrisico's	=	beleggingsrisico
beleggingsspecialist	noun	deskundige op het gebied van beleggingen in effecten
beleggingsspecialisten	=	beleggingsspecialist
beleggingsstrategie	noun	manier waarop men aandelen koopt en verkoopt
beleggingsstrategieën	=	beleggingsstrategie
beleggingsverzekering	noun	levensverzekering waarbij de uitkering wordt betaald met behaalde beleggingsresultaten op de beurs
beleggingsverzekeringen	=	beleggingsverzekering
beleggingswaarde	noun	de waarde van alle beleggingen van een organisatie in aandelen en obligaties
beleggingswaarden	=	beleggingswaarde
beleggingswaardes	=	beleggingswaarde
beleggingswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het doen van beleggingen
beleggingswerelden	=	beleggingswereld
belegginkje	=	belegging
belegginkjes	=	belegging
belegje	=	beleg
belegjes	=	beleg
belegklamp	noun	klamp om er een touw om te leggen
belegklampen	=	belegklamp
belegklampje	=	belegklamp
belegklampjes	=	belegklamp
belegsel	noun	dat wat men op een boterham doet om het smakelijker te maken
belegsels	=	belegsel
belegseltje	=	belegsel
belegseltjes	=	belegsel
belegslag	noun	een met steenpuin belaste horde, die men schuin tegen het talud van een dijk laat zinken
belegslagen	=	belegslag
belegslagje	=	belegslag
belegslagjes	=	belegslag
belegstaaf	noun	staaf waarmee objecten belegd zijn
belegstaafje	=	belegstaaf
belegstaafjes	=	belegstaaf
belegstaven	=	belegstaaf
belegstuk	noun	versterkingsstuk in kleding
belegstukje	=	belegstuk
belegstukjes	=	belegstuk
belegstukken	=	belegstuk
belegt	=	beleggen
beleid	noun	een plan van aanpak voor het oplossen van problemen in de meest ruime zin
beleidje	=	beleid
beleidjes	=	beleid
beleidmaker	noun	persoon die een plan van aanpak maakt
beleidmakers	=	beleidmaker
beleidsadvies	noun	voorstel over hoe men iets het beste kan aanpakken
beleidsadviezen	=	beleidsadvies
beleidsadvisering	noun	het geven van aanbevelingen over hoe iets aan te pakken
beleidsadviseringen	=	beleidsadvisering
beleidsadviseur	noun	iemand die advies geeft over het te voeren beleid; iemand die aangeeft hoe men verder zou moeten gaan met een organisatie of bedrijf
beleidsadviseurs	=	beleidsadviseur
beleidsadviseurtje	=	beleidsadviseur
beleidsadviseuse	=	beleidsadviseur
beleidsagenda	noun	alle zaken waar men rekening mee houdt bij het maken van een plan van aanpak
beleidsagenda's	=	beleidsagenda
beleidsambtenaar	noun	overheidsfunctionaris die een plan van aanpak maakt
beleidsambtenaars	=	beleidsambtenaar
beleidsambtenaren	=	beleidsambtenaar
beleidsarm	adj	arm aan beleid
beleidsarme	=	beleidsarm
beleidsarmer	=	beleidsarm
beleidsarmere	=	beleidsarm
beleidsarmers	=	beleidsarm
beleidsarms	=	beleidsarm
beleidsarmst	=	beleidsarm
beleidsarmste	=	beleidsarm
beleidsbepalend	adj	van iets dat het een grote invloed heeft op de manier waarop men iets aanpakt
beleidsbepalende	=	beleidsbepalend
beleidsbepalender	=	beleidsbepalend
beleidsbepalendere	=	beleidsbepalend
beleidsbepalenders	=	beleidsbepalend
beleidsbepalends	=	beleidsbepalend
beleidsbepalendst	=	beleidsbepalend
beleidsbepalendste	=	beleidsbepalend
beleidsbepaler	noun	iemand die grote invloed heeft op de richting die een bedrijf of organisatie uitgaat
beleidsbepalers	=	beleidsbepaler
beleidsbeïnvloeding	noun	het actief uitoefenen van invloed op besluitvormers (zoals politici en ambtenaren) om bestaand beleid te veranderen of nieuw beleid tot stand te laten komen dat in lijn is met jouw belangen of doelen.
beleidsbeïnvloedingen	=	beleidsbeïnvloeding
beleidsbeïnvloedinkje	=	beleidsbeïnvloeding
beleidsbeïnvloedinkjes	=	beleidsbeïnvloeding
beleidsbrief	noun	brief waarin een bestuurder voorgenomen plannen mededeelt
beleidsbrieven	=	beleidsbrief
beleidscentra	=	beleidscentrum
beleidscentrum	noun	centrale plaats waar men bepaald hoe men in de toekomst verder moet gaan met een organisatie of bedrijf
beleidscentrums	=	beleidscentrum
beleidscomiteetje	=	beleidscomité
beleidscomiteetjes	=	beleidscomité
beleidscomité	noun	groep mensen die is aangesteld om het beleid van een organisatie vorm te geven
beleidscomités	=	beleidscomité
beleidscommissie	noun	aangestelde groep mensen die een plan van aanpak maken
beleidscommissies	=	beleidscommissie
beleidsdaad	noun	praktische handeling in het kader van een plan van aanpak
beleidsdaden	=	beleidsdaad
beleidsdiarree	noun|humorous	de neiging van politici om te veel in te korte tijd te willen regelen
beleidsdocument	noun	tekst waarin men een voorstel doet van een plan van aanpak
beleidsdocumenten	=	beleidsdocument
beleidsdoel	noun	dat wat men met een plan van aanpak probeert te bereiken
beleidsdoelen	=	beleidsdoel
beleidsdoelstelling	noun	dat wat men met een plan van aanpak wil bereiken
beleidsdoelstellingen	=	beleidsdoelstelling
beleidsevaluatie	noun	de evaluatie van het beleid
beleidsevaluaties	=	beleidsevaluatie
beleidsfunctie	noun	functie binnen een directie of bestuur
beleidsfuncties	=	beleidsfunctie
beleidsgroep	noun	groep mensen die samen een plan van aanpak maken
beleidsgroepen	=	beleidsgroep
beleidsimplementatie	noun	het uitvoeren van een plan van aanpak
beleidsimplementaties	=	beleidsimplementatie
beleidsinformatie	noun	alle gegevens die invloed hebben of kunnen hebben op het maken van een plan van aanpak
beleidsinhoudelijk	adj	betrekking hebbend op de inhoudelijke aspecten van het beleid
beleidsinhoudelijke	=	beleidsinhoudelijk
beleidsinhoudelijker	=	beleidsinhoudelijk
beleidsinhoudelijkere	=	beleidsinhoudelijk
beleidsinhoudelijkers	=	beleidsinhoudelijk
beleidsinhoudelijks	=	beleidsinhoudelijk
beleidsinhoudelijkst	=	beleidsinhoudelijk
beleidsinhoudelijkste	=	beleidsinhoudelijk
beleidsinitiatief	noun	aanzet om tot samenhangende maatregelen voor een bepaald doel te komen
beleidsinitiatieven	=	beleidsinitiatief
beleidsinstrument	noun	middel waarmee men een plan van aanpak kan uitvoeren
beleidsinstrumenten	=	beleidsinstrument
beleidsintimiteit	noun	de vertrouwelijkheid tussen beleidsmakers onderling
beleidsintimiteiten	=	beleidsintimiteit
beleidsinzicht	noun	weloverwogen opvatting over wat men op de langere termijn wil bereiken
beleidsinzichten	=	beleidsinzicht
beleidskader	noun	het gebied waarbinnen een beleid van toepassing is
beleidskaders	=	beleidskader
beleidskeuze	noun	keuzes die men maakt bij het maken van een plan van aanpak
beleidskeuzen	=	beleidskeuze
beleidskeuzes	=	beleidskeuze
beleidskwestie	noun	een zaak waarover men een plan van aanpak moet maken
beleidskwesties	=	beleidskwestie
beleidslijn	noun	manier waarop iemand zich moet gedragen volgens het gevoerde beleid
beleidslijnen	=	beleidslijn
beleidsluw	adj	weinig beleid hebbend
beleidsluwe	=	beleidsluw
beleidsluwer	=	beleidsluw
beleidsluwere	=	beleidsluw
beleidsluwers	=	beleidsluw
beleidsluws	=	beleidsluw
beleidsluwst	=	beleidsluw
beleidsluwste	=	beleidsluw
beleidsmaakster	=	beleidsmaker
beleidsmaatregel	noun	maatregel genomen binnen het beleid
beleidsmaatregelen	=	beleidsmaatregel
beleidsmaatregels	=	beleidsmaatregel
beleidsmaker	noun	iemand die het beleid maakt
beleidsmakers	=	beleidsmaker
beleidsmakertje	=	beleidsmaker
beleidsmatig	adj	binnen of gericht op het bewust handelen de overheid of een andere organisatie met macht
beleidsmatige	=	beleidsmatig
beleidsmatiger	=	beleidsmatig
beleidsmatigere	=	beleidsmatig
beleidsmatigers	=	beleidsmatig
beleidsmatigs	=	beleidsmatig
beleidsmatigst	=	beleidsmatig
beleidsmatigste	=	beleidsmatig
beleidsmedewerker	noun	werknemer in een bedrijf of organisatie die beleid ontwikkelt, implementeert, en evalueert
beleidsmedewerkers	=	beleidsmedewerker
beleidsmedewerkertje	=	beleidsmedewerker
beleidsmedewerkster	noun	vrouw die een aanstelling heeft om een plan van aanpak te ontwikkelen
beleidsmedewerksters	=	beleidsmedewerkster
beleidsministerie	noun	een ministerie dat zich voornamelijk bezig houdt met het opstellen van beleid en de uitvoering van het beleid aan anderen over laat
beleidsministeries	=	beleidsministerie
beleidsministerietje	=	beleidsministerie
beleidsministerietjes	=	beleidsministerie
beleidsniveau	noun	de verschillende lagen in een politieke of wettelijke beslissingshiërarchie
beleidsniveaus	=	beleidsniveau
beleidsnota	noun	document waarin het gevoerde of te voeren beleid wordt beschreven
beleidsnota's	=	beleidsnota
beleidsnotaatje	=	beleidsnota
beleidsnotaatjes	=	beleidsnota
beleidsnotitie	noun	schrijven over een plan van aanpak
beleidsnotities	=	beleidsnotitie
beleidsombuiging	noun	een ingrijpende verandering in de koers of aanpak van een overheid of organisatie.
beleidsombuigingen	=	beleidsombuiging
beleidsombuiginkje	=	beleidsombuiging
beleidsombuiginkjes	=	beleidsombuiging
beleidsondersteunend	adj	van iets of iemand dat het helpt bij het maken van plannen en beleid
beleidsondersteunende	=	beleidsondersteunend
beleidsondersteunender	=	beleidsondersteunend
beleidsondersteunendere	=	beleidsondersteunend
beleidsondersteunenders	=	beleidsondersteunend
beleidsondersteunends	=	beleidsondersteunend
beleidsondersteunendst	=	beleidsondersteunend
beleidsondersteunendste	=	beleidsondersteunend
beleidsonderzoek	noun	onderzoek dat men doet in het kader van het maken van een plan van aanpak
beleidsonderzoeken	=	beleidsonderzoek
beleidsontwikkeling	noun	het maken van plannen hoe zaken aan te pakken
beleidsontwikkelingen	=	beleidsontwikkeling
beleidsoptie	noun	elk van de mogelijke plannen van aanpak die mogelijk is
beleidsopties	=	beleidsoptie
beleidsoverleg	noun	vergadering waarin gesproken wordt over de te volgen koers
beleidsoverleggen	=	beleidsoverleg
beleidsoverweging	noun	afweging, motivatie of redenering die ten grondslag ligt aan een bepaalde keuze in het beleid.
beleidsoverwegingen	=	beleidsoverweging
beleidsoverweginkje	=	beleidsoverweging
beleidsoverweginkjes	=	beleidsoverweging
beleidspakket	noun	groep maatregelen die passen in een plan van aanpak
beleidspakketje	=	beleidspakket
beleidspakketjes	=	beleidspakket
beleidspakketten	=	beleidspakket
beleidsplan	noun	plan betreffende een te voeren beleid in een bepaalde kwestie
beleidsplannen	=	beleidsplan
beleidsplannetje	=	beleidsplan
beleidsplannetjes	=	beleidsplan
beleidsplanning	noun	plannen van een plan van aanpak
beleidsplanningen	=	beleidsplanning
beleidsprobleem	noun	moeilijkheid op een bepaald beleidsterrein
beleidsproblemen	=	beleidsprobleem
beleidsprogramma	noun	een beschrijving van alle voornemens die bestuurders willen gaan verwezenlijken
beleidsprogramma's	=	beleidsprogramma
beleidsraad	noun	comité dat de stratgie van een organisatie of bedrijf bepaalt
beleidsraden	=	beleidsraad
beleidsregel	noun	een regel voor het te volgen beleid (gemaakt door een bestuursorgaan)
beleidsregels	=	beleidsregel
beleidsregeltje	=	beleidsregel
beleidsregeltjes	=	beleidsregel
beleidsrente	noun	rentetarief dat niet door vraag en aanbod is ontstaan maar door een beslissing van de centrale bank
beleidsrenten	=	beleidsrente
beleidsrentes	=	beleidsrente
beleidsruimte	noun	ruimte (vrijheidsgraad) die een beleidsmaker heeft bij het uitzetten van zijn beleid
beleidsruimten	=	beleidsruimte
beleidsruimtes	=	beleidsruimte
beleidsstrategie	noun	plan van aanpak bij het bepalen van de militaire strategie
beleidsstrategieën	=	beleidsstrategie
beleidsstuk	noun	tekst waarin staat wat het plan van aanpak is
beleidsstukje	=	beleidsstuk
beleidsstukjes	=	beleidsstuk
beleidsstukken	=	beleidsstuk
beleidstaak	noun	omschreven samenhangend geheel van activiteiten van een persoon of organisatie die deel uitmaken van een vastgelegd streven om een bepaald doel te bereiken
beleidstaken	=	beleidstaak
beleidsteam	noun	groep mensen die bepaalt wat er moet gebeuren
beleidsteams	=	beleidsteam
beleidsterrein	noun	de taak of portefeuille van een bestuurder met de daaraan gekoppelde afdeling waar ambtenaren voor hem of haar werken
beleidsterreinen	=	beleidsterrein
beleidsterreintje	=	beleidsterrein
beleidsterreintjes	=	beleidsterrein
beleidsuitvoering	noun	het handelen dat voortkomt uit een plan van aanpak
beleidsuitvoeringen	=	beleidsuitvoering
beleidsverandering	noun	wijziging van de manier waarop men iets aanpakt
beleidsveranderingen	=	beleidsverandering
beleidsveranderingetje	=	beleidsverandering
beleidsveranderingetjes	=	beleidsverandering
beleidsverantwoording	noun	proces waarbij overheden of organisaties achteraf rapporteren over de gerealiseerde beleidsdoelstellingen, activiteiten en bijbehorende financiële middelen.
beleidsverantwoordingen	=	beleidsverantwoording
beleidsverantwoordinkje	=	beleidsverantwoording
beleidsverantwoordinkjes	=	beleidsverantwoording
beleidsverklaring	noun	openbaarmaking van een plan van aanpak
beleidsverklaringen	=	beleidsverklaring
beleidsverklarinkje	=	beleidsverklaring
beleidsverklarinkjes	=	beleidsverklaring
beleidsvisie	noun	het beeld dat men heeft van een toekomstig plan van aanpak
beleidsvisies	=	beleidsvisie
beleidsvoering	noun	de manier waarop men een plan van aanpak samenstelt
beleidsvoeringen	=	beleidsvoering
beleidsvoorbereiding	noun	het proces waarin beleidsvoorstellen worden ontwikkeld en onderzocht voordat een definitief besluit wordt genomen.
beleidsvoorbereidingen	=	beleidsvoorbereiding
beleidsvoorbereidinkje	=	beleidsvoorbereiding
beleidsvoorbereidinkjes	=	beleidsvoorbereiding
beleidsvoornemen	noun	plan
beleidsvoornemens	=	beleidsvoornemen
beleidsvoorstel	noun	een plan van aanpak dat nog moet worden bekrachtigd, aangenomen of goedgekeurd
beleidsvoorstellen	=	beleidsvoorstel
beleidsvorming	noun	het ontstaan van een plan van aanpak
beleidsvormingen	=	beleidsvorming
beleidsvraag	noun	vraag die betrekking heeft op het te voeren beleid
beleidsvragen	=	beleidsvraag
beleidsvrijheden	=	beleidsvrijheid
beleidsvrijheid	noun	vrijheid van een bestuursorgaan om — na afweging van belangen — af te zien van het gebruik van een bepaalde bevoegdheid, bijvoorbeeld door te besluiten geen vergunning te verlenen; situatie waarin de wet niet voorschrijft wanneer een bevoegdheid tot een bepaalde rechtshandeling van een bestuursorgaan moet leiden
beleidswerkelijkheden	=	beleidswerkelijkheid
beleidswerkelijkheid	noun	de virtuele werkelijkheid zoals deze wordt gecreëerd door beleidsmakers
beleidswetenschap	noun	het onderzoek naar het maken en in praktijk brengen van plannen van aanpak
beleidswetenschappen	=	beleidswetenschap
beleidswijziging	noun	verandering in de manier waarop men dingen doet en van plan is om te doen
beleidswijzigingen	=	beleidswijziging
beleidswijzigingetje	=	beleidswijziging
beleidswijzigingetjes	=	beleidswijziging
beleidszaak	noun	alles wat te maken heeft met het opstellen van de plannen voor de toekomst
beleidszaakje	=	beleidszaak
beleidszaakjes	=	beleidszaak
beleidszaken	=	beleidszaak
beleidvol	adj	veel beleid hebbend
beleidvolle	=	beleidvol
beleidvoller	=	beleidvol
beleidvollere	=	beleidvol
beleidvollers	=	beleidvol
beleidvols	=	beleidvol
beleidvolst	=	beleidvol
beleidvolste	=	beleidvol
belemmer	=	belemmeren
belemmerd	=	belemmeren
belemmerde	=	belemmeren
belemmerden	=	belemmeren
belemmere	=	belemmeren
belemmeren	verb	een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
belemmerend	=	belemmeren
belemmerende	=	belemmeren
belemmering	noun	wat hinder en oponthoud veroorzaakt
belemmeringen	=	belemmering
belemmeringetje	=	belemmering
belemmeringetjes	=	belemmering
belemmerinkje	=	belemmering
belemmert	=	belemmeren
belemnieten	noun	Belemnoidea een uitgestorven groep tienarmige inktvissen die erg veel leken op de huidige pijlinktvissen en verwant zijn aan de zeekatten
belend	=	belenden
belendde	=	belenden
belendden	=	belenden
belende	=	belenden
belenden	verb	liggen naast
belendend	adj	aangrenzend.
belendende	=	belendend
belendends	=	belendend
belending	noun	begrenzing, grens
belendingen	=	belending
belendinkje	=	belending
belendinkjes	=	belending
belendt	=	belenden
belene	=	belenen
belenen	verb	als onderpand voor een lening gebruiken
belenend	=	belenen
belenende	=	belenen
belener	noun	iemand die geld leent bij een bank met achterlating van een waardevol pand als zekerheid voor de bank
beleners	=	belener
belening	noun	het aangaan van een lening met inlevering van een onderpand
beleningen	=	belening
beleningsrente	noun	rente die een bank aan de centrale bank moet betalen als ze meer geld moet lenen om aan haar verplichtingen te voldoen dan het krediet dat ze bij de centrale bank heeft
beleningsrenten	=	beleningsrente
beleningsrentes	=	beleningsrente
belere	=	beleren
beleren	verb	op een arrogante, beschuldigende wijze mensen vertellen wat ze fout doen en hoe ze zich zouden kunnen verbeteren; de les lezen
belerend	adj	op een kleinerende manier beschuldigend en bemoeizuchtig
belerende	=	beleren
belerender	=	belerend
belerendere	=	belerend
belerenders	=	belerend
belerends	=	belerend
belerendst	=	belerend
belerendste	=	belerend
belet	=	beletten
beletsel	noun	iets wat een bepaalde handeling of gebeurtenis verhindert
beletselen	=	beletsel
beletsels	=	beletsel
beletselteken	noun	een leesteken bestaand uit drie puntjes (…) dat een ellips aanduidt
beletseltekens	=	beletselteken
beletseltje	=	beletsel
beletseltjes	=	beletsel
belette	=	beletten
beletten	verb	ervoor zorgen dat iemand iets niet kan doen
belettend	=	beletten
belettende	=	beletten
beletter	=	beletteren
beletterd	=	beletteren
beletterde	=	beletteren
beletterden	=	beletteren
belettere	=	beletteren
beletteren	verb	an letters voorzien
beletterend	=	beletteren
beletterende	=	beletteren
belettering	noun	het voorzien van letters
beletteringen	=	belettering
belettert	=	beletteren
beleve	=	beleven
beleven	verb	meemaken, ondervinden, ervaren
belevend	=	beleven
belevende	=	beleven
belevenis	noun	een gedenkwaardige ervaring, een spannend avontuur
belevenisbibliotheek	noun	bibliotheek waarbij elk bezoek een belevenis inhoudt
belevenisbibliotheken	=	belevenisbibliotheek
belevenisbon	noun	een cadeaubon waarmee de ontvanger een toeristisch programma met verschillende onderdelen kan meemaken
belevenisbonnen	=	belevenisbon
belevenisbonnetje	=	belevenisbon
belevenisbonnetjes	=	belevenisbon
belevenisbons	=	belevenisbon
belevenisculturen	=	beleveniscultuur
beleveniscultuur	noun	levenswijze van mensen die vooral gericht zijn op het opdoen van ongewone ervaringen Staat in tegenstelling tot het opgaan in een alledaagse sleur en kan vorm krijgen door het opzoeken van uitdagingen en spektakels of door een bijzondere invalshoek waardoor iets heel anders wordt beleefd.
beleveniseconomie	noun	economie waarin vooral de productbeleving centraal staat
beleveniseconomieën	=	beleveniseconomie
belevenisje	=	belevenis
belevenisjes	=	belevenis
belevenismarketing	noun	reclame die vooral gericht is op de productbeleving
belevenissen	=	belevenis
beleveniswinkel	noun	winkel waarin de productbelevenis centraal staat
beleveniswinkels	=	beleveniswinkel
belever	=	beleveren
beleverd	=	beleveren
beleverde	=	beleveren
beleverden	=	beleveren
belevere	=	beleveren
beleveren	verb	bevoorraden, bezorgen, leveren
beleverend	=	beleveren
beleverende	=	beleveren
belevert	=	beleveren
beleving	noun	ondervinding, ervaring; wat men zelf heeft meegemaakt
belevingen	=	beleving
belevingsculturen	=	belevingscultuur
belevingscultuur	noun	cultuur waarin mensen proberen de dagelijkse sleur te ontvluchten
belevingseconomie	noun	economie waarin de beleving rond een product centraal staat
belevingseconomieën	=	belevingseconomie
belevingsmarketing	noun	reclame waarin de productbeleving centraal staat
belevingsonderzoek	noun	onderzoek hoe mensen bepaalde zaken ervaren; onderzoek naar de mening van mensen
belevingsonderzoeken	=	belevingsonderzoek
belevingsrestaurant	noun	restaurant waar een gerecht wordt gecombineerd met een andere zintuigelijke prikkels zoals een filmpje of muziekje
belevingsrestaurants	=	belevingsrestaurant
belevingstuin	noun	tuin bij verzorgings- en verpleeghuizen die dient als stimulering voor de patiënten vaak ook geschikt voor bezoek door kinderen
belevingstuinen	=	belevingstuin
belevingstunnel	noun	lange doorgang waarin een geheel van video, beeld, geluid, tekst of voorwerpen wordt gebruikt om passanten een indringende ervaring te bezorgen
belevingstunnels	=	belevingstunnel
belevingstunneltje	=	belevingstunnel
belevingstunneltjes	=	belevingstunnel
belevingsvlucht	noun	een vlucht met een vliegtuig om inwoners van het gebied waar het vliegtuig overvliegt te laten merken hoeveel overlast een overvliegend vliegtuig nu echt veroorzaakt
belevingsvluchten	=	belevingsvlucht
belevingswaarde	noun	de mate waarin iets een interessante ervaring veroorzaakt
belevingswaarden	=	belevingswaarde
belevingswaardes	=	belevingswaarde
belevingswereld	noun	alles wat mensen ervaren of beleven; alles wat voor iemand van belang is
belevingswerelden	=	belevingswereld
belevingswereldje	=	belevingswereld
belevingswereldjes	=	belevingswereld
belevinkje	=	beleving
belevinkjes	=	beleving
beleze	=	belezen
belezen	adj	veel gelezen hebbend (en hopelijk daardoor enige kennis opgedaan)
belezend	=	belezen
belezende	=	belezen
belezener	=	belezen
belezeners	=	belezen
belezenheid	noun	het veel (boeken) gelezen hebben en daardoor veel kennis bezittend
belezens	=	belezen
belezenst	=	belezen
belezenste	=	belezen
belezer	noun	iemand die zaken (met een toverspreuk) onder controle probeert te krijgen of te houden
belezers	=	belezer
belezing	noun	het met liturgische gebeden uitdrijven van de duivel
belezingen	=	belezing
belfort	noun	een stedelijke wachttoren met een stormklok
belforten	=	belfort
belfortje	=	belfort
belfortjes	=	belfort
belg	noun	soort paad
belga	noun	sigaret van het gelijknamige merk
belgaatje	=	belga
belgaatjes	=	belga
belgacom	noun	Belgische telefoon maatschappij nu onderdeel van Proximus Groep
belgedrag	noun	de manier waarop men telefoneert, met name hoe vaak, hoelang, wanneer en met wie
belgegeven	noun	een stukje informatie dat het bellen (met een telefoon) betreft
belgegevens	=	belgegeven
belgen	=	belg
belgenmop	noun	een grap die de vermeende domheid van Belgen tot onderwerp heeft
belgenmopje	=	belgenmop
belgenmopjes	=	belgenmop
belgenmoppen	=	belgenmop
belgicisme	noun	woord of uitdrukking die alleen voorkomt in het Nederlands of Frans zoals dat in België wordt gesproken
belgicismen	=	belgicisme
belgicismes	=	belgicisme
belgicist	noun	een politieke opvatting die de Belgische politieke en economische eenheid vooropzet
belgiciste	=	belgicist
belgicisten	=	belgicist
belgicistisch	adj	met betrekking tot het belgicisme
belgicistische	=	belgicistisch
belgicistischer	=	belgicistisch
belgicistischere	=	belgicistisch
belgicistischers	=	belgicistisch
belgisch	adj	met betrekking tot België
belgisch-nederlands	adj	met betrekking tot het Nederlands dat kenmerkend is voor België
belgisch-nederlandse	=	belgisch-nederlands
belgisch-nederlandser	=	belgisch-nederlands
belgisch-nederlandsere	=	belgisch-nederlands
belgisch-nederlandsers	=	belgisch-nederlands
belgisch-nederlandst	=	belgisch-nederlands
belgisch-nederlandste	=	belgisch-nederlands
belgische	noun	een vrouw uit België
belgischen	=	belgische
belgischer	=	belgisch
belgischere	=	belgisch
belgischers	=	belgisch
belgischt	=	belgisch
belgischte	=	belgisch
belgitude	noun	levensstijl, geestelijke instelling of manier van doen die kenmerkend is voor Belgen
belgituden	=	belgitude
belgitudes	=	belgitude
belgje	=	belg
belgjes	=	belg
belgofiel	noun	liefhebber van al wat Belgisch is	adj	voorliefde tonend voor al wat Belgisch is
belgofiele	=	belgofiel
belgofielen	=	belgofiel
belgofieler	=	belgofiel
belgofielere	=	belgofiel
belgofielers	=	belgofiel
belgofiels	=	belgofiel
belgofielst	=	belgofiel
belgofielste	=	belgofiel
belgradoos	adj	op Belgrado betrekking hebbend
belgradose	noun	een vrouwelijke inwoner van Belgrado, of een vrouw afkomstig uit Belgrado
belgradosen	=	belgradose
belgradoër	noun	een inwoner van Belgrado, of iemand afkomstig uit Belgrado
belgradoërs	=	belgradoër
belgradoërtje	=	belgradoër
belhamel	noun	een gecastreerd mannelijk schaap dat met een bel om zijn nek vaak de kudde leidt
belhamels	=	belhamel
belhameltje	=	belhamel
belhameltjes	=	belhamel
belhoningeter	noun	Manorina melanophrys een zangvogel uit de familie der honingeters (Meliphagidae).
belhoningeters	=	belhoningeter
belhoningetertje	=	belhoningeter
belhoningetertjes	=	belhoningeter
belhuis	noun	locatie waar men tegen betaling kan telefoneren
belhuisje	=	belhuis
belhuisjes	=	belhuis
belhuizen	=	belhuis
belichaam	=	belichamen
belichaamd	=	belichamen
belichaamde	=	belichamen
belichaamden	=	belichamen
belichaamt	=	belichamen
belichame	=	belichamen
belichamen	verb	een denkbeeld of gevoel vormgeven in iets tastbaars
belichamend	=	belichamen
belichamende	=	belichamen
belichaming	noun	zichtbaar gemaakte vorm van een idee of begrip
belichamingen	=	belichaming
belicht	=	belichten
belichte	=	belichten
belichten	verb	licht schijnen op iets
belichtend	=	belichten
belichtende	=	belichten
belichter	noun	iemand die bij filmopnamen of toneelvoorstellingen de belichting regelt
belichters	=	belichter
belichtertje	=	belichter
belichtertjes	=	belichter
belichting	noun	de kwaliteiten van het licht dat gebruikt wordt bij bij fotografie, in het theater en bij de filmindustrie
belichtingen	=	belichting
belichtingsmeter	noun	een meetinstrument dat een goede belichtingstijd van foto's kan bepalen
belichtingsmeters	=	belichtingsmeter
belichtingsmetertje	=	belichtingsmeter
belichtingsmetertjes	=	belichtingsmeter
belichtingstijd	noun	tijd dat een lichtgevoelig materiaal wordt blootgesteld aan het licht bij het maken van een opname
belichtingstijden	=	belichtingstijd
belichtte	=	belichten
belichtten	=	belichten
belief	=	believen
beliefd	=	believen
beliefde	=	believen
beliefden	=	believen
belieft	=	believen
beliefte	noun|obsolete	wat iemand wenst, hoe iemand het wil hebben
belieg	=	beliegen
beliege	=	beliegen
beliegen	verb	aan leugens onderwerpen
beliegend	=	beliegen
beliegende	=	beliegen
beliegt	=	beliegen
beliep	=	belopen
beliepe	=	belopen
beliepen	=	belopen
beliept	=	belopen
believe	=	believen
believen	verb	naar de zin zijn	noun	naar ~: nader door degene die het uitvoert te bepalen, precies zoals je het zelf wilt
believend	=	believen
believende	=	believen
belig	=	beliggen
beligge	=	beliggen
beliggen	verb	op of bij gaan liggen
beliggend	=	beliggen
beliggende	=	beliggen
beligt	=	beliggen
belijd	=	belijden
belijde	=	belijden
belijden	verb	een verklaring afleggen een bepaald geloof aan te hangen
belijdend	=	belijden
belijdende	=	belijden
belijdenis	noun	het afleggen van een verklaring om een bepaald geloof aan te hangen
belijdenisgeschrift	noun	op schrift gestelde verklaring om een bepaald geloof (met name het christelijke) aan te hangen
belijdenisgeschriften	=	belijdenisgeschrift
belijdenisgeschriftje	=	belijdenisgeschrift
belijdenisgeschriftjes	=	belijdenisgeschrift
belijdenisje	=	belijdenis
belijdenisjes	=	belijdenis
belijdenissen	=	belijdenis
belijder	noun	aanhanger van een geloof of godsdienst en daar ook voor uitkomt
belijders	=	belijder
belijdertje	=	belijder
belijdster	=	belijder
belijdt	=	belijden
belijm	=	belijmen
belijmd	=	belijmen
belijmde	=	belijmen
belijmden	=	belijmen
belijme	=	belijmen
belijmen	verb	een oppervlak voorzien van lijm
belijmend	=	belijmen
belijmende	=	belijmen
belijmt	=	belijmen
belijn	=	belijnen
belijnd	=	belijnen
belijnde	=	belijnen
belijnden	=	belijnen
belijne	=	belijnen
belijnen	verb	door het aanbrengen van lijnen op een ondergrond een grens aangeven
belijnend	=	belijnen
belijnende	=	belijnen
belijning	noun	de plaatsing van lijnen op een wegdek
belijningen	=	belijning
belijnt	=	belijnen
belik	=	belikken
belikke	=	belikken
belikken	verb	een dijk glad maken door het aanbrengen van zoden
belikkend	=	belikken
belikt	=	belikken
belikte	=	belikken
belikten	=	belikken
belinograaf	noun	een toestel dat wordt gebruikt om foto's en afbeeldingen radiografisch of via een telegrafische verbinding over een lange afstand te verzenden.
belizaan	noun	een inwoner van Belize, of iemand afkomstig uit Belize
belizaans	adj	op Belize betrekking hebbend
belizaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Belize, of een vrouw afkomstig uit Belize
belizaansen	=	belizaanse
belizaanser	=	belizaans
belizaansere	=	belizaans
belizaansers	=	belizaans
belizaanst	=	belizaans
belizaanste	=	belizaans
belizanen	=	belizaan
belkaart	noun	kaart (met chip) die men koopt en waarmee men voor een bepaald bedrag kan telefoneren
belkaarten	=	belkaart
belknop	noun	knop die de deurbel activeert
belknopje	=	belknop
belknopjes	=	belknop
belknoppen	=	belknop
belkoord	noun	een koord waarmee je een bel kunt laten rinkelen als je eraan trekt
belkoorden	=	belkoord
belkoordje	=	belkoord
belkoordjes	=	belkoord
belkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het beheren, onderhouden en controleren van iets
belkosten	noun	prijs die je moet betalen per tijdseenheid telefoneren
belkrediet	noun	beltegoed
belkredieten	=	belkrediet
belladonna	noun	Atropa belladonna wolfskers
belladonna's	=	belladonna
belladonnaatje	=	belladonna
belladonnalelie	noun	Amaryllis belladonna een plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae)
belladonnalelies	=	belladonnalelie
belladonnalelietje	=	belladonnalelie
belladonnalelietjes	=	belladonnalelie
belladonnaleliën	=	belladonnalelie
belle	noun	beslissende ronde in een wedstrijd tussen tot dan toe even sterke deelnemers
belle-époquewoning	noun	een huis gebouwd in de periode tussen ca. 1870 en de Eerste Wereldoorlog (1914).
belle-époquewoningen	=	belle-époquewoning
belle-époquewoninkje	=	belle-époquewoning
belle-époquewoninkjes	=	belle-époquewoning
bellefleur	noun	type helder gekleurde appel
bellefleuren	=	bellefleur
bellefleurs	=	bellefleur
bellefleurtje	=	bellefleur
bellefleurtjes	=	bellefleur
belleketrek	noun	baldadige practical joke die eruit bestaat bij iemand aan te bellen, zonder de intentie te hebben die persoon te bezoeken of te spreken
bellen	verb	de deurbel over laten gaan, schellen, aanbellen	noun	een van de vier Duitse kleuren in het kaartspel
bellenbad	noun	een bad dat vaak verwarmd wordt tot lichaamstemperatuur en waarin bellen worden gevormd om een ontspannend gevoel te geven
bellenbaden	=	bellenbad
bellenbadje	=	bellenbad
bellenbadjes	=	bellenbad
bellenblaas	noun	zeepsop met een samenstelling waardoor het stevige bubbels vormt
bellenblaasmachine	noun	een (elektrisch) apparaat dat automatisch honderden zeepbellen per minuut produceert en de lucht in blaast
bellenblaasmachines	=	bellenblaasmachine
bellenblaasmachinetje	=	bellenblaasmachine
bellenblaasmachinetjes	=	bellenblaasmachine
bellenblaaspistolen	=	bellenblaaspistool
bellenblaaspistool	noun	speelgoed in de vorm van een pistool waarmee je automatisch zeepbellen blaast
bellenblaaspistooltje	=	bellenblaaspistool
bellenblaaspistooltjes	=	bellenblaaspistool
bellenblaast	=	bellenblazen
bellenblaze	=	bellenblazen
bellenblazen	verb	zeepbellen blazen uit zeepsop
bellenblazend	=	bellenblazen
bellenblazende	=	bellenblazen
bellenblies	=	bellenblazen
bellenbliezen	=	bellenblazen
bellend	=	bellen
bellende	=	bellen
bellendiagram	noun	een variant van een spreidingsdiagram waarin de gegevenspunten worden vervangen door bellen en een extra dimensie van de gegevens wordt weergegeven in de grootte van de bellen
bellendiagrammen	=	bellendiagram
bellendiagrammetje	=	bellendiagram
bellendiagrammetjes	=	bellendiagram
bellengeblazen	=	bellenblazen
bellengeheugen	noun	computergeheugen dat bestaat uit een magnetisch metalen plaatje, waarin uiterst kleine cilindervormige domeinen (bellen) door hun veranderlijke magnetische toestand bits kunnen registreren
bellengeheugens	=	bellengeheugen
bellenkamer	noun	kamer waarin een oververzadigde vloeistof aanwezig is die gaat koken en aldus bellen vormt zodra er condensatiekernen aanwezig zijn wat meestal gebeurt door inval van radioactieve straling
bellenkamers	=	bellenkamer
bellenkamertje	=	bellenkamer
bellenkamertjes	=	bellenkamer
bellenvaatje	=	bellenvat
bellenvaatjes	=	bellenvat
bellenvat	noun	kamer waarin een oververzadigde vloeistof aanwezig is die gaat koken en aldus bellen vormt zodra er condensatiekernen aanwezig zijn wat meestal gebeurt door inval van radioactieve straling
bellenvaten	=	bellenvat
beller	noun	de persoon die opbelt
bellers	=	beller
bellertje	=	beller
bellertjes	=	beller
belles	=	belle
belletje	noun	alleen verkleinwoord kortdurend telefoongesprek
belletjes	=	bel
belletjetrek	noun	Spelletje dat stoute kinderen spelen waarbij ze aan de bel trekken en hard weglopen.
belletrek	noun	handeling waardoor een bel rinkelt
bellettrie	noun	de literatuur
bellettristisch	adj	met betrekking tot de bellettrie
bellettristische	=	bellettristisch
bellettristischer	=	bellettristisch
bellettristischere	=	bellettristisch
bellettristischers	=	bellettristisch
bellevue	noun	plaats die een mooi uitzicht te bieden heeft
bellevues	=	bellevue
belligerent	adj	oorlogvoerend, oorlogszuchtig, strijdlustig
belligerente	=	belligerent
belligerenten	=	belligerent
belligerenter	=	belligerent
belligerentere	=	belligerent
belligerenters	=	belligerent
belligerents	=	belligerent
belligerentst	=	belligerent
belligerentste	=	belligerent
belminuten	=	belminuut
belminuut	noun	eenheid van telefoongebruik uitgedrukt in minuten spraak
beloega	noun	bepaald soort tandwalvis, de grondeldolfijn Delphinapterus leucas
beloega's	=	beloega
beloegaatje	=	beloega
beloegaatjes	=	beloega
beloegadolfijn	noun	bepaald soort tandwalvis, de grondeldolfijn Delphinapterus leucas
beloegadolfijnen	=	beloegadolfijn
beloer	=	beloeren
beloerd	=	beloeren
beloerde	=	beloeren
beloerden	=	beloeren
beloere	=	beloeren
beloeren	verb	heimelijk kijken naar
beloerend	=	beloeren
beloerende	=	beloeren
beloert	=	beloeren
belofte	noun	een mondelinge of schriftelijke verklaring waarin men iets belooft
beloften	noun	categorie van personen onder de 23 jaar
beloftes	=	belofte
beloftetje	=	belofte
beloftetjes	=	belofte
beloftevol	adj	met veel belofte
beloftevolle	=	beloftevol
beloftevoller	=	beloftevol
beloftevollere	=	beloftevol
beloftevollers	=	beloftevol
beloftevols	=	beloftevol
beloftevolst	=	beloftevol
beloftevolste	=	beloftevol
beloge	=	beliegen
belogen	=	beliegen
beloke	=	beluik
beloken	adj	aan het zicht onttrokken
belokener	=	beloken
belokeners	=	beloken
belokens	=	beloken
belokenst	=	beloken
belokenste	=	beloken
belommer	=	belommeren
belommerd	=	belommeren
belommerde	=	belommeren
belommerden	=	belommeren
belommere	=	belommeren
belommeren	verb	schaduw verlenen
belommerend	=	belommeren
belommerende	=	belommeren
belommert	=	belommeren
belone	=	belonen
belonen	verb	een prestatie of goede daad met geld of op een andere manier erkennen
belonend	=	belonen
belonende	=	belonen
beloner	noun	iemand die iemand een waardering geeft
beloners	=	beloner
beloning	noun	iets wat men krijgt na het verrichten van een goede daad
beloningen	=	beloning
beloningsbeleid	noun	de regeling betreffende de geldelijke beloning van personeelsleden
beloningsstructuren	=	beloningsstructuur
beloningsstructuur	noun	de onderdelen waaruit het salaris van personeel bestaat
beloningssysteem	noun	een systematiek om beloningen te bepalen, veelal gekoppeld aan een beoordelingssysteem
beloningssysteempje	=	beloningssysteem
beloningssysteempjes	=	beloningssysteem
beloningssystemen	=	beloningssysteem
beloningsverhouding	noun	de verhouding tussen de beloning van de top van een organisatie (zoals de CEO of bestuurders) en de beloning van de gemiddelde werknemer binnen diezelfde organisatie.
beloningsverhoudingen	=	beloningsverhouding
beloningsverhoudinkje	=	beloningsverhouding
beloningsverhoudinkjes	=	beloningsverhouding
beloningsverschil	noun	verschil in salaris tussen verschillende mensen (die een gelijksoortig werk verrichten)
beloningsverschillen	=	beloningsverschil
beloninkje	=	beloning
beloninkjes	=	beloning
beloods	=	beloodsen
beloodsen	verb	met een loods ergens heenbrengen
beloodsend	=	beloodsen
beloodsende	=	beloodsen
beloodsing	noun	met een loods ergens heenbrengen
beloodsingen	=	beloodsing
beloodst	=	beloodsen
beloodste	=	beloodsen
beloodsten	=	beloodsen
beloof	=	beloven
beloofd	=	beloven
beloofde	=	beloven
beloofden	=	beloven
belooft	=	beloven
beloog	=	beliegen
beloogt	=	beliegen
belook	=	beluik
belookt	=	beluik
beloon	=	belonen
beloond	adj	gevolgd door een beloning
beloonde	=	belonen
beloonden	=	belonen
beloonds	=	beloond
beloonen	=	belonen
belooning	=	beloning
beloont	=	belonen
beloop	noun	een bedrag
beloopbaar	adj	dat je ergens overheen kunt lopen
beloopbaarder	=	beloopbaar
beloopbaardere	=	beloopbaar
beloopbaarders	=	beloopbaar
beloopbaars	=	beloopbaar
beloopbaarst	=	beloopbaar
beloopbaarste	=	beloopbaar
beloopbare	=	beloopbaar
beloopje	=	beloop
beloopjes	=	beloop
beloopt	=	belopen
belope	=	beloop
belopen	verb	ergens overheen lopen
belopend	=	belopen
belopende	=	belopen
belove	=	beloven
beloven	verb	toezeggen dat iets gedaan zal worden
belovend	=	beloven
belovende	=	beloven
belover	noun	iemand die iets belooft of beloofd heeft, mannelijke vorm van beloofster
belovers	=	belover
belparkeren	verb	vorm van betaald parkeren waarbij men zich via een mobiele telefoon aanmeldt en afmeldt
belparkerend	=	belparkeren
belparkerende	=	belparkeren
belplafond	noun	limiet aan het te verbruiken beltegoed van een mobiele telefoon
belplafonds	=	belplafond
belpop	noun	Belgische popmuziek
belronde	noun	het opbellen van een groep mensen; rondgang door te telefoneren
belronden	=	belronde
belrondes	=	belronde
belroos	noun	een acute ontsteking van de diepe lagen van de huid (dermis) en het onderhuidse weefsel (subcutis)
belroosje	=	belroos
belroosjes	=	belroos
belrozen	=	belroos
bels	=	bel
belspel	noun	een spel op radio of televisie waarbij men kan bellen of berichtjes sturen om het antwoord op een vraag te raden en daarmee een prijs te kunnen winnen
belspelen	=	belspel
belspellen	=	belspel
belspelletje	=	belspel
belspelletjes	=	belspel
belster	noun	vrouw die een telefoongesprek begint
belsters	=	belster
belstertje	=	belster
belstertjes	=	belster
belt	noun	stortplaats voor afval
beltaxi	noun	een taxidienst die men telefonisch kan benaderen om zich te laten vervoeren
beltaxi's	=	beltaxi
beltegoed	noun	resterend bedrag of tijd waarvoor men nog kan telefoneren met je mobiele telefoon
beltegoeden	=	beltegoed
belten	=	belt
beltje	=	belt
beltjes	=	belt
beltonen	=	beltoon
beltoon	noun	toon die de telefoonabonnee laat weten dat hij wordt opgeroepen, wektoon
beltoontje	=	beltoon
beltoontjes	=	beltoon
belubberd	=	belubberen
belubberde	=	belubberen
belubberen	verb	besturen op de lubberiaanse manier (door hoogstens half te informeren)
belucht	=	beluchten
beluchte	=	beluchten
beluchten	verb	ergens extra lucht in blazen; iets voorzien van extra lucht
beluchtend	=	beluchten
beluchtende	=	beluchten
beluchting	noun	het bewerken met lucht; het lucht ergens doorheen voeren
beluchtingen	=	beluchting
beluchtte	=	beluchten
beluchtten	=	beluchten
beluga	=	beloega
beluik	noun	omsloten ruimte
beluike	=	beluik
beluiken	=	beluik
beluikend	=	beluik
beluikende	=	beluik
beluikje	=	beluik
beluikjes	=	beluik
beluikt	=	beluik
beluister	=	beluisteren
beluisterd	=	beluisteren
beluisterde	=	beluisteren
beluisterden	=	beluisteren
beluistere	=	beluisteren
beluisteren	verb	aandachtig naar iets luisteren om iets goed te kunnen begrijpen en aanvoelen
beluisterend	=	beluisteren
beluisterende	=	beluisteren
beluistering	noun	de keer dat men ergens naar luistert
beluisteringen	=	beluistering
beluistert	=	beluisteren
belul	=	benul
belust	adj	verlangend en zoekend naar het genoemde
beluste	=	belust
beluster	=	belust
belustere	=	belust
belusters	=	belust
belustheid	noun	de mate waarin men iets graag wilt doen of hebben; sterk verlangen
belusts	=	belust
belustst	=	belust
belustste	=	belust
belvedère	noun	plaats of gebouw met een heel mooi uitzicht
belvedères	=	belvedère
belverkeer	noun	alle telefoongesprekken die gevoerd worden
belvédère	=	belvedère
belwaarde	noun	vooruit betaald bedrag waarmee bij een prepaid-telefoonprovider mobiel gebeld kan worden
belwaarden	=	belwaarde
belwaardes	=	belwaarde
belwinkel	noun	bedrijf waar men aan het telefoneren gerelateerde zaken kan verkrijgen
belwinkels	=	belwinkel
belwinkeltje	=	belwinkel
belwinkeltjes	=	belwinkel
belzeels	adj	op Belzele betrekking hebbend
belzeelse	noun	een vrouwelijke inwoner van Belzele, of een vrouw afkomstig uit Belzele
belzeelsen	=	belzeelse
belzelenaar	noun	een inwoner van Belzele, of iemand afkomstig uit Belzele
belzelenaren	=	belzelenaar
bemachtig	=	bemachtigen
bemachtigd	=	bemachtigen
bemachtigde	=	bemachtigen
bemachtigden	=	bemachtigen
bemachtige	=	bemachtigen
bemachtigen	verb	met moeite in handen krijgen
bemachtigend	=	bemachtigen
bemachtigende	=	bemachtigen
bemachtigt	=	bemachtigen
bemaling	noun	het bemalen
bemalingen	=	bemaling
beman	=	bemannen
bemand	=	bemannen
bemande	=	bemannen
bemanden	=	bemannen
bemanne	=	bemannen
bemannen	verb	van het benodigde personeel voorzien
bemannend	=	bemannen
bemannende	=	bemannen
bemanning	noun	de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
bemanningen	=	bemanning
bemanningsleden	=	bemanningslid
bemanningslid	noun	een werknemer aan boord van een vlieg- of vaartuig
bemanningslidje	=	bemanningslid
bemanningslidjes	=	bemanningslid
bemanninkje	=	bemanning
bemanninkjes	=	bemanning
bemant	=	bemannen
bemantel	=	bemantelen
bemanteld	=	bemantelen
bemantelde	=	bemantelen
bemantelden	=	bemantelen
bemantele	=	bemantelen
bemantelen	verb	verbloemen
bemantelend	=	bemantelen
bemantelende	=	bemantelen
bemantelt	=	bemantelen
bemat	=	bemeten
bemate	=	bemeten
bematen	=	bemeten
bematte	=	bematten
bematten	verb	bedekken met matten
bemattend	=	bematten
bemattende	=	bematten
bemeester	=	bemeesteren
bemeesterd	=	bemeesteren
bemeesterde	=	bemeesteren
bemeesterden	=	bemeesteren
bemeestere	=	bemeesteren
bemeesteren	verb	als een meester benaderen
bemeesterend	=	bemeesteren
bemeesterende	=	bemeesteren
bemeestert	=	bemeesteren
bemeet	=	bemeten
bemens	=	bemensen
bemense	=	bemensen
bemensen	verb	van het benodigde personeel voorzien
bemensend	=	bemensen
bemensende	=	bemensen
bemensing	noun	de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
bemensingen	=	bemensing
bemensinkje	=	bemensing
bemensinkjes	=	bemensing
bemenst	=	bemensen
bemenste	=	bemensen
bemensten	=	bemensen
bemergel	=	bemergelen
bemergeld	=	bemergelen
bemergelde	=	bemergelen
bemergelden	=	bemergelen
bemergele	=	bemergelen
bemergelen	verb	het land vruchtbaarder maken door er mergel over te verspreiden
bemergelend	=	bemergelen
bemergelende	=	bemergelen
bemergelt	=	bemergelen
bemerk	=	bemerken
bemerkbaar	adj	dat iets opgemerkt kan worden
bemerkbaarder	=	bemerkbaar
bemerkbaardere	=	bemerkbaar
bemerkbaarders	=	bemerkbaar
bemerkbaars	=	bemerkbaar
bemerkbaarst	=	bemerkbaar
bemerkbaarste	=	bemerkbaar
bemerkbare	=	bemerkbaar
bemerke	=	bemerken
bemerken	verb	zich ergens bewust van worden
bemerkend	=	bemerken
bemerkende	=	bemerken
bemerking	noun	een waarneming met een oordeel
bemerkingen	=	bemerking
bemerkt	=	bemerken
bemerkte	=	bemerken
bemerkten	=	bemerken
bemest	adj	bestrooid met uitwerpselen van sommige dieren waarmee men land vruchtbaar maakt
bemeste	=	bemest
bemesten	verb	het toevoegen van meststoffen aan de aarde om deze vruchtbaar te maken.
bemestend	=	bemesten
bemestende	=	bemesten
bemesting	noun	Het vruchtbaar maken van de grond door natuurlijke - of kunstmest.
bemestingen	=	bemesting
bemestinkje	=	bemesting
bemestinkjes	=	bemesting
bemestte	=	bemesten
bemestten	=	bemesten
bemete	=	bemeten
bemeten	verb	iets aan een (af)meting onderwerpen	adj	door meting afgeperkt
bemetend	=	bemeten
bemetende	=	bemeten
bemetener	=	bemeten
bemeteners	=	bemeten
bemetens	=	bemeten
bemetenst	=	bemeten
bemetenste	=	bemeten
bemeter	=	bemeteren
bemeterd	=	bemeteren
bemeterde	=	bemeteren
bemeterden	=	bemeteren
bemetere	=	bemeteren
bemeteren	verb	van een meter voorzien
bemeterend	=	bemeteren
bemeterende	=	bemeteren
bemetert	=	bemeteren
bemeubel	=	bemeubelen
bemeubeld	=	bemeubelen
bemeubelde	=	bemeubelen
bemeubelden	=	bemeubelen
bemeubele	=	bemeubelen
bemeubelen	verb	voorzien van meubelen
bemeubelend	=	bemeubelen
bemeubelende	=	bemeubelen
bemeubelt	=	bemeubelen
bemiddel	=	bemiddelen
bemiddelaar	noun	tussenpersoon (intermediair) die partijen tot elkaar probeert te brengen
bemiddelaars	=	bemiddelaar
bemiddelaarsrol	noun	de functie van vredestichter in een conflict
bemiddelaarsrollen	=	bemiddelaarsrol
bemiddelaartje	=	bemiddelaar
bemiddelaartjes	=	bemiddelaar
bemiddelares	=	bemiddelaar
bemiddelbaar	adj	dat het probleem oplosbaar is zonder tussenkomst van de rechter
bemiddelbaarder	=	bemiddelbaar
bemiddelbaardere	=	bemiddelbaar
bemiddelbaarders	=	bemiddelbaar
bemiddelbaars	=	bemiddelbaar
bemiddelbaarst	=	bemiddelbaar
bemiddelbaarste	=	bemiddelbaar
bemiddelbare	=	bemiddelbaar
bemiddeld	adj	voldoende geldmiddelen hebbend om ruim te kunnen leven
bemiddelde	=	bemiddeld
bemiddelden	=	bemiddelen
bemiddelder	=	bemiddeld
bemiddeldere	=	bemiddeld
bemiddelders	=	bemiddeld
bemiddelds	=	bemiddeld
bemiddeldst	=	bemiddeld
bemiddeldste	=	bemiddeld
bemiddele	=	bemiddelen
bemiddelen	verb	trachten overeenstemming tussen twee partijen tot stand te brengen
bemiddelend	adj	van iets of iemand dat het een conflict beëindigt
bemiddelende	=	bemiddelen
bemiddelends	=	bemiddelend
bemiddeling	noun	het tussenbeide komen om tot een overeenkomst te komen
bemiddelingen	=	bemiddeling
bemiddelingsbedrijf	noun	bedrijf dat probeert vraag en aanbod van diensten met elkaar te koppelen
bemiddelingsbedrijven	=	bemiddelingsbedrijf
bemiddelingsbureau	noun	instantie die bemiddelt
bemiddelingsbureaus	=	bemiddelingsbureau
bemiddelingscomiteetje	=	bemiddelingscomité
bemiddelingscomiteetjes	=	bemiddelingscomité
bemiddelingscomité	noun	groep mensen die probeert een conflict tussen twee of meer partijen bij te leggen op een manier die voor alle partijen aanvaardbaar is
bemiddelingscomités	=	bemiddelingscomité
bemiddelingscommissie	noun	groep mensen die probeert een conflict tussen twee of meer partijen bij te leggen op een manier die voor alle partijen aanvaardbaar is
bemiddelingscommissies	=	bemiddelingscommissie
bemiddelingscommissietje	=	bemiddelingscommissie
bemiddelingscommissietjes	=	bemiddelingscommissie
bemiddelingsdienst	noun	bedrijf of organisatie die vraag en aanbod bij elkaar brengt
bemiddelingsdiensten	=	bemiddelingsdienst
bemiddelingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen aan een bemiddelaar die helpt bij het voeren van onderhandelingen of een overleg
bemiddelingskosten	noun	geld dat men moet betalen aan een bemiddelaar die helpt bij het voeren van onderhandelingen of een overleg
bemiddelingsorganisatie	noun	organisatie, bedrijf of stichting die twee partijen helpt bij het maken van een overeenkomst
bemiddelingsorganisaties	=	bemiddelingsorganisatie
bemiddelingspoging	noun	de keer dat men probeert om twee strijdende partijen zonder geweld of tussenkomst van de rechter te laten stoppen met hun conflict
bemiddelingspogingen	=	bemiddelingspoging
bemiddelingspoginkje	=	bemiddelingspoging
bemiddelingspoginkjes	=	bemiddelingspoging
bemiddelingsrol	noun	de functie van iemand die probeert in een conflict voor een vergelijk te zorgen
bemiddelingsrollen	=	bemiddelingsrol
bemiddelingstraject	noun	route om via overleg tot een oplossing te komen in een conflict
bemiddelingstrajecten	=	bemiddelingstraject
bemiddelingsvoorstel	noun	een suggestie om een conflict in onderling overleg op te lossen
bemiddelingsvoorstellen	=	bemiddelingsvoorstel
bemiddelt	=	bemiddelen
bemin	=	beminnen
bemind	adj	geliefd
beminde	=	beminnen
beminden	=	beminnen
beminder	=	bemind
bemindere	=	bemind
beminders	=	bemind
bemindetje	=	beminnen
bemindetjes	=	beminnen
beminds	=	bemind
bemindst	=	bemind
bemindste	=	bemind
beminlijk	adj	waard om bemind te worden
beminlijke	=	beminlijk
beminlijker	=	beminlijk
beminlijkere	=	beminlijk
beminlijkers	=	beminlijk
beminlijks	=	beminlijk
beminlijkst	=	beminlijk
beminlijkste	=	beminlijk
beminnaar	noun	iemand die iets of iemand lief heeft
beminnaars	=	beminnaar
beminnaartje	=	beminnaar
beminnaren	=	beminnaar
beminnares	=	beminnaar
beminne	=	beminnen
beminnelijk	adj	aardig in de omgang
beminnelijke	=	beminnelijk
beminnelijker	=	beminnelijk
beminnelijkere	=	beminnelijk
beminnelijkers	=	beminnelijk
beminnelijkheden	=	beminnelijkheid
beminnelijkheid	noun	de hoedanigheid van het beminnelijk zijn
beminnelijks	=	beminnelijk
beminnelijkst	=	beminnelijk
beminnelijkste	=	beminnelijk
beminnen	verb	amoureuze gevoelens koesteren voor
beminnend	=	beminnen
beminnende	=	beminnen
beminnenswaard	adj	eigenschappen hebbend die het mogelijk maken om bemind te worden
beminnenswaarde	=	beminnenswaard
beminnenswaarder	=	beminnenswaard
beminnenswaardere	=	beminnenswaard
beminnenswaarders	=	beminnenswaard
beminnenswaardig	adj	eigenschappen hebbend die het mogelijk maken om bemind te worden
beminnenswaardige	=	beminnenswaardig
beminnenswaardiger	=	beminnenswaardig
beminnenswaardigere	=	beminnenswaardig
beminnenswaardigers	=	beminnenswaardig
beminnenswaardigs	=	beminnenswaardig
beminnenswaardigst	=	beminnenswaardig
beminnenswaardigste	=	beminnenswaardig
beminnenswaards	=	beminnenswaard
beminnenswaardst	=	beminnenswaard
beminnenswaardste	=	beminnenswaard
bemint	=	beminnen
bemmelaar	noun	een inwoner van Bemmel, of iemand afkomstig uit Bemmel
bemmelaren	=	bemmelaar
bemmeler	adj	op Bemmel betrekking hebbend
bemmels	adj	op Bemmel betrekking hebbend
bemmelse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bemmel, of een vrouw afkomstig uit Bemmel
bemmelsen	=	bemmelse
bemodder	=	bemodderen
bemodderd	adj	besmeurd met blubber
bemodderde	=	bemodderen
bemodderden	=	bemodderen
bemodderder	=	bemodderd
bemodderdere	=	bemodderd
bemodderders	=	bemodderd
bemodderds	=	bemodderd
bemodderdst	=	bemodderd
bemodderdste	=	bemodderd
bemoddere	=	bemodderen
bemodderen	verb	met modder bedekken
bemodderend	=	bemodderen
bemoddert	=	bemodderen
bemoeder	=	bemoederen
bemoederd	=	bemoederen
bemoederde	=	bemoederen
bemoederden	=	bemoederen
bemoedere	=	bemoederen
bemoederen	verb	als een zorgzame moeder optreden, moederlijk zijn voor
bemoederend	=	bemoederen
bemoederende	=	bemoederen
bemoedert	=	bemoederen
bemoedig	=	bemoedigen
bemoedigd	=	bemoedigen
bemoedigde	=	bemoedigen
bemoedigden	=	bemoedigen
bemoedige	=	bemoedigen
bemoedigen	verb	iemand een positievere kijk op de kansen geven
bemoedigend	adj	hoopgevend
bemoedigende	=	bemoedigend
bemoedigender	=	bemoedigend
bemoedigendere	=	bemoedigend
bemoedigenders	=	bemoedigend
bemoedigends	=	bemoedigend
bemoedigendst	=	bemoedigend
bemoedigendste	=	bemoedigend
bemoediging	noun	iets waarmee je iemand kracht en moed geeft als die persoon het moeilijk heeft
bemoedigingen	=	bemoediging
bemoedigingetje	=	bemoediging
bemoedigingetjes	=	bemoediging
bemoedigt	=	bemoedigen
bemoei	=	bemoeien
bemoeial	noun	iemand die zich bemoeit met zaken van anderen (die hem niet aangaan)
bemoeiallen	=	bemoeial
bemoeialletje	=	bemoeial
bemoeialletjes	=	bemoeial
bemoeials	=	bemoeial
bemoeid	=	bemoeien
bemoeide	=	bemoeien
bemoeiden	=	bemoeien
bemoeie	=	bemoeien
bemoeien	verb	zich ~ met: zich inlaten met zaken waar men niets mee te maken heeft
bemoeiend	=	bemoeien
bemoeiende	=	bemoeien
bemoeienis	noun	interventie in een bepaalde gang van zake, het zich bemoeien met iets, moeite gebaan voor iets
bemoeienissen	=	bemoeienis
bemoeierig	adj	geneigd tot bemoeien
bemoeierige	=	bemoeierig
bemoeieriger	=	bemoeierig
bemoeierigere	=	bemoeierig
bemoeierigers	=	bemoeierig
bemoeierigs	=	bemoeierig
bemoeierigst	=	bemoeierig
bemoeierigste	=	bemoeierig
bemoeiing	noun	het bemoeien
bemoeiingen	=	bemoeiing
bemoeiinkje	=	bemoeiing
bemoeiinkjes	=	bemoeiing
bemoeilijk	=	bemoeilijken
bemoeilijke	=	bemoeilijken
bemoeilijken	verb	moeilijker maken
bemoeilijkend	=	bemoeilijken
bemoeilijkende	=	bemoeilijken
bemoeilijking	noun	'het moeilijker maken'.
bemoeilijkingen	=	bemoeilijking
bemoeilijkingetje	=	bemoeilijking
bemoeilijkingetjes	=	bemoeilijking
bemoeilijkt	=	bemoeilijken
bemoeilijkte	=	bemoeilijken
bemoeilijkten	=	bemoeilijken
bemoeit	=	bemoeien
bemoeiziek	adj	bemoeizuchtig
bemoeizieke	=	bemoeiziek
bemoeizieker	=	bemoeiziek
bemoeiziekere	=	bemoeiziek
bemoeiziekers	=	bemoeiziek
bemoeizieks	=	bemoeiziek
bemoeiziekst	=	bemoeiziek
bemoeiziekste	=	bemoeiziek
bemoeizorg	noun	zorg voor mensen die eigenlijk geen zorg willen ontvangen; ambulante sociaal-psychiatrische zorg
bemoeizucht	noun	neiging om zich met iedereen en alles bezig te houden en zo mensen lastig te vallen
bemoeizuchtig	adj	tot vervelens toe geneigd zich te bemoeien met andermans zaken
bemoeizuchtige	=	bemoeizuchtig
bemoeizuchtiger	=	bemoeizuchtig
bemoeizuchtigere	=	bemoeizuchtig
bemoeizuchtigers	=	bemoeizuchtig
bemoeizuchtigs	=	bemoeizuchtig
bemoeizuchtigst	=	bemoeizuchtig
bemoeizuchtigste	=	bemoeizuchtig
bemonster	=	bemonsteren
bemonsterd	=	bemonsteren
bemonsterde	=	bemonsteren
bemonsterden	=	bemonsteren
bemonstere	=	bemonsteren
bemonsteren	verb	het op regelmatige tijden nemen van een monster
bemonsterend	=	bemonsteren
bemonsterende	=	bemonsteren
bemonstering	noun	het op regelmatige tijden nemen van een monster
bemonsteringen	=	bemonstering
bemonsteringsfrequentie	noun	de frequentie waarmee een continu signaal wordt bemonsterd tot een tijd-discreet 'digitaal' signaal uitgedrukt in de eenheid hertz, of in bemonsteringen per seconde
bemonsteringsfrequenties	=	bemonsteringsfrequentie
bemonsteringstheorema	noun	een stelling over het bemonsteren van signalen met name t.a.v. het aantal bemonsteringen per seconde wat minimaal nodig is om een bepaalde frequentie digitaal te kunnen representeren
bemonsteringstheorema's	=	bemonsteringstheorema
bemonsteringstheoremaatje	=	bemonsteringstheorema
bemonsteringstheoremaatjes	=	bemonsteringstheorema
bemonstert	=	bemonsteren
bemors	=	bemorsen
bemorse	=	bemorsen
bemorsen	verb	door knoeien iets vuilmaken; iets smerig maken
bemorsend	=	bemorsen
bemorsende	=	bemorsen
bemorst	=	bemorsen
bemorste	=	bemorsen
bemorsten	=	bemorsen
bemost	adj	met mos bedekt
bemoste	=	bemost
bemoster	=	bemost
bemostere	=	bemost
bemosters	=	bemost
bemosts	=	bemost
bemostst	=	bemost
bemostste	=	bemost
bemure	=	bemuren
bemuren	verb	omgeven met muren, voorzien van muren
bemurend	=	bemuren
bemuring	noun	het omgeven met muren
bemuringen	=	bemuring
bemuur	=	bemuren
bemuurd	=	bemuren
bemuurde	=	bemuren
bemuurden	=	bemuren
bemuurt	=	bemuren
ben	verb	eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zijn	noun	hoge gevlochten mand, vaak gebruikt voor het bewaren van vis of vruchten
benaaches	adj	met plezier, op z'n gemak, gelukkig
benaamt	=	benemen
benaarstig	=	benaarstigen
benaarstigd	=	benaarstigen
benaarstigde	=	benaarstigen
benaarstigden	=	benaarstigen
benaarstige	=	benaarstigen
benaarstigen	verb	zich met ijver op iets toeleggen
benaarstigend	=	benaarstigen
benaarstigende	=	benaarstigen
benaarstiging	noun	het zich met grote inspanning ergens op toeleggen
benaarstigingen	=	benaarstiging
benaarstigingetje	=	benaarstiging
benaarstigingetjes	=	benaarstiging
benaarstigt	=	benaarstigen
benadeel	=	benadelen
benadeeld	=	benadelen
benadeelde	noun	iemand die van iets of iemand schade heeft ondervonden
benadeelden	=	benadelen
benadeelt	=	benadelen
benadele	=	benadelen
benadelen	verb	iemand of iets nadeel toebrengen, iemand of iets schade toebrengen
benadelend	=	benadelen
benadelende	=	benadelen
benadeling	noun	het ondervonden verlies of nadeel
benadelingen	=	benadeling
benadelingswaan	noun	waanvoorstelling dat men moedwillig wordt gedwarsboomd
benadelinkje	=	benadeling
benadelinkjes	=	benadeling
benader	=	benaderen
benaderbaar	adj	te benaderen, makkelijk mee te praten
benaderbaarder	=	benaderbaar
benaderbaardere	=	benaderbaar
benaderbaarders	=	benaderbaar
benaderbaare	=	benaderbaar
benaderbaars	=	benaderbaar
benaderbaarst	=	benaderbaar
benaderbaarste	=	benaderbaar
benaderbare	=	benaderbaar
benaderd	=	benaderen
benaderde	=	benaderen
benaderden	=	benaderen
benadere	=	benaderen
benaderen	verb	naartoe gaan en aanspreken
benaderend	=	benaderen
benaderende	=	benaderen
benadering	noun	getalswaarde die voor een bepaald praktisch doel voldoende dicht in de buurt ligt van de exacte waarde van die grootheid
benaderingen	=	benadering
benaderingswijze	noun	manier waarop men iets op een voldoende nauwkeurige manier kan berekenen
benaderingswijzen	=	benaderingswijze
benadert	=	benaderen
benadruk	=	benadrukken
benadrukke	=	benadrukken
benadrukken	verb	extra aandacht leggen op iets
benadrukkend	=	benadrukken
benadrukkende	=	benadrukken
benadrukking	noun	het iets extra aandacht geven
benadrukkingen	=	benadrukking
benadrukkinkje	=	benadrukking
benadrukkinkjes	=	benadrukking
benadrukt	=	benadrukken
benadrukte	=	benadrukken
benadrukten	=	benadrukken
benagel	=	benagelen
benageld	=	benagelen
benagelde	=	benagelen
benagelden	=	benagelen
benagele	=	benagelen
benagelen	verb	met nagels of klauwen vasthouden
benagelend	=	benagelen
benagelt	=	benagelen
benam	=	benemen
bename	=	benemen
benamen	=	benemen
benaming	noun	een naam die aan iets of iemand gegeven wordt
benamingen	=	benaming
benaminkje	=	benaming
benaminkjes	=	benaming
benard	adj	in het nauw gebracht
benarde	=	benard
benarder	=	benard
benardere	=	benard
benarders	=	benard
benardheden	=	benardheid
benardheid	noun	het benard zijn
benards	=	benard
benardst	=	benard
benardste	=	benard
benauw	=	benauwen
benauwd	adj	moeilijk ademend, belemmerd in de ademhaling
benauwde	=	benauwd
benauwden	=	benauwen
benauwder	=	benauwd
benauwdere	=	benauwd
benauwders	=	benauwd
benauwdheden	=	benauwdheid
benauwdheid	noun	moeite hebben met het ademhalen
benauwds	=	benauwd
benauwdst	=	benauwd
benauwdste	=	benauwd
benauwe	=	benauwen
benauwelijk	adv	angstaanjagend, beangstigend
benauwen	verb	zorgen bereiden
benauwend	adj	angst opwekkend
benauwende	=	benauwend
benauwender	=	benauwend
benauwendere	=	benauwend
benauwenders	=	benauwend
benauwends	=	benauwend
benauwendst	=	benauwend
benauwendste	=	benauwend
benauwenis	noun	benauwde gevoel van beklemming
benauwenissen	=	benauwenis
benauwing	noun	iets waarvan men benauwd of bang wordt
benauwingen	=	benauwing
benauwt	=	benauwen
bench	noun	kooi waarin men een huisdier kan vervoeren of binnenshuis kan houden
benchcoach	noun	de rechterhand van een teammanager, vooral in honkbal, en zit naast de manager om advies te geven over strategie en tactiek, beslissingen te ondersteunen en informatie door te geven aan de spelers
benchcoaches	=	benchcoach
benchen	=	bench
benches	=	bench
benchmark	noun	testprocedure of meting van productprestaties
benchmarke	=	benchmarken
benchmarken	verb	iets of iemand vergelijken met andere soortgelijke personen of producten
benchmarkend	=	benchmarken
benchmarkende	=	benchmarken
benchmarking	noun	het toetsen van iets of iemand door te vergelijken met gelijksoortige zaken of personen
benchmarks	=	benchmark
benchmarkt	=	benchmarken
benchmarkte	=	benchmarken
benchmarkten	=	benchmarken
bende	noun	een informeel georganiseerde groep mensen, veelal met kwaadaardige/misdadige bedoelingen
bendeleden	=	bendelid
bendeleider	noun	leider van een criminele groep of organisatie
bendeleiders	=	bendeleider
bendeleidertje	=	bendeleider
bendeleidertjes	=	bendeleider
bendelid	noun	lid van een misdadige organisatie
benden	=	bende
bendeoorlog	noun	strijd tussen verschillende misdadige organisaties
bendeoorlogen	=	bendeoorlog
bendes	=	bende
bendestrijd	noun	strijd tussen twee of meer criminele organisaties
bendestrijden	=	bendestrijd
bendestrijdje	=	bendestrijd
bendestrijdjes	=	bendestrijd
bendetje	=	bende
bendetjes	=	bende
bendevorming	noun	het ontstaan van criminele organisaties
bendevormingen	=	bendevorming
bendir	noun	soort Noord-Afrikaanse trommel, bestaand uit een vel dat over een ronde lijst is gespannen
bendirs	=	bendir
bene	=	benen
benede	=	benijden
beneden	adv	op een plek die lager is, onder	prep	op een plek die lager is
benedenbewoner	noun	bewoner van een lager gelegen of van een benedenverdieping
benedenbewoners	=	benedenbewoner
benedenburen	=	benedenbuur
benedenbuur	noun	mensen die op een lagere verdieping van hetzelfde gebouw wonen waarin jezelf woont
benedenbuurlieden	=	benedenbuurman
benedenbuurlui	=	benedenbuurman
benedenbuurman	noun	een man die in het huis onder de eigen woning woont
benedenbuurmannen	=	benedenbuurman
benedenbuurtje	=	benedenbuur
benedenbuurvrouw	noun	buurvrouw van een lager gelegen of van een benedenverdieping
benedenbuurvrouwen	=	benedenbuurvrouw
benedendeks	adv	onder het bovendek van een schip; in het schip
benedendekse	=	benedendeks
benedendeur	noun	een deur op de onderste verdieping van een huis
benedendeuren	=	benedendeur
benedendeurtje	=	benedendeur
benedendeurtjes	=	benedendeur
benedendijks	adv	aan de voet van een waterkering
benedengemiddeld	adj	minder dan gemiddeld; minder dan men zou mogen verwachten
benedengemiddelde	=	benedengemiddeld
benedengemiddelds	=	benedengemiddeld
benedenhoek	noun	een hoek aan de onderkant
benedenhoeken	=	benedenhoek
benedenhoekje	=	benedenhoek
benedenhoekjes	=	benedenhoek
benedenhoofd	noun	het benedenstrooms gelegen sluishoofd van een schutsluis.
benedenhoofden	=	benedenhoofd
benedenhoofdje	=	benedenhoofd
benedenhoofdjes	=	benedenhoofd
benedenhuis	noun	woning op de begane grond in een huis met meerdere verdiepingen
benedenhuisje	=	benedenhuis
benedenhuisjes	=	benedenhuis
benedenhuizen	=	benedenhuis
benedenkerk	noun	lager gelegen kerkgebouw
benedenkerken	=	benedenkerk
benedenkerkje	=	benedenkerk
benedenkerkjes	=	benedenkerk
benedenloop	noun	deel van een rivier dat het dichtste bij de zee ligt
benedenlopen	=	benedenloop
benedenmaats	adj	slechter dan men mag verwachten
benedenmaatsch	=	benedenmaats
benedenmaatse	=	benedenmaats
benedenmaatser	=	benedenmaats
benedenmaatsere	=	benedenmaats
benedenmaatsers	=	benedenmaats
benedenmaatst	=	benedenmaats
benedenmaatste	=	benedenmaats
benedenrivier	noun	zo ver stroomafwaarts bij een rivier dat eb en vloed waarneembaar zijn
benedenrivieren	=	benedenrivier
benedenriviertje	=	benedenrivier
benedenriviertjes	=	benedenrivier
benedenruimte	noun	een lager gelegen vertrek in een gebouw of woning
benedenruimten	=	benedenruimte
benedenruimtes	=	benedenruimte
benedenst	=	beneden
benedenstaand	adj	wat verderop in de tekst geplaatst
benedenstaande	=	benedenstaand
benedenstaands	=	benedenstaand
benedenstad	noun	het lager gelegen deel van een stad
benedenstadje	=	benedenstad
benedenstadjes	=	benedenstad
benedenste	=	beneden
benedensteden	=	benedenstad
benedenstromen	=	benedenstroom
benedenstroom	noun	het lager gelegen en trager stromende deel van een rivier
benedenstroompje	=	benedenstroom
benedenstroompjes	=	benedenstroom
benedenstrooms	adv	verder in de richting waar het water heenloopt
benedenverdieping	noun	de begane grond, de verdieping die gelijk met de straat is
benedenverdiepingen	=	benedenverdieping
benedenverdiepinkje	=	benedenverdieping
benedenverdiepinkjes	=	benedenverdieping
benedenwaarts	adv	in de richting van de oorsprong naar de mond	adj	naar beneden gericht
benedenwaartse	=	benedenwaarts
benedenwinds	adj	aan de kant waar de wind naartoe blaast
benedenwindse	=	benedenwinds
benedenwoning	noun	een appartement op de begane grond in een gebouw met meer woonlagen
benedenwoningen	=	benedenwoning
benedenwoninkje	=	benedenwoning
benedenwoninkjes	=	benedenwoning
benedenzon	noun	weerspiegeling van de zon in ijskristalletjes in de atmosfeer
benedenzonnen	=	benedenzon
benedenzonnetje	=	benedenzon
benedenzonnetjes	=	benedenzon
benedictie	noun	dankgebed
benedicties	=	benedictie
benedictijn	noun	kloosterling van de orde van Sint-Benedictus
benedictijnen	=	benedictijn
benedictijnenabdij	noun	woonplaats voor leden van de kloosterorde van de benedictijnen
benedictijnenabdijen	=	benedictijnenabdij
benedictijnenklooster	noun	woonplaats voor kloosterlingen van de orde van Sint-Benedictus
benedictijnenkloosters	=	benedictijnenklooster
benedictijner	adj	betrekking hebbend op de orde van de H. Benedictus van Nursia
benedictijnerabdij	noun	een klooster van de orde der benedictijnen
benedictijnerabdijen	=	benedictijnerabdij
benedictijnerabt	noun	het hoofd van een klooster van de orde der benedictijnen (een benedictijnerabdij)
benedictijnerabten	=	benedictijnerabt
benedictijns	adj	behorend tot; in het bezit zijnde van de kloosterorde der benedictijnen
benedictijnse	=	benedictijns
benedictijnser	=	benedictijns
benedictijnsere	=	benedictijns
benedictijnsers	=	benedictijns
benedictijnst	=	benedictijns
benedictijnste	=	benedictijns
benedictine	noun	Franse likeur, het eerst bereid in de benedictijnenabdij te Fécamp, gelegen in Normandië
benedictines	noun	kloosterlinge onder de regel van Sint-Benedictus
benedictinessen	=	benedictines
benedij	=	benedijen
benedijde	=	benedijen
benedijden	=	benedijen
benedije	=	benedijen
benedijen	verb	zegenen
benedijend	=	benedijen
benedijende	=	benedijen
benedijt	=	benedijen
benee	noun	zonen van
beneed	=	benijden
beneedt	=	benijden
beneem	=	benemen
beneemt	=	benemen
beneen	=	beneden
beneeën	=	beneden
benefactief	noun	een naamval die de begunstigde partij uitdrukt
benefactieven	=	benefactief
beneffens	=	benevens
benefice	noun	voordeel, gunst, tegoed
benefices	=	benefice
beneficia	=	beneficium
beneficiair	adj	onder beneficie
beneficiairder	=	beneficiair
beneficiairdere	=	beneficiair
beneficiairders	=	beneficiair
beneficiaire	=	beneficiair
beneficiairs	=	beneficiair
beneficiairst	=	beneficiair
beneficiairste	=	beneficiair
beneficiant	noun	iemand die een uitkering ontvangt
beneficianten	=	beneficiant
beneficie	noun	geestelijke functie (officium) met daaraan verbonden recht op inkomsten uit de prebende
beneficies	=	beneficie
beneficium	noun	recht dat iemand ten opzichte van anderen in een voordeliger positie plaatst
beneficiums	=	beneficium
beneficiën	=	beneficie
beneficiënt	noun	persoon of organisatie in wiens voordeel een bepaalde actie wordt ondernomen
beneficiënten	=	beneficiënt
benefiet	noun	iets dat gedaan wordt voor het goede doel
benefietactie	noun	een evenement of activiteit, zoals een benefietconcert of veiling, dat georganiseerd wordt om geld, hulpgoederen of steun in te zamelen voor een specifiek goed doel, project of politieke zaak
benefietacties	=	benefietactie
benefietactietje	=	benefietactie
benefietactietjes	=	benefietactie
benefietavond	noun	avond waar men geld inzamelt voor een bepaald (goed) doel
benefietavonden	=	benefietavond
benefietconcert	noun	muziekuitvoering waarvan de inkomsten ten goede komen aan een bepaald goed doel
benefietconcerten	=	benefietconcert
benefietconcertje	=	benefietconcert
benefietconcertjes	=	benefietconcert
benefietje	=	benefiet
benefietjes	=	benefiet
benefiets	=	benefiet
benefietvoorstelling	noun	een voorstelling waarvan de baten naar een bepaald goed doel gaan
benefietvoorstellingen	=	benefietvoorstelling
benefietvriend	noun	een vriend(in) waarmee iemand seks heeft zonder een emotionele relatie
benefietvrienden	=	benefietvriend
benefietvriendje	=	benefietvriend
benefietvriendjes	=	benefietvriend
benefietwedstrijd	noun	wedstrijd waarvan de inkomsten worden gegeven aan een goed doel
benefietwedstrijden	=	benefietwedstrijd
benefietwedstrijdje	=	benefietwedstrijd
benefietwedstrijdjes	=	benefietwedstrijd
beneloos	adj	geen benen hebbend
beneloze	=	beneloos
benelux-land	noun	een van de staten die het samenwerkingsverband Benelux vormen: België, Nederland of Luxemburg
benelux-landen	=	benelux-land
beneluxer	noun	inwoner van België, Nederland of Luxemburg
beneluxering	noun	Wanneer internationale ondernemingen hun activiteiten in de Benelux-landen op één plaats concentreren.
beneluxeringen	=	beneluxering
beneluxers	=	beneluxer
beneluxland	=	benelux-land
beneme	=	benemen
benemen	verb	iemand iets ~: laten verliezen
benemend	=	benemen
benemende	=	benemen
beneming	noun	het benemen
benemingen	=	beneming
benen	verb	met forse pas lopen	adj	van been vervaardigd
benend	=	benen
benende	=	benen
benenloos	adj	benenloos # verouderde spelling of vorm van beneloos tot 2006
benenwagen	noun|humorous	je eigen benen als vervoersmiddel, te voet gaan
benenwagens	=	benenwagen
benenwagentje	=	benenwagen
benenwerk	noun	handeling met de onderste ledematen
benenwerken	=	benenwerk
benepen	adj	benauwd, angstig
benepener	=	benepen
benepeners	=	benepen
benepenheden	=	benepenheid
benepenheid	noun	de mate waarin men kleinzielig is
benepens	=	benepen
benepenst	=	benepen
benepenste	=	benepen
benevel	=	benevelen
benevelaar	noun	apparaat dat dient om zaken (zoals bijvoorbeeld planten in een kas) vochtig te houden met een nevel
benevelaars	=	benevelaar
beneveld	=	benevelen
benevelde	=	benevelen
benevelden	=	benevelen
benevele	=	benevelen
benevelen	verb	het bewustzijn minder helder maken
benevelend	=	benevelen
benevelende	=	benevelen
beneveling	noun	het benevelen
benevelingen	=	beneveling
benevelt	=	benevelen
beneven	adv|obsolete	op een plaats naast, terzijde	prep|obsolete	naast, opzij van
benevens	prep|formal	met daarbij, naast
benevolent	adj	van goede wil
benevolente	=	benevolent
benevolenter	=	benevolent
benevolentere	=	benevolent
benevolenters	=	benevolent
benevolentie	noun	vriendelijke houding
benevolenties	=	benevolentie
benevolents	=	benevolent
benevolentst	=	benevolent
benevolentste	=	benevolent
beneên	=	beneden
beneën	=	beneden
beng	intj	aanduiding van een stevige, harde klap ook in figuurlijke zin
bengaal	noun	sterk lichtend vuurwerk
bengaals	adj	van, in, uit Bengalen
bengaalse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bangladesh, of een vrouw afkomstig uit Bangladesh
bengaalsen	=	bengaalse
bengaalser	=	bengaals
bengaalsere	=	bengaals
bengaalsers	=	bengaals
bengaalst	=	bengaals
bengaalstalig	adj	de Bengaalse taal sprekend
bengaalstalige	=	bengaalstalig
bengaalstaligs	=	bengaalstalig
bengaalste	=	bengaals
bengaaltje	=	bengaal
bengaaltjes	=	bengaal
bengalees	noun	een inwoner van Bangladesh, of iemand afkomstig uit Bangladesh	adj	op Bangladesh betrekking hebbend
bengaleest	=	bengalees
bengaleeste	=	bengalees
bengalen	=	bengaal
bengalese	noun	een vrouwelijke inwoner van Bangladesh, of een vrouw afkomstig uit Bangladesh
bengalesen	=	bengalese
bengaleser	=	bengalees
bengalesere	=	bengalees
bengalesers	=	bengalees
bengalezen	=	bengalees
bengel	noun	brutaal iemand, m.n. een kind
bengelbus	noun	bus waarmee kinderen naar de naschoolse opvang worden gebracht
bengelbussen	=	bengelbus
bengelde	=	bengelen
bengelden	=	bengelen
bengele	=	bengelen
bengelen	verb	heen en weer slingeren
bengelend	adj	los naar beneden hangend
bengelende	=	bengelen
bengelends	=	bengelend
bengelkruid	=	bingelkruid
bengels	=	bengel
bengelt	=	bengelen
bengeltje	=	bengel
bengeltjes	=	bengel
benguelaheek	noun	Merluccius polli een straalvinnige vis uit de familie van heken (Merlucciidae), orde van kabeljauwachtigen (Gadiformes).
benguelaheekje	=	benguelaheek
benguelaheekjes	=	benguelaheek
benguelaheken	=	benguelaheek
benguelalangsnavelleeuwerik	noun	Certhilauda benguelensis een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
benguelalangsnavelleeuweriken	=	benguelalangsnavelleeuwerik
benguelalangsnavelleeuwerikje	=	benguelalangsnavelleeuwerik
benguelalangsnavelleeuwerikjes	=	benguelalangsnavelleeuwerik
benguelazwaluw	noun	Hirundo nigrorufa een zwaluw uit het geslacht Hirundo.
benguelazwaluwen	=	benguelazwaluw
benguelazwaluwtje	=	benguelazwaluw
benguelazwaluwtjes	=	benguelazwaluw
benieuw	=	benieuwen
benieuwd	adj	reikhalzend uitziend naar iets, iets graag willen weten
benieuwde	noun	iemand die uitziet naar nieuws
benieuwden	=	benieuwde
benieuwder	=	benieuwd
benieuwdere	=	benieuwd
benieuwders	=	benieuwd
benieuwds	=	benieuwd
benieuwdst	=	benieuwd
benieuwdste	=	benieuwd
benieuwe	=	benieuwen
benieuwen	verb	met meewerkend voorwerp nieuwsgierigheid opwekken bij
benieuwend	=	benieuwen
benieuwende	=	benieuwen
benieuwt	=	benieuwen
benig	adj	waarvan been of bot een groot deel uitmaakt
benige	=	benig
beniger	=	benig
benigere	=	benig
benigers	=	benig
benigne	adj	goedaardig
benignes	=	benigne
benigs	=	benig
benigst	=	benig
benigste	=	benig
benijd	=	benijden
benijdbaar	adj	van iemand dat je er jaloers op kunt zijn
benijdbaarder	=	benijdbaar
benijdbaardere	=	benijdbaar
benijdbaarders	=	benijdbaar
benijdbaars	=	benijdbaar
benijdbaarst	=	benijdbaar
benijdbaarste	=	benijdbaar
benijdbare	=	benijdbaar
benijdde	=	benijden
benijdden	=	benijden
benijde	=	benijden
benijden	verb	wensen dat men zelf mocht hebben wat een ander heeft en met de nodige pijn ervaren dat dat niet het geval is, jaloers zijn
benijdend	=	benijden
benijdende	=	benijden
benijdenswaard	adj	het benijden waard: afgunst opwekkend
benijdenswaarde	=	benijdenswaard
benijdenswaarder	=	benijdenswaard
benijdenswaardere	=	benijdenswaard
benijdenswaarders	=	benijdenswaard
benijdenswaardig	adj	dat iets de moeite waard is om benijd te worden
benijdenswaardige	=	benijdenswaardig
benijdenswaardiger	=	benijdenswaardig
benijdenswaardigere	=	benijdenswaardig
benijdenswaardigers	=	benijdenswaardig
benijdenswaardigs	=	benijdenswaardig
benijdenswaardigst	=	benijdenswaardig
benijdenswaardigste	=	benijdenswaardig
benijdenswaards	=	benijdenswaard
benijdenswaardst	=	benijdenswaard
benijdenswaardste	=	benijdenswaard
benijder	noun	iemand die jaloers is op een ander; iemand die afgunstig is
benijders	=	benijder
benijdt	=	benijden
beniner	noun	een inwoner van Benin, of iemand afkomstig uit Benin
beniners	=	beniner
benins	adj	op Benin betrekking hebbend
beninse	noun	een vrouwelijke inwoner van Benin, of een vrouw afkomstig uit Benin
beninsen	=	beninse
beninser	=	benins
beninsere	=	benins
beninsers	=	benins
beninst	=	benins
beninste	=	benins
benjamin	noun	jongste of jongere in een gezin, kring, gezelschap of vereniging
benjaminnetje	=	benjamin
benjaminnetjes	=	benjamin
benjamins	=	benjamin
bennen	=	ben
bennetje	=	ben
bennetjes	=	ben
bennettboomkangoeroe	noun	Dendrolagus bennettianus een klimbuideldier uit het geslacht der boomkangoeroes (Dendrolagus)
bennettboomkangoeroes	=	bennettboomkangoeroe
bennettboomkangoeroetje	=	bennettboomkangoeroe
bennettboomkangoeroetjes	=	bennettboomkangoeroe
bennettwallaby	noun	bepaalde (onder-)soort kleine kangoeroe Macropus rufogriseus, die van nature op Tasmanië leeft; in Europa wel als huisdier gehouden en na ontsnappingen soms ook in het wild waargenomen
bennettwallaby's	=	bennettwallaby
bennie	=	ben
bennoot	noun	vrucht van de behennotenboom
bennootje	=	bennoot
bennootjes	=	bennoot
bennoten	=	bennoot
benodig	=	benodigen
benodigd	adj	wat nodig is
benodigde	=	benodigen
benodigden	=	benodigen
benodigdheden	noun	dingen die iemand nodig heeft
benodigdheid	noun	dat wat voor een bepaald doel nodig is
benodigdheidje	=	benodigdheid
benodigdheidjes	=	benodigdheid
benodigds	=	benodigd
benodige	=	benodigen
benodigen	verb	nodig hebben
benodigend	=	benodigen
benodigende	=	benodigen
benodigt	=	benodigen
benoem	=	benoemen
benoembaar	adj	dat iemand verkiesbaar is voor een functie
benoembaarder	=	benoembaar
benoembaardere	=	benoembaar
benoembaarders	=	benoembaar
benoembaarheden	=	benoembaarheid
benoembaarheid	noun	het in een ambt aangesteld kunnen worden
benoembaars	=	benoembaar
benoembaarst	=	benoembaar
benoembaarste	=	benoembaar
benoembare	=	benoembaar
benoemd	=	benoemen
benoemde	=	benoemen
benoemden	=	benoemen
benoeme	=	benoemen
benoemen	verb	~ tot iemand aanwijzen voor het vervullen van een bepaald ambt
benoemend	=	benoemen
benoemende	=	benoemen
benoeming	noun	het toewijzen van een ambt aan iemand
benoemingen	=	benoeming
benoemingsbeleid	noun	plan van aanpak bij het aannemen van iemand in een functie
benoemingscommissie	noun	groep mensen die samen beslissen over wie een bepaalde functie of ambt mag bekleden
benoemingscommissies	=	benoemingscommissie
benoemingsprocedure	noun	de handelingen die nodig zijn voor het aanstellen van iemand in een bepaalde functie
benoemingsprocedures	=	benoemingsprocedure
benoemingsstop	noun	het stoppen met het aannemen van nieuw personeel
benoemingsstops	=	benoemingsstop
benoeminkje	=	benoeming
benoeminkjes	=	benoeming
benoemt	=	benoemen
benomen	=	benemen
benoorden	prep	aan de noordelijke zijde van
benot	=	bat
benralizumab	noun	ontstekingsremmend middel dat men gebruikt bij de behandeling van astma-aanvallen
bensj	=	bensjen
bensje	=	bensjen
bensjen	verb	zegenen, onder andere van kinderen
bensjend	=	bensjen
bensjende	=	bensjen
bensjt	=	bensjen
bensjte	=	bensjen
bensjten	=	bensjen
benson-rotslijster	noun	Monticola sharpei bensoni een ondersoort van de bosrotslijster.
benson-rotslijsters	=	benson-rotslijster
benson-rotslijstertje	=	benson-rotslijster
benson-rotslijstertjes	=	benson-rotslijster
bent	verb	tweede persoon enkelvoud van zijn	noun|rare	groep
benta	noun	tokkelinstrument bestaande uit een boog met één snaar
benta's	=	benta
benten	=	bent
benteng	noun|obsolete	versterking, stelling, schans in het voormalig Nederlands-Indië
bentengs	=	benteng
bentenkje	=	benteng
bentenkjes	=	benteng
bentgras	noun	Molinia caerulea een in Nederland België op vochtige zandgrond voorkomende inheemse vaste plant uit de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae)
bentgrassen	=	bentgras
benthisch	adj	vlakbij de bodem van wateren (zeeën, meren, rivieren) bevindend
benthische	=	benthisch
benthischer	=	benthisch
benthischere	=	benthisch
benthischers	=	benthisch
bentisch	adj	op of in de zeebodem levend
bentische	=	bentisch
bentischer	=	bentisch
bentischere	=	bentisch
bentischers	=	bentisch
bentje	=	bent
bentjes	=	bent
bento	noun	vorm van voedselpresentatie die veel in de Japanse keuken wordt gebruikt, waarbij verschillende gerechten in een speciale doos door tussenschotten van elkaar gescheiden zijn
bento's	=	bento
bentoniet	noun	een in de natuur voorkomende natrium-kleisoort met deeltjes die zo klein zijn dat ze de grond waterdicht kunnen maken
bentotje	=	bento
bentotjes	=	bento
bents	=	bent
benul	noun	besef, begrip, idee
benut	=	benutten
benutte	=	benutten
benutten	verb	nuttig gebruikmaken van iets
benuttend	=	benutten
benuttende	=	benutten
benuttig	=	benuttigen
benuttigd	=	benuttigen
benuttigde	=	benuttigen
benuttigden	=	benuttigen
benuttige	=	benuttigen
benuttigen	verb	zich ten nutte maken, zijn voordeel met iets doen
benuttigend	=	benuttigen
benuttigende	=	benuttigen
benuttigt	=	benuttigen
benutting	noun	het benutten
benuttingen	=	benutting
benzaldehyde	noun	een organische verbinding bestaande uit een benzeenring met een aldehydesubstituent.
benzedrine	noun	handelsnaam van amfetamine
benzeen	noun	de eenvoudigste aromatische koolwaterstof met samenstelling C₆H₆
benzine	noun	een aardolieproduct bestaande uit een mengsel van alifatische koolwaterstoffen met een ketenlegte tussen vijf en twaalf dat algemeen in gebruik is als brandstof voor verkeer en als verdunningsmiddel
benzineaccijns	noun	belasting die wordt geheven over alle benzine die verkocht wordt
benzineaccijnzen	=	benzineaccijns
benzineauto	noun	een vierwielig motorvoertuig met een benzinemotor
benzineauto's	=	benzineauto
benzineautootje	=	benzineauto
benzineautootjes	=	benzineauto
benzineblik	noun	blik bestemd voor de opslag van benzine
benzineblikje	=	benzineblik
benzineblikjes	=	benzineblik
benzineblikken	=	benzineblik
benzinebom	noun	explosief gemaakt met benzine
benzinebommen	=	benzinebom
benzinebommetje	=	benzinebom
benzinebommetjes	=	benzinebom
benzinebon	noun	bon waarmee men in tijden van schaarste benzine kan kopen
benzinebonnen	=	benzinebon
benzinebonnetje	=	benzinebon
benzinebonnetjes	=	benzinebon
benzinebons	=	benzinebon
benzinedamp	noun	verdampte benzine
benzinedampen	=	benzinedamp
benzinedop	noun	dop die de vulopening van een bezinetank afsluit
benzinedopje	=	benzinedop
benzinedopjes	=	benzinedop
benzinedoppen	=	benzinedop
benzinegeur	noun	wat men gewaar wordt als men benzinedamp ruikt
benzinegeuren	=	benzinegeur
benzinegeurtje	=	benzinegeur
benzinegeurtjes	=	benzinegeur
benzinekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor de benzine die een auto verbruikt tijdens het rijden
benzinekosten	noun	geld dat men moet betalen voor de benzine die een auto verbruikt tijdens het rijden
benzineleiding	noun	leiding waardoor benzine van de ene naar de andere plaats kan stromen
benzineleidingen	=	benzineleiding
benzineleidinkje	=	benzineleiding
benzineleidinkjes	=	benzineleiding
benzineloos	adj	zonder gebruik van de meest gangbare brandstof voor auto's
benzineloze	=	benzineloos
benzinelucht	noun	lucht die ruikt naar benzine; lucht met enige benzinedamp
benzineluchten	=	benzinelucht
benzineluchtje	=	benzinelucht
benzineluchtjes	=	benzinelucht
benzinemaatschappij	noun	bedrijf dat benzineproduceert en verkoopt
benzinemaatschappijen	=	benzinemaatschappij
benzinemarkt	noun	situatie van vraag en het aanbod van benzine
benzinemarkten	=	benzinemarkt
benzinemeter	noun	meetinstrument waarop men kan aflezen hoeveel benzine er nog in de tank zit van een voertuig
benzinemeters	=	benzinemeter
benzinemetertje	=	benzinemeter
benzinemetertjes	=	benzinemeter
benzinemotor	noun	explosiemotor die loopt op benzine
benzinemotoren	=	benzinemotor
benzinemotors	=	benzinemotor
benzinemotortje	=	benzinemotor
benzinemotortjes	=	benzinemotor
benzineoorlog	noun	felle concurrentie tussen leveranciers van motorbrandstof die zich uit in opeenvolgende prijsverlagingen
benzineoorlogen	=	benzineoorlog
benzinepomp	noun	installatie bedoeld voor de verkoop van afgemeten hoeveelheden benzine
benzinepompen	=	benzinepomp
benzinepomphouder	noun	eigenaar van een bedrijf dat benzine verkoopt aan automobilisten
benzinepomphouders	=	benzinepomphouder
benzinepompje	=	benzinepomp
benzinepompjes	=	benzinepomp
benzineprijs	noun	wat je voor een liter benzine moet betalen
benzineprijzen	=	benzineprijs
benzines	=	benzine
benzineschaarste	noun	een tekort aan benzine
benzineschaarsten	=	benzineschaarste
benzineschaarstes	=	benzineschaarste
benzinestation	noun	installatie aan de rand van de weg waar auto's benzine kunnen tanken
benzinestationnetje	=	benzinestation
benzinestationnetjes	=	benzinestation
benzinestations	=	benzinestation
benzinestift	noun	een soort viltstift waarmee, met moeilijk uitwisbare inkt, op bijna alle ondergronden geschreven kan worden
benzinestiften	=	benzinestift
benzinetank	noun	een brandstoftank voor benzine
benzinetankje	=	benzinetank
benzinetankjes	=	benzinetank
benzinetanks	=	benzinetank
benzineverbruik	noun	de hoeveelheid benzine die wordt gebruikt per km tijdens het rijden in een auto
benzinevergasser	noun	een druklamp die op vergaste benzine brandt
benzinevergassers	=	benzinevergasser
benzinevergassertje	=	benzinevergasser
benzinevergassertjes	=	benzinevergasser
benzineverkoop	noun	de hoeveelheid verkochte benzine
benzineverkopen	=	benzineverkoop
benzineversie	noun	het(auto)model dat benzine gebruikt als brandstof
benzineversies	=	benzineversie
benzodiazepine	noun	synthetisch bereide stof die o.a. gebruikt wordt als tranquillizer en slaapmiddel, heel bekend onder de naam valium
benzodiazepinen	=	benzodiazepine
benzodiazepines	=	benzodiazepine
benzol	noun	een organische verbinding met als brutoformule C₆H₆
benzoylperoxide	noun	middel waarmee men jeugdpuistjes kan behandelen
benzoë	noun	hars verkregen uit een boom die behoort tot de Styracaceae dat men gebruikt voor wierook en parfum
benêe	=	beneden
beo	noun	bepaald soort vogel, Gracula religiosa uit de familie van de spreeuwachtigen, Sturnidae
beo's	noun	een geslacht Gracula van zangvogels uit de familie van de spreeuwen (Sturnidae).
beoefen	=	beoefenen
beoefenaar	noun	iemand die iets beoefent
beoefenaars	=	beoefenaar
beoefenaartje	=	beoefenaar
beoefenaartjes	=	beoefenaar
beoefenaren	=	beoefenaar
beoefend	=	beoefenen
beoefende	=	beoefenen
beoefenden	=	beoefenen
beoefene	=	beoefenen
beoefenen	verb	bij regelmaat zich in iets bekwamen
beoefenend	=	beoefenen
beoefenende	=	beoefenen
beoefening	noun	het beoefenen
beoefeningen	=	beoefening
beoefent	=	beoefenen
beoge	=	beogen
beogen	verb	~ met: ergens een bepaald doel mee in ogen hebben
beogend	=	beogen
beogende	=	beogen
beolie	=	beoliën
beolied	=	beoliën
beoliede	=	beoliën
beolieden	=	beoliën
beoliet	=	beoliën
beolië	=	beoliën
beoliën	verb	olie aanbrengen op iets
beoliënd	=	beoliën
beoliënde	=	beoliën
beoog	=	beogen
beoogd	adj	van iets dat men van plan is het te maken
beoogde	=	beogen
beoogden	=	beogen
beoogds	=	beoogd
beoogt	=	beogen
beoordeel	=	beoordelen
beoordeeld	=	beoordelen
beoordeelde	=	beoordelen
beoordeelden	=	beoordelen
beoordeelen	=	beoordelen
beoordeelt	=	beoordelen
beoordelaar	noun	een persoon die toeziet op de afhandeling van bijvoorbeeld een conflict, en de situatie/personen zijn of haar oordeel geeft
beoordelaars	=	beoordelaar
beoordelaartje	=	beoordelaar
beoordelaartjes	=	beoordelaar
beoordelaren	=	beoordelaar
beoordele	=	beoordelen
beoordelen	verb	tot een oordeel komen over iets
beoordelend	=	beoordelen
beoordelende	=	beoordelen
beoordeling	noun	een uitspraak over de hoedanigheid van iets of iemand
beoordelingen	=	beoordeling
beoordelingscijfer	noun	de beoordeling van iets of iemand uitgedrukt in een getal
beoordelingscijfers	=	beoordelingscijfer
beoordelingscommissie	noun	groep mensen die ergens een oordeel over uitspreekt
beoordelingscommissies	=	beoordelingscommissie
beoordelingscriteria	=	beoordelingscriterium
beoordelingscriterium	noun	eigenschap waarop men iets of iemand beoordeelt
beoordelingscriteriums	=	beoordelingscriterium
beoordelingsformulier	noun	voorbedrukte vragenlijst waarmee men een gestructureerde behoordeling van iets of iemand kan geven
beoordelingsformulieren	=	beoordelingsformulier
beoordelingsfout	noun	een verkeerde inschatting van iets of iemand
beoordelingsfouten	=	beoordelingsfout
beoordelingsfoutje	=	beoordelingsfout
beoordelingsfoutjes	=	beoordelingsfout
beoordelingsgesprek	noun	een gesprek tussen een werknemer en leidinggevende waarin het functioneren van de werknemer door de leidinggevende wordt beoordeeld
beoordelingsgesprekken	=	beoordelingsgesprek
beoordelingsprocedure	noun	werkwijze om te bepalen of iets of iemand aan de eisen voldoet
beoordelingsprocedures	=	beoordelingsprocedure
beoordelingsproces	noun	een groep handelingen die leiden tot een uitspraak over de kwaliteit van iets of iemand
beoordelingsprocessen	=	beoordelingsproces
beoordelingssysteem	noun	een systematiek om de kwaliteit van bepaalde producten of processen te beoordelen
beoordelingssysteempje	=	beoordelingssysteem
beoordelingssysteempjes	=	beoordelingssysteem
beoordelingssystemen	=	beoordelingssysteem
beoordelingsvermogen	noun	het in staat zijn te bepalen wat de waarde van iets of iemand is
beoordelingsvermogens	=	beoordelingsvermogen
beoordelinkje	=	beoordeling
beoordelinkjes	=	beoordeling
beoorloge	=	beoorlogen
beoorlogen	verb	een oorlog voeren tegen
beoorlogend	=	beoorlogen
beoorlogende	=	beoorlogen
beoorloog	=	beoorlogen
beoorloogd	=	beoorlogen
beoorloogde	=	beoorlogen
beoorloogden	=	beoorlogen
beoorloogt	=	beoorlogen
beoosten	prep	aan de oostelijke zijde van
beotisch	adj	op Beotië betrekking hebbend
beotische	noun	een vrouwelijke inwoner van Beotië, of iemand afkomstig hiervan
beotischen	=	beotische
beotiër	noun	een inwoner van Beotië, of iemand afkomstig uit Beotië
beotiërs	=	beotiër
bep	=	beppen
bepaal	=	bepalen
bepaalbaar	adj	zo duidelijk omschreven dat men na onderzoek precies kan weten wat bedoeld is
bepaalbaarder	=	bepaalbaar
bepaalbaardere	=	bepaalbaar
bepaalbaarders	=	bepaalbaar
bepaalbaars	=	bepaalbaar
bepaalbaarst	=	bepaalbaar
bepaalbaarste	=	bepaalbaar
bepaalbare	=	bepaalbaar
bepaald	adj	nauwkeurig vastgesteld, nauwkeurig omschreven, afgesproken	adv	beslist, stellig
bepaalde	=	bepalen
bepaaldelijk	adv	nadrukkelijk, stellig
bepaalden	=	bepalen
bepaalder	=	bepaald
bepaaldere	=	bepaald
bepaalders	=	bepaald
bepaaldheid	noun	het duidelijk te onderscheiden zijn van andere zaken
bepaalds	=	bepaald
bepaaldst	=	bepaald
bepaaldste	=	bepaald
bepaalt	=	bepalen
bepak	=	bepakken
bepakke	=	bepakken
bepakken	verb	een mens of lastdieren met goederen beladen
bepakkend	=	bepakken
bepakkende	=	bepakken
bepakking	noun	wat een soldaat aan voedingsmiddelen, kleding enz. zelf medevoert
bepakkingen	=	bepakking
bepakkinkje	=	bepakking
bepakkinkjes	=	bepakking
bepakt	=	bepakken
bepakte	=	bepakken
bepakten	=	bepakken
bepale	=	bepalen
bepalen	verb	met palen afzetten
bepalend	adj	beslissend
bepalende	=	bepalen
bepalender	=	bepalend
bepalendere	=	bepalend
bepalenders	=	bepalend
bepalends	=	bepalend
bepalendst	=	bepalend
bepalendste	=	bepalend
bepaling	noun	een voorwaarde, conditie
bepalingen	=	bepaling
bepalinkje	=	bepaling
bepalinkjes	=	bepaling
bepantser	=	bepantseren
bepantserd	=	bepantseren
bepantserde	=	bepantseren
bepantserden	=	bepantseren
bepantsere	=	bepantseren
bepantseren	verb	voorzien van een beschermend pantser
bepantserend	=	bepantseren
bepantserende	=	bepantseren
bepantsering	noun	het pantser van een voertuig
bepantseringen	=	bepantsering
bepantsert	=	bepantseren
beparel	=	beparelen
bepareld	adj	met parels
beparelde	=	beparelen
beparelden	=	beparelen
beparelds	=	bepareld
beparele	=	beparelen
beparelen	verb	iets met parels versieren
beparelend	=	beparelen
beparelt	=	beparelen
bepeins	=	bepeinzen
bepeinsd	=	bepeinzen
bepeinsde	=	bepeinzen
bepeinsden	=	bepeinzen
bepeinst	=	bepeinzen
bepeinze	=	bepeinzen
bepeinzen	verb	op een rustige, beschouwende wijze ergens over denken
bepeinzend	=	bepeinzen
bepeinzende	=	bepeinzen
bepek	=	bepekken
bepekke	=	bepekken
bepekken	verb	pek aanbrengen op iets
bepekkend	=	bepekken
bepekkende	=	bepekken
bepekt	=	bepekken
bepekte	=	bepekken
bepekten	=	bepekken
bepeper	=	bepeperen
bepeperd	=	bepeperen
bepeperde	=	bepeperen
bepeperden	=	bepeperen
bepepere	=	bepeperen
bepeperen	verb	met peper bestrooien
bepeperend	=	bepeperen
bepeperende	=	bepeperen
bepepert	=	bepeperen
beperk	=	beperken
beperke	=	beperken
beperken	verb	een verminderde reikwijdte geven, limiteren, niet overal geldend
beperkend	adj	grenzen stellend; veroorzakend dat allerlei zaken niet meer kunnen; vrijheid berovend
beperkende	=	beperken
beperkender	=	beperkend
beperkendere	=	beperkend
beperkenders	=	beperkend
beperkends	=	beperkend
beperkendst	=	beperkend
beperkendste	=	beperkend
beperking	noun	iets dat ervoor zorgt dat er mogelijkheden begrensd worden
beperkingen	=	beperking
beperkinkje	=	beperking
beperkinkjes	=	beperking
beperkt	adj	verminderd, met specifieke grenzen
beperkte	=	beperkt
beperkten	=	beperken
beperkter	=	beperkt
beperktere	=	beperkt
beperkters	=	beperkt
beperktheden	=	beperktheid
beperktheid	noun	het maar bescheiden (geestelijke, lichamelijke, financiële) middelen bezitten
beperkts	=	beperkt
beperktst	=	beperkt
beperktste	=	beperkt
bepijl	=	bepijlen
bepijld	=	bepijlen
bepijlde	=	bepijlen
bepijlden	=	bepijlen
bepijle	=	bepijlen
bepijlen	verb	met pijlen beschieten
bepijlend	=	bepijlen
bepijlende	=	bepijlen
bepijlt	=	bepijlen
bepis	=	bepissen
bepisse	=	bepissen
bepissen	verb	op iemand of iets urineren
bepissend	=	bepissen
bepissende	=	bepissen
bepist	=	bepissen
bepiste	=	bepissen
bepisten	=	bepissen
beplaat	=	beplaten
beplaatte	=	beplaten
beplaatten	=	beplaten
beplak	=	beplakken
beplakke	=	beplakken
beplakken	verb	plakken op
beplakkend	=	beplakken
beplakkende	=	beplakken
beplakt	=	beplakken
beplakte	=	beplakken
beplakten	=	beplakken
beplanking	noun	de verzameling houten planken waarvan iets gemaakt is; het houten beschot
beplankingen	=	beplanking
beplankinkje	=	beplanking
beplankinkjes	=	beplanking
beplant	=	beplanten
beplante	=	beplanten
beplanten	verb	bezetten met de geschikte planten
beplantend	=	beplanten
beplantende	=	beplanten
beplanting	noun	de planten die door de mens ergens zijn geplant of neergezet
beplantingen	=	beplanting
beplantte	=	beplanten
beplantten	=	beplanten
beplas	=	beplassen
beplasse	=	beplassen
beplassen	verb	door plassen nat maken
beplassend	=	beplassen
beplassende	=	beplassen
beplast	=	beplassen
beplaste	=	beplassen
beplasten	=	beplassen
beplate	=	beplaten
beplaten	verb	met een metalen plaat bedekken
beplatend	=	beplaten
beplatende	=	beplaten
beplating	noun	afdekking met behulp van plaatmateriaal
beplatingen	=	beplating
bepleister	=	bepleisteren
bepleisterd	=	bepleisteren
bepleisterde	=	bepleisteren
bepleisterden	=	bepleisteren
bepleistere	=	bepleisteren
bepleisteren	verb	een pleisterlaag op iets aanbrengen
bepleisterend	=	bepleisteren
bepleisterende	=	bepleisteren
bepleistering	noun	laag kalk of pleister die als afwerking op een muur of wand is gesmeerd
bepleisteringen	=	bepleistering
bepleistert	=	bepleisteren
bepleit	adj	van iets of iemand dat er vurige voorstanders van zijn
bepleite	=	bepleiten
bepleiten	verb	argumenten aandragen om een te nemen beslissing in bepaalde zin te beïnvloeden
bepleitend	=	bepleiten
bepleitende	=	bepleiten
bepleiter	noun	ijveraar
bepleitere	=	bepleit
bepleiters	=	bepleit
bepleits	=	bepleit
bepleitst	=	bepleit
bepleitste	=	bepleit
bepleitte	=	bepleiten
bepleitten	=	bepleiten
beploeg	=	beploegen
beploegd	=	beploegen
beploegde	=	beploegen
beploegden	=	beploegen
beploege	=	beploegen
beploegen	verb	geschikt maken voor de verbouw van gewassen door de bovenste bodemlaag te keren
beploegend	=	beploegen
beploegende	=	beploegen
beploegt	=	beploegen
bepoeder	=	bepoederen
bepoederd	adj	voorzien van een laagje poeder
bepoederde	=	bepoederen
bepoederden	=	bepoederen
bepoederds	=	bepoederd
bepoedere	=	bepoederen
bepoederen	verb	met poeder bestrooien
bepoederend	=	bepoederen
bepoederende	=	bepoederen
bepoedert	=	bepoederen
bepoldering	noun	het bepolderen
bepolderingen	=	bepoldering
beport	=	beporten
beporte	=	beporten
beporten	verb	van port voorzien
beportend	=	beporten
beportende	=	beporten
beportte	=	beporten
beportten	=	beporten
bepotel	=	bepotelen
bepoteld	=	bepotelen
bepotelde	=	bepotelen
bepotelden	=	bepotelen
bepotele	=	bepotelen
bepotelen	verb|informal	betasten, met de vingers (of klauwen) aanraken, beroeren
bepotelend	=	bepotelen
bepotelende	=	bepotelen
bepotelt	=	bepotelen
beppe	=	beppen
beppen	verb	praten over onbelangrijke zaken
beppend	=	beppen
beppende	=	beppen
bepraat	=	bepraten
bepraatte	=	bepraten
bepraatten	=	bepraten
beprate	=	bepraten
bepraten	verb	door praten iemand tot een verandering in zijn standpunt overhalen
bepratend	=	bepraten
bepratende	=	bepraten
bepreek	=	bepreken
bepreekt	=	bepreken
bepreekte	=	bepreken
bepreekten	=	bepreken
bepreke	=	bepreken
bepreken	verb	iemand op een vermanende wijze toespreken
beprekend	=	bepreken
beprekende	=	bepreken
beprijs	=	beprijzen
beprijsd	=	beprijzen
beprijsde	=	beprijzen
beprijsden	=	beprijzen
beprijst	=	beprijzen
beprijze	=	beprijzen
beprijzen	verb	iets wat vroeger gratis was een prijs toekennen
beprijzend	=	beprijzen
beprijzende	=	beprijzen
beprijzing	noun	het bepalen van een prijs voor iets (dat daarvoor gratis was)
beprijzingen	=	beprijzing
beproef	=	beproeven
beproefbaar	adj	van iets dat je het kunt testen
beproefbaarder	=	beproefbaar
beproefbaardere	=	beproefbaar
beproefbaarders	=	beproefbaar
beproefbaars	=	beproefbaar
beproefbaarst	=	beproefbaar
beproefbaarste	=	beproefbaar
beproefbare	=	beproefbaar
beproefd	adj	betrouwbaar bevonden na testen
beproefde	=	beproefd
beproefden	=	beproeven
beproefder	=	beproefd
beproefdere	=	beproefd
beproefders	=	beproefd
beproefds	=	beproefd
beproefdst	=	beproefd
beproefdste	=	beproefd
beproeft	=	beproeven
beproeve	=	beproeven
beproeven	verb	onderzoeken of het de juiste is
beproevend	=	beproeven
beproevende	=	beproeven
beproeving	noun	op de proef gesteld worden
beproevingen	=	beproeving
beproevinkje	=	beproeving
beproevinkjes	=	beproeving
bepruik	=	bepruiken
bepruike	=	bepruiken
bepruiken	verb	iets (met name een hoofd) bedekken met een kunstmatig haarstuk
bepruikend	=	bepruiken
bepruikende	=	bepruiken
bepruikt	adj	een kunstmatig haarstuk dragend
bepruikte	=	bepruiken
bepruikten	=	bepruiken
bepruikts	=	bepruikt
bept	=	beppen
bepte	=	beppen
bepten	=	beppen
beraad	noun	zorgvuldige gezamenlijke of innerlijke afweging van feiten en meningen
beraadde	=	beraden
beraadden	=	beraden
beraadje	=	beraad
beraadjes	=	beraad
beraadslaag	=	beraadslagen
beraadslaagd	=	beraadslagen
beraadslaagde	=	beraadslagen
beraadslaagden	=	beraadslagen
beraadslaagt	=	beraadslagen
beraadslage	=	beraadslagen
beraadslagen	verb	overleg plegen over de gezamenlijk te voeren actie
beraadslagend	=	beraadslagen
beraadslagende	=	beraadslagen
beraadslaging	noun	gedachtewisseling in een vergadering
beraadslagingen	=	beraadslaging
beraadslaginkje	=	beraadslaging
beraadslaginkjes	=	beraadslaging
beraadt	=	beraden
beraam	=	beramen
beraamd	=	beramen
beraamde	=	beramen
beraamden	=	beramen
beraamt	=	beramen
beraap	=	berapen
beraapt	=	berapen
beraapte	=	berapen
beraapten	=	berapen
berade	=	beraden
beraden	verb	zich ~ overleg plegen en goed over een zaak nadenken alvorens een besluit te nemen	adj	bedachtzaam, bezonnen
beradend	=	beraden
beradende	=	beraden
beradener	=	beraden
beradeners	=	beraden
beradenheid	noun	de mate waarin men zonder aarzelen handelt
beradens	=	beraden
beradenst	=	beraden
beradenste	=	beraden
beraitot	=	baraita
berame	=	beramen
beramen	verb	iets bedenken wat men wil uitvoeren (vaak negatief)
beramend	=	beramen
beramende	=	beramen
beramer	noun	iemand die iets beraamt
beramers	=	beramer
beraming	noun	iets vaststellen na voorafgaand onderzoek
beramingen	=	beraming
berape	=	berapen
berapen	verb	metselwerk met kalkspecie bedekken
berapend	=	berapen
berapende	=	berapen
berber	noun	wit wollen tapijt
berberaap	noun	Macaca sylvanus, een apensoort uit de makakenfamilie die leeft in Noord-Afrika en op de rots van Gibraltar
berberaapje	=	berberaap
berberaapjes	=	berberaap
berberapen	=	berberaap
berberbeekjuffer	noun	Calopteryx exul een juffer (Zygoptera) uit de familie van de beekjuffers (Calopterygidae).
berberbeekjuffers	=	berberbeekjuffer
berberbeekjuffertje	=	berberbeekjuffer
berberbeekjuffertjes	=	berberbeekjuffer
berberbreedscheenjuffer	noun	Platycnemis subdilatata een juffer (Zygoptera) uit de familie van de breedscheenjuffers (Platycnemididae)
berberbreedscheenjuffers	=	berberbreedscheenjuffer
berberbreedscheenjuffertje	=	berberbreedscheenjuffer
berberbreedscheenjuffertjes	=	berberbreedscheenjuffer
berberine	noun	alkaloïde verkregen uit de wortel van Berberis aristata dat men gebruikt in de kruidengeneeskunde
berberines	=	berberine
berberis	noun	een geslacht Berberis van ongeveer 450 tot 500 soorten bladverliezende en groenblijvende struiken van 1-5 m hoog met doornige scheuten.
berberisfamilie	noun	een familie Berberidaceae van tweezaadlobbige planten.
berberisje	=	berberis
berberissen	=	berberis
berberisspanner	noun	bepaalde soort vlinder, Pareulype berberata, uit de familie Geometridae, die in Nederland voorkomt
berberisspanners	=	berberisspanner
berberleeuw	noun	bepaald soort zoogdier, Panthera leo leo een Afrikaanse ondersoort van de leeuw, die in het wild uitgestorven is
berberleeuwen	=	berberleeuw
berberleeuwtje	=	berberleeuw
berberleeuwtjes	=	berberleeuw
berbers	=	berber
berbertapijt	noun	wollen vloerbedekking die lijkt op een berber
berbertapijten	=	berbertapijt
berbertje	=	berber
berbertjes	=	berber
berceau	noun	pad met aan beide zijden bomen of struiken die aan de bovenzijde met elkaar zijn verbonden, zodat een soort tunnel ontstaat
berceaus	=	berceau
berceuse	noun	wijsje dat helpt slaperig te worden
berceuseje	=	berceuse
berceuses	=	berceuse
berceusetje	=	berceuse
berceusetjes	=	berceuse
berd	noun|obsolete	bord, plank, tafel
berde	=	berd
berden	=	berd
berdje	=	berd
bere	=	beren
berecht	=	berechten
berechte	=	berechten
berechten	verb	onderwerpen aan een rechtsproces
berechtend	=	berechten
berechtende	=	berechten
berechtiging	noun	de keer dat iemand door een rechter beoordeeld wordt
berechtigingen	=	berechtiging
berechting	noun	het ondergaan van een rechtszaak
berechtingen	=	berechting
berechtte	=	berechten
berechtten	=	berechten
beredder	=	beredderen
beredderd	=	beredderen
beredderde	=	beredderen
beredderden	=	beredderen
bereddere	=	beredderen
beredderen	verb	in staat zijn zelfstandig dagelijkse dingen te doen
beredderend	=	beredderen
beredderende	=	beredderen
beredderig	adj	steeds beredderend
beredderige	=	beredderig
beredderiger	=	beredderig
beredderigere	=	beredderig
beredderigers	=	beredderig
beredderigs	=	beredderig
beredderigst	=	beredderig
beredderigste	=	beredderig
bereddert	=	beredderen
bereddingskosten	noun	kosten die men maakt om te zorgen dat er geen schade aan je huis ontstaat
berede	=	berijden
bereden	adj	te paard
beredeneer	=	beredeneren
beredeneerbaar	adj	Door beredeneren te verklaren
beredeneerbaarder	=	beredeneerbaar
beredeneerbaardere	=	beredeneerbaar
beredeneerbaarders	=	beredeneerbaar
beredeneerbaars	=	beredeneerbaar
beredeneerbaarst	=	beredeneerbaar
beredeneerbaarste	=	beredeneerbaar
beredeneerbare	=	beredeneerbaar
beredeneerd	adj	door logisch denken bereikt
beredeneerde	=	beredeneerd
beredeneerden	=	beredeneren
beredeneerder	=	beredeneerd
beredeneerdere	=	beredeneerd
beredeneerders	=	beredeneerd
beredeneerds	=	beredeneerd
beredeneerdst	=	beredeneerd
beredeneerdste	=	beredeneerd
beredeneert	=	beredeneren
beredenere	=	beredeneren
beredeneren	verb	een logische reden voor iets bedenken
beredenerend	=	beredeneren
beredenerende	=	beredeneren
beredenering	noun	gedachtegang die lijdt tot een gevolgtrekking
beredeneringen	=	beredenering
beredens	=	bereden
beredruk	adj	heel erg bezig
beredrukke	=	beredruk
beredruks	=	beredruk
bereed	=	berijden
bereedt	=	berijden
beregel	=	beregelen
beregeld	=	beregelen
beregelde	=	beregelen
beregelden	=	beregelen
beregele	=	beregelen
beregelen	verb	maken van afspraken, vangen in regels
beregelend	=	beregelen
beregelende	=	beregelen
beregelt	=	beregelen
beregen	=	beregenen
beregend	=	beregenen
beregende	=	beregenen
beregenden	=	beregenen
beregene	=	beregenen
beregenen	verb	iets door (kunstmatige) regenen nat maken
beregenend	=	beregenen
beregenende	=	beregenen
beregening	noun	het beregenen: het toevoeren van water in plaats van of in aanvulling op de natuurlijke regenval met water van een andere bron om gewassen te laten groeien
beregeningen	=	beregening
beregeningsinstallatie	noun	een stelsel van toestellen waarmee men een terrein besproeit met water
beregeningsinstallaties	=	beregeningsinstallatie
beregeningsverbod	noun	het verbieden van het gebruik van oppervlaktewater om gewassen te besproeien
beregeningsverboden	=	beregeningsverbod
beregent	=	beregenen
beregezellig	adj	heel erg gezellig
beregezellige	=	beregezellig
beregezelligs	=	beregezellig
beregoed	adj	heel erg goed
beregoede	=	beregoed
beregoeds	=	beregoed
bereid	adj	akkoord gaand, instemmend: bereid tot actie
bereidbaar	adj	betreft iets dat klaargemaakt kan worden
bereidbaarder	=	bereidbaar
bereidbaardere	=	bereidbaar
bereidbaarders	=	bereidbaar
bereidbaars	=	bereidbaar
bereidbaarst	=	bereidbaar
bereidbaarste	=	bereidbaar
bereidbare	=	bereidbaar
bereidde	=	bereiden
bereidden	=	bereiden
bereide	=	bereid
bereiden	verb	het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd
bereidend	=	bereiden
bereidende	=	bereiden
bereider	noun	iemand die iets bereidt
bereiders	=	bereider
bereidheid	noun	de wil om iets te doen
bereiding	noun	iets maken uit grondstoffen bijvoorbeeld het maken van een maaltijd uit voedingsmiddelen
bereidingen	=	bereiding
bereidingstijd	noun	de tijd die nodig is om een gerecht te maken
bereidingstijden	=	bereidingstijd
bereidingswijze	noun	de wijze waarop men van grondstoffen een eindproduct maakt
bereidingswijzen	=	bereidingswijze
bereidinkje	=	bereiding
bereidinkjes	=	bereiding
bereids	=	bereid
bereidt	=	bereiden
bereidvaardig	adj	bereid iets te willen doen, te helpen
bereidvaardige	=	bereidvaardig
bereidvaardiger	=	bereidvaardig
bereidvaardigere	=	bereidvaardig
bereidvaardigers	=	bereidvaardig
bereidvaardigs	=	bereidvaardig
bereidvaardigst	=	bereidvaardig
bereidvaardigste	=	bereidvaardig
bereidverklaring	noun	officiële verklaring waarin iemand aangeeft bereid te zijn een bepaalde taak, functie of verplichting op zich te nemen.
bereidverklaringen	=	bereidverklaring
bereidverklarinkje	=	bereidverklaring
bereidverklarinkjes	=	bereidverklaring
bereidwillig	adj	tot hulp en dienst bereid zijn of daarvan blijk geven
bereidwillige	=	bereidwillig
bereidwilliger	=	bereidwillig
bereidwilligere	=	bereidwillig
bereidwilligers	=	bereidwillig
bereidwilligheden	=	bereidwilligheid
bereidwilligheid	noun	de mate van bereidwillig zijn
bereidwilligs	=	bereidwillig
bereidwilligst	=	bereidwillig
bereidwilligste	=	bereidwillig
bereik	noun	de afstand die afgelegd kan worden, de invloed die uitgeoefend kan worden
bereikbaar	adj	de eigenschap hebbend dat men ernaartoe kan gaan of communicatie ermee kan hebben
bereikbaarder	=	bereikbaar
bereikbaardere	=	bereikbaar
bereikbaarders	=	bereikbaar
bereikbaarheden	=	bereikbaarheid
bereikbaarheid	noun	het haalbaar zijn van iets
bereikbaarheidsheffing	noun	verzamelterm voor financiële heffingen die de overheid oplegt aan weggebruikers, met als primair doel het wegennetwerk toegankelijk te houden, congestie (files) te verminderen en te sturen in het reisgedrag
bereikbaarheidsheffingen	=	bereikbaarheidsheffing
bereikbaarheidsheffinkje	=	bereikbaarheidsheffing
bereikbaarheidsheffinkjes	=	bereikbaarheidsheffing
bereikbaarheidsmanager	noun	persoon die belast is met de organisatie van de bereikbaarheid van een bedrijf of organisatie
bereikbaarheidsmanagers	=	bereikbaarheidsmanager
bereikbaarheidsprobleem	noun	moeilijkheid die mensen ervaren om iets te bezoeken of om er contact mee op te nemen; niet goed bereikbaar zijn
bereikbaarheidsprobleempje	=	bereikbaarheidsprobleem
bereikbaarheidsprobleempjes	=	bereikbaarheidsprobleem
bereikbaarheidsproblemen	=	bereikbaarheidsprobleem
bereikbaarheidstoeslag	noun	geld dat een werknemer ontvangt als hij beschikbaar moet zijn voor het doen van werk zonder dat hij daadwerkelijk opgeroepen wordt
bereikbaarheidstoeslagen	=	bereikbaarheidstoeslag
bereikbaars	=	bereikbaar
bereikbaarst	=	bereikbaar
bereikbaarste	=	bereikbaar
bereikbare	=	bereikbaar
bereike	=	bereiken
bereiken	verb	fysiek het doel halen
bereikend	=	bereiken
bereikende	=	bereiken
bereiking	noun	het halen van een doelstelling
bereikingen	=	bereiking
bereikinkje	=	bereiking
bereikinkjes	=	bereiking
bereikje	=	bereik
bereikt	=	bereiken
bereikte	=	bereiken
bereikten	=	bereiken
bereis	=	bereizen
bereisbaar	adj	van iets dat je ernaartoe kunt reizen
bereisbaarder	=	bereisbaar
bereisbaardere	=	bereisbaar
bereisbaarders	=	bereisbaar
bereisbaars	=	bereisbaar
bereisbaarst	=	bereisbaar
bereisbaarste	=	bereisbaar
bereisbare	=	bereisbaar
bereisd	adj	van een persoon dat deze veel reizen gemaakt heeft
bereisde	=	bereizen
bereisden	=	bereizen
bereisder	=	bereisd
bereisdere	=	bereisd
bereisders	=	bereisd
bereisds	=	bereisd
bereisdst	=	bereisd
bereisdste	=	bereisd
bereist	=	bereizen
bereize	=	bereizen
bereizen	verb	iets bezoeken; ergens naar toe gaan
bereizend	=	bereizen
bereizende	=	bereizen
bereken	=	berekenen
berekenaar	noun	een applicatie of persoon die iets uitrekent
berekenaars	=	berekenaar
berekenbaar	adj	dat iets (in principe) op te lossen is door rekenen
berekenbaarder	=	berekenbaar
berekenbaardere	=	berekenbaar
berekenbaarders	=	berekenbaar
berekenbaarheden	=	berekenbaarheid
berekenbaarheid	noun	het berekend kunnen worden
berekenbaars	=	berekenbaar
berekenbaarst	=	berekenbaar
berekenbaarste	=	berekenbaar
berekenbare	=	berekenbaar
berekend	adj	iets dat gemaakt werd na berekeningen
berekende	=	berekenen
berekenden	=	berekenen
berekender	=	berekend
berekendere	=	berekend
berekenders	=	berekend
berekends	=	berekend
berekendst	=	berekend
berekendste	=	berekend
berekene	=	berekenen
berekenen	verb	door rekenen iets bepalen
berekenend	adj	zorgvuldig en goed nadenkend
berekenende	=	berekenen
berekenender	=	berekenend
berekenendere	=	berekenend
berekenenders	=	berekenend
berekenends	=	berekenend
berekenendst	=	berekenend
berekenendste	=	berekenend
berekening	noun	een numerieke uitwerking ergens van
berekeningen	=	berekening
berekeningetje	=	berekening
berekeningetjes	=	berekening
berekeningsmethode	noun	de manier waarop met iets uitrekent
berekeningsmethoden	=	berekeningsmethode
berekeningsmethodes	=	berekeningsmethode
berekeningswijze	noun	de manier waarop met tot een getalsmatig resultaat komt
berekeningswijzen	=	berekeningswijze
berekeninkje	=	berekening
berekent	=	berekenen
bereklauw	=	berenklauw
berekoud	adj	heel erg koud
berekoude	=	berekoud
berekouds	=	berekoud
berelekker	adj	heel erg lekker
berelekkere	=	berelekker
berelekkers	=	berelekker
bereleuk	adj	heel erg grappig of prettig
bereleuke	=	bereleuk
bereleuks	=	bereleuk
berelief	adj	heel erg lief
bereliefs	=	berelief
berelieve	=	berelief
beremooi	adj	heel erg mooi
beremooie	=	beremooi
beremoois	=	beremooi
beren	verb	geslachtsgemeenschap hebben	noun	een familie Ursidae van roofdieren (Carnivora).
berenboek	noun	kinderboek met verhaaltjes en tekeningen van en over beren
berenboeken	=	berenboek
berenboekje	=	berenboek
berenboekjes	=	berenboek
berenboer	noun	boer die een beer (mannetjesvarken) naar een zeug (vrouwtjesvarken) brengt om die te bevruchten
berenboeren	=	berenboer
berenboertje	=	berenboer
berenboertjes	=	berenboer
berenburg	noun	Friese kruidenjenever
berenburgen	=	berenburg
berenburgje	=	berenburg
berenburgjes	=	berenburg
berend	=	beren
berende	=	beren
berenden	=	berennen
berendruif	noun	Arctostaphylos uva-ursi altijd groen heestertje uit de heidefamilie (Ericaceae)
berendruiven	=	berendruif
berenhap	noun	een in plakken gesneden gehaktbal aan een houten stokje met daartussen een aantal uienringen
berenhapje	=	berenhap
berenhapjes	=	berenhap
berenhappen	=	berenhap
berenhol	noun	overdekte plek waar een beer woont
berenholen	=	berenhol
berenhonger	noun	een heel grote, enorme honger
berenjacht	noun	achter in het wild levende beren aangaan om ze te vangen of te doden
berenjachten	=	berenjacht
berenjong	noun	welp van een dier uit de familie Ursidae
berenjongen	=	berenjong
berenklauw	noun	uiteinde van de poot van een beer, (Ursidae), met lange nagels
berenklauwbloesemgalmug	noun	Contarinia nicolayi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
berenklauwbloesemgalmuggen	=	berenklauwbloesemgalmug
berenklauwbloesemgalmugje	=	berenklauwbloesemgalmug
berenklauwbloesemgalmugjes	=	berenklauwbloesemgalmug
berenklauwen	=	berenklauw
berenklauwroest	noun	Puccinia heraclei een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
berenklauwroesten	=	berenklauwroest
berenklauwroestje	=	berenklauwroest
berenklauwroestjes	=	berenklauwroest
berenklauwtje	=	berenklauw
berenklauwtjes	=	berenklauw
berenklauwuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza chailletii een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
berenklauwuitbreekkommetjes	=	berenklauwuitbreekkommetje
berenkooi	noun	een met tralies afgesloten ruimte waarin men beren gevangen houdt
berenkooien	=	berenkooi
berenkuil	noun	verlaagde ruimte die dient om beren gevangen te houden
berenkuilen	=	berenkuil
berenkuiltje	=	berenkuil
berenkuiltjes	=	berenkuil
berenleider	noun	iemand die met een of meer beren rondgaat om ze kunsten te laten doen
berenleiders	=	berenleider
berenleidertje	=	berenleider
berenlul	noun	het mannelijk (reproductief) orgaan van een beer
berenlullen	=	berenlul
berenmarkt	noun	effectenmarkt in een periode waarin aandelenkoersen langdurig in een dalend patroon zitten en er wijdverbreid pessimisme heerst
berenmarkten	=	berenmarkt
berenmarktje	=	berenmarkt
berenmarktjes	=	berenmarkt
berenmuts	noun	een ceremonieel, militair hoofddeksel gemaakt van berenvel
berenmutsen	=	berenmuts
berenmutsje	=	berenmuts
berenmutsjes	=	berenmuts
berenne	=	berennen
berennen	verb	hardlopend afleggen
berennend	=	berennen
berennende	=	berennen
berenoor	noun	een geslacht Arctotis van eenjarige planten uit de composietenfamilie (Asteraceae).
berenoortje	=	berenoor
berenoortjes	=	berenoor
berenoren	=	berenoor
berenpak	noun	verkleedkostuum dat het uiterlijk van een beer nabootst
berenpakje	=	berenpak
berenpakjes	=	berenpak
berenpakken	=	berenpak
berenpaleis	noun	groot opgezet verblijf in een dierentuin voor roofdieren uit de familie Ursidae
berenpaleizen	=	berenpaleis
berenpels	noun	de dichtbehaarde huid van een beer
berenpelsen	=	berenpels
berenpelzen	=	berenpels
berenpoep	noun	uitwerpselen afkomstig van een groot viervoetig roofdier uit de familie Ursidae
berenpoot	noun	een van de vier ledematen van een beer
berenpootje	=	berenpoot
berenpootjes	=	berenpoot
berenpoten	=	berenpoot
berenspray	noun	spray die wordt gebruikt om een zeug berig te maken
berensprays	=	berenspray
berent	=	berennen
berentemmer	noun	iemand die beren temt
berentemmers	=	berentemmer
berentemmertje	=	berentemmer
berentemmertjes	=	berentemmer
berenterritoria	=	berenterritorium
berenterritorium	noun	gebied waar beren leven
berenterritoriumpje	=	berenterritorium
berenterritoriumpjes	=	berenterritorium
berenterritoriums	=	berenterritorium
berentrots	noun	fierheid van een beer
berenvacht	noun	de vacht van een beer
berenvachten	=	berenvacht
berenvachtje	=	berenvacht
berenvachtpoliep	noun	Calyptospadix cerulea een hydroïdpoliep uit de familie Bougainvilliidae.
berenvachtpoliepen	=	berenvachtpoliep
berenvachtpoliepje	=	berenvachtpoliep
berenvachtpoliepjes	=	berenvachtpoliep
berenvel	noun	de huid van een beer
berenvellen	=	berenvel
berenvelletje	=	berenvel
berenvelletjes	=	berenvel
berenverblijf	noun	een speciaal ingerichte leefruimte in een dierentuin of opvangcentrum waar beren worden gehouden
berenverblijfje	=	berenverblijf
berenverblijfjes	=	berenverblijf
berenverblijven	=	berenverblijf
berenwelp	noun	het jong van een beer
berenwelpen	=	berenwelp
berenwelpje	=	berenwelp
berenwelpjes	=	berenwelp
bereslecht	adj	enorm slecht
bereslechte	=	bereslecht
bereslechts	=	bereslecht
beresterk	adj	veel kracht bezittend
beresterke	=	beresterk
beresterks	=	beresterk
beretrots	adj	uitermate voldaan over een bereikt resultaat of een bepaalde eigenschap
beretrotse	=	beretrots
berg	noun	een substantiële opzichzelfstaande verhoging van de aardkorst
bergachtig	adj	met bergen
bergachtige	=	bergachtig
bergachtiger	=	bergachtig
bergachtigere	=	bergachtig
bergachtigers	=	bergachtig
bergachtigs	=	bergachtig
bergachtigst	=	bergachtig
bergachtigste	=	bergachtig
bergaf	adv	bergafwaarts
bergafwaarts	adj	naar beneden langs de berghelling	adv	in de richting van de top naar de voet
bergafwaartse	=	bergafwaarts
bergamot	noun	Citrus bergamia een kleine, peervormige, zure, zeer aromatische citrusvrucht
bergamotje	=	bergamot
bergamotjes	=	bergamot
bergamotolie	noun	etherische olie uit de schil van de onrijpe vrucht van de bergamotboom Citrus bergamia wordt gewonnen
bergamotolies	=	bergamotolie
bergamotoliën	=	bergamotolie
bergamotplant	noun	Monarda didyma een plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
bergamotplanten	=	bergamotplant
bergamotplantje	=	bergamotplant
bergamotplantjes	=	bergamotplant
bergamotten	=	bergamot
bergandoorn	noun	Stachys recta een aromatisch geurende, vaste plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae)
berganoa	noun	Bubalus quarlesi evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
berganoa's	=	berganoa
berganoaatje	=	berganoa
berganoaatjes	=	berganoa
bergapalis	noun	Apalis porphyrolaema een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
bergapalisje	=	bergapalis
bergapalisjes	=	bergapalis
bergapalissen	=	bergapalis
bergapenkopvleermuis	noun	Pteralopex pulchra een vleermuis uit het geslacht der apenkopvleermuizen (Pteralopex) die voorkomt op Guadalcanal in de Salomonseilanden.
bergapenkopvleermuisje	=	bergapenkopvleermuis
bergapenkopvleermuisjes	=	bergapenkopvleermuis
bergapenkopvleermuizen	=	bergapenkopvleermuis
bergaster	noun	Aster amellus een overblijvende plant, die behoort tot de composietenfamilie.
bergasters	=	bergaster
bergastertje	=	bergaster
bergastertjes	=	bergaster
bergastrild	noun	een vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) dat in de bergen voorkomt
bergastrilden	noun	een geslacht Cryptospiza van zangvogels uit de familie prachtvinken (Estrildidae)
bergastrildje	=	bergastrild
bergastrildjes	=	bergastrild
bergbaardvogel	noun	Psilopogon monticola een endemische soort baardvogel die alleen voorkomt op Borneo
bergbaardvogels	=	bergbaardvogel
bergbaardvogeltje	=	bergbaardvogel
bergbaardvogeltjes	=	bergbaardvogel
bergbasterdwederik	noun	Epilobium montanum een plant uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
bergbasterdwederiken	=	bergbasterdwederik
bergbasterdwederikje	=	bergbasterdwederik
bergbasterdwederikjes	=	bergbasterdwederik
bergbeek	noun	kleine snel stromende waterstroom in de bergen
bergbeekeend	noun	Merganetta armata een eend uit de familie van de Anatidae.
bergbeekeenden	=	bergbeekeend
bergbeekeendje	=	bergbeekeend
bergbeekeendjes	=	bergbeekeend
bergbeekje	=	bergbeek
bergbeekjes	=	bergbeek
bergbeektachuri	noun	Serpophaga cinerea een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bergbeektachuri's	=	bergbeektachuri
bergbeektachurietje	=	bergbeektachuri
bergbeektachurietjes	=	bergbeektachuri
bergbeekvliegenvanger	noun	Monachella muelleriana een endemische vogelsoort uit Nieuw-Guinea uit het monotypische geslacht Monachella van de familie Australische vliegenvangers (Petroicidae)
bergbeekvliegenvangers	=	bergbeekvliegenvanger
bergbeekvliegenvangertje	=	bergbeekvliegenvanger
bergbeekvliegenvangertjes	=	bergbeekvliegenvanger
bergbeekwevertje	noun	Bathyphantes simillimus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
bergbeekwevertjes	=	bergbeekwevertje
bergbeemdgras	noun	Poa chaixii een overblijvende plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
bergbeemdgrasje	=	bergbeemdgras
bergbeemdgrasjes	=	bergbeemdgras
bergbeemdgrassen	=	bergbeemdgras
bergbehangersbij	noun	Megachile alpicola een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
bergbehangersbijen	=	bergbehangersbij
bergbehangersbijtje	=	bergbehangersbij
bergbehangersbijtjes	=	bergbehangersbij
bergbeken	=	bergbeek
bergbeklimmen	noun	het beklimmen van bergen als sport of liefhebberij
bergbeklimmer	noun	iemand die zich toelegt op het alpinisme
bergbeklimmers	=	bergbeklimmer
bergbeklimmertje	=	bergbeklimmer
bergbeklimmertjes	=	bergbeklimmer
bergbeklimming	noun	de keer dat men een berg beklimt
bergbeklimmingen	=	bergbeklimming
bergbeklimster	noun	vrouw die een berg beklimt
bergbeklimsters	=	bergbeklimster
bergbeverrat	noun	Baiyankamys habbema knaagdier uit het geslacht Baiyankamys dat voorkomt op Nieuw-Guinea.
bergbeverratje	=	bergbeverrat
bergbeverratjes	=	bergbeverrat
bergbeverratten	=	bergbeverrat
bergbewoner	noun	mens of dier dat in de bergen leeft
bergbewoners	=	bergbewoner
bergbewonertje	=	bergbewoner
bergbijeneter	noun	Merops oreobates een vogel uit de familie Meropidae (bijeneters).
bergbijeneters	=	bergbijeneter
bergbijenetertje	=	bergbijeneter
bergbijenetertjes	=	bergbijeneter
bergbijvlieg	noun	Eristalis rupium een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bergbijvliegen	=	bergbijvlieg
bergbijvliegje	=	bergbijvlieg
bergbijvliegjes	=	bergbijvlieg
bergbladspeurder	noun	Anabacerthia striaticollis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bergbladspeurders	=	bergbladspeurder
bergbladspeurdertje	=	bergbladspeurder
bergbladspeurdertjes	=	bergbladspeurder
bergblauw	noun	helder blauwe verfstof
bergblauwen	=	bergblauw
bergbloem	noun	een (soort) plant die gewoonlijk groeit in bergachtig gebied
bergbloemen	=	bergbloem
bergbloempje	=	bergbloem
bergbloempjes	=	bergbloem
bergboerenkers	noun	Thlaspi montanum een overblijvende plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
bergboerenkersen	=	bergboerenkers
bergboerenkersje	=	bergboerenkers
bergboerenkersjes	=	bergboerenkers
bergboogsterrenmos	noun	Plagiomnium medium een mos in de familie Mniaceae.
bergboogsterrenmosje	=	bergboogsterrenmos
bergboogsterrenmosjes	=	bergboogsterrenmos
bergboogsterrenmossen	=	bergboogsterrenmos
bergbosgroefbij	noun	Lasioglossum subfulvicorne een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
bergbosgroefbijen	=	bergbosgroefbij
bergbosgroefbijtje	=	bergbosgroefbij
bergbosgroefbijtjes	=	bergbosgroefbij
bergboszanger	noun	Phylloscopus trivirgatus een vogelsoort uit de familie van de Phylloscopidae.
bergboszangers	=	bergboszanger
bergboszangertje	=	bergboszanger
bergboszangertjes	=	bergboszanger
bergbrilvogel	noun	Zosterops japonicus montanus een ondersoort van de Japanse brilvogel (Z. japonicus).
bergbrilvogels	noun	een een overbodig geworden geslacht Oculocincta binnen de familie brilvogels bestaande uit 1 soort
bergbrilvogeltje	=	bergbrilvogel
bergbrilvogeltjes	=	bergbrilvogel
bergbuidelkikker	noun	Gastrotheca monticola een kikker uit de familie Hemiphractidae.
bergbuidelkikkers	=	bergbuidelkikker
bergbuidelkikkertje	=	bergbuidelkikker
bergbuidelkikkertjes	=	bergbuidelkikker
bergbuizerd	noun	Buteo oreophilus een roofvogel uit de familie der havikachtigen (Accipitridae).
bergbuizerdje	=	bergbuizerd
bergbuizerdjes	=	bergbuizerd
bergbuizerds	=	bergbuizerd
bergbuulbuul	noun	Arizelocichla montanus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
bergbuulbuuls	=	bergbuulbuul
bergbuulbuultje	=	bergbuulbuul
bergbuulbuultjes	=	bergbuulbuul
bergcentaurie	noun	Centaurea montana een vaste plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
bergcentauries	=	bergcentaurie
bergchipmunk	noun	Tamias alpinus eekhoorn uit het geslacht van de wangzakeekhoorns.
bergchipmunkje	=	bergchipmunk
bergchipmunkjes	=	bergchipmunk
bergchipmunks	=	bergchipmunk
bergdal	noun	een laagte tussen bergen
bergdalen	=	bergdal
bergden	noun	Pinus mugo een naaldboom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
bergdennen	=	bergden
bergdennetje	=	bergden
bergdennetjes	=	bergden
bergdorp	noun	een dorp of kleine plaats in de bergen
bergdorpen	=	bergdorp
bergdorpje	=	bergdorp
bergdorpjes	=	bergdorp
bergdravik	noun	Bromopsis erecta een gras uit het geslacht vaste dravik.
bergdraviken	=	bergdravik
bergdravikje	=	bergdravik
bergdravikjes	=	bergdravik
bergdrongo	noun	Chaetorhynchus papuensis een soort zangvogel uit het geslacht Chaetorhynchus in de familie Rhipiduridae.
bergdrongo's	=	bergdrongo
bergdrongootje	=	bergdrongo
bergdrongootjes	=	bergdrongo
bergdrongovliegenvanger	noun	Melaenornis fischeri een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
bergdrongovliegenvangers	=	bergdrongovliegenvanger
bergdrongovliegenvangertje	=	bergdrongovliegenvanger
bergdrongovliegenvangertjes	=	bergdrongovliegenvanger
bergduivel	noun	Moloch horridus een bodembewonende hagedis uit de familie agamen (Agamidae)
bergduivels	=	bergduivel
bergduiveltje	=	bergduivel
bergduiveltjes	=	bergduivel
bergdwergbuidelmuis	noun	Burramys parvus buideldier van het geslacht Burramys uit de familie der dwergbuidelmuizen (Burramyidae).
bergdwergbuidelmuisje	=	bergdwergbuidelmuis
bergdwergbuidelmuisjes	=	bergdwergbuidelmuis
bergdwergbuidelmuizen	=	bergdwergbuidelmuis
bergdwerglijster	noun	Catharus frantzii een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
bergdwerglijsters	=	bergdwerglijster
bergdwerglijstertje	=	bergdwerglijster
bergdwerglijstertjes	=	bergdwerglijster
bergdwergnachtzwaluw	noun	Aegotheles albertisi een vogel uit de familie dwergnachtzwaluwen (Aegothelidae).
bergdwergnachtzwaluwen	=	bergdwergnachtzwaluw
bergdwergnachtzwaluwtje	=	bergdwergnachtzwaluw
bergdwergnachtzwaluwtjes	=	bergdwergnachtzwaluw
bergdwerguil	noun	Glaucidium gnoma een vogel uit de familie van de uilen.
bergdwerguilen	=	bergdwerguil
bergdwerguiltje	=	bergdwerguil
bergdwerguiltjes	=	bergdwerguil
berge	=	berg
bergeend	noun	Tadorna tadorna, een forse bijna gansachtige eend
bergeenden	=	bergeend
bergeendje	=	bergeend
bergeendjes	=	bergeend
bergelenia	noun	Elaenia frantzii een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bergelenia's	=	bergelenia
bergeleniaatje	=	bergelenia
bergeleniaatjes	=	bergelenia
bergemot	=	bergamot
bergen	verb	het ergens plaatsen van iets om het te bewaren
bergenaar	noun	een inwoner van Bergen, of iemand afkomstig uit Bergen
bergenaars	=	bergenaar
bergenaren	=	bergenaar
bergend	=	bergen
bergende	=	bergen
bergengte	noun	nauwe doorgang tussen twee bergen
bergengten	=	bergengte
bergengtes	=	bergengte
bergens	adj	op Bergen betrekking hebbend
bergense	noun	een vrouwelijke inwoner van Bergen, of een vrouw afkomstig uit Bergen
bergensen	=	bergense
bergenser	=	bergens
bergensere	=	bergens
bergensers	=	bergens
bergenst	=	bergens
bergenste	=	bergens
berger	noun	iemand die gezonken schepen bergt
bergerac	noun	zoete witte Franse wijn
bergeracs	=	bergerac
bergerebia	noun	Erebia epiphron een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
bergerebia's	=	bergerebia
bergerebiaatje	=	bergerebia
bergerebiaatjes	=	bergerebia
bergers	=	berger
bergertje	=	berger
bergertjes	=	berger
bergerwt	noun	Astragalus cicer een vaste plant, die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
bergerwten	=	bergerwt
bergerwtje	=	bergerwt
bergerwtjes	=	bergerwt
bergetappe	noun	eendaagse wielerwedstrijd door de bergen die deel uitmaakt van een meerdaagse wedstrijd
bergetappen	=	bergetappe
bergetappes	=	bergetappe
bergetappetje	=	bergetappe
bergetappetjes	=	bergetappe
bergfiets	noun	fiets speciaal ontworpen om op onverharde wegen te rijden die vaak in de bergen aanwezig zijn en uitgerust met minimaal 24 versnellingen
bergfietsen	=	bergfiets
bergfietsje	=	bergfiets
bergfietsjes	=	bergfiets
bergfiskaal	noun	Laniarius poensis een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
bergfiskaaltje	=	bergfiskaal
bergfiskaaltjes	=	bergfiskaal
bergfiskalen	=	bergfiskaal
bergflank	noun	de wand van een berg
bergflanken	=	bergflank
bergfluiter	noun	Phylloscopus bonelli een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
bergfluiters	=	bergfluiter
bergfluitertje	=	bergfluiter
bergfluitertjes	=	bergfluiter
bergfopwesp	noun	Chrysotoxum fasciolatum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bergfopwespen	=	bergfopwesp
bergfopwespje	=	bergfopwesp
bergfopwespjes	=	bergfopwesp
bergformatie	noun	een groep bergen
bergformaties	=	bergformatie
berggalago	noun	Galagoides orinus een soort van het geslacht dwerggalago's (Galagoides).
berggalago's	=	berggalago
berggalagootje	=	berggalago
berggalagootjes	=	berggalago
berggamander	noun	Teucrium montanum een vaste plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
berggamanders	=	berggamander
berggazelle	noun	Gazella gazella evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
berggazellen	=	berggazelle
berggazelles	=	berggazelle
berggazelletje	=	berggazelle
berggazelletjes	=	berggazelle
berggebied	noun	landstreek met veel bergen
berggebieden	=	berggebied
berggebiedje	=	berggebied
berggebiedjes	=	berggebied
berggeelsnavelijsvogel	noun	Syma megarhyncha een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
berggeelsnavelijsvogels	=	berggeelsnavelijsvogel
berggeelsnavelijsvogeltje	=	berggeelsnavelijsvogel
berggeelsnavelijsvogeltjes	=	berggeelsnavelijsvogel
berggeit	noun	een soort geit die leeft op rotsachtige ondergrond in de bergen
berggeiten	=	berggeit
berggeitje	=	berggeit
berggeitjes	=	berggeit
berggeld	noun	loon voor het bergen van schepen en goederen
berggelden	=	berggeld
berggentiaan	noun	benaming voor gele gentiaan, Gentiana lutea
berggentiaanblauwtje	noun	Maculinea rebeli een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
berggentiaanblauwtjes	=	berggentiaanblauwtje
berggezicht	noun	schilderij met een afbeelding van een berglandschap
berggezichten	=	berggezicht
berggids	noun	iemand die mensen in het hooggebergte gidst
berggidsen	=	berggids
berggidsje	=	berggids
berggidsjes	=	berggids
bergglimmer	noun	Amara montivaga een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bergglimmers	=	bergglimmer
bergglimmertje	=	bergglimmer
bergglimmertjes	=	bergglimmer
berggoean	noun	Penelopina nigra een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
berggoeannetje	=	berggoean
berggoeannetjes	=	berggoean
berggoeans	=	berggoean
berggoffer	noun	Thomomys talpoides knaagdier uit de familie van de goffers (Geomyidae).
berggoffers	noun	geslacht van de goffers, Thomomys, dat voorkomt van Zuidwest-Canada tot Mexico.
berggoffertje	=	berggoffer
berggoffertjes	=	berggoffer
berggorilla	noun	Gorilla beringei beringei een ondersoort van de oostelijke gorilla die leeft in het Virungagebergte, dat zich uitspreidt over Congo, Oeganda en Rwanda.
berggorilla's	=	berggorilla
berggorillaatje	=	berggorilla
berggorillaatjes	=	berggorilla
berggroen	noun	in de natuur voorkomend, en ook wel kunstmatig bereid pigment; kopercarbonaat
berggroenen	=	berggroen
berggroentje	=	berggroen
berggroentjes	=	berggroen
berggronfolo	noun	Qualea rosea een boomsoort die 45 meter hoog kan worden en die o.a. in Suriname voorkomt
berggronfolo's	=	berggronfolo
berggronfolootje	=	berggronfolo
berggronfolootjes	=	berggronfolo
berggrootoorvleermuis	noun	Plecotus macrobullaris een vleermuis uit de familie Vespertilionidae
berggrootoorvleermuisje	=	berggrootoorvleermuis
berggrootoorvleermuisjes	=	berggrootoorvleermuis
berggrootoorvleermuizen	=	berggrootoorvleermuis
berghaarmos	noun	Polytrichum alpinum een mos uit de Polytrichaceae.
berghaarmosje	=	berghaarmos
berghaarmosjes	=	berghaarmos
berghaarmossen	=	berghaarmos
berghaarmuts	noun	Orthotrichum alpestre een bladmos uit de familie Orthotrichaceae.
berghaarmutsen	=	berghaarmuts
berghaarmutsje	=	berghaarmuts
berghaarmutsjes	=	berghaarmuts
bergheggenmus	noun	Prunella montanella een vogel uit de familie van de heggenmussen (Prunellidae).
bergheggenmusje	=	bergheggenmus
bergheggenmusjes	=	bergheggenmus
bergheggenmussen	=	bergheggenmus
berghelling	noun	de oplopende zijde van een berg
berghellingen	=	berghelling
berghellinkje	=	berghelling
berghellinkjes	=	berghelling
berghertshooi	noun	Hypericum montanum een overblijvende plant uit de hertshooifamilie (Hypericaceae)
berghoefblaadje	=	berghoefblad
berghoefblaadjes	=	berghoefblad
berghoefblad	noun	Homogyne alpina een meerjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
berghoefblaren	=	berghoefblad
berghoelman	noun	Semnopithecus schistaceus primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
berghoelmannetje	=	berghoelman
berghoelmannetjes	=	berghoelman
berghoelmans	=	berghoelman
berghok	noun	eenvoudige afgescheiden ruimte in of bij een gebouw bestemd voor opslag van benodigdheden
berghokje	=	berghok
berghokjes	=	berghok
berghokken	=	berghok
berghoningeter	noun	Microptilotis een endemische vogel uit de nevelwouden van Nieuw-Guinea
berghoningeters	=	berghoningeter
berghoningetertje	=	berghoningeter
berghoningetertjes	=	berghoningeter
berghoningkruiper	noun	een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren)
berghoningkruipers	noun	een geslacht Diglossa van zangvogels uit de familie Thraupidae
berghoningkruipertje	=	berghoningkruiper
berghoningkruipertjes	=	berghoningkruiper
berghoningzuiger	noun	Cinnyris ludovicensis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers) die voorkomt in Angola
berghoningzuigers	=	berghoningzuiger
berghoningzuigertje	=	berghoningzuiger
berghoningzuigertjes	=	berghoningzuiger
berghoogte	noun	een hoger gelegen, min of meer vlak deel van een berg
berghoogten	=	berghoogte
berghoogtes	=	berghoogte
berghout	noun	uitstekende rand rond een schip
berghouten	=	berghout
berghuislook	noun	Sempervivum montanum een plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae.
berghuislookje	=	berghuislook
berghuislookjes	=	berghuislook
berghuislooks	=	berghuislook
berghut	noun	hut die als onderdak voor bergbeklimmers bedoeld is
berghutje	=	berghut
berghutjes	=	berghut
berghutten	=	berghut
bergijs	noun	een berg van ijs, ijs uit de bergen
berging	noun	het bergen van iets
bergingen	=	berging
bergingsbedrijf	noun	organisatie die gestrande vervoersmiddelen verwijderd van de plaats waar ze gestrand zijn
bergingsbedrijfje	=	bergingsbedrijf
bergingsbedrijfjes	=	bergingsbedrijf
bergingsbedrijven	=	bergingsbedrijf
bergingskosten	noun	kosten die gemaakt worden om een verongelukt voer- of vaartuig naar een plaats te brengen waar verdere verwerking mogelijk is
bergingsmaatschappij	noun	bedrijf dat gestrande voertuigen verplaatst naar plek waar reparatie of sloop mogelijk is
bergingsmaatschappijen	=	bergingsmaatschappij
bergingsoperatie	noun	reeks activiteiten om een verongelukt voertuig of schip naar een plaats te brengen waar er veiliger aan gewerkt kan worden
bergingsoperaties	=	bergingsoperatie
bergingsploeg	noun	groep mensen die bergingswerkzaamheden verrichten
bergingsploegen	=	bergingsploeg
bergingspoging	noun	een gerichte inspanning of actie om mensen, voertuigen, lading of andere objecten die zijn verongelukt, gezonken of vastgeraakt, veilig te stellen en uit een gevaarlijke situatie te bevrijden.
bergingspogingen	=	bergingspoging
bergingspoginkje	=	bergingspoging
bergingspoginkjes	=	bergingspoging
bergingsschepen	=	bergingsschip
bergingsschip	noun	vaartuig waarmee men een gestrande boot kan verslepen
bergingsvaartuig	noun	schip waarmee men bergingswerkzaamheden kan verrichten
bergingsvaartuigen	=	bergingsvaartuig
bergingsvoertuig	noun	een wagen die ingericht is om gestrande wagens mee te nemen naar een garage
bergingsvoertuigen	=	bergingsvoertuig
bergingsvoertuigje	=	bergingsvoertuig
bergingsvoertuigjes	=	bergingsvoertuig
bergingswerk	noun	het uitvoeren van bergingswerkzaamheden; het opruimen van verongelukte voertuigen
bergingswerken	=	bergingswerk
bergingswerkzaamheden	noun	het opruimen van verongelukte voertuigen
bergingswerkzaamheid	noun	een werkzaamheid die nodig is bij een berging
berginkje	=	berging
berginkjes	=	berging
bergje	=	berg
bergjes	=	berg
bergjuweelbabbelaar	noun	Ptilorrhoa leucosticta een zangvogel uit de familie Cinclosomatidae.
bergjuweelbabbelaars	=	bergjuweelbabbelaar
bergjuweelbabbelaartje	=	bergjuweelbabbelaar
bergjuweelbabbelaartjes	=	bergjuweelbabbelaar
bergkalanderleeuwerik	noun	Melanocorypha bimaculata een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae)
bergkalanderleeuweriken	=	bergkalanderleeuwerik
bergkalanderleeuwerikje	=	bergkalanderleeuwerik
bergkalanderleeuwerikjes	=	bergkalanderleeuwerik
bergkalk	noun	gewoonlijk grijze of blauwe stof waaruit de onderste lagen van het steenkolenterrein bestaan
bergkalkje	=	bergkalk
bergkalkjes	=	bergkalk
bergkam	noun	aaneengesloten reeks van hoogste punten van een berg die zich herkenbaar boven de omgeving aftekent en waarbij de tussenliggende hoogteverschillen relatief klein zijn
bergkameleon	noun	Trioceros montium een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
bergkameleonnetje	=	bergkameleon
bergkameleonnetjes	=	bergkameleon
bergkameleons	=	bergkameleon
bergkammen	=	bergkam
bergkammetje	=	bergkam
bergkammetjes	=	bergkam
bergkanarie	noun	Crithagra burtoni een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
bergkanaries	=	bergkanarie
bergkanarietje	=	bergkanarie
bergkanarietjes	=	bergkanarie
bergkap	noun	de beweegbare kap van een hooiberg
bergkappen	=	bergkap
bergkast	noun	meubel dat dient voor het opbergen van zaken
bergkasten	=	bergkast
bergkastje	=	bergkast
bergkastjes	=	bergkast
bergkat	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus jacobita, een kleine katachtige uit het geslacht Leopardus Vroeger werd hij in een afzonderlijk geslacht Oreailurus ingedeeld.
bergkatje	=	bergkat
bergkatjes	=	bergkat
bergkatoenstaartkonijn	noun	Sylvilagus nuttallii haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
bergkatoenstaartkonijnen	=	bergkatoenstaartkonijn
bergkatoenstaartkonijntje	=	bergkatoenstaartkonijn
bergkatoenstaartkonijntjes	=	bergkatoenstaartkonijn
bergkatten	=	bergkat
bergketen	noun	een langgerekt gebergte
bergketens	=	bergketen
bergketentje	=	bergketen
bergketentjes	=	bergketen
bergklassement	noun	rangorde van de beste klimmers in een etappewedstrijd
bergklassementen	=	bergklassement
bergklaver	noun	Trifolium montanum een overblijvende plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
bergklavers	=	bergklaver
bergklavertje	=	bergklaver
bergklavertjes	=	bergklaver
bergklimaat	noun	klimaat zoals dat in de bergen zoals de Alpen voorkomt
bergklimaatje	=	bergklimaat
bergklimaatjes	=	bergklimaat
bergklimaten	=	bergklimaat
bergklokje	noun	Campanula rhomboidalis een vaste plant uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
bergklokjes	=	bergklokje
bergkloof	noun	een small en diep dal met stijle wandenin een berglandschap
bergkloven	=	bergkloof
bergknautia	noun	Knautia dipsacifolia een vaste plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
bergknautia's	=	bergknautia
bergknautiaatje	=	bergknautia
bergknautiaatjes	=	bergknautia
bergkoeskoes	noun	Phalanger carmelitae een koeskoes uit het geslacht Phalanger
bergkoeskoesje	=	bergkoeskoes
bergkoeskoesjes	=	bergkoeskoes
bergkoeskoezen	=	bergkoeskoes
bergkogelspin	noun	Rugathodes bellicosus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
bergkogelspinnen	=	bergkogelspin
bergkogelspinnetje	=	bergkogelspin
bergkogelspinnetjes	=	bergkogelspin
bergkoning	noun	koning van een berglandschap
bergkoningen	=	bergkoning
bergkoninkje	=	bergkoning
bergkoninkjes	=	bergkoning
bergkoolmees	noun	Parus monticola een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
bergkoolmeesje	=	bergkoolmees
bergkoolmeesjes	=	bergkoolmees
bergkoolmezen	=	bergkoolmees
bergkostuum	noun	geheel van kleding dat rond 1900 geschikt werd geacht voor het beklimmen van bergen
bergkostuums	=	bergkostuum
bergkristal	noun	kleurloze en meest voorkomende variant van het mineraal kwarts
bergkristallen	=	bergkristal
bergkristalletje	=	bergkristal
bergkuifvliegenvanger	noun	Elminia albonotata een zangvogel uit de familie Stenostiridae.
bergkuifvliegenvangers	=	bergkuifvliegenvanger
bergkuifvliegenvangertje	=	bergkuifvliegenvanger
bergkuifvliegenvangertjes	=	bergkuifvliegenvanger
bergkwartel	noun	Oreortyx pictus een vogel uit de familie Odontophoridae.
bergkwartelduif	noun	Geotrygon montana een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
bergkwartelduifje	=	bergkwartelduif
bergkwartelduifjes	=	bergkwartelduif
bergkwartelduiven	=	bergkwartelduif
bergkwartels	noun	een geslacht Synoicus van vogels uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
bergkwarteltje	=	bergkwartel
bergkwarteltjes	=	bergkwartel
bergkwastjesbloem	noun	Soldanella montana een overblijvende plant uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae) die te vinden is in de Alpen, de Pyreneeën en de Karpaten.
bergkwastjesbloemen	=	bergkwastjesbloem
bergkwastjesbloemetje	=	bergkwastjesbloem
bergkwastjesbloemetjes	=	bergkwastjesbloem
bergkwastjesbloempje	=	bergkwastjesbloem
bergkwastjesbloempjes	=	bergkwastjesbloem
bergkwikstaart	noun	Motacilla clara een zangvogel uit de familie Piepers en kwikstaarten.
bergkwikstaarten	=	bergkwikstaart
bergkwikstaartje	=	bergkwikstaart
bergkwikstaartjes	=	bergkwikstaart
berglama	noun	een evenhoevig zoogdier uit Zuid-Amerika uit de familie van de kameelachtigen (Camelidae).
berglama's	=	berglama
berglamaatje	=	berglama
berglamaatjes	=	berglama
bergland	noun	een land of deel van een land met grote hoogte verschillen
berglanden	=	bergland
berglandje	=	bergland
berglandjes	=	bergland
berglandschap	noun	een landschap met verschillende bergen
berglandschapje	=	berglandschap
berglandschapjes	=	berglandschap
berglandschappen	=	berglandschap
berglangsprietplatbek	noun	Pipizella zeneggenensis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
berglangsprietplatbekje	=	berglangsprietplatbek
berglangsprietplatbekjes	=	berglangsprietplatbek
berglangsprietplatbekken	=	berglangsprietplatbek
berglangtars	noun	Trichotichnus nitens een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
berglangtarsen	=	berglangtars
berglangtarsje	=	berglangtars
berglangtarsjes	=	berglangtars
bergleeuw	noun	Puma concolor katachtig roofdier dat voorkomt in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika
bergleeuwen	=	bergleeuw
bergleeuwtje	=	bergleeuw
bergleeuwtjes	=	bergleeuw
berglemming	noun	Lemmus lemmus knaagdier uit de familie Cricetidae.
berglemmingen	=	berglemming
berglemmings	=	berglemming
berglemminkje	=	berglemming
berglemminkjes	=	berglemming
berglijstertimalia	noun	Illadopsis pyrrhoptera een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
berglijstertimalia's	=	berglijstertimalia
berglijstertimaliaatje	=	berglijstertimalia
berglijstertimaliaatjes	=	berglijstertimalia
bergloken	=	berglook
berglonen	=	bergloon
bergloofbuulbuul	noun	Phyllastrephus albigula een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
bergloofbuulbuuls	=	bergloofbuulbuul
bergloofbuulbuultje	=	bergloofbuulbuul
bergloofbuulbuultjes	=	bergloofbuulbuul
berglook	noun	Allium carinatum een overblijvende plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
berglookje	=	berglook
berglookjes	=	berglook
berglooks	=	berglook
bergloon	noun	loon voor het bergen van schepen en goederen
bergloper	noun	iemand die ronddwaalt door de ondergrondse kalksteengroeven
berglopers	=	bergloper
berglori	noun	Oreopsittacus arfaki een soort lori uit het geslacht Oreopsittacus.
berglori's	=	berglori
berglorietje	=	berglori
berglorietjes	=	berglori
berglucht	noun	frisse atmosfeer die kenmerkend is voor hooggelegen gebieden
bergluchten	=	berglucht
bergluchtje	=	berglucht
bergluchtjes	=	berglucht
bergluzernevlinder	noun	Colias phicomone een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes.
bergluzernevlinders	=	bergluzernevlinder
bergluzernevlindertje	=	bergluzernevlinder
bergluzernevlindertjes	=	bergluzernevlinder
bergman	noun	iemand die werkt in de bergen
bergmannen	=	bergman
bergmarmerwitje	noun	Euchloe simplonia een vlindersoort uit de familie van de Pieridae (witjes), onderfamilie Pierinae.
bergmarmerwitjes	=	bergmarmerwitje
bergmassief	noun	groep met elkaar verbonden bergen
bergmassiefje	=	bergmassief
bergmassieven	=	bergmassief
bergmeel	noun	een organogeen sediment dat geheel of voor het grootste deel bestaat uit de skeletjes van eencellige kiezelwieren of diatomeeën
bergmeer	noun	een meer in de bergen
bergmeerkat	noun	een apensoort Cercopithecus lhoesti uit het geslacht van de echte meerkatten (Cercopithecus).
bergmeerkatje	=	bergmeerkat
bergmeerkatjes	=	bergmeerkat
bergmeerkatten	=	bergmeerkat
bergmeertje	=	bergmeer
bergmeertjes	=	bergmeer
bergmeervallen	noun	een familie Nematogenyidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
bergmenievogel	noun	Pericrocotus miniatus een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
bergmenievogels	=	bergmenievogel
bergmenievogeltje	=	bergmenievogel
bergmenievogeltjes	=	bergmenievogel
bergmeren	=	bergmeer
bergmeubel	noun	kast waarin je veel dingen kunt wegbergen
bergmeubelen	=	bergmeubel
bergmeubellen	=	bergmeubel
bergmeubels	=	bergmeubel
bergmeubeltje	=	bergmeubel
bergmeubeltjes	=	bergmeubel
bergmierpitta	noun	Grallaria quitensis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
bergmierpitta's	=	bergmierpitta
bergmierpittaatje	=	bergmierpitta
bergmierpittaatjes	=	bergmierpitta
bergmiersluiper	noun	Formicivora serrana een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bergmiersluipers	=	bergmiersluiper
bergmiersluipertje	=	bergmiersluiper
bergmiersluipertjes	=	bergmiersluiper
bergmozaïekstaartrat	noun	Uromys anak knaagdier uit het geslacht Uromys dat voorkomt in de bergen van Nieuw-Guinea, van 850 tot 2950 m hoogte (inclusief het Huon-schiereiland en het zuidoosten, maar exclusief de Vogelkop).
bergmozaïekstaartratje	=	bergmozaïekstaartrat
bergmozaïekstaartratjes	=	bergmozaïekstaartrat
bergmozaïekstaartratten	=	bergmozaïekstaartrat
bergmuisspecht	noun	Lepidocolaptes lacrymiger een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bergmuisspechten	=	bergmuisspecht
bergmuisspechtje	=	bergmuisspecht
bergmuisspechtjes	=	bergmuisspecht
bergnachtorchis	noun	Platanthera chlorantha een orchideesoort die voorkomt in Eurazië.
bergnachtorchisje	=	bergnachtorchis
bergnachtorchisjes	=	bergnachtorchis
bergnachtorchissen	=	bergnachtorchis
bergniltava	noun	Cyornis whitei een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
bergniltava's	=	bergniltava
bergniltavaatje	=	bergniltava
bergniltavaatjes	=	bergniltava
bergnimf	noun	Oreonympha nobilis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bergnimfen	noun	een geslacht Oreotrochilus van vogels uit de familie kolibries (Trochilidae) en de geslachtengroep Lesbiini (komeetkolibries)
bergnimfje	=	bergnimf
bergnimfjes	=	bergnimf
bergnyala	noun	Tragelaphus buxtoni evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
bergnyala's	=	bergnyala
bergnyalaatje	=	bergnyala
bergnyalaatjes	=	bergnyala
bergoermot	noun	Micropterix osthelderi een vlinder uit de familie van de oermotten (Micropterigidae).
bergoermotje	=	bergoermot
bergoermotjes	=	bergoermot
bergoermotten	=	bergoermot
bergomgeving	noun	een landschap met bergen en rotsen
bergomgevingen	=	bergomgeving
bergomgevinkje	=	bergomgeving
bergomgevinkjes	=	bergomgeving
bergoorrat	noun	Otomys denti knaagdier uit het geslacht Otomys dat voorkomt in de bergen van Oost-Afrika: het Ruwenzori-gebergte in Zuidwest-Oeganda en Oost-Congo-Kinshasa, de bergen van Rwanda, Burundi en nabijgelegen delen van Congo-Kinshasa (Kivu), het Nyika-plateau in Noordoost-Zambia en Noord-Malawi, en de Usambara- en Uluguru-bergen van Tanzania.
bergoorratje	=	bergoorrat
bergoorratjes	=	bergoorrat
bergoorratten	=	bergoorrat
bergop	adv	omhoog langs de helling van een grote verhoging in het landschap
bergopwaarts	adj	naar boven langs de berghelling	adv	in de richting van de voet naar de top
bergopwaartse	=	bergopwaarts
bergpaadje	=	bergpad
bergpaadjes	=	bergpad
bergpaca	noun	Cuniculus taczanowskii knaagdier uit Zuid-Amerika.
bergpaca's	=	bergpaca
bergpacaatje	=	bergpaca
bergpacaatjes	=	bergpaca
bergpad	noun	wandelpad in de bergen, dikwijls gemarkeerd met rood-wit-rood wegwijzers
bergpaden	=	bergpad
bergpadje	=	bergpad
bergpadjes	=	bergpad
bergpanterspin	noun	Alopecosa inquilina een spinnensoort uit de familie wolfspinnen (Lycosidae).
bergpanterspinnen	=	bergpanterspin
bergpanterspinnetje	=	bergpanterspin
bergpanterspinnetjes	=	bergpanterspin
bergpapaja	noun	Carica pubescens Vasconcellea cundinamarcensis een plant uit de familie Caricaceae
bergpapaja's	=	bergpapaja
bergpapajaatje	=	bergpapaja
bergpapajaatjes	=	bergpapaja
bergparelmoervlinder	noun	Boloria napaea een vlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
bergparelmoervlinders	=	bergparelmoervlinder
bergparelmoervlindertje	=	bergparelmoervlinder
bergparelmoervlindertjes	=	bergparelmoervlinder
bergpas	noun	een lager gelegen deel van een bergrug
bergpasje	=	bergpas
bergpasjes	=	bergpas
bergpassen	=	bergpas
bergpeltops	noun	Peltops montanus een vogel uit de familie orgelvogels (Cracticidae).
bergpeltopsen	=	bergpeltops
bergpeltopsje	=	bergpeltops
bergpeltopsjes	=	bergpeltops
bergpersimoen	noun	Diospyros montana een plant uit de familie Ebenaceae.
bergpersimoenen	=	bergpersimoen
bergpiek	noun	de piek van een berg
bergpieken	=	bergpiek
bergpiekje	=	bergpiek
bergpiekjes	=	bergpiek
bergpieper	noun	Anthus hoeschi een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
bergpiepers	=	bergpieper
bergpiepertje	=	bergpieper
bergpiepertjes	=	bergpieper
bergpitohui	noun	Pitohui dichrous een soort vogel uit het geslacht pitohui uit de familie van de wielewalen en vijgvogels
bergpitohui's	=	bergpitohui
bergpitohuitje	=	bergpitohui
bergpitohuitjes	=	bergpitohui
bergplaats	noun	opbergplaats, plaats om zaken op te kunnen slaan
bergplaatsen	=	bergplaats
bergplaatsje	=	bergplaats
bergplaatsjes	=	bergplaats
bergplatvoetje	noun	Platycheirus tarsalis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bergplatvoetjes	=	bergplatvoetje
bergpriemkever	noun	Bembidion monticola een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bergpriemkevers	=	bergpriemkever
bergpriemkevertje	=	bergpriemkever
bergpriemkevertjes	=	bergpriemkever
bergprinia	noun	Prinia crinigera een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
bergprinia's	=	bergprinia
bergpriniaatje	=	bergprinia
bergpriniaatjes	=	bergprinia
bergpurperspreeuw	noun	Aplonis santovestris een zeldzame spreeuwensoort.
bergpurperspreeuwen	=	bergpurperspreeuw
bergpurperspreeuwtje	=	bergpurperspreeuw
bergpurperspreeuwtjes	=	bergpurperspreeuw
bergrat	noun	Marmota marmota mormeldier, alpenmarmot
bergratje	=	bergrat
bergratjes	=	bergrat
bergratten	=	bergrat
bergrenspin	noun	Philodromus poecilus een spinnensoort uit de familie renspinnen (Philodromidae)
bergrenspinnen	=	bergrenspin
bergrenspinnetje	=	bergrenspin
bergrenspinnetjes	=	bergrenspin
bergresedawitje	noun	Pontia callidice een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes.
bergresedawitjes	=	bergresedawitje
bergrichel	noun	smalle uitstekende rand op een bergwand
bergrichels	=	bergrichel
bergricheltje	=	bergrichel
bergricheltjes	=	bergrichel
bergrietbok	noun	Redunca fulvorufula is een middelgrote antilopesoort uit het geslacht der rietbokken (Redunca).
bergrietbokje	=	bergrietbok
bergrietbokjes	=	bergrietbok
bergrietbokken	=	bergrietbok
bergrietvink	noun	Lonchura monticola een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
bergrietvinken	=	bergrietvink
bergrietvinkje	=	bergrietvink
bergrietvinkjes	=	bergrietvink
bergrit	noun	een etappe van een wielerwedstrijd die veel beklimmingen en afdalingen bevat
bergritje	=	bergrit
bergritjes	=	bergrit
bergritten	=	bergrit
bergrivier	noun	een snel stromende rivier in de bergen
bergrivieren	=	bergrivier
bergriviertje	=	bergrivier
bergriviertjes	=	bergrivier
bergroodmus	noun	Carpodacus puniceus een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
bergroodmusje	=	bergroodmus
bergroodmusjes	=	bergroodmus
bergroodmussen	=	bergroodmus
bergroos	noun	Rosa glauca een struik die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
bergroosje	=	bergroos
bergroosjes	=	bergroos
bergrotslijster	noun	Monticola cinclorhyncha een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
bergrotslijsters	=	bergrotslijster
bergrotslijstertje	=	bergrotslijster
bergrotslijstertjes	=	bergrotslijster
bergroute	noun	af te leggen traject door de bergen
bergroutes	=	bergroute
bergrozen	=	bergroos
bergrug	noun	een langgerekte bergachtige hoogte
bergruggen	=	bergrug
bergruggetje	=	bergrug
bergrugje	=	bergrug
bergrugjes	=	bergrug
bergruimte	noun	ruimte waarin men iets kan opbergen
bergruimten	=	bergruimte
bergruimtes	=	bergruimte
bergrupsvogel	noun	Edolisoma montanum een rupsvogel die endemisch is in de nevelwouden van Nieuw-Guinea
bergrupsvogels	=	bergrupsvogel
bergrupsvogeltje	=	bergrupsvogel
bergrupsvogeltjes	=	bergrupsvogel
bergs	adj	op Bergen betrekking hebbend
bergsalangaan	noun	Aerodramus hirundinaceus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
bergsalangaantje	=	bergsalangaan
bergsalangaantjes	=	bergsalangaan
bergsalanganen	=	bergsalangaan
bergsapspecht	noun	Sphyrapicus thyroideus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bergsapspechten	=	bergsapspecht
bergsapspechtje	=	bergsapspecht
bergsapspechtjes	=	bergsapspecht
bergschildzaad	noun	een plantensoort Alyssum montanum uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
bergschildzaadje	=	bergschildzaad
bergschildzaadjes	=	bergschildzaad
bergschildzaden	=	bergschildzaad
bergschoen	noun	stevige, hoge schoen die geschikt is om bergen mee te beklimmen
bergschoenen	=	bergschoen
bergschoentje	=	bergschoen
bergschoentjes	=	bergschoen
bergschuren	=	bergschuur
bergschuur	noun	een barg (overdekte hooibergplaats) met een ruimte daaronder die als schuur wordt gebruikt
bergschuurtje	=	bergschuur
bergschuurtjes	=	bergschuur
bergse	noun	vrouwelijke inwoner van Bergen
bergsen	=	bergse
bergser	=	bergs
bergsere	=	bergs
bergsers	=	bergs
bergseselie	noun	Seseli montanum een vaste plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
bergseselies	=	bergseselie
bergsialia	noun	Sialia currucoides een vogelsoort uit de familie van de lijsters.
bergsialia's	=	bergsialia
bergsialiaatje	=	bergsialia
bergsialiaatjes	=	bergsialia
bergslak	noun	Helix alonensis slak die, in vleesnat gestoofd, in Spanje als voedsel wordt gebruikt
bergslakje	=	bergslak
bergslakjes	=	bergslak
bergslakken	=	bergslak
bergsluiptimalia	noun	Napothera crassa een, kleine endemische vogelsoort uit de bergbossen van Borneo
bergsluiptimalia's	=	bergsluiptimalia
bergsluiptimaliaatje	=	bergsluiptimalia
bergsluiptimaliaatjes	=	bergsluiptimalia
bergsnijdervogel	noun	Phyllergates cuculatus een zangvogel uit de familie Cettiidae
bergsnijdervogels	=	bergsnijdervogel
bergsnijdervogeltje	=	bergsnijdervogel
bergsnijdervogeltjes	=	bergsnijdervogel
bergsnip	noun	Gallinago solitaria een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
bergsnipje	=	bergsnip
bergsnipjes	=	bergsnip
bergsnippen	=	bergsnip
bergsolitaire	noun	Myadestes townsendi een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
bergsolitaires	=	bergsolitaire
bergsolitairetje	=	bergsolitaire
bergsolitairetjes	=	bergsolitaire
bergspikkeldikkopje	noun	Pyrgus andromedae een vlinder uit de familie van de dikkopjes (Hesperiidae).
bergspikkeldikkopjes	=	bergspikkeldikkopje
bergspinnenjager	noun	Arachnothera juliae een endemische zangvogel uit de familie van de honingzuigers.
bergspinnenjagers	=	bergspinnenjager
bergspinnenjagertje	=	bergspinnenjager
bergspinnenjagertjes	=	bergspinnenjager
bergspitsmuis	noun	Sorex alpinus een Europese spitsmuis
bergspitsmuisje	=	bergspitsmuis
bergspitsmuisjes	=	bergspitsmuis
bergspitsmuizen	=	bergspitsmuis
bergsport	noun	beklimmen van hooggelegen steile hellingen uit liefhebberij
bergsporten	=	bergsport
bergsportvereniging	noun	een organisatie die zich inzet voor liefhebbers van bergsporten, zoals alpinisme, sportklimmen, boulderen en bergwandelen.
bergsportverenigingen	=	bergsportvereniging
bergsportverenigingetje	=	bergsportvereniging
bergsportverenigingetjes	=	bergsportvereniging
bergspotlijster	noun	Oreoscoptes montanus een vogelsoort uit de familie mimidae.
bergspotlijsters	=	bergspotlijster
bergspotlijstertje	=	bergspotlijster
bergspotlijstertjes	=	bergspotlijster
bergspringspin	noun	Talavera petrensis een spinnensoort uit de familie springspinnen (Salticidae).
bergspringspinnen	=	bergspringspin
bergspringspinnetje	=	bergspringspin
bergspringspinnetjes	=	bergspringspin
bergst	=	bergs
bergstaat	noun	een land dat in de bergen is gelegen
bergstaatje	=	bergstaat
bergstaatjes	=	bergstaat
bergstaten	=	bergstaat
bergstation	noun	plaats in de bergen waar voertuigen (met name treinen) kunnen stoppen voor het in- en uitstappen van reizigers en het in- en uitladen van goederen
bergstationnetje	=	bergstation
bergstations	=	bergstation
bergste	=	bergs
bergsteentijm	noun	Clinopodium menthifolium een lage vaste plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
bergsteentijmpje	=	bergsteentijm
bergsteentijmpjes	=	bergsteentijm
bergstekelnekagame	noun	Acanthosaura crucigera een hagedis uit de familie agamen (Agamidae)
bergstekelnekagamen	=	bergstekelnekagame
bergstekelnekagametje	=	bergstekelnekagame
bergstekelnekagametjes	=	bergstekelnekagame
bergstekelvarken	noun	Echinoprocta rufescens knaagdier uit de familie van de stekelvarkens van de Nieuwe Wereld (Erethizontidae).
bergstekelvarkens	=	bergstekelvarken
bergstekelvarkentje	=	bergstekelvarken
bergstekelvarkentjes	=	bergstekelvarken
bergstok	noun	een stok die als hulp dient tijdens het lopen in de bergen
bergstokje	=	bergstok
bergstokjes	=	bergstok
bergstokken	=	bergstok
bergstreek	noun	gebied met bergen; bergachtig terrein
bergstreken	=	bergstreek
bergstromen	=	bergstroom
bergstroom	noun	een beek die in de bergen loopt
bergstroompje	=	bergstroom
bergstroompjes	=	bergstroom
bergstruiksluiper	noun	Crateroscelis robusta een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
bergstruiksluipers	=	bergstruiksluiper
bergstruiksluipertje	=	bergstruiksluiper
bergstruiksluipertjes	=	bergstruiksluiper
bergstruikzanger	noun	Horornis fortipes een zangvogel uit de familie Cettiidae.
bergstruikzangers	=	bergstruikzanger
bergstruikzangertje	=	bergstruikzanger
bergstruikzangertjes	=	bergstruikzanger
bergstruisriet	noun	Calamagrostis varia een overblijvende plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
bergstruisrieten	=	bergstruisriet
bergstruisrietje	=	bergstruisriet
bergstruisrietjes	=	bergstruisriet
bergt	=	bergen
bergtangare	noun	een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
bergtangaren	noun	een geslacht Anisognathus van zangvogels uit de familie Thraupidae (tangaren).
bergtangaretje	=	bergtangare
bergtangaretjes	=	bergtangare
bergtapir	noun	Tapirus pinchaque is de kleinste tapirssoort en de enige die niet in het regenwoud voorkomt
bergtapirs	=	bergtapir
bergtapirtje	=	bergtapir
bergtapirtjes	=	bergtapir
bergtapuit	noun	Myrmecocichla monticola een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
bergtapuiten	=	bergtapuit
bergtapuitje	=	bergtapuit
bergtapuitjes	=	bergtapuit
bergtijdrit	noun	wedstrijd met flinke hoogteverschillen waarbij iedere renner alleen rijdt en de renner met de snelste tijd wint
bergtijdritje	=	bergtijdrit
bergtijdritjes	=	bergtijdrit
bergtijdritten	=	bergtijdrit
bergtinamoe	noun	Nothocercus bonapartei een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
bergtinamoes	=	bergtinamoe
bergtinamoetje	=	bergtinamoe
bergtinamoetjes	=	bergtinamoe
bergtjiftjaf	noun	Phylloscopus sindianus een boszanger die op de tjiftjaf lijkt
bergtjiftjaffen	=	bergtjiftjaf
bergtjiftjafje	=	bergtjiftjaf
bergtjiftjafjes	=	bergtjiftjaf
bergtjiftjafs	=	bergtjiftjaf
bergtocht	noun	een reis door een berggebied; een wandeling door een berggebied
bergtochten	=	bergtocht
bergtochtje	=	bergtocht
bergtochtjes	=	bergtocht
bergtoepaja	noun	Tupaia montana een zoogdier uit de familie van de echte toepaja's (Tupaiidae).
bergtoepaja's	=	bergtoepaja
bergtoepajaatje	=	bergtoepaja
bergtoepajaatjes	=	bergtoepaja
bergtop	noun	de top van een berg
bergtopje	=	bergtop
bergtopjes	=	bergtop
bergtoppen	=	bergtop
bergtroepiaal	noun	Macroagelaius subalaris een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
bergtroepiaaltje	=	bergtroepiaal
bergtroepiaaltjes	=	bergtroepiaal
bergtroepialen	=	bergtroepiaal
bergtrui	noun	trui die gedragen wordt door de leider van het bergklassement in een wielerronde
bergtruien	=	bergtrui
bergvak	noun	kleine ruimte met een klep waarin je iets kunt bewaren
bergvakje	=	bergvak
bergvakjes	=	bergvak
bergvakken	=	bergvak
bergveldwesp	noun	Polistes biglumis een vliesvleugelig insect uit de familie van de plooivleugelwespen (Vespidae).
bergveldwespen	=	bergveldwesp
bergveldwespje	=	bergveldwesp
bergveldwespjes	=	bergveldwesp
bergvenkel	noun	Meum athamanticum een overblijvende plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
bergvenkels	=	bergvenkel
bergvenkeltje	=	bergvenkel
bergvenkeltjes	=	bergvenkel
bergviolen	=	bergviool
bergviool	noun	benaming voor een bepaalde ondersoort van het hondsviooltje Viola canina subsp. ruppii uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
bergviooltje	noun	benaming voor een bepaalde ondersoort van het hondsviooltje Viola canina subsp. ruppii uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
bergviooltjes	=	bergviooltje
bergvlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus montanus een papegaai die alleen voorkomt op het eiland Luzon in het noorden van de Filipijnen.
bergvlagstaartpapegaaien	=	bergvlagstaartpapegaai
bergvlagstaartpapegaaitje	=	bergvlagstaartpapegaai
bergvlagstaartpapegaaitjes	=	bergvlagstaartpapegaai
bergvlas	noun	een geslacht Thesium uit de sandelhoutfamilie (Santalaceae).
bergvlasje	=	bergvlas
bergvlasjes	=	bergvlas
bergvolk	noun	groep met elkaar verwante mensen die in de bergen wonen
bergvolken	=	bergvolk
bergvolkeren	=	bergvolk
bergvolkje	=	bergvolk
bergvolkjes	=	bergvolk
bergvrouwenmantel	noun	Alchemilla monticola een overblijvende plant (hemikryptofyt), die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
bergvrouwenmantels	=	bergvrouwenmantel
bergvrouwenmanteltje	=	bergvrouwenmantel
bergvrouwenmanteltjes	=	bergvrouwenmantel
bergwaaierstaart	noun	Rhipidura drownei een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
bergwaaierstaarten	=	bergwaaierstaart
bergwaaierstaartje	=	bergwaaierstaart
bergwaaierstaartjes	=	bergwaaierstaart
bergwand	noun	de steile zijkant van een berg
bergwandelaar	noun	iemand die een wandeling of trektocht maakt met niet al te grote hoogteverschillen door een gebied met hoge toppen
bergwandelaars	=	bergwandelaar
bergwandelen	verb	wandelen in de bergen
bergwandelende	=	bergwandelen
bergwandeling	noun	een wandeling door de bergen
bergwandelingen	=	bergwandeling
bergwandelingetje	=	bergwandeling
bergwandelingetjes	=	bergwandeling
bergwanden	=	bergwand
bergwandje	=	bergwand
bergwandjes	=	bergwand
bergwater	noun	een beek, rivier of meer in de bergen
bergwateren	=	bergwater
bergwaters	=	bergwater
bergwatersnip	noun	Gallinago andina een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
bergwatersnipje	=	bergwatersnip
bergwatersnipjes	=	bergwatersnip
bergwatersnippen	=	bergwatersnip
bergwatertje	=	bergwater
bergwatertjes	=	bergwater
bergweg	noun	een vaak steile, smalle, kronkelende weg door de bergen
bergwegen	=	bergweg
bergweggetje	=	bergweg
bergweggetjes	=	bergweg
bergwegje	=	bergweg
bergwegjes	=	bergweg
bergwei	noun	grasland in de bergen
bergweide	noun	grasland ver boven de dalen in hooggelegen gebied
bergweiden	=	bergweide
bergweides	=	bergweide
bergweidetje	=	bergweide
bergweidetjes	=	bergweide
bergweien	=	bergwei
bergweitje	=	bergwei
bergweitjes	=	bergwei
bergwezel	noun	bepaald soort zoogdier, Mustela altaica, uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae) De vacht is aan de bovenkant bruinachtig, van onderen lichter.
bergwezels	=	bergwezel
bergwezeltje	=	bergwezel
bergwezeltjes	=	bergwezel
bergwielewaal	noun	Oriolus percivali een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
bergwielewaaltje	=	bergwielewaal
bergwielewaaltjes	=	bergwielewaal
bergwielewalen	=	bergwielewaal
bergwind	noun	een wind die van de berghelling naar het dal waait
bergwinden	=	bergwind
bergwindje	=	bergwind
bergwindjes	=	bergwind
bergwinterkoning	noun	Troglodytes solstitialis een zangvogel uit de familie Troglodytidae (Winterkoningen).
bergwinterkoningen	=	bergwinterkoning
bergwinterkoninkje	=	bergwinterkoning
bergwinterkoninkjes	=	bergwinterkoning
bergwoelmuis	noun	Alticola strelzowi knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
bergwoelmuisje	=	bergwoelmuis
bergwoelmuisjes	=	bergwoelmuis
bergwoelmuizen	=	bergwoelmuis
bergwoelrat	noun	Arvicola scherman knaagdier uit het geslacht Arvicola
bergwoelratje	=	bergwoelrat
bergwoelratjes	=	bergwoelrat
bergwoelratten	=	bergwoelrat
bergwolfsklauw	noun	Lycopodium ×issleri een hybride van twee wolfsklauwsoorten: lycopodium alpinum × lycopodium complanatum.
bergwolfsklauwen	=	bergwolfsklauw
bergwolfsklauwtje	=	bergwolfsklauw
bergwolfsklauwtjes	=	bergwolfsklauw
bergwolrat	noun	Mallomys gunung knaagdier uit het geslacht Mallomys
bergwolratje	=	bergwolrat
bergwolratjes	=	bergwolrat
bergwolratten	=	bergwolrat
bergzebra	noun	Equus zebra een zeldzame zebra uit het zuiden en zuidwesten van Afrika.
bergzebra's	=	bergzebra
bergzebraatje	=	bergzebra
bergzebraatjes	=	bergzebra
bergzegge	noun	Carex montana een overblijvende plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
bergzeggen	=	bergzegge
bergzeggetje	=	bergzegge
bergzeggetjes	=	bergzegge
bergziekte	noun	hoogteziekte of hypobaropathie is de naam voor een verzameling van ziekteverschijnselen, die kunnen optreden als een persoon zich te snel naar grote hoogtes verplaatst (ICD-10 D75.1)
bergziekten	=	bergziekte
bergziektes	=	bergziekte
bergzone	noun	een landstreek in de bergen
bergzones	=	bergzone
bergzout	noun	zout, uit de bergen gedolven
bergzouten	=	bergzout
bergzuurzak	noun	Annona montana een tot 15 m hoge groenblijvende boom met een brede kroon.
bergzuurzakje	=	bergzuurzak
bergzuurzakjes	=	bergzuurzak
bergzuurzakken	=	bergzuurzak
bergère	noun	leuningstoel met voetenbankje
bergères	=	bergère
beriberi	noun	ziekte veroorzaakt door een tekort aan vitamine B1 (thiamine)
beriberi's	=	beriberi
bericht	noun	overgebrachte mededeling, mogelijk over een recente gebeurtenis
berichte	=	berichten
berichten	verb	van nieuws voorzien over iets, ergens inlichtingen over krijgen
berichtencentra	=	berichtencentrum
berichtencentrale	noun	systeem in een telefoonnetwerk dat het verzenden van SMS-berichten verzorgt
berichtencentrales	=	berichtencentrale
berichtencentrum	noun	locatie waar berichten gelezen en verwerkt kunnen worden op een computer of smartphone
berichtencentrums	=	berichtencentrum
berichtend	=	berichten
berichtende	=	berichten
berichtendienst	noun	applicatie waarmee je teksten naar elkaar kan versturen die direct bij de geadresseerde aankomen
berichtendiensten	=	berichtendienst
berichtenservice	noun	dienst waarmee men berichten kan versturen
berichtenservices	=	berichtenservice
berichtenstromen	=	berichtenstroom
berichtenstroom	noun	aanhoudende serie mededelingen
berichtenverkeer	noun	het heen en weer gaan van mededelingen via een tussenpersoon of tussendienst
berichtgever	noun	iemand die berichten verstrekt, met name aan dagbladen
berichtgevers	=	berichtgever
berichtgeving	noun	wat verteld wordt over een zaak, weergave, verslaggeving
berichtgevingen	=	berichtgeving
berichthond	noun	hond die in plaats van een koerier wordt gebruikt om informatie over te brengen
berichthonden	=	berichthond
berichtje	=	bericht
berichtjes	=	bericht
berichts	=	bericht
berichtte	=	berichten
berichtten	=	berichten
beried	=	beraden
beriede	=	beraden
berieden	=	beraden
beriedt	=	beraden
beriep	=	beroepen
beriepe	=	beroepen
beriepen	=	beroepen
beriept	=	beroepen
berig	adj	naar de beer (mannetjesvarken) verlangend
berige	=	berig
beriger	=	berig
berigere	=	berig
berigers	=	berig
berigs	=	berig
berigst	=	berig
berigste	=	berig
berigt	=	bericht
berij	=	berijden
berijd	=	berijden
berijdbaar	adj	bereden kunnen worden
berijdbaarder	=	berijdbaar
berijdbaardere	=	berijdbaar
berijdbaarders	=	berijdbaar
berijdbaars	=	berijdbaar
berijdbaarst	=	berijdbaar
berijdbaarste	=	berijdbaar
berijdbare	=	berijdbaar
berijde	=	berijden
berijden	verb	het voortbewegen op een rijdier, zoals een paard of een voertuig zoals een fiets
berijdend	=	berijden
berijdende	=	berijden
berijder	noun	iemand die op een dier rijdt
berijders	=	berijder
berijdertje	=	berijder
berijdster	noun	vrouw die ergens op rijdt
berijdsters	=	berijdster
berijdstertje	=	berijdster
berijdstertjes	=	berijdster
berijdt	=	berijden
berijm	=	berijmen
berijmd	=	berijmen
berijmde	=	berijmen
berijmden	=	berijmen
berijmder	=	berijmen
berijmdere	=	berijmen
berijmders	=	berijmen
berijmds	=	berijmen
berijmdst	=	berijmen
berijmdste	=	berijmen
berijme	=	berijmen
berijmen	verb	omzetten van een proza tekst naar een meer poëtische vorm (die soms ook echt rijmt), vooral in de context van de psalmen
berijmend	=	berijmen
berijmende	=	berijmen
berijmer	noun	iemand die een tekst op rijm zet
berijmers	=	berijmer
berijming	noun	omzetting van een proza tekst naar een meer poëtische vorm (die soms ook echt rijmt), vooral in de context van de psalmen
berijmingen	=	berijming
berijmt	=	berijmen
berijpt	adj	bedekt met aangevroren mist
berijpte	=	berijpt
berijpter	=	berijpt
berijptere	=	berijpt
berijpters	=	berijpt
berijpts	=	berijpt
berijptst	=	berijpt
berijptste	=	berijpt
beril	noun	een kleurloos, wit, gelig wit, geelgroen tot groen, roze, blauwig tot groenblauw, rood of goudgeel aluminium-beryllium-silicaat met formule Al₂Be₃Si₆O₁₈, waarvan de heldere soorten (aquamarijn, goudberil, smaragd) als edelgesteenten gelden
berillen	=	beril
berin	noun	vrouwelijk dier uit de berenfamilie, Ursidae
bering	=	beringen
beringaalscholver	noun	Urile perspicillatus een uitgestorven zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
beringaalscholvers	=	beringaalscholver
beringaalscholvertje	=	beringaalscholver
beringaalscholvertjes	=	beringaalscholver
beringd	=	beringen
beringde	=	beringen
beringden	=	beringen
beringe	=	beringen
beringen	verb	omgeven, omringen, omsingelen
beringend	=	beringen
beringende	=	beringen
beringmeeuw	noun	Larus glaucescens een vogel uit de familie Laridae.
beringmeeuwen	=	beringmeeuw
beringmeeuwtje	=	beringmeeuw
beringmeeuwtjes	=	beringmeeuw
beringstrandloper	noun	Calidris ptilocnemis een vogel uit de familie van snipachtigen (Scolopacidae).
beringstrandlopers	=	beringstrandloper
beringstrandlopertje	=	beringstrandloper
beringstrandlopertjes	=	beringstrandloper
beringt	=	beringen
beringzeewolf	noun	Anarhichas orientalis een vertegenwoordiger van het vissengeslacht Anarhichas.
beringzeewolfje	=	beringzeewolf
beringzeewolfjes	=	beringzeewolf
beringzeewolven	=	beringzeewolf
berini	noun	door een verbrandingsmotor aangedreven fiets die veel werd gebruikt in de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw Kenmerkend voor de eerste berini's was een motor met eivormige benzinetank, die op het voorwiel werd geplaatst.
berini's	=	berini
berinnen	=	berin
berinnetje	=	berin
berinnetjes	=	berin
berisp	=	berispen
berispe	=	berispen
berispelijk	adj	strenge afkeuring verdienend
berispelijke	=	berispelijk
berispelijker	=	berispelijk
berispelijkere	=	berispelijk
berispelijkers	=	berispelijk
berispelijks	=	berispelijk
berispelijkst	=	berispelijk
berispelijkste	=	berispelijk
berispen	verb	op strenge wijze zeggen dat het gedrag wordt afgekeurd
berispend	=	berispen
berispende	=	berispen
berisping	noun	een strenge afkeuring van gedrag
berispingen	=	berisping
berispinkje	=	berisping
berispinkjes	=	berisping
berispt	=	berispen
berispte	=	berispen
berispten	=	berispen
berk	noun	benaming voor katjes dragende bomen en struiken uit het geslacht Betula, kenmerkend is hun in horizontale banden afschilferende schors
berkeboom	=	berkenboom
berkelium	noun	scheikundig element met symbool Bk en atoomnummer 97. Het is een grijs tot zilverwit actinide
berkeliumatomen	=	berkeliumatoom
berkeliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element berkelium.
berkeliumatoompje	=	berkeliumatoom
berkeliumatoompjes	=	berkeliumatoom
berkemot	=	bergamot
berken	adj	gemaakt van berkenhout
berken-orvlinder	noun	Tetheella fluctuosa een nachtvlinder die behoort tot de eenstaartjes, de Drepanidae
berken-orvlinders	=	berken-orvlinder
berken-orvlindertje	=	berken-orvlinder
berken-orvlindertjes	=	berken-orvlinder
berkenbast	noun	de schors van een berkenboom
berkenbasten	=	berkenbast
berkenblaadje	=	berkenblad
berkenblaadjes	=	berkenblad
berkenblad	noun	blad van een berkenboom
berkenbladblaargalmug	noun	Anisostephus betulinus een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
berkenbladblaargalmuggen	=	berkenbladblaargalmug
berkenbladblaargalmuggetje	=	berkenbladblaargalmug
berkenbladblaargalmuggetjes	=	berkenbladblaargalmug
berkenbladblaargalmugje	=	berkenbladblaargalmug
berkenbladblaargalmugjes	=	berkenbladblaargalmug
berkenbladen	=	berkenblad
berkenbladeren	=	berkenblad
berkenbladnerfgalmug	noun	Massalongia rubra een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
berkenbladnerfgalmuggen	=	berkenbladnerfgalmug
berkenbladnerfgalmugje	=	berkenbladnerfgalmug
berkenbladnerfgalmugjes	=	berkenbladnerfgalmug
berkenbladplooigalmug	noun	Resseliella betulicola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
berkenbladplooigalmuggen	=	berkenbladplooigalmug
berkenbladplooigalmuggetjes	=	berkenbladplooigalmug
berkenbladplooigalmugje	=	berkenbladplooigalmug
berkenbladroller	noun	Archips betulana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
berkenbladrollers	=	berkenbladroller
berkenbladrollertje	=	berkenbladroller
berkenbladrollertjes	=	berkenbladroller
berkenbladsnijdermot	noun	Incurvaria pectinea een vlinder uit de familie van de witvlekmotten (Incurvariidae).
berkenbladsnijdermotje	=	berkenbladsnijdermot
berkenbladsnijdermotjes	=	berkenbladsnijdermot
berkenbladsnijdermotten	=	berkenbladsnijdermot
berkenbladwesp	noun	Fenusa pumila een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
berkenbladwespen	=	berkenbladwesp
berkenbladwespje	=	berkenbladwesp
berkenbladwespjes	=	berkenbladwesp
berkenblaren	=	berkenblad
berkenboleet	noun	een eetbare paddenstoel Leccinum scabrum uit de familie Boletaceae.
berkenboleetje	=	berkenboleet
berkenboleetjes	=	berkenboleet
berkenboleten	=	berkenboleet
berkenbomen	=	berkenboom
berkenboom	noun	Betula de berk die zo groot is dat het een boom is
berkenboompje	=	berkenboom
berkenboompjes	=	berkenboom
berkenbos	noun	een bos dat vooral berken bevat
berkenbosje	=	berkenbos
berkenbosjes	=	berkenbos
berkenbossen	=	berkenbos
berkenbrandvlerkvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Pheosia gnoma, uit de familie Notodontidae, die in Nederland voorkomt
berkenbrandvlerkvlinders	=	berkenbrandvlerkvlinder
berkeneenstaart	noun	Drepana falcataria een nachtvlinder uit de familie Drepanidae, de eenstaartjes.
berkeneenstaarten	=	berkeneenstaart
berkeneenstaartje	=	berkeneenstaart
berkeneenstaartjes	=	berkeneenstaart
berkenfamilie	noun	een familie Betulaceae die de bekende struiken en bomen als berk (Betula), els (Alnus), Carpinus, Corylus en hopbeuk (Ostrya) omvat.
berkenfeetiran	noun	Empidonax flaviventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
berkenfeetirannen	=	berkenfeetiran
berkenfeetirannetje	=	berkenfeetiran
berkenfeetirannetjes	=	berkenfeetiran
berkengaldwergbladroller	noun	Pammene insulana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
berkengaldwergbladrollers	=	berkengaldwergbladroller
berkengaldwergbladrollertje	=	berkengaldwergbladroller
berkengaldwergbladrollertjes	=	berkengaldwergbladroller
berkengalmot	noun	Lampronia fuscatella een vlinder uit de familie yuccamotten (Prodoxidae).
berkengalmotje	=	berkengalmot
berkengalmotjes	=	berkengalmot
berkengalmotten	=	berkengalmot
berkengebladerte	noun	de bladeren van een of meer berkenbomen
berkenglasvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Synanthedon.culiciformis, uit de familie Sesiidae, die in Nederland voorkomt
berkenglasvlinders	=	berkenglasvlinder
berkenheksenbezem	noun	Taphrina betulina een schimmel uit de familie Taphrinaceae.
berkenheksenbezempje	=	berkenheksenbezem
berkenheksenbezempjes	=	berkenheksenbezem
berkenheksenbezems	=	berkenheksenbezem
berkenhermelijnvlinder	noun	Furcula bicuspis een nachtvlinder uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae)
berkenhermelijnvlinders	=	berkenhermelijnvlinder
berkenhermelijnvlindertje	=	berkenhermelijnvlinder
berkenhermelijnvlindertjes	=	berkenhermelijnvlinder
berkenhout	noun	verzaagde stam van een berkenboom Betula
berkenhoutje	noun	alleen verkleinwoord stukje hout afkomstig van een berkenboom Betula gebruikt als markering
berkenhoutjes	=	berkenhout
berkenhoutskoolzwam	noun	Daldinia decipiens een zakjeszwam behorend tot de familie Xylariaceae.
berkenhoutskoolzwammen	=	berkenhoutskoolzwam
berkenhoutskoolzwammetje	=	berkenhoutskoolzwam
berkenhoutskoolzwammetjes	=	berkenhoutskoolzwam
berkenkerfzwammetje	noun	Coryneum lanciforme een schimmel behorend tot de familie Coryneaceae.
berkenkerfzwammetjes	=	berkenkerfzwammetje
berkenkielwants	noun	Elasmostethus interstinctus een wants uit de familie kielwantsen (Acanthosomatidae).
berkenkielwantsen	=	berkenkielwants
berkenkielwantsje	=	berkenkielwants
berkenkielwantsjes	=	berkenkielwants
berkenknopwesp	noun	Cimbex femoratus een zaagwesp (Symphyta) van de familie van de knotssprietbladwespen (Cimbicidae).
berkenknopwespen	=	berkenknopwesp
berkenknopwespje	=	berkenknopwesp
berkenknopwespjes	=	berkenknopwesp
berkenkruikje	noun	Splanchnonema argus een paddenstoel uit de familie Pleomassariaceae.
berkenkruikjes	=	berkenkruikje
berkenlichtmot	noun	Ortholepis betulae een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
berkenlichtmotje	=	berkenlichtmot
berkenlichtmotjes	=	berkenlichtmot
berkenlichtmotten	=	berkenlichtmot
berkenmarmerbladroller	noun	Apotomis betuletana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
berkenmarmerbladrollers	=	berkenmarmerbladroller
berkenmarmerbladrollertje	=	berkenmarmerbladroller
berkenmarmerbladrollertjes	=	berkenmarmerbladroller
berkenmuis	noun	Sicista betulina muis die voorkomt in de bossen van Oost-Europa tot Centraal-Azië.
berkenmuisje	=	berkenmuis
berkenmuisjes	=	berkenmuis
berkenmuizen	noun	een geslacht Sicista van zoogdieren uit de familie van de jerboa's (Dipodidae)
berkenoogbladroller	noun	Epinotia demarniana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
berkenoogbladrollers	=	berkenoogbladroller
berkenoogbladrollertje	=	berkenoogbladroller
berkenoogbladrollertjes	=	berkenoogbladroller
berkenooglapmot	noun	Bucculatrix demaryella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
berkenooglapmotje	=	berkenooglapmot
berkenooglapmotjes	=	berkenooglapmot
berkenooglapmotten	=	berkenooglapmot
berkenoogspanner	noun	Cyclophora albipunctata een nachtvlinder uit de familie van de spanners.
berkenoogspanners	=	berkenoogspanner
berkenoogspannertje	=	berkenoogspanner
berkenoogspannertjes	=	berkenoogspanner
berkenopslagvouwmot	noun	Phyllonorycter anderidae een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
berkenopslagvouwmotje	=	berkenopslagvouwmot
berkenopslagvouwmotjes	=	berkenopslagvouwmot
berkenopslagvouwmotten	=	berkenopslagvouwmot
berkenpedaalmot	noun	Argyresthia goedartella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
berkenpedaalmotje	=	berkenpedaalmot
berkenpedaalmotjes	=	berkenpedaalmot
berkenpedaalmotten	=	berkenpedaalmot
berkenridderzwam	noun	Tricholoma fulvum een paddenstoel uit het geslacht Tricholoma ofwel ridderzwam.
berkenridderzwammen	=	berkenridderzwam
berkenridderzwammetje	=	berkenridderzwam
berkenridderzwammetjes	=	berkenridderzwam
berkenrijszwammetje	noun	Melanconis stilbostoma een Melanconidaceae.
berkenrijszwammetjes	=	berkenrijszwammetje
berkensap	noun	vloeistof uit de bast van een berkenboom (Betula), die kan worden afgetapt om er een drank of haarwater van te maken
berkensappen	=	berkensap
berkenschorsschijfje	noun	Diatrypella favacea een schimmel behorend tot de familie Diatrypaceae.
berkenschorsschijfjes	=	berkenschorsschijfje
berkensigarenmaker	noun	Deporaus betulae een keversoort uit de familie Rhynchitidae.
berkensigarenmakers	=	berkensigarenmaker
berkensigarenmakertje	=	berkensigarenmaker
berkensigarenmakertjes	=	berkensigarenmaker
berkensmalsnuit	noun	Kleidocerys resedae een wants uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae), die zich hoofdzakelijk op de berk ontwikkelt
berkensmalsnuiten	=	berkensmalsnuit
berkensmalsnuitje	=	berkensmalsnuit
berkensmalsnuitjes	=	berkensmalsnuit
berkenspikkelspanner	noun	bepaalde soort vlinder, Aethalura punctulata, uit de familie Geometridae, die in Nederland voorkomt
berkenspikkelspanners	=	berkenspikkelspanner
berkenstam	noun	rechtopstaande dikke houten stengel met vaak witte bast die de wortels van een berkenboom Betula verbindt met de kruin
berkenstammen	=	berkenstam
berkentak	noun	een van de houtige stelen waarmee de bladeren van een berkenboom (Betula) aan de stam vastzitten De buitenste berkentakken, waar de bladeren aan vast hebben gezeten, worden vanwege hun buigzaamheid vaak gebruikt voor bezems als zweepje.
berkentakje	=	berkentak
berkentakjes	=	berkentak
berkentakken	=	berkentak
berkentandvlinder	noun	Odontosia carmelita een nachtvlinder uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae)
berkentandvlinders	=	berkentandvlinder
berkentandvlindertje	=	berkentandvlinder
berkentandvlindertjes	=	berkentandvlinder
berkenvouwmot	noun	Phyllonorycter ulmifoliella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
berkenvouwmotje	=	berkenvouwmot
berkenvouwmotjes	=	berkenvouwmot
berkenvouwmotten	=	berkenvouwmot
berkenwants	noun	Kleidocerys resedae een wants uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae), die zich hoofdzakelijk op de berk ontwikkelt
berkenwantsen	=	berkenwants
berkenwantsje	=	berkenwants
berkenwantsjes	=	berkenwants
berkenwater	noun	sap van de berkenboom, vermengd met alcohol gebruikt als haarlotion
berkenweerschijnzwam	noun	Inonotus obliquus (syn. : Fuscoporia obliqua) een zwam van de familie Hymenochaetaceae.
berkenweerschijnzwammen	=	berkenweerschijnzwam
berkenweerschijnzwammetje	=	berkenweerschijnzwam
berkenweerschijnzwammetjes	=	berkenweerschijnzwam
berkenwintervlinder	noun	Operophtera fagata een onopvallende kleine spanner.
berkenwintervlinders	=	berkenwintervlinder
berkenwintervlindertje	=	berkenwintervlinder
berkenwintervlindertjes	=	berkenwintervlinder
berkenzaadschubgalmug	noun	Semudobia skuhravae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
berkenzaadschubgalmuggen	=	berkenzaadschubgalmug
berkenzaadschubgalmugje	=	berkenzaadschubgalmug
berkenzaadschubgalmugjes	=	berkenzaadschubgalmug
berkenzebramot	noun	Parornix betulae een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
berkenzebramotje	=	berkenzebramot
berkenzebramotjes	=	berkenzebramot
berkenzebramotten	=	berkenzebramot
berkenzilvervlekmot	noun	Heliozela hammoniella een vlinder uit de familie zilvervlekmotten (Heliozelidae).
berkenzilvervlekmotje	=	berkenzilvervlekmot
berkenzilvervlekmotjes	=	berkenzilvervlekmot
berkenzilvervlekmotten	=	berkenzilvervlekmot
berkenzwam	noun	bepaald soort paddenstoel Fomitopsis betulina uit de familie Fomitopsidaceae De zwam is een zwakteparasiet met een eenjarig vruchtlichaam, hoewel de vruchtlichamen intact kunnen overwinteren.
berkenzwammen	=	berkenzwam
berkenzwammetje	=	berkenzwam
berkenzwammetjes	=	berkenzwam
berkje	=	berk
berkjes	=	berk
berkkakkerlak	noun	Laxta granicollis een insect uit de orde kakkerlakken en de familie Blaberidae.
berkkakkerlakje	=	berkkakkerlak
berkkakkerlakjes	=	berkkakkerlak
berkkakkerlakken	=	berkkakkerlak
berkoen	noun	schuin geplaatste balk als ondersteuning en versteviging
berkoenen	=	berkoen
berkoens	=	berkoen
berlijner	noun	een inwoner van Berlijn, of iemand afkomstig uit Berlijn	adj	op Berlijn betrekking hebbend
berlijnerin	noun	een vrouwelijke inwoner van Berlijn, of een vrouw afkomstig uit Berlijn
berlijnerinnen	=	berlijnerin
berlijners	=	berlijner
berlijns	adj	op Berlijn betrekking hebbend
berlijnse	noun	een vrouwelijke inwoner van Berlijn, of een vrouw afkomstig uit Berlijn
berlijnsen	=	berlijnse
berlijnser	=	berlijns
berlijnsere	=	berlijns
berlijnsers	=	berlijns
berlijnst	=	berlijns
berlijnste	=	berlijns
berlinerbol	noun	soort oliebol gevuld met banketbakkersroom of confituur
berlinerbollen	=	berlinerbol
berlinerbolletje	=	berlinerbol
berm	noun	de onverharde strook aan de kant van een weg of spoorweg
bermbeheer	noun	beheer van flora en fauna langs wegbermen
bermbom	noun	een met eenvoudige middelen gemaakt explosief dat langs een weg wordt geplaatst met het doel aan passerende voertuigen en hun inzittenden grote schade toe te brengen
bermbomaanslag	noun	aanslag met een geïmproviseerde, in de berm van een weg geplaatste bom, gepleegd op een rijdend voertuig
bermbomaanslagen	=	bermbomaanslag
bermbomaanval	noun	aanslag op een rijdend voertuig met een geïmproviseerde, in de berm van een weg geplaatste bom
bermbomaanvallen	=	bermbomaanval
bermbommen	=	bermbom
bermbommetje	=	bermbom
bermbommetjes	=	bermbom
bermen	=	berm
bermflora	noun	planten die in de berm van een weg groeien
bermgroefkopje	noun	Abacoproeces saltuum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bermgroefkopjes	=	bermgroefkopje
bermknobbelkopje	noun	Hypomma cornutum een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
bermknobbelkopjes	=	bermknobbelkopje
bermkogelspin	noun	Cryptachaea riparia een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
bermkogelspinnen	=	bermkogelspin
bermkogelspinnetje	=	bermkogelspin
bermkogelspinnetjes	=	bermkogelspin
bermlamp	noun	verstelbare lamp aan de zijkant van sommige auto's om de berm te belichten
bermlampen	=	bermlamp
bermlampje	=	bermlamp
bermlampjes	=	bermlamp
bermmonument	noun	herdenkingsteken op de locatie van een verkeersongeval
bermmonumenten	=	bermmonument
bermmonumentje	=	bermmonument
bermmonumentjes	=	bermmonument
bermooievaarsbek	noun	Geranium pyrenaicum een vaste plant uit de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae).
bermooievaarsbekje	=	bermooievaarsbek
bermooievaarsbekjes	=	bermooievaarsbek
bermooievaarsbekken	=	bermooievaarsbek
bermpje	noun	alleen verkleinwoord een van de drie in de Benelux inheemse modderkruipers, Barbatula barbatula
bermpjes	noun	een familie Nemacheilidae vissen uit de orde van de karperachtigen (Cypriniformes)
bermslet	noun	zoveelste variant om (vermeend) sletterig gedrag te benoemen
bermsletje	=	bermslet
bermsletjes	=	bermslet
bermsletten	=	bermslet
bermsloot	noun	sloot langs de berm (die primair functioneert als afwatering van de weg)
bermsloten	=	bermsloot
bermtandpalpje	noun	Gonatium paradoxum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bermtandpalpjes	=	bermtandpalpje
bermtoerisme	noun	een vooral in de jaren vijftig populaire vorm van recreatie(?) waarbij men zijn auto in de berm parkeert, er tafeltjes en stoelen uithaalt en vervolgens de andere weggebruikers gaat bekijken
bermuda	noun	zomerse korte broek tot vlak boven de knieën
bermuda's	=	bermuda
bermudaan	noun	een inwoner van Bermuda, of iemand afkomstig uit Bermuda
bermudaans	adj	op Bermuda betrekking hebbend
bermudaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bermuda, of een vrouw afkomstig uit Bermuda
bermudaansen	=	bermudaanse
bermudabuizerd	noun	Bermuteo avivorus een uitgestorven roofvogel uit de familie van de Accipitridae.
bermudabuizerdje	=	bermudabuizerd
bermudabuizerdjes	=	bermudabuizerd
bermudabuizerds	=	bermudabuizerd
bermudadollar	noun	munteenheid van Bermuda
bermudadollars	=	bermudadollar
bermudadollartje	=	bermudadollar
bermudadollartjes	=	bermudadollar
bermudagrondspecht	noun	Colaptes oceanicus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bermudagrondspechten	=	bermudagrondspecht
bermudagrondspechtje	=	bermudagrondspecht
bermudagrondspechtjes	=	bermudagrondspecht
bermudakwak	noun	Nyctanassa carcinocatactes een uitgestorven reigersoort uit Bermuda.
bermudakwakje	=	bermudakwak
bermudakwakjes	=	bermudakwak
bermudakwakken	=	bermudakwak
bermudanen	=	bermudaan
bermudastormvogel	noun	Pterodroma cahow een tot de stormvogels en pijlstormvogels behorende vogel.
bermudastormvogels	=	bermudastormvogel
bermudastormvogeltje	=	bermudastormvogel
bermudastormvogeltjes	=	bermudastormvogel
bermudatowie	noun	Pipilo naufragus een uitgestorven zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
bermudatowies	=	bermudatowie
bermudatowietje	=	bermudatowie
bermudatowietjes	=	bermudatowie
bermudatuig	noun	tuigage op jachten met hoog driehoekig grootzeil en gaffel
bermudatuigen	=	bermudatuig
bermudatuigje	=	bermudatuig
bermudatuigjes	=	bermudatuig
bermudazaaguil	noun	Aegolius gradyi een uitgestorven uil die deel uitmaakt van de familie van echte uilen, Strigidae.
bermudazaaguilen	=	bermudazaaguil
bermudazaaguiltje	=	bermudazaaguil
bermudazaaguiltjes	=	bermudazaaguil
bermzuring	noun	Rumex ×pratensis een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
bermzurinkje	=	bermzuring
bermzurinkjes	=	bermzuring
bernagie	noun	Borago officinalis een ruwharige, eenjarige plant met blauwe bloemen, een kruid dat zowel in de keuken als in de geneeskunde gebruikt wordt.
bernagieolie	noun	Borago officinalis een plantaardige olie die uitwendig toepassing vindt bij seborroïsch en atopisch eczeem en inwendig bij premenstrueel syndroom en ter preventie van hart- en vaatziekten
berner	noun	een inwoner van Bern, of iemand afkomstig uit Bern	adj	op Bern betrekking hebbend
bernerin	noun	een vrouwelijke inwoner van Bern, of een vrouw afkomstig uit Bern
bernerinnen	=	bernerin
berners	=	berner
bernertje	=	berner
bernertjes	=	berner
bernhardaapje	noun	Plecturocebus bernhardi een springaapje uit de Plecturocebus moloch-groep.
bernhardaapjes	=	bernhardaapje
bernoulli-effect	noun	verlaging van de druk in een vloeistof of gas bij toename van de stroomsnelheid (en andersom)
bernoulli-effecten	=	bernoulli-effect
berns	adj	op Bern betrekking hebbend
bernse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bern, of een vrouw afkomstig uit Bern
bernsen	=	bernse
beroem	=	beroemen
beroemd	adj	onder velen bekend en bewonderd
beroemde	=	beroemd
beroemden	=	beroemen
beroemder	=	beroemd
beroemdere	=	beroemd
beroemders	=	beroemd
beroemdheden	=	beroemdheid
beroemdheid	noun	het beroemd bn zijn
beroemdheidje	=	beroemdheid
beroemdheidjes	=	beroemdheid
beroemds	=	beroemd
beroemdst	=	beroemd
beroemdste	=	beroemd
beroeme	=	beroemen
beroemen	verb	zich ~ op: krediet opeisen op basis van beweringen van verworvenheden of kunde
beroemend	=	beroemen
beroemende	=	beroemen
beroemt	=	beroemen
beroep	noun	een bezigheid waarmee men de kost verdient
beroepbaar	adj	wat beroepen kan worden
beroepbaarder	=	beroepbaar
beroepbaardere	=	beroepbaar
beroepbaarders	=	beroepbaar
beroepbaars	=	beroepbaar
beroepbaarst	=	beroepbaar
beroepbaarste	=	beroepbaar
beroepbare	=	beroepbaar
beroepe	=	beroepen
beroepen	verb	~ op: zijn positie verdedigen door te verwijzen naar een bestaande regel of wet
beroepencode	noun	code toegekend aan een beroep, functie, werkzaamheid, ambacht etc.
beroepencodes	=	beroepencode
beroepend	=	beroepen
beroepende	=	beroepen
beroepengids	noun	telefoongids met nummers en adressen van winkeliers, bedrijven per soort activiteit
beroepengidsen	=	beroepengids
beroepenspiegel	noun	boekwerk waarin in een serie prenten en/of teksten aandacht werd besteed aan de veelheid aan beroepen en ambachten
beroepenspiegels	=	beroepenspiegel
beroepenspiegeltje	=	beroepenspiegel
beroepenspiegeltjes	=	beroepenspiegel
beroepenveld	noun	verzameling beroepen die in een bepaalde economische sector beschikbaar zijn
beroepenvelden	=	beroepenveld
beroepenvoorlichting	noun	voorlichting betreffende de voor een aanvrager van toepassing zijnde verschillende beroepen
beroepenvoorlichtingen	=	beroepenvoorlichting
beroeper	noun|informal	iemand die in beroep gaat, een appellant
beroepers	=	beroeper
beroeping	noun	het beroepen van een predikant
beroepingen	=	beroeping
beroepinkje	=	beroeping
beroepinkjes	=	beroeping
beroepje	=	beroep
beroepjes	=	beroep
beroeps	adj	beroepsmatig iets bedrijvend, tegen betaling
beroepsaansprakelijkheden	=	beroepsaansprakelijkheid
beroepsaansprakelijkheid	noun	wettelijke aansprakelijkheid van een beroepsbeoefenaar binnen zijn beroep
beroepsacteur	noun	iemand die voor zijn kostwinning toneelspeelt
beroepsacteurs	=	beroepsacteur
beroepsactiviteit	noun	iets dat men doet als men zijn beroep uitoefent
beroepsactiviteiten	=	beroepsactiviteit
beroepsarbeid	noun	werk waarvoor loon of salaris wordt ontvangen; betaald werk
beroepsastma	noun	longziekte die wordt veroorzaakt door het uitgeoefende beroep
beroepsbekwaamheden	=	beroepsbekwaamheid
beroepsbekwaamheid	noun	specifieke kennis en vaardigheden om het werk in een bepaald vak goed uit te doen
beroepsbeoefenaar	noun	iemand die voor de kostwinning een bepaald vak uitoefent
beroepsbeoefenaars	=	beroepsbeoefenaar
beroepsbeoefenaren	=	beroepsbeoefenaar
beroepsbevolking	noun	het aantal mensen in een bepaald gebied dat wil, kan en mag werken voor geld
beroepsbevolkingen	=	beroepsbevolking
beroepsbevolkinkje	=	beroepsbevolking
beroepsbevolkinkjes	=	beroepsbevolking
beroepsblind	adj	niet in staat om fouten op te merken door een te eenzijdige gerichtheid (oogkleppen)
beroepsblinde	=	beroepsblind
beroepsblinder	=	beroepsblind
beroepsblindere	=	beroepsblind
beroepsblinders	=	beroepsblind
beroepsblinds	=	beroepsblind
beroepsblindst	=	beroepsblind
beroepsblindste	=	beroepsblind
beroepsbokser	noun	een professioneel bokser
beroepsboksers	=	beroepsbokser
beroepsbrandweer	noun	instelling met mensen voor wie blussen van vuur en tegengaan van door vuur veroorzaakte schade dagelijks werk is
beroepsbureaucraat	noun	persoon die op een professionele wijze kan omgaan met bureaucratische regels en procedures
beroepsbureaucraatje	=	beroepsbureaucraat
beroepsbureaucraatjes	=	beroepsbureaucraat
beroepsbureaucraten	=	beroepsbureaucraat
beroepscarrière	noun	de loopbaan als beroepsbeoefenaar
beroepscarrières	=	beroepscarrière
beroepscategorie	noun	groep gelijksoortige betaalde werkzaamheden
beroepscategorieën	=	beroepscategorie
beroepscentrale	noun	vereniging van werknemers uit eenzelfde of uit verwante bedrijfstakken aangesloten bij een vakbond
beroepscentrales	=	beroepscentrale
beroepschauffeur	noun	het besturen van een vrachtwagen als beroep
beroepschauffeurs	=	beroepschauffeur
beroepschrift	noun	schriftelijk verzoek waarin men op een herziening van een beslissing aandringt
beroepschriften	=	beroepschrift
beroepscode	noun	geheel van geschreven en ongeschreven regels waaraan de beoefenaar zich moet houden bij de uitoefening van zijn beroep
beroepscodes	=	beroepscode
beroepscollege	noun	officieel aangesteld comité dat uitspraken doet als iemand bezwaar aantekent bij een uitspraak van een lager orgaan
beroepscolleges	=	beroepscollege
beroepscomiteetje	=	beroepscomité
beroepscomiteetjes	=	beroepscomité
beroepscomité	noun	groep mensen die is aangesteld om een reeds genomen besluit nog eens te beoordelen omdat iemand het niet eens is met dat besluit
beroepscomités	=	beroepscomité
beroepscommissie	noun	commissie waarbij men in beroep kan gaan als men het niet eens is met een eerdere genomen beslissing
beroepscommissies	=	beroepscommissie
beroepscrimineel	noun	?? iemand wiens voornaamste bron van inkomsten bestaat uit het plegen van delicten
beroepscrimineeltje	=	beroepscrimineel
beroepscrimineeltjes	=	beroepscrimineel
beroepscriminelen	=	beroepscrimineel
beroepsdanseres	noun	vrouw die voor haar beroep dansuitvoeringen geeft
beroepsdanseressen	=	beroepsdanseres
beroepsdeformatie	noun	misvorming van een lichaamsdeel als gevolge van langdurig hetzelfde beroep uitoefenen
beroepsdeformaties	=	beroepsdeformatie
beroepsdeformatietje	=	beroepsdeformatie
beroepsdeformatietjes	=	beroepsdeformatie
beroepsdiplomaat	noun	iemand de professioneel is opgeleid tot vertegenwoordiger van een land en zorgt voor de politieke relaties met een ander dan het eigen land
beroepsdiplomaten	=	beroepsdiplomaat
beroepseczeem	noun	eczeem dat ontstaat als gevolg van (contact met bepaalde stoffen bij het uitoefenen van) een beroep
beroepseden	=	beroepseed
beroepseed	noun	plechtige belofte om zich tijdens de uitoefening van een bepaald beroep op een bepaalde manier te gedragen
beroepseer	noun	het trotse gevoel dat men ervaart als men een vak naar behoren uitvoert
beroepsernst	noun	de aandacht waarmee men zijn beroep uitoefent
beroepservaring	noun	door uitoefening van een beroep vergaarde kennis en vaardigheden
beroepservaringen	=	beroepservaring
beroepservarinkje	=	beroepservaring
beroepservarinkjes	=	beroepservaring
beroepsethiek	noun	het geheel van waarden en normen waaraan de beroepsbeoefenaar zich bij de uitoefening van zijn beroep dient te houden
beroepsfotograaf	noun	een professional zn die foto's maakt en verkoopt
beroepsfotografen	=	beroepsfotograaf
beroepsgeheim	noun	de plicht om te zwijgen over feiten en gegevens van derden, die iemand bij het uitoefenen van zijn beroep te weten is gekomen
beroepsgeheimen	=	beroepsgeheim
beroepsgeheimpje	=	beroepsgeheim
beroepsgeheimpjes	=	beroepsgeheim
beroepsgericht	adj	met het oog op de beroepsuitoefening
beroepsgerichte	=	beroepsgericht
beroepsgerichter	=	beroepsgericht
beroepsgerichtere	=	beroepsgericht
beroepsgerichters	=	beroepsgericht
beroepsgerichts	=	beroepsgericht
beroepsgerichtst	=	beroepsgericht
beroepsgerichtste	=	beroepsgericht
beroepsgoederenvervoer	noun	vervoer van goederen op professionele manier en tegen betaling
beroepsgroep	noun	groep personen met min of meer hetzelfde beroep
beroepsgroepen	=	beroepsgroep
beroepsgroepje	=	beroepsgroep
beroepsgroepjes	=	beroepsgroep
beroepsgrond	noun	grond (motief) om in hoger beroep te gaan
beroepsgronden	=	beroepsgrond
beroepsgrondje	=	beroepsgrond
beroepsgrondjes	=	beroepsgrond
beroepshalve	adv	vanwege het beroep
beroepshandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep in- en verkoopt
beroepshandelaars	=	beroepshandelaar
beroepshandelaartje	=	beroepshandelaar
beroepshandelaartjes	=	beroepshandelaar
beroepshandelaren	=	beroepshandelaar
beroepshof	noun	hof van beroep
beroepshofje	=	beroepshof
beroepshofjes	=	beroepshof
beroepshouding	noun	normen en waarden zoals deze tot uiting komen bij de uitoefening van een functie
beroepshoudingen	=	beroepshouding
beroepshoudinkje	=	beroepshouding
beroepshoudinkjes	=	beroepshouding
beroepshoven	=	beroepshof
beroepsinbreker	noun	iemand die vaak op kundige wijze inbraken pleegt
beroepsinbrekers	=	beroepsinbreker
beroepsinstantie	noun	organisatie waar men bezwaar kan maken tegen eerder genomen besluiten
beroepsinstanties	=	beroepsinstantie
beroepsjournalist	noun	iemand die het beroep van journalist (dus tegen betaling) uitoefent
beroepsjournalisten	=	beroepsjournalist
beroepskamer	noun	deel van een rechtbank dat gaat over zaken waarbij minstens één partij in hoger beroep is gegaan na een gerechtelijke uitspraak
beroepskamers	=	beroepskamer
beroepskeuze	noun	het kiezen van een beroep (en eventueel daarbij passende opleiding)
beroepskeuzeadviseur	noun	iemand die voorlichting en adviezen geeft inzake beroepskeuze (en schoolkeuze)
beroepskeuzeadviseurs	=	beroepskeuzeadviseur
beroepskeuzeadviseurtje	=	beroepskeuzeadviseur
beroepskeuzeadviseurtjes	=	beroepskeuzeadviseur
beroepskeuzen	=	beroepskeuze
beroepskeuzes	=	beroepskeuze
beroepskeuzetje	=	beroepskeuze
beroepskeuzetjes	=	beroepskeuze
beroepskeuzevoorlichting	noun	voorlichting betreffende de voor de aanvrager meest geschikte keuze uit verschillende beroepen
beroepskeuzevoorlichtingen	=	beroepskeuzevoorlichting
beroepsklasse	noun	sociale klasse van de beoefenaars van een beroep
beroepsklassen	=	beroepsklasse
beroepskleding	noun	aan het beroep aangepaste werkkleding die bij de uitoefening hiervan gedragen wordt
beroepskost	noun	kosten die men moet maken om zijn beroep te kunnen uitoefenen
beroepskosten	noun	kosten die men moet maken om zijn beroep te kunnen uitoefenen
beroepskostenvergoeding	noun	bijdrage die de werkgever geeft aan een werknemer voor uitgaven die de werknemer maakt voor het uitoefenen van zijn of haar functie
beroepskostenvergoedingen	=	beroepskostenvergoeding
beroepskostenvergoedinkje	=	beroepskostenvergoeding
beroepskostenvergoedinkjes	=	beroepskostenvergoeding
beroepskracht	noun	persoon die beroepshalve een betaalde functie vervult
beroepskrachten	=	beroepskracht
beroepsleger	noun	leger van beroepssoldaten
beroepslegers	=	beroepsleger
beroepslegertje	=	beroepsleger
beroepslegertjes	=	beroepsleger
beroepsleven	noun	dat deel van iemands leven dat te maken heeft met het werk dat men verricht
beroepslevens	=	beroepsleven
beroepsloopbaan	noun	de loopbaan van iemand als iemand die een beroep uitoefent
beroepsloopbanen	=	beroepsloopbaan
beroepsmatig	adj	ter uitvoering van iemands werk, in het kader van iemands ambt
beroepsmatige	=	beroepsmatig
beroepsmatiger	=	beroepsmatig
beroepsmatigere	=	beroepsmatig
beroepsmatigers	=	beroepsmatig
beroepsmatigs	=	beroepsmatig
beroepsmatigst	=	beroepsmatig
beroepsmatigste	=	beroepsmatig
beroepsmens	noun	persoon die iets doet omdat het zijn beroep is en er dus ook een salaris voor ontvangt en er een opleiding voor heeft genoten
beroepsmensen	=	beroepsmens
beroepsmilitair	noun	iemand die voor zijn beroep in het leger werkt
beroepsmilitairen	=	beroepsmilitair
beroepsmisdadiger	noun	iemand die als belangrijkste inkomstenbron het plegen van misdaden heeft
beroepsmisdadigers	=	beroepsmisdadiger
beroepsmisvorming	noun	een gewoonte die het gevolg is van een langdurige beroepsuitoefening
beroepsmisvormingen	=	beroepsmisvorming
beroepsmisvormingetje	=	beroepsmisvorming
beroepsmisvormingetjes	=	beroepsmisvorming
beroepsmisvorminkje	=	beroepsmisvorming
beroepsmogelijkheden	=	beroepsmogelijkheid
beroepsmogelijkheid	noun	mogelijkheid om tegen een rechterlijke uitspraak in beroep te gaan
beroepsmoslim	noun	zeer fanatieke aanhanger van de islam
beroepsmoslims	=	beroepsmoslim
beroepsmuzikant	noun	iemand die voor zijn kostwinning muziek maakt
beroepsmuzikanten	=	beroepsmuzikant
beroepsnaam	noun	een type achternaam die direct is afgeleid van een beroep
beroepsnamen	=	beroepsnaam
beroepsniveau	noun	een indicatie van de complexiteit en omvang van taken die bij een beroep horen
beroepsniveaus	=	beroepsniveau
beroepsofficier	noun	beroepsmilitair met de rang van officier
beroepsofficieren	=	beroepsofficier
beroepsofficiers	=	beroepsofficier
beroepsofficiertje	=	beroepsofficier
beroepsofficiertjes	=	beroepsofficier
beroepsonderofficier	noun	functionaris in vaste dienst die de leiding en het toezicht heeft op ondergeschikten, rang tussen de gewone soldaten en de officieren; in tegenstelling tot dienstplichtigen met deze rang
beroepsonderofficieren	=	beroepsonderofficier
beroepsonderofficiers	=	beroepsonderofficier
beroepsonderwijs	noun	vakonderwijs dat direct tot een praktisch beroep opleidt
beroepsongeval	noun	ongeval dat tijdens het uitoefenen van een beroep (of onderweg van en naar naar toe) optreedt.
beroepsongevallen	=	beroepsongeval
beroepsongevalletje	=	beroepsongeval
beroepsongevalletjes	=	beroepsongeval
beroepsopleiding	noun	opleiding die vooral voorbereidt op een bepaald beroep
beroepsopleidingen	=	beroepsopleiding
beroepsopleidinkje	=	beroepsopleiding
beroepsopleidinkjes	=	beroepsopleiding
beroepsopvatting	noun	de gedachten die men heeft over de invulling en de verantwoordelijkheden van een beroep
beroepsopvattingen	=	beroepsopvatting
beroepsorgaan	noun	orgaan dat oordeelt over een ingesteld beroep
beroepsorgaantje	=	beroepsorgaan
beroepsorgaantjes	=	beroepsorgaan
beroepsorganen	=	beroepsorgaan
beroepsorganisatie	noun	organisatie van personen die tot één beroepsgroep behoren
beroepsorganisaties	=	beroepsorganisatie
beroepsoriëntatie	noun	het zich laten informeren over de beroepen die men zou kunnen gaan uitoefenen
beroepsoriëntaties	=	beroepsoriëntatie
beroepspersoneel	noun	de personen die betaalt worden om een bepaalde functie te vervullen
beroepsperspectief	noun	de professionele invalshoek bij het vervullen van een functie
beroepsperspectieven	=	beroepsperspectief
beroepspolitici	=	beroepspoliticus
beroepspoliticus	noun	iemand die politiek bedrijft als (blijvend) beroep
beroepspraktijk	noun	dagelijkse praktijk van de beroepsuitoefening
beroepspraktijken	=	beroepspraktijk
beroepsprocedure	noun	procedure die men dient te volgen als men ergens beroep tegen wil aantekenen
beroepsprocedures	=	beroepsprocedure
beroepsprofiel	noun	beschrijving van de gewenste kwalificaties die iemand nodig heeft voor de uitoefening van het beroep
beroepsprofielen	=	beroepsprofiel
beroepsprofieltje	=	beroepsprofiel
beroepsprofieltjes	=	beroepsprofiel
beroepsrecht	noun	recht om beroep in te stellen
beroepsrechten	=	beroepsrecht
beroepsrechter	noun	de rechter die het beroep afhandelt
beroepsrechters	=	beroepsrechter
beroepsrenner	noun	iemand die het (wiel)rennen als zijn beroep heeft
beroepsrenners	=	beroepsrenner
beroepsrennertje	=	beroepsrenner
beroepsrennertjes	=	beroepsrenner
beroepsrisico	noun	de gevaren die men loopt door het beoefenen van een beroep
beroepsrisico's	=	beroepsrisico
beroepsscheepvaart	noun	scheepvaart die beroepsmatig wordt uitgevoerd
beroepsscholen	=	beroepsschool
beroepsscholing	noun	scholing voor het specifieke beroep
beroepsscholingen	=	beroepsscholing
beroepsschool	noun	school voor opleiding in een beroep (België)
beroepsschooltje	=	beroepsschool
beroepsschooltjes	=	beroepsschool
beroepsschrijver	noun	iemand die met schrijven zijn brood verdient
beroepsschrijvers	=	beroepsschrijver
beroepsschrijvertje	=	beroepsschrijver
beroepsschrijvertjes	=	beroepsschrijver
beroepssector	noun	een groep beroepen in een bepaalde bedrijfstak
beroepssectoren	=	beroepssector
beroepssectors	=	beroepssector
beroepssecundair	adj	betrekking hebbend om het beroepsgerichte secundaire onderwijs in België
beroepssecundairder	=	beroepssecundair
beroepssecundairdere	=	beroepssecundair
beroepssecundairders	=	beroepssecundair
beroepssecundaire	=	beroepssecundair
beroepssecundairs	=	beroepssecundair
beroepssecundairst	=	beroepssecundair
beroepssecundairste	=	beroepssecundair
beroepsslachtoffer	noun	persoon die zich te vaak gedraagt alsof hij of zij wordt benadeeld; persoon die zichzelf heel zielig vindt
beroepsslachtoffers	=	beroepsslachtoffer
beroepsslachtoffertje	=	beroepsslachtoffer
beroepsslachtoffertjes	=	beroepsslachtoffer
beroepssoldaat	noun	iemand die voor zijn beroep in het leger werkt
beroepssoldaatje	=	beroepssoldaat
beroepssoldaatjes	=	beroepssoldaat
beroepssoldaten	=	beroepssoldaat
beroepsspecifiek	adj	wat heel kenmerkend is voor een bepaald vak
beroepsspecifieke	=	beroepsspecifiek
beroepsspecifieker	=	beroepsspecifiek
beroepsspecifiekere	=	beroepsspecifiek
beroepsspecifiekers	=	beroepsspecifiek
beroepsspecifieks	=	beroepsspecifiek
beroepsspecifiekst	=	beroepsspecifiek
beroepsspecifiekste	=	beroepsspecifiek
beroepsspeler	noun	iemand die beroepshalve een sport beoefent
beroepsspelers	=	beroepsspeler
beroepsspelertje	=	beroepsspeler
beroepsspelertjes	=	beroepsspeler
beroepssport	noun	sport beoefend door beroepssporters
beroepssporten	=	beroepssport
beroepssporter	noun	iemand die sport beoefent om er een inkomen mee te verdienen
beroepssporters	=	beroepssporter
beroepsstructuren	=	beroepsstructuur
beroepsstructuur	noun	structuur van de bevolking gecatologiseerd volgens de beroepen
beroepstaal	noun	specifiek taalgebruik bij een beroep
beroepstaaltje	=	beroepstaal
beroepstaaltjes	=	beroepstaal
beroepstak	noun	Een groep van verwante beroepen in een bedrijfstak.
beroepstakje	=	beroepstak
beroepstakjes	=	beroepstak
beroepstakken	=	beroepstak
beroepstalen	=	beroepstaal
beroepstermijn	noun	termijn waarbinnen men in beroep kan gaan
beroepstermijnen	=	beroepstermijn
beroepstermijntje	=	beroepstermijn
beroepstermijntjes	=	beroepstermijn
beroepsuitoefening	noun	het daadwerkelijk werkzaam zijn in een bepaald beroep
beroepsuitoefeningen	=	beroepsuitoefening
beroepsvaart	noun	de bedrijfsmatige scheepvaart
beroepsvaarten	=	beroepsvaart
beroepsveld	noun	een groep met elkaar verwante beroepen
beroepsvelden	=	beroepsveld
beroepsverbod	noun	verbod voor een persoon tot het uitoefenen van een bepaalde functie (met name wegens verdenking van het hebben van denkbeelden die strijdig zijn met de Grondwet)
beroepsverboden	=	beroepsverbod
beroepsvereniging	noun	vereniging van personen die tot dezelfde beroepsgroep behoren
beroepsverenigingen	=	beroepsvereniging
beroepsverenigingetje	=	beroepsvereniging
beroepsverenigingetjes	=	beroepsvereniging
beroepsvervoer	noun	bedrijfstak die zich met vervoer bezighoudt
beroepsvervoerder	noun	iemand die voor zijn boterham goederen vervoert
beroepsvervoerders	=	beroepsvervoerder
beroepsvisser	noun	iemand die vissen vangt en verkoopt voor zijn kostwinning
beroepsvisserij	noun	het vissen als broodwinning
beroepsvisserijen	=	beroepsvisserij
beroepsvissers	=	beroepsvisser
beroepsvissertje	=	beroepsvisser
beroepsvissertjes	=	beroepsvisser
beroepsvoetbal	noun	voetbal dat gespeeld wordt met profspelers
beroepsvoetballer	noun	iemand die van voetbal zijn beroep heeft gemaakt
beroepsvoetballers	=	beroepsvoetballer
beroepsvoetballertje	=	beroepsvoetballer
beroepsvoetballertjes	=	beroepsvoetballer
beroepsvoorbereiding	noun	het proces waarin iemand wordt klaargestoomd voor het uitoefenen van een specifiek beroep of vak.
beroepsvoorbereidingen	=	beroepsvoorbereiding
beroepsvoorbereidinkje	=	beroepsvoorbereiding
beroepsvoorbereidinkjes	=	beroepsvoorbereiding
beroepsvoorlichting	noun	voorlichting betreffende de voor een aanvrager van toepassing zijnde verschillende beroepen
beroepsvoorlichtingen	=	beroepsvoorlichting
beroepsvorming	noun	het vakinhoudelijke gedeelte van een opleiding
beroepsvormingen	=	beroepsvorming
beroepswielrenner	noun	iemand die geld verdient door als wielrenner mee te doen aan wedstrijden
beroepswielrenners	=	beroepswielrenner
beroepszaak	noun	rechtszaak in hoger beroep
beroepszaakje	=	beroepszaak
beroepszaakjes	=	beroepszaak
beroepszaken	=	beroepszaak
beroepszanger	noun	man of vrouw die voor de kostwinning zingt
beroepszangers	=	beroepszanger
beroepsziekte	noun	ziekte die een gevolg is van schadelijke factoren in het uitoefenen van een beroep
beroepsziekten	=	beroepsziekte
beroepsziektes	=	beroepsziekte
beroept	=	beroepen
beroer	=	beroeren
beroerd	adj	bijzonder slecht, waardeloos	adv	op bijzonder slechte wijze
beroerde	=	beroerd
beroerden	=	beroeren
beroerder	=	beroerd
beroerdere	=	beroerd
beroerders	=	beroerd
beroerds	=	beroerd
beroerdst	=	beroerd
beroerdste	adj	iemand die heel vervelend is; vaak gebruikt in niet de beroerdste zijn, wat betekent dat iemand juist aardig is
beroere	=	beroeren
beroeren	verb	onrust veroorzaken, in onrustige beweging brengen
beroerend	=	beroeren
beroerende	=	beroeren
beroering	noun	onrust door iets veroorzaakt, commotie
beroeringen	=	beroering
beroerinkje	=	beroering
beroerinkjes	=	beroering
beroert	=	beroeren
beroerte	noun	een acute beschadiging van de hersenen die veroorzaakt wordt door een bloeduitstorting in de hersenen
beroerten	=	beroerte
beroertes	=	beroerte
beroertetje	=	beroerte
beroes	=	beroezen
beroesd	=	beroezen
beroesde	=	beroezen
beroesden	=	beroezen
beroest	=	beroezen
beroet	adj	van iets of iemand dat het met roet bedekt is
beroete	=	beroet
beroeter	=	beroet
beroetere	=	beroet
beroeters	=	beroet
beroets	=	beroet
beroetst	=	beroet
beroetste	=	beroet
beroeze	=	beroezen
beroezen	verb	~ aan: zich ergens dronken aan voeren
beroezend	=	beroezen
beroezende	=	beroezen
beroke	=	beroken
beroken	verb	een oppervlak aan rook blootstellen
berokend	=	beroken
berokende	=	beroken
beroker	noun	een toestel dat rook produceert waarmee de imker zijn bijenvolk rustig kan houden
berokers	=	beroker
berokertje	=	beroker
berokertjes	=	beroker
berokken	=	berokkenen
berokkend	=	berokkenen
berokkende	=	berokkenen
berokkenden	=	berokkenen
berokkene	=	berokkenen
berokkenen	verb	de oorzaak zijn van iets, iemand iets aandoen
berokkenend	=	berokkenen
berokkenende	=	berokkenen
berokkent	=	berokkenen
beroof	=	beroven
beroofd	=	beroven
beroofde	=	beroven
beroofden	=	beroven
berooft	=	beroven
berooid	adj	zonder geld of andere bezittingen
berooide	=	berooid
berooider	=	berooid
berooidere	=	berooid
berooiders	=	berooid
berooids	=	berooid
berooidst	=	berooid
berooidste	=	berooid
berook	=	beroken
berookt	=	beroken
berookten	=	beroken
berooven	=	beroven
berooving	=	beroving
berouw	noun	het betreuren van een eerdere kwalijke daad, spijt, schuldgevoel
berouwd	=	berouwen
berouwde	=	berouwen
berouwden	=	berouwen
berouwe	=	berouwen
berouwen	verb	zich ~ over; met persoon als onderwerp: spijt hebben van iets
berouwend	=	berouwen
berouwende	=	berouwen
berouwt	=	berouwen
berouwvol	adj	met spijt vervuld
berouwvolle	=	berouwvol
berouwvoller	=	berouwvol
berouwvollere	=	berouwvol
berouwvollers	=	berouwvol
berouwvols	=	berouwvol
berouwvolst	=	berouwvol
berouwvolste	=	berouwvol
berove	=	beroven
beroven	verb	iemand met geweld zijn bezit ontnemen
berovend	=	beroven
berovende	=	beroven
beroving	noun	het beroofd worden
berovingen	=	beroving
berovinkje	=	beroving
berovinkjes	=	beroving
berrie	noun	draagbaar, lijkbaar
berries	=	berrie
berserker	noun	in berenvel gehulde viking
berserkers	=	berserker
berserkerwoede	noun	extatische strijdwoede
berserkerwoedes	=	berserkerwoede
bersiap	intj	wees paraat
berst	noun	barst
berste	=	bersten
bersten	verb	onder inwendige druk uit elkaar breken
berstend	=	bersten
berstende	=	bersten
berstens	noun	genitief van bersten
berstensvol	adj	heel erg vol
berstensvolle	=	berstensvol
berstensvols	=	berstensvol
berstje	=	berst
berstjes	=	berst
berstte	=	bersten
berstten	=	bersten
bertram	noun	Anacyclus pyrethrum een kruidachtige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae)
bertramboorvlieg	noun	Tephritis angustipennis een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
bertramboorvliegen	=	bertramboorvlieg
bertramboorvliegje	=	bertramboorvlieg
bertramboorvliegjes	=	bertramboorvlieg
bertrams	=	bertram
berucht	adj	om slechte redenen bekend staand, gevreesd
beruchte	=	berucht
beruchter	=	berucht
beruchtere	=	berucht
beruchters	=	berucht
beruchtheden	=	beruchtheid
beruchtheid	noun	iets of iemand die als iets slechts bekend is bij veel mensen
beruchts	=	berucht
beruchtst	=	berucht
beruchtste	=	berucht
berufsverbot	noun	verbod tot het uitoefenen van bepaalde beroepen
berufsverboten	=	berufsverbot
beruik	=	beruiken
beruike	=	beruiken
beruiken	verb	iemand of iets ruiken
beruikend	=	beruiken
beruikende	=	beruiken
beruikt	=	beruiken
berust	=	berusten
beruste	=	berusten
berusten	verb	berusten in: zonder verzet aanvaarden
berustend	adj	kalm teleurstellingen accepterend
berustende	=	berusten
berustender	=	berustend
berustendere	=	berustend
berustenders	=	berustend
berustends	=	berustend
berustendst	=	berustend
berustendste	=	berustend
berusting	noun	het aanvaarden van iets wat niet te vermijden is
berustingen	=	berusting
berustte	=	berusten
berustten	=	berusten
beryl	=	beril
berylamazilia	noun	Saucerottia beryllina een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
berylamazilia's	=	berylamazilia
berylamaziliaatje	=	berylamazilia
berylamaziliaatjes	=	berylamazilia
beryllium	noun	een chemisch element en een donkergrijs aardalkalimetaal, met symbool Be en atoomnummer 4
berylliumatomen	=	berylliumatoom
berylliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element beryllium.
berylliumatoompje	=	berylliumatoom
berylliumatoompjes	=	berylliumatoom
bes	noun	een met een halve toon verlaagde "b"
bes-bestuurder	noun	bestuurder op Bonaire, Sint-Eustatius of Saba die samen Caraïbisch Nederland vormen
bes-bestuurders	=	bes-bestuurder
bes-bevolking	noun	de groep mensen die inwoner zijn van Caribisch Nederland
bes-bevolkingen	=	bes-bevolking
bes-bevolkinkje	=	bes-bevolking
bes-bevolkinkjes	=	bes-bevolking
bes-bewoner	noun	bewoner van Caribisch Nederland
bes-bewoners	=	bes-bewoner
bes-burger	noun	bewoner van Caribisch Nederland
bes-burgers	=	bes-burger
bes-dollar	noun	een serie herdenkingsmunten in Caribisch Nederland
bes-dollars	=	bes-dollar
bes-eiland	noun	een van de drie eilanden van Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
bes-eilanden	=	bes-eiland
bes-groot	noun	het akkoord bes - d - f, de grote drieklank op de eerste trap van de Bes-grotetertstoonladder
bes-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Bes-grotetertstoonladder
bes-grootakkoorden	=	bes-grootakkoord
bes-grootakkoordje	=	bes-grootakkoord
bes-grootakkoordjes	=	bes-grootakkoord
bes-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “bes” als grondtoon
bes-grotetertstoonladders	=	bes-grotetertstoonladder
bes-grotetertstoonladdertje	=	bes-grotetertstoonladder
bes-grotetertstoonladdertjes	=	bes-grotetertstoonladder
bes-klein	noun	het akkoord bes - des - f, de kleine drieklank op de eerste trap van de bes-kleinetertstoonladder
bes-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de bes-kleinetertstoonladder
bes-kleinakkoorden	=	bes-kleinakkoord
bes-kleinakkoordje	=	bes-kleinakkoord
bes-kleinakkoordjes	=	bes-kleinakkoord
bes-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “bes” als grondtoon
bes-kleinetertstoonaarden	=	bes-kleinetertstoonaard
bes-kleinetertstoonaardje	=	bes-kleinetertstoonaard
bes-kleinetertstoonaardjes	=	bes-kleinetertstoonaard
bes-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “bes” als grondtoon
bes-kleinetertstoonladders	=	bes-kleinetertstoonladder
bes-kleinetertstoonladdertje	=	bes-kleinetertstoonladder
bes-kleinetertstoonladdertjes	=	bes-kleinetertstoonladder
bes-majeur	noun	het akkoord bes - d - f, de grote drieklank op de eerste trap van de Bes-grotetertstoonladder
bes-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Bes-grotetertstoonladder
bes-majeurakkoorden	=	bes-majeurakkoord
bes-majeurakkoordje	=	bes-majeurakkoord
bes-majeurakkoordjes	=	bes-majeurakkoord
bes-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “bes” als grondtoon
bes-majeurtoonaarden	=	bes-majeurtoonaard
bes-majeurtoonaardje	=	bes-majeurtoonaard
bes-majeurtoonaardjes	=	bes-majeurtoonaard
bes-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "bes" als grondtoon
bes-majeurtoonladders	=	bes-majeurtoonladder
bes-majeurtoonladdertje	=	bes-majeurtoonladder
bes-majeurtoonladdertjes	=	bes-majeurtoonladder
bes-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "bes" als grondtoon
bes-majeurtoonschaaltje	=	bes-majeurtoonschaal
bes-majeurtoonschaaltjes	=	bes-majeurtoonschaal
bes-majeurtoonschalen	=	bes-majeurtoonschaal
bes-mineur	noun	het akkoord bes - des - f, de kleine drieklank op de eerste trap van de bes-kleinetertstoonladder
bes-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de bes-kleinetertstoonladder
bes-mineurakkoorden	=	bes-mineurakkoord
bes-mineurakkoordje	=	bes-mineurakkoord
bes-mineurakkoordjes	=	bes-mineurakkoord
bes-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “bes” als grondtoon
bes-mineurtoonladders	=	bes-mineurtoonladder
bes-mineurtoonladdertje	=	bes-mineurtoonladder
bes-mineurtoonladdertjes	=	bes-mineurtoonladder
bes-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “bes” als grondtoon
bes-mineurtoonschaaltje	=	bes-mineurtoonschaal
bes-mineurtoonschaaltjes	=	bes-mineurtoonschaal
bes-mineurtoonschalen	=	bes-mineurtoonschaal
bes-toonladder	=	bes-grotetertstoonladder
bes-wetgeving	noun	wetgeving die betrekking heeft op Caribisch Nederland
bes-wetgevingen	=	bes-wetgeving
besam	noun	dankgebed na de maaltijd, de Portugese versie van birkat hamazon
besamiem	noun	specerijen, met name gebruikt bij de afsluiting van sjabbat
besanjelier	noun	Silene baccifera een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
besanjelieren	=	besanjelier
besanjeliertje	=	besanjelier
besanjeliertjes	=	besanjelier
beschaaf	=	beschaven
beschaafd	adj	net en goed opgevoed, netjes, fatsoenlijk
beschaafde	=	beschaafd
beschaafden	=	beschaven
beschaafder	=	beschaafd
beschaafdere	=	beschaafd
beschaafders	=	beschaafd
beschaafdheid	noun	het welopgevoed zijn; het beleefd zijn
beschaafds	=	beschaafd
beschaafdst	=	beschaafd
beschaafdste	=	beschaafd
beschaaft	=	beschaven
beschaam	=	beschamen
beschaamd	adj	vol met de neiging zich te verbergen voor anderen, verlegen	adv	vol met de neiging zich te verbergen voor anderen, verlegen
beschaamde	=	beschaamd
beschaamden	=	beschamen
beschaamder	=	beschaamd
beschaamdere	=	beschaamd
beschaamders	=	beschaamd
beschaamdheid	noun	het zich schuldig en minderwaardig voelen
beschaamds	=	beschaamd
beschaamdst	=	beschaamd
beschaamdste	=	beschaamd
beschaamt	=	beschamen
beschadig	=	beschadigen
beschadigd	adj	niet gaaf meer
beschadigde	=	beschadigd
beschadigden	=	beschadigen
beschadigder	=	beschadigd
beschadigdere	=	beschadigd
beschadigders	=	beschadigd
beschadigds	=	beschadigd
beschadigdst	=	beschadigd
beschadigdste	=	beschadigd
beschadige	=	beschadigen
beschadigen	verb	het toebrengen van schade
beschadigend	=	beschadigen
beschadigende	=	beschadigen
beschadiging	noun	aangebrachte schade
beschadigingen	=	beschadiging
beschadigingetje	=	beschadiging
beschadigingetjes	=	beschadiging
beschadigt	=	beschadigen
beschaduw	=	beschaduwen
beschaduwd	=	beschaduwen
beschaduwde	=	beschaduwen
beschaduwden	=	beschaduwen
beschaduwe	=	beschaduwen
beschaduwen	verb	voorzien van een schaduw; uit de zon houden
beschaduwend	=	beschaduwen
beschaduwende	=	beschaduwen
beschaduwt	=	beschaduwen
beschame	=	beschamen
beschamen	verb	verlegen maken
beschamend	adj	waarvoor je jezelf hoort te schamen en boos op jezelf hoort te zijn
beschamende	=	beschamend
beschamender	=	beschamend
beschamendere	=	beschamend
beschamenders	=	beschamend
beschamends	=	beschamend
beschamendst	=	beschamend
beschamendste	=	beschamend
beschaming	noun	het iemand teleurstellen of verlegen maken
beschamingen	=	beschaming
beschave	=	beschaven
beschaven	verb	met een schaaf glad maken
beschavend	=	beschaven
beschavende	=	beschaven
beschaving	noun	de complexe maatschappij waarin veel van de mensen in steden leven en hun voedsel door middel van landbouw verkrijgen
beschavingen	=	beschaving
beschavingsdrang	noun	de neiging om de cultuur en goede manieren uit te dragen
beschavingsideaal	noun	het streven om alle mensen op te voeden tot 'beschaafde' burgers
beschavingsideaaltje	=	beschavingsideaal
beschavingsideaaltjes	=	beschavingsideaal
beschavingsidealen	=	beschavingsideaal
beschavingsoffensief	noun	gerichte actie om een groep mensen of een hele maatschappij een zekere mate van beschaving bij te brengen
beschavingsoffensieven	=	beschavingsoffensief
beschavingsproces	noun	de gang van zaken rond het opvoeden van mensen tot 'beschaafde' burgers
beschavingsprocessen	=	beschavingsproces
beschavingsziekte	noun	ziekten veroorzaakt door toegenomen welvaart
beschavingsziekten	=	beschavingsziekte
beschavingsziektes	=	beschavingsziekte
beschavinkje	=	beschaving
beschavinkjes	=	beschaving
bescheen	=	beschijnen
bescheent	=	beschijnen
bescheet	=	beschijten
bescheid	=	bescheiden
bescheidde	=	bescheiden
bescheidden	=	bescheiden
bescheide	=	bescheiden
bescheiden	adj	geen te hoge verwachtingen van zichzelf hebbend	verb|obsolete	over iemand beslissen, iets bepalen
bescheidend	=	bescheiden
bescheidende	=	bescheiden
bescheidener	=	bescheiden
bescheideners	=	bescheiden
bescheidenerwijs	adv	uit bescheidenheid
bescheidenheden	=	bescheidenheid
bescheidenheid	noun	het de eigen verworvenheden kleiner voorstellen dan zij zijn
bescheidenheidje	=	bescheidenheid
bescheidenlijk	adj	zonder jezelf op de voorgrond te plaatsen
bescheidenlijke	=	bescheidenlijk
bescheidenlijker	=	bescheidenlijk
bescheidenlijkere	=	bescheidenlijk
bescheidenlijkers	=	bescheidenlijk
bescheidenlijks	=	bescheidenlijk
bescheidenlijkst	=	bescheidenlijk
bescheidenlijkste	=	bescheidenlijk
bescheidens	=	bescheiden
bescheidenst	=	bescheiden
bescheidenste	=	bescheiden
bescheidt	=	bescheiden
beschelp	=	beschelpen
beschelpe	=	beschelpen
beschelpen	verb	voorzien van een plaveisel van schelpen
beschelpend	=	beschelpen
beschelpende	=	beschelpen
beschelpt	=	beschelpen
beschelpte	=	beschelpen
beschelpten	=	beschelpen
beschene	=	beschijnen
beschenen	=	beschijnen
beschenk	=	beschenken
beschenke	=	beschenken
beschenken	verb	iemand ~ met: aan iemand een schenking doen toekomen
beschenkend	=	beschenken
beschenkende	=	beschenken
beschenkt	=	beschenken
bescherm	=	beschermen
beschermd	adj	beveiligd tegen gevaar
beschermde	=	beschermen
beschermden	=	beschermen
beschermder	=	beschermd
beschermdere	=	beschermd
beschermders	=	beschermd
beschermds	=	beschermd
beschermdst	=	beschermd
beschermdste	=	beschermd
beschermduivel	noun	bewaarduivel, een beschermer in de vorm van een duivel, je kunt ook door een slecht iemand beschermd worden, ook slechte mensen kunnen beschermd worden
beschermduivels	=	beschermduivel
beschermduiveltje	=	beschermduivel
beschermduiveltjes	=	beschermduivel
bescherme	=	beschermen
beschermeling	noun	iemand die geregeld door iemand anders gesteund of in bescherming genomen wordt
beschermelinge	noun	een vrouw die door iemand beschermd wordt
beschermelingen	=	beschermeling
beschermelinges	=	beschermelinge
beschermelingetje	=	beschermeling
beschermelingetjes	=	beschermeling
beschermen	verb	er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerd gebeurt
beschermend	adj	bepaalde narigheid voorkomend
beschermende	=	beschermen
beschermender	=	beschermend
beschermendere	=	beschermend
beschermenders	=	beschermend
beschermends	=	beschermend
beschermendst	=	beschermend
beschermendste	=	beschermend
beschermengel	noun	een hemels wezen dat je tegen onheil beschermt, engelbewaarder, wachtengel, bewaarengel
beschermengelen	=	beschermengel
beschermengeltje	=	beschermengel
beschermengeltjes	=	beschermengel
beschermer	noun	iets of iemand dat iets of iemand anders probeert te behoeden voor nadeel
beschermers	=	beschermer
beschermertje	=	beschermer
beschermertjes	=	beschermer
beschermheer	noun	het geven van fysieke bescherming door iemand van hogere rang aan ondergeschikten
beschermheerschap	noun	het beschermheer zijn
beschermheerschapje	=	beschermheerschap
beschermheerschapjes	=	beschermheerschap
beschermheerschappen	=	beschermheerschap
beschermheertje	=	beschermheer
beschermheertjes	=	beschermheer
beschermheilige	noun	een heilige onder wiens bescherming een bepaalde persoon of groep staat
beschermheiligen	=	beschermheilige
beschermheren	=	beschermheer
beschermhoes	noun	hoes die om iets of iemand wordt aangebracht ter bescherming tegen schadelijke, uitwendige invloeden
beschermhoesje	=	beschermhoes
beschermhoesjes	=	beschermhoes
beschermhoezen	=	beschermhoes
bescherming	noun	een beveiliging
beschermingen	=	bescherming
beschermingsbewind	noun	maatregel die een rechter kan uitspreken ten behoeve van een meerderjarige die naar objectieve maatstaven niet in staat is zijn belangen van vermogensrechtelijke aard zelf te behartigen
beschermingsbewinden	=	beschermingsbewind
beschermingsbewindje	=	beschermingsbewind
beschermingsbewindjes	=	beschermingsbewind
beschermingsconstructie	noun	constructie waarmee een onderneming zich tegen een vijandige overname beschermt
beschermingsconstructies	=	beschermingsconstructie
beschermingsduur	noun	de periode dat men beschermd is
beschermingsfactor	noun	de mate waarin hiets helpt tegen schadelijke invloeden van buitenaf
beschermingsfactoren	=	beschermingsfactor
beschermingsgebied	noun	gebied waar extra beschermingsmaatregelen gelden omdat er drinkwater wordt gewonnen
beschermingsgebieden	=	beschermingsgebied
beschermingsgebiedje	=	beschermingsgebied
beschermingsgebiedjes	=	beschermingsgebied
beschermingsgraad	noun	de mate waarin iets of iemand beschermd is
beschermingsgraden	=	beschermingsgraad
beschermingslaag	noun	een laag die de onderliggende structuren beschermt tegen invloeden van buitenaf
beschermingslagen	=	beschermingslaag
beschermingsmaatregel	noun	regeling die dient om iets of iemand te beschermen tegen kwalijke externe invloeden
beschermingsmaatregelen	=	beschermingsmaatregel
beschermingsmaatregels	=	beschermingsmaatregel
beschermingsmacht	noun	militaire eenheid die dient om iets of iemand te beschermen
beschermingsmachten	=	beschermingsmacht
beschermingsmechanisme	noun	verschijnsel dat beschermt tegen schadelijke invloeden
beschermingsmechanismen	=	beschermingsmechanisme
beschermingsmechanismes	=	beschermingsmechanisme
beschermingsmuren	=	beschermingsmuur
beschermingsmuur	noun	een muur die een gebied beschermt
beschermingsmuurtje	=	beschermingsmuur
beschermingsmuurtjes	=	beschermingsmuur
beschermingsniveau	noun	de mate waarin iets of iemand beveiligd is tegen schadelijke invloeden
beschermingsniveaus	=	beschermingsniveau
beschermingsplan	noun	doordacht geheel van voorgenomen maatregelen om onheil te voorkomen
beschermingsplannen	=	beschermingsplan
beschermingsplicht	noun	het gedwongen zijn om iets of iemand te beschermen tegen schadelijke invloeden
beschermingsplichten	=	beschermingsplicht
beschermingsprogramma	noun	een programma dat erop gericht is om bepaalde personen extra te beveiligen
beschermingsprogramma's	=	beschermingsprogramma
beschermingsstatus	noun	een inschatting van de waarschijnlijkheid dat die soort zal blijven overleven in dat gebied
beschermingsstatusje	=	beschermingsstatus
beschermingsstatusjes	=	beschermingsstatus
beschermingsstatussen	=	beschermingsstatus
beschermingssysteem	noun	geheel van maatregelen die iets of iemand beschermt tegen invloeden van buitenaf
beschermingssystemen	=	beschermingssysteem
beschermingswal	noun	muur die dient om iets te beschermen tegen invloeden van buitenaf
beschermingswallen	=	beschermingswal
beschermingszone	noun	een zone die als bescherming van iets wordt vrijgehouden
beschermingszones	=	beschermingszone
bescherminkje	=	bescherming
beschermkap	noun	bedekking van hoofd, gezicht of ander kwetsbaar lichaamsdeel die letsel van buitenaf moet voorkomen
beschermkappen	=	beschermkap
beschermlaag	noun	laag die is aangebracht om het onderliggende materiaal te beschermen tegen inwerking van buitenaf
beschermlaagje	=	beschermlaag
beschermlaagjes	=	beschermlaag
beschermlagen	=	beschermlaag
beschermpaar	noun	levenspartners met een hoge maatschappelijke positie die samen symbolische bescherming aan een organisatie geven
beschermparen	=	beschermpaar
beschermster	noun	een vrouwelijke beschermer.
beschermsters	=	beschermster
beschermstertje	=	beschermster
beschermstertjes	=	beschermster
beschermt	=	beschermen
beschermvrouw	noun	dame van aanzien die zich openlijk sterk maakt voor een persoon of instelling
beschermvrouwe	noun|formal	dame van aanzien die zich openlijk sterk maakt voor een persoon of instelling
beschermvrouwen	=	beschermvrouw
beschermvrouwtje	=	beschermvrouw
beschermwaardig	adj	van iets dat het zo waardevol is dat het waard is beschermd te worden
beschermwaardige	=	beschermwaardig
beschermwaardiger	=	beschermwaardig
beschermwaardigere	=	beschermwaardig
beschermwaardigers	=	beschermwaardig
beschermwaardigheid	noun	het voldoende waarde hebben om recht op bescherming te hebben
beschermwaardigs	=	beschermwaardig
beschermwaardigst	=	beschermwaardig
beschermwaardigste	=	beschermwaardig
beschete	=	beschijten
bescheten	adj	laf, gebrek aan moed tonend
bescheur	=	bescheuren
bescheurd	=	bescheuren
bescheurde	=	bescheuren
bescheurden	=	bescheuren
bescheure	=	bescheuren
bescheuren	verb	heel erg hard moeten lachen om iets
bescheurend	=	bescheuren
bescheurende	=	bescheuren
bescheurkalender	noun	een scheurkalender die tussen 1972 en 1986 gemaakt is door Kees van Kooten en Wim de Bie.
bescheurkalenders	=	bescheurkalender
bescheurt	=	bescheuren
beschiet	=	beschieten
beschiete	=	beschieten
beschieten	verb	met geschut- of geweervuur bestoken
beschietend	=	beschieten
beschietende	=	beschieten
beschieting	noun	het onder zwaar vuur leggen van een vijandelijke positie
beschietingen	=	beschieting
beschietinkje	=	beschieting
beschietinkjes	=	beschieting
beschijn	=	beschijnen
beschijne	=	beschijnen
beschijnen	verb	met lichtstralen raken
beschijnend	=	beschijnen
beschijnende	=	beschijnen
beschijnt	=	beschijnen
beschijt	=	beschijten
beschijte	=	beschijten
beschijten	verb|vulgar	schijten op, in of tegenaan
beschijtend	=	beschijten
beschijtende	=	beschijten
beschik	=	beschikken
beschikbaar	adj	waarover beschikt kan worden, voorhanden
beschikbaarder	=	beschikbaar
beschikbaardere	=	beschikbaar
beschikbaarders	=	beschikbaar
beschikbaarheden	=	beschikbaarheid
beschikbaarheid	noun	De mogelijkheid om, indien nodig te kunnen beschikken over mensen, diensten of hulpmiddelen
beschikbaars	=	beschikbaar
beschikbaarst	=	beschikbaar
beschikbaarste	=	beschikbaar
beschikbaarstelling	noun	de keer dat men iets beschikbaar maakt voor iets of iemand
beschikbaarstellingen	=	beschikbaarstelling
beschikbare	=	beschikbaar
beschikke	=	beschikken
beschikken	verb	beslissen, regelen
beschikkend	=	beschikken
beschikkende	=	beschikken
beschikking	noun	de macht om over iets te beschikken
beschikkingen	=	beschikking
beschikkingsmacht	noun	het recht dat men iets mag gebruiken naar eigen goeddunken
beschikkingsmachten	=	beschikkingsmacht
beschikkingsrecht	noun	het recht om vrijelijk ergens over te kunnen beschikken
beschikkingsrechten	=	beschikkingsrecht
beschikkinkje	=	beschikking
beschikkinkjes	=	beschikking
beschikt	=	beschikken
beschikte	=	beschikken
beschikten	=	beschikken
beschilder	=	beschilderen
beschilderd	=	beschilderen
beschilderde	=	beschilderen
beschilderden	=	beschilderen
beschildere	=	beschilderen
beschilderen	verb	met verf een afbeelding op iets aanbrengen
beschilderend	=	beschilderen
beschilderende	=	beschilderen
beschildering	noun	geschilderde voorstelling
beschilderingen	=	beschildering
beschilderingetje	=	beschildering
beschilderingetjes	=	beschildering
beschildert	=	beschilderen
beschimmel	=	beschimmelen
beschimmeld	adj	onderhevig aan schimmelgroei
beschimmelde	=	beschimmeld
beschimmelden	=	beschimmelen
beschimmelder	=	beschimmeld
beschimmeldere	=	beschimmeld
beschimmelders	=	beschimmeld
beschimmelds	=	beschimmeld
beschimmeldst	=	beschimmeld
beschimmeldste	=	beschimmeld
beschimmele	=	beschimmelen
beschimmelen	verb	aangevreten worden door schimmels
beschimmelend	=	beschimmelen
beschimmelende	=	beschimmelen
beschimmelt	=	beschimmelen
beschimp	=	beschimpen
beschimpe	=	beschimpen
beschimpen	verb	met scheldwoorden overladen
beschimpend	=	beschimpen
beschimpende	=	beschimpen
beschimping	noun	schimpwoord, belediging, scheldwoord
beschimpingen	=	beschimping
beschimpinkje	=	beschimping
beschimpinkjes	=	beschimping
beschimpt	=	beschimpen
beschimpte	=	beschimpen
beschimpten	=	beschimpen
beschoei	=	beschoeien
beschoeid	=	beschoeien
beschoeide	=	beschoeien
beschoeiden	=	beschoeien
beschoeie	=	beschoeien
beschoeien	verb	voorzien van beschoeiing
beschoeiend	=	beschoeien
beschoeiende	=	beschoeien
beschoeiing	noun	bekleding van de walkant die met een paalwerk aan de waterkant op zijn plaats blijft
beschoeiingen	=	beschoeiing
beschoeiinkje	=	beschoeiing
beschoeiinkjes	=	beschoeiing
beschoeit	=	beschoeien
beschonk	=	beschenken
beschonke	=	beschenken
beschonken	adj	onder invloed van alcohol
beschonkener	=	beschonken
beschonkeners	=	beschonken
beschonkens	=	beschonken
beschonkenst	=	beschonken
beschonkenste	=	beschonken
beschonkt	=	beschenken
beschoot	=	beschieten
beschoren	adj	door het lot gegeven
beschorens	=	beschoren
beschot	noun	houten wandbekleding
beschote	=	beschieten
beschoten	=	beschieten
beschotje	=	beschot
beschotjes	=	beschot
beschotten	=	beschot
beschouw	=	beschouwen
beschouwd	=	beschouwen
beschouwde	=	beschouwen
beschouwden	=	beschouwen
beschouwe	=	beschouwen
beschouwelijk	adj	meer nadenkend en observerend dan praktisch handelend
beschouwelijke	=	beschouwelijk
beschouwelijker	=	beschouwelijk
beschouwelijkere	=	beschouwelijk
beschouwelijkers	=	beschouwelijk
beschouwelijks	=	beschouwelijk
beschouwelijkst	=	beschouwelijk
beschouwelijkste	=	beschouwelijk
beschouwen	verb	bekijken als, beoordelen, vinden
beschouwend	adj	de manier waarop men iets of iemand na nadenken ziet
beschouwende	=	beschouwen
beschouwender	=	beschouwend
beschouwendere	=	beschouwend
beschouwenders	=	beschouwend
beschouwends	=	beschouwend
beschouwendst	=	beschouwend
beschouwendste	=	beschouwend
beschouwer	noun	iemand die iets bekijkt
beschouwers	=	beschouwer
beschouwing	noun	meer dan oppervlakkige aandacht
beschouwingen	=	beschouwing
beschouwingswijze	noun	de manier hoe men tegen een bepaalde zaak of persoon aankijkt
beschouwingswijzen	=	beschouwingswijze
beschouwinkje	=	beschouwing
beschouwinkjes	=	beschouwing
beschouwt	=	beschouwen
beschreef	=	beschrijven
beschreeft	=	beschrijven
beschreeuw	=	beschreeuwen
beschreeuwd	=	beschreeuwen
beschreeuwde	=	beschreeuwen
beschreeuwden	=	beschreeuwen
beschreeuwe	=	beschreeuwen
beschreeuwen	verb	tegen iemand schreeuwen
beschreeuwend	=	beschreeuwen
beschreeuwende	=	beschreeuwen
beschreeuwt	=	beschreeuwen
beschreve	=	beschrijven
beschreven	=	beschrijven
beschrevene	noun	waar een tekst over gaat
beschrijf	=	beschrijven
beschrijfbaar	adj	van een oppervlak dat je erop kunt schrijven
beschrijfbaarder	=	beschrijfbaar
beschrijfbaardere	=	beschrijfbaar
beschrijfbaarders	=	beschrijfbaar
beschrijfbaars	=	beschrijfbaar
beschrijfbaarst	=	beschrijfbaar
beschrijfbaarste	=	beschrijfbaar
beschrijfbare	=	beschrijfbaar
beschrijft	=	beschrijven
beschrijve	=	beschrijven
beschrijven	verb	in woorden uitdrukken
beschrijvend	adj	door middel van woorden afgebeeld worden
beschrijvende	=	beschrijvend
beschrijvender	=	beschrijvend
beschrijvendere	=	beschrijvend
beschrijvenders	=	beschrijvend
beschrijvends	=	beschrijvend
beschrijvendst	=	beschrijvend
beschrijvendste	=	beschrijvend
beschrijver	noun	iets dat of iemand die beschrijft
beschrijvers	=	beschrijver
beschrijving	noun	op schrift gestelde kenmerken van iets of iemand
beschrijvingen	=	beschrijving
beschrijvinkje	=	beschrijving
beschrijvinkjes	=	beschrijving
beschroomd	adj	geremd door gevoelens van onzekerheid, schaamte of verlegenheid
beschroomde	=	beschroomd
beschroomder	=	beschroomd
beschroomdere	=	beschroomd
beschroomders	=	beschroomd
beschroomdheid	noun	het op een wat angstige manier verlegen zijn
beschroomds	=	beschroomd
beschroomdst	=	beschroomd
beschroomdste	=	beschroomd
beschuit	noun	een licht, tweemaal gebakken baksel van tarwe
beschuitblik	noun	een hoge, ronde blikken (of plastic) bus met een deksel, speciaal ontworpen om beschuit vers en knapperig te bewaren
beschuitblikje	=	beschuitblik
beschuitblikjes	=	beschuitblik
beschuitblikken	=	beschuitblik
beschuitbus	noun	een hoge, ronde blikken (of plastic) bus met een deksel, speciaal ontworpen om beschuit vers en knapperig te bewaren
beschuitbusje	=	beschuitbus
beschuitbusjes	=	beschuitbus
beschuitbussen	=	beschuitbus
beschuiten	=	beschuit
beschuitgras	noun	Axonopus compressus gras met rode uitlopers dat in hete klimaten o.a. voor sportvelden wordt gebruikt
beschuitje	=	beschuit
beschuitjes	=	beschuit
beschuldig	=	beschuldigen
beschuldigd	=	beschuldigen
beschuldigde	noun	een persoon die de schuld heeft gekregen van iets
beschuldigden	=	beschuldigen
beschuldige	=	beschuldigen
beschuldigen	verb	iemand de schuld geven van iets
beschuldigend	adj	op een manier die aangeeft dat een ander iets verkeerds heeft gedaan
beschuldigende	=	beschuldigen
beschuldigender	=	beschuldigend
beschuldigendere	=	beschuldigend
beschuldigenders	=	beschuldigend
beschuldigends	=	beschuldigend
beschuldigendst	=	beschuldigend
beschuldigendste	=	beschuldigend
beschuldiger	noun	iemand die iets of iemand ergens van beschuldigt; iemand die een beschuldiging uitspreekt
beschuldigers	=	beschuldiger
beschuldiging	noun	het aangeven dat iemand iets moreel of gerechtelijk verkeerds heeft gedaan
beschuldigingen	=	beschuldiging
beschuldigingetje	=	beschuldiging
beschuldigingetjes	=	beschuldiging
beschuldiginkje	=	beschuldiging
beschuldigt	=	beschuldigen
beschut	adj	tegen ongewenste invloeden, meestal regen, beveiligd
beschute	=	beschutten
beschuten	=	beschutten
beschutend	=	beschutten
beschuts	=	beschut
beschutst	=	beschut
beschutste	=	beschut
beschutte	=	beschut
beschutten	verb	beschermen, met name tegen weer en wind
beschuttend	=	beschutten
beschuttende	=	beschutten
beschutter	noun	iemand die iets beschut
beschuttere	=	beschut
beschutters	=	beschut
beschuttertje	=	beschutter
beschuttertjes	=	beschutter
beschutting	noun	De bescherming
beschuttingen	=	beschutting
beschuttinkje	=	beschutting
beschuyt	=	beschuit
besef	noun	een reëel bewustzijn, notitie
besefbaar	adj	wat bemerkt kan worden
besefbaarder	=	besefbaar
besefbaardere	=	besefbaar
besefbaarders	=	besefbaar
besefbaars	=	besefbaar
besefbaarst	=	besefbaar
besefbaarste	=	besefbaar
besefbare	=	besefbaar
beseffe	=	beseffen
beseffeloos	adj	zonder besef
beseffeloost	=	beseffeloos
beseffelooste	=	beseffeloos
beseffeloze	=	beseffeloos
beseffelozer	=	beseffeloos
beseffelozere	=	beseffeloos
beseffelozers	=	beseffeloos
beseffen	verb	het reëel bewust worden van iets, zich realiseren
beseffend	=	beseffen
beseffende	=	beseffen
besefje	=	besef
beseft	=	beseffen
besefte	=	beseffen
beseften	=	beseffen
beseibel	=	beseibelen
beseibeld	=	beseibelen
beseibelde	=	beseibelen
beseibelden	=	beseibelen
beseibele	=	beseibelen
beseibelen	verb	bedriegen, erin laten lopen
beseibelend	=	beseibelen
beseibelende	=	beseibelen
beseibelt	=	beseibelen
beses	noun	een met twee halve tonen verlaagde toon "b"
beses-groot	=	beses-grotetertstoonladder
beses-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Beses-grotetertstoonladder
beses-grootakkoorden	=	beses-grootakkoord
beses-grootakkoordje	=	beses-grootakkoord
beses-grootakkoordjes	=	beses-grootakkoord
beses-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “beses” als grondtoon.
beses-grotetertstoonladders	=	beses-grotetertstoonladder
beses-grotetertstoonladdertje	=	beses-grotetertstoonladder
beses-grotetertstoonladdertjes	=	beses-grotetertstoonladder
beses-klein	=	beses-kleinetertstoonaard
beses-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de (ongebruikelijke) beses-kleinetertstoonladder
beses-kleinakkoorden	=	beses-kleinakkoord
beses-kleinakkoordje	=	beses-kleinakkoord
beses-kleinakkoordjes	=	beses-kleinakkoord
beses-kleinetertstoonaard	noun	een (ongebruikelijke) mineurtoonladder met “beses” als grondtoon
beses-kleinetertstoonaarden	=	beses-kleinetertstoonaard
beses-kleinetertstoonaardje	=	beses-kleinetertstoonaard
beses-kleinetertstoonaardjes	=	beses-kleinetertstoonaard
beses-kleinetertstoonladder	=	beses-kleinetertstoonaard
beses-majeur	noun	afkorting van de “Beses-majeurtoonsoort” of het “Beses-majeurakkoord”
beses-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Beses-grotetertstoonladder
beses-majeurakkoorden	=	beses-majeurakkoord
beses-majeurakkoordje	=	beses-majeurakkoord
beses-majeurakkoordjes	=	beses-majeurakkoord
beses-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "beses" als grondtoon.
beses-majeurtoonladders	=	beses-majeurtoonladder
beses-majeurtoonladdertje	=	beses-majeurtoonladder
beses-majeurtoonladdertjes	=	beses-majeurtoonladder
beses-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "beses" als grondtoon.
beses-majeurtoonschaaltje	=	beses-majeurtoonschaal
beses-majeurtoonschaaltjes	=	beses-majeurtoonschaal
beses-majeurtoonschalen	=	beses-majeurtoonschaal
beses-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de (ongebruikelijke) beses-kleinetertstoonladder
beses-mineurakkoorden	=	beses-mineurakkoord
beses-mineurakkoordje	=	beses-mineurakkoord
beses-mineurakkoordjes	=	beses-mineurakkoord
beses-toonladder	=	beses-grotetertstoonladder
besesje	=	beses
besesjes	=	beses
besessen	=	beses
beseveren	=	bezeveren
beshulst	noun	Ilex aquifolium een groenblijvende loofboom uit de hulstfamilie die rode bessen heeft
beshulsten	=	beshulst
besje	=	bes
besjes	=	bes
besjoechel	=	besjoechelen
besjoecheld	=	besjoechelen
besjoechelde	=	besjoechelen
besjoechelden	=	besjoechelen
besjoechele	=	besjoechelen
besjoechelen	verb|informal	bedriegen
besjoechelend	=	besjoechelen
besjoechelende	=	besjoechelen
besjoechelt	=	besjoechelen
besjoemel	=	besjoemelen
besjoemeld	=	besjoemelen
besjoemelde	=	besjoemelen
besjoemelden	=	besjoemelen
besjoemele	=	besjoemelen
besjoemelen	verb|informal	bedriegen
besjoemelend	=	besjoemelen
besjoemelende	=	besjoemelen
besjoemelt	=	besjoemelen
besjokke	adj	gek, krankzinnig
besjolem	adj	in vrede, in orde, prettig
besjollem	=	besjollemen
besjollemd	=	besjollemen
besjollemde	=	besjollemen
besjollemden	=	besjollemen
besjolleme	=	besjollemen
besjollemen	verb	betalen
besjollemend	=	besjollemen
besjollemende	=	besjollemen
besjollemt	=	besjollemen
besjrieën	verb	boze geesten oproepen door te veel goeds te zeggen
besla	=	beslaan
beslaan	verb	een bepaald gebied betreffen
beslaand	=	beslaan
beslaande	=	beslaan
beslaap	=	beslapen
beslaapt	=	beslapen
beslaat	=	beslaan
beslabberaar	noun	iemand die iets slordig maakt, knoeier
beslabberaars	=	beslabberaar
beslag	noun	beslaglegging, inname van goederen van rechtswege, confiscatie
beslagen	adj	met waterdamp bedekt en niet meer doorzichtig
beslagens	=	beslagen
beslagje	=	beslag
beslagjes	=	beslag
beslagkom	noun	kom waarin men beslag kan maken
beslagkommen	=	beslagkom
beslagkommetje	=	beslagkom
beslagkommetjes	=	beslagkom
beslaglegging	noun	gerechtelijke handeling waardoor iemand niet meer vrij over zijn eigendom kan beschikken
beslagleggingen	=	beslaglegging
beslaglegginkje	=	beslaglegging
beslaglegginkjes	=	beslaglegging
beslagmaker	noun	iemand die veel ophef maakt
beslagmakers	=	beslagmaker
beslagname	noun	gerechtelijke handeling waardoor iemand niet meer vrij over zijn eigendom kan beschikken
beslagnamen	=	beslagname
beslagnames	=	beslagname
beslape	=	beslapen
beslapen	verb	als bed gebruiken
beslapend	=	beslapen
beslapende	=	beslapen
beslecht	=	beslechten
beslechte	=	beslechten
beslechten	verb	een geschil tot een definitief einde brengen
beslechtend	=	beslechten
beslechtende	=	beslechten
beslechting	noun	het afdoen van een conflict
beslechtingen	=	beslechting
beslechtte	=	beslechten
beslechtten	=	beslechten
besliep	=	beslapen
besliepe	=	beslapen
besliepen	=	beslapen
besliept	=	beslapen
beslikt	adj	met slijk bedekt of bevuild
beslikte	=	beslikt
beslikter	=	beslikt
besliktere	=	beslikt
beslikters	=	beslikt
beslikts	=	beslikt
besliktst	=	beslikt
besliktste	=	beslikt
beslis	=	beslissen
beslisbaar	adj	van een probleem dat er een methode bestaat om de waarheid vast te stellen
beslisbaarder	=	beslisbaar
beslisbaardere	=	beslisbaar
beslisbaarders	=	beslisbaar
beslisbaars	=	beslisbaar
beslisbaarst	=	beslisbaar
beslisbaarste	=	beslisbaar
beslisbare	=	beslisbaar
beslisbomen	=	beslisboom
beslisboom	noun	een boomstructuur voor de weergave van de alternatieven en keuzen in een besluitvormingsproces, een techniek uit de besliskunde
besliskunde	noun	de leer van het maken van de beste beslissingen
beslismoment	noun	tijdstip dat men een beslissing neemt
beslismomenten	=	beslismoment
beslispunt	noun	punt (tijdstip) waarop of iets waarover beslist moet worden
beslispunten	=	beslispunt
beslispuntje	=	beslispunt
beslispuntjes	=	beslispunt
beslisruimte	noun	de keuzemogelijkheden die men heeft
beslisruimten	=	beslisruimte
beslisruimtes	=	beslisruimte
beslisse	=	beslissen
beslissen	verb	vaststellen wat er gaat gebeuren
beslissend	adj	doorslaggevend in maken van een keuze, het verschil makend
beslissende	=	beslissend
beslissender	=	beslissend
beslissendere	=	beslissend
beslissenders	=	beslissend
beslissends	=	beslissend
beslissendst	=	beslissend
beslissendste	=	beslissend
beslisser	noun	iemand die beslissingen maakt of daartoe bevoegd is
beslissers	=	beslisser
beslissertje	=	beslisser
beslissertjes	=	beslisser
beslissing	noun	het beslissen
beslissingen	=	beslissing
beslissingnemer	noun	leidinggevende die gemachtigd is om beslissingen te nemen; iemand die knopen mag doorhakken
beslissingnemers	=	beslissingnemer
beslissingsbevoegdheden	=	beslissingsbevoegdheid
beslissingsbevoegdheid	noun	het recht hebben om besluiten te nemen
beslissingsduel	noun	een beslissende wedstrijd
beslissingsduellen	=	beslissingsduel
beslissingsduels	=	beslissingsduel
beslissingsmacht	noun	de macht hebben om een beslissing door te drukken
beslissingsmachten	=	beslissingsmacht
beslissingsmoment	noun	tijdstip dat men een besluit neemt
beslissingsmomenten	=	beslissingsmoment
beslissingsmomentje	=	beslissingsmoment
beslissingsmomentjes	=	beslissingsmoment
beslissingsnemer	noun	leidinggevende die beslissingen mag nemen; persoon die knopen mag doorhakken
beslissingsnemers	=	beslissingsnemer
beslissingsprocedure	noun	de gang van zaken om te komen tot een besluit
beslissingsprocedures	=	beslissingsprocedure
beslissingsproces	noun	alles wat leidt tot het nemen van een besluit
beslissingsprocessen	=	beslissingsproces
beslissingsrecht	noun	de bevoegdheid om een besluit te nemen
beslissingsrechten	=	beslissingsrecht
beslissingstheorie	noun	een tak van de toegepaste waarschijnlijkheidsrekening die zich bezighoudt met de bepaling van de gevolgen van beslissingen waarbij zoals altijd onzekerheden een rol spelen
beslissingstheorietje	=	beslissingstheorie
beslissingstheorietjes	=	beslissingstheorie
beslissingstheorieën	=	beslissingstheorie
beslissingsvluggertje	noun	vluggertje dat een beslissing mogelijk maakt omtrent de winnaar van het spel
beslissingsvluggertjes	=	beslissingsvluggertje
beslissingsvrijheden	=	beslissingsvrijheid
beslissingsvrijheid	noun	het gerechtigd zijn om zelf besluiten te nemen
beslissingswedstrijd	noun	een heel erg belangrijke, beslissende wedstrijd; een cruciale wedstrijd
beslissingswedstrijden	=	beslissingswedstrijd
beslissinkje	=	beslissing
beslissinkjes	=	beslissing
beslist	adv	met zekerheid	adj	niet onderhevig aan aarzeling of twijfel
besliste	=	beslist
beslisten	=	beslissen
beslister	=	beslist
beslistere	=	beslist
beslisters	=	beslist
beslistheden	=	beslistheid
beslistheid	noun	duidelijkheid geven over de mening die je hebt
beslists	=	beslist
beslistst	=	beslist
beslistste	=	beslist
besloeg	=	beslaan
besloege	=	beslaan
besloegen	=	beslaan
besloegt	=	beslaan
beslommerd	adj	vol met zorgen
beslommerde	=	beslommerd
beslommerder	=	beslommerd
beslommerdere	=	beslommerd
beslommerders	=	beslommerd
beslommerds	=	beslommerd
beslommerdst	=	beslommerd
beslommerdste	=	beslommerd
beslommering	noun	iets waarover je veel zorgen hebt
beslommeringen	=	beslommering
beslommeringetje	=	beslommering
beslommeringetjes	=	beslommering
besloop	=	besluipen
besloopt	=	besluipen
besloot	=	besluiten
beslope	=	besluipen
beslopen	=	besluipen
beslote	=	besluiten
besloten	adj	niet openbaar, privé
beslotener	=	besloten
besloteners	=	besloten
beslotenheden	=	beslotenheid
beslotenheid	noun	de niet-openbare privésfeer
beslotens	=	besloten
beslotenst	=	besloten
beslotenste	=	besloten
besluip	=	besluipen
besluipe	=	besluipen
besluipen	verb	stil en heimelijk naar iets of iemand toegaan zodat die het niet merkt
besluipend	=	besluipen
besluipende	=	besluipen
besluipt	=	besluipen
besluit	noun	vastgestelde keuze
besluite	=	besluit
besluiteloos	adj	niet in staat een besluit te nemen en daardoor inactief
besluiteloosheid	noun	het besluiteloos zijn
besluiteloost	=	besluiteloos
besluitelooste	=	besluiteloos
besluiteloze	=	besluiteloos
besluitelozer	=	besluiteloos
besluitelozere	=	besluiteloos
besluitelozers	=	besluiteloos
besluiten	verb	vaststellen hoe het moet, het maken van een keuze
besluitend	=	besluiten
besluitende	=	besluiten
besluitenlijst	noun	opsomming van beslissingen die genomen zijn
besluitenlijsten	=	besluitenlijst
besluitje	=	besluit
besluitjes	=	besluit
besluitloos	adj	zonder formele beslissing
besluitloze	=	besluitloos
besluitlozer	=	besluitloos
besluitlozere	=	besluitloos
besluitproces	noun	de manier waarop men beslissingen neemt
besluitprocessen	=	besluitproces
besluitvaardig	adj	vaardig in het maken van besluiten
besluitvaardige	=	besluitvaardig
besluitvaardiger	=	besluitvaardig
besluitvaardigere	=	besluitvaardig
besluitvaardigers	=	besluitvaardig
besluitvaardigheden	=	besluitvaardigheid
besluitvaardigheid	noun	het beslissingen kunnen en durven nemen
besluitvaardigs	=	besluitvaardig
besluitvaardigst	=	besluitvaardig
besluitvaardigste	=	besluitvaardig
besluitvormend	adj	van iets dat het bevoegd is om beslissingen te nemen
besluitvormende	=	besluitvormend
besluitvormender	=	besluitvormend
besluitvormendere	=	besluitvormend
besluitvormenders	=	besluitvormend
besluitvormends	=	besluitvormend
besluitvormendst	=	besluitvormend
besluitvormendste	=	besluitvormend
besluitvorming	noun	het proces waarin men een beslissing neemt
besluitvormingen	=	besluitvorming
besluitvormingsproces	noun	alle handelingen die leiden naar een beslissing; de methodiek van het maken van een beslissing
besluitvormingsprocessen	=	besluitvormingsproces
besluitvormingsstructuren	=	besluitvormingsstructuur
besluitvormingsstructuur	noun	de procedures die er zijn voor het maken van beslissingen
besluitvormingstheorie	noun	een theorie die poogt een verklaring te geven van het rationele besluitvormingsproces in onzekerheid van mensen en organisaties
besluitvormingstheorietje	=	besluitvormingstheorie
besluitvormingstheorietjes	=	besluitvormingstheorie
besluitvormingstheorieën	=	besluitvormingstheorie
besluitvorminkje	=	besluitvorming
besluitvorminkjes	=	besluitvorming
besmedresj	noun	leerhuis, gewijd aan Torastudie
besmedresjen	=	besmedresj
besmeer	=	besmeren
besmeerd	=	besmeren
besmeerde	=	besmeren
besmeerden	=	besmeren
besmeert	=	besmeren
besmere	=	besmeren
besmeren	verb	een zachte massa op iets aanbrengen
besmerend	=	besmeren
besmerende	=	besmeren
besmet	adj	ziektekiemen met zich meedragend
besmets	=	besmet
besmetst	=	besmet
besmetste	=	besmet
besmette	adj	met een ziekte verwekker
besmettelijk	adj	het vermogen hebbend gemakkelijk van persoon op persoon overgedragen te worden
besmettelijke	=	besmettelijk
besmettelijker	=	besmettelijk
besmettelijkere	=	besmettelijk
besmettelijkers	=	besmettelijk
besmettelijkheden	=	besmettelijkheid
besmettelijkheid	noun	het gemak waarmee een ziek makend organisme van de ene naar de andere gastheer kan overgaan
besmettelijks	=	besmettelijk
besmettelijkst	=	besmettelijk
besmettelijkste	=	besmettelijk
besmetten	verb	blootstellen aan een ziektekiem, gif of radioactief materiaal en dan drager worden van de ziektekiem, gif of radioactief materiaal.
besmettend	=	besmetten
besmettende	=	besmetten
besmetter	noun	iets of iemand die anderen besmet met iets
besmettere	=	besmet
besmetters	=	besmetter
besmetting	noun	blootstelling aan een ziektekiem
besmettingen	=	besmetting
besmettingsbron	noun	de plaats waar een gevaarlijke stof vandaan komt
besmettingsbronnen	=	besmettingsbron
besmettingsbronnetje	=	besmettingsbron
besmettingsbronnetjes	=	besmettingsbron
besmettingscijfer	noun	getal dat aangeeft hoeveel mensen of dieren zijn besmet met een ziekteverwekker gedurende een bepaalde periode
besmettingscijfers	=	besmettingscijfer
besmettingsfeest	noun	bijeenkomst met als doel een besmetting op te lopen zodat vaccinatie niet nodig is
besmettingsfeesten	=	besmettingsfeest
besmettingsfeestje	=	besmettingsfeest
besmettingsfeestjes	=	besmettingsfeest
besmettingsgetal	noun	de besmettingsgraad van een ziekte uitgedrukt in een getal
besmettingsgetallen	=	besmettingsgetal
besmettingsgevaar	noun	het (grote) risico dat men besmet kan raken
besmettingsgeval	noun	iemand die door iets besmet geraakt is
besmettingsgevallen	=	besmettingsgeval
besmettingsgevaren	=	besmettingsgevaar
besmettingsgraad	noun	de mate waarin mensen in een populatie besmet raken
besmettingsgraden	=	besmettingsgraad
besmettingshaard	noun	het centrale punt/gebied waar de besmetting optreedt
besmettingshaarden	=	besmettingshaard
besmettingskans	noun	de mogelijkheid om met een ziektekiem besmet te raken
besmettingskansen	=	besmettingskans
besmettingspercentage	noun	aantal individuen dat besmet is met een bepaald micro-organisme per 100 individuen in een populatie
besmettingspercentages	=	besmettingspercentage
besmettingsrisico	noun	de kans die men loopt om door een ziekteverwekker besmet te raken
besmettingsrisico's	=	besmettingsrisico
besmettinkje	=	besmetting
besmettinkjes	=	besmetting
besmeur	=	besmeuren
besmeurd	=	besmeuren
besmeurde	=	besmeuren
besmeurden	=	besmeuren
besmeure	=	besmeuren
besmeuren	verb	insmeren met iets om vies te maken
besmeurend	=	besmeuren
besmeurende	=	besmeuren
besmeurt	=	besmeuren
besmuikt	adj	heimelijk, een beetje gemeen
besmuikte	=	besmuikt
besmuikter	=	besmuikt
besmuiktere	=	besmuikt
besmuikters	=	besmuikt
besmuikts	=	besmuikt
besmuiktst	=	besmuikt
besmuiktste	=	besmuikt
besnaar	=	besnaren
besnaard	=	besnaren
besnaarde	=	besnaren
besnaarden	=	besnaren
besnaart	=	besnaren
besnare	=	besnaren
besnaren	verb	voorzien van snaren
besnarend	=	besnaren
besnarende	=	besnaren
besnede	=	besnijden
besneden	=	besnijden
besneed	=	besnijden
besneedt	=	besnijden
besneeuw	=	besneeuwen
besneeuwd	adj	bedekt met sneeuw
besneeuwde	=	besneeuwd
besneeuwden	=	besneeuwen
besneeuwder	=	besneeuwd
besneeuwdere	=	besneeuwd
besneeuwders	=	besneeuwd
besneeuwds	=	besneeuwd
besneeuwdst	=	besneeuwd
besneeuwdste	=	besneeuwd
besneeuwe	=	besneeuwen
besneeuwen	verb	met sneeuw bedekken
besneeuwend	=	besneeuwen
besneeuwende	=	besneeuwen
besneeuwt	=	besneeuwen
besnij	=	besnijden
besnijd	=	besnijden
besnijde	=	besnijden
besnijden	verb	door snijden vormen, bewerken
besnijdend	=	besnijden
besnijdende	=	besnijden
besnijdenis	noun	de handeling van het besnijden
besnijdenissen	=	besnijdenis
besnijder	noun	iemand die (meestal om religieuze redenen) besnijdt
besnijders	=	besnijder
besnijding	noun	het besnijden
besnijdingen	=	besnijding
besnijdinkje	=	besnijding
besnijdinkjes	=	besnijding
besnijdt	=	besnijden
besnoei	=	besnoeien
besnoeid	=	besnoeien
besnoeide	=	besnoeien
besnoeiden	=	besnoeien
besnoeie	=	besnoeien
besnoeien	verb	in aantal doen verminderen, beperken
besnoeiend	=	besnoeien
besnoeiende	=	besnoeien
besnoeiing	noun	een maatregel waarbij wordt bezuinigd, oftewel het verminderen van uitgaven, kosten of budgetten
besnoeiingen	=	besnoeiing
besnoeiinkje	=	besnoeiing
besnoeiinkjes	=	besnoeiing
besnoeit	=	besnoeien
besnord	adj	een snor dragend; in het bezit zijn van een snor
besnorde	=	besnord
besnords	=	besnord
besnuffel	=	besnuffelen
besnuffeld	=	besnuffelen
besnuffelde	=	besnuffelen
besnuffelden	=	besnuffelen
besnuffele	=	besnuffelen
besnuffelen	verb	onderzoekend ergens de reuk van waarnemen vooral door honden
besnuffelend	=	besnuffelen
besnuffelende	=	besnuffelen
besnuffelt	=	besnuffelen
besodemieter	=	besodemieteren
besodemieterd	=	besodemieteren
besodemieterde	=	besodemieteren
besodemieterden	=	besodemieteren
besodemieterder	=	besodemieteren
besodemieterdere	=	besodemieteren
besodemieterders	=	besodemieteren
besodemieterds	=	besodemieteren
besodemieterdst	=	besodemieteren
besodemieterdste	=	besodemieteren
besodemietere	=	besodemieteren
besodemieteren	verb|informal	bedriegen
besodemieterend	=	besodemieteren
besodemieterende	=	besodemieteren
besodemietert	=	besodemieteren
besogne	noun	beslommering, moeilijke aangelegenheid
besognes	=	besogne
besognetje	=	besogne
besognetjes	=	besogne
besom	=	besommen
besomd	=	besommen
besomde	=	besommen
besomden	=	besommen
besomme	=	besommen
besommen	verb	bepalen wat de waarde van de totale vangst is
besommend	=	besommen
besommende	=	besommen
besomming	noun	de opbrengst van een visreis of die van het totaal der opbrengsten van een visseizoen of teelt
besommingen	=	besomming
besomt	=	besommen
bespaar	=	besparen
bespaard	=	besparen
bespaarde	=	besparen
bespaarden	=	besparen
bespaart	=	besparen
bespan	=	bespannen
bespande	=	bespannen
bespanden	=	bespannen
bespanne	=	bespannen
bespannen	verb	overspannen met weefsel, draden, snaren enz
bespannend	=	bespannen
bespannende	=	bespannen
bespannens	=	bespannen
bespanning	noun	de trekdieren die een wagen trekken
bespanningen	=	bespanning
bespant	=	bespannen
bespare	=	besparen
besparen	verb	minder van iets gebruiken of verbruiken
besparend	=	besparen
besparende	=	besparen
besparing	noun	het voordeel door ergens minder voor uit te geven
besparingen	=	besparing
besparingsmaatregel	noun	handeling die gericht is op het uitgeven van minder geld
besparingsmaatregelen	=	besparingsmaatregel
besparingsmaatregels	=	besparingsmaatregel
besparingsplan	noun	voorgenomen handelingen om minder geld uit te geven
besparingsplannen	=	besparingsplan
besparingsplannetje	=	besparingsplan
besparingsplannetjes	=	besparingsplan
besparinkje	=	besparing
besparinkjes	=	besparing
bespat	adj	spatten hebbend
bespats	=	bespat
bespatst	=	bespat
bespatste	=	bespat
bespatte	=	bespat
bespatten	verb	iets door spetteren druppelsgewijs nat en vuil maken
bespattend	=	bespatten
bespattende	=	bespatten
bespatter	=	bespat
bespattere	=	bespat
bespatters	=	bespat
bespeekseld	adj	iets waarop speeksel aanwezig is
bespeekselde	=	bespeekseld
bespeel	=	bespelen
bespeelbaar	adj	geschikt om een sport of spel op te beoefenen
bespeelbaarder	=	bespeelbaar
bespeelbaardere	=	bespeelbaar
bespeelbaarders	=	bespeelbaar
bespeelbaars	=	bespeelbaar
bespeelbaarst	=	bespeelbaar
bespeelbaarste	=	bespeelbaar
bespeelbare	=	bespeelbaar
bespeeld	=	bespelen
bespeelde	=	bespelen
bespeelden	=	bespelen
bespeelt	=	bespelen
bespele	=	bespelen
bespelen	verb	muziek maken op een muziekinstrument
bespelend	=	bespelen
bespelende	=	bespelen
bespeler	noun	iets of iemand die gebruik maakt van een (sport)faciliteit
bespelers	=	bespeler
bespelertje	=	bespeler
bespeling	noun	het gebruikmaken van een sport faciliteit
bespelingen	=	bespeling
bespeur	=	bespeuren
bespeurbaar	adj	dat het te vinden is na (lang) zoeken
bespeurbaarder	=	bespeurbaar
bespeurbaardere	=	bespeurbaar
bespeurbaarders	=	bespeurbaar
bespeurbaars	=	bespeurbaar
bespeurbaarst	=	bespeurbaar
bespeurbaarste	=	bespeurbaar
bespeurbare	=	bespeurbaar
bespeurd	=	bespeuren
bespeurde	=	bespeuren
bespeurden	=	bespeuren
bespeure	=	bespeuren
bespeuren	verb	met aanzienlijke moeite waarnemen, bemerken
bespeurend	=	bespeuren
bespeurende	=	bespeuren
bespeurt	=	bespeuren
bespied	=	bespieden
bespiedde	=	bespieden
bespiedden	=	bespieden
bespiede	=	bespieden
bespieden	verb	iemand onopgemerkt in de gaten houden
bespiedend	=	bespieden
bespiedende	=	bespieden
bespieder	noun	iemand die op een heimelijke wijze iemand anders in de gaten houdt
bespieders	=	bespieder
bespieding	noun	heimelijk of stiekem gadeslaan, beloeren of observeren van personen, dieren of situaties.
bespiedingen	=	bespieding
bespiedinkje	=	bespieding
bespiedinkjes	=	bespieding
bespiedt	=	bespieden
bespiegelaar	noun	iemand die een bepaalde zaak nog eens (laat) overdenken
bespiegelaars	=	bespiegelaar
bespiegeling	noun	een overdenking over een bepaald onderwerp uitmondend in een bespreking
bespiegelingen	=	bespiegeling
bespiegelingetje	=	bespiegeling
bespiegelingetjes	=	bespiegeling
bespijker	=	bespijkeren
bespijkerd	=	bespijkeren
bespijkerde	=	bespijkeren
bespijkerden	=	bespijkeren
bespijkere	=	bespijkeren
bespijkeren	verb	met spijkers betimmeren
bespijkerend	=	bespijkeren
bespijkerende	=	bespijkeren
bespijkert	=	bespijkeren
bespikkel	=	bespikkelen
bespikkeld	=	bespikkelen
bespikkelde	=	bespikkelen
bespikkelden	=	bespikkelen
bespikkele	=	bespikkelen
bespikkelen	verb	iets met kleine vlekjes bedekken
bespikkelend	=	bespikkelen
bespikkelende	=	bespikkelen
bespikkelt	=	bespikkelen
bespioneer	=	bespioneren
bespioneerd	=	bespioneren
bespioneerde	=	bespioneren
bespioneerden	=	bespioneren
bespioneert	=	bespioneren
bespionere	=	bespioneren
bespioneren	verb	heimelijk proberen geheime informatie van iemand of een organisatie te verkrijgen
bespionerend	=	bespioneren
bespionerende	=	bespioneren
bespoedig	=	bespoedigen
bespoedigd	=	bespoedigen
bespoedigde	=	bespoedigen
bespoedigden	=	bespoedigen
bespoedige	=	bespoedigen
bespoedigen	verb	een proces of ontwikkeling versnellen, sneller tot het eind brengen
bespoedigend	=	bespoedigen
bespoedigende	=	bespoedigen
bespoediging	noun	het iets sneller doen gaan
bespoedigingen	=	bespoediging
bespoedigingetje	=	bespoediging
bespoedigingetjes	=	bespoediging
bespoedigt	=	bespoedigen
bespoge	=	bespugen
bespogen	=	bespugen
bespoog	=	bespugen
bespoogt	=	bespugen
bespoot	=	bespuiten
bespot	=	bespotten
bespote	=	bespuiten
bespoten	=	bespuiten
bespotte	=	bespotten
bespottelijk	adj	uitermate vreemd
bespottelijke	=	bespottelijk
bespottelijker	=	bespottelijk
bespottelijkere	=	bespottelijk
bespottelijkers	=	bespottelijk
bespottelijkheden	=	bespottelijkheid
bespottelijkheid	noun	de mate waarin iets belachelijk is
bespottelijks	=	bespottelijk
bespottelijkst	=	bespottelijk
bespottelijkste	=	bespottelijk
bespotten	verb	belachelijk maken
bespottend	=	bespotten
bespottende	=	bespotten
bespotter	noun	iemand die anderen belachelijk maakt
bespotters	=	bespotter
bespottertje	=	bespotter
bespottertjes	=	bespotter
bespotting	noun	het iemand belachelijk maken
bespottingen	=	bespotting
bespottinkje	=	bespotting
bespottinkjes	=	bespotting
bespraakt	adj	aangenaam ter tale; vlug kunnen spreken
bespraakte	=	bespraakt
bespraakter	=	bespraakt
bespraaktere	=	bespraakt
bespraakters	=	bespraakt
bespraakts	=	bespraakt
bespraaktst	=	bespraakt
bespraaktste	=	bespraakt
besprak	=	bespreken
besprake	=	bespreken
bespraken	=	bespreken
bespreek	=	bespreken
bespreekbaar	adj	daar waar over gesproken kan worden, daar waar over onderhandeld kan worden
bespreekbaarder	=	bespreekbaar
bespreekbaardere	=	bespreekbaar
bespreekbaarders	=	bespreekbaar
bespreekbaarheden	=	bespreekbaarheid
bespreekbaarheid	noun	het kunnen praten en discussiëren over een bepaald onderwerp
bespreekbaars	=	bespreekbaar
bespreekbaarst	=	bespreekbaar
bespreekbaarste	=	bespreekbaar
bespreekbare	=	bespreekbaar
bespreekt	=	bespreken
besprek	noun	afspraak, overeenkomst, akkoord
bespreke	=	bespreken
bespreken	verb	een gesprek over een bepaald onderwerp voeren; overleggen
besprekend	=	bespreken
besprekende	=	bespreken
bespreker	noun	iemand die iets beoordeelt en daarover spreekt of schrijft; meestal een journalist die een kritiek schrijft in een krant of tijdschrift
besprekers	=	bespreker
bespreking	noun	een mondeling overleg
besprekingen	=	bespreking
besprekinkje	=	bespreking
besprekinkjes	=	bespreking
bespreng	=	besprengen
besprengd	=	besprengen
besprengde	=	besprengen
besprengden	=	besprengen
besprenge	=	besprengen
besprengen	verb	bevochtigen, , druppeltjes neer doen vallen
besprengend	=	besprengen
besprengt	=	besprengen
besprenkel	=	besprenkelen
besprenkeld	=	besprenkelen
besprenkelde	=	besprenkelen
besprenkelden	=	besprenkelen
besprenkele	=	besprenkelen
besprenkelen	verb	druppels van een vloeistof ergens over strooien
besprenkelend	=	besprenkelen
besprenkelende	=	besprenkelen
besprenkelt	=	besprenkelen
bespring	=	bespringen
bespringe	=	bespringen
bespringen	verb	aanvallen door er op te springen
bespringend	=	bespringen
bespringende	=	bespringen
bespringt	=	bespringen
besproei	=	besproeien
besproeid	=	besproeien
besproeide	=	besproeien
besproeiden	=	besproeien
besproeie	=	besproeien
besproeien	verb	natmaken met fijne druppels
besproeiend	=	besproeien
besproeiende	=	besproeien
besproeiing	noun	het water in fijne druppel op iets spuiten
besproeiingen	=	besproeiing
besproeiinkje	=	besproeiing
besproeiinkjes	=	besproeiing
besproeit	=	besproeien
besproken	=	bespreken
besprokene	noun	de persoon die besproken is
besprokenen	=	besprokene
besprong	=	bespringen
bespronge	=	bespringen
besprongen	=	bespringen
besprongt	=	bespringen
bespuge	=	bespugen
bespugen	verb	iemand, iets ~: speeksel doen belanden op iets of iemand.
bespugend	=	bespugen
bespugende	=	bespugen
bespuit	=	bespuiten
bespuite	=	bespuiten
bespuiten	verb	iets ~ (met): door spuiten een bepaalde stof opbrengen.
bespuitend	=	bespuiten
bespuitende	=	bespuiten
bespuiting	noun	het bespuiten
bespuitingen	=	bespuiting
bespuitingsactie	noun	de keer dat men iets (met gif) bespuit
bespuitingsacties	=	bespuitingsactie
bespuug	=	bespugen
bespuugd	=	bespugen
bespuugde	=	bespugen
bespuugden	=	bespugen
bespuugt	=	bespugen
bespuw	=	bespuwen
bespuwd	=	bespuwen
bespuwde	=	bespuwen
bespuwden	=	bespuwen
bespuwe	=	bespuwen
bespuwen	verb	speeksel spugen op iets of iemand om te beledigen
bespuwend	=	bespuwen
bespuwende	=	bespuwen
bespuwt	=	bespuwen
besrasperwer	noun	Accipiter virgatus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
besrasperwers	=	besrasperwer
besrasperwertje	=	besrasperwer
besrasperwertjes	=	besrasperwer
bessem	=	bezem
bessemerproces	noun	een proces voor de vervaardiging van staal waarbij lucht of zuurstof door een ijzersmelt gevoerd wordt om overtollig koolstof te verwijderen
bessemerprocessen	=	bessemerproces
bessen	=	bes
bessenbandzweefvlieg	noun	Syrphus ribesii een insect uit het geslacht Syrphus van de familie zweefvliegen (Syrphidae)
bessenbandzweefvliegen	=	bessenbandzweefvlieg
bessenbandzweefvliegje	=	bessenbandzweefvlieg
bessenbandzweefvliegjes	=	bessenbandzweefvlieg
bessenbladgalmug	noun	Dasineura tetensi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bessenbladgalmuggen	=	bessenbladgalmug
bessenbladgalmugje	=	bessenbladgalmug
bessenbladgalmugjes	=	bessenbladgalmug
bessenbladwesp	noun	Nematus ribesii een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
bessenbladwespen	=	bessenbladwesp
bessenbladwespje	=	bessenbladwesp
bessenbladwespjes	=	bessenbladwesp
bessendikkop	noun	Hylocitrea bonensis een zangvogel uit de familie Hylocitreidae.
bessendikkopje	=	bessendikkop
bessendikkopjes	=	bessendikkop
bessendikkoppen	=	bessendikkop
bessengalmug	noun	Contarinia ribis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bessengalmuggen	=	bessengalmug
bessengalmugje	=	bessengalmug
bessengalmugjes	=	bessengalmug
bessengelei	noun	tot gelei verwerkte bessen
bessengeleien	=	bessengelei
bessengeleitje	=	bessengelei
bessengeleitjes	=	bessengelei
bessenglasvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Synanthedon tipuliformis, uit de familie Sesiidae, die in Nederland voorkomt
bessenglasvlinders	=	bessenglasvlinder
bessenjam	noun	zoet, smeerbaar broodbeleg gemaakt van bessen
bessenjams	=	bessenjam
bessenjenever	noun	een traditionele gedistilleerde drank die wordt gemaakt door zwarte bessen te laten trekken in jenever
bessenjenevers	=	bessenjenever
bessenjenevertje	=	bessenjenever
bessenjenevertjes	=	bessenjenever
bessenpedaalmot	noun	Argyresthia sorbiella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
bessenpedaalmotje	=	bessenpedaalmot
bessenpedaalmotjes	=	bessenpedaalmot
bessenpedaalmotten	=	bessenpedaalmot
bessensap	noun	een vruchtensap dat uit bessen bereid is
bessensapje	=	bessensap
bessensapjes	=	bessensap
bessensappen	=	bessensap
bessensaus	noun	een zoete stroperige vloeistof gemaakt van (rode)bessen
bessensausen	=	bessensaus
bessensausje	=	bessensaus
bessensausjes	=	bessensaus
bessensauzen	=	bessensaus
bessenscheutboorder	noun	Lampronia capitella een vlinder uit de familie yuccamotten (Prodoxidae).
bessenscheutboorders	=	bessenscheutboorder
bessenscheutboordertje	=	bessenscheutboorder
bessenscheutboordertjes	=	bessenscheutboorder
bessenschildwants	noun	Dolycoris baccarum een wants uit de familie Pentatomidae
bessenschildwantsen	=	bessenschildwants
bessenschildwantsje	=	bessenschildwants
bessenschildwantsjes	=	bessenschildwants
bessenstruik	noun	grote plant die zich vanaf de grond vertakt en (eetbare) kleine vruchten draagt
bessenstruiken	=	bessenstruik
bessenstruikje	=	bessenstruik
bessenstruikjes	=	bessenstruik
bessentaart	noun	taart waarin bessen zijn verwerkt
bessentaarten	=	bessentaart
bessentakvlinder	noun	Eulithis mellinata een (dagactieve) nachtvlinder uit de familie van de Geometridae, de spanners.
bessentakvlinders	=	bessentakvlinder
bessentakvlindertje	=	bessentakvlinder
bessentakvlindertjes	=	bessentakvlinder
bessentuin	noun	afgebakend terrein met verschillende planten waarvan je kleine vruchtjes kan plukken
bessentuinen	=	bessentuin
bessenvlinder	noun	bonte dagvlinder, wiens rups op bessenstruiken wordt aangetroffen
bessenvlinders	=	bessenvlinder
bessenvlindertje	=	bessenvlinder
bessenvlindertjes	=	bessenvlinder
bessenvuurzwam	noun	Phylloporia ribis een schimmel behorend tot de familie Hymenochaetaceae.
bessenvuurzwammen	=	bessenvuurzwam
bessenvuurzwammetje	=	bessenvuurzwam
bessenvuurzwammetjes	=	bessenvuurzwam
bessenwants	noun	Dolycoris baccarum een wants uit de familie Pentatomidae
bessenwantsen	=	bessenwants
bessenwantsje	=	bessenwants
bessenwantsjes	=	bessenwants
bessenwijn	noun	wijn verkregen door gisting van het uit bessen geperste sap
bessenwijnen	=	bessenwijn
bessenwijntje	=	bessenwijn
bessenwijntjes	=	bessenwijn
bessestruik	=	bessenstruik
bessie	=	bes
best	adj	goed	adv	als bevestiging dat iets goed is om te doen
besta	=	bestaan
bestaakt	=	besteken
bestaalt	=	bestelen
bestaan	noun	mogelijkheid om in het levensonderhoud te voorzien
bestaanbaar	adj	wat kan, doenlijk is
bestaanbaarder	=	bestaanbaar
bestaanbaardere	=	bestaanbaar
bestaanbaarders	=	bestaanbaar
bestaanbaars	=	bestaanbaar
bestaanbaarst	=	bestaanbaar
bestaanbaarste	=	bestaanbaar
bestaanbare	=	bestaanbaar
bestaand	adj	deel uitmakend van de werkelijkheid, feitelijk functionerend
bestaande	=	bestaan
bestaandeel	=	bestanddeel
bestaands	=	bestaand
bestaansbases	=	bestaansbasis
bestaansbasis	noun	fundamentele noodzakelijke voorwaarden om te kunnen bestaan
bestaansbasissen	=	bestaansbasis
bestaanskosten	noun	de minimale hoeveelheid geld die nodig is om in leven te blijven
bestaansmiddel	noun	inkomstenbron of mogelijkheid om te produceren voor eigen levensonderhoud
bestaansmiddelen	=	bestaansmiddel
bestaansminima	=	bestaansminimum
bestaansminimum	noun	het laagste inkomen waarbij men nog een 'aanvaardbaar' bestaan kan hebben
bestaansminimumpje	=	bestaansminimum
bestaansminimumpjes	=	bestaansminimum
bestaansonzeker	adj	risico lopend op blijvende ernstige problemen door geldgebrek
bestaansonzekerder	=	bestaansonzeker
bestaansonzekerdere	=	bestaansonzeker
bestaansonzekere	=	bestaansonzeker
bestaansonzekerheden	=	bestaansonzekerheid
bestaansonzekerheid	noun	financiële onzekerheid
bestaansonzekerst	=	bestaansonzeker
bestaansonzekerste	=	bestaansonzeker
bestaansrecht	noun	de reden om te zijn, het recht om te bestaan
bestaansrechten	=	bestaansrecht
bestaansreden	noun	het doel waarvoor men er is
bestaansredenen	=	bestaansreden
bestaansvoorwaarde	noun	wat nodig is om te kunnen blijven leven
bestaansvoorwaarden	=	bestaansvoorwaarde
bestaanszekerheden	=	bestaanszekerheid
bestaanszekerheid	noun	het vertrouwen dat een organisatie zal blijven voortbestaan
bestaanszin	noun	zin die te kennen geeft dat een zelfstandigheid of als zodanig gedachte toestand of werking al of niet bestaat of plaatsheeft, bv. 'het is koud', 'het regent'
bestaantje	=	bestaan
bestaantjes	=	bestaan
bestaat	=	bestaan
bestaf	=	bestaffen
bestaffe	=	bestaffen
bestaffen	verb	voorzien van een staf (leidinggevend personeel)
bestaffend	=	bestaffen
bestaffende	=	bestaffen
bestaffing	noun	het personeel dat iets of iemand tot zijn beschikking heeft
bestaffingen	=	bestaffing
bestaffinkje	=	bestaffing
bestaffinkjes	=	bestaffing
bestaft	=	bestaffen
bestafte	=	bestaffen
bestaften	=	bestaffen
bestak	=	besteken
bestake	=	besteken
bestaken	verb	van staken voorzien
bestal	=	bestelen
bestale	=	bestelen
bestalen	=	bestelen
bestand	noun	een verzameling van gegevens die een eenheid vormen (en geschikt zijn voor (computer)verwerking), computerbestand, databestand of gegevensbestand	adj	met de eigenschap intact te blijven ondanks …, met het vermogen geen schade te krijgen door …
bestanddeel	noun	elk van de componenten waaruit iets is samengesteld, opgebouwd of bereid
bestanddeeltje	=	bestanddeel
bestanddeeltjes	=	bestanddeel
bestanddelen	=	bestanddeel
bestande	=	bestand
bestanden	=	bestand
bestandenlijst	noun	directory
bestandenlijsten	=	bestandenlijst
bestandenlijstje	=	bestandenlijst
bestandenlijstjes	=	bestandenlijst
bestandig	=	bestendig
bestandje	=	bestand
bestandjes	=	bestand
bestands	=	bestand
bestandsakkoord	noun	overeenkomst om een strijd (tijdelijk) te staken
bestandsakkoorden	=	bestandsakkoord
bestandsbeheer	noun	een stuk systeemsoftware warmee het mogelijk is een aantal veel voorkomende functies rond bestanden te vervullen
bestandsformaat	noun	aanduiding voor het soort computerbestand, vaak vastgelegd in de extensie van de bestandsnaam, waarmee wordt aangegeven welk programma een computer moet gebruiken om dat bestand te verwerken
bestandsformaatje	=	bestandsformaat
bestandsformaatjes	=	bestandsformaat
bestandsformaten	=	bestandsformaat
bestandsgrootte	noun	de omvang van een computerbestand
bestandsgrootten	=	bestandsgrootte
bestandsgroottes	=	bestandsgrootte
bestandslijn	noun	scheidingslijn die overeengekomen is bij een wapenstilstand
bestandslijnen	=	bestandslijn
bestandslijntje	=	bestandslijn
bestandslijntjes	=	bestandslijn
bestandsnaam	noun	naam waaronder een computerbestand is opgeslagen
bestandsnaampje	=	bestandsnaam
bestandsnaampjes	=	bestandsnaam
bestandsnaamruimte	noun	een naamruimte waarin bestanden te vinden zijn
bestandsnaamruimtes	=	bestandsnaamruimte
bestandsnaamruimtetje	=	bestandsnaamruimte
bestandsnaamruimtetjes	=	bestandsnaamruimte
bestandsnamen	=	bestandsnaam
bestandsovereenkomst	noun	afspraak om de vijandelijkheden in een gewapend conflict (tijdelijk) te staken
bestandsovereenkomsten	=	bestandsovereenkomst
bestandsschending	noun	schending van een wapenstilstand
bestandsschendingen	=	bestandsschending
bestandsschendinkje	=	bestandsschending
bestandsschendinkjes	=	bestandsschending
bestandsserver	noun	een systeem dat ervoor zorgt dat bestanden volledig en foutloos worden overgebracht tussen computersystemen
bestandsservers	=	bestandsserver
bestandssysteem	noun	een door het besturingssysteem van een computer verzorgde indeling van een opslagmedium, zodat data in de vorm van bestanden op het opslagmedium geschreven en gelezen kan worden
bestandssysteempje	=	bestandssysteem
bestandssysteempjes	=	bestandssysteem
bestandssystemen	=	bestandssysteem
bestandstype	noun	de manier waarop de informatie in een computerbestand binair gecodeerd is
bestandstypen	=	bestandstype
bestandstypes	=	bestandstype
bestandsvoorstel	noun	voorstel tot een wapenstilstand
bestandsvoorstellen	=	bestandsvoorstel
bestandsvoorstelletje	=	bestandsvoorstel
bestandsvoorstelletjes	=	bestandsvoorstel
bestandsvoorwaarde	noun	vereisten waaraan beide strijdende partijen zich moeten houden om tijdelijk de strijd te staken
bestandsvoorwaarden	=	bestandsvoorwaarde
bestatig	=	bestatigen
bestatigd	=	bestatigen
bestatigde	=	bestatigen
bestatigden	=	bestatigen
bestatige	=	bestatigen
bestatigen	verb	opmerken, constateren, vaststellen
bestatigend	=	bestatigen
bestatigende	=	bestatigen
bestatigt	=	bestatigen
bestbedoeld	=	goedbedoeld
bestbedoelde	=	goedbedoeld
bestcasescenario	noun	scenario dat de beste afloop van een project of actie schetst
bestcasescenario's	=	bestcasescenario
beste	noun	persoon die alle anderen in iets overtreft	adj	vriendschappelijke aanspreekvorm
bestede	=	besteden
besteden	verb	schaarse middelen (bijvoorbeeld geld, tijd of moeite) een bestemming geven
bestedend	=	besteden
bestedende	=	besteden
besteding	noun	het uitgeven van geld of andere middelen
bestedingen	=	besteding
bestedingsbeperking	noun	minder geld uitgeven dan voorheen
bestedingsbeperkingen	=	bestedingsbeperking
bestedingsniveau	noun	de hoogte van de uitgaven
bestedingsniveaus	=	bestedingsniveau
bestedingspatronen	=	bestedingspatroon
bestedingspatroon	noun	de manier waarop iemand zijn geld uitgeeft
bestedingspatroontje	=	bestedingspatroon
bestedingspatroontjes	=	bestedingspatroon
bestedingsplan	noun	voorgenomen manier om geld uit te geven
bestedingsplannen	=	bestedingsplan
bestedingsplannetje	=	bestedingsplan
bestedingsplannetjes	=	bestedingsplan
bestedingspolitiek	noun	gedragslijn bij de besteding van gelden
bestedingsruimte	noun	geld dat men kan uitgeven
bestedingsruimten	=	bestedingsruimte
bestedingsruimtes	=	bestedingsruimte
bestedinkje	=	besteding
bestedinkjes	=	besteding
besteed	adj	verbruikt
besteedbaar	adj	wat je aan middelen (geld, tijd of moeite) wilt of kunt uitgeven voor iets
besteedbaarder	=	besteedbaar
besteedbaardere	=	besteedbaar
besteedbaarders	=	besteedbaar
besteedbaars	=	besteedbaar
besteedbaarst	=	besteedbaar
besteedbaarste	=	besteedbaar
besteedbare	=	besteedbaar
besteedde	=	besteden
besteedden	=	besteden
besteeds	=	besteed
besteedt	=	besteden
besteeg	=	bestijgen
besteegt	=	bestijgen
besteek	=	besteken
besteekt	=	besteken
besteel	=	bestelen
besteelt	=	bestelen
bestege	=	bestijgen
bestegen	=	bestijgen
bestek	noun	een zeer gedetailleerd omschreven bouwplan inclusief de van toepassing zijnde administratieve, juridische en technische bepalingen, materialen en uitvoeringsvoorwaarden
bestekamer	noun	toilet
bestekamers	=	bestekamer
bestekbak	noun	in vakjes onderverdeelde bak om bestek gesorteerd in te bewaren
bestekbakje	=	bestekbak
bestekbakjes	=	bestekbak
bestekbakken	=	bestekbak
bestekcassette	noun	voorwerp om tafelgerei in te bewaren
bestekcassetten	=	bestekcassette
bestekcassettes	=	bestekcassette
bestekcassettetje	=	bestekcassette
bestekcassettetjes	=	bestekcassette
besteke	=	besteken
besteken	verb	steken op
bestekend	=	besteken
bestekende	=	besteken
bestekje	=	bestek
bestekjes	=	bestek
bestekken	=	bestek
bestekla	noun	een keukenlade met een speciaal ontworpen vakverdeling om bestek zoals messen, vorken en lepels georganiseerd en gesorteerd in op te bergen
bestekla's	=	bestekla
besteklaatje	=	bestekla
besteklaatjes	=	bestekla
besteklade	noun	een keukenlade met een speciaal ontworpen vakverdeling om bestek zoals messen, vorken en lepels georganiseerd en gesorteerd in op te bergen
bestekladen	=	besteklade
besteklades	=	besteklade
bestekladetje	=	besteklade
bestekladetjes	=	besteklade
bestekpost	noun	een item in een bestek
bestekposten	=	bestekpost
bestektekening	noun	een tekening die behoort tot de beschrijving van het bouwplan
bestektekeningen	=	bestektekening
bestektekeningetje	=	bestektekening
bestektekeningetjes	=	bestektekening
bestekzoeker	noun	persoon werkzaam in de houthandel die daar uit de voorraad de door de klant opgegeven wensen van hout qua dikte, breedte, lengte en aantal bij elkaar verzamelt.
bestekzoekers	=	bestekzoeker
bestekzoekertje	=	bestekzoeker
bestekzoekertjes	=	bestekzoeker
bestel	noun	een organisatie die als systeem een bepaald doel op een bepaalde manier dient
bestelauto	noun	auto die structureel ingericht is voor het vervoer van goederen
bestelauto's	=	bestelauto
bestelautootje	=	bestelauto
bestelautootjes	=	bestelauto
bestelbaar	adj	dat een koopwaar niet op voorraad aanwezig is maar wel te verkrijgen is via de fabrikant of groothandel na het doen van een bestelling
bestelbaarder	=	bestelbaar
bestelbaardere	=	bestelbaar
bestelbaarders	=	bestelbaar
bestelbaars	=	bestelbaar
bestelbaarst	=	bestelbaar
bestelbaarste	=	bestelbaar
bestelbare	=	bestelbaar
bestelbedrag	noun	de hoeveelheid geld die men uitgeeft per bestelling
bestelbedragen	=	bestelbedrag
bestelbedragje	=	bestelbedrag
bestelbedragjes	=	bestelbedrag
bestelbon	noun	bon waarop de gegevens van een bestelling staan
bestelbonnen	=	bestelbon
bestelbonnetje	=	bestelbon
bestelbonnetjes	=	bestelbon
bestelbons	=	bestelbon
bestelbus	noun	een auto die structureel ingericht is voor het vervoer van goederen
bestelbusje	=	bestelbus
bestelbusjes	=	bestelbus
bestelbussen	=	bestelbus
besteld	=	bestellen
bestelde	=	bestellen
bestelden	=	bestellen
besteldienst	noun	organisatie die bestelde goederen bij de klant aflevert
besteldiensten	=	besteldienst
bestele	=	bestelen
besteleend	noun	een citroën 2cv in besteluitvoering
besteleenden	=	besteleend
besteleendje	=	besteleend
besteleendjes	=	besteleend
bestelen	verb	iemand ~: iemand iets wederrechtelijk ontnemen
bestelend	=	bestelen
bestelende	=	bestelen
bestelfiets	noun	fiets speciaal ontworpen voor het vervoeren van bestellingen met b.v. een bagagedrager voorop
bestelfietsen	=	bestelfiets
bestelfietsje	=	bestelfiets
bestelfietsjes	=	bestelfiets
bestelformulier	noun	voor-geformatteerd formulier waarop een bestelling ingevuld kan worden
bestelformulieren	=	bestelformulier
bestelformuliertje	=	bestelformulier
bestelformuliertjes	=	bestelformulier
bestelgoed	noun	goederen die via een bestelling werden verzonden en bij de bestemming aan huis bezorgd moesten worden
bestelgoederen	=	bestelgoed
bestelgoedje	=	bestelgoed
bestelgoedjes	=	bestelgoed
bestelkaart	noun	kaart waarmee men een bestelling kan doen
bestelkaarten	=	bestelkaart
bestelle	=	bestellen
bestellen	verb	in de toekomst laten leveren door dat eerder af te spreken
bestellend	=	bestellen
bestellende	=	bestellen
besteller	noun	Iemand die bestelt
bestellers	=	besteller
bestellertje	=	besteller
bestellertjes	=	besteller
bestelletje	=	bestel
bestelletjes	=	bestel
bestellijst	noun	lijst met bestellingen die een bedrijf nog moet leveren
bestellijsten	=	bestellijst
bestellijstje	=	bestellijst
bestellijstjes	=	bestellijst
bestelling	noun	een verzoek of opdracht om diensten of goederen te leveren (en te bezorgen)
bestellingen	=	bestelling
bestellinkje	=	bestelling
bestellinkjes	=	bestelling
bestelnummer	noun	identificatienummer van een bestelling
bestelnummers	=	bestelnummer
bestelpagina	noun	webpagina waar klanten producten en diensten kunnen selecteren, betalen en bestellen
bestelpagina's	=	bestelpagina
bestelpaginaatje	=	bestelpagina
bestelpaginaatjes	=	bestelpagina
bestelperiode	noun	tijdvak waarin men een bestelling heeft gedaan
bestelperioden	=	bestelperiode
bestelperiodes	=	bestelperiode
bestelsysteem	noun	reeks voorzieningen die ervoor zorgen dat men producten kan bestellen
bestelsysteempje	=	bestelsysteem
bestelsysteempjes	=	bestelsysteem
bestelsystemen	=	bestelsysteem
bestelt	=	bestellen
bestelwagen	noun	auto die structureel ingericht is voor het vervoer van goederen
bestelwagens	=	bestelwagen
bestelwagentje	=	bestelwagen
bestelwagentjes	=	bestelwagen
bestem	=	bestemmen
bestemd	=	bestemmen
bestemde	=	bestemmen
bestemden	=	bestemmen
bestemme	=	bestemmen
bestemmeling	noun	diegene voor wie een brief of pakket bestemd is
bestemmelingen	=	bestemmeling
bestemmen	verb	een bepaald doel, functie voor iets aanwijzen
bestemmend	=	bestemmen
bestemmende	=	bestemmen
bestemming	noun	het eindpunt van een route, het doel
bestemmingen	=	bestemming
bestemmingennetwerk	noun	geheel van bestemmingen die men vanaf één plaats met een bepaalde vervoerswijze kan bereiken
bestemmingennetwerken	=	bestemmingennetwerk
bestemmingplan	noun	een plan over hoe een bepaald gebied gebruikt mag gaan worden
bestemmingplannen	=	bestemmingplan
bestemmingsbord	noun	een bord op een treinstation met daarop de bestemmingen van de treinen die er rijden.
bestemmingsborden	=	bestemmingsbord
bestemmingsbordje	=	bestemmingsbord
bestemmingsbordjes	=	bestemmingsbord
bestemmingsheffing	noun	een verplichte extra toeslag per nacht die hotels, vaak in de VS, rekenen bovenop de kamerprijs, meestal voor inbegrepen voorzieningen zoals wifi, fitness of F&B-tegoed.
bestemmingsheffingen	=	bestemmingsheffing
bestemmingsheffinkje	=	bestemmingsheffing
bestemmingsheffinkjes	=	bestemmingsheffing
bestemmingsplan	noun	een plan over hoe een bepaald gebied gebruikt mag gaan worden
bestemmingsplannen	=	bestemmingsplan
bestemmingsplannetje	=	bestemmingsplan
bestemmingsplannetjes	=	bestemmingsplan
bestemmingsplanwijziging	noun	verandering van het voorgenomen gebruik van een stuk land
bestemmingsplanwijzigingen	=	bestemmingsplanwijziging
bestemmingsplanwijzigingetje	=	bestemmingsplanwijziging
bestemmingsplanwijzigingetjes	=	bestemmingsplanwijziging
bestemmingsreserve	noun	hoeveelheid geld die men in reserve heeft voor onvoorziene uitgaven
bestemmingsreserves	=	bestemmingsreserve
bestemmingsverkeer	noun	verkeer dat zijn bestemming aan een bepaalde weg heeft en niet op doorreis is naar een andere locatie
bestemmingswijziging	noun	veranderen van het doel of gebruik van iets
bestemmingswijzigingen	=	bestemmingswijziging
bestemmingswijzigingetje	=	bestemmingswijziging
bestemmingswijzigingetjes	=	bestemmingswijziging
bestemminkje	=	bestemming
bestemminkjes	=	bestemming
bestemoeder	noun|obsolete	grootmoeder, oma
bestemoeders	=	bestemoeder
bestemoedertje	=	bestemoeder
bestemoer	noun	oude vrouw
bestemoers	=	bestemoer
bestemoertje	=	bestemoer
bestempel	=	bestempelen
bestempeld	=	bestempelen
bestempelde	=	bestempelen
bestempelden	=	bestempelen
bestempele	=	bestempelen
bestempelen	verb	ergens een stempel opzetten
bestempelend	=	bestempelen
bestempelende	=	bestempelen
bestempeling	noun	de naam die men iets geeft; het oordeel dat men over iets velt; de categorie waartoe men iets rekent
bestempelingen	=	bestempeling
bestempelt	=	bestempelen
bestemt	=	bestemmen
besten	=	beste
bestendig	adj	duurzaam, blijvend, niet veranderlijk, permanent bn
bestendigd	=	bestendigen
bestendigde	=	bestendigen
bestendigden	=	bestendigen
bestendige	=	bestendig
bestendigen	verb	zekerder maken, iets laten voortduren
bestendigend	=	bestendigen
bestendigende	=	bestendigen
bestendiger	=	bestendig
bestendigere	=	bestendig
bestendigers	=	bestendig
bestendigheid	noun	het bestendig zijn
bestendiging	noun	het verstevigen van iets, zorgen dat iets blijft zoals het is
bestendigingen	=	bestendiging
bestendigingetje	=	bestendiging
bestendigingetjes	=	bestendiging
bestendiglijk	adj	in stand blijvend
bestendiglijke	=	bestendiglijk
bestendiglijker	=	bestendiglijk
bestendiglijkere	=	bestendiglijk
bestendiglijkers	=	bestendiglijk
bestendiglijks	=	bestendiglijk
bestendiglijkst	=	bestendiglijk
bestendiglijkste	=	bestendiglijk
bestendigs	=	bestendig
bestendigst	=	bestendig
bestendigste	=	bestendig
bestendigt	=	bestendigen
bestens	adv	een aandeel kopen of verkopen tegen de beste op dat moment geldende prijs
besterf	=	besterven
besterft	=	besterven
besterve	=	besterven
besterven	verb	het begin van het ontbindingsproces na de dood ondergaan
bestervend	=	besterven
bestervende	=	besterven
bestevaar	noun	de vader van je vader of moeder
bestevaars	=	bestevaar
bestevaartje	=	bestevaar
bestevaartjes	=	bestevaar
bestevader	noun|obsolete	grootvader, opa
bestevaderen	=	bestevader
bestevaders	=	bestevader
bestevaren	=	bestevaar
bestgeslaagde	noun	persoon die met de beste cijfers een eindexamen heeft afgelegd
bestgeslaagden	=	bestgeslaagde
bestiaal	adj	zich dierlijk gedragend
bestiaals	=	bestiaal
bestiaalst	=	bestiaal
bestiaalste	=	bestiaal
bestiaaltje	=	bestiaal
bestiale	=	bestiaal
bestialen	=	bestiaal
bestialer	=	bestiaal
bestialere	=	bestiaal
bestialers	=	bestiaal
bestialiteit	noun	dierlijk gedrag vertonen, totaal gebrek aan beschaving
bestialiteiten	=	bestialiteit
bestiaria	=	bestiarium
bestiarium	noun	boek over dieren en hun eigenschappen
bestiariumpje	=	bestiarium
bestiariumpjes	=	bestiarium
bestiariums	=	bestiarium
besticker	=	bestickeren
bestickerd	=	bestickeren
bestickerde	=	bestickeren
bestickerden	=	bestickeren
bestickere	=	bestickeren
bestickeren	verb	met plakplaatjes beplakken
bestickerend	=	bestickeren
bestickerende	=	bestickeren
bestickering	noun	het beplakken van iets met plakplaatjes
bestickeringen	=	bestickering
bestickert	=	bestickeren
bestie	noun	beste vriend of vriendin
bestier	=	bestieren
bestierd	=	bestieren
bestierde	=	bestieren
bestierden	=	bestieren
bestiere	=	bestieren
bestieren	verb	iets richting geven of besturen
bestierend	=	bestieren
bestierende	=	bestieren
bestierf	=	besterven
bestierft	=	besterven
bestiering	=	besturing
bestiert	=	bestieren
bestierve	=	besterven
bestierven	=	besterven
besties	=	bestie
bestijg	=	bestijgen
bestijge	=	bestijgen
bestijgen	verb	bovenop iets zien te geraken
bestijgend	=	bestijgen
bestijgende	=	bestijgen
bestijging	noun	het bestijgen
bestijgingen	=	bestijging
bestijginkje	=	bestijging
bestijginkjes	=	bestijging
bestijgt	=	bestijgen
bestik	=	bestikken
bestikke	=	bestikken
bestikken	verb	voorzien van stiksel
bestikkend	=	bestikken
bestikkende	=	bestikken
bestikt	=	bestikken
bestikte	=	bestikken
bestikten	=	bestikken
bestje	=	best
bestoef	=	bestoefen
bestoefe	=	bestoefen
bestoefen	verb	opscheppen over, pochen over iemand
bestoefend	=	bestoefen
bestoefende	=	bestoefen
bestoeft	=	bestoefen
bestoefte	=	bestoefen
bestoeften	=	bestoefen
bestoft	adj	bedekt met zeer kleine deeltjes die in de lucht zweefden
bestofte	=	bestoft
bestofter	=	bestoft
bestoftere	=	bestoft
bestofters	=	bestoft
bestofts	=	bestoft
bestoftst	=	bestoft
bestoftste	=	bestoft
bestoke	=	bestoken
bestoken	verb	met projectielen proberen te raken
bestokend	=	bestoken
bestokende	=	bestoken
bestolen	=	bestelen
bestolene	noun	slachtoffer van een diefstal
bestolenen	=	bestolene
bestond	=	bestaan
bestonde	=	bestaan
bestonden	=	bestaan
bestondt	=	bestaan
bestoof	=	bestuiven
bestooft	=	bestuiven
bestook	=	bestoken
bestookt	adj	lastig gevallen
bestookte	=	bestookt
bestookten	=	bestoken
bestookts	=	bestookt
bestop	=	bestoppen
bestoppe	=	bestoppen
bestoppen	verb	met een stop afsluiten
bestoppend	=	bestoppen
bestoppende	=	bestoppen
bestopt	=	bestoppen
bestopte	=	bestoppen
bestopten	=	bestoppen
bestorm	=	bestormen
bestormd	=	bestormen
bestormde	=	bestormen
bestormden	=	bestormen
bestorme	=	bestormen
bestormen	verb	met een strijdmacht snel te voet een positie van de vijand trachten te overweldigen
bestormend	=	bestormen
bestormende	=	bestormen
bestorming	noun	aanval waarbij wordt stormgelopen
bestormingen	=	bestorming
bestorminkje	=	bestorming
bestorminkjes	=	bestorming
bestormt	=	bestormen
bestorven	=	besterven
bestove	=	bestuiven
bestoven	=	bestuiven
bestraal	=	bestralen
bestraald	=	bestralen
bestraalde	=	bestralen
bestraalden	=	bestralen
bestraalt	=	bestralen
bestraat	=	bestraten
bestraatte	=	bestraten
bestraatten	=	bestraten
bestraf	=	bestraffen
bestraffe	=	bestraffen
bestraffen	verb	straf uitdelen aan iemand
bestraffend	adj	betrekking hebbend op het toedienen van of dreigen met een straf	adv	betrekking hebbend op het toedienen van of dreigen met een straf
bestraffende	=	bestraffen
bestraffender	=	bestraffend
bestraffendere	=	bestraffend
bestraffenders	=	bestraffend
bestraffends	=	bestraffend
bestraffendst	=	bestraffend
bestraffendste	=	bestraffend
bestraffing	noun	het bestraffen
bestraffingen	=	bestraffing
bestraffinkje	=	bestraffing
bestraffinkjes	=	bestraffing
bestraft	=	bestraffen
bestrafte	=	bestraffen
bestraften	=	bestraffen
bestrale	=	bestralen
bestralen	verb	aan straling blootstellen
bestralend	=	bestralen
bestralende	=	bestralen
bestraling	noun	de handeling van straling toedienen (vaak om medische redenen)
bestralingen	=	bestraling
bestralingsbehandeling	noun	een plaatselijke kankerbehandeling die met hoogenergetische straling kankercellen vernietigt of hun deling stopt.
bestralingsbehandelingen	=	bestralingsbehandeling
bestralingsbehandelingetje	=	bestralingsbehandeling
bestralingsbehandelingetjes	=	bestralingsbehandeling
bestralingscentra	=	bestralingscentrum
bestralingscentrum	noun	centrum waar men zich kan laten bestralen
bestralingscentrumpje	=	bestralingscentrum
bestralingscentrumpjes	=	bestralingscentrum
bestralingscentrums	=	bestralingscentrum
bestralinkje	=	bestraling
bestralinkjes	=	bestraling
bestraten	verb	het wegdek verharden met klinkers of andere middelen om er een straat van de maken
bestratend	=	bestraten
bestratende	=	bestraten
bestrating	noun	Het aard van het wegdek.
bestratingen	=	bestrating
bestratinkje	=	bestrating
bestratinkjes	=	bestrating
bestrede	=	bestrijden
bestreden	=	bestrijden
bestreed	=	bestrijden
bestreedt	=	bestrijden
bestreek	=	bestrijken
bestreekt	=	bestrijken
bestreke	=	bestrijken
bestreken	=	bestrijken
bestrijd	=	bestrijden
bestrijde	=	bestrijden
bestrijden	verb	de strijd aanbinden met iets of iemand
bestrijdend	=	bestrijden
bestrijdende	=	bestrijden
bestrijder	noun	iemand die iets probeert te beperken of tegengaan
bestrijders	=	bestrijder
bestrijdertje	=	bestrijder
bestrijdertjes	=	bestrijder
bestrijding	noun	het bestrijden, het tegengaan van iets
bestrijdingen	=	bestrijding
bestrijdingsmaatregel	noun	een maatregel die er op gericht is om iets te bestrijden
bestrijdingsmaatregelen	=	bestrijdingsmaatregel
bestrijdingsmaatregels	=	bestrijdingsmaatregel
bestrijdingsmaatregeltje	=	bestrijdingsmaatregel
bestrijdingsmaatregeltjes	=	bestrijdingsmaatregel
bestrijdingsmethode	noun	methode om onkruid en ongedierte te bestrijden
bestrijdingsmethoden	=	bestrijdingsmethode
bestrijdingsmethodes	=	bestrijdingsmethode
bestrijdingsmiddel	noun	zijn stoffen die worden gebruikt om ziekten, plagen of onkruiden in de landbouw te bestrijden of organismen te bestrijden die hinderlijk of schadelijk zijn (bijvoorbeeld mieren, ongedierte, aantasting van materialen, algen, ontsmetting van voorwerpen en installaties en houtbescherming)
bestrijdingsmiddelen	=	bestrijdingsmiddel
bestrijdingsmiddeltje	=	bestrijdingsmiddel
bestrijdingsmiddeltjes	=	bestrijdingsmiddel
bestrijdingsplan	noun	plan van aanpak om de nadelige gevolgen van een schadelijk iets te beperken
bestrijdingsplannen	=	bestrijdingsplan
bestrijdingsplannetje	=	bestrijdingsplan
bestrijdingsplannetjes	=	bestrijdingsplan
bestrijdingsprogramma	noun	stelsel van handelingen dat gericht is om iets terug te dringen
bestrijdingsprogramma's	=	bestrijdingsprogramma
bestrijdinkje	=	bestrijding
bestrijdinkjes	=	bestrijding
bestrijdster	noun	vrouw die vecht tegen iets dat zij schadelijk vindt
bestrijdsters	=	bestrijdster
bestrijdstertje	=	bestrijdster
bestrijdt	=	bestrijden
bestrijk	=	bestrijken
bestrijke	=	bestrijken
bestrijken	verb	~ met in een strijkende beweging ergens iets op aanbrengen
bestrijkend	=	bestrijken
bestrijkende	=	bestrijken
bestrijkt	=	bestrijken
bestrooi	=	bestrooien
bestrooid	=	bestrooien
bestrooide	=	bestrooien
bestrooiden	=	bestrooien
bestrooie	=	bestrooien
bestrooien	verb	iets bedekken met strooisel; iets door strooien bedekken
bestrooiend	=	bestrooien
bestrooiende	=	bestrooien
bestrooiing	noun	het bedekken van een oppervlak of object door er iets overheen te strooien.
bestrooiingen	=	bestrooiing
bestrooiinkje	=	bestrooiing
bestrooiinkjes	=	bestrooiing
bestrooit	=	bestrooien
bestruiken	verb	van struiken voorzien
bestruikend	=	bestruiken
bestruikende	=	bestruiken
bestruikt	=	bestruiken
bestruikte	=	bestruiken
bestseller	noun	aanduiding voor een werk dat op korte termijn uitzonderlijk goed verkoopt
bestsellerauteur	noun	persoon die een boek heeft geschreven dat in grote aantallen is verkocht
bestsellerauteurs	=	bestsellerauteur
bestsellerauteurtje	=	bestsellerauteur
bestsellerauteurtjes	=	bestsellerauteur
bestsellerlijst	noun	lijst met boeken die het meest verkocht worden
bestsellerlijsten	=	bestsellerlijst
bestsellerlijstje	=	bestsellerlijst
bestsellerlijstjes	=	bestsellerlijst
bestsellers	=	bestseller
bestsellerschrijver	noun	iemand die boeken heeft geschreven die veel verkocht worden
bestsellerschrijvers	=	bestsellerschrijver
bestsellerslijst	noun	lijst met de meest verkochte boeken
bestsellerslijsten	=	bestsellerslijst
bestsellerslijstje	=	bestsellerslijst
bestsellerslijstjes	=	bestsellerslijst
bestsellertje	=	bestseller
bestsellertjes	=	bestseller
bestudeer	=	bestuderen
bestudeerd	adj	gemaakt, geaffecteerd, niet echt
bestudeerde	=	bestuderen
bestudeerden	=	bestuderen
bestudeerder	=	bestudeerd
bestudeerdere	=	bestudeerd
bestudeerders	=	bestudeerd
bestudeerdheid	noun	licht mate waarin een kunstuiting het resultaat van oefening en theoretische kennis lijkt, ontbreken van spontaniteit
bestudeerds	=	bestudeerd
bestudeerdst	=	bestudeerd
bestudeerdste	=	bestudeerd
bestudeeren	=	bestuderen
bestudeering	=	bestudering
bestudeert	=	bestuderen
bestudere	=	bestuderen
bestuderen	verb	je er grondig in verdiepen
bestuderend	=	bestuderen
bestuderende	=	bestuderen
bestudering	noun	nauwkeurig onderzoek
bestuderingen	=	bestudering
bestuif	=	bestuiven
bestuift	=	bestuiven
bestuive	=	bestuiven
bestuiven	verb	stuifmeel op een stamper doen belanden
bestuivend	=	bestuiven
bestuivende	=	bestuiven
bestuiving	noun	Het bevruchten van bloemen.
bestuivingen	=	bestuiving
bestuivinkje	=	bestuiving
bestuivinkjes	=	bestuiving
besture	=	besturen
besturen	verb	zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert
besturend	=	besturen
besturende	=	besturen
besturenraad	noun	raad waarin vertegenwoordigers van verschillende schoolbesturen zitting hebben
besturenraden	=	besturenraad
besturing	noun	het mechaniek waarmee een apparaat bestuurd wordt, stuurinrichting
besturingen	=	besturing
besturingsapparaat	noun	apparaat dat eniger vorm van besturing vervult
besturingsapparaten	=	besturingsapparaat
besturingsbus	noun	bus (= groot aantal lijnen) van een computer die samen met de adresbus en de databus de verschillende delen verbindt en waarlangs opdrachten worden uitgewisseld.
besturingsbusje	=	besturingsbus
besturingsbusjes	=	besturingsbus
besturingsbussen	=	besturingsbus
besturingscomputer	noun	computer waardoor een apparaat, toestel of proces wordt bestuurd.
besturingscomputers	=	besturingscomputer
besturingscomputertje	=	besturingscomputer
besturingscomputertjes	=	besturingscomputer
besturingseenheden	=	besturingseenheid
besturingseenheid	noun	apparaat dat bestemd is voor de bediening van een ander apparaat
besturingsmechanisme	noun	apparaat dat ervoor zorgt dat een voertuig gestuurd kan worden
besturingsmechanismen	=	besturingsmechanisme
besturingsmechanismes	=	besturingsmechanisme
besturingsorgaan	noun	onderdeel van een voertuig waarmee de gebruiker richting en snelheid bepaalt
besturingsorganen	=	besturingsorgaan
besturingsprogramma	noun	een geheel van systeemapplicaties dat de uitvoering van toepassingsprogramma's mogelijk maakt.
besturingsprogramma's	=	besturingsprogramma
besturingsprogrammaatje	=	besturingsprogramma
besturingsprogrammaatjes	=	besturingsprogramma
besturingssysteem	noun	een geheel van systeemapplicaties dat de uitvoering van andere programma's bestuurt
besturingssysteempje	=	besturingssysteem
besturingssysteempjes	=	besturingssysteem
besturingssystemen	=	besturingssysteem
besturingstheorie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met besturing van systemen waarbij terugkoppeling een belangrijk mechanisme is
besturingstheorietje	=	besturingstheorie
besturingstheorietjes	=	besturingstheorie
besturingstheorieën	=	besturingstheorie
besturinkje	=	besturing
besturinkjes	=	besturing
bestuur	noun	manier waarop een organisatie wordt geleid
bestuurbaar	adj	met een stuur uitgerust dat vanaf afstand te bedienen is
bestuurbaarder	=	bestuurbaar
bestuurbaardere	=	bestuurbaar
bestuurbaarders	=	bestuurbaar
bestuurbaarheden	=	bestuurbaarheid
bestuurbaarheid	noun	de mate waarin iets of iemand geleid kan worden
bestuurbaars	=	bestuurbaar
bestuurbaarst	=	bestuurbaar
bestuurbaarste	=	bestuurbaar
bestuurbare	=	bestuurbaar
bestuurd	=	besturen
bestuurde	=	besturen
bestuurden	=	besturen
bestuurder	noun	persoon die een voertuig bestuurt
bestuurderen	=	bestuurder
bestuurders	=	bestuurder
bestuurdersaansprakelijkheden	=	bestuurdersaansprakelijkheid
bestuurdersaansprakelijkheid	noun	persoonlijke aansprakelijkheid van personen voor zaken die zij als bestuurder van een organisatie of bedrijf hebben gedaan
bestuurderscabine	noun	ruimte waarin de bestuurder van een voertuig zit
bestuurderscabines	=	bestuurderscabine
bestuurderschap	noun	het zijn van een leidinggevende, het hebben van een leidinggevende functie
bestuurderschappen	=	bestuurderschap
bestuurderskaart	noun	een persoonsgebonden pas die gebruikt wordt met de digitale tachograaf door een bestuurder van een vrachtwagen
bestuurderskaarten	=	bestuurderskaart
bestuurderskaartje	=	bestuurderskaart
bestuurderskaartjes	=	bestuurderskaart
bestuurderskant	noun	de zijde van een auto of een ander vervoermiddel waar de bestuurder zit, bij rechtsrijdend verkeer is dat meestal de linkerkant
bestuurderskanten	=	bestuurderskant
bestuurderspartij	noun	een politieke partij die vaak aan de macht is
bestuurderspartijen	=	bestuurderspartij
bestuurdersplek	noun	plaats waar de chauffeur van een vervoermiddel plaatsneemt
bestuurdersplekken	=	bestuurdersplek
bestuurdersportier	noun	de voorste deur aan de linkerkant van een auto
bestuurdersportieren	=	bestuurdersportier
bestuurdersportiertje	=	bestuurdersportier
bestuurdersportiertjes	=	bestuurdersportier
bestuurdersstoel	noun	de zitting waarop de chauffeur van een voertuig zit
bestuurdersstoelen	=	bestuurdersstoel
bestuurdersstoeltje	=	bestuurdersstoel
bestuurdersstoeltjes	=	bestuurdersstoel
bestuurdertje	=	bestuurder
bestuurdertjes	=	bestuurder
bestuurlijk	adj	met betrekking tot het bestuur
bestuurlijk-technisch	adj	betreffende het vakgebied dat de brug vormt tussen het organiseren en de technische uitvoering van een bedrijf of organisatie
bestuurlijk-technische	=	bestuurlijk-technisch
bestuurlijk-technischer	=	bestuurlijk-technisch
bestuurlijk-technischere	=	bestuurlijk-technisch
bestuurlijk-technischers	=	bestuurlijk-technisch
bestuurlijke	=	bestuurlijk
bestuurlijker	=	bestuurlijk
bestuurlijkere	=	bestuurlijk
bestuurlijkers	=	bestuurlijk
bestuurlijks	=	bestuurlijk
bestuurlijkst	=	bestuurlijk
bestuurlijkste	=	bestuurlijk
bestuursadviseur	noun	persoon die aanbevelingen geeft aan een bestuur
bestuursadviseurs	=	bestuursadviseur
bestuursakkoord	noun	Een overeenkomst tussen een overheid en een andere overheden of een (rechts)persoon t.a.v. te regelen zaken
bestuursakkoorden	=	bestuursakkoord
bestuursakkoordje	=	bestuursakkoord
bestuursakkoordjes	=	bestuursakkoord
bestuursambt	noun	een bestuurlijke functie uitgeoefend door een burger
bestuursambten	=	bestuursambt
bestuursambtenaar	noun	ambtenaar die bestuur voert
bestuursambtenaars	=	bestuursambtenaar
bestuursambtenaartje	=	bestuursambtenaar
bestuursambtenaartjes	=	bestuursambtenaar
bestuursambtenaren	=	bestuursambtenaar
bestuursapparaat	noun	het totaal aan personen, instanties en systemen die nodig zijn voor het bestuur
bestuursapparaatje	=	bestuursapparaat
bestuursapparaatjes	=	bestuursapparaat
bestuursapparaten	=	bestuursapparaat
bestuursbesluit	noun	een door de leiding van een organisatie of bedrijf genomen beslissing
bestuursbesluiten	=	bestuursbesluit
bestuurscentra	=	bestuurscentrum
bestuurscentrum	noun	plaats van waaruit een overheid macht uitoefent
bestuurscentrums	=	bestuurscentrum
bestuurscollege	noun	college (groep personen) dat leiding geeft
bestuurscolleges	=	bestuurscollege
bestuurscomiteetje	=	bestuurscomité
bestuurscomiteetjes	=	bestuurscomité
bestuurscomité	noun	groep mensen die leiding geeft aan een organisatie
bestuurscomités	=	bestuurscomité
bestuurscommissie	noun	commissie aangesteld door het bestuur / commissie bestaande uit leden van het bestuur
bestuurscommissies	=	bestuurscommissie
bestuurscrises	=	bestuurscrisis
bestuurscrisis	noun	plotseling ontstane situatie in de leiding van een organisatie, bedrijf of overheid
bestuurscrisissen	=	bestuurscrisis
bestuursculturen	=	bestuurscultuur
bestuurscultuur	noun	de manier, de gewoontes en de gebruiken waarop leidinggevenden omgaan met elkaar en de organisatie waaraan zij leiding geven
bestuurscultuurtje	=	bestuurscultuur
bestuurscultuurtjes	=	bestuurscultuur
bestuursdepartement	noun	een departement van de overheid die zich met voorwaardenscheppende taken bezig houdt
bestuursdepartementen	=	bestuursdepartement
bestuursdienst	noun	verzameling van topambtenaren bij de rijksoverheid
bestuursdiensten	=	bestuursdienst
bestuursdienstje	=	bestuursdienst
bestuursdiner	noun	#:▸ Dat ze het vermaak misschien beter konden bewaren voor het bestuursdiner, maar er viel zo veel schitterends te rapporteren over het eerste kwartaal in het leven van het nieuwe bedrijf dat een glas champagne een heel bescheiden zijstapje zou lijken van het normaal gesproken te verwachten striktere verloop van de vergadering.
bestuursdiners	=	bestuursdiner
bestuursdinertje	=	bestuursdiner
bestuursdinertjes	=	bestuursdiner
bestuursdwang	noun	bevel van een bestuurlijk orgaan om een wettelijk voorschrift te handhaven of gedane overtreding te herstellen
bestuurselite	noun	kleine, besloten groep waaruit een bestuur gekozen wordt
bestuurselites	=	bestuurselite
bestuurservaring	noun	door ervaring verkregen kennis en kunde met betrekking tot het leidinggeven
bestuurservaringen	=	bestuurservaring
bestuurservarinkje	=	bestuurservaring
bestuurservarinkjes	=	bestuurservaring
bestuursfunctie	noun	functie van iemand die zitting heeft in een bestuur
bestuursfuncties	=	bestuursfunctie
bestuurshamer	noun	de hamer waar een voorzitter van het bestuur gebruik van maakt om orde te scheppen in de vergaderingen.
bestuurshamers	=	bestuurshamer
bestuurshamertje	=	bestuurshamer
bestuurshamertjes	=	bestuurshamer
bestuurshervorming	noun	verandering van het bestuur en verandering van de manier van besturen
bestuurshervormingen	=	bestuurshervorming
bestuursinstelling	noun	organisatie met een bestuurlijke macht
bestuursinstellingen	=	bestuursinstelling
bestuurskamer	noun	vertrek waar bestuurders van een onderneming of instelling hun bestuurswerk (zouden moeten) doen
bestuurskamers	=	bestuurskamer
bestuurskamertje	=	bestuurskamer
bestuurskamertjes	=	bestuurskamer
bestuurskost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan het leidinggeven aan een organisatie
bestuurskosten	noun	geld dat men besteedt aan het leidinggeven aan een organisatie
bestuurskracht	noun	de mate waarin een bestuur in staat is om genomen beslissingen door te voeren
bestuurskrachten	=	bestuurskracht
bestuurskunde	noun	wetenschap van het besturen
bestuurskundig	adj	met betrekking tot de bestuurskunde
bestuurskundige	noun	iemand met een opleiding in en werkzaam in bestuurskunde
bestuurskundigen	=	bestuurskundige
bestuurskundiger	=	bestuurskundig
bestuurskundigere	=	bestuurskundig
bestuurskundigers	=	bestuurskundig
bestuurskundigs	=	bestuurskundig
bestuurskundigst	=	bestuurskundig
bestuurskundigste	=	bestuurskundig
bestuurslaag	noun	de afdeling van een organisatie die zich met het bestuur bezighoudt.
bestuurslaagje	=	bestuurslaag
bestuurslaagjes	=	bestuurslaag
bestuurslagen	=	bestuurslaag
bestuursleden	=	bestuurslid
bestuurslichaam	noun	instantie die het bestuur uitvoert
bestuurslichaampje	=	bestuurslichaam
bestuurslichaampjes	=	bestuurslichaam
bestuurslichamen	=	bestuurslichaam
bestuurslid	noun	iemand die deel uitmaakt van een bestuur
bestuurslidje	=	bestuurslid
bestuurslidjes	=	bestuurslid
bestuurslidmaatschap	noun	het deel uitmaken van een bestuur
bestuurslidmaatschappen	=	bestuurslidmaatschap
bestuursmacht	noun	de macht om leiding te geven
bestuursmachten	=	bestuursmacht
bestuursminister	noun	een minister in een kabinet die zich met voorwaardenscheppende taken bezig houdt
bestuursministers	=	bestuursminister
bestuursmodel	noun	blauwdruk voor het bestuur van een bedrijf of organisatie
bestuursmodellen	=	bestuursmodel
bestuursniveau	noun	een laag van het bestuur met bepaalde bevoegdheden en afhankelijkheden
bestuursniveaus	=	bestuursniveau
bestuursobesitas	noun	overdreven neiging van politici om alles te willen regelen
bestuursopzichter	noun	ambtenaar die deel uitmaakt van de bestuursdienst van een district in Suriname
bestuursopzichters	=	bestuursopzichter
bestuursorgaan	noun	orgaan van een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld
bestuursorgaantje	=	bestuursorgaan
bestuursorgaantjes	=	bestuursorgaan
bestuursorganen	=	bestuursorgaan
bestuursorganisatie	noun	een organisatie die de leiding over iets heeft
bestuursorganisaties	=	bestuursorganisatie
bestuursovereenkomst	noun	afspraak die gemaakt is tussen verschillende bestuurders
bestuursovereenkomsten	=	bestuursovereenkomst
bestuursperiode	noun	het tijdperk dat iemand leiding geeft; tijdper dat een bestuur zitting heeft
bestuursperioden	=	bestuursperiode
bestuursperiodes	=	bestuursperiode
bestuursprobleem	noun	moeilijkheid in het bestuur van een organisatie
bestuursproblemen	=	bestuursprobleem
bestuursraad	noun	groep mensen die samen het dagelijks bestuur van een organisatie, bedrijf of land vormen
bestuursraden	=	bestuursraad
bestuursrecht	noun	het geheel van rechtsregels die de bestuurlijke bedrijvigheid beheersen van overheidsorganen die tot de uitvoerende macht behoren, als onderdeel van het publiekrecht
bestuursrechtelijk	adj	volgens of over de voorschriften waarmee het openbaar bestuur werkt
bestuursrechtelijke	=	bestuursrechtelijk
bestuursrechtelijker	=	bestuursrechtelijk
bestuursrechtelijkere	=	bestuursrechtelijk
bestuursrechtelijkers	=	bestuursrechtelijk
bestuursrechtelijks	=	bestuursrechtelijk
bestuursrechtelijkst	=	bestuursrechtelijk
bestuursrechtelijkste	=	bestuursrechtelijk
bestuursrechten	=	bestuursrecht
bestuursrechter	noun	rechter belast met de rechtspraak t.a.v. het bestuursrecht
bestuursrechters	=	bestuursrechter
bestuursrechtertje	=	bestuursrechter
bestuursrechtertjes	=	bestuursrechter
bestuursrechtje	=	bestuursrecht
bestuursrechtjes	=	bestuursrecht
bestuursrechtspraak	noun	rechtspraak over het al dan niet passend zijn van bestuurlijke beslissingen
bestuursrechtspraken	=	bestuursrechtspraak
bestuursressort	noun	een van de 62 bestuurlijke eenheden waarin de tien districten van Suriname onderverdeeld zijn
bestuursressorten	=	bestuursressort
bestuurssamenstelling	noun	de leden waaruit een bestuur bestaat
bestuurssamenstellingen	=	bestuurssamenstelling
bestuursschaamte	noun	schaamte die een bestuurder van een bedrijf of organisatie voelt als zaken niet goed gegaan zijn
bestuursscholen	=	bestuursschool
bestuursschool	noun	instituut dat de hogere opleiding van ambtenaren verzorgt
bestuursschooltje	=	bestuursschool
bestuursschooltjes	=	bestuursschool
bestuurssecretaris	noun	secretaris van het bestuur
bestuurssecretarisje	=	bestuurssecretaris
bestuurssecretarisjes	=	bestuurssecretaris
bestuurssecretarissen	=	bestuurssecretaris
bestuursstijl	noun	manier van leiding geven
bestuursstijlen	=	bestuursstijl
bestuursstructuren	=	bestuursstructuur
bestuursstructuur	noun	de organisatiestructuur van een bestuur; de manier waarop een bestuur is samengesteld
bestuurssysteem	noun	de manier waarop een bestuur in elkaar zit
bestuurssystemen	=	bestuurssysteem
bestuurstaak	noun	het werk dat men als leidinggevende verricht
bestuurstaal	noun	specifieke bureaucratentaal waarin de documenten van de overheid zijn gesteld
bestuurstaaltje	=	bestuurstaal
bestuurstaaltjes	=	bestuurstaal
bestuurstafel	noun	vergadertafel van een leidinggevend orgaan
bestuurstafels	=	bestuurstafel
bestuurstaken	=	bestuurstaak
bestuurstalen	=	bestuurstaal
bestuurster	noun	vrouwelijke bestuurder
bestuursters	=	bestuurster
bestuurstertje	=	bestuurster
bestuurstertjes	=	bestuurster
bestuurstop	noun	de hoogste leiding van een bedrijf of organisatie
bestuurstoppen	=	bestuurstop
bestuursverandering	noun	verandering van de samenstelling van het bestuur van een organisatie (zoals een stichting, vereniging, BV of VZW)
bestuursveranderingen	=	bestuursverandering
bestuursveranderingetje	=	bestuursverandering
bestuursveranderingetjes	=	bestuursverandering
bestuursverantwoordelijkheden	=	bestuursverantwoordelijkheid
bestuursverantwoordelijkheid	noun	de plichten en taken van een bestuurder
bestuursvergadering	noun	vergadering van het bestuur
bestuursvergaderingen	=	bestuursvergadering
bestuursvergaderingetje	=	bestuursvergadering
bestuursvergaderingetjes	=	bestuursvergadering
bestuursverkiezing	noun	verkiezing van mensen die in de leiding van een organisatie komen
bestuursverkiezingen	=	bestuursverkiezing
bestuursverslag	noun	verslag dat een bestuur maakt over het eigen handelen
bestuursverslagen	=	bestuursverslag
bestuursvoorstel	noun	voorstel gedaan door de leiding van een organisatie
bestuursvoorstellen	=	bestuursvoorstel
bestuursvoorzitter	noun	de eindverantwoordelijke binnen het bestuur van een bedrijf.
bestuursvoorzitters	=	bestuursvoorzitter
bestuursvoorzittertje	=	bestuursvoorzitter
bestuursvoorzittertjes	=	bestuursvoorzitter
bestuursvorm	noun	de vorm van bestuur die gekozen is om een instelling, land of bedrijf te besturen
bestuursvormen	=	bestuursvorm
bestuursvormpje	=	bestuursvorm
bestuursvormpjes	=	bestuursvorm
bestuurswerk	noun	arbeid verricht al bestuurder
bestuurswerken	=	bestuurswerk
bestuurswetenschap	noun	een wetenschappelijke discipline die zich bezighoudt met de wijze waarop het openbaar bestuur functioneert, zowel intern als extern
bestuurswetenschappen	=	bestuurswetenschap
bestuurswijziging	noun	officiële verandering in de samenstelling van het bestuur van een rechtspersoon, zoals een vereniging, stichting, VvE of BV. Dit houdt in dat bestuursleden aftreden, nieuwe bestuursleden worden benoemd, of functies binnen het bestuur worden gewijzigd (zoals een nieuwe penningmeester)
bestuurswijzigingen	=	bestuurswijziging
bestuurswijzigingetje	=	bestuurswijziging
bestuurswijzigingetjes	=	bestuurswijziging
bestuurswisseling	noun	vervanging van het oude bestuur door een nieuw bestuur
bestuurswisselingen	=	bestuurswisseling
bestuurswisselingetje	=	bestuurswisseling
bestuurswisselingetjes	=	bestuurswisseling
bestuurszaak	noun	juridisch geschil dat voortkomt uit een besluit van een overheidsinstantie, zoals een gemeente, provincie of het UWV
bestuurszaakje	=	bestuurszaak
bestuurszaakjes	=	bestuurszaak
bestuurszaken	=	bestuurszaak
bestuurszetel	noun	een plaats in de leiding van een organisatie of bedrijf
bestuurszetels	=	bestuurszetel
bestuurszeteltje	=	bestuurszetel
bestuurszeteltjes	=	bestuurszetel
bestuurt	=	besturen
bestuurtje	=	bestuur
bestuurtjes	=	bestuur
bestverkocht	adj	van iets dat het vaker verkocht is dan alle andere zaken
bestverkochte	=	bestverkocht
bestverkochts	=	bestverkocht
bestverkopend	adj	product dat heel goed verkocht wordt
bestverkopende	=	bestverkopend
bestverkopends	=	bestverkopend
bestwil	noun	om ~ gerechtvaardigd door het goede doel
besuiker	=	besuikeren
besuikerd	=	besuikeren
besuikerde	=	besuikeren
besuikerden	=	besuikeren
besuikerder	=	besuikeren
besuikerdere	=	besuikeren
besuikerders	=	besuikeren
besuikerds	=	besuikeren
besuikerdst	=	besuikeren
besuikerdste	=	besuikeren
besuikere	=	besuikeren
besuikeren	verb	iets voorzien van suiker zodat het zoeter smaakt
besuikerend	=	besuikeren
besuikerende	=	besuikeren
besuikert	=	besuikeren
besvormig	adj	vorm van een bes hebbend
besvormige	=	besvormig
besvormiger	=	besvormig
besvormigere	=	besvormig
besvormigers	=	besvormig
besvormigs	=	besvormig
besvormigst	=	besvormig
besvormigste	=	besvormig
besvrucht	noun	vlezige en saprijke vrucht
besvruchten	=	besvrucht
besvruchtje	=	besvrucht
besvruchtjes	=	besvrucht
beswaffel	=	beswaffelen
beswaffeld	=	beswaffelen
beswaffelde	=	beswaffelen
beswaffelden	=	beswaffelen
beswaffele	=	beswaffelen
beswaffelen	verb	iets of iemand slaan met de penis
beswaffelend	=	beswaffelen
beswaffelende	=	beswaffelen
beswaffelt	=	beswaffelen
bet	noun	tweede letter van het alfabet
bet-hedging	noun	het afdekken of indekken van risico's.
beta-mimetica	=	beta-mimeticum
beta-mimeticum	noun	geneesmiddel dat beta-dgedeelte van het onwillekeurig zenuwstelsel stimuleert
betaal	=	betalen
betaal-per-keeraanbod	noun	aanbod van items dat men per keer kan raadplegen
betaal-per-keerkanaal	noun	mediumkanaal waar men per keer betaald dat men het raadpleegt
betaal-per-keerkanalen	=	betaal-per-keerkanaal
betaalautomaat	noun	een apparaat om betalingen uit te voeren
betaalautomaatje	=	betaalautomaat
betaalautomaatjes	=	betaalautomaat
betaalautomaten	=	betaalautomaat
betaalbaar	adj	niet te duur om te betalen
betaalbaarder	=	betaalbaar
betaalbaardere	=	betaalbaar
betaalbaarders	=	betaalbaar
betaalbaarheden	=	betaalbaarheid
betaalbaarheid	noun	het betaalbaar zijn
betaalbaarheidsheffing	noun	voorgestelde heffing (belasting) op huurwoningen, bedoeld omstreeks 2005-2007, die vooral gericht was op woningcorporaties.
betaalbaarheidsheffingen	=	betaalbaarheidsheffing
betaalbaarheidsheffinkje	=	betaalbaarheidsheffing
betaalbaarheidsheffinkjes	=	betaalbaarheidsheffing
betaalbaars	=	betaalbaar
betaalbaarst	=	betaalbaar
betaalbaarste	=	betaalbaar
betaalbare	=	betaalbaar
betaalbewijs	noun	een (schriftelijk) bewijs dat men iets betaald heeft
betaalbewijsje	=	betaalbewijs
betaalbewijsjes	=	betaalbewijs
betaalbewijzen	=	betaalbewijs
betaalchip	noun	chip (in een chipkaart) met beveiligde informatie om elektronische betalingen te kunnen verrichten
betaalchipje	=	betaalchip
betaalchipjes	=	betaalchip
betaalchips	=	betaalchip
betaald	adj	waarvan de kosten afgerekend zijn
betaaldag	noun	de dag waarop men moet betalen
betaaldagen	=	betaaldag
betaaldata	=	betaaldatum
betaaldatum	noun	de dag dat men iets moet betalen
betaaldatums	=	betaaldatum
betaalde	=	betaald
betaalden	=	betalen
betaalder	=	betaald
betaalds	=	betaald
betaaldst	=	betaald
betaaldvoetbalvereniging	noun	een professionele voetbalclub waarvan de spelers en trainers een salaris ontvangen in ruil voor hun sportieve prestaties.
betaaldvoetbalverenigingen	=	betaaldvoetbalvereniging
betaaldvoetbalverenigingetje	=	betaaldvoetbalvereniging
betaaldvoetbalverenigingetjes	=	betaaldvoetbalvereniging
betaalfunctie	noun	de mogelijkheid om met een apparaat of applicatie te kunnen betalen
betaalfuncties	=	betaalfunctie
betaalgedrag	noun	de termijn waarop men zijn rekeningen betaalt
betaalgegeven	noun	een stukje informatie dat het betalen betreft
betaalgegevens	=	betaalgegeven
betaalgemak	noun	de eenvoud waarmee men een betaling kan verrichten
betaalgemakken	=	betaalgemak
betaalkaart	noun	een plastic kaartje waarbij in een automaat betaald kan worden
betaalkaarten	=	betaalkaart
betaalkaartje	=	betaalkaart
betaalkaartjes	=	betaalkaart
betaalkanaal	noun	een televisiekanaal dat alleen toegankelijk is als men er (extra) voor betaalt
betaalkanaaltje	=	betaalkanaal
betaalkanaaltjes	=	betaalkanaal
betaalkanalen	=	betaalkanaal
betaalkantoor	noun	instelling waar men betalingen kan doen
betaalkantoortje	=	betaalkantoor
betaalkantoortjes	=	betaalkantoor
betaalkantoren	=	betaalkantoor
betaalmeester	noun	iemand die uitbetalingen doet
betaalmeesters	=	betaalmeester
betaalmethode	noun	de techniek waarmee men rekeningen betaalt
betaalmethoden	=	betaalmethode
betaalmethodes	=	betaalmethode
betaalmiddel	noun	Een ruilmiddel om goederen of diensten te kunnen aanschaffen.
betaalmiddelen	=	betaalmiddel
betaalmiddeltje	=	betaalmiddel
betaalmiddeltjes	=	betaalmiddel
betaalmuren	=	betaalmuur
betaalmuur	noun	de afscherming van een product of dienst voor mensen die er niet voor betaald hebben
betaalmuurtje	=	betaalmuur
betaalpagina	noun	webpagina waar een klant een betalen kan voltooien
betaalpagina's	=	betaalpagina
betaalpaginaatje	=	betaalpagina
betaalpaginaatjes	=	betaalpagina
betaalpas	noun	een plastic kaartje (pas) waarbij in een automaat betaald kan worden
betaalpasje	=	betaalpas
betaalpasjes	=	betaalpas
betaalpassen	=	betaalpas
betaalprobleem	noun	het niet of met moeite kunnen betalen van rekeningen
betaalprobleempje	=	betaalprobleem
betaalprobleempjes	=	betaalprobleem
betaalproblemen	=	betaalprobleem
betaalrekening	noun	bankrekening waarmee alle betalingen gedaan worden, dit is meestal ook de rekening waarop het loon wordt ontvangen
betaalrekeningen	=	betaalrekening
betaalrekeningetje	=	betaalrekening
betaalrekeningetjes	=	betaalrekening
betaalstaking	noun	een collectieve actie waarbij een groep mensen of organisaties afspreekt om tijdelijk gezamenlijk de rekeningen of contributies niet te betalen.
betaalstakingen	=	betaalstaking
betaalstakinkje	=	betaalstaking
betaalstakinkjes	=	betaalstaking
betaalstuk	noun	bewijs dat recht geeft op een uitkering
betaalstukken	=	betaalstuk
betaalsysteem	noun	technische voorziening waarmee men geld kan overmaken van de ene naar de andere persoon
betaalsystemen	=	betaalsysteem
betaalt	=	betalen
betaaltechnologie	noun	techniek die gebruikt wordt bij het verrichten van betalingen
betaaltechnologieën	=	betaaltechnologie
betaaltelevisie	noun	televisie waarvoor kijkers een vast maandelijks of jaarlijks bedrag moeten betalen om de televisieprogramma's te kunnen ontvangen
betaaltermijn	noun	de tijd die men heeft om een rekening te betalen
betaaltermijnen	=	betaaltermijn
betaalterminal	noun	plaats waar men met een pinpas kan betalen
betaalterminals	=	betaalterminal
betaalverkeer	noun	de organisatie van de betalingen
betaalverzoek	noun	een verzoek tot betaling van een bepaald bedrag met omschrijving
betaalverzoeken	=	betaalverzoek
betaalvoorwaarde	noun	vereisten waaraan een klant zich moet houden bij de betaling van gekochte producten
betaalvoorwaarden	=	betaalvoorwaarde
betaalwijze	noun	de manier waarop er betaald wordt
betaalwijzen	=	betaalwijze
betaalwijzetje	=	betaalwijze
betaalwijzetjes	=	betaalwijze
betaalzender	noun	televisie- of radiozender die men alleen kan ontvangen als men er (abonnements)geld voor heeft betaald
betaalzenders	=	betaalzender
betaam	=	betamen
betaamd	=	betamen
betaamde	=	betamen
betaamden	=	betamen
betaamt	=	betamen
betahistine	noun	middel dat men gebruikt bij draaiduizeligheid en bij de ziekte van ziekte van Menière
betakeling	noun	een methode om het uitrafelen van de einden van een touw of lijn te voorkomen
betakelingen	=	betakeling
betale	=	betalen
betalen	verb	geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen
betalend	adj	geld aan de rechthebbende gevend
betalende	=	betalend
betalends	=	betalend
betaler	noun	iemand die betaalt
betalers	=	betaler
betalertje	=	betaler
betalertjes	=	betaler
betaling	noun	het overhandigen of overboeken van geld in ruil voor goed of dienst
betalingen	=	betaling
betalingsachterstand	noun	het niet op tijd hebben voldaan aan financiële verplichtingen
betalingsachterstanden	=	betalingsachterstand
betalingsbalans	noun	een overzicht van de waarde van alle transacties die in een bepaalde periode hebben plaatsgevonden tussen een land en het buitenland
betalingsbalansen	=	betalingsbalans
betalingsbalansje	=	betalingsbalans
betalingsbalansjes	=	betalingsbalans
betalingsbalansprobleem	noun	moeilijkheid met het waarde verschil tussen de in- en uitvoer van een land
betalingsbalansproblemen	=	betalingsbalansprobleem
betalingsbalanssteun	noun	financiële steun aan een regering als er veel meer wordt geïmporteerd dan er wordt geëxporteerd
betalingsbewijs	noun	bewijs dat een betaling gedaan is
betalingsbewijsje	=	betalingsbewijs
betalingsbewijsjes	=	betalingsbewijs
betalingsbewijzen	=	betalingsbewijs
betalingsfraude	noun	fraude bij het verrichten van een betaling
betalingsfraudes	=	betalingsfraude
betalingsgedrag	noun	de aard van de betalingen die men doet
betalingsgegeven	noun	een stukje informatie dat een betaling betreft
betalingsgegevens	=	betalingsgegeven
betalingsherinnering	noun	een (vriendelijke) brief waarin de schrijver verzoekt om betaling van een nog openstaande factuur
betalingsherinneringen	=	betalingsherinnering
betalingskenmerk	noun	een identificatiecode van een financiële transactie
betalingskenmerken	=	betalingskenmerk
betalingskorting	noun	korting die men krijgt als men belastingen in één keer betaalt i.p.v. in verschillende termijnen
betalingskortingen	=	betalingskorting
betalingsmethode	noun	de manier waarop een betaling wordt verricht, kas, bank, giro, pinnen, etc.
betalingsmethoden	=	betalingsmethode
betalingsmethodes	=	betalingsmethode
betalingsmethodetje	=	betalingsmethode
betalingsmethodetjes	=	betalingsmethode
betalingsmoraal	noun	de bereidheid, acceptatie en wenselijkheid om ergens voor te betalen
betalingsmoralen	=	betalingsmoraal
betalingsopdracht	noun	opdracht aan een financiële instelling om geld over te boeken
betalingsopdrachten	=	betalingsopdracht
betalingsopdrachtje	=	betalingsopdracht
betalingsopdrachtjes	=	betalingsopdracht
betalingsplicht	noun	het gedwongen zijn een bepaald bedrag te betalen
betalingsplichten	=	betalingsplicht
betalingsprobleem	noun	moeilijkheid met het kunnen betalen van rekeningen
betalingsprobleempje	=	betalingsprobleem
betalingsprobleempjes	=	betalingsprobleem
betalingsproblemen	=	betalingsprobleem
betalingsprovider	noun	een bedrijf op internet dat de betalingen voor een ander bedrijf faciliteert
betalingsproviders	=	betalingsprovider
betalingsregeling	noun	een afspraak betreffende het (vertraagd) betalen van een verschuldigd bedrag
betalingsregelingen	=	betalingsregeling
betalingsregelingetje	=	betalingsregeling
betalingsregelingetjes	=	betalingsregeling
betalingssysteem	noun	methode om betalingen te verrichten en te ontvangen
betalingssysteempje	=	betalingssysteem
betalingssysteempjes	=	betalingssysteem
betalingssystemen	=	betalingssysteem
betalingstermijn	noun	de termijn waarbinnen een verschuldigd bedrag betaald moet zijn
betalingstermijnen	=	betalingstermijn
betalingstermijntje	=	betalingstermijn
betalingstermijntjes	=	betalingstermijn
betalingsuitstel	noun	het later mogen betalen dan oorspronkelijk de bedoeling was
betalingsverkeer	noun	de organisatie van de betalingen
betalingsverplichting	noun	het moeten betalen
betalingsverplichtingen	=	betalingsverplichting
betalingsverzoek	noun	een verzoek tot betaling van een bepaald bedrag met omschrijving
betalingsverzoeken	=	betalingsverzoek
betalingsverzoekje	=	betalingsverzoek
betalingsverzoekjes	=	betalingsverzoek
betalingsvoorstel	noun	voorstel over een te betalen bedrag
betalingsvoorstellen	=	betalingsvoorstel
betalingsvoorwaarde	noun	afspraak die betrekking heeft op het voldoen van een rekening
betalingsvoorwaarden	=	betalingsvoorwaarde
betalingswijze	noun	de manier waarop men een financiële transactie voltooit
betalingswijzen	=	betalingswijze
betalinkje	=	betaling
betalinkjes	=	betaling
betame	=	betamen
betamelijk	adj	fatsoenlijk
betamelijke	=	betamelijk
betamelijker	=	betamelijk
betamelijkere	=	betamelijk
betamelijkers	=	betamelijk
betamelijkheden	=	betamelijkheid
betamelijkheid	noun	de mate waarin iets overeenkomt met de goede zeden
betamelijks	=	betamelijk
betamelijkst	=	betamelijk
betamelijkste	=	betamelijk
betamen	verb	met meewerkend voorwerp wat volgens de zeden en normen zo zou moeten zijn
betamend	=	betamen
betamende	=	betamen
betaproteobacteriën	=	β-proteobacteriën
betast	=	betasten
betaste	=	betasten
betasten	verb	met de handen iemands lichaam op verschillende plaatsen aanraken
betastend	=	betasten
betastende	=	betasten
betasting	noun	een onprettige, onzedelijke aanraking
betastingen	=	betasting
betastte	=	betasten
betastten	=	betasten
bete	noun	een stuk brood
beteavon	intj	eet smakelijk!
beteekenen	=	betekenen
beteekenis	=	betekenis
beteel	=	betelen
beteeld	=	betelen
beteelde	=	betelen
beteelden	=	betelen
beteelt	=	betelen
beteer	=	beteren
beteerd	=	beteren
beteerde	=	beteren
beteerden	=	beteren
beteert	=	beteren
betegel	=	betegelen
betegeld	=	betegelen
betegelde	=	betegelen
betegelden	=	betegelen
betegele	=	betegelen
betegelen	verb	een vloer of wand van tegels voorzien
betegelend	=	betegelen
betegelende	=	betegelen
betegeling	noun	bedekking van een oppervlak met plat steenachtig materiaal
betegelingen	=	betegeling
betegelt	=	betegelen
beteken	=	betekenen
betekenaar	noun	het klank- en schriftbeeld als drager van betekenis
betekenaars	=	betekenaar
betekenbaar	adj	dat je ergens goed op kunt tekenen
betekenbaarder	=	betekenbaar
betekenbaardere	=	betekenbaar
betekenbaarders	=	betekenbaar
betekenbaars	=	betekenbaar
betekenbaarst	=	betekenbaar
betekenbaarste	=	betekenbaar
betekenbare	=	betekenbaar
betekend	=	betekenen
betekende	=	betekenen
betekenden	=	betekenen
betekene	=	betekenen
betekenen	verb	ergens voor staan, als inhoud hebben
betekenend	=	betekenen
betekenende	=	betekenen
betekening	noun	officieel en schriftelijk bekendmaking van een vonnis of beschikking aan de verliezende partij; de overhandiging van de stukken door de deurwaarder aan de geadresseerde
betekeningen	=	betekening
betekenis	noun	wat iets betekent, waar iets voor staat
betekenisgeving	noun	aan iets waarde of zin toekennen
betekenisgevingen	=	betekenisgeving
betekenisje	=	betekenis
betekenisjes	=	betekenis
betekenisloos	adj	geen betekenis hebbende, inhoudsloos
betekenisloosheden	=	betekenisloosheid
betekenisloosheid	noun	het betekenisloos zijn
betekenisloost	=	betekenisloos
betekenislooste	=	betekenisloos
betekenisloze	=	betekenisloos
betekenislozer	=	betekenisloos
betekenislozere	=	betekenisloos
betekenislozers	=	betekenisloos
betekenismoment	noun	strekking die een woord vanuit een bepaalde invalshoek heeft
betekenismomenten	=	betekenismoment
betekenisnuance	noun	geringe, maar toch merkbaar verschillende strekking van een uiting
betekenisnuancen	=	betekenisnuance
betekenisnuances	=	betekenisnuance
betekenisonderscheiding	noun	bepaalde afgebakende strekking van een woord binnen de verscheidenheid van zaken waarop het kan duiden
betekenisonderscheidingen	=	betekenisonderscheiding
betekenisonderscheidinkje	=	betekenisonderscheiding
betekenisonderscheidinkjes	=	betekenisonderscheiding
betekenisontwikkeling	noun	verandering van de betekenis van een woord in de loop van de tijd
betekenisontwikkelingen	=	betekenisontwikkeling
betekenissen	=	betekenis
betekenisverandering	noun	het proces waarbij de betekenis van een woord in de loop der tijd verandert, verschuift of uitbreidt.
betekenisveranderingen	=	betekenisverandering
betekenisveranderingetje	=	betekenisverandering
betekenisveranderingetjes	=	betekenisverandering
betekenisvol	adj	met veel betekenis
betekenisvolle	=	betekenisvol
betekenisvoller	=	betekenisvol
betekenisvollere	=	betekenisvol
betekenisvollers	=	betekenisvol
betekenisvols	=	betekenisvol
betekenisvolst	=	betekenisvol
betekenisvolste	=	betekenisvol
betekeniswoordenboek	noun	woordenboek waarin wordt uitgelegd wat de woorden betekenen
betekeniswoordenboeken	=	betekeniswoordenboek
betekeniswoordenboekje	=	betekeniswoordenboek
betekeniswoordenboekjes	=	betekeniswoordenboek
betekent	=	betekenen
betel	noun	Piper betle Aromatische, antibacteriële, stimulerende kruidachtige klimplant met halfverhoute stengels, glanzende tot 15 cm lange spitse bladeren en vlezige vruchten.
betele	=	betelen
betelen	verb	stuk grond met een gewas beplanten
betelend	=	betelen
betelende	=	betelen
betellen	=	betel
betelpalm	noun	Areca catechu, een Indische palm die de pinangnoot levert
betelpalmen	=	betelpalm
betelpalmpje	=	betelpalm
betelpalmpjes	=	betelpalm
betelpeper	noun	Piper betle een Indische slingerplant met geneeskrachtige bladeren
betelpepers	=	betelpeper
betelpepertje	=	betelpeper
betelpepertjes	=	betelpeper
betels	=	betel
beten	=	beet
betengeld	=	betengelen
betengelde	=	betengelen
betengelen	verb	voorzien van een latwerk van smalle latjes
betengelend	=	betengelen
beter	adj	gezond na ziekte	adv	van hogere kwaliteit dan voorheen
beterbedoeld	=	goedbedoeld
beterbedoelde	=	goedbedoeld
beterbedoelds	=	goedbedoeld
beterde	=	beteren
beterden	=	beteren
betere	=	goed
beteren	verb	van een laag teer voorzien
beterend	=	beteren
beterende	=	beteren
beterhand	noun	aan de beterhand: herstellende van een ziekte
betering	noun	verandering ten goede
beteringen	=	betering
beterkoop	adj	goedkoper
betermelding	noun	officiële mededeling van een werknemer aan de werkgever dat hij of zij weer hersteld is van ziekte en weer in staat is om het eigen werk uit te voeren
betermeldingen	=	betermelding
betermeldinkje	=	betermelding
betermeldinkjes	=	betermelding
beters	=	goed
beterschap	noun	herstelde toestand na ziekte
betert	=	beteren
beterweter	noun	iemand die meent alles beter te weten dan anderen
beterweters	=	beterweter
beteugel	=	beteugelen
beteugelbaar	adj	dat iets onder controle gehouden kan worden
beteugelbaarder	=	beteugelbaar
beteugelbaardere	=	beteugelbaar
beteugelbaarders	=	beteugelbaar
beteugelbaars	=	beteugelbaar
beteugelbaarst	=	beteugelbaar
beteugelbaarste	=	beteugelbaar
beteugelbare	=	beteugelbaar
beteugeld	=	beteugelen
beteugelde	=	beteugelen
beteugelden	=	beteugelen
beteugele	=	beteugelen
beteugelen	verb	in bedwang houden, intomen, bedwingen
beteugelend	=	beteugelen
beteugelende	=	beteugelen
beteugeling	noun	het in bedwang houden van iets of iemand
beteugelingen	=	beteugeling
beteugelingsdam	noun	dam die door een geul, slenk, sluitgat, enz. gelegd is ter beperking van de stroom
beteugelingsdammen	=	beteugelingsdam
beteugelingsdammetje	=	beteugelingsdam
beteugelingsdammetjes	=	beteugelingsdam
beteugelt	=	beteugelen
beteunie	=	betonie
beteuterd	adj	in de war, van zijn stuk gebracht
beteuterde	=	beteuterd
beteuterder	=	beteuterd
beteuterdere	=	beteuterd
beteuterders	=	beteuterd
beteuterds	=	beteuterd
beteuterdst	=	beteuterd
beteuterdste	=	beteuterd
betevet	noun	in de maand tevet, tevet
beticht	=	betichten
betichte	noun	beschuldigde
betichten	verb	iemand op valse gronden beschuldigen
betichtend	=	betichten
betichtende	=	betichten
betichting	noun	het betichten
betichtingen	=	betichting
betichtte	=	betichten
betichtten	=	betichten
betij	=	betijen
betijd	=	betijen
betijde	=	betijen
betijden	=	betijen
betije	=	betijen
betijen	verb	iets of iemand laten betijen: iets of iemand zijn gang laten gaan zonder je er mee te bemoeien, zonder in te grijpen (met de hoop dat alles vanzelf weer goed komt)
betijend	=	betijen
betijende	=	betijen
betijt	=	betijen
betimmer	=	betimmeren
betimmerd	=	betimmeren
betimmerde	=	betimmeren
betimmerden	=	betimmeren
betimmere	=	betimmeren
betimmeren	verb	het aanbrengen van sierhout
betimmerend	=	betimmeren
betimmerende	=	betimmeren
betimmering	noun	de bekleding met houten panelen
betimmeringen	=	betimmering
betimmeringetje	=	betimmering
betimmeringetjes	=	betimmering
betimmert	=	betimmeren
betitel	=	betitelen
betiteld	=	betitelen
betitelde	=	betitelen
betitelden	=	betitelen
betitele	=	betitelen
betitelen	verb	soms in negatieve zin een naam of classificatie aan iets hechten
betitelend	=	betitelen
betitelende	=	betitelen
betiteling	noun	het iets of iemand classificeren; het iets of iemand op een bepaalde manier benoemen
betitelingen	=	betiteling
betitelt	=	betitelen
betjoecht	adj	rijk
betoech	adj	rijk
betoelaag	=	betoelagen
betoelaagd	=	betoelagen
betoelaagde	=	betoelagen
betoelaagden	=	betoelagen
betoelaagt	=	betoelagen
betoelage	=	betoelagen
betoelagen	verb	subsidie krijgen
betoelagend	=	betoelagen
betoelagende	=	betoelagen
betoelaging	noun	geld dat de overheid aan bedrijven of instellingen geeft, subsidie
betoelagingen	=	betoelaging
betoelaginkje	=	betoelaging
betoelaginkjes	=	betoelaging
betoeterd	adj	gek, idioot
betoeterde	=	betoeterd
betoeterds	=	betoeterd
betoge	=	betogen
betogen	verb	een opvatting bepleiten door een serie argumenten als een verhaal presenteren
betogend	=	betogen
betogende	=	betogen
betoger	noun	iemand die meedoet met een protestmars
betogers	=	betoger
betogertje	=	betoger
betogertjes	=	betoger
betoghing	=	betoging
betoging	noun	openbare samenkomst van velen met als doel een steunbetuiging of protest te laten horen
betogingen	=	betoging
betogingsverbod	noun	het verbod om te betogen.
betogingsverboden	=	betogingsverbod
betogingsverbodje	=	betogingsverbod
betogingsverbodjes	=	betogingsverbod
betoginkje	=	betoging
betoginkjes	=	betoging
betome	=	betomen
betomen	verb	onder controle houden
betomend	=	betomen
betomende	=	betomen
beton	noun	bouwmateriaal dat meestal bestaat uit cement, grind en zand dwz cementbeton
betonbaan	noun	een weg gemaakt van betonplaten
betonbaantje	=	betonbaan
betonbaantjes	=	betonbaan
betonbanen	=	betonbaan
betonbaron	noun	iemand die veel geld heeft verdiend met het vervaardigen en/of verkopen van beton
betonbaronnen	=	betonbaron
betonbaronnetje	=	betonbaron
betonbaronnetjes	=	betonbaron
betonbarons	=	betonbaron
betonblok	noun	een blok gemaakt van beton
betonblokje	=	betonblok
betonblokjes	=	betonblok
betonblokken	=	betonblok
betoncitroenkorst	noun	Gyalolechia flavovirescens een korstmossoort uit het geslacht Gyalolechia.
betoncitroenkorsten	=	betoncitroenkorst
betoncitroenkorstje	=	betoncitroenkorst
betoncitroenkorstjes	=	betoncitroenkorst
betonconstructie	noun	iets dat gemaakt is van beton
betonconstructies	=	betonconstructie
betoncontainer	noun	een speciale afzetcontainer die wordt gehuurd voor het afvoeren van steenachtig afval bij verbouwingen of sloopwerkzaamheden
betoncontainers	=	betoncontainer
betoncontainertje	=	betoncontainer
betoncontainertjes	=	betoncontainer
betond	=	betonnen
betonde	=	betonnen
betonden	=	betonnen
betone	=	betonen
betonen	verb	ergens de aandacht op vestigen, bijv. door klemtoon of nadruk
betonend	=	betonen
betonende	=	betonen
betonfabriek	noun	bedrijf waar men betonnen werkstukken maakt uit zand, cement, grind en wapeningsstaal
betonfabrieken	=	betonfabriek
betonfabriekje	=	betonfabriek
betonfabriekjes	=	betonfabriek
betongrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7023 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7023 ( ).
betongrijze	=	betongrijs
betonie	noun	Betonica officinalis een plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
betonieroest	noun	Puccinia betonicae een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
betonieroesten	=	betonieroest
betonieroestje	=	betonieroest
betonieroestjes	=	betonieroest
betonies	=	betonie
betonietje	=	betonie
betonijzer	noun	ijzer dat men gebruikt in gewapend beton
betonijzeren	adj	bestaand uit betonijzer
betonijzers	=	betonijzer
betonijzervlechter	noun	vakman die ijzeren of stalen staven knipt, buigt en aan elkaar bevestigt om de wapening voor het beton te maken
betonijzervlechters	=	betonijzervlechter
betonindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie van beton en betonnenwerkstukken
betonindustrieën	=	betonindustrie
betonkolos	noun	zeer groot gebouw gemaakt van beton
betonkolossen	=	betonkolos
betonkubel	noun	een trechtervormig vat dat op de bouw wordt gebruikt om beton te transporteren en te storten
betonkubels	=	betonkubel
betonkubeltje	=	betonkubel
betonkubeltjes	=	betonkubel
betonlaag	noun	een plaat gemaakt van beton
betonlagen	=	betonlaag
betonmolen	noun	werktuig waar in een draaiende trommel de bestanddelen voor het beton worden gemengd tot specie (mortel)
betonmolens	=	betonmolen
betonmolentje	=	betonmolen
betonmolentjes	=	betonmolen
betonmortel	noun	specie voor beton
betonmortels	=	betonmortel
betonmuren	=	betonmuur
betonmuur	noun	meer gemaakt van beton
betonmuurtje	=	betonmuur
betonmuurtjes	=	betonmuur
betonne	=	betonnen
betonneer	=	betonneren
betonneerde	=	betonneren
betonneerden	=	betonneren
betonneeren	=	betonneren
betonneert	=	betonneren
betonnen	verb	een vaarwater met tonnen afbakenen	adj	van beton vervaardigd
betonnend	=	betonnen
betonnende	=	betonnen
betonnere	=	betonneren
betonneren	verb	voorzien (aanbrengen) van beton
betonnerend	=	betonneren
betonnerende	=	betonneren
betonning	noun	het met behulp van markeringen aangeven van vaarwegen en gevaren
betonningen	=	betonning
betonpaal	noun	een paal gemaakt van gewapend beton die wordt gebruikt voor de fundering van bouwwerken
betonpalen	=	betonpaal
betonplaat	noun	een vlakke plaat gemaakt van beton
betonplaatje	=	betonplaat
betonplaatjes	=	betonplaat
betonplaten	=	betonplaat
betonpomp	noun	werktuig waarmee men beton via slangen en een verdeelmast naar de stortplaats kan pompen
betonpompen	=	betonpomp
betonpompje	=	betonpomp
betonpompjes	=	betonpomp
betonrot	noun	schade die ontstaat doordat de in het beton aanwezige wapening begint te roesten waarbij door de hiermee gepaard gaande uitzetting het beton wordt verwoest
betonschaar	noun	schaar waarmee betonijzer nodig voor de wapening van het beton kan worden geknipt
betonschaartje	=	betonschaar
betonschaartjes	=	betonschaar
betonscharen	=	betonschaar
betonsilo	noun	een trechtervormig vat dat op de bouw wordt gebruikt om beton te transporteren en te storten
betonsilo's	=	betonsilo
betonsilootje	=	betonsilo
betonsilootjes	=	betonsilo
betonstaal	noun	staal waarmee beton gewapend wordt om een trekspanning op te nemen
betonstalen	=	betonstaal
betonsteen	noun	een uit beton vervaardigde kunststeen die kan worden gebruikt voor muren en straten
betonsteentje	=	betonsteen
betonsteentjes	=	betonsteen
betonstenen	=	betonsteen
betonstop	noun	het niet verder mogen volbouwen/plaveien van open ruimte om te zorgen dat regenwater de kans krijgt op voldoende plekken in de grond te zakken en geen overstroming te veroorzaken omdat het water door het beton niet de kans krijgt in de grond te zakken
betonstopje	=	betonstop
betonstopjes	=	betonstop
betonstoppen	=	betonstop
betont	=	betonnen
betonvlechter	noun	persoon die de bewapening van een structuur van beton maakt
betonvlechters	=	betonvlechter
betonvloer	noun	een vloer gemaakt van beton
betonvloeren	=	betonvloer
betonvloertje	=	betonvloer
betonvloertjes	=	betonvloer
betonweg	noun	een weg met een wegdek gemaakt van betonplaten
betonwegen	=	betonweg
betonweggetje	=	betonweg
betonweggetjes	=	betonweg
betonwegje	=	betonweg
betonwegjes	=	betonweg
betonwerk	noun	iets wat gemaakt is van beton
betonwerken	=	betonwerk
betoog	noun	een verhaal of stuk waarin men een bepaald gezichtspunt met argumenten tracht te onderbouwen
betoogd	=	betogen
betoogde	=	betogen
betoogden	=	betogen
betooging	=	betoging
betoogje	=	betoog
betoogjes	=	betoog
betoogt	=	betogen
betoogtrant	noun	manier van een bewijsvoering
betoogtranten	=	betoogtrant
betoogverbod	noun	het verbod om te betogen
betoogverboden	=	betoogverbod
betoogverbodje	=	betoogverbod
betoogverbodjes	=	betoogverbod
betoom	=	betomen
betoomd	=	betomen
betoomde	=	betomen
betoomden	=	betomen
betoomt	=	betomen
betoon	noun	een blijkgeving, een betuiging
betoond	=	betonen
betoonde	=	betonen
betoonden	=	betonen
betoont	=	betonen
betoovering	=	betovering
betover	=	betoveren
betoverd	adj	als door een magische kracht beïnvloed
betoverde	=	betoveren
betoverden	=	betoveren
betoverds	=	betoverd
betovere	=	betoveren
betoveren	verb	onder de invloed van een magische handeling brengen
betoverend	adj	heel erg mooi waardoor je nergens anders meer aandacht voor hebt
betoverende	=	betoverend
betoverender	=	betoverend
betoverendere	=	betoverend
betoverenders	=	betoverend
betoverends	=	betoverend
betoverendst	=	betoverend
betoverendste	=	betoverend
betovergrootmoeder	noun	moeder van een overgrootouder
betovergrootmoeders	=	betovergrootmoeder
betovergrootouder	noun	ouder van een overgrootouder
betovergrootouders	=	betovergrootouder
betovergrootvader	noun	vader van een overgrootouder
betovergrootvaders	=	betovergrootvader
betovering	noun	een op magische wijze opgelegde verandering
betoveringen	=	betovering
betoveringetje	=	betovering
betoveringetjes	=	betovering
betoverinkje	=	betovering
betovert	=	betoveren
betraadt	=	betreden
betraan	=	betranen
betraand	adj	nat van tranen
betraande	=	betranen
betraanden	=	betranen
betraander	=	betraand
betraandere	=	betraand
betraanders	=	betraand
betraands	=	betraand
betraandst	=	betraand
betraandste	=	betraand
betraant	=	betranen
betracht	=	betrachten
betrachte	=	betrachten
betrachten	verb	nauwgezet in acht nemen
betrachtend	=	betrachten
betrachtende	=	betrachten
betrachting	noun	wat het doel of oogmerk is van al je streven, je poging om je taak en plicht te vervullen
betrachtingen	=	betrachting
betrachtte	=	betrachten
betrachtten	=	betrachten
betrad	=	betreden
betrade	=	betreden
betraden	=	betreden
betralie	=	betraliën
betralied	=	betraliën
betraliede	=	betraliën
betralieden	=	betraliën
betraliet	=	betraliën
betralië	=	betraliën
betraliën	verb	van tralies voorzien
betraliënd	=	betraliën
betraliënde	=	betraliën
betrane	=	betranen
betranen	verb	met traanvocht bedekken
betranend	=	betranen
betranende	=	betranen
betrap	=	betrappen
betrappe	=	betrappen
betrappen	verb	iemand ~: getuige worden van het feit dat iemand iets (verbodens) doet
betrappend	=	betrappen
betrappende	=	betrappen
betrapt	=	betrappen
betrapte	=	betrappen
betrapten	=	betrappen
betrede	=	betreden
betreden	verb	zich ergens (met de voeten) op begeven
betredend	=	betreden
betredende	=	betreden
betredens	=	betreden
betreding	noun	het betreden
betredingen	=	betreding
betredinkje	=	betreding
betredinkjes	=	betreding
betreed	=	betreden
betreedt	=	betreden
betref	=	betreffen
betreffe	=	betreffen
betreffen	verb	gaan over, als onderwerp hebben
betreffend	adj	waar het over gaat
betreffende	prep	over, omtrent, aangaande
betreffends	=	betreffend
betreft	=	betreffen
betrek	=	betrekken
betrekke	=	betrekken
betrekkelijk	adj	enkel waarde of betekenis hebbend in vergelijking met iets anders, relatief	adv	tamelijk, nogal
betrekkelijke	=	betrekkelijk
betrekkelijker	=	betrekkelijk
betrekkelijkere	=	betrekkelijk
betrekkelijkers	=	betrekkelijk
betrekkelijkheden	=	betrekkelijkheid
betrekkelijkheid	noun	het feit dat een hoedanigheid slechts in verband met iets anders opgeld doet
betrekkelijks	=	betrekkelijk
betrekkelijkst	=	betrekkelijk
betrekkelijkste	=	betrekkelijk
betrekken	verb	zich in een woning installeren
betrekkend	=	betrekken
betrekkende	=	betrekken
betrekking	noun	band of relatie tussen personen of groepen
betrekkingen	=	betrekking
betrekkinkje	=	betrekking
betrekkinkjes	=	betrekking
betrekt	=	betrekken
betreur	=	betreuren
betreurd	=	betreuren
betreurde	=	betreuren
betreurden	=	betreuren
betreure	=	betreuren
betreuren	verb	leedwezen tonen over iets, iets jammer vinden
betreurend	=	betreuren
betreurende	=	betreuren
betreurenswaard	adj	het betreuren waard, betreurenswaardig
betreurenswaarde	=	betreurenswaard
betreurenswaarder	=	betreurenswaard
betreurenswaardere	=	betreurenswaard
betreurenswaarders	=	betreurenswaard
betreurenswaardig	adj	waard betreurd te worden
betreurenswaardige	=	betreurenswaardig
betreurenswaardiger	=	betreurenswaardig
betreurenswaardigere	=	betreurenswaardig
betreurenswaardigers	=	betreurenswaardig
betreurenswaardigs	=	betreurenswaardig
betreurenswaardigst	=	betreurenswaardig
betreurenswaardigste	=	betreurenswaardig
betreurenswaards	=	betreurenswaard
betreurenswaardst	=	betreurenswaard
betreurenswaardste	=	betreurenswaard
betreurt	=	betreuren
betrof	=	betreffen
betroffe	=	betreffen
betroffen	=	betreffen
betroft	=	betreffen
betrok	=	betrekken
betrokke	=	betrekken
betrokken	adj	die erbij horen
betrokkene	noun	iemand die zelf ergens bij betrokken is, die gelinkt is aan iets
betrokkenen	=	betrokkene
betrokkener	=	betrokken
betrokkeners	=	betrokken
betrokkenheid	noun	het bij iets betrokken zijn
betrokkens	=	betrokken
betrokkenst	=	betrokken
betrokkenste	=	betrokken
betrokt	=	betrekken
betrouw	=	betrouwen
betrouwbaar	adj	te vertrouwen, zo dat men zich erop kan verlaten
betrouwbaarder	=	betrouwbaar
betrouwbaardere	=	betrouwbaar
betrouwbaarders	=	betrouwbaar
betrouwbaarheden	=	betrouwbaarheid
betrouwbaarheid	noun	de mate waarin met iets of iemand kan en mag vertrouwen
betrouwbaarheidsinterval	noun	een statistische intervalschatting voor een parameter
betrouwbaarheidsintervallen	=	betrouwbaarheidsinterval
betrouwbaarheidsintervalletje	=	betrouwbaarheidsinterval
betrouwbaarheidsintervalletjes	=	betrouwbaarheidsinterval
betrouwbaars	=	betrouwbaar
betrouwbaarst	=	betrouwbaar
betrouwbaarste	=	betrouwbaar
betrouwbare	=	betrouwbaar
betrouwd	=	betrouwen
betrouwde	=	betrouwen
betrouwden	=	betrouwen
betrouwe	=	betrouwen
betrouwen	verb	vertrouwen op
betrouwend	=	betrouwen
betrouwende	=	betrouwen
betrouwt	=	betrouwen
bets	=	bet
bette	=	betten
betten	verb	verwijderen van vocht met een lapje of een depper
bettend	=	betten
bettende	=	betten
betuig	=	betuigen
betuigd	=	betuigen
betuigde	=	betuigen
betuigden	=	betuigen
betuige	=	betuigen
betuigen	verb	iets duidelijk stellen
betuigend	=	betuigen
betuigende	=	betuigen
betuiging	noun	verklaring dat je bepaalde gevoelens of gedachten hebt
betuigingen	=	betuiging
betuiginkje	=	betuiging
betuiginkjes	=	betuiging
betuigt	=	betuigen
betuline	noun	harsige, kamferachtige en conserverende stof afkomstig van de berk gebruikt in de leerindustrie
betuttel	=	betuttelen
betuttelaar	noun	iemand die betuttelt
betuttelaars	=	betuttelaar
betuttelaartje	=	betuttelaar
betuttelaartjes	=	betuttelaar
betutteld	=	betuttelen
betuttelde	=	betuttelen
betuttelden	=	betuttelen
betuttele	=	betuttelen
betuttelen	verb	paternalistisch, bemoeizuchtig, vitterig behandelen
betuttelend	=	betuttelen
betuttelende	=	betuttelen
betutteling	noun	het overmatig bezorgd en dwingend zorgen voor iemand
betuttelingen	=	betutteling
betuttelingetje	=	betutteling
betuttelingetjes	=	betutteling
betuttelt	=	betuttelen
betweter	noun	persoon die meent alles beter te weten dan anderen
betweterig	adj	het beter (denken) te weten dan anderen
betweterige	=	betweterig
betweteriger	=	betweterig
betweterigere	=	betweterig
betweterigers	=	betweterig
betweterigheden	=	betweterigheid
betweterigheid	noun	de neiging hebben om te doen of men alles beter weet dan anderen
betweterigs	=	betweterig
betweterigst	=	betweterig
betweterigste	=	betweterig
betweterij	noun	doen zoals gebruikelijk is voor een betweter
betweterijen	=	betweterij
betweters	=	betweter
betwetertje	=	betweter
betwetertjes	=	betweter
betwijfel	=	betwijfelen
betwijfelbaar	adj	dat iets waarschijnlijk niet waar is
betwijfelbaarder	=	betwijfelbaar
betwijfelbaardere	=	betwijfelbaar
betwijfelbaarders	=	betwijfelbaar
betwijfelbaars	=	betwijfelbaar
betwijfelbaarst	=	betwijfelbaar
betwijfelbaarste	=	betwijfelbaar
betwijfelbare	=	betwijfelbaar
betwijfeld	=	betwijfelen
betwijfelde	=	betwijfelen
betwijfelden	=	betwijfelen
betwijfele	=	betwijfelen
betwijfelen	verb	iets in twijfel trekken
betwijfelend	=	betwijfelen
betwijfelende	=	betwijfelen
betwijfelt	=	betwijfelen
betwist	adj	waarover getwist wordt
betwistbaar	adj	dat een mening niet onomstreden is, niet zeker is
betwistbaarder	=	betwistbaar
betwistbaardere	=	betwistbaar
betwistbaarders	=	betwistbaar
betwistbaars	=	betwistbaar
betwistbaarst	=	betwistbaar
betwistbaarste	=	betwistbaar
betwistbare	=	betwistbaar
betwiste	=	betwist
betwisten	verb	iemand iets ~ iemand het recht op iets of de juistheid van iets trachten te ontzeggen
betwistend	=	betwisten
betwistende	=	betwisten
betwister	=	betwist
betwistere	=	betwist
betwisters	=	betwist
betwisting	noun	bestrijden, ontkennen
betwistingen	=	betwisting
betwists	=	betwist
betwistst	=	betwist
betwistste	=	betwist
betwistte	=	betwisten
betwistten	=	betwisten
beu	adj	alleen predicatief met oorzakelijk voorwerp: iets ~ zijn: niet langer iets onaangenaams door de vingers willen zien
beuer	=	beu
beuers	=	beu
beug	noun	vistuig bestaande uit een lijn waaraan korte dwarslijntjes zijn vastgemaakt, voorzien van vishaken
beugde	=	beugen
beugden	=	beugen
beuge	=	beugen
beugel	noun	U-vormige metalen voorwerp (dan half-open) maar ook (metalen) ring
beugel-bh	noun	beha met ondersteunde beugels onder aan de cups
beugel-bh's	=	beugel-bh
beugelbaan	noun	de locatie waar het volkse spel beugelen wordt gespeeld
beugelbaantje	=	beugelbaan
beugelbaantjes	=	beugelbaan
beugelbanen	=	beugelbaan
beugelbeha	noun	beha met ondersteunde beugels onder aan de cups
beugelbeha's	=	beugelbeha
beugelbekkie	noun|informal	iemand met een beugel, vaak een slotjesbeugel
beugelbekkies	=	beugelbekkie
beugelde	=	beugelen
beugelden	=	beugelen
beugeldrager	noun	iemand die een beugel draagt
beugeldragers	=	beugeldrager
beugeldragertje	=	beugeldrager
beugeldragertjes	=	beugeldrager
beugele	=	beugelen
beugelen	verb	het beugelspel beoefenen
beugelend	=	beugelen
beugelende	=	beugelen
beugelfles	noun	fles met een beugelsluiting (een afsluiting in de vorm van een met een beugel aan de fles bevestigde dop)
beugelflesje	=	beugelfles
beugelflesjes	=	beugelfles
beugelflessen	=	beugelfles
beugels	=	beugel
beugelsluiting	noun	verende, scharnierende ring waarmee iets gesloten of vastgemaakt kan worden
beugelsluitingen	=	beugelsluiting
beugelspel	noun	balspel waarbij een bal door een beugel geslagen moet worden
beugelspelen	=	beugelspel
beugelspellen	=	beugelspel
beugelspelletje	=	beugelspel
beugelspelletjes	=	beugelspel
beugelt	=	beugelen
beugeltje	=	beugel
beugeltjes	=	beugel
beugelzaag	noun	zaag bestaande uit een beugel waarin een zaagblad gespannen kan worden
beugelzaagje	=	beugelzaag
beugelzaagjes	=	beugelzaag
beugelzagen	=	beugelzaag
beugen	verb	vissen met de beug
beugend	=	beugen
beugende	=	beugen
beugje	=	beug
beugske	=	beug
beugt	=	beugen
beugvisserij	noun	visserij met behulp van het hoekwant.
beugvisserijen	=	beugvisserij
beuk	noun	bepaald soort loofboom Fagus sylvatica, een Europese hardhoutboom die inheems is in de Benelux en tot 46 meter hoog kan worden Wordt ook gebruikt als (deel van de) aanduiding voor andere bomen uit het geslacht Fagus.
beuke	=	beuken
beukeboom	=	beukenboom
beukelaar	noun	beukenboom
beukelaars	=	beukelaar
beukelaartje	=	beukelaar
beuken	verb	ergens fors op slaan	adj	hout van de beuk, een Europese hardhoutboom
beukenblaadje	=	beukenblad
beukenblaadjes	=	beukenblad
beukenblad	noun	blad van een beukenboom
beukenbladen	=	beukenblad
beukenbladeren	=	beukenblad
beukenbladluis	noun	Phyllaphis fagi een bladluis die behoort tot de superfamilie Aphidoidea.
beukenbladluisje	=	beukenbladluis
beukenbladluisjes	=	beukenbladluis
beukenbladluizen	=	beukenbladluis
beukenbladroller	noun	Strophedra weirana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
beukenbladrollers	=	beukenbladroller
beukenbladrollertje	=	beukenbladroller
beukenbladrollertjes	=	beukenbladroller
beukenbladrolmijt	noun	Acalitus stenaspis een galmijt behorend tot de familie Eriophyidae (galmijten) voorkomend in Europa en voor het eerst beschreven door de Oostenrijkse zoöloog Alfred Nalepa in 1891
beukenbladrolmijten	=	beukenbladrolmijt
beukenbladrolmijtje	=	beukenbladrolmijt
beukenbladrolmijtjes	=	beukenbladrolmijt
beukenbladsnavelkogeltje	noun	Apiognomonia errabunda een paddenstoel uit de familie van de Gnomoniaceae.
beukenbladsnavelkogeltjes	=	beukenbladsnavelkogeltje
beukenbladsnijdermot	noun	Incurvaria koerneriella een dagactieve nachtvlinder uit de familie witvlekmotten (Incurvariidae).
beukenbladsnijdermotje	=	beukenbladsnijdermot
beukenbladsnijdermotjes	=	beukenbladsnijdermot
beukenbladsnijdermotten	=	beukenbladsnijdermot
beukenbladviltmijt	noun	Aceria nervisequa een mijt behorend tot de familie galmijten (Eriophyidae).
beukenbladviltmijten	=	beukenbladviltmijt
beukenbladviltmijtje	=	beukenbladviltmijt
beukenbladviltmijtjes	=	beukenbladviltmijt
beukenbladvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus phyllophilus een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
beukenbladvlieskelkjes	=	beukenbladvlieskelkje
beukenblaren	=	beukenblad
beukenbomen	=	beukenboom
beukenboom	noun	Fagus sylvatica van nature in Europa voorkomende boom met een gladde bast
beukenboompje	=	beukenboom
beukenboompjes	=	beukenboom
beukenbos	noun	een bos dat vooral beuken bevat
beukenbosje	=	beukenbos
beukenbosjes	=	beukenbos
beukenbossen	=	beukenbos
beukend	=	beuken
beukende	=	beuken
beukendopvloksteeltje	noun	Flammulaster subincarnatus een zwam uit de familie van de Tubariaceae.
beukendopvloksteeltjes	=	beukendopvloksteeltje
beukeneenstaart	noun	Drepana cultraria een nachtvlinder uit de familie van Drepanidae, de eenstaartjes.
beukeneenstaarten	=	beukeneenstaart
beukeneenstaartje	=	beukeneenstaart
beukeneenstaartjes	=	beukeneenstaart
beukenfeetiran	noun	Empidonax virescens een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
beukenfeetirannen	=	beukenfeetiran
beukenfeetirannetje	=	beukenfeetiran
beukenfeetirannetjes	=	beukenfeetiran
beukenfranjehoed	noun	Psathyrella fusca een schimmel behorend tot de familie Psathyrellaceae.
beukenfranjehoeden	=	beukenfranjehoed
beukenfranjehoedje	=	beukenfranjehoed
beukenfranjehoedjes	=	beukenfranjehoed
beukengalmug	noun	Mikiola fagi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
beukengalmuggen	=	beukengalmug
beukengalmugje	=	beukengalmug
beukengalmugjes	=	beukengalmug
beukengebladerte	noun	de bladeren van een of meer beukenbomen
beukenhaag	noun	een haag van dicht bij elkaar geplante beukenboompjes Fagus sylvatica
beukenhaargalmug	noun	Hartigiola annulipes een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
beukenhaargalmuggen	=	beukenhaargalmug
beukenhaargalmugje	=	beukenhaargalmug
beukenhaargalmugjes	=	beukenhaargalmug
beukenhagen	=	beukenhaag
beukenhout	noun	hout afkomstig van een beuk
beukenhouten	adj	gemaakt van het hout van een beukenboom
beukenknikker	noun	Pyrenula nitida een korstmos behorend tot de familie Pyrenulaceae.
beukenknikkers	=	beukenknikker
beukenknikkertje	=	beukenknikker
beukenknikkertjes	=	beukenknikker
beukenkorrelkopje	noun	Phleogena faginea een schimmel behorend tot de familie Phleogenaceae.
beukenkorrelkopjes	=	beukenkorrelkopje
beukenkruikje	noun	Splanchnonema loricatum een paddenstoel uit de familie Pleomassariaceae.
beukenkruikjes	=	beukenkruikje
beukenlaan	noun	een weg waarlangs beuken zijn geplant
beukenlaantje	=	beukenlaan
beukenlaantjes	=	beukenlaan
beukenlanen	=	beukenlaan
beukenmelkzwam	noun	Lactarius fluens een paddenstoel uit de familie Russulaceae.
beukenmelkzwammen	=	beukenmelkzwam
beukenmelkzwammetje	=	beukenmelkzwam
beukenmelkzwammetjes	=	beukenmelkzwam
beukennapvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus fagineus een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
beukennapvlieskelkjes	=	beukennapvlieskelkje
beukennoot	noun	vrucht van de beukenboom
beukennootje	=	beukennoot
beukennootjes	=	beukennoot
beukennoten	=	beukennoot
beukenoot	=	beukennoot
beukenpedaalmot	noun	Argyresthia semitestacella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
beukenpedaalmotje	=	beukenpedaalmot
beukenpedaalmotjes	=	beukenpedaalmot
beukenpedaalmotten	=	beukenpedaalmot
beukenridderzwam	noun	Tricholoma ustale een paddenstoel uit de familie Tricholomataceae.
beukenridderzwammen	=	beukenridderzwam
beukenridderzwammetje	=	beukenridderzwam
beukenridderzwammetjes	=	beukenridderzwam
beukenrussula	noun	een paddenstoel Russula fellea uit de familie Russulaceae.
beukenrussula's	=	beukenrussula
beukenrussulaatje	=	beukenrussula
beukenrussulaatjes	=	beukenrussula
beukenschors	noun	de buitenste laag van een beukenboom
beukenschorsbekertje	noun	Pezicula carpinea een schimmel behorend tot de familie Dermateaceae.
beukenschorsbekertjes	=	beukenschorsbekertje
beukenschorsen	=	beukenschors
beukenschriftmos	noun	Opegrapha devulgata een korstmossoort uit het geslacht Opegrapha.
beukenschriftmosje	=	beukenschriftmos
beukenschriftmosjes	=	beukenschriftmos
beukenschriftmossen	=	beukenschriftmos
beukenspiegelmot	noun	Cydia fagiglandana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
beukenspiegelmotje	=	beukenspiegelmot
beukenspiegelmotjes	=	beukenspiegelmot
beukenspiegelmotten	=	beukenspiegelmot
beukenspringkever	noun	Orchestes fagi een kever uit de familie van de snuitkevers (Curculionidae).
beukenspringkevers	=	beukenspringkever
beukenspringkevertje	=	beukenspringkever
beukenspringkevertjes	=	beukenspringkever
beukentaailing	noun	Marasmius wynneae een paddenstoel uit de familie Marasmiaceae.
beukentaailingen	=	beukentaailing
beukentaailinkje	=	beukentaailing
beukentaailinkjes	=	beukentaailing
beukentandvlinder	noun	Drymonia obliterata een nachtvlinder uit de familie Notodontidae, de tandvlinders
beukentandvlinders	=	beukentandvlinder
beukentandvlindertje	=	beukentandvlinder
beukentandvlindertjes	=	beukentandvlinder
beukenvlekje	noun	Arthonia didyma een paddenstoel uit de familie Arthoniaceae.
beukenvlekjes	=	beukenvlekje
beukenvouwmot	noun	Phyllonorycter maestingella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae) van 8 tot 10 mm lang.
beukenvouwmotje	=	beukenvouwmot
beukenvouwmotjes	=	beukenvouwmot
beukenvouwmotten	=	beukenvouwmot
beukenzebramot	noun	Parornix fagivora een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
beukenzebramotje	=	beukenzebramot
beukenzebramotjes	=	beukenzebramot
beukenzebramotten	=	beukenzebramot
beukenzwam	noun	bepaald soort van oorsprong Japanse paddenstoel, Hypsizygus tessulatus, die op zeer kleine schaal in Nederland en België wordt geteeld Hij is aanvankelijk donkergrijs/bruin van kleur.
beukenzwammen	=	beukenzwam
beukenzwammetje	=	beukenzwam
beukenzwammetjes	=	beukenzwam
beukenzwartkever	noun	Melandrya caraboides een keversoort uit de familie zwamspartelkevers (Melandryidae).
beukenzwartkevers	=	beukenzwartkever
beukenzwartkevertje	=	beukenzwartkever
beukenzwartkevertjes	=	beukenzwartkever
beuker	noun	een heel sterke sporter met veel karakter maar met weinig techniek
beukerij	noun	een eenheid artillerie-wapens (zoals kanonnen, houwitsers, mortieren en raketwapens), vaak opgesteld in een rij
beukerijen	=	beukerij
beukers	=	beuker
beukje	=	beuk
beukjes	=	beuk
beukmaat	noun	de breedte van een woning
beukmaten	=	beukmaat
beukt	=	beuken
beukte	=	beuken
beukten	=	beuken
beukwerk	noun	werk waarbij veel wordt gebeukt
beukwerken	=	beukwerk
beukwerkje	=	beukwerk
beukwerkjes	=	beukwerk
beukwortelzwam	noun	Hymenopellis radicata een paddenstoel uit de familie Physalacriaceae.
beukwortelzwammen	=	beukwortelzwam
beukwortelzwammetje	=	beukwortelzwam
beukwortelzwammetjes	=	beukwortelzwam
beul	noun	traditioneel de uitvoerder van overheidswege opgelegde lijfstraffen en aangesteld om ter dood veroordeelden te executeren
beulde	=	beulen
beulden	=	beulen
beule	=	beulen
beulen	verb	hard werken
beulend	=	beulen
beulende	=	beulen
beulin	noun	vrouwelijke beul; zeer wrede vrouw
beuling	noun	darm gevuld met vleeswaar, worst
beulingen	=	beuling
beulinnen	=	beulin
beulsknecht	noun	hulp van de beul
beulsknechten	=	beulsknecht
beulsknechts	=	beulsknecht
beulswerk	noun	het werk van een beul
beulswerken	=	beulswerk
beulswerkje	=	beulswerk
beulswerkjes	=	beulswerk
beult	=	beulen
beultje	=	beul
beultjes	=	beul
beun	noun	verhoogde vloer van planken
beunde	=	beunen
beunden	=	beunen
beune	=	beunen
beunen	verb	zonder de vereiste kennis en bevoegdheid uitoefenen van een vak
beunend	=	beunen
beunende	=	beunen
beunhaas	noun	een persoon die een vak of beroep uitoefent zonder daarvoor de benodigde opleiding te hebben gehad
beunhaasde	=	beunhazen
beunhaasden	=	beunhazen
beunhaasje	=	beunhaas
beunhaasjes	=	beunhaas
beunhaast	=	beunhazen
beunhaze	=	beunhazen
beunhazen	verb	het zonder de vereiste kennis en bevoegdheid uitoefenen van een vak
beunhazend	=	beunhazen
beunhazende	=	beunhazen
beunhazerij	noun	het onder de marktprijs werken omdat bepaalde kosten op een ander verhaald worden
beunhazerijen	=	beunhazerij
beunscheepje	=	beunschip
beunscheepjes	=	beunschip
beunschepen	=	beunschip
beunschip	noun	niet-zeewaardig vaartuig dat goederen en personen over de binnenwateren (rivieren en kanalen) vervoert
beunt	=	beunen
beuntje	=	beun
beur	=	beuren
beurde	=	beuren
beurden	=	beuren
beurder	noun	iemand die geld ontvangt
beurders	=	beurder
beure	=	beuren
beurel	=	beurelen
beurelde	=	beurelen
beurelden	=	beurelen
beurele	=	beurelen
beurelen	verb	loeien van bronstige herten
beurelend	=	beurelen
beurelende	=	beurelen
beurelt	=	beurelen
beuren	verb	tillen, opheffen
beurend	=	beuren
beurende	=	beuren
beuring	noun	het ontvangen geld
beuringen	=	beuring
beurs	noun	het beursgebouw waar effecten (waardepapieren) gekocht en verkocht worden	adj	overrijp, buikziek
beursagent	noun	een makelaar aan de beurs
beursagenten	=	beursagent
beursanalist	noun	iemand die het stijgen en dalen van de koersen van aandelen op de effectenbeurs bestudeert
beursanalisten	=	beursanalist
beursbarometer	noun	graadmeter van de voornaamste aan een beurs genoteerde fondsen
beursbarometers	=	beursbarometer
beursbedrijf	noun	bedrijf dat een effectenbeurs exploiteert
beursbedrijfje	=	beursbedrijf
beursbedrijfjes	=	beursbedrijf
beursbedrijven	=	beursbedrijf
beursbericht	noun	bericht over de beurskoersen
beursberichten	=	beursbericht
beurscomiteetje	=	beurscomité
beurscomiteetjes	=	beurscomité
beurscomité	noun	een groep mensen die toezicht houdt op de transacties van een aandelenmarkt
beurscomités	=	beurscomité
beurscommissie	noun	een groep mensen die toezicht houdt op de transacties van een aandelenmarkt
beurscommissies	=	beurscommissie
beurscorrectie	noun	daling van de aandelenkoers omdat die (veel) te hoog was
beurscorrecties	=	beurscorrectie
beurscrash	noun	crash op de beurs (een plotselinge sterke koersval)
beurscrashes	=	beurscrash
beurscrises	=	beurscrisis
beurscrisis	noun	crisis op de beurs gepaard gaande met een plotselinge sterke koersval
beurscrisissen	=	beurscrisis
beursdag	noun	tijdsperiode dat een beurs geopend is op een dag; dag dat een beurs geopend is
beursdagen	=	beursdag
beursdagje	=	beursdag
beursdagjes	=	beursdag
beursdaling	noun	daling van de koersen van veel aandelen op een bepaalde effectenbeurs
beursdalingen	=	beursdaling
beursdebacle	noun	grote mislukking op de effectenbeurs; groot verlies op de effectenbeurs
beursdebacles	=	beursdebacle
beursdebuten	=	beursdebuut
beursdebuut	noun	de eerste dag dat een aandeel op de beurs verhandeld wordt
beurse	=	beurs
beurser	=	beurs
beursere	=	beurs
beursers	=	beurs
beursfonds	noun	fonds dat op een beurs wordt verhandeld
beursfondsen	=	beursfonds
beursfondsje	=	beursfonds
beursfondsjes	=	beursfonds
beursfraude	noun	bedrog bij de handel in aandelen en obligaties
beursfraudes	=	beursfraude
beursfraudezaak	noun	strafzaak betreffende bedrog met effectenhandel op de effectenbeurs
beursfraudezaken	=	beursfraudezaak
beursgang	noun	het verhandelbaar maken van aandelen van een bedrijf op de aandelenbeurs waarbij de oorspronkelijke eigenaars vaak aandelen verkopen
beursgangen	=	beursgang
beursganger	noun	iemand die een beurs bezoekt
beursgangers	=	beursganger
beursgebouw	noun	gebouw waarin een aandelenbeurs is gevestigd
beursgebouwen	=	beursgebouw
beursgebouwtje	=	beursgebouw
beursgebouwtjes	=	beursgebouw
beursgenoteerd	adj	een beursnotering hebbend
beursgenoteerde	=	beursgenoteerd
beursgenoteerds	=	beursgenoteerd
beursgeschiedenis	noun	de hele periode van de start van de aandelenbeurs tot het heden
beursgeschiedenissen	=	beursgeschiedenis
beursgoeroe	noun	iemand die voorspellingen doet over de beurskoersen en door velen gezien wordt als een deskundige maar dat eigenlijk niet is
beursgoeroes	=	beursgoeroe
beursgraadmeter	noun	cijfer dat de gemiddelde koers van een groep beursfondsen op een bepaald tijdstip aangeeft
beursgraadmeters	=	beursgraadmeter
beurshal	noun	grote overdekte ruimte waarin een handelsbeurs gehouden kan worden
beurshallen	=	beurshal
beurshandel	noun	aan- en verkoop van zaken tijdens een handelsbeurs
beurshandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep op de beurs aandelen in- en verkoopt, vaak voor klanten
beurshandelaars	=	beurshandelaar
beurshandelaartje	=	beurshandelaar
beurshandelaartjes	=	beurshandelaar
beurshandelaren	=	beurshandelaar
beurshandels	=	beurshandel
beurshandeltje	=	beurshandel
beurshausse	noun	stijging van de koers van de meeste aandelen op een effectenbeurs
beurshausses	=	beurshausse
beursheden	=	beursheid
beursheid	noun	de gevolgen van een kneuzing; gevolgen van een ongeval waarbij geen wond of fractuur is ontstaan
beursindex	noun	cijfer dat de gemiddelde koers van een groep beursfondsen op een bepaald tijdstip aangeeft
beursindexen	=	beursindex
beursindices	=	beursindex
beursinformatie	noun	informatie betreffende over een effectenbeurs
beursintroductie	noun	de eerste keer dat een bedrijf zijn aandelen te koop aanbiedt aan het publiek via die effectenbeurs
beursintroducties	=	beursintroductie
beursintroductietje	=	beursintroductie
beursintroductietjes	=	beursintroductie
beursjaar	noun	kalenderjaar waarin men handelt op de effectenbeurs
beursjaren	=	beursjaar
beursje	=	beurs
beursjes	=	beurs
beursjesganzenvoet	noun	Oxybasis chenopodioides een eenjarige plant die behoort tot de amarantenfamilie (Amaranthaceae)
beursjesganzenvoeten	=	beursjesganzenvoet
beursjesganzenvoetje	=	beursjesganzenvoet
beursjesganzenvoetjes	=	beursjesganzenvoet
beursjongen	noun	een jonge, brutale, zelfverzekerde man die op de effectenbeurs werkt
beursjongens	=	beursjongen
beursjongentje	=	beursjongen
beursjongentjes	=	beursjongen
beurskapitalisatie	noun	waarde van alle aandelen die worden verhandeld op een effectenbeurs
beurskapitalisaties	=	beurskapitalisatie
beursklimaat	noun	stemming op de (effecten)beurs
beursklimaatje	=	beursklimaat
beursklimaatjes	=	beursklimaat
beursklimaten	=	beursklimaat
beurskoers	noun	de (wisselende) prijs van een aandeel die door vraag en aandeel wordt bepaald
beurskoersen	=	beurskoers
beurskoersje	=	beurskoers
beurskoersjes	=	beurskoers
beurskrach	noun	instorting van de beurs waarop meestal een crisis volgt
beurskrachs	=	beurskrach
beursmaand	noun	een kalendermaand op de effectenbeurs
beursmaanden	=	beursmaand
beursmaandje	=	beursmaand
beursmaandjes	=	beursmaand
beursmakelaar	noun	een makelaar aan de beurs
beursmakelaars	=	beursmakelaar
beursmakelaartje	=	beursmakelaar
beursmakelaartjes	=	beursmakelaar
beursmakelaren	=	beursmakelaar
beursmalaise	noun	situatie op de effectenbeurs waarin de meeste fondsen dalende koersen hebben
beursmalaises	=	beursmalaise
beursnieuws	noun	nieuws betreffende de effectenbeurs
beursnotering	noun	het op een beurs genoteerd staan van een bedrijf wat inhoudt dat daar in waardepapieren van dat bedrijf gehandeld mag worden
beursnoteringen	=	beursnotering
beursnoterinkje	=	beursnotering
beursnoterinkjes	=	beursnotering
beurspagina	noun	pagina in een krant met nieuws van de effectenbeurs
beurspagina's	=	beurspagina
beurspaniek	noun	plotseling ontstane grote angst op de effectenbeurs door een plotselinge daling van de koersen
beursplein	noun	een plein waaraan een aandelenbeurs is gevestigd
beurspleinen	=	beursplein
beurspleintje	=	beursplein
beurspleintjes	=	beursplein
beurspolis	noun	een verzekering waarbij het risico door meerdere bedrijven wordt gedekt
beurspolissen	=	beurspolis
beursspeculant	noun	een speculant die op de beurs handelt
beursspeculanten	=	beursspeculant
beursspel	noun	het speculeren op de beurs
beursspelen	=	beursspel
beursspellen	=	beursspel
beursstemming	noun	de algemene trend van de koers van de aandelen op een effectenbeurs
beursstemmingen	=	beursstemming
beursstudent	noun	student die een studiebeurs ontvangt
beursstudenten	=	beursstudent
beurst	=	beurs
beurste	=	beurs
beurstoezichthouder	noun	instelling die controleert of de aandelenhandel ordelijk en eerlijk verloopt
beurstoezichthouders	=	beurstoezichthouder
beurstransactie	noun	het overgaan van het eigendom van een aandeel van de ene naar de andere persoon
beurstransacties	=	beurstransactie
beursval	noun	het plotseling dalen van de beurskoers van één of meer aandelen
beursvallen	=	beursval
beursvennootschap	noun	onderneming met aandelen of certificaten die tot de handel op een effectenmarkt zijn toegelaten
beursvennootschappen	=	beursvennootschap
beursverlies	noun	daling van de koersen op de aandelenbeurs
beursverliezen	=	beursverlies
beursvloer	noun	plaats waar men aandelen verhandelt
beursvloeren	=	beursvloer
beurswaakhond	noun	toezichthoudende instantie voor de handel op de effectenbeurs, in Nederland de 'Autoriteit-FM', in de Verenigde Staten de SEC
beurswaakhonden	=	beurswaakhond
beurswaarde	noun	totale waarde van de aandelen van een bedrijf volgens de beurskoers
beurswaarden	=	beurswaarde
beurswaardes	=	beurswaarde
beursweek	noun	een werkweek waarin aandelen worden verhandeld
beursweekje	=	beursweek
beursweekjes	=	beursweek
beursweken	=	beursweek
beurswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de effectenbeurs
beurswerelden	=	beurswereld
beurswereldje	=	beurswereld
beurswereldjes	=	beurswereld
beurswinst	noun	verhoging van de koers van een aandeel of groep van aandelen
beurswinsten	=	beurswinst
beurszaak	noun	strafzaak die handelt over bedrog met de handel in effecten op een beurs
beurszaakje	=	beurszaak
beurszaakjes	=	beurszaak
beurszaken	=	beurszaak
beurt	noun	gelegenheid of opdracht die bewust telkens aan een andere persoon uit een groep gegeven wordt
beurtbalk	noun	een voorwerp dat de inkopen van twee klanten scheidt
beurtbalken	=	beurtbalkje
beurtbalkje	noun	een balkje dat ervoor dient in een supermarkt met een lopende band boodschappen van klanten te scheiden
beurtbalkjes	=	beurtbalkje
beurtelings	adv	bij beurten; om en om
beurtelingse	=	beurtelings
beurten	=	beurt
beurtje	=	beurt
beurtjes	=	beurt
beurtrol	noun	schema waarin een taak door verschillende mensen beurtelings uitgevoerd wordt
beurtrollen	=	beurtrol
beurtschipper	noun	schipper die een geregelde dienst tussen een aantal plaatsen onderhoudt
beurtschippers	=	beurtschipper
beurtschippertje	=	beurtschipper
beurtschippertjes	=	beurtschipper
beurtstaking	noun	een actievorm waarbij vakbonden niet alle werknemers tegelijk laten staken, maar hen om beurten het werk laten neerleggen.
beurtstakingen	=	beurtstaking
beurtstakinkje	=	beurtstaking
beurtstakinkjes	=	beurtstaking
beurtsysteem	noun	werkregeling volgens een vastgestelde volgorde
beurtsysteempje	=	beurtsysteem
beurtsysteempjes	=	beurtsysteem
beurtsystemen	=	beurtsysteem
beurtvaart	noun	vaste vaart met een vaste dienstregeling langs een vast aantal havens uitgevoerd door beurtschippers
beurtvaartadres	noun	eigendomsdocument dat wordt opgesteld en verstrekt door een rederij en is zowel een verklaring dat in de zeevrachtbrief omschreven goederen zijn geladen als een vervoersovereenkomst voor het overzeese vervoer van de lading
beurtvaartadresje	=	beurtvaartadres
beurtvaartadresjes	=	beurtvaartadres
beurtvaartadressen	=	beurtvaartadres
beurtvaarten	=	beurtvaart
beurtvaartje	=	beurtvaart
beurtvaartjes	=	beurtvaart
beurtveer	noun	scheepvaart volgens een dienstregeling
beurtveren	=	beurtveer
beurze	=	beurs
beurzen	=	beurs
beurzensnijder	noun	zakkenroller
beurzensnijders	=	beurzensnijder
beurzensnijdertje	=	beurzensnijder
beurzenstelsel	noun	het geheel van financiële ondersteuningen die men geeft aan mensen die willen studeren
beurzenstelsels	=	beurzenstelsel
beust	=	beu
beuzel	=	beuzelen
beuzelaar	noun	iemand die zich te vaak en te lang bezig houdt met onbenullige zaken
beuzelaars	=	beuzelaar
beuzelaartje	=	beuzelaar
beuzelaartjes	=	beuzelaar
beuzelachtig	adj	geneigd zijn tot beuzelen
beuzelachtige	=	beuzelachtig
beuzelachtiger	=	beuzelachtig
beuzelachtigere	=	beuzelachtig
beuzelachtigers	=	beuzelachtig
beuzelachtigs	=	beuzelachtig
beuzelachtigst	=	beuzelachtig
beuzelachtigste	=	beuzelachtig
beuzelaren	noun|obsolete	beuzelaars, meervoud van beuzelaar
beuzelarij	noun	iets onbenulligs
beuzelarijen	=	beuzelarij
beuzelarijtje	=	beuzelarij
beuzelarijtjes	=	beuzelarij
beuzelde	=	beuzelen
beuzelden	=	beuzelen
beuzele	=	beuzelen
beuzelen	verb	zich druk maken om onbenullige zaken
beuzelend	=	beuzelen
beuzelende	=	beuzelen
beuzeling	noun	iets wat van weinig belang is
beuzelingen	=	beuzeling
beuzelpraat	noun	onzin die iemand vertelt
beuzelpraatje	=	beuzelpraat
beuzelpraatjes	=	beuzelpraat
beuzels	=	beuzelen
beuzelt	=	beuzelen
beuzeltaal	noun	kinderachtige, flauwe leuterpraat
beuzeltaaltje	=	beuzeltaal
beuzeltaaltjes	=	beuzeltaal
bevaalt	=	bevelen
bevaar	=	bevaren
bevaarbaar	adj	breed, diep en stromingsarm genoeg om bevaren te worden
bevaarbaarder	=	bevaarbaar
bevaarbaardere	=	bevaarbaar
bevaarbaarders	=	bevaarbaar
bevaarbaarheden	=	bevaarbaarheid
bevaarbaarheid	noun	het bevaarbaar zijn
bevaarbaars	=	bevaarbaar
bevaarbaarst	=	bevaarbaar
bevaarbaarste	=	bevaarbaar
bevaarbare	=	bevaarbaar
bevaarde	=	bevaren
bevaart	=	bevaren
bevak	noun	een type van collectieve investeringsvennootschap in België
bevaks	=	bevak
beval	=	bevallen
bevalcursus	noun	een educatief programma of een reeks bijeenkomsten voor aanstaande moeders (en vaak ook hun partners).
bevalcursusje	=	bevalcursus
bevalcursusjes	=	bevalcursus
bevalcursussen	=	bevalcursus
bevale	=	bevelen
bevalen	=	bevelen
bevalle	=	bevallen
bevallen	verb	iets als aangenaam ervaren
bevallend	=	bevallen
bevallende	=	bevallen
bevallens	=	bevallen
bevallig	adj	-gewoonlijk vrouwelijke- schoonheid bezittend die bij anderen -gewoonlijk mannen- in de smaak valt.
bevallige	=	bevallig
bevalliger	=	bevallig
bevalligere	=	bevallig
bevalligers	=	bevallig
bevalligheden	=	bevalligheid
bevalligheid	noun	de hoedanigheid van het bevallig zijn
bevalligs	=	bevallig
bevalligst	=	bevallig
bevalligste	=	bevallig
bevalling	noun	het baren van een kind
bevallingen	=	bevalling
bevallingscoach	noun	persoon die een barende vrouw op een niet medische manier bijstaat tijdens de bevalling
bevallingscoaches	=	bevallingscoach
bevallingsdata	=	bevallingsdatum
bevallingsdatum	noun	de datum dat men een kind ter wereld brengt
bevallingsdatums	=	bevallingsdatum
bevallingsverlof	noun	verlof na de bevalling
bevallingsverlofje	=	bevallingsverlof
bevallingsverlofjes	=	bevallingsverlof
bevallingsverloven	=	bevallingsverlof
bevallinkje	=	bevalling
bevallinkjes	=	bevalling
bevalt	=	bevallen
bevang	=	bevangen
bevange	=	bevangen
bevangen	verb	iemand grijpen, overmeesteren	adj	gegrepen, overmeesterd
bevangend	=	bevangen
bevangende	=	bevangen
bevangener	=	bevangen
bevangeners	=	bevangen
bevangenheid	noun	het bevangen zijn
bevangens	=	bevangen
bevangenst	=	bevangen
bevangenste	=	bevangen
bevanging	noun	aanval van kortdurende bewusteloosheid door de hitte
bevangingen	=	bevanging
bevangt	=	bevangen
bevare	=	bevaren
bevaren	verb	op een bepaald water varen
bevarend	=	bevaren
bevarende	=	bevaren
bevat	=	bevatten
bevatte	=	bevatten
bevattelijk	adj	vlug van begrip zijn
bevattelijke	=	bevattelijk
bevattelijker	=	bevattelijk
bevattelijkere	=	bevattelijk
bevattelijkers	=	bevattelijk
bevattelijks	=	bevattelijk
bevattelijkst	=	bevattelijk
bevattelijkste	=	bevattelijk
bevatten	verb	omvatten, in zich sluiten
bevattend	=	bevatten
bevattende	=	bevatten
bevatting	noun	het bevatten
bevattingen	=	bevatting
bevattingsvermogen	noun	de mogelijkheden om iets te bevatten (begrijpen)
bevattingsvermogens	=	bevattingsvermogen
beve	=	beven
bevecht	=	bevechten
bevechte	=	bevechten
bevechten	verb	iets/iemand ~: de strijd aanbinden met iets/iemand
bevechtend	=	bevechten
bevechtende	=	bevechten
bevederd	adj	voorzien van vogelveren
bevederde	=	bevederd
bevederds	=	bevederd
bevedering	noun	de veren van een vogel
bevederingen	=	bevedering
beveel	=	bevelen
beveelt	=	bevelen
beveilig	=	beveiligen
beveiligd	=	beveiligen
beveiligde	=	beveiligen
beveiligden	=	beveiligen
beveilige	=	beveiligen
beveiligen	verb	er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
beveiligend	=	beveiligen
beveiligende	=	beveiligen
beveiliger	noun	iemand die iets of iemand beschermt tegen aanvallen
beveiligers	=	beveiliger
beveiligertje	=	beveiliger
beveiligertjes	=	beveiliger
beveiliging	noun	de genomen maatregelen die er zo goed mogelijk voor zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
beveiligingen	=	beveiliging
beveiligingetje	=	beveiliging
beveiligingetjes	=	beveiliging
beveiligingsambtenaar	noun	ambtenaar die is aangesteld om toe te zien op de veiligheid van iets
beveiligingsambtenaars	=	beveiligingsambtenaar
beveiligingsambtenaren	=	beveiligingsambtenaar
beveiligingsapparatuur	noun	toestellen die betrokken zijn bij het veilig houden en maken van een bepaalde situatie
beveiligingsbeambte	noun	iemand in openbare dienst die zorgt voor de veiligheid, bijvoorbeeld door diefstal of geweld te voorkomen
beveiligingsbeambten	=	beveiligingsbeambte
beveiligingsbedrijf	noun	bedrijf dat zorgdraagt voor de fysieke en/of digitale bescherming van personen of organisaties
beveiligingsbedrijfje	=	beveiligingsbedrijf
beveiligingsbedrijfjes	=	beveiligingsbedrijf
beveiligingsbedrijven	=	beveiligingsbedrijf
beveiligingsbranche	noun	bedrijfstak van beveiligingsbedrijven
beveiligingsbranches	=	beveiligingsbranche
beveiligingscamera	noun	een videocamera die beelden maakt met als belangrijkste doel criminaliteit te voorkomen.
beveiligingscamera's	=	beveiligingscamera
beveiligingsdienst	noun	dienst om de veiligheid van een land, een gebouw enz. te verzekeren
beveiligingsdiensten	=	beveiligingsdienst
beveiligingseisen	noun	verplichtingen betreffende de beveiliging van iets of iemand
beveiligingsexpert	noun	deskundige op het gebied van de beveiliging en bewaking van iets of iemand
beveiligingsexperten	=	beveiligingsexpert
beveiligingsexperts	=	beveiligingsexpert
beveiligingsfirma	noun	bedrijf dat iets of iemand beschermt tegen dreigingen van buitenaf
beveiligingsfirma's	=	beveiligingsfirma
beveiligingsindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de beveiliging van iets of iemand
beveiligingsindustrieën	=	beveiligingsindustrie
beveiligingsinstallatie	noun	installatie die of onderdeel dat dient voor object- of systeembeveiliging
beveiligingsinstallaties	=	beveiligingsinstallatie
beveiligingsinstallatietje	=	beveiligingsinstallatie
beveiligingsinstallatietjes	=	beveiligingsinstallatie
beveiligingskost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan bescherming en bewaking
beveiligingskosten	noun	geld dat men besteedt aan bescherming en bewaking
beveiligingslek	noun	een zwakke plaats in de beveiliging (van met name computersystemen)
beveiligingslekken	=	beveiligingslek
beveiligingsmaatregel	noun	actie die men onderneemt om iets te beschermen
beveiligingsmaatregelen	=	beveiligingsmaatregel
beveiligingsmaatregels	=	beveiligingsmaatregel
beveiligingsmarkt	noun	de markt van bedrijven die beveiligingsdiensten en beveiligingsapparatuur aanbieden
beveiligingsmarkten	=	beveiligingsmarkt
beveiligingsmechanisme	noun	technische procedure die als doel heeft de veiligheid te verzekeren
beveiligingsmechanismen	=	beveiligingsmechanisme
beveiligingsmechanismes	=	beveiligingsmechanisme
beveiligingsmedewerker	noun	persoon die een mens of een zaak beschermt tegen aanvallen
beveiligingsmedewerkers	=	beveiligingsmedewerker
beveiligingsniveau	noun	de mate waarin iets beschermd, beveiligd en bewaakt is
beveiligingsniveaus	=	beveiligingsniveau
beveiligingsorganisatie	noun	de organisatie die een zaak of gebeurtenis beschermt tegen schadelijke invloeden
beveiligingsorganisaties	=	beveiligingsorganisatie
beveiligingspersoneel	noun	alle mensen die in dienst zijn van een bedrijf die een mens of een zaak beschermen tegen aanvallen
beveiligingsplan	noun	plan voor de bescherming van iets of iemand
beveiligingsplannen	=	beveiligingsplan
beveiligingsprobleem	noun	een onvoldoende bescherming tegen oneigenlijk of gevaarlijk gebruik
beveiligingsproblemen	=	beveiligingsprobleem
beveiligingsprogramma	noun	systeem dat iets of iemand beschermt tegen schadelijke invloeden van buitenaf
beveiligingsprogramma's	=	beveiligingsprogramma
beveiligingsproject	noun	project dat gericht is om iets of iemand tegen gevaar te beschermen
beveiligingsprojecten	=	beveiligingsproject
beveiligingsprojectje	=	beveiligingsproject
beveiligingsprojectjes	=	beveiligingsproject
beveiligingssector	noun	alle bedrijven die zich bezighouden met bescherming van personen en zaken
beveiligingssectoren	=	beveiligingssector
beveiligingssectors	=	beveiligingssector
beveiligingssoftware	noun	software waarmee men een computer(netwerk) beschermt tegen oneigenlijk gebruik
beveiligingsspecialist	noun	iemand die gespecialiseerd is in de bescherming van iets of iemand
beveiligingsspecialisten	=	beveiligingsspecialist
beveiligingssysteem	noun	een samenhangend aantal maatregelen dat de veiligheid verzekert
beveiligingssystemen	=	beveiligingssysteem
beveiligingsunit	noun	mobiel kantoor van de politie waarmee men zorgdraagt voor de bescherming van een bepaald object
beveiligingsunits	=	beveiligingsunit
beveiligster	=	beveiliger
beveiligt	=	beveiligen
bevek	noun	soort beleggingsfonds dat in aandelen en obligaties belegt en geen dividendbelasting hoeft af te dragen
beveks	=	bevek
bevel	noun	verplicht uit te voeren opdracht zonder enige tegenspraak; verbaal geuit gebod
bevele	=	bevelen
bevelen	verb	een dwingende opdracht geven
bevelend	adj	op een dwingende, commanderende manier
bevelende	=	bevelen
bevelender	=	bevelend
bevelendere	=	bevelend
bevelenders	=	bevelend
bevelends	=	bevelend
bevelendst	=	bevelend
bevelendste	=	bevelend
bevelhebbend	adj	belast met het bevel
bevelhebbende	=	bevelhebbend
bevelhebbends	=	bevelhebbend
bevelhebber	noun	iemand die het commando heeft over een leger of vloot
bevelhebbers	=	bevelhebber
bevelhebberschap	noun	positie van hoogste commandant over een groep of gebied
bevelhebberschappen	=	bevelhebberschap
bevelhebbertje	=	bevelhebber
bevelhebbertjes	=	bevelhebber
bevelhebster	=	bevelhebber
bevelletje	=	bevel
bevelletjes	=	bevel
bevelschrift	noun	een schriftelijk bevel
bevelschriften	=	bevelschrift
bevelschriftje	=	bevelschrift
bevelschriftjes	=	bevelschrift
bevelslijn	noun	de volgorde waarin bevelen worden doorgegeven in een militaire eenheid; militaire hiërarchie
bevelslijnen	=	bevelslijn
bevelsstructuren	=	bevelsstructuur
bevelsstructuur	noun	de manier waarop het leidinggeven is georganiseerd
bevelstructuren	=	bevelstructuur
bevelstructuur	noun	de hiërarchie in een militaire eenheid
bevelvoerder	noun	iemand die de leiding heeft in een sterk hiërarchische omgeving waar bevelen kunnen worden uitgedeeld
bevelvoerders	=	bevelvoerder
bevelvoerend	adj	de leiding van een schip of militaire eenheid hebbend
bevelvoerende	=	bevelvoerend
bevelvoerends	=	bevelvoerend
bevelvoering	noun	de leiding van een militaire eenheid
bevelvoeringen	=	bevelvoering
bevelvoerster	=	bevelvoerder
beven	verb	hard en heftig trillen door angst of door kou
bevend	adj	met kleine schokkende bewegingen
bevende	=	beven
bevends	=	bevend
bever	noun	benaming voor zoogdieren uit het geslacht Castor, met platte staart die meestal in het water vertoeven, Castor fiber of Castor canadensis
beverachtige	noun	zoogdier uit de familie Castoridae van sciuromorphe en sciurognathe knaagdieren die verwant zijn aan de uitgestorven families Eutypomyidae en Rhizospalacidae.
beverachtigen	noun	Castoridae een familie van sciuromorphe en sciurognathe knaagdieren die verwant zijn aan de uitgestorven families Eutypomyidae en Rhizospalacidae.
beverageantenne	noun	een draadantenne van één of meer golflengten lang, die aan het einde met een weerstand is afgesloten
beverageantennes	=	beverageantenne
beverageantennetje	=	beverageantenne
beverageantennetjes	=	beverageantenne
beverbont	noun	de harige huid van een bever die men gebruikt voor schoeisel en kleding
beverdam	noun	versperring in stromend water aangelegd door bevers Castor fiber
beverdammen	=	beverdam
beverdammetje	=	beverdam
beverdammetjes	=	beverdam
beverexpert	noun	deskundige op het gebied van bevers
beverexperten	=	beverexpert
beverexpertje	=	beverexpert
beverexpertjes	=	beverexpert
beverexperts	=	beverexpert
beverfamilie	noun	groep samenlevende, bloedverwante bevers
beverfamilies	=	beverfamilie
beverfamilietje	=	beverfamilie
beverfamilietjes	=	beverfamilie
bevergeil	noun	uitscheidingsproduct van bevers uit een klier tussen de anus en geslachtsorganen waarin castoreum wordt gevormd
beverig	adj	bij voortduring licht schokkend bewegen, onregelmatige trilling vertonend	adv	onvast, sentimenteel
beverige	=	beverig
beveriger	=	beverig
beverigere	=	beverig
beverigers	=	beverig
beverigs	=	beverig
beverigst	=	beverig
beverigste	=	beverig
beverkever	noun	Platypsyllus castoris een keversoort uit de familie truffelkevers (Leiodidae).
beverkevers	=	beverkever
beverkevertje	=	beverkever
beverkevertjes	=	beverkever
bevernel	noun	benaming voor kruidachtige planten uit het geslacht Pimpinella uit de schermbloemenfamilie
bevernelbladgalmug	noun	Jaapiella hedickei een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bevernelbladgalmuggen	=	bevernelbladgalmug
bevernelbladgalmugje	=	bevernelbladgalmug
bevernelbladgalmugjes	=	bevernelbladgalmug
beverneldwergspanner	noun	Eupithecia pimpinellata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
beverneldwergspanners	=	beverneldwergspanner
beverneldwergspannertje	=	beverneldwergspanner
beverneldwergspannertjes	=	beverneldwergspanner
bevernelkaartmot	noun	Agonopterix capreolella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
bevernelkaartmotje	=	bevernelkaartmot
bevernelkaartmotjes	=	bevernelkaartmot
bevernelkaartmotten	=	bevernelkaartmot
bevernellen	=	bevernel
bevernelplatlijfje	noun	Depressaria pimpinellae een vlinder uit de familie van de grasmineermotten (Elachistidae).
bevernelplatlijfjes	=	bevernelplatlijfje
beverneltorkruid	noun	Oenanthe pimpinelloides een giftige, vaste plant die behoort tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
beverneltorkruiden	=	beverneltorkruid
beverneltorkruidje	=	beverneltorkruid
beverneltorkruidjes	=	beverneltorkruid
beverrat	noun	Myocastor coypus, een schadelijk knaagdier, leeft vooral in moerassige omgeving
beverratje	=	beverrat
beverratjes	=	beverrat
beverratten	noun	Myocastoridae een familie van knaagdieren uit zuidelijk Zuid-Amerika.
bevers	noun	Castor het enige recente geslacht van de familie beverachtigen (Castoridae).
beverse	=	bevers
bevertien	noun	eenzijdig geruwd katoenen weefsel
bevertienen	=	bevertien
bevertientje	=	bevertien
bevertientjes	=	bevertien
bevertje	=	bever
bevertjes	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort plant, Briza media uit de grassenfamilie (Poaceae) die op de Nederlandse en Vlaamse Rode Lijst staat als kwetsbaar
bevestig	=	bevestigen
bevestigd	=	bevestigen
bevestigde	=	bevestigen
bevestigden	=	bevestigen
bevestige	=	bevestigen
bevestigen	verb	iemand mededelen dat iets zoals gevraagd is of verondersteld wordt
bevestigend	adj	op een manier die aangeeft dat het zo is
bevestigende	=	bevestigen
bevestigender	=	bevestigend
bevestigendere	=	bevestigend
bevestigenders	=	bevestigend
bevestigends	=	bevestigend
bevestigendst	=	bevestigend
bevestigendste	=	bevestigend
bevestiging	noun	het bevestigen, het mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
bevestigingen	=	bevestiging
bevestigingetje	=	bevestiging
bevestigingetjes	=	bevestiging
bevestigingsbrief	noun	een schrijven waarin een eerder gemaakte afspraak wordt bevestigd
bevestigingsbrieven	=	bevestigingsbrief
bevestigingsmail	noun	een e-mailbericht waarin een afspraak, reservering of bestelling wordt bevestigd
bevestigingsmails	=	bevestigingsmail
bevestigingsmailtje	=	bevestigingsmail
bevestigingsmailtjes	=	bevestigingsmail
bevestigingsmateriaal	noun	materiaal om twee of meer voorwerpen met elkaar te verbinden
bevestigingsmaterialen	=	bevestigingsmateriaal
bevestigingspunt	noun	punt waaraan men iets kan bevestigen
bevestigingspunten	=	bevestigingspunt
bevestigingspuntje	=	bevestigingspunt
bevestigingspuntjes	=	bevestigingspunt
bevestigt	=	bevestigen
beviel	=	bevallen
beviele	=	bevallen
bevielen	=	bevallen
bevielt	=	bevallen
bevind	noun	naar ~ van zaken: in overeenstemming met de waargenomen loop der dingen
bevinde	=	bevinden
bevindelijk	adj	op een manier die je zelf duidelijk ervaart
bevindelijke	=	bevindelijk
bevindelijker	=	bevindelijk
bevindelijkere	=	bevindelijk
bevindelijkers	=	bevindelijk
bevindelijks	=	bevindelijk
bevindelijkst	=	bevindelijk
bevindelijkste	=	bevindelijk
bevinden	verb	na waarneming tot de slotsom komen, constateren
bevindend	=	bevinden
bevindende	=	bevinden
bevinding	noun	Uitkomst van een onderzoek / waarneming / bedenking.
bevindingen	=	bevinding
bevindinkje	=	bevinding
bevindinkjes	=	bevinding
bevindt	=	bevinden
beving	noun	aardbeving, het trillen van de grond
bevinge	=	bevangen
bevingen	=	beving
bevinger	=	bevingeren
bevingerd	=	bevingeren
bevingerde	=	bevingeren
bevingerden	=	bevingeren
bevingere	=	bevingeren
bevingeren	verb	met de vingers betasten
bevingerend	=	bevingeren
bevingerende	=	bevingeren
bevingert	=	bevingeren
bevingsstress	noun	spanning door aardbevingen of de kans op aardbevingen
bevingt	=	bevangen
bevinkje	=	beving
bevinkjes	=	beving
bevis	=	bevissen
bevisschen	=	bevissen
bevisse	=	bevissen
bevissen	verb	een water gebruiken om er vis te vangen
bevissend	=	bevissen
bevissende	=	bevissen
bevissing	noun	de intensiteit waarmee men vissen vangt in een bepaald gebied
bevist	=	bevissen
beviste	=	bevissen
bevisten	=	bevissen
bevit	=	bevitten
bevitte	=	bevitten
bevitten	verb	beschuldigen
bevittend	=	bevitten
bevittende	=	bevitten
bevlag	=	bevlaggen
bevlagd	=	bevlaggen
bevlagde	=	bevlaggen
bevlagden	=	bevlaggen
bevlagge	=	bevlaggen
bevlaggen	verb	het zichtbaar ophangen van een vlag
bevlaggend	=	bevlaggen
bevlaggende	=	bevlaggen
bevlagt	=	bevlaggen
bevleesd	adj	voorzien van een ruime hoeveelheid vlees
bevleesde	=	bevleesd
bevleesds	=	bevleesd
bevlek	=	bevlekken
bevlekke	=	bevlekken
bevlekken	verb	iets voorzien van vlekken
bevlekkend	=	bevlekken
bevlekkende	=	bevlekken
bevlekking	noun	het bevlekken
bevlekkingen	=	bevlekking
bevlekkinkje	=	bevlekking
bevlekkinkjes	=	bevlekking
bevlekt	=	bevlekken
bevlekte	=	bevlekken
bevlekten	=	bevlekken
bevlieg	=	bevliegen
bevliege	=	bevliegen
bevliegen	verb	vliegend iets bezoeken
bevliegend	=	bevliegen
bevliegende	=	bevliegen
bevlieging	noun	een zomaar opkomende lust, gril, hype
bevliegingen	=	bevlieging
bevlieginkje	=	bevlieging
bevlieginkjes	=	bevlieging
bevliegt	=	bevliegen
bevloei	=	bevloeien
bevloeid	=	bevloeien
bevloeide	=	bevloeien
bevloeiden	=	bevloeien
bevloeie	=	bevloeien
bevloeien	verb	Water op een stuk land brengen, vooral ter bevordering van de groei van landbouwgewassen bij droogte.
bevloeiend	=	bevloeien
bevloeiende	=	bevloeien
bevloeiing	noun	de akkers voorzien van extra water
bevloeiingen	=	bevloeiing
bevloeiingskanaal	noun	door mensen gemaakte waterweg waardoorheen water vloeit om de landbouwgewassen van water te voorzien
bevloeiingskanalen	=	bevloeiingskanaal
bevloeiingssysteem	noun	systeem om gewassen van water te voorzien
bevloeiingssysteempje	=	bevloeiingssysteem
bevloeiingssysteempjes	=	bevloeiingssysteem
bevloeiingssystemen	=	bevloeiingssysteem
bevloeiingswerk	noun	technische voorzieningen waarmee men een stuk landbouwgrond kan voorzien van voldoende water
bevloeiingswerken	=	bevloeiingswerk
bevloeiinkje	=	bevloeiing
bevloeiinkjes	=	bevloeiing
bevloeit	=	bevloeien
bevloer	=	bevloeren
bevloerd	=	bevloeren
bevloerde	=	bevloeren
bevloerden	=	bevloeren
bevloere	=	bevloeren
bevloeren	verb	met een houten of stenen vloer bedekken
bevloerend	=	bevloeren
bevloerende	=	bevloeren
bevloert	=	bevloeren
bevloge	=	bevliegen
bevlogen	adj	met grote passie, met veel inspiratie, met grote ijver	adv	met groot enthousiasme
bevlogene	noun	iemand die (te) enthousiast voor iets is
bevlogenen	=	bevlogene
bevlogener	=	bevlogen
bevlogeners	=	bevlogen
bevlogenheid	noun	het gemotiveerd en energiek zijn
bevlogens	=	bevlogen
bevlogenst	=	bevlogen
bevlogenste	=	bevlogen
bevloog	=	bevliegen
bevloogt	=	bevliegen
bevocht	=	bevechten
bevochte	=	bevochten
bevochten	verb	vochtig maken, bevochtigen
bevochtend	=	bevochten
bevochtende	=	bevochten
bevochtens	=	bevochten
bevochtig	=	bevochtigen
bevochtigd	=	bevochtigen
bevochtigde	=	bevochtigen
bevochtigden	=	bevochtigen
bevochtige	=	bevochtigen
bevochtigen	verb	het proces waarbij een vloeistof contact maakt met een oppervlak en er een laagje vocht op dat oppvervlak achterblijft
bevochtigend	=	bevochtigen
bevochtigende	=	bevochtigen
bevochtiger	noun	apparaat dat bevochtigt
bevochtigers	=	bevochtiger
bevochtiging	noun	het natter maken van iets; ergens water in op- of aanbrengen
bevochtigingen	=	bevochtiging
bevochtigingetje	=	bevochtiging
bevochtigingetjes	=	bevochtiging
bevochtigt	=	bevochtigen
bevochtte	=	bevochten
bevochtten	=	bevochten
bevoegd	adj	officieel gerechtigd zijn iets te doen
bevoegde	noun	iemand die gerechtigd is iets te doen
bevoegdelijk	adj	met de juiste toestemming; op een bevoegde manier
bevoegdelijke	=	bevoegdelijk
bevoegdelijker	=	bevoegdelijk
bevoegdelijkere	=	bevoegdelijk
bevoegdelijkers	=	bevoegdelijk
bevoegdelijks	=	bevoegdelijk
bevoegdelijkst	=	bevoegdelijk
bevoegdelijkste	=	bevoegdelijk
bevoegden	=	bevoegde
bevoegder	=	bevoegd
bevoegdere	=	bevoegd
bevoegders	=	bevoegd
bevoegdheden	=	bevoegdheid
bevoegdheid	noun	het recht tot het uitoefenen van bepaalde handelingen
bevoegdheidje	=	bevoegdheid
bevoegdheidjes	=	bevoegdheid
bevoegdheidsconflict	noun	conflict wanneer een wetgever of decreetgever regelgeving maakt over onderwerpen waarover hij niet bevoegd is
bevoegdheidsconflicten	=	bevoegdheidsconflict
bevoegdheidsconflictje	=	bevoegdheidsconflict
bevoegdheidsconflictjes	=	bevoegdheidsconflict
bevoegdheidsverdeling	noun	verdeling van de macht en de beleidsterreinen tussen de verschillende politieke partijen in een coalitie
bevoegdheidsverdelingen	=	bevoegdheidsverdeling
bevoegds	=	bevoegd
bevoegdst	=	bevoegd
bevoegdste	=	bevoegd
bevoegdverklaring	noun	officiële aantekening op een bewijs van bevoegdheid (brevet) die aangeeft dat een persoon specifiek bevoegd is om bepaalde taken uit te voeren of met specifieke apparatuur te werken
bevoegdverklaringen	=	bevoegdverklaring
bevoegdverklarinkje	=	bevoegdverklaring
bevoegdverklarinkjes	=	bevoegdverklaring
bevoel	=	bevoelen
bevoeld	=	bevoelen
bevoelde	=	bevoelen
bevoelden	=	bevoelen
bevoele	=	bevoelen
bevoelen	verb	door tasten onderzoeken
bevoelend	=	bevoelen
bevoelende	=	bevoelen
bevoelt	=	bevoelen
bevoer	=	bevaren
bevoere	=	bevaren
bevoeren	=	bevaren
bevoert	=	bevaren
bevolen	=	bevelen
bevolk	=	bevolken
bevolke	=	bevolken
bevolken	verb	van volk voorzien
bevolkend	=	bevolken
bevolkende	=	bevolken
bevolking	noun	alle inwoners van een bepaald land, staat of gebied
bevolkingen	=	bevolking
bevolkingsaantal	noun	het aantal personen dat in een bepaald gebied woont
bevolkingsaantallen	=	bevolkingsaantal
bevolkingsaanwas	noun	de toename van de hoeveelheid bevolking
bevolkingsaanwassen	=	bevolkingsaanwas
bevolkingsaccres	noun	de toename van de hoeveelheid bevolking
bevolkingsaccressen	=	bevolkingsaccres
bevolkingsadministratie	noun	register waarin alle bewoners van een gebied zijn opgenomen
bevolkingsadministraties	=	bevolkingsadministratie
bevolkingsafname	noun	vermindering van het aantal mensen dat ergens leeft
bevolkingsafnamen	=	bevolkingsafname
bevolkingsafnames	=	bevolkingsafname
bevolkingsboekhouding	noun	het doorlopend bijhouden van de samenstelling en omvang van de bevolking (geboorte, huwelijk, adres, overlijden) in een register.
bevolkingsboekhoudingen	=	bevolkingsboekhouding
bevolkingsboekhoudinkje	=	bevolkingsboekhouding
bevolkingsboekhoudinkjes	=	bevolkingsboekhouding
bevolkingsbureau	noun	organisatie die de bevolkingsregisters bijhoudt en alle gebeurtenissen die daarop een invloed hebben zoals geboorten, overlijdens en verhuizingen
bevolkingsbureaus	=	bevolkingsbureau
bevolkingscentra	=	bevolkingscentrum
bevolkingscentrum	noun	plaats waar veel mensen wonen
bevolkingscentrums	=	bevolkingscentrum
bevolkingscijfer	noun	cijfer dat aangeeft hoe groot de bevolking is
bevolkingscijfers	=	bevolkingscijfer
bevolkingsdaling	noun	vermindering van het aantal inwoners
bevolkingsdalingen	=	bevolkingsdaling
bevolkingsdeel	noun	een deel van een totale bevolking met een bepaalde eigenschap die het onderscheidt van andere bevolkingsdelen
bevolkingsdelen	=	bevolkingsdeel
bevolkingsdichtheden	=	bevolkingsdichtheid
bevolkingsdichtheid	noun	aantal inwoners (of dieren) per oppervlakte-eenheid (meestal vierkante kilometer)
bevolkingsdruk	noun	de last die ontstaat door grote of grotere hoeveelheden mensen
bevolkingsexplosie	noun	de sterke toename van de bevolking ten opzichte van de trend in de afgelopen jaren
bevolkingsexplosies	=	bevolkingsexplosie
bevolkingsfonds	noun	organisatie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van de bevolkingsgrootte en voortplanting van de mens
bevolkingsfondsen	=	bevolkingsfonds
bevolkingsgezondheid	noun	de gemiddelde gezondheidstoestand van alle leden van een bevolking
bevolkingsgroei	noun	de toename van de hoeveelheid bevolking
bevolkingsgroep	noun	een bepaald deel van de bevolking met een bepaald kenmerk in een samenleving of gebied
bevolkingsgroepen	=	bevolkingsgroep
bevolkingsgroepje	=	bevolkingsgroep
bevolkingsgroepjes	=	bevolkingsgroep
bevolkingsgrootte	noun	het aantal mensen dat ergens woont
bevolkingsgrootten	=	bevolkingsgrootte
bevolkingsgroottes	=	bevolkingsgrootte
bevolkingskrimp	noun	vermindering van het aantal inwoners
bevolkingsomvang	noun	de totale aantal inwoners van een bepaald gebied
bevolkingsomvangen	=	bevolkingsomvang
bevolkingsonderzoek	noun	het onderzoeken van een in principe gezonde populatie om asymptomatische gevallen van een ziekte of aandoening op het spoor te komen, in de veronderstelling dat deze aandoening in een vroeg stadium misschien beter te behandelen is
bevolkingsonderzoeken	=	bevolkingsonderzoek
bevolkingsontwikkeling	noun	veranderingen in de grootte en samenstelling van de bevoling
bevolkingsontwikkelingen	=	bevolkingsontwikkeling
bevolkingsopbouw	noun	de samenstelling van de groep mensen die ergens woont
bevolkingsopbouwen	=	bevolkingsopbouw
bevolkingspiramide	noun	grafische voorstelling van de leeftijdsopbouw van een bevolking in de vorm van een rug-aan-rug-histogram voor mannen en vrouwen
bevolkingspiramiden	=	bevolkingspiramide
bevolkingspiramides	=	bevolkingspiramide
bevolkingspolitiek	noun	alle maatregelen die de omvang, samenstelling en/of kwaliteit van de bevolking beogen te beheersen
bevolkingsprognose	noun	voorspelling hoeveel en wat voor mensen er in de toekomst in een land zullen wonen.
bevolkingsprognoses	=	bevolkingsprognose
bevolkingsregister	noun	bestand waarin alle inwoners van een gemeente wettelijk worden opgenomen en waarin geregeld aantekening wordt gehouden van de wijzigingen van de bevolking in gezinsverband
bevolkingsregisters	=	bevolkingsregister
bevolkingsregistertje	=	bevolkingsregister
bevolkingsregistertjes	=	bevolkingsregister
bevolkingsregistratie	noun	het in een officieel register opnemen van de persoonsgegevens van mensen die ergens wonen
bevolkingsregistraties	=	bevolkingsregistratie
bevolkingssamenstelling	noun	beschrijving van wat voor soorten mensen er in een bepaald gebied wonen
bevolkingssamenstellingen	=	bevolkingssamenstelling
bevolkingstheorie	noun	een theorie omtrent de ontwikkeling van de demografische variabelen
bevolkingstheorietje	=	bevolkingstheorie
bevolkingstheorietjes	=	bevolkingstheorie
bevolkingstheorieën	=	bevolkingstheorie
bevolkingstoename	noun	groei van het aantal mensen dat ergens leeft
bevolkingstoenamen	=	bevolkingstoename
bevolkingstoenames	=	bevolkingstoename
bevolkingsvraagstuk	noun	de problemen die ontstaan door een snel groeiende bevolking
bevolkingsvraagstukken	=	bevolkingsvraagstuk
bevolkinkje	=	bevolking
bevolkinkjes	=	bevolking
bevolkt	adj	waar volk zich bevindt
bevolkte	=	bevolkt
bevolkten	=	bevolken
bevolkter	=	bevolkt
bevolktere	=	bevolkt
bevolkters	=	bevolkt
bevolkts	=	bevolkt
bevolktst	=	bevolkt
bevolktste	=	bevolkt
bevond	=	bevinden
bevonde	=	bevinden
bevonden	=	bevinden
bevondt	=	bevinden
bevoogd	=	bevoogden
bevoogdde	=	bevoogden
bevoogdden	=	bevoogden
bevoogde	=	bevoogden
bevoogden	verb	iemand die niet voor zichzelf kan opkomen besturen zonder inspraak van die persoon maar wel 'ten gunste' van die persoon, meestal gebruikt in situaties waarin de bevoogde persoon juist heel goed voor zich zelf kan opkomen
bevoogdend	adj	betreft iemand die zich op een betuttelende met jou bemoeit, waarbij ongevraagd beslissingen voor jou worden genomen, alsof je niet in staat bent dit zelf te doen
bevoogdende	=	bevoogden
bevoogdender	=	bevoogdend
bevoogdendere	=	bevoogdend
bevoogdenders	=	bevoogdend
bevoogdends	=	bevoogdend
bevoogdendst	=	bevoogdend
bevoogdendste	=	bevoogdend
bevoogding	noun	het bevoogden
bevoogdingen	=	bevoogding
bevoogdinkje	=	bevoogding
bevoogdinkjes	=	bevoogding
bevoogdt	=	bevoogden
bevoordeel	=	bevoordelen
bevoordeeld	=	bevoordelen
bevoordeelde	=	bevoordelen
bevoordeelden	=	bevoordelen
bevoordeelt	=	bevoordelen
bevoordele	=	bevoordelen
bevoordelen	verb	iemand ~: aan iemand bijzondere gunsten verlenen
bevoordelend	=	bevoordelen
bevoordelende	=	bevoordelen
bevoordelig	=	bevoordeligen
bevoordeligd	=	bevoordeligen
bevoordeligde	=	bevoordeligen
bevoordeligden	=	bevoordeligen
bevoordelige	=	bevoordeligen
bevoordeligen	verb	bevoordelen
bevoordeligend	=	bevoordeligen
bevoordeligende	=	bevoordeligen
bevoordeligt	=	bevoordeligen
bevoordeling	noun	de keer dat men iets of iemand voordelen geeft die men niet aan anderen geeft
bevoordelingen	=	bevoordeling
bevooroordeel	=	bevooroordelen
bevooroordeeld	adj	een vaste mening over iets of iemand koesterend zonder naar de feiten te willen kijken
bevooroordeelde	=	bevooroordelen
bevooroordeelden	=	bevooroordelen
bevooroordeelder	=	bevooroordeeld
bevooroordeeldere	=	bevooroordeeld
bevooroordeelders	=	bevooroordeeld
bevooroordeeldheid	noun	zonder kennis te nemen van een zaak of persoon al een mening over die zaak of persoon hebben
bevooroordeelds	=	bevooroordeeld
bevooroordeeldst	=	bevooroordeeld
bevooroordeeldste	=	bevooroordeeld
bevooroordeelt	=	bevooroordelen
bevooroordele	=	bevooroordelen
bevooroordelen	verb	van een vooroordeel voorzien
bevooroordelend	=	bevooroordelen
bevooroordelende	=	bevooroordelen
bevooroordeling	noun	iets of iemand al voorzien van bepaalde eigenschappen louter alleen op basis van een aantal kenmerken die daar eigenlijk niet relevant voor zijn
bevooroordelingen	=	bevooroordeling
bevoorraad	adj	voorzien van alle benodigdheden
bevoorraadde	=	bevoorraden
bevoorraadden	=	bevoorraden
bevoorraads	=	bevoorraad
bevoorraadt	=	bevoorraden
bevoorrade	=	bevoorraad
bevoorraden	verb	voorzien van benodigdheden
bevoorradend	=	bevoorraden
bevoorradende	=	bevoorraden
bevoorrading	noun	het voorzien van alle benodigdheden van een leger, buitenpost, afgelegen nederzetting of basis
bevoorradingen	=	bevoorrading
bevoorradingsketen	noun	hele reeks van handelingen die ervoor zorgt dat goederen op de bestemde plaats komen
bevoorradingsketens	=	bevoorradingsketen
bevoorradingsketentje	=	bevoorradingsketen
bevoorradingsketentjes	=	bevoorradingsketen
bevoorradingsmissie	noun	een ruimtevaartmissie die erop gericht is om een ruimtestation te voorzien van benodigdheden
bevoorradingsmissies	=	bevoorradingsmissie
bevoorradingsplan	noun	voorgenomen manier waarop men zorgt dat men de benodigde middelen voorhanden heeft
bevoorradingsplannen	=	bevoorradingsplan
bevoorradingsscheepje	=	bevoorradingsschip
bevoorradingsscheepjes	=	bevoorradingsschip
bevoorradingsschepen	=	bevoorradingsschip
bevoorradingsschip	noun	schip dat voorraden naar een bepaalde plaats of ander schip brengt
bevoorradinkje	=	bevoorrading
bevoorradinkjes	=	bevoorrading
bevoorrecht	adj	rechten genietend die vele anderen niet bezitten
bevoorrechte	=	bevoorrecht
bevoorrechten	verb	bijzondere rechten toekennen aan de één boven de ander
bevoorrechtend	=	bevoorrechten
bevoorrechtende	=	bevoorrechten
bevoorrechter	=	bevoorrecht
bevoorrechtere	=	bevoorrecht
bevoorrechters	=	bevoorrecht
bevoorrechts	=	bevoorrecht
bevoorrechtst	=	bevoorrecht
bevoorrechtste	=	bevoorrecht
bevoorrechtte	=	bevoorrechten
bevoorrechtten	=	bevoorrechten
bevoorschot	=	bevoorschotten
bevoorschotte	=	bevoorschotten
bevoorschotten	verb	van een voorschot voorzien
bevoorschottend	=	bevoorschotten
bevoorschottende	=	bevoorschotten
bevorder	=	bevorderen
bevorderaar	noun	iemand die een bepaalde zaak probeert te simuleren
bevorderaars	=	bevorderaar
bevorderbaar	adj	met de mogelijkheid om te stimuleren
bevorderbaarder	=	bevorderbaar
bevorderbaardere	=	bevorderbaar
bevorderbaarders	=	bevorderbaar
bevorderbaars	=	bevorderbaar
bevorderbaarst	=	bevorderbaar
bevorderbaarste	=	bevorderbaar
bevorderbare	=	bevorderbaar
bevorderd	=	bevorderen
bevorderde	=	bevorderen
bevorderden	=	bevorderen
bevordere	=	bevorderen
bevorderen	verb	een hogere rang verlenen aan iemand
bevorderend	=	bevorderen
bevorderende	=	bevorderen
bevordering	noun	een verhoging in rang
bevorderingen	=	bevordering
bevorderingetje	=	bevordering
bevorderinkje	=	bevordering
bevorderinkjes	=	bevordering
bevorderlijk	adj	de eigenschap bezittend iets te bevorderen
bevorderlijke	=	bevorderlijk
bevorderlijker	=	bevorderlijk
bevorderlijkere	=	bevorderlijk
bevorderlijkers	=	bevorderlijk
bevorderlijks	=	bevorderlijk
bevorderlijkst	=	bevorderlijk
bevorderlijkste	=	bevorderlijk
bevordert	=	bevorderen
bevraag	=	bevragen
bevraagd	=	bevragen
bevraagde	=	bevragen
bevraagdenª	=	bevragen
bevraagdeª	=	bevragen
bevraagt	=	bevragen
bevracht	=	bevrachten
bevrachte	=	bevrachten
bevrachten	verb	ergens vracht in- of opladen
bevrachtend	=	bevrachten
bevrachtende	=	bevrachten
bevrachter	noun	iemand die goederen voor vervoer aanbiedt
bevrachters	=	bevrachter
bevrachtertje	=	bevrachter
bevrachtertjes	=	bevrachter
bevrachting	noun	het bevrachten
bevrachtingen	=	bevrachting
bevrachtinkje	=	bevrachting
bevrachtinkjes	=	bevrachting
bevrachtte	=	bevrachten
bevrachtten	=	bevrachten
bevrage	=	bevragen
bevragen	verb	zich ~: inlichtingen vragen
bevragend	=	bevragen
bevragende	=	bevragen
bevraging	noun	het stellen van vragen aan meerdere personen als deel van een (wetenschappelijk) onderzoek naar o.a. meningen en gedragingen van groepen mensen
bevragingen	=	bevraging
bevraginkje	=	bevraging
bevraginkjes	=	bevraging
bevredig	=	bevredigen
bevredigd	=	bevredigen
bevredigde	=	bevredigen
bevredigden	=	bevredigen
bevredige	=	bevredigen
bevredigen	verb	beantwoorden aan een sterk verlangen
bevredigend	adj	voldoening gevend, tevredenstellend. goed
bevredigende	=	bevredigend
bevredigender	=	bevredigend
bevredigendere	=	bevredigend
bevredigenders	=	bevredigend
bevredigends	=	bevredigend
bevredigendst	=	bevredigend
bevredigendste	=	bevredigend
bevrediging	noun	de beantwoording aan een sterk verlangen
bevredigingen	=	bevrediging
bevredigingetje	=	bevrediging
bevredigingetjes	=	bevrediging
bevredigt	=	bevredigen
bevreemd	=	bevreemden
bevreemdde	=	bevreemden
bevreemdden	=	bevreemden
bevreemde	=	bevreemden
bevreemden	verb|formal	verbazen, verwonderen
bevreemdend	adj	dat iets wat normaal is vreemd wordt
bevreemdende	=	bevreemden
bevreemdender	=	bevreemdend
bevreemdendere	=	bevreemdend
bevreemdenders	=	bevreemdend
bevreemdends	=	bevreemdend
bevreemdendst	=	bevreemdend
bevreemdendste	=	bevreemdend
bevreemding	noun	het gevoel dat iets vreemd is dat iemand overvalt
bevreemdingen	=	bevreemding
bevreemdinkje	=	bevreemding
bevreemdinkjes	=	bevreemding
bevreemdt	=	bevreemden
bevreesd	adj	bang, angstig
bevreesde	=	bevreesd
bevreesder	=	bevreesd
bevreesdere	=	bevreesd
bevreesders	=	bevreesd
bevreesdheid	noun	het bang zijn; het vol vrees zijn
bevreesds	=	bevreesd
bevreesdst	=	bevreesd
bevreesdste	=	bevreesd
bevriend	adj	door vriendschap met elkaar verbonden
bevriende	=	bevriend
bevriender	=	bevriend
bevriendere	=	bevriend
bevrienders	=	bevriend
bevriends	=	bevriend
bevriendst	=	bevriend
bevriendste	=	bevriend
bevries	=	bevriezen
bevriesbaar	adj	dat iets kan en mag bevriezen
bevriesbaarder	=	bevriesbaar
bevriesbaardere	=	bevriesbaar
bevriesbaarders	=	bevriesbaar
bevriesbaars	=	bevriesbaar
bevriesbaarst	=	bevriesbaar
bevriesbaarste	=	bevriesbaar
bevriesbare	=	bevriesbaar
bevriest	=	bevriezen
bevrieze	=	bevriezen
bevriezen	verb	door afkoeling in vaste toestand komen
bevriezend	=	bevriezen
bevriezende	=	bevriezen
bevriezing	noun	door blootstelling aan temperaturen beneden het vriespunt aan ijsvorming onderhevig zijn
bevriezingen	=	bevriezing
bevriezingsdood	noun	dood door bevriezing
bevriezingsexperiment	noun	proefondervindelijk onderzoek hoe mensen, dieren of producten reageren op koude
bevriezingsexperimenten	=	bevriezingsexperiment
bevriezinkje	=	bevriezing
bevriezinkjes	=	bevriezing
bevrijd	=	bevrijden
bevrijdde	=	bevrijden
bevrijdden	=	bevrijden
bevrijden	verb	iemand of een bevolking van gevangenschap of onderdrukking verlossen
bevrijdend	adj	van iets dat men er minder gespannen door wordt
bevrijdende	=	bevrijden
bevrijdender	=	bevrijdend
bevrijdendere	=	bevrijdend
bevrijdenders	=	bevrijdend
bevrijdends	=	bevrijdend
bevrijdendst	=	bevrijdend
bevrijdendste	=	bevrijdend
bevrijder	noun	iemand die andere persoon bevrijdt
bevrijders	=	bevrijder
bevrijdertje	=	bevrijder
bevrijding	noun	het vrij maken van mensen die gevangen gehouden of onderdrukt worden.
bevrijdingen	=	bevrijding
bevrijdingsactie	noun	handeling die erop gericht is iets of iemand uit een gevangenschap of beklemming te halen
bevrijdingsacties	=	bevrijdingsactie
bevrijdingsbeweging	noun	organisatie die streeft naar het opheffen van een toestand van onderdrukking en afhankelijkheid
bevrijdingsbewegingen	=	bevrijdingsbeweging
bevrijdingsbeweginkje	=	bevrijdingsbeweging
bevrijdingsbeweginkjes	=	bevrijdingsbeweging
bevrijdingsdag	noun	datum waarop een eind komt aan de bezetting door een vreemde overheerser
bevrijdingsdagen	=	bevrijdingsdag
bevrijdingsfeest	noun	feest waarbij men viert dat men niet meer overheerst wordt door een vreemde mogendheid
bevrijdingsfeesten	=	bevrijdingsfeest
bevrijdingsfeestje	=	bevrijdingsfeest
bevrijdingsfeestjes	=	bevrijdingsfeest
bevrijdingsfestival	noun	een van de grote feestelijke bijeenkomsten met muziek op een bevrijdingsdag
bevrijdingsfestivals	=	bevrijdingsfestival
bevrijdingsfront	noun	organisatie of groep van organisaties die een bezettende of onderdrukkende macht bestrijdt
bevrijdingsfronten	=	bevrijdingsfront
bevrijdingsjaar	noun	jaar dat men bevrijd wordt van een vreemde bezetter
bevrijdingsjaren	=	bevrijdingsjaar
bevrijdingsleger	noun	een gewapende groep mensen die een volk wil bevrijden van een (vreemde) overheerser
bevrijdingslegers	=	bevrijdingsleger
bevrijdingslegertje	=	bevrijdingsleger
bevrijdingslegertjes	=	bevrijdingsleger
bevrijdingsoorlog	noun	een gewapend conflict waarbij men probeert een gebied te ontdoen van een vreemde en ongewenste overheerser
bevrijdingsoorlogen	=	bevrijdingsoorlog
bevrijdingsoorlogje	=	bevrijdingsoorlog
bevrijdingsorganisatie	noun	organisatie die gericht is op de omverwerping van de regering door een bezettende macht
bevrijdingsorganisaties	=	bevrijdingsorganisatie
bevrijdingspoging	noun	poging om je aan een belemmering te onttrekken; poging om iemand aan een belemmering te onttrekken
bevrijdingspogingen	=	bevrijdingspoging
bevrijdingspoginkje	=	bevrijdingspoging
bevrijdingspoginkjes	=	bevrijdingspoging
bevrijdingsstrijd	noun	de (gewapende) strijd tegen een onderdrukker
bevrijdingsstrijden	=	bevrijdingsstrijd
bevrijdingstheologen	=	bevrijdingstheoloog
bevrijdingstheologie	noun	christelijke leer die de strijd tegen sociaal onrecht als centraal thema heeft
bevrijdingstheologieën	=	bevrijdingstheologie
bevrijdingstheoloog	noun	iemand die vanuit zijn geloof politieke actie voert om de minderbedeelden en onderdrukten te ondersteunen
bevrijdinkje	=	bevrijding
bevrijdinkjes	=	bevrijding
bevrijdt	=	bevrijden
bevroed	=	bevroeden
bevroedde	=	bevroeden
bevroedden	=	bevroeden
bevroede	=	bevroeden
bevroeden	verb	begrijpen, vermoeden
bevroedend	=	bevroeden
bevroedende	=	bevroeden
bevroedt	=	bevroeden
bevroeg	=	bevragen
bevroege	=	bevragen
bevroegen	=	bevragen
bevroegt	=	bevragen
bevroor	=	bevriezen
bevroort	=	bevriezen
bevrore	=	bevriezen
bevroren	adj	door afkoeling in vaste toestand gekomen; volledig met ijs bedekt
bevrorens	=	bevroren
bevrouw	=	bevrouwen
bevrouwd	=	bevrouwen
bevrouwde	=	bevrouwen
bevrouwden	=	bevrouwen
bevrouwe	=	bevrouwen
bevrouwen	verb	van het benodigde vrouwelijk personeel voorzien
bevrouwend	=	bevrouwen
bevrouwende	=	bevrouwen
bevrouwt	=	bevrouwen
bevrucht	adj	van een vrucht voorzien
bevruchte	=	bevrucht
bevruchten	verb	bij een vrouwelijk wezen of organisme een vrucht doen ontstaan
bevruchtend	=	bevruchten
bevruchtende	=	bevruchten
bevruchting	noun	conceptie, fertilisatie, fecundatie, samensmelten van zaadcel en eicel.
bevruchtingen	=	bevruchting
bevruchtinkje	=	bevruchting
bevruchtinkjes	=	bevruchting
bevruchts	=	bevrucht
bevruchtte	=	bevruchten
bevruchtten	=	bevruchten
bevuil	=	bevuilen
bevuild	=	bevuilen
bevuilde	=	bevuilen
bevuilden	=	bevuilen
bevuile	=	bevuilen
bevuilen	verb	vuil maken; verontreinigen
bevuilend	=	bevuilen
bevuilende	=	bevuilen
bevuiling	noun	het vies en smerig maken van iets
bevuilingen	=	bevuiling
bevuilinkje	=	bevuiling
bevuilinkjes	=	bevuiling
bevuilt	=	bevuilen
bevure	=	bevuren
bevuren	verb	aan beschieting blootstellen
bevurend	=	bevuren
bevurende	=	bevuren
bevuur	=	bevuren
bevuurd	=	bevuren
bevuurde	=	bevuren
bevuurden	=	bevuren
bevuurt	=	bevuren
bewaak	=	bewaken
bewaakster	noun	vrouwelijke vorm van bewaker
bewaaksters	=	bewaakster
bewaakt	=	bewaken
bewaakte	=	bewaken
bewaakten	=	bewaken
bewaar	=	bewaren
bewaarbaar	adj	dat iets door langer houden niet slechter wordt
bewaarbaarder	=	bewaarbaar
bewaarbaardere	=	bewaarbaar
bewaarbaarders	=	bewaarbaar
bewaarbaars	=	bewaarbaar
bewaarbaarst	=	bewaarbaar
bewaarbaarste	=	bewaarbaar
bewaarbare	=	bewaarbaar
bewaard	=	bewaren
bewaarde	=	bewaren
bewaarden	=	bewaren
bewaarder	noun	een persoon die niets kan weggooien
bewaarders	=	bewaarder
bewaardertje	=	bewaarder
bewaardertjes	=	bewaarder
bewaarduivel	noun	beschermduivel, een beschermer in de vorm van een duivel, je kunt ook door een slecht iemand beschermd worden, ook slechte mensen kunnen beschermd worden
bewaarduivels	=	bewaarduivel
bewaarduiveltje	=	bewaarduivel
bewaarduiveltjes	=	bewaarduivel
bewaaren	=	bewaren
bewaarengel	noun	een hemels wezen dat je tegen onheil beschermt, engelbewaarder, beschermengel, wachtengel
bewaarengelen	=	bewaarengel
bewaarengeltje	=	bewaarengel
bewaarengeltjes	=	bewaarengel
bewaargever	noun	iemand die een roerend goed bij een ander in bewaring geeft
bewaargevers	=	bewaargever
bewaargeving	noun	overeenkomst waarbij de nemer zich tegenover de gever verbindt een roerend goed dat de gever hem toevertrouwt, onder verplichting om het te bewaren en in natura terug te geven
bewaargevingen	=	bewaargeving
bewaarheden	=	bewaarheiden
bewaarheid	=	bewaarheiden
bewaarheidde	=	bewaarheiden
bewaarheidden	=	bewaarheiden
bewaarheide	=	bewaarheiden
bewaarheiden	verb	de waarheid aantonen
bewaarheidend	=	bewaarheiden
bewaarheidende	=	bewaarheiden
bewaarheidt	=	bewaarheiden
bewaarkosten	noun	geld dat men moet betalen om waardepapieren te laten bewaren door de bank
bewaarmiddel	noun	een stof die gebruikt wordt om bederfelijke waar goed te houden
bewaarmiddelen	=	bewaarmiddel
bewaarnemer	noun	iemand die een roerend goed voor een ander in bewaring ontvangt
bewaarnemers	=	bewaarnemer
bewaarplaats	noun	een gebouw waarin men goederen kan opbergen
bewaarplaatsen	=	bewaarplaats
bewaarscholen	=	bewaarschool
bewaarschool	noun	kleuterschool
bewaarschooltje	=	bewaarschool
bewaarschooltjes	=	bewaarschool
bewaarster	noun	vrouwelijke vorm van bewaarder
bewaarsters	=	bewaarster
bewaart	=	bewaren
bewaartemperaturen	=	bewaartemperatuur
bewaartemperatuur	noun	temperatuur waarbij men iets kan bewaren zonder dat de kwaliteit vermindert
bewaartemperatuurtje	=	bewaartemperatuur
bewaartemperatuurtjes	=	bewaartemperatuur
bewaartermijn	noun	de tijd dat men iets mag (of juist moet) opslaan
bewaartermijnen	=	bewaartermijn
bewaartijd	noun	de periode dat men gegevens mag of moet opslaan
bewaartijden	=	bewaartijd
bewaarzak	noun	een zak waarin je iets kunt bewaren
bewaarzakje	=	bewaarzak
bewaarzakjes	=	bewaarzak
bewaarzakken	=	bewaarzak
bewaasd	adj	met een waas bedekt
bewaasde	=	bewaasd
bewaasder	=	bewaasd
bewaasdere	=	bewaasd
bewaasders	=	bewaasd
bewaasds	=	bewaasd
bewaasdst	=	bewaasd
bewaasdste	=	bewaasd
bewake	=	bewaken
bewaken	verb	toezicht houden op de veiligheid van iets of iemand
bewakend	=	bewaken
bewakende	=	bewaken
bewaker	noun	een persoon die toezicht houdt op de veiligheid van iets of iemand
bewakers	=	bewaker
bewakertje	=	bewaker
bewakertjes	=	bewaker
bewaking	noun	het beveiligen van iets of iemand
bewakingen	=	bewaking
bewakingsapparatuur	noun	toestellen waarmee men iets of iemand in de gaten kan houden
bewakingsbeambte	noun	iemand die is aangesteld om iets of iemand te beschermen
bewakingsbeambten	=	bewakingsbeambte
bewakingsbedrijf	noun	organisatie die personen en objecten beveiligt tegen aanvallen
bewakingsbedrijven	=	bewakingsbedrijf
bewakingscamera	noun	een videocamera die in gebruik is om zaken of personen onder toezicht te houden
bewakingscamera's	=	bewakingscamera
bewakingscentrale	noun	plaats van waaruit men één of meer lokaties bewaakt
bewakingscentrales	=	bewakingscentrale
bewakingsdienst	noun	deel van een organisatie die zorgt voor de bescherming tegen inbraak en geweld
bewakingsdiensten	=	bewakingsdienst
bewakingsfirma	noun	particulier firma die toezicht houdt op de veiligheid van van iets of iemand
bewakingsfirma's	=	bewakingsfirma
bewakingsfirmaatje	=	bewakingsfirma
bewakingsfirmaatjes	=	bewakingsfirma
bewakingspersoneel	noun	mensen die in dienst zijn en als taak hebben iets te beschermen en te beveiligen
bewakingssysteem	noun	apparatuur waarmee men een persoon of object voortdurend in het oog kan houden
bewakingssystemen	=	bewakingssysteem
bewakingszone	noun	gebied met verscheprt toezicht
bewakingszonen	=	bewakingszone
bewakingszones	=	bewakingszone
bewakinkje	=	bewaking
bewakinkjes	=	bewaking
bewal	=	bewallen
bewald	=	bewallen
bewalde	=	bewallen
bewalden	=	bewallen
bewalle	=	bewallen
bewallen	verb	van een wal voorzien
bewallend	=	bewallen
bewallende	=	bewallen
bewalling	noun	een wal rond een water
bewallingen	=	bewalling
bewalm	=	bewalmen
bewalmd	=	bewalmen
bewalmde	=	bewalmen
bewalmden	=	bewalmen
bewalme	=	bewalmen
bewalmen	verb	met walm bedekken
bewalmend	=	bewalmen
bewalmende	=	bewalmen
bewalmt	=	bewalmen
bewalt	=	bewallen
bewandel	=	bewandelen
bewandeld	=	bewandelen
bewandelde	=	bewandelen
bewandelden	=	bewandelen
bewandele	=	bewandelen
bewandelen	verb	dat over iets gewandeld kan worden
bewandelend	=	bewandelen
bewandelende	=	bewandelen
bewandelt	=	bewandelen
bewapen	=	bewapenen
bewapend	=	bewapenen
bewapende	=	bewapenen
bewapenden	=	bewapenen
bewapene	=	bewapenen
bewapenen	verb	iets of iemand van wapens voorzien
bewapenend	=	bewapenen
bewapenende	=	bewapenen
bewapening	noun	het verschaffen van wapens aan iemand
bewapeningen	=	bewapening
bewapent	=	bewapenen
beware	=	bewaren
bewaren	verb	ervoor zorgen dat iets niet verloren raakt; behouden
bewarend	=	bewaren
bewarende	=	bewaren
bewaring	noun	tijdelijke opslag
bewaringen	=	bewaring
bewas	=	bewassen
bewasem	=	bewasemen
bewasemd	=	bewasemen
bewasemde	=	bewasemen
bewasemden	=	bewasemen
bewaseme	=	bewasemen
bewasemen	verb	een koud oppervlak bedekken met kleine waterdruppeltjes uit warme vochtige lucht (zoals bijvoorbeeld de uitgeademde lucht)
bewasemend	=	bewasemen
bewasemende	=	bewasemen
bewasemt	=	bewasemen
bewasse	=	bewassen
bewassen	verb	begroeid raken
bewassend	=	bewassen
bewassende	=	bewassen
bewassens	=	bewassen
bewassing	noun	het reinigen van iets of iemand
bewassingen	=	bewassing
bewast	=	bewassen
bewaste	=	bewassen
bewasten	=	bewassen
bewater	=	bewateren
bewaterd	=	bewateren
bewaterde	=	bewateren
bewaterden	=	bewateren
bewatere	=	bewateren
bewateren	verb	iets voorzien van water; ergens water overheen gieten
bewaterend	=	bewateren
bewaterende	=	bewateren
bewatering	noun	bevloeien met water in tijden van droogte
bewateringen	=	bewatering
bewatert	=	bewateren
beweeg	=	bewegen
beweeg-vmbo	noun	vmbo met extra sportlessen zodat de leerlingen zich beter zouden kunnen concentreren
beweeg-vmbo's	=	beweeg-vmbo
beweegbaar	adj	niet gefixeerd in een bepaalde stand of positie, flexibel
beweegbaarder	=	beweegbaar
beweegbaardere	=	beweegbaar
beweegbaarders	=	beweegbaar
beweegbaars	=	beweegbaar
beweegbaarst	=	beweegbaar
beweegbaarste	=	beweegbaar
beweegbare	=	beweegbaar
beweegclub	noun	informele sportclub waar 55-plussers zelf sportactiviteiten organiseren
beweegclubje	=	beweegclub
beweegclubjes	=	beweegclub
beweegclubs	=	beweegclub
beweeggrond	noun	de reden waarom men iets doet
beweeggronden	=	beweeggrond
beweegkracht	noun	invloed die iets van plaats of stand doet veranderen
beweegkrachten	=	beweegkracht
beweegkuren	=	beweegkuur
beweegkuur	noun	leefstijlinterventie waarbij personen worden gestimuleerd om o.a. meer te bewegen
beweegkuurtje	=	beweegkuur
beweegkuurtjes	=	beweegkuur
beweeglijk	adj	met gemak bewegend
beweeglijke	=	beweeglijk
beweeglijker	=	beweeglijk
beweeglijkere	=	beweeglijk
beweeglijkers	=	beweeglijk
beweeglijkheid	noun	de neiging om van bewegen; het kunnen bewegen
beweeglijks	=	beweeglijk
beweeglijkst	=	beweeglijk
beweeglijkste	=	beweeglijk
beweegreden	noun	de motivatie om in actie te komen
beweegredenen	=	beweegreden
beweegredentje	=	beweegreden
beweegredentjes	=	beweegreden
beweegt	=	bewegen
beweegtuin	noun	tuin of park met fitnesstoestellen (voor oudere personen)
beweegtuinen	=	beweegtuin
beween	=	bewenen
beweend	=	bewenen
beweende	=	bewenen
beweenden	=	bewenen
beweent	=	bewenen
beweer	=	beweren
beweerd	adv	in genoemde wijze
beweerde	=	beweren
beweerdelijk	adv	zoals wel beweerd wordt
beweerdelijkers	=	beweerdelijk
beweerden	=	beweren
beweerds	=	beweerd
beweert	=	beweren
bewees	=	bewijzen
beweest	=	bewijzen
bewege	=	bewegen
bewegelijk	adj	veel bewegend; snel veranderend
bewegelijke	=	bewegelijk
bewegelijker	=	bewegelijk
bewegelijkere	=	bewegelijk
bewegelijkers	=	bewegelijk
bewegelijkheid	noun	de mate waarin iets of iemand zich beweegt of kan veranderen
bewegelijks	=	bewegelijk
bewegelijkst	=	bewegelijk
bewegelijkste	=	bewegelijk
bewegen	verb	van plaats veranderen, niet stilstaan
bewegend	adj	niet stilstaand
bewegende	=	bewegend
bewegender	=	bewegend
bewegendere	=	bewegend
bewegenders	=	bewegend
bewegends	=	bewegend
bewegendst	=	bewegend
bewegendste	=	bewegend
beweger	noun	iets of iemand die niet stilstaat maar zich beweegt
bewegers	=	beweger
beweging	noun	in de staat verkeren waarin de locatie steeds verandert
bewegingen	=	beweging
bewegingloos	adj	zonder beweging
bewegingloosheden	=	bewegingloosheid
bewegingloosheid	noun	het bewegingloos zijn
bewegingloost	=	bewegingloos
beweginglooste	=	bewegingloos
bewegingloze	=	bewegingloos
beweginglozer	=	bewegingloos
beweginglozere	=	bewegingloos
beweginglozers	=	bewegingloos
bewegingsapparaat	noun	alle organen die dienen voor de voortbeweging van een organisme zoals bijvoorbeeld botten, spieren en gewrichten
bewegingsapparaatje	=	bewegingsapparaat
bewegingsapparaatjes	=	bewegingsapparaat
bewegingsapparaten	=	bewegingsapparaat
bewegingsarmoede	noun	het te weinig sporten of bewegen
bewegingscoach	noun	iemand die mensen adviseert op het gebied van beweging en voeding
bewegingscoaches	=	bewegingscoach
bewegingscombinatie	noun	een reek samenhangende bewegingen die nodig voor het uitvoeren van een bepaalde handeling
bewegingscombinaties	=	bewegingscombinatie
bewegingscombinatietje	=	bewegingscombinatie
bewegingscombinatietjes	=	bewegingscombinatie
bewegingsdeskundige	noun	iemand die veel kennis heeft over hoe mensen zich bewegen
bewegingsdeskundigen	=	bewegingsdeskundige
bewegingsdrang	noun	een niet te bedwingen neiging om te bewegen die een symptoom van een aandoening kan zijn maar ook een teken kan zijn van grote vitaliteit; motorische onrust
bewegingsenergie	noun	de energie die een bewegend voorwerp heeft doordat het beweegt; kinetische energie
bewegingsleer	noun	leer der bewegingen
bewegingsloos	adj	zonder te bewegen
bewegingsloosheden	=	bewegingsloosheid
bewegingsloosheid	noun	het bewegingsloos zijn
bewegingsloost	=	bewegingsloos
bewegingslooste	=	bewegingsloos
bewegingsloze	=	bewegingsloos
bewegingslozer	=	bewegingsloos
bewegingslozere	=	bewegingsloos
bewegingslozers	=	bewegingsloos
bewegingsmogelijkheden	=	bewegingsmogelijkheid
bewegingsmogelijkheid	noun	gelegenheid om te kunnen bewegen, de omstandigheid dat je kunt bewegen
bewegingsonderwijs	noun	lessen die die gericht zijn op de ontwikkeling van lichaam door sport en spel
bewegingspatronen	=	bewegingspatroon
bewegingspatroon	noun	de manier waarop iemand zich beweegt
bewegingspatroontje	=	bewegingspatroon
bewegingspatroontjes	=	bewegingspatroon
bewegingsperceptie	noun	het waarnemen van beweging
bewegingspercepties	=	bewegingsperceptie
bewegingsritme	noun	het aantal bewegingen per tijdseenheid
bewegingsritmen	=	bewegingsritme
bewegingsritmes	=	bewegingsritme
bewegingsruimte	noun|figurative	ruimte waarin men zich vrij kan bewegen (ook )
bewegingsruimten	=	bewegingsruimte
bewegingsruimtes	=	bewegingsruimte
bewegingssensor	noun	instrument dat een signaal afgeeft als iets van plaats verandert
bewegingssensoren	=	bewegingssensor
bewegingssensors	=	bewegingssensor
bewegingssnelheden	=	bewegingssnelheid
bewegingssnelheid	noun	het tempo waarin iemand van plaats verandert
bewegingsstoornis	noun	afwijking in de manier van bewegen
bewegingsstoornissen	=	bewegingsstoornis
bewegingstheater	noun	podiumkunst waarbij acteurs gebruik maken van verplaatsingen, houding en gebaren van hun lichaam, zonder tekst
bewegingstheaters	=	bewegingstheater
bewegingstherapie	noun	behandeling van patiënt door het stimuleren en mogelijk maken van lichaamsoefeningen
bewegingstherapieën	=	bewegingstherapie
bewegingstraining	noun	een serie oefeningen waarbij speciale bewegingen worden uitgevoerd en er ook gelet wordt op de technische uitvoering van de beweging
bewegingstrainingen	=	bewegingstraining
bewegingstraininkje	=	bewegingstraining
bewegingstraininkjes	=	bewegingstraining
bewegingsvrijheden	=	bewegingsvrijheid
bewegingsvrijheid	noun	de toestemming of fysieke mogelijkheid hebben om te gaan en te staan waar je zelf wilt of om te doen wat je zelf wilt
bewegingswetenschap	noun	wetenschap die het menselijk bewegen als object heeft
bewegingswetenschappen	=	bewegingswetenschap
bewegingswetenschapper	noun	persoon die de bewegingen van een mens of dier wetenschappelijk bestudeert
bewegingswetenschappers	=	bewegingswetenschapper
bewegingsziekte	noun	is de naam voor een verzameling van ziekteverschijnselen, die kunnen optreden als een persoon zich op een bewegend voorwerp bevind.
bewegingsziekten	=	bewegingsziekte
bewegingsziektes	=	bewegingsziekte
beweginkje	=	beweging
beweginkjes	=	beweging
bewegwijzer	=	bewegwijzeren
bewegwijzerd	=	bewegwijzeren
bewegwijzerde	=	bewegwijzeren
bewegwijzerden	=	bewegwijzeren
bewegwijzere	=	bewegwijzeren
bewegwijzeren	verb	van wegwijzers voorzien
bewegwijzerend	=	bewegwijzeren
bewegwijzerende	=	bewegwijzeren
bewegwijzering	noun	de manier waarop wegwijzers worden gebruikt
bewegwijzeringen	=	bewegwijzering
bewegwijzert	=	bewegwijzeren
beweid	=	beweiden
beweidde	=	beweiden
beweidden	=	beweiden
beweide	=	beweiden
beweiden	verb	op een grasland vee laten grazen
beweidend	=	beweiden
beweidende	=	beweiden
beweiding	noun	koeien, schapen of geiten in de wei laten grazen
beweidingen	=	beweiding
beweidinkje	=	beweiding
beweidinkjes	=	beweiding
beweidt	=	beweiden
bewene	=	bewenen
bewenen	verb	ergens over huilen; ergens over treuren
bewenend	=	bewenen
bewenende	=	bewenen
bewener	noun	iemand die treurt om een overledene
beweners	=	bewener
bewening	noun	het treuren om iets of iemand; het storten van tranen
beweningen	=	bewening
bewere	=	beweren
beweren	verb	iets met stelligheid verklaren waarvan het voor anderen niet duidelijk is of het waar is
bewerend	=	beweren
bewerende	=	beweren
bewering	noun	een stellige verklaring dat iets zo is, vaak zonder het geven van de redenen waarom, mening, propositie
beweringen	=	bewering
bewerinkje	=	bewering
bewerinkjes	=	bewering
bewerk	=	bewerken
bewerkbaar	adj	dat iets door arbeid veranderd kan worden
bewerkbaarder	=	bewerkbaar
bewerkbaardere	=	bewerkbaar
bewerkbaarders	=	bewerkbaar
bewerkbaars	=	bewerkbaar
bewerkbaarst	=	bewerkbaar
bewerkbaarste	=	bewerkbaar
bewerkbare	=	bewerkbaar
bewerke	=	bewerken
bewerkelijk	adj	veel arbeid vereisend
bewerkelijke	=	bewerkelijk
bewerkelijker	=	bewerkelijk
bewerkelijkere	=	bewerkelijk
bewerkelijkers	=	bewerkelijk
bewerkelijks	=	bewerkelijk
bewerkelijkst	=	bewerkelijk
bewerkelijkste	=	bewerkelijk
bewerken	verb	veranderen om iets voor een of ander doel geschikt te maken
bewerkend	=	bewerken
bewerkende	=	bewerken
bewerker	noun	iemand die dingen verandert
bewerkers	=	bewerker
bewerkertje	=	bewerker
bewerkertjes	=	bewerker
bewerking	noun	een verandering om iets voor een bepaald doel geschikt te maken
bewerkingen	=	bewerking
bewerkingsconflict	noun	probleem dat ontstaat wanneer twee of meer personen tegelijk dezelfde gegevens proberen te bewerken
bewerkingsconflicten	=	bewerkingsconflict
bewerkingsconflictje	=	bewerkingsconflict
bewerkingsconflictjes	=	bewerkingsconflict
bewerkingsoorlog	noun	een conflict tussen gebruikers op een wiki dat zich kenmerkt doordat zij herhaaldelijk elkaars bewerkingen ongedaan maken.
bewerkingsoorlogen	=	bewerkingsoorlog
bewerkingsoorlogje	=	bewerkingsoorlog
bewerkingsoorlogjes	=	bewerkingsoorlog
bewerkingsvolgorde	noun	de volgorde waarin men verschillende bewerkingen in een wiskundesom uitvoert
bewerkingsvolgorden	=	bewerkingsvolgorde
bewerkingsvolgordes	=	bewerkingsvolgorde
bewerkinkje	=	bewerking
bewerkinkjes	=	bewerking
bewerkstellig	=	bewerkstelligen
bewerkstelligd	=	bewerkstelligen
bewerkstelligde	=	bewerkstelligen
bewerkstelligden	=	bewerkstelligen
bewerkstellige	=	bewerkstelligen
bewerkstelligen	verb	zorgen dat iets tot stand komt
bewerkstelligend	=	bewerkstelligen
bewerkstelligende	=	bewerkstelligen
bewerkstelliging	noun	actieve poging om een bepaald doel te bereiken
bewerkstelligingen	=	bewerkstelliging
bewerkstelligingetje	=	bewerkstelliging
bewerkstelligingetjes	=	bewerkstelliging
bewerkstelligt	=	bewerkstelligen
bewerkster	noun	vrouwelijke vorm van bewerker
bewerksters	=	bewerkster
bewerkstertje	=	bewerkster
bewerkstertjes	=	bewerkster
bewerkt	=	bewerken
bewerkte	=	bewerken
bewerkten	=	bewerken
bewerktuiging	noun	de wijze waarop iets van werktuigen is voorzien
bewerktuigingen	=	bewerktuiging
bewerktuiginkje	=	bewerktuiging
bewerktuiginkjes	=	bewerktuiging
bewesten	prep	aan de westelijke zijde van
beweze	=	bewijzen
bewezen	adj	van iets dat het met zekerheid is aangetoond
bewezens	=	bewezen
bewezenverklaring	noun	rechterlijke uitspraak in een strafzaak dat een bepaalde verdenking bewezen geacht kan worden
bewezenverklaringen	=	bewezenverklaring
bewezenverklarinkje	=	bewezenverklaring
bewezenverklarinkjes	=	bewezenverklaring
bewieroke	=	bewieroken
bewieroken	verb	wierookdampen over iets of iemand aanbrengen
bewierokend	=	bewieroken
bewierokende	=	bewieroken
bewieroking	noun	het ergens de rook wierook over verspreiden
bewierokingen	=	bewieroking
bewierook	=	bewieroken
bewierookt	=	bewieroken
bewierookte	=	bewieroken
bewierookten	=	bewieroken
bewies	=	bewassen
bewiese	=	bewiesen
bewiesen	verb	betoveren, beheksen, magisch kwaad aan iemand berokkenen
bewiesend	=	bewiesen
bewiesende	=	bewiesen
bewiest	=	bewiesen
bewieste	=	bewiesen
bewiesten	=	bewiesen
bewijs	noun	datgene wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vast (kan) leggen
bewijsbaar	adj	dat iets niet alleen maar beweerd kan worden maar dat het ook met feiten aangetoond kan worden
bewijsbaarder	=	bewijsbaar
bewijsbaardere	=	bewijsbaar
bewijsbaarders	=	bewijsbaar
bewijsbaare	=	bewijsbaar
bewijsbaarheden	=	bewijsbaarheid
bewijsbaarheid	noun	het kunnen aantonen dat iets echt is zoals men denkt dat het is
bewijsbaars	=	bewijsbaar
bewijsbaarst	=	bewijsbaar
bewijsbaarste	=	bewijsbaar
bewijsbare	=	bewijsbaar
bewijsdrang	noun	de onbedwingbare neiging om aan te tonen dat men gelijk heeft
bewijsdrift	noun	de onweerstaanbare behoefte om te laten zien wat men waard is
bewijsgaring	noun	het verzamelen van bewijsmateriaal in een strafzaak
bewijsgaringen	=	bewijsgaring
bewijsgrond	noun	argument of bewijsmateriaal in een bewijsvoering
bewijsgronden	=	bewijsgrond
bewijsgrondje	=	bewijsgrond
bewijsje	=	bewijs
bewijsjes	=	bewijs
bewijskracht	noun	de mate waarin bepaalde gegevens of feiten een stelling onderbouwen
bewijskrachten	=	bewijskracht
bewijslast	noun	verplichting om het bewijs van bepaalde feiten te leveren
bewijslasten	=	bewijslast
bewijsmateriaal	noun	alles wat de juistheid van een bewering onweerlegbaar vastlegt
bewijsmaterialen	=	bewijsmateriaal
bewijsmiddel	noun	alle gegevens die vereist zijn voor de oordeelsvorming van de rechter
bewijsmiddelen	=	bewijsmiddel
bewijsplaats	noun	passage in een geschrift die wordt aangehaald om iets te staven
bewijsplaatsen	=	bewijsplaats
bewijsprobleem	noun	moeilijkheid met het aantonen dat een strafbaar feit echt heeft plaatsgevonden en door de verdachte is gepleegd
bewijsprobleempje	=	bewijsprobleem
bewijsprobleempjes	=	bewijsprobleem
bewijsproblemen	=	bewijsprobleem
bewijsrechtelijk	adj	de betekenis van bewijs het geheel van regels en principes die bepalen hoe, welke, en hoeveel bewijs (zoals getuigenissen, documenten, deskundigenrapporten, etc.) in een juridische procedure (civiel of straf) geleverd moet worden om feiten aannemelijk te maken
bewijsrechtelijke	=	bewijsrechtelijk
bewijsrechtelijker	=	bewijsrechtelijk
bewijsrechtelijkere	=	bewijsrechtelijk
bewijsrechtelijkers	=	bewijsrechtelijk
bewijsrechtelijks	=	bewijsrechtelijk
bewijsrechtelijkst	=	bewijsrechtelijk
bewijsrechtelijkste	=	bewijsrechtelijk
bewijsregel	noun	een erkende manier waarop men iets juridisch kan aantonen
bewijsregels	=	bewijsregel
bewijsstuk	noun	iets dat men kan gebruiken om aan te tonen dat een bewering juist is
bewijsstukje	=	bewijsstuk
bewijsstukjes	=	bewijsstuk
bewijsstukken	=	bewijsstuk
bewijst	=	bewijzen
bewijsteam	noun	team dat bewijs voor de politie verzamelt door observatie en filmen van relschoppers zodat deze gearresteerd en berecht kunnen worden
bewijsteams	=	bewijsteam
bewijstheorie	noun	een tak van de wiskundige logica die bewijzen als formele wiskundige objecten opvat
bewijstheorietje	=	bewijstheorie
bewijstheorietjes	=	bewijstheorie
bewijstheorieën	=	bewijstheorie
bewijsvermoeden	noun	situatie waarin een vermoeden reeds voldoende is om als bewijs te dienen
bewijsvermoedens	=	bewijsvermoeden
bewijsvoerend	adj	bewijsvoering ondersteunend, argumentatief
bewijsvoerende	=	bewijsvoerend
bewijsvoerends	=	bewijsvoerend
bewijsvoering	noun	redenering waarmee men een bewijs tracht te leveren, argumentatie
bewijsvoeringen	=	bewijsvoering
bewijswaarde	noun	de mate waarin iets een bijdrage levert aan het aantonen van het beweerde
bewijswaarden	=	bewijswaarde
bewijswaardes	=	bewijswaarde
bewijze	=	bewijs
bewijzen	verb	aantonen; staven
bewijzend	=	bewijzen
bewijzende	=	bewijzen
bewillig	=	bewilligen
bewilligd	=	bewilligen
bewilligde	=	bewilligen
bewilligden	=	bewilligen
bewillige	=	bewilligen
bewilligen	verb	iemands wens vervullen
bewilligend	=	bewilligen
bewilligende	=	bewilligen
bewilliging	noun	het bewilligen
bewilligingen	=	bewilliging
bewilligingetje	=	bewilliging
bewilligingetjes	=	bewilliging
bewilligingsverklaring	noun	document dat een kandidaat bij verkiezinɡen voor een volksverteɡenwoordiɡinɡ ondertekent als bewijs dat hij instemt met zijn kandidatuur
bewilligingsverklaringen	=	bewilligingsverklaring
bewilligingsverklarinkje	=	bewilligingsverklaring
bewilligingsverklarinkjes	=	bewilligingsverklaring
bewilligt	=	bewilligen
bewind	noun	een groep personen die de macht uitoefent
bewinden	=	bewind
bewindhebber	noun	iemand die ergens het beheer over heeft
bewindhebbers	=	bewindhebber
bewindje	=	bewind
bewindjes	=	bewind
bewindslieden	=	bewindsman
bewindsliedenoverleg	noun	bijeenkomst tussen verschillende ministers en staatssecretarissen
bewindsliedenoverleggen	=	bewindsliedenoverleg
bewindslui	=	bewindsman
bewindsman	noun	een man die als minister of staatssecretaris deel uitmaakt van een regering
bewindsmannen	=	bewindsman
bewindsmannetje	=	bewindsman
bewindsmannetjes	=	bewindsman
bewindsperiode	noun	tijdperk dat iemand als minister actief is
bewindsperioden	=	bewindsperiode
bewindsperiodes	=	bewindsperiode
bewindspersonen	=	bewindspersoon
bewindspersonenoverleg	noun	overleg tussen ministers en staatssecretarissen
bewindspersonenoverleggen	=	bewindspersonenoverleg
bewindspersoon	noun	een vrouwelijk of mannelijk lid van de regering
bewindspersoontje	=	bewindspersoon
bewindspersoontjes	=	bewindspersoon
bewindsvrouw	noun	een vrouwelijke bewindsman, vrouwelijk lid van de regering
bewindsvrouwe	noun	een vrouwelijke minister of staatssecretaris
bewindsvrouwen	=	bewindsvrouw
bewindsvrouwtje	=	bewindsvrouw
bewindsvrouwtjes	=	bewindsvrouw
bewindvoerder	noun	iemand die als minister deelneemt aan de regering
bewindvoerders	=	bewindvoerder
bewindvoerdertje	=	bewindvoerder
bewindvoerdertjes	=	bewindvoerder
bewindvoering	noun	het regelen van zaken voor een persoon of organisatie die daartoe niet zelf in staat is
bewindvoeringen	=	bewindvoering
bewindvoerster	noun	vrouw die de tijdelijk aan het hoofd van een bedrijf staat na het faillissement
bewindvoersters	=	bewindvoerster
bewindvoerstertje	=	bewindvoerster
bewindvoerstertjes	=	bewindvoerster
bewoge	=	bewegen
bewogen	adj	toestand waarin je verkeert als iets je emotioneel geraakt heeft
bewogener	=	bewogen
bewogeners	=	bewogen
bewogenheid	noun	de mate waarin iemand emotioneel geraakt is
bewogens	=	bewogen
bewogenst	=	bewogen
bewogenste	=	bewogen
bewolk	=	bewolken
bewolke	=	bewolken
bewolken	verb	met wolken bedekt worden
bewolkend	=	bewolken
bewolkende	=	bewolken
bewolking	noun	het geheel aan wolken dat in de lucht aanwezig is
bewolkingen	=	bewolking
bewolkingsgraad	noun	de mate van bewolking
bewolkingsgraden	=	bewolkingsgraad
bewolkinkje	=	bewolking
bewolkinkjes	=	bewolking
bewolkt	adj	met wolken bedekt
bewolkte	=	bewolkt
bewolkten	=	bewolken
bewolkter	=	bewolkt
bewolktere	=	bewolkt
bewolkters	=	bewolkt
bewolkts	=	bewolkt
bewolktst	=	bewolkt
bewolktste	=	bewolkt
bewonder	=	bewonderen
bewonderaar	noun	een persoon die iemand bewondert, de fan, supporter, aanhanger
bewonderaars	=	bewonderaar
bewonderaarster	noun	vrouwelijke bewonderaar, fan
bewonderaarsters	=	bewonderaarster
bewonderaarstertje	=	bewonderaarster
bewonderaarstertjes	=	bewonderaarster
bewonderaartje	=	bewonderaar
bewonderaartjes	=	bewonderaar
bewonderd	=	bewonderen
bewonderde	=	bewonderen
bewonderden	=	bewonderen
bewondere	=	bewonderen
bewonderen	verb	bekijken met respect, iets zo goed vinden dat je het haast een wonder vindt
bewonderend	adj	positief, enthousiast
bewonderende	=	bewonderen
bewonderender	=	bewonderend
bewonderendere	=	bewonderend
bewonderenders	=	bewonderend
bewonderends	=	bewonderend
bewonderendst	=	bewonderend
bewonderendste	=	bewonderend
bewonderenswaard	adj	het bewonderen waard, bewonderenswaardig
bewonderenswaarde	=	bewonderenswaard
bewonderenswaarder	=	bewonderenswaard
bewonderenswaardere	=	bewonderenswaard
bewonderenswaarders	=	bewonderenswaard
bewonderenswaardig	adj	wat het verdient bewonderd te worden
bewonderenswaardige	=	bewonderenswaardig
bewonderenswaardiger	=	bewonderenswaardig
bewonderenswaardigere	=	bewonderenswaardig
bewonderenswaardigers	=	bewonderenswaardig
bewonderenswaardigs	=	bewonderenswaardig
bewonderenswaardigst	=	bewonderenswaardig
bewonderenswaardigste	=	bewonderenswaardig
bewonderenswaards	=	bewonderenswaard
bewonderenswaardst	=	bewonderenswaard
bewonderenswaardste	=	bewonderenswaard
bewondering	noun	het bekijken met enig ontzag
bewonderingswaardig	adj	bewonderenswaardig
bewonderingswaardige	=	bewonderingswaardig
bewonderingswaardiger	=	bewonderingswaardig
bewonderingswaardigere	=	bewonderingswaardig
bewonderingswaardigers	=	bewonderingswaardig
bewonderingswaardigs	=	bewonderingswaardig
bewonderingswaardigst	=	bewonderingswaardig
bewonderingswaardigste	=	bewonderingswaardig
bewondert	=	bewonderen
bewone	=	bewonen
bewonen	verb	wonen in, wonen op
bewonend	=	bewonen
bewonende	=	bewonen
bewoner	noun	iemand die in of op iets woont
bewoners	=	bewoner
bewonersavond	noun	bijeenkomst in de avonduren van de inwoners van een bepaald gebied
bewonersavonden	=	bewonersavond
bewonerscomiteetje	=	bewonerscomité
bewonerscomiteetjes	=	bewonerscomité
bewonerscomité	noun	groep met elkaar samenwerkende inwoners van een bepaald gebied; groep mensen die de inwoners van een bepaald gebied vertegenwoordigen
bewonerscomités	=	bewonerscomité
bewonerscommissie	noun	groep mensen die de belangen behartigt namens alle huurders van één of meer wooncomplexen
bewonerscommissies	=	bewonerscommissie
bewonerscontact	noun	relaties die de verhuurder onderhoudt met de huurders
bewonerscontacten	=	bewonerscontact
bewonersgroep	noun	groep mensen die ergens woont
bewonersgroepen	=	bewonersgroep
bewonersgroepje	=	bewonersgroep
bewonersgroepjes	=	bewonersgroep
bewonersorganisatie	noun	groep mensen die de inwoners van een bepaald gebied vertegenwoordigen
bewonersorganisaties	=	bewonersorganisatie
bewonersparkeren	verb	regeling waarbij bewoners van een bepaalde wijk gratis kunnen parkeren terwijl bezoekers moeten betalen om te parkeren
bewonersparkerend	=	bewonersparkeren
bewonersparkerende	=	bewonersparkeren
bewonersplatform	noun	organisatie waarin bewoners hun mening kunnen uiten
bewonersplatformen	=	bewonersplatform
bewonersplatforms	=	bewonersplatform
bewonersraad	noun	groep bewoners die de bewoners van iets vertegenwoordigen
bewonersraden	=	bewonersraad
bewonersvereniging	noun	belangenorganisatie van een groep mensen die in een zelfde gebouw of wijk wonen
bewonersverenigingen	=	bewonersvereniging
bewonersverenigingetje	=	bewonersvereniging
bewonersverenigingetjes	=	bewonersvereniging
bewonertje	=	bewoner
bewonertjes	=	bewoner
bewoning	noun	de permanente aanwezigheid van een bepaalde plaats
bewoningen	=	bewoning
bewoninkje	=	bewoning
bewoninkjes	=	bewoning
bewoog	=	bewegen
bewoogt	=	bewegen
bewoon	=	bewonen
bewoonbaar	adj	geschikt om te bewonen
bewoonbaarder	=	bewoonbaar
bewoonbaardere	=	bewoonbaar
bewoonbaarders	=	bewoonbaar
bewoonbaarheden	=	bewoonbaarheid
bewoonbaarheid	noun	de mate waarin een gebouw geschikt is voor bewoning door mensen
bewoonbaars	=	bewoonbaar
bewoonbaarst	=	bewoonbaar
bewoonbaarste	=	bewoonbaar
bewoonbare	=	bewoonbaar
bewoond	=	bewonen
bewoonde	verb	bewoonde wereld: gebied waar mensen wonen en werken
bewoonden	=	bewonen
bewoonster	noun	vrouw die bewoont
bewoonsters	=	bewoonster
bewoonstertje	=	bewoonster
bewoonstertjes	=	bewoonster
bewoont	=	bewonen
bewoord	=	bewoorden
bewoordde	=	bewoorden
bewoordden	=	bewoorden
bewoorde	=	bewoorden
bewoorden	verb	van woorden voorzien
bewoordend	=	bewoorden
bewoordende	=	bewoorden
bewoording	noun	een beschrijving in woorden
bewoordingen	=	bewoording
bewoordinkje	=	bewoording
bewoordinkjes	=	bewoording
bewoordt	=	bewoorden
bewounes	intj	helaas!
bewust	adj	iets waarvan kennis is genomen, iets wat met nadenken gebeurt of juist niet gebeurt, opzettelijk, expres
bewuste	=	bewust
bewusteloos	adj	in een toestand waarin men het bewustzijn voor de omgeving is verloren, buiten kennis, in coma zijn	adv	in een toestand waarin men het bewustzijn voor de omgeving is verloren, buiten kennis, in coma zijn
bewusteloosheden	=	bewusteloosheid
bewusteloosheid	noun	de staat van het bewusteloos zijn
bewusteloost	=	bewusteloos
bewustelooste	=	bewusteloos
bewusteloze	=	bewusteloos
bewustelozer	=	bewusteloos
bewustelozere	=	bewusteloos
bewustelozers	=	bewusteloos
bewuster	=	bewust
bewustere	=	bewust
bewusters	=	bewust
bewustgemaakt	=	bewustmaken
bewustheden	=	bewustheid
bewustheid	noun	het bewust zijn
bewustheidje	=	bewustheid
bewustheidjes	=	bewustheid
bewustmaak	=	bewustmaken
bewustmaakt	=	bewustmaken
bewustmaakte	=	bewustmaken
bewustmaakten	=	bewustmaken
bewustmake	=	bewustmaken
bewustmaken	verb	mensen informatie verschaffen over iets dat ze zich onvoldoende realiseren; mensen iets laten beseffen
bewustmakend	=	bewustmaken
bewustmakende	=	bewustmaken
bewustmaking	noun	het proces waarbij men zich zaken gaat realiseren die men eerst over het hoofd zag
bewustmakingen	=	bewustmaking
bewustmakinkje	=	bewustmaking
bewustmakinkjes	=	bewustmaking
bewusts	=	bewust
bewustst	=	bewust
bewustste	=	bewust
bewustwording	noun	het bewust worden van iets
bewustwordingen	=	bewustwording
bewustwordingscampagne	noun	actie die erop gericht is mensen kennis van iets te laten nemen; actie die erop gericht is mensen te informeren met als doel dat ze in actie komen
bewustwordingscampagnes	=	bewustwordingscampagne
bewustwordingsproces	noun	ontwikkeling waarbij men zich zaken gaat realiseren waar men eerst niet aan dacht of wilde denken
bewustwordingsprocessen	=	bewustwordingsproces
bewustwordinkje	=	bewustwording
bewustwordinkjes	=	bewustwording
bewustzijn	noun	een toestand waarin men gewaarwordingen uit zijn omgeving ondergaat en besef heeft van het eigen ik, wakker
bewustzijnsbeweging	noun	een verzamelnaam voor maatschappelijke, religieuze of spirituele groeperingen die streven naar een fundamentele verandering in hoe mensen de wereld en zichzelf waarnemen
bewustzijnsbewegingen	=	bewustzijnsbeweging
bewustzijnsbeweginkje	=	bewustzijnsbeweging
bewustzijnsbeweginkjes	=	bewustzijnsbeweging
bewustzijnsdaling	noun	het minder wakker en alert zijn
bewustzijnsdalingen	=	bewustzijnsdaling
bewustzijnsniveau	noun	een aanduiding voor de mate waarin iemand alert is en reageert op stimuli uit de omgeving
bewustzijnsniveaus	=	bewustzijnsniveau
bewustzijnstoestand	noun	hoe wakker men is en hoe bewust men is van het feit dat men er is
bewustzijnstoestanden	=	bewustzijnstoestand
bewustzijnsverandering	noun	het radicaal anders bezien en beoordelen van de wereld
bewustzijnsveranderingen	=	bewustzijnsverandering
bewustzijnsveranderingetje	=	bewustzijnsverandering
bewustzijnsveranderingetjes	=	bewustzijnsverandering
bewustzijnsverlies	noun	het verlies van het bewustzijn
bewustzijnsverliesje	=	bewustzijnsverlies
bewustzijnsverliesjes	=	bewustzijnsverlies
bewustzijnsverliezen	=	bewustzijnsverlies
bewustzijnsvernauwing	noun	situatie waarin men niet meer toegankelijk is voor een andere visie op de werkelijkheid dan de visie die men al heeft
bewustzijnsvernauwingen	=	bewustzijnsvernauwing
bewustzijnsverruimend	adj	het bewustzijn meer of andere mogelijkheden gevend door de waarneming en beleving te beïnvloeden (o.a. door drugs)
bewustzijnsverruimende	=	bewustzijnsverruimend
bewustzijnsverruimender	=	bewustzijnsverruimend
bewustzijnsverruimendere	=	bewustzijnsverruimend
bewustzijnsverruimenders	=	bewustzijnsverruimend
bewustzijnsverruimends	=	bewustzijnsverruimend
bewustzijnsverruimendst	=	bewustzijnsverruimend
bewustzijnsverruimendste	=	bewustzijnsverruimend
bewustzijnverruimend	adj	bewustzijnsverruimend
bewustzijnverruimende	=	bewustzijnverruimend
bewustzijnverruimender	=	bewustzijnverruimend
bewustzijnverruimendere	=	bewustzijnverruimend
bewustzijnverruimenders	=	bewustzijnverruimend
bewustzijnverruimends	=	bewustzijnverruimend
bewustzijnverruimendst	=	bewustzijnverruimend
bewustzijnverruimendste	=	bewustzijnverruimend
beyde	=	beide
beyoncé-feminisme	noun	politieke stroming waarbij vrouwen hun aantrekkelijkheid inzetten om de positie van vrouwen te verbeteren
beyoncéfeminisme	noun	politieke stroming waarbij vrouwen hun aantrekkelijkheid inzetten om de positie van vrouwen te verbeteren
beyoncévlieg	noun	Scaptia beyonceae paardenvlieg met een opmerkelijk goudkleurig achterlijf
beyoncévliegen	=	beyoncévlieg
beyond	prep	verdergaand dan
bezaagd	adj	van hout dat het gezaagd maar (nog) niet geschaafd is
bezaagde	=	bezaagd
bezaagds	=	bezaagd
bezaagt	=	bezien
bezaai	=	bezaaien
bezaaid	adj	overdekt met
bezaaide	=	bezaaid
bezaaiden	=	bezaaien
bezaaids	=	bezaaid
bezaaie	=	bezaaien
bezaaien	verb	een akker met zaad bestrooien
bezaaiend	=	bezaaien
bezaaiende	=	bezaaien
bezaaiing	noun	dat wat gezaaid is
bezaaiingen	=	bezaaiing
bezaaiinkje	=	bezaaiing
bezaaiinkjes	=	bezaaiing
bezaait	=	bezaaien
bezaan	noun	de langsgetuigde, achterste mast van een zeilschip
bezaanmast	=	bezaansmast
bezaansmast	noun	achterste mast op een klassiek zeilschip, mast waaraan geen dwarsgetuigde zeilen gevoerd worden Een uitzondering is de haringbuis (16-e tot 19-e eeuw), die aan de bezaansmast een dwarsgetuigd zeil voer.
bezaansmasten	=	bezaansmast
bezaansmastje	=	bezaansmast
bezaansmastjes	=	bezaansmast
bezaantje	noun	alleen verkleinwoord soort kwal Velella velella die zich met een driehoekig zeiltje kan voortbewegen
bezaantjes	=	bezaan
bezadigd	adj	bedaard, ingetogen
bezadigde	=	bezadigd
bezadigder	=	bezadigd
bezadigdere	=	bezadigd
bezadigders	=	bezadigd
bezadigdheid	noun	kalmte van de geest (die met je jaren komt)
bezadigds	=	bezadigd
bezadigdst	=	bezadigd
bezadigdste	=	bezadigd
bezag	=	bezien
bezage	=	bezien
bezagen	=	bezien
bezak	=	bezakken
bezakke	=	bezakken
bezakken	verb	tot een bepaalde diepte laten dalen
bezakkend	=	bezakken
bezakkende	=	bezakken
bezakt	=	bezakken
bezakte	=	bezakken
bezakten	=	bezakken
bezand	=	bezanden
bezandde	=	bezanden
bezandden	=	bezanden
bezande	=	bezanden
bezanden	verb	overdekken met zand of aarde
bezandend	=	bezanden
bezandende	=	bezanden
bezandt	=	bezanden
bezanen	=	bezaan
bezant	noun	een Byzantijnse munt
bezanten	=	bezant
bezantje	=	bezant
bezantjes	=	bezant
bezat	=	bezitten
bezate	=	bezitten
bezaten	=	bezitten
bezatte	=	bezatten
bezatten	verb	zich tot dronkenschap bedrinken
bezattend	=	bezatten
bezattende	=	bezatten
bezeek	=	bezeiken
bezeekt	=	bezeiken
bezeer	=	bezeren
bezeerd	=	bezeren
bezeerde	=	bezeren
bezeerden	=	bezeren
bezeert	=	bezeren
bezeeveren	=	bezeveren
bezegel	=	bezegelen
bezegeld	=	bezegelen
bezegelde	=	bezegelen
bezegelden	=	bezegelen
bezegele	=	bezegelen
bezegelen	verb	een zegel aanbrengen op
bezegelend	=	bezegelen
bezegelende	=	bezegelen
bezegeling	noun	bevestiging van een gemaakte afspraak
bezegelingen	=	bezegeling
bezegelt	=	bezegelen
bezeik	=	bezeiken
bezeike	=	bezeiken
bezeiken	verb	op iemand of iets urineren
bezeikend	=	bezeiken
bezeikende	=	bezeiken
bezeikt	=	bezeiken
bezeikte	=	bezeiken
bezeikten	=	bezeiken
bezeil	=	bezeilen
bezeild	=	bezeilen
bezeilde	=	bezeilen
bezeilden	=	bezeilen
bezeildheid	noun	het bezeild zijn
bezeile	=	bezeilen
bezeilen	verb	met een zeilboot of -schip bevaren
bezeilend	=	bezeilen
bezeilende	=	bezeilen
bezeilt	=	bezeilen
bezeke	=	bees
bezeken	=	bezeiken
bezem	noun	voorwerp om stof en vuil bij elkaar te vegen
bezembinder	noun	iemand die (straat)bezems maakt
bezembinders	=	bezembinder
bezembremkokermot	noun	Coleophora calycotomella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
bezembremkokermotje	=	bezembremkokermot
bezembremkokermotjes	=	bezembremkokermot
bezembremkokermotten	=	bezembremkokermot
bezemde	=	bezemen
bezemden	=	bezemen
bezemdophei	noun	bepaald soort metershoge hoge struik, Erica scoparia uit de heidefamilie (Ericaceae) die vooral in Zuid-Europa (bijv. de Canarische Eilanden) voorkomt
bezeme	=	bezemen
bezemen	verb	met een bezem schoonmaken
bezemend	=	bezemen
bezemende	=	bezemen
bezemfranjehoed	noun	Psathyrella lacuum een paddenstoel uit de familie Psathyrellaceae.
bezemfranjehoeden	=	bezemfranjehoed
bezemfranjehoedje	=	bezemfranjehoed
bezemfranjehoedjes	=	bezemfranjehoed
bezemkast	noun	kast in huis waarin schoonmaaktspullen staan opgeslagen
bezemkasten	=	bezemkast
bezemkastje	=	bezemkast
bezemkastjes	=	bezemkast
bezemklas	noun	een klas met leerlingen die de laatste kans krijgen om een opgeheven opleiding af te maken
bezemklasje	=	bezemklas
bezemklasjes	=	bezemklas
bezemklassen	=	bezemklas
bezemkoraaltje	noun	Ramariopsis tenuiramosa een schimmel behorend tot de familie Clavariaceae.
bezemkoraaltjes	=	bezemkoraaltje
bezemkruiskruid	noun	Senecio inaequidens een giftige vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae), oorspronkelijk uit Zuid-Afrika
bezemkruiskruiden	=	bezemkruiskruid
bezemmos	noun	Paraleucobryum longifolium een bladmos behorend tot de gaffeltandmosfamilie.
bezemmosje	=	bezemmos
bezemmosjes	=	bezemmos
bezemmossen	=	bezemmos
bezempje	=	bezem
bezempjes	=	bezem
bezems	=	bezem
bezemschone	=	bezemschoon
bezemschoon	adj	oppervlakkig gereinigd, zo schoon als het wordt als men de ruimte gebezemd heeft
bezemschoons	=	bezemschoon
bezemsteel	noun	de lange stok waaraan de borstel van een bezem bevestigd is
bezemsteeltje	=	bezemsteel
bezemsteeltjes	=	bezemsteel
bezemstelen	=	bezemsteel
bezemstruik	noun	Spartium junceum een sterk vertakte plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
bezemstruiken	=	bezemstruik
bezemstruikje	=	bezemstruik
bezemstruikjes	=	bezemstruik
bezemt	=	bezemen
bezemwagen	noun	een wagen met een bezem waarmee de weg schoongemaakt kan worden ook wel een veegwagen genoemd
bezemwagens	=	bezemwagen
bezemwagentje	=	bezemwagen
bezemwagentjes	=	bezemwagen
bezen	=	bees
bezender	=	bezenderen
bezenderd	adj	het aanbrengen van een radiopeilzender aan een mens, dier, voer- of vaartuig om diens gangen te kunnen volgen
bezenderde	=	bezenderd
bezenderden	=	bezenderen
bezenderds	=	bezenderd
bezendere	=	bezenderen
bezenderen	verb	het bij een mens, dier, voer- of vaartuig aanbrengen van een radiopeilzender zodat diens gangen kunnen worden gevolgd
bezenderend	=	bezenderen
bezenderende	=	bezenderen
bezendert	=	bezenderen
bezending	noun	het als gezant, zendeling of missionaris uitgezonden worden
bezendingen	=	bezending
bezendinkje	=	bezending
bezendinkjes	=	bezending
bezere	=	bezeren
bezeren	verb	zich ~: zich pijn doen
bezerend	=	bezeren
bezerende	=	bezeren
bezet	adj	gedomineerd door de aanwezigheid van een vreemd leger
bezeten	adj	onder de invloed van een boze geest zijn
bezetene	noun	iemand die lijdt aan een psychiatrische aandoening
bezetenen	=	bezetene
bezetener	=	bezeten
bezeteners	=	bezeten
bezetenheden	=	bezetenheid
bezetenheid	noun	religieuze term waarmee wordt bedoeld dat iemand door de duivel of een boze geest (een demon) in bezit zou zijn genomen.
bezetens	=	bezeten
bezetenst	=	bezeten
bezetenste	=	bezeten
bezets	=	bezet
bezetsel	noun	middel om een muur glad af te werken zodat ze later beschilderd of behangen kan worden
bezetsels	=	bezetsel
bezetst	=	bezet
bezetste	=	bezet
bezette	=	bezetten
bezetten	verb	in gebruik hebben zodat iemand anders er geen gebruik van kan maken
bezettend	=	bezetten
bezettende	=	bezetten
bezetter	noun	iemand die bezet, meer in het bijzonder de bezetter van een overwonnen natie in oorlogstijd
bezettere	=	bezet
bezetters	=	bezetter
bezettertje	=	bezetter
bezettertjes	=	bezetter
bezetting	noun	toestand waarbij het grondgebied van een land wordt bestuurd door een ander land
bezettingen	=	bezetting
bezettingsactie	noun	georganiseerde campagne die een bepaald, meest sociaal of politiek, doel nastreeft door het gebruik van een bepaalde ruimte onmogelijk te maken
bezettingsacties	=	bezettingsactie
bezettingsautoriteit	noun	de overheid de door vreemde, bezettende mogendheid is ingesteld
bezettingsautoriteiten	=	bezettingsautoriteit
bezettingsgraad	noun	de mate waarin een bepaalde faciliteit gebruikt wordt
bezettingsgraden	=	bezettingsgraad
bezettingsjaar	noun	een jaar dat een land door een vreemde mogendheid wordt overheerst
bezettingsjaren	=	bezettingsjaar
bezettingskosten	noun	de kosten die een bezettende macht heeft om een gebied te bezetten
bezettingsleger	noun	een leger dat (een deel van) een ander land overheerst zonder toestemming van dat land
bezettingslegers	=	bezettingsleger
bezettingslegertje	=	bezettingsleger
bezettingslegertjes	=	bezettingsleger
bezettingsmacht	noun	een strijdmacht die door zijn aanwezigheid op vreemde grond er de macht uitoefent
bezettingsmachten	=	bezettingsmacht
bezettingsmachtje	=	bezettingsmacht
bezettingsmachtjes	=	bezettingsmacht
bezettingspercentage	noun	aantal gebruikers gedeeld door het aantal beschikbare plaatsen uitgedrukt in een percentage
bezettingspercentages	=	bezettingspercentage
bezettingspolitiek	noun	het streven om een bepaald gebied met een gewapende macht onder controle te houden
bezettingstijd	noun	de tijdsperiode dat een land of bebied onder controle is van een gewapende vreemde mogendheid
bezettingstijden	=	bezettingstijd
bezettingstroep	noun	een groep die de macht heeft overgenomen in een ander dan het eigen territorium
bezettingstroepen	noun	leger dat de macht heeft overgenomen in een ander dan het eigen land
bezettingstroepje	=	bezettingstroep
bezettingstroepjes	=	bezettingstroep
bezettingszone	noun	deel van een land dat door een vreemde mogenheid wordt bestuurd
bezettingszones	=	bezettingszone
bezettingszône	=	bezettingszone
bezettinkje	=	bezetting
bezettinkjes	=	bezetting
bezettonen	=	bezettoon
bezettoon	noun	toon die men in een telefoon hoort als een nummer in gesprek is
bezettoontje	=	bezettoon
bezettoontjes	=	bezettoon
bezever	=	bezeveren
bezeverd	=	bezeveren
bezeverde	=	bezeveren
bezeverden	=	bezeveren
bezevere	=	bezeveren
bezeveren	verb	zeuren, zaniken, klagen
bezeverend	=	bezeveren
bezevert	=	bezeveren
bezichtig	=	bezichtigen
bezichtigd	=	bezichtigen
bezichtigde	=	bezichtigen
bezichtigden	=	bezichtigen
bezichtige	=	bezichtigen
bezichtigen	verb	naar een object kijken, bekijken, observeren
bezichtigend	=	bezichtigen
bezichtigende	=	bezichtigen
bezichtiging	noun	het bekijken
bezichtigingen	=	bezichtiging
bezichtigingetje	=	bezichtiging
bezichtigingetjes	=	bezichtiging
bezichtigt	=	bezichtigen
bezie	=	bezien
beziel	=	bezielen
bezield	adj	enthousiast
bezielde	=	bezielen
bezielden	=	bezielen
bezielder	=	bezield
bezieldere	=	bezield
bezielders	=	bezield
bezieldheden	=	bezieldheid
bezieldheid	noun	het bezield zijn
bezields	=	bezield
bezieldst	=	bezield
bezieldste	=	bezield
beziele	=	bezielen
bezielen	verb	inspireren
bezielend	adj	van iets dat het mensen enthousiast maakt
bezielende	=	bezielen
bezielender	=	bezielend
bezielendere	=	bezielend
bezielenders	=	bezielend
bezielends	=	bezielend
bezielendst	=	bezielend
bezielendste	=	bezielend
bezieler	noun	iemand die anderen ergens enthousiast voor maakt
bezielers	=	bezieler
bezieling	noun	het gemotiveerd zijn, het anderen motiveren
bezielingen	=	bezieling
bezielt	=	bezielen
bezien	verb	in ogenschouw nemen
beziend	=	bezien
beziende	=	bezien
beziene	=	bezien
beziens	=	bezien
bezienswaard	adj	het bezien waard, bezienswaardig
bezienswaarde	=	bezienswaard
bezienswaarder	=	bezienswaard
bezienswaardere	=	bezienswaard
bezienswaarders	=	bezienswaard
bezienswaardig	adj	interessant om naar te kijken
bezienswaardige	=	bezienswaardig
bezienswaardiger	=	bezienswaardig
bezienswaardigere	=	bezienswaardig
bezienswaardigers	=	bezienswaardig
bezienswaardigheden	=	bezienswaardigheid
bezienswaardigheid	noun	een plaats die of een voorwerp dat door velen bezocht en bekeken wordt
bezienswaardigheidje	=	bezienswaardigheid
bezienswaardigheidjes	=	bezienswaardigheid
bezienswaardigs	=	bezienswaardig
bezienswaardigst	=	bezienswaardig
bezienswaardigste	=	bezienswaardig
bezienswaards	=	bezienswaard
bezienswaardst	=	bezienswaard
bezienswaardste	=	bezienswaard
bezies	=	bezien
beziet	=	bezien
bezietje	=	bezien
bezietjes	=	bezien
bezig	adj	aan het werken
bezigde	=	bezigen
bezigden	=	bezigen
bezige	=	bezig
bezigen	verb	gebruik maken van iets
bezigend	=	bezigen
bezigende	=	bezigen
beziger	=	bezig
bezigere	=	bezig
bezigers	=	bezig
beziggehouden	=	bezighouden
bezigheden	=	bezigheid
bezigheid	noun	iets waarmee men bezig is
bezigheidje	=	bezigheid
bezigheidjes	=	bezigheid
bezigheidstehuis	noun	instellingen zoals verzorgingstehuizen, bejaardentehuizen of woon-zorgcentra waar bewoners professionele zorg krijgen en waar ze dagelijkse bezigheden kunnen doen om een zinvolle dagstructuur te hebben
bezigheidstehuisje	=	bezigheidstehuis
bezigheidstehuisjes	=	bezigheidstehuis
bezigheidstehuizen	=	bezigheidstehuis
bezigheidstherapie	noun	een bezigheid die op zich weinig nut heeft maar het uitvoeren van de bezigheid zou wel een heilzame werking hebben op de beoefenaar van de bezigheid
bezigheidstherapieën	=	bezigheidstherapie
bezighield	=	bezighouden
bezighielde	=	bezighouden
bezighielden	=	bezighouden
bezighieldt	=	bezighouden
bezighou	=	bezighouden
bezighoud	=	bezighouden
bezighoude	=	bezighouden
bezighouden	verb	de aandacht ergens op gericht houden
bezighoudend	=	bezighouden
bezighoudende	=	bezighouden
bezighouding	noun	het geven van werk, taak of verstrooiing
bezighoudingen	=	bezighouding
bezighoudinkje	=	bezighouding
bezighoudinkjes	=	bezighouding
bezighoudt	=	bezighouden
bezigs	=	bezig
bezigst	=	bezig
bezigste	=	bezig
bezigt	=	bezigen
bezijden	prep	naast
bezin	=	bezinnen
bezing	=	bezingen
bezinge	=	bezingen
bezingen	verb	over een bepaald onderwerp zingen
bezingend	=	bezingen
bezingende	=	bezingen
bezingt	=	bezingen
bezink	=	bezinken
bezinke	=	bezinken
bezinken	verb	langzaam naar de bodem zakken van deeltjes die in een vloeistof gemengd waren
bezinkend	=	bezinken
bezinkende	=	bezinken
bezinking	noun	het bezinken waarna zich bezinksel vormt
bezinkingen	=	bezinking
bezinkinkje	=	bezinking
bezinkinkjes	=	bezinking
bezinksel	noun	vast materiaal dat zich geleidelijk onder invloed van de zwaartekracht op de bodem van een vat vloeistof verzamelt
bezinksels	=	bezinksel
bezinkseltje	=	bezinksel
bezinkseltjes	=	bezinksel
bezinkt	=	bezinken
bezinne	=	bezinnen
bezinnen	verb	zich ~ op, over opnieuw ergens over nadenken
bezinnend	=	bezinnen
bezinnende	=	bezinnen
bezinning	noun	terugkomen van een dwaling of een verbijstering
bezinningen	=	bezinning
bezinningsdag	noun	dag dat men een goed nadenkt over een bepaald onderwerp; dag dat men stilstaat bij een bepaalde zaak
bezinningsdagen	=	bezinningsdag
bezinningsdagje	=	bezinningsdag
bezinningsdagjes	=	bezinningsdag
bezinningsperiode	noun	tijdsperiode die men gebruikt om iets rustig te overdenken zonder dat men overgaat tot actie
bezinningsperioden	=	bezinningsperiode
bezinningsperiodes	=	bezinningsperiode
bezinningsvakantie	noun	een vakantie die men gebruikt om eens rustig over het leven na te denken
bezinningsvakanties	=	bezinningsvakantie
bezinningsvakantietje	=	bezinningsvakantie
bezinningsvakantietjes	=	bezinningsvakantie
bezinninkje	=	bezinning
bezinninkjes	=	bezinning
bezint	=	bezinnen
bezit	noun	datgene wat men bezit of heeft
bezitloos	adj	zonder bezit
bezitloost	=	bezitloos
bezitlooste	=	bezitloos
bezitloze	=	bezitloos
bezitlozer	=	bezitloos
bezitlozere	=	bezitloos
bezitlozers	=	bezitloos
bezits-s	noun	sisklank die in de bezitsvorm aan het eind van een zelfstandig naamwoord wordt toegevoegd
bezits-s'en	=	bezits-s
bezits-s'je	=	bezits-s
bezits-s'jes	=	bezits-s
bezitsactie	noun	een juridische vordering die een bezitter kan instellen om het bezit van een goed te beschermen of te herstellen, bijvoorbeeld wanneer iemand anders het bezit stoort of probeert af te nemen
bezitsacties	=	bezitsactie
bezitsactietje	=	bezitsactie
bezitsactietjes	=	bezitsactie
bezitsdrang	noun	de zucht om veel bezit te hebben of te vergaren
bezitsdrift	noun	Sterke neiging of drang om bezittingen te verwerven en te behouden.
bezitsrelatie	noun	als iets eigendoms is van of een eigenschap is van iets of iemand anders
bezitsrelaties	=	bezitsrelatie
bezitster	noun	vrouw die iets in eigendom heeft
bezitsters	=	bezitster
bezitsverhouding	noun	geeft aan wie de eigenaar is van iets of bij wie iets hoort
bezitsverhoudingen	=	bezitsverhouding
bezitsverhoudinkje	=	bezitsverhouding
bezitsverhoudinkjes	=	bezitsverhouding
bezitsvorm	noun	buigingsvorm van een naamwoord, lidwoord of telwoord die aangeeft dat iets toebehoort aan de zo verbogen naamwoordgroep
bezitsvormen	=	bezitsvorm
bezitsvorming	noun	groei van het eigen vermogen waar mensen over kunnen beschikken
bezitsvormingen	=	bezitsvorming
bezitte	=	bezitten
bezittelijk	adj	betrekking hebben op bezit
bezittelijke	=	bezittelijk
bezittelijker	=	bezittelijk
bezittelijkere	=	bezittelijk
bezittelijkers	=	bezittelijk
bezittelijks	=	bezittelijk
bezittelijkst	=	bezittelijk
bezittelijkste	=	bezittelijk
bezitten	verb	iets in eigendom hebben
bezittend	adj	van iets dat het wat in eigendom heeft
bezittende	=	bezitten
bezittends	=	bezittend
bezitter	noun	iemand die het bezit van iets heeft, maar niet noodzakelijk ook DE eigendom
bezitterig	adj	van een persoon dat hij graag dingen of mensen bezit
bezitterige	=	bezitterig
bezitteriger	=	bezitterig
bezitterigere	=	bezitterig
bezitterigers	=	bezitterig
bezitterigs	=	bezitterig
bezitterigst	=	bezitterig
bezitterigste	=	bezitterig
bezitters	=	bezitter
bezitterstrots	noun	het (te grote) eergevoel dat men kan hebben als men eigenaar van iets is
bezittertje	=	bezitter
bezittertjes	=	bezitter
bezitting	noun	dat wat iemand in eigendom heeft, dat wat van iemand is
bezittingen	=	bezitting
bezittinkje	=	bezitting
bezittinkjes	=	bezitting
beziën	=	bezien
bezoargeit	noun	Capra aegagrus is de wilde voorouder van de huisgeit.
bezoargeiten	=	bezoargeit
bezoargeitje	=	bezoargeit
bezoargeitjes	=	bezoargeit
bezocht	adj	bezoekers ontvangend
bezochte	=	bezoeken
bezochten	=	bezoeken
bezochts	=	bezocht
bezode	=	bezoden
bezoden	verb	stuk grond voorzien van (gras)zoden
bezodend	=	bezoden
bezodende	=	bezoden
bezoedel	=	bezoedelen
bezoedelaar	noun	iemand die iets vuil of waardeloos maakt
bezoedelaars	=	bezoedelaar
bezoedeld	=	bezoedelen
bezoedelde	=	bezoedelen
bezoedelden	=	bezoedelen
bezoedele	=	bezoedelen
bezoedelen	verb	te schande maken
bezoedelend	=	bezoedelen
bezoedelende	=	bezoedelen
bezoedeling	noun	het te schande maken van iets of iemand; dat waarmee men iets of iemand te schande maakt
bezoedelingen	=	bezoedeling
bezoedelt	=	bezoedelen
bezoek	noun	het bezoeken, de visite
bezoekadres	noun	adres waar een bedrijf of organisatie is gehuisvest
bezoekadressen	=	bezoekadres
bezoekcijfer	noun	het aantal bezoekers dat iets bezoet
bezoekcijfers	=	bezoekcijfer
bezoekdag	noun	dag dat men iets of iemand kan of mag bezoeken
bezoekdagen	=	bezoekdag
bezoekdagje	=	bezoekdag
bezoekdagjes	=	bezoekdag
bezoekdatum	noun	de specifieke kalenderdag waarop een bezoek, afspraak, inspectie of bezichtiging plaatsvindt of heeft plaatsgevonden
bezoekduur	noun	de tijd dat een bezoek kost
bezoeke	=	bezoeken
bezoeken	verb	bij iets of iemand langsgaan of langskomen
bezoekend	=	bezoeken
bezoekende	=	bezoeken
bezoeker	noun	een persoon die iemand of iets bezoekt
bezoekers	=	bezoeker
bezoekersaantal	noun	de hoeveelheid mensen die iets of iemand bezoekt
bezoekersaantallen	=	bezoekersaantal
bezoekerscentra	=	bezoekerscentrum
bezoekerscentrum	noun	plaats waar men bezoekers van een natuurpark of culturele instelling kan ontvangen en informeren
bezoekerscentrumpje	=	bezoekerscentrum
bezoekerscentrumpjes	=	bezoekerscentrum
bezoekerscentrums	=	bezoekerscentrum
bezoekersrecord	noun	grootste aantal bezoekers ooit
bezoekersrecords	=	bezoekersrecord
bezoekersruimte	noun	ruimte in een gebouw waar men bezoekers kan ontvangen
bezoekersruimten	=	bezoekersruimte
bezoekersruimtes	=	bezoekersruimte
bezoekersstoel	noun	een stoel voor een bezoeker
bezoekersstoelen	=	bezoekersstoel
bezoekersstoeltje	=	bezoekersstoel
bezoekersstoeltjes	=	bezoekersstoel
bezoekersstromen	=	bezoekersstroom
bezoekersstroom	noun	grote toeloop van bezoekers aan een evenement
bezoekersstroompje	=	bezoekersstroom
bezoekersstroompjes	=	bezoekersstroom
bezoekersverbod	noun	het verbod om iets of iemand te bezoeken; het verbod om bezoekers te ontvangen
bezoekersverboden	=	bezoekersverbod
bezoekersvisa	=	bezoekersvisum
bezoekersvisum	noun	toestemming om tijdelijk als bezoeker of toerist in een land te verblijven
bezoekersvisums	=	bezoekersvisum
bezoekertje	=	bezoeker
bezoekertjes	=	bezoeker
bezoekfrequentie	noun	het aantal keren per tijdseenheid dat iemand iets bezoekt
bezoekfrequenties	=	bezoekfrequentie
bezoeking	noun	het bezocht worden door een kwelgeest
bezoekingen	=	bezoeking
bezoekinkje	=	bezoeking
bezoekinkjes	=	bezoeking
bezoekje	=	bezoek
bezoekjes	=	bezoek
bezoekrecht	noun	het recht van een gescheiden ouder aan wie het kind niet is toegewezen om dit kind te bezoeken
bezoekrechten	=	bezoekrecht
bezoekregeling	noun	een juridische regeling waarbij ouders / verzorgers van kinderen die uit elkaar gegaan zijn recht hebben op een bezoek van of aan de kinderen als de kinderen niet aan hem of haar zijn toegewezen
bezoekregelingen	=	bezoekregeling
bezoekregelingetje	=	bezoekregeling
bezoekregelingetjes	=	bezoekregeling
bezoekster	noun	een vrouw die ergens op bezoek gaat; vrouwelijke gast
bezoeksters	=	bezoekster
bezoekstertje	=	bezoekster
bezoekstertjes	=	bezoekster
bezoekt	=	bezoeken
bezoektijd	noun	de periode dat het toegestaan is om een patiënt in een ziekenhuis of verpleeginrichting te bezoeken
bezoektijden	=	bezoektijd
bezoekuren	=	bezoekuur
bezoekuur	noun	Vooraf bepaalde periode waarin bezoek mogelijk is in een instelling.
bezoekuurtje	=	bezoekuur
bezoekuurtjes	=	bezoekuur
bezol	adj	goedkoop
bezoldig	=	bezoldigen
bezoldigd	=	bezoldigen
bezoldigde	=	bezoldigen
bezoldigden	=	bezoldigen
bezoldige	=	bezoldigen
bezoldigen	verb	salaris geven aan
bezoldigend	=	bezoldigen
bezoldigende	=	bezoldigen
bezoldiging	noun	het salaris geven aan een medewerker
bezoldigingen	=	bezoldiging
bezoldigingetje	=	bezoldiging
bezoldigingetjes	=	bezoldiging
bezoldigingsbesluit	noun	Besluit waarin de bezoldiging van overheidspersoneel geregeld wordt
bezoldigingsbesluiten	=	bezoldigingsbesluit
bezoldigingsbesluitje	=	bezoldigingsbesluit
bezoldigingsbesluitjes	=	bezoldigingsbesluit
bezoldigingsreeks	noun	een bandbreedte waarbij het arbeidsloon ligt tussen een minimum- en een maximumbedrag, mensen met een gelijke functiewaardering zitten in een zelfde loonschaal
bezoldigingsreeksen	=	bezoldigingsreeks
bezoldigingsregeling	noun	Regeling waarin de bezoldiging van personeel geregeld wordt
bezoldigingsregelingen	=	bezoldigingsregeling
bezoldigingsregelingetje	=	bezoldigingsregeling
bezoldigingsregelingetjes	=	bezoldigingsregeling
bezoldigt	=	bezoldigen
bezolletje	noun	koopje
bezolletjes	=	bezolletje
bezome	=	bezomen
bezomen	verb	voorzien van een rand aan een kledingstuk
bezomend	=	bezomen
bezon	=	bezinnen
bezond	=	bezonnen
bezonde	=	bezonnen
bezonden	=	bezonnen
bezondig	=	bezondigen
bezondigd	=	bezondigen
bezondigde	=	bezondigen
bezondigden	=	bezondigen
bezondige	=	bezondigen
bezondigen	verb	zich ~ aan: zonde op zich laden
bezondigend	=	bezondigen
bezondigende	=	bezondigen
bezondigt	=	bezondigen
bezong	=	bezingen
bezonge	=	bezingen
bezongen	=	bezingen
bezongt	=	bezingen
bezonk	=	bezinken
bezonke	=	bezinken
bezonken	=	bezinken
bezonkt	=	bezinken
bezonne	=	bezinnen
bezonnen	verb	met zonlicht bestralen	adj	goed doordacht iets doen, bedachtzaam, weloverwogen
bezonnend	=	bezonnen
bezonnende	=	bezonnen
bezonnene	noun	persoon die bezonnen te werk gaat
bezonnenen	=	bezonnene
bezonnener	=	bezonnen
bezonnenere	=	bezonnen
bezonneners	=	bezonnen
bezonnenheid	noun	het ergens goed over nagedacht hebben
bezonnens	=	bezonnen
bezonnenst	=	bezonnen
bezonnenste	=	bezonnen
bezont	=	bezonnen
bezood	=	bezoden
bezoodde	=	bezoden
bezoodden	=	bezoden
bezoodt	=	bezoden
bezoom	=	bezomen
bezoomd	=	bezomen
bezoomde	=	bezomen
bezoomden	=	bezomen
bezoomt	=	bezomen
bezoop	=	bezuipen
bezoopt	=	bezuipen
bezope	=	bezuipen
bezopen	adj	bijzonder dronken
bezopener	=	bezopen
bezopenere	=	bezopen
bezopeners	=	bezopen
bezopens	=	bezopen
bezopenst	=	bezopen
bezopenste	=	bezopen
bezorg	=	bezorgen
bezorgbaar	adj	van een pakket of poststuk dat het op de plaats van bestemming gebracht kan worden
bezorgbaarder	=	bezorgbaar
bezorgbaardere	=	bezorgbaar
bezorgbaarders	=	bezorgbaar
bezorgbaars	=	bezorgbaar
bezorgbaarst	=	bezorgbaar
bezorgbaarste	=	bezorgbaar
bezorgbakker	noun	iemand die brood en taarten bakt, om deze via huis-aan-huisbezorging te verkopen
bezorgbakkers	=	bezorgbakker
bezorgbare	=	bezorgbaar
bezorgd	adj	met zorgen beladen	adv	met enige zorg en angst
bezorgdag	noun	dag dat de post of goederen aan huis worden gebracht door een bezorger
bezorgdagen	=	bezorgdag
bezorgde	=	bezorgen
bezorgden	=	bezorgen
bezorgder	=	bezorgd
bezorgdere	=	bezorgd
bezorgders	=	bezorgd
bezorgdheden	=	bezorgdheid
bezorgdheid	noun	bekommering wegens iets dat al of niet zal of kan gebeuren
bezorgdheidje	=	bezorgdheid
bezorgdheidjes	=	bezorgdheid
bezorgdienst	noun	bedrijf, organisatie of deel daarvan dat producten van de leverancier naar de klant brengt
bezorgdiensten	=	bezorgdienst
bezorgds	=	bezorgd
bezorgdst	=	bezorgd
bezorgdste	=	bezorgd
bezorge	=	bezorgen
bezorgen	verb	iemand iets ~: bij iemand aan huis afleveren
bezorgend	=	bezorgen
bezorgende	=	bezorgen
bezorger	noun	een persoon die iets bezorgt
bezorgers	=	bezorger
bezorgertje	=	bezorger
bezorgertjes	=	bezorger
bezorging	noun	het op locatie en/of bij iemand brengen (bv aan huis).
bezorgingen	=	bezorging
bezorginkje	=	bezorging
bezorginkjes	=	bezorging
bezorgkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het laten bezorgen van goederen
bezorgkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het laten bezorgen van goederen
bezorgschaamte	noun	de schaamte die men heeft voor de bezorging van in webshop bestelde producten, waardoor er extra verkeersoverlast en milieuvervuiling wordt veroorzaakt
bezorgservice	noun	afdeling binnen een bedrijf dat gekochte goederen bij de klanten brengt
bezorgservices	=	bezorgservice
bezorgster	noun	vrouw die bezorgt
bezorgsters	=	bezorgster
bezorgt	=	bezorgen
bezuiden	prep	zuidelijk gelegen van
bezuinig	=	bezuinigen
bezuinigd	=	bezuinigen
bezuinigde	=	bezuinigen
bezuinigden	=	bezuinigen
bezuinige	=	bezuinigen
bezuinigen	verb	door zuinig met iets om te gaan de uitgaven of het verbruik ervan verminderen, ergens minder middelen aan besteden
bezuinigend	=	bezuinigen
bezuinigende	=	bezuinigen
bezuiniger	noun	iemand die zorgt dat er minder geld wordt uitgegeven
bezuinigers	=	bezuiniger
bezuiniging	noun	een handeling of besluit met als doel de uitgaven te beperken
bezuinigingen	=	bezuiniging
bezuinigingenpakket	noun	een groep geld besparende maatregelen
bezuinigingenpakketje	=	bezuinigingenpakket
bezuinigingenpakketjes	=	bezuinigingenpakket
bezuinigingenpakketten	=	bezuinigingenpakket
bezuinigingetje	=	bezuiniging
bezuinigingetjes	=	bezuiniging
bezuinigingsbedrag	noun	hoeveelheid geld die men minder uitgeeft dan voorheen
bezuinigingsbedragen	=	bezuinigingsbedrag
bezuinigingsbedragje	=	bezuinigingsbedrag
bezuinigingsbedragjes	=	bezuinigingsbedrag
bezuinigingsbeleid	noun	voornemen om minder geld uit te geven dan voorheen
bezuinigingsdrift	noun	een te sterke neiging om minder geld uit te geven
bezuinigingsdriften	=	bezuinigingsdrift
bezuinigingsmaatregel	noun	een beslissing die erop gericht is om minder geld uit te geven
bezuinigingsmaatregelen	=	bezuinigingsmaatregel
bezuinigingsmaatregels	=	bezuinigingsmaatregel
bezuinigingsopdracht	noun	een door de leiding opgedragen verplichting om minder geld uit te geven
bezuinigingsopdrachten	=	bezuinigingsopdracht
bezuinigingsoperatie	noun	een samenhangende hoeveelheid handelingen die ervoor moet zorgen dat er minder geld wordt uitgegeven
bezuinigingsoperaties	=	bezuinigingsoperatie
bezuinigingsopgave	noun	de taak of opdracht om minder geld uit te geven
bezuinigingsopgaven	=	bezuinigingsopgave
bezuinigingsoverweging	noun	de afweging die gemaakt wordt op basis van de mogelijkheid om geld te bespraren
bezuinigingsoverwegingen	=	bezuinigingsoverweging
bezuinigingsoverweginkje	=	bezuinigingsoverweging
bezuinigingsoverweginkjes	=	bezuinigingsoverweging
bezuinigingspakket	noun	een pakket aan bezuinigingen
bezuinigingspakketje	=	bezuinigingspakket
bezuinigingspakketjes	=	bezuinigingspakket
bezuinigingspakketten	=	bezuinigingspakket
bezuinigingsplan	noun	het voornemen om minder geld uit te geven dan voorheen
bezuinigingsplannen	=	bezuinigingsplan
bezuinigingsplannetje	=	bezuinigingsplan
bezuinigingsplannetjes	=	bezuinigingsplan
bezuinigingspolitiek	noun	beleid dat erop gericht is minder geld uit te geven
bezuinigingspost	noun	item waarop moet worden bezuinigd
bezuinigingsposten	=	bezuinigingspost
bezuinigingspostje	=	bezuinigingspost
bezuinigingspostjes	=	bezuinigingspost
bezuinigingsprogramma	noun	lijst van zaken die men wil uitvoeren om minder geld uit te geven
bezuinigingsprogramma's	=	bezuinigingsprogramma
bezuinigingsronde	noun	jaarlijkse korting van een begroting
bezuinigingsronden	=	bezuinigingsronde
bezuinigingsrondes	=	bezuinigingsronde
bezuinigingstip	noun	een wenk hoe je minder geld hoeft uit te geven
bezuinigingstipje	=	bezuinigingstip
bezuinigingstipjes	=	bezuinigingstip
bezuinigingstips	=	bezuinigingstip
bezuinigingsvoorstel	noun	plan dat gericht is op het maken van minder kosten
bezuinigingsvoorstellen	=	bezuinigingsvoorstel
bezuinigingswoede	noun	het te veel en te snel willen beperken van de uitgaven
bezuinigingswoedes	=	bezuinigingswoede
bezuinigt	=	bezuinigen
bezuip	=	bezuipen
bezuipe	=	bezuipen
bezuipen	verb	zich ~: drinken met het doel zwaar dronken te worden
bezuipend	=	bezuipen
bezuipende	=	bezuipen
bezuipt	=	bezuipen
bezure	=	bezuren
bezuren	verb	dat je ergens spijt van hebt en de kwalijke gevolgen ervan moet dragen
bezurend	=	bezuren
bezurende	=	bezuren
bezuur	=	bezuren
bezuurd	=	bezuren
bezuurde	=	bezuren
bezuurden	=	bezuren
bezuurt	=	bezuren
bezwaar	noun	bedenking
bezwaard	adj	gedrukt door schuldgevoel	adv	gedrukt door schuldgevoel
bezwaarde	=	bezwaren
bezwaarden	=	bezwaren
bezwaarder	=	bezwaard
bezwaardere	=	bezwaard
bezwaarders	=	bezwaard
bezwaards	=	bezwaard
bezwaardst	=	bezwaard
bezwaardste	=	bezwaard
bezwaarformulier	noun	formulier dat men kan invullen als men het ergens niet mee eens is
bezwaarformulieren	=	bezwaarformulier
bezwaarformuliertje	=	bezwaarformulier
bezwaarformuliertjes	=	bezwaarformulier
bezwaarlijk	adj	stuitend op bezwaren, lastig, moeilijk	adv	moeilijk of onmogelijk om een voor de hand liggende reden, die mogelijk de luisteraar ontgaat
bezwaarlijke	=	bezwaarlijk
bezwaarlijker	=	bezwaarlijk
bezwaarlijkere	=	bezwaarlijk
bezwaarlijkers	=	bezwaarlijk
bezwaarlijks	=	bezwaarlijk
bezwaarlijkst	=	bezwaarlijk
bezwaarlijkste	=	bezwaarlijk
bezwaarmaker	noun	iemand die het niet eens is met een beslissing en daartegen protesteert
bezwaarmakers	=	bezwaarmaker
bezwaarmogelijkheden	=	bezwaarmogelijkheid
bezwaarmogelijkheid	noun	het kunnen protesteren tegen een genomen maatregel
bezwaarprocedure	noun	officiële manier om aan te geven dat men het niet eens is met een beslissing
bezwaarprocedures	=	bezwaarprocedure
bezwaarschrift	noun	formeel schrijven waarin men bezwaren uiteenzet tegen een beschikking, beslissing van het openbaar gezag
bezwaarschriften	=	bezwaarschrift
bezwaarschriftencommissie	noun	groep mensen die bezwaarschriften beoordeelt
bezwaarschriftencommissies	=	bezwaarschriftencommissie
bezwaarschriftje	=	bezwaarschrift
bezwaarschriftjes	=	bezwaarschrift
bezwaart	=	bezwaren
bezwaartermijn	noun	periode dat men kan protesteren tegen een bepaalde maatregel of een bepaald besluit
bezwaartermijnen	=	bezwaartermijn
bezwaartje	=	bezwaar
bezwaartjes	=	bezwaar
bezwadder	=	bezwadderen
bezwadderd	=	bezwadderen
bezwadderde	=	bezwadderen
bezwadderden	=	bezwadderen
bezwaddere	=	bezwadderen
bezwadderen	verb	bevuilen
bezwadderend	=	bezwadderen
bezwadderende	=	bezwadderen
bezwaddert	=	bezwadderen
bezwalk	=	bezwalken
bezwalke	=	bezwalken
bezwalken	verb	verduisteren, bezoedelen
bezwalkend	=	bezwalken
bezwalkt	=	bezwalken
bezwalkte	=	bezwalken
bezwalkten	=	bezwalken
bezwanger	=	bezwangeren
bezwangerd	=	bezwangeren
bezwangerden	=	bezwangeren
bezwangere	=	bezwangeren
bezwangeren	verb	zorgen dat een vrouw of vrouwtjesdier bevrucht wordt
bezwangerend	=	bezwangeren
bezwangerende	=	bezwangeren
bezwangering	noun	een vrouw bevruchten; een vrouw zwanger maken
bezwangeringen	=	bezwangering
bezwangert	=	bezwangeren
bezware	=	bezwaren
bezwaren	verb	belasten
bezwarencommissie	noun	groep mensen waarbij men protest kan aantekenen tegen een gang van zaken
bezwarencommissies	=	bezwarencommissie
bezwarend	adj	hinder veroorzakend
bezwarende	=	bezwaren
bezwarender	=	bezwarend
bezwarendere	=	bezwarend
bezwarenders	=	bezwarend
bezwarends	=	bezwarend
bezwarendst	=	bezwarend
bezwarendste	=	bezwarend
bezweek	=	bezwijken
bezweekt	=	bezwijken
bezweer	=	bezweren
bezweerder	noun	iemand die bezweert
bezweerders	=	bezweerder
bezweert	=	bezweren
bezweet	adj	met zweet op de huid
bezweete	=	bezweet
bezweeter	=	bezweet
bezweetere	=	bezweet
bezweeters	=	bezweet
bezweets	=	bezweet
bezweetst	=	bezweet
bezweetste	=	bezweet
bezweette	=	bezweten
bezweetten	=	bezweten
bezweke	=	bezwijken
bezweken	=	bezwijken
bezwendel	=	bezwendelen
bezwendeld	=	bezwendelen
bezwendelde	=	bezwendelen
bezwendelden	=	bezwendelen
bezwendele	=	bezwendelen
bezwendelen	verb	aan bedrog onderwerpen
bezwendelend	=	bezwendelen
bezwendelende	=	bezwendelen
bezwendelt	=	bezwendelen
bezwere	=	bezweren
bezweren	verb	met een soort toverspreuk onder controle proberen te brengen
bezwerend	adj	van een handeling dat ze zou beschermen tegen het kwaad
bezwerende	=	bezweren
bezwerender	=	bezwerend
bezwerendere	=	bezwerend
bezwerenders	=	bezwerend
bezwerends	=	bezwerend
bezwerendst	=	bezwerend
bezwerendste	=	bezwerend
bezwering	noun	Een stellige belofte.
bezweringen	=	bezwering
bezweringsformule	noun	een 'magische' formule waarmee men een probleem denkt en hoopt op te lossen
bezweringsformules	=	bezweringsformule
bezwerinkje	=	bezwering
bezwerinkjes	=	bezwering
bezwete	=	bezweet
bezweten	verb	door transpiratie natmaken
bezwetend	=	bezweten
bezwetende	=	bezweten
bezweter	=	bezweet
bezwetere	=	bezweet
bezweters	=	bezweet
bezwijk	=	bezwijken
bezwijke	=	bezwijken
bezwijken	verb	zwichten
bezwijkend	=	bezwijken
bezwijkende	=	bezwijken
bezwijkens	noun	genitief van bezwijken
bezwijkmechanisme	noun	manier waarop een constructie stuk gaat bij overbelasting
bezwijkmechanismen	=	bezwijkmechanisme
bezwijkmechanismes	=	bezwijkmechanisme
bezwijkmechanismetje	=	bezwijkmechanisme
bezwijkmechanismetjes	=	bezwijkmechanisme
bezwijkt	=	bezwijken
bezwijm	=	bezwijmen
bezwijmd	=	bezwijmen
bezwijmde	=	bezwijmen
bezwijmden	=	bezwijmen
bezwijme	=	bezwijmen
bezwijmen	verb	het bewustzijn verliezen
bezwijmend	adj	een attribuut dat opengesperde vissenbekken aanduidt, alsof de dieren stervend zijn
bezwijmende	=	bezwijmen
bezwijmends	=	bezwijmend
bezwijmens	noun	genitief van bezwijmen
bezwijming	noun	het flauwvallen
bezwijmt	=	bezwijmen
bezwoer	=	bezweren
bezwoere	=	bezweren
bezwoeren	=	bezweren
bezwoert	=	bezweren
bezworen	=	bezweren
beëdig	=	beëdigen
beëdigd	=	beëdigen
beëdigden	=	beëdigen
beëdige	=	beëdigen
beëdigen	verb	iemand installeren in een ambt door de ambtseed af te nemen
beëdigend	=	beëdigen
beëdigende	=	beëdigen
beëdiging	noun	de bekrachtiging van een functie door de afname van een eed/gelofte.
beëdigingen	=	beëdiging
beëdigingetje	=	beëdiging
beëdigingetjes	=	beëdiging
beëdigt	=	beëdigen
beëindig	=	beëindigen
beëindigd	=	beëindigen
beëindigde	=	beëindigen
beëindigden	=	beëindigen
beëindige	=	beëindigen
beëindigen	verb	tot een afsluiting brengen
beëindigend	=	beëindigen
beëindigende	=	beëindigen
beëindiging	noun	het tot een einde brengen
beëindigingen	=	beëindiging
beëindigingetje	=	beëindiging
beëindigingetjes	=	beëindiging
beëindigingsovereenkomst	noun	contract met afspraken om een eind te maken aan een arbeidscontract bij een werkgever
beëindigingsovereenkomsten	=	beëindigingsovereenkomst
beëindigingsvergoeding	noun	geld dat iemand krijgt bij een opzegging van een arbeidscontract door de werkgever
beëindigingsvergoedingen	=	beëindigingsvergoeding
beëindigingsvergoedinkje	=	beëindigingsvergoeding
beëindigingsvergoedinkjes	=	beëindigingsvergoeding
beëindiginkje	=	beëindiging
beëindigt	=	beëindigen
beëlzebub	noun	iemand die anderen angst aanjaagt
beëlzebubs	=	beëlzebub
beërf	=	beërven
beërfd	=	beërven
beërfde	=	beërven
beërfden	=	beërven
beërft	=	beërven
beërve	=	beërven
beërven	verb	door erfenis verkrijgen
beërvend	=	beërven
beërvende	=	beërven
beërving	noun	in ontvangst mogen nemen van een erfenis
beërvingen	=	beërving
beëzrat	prep	met hulp van
beïnkt	=	beïnkten
beïnkte	=	beïnkten
beïnkten	verb	van inkt voorzien
beïnktend	=	beïnkten
beïnktende	=	beïnkten
beïnktte	=	beïnkten
beïnktten	=	beïnkten
beïnvloed	=	beïnvloeden
beïnvloedbaar	adj	makkelijk gedachten of handelen kunnen veranderen
beïnvloedbaarder	=	beïnvloedbaar
beïnvloedbaardere	=	beïnvloedbaar
beïnvloedbaarders	=	beïnvloedbaar
beïnvloedbaarheden	=	beïnvloedbaarheid
beïnvloedbaarheid	noun	het (teveel) openstaan voor de invloed door anderen
beïnvloedbaars	=	beïnvloedbaar
beïnvloedbaarst	=	beïnvloedbaar
beïnvloedbaarste	=	beïnvloedbaar
beïnvloedbare	=	beïnvloedbaar
beïnvloedde	=	beïnvloeden
beïnvloedden	=	beïnvloeden
beïnvloede	=	beïnvloeden
beïnvloeden	verb	iemand of iets proberen te veranderen, invloed nemen op
beïnvloedend	=	beïnvloeden
beïnvloedende	=	beïnvloeden
beïnvloeder	noun	iets dat of iemand die beïnvloedt
beïnvloeders	=	beïnvloeder
beïnvloeding	noun	het invloed uitoefenen op
beïnvloedingen	=	beïnvloeding
beïnvloedinkje	=	beïnvloeding
beïnvloedinkjes	=	beïnvloeding
beïnvloedt	=	beïnvloeden
bf	=	honderdeenennegentig
bff	noun	iemands beste vriend of vriendin voor altijd
bff'je	=	bff
bff'jes	=	bff
bff's	=	bff
bft	abbrev	verkorting van "(op de schaal van) Beaufort" #:*De kracht van de wind was vandaag maar 3 Bft.
bg	abbrev	een begane grond
bgl	noun	beschikking van de Belastingdienst dat een opdrachtgever geen loonheffing hoeft in te houden bij een zzp'er
bgl's	=	bgl
bh	noun	beha, bustehouder
bh's	=	bh
bh'tje	=	bh
bh'tjes	=	bh
bhagwanbeweging	noun	een spirituele beweging uit de jaren 70 en 80 van de twintigste eeuw, gesticht door de Indiase goeroe Bhagwan Shree Rajneesh (later bekend als Osho).
bhagwanbewegingen	=	bhagwanbeweging
bhagwanbeweginkje	=	bhagwanbeweging
bhagwanbeweginkjes	=	bhagwanbeweging
bhutaan	noun	een inwoner van Bhutan, of iemand afkomstig uit Bhutan
bhutaans	adj	op Bhutan betrekking hebbend
bhutaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bhutan, of een vrouw afkomstig uit Bhutan
bhutaansen	=	bhutaanse
bhutanees	noun	een inwoner van Bhutan, of iemand afkomstig uit Bhutan
bhutanen	=	bhutaan
bhutanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Bhutan, of een vrouw afkomstig uit Bhutan
bhutanesen	=	bhutanese
bhutanezen	=	bhutanees
bhutanlijstergaai	noun	Trochalopteron imbricatum een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
bhutanlijstergaaien	=	bhutanlijstergaai
bhutanlijstergaaitje	=	bhutanlijstergaai
bhutanlijstergaaitjes	=	bhutanlijstergaai
bhutantakin	noun	een ondersoort Budorcas taxicolor whitei van de takin, die inheems is in Bhutan, maar ook voorkomt in Noordoost-India, West-China en Tibet.
bhutantakins	=	bhutantakin
bhutantakintje	=	bhutantakin
bhutantakintjes	=	bhutantakin
bhv	noun	hulp die wordt geboden bij een de gezondheid bedreigende situatie in een bedrijf
bhv'er	noun	bedrijfshulpverlener
bhv'ers	=	bhv'er
bhv-cursus	noun	opleiding die medewerkers opleidt tot bedrijfshulpverlener, die in noodsituaties eerste hulp verleent, beginnende branden bestrijdt en ontruimingen begeleidt.
bhv-cursusje	=	bhv-cursus
bhv-cursusjes	=	bhv-cursus
bhv-cursussen	=	bhv-cursus
bi	noun	iemand die zowel met mannen als vrouwen seksueel actief is	adj	zowel met mannen als vrouwen seksueel actief
bi's	=	bi
bia	noun	coïtus
biaisband	noun	een in drieën gevouwen reepje stof: een breder middenstuk met twee naar binnen gevouwen flapjes dat men gebruikt voor het afzomen van een weefsel
biaisbanden	=	biaisband
biaisbandje	=	biaisband
biaisbands	=	biaisband
biaislint	noun	een in drieën gevouwen reepje stof: een breder middenstuk met twee naar binnen gevouwen flapjes dat men gebruikt voor het afzomen van een weefsel
biaislinten	=	biaislint
biakboszanger	noun	Phylloscopus misoriensis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
biakboszangers	=	biakboszanger
biakboszangertje	=	biakboszanger
biakboszangertjes	=	biakboszanger
biakbrilvogel	noun	Zosterops mysorensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
biakbrilvogels	=	biakbrilvogel
biakbrilvogeltje	=	biakbrilvogel
biakbrilvogeltjes	=	biakbrilvogel
biakdwerghoningeter	noun	Myzomela rubrobrunnea een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
biakdwerghoningeters	=	biakdwerghoningeter
biakdwerghoningetertje	=	biakdwerghoningeter
biakdwerghoningetertjes	=	biakdwerghoningeter
biakdwergooruil	noun	Otus beccarii een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
biakdwergooruilen	=	biakdwergooruil
biakdwergooruiltje	=	biakdwergooruil
biakdwergooruiltjes	=	biakdwergooruil
biakfluiter	noun	Pachycephala melanorhynchus een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters)
biakfluiters	=	biakfluiter
biakfluitertje	=	biakfluiter
biakfluitertjes	=	biakfluiter
biakkappitta	noun	Pitta rosenbergii een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
biakkappitta's	=	biakkappitta
biakkappittaatje	=	biakkappitta
biakkappittaatjes	=	biakkappitta
biakkoeskoes	noun	Spilocuscus wilsoni een koeskoes uit het geslacht gevlekte koeskoezen (Spilocuscus) die voorkomt op het eiland Biak in de Geelvinkbaai in het noorden van Papoea (oostelijk Indonesië).
biakkoeskoesje	=	biakkoeskoes
biakkoeskoesjes	=	biakkoeskoes
biakkoeskoezen	=	biakkoeskoes
biakmangrovezanger	noun	Gerygone hypoxantha een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers)
biakmangrovezangers	=	biakmangrovezanger
biakmangrovezangertje	=	biakmangrovezanger
biakmangrovezangertjes	=	biakmangrovezanger
biakmonarch	noun	Myiagra atra een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
biakmonarchen	=	biakmonarch
biakmonarchje	=	biakmonarch
biakmonarchjes	=	biakmonarch
biakregenbooglori	noun	Trichoglossus rosenbergii een lori die oorspronkelijk alleen voorkomt op Biak (West-Papoea).
biakregenbooglori's	=	biakregenbooglori
biakregenbooglorietje	=	biakregenbooglori
biakregenbooglorietjes	=	biakregenbooglori
biakspechtpapegaai	noun	Micropsitta geelvinkiana een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
biakspechtpapegaaien	=	biakspechtpapegaai
biakspechtpapegaaitje	=	biakspechtpapegaai
biakspechtpapegaaitjes	=	biakspechtpapegaai
biakspoorkoekoek	noun	Centropus chalybeus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
biakspoorkoekoeken	=	biakspoorkoekoek
biakspoorkoekoekje	=	biakspoorkoekoek
biakspoorkoekoekjes	=	biakspoorkoekoek
biaktriller	noun	Lalage leucoptera een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
biaktrillers	=	biaktriller
biaktrillertje	=	biaktriller
biaktrillertjes	=	biaktriller
biakvlagstaartijsvogel	noun	Tanysiptera riedelii een ijsvogelsoort die endemisch is op de eilanden Biak en Supiori (Papoea, Indonesië).
biakvlagstaartijsvogels	=	biakvlagstaartijsvogel
biakvlagstaartijsvogeltje	=	biakvlagstaartijsvogel
biakvlagstaartijsvogeltjes	=	biakvlagstaartijsvogel
biakwaaierstaart	noun	Rhipidura kordensis een vogel die voorkomt op het eiland Biak (Provincie Papoea, Indonesië).
biakwaaierstaarten	=	biakwaaierstaart
biakwaaierstaartje	=	biakwaaierstaart
biakwaaierstaartjes	=	biakwaaierstaart
bias	noun	gunstig of ongunstig oordeel in een specifiek geval dat vooral is gebaseerd op algemene veronderstellingen en niet op de kenmerken van het geval zelf
biases	=	bias
biathlon	=	biatlon
biatleet	noun	deelnemer aan een biatlon
biatlete	noun	vrouwelijke vorm van biatleet
biatleten	=	biatleet
biatletes	=	biatlete
biatlon	noun	een skisport waarbij de deelnemers op bepaalde punten in een langlaufcircuit met een geweer op een doel moeten
biatlons	=	biatlon
bib	noun	verkorting voor bibliotheek
bibber	=	bibberen
bibberachtig	adj	geneigd zijn tot bibberen
bibberachtige	=	bibberachtig
bibberachtiger	=	bibberachtig
bibberachtigere	=	bibberachtig
bibberachtigers	=	bibberachtig
bibberachtigs	=	bibberachtig
bibberachtigst	=	bibberachtig
bibberachtigste	=	bibberachtig
bibberatie	noun	het hevig bibberen door koude, angst of een andere hevige emotie
bibberaties	=	bibberatie
bibberde	=	bibberen
bibberden	=	bibberen
bibbere	=	bibberen
bibberen	verb	hevig trillen van kou of angst
bibberend	adj	rillend, trillend
bibberende	=	bibberen
bibberends	=	bibberend
bibbergeld	noun|informal	een geldpremie die men krijgt om een gevaarlijke taak uit te oefenen
bibbergelden	=	bibbergeld
bibberig	adj	bij voortduring rillend of onregelmatig trillend
bibberige	=	bibberig
bibberiger	=	bibberig
bibberigere	=	bibberig
bibberigers	=	bibberig
bibberigs	=	bibberig
bibberigst	=	bibberig
bibberigste	=	bibberig
bibbering	noun	het rillen door welke oorzaak dan ook
bibberingen	=	bibbering
bibberingetje	=	bibbering
bibberingetjes	=	bibbering
bibberinkje	=	bibbering
bibberspiraal	noun	behendigheidsspel waarin een ring langs een draad van het ene uiteinde naar het andere uiteinde moet worden gebracht zonder die draad aan te raken
bibberspiralen	=	bibberspiraal
bibbert	=	bibberen
bibdate	noun	speeddate in een bibliotheek waarbij mensen met elkaar over een boek spreken en zo elkaar leren kennen
bibdaten	verb	het voeren van een kort gesprek met een potentiële toekomstige partner waarbij men spreekt over boeken, muziek en films
bibdatend	=	bibdaten
bibdatende	=	bibdaten
bibdates	=	bibdate
bibelot	noun	klein decoratief voorwerp zonder praktische waarde, vaak gebruikt als interieurversiering of verzamelobject
bibelotje	=	bibelot
bibelotjes	=	bibelot
bibelots	=	bibelot
bibit	noun	zaailing; jonge aanplant van rijst
bibits	=	bibit
biblebelt	noun	de strook in Nederland waar vooral door gereformeerden de Bijbel nog als uitgangspunt wordt genomen
biblicisme	noun	theologische stroming die de teksten uit de Bijbel zeer letterlijk opvat
biblioblog	noun	een logboekachtige website van een bibliotheekmedewerker over een bepaalde bibliotheek
biblioblogger	noun	bibliotheekmedewerker die een logboekachtige website bijhoudt over een bepaalde bibliotheek
bibliobloggers	=	biblioblogger
bibliobloggertje	=	biblioblogger
bibliobloggertjes	=	biblioblogger
biblioblogs	=	biblioblog
bibliobus	noun	een rijdende bibliotheek, een bus die gebruikt wordt om boeken rond te brengen
bibliobusje	=	bibliobus
bibliobusjes	=	bibliobus
bibliobussen	=	bibliobus
bibliofiel	noun	iemand die van mooie boeken houdt	adj	met bijzonder verzorgd uiterlijk
bibliofiele	=	bibliofiel
bibliofielen	=	bibliofiel
bibliofieler	=	bibliofiel
bibliofielere	=	bibliofiel
bibliofielers	=	bibliofiel
bibliofiels	=	bibliofiel
bibliofielst	=	bibliofiel
bibliofielste	=	bibliofiel
bibliofieltje	=	bibliofiel
bibliofieltjes	=	bibliofiel
bibliofilie	noun	een liefde voor boeken
bibliofilietje	=	bibliofilie
bibliofilietjes	=	bibliofilie
bibliofilieën	=	bibliofilie
bibliofoon	noun	telefoonnummer van bibliotheeknetwerken voor informatiebemiddeling
bibliofoons	=	bibliofoon
bibliofoontje	=	bibliofoon
bibliofoontjes	=	bibliofoon
bibliograaf	noun	iemand die bibliografieën opstelt
bibliograafje	=	bibliograaf
bibliograafjes	=	bibliograaf
bibliograaph	=	bibliograaf
bibliografe	noun	vrouwelijke vorm van bibliograaf
bibliografen	=	bibliograaf
bibliografes	=	bibliografe
bibliografie	noun	een beschrijvende lijst van boeken, samengesteld volgens bepaalde criteria
bibliografietje	=	bibliografie
bibliografietjes	=	bibliografie
bibliografieën	=	bibliografie
bibliografisch	adj	betreffende de bibliografie
bibliografische	=	bibliografisch
bibliografischer	=	bibliografisch
bibliografischere	=	bibliografisch
bibliografischers	=	bibliografisch
bibliologen	=	biblioloog
bibliologie	noun	de wetenschap van het gedrukte boek in al zijn aspecten
biblioloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de wetenschap van het gedrukte boek in al zijn aspecten
biblioloogje	=	biblioloog
biblioloogjes	=	biblioloog
bibliomaan	noun	iemand die aan bibliomanie lijdt
bibliomaantje	=	bibliomaan
bibliomaantjes	=	bibliomaan
bibliomanen	=	bibliomaan
bibliomanie	noun	een overdreven, ziekelijke hartstocht naar het in bezit hebben van veel boeken, echter zonder dat men ze echt leest
bibliomanietje	=	bibliomanie
bibliomanietjes	=	bibliomanie
bibliomanieën	=	bibliomanie
bibliomantie	noun	het voorspellen van de toekomst door het op een willekeurige plek openslaan van een (meestal heilig) boek
bibliophiel	=	bibliofiel
bibliophile	=	bibliofiel
bibliophilie	=	bibliofilie
bibliothecaresje	=	bibliothecaresse
bibliothecaresjes	=	bibliothecaresse
bibliothecaresse	noun	beheerster van een bibliotheek
bibliothecaressen	=	bibliothecaresse
bibliothecaresses	=	bibliothecaresse
bibliothecaris	noun	beheerder van een bibliotheek
bibliothecarisje	=	bibliothecaris
bibliothecarisjes	=	bibliothecaris
bibliothecarissen	=	bibliothecaris
bibliothecarius	=	bibliothecaris
bibliotheek	noun	een plaats waar boeken verzameld staan
bibliotheekassistent	noun	assistent in een bibliotheek
bibliotheekassistenten	=	bibliotheekassistent
bibliotheekassistentje	=	bibliotheekassistent
bibliotheekassistentjes	=	bibliotheekassistent
bibliotheekboek	noun	een boek dat zich in de bibliotheek bevindt en daar geleend kan worden
bibliotheekboeken	=	bibliotheekboek
bibliotheekboekje	=	bibliotheekboek
bibliotheekboekjes	=	bibliotheekboek
bibliotheekbus	noun	een rijdende bibliotheek, een bus die gebruikt wordt om boeken rond te brengen
bibliotheekbusje	=	bibliotheekbus
bibliotheekbusjes	=	bibliotheekbus
bibliotheekbussen	=	bibliotheekbus
bibliotheekgebouw	noun	een gebouw dat ingericht is als bibliotheek
bibliotheekgebouwen	=	bibliotheekgebouw
bibliotheekgebouwtje	=	bibliotheekgebouw
bibliotheekgebouwtjes	=	bibliotheekgebouw
bibliotheekje	=	bibliotheek
bibliotheekjes	=	bibliotheek
bibliotheekmedewerker	noun	iemand die in dienst is van een bibliotheek
bibliotheekmedewerkers	=	bibliotheekmedewerker
bibliotheekmoeder	noun	moeder van een leerling die een handje meehelpt in de schoolbibliotheek
bibliotheekmoeders	=	bibliotheekmoeder
bibliotheekmoedertje	=	bibliotheekmoeder
bibliotheekmoedertjes	=	bibliotheekmoeder
bibliotheeknetwerk	noun	groep samenwerkende bibliotheken
bibliotheeknetwerken	=	bibliotheeknetwerk
bibliotheeknetwerkje	=	bibliotheeknetwerk
bibliotheeknetwerkjes	=	bibliotheeknetwerk
bibliotheekpersoneel	noun	mensen die een (betaalde) functie hebben bij een instelling die boeken en andere media aan het publiek uitleent of ter inzage biedt
bibliothekaresse	=	bibliothecaresse
bibliothekaris	=	bibliothecaris
bibliotheken	=	bibliotheek
biblist	noun	Bijbelkenner, theoloog die zich met de studie van de Bijbel bezighoudt
biblisten	=	biblist
biblistje	=	biblist
biblistjes	=	biblist
bibs	=	bib
bic	noun	eenvoudige balpen met een dopje
bicameraal	adj	met een volksvertegenwoordiging die bestaat uit twee afzonderlijk werkende delen die op een verschillende manier zijn samengesteld
bicameraals	=	bicameraal
bicamerale	=	bicameraal
bicamerisme	noun	regeringsstelsel met twee kamers van vertegenwoordigers
bicarbonaat	noun	anion met formule HCO₃⁻
bicarbonaten	=	bicarbonaat
biceps	noun	tweehoofdige spier
bicepsblessure	noun	verwonding van de spier in de bovenarm die de onderarm beweegt, of de spier in het bovenbeen die het onderbeen beweegt
bicepsblessuren	=	bicepsblessure
bicepsblessures	=	bicepsblessure
bicepsen	=	biceps
bicepsje	=	biceps
bicepsjes	=	biceps
bicje	=	bic
bicjes	=	bic
bicommunautair	adj	met betrekking tot twee gemeenschappen met verschillende talen, in het bijzonder de Nederlands- en Franstalige Belgen
bicommunautairder	=	bicommunautair
bicommunautairdere	=	bicommunautair
bicommunautairders	=	bicommunautair
bicommunautaire	=	bicommunautair
bicommunautairs	=	bicommunautair
bicommunautairst	=	bicommunautair
bicommunautairste	=	bicommunautair
biconcaaf	adj	dubbelhol
biconcaafs	=	biconcaaf
biconcave	=	biconcaaf
biconvex	adj	dubbelbol
biconvexe	=	biconvex
bics	=	bic
bicultureel	adj	behorend tot of gericht op de taal en manier van leven van twee groepen afkomstig uit verschillende gebieden of verschillende tradities	noun	persoon uit meerdere culturen
bicultureels	=	bicultureel
bicultureeltje	=	bicultureel
bicultureeltjes	=	bicultureel
biculturele	=	bicultureel
biculturelen	=	bicultureel
bid	=	bidden
bidbank	noun	een kerkbank waarop men ook kan knielen
bidbanken	=	bidbank
bidbankje	=	bidbank
bidbankjes	=	bidbank
bidboek	noun	een strategisch, overtuigend document waarin een bedrijf of organisatie een projectvoorstel presenteert met als doel een opdracht binnen te halen
bidboeken	=	bidboek
bidboekje	=	bidboek
bidboekjes	=	bidboek
bidbook	noun	boek waarin een bepaalde organisator aangeeft wat hij of zij allemaal te bieden heeft als hij of zij de kans krijgt om een bepaald evenement te organiseren
bidbooks	=	bidbook
bidcomiteetje	=	bidcomité
bidcomiteetjes	=	bidcomité
bidcomité	noun	groep mensen die een offerte uitbrengt om een bepaalde activiteit in de wacht te slepen
bidcomités	=	bidcomité
biddag	noun	dag dat men biddend een verzoek richt tot god; tweede woensdag van maart in de protestantse kerken
biddagen	=	biddag
biddagje	=	biddag
biddagjes	=	biddag
bidde	=	bidden
bidden	verb	in gebed zijn, een godheid iets vragen
biddend	adj	bezig zijnde met bidden
biddende	=	biddend
biddends	=	biddend
bidder	noun	iemand die bidt
bidders	=	bidder
biddertje	=	bidder
bidet	noun	soort van aan de muur bevestigde kom of bak voor het met behulp van water reinigen van de geslachtsdelen, billen en anus na gebruik van het toilet, of om de voeten te wassen
bidetje	=	bidet
bidetjes	=	bidet
bidets	=	bidet
bidirectioneel	adj	in twee richtingen
bidirectioneels	=	bidirectioneel
bidirectionele	=	bidirectioneel
bidon	noun	waterfles, met name bedoeld voor langere wandeltochten of om aan de fiets te bevestigen
bidonnetje	=	bidon
bidonnetjes	=	bidon
bidons	=	bidon
bidonville	noun	een arme buitenwijk, meestal van een grote stad en bestaande uit vervallen gebouwen
bidonvilles	=	bidonville
bidplaats	noun	een plek waar men kan bidden
bidplaatsen	=	bidplaats
bidplaatsje	=	bidplaats
bidplaatsjes	=	bidplaats
bidprent	noun	een klein prentje, dat veelal wordt uitgegeven als aandenken bij een overlijden van een dierbare
bidprenten	=	bidprent
bidprentje	=	bidprent
bidprentjes	=	bidprent
bidsnoer	noun	een snoer met kralen als hulpmiddel bij het bidden
bidsnoeren	=	bidsnoer
bidsnoertje	=	bidsnoer
bidsnoertjes	=	bidsnoer
bidsprinkhaan	noun	benaming voor insecten uit de orde Mantodea, roofdieren die hun prooi met de voorpoten vangen
bidsprinkhaankreeften	noun	Stomatopoda een kleine orde van de kreeftachtigen
bidsprinkhaantje	=	bidsprinkhaan
bidsprinkhaantjes	=	bidsprinkhaan
bidsprinkhanen	noun	orde Mantodea, roofdieren die hun prooi met de voorpoten vangen
bidstoel	noun	een stoel waarop men kan zitten en als men de zitting opklapt op kan knielen om te bidden.
bidstoelen	=	bidstoel
bidstoeltje	=	bidstoel
bidstoeltjes	=	bidstoel
bidstond	noun	een bijeenkomst (van meestal christenen) om gezamenlijk tot God te bidden, al dan niet met een bepaald thema
bidstonden	=	bidstond
bidt	=	bidden
biduren	=	biduur
biduur	noun	het tijdstip dat men gebruikelijk bidt
biduurtje	=	biduur
biduurtjes	=	biduur
bidvertrek	noun	kamer die speciaal is ingericht om in te bidden
bidvertrekje	=	bidvertrek
bidvertrekjes	=	bidvertrek
bidvertrekken	=	bidvertrek
bidweek	noun	periode van 7 dagen die in het teken staat van gebed betreffende een bepaald thema
bidweg	noun	bedevaart
bidwegen	=	bidweg
bidweken	=	bidweek
bie	adj	bijzonder (goed)
bieb	noun|informal	bibliotheek
biebboek	noun	een boek dat uit een bibliotheek geleend kan worden
biebboeken	=	biebboek
biebboekje	=	biebboek
biebboekjes	=	biebboek
biebjuf	noun	medewerkster van een bibliotheek die er speciaal is voor basisschoolleerlingen
biebjuffen	=	biebjuf
biebjufs	=	biebjuf
biebs	=	bieb
biecht	noun	het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeft, en de biechteling met de kerk verzoent
biechte	=	biechten
biechteling	noun	iemand die zijn zonden belijdt bij een priester in de rooms-katholieke kerk
biechtelingen	=	biechteling
biechten	verb	het belijden van de eigen zonden aan een priester, zodat deze de zonden in naam van Jezus vergeeft
biechtend	=	biechten
biechtende	=	biechten
biechtgeheim	noun	de verplichting om datgene wat de priester tijdens de biecht verneemt geheim te houden
biechtgeheimen	=	biechtgeheim
biechthok	noun	afgesloten plaats in een kerk waar iemand aan een priester vertelt wat hij verkeerd heeft gedaan
biechthokje	=	biechthok
biechthokjes	=	biechthok
biechthokken	=	biechthok
biechtje	=	biecht
biechtjes	=	biecht
biechtsite	noun	website waar men zijn zondes kan opbiechten en vergeving kan ontvangen
biechtsites	=	biechtsite
biechtstoel	noun	een meubelstuk dat bedoeld is voor het aanhoren en afleggen van de biecht
biechtstoelen	=	biechtstoel
biechtstoelprocedure	noun	besluitvorming waarbij alle leden van een groep afzonderlijk hun voorkeuren vertrouwelijk kenbaar maken aan één of meer personen die vervolgens een voorstel doen dat op de breedste steun kan rekenen
biechtstoelprocedures	=	biechtstoelprocedure
biechtstoeltje	=	biechtstoel
biechtstoeltjes	=	biechtstoel
biechtte	=	biechten
biechtten	=	biechten
biechtvader	noun	een priester die biechten afneemt
biechtvaders	=	biechtvader
biechtvadertje	=	biechtvader
biechtvadertjes	=	biechtvader
biechtwebsite	noun	website waar men zijn zondes kan opbiechten en vergeving kan ontvangen
biechtwebsites	=	biechtwebsite
bied	=	bieden
biedboek	noun	een digitaal biedlogboek bij woningverkopen (waarin biedingen en onderhandelingen transparant worden bijgehouden)
biedboeken	=	biedboek
biedboekje	=	biedboek
biedboekjes	=	biedboek
biede	=	bieden
bieden	verb	als koper een prijs voorstellen	noun	kaartspel waarbij de spelers eerst tegen elkaar opbieden en vervolgens spelen
biedend	adj	van een persoon of organisatie dat die een (aan)bod doet
biedende	=	bieden
biedends	=	biedend
bieder	noun	iemand die een bod doet, bijv. op een veiling/afslag
biedermeier	noun	een ronde bloemschikking met veel bloemen
biedermeiers	=	biedermeier
biedermeiertje	=	biedermeier
biedermeiertjes	=	biedermeier
bieders	=	bieder
bieding	noun	een voorstel doen voor een overeenkomst
biedingen	=	bieding
biedingsbericht	noun	mededeling waarin met het voornemen mededeelt tegen welke prijs men de aandelen van een bedrijf wil overnemen
biedingsberichten	=	biedingsbericht
biedingsoorlog	noun	situatie waarbij twee op meer partijen tijdens een veiling de prijs van een te kopen object steeds verder opjagen
biedingsoorlogen	=	biedingsoorlog
biedingsproces	noun	de manier waarop een verkoop verloopt waarbij de verschillende potentiële kopers een bod op het te verkopen goed doen
biedingsprocessen	=	biedingsproces
biedingsstrijd	noun	competitie waarbij verschillende potentiële kopers met elkaar concurreren door aan te geven dat men een hogere prijs wil betalen
biedingsstrijden	=	biedingsstrijd
biedinkje	=	bieding
biedinkjes	=	bieding
biedkoers	noun	prijs die voor een stuks van een effect wordt geboden
biedkoersen	=	biedkoers
biedkoersje	=	biedkoers
biedkoersjes	=	biedkoers
biedoorlog	noun	situatie waarbij twee op meer partijen tijdens een veiling de prijs van een te kopen object steeds verder opjagen
biedoorlogen	=	biedoorlog
biedprijs	noun	maximale bedrag dat een koper wenst te betalen voor een product
biedprijzen	=	biedprijs
biedronde	noun	keer dat iedere deelnemer in een bieding de kans heeft gehad een bod uit te brengen
biedronden	=	biedronde
biedrondes	=	biedronde
biedster	noun	vrouw die een bod heeft uitgebracht
biedsters	=	biedster
biedstertje	=	biedster
biedstertjes	=	biedster
biedstijl	noun	manier waarop iemand bied bij een kaartspel (m.n. bij bridge)
biedstijlen	=	biedstijl
biedsysteem	noun	een set samenhangende afspraken en conventies van een bridgepaar, die de betekenis van biedingen bij bridge omschrijven
biedsysteempje	=	biedsysteem
biedsysteempjes	=	biedsysteem
biedsystemen	=	biedsysteem
biedt	=	bieden
bief	noun	biefstuk
bieflap	noun	mager stuk vlees uit nek of schouder van een rund dat net wat minder mals is als een biefstuk
bieflapje	=	bieflap
bieflapjes	=	bieflap
bieflappen	=	bieflap
biefstuk	noun	een lap rundvlees, kalfsvlees of paardenvlees van de bovenbil
biefstukje	=	biefstuk
biefstukjes	=	biefstuk
biefstukken	=	biefstuk
biefstukzwam	noun	bepaald soort eetbare paddenstoel Fistulina hepatica uit de familie Fistulinaceae
biefstukzwammen	=	biefstukzwam
biefstukzwammetje	=	biefstukzwam
biefstukzwammetjes	=	biefstukzwam
biek	=	bakken
biel	noun|obsolete	biels, houten dwarsligger gebruikt bij aanleg van spoorbanen
biels	noun	houten dwarsligger gebruikt bij aanleg van spoorwegen
bielsen	adj	vervaardigd uit bielzen
bielsje	=	biels
bieltje	=	biel
bieltjes	=	biel
bielzen	=	biels
biema	=	bima
bieme	noun	verhoogd platform in de synagoge, waar de chazan staat en de Tora wordt voorgelezen
biemes	=	bieme
bienestich	noun	een taart die bestaat uit twee lagen van luchtige taartbiscuit met daartussen een vulling van bijvoorbeeld fruit
biep	noun	een piepend geluid	intj	een piepend geluid voortgebracht
biepe	=	biepen
biepen	verb	een piepend geluid maken
biepend	=	biepen
biepende	=	biepen
bieper	noun	apparaat dat korte tekstberichten kan ontvangen
bieperaanval	noun	uitschakeling van tegenstanders door een toestel dat zij voor persoonlijke communicatie bij zich dragen van afstand tot ontploffing te brengen
bieperaanvallen	=	bieperaanval
biepers	=	bieper
biepertje	=	bieper
biepertjes	=	bieper
biepje	=	biep
biepjes	=	biep
bieps	=	biep
biept	=	biepen
biepte	=	biepen
biepten	=	biepen
bieptonen	=	bieptoon
bieptoon	noun	een piepend geluid
bieptoontje	=	bieptoon
bieptoontjes	=	bieptoon
bier	noun	alcoholische drank die bereid is uit gefermenteerde mout met toevoeging van hop en kruiden
bieraccijns	noun	belasting die men heft over de verkoop van bier
bieraccijnsje	=	bieraccijns
bieraccijnzen	=	bieraccijns
bierautomaat	noun	een apparaat dat automatisch bier uitgeeft of tapt
bierautomaatje	=	bierautomaat
bierautomaatjes	=	bierautomaat
bierautomaten	=	bierautomaat
bierazijn	noun	azijn, die ontstaat door gisting van alcohol die door brouwen is verkregen
bierazijnen	=	bierazijn
bierazijntje	=	bierazijn
bierbak	noun	een krat voor de opslag en het vervoer van al of niet gevulde bierflessen
bierbakken	=	bierbak
bierblik	noun	blikje dat zonder hulpmiddel geopend kan worden waarin bier gebotteld is
bierblikje	=	bierblik
bierblikjes	=	bierblik
bierblikken	=	bierblik
bierbostel	noun	bostel
bierbrouw	=	bierbrouwen
bierbrouwde	=	bierbrouwen
bierbrouwden	=	bierbrouwen
bierbrouwe	=	bierbrouwen
bierbrouwen	verb	bereiden van een alcoholische drank uit gefermenteerde mout
bierbrouwend	=	bierbrouwen
bierbrouwende	=	bierbrouwen
bierbrouwer	noun	iemand die bier brouwt
bierbrouwerij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op het brouwen van bier
bierbrouwerijen	=	bierbrouwerij
bierbrouwerijtje	=	bierbrouwerij
bierbrouwerijtjes	=	bierbrouwerij
bierbrouwers	=	bierbrouwer
bierbrouwertje	=	bierbrouwer
bierbrouwertjes	=	bierbrouwer
bierbrouwster	=	bierbrouwer
bierbrouwt	=	bierbrouwen
bierbuik	noun	vette buik zoals die door uitbundig biergebruik kan ontstaan
bierbuiken	=	bierbuik
bierbuikje	=	bierbuik
bierbuikjes	=	bierbuik
biercafé	noun	horecagelegenheid gespecialiseerd in het serveren van bier
biercafés	=	biercafé
bierconcern	noun	grote bedrijf dat bier maakt en verkoopt
bierconcerns	=	bierconcern
bierculturen	=	biercultuur
biercultuur	noun	al het menselijk gedrag dat te maken heeft met het maken en consumeren van bier
bierdoos	noun	een stevige kartonnen verpakking die speciaal is ontworpen voor het veilig transporteren en presenteren van bierflessen of blikjes
bierdoosje	=	bierdoos
bierdoosjes	=	bierdoos
bierdopje	noun	een kroonkurk zoals deze op bieflesjes gebruikt wordt
bierdopjes	=	bierdopje
bierdozen	=	bierdoos
bierdrinker	noun	iemand die regelmatig bier drinkt
bierdrinkers	=	bierdrinker
bieren	=	bier
bierfabrikant	noun	bedrijf dat bier brouwt
bierfabrikanten	=	bierfabrikant
bierfeest	noun	feestelijke gelegenheid waarbij veel bier gedronken wordt
bierfeesten	=	bierfeest
bierfeestje	=	bierfeest
bierfeestjes	=	bierfeest
bierfiets	noun	een soort tandemfiets waarop een toog is gemonteerd, geschikt voor 10 tot 20 personen, die terwijl ze aan de bar zitten voor de aandrijving zorg dragen
bierfietsen	=	bierfiets
bierfietsje	=	bierfiets
bierfles	noun	meestal bruine of groene fles waarin bier bewaard kan worden
bierflesch	=	bierfles
bierflesje	=	bierfles
bierflesjes	=	bierfles
bierflessen	=	bierfles
biergebrouwen	=	bierbrouwen
biergerecht	noun	gerecht waarin bier is verwerkt als ingrediënt
biergerechten	=	biergerecht
biergerechtje	=	biergerecht
biergerechtjes	=	biergerecht
biergigant	noun	zeer grote bierbrouwer; zeer groot bierproducerend bedrijf
biergiganten	=	biergigant
biergist	noun	bepaalde eencellige schimmelsoort Saccharomyces cerevisiae, een algemeen voorkomend micro-organisme, dat al duizenden jaren gebruikt wordt voor het fermenteren van koolhydraten, zoals bij het brouwen van bier en het laten rijzen van brood
biergisten	=	biergist
biergistje	=	biergist
bierglaasje	=	bierglas
bierglaasjes	=	bierglas
bierglas	noun	een glas dat speciaal ontworpen is om bier uit te drinken
bierglazen	=	bierglas
bierhal	noun	plaats waar men samen bier drinkt
bierhalbezoeker	noun	gast in een bierhal
bierhalbezoekers	=	bierhalbezoeker
bierhallen	=	bierhal
bierhandel	noun	het in- en verkopen van bier
bierhandels	=	bierhandel
bierhandeltje	=	bierhandel
bierhandeltjes	=	bierhandel
bierhuis	noun	een horecagelegenheid waar men bier kan drinken
bierhuisje	=	bierhuis
bierhuisjes	=	bierhuis
bierhuizen	=	bierhuis
bierkaai	noun	Bierkade in Amsterdam, tegen de bierkaai vechten = een hopeloze strijd voeren
bierkaaien	=	bierkaai
bierkaart	noun	een kaart waarop alle bieren staan vermeld die in een bepaalde horecagelegenheid worden geschonken
bierkaarten	=	bierkaart
bierkaartje	=	bierkaart
bierkaartjes	=	bierkaart
bierkan	noun	een bierglas met handvat en soms ook een deksel
bierkannen	=	bierkan
bierkannetje	=	bierkan
bierkeet	noun	niet-commerciële ruimte waarin jongeren alcoholische dranken kunnen nuttigen
bierkelder	noun	gelegenheid waar men bier kan drinken
bierkelders	=	bierkelder
bierkeldertje	=	bierkelder
bierkeldertjes	=	bierkelder
bierketen	=	bierkeet
bierkist	noun	een houten verpakking of opbergsysteem voor bierflesjes, vaak gebruikt als luxe cadeauverpakking of decoratief item
bierkisten	=	bierkist
bierkistje	=	bierkist
bierkistjes	=	bierkist
bierkrat	noun	open kist van hout of kunststof, specifiek bedoeld om meerdere bierflesjes stabiel in op te slaan of te vervoeren, meestal ook met opdruk van het biermerk en in de huisstijl daarvan
bierkratje	=	bierkrat
bierkratjes	=	bierkrat
bierkratjescurling	noun	ludieke variant van curling, waarbij in plaats van een curlingsteen een bierkratje wordt gebruikt
bierkratten	=	bierkrat
bierkruik	noun	een vat om bier in te bewaren en om die eruit te schenken
bierkruiken	=	bierkruik
bierkruikje	=	bierkruik
bierkruikjes	=	bierkruik
bierleiding	noun	een slang of buis die wordt gebruikt om bier te transporteren van een opslagvat (fust) naar een tapkraan, of in grotere toepassingen, van een brouwerij naar een bottelarij.
bierleidingen	=	bierleiding
bierleidinkje	=	bierleiding
bierleidinkjes	=	bierleiding
bierliefhebber	noun	iemand die graag bier drinkt en veel verstand heeft van bier
bierliefhebbers	=	bierliefhebber
bierlucht	noun	de vieze geur van verschraald bier
bierluchten	=	bierlucht
biermagnaat	noun	heel grote en rijke bierproducent
biermagnaten	=	biermagnaat
biermarkt	noun	het geheel van omstandigheden waaronder gevraagde en aangeboden hoeveelheden bier verhandeld worden tegen een bepaalde prijs
biermarkten	=	biermarkt
biermarktje	=	biermarkt
biermarktjes	=	biermarkt
biermerk	noun	merk waar een bier toe behoort
biermerken	=	biermerk
biermerkje	=	biermerk
biermerkjes	=	biermerk
bieromzet	noun	de hoeveelheid bier die verkocht wordt
bieromzetten	=	bieromzet
bieronderzoek	noun	studie naar een onderwerp dat betrekking heeft op bier
bieronderzoeken	=	bieronderzoek
bieronderzoekje	=	bieronderzoek
bieronderzoekjes	=	bieronderzoek
bierpap	noun	pap gemaakt van melk, bloem en bier
bierpapje	=	bierpap
bierpapjes	=	bierpap
bierpappen	=	bierpap
bierpens	noun	dikke buik, toegeschreven aan het drinken van veel bier
bierpensen	=	bierpens
bierpensje	=	bierpens
bierpomp	noun	apparaat waaruit men bier tapt in een café of kroeg
bierpompen	=	bierpomp
bierpompje	=	bierpomp
bierpompjes	=	bierpomp
bierpot	noun	spaarpot waarin men geld verzamelt dat men kan gebruiken voor het kopen van bier en andere versnaperingen
bierpotje	=	bierpot
bierpotjes	=	bierpot
bierpotten	=	bierpot
bierprijs	noun	de hoeveelheid geld die men voor bier moet betalen
bierprijzen	=	bierprijs
bierproducent	noun	bedrijf dat bier fabriceert
bierproducenten	=	bierproducent
bierproductie	noun	het maken van bier; het brouwen van bier
bierproducties	=	bierproductie
bierpul	noun	groot glas of grote beker met handvat en soms ook een deksel voor het drinken van bier
bierpullen	=	bierpul
bierpulletje	=	bierpul
bierscheepje	=	bierschip
bierscheepjes	=	bierschip
bierschepen	=	bierschip
bierschip	noun	schip waarmee men bier vervoert
biersector	noun	de bedrijfstak van de bierbrouwers en bierhandelaren
biersectoren	=	biersector
biersectors	=	biersector
bierset	noun	een inklapbare meubelset bestaande uit één lange, smalle tafel en twee bijpassende banken
biersets	=	bierset
biersoep	noun	vloeibaar gerecht gemaakt van alcoholische drank uit gefermenteerde mout, waaraan andere ingrediënten worden toegevoegd
biersoepen	=	biersoep
biersoort	noun	type van bieren die een vergelijkbare bereidingswijze en smaak hebben
biersoorten	=	biersoort
biersteker	noun	handelaar in bier
bierstekers	=	biersteker
biertap	noun	tapinstallatie bestemd voor het schenken van bier
biertapje	=	biertap
biertapjes	=	biertap
biertappen	=	biertap
biertaps	=	biertap
biertent	noun	uitgaansgelegenheid waar je bier kunt drinken
biertenten	=	biertent
biertentje	=	biertent
biertentjes	=	biertent
biertje	=	bier
biertjes	=	bier
bierton	noun	vat waarin men bier kan bewaren
biertonnen	=	bierton
biertonnetje	=	bierton
biertonnetjes	=	bierton
biervaatje	=	biervat
biervaatjes	=	biervat
biervat	noun	vat bestemd voor de opslag van bier
biervaten	=	biervat
bierverbruik	noun	hoeveelheid bier die men consumeert
bierverkoop	noun	{economie } hoeveelheid bier die men verkoopt
bierverkopen	=	bierverkoop
bierviltje	noun	een kartonnen onderzettertje voor bierglazen (en soms andere glazen) dat vooral in cafés gebruikelijk is
bierviltjes	=	bierviltje
bierviltjesberekening	noun	snelle en grove schatting
bierviltjesberekeningen	=	bierviltjesberekening
bierviltjesvirologen	=	bierviltjesviroloog
bierviltjesvirologie	noun	zelfverzekerde uitspraken over besmettingsrisico's door mensen die de daarvoor vereiste kennis missen
bierviltjesviroloog	noun	iemand die zonder de vereiste kennis zelfverzekerde uitspraken over besmettingsrisico's doet
biervoorraad	noun	de hoeveelheid bier die men tot zijn beschikking heeft om later te consumeren
biervoorraadje	=	biervoorraad
biervoorraadjes	=	biervoorraad
biervoorraden	=	biervoorraad
bierwacht	noun	organisatie die op gezette tijden biertapinstallaties schoonmaakt en onderhoudt
bierwachten	=	bierwacht
bierwagen	noun	wagen waarop bier wordt vervoerd
bierwagens	=	bierwagen
bierwagentje	=	bierwagen
bierwagentjes	=	bierwagen
bieryoga	noun	bier drinken tijdens het beoefenen van yoga
bies	noun	een smal boordsel op een kledingstuk, smalle strook stof aan de rand van een kledingstuk
biesbok	noun	blesbok, soort antilope Damaliscus pygargus phillipsi
biesbokje	=	biesbok
biesbokjes	=	biesbok
biesbokken	=	biesbok
biesbos	noun	met bies begroeid griendland
biesbosch	=	biesbos
biesbosje	=	biesbos
biesbosjes	=	biesbos
biesbossen	=	biesbos
biesde	=	biezen
biesden	=	biezen
biesje	=	bies
biesjes	=	bies
bieskokermot	noun	Coleophora caespititiella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
bieskokermotje	=	bieskokermot
bieskokermotjes	=	bieskokermot
bieskokermotten	=	bieskokermot
biesloken	=	bieslook
bieslook	noun	overblijvende looksoort en bolgewas, Allium schoenoprasum, gekenmerkt door schermen van meestal roze tot roze-violette bloemen en gekweekt vanwege zijn lange, slanke, holle bladeren
bieslookje	=	bieslook
biessnuitmot	noun	Friedlanderia cicatricella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
biessnuitmotje	=	biessnuitmot
biessnuitmotjes	=	biessnuitmot
biessnuitmotten	=	biessnuitmot
biest	noun	de verdikte melk die afgegeven wordt door een koe die recentelijk gekalfd heeft
biestarwegras	noun	Elytrigia juncea subsp. boreoatlantica een plant uit de grassenfamilie (Gramineae oftewel Poaceae).
biestarwegrassen	=	biestarwegras
biesvaren	noun	benaming voor moerasplanten uit de orde Isoëtales, die één familie Isoëtaceae met één geslacht Isoëtes omvat met zo'n 150 soorten
biesvarens	noun	orde Isoëtales die één familie omvat
biesvormig	adj	vorm van een bies hebbend
biesvormige	=	biesvormig
biesvormiger	=	biesvormig
biesvormigere	=	biesvormig
biesvormigers	=	biesvormig
biesvormigs	=	biesvormig
biesvormigst	=	biesvormig
biesvormigste	=	biesvormig
biet	noun	Beta vulgaris een plant die om de wortelknol geteeld wordt
bietebaauw	=	bietebauw
bietebauw	noun	een spookverschijning
bietebauwen	=	bietebauw
bietebauwtje	=	bietebauw
bietebauwtjes	=	bietebauw
bieten	=	biet
bietenbrug	noun	brug waar boeren met karren vol bieten overheen rijden; vrijwel alleen in de vaste uitdrukking de bietenbrug opgaan
bietenbruggen	=	bietenbrug
bietenbruggetje	=	bietenbrug
bietenbruggetjes	=	bietenbrug
bietenbrugje	=	bietenbrug
bietenbrugjes	=	bietenbrug
bietencampagne	noun	oogsttijd van de suikerbieten
bietencampagnes	=	bietencampagne
bietengordijnzwam	noun	een schimmel Cortinarius umbrinolens behorend tot de familie Cortinariaceae.
bietengordijnzwammen	=	bietengordijnzwam
bietengordijnzwammetje	=	bietengordijnzwam
bietengordijnzwammetjes	=	bietengordijnzwam
bietenkevertje	noun	Atomaria linearis een keversoort uit de familie harige schimmelkevers (Cryptophagidae).
bietenkevertjes	=	bietenkevertje
bietenkroot	noun	rode biet, als groente genuttigd
bietenkroten	=	bietenkroot
bietenpulp	noun	gemalen suikerbieten waaruit de suiker is verwijderd
bietenroest	noun	Uromyces betae een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
bietenroesten	=	bietenroest
bietenroestje	=	bietenroest
bietenroestjes	=	bietenroest
bietenrood	noun	van bieten gemaakte rode kleurstof
bietensalade	noun	salade met gekookte rode biet, rauwe ui e.d
bietensalades	=	bietensalade
bietensap	noun	sap van rode bieten
bietensapje	=	bietensap
bietensapjes	=	bietensap
bietensappen	=	bietensap
bietensla	noun	een salade gemaakt van rode bieten
bietensla's	=	bietensla
bietensnuitkever	noun	Tanymecus palliatus een snuitkevers in de familie Curculionidae.
bietensnuitkevers	=	bietensnuitkever
bietensnuitkevertje	=	bietensnuitkever
bietensnuitkevertjes	=	bietensnuitkever
bietensoep	noun	soep gemaakt van rode bieten
bietensoepen	=	bietensoep
bietenstroop	noun	een donkerbruine stroop die wordt verkregen door het gedurende enige tijd laten koken van het sap van suikerbieten
bietenstroopje	=	bietenstroop
bietenstroopjes	=	bietenstroop
bietenstropen	=	bietenstroop
bietenvlieg	noun	Pegomya hyoscyami (synoniemen: Anthomyia hyoscyami, Chortophila chenopodii of Pegomya chenopodii) een vlieg uit de familie van de Anthomyiidae (bloemvliegen).
bietenvliegen	=	bietenvlieg
bietenvliegje	=	bietenvlieg
bietenvliegjes	=	bietenvlieg
bietje	=	biet
bietjes	=	biet
bietouw	noun	Chrysanthemoides monilifera een endemische plant van Zuid-Afrika uit de familie Asteraceae die voorkomt in de kuststreken van de West-Kaap.
bietouwen	=	bietouw
bietouwtje	=	bietouw
bietouwtjes	=	bietouw
biets	=	bietsen
bietse	=	bietsen
bietsen	verb|informal	bedelen om, (iets) afbedelen, klaplopen (vaak voor sigaretten)
bietsend	=	bietsen
bietsende	=	bietsen
bietser	noun|informal	klaploper, bedelaar, schooier, profiteur, parasiet
bietsers	=	bietser
bietsertje	=	bietser
bietsertjes	=	bietser
bietst	=	bietsen
bietste	=	bietsen
bietsten	=	bietsen
bietsuiker	noun	uit bieten bereide suiker
bietsuikers	=	bietsuiker
bietsuikertje	=	bietsuiker
bietsuikertjes	=	bietsuiker
bietzandvleugeltje	noun	Scrobipalpa ocellatella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
bietzandvleugeltjes	=	bietzandvleugeltje
bieven	=	bief
bieze	=	biezen
biezen	adj	vervaardigd van de halmen van een bies, zoals Scirpus maritimus (zoute ~) of S. lacustris (zoete ~)
biezend	=	biezen
biezende	=	biezen
biezengrasmot	noun	Crambus uliginosellus een nachtvlinder uit de familie Crambidae, de grasmotten.
biezengrasmotje	=	biezengrasmot
biezengrasmotjes	=	biezengrasmot
biezengrasmotten	=	biezengrasmot
biezenknoppen	noun	Juncus conglomeratus een dichte pollen vormende, meerjarige plant die behoort tot de russenfamilie (Juncaceae).
biezenmollisia	noun	Mollisia juncina een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
biezenmollisia's	=	biezenmollisia
biezenmollisiaatje	=	biezenmollisia
biezenmollisiaatjes	=	biezenmollisia
bifasisch	adj	met een verloop waarin twee perioden worden onderscheiden
bifasische	=	bifasisch
bifenyl	noun	organische verbinding met als brutoformule C₁₂H₁₀
bifilair	adj	met gebruikmaking van twee draden
bifilaire	=	bifilair
bifilairs	=	bifilair
bifobie	noun	vrees voor biseksuelen of biseksualiteit
bifobieën	=	bifobie
bifocaal	adj	in het bezit van twee brandpunten
bifocaals	=	bifocaal
bifocale	=	bifocaal
bifurcatie	noun	de splitsing of deling in twee takken, zoals bij een vork of gaffel
bifurcaties	=	bifurcatie
bifurcatietje	=	bifurcatie
bifurcatietjes	=	bifurcatie
big	noun	een jong van het varken
bigamie	noun	het gelijktijdig met twee personen gehuwd-zijn
bigamieën	=	bigamie
bigamisch	adj	met twee partners tegelijkertijd getrouwd zijnde
bigamische	=	bigamisch
bigamischer	=	bigamisch
bigamischere	=	bigamisch
bigamischers	=	bigamisch
bigamist	noun	een persoon die dubbel gehuwd is, (die bigamie pleegt)
bigamiste	=	bigamist
bigamisten	=	bigamist
bigamistje	=	bigamist
bigamistjes	=	bigamist
bigarreau	noun	een gekonfijte kers (geplaatst op gebak)
bigarreaus	=	bigarreau
bigbag	noun	grote zak die gebruikt wordt voor het vervoer van poeder in hoeveelheden die men gebruikt voor industriële toepassingen
bigbags	=	bigbag
bigband	noun	jazzorkest bestaande uit ongeveer 12 tot 25 muzikanten en omvat saxofoons, trompetten, trombones en een ritmesectie
bigbands	=	bigband
bigbangtheorie	noun	een kosmologische theorie die stelt dat het heelal 13,7 miljard geleden met de oerknal ("big bang") is ontstaan
bigbangtheorietje	=	bigbangtheorie
bigbangtheorietjes	=	bigbangtheorie
bigbangtheorieën	=	bigbangtheorie
bigbrotherachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van Big Brother
bigbrotherachtige	=	bigbrotherachtig
bigbrotherachtiger	=	bigbrotherachtig
bigbrotherachtigere	=	bigbrotherachtig
bigbrotherachtigers	=	bigbrotherachtig
bigbrotherachtigs	=	bigbrotherachtig
bigbrotherachtigst	=	bigbrotherachtig
bigbrotherachtigste	=	bigbrotherachtig
bigbrotherapp	noun|informal	computer applicatie die het gedrag van mensen kan volgen en ze zo advies kan geven over hoe de verspreiding van een virus te beperken
bigbrotherapps	=	bigbrotherapp
bigde	=	biggen
bigdee	noun	kleding(stukken) van
bigden	=	biggen
bigender	noun	persoon met twee genderidentiteiten	adj	met twee genderidentiteiten
bigendere	=	bigender
bigenders	=	bigender
bigge	=	biggen
biggekruid	=	biggenkruid
biggel	=	biggelen
biggelde	=	biggelen
biggelden	=	biggelen
biggele	=	biggelen
biggelen	verb	naar beneden stromen / rollen
biggelend	=	biggelen
biggelende	=	biggelen
biggelt	=	biggelen
biggen	verb	jongen baren (door een zeug)
biggend	=	biggen
biggende	=	biggen
biggenkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Hypochaeris
biggenkruidboorvlieg	noun	Tephritis vespertina een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
biggenkruidboorvliegen	=	biggenkruidboorvlieg
biggenkruidboorvliegje	=	biggenkruidboorvlieg
biggenkruidboorvliegjes	=	biggenkruidboorvlieg
biggenkruidgalwesp	noun	Phanacis hypochoeridis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
biggenkruidgalwespen	=	biggenkruidgalwesp
biggenkruidgalwespje	=	biggenkruidgalwesp
biggenkruidgalwespjes	=	biggenkruidgalwesp
biggenkruidgroefbij	noun	Lasioglossum villosulum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
biggenkruidgroefbijen	=	biggenkruidgroefbij
biggenkruidgroefbijtje	=	biggenkruidgroefbij
biggenkruidgroefbijtjes	=	biggenkruidgroefbij
biggenkruidje	=	biggenkruid
biggenkruidjes	=	biggenkruid
biggetje	=	big
biggetjes	=	big
bigismadei	noun	feestelijke bijeenkomst voor ouderen georganiseerd door de Surinaamse overheid
bigismadeis	=	bigismadei
bigiyari	noun	Surinaams feest dat men viert als iemand een speciale verjaardag viert zoals bijvoorbeeld een kroonjaar
bigot	adj	overdreven vroom of godsdienstig	noun	iemand die zich overdreven vroom voordoet
bigotje	=	bigot
bigotjes	=	bigot
bigots	=	bigot
bigotst	=	bigot
bigotste	=	bigot
bigotte	=	bigot
bigotten	=	bigot
bigotter	=	bigot
bigottere	=	bigot
bigotterie	noun	het op een overdreven, onechte manier vroom zijn
bigotterieën	=	bigotterie
bigotters	=	bigot
bigram	noun	veel voorkomende combinatie van twee letters, bv. in het Nederlands 'en' of 'de'
bigrammen	=	bigram
bigrammetje	=	bigram
bigrammetjes	=	bigram
bigt	=	biggen
bigua-aalscholver	noun	Nannopterum brasilianus een zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
bigua-aalscholvers	=	bigua-aalscholver
bigua-aalscholvertje	=	bigua-aalscholver
bigua-aalscholvertjes	=	bigua-aalscholver
bij	prep	in de buurt van (meestal in een ondergeschikte positie)	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
bij-woudzwever	noun	Criorhina asilica een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bij-woudzwevers	=	bij-woudzwever
bij-woudzwevertje	=	bij-woudzwever
bij-woudzwevertjes	=	bij-woudzwever
bijaccent	noun	een tweede accent in een woord naast het hoofdaccent
bijaccenten	=	bijaccent
bijachtigen	noun	superfamilie Apoidea in de orde van de vliesvleugeligen, waartoe tegenwoordig de bijen, graafwespen en kakkerlakkendoders worden gerekend
bijaldien	conj	in dat geval, in die toestand, ingeval
bijas	noun	een kleinere as naast de hoofdas; vertakking van de hoofdas
bijasje	=	bijas
bijasjes	=	bijas
bijassen	=	bijas
bijbaan	noun	werk dat je doet naast je belangrijkste activiteiten
bijbaantje	=	bijbaan
bijbaantjes	=	bijbaan
bijbabbel	=	bijbabbelen
bijbabbelde	=	bijbabbelen
bijbabbelden	=	bijbabbelen
bijbabbele	=	bijbabbelen
bijbabbelen	verb	na enige tijd elkaar niet gezien te hebben weer praten over alles wat intussen gebeurd is
bijbabbelend	=	bijbabbelen
bijbabbelende	=	bijbabbelen
bijbabbelt	=	bijbabbelen
bijbal	noun	orgaan dat bij de man achter de teelbal (testis) in de balzak (scrotum) is gelegen
bijballen	=	bijbal
bijballetje	=	bijbal
bijballetjes	=	bijbal
bijbalontsteking	noun	ontsteking van de epididymis
bijbalontstekingen	=	bijbalontsteking
bijbanen	=	bijbaan
bijbank	noun	een filiaal of bijkantoor van een bank
bijbanken	=	bijbank
bijbankje	=	bijbank
bijbankjes	=	bijbank
bijbedoeling	noun	een andere heimelijke bedoeling naast die degene die men aangeeft
bijbedoelingen	=	bijbedoeling
bijbedoelinkje	=	bijbedoeling
bijbedoelinkjes	=	bijbedoeling
bijbeen	=	bijbenen
bijbeende	=	bijbenen
bijbeenden	=	bijbenen
bijbeent	=	bijbenen
bijbehoren	noun	datgene wat bij iets nodig is
bijbehorend	adj	deel uitmakend van één geheel
bijbehorende	=	bijbehorend
bijbehorends	=	bijbehorend
bijbehorens	=	bijbehoren
bijbel	noun	exemplaar van de Bijbel, het heilige boek van de christenen
bijbelboek	noun	exemplaar van de Bijbel
bijbelboeken	=	bijbelboek
bijbelboekje	=	bijbelboek
bijbelboekjes	=	bijbelboek
bijbelcursus	noun	een gestructureerde studie van de Bijbel die gericht is op het verdiepen van geloofskennis, het begrijpen van de context en het toepassen van de inhoud op het dagelijks leven.
bijbelcursusje	=	bijbelcursus
bijbelcursusjes	=	bijbelcursus
bijbelcursussen	=	bijbelcursus
bijbelfiguren	=	bijbelfiguur
bijbelfiguur	noun	persoon uit de Bijbel
bijbelfiguurtje	=	bijbelfiguur
bijbelfiguurtjes	=	bijbelfiguur
bijbelgenootschap	noun	een vereniging die zich bezighoudt met de vertaling van de Bijbel, verspreiding van bijbels en voorlichting over de Bijbel
bijbelgenootschappen	=	bijbelgenootschap
bijbelgetrouw	adj	heel precies geloven in de letterlijke inhoud van de Bijbel
bijbelgetrouwe	=	bijbelgetrouw
bijbelgetrouwer	=	bijbelgetrouw
bijbelgetrouwere	=	bijbelgetrouw
bijbelgetrouwers	=	bijbelgetrouw
bijbelgetrouws	=	bijbelgetrouw
bijbelgetrouwst	=	bijbelgetrouw
bijbelgetrouwste	=	bijbelgetrouw
bijbelgordel	noun	langgerekt gebied waarin een naar verhouding groot aantal bevindelijk-gereformeerden wonen
bijbelgordels	=	bijbelgordel
bijbelhaak	noun	haak met twee rechte hoeken, blokhaak
bijbelhaakje	=	bijbelhaak
bijbelhaakjes	=	bijbelhaak
bijbelhaken	=	bijbelhaak
bijbelkenner	noun	iemand die veel kennis heeft over de Bijbel
bijbelkenners	=	bijbelkenner
bijbelkennis	noun	het weten wat er in de bijbel geschreven staat
bijbelkring	noun	Bijbelstudie in groepsverband
bijbelkringen	=	bijbelkring
bijbellezen	noun	het bestuderen van de Bijbel
bijbellezenaar	noun	standaard met een schuinoppervlak waarop een bijbel kan liggen hierdoor kan ze staande makkelijk de bijbel (voor)lezen
bijbellezenaars	=	bijbellezenaar
bijbellezing	noun	bijeenkomst waar een deel van de Bijbel wordt voorgelezen
bijbellezingen	=	bijbellezing
bijbelneuker	noun	iemand die veel tijd doorbrengt met bijbelstudie. (-> saai of futloos persoon)
bijbelneukers	=	bijbelneuker
bijbelneukertje	=	bijbelneuker
bijbelneukertjes	=	bijbelneuker
bijbelplaats	noun	citaat, aanhaling uit de Bijbel
bijbelplaatsen	=	bijbelplaats
bijbels	=	bijbel
bijbelscholen	=	bijbelschool
bijbelschool	noun	onderwijsinstelling waar de Bijbel en de christelijke leefregels worden onderwezen
bijbelschooltje	=	bijbelschool
bijbelschooltjes	=	bijbelschool
bijbelstudie	noun	bestudering van de Bijbel
bijbelstudies	=	bijbelstudie
bijbeltekst	noun	citaat uit de Bijbel
bijbelteksten	=	bijbeltekst
bijbeltje	=	bijbel
bijbeltjes	=	bijbel
bijbelvast	adj	veel kennis hebben van de Bijbel
bijbelvaste	=	bijbelvast
bijbelvaster	=	bijbelvast
bijbelvastere	=	bijbelvast
bijbelvasters	=	bijbelvast
bijbelvasts	=	bijbelvast
bijbelvastst	=	bijbelvast
bijbelvastste	=	bijbelvast
bijbelverhaal	noun	een vertelling die voorkomt in de Bijbel
bijbelverhaaltje	=	bijbelverhaal
bijbelverhaaltjes	=	bijbelverhaal
bijbelverhalen	=	bijbelverhaal
bijbelvers	noun	een zin uit de Bijbel
bijbelvertaling	noun	de tekst van de Bijbel in een andere taal dan die van de brontekst
bijbelvertalingen	=	bijbelvertaling
bijbelverzen	=	bijbelvers
bijbene	=	bijbenen
bijbenen	verb	lopend bijhouden
bijbenend	=	bijbenen
bijbenende	=	bijbenen
bijberoep	noun	werk dat iemand naast zijn voornaamste werkzaamheden verricht om meer inkomen te krijgen
bijberoepen	=	bijberoep
bijbestel	=	bijbestellen
bijbesteld	=	bijbestellen
bijbestelde	=	bijbestellen
bijbestelden	=	bijbestellen
bijbestelle	=	bijbestellen
bijbestellen	verb	bestellen van een extra hoeveelheid van iets dat men al eerder besteld heeft
bijbestellend	=	bijbestellen
bijbestellende	=	bijbestellen
bijbestelt	=	bijbestellen
bijbetaal	=	bijbetalen
bijbetaald	=	bijbetalen
bijbetaalde	=	bijbetalen
bijbetaalden	=	bijbetalen
bijbetaalt	=	bijbetalen
bijbetale	=	bijbetalen
bijbetalen	verb	een additioneel bedrag betalen
bijbetalend	=	bijbetalen
bijbetalende	=	bijbetalen
bijbetaling	noun	extra hoeveelheid geld die men betaalt boven op de normale prijs voor het verkrijgen van een extra product
bijbetalingen	=	bijbetaling
bijbetalinkje	=	bijbetaling
bijbetalinkjes	=	bijbetaling
bijbetekenis	noun	een subsidiaire of secundaire woordbetekenis dat een deel of aspect van een hoofdbetekenis weergeeft
bijbetekenissen	=	bijbetekenis
bijbetrekking	noun	een betaalde baan die iemand naast zijn of haar hoofdbaan of studie uitoefent
bijbetrekkingen	=	bijbetrekking
bijbetrekkinkje	=	bijbetrekking
bijbetrekkinkjes	=	bijbetrekking
bijbeun	=	bijbeunen
bijbeunde	=	bijbeunen
bijbeunden	=	bijbeunen
bijbeune	=	bijbeunen
bijbeunen	verb	zwart bijverdienen soms zonder de vereiste kennis van het vak
bijbeunend	=	bijbeunen
bijbeunende	=	bijbeunen
bijbeunt	=	bijbeunen
bijblaadje	=	bijblad
bijblaadjes	=	bijblad
bijblad	noun	bijvoegsel bij een krant of andere publicatie
bijbladen	=	bijblad
bijbleef	=	bijblijven
bijbleeft	=	bijblijven
bijbleve	=	bijblijven
bijbleven	=	bijblijven
bijblijf	=	bijblijven
bijblijft	=	bijblijven
bijblijve	=	bijblijven
bijblijven	verb	zorgen dat men niet achterblijft bij de voortgang van iets
bijblijvend	=	bijblijven
bijblijvende	=	bijblijven
bijboek	=	bijboeken
bijboeke	=	bijboeken
bijboeken	verb	een bedrag toevoegen aan een (bank)rekening
bijboekend	=	bijboeken
bijboekende	=	bijboeken
bijboekt	=	bijboeken
bijboekte	=	bijboeken
bijboekten	=	bijboeken
bijbogen	=	bijboog
bijboog	noun	een extra, secundaire boog bij de regenboog
bijboot	noun	een klein bootje, dat gebouwd en bestemd is om op een binnenschip te worden meegenomen of als volgboot achter een klein binnenschip of jacht te worden gesleept
bijbootje	=	bijboot
bijbootjes	=	bijboot
bijboten	=	bijboot
bijbouw	=	bijbouwen
bijbouwde	=	bijbouwen
bijbouwden	=	bijbouwen
bijbouwe	=	bijbouwen
bijbouwen	verb	een bestaand gebouw uitbreiden door er nieuwe delen aan toe te voegen
bijbouwend	=	bijbouwen
bijbouwende	=	bijbouwen
bijbouwt	=	bijbouwen
bijbracht	=	bijbrengen
bijbrachte	=	bijbrengen
bijbrachten	=	bijbrengen
bijbreng	=	bijbrengen
bijbrenge	=	bijbrengen
bijbrengen	verb	iemand ~: weer bij bewustzijn brengen
bijbrengend	=	bijbrengen
bijbrengende	=	bijbrengen
bijbrengt	=	bijbrengen
bijbuigen	verb	geleidelijk veranderen
bijbuigend	=	bijbuigen
bijbuigende	=	bijbuigen
bijdeden	=	bijdoen
bijdeed	=	bijdoen
bijdehand	adj	snel en gevat van reactie	adv	snel en gevat van reactie
bijdehandje	noun	een slim en brutaal meisje
bijdehandjes	=	bijdehandje
bijdehands	adj	links van de voerman
bijdehandse	=	bijdehands
bijdehandser	=	bijdehands
bijdehandsere	=	bijdehands
bijdehandsers	=	bijdehands
bijdehandst	=	bijdehand
bijdehandste	=	bijdehand
bijdehante	=	bijdehand
bijdehanter	=	bijdehand
bijdehantere	=	bijdehand
bijdehanters	=	bijdehand
bijdetijds	adj	modern
bijdetijdse	=	bijdetijds
bijdetijdser	=	bijdetijds
bijdetijdsere	=	bijdetijds
bijdetijdsers	=	bijdetijds
bijdetijdst	=	bijdetijds
bijdetijdste	=	bijdetijds
bijdoe	=	bijdoen
bijdoen	verb	toevoegen, aanbrengen, bijleggen, bijmengen, bijvoegen, toegeven
bijdoend	=	bijdoen
bijdoende	=	bijdoen
bijdoet	=	bijdoen
bijdraag	=	bijdragen
bijdraagt	=	bijdragen
bijdraai	=	bijdraaien
bijdraaide	=	bijdraaien
bijdraaiden	=	bijdraaien
bijdraaie	=	bijdraaien
bijdraaien	verb	de zeilen van een zeilschip zo stellen dat de boot stil blijft liggen
bijdraaiend	=	bijdraaien
bijdraaiende	=	bijdraaien
bijdraait	=	bijdraaien
bijdrage	noun	wat men als zijn aandeel [4] geeft tot een gemeenschappelijk doel
bijdragen	verb	iets ~ aan: een aandeel leveren
bijdragend	=	bijdragen
bijdragende	=	bijdragen
bijdrager	noun	iets of iemand die samen met anderen iets maakt of veroorzaakt
bijdrageregeling	noun	regeling waarbij een politicus een deel van zijn inkomen dat als politicus verdient afdraagt aan de partij
bijdrageregelingen	=	bijdrageregeling
bijdrageregelingetje	=	bijdrageregeling
bijdrageregelingetjes	=	bijdrageregeling
bijdragers	=	bijdrager
bijdrages	=	bijdrage
bijdragetje	=	bijdrage
bijdragetjes	=	bijdrage
bijdroeg	=	bijdragen
bijdroege	=	bijdragen
bijdroegen	=	bijdragen
bijdroegt	=	bijdragen
bijdruk	noun	een van de volgende oplagen van een gedrukt werk na de eerste oplage
bijdrukke	=	bijdrukken
bijdrukken	verb	extra exemplaren van een drukwerk maken
bijdrukkend	=	bijdrukken
bijdrukkende	=	bijdrukken
bijdrukt	=	bijdrukken
bijdrukte	=	bijdrukken
bijdrukten	=	bijdrukken
bije	=	bij
bijectie	noun	een afbeelding die zowel injectief als surjectief is, en dus alle elementen van twee verzamelingen in een-op-een correspondentie aan elkaar koppelt
bijecties	=	bijectie
bijeen	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: tezamen in een groep
bijeenben	=	bijeenzijn
bijeenbind	=	bijeenbinden
bijeenbinde	=	bijeenbinden
bijeenbinden	verb	samenbinden
bijeenbindend	=	bijeenbinden
bijeenbindende	=	bijeenbinden
bijeenbindt	=	bijeenbinden
bijeenbleef	=	bijeenblijven
bijeenbleven	=	bijeenblijven
bijeenblijf	=	bijeenblijven
bijeenblijft	=	bijeenblijven
bijeenblijve	=	bijeenblijven
bijeenblijven	verb	bij elkaar blijven
bijeenblijvend	=	bijeenblijven
bijeenblijvende	=	bijeenblijven
bijeenbond	=	bijeenbinden
bijeenbonden	=	bijeenbinden
bijeenbracht	=	bijeenbrengen
bijeenbrachten	=	bijeenbrengen
bijeenbreng	=	bijeenbrengen
bijeenbrenge	=	bijeenbrengen
bijeenbrengen	verb	bij elkaar brengen
bijeenbrengend	=	bijeenbrengen
bijeenbrengende	=	bijeenbrengen
bijeenbrengt	=	bijeenbrengen
bijeendreef	=	bijeendrijven
bijeendreven	=	bijeendrijven
bijeendrijf	=	bijeendrijven
bijeendrijft	=	bijeendrijven
bijeendrijve	=	bijeendrijven
bijeendrijven	verb	komen samendrijven
bijeendrijvend	=	bijeendrijven
bijeendrijvende	=	bijeendrijven
bijeendring	=	bijeendringen
bijeendringe	=	bijeendringen
bijeendringen	verb	door dringen bijeen krijgen
bijeendringend	=	bijeendringen
bijeendringende	=	bijeendringen
bijeendringt	=	bijeendringen
bijeendrong	=	bijeendringen
bijeendrongen	=	bijeendringen
bijeengaar	=	bijeengaren
bijeengaarde	=	bijeengaren
bijeengaarden	=	bijeengaren
bijeengaart	=	bijeengaren
bijeengare	=	bijeengaren
bijeengaren	verb	bij elkaar rapen
bijeengarend	=	bijeengaren
bijeengarende	=	bijeengaren
bijeengebleven	=	bijeenblijven
bijeengebonden	=	bijeenbinden
bijeengebracht	=	bijeenbrengen
bijeengebrachte	=	bijeenbrengen
bijeengedreven	=	bijeendrijven
bijeengedrongen	=	bijeendringen
bijeengegaard	=	bijeengaren
bijeengegaarde	=	bijeengaren
bijeengeharkt	=	bijeenharken
bijeengehouden	=	bijeenhouden
bijeengekomen	=	bijeenkomen
bijeengenomen	=	bijeennemen
bijeengepakt	=	bijeenpakken
bijeengeraapt	=	bijeenrapen
bijeengeraapte	=	bijeenrapen
bijeengeroepen	=	bijeenroepen
bijeengescharreld	=	bijeenscharrelen
bijeengeschraapt	=	bijeenschrapen
bijeengeschraapte	=	bijeenschrapen
bijeengespaard	=	bijeensparen
bijeengespaarde	=	bijeensparen
bijeengesprokkeld	=	bijeensprokkelen
bijeengetrommeld	=	bijeentrommelen
bijeengeveegd	=	bijeenvegen
bijeengevoegd	=	bijeenvoegen
bijeengeweest	=	bijeenzijn
bijeengezameld	=	bijeenzamelen
bijeengezocht	=	bijeenzoeken
bijeenhark	=	bijeenharken
bijeenharke	=	bijeenharken
bijeenharken	verb	door harken bij elkaar brengen
bijeenharkend	=	bijeenharken
bijeenharkende	=	bijeenharken
bijeenharkt	=	bijeenharken
bijeenharkte	=	bijeenharken
bijeenharkten	=	bijeenharken
bijeenhield	=	bijeenhouden
bijeenhielde	=	bijeenhouden
bijeenhielden	=	bijeenhouden
bijeenhieldt	=	bijeenhouden
bijeenhou	=	bijeenhouden
bijeenhoud	=	bijeenhouden
bijeenhoude	=	bijeenhouden
bijeenhouden	verb	zorgen dat een groep mensen of dingen bij elkaar blijft
bijeenhoudend	=	bijeenhouden
bijeenhoudende	=	bijeenhouden
bijeenhoudt	=	bijeenhouden
bijeenkom	=	bijeenkomen
bijeenkome	=	bijeenkomen
bijeenkomen	verb	bij elkaar verzamelen
bijeenkomend	=	bijeenkomen
bijeenkomende	=	bijeenkomen
bijeenkomst	noun	het bij elkaar komen van een groep van personen
bijeenkomsten	=	bijeenkomst
bijeenkomstenterreur	noun	georganiseerde geweldpleging tijdens de bijeenkomsten van politieke tegenstanders
bijeenkomstfunctie	noun	gebouw die de gebruikersfunctie heeft om gebruikt te worden voor bijeenkomsten
bijeenkomstfuncties	=	bijeenkomstfunctie
bijeenkomstje	=	bijeenkomst
bijeenkomstjes	=	bijeenkomst
bijeenkomt	=	bijeenkomen
bijeenkwaamt	=	bijeenkomen
bijeenkwam	=	bijeenkomen
bijeenkwame	=	bijeenkomen
bijeenkwamen	=	bijeenkomen
bijeennam	=	bijeennemen
bijeennamen	=	bijeennemen
bijeenneem	=	bijeennemen
bijeenneemt	=	bijeennemen
bijeenneme	=	bijeennemen
bijeennemen	verb	bij elkaar pakken tot één geheel
bijeennemend	=	bijeennemen
bijeennemende	=	bijeennemen
bijeenpak	=	bijeenpakken
bijeenpakke	=	bijeenpakken
bijeenpakken	verb	een aantal voorwerpen in een pak bijeenvoegen
bijeenpakkend	=	bijeenpakken
bijeenpakkende	=	bijeenpakken
bijeenpakt	=	bijeenpakken
bijeenpakte	=	bijeenpakken
bijeenpakten	=	bijeenpakken
bijeenraap	=	bijeenrapen
bijeenraapt	=	bijeenrapen
bijeenraapte	=	bijeenrapen
bijeenraapten	=	bijeenrapen
bijeenrape	=	bijeenrapen
bijeenrapen	verb	verzamelen door op te pakken
bijeenrapend	=	bijeenrapen
bijeenrapende	=	bijeenrapen
bijeenriep	=	bijeenroepen
bijeenriepe	=	bijeenroepen
bijeenriepen	=	bijeenroepen
bijeenriept	=	bijeenroepen
bijeenroep	=	bijeenroepen
bijeenroepe	=	bijeenroepen
bijeenroepen	verb	aanspreken om zich te groeperen
bijeenroepend	=	bijeenroepen
bijeenroepende	=	bijeenroepen
bijeenroeping	noun	de handeling van het bijeenroepen
bijeenroepingen	=	bijeenroeping
bijeenroept	=	bijeenroepen
bijeenscharrel	=	bijeenscharrelen
bijeenscharrelde	=	bijeenscharrelen
bijeenscharrelden	=	bijeenscharrelen
bijeenscharrele	=	bijeenscharrelen
bijeenscharrelen	verb	aan alle kanten bijeenzoeken
bijeenscharrelend	=	bijeenscharrelen
bijeenscharrelende	=	bijeenscharrelen
bijeenscharrelt	=	bijeenscharrelen
bijeenschraap	=	bijeenschrapen
bijeenschraapt	=	bijeenschrapen
bijeenschraapte	=	bijeenschrapen
bijeenschraapten	=	bijeenschrapen
bijeenschrape	=	bijeenschrapen
bijeenschrapen	verb	in kleine hoeveelheden, moeizaam bijeenbrengen
bijeenschrapend	=	bijeenschrapen
bijeenschrapende	=	bijeenschrapen
bijeenspaar	=	bijeensparen
bijeenspaarde	=	bijeensparen
bijeenspaarden	=	bijeensparen
bijeenspaart	=	bijeensparen
bijeenspare	=	bijeensparen
bijeensparen	verb	door sparen verzamelen
bijeensparend	=	bijeensparen
bijeensparende	=	bijeensparen
bijeensprokkel	=	bijeensprokkelen
bijeensprokkelde	=	bijeensprokkelen
bijeensprokkelden	=	bijeensprokkelen
bijeensprokkele	=	bijeensprokkelen
bijeensprokkelen	verb	verzamelen van takken en ander hout om een vuur te maken
bijeensprokkelend	=	bijeensprokkelen
bijeensprokkelende	=	bijeensprokkelen
bijeensprokkelt	=	bijeensprokkelen
bijeentrommel	=	bijeentrommelen
bijeentrommelde	=	bijeentrommelen
bijeentrommelden	=	bijeentrommelen
bijeentrommele	=	bijeentrommelen
bijeentrommelen	verb	door te trommelen bijeenbrengen
bijeentrommelend	=	bijeentrommelen
bijeentrommelende	=	bijeentrommelen
bijeentrommelt	=	bijeentrommelen
bijeenveeg	=	bijeenvegen
bijeenveegde	=	bijeenvegen
bijeenveegden	=	bijeenvegen
bijeenveegt	=	bijeenvegen
bijeenvege	=	bijeenvegen
bijeenvegen	verb	door vegen bijeenbrengen
bijeenvegend	=	bijeenvegen
bijeenvegende	=	bijeenvegen
bijeenvergaar	=	bijeenvergaren
bijeenvergaard	=	bijeenvergaren
bijeenvergaarde	=	bijeenvergaren
bijeenvergaarden	=	bijeenvergaren
bijeenvergaart	=	bijeenvergaren
bijeenvergare	=	bijeenvergaren
bijeenvergaren	verb	bijeenbrengen
bijeenvergarend	=	bijeenvergaren
bijeenvergarende	=	bijeenvergaren
bijeenvoeg	=	bijeenvoegen
bijeenvoegde	=	bijeenvoegen
bijeenvoegden	=	bijeenvoegen
bijeenvoege	=	bijeenvoegen
bijeenvoegen	verb	met elkaar verenigen
bijeenvoegend	=	bijeenvoegen
bijeenvoegende	=	bijeenvoegen
bijeenvoeging	noun	het samenbrengen, verenigen of combineren van verschillende onderdelen, personen of zaken tot één geheel
bijeenvoegingen	=	bijeenvoeging
bijeenvoeginkje	=	bijeenvoeging
bijeenvoeginkjes	=	bijeenvoeging
bijeenvoegt	=	bijeenvoegen
bijeenwaren	=	bijeenzijn
bijeenwas	=	bijeenzijn
bijeenweze	=	bijeenzijn
bijeenzamel	=	bijeenzamelen
bijeenzamelde	=	bijeenzamelen
bijeenzamelden	=	bijeenzamelen
bijeenzamele	=	bijeenzamelen
bijeenzamelen	verb	door zamelen bijeenbrengen
bijeenzamelend	=	bijeenzamelen
bijeenzamelende	=	bijeenzamelen
bijeenzamelt	=	bijeenzamelen
bijeenzij	=	bijeenzijn
bijeenzijn	verb	bij elkaar, samen zijn
bijeenzijnd	=	bijeenzijn
bijeenzijnde	=	bijeenzijn
bijeenzocht	=	bijeenzoeken
bijeenzochten	=	bijeenzoeken
bijeenzoek	=	bijeenzoeken
bijeenzoeke	=	bijeenzoeken
bijeenzoeken	verb	door zoeken bijeenbrengen
bijeenzoekend	=	bijeenzoeken
bijeenzoekende	=	bijeenzoeken
bijeenzoekt	=	bijeenzoeken
bijeffect	noun	gevolg van een handeling dat niet het primaire doel is geweest van die handeling
bijeffecten	=	bijeffect
bijeffectje	=	bijeffect
bijeffectjes	=	bijeffect
bijen	noun	Antophila een groep van insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
bijen-cao	noun	overeenkomst over de huisvesting en leefomstandigheden van bijen zodat de bijensterfte wordt beperkt en ze door kunnen gaan met het bestuiven van bloemen en planten
bijen-cao's	=	bijen-cao
bijenblaadje	=	bijenblad
bijenblaadjes	=	bijenblad
bijenblad	noun	Melittis melissophyllum een relatief zeldzame, meerjarige plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) die voornamelijk voorkomt in bergachtige gebieden met open loofbos in Centraal-Europa en Zuid-Europa, en meer bepaald op licht beschaduwde plaatsen met een droge, steenachtige en kalkrijke grond
bijenbladen	=	bijenblad
bijenbladeren	=	bijenblad
bijenblaren	=	bijenblad
bijenboer	noun	iemand die bijen houdt
bijenboeren	=	bijenboer
bijenboertje	=	bijenboer
bijenboertjes	=	bijenboer
bijenbomen	=	bijenboom
bijenboom	noun	Tetradium daniellii een plant uit de wijnruitfamilie die oorspronkelijk in Korea en het bergachtige noorden van China voorkomt.
bijenboompje	=	bijenboom
bijenboompjes	=	bijenboom
bijenbroden	=	bijenbrood
bijenbrood	noun	benaming voor planten uit het geslacht Phacelia
bijenbroodje	=	bijenbrood
bijendans	noun	een communicatiedans die wordt uitgevoerd door honingbijen
bijendansen	=	bijendans
bijendansje	=	bijendans
bijendansjes	=	bijendans
bijeneter	noun	benaming voor veelkleurige en insectenetende vogels uit de familie Meropidae
bijeneters	noun	Meropidae familie van vogels uit de orde scharrelaarvogels.
bijenetertje	=	bijeneter
bijenetertjes	=	bijeneter
bijengif	noun	gif dat een bij via een steek bij een ander organisme kan inbrengen
bijengiffen	=	bijengif
bijengifkikker	noun	Dendrobates leucomelas een pijlgifkikker uit het geslacht Dendrobates.
bijengifkikkers	=	bijengifkikker
bijengifkikkertje	=	bijengifkikker
bijengifkikkertjes	=	bijengifkikker
bijenhal	noun	open schuur waarin meerdere bijenkorven naast en boven elkaar kunnen staan
bijenhallen	=	bijenhal
bijenhalletje	=	bijenhal
bijenhalletjes	=	bijenhal
bijenhalte	noun	bus- of tramhalte waarop vetplanten groeien die bijen en hommels aantrekken
bijenhalten	=	bijenhalte
bijenhaltes	=	bijenhalte
bijenhoning	noun	honing die van bijen afkomstig is
bijenhoningen	=	bijenhoning
bijenhouder	noun	iemand die bijen houdt voor het verkrijgen van honing
bijenhouderij	noun	bedrijf waar men bijen houdt ; bedrijf van een imker
bijenhouderijen	=	bijenhouderij
bijenhouderijtje	=	bijenhouderij
bijenhouderijtjes	=	bijenhouderij
bijenhouders	=	bijenhouder
bijenhoudersvereniging	noun	een lokale of landelijke organisatie van imkers en bijenliefhebbers.
bijenhoudersverenigingen	=	bijenhoudersvereniging
bijenhoudersverenigingetje	=	bijenhoudersvereniging
bijenhoudersverenigingetjes	=	bijenhoudersvereniging
bijenhoudertje	=	bijenhouder
bijenhoudertjes	=	bijenhouder
bijenhoudster	=	bijenhouder
bijenhuis	noun	huis waarin meerdere bijenvolkeren kunnen leven
bijenhuisje	=	bijenhuis
bijenhuisjes	=	bijenhuis
bijenhuizen	=	bijenhuis
bijenkap	noun	hoofddeksel dat een imker draagt als hij met de bijen werkt
bijenkappen	=	bijenkap
bijenkast	noun	kast waarin bijen wonen, geïnstalleerd door een bijenhouder om honing en was verzamelen
bijenkasten	=	bijenkast
bijenkastje	=	bijenkast
bijenkever	noun	Trichodes apiarius een kever uit de familie mierkevers (Cleridae)
bijenkevers	=	bijenkever
bijenkevertje	=	bijenkever
bijenkevertjes	=	bijenkever
bijenkoningin	noun	moeder van alle bijen in een bijenkorf
bijenkoninginnen	=	bijenkoningin
bijenkoninginnetje	=	bijenkoningin
bijenkoninginnetjes	=	bijenkoningin
bijenkorf	noun	kunstmatige behuizing waarbinnen een bijenvolk zijn raten kan bouwen, oorspronkelijk in de vorm van een gevlochten korf
bijenkorfje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort slak, Spermodea lamellata uit de familie van de Valloniidae; de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1830 voor het eerst geldig gepubliceerd door John Gwyn Jeffreys
bijenkorfjes	=	bijenkorf
bijenkorven	=	bijenkorf
bijenkruid	noun	Melissa officinalis kruid met een milde, frisse citroensmaak (en geur !)
bijenkruiden	=	bijenkruid
bijenkruidje	=	bijenkruid
bijenkruidjes	=	bijenkruid
bijenkunde	noun	het bestuderen van bijen
bijenluis	noun	insect uit de familie Braulidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
bijenluisje	=	bijenluis
bijenluisjes	=	bijenluis
bijenluisvlieg	noun	Braula coeca een tweevleugelig insect uit de familie bijenluizen (Braulidae).
bijenluisvliegen	=	bijenluisvlieg
bijenluisvliegje	=	bijenluisvlieg
bijenluisvliegjes	=	bijenluisvlieg
bijenluizen	noun	Braulidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
bijenmakelaar	noun	iemand die voorlichting geeft over bijen o.a. aan imkers
bijenmakelaars	=	bijenmakelaar
bijenmakelaren	=	bijenmakelaar
bijennest	noun	een kolonie van wilde bijen
bijennesten	=	bijennest
bijennestje	=	bijennest
bijennestjes	=	bijennest
bijenorchis	noun	bepaald soort orchidee Ophrys apifera
bijenorchissen	=	bijenorchis
bijenpoep	noun	de ontlasting van bijen, vooral zichtbaar als gele tot roestbruine vlekjes op ramen, auto's en wasgoed na de eerste warme dagen in het voorjaar wanneer bijen hun 'reinigingsvlucht' doen om hun darmen te legen na de winter
bijenrestaurant	noun	een tuin waar er voor bijen veel stuifmeel te vinden is
bijenrestaurants	=	bijenrestaurant
bijenschans	noun	constructie die een beschutte plaats vormt voor bijenkorven
bijenschansen	=	bijenschans
bijensnelweg	noun	route door een stad die gevormd wordt door plaatsen die aantrekkelijk zijn voor bijen en hommels
bijensnelwegen	=	bijensnelweg
bijenstal	noun	een plaats waar een aantal bijenkorven of bijenkasten (onder een afdak) zijn verzameld
bijenstallen	=	bijenstal
bijenstalletje	=	bijenstal
bijenstalletjes	=	bijenstal
bijensteek	noun	pijnlijke steek met de angel van een bij
bijensteken	=	bijensteek
bijentaal	noun	de complexe communicatie tussen bijen
bijentaaltje	=	bijentaal
bijentaaltjes	=	bijentaal
bijentalen	=	bijentaal
bijenteelt	noun	het houden van bijen
bijenteelten	=	bijenteelt
bijenvolk	noun	groep bijen horend bij één bijenkoningin
bijenvolken	=	bijenvolk
bijenvolkeren	=	bijenvolk
bijenvolkje	=	bijenvolk
bijenvolkjes	=	bijenvolk
bijenvreter	noun	vogel in Zuid-Afrika, die zich voedt met bijen
bijenvreters	=	bijenvreter
bijenvretertje	=	bijenvreter
bijenvretertjes	=	bijenvreter
bijenwas	noun	een substantie bestaande uit vaste koolwaterstoffen en esters die uitgescheiden worden door sommige bijen om er hun raten van te bouwen
bijenwassen	=	bijenwas
bijenwolf	noun	Philanthus triangulum een graafwesp, die niet in een nest woont, maar solitair leeft.
bijenwolfje	=	bijenwolf
bijenwolfjes	=	bijenwolf
bijenwolven	=	bijenwolf
bijenwoning	noun	is de verzamelnaam voor het onderkomen van een honingbijenvolk.
bijenwoningen	=	bijenwoning
bijenwoninkje	=	bijenwoning
bijenwoninkjes	=	bijenwoning
bijenzwerm	noun	deel van een bijenvolk dat de korf verlaat om een nieuw volk te vormen
bijenzwermen	=	bijenzwerm
bijenzwermpje	=	bijenzwerm
bijenzwermpjes	=	bijenzwerm
bijfiguren	=	bijfiguur
bijfiguur	noun	iemand met een kleine rol in een schilderij, verhaal, roman of film.
bijfiguurtje	=	bijfiguur
bijfiguurtjes	=	bijfiguur
bijgaand	adj	in dezelfde verzending opgenomen
bijgaands	=	bijgaand
bijgaf	=	bijgeven
bijgaven	=	bijgeven
bijgebabbeld	=	bijbabbelen
bijgebeend	=	bijbenen
bijgebeund	=	bijbeunen
bijgebleven	=	bijblijven
bijgeboekt	=	bijboeken
bijgeboekte	=	bijboeken
bijgebogen	=	bijbuigen
bijgebouw	noun	een gebouw dat bij een hoofdgebouw hoort
bijgebouwd	=	bijbouwen
bijgebouwde	=	bijbouwen
bijgebouwen	=	bijgebouw
bijgebouwtje	=	bijgebouw
bijgebouwtjes	=	bijgebouw
bijgebracht	=	bijbrengen
bijgebrachte	=	bijbrengen
bijgedaan	=	bijdoen
bijgedachte	noun	een extra opinie die men heeft naast de oorspronkelijke of wenselijke gedachte
bijgedachten	=	bijgedachte
bijgedachtes	=	bijgedachte
bijgedane	=	bijdoen
bijgedraaid	=	bijdraaien
bijgedraaide	=	bijdraaien
bijgedragen	=	bijdragen
bijgedrukt	=	bijdrukken
bijgedrukte	=	bijdrukken
bijgeef	=	bijgeven
bijgeeft	=	bijgeven
bijgegeven	=	bijgeven
bijgegezeten	=	bijzitten
bijgegooid	=	bijgooien
bijgegooide	=	bijgooien
bijgegoten	=	bijgieten
bijgehaald	=	bijhalen
bijgehaalde	=	bijhalen
bijgehad	=	bijhebben
bijgehangen	=	bijhangen
bijgeharkt	=	bijharken
bijgeharkte	=	bijharken
bijgehouden	=	bijhouden
bijgekletst	=	bijkletsen
bijgekletste	=	bijkletsen
bijgekleurd	=	bijkleuren
bijgekleurde	=	bijkleuren
bijgeklust	=	bijklussen
bijgeknipt	=	bijknippen
bijgeknipte	=	bijknippen
bijgekocht	=	bijkopen
bijgekochte	=	bijkopen
bijgekomen	=	bijkomen
bijgekrabbeld	=	bijkrabbelen
bijgekrabbelde	=	bijkrabbelen
bijgekregen	=	bijkrijgen
bijgekruid	=	bijkruiden
bijgeladen	=	bijladen
bijgelapt	=	bijlappen
bijgelapte	=	bijlappen
bijgeleend	=	bijlenen
bijgeleerd	=	bijleren
bijgeleerde	=	bijleren
bijgelegd	=	bijleggen
bijgelegde	=	bijleggen
bijgelegen	=	bijliggen
bijgeleverd	=	bijleveren
bijgeleverde	=	bijleveren
bijgelicht	=	bijlichten
bijgelichte	=	bijlichten
bijgeloof	noun	een geloof in iets extra's en onnatuurlijks
bijgeloofje	=	bijgeloof
bijgeloofjes	=	bijgeloof
bijgelopen	=	bijlopen
bijgeloven	=	bijgeloof
bijgelovig	adj	vatbaar voor bijgeloof, van personen
bijgelovige	=	bijgelovig
bijgeloviger	=	bijgelovig
bijgelovigere	=	bijgelovig
bijgelovigers	=	bijgelovig
bijgelovigheden	=	bijgelovigheid
bijgelovigheid	noun	het geloven in zaken die niet overeenkomen met wetenschappelijke kennis of een gevestigde religie
bijgelovigheidje	=	bijgelovigheid
bijgelovigs	=	bijgelovig
bijgelovigst	=	bijgelovig
bijgelovigste	=	bijgelovig
bijgeluid	noun	een ongewenst geluid dat tijdens een actie als bijwerking wordt geproduceerd
bijgeluiden	=	bijgeluid
bijgeluidje	=	bijgeluid
bijgeluidjes	=	bijgeluid
bijgemaakt	=	bijmaken
bijgemaakte	=	bijmaken
bijgemengd	=	bijmengen
bijgemengde	=	bijmengen
bijgemest	=	bijmesten
bijgemeste	=	bijmesten
bijgenaamd	adj	de bijnaam hebbende
bijgenaamde	=	bijgenaamd
bijgenaamds	=	bijgenaamd
bijgenomen	=	bijnemen
bijgepast	=	bijpassen
bijgepaste	=	bijpassen
bijgeplaatst	=	bijplaatsen
bijgeplakt	=	bijplakken
bijgepleisterd	=	bijpleisteren
bijgepleisterde	=	bijpleisteren
bijgeplust	=	bijplussen
bijgepluste	=	bijplussen
bijgepompt	=	bijpompen
bijgepompte	=	bijpompen
bijgepraat	=	bijpraten
bijgeprate	=	bijpraten
bijgepunt	=	bijpunten
bijgepunte	=	bijpunten
bijgerecht	noun	klein, licht gerecht dat als begeleiding bij een andere maaltijdgang (meestal het hoofdgerecht) wordt genuttigd.
bijgerechten	=	bijgerecht
bijgerechtje	=	bijgerecht
bijgerechtjes	=	bijgerecht
bijgeregeld	=	bijregelen
bijgeschaafd	=	bijschaven
bijgeschaafde	=	bijschaven
bijgeschilderd	=	bijschilderen
bijgeschilderde	=	bijschilderen
bijgeschnabbeld	=	bijschnabbelen
bijgeschold	=	bijscholen
bijgeschonken	=	bijschenken
bijgeschoold	=	bijscholen
bijgeschoolde	=	bijscholen
bijgeschoven	=	bijschuiven
bijgeschreven	=	bijschrijven
bijgesleept	=	bijslepen
bijgesleepte	=	bijslepen
bijgeslepen	=	bijslijpen
bijgesloft	=	bijsloffen
bijgesloten	=	bijsluiten
bijgesmeerd	=	bijsmeren
bijgesmeerde	=	bijsmeren
bijgesneden	=	bijsnijden
bijgesnoeid	=	bijsnoeien
bijgespeeld	=	bijspelen
bijgespeelde	=	bijspelen
bijgespijkerd	=	bijspijkeren
bijgespijkerde	=	bijspijkeren
bijgesprongen	=	bijspringen
bijgestaan	=	bijstaan
bijgestane	=	bijstaan
bijgesteld	=	bijstellen
bijgestelde	=	bijstellen
bijgestoken	=	bijsteken
bijgestookt	=	bijstoken
bijgestort	=	bijstorten
bijgestorte	=	bijstorten
bijgestuurd	=	bijsturen
bijgestuurde	=	bijsturen
bijgetankt	=	bijtanken
bijgetankte	=	bijtanken
bijgetekend	=	bijtekenen
bijgetekende	=	bijtekenen
bijgeteld	=	bijtellen
bijgetelde	=	bijtellen
bijgetreden	=	bijtreden
bijgetrokken	=	bijtrekken
bijgeval	adv	misschien, toevallig
bijgevallen	=	bijvallen
bijgeve	=	bijgeven
bijgeven	verb	iets extra's geven bovenop wat men al eerder gegeven heeft
bijgevend	=	bijgeven
bijgevende	=	bijgeven
bijgeverfd	=	bijverven
bijgeverfde	=	bijverven
bijgevierd	=	bijvieren
bijgevierde	=	bijvieren
bijgevijld	=	bijvijlen
bijgevijlde	=	bijvijlen
bijgevoederd	=	bijvoederen
bijgevoegd	adj	aan een brief als bijlage toegevoegd
bijgevoegde	=	bijvoegen
bijgevoegds	=	bijgevoegd
bijgevoerd	=	bijvoeren
bijgevoerde	=	bijvoeren
bijgevolg	adv	daardoor.
bijgevolgen	=	bijgevolg
bijgevuld	=	bijvullen
bijgevulde	=	bijvullen
bijgewerkt	verb	aangepast aan de huidige situatie; geactualiseerd
bijgewerkte	=	bijwerken
bijgewerkts	=	bijgewerkt
bijgewonnen	=	bijwinnen
bijgewoond	=	bijwonen
bijgewoonde	=	bijwonen
bijgezet	=	bijzetten
bijgezeten	=	bijzitten
bijgezette	=	bijzetten
bijgiet	=	bijgieten
bijgiete	=	bijgieten
bijgieten	verb	gietend aanvullen
bijgietend	=	bijgieten
bijgietende	=	bijgieten
bijgoochem	noun	betweter, wijsneus
bijgoochempje	=	bijgoochem
bijgoochems	=	bijgoochem
bijgooi	=	bijgooien
bijgooide	=	bijgooien
bijgooiden	=	bijgooien
bijgooie	=	bijgooien
bijgooien	verb	op een onverschillige, ruwe manier iets toevoegen wat van slechte kwaliteit is
bijgooiend	=	bijgooien
bijgooiende	=	bijgooien
bijgooit	=	bijgooien
bijgoot	=	bijgieten
bijgoten	=	bijgieten
bijhaal	=	bijhalen
bijhaalde	=	bijhalen
bijhaalden	=	bijhalen
bijhaalt	=	bijhalen
bijhad	=	bijhebben
bijhadden	=	bijhebben
bijhale	=	bijhalen
bijhalen	verb	twee of meer zaken met elkaar in verband brengen
bijhalend	=	bijhalen
bijhalende	=	bijhalen
bijhang	=	bijhangen
bijhange	=	bijhangen
bijhangen	verb	als overbodig, nutteloos en hinderlijk iets of iemand ergens aanwezig zijn of behandeld worden
bijhangend	=	bijhangen
bijhangende	=	bijhangen
bijhangt	=	bijhangen
bijhark	=	bijharken
bijharke	=	bijharken
bijharken	verb	iets met een hark opruimen
bijharkend	=	bijharken
bijharkende	=	bijharken
bijharkt	=	bijharken
bijharkte	=	bijharken
bijharkten	=	bijharken
bijheb	=	bijhebben
bijhebbe	=	bijhebben
bijhebben	verb	deel uitmaken van een organisatie of gebeurtenis
bijhebbend	=	bijhebben
bijhebbende	=	bijhebben
bijhield	=	bijhouden
bijhielde	=	bijhouden
bijhielden	=	bijhouden
bijhieldt	=	bijhouden
bijhing	=	bijhangen
bijhingen	=	bijhangen
bijholte	noun	een holte in het voorhoofd, de bovenkaak of het zeefbeen
bijholten	=	bijholte
bijholteontsteking	noun	een ontsteking van de bijholten
bijholteontstekingen	=	bijholteontsteking
bijholteontstekinkje	=	bijholteontsteking
bijholteontstekinkjes	=	bijholteontsteking
bijholtes	=	bijholte
bijholtetje	=	bijholte
bijholtetjes	=	bijholte
bijhorend	adj	dat iets (ondergeschikters) ergens (groters of belangrijkers) passend bij is
bijhorende	=	bijhorend
bijhorender	=	bijhorend
bijhorends	=	bijhorend
bijhorendst	=	bijhorend
bijhorigheden	=	bijhorigheid
bijhorigheid	noun	gebouw, behorende tot een hoofdgebouw
bijhou	=	bijhouden
bijhoud	=	bijhouden
bijhoude	=	bijhouden
bijhouden	verb	zorgen dat de gegevens volledig zijn
bijhoudend	=	bijhouden
bijhoudende	=	bijhouden
bijhoudt	=	bijhouden
bijhuis	noun	een extra winkel van het zelfde bedrijf naast de hoofdvestiging
bijhuisje	=	bijhuis
bijhuisjes	=	bijhuis
bijhuizen	=	bijhuis
bijkaart	noun	een kleine onbelangrijke kaart, geen troefkaart
bijkaarten	=	bijkaart
bijkans	adv	bijna, op zo'n manier dat het niet veel scheelt of iets is zo
bijkanst	=	bijkans
bijkant	=	bijkans
bijkantoor	noun	een filiaal van een hoofdkantoor
bijkantoortje	=	bijkantoor
bijkantoortjes	=	bijkantoor
bijkantoren	=	bijkantoor
bijkelk	noun	een krans van kelkachtige blaadjes, die echter niet tot de kelk van de bloem behoren
bijkelken	=	bijkelk
bijker	noun	iemand die bijen houdt
bijkerk	noun	een kerkgebouw van een parochie (of kerkgemeente) dat niet de hoofdkerk van die parochie is
bijkerken	=	bijkerk
bijkers	=	bijker
bijkertje	=	bijker
bijkertjes	=	bijker
bijkeuken	noun	een vertrek aangebouwd aan de eigenlijke keuken dat voor ondersteunende huishoudelijke handelingen gebruikt wordt
bijkeukens	=	bijkeuken
bijkeukentje	=	bijkeuken
bijkeukentjes	=	bijkeuken
bijklank	noun	een associatie die onwillekeurig door iets wordt opgeroepen
bijklanken	=	bijklank
bijklankje	=	bijklank
bijklemtonen	=	bijklemtoon
bijklemtoon	noun	extra nadruk op een lettergreep die in een woord niet de meeste nadruk heeft
bijklets	=	bijkletsen
bijkletse	=	bijkletsen
bijkletsen	verb	door gezellig praten elkaar weer op de hoogte brengen van alle nieuwtjes
bijkletsend	=	bijkletsen
bijkletsende	=	bijkletsen
bijkletst	=	bijkletsen
bijkletste	=	bijkletsen
bijkletsten	=	bijkletsen
bijkleur	=	bijkleuren
bijkleurde	=	bijkleuren
bijkleurden	=	bijkleuren
bijkleure	=	bijkleuren
bijkleuren	verb	iets een andere kleur geven
bijkleurend	=	bijkleuren
bijkleurende	=	bijkleuren
bijkleurt	=	bijkleuren
bijklus	=	bijklussen
bijkluskampioen	noun	iemand die een kampioen is in het bijklussen
bijkluskampioenen	=	bijkluskampioen
bijkluskampioentje	=	bijkluskampioen
bijkluskampioentjes	=	bijkluskampioen
bijklusse	=	bijklussen
bijklussen	verb	werk verrichten naast of buiten een officieel dienstverband om
bijklussend	=	bijklussen
bijklussende	=	bijklussen
bijklusser	noun	iemand die bijklust
bijklussers	=	bijklusser
bijklussertje	=	bijklusser
bijklussertjes	=	bijklusser
bijklust	=	bijklussen
bijkluste	=	bijklussen
bijklusten	=	bijklussen
bijknip	=	bijknippen
bijknippe	=	bijknippen
bijknippen	verb	in model brengen door het overtollige af te knippen
bijknippend	=	bijknippen
bijknippende	=	bijknippen
bijknipt	=	bijknippen
bijknipte	=	bijknippen
bijknipten	=	bijknippen
bijkocht	=	bijkopen
bijkochten	=	bijkopen
bijkok	noun	hulp van een kok
bijkokken	=	bijkok
bijkolibrie	noun	Mellisuga helenae de kleinste vogel ter wereld.
bijkolibries	=	bijkolibrie
bijkolibrietje	=	bijkolibrie
bijkolibrietjes	=	bijkolibrie
bijkom	=	bijkomen
bijkome	=	bijkomen
bijkomen	verb	het bewustzijn herkrijgen
bijkomend	adj	komende bij iets dat reeds genoemd of aanwezig is
bijkomende	=	bijkomend
bijkomends	=	bijkomend
bijkomst	noun|obsolete	voorval, gebeurtenis, toevoeging
bijkomsten	=	bijkomst
bijkomstig	adj	een andere zaak dan de hoofdzaak aanduidend
bijkomstige	=	bijkomstig
bijkomstiger	=	bijkomstig
bijkomstigere	=	bijkomstig
bijkomstigers	=	bijkomstig
bijkomstigheden	=	bijkomstigheid
bijkomstigheid	noun	toevallige omstandigheid
bijkomstigheidje	=	bijkomstigheid
bijkomstigheidjes	=	bijkomstigheid
bijkomstigs	=	bijkomstig
bijkomstigst	=	bijkomstig
bijkomstigste	=	bijkomstig
bijkomt	=	bijkomen
bijkoop	=	bijkopen
bijkoopt	=	bijkopen
bijkope	=	bijkopen
bijkopen	verb	extra zaken kopen als extra bij wat al eerder gekocht is
bijkopend	=	bijkopen
bijkopende	=	bijkopen
bijkrabbel	=	bijkrabbelen
bijkrabbelde	=	bijkrabbelen
bijkrabbelden	=	bijkrabbelen
bijkrabbele	=	bijkrabbelen
bijkrabbelen	verb|informal	een achterstand inlopen
bijkrabbelend	=	bijkrabbelen
bijkrabbelende	=	bijkrabbelen
bijkrabbelt	=	bijkrabbelen
bijkreeg	=	bijkrijgen
bijkregen	=	bijkrijgen
bijkrijg	=	bijkrijgen
bijkrijge	=	bijkrijgen
bijkrijgen	verb	iets ontvangen als een toevoeging bij iets anders
bijkrijgend	=	bijkrijgen
bijkrijgende	=	bijkrijgen
bijkrijgt	=	bijkrijgen
bijkruid	=	bijkruiden
bijkruidde	=	bijkruiden
bijkruidden	=	bijkruiden
bijkruide	=	bijkruiden
bijkruiden	verb	nog meer kruiderij bij een gerecht doen
bijkruidend	=	bijkruiden
bijkruidende	=	bijkruiden
bijkruidt	=	bijkruiden
bijkwaamt	=	bijkomen
bijkwam	=	bijkomen
bijkwame	=	bijkomen
bijkwamen	=	bijkomen
bijl	noun	hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt en gewoonlijk met twee handen gehanteerd wordt
bijlaad	=	bijladen
bijlaadde	=	bijladen
bijlaadden	=	bijladen
bijlaadt	=	bijladen
bijlade	=	bijladen
bijladen	verb	aan de lading toevoegen
bijladend	=	bijladen
bijladende	=	bijladen
bijlag	=	bijliggen
bijlage	noun	document dat bij een ander document of stuk tekst als aanhangsel is toegevoegd
bijlagen	=	bijliggen
bijlages	=	bijlage
bijlagetje	=	bijlage
bijlagetjes	=	bijlage
bijlagevermelding	noun	de aanduiding in een brief, e-mail of rapport die aangeeft dat er extra documenten zijn bijgevoegd.
bijlagevermeldingen	=	bijlagevermelding
bijlagevermeldinkje	=	bijlagevermelding
bijlagevermeldinkjes	=	bijlagevermelding
bijlap	=	bijlappen
bijlappe	=	bijlappen
bijlappen	verb|informal	bedrag dat je moet bijbetalen om een tekort aan te vullen
bijlappend	=	bijlappen
bijlappende	=	bijlappen
bijlapt	=	bijlappen
bijlapte	=	bijlappen
bijlapten	=	bijlappen
bijlbrief	noun	het originele eigendomsbewijs van een schip
bijlbrieven	=	bijlbrief
bijleen	=	bijlenen
bijleende	=	bijlenen
bijleenden	=	bijlenen
bijleent	=	bijlenen
bijleer	=	bijleren
bijleerde	=	bijleren
bijleerden	=	bijleren
bijleert	=	bijleren
bijleg	=	bijleggen
bijlegde	=	bijleggen
bijlegden	=	bijleggen
bijlegfuif	noun	feest waarbij de gasten drankjes en hapjes meenemen naar het feest
bijlegfuiven	=	bijlegfuif
bijlegge	=	bijleggen
bijleggen	verb	toevoegen, het ontbrekende bijbetalen
bijleggend	=	bijleggen
bijleggende	=	bijleggen
bijlegger	noun	iemand die zorgt dat bij het jeu-de-boules spelen de eigen ballen zo dicht mogelijk bij de but liggen
bijleggers	=	bijlegger
bijleggertje	=	bijlegger
bijleggertjes	=	bijlegger
bijlegging	noun	het oplossen van een conflict
bijleggingen	=	bijlegging
bijlegginkje	=	bijlegging
bijlegginkjes	=	bijlegging
bijlegparty	noun	feestelijke bijeenkomst waarbij de gasten zelf eten en drinken meenemen
bijlegparty's	=	bijlegparty
bijlegt	=	bijleggen
bijlen	=	bijl
bijlene	=	bijlenen
bijlenen	verb	extra geld lenen boven datgene wat al geleend is of wat men al bezit
bijlenend	=	bijlenen
bijlenende	=	bijlenen
bijlere	=	bijleren
bijleren	verb	aanvullende kennis of vaardigheid opdoen
bijlerend	=	bijleren
bijlerende	=	bijleren
bijles	noun	Extra les die je krijgt naast de gewone lessen omdat je meer wil leren
bijlesje	=	bijles
bijlesjes	=	bijles
bijlesjuf	noun	lerares die extra lessen geeft buiten de normale schooltijden om
bijlesjuffen	=	bijlesjuf
bijlesjufs	=	bijlesjuf
bijlesleraar	noun	leraar die extra lessen geeft buiten de normale schooltijden om
bijlesleraars	=	bijlesleraar
bijlesleraren	=	bijlesleraar
bijlessen	=	bijles
bijlever	=	bijleveren
bijleverde	=	bijleveren
bijleverden	=	bijleveren
bijlevere	=	bijleveren
bijleveren	verb	extra of samen met iets anders leveren
bijleverend	=	bijleveren
bijleverende	=	bijleveren
bijlevert	=	bijleveren
bijlhorsmakreel	noun	Chloroscombrus chrysurus een straalvinnige vis uit de familie van de horsmakrelen (Carangidae) en behoort derhalve tot de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
bijlhorsmakreeltje	=	bijlhorsmakreel
bijlhorsmakreeltjes	=	bijlhorsmakreel
bijlhorsmakrelen	=	bijlhorsmakreel
bijlicht	=	bijlichten
bijlichte	=	bijlichten
bijlichten	verb	licht laten schijnen op de handen of de activiteit van iemand die ergens mee bezig is
bijlichtend	=	bijlichten
bijlichtende	=	bijlichten
bijlichtte	=	bijlichten
bijlichtten	=	bijlichten
bijliep	=	bijlopen
bijliepe	=	bijlopen
bijliepen	=	bijlopen
bijliept	=	bijlopen
bijlig	=	bijliggen
bijligge	=	bijliggen
bijliggen	verb	van een schip dat met het dwars op de wind laat varen
bijliggend	=	bijliggen
bijliggende	=	bijliggen
bijligger	noun	iemand waarmee men het bed deelt; echtgenoot
bijliggers	=	bijligger
bijliggertje	=	bijligger
bijliggertjes	=	bijligger
bijligt	=	bijliggen
bijloop	=	bijlopen
bijloopt	=	bijlopen
bijlope	=	bijlopen
bijlopen	verb	up-to-date zijn, geen achterstand hebben
bijlopend	=	bijlopen
bijlopende	=	bijlopen
bijloper	noun	iemand die anderen gedachteloos volgt
bijlopers	=	bijloper
bijlopertje	=	bijloper
bijlopertjes	=	bijloper
bijlsprietje	noun	Pelecocera tricincta een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bijlsprietjes	=	bijlsprietje
bijltje	=	bijl
bijltjes	=	bijl
bijltjesdag	noun	term om aan te geven dat de tijd voor afrekening is gekomen na een periode van onderdrukking, uur van de waarheid, dag van de afrekening
bijltjesdagen	=	bijltjesdag
bijlvissen	noun	een familie Pempheridae van kleine tropische zoutwatervissen van de familie Pempheridae.
bijlzalmen	noun	een familie Gasteropelecidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes).
bijmaak	=	bijmaken
bijmaakt	=	bijmaken
bijmaakte	=	bijmaken
bijmaakten	=	bijmaken
bijmaan	noun	lichtplek aan de hemel vlak bij de maan, veroorzaakt door het schijnsel van de maan
bijmake	=	bijmaken
bijmaken	verb	achteraf iets extra's maken als aanvulling
bijmakend	=	bijmaken
bijmakende	=	bijmaken
bijmallota	noun	Mallota cimbiciformis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bijmallota's	=	bijmallota
bijmallotaatje	=	bijmallota
bijmallotaatjes	=	bijmallota
bijmanen	=	bijmaan
bijmeng	=	bijmengen
bijmengde	=	bijmengen
bijmengden	=	bijmengen
bijmenge	=	bijmengen
bijmengen	verb	door mengen een stof toevoegen
bijmengend	=	bijmengen
bijmengende	=	bijmengen
bijmenging	noun	als extra aan iets toevoegen zodat een mengsel ontstaat
bijmengingen	=	bijmenging
bijmenginkje	=	bijmenging
bijmenginkjes	=	bijmenging
bijmengt	=	bijmengen
bijmest	=	bijmesten
bijmeste	=	bijmesten
bijmesten	verb	planten later in het groeiseizoen nog eens extra meststoffen geven
bijmestend	=	bijmesten
bijmestende	=	bijmesten
bijmestte	=	bijmesten
bijmestten	=	bijmesten
bijna	adv	op zo'n manier dat het niet veel scheelt of iets is zo
bijna-akkoord	noun	een akkoord dat nog net niet is gesloten
bijna-akkoorden	=	bijna-akkoord
bijna-akkoordje	=	bijna-akkoord
bijna-akkoordjes	=	bijna-akkoord
bijna-alleskunner	noun	persoon die heel veel maar net niet alles kan of denkt te kunnen
bijna-alleskunners	=	bijna-alleskunner
bijna-alleskunnertje	=	bijna-alleskunner
bijna-alleskunnertjes	=	bijna-alleskunner
bijna-belg	noun	persoon die bijna genaturaliseerd is als inwoner van België
bijna-belgen	=	bijna-belg
bijna-belgje	=	bijna-belg
bijna-belgjes	=	bijna-belg
bijna-beursstudent	noun	persoon die binnenkort als student met een studiebeurs gaat studeren
bijna-beursstudenten	=	bijna-beursstudent
bijna-beursstudentje	=	bijna-beursstudent
bijna-botsing	noun	situatie waarbij een aanrijding of aanvaring net voorkomen is
bijna-botsingen	=	bijna-botsing
bijna-bruidegom	noun	man die binnenkort gaat trouwen
bijna-bruidegommetje	=	bijna-bruidegom
bijna-bruidegommetjes	=	bijna-bruidegom
bijna-bruidegoms	=	bijna-bruidegom
bijna-burgeroorlog	noun	gespannen situatie in een land die lijkt op een burgeroorlog
bijna-burgeroorlogen	=	bijna-burgeroorlog
bijna-burgeroorlogje	=	bijna-burgeroorlog
bijna-burgeroorlogjes	=	bijna-burgeroorlog
bijna-crises	=	bijna-crisis
bijna-crisis	noun	plotseling optredende, ernstige moeilijkheid die bijna een crisis te noemen is
bijna-crisisje	=	bijna-crisis
bijna-crisisjes	=	bijna-crisis
bijna-crisissen	=	bijna-crisis
bijna-dertiger	noun	persoon die bijna dertig jaren oud is
bijna-dertigers	=	bijna-dertiger
bijna-dertigertje	=	bijna-dertiger
bijna-dertigertjes	=	bijna-dertiger
bijna-doelpunt	noun	een schot dat bijna raak is en dus helemaal mis
bijna-doelpunten	=	bijna-doelpunt
bijna-doelpuntje	=	bijna-doelpunt
bijna-doelpuntjes	=	bijna-doelpunt
bijna-doodervaring	noun	bewustzijnsstaat bij mensen die even klinisch dood zijn geweest, gepaard gaan met de ervaring uit het eigen lichaam te treden
bijna-doodervaringen	=	bijna-doodervaring
bijna-doodervarinkje	=	bijna-doodervaring
bijna-doodervarinkjes	=	bijna-doodervaring
bijna-doodservaring	=	bijna-doodervaring
bijna-faillissement	noun	op een haar na failliet
bijna-faillissementen	=	bijna-faillissement
bijna-hit	noun	nummer dat net geen echte hit is geworden
bijna-hitje	=	bijna-hit
bijna-hitjes	=	bijna-hit
bijna-hits	=	bijna-hit
bijna-kabinetscrises	=	bijna-kabinetscrisis
bijna-kabinetscrisis	noun	situatie waarin een kabinet dreigt te vallen
bijna-kabinetscrisissen	=	bijna-kabinetscrisis
bijna-klaarmaaltijd	noun	maaltijd waar nog maar weinig aan moet worden gedaan om opgediend te kunnen worden
bijna-klaarmaaltijden	=	bijna-klaarmaaltijd
bijna-klaarmaaltijdje	=	bijna-klaarmaaltijd
bijna-klaarmaaltijdjes	=	bijna-klaarmaaltijd
bijna-moeder	noun	zwangere die bijna haar eerste kind krijgt
bijna-moeders	=	bijna-moeder
bijna-moedertaalspreker	noun	persoon die een vreemde taal bijna zo goed beheerst als een persoon die is opgegroeid met deze taal
bijna-moedertaalsprekers	=	bijna-moedertaalspreker
bijna-moedertje	=	bijna-moeder
bijna-moedertjes	=	bijna-moeder
bijna-monologen	=	bijna-monoloog
bijna-monoloog	noun	'gesprek' waarbij slechts één persoon overwegend aan het woord is
bijna-monoloogje	=	bijna-monoloog
bijna-monoloogjes	=	bijna-monoloog
bijna-monopolie	noun	situatie waarbij één marktpartij zeer dominerend aanwezig is zonder dat deze partij het alleenrecht heeft
bijna-monopolies	=	bijna-monopolie
bijna-monopolietje	=	bijna-monopolie
bijna-monopolietjes	=	bijna-monopolie
bijna-monopoliën	=	bijna-monopolie
bijna-ongeluk	noun	situatie waarin er net geen ongeluk heeft plaatsgevonden
bijna-ongelukje	=	bijna-ongeluk
bijna-ongelukjes	=	bijna-ongeluk
bijna-ongelukken	=	bijna-ongeluk
bijna-ongeval	noun	situatie waarin er net geen ongeluk heeft plaatsgevonden
bijna-ongevallen	=	bijna-ongeval
bijna-ongevalletje	=	bijna-ongeval
bijna-ongevalletjes	=	bijna-ongeval
bijna-premier	noun	persoon die genoemd wordt als mogelijke nieuwe minister-president
bijna-premiers	=	bijna-premier
bijna-ramp	noun	zeer ernstige situatie die net goed is afgelopen
bijna-rampen	=	bijna-ramp
bijna-rampje	=	bijna-ramp
bijna-rampjes	=	bijna-ramp
bijna-rijke	noun	persoon die welvarend is maar zeker niet rijk te noemen is
bijna-rijken	=	bijna-rijke
bijna-schoondochter	noun	vrouw die gaat trouwen met je zoon of dochter
bijna-schoondochters	=	bijna-schoondochter
bijna-schoondochtertje	=	bijna-schoondochter
bijna-schoondochtertjes	=	bijna-schoondochter
bijna-schoonzonen	=	bijna-schoonzoon
bijna-schoonzoon	noun	man die gaat trouwen met de zoon of dochter van iemand
bijna-schoonzoons	=	bijna-schoonzoon
bijna-schoonzoontje	=	bijna-schoonzoon
bijna-schoonzoontjes	=	bijna-schoonzoon
bijna-thuishuis	noun	kleinschalig hospice voor terminale patiënten
bijna-thuishuisje	=	bijna-thuishuis
bijna-thuishuisjes	=	bijna-thuishuis
bijna-thuishuizen	=	bijna-thuishuis
bijna-vegetariër	noun	iemand die bewust zelden vlees eet
bijna-vegetariërs	=	bijna-vegetariër
bijna-verloofde	noun	persoon die voornemens is om zich te verloven
bijna-verloofden	=	bijna-verloofde
bijna-verloofdes	=	bijna-verloofde
bijnaam	noun	breed bekende, niet-officiële naam van een persoon, een groep van personen of een zaak
bijnaampje	=	bijnaam
bijnaampjes	=	bijnaam
bijnam	=	bijnemen
bijnamen	=	bijnaam
bijneem	=	bijnemen
bijneemt	=	bijnemen
bijneme	=	bijnemen
bijnemen	verb	iets extra's pakken of kopen
bijnemend	=	bijnemen
bijnemende	=	bijnemen
bijnier	noun	een klein orgaan dat als een kapje op de nier ligt
bijnieren	=	bijnier
bijnierschors	noun	buitenste laag van de bijnieren
bijnierschorsen	=	bijnierschors
bijniertje	=	bijnier
bijniertjes	=	bijnier
bijnummer	noun	een niet zo heel belangrijk onderdeel van een programma
bijnummers	=	bijnummer
bijnummertje	=	bijnummer
bijnummertjes	=	bijnummer
bijogen	=	bijoog
bijoog	noun	een vlek op het lichaam waarmee dieren licht en donker kunnen onderscheiden die echter qua beeldvorming optisch inferieur zijn aan samengestelde ogen
bijoogje	=	bijoog
bijoogjes	=	bijoog
bijou	noun	elk object (met uitzondering van kleding) dat op het lichaam wordt gedragen (of hoofdzakelijk dient om op het lichaam te dragen) met de bedoeling dat te verfraaien
bijous	=	bijou
bijouterie	noun	sieradenwinkel (plaats waar de sieraden worden verkocht)
bijouterietje	=	bijouterie
bijouterietjes	=	bijouterie
bijouterieën	=	bijouterie
bijoutje	=	bijou
bijoutjes	=	bijou
bijoux	=	bijou
bijpaadje	=	bijpad
bijpaadjes	=	bijpad
bijpaard	noun	reservepaard
bijpaarden	=	bijpaard
bijpad	noun	zijweg of zijpad dat uitkomt op een grotere weg of pad
bijpaden	=	bijpad
bijpas	=	bijpassen
bijpasse	=	bijpassen
bijpassen	verb	bijbetalen, aanvullen, aanzuiveren, bijvoegen
bijpassend	adj	goed staan bij elkaar
bijpassende	=	bijpassend
bijpassends	=	bijpassend
bijpassing	noun	het bijpassen
bijpassingen	=	bijpassing
bijpast	=	bijpassen
bijpaste	=	bijpassen
bijpasten	=	bijpassen
bijplaats	=	bijplaatsen
bijplaatse	=	bijplaatsen
bijplaatsen	verb	iets ergens aan toevoegen
bijplaatsend	=	bijplaatsen
bijplaatsende	=	bijplaatsen
bijplaatst	=	bijplaatsen
bijplaatste	=	bijplaatsen
bijplaatsten	=	bijplaatsen
bijplak	=	bijplakken
bijplakke	=	bijplakken
bijplakken	verb	nog meer plakken bij een bestaande hoeveelheid
bijplakkend	=	bijplakken
bijplakkende	=	bijplakken
bijplakt	=	bijplakken
bijplakte	=	bijplakken
bijplakten	=	bijplakken
bijplaneet	noun	planeet die een baan om een andere (grotere) planeet beschrijft
bijplaneetje	=	bijplaneet
bijplaneetjes	=	bijplaneet
bijplaneten	=	bijplaneet
bijpleister	=	bijpleisteren
bijpleisterde	=	bijpleisteren
bijpleisterden	=	bijpleisteren
bijpleistere	=	bijpleisteren
bijpleisteren	verb	aanvullen
bijpleisterend	=	bijpleisteren
bijpleisterende	=	bijpleisteren
bijpleistert	=	bijpleisteren
bijplus	=	bijplussen
bijplusse	=	bijplussen
bijplussen	verb	extra overheidsgeld voor iets beschikbaar stellen
bijplussend	=	bijplussen
bijplussende	=	bijplussen
bijplust	=	bijplussen
bijpluste	=	bijplussen
bijplusten	=	bijplussen
bijpomp	=	bijpompen
bijpompe	=	bijpompen
bijpompen	verb	iets extra's door pompen toevoegen
bijpompend	=	bijpompen
bijpompende	=	bijpompen
bijpompt	=	bijpompen
bijpompte	=	bijpompen
bijpompten	=	bijpompen
bijpraat	=	bijpraten
bijpraatte	=	bijpraten
bijpraatten	=	bijpraten
bijprate	=	bijpraten
bijpraten	verb	zorgen dat je weer alles van elkaar weet nadat je elkaar een tijd niet gezien hebt
bijpratend	=	bijpraten
bijpratende	=	bijpraten
bijproduct	noun	een product dat maar een bijkomstigheid is voor een bedrijf
bijproducten	=	bijproduct
bijproductje	=	bijproduct
bijproductjes	=	bijproduct
bijprogramma	noun	activiteiten die worden gehouden naast het hoofdprogramma
bijprogramma's	=	bijprogramma
bijprogrammaatje	=	bijprogramma
bijprogrammaatjes	=	bijprogramma
bijpunt	=	bijpunten
bijpunte	=	bijpunten
bijpunten	verb	van lang haar de 'dode' punten wegknippen
bijpuntend	=	bijpunten
bijpuntende	=	bijpunten
bijpuntte	=	bijpunten
bijpuntten	=	bijpunten
bijregel	=	bijregelen
bijregelde	=	bijregelen
bijregelden	=	bijregelen
bijregele	=	bijregelen
bijregelen	verb	zo bijsturen dat de af- of instelling weer juist is
bijregelend	=	bijregelen
bijregelende	=	bijregelen
bijregelt	=	bijregelen
bijrijder	noun	iemand die voorin de auto zit naast de chauffeur en de chauffeur kan helpen
bijrijders	=	bijrijder
bijrijderskant	noun	de rechterzijde van een auto
bijrijderskanten	=	bijrijderskant
bijrijdersplek	noun	de stoel naast de chauffeur van een voertuig
bijrijdersplekken	=	bijrijdersplek
bijrijdersportier	noun	voorste deur aan de rechterzijde van een auto
bijrijdersportieren	=	bijrijdersportier
bijrijdersportiertje	=	bijrijdersportier
bijrijdersportiertjes	=	bijrijdersportier
bijrijdersstoel	noun	de autostoel rechtsvoor, naast de bestuurder van een auto
bijrijdersstoelen	=	bijrijdersstoel
bijrijdertje	=	bijrijder
bijrijdertjes	=	bijrijder
bijrivier	noun	rivier die in een andere, grotere rivier uitmondt
bijrivieren	=	bijrivier
bijriviertje	=	bijrivier
bijriviertjes	=	bijrivier
bijrol	noun	een kleinere en minder belangrijke taak hebben
bijrolacteur	noun	iemand die bijrollen speelt in films en toneestukken
bijrolacteurs	=	bijrolacteur
bijrolactrice	noun	vrouw die meestal een bijrol speelt in een film of toneelstuk
bijrolactrices	=	bijrolactrice
bijrolactricetje	=	bijrolactrice
bijrolactricetjes	=	bijrolactrice
bijrollen	=	bijrol
bijrolletje	=	bijrol
bijrolletjes	=	bijrol
bijs	=	bijzen
bijschaaf	=	bijschaven
bijschaafde	=	bijschaven
bijschaafden	=	bijschaven
bijschaaft	=	bijschaven
bijschave	=	bijschaven
bijschaven	verb	door schaven afwerken en gladmaken of voor een bepaalde toepassing passend maken
bijschavend	=	bijschaven
bijschavende	=	bijschaven
bijschenk	=	bijschenken
bijschenke	=	bijschenken
bijschenken	verb	een nog niet volledig leeg gedronken glas weer vullen
bijschenkend	=	bijschenken
bijschenkende	=	bijschenken
bijschenkt	=	bijschenken
bijscherm	noun	groei- of bloeiwijze
bijschermen	=	bijscherm
bijschilder	=	bijschilderen
bijschilderde	=	bijschilderen
bijschilderden	=	bijschilderen
bijschildere	=	bijschilderen
bijschilderen	verb	door schilderen bijwerken
bijschilderend	=	bijschilderen
bijschilderende	=	bijschilderen
bijschildert	=	bijschilderen
bijschildklier	noun	elk van de vier kleine, ronde orgaantjes in de hals die hormoon afscheiden en die liggen tegen de twee grotere, platte organen die weer andere hormonen afscheiden
bijschildklieren	=	bijschildklier
bijschildkliertje	=	bijschildklier
bijschildkliertjes	=	bijschildklier
bijschnabbel	=	bijschnabbelen
bijschnabbelde	=	bijschnabbelen
bijschnabbelden	=	bijschnabbelen
bijschnabbele	=	bijschnabbelen
bijschnabbelen	verb	extra geld verdienen met bijbaantjes
bijschnabbelend	=	bijschnabbelen
bijschnabbelende	=	bijschnabbelen
bijschnabbelt	=	bijschnabbelen
bijschol	=	bijscholen
bijscholde	=	bijscholen
bijscholden	=	bijscholen
bijschole	=	bijscholen
bijscholen	verb	na een reguliere afgeronde scholing nog extra onderwijs ontvangen
bijscholend	=	bijscholen
bijscholende	=	bijscholen
bijscholing	noun	het bijscholen d.w.z. het geven van extra scholing aan reeds geschoolde personen om hun vakbekwaamheid of kennisniveau op peil te houden
bijscholingen	=	bijscholing
bijscholingscursus	noun	onderwijs voor mensen die al werken in een beroep en dat dient om hun kennis up-to-date te houden of uit te breiden
bijscholingscursusje	=	bijscholingscursus
bijscholingscursusjes	=	bijscholingscursus
bijscholingscursussen	=	bijscholingscursus
bijscholingsmogelijkheden	=	bijscholingsmogelijkheid
bijscholingsmogelijkheid	noun	de kansen die er zijn om extra onderwijs te krijgen in het eigen beroep
bijscholingsprogramma	noun	extra beroepsgerelateerd onderwijs dat men volgt nadat men een vakopleiding heeft voltooid
bijscholingsprogramma's	=	bijscholingsprogramma
bijscholt	=	bijscholen
bijschonk	=	bijschenken
bijschonken	=	bijschenken
bijschoof	=	bijschuiven
bijschool	=	bijscholen
bijschoolde	=	bijscholen
bijschoolden	=	bijscholen
bijschoolt	=	bijscholen
bijschoven	=	bijschuiven
bijschreef	=	bijschrijven
bijschreven	=	bijschrijven
bijschrift	noun	korte geschreven mededeling die de betekenis van een voorwerp of afbeelding verduidelijkt
bijschriften	=	bijschrift
bijschriftje	=	bijschrift
bijschriftjes	=	bijschrift
bijschrijf	=	bijschrijven
bijschrijft	=	bijschrijven
bijschrijve	=	bijschrijven
bijschrijven	verb	iets ~: een bedrag toevoegen aan iemands rekening
bijschrijvend	=	bijschrijven
bijschrijvende	=	bijschrijven
bijschrijving	noun	Geld dat op de rekening wordt bijgeboekt, op de rekening komt dan meer geld te staan.
bijschrijvingen	=	bijschrijving
bijschrijvinkje	=	bijschrijving
bijschrijvinkjes	=	bijschrijving
bijschuif	=	bijschuiven
bijschuift	=	bijschuiven
bijschuive	=	bijschuiven
bijschuiven	verb	een voorwerp zoals een stoel over de grond schuiven om deze bij andere te voegen
bijschuivend	=	bijschuiven
bijschuivende	=	bijschuiven
bijsde	=	bijzen
bijsden	=	bijzen
bijslaap	noun	iemand waarmee je het bed deelt
bijslaapje	=	bijslaap
bijslaapjes	=	bijslaap
bijslag	noun	een bijkomend voordeel
bijslagen	=	bijslag
bijslagje	=	bijslag
bijslagjes	=	bijslag
bijslapen	verb	tekort aan slaap inhalen
bijslapend	=	bijslapen
bijslapende	=	bijslapen
bijsleep	=	bijslepen
bijsleept	=	bijslepen
bijsleepte	=	bijslepen
bijsleepten	=	bijslepen
bijslepe	=	bijslepen
bijslepen	verb	dichterbij brengen door het over een bodem voort te trekken
bijslepend	=	bijslepen
bijslepende	=	bijslepen
bijslijp	=	bijslijpen
bijslijpe	=	bijslijpen
bijslijpen	verb	door te slijpen kleine aanpassingen realiseren
bijslijpend	=	bijslijpen
bijslijpende	=	bijslijpen
bijslijpt	=	bijslijpen
bijslof	=	bijsloffen
bijsloffe	=	bijsloffen
bijsloffen	verb	als je eigenlijk te traag bent om de snelheid van anderen bij te houden (niet alleen fysiek maar ook geestelijk)
bijsloffend	=	bijsloffen
bijsloffende	=	bijsloffen
bijsloft	=	bijsloffen
bijslofte	=	bijsloffen
bijsloften	=	bijsloffen
bijsloot	=	bijsluiten
bijslote	=	bijsluiten
bijsloten	=	bijsluiten
bijsluit	=	bijsluiten
bijsluite	=	bijsluiten
bijsluiten	verb	toevoegen alvorens af te sluiten
bijsluitend	=	bijsluiten
bijsluitende	=	bijsluiten
bijsluiter	noun	een bijgeleverde folder met informatie over een geneesmiddel
bijsluiters	=	bijsluiter
bijsluitertje	=	bijsluiter
bijsluitertjes	=	bijsluiter
bijsluiterwoordenboek	noun	een naslagwerk dat de betekenis uitlegt van moeilijke woorden die voorkomen in bijsluiters van medicijnen, met als doel de leesbaarheid te vergroten.
bijsluiterwoordenboeken	=	bijsluiterwoordenboek
bijsluiterwoordenboekje	=	bijsluiterwoordenboek
bijsluiterwoordenboekjes	=	bijsluiterwoordenboek
bijsmaak	noun	een extra smaak die er eigenlijk niet bij hoort
bijsmaakje	=	bijsmaak
bijsmaakjes	=	bijsmaak
bijsmaken	=	bijsmaak
bijsmeer	=	bijsmeren
bijsmeerde	=	bijsmeren
bijsmeerden	=	bijsmeren
bijsmeert	=	bijsmeren
bijsmere	=	bijsmeren
bijsmeren	verb	iets na een tijdje weer insmeren
bijsmerend	=	bijsmeren
bijsmerende	=	bijsmeren
bijsneden	=	bijsnijden
bijsneed	=	bijsnijden
bijsnij	=	bijsnijden
bijsnijd	=	bijsnijden
bijsnijde	=	bijsnijden
bijsnijden	verb	door te snijden de gewenste vorm geven aan
bijsnijdend	=	bijsnijden
bijsnijdende	=	bijsnijden
bijsnijdt	=	bijsnijden
bijsnoei	=	bijsnoeien
bijsnoeide	=	bijsnoeien
bijsnoeiden	=	bijsnoeien
bijsnoeie	=	bijsnoeien
bijsnoeien	verb	door snoeien een beetje bijwerken
bijsnoeiend	=	bijsnoeien
bijsnoeiende	=	bijsnoeien
bijsnoeit	=	bijsnoeien
bijspeel	=	bijspelen
bijspeelde	=	bijspelen
bijspeelden	=	bijspelen
bijspeelt	=	bijspelen
bijspele	=	bijspelen
bijspelen	verb	een kaart bijspelen: een kaart op tafel leggen als er al één of meer kaarten op tafel liggen
bijspelend	=	bijspelen
bijspelende	=	bijspelen
bijspijker	=	bijspijkeren
bijspijkercursus	noun	een kortdurend onderwijstraject dat bedoeld is om de kloof te overbruggen tussen een afgeronde vooropleiding en een nieuwe, hogere of andere studie.
bijspijkercursusje	=	bijspijkercursus
bijspijkercursusjes	=	bijspijkercursus
bijspijkercursussen	=	bijspijkercursus
bijspijkerde	=	bijspijkeren
bijspijkerden	=	bijspijkeren
bijspijkere	=	bijspijkeren
bijspijkeren	verb	iets herstellen of opknappen wat niet helemaal voldoende is met name als het gaat om schoolprestaties, bijles krijgen
bijspijkerend	=	bijspijkeren
bijspijkerende	=	bijspijkeren
bijspijkert	=	bijspijkeren
bijspring	=	bijspringen
bijspringe	=	bijspringen
bijspringen	verb	iemand financieel uit de problemen halen
bijspringend	=	bijspringen
bijspringende	=	bijspringen
bijspringt	=	bijspringen
bijsprong	=	bijspringen
bijsprongen	=	bijspringen
bijst	=	bijzen
bijsta	=	bijstaan
bijstaan	verb	emotioneel ondersteunen
bijstaand	=	bijstaan
bijstaande	=	bijstaan
bijstaat	=	bijstaan
bijstak	=	bijsteken
bijstaken	=	bijsteken
bijstand	noun	in algemene zin: geboden hulp, ondersteuning
bijstander	noun	iemand die als toeschouwer bij een gebeurtenis aanwezig is
bijstanders	=	bijstander
bijstandsbedrag	noun	geld ontvangen via een bijstandsuitkering
bijstandsbedragen	=	bijstandsbedrag
bijstandsbedragje	=	bijstandsbedrag
bijstandsbedragjes	=	bijstandsbedrag
bijstandsfraude	noun	fraude waardoor men ten onrechte of een te hoge bijstandsuitkering krijgt
bijstandsfraudes	=	bijstandsfraude
bijstandsgeld	noun	geld dat een gemeente uitgeeft aan de bijstandsuitkering
bijstandsgelden	=	bijstandsgeld
bijstandsgerechtigd	adj	het recht op bijstand hebbend
bijstandsgerechtigde	noun	iemand die recht heeft op het ontvangen van een bijstandsuitkering
bijstandsgerechtigden	=	bijstandsgerechtigde
bijstandsgerechtigds	=	bijstandsgerechtigd
bijstandsgezin	noun	een gezin dat moet zien rond te komen van een bijstandsuitkering
bijstandsgezinnen	=	bijstandsgezin
bijstandsgezinnetje	=	bijstandsgezin
bijstandsgezinnetjes	=	bijstandsgezin
bijstandsinstelling	noun	een organisatie die hulp en bijstand verleent aan zieke en hulpbehoevende mensen
bijstandsinstellingen	=	bijstandsinstelling
bijstandskost	noun	goedkope voeding die veel wordt gekocht door mensen die een bijstandsuitkering hebben
bijstandskosten	noun	de kosten door het verstrekken van een bijstandsuitkering
bijstandsmaatschappelijk	adj	betrekking hebbend op de hulp en ondersteuning die professionals bieden aan mensen die vastlopen in het leven, bijvoorbeeld door sociale, financiële, relationele of psychische problemen, om hen te helpen weer zelfstandig te functioneren in de maatschappij en hun welzijn te bevorderen
bijstandsmaatschappelijke	=	bijstandsmaatschappelijk
bijstandsmaatschappelijker	=	bijstandsmaatschappelijk
bijstandsmaatschappelijkere	=	bijstandsmaatschappelijk
bijstandsmaatschappelijkers	=	bijstandsmaatschappelijk
bijstandsmaatschappelijks	=	bijstandsmaatschappelijk
bijstandsmaatschappelijkst	=	bijstandsmaatschappelijk
bijstandsmaatschappelijkste	=	bijstandsmaatschappelijk
bijstandsmoeder	noun	een alleenstaande vrouw met kinderen die een bijstandsuitkering ontvangt
bijstandsmoeders	=	bijstandsmoeder
bijstandsmoedertje	=	bijstandsmoeder
bijstandsmoedertjes	=	bijstandsmoeder
bijstandsniveau	noun	inkomen dat overeenkomt met de hoogte van een bijstandsuitkering
bijstandsniveaus	=	bijstandsniveau
bijstandsnorm	noun	inkomen dat overeenkomt met een bijstandsuitkering; laagst mogelijke inkomen wat iemand nodig heeft voor het levensonderhoud
bijstandsnormen	=	bijstandsnorm
bijstandsontvanger	noun	iemand die een bijstandsuitkering ontvangt
bijstandsontvangers	=	bijstandsontvanger
bijstandsregeling	noun	regeling voor financiële ondersteuning van mensen die op geen enkele andere manier geld ontvangen of kapitaal bezitten
bijstandsregelingen	=	bijstandsregeling
bijstandsteam	noun	groep mensen die ondersteuning biedt
bijstandsteams	=	bijstandsteam
bijstandstoerisme	noun	het verhuizen naar gemeenten waar de bijstandsregeling voordeliger is
bijstandsuitkering	noun	een uitkering door de gemeente betaald voor mensen zonder inkomen en zonder groot eigen vermogen
bijstandsuitkeringen	=	bijstandsuitkering
bijstandsuitkerinkje	=	bijstandsuitkering
bijstandsuitkerinkjes	=	bijstandsuitkering
bijstandsverlening	noun	het iets of iemand ondersteunen
bijstandsverleningen	=	bijstandsverlening
bijstandswet	noun	De Algemene bijstandswet kwam in de plaats van de armenwet.
bijstandswetten	=	bijstandswet
bijstanduitkering	noun	geld dat mensen ontvangen die geen recht hebben op een andere (hogere) uitkering
bijstanduitkeringen	=	bijstanduitkering
bijstanduitkerinkje	=	bijstanduitkering
bijstanduitkerinkjes	=	bijstanduitkering
bijsteek	=	bijsteken
bijsteekt	=	bijsteken
bijsteke	=	bijsteken
bijsteken	verb	iets ergens aan toevoegen
bijstekend	=	bijsteken
bijstekende	=	bijsteken
bijstel	=	bijstellen
bijstelbaar	adj	dat iets aangepast kan worden aan de behoeften die er zijn
bijstelbaarder	=	bijstelbaar
bijstelbaardere	=	bijstelbaar
bijstelbaarders	=	bijstelbaar
bijstelbaars	=	bijstelbaar
bijstelbaarst	=	bijstelbaar
bijstelbaarste	=	bijstelbaar
bijstelbare	=	bijstelbaar
bijstelde	=	bijstellen
bijstelden	=	bijstellen
bijstelle	=	bijstellen
bijstellen	verb	een naar verhouding kleine verandering aanbrengen in de instelling van iets, meestal als aanpassing aan veranderde omstandigheden
bijstellend	=	bijstellen
bijstellende	=	bijstellen
bijstelling	noun	het bijstellen
bijstellingen	=	bijstelling
bijstellinkje	=	bijstelling
bijstellinkjes	=	bijstelling
bijstelt	=	bijstellen
bijster	adj	alleen predicatief + oorzakelijk voorwerp: iets bijster zijn: iets kwijtgeraakt zijn	adv	negatief: niet bijster: niet in bijzonder hoge mate
bijstere	=	bijster
bijstoke	=	bijstoken
bijstoken	verb	het samen met steenkool verbranden in een kolencentrale
bijstokend	=	bijstoken
bijstokende	=	bijstoken
bijstond	=	bijstaan
bijstonde	=	bijstaan
bijstonden	=	bijstaan
bijstondt	=	bijstaan
bijstook	=	bijstoken
bijstookt	=	bijstoken
bijstookte	=	bijstoken
bijstookten	=	bijstoken
bijstort	=	bijstorten
bijstorte	=	bijstorten
bijstorten	verb	door storten iets (bijvoorbeeld geld) toevoegen aan iets dat al bestaat
bijstortend	=	bijstorten
bijstortende	=	bijstorten
bijstorting	noun	de keer dat met iets toevoegt aan iets dat al bestaat; dat wat bij iets toevoegt
bijstortingen	=	bijstorting
bijstortte	=	bijstorten
bijstortten	=	bijstorten
bijstreek	noun	een windrichting tussen de 4 hoofdwindstreken in
bijstreken	=	bijstreek
bijsture	=	bijsturen
bijsturen	verb	een koerscorrectie uitvoeren zodat de juiste koers behouden blijft
bijsturend	=	bijsturen
bijsturende	=	bijsturen
bijsturing	noun	het aanpassen van eerder gemaakte plannen of voornemens
bijsturingen	=	bijsturing
bijstuur	=	bijsturen
bijstuurde	=	bijsturen
bijstuurden	=	bijsturen
bijstuurt	=	bijsturen
bijt	noun	gat dat geslagen werd door een mens in het ijs van een bevroren wateroppervlak
bijtank	=	bijtanken
bijtanke	=	bijtanken
bijtanken	verb	een nieuwe hoeveelheid brandstof tanken
bijtankend	=	bijtanken
bijtankende	=	bijtanken
bijtankt	=	bijtanken
bijtankte	=	bijtanken
bijtankten	=	bijtanken
bijtdop	noun	een veilig, vaak siliconen, hulpmiddel dat over het uiteinde van een pen of potlood wordt geschoven, zodat mensen (zowel kinderen als volwassenen) die de neiging hebben om op schrijfgerei te kauwen, dit op een veilige en hygiënische manier kunnen doen
bijtdopje	=	bijtdop
bijtdopjes	=	bijtdop
bijtdoppen	=	bijtdop
bijte	=	bijten
bijtebaauw	=	bietebauw
bijtebauw	=	bietebauw
bijteken	=	bijtekenen
bijtekende	=	bijtekenen
bijtekenden	=	bijtekenen
bijtekene	=	bijtekenen
bijtekenen	verb	het arbeidscontract verlengen
bijtekenend	=	bijtekenen
bijtekenende	=	bijtekenen
bijtekening	noun	het bijtekenen
bijtekeningen	=	bijtekening
bijtekent	=	bijtekenen
bijtel	=	bijtellen
bijtelde	=	bijtellen
bijtelden	=	bijtellen
bijtelle	=	bijtellen
bijtellen	verb	iets ergens bij optellen
bijtellend	=	bijtellen
bijtellende	=	bijtellen
bijtelling	noun	een bedrag dat men bij het belastbaar inkomen moet optellen als men gratis gebruik kan maken van iets (vaak gaat het over een auto die betaald wordt door het bedrijf waar men werkt of de eigen woning waarvoor men geen huur hoeft te betalen)
bijtellingen	=	bijtelling
bijtelt	=	bijtellen
bijten	verb	iets afsnijden of afscheuren door tanden tegen elkaar te duwen tijdens vechten of om te eten
bijtend	adj	zo scherp dat het pijn doet; zo scherp dat het beschadigt
bijtende	=	bijten
bijtender	=	bijtend
bijtendere	=	bijtend
bijtenders	=	bijtend
bijtends	=	bijtend
bijtendst	=	bijtend
bijtendste	=	bijtend
bijter	noun	iemand die bijt
bijterig	adj	geneigd zijn om te bijten
bijterige	=	bijterig
bijteriger	=	bijterig
bijterigere	=	bijterig
bijterigers	=	bijterig
bijterigs	=	bijterig
bijterigst	=	bijterig
bijterigste	=	bijterig
bijters	=	bijter
bijtertje	=	bijter
bijtertjes	=	bijter
bijtgaar	adj	gaar maar met moet tijdens het eten nog wel bijten meestal betrekking hebbend op pasta of groente
bijtgaarder	=	bijtgaar
bijtgaardere	=	bijtgaar
bijtgaarders	=	bijtgaar
bijtgaars	=	bijtgaar
bijtgaarst	=	bijtgaar
bijtgaarste	=	bijtgaar
bijtgare	=	bijtgaar
bijtgraag	adj	geneigd tot bijten
bijtgraags	=	bijtgraag
bijtgraagst	=	bijtgraag
bijtgraagste	=	bijtgraag
bijtgrage	=	bijtgraag
bijtgrager	=	bijtgraag
bijtgragere	=	bijtgraag
bijtgragers	=	bijtgraag
bijtijds	adv	binnen de beschikbare tijd, op tijd
bijtijdse	=	bijtijds
bijtje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort aquariumvis, Brachygobius xanthozona uit de familie van de grondels (Gobiidae) De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1849 door Pieter Bleeker.
bijtjes	=	bij
bijtketting	noun	een hulpmiddel van medische siliconen bedoeld om de natuurlijke kauwbehoefte veilig te reguleren.
bijtkettingen	=	bijtketting
bijtonen	=	bijtoon
bijtoon	noun	toon naast de hoofdtoon
bijtoontje	=	bijtoon
bijtoontjes	=	bijtoon
bijtrad	=	bijtreden
bijtraden	=	bijtreden
bijtrede	=	bijtreden
bijtreden	verb	bijvallen, zich aansluiten bij
bijtredend	=	bijtreden
bijtredende	=	bijtreden
bijtreed	=	bijtreden
bijtreedt	=	bijtreden
bijtrek	=	bijtrekken
bijtrekke	=	bijtrekken
bijtrekken	verb	door te trekken iets toevoegen
bijtrekkend	=	bijtrekken
bijtrekkende	=	bijtrekken
bijtrekpas	noun	zijwaartse beweging waarbij eerst een voet opzij wordt gezet, waarna je de andere voet erbij aansluit
bijtrekpassen	=	bijtrekpas
bijtrekt	=	bijtrekken
bijtring	noun	plastic ring waarin een baby die tanden krijgt kan bijten
bijtringen	=	bijtring
bijtrok	=	bijtrekken
bijtrokken	=	bijtrekken
bijtschildpad	noun	Chelydra serpentina een schildpad uit de familie van de bijtschildpadden (Chelydridae).
bijtschildpadden	noun	een kleine familie Chelydridae uit de orde schildpadden en de superfamilie Chelydroidea
bijtschildpadje	=	bijtschildpad
bijtschildpadjes	=	bijtschildpad
bijtte	=	bijten
bijtten	=	bijten
bijtwond	noun	een wond die ontstaat door een beet van een mens of dier
bijtwonden	=	bijtwond
bijvak	noun	vak dat van minder groot belang is als het hoofdvak
bijvakantie	noun	een korte extra vakantie naast de grote vakantie
bijvakanties	=	bijvakantie
bijvakantietje	=	bijvakantie
bijvakantietjes	=	bijvakantie
bijvakje	=	bijvak
bijvakjes	=	bijvak
bijvakken	=	bijvak
bijval	noun	openlijk geuite instemming, applaus, steun
bijvalle	=	bijvallen
bijvallen	verb	nog meer vallen
bijvallend	=	bijvallen
bijvallende	=	bijvallen
bijvalsbetuiging	noun	een betuiging van bijval
bijvalsbetuigingen	=	bijvalsbetuiging
bijvalsbetuiginkje	=	bijvalsbetuiging
bijvalsbetuiginkjes	=	bijvalsbetuiging
bijvalt	=	bijvallen
bijvangst	noun	vissen en andere dieren die een visser vangt zonder dat dit de bedoeling was; vangst zonder economische waarde
bijvangsten	=	bijvangst
bijveld	noun	minder belangrijk sportveld van een sportclub dat vaak wat kleiner is en minder voorzieningen heeft dan het hoofdveld
bijvelden	=	bijveld
bijveldje	=	bijveld
bijveldjes	=	bijveld
bijverdien	=	bijverdienen
bijverdiend	=	bijverdienen
bijverdiende	=	bijverdienen
bijverdienden	=	bijverdienen
bijverdiene	=	bijverdienen
bijverdienen	verb	extra geld verdienen boven het normale inkomen
bijverdienend	=	bijverdienen
bijverdienende	=	bijverdienen
bijverdienste	noun	extra verdiensten naast het loon, of naast zijn eigen beroep
bijverdiensten	=	bijverdienste
bijverdienstetje	=	bijverdienste
bijverdienstetjes	=	bijverdienste
bijverdient	=	bijverdienen
bijverf	=	bijverven
bijverfde	=	bijverven
bijverfden	=	bijverven
bijverft	=	bijverven
bijverschijnsel	noun	iets dat zich voordoet als bijkomend verschijnsel
bijverschijnselen	=	bijverschijnsel
bijverschijnsels	=	bijverschijnsel
bijverschijnseltje	=	bijverschijnsel
bijverve	=	bijverven
bijverven	verb	uitgroei van een kapsel dat nog niet geverfd is verven
bijvervend	=	bijverven
bijvervende	=	bijverven
bijverwarm	=	bijverwarmen
bijverwarmd	=	bijverwarmen
bijverwarmde	=	bijverwarmen
bijverwarmden	=	bijverwarmen
bijverwarme	=	bijverwarmen
bijverwarmen	verb	een beetje extra verwarmen
bijverwarmend	=	bijverwarmen
bijverwarmende	=	bijverwarmen
bijverwarmt	=	bijverwarmen
bijverzeker	=	bijverzekeren
bijverzekerd	=	bijverzekeren
bijverzekerde	=	bijverzekeren
bijverzekerden	=	bijverzekeren
bijverzekere	=	bijverzekeren
bijverzekeren	verb	toevoegen van een bescherming tegen een bepaald risico toevoegen aan reeds afgesloten verzekering
bijverzekerend	=	bijverzekeren
bijverzekerende	=	bijverzekeren
bijverzekert	=	bijverzekeren
bijviel	=	bijvallen
bijviele	=	bijvallen
bijvielen	=	bijvallen
bijvielt	=	bijvallen
bijvieren	verb	de lengte van een touw of kabel waaraan iets vastzit een beetje langer maken
bijvijl	=	bijvijlen
bijvijlde	=	bijvijlen
bijvijlden	=	bijvijlen
bijvijle	=	bijvijlen
bijvijlen	verb	ergens iets afhalen met behulp van een vijl
bijvijlend	=	bijvijlen
bijvijlende	=	bijvijlen
bijvijlt	=	bijvijlen
bijvlieg	noun	een insect van het geslacht Eristalis uit de familie Syrphidae (zweefvliegen)
bijvliegen	noun	een geslacht Eristalis van tweevleugeligen (Diptera) uit de familie zweefvliegen (Syrphidae).
bijvliegje	=	bijvlieg
bijvliegjes	=	bijvlieg
bijvoeder	=	bijvoederen
bijvoederde	=	bijvoederen
bijvoederden	=	bijvoederen
bijvoedere	=	bijvoederen
bijvoederen	verb	aanvullend extra voedsel geven
bijvoederend	=	bijvoederen
bijvoederende	=	bijvoederen
bijvoedert	=	bijvoederen
bijvoeding	noun	babyvoeding die een of meer borst- of flesvoedingen aanvult
bijvoedingen	=	bijvoeding
bijvoedinkje	=	bijvoeding
bijvoedinkjes	=	bijvoeding
bijvoeg	=	bijvoegen
bijvoegde	=	bijvoegen
bijvoegden	=	bijvoegen
bijvoege	=	bijvoegen
bijvoegen	verb	als extra ergens aan toevoegen
bijvoegend	=	bijvoegen
bijvoegende	=	bijvoegen
bijvoeging	noun	iets wat men aan een groter geheel toevoegt
bijvoegingen	=	bijvoeging
bijvoeginkje	=	bijvoeging
bijvoeginkjes	=	bijvoeging
bijvoeglijk	adj	nader bepalend
bijvoeglijke	=	bijvoeglijk
bijvoeglijker	=	bijvoeglijk
bijvoeglijkere	=	bijvoeglijk
bijvoeglijkers	=	bijvoeglijk
bijvoeglijknaamwoordsvorm	noun	woord dat ontstaat uit de flexie van een adjectief
bijvoeglijknaamwoordsvormen	=	bijvoeglijknaamwoordsvorm
bijvoeglijknaamwoordsvormpje	=	bijvoeglijknaamwoordsvorm
bijvoeglijknaamwoordsvormpjes	=	bijvoeglijknaamwoordsvorm
bijvoeglijks	=	bijvoeglijk
bijvoeglijkst	=	bijvoeglijk
bijvoeglijkste	=	bijvoeglijk
bijvoegsel	noun	een extra toevoeging
bijvoegsels	=	bijvoegsel
bijvoegseltje	=	bijvoegsel
bijvoegseltjes	=	bijvoegsel
bijvoegt	=	bijvoegen
bijvoer	=	bijvoeren
bijvoerde	=	bijvoeren
bijvoerden	=	bijvoeren
bijvoere	=	bijvoeren
bijvoeren	verb	als aanvulling op de al aanwezige voeding iets exta's geven
bijvoerend	=	bijvoeren
bijvoerende	=	bijvoeren
bijvoert	=	bijvoeren
bijvoet	noun	Artemisia vulgaris, een plant uit de composietenfamilie Asteraceae
bijvoetblaarmot	noun	bepaald soort schubvleugelig Europees insect, Leucospilapteryx omissella, uit de familie mineermotten, Gracillariidae De wetenschappelijke naam is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1848 door Stainton.
bijvoetblaarmotje	=	bijvoetblaarmot
bijvoetblaarmotjes	=	bijvoetblaarmot
bijvoetblaarmotten	=	bijvoetblaarmot
bijvoetbladgalmug	noun	Rhopalomyia foliorum een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bijvoetbladgalmuggen	=	bijvoetbladgalmug
bijvoetbladgalmugje	=	bijvoetbladgalmug
bijvoetbladgalmugjes	=	bijvoetbladgalmug
bijvoetbladluis	noun	Cryptosiphum artemisiae een bladluis die bolvormige rode of geelachtige bladgallen op verschillende alsemsoorten (Artemisia) veroorzaakt
bijvoetbladluisje	=	bijvoetbladluis
bijvoetbladluisjes	=	bijvoetbladluis
bijvoetbladluizen	=	bijvoetbladluis
bijvoetbladroller	noun	Lobesia artemisiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
bijvoetbladrollers	=	bijvoetbladroller
bijvoetbladrollertje	=	bijvoetbladroller
bijvoetbladrollertjes	=	bijvoetbladroller
bijvoetbloemkokermot	noun	Coleophora artemisicolella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
bijvoetbloemkokermotje	=	bijvoetbloemkokermot
bijvoetbloemkokermotjes	=	bijvoetbloemkokermot
bijvoetbloemkokermotten	=	bijvoetbloemkokermot
bijvoetdwergspanner	noun	Eupithecia innotata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
bijvoetdwergspanners	=	bijvoetdwergspanner
bijvoetdwergspannertje	=	bijvoetdwergspanner
bijvoetdwergspannertjes	=	bijvoetdwergspanner
bijvoeten	=	bijvoet
bijvoetje	=	bijvoet
bijvoetmonnik	noun	Cucullia artemisiae een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
bijvoetmonniken	=	bijvoetmonnik
bijvoetmonnikje	=	bijvoetmonnik
bijvoetmonnikjes	=	bijvoetmonnik
bijvoetnetwants	noun	Tingis crispata een wants die behorend tot netwantsen.
bijvoetnetwantsen	=	bijvoetnetwants
bijvoetnetwantsje	=	bijvoetnetwants
bijvoetnetwantsjes	=	bijvoetnetwants
bijvoetooglapmot	noun	Bucculatrix noltei een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
bijvoetooglapmotje	=	bijvoetooglapmot
bijvoetooglapmotjes	=	bijvoetooglapmot
bijvoetooglapmotten	=	bijvoetooglapmot
bijvoetstengelgalmug	noun	Rhopalomyia baccarum een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bijvoetstengelgalmuggen	=	bijvoetstengelgalmug
bijvoetstengelgalmugje	=	bijvoetstengelgalmug
bijvoetstengelgalmugjes	=	bijvoetstengelgalmug
bijvoetuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza artemisiae een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
bijvoetuitbreekkommetjes	=	bijvoetuitbreekkommetje
bijvoetvedermot	noun	Hellinsia lienigianus een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
bijvoetvedermotje	=	bijvoetvedermot
bijvoetvedermotjes	=	bijvoetvedermot
bijvoetvedermotten	=	bijvoetvedermot
bijvoorbeeld	adv	als voorbeeld, om tot voorbeeld te dienen, een of enkele zaken maar niet alles
bijvorm	noun	een minder gebruikelijke woordvorm die men naast de hoofdvorm gebruikt
bijvormen	=	bijvorm
bijvraag	noun	aanvullende of verduidelijkende vraag die gesteld wordt naar aanleiding van een eerdere vraag of situatie
bijvrouw	noun	een minder belangrijke echtgenote van een man in een polygame relatie
bijvrouwen	=	bijvrouw
bijvrouwtje	=	bijvrouw
bijvrouwtjes	=	bijvrouw
bijvul	=	bijvullen
bijvulde	=	bijvullen
bijvulden	=	bijvullen
bijvulle	=	bijvullen
bijvullen	verb	iets wat niet meer helemaal vol is voller maken
bijvullend	=	bijvullen
bijvullende	=	bijvullen
bijvult	=	bijvullen
bijwagen	noun	ongemotoriseerde aanhangwagen
bijwagens	=	bijwagen
bijwagentje	=	bijwagen
bijwagentjes	=	bijwagen
bijweg	noun	een kleinere secundaire weg
bijwegen	=	bijweg
bijweggetje	=	bijweg
bijweggetjes	=	bijweg
bijwegje	=	bijweg
bijwegjes	=	bijweg
bijwerk	noun	bezigheid van bijkomstig belang, bijkomstigheid
bijwerke	=	bijwerken
bijwerken	verb	zorgen dat alle veranderingen die inmiddels nodig geworden waren doorgevoerd zijn
bijwerkend	=	bijwerken
bijwerkende	=	bijwerken
bijwerking	noun	een ongewenst neveneffect
bijwerkingen	=	bijwerking
bijwerkinkje	=	bijwerking
bijwerkje	=	bijwerk
bijwerkjes	=	bijwerk
bijwerkt	=	bijwerken
bijwerkte	=	bijwerken
bijwerkten	=	bijwerken
bijwezen	noun	bijzijn, tegenwoordigheid
bijwijf	noun	een vrouw die buiten de huwelijkse staat in gemeenschap met een man leeft
bijwijfje	=	bijwijf
bijwijfjes	=	bijwijf
bijwijlen	adv	soms, geregeld, van tijd tot tijd
bijwijven	=	bijwijf
bijwin	=	bijwinnen
bijwinne	=	bijwinnen
bijwinnen	verb	extra winst behalen
bijwinnend	=	bijwinnen
bijwinnende	=	bijwinnen
bijwint	=	bijwinnen
bijwon	=	bijwinnen
bijwone	=	bijwonen
bijwonen	verb	opzettelijk aanwezig zijn bij iets
bijwonend	=	bijwonen
bijwonende	=	bijwonen
bijwoner	noun	iemand die bij een evenement aanwezig
bijwoners	=	bijwoner
bijwonertje	=	bijwoner
bijwonertjes	=	bijwoner
bijwoning	noun	een extra woning naast de hoofdwoning
bijwoningen	=	bijwoning
bijwoninkje	=	bijwoning
bijwoninkjes	=	bijwoning
bijwonnen	=	bijwinnen
bijwoon	=	bijwonen
bijwoonde	=	bijwonen
bijwoonden	=	bijwonen
bijwoont	=	bijwonen
bijwoord	noun	een woord dat een bijvoeglijk naamwoord, een werkwoord, een telwoord of een ander bijwoord nader bepaalt
bijwoordelijk	adj	als bijwoord fungerend
bijwoordelijke	=	bijwoordelijk
bijwoordelijker	=	bijwoordelijk
bijwoordelijkere	=	bijwoordelijk
bijwoordelijkers	=	bijwoordelijk
bijwoordelijks	=	bijwoordelijk
bijwoordelijkst	=	bijwoordelijk
bijwoordelijkste	=	bijwoordelijk
bijwoorden	=	bijwoord
bijwoordje	=	bijwoord
bijwoordjes	=	bijwoord
bijzaak	noun	zaak dat weinig van belang is, detail
bijzaakje	=	bijzaak
bijzaakjes	=	bijzaak
bijzaal	noun	een kleinere zaal naast de grotere hoofdzaal
bijzaaltje	=	bijzaal
bijzaaltjes	=	bijzaal
bijzaken	=	bijzaak
bijzalen	=	bijzaal
bijzat	=	bijzitten
bijzate	=	bijzitten
bijzaten	=	bijzitten
bijze	=	bijzen
bijzen	noun	razend rondlopen, bijv. door muggen getergd
bijzend	=	bijzen
bijzet	=	bijzetten
bijzettafel	noun	een tafel dat men naast een grotere tafel kan zetten
bijzettafels	=	bijzettafel
bijzettafeltje	noun	alleen verkleinwoord laag tafeltje dat gebruikt wordt om kleinere voorwerpen op te zetten, vooral gebruikt als tafeltje naast een stoel om er een glas, kopje, bordje of asbak op te zetten
bijzettafeltjes	=	bijzettafel
bijzette	=	bijzetten
bijzetten	verb	een laatste rustplaats geven
bijzettend	=	bijzetten
bijzettende	=	bijzetten
bijzetting	noun	plaatsen van een urn of grafkist in een reeds bestaand graf
bijzettingen	=	bijzetting
bijziend	adj	alleen van dichtbij scherp kunnen zien
bijziende	=	bijziend
bijziender	=	bijziend
bijziendere	=	bijziend
bijzienders	=	bijziend
bijziendheid	noun	een afwijking in de brandpuntsafstand van het oog waardoor alles op grotere afstand wazig gezien wordt
bijziends	=	bijziend
bijziendst	=	bijziend
bijziendste	=	bijziend
bijzijn	noun	in het ~: in aanwezigheid van iemand
bijzin	noun	een deel van een uiting dat een ondergeschikte rol speelt ten opzichte van de hoofdzin
bijzinconstructie	noun	een zinsconstructie met bijzin
bijzinconstructies	=	bijzinconstructie
bijzinconstructietje	=	bijzinconstructie
bijzinconstructietjes	=	bijzinconstructie
bijzinnen	=	bijzin
bijzinnetje	=	bijzin
bijzinnetjes	=	bijzin
bijzit	noun	een vrouw die met een man leeft, zonder met hem gehuwd te zijn
bijzitje	=	bijzit
bijzitte	=	bijzitten
bijzitten	verb	bij iemand zitten of gaan zitten
bijzittend	=	bijzitten
bijzittende	=	bijzitten
bijzitter	noun	rechter in een meervoudige kamer die niet de voorzitter is
bijzitters	=	bijzitter
bijzittertje	=	bijzitter
bijzon	noun	heldere plek aan de hemel op gelijke hoogte met de zon, ontstaan door kruising van min of meer duidelijke halo's
bijzonder	adj	een hoogst eigenaardige kwaliteit of eigenschap hebbend
bijzonderder	=	bijzonder
bijzonderdere	=	bijzonder
bijzonderders	=	bijzonder
bijzondere	=	bijzonder
bijzonderheden	=	bijzonderheid
bijzonderheid	noun	detail; klein onderdeel van het geheel dat toch de moeite waard is om gekend te worden
bijzonderheidje	=	bijzonderheid
bijzonderheidjes	=	bijzonderheid
bijzonderlijk	adv	in het bijzonder
bijzonders	=	bijzonder
bijzonderst	=	bijzonder
bijzonderste	=	bijzonder
bijzonnen	=	bijzon
bijzonnetje	=	bijzon
bijzonnetjes	=	bijzon
bik	noun	fijngestampte afval van zandsteen, te gebruiken om te schuren; biksteen
bikepacking	noun	'backpacken op de fiets'.
biker	noun	zich stoer gedragende motorrijder
bikers	=	biker
bikersunit	noun	eenheid van de politie die fietsen gebruikt als vervoersmiddel
bikersunits	=	bikersunit
bikini	noun	tweedelige zwemkleding voor de vrouw
bikini's	=	bikini
bikinibabe	noun	aantrekkelijke vrouw die een bikini draagt
bikinibabes	=	bikinibabe
bikinibroekje	noun	de broek van een tweedeling badpak
bikinibroekjes	=	bikinibroekje
bikinietje	=	bikini
bikinietjes	=	bikini
bikinifitness	noun	lichaamsoefening gericht op een gespierd lichaam met vrouwelijke vormen
bikinilijn	noun	de overgang van een bikinibroek of zwembroek naar de onbedekte huid
bikinilijnen	=	bikinilijn
bikinisnede	noun	een chirurgische ingreep waarbij een snede (incisie) in de buikwand wordt gemaakt om de buikholte te openen.
bikinisneden	=	bikinisnede
bikinisnedes	=	bikinisnede
bikinisneetje	=	bikinisnede
bikinisneetjes	=	bikinisnede
bikinistress	noun	spanning of je er als vrouw wel goed genoeg uitziet om je op het strand in een bikini te durven vertonen
bikke	=	bikken
bikkel	noun	een klein klompje hard materiaal, meestal in de vorm van een botje dat gebruikt wordt om op te gooien in het bikkelspel
bikkelaar	noun	stoere doorzetter
bikkelaars	=	bikkelaar
bikkelde	=	bikkelen
bikkelden	=	bikkelen
bikkele	=	bikkelen
bikkelen	verb	met bikkels het bikkelspel spelen
bikkelend	=	bikkelen
bikkelende	=	bikkelen
bikkelhard	adj	bijzonder hard
bikkelharde	=	bikkelhard
bikkelhards	=	bikkelhard
bikkels	=	bikkel
bikkelspel	noun	benaming voor spelen die worden gespeeld met bepaalde schapenbotjes, die een holle, een bolle en twee vlakke kanten hebben
bikkelspelen	=	bikkelspel
bikkelspellen	=	bikkelspel
bikkelt	=	bikkelen
bikkeltje	=	bikkel
bikkeltjes	=	bikkel
bikken	verb	met moeite ervan af schrapen of hakken.
bikkend	=	bikken
bikkende	=	bikken
bikker	noun|informal	souteneur
bikkers	=	bikker
bikoer	noun	bezoek
bikoeriem	noun	eerstelingen van de oogst
bikt	=	bikken
bikte	=	bikken
bikten	=	bikken
bil	noun	elk van beide lichaamsdelen gevormd door de grote spieren die het bekken aan de achterkant bedekken
bil-bh	noun	kledingstuk dat met behulp van een heupband en lussen de billen ondersteunt en ze zo een fraaiere vorm geeft
bil-bh's	=	bil-bh
bila	noun	gesprek tussen twee personen over de oplossing van één of meer problemen
bila's	=	bila
bilaatje	=	bila
bilaatjes	=	bila
bilabiaal	noun	met beide lippen gesproken medeklinker, zoals de 'b' en de 'p'	adj	uitgesproken met beide lippen
bilabiaals	=	bilabiaal
bilabiaalst	=	bilabiaal
bilabiaalste	=	bilabiaal
bilabiaaltje	=	bilabiaal
bilabiaaltjes	=	bilabiaal
bilabiale	=	bilabiaal
bilabialen	=	bilabiaal
bilabialer	=	bilabiaal
bilabialere	=	bilabiaal
bilabialers	=	bilabiaal
bilan	noun	een overzicht van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen van een entiteit zoals een onderneming, instelling of persoon, op een bepaald moment
bilans	=	bilan
bilateraal	adj	aan twee kanten, in twee richtingen (buitenkanten)
bilateraals	=	bilateraal
bilateraalst	=	bilateraal
bilateraalste	=	bilateraal
bilateraaltje	noun	overleg tussen twee partijen
bilateraaltjes	=	bilateraaltje
bilaterale	=	bilateraal
bilateralen	=	bilateraal
bilateraler	=	bilateraal
bilateralere	=	bilateraal
bilateralers	=	bilateraal
bilateralisme	noun	het sluiten van politieke en handelsverdragen tussen twee min of meer gelijkwaardige staten
bilboquet	noun	vangbekertje met daaraan verbonden balletje
bilboquetje	=	bilboquet
bilboquetjes	=	bilboquet
bilboquets	=	bilboquet
bilbord	noun	bord om een scheepsanker op te leggen, ankerbedding, ankerbrug
bilborden	=	bilbord
bilbordje	=	bilbord
bilbordjes	=	bilbord
bilde	=	billen
bilden	=	billen
bildung	noun	het proces van volwassen wording
bildungsroman	noun	roman met een beschrijving van de volwassenwording van de hoofdpersoon
bildungsromannetje	=	bildungsroman
bildungsromannetjes	=	bildungsroman
bildungsromans	=	bildungsroman
bilge	noun	laagste plaats op een schip onder de waterlijn waar de twee kanten van het schip samenkomen in de kielbalk
bilges	=	bilge
bilharzia	noun	soms dodelijke aantasting van de urinewegen, blaas en lever veroorzaakt door een tropische parasiet
bilharzia's	=	bilharzia
bilhuid	noun	de huid van de billen
bilhuiden	=	bilhuid
bilhuidje	=	bilhuid
bilhuidjes	=	bilhuid
biliair	adj	met betrekking tot gal
biliaire	=	biliair
biliairs	=	biliair
bilimplantaat	noun	implantaat om een bilvergroting te bewerkstelligen
bilimplantaten	=	bilimplantaat
bilineair	adj	als de afbeelding lineair is in elk van de veranderlijken
bilineaire	=	bilineair
bilineairs	=	bilineair
bilinguaal	adj	tweetalig, dubbeltalig
bilinguaals	=	bilinguaal
bilinguale	=	bilinguaal
bilinguïsme	noun	tweetaligheid
bilirubine	noun	gele kleurstof die in de lever ontstaat bij de afbraak van rode bloedcellen
biljard	num	1.000.000.000.000.000 (= 10¹⁵).
biljardair	noun	iemand die een vermogen heeft van meer dan een biljard (10¹⁵) eenheden van een bepaalde valuta Het gaat meestal om een denkbeeldig bedrag.
biljardairs	=	biljardair
biljardairtje	=	biljardair
biljardairtjes	=	biljardair
biljardbal	=	biljartbal
biljarden	=	biljard
biljardje	=	biljard
biljards	=	biljard
biljardste	adj	nummer biljard in een rij
biljardsten	=	biljardste
biljart	noun	spel waarbij door middel van een lange, dunne houten stok (de keu), ballen in een rechthoekige bak met lage randen worden bespeeld
biljartbal	noun	gladde, massieve en vrijwel perfect bolvormige bal gebruikt in het biljartspel
biljartballen	=	biljartbal
biljartballetje	=	biljartbal
biljartballetjes	=	biljartbal
biljartclub	noun	vereniging van mensen die biljart spelen
biljartclubje	=	biljartclub
biljartclubjes	=	biljartclub
biljartclubs	=	biljartclub
biljarte	=	biljarten
biljarten	verb	het spel biljart spelen
biljartend	=	biljarten
biljartende	=	biljarten
biljarter	noun	iemand die het biljartspel speelt
biljarters	=	biljarter
biljartertje	=	biljarter
biljartertjes	=	biljarter
biljartgaatje	=	biljartgat
biljartgaatjes	=	biljartgat
biljartgat	noun	een gat waarin een biljartbal hoort te gaan
biljartgaten	=	biljartgat
biljartje	=	biljart
biljartjes	=	biljart
biljartkamer	noun	kamer met een biljarttafel in een particuliere woning
biljartkamers	=	biljartkamer
biljartkeu	noun	de stok waarmee men in het biljartspel de ballen voortstoot
biljartkeus	=	biljartkeu
biljartlaken	noun	het laken aanwezig op een biljarttafel
biljartlakens	=	biljartlaken
biljartlakentje	=	biljartlaken
biljartlakentjes	=	biljartlaken
biljarts	=	biljart
biljartstok	noun	een stok die gebruikt wordt bij biljart om de speelbal te stoten
biljartstokje	=	biljartstok
biljartstokjes	=	biljartstok
biljartstokken	=	biljartstok
biljarttafel	noun	De tafel waarop biljart gespeeld wordt.
biljarttafels	=	biljarttafel
biljarttafeltje	=	biljarttafel
biljarttafeltjes	=	biljarttafel
biljartte	=	biljarten
biljartten	=	biljarten
biljartvereniging	noun	vereniging van biljarters
biljartverenigingen	=	biljartvereniging
biljartverenigingetje	=	biljartvereniging
biljartverenigingetjes	=	biljartvereniging
biljartzaal	noun	ruimte in een gebouw waarin men biljart kan spelen
biljartzaaltje	=	biljartzaal
biljartzaaltjes	=	biljartzaal
biljartzalen	=	biljartzaal
biljet	noun	een stuk van staatswege uitgegeven papier waaraan geldswaarde is toegekend
biljetje	=	biljet
biljetjes	=	biljet
biljetten	=	biljet
biljettenautomaat	noun	apparaat waar men contact geld van een bankrekening kan opnemen
biljettenautomaatje	=	biljettenautomaat
biljettenautomaatjes	=	biljettenautomaat
biljettenautomaten	=	biljettenautomaat
biljoen	noun	het getal 10¹²	num	1.000.000.000.000 ( = 10¹² )
biljoenen	=	biljoen
biljoengoud	noun	legering van een edelmetaal (meestal zilver, soms goud) met een hoog gehalte aan basismetaal (zoals koper) voornamelijk gebruikt voor de productie van munten, medailles en penningen
biljoenste	adj	nummer biljoen in een rij
biljoensten	=	biljoenste
biljoentje	=	biljoen
biljonair	noun	iemand die meer dan een biljoen van een valuta bezit
biljonairs	=	biljonair
billard	=	biljart
billardbal	=	biljartbal
billart	=	biljart
billboard	noun	een groot reclamebord dat in de openbare ruimte is geplaatst
billboardje	=	billboard
billboardjes	=	billboard
billboards	=	billboard
bille	=	billen
billen	verb	het aanscherpen van de groeven in de molenstenen
billen-bh	noun	kledingstuk dat de billen ondersteunt en ze zo een fraaiere vorm geeft
billen-bh's	=	billen-bh
billend	=	billen
billende	=	billen
billenkar	noun	speelgoedauto die met beenkracht wordt voortbewogen
billenkarren	=	billenkar
billenknijpen	verb	in grote spanning verkeren
billenknijpende	=	billenknijpen
billenknijper	noun	man die vrouwen lastigvalt door hun achterste te betasten
billenknijpers	=	billenknijper
billenkoek	noun|humorous	lijfstraf die bestaat uit het met de open hand of met een voorwerp slaan op de (blote) billen van kinderen of veroordeelden
billenkoeken	=	billenkoek
billenkoekje	=	billenkoek
billenkoekjes	=	billenkoek
billentikker	noun	een draaikruis of tourniquet die dient voor toegangscontrole.
billentikkers	=	billentikker
billentikkertje	=	billentikker
billentikkertjes	=	billentikker
billeteur	noun	iemand die die briefjes uitgeeft
billeteurs	=	billeteur
billeteurtje	=	billeteur
billeteurtjes	=	billeteur
billetikker	=	billentikker
billetje	=	bil
billetjes	=	bil
billiard	=	biljart
billig	=	billijk
billijk	adj	redelijk, rechtvaardig, eerlijk, een niet te hoge of te lage prijs	adv	redelijk, rechtvaardig, eerlijk, een niet te hoge of te lage prijs
billijke	=	billijk
billijken	verb	goedkeuren of toestaan
billijkend	=	billijken
billijkende	=	billijken
billijker	=	billijk
billijkere	=	billijk
billijkers	=	billijk
billijkerwijs	adv	binnen de grenzen van de billijkheid
billijkheden	=	billijkheid
billijkheid	noun	het billijk zijn, de redelijkheid
billijkheidshalve	adv	vanwege de billijkheid, uit billijkheid
billijkheidsregeling	noun	snel getroffen, op zichzelf staande maatregel om een specifiek onrecht tegen te gaan
billijkheidsregelingen	=	billijkheidsregeling
billijks	=	billijk
billijkst	=	billijk
billijkste	=	billijk
billijkt	=	billijken
billijkte	=	billijken
billijkten	=	billijken
billing	noun	het in rekening brengen van te betalen bedragen
billioen	=	biljoen
bilnaad	noun	spleet tussen de beide billen
bilnaadje	=	bilnaad
bilnaden	=	bilnaad
bilocatie	noun	aanwezigheid op twee plaatsen
bilocaties	=	bilocatie
bilokatie	=	bilocatie
bilpartij	noun	het achterwerk van een mens
bilpartijen	=	bilpartij
bilsel	noun	de aangescherpte groeven in een molensteen
bilspier	noun	een van de drie spieren bij de bil (de grote, middelste en kleine bilspier)
bilspieren	=	bilspier
bilspiertje	=	bilspier
bilspiertjes	=	bilspier
bilspleet	noun	de scheiding of spleet tussen beide billen
bilspleetje	=	bilspleet
bilspleetjes	=	bilspleet
bilspleten	=	bilspleet
bilstreek	noun	het deel van het lichaam rond de billen
bilt	=	billen
biltong	noun	Zuid-Afrikaanse specialiteit bestaande uit gedroogd vlees.
biltongen	=	biltong
biltongetje	=	biltong
biltongetjes	=	biltong
bilzekruid	noun	bepaald soort inheemse gifplant, Hyoscyamus niger uit de nachtschadefamilie, met een stinkende geur, kleverige, behaarde en getande bladeren en trechtervormige vuilgele bloemen
bima	noun	verhoogd platform in de synagoge, waar de chazan staat en de Tora wordt voorgelezen
bima's	=	bima
bimaatje	=	bima
bimba	noun	dik gezwollen been veroorzaakt door elefantiase
bimbam	intj	geluid van twee klokken met een verschillende toonhoogte
bimbamde	=	bimbammen
bimbamden	=	bimbammen
bimbamme	=	bimbammen
bimbammen	verb	luiden van van een klok; klingelen van een klok
bimbammend	=	bimbammen
bimbamt	=	bimbammen
bimbo	noun	vrouw die op een ordinaire manier knap is
bimbo's	=	bimbo
bimboculturen	=	bimbocultuur
bimbocultuur	noun	feministische leefstijl waarvan plastische chirurgie, botox, borstvergroting en paaldansen enige uiterlijke kenmerken zijn
bimbocultuurtje	=	bimbocultuur
bimbocultuurtjes	=	bimbocultuur
bimbofeminisme	noun	bepaalde stroming in het feminisme waarbij vrouwen zich ter meerdere bevrijding bewust als bimbo's gedragen
bimbootje	=	bimbo
bimetaal	noun	twee verschillende metalen strippen met verschillende uitzettingscoëfficienten op elkaar gewalst waardoor de strip bij temperatuursverandering buigt (vaak gebruikt in thermostaten)
bimetaaltje	=	bimetaal
bimetaaltjes	=	bimetaal
bimetalen	=	bimetaal
bimetallisme	noun	gebruik van de dubbele muntstandaard, de gouden en de zilveren
bimi	noun	groente die een kruising is tussen kailan en broccoli
bimot	=	bima
bims	noun	puimsteen
bin	noun	vroegere naam voor Belgisch Instituut voor Normalisatie, tegenwoordig NBN
bin-norm	noun	norm door het BIN vastgelegd
bin-normen	=	bin-norm
binair	adj	tweeledig, hebbende twee leden of onderdelen
binairder	=	binair
binairdere	=	binair
binairders	=	binair
binaire	=	binair
binairs	=	binair
binairst	=	binair
binairste	=	binair
binariteit	noun	het binair zijn
binariteiten	=	binariteit
binationaal	adj	twee nationaliteiten bezittend
binationaals	=	binationaal
binationaalst	=	binationaal
binationaalste	=	binationaal
binationale	=	binationaal
binationalere	=	binationaal
bind	=	binden
binddraad	noun	stevig touw of draad dat men gebruikt om iets vast te maken
binddraadje	=	binddraad
binddraadjes	=	binddraad
binddraden	=	binddraad
binde	=	binden
binden	verb	vastmaken (evt. figuurlijk), bevestigen
bindend	adj	dwingend, niet vrij opzegbaar
bindende	=	bindend
bindender	=	bindend
bindendere	=	bindend
bindenders	=	bindend
bindends	=	bindend
bindendst	=	bindend
bindendste	=	bindend
binder	noun	afkorting voor boekbinder
binderij	noun	bedrijf waar men boeken kan voorzien van een rug en een kaft
binderijen	=	binderij
binders	=	binder
bindertje	=	binder
bindertjes	=	binder
bindgaren	noun	draad waarmee je uitlopers van een klimplant aan een onderstel kunt vastmaken
bindgarens	=	bindgaren
binding	noun	het minimum in potentiële energie dat bestaat bij een bepaalde onderlinge afstand tussen twee of meer atomen waardoor deze in elkaars nabijheid gehouden worden
bindingen	=	binding
bindingsangst	noun	angst om bindingen aan te gaan
bindingsangsten	=	bindingsangst
bindinkje	=	binding
bindinkjes	=	binding
bindmaan	noun	de volle maan die het dichtst bij de herfstequinox valt, wat traditioneel door boeren werd gebruikt om de oogst na zonsondergang te verlengen dankzij het heldere maanlicht
bindmaantje	=	bindmaan
bindmaantjes	=	bindmaan
bindmanen	=	bindmaan
bindmiddel	noun	een stof die een ander materiaal bijeen houdt en zorgt dat de stoffen goed met elkaar mengen
bindmiddelen	=	bindmiddel
bindmiddeltje	=	bindmiddel
bindmiddeltjes	=	bindmiddel
bindmorfeem	noun	een gebonden morfeem dat als bindingselement tussen twee andere morfemen dient om zo een nieuw lexeem te vormen
bindmorfeempje	=	bindmorfeem
bindmorfeempjes	=	bindmorfeem
bindmorfemen	=	bindmorfeem
bindsel	noun	zeer stevig en strak aangelegd verband
bindselen	=	bindsel
bindsels	=	bindsel
bindsla	noun	slasoort Lactuca sativa var. longifolia met een stevige rechte krop
bindsteen	noun	steen waar de bogen van een gewelf bij elkaar komen
bindstenen	=	bindsteen
bindster	noun|obsolete	vrouw die het gemaaide graan bijeen bindt
bindsters	=	bindster
bindstertje	=	bindster
bindstertjes	=	bindster
bindt	=	binden
bindtouw	noun	een sterk touw om te binden
bindtouwen	=	bindtouw
bindtouwtje	=	bindtouw
bindtouwtjes	=	bindtouw
bindvlies	noun	een slijmvlies dat de sclera en de binnenste zijde van de oogleden bedekt
bindvliesje	=	bindvlies
bindvliesjes	=	bindvlies
bindvliesontsteking	noun	een ontsteking van het bindvlies dat de buitenkant van het oogwit en de binnenkant van de oogleden bekleedt
bindvliezen	=	bindvlies
bindweefsel	noun	een vorm van weefsel dat deel uitmaakt van alle organen van het lichaam van mens en dier en een steunende, dan wel verzorgende functie heeft
bindweefsels	=	bindweefsel
bindweefseltje	=	bindweefsel
bindweefselvorming	noun	het ontstaan van bindweefsel; het door bindweefsel vervangen van functioneel weefsel
bindweefselvormingen	=	bindweefselvorming
bindwerk	noun	onderdelen met behulp van touw of draad zo aan elkaar bevestigen dat zij een geheel vormen
bindwerken	=	bindwerk
bindwijze	noun	de manier waarop de pagina's van een boek aan de rugzijde met elkaar verbonden zijn
bindwijzen	=	bindwijze
bindwilg	noun	Salix viminalis boom waarvan men de takken onder meer kan gebruiken om leibomen aan te binden
bindwilgen	=	bindwilg
bindwilgje	=	bindwilg
bindwilgjes	=	bindwilg
binge	=	bingen
binge-eten	verb	in korte tijd veel voedsel tot zich nemen
binge-etend	=	binge-eten
binge-etende	=	binge-eten
bingede	=	bingen
bingeden	=	bingen
bingedrinken	verb	in zeer korte tijd zeer veel alcohol drinken
bingedrinkend	=	bingedrinken
bingedrinkende	=	bingedrinken
bingelas	=	bingelezen
bingelezen	verb	in korte tijd veel lezen; langdurig lezen
bingelezend	=	bingelezen
bingelkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Mercurialis in de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
bingelkruidaardvlo	noun	Hermaeophaga mercurialis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
bingelkruidaardvlooien	=	bingelkruidaardvlo
bingelkruidaardvlooitje	=	bingelkruidaardvlo
bingelkruidaardvlooitjes	=	bingelkruidaardvlo
bingen	verb	overmatig van iets genieten, veel afleveringen van een serie bekijken
bingend	=	bingen
bingende	=	bingen
bingereade	=	bingereaden
bingereaden	verb	in korte tijd veel lezen; langdurig lezen
bingereadend	=	bingereaden
binget	=	bingen
bingete	=	bingen
bingeten	=	bingen
bingewatch	=	bingewatchen
bingewatche	=	bingewatchen
bingewatchen	verb	meerdere afleveringen van een tv-serie na elkaar bekijken
bingewatchend	=	bingewatchen
bingewatchende	=	bingewatchen
bingewatcher	noun	iemand die veel afleveringen van een serie achter elkaar bekijkt
bingewatchers	=	bingewatcher
bingewatching	noun	het veel afleveringen van een serie achter elkaar bekijken
bingewatcht	=	bingewatchen
bingewatchte	=	bingewatchen
bingewatchten	=	bingewatchen
bingo	intj	een uitroep gebruikt door spelers van bingo om aanspraak te maken op een overwinning	noun	kansspel, waarbij elke speler een eigen formulier met rijen nummers heeft en hierop die nummers aftekent die door een spelleider willekeurig worden getrokken en omgeroepen, totdat een speler een complete rij afgetekende nummers heeft en "Bingo!" roept
bingo's	=	bingo
bingoavond	noun	een bijeenkomst in de avonduren waarin men het kansspel bingo speelt
bingoavonden	=	bingoavond
bingoavondje	=	bingoavond
bingoavondjes	=	bingoavond
bingobal	noun	genummerd balletje dat men gebruikt bij bingo
bingoballen	=	bingobal
bingoballetje	=	bingobal
bingoballetjes	=	bingobal
bingodabber	noun	een speciale stift gevuld met inkt waarmee je de nummers op je bingokaart kunt markeren
bingodabbers	=	bingodabber
bingodabbertje	=	bingodabber
bingodabbertjes	=	bingodabber
bingode	=	bingoën
bingoden	=	bingoën
bingokaart	noun	een kaart die wordt gebruikt bij het bingospel
bingokaarten	=	bingokaart
bingokaartje	=	bingokaart
bingokaartjes	=	bingokaart
bingomarker	noun	een speciale stift gevuld met inkt waarmee je de nummers op je bingokaart kunt markeren
bingomarkers	=	bingomarker
bingomarkertje	=	bingomarker
bingomarkertjes	=	bingomarker
bingomolen	noun	mechanisch apparaat dat wordt gebruikt bij het kansspel bingo om genummerde ballen willekeurig te mengen en te trekken
bingomolens	=	bingomolen
bingomolentje	=	bingomolen
bingomolentjes	=	bingomolen
bingoot	=	bingoën
bingostift	noun	een speciale stift gevuld met inkt waarmee je de nummers op je bingokaart kunt markeren
bingostiften	=	bingostift
bingostiftje	=	bingostift
bingostiftjes	=	bingostift
bingoë	=	bingoën
bingoën	verb	bingo spelen, organiseren
bingoënd	=	bingoën
bingoënde	=	bingoën
bingoër	noun	iemand die het spel bingo speelt
bingoërs	=	bingoër
bingoërtje	=	bingoër
binjan	noun	bouw van de stam, stamvorm bij vervoeging van werkwoorden
binjaniem	=	binjan
bink	noun|informal	populaire of stoere jongen
binken	=	bink
binkje	=	bink
binkjes	=	bink
binnen	adv	in een gebouw of andere beschutting	prep	in een bepaald bestek of ruimte
binnen-bbq	abbrev	binnenbarbecue
binnenafwerking	noun	de manier waarop de binnenzijde van iets is voltooid
binnenafwerkingen	=	binnenafwerking
binnenantenne	noun	een antenne die binnenshuis kan worden gebruikt, of waarmee men zich moet behelpen
binnenantennes	=	binnenantenne
binnenantennetje	=	binnenantenne
binnenantennetjes	=	binnenantenne
binnenbaan	noun	een overdekte baan
binnenbaantje	=	binnenbaan
binnenbaantjes	=	binnenbaan
binnenbad	noun	overdekt zwembad
binnenbaden	=	binnenbad
binnenbadje	=	binnenbad
binnenbadjes	=	binnenbad
binnenband	noun	binnenste band, de band waarin de lucht aanwezig is
binnenbanden	=	binnenband
binnenbandje	=	binnenband
binnenbandjes	=	binnenband
binnenbanen	=	binnenbaan
binnenbarbecue	noun	een toestel om binnenshuis vlees te roosteren
binnenbarbecues	=	binnenbarbecue
binnenbarbecuetje	=	binnenbarbecue
binnenbarbecuetjes	=	binnenbarbecue
binnenbekleding	noun	voering aan de binnenzijde van iets; stoffen bekleding aan de binnenzijde
binnenbekledingen	=	binnenbekleding
binnenbekledinkje	=	binnenbekleding
binnenbekledinkjes	=	binnenbekleding
binnenbetimmering	noun	houten binnenbekleding van een ruimte
binnenbetimmeringen	=	binnenbetimmering
binnenblad	noun	het kleinste tandwiel bij de trapas van een fiets
binnenbladeren	=	binnenblad
binnenbleef	=	binnenblijven
binnenbleeft	=	binnenblijven
binnenbleve	=	binnenblijven
binnenbleven	=	binnenblijven
binnenblijf	=	binnenblijven
binnenblijft	=	binnenblijven
binnenblijve	=	binnenblijven
binnenblijven	verb	de buitenwereld niet betreden
binnenblijvend	=	binnenblijven
binnenblijvende	=	binnenblijven
binnenbocht	noun	de binnenzijde van een bocht waar de bocht het kortse maar ook het scherpste is
binnenbochten	=	binnenbocht
binnenbochtje	=	binnenbocht
binnenbochtjes	=	binnenbocht
binnenboord	adv	aan boord van een schip
binnenboordmotor	noun	een motor die binnen in het schip is geplaatst
binnenboordmotoren	=	binnenboordmotor
binnenboordmotors	=	binnenboordmotor
binnenboordmotortje	=	binnenboordmotor
binnenbraakt	=	binnenbreken
binnenbracht	=	binnenbrengen
binnenbrachte	=	binnenbrengen
binnenbrachten	=	binnenbrengen
binnenbrak	=	binnenbreken
binnenbraken	=	binnenbreken
binnenbrand	noun	een brand die binnen een omsloten ruimte is en blijft
binnenbranden	=	binnenbrand
binnenbrandje	=	binnenbrand
binnenbrandjes	=	binnenbrand
binnenbreek	=	binnenbreken
binnenbreekt	=	binnenbreken
binnenbreke	=	binnenbreken
binnenbreken	verb	inbreken
binnenbrekend	=	binnenbreken
binnenbrekende	=	binnenbreken
binnenbreng	=	binnenbrengen
binnenbrenge	=	binnenbrengen
binnenbrengen	verb	van buiten naar binnen vervoeren, van verderweg naar dichterbij vervoeren
binnenbrengend	=	binnenbrengen
binnenbrengende	=	binnenbrengen
binnenbrengt	=	binnenbrengen
binnendeden	=	binnendoen
binnendeed	=	binnendoen
binnendeur	noun	een afsluiting tussen twee ruimtes in een gebouw
binnendeuren	=	binnendeur
binnendeurtje	=	binnendeur
binnendeurtjes	=	binnendeur
binnendienst	noun	afdeling van een bedrijf die contact houdt met klanten vanuit het bedrijf zelf
binnendiensten	=	binnendienst
binnendijk	noun	dijk die, zolang de buitendijk het water keert, geen dienst hoeft te doen
binnendijken	=	binnendijk
binnendijkje	=	binnendijk
binnendijkjes	=	binnendijk
binnendijks	adj	behorende tot het door de dijk beveiligde gebied
binnendijkse	=	binnendijks
binnendoe	=	binnendoen
binnendoen	verb	wegbrengen voor onderhoud, reparatie of controle
binnendoend	=	binnendoen
binnendoende	=	binnendoen
binnendoet	=	binnendoen
binnendoor	adv	via een binnenweg of een doorgang binnenshuis
binnendoordienst	noun	een scheepvaartverbinding die over binnenwateren gaat
binnendoordiensten	=	binnendoordienst
binnendoorvaart	noun	een scheepsroute die over binnenwateren gaat (in plaats van over de zee)
binnendoorvaarten	=	binnendoorvaart
binnendraad	noun	een schroefdraad die uit de binnenwand van een rond gat is weggesneden
binnendraadje	=	binnendraad
binnendraadjes	=	binnendraad
binnendraag	=	binnendragen
binnendraagt	=	binnendragen
binnendraden	=	binnendraad
binnendrage	=	binnendragen
binnendragen	verb	iets dragend van buiten naar binnen brengen
binnendragend	=	binnendragen
binnendragende	=	binnendragen
binnendreef	=	binnendrijven
binnendreven	=	binnendrijven
binnendrijf	=	binnendrijven
binnendrijft	=	binnendrijven
binnendrijve	=	binnendrijven
binnendrijven	verb	op het water drijvend binnenkomen
binnendrijvend	=	binnendrijven
binnendrijvende	=	binnendrijven
binnendring	=	binnendringen
binnendringe	=	binnendringen
binnendringen	verb	zich met geweld toegang verschaffen.
binnendringend	=	binnendringen
binnendringende	=	binnendringen
binnendringer	noun	iemand die ergens binnengaat wij hij of zij eigenlijk niet thuishoort
binnendringers	=	binnendringer
binnendringt	=	binnendringen
binnendroeg	=	binnendragen
binnendroegen	=	binnendragen
binnendrong	=	binnendringen
binnendronge	=	binnendringen
binnendrongen	=	binnendringen
binnendrongt	=	binnendringen
binnendruppel	=	binnendruppelen
binnendruppelde	=	binnendruppelen
binnendruppelden	=	binnendruppelen
binnendruppele	=	binnendruppelen
binnendruppelen	verb	van een groep mensen dat ze langzaam één voor één met tussenpozen ergens binnenkomen
binnendruppelend	=	binnendruppelen
binnendruppelende	=	binnendruppelen
binnendruppelt	=	binnendruppelen
binnenduin	noun	een zandheuvel aan de kust die het meest aan de landzijde ligt
binnenduinen	=	binnenduin
binnenduintje	=	binnenduin
binnenduintjes	=	binnenduin
binnenduw	=	binnenduwen
binnenduwde	=	binnenduwen
binnenduwden	=	binnenduwen
binnenduwe	=	binnenduwen
binnenduwen	verb	door duwen naar binnenbrengen
binnenduwend	=	binnenduwen
binnenduwende	=	binnenduwen
binnenduwt	=	binnenduwen
binnenga	=	binnengaan
binnengaan	verb	ergens in gaan
binnengaand	=	binnengaan
binnengaande	=	binnengaan
binnengaat	=	binnengaan
binnengaats	adv	in een riviermonding of zeegat, waar zeeschepen meer beschutting vinden
binnengalerij	noun	overdekte gang in een gebouw
binnengalerijen	=	binnengalerij
binnengalerijtje	=	binnengalerij
binnengalerijtjes	=	binnengalerij
binnengebleven	=	binnenblijven
binnengebracht	=	binnenbrengen
binnengebrachte	=	binnenbrengen
binnengebroken	=	binnenbreken
binnengedaan	=	binnendoen
binnengedane	=	binnendoen
binnengedragen	=	binnendragen
binnengedreven	=	binnendrijven
binnengedrongen	=	binnendringen
binnengedruppeld	=	binnendruppelen
binnengedruppelde	=	binnendruppelen
binnengeduwd	=	binnenduwen
binnengegaan	=	binnengaan
binnengegleden	=	binnenglijden
binnengeglipt	=	binnenglippen
binnengehaald	=	binnenhalen
binnengehaalde	=	binnenhalen
binnengeharkt	=	binnenharken
binnengehouden	=	binnenhouden
binnengekeken	=	binnenkijken
binnengeklommen	=	binnenklimmen
binnengeknald	=	binnenknallen
binnengeknalde	=	binnenknallen
binnengekomen	=	binnenkomen
binnengekopt	=	binnenkoppen
binnengekopte	=	binnenkoppen
binnengekregen	=	binnenkrijgen
binnengekropen	=	binnenkruipen
binnengelaten	=	binnenlaten
binnengeleid	=	binnenleiden
binnengeleide	=	binnenleiden
binnengelokt	=	binnenlokken
binnengeloodst	=	binnenloodsen
binnengeloodste	=	binnenloodsen
binnengelopen	=	binnenlopen
binnengemarcheerd	=	binnenmarcheren
binnengemeentelijk	adj	binnen de grenzen van één gemeente
binnengemeentelijke	=	binnengemeentelijk
binnengemeentelijker	=	binnengemeentelijk
binnengemeentelijkere	=	binnengemeentelijk
binnengemeentelijkers	=	binnengemeentelijk
binnengemeentelijks	=	binnengemeentelijk
binnengemeentelijkst	=	binnengemeentelijk
binnengemeentelijkste	=	binnengemeentelijk
binnengeraakt	=	binnenraken
binnengereden	=	binnenrijden
binnengerend	=	binnenrennen
binnengereven	=	binnenrijven
binnengerijfd	=	binnenrijven
binnengeroepen	=	binnenroepen
binnengerold	=	binnenrollen
binnengeschoten	=	binnenschieten
binnengeschoven	=	binnenschuiven
binnengeschreden	=	binnenschrijden
binnengesijpeld	=	binnensijpelen
binnengesleept	=	binnenslepen
binnengesleepte	=	binnenslepen
binnengeslopen	=	binnensluipen
binnengesmokkeld	=	binnensmokkelen
binnengesmokkelde	=	binnensmokkelen
binnengespeeld	=	binnenspelen
binnengespeelde	=	binnenspelen
binnengesprongen	=	binnenspringen
binnengestapt	=	binnenstappen
binnengestapte	=	binnenstappen
binnengestoken	=	binnensteken
binnengestormd	=	binnenstormen
binnengestormde	=	binnenstormen
binnengestoven	=	binnenstuiven
binnengestroomd	=	binnenstromen
binnengestroomde	=	binnenstromen
binnengetikt	=	binnentikken
binnengetreden	=	binnentreden
binnengetrokken	=	binnentrekken
binnengevallen	=	binnenvallen
binnengevaren	=	binnenvaren
binnengevlogen	=	binnenvliegen
binnengevlucht	=	binnenvluchten
binnengevoerd	=	binnenvoeren
binnengevoerde	=	binnenvoeren
binnengevraagd	=	binnenvragen
binnengewaaid	=	binnenwaaien
binnengewandeld	=	binnenwandelen
binnengewipt	=	binnenwippen
binnengezeild	=	binnenzeilen
binnengezeilde	=	binnenzeilen
binnengezet	=	binnenzetten
binnengezette	=	binnenzetten
binnenging	=	binnengaan
binnenginge	=	binnengaan
binnengingen	=	binnengaan
binnengingt	=	binnengaan
binnengleden	=	binnenglijden
binnengleed	=	binnenglijden
binnenglij	=	binnenglijden
binnenglijd	=	binnenglijden
binnenglijde	=	binnenglijden
binnenglijden	verb	met een glijdende beweging naar binnen brengen
binnenglijdend	=	binnenglijden
binnenglijdende	=	binnenglijden
binnenglijdt	=	binnenglijden
binnenglip	=	binnenglippen
binnenglippe	=	binnenglippen
binnenglippen	verb	op een stille, voor anderen verborgen manier van buiten naar binnen gaan
binnenglippend	=	binnenglippen
binnenglippende	=	binnenglippen
binnenglipt	=	binnenglippen
binnenglipte	=	binnenglippen
binnenglipten	=	binnenglippen
binnengrens	noun	Grens tussen landen van de Europese Unie, grenzen tussen de staten van de Verenigde staten.
binnengrensje	=	binnengrens
binnengrensjes	=	binnengrens
binnengrenzen	=	binnengrens
binnenhaal	=	binnenhalen
binnenhaalde	=	binnenhalen
binnenhaalden	=	binnenhalen
binnenhaalt	=	binnenhalen
binnenhale	=	binnenhalen
binnenhalen	verb	vis of netten binnenboord brengen
binnenhalend	=	binnenhalen
binnenhalende	=	binnenhalen
binnenhandel	noun	binnenlandse handel; handel binnen een land
binnenharken	verb|informal	winnen of ontvangen van iets dat men graag wil hebben
binnenharkend	=	binnenharken
binnenhaven	noun	haven die het verste van de zee is gelegen
binnenhavens	=	binnenhaven
binnenhaventje	=	binnenhaven
binnenhaventjes	=	binnenhaven
binnenhield	=	binnenhouden
binnenhielden	=	binnenhouden
binnenhof	noun	een hof of tuin binnen de muren van een gebouwencomplex; kom vooral voor als (deel van een) naam
binnenhofje	=	binnenhof
binnenhofjes	=	binnenhof
binnenhoofd	noun	het aan binnenwater gelegen sluishoofd van een schutsluis, bij een sluis dat de overgang vormt tussen binnen- en buitenwater.
binnenhoofden	=	binnenhoofd
binnenhoofdje	=	binnenhoofd
binnenhoofdjes	=	binnenhoofd
binnenhou	=	binnenhouden
binnenhoud	=	binnenhouden
binnenhoude	=	binnenhouden
binnenhouden	verb	niet uitbraken
binnenhoudend	=	binnenhouden
binnenhoudende	=	binnenhouden
binnenhoudt	=	binnenhouden
binnenhoven	=	binnenhof
binnenhuis	noun	het binnenste van een huis
binnenhuisarchitect	noun	iemand die de inrichting van een gebouw ontwerpt
binnenhuisarchitecte	noun	vrouwelijke vorm van binnenhuisarchitect
binnenhuisarchitecten	=	binnenhuisarchitect
binnenhuisarchitectes	=	binnenhuisarchitecte
binnenhuisarchitecturen	=	binnenhuisarchitectuur
binnenhuisarchitectuur	noun	de kunst van het inrichten van gebouwen
binnenhuisje	=	binnenhuis
binnenhuisjes	=	binnenhuis
binnenhuizen	=	binnenhuis
binnenin	adv	in een afgesloten ruimte
binnenkamer	noun	een ruimte in een gebouw die geen uitzicht heeft op de buitenwereld
binnenkamers	=	binnenkamer
binnenkamertje	=	binnenkamer
binnenkamertjes	=	binnenkamer
binnenkant	noun	de zijde die in een bepaalde afgeschermde ruimte gelegen is
binnenkanten	=	binnenkant
binnenkantje	=	binnenkant
binnenkantjes	=	binnenkant
binnenkeek	=	binnenkijken
binnenkeken	=	binnenkijken
binnenkerkelijk	adj	binnen een kerkgenootschap plaatsvindend
binnenkerkelijke	=	binnenkerkelijk
binnenkerkelijker	=	binnenkerkelijk
binnenkerkelijkere	=	binnenkerkelijk
binnenkerkelijkers	=	binnenkerkelijk
binnenkerkelijks	=	binnenkerkelijk
binnenkerkelijkst	=	binnenkerkelijk
binnenkerkelijkste	=	binnenkerkelijk
binnenkijk	=	binnenkijken
binnenkijke	=	binnenkijken
binnenkijken	verb	naar de (meestal verborgen) binnenkant van iets kijken
binnenkijkend	=	binnenkijken
binnenkijkende	=	binnenkijken
binnenkijkt	=	binnenkijken
binnenklim	=	binnenklimmen
binnenklimaat	noun	de atmosferische omstandigheden (temperatuur, windsnelheid en luchtvochtigheid) in leefomgevingen zoals broeikassen en gebouwen
binnenklimaatje	=	binnenklimaat
binnenklimaatjes	=	binnenklimaat
binnenklimaten	=	binnenklimaat
binnenklimme	=	binnenklimmen
binnenklimmen	verb	door klimmen naar binnen gaan
binnenklimmend	=	binnenklimmen
binnenklimmende	=	binnenklimmen
binnenklimt	=	binnenklimmen
binnenklom	=	binnenklimmen
binnenklommen	=	binnenklimmen
binnenknal	=	binnenknallen
binnenknalde	=	binnenknallen
binnenknalden	=	binnenknallen
binnenknalle	=	binnenknallen
binnenknallen	verb	op heftige manier naar binnen gaan
binnenknallend	=	binnenknallen
binnenknallende	=	binnenknallen
binnenknalt	=	binnenknallen
binnenkoer	noun	een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis
binnenkoeren	=	binnenkoer
binnenkoertje	=	binnenkoer
binnenkoertjes	=	binnenkoer
binnenkom	=	binnenkomen
binnenkome	=	binnenkomen
binnenkomen	verb	een ruimte betreden (vanuit die ruimte gezien)
binnenkomend	adj	van iets dat het ergens aankomt of binnenkomt
binnenkomende	=	binnenkomen
binnenkomends	=	binnenkomend
binnenkomer	noun	plaat of muzieknummer dat voor de eerste week in de hitparade staat
binnenkomers	=	binnenkomer
binnenkomertje	=	binnenkomer
binnenkomertjes	=	binnenkomer
binnenkomst	noun	het binnenkomen
binnenkomsten	=	binnenkomst
binnenkomstje	=	binnenkomst
binnenkomstjes	=	binnenkomst
binnenkomt	=	binnenkomen
binnenkop	=	binnenkoppen
binnenkoppe	=	binnenkoppen
binnenkoppen	verb	door koppen de bal in het doel krijgen
binnenkoppend	=	binnenkoppen
binnenkoppende	=	binnenkoppen
binnenkopt	=	binnenkoppen
binnenkopte	=	binnenkoppen
binnenkopten	=	binnenkoppen
binnenkort	adv	binnen afzienbare tijd
binnenkreeg	=	binnenkrijgen
binnenkregen	=	binnenkrijgen
binnenkrijg	=	binnenkrijgen
binnenkrijge	=	binnenkrijgen
binnenkrijgen	verb	iets ongewild inslikken
binnenkrijgend	=	binnenkrijgen
binnenkrijgende	=	binnenkrijgen
binnenkrijgt	=	binnenkrijgen
binnenkroop	=	binnenkruipen
binnenkropen	=	binnenkruipen
binnenkruip	=	binnenkruipen
binnenkruipe	=	binnenkruipen
binnenkruipen	verb	op handen en voeten ergens naar binnen gaan
binnenkruipend	=	binnenkruipen
binnenkruipende	=	binnenkruipen
binnenkruipt	=	binnenkruipen
binnenkwaamt	=	binnenkomen
binnenkwam	=	binnenkomen
binnenkwame	=	binnenkomen
binnenkwamen	=	binnenkomen
binnenlaag	noun	een laag aan de binnenzijde van iets
binnenlaagje	=	binnenlaag
binnenlaagjes	=	binnenlaag
binnenlaat	=	binnenlaten
binnenlagen	=	binnenlaag
binnenland	noun	een deel van een land dat ver van kust of grens gelegen is
binnenlandbewoner	noun	iemand die ver van de kust woont
binnenlandbewoners	=	binnenlandbewoner
binnenlanden	=	binnenland
binnenlandpagina	noun	de sectie in een krant of magazine die artikelen en nieuws bevat over gebeurtenissen in het land van uitgifte
binnenlandpagina's	=	binnenlandpagina
binnenlandpaginaatje	=	binnenlandpagina
binnenlandpaginaatjes	=	binnenlandpagina
binnenlands	adj	binnen de grenzen van een land
binnenlandsch	=	binnenlands
binnenlandse	=	binnenlands
binnenlandser	=	binnenlands
binnenlandsere	=	binnenlands
binnenlandsers	=	binnenlands
binnenlandst	=	binnenlands
binnenlandste	=	binnenlands
binnenlate	=	binnenlaten
binnenlaten	verb	binnen een zekere ruimte toelaten
binnenlatend	=	binnenlaten
binnenlatende	=	binnenlaten
binnenleid	=	binnenleiden
binnenleidde	=	binnenleiden
binnenleidden	=	binnenleiden
binnenleide	=	binnenleiden
binnenleiden	verb	van buiten naar binnen brengen
binnenleidend	=	binnenleiden
binnenleidende	=	binnenleiden
binnenleiding	noun	het gedeelte van een leidingstelsel (zoals water, gas of elektriciteit) dat zich binnenshuis of binnen het perceel bevindt.
binnenleidingen	=	binnenleiding
binnenleidinkje	=	binnenleiding
binnenleidinkjes	=	binnenleiding
binnenleidt	=	binnenleiden
binnenliep	=	binnenlopen
binnenliepe	=	binnenlopen
binnenliepen	=	binnenlopen
binnenliept	=	binnenlopen
binnenliet	=	binnenlaten
binnenliete	=	binnenlaten
binnenlieten	=	binnenlaten
binnenlijn	noun	een lijn die iets aan de binnenkant begrenst
binnenlijnen	=	binnenlijn
binnenlijntje	=	binnenlijn
binnenlok	=	binnenlokken
binnenlokke	=	binnenlokken
binnenlokken	verb	mens of dier verleiden ergens naar binnen te gaan
binnenlokkend	=	binnenlokken
binnenlokkende	=	binnenlokken
binnenlokt	=	binnenlokken
binnenlokte	=	binnenlokken
binnenlokten	=	binnenlokken
binnenloods	=	binnenloodsen
binnenloodse	=	binnenloodsen
binnenloodsen	verb	iets of iemand naar binnen leiden met behulp van een leider of loods
binnenloodsend	=	binnenloodsen
binnenloodsende	=	binnenloodsen
binnenloodst	=	binnenloodsen
binnenloodste	=	binnenloodsen
binnenloodsten	=	binnenloodsen
binnenloop	=	binnenlopen
binnenloopt	=	binnenlopen
binnenlope	=	binnenlopen
binnenlopen	verb	te voet binnengaan
binnenlopend	=	binnenlopen
binnenlopende	=	binnenlopen
binnenlucht	noun	atmosfeer in een afgesloten ruimte
binnenluchten	=	binnenlucht
binnenmaat	noun	de omvang van iets aan de binnenzijde
binnenmarcheer	=	binnenmarcheren
binnenmarcheerde	=	binnenmarcheren
binnenmarcheerden	=	binnenmarcheren
binnenmarcheert	=	binnenmarcheren
binnenmarchere	=	binnenmarcheren
binnenmarcheren	verb	een gebied intrekken door een leger
binnenmarcherend	=	binnenmarcheren
binnenmarcherende	=	binnenmarcheren
binnenmarkt	noun	markt van producten en diensten binnen de Europese Unie
binnenmarkten	=	binnenmarkt
binnenmarktje	=	binnenmarkt
binnenmarktjes	=	binnenmarkt
binnenmaten	=	binnenmaat
binnenmeer	noun	een meer in een gebied
binnenmeertje	=	binnenmeer
binnenmeertjes	=	binnenmeer
binnenmeisje	noun	dienstmeisje voor lichte huishoudelijke werkzaamheden
binnenmeisjes	=	binnenmeisje
binnenmeren	=	binnenmeer
binnenmilieu	noun	leefomgeving in een afgesloten ruimte
binnenmilieus	=	binnenmilieu
binnenmoeder	noun|obsolete	vrouw die de dagelijkse leiding heeft over een weeshuis of andere zorginstelling waarbinnen mensen wonen
binnenmoeders	=	binnenmoeder
binnenmuren	=	binnenmuur
binnenmuur	noun	verticale vlakke constructie van metselwerk aan de binnenkant van een gebouw.
binnenmuurtje	=	binnenmuur
binnenmuurtjes	=	binnenmuur
binnenoor	noun	binnenste deel van het oor achter het middenoor
binnenoortje	=	binnenoor
binnenoortjes	=	binnenoor
binnenoren	=	binnenoor
binnenpagina	noun	iedere webpagina binnen een website, die niet de homepage is en die men via links vanaf de startpagina kan bereiken
binnenpagina's	=	binnenpagina
binnenpaginaatje	=	binnenpagina
binnenpaginaatjes	=	binnenpagina
binnenplaats	noun	een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis
binnenplaatsen	=	binnenplaats
binnenplaatsje	=	binnenplaats
binnenplaatsjes	=	binnenplaats
binnenplein	noun	een open ruimte zonder dak, die aan alle kanten wordt omgeven door een gebouw, door muren en/of door een arcade
binnenpleinen	=	binnenplein
binnenpleintje	=	binnenplein
binnenpleintjes	=	binnenplein
binnenpost	noun	systeem voor interne uitwisseling van schriftelijke berichten in een organisatie
binnenposten	=	binnenpost
binnenpot	noun	bloempot die specifiek is ontworpen om binnen te staan
binnenpotje	=	binnenpot
binnenpotjes	=	binnenpot
binnenpotten	=	binnenpot
binnenpret	noun	iets waarom je stil in je zelf lacht
binnenpretje	=	binnenpret
binnenpretjes	=	binnenpret
binnenraken	verb	in een bepaalde ruimte, gebied komen; een systeem binnendringen
binnenrakend	=	binnenraken
binnenrakende	=	binnenraken
binnenrand	noun	een rand aan de binnenzijde van iets
binnenranden	=	binnenrand
binnenrandje	=	binnenrand
binnenrandjes	=	binnenrand
binnenreden	=	binnenrijden
binnenreed	=	binnenrijden
binnenreef	=	binnenrijven
binnenren	=	binnenrennen
binnenrende	=	binnenrennen
binnenrenden	=	binnenrennen
binnenrenne	=	binnenrennen
binnenrennen	verb	met grote haast ergens te voet ingaan
binnenrennend	=	binnenrennen
binnenrennende	=	binnenrennen
binnenrent	=	binnenrennen
binnenreven	=	binnenrijven
binnenriep	=	binnenroepen
binnenriepen	=	binnenroepen
binnenrij	=	binnenrijden
binnenrijd	=	binnenrijden
binnenrijde	=	binnenrijden
binnenrijden	verb	inrijden
binnenrijdend	=	binnenrijden
binnenrijdende	=	binnenrijden
binnenrijdt	=	binnenrijden
binnenrijf	=	binnenrijven
binnenrijfde	=	binnenrijven
binnenrijfden	=	binnenrijven
binnenrijft	=	binnenrijven
binnenrijve	=	binnenrijven
binnenrijven	verb	winnen of ontvangen van iets dat men graag wil hebben
binnenrijvend	=	binnenrijven
binnenrijvende	=	binnenrijven
binnenring	noun	ringweg die dicht bij het centrum ligt
binnenringen	=	binnenring
binnenringetje	=	binnenring
binnenringetjes	=	binnenring
binnenroep	=	binnenroepen
binnenroepe	=	binnenroepen
binnenroepen	verb	iemand roepend verzoeken binnen te komen
binnenroepend	=	binnenroepen
binnenroepende	=	binnenroepen
binnenroept	=	binnenroepen
binnenrol	=	binnenrollen
binnenrolde	=	binnenrollen
binnenrolden	=	binnenrollen
binnenrolle	=	binnenrollen
binnenrollen	verb	rollend naar binnen gaan
binnenrollend	=	binnenrollen
binnenrollende	=	binnenrollen
binnenrolt	=	binnenrollen
binnenruimte	noun	ruimte binnen een gebouw
binnenruimten	=	binnenruimte
binnenruimtes	=	binnenruimte
binnenschaal	noun	harde, gebolde omhulling die zich weer binnen een vergelijkbare omhulling bevindt
binnenschalen	=	binnenschaal
binnenscheepje	=	binnenschip
binnenscheepjes	=	binnenschip
binnenscheepvaart	noun	scheepvaart die niet de zee opgaat; scheepvaart op de binnenwateren
binnenscheepvaarten	=	binnenscheepvaart
binnenschepen	=	binnenschip
binnenschiet	=	binnenschieten
binnenschiete	=	binnenschieten
binnenschieten	verb	in het doel schieten
binnenschietend	=	binnenschieten
binnenschietende	=	binnenschieten
binnenschip	noun	schip dat hoofdzakelijk dient voor goederenvervoer op de binnenwateren.
binnenschipper	noun	iemand die voor zijn beroep op de binnenwateren (rivieren, kanalen en meren) vaart
binnenschippers	=	binnenschipper
binnenschoen	noun	een lichte schoen die geschikt is voor gebruik binnenshuis
binnenschoenen	=	binnenschoen
binnenschoentje	=	binnenschoen
binnenschoentjes	=	binnenschoen
binnenschoof	=	binnenschuiven
binnenschooft	=	binnenschuiven
binnenschools	adj	binnen de school zijnd of plaatsvindend
binnenschoolse	=	binnenschools
binnenschoolser	=	binnenschools
binnenschoolsere	=	binnenschools
binnenschoolsers	=	binnenschools
binnenschoot	=	binnenschieten
binnenschoten	=	binnenschieten
binnenschoven	=	binnenschuiven
binnenschreden	=	binnenschrijden
binnenschreed	=	binnenschrijden
binnenschrijd	=	binnenschrijden
binnenschrijde	=	binnenschrijden
binnenschrijden	verb	bedachtzaam en statig naar binnen lopen
binnenschrijdend	=	binnenschrijden
binnenschrijdende	=	binnenschrijden
binnenschrijdt	=	binnenschrijden
binnenschroefdraad	noun	een schroefdraad die uit de binnenwand van een rond gat is weggesneden
binnenschroefdraadje	=	binnenschroefdraad
binnenschroefdraadjes	=	binnenschroefdraad
binnenschroefdraden	=	binnenschroefdraad
binnenschuif	=	binnenschuiven
binnenschuift	=	binnenschuiven
binnenschuive	=	binnenschuiven
binnenschuiven	verb	iets naar binnen brengen zonder het van de grond te brengen
binnenschuivend	=	binnenschuiven
binnenschuivende	=	binnenschuiven
binnenshuis	adv	binnen in het huis dus niet buiten
binnensijpel	=	binnensijpelen
binnensijpelde	=	binnensijpelen
binnensijpelden	=	binnensijpelen
binnensijpele	=	binnensijpelen
binnensijpelen	verb	naar binnen dringen van water(druppels)
binnensijpelend	=	binnensijpelen
binnensijpelende	=	binnensijpelen
binnensijpelt	=	binnensijpelen
binnenskamers	adv	binnen in de kamer blijvend, binnen de organisatie blijvend, niet naar buiten gaand, geheim blijven.
binnenslands	adv	in het binnenland blijvend
binnensleep	=	binnenslepen
binnensleept	=	binnenslepen
binnensleepte	=	binnenslepen
binnensleepten	=	binnenslepen
binnenslepe	=	binnenslepen
binnenslepen	verb	over een oppervlak ergens in trekken
binnenslepend	=	binnenslepen
binnenslepende	=	binnenslepen
binnensloop	=	binnensluipen
binnenslopen	=	binnensluipen
binnensluip	=	binnensluipen
binnensluipe	=	binnensluipen
binnensluipen	verb	ergens ongemerkt en ongewenst naar binnengaan ook in figuurlijke zin
binnensluipend	=	binnensluipen
binnensluipende	=	binnensluipen
binnensluipt	=	binnensluipen
binnensmokkel	=	binnensmokkelen
binnensmokkelde	=	binnensmokkelen
binnensmokkelden	=	binnensmokkelen
binnensmokkele	=	binnensmokkelen
binnensmokkelen	verb	goederen een gebied in smokkelen
binnensmokkelend	=	binnensmokkelen
binnensmokkelende	=	binnensmokkelen
binnensmokkelt	=	binnensmokkelen
binnensmonds	adv	onduidelijk sprekend
binnensmondse	=	binnensmonds
binnensnoek	noun	Centropomus undecimalis een straalvinnige vis uit de familie van glasbaarzen (Centropomidae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
binnensnoeken	=	binnensnoek
binnensnoekje	=	binnensnoek
binnensnoekjes	=	binnensnoek
binnenspeel	=	binnenspelen
binnenspeelde	=	binnenspelen
binnenspeelden	=	binnenspelen
binnenspeelt	=	binnenspelen
binnenspeeltuin	noun	overdekte recreatieruimte die speciaal is ingericht voor kinderen om veilig te kunnen spelen, ongeacht het weer
binnenspeeltuinen	=	binnenspeeltuin
binnenspeeltuintje	=	binnenspeeltuin
binnenspeeltuintjes	=	binnenspeeltuin
binnenspel	noun	een spel dat men binnenshuis speelt
binnenspele	=	binnenspelen
binnenspelen	verb	binnenshuis op een ontspannen manier plezier maken
binnenspelend	=	binnenspelen
binnenspelende	=	binnenspelen
binnenspellen	=	binnenspel
binnenspelletje	=	binnenspel
binnenspelletjes	=	binnenspel
binnenspiegel	noun	achteruitkijkspiegel binnenin een voertuig
binnenspiegels	=	binnenspiegel
binnenspiegeltje	=	binnenspiegel
binnenspiegeltjes	=	binnenspiegel
binnensport	noun	een sport die men in een overdekte ruimte uitoefent
binnensporten	=	binnensport
binnenspring	=	binnenspringen
binnenspringe	=	binnenspringen
binnenspringen	verb	met een sprong naar binnen gaan
binnenspringend	=	binnenspringen
binnenspringende	=	binnenspringen
binnenspringt	=	binnenspringen
binnensprong	=	binnenspringen
binnensprongen	=	binnenspringen
binnenst	adj	met meest aan de binnenkant gelegen
binnenstaakt	=	binnensteken
binnenstaat	noun	een onafhankelijk land dat volledig door het vasteland van andere landen wordt omgeven en dat geen directe toegang heeft tot de open zee.
binnenstaatje	=	binnenstaat
binnenstaatjes	=	binnenstaat
binnenstad	noun	een, meestal oud, stadscentrum
binnenstadbewoner	noun	iemand die woont in het centrum van een stad
binnenstadbewoners	=	binnenstadbewoner
binnenstadje	=	binnenstad
binnenstadjes	=	binnenstad
binnenstak	=	binnensteken
binnenstaken	=	binnensteken
binnenstap	=	binnenstappen
binnenstappe	=	binnenstappen
binnenstappen	verb	ingaan, naar binnen lopen, betreden, ingaan
binnenstappend	=	binnenstappen
binnenstappende	=	binnenstappen
binnenstapt	=	binnenstappen
binnenstapte	=	binnenstappen
binnenstapten	=	binnenstappen
binnenstaten	=	binnenstaat
binnenste	noun	inwendige
binnenstebuiten	adv	als de buitenkant binnen zit en de binnenkant buiten
binnenstedelijk	adj	binnen in een stad
binnenstedelijke	=	binnenstedelijk
binnenstedelijker	=	binnenstedelijk
binnenstedelijkere	=	binnenstedelijk
binnenstedelijkers	=	binnenstedelijk
binnenstedelijks	=	binnenstedelijk
binnenstedelijkst	=	binnenstedelijk
binnenstedelijkste	=	binnenstedelijk
binnensteden	=	binnenstad
binnensteek	=	binnensteken
binnensteekt	=	binnensteken
binnensteke	=	binnensteken
binnensteken	verb	stekend ergens binnenbrengen
binnenstekend	=	binnensteken
binnenstekende	=	binnensteken
binnensten	=	binnenste
binnenstes	=	binnenste
binnenstijds	adv	binnen een gegeven tijd
binnenstoof	=	binnenstuiven
binnenstorm	=	binnenstormen
binnenstormde	=	binnenstormen
binnenstormden	=	binnenstormen
binnenstorme	=	binnenstormen
binnenstormen	verb	Met veel lawaai, geweld en haast ergens binnenkomen.
binnenstormend	=	binnenstormen
binnenstormende	=	binnenstormen
binnenstormt	=	binnenstormen
binnenstoven	=	binnenstuiven
binnenstrome	=	binnenstromen
binnenstromen	verb	stromend op een plaats kunnen komen, eigenlijk alleen van vloeistoffen maar in figuurlijke zin ook van andere voorwerpen en van mensen
binnenstromend	=	binnenstromen
binnenstromende	=	binnenstromen
binnenstroom	=	binnenstromen
binnenstroomde	=	binnenstromen
binnenstroomden	=	binnenstromen
binnenstroomt	=	binnenstromen
binnenstuif	=	binnenstuiven
binnenstuift	=	binnenstuiven
binnenstuive	=	binnenstuiven
binnenstuiven	verb	overhaast ergens binnenkomen
binnenstuivend	=	binnenstuiven
binnenstuivende	=	binnenstuiven
binnentekstelijk	adj	verwijzend naar een woord dat in de tekst staat
binnentekstelijke	=	binnentekstelijk
binnentekstelijker	=	binnentekstelijk
binnentekstelijkere	=	binnentekstelijk
binnentekstelijkers	=	binnentekstelijk
binnentekstelijks	=	binnentekstelijk
binnentekstelijkst	=	binnentekstelijk
binnentekstelijkste	=	binnentekstelijk
binnentemperaturen	=	binnentemperatuur
binnentemperatuur	noun	de temperatuur aan de binnenkant van een gebouw
binnentemperatuurtje	=	binnentemperatuur
binnentemperatuurtjes	=	binnentemperatuur
binnenterrein	noun	gebied dat door een of meer bouwwerken wordt ingesloten
binnenterreinen	=	binnenterrein
binnenterreintje	=	binnenterrein
binnenterreintjes	=	binnenterrein
binnentik	=	binnentikken
binnentikke	=	binnentikken
binnentikken	verb	met een subtiele beweging de bal zodanig van richting veranderen dat men scoort
binnentikkend	=	binnentikken
binnentikkende	=	binnentikken
binnentikt	=	binnentikken
binnentikte	=	binnentikken
binnentikten	=	binnentikken
binnentraadt	=	binnentreden
binnentrad	=	binnentreden
binnentrade	=	binnentreden
binnentraden	=	binnentreden
binnentrap	noun	een trap aan de binnenzijde van een gebouw
binnentrapje	=	binnentrap
binnentrapjes	=	binnentrap
binnentrappen	=	binnentrap
binnentrede	=	binnentreden
binnentreden	verb|formal	in een afgesloten of begrensde ruimte gaan
binnentredend	=	binnentreden
binnentredende	=	binnentreden
binnentreed	=	binnentreden
binnentreedt	=	binnentreden
binnentrek	=	binnentrekken
binnentrekke	=	binnentrekken
binnentrekken	verb	een bepaald gebied betreden, gewoonlijk met de bedoeling er zich te vestigen
binnentrekkend	=	binnentrekken
binnentrekkende	=	binnentrekken
binnentrekt	=	binnentrekken
binnentrok	=	binnentrekken
binnentrokke	=	binnentrekken
binnentrokken	=	binnentrekken
binnentrokt	=	binnentrekken
binnentuin	noun	door een of meer gebouwen en muren omsloten gebied bestemd om planten te laten groeien
binnentuinen	=	binnentuin
binnentuintje	=	binnentuin
binnentuintjes	=	binnentuin
binnenuit	adv	van ~: vanuit de binnenzijde
binnenvaar	=	binnenvaren
binnenvaart	noun	de scheepvaart op de binnenwateren zoals rivieren en kanalen
binnenvaartambassadeur	noun	iemand die de binnenvaartsector vertegenwoordigt of deze sector een warm hart toedraagt
binnenvaartambassadeurs	=	binnenvaartambassadeur
binnenvaartambassadeurtje	=	binnenvaartambassadeur
binnenvaartambassadeurtjes	=	binnenvaartambassadeur
binnenvaarten	=	binnenvaart
binnenvaartje	=	binnenvaart
binnenvaartscheepje	=	binnenvaartschip
binnenvaartscheepjes	=	binnenvaartschip
binnenvaartschepen	=	binnenvaartschip
binnenvaartschip	noun	een schip dat uitsluitend op de binnenwateren kan varen en dus niet-zeewaardig is
binnenvaartschipper	noun	iemand die voor zijn beroep vaart op schip dat niet op zee vaart
binnenvaartschippers	=	binnenvaartschipper
binnenvaartsector	noun	de economische sector van het vrachtverkeer over binnenwateren
binnenvaartsectoren	=	binnenvaartsector
binnenvaartsectortje	=	binnenvaartsector
binnenvaartsectortjes	=	binnenvaartsector
binnenvaarttanker	noun	vrachtschip voor vloeistoffen dat op meren, kanalen en rivieren vaart
binnenvaarttankers	=	binnenvaarttanker
binnenvaartuig	noun	schip geschikt voor de binnenwateren
binnenvaartuigen	=	binnenvaartuig
binnenvaartvloot	noun	verzameling van alle schepen die niet op zee varen
binnenvaartvloten	=	binnenvaartvloot
binnenvader	noun|obsolete	man die de dagelijkse leiding heeft over een weeshuis of andere zorginstelling waarbinnen mensen wonen
binnenvaders	=	binnenvader
binnenvaert	=	binnenvaart
binnenval	=	binnenvallen
binnenvalle	=	binnenvallen
binnenvallen	verb	zonder uitnodiging ergens naar binnen gaan
binnenvallend	=	binnenvallen
binnenvallende	=	binnenvallen
binnenvalt	=	binnenvallen
binnenvare	=	binnenvaren
binnenvaren	verb	met een schip een haven of vaarweg ingaan
binnenvarend	=	binnenvaren
binnenvarende	=	binnenvaren
binnenveld	noun	centraal gedeelte van een sportveld
binnenvelden	=	binnenveld
binnenvelder	noun	speler in een honkbalploeg
binnenvelders	=	binnenvelder
binnenverlichting	noun	verlichting binnen in een gebouw of voertuig
binnenverlichtingen	=	binnenverlichting
binnenvertrek	noun	kamer in een woning
binnenvertrekje	=	binnenvertrek
binnenvertrekjes	=	binnenvertrek
binnenvertrekken	=	binnenvertrek
binnenvet	noun	vet dat binnen in de buik zit
binnenvetter	noun	iemand die zijn (boze) gevoelens niet laat merken, introvert persoon
binnenvetters	=	binnenvetter
binnenvettertje	=	binnenvetter
binnenvettertjes	=	binnenvetter
binnenviel	=	binnenvallen
binnenviele	=	binnenvallen
binnenvielen	=	binnenvallen
binnenvielt	=	binnenvallen
binnenvisser	noun	beroepsvissers die vissen op de binnenwateren of dicht langs de kust
binnenvisserij	noun	visserij die plaatsvindt op de binnenwateren
binnenvisserijen	=	binnenvisserij
binnenvissers	=	binnenvisser
binnenvlieg	=	binnenvliegen
binnenvliege	=	binnenvliegen
binnenvliegen	verb	vliegend binnenkomen
binnenvliegend	=	binnenvliegen
binnenvliegende	=	binnenvliegen
binnenvliegt	=	binnenvliegen
binnenvlogen	=	binnenvliegen
binnenvloog	=	binnenvliegen
binnenvlucht	noun	de keer dat men naar binnen vlucht
binnenvluchte	=	binnenvluchten
binnenvluchten	verb	snel naar binnen gaan om iets dat buiten is te ontwijken
binnenvluchtend	=	binnenvluchten
binnenvluchtende	=	binnenvluchten
binnenvluchtte	=	binnenvluchten
binnenvluchtten	=	binnenvluchten
binnenvoer	=	binnenvoeren
binnenvoerde	=	binnenvoeren
binnenvoerden	=	binnenvoeren
binnenvoere	=	binnenvoeren
binnenvoeren	verb	binnendringen, binnenkomen, binnenlaten, binnenleiden
binnenvoerend	=	binnenvoeren
binnenvoerende	=	binnenvoeren
binnenvoert	=	binnenvoeren
binnenvraag	=	binnenvragen
binnenvraagde	=	binnenvragen
binnenvraagden	=	binnenvragen
binnenvraagt	=	binnenvragen
binnenvrage	=	binnenvragen
binnenvragen	verb	iemand verzoeken binnen te komen
binnenvragend	=	binnenvragen
binnenvragende	=	binnenvragen
binnenvroeg	=	binnenvragen
binnenvroegen	=	binnenvragen
binnenwaai	=	binnenwaaien
binnenwaaide	=	binnenwaaien
binnenwaaiden	=	binnenwaaien
binnenwaaie	=	binnenwaaien
binnenwaaien	verb	door de wind ergens binnendringen
binnenwaaiend	=	binnenwaaien
binnenwaaiende	=	binnenwaaien
binnenwaait	=	binnenwaaien
binnenwaarts	adj	naar binnen gericht	adv	naar binnen
binnenwaartse	=	binnenwaarts
binnenwand	noun	verticaal oprijzend vlak aan de binnenkant van een ruimte
binnenwandel	=	binnenwandelen
binnenwandelde	=	binnenwandelen
binnenwandelden	=	binnenwandelen
binnenwandele	=	binnenwandelen
binnenwandelen	verb	rustig lopend naar binnen gaan
binnenwandelend	=	binnenwandelen
binnenwandelende	=	binnenwandelen
binnenwandelt	=	binnenwandelen
binnenwanden	=	binnenwand
binnenwater	noun	een water binnen in het land
binnenwateren	=	binnenwater
binnenwaters	=	binnenwater
binnenwatertje	=	binnenwater
binnenwatertjes	=	binnenwater
binnenweg	noun	een minder belangrijke weg meestal vooral voor plaatselijk verkeer of als sluiproute gebruikt
binnenwegen	=	binnenweg
binnenweggetje	=	binnenweg
binnenweggetjes	=	binnenweg
binnenwegje	=	binnenweg
binnenwegjes	=	binnenweg
binnenwereld	noun	alles wat zich afspeelt in het inwendige van een persoon of organisatie
binnenwerelden	=	binnenwereld
binnenwereldje	=	binnenwereld
binnenwereldjes	=	binnenwereld
binnenwerk	noun	interieur, het inwendige van een product, dat wat niet tot de omslag behoort
binnenwerken	=	binnenwerk
binnenwerkje	=	binnenwerk
binnenwerkjes	=	binnenwerk
binnenwerks	adj	gerekend van de ene binnenste rand van het werk tot de andere
binnenwerkse	=	binnenwerks
binnenwiel	noun	het wiel dat aan de binnenzijde ligt
binnenwielen	=	binnenwiel
binnenwieltje	=	binnenwiel
binnenwieltjes	=	binnenwiel
binnenwip	=	binnenwippen
binnenwippe	=	binnenwippen
binnenwippen	verb	op een informele wijze ergens een kort bezoekje afleggen
binnenwippend	=	binnenwippen
binnenwippende	=	binnenwippen
binnenwipt	=	binnenwippen
binnenwipte	=	binnenwippen
binnenwipten	=	binnenwippen
binnenwoei	=	binnenwaaien
binnenwoeien	=	binnenwaaien
binnenzak	noun	een zak aan de binnenkant van een kledingstuk
binnenzakje	=	binnenzak
binnenzakjes	=	binnenzak
binnenzakken	=	binnenzak
binnenzee	noun	een nevenzee die door een (nauwe) zeestraat verbonden is met andere zeeën en/of oceanen
binnenzeetje	=	binnenzee
binnenzeetjes	=	binnenzee
binnenzeeën	=	binnenzee
binnenzeil	=	binnenzeilen
binnenzeilde	=	binnenzeilen
binnenzeilden	=	binnenzeilen
binnenzeile	=	binnenzeilen
binnenzeilen	verb	zeilend binnenkomen
binnenzeilend	=	binnenzeilen
binnenzeilende	=	binnenzeilen
binnenzeilt	=	binnenzeilen
binnenzet	=	binnenzetten
binnenzette	=	binnenzetten
binnenzetten	verb	iets van buiten naar binnen dragen en dan ergens plaatsen
binnenzettend	=	binnenzetten
binnenzettende	=	binnenzetten
binnenzij	noun	de kant die naar binnen gericht is
binnenzijde	noun	het inwendige van iets
binnenzijden	=	binnenzijde
binnenzijdes	=	binnenzijde
binnenzolen	=	binnenzool
binnenzomen	=	binnenzoom
binnenzool	noun	zool aan de binnenzijde van een schoen
binnenzoom	noun	een band parallel aan de omtrek van een wapenschild of van een kwartier
binnenzoompje	=	binnenzoom
binnenzoompjes	=	binnenzoom
binnenzwembad	noun	zwembad in een gebouw; overdekt zwembad
binnenzwembaden	=	binnenzwembad
binnenzwembadje	=	binnenzwembad
binnenzwembadjes	=	binnenzwembad
binocle	noun	een knijpbril of binoculaire verrekijker, onder meer gebruikt om toneelvoorstellingen beter te zien
binocles	=	binocle
binocletje	=	binocle
binocletjes	=	binocle
binoculair	adj	voor twee ogen
binoculaire	=	binoculair
binoculairs	=	binoculair
binomiaal	adj	met betrekking tot het binomium (van Newton)
binomiaals	=	binomiaal
binomiale	=	binomiaal
binominaal	adj	met twee namen
binominaals	=	binominaal
binominale	=	binominaal
binomium	noun	tweeterm in de vorm van a + b
binomiums	=	binomium
binsenastrild	noun	Bathilda ruficauda een klein, door zijn afwijkend gekleurde kopje opvallend, vogeltje behorend tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
binsenastrilden	=	binsenastrild
binsenastrildje	=	binsenastrild
binsenastrildjes	=	binsenastrild
binst	prep	in de periode van, tijdens het tijdvak van	conj	in de periode, tijdens het tijdvak
bint	noun	zware houten balk (ter verbinding)
bintanker	noun	is bedoeld om bij (oude) huizen, boerderijen en andere gebouwen stenen constructies de balken van de verdiepingsbalklaag aan de gevel te verbinden
bintankers	=	bintanker
bintankertje	=	bintanker
bintankertjes	=	bintanker
bintbalk	noun	een horizontale balk in een gebint
bintbalken	=	bintbalk
bintbalkje	=	bintbalk
bintbalkjes	=	bintbalk
binten	=	bint
bintje	noun	aardappelvariëteit, Solanum tuberosum
bintjes	=	bint
bintlaag	noun	laag van balken of stenen waarop een vloer rust
bintlagen	=	bintlaag
biná	noun	hert
biná's	=	biná
bio	noun	korte beschrijving van de levensloop	adj	ecologisch verantwoord, natuurvriendelijk
bio's	=	bio
bio-bv	noun	besloten vennootschap die op milieuvriendelijke wijze produceert
bio-bv's	=	bio-bv
bio-bv'tje	=	bio-bv
bio-bv'tjes	=	bio-bv
bio-economie	noun	alle economische aspecten van het gebruik van natuurlijke, biologische hulpbronnen
bio-economietje	=	bio-economie
bio-economietjes	=	bio-economie
bio-economieën	=	bio-economie
bio-energetica	noun	een therapeutische zienswijze waarin het verband wordt beschreven tussen inperkende lichamelijke en geestelijke sensaties en ervaringen
bio-energie	noun	energie die wordt verkregen uit plantaardig afval of ander (rest-)materiaal
bio-energieën	=	bio-energie
bio-equivalent	noun	een biologisch vergelijkbare stof met dezelfde kracht en uitwerking
bio-equivalenten	=	bio-equivalent
bio-equivalentie	noun	de gelijkwaardige werking van twee geneesmiddelen
bio-equivalenties	=	bio-equivalentie
bio-equivalentje	=	bio-equivalent
bio-equivalentjes	=	bio-equivalent
bio-estheticienne	noun	vrouw die voor haar beroep verzorgende handelingen uitvoert op gezicht en lichaam van de klanten
bio-estheticiennes	=	bio-estheticienne
bio-esthetiek	noun	studierichting die gericht is op schoonheidsverzorging
bio-ethanol	noun	alcohol gemaakt van agrarische grondstoffen
bio-ethica	noun	leer die de morele aspecten rond de omgang met levende organismen onderzoekt
bio-ethica's	=	bio-ethica
bio-ethici	=	bio-ethicus
bio-ethicus	noun	persoon die de morele aspecten rond de omgang met levende organismen onderzoekt
bio-ethiek	noun	een tak van de moraalwetenschap, die zich bezighoudt met de ethische aspecten van menselijke ingrepen in het menselijk leven en het leven van dieren en planten
bio-ijs	noun	uit dier- en milieuvriendelijke ingrediënten gemaakte lekkernij die in bevroren vorm wordt gegeten
bio-ijsje	=	bio-ijs
bio-ijsjes	=	bio-ijs
bio-industrie	noun	de zeer intensieve veeteelt
bio-industrieel	adj	betrekking hebbend op de grootschalige, intensieve veeteelt
bio-industrieels	=	bio-industrieel
bio-industrieelst	=	bio-industrieel
bio-industrieelste	=	bio-industrieel
bio-industrieterrein	noun	bedrijventerrein voor bedrijven met intensieve veehouderij
bio-industrieterreinen	=	bio-industrieterrein
bio-industrieterreintje	=	bio-industrieterrein
bio-industrieterreintjes	=	bio-industrieterrein
bio-industrieën	=	bio-industrie
bio-industriële	=	bio-industrieel
bio-industriëler	=	bio-industrieel
bio-industriëlere	=	bio-industrieel
bio-industriëlers	=	bio-industrieel
bio-informatica	noun	de wetenschap die tot doel heeft de biologische kennis te verrijken door kennis uit de informatica toe te passen op biologische data
bio-ingenieur	noun	een academisch gevormde ingenieur, afgestudeerd aan een van de faculteiten bio-ingenieurswetenschappen
bio-ingenieurs	=	bio-ingenieur
bio-inkt	noun	materiaal dat het mogelijk maakt om menselijk weefsel, cellen en zelfs hele organen in 3D-te printen
bio-inkten	=	bio-inkt
bio-inlegkruisje	noun	biologisch afbreekbare, dunne vorm van het klassieke maandverband dat is gemaakt van natuurlijke materialen en plastic, parfum en chloorvrij is
bio-inlegkruisjes	=	bio-inlegkruisje
bio-invasie	noun	het al dan niet opzettelijk (laten) binnendringen van (schadelijke) exoten in een bepaalde biotoop
bio-invasies	=	bio-invasie
bio-invasietje	=	bio-invasie
bio-invasietjes	=	bio-invasie
bio-olie	noun	synthetische, vloeibare brandstof gemaakt van planten
bio-olies	=	bio-olie
bio-oliën	=	bio-olie
bioaanval	noun	aanval met biologische wapens; aanval met ziekmakende micro-organismes
bioaanvallen	=	bioaanval
bioactief	adj	het leven ondersteunend
bioactiefs	=	bioactief
bioactiefst	=	bioactief
bioactiefste	=	bioactief
bioactieve	=	bioactief
bioactiever	=	bioactief
bioactievere	=	bioactief
bioactievers	=	bioactief
bioafbreekbaar	adj	toegankelijk voor afbrekende organismen
bioafbreekbaarder	=	bioafbreekbaar
bioafbreekbaardere	=	bioafbreekbaar
bioafbreekbaarders	=	bioafbreekbaar
bioafbreekbaars	=	bioafbreekbaar
bioafbreekbaarst	=	bioafbreekbaar
bioafbreekbaarste	=	bioafbreekbaar
bioafbreekbare	=	bioafbreekbaar
bioafval	noun	afval bestaande uit biologisch materiaal, vaak gebruikt als grondstof voor compost
biobak	noun	kliko voor groente-, fruit- en tuinafval
biobakje	=	biobak
biobakjes	=	biobak
biobakken	=	biobak
biobank	noun	organisatie waar men lichaamsmateriaal verzamelt en bewaart
biobanken	=	biobank
biobankje	=	biobank
biobankjes	=	biobank
biobedrijf	noun	agrarsich bedrijf waar men biologische landbouw bedrijft
biobedrijfje	=	biobedrijf
biobedrijfjes	=	biobedrijf
biobedrijven	=	biobedrijf
biobeschikbaarheden	=	biobeschikbaarheid
biobeschikbaarheid	noun	een term die aangeeft in welke mate de werkzame stoffen van een geneesmiddel beschikbaar komen op de bedoelde plek
biobier	noun	alcoholische drank die bereid is uit gefermenteerde mout met toevoeging van hop en kruiden die geproduceerd is op een zo natuurlijk mogelijke manier
biobierbrouwer	noun	persoon die zo natuurlijk mogelijk bier produceert
biobierbrouwers	=	biobierbrouwer
biobieren	=	biobier
biobiertje	=	biobier
biobiertjes	=	biobier
bioboer	noun	boer met een biologisch bedrijf
bioboeren	=	bioboer
bioboertje	=	bioboer
bioboertjes	=	bioboer
biobrandstof	noun	brandstof die gemaakt worden uit biomassa
biobrandstoffen	=	biobrandstof
biochemica	noun	vrouwelijke vorm van biochemicus
biochemica's	=	biochemica
biochemici	=	biochemicus
biochemicus	noun	een wetenschapper die de biochemie beoefent
biochemicusje	=	biochemicus
biochemicusjes	=	biochemicus
biochemie	noun	de wetenschap die de chemische processen van het leven op moleculair niveau bestudeert, de studie van de diverse biomoleculen
biochemieconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse chemiebedrijven die actief zijn in de chemische industrie die werkt met biologische grondstoffen
biochemieconcerns	=	biochemieconcern
biochemisch	adj	met betrekking tot de chemische omzetting van stoffen in levende wezens
biochemische	=	biochemisch
biochemischer	=	biochemisch
biochemischere	=	biochemisch
biochemischers	=	biochemisch
biochip	noun	chip die identiteitsgegevens van de drager bevat
biochipje	=	biochip
biochipjes	=	biochip
biochips	=	biochip
biocide	noun	een chemisch middel om levende organismen te doden
biociden	=	biocide
biocides	=	biocide
biocidetje	=	biocide
biocidetjes	=	biocide
biocrematie	noun	milieuvriendelijke lijkbezorging door het lichaam op te lossen in een mengsel van water en kaliumhydroxide
biocrematies	=	biocrematie
biocremeren	verb	oplossen van een stoffelijk overschot in een mengsel van water en kaliumhydroxide
biocueing	noun	het met behulp van een smartwatch in de gaten houden van lichaamsfuncties zoals bijvoorbeeld de hartslag
biodegradatie	noun	natuurlijke afbreekbaarheid veroorzaakt door de ("biologische") activiteit (stofwisseling) van micro-organismen
biodiesel	noun	een type biobrandstof die gemaakt wordt uit plantaardige olie of dierlijk vet
biodieselfabriek	noun	fabriek waar biodiesel wordt geproduceerd
biodieselfabrieken	=	biodieselfabriek
biodivers	adj	met veel verschillende plant- en diersoorten
biodiverse	=	biodivers
biodiverser	=	biodivers
biodiversere	=	biodivers
biodiversers	=	biodivers
biodiversiteit	noun	soortenrijkdom, het aantal verschillende diersoorten
biodiversiteiten	=	biodiversiteit
biodiversiteitsrecht	noun	deel van het recht die de biodiversiteit wil garanderen
biodiversiteitsrechten	=	biodiversiteitsrecht
biodiversiteitsverdrag	noun	een internationale, bindende overeenkomst waarin staat dat de deelnemende landen zich moeten in zetten om de verscheidenheid van dier- en plantensoorten in hun land te beschermen
biodiversiteitsverdragen	=	biodiversiteitsverdrag
biodiverst	=	biodivers
biodiverste	=	biodivers
biodynamisch	adj	volgens de leer van de antroposofie
biodynamische	=	biodynamisch
biodynamischer	=	biodynamisch
biodynamischere	=	biodynamisch
biodynamischers	=	biodynamisch
biofarmaceutisch	adj	betrekking hebbend op medicamenten die door levende, gemodificeerde organismen worden gemaakt
biofarmaceutische	=	biofarmaceutisch
biofarmaceutischer	=	biofarmaceutisch
biofarmaceutischere	=	biofarmaceutisch
biofarmaceutischers	=	biofarmaceutisch
biofilm	noun	laagje van bacteriën die aan elkaar vast zitten
biofilms	=	biofilm
biofortificatie	noun	techniek om het gehalte van bepaalde voedingsstoffen in een landbouwgewas te verhogen; techniek om een gewas te verrijken
biofortificaties	=	biofortificatie
biofriet	noun	patat gemaakt van aardappelen die met weinig of geen chemische bestrijdingsmiddelen zijn gekweekt
biofrieten	=	biofriet
biofrietje	=	biofriet
biofrietjes	=	biofriet
biofrites	noun	patat gemaakt van aardappelen die met weinig of geen chemische bestrijdingsmiddelen zijn gekweekt
biofruit	noun	fruit dat geteeld is op een manier die voldoet aan de criteria van bepaalde keurmerken (zoals EKO, Europees Biologisch en Demeter)
biofysica	noun	een interdisciplinaire wetenschap die theorieën en methoden uit de natuurkunde toepast op biologische systemen
biofysica's	=	biofysica
biofysicaatje	=	biofysica
biofysici	=	biofysicus
biofysicus	noun	wetenschapper die theorieën en methoden uit de natuurkunde toepast op biologische systemen (de biofysica beoefent)
biofysicusje	=	biofysicus
biogas	noun	als brandstof gebruikt gasmengsel dat ontstaat bij vergisting van dierlijk en plantaardig afval
biogasbus	noun	voertuig voor een groot aantal passagiers, met een motor waarin een gasmengsel wordt verbrand dat ontstaat bij het vergisten van plantaardige en dierlijke afvalstoffen
biogasbussen	=	biogasbus
biogascentrale	noun	centrale waar biogas (methaan) wordt geproduceerd uit biomassa
biogascentrales	=	biogascentrale
biogassen	=	biogas
biogeen	adj	afkomstig van levende wezens
biogeens	=	biogeen
biogeenst	=	biogeen
biogeenste	=	biogeen
biogene	=	biogeen
biogener	=	biogeen
biogenere	=	biogeen
biogeners	=	biogeen
biogenetica	noun	de tak van de biologie die zich bezighoudt met het veranderen van de genomen van levende organismen
biogenetisch	adj	betrekking hebbend op de ontwikkeling van organismen, de biogenesis
biogenetische	=	biogenetisch
biogenetischer	=	biogenetisch
biogenetischere	=	biogenetisch
biogenetischers	=	biogenetisch
biogeografie	noun	leer van de verspreiding van de organismen over het aardoppervlak
biogeologie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van hoe de biosfeer en de lithosfeer op elkaar inwerken
biogondiër	noun	milieubewuste levensgenieter
biogondiërs	=	biogondiër
biograaf	noun	levensbeschrijver; persoon die een boek over het leven van één persoon schrijft
biograafje	=	biograaf
biograafjes	=	biograaf
biografe	noun	vrouwelijke vorm van biograaf
biografen	=	biograaf
biografes	=	biografe
biografie	noun	beschrijving van iemands leven
biografietje	=	biografie
biografietjes	=	biografie
biografieën	=	biografie
biografisch	adj	betrekking hebbend op de levensbeschrijving
biografische	=	biografisch
biografischer	=	biografisch
biografischere	=	biografisch
biografischers	=	biografisch
biografischt	=	biografisch
biografischte	=	biografisch
biografisme	noun	literatuurbeschouwing waarin nauwe relatie gelegd wordt tussen een tekst en de biografie van de auteur
biographie	=	biografie
biogroente	noun	groente die op een ecologisch vriendelijke manier is geteeld, vervoerd en verpakt
biogroenten	=	biogroente
biogroentes	=	biogroente
biohacking	noun	het bewust aanpassen van je leefstijl, voeding en omgeving om de prestaties van je lichaam en geest te optimaliseren.
biokobrilvogel	noun	Zosterops brunneus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
biokobrilvogels	=	biokobrilvogel
biokobrilvogeltje	=	biokobrilvogel
biokobrilvogeltjes	=	biokobrilvogel
biokogierzwaluw	noun	Apus sladeniae een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
biokogierzwaluwen	=	biokogierzwaluw
biokogierzwaluwtje	=	biokogierzwaluw
biokogierzwaluwtjes	=	biokogierzwaluw
biokohoningzuiger	noun	Cinnyris ursulae een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
biokohoningzuigers	=	biokohoningzuiger
biokohoningzuigertje	=	biokohoningzuiger
biokohoningzuigertjes	=	biokohoningzuiger
biokovliegenvanger	noun	Batis poensis een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
biokovliegenvangers	=	biokovliegenvanger
biokovliegenvangertje	=	biokovliegenvanger
biokovliegenvangertjes	=	biokovliegenvanger
biolandbouw	noun	manier van landbouw die gericht is op het zo min mogelijk verstoren van de natuurlijke omgeving
biologe	noun	een vrouwelijke bioloog
biologeer	=	biologeren
biologeerde	=	biologeren
biologeerden	=	biologeren
biologeert	=	biologeren
biologen	=	bioloog
biologere	=	biologeren
biologeren	verb	door een fascinerende eigenschap de volledige aandacht opeisen
biologerend	=	biologeren
biologerende	=	biologeren
biologes	=	biologe
biologica	noun	de logica van het biologische leven
biologica's	=	biologica
biologie	noun	de wetenschap van de levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen
biologieboek	noun	een schoolboek waarin kinderen leren over planten, dieren en het menselijk lichaam.
biologieboeken	=	biologieboek
biologieboekje	=	biologieboek
biologieboekjes	=	biologieboek
biologieleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak van planten, dieren en het menselijk lichaam.
biologieleraars	=	biologieleraar
biologieleraartje	=	biologieleraar
biologieleraartjes	=	biologieleraar
biologieleraren	=	biologieleraar
biologielerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak van planten, dieren en het menselijk lichaam.
biologieleraresje	=	biologielerares
biologieleraresjes	=	biologielerares
biologieleraressen	=	biologielerares
biologieles	noun	een schoolvak waarin kinderen leren over planten, dieren en het menselijk lichaam.
biologielesje	=	biologieles
biologielesjes	=	biologieles
biologielessen	=	biologieles
biologielokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin kinderen leren over planten, dieren en het menselijk lichaam.
biologielokaaltje	=	biologielokaal
biologielokaaltjes	=	biologielokaal
biologielokalen	=	biologielokaal
biologieonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak biologie.
biologiestudent	noun	iemand die hoger onderwijs in de biologie volgt
biologiestudenten	=	biologiestudent
biologiewinkel	noun	organisatie die biologische kennis die op de universiteit aanwezig is, bruikbaar en toegankelijk wil maken voor niet- draagkrachtige groeperingen
biologiewinkels	=	biologiewinkel
biologisch	adj	gebaseerd op de levende natuur
biologisch-dynamisch	adj	geteeld volgens de antroposofische leer van de Rudolf Steiner
biologisch-dynamische	=	biologisch-dynamisch
biologisch-dynamischer	=	biologisch-dynamisch
biologisch-dynamischere	=	biologisch-dynamisch
biologisch-dynamischers	=	biologisch-dynamisch
biologische	=	biologisch
biologischer	=	biologisch
biologischere	=	biologisch
biologischers	=	biologisch
biologischt	=	biologisch
biologischte	=	biologisch
biologisme	noun	het verheffen van de biologie tot wereld- en levensbeschouwing
bioloog	noun	een wetenschapper die de biologie beoefent
bioloogje	=	bioloog
bioloogjes	=	bioloog
bioluminescentie	noun	lichtproductie door levende organismen
biomarker	noun	een meetbare indicator van een of andere biologische toestand of conditie (bv. hoeveelheid van een bepaalde stof in het bloed) aan de hand waarvan een diagnose kan worden gesteld
biomarkers	=	biomarker
biomarkt	noun	een markt waar voornamelijk biologische producten worden verkocht
biomarkten	=	biomarkt
biomassa	noun	de totale massa (het drooggewicht) van organismen in een biotoop
biomassa's	=	biomassa
biomassacentrale	noun	centrale waarin biomassa wordt omgezet in energie
biomassacentrales	=	biomassacentrale
biomateriaal	noun	materiaal afkomstig van organismen
biomaterialen	=	biomateriaal
biomechanica	noun	leer die kennis verzamelt aangaande het bewegingsapparaat van levende wezens
biomechanisch	adj	betrekking hebbend op de mechanische eigenschappen van een levend organisme
biomechanische	=	biomechanisch
biomechanischer	=	biomechanisch
biomechanischere	=	biomechanisch
biomechanischers	=	biomechanisch
biomedisch	adj	betrekking hebbend op de bestudering van levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen met het oog op gezondheid en genezing
biomedische	=	biomedisch
biomedischer	=	biomedisch
biomedischere	=	biomedisch
biomedischers	=	biomedisch
biomedischt	=	biomedisch
biomedischte	=	biomedisch
biomeiler	noun	technisch eenvoudige constructie waarmee men warmte kan verkrijgen uit biomassa door gebruikmaking van de warmte die bij broei ontstaat
biomeilers	=	biomeiler
biomen	=	bioom
biometrie	noun	wiskundige-statistische kant van de biologie
biometrisch	adj	met betrekking tot het vaststellen van meetbare eigenschappen van levende wezens
biometrische	=	biometrisch
biometrischer	=	biometrisch
biometrischere	=	biometrisch
biometrischers	=	biometrisch
biomimetisch	adj	met betrekking tot het biomimetisme
biomimetische	=	biomimetisch
biomimetischer	=	biomimetisch
biomimetischere	=	biomimetisch
biomimetischers	=	biomimetisch
biomorf	adj	de vorm hebbend van iets dat leeft dus niet recht maar met allerlei rondingen
biomorfe	=	biomorf
biomorfer	=	biomorf
biomorfere	=	biomorf
biomorfers	=	biomorf
biomorfs	=	biomorf
biomorfst	=	biomorf
biomorfste	=	biomorf
bionica	noun	het onderzoek naar de werking van systemen in de natuur en de technologische toepassing daarvan
bionisch	adj	betrekking hebbend op een kunstorgaan of andere lichaamsdeel (-> bionica)
bionische	=	bionisch
bionischer	=	bionisch
bionischere	=	bionisch
bionischers	=	bionisch
bionomie	noun	leer van de wetten van het leven
bioom	noun	een grote vegetatiezone op de aarde waar de milieu-omstandigheden, in het bijzonder het klimaat en de overheersende vegetatie gelijkenis vertonen, en tot op zekere hoogte ook de hieraan aangepaste andere organismen
biootje	=	bio
biootjes	=	bio
biopas	noun	document met medische gegevens van een sporter waardoor men makkelijker doping kan ontdekken
biopasje	=	biopas
biopasjes	=	biopas
biopaspoort	noun	document met medische gegevens van een sporter waardoor men makkelijker doping kan ontdekken
biopaspoorten	=	biopaspoort
biopassen	=	biopas
biopatat	noun	friet gemaakt van aardappelen die met weinig of geen chemische bestrijdensmiddelen zijn gekweekt
biopatatje	=	biopatat
biopatatjes	=	biopatat
biopatatten	=	biopatat
biopic	noun	biografische film; verfilmde biografie
biopics	=	biopic
biopiraterij	noun	het onrechtmatig patenteren van biologisch materiaal dat uit armere landen is verkregen
bioplastic	noun	plastic gemaakt van landbouwgewassen	adj	gemaakt van bioplastic
bioplastics	=	bioplastic
bioproduct	noun	voeding die op een ecologisch vriendelijke manier is geproduceerd
bioproducten	=	bioproduct
biopsie	noun	een stukje weefsel uit een orgaan verwijderen voor onderzoek
biopsietje	=	biopsie
biopsietjes	=	biopsie
biopsieën	=	biopsie
biopsychologie	noun	de studie van het geestelijk functioneren en gedrag met betrekking tot andere biologische processen
biopsychosociaal	adj	een biologische, psychologische en sociale component hebbende
biopsychosociaals	=	biopsychosociaal
biopsychosociaalst	=	biopsychosociaal
biopsychosociaalste	=	biopsychosociaal
biopsychosociale	=	biopsychosociaal
biopsychosocialer	=	biopsychosociaal
biopsychosocialere	=	biopsychosociaal
biopsychosocialers	=	biopsychosociaal
biopt	noun	stukje weefsel dat voor onderzoek is weggenomen uit een levend organisme
biopteer	=	biopteren
biopteerde	=	biopteren
biopteerden	=	biopteren
biopteert	=	biopteren
biopten	=	biopt
bioptere	=	biopteren
biopteren	verb	een biopsie maken
biopterend	=	biopteren
biopterende	=	biopteren
bioptje	=	biopt
bioraffinage	noun	het omzetten van landbouwgewassen tot biobrandstof
bioraffinages	=	bioraffinage
bioreactor	noun	afgesloten ruimte waarin biologische processen plaatsvinden onder strict gecontroleerde omstandigheden
bioreactoren	=	bioreactor
bioreactors	=	bioreactor
bioremediatie	noun	het verminderen of oplossen van een ecologisch probleem met inzet van levende organismen
bioresonantie	noun	een pseudowetenschappelijke geneeswijze die stelt dat elk orgaan een specifieke trillingsfrequentie van elektromagnetische aard heeft
bioresonanties	=	bioresonantie
bioresonantietherapie	noun	een alternatieve geneeswijze die stelt dat elk orgaan een specifieke trillingsfrequentie van elektromagnetische aard heeft.
bioresonantietherapieën	=	bioresonantietherapie
bioritme	noun	de regelmatige op- en neergang van biologische processen in een organisme
bioritmen	=	bioritme
bioritmes	=	bioritme
bioritmiek	noun	studie van het bioritme
bios	noun	verkorting van bioscoop
bioscoop	noun	gebouw waarin mensen in stoelen naar een film geprojecteerd op een groot scherm kunnen kijken
bioscoopbedrijf	noun	onderneming die films vertoont in een filmzaal
bioscoopbedrijfje	=	bioscoopbedrijf
bioscoopbedrijfjes	=	bioscoopbedrijf
bioscoopbedrijven	=	bioscoopbedrijf
bioscoopbezoek	noun	de keer dat men een film bekijkt in een bioscoop
bioscoopbezoeken	=	bioscoopbezoek
bioscoopbezoeker	noun	iemand die een film bekijkt in een bioscoop
bioscoopbezoekers	=	bioscoopbezoeker
bioscoopbezoekertje	=	bioscoopbezoeker
bioscoopbezoekertjes	=	bioscoopbezoeker
bioscoopbezoekje	=	bioscoopbezoek
bioscoopbezoekjes	=	bioscoopbezoek
bioscoopbon	noun	een cadeaubon voor films
bioscoopbond	noun|obsolete	een vereniging van bioscopen, distributeurs en producenten
bioscoopbonden	=	bioscoopbond
bioscoopbonnen	=	bioscoopbon
bioscoopbonnetje	=	bioscoopbon
bioscoopbonnetjes	=	bioscoopbon
bioscoopbons	=	bioscoopbon
bioscoopcomplex	noun	gebouw met één of meer bioscoopzalen
bioscoopcomplexen	=	bioscoopcomplex
bioscoopconcern	noun	bedrijf dat meerdere filmzalen exploiteert
bioscoopconcerns	=	bioscoopconcern
bioscoopexploitant	noun	iemand die geld verdient met het houden van een bioscoop
bioscoopexploitanten	=	bioscoopexploitant
bioscoopfilm	noun	een speelfilm die in een bioscoop wordt vertoond
bioscoopfilmpje	=	bioscoopfilm
bioscoopfilmpjes	=	bioscoopfilm
bioscoopfilms	=	bioscoopfilm
bioscoopje	=	bioscoop
bioscoopjes	=	bioscoop
bioscoopjournaal	noun	filmvertooning van nieuws en actualiteiten als deel van een bioscoopvoorstelling
bioscoopjournaals	=	bioscoopjournaal
bioscoopjournalen	=	bioscoopjournaal
bioscoopkaart	noun	toegangsbewijs voor een filmvoorstelling
bioscoopkaarten	=	bioscoopkaart
bioscoopkaartje	=	bioscoopkaart
bioscoopkaartjes	=	bioscoopkaart
bioscoopoperateur	noun	iemand die verantwoordelijk is voor de techniek binnen een bioscoop, zoals het draaien van films, het onderhouden van apparateuur en het onderhouden van de zalen
bioscoopoperateurs	=	bioscoopoperateur
bioscoopoperateurtje	=	bioscoopoperateur
bioscoopoperateurtjes	=	bioscoopoperateur
bioscooppubliek	noun	de groep mensen die film bekijken in een filmzaal
bioscooppublieken	=	bioscooppubliek
bioscoopscherm	noun	doek waarop een film wordt geprojecteerd in een filmzaal
bioscoopschermen	=	bioscoopscherm
bioscoopstoel	noun	een stoel in een bioscoopzaal
bioscoopstoelen	=	bioscoopstoel
bioscoopstoeltje	=	bioscoopstoel
bioscoopstoeltjes	=	bioscoopstoel
bioscooptheater	noun	gebouw waarin (speel)films voor een publiek worden vertoond
bioscooptheaters	=	bioscooptheater
bioscoopticket	noun	een officieel bewijs van toegang dat je het recht geeft om een specifieke filmvoorstelling in een bioscoop te bekijken
bioscoopticketje	=	bioscoopticket
bioscoopticketjes	=	bioscoopticket
bioscooptickets	=	bioscoopticket
bioscoopverbod	noun	verbod om een bioscoop te bezoeken, meestal na ongewenst gedrag (zoals overlast, vernieling, of geweld), opgelegd door de bioscoop zelf voor een bepaalde tijd of zelfs permanent
bioscoopverboden	=	bioscoopverbod
bioscoopverbodje	=	bioscoopverbod
bioscoopverbodjes	=	bioscoopverbod
bioscoopversie	noun	vorm of uitgave van een film die geschikt is voor vertoning in een filmzaal
bioscoopversies	=	bioscoopversie
bioscoopvoorstelling	noun	keer dat men een film vertoont in een bioscoop
bioscoopvoorstellingen	=	bioscoopvoorstelling
bioscoopzaal	noun	een ruimte waarin men voor een publiek films vertoont
bioscoopzaaltje	=	bioscoopzaal
bioscoopzaaltjes	=	bioscoopzaal
bioscoopzalen	=	bioscoopzaal
bioscopen	=	bioscoop
bioscopie	noun	onderzoek van het lichaam op tekenen van leven
biosector	noun	bedrijfstak die biologische, milieubewuste artikelen maakt en verkoopt
biosectoren	=	biosector
biosensor	noun	levende organismen die men kan gebruiken om bepaalde zaken te meten of op te sporen
biosensoren	=	biosensor
biosensors	=	biosensor
biosfeer	noun	de gezamenlijke omgevingen (hydrosfeer, atmosfeer, lithosfeer) van de aarde waarin leven mogelijk is
biosfeertje	=	biosfeer
biosferen	=	biosfeer
biosignaturen	=	biosignatuur
biosignatuur	noun	scheikundig of natuurkundig verschijnsel dat aantoont dat ergens levensvormen zijn (geweest)
biosje	=	bios
biosjes	=	bios
biosociaal	adj	met betrekking tot de biosociologie
biosociaals	=	biosociaal
biosociaalst	=	biosociaal
biosociaalste	=	biosociaal
biosociale	=	biosociaal
biosocialer	=	biosociaal
biosocialere	=	biosociaal
biosocialers	=	biosociaal
biosociologie	noun	het onderzoek naar de biologische basis van sociaal gedrag
biosofie	noun	filosofie van het leven
biosofietje	=	biosofie
biosofietjes	=	biosofie
biosofieën	=	biosofie
biossen	=	bios
biosyngas	noun	syngas vervaardigd uit biomassa
biosyngasje	=	biosyngas
biosyngasjes	=	biosyngas
biosyngassen	=	biosyngas
biosynthese	noun	opbouw van (organische) stoffen in het lichaam
biosynthesen	=	biosynthese
biosyntheses	=	biosynthese
biot	=	bia
biotech	noun	stelselmatige studie en ontwikkeling van manieren om nieuwe biologische kennis te gebruiken voor praktische doeleinden
biotechbedrijf	noun	bedrijf dat biotechnologie op een commerciële wijze gebruikt
biotechbedrijfje	=	biotechbedrijf
biotechbedrijfjes	=	biotechbedrijf
biotechbedrijven	=	biotechbedrijf
biotechniek	noun	het gebruik van (door genetische manipulatie geschikt gemaakte) bacteriën, schimmels en gisten in productietechnieken
biotechnieken	=	biotechniek
biotechnisch	adj	betreffende de industriële toepassing van biologische processen
biotechnische	=	biotechnisch
biotechnischer	=	biotechnisch
biotechnischere	=	biotechnisch
biotechnischers	=	biotechnisch
biotechnologen	=	biotechnoloog
biotechnologie	noun	technisch-wetenschappelijke studie van de biotechniek die zich bezig met de technieken om biologie te gebruiken voor praktische doeleinden
biotechnologiebedrijf	noun	bedrijf dat biotechnologie op een commerciële wijze gebruikt
biotechnologiebedrijfje	=	biotechnologiebedrijf
biotechnologiebedrijfjes	=	biotechnologiebedrijf
biotechnologiebedrijven	=	biotechnologiebedrijf
biotechnologiesector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij of gebruikmaken van op de biologie gebaseerd technieken
biotechnologiesectoren	=	biotechnologiesector
biotechnologieën	=	biotechnologie
biotechnologisch	adj	met betrekking tot de biotechnologie
biotechnologische	=	biotechnologisch
biotechnologischer	=	biotechnologisch
biotechnologischere	=	biotechnologisch
biotechnologischers	=	biotechnologisch
biotechnoloog	noun	iemand die organismen gebruikt voor productieprocessen
bioterreur	noun	vorm van terreur waarbij biologische agentia oftewel ziekteverwekkers worden ingezet
bioterrorisme	noun	vorm van terrorisme waarbij biologische agentia oftewel ziekteverwekkers worden ingezet
bioterrorist	noun	iemand die een terreuraanslag pleegt met biologische wapens
bioterroristen	=	bioterrorist
bioterroristisch	adj	terrorisme met biologische wapens
bioterroristische	=	bioterroristisch
bioterroristischer	=	bioterroristisch
bioterroristischere	=	bioterroristisch
bioterroristischers	=	bioterroristisch
biotisch	adj	betrekking hebbend op levensfactoren (in een biotoop)
biotische	=	biotisch
biotischer	=	biotisch
biotischere	=	biotisch
biotischers	=	biotisch
biotoop	noun	een gebied met een uniform landschapstype waarin bepaalde organismen kunnen gedijen
biotoopje	=	biotoop
biotoopjes	=	biotoop
biotopen	=	biotoop
biotransformatie	noun	omvorming van stoffen binnen het levende weefsel
biovergister	noun	toestel waarmee men biogas maakt uit organische stoffen
biovergisters	=	biovergister
biovergisting	noun	het maken van biogas uit organische stoffen
biovergistingen	=	biovergisting
biovergistingsinstallatie	noun	installatie waarin door vergisting van biomassa biogas wordt geproduceerd
biovergistingsinstallaties	=	biovergistingsinstallatie
bioverkoop	noun	de verkoop van biologisch geteelde landbouwgewassen
bioverkopen	=	bioverkoop
biovoeding	noun	eten dat op een ecologisch vriendelijke wijze is geproduceerd, vervoerd en verpakt
biovoedingen	=	biovoeding
biovoedinkje	=	biovoeding
biovoedinkjes	=	biovoeding
biowapen	noun	biologisch wapen waarbij de vijand te lijf wordt gegaan met virussen en bacteriën, planten, schimmels en insecten of giftige organische stoffen die door levensvormen worden geproduceerd
biowapens	=	biowapen
biowaterstof	noun	waterstofgas (H₂) gemaakt door levende microorganismen
biowetenschap	noun	wetenschap die zich met levende organismen bezighoudt
biowetenschappen	=	biowetenschap
biowijnboer	noun	persoon die zo natuurlijk mogelijk wijn produceert
biowijnboeren	=	biowijnboer
bipolair	adj	waarin slechts twee toestanden of posities kunnen voorkomen
bipolairder	=	bipolair
bipolairdere	=	bipolair
bipolairders	=	bipolair
bipolaire	=	bipolair
bipolairs	=	bipolair
bipolairst	=	bipolair
bipolairste	=	bipolair
bipolariteit	noun	twee uitersten hebbend, twee uiterste toestanden kennend
bipolariteiten	=	bipolariteit
bips	noun	billen, achterwerk, derrière
bipsen	=	bips
bipsje	=	bips
bipsjes	=	bips
biradiaal	adj	elliptisch
biradiaals	=	biradiaal
biradiale	=	biradiaal
birambi	noun	Averrhoa bilimbi Phyllanthus acidus vingerlange zure vruchtjes uit de Surinaamse en Aziatische keuken
birambi's	=	birambi
birambibomen	=	birambiboom
birambiboom	noun	Averrhoa bilimbi tropische boom die het hele jaar vruchten draagt
birambiboompje	=	birambiboom
birambiboompjes	=	birambiboom
birchot	noun	zegenspreuken van
birdie	noun	bij golf: Eén slag onder par
birdies	=	birdie
birdnesting	noun	opvoeding van kinderen door gescheiden ouders waarbij de kinderen in dezelfde woning blijven en de ouders om de beurt bij de kinderen wonen en buiten die perioden elk een andere woning hebben Deze regeling is bedoeld om het leven van de kinderen zo min mogelijk te verstoren.
biribá	noun	Rollinia mucosa een plant uit de familie Annonaceae.
birkat	noun	zegenspreuk van
birmaan	noun	huiskattenras, met een licht crèmekleurig lichaam en gekleurde points (kop, poten, staart)
birmaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Myanmar
birmaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Birma (nu Myanmar)
birmaansen	=	birmaanse
birmaanser	=	birmaans
birmaansere	=	birmaans
birmaansers	=	birmaans
birmaanst	=	birmaans
birmaanste	=	birmaans
birmaantje	=	birmaan
birmaantjes	=	birmaan
birmanen	=	birmaan
birmaspoorlijn	noun	spoorlijn tussen Nong Pladuk in Thailand en Thanbyuzayat in Myanmar (Birma), in de Tweede Wereldoorlog van 1942 tot 1944 aangelegd in door Japan beheerst gebied
birmees	noun	een inwoner van Birma (nu Myanmar)	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Myanmar
birmeest	=	birmees
birmeeste	=	birmees
birmese	noun	een vrouwelijke inwoner van Birma (nu Myanmar)
birmesen	=	birmese
birmeser	=	birmees
birmesere	=	birmees
birmesers	=	birmees
birmezen	=	birmees
biroesjalajim	adv	in Jerusalem
bis	noun	een met een halve toon verhoogde toon "b"	intj	nog eens roep vanuit het publiek om een toegift
bis-groot	noun	afkorting van de “Bis-grotetertstoonladder” of het “Bis-grootakkoord”
bis-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Bis-grotetertstoonladder
bis-grootakkoorden	=	bis-grootakkoord
bis-grootakkoordje	=	bis-grootakkoord
bis-grootakkoordjes	=	bis-grootakkoord
bis-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "bis" als grondtoon
bis-grotetertstoonaarden	=	bis-grotetertstoonaard
bis-grotetertstoonaardje	=	bis-grotetertstoonaard
bis-grotetertstoonaardjes	=	bis-grotetertstoonaard
bis-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “bis” als grondtoon
bis-grotetertstoonladders	=	bis-grotetertstoonladder
bis-grotetertstoonladdertje	=	bis-grotetertstoonladder
bis-grotetertstoonladdertjes	=	bis-grotetertstoonladder
bis-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met “bis” als grondtoon
bis-grotetertstoonschaaltje	=	bis-grotetertstoonschaal
bis-grotetertstoonschaaltjes	=	bis-grotetertstoonschaal
bis-grotetertstoonschalen	=	bis-grotetertstoonschaal
bis-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met “bis” als grondtoon
bis-grotetertstoonsoorten	=	bis-grotetertstoonsoort
bis-grotetertstoonsoortje	=	bis-grotetertstoonsoort
bis-grotetertstoonsoortjes	=	bis-grotetertstoonsoort
bis-klein	noun	afkorting van de “bis-kleinetertstoonsoort” of het “bis-kleinakkoord”
bis-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de bis-kleinetertstoonladder
bis-kleinakkoorden	=	bis-kleinakkoord
bis-kleinakkoordje	=	bis-kleinakkoord
bis-kleinakkoordjes	=	bis-kleinakkoord
bis-kleinetertstoonaard	noun	een (ongebruikelijke) mineurtoonladder met “bis” als grondtoon
bis-kleinetertstoonaarden	=	bis-kleinetertstoonaard
bis-kleinetertstoonaardje	=	bis-kleinetertstoonaard
bis-kleinetertstoonaardjes	=	bis-kleinetertstoonaard
bis-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “bis” als grondtoon
bis-kleinetertstoonladders	=	bis-kleinetertstoonladder
bis-kleinetertstoonladdertje	=	bis-kleinetertstoonladder
bis-kleinetertstoonladdertjes	=	bis-kleinetertstoonladder
bis-majeur	noun	afkorting van de “Bis-majeurtoonaard” of het “Bis-majeurakkoord”
bis-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Bis-grotetertstoonladder
bis-majeurakkoorden	=	bis-majeurakkoord
bis-majeurakkoordje	=	bis-majeurakkoord
bis-majeurakkoordjes	=	bis-majeurakkoord
bis-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “bis” als grondtoon
bis-majeurtoonaarden	=	bis-majeurtoonaard
bis-majeurtoonaardje	=	bis-majeurtoonaard
bis-majeurtoonaardjes	=	bis-majeurtoonaard
bis-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "bis" als grondtoon
bis-majeurtoonladders	=	bis-majeurtoonladder
bis-majeurtoonladdertje	=	bis-majeurtoonladder
bis-majeurtoonladdertjes	=	bis-majeurtoonladder
bis-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "bis" als grondtoon
bis-majeurtoonschaaltje	=	bis-majeurtoonschaal
bis-majeurtoonschaaltjes	=	bis-majeurtoonschaal
bis-majeurtoonschalen	=	bis-majeurtoonschaal
bis-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met “bis” als grondtoon
bis-majeurtoonsoorten	=	bis-majeurtoonsoort
bis-majeurtoonsoortje	=	bis-majeurtoonsoort
bis-majeurtoonsoortjes	=	bis-majeurtoonsoort
bis-mineur	noun	afkorting van de “bis-mineurtoonaard” of het “bis-mineurakkoord”
bis-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de bis-kleinetertstoonladder
bis-mineurakkoorden	=	bis-mineurakkoord
bis-mineurakkoordje	=	bis-mineurakkoord
bis-mineurakkoordjes	=	bis-mineurakkoord
bis-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “bis” als grondtoon
bis-mineurtoonladders	=	bis-mineurtoonladder
bis-mineurtoonladdertje	=	bis-mineurtoonladder
bis-mineurtoonladdertjes	=	bis-mineurtoonladder
bis-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “bis” als grondtoon
bis-mineurtoonschaaltje	=	bis-mineurtoonschaal
bis-mineurtoonschaaltjes	=	bis-mineurtoonschaal
bis-mineurtoonschalen	=	bis-mineurtoonschaal
bis-toonladder	=	bis-grotetertstoonladder
bisam	noun	vocht met een sterke geur dat sommige dieren uit een klier onder hun staartwortel uitscheiden
bisamrat	noun	middelgroot waterbewonend zoogdier, familie van de knaagdieren, omnivoor
bisamratje	=	bisamrat
bisamratjes	=	bisamrat
bisamratten	=	bisamrat
bisams	=	bisam
bisbille	noun|obsolete	klein meningsverschil, ruzietje
bisbilles	=	bisbille
bischierig	adj	nieuwsgierig naar een relatie of seksuele activiteit met een persoon waarvan het geslacht niet hun voorkeur heeft
bischierige	=	bischierig
bischieriger	=	bischierig
bischierigere	=	bischierig
bischierigers	=	bischierig
bischierigs	=	bischierig
bischierigst	=	bischierig
bischierigste	=	bischierig
biscuit	noun	een droog en bros gebak gemaakt zonder vet
biscuitblik	noun	blik waarin men droge koekjes vers kan houden
biscuitblikje	=	biscuitblik
biscuitblikjes	=	biscuitblik
biscuitblikken	=	biscuit
biscuitje	=	biscuit
biscuitjes	=	biscuit
biscuitrog	noun	Raja straeleni een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
biscuitroggen	=	biscuitrog
biscuitroggetje	=	biscuitrog
biscuitroggetjes	=	biscuitrog
biscuitrogje	=	biscuitrog
biscuitrogjes	=	biscuitrog
biscuits	=	biscuit
bisdom	noun	kerkrechtelijk afgebakend gebied dat onder de bevoegdheid van een bisschop staat
bisdommen	=	bisdom
bisdommetje	=	bisdom
bisdommetjes	=	bisdom
biseks	adj	verkorting van biseksueel, het zowel van mannen als van vrouwen houden
biseksualiteit	noun	seksualiteit die gericht is op beide seksen
biseksueel	adj	seksueel gericht op beide geslachten	noun	iemand die een biseksuele geaardheid heeft
biseksueels	=	biseksueel
biseksueelst	=	biseksueel
biseksueelste	=	biseksueel
biseksueeltje	=	biseksueel
biseksueeltjes	=	biseksueel
biseksuele	=	biseksueel
biseksuelen	=	biseksueel
biseksueler	=	biseksueel
biseksuelere	=	biseksueel
biseksuelers	=	biseksueel
bisfosfonaat	noun	medicament dat de afbraak van botweefsel remt
bisfosfonaten	=	bisfosfonaat
bishnupriyatalig	adj	Bishnupriya sprekend
bishnupriyatalige	=	bishnupriyatalig
bishnupriyataligs	=	bishnupriyatalig
bishopden	noun	Pinus muricata een groenblijvende conifeer uit de dennenfamilie (Pinaceae).
bishopdennen	=	bishopden
bishopdennetje	=	bishopden
bishopdennetjes	=	bishopden
bisis	noun	een tweemaal met een halve toon verhoogde toon "b”
bisisje	=	bisis
bisisjes	=	bisis
bisissen	=	bisis
bisjaar	noun	een school- of studiejaar dat men voor de tweede keer volgt omdat men is blijven zitten
bisjaren	=	bisjaar
bisje	=	bis
bisjes	=	bis
bisjvat	adv	in sjevat
biskajer	noun	persoon afkomstig uit Biskaje
bismarckboeboekuil	noun	Ninox variegata een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
bismarckboeboekuilen	=	bismarckboeboekuil
bismarckboeboekuiltje	=	bismarckboeboekuil
bismarckboeboekuiltjes	=	bismarckboeboekuil
bismarckbrilvogel	noun	Zosterops hypoxanthus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
bismarckbrilvogels	=	bismarckbrilvogel
bismarckbrilvogeltje	=	bismarckbrilvogel
bismarckbrilvogeltjes	=	bismarckbrilvogel
bismarckdrongo	noun	Dicrurus megarhynchus een soort zangvogel uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus
bismarckdrongo's	=	bismarckdrongo
bismarckdrongootje	=	bismarckdrongo
bismarckdrongootjes	=	bismarckdrongo
bismarckdwergijsvogel	noun	Ceyx websteri een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
bismarckdwergijsvogels	=	bismarckdwergijsvogel
bismarckdwergijsvogeltje	=	bismarckdwergijsvogel
bismarckdwergijsvogeltjes	=	bismarckdwergijsvogel
bismarckfluiter	noun	Pachycephala citreogaster een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
bismarckfluiters	=	bismarckfluiter
bismarckfluitertje	=	bismarckfluiter
bismarckfluitertjes	=	bismarckfluiter
bismarckgoudlijster	noun	Zoothera talaseae een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
bismarckgoudlijsters	=	bismarckgoudlijster
bismarckgoudlijstertje	=	bismarckgoudlijster
bismarckgoudlijstertjes	=	bismarckgoudlijster
bismarckhoningvogel	noun	Dicaeum eximium een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
bismarckhoningvogels	=	bismarckhoningvogel
bismarckhoningvogeltje	=	bismarckhoningvogel
bismarckhoningvogeltjes	=	bismarckhoningvogel
bismarckijsvogel	noun	Todiramphus albonotatus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
bismarckijsvogels	=	bismarckijsvogel
bismarckijsvogeltje	=	bismarckijsvogel
bismarckijsvogeltjes	=	bismarckijsvogel
bismarckkraai	noun	Corvus insularis een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
bismarckkraaien	=	bismarckkraai
bismarckkraaitje	=	bismarckkraai
bismarckkraaitjes	=	bismarckkraai
bismarcklederkop	noun	Philemon cockerelli een zangvogel uit de familie van de honingeters.
bismarcklederkopje	=	bismarcklederkop
bismarcklederkopjes	=	bismarcklederkop
bismarcklederkoppen	=	bismarcklederkop
bismarckmaina	noun	Mino kreffti een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
bismarckmaina's	=	bismarckmaina
bismarckmainaatje	=	bismarckmaina
bismarckmainaatjes	=	bismarckmaina
bismarckmerel	noun	Turdus heinrothi een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
bismarckmerels	=	bismarckmerel
bismarckmereltje	=	bismarckmerel
bismarckmereltjes	=	bismarckmerel
bismarckmonarch	noun	Myiagra eichhorni een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
bismarckmonarchen	=	bismarckmonarch
bismarckmonarchje	=	bismarckmonarch
bismarckmonarchjes	=	bismarckmonarch
bismarckmuskaatduif	noun	Ducula subflavescens een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
bismarckmuskaatduifje	=	bismarckmuskaatduif
bismarckmuskaatduifjes	=	bismarckmuskaatduif
bismarckmuskaatduiven	=	bismarckmuskaatduif
bismarckpitta	noun	Erythropitta novaehibernicae een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
bismarckpitta's	=	bismarckpitta
bismarckpittaatje	=	bismarckpitta
bismarckpittaatjes	=	bismarckpitta
bismarckrietvink	noun	Lonchura melaena een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
bismarckrietvinken	=	bismarckrietvink
bismarckrietvinkje	=	bismarckrietvink
bismarckrietvinkjes	=	bismarckrietvink
bismarckrupsvogel	noun	Edolisoma remotum (syn: Coracina remota) een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
bismarckrupsvogels	=	bismarckrupsvogel
bismarckrupsvogeltje	=	bismarckrupsvogel
bismarckrupsvogeltjes	=	bismarckrupsvogel
bismarckspitsvogel	noun	Artamus insignis een zangvogel uit de familie Artamidae (spitsvogels).
bismarckspitsvogels	=	bismarckspitsvogel
bismarckspitsvogeltje	=	bismarckspitsvogel
bismarckspitsvogeltjes	=	bismarckspitsvogel
bismarckspoorkoekoek	noun	Centropus ateralbus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
bismarckspoorkoekoeken	=	bismarckspoorkoekoek
bismarckspoorkoekoekje	=	bismarckspoorkoekoek
bismarckspoorkoekoekjes	=	bismarckspoorkoekoek
bismarckvleermuisparkiet	noun	Loriculus tener een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
bismarckvleermuisparkieten	=	bismarckvleermuisparkiet
bismarckvleermuisparkietje	=	bismarckvleermuisparkiet
bismarckvleermuisparkietjes	=	bismarckvleermuisparkiet
bismarckzanger	noun	Cincloramphus rubiginosus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
bismarckzangers	=	bismarckzanger
bismarckzangertje	=	bismarckzanger
bismarckzangertjes	=	bismarckzanger
bismillah	intj	uitroep aan het begin van enigerlei onderneming gezegd door moslims om Gods zegen af te roepen
bismut	noun	scheikundig element met symbool Bi en atoomnummer 83. Het is een roodwit hoofdgroepmetaal
bismutatomen	=	bismutatoom
bismutatoom	noun	een atoom van het chemisch element bismut.
bismutatoompje	=	bismutatoom
bismutatoompjes	=	bismutatoom
bismuthoudend	adj	waarin bismut voorkomt
bismuthoudende	=	bismuthoudend
bismuthoudends	=	bismuthoudend
bismutten	=	bismut
bisnummer	noun	muzieknummer dat men als toegift nogmaals speelt
bisnummers	=	bisnummer
bisnummertje	=	bisnummer
bisnummertjes	=	bisnummer
bisoprolol	noun	een lipofiele selectieve bètablokker.
bisque	noun	gebonden soep van schaal- of schelpdieren, bij voorbeeld kreeft, krab, langoustine of garnalen dus schaaldierensoep
bisques	=	bisque
bissauer	noun	een inwoner van Bissau, of iemand afkomstig uit Bissau
bissauers	=	bissauer
bissaus	adj	op Bissau betrekking hebbend
bissause	noun	een vrouwelijke inwoner van Bissau, of een vrouw afkomstig uit Bissau
bissausen	=	bissause
bisschop	noun	een christelijke geestelijke die aan het hoofd staat van een bisdom
bisschopje	=	bisschop
bisschopjes	=	bisschop
bisschoppelijk	adj	op het ambt van bisschop betrekking hebbend
bisschoppelijke	=	bisschoppelijk
bisschoppelijker	=	bisschoppelijk
bisschoppelijkere	=	bisschoppelijk
bisschoppelijkers	=	bisschoppelijk
bisschoppelijks	=	bisschoppelijk
bisschoppelijkst	=	bisschoppelijk
bisschoppelijkste	=	bisschoppelijk
bisschoppen	=	bisschop
bisschoppenconferentie	noun	vergadering van bisschoppen
bisschoppenconferenties	=	bisschoppenconferentie
bisschoppensynode	noun	vergadering van bisschoppen
bisschoppensynoden	=	bisschoppensynode
bisschoppensynodes	=	bisschoppensynode
bisschopskwartelduif	noun	Geotrygon violacea een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
bisschopskwartelduifje	=	bisschopskwartelduif
bisschopskwartelduifjes	=	bisschopskwartelduif
bisschopskwartelduiven	=	bisschopskwartelduif
bisschopsmijter	noun	ceremonieel hoofddeksel van een bisschop
bisschopsmijters	=	bisschopsmijter
bisschopsmijtertje	=	bisschopsmijter
bisschopsmuts	noun	eenvoudig rond kapje dat geestelijken op het hoofd dragen in een kleur die hun rang aangeeft
bisschopsmutsen	=	bisschopsmuts
bisschopsmutsje	=	bisschopsmuts
bisschopsmutsjes	=	bisschopsmuts
bisschopsooievaar	noun	Ciconia episcopus een vogel uit de familie der ooievaars.
bisschopsooievaars	=	bisschopsooievaar
bisschopsooievaartje	=	bisschopsooievaar
bisschopsooievaartjes	=	bisschopsooievaar
bisschopsooievaren	=	bisschopsooievaar
bisschopsring	noun	ring die een priester krijgt bij zijn wijding tot bisschop
bisschopsringen	=	bisschopsring
bisschopsringetje	=	bisschopsring
bisschopsstad	noun	plaats waar een bisschop zetelt
bisschopsstadje	=	bisschopsstad
bisschopsstadjes	=	bisschopsstad
bisschopsstaf	noun	staf die een bisschop (abt of abdis) bij grote plechtigheden meevoert
bisschopsstaven	=	bisschopsstaf
bisschopssteden	=	bisschopsstad
bisschopsstoel	noun	zetel, troon als teken van waardigheid van een bisschop
bisschopsstoelen	=	bisschopsstoel
bisschopstangare	noun	Thraupis episcopus, een blauwe zangvogel die onder andere in Suriname veel voorkomt
bisschopstangaren	=	bisschopstangare
bisschopstangares	=	bisschopstangare
bisschopstangaretje	=	bisschopstangare
bisschopstangaretjes	=	bisschopstangare
bisschopswijding	noun	de keer dat men iemand aanstelt in de functie van bisschop
bisschopswijdingen	=	bisschopswijding
bisschopswijdinkje	=	bisschopswijding
bisschopswijdinkjes	=	bisschopswijding
bisschopswijn	noun	purper rode, warme wijn, die in Nederland in de periode vlak voor en tijdens Sinterklaas wordt gedronken
bisschopswijnen	=	bisschopswijn
bisschopswijntje	=	bisschopswijn
bisschopswijntjes	=	bisschopswijn
bisschopwijn	=	bisschopswijn
bisse	=	bissen
bissectrice	noun	lijn die een hoek middendoor deelt
bissectrices	=	bissectrice
bisseer	=	bisseren
bisseerde	=	bisseren
bisseerden	=	bisseren
bisseert	=	bisseren
bissekist	noun	kleerkist uit Staphorst
bissekisten	=	bissekist
bissekistje	=	bissekist
bissekistjes	=	bissekist
bissen	verb	een studiejaar overdoen na gezakt te zijn
bissend	=	bissen
bissende	=	bissen
bisser	noun	iemand die een studiejaar voor de tweede maal moet doen
bissere	=	bisseren
bisseren	verb	herhaling verzoeken door het publiek, bis roepen
bisserend	=	bisseren
bisserende	=	bisseren
bissers	=	bisser
bist	verb	du-vorm tegenwoordige tijd van zijn
bistabiel	adj	twee stabiele toestanden hebbend
bistabiele	=	bistabiel
bistabieler	=	bistabiel
bistabielere	=	bistabiel
bistabielers	=	bistabiel
bistabiels	=	bistabiel
bistabielst	=	bistabiel
bistabielste	=	bistabiel
biste	=	bissen
bisten	=	bissen
bister	noun	donkerbruine kleurstof, gewonnen uit roet of verkoold beukenhout	adj	de kleur van verkoold hout hebbend of een blekere tint die daarvan is afgeleid, zeer donker bruin tot bleekbruin
bisters	=	bister
bistouri	noun	operatiemes met vervangbaar lemmet
bistouri's	=	bistouri
bistro	noun	eetcafé, kleinschalig restaurant, vaak met een Franse sfeer
bistro's	=	bistro
bistromaaltijd	noun	eenvoudige, goedkope maaltijd die men kan eten in een petit restaurant of eetcafé
bistromaaltijden	=	bistromaaltijd
bistrootje	=	bistro
bistrootjes	=	bistro
bistu	contraction	bist du
bit	noun	een metalen staaf die een paard in de bek gedaan wordt om het dier berijdbaar te maken
bitachon	noun	veiligheid, zekerheid
bitawiri	noun	Cestrum latifolium bitawiri, een bittere Surinaamse groente
bitch	=	bitchen
bitche	=	bitchen
bitchen	verb	iemand op een onvriendelijke manier toespreken
bitchend	=	bitchen
bitchende	=	bitchen
bitches	=	bitchen
bitchfight	noun	gevecht tussen twee kiftende vrouwen
bitchfights	=	bitchfight
bitchje	=	bitchen
bitcht	=	bitchen
bitchte	=	bitchen
bitchten	=	bitchen
bitchy	adj	met de eigenschappen van een bitch
bitchy's	=	bitchy
bitchyer	=	bitchy
bitchyere	=	bitchy
bitchyers	=	bitchy
bitchyst	=	bitchy
bitchyste	=	bitchy
bitcoin	noun	anoniem versleutelde en decentraal bijgehouden schaarste aan gegevens die wereldwijd wordt gebruikt als betaalmiddel
bitcoinmiljonair	noun	iemand die miljonair geworden is met de digitale munteenheid Bitcoin
bitcoinmiljonairs	=	bitcoinmiljonair
bitcoins	=	bitcoin
bitcointje	=	bitcoin
bitcointransactie	noun	een transactie in de digitale munt bitcoin
bitcointransacties	=	bitcointransactie
bite	noun	de tactiele waarneming die men in de mond voelt bij het eten van voedsel
bites	=	bite
bitje	=	bit
bitjes	=	bit
bitmap	noun	een niet gecomprimeerd, niet gevectoriseerd formaat om afbeeldingen op te slaan
bitmaps	=	bitmap
bitneuker	noun	computerprogrammeur die zich graag bezighoudt met complexe machinetaalgerichte programmeerproblemen
bitneukers	=	bitneuker
bitneukertje	=	bitneuker
bitneukertjes	=	bitneuker
bitoel	noun	nietigverklaring
bitonaal	adj	van composities: tegelijk in twee tonaliteiten liggend
bitonaals	=	bitonaal
bitonaalst	=	bitonaal
bitonaalste	=	bitonaal
bitonale	=	bitonaal
bitonaler	=	bitonaal
bitonalere	=	bitonaal
bitonalers	=	bitonaal
bitonaliteit	noun	gelijktijdig gebruik van twee verschillende toonsoorten
bitrate	noun	het aantal bits dat per tijdseenheid verzonden of verwerkt kan worden
bitrates	=	bitrate
bits	adj	kortaf en scherp, boos, onvriendelijk
bitse	=	bits
bitsen	verb	boos, onvriendelijk tegen iemand praten
bitsend	=	bitsen
bitsende	=	bitsen
bitser	=	bits
bitsere	=	bits
bitsers	=	bits
bitsheden	=	bitsheid
bitsheid	noun	het bits zijn of zo overkomen
bitsig	adj	op een ongeduldige, boze manier
bitsige	=	bitsig
bitsiger	=	bitsig
bitsigere	=	bitsig
bitsigers	=	bitsig
bitsigheden	=	bitsigheid
bitsigheid	noun	de mate waarin men boos en ongeduldig is
bitsigs	=	bitsig
bitsigst	=	bitsig
bitsigste	=	bitsig
bitst	=	bits
bitste	=	bitsen
bitsten	=	bitsen
bitten	=	bit
bitter	adj	vaak als onaangenaam ervaren smaak, niet behorend tot zout, zuur of zoet	noun	en jenever gemengd met een extract van kruiden of schillen
bitterappel	noun	Citrullus colocynthis woestijnplant met gele vruchten die lijken op kleine pompoenen, maar waarvan de pulp bijzonder bitter en zeer giftig is
bitterappels	=	bitterappel
bitterappeltje	=	bitterappel
bitterappeltjes	=	bitterappel
bitterbal	noun	gekruide (vlees)ragout die gepaneerd en gefrituurd wordt in balvorm, een ronde kroket
bitterballen	=	bitterbal
bitterballenkraam	noun	een verplaatsbaar verkooppunt of een foodtruck dat gespecialiseerd is in het serveren van bitterballen
bitterballenkraampje	=	bitterballenkraam
bitterballenkraampjes	=	bitterballenkraam
bitterballenkramen	=	bitterballenkraam
bitterballetje	=	bitterbal
bitterballetjes	=	bitterbal
bitterblad	noun	Rumex obtusifolius ridderzuring
bitterde	=	bitteren
bitterden	=	bitteren
bitterder	=	bitter
bitterdere	=	bitter
bitterders	=	bitter
bittere	=	bitter
bitteren	verb	een bittertje nuttigen
bitterend	=	bitteren
bitterende	=	bitteren
bittergarnituren	=	bittergarnituur
bittergarnituur	noun	borrelhapje met gefrituurde gerechten
bittergarnituurtje	=	bittergarnituur
bittergarnituurtjes	=	bittergarnituur
bitterheden	=	bitterheid
bitterheid	noun	de mate waarin iets een bittere smaak heeft
bitterhout	noun	Quassia amara een boom van het geslacht Quassia uit de hemelboomfamilie
bitterhouten	=	bitterhout
bitterhoutje	=	bitterhout
bitterhoutjes	=	bitterhout
bitterig	adj	een beetje bitter zijnde
bitterige	=	bitterig
bitteriger	=	bitterig
bitterigere	=	bitterig
bitterigers	=	bitterig
bitterigs	=	bitterig
bitterigst	=	bitterig
bitterigste	=	bitterig
bitterkers	noun	Lepidum sativum, een eetbaar kruid en lid van de Kruisbloemfamilie Bitterkers wordt voornamelijk rauw gebruikt in salades en als garnering van broodjes en koude voorgerechten.Het verliest echter zijn smaak als de plant gedroogd wordt en kan daarom alleen vers gegeten worden.
bitterkersen	=	bitterkers
bitterkoek	noun	koekje gemaakt van zoete én bittere amandelen
bitterkoeken	=	bitterkoek
bitterkoekje	=	bitterkoek
bitterkoekjes	=	bitterkoek
bitterkoekjespudding	noun	pudding waarin o.a. bitterkoekjes zijn verwerkt
bitterkoekjespuddingen	=	bitterkoekjespudding
bitterkoekjespuddinkje	=	bitterkoekjespudding
bitterkoekjespuddinkjes	=	bitterkoekjespudding
bitterkoud	adj	op een vervelende manier heel erg koud
bitterkoude	=	bitterkoud
bitterkouds	=	bitterkoud
bitterkruid	noun	naam voor planten uit het geslacht Picris, waarvan enkele soorten inheems zijn in Nederland en België
bitterkruidboorvlieg	noun	Tephritis separata een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
bitterkruidboorvliegen	=	bitterkruidboorvlieg
bitterkruidboorvliegje	=	bitterkruidboorvlieg
bitterkruidboorvliegjes	=	bitterkruidboorvlieg
bitterkruidbremraap	noun	Orobanche picridis een lage tot middel hoge (15–70 cm), bleke, overblijvende plant uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
bitterkruidbremraapje	=	bitterkruidbremraap
bitterkruidbremraapjes	=	bitterkruidbremraap
bitterkruidbremrapen	=	bitterkruidbremraap
bitterkruidgalmug	noun	Contarinia picridis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bitterkruidgalmuggen	=	bitterkruidgalmug
bitterkruidgalmugje	=	bitterkruidgalmug
bitterkruidgalmugjes	=	bitterkruidgalmug
bitterkruidgranietmot	noun	Scoparia subfusca een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
bitterkruidgranietmotje	=	bitterkruidgranietmot
bitterkruidgranietmotjes	=	bitterkruidgranietmot
bitterkruidgranietmotten	=	bitterkruidgranietmot
bitterkruidknoopvlekje	noun	Eucosma balatonana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
bitterkruidknoopvlekjes	=	bitterkruidknoopvlekje
bitterlijk	adj	heel erg
bitterlijke	=	bitterlijk
bitterlijker	=	bitterlijk
bitterlijkere	=	bitterlijk
bitterlijkers	=	bitterlijk
bitterlijks	=	bitterlijk
bitterlijkst	=	bitterlijk
bitterlijkste	=	bitterlijk
bitterling	noun	een geslacht Blackstonia van eenjarige planten uit de gentiaanfamilie (Gentianaceae)
bitterlingen	=	bitterling
bitterpee	noun	wilde cichorei Cichorium intybus
bitterpeeën	=	bitterpee
bitters	=	bitter
bitterspaat	noun	calcium-magnesium-carbonaat met de chemische formule CaMg(CO₃)₂
bitterst	=	bitter
bitterste	=	bitter
bittert	=	bitteren
bittertafel	noun	tafel waaraan men onder het genot van een drankje een luchtig gesprek voert
bittertafels	=	bittertafel
bittertje	=	bitter
bittertjes	=	bitter
bittervoorn	noun	bepaalde vissoort die voorkomt in schoon stilstaand of langzaam stromend water Rhodeus amarus
bittervoorns	=	bittervoorn
bittervoorntje	=	bittervoorn
bittervoorntjes	=	bittervoorn
bitterwater	noun	een bitter smakende minerale drank die als laxans gebruikt kan worden; water waarin magnesiumsulfaat is opgelost
bitterwaters	=	bitterwater
bitterwatertje	=	bitterwater
bitterwatertjes	=	bitterwater
bitterzoet	adj	van iets stoffelijks dat de smaak half bitter en half zoet is	noun	Solanum dulcamara is een vrij algemeen voorkomende, vaste plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae)
bitterzoete	=	bitterzoet
bitterzoeten	=	bitterzoet
bitterzoeter	=	bitterzoet
bitterzoetere	=	bitterzoet
bitterzoeters	=	bitterzoet
bitterzoetgalmug	noun	Contarinia solani een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bitterzoetgalmuggen	=	bitterzoetgalmug
bitterzoetgalmugje	=	bitterzoetgalmug
bitterzoetgalmugjes	=	bitterzoetgalmug
bitterzoetje	=	bitterzoet
bitterzoetmot	noun	Acrolepia autumnitella een vrij algemene vlinder uit de familie van de parelmotten (Glyphipterigidae).
bitterzoetmotje	=	bitterzoetmot
bitterzoetmotjes	=	bitterzoetmot
bitterzoetmotten	=	bitterzoetmot
bitterzoets	=	bitterzoet
bitterzoetst	=	bitterzoet
bitterzoetste	=	bitterzoet
bitumen	noun	een viskeuze vloeistof die van nature voorkomt als de minst vluchtige fractie van ruwe aardolie
bitumina	=	bitumen
bitumineer	=	bitumineren
bitumineerde	=	bitumineren
bitumineerden	=	bitumineren
bitumineert	=	bitumineren
bituminere	=	bitumineren
bitumineren	verb	met bitumen bedekken
bituminerend	=	bitumineren
bituminerende	=	bitumineren
bitumineus	adj	harsachtig
bitumineust	=	bitumineus
bitumineuste	=	bitumineus
bitumineuze	=	bitumineus
bitumineuzer	=	bitumineus
bitumineuzere	=	bitumineus
bitumineuzers	=	bitumineus
bivak	noun	kampement voor een leger of expeditie
bivakje	=	bivak
bivakjes	=	bivak
bivakkeer	=	bivakkeren
bivakkeerde	=	bivakkeren
bivakkeerden	=	bivakkeren
bivakkeert	=	bivakkeren
bivakken	=	bivak
bivakkere	=	bivakkeren
bivakkeren	verb	in de open lucht een kamp hebben
bivakkerend	=	bivakkeren
bivakkerende	=	bivakkeren
bivakmuts	noun	muts die het hele hoofd bedekt, nek inbegrepen, met openingen om door te kijken en te ademen
bivakmutsen	=	bivakmuts
bivakmutsje	=	bivakmuts
bivakmutsjes	=	bivakmuts
bivalent	adj	tweewaardig
bivalente	=	bivalent
bivalenter	=	bivalent
bivalentere	=	bivalent
bivalenters	=	bivalent
bivalentie	noun	tweewaardigheid
bivalents	=	bivalent
bivalentst	=	bivalent
bivalentste	=	bivalent
biza	noun	ministerie van Binnenlandse Zaken
bizar	adj	niet op de normale manier, heel vreemd
bizarder	=	bizar
bizardere	=	bizar
bizarders	=	bizar
bizarre	=	bizar
bizars	=	bizar
bizarst	=	bizar
bizarste	=	bizar
bizon	noun	Noord-Amerikaans zoogdier, Bison bison, uit de familie van de holhoornigen (Bovidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd als Bos bison in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.
bizonnetje	=	bizon
bizonnetjes	=	bizon
bizons	=	bizon
bizontje	=	bizon
bizontjes	=	bizon
biënnale	noun	tentoonstelling, evenement dat eens in de twee jaar gehouden wordt
biënnales	=	biënnale
biënnia	=	biënnium
biënnium	noun	periode van twee jaar
biënniën	=	biënnium
bla	noun	uitingen zonder veel zeggingskracht
blaad	=	blad
blaadje	=	blad
blaadjes	=	blad
blaag	noun	een stout, lastig en/of zeer zelfingenomen kind; bij uitbreiding ook gebruikt voor pubers en (jong)volwassenen
blaagje	=	blaag
blaagjes	=	blaag
blaaien	verb|obsolete	blazen
blaak	noun	een grasveld om de was op te bleken en drogen
blaakt	=	blaken
blaakte	=	blaken
blaakten	=	blaken
blaam	noun	een slechte reputatie
blaar	noun	onderhuidse vochtophoping
blaarde	=	blaren
blaarden	=	blaren
blaarkever	noun	kever uit de familie Meloidae die zijn naam dankt aan de olie-achtige stof die wordt afgescheiden bij gevaar.
blaarkevers	=	blaarkever
blaarkevertje	=	blaarkever
blaarkevertjes	=	blaarkever
blaarkop	noun	runderras met rond het oog een rode of zwarte vlek, het is een dubbeldoelkoe geschikt zowel voor de vlees- als voor de melkproductie
blaarkopje	=	blaarkop
blaarkopjes	=	blaarkop
blaarkoppen	=	blaarkop
blaart	=	blaren
blaartje	=	blaar
blaartjes	=	blaar
blaartrekkend	adj	blaren in de huid veroorzakend
blaartrekkende	=	blaartrekkend
blaartrekkender	=	blaartrekkend
blaartrekkendere	=	blaartrekkend
blaartrekkenders	=	blaartrekkend
blaartrekkends	=	blaartrekkend
blaartrekkendst	=	blaartrekkend
blaartrekkendste	=	blaartrekkend
blaas	noun	hol orgaan dat gevuld is met een hoeveelheid gas en/of vloeistof (hiermee wordt in het dagelijks spraakgebruik meestal de urineblaas bedoeld)
blaasbalg	noun	een luchtzak die samengedrukt kan worden om een sterke luchtstroom te veroorzaken
blaasbalgberoker	noun	een beroker die met een blaasbalg in plaats van met de mond bediend wordt
blaasbalgberokers	=	blaasbalgberoker
blaasbalgberokertje	=	blaasbalgberoker
blaasbalgberokertjes	=	blaasbalgberoker
blaasbalgen	=	blaasbalg
blaasbalgje	=	blaasbalg
blaasbalgjes	=	blaasbalg
blaascarcinomen	=	blaascarcinoom
blaascarcinoom	noun	kanker van de wand van de urineblaas
blaasgalbladwesp	noun	Pontania proxima een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
blaasgalbladwespen	=	blaasgalbladwesp
blaasgalbladwespje	=	blaasgalbladwesp
blaasgalbladwespjes	=	blaasgalbladwesp
blaasgentiaan	noun	Gentiana utriculosa een plant de gentiaanfamilie.
blaasgentiaantje	=	blaasgentiaan
blaasgentiaantjes	=	blaasgentiaan
blaasgentianen	=	blaasgentiaan
blaashal	noun	een grote, opblaasbare sporttent zonder palen die door middel van luchtdruk omhoog wordt gehouden om tijdelijk een buitenveld te overdekken
blaashallen	=	blaashal
blaashalletje	=	blaashal
blaashalletjes	=	blaashal
blaasinstrument	noun	een muziekinstrument waarvan de klank wordt voortgebracht door een luchtstroom
blaasinstrumenten	=	blaasinstrument
blaasinstrumentje	=	blaasinstrument
blaasinstrumentjes	=	blaasinstrument
blaasje	=	blaas
blaasjes	=	blaas
blaasjeskrab	noun	Hemigrapsus sanguineus een uitheemse soort afkomstig uit Azië of mogelijk uit Amerika waar de soort ook geïntroduceerd is.
blaasjeskrabben	=	blaasjeskrab
blaasjeskrabbetje	=	blaasjeskrab
blaasjeskrabbetjes	=	blaasjeskrab
blaasjeskruid	noun	een geslacht Utricularia van vleesetende planten met een 215-tal soorten die op elk continent behalve Antarctica voorkomen.
blaasjeskruiden	=	blaasjeskruid
blaasjeskruidfamilie	noun	een familie Lentibulariaceae van vleesetende tweezaadlobbige, kruidachtige planten.
blaasjespistoolkokermot	noun	Coleophora kuehnella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
blaasjespistoolkokermotje	=	blaasjespistoolkokermot
blaasjespistoolkokermotjes	=	blaasjespistoolkokermot
blaasjespistoolkokermotten	=	blaasjespistoolkokermot
blaasjeswingerd	noun	Cardiospermum halicacabum een klimplant die oorspronkelijk afkomstig is uit het zuiden van de Verenigde Staten en uit Bermuda.
blaasjeswingerdje	=	blaasjeswingerd
blaasjeswingerdjes	=	blaasjeswingerd
blaasjeswingerds	=	blaasjeswingerd
blaasjesziekte	noun	virusziekte bij varkens lijkend op mond-en-klauwzeer
blaasjesziekten	=	blaasjesziekte
blaasjesziektes	=	blaasjesziekte
blaaskaak	noun	iemand die altijd opschept over zichzelf zonder dat daar echt reden voor is
blaaskaakje	=	blaaskaak
blaaskaakjes	=	blaaskaak
blaaskaken	=	blaaskaak
blaaskakerij	noun	het zichzelf belangrijker maken dan men is; het opblazen van het eigen ego
blaaskakerijen	=	blaaskakerij
blaaskanker	noun	nieuwvorming in de urineblaas; kwaadaardige woekerng van de epitheelcellen van het urineblaasslijmvlies
blaaskankers	=	blaaskanker
blaaskankertje	=	blaaskanker
blaaskapel	noun	orkest bestaande uit blaasinstrumenten en slagwerk die ook marcherend muziek kan maken
blaaskapellen	=	blaaskapel
blaaskapelletje	=	blaaskapel
blaaskatheter	noun	een handeling, waarbij een flexibele holle slang in de urineblaas wordt ingebracht
blaaskatheters	=	blaaskatheter
blaaskathetertje	=	blaaskatheter
blaaskathetertjes	=	blaaskatheter
blaaskopvlieg	noun	insect uit de familie Conopidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
blaaskopvliegen	noun	Conopidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
blaaskopvliegje	=	blaaskopvlieg
blaaskopvliegjes	=	blaaskopvlieg
blaaslobelia	noun	Lobelia inflata een giftige, eenjarige plant die behoort tot de klokjesfamilie (Campanulaceae).
blaaslobelia's	=	blaaslobelia
blaasmarathon	noun	langere tijd achter elkaar een alcoholcontrole
blaasmarathons	=	blaasmarathon
blaasmuziek	noun	muziek gemaakt door blaasinstrumenten; muziek geschreven voor blaasinstrumenten
blaasontsteking	noun	ontsteking van het slijmvlies van de urineblaas, meestal veroorzaakt door de darmbacterie Escherichia coli
blaasontstekingen	=	blaasontsteking
blaasontstekinkje	=	blaasontsteking
blaasontstekinkjes	=	blaasontsteking
blaasoppie	noun	Breviceps adspersus een kikker uit de familie blaasoppies (Brevicipitidae).
blaasoppies	noun	een familie Brevicipitidae van kikkers (Anura).
blaasorkest	noun	een orkest dat bestaat uit blaasinstrumenten en vaak ook slaginstrumenten
blaasorkesten	=	blaasorkest
blaasorkestje	=	blaasorkest
blaasorkestjes	=	blaasorkest
blaaspijp	noun	pijp bestemd om lucht door te blazen
blaaspijpen	=	blaaspijp
blaaspijpje	=	blaaspijp
blaaspijpjes	=	blaaspijp
blaasproef	noun	test waarbij men de uitademingslucht analyseert op bijvoorbeeld de aanwezigheid van alcohol
blaasproeven	=	blaasproef
blaasroer	noun	blaaspijp
blaasroeren	=	blaasroer
blaasroertje	=	blaasroer
blaassilene	noun	Silene vulgaris een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae)
blaassilenen	=	blaassilene
blaassilenes	=	blaassilene
blaassparend	adj	van een chirurgische ingreep dat deze de blaaswand intact laat
blaassparende	=	blaassparend
blaassparends	=	blaassparend
blaasspier	noun	de spier van de urineblaas
blaasspieren	=	blaasspier
blaasspoeling	noun	het reinigen van de blaas met behulp van een vloeistof die men inbrengt en weer laat wegvloeien met behulp van een catheter
blaasspoelingen	=	blaasspoeling
blaassteen	noun	steen in de urineblaas die bestaat uit slecht oplosbare stoffen die in de urine voorkomen
blaassteentje	=	blaassteen
blaassteentjes	=	blaassteen
blaasstenen	=	blaassteen
blaast	=	blazen
blaastest	noun	bepaling van het alcoholpromillage in iemands bloed doordat men iemand laat blazen in een meetapparaat
blaastesten	=	blaastest
blaastestje	=	blaastest
blaastestjes	=	blaastest
blaastests	=	blaastest
blaasvaren	noun	Cystopteris fragilis een varensoort uit de familie Cystopteridaceae.
blaasvarens	=	blaasvaren
blaasvarentje	=	blaasvaren
blaasvarentjes	=	blaasvaren
blaasvormig	adj	vorm van een blaas hebbend
blaasvormige	=	blaasvormig
blaasvormiger	=	blaasvormig
blaasvormigere	=	blaasvormig
blaasvormigers	=	blaasvormig
blaasvormigs	=	blaasvormig
blaasvormigst	=	blaasvormig
blaasvormigste	=	blaasvormig
blaasvossenstaart	noun	Alopecurus rendlei een eenjarige plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
blaasvossenstaarten	=	blaasvossenstaart
blaasvossenstaartje	=	blaasvossenstaart
blaasvossenstaartjes	=	blaasvossenstaart
blaaswerk	noun	blaasinstrumenten
blaaswerken	=	blaaswerk
blaaswerkje	=	blaaswerk
blaaswerkjes	=	blaaswerk
blaaswier	noun	bepaald soort zeewier met veel luchtblazen Fucus vesiculosus
blaaswieren	=	blaaswier
blaasworm	noun	een stadium in de levenscyclus van een aantal lintwormsoorten, vnl Taenia sp.
blaaswormen	=	blaasworm
blaaswormpje	=	blaasworm
blaaswormpjes	=	blaasworm
blaaszegge	noun	Carex vesicaria een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
blaaszeggen	=	blaaszegge
blaaszeggetje	=	blaaszegge
blaaszeggetjes	=	blaaszegge
blaasziekte	noun	ziekten aan de urineblaas
blaasziekten	=	blaasziekte
blaasziektes	=	blaasziekte
blaat	=	blaten
blaatcamaroptera	noun	Camaroptera brevicaudata een kleine zangvogel uit de familie Cisticolidae.
blaatcamaroptera's	=	blaatcamaroptera
blaatcamaropteraatje	=	blaatcamaroptera
blaatcamaropteraatjes	=	blaatcamaroptera
blaatte	=	blaten
blaatten	=	blaten
blaauw	=	blauw
blaauwachtig	=	blauwachtig
blaauwagtig	=	blauwachtig
blaauwheid	=	blauwheid
blaauwig	=	blauwig
blaauwzucht	=	blauwzucht
blabla	noun	uitingen zonder veel zeggingskracht
blablabla	noun	uitingen zonder veel zeggingskracht
blablafiguren	=	blablafiguur
blablafiguur	noun	iemand die veel praat, maar weinig inhoudelijks of zinnigs zegt
black-out	noun	tijdelijke verlies van bewustzijn
black-oute	=	black-outen
black-outen	verb	een black-out ondergaan
black-outend	=	black-outen
black-outende	=	black-outen
black-outje	=	black-out
black-outs	=	black-out
black-outte	=	black-outen
black-outten	=	black-outen
blackboard	noun	een bepaalde digitale leeromgeving
blackboards	=	blackboard
blackface	noun	gezicht dat zwart geschminkt is als grappig bedoelde nabootsing van mensen met een afkomst uit Afrika bezuiden de Sahara
blackfaces	=	blackface
blackfishing	noun	culturele toe-eigening waarbij iemand die niet zwart is elementen uit de zwarte cultuur overneemt; doen alsof je zwart bent terwijl je het niet bent
blackjack	noun	een kaartspel lijkend op eenentwintigen
blackjacks	=	blackjack
blacklight	noun	ultraviolette verlichting, lamp die licht geeft met een golflengte tussen 100 en 400 nanometer Dit licht is voor menselijke ogen niet direct zichtbaar, maar kan bepaalde stoffen wel zichtbaar doen oplichten.
blacklights	=	blacklight
blacklisten	verb	iets of iemand op een zwarte lijst plaatsen
blackout	=	black-out
blackwashing	noun	praktijk waarbij oorspronkelijk witte, fictieve of historische personages in films en series worden gespeeld door zwarte acteurs of acteurs van kleur.
blad	noun	plat, groen onderdeel van planten dat groeit aan een tak
bladaaltje	noun	kleine draadworm die leeft van bladmoes
bladaaltjes	=	bladaaltje
bladaarde	noun	humus
bladachtig	adj	lijkend op een blad
bladachtige	=	bladachtig
bladachtiger	=	bladachtig
bladachtigere	=	bladachtig
bladachtigers	=	bladachtig
bladachtigs	=	bladachtig
bladachtigst	=	bladachtig
bladachtigste	=	bladachtig
bladader	noun	toevoerkanaaltje in een blad
bladaderen	=	bladader
bladaders	=	bladader
bladbegonia	noun	begonia die gekweekt wordt om haar grote, veelkleurige bladeren
bladbegonia's	=	bladbegonia
bladblazer	noun	een werktuig dat middels een sterke luchtstroom losse bladeren op een hoop blaast
bladblazers	=	bladblazer
bladblazertje	=	bladblazer
bladblazertjes	=	bladblazer
bladdeeg	noun	een deegsoort die bestaat uit dunne laagjes
bladdeegje	=	bladdeeg
bladdeegjes	=	bladdeeg
bladdegen	=	bladdeeg
bladder	noun	een luchtblaasje in een verflaag, of de daarvan loskomende verfschilfers
bladderde	=	bladderen
bladderden	=	bladderen
bladdere	=	bladderen
bladderen	verb	het plaatselijk opbollen en in dunne laagjes loskomen van verf
bladderend	=	bladderen
bladderende	=	bladderen
bladderig	adj	van iets waarvan de verf afschilfert
bladderige	=	bladderig
bladderiger	=	bladderig
bladderigere	=	bladderig
bladderigers	=	bladderig
bladderigs	=	bladderig
bladderigst	=	bladderig
bladderigste	=	bladderig
bladders	=	bladder
bladdert	=	bladderen
bladdertje	=	bladder
bladdertjes	=	bladder
bladdoorn	noun	een doorn ontstaan uit een bladstengel
bladdoornen	=	bladdoorn
bladdoorns	=	bladdoorn
bladdoorntje	=	bladdoorn
bladdoorntjes	=	bladdoorn
bladen	=	blad
bladenmaker	noun	persoon of organisatie die een tijdschrift produceert
bladenmakers	=	bladenmaker
blader	=	bladeren
bladeraar	noun	browser, bladerprogramma
bladeraars	=	bladeraar
bladeraartje	=	bladeraar
bladeraartjes	=	bladeraar
bladerboek	noun	een boek dat geschikt is om door heen te bladeren zonder dat men alle tekst hoeft te lezen
bladerboeken	=	bladerboek
bladerboekje	=	bladerboek
bladerboekjes	=	bladerboek
bladerdak	noun	door het gebladerte van bomen gevormde overdekking
bladerdaken	=	bladerdak
bladerdakje	=	bladerdak
bladerdakjes	=	bladerdak
bladerde	=	bladeren
bladerdeeg	noun	een deegsoort die in rechthoekige plakken wordt gebruikt en bestaat uit dunne laagjes
bladerdeegje	=	bladerdeeg
bladerdeegjes	=	bladerdeeg
bladerdeegpastei	noun	ovengerecht dat bestaat uit een korst van laagjes gebakken deeg, met daarin een vulling van gekruid vlees of vis, groenten of zoetigheid
bladerdeegpasteien	=	bladerdeegpastei
bladerdeegpasteitje	=	bladerdeegpastei
bladerdeegpasteitjes	=	bladerdeegpastei
bladerdegen	=	bladerdeeg
bladerdek	noun	de laag waarin het meeste blad van de bomen zich bevindt in een bos
bladerdekje	=	bladerdek
bladerdekjes	=	bladerdek
bladerdekken	=	bladerdek
bladerden	=	bladeren
bladerdos	noun	de takken van een boom of heester tezamen met de bladeren
bladerdosje	=	bladerdos
bladerdossen	=	bladerdos
bladere	=	bladeren
bladeren	verb	vluchtig een boek of andersoortig document (zoals een webstek) doorkijken	noun	een van de vier Duitse kleuren in het kaartspel
bladerend	=	bladeren
bladerende	=	bladeren
bladerig	adj	schilferig, schilferachtig
bladerige	=	bladerig
bladeriger	=	bladerig
bladerigere	=	bladerig
bladerigers	=	bladerig
bladerigs	=	bladerig
bladerigst	=	bladerig
bladerigste	=	bladerig
bladerkronen	=	bladerkroon
bladerkroon	noun	de takken van een boom tezamen met de bladeren
bladerkroontje	=	bladerkroon
bladerkroontjes	=	bladerkroon
bladerloos	adj	zonder bladeren
bladerloost	=	bladerloos
bladerlooste	=	bladerloos
bladerloze	=	bladerloos
bladerlozer	=	bladerloos
bladerlozere	=	bladerloos
bladerlozers	=	bladerloos
bladerprogramma	noun	programma waarmee men door gegevens kan bladeren
bladerprogramma's	=	bladerprogramma
bladerprogrammaatje	=	bladerprogramma
bladerprogrammaatjes	=	bladerprogramma
bladerrijk	adj	vol met bladeren
bladerrijke	=	bladerrijk
bladerrijker	=	bladerrijk
bladerrijkere	=	bladerrijk
bladerrijkers	=	bladerrijk
bladerrijks	=	bladerrijk
bladerrijkst	=	bladerrijk
bladerrijkste	=	bladerrijk
bladert	=	bladeren
bladertjes	=	blad
bladfranjekelkje	noun	Lachnum soppittii een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
bladfranjekelkjes	=	bladfranjekelkje
bladgeel	noun	gele bladkleurstof	adj	gele bladkleurstof hebbend
bladgeels	=	bladgeel
bladgeelst	=	bladgeel
bladgeelste	=	bladgeel
bladgele	=	bladgeel
bladgelen	=	bladgeel
bladgeler	=	bladgeel
bladgelere	=	bladgeel
bladgelers	=	bladgeel
bladgewas	noun	plant die om het blad geteeld wordt
bladgewassen	=	bladgewas
bladgoud	noun	een dun folie van goud dat wordt gebruikt voor decoratieve doeleinden
bladgroen	noun	de groene kleurstof van planten,meer bekend onder de naam chlorofyl, die zich in chloroplasten bevindt en met behulp waarvan zij licht opvangen en de energie daarvan omzetten in chemische energie die wordt gebruikt voor fotosynthese
bladgroenen	=	bladgroen
bladgroenkorrel	noun	een organel dat in planten en algen lichtenergie vastlegt
bladgroenkorrels	=	bladgroenkorrel
bladgroenkorreltje	=	bladgroenkorrel
bladgroenkorreltjes	=	bladgroenkorrel
bladgroente	noun	planten waarvan men de bladeren als voedsel gebruikt
bladgroenten	=	bladgroente
bladgroentes	=	bladgroente
bladgroentje	=	bladgroen
bladgroentjes	=	bladgroen
bladhark	noun	een tuingereedschap, een soort hark, om bladeren, gras of ander materiaal te verzamelen
bladharken	=	bladhark
bladharkje	=	bladhark
bladharkjes	=	bladhark
bladhooi	noun	diervoeder dat bestaat uit de bladeren en twijgen van bomen en planten, die gedroogd en aan vee gevoerd worden
bladhoopchampignon	noun	Agaricus subrufescens een zwammensoort uit de familie Agaricaceae.
bladhoopchampignonnetje	=	bladhoopchampignon
bladhoopchampignonnetjes	=	bladhoopchampignon
bladhoopchampignons	=	bladhoopchampignon
bladhumusbraam	noun	Rubus foliosus een soort uit het geslacht braam (Rubus).
bladhumusbraampje	=	bladhumusbraam
bladhumusbraampjes	=	bladhumusbraam
bladhumusbramen	=	bladhumusbraam
bladig	adj	bestaande uit bladen of bladeren
bladige	=	bladig
bladiger	=	bladig
bladigere	=	bladig
bladigers	=	bladig
bladigs	=	bladig
bladigst	=	bladig
bladigste	=	bladig
bladijzer	noun	zeer dun plaatijzer
bladkameleon	noun	Rhampholeon spectrum een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
bladkameleonnetje	=	bladkameleon
bladkameleonnetjes	=	bladkameleon
bladkameleons	=	bladkameleon
bladkever	noun	kever uit de familie Chrysomelidae.
bladkevers	noun	Chrysomelidae een familie van insecten uit de orde van de kevers.
bladkevertje	=	bladkever
bladkevertjes	=	bladkever
bladkoning	noun	Phylloscopus inornatus een kleine zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
bladkoningen	=	bladkoning
bladkoninkje	=	bladkoning
bladkoninkjes	=	bladkoning
bladkorf	noun	korf waarin men in de herfts afgevallen bladeren verzamelt om ze later tot compost te verwerken
bladkorven	=	bladkorf
bladkussen	noun	het onderste deel van een blad dat de overgang naar de steel vormt
bladkussens	=	bladkussen
bladkussentje	=	bladkussen
bladkussentjes	=	bladkussen
bladlitteken	noun	het litteken dat ontstaat door het met natuurlijke oorzaken afvallen van het blad.
bladlittekenen	=	bladlitteken
bladlittekens	=	bladlitteken
bladlittekentje	=	bladlitteken
bladlittekentjes	=	bladlitteken
bladloper	noun	Mesovelia furcata een wants van de bladlopers (Mesoveliidae).
bladlopers	noun	een familie Mesoveliidae van wantsen.
bladlopertje	=	bladloper
bladlopertjes	=	bladloper
bladluis	noun	Aphidoidea klein plantenetend schadelijk insect dat zich met stekende en zuigende monddelen (stiletten) passief voedt met sappen uit het floëem.
bladluisje	=	bladluis
bladluisjes	=	bladluis
bladluizen	noun	Aphidoidea kleine plantenetende insecten die zich met stekende en zuigende monddelen (stiletten) passief voeden met sappen uit het floëem (net als een aantal verwante superfamilies, zoals 'witte vlieg' bijvoorbeeld superfamilie Aleurodidae).
bladmerk	noun	een gedeelte van een bladlitteken waar de vaatbundels gezeten hebben.
bladmerken	=	bladmerk
bladmerkje	=	bladmerk
bladmerkjes	=	bladmerk
bladmetaal	noun	zeer dun metaal
bladmetalen	=	bladmetaal
bladmoes	noun	bladweefsel tussen de nerven en aderen
bladmoesje	=	bladmoes
bladmoesjes	=	bladmoes
bladmos	noun	benaming voor planten uit de stam Bryophyta
bladmossen	=	bladmos
bladmoswantsen	noun	een familie Ceratocombidae van wantsen in de infraorde (Dipsocoromorpha).
bladmotief	noun	herhalend patroon van bladvormen
bladmotieven	=	bladmotief
bladmuziek	noun	muziek die in notenschrift op papier is gezet
bladmuziekje	=	bladmuziek
bladmuziekjes	=	bladmuziek
bladnerf	noun	verdikte, van de steel uitgaande vaatbundel in een blad
bladnerfje	=	bladnerf
bladnerfjes	=	bladnerf
bladnerven	=	bladnerf
bladplant	noun	plant die gekweekt wordt om zijn mooie bladeren
bladplanten	=	bladplant
bladplantje	=	bladplant
bladplantjes	=	bladplant
bladpootrandwants	noun	Leptoglossus occidentalis een randwants uit de onderorde wantsen
bladpootrandwantsen	=	bladpootrandwants
bladpootrandwantsje	=	bladpootrandwants
bladpootrandwantsjes	=	bladpootrandwants
bladrammenas	noun	Raphanus sativus subsp. oleiferus een niet of weinig knoldragende vorm van rammenas die wordt gebruikt voor groenbemesting.
bladrammenassen	=	bladrammenas
bladrand	noun	de rand van een blad
bladrand-berkenmineermot	noun	Stigmella sakhalinella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
bladrand-berkenmineermotje	=	bladrand-berkenmineermot
bladrand-berkenmineermotjes	=	bladrand-berkenmineermot
bladrand-berkenmineermotten	=	bladrand-berkenmineermot
bladranden	=	bladrand
bladrandje	=	bladrand
bladrandjes	=	bladrand
bladrandkever	noun	Sitona lineatus een kever uit de familie snuitkevers.
bladrandkevers	=	bladrandkever
bladrandkevertje	=	bladrandkever
bladrandkevertjes	=	bladrandkever
bladrolkever	noun	kever uit de familie Attelabidae van kevers uit de superfamilie snuitkevers (Curculionoidea)
bladrolkevers	noun	Attelabidae een familie van kevers uit de superfamilie snuitkevers (Curculionoidea).
bladrolkevertje	=	bladrolkever
bladrolkevertjes	=	bladrolkever
bladroller	noun	een soort vlinder uit de grote familie Tortricidae.
bladrollers	noun	Tortricidae een familie van vlinders uit de superfamilie Tortricoidea.
bladruimer	noun	werktuig waarmee men bladeren (in de herfst) kan opruimen (meestal door blazen)
bladruimers	=	bladruimer
bladruimertje	=	bladruimer
bladruimertjes	=	bladruimer
bladschubbigen	noun	een familie Anoplogastridae van straalvinnige vissen uit de orde van slijmkopvissen (Beryciformes)
bladsla	noun	groente met grote bladeren, die je rauw kunt eten
bladsnijdermier	noun	Acromyrmex coronatus een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
bladsnijdermieren	=	bladsnijdermier
bladsnijdermiertje	=	bladsnijdermier
bladsnijdermiertjes	=	bladsnijdermier
bladsnijdersmier	noun	Acromyrmex octospinosus een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
bladsnijdersmieren	=	bladsnijdersmier
bladsnijdersmiertje	=	bladsnijdersmier
bladsnijdersmiertjes	=	bladsnijdersmier
bladspeurder	noun	een zangvogel uit het geslacht Anabacerthia of Automolus (voor de bosbladspeurders) en de familie ovenvogels (Furnariidae)
bladspeurders	noun	een geslacht Anabacerthia van zangvogels uit de familie ovenvogels (Furnariidae)
bladspeurdertje	=	bladspeurder
bladspeurdertjes	=	bladspeurder
bladspiegel	noun	de verhouding tussen de zetspiegel en de marges van die pagina
bladspiegels	=	bladspiegel
bladspiegeltje	=	bladspiegel
bladspiegeltjes	=	bladspiegel
bladspore	noun	spore die zich ontwikkelt op de bladrand
bladsporen	=	bladspore
bladsprietkever	noun	insect uit de familie Scarabaeidae uit de orde kevers (Coleoptera)
bladsprietkevers	noun	Scarabaeidae een familie uit de orde kevers (Coleoptera)
bladsprietkevertje	=	bladsprietkever
bladsprietkevertjes	=	bladsprietkever
bladstaartgekko's	noun	een geslacht Uroplatus van hagedissen uit de familie Gekkonidae
bladsteel	noun	steel die het blad verbindt met de stengel
bladsteeltje	=	bladsteel
bladsteeltjes	=	bladsteel
bladstelen	=	bladsteel
bladstil	adj	geheel windstil, zodat alle bladeren er roerloos bij hangen
bladstille	=	bladstil
bladstils	=	bladstil
bladtin	noun	zeer dun gewalst tin (dat vroeger o.a. als verpakkingsmateriaal werd gebruikt)
bladtop	noun	de rand van een plantenblad dat het verste verwijderd is van de steel en waar de centrale nerf naar toe gaat
bladtopje	=	bladtop
bladtopjes	=	bladtop
bladtoppen	=	bladtop
bladval	noun	het vallen van de bladeren van loofbomen in de herfst
bladverliezend	adj	niet groen blijvend in de wintertijd
bladverliezende	=	bladverliezend
bladverliezends	=	bladverliezend
bladversiering	noun	een ornament in bladvorm
bladversieringen	=	bladversiering
bladvingergekko	noun	Afrogecko porphyreus een hagedis die behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
bladvingergekko's	noun	een geslacht Phyllodactylus van hagedissen die behoren tot de gekko's (Gekkota) en de familie Phyllodactylidae
bladvingergekkootje	=	bladvingergekko
bladvingergekkootjes	=	bladvingergekko
bladvlakte	noun	bladschijf
bladvlakten	=	bladvlakte
bladvlaktes	=	bladvlakte
bladvlaktetje	=	bladvlakte
bladvlaktetjes	=	bladvlakte
bladvlek	noun	een vlek op een blad
bladvlekje	=	bladvlek
bladvlekjes	=	bladvlek
bladvlekken	=	bladvlek
bladvlekkenziekte	noun	een plantenziekte die vlekken geeft op de bladeren van planten
bladvlekkenziekten	=	bladvlekkenziekte
bladvlekkenziektes	=	bladvlekkenziekte
bladvlieskelkje	noun	een schimmel
bladvlieskelkjes	=	bladvlieskelkje
bladvlo	noun	insect uit de familie Psyllidae uit de orde der halfvleugeligen (Hemiptera)
bladvlooien	noun	Psyllidae een familie uit de orde der halfvleugeligen (Hemiptera)
bladvlooitje	=	bladvlo
bladvlooitjes	=	bladvlo
bladvoeding	noun	een methode waarbij voedingsstoffen in vloeibare vorm direct op de bladeren van een plant worden gespoten.
bladvoedingen	=	bladvoeding
bladvoedinkje	=	bladvoeding
bladvoedinkjes	=	bladvoeding
bladvoer	noun	diervoeder dat bestaat uit de bladeren en twijgen van bomen en planten, die gedroogd en aan vee gevoerd worden
bladvogels	noun	Chloropsis een monotypische familie van vogels uit de orde zangvogels.
bladvorm	noun	de globale omtrek, bladoppervlak, bladrand, bladtop, bladvoet, bladsteel, mate van insnijding, nervatuur en samengesteldheid van de bladeren van zaadplanten (kruidachtige planten, struiken, loofbomen en naaldbomen)
bladvormen	=	bladvorm
bladvormig	adj	vorm van een blad hebbend
bladvormige	=	bladvormig
bladvormiger	=	bladvormig
bladvormigere	=	bladvormig
bladvormigers	=	bladvormig
bladvormigs	=	bladvormig
bladvormigst	=	bladvormig
bladvormigste	=	bladvormig
bladvormpje	=	bladvorm
bladvormpjes	=	bladvorm
bladvulling	noun	tekst of afbeelding die alleen maar dient om een anders onbedrukt deel van een pagina of publicatie te vullen
bladvullingen	=	bladvulling
bladvullinkje	=	bladvulling
bladvullinkjes	=	bladvulling
bladwesp	noun	Symphyta wesp van een onderorde van de vliesvleugeligen, met zo'n 6000 soorten
bladwespen	noun	Symphyta een onderorde van de vliesvleugeligen, met zo'n 6000 soorten.
bladwespje	=	bladwesp
bladwijzer	noun	strook kaartkarton, leer of stof om een bladzijde in een boek mee te markeren, zonder dat die bladzijde daarvan schade oploopt
bladwijzers	=	bladwijzer
bladwijzertje	=	bladwijzer
bladwijzertjes	=	bladwijzer
bladziekte	noun	een ziekte aan het blad van een gewas.
bladziekten	=	bladziekte
bladziektes	=	bladziekte
bladzij	noun	één kant van één blad papier
bladzijde	noun	elk van de beide zijden van een blad papier in boek, krant of tijdschrift
bladzijden	=	bladzijde
bladzijdenummer	noun	volgnummer van een pagina in een boek, tijdschrift, krant of ander geschrift
bladzijdenummers	=	bladzijdenummer
bladzijdes	=	bladzijde
bladzijdetje	=	bladzijde
bladzijdetjes	=	bladzijde
bladzijen	=	bladzij
bladzijtje	=	bladzij
bladzijtjes	=	bladzij
blaf	noun	het geluid van een hond	adj|obsolete	vlak, plat
blaffe	=	blaf
blaffen	verb	geluid maken dat kenmerkend is voor een hond
blaffend	verb	bezig met te blaffen
blaffende	=	blaffen
blaffends	=	blaffend
blaffer	noun	een hond die (veel) blaft
blafferd	noun	register
blafferds	=	blafferd
blaffers	=	blaffer
blaffertje	=	blaffer
blaffertjes	=	blaffer
blaffeturen	=	blaffetuur
blaffetuur	noun	afsluiting van raam of deur bestaand uit horizontale latten onder elkaar die van boven naar de grond worden afgerold
blafje	=	blaf
blafjes	=	blaf
blaft	=	blaffen
blaftaks	noun	gemeentelijke belasting die hondenbezitters moeten betalen
blaftaksen	=	blaftaks
blafte	=	blaffen
blaften	=	blaffen
blafuil	noun	Ninox connivens een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
blafuilen	=	blafuil
blafuiltje	=	blafuil
blafuiltjes	=	blafuil
blagen	=	blaag
blague	noun	verzonnen verhaal dat zo wordt verteld dat er naderhand kan worden gelachen om mensen die het toch geloven
blak	adj	zonder rimpels of golven (water)
blakaman	noun	man met een donkere huidskleur; zwarte man
blakamans	=	blakaman
blakatere	noun	Cynoscion steindachneri een straalvinnige vissensoort uit de familie van ombervissen (Sciaenidae).
blakateren	=	blakatere
blakateres	=	blakatere
blake	=	blaken
blaken	verb	- hitte uitstralen, schijnen, branden
blakend	adj	van de lichamelijke conditie dat deze heel goed is
blakende	=	blaken
blakender	=	blakend
blakendere	=	blakend
blakenders	=	blakend
blakends	=	blakend
blakendst	=	blakend
blakendste	=	blakend
blaker	noun	lage kandelaar met brede, platte voet en een handvat
blakerde	=	blakeren
blakerden	=	blakeren
blakere	=	blakeren
blakeren	verb	het hout van een scheepswand blootstellen aan vuur om het te bevrijden van wormvraat
blakerend	=	blakeren
blakerende	=	blakeren
blakers	=	blaker
blakert	=	blakeren
blakertje	=	blaker
blakertjes	=	blaker
blakke	=	blak
blakker	=	blak
blakkere	=	blak
blakkers	=	blak
blaks	=	blak
blakst	=	blak
blakste	=	blak
blakstil	adj	geheel windstil, zodat het wateroppervlak blak wordt
blakstille	=	blakstil
blakstils	=	blakstil
blamage	noun	een afgang veroorzaakt door eigen falen
blamages	=	blamage
blamagetje	=	blamage
blamagetjes	=	blamage
blameer	=	blameren
blameerde	=	blameren
blameerden	=	blameren
blameert	=	blameren
blamen	=	blaam
blamere	=	blameren
blameren	verb	te schande maken, onteren
blamerend	=	blameren
blamerende	=	blameren
blanc-bec	noun	groentje, melkmuil, iemand die nog onervaren is in iets
blanc-becs	=	blanc-bec
blanc-manger	noun	een zoet en hartig gerecht van Perzische en middeleeuwse oorsprong, een soort pap of gelei traditioneel gebaseerd op melk, amandelen of rijst (die de rol van verdikkingsmiddel speelt, vervangen door of toegevoegd tot aardappel- of maïszetmeel) of zelfs exotische ingrediënten (kokosnoot), die wordt gekookt en een soort pudding of vla geeft die wordt gekenmerkt door zijn ivoorwitheid
blanc-mangers	=	blanc-manger
blancheer	=	blancheren
blancheerde	=	blancheren
blancheerden	=	blancheren
blancheert	=	blancheren
blanchere	=	blancheren
blancheren	verb	het gedurende zeer korte tijd in kokend water gaar laten worden van voedingsmiddelen, zodat geur, smaak en uiterlijk optimaal behouden blijven
blancherend	=	blancheren
blancherende	=	blancheren
blancmangerog	noun	Leucoraja wallacei een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
blancmangeroggen	=	blancmangerog
blancmangeroggetje	=	blancmangerog
blancmangeroggetjes	=	blancmangerog
blancmangerogje	=	blancmangerog
blancmangerogjes	=	blancmangerog
blanco	adj	onbeschreven of niet ingevuld
blanco's	=	blanco
blancoroller	noun	tape waarmee men getypte tekst kan bedekken
blancorollers	=	blancoroller
blancorollertje	=	blancoroller
blancorollertjes	=	blancoroller
blanda	noun	iemand uit Holland, Nederland of Europa
blanda's	=	blanda
blank	adj	met een lichte huidskleur
blankaluminiumkleurig	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 9006 ( )
blankaluminiumkleurige	=	blankaluminiumkleurig
blankaluminiumkleurigs	=	blankaluminiumkleurig
blanke	noun	iemand met een van nature bleke (pigmentarme) huid
blanken	=	blanke
blankenburgverbinding	noun	een stuk weg in Rotterdam die deels uitgevoerd is als tunnel en de A15 in het zuiden verbindt met de A20 in het noorden
blanker	=	blank
blankere	=	blank
blankers	=	blank
blanket	=	blanketten
blankets	=	blanketten
blanketsel	noun	poeder dat men op de huid aanbrengt om die witter te doen lijken
blanketsels	=	blanketsel
blankette	=	blanketten
blanketten	verb	witmaken met smeersel of poeder
blankettend	=	blanketten
blankettende	=	blanketten
blankheid	noun	het wit of bleek zijn
blankhouten	adj	gemaakt uit ongeverfd hout met een lichte kleur Toepassing van blank hout in modern design is onder invloed van Scandinavische ontwerpers vanaf het einde van de 20e eeuw sterk toegenomen.
blankofficier	noun|obsolete	witte man die opzicht had over slaafgemaakten
blankofficieren	=	blankofficier
blankofficiers	=	blankofficier
blanks	=	blank
blankst	=	blank
blankste	=	blank
blankvoorn	noun	bepaald soort zoetwatervis, Rutilus rutilus zeer algemeen in heel Europa ten noorden van Pyreneeën en Alpen levende vis, maar niet in Schotland en Ierland; hij komt ook voor in grote delen van W.-Azië
blankvoorns	=	blankvoorn
blankvoorntje	=	blankvoorn
blankvoorntjes	=	blankvoorn
blankvoren	=	blankvoorn
blare	=	blaren
blaren	verb	onwelluidend zijn stem verheffen
blarend	=	blaren
blarende	=	blaren
blaricumeffect	noun	het verschijnsel dat topmanagers het heel normaal vinden dat ze enorme beloningen krijgen omdat mensen uit hun kleine wereldje die ook krijgen
blaricummer	noun	een inwoner van Blaricum, of iemand afkomstig uit Blaricum
blaricummers	=	blaricummer
blaricums	adj	op Blaricum betrekking hebbend
blaricumse	noun	een vrouwelijke inwoner van Blaricum, of iemand afkomstig hiervan
blaricumsen	=	blaricumse
blarren	=	blèren
blasfemeer	=	blasfemeren
blasfemeerde	=	blasfemeren
blasfemeerden	=	blasfemeren
blasfemeert	=	blasfemeren
blasfemere	=	blasfemeren
blasfemeren	verb	godslasteringen uiten
blasfemerend	=	blasfemeren
blasfemerende	=	blasfemeren
blasfemie	noun	een uiting die als belastering van de godheid gezien wordt
blasfemietje	=	blasfemie
blasfemietjes	=	blasfemie
blasfemieën	=	blasfemie
blasfemisch	adj	beledigend naar god of godsdienst
blasfemische	=	blasfemisch
blasfemischer	=	blasfemisch
blasfemischere	=	blasfemisch
blasfemischers	=	blasfemisch
blasphemeeren	=	blasfemeren
blasphemeren	=	blasfemeren
blasphemisch	=	blasfemisch
blast	noun	moedercel
blasten	=	blast
blaster	noun	iets wat een hard geluid maakt
blasters	=	blaster
blastertje	=	blaster
blastertjes	=	blaster
blastoderm	noun	laag van cellen na de eerste delingen van een bevruchte eicel
blastodermen	=	blastoderm
blastodermpje	=	blastoderm
blastodermpjes	=	blastoderm
blastomen	=	blastoom
blastoom	noun	tumor uitgaande van blasten, cellen waaruit zich andere cellen vormen
blasts	=	blast
blasé	adj	verveeld door te veel plezierigheden
blasés	=	blasé
blasést	=	blasé
blaséste	=	blasé
blaséë	=	blasé
blaséër	=	blasé
blaséëre	=	blasé
blaséërs	=	blasé
blatant	adj	overduidelijk, vaak op een manier die blijk geeft van een zekere schaamteloosheid
blatante	=	blatant
blatanter	=	blatant
blatantere	=	blatant
blatanters	=	blatant
blatants	=	blatant
blatantst	=	blatant
blatantste	=	blatant
blate	=	blaten
blaten	verb	het geluid van een schaap maken
blatend	=	blaten
blatende	=	blaten
blauw	adj	de kleur blauw hebbend	noun	primaire kleur die zich in het spectrum bevindt tussen cyaan en violet
blauw-blauw	noun	een hagedissensoort Cnemidophorus murinus van het geslacht der renhagedissen (Cnemidophorus) dat behoort tot de tejuhagedissenfamilie (Teiidae).
blauw-blauwen	=	blauw-blauw
blauw-blauwtje	=	blauw-blauw
blauw-blauwtjes	=	blauw-blauw
blauw-geel	adj	de kleuren blauw en geel hebbende
blauw-geels	=	blauw-geel
blauw-gele	=	blauw-geel
blauw-wit	adj	gekleurd in een patroon van witte en blauwe vlakken	noun	vlag, tenue of ander voorwerp met zowel witte als blauwe vlakken
blauw-wits	=	blauw-wit
blauw-witst	=	blauw-wit
blauw-witste	=	blauw-wit
blauw-witte	=	blauw-wit
blauw-witter	=	blauw-wit
blauw-wittere	=	blauw-wit
blauw-witters	=	blauw-wit
blauwachtig	adj	kleur lijkend op blauw
blauwachtige	=	blauwachtig
blauwachtiger	=	blauwachtig
blauwachtigere	=	blauwachtig
blauwachtigers	=	blauwachtig
blauwachtigs	=	blauwachtig
blauwachtigst	=	blauwachtig
blauwachtigste	=	blauwachtig
blauwaderkaas	noun	een type schimmelkaas met een blauwe schimmel (Penicillium roqueforti) als opvallendste kenmerk
blauwaderkazen	=	blauwaderkaas
blauwagtig	=	blauwachtig
blauwalg	noun	Cyanobacteria op algen lijkende eencelligen waarvan sommige soorten voor mens of dier giftige stoffen kunnen afscheiden
blauwalgen	noun	taxonomisch rijk binnen het domein van de bacteriën waarvan de leden zich met behulp van oxynogene fotosynthese voeden
blauwalgje	=	blauwalg
blauwalgjes	=	blauwalg
blauwbaard	noun	rokkenjager die zijn vrouw niet bepaald met zachtheid behandelt
blauwbaardamazone	noun	Amazona festiva een papegaaiachtige uit de familie van de papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
blauwbaardamazonen	=	blauwbaardamazone
blauwbaardamazones	=	blauwbaardamazone
blauwbaardamazonetje	=	blauwbaardamazone
blauwbaardamazonetjes	=	blauwbaardamazone
blauwbaardbijeneter	noun	Nyctyornis athertoni een bijeneter die voorkomt in Zuid-Azië.
blauwbaardbijeneters	=	blauwbaardbijeneter
blauwbaardbijenetertje	=	blauwbaardbijeneter
blauwbaardbijenetertjes	=	blauwbaardbijeneter
blauwbaardbladvogel	noun	Chloropsis cyanopogon een vogel uit de familie van de bladvogels
blauwbaardbladvogels	=	blauwbaardbladvogel
blauwbaardbladvogeltje	=	blauwbaardbladvogel
blauwbaardbladvogeltjes	=	blauwbaardbladvogel
blauwbaarddikkop	noun	Pheidole punctatissima een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
blauwbaarddikkopje	=	blauwbaarddikkop
blauwbaarddikkopjes	=	blauwbaarddikkop
blauwbaarddikkoppen	=	blauwbaarddikkop
blauwbaarden	=	blauwbaard
blauwbaardhelmkolibrie	noun	Oxypogon cyanolaemus een vogel uit de familie der kolibries (Trochilidae).
blauwbaardhelmkolibries	=	blauwbaardhelmkolibrie
blauwbaardhelmkolibrietje	=	blauwbaardhelmkolibrie
blauwbaardhelmkolibrietjes	=	blauwbaardhelmkolibrie
blauwbaardje	=	blauwbaard
blauwbaardjes	=	blauwbaard
blauwbaardtangare	noun	Tangara johannae een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren)
blauwbaardtangaren	=	blauwbaardtangare
blauwbaardtangaretje	=	blauwbaardtangare
blauwbaardtangaretjes	=	blauwbaardtangare
blauwbaars	noun	Pomatomus saltatrix een straalvinnige vissensoort uit de familie van de blauwe baarzen (Pomatomidae).
blauwbaarsje	=	blauwbaars
blauwbaarsjes	=	blauwbaars
blauwbaarzen	=	blauwbaars
blauwband	noun	bepaald soort visje van maximaal 11 cm dat van oorsprong uit Azië komt Pseudorasbora parva
blauwbandarassari	noun	Aulacorhynchus coeruleicinctis een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
blauwbandarassari's	=	blauwbandarassari
blauwbandarassarietje	=	blauwbandarassari
blauwbandarassarietjes	=	blauwbandarassari
blauwbanden	=	blauwband
blauwbandje	=	blauwband
blauwbandjes	=	blauwband
blauwbandpapegaaivis	noun	Scarus ghobban een straalvinnige vissensoort uit de familie van papegaaivissen (Scaridae).
blauwbandpapegaaivisje	=	blauwbandpapegaaivis
blauwbandpapegaaivisjes	=	blauwbandpapegaaivis
blauwbandpapegaaivissen	=	blauwbandpapegaaivis
blauwbandspanner	noun	imago van de spanrups Cosmorhoe ocellata uit de Geometridae
blauwbandspanners	=	blauwbandspanner
blauwbandspannertje	=	blauwbandspanner
blauwbandspannertjes	=	blauwbandspanner
blauwbek	=	blauwbekken
blauwbekagamen	noun	een geslacht Aphaniotis van hagedissen uit de familie agamen (Agamidae)
blauwbekke	=	blauwbekken
blauwbekken	verb	vreselijke kou lijden
blauwbekkend	=	blauwbekken
blauwbekkende	=	blauwbekken
blauwbekt	=	blauwbekken
blauwbekte	=	blauwbekken
blauwbekten	=	blauwbekken
blauwblauw	adj	een zaak blauwblauw laten: een zaak ongemoeid laten, een zaak laten rusten, net doen alsof je neus bloedt
blauwblauws	=	blauwblauw
blauwboek	noun	pamflet of brochure uit de 16e-18e eeuw, genoemd naar het goedkope blauwe papier van de omslag
blauwboeken	=	blauwboek
blauwboekje	=	blauwboek
blauwboekjes	=	blauwboek
blauwbok	noun	Hippotragus leucophaeus was een soort uit de familie van de paardantilopen en wordt ook weleens blauwe antilope (Afrikaans: bloubok) genoemd.
blauwbokje	=	blauwbok
blauwbokjes	=	blauwbok
blauwbokken	=	blauwbok
blauwborst	noun	bepaald soort lijsterachtige, Luscinia svecica, die bij ons plaatselijk algemeen broedt in vochtige gebieden
blauwborstamazilia	noun	Polyerata amabilis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwborstamazilia's	=	blauwborstamazilia
blauwborstamaziliaatje	=	blauwborstamazilia
blauwborstamaziliaatjes	=	blauwborstamazilia
blauwborstbijeneter	noun	Merops variegatus een vogel uit de familie Meropidae (bijeneters)
blauwborstbijeneters	=	blauwborstbijeneter
blauwborstbijenetertje	=	blauwborstbijeneter
blauwborstbijenetertjes	=	blauwborstbijeneter
blauwborstdwergijsvogel	noun	Ceyx cyanopectus een ijsvogel die alleen voorkomt in de Filipijnen.
blauwborstdwergijsvogels	=	blauwborstdwergijsvogel
blauwborstdwergijsvogeltje	=	blauwborstdwergijsvogel
blauwborstdwergijsvogeltjes	=	blauwborstdwergijsvogel
blauwborstelfje	noun	Malurus pulcherrimus een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
blauwborstelfjes	=	blauwborstelfje
blauwborsten	=	blauwborst
blauwborstijsvogel	noun	Alcedo euryzona een vogel uit de familie ijsvogels (Alcedinidae).
blauwborstijsvogels	=	blauwborstijsvogel
blauwborstijsvogeltje	=	blauwborstijsvogel
blauwborstijsvogeltjes	=	blauwborstijsvogel
blauwborstje	=	blauwborst
blauwborstjes	=	blauwborst
blauwborsttangare	noun	Tangara cyanoventris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
blauwborsttangaren	=	blauwborsttangare
blauwborsttangaretje	=	blauwborsttangare
blauwborsttangaretjes	=	blauwborsttangare
blauwbuikamazilia	noun	Saucerottia saucerottei een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwbuikamazilia's	=	blauwbuikamazilia
blauwbuikamaziliaatje	=	blauwbuikamazilia
blauwbuikamaziliaatjes	=	blauwbuikamazilia
blauwbuikgranaatastrild	noun	Granatina ianthinogaster een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
blauwbuikgranaatastrilden	=	blauwbuikgranaatastrild
blauwbuikgranaatastrildje	=	blauwbuikgranaatastrild
blauwbuikgranaatastrildjes	=	blauwbuikgranaatastrild
blauwbuiksabelvleugel	noun	Campylopterus falcatus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwbuiksabelvleugelen	=	blauwbuiksabelvleugel
blauwbuiksabelvleugels	=	blauwbuiksabelvleugel
blauwbuiksabelvleugeltje	=	blauwbuiksabelvleugel
blauwbuiksabelvleugeltjes	=	blauwbuiksabelvleugel
blauwbuikscharrelaar	noun	Coracias cyanogaster een soort scharrelaar die -zoals de Nederlandse naam al aangeeft- een blauwe buik heeft.
blauwbuikscharrelaars	=	blauwbuikscharrelaar
blauwbuikscharrelaartje	=	blauwbuikscharrelaar
blauwbuikscharrelaartjes	=	blauwbuikscharrelaar
blauwbuikvizierkolibrie	noun	Augastes scutatus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwbuikvizierkolibries	=	blauwbuikvizierkolibrie
blauwbuikvizierkolibrietje	=	blauwbuikvizierkolibrie
blauwbuikvizierkolibrietjes	=	blauwbuikvizierkolibrie
blauwdruk	noun	directe fotografische kopie in witte lijnen op een achtergrond van Pruisisch blauw
blauwdrukje	=	blauwdruk
blauwdrukjes	=	blauwdruk
blauwdrukken	=	blauwdruk
blauwe	noun	een voorwerp, kledingstuk e.d. dat blauw is
blauwe-knooplangsprietmot	noun	Nemophora minimella een vlinder uit de familie van de langsprietmotten (Adelidae).
blauwe-knooplangsprietmotje	=	blauwe-knooplangsprietmot
blauwe-knooplangsprietmotjes	=	blauwe-knooplangsprietmot
blauwe-knooplangsprietmotten	=	blauwe-knooplangsprietmot
blauwen	=	blauw
blauwer	=	blauw
blauwere	=	blauw
blauweregen	noun	benaming voor heesters of klimplanten met lichtblauwe, welriekende bloemen uit het geslacht Wisteria
blauweregens	=	blauweregen
blauweregentje	=	blauweregen
blauweregentjes	=	blauweregen
blauwers	=	blauw
blauwfazantje	noun	Uraeginthus bengalus een kleurig vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
blauwfazantjes	=	blauwfazantje
blauwfilter	noun	filter dat alleen de blauwe component van het spectrum doorlaat
blauwfilters	=	blauwfilter
blauwfiltertje	=	blauwfilter
blauwfiltertjes	=	blauwfilter
blauwfluwelen	adj	vervaardigd van blauw fluweel
blauwgeruit	adj	blauwe ruitjes hebbende
blauwgeruite	=	blauwgeruit
blauwgeruits	=	blauwgeruit
blauwglanzend	adj	glimmend met een blauwe kleur
blauwglanzende	=	blauwglanzend
blauwglanzender	=	blauwglanzend
blauwglanzendere	=	blauwglanzend
blauwglanzenders	=	blauwglanzend
blauwglanzends	=	blauwglanzend
blauwglanzendst	=	blauwglanzend
blauwglanzendste	=	blauwglanzend
blauwgras	noun	Sesleria albicans plant die op de Nederlandse Rode lijst van planten staat als 'uit Nederland verdwenen'.
blauwgrasje	=	blauwgras
blauwgrasjes	=	blauwgras
blauwgrassen	=	blauwgras
blauwgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7031 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7031 ( ).
blauwgrijst	=	blauwgrijs
blauwgrijste	=	blauwgrijs
blauwgrijze	=	blauwgrijs
blauwgrijzen	=	blauwgrijs
blauwgrijzer	=	blauwgrijs
blauwgrijzere	=	blauwgrijs
blauwgrijzers	=	blauwgrijs
blauwgroen	noun	tint tussen blauw en groen met RAL-nummer 6004 ( ).	adj	in een tint tussen blauw en groen met RAL-nummer 6004 ( ).
blauwgroene	=	blauwgroen
blauwgroenen	=	blauwgroen
blauwgroener	=	blauwgroen
blauwgroenere	=	blauwgroen
blauwgroeners	=	blauwgroen
blauwgroens	=	blauwgroen
blauwgroenst	=	blauwgroen
blauwgroenste	=	blauwgroen
blauwhalspapegaai	noun	Geoffroyus simplex een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
blauwhalspapegaaien	=	blauwhalspapegaai
blauwhalspapegaaitje	=	blauwhalspapegaai
blauwhalspapegaaitjes	=	blauwhalspapegaai
blauwharig	adj	blauwe haren hebbend
blauwharige	=	blauwharig
blauwhariger	=	blauwharig
blauwharigere	=	blauwharig
blauwharigers	=	blauwharig
blauwharigs	=	blauwharig
blauwharigst	=	blauwharig
blauwharigste	=	blauwharig
blauwheden	=	blauwheid
blauwheid	noun	het blauw zijn; de mate waarin iets of iemand blauw is
blauwhelm	noun	soldaat of burger die lid is van de VN-vredesmacht
blauwhelmen	=	blauwhelm
blauwhelmpje	=	blauwhelm
blauwhelmpjes	=	blauwhelm
blauwig	adj	een beetje blauw
blauwige	=	blauwig
blauwiger	=	blauwig
blauwigere	=	blauwig
blauwigers	=	blauwig
blauwigs	=	blauwig
blauwigst	=	blauwig
blauwigste	=	blauwig
blauwkapamazilia	noun	Saucerottia cyanifrons een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwkapamazilia's	=	blauwkapamazilia
blauwkapamaziliaatje	=	blauwkapamazilia
blauwkapamaziliaatjes	=	blauwkapamazilia
blauwkapbaardvogel	noun	Psilopogon armillaris een Aziatische baardvogel die voorkomt op Java en Bali
blauwkapbaardvogels	=	blauwkapbaardvogel
blauwkapbaardvogeltje	=	blauwkapbaardvogel
blauwkapbaardvogeltjes	=	blauwkapbaardvogel
blauwkapifrit	noun	Ifrita kowaldi een vrij kleine zangvogel uit het monotypische geslacht Ifrita
blauwkapifrita	noun	Ifrita kowaldi een vrij kleine zangvogel uit het monotypische geslacht Ifrita in de monotypische familie Ifritidae
blauwkapifrita's	=	blauwkapifrita
blauwkapifritaatje	=	blauwkapifrita
blauwkapifritaatjes	=	blauwkapifrita
blauwkapifritje	=	blauwkapifrit
blauwkapifritjes	=	blauwkapifrit
blauwkapifrits	=	blauwkapifrit
blauwkaplori	noun	Vini australis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
blauwkaplori's	=	blauwkaplori
blauwkaplorietje	=	blauwkaplori
blauwkaplorietjes	=	blauwkaplori
blauwkapmanakin	noun	Lepidothrix coeruleocapilla een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
blauwkapmanakinnetje	=	blauwkapmanakin
blauwkapmanakinnetjes	=	blauwkapmanakin
blauwkapmanakins	=	blauwkapmanakin
blauwkapmonarch	noun	Myiagra azureocapilla een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
blauwkapmonarchen	=	blauwkapmonarch
blauwkapmonarchje	=	blauwkapmonarch
blauwkapmonarchjes	=	blauwkapmonarch
blauwkaporganist	noun	Chlorophonia elegantissima een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
blauwkaporganisten	=	blauwkaporganist
blauwkaporganistje	=	blauwkaporganist
blauwkaporganistjes	=	blauwkaporganist
blauwkaptangare	noun	Sporathraupis cyanocephala een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
blauwkaptangaren	=	blauwkaptangare
blauwkaptangaretje	=	blauwkaptangare
blauwkaptangaretjes	=	blauwkaptangare
blauwkapvlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus discurus een papegaai die alleen voorkomt in de Filipijnen.
blauwkapvlagstaartpapegaaien	=	blauwkapvlagstaartpapegaai
blauwkapvlagstaartpapegaaitje	=	blauwkapvlagstaartpapegaai
blauwkapvlagstaartpapegaaitjes	=	blauwkapvlagstaartpapegaai
blauwkeel	noun	dier met een blauwe keel
blauwkeelagame	noun	Acanthocercus atricollis een hagedis uit de familie agamen (Agamidae).
blauwkeelagamen	=	blauwkeelagame
blauwkeelagametje	=	blauwkeelagame
blauwkeelagametjes	=	blauwkeelagame
blauwkeelara	noun	Ara glaucogularis een vogel van de familie der Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
blauwkeelara's	=	blauwkeelara
blauwkeelaraatje	=	blauwkeelara
blauwkeelaraatjes	=	blauwkeelara
blauwkeelarassari	noun	Aulacorhynchus caeruleogularis een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans)
blauwkeelarassari's	=	blauwkeelarassari
blauwkeelarassarietje	=	blauwkeelarassari
blauwkeelarassarietjes	=	blauwkeelarassari
blauwkeelbaardvogel	noun	Psilopogon asiaticus een Aziatische baardvogel die voorkomt in het gebied dat reikt van Pakistan tot Vietnam
blauwkeelbaardvogels	=	blauwkeelbaardvogel
blauwkeelbaardvogeltje	=	blauwkeelbaardvogel
blauwkeelbaardvogeltjes	=	blauwkeelbaardvogel
blauwkeelbergnimf	noun	Oreotrochilus cyanolaemus een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
blauwkeelbergnimfen	=	blauwkeelbergnimf
blauwkeelbergnimfje	=	blauwkeelbergnimf
blauwkeelbergnimfjes	=	blauwkeelbergnimf
blauwkeelgoean	noun	Pipile pipile een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
blauwkeelgoeannetje	=	blauwkeelgoean
blauwkeelgoeannetjes	=	blauwkeelgoean
blauwkeelgoeans	=	blauwkeelgoean
blauwkeelhoningzuiger	noun	Anthreptes reichenowi een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
blauwkeelhoningzuigers	=	blauwkeelhoningzuiger
blauwkeelhoningzuigertje	=	blauwkeelhoningzuiger
blauwkeelhoningzuigertjes	=	blauwkeelhoningzuiger
blauwkeeljuweelkolibrie	noun	Lampornis clemenciae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwkeeljuweelkolibries	=	blauwkeeljuweelkolibrie
blauwkeeljuweelkolibrietje	=	blauwkeeljuweelkolibrie
blauwkeeljuweelkolibrietjes	=	blauwkeeljuweelkolibrie
blauwkeelmotmot	noun	Aspatha gularis een vogel uit de familie Momotidae (motmots).
blauwkeelmotmotje	=	blauwkeelmotmot
blauwkeelmotmotjes	=	blauwkeelmotmot
blauwkeelmotmots	=	blauwkeelmotmot
blauwkeelmotmotten	=	blauwkeelmotmot
blauwkeelneushoornvogel	noun	Ceratogymna atrata een neushoornvogel die voorkomt in West- en Midden-Afrika
blauwkeelneushoornvogels	=	blauwkeelneushoornvogel
blauwkeelneushoornvogeltje	=	blauwkeelneushoornvogel
blauwkeelneushoornvogeltjes	=	blauwkeelneushoornvogel
blauwkeelniltava	noun	Cyornis rubeculoides een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
blauwkeelniltava's	=	blauwkeelniltava
blauwkeelniltavaatje	=	blauwkeelniltava
blauwkeelniltavaatjes	=	blauwkeelniltava
blauwkeelparkiet	noun	Pyrrhura cruentata een soort uit Brazilië, Bolivia en Argentinië
blauwkeelparkieten	=	blauwkeelparkiet
blauwkeelparkietje	=	blauwkeelparkiet
blauwkeelparkietjes	=	blauwkeelparkiet
blauwkeelsaffierkolibrie	noun	Chlorestes notata een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwkeelsaffierkolibries	=	blauwkeelsaffierkolibrie
blauwkeelsaffierkolibrietje	=	blauwkeelsaffierkolibrie
blauwkeelsaffierkolibrietjes	=	blauwkeelsaffierkolibrie
blauwkeelscharrelaar	noun	Eurystomus gularis een vogel uit de familie Coraciidae (Scharrelaars)
blauwkeelscharrelaars	=	blauwkeelscharrelaar
blauwkeelscharrelaartje	=	blauwkeelscharrelaar
blauwkeelscharrelaartjes	=	blauwkeelscharrelaar
blauwkeelsialia	noun	Sialia mexicana een vogelsoort uit de familie van de lijsters.
blauwkeelsialia's	=	blauwkeelsialia
blauwkeelsialiaatje	=	blauwkeelsialia
blauwkeelsialiaatjes	=	blauwkeelsialia
blauwkeeltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vis, Helicolenus dactylopterus uit de orde schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
blauwkeeltjes	=	blauwkeel
blauwkelen	=	blauwkeel
blauwkiel	noun	iemand die een blauwe kiel draagt
blauwkielen	=	blauwkiel
blauwknobbelhokko	noun	Crax alberti een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
blauwknobbelhokko's	=	blauwknobbelhokko
blauwknobbelhokkootje	=	blauwknobbelhokko
blauwknobbelhokkootjes	=	blauwknobbelhokko
blauwkop	noun	dier met een blauwe kop
blauwkopara	noun	Primolius couloni een papegaaiachtige uit het geslacht Primolius.
blauwkopara's	=	blauwkopara
blauwkoparaatje	=	blauwkopara
blauwkoparaatjes	=	blauwkopara
blauwkoparatinga	noun	Thectocercus acuticaudatus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
blauwkoparatinga's	=	blauwkoparatinga
blauwkoparatingaatje	=	blauwkoparatinga
blauwkoparatingaatjes	=	blauwkoparatinga
blauwkopastrild	noun	Uraeginthus cyanocephalus een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) die oorspronkelijk uit Oost-Afrika komt
blauwkopastrilden	=	blauwkopastrild
blauwkopastrildje	=	blauwkopastrild
blauwkopastrildjes	=	blauwkopastrild
blauwkopbijeneter	noun	Merops muelleri een bijeneter die voorkomt in bosgebieden in West- en Oost-Afrika onder de Sahara
blauwkopbijeneters	=	blauwkopbijeneter
blauwkopbijenetertje	=	blauwkopbijeneter
blauwkopbijenetertjes	=	blauwkopbijeneter
blauwkopbosijsvogel	noun	Actenoides monachus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
blauwkopbosijsvogels	=	blauwkopbosijsvogel
blauwkopbosijsvogeltje	=	blauwkopbosijsvogel
blauwkopbosijsvogeltjes	=	blauwkopbosijsvogel
blauwkopgrondscharrelaar	noun	Atelornis pittoides een vogel uit de familie Brachypteraciidae (grondscharrelaars).
blauwkopgrondscharrelaars	=	blauwkopgrondscharrelaar
blauwkopgrondscharrelaartje	=	blauwkopgrondscharrelaar
blauwkopgrondscharrelaartjes	=	blauwkopgrondscharrelaar
blauwkophoningzuiger	noun	Cyanomitra oritis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
blauwkophoningzuigers	=	blauwkophoningzuiger
blauwkophoningzuigertje	=	blauwkophoningzuiger
blauwkophoningzuigertjes	=	blauwkophoningzuiger
blauwkopje	=	blauwkop
blauwkopjes	=	blauwkop
blauwkopkroonparelhoen	noun	Guttera verreauxi een vogel uit de parelhoenderfamilie, de Numididae.
blauwkopkroonparelhoenders	=	blauwkopkroonparelhoen
blauwkopkroonparelhoendertje	=	blauwkopkroonparelhoen
blauwkopkroonparelhoendertjes	=	blauwkopkroonparelhoen
blauwkopkuifmonarch	noun	Trochocercus nitens een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
blauwkopkuifmonarchen	=	blauwkopkuifmonarch
blauwkopkuifmonarchje	=	blauwkopkuifmonarch
blauwkopkuifmonarchjes	=	blauwkopkuifmonarch
blauwkopkwartelduif	noun	Starnoenas cyanocephala een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
blauwkopkwartelduifje	=	blauwkopkwartelduif
blauwkopkwartelduifjes	=	blauwkopkwartelduif
blauwkopkwartelduiven	=	blauwkopkwartelduif
blauwkoppen	=	blauwkop
blauwkoppitta	noun	Hydrornis baudii een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae)
blauwkoppitta's	=	blauwkoppitta
blauwkoppittaatje	=	blauwkoppitta
blauwkoppittaatjes	=	blauwkoppitta
blauwkoproodstaart	noun	Phoenicurus coeruleocephala een zangvogel uit de familie Muscicapidae.
blauwkoproodstaarten	=	blauwkoproodstaart
blauwkoproodstaartje	=	blauwkoproodstaart
blauwkoproodstaartjes	=	blauwkoproodstaart
blauwkopsaffierkolibrie	noun	Chrysuronia grayi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwkopsaffierkolibries	=	blauwkopsaffierkolibrie
blauwkopsaffierkolibrietje	=	blauwkopsaffierkolibrie
blauwkopsaffierkolibrietjes	=	blauwkopsaffierkolibrie
blauwkopwaaierstaart	noun	Rhipidura cyaniceps een vogelsoort die alleen voorkomt op de Filipijnen
blauwkopwaaierstaarten	=	blauwkopwaaierstaart
blauwkopwaaierstaartje	=	blauwkopwaaierstaart
blauwkopwaaierstaartjes	=	blauwkopwaaierstaart
blauwkous	noun	geleerde vrouw
blauwkousen	=	blauwkous
blauwkousje	=	blauwkous
blauwkousjes	=	blauwkous
blauwkroontje	noun	Loriculus galgulus een papegaaiachtige uit tot de familie van de papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae).
blauwkroontjes	=	blauwkroontje
blauwkruinglansvogel	noun	Galbula cyanescens een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
blauwkruinglansvogels	=	blauwkruinglansvogel
blauwkruinglansvogeltje	=	blauwkruinglansvogel
blauwkruinglansvogeltjes	=	blauwkruinglansvogel
blauwkruinkwartelduif	noun	Geotrygon purpurata een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
blauwkruinkwartelduifje	=	blauwkruinkwartelduif
blauwkruinkwartelduifjes	=	blauwkruinkwartelduif
blauwkruinkwartelduiven	=	blauwkruinkwartelduif
blauwkruinmanakin	noun	Lepidothrix coronata een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
blauwkruinmanakinnetje	=	blauwkruinmanakin
blauwkruinmanakinnetjes	=	blauwkruinmanakin
blauwkruinmanakins	=	blauwkruinmanakin
blauwkruinmotmot	noun	Momotus coeruliceps een vogel uit de familie motmots (Momotidae).
blauwkruinmotmotje	=	blauwkruinmotmot
blauwkruinmotmotjes	=	blauwkruinmotmot
blauwkruinmotmots	=	blauwkruinmotmot
blauwkruinmotmotten	=	blauwkruinmotmot
blauwkruinorganist	noun	Chlorophonia occipitalis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
blauwkruinorganisten	=	blauwkruinorganist
blauwkruinorganistje	=	blauwkruinorganist
blauwkruinorganistjes	=	blauwkruinorganist
blauwkruinpluimbroekje	noun	Eriocnemis glaucopoides een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwkruinpluimbroekjes	=	blauwkruinpluimbroekje
blauwkruintrogon	noun	Trogon curucui een vogel uit de familie Trogonidae.
blauwkruintrogonnetje	=	blauwkruintrogon
blauwkruintrogonnetjes	=	blauwkruintrogon
blauwkruintrogons	=	blauwkruintrogon
blauwlelbuulbuul	noun	Brachypodius nieuwenhuisii een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
blauwlelbuulbuuls	=	blauwlelbuulbuul
blauwlelbuulbuultje	=	blauwlelbuulbuul
blauwlelbuulbuultjes	=	blauwlelbuulbuul
blauwlila	noun	tint tussen blauw en lila met RAL-nummer 4005 ( ).	adj	in een tint tussen blauw en lila met RAL-nummer 4005 ( ).
blauwmaanzaad	noun	bevruchte kiemen uit de maanbol van de slaapbol, Papaver somniferum, die vooral gebruikt wordt op brood en broodjes door voor het bakken het deeg in een bak met zaad te duwen of het zaad er overheen te strooien Het bevat sporen van de actieve stoffen in opiaten maar kan redelijk veilig gegeten worden.
blauwmaanzaadgalmug	noun	Dasineura papaveris een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
blauwmaanzaadgalmuggen	=	blauwmaanzaadgalmug
blauwmaanzaadgalmugje	=	blauwmaanzaadgalmug
blauwmaanzaadgalmugjes	=	blauwmaanzaadgalmug
blauwmaanzaadgalwesp	noun	Aylax papaveris een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
blauwmaanzaadgalwespen	=	blauwmaanzaadgalwesp
blauwmaanzaadgalwespje	=	blauwmaanzaadgalwesp
blauwmaanzaadgalwespjes	=	blauwmaanzaadgalwesp
blauwmaanzaadje	=	blauwmaanzaad
blauwmaanzaadjes	=	blauwmaanzaad
blauwmaanzaden	=	blauwmaanzaad
blauwmanteldoornsnavel	noun	Chalcostigma stanleyi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwmanteldoornsnavels	=	blauwmanteldoornsnavel
blauwmanteldoornsnaveltje	=	blauwmanteldoornsnavel
blauwmanteldoornsnaveltjes	=	blauwmanteldoornsnavel
blauwmaskeraalscholver	noun	Phalacrocorax fuscescens een zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
blauwmaskeraalscholvers	=	blauwmaskeraalscholver
blauwmaskeraalscholvertje	=	blauwmaskeraalscholver
blauwmaskeraalscholvertjes	=	blauwmaskeraalscholver
blauwmaskerbladvogel	noun	Chloropsis venusta een vogel uit de familie van de bladvogels.
blauwmaskerbladvogels	=	blauwmaskerbladvogel
blauwmaskerbladvogeltje	=	blauwmaskerbladvogel
blauwmaskerbladvogeltjes	=	blauwmaskerbladvogel
blauwmaskermiervogel	noun	Hafferia immaculata een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
blauwmaskermiervogels	=	blauwmaskermiervogel
blauwmaskermiervogeltje	=	blauwmaskermiervogel
blauwmaskermiervogeltjes	=	blauwmaskermiervogel
blauwmaskerpapegaaiamadine	noun	Erythrura trichroa een vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), oorspronkelijk afkomstig uit Indonesië, Nieuw-Guinea en Noord-Australië
blauwmaskerpapegaaiamadines	=	blauwmaskerpapegaaiamadine
blauwmaskerpapegaaiamadinetje	=	blauwmaskerpapegaaiamadine
blauwmaskerpapegaaiamadinetjes	=	blauwmaskerpapegaaiamadine
blauwnekmuisvogel	noun	Urocolius macrourus een vogel uit de familie Coliidae (muisvogels).
blauwnekmuisvogels	=	blauwnekmuisvogel
blauwnekmuisvogeltje	=	blauwnekmuisvogel
blauwnekmuisvogeltjes	=	blauwnekmuisvogel
blauwnekorganist	noun	Chlorophonia cyanea een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
blauwnekorganisten	=	blauwnekorganist
blauwnekorganistje	=	blauwnekorganist
blauwnekorganistjes	=	blauwnekorganist
blauwnekpapegaai	noun	Tanygnathus lucionensis een papegaai die bijna-endemisch is voor de Filipijnen.
blauwnekpapegaaien	=	blauwnekpapegaai
blauwnekpapegaaitje	=	blauwnekpapegaai
blauwnekpapegaaitjes	=	blauwnekpapegaai
blauwnekpitta	noun	Hydrornis nipalensis een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae)
blauwnekpitta's	=	blauwnekpitta
blauwnekpittaatje	=	blauwnekpitta
blauwnekpittaatjes	=	blauwnekpitta
blauwneus	noun	bepaald soort karperachtige riviervis Vimba vimba die van oorsprong uit Oost-Europa komt; algemeen in België en een aantal malen in de Nederlandse rivieren gesignaleerd
blauwneusje	=	blauwneus
blauwneusjes	=	blauwneus
blauwneuzen	=	blauwneus
blauwogen	noun	een familie Pseudomugilidae van straalvinnige vissen uit de orde van koornaarvisachtigen (Atheriniformes)
blauwogig	adj	met blauwe ogen
blauwogige	=	blauwogig
blauwogiger	=	blauwogig
blauwogigere	=	blauwogig
blauwogigers	=	blauwogig
blauwogigs	=	blauwogig
blauwogigst	=	blauwogig
blauwogigste	=	blauwogig
blauwoog	noun	persoon of dier met blauwe ogen
blauwoogbronlibel	noun	Cordulegaster insignis een echte libel uit de familie van de bronlibellen (Cordulegastridae).
blauwoogbronlibellen	=	blauwoogbronlibel
blauwoogbronlibelletje	=	blauwoogbronlibel
blauwoogbronlibelletjes	=	blauwoogbronlibel
blauwooggrasmot	noun	Agriphila straminella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
blauwooggrasmotje	=	blauwooggrasmot
blauwooggrasmotjes	=	blauwooggrasmot
blauwooggrasmotten	=	blauwooggrasmot
blauwoogkaketoe	noun	Cacatua ophthalmica een vogel uit de familie Cacatuidae (kaketoes).
blauwoogkaketoes	=	blauwoogkaketoe
blauwoogkaketoetje	=	blauwoogkaketoe
blauwoogkaketoetjes	=	blauwoogkaketoe
blauwoogmaki	noun	Eulemur flavifrons een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
blauwoogmaki's	=	blauwoogmaki
blauwoogmakietje	=	blauwoogmaki
blauwoogmakietjes	=	blauwoogmaki
blauwoogsteenduif	noun	Columbina cyanopis een vogel uit de familie Columbidae (Duiven)
blauwoogsteenduifje	=	blauwoogsteenduif
blauwoogsteenduifjes	=	blauwoogsteenduif
blauwoogsteenduiven	=	blauwoogsteenduif
blauwoogvlinder	noun	Minois dryas een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
blauwoogvlinders	=	blauwoogvlinder
blauwoogvlindertje	=	blauwoogvlinder
blauwoogvlindertjes	=	blauwoogvlinder
blauwoorbaardvogel	noun	Psilopogon duvauceli een Aziatische baardvogel die voorkomt in een groot gebied van het noordoosten van India tot aan het eiland Java
blauwoorbaardvogels	=	blauwoorbaardvogel
blauwoorbaardvogeltje	=	blauwoorbaardvogel
blauwoorbaardvogeltjes	=	blauwoorbaardvogel
blauwoorglansspreeuw	noun	Lamprotornis chloropterus een zangvogel uit de familie Sturnidae (spreeuwen).
blauwoorglansspreeuwen	=	blauwoorglansspreeuw
blauwoorglansspreeuwtje	=	blauwoorglansspreeuw
blauwoorglansspreeuwtjes	=	blauwoorglansspreeuw
blauwoorlori	noun	Eos semilarvata een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
blauwoorlori's	=	blauwoorlori
blauwoorlorietje	=	blauwoorlori
blauwoorlorietjes	=	blauwoorlori
blauwplaatstaalsteeltje	noun	Entoloma chalybaeum een paddenstoel uit de familie Entolomataceae.
blauwplaatstaalsteeltjes	=	blauwplaatstaalsteeltje
blauwplaatstropharia	noun	Stropharia rugosoannulata een saprotrofe zwam die in België en Nederland voornamelijk is aan te treffen op onverteerde humus, houtsnippers, zaagsel en dergelijke in tuinen, parken en loofbossen.
blauwplaatstropharia's	=	blauwplaatstropharia
blauwplaatstrophariaatje	=	blauwplaatstropharia
blauwplaatstrophariaatjes	=	blauwplaatstropharia
blauwpootoeverloopkever	noun	Elaphrus uliginosus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
blauwpootoeverloopkevers	=	blauwpootoeverloopkever
blauwpootoeverloopkevertje	=	blauwpootoeverloopkever
blauwpootoeverloopkevertjes	=	blauwpootoeverloopkever
blauwpootzwemkrab	noun	Liocarcinus depurator een krab uit de familie Polybiidae, ook wel zwemkrabben genoemd.
blauwpootzwemkrabben	=	blauwpootzwemkrab
blauwpootzwemkrabbetje	=	blauwpootzwemkrab
blauwpootzwemkrabbetjes	=	blauwpootzwemkrab
blauwrandspanner	noun	Plemyria rubiginata is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
blauwrandspanners	=	blauwrandspanner
blauwrandspannertje	=	blauwrandspanner
blauwrandspannertjes	=	blauwrandspanner
blauwrugbergtangare	noun	Buthraupis montana een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
blauwrugbergtangaren	=	blauwrugbergtangare
blauwrugbergtangaretje	=	blauwrugbergtangare
blauwrugbergtangaretjes	=	blauwrugbergtangare
blauwrugbisschop	noun	Cyanoloxia cyanoides een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
blauwrugbisschopje	=	blauwrugbisschop
blauwrugbisschopjes	=	blauwrugbisschop
blauwrugbisschoppen	=	blauwrugbisschop
blauwrugduiker	noun	Cephalophus rufilatus is een zoogdier uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
blauwrugduikers	=	blauwrugduiker
blauwrugduikertje	=	blauwrugduiker
blauwrugduikertjes	=	blauwrugduiker
blauwrughoningvogel	noun	Prionochilus percussus een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
blauwrughoningvogels	=	blauwrughoningvogel
blauwrughoningvogeltje	=	blauwrughoningvogel
blauwrughoningvogeltjes	=	blauwrughoningvogel
blauwrugpapegaai	noun	Psittinus cyanurus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
blauwrugpapegaaien	=	blauwrugpapegaai
blauwrugpapegaaitje	=	blauwrugpapegaai
blauwrugpapegaaitjes	=	blauwrugpapegaai
blauwrugspitssnavel	noun	Conirostrum sitticolor een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
blauwrugspitssnavels	=	blauwrugspitssnavel
blauwrugspitssnaveltje	=	blauwrugspitssnavel
blauwrugspitssnaveltjes	=	blauwrugspitssnavel
blauws	=	blauw
blauwschaap	noun	Pseudois nayaur een soort bok die voorkomt in de gebergtes van Centraal-Azië.
blauwschaapje	=	blauwschaap
blauwschaapjes	=	blauwschaap
blauwschapen	=	blauwschaap
blauwschicht	noun	Pachydiplax longipennis een libellensoort uit de familie van de korenbouten (Libellulidae), onderorde echte libellen (Anisoptera).
blauwschichten	noun	Pachydiplax een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae) die 1 soort omvat: de blauwschicht
blauwschichtje	=	blauwschicht
blauwschichtjes	=	blauwschicht
blauwschouderlawaaimaker	noun	Cossypha cyanocampter een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
blauwschouderlawaaimakers	=	blauwschouderlawaaimaker
blauwschouderlawaaimakertje	=	blauwschouderlawaaimaker
blauwschouderlawaaimakertjes	=	blauwschouderlawaaimaker
blauwsel	noun	bleekmiddel dat men gebruikt om de witte was stralend wit te krijgen
blauwsnavel	noun	dier (vogel) met een blauwe snavel
blauwsnavelmoortiran	noun	Knipolegus cyanirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
blauwsnavelmoortirannen	=	blauwsnavelmoortiran
blauwsnavelmoortirannetje	=	blauwsnavelmoortiran
blauwsnavelmoortirannetjes	=	blauwsnavelmoortiran
blauwsnavelmuisspecht	noun	Dendrocolaptes picumnus een zangvogel uit de onderfamilie dendrocolaptidae (Muisspechten).
blauwsnavelmuisspechten	=	blauwsnavelmuisspecht
blauwsnavelmuisspechtje	=	blauwsnavelmuisspecht
blauwsnavelmuisspechtjes	=	blauwsnavelmuisspecht
blauwsnavels	noun	een geslacht Spermophaga van zangvogels uit de familie prachtvinken (Estrildidae)
blauwsnaveltje	=	blauwsnavel
blauwsnaveltjes	=	blauwsnavel
blauwsnorbijeneter	noun	Merops mentalis een bijeneter die voorkomt in bosgebieden in West-Afrika onder de Sahara.
blauwsnorbijeneters	=	blauwsnorbijeneter
blauwsnorbijenetertje	=	blauwsnorbijeneter
blauwsnorbijenetertjes	=	blauwsnorbijeneter
blauwspar	noun	bepaald soort groenblijvende boom met scherp gepunte naalden uit de Rocky Mountains, Picea pungens
blauwsparren	=	blauwspar
blauwsparretje	=	blauwspar
blauwsparretjes	=	blauwspar
blauwst	=	blauw
blauwstaart	noun	Tarsiger cyanurus een zangvogel uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae).
blauwstaartamazilia	noun	Saucerottia cyanura een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwstaartamazilia's	=	blauwstaartamazilia
blauwstaartamaziliaatje	=	blauwstaartamazilia
blauwstaartamaziliaatjes	=	blauwstaartamazilia
blauwstaartbijeneter	noun	Merops philippinus een bijeneter die voorkomt in Oriëntaals gebied en Papoea-Nieuw-Guinea
blauwstaartbijeneters	=	blauwstaartbijeneter
blauwstaartbijenetertje	=	blauwstaartbijeneter
blauwstaartbijenetertjes	=	blauwstaartbijeneter
blauwstaarten	noun	een geslacht Tarsiger van zangvogels uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
blauwstaartje	=	blauwstaart
blauwstaartjes	=	blauwstaart
blauwstaartpitta	noun	een zangvogel van het geslacht Hydrornis
blauwstaartpitta's	=	blauwstaartpitta
blauwstaartpittaatje	=	blauwstaartpitta
blauwstaartpittaatjes	=	blauwstaartpitta
blauwstaartsmaragdkolibrie	noun	Chlorostilbon mellisugus een vogel uit de familie van de kolibries (Trochilidae).
blauwstaartsmaragdkolibries	=	blauwstaartsmaragdkolibrie
blauwstaartsmaragdkolibrietje	=	blauwstaartsmaragdkolibrie
blauwstaartsmaragdkolibrietjes	=	blauwstaartsmaragdkolibrie
blauwstaarttrogon	noun	Trogon comptus een vogel uit de familie Trogonidae.
blauwstaarttrogonnetje	=	blauwstaarttrogon
blauwstaarttrogonnetjes	=	blauwstaarttrogon
blauwstaarttrogons	=	blauwstaarttrogon
blauwste	=	blauw
blauwstuitmanakin	noun	Lepidothrix isidorei een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
blauwstuitmanakinnetje	=	blauwstuitmanakin
blauwstuitmanakinnetjes	=	blauwstuitmanakin
blauwstuitmanakins	=	blauwstuitmanakin
blauwstuitpitta	noun	Hydrornis soror een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
blauwstuitpitta's	=	blauwstuitpitta
blauwstuitpittaatje	=	blauwstuitpitta
blauwstuitpittaatjes	=	blauwstuitpitta
blauwtipje	noun	Antioplella cristata een zeenaaktslak uit de familie van de Janolidae.
blauwtipjes	=	blauwtipje
blauwtje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor blauw gekleurde vlindersoorten uit het ondergeslacht Polyommatinae, zoals het heideblauwtje, Plebeius argus
blauwtjes	=	blauw
blauwtong	noun	dsRNA- virusziekte die voornamelijk voorkomt bij schapen
blauwtongskinken	noun	een geslacht Tiliqua van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae)
blauwtongziekte	noun	virus ziekte die vooral bij schapen voorkomt.
blauwtongziekten	=	blauwtongziekte
blauwtongziektes	=	blauwtongziekte
blauwvinponen	=	blauwvinpoon
blauwvinpoon	noun	Chelidonichthys kumu een straalvinnige vis uit de familie van ponen (Triglidae) en behoort tot de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes).
blauwvinpoontje	=	blauwvinpoon
blauwvinpoontjes	=	blauwvinpoon
blauwvintonijn	noun	Thunnus thynnus een straalvinnige vis uit de orde van de baarsachtigen (Perciformes) en de familie makrelen (Scombridae).
blauwvintonijnen	=	blauwvintonijn
blauwvintonijntje	=	blauwvintonijn
blauwvintonijntjes	=	blauwvintonijn
blauwvintrekkervis	noun	Balistoides viridescens een grote trekkervis van de familie van trekkervissen (Balistidae), van het geslacht Balistoides
blauwvintrekkervisje	=	blauwvintrekkervis
blauwvintrekkervisjes	=	blauwvintrekkervis
blauwvintrekkervissen	=	blauwvintrekkervis
blauwviolet	noun	een variant van de kleur violet met blauwe tint	adj	de kleur blauwviolet hebbend
blauwviolets	=	blauwviolet
blauwviolette	=	blauwviolet
blauwvlekfluitvis	noun	Fistularia tabacaria een straalvinnige vissensoort uit de familie van de fluitbekvissen (Fistulariidae).
blauwvlekfluitvisje	=	blauwvlekfluitvis
blauwvlekfluitvisjes	=	blauwvlekfluitvis
blauwvlekfluitvissen	=	blauwvlekfluitvis
blauwvlekgordelstaarthagedis	noun	Ninurta coeruleopunctatus een hagedis uit de familie gordelstaarthagedissen (Cordylidae)
blauwvlekgordelstaarthagedisje	=	blauwvlekgordelstaarthagedis
blauwvlekgordelstaarthagedisjes	=	blauwvlekgordelstaarthagedis
blauwvlekgordelstaarthagedissen	=	blauwvlekgordelstaarthagedis
blauwvlekkaartmot	noun	Agonopterix alstromeriana een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
blauwvlekkaartmotje	=	blauwvlekkaartmot
blauwvlekkaartmotjes	=	blauwvlekkaartmot
blauwvlekkaartmotten	=	blauwvlekkaartmot
blauwvleugel	noun	dier (vogel) met een blauwe vleugel
blauwvleugelakalat	noun	Sheppardia gunningi een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
blauwvleugelakalatje	=	blauwvleugelakalat
blauwvleugelakalatjes	=	blauwvleugelakalat
blauwvleugelakalats	=	blauwvleugelakalat
blauwvleugelbergtangare	noun	Anisognathus somptuosus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
blauwvleugelbergtangaren	=	blauwvleugelbergtangare
blauwvleugelbergtangaretje	=	blauwvleugelbergtangare
blauwvleugelbergtangaretjes	=	blauwvleugelbergtangare
blauwvleugelbladvogel	noun	Chloropsis moluccensis een vogel uit de familie van de bladvogels.
blauwvleugelbladvogels	=	blauwvleugelbladvogel
blauwvleugelbladvogeltje	=	blauwvleugelbladvogel
blauwvleugelbladvogeltjes	=	blauwvleugelbladvogel
blauwvleugelen	=	blauwvleugel
blauwvleugelgans	noun	Cyanochen cyanoptera een vogel uit de familie Anatidae.
blauwvleugelgansje	=	blauwvleugelgans
blauwvleugelgansjes	=	blauwvleugelgans
blauwvleugelganzen	=	blauwvleugelgans
blauwvleugelkookaburra	noun	Dacelo leachii een vogel uit de familie van ijsvogels (Alcedinidae).
blauwvleugelkookaburra's	=	blauwvleugelkookaburra
blauwvleugelkookaburraatje	=	blauwvleugelkookaburra
blauwvleugelkookaburraatjes	=	blauwvleugelkookaburra
blauwvleugellijstergaai	noun	Trochalopteron squamatum een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
blauwvleugellijstergaaien	=	blauwvleugellijstergaai
blauwvleugellijstergaaitje	=	blauwvleugellijstergaai
blauwvleugellijstergaaitjes	=	blauwvleugellijstergaai
blauwvleugelminla	noun	Actinodura cyanouroptera een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
blauwvleugelminla's	=	blauwvleugelminla
blauwvleugelminlaatje	=	blauwvleugelminla
blauwvleugelminlaatjes	=	blauwvleugelminla
blauwvleugelparkiet	noun	Neophema chrysostoma een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
blauwvleugelparkieten	=	blauwvleugelparkiet
blauwvleugelparkietje	=	blauwvleugelparkiet
blauwvleugelparkietjes	=	blauwvleugelparkiet
blauwvleugelpitta	noun	Pitta moluccensis een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae)
blauwvleugelpitta's	=	blauwvleugelpitta
blauwvleugelpittaatje	=	blauwvleugelpitta
blauwvleugelpittaatjes	=	blauwvleugelpitta
blauwvleugels	=	blauwvleugel
blauwvleugelspitsvogel	noun	Artamus cyanopterus een zangvogel uit de familie Artamidae (spitsvogels).
blauwvleugelspitsvogels	=	blauwvleugelspitsvogel
blauwvleugelspitsvogeltje	=	blauwvleugelspitsvogel
blauwvleugelspitsvogeltjes	=	blauwvleugelspitsvogel
blauwvleugelsprinkhaan	noun	Oedipoda caerulescens een insect uit de sprinkhanenfamilie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Oedipodinae
blauwvleugelsprinkhaantje	=	blauwvleugelsprinkhaan
blauwvleugelsprinkhaantjes	=	blauwvleugelsprinkhaan
blauwvleugelsprinkhanen	=	blauwvleugelsprinkhaan
blauwvleugeltaling	noun	Spatula discors een eend uit Noord-Amerika
blauwvleugeltalingen	=	blauwvleugeltaling
blauwvleugeltalinkje	=	blauwvleugeltaling
blauwvleugeltalinkjes	=	blauwvleugeltaling
blauwvleugeltje	=	blauwvleugel
blauwvleugeltjes	=	blauwvleugel
blauwvleugeluil	noun	Peridroma saucia een nachtvlinder uit de familie van de Noctuidae, de uilen.
blauwvleugeluilen	=	blauwvleugeluil
blauwvleugeluiltje	=	blauwvleugeluil
blauwvleugeluiltjes	=	blauwvleugeluil
blauwvleugelwielewaal	noun	Oriolus brachyrynchus een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
blauwvleugelwielewaaltje	=	blauwvleugelwielewaal
blauwvleugelwielewaaltjes	=	blauwvleugelwielewaal
blauwvleugelwielewalen	=	blauwvleugelwielewaal
blauwvleugelzanger	noun	Vermivora cyanoptera een kleine vogel uit de familie van de Amerikaanse zangers (Parulidae)
blauwvleugelzangers	=	blauwvleugelzanger
blauwvleugelzangertje	=	blauwvleugelzanger
blauwvleugelzangertjes	=	blauwvleugelzanger
blauwvoet	noun	dier met een blauwe voet
blauwvoeten	=	blauwvoet
blauwvoeter	noun	lid van een katholieke Vlaams-nationalistische beweging die is opgericht door Albrecht Rodenbach
blauwvoeterie	noun	19e-eeuwse beweging tegen de verfransingsdruk, vooral bij de studerende Vlaamse jeugd
blauwvoeterij	noun	19e-eeuwse beweging tegen de verfransingsdruk, vooral bij de studerende Vlaamse jeugd
blauwvoeters	=	blauwvoeter
blauwvoetgent	noun	Sula nebouxii een zeevogel uit de familie van de genten (Sulidae)
blauwvoetgenten	=	blauwvoetgent
blauwvoetgentje	=	blauwvoetgent
blauwvoetgentjes	=	blauwvoetgent
blauwvoetkaalkopje	noun	Psilocybe fimetaria een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
blauwvoetkaalkopjes	=	blauwvoetkaalkopje
blauwvoetmycena	noun	Mycena cyanorhiza een kleine witte paddenstoel uit de familie Marasmiaceae.
blauwvoetmycena's	=	blauwvoetmycena
blauwvoetmycenaatje	=	blauwvoetmycena
blauwvoetmycenaatjes	=	blauwvoetmycena
blauwvoetstekelzwam	noun	Hydnellum scabrosum een schimmel behorend tot de familie Bankeraceae.
blauwvoetstekelzwammen	=	blauwvoetstekelzwam
blauwvoetstekelzwammetje	=	blauwvoetstekelzwam
blauwvoetstekelzwammetjes	=	blauwvoetstekelzwam
blauwvoorhoofdamazone	noun	Amazona aestiva een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
blauwvoorhoofdamazonen	=	blauwvoorhoofdamazone
blauwvoorhoofdamazones	=	blauwvoorhoofdamazone
blauwvoorhoofdamazonetje	=	blauwvoorhoofdamazone
blauwvoorhoofdamazonetjes	=	blauwvoorhoofdamazone
blauwvoorhoofdcallene	noun	Cinclidium frontale een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
blauwvoorhoofdcallenen	=	blauwvoorhoofdcallene
blauwvoorhoofdcallenetje	=	blauwvoorhoofdcallene
blauwvoorhoofdcallenetjes	=	blauwvoorhoofdcallene
blauwvoorhoofdlancetkolibrie	noun	Doryfera johannae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
blauwvoorhoofdlancetkolibries	=	blauwvoorhoofdlancetkolibrie
blauwvoorhoofdlancetkolibrietje	=	blauwvoorhoofdlancetkolibrie
blauwvoorhoofdlancetkolibrietjes	=	blauwvoorhoofdlancetkolibrie
blauwvoorhoofdvijgpapegaai	noun	Cyclopsitta gulielmitertii een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
blauwvoorhoofdvijgpapegaaien	=	blauwvoorhoofdvijgpapegaai
blauwvoorhoofdvijgpapegaaitje	=	blauwvoorhoofdvijgpapegaai
blauwvoorhoofdvijgpapegaaitjes	=	blauwvoorhoofdvijgpapegaai
blauwvos	noun	kleurvariëteit van de poolvos
blauwvosje	=	blauwvos
blauwvosjes	=	blauwvos
blauwvossen	=	blauwvos
blauwwangamazone	noun	Amazona dufresniana een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
blauwwangamazonen	=	blauwwangamazone
blauwwangamazones	=	blauwwangamazone
blauwwangamazonetje	=	blauwwangamazone
blauwwangamazonetjes	=	blauwwangamazone
blauwwanghoningeter	noun	Entomyzon cyanotis een soort die voorkomt in Australië en in Nieuw-Guinea
blauwwanghoningeters	=	blauwwanghoningeter
blauwwanghoningetertje	=	blauwwanghoningeter
blauwwanghoningetertjes	=	blauwwanghoningeter
blauwwanghoningvogel	noun	Dicaeum maugei een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
blauwwanghoningvogels	=	blauwwanghoningvogel
blauwwanghoningvogeltje	=	blauwwanghoningvogel
blauwwanghoningvogeltjes	=	blauwwanghoningvogel
blauwwier	noun	benaming voor op algen lijkende eencelligen uit de stam Cyanobacteria, waarvan sommige soorten voor mens of dier giftige stoffen kunnen afscheiden
blauwwieren	noun	taxonomisch rijk waarvan de leden zich met behulp van oxynogene fotosynthese voeden, Cyanobacteria
blauwwiertje	=	blauwwier
blauwwiertjes	=	blauwwier
blauwwit	noun	wit met een zweem blauw	adj	wit met een blauwe zweem, dat vaak als "koud" wordt ervaren
blauwwits	=	blauwwit
blauwwitst	=	blauwwit
blauwwitste	=	blauwwit
blauwwitte	=	blauwwit
blauwwitter	=	blauwwit
blauwwittere	=	blauwwit
blauwwitters	=	blauwwit
blauwwordens	noun	genitief van blauwworden
blauwzijden	adj	gemaakt van blauwkleurig zijde
blauwzucht	noun	donkerpaarse verkleuring van de huid door zuurstofgebrek
blauwzuren	=	blauwzuur
blauwzuur	noun	een anorganische verbinding van waterstof, koolstof en stikstof, met als brutoformule HCN. Het is een buitengewoon giftige kleurloze tot zeer lichtblauwe vloeistof met een karakteristieke geur van amandelen
blauwzuurgas	noun	het giftige, gasvorming cyanide (CNH)
blauwzuurgassen	=	blauwzuurgas
blauwzuurtje	=	blauwzuur
blauwzuurtjes	=	blauwzuur
blauwzwart	adj	een zeer donkerblauwe kleur of een blauwachtig zwarte kleur	noun	shirt van een sportclub met blauwe en zwarte banen
blauwzwarte	=	blauwzwart
blauwzwarten	=	blauwzwart
blauwzwarter	=	blauwzwart
blauwzwartere	=	blauwzwart
blauwzwarters	=	blauwzwart
blauwzwarts	=	blauwzwart
blauwzwartst	=	blauwzwart
blauwzwartste	=	blauwzwart
blaze	=	blazen
blazede	=	blazen
blazen	verb	een luchtstroom veroorzaken
blazend	=	blazen
blazende	=	blazen
blazenstruikblauwtje	noun	Iolana iolas een vlinder uit de familie Lycaenidae.
blazenstruikblauwtjes	=	blazenstruikblauwtje
blazer	noun	iemand die blaast
blazers	=	blazer
blazersensemble	noun	groep muzikanten met blaasinstrumenten die klassieke muziek spelen
blazersensembles	=	blazersensemble
blazertje	=	blazer
blazertjes	=	blazer
blazoen	noun	een bord waarop een (adellijk) wapen is geschilderd en dat gedecoreerd is met sieraden
blazoenen	=	blazoen
blazoentje	=	blazoen
blazoentjes	=	blazoen
bleach	=	bleachen
bleache	=	bleachen
bleachen	verb	bleken (van tanden met als doel de tandkleur witter te maken)
bleachend	=	bleachen
bleachende	=	bleachen
bleacht	=	bleachen
bleachte	=	bleachen
bleachten	=	bleachen
bleeder	noun	verliesgevende onderneming
bleeders	=	bleeder
bleef	=	blijven
bleeft	=	blijven
bleek	adj	gering van kleur	noun	grasveld waarop wasgoed in het zonlicht te bleken werd gelegd
bleekaarde	noun	een speciaal soort kaolien.
bleekaardes	=	bleekaarde
bleekbekamarant	noun	Lagonosticta landanae een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
bleekbekamaranten	=	bleekbekamarant
bleekbekamarantje	=	bleekbekamarant
bleekbekamarantjes	=	bleekbekamarant
bleekbruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8025 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8025 ( ).
bleekbruine	=	bleekbruin
bleekbruins	=	bleekbruin
bleekbuiklijster	noun	Turdus obsoletus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
bleekbuiklijsters	=	bleekbuiklijster
bleekbuiklijstertje	=	bleekbuiklijster
bleekbuiklijstertjes	=	bleekbuiklijster
bleekbuikmees	noun	Melaniparus pallidiventris een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
bleekbuikmeesje	=	bleekbuikmees
bleekbuikmeesjes	=	bleekbuikmees
bleekbuikmezen	=	bleekbuikmees
bleekdijlangoer	noun	Presbytis siamensis primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
bleekdijlangoeren	=	bleekdijlangoer
bleekdijlangoertje	=	bleekdijlangoer
bleekdijlangoertjes	=	bleekdijlangoer
bleeker	noun	Paraplagusia bilineata een straalvinnige vis uit de familie van hondstongen (Cynoglossidae), orde van platvissen (Pleuronectiformes).
bleekers	=	bleeker
bleekertje	=	bleeker
bleekertjes	=	bleeker
bleekgeel	adj	een lichte gele kleur
bleekgeels	=	bleekgeel
bleekgeelst	=	bleekgeel
bleekgeelste	=	bleekgeel
bleekgele	=	bleekgeel
bleekgelen	=	bleekgeel
bleekgeler	=	bleekgeel
bleekgelere	=	bleekgeel
bleekgelers	=	bleekgeel
bleekgezicht	noun	blanke
bleekgezichtbuulbuul	noun	Pycnonotus leucops een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae).
bleekgezichtbuulbuuls	=	bleekgezichtbuulbuul
bleekgezichtbuulbuultje	=	bleekgezichtbuulbuul
bleekgezichtbuulbuultjes	=	bleekgezichtbuulbuul
bleekgezichten	=	bleekgezicht
bleekgezichtje	=	bleekgezicht
bleekgezichtjes	=	bleekgezicht
bleekgoed	noun|historical	geheel van gewassen textiel dat langere tijd aan zonlicht of een chemische stof wordt blootgesteld om het witter te maken
bleekgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6021 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6021 ( ).
bleekgroene	=	bleekgroen
bleekgroenen	=	bleekgroen
bleekgroener	=	bleekgroen
bleekgroenere	=	bleekgroen
bleekgroeners	=	bleekgroen
bleekgroens	=	bleekgroen
bleekgroenst	=	bleekgroen
bleekgroenste	=	bleekgroen
bleekheid	noun	het witter, minder donkergekleurd zijn dan normaal, vaak als teken van ziekte
bleekhoedviltkop	noun	Mallocybe leucoblema een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
bleekhoedviltkopje	=	bleekhoedviltkop
bleekhoedviltkopjes	=	bleekhoedviltkop
bleekhoedviltkoppen	=	bleekhoedviltkop
bleekje	=	bleek
bleekjes	=	bleek
bleekkapduif	noun	Columba punicea een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
bleekkapduifje	=	bleekkapduif
bleekkapduifjes	=	bleekkapduif
bleekkapduiven	=	bleekkapduif
bleekkeelbuulbuul	noun	Atimastillas flavigula een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
bleekkeelbuulbuuls	=	bleekkeelbuulbuul
bleekkeelbuulbuultje	=	bleekkeelbuulbuul
bleekkeelbuulbuultjes	=	bleekkeelbuulbuul
bleekkeelsluiptimalia	noun	Spelaeornis kinneari een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
bleekkeelsluiptimalia's	=	bleekkeelsluiptimalia
bleekkeelsluiptimaliaatje	=	bleekkeelsluiptimalia
bleekkeelsluiptimaliaatjes	=	bleekkeelsluiptimalia
bleekkeeltiran	noun	Myiarchus nuttingi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bleekkeeltirannen	=	bleekkeeltiran
bleekkeeltirannetje	=	bleekkeeltiran
bleekkeeltirannetjes	=	bleekkeeltiran
bleekkopbamboespecht	noun	Gecinulus grantia een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bleekkopbamboespechten	=	bleekkopbamboespecht
bleekkopbamboespechtje	=	bleekkopbamboespecht
bleekkopbamboespechtjes	=	bleekkopbamboespecht
bleekkopgraszanger	noun	Cisticola cinnamomeus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
bleekkopgraszangers	=	bleekkopgraszanger
bleekkopgraszangertje	=	bleekkopgraszanger
bleekkopgraszangertjes	=	bleekkopgraszanger
bleekkopnegervink	noun	Nigrita luteifrons een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
bleekkopnegervinken	=	bleekkopnegervink
bleekkopnegervinkje	=	bleekkopnegervink
bleekkopnegervinkjes	=	bleekkopnegervink
bleekkopnigrita	noun	Nigrita luteifrons een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
bleekkopnigrita's	=	bleekkopnigrita
bleekkopnon	noun	Lonchura pallida een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
bleekkopnonnen	=	bleekkopnon
bleekkopnonnetje	=	bleekkopnon
bleekkopnonnetjes	=	bleekkopnon
bleekkoprosella	noun	Platycercus adscitus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
bleekkoprosella's	=	bleekkoprosella
bleekkoprosellaatje	=	bleekkoprosella
bleekkoprosellaatjes	=	bleekkoprosella
bleekkopstruikgors	noun	Atlapetes pallidiceps een zangvogel uit de familie Amerikaanse gorzen.
bleekkopstruikgorsje	=	bleekkopstruikgors
bleekkopstruikgorsjes	=	bleekkopstruikgors
bleekkopstruikgorzen	=	bleekkopstruikgors
bleekkuifspecht	noun	Celeus lugubris een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bleekkuifspechten	=	bleekkuifspecht
bleekkuifspechtje	=	bleekkuifspecht
bleekkuifspechtjes	=	bleekkuifspecht
bleekmiddel	noun	middel dat materiaal bleekt doordat het de kleurstoffen afbreekt
bleekmiddelen	=	bleekmiddel
bleekmiddeltje	=	bleekmiddel
bleekmiddeltjes	=	bleekmiddel
bleeknekstruikgors	noun	Atlapetes pallidinucha een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
bleeknekstruikgorsje	=	bleeknekstruikgors
bleeknekstruikgorsjes	=	bleeknekstruikgors
bleeknekstruikgorzen	=	bleeknekstruikgors
bleekneus	noun	iemand (vooral van een kind) die er bleek en zwak uitziet
bleekneusje	=	bleekneus
bleekneusjes	=	bleekneus
bleekneuzen	=	bleekneus
bleekoogbuulbuul	noun	Pycnonotus davisoni een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
bleekoogbuulbuuls	=	bleekoogbuulbuul
bleekoogbuulbuultje	=	bleekoogbuulbuul
bleekoogbuulbuultjes	=	bleekoogbuulbuul
bleekoogdwergtiran	noun	Atalotriccus pilaris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bleekoogdwergtirannen	=	bleekoogdwergtiran
bleekoogdwergtirannetje	=	bleekoogdwergtiran
bleekoogdwergtirannetjes	=	bleekoogdwergtiran
bleekpootovenvogel	noun	Furnarius leucopus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bleekpootovenvogels	=	bleekpootovenvogel
bleekpootovenvogeltje	=	bleekpootovenvogel
bleekpootovenvogeltjes	=	bleekpootovenvogel
bleekpootstruikzanger	noun	Hemitesia pallidipes een zangvogel uit de familie Cettiidae.
bleekpootstruikzangers	=	bleekpootstruikzanger
bleekpootstruikzangertje	=	bleekpootstruikzanger
bleekpootstruikzangertjes	=	bleekpootstruikzanger
bleekpootzanger	noun	Myiothlypis signata een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
bleekpootzangers	=	bleekpootzanger
bleekpootzangertje	=	bleekpootzanger
bleekpootzangertjes	=	bleekpootzanger
bleekpootzwaluw	noun	Orochelidon flavipes een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
bleekpootzwaluwen	=	bleekpootzwaluw
bleekpootzwaluwtje	=	bleekpootzwaluw
bleekpootzwaluwtjes	=	bleekpootzwaluw
bleekrode	=	bleekrood
bleekrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3017 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3017 ( ).
bleekroods	=	bleekrood
bleeks	=	bleek
bleekscheet	noun	zeer bleek persoon
bleekscheetje	=	bleekscheet
bleekscheetjes	=	bleekscheet
bleekscheten	=	bleekscheet
bleekschouderuil	noun	Acontia lucida een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
bleekschouderuilen	=	bleekschouderuil
bleekschouderuiltje	=	bleekschouderuil
bleekschouderuiltjes	=	bleekschouderuil
bleekselder	=	bleekselderij
bleekselderie	noun	bladstelen van een bepaalde variëteit selderij, Apium graveolens var. dulce
bleekselderij	noun	bepaald soort plant, Apium graveolens var. dulce
bleekselderijen	=	bleekselderij
bleeksnavelarassari	noun	Pteroglossus erythropygius een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
bleeksnavelarassari's	=	bleeksnavelarassari
bleeksnavelarassarietje	=	bleeksnavelarassari
bleeksnavelarassarietjes	=	bleeksnavelarassari
bleeksnavelmierpitta	noun	Grallaria carrikeri een zangvogel uit de familie Grallariidae.
bleeksnavelmierpitta's	=	bleeksnavelmierpitta
bleeksnavelmierpittaatje	=	bleeksnavelmierpitta
bleeksnavelmierpittaatjes	=	bleeksnavelmierpitta
bleeksnavelovenvogel	noun	Furnarius torridus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bleeksnavelovenvogels	=	bleeksnavelovenvogel
bleeksnavelovenvogeltje	=	bleeksnavelovenvogel
bleeksnavelovenvogeltjes	=	bleeksnavelovenvogel
bleekst	=	bleek
bleekstaartcanastero	noun	Asthenes huancavelicae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bleekstaartcanastero's	=	bleekstaartcanastero
bleekstaartcanasterootje	=	bleekstaartcanastero
bleekstaartcanasterootjes	=	bleekstaartcanastero
bleekste	=	bleek
bleeksteelvezelkop	noun	Inocybe albovelutipes een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
bleeksteelvezelkopje	=	bleeksteelvezelkop
bleeksteelvezelkopjes	=	bleeksteelvezelkop
bleeksteelvezelkoppen	=	bleeksteelvezelkop
bleeksteelvezelkoppie	=	bleeksteelvezelkop
bleeksteelvezelkoppies	=	bleeksteelvezelkop
bleekt	=	bleken
bleekte	=	bleken
bleekten	=	bleken
bleekveld	noun	grasveld waarop vroeger de was gebleekt kon worden
bleekvelden	=	bleekveld
bleekveldje	=	bleekveld
bleekveldjes	=	bleekveld
bleekvlekwespbij	noun	Nomada alboguttata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
bleekvlekwespbijen	=	bleekvlekwespbij
bleekvlekwespbijtje	=	bleekvlekwespbij
bleekvlekwespbijtjes	=	bleekvlekwespbij
bleekwater	noun	oplossing die het hypocloriet (het OCl⁻¹ ion) bevat en gebruikt wordt voor schoonmaakdoeleinden
bleekwateren	=	bleekwater
bleekwaters	=	bleekwater
bleekwatertje	=	bleekwater
bleekwatertjes	=	bleekwater
bleekzucht	noun	het saai en kleurloos zijn
bleepen	verb	produceren van elektronische piepjes
bleepend	=	bleepen
bleepte	=	bleepen
blees	noun	bast van graan
bleeslaag	noun	oeverbeschermingsconstructie van dun rijswerk dat in continu proces gemaakt en gezonken kan worden (kan dus heel lang zijn)
bleeslaagje	=	bleeslaag
bleeslaagjes	=	bleeslaag
bleeslagen	=	bleeslaag
blefaritis	noun	ontsteking van een ooglid
blefaroplegie	noun	ooglidverlamming
blei	noun	bepaald soort zoetwatervis, Blicca bjoerkna uit de karperachtigen
bleien	=	blei
blein	noun	blaar
bleinen	=	blein
bleintje	=	blein
bleintjes	=	blein
bleit	=	bleiten
bleite	=	bleiten
bleiten	verb	janken, jammeren, wenen
bleitend	=	bleiten
bleitende	=	bleiten
bleitje	=	blei
bleitjes	=	blei
bleitte	=	bleiten
bleitten	=	bleiten
blek	noun	lapje leer
bleke	=	bleek
bleken	verb	witter of lichter doen worden
blekend	=	bleken
blekende	=	bleken
bleker	noun	iemand die bleekt
blekere	=	bleek
blekerij	noun	bedrijf waar stoffen of vezels ontdaan worden van hun kleur als deel van de textielindustrie
blekerijen	=	blekerij
blekerijtje	=	blekerij
blekerijtjes	=	blekerij
blekero	noun	iemand die voorwerpen uit blik vervaardigt
blekero's	=	blekero
blekers	=	bleek
blekertje	=	bleker
blekertjes	=	bleker
blekje	=	blek
blekjes	=	blek
blekke	=	blekken
blekken	verb	de bast van (eikenhout)hout schillen
blekkend	=	blekken
blekkende	=	blekken
blekt	=	blekken
blekte	=	blekken
blekten	=	blekken
blenchi	noun	kolibrie met felle kleuren, zoals levend op Curaçao en Aruba
blenchi's	=	blenchi
blend	noun	mengsel van verschillende producten
blende	noun	erts, bestaande uit een verbinding van een metaal met zwavel
blenden	=	blende
blender	noun	Een keukenmachine die kan mixen en pureren.
blenderde	=	blenderen
blenderden	=	blenderen
blendere	=	blenderen
blenderen	verb	machinaal fijnmaken, fijnhakken
blenderend	=	blenderen
blenderende	=	blenderen
blenders	=	blender
blendert	=	blenderen
blendertje	=	blender
blendertjes	=	blender
blends	=	blend
blerk	=	blerken
blerke	=	blerken
blerken	verb	heel hard huilen
blerkend	=	blerken
blerkende	=	blerken
blerkt	=	blerken
blerkte	=	blerken
blerkten	=	blerken
bles	noun	witte vlek op het voorhoofd van een paard	adj	natuurlijke beharing verloren hebbend
blesbok	noun	Damaliscus pygargus phillipsi is een Zuid-Afrikaanse ondersoort van de bontebok.
blesbokje	=	blesbok
blesbokjes	=	blesbok
blesbokken	=	blesbok
bleshoen	noun|obsolete	benaming voor watervogels uit een veronderstelde familie Fulicidae
bleshoenderen	=	bleshoen
bleshoenders	=	bleshoen
bleshoendertje	=	bleshoen
bleshoendertjes	=	bleshoen
bleshoenen	=	bleshoen
bleshoentje	=	bleshoen
bleshoentjes	=	bleshoen
blesje	=	bles
blesjes	=	bles
blesse	=	bles
blesseer	=	blesseren
blesseerde	=	blesseren
blesseerden	=	blesseren
blesseert	=	blesseren
blessen	verb	als teken wat schors van een boom verwijderen, zodat een kale plek ontstaat
blessend	=	blessen
blessende	=	blessen
blessere	=	blesseren
blesseren	verb	lichamelijk letsel toebrengen
blesserend	=	blesseren
blesserende	=	blesseren
blessure	noun	een verwonding die men door sportbeoefening heeft gekregen
blessurebehandeling	noun	behandeling van een tijdens het sporten opgelopen beschadiging van het lichaam
blessurebehandelingen	=	blessurebehandeling
blessurebehandelingetje	=	blessurebehandeling
blessurebehandelingetjes	=	blessurebehandeling
blessuregevoelig	adj	makkelijk letsel krijgen naar sporten
blessuregevoelige	=	blessuregevoelig
blessuregevoeliger	=	blessuregevoelig
blessuregevoeligere	=	blessuregevoelig
blessuregevoeligers	=	blessuregevoelig
blessuregevoeligs	=	blessuregevoelig
blessuregevoeligst	=	blessuregevoelig
blessuregevoeligste	=	blessuregevoelig
blessureleed	noun	narigheid die ontstaat door sportletsels
blessuren	=	blessure
blessurepreventie	noun	het voorkomen van lichamelijke ongemakken die door sporten veroorzaakt worden
blessurepreventies	=	blessurepreventie
blessureprobleem	noun	moeilijkheid die ontstaat door een verwonding waardoor een sporter niet meer goed kan presteren
blessureprobleempje	=	blessureprobleem
blessureprobleempjes	=	blessureprobleem
blessureproblemen	=	blessureprobleem
blessures	=	blessure
blessuretijd	noun	toegevoegde speeltijd in geval van blessures tijdens een wedstrijd
blessuretijden	=	blessuretijd
blessuretijdje	=	blessuretijd
blessuretijdjes	=	blessuretijd
blessuretje	=	blessure
blessuretjes	=	blessure
blessurevrij	adj	zonder (hinder van) verwondingen ontstaan door sportbeoefening	adv	op blessurevrije wijze, zonder blessures
blessurevrije	=	blessurevrij
blessurevrijer	=	blessurevrij
blessurevrijere	=	blessurevrij
blessurevrijers	=	blessurevrij
blessurevrijs	=	blessurevrij
blessurevrijst	=	blessurevrij
blessurevrijste	=	blessurevrij
blessuur	noun	kwetsuur door sport
blessuurtje	=	blessure
blessuurtjes	=	blessuur
blest	=	blessen
bleste	=	blessen
blesten	=	blessen
bleten	=	blaten
bleu	adj	lichtblauw
bleue	=	bleu
bleuer	=	bleu
bleuere	=	bleu
bleuers	=	bleu
bleuheden	=	bleuheid
bleuheid	noun	het verlegen zijn
bleus	=	bleu
bleust	=	bleu
bleuste	=	bleu
bleve	=	blijven
bleven	=	blijven
blezen	=	blees
blief	=	blieven
bliefde	=	blieven
bliefden	=	blieven
blieft	=	blieven
bliek	noun	Blicca bjoerkna een zoetwatervis die tot de karperachtigen behoort
blieken	=	bliek
bliekje	=	bliek
bliekjes	=	bliek
bliep	noun	weergave van een kort, hoog elektronisch waarschuwingssignaal
bliepe	=	bliepen
bliepen	verb	het geluid 'bliep' laten horen
bliepend	=	bliepen
bliepende	=	bliepen
bliepje	=	bliep
bliepjes	=	bliep
bliepmiep	noun	vrouw die een kassa bedient (en daarbij dus bliepende geluiden produceert)
bliepmiepen	=	bliepmiep
bliepmiepje	=	bliepmiep
bliepmiepjes	=	bliepmiep
blieps	=	bliep
bliept	=	bliepen
bliepte	=	bliepen
bliepten	=	bliepen
blies	=	blazen
bliest	=	blazen
blieve	=	blieven
blieven	verb	lusten [1], lekker vinden
blievend	=	blieven
blievende	=	blieven
blieze	=	blazen
bliezen	=	blazen
blij	adj	vrolijk van stemming
blijde	noun	middeleeuwse katapult die gebruikt werd om grote stenen in een belegerde plaats te werpen	adj|obsolete	vrolijk van stemming
blijden	=	blijde
blijder	=	blijde
blijdere	=	blijde
blijdetje	=	blijde
blijdschap	noun	een aangename stemming
blije	=	blij
blijen	=	blij
blijer	=	blij
blijere	=	blij
blijers	=	blij
blijf	noun	geen blijf met iets weten = geen raad met iets weten: niet weten wat je met iets moet doen
blijf-van-mijn-lijf-huis	=	blijf-van-mijn-lijfhuis
blijf-van-mijn-lijfhuis	noun	opvanghuizen voor vrouwen, kinderen en tegenwoordig ook mannen die slachtoffer zijn van of bedreigd worden met huiselijk geweld, eergerelateerd geweld of om andere redenen in een knelsituatie menen te zitten
blijf-van-mijn-lijfhuizen	=	blijf-van-mijn-lijfhuis
blijft	=	blijven
blijgeestig	adj	fris en vrolijk
blijgeestige	=	blijgeestig
blijgeestiger	=	blijgeestig
blijgeestigere	=	blijgeestig
blijgeestigers	=	blijgeestig
blijgeestigs	=	blijgeestig
blijgeestigst	=	blijgeestig
blijgeestigste	=	blijgeestig
blijhartig	adj|obsolete	met een opgewekte houding, in een vrolijke stemming
blijhartige	=	blijhartig
blijhartiger	=	blijhartig
blijhartigere	=	blijhartig
blijhartigers	=	blijhartig
blijhartigs	=	blijhartig
blijhartigst	=	blijhartig
blijhartigste	=	blijhartig
blijheden	=	blijheid
blijheid	noun	een positieve stemming
blijk	noun	een teken waaruit iets blijkt, bijvoorbeeld deelname
blijkbaar	adj	duidelijk	adv	kennelijk
blijkbaarder	=	blijkbaar
blijkbaardere	=	blijkbaar
blijkbaarders	=	blijkbaar
blijkbaars	=	blijkbaar
blijkbaarst	=	blijkbaar
blijkbaarste	=	blijkbaar
blijkbare	=	blijkbaar
blijke	=	blijk
blijken	verb	uit iets duidelijk (geworden) zijn
blijkend	=	blijken
blijkende	=	blijken
blijkens	prep|formal	zoals kan worden vastgesteld uit waarneming van
blijkje	=	blijk
blijkjes	=	blijk
blijkt	=	blijken
blijmakend	adj	van iets dat je er vrolijk van wordt
blijmakende	=	blijmakend
blijmakender	=	blijmakend
blijmakendere	=	blijmakend
blijmakenders	=	blijmakend
blijmakends	=	blijmakend
blijmakendst	=	blijmakend
blijmakendste	=	blijmakend
blijmoedig	adj	met een zekere opgewektheid en nonchalance het leven kunnen aanpakken
blijmoedige	=	blijmoedig
blijmoediger	=	blijmoedig
blijmoedigere	=	blijmoedig
blijmoedigers	=	blijmoedig
blijmoedigheden	=	blijmoedigheid
blijmoedigheid	noun	het blijmoedig zijn, de opgewektheid
blijmoedigs	=	blijmoedig
blijmoedigst	=	blijmoedig
blijmoedigste	=	blijmoedig
blijs	=	blij
blijspel	noun	een toneelstuk, film of boek dat het doel heeft het publiek te vermaken en aan het lachen te maken
blijspelen	=	blijspel
blijspelletje	=	blijspel
blijst	=	blij
blijste	=	blij
blijtje	=	blij
blijve	=	blijven
blijven	verb	~ + predikaat niet veranderen, voortduren
blijvend	adj	wat niet weggaat of verdwijnt; voor altijd
blijvende	=	blijvend
blijvender	=	blijvend
blijvendere	=	blijvend
blijvenders	=	blijvend
blijvends	=	blijvend
blijvendst	=	blijvend
blijvendste	=	blijvend
blijver	noun	iets of iemand die blijft
blijvers	=	blijver
blijvertje	=	blijver
blijvertjes	=	blijver
blik	noun	metaal dat tot dunne bladen is uitgeslagen of gewalst
blikaars	noun	ontveld achterwerk (door te veel paardrijden)
blikaarsje	=	blikaars
blikaarsjes	=	blikaars
blikaarzen	=	blikaars
blikconserven	noun	in blik ingemaakte eetwaren
blikfabriek	noun	fabriek waar blik wordt vervaardigd
blikfabrieken	=	blikfabriek
blikfabriekje	=	blikfabriek
blikfabriekjes	=	blikfabriek
blikgroente	noun	groenten die door te conserveren in een afgesloten blik later gebruikt kunnen worden
blikgroenten	=	blikgroente
blikgroentes	=	blikgroente
blikje	=	blik
blikjes	=	blik
blikjeshouder	noun	een hulpmiddel om drinkblikjes (zoals cola of bier) georganiseerd en efficiënt te bewaren of mee te nemen
blikjeshouders	=	blikjeshouder
blikjeshoudertje	=	blikjeshouder
blikjeshoudertjes	=	blikjeshouder
blikjespers	noun	handig hulpmiddel om lege aluminium blikjes plat te drukken
blikjespersen	=	blikjespers
blikjespersje	=	blikjespers
blikjespersjes	=	blikjespers
blikjesrek	noun	een handig opbergsysteem, meestal voor in de koelkast, keukenkast of voorraadkast, dat is ontworpen om blikjes (zoals frisdrank of conserven) overzichtelijk en efficiënt op te slaan
blikjesrekje	=	blikjesrek
blikjesrekjes	=	blikjesrek
blikjesrekken	=	blikjesrek
blikjeswaar	noun	in blik verpakt eten
blikjeswaren	=	blikjeswaar
blikke	=	blikken
blikken	verb	in een bepaalde richting kijken	adj	van blik vervaardigd
blikkend	=	blikken
blikkende	=	blikken
blikker	=	blikkeren
blikkerde	=	blikkeren
blikkerden	=	blikkeren
blikkere	=	blikkeren
blikkeren	verb	flikkeren, licht van snel afwisselende sterkte afgeven
blikkerend	adj	schitterend
blikkerende	=	blikkeren
blikkerends	=	blikkerend
blikkerig	adj	met een onnatuurlijke, mechanische klank
blikkerige	=	blikkerig
blikkeriger	=	blikkerig
blikkerigere	=	blikkerig
blikkerigers	=	blikkerig
blikkerigs	=	blikkerig
blikkerigst	=	blikkerig
blikkerigste	=	blikkerig
blikkering	noun	levendige, glinsterende terugkaatsing van licht
blikkeringen	=	blikkering
blikkert	=	blikkeren
blikoge	=	blikogen
blikogen	verb	boos en dreigend kijken waarbij men het oogwit laat zien
blikogend	=	blikogen
blikogende	=	blikogen
blikoog	=	blikogen
blikoogde	=	blikogen
blikoogden	=	blikogen
blikoogt	=	blikogen
blikopener	noun	een stuk gereedschap voor het openen van blikken
blikopeners	=	blikopener
blikopenertje	=	blikopener
blikopenertjes	=	blikopener
blikschaar	noun	een stuk (hand)gereedschap om blik (dunne plaat metaal) mee te knippen
blikschaartje	=	blikschaar
blikschaartjes	=	blikschaar
blikschade	noun	schade aan de carrosserie van een auto zonder dat er lichamelijk letsel is
blikschaden	=	blikschade
blikschades	=	blikschade
blikscharen	=	blikschaar
blikschiet	=	blikschieten
blikschiete	=	blikschieten
blikschieten	verb	met behulp van carbid en een afsluitbaar blik een harde knal veroorzaken
blikschietend	=	blikschieten
blikschietende	=	blikschieten
bliksem	noun	lichtgevende stralen die uit de hemel barsten bij onweer ten gevolge van een elektrische ontlading	intj|vulgar	verdorie
bliksemaanval	noun	zeer snelle zeer krachtige aanval
bliksemaanvallen	=	bliksemaanval
bliksemactie	noun	razendsnel uitgevoerde actie
bliksemacties	=	bliksemactie
bliksemactietje	=	bliksemactie
bliksemactietjes	=	bliksemactie
bliksemafleider	noun	een metalen stang of constructie die de bliksem aantrekt en naar de grond afvoert
bliksemafleiders	=	bliksemafleider
bliksemafleidertje	=	bliksemafleider
bliksemafleidertjes	=	bliksemafleider
bliksembeveiliging	noun	installatie die dient om schade door blikseminslag te voorkomen, door de bliksemenergie naar aarde te geleiden
bliksembeveiligingen	=	bliksembeveiliging
bliksembezoek	noun	een zeer kort durend bezoek dat vaak ook onverwacht is
bliksembezoeken	=	bliksembezoek
bliksembezoekje	=	bliksembezoek
bliksembezoekjes	=	bliksembezoek
bliksemcarrière	noun	zeer snel tot zeer grote hoogte gaande loopbaan
bliksemcarrières	=	bliksemcarrière
bliksemde	=	bliksemen
bliksemden	=	bliksemen
blikseme	=	bliksemen
bliksemen	verb	optreden van elektrische ontladingen in de lucht met flinke lichtontwikkeling
bliksemend	=	bliksemen
bliksemende	=	bliksemen
bliksemflits	noun	De lichteffecten bij onweer.
bliksemflitsen	=	bliksemflits
bliksemflitsje	=	bliksemflits
bliksemflitsjes	=	bliksemflits
blikseminslag	noun	het getroffen worden door een bliksemschicht, iets treffen door de bliksem
blikseminslagen	=	blikseminslag
blikseminslagje	=	blikseminslag
bliksemkanaal	noun	weg waarlangs de bliksem gaat
bliksemkanaaltje	=	bliksemkanaal
bliksemkanaaltjes	=	bliksemkanaal
bliksemkanalen	=	bliksemkanaal
bliksemlichtmot	noun	Aglossa caprealis een vlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten
bliksemlichtmotje	=	bliksemlichtmot
bliksemlichtmotjes	=	bliksemlichtmot
bliksemlichtmotten	=	bliksemlichtmot
bliksemonderzoek	noun|figurative	een zeer snel uitgevoerd onderzoek
bliksemonderzoeken	=	bliksemonderzoek
bliksemonderzoekje	=	bliksemonderzoek
bliksemonderzoekjes	=	bliksemonderzoek
bliksemontlading	noun	krachtige, plotselinge elektrische ontlading die ontstaat door een groot spanningsverschil binnen een onweerswolk of tussen een wolk en de aarde.
bliksemontladingen	=	bliksemontlading
bliksemontladinkje	=	bliksemontlading
bliksemontladinkjes	=	bliksemontlading
bliksemoorlog	noun	blitzkrieg
bliksemoorlogen	=	bliksemoorlog
bliksempje	=	bliksem
bliksempjes	=	bliksem
bliksems	adj	heel erg ondeugend of irritant	adv|informal	erg bw, heel bw, zeer bw
bliksemschade	noun	schade de veroorzaakt wordt door het onweer
bliksemschaden	=	bliksemschade
bliksemschades	=	bliksemschade
bliksemschicht	noun	bliksem die door de hemel schiet
bliksemschichten	=	bliksemschicht
bliksemschichtje	=	bliksemschicht
bliksemschichtjes	=	bliksemschicht
bliksemse	=	bliksems
bliksemser	=	bliksems
bliksemsere	=	bliksems
bliksemsers	=	bliksems
bliksemsgoed	adj|informal	heel erg goed, zeer positief	adv|informal	heel intens, zodat het onmiskenbaar is
bliksemsgoede	=	bliksemsgoed
bliksemsgoeds	=	bliksemsgoed
bliksemslag	noun	het getroffen worden door de bliksem
bliksemslagen	=	bliksemslag
bliksemsnel	adj	met grote vaart, met grote snelheid
bliksemsnelle	=	bliksemsnel
bliksemsneller	=	bliksemsnel
bliksemsnellere	=	bliksemsnel
bliksemsnellers	=	bliksemsnel
bliksemsnels	=	bliksemsnel
bliksemsnelst	=	bliksemsnel
bliksemsnelste	=	bliksemsnel
bliksemst	=	bliksems
bliksemste	=	bliksems
bliksemstraal	noun	een straal van de bliksem
bliksemstraaltje	=	bliksemstraal
bliksemstraaltjes	=	bliksemstraal
bliksemstralen	=	bliksemstraal
bliksemstromen	=	bliksemstroom
bliksemstroom	noun	transport van elektrische lading bij ontlading van de statische elektriciteit van wolken tijdens onweer
bliksemt	=	bliksemen
bliksemwesp	noun	Dolichurus corniculus een vliesvleugelig insect uit de familie van de kakkerlakkendoders (Ampulicidae).
bliksemwespen	=	bliksemwesp
bliksemwespje	=	bliksemwesp
bliksemwespjes	=	bliksemwesp
blikslager	noun	iemand die voorwerpen uit blik vervaardigt
blikslagerij	noun	bedrijf waar men blik bewerkt
blikslagerijen	=	blikslagerij
blikslagers	=	blikslager
blikslagertje	=	blikslager
blikslagertjes	=	blikslager
blikt	=	blikken
bliktand	=	bliktanden
bliktandde	=	bliktanden
bliktandden	=	bliktanden
bliktande	=	bliktanden
bliktanden	verb	de tanden tonen, het gebit laten zien
bliktandend	=	bliktanden
bliktandende	=	bliktanden
bliktandt	=	bliktanden
blikte	=	blikken
blikten	=	blikken
blikvanger	noun	iets dat bedoeld is om sterk de aandacht te trekken
blikvangers	=	blikvanger
blikvangertje	=	blikvanger
blikvangertjes	=	blikvanger
blikveld	noun	wat je kunt zien van de buitenwereld als je je hoofd stilhoudt
blikvelden	=	blikveld
blikverruimend	adj	het overzicht of inzicht groter makend
blikverruimende	=	blikverruimend
blikverruimender	=	blikverruimend
blikverruimendere	=	blikverruimend
blikverruimenders	=	blikverruimend
blikverruimends	=	blikverruimend
blikverruimendst	=	blikverruimend
blikverruimendste	=	blikverruimend
blikvoeding	noun	voedsel dat is verpakt in een luchtdicht afgesloten metalen blik om het langere tijd houdbaar te maken.
blikvoedingen	=	blikvoeding
blikvoedinkje	=	blikvoeding
blikvoedinkjes	=	blikvoeding
blikvoedsel	noun	voedsel dat in een luchtdicht afgesloten blik bewaard is
blikvoer	noun	voedsel in blik
blikvoeren	=	blikvoer
blimbing	noun	soort boom die in de tropen groeit Averrhoa bilimbi
blimbings	=	blimbing
blimbinkje	=	blimbing
blimbinkjes	=	blimbing
blind	adj	niet of vrijwel niet in staat om te zien	noun	vensterluik
blindanker	noun	is bedoeld om bij (oude) huizen, boerderijen en andere gebouwen stenen constructies de balken van de verdiepingsbalklaag aan de gevel te verbinden
blindankers	=	blindanker
blindankertje	=	blindanker
blindankertjes	=	blindanker
blinddam	=	blinddammen
blinddamde	=	blinddammen
blinddamden	=	blinddammen
blinddamme	=	blinddammen
blinddammen	verb	een dampartij spelen zonder het bord te zien
blinddammend	=	blinddammen
blinddammende	=	blinddammen
blinddamt	=	blinddammen
blindde	=	blinden
blindden	=	blinden
blinddoek	noun	over de ogen gebonden reep ondoorzichtige stof om het zien te verhinderen
blinddoeke	=	blinddoeken
blinddoeken	verb	iemand de ogen afdekken om het zien te verhinderen
blinddoekend	=	blinddoeken
blinddoekende	=	blinddoeken
blinddoekje	=	blinddoek
blinddoekjes	=	blinddoek
blinddoekt	=	blinddoeken
blinddoekte	=	blinddoeken
blinddoekten	=	blinddoeken
blinddubbelkopje	noun	Diplocephalus caecus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
blinddubbelkopjes	=	blinddubbelkopje
blinde	noun	iemand die niet kan zien
blindedarm	noun	het zakvormig uiteinde van de dikke darm, dat de dunne darm in zich opneemt (caecum)
blindedarmen	=	blindedarm
blindedarmontsteking	noun	ontsteking van het wormvormig aanhangsel van de blindedarm
blindedarmontstekingen	=	blindedarmontsteking
blindedarmontstekinkje	=	blindedarmontsteking
blindedarmontstekinkjes	=	blindedarmontsteking
blindedarmoperatie	noun	operatie aan de blindedarm
blindedarmoperaties	=	blindedarmoperatie
blindedarmpje	=	blindedarm
blindedarmpjes	=	blindedarm
blindeer	=	blinderen
blindeerde	=	blinderen
blindeerden	=	blinderen
blindeert	=	blinderen
blindekoe	noun	spel met een geblindoekt persoon
blindelings	adv	zonder te zien	adj	in den blinde gebeurend
blindelingse	=	blindelings
blindeman	noun	iemand die niet kan zien of doordat hij blind is of omdat hij geblinddoekt is
blindemannen	=	blindeman
blindemannetje	=	blindeman
blindemannetjes	=	blindeman
blinden	verb	van het gezichtsvermogen beroven
blindenbibliotheek	noun	bibliotheek van boeken, tijdschriften e.d. in brailledruk
blindenbibliotheekje	=	blindenbibliotheek
blindenbibliotheekjes	=	blindenbibliotheek
blindenbibliotheken	=	blindenbibliotheek
blindencommentator	noun	iemand die een wedstrijd verslaat voor blinden
blindencommentatoren	=	blindencommentator
blindencommentators	=	blindencommentator
blindend	=	blinden
blindende	=	blinden
blindengeleidehond	noun	hond die speciaal is geselecteerd en getraind om blinden en visueel beperkten veilig door het verkeer en langs obstakels te leiden
blindengeleidehonden	=	blindengeleidehond
blindengeleidehondje	=	blindengeleidehond
blindengeleidelijn	noun	markering van een looproute voor mensen die slecht of niet kunnen zien met een patroon van verhogingen en verdiepingen in het plaveisel dat tijdens het lopen met een stok kan worden afgetast
blindengeleidelijnen	=	blindengeleidelijn
blindengeleidepaard	noun	paard dat blinde mensen begeleidt
blindengeleidepaarden	=	blindengeleidepaard
blindengeleidepaardje	=	blindengeleidepaard
blindengeleidepaardjes	=	blindengeleidepaard
blindengeleidepony	noun	pony die blinde mensen geleidt
blindengeleidepony's	=	blindengeleidepony
blindengeleidestok	noun	stok waarmee iemand die blind is de weg kan voelen en herkenbaar is als blinde
blindengeleidestokken	=	blindengeleidestok
blindeninstituten	=	blindeninstituut
blindeninstituut	noun	organisatie die mensen met een sterk verminderd zicht ondersteunt
blindenscholen	=	blindenschool
blindenschool	noun	onderwijsinstituut met aangepast onderwijs voor leerlingen die een ernstige visuele handicap hebben
blindenschrift	noun	schrift dat mensen met een visuele handicap met de vingers op de tast kunnen lezen
blindenschriften	=	blindenschrift
blindenstok	noun	witte stok met rode banden voor blinden en slechtzienden
blindenstokje	=	blindenstok
blindenstokjes	=	blindenstok
blindenstokken	=	blindenstok
blindentribune	noun	tribune bij een sportwedstrijd waar blinden een wedstrijd kunnen volgen omdat een blindencommentator de wedstrijd verslaat
blindentribunes	=	blindentribune
blindenvereniging	noun	organisatie van en voor mensen met een visuele handicap
blindenverenigingen	=	blindenvereniging
blindenverenigingetje	=	blindenvereniging
blindenverenigingetjes	=	blindenvereniging
blinder	=	blind
blindere	=	blind
blinderen	verb	zorgen dat je ergens niet doorheen kunt kijken, onzichtbaar maken
blinderend	=	blinderen
blinderende	=	blinderen
blindering	noun	het ondoorzichtig maken
blinderingen	=	blindering
blinders	=	blind
blindetje	=	blinde
blindganger	noun	een explosief of wapen dat niet op het oorspronkelijk bedoelde moment afgegaan is; ook figuurlijk gebruikt
blindgangers	=	blindganger
blindgedamd	=	blinddammen
blindgestaard	=	blindstaren
blindgestaarde	=	blindstaren
blindgevaren	=	blindvaren
blindheden	=	blindheid
blindheid	noun	een toestand waarin men niet in staat is te zien
blindhokken	verb	op een donkere plek bewaren
blindje	=	blind
blindklinknagel	noun	een klinknagel voor plaatwerk dat slechts eenzijdig bereikbaar is
blindklinknagels	=	blindklinknagel
blindklinknageltang	noun	een tang waarmee de zogenaamde pop- of blindklinknagels kunnen worden vastgeklemd
blindklinknageltangen	=	blindklinknageltang
blindklinknageltangetje	=	blindklinknageltang
blindklinknageltangetjes	=	blindklinknageltang
blindklinknageltje	=	blindklinknagel
blindklinknageltjes	=	blindklinknagel
blindklinktang	noun	een tang waarmee de zogenaamde pop- of blindklinknagels kunnen worden vastgeklemd
blindklinktangen	=	blindklinktang
blindklinktangetje	=	blindklinktang
blindklinktangetjes	=	blindklinktang
blindmuis	noun	een kleine onderfamilie van knaagdieren Spalacinae binnen de familie Spalacidae.
blindmuisje	=	blindmuis
blindmuisjes	=	blindmuis
blindmuizen	noun	Spalacinae een kleine groep knaagdieren binnen de familie Spalacidae.
blinds	=	blind
blindsimultaan	adv	simultaan spelen (dus met meerdere spelers als tegenstander) zonder het spelbord te zien
blindslak	noun	Cecilioides acicula een slakkensoort uit de familie van de Ferussaciidae.
blindslakje	=	blindslak
blindslakjes	=	blindslak
blindslakken	=	blindslak
blindst	=	blind
blindstaar	=	blindstaren
blindstaarde	=	blindstaren
blindstaarden	=	blindstaren
blindstaart	=	blindstaren
blindstare	=	blindstaren
blindstaren	verb	alle aandacht op één aspect richten en daardoor niet genoeg aandacht geven aan andere belangrijke invalshoeken
blindstarend	=	blindstaren
blindstarende	=	blindstaren
blindste	=	blind
blindt	=	blinden
blindvaar	=	blindvaren
blindvaart	=	blindvaren
blindvare	=	blindvaren
blindvaren	verb	blindvaren op: ergens te veel vertrouwen in hebben
blindvarend	=	blindvaren
blindvarende	=	blindvaren
blindvermogen	noun	het imaginaire deel van het complexe vermogen.
blindvermogens	=	blindvermogen
blindvermogentje	=	blindvermogen
blindvermogentjes	=	blindvermogen
blindvoer	=	blindvaren
blindvoeren	=	blindvaren
blindwants	noun	halfvleugelige uit de zeer soortrijke familie Miridae binnen de suborde Cimicomorpha van de wantsen (Heteroptera) en behorend tot de insectenorde Hemiptera
blindwantsen	noun	een familie Miridae een zeer soortrijke familie binnen de suborde Cimicomorpha van de wantsen (Heteroptera) en behoren tot de insectenorde Hemiptera.
blindwantsje	=	blindwants
blindwantsjes	=	blindwants
blindweg	adv	naïef, kritiekloos
bling	noun	iets dat schittert
blingbling	noun	glanzende sieraden die rijkdom tonen
blini	noun	pannenkoekje uit boekweitmeel
blini's	=	blini
blinietje	=	blini
blinietjes	=	blini
blink	=	blinken
blinke	=	blinken
blinken	verb	in opvallende mate licht weerkaatsen of uitzenden
blinkend	adj	het afgeven van glans.
blinkende	=	blinkend
blinkender	=	blinkend
blinkendere	=	blinkend
blinkenders	=	blinkend
blinkends	=	blinkend
blinkendst	=	blinkend
blinkendste	=	blinkend
blinker	noun	klein visje dat als aas wordt gebruikt
blinkerd	noun	heldere plek aan een verder bewolkte hemel
blinkerds	=	blinkerd
blinkers	=	blinker
blinkertje	=	blinker
blinkertjes	=	blinker
blinkslakken	noun	Aegopinella een geslacht van weekdieren uit de familie van de Oxychilidae
blinkt	=	blinken
blintse	noun	pannenkoekje
blintses	=	blintse
blissymbolen	noun	bepaalde ideografische kunsttaal
blister	noun	een plastic verpakking die wordt gebruikt om kleinere producten te verpakken
blisters	=	blister
blistertje	=	blister
blistertjes	=	blister
blisterverpakking	noun	verpakking van plastic
blisterverpakkingen	=	blisterverpakking
blisterverpakkinkje	=	blisterverpakking
blisterverpakkinkjes	=	blisterverpakking
blits	adj|informal	heel hip en modern en/of heel stoer
blitse	=	blits
blitser	=	blits
blitsere	=	blits
blitsers	=	blits
blitskikker	noun	iets of iemand die heel hip is en veel indruk maakt
blitskikkers	=	blitskikker
blitskikkertje	=	blitskikker
blitskikkertjes	=	blitskikker
blitst	=	blits
blitste	=	blits
blitz	=	blitzen
blitze	=	blitzen
blitzen	verb	fotograferen met blitzlicht, flitsen
blitzend	=	blitzen
blitzende	=	blitzen
blitzkrieg	noun	snelle verrassingsoorlog, zoals de Duitsers die in 1939 en 1940 uit konden voeren dankzij de aanvankelijk door de Engelsen ontwikkelde tanks (gepantserd en zwaar bewapend oorlogsvoertuig op rupsbanden) in de Eerste Wereldoorlog en vliegtuigen
blitzpartij	noun	schaak- of dampartij met nog kortere bedenktijd dan bij een rapidpartij, bv. 5 minuten per speler en 5 seconden per gespeelde zet
blitzpartijen	=	blitzpartij
blitzpartijtje	=	blitzpartij
blitzpartijtjes	=	blitzpartij
blitzschaak	noun	snelschaak
blitzschaakje	=	blitzschaak
blitzschaakjes	=	blitzschaak
blitzstart	noun	heftig begin van een activiteit, dat snel belangrijke resultaten oplevert
blitzstarts	=	blitzstart
blitzt	=	blitzen
blitzte	=	blitzen
blitzten	=	blitzen
blixemstraal	=	bliksemstraal
blixemstrael	=	bliksemstraal
blizzard	noun	sneeuwstorm
blizzards	=	blizzard
blo	adj	schuchter, bedeesd, verlegen, blood, bleu, blode
blo's	=	blo
bloatware	noun	overbodige software die bij aankoop op een computer is geïnstalleerd
blobvis	noun	bepaald soort zeevis, Psychrolutes marcidus, die in diepe wateren voor de kusten van het vasteland van Australië en Tasmanië leeft
blobvisje	=	blobvis
blobvisjes	=	blobvis
blobvissen	=	blobvis
block	=	blocken
blockbuster	noun	een zeer succesvolle film
blockbusters	=	blockbuster
blockchain	noun	register met transacties die verspreid worden opgeslagen zodat fraude onmogelijk is
blockchains	=	blockchain
blocke	=	blocken
blocken	verb	blokkeren
blockend	=	blocken
blockende	=	blocken
blocker	noun	voorziening die iets blokkeert
blockers	=	blocker
blockt	=	blocken
blockte	=	blocken
blockten	=	blocken
blocnote	noun	aan de bovenrand gebonden blanco velletjes papier voor het maken van aantekeningen, aan voor- en achterkant vaak voorzien van een kartonnen kaft
blocnoteje	=	blocnote
blocnotejes	=	blocnote
blocnotes	=	blocnote
blocnotetje	=	blocnote
blode	=	blood
bloder	=	blo
blodere	=	blo
bloders	=	blo
bloed	noun	lichaamsvocht dat rondstroomt in de slagaderen en aderen ter verspreiding van zuurstof en andere voor de levensprocessen onontbeerlijke stoffen
bloedaandrang	noun	stuwing van bloed in de bloedvaten
bloedader	noun	een bloedvat
bloedaderen	=	bloedader
bloedaders	=	bloedader
bloedafname	noun	het verkrijgen van bloed om het voor medische doeleinden te kunnen onderzoeken
bloedafnamen	=	bloedafname
bloedafnames	=	bloedafname
bloedalcoholgehalte	noun	gehalte aan alcohol in het bloed
bloedalcoholgehalten	=	bloedalcoholgehalte
bloedalcoholgehaltes	=	bloedalcoholgehalte
bloedanalyse	noun	het verrichten van diverse gewenste bepalingen op een bloedproduct
bloedanalysen	=	bloedanalyse
bloedanalyses	=	bloedanalyse
bloedappelsien	noun	een soort sinaasappel die binnenin rood is
bloedappelsienen	=	bloedappelsien
bloedarm	adj	weinig krachtig
bloedarme	=	bloedarm
bloedarmer	=	bloedarm
bloedarmere	=	bloedarm
bloedarmers	=	bloedarm
bloedarmoede	noun	situatie waarbij er een minder dan normaal aantal rode bloedcellen in het bloed zitten
bloedarmoedes	=	bloedarmoede
bloedarms	=	bloedarm
bloedarmst	=	bloedarm
bloedarmste	=	bloedarm
bloedbaan	noun	het gesloten systeem van hart en vaten waardoor bloed stroomt
bloedbaantje	=	bloedbaan
bloedbaantjes	=	bloedbaan
bloedbad	noun	een gebeurtenis waarbij op grote schaal bloed vergoten wordt
bloedbaden	=	bloedbad
bloedbadje	=	bloedbad
bloedbadjes	=	bloedbad
bloedband	noun	een biologische familieband
bloedbanden	=	bloedband
bloedbanen	=	bloedbaan
bloedbank	noun	plaats en instelling waar bloed door donors voor transfusie wordt afgegeven en waar dit op kwaliteit wordt onderzocht en voor gebruik bewaard.
bloedbanken	=	bloedbank
bloedbankje	=	bloedbank
bloedbeeld	noun	resultaat van microscopisch bloedonderzoek; resultaat van hematologisch bloedonderzoek
bloedbeelden	=	bloedbeeld
bloedbezinking	noun	het bezinken van rode bloedcellen (erythrocyten) in afgenomen bloed, is een maat voor de de aanwezigheid en de ernst van een ontstekingsreactie in het lichaam
bloedbezinkingen	=	bloedbezinking
bloedbezinkinkje	=	bloedbezinking
bloedbezinkinkjes	=	bloedbezinking
bloedbij	noun	een vliesvleugelig insect van het geslacht Sphecodes
bloedbijen	noun	een geslacht Sphecodes van vliesvleugelige insecten uit de familie Halictidae
bloedbijtje	=	bloedbij
bloedbijtjes	=	bloedbij
bloedblaar	noun	holte in of onder de opperhuid, waarin bloed zit
bloedblaarluis	noun	Cryptomyzus ribis een plaag en veroorzaakt rode 'blaren' op het blad van rode, witte en soms op zwarte bes
bloedblaarluisje	=	bloedblaarluis
bloedblaarluisjes	=	bloedblaarluis
bloedblaarluizen	=	bloedblaarluis
bloedblaartje	=	bloedblaar
bloedblaartjes	=	bloedblaar
bloedblaren	=	bloedblaar
bloedbroeder	noun	een mannelijk persoon die van oorsprong geen familie is, maar met wie men zich uitermate sterk verbonden voelt
bloedbroeders	=	bloedbroeder
bloedbroederschap	noun	een verbintenis die men aangaat met een ander persoon die van oorsprong geen familie is, maar met wie men zich zeer sterk verbonden voelt
bloedcel	noun	microscopisch rood schijfje of wit bolletje in het bloedvocht
bloedcellen	=	bloedcel
bloedcelletje	=	bloedcel
bloedcelletjes	=	bloedcel
bloedcicade	noun	Cercopis vulnerata een insect uit de familie spuugbeestjes of schuimcicaden (Cercopidae)
bloedcicades	=	bloedcicade
bloedcicadetje	=	bloedcicade
bloedcicadetjes	=	bloedcicade
bloedcirculatie	noun	het stromen van het bloed in een organisme
bloedcirculaties	=	bloedcirculatie
bloedcontact	noun	situatie waarbij men in aanraking komt met het bloed van een ander persoon
bloedcontacten	=	bloedcontact
bloedcontrole	noun	controle door het onderzoeken van de samenstelling van het bloed
bloedcontroles	=	bloedcontrole
bloedde	=	bloeden
bloedden	=	bloeden
bloeddiamant	noun	diamanten waarvan de opbrengst wordt gebruikt om wapens te kopen
bloeddiamanten	=	bloeddiamant
bloeddiamantje	=	bloeddiamant
bloeddonatie	noun	het voor transfusie afstaan van bloed
bloeddonaties	=	bloeddonatie
bloeddonor	noun	iemand die bloed afstaat voor transfusie
bloeddonoren	=	bloeddonor
bloeddonors	=	bloeddonor
bloeddoorlopen	adj	vooral van de ogen dat er bloedvaatjes op het oogwit te zien zijn (door huilen, ouderdom of ontsteking)
bloeddoorlopener	=	bloeddoorlopen
bloeddoorlopeners	=	bloeddoorlopen
bloeddoorlopens	=	bloeddoorlopen
bloeddoorlopenst	=	bloeddoorlopen
bloeddoorlopenste	=	bloeddoorlopen
bloeddoorstroming	noun	de hoeveelheid bloed die per tijdseenheid door een orgaan stroomt
bloeddoorstromingen	=	bloeddoorstroming
bloeddoping	noun	illegale bloedtransfusie die gericht is op een prestatieverbetering bij het sporten
bloeddorst	noun	dorst (verlangen) naar bloed
bloeddorstig	adj	wreed, moordzuchtig
bloeddorstige	=	bloeddorstig
bloeddorstiger	=	bloeddorstig
bloeddorstigere	=	bloeddorstig
bloeddorstigers	=	bloeddorstig
bloeddorstigs	=	bloeddorstig
bloeddorstigst	=	bloeddorstig
bloeddorstigste	=	bloeddorstig
bloeddruk	noun	de hydrostatische druk die het bloed op het vaatstelsel van de slagaderen uitoefent
bloeddrukdaling	noun	verlaging van de bloeddruk
bloeddrukdalingen	=	bloeddrukdaling
bloeddrukken	=	bloeddruk
bloeddrukkoe	noun	vrouwelijk rund die door genetische manipulatie melk produceert met stoffen die mensen kunnen helpen om hun bloeddruk te verlagen
bloeddrukkoeien	=	bloeddrukkoe
bloeddrukmeter	noun	is een instrument om de bloeddruk te meten
bloeddrukmeters	=	bloeddrukmeter
bloeddrukmetertje	=	bloeddrukmeter
bloeddrukmetertjes	=	bloeddrukmeter
bloeddrukmeting	noun	de keer dat men de hoogte van de bloeddruk meet
bloeddrukmetingen	=	bloeddrukmeting
bloeddrukverhogend	adj	van iets dat het de druk in het bloedvatstelsel hoger maakt
bloeddrukverhogende	=	bloeddrukverhogend
bloeddrukverhogender	=	bloeddrukverhogend
bloeddrukverhogendere	=	bloeddrukverhogend
bloeddrukverhogenders	=	bloeddrukverhogend
bloeddrukverhogends	=	bloeddrukverhogend
bloeddrukverhogendst	=	bloeddrukverhogend
bloeddrukverhogendste	=	bloeddrukverhogend
bloeddrukverlagend	adj	van iets dat het zorgt dat de druk in de bloedvaten minder wordt
bloeddrukverlagende	=	bloeddrukverlagend
bloeddrukverlagender	=	bloeddrukverlagend
bloeddrukverlagendere	=	bloeddrukverlagend
bloeddrukverlagenders	=	bloeddrukverlagend
bloeddrukverlagends	=	bloeddrukverlagend
bloeddrukverlagendst	=	bloeddrukverlagend
bloeddrukverlagendste	=	bloeddrukverlagend
bloeddrupje	noun	insect uit de familie Zygaenidae van vlinders uit de superfamilie Zygaenoidea.
bloeddrupjes	noun	Zygaenidae een familie van vlinders uit de superfamilie Zygaenoidea.
bloeddruppel	noun	een druppel bloed; een kleine hoeveelheid bloed
bloeddruppels	=	bloeddruppel
bloeddruppelstekelzwam	noun	Hydnellum peckii een zeldzame schimmel die leeft onder dennen en sparren.
bloeddruppelstekelzwammen	=	bloeddruppelstekelzwam
bloeddruppelstekelzwammetje	=	bloeddruppelstekelzwam
bloeddruppelstekelzwammetjes	=	bloeddruppelstekelzwam
bloeddruppeltje	=	bloeddruppel
bloeddruppeltjes	=	bloeddruppel
bloede	=	bloed
bloedeerlijk	adj	heel openhartiɡ, ronduit de waarheid sprekend of tonend
bloedeerlijke	=	bloedeerlijk
bloedeerlijks	=	bloedeerlijk
bloedeigen	adj	van je eigen (dus niet aangetrouwde) familie
bloedeigens	=	bloedeigen
bloedeloos	adj	zonder bloed
bloedeloost	=	bloedeloos
bloedelooste	=	bloedeloos
bloedeloze	=	bloedeloos
bloedelozer	=	bloedeloos
bloedelozere	=	bloedeloos
bloedelozers	=	bloedeloos
bloeden	verb	het vloeien van bloed uit het lichaam
bloedend	adj	bloed verliezend
bloedende	=	bloeden
bloedender	=	bloedend
bloedenders	=	bloedend
bloedends	=	bloedend
bloedens	noun	genitief van bloeden
bloeder	noun	iemand die lijdt aan bloederziekte
bloederig	adj	met te veel bloed
bloederige	=	bloederig
bloederiger	=	bloederig
bloederigere	=	bloederig
bloederigers	=	bloederig
bloederigs	=	bloederig
bloederigst	=	bloederig
bloederigste	=	bloederig
bloederlozer	=	bloedeloos
bloederlozere	=	bloedeloos
bloederlozers	=	bloedeloos
bloeders	=	bloeder
bloederziekte	noun	een ziekte waarbij het bloed moeilijk stolt
bloederziekten	=	bloederziekte
bloederziektes	=	bloederziekte
bloedfazant	noun	Ithaginis cruentus een fazantensoort die van nature in het oosten van Azië voorkomt.
bloedfazanten	=	bloedfazant
bloedfazantje	=	bloedfazant
bloedfazantjes	=	bloedfazant
bloedgang	noun|informal	heel hoge snelheid
bloedgangen	=	bloedgang
bloedgeil	adj|informal	heel erg geil, botergeil
bloedgeile	=	bloedgeil
bloedgeils	=	bloedgeil
bloedgeld	noun	vorm van compensatie die betaald wordt door een dader of zijn gezin aan de familie van het slachtoffer
bloedgever	noun	iemand die eigen bloed afstaat voor bloedtransfusie
bloedgevers	=	bloedgever
bloedgevertje	=	bloedgever
bloedgevertjes	=	bloedgever
bloedgierst	noun	Digitaria sanguinalis een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie Gramineae of Poaceae en van nature voorkomt in Europa.
bloedgiersten	=	bloedgierst
bloedglucose	noun	bloedsuiker
bloedglucosegehalte	noun	de concentratie van glucose in het bloed
bloedglucosegehalten	=	bloedglucosegehalte
bloedglucosegehaltes	=	bloedglucosegehalte
bloedglucosen	=	bloedglucose
bloedglucoses	=	bloedglucose
bloedglucosespiegel	noun	een maat voor de hoeveelheid glucose die is opgelost in het bloed uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l)
bloedglucosespiegels	=	bloedglucosespiegel
bloedglucosespiegeltje	=	bloedglucosespiegel
bloedglucosespiegeltjes	=	bloedglucosespiegel
bloedgroep	noun	een classificatie van bloed bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van bepaalde moleculen ('antigenen') op de buitenkant van het celmembraan van de rode bloedcellen.
bloedgroepdieet	noun	een dieet dat aangepast is aan je bloedgroep en dat je gezonder zou maken
bloedgroepdieetje	=	bloedgroepdieet
bloedgroepdieetjes	=	bloedgroepdieet
bloedgroepdiëten	=	bloedgroepdieet
bloedgroepen	=	bloedgroep
bloedgroepje	=	bloedgroep
bloedgroepjes	=	bloedgroep
bloedheet	adj	bijzonder warm, met name van weersgesteldheid
bloedheets	=	bloedheet
bloedheetst	=	bloedheet
bloedheetste	=	bloedheet
bloedhekel	noun	diep, heftige afkeer
bloedhekeltje	=	bloedhekel
bloedhekeltjes	=	bloedhekel
bloedhete	=	bloedheet
bloedheter	=	bloedheet
bloedhetere	=	bloedheet
bloedheters	=	bloedheet
bloedhond	noun	Brits hondenras, hoogbenig, kortharig, grote kop met losse huid, lange hangende oren en een lange staart
bloedhonden	=	bloedhond
bloedhondje	=	bloedhond
bloedhondjes	=	bloedhond
bloedhout	noun	Iryanthera sagotiana een neotropische altijdgroene boomsoort die 18 meter hoog kan worden.
bloedig	adj	met bloed (bedekt)
bloedige	=	bloedig
bloediger	=	bloedig
bloedigere	=	bloedig
bloedigers	=	bloedig
bloedigs	=	bloedig
bloedigst	=	bloedig
bloedigste	=	bloedig
bloeding	noun	het uitvloeien van bloed buiten de bloedsomloop of buiten het lichaam
bloedingen	=	bloeding
bloedingsneiging	noun	dat het lichaam moeite heeft om bloedingen te stoppen.
bloedingsneigingen	=	bloedingsneiging
bloedingsneiginkje	=	bloedingsneiging
bloedingsneiginkjes	=	bloedingsneiging
bloedingsziekte	noun	ziekten die gepaard gaan met een verhoogde bloedingsneiging.
bloedingsziekten	=	bloedingsziekte
bloedingsziektes	=	bloedingsziekte
bloedinkje	=	bloeding
bloedinkjes	=	bloeding
bloedje	=	bloed
bloedjes	=	bloed
bloedkanker	noun	ziekte die gekenmerkt wordt door een overmatige productie van bloedcellen
bloedkankers	=	bloedkanker
bloedklauwier	noun	Malaconotus cruentus een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
bloedklauwieren	=	bloedklauwier
bloedklauwiertje	=	bloedklauwier
bloedklauwiertjes	=	bloedklauwier
bloedkleur	noun	een kleurrood die sterk lijkt op de diep rode kleur van bloed
bloedkleuren	=	bloedkleur
bloedkleurtje	=	bloedkleur
bloedkleurtjes	=	bloedkleur
bloedkoraal	noun	Corallium rubrum een koraalsoort uit de Middellandse Zee
bloedkoraaltje	=	bloedkoraal
bloedkoraaltjes	=	bloedkoraal
bloedkoralen	adj	van bloedkoraal gemaakt
bloedlaster	noun	de antisemitische aantijging dat Joden christelijke kinderen zouden ontvoeren en om rituele redenen martelen en hun bloed opvangen
bloedlichaam	noun	bloedcel
bloedlichaampje	=	bloedlichaam
bloedlichaampjes	=	bloedlichaam
bloedlichamen	=	bloedlichaam
bloedlijer	noun	treiteraar
bloedlijers	=	bloedlijer
bloedlijertje	=	bloedlijer
bloedlijertjes	=	bloedlijer
bloedlijn	noun	afstammingslijn, de lijn waarvan iemand afstamt
bloedlijnen	=	bloedlijn
bloedlijntje	=	bloedlijn
bloedlijntjes	=	bloedlijn
bloedlink	adj|informal	uiterst gevaarlijk, zeer riskant
bloedlinke	=	bloedlink
bloedlinks	=	bloedlink
bloedloos	=	bloedeloos
bloedluis	noun	Eriosoma lanigerum een plantensap opzuigend insect uit de superfamilie van de bladluizen (Aphididae).
bloedluizen	=	bloedluis
bloedmaan	noun	de maan die een (schijnbaar) rode kleur heeft bij een maansverduistering
bloedmanen	=	bloedmaan
bloedmonster	noun	kleine hoeveelheid bloed die men gebruikt voor chemisch en/of biologisch onderzoek
bloedmonsters	=	bloedmonster
bloedmooi	adj	heel erg mooi
bloedmooie	=	bloedmooi
bloedmooier	=	bloedmooi
bloedmooiere	=	bloedmooi
bloedmooiers	=	bloedmooi
bloedmoois	=	bloedmooi
bloedmooist	=	bloedmooi
bloedmooiste	=	bloedmooi
bloedname	noun	het verkrijgen van bloed om het voor medische doeleinden te kunnen onderzoeken
bloednamen	=	bloedname
bloednames	=	bloedname
bloednerveus	adj	heel erg gespannen
bloednerveuze	=	bloednerveus
bloedneus	noun	het spontaan of door een trauma ontstaan bloeden uit de neus
bloedneusje	=	bloedneus
bloedneusjes	=	bloedneus
bloedneuzen	=	bloedneus
bloedonderzoek	noun	een algemene naam voor alle bepalingen die worden gedaan in van de patiënt afgetapt bloed
bloedonderzoeken	=	bloedonderzoek
bloedonderzoekje	=	bloedonderzoek
bloedonderzoekjes	=	bloedonderzoek
bloedooievaarsbek	noun	Geranium sanguineum een plant in de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
bloedooievaarsbekje	=	bloedooievaarsbek
bloedooievaarsbekjes	=	bloedooievaarsbek
bloedooievaarsbekken	=	bloedooievaarsbek
bloedpaspoort	noun	document met biometsiche gegevens van sporters dat als doel heeft doping te voorkomen
bloedpaspoorten	=	bloedpaspoort
bloedplaatje	noun	plaatvormig element in het bloed dat een rol speelt bij de stolling
bloedplaatjes	=	bloedplaatje
bloedplaatjesremmer	noun	medicament dat de samenklontering van bloedplaatjes tegengaat zodat er minder kans is op het ontstaan van bloedpropjes
bloedplaatjesremmers	=	bloedplaatjesremmer
bloedplas	noun	verzameling bloed (die meestal is ontstaan door een bloeding)
bloedplasje	=	bloedplas
bloedplasjes	=	bloedplas
bloedplasma	noun	de vloeistof van het bloed waar geen bloedlichaampjes meer in zitten maar nog wel stollingseiwitten
bloedplasma's	=	bloedplasma
bloedplassen	=	bloedplas
bloedpootschildwants	noun	Pinthaeus sanguinipes een wants uit de familie Pentatomidae
bloedpootschildwantsen	=	bloedpootschildwants
bloedpootschildwantsje	=	bloedpootschildwants
bloedpootschildwantsjes	=	bloedpootschildwants
bloedprikbende	noun	een criminele bende die zogenaamd bloed komt prikken, maar ondertussen ouderen beroofd
bloedprikbendes	=	bloedprikbende
bloedprocessie	noun	religieuze optocht waarbij men een wonder herdenkt
bloedprocessies	=	bloedprocessie
bloedproef	noun	onderzoek van bloed met name naar de aanwezigheid van alcohol of drugs
bloedproefje	=	bloedproef
bloedproefjes	=	bloedproef
bloedproeven	=	bloedproef
bloedprop	noun	een bloedstolsel in het lichaam op een plek waar het hinder veroorzaakt
bloedpropje	=	bloedprop
bloedpropjes	=	bloedprop
bloedproppen	=	bloedprop
bloedraad	noun|figurative	groep mensen die zeer strenge oordelen velt
bloedraadje	=	bloedraad
bloedraadjes	=	bloedraad
bloedraden	=	bloedraad
bloedrecht	noun	een van de bewijsmiddelen in het middeleeuwse strafrecht.
bloedrechten	=	bloedrecht
bloedrechtje	=	bloedrecht
bloedrechtjes	=	bloedrecht
bloedregenalg	noun	Haematococcus pluvialis een eencellige alg, behorend tot de groene algen, die een cyste, een aplanospore, vormt in moeilijke omstandigheden.
bloedregenalgen	=	bloedregenalg
bloedregenalgje	=	bloedregenalg
bloedregenalgjes	=	bloedregenalg
bloedrest	noun	wat overgebleven is van een grotere hoeveelheid bloed
bloedresten	=	bloedrest
bloedrestje	=	bloedrest
bloedrestjes	=	bloedrest
bloedrode	=	bloedrood
bloedroden	=	bloedrood
bloedroder	=	bloedrood
bloedrodere	=	bloedrood
bloedroders	=	bloedrood
bloedrood	adj	rood als de kleur van bloed
bloedroods	=	bloedrood
bloedroodst	=	bloedrood
bloedroodste	=	bloedrood
bloedrugspecht	noun	Veniliornis sanguineus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bloedrugspechten	=	bloedrugspecht
bloedrugspechtje	=	bloedrugspecht
bloedrugspechtjes	=	bloedrugspecht
bloedrugvliegenvanger	noun	Eugerygone rubra een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
bloedrugvliegenvangers	=	bloedrugvliegenvanger
bloedrugvliegenvangertje	=	bloedrugvliegenvanger
bloedrugvliegenvangertjes	=	bloedrugvliegenvanger
bloedsaai	adj	zeer vervelend, zonder enige afwisseling of spanning
bloedsaaie	=	bloedsaai
bloedsaais	=	bloedsaai
bloedschandaal	noun	een zaak rond bloedtransfusies waar mensen schande van spreken
bloedschandalen	=	bloedschandaal
bloedschande	noun	incest
bloedschanden	=	bloedschande
bloedschandes	=	bloedschande
bloedschender	noun	iemand die incest pleegt
bloedschenders	=	bloedschender
bloedschendig	adj	incestueus, bloedschandig, bloedschennig
bloedschendige	=	bloedschendig
bloedschendiger	=	bloedschendig
bloedschendigere	=	bloedschendig
bloedschendigers	=	bloedschendig
bloedschendigs	=	bloedschendig
bloedschendigst	=	bloedschendig
bloedschendigste	=	bloedschendig
bloedschennig	adj	incestueus, bloedschandig, bloedschendig
bloedschennige	=	bloedschennig
bloedschenniger	=	bloedschennig
bloedschennigere	=	bloedschennig
bloedschennigers	=	bloedschennig
bloedschennigs	=	bloedschennig
bloedschennigst	=	bloedschennig
bloedschennigste	=	bloedschennig
bloedschuld	noun	het schuldig zijn aan moord en doodslag
bloedschulden	=	bloedschuld
bloedsera	=	bloedserum
bloedserieus	adj|informal	zeer serieus
bloedserieuze	=	bloedserieus
bloedserum	noun	vloeistof die overblijft na de bloedstolling
bloedserumpje	=	bloedserum
bloedserumpjes	=	bloedserum
bloedserums	=	bloedserum
bloedsinaasappel	noun	sinaasappelras met rood sap en rood of oranjerood gemêleerd vruchtvlees, Citrus × aurantium (var. melitense)
bloedsinaasappelen	=	bloedsinaasappel
bloedsinaasappels	=	bloedsinaasappel
bloedsinaasappelsaus	noun	een saus op basis van bloedsinaasappelen
bloedsinaasappelsausje	=	bloedsinaasappelsaus
bloedsinaasappelsausjes	=	bloedsinaasappelsaus
bloedsinaasappelsauzen	=	bloedsinaasappelsaus
bloedsinaasappeltje	=	bloedsinaasappel
bloedsinaasappeltjes	=	bloedsinaasappel
bloedsomloop	noun	Het bloedvatenstelsel of de bloedsomloop bij de mens is het gesloten systeem van vaten waardoor bloed stroomt.
bloedsomloopje	=	bloedsomloop
bloedsomlopen	=	bloedsomloop
bloedspat	noun	druppel bloed die ergens met kracht tegenaan gevallen is
bloedspatje	=	bloedspat
bloedspatjes	=	bloedspat
bloedspatten	=	bloedspat
bloedspiegel	noun	concentratie van een bepaalde stof in het bloed
bloedspiegels	=	bloedspiegel
bloedspiegeltje	=	bloedspiegel
bloedspiegeltjes	=	bloedspiegel
bloedspoor	noun	spoor van bloed
bloedspoortje	=	bloedspoor
bloedspoortjes	=	bloedspoor
bloedsporen	=	bloedspoor
bloedspuwing	noun	het ophoesten van bloederig slijm
bloedspuwingen	=	bloedspuwing
bloedstaal	noun	bloedmonster dat men heeft afgenomen voor onderzoek
bloedstaaltje	=	bloedstaal
bloedstaaltjes	=	bloedstaal
bloedstalen	=	bloedstaal
bloedsteelmycena	noun	een zwam van het geslacht Mycena en de familie Mycenaceae
bloedsteelmycena's	=	bloedsteelmycena
bloedsteen	noun	bloedrode ijzersteen
bloedstelpend	adj	wat het bloeden doet ophouden
bloedstelpende	=	bloedstelpend
bloedstelpender	=	bloedstelpend
bloedstelpendere	=	bloedstelpend
bloedstelpenders	=	bloedstelpend
bloedstelpends	=	bloedstelpend
bloedstelpendst	=	bloedstelpend
bloedstelpendste	=	bloedstelpend
bloedstenen	=	bloedsteen
bloedstollend	adj	waardoor bloed gaat klonteren en een korst vormt (om verder bloedverlies te voorkomen)
bloedstollende	=	bloedstollend
bloedstollender	=	bloedstollend
bloedstollendere	=	bloedstollend
bloedstollenders	=	bloedstollend
bloedstollends	=	bloedstollend
bloedstollendst	=	bloedstollend
bloedstollendste	=	bloedstollend
bloedstolling	noun	het proces waarbij bloed, dat aan de lucht of aan andere oppervlakken dan de binnenkant van het vaatstelsel wordt blootgesteld, klontert en hard wordt
bloedstollingen	=	bloedstolling
bloedstollinkje	=	bloedstolling
bloedstollinkjes	=	bloedstolling
bloedstolsel	noun	een propje samengeklonterd bloed
bloedstolsels	=	bloedstolsel
bloedstolseltje	=	bloedstolsel
bloedstolseltjes	=	bloedstolsel
bloedstromen	=	bloedstroom
bloedstroom	noun	het stromen van bloed door het lichaam of een lichaamsdeel
bloedstroompje	=	bloedstroom
bloedstroompjes	=	bloedstroom
bloedsuiker	noun	druivensuiker (glucose) in het bloed
bloedsuikergehalte	noun	bloedsuikerspiegel
bloedsuikergehalten	=	bloedsuikergehalte
bloedsuikergehaltes	=	bloedsuikergehalte
bloedsuikers	=	bloedsuiker
bloedsuikerspiegel	noun	gehalte aan glucose in het bloed uitgedrukt in millimol per liter
bloedsuikerspiegels	=	bloedsuikerspiegel
bloedsuikerspiegeltje	=	bloedsuikerspiegel
bloedsuikerspiegeltjes	=	bloedsuikerspiegel
bloedsuikertje	=	bloedsuiker
bloedsuikertjes	=	bloedsuiker
bloedsuikerwaarde	noun	de hoeveelheid glucose die in een standaard hoeveelheid bloed aanwezig is
bloedsuikerwaarden	=	bloedsuikerwaarde
bloedsuikerwaardes	=	bloedsuikerwaarde
bloedt	=	bloeden
bloedtangare	noun	Piranga bidentata een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
bloedtangaren	=	bloedtangare
bloedtangaretje	=	bloedtangare
bloedtangaretjes	=	bloedtangare
bloedtest	noun	onderzoek van het bloed
bloedtesten	=	bloedtest
bloedtestje	=	bloedtest
bloedtestjes	=	bloedtest
bloedtests	=	bloedtest
bloedtoevoer	noun	de toestroom van bloed naar een of meer organen van het lichaam
bloedtoevoeren	=	bloedtoevoer
bloedtransfusie	noun	Het geven van bloed aan een patiënt, of sporter (bloeddoping).
bloedtransfusiedienst	noun	organisatie die zorgt voor het verkrijgen, bewaren en distribueren van donorbloed
bloedtransfusiediensten	=	bloedtransfusiedienst
bloedtransfusies	=	bloedtransfusie
bloedtransfusietje	=	bloedtransfusie
bloeduitstorting	noun	ophoping van bloed in of onder de huid na een bloeding, meestal gepaard met een zwelling en een blauwe plek
bloeduitstortingen	=	bloeduitstorting
bloeduitstortinkje	=	bloeduitstorting
bloeduitstortinkjes	=	bloeduitstorting
bloedvaatje	=	bloedvat
bloedvaatjes	=	bloedvat
bloedvat	noun	kanaal waardoor bloed stroomt
bloedvaten	=	bloedvat
bloedvatenstelsel	noun	het gesloten systeem van bloedvaten waardoor bloed stroomt
bloedvatenstelsels	=	bloedvatenstelsel
bloedvatenstelseltje	=	bloedvatenstelsel
bloedvatenstelseltjes	=	bloedvatenstelsel
bloedvattoegang	noun	plaats waar men met behulp van een infuus vloeistoffen en medicamenten direct in de bloedbaan kan brengen
bloedvattoegangen	=	bloedvattoegang
bloedvatwand	noun	de wand van een bloedvat
bloedvatwanden	=	bloedvatwand
bloedverdunner	noun	middel dat bloedstolling onderdrukt
bloedverdunners	=	bloedverdunner
bloedvergieten	noun	het vallen van doden en gewonden tijdens een conflict
bloedvergiftiging	noun	vergiftiging door ziekteverwekkende bacteriën in het bloed
bloedvergiftigingen	=	bloedvergiftiging
bloedvergiftigingetje	=	bloedvergiftiging
bloedvergiftigingetjes	=	bloedvergiftiging
bloedverlies	noun	verlies van bloed
bloedverliesje	=	bloedverlies
bloedverliesjes	=	bloedverlies
bloedverliezen	=	bloedverlies
bloedvernieuwing	noun	bloedverversing
bloedvernieuwingen	=	bloedvernieuwing
bloedvervanger	noun	vloeistof die wordt gebruikt als een substituut voor echt bloed
bloedvervangers	=	bloedvervanger
bloedverversing	noun	kruising met sterke exemplaren van hetzelfde ras uit een andere veestapel
bloedverversingen	=	bloedverversing
bloedverversinkje	=	bloedverversing
bloedverversinkjes	=	bloedverversing
bloedverwant	noun	familielid met dezelfde voorouders
bloedverwante	noun	vrouwelijk familielid
bloedverwanten	=	bloedverwant
bloedverwantes	=	bloedverwante
bloedverwantje	=	bloedverwant
bloedverwantjes	=	bloedverwant
bloedverwantschap	noun	het genetisch aan elkaar verwant zijn
bloedverwantschappen	=	bloedverwantschap
bloedvlag	noun	de rode vlag die kapers gebruikten om aan te geven dat iedereen gedood zou worden als er weerstand werd geboden
bloedvlaggen	=	bloedvlag
bloedvlagje	=	bloedvlag
bloedvlagjes	=	bloedvlag
bloedvlek	noun	vlek van bloed
bloedvlekje	=	bloedvlek
bloedvlekjes	=	bloedvlek
bloedvlekken	=	bloedvlek
bloedvlektetra	noun	Hyphessobrycon erythrostigma een straalvinnige uit de familie van de karperzalmen (Characidae).
bloedvlektetra's	=	bloedvlektetra
bloedvoorziening	noun	de hoeveelheid donorbloed dat beschikbaar is voor patiënten
bloedvoorzieningen	=	bloedvoorziening
bloedvorm	noun	een hele goede conditie
bloedvormen	=	bloedvorm
bloedvorming	noun	bloedbereiding in verschillende organen van het lichaam
bloedvormingen	=	bloedvorming
bloedvrees	noun	een extreme, irrationele angst voor bloed
bloedwaarde	noun	resultaat van een meting aan het bloed
bloedwaarden	=	bloedwaarde
bloedwaardes	=	bloedwaarde
bloedwarm	adj	zo warm als bloed
bloedwarme	=	bloedwarm
bloedwarms	=	bloedwarm
bloedwei	noun	de vloeibare stof die overblijft als bloed is gestold en die lijkt op bloedplasma zonder stollingseiwitten (wel met antistoffen)
bloedweigerpas	noun	pasje waarmee iemand aangeeft geen bloed te willen ontvangen van iemand die een coronavaccin heeft ontvangen
bloedweigerpasje	=	bloedweigerpas
bloedweigerpasjes	=	bloedweigerpas
bloedweigerpassen	=	bloedweigerpas
bloedworm	noun	Marphysa sanguinea een borstelworm uit de familie Eunicidae.
bloedwormen	=	bloedworm
bloedwormpje	=	bloedworm
bloedwormpjes	=	bloedworm
bloedworst	noun	vleeswaar vervaardigd van het bloed en het vet van een varken
bloedworsten	=	bloedworst
bloedworstje	=	bloedworst
bloedworstjes	=	bloedworst
bloedwraak	noun	een vorm van eigenrichting waarin de familie of stam van een dode het recht (en de plicht) heeft die te wreken op de schuldige, ook als de dood het gevolg was van een ongeval met verlies van de maatschappelijke eer indien dit niet zou gebeuren
bloedwraken	=	bloedwraak
bloedzeester	noun	Henricia oculata een zeester uit de familie Echinasteridae.
bloedzeesterren	=	bloedzeester
bloedzeesterretje	=	bloedzeester
bloedzeesterretjes	=	bloedzeester
bloedziekte	noun	aandoening van het bloed of de bloedvormende organen
bloedziekten	=	bloedziekte
bloedziektes	=	bloedziekte
bloedzuiger	noun	benaming voor dieren uit de onderklasse Hirudinea, waarvan de bekendste soorten zich met zuignappen hechten aan de huid van andere dieren en zich voeden met hun bloed
bloedzuigers	noun	een onderklasse Hirudinea van wormachtige verwanten van de regenworm.
bloedzuigertje	=	bloedzuiger
bloedzuigertjes	=	bloedzuiger
bloedzuiverend	adj	afvalstoffen uit het bloed verwijderend
bloedzuiverende	=	bloedzuiverend
bloedzuiverender	=	bloedzuiverend
bloedzuiverendere	=	bloedzuiverend
bloedzuiverenders	=	bloedzuiverend
bloedzuiverends	=	bloedzuiverend
bloedzuiverendst	=	bloedzuiverend
bloedzuiverendste	=	bloedzuiverend
bloedzuring	noun	Rumex sanguineus een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
bloei	noun	toestand waarin een plant bloemen draagt
bloeide	=	bloeien
bloeiden	=	bloeien
bloeie	=	bloeien
bloeien	verb	het dragen van open, actieve bloeiwijzen
bloeiend	adj	als een bloem of iets anders op zijn mooist is
bloeiende	=	bloeiend
bloeiends	=	bloeiend
bloeier	noun	iets dat of iemand die bloeit
bloeiers	=	bloeier
bloeiertje	=	bloeier
bloeiertjes	=	bloeier
bloeikolf	noun	middelpuntzoekende, enkelvoudige bloeiwijze die bestaat uit een vlezige aar
bloeikolfje	=	bloeikolf
bloeikolfjes	=	bloeikolf
bloeikolven	=	bloeikolf
bloeimaand	noun	vijfde maand van het kalenderjaar
bloeimaanden	=	bloeimaand
bloeimaandje	=	bloeimaand
bloeimaandjes	=	bloeimaand
bloeiperiode	noun	periode dat bloemen bloeien
bloeiperioden	=	bloeiperiode
bloeiperiodes	=	bloeiperiode
bloeipluim	noun	bloeiwijze met zeer veel kleine bloempjes
bloeipluimen	=	bloeipluim
bloeisteel	noun	steel waaraan de bloemen en na de bevruchting en bloei het zaad vastzit
bloeistelen	=	bloeisteel
bloeit	=	bloeien
bloeitijd	noun	de periode van het jaar dat er bloemen aan een plant bloeien
bloeitijden	=	bloeitijd
bloeitijdje	=	bloeitijd
bloeiwijze	noun	de vorm en rangschikking van de bloemen van een plant, een kenmerk waarop men planten indeelt in groepen
bloeiwijzen	=	bloeiwijze
bloeling	noun	bloedworst
bloelingen	=	bloeling
bloem	noun	een deel van plant met zaden
bloemaardster	noun	Geastrum floriforme een schimmel uit de familie Geastraceae.
bloemaardsterren	=	bloemaardster
bloemaardsterretje	=	bloemaardster
bloemaardsterretjes	=	bloemaardster
bloemachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van een bloem
bloemachtige	=	bloemachtig
bloemachtiger	=	bloemachtig
bloemachtigere	=	bloemachtig
bloemachtigers	=	bloemachtig
bloemachtigs	=	bloemachtig
bloemachtigst	=	bloemachtig
bloemachtigste	=	bloemachtig
bloembak	noun	bak die bestemd is om planten in te doen
bloembakje	=	bloembak
bloembakjes	=	bloembak
bloembakken	=	bloembak
bloembed	noun	Bloemperk.
bloembedden	=	bloembed
bloembedje	=	bloembed
bloembedjes	=	bloembed
bloembekleedsel	noun	een van de steriele delen van de bloem, bestaande uit de kelkbladen, de kroonbladen of de vergroeiing daarvan, de bloembodem.
bloembekleedselen	=	bloembekleedsel
bloembinderij	noun	bedrijf waar bloemstukken worden gemaakt
bloembinderijen	=	bloembinderij
bloemblaadje	=	bloemblad
bloemblaadjes	=	bloemblad
bloemblad	noun	onderdeel van een bloem vaak een andere kleur hebbend dan de rest van de plant
bloembladen	=	bloemblad
bloembladeren	=	bloemblad
bloembladloper	noun	Xylota jakutorum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bloembladlopers	=	bloembladloper
bloembladlopertje	=	bloembladloper
bloembladlopertjes	=	bloembladloper
bloemblaren	=	bloemblad
bloembodem	noun	het al of niet verbrede eind van de bloemsteel of stengel waarop alle delen van de bloem staan ingeplant
bloembodempje	=	bloembodem
bloembodempjes	=	bloembodem
bloembodems	=	bloembodem
bloembol	noun	bolvormig stengeldeel van een plant, onder de grond
bloembollen	=	bloembol
bloembollenasiel	noun	bewaarplaats voor uitgebloeide bloembollen die later weer geplant kunnen worden
bloembollenasielen	=	bloembollenasiel
bloembollenasiels	=	bloembollenasiel
bloembollenculturen	=	bloembollencultuur
bloembollencultuur	noun	het telen van bloembollebn
bloembollenkweker	noun	iemand de tulpen, narcissen en andere bloembollen kweekt
bloembollenkwekers	=	bloembollenkweker
bloembollenteelt	noun	het kweken van bloembollen
bloembollenteelten	=	bloembollenteelt
bloembollenveld	noun	akker waarop bloembollen worden gekweekt
bloembollenvelden	=	bloembollenveld
bloembollenveldje	=	bloembollenveld
bloembollenveldjes	=	bloembollenveld
bloembolletje	=	bloembol
bloembolletjes	=	bloembol
bloemdaas	noun	Philipomyia aprica een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
bloemdaasje	=	bloemdaas
bloemdaasjes	=	bloemdaas
bloemdazen	=	bloemdaas
bloemde	=	bloemen
bloemden	=	bloemen
bloemdier	noun	benaming voor zeedieren uit de klasse Anthozoa, die op een bloeiende plant lijken
bloemdieren	noun	een omvangrijke klasse Anthozoa van neteldieren.
bloemdiertje	=	bloemdier
bloemdiertjes	=	bloemdier
bloeme	=	bloemen
bloemeloos	adj	zonder bloemen
bloemeloost	=	bloemeloos
bloemelooste	=	bloemeloos
bloemeloze	=	bloemeloos
bloemelozer	=	bloemeloos
bloemelozere	=	bloemeloos
bloemelozers	=	bloemeloos
bloemen	verb	bloemig (kruimelig) worden (aardappelen)
bloemenarrangement	noun	versiering die bestaat uit zorgvuldig geschikte bloeiende delen van planten
bloemenarrangementen	=	bloemenarrangement
bloemenarrangementje	=	bloemenarrangement
bloemenarrangementjes	=	bloemenarrangement
bloemenautomaat	noun	een gespecialiseerde verkoopautomaat (vending machine) waarin je op elk moment van de dag verse boeketten, rozen of andere bloemstukken kunt kopen
bloemenautomaatje	=	bloemenautomaat
bloemenautomaatjes	=	bloemenautomaat
bloemenautomaten	=	bloemenautomaat
bloemenblauwtje	noun	Glaucopsyche alexis een vlinder uit de familie van de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes (Lycaenidae).
bloemenblauwtjes	=	bloemenblauwtje
bloemenbon	noun	cadeaubon waarmee de ontvanger bloemen naar eigen keuze kan kopen
bloemenbonnen	=	bloemenbon
bloemenbonnetje	=	bloemenbon
bloemenbonnetjes	=	bloemenbon
bloemenbons	=	bloemenbon
bloemencorso	noun	optocht van met bloemen versierde voertuigen
bloemencorso's	=	bloemencorso
bloemencorsootje	=	bloemencorso
bloemencorsootjes	=	bloemencorso
bloemend	=	bloemen
bloemende	=	bloemen
bloemenfestijn	noun	een uitstalling van een wijde verscheidenheid aan bloemen om door het grote publiek bekeken te worden
bloemenfestijnen	=	bloemenfestijn
bloemengeur	noun	een geur afkomstig van bloemen of die aan bloemen doet denken
bloemengeuren	=	bloemengeur
bloemengeurtje	=	bloemengeur
bloemengeurtjes	=	bloemengeur
bloemenhandel	noun	de handel in bloemen
bloemenhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep bloemen in- en verkoopt
bloemenhandelaars	=	bloemenhandelaar
bloemenhandelaartje	=	bloemenhandelaar
bloemenhandelaartjes	=	bloemenhandelaar
bloemenhandelaren	=	bloemenhandelaar
bloemenhandels	=	bloemenhandel
bloemenhandeltje	=	bloemenhandel
bloemenhandeltjes	=	bloemenhandel
bloemenhoning	noun	honing gemaakt van de nectar van (verschillende soorten) bloemen
bloemenhoningen	=	bloemenhoning
bloemenhulde	noun	eerbetoon met bloemen
bloemenkraam	noun	kraam op de markt of op straat waar men bloemen verkoopt
bloemenkraampje	=	bloemenkraam
bloemenkraampjes	=	bloemenkraam
bloemenkramen	=	bloemenkraam
bloemenkrans	noun	ringvormig vlechtwerk van bloemen als eerbetoon of versiering
bloemenkransen	=	bloemenkrans
bloemenkransje	=	bloemenkrans
bloemenkransjes	=	bloemenkrans
bloemenkweker	noun	iemand die bloemen kweekt
bloemenkwekerij	noun	bedrijf waar bloemen gekweekt worden
bloemenkwekerijen	=	bloemenkwekerij
bloemenkwekerijtje	=	bloemenkwekerij
bloemenkwekerijtjes	=	bloemenkwekerij
bloemenkwekers	=	bloemenkweker
bloemenkwekertje	=	bloemenkweker
bloemenkwekertjes	=	bloemenkweker
bloemenliefhebster	noun	vrouw die houdt van bloeiende planten, boeketten of versieringen met bloemmotieven
bloemenliefhebsters	=	bloemenliefhebster
bloemenlijn	noun	een reeks bloemenwinkels bediend door een lijnrijder
bloemenlijnen	=	bloemenlijn
bloemenlijntje	=	bloemenlijn
bloemenlijntjes	=	bloemenlijn
bloemenman	noun	verkoper van bloemen, handelaar in bloemen
bloemenmand	noun	een bak gemaakt van gevlochten materiaal waarin men bloemen kan leggen en vervoeren
bloemenmanden	=	bloemenmand
bloemenmandje	=	bloemenmand
bloemenmandjes	=	bloemenmand
bloemenmannen	=	bloemenman
bloemenmannetje	=	bloemenman
bloemenmannetjes	=	bloemenman
bloemenmarkt	noun	een markt waar voornamelijk planten en bloemen worden verhandeld
bloemenmarkten	=	bloemenmarkt
bloemenmarktje	=	bloemenmarkt
bloemenmarktjes	=	bloemenmarkt
bloemenmeisje	noun	verkoopster van bloemen
bloemenmeisjes	=	bloemenmeisje
bloemenmonument	noun	tijdelijk monument bestaande uit bloemen die door belangstellenden als uiting van medeleven zijn neergelegd op de plaats waar een ongeval of een ramp heeft plaatsgevonden in geval van kinderen ook nog voorzien van knuffels
bloemenmonumenten	=	bloemenmonument
bloemenmonumentje	=	bloemenmonument
bloemenmonumentjes	=	bloemenmonument
bloemenpatronen	=	bloemenpatroon
bloemenpatroon	noun	een zich steeds herhalende afbeelding van bloemen zoals deze gedrukt kan zijn op stof of behangpapier
bloemenperk	noun	afgegrensd stuk met aarde waarin men bloemen teelt
bloemenperken	=	bloemenperk
bloemenperkje	=	bloemenperk
bloemenperkjes	=	bloemenperk
bloemenpiet	noun	helper van Sinterklaas met geschminkte kleurige bloemen op zijn of haar gezicht
bloemenpieten	=	bloemenpiet
bloemenpietje	=	bloemenpiet
bloemenpietjes	=	bloemenpiet
bloemenpracht	noun	de schoonheid van bloemen; de mooie bloemen
bloemenschaamte	noun	schaamte die mensen voelen als ze bloemen kopen omdat de teelt hiervan vaak milieuschade veroorzaakt
bloemenslinger	noun	slinger van bloemen
bloemenslingers	=	bloemenslinger
bloemensnoerhalskever	noun	Anthicus antherinus een keversoort uit de familie snoerhalskevers (Anthicidae).
bloemensnoerhalskevers	=	bloemensnoerhalskever
bloemensnoerhalskevertje	=	bloemensnoerhalskever
bloemensnoerhalskevertjes	=	bloemensnoerhalskever
bloemenspuit	noun	toestel dat water door een nauwe opening perst om bloeiende planten te kunnen besproeien
bloemenspuiten	=	bloemenspuit
bloemenstal	noun	kraam op de markt of op straat waar men bloemen verkoopt
bloemenstallen	=	bloemenstal
bloemenstalletje	=	bloemenstal
bloemenstalletjes	=	bloemenstal
bloemenstoet	noun	een optocht van praalwagens die versierd of bedekt zijn met bloemen
bloemenstoeten	=	bloemenstoet
bloementaal	noun	de 'betekenis' die men toekent aan bepaalde bloemen
bloementafel	noun	stevig plat vlak op poten, gebruikt om bakken, potten of vazen met bloeiende planten te laten zien
bloementafels	=	bloementafel
bloementalen	=	bloementaal
bloementapijt	noun	versiering van een straat op plein met bloemen of bloemblaadjes
bloementapijten	=	bloementapijt
bloementeelt	noun	het kweken van bloemen en bloembollen voor de verkoop
bloementeelten	=	bloementeelt
bloementeler	noun	iemand die bloemen teelt
bloementelers	=	bloementeler
bloemententoonstelling	noun	een uitstalling van een wijde verscheidenheid aan bloemen om door het grote publiek bekeken te worden
bloemententoonstellingen	=	bloemententoonstelling
bloementhee	noun	een aftreksel van bloembladeren
bloementheetje	=	bloementhee
bloementheetjes	=	bloementhee
bloementheeën	=	bloementhee
bloementuil	noun	bos bloemen
bloementuilen	=	bloementuil
bloementuiltje	=	bloementuil
bloementuiltjes	=	bloementuil
bloementuin	noun	een tuin met veel bloemen
bloementuinen	=	bloementuin
bloementuintje	=	bloementuin
bloementuintjes	=	bloementuin
bloemenvaas	noun	een aardewerken of glazen kruik, bedoeld voor het in het water zetten van bloemen
bloemenvaasje	=	bloemenvaas
bloemenvaasjes	=	bloemenvaas
bloemenvazen	=	bloemenvaas
bloemenveiling	noun	plaats waar telers bloemen aan de meestbiedende verkopen; plaats waar men beroepsmatig in bloemen handelt
bloemenveilingen	=	bloemenveiling
bloemenveilinkje	=	bloemenveiling
bloemenveld	noun	veld met veel bloeiende bloemen
bloemenvelden	=	bloemenveld
bloemenverkoopster	noun	vrouw die (op de markt) bloemen verkoopt
bloemenverkoopsters	=	bloemenverkoopster
bloemenverkoopstertje	=	bloemenverkoopster
bloemenverkoopstertjes	=	bloemenverkoopster
bloemenverkoper	noun	verkoper van bloemen
bloemenverkopers	=	bloemenverkoper
bloemenverkopertje	=	bloemenverkoper
bloemenverkopertjes	=	bloemenverkoper
bloemenvrouw	noun	verkoopster van boeketten of losse bloemen Vooral gangbaar als de verkoop gebeurt vanuit een kraam of een meegedragen voorraad.
bloemenvrouwen	=	bloemenvrouw
bloemenweide	noun	een grasveld met bloemen
bloemenweiden	=	bloemenweide
bloemenweides	=	bloemenweide
bloemenwinkel	noun	een winkel waar men bloemen verkoopt
bloemenwinkels	=	bloemenwinkel
bloemenwinkeltje	=	bloemenwinkel
bloemenwinkeltjes	=	bloemenwinkel
bloemenzaak	noun	een winkel waar men bloemen verkoopt
bloemenzaakje	=	bloemenzaak
bloemenzaakjes	=	bloemenzaak
bloemenzaken	=	bloemenzaak
bloemenzee	noun	een grote hoeveelheid bloemen
bloemenzeetje	=	bloemenzee
bloemenzeeën	=	bloemenzee
bloemetje	=	bloem
bloemetjes	=	bloem
bloemetjesbehang	noun	wandbedekking met een bloemetjesmotief
bloemetjesbehangen	=	bloemetjesbehang
bloemetjesjurk	noun	jurk gemaakt van een stof met een bloemetjesmotief
bloemetjesjurken	=	bloemetjesjurk
bloemetjesjurkje	=	bloemetjesjurk
bloemetjesjurkjes	=	bloemetjesjurk
bloemformule	noun	beschrijving van de bouw van een bloem m.b.v. symbolen
bloemformules	=	bloemformule
bloemformuletje	=	bloemformule
bloemformuletjes	=	bloemformule
bloemig	adj	droog en smakeloos zoas fijn gemalen graan smaakt
bloemige	=	bloemig
bloemiger	=	bloemig
bloemigere	=	bloemig
bloemigers	=	bloemig
bloemigs	=	bloemig
bloemigst	=	bloemig
bloemigste	=	bloemig
bloemist	noun	iemand die bloemen en planten verkoopt en boeketten en bloemstukken samenstelt, bloemenverkoper
bloemiste	noun	vrouwelijke vorm van bloemist
bloemisten	=	bloemist
bloemisterij	noun	het bedrijf (tuin, winkel etc.) van een bloemist
bloemisterijen	=	bloemisterij
bloemistes	=	bloemiste
bloemistje	=	bloemist
bloemkelk	noun	de meestal gekleurde bladeren van de bloem
bloemkelken	=	bloemkelk
bloemkelkje	=	bloemkelk
bloemkelkjes	=	bloemkelk
bloemknop	noun	uitgroeisel van een plant waar later een bloem uit ontstaat
bloemknopje	=	bloemknop
bloemknopjes	=	bloemknop
bloemknoppen	=	bloemknop
bloemkolen	=	bloemkool
bloemkool	noun	Brassica oleracea var. botrytis een kool met vlezige bleekgele bloemstengels die als groente gegeten wordt
bloemkoolblaadje	=	bloemkoolblad
bloemkoolblaadjes	=	bloemkoolblad
bloemkoolblad	noun	het blad van een bloemkool
bloemkoolbladeren	=	bloemkoolblad
bloemkoolgal	noun	Aceria fraxinivora een gal behorend tot de familie Eriophyidae.
bloemkoolgallen	=	bloemkoolgal
bloemkoolgalletje	=	bloemkoolgal
bloemkoolgalletjes	=	bloemkoolgal
bloemkoolkwal	noun	Rhizostoma pulmo een schijfkwal die voorkomt in de Middellandse Zee, de Zwarte Zee, de Atlantische Oceaan en de Noordzee.
bloemkoolkwallen	=	bloemkoolkwal
bloemkoolkwalletje	=	bloemkoolkwal
bloemkoolkwalletjes	=	bloemkoolkwal
bloemkoolloof	noun	bloemkoolblad
bloemkooloor	noun	misvorming aan de oorschelp door beschadiging van het kraakbeen waardoor dit het bolle uiterlijk van een bloemkool krijgt, vooral voorkomend bij vechtsporten als boksen en rugby.
bloemkooloortje	=	bloemkooloor
bloemkooloortjes	=	bloemkooloor
bloemkooloren	=	bloemkooloor
bloemkoolroos	noun	eetbare uiteinden van een bloemkool
bloemkoolroosje	=	bloemkoolroos
bloemkoolroosjes	=	bloemkoolroos
bloemkoolrozen	=	bloemkoolroos
bloemkoolsoep	noun	een witte soep met een romig karakter gemaakt op basis van bouillon en bloemkool met vaak room of sambal toegevoegd
bloemkoolsoepen	=	bloemkoolsoep
bloemkoolsoepje	=	bloemkoolsoep
bloemkoolsoepjes	=	bloemkoolsoep
bloemkoolstronk	noun	de stronk van een bloemkool
bloemkoolstronken	=	bloemkoolstronk
bloemkoolstronkje	=	bloemkoolstronk
bloemkoolstronkjes	=	bloemkoolstronk
bloemkooltje	=	bloemkool
bloemkooltjes	=	bloemkool
bloemkoolwolk	noun	een scherp afgegrensde wolk met een witte top en een donkerder basis
bloemkoolwolken	=	bloemkoolwolk
bloemkoolwolkje	=	bloemkoolwolk
bloemkoolwolkjes	=	bloemkoolwolk
bloemkoolzwam	noun	Ramaria botrytis een zwam behorend tot de familie Gomphaceae die voorkomt in loofbossen op lichte, warmere plekken.
bloemkoolzwammen	=	bloemkoolzwam
bloemkoolzwammetje	=	bloemkoolzwam
bloemkoolzwammetjes	=	bloemkoolzwam
bloemkorf	noun	een mand gevuld met een bloemstuk
bloemkorfje	=	bloemkorf
bloemkorfjes	=	bloemkorf
bloemkorven	=	bloemkorf
bloemkrabspin	noun	Thomisus onustus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de krabspinnen (Thomisidae)
bloemkrabspinnen	=	bloemkrabspin
bloemkrabspinnetje	=	bloemkrabspin
bloemkrabspinnetjes	=	bloemkrabspin
bloemkrans	noun	slinger gemaakt uit de kleurige bloeiwijzen van planten als versiering of eerbetoon aangebracht in de vorm van een cirkel of een rand
bloemkransen	=	bloemkrans
bloemkronen	=	bloemkroon
bloemkroon	noun	binnenste, meestal fel gekleurde krans van bloembekleedsels
bloemkroontje	=	bloemkroon
bloemkroontjes	=	bloemkroon
bloemkweker	noun	iemand die bloemen kweekt
bloemkwekerij	noun	bedrijf waar men bloemen kweekt uit zaad
bloemkwekerijen	=	bloemkwekerij
bloemkwekers	=	bloemkweker
bloemlees	=	bloemlezen
bloemleesde	=	bloemlezen
bloemleesden	=	bloemlezen
bloemleest	=	bloemlezen
bloemleze	=	bloemlezen
bloemlezen	verb	een bloemlezing houden
bloemlezend	=	bloemlezen
bloemlezende	=	bloemlezen
bloemlezer	noun	persoon die een bloemlezing maakt
bloemlezers	=	bloemlezer
bloemlezing	noun	een boek samengesteld uit een keuze van werken van een of meer schrijvers, compilatiewerk, anthologie
bloemlezingen	=	bloemlezing
bloemlezinkje	=	bloemlezing
bloemlezinkjes	=	bloemlezing
bloemloos	adj	zonder bloemen
bloemloost	=	bloemloos
bloemlooste	=	bloemloos
bloemloze	=	bloemloos
bloemlozer	=	bloemloos
bloemlozere	=	bloemloos
bloemlozers	=	bloemloos
bloemmarkt	noun	een markt waar voornamelijk planten en bloemen worden verhandeld
bloemmarkten	=	bloemmarkt
bloemmotief	noun	een herhalend patroon van afbeeldingen van bloemen als versiering
bloemmotiefje	=	bloemmotief
bloemmotiefjes	=	bloemmotief
bloemmotieven	=	bloemmotief
bloemneusvleermuis	noun	Anthops ornatus een vleermuis uit de familie der bladneusvleermuizen van de Oude Wereld (Hipposideridae) die voorkomt op Choiseul, Guadalcanal en Santa Isabel in de Salomonseilanden en op Bougainville in Papoea-Nieuw-Guinea.
bloemneusvleermuisje	=	bloemneusvleermuis
bloemneusvleermuisjes	=	bloemneusvleermuis
bloemneusvleermuizen	=	bloemneusvleermuis
bloempaal	noun	een standaard voor hangplanten
bloempaaltje	=	bloempaal
bloempaaltjes	=	bloempaal
bloempalen	=	bloempaal
bloempap	noun	een oud-Nederlandse pap die gemaakt is van karnemelk en bloem
bloempapje	=	bloempap
bloempapjes	=	bloempap
bloempappen	=	bloempap
bloemperk	noun	Bloembed.
bloemperken	=	bloemperk
bloemperkje	=	bloemperk
bloemperkjes	=	bloemperk
bloempje	=	bloem
bloempjes	=	bloem
bloemplant	noun	gewas met stengel en bladeren dat welig bloeit
bloemplanten	noun	grootste groep binnen de landplanten, die zich kenmerkt door het vormen van bloemen en vruchten, Magnoliopsida
bloemplantje	=	bloemplant
bloemplantjes	=	bloemplant
bloempot	noun	pot van aardewerk of kunststof waarin men een plant kweekt
bloempotje	=	bloempot
bloempotjes	=	bloempot
bloempotkapsel	noun|humorous	kapsel waarbij het haar zo geknipt is dat het lijkt of er een omgekeerde bloempot op het hoofd was geplaatst waarna wat daar onderuit kwam, weggeknipt werd (in andere talen eerder vergeleken met een kommetje)
bloempotkapsels	=	bloempotkapsel
bloempotkapseltje	=	bloempotkapsel
bloempotkapseltjes	=	bloempotkapsel
bloempotten	=	bloempot
bloemrijk	adj	met veel bloemen
bloemrijke	=	bloemrijk
bloemrijker	=	bloemrijk
bloemrijkere	=	bloemrijk
bloemrijkers	=	bloemrijk
bloemrijks	=	bloemrijk
bloemrijkst	=	bloemrijk
bloemrijkste	=	bloemrijk
bloemscherm	noun	een bloeiwijze waarbij alle zijassen (bloemstelen) uit één punt ontspringen
bloemschermen	=	bloemscherm
bloemschermpje	=	bloemscherm
bloemschermpjes	=	bloemscherm
bloemschik	=	bloemschikken
bloemschikclub	noun	vereniging van mensen die boeketten en bloemstukken maken
bloemschikclubje	=	bloemschikclub
bloemschikclubjes	=	bloemschikclub
bloemschikclubs	=	bloemschikclub
bloemschikken	verb	het kunstig rangschikken van bloemen in vaas of bloemstukje
bloemschikkend	=	bloemschikken
bloemschikkende	=	bloemschikken
bloemschikking	noun	het op een kunstige en fraaie manier rangschikken van bloemen in een vaas of boeket
bloemschikkingen	=	bloemschikking
bloemsierkunst	noun	de kunst van het zo schikken van bloeiende bloemen dat er een mooi boeket ontstaat
bloemsierkunsten	=	bloemsierkunst
bloemspartelkever	noun	insect uit de familie Scraptiidae van kevers (Coleoptera).
bloemspartelkevers	noun	Scraptiidae een familie van kevers (Coleoptera).
bloemspartelkevertje	=	bloemspartelkever
bloemspartelkevertjes	=	bloemspartelkever
bloemsteel	noun	stengel die een bloem verbindt met de rest van de plant
bloemsteeltje	=	bloemsteel
bloemsteeltjes	=	bloemsteel
bloemstelen	=	bloemsteel
bloemstengel	noun	deel van een plant net onder de bloem
bloemstengels	=	bloemstengel
bloemstilleven	noun	schilderij met bloemen in vazen
bloemstillevens	=	bloemstilleven
bloemstuk	noun	een siervoorwerp dat grotendeels bestaat uit snijbloemen
bloemstukje	=	bloemstuk
bloemstukjes	=	bloemstuk
bloemstukken	=	bloemstuk
bloemsuiker	noun	poedersuiker
bloemsuikers	=	bloemsuiker
bloemsuikertje	=	bloemsuiker
bloemsuikertjes	=	bloemsuiker
bloemt	=	bloemen
bloemtapijt	noun	vloerbedekking van bloemen
bloemtapijten	=	bloemtapijt
bloemtros	noun	bloeiwijze met verlengde spil en gesteelde bloemen
bloemtrosje	=	bloemtros
bloemtrosjes	=	bloemtros
bloemtrossen	=	bloemtros
bloemtuil	noun|formal	klein boeket bloemen, bloementuil
bloemtuilen	=	bloemtuil
bloemtuiltje	=	bloemtuil
bloemtuiltjes	=	bloemtuil
bloemtuin	=	bloementuin
bloemvaas	noun	een aardewerken of glazen kruik bedoeld voor het in het water zetten van bloemen
bloemvaasje	=	bloemvaas
bloemvaasjes	=	bloemvaas
bloemvazen	=	bloemvaas
bloemvlieg	noun	insect uit de familie Anthomyiidae van de orde van de tweevleugeligen (Diptera) en hierbinnen tot de onderorde van de vliegen (Brachycera).
bloemvliegen	noun	Anthomyiidae (samentrekking van Oudgrieks ἄνθος, anthos; "bloem" en μυῖα, muia; "vlieg") een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera) en hierbinnen tot de onderorde van de vliegen (Brachycera).
bloemvliegje	=	bloemvlieg
bloemvliegjes	=	bloemvlieg
bloemvorm	noun	qua vorm lijkend op een bloem
bloemvormen	=	bloemvorm
bloemvormpje	=	bloemvorm
bloemvormpjes	=	bloemvorm
bloemwants	noun	insect uit de familie Anthocoridae die behoort tot de wantsen.
bloemwantsen	noun	Anthocoridae een familie die behoort tot de wantsen.
bloemwantsje	=	bloemwants
bloemwantsjes	=	bloemwants
bloemweekschild	noun	kever uit de familie Melyridae van kevers.
bloemweekschilden	noun	Melyridae een familie van kevers.
bloemweekschildje	=	bloemweekschild
bloemweekschildjes	=	bloemweekschild
bloemwerk	noun	kunstwerk waarin bloemen zijn afgebeeld
bloemwerken	=	bloemwerk
bloemzaad	noun	een bevruchte kiem waaruit een nieuwe plant met bloemen kan groeien
bloemzaadje	=	bloemzaad
bloemzaadjes	=	bloemzaad
bloemzaden	=	bloemzaad
bloes	noun	kledingstuk voor het bovenlichaam met knoopjes aan de voorzijde
bloesde	=	bloezen
bloesden	=	bloezen
bloesem	noun	het bloemengeheel van een vruchtboom
bloesembomen	=	bloesemboom
bloesemboom	noun	bloeiende fruitboom
bloesemboompje	=	bloesemboom
bloesemboompjes	=	bloesemboom
bloesemde	=	bloesemen
bloesemden	=	bloesemen
bloeseme	=	bloesemen
bloesemen	verb	bloeien van een (fruit)boom
bloesemend	=	bloesemen
bloesemende	=	bloesemen
bloesemgeur	noun	de door bloesem verspreide geur
bloesemgeuren	=	bloesemgeur
bloesemkopparkiet	noun	Psittacula roseata een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
bloesemkopparkieten	=	bloesemkopparkiet
bloesemkopparkietje	=	bloesemkopparkiet
bloesemkopparkietjes	=	bloesemkopparkiet
bloesempedaalmot	noun	Argyresthia spinosella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
bloesempedaalmotje	=	bloesempedaalmot
bloesempedaalmotjes	=	bloesempedaalmot
bloesempedaalmotten	=	bloesempedaalmot
bloesempje	=	bloesem
bloesempjes	=	bloesem
bloesems	=	bloesem
bloesemt	=	bloesemen
bloesen	=	bloes
bloesje	=	bloes
bloesjes	=	bloes
bloest	=	bloezen
bloeze	=	bloezen
bloezen	verb	bollend overhangen (van kledingstukken)
bloezend	adj	opbollend
bloezende	=	bloezen
bloezender	=	bloezend
bloezendere	=	bloezend
bloezenders	=	bloezend
bloezends	=	bloezend
bloezendst	=	bloezend
bloezendste	=	bloezend
blog	noun	soort openbaar dagboek of column gepubliceerd op het internet
blogboek	noun	een boek dat specifiek gaat over het onderwerp 'bloggen', vaak bedoeld als handleiding voor beginnende bloggers
blogboeken	=	blogboek
blogboekje	=	blogboek
blogboekjes	=	blogboek
blogde	=	bloggen
blogden	=	bloggen
blogge	=	bloggen
bloggen	verb	het bijhouden van een blog
bloggend	=	bloggen
bloggende	=	bloggen
blogger	noun	iemand die een weblog schrijft
bloggers	=	blogger
bloggertje	=	blogger
bloggertjes	=	blogger
blogging	noun	het regelmatig publiceren van online artikelen op een website, vaak in de vorm van een persoonlijk dagboek of een informatieve pagina.
bloghop	=	bloghoppen
bloghoppe	=	bloghoppen
bloghoppen	verb	surfen van de ene naar de andere blog
bloghoppend	=	bloghoppen
bloghoppende	=	bloghoppen
bloghopper	noun	lezer die van het ene naar het andere blog surft
bloghoppers	=	bloghopper
bloghoppertje	=	bloghopper
bloghoppertjes	=	bloghopper
bloghopt	=	bloghoppen
bloghopte	=	bloghoppen
bloghopten	=	bloghoppen
blogje	=	blog
blogjes	=	blog
blogosfeer	noun	de wereld van weblogs en bloggers
blogosferen	=	blogosfeer
blogpost	noun	een bericht op een, op het internet bijgehouden, logboek
blogposts	=	blogpost
blogs	=	blog
blogster	noun	vrouwelijke vorm van blogger
blogsters	=	blogster
blogstertje	=	blogster
blogstertjes	=	blogster
blogt	=	bloggen
blohartig	adj	weinig dapper
blohartige	=	blohartig
blohartiger	=	blohartig
blohartigere	=	blohartig
blohartigers	=	blohartig
blohartigs	=	blohartig
blohartigst	=	blohartig
blohartigste	=	blohartig
bloheid	noun	terughoudendheid of voorzichtigheid in de omgang met mensen, vooral onbekenden, door innerlijke onzekerheid
blok	noun	vaak hoekig massief stuk materiaal
blokart	noun	een door wind aangedreven eenpersoons landvoertuig met drie wielen en een zeil
blokarts	=	blokart
blokband	noun	sierband met contrasterende blokjes
blokbanden	=	blokband
blokbeest	noun	een overijverig student, die geen aandacht heeft buiten het studeren (blokken is een verbastering van studeren)
blokbeesten	=	blokbeest
blokbeugel	noun	een beugel waar de onder- en boventanden tegelijk in dicht kunnen bijten en die zo gemaakt is dat de onderkaak bij het dichtbijten door de beugel naar voren wordt geduwd ter afremming van de groei van de bovenkaak en ter versterking van die van de onderkaak
blokbeugels	=	blokbeugel
blokbeugeltje	=	blokbeugel
blokbeugeltjes	=	blokbeugel
blokbeveiliging	noun	beveiligingssysteem dat ervoor zorgt dat er niet meer dan één trein op een bepaald deel van het spoor kan rijden
blokbeveiligingen	=	blokbeveiliging
blokboek	noun	een boek vervaardigd in blokdruk waarvan de bladen dus bedrukt werden door middel van blokken waarin de letters gesneden waren
blokboeken	=	blokboek
blokboekje	=	blokboek
blokboekjes	=	blokboek
blokbreker	noun	iemand die in een mergelgroeve mergelblokken uitzaagt en breekt
blokbrekers	=	blokbreker
blokbrekersgereedschap	noun	geheel aan hulpmiddelen gebruikt bij het winnen van kalksteenblokken in een mergelgroeve
blokbrekersgereedschappen	=	blokbrekersgereedschap
blokbrekertje	=	blokbreker
blokbrekertjes	=	blokbreker
blokcursus	noun	cursus die wordt gegeven en gevolgd gedurende een aaneengesloten periode, waarin geen ruimte is voor andere vakken
blokcursusje	=	blokcursus
blokcursusjes	=	blokcursus
blokcursussen	=	blokcursus
blokdag	noun	een dag dat een student heel hard aan het studeren is als voorbereiding op een examen
blokdagen	=	blokdag
blokdagje	=	blokdag
blokdagjes	=	blokdag
blokfluit	noun	een eenvoudig houten blaasinstrument dat recht voor de mond wordt bespeeld
blokfluiten	=	blokfluit
blokfluitist	noun	iemand die als hobby of voor zijn beroep blokfluit speelt
blokfluitisten	=	blokfluitist
blokfluitistje	=	blokfluitist
blokfluitistjes	=	blokfluitist
blokfluitje	=	blokfluit
blokfluitjes	=	blokfluit
blokgereden	=	blokrijden
blokhaak	noun	gereedschap voor het controleren en aftekenen van rechte hoeken, bestaand uit een lang dunner blad ("veer") dat precies haaks is verbonden met een dikker rechthoekig deel ("blok")
blokhaakje	=	blokhaak
blokhaakjes	=	blokhaak
blokhak	noun	een vrij hoge hak die even breed is als de schoen zelf
blokhaken	=	blokhaak
blokhakken	=	blokhak
blokhoofd	noun	dier met blokvormig hoofd
blokhoofden	=	blokhoofd
blokhoofdgroefbij	noun	Halictus maculatus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
blokhoofdgroefbijen	=	blokhoofdgroefbij
blokhoofdgroefbijtje	=	blokhoofdgroefbij
blokhoofdgroefbijtjes	=	blokhoofdgroefbij
blokhuis	noun	oude benaming voor een klein verdedigingswerk dat strategisch was geplaatst om een doorgang te bewaken
blokhuisje	=	blokhuis
blokhuisjes	=	blokhuis
blokhuizen	=	blokhuis
blokhut	noun	hut opgebouwd uit boomstammen
blokhutje	=	blokhut
blokhutjes	=	blokhut
blokhutten	=	blokhut
blokhypotheek	noun	hypotheek voor starters op de woningmarkt die men afsluit in combinatie met een aanvullende lening die het betalen van de maandlasten mogelijk maakt
blokhypotheken	=	blokhypotheek
blokje	=	blok
blokjes	=	blok
blokjesbeugel	noun	vaste orthodontische beugel die uit kleine 'slotjes' (brackets) bestaat, vastgelijmd op de tanden en kiezen, waartussen een draad loopt om het gebit geleidelijk recht te zetten
blokjesbeugels	=	blokjesbeugel
blokjesbeugeltje	=	blokjesbeugel
blokjesbeugeltjes	=	blokjesbeugel
blokjesverjaardag	noun	het opdelen van een verjaardag in tijdsblokken, waarbij er per tijdsblok een beperkt aantal bekenden ontvangen wordt, waardoor de verspreiding van het coronavirus tegengegaan wordt doordat er geen grote groep mensen bij elkaar komt
blokjesverjaardagen	=	blokjesverjaardag
blokkade	noun	ingreep met de bedoeling een bestemming onbereikbaar te maken
blokkadeactie	noun	protestactie waarbij men een weg of doorgang verspert
blokkadeacties	=	blokkadeactie
blokkaden	=	blokkade
blokkadepolitiek	noun	politiek die beoogt een land, streek of volk te isoleren door handel, culturele en diplomatieke betrekkingen e.d. onmogelijk te maken
blokkades	=	blokkade
blokkadetje	=	blokkade
blokkadetjes	=	blokkade
blokkanaal	noun	een kanaal in de VHF-marifoonfrequenties, dat door de verkeersposten en schepen wordt gebruikt voor de uitwisseling van berichten voor de scheepvaart.
blokkanaaltje	=	blokkanaal
blokkanaaltjes	=	blokkanaal
blokkanalen	=	blokkanaal
blokke	=	blokken
blokkeer	=	blokkeren
blokkeerbaar	adj	dat iets onbruikbaar gemaakt kan worden
blokkeerbaarder	=	blokkeerbaar
blokkeerbaardere	=	blokkeerbaar
blokkeerbaarders	=	blokkeerbaar
blokkeerbaars	=	blokkeerbaar
blokkeerbaarst	=	blokkeerbaar
blokkeerbaarste	=	blokkeerbaar
blokkeerbare	=	blokkeerbaar
blokkeerde	=	blokkeren
blokkeerden	=	blokkeren
blokkeerfries	noun	een Fries die een wegblokkade opwerpt om demonstranten te verhinderen aanwezig te zijn bij de intocht van Sinterklaas
blokkeerfriezen	=	blokkeerfries
blokkeerinrichting	noun	onderdeel van een werktuig dat een bepaalde beweging tegengaat
blokkeerinrichtingen	=	blokkeerinrichting
blokkeert	=	blokkeren
blokken	verb	heel hard studeren
blokkend	=	blokken
blokkende	=	blokken
blokkendoos	noun	doos met blokken waar kinderen mee kunnen spelen
blokkendoosje	=	blokkendoos
blokkendoosjes	=	blokkendoos
blokkendoosvormig	adj	met de (saaie) vorm die doet denken aan de blokken van een blokkendoos; met platte vlakken en rechte hoeken met name van gebouwen
blokkendoosvormige	=	blokkendoosvormig
blokkendoosvormigs	=	blokkendoosvormig
blokkendozen	=	blokkendoos
blokkenfabriek	noun	fabriek waar men bakstenen bakt
blokkenfabrieken	=	blokkenfabriek
blokkensysteem	noun	systeem waarbij de vele verschillende politieke partijen zich bij een veel kleiner aantal blokken aansluiten
blokkensysteempje	=	blokkensysteem
blokkensysteempjes	=	blokkensysteem
blokkensystemen	=	blokkensysteem
blokker	noun	iemand die hard studeert.
blokkere	=	blokkeren
blokkeren	verb	de toe- of doorgang versperren
blokkerend	=	blokkeren
blokkerende	=	blokkeren
blokkering	noun	het zorgen dat iets niet meer toegankelijk, of te gebruiken is; het zorgen dat iets niet meer verder kan gaan
blokkeringen	=	blokkering
blokkerinkje	=	blokkering
blokkerinkjes	=	blokkering
blokkers	=	blokker
blokkertje	=	blokker
blokkertjes	=	blokker
blokketen	noun	register met transacties die verspreid worden opgeslagen zodat fraude onmogelijk is
blokketens	=	blokketen
blokletter	noun	los van elkaar staande letter in tegenstelling tot lopend schrift waarbij de letters van één woord in een lijn aan elkaar geschreven zijn
blokletterde	=	blokletteren
blokletterden	=	blokletteren
bloklettere	=	blokletteren
blokletteren	verb	met grote koppen in de krant zetten
blokletterend	=	blokletteren
blokletterende	=	blokletteren
blokletters	=	blokletter
bloklettert	=	blokletteren
bloklettertje	=	blokletter
bloklettertjes	=	blokletter
blokmaker	noun|obsolete	iemand die katrollen en schijven maakt voor takels
blokmakers	=	blokmaker
bloknoot	=	blocnote
blokpost	noun	seinhuis waarin de verschillende signalen en wissels worden bediend (voor de beveiliging van een blok)
blokposten	=	blokpost
blokpostje	=	blokpost
blokpostjes	=	blokpost
blokrasp	noun	een multifunctionele, rechtopstaande keukenrasp met meerdere snijvlakken
blokraspen	=	blokrasp
blokraspje	=	blokrasp
blokraspjes	=	blokrasp
blokrij	noun	horizontaal geordende reeks binnen een rechthoekig patroon
blokrijd	=	blokrijden
blokrijden	verb	samen aanhouden van een wat lagere snelheid voor een betere doorstroming van heel druk verkeer op een snelweg
blokrijdend	=	blokrijden
blokrijdende	=	blokrijden
blokrijen	=	blokrij
bloks	=	blok
blokschaaf	noun	een werktuig om hout glad, vlak of dunner te maken
blokschaafje	=	blokschaaf
blokschaafjes	=	blokschaaf
blokschaven	=	blokschaaf
bloksteen	noun	voor steenglooiing geschikte stenen, die vrij regelmatig rechthoekig zijn gehakt op ongeveer gelijke afmetingen
blokstenen	=	bloksteen
blokstrooien	verb	tijdens zeer heftige sneeuwbuien de weg vrijhouden voor in cascade rijdende strooiwagens
blokstrooiende	=	blokstrooien
blokt	=	blokken
blokte	=	blokken
blokten	=	blokken
bloktijd	noun	de studieperiode vlak voor een examen
bloktijden	=	bloktijd
bloktrein	noun	een goederentrein die specifiek voor een bepaalde afnemer wordt ingezet
bloktreinen	=	bloktrein
bloktreintje	=	bloktrein
bloktreintjes	=	bloktrein
blokuren	=	blokuur
blokuur	noun	twee (of meer) aaneengesloten (les)uren
blokverwarming	noun	centrale verwarming van een heel huizenblok
blokverwarmingen	=	blokverwarming
blokverzoek	noun	een verzoek om een ander de mogelijkheid te ontnemen de wiki te bewerken
blokverzoeken	=	blokverzoek
blokverzoekje	=	blokverzoek
blokverzoekjes	=	blokverzoek
blokvlag	noun	rode vlag met een wit vierkant in het midden die wordt gehesen om aan te geven dat een schip een ander vaartuig sleept
blokvlaggen	=	blokvlag
blokvlaggetje	=	blokvlag
blokvlaggetjes	=	blokvlag
blokvorm	noun	sjabloon of bak waarin iets gegoten of geperst kan worden in de vorm van een korte balk
blokvormen	=	blokvorm
blokvormig	adj	vorm van een blok hebbend
blokvormige	=	blokvormig
blokvormiger	=	blokvormig
blokvormigere	=	blokvormig
blokvormigers	=	blokvormig
blokvormigs	=	blokvormig
blokvormigst	=	blokvormig
blokvormigste	=	blokvormig
blokvorming	noun	het vormen van een politieke samenwerking tussen partijen met min of meer gelijke belangen
blokvormingen	=	blokvorming
blokwachter	noun	iemand die vanuit een seinhuis de seinen van een deel van een spoorweg bedient
blokwachterjes	=	blokwachter
blokwachters	=	blokwachter
blokwachtertje	=	blokwachter
blokwerk	noun	het blokken van de bal aan het net bij volleybal
blokwerken	=	blokwerk
blokwinkelhaak	noun	werktuig bedoeld om rechte hoeken mee uit te zetten
blokwinkelhaakje	=	blokwinkelhaak
blokwinkelhaakjes	=	blokwinkelhaak
blokwinkelhaken	=	blokwinkelhaak
blom	noun	deel van een bedektzadige plant met de voortplantingsorganen, dat tijdens de bloei vaak opvallend kleurig en geurig is
blomme	=	bloem
blommechie	=	blom
blommeke	=	blom
blommen	=	blom
blommetje	=	blom
blommetjes	=	blom
blond	adj	een lichte haarkleurvariant
blonde	=	blond
blondeer	=	blonderen
blondeerde	=	blonderen
blondeerden	=	blonderen
blondeert	=	blonderen
blonder	=	blond
blondere	=	blond
blonderen	verb	het kunstmatig blonder maken van het haar met waterstofperoxide
blonderend	=	blonderen
blonderende	=	blonderen
blondering	noun	het blonderen
blonderingen	=	blondering
blonders	=	blond
blondgelokt	adj|formal	met blonde haren
blondgelokte	=	blondgelokt
blondgelokter	=	blondgelokt
blondgeloktere	=	blondgelokt
blondgelokters	=	blondgelokt
blondgelokts	=	blondgelokt
blondgeloktst	=	blondgelokt
blondgeloktste	=	blondgelokt
blondheid	noun	iemand met blond haar
blondie	noun	blonde persoon, met name blond meisje
blondies	=	blondie
blondine	noun	een vrouw of meisje met blond haar
blondinegehalte	noun	iets dat heel erg veel weg heeft van wat een 'dom blondje' zou kunnen doen of zeggen
blondinegehalten	=	blondinegehalte
blondinegehaltes	=	blondinegehalte
blondines	=	blondine
blondinetje	=	blondine
blondinetjes	=	blondine
blondje	noun	vrouw met blond haar
blondjes	=	blondje
blondkuifspecht	noun	Celeus flavescens een vogel uit de familie Picidae (spechten).
blondkuifspechten	=	blondkuifspecht
blondkuifspechtje	=	blondkuifspecht
blondkuifspechtjes	=	blondkuifspecht
blonds	=	blond
blondst	=	blond
blondste	=	blond
blonk	=	blinken
blonke	=	blinken
blonken	=	blinken
blonkt	=	blinken
blood	adj|obsolete	kwetsbaarheid of (te veel) angst tonend
bloodaard	noun|obsolete	lafaard
bloodaardeke	=	bloodaard
bloodaards	=	bloodaard
bloods	=	blo
bloodst	=	blo
bloodste	=	blo
blook	noun	een boek dat ontstaan is uit een blog
blooks	=	blook
blooper	noun	een take tijdens film-, radio-, podium- of televisieopnames en voorstellingen die verknoeid wordt door onvoorziene omstandigheden
bloopers	=	blooper
bloos	=	blozen
bloosangst	noun	angst dat men zal blozen
bloosde	=	blozen
bloosden	=	blozen
bloosloos	adj	zonder schaamte
bloosloost	=	bloosloos
blooslooste	=	bloosloos
bloosloze	=	bloosloos
blooslozer	=	bloosloos
blooslozere	=	bloosloos
blooslozers	=	bloosloos
bloost	=	blozen
bloot	adj	zonder enige bedekking door kledij	adv	zonder bedekking
blootblaadje	=	blootblad
blootblaadjes	=	blootblad
blootblad	noun	tijdschrift met foto's van ontklede mannen en vrouwen
blootbladen	=	blootblad
blootfoto	noun	foto waarop het naakte lichaam van een persoon te zien is
blootfoto's	=	blootfoto
blootgaf	=	blootgeven
blootgaven	=	blootgeven
blootgeef	=	blootgeven
blootgeeft	=	blootgeven
blootgegeven	=	blootgeven
blootgelegd	=	blootleggen
blootgelegde	=	blootleggen
blootgelegen	=	blootliggen
blootgestaan	=	blootstaan
blootgesteld	=	blootstellen
blootgestelde	=	blootstellen
blootgeve	=	blootgeven
blootgeven	verb	dingen eerlijk laten zien die anders verborgen zouden blijven
blootgevend	=	blootgeven
blootgevende	=	blootgeven
blootgewoeld	=	blootwoelen
blootgewoelde	=	blootwoelen
blootheid	noun	het geen kleren dragen
blootje	noun	zonder kleren aan
blootjes	=	blootje
blootlaagt	=	blootliggen
blootlag	=	blootliggen
blootlagen	=	blootliggen
blootleg	=	blootleggen
blootlegde	=	blootleggen
blootlegden	=	blootleggen
blootlegge	=	blootleggen
blootleggen	verb	de laag die iets bedekt wegnemen
blootleggend	=	blootleggen
blootleggende	=	blootleggen
blootlegging	noun	het zichtbaar maken van iets door de bedekking (zoals aarde of een laagje) weg te halen
blootleggingen	=	blootlegging
blootlegginkje	=	blootlegging
blootlegginkjes	=	blootlegging
blootlegt	=	blootleggen
blootlig	=	blootliggen
blootligge	=	blootliggen
blootliggen	verb	open, zonder bedekking of isolatie liggen
blootliggend	=	blootliggen
blootliggende	=	blootliggen
blootligt	=	blootliggen
blootloper	noun	iemand die zich zonder kleren in de openbare ruimte begeeft
blootlopers	=	blootloper
blootlopertje	=	blootloper
blootlopertjes	=	blootloper
bloots	=	bloot
blootscan	noun	scan van het oppervlak van het lichaam om verborgen, verboden voorwerpen (zoals bijvoorbeeld wapens en drugs) te ontdekken
blootscanner	noun	scanner waarmee het menselijk lichaam onderzocht wordt op mogelijke verborgen voorwerpen, zoals wapens of drugs
blootscanners	=	blootscanner
blootscans	=	blootscan
blootshoofds	adv	zonder hoed of ander kledingstuk dat het hoofd bedekt
blootst	=	bloot
blootsta	=	blootstaan
blootstaan	verb	~ aan: zonder verdere bescherming iets moeten verdragen
blootstaand	=	blootstaan
blootstaande	=	blootstaan
blootstaat	=	blootstaan
blootste	=	bloot
blootstel	=	blootstellen
blootstelde	=	blootstellen
blootstelden	=	blootstellen
blootstelle	=	blootstellen
blootstellen	verb	~ aan in aanraking doen komen met een besmetting of straling
blootstellend	=	blootstellen
blootstellende	=	blootstellen
blootstelling	noun	het ongewapend, onbeschermd in contact komen met een gevaar
blootstellingen	=	blootstelling
blootstellinkje	=	blootstelling
blootstelt	=	blootstellen
blootstond	=	blootstaan
blootstonden	=	blootstaan
blootsvoets	adv	met of op blote voeten
blootsvoetse	=	blootsvoets
blootvoets	adj	van iemand dat hij of zij geen schoeisel aanheeft	adv	met of op blote voeten
blootvoetse	=	blootvoets
blootwoel	=	blootwoelen
blootwoelde	=	blootwoelen
blootwoelden	=	blootwoelen
blootwoele	=	blootwoelen
blootwoelen	verb	door onrustige bewegingen onopzettelijk van een bedekking ontdoen
blootwoelend	=	blootwoelen
blootwoelende	=	blootwoelen
blootwoelt	=	blootwoelen
blos	noun	een rode kleur op de wangen door inspanning of verlegenheid
blosje	=	blos
blosjes	=	blos
blossen	=	blos
blote	=	bloot
blotebillengezicht	noun	een pafferig gelaat met weinig gelaatstrekken, zonder snor of baard
blotebillengezichten	=	blotebillengezicht
blotebillenhumor	noun	simpele grappenmakerij die hoofdzakelijk bestaat uit het overschrijden van wat men meestal betamelijk vindt
blotelijk	adj	zonder meer
blotelijke	=	blotelijk
blotelijker	=	blotelijk
blotelijkere	=	blotelijk
blotelijkers	=	blotelijk
blotelijks	=	blotelijk
blotelijkst	=	blotelijk
blotelijkste	=	blotelijk
bloten	=	bloot
bloter	=	bloot
blotere	=	bloot
bloterik	noun	iemand die (publiekelijk) ongekleed is
bloteriken	=	bloterik
bloterikje	=	bloterik
bloterikjes	=	bloterik
bloters	=	bloot
blotevoetendokter	noun	genezer uit China of Afrika die een verkorte opleiding heeft gevolgd
blotevoetendokters	=	blotevoetendokter
blotevoetenpaadje	=	blotevoetenpad
blotevoetenpaadjes	=	blotevoetenpad
blotevoetenpad	noun	wandelpad speciaal gemaakt om op blote voeten te lopen.
blotevoetenpaden	=	blotevoetenpad
blotevoetenpadje	=	blotevoetenpad
blotevoetenpadjes	=	blotevoetenpad
blouse	noun	kledingstuk voor het bovenlichaam
blouseje	=	blouse
blousejes	=	blouse
blouses	=	blouse
blousetje	=	blouse
blousetjes	=	blouse
blousje	=	blouse
blouson	noun	kort, wijd jasje dat hoort bij casual kleding
blousonnetje	=	blouson
blousonnetjes	=	blouson
blousons	=	blouson
blousontje	=	blouson
blousontjes	=	blouson
blouw	=	blauw
blow	noun	trekje aan een joint
blow-out	noun	ongecontroleerde activiteit van een olie- of gasbron
blow-outs	=	blow-out
blowde	=	blowen
blowden	=	blowen
blowe	=	blowen
blowen	verb	een joint roken
blowend	=	blowen
blowende	=	blowen
blower	noun	iemand die (regelmatig) een joint rookt
blowers	=	blower
blowertje	=	blower
blowertjes	=	blower
blowgebodsbord	noun|informal	bord dat aangeeft waar men dient te blowen
blowgebodsborden	=	blowgebodsbord
blowjob	noun	met de mond de penis van een ander bevredigen
blowjobs	=	blowjob
blows	=	blow
blowt	=	blowen
blowtje	=	blow
blowtjes	=	blow
blowverbod	noun	verbod om te blowen
blowverboden	=	blowverbod
blowverbodsbord	noun	officieel bord dat aangeeft waar het verboden is te blowen
blowverbodsborden	=	blowverbodsbord
blowverbodsbordje	=	blowverbodsbord
blowzonebord	noun|informal	bord dat aangeeft waar men kan blowen
blowzoneborden	=	blowzonebord
bloze	=	blozen
blozen	verb	rood worden in het gezicht, bijvoorbeeld van verlegenheid of schaamte
blozend	adj	van een gelaat dat het rood is geworden door emoties of inspanning
blozende	=	blozen
blozender	=	blozend
blozendere	=	blozend
blozenders	=	blozend
blozends	=	blozend
blozendst	=	blozend
blozendste	=	blozend
blu-ray	noun	een formaat waarmee informatie op een optische schijf wordt opgeslagen met een hogere informatiedichtheid dan bij een cd of dvd
blu-rays	=	blu-ray
blu-rayspeler	noun	apparaat dat blu-ray schijfjes kan afspelen
blu-rayspelers	=	blu-rayspeler
blub	intj	klanknabootsing van onder water verdwijnend persoon of ding
blubber	noun	onderhuids vet van een walvis.
blubberbuik	noun	moddervette buik die bij beweging lilt en trilt
blubberbuiken	=	blubberbuik
blubberbuikje	=	blubberbuik
blubberbuikjes	=	blubberbuik
blubberde	=	blubberen
blubberden	=	blubberen
blubbere	=	blubberen
blubberen	verb	een onregelmatig, vaag pruttelend geluid voortbrengen
blubberend	=	blubberen
blubberende	=	blubberen
blubberig	adj	met de aard van blubber, modderig
blubberige	=	blubberig
blubberiger	=	blubberig
blubberigere	=	blubberig
blubberigers	=	blubberig
blubberigs	=	blubberig
blubberigst	=	blubberig
blubberigste	=	blubberig
blubbert	=	blubberen
blubbertje	=	blubber
blubbertjes	=	blubber
bluegrass	noun	country muziek uit de staat Kentucky
bluegrassband	noun	groep muzikanten die country muziek uit de staat Kentucky speelt
bluegrassbandje	=	bluegrassband
bluegrassbandjes	=	bluegrassband
bluegrassbands	=	bluegrassband
bluejacking	noun	het ongevraagd en anoniem versturen van korte tekstberichten of digitale visitekaartjes naar een ander apparaat via Bluetooth.
bluejeans	noun	broek die uit blauwe denim wordt gemaakt Oorspronkelijk werkkleding voor arbeiders maar sinds de tweede helft van de 20e eeuw veel gedragen als vrijetijdskleding of als mode.
blues	noun	een melancholieke muziekstijl, ongeveer tussen 1860 en 1900 ontstaan, die oorspronkelijk werd beoefend door Amerikaanse negerslaven
bluesband	noun	muziekgroep die bluesmuziek maakt
bluesbandje	=	bluesband
bluesbandjes	=	bluesband
bluesbands	=	bluesband
bluesgitarist	noun	gitarist die bluesmuziek maakt
bluesgitaristen	=	bluesgitarist
bluesje	=	blues
bluesjes	=	blues
blueslegende	noun	bluesmuzikant waarover veel verhalen worden verteldGroot gedrukte tekst
blueslegenden	=	blueslegende
blueslegendes	=	blueslegende
blueslieden	=	bluesman
blueslui	=	bluesman
bluesman	noun	iemand die blues muziek speelt
bluesmannen	=	bluesman
bluesmuziek	noun	muziek in bluesstijl
bluesmuziekje	=	bluesmuziek
bluesmuzikant	noun	iemand die bluesmuziek maakt
bluesmuzikanten	=	bluesmuzikant
bluesnarfing	noun	een vorm van cybercriminaliteit waarbij een aanvaller via een Bluetooth-verbinding onbevoegd toegang krijgt tot gegevens op een apparaat, zoals een smartphone, laptop of tablet.
bluesnummer	noun	een bluesliedje
bluesnummers	=	bluesnummer
bluesreis	noun	reis naar de Verenigde Staten die men maakt naar de plaatsen waar de bluesmuziek is ontstaan
bluesreisje	=	bluesreis
bluesreisjes	=	bluesreis
bluesreizen	=	bluesreis
bluesrock	noun	muziekgenre in de popmuziek die kenmerken van blues en van rock-'n-roll heeft
bluestoonladder	noun	toonladder die wordt verkregen door een pentatonische reeks (mineur- of majeurvariant) aan te vullen met blue notes, wat resulteert in een 6-tonige reeks
bluestoonladders	=	bluestoonladder
bluesy	adj	een blauwe kluer hebbend
bluesy's	=	bluesy
bluesyer	=	bluesy
bluesyere	=	bluesy
bluesyers	=	bluesy
bluesyst	=	bluesy
bluesyste	=	bluesy
blueszanger	noun	zanger van de blues
blueszangeres	noun	zangeres van de blues, vrouwelijke vorm van blueszanger
blueszangeressen	=	blueszangeres
blueszangers	=	blueszanger
bluetooth	noun	een open standaard voor draadloze verbindingen tussen apparaten op korte afstand
bluetooth-ondersteuning	noun	de aanwezigheid van de mogelijkheid om door middel van bluetooth een apparaat te bedienen
bluetooth-ondersteuningen	=	bluetooth-ondersteuning
bluetoothtracking	noun	het volgen van dichtbij gelegen voorwerpen of personen op een mobiele telefoon met behulp van een bluetoothtracker
bluetoothverbinding	noun	draadloze technologie die apparaten in staat stelt om op korte afstand met elkaar te communiceren en gegevens uit te wisselen zonder kabels.
bluetoothverbindingen	=	bluetoothverbinding
bluetoothverbindinkje	=	bluetoothverbinding
bluetoothverbindinkjes	=	bluetoothverbinding
bluf	noun	poging iemand in de waan te brengen dat men iets achter de hand heeft; uiting bedoeld om het te doen overkomen alsof men tot meer in staat is of sterker staat dan het geval is
bluffe	=	bluffen
bluffen	verb	een onjuiste positieve indruk proberen te wekken
bluffend	=	bluffen
bluffende	=	bluffen
bluffer	noun	iemand die andere misleidt door grootspraak
blufferig	adj	met veel grootspraak
blufferige	=	blufferig
blufferiger	=	blufferig
blufferigere	=	blufferig
blufferigers	=	blufferig
blufferigs	=	blufferig
blufferigst	=	blufferig
blufferigste	=	blufferig
blufferij	noun	met teveel trots spreken over (vermeende) eigen prestaties of eigenschappen met als doel indruk te maken op anderen
blufferijen	=	blufferij
blufferijtje	=	blufferij
blufferijtjes	=	blufferij
bluffers	=	bluffer
bluffertje	=	bluffer
bluffertjes	=	bluffer
blufpoker	noun	dobbelspel voor 3-6 personen
bluft	=	bluffen
blufte	=	bluffen
bluften	=	bluffen
blunder	noun	een onverwacht domme, vaak erg publieke, daad die meestal iemands geloofwaardigheid aantast
blunderaar	noun	iemand die een grote domme fout heeft gemaakt
blunderaars	=	blunderaar
blunderboek	noun	jaarboek of rapport waarin fouten en misstanden worden opgesomd, vaak in de context van een officiële instantie of een jaarlijks verslag
blunderboeken	=	blunderboek
blunderboekje	=	blunderboek
blunderboekjes	=	blunderboek
blunderde	=	blunderen
blunderden	=	blunderen
blundere	=	blunderen
blunderen	verb	een blunder begaan
blunderend	=	blunderen
blunderende	=	blunderen
blunders	=	blunder
blundert	=	blunderen
blundertje	=	blunder
blundertjes	=	blunder
blunt	noun	met cannabis (wiet en/of hasj) gevulde sigaar
blunts	=	blunt
blur	=	blurren
blurde	=	blurren
blurden	=	blurren
blurre	=	blurren
blurren	verb	om privacyredenen bepaalde delen van een foto- of filmopname vervagen
blurrend	=	blurren
blurrende	=	blurren
blurt	=	blurren
blus	=	blussen
blusapparaat	noun	toestel waarmee men een beginnende brand kan blussen
blusapparaatje	=	blusapparaat
blusapparaatjes	=	blusapparaat
blusapparaten	=	blusapparaat
blusapparatuur	noun	het geheel aan toestellen dat men nodig heeft om een brand te blussen
blusbaar	adj	dat een brand door blussen gedoofd kan worden
blusbaarder	=	blusbaar
blusbaardere	=	blusbaar
blusbaarders	=	blusbaar
blusbaars	=	blusbaar
blusbaarst	=	blusbaar
blusbaarste	=	blusbaar
blusbare	=	blusbaar
blusboot	noun	een schip dat is uitgerust om vanaf het water een brand te bestrijden
blusbootje	=	blusboot
blusbootjes	=	blusboot
blusboten	=	blusboot
blusdeken	noun	een deken die over een vuur is heen te leggen om het in een vroeg stadium te doven
blusdekens	=	blusdeken
blusgast	noun	brandweerman
blusgasten	=	blusgast
blusgroep	noun	groep van meestal zes brandweerlieden, behorend bij een blusvoertuig en bestaande uit bevelvoerder, chauffeur-pompbediende, waterploeg en aanvalsploeg
blusgroepen	=	blusgroep
blushelikopter	noun	een helikopter die gebruikt wordt om branden mee te blussen
blushelikopters	=	blushelikopter
blushelikoptertje	=	blushelikopter
blushelikoptertjes	=	blushelikopter
blusher	noun	make-up in poedervorm dat wordt gebruikt om het uiterlijk van een gezicht rode, roze of bruine accenten te geven
blushers	=	blusher
blusinstallatie	noun	een samenhangend geheel van apparaten dat moet zorgen dat een brand geblust wordt
blusinstallaties	=	blusinstallatie
blusinstructie	noun	aanwijzing hoe de brandweer bij een bepaald soort brand moet optreden
blusinstructies	=	blusinstructie
blusmiddel	noun	stof waarmee men een brand kan blussen
blusmiddelen	=	blusmiddel
blusmiddeltje	=	blusmiddel
blusmiddeltjes	=	blusmiddel
bluspoging	noun	de handeling waarbij wordt geprobeerd een beginnende brand met een direct beschikbaar blusmiddel (zoals een brandblusser of blusdeken) te doven.
bluspogingen	=	bluspoging
bluspoginkje	=	bluspoging
bluspoginkjes	=	bluspoging
bluspomp	noun	een waterpomp die de brandweer kan gebruiken bij het blussen van een brand
bluspompen	=	bluspomp
bluspompje	=	bluspomp
bluspompjes	=	bluspomp
blusschen	=	blussen
blusschuim	noun	schuim dat de brandweer gebruikt om branden te doven
blusse	=	blussen
blussen	verb	het doven van een brand
blussend	=	blussen
blussende	=	blussen
blusser	noun	brandweerman
blussers	=	blusser
blussertje	=	blusser
blussertjes	=	blusser
blussing	noun	het blussen
blussingen	=	blussing
blussingwerk	noun	het blussen (van een brand)
blussingwerken	=	blussingwerk
blussingwerkje	=	blussingwerk
blussingwerkjes	=	blussingwerk
blusslang	noun	buigzame buis waardoor het water stroomt dat de brandweer gebruikt bij het doven van een brand
blusslangen	=	blusslang
blusstof	noun	materiaal waarmee men een brand kan blussen
blusstoffen	=	blusstof
blust	=	blussen
bluste	=	blussen
blusten	=	blussen
blusvliegtuig	noun	een vliegtuig dat gebruikt kan worden bij de bestrijding van (bos)branden
blusvliegtuigen	=	blusvliegtuig
blusvliegtuigje	=	blusvliegtuig
blusvliegtuigjes	=	blusvliegtuig
blusvoertuig	noun	voertuig dat door de brandweer wordt inzet bij brand
blusvoertuigen	=	blusvoertuig
blusvoertuigje	=	blusvoertuig
blusvoertuigjes	=	blusvoertuig
bluswagen	noun	auto met benodigdheden voor het doven van een brand
bluswagens	=	bluswagen
bluswater	noun	het water waarmee men een vuur dooft
bluswatertje	=	bluswater
bluswatertjes	=	bluswater
bluswerk	noun	het doven van een brand door de brandweer met behulp van waterstralen
bluswerken	=	bluswerk
bluswerkzaamheden	noun	activiteiten van de brandweer om het vuur van een brand te doven
bluswerkzaamheid	noun	een werkzaamheid nodig om het vuur van een brand te doven
blut	adj	geen geld meer hebbend
bluts	noun	deuk, kneuzing	adj	geen geld meer hebbend, blut
blutse	=	blutsen
blutsen	verb	een bluts (deuk) slaan in
blutsend	=	blutsen
blutsende	=	blutsen
blutsje	=	bluts
blutsjes	=	bluts
blutst	=	blutsen
blutste	=	blutsen
blutsten	=	blutsen
blutte	=	blut
blutter	=	blut
bluttere	=	blut
blutters	=	blut
blèr	=	blèren
blèrde	=	blèren
blèrden	=	blèren
blère	=	blèren
blèren	verb	heel hard huilen
blèrend	=	blèren
blèrende	=	blèren
blèrt	=	blèren
blèt	=	blèten
blète	=	blèten
blèten	verb	huilen als een klein kind
blètend	=	blèten
blètende	=	blèten
blètte	=	blèten
blètten	=	blèten
blíjven	verb	blijven (als dit in de zin bijzondere nadruk krijgt om aan te geven dat iets erg lang voortduurt)
bmd	=	bermudadollar
bmi	noun	lichaamsgewicht in kilogrammen gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters, als maat voor eventueel overgewicht
bmi's	=	bmi
bmw	noun	auto van het merk BMW
bmw's	=	bmw
bmw'tje	=	bmw
bmw'tjes	=	bmw
bmx	=	bmx'en
bmx'e	=	bmx'en
bmx'en	verb	zo snel en behendig mogelijk op een speciale fiets met kleine wielen rijden
bmx'end	=	bmx'en
bmx'ende	=	bmx'en
bmx't	=	bmx'en
bmx'te	=	bmx'en
bmx'ten	=	bmx'en
bn'er	noun	bekende Nederlander
bn'ers	=	bn'er
bn'ertje	=	bn'er
bnc	noun	de afkorting voor Bayonet Neill Concelman, een type plug of stekker voor professionele audio- en videoapparatuur
bnc's	=	bnc
bnc'tje	=	bnc
bnc'tjes	=	bnc
bnn	noun	Bart News Network, een Nederlands televisieprogramma van Bart de Graaff uitgezonden door Veronica
bnn'er	=	bn'er
bnp	noun	bruto nationaal product: alles wat verdiend wordt door de staatsburgers van een land
bnp's	=	bnp
bnv	noun	de afkorting voor Bureau Nationale Veiligheid, de naam van de veiligheidsdienst van Nederland gedurende de periode 1945-1947
bo	noun	Japanse vechtstok, stevige staf, ongeveer 1,8 m lang
bo's	=	bo
boa	noun	wurgslang uit de onderfamilie Boinae, sommige soorten kunnen erg lang worden
boa's	=	boa
boaatje	=	boa
boaatjes	=	boa
boakathaai	noun	Scyliorhinus boa een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
boakathaaien	=	boakathaai
boakathaaitje	=	boakathaai
boakathaaitjes	=	boakathaai
boanomonarch	noun	Symposiachrus boanensis een zangvogel uit de familie monarchen (Monarchidae).
boanomonarchen	=	boanomonarch
boanomonarchje	=	boanomonarch
boanomonarchjes	=	boanomonarch
board	noun	plaatmateriaal gemaakt van kleine stukjes hout
boardde	=	boarden
boardden	=	boarden
boarde	=	boarden
boarden	verb	aan boord van een vliegtuig gaan
boardend	=	boarden
boardende	=	boarden
boarding	noun	de hoge rand van een wedstrijdbaan
boardingpass	noun	bewijs waarmee men een passagiersvliegtuig kan binnengaan om een vliegreis te maken
boardingpasses	=	boardingpass
boardings	=	boarding
boardingtoernooi	noun	een voetbaltoernooi op een klein veld dat volledig is omheind door boarding (wanden), vergelijkbaar met ijshockey.
boardingtoernooien	=	boardingtoernooi
boardje	=	board
boardjes	=	board
boardroom	noun	ruimte waar de directie van een bedrijf vergadert
boardrooms	=	boardroom
boards	=	board
boardsport	noun	Een boardsport is een sport waarbij een board of een surfplank wordt gebruikt.
boardsporten	=	boardsport
boardt	=	boarden
boas	adj	goed(e)
boatandslangen	noun	een geslacht Boaedon van slangen uit de familie Lamprophiidae
bob	noun	type slee waarmee meerdere personen zo snel mogelijk een helling afdalen
bobakmarmot	noun	Marmota bobak een soort marmot uit de familie der eekhoornachtigen (Sciuridae) en komt voor op de steppen van Kazachstan, Rusland en het oosten van Oekraïne.
bobakmarmotje	=	bobakmarmot
bobakmarmotjes	=	bobakmarmot
bobakmarmotten	=	bobakmarmot
bobbaan	noun	ijsbaan waarop een (bob)slee naar beneden kan glijden
bobbaantje	=	bobbaan
bobbaantjes	=	bobbaan
bobbanen	=	bobbaan
bobbe	noun	grootmoeder
bobbed	adj	afgeknipt in een horizontale lijn op een hoogte lager dan de oren maar hoger dan de schouders Dit kapsel, de bob, kwam voor vrouwen in de mode vanaf de Eerste Wereldoorlog en werd vanaf het laatste kwart van de 20e eeuw ook door mannen gedragen.
bobbel	noun	ronde verdikking of verheffing in een anderszins vlak oppervlak
bobbelde	=	bobbelen
bobbelden	=	bobbelen
bobbele	=	bobbelen
bobbelen	verb	bobbels vertonen
bobbelend	=	bobbelen
bobbelende	=	bobbelen
bobbelgum	noun	kauwgum die geschikt is om bellen mee te blazen
bobbelgums	=	bobbelgum
bobbelig	adj	met veel bulten en bobbels
bobbelige	=	bobbelig
bobbeliger	=	bobbelig
bobbeligere	=	bobbelig
bobbeligers	=	bobbelig
bobbeligs	=	bobbelig
bobbeligst	=	bobbelig
bobbeligste	=	bobbelig
bobbeling	noun	opborreling, opbruising
bobbelingen	=	bobbeling
bobbels	=	bobbel
bobbelt	=	bobbelen
bobbeltje	=	bobbel
bobbeltjes	=	bobbel
bobbeltjesplastic	noun	verpakkingsmateriaal voor breekbare voorwerpen gemaakt van plastic dat veel luchtkussentjes bevat
bobbeltjesplastics	=	bobbeltjesplastic
bobbemaise	noun	verhaal, sprookje, kletsverhaal
bobbemaises	=	bobbemaise
bobben	verb	een sport bedrijven waarbij een bochtig ijsparcours wordt afgelegd in een bestuurbare slee
bobbend	=	bobben
bobbende	=	bobben
bobber	noun	beoefenaar van het bobsleeën
bobbers	=	bobber
bobbes	=	bobbe
bobby	noun|informal	Engelse politieagent
bobby's	=	bobby
bobbycam	noun	camera die een politieagent op het lichaam of de helm draagt en waarmee men opnamen kan maken die kunnen dienen als bewijsmateriaal in een rechtszaak
bobbycams	=	bobbycam
bobde	=	bobben
bobden	=	bobben
bobientje	=	bobine
bobientjes	=	bobine
bobijn	noun	cilinder waar draad omheen gewonden zit
bobijnde	=	bobijnen
bobijnden	=	bobijnen
bobijne	=	bobijnen
bobijnen	verb	kant klossen
bobijnend	=	bobijnen
bobijnende	=	bobijnen
bobijnt	=	bobijnen
bobijntje	=	bobijn
bobijntjes	=	bobijn
bobine	noun	deze inductiespoel of transformator wordt gebruikt in het ontstekingssysteem van benzinemotoren
bobines	=	bobine
bobinetje	=	bobine
bobinetjes	=	bobine
bobje	=	bob
bobjes	=	bob
bobo	noun|informal	vooraanstaande personen
bobo's	=	bobo
bobo-ombervis	noun	Pseudotolithus elongatus een straalvinnige vis uit de familie van ombervissen (Sciaenidae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
bobo-ombervisje	=	bobo-ombervis
bobo-ombervisjes	=	bobo-ombervis
bobo-ombervissen	=	bobo-ombervis
bobolink	noun	naam van een soort weidevogel Dolichonyx oryzivorus, die als trekvogel leeft in Noord- en Zuid-Amerika
bobolinks	=	bobolink
bobotaks	noun|informal	belasting die men moet betalen als men evenementen bezoekt op kosten van een sponsor
bobotaksen	=	bobotaks
bobotie	noun	Zuid-Afrikaanse ovenschotel op basis van schapen- en rundvlees en specerijen met een ei, melk- en een kurkumalaag
bobs	=	bob
bobslee	noun	bestuurbare slee met twee stellen glijijzers
bobsleebaan	noun	ijsbaan waarop een (bob)slee naar beneden kan glijden
bobsleebaantje	=	bobsleebaan
bobsleebaantjes	=	bobsleebaan
bobsleebanen	=	bobsleebaan
bobsleebond	noun	landelijke organisatie voor bobsleeërs en bobsleeclubs
bobsleebonden	=	bobsleebond
bobsleede	=	bobsleeën
bobsleeden	=	bobsleeën
bobsleet	=	bobsleeën
bobsleetje	=	bobslee
bobsleetjes	=	bobslee
bobsleeë	=	bobsleeën
bobsleeën	verb	een sport bedrijven waarbij een bochtig ijsparcours wordt afgelegd in een bestuurbare slee
bobsleeënd	=	bobsleeën
bobsleeënde	=	bobsleeën
bobsleeër	noun	sporter die met een bobslee een ijsbaan afglijdt
bobsleeërs	=	bobsleeër
bobt	=	bobben
bobtail	noun	Engels hondenras om schapen te hoeden
bobtails	=	bobtail
bobwhite	noun	Colinus virginianus een vogel uit de familie Odontophoridae.
bobwhiteje	=	bobwhite
bobwhitejes	=	bobwhite
bobwhites	=	bobwhite
bobèche	noun	ringvormig schaaltje of sierelement, vaak gemaakt van glas of metaal, dat boven de kaarsenhouder van een kandelaar of kroonluchter wordt geplaatst om gesmolten kaarsvet op te vangen
boccia	noun	soort jeu de boules, bowls, petanque dat veel als gehandicaptensport wordt beoefend
bochel	noun	een onnatuurlijk vergroeiing van de wervelkolom die tot een vervormde rug leidt
bochelaar	noun	iemand die hard en moeilijk werkt
bochelaars	=	bochelaar
bochelaartje	=	bochelaar
bochelaartjes	=	bochelaar
bochelcicade	noun	insect uit de familie Membracidae van gevleugelde insecten die tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera) en de onderorde cicaden behoort.
bochelcicaden	noun	Membracidae een familie van gevleugelde insecten die tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera) en de onderorde cicaden behoort.
bochelcicades	=	bochelcicade
bochelcicadetje	=	bochelcicade
bochelcicadetjes	=	bochelcicade
bochelig	adj	een sterk gekromde rug hebbend
bochelige	=	bochelig
bocheliger	=	bochelig
bocheligere	=	bochelig
bocheligers	=	bochelig
bocheligs	=	bochelig
bocheligst	=	bochelig
bocheligste	=	bochelig
bochels	=	bochel
bochelschildpad	noun	Mesoclemmys gibba een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
bochelschildpadden	=	bochelschildpad
bochelschildpadje	=	bochelschildpad
bochelschildpadjes	=	bochelschildpad
bocheltje	=	bochel
bocheltjes	=	bochel
bochelvlieg	noun	insect uit de familie Phoridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
bochelvliegen	noun	Phoridae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
bochelvliegje	=	bochelvlieg
bochelvliegjes	=	bochelvlieg
bocht	noun	van richting veranderende, gebogen weg of pad, kromming
bochtafsnijding	noun	kunstmatige ingreep waarbij een nieuwe, rechtere waterweg wordt aangelegd tussen twee punten van een rivier of kanaal om een scherpe meander (bocht) af te snijden.
bochtafsnijdingen	=	bochtafsnijding
bochtafsnijdinkje	=	bochtafsnijding
bochtafsnijdinkjes	=	bochtafsnijding
bochten	=	bocht
bochtenwerk	noun	het rijden van bochten
bochtig	adj	met veel bochten en kronkels
bochtige	=	bochtig
bochtige-smele-uil	noun	Photedes minima een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
bochtige-smele-uilen	=	bochtige-smele-uil
bochtige-smele-uiltje	=	bochtige-smele-uil
bochtige-smele-uiltjes	=	bochtige-smele-uil
bochtige-smelemineermot	noun	Elachista exactella een nachtvlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
bochtige-smelemineermotje	=	bochtige-smelemineermot
bochtige-smelemineermotjes	=	bochtige-smelemineermot
bochtige-smelemineermotten	=	bochtige-smelemineermot
bochtiger	=	bochtig
bochtigere	=	bochtig
bochtigers	=	bochtig
bochtigesmele-uil	noun	Photedes minima een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
bochtigesmele-uilen	=	bochtigesmele-uil
bochtigesmele-uiltje	=	bochtigesmele-uil
bochtigesmele-uiltjes	=	bochtigesmele-uil
bochtigs	=	bochtig
bochtigst	=	bochtig
bochtigste	=	bochtig
bochtje	=	bocht
bochtjes	=	bocht
bock	noun	zwaar, wat zoeter smakend bier, met een donkere kleur
bockbier	noun	zwaar, zoet, Duits bier dat in de herfst wordt gebrouwen
bockbieren	=	bockbier
bockbiertje	=	bockbier
bockbiertjes	=	bockbier
bocken	=	bock
bod	noun	door een koper voorgestelde prijs
bodaboda	noun	een fietstaxi met een achterzitje op de bagagedrager in Oost-Afrika, voornamelijk gebruikt in Oeganda
bodaboda's	=	bodaboda
bodabodaatje	=	bodaboda
bodabodaatjes	=	bodaboda
bode	noun	iemand die gezonden wordt om een bericht, dienst, voorwerp enz. af te leveren
bodediagram	noun	is gewoonlijk een combinatie van twee diagrammen: een van de logaritmische amplitude tegenover de frequentie, en een van de faseverschuiving tegenover de frequentie
bodediagrammen	=	bodediagram
bodega	noun	een wijnlokaal
bodega's	=	bodega
bodegaatje	=	bodega
bodegaatjes	=	bodega
bodekamer	noun	vertrek voor de boden in een gebouw voor openbare dienst
bodekamers	=	bodekamer
bodem	noun	een onderkant
bodemanalyse	noun	analyse van de samenstelling van de grond
bodemanalysen	=	bodemanalyse
bodemanalyses	=	bodemanalyse
bodemas	noun	verbrandingsresten die onder in de ketel van een verbrandingsinstallatie achterblijven
bodemattest	noun	schriftelijke verklaring over de gesteldheid (verontreiniging etc.) van een stuk grond
bodemattesten	=	bodemattest
bodembedekking	noun	plantengroei die de blote aarde dicht bij de grond bedekt
bodembedekkingen	=	bodembedekking
bodembedekkinkje	=	bodembedekking
bodembedekkinkjes	=	bodembedekking
bodembegroeiing	noun	het geheel van planten, zoals grassen, mossen of lage struiken, dat de blote aarde dicht bij de grond bedekt.
bodembegroeiingen	=	bodembegroeiing
bodembegroeiinkje	=	bodembegroeiing
bodembegroeiinkjes	=	bodembegroeiing
bodembeheer	noun	het onderhouden en verzorgen van de bodem
bodembeleid	noun	de manier waarop men met de bodem omgaat; plan van aanpak voor bodembeheer
bodembescherming	noun	bescherming van de bodem tegen verontreiniging en fysieke beschadiging
bodembeschermingen	=	bodembescherming
bodembieding	noun	het proces waarbij verontreinigde grond wordt schoongemaakt of de risico's ervan worden beperkt.
bodembiedingen	=	bodembieding
bodembiedinkje	=	bodembieding
bodembiedinkjes	=	bodembieding
bodemculturen	=	bodemcultuur
bodemcultuur	noun	agrarische activiteiten in ruime zin zoals akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij en tuinbouw
bodemcultuurtje	=	bodemcultuur
bodemcultuurtjes	=	bodemcultuur
bodemdaling	noun	het lager komen te liggen van het aardoppervlak ten opzichte van een referentiepunt
bodemdalingen	=	bodemdaling
bodemde	=	bodemen
bodemdegradatie	noun	verminderen van de bodemkwaliteit door uitputting
bodemdegradaties	=	bodemdegradatie
bodemden	=	bodemen
bodemdier	noun	dieren die vlak op de grond of op de bodem van een water leven
bodemdieren	=	bodemdier
bodemdiertje	=	bodemdier
bodemdiertjes	=	bodemdier
bodeme	=	bodemen
bodemeffect	noun	een natuurkundige principe dat optreedt wanneer een object zich vlak langs een oppervlakte beweegt.
bodemeffecten	=	bodemeffect
bodemeffectje	=	bodemeffect
bodemeffectjes	=	bodemeffect
bodemei	noun	ei dat door een scharrelkip is gelegd
bodemeieren	=	bodemei
bodemen	verb	bereiken van het laagste punt
bodemend	=	bodemen
bodemende	=	bodemen
bodemerij	noun	lening waarvan de aflossing en rente niet betaald hoeven te worden voor zover een schip of een scheepslading op zee verloren gaat
bodemerijen	=	bodemerij
bodemerosie	noun	erosie van de bodem
bodemery	=	bodemerij
bodemerye	=	bodemerij
bodemfauna	noun	de dieren die in de bodem leven
bodemfauna's	=	bodemfauna
bodemgebruik	noun	de manier waarop men het aardoppervlakte gebruikt
bodemgesteldheden	=	bodemgesteldheid
bodemgesteldheid	noun	de aard, structuur, samenstelling van een bodem
bodemgroefkopje	noun	Thyreosthenius parasiticus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bodemgroefkopjes	=	bodemgroefkopje
bodemjachtspinnen	noun	Gnaphosidae een familie van spinnen bestaande uit 2102 soorten in 114 geslachten
bodemkaardertje	noun	Argenna patula een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kaardertjes (Dictynidae)
bodemkaardertjes	=	bodemkaardertje
bodemklink	noun	het inklinken, verzakken van de bodem bijv. door uitdrogen, bemalen of (aard)gas onttrekken.
bodemklinken	=	bodemklink
bodemklinkje	=	bodemklink
bodemklinkjes	=	bodemklink
bodemkunde	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van de samenstelling en vorming van bodems en de wijze waarop deze gebruikt kunnen worden voor allerhande bouw- en landbouw doeleinden
bodemkundig	adj	met betrekking tot de bodemkunde
bodemkundige	noun	deskundige die de tak van wetenschap (bodemkunde) beoefent die zich bezighoudt met de samenstelling en vorming van bodems en de wijze waarop deze gebruikt kunnen worden voor allerhande bouw- en landbouw doeleinden
bodemkundigen	=	bodemkundige
bodemkundiger	=	bodemkundig
bodemkundigere	=	bodemkundig
bodemkundigers	=	bodemkundig
bodemkundigs	=	bodemkundig
bodemkundigst	=	bodemkundig
bodemkundigste	=	bodemkundig
bodemkwaliteit	noun	de mate waarin een bodem geschikt is voor het op peil houden van de kringloop van voedingsstoffen
bodemkwaliteiten	=	bodemkwaliteit
bodemlaag	noun	een min of meer horizontale laag in een bodem van min of meer gelijke samenstelling
bodemlaagje	=	bodemlaag
bodemlaagjes	=	bodemlaag
bodemlagen	=	bodemlaag
bodemleven	noun	alles wat in de grond leeft
bodemloos	adj	geen bodem hebbend
bodemloost	=	bodemloos
bodemlooste	=	bodemloos
bodemloze	=	bodemloos
bodemlozer	=	bodemloos
bodemlozere	=	bodemloos
bodemlozers	=	bodemloos
bodemmateriaal	noun	aarde en ander materiaal dat in de grond zit
bodemmaterialen	=	bodemmateriaal
bodemmijn	noun	een type zeemijn die op de bodem van het water wordt aangebracht en kan ontploffen bij overvarende schepen
bodemmijnen	=	bodemmijn
bodemmonster	noun	kleine hoeveelheid grond die men verzamelt voor onderzoek
bodemmonsters	=	bodemmonster
bodemnetwants	noun	Kalama tricornis een wants behorend tot de familie Tingidae.
bodemnetwantsen	=	bodemnetwants
bodemnetwantsje	=	bodemnetwants
bodemnetwantsjes	=	bodemnetwants
bodemonderzoek	noun	onderzoek naar de samenstelling van grond
bodemonderzoeken	=	bodemonderzoek
bodempensioen	noun	pensioen dat een basisinkomen garandeert b.v. ouderdomspensioen krachtens de AOW
bodempensioenen	=	bodempensioen
bodempje	=	bodem
bodempjes	=	bodem
bodemplaat	noun	plaat aan de onderkant van een apparaat
bodemplaatje	=	bodemplaat
bodemplaatjes	=	bodemplaat
bodemplaten	=	bodemplaat
bodemprijs	noun	laagst mogelijke prijs voor een bepaald product
bodemprijsje	=	bodemprijs
bodemprijsjes	=	bodemprijs
bodemprijzen	=	bodemprijs
bodemprocedure	noun	procedure waarbij een lopende zaak van alle kanten bekeken wordt, bedoeld om het geschil definitief te beslechten
bodemprocedures	=	bodemprocedure
bodemrijkdom	noun	rijkdom aan delfstoffen
bodemrijkdommen	=	bodemrijkdom
bodems	=	bodem
bodemsamenstelling	noun	de verschillende stoffen waaruit een bodem bestaat
bodemsamenstellingen	=	bodemsamenstelling
bodemsanering	noun	het verontreinigde grond vrijmaken van verontreiniging
bodemsaneringen	=	bodemsanering
bodemschat	noun	waardevolle grondstof die in de bodem zit; waardevolle delfstof
bodemschatje	=	bodemschat
bodemschatten	=	bodemschat
bodemstructuren	=	bodemstructuur
bodemstructuur	noun	de fysieke samenstelling van een bodem
bodemt	=	bodemen
bodemtandkaak	noun	Enoplognatha thoracica een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
bodemtandkaakje	=	bodemtandkaak
bodemtandkaakjes	=	bodemtandkaak
bodemtandkaken	=	bodemtandkaak
bodemtarief	noun	de laagste prijs, de laagste belasting
bodemtariefje	=	bodemtarief
bodemtariefjes	=	bodemtarief
bodemtarieven	=	bodemtarief
bodemtemperaturen	=	bodemtemperatuur
bodemtemperatuur	noun	temperatuur van de grond
bodemtype	noun	het type grond waaruit een bodem bestaat
bodemtypen	=	bodemtype
bodemtypes	=	bodemtype
bodemtypetje	=	bodemtype
bodemtypetjes	=	bodemtype
bodemverheffing	noun	een verhoging in het landschap
bodemverheffingen	=	bodemverheffing
bodemverontreiniging	noun	vervuiling van de grond door giftige stoffen
bodemverontreinigingen	=	bodemverontreiniging
bodemverontreinigingetje	=	bodemverontreiniging
bodemverontreinigingetjes	=	bodemverontreiniging
bodemverslechtering	noun	het slechter worden van de bodem
bodemverslechteringen	=	bodemverslechtering
bodemverslechteringetje	=	bodemverslechtering
bodemverslechteringetjes	=	bodemverslechtering
bodemvervuiling	noun	door de mens ingebrachte stoffen of materialen die van nature niet in de bodem of het grondwater voorkomen en kunnen leiden tot schade aan het ecosysteem
bodemvervuilingen	=	bodemvervuiling
bodemverzuring	noun	een afname van de pH-waarde van de bodem, met verzuring tot gevolg
bodemverzuringen	=	bodemverzuring
bodemvocht	noun	water dat boven de grondwaterspiegel in de poriën van de bodem zit
bodemvochten	=	bodemvocht
bodemvrijheden	=	bodemvrijheid
bodemvrijheid	noun	afstand tussen het laagste punt aan de onderkant van een voertuig en het bodemoppervlak
bodemvruchtbaarheden	=	bodemvruchtbaarheid
bodemvruchtbaarheid	noun	het vermogen van de grond om planten te laten groeien
bodemwants	noun	halfvleugelige uit de grote familie Lygaeidae van wantsen, die behoort tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera)
bodemwantsen	noun	een grote familie Lygaeidae van wantsen, die behoort tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
bodemwantsje	=	bodemwants
bodemwantsjes	=	bodemwants
bodemwater	noun	water dat boven de grondwaterspiegel in de grond zit
bodemwateren	=	bodemwater
bodemwaters	=	bodemwater
bodemwevertje	noun	Tenuiphantes tenuis een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
bodemwevertjes	=	bodemwevertje
bodemzakspinnen	noun	Liocranidae een familie van spinnen.
bodemziekte	noun	ziekte bij landbouwgewassen die veroorzaakt worden door aaltjes, schimmels, bacteriën en insecten
bodemziekten	=	bodemziekte
bodemziektes	=	bodemziekte
boden	=	bieden
bodes	=	bode
bodeschap	noun	het bode zijn
bodetje	=	bode
bodhibomen	=	bodhiboom
bodhiboom	noun	Ficus religiosa een plant uit de moerbeifamilie (Moraceae).
bodhiboompje	=	bodhiboom
bodhiboompjes	=	bodhiboom
bodhisattva	noun	verlichte persoon in het boeddhisme die ervoor kiest de verlichting op te geven en op de aarde te blijven om mens en dier te helpen
bodhisattva's	=	bodhisattva
bodhrán	noun	een Ierse lijsttrommel
bodhránnetje	=	bodhrán
bodhránnetjes	=	bodhrán
bodhráns	=	bodhrán
bodje	=	bod
bodjes	=	bod
body	noun	lichaam
body's	=	body
body'tje	=	body
body'tjes	=	body
bodyart	noun	vorm van kunst waarbij het menselijk lichaam een centrale rol speelt
bodybag	noun	grote plastic zak voor het vervoer van overledenen
bodybags	=	bodybag
bodyboard	=	bodyboarden
bodyboardde	=	bodyboarden
bodyboardden	=	bodyboarden
bodyboarde	=	bodyboarden
bodyboarden	verb	een vorm van surfen waarbij men zich voortbeweegt door de branding terwijl men op zijn buik op een soort kleine surfplank ligt
bodyboardend	=	bodyboarden
bodyboardende	=	bodyboarden
bodyboarding	noun	het bodyboarden
bodyboardt	=	bodyboarden
bodybuild	=	bodybuilden
bodybuildde	=	bodybuilden
bodybuildden	=	bodybuilden
bodybuilde	=	bodybuilden
bodybuilden	verb	door gerichte krachttraining de spiermassa en definitie zo groot mogelijk maken
bodybuildend	=	bodybuilden
bodybuildende	=	bodybuilden
bodybuilder	noun	beoefenaar van bodybuilding, waarbij het de bedoeling is om door middel van krachttraining en dieet het lichaam te ontwikkelen en fraaier te maken
bodybuilders	=	bodybuilder
bodybuildertje	=	bodybuilder
bodybuilding	noun	sport waarbij men door krachttraining de spieren tracht te ontwikkelen (om het lichaam te verfraaien ?)
bodybuildingkampioen	noun	winnaar van een bodybuildingkampioenschap
bodybuildingkampioenen	=	bodybuildingkampioen
bodybuildingkampioenschap	noun	wedstrijd waar bepaald wordt wie de kampioenstitel bodybuilding mag dragen
bodybuildingkampioenschappen	=	bodybuildingkampioenschap
bodybuildingkampioentje	=	bodybuildingkampioen
bodybuildingkampioentjes	=	bodybuildingkampioen
bodybuildingwedstrijd	noun	wedstrijd waarbij een jury bepaalt welke bodybuilder het best ontwikkelde lichaam heeft
bodybuildingwedstrijden	=	bodybuildingwedstrijd
bodybuildingwedstrijdje	=	bodybuildingwedstrijd
bodybuildingwedstrijdjes	=	bodybuildingwedstrijd
bodybuildster	=	bodybuilder
bodybuildt	=	bodybuilden
bodycam	noun	camera die op de kleding gedragen wordt en vooral wordt gebruikt door beveiligers, de politie en andere ordehandhavers
bodycams	=	bodycam
bodycheck	noun	op een illegale, hardhandige wijze de tegenstander de doorgang belemmeren
bodychecks	=	bodycheck
bodyfarm	noun	onderzoeksinstelling waar men dode lichamen op natuurlijke wijze laat ontbinden
bodyfarms	=	bodyfarm
bodyguard	noun	een beschermer en begeleider van een persoon
bodyguards	=	bodyguard
bodyliner	noun	corrigerende onderkleding m.n. voor vrouwen dat lijkt op een badpak
bodyliners	=	bodyliner
bodylotion	noun	vloeibaar huidverzorgingsproduct in de vorm van een crème
bodylotions	=	bodylotion
bodymassindex	noun	lichaamsgewicht in kilogrammen gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters, als maat voor eventueel overgewicht
bodymassindexen	=	bodymassindex
bodymassindexje	=	bodymassindex
bodymassindexjes	=	bodymassindex
bodymassindices	=	bodymassindex
bodymilk	noun	dik-vloeibare olie-in-water emulsie die op de huid wordt gesmeerd om deze te verzorgen
bodymilks	=	bodymilk
bodypacker	noun	iemand die in het lichaam drugs smokkelt
bodypackers	=	bodypacker
bodypaint	noun	het verven van het lichaam ter versiering
bodypainting	noun	het verven van het lichaam ter versiering
bodypaints	=	bodypaint
bodypiercing	noun	het doorboren van de huid voor sieraden in oorlellen, neusvleugels, tepels of nog erger de tong
bodypiercings	=	bodypiercing
bodypiercinkje	=	bodypiercing
bodypiercinkjes	=	bodypiercing
bodypositivity	noun	het trots zijn op het eigen lichaam ook als dit niet voldoet aan de schoonheidsidealen
bodypump	noun	vorm van fitness waarbij men op muziek met gewichten traint
bodyscan	noun	een scan van het hele lichaam van een passagiers bij een vliegveld
bodyscanner	noun	toestel waarmee men een scan van het oppervlak van het hele lichaam kan maken om verborgen, verboden voorwerpen (zoals bijvoorbeeld wapens en drugs) te ontdekken
bodyscanners	=	bodyscanner
bodyscans	=	bodyscan
bodyshaming	noun	verwijtend commentaar dat iemand op zijn of haar gestalte krijgt, zoals "te dik" of "te mager" Wie dit woord gebruikt wil daarmee ook zeggen dat dit soort commentaar op een oneerlijke manier kwetsend is.
bodyshop	=	bodyshoppen
bodyshoppe	=	bodyshoppen
bodyshoppen	verb	het leveren van gespecialiseerd personeel aan het bedrijfsleven
bodyshoppend	=	bodyshoppen
bodyshoppende	=	bodyshoppen
bodyshopt	=	bodyshoppen
bodyshopte	=	bodyshoppen
bodyshopten	=	bodyshoppen
bodystocking	noun	nauw om het lichaam sluitend kledingstuk van rekbare stof, bij voorkeur doorschijnend
bodystockings	=	bodystocking
bodystockinkje	=	bodystocking
bodystockinkjes	=	bodystocking
bodysuit	noun	kruippakje voor baby's
bodysuits	=	bodysuit
bodywarmer	noun	kort, warm jasje zonder mouwen, dat de romp beschermt tegen kou en wind zonder de bewegingen van de armen te hinderen
bodywarmers	=	bodywarmer
bodywarmertje	=	bodywarmer
bodywarmertjes	=	bodywarmer
boe	intj	uitroep om iemand aan het schrikken te maken	noun|informal	aanspreekvorm voor oudere of zorgzame Indonesische vrouw als lid van de huishouding
boe-ombervis	noun	Pteroscion peli een straalvinnige vis uit de familie van ombervissen (Sciaenidae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
boe-ombervisje	=	boe-ombervis
boe-ombervisjes	=	boe-ombervis
boe-ombervissen	=	boe-ombervis
boeboek	noun	benaming voor larf van insect dat hout of andere organische materialen aantast
boeboeken	=	boeboek
boeboekuil	noun	Ninox vogel uit een geslacht van de familie van de uilen (Strigidae).
boeboekuilen	noun	Ninox een geslacht van vogels uit de familie van de uilen (Strigidae).
boeboekuiltje	=	boeboekuil
boeboekuiltjes	=	boeboekuil
boeboelaas	noun	griezelig figuur uit Surinaamse sprookjes
boeboelazen	=	boeboelaas
boeboer	noun	pap
boechoe	noun	Aromatische struik met geneeskrachtige blaren (Agathosma betulina of Barosma betulina)
boecht	=	bucht
boedapester	noun	een inwoner van Boedapest, of iemand afkomstig uit Boedapest	adj	op Boedapest betrekking hebbend
boedapesters	=	boedapester
boedapestertje	=	boedapester
boedapestertjes	=	boedapester
boedapests	adj	op Boedapest betrekking hebbend
boedapestse	noun	een vrouwelijke inwoner van Boedapest, of een vrouw afkomstig uit Boedapest
boedapestsen	=	boedapestse
boeddha	noun	een beeld of afbeelding van Boeddha
boeddha's	=	boeddha
boeddhaatje	=	boeddha
boeddhaatjes	=	boeddha
boeddhahouding	noun	De houding (Asana) en handgebaren (Mudra's) van een Boeddhabeeld; vaak gerelateerd aan gebeurtenissen uit het leven van de historische Boeddha.
boeddhahoudingen	=	boeddhahouding
boeddhahoudinkje	=	boeddhahouding
boeddhahoudinkjes	=	boeddhahouding
boeddhaknuffel	noun	knuffel in de vorm van een boeddhabeeldjes
boeddhaknuffels	=	boeddhaknuffel
boeddhaknuffeltje	=	boeddhaknuffel
boeddhaknuffeltjes	=	boeddhaknuffel
boeddhanatuur	noun	het inherente, zuivere potentieel in alle levende wezens om verlichting (Boeddhaschap) te bereiken; het is de 'oorspronkelijke geest' of 'bron van bewustzijn' die door verlangens vertroebeld is, maar door meditatie onthuld kan worden
boeddhisme	noun	levensbeschouwing volgens de leer van Boeddha
boeddhist	noun	volger van de leer van Boeddha
boeddhisten	=	boeddhist
boeddhistisch	adj	volgens de leer van Boeddha, van de boeddhisten
boeddhistische	=	boeddhistisch
boeddhistischer	=	boeddhistisch
boeddhistischere	=	boeddhistisch
boeddhistischers	=	boeddhistisch
boeddhologen	=	boeddholoog
boeddhologie	noun	wetenschap die het boeddhisme bestudeert
boeddhologisch	adj	met betrekking tot de boeddhologie
boeddhologische	=	boeddhologisch
boeddhologischer	=	boeddhologisch
boeddhologischere	=	boeddhologisch
boeddhologischers	=	boeddhologisch
boeddholoog	noun	wetenschapper die het boeddhisme bestudeert
boede	noun	klein bijgebouw voor opslag van goederen of huisvesting van dieren
boedel	noun	geheel van iemands roerende goederen
boedelbalans	noun	overzicht van alle bezittingen van de Nederlandse - Antillen na ontmanteling van de Antillen in 2010
boedelbalansen	=	boedelbalans
boedelbeschrijving	noun	een lijst van al iemands bezittingen; gaat meestal over een overledene of iemand die failliet is gegaan
boedelbeschrijvingen	=	boedelbeschrijving
boedelceel	noun	lijst van goederen in een boedel
boedelceeltje	=	boedelceel
boedelceeltjes	=	boedelceel
boedelcelen	=	boedelceel
boedelhuis	=	boelhuis
boedelkrediet	noun	geld dat ter beschikking gesteld wordt bij een faillissement
boedelkredieten	=	boedelkrediet
boedelkwestie	noun	conflict over de verdeling van de stoffelijke bezittingen van een overledene
boedelkwesties	=	boedelkwestie
boedelprobleem	noun	moeilijkheid met de verdeling van een erfenis
boedelproblemen	=	boedelprobleem
boedelredder	noun	uitvoerder van een testament
boedelredders	=	boedelredder
boedelregister	noun	dit register bevat informatie over de rechtstoestand van een opengevallen nalatenschap
boedelregisters	=	boedelregister
boedelregistertje	=	boedelregister
boedelregistertjes	=	boedelregister
boedels	=	boedel
boedelscheiding	noun	een verdeling van wat voorheen gemeenschappelijk bezit was
boedelscheidingen	=	boedelscheiding
boedelscheidinkje	=	boedelscheiding
boedelscheidinkjes	=	boedelscheiding
boedelschuld	noun	de kosten die gemaakt worden voor het afwikkelen van een faillissement
boedelschulden	=	boedelschuld
boedeltje	=	boedel
boedeltjes	=	boedel
boedelverdeling	noun	het verdelen van alle bezittingen en schulden die tot een gemeenschap van goederen horen onder de daartoe gerechtigde (rechts)personen, bijvoorbeeld bij een echtscheiding of na overlijden, een nalatenschap met meerdere erfgenamen.
boedelverdelingen	=	boedelverdeling
boedes	=	boede
boedhisme	=	boeddhisme
boedhist	=	boeddhist
boedhistisch	=	boeddhistisch
boedist	=	boeddhist
boef	noun	iemand die zich misdadig gedraagt
boefje	=	boef
boefjes	=	boef
boefproof	adj	van iets dat het niet gestolen kan worden door misdadigers; beschermd tegen diefstal
boefproofe	=	boefproof
boefproofer	=	boefproof
boefproofere	=	boefproof
boefproofers	=	boefproof
boefproofs	=	boefproof
boefproofst	=	boefproof
boefproofste	=	boefproof
boeg	noun	de voorkant van een schip
boegbeeld	noun	een beeld dat ter versiering aangebracht werd op de voorsteven van een schip
boegbeelden	=	boegbeeld
boegbeeldje	=	boegbeeld
boegbeeldjes	=	boegbeeld
boegdeur	noun	laaddeur aan de voorkant van een veerboot waardoor auto's en vrachtwagens kunnen gaan
boegdeuren	=	boegdeur
boegen	=	boeg
boegeroep	noun	het roepen van 'boe' meestal als blijk van afkeuring (maar ook om te laten schrikken)
boeggolf	noun	hoeveelheid water die vóór een bewegend schip (of ander voorwerp) wordt opgestuwd
boeggolfje	=	boeggolf
boeggolfjes	=	boeggolf
boeggolven	=	boeggolf
boegineestalig	adj	de Boegineese taal sprekend
boegineestalige	=	boegineestalig
boegineestaligs	=	boegineestalig
boegje	=	boeg
boegjes	=	boeg
boegklamp	noun	een geleider voor kabel of touw, een gat door de huid, of een open geleider op de boordrand voor meertouwen e.d.
boegklampen	=	boegklamp
boegklampje	=	boegklamp
boegklampjes	=	boegklamp
boeglam	noun	kreupel zijn van een paard door overbelasting of door een reumatische aandoening
boeglastig	adj	niet in evenwicht door een verkeerde ladingsverdeling dusdanig dat schip aan de boeg te diep ligt
boeglastige	=	boeglastig
boeglastigs	=	boeglastig
boegschroef	noun	scheepsschroef bij de boeg van een schip die vooral van belang is voor de manoevreerbaarheid van het vaartuig
boegschroeven	=	boegschroef
boegseer	=	boegseren
boegseerde	=	boegseren
boegseerden	=	boegseren
boegseert	=	boegseren
boegsere	=	boegseren
boegseren	verb	voortslepen door een of meer (andere) schepen
boegserend	=	boegseren
boegserende	=	boegseren
boegspriet	noun	uitstekend rondhout aan de voorsteven van een zeilschip
boegsprieten	=	boegspriet
boegsprietje	=	boegspriet
boegsprietjes	=	boegspriet
boegsprietmot	noun	een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae)
boegsprietmotje	=	boegsprietmot
boegsprietmotjes	=	boegsprietmot
boegsprietmotten	=	boegsprietmot
boeh	intj	uitroep om afkeuring aan te geven
boeheer	noun	herder
boeheertje	=	boeheer
boeheertjes	=	boeheer
boeheren	=	boeheer
boei	noun	een drijvend en verankerd voorwerp om de vaargeul in ondiepe wateren aan te geven
boeiboord	noun	een opstaande zijde van een dakrand of dakgoot
boeiboorden	=	boeiboord
boeibord	noun	opstaande rand van een houten dakgoot
boeiborden	=	boeibord
boeide	=	boeien
boeiden	=	boeien
boeie	intj|informal	uitroep die gebrek aan belangstelling uitdrukt	noun|obsolete	kluister voor hand of voet
boeien	verb	iemands vrijheid beperken door hem vast te binden aan hand of voet; in de boeien slaan	intj|informal	niet interessant
boeiend	adj	interessant
boeiende	=	boeiend
boeiender	=	boeiend
boeiendere	=	boeiend
boeienders	=	boeiend
boeiends	=	boeiend
boeiendst	=	boeiend
boeiendste	=	boeiend
boeienkoning	noun	een artiest (vaak een goochelaar) die gespecialiseerd is in spectaculaire ontsnappingen
boeienkoningen	=	boeienkoning
boeienkoningin	=	boeienkoning
boeier	noun	oud type zeilschip, nu vooral gebruikt voor pleziertochten
boeiers	=	boeier
boeiing	noun	bovenste rand van de zijkant van het schip
boeiingen	=	boeiing
boeisel	noun	de bovenste rand van de zijkant van het schip
boeisels	=	boeisel
boeit	=	boeien
boeitje	=	boei
boeitjes	=	boei
boek	noun	een ingebonden bundel bedrukte of beschreven vellen papier
boekanier	noun	zeerover die in de 17e en 18e eeuw de Antillen en de kusten van Zuid-Amerika onveilig maakte
boekaniers	=	boekanier
boekarester	noun	een inwoner van Boekarest, of iemand afkomstig uit Boekarest	adj	op Boekarest betrekking hebbend
boekaresters	=	boekarester
boekarests	adj	op Boekarest betrekking hebbend
boekarestse	noun	een vrouwelijke inwoner van Boekarest, of een vrouw afkomstig uit Boekarest
boekarestsen	=	boekarestse
boekbaar	adj	dat iets geboekt (gereserveerd) kan worden
boekbaarder	=	boekbaar
boekbaardere	=	boekbaar
boekbaarders	=	boekbaar
boekbaars	=	boekbaar
boekbaarst	=	boekbaar
boekbaarste	=	boekbaar
boekband	noun	het bekleedsel aan de buitenkant van een boek.
boekbanden	=	boekband
boekbandje	=	boekband
boekbandjes	=	boekband
boekbare	=	boekbaar
boekbespreking	noun	een samenvattend, analyserend, oordeelgevend verslag, van een boek
boekbesprekingen	=	boekbespreking
boekbesprekinkje	=	boekbespreking
boekbesprekinkjes	=	boekbespreking
boekbind	=	boekbinden
boekbinden	verb	het samenbinden van losse bladen voor het vervaardigen van een boek
boekbindend	=	boekbinden
boekbindende	=	boekbinden
boekbinder	noun	een vakman die het ambacht van boekbinden beoefent
boekbinderij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op het inbinden van documenten in boekwerken
boekbinderijen	=	boekbinderij
boekbinderijtje	=	boekbinderij
boekbinderijtjes	=	boekbinderij
boekbinders	=	boekbinder
boekblok	noun	de aan elkaar genaaide katernen van een gebonden boek voordat de rug gelijmd is of van een boekband of omslag voorzien
boekblokje	=	boekblok
boekblokjes	=	boekblok
boekblokken	=	boekblok
boekdeel	noun	drukwerk dat zoveel bladzijden heeft dat het in aparte band kan worden gebonden, maar waarvan de inhoud onderdeel is van een groter werk
boekdeeltje	=	boekdeel
boekdeeltjes	=	boekdeel
boekdelen	=	boekdeel
boekdruk	noun	druk met verheven, gesneden of gegoten letters, hoogdruk
boekdrukken	verb	teksten zetten en met behulp van een drukpers vermenigvuldigen
boekdrukkend	=	boekdrukken
boekdrukkende	=	boekdrukken
boekdrukker	noun	iemand die boeken etc. drukt gewoonlijk drukker genaamd
boekdrukkerij	noun	onderneming die publicaties in de vorm van gedrukte bundels papier maakt
boekdrukkerijen	=	boekdrukkerij
boekdrukkers	=	boekdrukker
boekdrukkertje	=	boekdrukker
boekdrukkertjes	=	boekdrukker
boekdrukkunst	noun	de in de 15de eeuw ontwikkelde kunst om teksten door middel van een drukpers te vermenigvuldigen
boekdrukkunsten	=	boekdrukkunst
boeke	=	boeken
boekekraam	=	boekenkraam
boekel	noun	lange haarkrul door vrouwen aan beide zijden van het haar gedragen
boekels	=	boekel
boeken	verb	reserveren van bijvoorbeeld een hotelkamer
boekenaanbod	noun	boeken die ter beschikking gesteld worden in bijvoorbeeld een bibliotheek of boekenwinkel
boekenafdeling	noun	gedeelte waar men boeken verkoopt binnen een winkel die ook andere artikelen aanbiedt
boekenafdelingen	=	boekenafdeling
boekenasiel	noun	locatie in de openbare ruimte waar afgedankte boeken staan die men gratis kan meenemen of juist neerzetten
boekenasielen	=	boekenasiel
boekenasiels	=	boekenasiel
boekenbal	noun	jaarlijkse bijeenkomst van personen die met boeken te maken hebben (schrijvers, uitgevers, handelaren) bij de opening van de Boekenweek
boekenballetje	=	boekenbal
boekenballetjes	=	boekenbal
boekenbals	=	boekenbal
boekenbank	noun	instelling die boeken geeft aan mensen die geen boeken kunnen betalen
boekenbanken	=	boekenbank
boekenbankje	=	boekenbank
boekenbankjes	=	boekenbank
boekenbeurs	noun	markt voor nieuwe of oude boeken
boekenbeursje	=	boekenbeurs
boekenbeursjes	=	boekenbeurs
boekenbeurzen	=	boekenbeurs
boekenbezit	noun	verzameling boeken waarvan iets of iemand eigenaar is
boekenbijlage	noun	wekelijkse bijlage bij een dagblad of bijlage bij een tijdschrift met recensies van, interviews over en uittreksels uit onlangs verschenen boeken
boekenbijlagen	=	boekenbijlage
boekenbijlages	=	boekenbijlage
boekenbijvoegsel	noun	wekelijkse bijlage bij een dagblad of bijlage bij een tijdschrift met recensies van, interviews over en uittreksels uit onlangs verschenen boeken
boekenbijvoegsels	=	boekenbijvoegsel
boekenbon	noun	cadeaubon waarmee de ontvanger een boek naar eigen keuze kan kopen
boekenbonnen	=	boekenbon
boekenbonnetje	=	boekenbon
boekenbonnetjes	=	boekenbon
boekenbons	=	boekenbon
boekenbranche	noun	bedrijfstak die boeken produceert en verkoopt
boekenbranches	=	boekenbranche
boekenbus	noun	een rijdende bibliotheek, een bus die gebruikt wordt om boeken rond te brengen
boekenbusje	=	boekenbus
boekenbusjes	=	boekenbus
boekenbussen	=	boekenbus
boekencensuren	=	boekencensuur
boekencensuur	noun	controle van een (nog uit te geven) boek door een religieuze of wereldlijke organisatie
boekenclub	noun	een doorgaans commerciële organisatie die oorspronkelijk boeken en grammofoonplaten maar tegenwoordig ook cd's en dvd's vaak met korting aanbiedt
boekenclubje	=	boekenclub
boekenclubjes	=	boekenclub
boekenclubs	=	boekenclub
boekend	=	boeken
boekende	=	boeken
boekendief	noun	iemand die boeken steelt
boekendiefje	=	boekendief
boekendiefjes	=	boekendief
boekendieven	=	boekendief
boekenexpert	noun	deskundige op het gebied van oude en zeldzame boeken
boekenexperten	=	boekenexpert
boekenexperts	=	boekenexpert
boekenfonds	noun	bedrijf dat boeken uitgeeft
boekenfondsen	=	boekenfonds
boekengek	noun	iemand die gek is op boeken
boekengekje	=	boekengek
boekengekjes	=	boekengek
boekengekken	=	boekengek
boekengeld	noun	geld dat men moet betalen voor de studieboeken
boekengelden	=	boekengeld
boekengeleerde	noun	wereldvreemd geleerd persoon; iemand met veel, maar weinig praktische kennis
boekengeleerden	=	boekengeleerde
boekengids	noun	publicatie met boeken recensies
boekengidsen	=	boekengids
boekenhandelaar	noun	iemand die boeken in- en verkoopt
boekenhandelaars	=	boekenhandelaar
boekenhandelaartje	=	boekenhandelaar
boekenhandelaartjes	=	boekenhandelaar
boekenhandelaren	=	boekenhandelaar
boekenhanger	noun	klein boekenrekje
boekenhangers	=	boekenhanger
boekenhangertje	=	boekenhanger
boekenhangertjes	=	boekenhanger
boekenhuren	=	boekenhuur
boekenhuur	noun	tijdelijk (tegen een financiële vergoeding) lenen van boeken
boekenkamer	noun	kamer met veel boeken waarin men kan lezen en studeren
boekenkamers	=	boekenkamer
boekenkamertje	=	boekenkamer
boekenkamertjes	=	boekenkamer
boekenkast	noun	een kast voor de opslag en het laten zien van boeken
boekenkasten	=	boekenkast
boekenkastje	=	boekenkast
boekenkastjes	=	boekenkast
boekenkennis	noun	wat je weet over boeken en het boeken vak
boekenketen	noun	bedrijf dat meerdere boekhandels bezit
boekenketens	=	boekenketen
boekenkist	noun	een grote stevige houten of metalen kist waarin men boeken kan bewaren en vervoeren
boekenkisten	=	boekenkist
boekenkraam	noun	verplaatsbare tent waarin ingebonden gedrukte publicaties voor de verkoop worden aangeboden
boekenkraampje	=	boekenkraam
boekenkraampjes	=	boekenkraam
boekenkramen	=	boekenkraam
boekenlegger	noun	strook kaartkarton, leer of stof om een bladzijde in een boek mee te markeren, zonder dat die bladzijde daarvan schade oploopt
boekenleggers	=	boekenlegger
boekenleggertje	=	boekenlegger
boekenleggertjes	=	boekenlegger
boekenlezer	noun	iemand die boeken leest
boekenlezers	=	boekenlezer
boekenliefhebber	noun	liefhebber van oude en zeldzame boeken
boekenliefhebbers	=	boekenliefhebber
boekenliefhebbertje	=	boekenliefhebber
boekenliefhebster	=	boekenliefhebber
boekenlijst	noun	opsomming van te lezen of aan te schaffen boeken
boekenlijsten	=	boekenlijst
boekenlijstje	=	boekenlijst
boekenlijstjes	=	boekenlijst
boekenmarkt	noun	markt of winkel waar voornamelijk boeken zowel nieuw als tweedehands worden verhandeld (of alleen te koop zijn)
boekenmarkten	=	boekenmarkt
boekenmarktje	=	boekenmarkt
boekenmarktjes	=	boekenmarkt
boekenmolen	noun	kast die kan ronddraaien om een vertikale as waarin men boeken kan zetten en tentoonstellen
boekenmolens	=	boekenmolen
boekenonderzoek	noun	controle, inspectie van de boekhouding van een bedrijf of organisatie, meestal in het kader van een overname
boekenonderzoeken	=	boekenonderzoek
boekenpakket	noun	verzameling boeken die men nodig heeft voor een opleiding
boekenpakketten	=	boekenpakket
boekenplank	noun	een plank in een kast waarop je boeken kunt zetten
boekenplanken	=	boekenplank
boekenplankje	=	boekenplank
boekenplankjes	=	boekenplank
boekenpoef	noun	met korrels gevuld kussen waarop men een te lezen boek kan plaatsen zonder dat men het hoeft vast te houden
boekenpoefen	=	boekenpoef
boekenpoefje	=	boekenpoef
boekenpoefjes	=	boekenpoef
boekenpoefs	=	boekenpoef
boekenprijs	noun	geld dat men betaalt als men een boek koopt
boekenprijsje	=	boekenprijs
boekenprijsjes	=	boekenprijs
boekenprijzen	=	boekenprijs
boekenprogramma	noun	programma op radio of televisie dat over boeken gaat
boekenprogramma's	=	boekenprogramma
boekenreeks	noun	een reeks van boeken die bepaalde eigenschappen met elkaar gemeen hebben en formeel gezamenlijk een groep vormen
boekenreeksen	=	boekenreeks
boekenrek	noun	eenvoudige boekenkast zonder achterschot waarin je o.a. boeken kunt opbergen
boekenrekje	=	boekenrek
boekenrekjes	=	boekenrek
boekenrekken	=	boekenrek
boekenschorpioen	noun	Chelifer cancroides een bastaardschorpioen die tot de familie Cheliferidae behoort.
boekenschorpioenen	=	boekenschorpioen
boekenschorpioentje	=	boekenschorpioen
boekenschorpioentjes	=	boekenschorpioen
boekenschrijver	noun	auteur van een boek
boekenschrijvers	=	boekenschrijver
boekensector	noun	bedrijfstak van boekenproducenten en boekverkopers
boekensectoren	=	boekensector
boekensectors	=	boekensector
boekenserie	noun	groep boeken die een gemeenschappelijk kenmerk hebben
boekenseries	=	boekenserie
boekenstad	noun	een plaats die bekendheid geniet vanwege zijn grote aantal antiquariaten en tweedehandsboekenwinkels
boekenstadje	=	boekenstad
boekenstadjes	=	boekenstad
boekenstal	noun	kraam waar men in de openlucht boeken verkoop
boekenstallen	=	boekenstal
boekenstalletje	=	boekenstal
boekenstalletjes	=	boekenstal
boekensteden	=	boekenstad
boekensteun	noun	hulpmiddel dat ervoor zorgt dat boeken rechtop blijven staan op een niet geheel gevulde boekenplank
boekensteunen	=	boekensteun
boekensteuntje	=	boekensteun
boekensteuntjes	=	boekensteun
boekentaal	noun	een manier van uitdrukken die normaal is in boeken, maar die men meestal niet gebruikt in gesprekken
boekentalen	=	boekentaal
boekentas	noun	tas voor het meenemen van boeken
boekentasje	=	boekentas
boekentasjes	=	boekentas
boekentassen	=	boekentas
boekentil	noun	kastje langs de openbare weg waar men boeken uit kan meenemen of kan neerzetten
boekentillen	=	boekentil
boekenuitgever	noun	een persoon die of bedrijf dat boeken in omloop brengt
boekenuitgeverij	noun	bedrijf dat manuscripten van schrijvers bewerkt tot boeken, deze laat drukken en laat verkopen in boekwinkels
boekenuitgeverijen	=	boekenuitgeverij
boekenuitgevers	=	boekenuitgever
boekenvak	noun	alles en iedereen dat met het maken en verkopen van boeken te maken heeft
boekenvakken	=	boekenvak
boekenverbranding	noun	het opzettelijk, vaak publiekelijk en ritueel vernietigen van boeken en geschriften om onwelgevallige ideeën te onderdrukken.
boekenverbrandingen	=	boekenverbranding
boekenverbrandinkje	=	boekenverbranding
boekenverbrandinkjes	=	boekenverbranding
boekenverkoop	noun	handel in gebonden drukwerken
boekenverkoopactie	noun	reclamecampagne waarbij men probeert klanten te verleiden om boeken aan te schaffen
boekenverkoopacties	=	boekenverkoopactie
boekenverkopen	=	boekenverkoop
boekenverkoper	noun	boekverkoper
boekenverkopers	=	boekenverkoper
boekenverkopertje	=	boekenverkoper
boekenverkopertjes	=	boekenverkoper
boekenverzamelaar	noun	iemand die zeldzame of oude boeken verzamelt
boekenverzamelaars	=	boekenverzamelaar
boekenverzameling	noun	een hoeveelheid verzamelde boeken
boekenverzamelingen	=	boekenverzameling
boekenvreter	noun	iemand die altijd met zijn met zijn neus in de boeken zit
boekenvreters	=	boekenvreter
boekenvretertje	=	boekenvreter
boekenvretertjes	=	boekenvreter
boekenwarenhuis	noun	een warenhuis dat zich richt op het verkopen van boeken
boekenwarenhuizen	=	boekenwarenhuis
boekenweekessay	noun	opstel over het thema van de Boekenweek, geschreven door een Nederlandstalige schrijver
boekenweekessays	=	boekenweekessay
boekenweekgeschenk	noun	boek dat speciaal voor de Boekenweek is geschreven en dat iedereen die in die week een boek koopt, gratis ontvangt
boekenweekgeschenken	=	boekenweekgeschenk
boekenweekgeschenkje	=	boekenweekgeschenk
boekenweekgeschenkjes	=	boekenweekgeschenk
boekenweekthema	noun	het of een thema van de Boekenweek
boekenweekthema's	=	boekenweekthema
boekenweekthemata	=	boekenweekthema
boekenweekuitgave	noun	publicatie die verschijnt als onderdeel van de jaarlijks terugkerende week waarin getracht wordt het lezen (en kopen!) van boeken te bevorderen
boekenweekuitgaven	=	boekenweekuitgave
boekenwereld	noun	alle mensen die te maken hebben met het schrijven, produceren en verkopen van boeken
boekenwerelden	=	boekenwereld
boekenwereldje	=	boekenwereld
boekenwereldjes	=	boekenwereld
boekenwijsheden	=	boekenwijsheid
boekenwijsheid	noun	theoretische, onpraktische kennis
boekenwinkel	noun	een winkel waar je boeken kunt kopen
boekenwinkels	=	boekenwinkel
boekenwinkeltje	=	boekenwinkel
boekenwinkeltjes	=	boekenwinkel
boekenworm	noun	insect dat men veel in oude boeken kan vinden, Ctenolepisma longicaudata
boekenwormen	=	boekenworm
boekenwormpje	=	boekenworm
boekenwormpjes	=	boekenworm
boekenwurm	noun	papieretend insect dat berucht is vanwege zijn destructieve effect op boeken, Ctenolepisma longicaudata
boekenwurmen	=	boekenwurm
boekenwurmpje	=	boekenwurm
boekenwurmpjes	=	boekenwurm
boekenzaak	noun	een winkel waar boeken worden verkocht
boekenzaakje	=	boekenzaak
boekenzaakjes	=	boekenzaak
boekenzaken	=	boekenzaak
boeker	noun	iemand die een zakelijke afspraak maakt met of voor een artiest
boekerig	adj	zoals alleen in boeken voorkomt
boekerige	=	boekerig
boekeriger	=	boekerig
boekerigere	=	boekerig
boekerigers	=	boekerig
boekerigs	=	boekerig
boekerigst	=	boekerig
boekerigste	=	boekerig
boekerij	noun	bibliotheek, boekenverzameling
boekerijen	=	boekerij
boekerijtje	=	boekerij
boekerijtjes	=	boekerij
boekers	=	boeker
boeket	noun	een bos snijbloemen, vaak sierlijk gerangschikt en aan elkaar gebonden om in een vaas te kunnen zetten
boeketje	=	boeket
boeketjes	=	boeket
boeketten	=	boeket
boekformaat	noun	de afmeting (hoogte en breedte) van een boek, uitgedrukt in millimeters of centimeters, die de uitstraling, leesbaarheid en productiekosten beïnvloedt
boekformaatje	=	boekformaat
boekformaatjes	=	boekformaat
boekformaten	=	boekformaat
boekgehouden	=	boekhouden
boekgeschiedenis	noun	een deelgebied van de cultuurgeschiedenis die zich voornamelijk bezighoudt met de productie, distributie en consumptie van boeken in historisch perspectief
boekgeschiedenissen	=	boekgeschiedenis
boekhandel	noun	boekwinkel
boekhandelaar	noun	iemand die boeken in- en verkoopt
boekhandelaars	=	boekhandelaar
boekhandelaartje	=	boekhandelaar
boekhandelaartjes	=	boekhandelaar
boekhandelaren	=	boekhandelaar
boekhandelketen	noun	groep winkels met één eigenaar en een gemeenschappelijke leiding
boekhandelketens	=	boekhandelketen
boekhandels	=	boekhandel
boekhandelsketen	noun	groep boekhandels met een gemeenschappelijke eigenaar
boekhandelsketens	=	boekhandelsketen
boekhandeltje	=	boekhandel
boekhandeltjes	=	boekhandel
boekhandeltoerisme	noun	vorm van cultuurtoerisme waarbij men een stad of streek aandoet met als voornaamste doel het bezoeken van de daar aanwezige boekhandels
boekhield	=	boekhouden
boekhielde	=	boekhouden
boekhielden	=	boekhouden
boekhieldt	=	boekhouden
boekhou	=	boekhouden
boekhoud	=	boekhouden
boekhoudafdeling	noun	deel van een bedrijf of organisatie waar men de boekhouding bijhoudt
boekhoudafdelingen	=	boekhoudafdeling
boekhoudafdelinkje	=	boekhoudafdeling
boekhoudafdelinkjes	=	boekhoudafdeling
boekhoude	=	boekhouden
boekhouden	verb	het systematisch vastleggen van financiële feiten van een persoon, een bedrijf of een (overheids)instelling
boekhoudend	=	boekhouden
boekhoudende	=	boekhouden
boekhouder	noun	iemand die de inkomsten en uitgaven van een organisatie bijhoudt
boekhouders	=	boekhouder
boekhoudertje	=	boekhouder
boekhoudertjes	=	boekhouder
boekhoudfout	noun	een fout die in de boekhouding is gemaakt
boekhoudfouten	=	boekhoudfout
boekhoudfoutje	=	boekhoudfout
boekhoudfoutjes	=	boekhoudfout
boekhoudfraude	noun	geknoei in de boekhouding
boekhoudfraudes	=	boekhoudfraude
boekhouding	noun	alles wat betrekking heeft op de (financiële) administratie
boekhoudingen	=	boekhouding
boekhoudinkje	=	boekhouding
boekhoudinkjes	=	boekhouding
boekhoudkunde	noun	studie van het voeren van een boekhouding
boekhoudkundig	adj	met betrekking tot de boekhouding
boekhoudkundige	noun	iemand die onderlegd is in het boekhouden
boekhoudkundigen	=	boekhoudkundige
boekhoudkundiger	=	boekhoudkundig
boekhoudkundigere	=	boekhoudkundig
boekhoudkundigers	=	boekhoudkundig
boekhoudkundigs	=	boekhoudkundig
boekhoudkundigst	=	boekhoudkundig
boekhoudkundigste	=	boekhoudkundig
boekhoudprogramma	noun	softwarepakket voor het voeren van een boekhouding
boekhoudprogramma's	=	boekhoudprogramma
boekhoudschandaal	noun	gesjoemel met de boekhouding die in het openbaar is gekomen
boekhoudschandalen	=	boekhoudschandaal
boekhoudsoftware	noun	computerprogramma waarmee men de boekhouding kan automatiseren
boekhoudster	noun	een vrouw die boekhouder van beroep is
boekhoudsters	=	boekhoudster
boekhoudstertje	=	boekhoudster
boekhoudstertjes	=	boekhoudster
boekhoudsysteem	noun	manier waarop met de boekhouding doet
boekhoudsystemen	=	boekhoudsysteem
boekhoudt	=	boekhouden
boekhoutenaar	noun	een inwoner van Boekhoute, of iemand afkomstig uit Boekhoute
boekhoutenaren	=	boekhoutenaar
boekhouts	adj	op Boekhoute betrekking hebbend
boekhoutse	noun	een vrouwelijke inwoner van Boekhoute, of een vrouw afkomstig uit Boekhoute
boekhoutsen	=	boekhoutse
boeking	noun	reservering van een reis, kamer, enzovoort
boekingen	=	boeking
boekingsdata	=	boekingsdatum
boekingsdatum	noun	datum dat men een bestelling definitief maakt (in de boekhouding laat opnemen)
boekingsdatums	=	boekingsdatum
boekingskantoor	noun	bedrijf dat optredens van artiesten regelt
boekingskantoren	=	boekingskantoor
boekingsproces	noun	het geheel van alle zaken die nodig zijn om iets te bestellen of te reserveren
boekingsprocessen	=	boekingsproces
boekingssysteem	noun	computersysteem waarmee men reserveringen kan maken
boekingssystemen	=	boekingssysteem
boekinkje	=	boeking
boekinkjes	=	boeking
boekjaar	noun	de periode van langer of korder dan 12 maanden (tot een maximum van 24 maanden min een dag) waarover een financieel verslag loopt en wat dus niet noodzakelijkerwijs op 1 januari hoeft te beginnen
boekjaren	=	boekjaar
boekje	=	boek
boekjes	=	boek
boeklegger	noun	strook kaartkarton, leer of stof om een bladzijde in een boek mee te markeren, zonder dat die bladzijde daarvan schade oploopt
boekleggers	=	boeklegger
boeklong	noun	een long die gestapeld en gevouwen is in weefsel, zo dat de gevouwen structuur er onder de microscoop uitziet als de bladzijden van een boek, en die gelegen in een speciale lichaamsholte
boeklongen	=	boeklong
boeklongetje	=	boeklong
boeklongetjes	=	boeklong
boekmaag	noun	deel van maag van een herkauwer
boekmagen	=	boekmaag
boekomslag	noun	papieren omhulsel van een boek
boekomslagen	=	boekomslag
boekpresentatie	noun	feestelijk in het openbaar brengen van een nieuw uitgegeven boek
boekpresentaties	=	boekpresentatie
boekrol	noun	cilindervormige rol waarop de joodse bijbel wordt bewaard en gelezen
boekrollen	=	boekrol
boekrolletje	=	boekrol
boekrolletjes	=	boekrol
boeks	=	boek
boekschuld	noun	handelsschuld
boekschulden	=	boekschuld
boeksharing	noun	gerookte en gezouten haring
boeksharingen	=	boeksharing
boeksharinkje	=	boeksharing
boeksharinkjes	=	boeksharing
boekske	=	boek
boekstaaf	noun	beukenstaaf
boekstaafde	=	boekstaven
boekstaafden	=	boekstaven
boekstaafje	=	boekstaaf
boekstaafjes	=	boekstaaf
boekstaaft	=	boekstaven
boekstave	=	boekstaven
boekstaven	verb	op schrift stellen, te boek stellen, opschrijven
boekstavend	=	boekstaven
boekstavende	=	boekstaven
boekstuk	noun	schriftelijk bewijs dat een post een deel moet uitmaken van een boekhouding
boekstukken	=	boekstuk
boekt	=	boeken
boekte	=	boeken
boekten	=	boeken
boektitel	noun	de naam, het opschrift en de aanduiding van een boek, meestal in de vorm van één enkel begrip of een zinsnede
boektitels	=	boektitel
boektokken	verb	korte filmpjes over boeken maken en die via de app TikTok verspreiden
boektokte	=	boektokken
boekverbod	noun	het weren van een boek uit scholen, bibliotheken of boekhandels, vaak omdat het als te kritisch, aanstootgevend, of in strijd met heersende opvattingen wordt beschouwd, en het is een beperking op het vrije woord en de toegang tot informatie
boekverboden	=	boekverbod
boekverbodje	=	boekverbod
boekverbodjes	=	boekverbod
boekverbranding	noun	openbare verbranding van boeken als middel om bepaalde geestelijke of politieke stromingen te onderdrukken
boekverbrandingen	=	boekverbranding
boekverbrandinkje	=	boekverbranding
boekverbrandinkjes	=	boekverbranding
boekverfilming	noun	het maken van een op een boek gebaseerde film
boekverfilmingen	=	boekverfilming
boekverkoop	noun	het proces van het verhandelen van boeken
boekverkopen	=	boekverkoop
boekverkoper	noun	iemand die boeken verkoopt
boekverkopers	=	boekverkoper
boekverkopersbond	noun	vereniging van boekhandelaren
boekverkopersbonden	=	boekverkopersbond
boekverkopertje	=	boekverkoper
boekverkopertjes	=	boekverkoper
boekverlies	noun	het afwaarderen van bepaalde bezittingen in een boekhouding
boekverliesje	=	boekverlies
boekverliesjes	=	boekverlies
boekverliezen	=	boekverlies
boekverslag	noun	opstel waarin een leerling een boek beschrijft dat hij of zij gelezen heeft
boekverslagen	=	boekverslag
boekverzorging	noun	het gehele visuele en grafische ontwerpproces van een fysiek boek, waaronder de bladspiegel, letterkeuze, omslag, het materiaal en de typografie.
boekverzorgingen	=	boekverzorging
boekverzorginkje	=	boekverzorging
boekverzorginkjes	=	boekverzorging
boekvink	noun	bepaald soort vogel, Fringilla coelebs
boekvinken	=	boekvink
boekvorm	noun	een vorm die lijkt op een boek
boekvormen	=	boekvorm
boekvormpje	=	boekvorm
boekvormpjes	=	boekvorm
boekwaarde	noun	de geschatte waarde van iet zoals deze in de boekhouding (balans) is opgenomen; de aanschafprijs minus de afschrijvingen
boekwaarden	=	boekwaarde
boekwaardes	=	boekwaarde
boekweit	noun	bepaald soort grasachtige plant, Fagopyrum esculentum
boekweitebrij	noun	brij uit boekweitmeel gekookt
boekweitebrijen	=	boekweitebrij
boekweitmaan	noun	de volle maan die het dichtst bij de herfstequinox valt, wat traditioneel door boeren werd gebruikt om de oogst na zonsondergang te verlengen dankzij het heldere maanlicht
boekweitmaantje	=	boekweitmaan
boekweitmaantjes	=	boekweitmaan
boekweitmanen	=	boekweitmaan
boekweitmeel	noun	fijn gemalen gepelde zaden van boekweit Fagopyrum esculentum
boekweittaart	noun	gebak gemaakt uit boekweitmeel (vermalen graankorrels van Fagopyrum_esculentum)
boekweittaarten	=	boekweittaart
boekweittaartje	=	boekweittaart
boekweittaartjes	=	boekweittaart
boekweitvlokken	noun	geplette granen van Fagopyrum esculentum
boekwerk	noun	gedrukt werk
boekwerken	=	boekwerk
boekwerkje	=	boekwerk
boekwerkjes	=	boekwerk
boekwetenschap	noun	wetenschap van de productie van drukwerken en handschriften
boekwetenschappen	=	boekwetenschap
boekwinkel	noun	een winkel waar boeken verkocht worden
boekwinkels	=	boekwinkel
boekwinkeltje	=	boekwinkel
boekwinkeltjes	=	boekwinkel
boekwinst	noun	verborgen winst zoals deze door de boekhouding zichtbaar wordt
boekwinsten	=	boekwinst
boekwinstje	=	boekwinst
boekwinstjes	=	boekwinst
boekworm	noun|figurative	persoon die veel boeken leest
boekwormen	=	boekworm
boekwormpje	=	boekworm
boekwormpjes	=	boekworm
boekwurm	=	boekenwurm
boel	noun	een verzameling van alle zaken
boelage	noun	ongeoorloofd erotisch plezier
boelagie	=	boelage
boeldag	noun|historical	veiling van de inboedel van een overleden of failliete landbouwer
boeldagen	=	boeldag
boelde	=	boelen
boelden	=	boelen
boele	=	boelen
boeleer	=	boeleren
boeleerde	=	boeleren
boeleerden	=	boeleren
boeleert	=	boeleren
boeleke	noun	iemand die net geboren is
boeleken	=	boeleke
boelekes	=	boeleke
boelen	verb	homoseksuele (anale) seks bedrijven, homoseksuele handelingen plegen (door een man).
boelend	=	boelen
boelende	=	boelen
boeler	noun	homoseksuele man
boelere	=	boeleren
boeleren	verb|obsolete	seksueel onethisch gedrag vertonen; in overspel leven
boelerend	=	boeleren
boelerende	=	boeleren
boelers	=	boeler
boelgoed	noun	inboedel die geveild wordt
boelhuis	noun	huis waarvan men de inrichting op een veiling verkoopt
boelhuizen	=	boelhuis
boelijn	noun	touw waarmee de loefrand van razeilen bij het aan de wind zeilen strak wordt getrokken om het zeil beter wind te laten vangen.
boelijnen	=	boelijn
boelijntje	=	boelijn
boelijntjes	=	boelijn
boelt	=	boelen
boeltje	=	boel
boeltjes	=	boel
boem	intj	geluid van een inslag of ontploffing
boeman	noun	een denkbeeldig wezen dat als schrikbeeld dient
boemannen	=	boeman
boemannetje	=	boeman
boemannetjes	=	boeman
boemboe	noun	fijngewreven kruidenmengsel om een Indonesisch gerecht smaak te geven
boemboes	=	boemboe
boemboetje	=	boemboe
boemel	noun	een stoptrein die bij heel veel stations stopt
boemelaar	noun	iemand die vaak boemelt (uitgaat)
boemelaars	=	boemelaar
boemelaartje	=	boemelaar
boemelaartjes	=	boemelaar
boemelbus	noun	autobus die langzaam rijdt en/of bij elke halte stopt
boemelbussen	=	boemelbus
boemelde	=	boemelen
boemelden	=	boemelen
boemele	=	boemelen
boemelen	verb	zijn tijd doorbrengen met uitgaan, brassen, slempen
boemelend	=	boemelen
boemelende	=	boemelen
boemelig	adj	langzaam en kneuterig passend bij een langzame boemeltrein
boemelige	=	boemelig
boemeliger	=	boemelig
boemeligere	=	boemelig
boemeligers	=	boemelig
boemeligs	=	boemelig
boemeligst	=	boemelig
boemeligste	=	boemelig
boemels	=	boemel
boemelt	=	boemelen
boemeltje	=	boemel
boemeltjes	=	boemel
boemeltrein	noun	stoptrein
boemeltreinen	=	boemeltrein
boemeltreintje	=	boemeltrein
boemeltreintjes	=	boemeltrein
boemerang	noun	een gebogen werpstok die de neiging heeft, als het geen doel getroffen heeft, terug te keren naar de werper
boemerangeffect	noun	een bijwerking van een maatregel die het probleem veroorzaakt dat de maatregel juist wilde oplossen
boemerangeffecten	=	boemerangeffect
boemerangetje	=	boemerang
boemerangetjes	=	boemerang
boemerangkind	noun	kind dat na een tijdje zelfstandig te hebben gewoond weer naar het ouderlijk huis terugkeert
boemerangkinderen	=	boemerangkind
boemerangkindje	=	boemerangkind
boemerangmaskerbij	noun	Hylaeus difformis een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
boemerangmaskerbijen	=	boemerangmaskerbij
boemerangmaskerbijtje	=	boemerangmaskerbij
boemerangmaskerbijtjes	=	boemerangmaskerbij
boemerangs	=	boemerang
boemlauw	adj	erg leuk of ontspannen
boemlauwe	=	boemlauw
boemlauwer	=	boemlauw
boemlauwere	=	boemlauw
boemlauwers	=	boemlauw
boemlauws	=	boemlauw
boemlauwst	=	boemlauw
boemlauwste	=	boemlauw
boen	=	boenen
boende	=	boenen
boenden	=	boenen
boender	noun	stevige borstel waarmee geschrobd kan worden
boenders	=	boender
boendertje	=	boender
boendertjes	=	boender
boene	=	boenen
boenen	verb	met een boender en water schrobben.
boenend	=	boenen
boenende	=	boenen
boenlap	noun	doek waarmee je dingen kunt schoonmaken
boenlapje	=	boenlap
boenlapjes	=	boenlap
boenlappen	=	boenlap
boent	=	boenen
boenwas	noun	door bijen gemaakte was opgelost in terpentijn om meubelen, houten vloeren of linoleum door wrijven weer mooi glanzend te maken
boenwasje	=	boenwas
boenwasjes	=	boenwas
boenwaslucht	noun	de karakteristieke geur van boenwas
boenwassen	=	boenwas
boeotisch	adj	betreffende een decoratiestijl voor aardewerk die vanaf de 7de eeuw v.
boeotische	=	boeotisch
boeotischer	=	boeotisch
boeotischere	=	boeotisch
boeotischers	=	boeotisch
boer	noun	landbouwer, agrariër, landman
boerburgerbeweging	noun	een Nederlandse politieke partij, opgericht op 1 november 2019, die opkomt voor de belangen van de agrarische sector, het platteland en de regio.
boerde	=	boeren
boerden	=	boeren
boerderette	noun	een woningtype uit de late twintigste en vroege eenentwintigste eeuw, gebouwd in een stijl die doet denken aan een traditionele boerderij, maar dat als zodanig in de historie niet heeft bestaan
boerderetten	=	boerderette
boerderettes	=	boerderette
boerderij	noun	een woning met bedrijfsruimte van een boer
boerderijcamping	noun	een camping bij de boer
boerderijcampings	=	boerderijcamping
boerderijcampinkje	=	boerderijcamping
boerderijcampinkjes	=	boerderijcamping
boerderijdier	noun	een dier dat op een boerderij wordt gehouden voor zijn producten zoals melk, vlees, eieren of wol
boerderijdieren	=	boerderijdier
boerderijdiertje	=	boerderijdier
boerderijdiertjes	=	boerderijdier
boerderijen	=	boerderij
boerderijfeest	noun	feest dat wordt georganiseerd op een boerderij of in een boerderijachtige omgeving, zoals een landelijk gebouw
boerderijfeesten	=	boerderijfeest
boerderijfeestje	=	boerderijfeest
boerderijfeestjes	=	boerderijfeest
boerderijtje	=	boerderij
boerderijtjes	=	boerderij
boerderijtype	noun	het type waar een boerderij toe kan worden gerekend
boerderijtypen	=	boerderijtype
boerderijtypes	=	boerderijtype
boerderijtypetje	=	boerderijtype
boerderijtypetjes	=	boerderijtype
boerderijwinkel	noun	een winkel van boerenproducten, meestal op de boerderij zelf waar deze producten geproduceerd worden en de verkoop is meestal gericht op particulieren
boerderijwinkels	=	boerderijwinkel
boerderijwinkeltje	=	boerderijwinkel
boerderijwinkeltjes	=	boerderijwinkel
boere	=	boeren
boerebedrog	=	boerenbedrog
boerekool	=	boerenkool
boeren	verb	het boerenvak uitoefenen
boerenactie	noun	publieke uiting van ongenoegen door boeren, vaak in de vorm van protesten met tractoren, wegblokkades en demonstraties
boerenactiegroep	noun	een groep boeren die actie voert om op te komen voor hun belangen
boerenactiegroepen	=	boerenactiegroep
boerenactiegroepje	=	boerenactiegroep
boerenactiegroepjes	=	boerenactiegroep
boerenacties	=	boerenactie
boerenactietje	=	boerenactie
boerenactietjes	=	boerenactie
boerenactivist	noun	boer die actievoert om de belangen van boeren veilig te stellen; lid van een boerenactiegroep
boerenactivisten	=	boerenactivist
boerenakker	noun	stuk grond dat door boeren wordt bebouwd
boerenakkers	=	boerenakker
boerenakkertje	=	boerenakker
boerenakkertjes	=	boerenakker
boerenarbeider	noun	knecht in dienst van een boer; lontrekkende landbouwer
boerenarbeiders	=	boerenarbeider
boerenbedrijf	noun	een bedrijf in de land en tuinbouwsector, gericht op het hoeden van vee en het kweken van planten voor voedsel
boerenbedrijfje	=	boerenbedrijf
boerenbedrijfjes	=	boerenbedrijf
boerenbedrijven	=	boerenbedrijf
boerenbedrog	noun	een poging om met veel interessant klinkende pseudokennis mensen geld af te troggelen
boerenbelangenorganisatie	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van boeren
boerenbelangenorganisaties	=	boerenbelangenorganisatie
boerenbevolking	noun	deel van de bevolking dat als landbouwer werkt
boerenbevolkingen	=	boerenbevolking
boerenbevolkinkje	=	boerenbevolking
boerenbevolkinkjes	=	boerenbevolking
boerenbeweging	noun	verzamelnaam voor maatschappelijke of politieke groeperingen die opkomen voor de belangen van boeren en het platteland.
boerenbewegingen	=	boerenbeweging
boerenbeweginkje	=	boerenbeweging
boerenbeweginkjes	=	boerenbeweging
boerenbond	noun	vereniging van landbouwers die opkomt voor de belangen van landbouwers
boerenbonden	=	boerenbond
boerenbont	noun	een schildertechniek die vooral op serviesgoed wordt toegepast.
boerenbontje	=	boerenbont
boerenbontjes	=	boerenbont
boerenboter	noun	op de boerderij, niet in de fabriek gemaakte roomboter
boerenboters	=	boerenboter
boerenbroden	=	boerenbrood
boerenbrood	noun	brood dat thuis gebakken wordt en dus niet komt uit een fabriek of bakkerij
boerenbroodje	=	boerenbrood
boerenbruiloft	noun	traditionele bruiloft in het landelijk gebied
boerenbruiloften	=	boerenbruiloft
boerenbuiten	noun	agrarische gebieden; gebieden buiten de stad
boerend	=	boeren
boerendans	noun	volksdans in boerenklederdracht
boerendansen	=	boerendans
boerendansje	=	boerendans
boerendansjes	=	boerendans
boerende	=	boeren
boerendeern	noun	meisje uit de boerenstand; jonge boerin
boerendeernen	=	boerendeern
boerendeerntje	=	boerendeern
boerendeerntjes	=	boerendeern
boerendochter	noun	vrouw waarvan de ouders een boerenbedrijf hebben of hadden
boerendochters	=	boerendochter
boerendochtertje	=	boerendochter
boerendochtertjes	=	boerendochter
boerendorp	noun	een kleine nederzetting waar mensen voornamelijk werkzaam zijn in de agrarische sector
boerendorpen	=	boerendorp
boerendorpje	=	boerendorp
boerendorpjes	=	boerendorp
boerenerf	noun	stuk grond waarop alle gebouwen die horen bij een boerderij staan evenals de directe ruimte om deze gebouwen heen
boerenerfje	=	boerenerf
boerenerfjes	=	boerenerf
boerenerven	=	boerenerf
boerenfamilie	noun	familie of gezin waarvan de leden op een boerderij wonen en een boerenbedrijf houden
boerenfamilies	=	boerenfamilie
boerenfamilietje	=	boerenfamilie
boerenfamilietjes	=	boerenfamilie
boerenfeest	noun	een feest voor en door boeren
boerenfeesten	=	boerenfeest
boerenfeestje	=	boerenfeest
boerenfeestjes	=	boerenfeest
boerenfluit	noun	eenvoudig blaasinstrument
boerenfluiten	=	boerenfluit
boerenfluitje	=	boerenfluit
boerenfluitjes	=	boerenfluit
boerengaatje	=	boerengat
boerengaatjes	=	boerengat
boerengat	noun	een klein gehucht of dorp dat ver van de grote stad ligt
boerengaten	=	boerengat
boerengatje	=	boerengat
boerengatjes	=	boerengat
boerengebouw	noun	bedrijfsgebouw dat deel uitmaakt van een agrarischbedrijf
boerengebouwen	=	boerengebouw
boerengebouwtje	=	boerengebouw
boerengebouwtjes	=	boerengebouw
boerengehucht	noun	kleine agrarische gemeenschap
boerengehuchten	=	boerengehucht
boerengehuchtje	=	boerengehucht
boerengehuchtjes	=	boerengehucht
boerengemeenschap	noun	groep boeren die samen in een bepaald gebied wonen
boerengemeenschappen	=	boerengemeenschap
boerengezin	noun	echtpaar met kinderen dat leeft en werkt op een agrarisch bedrijf
boerengezinnen	=	boerengezin
boerengezinnetje	=	boerengezin
boerengezinnetjes	=	boerengezin
boerengoed	noun	grote, oude boerderij, veelal (voorheen) met uitgestrekte landerijen
boerengoedje	=	boerengoed
boerengoedjes	=	boerengoed
boerenhaantje	noun	Galeruca pomonae een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
boerenhaantjes	=	boerenhaantje
boerenham	noun	been- of schouderham; een benaming zonder feitelijke betekenis
boerenhammen	=	boerenham
boerenheikneuter	noun	een onbeschaafd, onwetend persoon
boerenheikneuters	=	boerenheikneuter
boerenheikneutertje	=	boerenheikneuter
boerenheikneutertjes	=	boerenheikneuter
boerenhoeve	noun	woon- en bedrijfsgebouw voor een boerenfamilie en hun bedrijf
boerenhoeven	=	boerenhoeve
boerenhoeves	=	boerenhoeve
boerenhufter	noun	lomperd, botterik
boerenhufters	=	boerenhufter
boerenhuftertje	=	boerenhufter
boerenhuftertjes	=	boerenhufter
boerenhuis	noun	woning voor een agrariër
boerenhuisje	=	boerenhuis
boerenhuisjes	=	boerenhuis
boerenhuizen	=	boerenhuis
boereninkomen	noun	geld dat een boer verdient
boereninkomens	=	boereninkomen
boerenjasmijn	noun	een geslacht Philadelphus van tweezaadlobbige planten uit de hortensiafamilie (Hydrangeaceae).
boerenjasmijnen	=	boerenjasmijn
boerenjasmijntje	=	boerenjasmijn
boerenjasmijntjes	=	boerenjasmijn
boerenjongen	noun	zoon van een boer of boerenknecht, een weinig ontwikkeld persoon
boerenjongens	noun	sterkedrank van rozijnen op brandewijn
boerenjongetje	=	boerenjongen
boerenjongetjes	=	boerenjongen
boerenkaas	noun	kaas die grotendeels met de hand is gemaakt op een kaasboerderij van rauwe melk, alleen Nederlandse kaas die volgens traditionele en gecontroleerde bereidingswijze op een kaasboerderij bereid is, mag als boerenkaas worden verkocht
boerenkaasje	=	boerenkaas
boerenkaasjes	=	boerenkaas
boerenkaffer	noun	lomperd
boerenkaffers	=	boerenkaffer
boerenkalk	noun	pleister, uit leem en gekapt stro samengesteld
boerenkalkje	=	boerenkalk
boerenkalkjes	=	boerenkalk
boerenkapel	noun	kleine muziekgroep bestaande uit boeren
boerenkapellen	=	boerenkapel
boerenkar	noun	eenvoudige tweewielige kar gebruikt op de boerderij
boerenkarhengst	noun	lomperd, botterik
boerenkarhengsten	=	boerenkarhengst
boerenkarhengstje	=	boerenkarhengst
boerenkarhengstjes	=	boerenkarhengst
boerenkarren	=	boerenkar
boerenkarretje	=	boerenkar
boerenkarretjes	=	boerenkar
boerenkazen	=	boerenkaas
boerenkermis	noun	kermis op het platteland
boerenkermissen	=	boerenkermis
boerenkers	noun	een geslacht Thlaspi van eenjarige, tweejarige en overblijvende meest kruidachtige planten uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
boerenkersen	=	boerenkers
boerenkersje	=	boerenkers
boerenkersjes	=	boerenkers
boerenkersroest	noun	Puccinia thlaspeos een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
boerenkersroesten	=	boerenkersroest
boerenkersroestje	=	boerenkersroest
boerenkersroestjes	=	boerenkersroest
boerenkiel	noun	een werkjas zonder voorsluiting die over het hoofd wordt aangetrokken
boerenkielen	=	boerenkiel
boerenkieltje	=	boerenkiel
boerenkieltjes	=	boerenkiel
boerenkind	noun	kind uit een boerengezin
boerenkinderen	=	boerenkind
boerenkindje	=	boerenkind
boerenkindjes	=	boerenkind
boerenkinkel	noun	een lomperd
boerenkinkels	=	boerenkinkel
boerenkinkeltje	=	boerenkinkel
boerenkloot	noun	zeer dom persoon
boerenklootje	=	boerenkloot
boerenklootjes	=	boerenkloot
boerenkloten	=	boerenkloot
boerenknaap	noun	fraaie titel voor boerenjongen
boerenknaapje	=	boerenknaap
boerenknaapjes	=	boerenknaap
boerenknapen	=	boerenknaap
boerenknecht	noun	iemand die in dienst van een boer op een boerderij werkt
boerenknechten	=	boerenknecht
boerenknechtje	=	boerenknecht
boerenknechts	=	boerenknecht
boerenknoop	noun	bepaalde knoop die geschikt is om twee dikke kabels tijdelijk aan elkaar vast te maken
boerenknoopje	noun	bepaald soort slak, Discus rotundatus uit de familie van de Discidae; de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1774 voor het eerst geldig gepubliceerd door Otto Friedrich Müller
boerenknoopjes	=	boerenknoop
boerenknopen	=	boerenknoop
boerenknurft	noun	zeer dom persoon
boerenknurften	=	boerenknurft
boerenknurftje	=	boerenknurft
boerenknurftjes	=	boerenknurft
boerenkoffie	noun	koffie met kaneel en suiker waaraan ook vaak eierdooiers, bloem, nootmuskaat, boter, bier en berenburg wordt toegevoegd
boerenkoffies	=	boerenkoffie
boerenkolen	=	boerenkool
boerenkolonisatie	noun	het laten bewonen van een stuk land door kolonisten die boer zijn
boerenkool	noun	bladgewas (kool) Brassica oleracea convar. acephala var. laciniata
boerenkoolsoep	noun	soep met boerenkool als hoofdingrediënt
boerenkoolsoepen	=	boerenkoolsoep
boerenkoolsoepje	=	boerenkoolsoep
boerenkoolsoepjes	=	boerenkoolsoep
boerenkoolstamppot	noun	gerecht bestaand uit een fijn mengsel van gaar gekookte boerenkool en aardappelen
boerenkoolstamppotje	=	boerenkoolstamppot
boerenkoolstamppotjes	=	boerenkoolstamppot
boerenkoolstamppotten	=	boerenkoolstamppot
boerenkooltje	=	boerenkool
boerenkooltjes	=	boerenkool
boerenkost	noun	grove, zware spijs die door boeren wordt gegeten; eenvoudige doch voedzame maaltijd
boerenkosten	=	boerenkost
boerenkostje	=	boerenkost
boerenkostjes	=	boerenkost
boerenkrokus	noun	Crocus tommasinianus een plant uit de lissenfamilie (Iridaceae).
boerenkrokusje	=	boerenkrokus
boerenkrokusjes	=	boerenkrokus
boerenkrokussen	=	boerenkrokus
boerenland	noun	dat deel van een regio dat gebruikt wordt voor landbouw; agrarisch gebied
boerenlanden	=	boerenland
boerenlandje	=	boerenland
boerenlandjes	=	boerenland
boerenleenbank	noun	coöperatieve bank voor en door boeren; voorganger van de RABO-bank
boerenleenbanken	=	boerenleenbank
boerenleenbankje	=	boerenleenbank
boerenleenbankjes	=	boerenleenbank
boerenleider	noun	bestuurder van een boerenorganisatie
boerenleiders	=	boerenleider
boerenleven	noun	het bestaan als landbouwer
boerenlevens	=	boerenleven
boerenleventje	=	boerenleven
boerenleventjes	=	boerenleven
boerenlobby	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van de boeren
boerenlobby's	=	boerenlobby
boerenlul	noun	een ruw, onbeschaafd, onhandig en dom persoon; een simpele ziel
boerenlullen	=	boerenlul
boerenlulletje	=	boerenlul
boerenlummel	noun	sukkel
boerenlummels	=	boerenlummel
boerenlummeltje	=	boerenlummel
boerenlummeltjes	=	boerenlummel
boerenmarkt	noun	markt van vaak biologisch geteelde producten, door de producenten zelf aangevoerd
boerenmarkten	=	boerenmarkt
boerenmarktje	=	boerenmarkt
boerenmarktjes	=	boerenmarkt
boerenmeid	noun	de dochter of een vrouwelijke knecht van een boer
boerenmeiden	=	boerenmeid
boerenmeidje	=	boerenmeid
boerenmeidjes	=	boerenmeid
boerenmeisje	noun	eenvoudige jonge vrouw uit de boerenstand; jonge boerin
boerenmeisjes	=	boerenmeisje
boerenomelet	noun	omelet met een vulling van grof gesneden groenten en ham
boerenomeletje	=	boerenomelet
boerenomeletten	=	boerenomelet
boerenopstand	noun	verzet van landbouwers tegen de overheid
boerenopstanden	=	boerenopstand
boerenopstandje	=	boerenopstand
boerenopstandjes	=	boerenopstand
boerenorganisatie	noun	organisatie van en voor boeren die opkomt voor de belangen van agrariërs
boerenorganisaties	=	boerenorganisatie
boerenpaard	noun	paard dat men gebruikt als werkpaard in de landbouw
boerenpaarden	=	boerenpaard
boerenpartij	noun	partij die opkomt voor de belangen van agrariërs
boerenpartijen	=	boerenpartij
boerenpartijtje	=	boerenpartij
boerenpartijtjes	=	boerenpartij
boerenpaté	noun	huisgemaakte smeersel van vlees
boerenpatés	=	boerenpaté
boerenperzik	noun	buiten, niet in een kas gekweekte fruitboom van de soort Prunus persica
boerenperziken	=	boerenperzik
boerenpioen	noun	Paeonia officinalis een plant die hoort tot de kruidachtige pioenrozen
boerenpioenen	=	boerenpioen
boerenpioentje	=	boerenpioen
boerenpioentjes	=	boerenpioen
boerenplaats	noun	bedrijf en woonplaats van een boer
boerenplaatsen	=	boerenplaats
boerenplaatsje	=	boerenplaats
boerenplaatsjes	=	boerenplaats
boerenprotest	noun	verzet van boeren tegen bepaalde door de overheid genomen maatregelen
boerenprotesten	=	boerenprotest
boerenpummel	noun	lomperd, nog lomper dan een gewone pummel
boerenpummels	=	boerenpummel
boerenpummeltje	=	boerenpummel
boerenpummeltjes	=	boerenpummel
boerenraad	noun	raad van boeren
boerenraadje	=	boerenraad
boerenraadjes	=	boerenraad
boerenraden	=	boerenraad
boerenrepubliek	noun	republiek die door boeren is gesticht
boerenrepublieken	=	boerenrepubliek
boerenrepubliekje	=	boerenrepubliek
boerenrepubliekjes	=	boerenrepubliek
boerensector	noun	agrarische sector
boerensectoren	=	boerensector
boerensectors	=	boerensector
boerenslimheden	=	boerenslimheid
boerenslimheid	noun	een eigenschap die mensen wordt toegeschreven wanneer zij zonder enige vooropleiding te hebben gevolgd een logische redenatie volgen of duidelijk aanvoelen hoe de vork in de steel zit
boerenstaat	noun	een onafhankelijke staat gesticht en geregeerd door boeren
boerenstaatje	=	boerenstaat
boerenstaatjes	=	boerenstaat
boerenstand	noun	de klasse van de boeren
boerenstanden	=	boerenstand
boerenstaten	=	boerenstaat
boerenstiel	noun	het vak van het boer zijn
boerenstielen	=	boerenstiel
boerenstieltje	=	boerenstiel
boerenstulp	noun	zeer eenvoudige boerenwoning
boerenstulpen	=	boerenstulp
boerenstulpje	=	boerenstulp
boerenstulpjes	=	boerenstulp
boerentram	noun|informal	personenvervoer tussen stad en platteland per rail over de openbare weg
boerentrams	=	boerentram
boerentrien	noun	lomp vrouwspersoon
boerentrienen	=	boerentrien
boerenverstand	noun	het gewone, gezonde verstand zonder de ballast van een theoretische vooropleiding
boerenvolk	noun	deel van de bevolking dat als landbouwer werkt
boerenvolkje	=	boerenvolk
boerenvolkjes	=	boerenvolk
boerenvrouw	noun	vrouwen van landbouwers; vrouwen die in de landbouw werken; vrouw uit de boerenstand
boerenvrouwen	=	boerenvrouw
boerenvrouwtje	=	boerenvrouw
boerenvrouwtjes	=	boerenvrouw
boerenwagen	noun	een eenvoudige wagen die wordt gebruikt door landbouwers
boerenwagens	=	boerenwagen
boerenwagentje	=	boerenwagen
boerenwagentjes	=	boerenwagen
boerenwerk	noun	de arbeid op de boerderij die een agrariër verricht
boerenwerken	=	boerenwerk
boerenwerktuig	noun	een werktuig dat door boeren gebruikt wordt om het land te bewerken
boerenwerktuigen	=	boerenwerktuig
boerenwerktuigje	=	boerenwerktuig
boerenwerktuigjes	=	boerenwerktuig
boerenwijsheden	=	boerenwijsheid
boerenwijsheid	noun	iets dat heel vanzelfsprekend is
boerenwoning	noun	woning voor een agrariër
boerenwoningen	=	boerenwoning
boerenwoninkje	=	boerenwoning
boerenwoninkjes	=	boerenwoning
boerenwormkruid	noun	bepaald soort samengesteldbloemige plant Tanacetum vulgare (ook wel: Chrysanthemum vulgare), vroeger gebruikt als wormafdrijvend middel.
boerenwormkruidbladrandluis	noun	Coloradoa tanacetina een bladluis behorend tot de familie Aphididae.
boerenwormkruidbladrandluisje	=	boerenwormkruidbladrandluis
boerenwormkruidbladrandluisjes	=	boerenwormkruidbladrandluis
boerenwormkruidbladrandluizen	=	boerenwormkruidbladrandluis
boerenwormkruidroest	noun	Puccinia tanaceti een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
boerenwormkruidroesten	=	boerenwormkruidroest
boerenwormkruidroestje	=	boerenwormkruidroest
boerenwormkruidroestjes	=	boerenwormkruidroest
boerenwormzaadgalmug	noun	Ozirhincus tanaceti een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
boerenwormzaadgalmuggen	=	boerenwormzaadgalmug
boerenwormzaadgalmugje	=	boerenwormzaadgalmug
boerenwormzaadgalmugjes	=	boerenwormzaadgalmug
boerenworst	noun	grove (huisgemaakte) worst
boerenworsten	=	boerenworst
boerenzaterdag	noun	zaterdag waarop er iets speciaals voor boeren plaats vindt
boerenzaterdagen	=	boerenzaterdag
boerenzegswijs	noun	uitdrukking die gebruikt wordt op het platteland
boerenzegswijzen	=	boerenzegswijs
boerenzonen	=	boerenzoon
boerenzoon	noun	mannelijk kind van een boer; een jongeling uit de boerenstand
boerenzoons	=	boerenzoon
boerenzoontje	=	boerenzoon
boerenzoontjes	=	boerenzoon
boerenzwaluw	noun	Hirundo rustica, een kleine trek- en zangvogel
boerenzwaluwen	=	boerenzwaluw
boerenzwaluwtje	=	boerenzwaluw
boerenzwaluwtjes	=	boerenzwaluw
boererij	=	boerderij
boerin	noun	echtgenote van een boer
boerinnen	=	boerin
boerinnenbond	noun	bond van boerinnen of plattelandsvrouwen
boerinnenbonden	=	boerinnenbond
boerinnetje	=	boerin
boerinnetjes	=	boerin
boerjatischtalig	adj	de Boerjatische taal sprekend
boerjatischtalige	=	boerjatischtalig
boerjatischtaligs	=	boerjatischtalig
boerka	noun	het gehele lichaam, inclusief gezicht en ogen, verhullend gewaad dat vrouwen volgens streng islamitische opvattingen in het openbaar behoren te dragen
boerka's	=	boerka
boerkaatje	=	boerka
boerkaban	noun	verbod om op bepaalde plaatsen gezichtsbedekkende kleding te dragen
boerkabannen	=	boerkaban
boerkaverbod	noun	wettelijk verbod om gezichtsbedekkende kledij te dragen wat in sommige Europese landen geldt
boerkaverboden	=	boerkaverbod
boerkaverbodje	=	boerkaverbod
boerkaverbodjes	=	boerkaverbod
boerkini	noun	zwempak voor moslima's, die het lichaam van top tot teen bedekt
boerkini's	=	boerkini
boerkinietje	=	boerkini
boerkinietjes	=	boerkini
boerkiniverbod	noun	een maatregel, vooral in Franse badplaatsen in 2016, die het dragen van de boerkini (een volledig bedekkend badpak voor moslimvrouwen) op stranden en soms in zwembaden verbiedt, vaak omwille van 'de seculiere aard van de openbare ruimte' of 'openbare orde'
boerkiniverboden	=	boerkiniverbod
boerkiniverbodje	=	boerkiniverbod
boerkiniverbodjes	=	boerkiniverbod
boernoes	noun	Noord-Afrikaanse mantel met een capuchon
boernoesen	=	boernoes
boeroeper	noun	toeschouwer die luidruchtig zijn ongenoegen laat blijken
boeroepers	=	boeroeper
boers	adj	weinig beschaafd, weinig verfijnd
boersch	=	boers
boerse	=	boers
boerser	=	boers
boersere	=	boers
boersers	=	boers
boersheden	=	boersheid
boersheid	noun	de grofheid en stevigheid die bij een boer zou passen
boerst	=	boers
boerste	=	boers
boert	noun	scherts, grap, spot, grappigheid, mop, plaisanterie
boerten	=	boert
boerterij	noun|obsolete	verhaal dat niet helemaal ernstig bedoeld kan zijn
boerterijen	=	boerterij
boerterijtje	=	boerterij
boertery	=	boerterij
boertig	adj	min of meer grappig, maar op een doorgaans weinig beschaafde manier
boertige	=	boertig
boertiger	=	boertig
boertigere	=	boertig
boertigers	=	boertig
boertigs	=	boertig
boertigst	=	boertig
boertigste	=	boertig
boertje	=	boer
boertjes	=	boer
boes	noun	deel van een koestal, waar de koeien met hun achterpoten staan
boesje	=	boes
boesjes	=	boes
boestring	noun	gedroogde en gezouten haring
boestrings	=	boestring
boestrinkje	=	boestring
boestrinkjes	=	boestring
boet	=	boeten
boete	noun	een bedrag dat je moet betalen als je een overtreding hebt begaan
boetebeding	noun	deel van een overeenkomst waarin staat dat men geld moet betalen als men zich niet aan een afspraak houdt
boetebedingen	=	boetebeding
boetebedingetje	=	boetebeding
boetebedingetjes	=	boetebeding
boetebedrag	noun	de hoeveelheid geld die men als straf moete betalen
boetebedragen	=	boetebedrag
boetebeleid	noun	het beleid tav het uitdelen van boetes
boetebeleidje	=	boetebeleid
boetebeleidjes	=	boetebeleid
boeteclausule	noun	regeling in een contract dat iemand een hoeveelheid geld moet betalen als hij of zij het contract niet naleeft
boeteclausules	=	boeteclausule
boetedoening	noun	iets doen ter compensatie voor een morele of godsdienstige zonde
boetedoeningen	=	boetedoening
boetedoeninkje	=	boetedoening
boetedoeninkjes	=	boetedoening
boetegeld	noun	geld ontvangen door het opleggen van een financiële straf
boetegelden	=	boetegeld
boetekleden	=	boetekleed
boeteklederen	=	boetekleed
boetekleed	noun	gewaad waarin sommige boetelingen zich hullen
boetekleedje	=	boetekleed
boetekleedjes	=	boetekleed
boetekleren	=	boetekleed
boeteling	noun	iemand die boete doet
boetelinge	noun	vrouw die boete doet; schuldbewuste zondares
boetelingen	=	boeteling
boetelingensneeuw	noun	type sneeuwdek ontstaan door onregelmatig afsmelten
boetelinges	=	boetelinge
boetelingetje	=	boeteling
boetelingetjes	=	boeteling
boetemaatregel	noun	een regeling die mensen straft als ze een overtreding begaan
boetemaatregelen	=	boetemaatregel
boetemaatregels	=	boetemaatregel
boetemaatregeltje	=	boetemaatregel
boetemaatregeltjes	=	boetemaatregel
boeten	verb	~ voor: straf ondergaan, nadeel ondervinden van een foute handeling
boetend	=	boeten
boetende	=	boeten
boeteoplegging	noun	het opleggen van een geldboete door een bevoegde instantie (zoals een overheidsinstantie, rechter of toezichthouder) als straf voor het overtreden van regels of wetten
boeteopleggingen	=	boeteoplegging
boeteoplegginkje	=	boeteoplegging
boeteoplegginkjes	=	boeteoplegging
boetepolis	noun	verzekering tegen verkeersboetes
boetepolissen	=	boetepolis
boetepreek	noun	vermanende preek door een dominee of priester
boetepreekje	=	boetepreek
boetepreekjes	=	boetepreek
boetepreken	=	boetepreek
boeter	noun	iemand die netten maakt of herstelt
boeterente	noun	geld dat men moet betalen als men een hypotheek vervroegd aflost
boeterenten	=	boeterente
boeterentes	=	boeterente
boeters	=	boeter
boetes	=	boete
boetestelsel	noun	de manier waarop men boetes oplegt
boetestelsels	=	boetestelsel
boetesysteem	noun	methode waarop men mensen die de wet overtreden een financiële straf oplegt
boetesystemen	=	boetesysteem
boetetarief	noun	extra hoog tarief dat men moet betalen als men iets doet wat niet de bedoeling is of iets dat verboden is
boetetarieven	=	boetetarief
boetetje	=	boete
boetetjes	=	boete
boetevergrijp	noun	een wetsovertreding die wordt bestraft met ten hoogste een boete
boetevergrijpen	=	boetevergrijp
boetevergrijpje	=	boetevergrijp
boetevergrijpjes	=	boetevergrijp
boetevrij	adj	zonder geldelijke vergoeding een afspraak niet hoeven na te komen
boetevrije	=	boetevrij
boetevrijer	=	boetevrij
boetevrijere	=	boetevrij
boetevrijers	=	boetevrij
boetevrijs	=	boetevrij
boetevrijst	=	boetevrij
boetevrijste	=	boetevrij
boetiek	noun	kleine winkel met modieuze artikelen (vaak een kledingwinkel)
boetieken	=	boetiek
boetiekhotel	noun	een populaire term voor een hotel dat een luxueuze, eigenzinnige maar ook intieme sfeer heeft en vaak niet behoort tot een hotelketen
boetiekhotels	=	boetiekhotel
boetiekje	=	boetiek
boetiekjes	=	boetiek
boetieks	=	boetiek
boetpredicatie	noun	preek waarin gelovigen wordt voorgehouden welke verkeerde dingen zij hebben gedaan en hoe ze dat weer goed moeten maken
boetpredicaties	=	boetpredicatie
boetpredikatie	=	boetpredicatie
boetpreek	noun	vermanende preek door een dominee of priester
boetpreekje	=	boetpreek
boetpreekjes	=	boetpreek
boetpreken	=	boetpreek
boetprocessie	noun	een processie die door een stad of dorp uitgaat als uiting van boetvaardigheid van de gemeenschap ten opzichte van God, van wie vergeving wordt gevraagd.
boetprocessies	=	boetprocessie
boetprocessietje	=	boetprocessie
boetprocessietjes	=	boetprocessie
boetpsalm	noun	een van de psalmen 6, 32, 38, 51, 102, 130, 143
boetpsalmen	=	boetpsalm
boetseer	=	boetseren
boetseerde	=	boetseren
boetseerden	=	boetseren
boetseerklei	noun	klei waarmee je een voorbeeld voor een beeldhouwwerk kunt maken, klei die op school gebruikt wordt bij handenarbeid
boetseert	=	boetseren
boetsere	=	boetseren
boetseren	verb	het (kunstzinnig) vormen van kneedbaar materiaal (vaak klei)
boetserend	=	boetseren
boetserende	=	boetseren
boetstraffelijk	adj	boete opleggend
boetstraffelijke	=	boetstraffelijk
boetstraffelijker	=	boetstraffelijk
boetstraffelijkere	=	boetstraffelijk
boetstraffelijkers	=	boetstraffelijk
boetstraffelijks	=	boetstraffelijk
boetstraffelijkst	=	boetstraffelijk
boetstraffelijkste	=	boetstraffelijk
boette	=	boeten
boetten	=	boeten
boetvaardig	adj	bereid om boete te doen als men een fout heeft gemaakt
boetvaardige	=	boetvaardig
boetvaardiger	=	boetvaardig
boetvaardigere	=	boetvaardig
boetvaardigers	=	boetvaardig
boetvaardigs	=	boetvaardig
boetvaardigst	=	boetvaardig
boetvaardigste	=	boetvaardig
boeven	=	boef
boevenbende	noun	groep misdadigers
boevenbenden	=	boevenbende
boevenbendes	=	boevenbende
boevenpak	noun	standaardkleding van een gevangene
boevenpakje	=	boevenpak
boevenpakjes	=	boevenpak
boevenpakken	=	boevenpak
boevenstaat	noun	staat (meestal dictatuur) zonder rechtsprincipes
boevenstaten	=	boevenstaat
boevenstuk	noun	gemene daad, misdaad
boevenstukje	=	boevenstuk
boevenstukjes	=	boevenstuk
boevenstukken	=	boevenstuk
boeventaal	noun	specifieke taal die criminelen onder elkaar zouden gebruiken
boeventaaltje	=	boeventaal
boeventaaltjes	=	boeventaal
boeventalen	=	boeventaal
boeventronie	noun	een ongunstig uiterlijk wat zou wijzen op een misdadig karakter
boeventronies	=	boeventronie
boeverij	noun	misdadige handeling verricht door een boef
boeverijen	=	boeverij
boezel	noun	keukenschort gedragen om de kleding tegen morsen te beschermen
boezelaar	noun	keukenschort gedragen om de kleding tegen morsen te beschermen
boezelaars	=	boezelaar
boezelaarster	noun	vrouw die altijd aan het opruimen is
boezelaarsters	=	boezelaarster
boezelaartje	=	boezelaar
boezelaartjes	=	boezelaar
boezels	=	boezel
boezeltje	=	boezel
boezeltjes	=	boezel
boezem	noun	bovendeel van het voorlijf
boezemde	=	boezemen
boezemen	verb|obsolete	onderzoeken, speuren naar de dader van een kwalijke zaak
boezemend	=	boezemen
boezemende	=	boezemen
boezemfibrilleer	=	boezemfibrilleren
boezemfibrilleren	verb	een hartritmestoornis waarbij de boezems (atria) van het hart niet meer zoals normaal samentrekken na een ontlading van de sinusknoop maar veel te snel en onregelmatig samentrekken
boezemfibrillerend	=	boezemfibrilleren
boezemfibrillerende	=	boezemfibrilleren
boezemgebied	noun	al het land dat zijn polderwater op een bepaalde boezem loost
boezemgebieden	=	boezemgebied
boezemgebiedje	=	boezemgebied
boezemgebiedjes	=	boezemgebied
boezemkade	noun	een langs een water (de boezem) gelegen dijk die moet voorkomen dat de boezem bij hoog water het achtergelegen land binnenstroomt
boezemkades	=	boezemkade
boezemkadetje	=	boezemkade
boezemkadetjes	=	boezemkade
boezemland	noun	niet-ingepolderd land dat zonder bemaling zijn afwatering op een boezem heeft
boezemlanden	=	boezemland
boezemmaas	noun	de nauwste maas bij meerwandige netten
boezemmaasje	=	boezemmaas
boezemmaasjes	=	boezemmaas
boezemmazen	=	boezemmaas
boezemmeer	noun	meer dat als boezem voor een polder of een rivier dient
boezemmeren	=	boezemmeer
boezempeil	noun	gewenste waterstand in een boezemwater
boezempeilen	=	boezempeil
boezempje	=	boezem
boezempjes	=	boezem
boezems	=	boezem
boezemvriend	noun	een persoon met wie men een diepe verwantschap ervaart op het gebied van vriendschap.
boezemvrienden	=	boezemvriend
boezemvriendin	noun	een vrouw waarmee men een innige vriendschapsband heeft
boezemvriendinnen	=	boezemvriendin
boezemvriendinnetje	=	boezemvriendin
boezemvriendje	=	boezemvriend
boezemvriendjes	=	boezemvriend
boezemvrind	=	boezemvriend
boezemvrindin	=	boezemvriendin
boezemwater	noun	overtollig water dat in een polderboezem verzameld wordt om uitgewaterd te worden
boezemwateren	=	boezemwater
boezemwees	noun|obsolete	kind dat geboren is na het overlijden van de biologische vader
boezemweesje	=	boezemwees
boezemweesjes	=	boezemwees
boezemwezen	=	boezemwees
boezen	=	boes
boezeroen	noun	arbeiders hemd van grof linnen meestal blauw gekleurd met lange mouwen
boezeroenen	=	boezeroen
boezeroens	=	boezeroen
boezeroentje	=	boezeroen
boezeroentjes	=	boezeroen
bof	noun	geluk, mazzel
bofbelasting	noun	belasting op onverwacht hoge bedrijfswinst die het gevolg is van geopolitieke of maatschappelijke ontwikkelingen
bofbelastingen	=	bofbelasting
boffe	=	boffen
boffen	verb	geluk hebben
boffend	=	boffen
boffende	=	boffen
boffer	noun	iemand wie alles meezit, een bofkont
bofferd	noun	iemand die boft
bofferdje	=	bofferd
bofferdjes	=	bofferd
bofferds	=	bofferd
boffers	=	boffer
boffertje	=	boffer
bofje	=	bof
bofjes	=	bof
bofkip	noun	vegetarische kip
bofkippen	=	bofkip
bofkont	noun|informal	iemand die onwaarschijnlijk veel geluk heeft, een boffer
bofkonten	=	bofkont
bofkontje	=	bofkont
bofkontjes	=	bofkont
boft	=	boffen
bofte	=	boffen
boften	=	boffen
bofvirus	noun	paramyxovirus virus dat de bof (ontsteking van de grote speekselklier onder het oor) veroorzaakt bij de mens
bofvirussen	=	bofvirus
bogaard	noun	boomgaard
bogaarden	=	bogaard
bogaards	=	bogaard
boge	=	bogen
bogen	verb	~ op: erkenning opeisen voor iets
bogend	=	bogen
bogende	=	bogen
bogerd	=	boomgaard
bogey	noun	golfterm: dat de speler voor een hole één slag meer nodig heeft dan de standaardscore
bogeys	=	bogey
bogie	noun	draaibaar onderstel van een locomotief of wagon met één of meer paren wielen
bogies	=	bogie
bogotaan	noun	een inwoner van Bogota, of iemand afkomstig uit Bogota
bogotaans	adj	op Bogota betrekking hebbend
bogotaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bogota, of een vrouw afkomstig uit Bogota
bogotaansen	=	bogotaanse
bogotanen	=	bogotaan
bogotawaterral	noun	Rallus semiplumbeus een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
bogotawaterrallen	=	bogotawaterral
bogotawaterralletje	=	bogotawaterral
bogotawaterralletjes	=	bogotawaterral
boheems	adj	op Bohemen betrekking hebbend
boheemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bohemen, of een vrouw afkomstig uit Bohemen
boheemsen	=	boheemse
boheemser	=	boheems
boheemsere	=	boheems
boheemsers	=	boheems
boheemst	=	boheems
boheemste	=	boheems
bohemer	noun	iemand zonder vaste woon- of verblijfplaats; iemand met een ongeregelde levenswijze
bohemerin	noun	een vrouwelijke inwoner van Bohemen, of een vrouw afkomstig uit Bohemen
bohemerinnen	=	bohemerin
bohemers	=	bohemer
bohemien	noun	iemand met een ongeregeld bestaan en meestal weinig inkomen uit artistiek of intellectueel werk
bohemienne	noun	vrouwelijke artiest of intellectueel die een ongebonden leven leidt
bohemiennes	=	bohemienne
bohemiens	=	bohemien
boho	adj	in zigeunerstijl gemaakt
boho's	=	boho
boholhoningzuiger	noun	Aethopyga decorosa een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
boholhoningzuigers	=	boholhoningzuiger
boholhoningzuigertje	=	boholhoningzuiger
boholhoningzuigertjes	=	boholhoningzuiger
bohorrietbok	noun	Redunca redunca een middelgrote antilope uit het geslacht der rietbokken (Redunca)
bohorrietbokje	=	bohorrietbok
bohorrietbokjes	=	bohorrietbok
bohorrietbokken	=	bohorrietbok
bohrium	noun	scheikundig element met symbool Bh en atoomnummer 107.
bohriumatomen	=	bohriumatoom
bohriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element bohrium.
bohriumatoompje	=	bohriumatoom
bohriumatoompjes	=	bohriumatoom
bohème	noun	iemand die als artiest zich niet houdt aan de kleinburgerlijke normen en waarden
bohémien	=	bohemien
boiler	noun	toestel voor warmwatervoorziening met een reservoir
boilerroom	noun	legitiem lijkende tijdelijke organisatie van criminelen die mensen via agressieve marketing verleidt hun geld te steken in projecten die niet echt bestaan
boilerroomfraude	noun	een poging iemand te laten investeren in een waardeloos project door hem of haar telefonisch te benaderen met een praatje over een unieke kans om met weinig moeite veel te verdienen
boilerroomfraudes	=	boilerroomfraude
boilerroomfraudetje	=	boilerroomfraude
boilerroomfraudetjes	=	boilerroomfraude
boilerroompraktijk	noun	oplichting waarbij criminelen zich gedurende een beperkte tijd voordoen als een legitieme onderneming waarin mensen hun geld kunnen belegen
boilerroompraktijken	noun	oplichting waarbij criminelen zich gedurende een beperkte tijd voordoen als een legitieme onderneming waarin mensen hun geld kunnen belegen
boilerrooms	=	boilerroom
boilers	=	boiler
boilertje	=	boiler
boilertjes	=	boiler
boing	intj	geluid van iets dat stoot of valt
bojaar	noun	adellijk grootgrondbezitter in de Slavische landen vanaf de 10e eeuw tot de revoluties
bojaren	=	bojaar
bojo	noun	afkeurenswaardig persoon, druktemaker
bojo's	=	bojo
bojootje	=	bojo
bojootjes	=	bojo
bok	noun	mannelijke geit	intj	uitroep aan het eind van een zin als iemand met z'n mond vol tanden staat
bokaal	noun	groot sierglas of sierbeker op een voet waaruit meerdere mensen kunnen drinken
bokaalkluifzwam	noun	Helvella acetabulum een schimmel uit de familie Helvellaceae.
bokaalkluifzwammen	=	bokaalkluifzwam
bokaalkluifzwammetje	=	bokaalkluifzwam
bokaalkluifzwammetjes	=	bokaalkluifzwam
bokaaltje	=	bokaal
bokaaltjes	=	bokaal
bokalen	=	bokaal
bokashi	noun	bepaald toestel om door gisting uit organisch afval compost te maken
bokashi's	=	bokashi
bokbier	=	bockbier
boke	=	bo
bokeh	noun	de esthetische kwaliteit van de onscherpte in de delen van een foto die niet scherp zijn, zoals de achtergrond
bokes	=	bo
bokitoproof	adj	bestand tegen (de gevolgen van) vernielzuchtig gedrag (van dieren) en vandalisme (van mensen)
bokitoproofs	=	bokitoproof
bokje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort watervogel, Lymnocryptes minimus uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae)
bokjes	=	bok
bokke	=	bokken
bokkebaard	=	bokkenbaard
bokken	verb	mokken omdat men zich verongelijkt voelt	noun	Caprinae (of geitachtigen) een onderfamilie uit de familie der holhoornigen (Bovidae), waartoe onder andere de geiten, schapen, gemzen en de muskusos behoren.
bokkenbaard	noun	baard van een bok
bokkenbaarden	=	bokkenbaard
bokkenbaardje	=	bokkenbaard
bokkenbaardjes	=	bokkenbaard
bokkend	=	bokken
bokkende	=	bokken
bokkenees	noun	bokkinees
bokkeneesje	=	bokkenees
bokkeneesjes	=	bokkenees
bokkenezen	=	bokkenees
bokkenlul	noun	geslachtsorgaan van een bok
bokkenlullen	=	bokkenlul
bokkennoot	noun	Caryocar glabrum een boomsoort van Zuid-Amerika
bokkennootje	=	bokkennoot
bokkennootjes	=	bokkennoot
bokkennoten	=	bokkennoot
bokkenoot	=	bokkennoot
bokkenorchis	noun	bepaald soort orchidee, Himantoglossum hircinum
bokkenorchissen	=	bokkenorchis
bokkenpoot	noun	elk van de vier ledematen van een mannelijke geit of hert
bokkenpootje	noun	alleen verkleinwoord cilindervormig koekje, waarvan de uiteinden in chocolade gedompeld zijn
bokkenpootjes	=	bokkenpootje
bokkenpoten	=	bokkenpoot
bokkenpruik	noun|figurative	alleen in de ~ ophebben: slecht gehumeurd zijn
bokkenpruiken	=	bokkenpruik
bokkenpruikje	=	bokkenpruik
bokkenpruikjes	=	bokkenpruik
bokkenrijder	noun	berijder van een bok [1]
bokkenrijders	=	bokkenrijder
bokkensprong	noun	de sprong van een bok
bokkensprongen	=	bokkensprong
bokkensprongetje	=	bokkensprong
bokkenvel	noun	de huid van een bok waar men leer van kan maken
bokkenvellen	=	bokkenvel
bokkenvelletje	=	bokkenvel
bokkenvelletjes	=	bokkenvel
bokkepoot	=	bokkenpoot
bokkesprong	=	bokkensprong
bokkig	adj	onhandelbaar, onwillig, tegendraads, tegenstrevend, dwars, eigenwijs, recalcitrant
bokkige	=	bokkig
bokkiger	=	bokkig
bokkigere	=	bokkig
bokkigers	=	bokkig
bokkigs	=	bokkig
bokkigst	=	bokkig
bokkigste	=	bokkig
bokkin	=	bok
bokkinees	noun	wonderlijke 'bokkige' snuiter
bokkinezen	=	bokkinees
bokking	noun	gerookte en gezouten haring
bokkingen	=	bokking
bokkinkje	=	bokking
bokkinkjes	=	bokking
bokmakierieklauwier	noun	Telophorus zeylonus een vogel uit de familie der Malaconotidae
bokmakierieklauwieren	=	bokmakierieklauwier
bokmakierieklauwiertje	=	bokmakierieklauwier
bokmakierieklauwiertjes	=	bokmakierieklauwier
bokpaal	noun	dubbele telegraafpaal in de vorm van een A
bokpaaltje	=	bokpaal
bokpaaltjes	=	bokpaal
bokpalen	=	bokpaal
boks	noun	ruim zittende broek
boksautomaat	noun	populaire amusementsmachine die de kracht en snelheid van een stoot meet
boksautomaatje	=	boksautomaat
boksautomaatjes	=	boksautomaat
boksautomaten	=	boksautomaat
boksbaard	noun	Tragopogon porrifolius plant uit de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae).
boksbaarden	=	boksbaard
boksbaardje	=	boksbaard
boksbaardjes	=	boksbaard
boksbaardvlinder	noun	Amphipyra tragopoginis een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
boksbaardvlinders	=	boksbaardvlinder
boksbaardvlindertje	=	boksbaardvlinder
boksbaardvlindertjes	=	boksbaardvlinder
boksbal	noun	een bal waar men tegenaan kan boksen als bokstraining
boksbalautomaat	noun	populaire amusementsmachine die de kracht en snelheid van een stoot meet
boksbalautomaatje	=	boksbalautomaat
boksbalautomaatjes	=	boksbalautomaat
boksbalautomaten	=	boksbalautomaat
boksballen	=	boksbal
boksbalmachientje	=	boksbalmachine
boksbalmachientjes	=	boksbalmachine
boksbalmachine	noun	populaire amusementsmachine die de kracht en snelheid van een stoot meet
boksbalmachines	=	boksbalmachine
boksbalmachinetje	=	boksbalmachine
boksbalmachinetjes	=	boksbalmachine
boksbeugel	noun	een gevechtswapen bestaande uit een stuk ijzer dat men gebruikt om mee te slaan
boksbeugels	=	boksbeugel
boksbeugeltje	=	boksbeugel
boksbond	noun	vereniging waar boksclubs lid van zijn en die opkomt voor de belangen van de bokssport
boksbonden	=	boksbond
bokscarrière	noun	de loopbaan van een bokser
bokscarrières	=	bokscarrière
boksclub	noun	vereniging waar de leden de bokssport beoefenen
boksclubje	=	boksclub
boksclubjes	=	boksclub
boksclubs	=	boksclub
boksdoorn	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lycium uit de nachtschadefamilie (Solanaceae)
boksdoornmeeldauw	noun	een schimmel Arthrocladiella mougeotii behorend tot de familie Erysiphaceae.
boksdoornmeeldauwtje	=	boksdoornmeeldauw
boksdoornmeeldauwtjes	=	boksdoornmeeldauw
boksdoorns	=	boksdoorn
boksdoorntje	=	boksdoorn
boksdoorntjes	=	boksdoorn
bokse	=	boksen
boksen	verb	vuistvechten als sport	noun	een tactische vechtsport
boksend	=	boksen
boksende	=	boksen
bokser	noun	een persoon die het boksen beoefent
boksers	=	bokser
boksertje	noun	alleen verkleinwoord Diogenes pugilator een tienpotigensoort uit de familie van de Diogenidae.
boksertjes	=	bokser
bokserwaterzweefvlieg	noun	Anasimyia interpuncta een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bokserwaterzweefvliegen	=	bokserwaterzweefvlieg
bokserwaterzweefvliegje	=	bokserwaterzweefvlieg
bokserwaterzweefvliegjes	=	bokserwaterzweefvlieg
boksfilm	noun	film die het boksen en de boksers als belangrijkste onderwerp heeft
boksfilms	=	boksfilm
boksgala	noun	feestelijke bijeenkomst met meerdere bokspartijen
boksgala's	=	boksgala
bokshandschoen	noun	handschoen die gedragen moet worden tijdens het boksen
bokshandschoenen	=	bokshandschoen
bokshandschoentje	=	bokshandschoen
bokshandschoentjes	=	bokshandschoen
bokshoorn	noun	elk van de twee puntiɡe uitsteeksels op de kop van een mannelijke ɡeit
bokshoornklaver	noun	Trigonella foenum-graecum
bokshoornklavers	=	bokshoornklaver
bokshoornklavertje	=	bokshoornklaver
bokshoornklavertjes	=	bokshoornklaver
bokshoorns	=	bokshoorn
bokshoorntje	=	bokshoorn
bokshoorntjes	=	bokshoorn
bokshoren	=	bokshoorn
boksijzer	noun	boksbeugel
boksijzers	=	boksijzer
boksijzertje	=	boksijzer
boksijzertjes	=	boksijzer
boksje	=	boks
bokskampioen	noun	persoon die een kampioenschap met boksen heeft gewonnen
bokskampioenen	=	bokskampioen
bokslegende	noun	beroemde bokser uit het verleden
bokslegenden	=	bokslegende
bokslegendes	=	bokslegende
boksmachientje	=	boksmachine
boksmachientjes	=	boksmachine
boksmachine	noun	populaire amusementsmachine die de kracht en snelheid van een stoot meet
boksmachines	=	boksmachine
boksmachinetje	=	boksmachine
boksmachinetjes	=	boksmachine
boksmatch	noun	evenement waarbij twee personen als sportieve krachtmeting volgens regels met elkaar op de vuist gaan
boksmatchen	=	boksmatch
boksmatches	=	boksmatch
boksnuitkever	noun	kever uit de familie Anthribidae van kevers.
boksnuitkevers	noun	Anthribidae een familie van kevers van maximaal 15mm gemiddelde grootte.
boksnuitkevertje	=	boksnuitkever
boksnuitkevertjes	=	boksnuitkever
bokspaal	noun	vrijstaand trainingshulpmiddel dat ideaal is voor thuisgebruik omdat het geen gaten in muren of plafonds vereist
bokspaaltje	=	bokspaal
bokspaaltjes	=	bokspaal
bokspalen	=	bokspaal
bokspartij	noun	vechtpartij met de vuisten
bokspartijen	=	bokspartij
bokspartijtje	=	bokspartij
bokspartijtjes	=	bokspartij
bokspoot	noun	poot van een bok
bokspootje	=	bokspoot
bokspootjes	=	bokspoot
bokspootplatbek	noun	Heringia latitarsis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bokspootplatbekje	=	bokspootplatbek
bokspootplatbekjes	=	bokspootplatbek
bokspootplatbekken	=	bokspootplatbek
bokspoten	=	bokspoot
bokspring	=	bokspringen
bokspringen	verb	een spel of gymnastiekoefening waarbij men op beide handen steunend op een voorwerp of spelgenoot over dit voorwerp of deze speelgenoot heenspringt waarbij de benen aan weerszijden dit voorwerp passeren
bokspringend	=	bokspringen
bokspringende	=	bokspringen
boksring	noun	met touwen afgezet vierkant waarin een bokswedstrijd plaatsvindt
boksringen	=	boksring
boksscholen	=	boksschool
boksschool	noun	instituut waar je bokstraining kunt krijgen
boksschooltje	=	boksschool
boksschooltjes	=	boksschool
bokssport	noun	een vechtspoort waarbij met elkaar met de gebalde vuist stompt
bokssporten	=	bokssport
boksster	noun	vrouwelijke bokser
bokssters	=	boksster
bokst	=	boksen
bokste	=	boksen
boksten	=	boksen
boksvoet	noun	insteekijzer, koevoet, klauw
boksvoeten	=	boksvoet
boksvoetje	=	boksvoet
boksvoetjes	=	boksvoet
bokswedstrijd	noun	de keer dat twee beoefenaren van de bokssport met elkaar boksen
bokswedstrijden	=	bokswedstrijd
bokswedstrijdje	=	bokswedstrijd
bokswedstrijdjes	=	bokswedstrijd
bokszak	noun	een zware zak waar men als training tegenaan kan slaan met bokshandschoenen
bokszakhouder	noun	een vrijstaand frame waaraan je een bokszak kunt ophangen zonder dat je gaten in het plafond of de muur hoeft te boren
bokszakhouders	=	bokszakhouder
bokszakhoudertje	=	bokszakhouder
bokszakhoudertjes	=	bokszakhouder
bokszakken	=	bokszak
bokszakstandaard	noun	een vrijstaand frame waaraan je een bokszak kunt ophangen zonder dat je gaten in het plafond of de muur hoeft te boren
bokszakstandaarden	=	bokszakstandaard
bokszakstandaardje	=	bokszakstandaard
bokszakstandaardjes	=	bokszakstandaard
bokszakstandaards	=	bokszakstandaard
bokt	=	bokken
bokte	=	bokken
bokten	=	bokken
boktor	noun	grote kever met lange voelsprieten uit de familie Cerambycidae
boktorren	noun	Cerambycidae een familie uit de orde kevers
boktorretje	=	boktor
boktorretjes	=	boktor
bokvis	noun	straalvinnige vis Boops boops uit de familie van zeebrasems Sparidae
bokvisje	=	bokvis
bokvisjes	=	bokvis
bokvissen	=	bokvis
bokwa	noun	fitness waarbij men met de voeten als het ware cijfers en letters op de vloer danst
bol	noun	driedimensionaal lichaam, begrensd door een gebogen oppervlak waarvan alle punten even ver verwijderd zijn van het middelpunt, sfeer	adj	een glooiende uitstulping in een oppervlak vormend
bolakker	noun	een akker die in het midden hoger is dan aan de randen
bolakkers	=	bolakker
bolbaak	noun	baak met een bol erop
bolbaakje	=	bolbaak
bolbaakjes	=	bolbaak
bolbaan	noun	baan geschikt voor het spelen van krulbollen
bolbaken	=	bolbaak
bolbanen	=	bolbaan
bolbliksem	noun	een helder oplichtend bolvormig object met een diameter van maximaal 40 centimeter, dat soms waargenomen wordt in de buurt van een blikseminslag en dan gedurende meerdere seconden zichtbaar is
bolbliksems	=	bolbliksem
bolcactus	noun	bolvormige cactus Melocactus macracanthos of Echinocactus Grusonii
bolcactusje	=	bolcactus
bolcactusjes	=	bolcactus
bolcactussen	=	bolcactus
bolcoördinaat	noun	een van de drie coördinaten r, θ en φ, zijnde de radiale afstand tot de oorsprong en de azimutale hoek en de klimming, die een elegante beschrijving vanuit een middelpunt in drie dimensies mogelijk maken
bolcoördinaten	=	bolcoördinaat
bolcoördinatenstelsel	noun	stelsel van bolcoördinaten
bolcoördinatenstelsels	=	bolcoördinatenstelsel
bolcoördinatenstelseltje	=	bolcoördinatenstelsel
bolcoördinatenstelseltjes	=	bolcoördinatenstelsel
bolde	=	bollen
bolden	=	bollen
bolder	noun	een stevig bevestigingspunt op een schip of de kade om een schip aan vast te leggen
bolderde	=	bolderen
bolderden	=	bolderen
boldere	=	bolderen
bolderen	verb	zich rammelend voortbewegen
bolderend	=	bolderen
bolderende	=	bolderen
bolderik	noun	Agrostemma githago een plant uit de anjerfamilie Caryophyllaceae
bolderiken	=	bolderik
bolderikje	=	bolderik
bolderkar	noun	een vierwielige (ongemotoriseerde) bak die wordt voortgetrokken aan een hendel vooraan
bolderkarren	=	bolderkar
bolderkarretje	=	bolderkar
bolderkarretjes	=	bolderkar
bolderpen	noun	zware ijzeren pen met bolvormige knop, in sluis- en kaaimuren bevestigd om daaraan schepen vast te meren
bolderpennen	=	bolderpen
bolders	=	bolder
boldert	=	bolderen
boldertje	=	bolder
boldertjes	=	bolder
bolderwagen	noun	een tweeassige kar, die met menskracht wordt voortgetrokken (meestal zonder vering en luchtbanden waardoor verplaatsing met lawaai gepaard gaat)
bolderwagens	=	bolderwagen
bolderwagentje	=	bolderwagen
bolderwagentjes	=	bolderwagen
bole	noun	bepaald zoet gebak
boleet	noun	benaming voor paddenstoelen uit het geslacht Boletus vlezige buiszwammen met een korte dikke steel
boleetje	=	boleet
boleetjes	=	boleet
boleettongsalamanders	noun	Bolitoglossa een geslacht van salamanders uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae)
bolero	noun	kort jasje (zonder mouwen) voor vrouwen
bolero's	=	bolero
bolerootje	=	bolero
bolerootjes	=	bolero
boles	=	bole
boleten	noun	een orde Boletales een botanische naam voor een orde van schimmels.
boletenzwartlijf	noun	Diaperis boleti een kever uit de familie zwartlijven (Tenebrionidae)
boletenzwartlijfje	=	boletenzwartlijf
boletenzwartlijfjes	=	boletenzwartlijf
boletenzwartlijven	=	boletenzwartlijf
boletri	noun	Manilkara bidentata rubberboom die balata als rubber levert
bolgewas	noun	gewas dat overwintert door in een al of niet ondergrondse bol, in feite een bolvormige ophoping van vlezige bladeren, voedsel op te slaan
bolgewasje	=	bolgewas
bolgewasjes	=	bolgewas
bolgewassen	=	bolgewas
bolheden	=	bolheid
bolheid	noun	het bolvormig zijn
bolhoed	noun	ronde, bolvormige hoed
bolhoedbreeksteeltje	noun	Conocybe apala een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae.
bolhoedbreeksteeltjes	=	bolhoedbreeksteeltje
bolhoeden	=	bolhoed
bolhoedje	=	bolhoed
bolhoedjes	=	bolhoed
bolhoop	noun	een bolvormige groep sterren zoals die in galactische halo's kunnen worden aangetroffen
bolhoopje	=	bolhoop
bolhoopjes	=	bolhoop
bolhopen	=	bolhoop
bolide	noun	zeer heldere meteoor
boliden	=	bolide
bolides	=	bolide
bolidetje	=	bolide
bolita	noun	bolletje met cocaïne dat men inslikt om het te kunnen smokkelen
bolita's	=	bolita
bolitaslikker	noun	een drugskoerier die drugs smokkelt via oraal, rectaal of vaginaal ingebrachte capsules
bolitaslikkers	=	bolitaslikker
bolivar	noun	munteenheid van Venezuela (eigenlijk Venezolaanse bolivar)
bolivars	=	bolivar
boliviaan	noun	een inwoner van Bolivia (ook Bolivië)
boliviaans	adj	op Bolivia (ook Bolivië) betrekking hebbend
boliviaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bolivia (ook Bolivië)
boliviaansen	=	boliviaanse
boliviaanser	=	boliviaans
boliviaansere	=	boliviaans
boliviaansers	=	boliviaans
boliviaanst	=	boliviaans
boliviaanste	=	boliviaans
boliviaantje	=	boliviaan
bolivianen	=	boliviaan
bolk	noun	benaming voor vissen uit het geslacht Trisopterus in de orde der kabeljauwachtigen
bolkaf	noun	restdelen van de vlasplant die men bijvoorbeeld gebruikt als paardenvoer
bolken	=	bolk
bolknak	noun	sigaar die bij de kop dikker is dan aan het andere eind
bolknakje	=	bolknak
bolknakjes	=	bolknak
bolknakken	=	bolknak
bolknaks	=	bolknak
bolkop	noun	de bolle kop van een schroef of pen die na inbrengen blijft uitsteken
bolkoppen	=	bolkop
bolkopruwborstje	noun	Erigonella ignobilis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bolkopruwborstjes	=	bolkopruwborstje
bolkopstruikdwergspin	noun	Entelecara congenera een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bolkopstruikdwergspinnen	=	bolkopstruikdwergspin
bolkopstruikdwergspinnetje	=	bolkopstruikdwergspin
bolkopstruikdwergspinnetjes	=	bolkopstruikdwergspin
bolkopvelddwergspin	noun	Oedothorax retusus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bolkopvelddwergspinnen	=	bolkopvelddwergspin
bolkopvelddwergspinnetje	=	bolkopvelddwergspin
bolkopvelddwergspinnetjes	=	bolkopvelddwergspin
bolland	noun	moerassig, veenachtig land
bollanden	=	bolland
bollandist	noun	lid van de vereniging van jezuïeten die zich bezighoudt met de levensbeschrijving van heiligen, door de jezuïet en hagiograaf Jean Bolland in 1643 begonnen
bollandisten	=	bollandist
bollandistje	=	bollandist
bollandistjes	=	bollandist
bollandje	=	bolland
bollandjes	=	bolland
bollard	noun	stevig paaltje om voertuigen te weren en dat in het wegdek kan verzinken op momenten dat toegang voor een voertuig wel gewenst is
bollards	=	bollard
bolle	=	bol
bollebof	noun	baas
bolleboffen	=	bollebof
bollebofs	=	bollebof
bolleboos	noun	iemand die ergens duidelijk in uitmunt, een zeer intelligent en/of handig/kundig persoon
bolleboosje	=	bolleboos
bolleboosjes	=	bolleboos
bollebozen	=	bolleboos
bolleke	noun	verkleinwoord voor hoofd
bollekes	=	bolleke
bollekestrui	=	bolletjestrui
bollen	verb	bol gaan staan
bollenasiel	noun	plaats waar men uitgebloeide bloembollen koel en droog kan bewaren voordat men ze weer opnieuw kan planten
bollenasielen	=	bollenasiel
bollenasiels	=	bollenasiel
bollend	adj	van iets dat het dikker en boller wordt
bollende	=	bollen
bollends	=	bollend
bollenkweker	noun	iemand die zich bezighoudt met het kweken van tulpen, narcissen of andere bolgewassen
bollenkwekers	=	bollenkweker
bollenkwekertje	=	bollenkweker
bollenkwekertjes	=	bollenkweker
bollenman	noun	man die zoete bollen (tijdens de schoolpauze) op straat verkoopt
bollenmannen	=	bollenman
bollenplanter	noun	werktuig dat een rond gat in de grond maakt met een geschikt omvang en diepte om een bloembol in te stoppen
bollenplanters	=	bollenplanter
bollenschuren	=	bollenschuur
bollenschuur	noun	schuur van een bloembollenkweker
bollenschuurtje	=	bollenschuur
bollenschuurtjes	=	bollenschuur
bollensector	noun	deel van het bedrijfsleven dat zich bezighoudt met de bollenteelt
bollensectoren	=	bollensector
bollensectors	=	bollensector
bollenstreek	noun	iedere streek waar bloembollen gekweekt worden
bollenstreken	=	bollenstreek
bollenteelt	noun	teelt van bloembollen
bollenteelten	=	bollenteelt
bollenveld	noun	akker waarop bloembollen worden gekweekt
bollenvelden	=	bollenveld
bollenveldje	=	bollenveld
bollenveldjes	=	bollenveld
bollenvrouw	noun	vrouw die zoete bollen (tijdens de schoolpauze) op straat verkoopt
bollenvrouwen	=	bollenvrouw
boller	=	bol
bollere	=	bol
bollers	=	bol
bolletje	noun	alleen verkleinwoord zacht broodje in de vorm van een bol
bolletjes	=	bol
bolletjeskers	noun	Cardamine bulbifera een overblijvende plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
bolletjeskersen	=	bolletjeskers
bolletjeskersje	=	bolletjeskers
bolletjeskersjes	=	bolletjeskers
bolletjeskolen	=	bolletjeskool
bolletjeskool	noun	een geslacht Crambe uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
bolletjeskooltje	=	bolletjeskool
bolletjeskooltjes	=	bolletjeskool
bolletjeslepel	noun	een lepel die een bolletje van het opgelepelde maakt
bolletjeslepels	=	bolletjeslepel
bolletjespeermos	noun	Pohlia bulbifera een mossoort uit de sterrenmosfamilie (Mniaceae).
bolletjespeermosje	=	bolletjespeermos
bolletjespeermosjes	=	bolletjespeermos
bolletjespeermossen	=	bolletjespeermos
bolletjesplastic	noun	doorzichtig en flexibel verpakkingsmateriaal van kunststof dat gebruikt wordt om breekbare voorwerpen in te pakken
bolletjesraket	noun	Rapistrum rugosum een kruidachtige plant uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae oftewel Brassicaceae).
bolletjesraketje	=	bolletjesraket
bolletjesraketjes	=	bolletjesraket
bolletjesraketten	=	bolletjesraket
bolletjesslikker	noun	een drugskoerier die drugs smokkelt via oraal, rectaal of vaginaal ingebrachte capsules
bolletjesslikkers	=	bolletjesslikker
bolletjesslikster	=	bolletjesslikker
bolletjestrui	noun	bergtrui in de Ronde van Frankrijk
bolletjestruien	=	bolletjestrui
bolletjestruitje	=	bolletjestrui
bolletjestruitjes	=	bolletjestrui
bolletjesvaren	noun	Onoclea sensibilis een varen uit de bolletjesvarenfamilie (Onocleaceae).
bolletjesvarenfamilie	noun	een familie Onocleaceae van varens met drie geslachten en vijf soorten.
bolletjesvarens	=	bolletjesvaren
bolletjesvarentje	=	bolletjesvaren
bolletjesvarentjes	=	bolletjesvaren
bolletrie	noun	Manilkara bidentata rubberboom die balata als rubber levert
bolletries	=	bolletrie
bollig	adj	met een ronde vorm die wat opgezwollen lijkt
bollige	=	bollig
bolliger	=	bollig
bolligere	=	bollig
bolligers	=	bollig
bolligs	=	bollig
bolligst	=	bollig
bolligste	=	bollig
bolling	noun	ronde vorm als van een bal
bollingen	=	bolling
bollinkje	=	bolling
bollinkjes	=	bolling
bollywoodfilm	noun	Indiase romantische film met veel dans en muziek
bollywoodfilmpje	=	bollywoodfilm
bollywoodfilmpjes	=	bollywoodfilm
bollywoodfilms	=	bollywoodfilm
bolo	noun	zoete Antilliaanse taart
bolo's	=	bolo
bologen	=	boloog
bolognees	noun	afkomstig uit Bologna	adj	op Bologna betrekking hebbend
bologneest	=	bolognees
bologneeste	=	bolognees
bolognese	noun	een vrouwelijke inwoner van Bologna, of een vrouw afkomstig uit Bologna
bolognesen	=	bolognees
bologneser	=	bolognees
bolognesere	=	bolognees
bolognesers	=	bolognees
bolognesesaus	noun	Italiaanse pastasaus met tomaten en gehakt
bolognesesausen	=	bolognesesaus
bolognesesauzen	=	bolognesesaus
bolognezer	noun	een inwoner van Bologna, of iemand afkomstig uit Bologna	adj	op Bologna betrekking hebbend
bolognezers	=	bolognezer
boloog	noun	dier met een bol oog
boloogje	=	boloog
boloogjes	=	boloog
boloppervlak	noun	het oppervlak van een bol gelijk zijnde aan: 4πr² (met r=straal van de bol)
boloppervlakken	=	boloppervlak
bolpuntpen	noun	een pen die met een bal of kogel de inkt op het papier overbrengt
bolpuntpennen	=	bolpuntpen
bolpuntpennetje	=	bolpuntpen
bolpuntpennetjes	=	bolpuntpen
bolrond	adj	met zowel de eigenschap van min of meer cirkelvormig te zijn als de eigenschap hebbend van min of meer bol te zijn
bolronde	=	bolrond
bolronder	=	bolrond
bolrondere	=	bolrond
bolronders	=	bolrond
bolronds	=	bolrond
bolrondst	=	bolrond
bolrondste	=	bolrond
bols	=	bol
bolsegment	noun	het lichaam dat ontstaat bij het snijden van een bol met twee evenwijdige vlakken: het gedeelte van de bol tussen de twee vlakken is het bolsegment
bolsegmenten	=	bolsegment
bolsegmentje	=	bolsegment
bolsegmentjes	=	bolsegment
bolsjevisme	noun	het Russisch communisme
bolsjewiek	noun	lid van een factie van de marxistische Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij (RSDAP) die zich afsplitsten van de mensjewistische factie bij het Tweede Partijcongres in 1903
bolsjewieken	=	bolsjewiek
bolsjewiekje	=	bolsjewiek
bolsjewisme	noun	het Russisch communisme
bolsjewist	noun	aanhanger van het bolsjewisme
bolsjewisten	=	bolsjewist
bolsjewistisch	adj	van, betreffende de bolsjewisten of het bolsjewisme
bolsjewistische	=	bolsjewistisch
bolsjewistischer	=	bolsjewistisch
bolsjewistischere	=	bolsjewistisch
bolsjewistischers	=	bolsjewistisch
bolspel	noun	Belgisch werpspel, met houten ronde schijven op een vlak onverhard omboord rechthoekig terrein.
bolspelen	=	bolspel
bolspellen	=	bolspel
bolspits	noun	torenspits met een bolvormige verbreding onder de top ook wel ui genaamd
bolspitsen	=	bolspits
bolst	=	bol
bolstaand	adj	van een vat dat de wanden bol naar buiten stand onder invloed van inwendige druk
bolstaande	=	bolstaand
bolstaands	=	bolstaand
bolste	=	bol
bolster	noun	ruwe huls van een noot of kastanje
bolsterde	=	bolsteren
bolsterden	=	bolsteren
bolstere	=	bolsteren
bolsteren	verb	peulvruchten van hun hulzen ontdoen
bolsterend	=	bolsteren
bolsterende	=	bolsteren
bolsters	=	bolster
bolstert	=	bolsteren
bolstertje	=	bolster
bolstertjes	=	bolster
bolt	=	bollen
boltrompetbomen	=	boltrompetboom
boltrompetboom	noun	Catalpa bignonioides 'Nana' een langzaam groeiende, ronde bolvormige dichtvertakte struik, die op hoogstam van Catalpa bignonioides wordt geënt
boltrompetboompje	=	boltrompetboom
boltrompetboompjes	=	boltrompetboom
boltzmannconstante	noun	k = 1,380 6505 (± 0,000 0024) · 10⁻²³ J K⁻¹ ::J voor joule ::K voor kelvin
boltzmannconstanten	=	boltzmannconstante
bolus	noun	bepaald zoet gebak, een soort koffiebroodje, bijvoorbeeld gemberbolus, of Zeeuwse bolus
bolusinjectie	noun	het in één keer inspuiten van een geneesmiddelendosis in het bloed
bolusinjecties	=	bolusinjectie
bolusinjectietje	=	bolusinjectie
bolusinjectietjes	=	bolusinjectie
bolusje	=	bolus
bolusjes	=	bolus
bolussen	=	bolus
bolvorm	noun	de vorm hebbend van een bol
bolvormen	=	bolvorm
bolvormig	adj	in de vorm van een bol
bolvormige	=	bolvormig
bolvormiger	=	bolvormig
bolvormigere	=	bolvormig
bolvormigers	=	bolvormig
bolvormigs	=	bolvormig
bolvormigst	=	bolvormig
bolvormigste	=	bolvormig
bolvormpje	=	bolvorm
bolvormpjes	=	bolvorm
bolwangig	adj	van een persoon dat deze bolle wangen heeft
bolwangige	=	bolwangig
bolwangiger	=	bolwangig
bolwangigere	=	bolwangig
bolwangigers	=	bolwangig
bolwangigs	=	bolwangig
bolwangigst	=	bolwangig
bolwangigste	=	bolwangig
bolwassing	noun	een boze opmerking omdat iemand wat fout heeft gedaan
bolwassingen	=	bolwassing
bolwassinkje	=	bolwassing
bolwassinkjes	=	bolwassing
bolwerk	noun	uitstekend gedeelte van een bastion of vesting
bolwerke	=	bolwerken
bolwerken	verb	kunnen uitvoeren
bolwerkend	=	bolwerken
bolwerkende	=	bolwerken
bolwerking	noun	effect van uitstulpingen in de kustverdediging
bolwerkingen	=	bolwerking
bolwerkje	=	bolwerk
bolwerkjes	=	bolwerk
bolwerkt	=	bolwerken
bolwerkte	=	bolwerken
bolwerkten	=	bolwerken
bolwoning	noun	een opvallend type experimentele woning in de vorm van een bol die op een sokkel of paal rust.
bolwoningen	=	bolwoning
bolwoninkje	=	bolwoning
bolwoninkjes	=	bolwoning
bolworm	noun	Taenia larve van de hersenblaasworm die draaiziekte bij schapen veroorzaakt
bolwormen	=	bolworm
bolzaad	noun	zaad dat voorkomt in de zaadbollen van o.a. de papaverplant
bolzaden	=	bolzaad
bom	noun	vernietigingstuig dat gevuld is met explosieven	adj	goed(e)
bom-moeder	=	bommoeder
bomaanslag	noun	terroristische aanval met een bom
bomaanslagen	=	bomaanslag
bomaanslagje	=	bomaanslag
bomaanslagjes	=	bomaanslag
bomaanval	noun	aanval met explosieven
bomaanvallen	=	bomaanval
bomalarm	noun	waarschuwing dat ergens een bom aanwezig is en dat die bom kan ontploffen
bomalarmen	=	bomalarm
bomauto	noun	auto geladen met explosieven gebruikt als wapen bij terroristische aanslagen
bomauto's	=	bomauto
bomautootje	=	bomauto
bomautootjes	=	bomauto
bombam	noun	klok die kan worden geluid	intj	weergaven van het geluid van een luidende klok
bombarde	noun	middeleeuws kanon om stenen kogels weg te schieten
bombardeer	=	bombarderen
bombardeerde	=	bombarderen
bombardeerden	=	bombarderen
bombardeerkever	noun	insect uit de geslacht Brachinus van kevers uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bombardeerkevers	noun	Brachinus een geslacht van kevers uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bombardeerkevertje	=	bombardeerkever
bombardeerkevertjes	=	bombardeerkever
bombardeert	=	bombarderen
bombardement	noun	beschieting met bommen, het werpen van bommen
bombardementen	=	bombardement
bombardementje	=	bombardement
bombardementjes	=	bombardement
bombardementsvliegtuig	noun	een vliegtuig dat bommen werpt
bombardementsvliegtuigen	=	bombardementsvliegtuig
bombardementsvliegtuigje	=	bombardementsvliegtuig
bombardementsvliegtuigjes	=	bombardementsvliegtuig
bombardementsvlucht	noun	vliegreis waarbij men bommen op een doelwit laat vallen
bombardementsvluchten	=	bombardementsvlucht
bombarden	=	bombarde
bombardere	=	bombarderen
bombarderen	verb	bommen of andere projectielen afvuren op iets of iemand
bombarderend	=	bombarderen
bombarderende	=	bombarderen
bombardes	=	bombarde
bombardeur	noun	bommenwerper (vliegtuig)
bombardeurs	=	bombardeur
bombardeurtje	=	bombardeur
bombardeurtjes	=	bombardeur
bombardon	noun	tuba die doorgaans in Es gestemd is
bombardonnetje	=	bombardon
bombardons	=	bombardon
bombarie	noun	nodeloos lawaai en nodeloze ophef
bombariemaker	noun	persoon die veel drukte maakt
bombariemakers	=	bombariemaker
bombast	noun	gezwollen, hoogdravende taal
bombastisch	adj	vol bombast, hoogdravend
bombastische	=	bombastisch
bombastischer	=	bombastisch
bombastischere	=	bombastisch
bombastischers	=	bombastisch
bombazijn	noun	een sterke, geweven textielstof met een kruiskeperbinding (twill).
bombazijnen	adj	van bombazijn gemaakt
bombeer	=	bomberen
bombeerde	=	bomberen
bombeerden	=	bomberen
bombeert	=	bomberen
bombel	noun	klein knalvuurwerk
bombels	=	bombel
bombeltijd	noun	tijdsbestek dat men vuurwerk mag afsteken
bomber	noun	vliegtuig dat bommen kan afwerpen
bomberdere	=	bombarderen
bomberderen	=	bombarderen
bomberderend	=	bombarderen
bombere	=	bomberen
bomberen	verb	bol maken
bomberend	=	bomberen
bomberende	=	bomberen
bomberjack	noun	een korte, sportieve jas van het type dat oorspronkelijk in de jaren '50 en '60 is ontwikkeld als kleding voor piloten van de Amerikaanse luchtmacht en de Amerikaanse marine
bomberjacks	=	bomberjack
bombers	=	bomber
bombogenese	noun	zeer snelle luchtdrukdaling van meer dan 24 millibar in minder dan 24 uur in een lagedrukgebied waardoor heftige stormen ontstaan
bombox	noun	metalen doos die een machine beschermt tegen exploderende bommen
bomboxen	=	bombox
bombrief	noun	een brief die explodeert wanneer men hem opent
bombriefje	=	bombrief
bombriefjes	=	bombrief
bombrieven	=	bombrief
bomcheck	noun	controle op de aanwezigheid van bommen
bomchecke	=	bomchecken
bomchecken	verb	controleren op de aanwezigheid van bommen
bomcheckend	=	bomchecken
bomcheckende	=	bomchecken
bomchecks	=	bomcheck
bomcheckt	=	bomchecken
bomcheckte	=	bomchecken
bomcheckten	=	bomchecken
bomcontainer	noun	een container of big bag die specifiek wordt gebruikt voor het afvoeren van een gemixte stroom van grofvuil en tuinafval
bomcontainers	=	bomcontainer
bomcontainertje	=	bomcontainer
bomcontainertjes	=	bomcontainer
bomcyclonen	=	bomcycloon
bomcycloon	noun	orkaan buiten de tropen die zich zeer snel ontwikkelt met een verwoestend effect
bomdatabank	noun	officieel register met alle aan bommen en bommeldingen gerelateerde gegevens
bomdatabanken	=	bomdatabank
bomdatabase	noun	officiele gegevensverzameling betreffende explosieven en bomaanslagen
bomdatabases	=	bomdatabase
bome	=	bomen
bomen	verb	langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken
bomenbestand	noun	boombestand
bomenbestanden	=	bomenbestand
bomenbestandje	=	bomenbestand
bomenbestandjes	=	bomenbestand
bomend	=	bomen
bomende	=	bomen
bomengroep	noun	een groep bomen in een verder relatief opener landschap
bomengroepen	=	bomengroep
bomengroepje	=	bomengroep
bomengroepjes	=	bomengroep
bomenkap	noun	het vellen van bomen
bomenkweker	=	boomkweker
bomenrij	noun	een rij door de mens geplante bomen, vaak langs een weg of kanaal
bomenrijen	=	bomenrij
bomenrijtje	=	bomenrij
bomenrijtjes	=	bomenrij
bomentuin	noun	verzameling van aangeplante boomsoorten
bomentuinen	=	bomentuin
bomentuintje	=	bomentuin
bomentuintjes	=	bomentuin
bomenwerkgroep	noun	een actiegroep die zich met (het behoud van) bomen bezig houdt
bomenwerkgroepen	=	bomenwerkgroep
bomenwerkgroepje	=	bomenwerkgroep
bomenwerkgroepjes	=	bomenwerkgroep
bomer	noun	iemand die veel en breedvoerig kan praten
bomers	=	bomer
bomexpert	noun	iemand die veel verstand heeft van het produceren, gebruiken of onschadelijk maken van bommen
bomexperten	=	bomexpert
bomexperts	=	bomexpert
bomexplosie	noun	ontploffing van een met explosieven gevuld vernietigingstuig
bomexplosies	=	bomexplosie
bomgat	noun	galmgat van een klokkentoren waardoor het geluid van de klokken de toren kan verlaten
bomgaten	=	bomgat
bomig	adj	met eigenschappen van een boom
bomige	=	bomig
bomigs	=	bomig
bomijs	noun	ijs waaronder geen water meer is en dus heel gevaarlijk is om op te schaatsen
bominslag	noun	het neervallen en ontploffen van een bom
bominslagen	=	bominslag
bomkrater	noun	krater ontstaan door de inslag en ontploffing van een explosief
bomkraters	=	bomkrater
bomma	noun|informal	moeder van een ouder
bomma's	=	bomma
bommaatje	=	bomma
bommaatjes	=	bomma
bommakleren	noun	ouderwetse, niet modieuze kleding
bommel	noun	boomgaard
bommelder	noun	persoon die vertelt dat er ergens een explosief ligt
bommelders	=	bommelder
bommelding	noun	een mededeling dat er een bom gaat ontploffen
bommeldingen	=	bommelding
bommeldinkje	=	bommelding
bommeldinkjes	=	bommelding
bommels	=	bommel
bommeltje	=	bommel
bommeltjes	=	bommel
bommelwoord	noun	woord met dezelfde spelling maar met een andere betekenis en uitspraak
bommelwoorden	=	bommelwoord
bommelwoordje	=	bommelwoord
bommelwoordjes	=	bommelwoord
bommen	=	bom
bommencampagne	noun	het laten ontploffen van meerdere bommen als terroristische actie
bommencampagnes	=	bommencampagne
bommengooier	noun	persoon die bommen gooit
bommengooiers	=	bommengooier
bommengooiertje	=	bommengooier
bommengooiertjes	=	bommengooier
bommenjager	noun	snel vliegend vliegtuig dat bommen kan transporteren en boven een doel afwerpen
bommenjagers	=	bommenjager
bommenjagertje	=	bommenjager
bommenjagertjes	=	bommenjager
bommenlast	noun	al de bommen die in een bommenwerper zitten
bommenlasten	=	bommenlast
bommenlegger	noun	iemand die ergens een explosief heeft geplaatst met als doel omdat explosief tot ontploffing te brengen
bommenleggers	=	bommenlegger
bommenmaker	noun	iemand die een explosief produceert of kan produceren
bommenmakers	=	bommenmaker
bommenplaatser	noun	iemand die een bom plaatst
bommenplaatsers	=	bommenplaatser
bommenregen	noun	bombardement waarbij zeer veel bommen vallen op een klein gebied
bommenregens	=	bommenregen
bommenrichter	noun	iemand die bommen richt die uit een bommenwerper worden afgeworpen
bommenrichters	=	bommenrichter
bommentapijt	noun	een beschieting of bombardement waarbij een gebied volledig bedekt wordt met bominslagen
bommentapijten	=	bommentapijt
bommentapijtje	=	bommentapijt
bommentapijtjes	=	bommentapijt
bommenwerper	noun	een oorlogsvliegtuig dat is ontworpen voor het werpen van bommen op gronddoelen.
bommenwerpers	=	bommenwerper
bommenwerpertje	=	bommenwerper
bommerd	noun	iets wat groot is in zijn soort
bommerds	=	bommerd
bommetje	noun	het zo in het water springen dat men veel water laat opspatten
bommetjes	=	bom
bommetjevol	adj|informal	geheel gevuld of bezet
bommetjevolle	=	bommetjevol
bommetjevols	=	bommetjevol
bommoeder	noun	bewust ongehuwde moeder
bommoeders	=	bommoeder
bommoedertje	=	bommoeder
bommoedertjes	=	bommoeder
bomontploffing	noun	het exploderen van een bom
bomontploffingen	=	bomontploffing
bomontploffinkje	=	bomontploffing
bomontploffinkjes	=	bomontploffing
bompa	noun|informal	vader van een ouder
bompa's	=	bompa
bompaatje	=	bompa
bompaatjes	=	bompa
bompakket	noun	een explosief toestel vermomd als een postpakket
bompakketje	=	bompakket
bompakketjes	=	bompakket
bompakketten	=	bompakket
bomschuit	noun	een eenvoudig open vaartuig met vlakke bodem dat gemakkelijk kan stranden
bomschuiten	=	bomschuit
bomschuitje	=	bomschuit
bomspottingactie	noun	een campagne tegen kernwapens van de Belgische organisatie Vredesactie.
bomspottingacties	=	bomspottingactie
bomspottingactietje	=	bomspottingactie
bomspottingactietjes	=	bomspottingactie
bomvest	noun	met explosieven volgepakt kledingstuk, gebruikt bij zelfmoordaanslagen door terroristen
bomvesten	=	bomvest
bomvestje	=	bomvest
bomvestjes	=	bomvest
bomvol	adj	bijzonder vol
bomvolle	=	bomvol
bomvols	=	bomvol
bomvrij	adj	zorgen dat ergens geen mijnen meer liggen
bomvrije	=	bomvrij
bomvrijer	=	bomvrij
bomvrijere	=	bomvrij
bomvrijers	=	bomvrij
bomvrijs	=	bomvrij
bomvrijst	=	bomvrij
bomvrijste	=	bomvrij
bomvrouw	noun	bewust ongehuwde moeder
bomvrouwen	=	bomvrouw
bomvrouwtje	=	bomvrouw
bomvrouwtjes	=	bomvrouw
bon	noun	stukje papier dat als tegoedbewijs dienst doet
bonafide	adj	betrouwbaar, te goeder trouw
bonafider	=	bonafide
bonafidere	=	bonafide
bonafiders	=	bonafide
bonafides	=	bonafide
bonafiedst	=	bonafide
bonafiedste	=	bonafide
bonairepalm	noun	Sabal lougheediana een palmensoort.
bonairepalmen	=	bonairepalm
bonairepalmpje	=	bonairepalm
bonairepalmpjes	=	bonairepalm
bonairiaan	noun	iemand die leeft of geboren is op Bonaire
bonairiaans	adj	op Bonaire betrekking hebbend
bonairiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bonaire, of een vrouw afkomstig uit Bonaire
bonairiaansen	=	bonairiaanse
bonairiaanser	=	bonairiaans
bonairiaansere	=	bonairiaans
bonairiaansers	=	bonairiaans
bonairiaanst	=	bonairiaans
bonairiaanste	=	bonairiaans
bonairiaantje	=	bonairiaan
bonairiaantjes	=	bonairiaan
bonairianen	=	bonairiaan
bonapartisme	noun	een politieke stroming in Frankrijk die streefde naar de restauratie van het huis Bonaparte en zijn politieke systeem
bonboek	noun	een boek met uitscheurbare bonnen voor bijvoorbeeld levensmiddelen
bonboeken	=	bonboek
bonboekje	noun	boek met formulieren voor het schrijven van bonnen
bonboekjes	=	bonboekje
bonbon	noun	een lekkernij bestaande uit een omhulsel van chocolade en een vulling van room, likeur, crème of iets dergelijks
bonbondoos	noun	een doos waarin bonbons verpakt zijn
bonbondoosje	=	bonbondoos
bonbondoosjes	=	bonbondoos
bonbondozen	=	bonbondoos
bonbonnetje	=	bonbon
bonbonnetjes	=	bonbon
bonbonnière	noun	presenteerschaaltje voor bonbons
bonbonnières	=	bonbonnière
bonbons	=	bonbon
bond	noun	samenwerkingsverband van mensen of landen
bondage	noun	seks waarbij de partner wordt vastgebonden of op vergelijkbare wijze in zijn of haar bewegingsvrijheid beperkt wordt
bondages	=	bondage
bondboek	noun	oudste verzameling wetten uit de Pentateuch (Exodus 21-23
bondboeken	=	bondboek
bondboekje	=	bondboek
bondboekjes	=	bondboek
bonde	=	binden
bondel	noun	bundel
bondels	=	bondel
bondeltje	=	bondel
bondeltjes	=	bondel
bonden	=	binden
bonder	noun	lid van de de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland (voor 2004 de Gereformeerde Bond in de Nederlands Hervormde Kerk)
bonders	=	bonder
bondfilm	noun	speelfilm uit de reeks waarin het fictieve personage James Bond steeds de hoofdrol heeft
bondfilms	=	bondfilm
bondgenoot	noun	een andere macht waarmee een afspraak gemaakt is aan dezelfde zijde te zullen strijden
bondgenootje	=	bondgenoot
bondgenootjes	=	bondgenoot
bondgenootschap	noun	een verdrag tussen staten, zakenpartners of individuen, omwille van een gemeenschappelijk voordeel
bondgenootschapje	=	bondgenootschap
bondgenootschappelijk	adj	passend bij een groep van samenwerkende mensen, landen of organisaties
bondgenootschappelijke	=	bondgenootschappelijk
bondgenootschappelijker	=	bondgenootschappelijk
bondgenootschappelijkere	=	bondgenootschappelijk
bondgenootschappelijkers	=	bondgenootschappelijk
bondgenootschappelijks	=	bondgenootschappelijk
bondgenootschappelijkst	=	bondgenootschappelijk
bondgenootschappelijkste	=	bondgenootschappelijk
bondgenootschappen	=	bondgenootschap
bondgenote	noun	vrouwelijke bondgenoot
bondgenoten	=	bondgenoot
bondgenotes	=	bondgenote
bondgirl	noun	actrice die in een Bondfilm optreedt als verleidelijke tegenspeelster van de hoofdpersoon, de Britse geheim agent James Bond
bondgirls	=	bondgirl
bondig	adj	zo kort maar toch ook krachtig mogelijk
bondige	=	bondig
bondiger	=	bondig
bondigere	=	bondig
bondigers	=	bondig
bondigheden	=	bondigheid
bondigheid	noun	het kort en krachtig zijn
bondigs	=	bondig
bondigst	=	bondig
bondigste	=	bondig
bonding	noun	het krijgen van een emotionele band
bondingen	=	bonding
bondings	=	bonding
bondinkje	=	bonding
bondinkjes	=	bonding
bondje	=	bond
bondjes	=	bond
bonds	noun	genitief van bond: "samenwerkingsverband"
bondsakte	noun	oorkonde die de grondslag vormt voor een (staten)bond
bondsaktes	=	bondsakte
bondsbegroting	noun	begroting van een sportbond
bondsbegrotingen	=	bondsbegroting
bondsbeleid	noun	plan van aanpak bij een sportbond of vakbond
bondsbesturen	=	bondsbestuur
bondsbestuur	noun	leiding van een (sport)bond
bondsbestuurder	noun	leidinggevende van een sportbond of vakbond
bondsbestuurders	=	bondsbestuurder
bondsblaadje	=	bondsblad
bondsblaadjes	=	bondsblad
bondsblad	noun	tijdschrift van en voor vakbondsleden
bondsbladen	=	bondsblad
bondsbureau	noun	kantoor van een sportbond
bondsbureaus	=	bondsbureau
bondscoach	noun	coach in dienst van een nationale sportbond
bondscoaches	=	bondscoach
bondscoachschap	noun	het bondscoach zijn
bondscoachschappen	=	bondscoachschap
bondsdag	noun	het parlement van de Bondsrepubliek Duitsland
bondsdagen	=	bondsdag
bondselftal	noun	voetbalelftal dat namens een voetbalbond uitkomt in wedstrijden; het nationale elftal
bondselftallen	=	bondselftal
bondskanselier	noun	hoofd van de regering in de Bondsrepubliek Duitsland of Oostenrijk
bondskanselieren	=	bondskanselier
bondskanseliers	=	bondskanselier
bondskanselierschap	noun	de functie van regeringsleider in Duitsland of Oostenrijk
bondskanselierschappen	=	bondskanselierschap
bondskanseliertje	=	bondskanselier
bondskanseliertjes	=	bondskanselier
bondsland	noun	een van de deelstaten van Duitsland of Oostenrijk
bondslanden	=	bondsland
bondsleden	=	bondslid
bondsleiding	noun	bestuur van een sportbond of vakbond
bondsleidingen	=	bondsleiding
bondsleidinkje	=	bondsleiding
bondsleidinkjes	=	bondsleiding
bondslid	noun	iemand die lid is van een vakbond
bondslidmaatschap	noun	het lid zijn van een sportbond of vakbond
bondslidmaatschappen	=	bondslidmaatschap
bondslieden	=	bondsman
bondslui	=	bondsman
bondsman	noun	een (bestuurs)lid van een (vak)bond
bondsmannen	=	bondsman
bondsmannetje	=	bondsman
bondsmannetjes	=	bondsman
bondsminister	noun	hoofd van een ministerie van een bondsrepubliek
bondsministers	=	bondsminister
bondsorgaan	noun	tijdschrift uitgegeven door een sportbond
bondsorganen	=	bondsorgaan
bondspresident	noun	staatshoofd van Duitsland of Oostenrijk of voorzitter van de Bondsraad in Zwitserland (geen staatshoofd)
bondspresidenten	=	bondspresident
bondspresidentschap	noun	het bondspresident zijn
bondspresidentschappen	=	bondspresidentschap
bondsraad	noun	hoogste orgaan bij een vereniging
bondsraden	=	bondsraad
bondsregering	noun	de federale regering van een bondsrepubliek
bondsregeringen	=	bondsregering
bondsrepubliek	noun	federatie met een staatshoofd dat voor een aantal jaren wordt benoemd of gekozen
bondsrepublieken	=	bondsrepubliek
bondsridder	noun	erelid van een sportbond
bondsridders	=	bondsridder
bondssponsor	noun	een bedrijf dat een sportbond financieel ondersteunt
bondssponsoren	=	bondssponsor
bondssponsors	=	bondssponsor
bondsstaat	noun	een staat waarbinnen de soevereiniteit niet van één centraal punt uitgaat, maar is verdeeld over een aantal min of meer afzonderlijke delen (deelstaten) die ook ieder hun eigen rechtsstelsel hebben
bondsstaatje	=	bondsstaat
bondsstaatjes	=	bondsstaat
bondsstaten	=	bondsstaat
bondstaat	=	bondsstaat
bondstrainer	noun	trainer van een nationaal team dat speelt namens een bepaalde sportbond
bondstrainers	=	bondstrainer
bondsvergadering	noun	bijeenkomst van afgevaardigden van sportclubs in een sportbond
bondsvergaderingen	=	bondsvergadering
bondsvertegenwoordiger	noun	iemand die een sportbond of een vakbond vertegenwoordigt
bondsvertegenwoordigers	=	bondsvertegenwoordiger
bondsvolk	noun	het volk waarmee Jahwe een speciaal verbond heeft gesloten; het uitverkoren volk
bondsvolken	=	bondsvolk
bondsvoorzitter	noun	voorzitter van een (sport)bond
bondsvoorzitters	=	bondsvoorzitter
bondswege	adv	van bondswege: op last van de bond, door toedoen van de bond
bondt	=	binden
boneknaap	noun	Anisotremus virginicus een straalvinnige vis uit de familie grombaarzen (Haemulidae) en de orde van de baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het westen en zuidwesten van de centrale Atlantische Oceaan.
boneknaapje	=	boneknaap
boneknaapjes	=	boneknaap
boneknapen	=	boneknaap
bonen	=	boon
bonenbed	noun	deel van een moestuin waarin men bonen heeft gezaaid
bonenbedden	=	bonenbed
bonenbroden	=	bonenbrood
bonenbrood	noun	baksel uit een deeg van gemalen tuinbonen of paardenbonen, vooral gebruikt als veevoer, maar soms ook gegeten door uitgehongerde mensen
bonenkoffie	noun	koffie gemaakt van versgemalen koffiebonen
bonenkoffies	=	bonenkoffie
bonenkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Satureja
bonenmeel	noun	meel afkomstig van de blauwe lupine (Lupinus angustifolius)
bonenpuree	noun	gerecht bestaand uit samengeperste fijngemaakte peulvruchten
bonenpurees	=	bonenpuree
bonensalade	noun	salade met overwegend bonen
bonensalades	=	bonensalade
bonensoep	noun	een maaltijdsoep waarin de voornaamste ingrediënt bonen zijn
bonensoepen	=	bonensoep
bonenstaak	noun	een tak of een lat waartegen de bonenplant omhoog kan groeien
bonenstaakje	=	bonenstaak
bonenstaken	=	bonenstaak
bonenstro	noun	weinig waardevolle overblijfselen van de bonenplant na het oogsten van de bonen
bonenveld	noun	akker waar bonen worden verbouwd
bonenvelden	=	bonenveld
bonenveldje	=	bonenveld
bonenveldjes	=	bonenveld
bonenvlieg	noun	Delia platura een vliegensoort uit de familie van de bloemvliegen (Anthomyiidae).
bonenvliegen	=	bonenvlieg
bonenvliegje	=	bonenvlieg
bonenvliegjes	=	bonenvlieg
bonestaak	=	bonenstaak
bong	intj	dof dreunend geluid, zoals van een gong of trommel	noun|obsolete	slaginstrument in de vorm van een cilinder uit stijf materiaal die aan de uiteinden is bespannen met een vel waarop geslagen wordt
bongen	=	bong
bongerd	noun	boomgaard
bongerden	=	bongerd
bongerdje	=	bongerd
bongerdjes	=	bongerd
bongerds	=	bongerd
bongo	noun	dubbele met de hand bespeelde trommel oorspronkelijk uit Cuba
bongo's	=	bongo
bongootje	=	bongo
bongootjes	=	bongo
bonheur	noun	geluk
bonheurs	=	bonheur
bonhomie	noun	natuurlijke goedhartigheid / wellevendheid
bonhomme	noun	vriendelijke simpele ziel
bonhommes	=	bonhomme
boni	noun	batig slot, saldo
boni's	=	boni
boniet	noun	Sarda sarda een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
bonieten	=	boniet
bonietje	=	boni
bonietjes	=	boni
bonificatie	noun	tijd die van de eindtijd wordt afgetrokken en als beloning wordt gegeven aan wielrenner die een tussensprint of een andere bijzondere prestatie heeft geleverd
bonificaties	=	bonificatie
bonificatieseconde	noun	aftrek van één seconde van de eindtijd van een renner in een snelheidswedstrijd die men kan behalen door het winnen van een tussensprint
bonificatieseconden	=	bonificatieseconde
bonificatiesecondes	=	bonificatieseconde
boniment	noun	verhaaltje ter aanprijzing van handelswaar op straat
bonimenten	=	boniment
boninbrilvogel	noun	Apalopteron familiare een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
boninbrilvogels	=	boninbrilvogel
boninbrilvogeltje	=	boninbrilvogel
boninbrilvogeltjes	=	boninbrilvogel
bonindikbek	noun	Carpodacus ferreorostris een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen)
bonindikbekje	=	bonindikbek
bonindikbekjes	=	bonindikbek
bonindikbekken	=	bonindikbek
boninduif	noun	Columba versicolor een uitgestorven vogel uit de familie van duiven (Columbidae)
boninduifje	=	boninduif
boninduifjes	=	boninduif
boninduiven	=	boninduif
boningroenling	noun	Chloris kittlitzi een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
boningroenlingen	=	boningroenling
boningroenlinkje	=	boningroenling
boningroenlinkjes	=	boningroenling
boninlijster	noun	Zoothera terrestris een uitgestorven zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
boninlijsters	=	boninlijster
boninlijstertje	=	boninlijster
boninlijstertjes	=	boninlijster
boninstormvogel	noun	Pterodroma hypoleuca een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
boninstormvogels	=	boninstormvogel
boninstormvogeltje	=	boninstormvogel
boninstormvogeltjes	=	boninstormvogel
boninvleerhond	noun	Pteropus pselaphon vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
boninvleerhonden	=	boninvleerhond
boninvleerhondje	=	boninvleerhond
boninvleerhondjes	=	boninvleerhond
bonito	noun	Sarda sarda een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae), orde van baarsachtigen (Perciformes)
bonito's	=	bonito
bonitootje	=	bonito
bonitootjes	=	bonito
bonje	noun|informal	~ hebben ruzie hebben
bonjeankromme	noun	curve waarmee voor verschillende diepgangen de oppervlakte van een verdeelspant kan worden berekend
bonjeankrommen	=	bonjeankromme
bonjour	=	bonjouren
bonjourde	=	bonjouren
bonjourden	=	bonjouren
bonjoure	=	bonjouren
bonjouren	verb	~ uit zonder veel uitleg buitenzetten
bonjourend	=	bonjouren
bonjourende	=	bonjouren
bonjourt	=	bonjouren
bonk	noun	harde klont
bonkaart	noun	kaart met genummerde vakjes die als tegoed- of distributiebonnen dienstdoen
bonkaarten	=	bonkaart
bonke	=	bonken
bonkel	=	bonkelen
bonkelaar	noun	schijf met houten pinnen die volgende raderen in beweging brengt in een molen
bonkelaars	=	bonkelaar
bonkelde	=	bonkelen
bonkelden	=	bonkelen
bonkele	=	bonkelen
bonkelen	verb	zich met dreunend gebons verplaatsen
bonkelend	=	bonkelen
bonkelende	=	bonkelen
bonkelt	=	bonkelen
bonken	verb	een dof stotend geluid voortbrengen door hard ergens tegenaan te slaan
bonkend	adj	met grote hevigheid kloppen
bonkende	=	bonken
bonkends	=	bonkend
bonker	noun	iemand die de onbruikbare toplaag van het veen afbonkt
bonkerig	adj	grof, stotend, weinig soepel
bonkerige	=	bonkerig
bonkeriger	=	bonkerig
bonkerigere	=	bonkerig
bonkerigers	=	bonkerig
bonkerigs	=	bonkerig
bonkerigst	=	bonkerig
bonkerigste	=	bonkerig
bonkers	=	bonker
bonkertje	=	bonker
bonkertjes	=	bonker
bonket	noun	grote knikker
bonketten	=	bonket
bonkig	adj	groot, grof en weinig verfijnd
bonkige	=	bonkig
bonkiger	=	bonkig
bonkigere	=	bonkig
bonkigers	=	bonkig
bonkigs	=	bonkig
bonkigst	=	bonkig
bonkigste	=	bonkig
bonkje	=	bonk
bonkjes	=	bonk
bonksel	noun	bovenste korst van een veen dat men eerst moet afgraven voordat men kan turfsteken
bonksels	=	bonksel
bonkt	=	bonken
bonkte	=	bonken
bonkten	=	bonken
bonmama	noun	vader van een van de ouders
bonmama's	=	bonmama
bonnefooi	noun	lichtvaardig vertrouwen op de goede afloop
bonnen	=	bon
bonnenboekje	noun	notitieblok dat een politieagent gebruikt bij het uitdelen van boetes
bonnenboekjes	=	bonnenboekje
bonnenland	noun	land waarin vaak een cadeaubon als geschenk wordt gegeven
bonnenprikker	noun	rechtopstaande prikker om bonnetjes [7] op te spietsen zodat deze bij elkaar blijven; vooral gebruikt als kantoorartikel
bonnenprikkers	=	bonnenprikker
bonnenverkoper	noun	iemand die (waarde)bonnen verkoopt
bonnenverkopers	=	bonnenverkoper
bonnet	noun	soort muts
bonnetje	=	bon
bonnetjes	=	bon
bonnetjesaffaire	noun	een dubieuze financiële constructie die aanleiding geeft tot een politiek schandaal
bonnetjesaffaires	=	bonnetjesaffaire
bonnetten	=	bonnet
bonnetterie	noun	winkel die geweven en gebreide producten verkoopt
bonnetterieën	=	bonnetterie
bonobo	noun	Pan paniscus een mensaap en daarmee een van de primaten.
bonobo's	=	bonobo
bonobootje	=	bonobo
bonobootjes	=	bonobo
bonpapa	noun	vader van een van de ouders
bonpapa's	=	bonpapa
bons	noun	een geluid veroorzaakt bij het bonzen	intj	klanknabootsing van het geluid van een dreun of smak
bonsai	noun	gekweekt boompje in kamerplantformaat
bonsaiboompje	noun	een miniatuurboom in een pot, die door middel van speciale technieken ( het trimmen van de wortels) zo wordt gekweekt dat hij eruitziet als een volwassen boom in de natuur, maar dan op kleine schaal
bonsaiboompjes	=	bonsaiboompje
bonsais	=	bonsai
bonsde	=	bonzen
bonsden	=	bonzen
bonsje	=	bons
bonsjes	=	bons
bonst	=	bonzen
bont	adj	met veel verschillende felle kleuren	noun	dierenhuid met vacht, pelswerk, dat als kleding dient
bontachtig	adj	lijkend op het harige vel van dieren
bontachtige	=	bontachtig
bontachtiger	=	bontachtig
bontachtigere	=	bontachtig
bontachtigers	=	bontachtig
bontachtigs	=	bontachtig
bontachtigst	=	bontachtig
bontachtigste	=	bontachtig
bontbekhoningeter	noun	Bolemoreus frenatus een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
bontbekhoningeters	=	bontbekhoningeter
bontbekhoningetertje	=	bontbekhoningeter
bontbekhoningetertjes	=	bontbekhoningeter
bontbekplevier	noun	bepaalde vogelsoort uit de familie van plevieren, Charadrius hiaticula
bontbekplevieren	=	bontbekplevier
bontbekpleviers	=	bontbekplevier
bontbekpleviertje	=	bontbekplevier
bontbekpleviertjes	=	bontbekplevier
bontbekpluvier	=	bontbekplevier
bontbekral	noun	Zapornia paykullii een vogel uit de familie van rallen (Rallidae)
bontbekrallen	=	bontbekral
bontbekralletje	=	bontbekral
bontbekralletjes	=	bontbekral
bontcape	noun	mouwloze schoudermantel gemaakt van de vacht van een dier
bontcapeje	=	bontcape
bontcapejes	=	bontcape
bontcapes	=	bontcape
bonte	=	bont
bontebok	noun	Damaliscus pygargus een antilope uit Zuid-Afrika en omringende landen.
bontebokje	=	bontebok
bontebokjes	=	bontebok
bontebokken	=	bontebok
bonten	adj	van bont gemaakt
bonter	=	bont
bontere	=	bont
bonters	=	bont
bontgekleurd	adj	voorzien van verschillende, felle kleuren
bontgekleurde	=	bontgekleurd
bontgekleurder	=	bontgekleurd
bontgekleurdere	=	bontgekleurd
bontgekleurders	=	bontgekleurd
bontgekleurds	=	bontgekleurd
bontgoed	noun	gekleurde, (katoenen) stoffen die apart van de witte stoffen gewassen moeten worden
bonthainvliegenvanger	noun	Ficedula bonthaina een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
bonthainvliegenvangers	=	bonthainvliegenvanger
bonthainvliegenvangertje	=	bonthainvliegenvanger
bonthainvliegenvangertjes	=	bonthainvliegenvanger
bonthandel	noun	de handel in bont
bonthandelaar	noun	iemand die behaarde dierenvellen of daaruit vervaardigde kleding doorverkoopt
bonthandelaars	=	bonthandelaar
bonthandelaren	=	bonthandelaar
bonthandels	=	bonthandel
bonthandeltje	=	bonthandel
bonthandeltjes	=	bonthandel
bontheden	=	bontheid
bontheid	noun	het veel verscheidenheid hebben
bontjas	noun	van bont gemaakte jas
bontjasje	=	bontjas
bontjasjes	=	bontjas
bontjassen	=	bontjas
bontje	=	bont
bontjes	=	bont
bontkeelsaltator	noun	Saltator maximus een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
bontkeelsaltators	=	bontkeelsaltator
bontkeelsaltatortje	=	bontkeelsaltator
bontkeelsaltatortjes	=	bontkeelsaltator
bontkraag	noun	een halskraag gemaakt van bont of namaakbont
bontkraagje	=	bontkraag
bontkraagjes	=	bontkraag
bontkragen	=	bontkraag
bontlaars	noun	laars, gevoerd of afgezet met bont
bontlaarsje	=	bontlaars
bontlaarsjes	=	bontlaars
bontlaarzen	=	bontlaars
bontmantel	noun	van bont gemaakte jas
bontmantels	=	bontmantel
bontmanteltje	=	bontmantel
bontmanteltjes	=	bontmantel
bontmuts	noun	muts gemaakt van de vacht van een zoogdier
bontmutsen	=	bontmuts
bontmutsje	=	bontmuts
bontmutsjes	=	bontmuts
bontoogerebia	noun	Erebia oeme een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
bontoogerebia's	=	bontoogerebia
bontoogerebiaatje	=	bontoogerebia
bontoogerebiaatjes	=	bontoogerebia
bonts	=	bont
bontst	=	bont
bontste	=	bont
bontstgekleurd	=	bontgekleurd
bontstgekleurde	=	bontgekleurd
bontstola	noun	lange brede damessjaal gemaakt van bont
bontstola's	=	bontstola
bontvleugelzwaluw	noun	Hirundo leucosoma een zwaluw uit het geslacht Hirundo die voorkomt in West-Afrika
bontvleugelzwaluwen	=	bontvleugelzwaluw
bontvleugelzwaluwtje	=	bontvleugelzwaluw
bontvleugelzwaluwtjes	=	bontvleugelzwaluw
bontwerker	noun	iemand die bont bewerkt of verwerkt.
bontwerkers	=	bontwerker
bontzweefvlieg	noun	Eriozona syrphoides een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bontzweefvliegen	=	bontzweefvlieg
bontzweefvliegje	=	bontzweefvlieg
bontzweefvliegjes	=	bontzweefvlieg
bonuman	noun	een geestelijk leider binnen een Afro-Surinaamse gemeenschap, die geacht wordt zieken te kunnen genezen door middel van communicatie met de geestenwereld
bonumans	=	bonuman
bonus	noun	een extraatje, meestal als beloning
bonus-malusladder	noun	rangschikking aan de hand van de mate waarin een verzekerde om een vergoeding heeft gevraagd, als bepalende factor voor de hoogte van de te betalen premie
bonus-malusladders	=	bonus-malusladder
bonus-malussysteem	noun	systeem van schadeverzekering waarbij de hoogte van de premie afhankelijk is van het al of niet schadevrij blijven van de verzekerde
bonus-malussysteempje	=	bonus-malussysteem
bonus-malussysteempjes	=	bonus-malussysteem
bonus-malussystemen	=	bonus-malussysteem
bonusaandeel	noun	nieuw aandeel als winstuitkering
bonusaandeeltje	=	bonusaandeel
bonusaandeeltjes	=	bonusaandeel
bonusaandelen	=	bonusaandeel
bonusbelasting	noun	belasting die wordt geheven over de bonus die medewerkers (van een bank) ontvangen
bonusbelastingen	=	bonusbelasting
bonusculturen	=	bonuscultuur
bonuscultuur	noun	cultuur die binnen organisaties het toekennen en uitkeren van bonussen stimuleert in het bijzonder van grote bedragen aan bestuurders met een hoge functie in het bedrijf
bonuscultuurtje	=	bonuscultuur
bonuscultuurtjes	=	bonuscultuur
bonusdividend	noun	extra winstuitkering aan (een deel van de) aandeelhouders
bonusdividenden	=	bonusdividend
bonusdochter	noun	vrouwelijk kind van een partner uit een eerdere relatie
bonusdochters	=	bonusdochter
bonusdochtertje	=	bonusdochter
bonusdochtertjes	=	bonusdochter
bonusje	=	bonus
bonusjes	=	bonus
bonuskaart	noun	een extra kaart die door een bepaalde uitkomst of gewonnen slag uit een stapel getrokken mag worden
bonuskaarten	=	bonuskaart
bonuskaartje	=	bonuskaart
bonuskaartjes	=	bonuskaart
bonuskind	noun	een kind van iemands partner en zijn of haar vroegere partner
bonuskinderen	=	bonuskind
bonuskindje	=	bonuskind
bonuskindjes	=	bonuskind
bonusmoeder	noun	latere levenspartner van vader dan de eigen moeder
bonusmoeders	=	bonusmoeder
bonusplafond	noun	hoogste bonus die mag worden uitgekeerd (aan bankiers)
bonusplafonds	=	bonusplafond
bonuspunt	noun	extra punten bovenop een al behaalde score
bonuspunten	=	bonuspunt
bonusregeling	noun	regeling waarbij bepaalde werknemers extra geld ontvangen als de bedrijfsresultaten uitzonderlijk goed zijn
bonusregelingen	=	bonusregeling
bonusrenner	noun	wielrenner waarvoor men meer punten krijgt in een wielerpool als hij of zij wint bij een wielerkoers
bonusrenners	=	bonusrenner
bonussen	=	bonus
bonussysteem	noun	werkwijze waarbij leidinggevenden een extra beloning ontvangen als een bedrijf goede resultaten behaalt
bonussystemen	=	bonussysteem
bonusvader	noun	iemand die de nieuwe mannelijke partner is van iemands moeder
bonusvaders	=	bonusvader
bonusverbod	noun	een beperking op het uitkeren van extra beloningen (bonussen) bovenop het basissalaris, vooral aan bestuurders en directieleden van bedrijven, als voorwaarde voor het ontvangen van overheidssteun zoals de NOW-regeling tijdens de coronapandemie, om te voorkomen dat kapitaal wegvloeit en om de financiële stabiliteit te bevorderen
bonusverboden	=	bonusverbod
bonusverbodje	=	bonusverbod
bonusverbodjes	=	bonusverbod
bonuszonen	=	bonuszoon
bonuszoon	noun	mannelijk kind van een partner uit een eerdere relatie
bonuszoons	=	bonuszoon
bonuszoontje	=	bonuszoon
bonuszoontjes	=	bonuszoon
bonze	noun	overste van een boeddhistische tempel, ook de priester of monnik
bonzen	verb	bij herhaling slaande, een luid, laag geluid maken
bonzend	adj	met een kloppende, dreunende beweging; met regelmaat veranderend
bonzende	=	bonzen
bonzends	=	bonzend
bonzetje	=	bonze
boobytrap	noun	een geïmproviseerd wapen dat verborgen geplaatst wordt om door het slachtoffer te worden geactiveerd (bijv. met een struikeldraad)
boobytraps	=	boobytrap
boocher	noun	jongen, ongehuwde jongeman
boochers	=	boocher
bood	=	bieden
boodschap	noun	overgebracht bericht
boodschapje	=	boodschap
boodschapjes	=	boodschap
boodschappe	=	boodschap
boodschappen	=	boodschap
boodschappenauto	noun	een kleine auto die men gebruikt voor korte afstanden
boodschappenauto's	=	boodschappenauto
boodschappenautootje	=	boodschappenauto
boodschappenautootjes	=	boodschappenauto
boodschappenbelasting	noun	btw die geheven wordt over de dagelijkse boodschappen
boodschappenbelastingen	=	boodschappenbelasting
boodschappenbrief	noun	notitie waarop staat wat men wil kopen
boodschappenbriefje	=	boodschappenbrief
boodschappenbriefjes	=	boodschappenbrief
boodschappenbrieven	=	boodschappenbrief
boodschappend	=	boodschap
boodschappende	=	boodschap
boodschappendienst	noun	het laten thuisbezorgen van de boodschappen door een supermarkt of ander bedrijf
boodschappendiensten	=	boodschappendienst
boodschappenjongen	noun	jongste bediende van de laagste rang die allerhande klusjes voor anderen moet opknappen
boodschappenjongens	=	boodschappenjongen
boodschappenjongetje	=	boodschappenjongen
boodschappenjongetjes	=	boodschappenjongen
boodschappenkar	noun	wagentje op zwenkwielen dat klanten van een supermarkt of een vergelijkbare winkel tijdelijk mogen gebruiken om hun aankopen in te verzamelen en naar de auto te brengen Deze wagentjes worden soms ook voor andere doelen gebruikt.
boodschappenkarren	=	boodschappenkar
boodschappenkarretje	=	boodschappenkar
boodschappenkarretjes	=	boodschappenkar
boodschappenkrat	noun	een stevige, vaak rechthoekige bak van kunststof die speciaal is ontworpen voor het efficiënt vervoeren en opbergen van levensmiddelen
boodschappenkratje	=	boodschappenkrat
boodschappenkratjes	=	boodschappenkrat
boodschappenkratten	=	boodschappenkrat
boodschappenlijst	noun	lijst waarop staat welke inkopen gedaan moeten worden
boodschappenlijsten	=	boodschappenlijst
boodschappenlijstje	=	boodschappenlijst
boodschappenlijstjes	=	boodschappenlijst
boodschappenmand	noun	bakje van metaal of kunststof met een of meer hengsels waarin een klant in een zelfbedieningswinkel de producten kan doen die hij wil aanschaffen
boodschappenmanden	=	boodschappenmand
boodschappenmandje	=	boodschappenmand
boodschappenmandjes	=	boodschappenmand
boodschappentas	noun	een tas waarin men de boodschappen kan doen bij het winkelen
boodschappentasje	=	boodschappentas
boodschappentasjes	=	boodschappentas
boodschappentassen	=	boodschappentas
boodschappenwagen	noun	eenvoudige kleine auto die men gebruikt voor het doen van boodschappen
boodschappenwagens	=	boodschappenwagen
boodschappenwagentje	=	boodschappenwagen
boodschappenwagentjes	=	boodschappenwagen
boodschappenwebsite	noun	een website waarop iemand boodschappen kan bestellen om die later op te halen of thuisbezorgd te krijgen
boodschappenwebsites	=	boodschappenwebsite
boodschappenwinkel	noun	plaats waar consumenten waren kopen die ze regelmatig nodig hebben
boodschappenwinkels	=	boodschappenwinkel
boodschappenwinkeltje	=	boodschappenwinkel
boodschappenwinkeltjes	=	boodschappenwinkel
boodschapper	noun	islamitische profeet
boodschappers	=	boodschapper
boodschappertje	=	boodschapper
boodschappertjes	=	boodschapper
boodschapster	noun	vrouwelijke persoon die een bericht overbrengt
boodschapsters	=	boodschapster
boodschapstertje	=	boodschapster
boodschapstertjes	=	boodschapster
boodschapt	=	boodschap
boodschapte	=	boodschap
boodschapten	=	boodschap
boodt	=	bieden
boog	noun	wapen waarmee een pijl weggeschoten kan worden -> handboog
boogaard	=	boomgaard
boogachtig	adj	op een boog gelijkend
boogachtige	=	boogachtig
boogachtigs	=	boogachtig
boogaerd	=	boomgaard
boogaert	=	boomgaard
boogarm	noun	de arm die de boog vasthoudt tijdens het boogschieten
boogarmen	=	boogarm
boogarmpje	=	boogarm
boogarmpjes	=	boogarm
boogbal	noun	een hoge baan van een bal, waardoor men de tegenstander kan passeren
boogballen	=	boogbal
boogballetje	=	boogbal
boogballetjes	=	boogbal
boogbladroller	noun	een kleine vlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
boogbladrollers	=	boogbladroller
boogbladrollertje	=	boogbladroller
boogbladrollertjes	=	boogbladroller
boogbrug	noun	Boogvormige brug die stevig is omdat er alleen maar drukkrachten optreden.
boogbruggen	=	boogbrug
boogbruggetje	=	boogbrug
boogbruggetjes	=	boogbrug
boogbrugje	=	boogbrug
boogbrugjes	=	boogbrug
boogconstructie	noun	een overspanning in een gebogen vorm, die een vrije constructie oplevert tussen twee steunpunten
boogconstructies	=	boogconstructie
boogconstructietje	=	boogconstructie
boogconstructietjes	=	boogconstructie
boogde	=	bogen
boogden	=	bogen
boogdeur	noun	beweegbare, aan de bovenkant halfronde afsluiting van de toegang tot een ruimte
boogdeuren	=	boogdeur
boogdeurtje	=	boogdeur
boogdeurtjes	=	boogdeur
boogelement	noun	infinitesimaal (oneindig klein) deel van een kromme
boogelementen	=	boogelement
boogelementje	=	boogelement
boogelementjes	=	boogelement
boogerd	=	boomgaard
boogert	=	boomgaard
booggewelf	noun	een overspanning in de vorm van een ronde boog
booggewelven	=	booggewelf
booggraad	noun	360e deel van een cirkelomtrek
booggraden	=	booggraad
boogie	noun	muziekstijl
boogiewoogie	noun	snelle instrumentale, pianomuziek uit Amerika
boogje	=	boog
boogjes	=	boog
boogjes-eikenmineermot	noun	Stigmella basiguttella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
boogjes-eikenmineermotje	=	boogjes-eikenmineermot
boogjes-eikenmineermotjes	=	boogjes-eikenmineermot
boogjes-eikenmineermotten	=	boogjes-eikenmineermot
boogjesmineermot	noun	Stigmella oxyacanthella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
boogjesmineermotje	=	boogjesmineermot
boogjesmineermotjes	=	boogjesmineermot
boogjesmineermotten	=	boogjesmineermot
boogkommazweefvlieg	noun	Eupeodes lapponicus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
boogkommazweefvliegen	=	boogkommazweefvlieg
boogkommazweefvliegje	=	boogkommazweefvlieg
boogkommazweefvliegjes	=	boogkommazweefvlieg
booglamp	noun	elektrische lamp die brandde doordat tussen twee koolspitsen een lichtboog ontstaat (werd met name gebruikt als bioscoopprojectielamp)
booglampen	=	booglamp
booglampje	=	booglamp
booglampjes	=	booglamp
booglijnuil	noun	Colobochyla salicalis een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
booglijnuilen	=	booglijnuil
booglijnuiltje	=	booglijnuil
booglijnuiltjes	=	booglijnuil
boogmaker	noun	persoon die handbogen maakt
boogmakers	=	boogmaker
boogminuten	=	boogminuut
boogminuut	noun	een zestigste van een booggraad ofwel 60 boogseconden
boogminuutje	=	boogminuut
boogminuutjes	=	boogminuut
boogoven	noun	oven waarin het materiaal wordt opgewarmd door een vlamboog tussen de elektroden en het materiaal
boogovens	=	boogoven
boogoventje	=	boogoven
boogoventjes	=	boogoven
boogpees	noun	bij het boogschieten de stevige draad die wordt uitgerekt om bij het loslaten de pijl vaart te geven
boogpeesje	=	boogpees
boogpezen	=	boogpees
boograam	noun	venster met een ronde boog als bovenkant
boograampje	=	boograam
boograampjes	=	boograam
boogramen	=	boograam
boogscheut	noun|figurative	een kleine afstand (die met een schot van een boog is te overbruggen)
boogscheuten	=	boogscheut
boogscheutje	=	boogscheut
boogscheutjes	=	boogscheut
boogschiet	=	boogschieten
boogschieten	verb	met een boog schieten	noun	een sport waarbij pijlen worden weggeschoten naar een doel met behulp van een boog
boogschietend	=	boogschieten
boogschietende	=	boogschieten
boogschieter	=	boogschutter
boogschutster	=	boogschutter
boogschutter	noun	iemand die schiet met een boog
boogschutters	=	boogschutter
boogschuttertje	=	boogschutter
boogschuttertjes	=	boogschutter
boogseconde	noun	een zestigste van een boogminuut en een 3600e van een booggraad
boogseconden	=	boogseconde
boogsecondes	=	boogseconde
boogsecondetje	=	boogseconde
boogsecondetjes	=	boogseconde
boogsecondje	=	boogseconde
boogsecondjes	=	boogseconde
boogsnuituil	noun	Herminia grisealis een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
boogsnuituilen	=	boogsnuituil
boogsnuituiltje	=	boogsnuituil
boogsnuituiltjes	=	boogsnuituil
boogsterrenmos	noun	een geslacht Plagiomnium uit de sterrenmosfamilie (Mniaceae).
boogsterrenmosje	=	boogsterrenmos
boogsterrenmosjes	=	boogsterrenmos
boogsterrenmossen	=	boogsterrenmos
boogt	=	bogen
boogvlekkapoentje	noun	Clitostethus arcuatus een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae)
boogvlekkapoentjes	=	boogvlekkapoentje
boogvorm	noun	uit uiterlijk van een boog; met het uiterlijk van een gekromde lijn of een gekromd vlak
boogvormen	=	boogvorm
boogvormig	adj	in de vorm van een boog
boogvormige	=	boogvormig
boogvormiger	=	boogvormig
boogvormigere	=	boogvormig
boogvormigers	=	boogvormig
boogvormigs	=	boogvormig
boogvormigst	=	boogvormig
boogvormigste	=	boogvormig
boogwolk	noun	horizontale, cilindervormige wolk die laag boven de grond rolt en vaak voorafgaat aan onweersbuien of koufronten
boogwolken	=	boogwolk
boogzaag	noun	spanzaag
boogzaagje	=	boogzaag
boogzaagjes	=	boogzaag
boogzagen	=	boogzaag
book-to-billratio	noun	verhouding tussen de ontvangen bestellingen en het gefactureerde bedrag voor een bepaalde periode, meestal een maand of een kwartaal
book-to-billratio's	=	book-to-billratio
bookbuilding	noun	systeem van plaatsing of herplaatsing van aandelen waarbij een (investerings)bank vooraf onderzoekt hoeveel aandelen er tegen een bepaalde prijs geplaatst kunnen worden
bookcrossen	verb	gelezen boeken bewust op geschikte openbare plaatsen achterlaten voor mogelijke nieuwe lezers
bookcrossende	=	bookcrossen
booklet	noun	boekje met een formaat waardoor het kan worden bijgesloten in de verpakking van een cd of dvd, waarin bijpassende teksten en afbeeldingen staan
booklets	=	booklet
bookmaker	noun	Engelse uitdrukking voor iemand die het mogelijk maakt om te wedden (gokken) op de uitslag van een wedstrijd, toernooi of gebeurtenis
bookmakers	=	bookmaker
bookmark	noun	een door de gebruiker zelf samen te stellen lijst van verwijzingen naar websites
bookmarke	=	bookmarken
bookmarken	verb	voorzien van bladwijzers
bookmarkend	=	bookmarken
bookmarkende	=	bookmarken
bookmarks	=	bookmark
bookmarkt	=	bookmarken
bookmarkte	=	bookmarken
bookmarkten	=	bookmarken
booktokker	noun	iemand die boeken bespreekt op TikTok met de hashtag #BookTok
booktokkers	=	booktokker
booleaans	adj	via stappen op basis van een beperkt aantal logische aannames, waarbij vooral het onderscheid tussen wel en niet wordt gebruikt
booleaanse	=	booleaans
booleaanser	=	booleaans
booleaansere	=	booleaans
booleaansers	=	booleaans
booleaanst	=	booleaans
booleaanste	=	booleaans
boom	noun	een meerjarige plant die als karakteristiek heeft dat hij een of meer verhoute stammen heeft
boomachtig	adj	op een boom lijkend
boomachtige	=	boomachtig
boomachtiger	=	boomachtig
boomachtigere	=	boomachtig
boomachtigers	=	boomachtig
boomachtigs	=	boomachtig
boomachtigst	=	boomachtig
boomachtigste	=	boomachtig
boomadders	noun	een geslacht Atheris van slangen uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie echte adders (Viperinae)
boomananas	noun	ananas die op bomen groeit
boomananassen	=	boomananas
boombal	noun	evenement met folkmuziek en volksdans
boombals	=	boombal
boombast	noun	de bast ("huid") van een boom
boombasten	=	boombast
boombastje	=	boombast
boombastjes	=	boombast
boombestand	noun	omvang en variatie van de bomen
boombestanden	=	boombestand
boombestandje	=	boombestand
boombestandjes	=	boombestand
boomblaadje	=	boomblad
boomblaadjes	=	boomblad
boomblad	noun	een blad van een boom
boombladen	=	boomblad
boombladeren	=	boomblad
boomblaren	=	boomblad
boomblauwtje	noun	bepaald soort dagvlinder, Celastrina argiolus
boomblauwtjes	=	boomblauwtje
boomboa	noun	een slang uit het slangengeslacht Corallus uit de familie Boidae
boomboa's	noun	een slangengeslacht uit de familie Boidae
boomboaatje	=	boomboa
boomboaatjes	=	boomboa
boomboor	noun	een boor om gaten mee in bomen of grote stukken hout te maken
boomboortje	=	boomboor
boomboortjes	=	boomboor
boomboren	=	boomboor
boombrug	noun	voorziening voor kleine dieren zodat ze veilig naar de overkant van een verkeersweg kunnen gaan
boombruggen	=	boombrug
boomcar	noun	auto waarin een zeer krachtige geluidsinstallatie is ingebouwd
boomchirurg	noun	iemand die (niet gehinderd door kennis van zaken en) met het inzetten van mechanische technieken probeert bomen te verzorgen
boomchirurgen	=	boomchirurg
boomchirurgie	noun	behandeling bedoeld om de levensduur van bomen te verlengen of om bomen in goede staat houden
boomchirurgje	=	boomchirurg
boomchirurgjes	=	boomchirurg
boomcitroenkorst	noun	Polycauliona phlogina een korstmossoort uit het geslacht Polycauliona.
boomcitroenkorsten	=	boomcitroenkorst
boomcitroenkorstje	=	boomcitroenkorst
boomcitroenkorstjes	=	boomcitroenkorst
boomde	=	boomen
boomden	=	bomen
boomdiagram	noun	een diagram waarin elke mogelijke keuze tot een vertakking leidt
boomdiagrammen	=	boomdiagram
boomdiagrammetje	=	boomdiagram
boomdiagrammetjes	=	boomdiagram
boome	=	boomen
boomeekhoorn	noun	zoogdier uit het geslacht Sciurus van knaagdieren uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
boomeekhoorns	noun	Sciurus een geslacht van knaagdieren uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
boomeekhoorntje	=	boomeekhoorn
boomeekhoorntjes	=	boomeekhoorn
boomen	verb	zeer snel groeien, zeer snel ontwikkelen
boomend	=	boomen
boomende	=	boomen
boomer	noun	persoon van gevorderde leeftijd die ouderwetse denkbeelden heeft en afkerig is van vernieuwingen
boomeritis	noun	verzamelnaam voor uiteenlopende spier- en gewrichtsklachten bij ouderen met een actieve leefstijl
boomers	=	boomer
boomertje	=	boomer
boomertjes	=	boomer
boomery	=	bodemerij
boomfranjemos	noun	Ptilidium pulcherrimum een soort mos behorend tot de Ptilidiaceae.
boomfranjemosje	=	boomfranjemos
boomfranjemosjes	=	boomfranjemos
boomfranjemossen	=	boomfranjemos
boomfruit	noun	fruit van een boom
boomgaard	noun	een stuk grond met vruchtbomen
boomgaarden	=	boomgaard
boomgaardje	=	boomgaard
boomgaardjes	=	boomgaard
boomgaardleerschijfzwam	noun	Dermea cerasi een schimmel behorend tot de familie Dermateaceae.
boomgaardleerschijfzwammen	=	boomgaardleerschijfzwam
boomgaardleerschijfzwammetje	=	boomgaardleerschijfzwam
boomgaardleerschijfzwammetjes	=	boomgaardleerschijfzwam
boomgaardvuurzwam	noun	Phellinus tuberculosus een schimmel behorend tot de familie Hymenochaetaceae die voornamelijk groeit op prunussoorten.
boomgaardvuurzwammen	=	boomgaardvuurzwam
boomgaardvuurzwammetje	=	boomgaardvuurzwam
boomgaardvuurzwammetjes	=	boomgaardvuurzwam
boomgaerd	=	boomgaard
boomgaert	=	boomgaard
boomgekko	noun	Naultinus manukanus een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Diplodactylidae.
boomgekko's	=	boomgekko
boomgekkootje	=	boomgekko
boomgekkootjes	=	boomgekko
boomgierzwaluwen	noun	Hemiprocnidae een familie van vogels uit de orde van de gierzwaluwachtigen (Apodiformes).
boomglimschoteltje	noun	Lecania cyrtella een korstmos in de orde Lecanorales.
boomglimschoteltjes	=	boomglimschoteltje
boomgors	noun	een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren)
boomgorsje	=	boomgors
boomgorsjes	=	boomgors
boomgorzen	noun	een geslacht Compsospiza Compsospiza was een geslacht van zangvogels uit de familie Thraupidae (tangaren).
boomgrens	noun	een grens in de bergen waarboven geen bomen meer groeien
boomgrensje	=	boomgrens
boomgrensjes	=	boomgrens
boomgrenzen	=	boomgrens
boomgroep	noun	een groep bomen in een verder relatief opener landschap
boomgroepen	=	boomgroep
boomgroepje	=	boomgroep
boomgroepjes	=	boomgroep
boomhazelaar	noun	Corylus colurna een bladverliezende boom uit de berkenfamilie (Betulaceae).
boomhazelaars	=	boomhazelaar
boomhazelaartje	=	boomhazelaar
boomhazelaartjes	=	boomhazelaar
boomhazelaren	=	boomhazelaar
boomhazelwormen	noun	een geslacht Abronia van hagedissen die behoren tot de familie hazelwormen (Anguidae)
boomhei	noun	bepaald soort plant, Erica arborea uit de heifamilie (Ericaceae), die vooral in het Middellandse Zeegebied, het westen van Portugal, op de Canarische Eilanden, Madeira, het Rwenzori-gebergte en het Ethiopisch Hoogland voorkomt
boomhommel	noun	Bombus hypnorum een vrij grote soort hommel en is veel in tuinen en parken te vinden.
boomhommels	=	boomhommel
boomhommeltje	=	boomhommel
boomhommeltjes	=	boomhommel
boomhooi	noun	diervoeder dat bestaat uit de bladeren en twijgen van bomen en planten, die gedroogd en aan vee gevoerd worden
boomhop	noun	vogel uit de familie Phoeniculidae en orde Bucerotiformes.
boomhopje	=	boomhop
boomhopjes	=	boomhop
boomhoppen	noun	Phoeniculidae een familie van vogels uit de orde Bucerotiformes.
boomhut	noun	een hut gebouwd in een boom
boomhutje	=	boomhut
boomhutjes	=	boomhut
boomhutten	=	boomhut
boomhuttenbouwer	noun	iemand die boomhutten bouwt
boomhuttenbouwers	=	boomhuttenbouwer
booming	adj	snel in omvang toenemend
boominger	=	booming
boomingere	=	booming
boomingers	=	booming
boomings	=	booming
boomingst	=	booming
boomingste	=	booming
boomkangoeroe	noun	een dier uit het geslacht der boomkangoeroes (Dendrolagus)
boomkangoeroes	noun	Dendrolagus een geslacht van voornamelijk in bomen levende kangoeroes.
boomkangoeroetje	=	boomkangoeroe
boomkangoeroetjes	=	boomkangoeroe
boomkanker	noun	wildgroei van cellen in een boom
boomkankers	=	boomkanker
boomkap	noun	het rooien van bomen
boomken	=	boom
boomkenner	noun	iemand met een grote kennis van bomen
boomkenners	=	boomkenner
boomkennertje	=	boomkenner
boomkennertjes	=	boomkenner
boomkikker	noun	Hyla arborea, klein kikkertje uit de familie boomkikkers (Hylidae) dat zich in bomen en heesters kan begeven
boomkikkers	noun	familie van kikkers Hylidae die voor het eerst wetenschappelijk werd beschreven door Constantine Samuel Rafinesque-Schmaltz in 1815.
boomkikkertje	=	boomkikker
boomkikkertjes	=	boomkikker
boomklever	noun	bepaald soort vogeltje, Sitta europaea, met een blauwe rugzijde en een oranjegele buikzijde dat bij het zoeken naar voedsel in de schorsspleten in de boomstam op en neer kan klimmen
boomklevers	noun	Sittidae een familie van de zangvogels verwant aan de boomkruipers en behorend tot dezelfde superfamilie, de Certhioidea.
boomklevertje	=	boomklever
boomklevertjes	=	boomklever
boomklevervanga	noun	Hypositta corallirostris een zangvogel uit de familie Vangidae (vanga's).
boomklevervanga's	=	boomklevervanga
boomklevervangaatje	=	boomklevervanga
boomklevervangaatjes	=	boomklevervanga
boomklipdas	noun	zoogdier uit het geslacht Dendrohyrax uit de familie klipdassen
boomklipdasje	=	boomklipdas
boomklipdasjes	=	boomklipdas
boomklipdassen	noun	Dendrohyrax een geslacht uit de familie klipdassen met twee soorten: Dendrohyrax arboreus (zuidelijke boomklipdas) - (Smith, 1827) en Dendrohyrax dorsalis (westelijke boomklipdas) - (Fraser, 1855)
boomkluit	noun	het onderste deel van de stam van een boom en bet begin van de wortels van die boom
boomkluiten	=	boomkluit
boomkluitje	=	boomkluit
boomkluitjes	=	boomkluit
boomknobbelspin	noun	Gibbaranea gibbosa een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen
boomknobbelspinnen	=	boomknobbelspin
boomknobbelspinnetje	=	boomknobbelspin
boomknobbelspinnetjes	=	boomknobbelspin
boomkoekoekshommel	noun	Bombus norvegicus een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
boomkoekoekshommels	=	boomkoekoekshommel
boomkoekoekshommeltje	=	boomkoekoekshommel
boomkoekoekshommeltjes	=	boomkoekoekshommel
boomkor	noun	een visnet dat aan de voorkant open wordt gehouden door een 'boom' en dat over de bodem getrokken wordt
boomkorren	=	boomkor
boomkorvisserij	noun	een visserijmethode waarbij met een viskotter twee sleepnetten over de zeebodem worden getrokken
boomkorvisserijen	=	boomkorvisserij
boomkrekel	noun	Oecanthus pellucens een krekel uit de orde sprinkhanen en krekels (Orthoptera).
boomkrekels	=	boomkrekel
boomkrekeltje	=	boomkrekel
boomkrekeltjes	=	boomkrekel
boomkruin	noun	het bovenste gedeelte van een boom; hij wordt gedragen door de stam en omvat de takken met daaraan de bladeren
boomkruinen	=	boomkruin
boomkruiper	noun	bepaald soort bruin vogeltje, Certhia brachydactyla met een slanke gebogen snavel dat zijn voedsel in de schorsspleten van een boomstam zoekt
boomkruipers	=	boomkruiper
boomkruipertje	=	boomkruiper
boomkruipertjes	=	boomkruiper
boomkunde	noun	informele benaming van dendrologie: wetenschap die zich met bomen, heesters en andere houtachtige planten bezighoudt
boomkundige	noun	specialist die zich bezighoudt met de studie van bomen en andere houtachtige planten
boomkundigen	=	boomkundige
boomkweker	noun	een persoon die beroepsmatig bomen kweekt
boomkwekerij	noun	een bedrijf waar bomen gekweekt worden
boomkwekerijen	=	boomkwekerij
boomkwekerijtje	=	boomkwekerij
boomkwekerijtjes	=	boomkwekerij
boomkwekers	=	boomkweker
boomkwekertje	=	boomkweker
boomkwekertjes	=	boomkweker
boomkwikstaart	noun	Dendronanthus indicus een zangvogel uit de familie Motacillidae (piepers en kwikstaarten).
boomkwikstaarten	=	boomkwikstaart
boomkwikstaartje	=	boomkwikstaart
boomkwikstaartjes	=	boomkwikstaart
boomlang	adj|figurative	heel erg lang (zo lang als een boom)
boomlange	=	boomlang
boomlangs	=	boomlang
boomleeuwerik	noun	een vogelsoort die inheems is in Nederland en België uit de familie Alaudidae, Lullula arborea
boomleeuweriken	=	boomleeuwerik
boomleeuwerikje	=	boomleeuwerik
boomleeuwerikjes	=	boomleeuwerik
boomleguaan	noun	Polychrus gutturosus een hagedis uit de familie Polychrotidae
boomleguaantje	=	boomleguaan
boomleguaantjes	=	boomleguaan
boomleguanen	=	boomleguaan
boomloos	adj	zonder bomen
boomloost	=	boomloos
boomlooste	=	boomloos
boomloper	noun	een vogel uit het vogelgeslacht dat inheems is in zuidelijk Centraal-Amerika en noordelijk Zuid-Amerika uit de families Furnariidae (ovenvogels) alsmede vogel uit de familie Daphoenositta of Neosittidae
boomlopers	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Margarornis uit de familie Furnariidae, inheems in zuidelijk Centraal-Amerika en noordelijk Zuid-Amerika
boomlopertje	=	boomloper
boomlopertjes	=	boomloper
boomloze	=	boomloos
boomlozer	=	boomloos
boomlozere	=	boomloos
boomlozers	=	boomloos
boommaker	noun	persoon die scheepsbomen maakt
boommakers	=	boommaker
boommarter	noun	bepaald soort zoogdier, Martes martes, die vooral in bosrijk gebied te vinden is
boommarters	=	boommarter
boommartertje	=	boommarter
boommartertjes	=	boommarter
boommeester	noun|obsolete	een persoon die de slagboom naar de haven beheert en havengelden in ontvangst neemt
boommeesters	=	boommeester
boommeestertje	=	boommeester
boommeestertjes	=	boommeester
boommeloen	noun	de vrucht van de meloenboom (Carica papaya)
boommeloenen	=	boommeloen
boommeloentje	=	boommeloen
boommeloentjes	=	boommeloen
boommes	noun|obsolete	een recht of gebogen mes dat aan beide einden in een arend eindigt waarop haaks een handvat bevestigd is
boommesje	=	boommes
boommesjes	=	boommes
boommessen	=	boommes
boommeter	noun	een instrument om de rug van een paard mee te meten
boommeters	=	boommeter
boommetertje	=	boommeter
boommetertjes	=	boommeter
boommetselbij	noun	Osmia parietina een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
boommetselbijen	=	boommetselbij
boommetselbijtje	=	boommetselbij
boommetselbijtjes	=	boommetselbij
boommier	noun	Lasius brunneus een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
boommieren	=	boommier
boommiereneter	noun	zoogdier uit het geslacht Tamandua uit de familie miereneters (Myrmecophagidae).
boommiereneters	noun	Tamandua zoogdieren uit de familie miereneters (Myrmecophagidae).
boommierenetertje	=	boommiereneter
boommierenetertjes	=	boommiereneter
boommiertje	=	boommier
boommiertjes	=	boommier
boommigrant	noun	een boom die zich heeft gevestigd in een land waar het oorspronkelijk niet vandaan komt
boommigranten	=	boommigrant
boommigrantje	=	boommigrant
boommigrantjes	=	boommigrant
boommos	noun	bepaalde soort bladmos die op bomen groeit, Pylaisia polyantha
boommosschijfje	noun	Octospora affinis een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronomataceae.
boommosschijfjes	=	boommosschijfje
boommossen	=	boommos
boommuggenstrontjesmos	noun	Strangospora deplanata een korstmossoort uit de familie Strangosporaceae.
boommuggenstrontjesmosje	=	boommuggenstrontjesmos
boommuggenstrontjesmosjes	=	boommuggenstrontjesmos
boommuggenstrontjesmossen	=	boommuggenstrontjesmos
boommuis	noun	zoogdier uit de onderfamilie Dendromurinae van knaagdieren uit de familie Nesomyidae die voorkomt in Afrika
boommuisje	=	boommuis
boommuisjes	=	boommuis
boommuizen	noun	Dendromurinae een onderfamilie van knaagdieren uit de familie Nesomyidae die voorkomt in Afrika
boomnimf	noun	halfgodin, sterk verbonden met een boom, uit de Griekse mythologie; ook gebruikt als aanduiding voor bovennatuurlijke vrouwelijke boomwezens in andere culturen
boomnimfen	=	boomnimf
boomnimfje	=	boomnimf
boomnimfjes	=	boomnimf
boomorchidee	noun	orchidee die op de stam van een boom groeit
boomorchideeën	=	boomorchidee
boompaal	noun	een paal die wordt gebruikt om jonge bomen te steunen op plaatsen waar veel wind is
boompaaltje	=	boompaal
boompaaltjes	=	boompaal
boompalen	=	boompaal
boompieper	noun	insectenetende zangvogel Anthus trivialis die inheems is vrijwel geheel Europa
boompiepers	=	boompieper
boompiepertje	=	boompieper
boompiepertjes	=	boompieper
boompioen	noun	als sierplant gekweekte heester Paeonia × suffruticosa, die ook veel voorkomt als decoratiemotief op Oost-Aziatische kunstwerken
boompioenen	=	boompioen
boompioentje	=	boompioen
boompioentjes	=	boompioen
boompje	=	boom
boompjes	=	boom
boompjesmos	noun	Climacium dendroides een soort mos van de klasse Bryopsida (bladmossen) die voorkomt in zwak zure tot basenrijke milieus.
boompjesmosje	=	boompjesmos
boompjesmosjes	=	boompjesmos
boompjesmossen	=	boompjesmos
boompjesslakken	noun	Dendronotidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
boomplantdag	noun	dag waarop om o.a. educatieve redenen veel bomen door particulieren worden geplant
boomplantdagen	=	boomplantdag
boompuist	noun	Postia ptychogaster een soort schimmel in de familie Dacryobolaceae.
boompuisten	=	boompuist
boompuistje	=	boompuist
boompuistjes	=	boompuist
boomrenspin	noun	Philodromus praedatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de renspinnen (Philodromidae)
boomrenspinnen	=	boomrenspin
boomrenspinnetje	=	boomrenspin
boomrenspinnetjes	=	boomrenspin
boomrijk	adj	rijk aan bomen en bossen, dicht met bomen beplant
boomrijke	=	boomrijk
boomrijker	=	boomrijk
boomrijkere	=	boomrijk
boomrijkers	=	boomrijk
boomrijks	=	boomrijk
boomrijkst	=	boomrijk
boomrijkste	=	boomrijk
boomrijp	adj	de rijpheid die fruit hangend aan een boom kan bereiken maar dan nog niet geschikt is voor menselijke consumptie
boomrijpe	=	boomrijp
boomrijper	=	boomrijp
boomrijpere	=	boomrijp
boomrijpers	=	boomrijp
boomrijps	=	boomrijp
boomrijpst	=	boomrijp
boomrijpste	=	boomrijp
boomrijstrat	noun	Oecomys trinitatis een zoogdier uit de familie van de Cricetidae.
boomrijstratje	=	boomrijstrat
boomrijstratjes	=	boomrijstrat
boomrijstratten	=	boomrijstrat
boomrookkorst	noun	Catillaria nigroclavata een korstmossoort uit de familie Catillariaceae.
boomrookkorsten	=	boomrookkorst
boomrookkorstje	=	boomrookkorst
boomrookkorstjes	=	boomrookkorst
booms	=	boom
boomsalamander	noun	Aneides lugubris een salamander uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
boomsalamanders	=	boomsalamander
boomsalamandertje	=	boomsalamander
boomsalamandertjes	=	boomsalamander
boomsapkever	noun	insect uit de familie Nosodendridae van kevers.
boomsapkevers	noun	Nosodendridae een familie van kevers.
boomsapkevertje	=	boomsapkever
boomsapkevertjes	=	boomsapkever
boomschaar	noun	een snoeischaar om bomen mee bij te knippen
boomschaartje	=	boomschaar
boomschaartjes	=	boomschaar
boomscharen	=	boomschaar
boomschijf	noun	een schijf van een boomstam
boomschijfje	=	boomschijf
boomschijfjes	=	boomschijf
boomschijven	=	boomschijf
boomschors	noun	het dode buitenste deel van de bast van een boom
boomschorsen	=	boomschors
boomschorsje	=	boomschors
boomschorsjes	=	boomschors
boomschorsvlieg	noun	Megamerina dolium een vliegensoort uit de familie van de boomschorsvliegen (Megamerinidae).
boomschorsvliegen	=	boomschorsvlieg
boomschorsvliegje	=	boomschorsvlieg
boomschorsvliegjes	=	boomschorsvlieg
boomsikkelwants	noun	Himacerus apterus een wants uit de familie sikkelwantsen (Nabidae).
boomsikkelwantsen	=	boomsikkelwants
boomsikkelwantsje	=	boomsikkelwants
boomsikkelwantsjes	=	boomsikkelwants
boomskinken	noun	een geslacht Dasia van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae)
boomslak	noun|obsolete	een veelvoorkomende Europese slak uit de familie Helicidae
boomslakje	=	boomslak
boomslakjes	=	boomslak
boomslakken	=	boomslak
boomslang	noun	algemene benaming voor reptielen zonder poten die in houtachtige planten met stammen leven
boomslangen	=	boomslang
boomslangetje	=	boomslang
boomslankmier	noun	Temnothorax affinis een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
boomslankmieren	=	boomslankmier
boomslankmiertje	=	boomslankmier
boomslankmiertjes	=	boomslankmier
boomsmient	noun	Dendrocygna arborea soort eend uit West-Indië die een nest maakt in boomholten, op grote takken, tussen bromelia’s, tussen het riet of in de buurt van andere dichte struiken
boomsmienten	=	boomsmient
boomsmientje	=	boomsmient
boomsmientjes	=	boomsmient
boomsnavelmos	noun	Rhynchostegium confertum een bladmos uit de dikkopmosfamilie (Brachytheciaceae).
boomsnavelmosje	=	boomsnavelmos
boomsnavelmosjes	=	boomsnavelmos
boomsnavelmossen	=	boomsnavelmos
boomsoort	noun	groep van bomen die vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen, bomen die tot een plantkundige soort behoren
boomsoorten	=	boomsoort
boomspiegel	noun	stuk grond rondom de stam van een boom dat van boven toegankelijk is voor lucht en water, en in de ideale situatie minstens zo groot is als de kruin van de boom
boomspiegels	=	boomspiegel
boomspiegeltje	=	boomspiegel
boomspiegeltjes	=	boomspiegel
boomspijkertje	noun	een geslacht Calicium van leprose korstmossen behorend tot de familie Caliciaceae.
boomspijkertjes	=	boomspijkertje
boomspitsmuistenrek	noun	Microgale dryas zoogdier uit het geslacht Microgale die voorkomt in de regenwouden van het noordoosten van Madagaskar.
boomspitsmuistenrekje	=	boomspitsmuistenrek
boomspitsmuistenrekjes	=	boomspitsmuistenrek
boomspitsmuistenreks	=	boomspitsmuistenrek
boomsprinkhaan	noun	Meconema thalassinum een rechtvleugelig insect uit de familie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae), onderfamilie Meconematinae
boomsprinkhaantje	=	boomsprinkhaan
boomsprinkhaantjes	=	boomsprinkhaan
boomsprinkhanen	=	boomsprinkhaan
boomstam	noun	een rechtop gaande houten schacht van een boom
boomstambaan	noun	een type wildwaterbaan met boomstamvormige boten die in een smalle goot varen
boomstambaantje	=	boomstambaan
boomstambaantjes	=	boomstambaan
boomstambanen	=	boomstambaan
boomstammen	=	boomstam
boomstammetje	=	boomstam
boomstammetjes	=	boomstam
boomstammierspin	noun	Micaria subopaca een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae)
boomstammierspinnen	=	boomstammierspin
boomstammierspinnetje	=	boomstammierspin
boomstammierspinnetjes	=	boomstammierspin
boomstamrivier	noun	een type wildwaterbaan met boomstamvormige boten die in een smalle goot varen
boomstamrivieren	=	boomstamrivier
boomstamriviertje	=	boomstamrivier
boomstamriviertjes	=	boomstamrivier
boomstamwever	noun	Lepthyphantes minutus een spinnensoort uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
boomstamwevers	=	boomstamwever
boomstamwevertje	=	boomstamwever
boomstamwevertjes	=	boomstamwever
boomsterk	adj	heel erg krachtig
boomsterke	=	boomsterk
boomsterker	=	boomsterk
boomsterkere	=	boomsterk
boomsterkers	=	boomsterk
boomsterks	=	boomsterk
boomsterkst	=	boomsterk
boomsterkste	=	boomsterk
boomsterretje	noun	Syntrichia laevipila een bladmos behorend tot de familie Pottiaceae.
boomsterretjes	=	boomsterretje
boomstomp	noun	restant van een afgezaagde boom dat nog in de grond zit
boomstompen	=	boomstomp
boomstompje	=	boomstomp
boomstompjes	=	boomstomp
boomstronk	noun	stam van een boom
boomstronken	=	boomstronk
boomstronkje	=	boomstronk
boomstronkjes	=	boomstronk
boomstructuren	=	boomstructuur
boomstructuur	noun	met de structuur (van de takken) van een boom, boomdiagram
boomstructuurtje	=	boomstructuur
boomstructuurtjes	=	boomstructuur
boomsuiker	noun	suiker gewonnen uit het sap van bomen
boomsuikerkorst	noun	Fuscidea lightfootii een korstmossoort uit de familie Fuscideaceae.
boomsuikerkorsten	=	boomsuikerkorst
boomsuikerkorstje	=	boomsuikerkorst
boomsuikerkorstjes	=	boomsuikerkorst
boomt	=	bomen
boomtak	noun	Deel van een boom dat ontspringt uit de stam of andere takken en eindigt voor de twijgjes waaraan de bladeren zitten.
boomtakje	=	boomtak
boomtakjes	=	boomtak
boomtakken	=	boomtak
boomteelt	noun	tak van tuinbouw die zich bezighoudt met het telen van houtige gewassen en planten voor tuinen en groenvoorzieningen
boomteelten	=	boomteelt
boomtimalia	noun	een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's)
boomtimalia's	noun	een geslacht Dumetia van vogels uit de familie timalia's (Timaliidae).
boomtimaliaatje	=	boomtimalia
boomtimaliaatjes	=	boomtimalia
boomtomaat	noun	bepaald soort struik die tot zeven meter hoog kan worden die in subtropische gebieden groeit Solanum betaceum (ook wel: Cyphomandra betacea)
boomtomaatje	=	boomtomaat
boomtomaatjes	=	boomtomaat
boomtomaten	=	boomtomaat
boomtop	noun	Het hoogste deel van een boom ook wel boomkruin genoemd.
boomtopje	=	boomtop
boomtopjes	=	boomtop
boomtoppen	=	boomtop
boomvalk	noun	kleine sierlijke valk, Falco subbuteo, familie van de torenvalk
boomvalken	=	boomvalk
boomvalkje	=	boomvalk
boomvalkjes	=	boomvalk
boomvaren	noun	benaming voor planten uit de orde boomvarens (Cyatheales) in de klasse Polypodiopsida
boomvarenmangrovezanger	noun	Gerygone ruficollis een endemische zangvogel uit Nieuw-Guinea uit de familie Acanthizidae (Australische zangers)
boomvarenmangrovezangers	=	boomvarenmangrovezanger
boomvarenmangrovezangertje	=	boomvarenmangrovezanger
boomvarenmangrovezangertjes	=	boomvarenmangrovezanger
boomvarens	noun	een orde Cyatheales van planten die behoren tot de varens (Polypodiopsida)
boomvarentje	=	boomvaren
boomvarentjes	=	boomvaren
boomverzorger	noun	iemand die zich bezig houdt met de aanplant, gezondheid, veiligheid en het verwijderen van bomen
boomverzorgers	=	boomverzorger
boomverzorgertje	=	boomverzorger
boomverzorgertjes	=	boomverzorger
boomverzorging	noun	de discipline die zich bezig houdt met de aanplant, gezondheid, veiligheid en het verwijderen van bomen
boomverzorgingen	=	boomverzorging
boomverzorginkje	=	boomverzorging
boomverzorginkjes	=	boomverzorging
boomvisserij	noun	een visserijmethode waarbij met een viskotter twee sleepnetten over de zeebodem worden getrokken
boomvoer	noun	diervoeder dat bestaat uit de bladeren en twijgen van bomen en planten, die gedroogd en aan vee gevoerd worden
boomvoetknoopjeskorst	noun	Bacidina sulphurella een korstmos uit de familie Ramalinaceae.
boomvoetknoopjeskorsten	=	boomvoetknoopjeskorst
boomvoetknoopjeskorstje	=	boomvoetknoopjeskorst
boomvoetknoopjeskorstjes	=	boomvoetknoopjeskorst
boomvoetpoederkorst	noun	Lepraria umbricola een korstmossoort uit het geslacht Lepraria.
boomvoetpoederkorsten	=	boomvoetpoederkorst
boomvoetpoederkorstje	=	boomvoetpoederkorst
boomvoetpoederkorstjes	=	boomvoetpoederkorst
boomvorkje	noun	een geslacht Metzgeria van thalleuze levermossen uit de boomvorkjesfamilie (Metzgeriaceae).
boomvorkjes	=	boomvorkje
boomvormig	adj	vorm van een boom hebbend
boomvormige	=	boomvormig
boomvormiger	=	boomvormig
boomvormigere	=	boomvormig
boomvormigers	=	boomvormig
boomvormigs	=	boomvormig
boomvormigst	=	boomvormig
boomvormigste	=	boomvormig
boomvrucht	noun	een vrucht van een boom
boomvruchten	=	boomvrucht
boomvruchtje	=	boomvrucht
boomvruchtjes	=	boomvrucht
boomwagen	noun	voertuig op twee wielen met een lange dissel
boomwagens	=	boomwagen
boomweide	noun	een groep bomen die op dezelfde plantafstand van elkaar staan in een vierkantsverband zonder dat de kronen elkaar raken.
boomweiden	=	boomweide
boomweides	=	boomweide
boomwondwortelvlieg	noun	Chyliza annulipes een vliegensoort uit de familie van de wortelvliegen (Psilidae).
boomwondwortelvliegen	=	boomwondwortelvlieg
boomwondwortelvliegje	=	boomwondwortelvlieg
boomwondwortelvliegjes	=	boomwondwortelvlieg
boomwortel	noun	wortel waarmee een boom vastzit in de grond
boomwortels	=	boomwortel
boomworteltje	=	boomwortel
boomworteltjes	=	boomwortel
boomwurger	noun	Celastrus orbiculatus een plantensoort uit het geslacht Celastrus die van oorsprong in de gematigde zone van Oost-Azië voorkomt.
boomwurgers	=	boomwurger
boomzaad	noun	zaad van een boom
boomzaadje	=	boomzaad
boomzaadjes	=	boomzaad
boomzaag	noun	lange, brede spanzaag om bomen mee door te zagen
boomzaagspinnendoder	noun	Priocnemis exaltata een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
boomzaagspinnendoders	=	boomzaagspinnendoder
boomzaagspinnendodertje	=	boomzaagspinnendoder
boomzaagspinnendodertjes	=	boomzaagspinnendoder
boomzaden	=	boomzaad
boomzagen	=	boomzaag
boomzakspin	noun	Clubiona pallidula een spinnensoort uit de familie struikzakspinnen (Clubionidae)
boomzakspinnen	=	boomzakspin
boomzakspinnetje	=	boomzakspin
boomzakspinnetjes	=	boomzakspin
boomzebraspin	noun	Salticus cingulatus een spin uit de familie der springspinnen (Salticidae) die voorkomt in het palearctisch gebied
boomzebraspinnen	=	boomzebraspin
boomzebraspinnetje	=	boomzebraspin
boomzebraspinnetjes	=	boomzebraspin
boomzesogen	=	boomzesoog
boomzesoog	noun	Segestria senoculata een spin uit de familie van de zesoogspinnen (Segestriidae).
boomzesoogje	=	boomzesoog
boomzesoogjes	=	boomzesoog
boomzwaluw	noun	Tachycineta bicolor een zangvogel in de familie van de zwaluwen
boomzwaluwen	=	boomzwaluw
boomzwaluwtje	=	boomzwaluw
boomzwaluwtjes	=	boomzwaluw
boomzwam	noun	zwam die op bomen groeit
boomzwamkever	noun	kever uit de familie Mycetophagidae van kevers die behoort tot de Polyphaga.
boomzwamkevers	noun	Mycetophagidae een familie van kevers die behoren tot de Polyphaga.
boomzwamkevertje	=	boomzwamkever
boomzwamkevertjes	=	boomzwamkever
boomzwammen	=	boomzwam
boon	noun	zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten, waarvan men alleen de zaden ofwel de gehele vrucht eet
boonenstaak	=	bonenstaak
boonkruid	=	bonenkruid
boonstaak	noun	bonenstaak
boonstaken	=	boonstaak
boontje	=	boon
boontjedief	noun	in Suriname inheemse bruine lijster, Turdus leucomelas
boontjedieven	=	boontjedief
boontjes	=	boon
boonvormig	adj	vorm van een boon hebbend
boonvormige	=	boonvormig
boonvormiger	=	boonvormig
boonvormigere	=	boonvormig
boonvormigers	=	boonvormig
boonvormigs	=	boonvormig
boonvormigst	=	boonvormig
boonvormigste	=	boonvormig
boor	noun	rond zijn as ronddraaiend werktuig om gaten mee te maken
booractiviteit	noun	de handeling van het maken van een rond gat in de aarde om aardgas en aardolie te kunnen winnen
booractiviteiten	=	booractiviteit
boorapparaat	noun	toestel om gaten te maken in stevig materiaal met een kleine ronde beitel die snel ronddraait
boorapparaten	=	boorapparaat
booras	noun	ronddraaiende metalen as van een boormachine
boorassen	=	booras
booratomen	=	booratoom
booratoom	noun	een atoom van het chemisch element boor.
booratoompje	=	booratoom
booratoompjes	=	booratoom
boorbank	noun	werkbank, ingericht tot het boren van metalen voorwerpen
boorbanken	=	boorbank
boorbedrijf	noun	onderneming die boorwerkzaamheden verricht
boorbedrijfje	=	boorbedrijf
boorbedrijfjes	=	boorbedrijf
boorbedrijven	=	boorbedrijf
boorbeitel	noun	beitel die gebruikt wordt voor boringen in gesteente
boorbeitels	=	boorbeitel
boorbeiteltje	=	boorbeitel
boorbeiteltjes	=	boorbeitel
boorbuis	noun	metalen pijp die met kracht de grond in wordt gedreven
boorbuizen	=	boorbuis
boord	noun	het dek van een schip
boordcomputer	noun	computer aan boord van een vaartuig of voertuig als mechanisch besturings-, navigatie- of controlesysteem
boordcomputers	=	boordcomputer
boordcomputertje	=	boordcomputer
boordcomputertjes	=	boordcomputer
boordde	=	boorden
boordden	=	boorden
boorddocument	noun	officieel stuk dat verplicht aanwezig moet zijn op een schip dat in openbare wateren is
boorddocumenten	=	boorddocument
boorde	=	boren
boorden	verb	van een boord voorzien
boordend	=	boorden
boordende	=	boorden
boorder	noun	iemand die boort
boorders	=	boorder
boordertje	=	boorder
boordertjes	=	boorder
boordevol	adj	tot aan de rand toe gevuld
boordevolle	=	boordevol
boordevoller	=	boordevol
boordevollere	=	boordevol
boordevollers	=	boordevol
boordevols	=	boordevol
boordevolst	=	boordevol
boordevolste	=	boordevol
boordiamant	noun	kunstmatig verkregen diamant, met een sterk lichtbrekend vermogen, diamantglans en dezelfde hardheid als diamant
boordiamanten	=	boordiamant
boordiamantje	=	boordiamant
boordiamantjes	=	boordiamant
boordje	=	boord
boordjes	=	boord
boordkanon	noun	kanon aan boord van een vliegtuig of schip
boordkanonnen	=	boordkanon
boordlicht	noun	lantaarn aan de zijkant van een schip Deze lantaarns zijn rood aan bakboord en groen aan stuurboord en ze zijn zo ingericht dat je beide lantaarns alleen tegelijk ziet als je je recht voor het schip bevindt.
boordlichten	=	boordlicht
boordlint	noun	lint om kledingstukken te boorden
boordlinten	=	boordlint
boordnet	noun	elektriciteitsnet van een voertuig
boordnetje	=	boordnet
boordnetjes	=	boordnet
boordnetten	=	boordnet
boordpersoneel	noun	personeel dat aan boord van een vliegtuig of schip werkt
boordradio	noun	een radio waarmee men aan boord van een auto, vliegtuig of vaartuig kan zenden en ontvangen
boordradio's	=	boordradio
boordroeien	noun	vorm van roeien waarbij iedere roeier één riem hanteert
boordroeiende	=	boordroeien
boordschutter	noun	iemand die een boordkanon van een militair vliegtuig bedient
boordschutters	=	boordschutter
boordsel	noun	versiersel aan de randen van kledingstukken
boordsels	=	boordsel
boordt	=	boorden
boordwapen	noun	wapen (machinegeweer) gemonteerd aan boord van een vliegtuig of schip
boordwapens	=	boordwapen
boordwerktuigkundige	noun	mecanicien die dienst doet/deed aan boord van een vliegtuig
boordwerktuigkundigen	=	boordwerktuigkundige
boordwijdte	noun	wijdte van een halsboord van een kledingstuk
boordwijdten	=	boordwijdte
boordwijdtes	=	boordwijdte
booreiland	noun	platform op zee met een boorinstallatie
booreilanden	=	booreiland
booreilandje	=	booreiland
boorfosfaat	noun	het boorzout van fosforzuur met als brutoformule BPO₄
boorfosfaten	=	boorfosfaat
boorgaatje	=	boorgat
boorgaatjes	=	boorgat
boorgat	noun	door boren ontstaan gat
boorgaten	=	boorgat
boorgruis	noun	gruis wat door het boren ontstaat
boorhamer	noun	elektropneumatische klopboormachine die wordt gebruikt om grote gaten in steen en beton te maken
boorhamers	=	boorhamer
boorhamertje	=	boorhamer
boorhamertjes	=	boorhamer
boorhouder	noun	houder waarin de boor wordt bevestigd
boorhouders	=	boorhouder
boorhoudertje	=	boorhouder
boorhoudertjes	=	boorhouder
boorijzer	noun	ijzeren boor
boorijzers	=	boorijzer
boorinstallatie	noun	inrichting voor diepe boringen in de bodem b.v. om aardolie op te sporen
boorinstallaties	=	boorinstallatie
boorkern	noun	bodemmonster (stuk gesteente) dat naar boven wordt gehaald bij een boring in de ondergrond
boorkernen	=	boorkern
boorkever	noun	Bostrichidae kever uit een familie van kevers binnen de superfamilie Bostrichoidea.
boorkevers	noun	Bostrichidae een familie kevers binnen de superfamilie Bostrichoidea.
boorkevertje	=	boorkever
boorkevertjes	=	boorkever
boorkop	noun	beitel die gebruikt wordt voor boringen in gesteente
boorkopje	=	boorkop
boorkopjes	=	boorkop
boorkoppen	=	boorkop
boorling	noun	boorspaan
boorlingen	=	boorling
boorlingetje	=	boorling
boorlingetjes	=	boorling
boorlinkje	=	boorling
boorlocatie	noun	plaats waar een boortoren staat
boorlocaties	=	boorlocatie
boormachientje	=	boormachine
boormachientjes	=	boormachine
boormachine	noun	machine waarmee men kan boren
boormachines	=	boormachine
boormachinetje	=	boormachine
boormachinetjes	=	boormachine
boormal	noun	gereedschap dat dient om in een reeks werkstukken gaten te kunnen boren zonder aftekenen
boormallen	=	boormal
boormalletje	=	boormal
boormalletjes	=	boormal
boormelk	noun	informele naam voor boorolie, een in de metaalbewerking toegepast koelmiddel om oververhitting te voorkomen bij verspanende bewerkingen zoals boren, frezen, draaien enz
boormossel	noun	Barnea sp. en Petricola sp., een schelpdier dat zich in hout, veen of zachte steensoorten ingraaft
boormosselen	=	boormossel
boormossels	=	boormossel
boormosseltje	=	boormossel
boormosseltjes	=	boormossel
boornitride	noun	verbinding van boor en stikstof, met als brutoformule BN
boornitrides	=	boornitride
boorolie	noun	in de metaalbewerking toegepast koelmiddel om oververhitting bij verspanende bewerkingen zoals boren , frezen, draaien enz. te voorkomen
booroliën	=	boorolie
booromslag	noun	zwengel waarmee een grote boor met de hand gedraaid wordt
booromslagen	=	booromslag
boorpissebed	noun	Limnoria lignorum een pissebed uit de familie Limnoriidae.
boorpissebedden	=	boorpissebed
boorpissebedje	=	boorpissebed
boorpissebedjes	=	boorpissebed
boorplatform	noun	platform op zee met een boorinstallatie
boorplatformen	=	boorplatform
boorplatformpje	=	boorplatform
boorplatformpjes	=	boorplatform
boorplatforms	=	boorplatform
boorput	noun	kunstmatige pijp die ver de bodem in gaat om diepe aardlagen te bereiken, bijvoorbeeld voor onderzoek of winning van delfstoffen
boorputje	=	boorput
boorputjes	=	boorput
boorputten	=	boorput
boorscheepje	=	boorschip
boorscheepjes	=	boorschip
boorschepen	=	boorschip
boorschip	noun	een schip dat speciaal gebouwd en uitgerust wordt om boringen in de zeebodem uit te voeren
boorsel	noun	gruis of zaagsel wat door het boren ontstaat, boorgruis
boorsels	=	boorsel
boorspaan	noun	spaan die bij het boren ontstaat (afval)
boorspaantje	=	boorspaan
boorspaantjes	=	boorspaan
boorspanen	=	boorspaan
boorspil	noun	ronddraaiende metalen as van een boormachine
boorspillen	=	boorspil
boorspilletje	=	boorspil
boorspilletjes	=	boorspil
boorspinnendoder	noun	Homonotus sanguinolentus een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
boorspinnendoders	=	boorspinnendoder
boorspinnendodertje	=	boorspinnendoder
boorspinnendodertjes	=	boorspinnendoder
boorspoeling	noun	vloeistof die men gebruikt bij het boren
boorspoelingen	=	boorspoeling
boorspons	noun	Cliona celata een in zee levende sponssoort uit de familie Clionidae behorende tot de Demospongiae.
boorsponsen	=	boorspons
boorsponsje	=	boorspons
boorsponsjes	=	boorspons
boorsponzen	=	boorspons
boort	noun	afval bij het slijpen van diamanten, dat fijngestampt weer als slijppoeder gebruikt kan worden
boortje	=	boor
boortjes	=	boor
boortol	noun	elektrische boormachine
boortollen	=	boortol
boortolletje	=	boortol
boortolletjes	=	boortol
boortoren	noun	hoge boorinstallatie voor het zoeken van bv. aardolie, aardgas, steenzout of water
boortorens	=	boortoren
boortorentje	=	boortoren
boortorentjes	=	boortoren
boortuig	noun	installatie voor het boren van mijngangen in de aarde
boortuigen	=	boortuig
boortuigje	=	boortuig
boortuigjes	=	boortuig
boortunnel	noun	geboorde tunnel die gebouwd wordt door met een tunnelboormachine grond weg te graven
boortunnels	=	boortunnel
boortunneltje	=	boortunnel
boortunneltjes	=	boortunnel
boorverbod	noun	contractuele beperking in een huurcontract waarin staat dat een huurder niet mag boren in muren zonder toestemming van de verhuurder
boorverboden	=	boorverbod
boorverbodje	=	boorverbod
boorverbodjes	=	boorverbod
boorvergunning	noun	de officiële toestemming om ergens (in de bodem) te boren
boorvergunningen	=	boorvergunning
boorvlieg	noun	Tephritidae vlieg uit een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera).
boorvliegen	noun	Tephritidae een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera).
boorvliegje	=	boorvlieg
boorvliegjes	=	boorvlieg
boorvloeistof	noun	een vloeistof die bij het boren wordt gebruikt om te koelen en om te smeren
boorvloeistoffen	=	boorvloeistof
boorwater	noun	oplossing van boorzuur in water, vroeger veel gebruikt als ontsmettingsmiddel voor wonden
boorwateren	=	boorwater
boorwaters	=	boorwater
boorwatertje	=	boorwater
boorwatertjes	=	boorwater
boorwerkzaamheden	noun	werkzaamheden waarbij vooral geboord wordt
boorwerkzaamheid	noun	een werkzaamheid waarbij vooral geboord wordt
boorworm	noun	geslacht van boorschelpdieren Teredo navalis, die met hun schelpen in hout galerijen boren
boorwormen	=	boorworm
boorwormpje	=	boorworm
boorwormpjes	=	boorworm
boorzalf	noun	wondzalf bestaand uit 10% boorzuur en 90% witte vaseline (petrolatum)
boorzalven	=	boorzalf
boorzure	=	boorzuur
boorzuren	=	boorzuur
boorzuur	noun	scheikundige verbinding van borium met zuurstof en waterstof met als brutoformule H₃BO₃	adj	uit boorzuur afgeleid
boorzuurs	=	boorzuur
boos	adj	blijk gevend van een emotie waarbij men zeer negatief is en daarvoor vaak de ander de schuld geeft
boosaardig	adj	met de intentie om kwaad te doen	adv	met de intentie om kwaad te doen
boosaardige	=	boosaardig
boosaardiger	=	boosaardig
boosaardigere	=	boosaardig
boosaardigers	=	boosaardig
boosaardigheden	=	boosaardigheid
boosaardigheid	noun	kwaadaardigheid
boosaardigheidje	=	boosaardigheid
boosaardigs	=	boosaardig
boosaardigst	=	boosaardig
boosaardigste	=	boosaardig
boosdeden	=	boosdoen
boosdeed	=	boosdoen
boosdeedt	=	boosdoen
boosdoe	=	boosdoen
boosdoen	verb	handelen met nadeel tot gevolg
boosdoend	=	boosdoen
boosdoende	=	boosdoen
boosdoender	noun|obsolete	alternatieve spelling van boosdoener
boosdoenderen	=	boosdoender
boosdoenders	=	boosdoender
boosdoendertje	=	boosdoender
boosdoendertjes	=	boosdoender
boosdoener	noun	iemand wiens daden een nadelig effect hebben
boosdoeners	=	boosdoener
boosdoenertje	=	boosdoener
boosdoenertjes	=	boosdoener
boosdoenster	noun	vrouwelijke vorm van boosdoener of boosdoender
boosdoensters	=	boosdoenster
boosdoenstertje	=	boosdoenster
boosdoenstertjes	=	boosdoenster
boosdoet	=	boosdoen
boosgedaan	=	boosdoen
boosheden	=	boosheid
boosheid	noun	de hoedanigheid van het boos zijn
booslim	noun|informal	een boze moslim
booslims	=	booslim
boost	noun	extra stimulans, steun in de rug
boostbox	noun	doos met fruit die men kan sturen naar het personeel van een zorginstelling om ze te bedanken de goede zorg die ze verlenen
boostboxen	=	boostbox
booste	=	boos
boosten	verb|informal	tot betere prestatie brengen
boostend	=	boosten
booster	noun	apparaat waarmee een signaal of een geluid sterker wordt gemaakt
boosterbegeerte	noun	het sterke verlangen om (zo snel mogelijk) een boostervaccinatie te ontvangen
boosterbegeerten	=	boosterbegeerte
boosterbegeertes	=	boosterbegeerte
boosterde	=	boosteren
boosterden	=	boosteren
boostere	=	boosteren
boostereffect	noun	plotselinge versterking van iets
boostereffecten	=	boostereffect
boostereffectje	=	boostereffect
boostereffectjes	=	boostereffect
boosteren	verb	iets versterken door het nogmaals te doen of toe te dienen
boosterend	=	boosteren
boosterende	=	boosteren
boosterlening	noun	goedkope lening voor starters op de woningmarkt
boosterleningen	=	boosterlening
boosterprik	noun	vaccinatie om het immuunsysteem extra te versterken, als vervolg op een eerdere vaccinatie tegen dezelfde ziekte
boosterprikje	=	boosterprik
boosterprikjes	=	boosterprik
boosterprikken	=	boosterprik
boosters	=	booster
boostershot	noun	herhalingsvaccinatie om het immuunsysteem verder te stimuleren na een eerdere vaccinatie
boostershots	=	boostershot
boostert	=	boosteren
boostertje	=	booster
boostertjes	=	booster
boostervaccin	noun	de entstof die men toedient na een eerdere vaccinatie
boostervaccinatie	noun	een extra inenting die volgt op een eerdere inenting die wordt verricht om de werking van een eerdere inenting (of serie van inentingen) te versterken
boostervaccinaties	=	boostervaccinatie
boostervaccins	=	boostervaccin
boosts	=	boost
boostte	=	boosten
boostten	=	boosten
booswicht	noun	iemand die zich kwaadaardig gedraagt
booswichten	=	booswicht
booswichtje	=	booswicht
boot	noun	klein vaartuig
bootcamp	noun	zeer intensieve training of arbeid in groepsverband
bootcamps	=	bootcamp
boote	=	booten
bootee	noun	lage laars die tot net boven de enkel komt
bootees	=	bootee
booteigenaar	noun	iemand die een vaartuig in bezit heeft
booteigenaars	=	booteigenaar
booteigenaren	=	booteigenaar
booten	verb	het besturingssysteem van een computer opstarten vanaf de bootsector van een schijf d.m.v. de bootstraploader
bootend	=	booten
bootende	=	booten
boothals	noun	een hoge, brede halsopening die de schouders bloot laat
boothalzen	=	boothals
boothouder	noun	eigenaar van een vaartuig
boothouders	=	boothouder
boothuis	noun	overdekte steiger waarin een of meer kleine bootjes een ligplaats kunnen hebben
boothuisje	=	boothuis
boothuisjes	=	boothuis
boothuizen	=	boothuis
bootje	=	bo
bootjes	=	bo
bootkoper	noun	iemand die een pleziervaartuig aanschaft
bootkopers	=	bootkoper
bootleg	noun	een op illegale wijze vervaardigd of bemachtigd product (bijv. een muziekopname)
bootlegging	noun	het bootleggen
bootleggings	=	bootlegging
bootlegs	=	bootleg
bootlengte	noun	lengtemaat met de lengte van een boot als eenheid
bootlengten	=	bootlengte
bootlengtes	=	bootlengte
bootongeluk	noun	ongeval waarbij één of meer boten betrokken zijn
bootongelukken	=	bootongeluk
bootongeval	noun	ongeval waarbij één of meer boten betrokken zijn
bootongevallen	=	bootongeval
bootongevalletje	=	bootongeval
bootongevalletjes	=	bootongeval
bootpostbode	noun	iemand die post bezorgd in waterrijke gebieden
bootpostboden	=	bootpostbode
bootpostbodes	=	bootpostbode
bootpostbodetje	=	bootpostbode
bootpostbodetjes	=	bootpostbode
bootrace	noun	snelheidswedstrijd met boten
bootraceje	=	bootrace
bootracejes	=	bootrace
bootraces	=	bootrace
bootreis	noun	een reis die je maakt met een boot
bootreisje	=	bootreis
bootreisjes	=	bootreis
bootreizen	=	bootreis
bootrit	noun	korte (plezier)tocht in een boot
bootritten	=	bootrit
boots	noun	benaming voor verschillende functies waarin leiding wordt gegeven aan een deel van de bemanning van een schip
bootschoen	noun	een lichte soort van schoenen van zacht leer, ontwikkeld naar het voorbeeld van Indiaanse mocassins
bootschoenen	=	bootschoen
bootschoentje	=	bootschoen
bootschoentjes	=	bootschoen
bootse	=	boots
bootsector	noun	de allereerste sector van een diskette of van een partitie van een harde schijf, Live-DVD of Live-USB
bootsectoren	=	bootsector
bootsectors	=	bootsector
bootsen	=	boots
bootsend	=	boots
bootsende	=	boots
bootsgezel	noun	matroos
bootsgezellen	=	bootsgezel
bootshaak	noun	ijzeren haak op een houten stok die men voor diverse doeleinden aan boord van een schip gebruikt
bootshaken	=	bootshaak
bootshuis	=	boothuis
bootslieden	=	bootsman
bootslui	=	bootsman
bootsmaat	noun	bemanningslid van een schip met de laagste rang
bootsmaatje	=	bootsmaat
bootsmaatjes	=	bootsmaat
bootsman	noun	een rang gelijk aan sergeant bij de marine en de hoogste onderofficier bij de koopvaardij
bootsmannen	=	bootsman
bootsmannetje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor onder water levende insecten uit de familie Notonectidae in de orde van de wantsen; er zijn meerdere soorten die sterk op elkaar lijken Het gewoon bootsmannetje (Notonecta glauca) is het meest algemeen, het bont bootsmannetje (Notonecta maculata) komt op de tweede plaats
bootsmannetjes	noun	Notonectidae een familie onder water levende insecten uit de orde van de wantsen.
bootsmaten	=	bootsmaat
bootsnavel	noun	dier (vogel) met een bootvormige snavel
bootsnavels	noun	een geslacht Machaerirhynchus van zangvogels uit de familie Machaerirhynchidae.
bootsnaveltiran	noun	Megarynchus pitangua een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bootsnaveltirannen	=	bootsnaveltiran
bootsnaveltirannetje	=	bootsnaveltiran
bootsnaveltirannetjes	=	bootsnaveltiran
bootsnaveltje	=	bootsnavel
bootsnaveltjes	=	bootsnavel
bootsnaveltodietiran	noun	Hemitriccus josephinae een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bootsnaveltodietirannen	=	bootsnaveltodietiran
bootsnaveltodietirannetje	=	bootsnaveltodietiran
bootsnaveltodietirannetjes	=	bootsnaveltodietiran
bootsschoen	noun	Plaat die buiten boord wordt gehangen en waartegen de boot rust als zij uit het water wordt geheven (om gebreeuwd of geteerd te worden)
bootsschoenen	=	bootsschoen
bootsschoentje	=	bootsschoen
bootsschoentjes	=	bootsschoen
bootst	=	boots
bootstaartnachtzwaluw	noun	Veles binotatus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
bootstaartnachtzwaluwen	=	bootstaartnachtzwaluw
bootstaartnachtzwaluwtje	=	bootstaartnachtzwaluw
bootstaartnachtzwaluwtjes	=	bootstaartnachtzwaluw
bootstaarttroepiaal	noun	Quiscalus major een zangvogel uit de familie troepialen (Icteridae).
bootstaarttroepiaaltje	=	bootstaarttroepiaal
bootstaarttroepiaaltjes	=	bootstaarttroepiaal
bootstaarttroepialen	=	bootstaarttroepiaal
bootste	=	boots
bootsten	=	boots
bootte	=	boten
bootten	=	boten
boottocht	noun	een plezierreisje met de boot
boottochten	=	boottocht
boottochtje	=	boottocht
boottochtjes	=	boottocht
boottrailer	noun	aanhangwagen waarmee men een boot kan vervoeren
boottrailers	=	boottrailer
boottrein	noun	een trein die aansluiting geeft op een veerbootverbinding
boottreinen	=	boottrein
boottreintje	=	boottrein
boottreintjes	=	boottrein
boottrekker	noun	persoon die een boot voorttrekt langs een rivier of kanaal
boottrekkers	=	boottrekker
boottrekkertje	=	boottrekker
boottrekkertjes	=	boottrekker
bootverbinding	noun	de mogelijkheid om met een veerboot van de ene naar de andere plaats te gaan
bootverbindingen	=	bootverbinding
bootverbindinkje	=	bootverbinding
bootverbindinkjes	=	bootverbinding
bootvervoer	noun	verplaatsing over het water met een boot
bootvluchteling	noun	iemand die om een politieke of economische reden zijn land ontvlucht en daarbij over zee op zijn bestemming aan tracht te komen
bootvluchtelingen	=	bootvluchteling
bootvluchtelingetje	=	bootvluchteling
bootvluchtelingetjes	=	bootvluchteling
bootvorm	noun	het uiterlijk van een boot
bootvormen	=	bootvorm
bootvormpje	=	bootvorm
bootvormpjes	=	bootvorm
bootwerker	noun	iemand die in havens schepen laadt en lost
bootwerkers	=	bootwerker
bootwerkertje	=	bootwerker
bootwerkertjes	=	bootwerker
bootycall	noun	boodschap waarin iemand een voorstel doet om seks te hebben
bootycalls	=	bootycall
bop	noun	bebop
bopper	noun	puntige schoen met dikke zolen
boppers	=	bopper
boppertje	=	bopper
boppertjes	=	bopper
bora	noun	een droge valwind in de Balkan
boraat	noun	zout van boorzuur met de chemische formule BO₃³⁻
borabora-ijsvogel	noun	Todiramphus tutus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
borabora-ijsvogels	=	borabora-ijsvogel
borabora-ijsvogeltje	=	borabora-ijsvogel
borabora-ijsvogeltjes	=	borabora-ijsvogel
borage	noun	Borago officinalis een ruwharige, eenjarige plant met blauwe bloemen.
borageolie	noun	een plantaardige olie die uitwendig toepassing vindt bij seborroïsch en atopisch eczeem en inwendig bij premenstrueel syndroom en ter preventie van hart- en vaatziekten
borangraszanger	noun	Cisticola bodessa een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
borangraszangers	=	borangraszanger
borangraszangertje	=	borangraszanger
borangraszangertjes	=	borangraszanger
borat	noun	grove wollen stof
boraten	=	boraat
borax	noun	boraat met natrium (natriumtetraboraat), gebruikt als vloeimiddel bij hardsolderen, bij het vervaardigen van glas, porselein, email etc.
boraxzuur	noun	boorzuur
boraxzuurtje	=	boraxzuur
boraxzuurtjes	=	boraxzuur
borbamiertimalia	noun	Phlegopsis borbae een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
borbamiertimalia's	=	borbamiertimalia
borbamiertimaliaatje	=	borbamiertimalia
borbamiertimaliaatjes	=	borbamiertimalia
borbodikkopje	noun	Borbo borbonica een vlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae).
borbodikkopjes	=	borbodikkopje
borborygmus	noun	darmgeruis
bord	noun	een schijfvormig voorwerp dat wordt gebruikt om voedsel van te eten
bordeaux	noun	wijn uit de omgeving van de Franse stad Bordeaux	adj	diepe, naar paars neigende wijnrode kleur
bordeauxdog	noun	ras van grote sterke honden
bordeauxdoggen	=	bordeauxdog
bordeauxdruif	noun	druivenras dat traditioneel gebruikt wordt om bordeauxwijn van te maken
bordeauxdruiven	=	bordeauxdruif
bordeauxduif	noun	wedstrijdduif die in Bordeaux is gelost, of die daar door zijn eigenaar voor bestemd is
bordeauxduifje	=	bordeauxduif
bordeauxduifjes	=	bordeauxduif
bordeauxduiven	=	bordeauxduif
bordeauxfles	noun	wijnfles met het model dat gebruikelijk is voor bordeauxwijnen
bordeauxflessen	=	bordeauxfles
bordeauxglas	noun	glazen drinkbeker op een voet met de vorm van een tulp met een ruime bovenrand waardoor je beter van bordeauxwijn geniet, ook veel gebruikt voor andere wijnsoorten
bordeauxglazen	=	bordeauxglas
bordeauxkleurig	adj	diepe rood (met een paarse tint), wijnrood
bordeauxkleurige	=	bordeauxkleurig
bordeauxkleurigs	=	bordeauxkleurig
bordeauxpaars	noun	tint paars met RAL-nummer 4004 ( ).	adj	in een tint paars met RAL-nummer 4004 ( ).
bordeauxpaarse	=	bordeauxpaars
bordeauxrode	=	bordeauxrood
bordeauxroden	=	bordeauxrood
bordeauxroder	=	bordeauxrood
bordeauxrodere	=	bordeauxrood
bordeauxroders	=	bordeauxrood
bordeauxrood	noun	diepe wijnrode kleur, bordeauxrood	adj	diepe rood (met een paarse tint), wijnrood
bordeauxroods	=	bordeauxrood
bordeauxroodst	=	bordeauxrood
bordeauxroodste	=	bordeauxrood
bordeauxs	=	bordeaux
bordeauxsaus	noun	saus bij vlees, gemaakt met bordeauxwijn
bordeauxsausen	=	bordeauxsaus
bordeauxsauzen	=	bordeauxsaus
bordeauxse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bordeaux, of een vrouw afkomstig uit Bordeaux
bordeauxsen	=	bordeauxse
bordeauxtje	=	bordeaux
bordeauxtjes	=	bordeaux
bordeauxwijn	noun	wijn uit de omgeving van de Franse stad Bordeaux
bordeauxwijnen	=	bordeauxwijn
bordeauxwijntje	=	bordeauxwijn
bordeauxwijntjes	=	bordeauxwijn
bordeel	noun	een huis waarin tegen betaling seksuele diensten worden aangeboden
bordeelbesluit	noun	wettelijke bepaling m.b.t. het vestigen van bordelen
bordeelbezoek	noun	de keer dat men naar een gelegenheid gaat waar tegen betaling seksuele diensten worden aangeboden
bordeelbezoeken	=	bordeelbezoek
bordeelbezoekje	=	bordeelbezoek
bordeelbezoekjes	=	bordeelbezoek
bordeelhouder	noun	exploitant van een bordeel, bordeelexploitant
bordeelhouders	=	bordeelhouder
bordeelhoudster	noun	vrouwelijke exploitant van een bordeel
bordeelhoudsters	=	bordeelhoudster
bordeelsluiper	noun|humorous	herenschoen van suède met een zachte zool
bordeelsluipers	=	bordeelsluiper
bordeelsluipertje	=	bordeelsluiper
bordeelsluipertjes	=	bordeelsluiper
bordeeltje	=	bordeel
bordeeltjes	=	bordeel
bordeelverbod	noun	verbod op het exploiteren van een seksbedrijf
bordeelverboden	=	bordeelverbod
bordelaise	noun	saus bij vlees, gemaakt met bordeauxwijn
bordelaises	=	bordelaise
bordelaisesaus	noun	saus bij vlees, gemaakt met bordeauxwijn
bordelaisesausen	=	bordelaisesaus
bordelaisesauzen	=	bordelaisesaus
bordelees	noun	een inwoner van Bordeaux, of iemand afkomstig uit Bordeaux	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Bordeaux
bordeleesje	=	bordelees
bordeleesjes	=	bordelees
bordelen	=	bordeel
bordelese	noun	een vrouwelijke inwoner van Bordeaux, of een vrouw afkomstig uit Bordeaux
bordelesen	=	bordelese
bordelezen	=	bordelees
borden	=	bord
bordendoek	noun	doek om eetborden af te drogen
bordendoeken	=	bordendoek
bordenwarmer	noun	een toestel om borden voor het eten te verwarmen
bordenwarmers	=	bordenwarmer
bordenwarmertje	=	bordenwarmer
bordenwarmertjes	=	bordenwarmer
bordenwasser	noun	persoon die de afwas doet in een restaurant
bordenwassers	=	bordenwasser
bordenwassertje	=	bordenwasser
bordenwassertjes	=	bordenwasser
bordenwisser	noun	voorwerp om een met krijt geschreven tekst van een bord te verwijderen
bordenwissers	=	bordenwisser
bordenwissertje	=	bordenwisser
border	noun	de rand van een tuin waar bloemen en struiken in staan
bordercollie	noun	hondenras oorspronkelijk gefokt om schapen mee te drijven
bordercollies	=	bordercollie
borderel	noun	lijst van bezittingen, inkomsten, bedragen e.d.
borderellen	=	borderel
borderline	noun	persoonlijkheidsstoornis met symptomen van een neurose en een psychose die wordt gekenmerkt door een aanhoudend patroon van instabiele interpersoonlijke relaties, een instabiel zelfbeeld, instabiele emoties en een sterke impulsiviteit.
borderlinepatiënt	noun	patiënt met een borderlinestoornis
borderlinepatiënten	=	borderlinepatiënt
borderlinepersoonlijkheidsstoornis	noun	psychisch ziektebeeld met een aanhoudend patroon van sterke wisselingen in emoties, relaties met anderen, zelfbeeld en met een sterke impulsiviteit
borderliner	noun	iemand met een emotie-regulatiepersoonlijkheidsstoornis dus met veel stemmingswisselingen en moeilijke interpersoonlijke relaties
borderliners	=	borderliner
borderlinestoornis	noun	persoonlijkheidsstoornis die wordt gekenmerkt door een aanhoudend patroon van instabiele interpersoonlijke relaties, een instabiel zelfbeeld, instabiele emoties en een sterke impulsiviteit
borderlinestoornissen	=	borderlinestoornis
borderlinesyndromen	=	borderlinesyndroom
borderlinesyndroom	noun	persoonlijkheidsstoornis met symptomen van een neurose en een psychose die wordt gekenmerkt door een aanhoudend patroon van instabiele interpersoonlijke relaties, een instabiel zelfbeeld, instabiele emoties en een sterke impulsiviteit
borderpleister	noun	is een grote, steriele pleister met een absorberend wondkussen dat niet aan de wond hecht en omgeven is door een kleefrand
borderpleisters	=	borderpleister
borderpleistertje	=	borderpleister
borderpleistertjes	=	borderpleister
borders	=	border
borderterriër	noun	bepaald klein, ruigharig hondenras
borderterriërs	=	borderterriër
borderterriërtje	=	borderterriër
borderterriërtjes	=	borderterriër
bordertje	=	border
bordertjes	=	border
bordes	noun	verhoogd platform dat bereikbaar is via een aantal treden en toegang geeft tot een gebouw
bordesje	=	bordes
bordesjes	=	bordes
bordesscène	noun	de gebeurtenis waarbij het nieuwe Nederlandse kabinet zich na de benoeming en beëdiging door de koning(in), samen met hem of haar, presenteert aan de verzamelde pers
bordesscènes	=	bordesscène
bordesscènetje	=	bordesscène
bordesscènetjes	=	bordesscène
bordessen	=	bordes
bordestrap	noun	trap die in twee of meer delen is verdeeld door bordessen
bordestrapje	=	bordestrap
bordestrapjes	=	bordestrap
bordestrappen	=	bordestrap
bordestrede	noun	de treden van een bordes
bordestreden	=	bordestrede
bordestredes	=	bordestrede
bordje	=	bord
bordjes	=	bord
bordkarton	noun	een soort strokarton van slechte kwaliteit
bordkartonnen	adj	gemaakt van bordkarton, een niet al te stevig soort karton
bordkartonnens	=	bordkartonnen
bordkrijt	noun	een speciaal soort krijt, gemaakt van kalk of gips, waarmee je op een schoolbord of krijtbord kunt schrijven en tekenen
bordkrijten	=	bordkrijt
bordkrijtje	=	bordkrijt
bordkrijtjes	=	bordkrijt
bordpapier	noun	karton
bordpapieren	adj	gemaakt van bordpapier
bordpapiertje	=	bordpapier
bordpapiertjes	=	bordpapier
bordspel	noun	een spel dat op een tevoren gemarkeerd oppervlak (spelbord) wordt gespeeld
bordspelen	=	bordspel
bordspellen	=	bordspel
bordspelletje	=	bordspel
bordspelletjes	=	bordspel
bordure	=	borduren
borduren	verb	met naald en draad versieringen aanbrengen op een stuk weefsel
bordurend	=	borduren
bordurende	=	borduren
borduur	noun	geborduurd stuk stof
borduurde	=	borduren
borduurden	=	borduren
borduurlamp	noun	speciale lamp om makkelijk mee te borduren voorzien van een vergrootglas
borduurlampen	=	borduurlamp
borduurlampje	=	borduurlamp
borduurlampjes	=	borduurlamp
borduurnaald	noun	naald met een groot oog om mee te borduren
borduurnaalden	=	borduurnaald
borduurnaaldje	=	borduurnaald
borduurnaaldjes	=	borduurnaald
borduurraam	noun	een houten raam waarop stof is gespannen waarop men aan het borduren is
borduurraampje	=	borduurraam
borduurraampjes	=	borduurraam
borduurramen	=	borduurraam
borduursel	noun	weefselversiering aangebracht met naaldwerk
borduursels	=	borduursel
borduurseltje	=	borduursel
borduurseltjes	=	borduursel
borduursteek	noun	bij het borduren gebruikelijke steek
borduursteken	=	borduursteek
borduurster	noun	vrouwspersoon dat borduurt
borduursters	=	borduurster
borduurstertje	=	borduurster
borduurstertjes	=	borduurster
borduurt	=	borduren
borduurtje	=	borduur
borduurtjes	=	borduur
borduurwerk	noun	iets wat men geborduurd heeft op aan het borduren is
borduurwerken	=	borduurwerk
borduurwerkje	=	borduurwerk
borduurwerkjes	=	borduurwerk
borduurzij	noun	zijden draden om mee te borduren
borduurzijde	noun	prachtig gekleurde draden om mee te borduren
borduurzijdes	=	borduurzij
bordveger	noun	een houtblokje dat onderaan met een stofje bekleed is om een schoolbord schoon te maken
bordvegers	=	bordveger
bordwisser	noun	bordenwisser
bordwissers	=	bordwisser
bore	=	boren
bore-out	noun	aandoening die ontstaat door onderbelasting en verveling op het werk
bore-outs	=	bore-out
boreaal	noun	noordelijk	adj	uit het boreaal, of met betrekking tot dat tijdperk
boreaals	=	boreaal
boreaalst	=	boreaal
boreaalste	=	boreaal
boreale	=	boreaal
borealer	=	boreaal
borealere	=	boreaal
borealers	=	boreaal
boreling	noun	een pasgeboren kind
borelingen	=	boreling
borelingetje	=	boreling
borelinkje	=	boreling
boren	verb	met een werktuig dat om zijn as draait een rond gat in iets maken
borend	adj	van iets of iemand dat hij een boor gebruikt
borende	=	boren
borender	=	borend
borendere	=	borend
borenders	=	borend
borends	=	borend
borendst	=	borend
borendste	=	borend
borg	noun	iemand die garant staat voor een eventueel te betalen bedrag, de borgsteller
borgde	=	borgen
borgden	=	borgen
borge	=	borgen
borgen	verb	vastzetten
borgend	=	borgen
borgende	=	borgen
borger	noun	iemand die geld uitleent
borgers	=	borger
borging	noun	het borgen
borgingen	=	borging
borginkje	=	borging
borginkjes	=	borging
borgje	=	borg
borgjes	=	borg
borgketting	noun	ketting, die dient om het loswerken, uitschieten of verschuiven van een lading te voorkomen
borgkettingen	=	borgketting
borgmoer	noun	/ blokje met een gat dat van schroefdraad is voorzien zodat het op een schroefbout past en vanzelf vastklemt op de bout waardoor deze niet losgedraaid kan worden door trilling
borgmoeren	=	borgmoer
borgmoertje	=	borgmoer
borgmoertjes	=	borgmoer
borgpen	noun	pen ter beveiliging tegen loswerken
borgpennen	=	borgpen
borgpennetje	=	borgpen
borgpennetjes	=	borgpen
borgring	noun	ring die borgt (voorkomt dat een bout, moer of schroef los gaat)
borgringen	=	borgring
borgringetje	=	borgring
borgringetjes	=	borgring
borgsom	noun	som geld die door iemand wordt gestort om te garanderen dat hij zijn verplichtingen zal voldoen
borgsommen	=	borgsom
borgsommetje	=	borgsom
borgsommetjes	=	borgsom
borgsteller	noun	iemand die zich borg stelt
borgstellers	=	borgsteller
borgstelling	noun	iets of iemand waarmee men het nakomen van een verplichting garandeert
borgstellingen	=	borgstelling
borgstellinkje	=	borgstelling
borgstellinkjes	=	borgstelling
borgt	=	borgen
borgtocht	noun	een overeenkomst waarbij de borgsteller garant staat voor de schulden van de schuldenaar.
borgtochtelijk	adj	door een borgtocht verzekerd
borgtochtelijke	=	borgtochtelijk
borgtochtelijker	=	borgtochtelijk
borgtochtelijkere	=	borgtochtelijk
borgtochtelijkers	=	borgtochtelijk
borgtochtelijks	=	borgtochtelijk
borgtochtelijkst	=	borgtochtelijk
borgtochtelijkste	=	borgtochtelijk
borgtochten	=	borgtocht
borgtochtje	=	borgtocht
borgtogt	=	borgtocht
bori	noun	Octodontomys gliroides knaagdier uit de familie van de schijnratten (Octodontidae).
bori's	=	bori
borietje	=	bori
borietjes	=	bori
boring	noun	het boren
boringen	=	boring
borinkje	=	boring
borinkjes	=	boring
borium	noun	een chemisch element en een zwart metalloïde
boriumatomen	=	boriumatoom
boriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element borium.
boriumatoompje	=	boriumatoom
boriumatoompjes	=	boriumatoom
boriumgebrek	noun	gebrek aan borium
boriumsilicaat	noun	zout van boor en kiezelzuur hoofdzakelijk opgebouwd uit siliciumdioxide (SiO₂) en boortrioxide (B₂O₃).
boriumsilicaten	=	boriumsilicaat
born	noun	bron, wel (een plaats waar water uit de grond komt)
borneer	=	borneren
borneerde	=	borneren
borneerden	=	borneren
borneert	=	borneren
bornen	=	born
borneo-eekhoorn	noun	Rheithrosciurus macrotis knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
borneo-eekhoorns	=	borneo-eekhoorn
borneo-eekhoorntje	=	borneo-eekhoorn
borneo-eekhoorntjes	=	borneo-eekhoorn
borneobandcivetkat	noun	Diplogale hosei roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
borneobandcivetkatje	=	borneobandcivetkat
borneobandcivetkatjes	=	borneobandcivetkat
borneobandcivetkatten	=	borneobandcivetkat
borneobladvogel	noun	Chloropsis kinabaluensis een vogel uit de familie van de bladvogels.
borneobladvogels	=	borneobladvogel
borneobladvogeltje	=	borneobladvogel
borneobladvogeltjes	=	borneobladvogel
borneoblauwstaartpitta	noun	Hydrornis schwaneri een endemische vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae) op het eiland Borneo
borneoblauwstaartpitta's	=	borneoblauwstaartpitta
borneoblauwstaartpittaatje	=	borneoblauwstaartpitta
borneoblauwstaartpittaatjes	=	borneoblauwstaartpitta
borneoboomekster	noun	Dendrocitta cinerascens een zangvogel uit de familie van de kraaien en het geslacht boomeksters.
borneoboomeksters	=	borneoboomekster
borneoboomekstertje	=	borneoboomekster
borneoboomekstertjes	=	borneoboomekster
borneoborstelkop	noun	Pityriasis gymnocephala de enige soort uit de monotypische familie Pityriaseidae en de orde van de zangvogels (oscines).
borneoborstelkopje	=	borneoborstelkop
borneoborstelkopjes	=	borneoborstelkop
borneoborstelkoppen	=	borneoborstelkop
borneobospatrijs	noun	Arborophila hyperythra een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
borneobospatrijsje	=	borneobospatrijs
borneobospatrijsjes	=	borneobospatrijs
borneobospatrijzen	=	borneobospatrijs
borneobronzemannetje	noun	Lonchura fuscans een endemische vogelsoort van Borneo
borneobronzemannetjes	=	borneobronzemannetje
borneodwergolifant	noun	Elephas maximus borneensis een ondersoort van de Aziatische olifant die op Borneo voorkomt en die in september 2003 is onderscheiden dankzij DNA-technieken.
borneodwergolifanten	=	borneodwergolifant
borneodwergolifantje	=	borneodwergolifant
borneodwergolifantjes	=	borneodwergolifant
borneodwergvalk	noun	Microhierax latifrons een vogel uit het geslacht van de dwergvalken.
borneodwergvalken	=	borneodwergvalk
borneodwergvalkje	=	borneodwergvalk
borneodwergvalkjes	=	borneodwergvalk
borneofluiter	noun	Pachycephala hypoxantha een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
borneofluiters	=	borneofluiter
borneofluitertje	=	borneofluiter
borneofluitertjes	=	borneofluiter
borneofluitlijster	noun	Myophonus borneensis een endemische vogelsoort van Borneo uit het geslacht Myophonus en de familie vliegenvangers (Muscicapidae)
borneofluitlijsters	=	borneofluitlijster
borneofluitlijstertje	=	borneofluitlijster
borneofluitlijstertjes	=	borneofluitlijster
borneogibbon	noun	Hylobates muelleri één soort uit de familie gibbons (Hylobatidae) en komt voor in de regenwouden van Borneo, zowel het Indonesisch deel Kalimantan als het Maleisische deel (Sarawak en Sahah) en in Brunei.
borneogibbonnetje	=	borneogibbon
borneogibbonnetjes	=	borneogibbon
borneogibbons	=	borneogibbon
borneogoudborstbuulbuul	noun	Rubigula montis een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
borneogoudborstbuulbuuls	=	borneogoudborstbuulbuul
borneogoudborstbuulbuultje	=	borneogoudborstbuulbuul
borneogoudborstbuulbuultjes	=	borneogoudborstbuulbuul
borneogoudkat	noun	bepaald soort zoogdier, Catopuma badia, een katachtige uit Borneo Deze kat heeft het formaat van een huiskat, hij lijkt op de Aziatische goudkat, maar heeft een egaal bruine of grijze vacht met een lange staart.
borneogoudkatje	=	borneogoudkat
borneogoudkatjes	=	borneogoudkat
borneogoudkatten	=	borneogoudkat
borneohaai	noun	Carcharhinus borneensis een haai uit de familie van de requiemhaaien
borneohaaien	=	borneohaai
borneohaaitje	=	borneohaai
borneohaaitjes	=	borneohaai
borneohoningvogel	noun	Dicaeum monticolum een bastaardhoningvogel die alleen op Borneo voorkomt en een naaste verwant heeft op Celebes, de zwartflankhoningvogel (D. celebicum).
borneohoningvogels	=	borneohoningvogel
borneohoningvogeltje	=	borneohoningvogel
borneohoningvogeltjes	=	borneohoningvogel
borneokathaai	noun	Apristurus platyrhynchus een vis uit de familie van Pentanchidae, orde van grondhaaien (Carcharhiniformes).
borneokathaaien	=	borneokathaai
borneokathaaitje	=	borneokathaai
borneokathaaitjes	=	borneokathaai
borneokikkerbek	noun	Batrachostomus mixtus een vogel uit de familie Podargidae (kikkerbekken).
borneokikkerbekje	=	borneokikkerbek
borneokikkerbekjes	=	borneokikkerbek
borneokikkerbekken	=	borneokikkerbek
borneokortvleugel	noun	Brachypteryx erythrogyna een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
borneokortvleugels	=	borneokortvleugel
borneokortvleugeltje	=	borneokortvleugel
borneokortvleugeltjes	=	borneokortvleugel
borneomangrovemuistimalia	noun	Pellorneum macropterum een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
borneomangrovemuistimalia's	=	borneomangrovemuistimalia
borneomangrovemuistimaliaatje	=	borneomangrovemuistimalia
borneomangrovemuistimaliaatjes	=	borneomangrovemuistimalia
borneoniltava	noun	Cyornis superbus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
borneoniltava's	=	borneoniltava
borneoniltavaatje	=	borneoniltava
borneoniltavaatjes	=	borneoniltava
borneospiegelpauw	noun	Polyplectron schleiermacheri een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
borneospiegelpauwen	=	borneospiegelpauw
borneospiegelpauwtje	=	borneospiegelpauw
borneospiegelpauwtjes	=	borneospiegelpauw
borneostekelvarken	noun	Hystrix crassispinis knaagdier uit de familie van de stekelvarkens van de Oude Wereld (Hystricidae).
borneostekelvarkens	=	borneostekelvarken
borneostekelvarkentje	=	borneostekelvarken
borneostekelvarkentjes	=	borneostekelvarken
borneostruikzanger	noun	Urosphena whiteheadi een endemische struikzanger uit het geslacht Urosphena van de familie Cettiidae die alleen op Borneo voorkomt
borneostruikzangers	=	borneostruikzanger
borneostruikzangertje	=	borneostruikzanger
borneostruikzangertjes	=	borneostruikzanger
borneovorkstaart	noun	Enicurus borneensis een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers die voorkomt in het bergland van Borneo langs beekjes in montaan regenwoud.
borneovorkstaarten	=	borneovorkstaart
borneovorkstaartje	=	borneovorkstaart
borneovorkstaartjes	=	borneovorkstaart
borneovuurrugfazant	noun	Lophura pyronota een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
borneovuurrugfazanten	=	borneovuurrugfazant
borneovuurrugfazantje	=	borneovuurrugfazant
borneovuurrugfazantjes	=	borneovuurrugfazant
borneowaterspitsmuis	noun	Chimarrogale phaeura insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
borneowaterspitsmuisje	=	borneowaterspitsmuis
borneowaterspitsmuisjes	=	borneowaterspitsmuis
borneowaterspitsmuizen	=	borneowaterspitsmuis
borneowoltimalia	noun	Ptilocichla leucogrammica een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
borneowoltimalia's	=	borneowoltimalia
borneowoltimaliaatje	=	borneowoltimalia
borneowoltimaliaatjes	=	borneowoltimalia
borneozwartkapjungletimalia	noun	Pellorneum capistratoides een zangvogel uit de familie Pellorneidae
borneozwartkapjungletimalia's	=	borneozwartkapjungletimalia
borneozwartkapjungletimaliaatje	=	borneozwartkapjungletimalia
borneozwartkapjungletimaliaatjes	=	borneozwartkapjungletimalia
bornere	=	borneren
borneren	verb	beperken
bornerend	=	borneren
bornerende	=	borneren
bornput	noun	gat in de grond waaruit grondwater kan worden gehaald
bornputten	=	bornput
boroech	adj	gezegend
boroman	noun	ongenode gast
boromans	=	boroman
borrel	noun	klein glaasje met sterke drank, gedistilleerd
borrelaar	noun	iemand die sterke drank drinkt
borrelaars	=	borrelaar
borrelbus	noun	een bus die late feestvierders terug naar huis brengt
borrelbusje	=	borrelbus
borrelbusjes	=	borrelbus
borrelbussen	=	borrelbus
borrelde	=	borrelen
borrelden	=	borrelen
borrele	=	borrelen
borrelen	verb	zich bewegen door het opstijgen van vele gasbelletjes
borrelend	adj	van een vloeistof dat deze in beweging is door uittredende gas- of dampbellen
borrelende	=	borrelen
borrelends	=	borrelend
borrelfles	noun	een glazen kolf die deels gevuld is met een vloeistof en een in- en uitgaande buis heeft.
borrelflesje	=	borrelfles
borrelflesjes	=	borrelfles
borrelflessen	=	borrelfles
borrelgarnituren	=	borrelgarnituur
borrelgarnituur	noun	assortiment van hartige hapjes (bitterballen, mosterd etc.) voor bij de borrel
borrelgarnituurtje	=	borrelgarnituur
borrelgarnituurtjes	=	borrelgarnituur
borrelglaasje	=	borrelglas
borrelglaasjes	=	borrelglas
borrelglas	noun	een klein glas dat speciaal ontworpen is om jenever of een andere sterke drank (borrel), uit te drinken
borrelglazen	=	borrelglas
borrelhapje	noun	hapje dat vaak wordt genuttigd tijdens het borrelen en/of de aperitief
borrelhapjes	=	borrelhapje
borreliabacterie	noun	benaming elk van de soorten uit het geslacht Borrelia, spirocheten die borreliose kunnen veroorzaken
borreliabacterietje	=	borreliabacterie
borreliabacterietjes	=	borreliabacterie
borreliabacteriën	=	borreliabacterie
borreliose	noun	door de borreliabacterie veroorzaakte infectieziekte, bv. lymeziekte
borrelnoot	noun	pinda of noot met daaromheen een krokant laagje met kruidensmaak
borrelnootje	=	borrelnoot
borrelnootjes	=	borrelnoot
borrelnoten	=	borrelnoot
borrelpraat	noun	kletspraatjes die verteld worden tijdens informele bijeenkomsten
borrelpraatje	=	borrelpraat
borrelpraatjes	=	borrelpraat
borrels	=	borrel
borrelt	=	borrelen
borreltafel	noun	hapjes die men kan eten tijdens het borrelen
borreltafelpraat	noun	luchtig gekeuvel waarbij het niet altijd zo nauw wordt genomen met de werkelijkheid
borreltafels	=	borreltafel
borreltafeltje	=	borreltafel
borreltafeltjes	=	borreltafel
borreltijd	noun	tijd na afloop van het werk waarop sommigen borrelen
borreltijden	=	borreltijd
borreltje	=	borrel
borreltjes	=	borrel
borreluren	=	borreluur
borreluur	noun	een gezellige bijeenkomst waar men samen wat drinkt
borreluurtje	=	borreluur
borreluurtjes	=	borreluur
borsalino	noun	gleufhoed van Italiaanse producent
borsalino's	=	borsalino
borsjt	=	borsjtsj
borsjtsj	noun	soep van rode bieten, gemaakt van rode biet, ui, runderbouillon met vlees en zure room, die veel gegeten wordt in Slavische landen, met name in Rusland, Oekraïne, Polen en Wit-Rusland
borsjtsjschranser	noun	schranser van borsjtsj
borsjtsjschransers	=	borsjtsjschranser
borsjtsjschransertje	=	borsjtsjschranser
borsjtsjschransertjes	=	borsjtsjschranser
borst	noun	bovenste deel van de voorkant van de romp van mens (of vergelijkbaar deel bij dier), van onder begrensd door het middenrif en van boven door de hals
borstaandoening	noun	ziekte van de longen
borstaandoeningen	=	borstaandoening
borstaandoeninkje	=	borstaandoening
borstaandoeninkjes	=	borstaandoening
borstademhaling	noun	manier van ademhalen die alleen met de spieren van de borstkas wordt uitgevoerd
borstademhalingen	=	borstademhaling
borstamputatie	noun	operatie waarbij een of beide borsten geheel of gedeeltelijk worden verwijderd
borstamputaties	=	borstamputatie
borstbandlijstergaai	noun	Garrulax pectoralis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
borstbandlijstergaaien	=	borstbandlijstergaai
borstbandlijstergaaitje	=	borstbandlijstergaai
borstbandlijstergaaitjes	=	borstbandlijstergaai
borstbandmiersluiper	noun	Herpsilochmus pectoralis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
borstbandmiersluipers	=	borstbandmiersluiper
borstbandmiersluipertje	=	borstbandmiersluiper
borstbandmiersluipertjes	=	borstbandmiersluiper
borstbeeld	noun	beeldhouwwerk dat enkel het hoofd, de borst en de schouders toont
borstbeelden	=	borstbeeld
borstbeeldje	=	borstbeeld
borstbeeldjes	=	borstbeeld
borstbeen	noun	plat been waaraan de ribben aan de voorzijde vastgehecht zijn
borstbeenderen	=	borstbeen
borstbeentje	=	borstbeen
borstbeentjes	=	borstbeen
borstbenen	=	borstbeen
borstbesparend	adj	betreffende een chirurgische ingreep bij borstkanker waarbij de chirurg alleen de tumor en een randje gezond weefsel eromheen verwijdert.
borstbesparende	=	borstbesparend
borstbesparender	=	borstbesparend
borstbesparendere	=	borstbesparend
borstbesparenders	=	borstbesparend
borstbesparends	=	borstbesparend
borstbesparendst	=	borstbesparend
borstbesparendste	=	borstbesparend
borstbondage	noun	vastgebonden vrouwenborsten als seksspel bij bdsm
borstbondages	=	borstbondage
borstcrawl	noun	zwemslag waarbij de de zwemmer met het hoofd naar beneden gericht, de armen om- en om door het water laat scheppen
borstcrawls	=	borstcrawl
borstel	noun	een gebruiksvoorwerp bestaande uit een bundel of bundels haren of vezels die in een houder of aan een blad van hout of een andere stof zijn vastgehecht
borstelbaan	noun	baan bestaande uit borstels waarover men kan skiën zonder dat het vriest of dat er sneeuw ligt
borstelbanen	=	borstelbaan
borstelbekboorvlieg	noun	Chetostoma curvinerve een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
borstelbekboorvliegen	=	borstelbekboorvlieg
borstelbekboorvliegje	=	borstelbekboorvlieg
borstelbekboorvliegjes	=	borstelbekboorvlieg
borstelbies	noun	Isolepis setacea een in pollen groeiende of een dichte zode vormende plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
borstelbiesje	=	borstelbies
borstelbiesjes	=	borstelbies
borstelbiezen	=	borstelbies
borstelbloemvlieg	noun	Chirosia crassiseta een vliegensoort uit de familie van de bloemvliegen (Anthomyiidae).
borstelbloemvliegen	=	borstelbloemvlieg
borstelbloemvliegje	=	borstelbloemvlieg
borstelbloemvliegjes	=	borstelbloemvlieg
borstelde	=	borstelen
borstelden	=	borstelen
borstele	=	borstelen
borstelen	verb	schoonmaken met behulp van een borstel
borstelend	=	borstelen
borstelende	=	borstelen
borstelglimmer	noun	Amara equestris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
borstelglimmers	=	borstelglimmer
borstelglimmertje	=	borstelglimmer
borstelglimmertjes	=	borstelglimmer
borstelgras	noun	Nardus stricta gras met blauwgroene, stijve, borstelvormige bladeren
borstelgrassen	=	borstelgras
borstelgroefbij	noun	Lasioglossum nitidiusculum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
borstelgroefbijen	=	borstelgroefbij
borstelgroefbijtje	=	borstelgroefbij
borstelgroefbijtjes	=	borstelgroefbij
borstelhaar	noun	haar wat verdacht veel op een borstel lijkt
borstelhaartje	=	borstelhaar
borstelhaartjes	=	borstelhaar
borstelhaarwimperzwam	noun	Scutellinia setosa een schimmel uit de familie Pyronemataceae.
borstelhaarwimperzwammen	=	borstelhaarwimperzwam
borstelhaarwimperzwammetje	=	borstelhaarwimperzwam
borstelhaarwimperzwammetjes	=	borstelhaarwimperzwam
borstelharen	=	borstelhaar
borstelharig	adj	een met borstelharen of borstelhaar begroeide huid hebbende
borstelharige	=	borstelharig
borstelhariger	=	borstelharig
borstelharigere	=	borstelharig
borstelharigers	=	borstelharig
borstelharigs	=	borstelharig
borstelharigst	=	borstelharig
borstelharigste	=	borstelharig
borstelig	adj	ruigharig, ruwharig net zo als een borstel
borstelige	=	borstelig
borsteliger	=	borstelig
borsteligere	=	borstelig
borsteligers	=	borstelig
borsteligs	=	borstelig
borsteligst	=	borstelig
borsteligste	=	borstelig
borstelkop	noun	Pityriaseidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
borstelkopje	=	borstelkop
borstelkopjes	=	borstelkop
borstelkoppapegaai	noun	Psittrichas fulgidus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
borstelkoppapegaaien	=	borstelkoppapegaai
borstelkoppapegaaitje	=	borstelkoppapegaai
borstelkoppapegaaitjes	=	borstelkoppapegaai
borstelkoppen	=	borstelkop
borstelkrans	noun	Clinopodium vulgare een vaste plant, die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
borstelkransen	=	borstelkrans
borstelkransje	=	borstelkrans
borstelkransjes	=	borstelkrans
borstelkruinspreeuw	noun	Onychognathus salvadorii een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
borstelkruinspreeuwen	=	borstelkruinspreeuw
borstelkruinspreeuwtje	=	borstelkruinspreeuw
borstelkruinspreeuwtjes	=	borstelkruinspreeuw
borstellijstergaai	noun	Trochalopteron lineatum een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
borstellijstergaaien	=	borstellijstergaai
borstellijstergaaitje	=	borstellijstergaai
borstellijstergaaitjes	=	borstellijstergaai
borstelmaker	noun	iemand die bundels haren of vezels aan houders bevestigt, en zo voorwerpen maakt die bruikbaar zijn voor activiteiten als schoonmaken en schilderen
borstelmakers	=	borstelmaker
borstelmol	noun	Parascalops breweri een insecteneter uit de familie van de mollen (Talpidae).
borstelmollen	=	borstelmol
borstelmolletje	=	borstelmol
borstelmolletjes	=	borstelmol
borstelmondvissen	noun	een familie Gonostomatidae van straalvinnige vissen uit de orde van draakvisachtigen (Stomiiformes)
borstelmot	noun	insect uit de familie Epermeniidae van vlinders
borstelmotje	=	borstelmot
borstelmotjes	=	borstelmot
borstelmotten	noun	Epermeniidae een familie van vlinders
borstelneus	noun	dier met een neus als een borstel
borstelneusje	=	borstelneus
borstelneusjes	=	borstelneus
borstelneuzen	noun	een geslacht Gymnobucco van vogels uit de familie Afrikaanse baardvogels (Lybiidae).
borstelroofvlieg	noun	Dysmachus trigonus een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
borstelroofvliegen	=	borstelroofvlieg
borstelroofvliegje	=	borstelroofvlieg
borstelroofvliegjes	=	borstelroofvlieg
borstels	=	borstel
borstelscherm	noun	Turgenia latifolia een eenjarige plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
borstelschermen	=	borstelscherm
borstelschermpje	=	borstelscherm
borstelschermpjes	=	borstelscherm
borstelsnor	noun	snor van ruwe, borstelige haren
borstelsnorren	=	borstelsnor
borstelsnorretje	=	borstelsnor
borstelsnorretjes	=	borstelsnor
borstelspriet	noun	Loricera pilicornis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
borstelsprieten	=	borstelspriet
borstelsprietje	=	borstelspriet
borstelsprietjes	=	borstelspriet
borstelstaart	noun	dier met een borstelige staart
borstelstaartboomstekelvarken	noun	Chaetomys subspinosus knaagdier uit de familie van de stekelvarkens van de Nieuwe Wereld (Erethizontidae).
borstelstaartboomstekelvarkens	=	borstelstaartboomstekelvarken
borstelstaartboomstekelvarkentje	=	borstelstaartboomstekelvarken
borstelstaartboomstekelvarkentjes	=	borstelstaartboomstekelvarken
borstelstaarten	=	borstelstaart
borstelstaartje	=	borstelstaart
borstelstaartjes	=	borstelstaart
borstelstaartkangoeroerat	noun	Bettongia penicillata een klein soort buideldier uit de familie der kangoeroeratten (Potoroidae).
borstelstaartkangoeroeratje	=	borstelstaartkangoeroerat
borstelstaartkangoeroeratjes	=	borstelstaartkangoeroerat
borstelstaartkangoeroeratten	noun	Bettongia een geslacht van kangoeroeratten met een brede kop, een korte bek en vaak een "borstel" van lange haren op de staart.
borstelsteenvlieg	noun	insect uit de familie Perlidae van insecten uit de orde steenvliegen (Plecoptera)
borstelsteenvliegen	noun	Perlidae een familie van insecten uit de orde steenvliegen (Plecoptera)
borstelsteenvliegje	=	borstelsteenvlieg
borstelsteenvliegjes	=	borstelsteenvlieg
borstelstreepzaad	noun	Crepis setosa een eenjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
borstelstreepzaadje	=	borstelstreepzaad
borstelstreepzaadjes	=	borstelstreepzaad
borstelstreepzaden	=	borstelstreepzaad
borstelt	=	borstelen
borsteltapaculo	noun	Merulaxis rhinolophus een zangvogel uit de familie der tapaculo's (Rhinocryptidae)
borsteltapaculo's	=	borsteltapaculo
borsteltapaculootje	=	borsteltapaculo
borsteltapaculootjes	=	borsteltapaculo
borsteltiran	noun	Myiobius villosus een zangvogel uit de familie Tityridae.
borsteltirannen	=	borsteltiran
borsteltirannetje	=	borsteltiran
borsteltirannetjes	=	borsteltiran
borsteltje	=	borstel
borsteltjes	=	borstel
borsteltongvleermuis	noun	Platalina genovensium vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
borsteltongvleermuisje	=	borsteltongvleermuis
borsteltongvleermuisjes	=	borsteltongvleermuis
borsteltongvleermuizen	=	borsteltongvleermuis
borstelvormig	adj	vorm van een borstel hebbend
borstelvormige	=	borstelvormig
borstelvormiger	=	borstelvormig
borstelvormigere	=	borstelvormig
borstelvormigers	=	borstelvormig
borstelvormigs	=	borstelvormig
borstelvormigst	=	borstelvormig
borstelvormigste	=	borstelvormig
borstelwespbij	noun	Nomada stigma een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
borstelwespbijen	=	borstelwespbij
borstelwespbijtje	=	borstelwespbij
borstelwespbijtjes	=	borstelwespbij
borstelwier	noun	Chaetomorpha aerea een groenwier uit de familie Cladophoraceae
borstelwieren	=	borstelwier
borstelwiertje	=	borstelwier
borstelwiertjes	=	borstelwier
borstelworm	noun	ringworm met bundels van borstelvormige aanhangsels
borstelwormen	noun	een klasse Polychaeta van ringwormen waarvan de vertegenwoordigers vrijwel uitsluitend in zee leven.
borstelwormpje	=	borstelworm
borstelwormpjes	=	borstelworm
borstelzanger	noun	Schoenicola striatus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
borstelzangers	=	borstelzanger
borstelzangertje	=	borstelzanger
borstelzangertjes	=	borstelzanger
borsten	=	borst
borsthaar	noun	haar op de borst
borsthaartje	=	borsthaar
borsthaartjes	=	borsthaar
borstharen	=	borsthaar
borstharnas	noun	deel van een wapenuitrusting dat de borst beschermt
borstharnassen	=	borstharnas
borstholte	noun	lichaamsholte, gevormd door de 12 paar ribben, de 12 borstwervels en het borstbeen
borstholten	=	borstholte
borstholtes	=	borstholte
borsthoning	noun	soort zoete stroop als kwakzalverij tegen hoesten, oorspronkelijk bereid uit druivensap ingedikt met suiker en kruiden
borsthoogte	noun	op de hoogte waar zich normaal de borstkas bevindt
borsthoogten	=	borsthoogte
borsthoogtes	=	borsthoogte
borstimplantaat	noun	een prothese waarmee men de vorm en grootte van een vrouwenborst wijzigt
borstimplantaten	=	borstimplantaat
borstje	=	borst
borstjes	=	borst
borstkanker	noun	is een vorm van kanker die uitgaat van het melkklierweefsel in de borst, meestal (maar niet altijd) bij vrouwen
borstkankergen	noun	afwijking in een gen dat een verhoogde gevoeligheid voor borstkanker veroorzaakt
borstkankergenen	=	borstkankergen
borstkankeronderzoek	noun	onderzoek van een patiënt of hij of zij borstkanker heeft
borstkankeronderzoeken	=	borstkankeronderzoek
borstkankers	=	borstkanker
borstkankerscreening	noun	onderzoek naar borstkanker bij vrouwen die nog geen klachten of symptomen hebben
borstkankerscreenings	=	borstkankerscreening
borstkas	noun	geraamte van de borst dat de borstholte omhult
borstkasje	=	borstkas
borstkasjes	=	borstkas
borstkassen	=	borstkas
borstkast	noun	minder gangbare vorm van borstkas
borstkasten	noun	minder gangbare vorm van borstkassen
borstkastje	noun	minder gangbare vorm van borstkasje
borstkastjes	noun	minder gangbare vorm van borstkasjes
borstkind	noun	baby die nog borstvoeding krijgt
borstkinderen	=	borstkind
borstkindje	=	borstkind
borstkindjes	=	borstkind
borstklier	noun	elk van de trosvormige kliergroepen die de moedermelk bij zoogdieren uit het bloed afscheiden
borstklieren	=	borstklier
borstklierontsteking	noun	ontsteking van de melkklieren
borstklierontstekingen	=	borstklierontsteking
borstklierontstekinkje	=	borstklierontsteking
borstklierontstekinkjes	=	borstklierontsteking
borstklopperij	noun	te trots zijn op je eigen handelingen
borstklopperijen	=	borstklopperij
borstkolf	noun	apparaat om moedermelk af te kolven
borstkolven	=	borstkolf
borstkruis	noun	kruisvormig sieraad dat men voor de borst kan hangen, vooral in gebruik bij katholieken
borstkruisen	=	borstkruis
borstkruizen	=	borstkruis
borstkwaal	noun	aandoening van de longen
borstkwaaltje	=	borstkwaal
borstkwaaltjes	=	borstkwaal
borstkwalen	=	borstkwaal
borstlap	noun	lap die men op de borst draagt
borstlapje	=	borstlap
borstlapjes	=	borstlap
borstlappen	=	borstlap
borstlijder	noun	iemand die aan een borstkwaal lijdt
borstlijders	=	borstlijder
borstmicrofoon	noun	microfoon die op de borst gedragen wordt, bv. door telefonisten, vliegers etc.
borstmicrofoons	=	borstmicrofoon
borstomvang	noun	omvang van de borst
borstomvangen	=	borstomvang
borstonderzoek	noun	onderzoek van de organen in de borstkas
borstonderzoeken	=	borstonderzoek
borstontsteking	noun	ontsteking van een van de borstorganen (zoals bijvoorbeeld de longen)
borstontstekingen	=	borstontsteking
borstontstekinkje	=	borstontsteking
borstontstekinkjes	=	borstontsteking
borstoperatie	noun	operatie aan een van de borsten
borstoperaties	=	borstoperatie
borstplaat	noun	een lekkernij bestaande uit gekookte suiker en fondant, die in een vorm worden gegoten
borstplaatje	=	borstplaat
borstplaatjes	=	borstplaat
borstplaten	=	borstplaat
borstpomp	noun	apparaat om bij zogende vrouwen melk af te pompen (kolven)
borstpompen	=	borstpomp
borstpompje	=	borstpomp
borstpompjes	=	borstpomp
borstprothese	noun	kunstmatige vervanging van een borst
borstprothesen	=	borstprothese
borstprotheses	=	borstprothese
borstreconstructie	noun	het chirurgisch namaken van (een deel van) een borst na een borstamputatie
borstreconstructies	=	borstreconstructie
borstriem	noun	stevige band (van een rugzak) die men over de borstkas draagt
borstriemen	=	borstriem
borstriempje	=	borstriem
borstriempjes	=	borstriem
borstrok	noun	een extra warm kledingstuk dat in koude periodes gedragen wordt.
borstrokje	=	borstrok
borstrokjes	=	borstrok
borstrokken	=	borstrok
borstschild	noun	plastron
borstschilden	=	borstschild
borstschroom	noun	aarzeling om bij een vrouw hartmassage toe te passen uit misplaatste schaamte om haar tussen de borsten aan te raken
borstslag	noun	zwemslag waarbij men op de borst ligt
borstslagen	=	borstslag
borstsparend	adj	betreffende een chirurgische ingreep bij borstkanker waarbij de chirurg alleen de tumor en een randje gezond weefsel eromheen verwijdert.
borstsparende	=	borstsparend
borstsparender	=	borstsparend
borstsparendere	=	borstsparend
borstsparenders	=	borstsparend
borstsparends	=	borstsparend
borstsparendst	=	borstsparend
borstsparendste	=	borstsparend
borstspeld	noun	een broche die men draagt aan de voorkant van het bovenlichaam
borstspelden	=	borstspeld
borstspeldje	=	borstspeld
borstspeldjes	=	borstspeld
borstspier	noun	een van de spieren in de borstkas, m.n. aan de voorzijde
borstspieren	=	borstspier
borstspiertje	=	borstspier
borstspiertjes	=	borstspier
borststem	noun	een manier van zingen waarbij men de borst kan voelen trillen, het lagere stemregister
borststemmen	=	borststem
borststemmetje	=	borststem
borststreek	noun	deel van het lichaam tussen buik en hals; voorkant van de romp
borststreken	=	borststreek
borststuk	noun	deel van het lichaam tussen kop en achterlijf
borststukje	=	borststuk
borststukjes	=	borststuk
borststukken	=	borststuk
borsttandheremietwants	noun	Eremocoris podagricus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
borsttandheremietwantsen	=	borsttandheremietwants
borsttandheremietwantsje	=	borsttandheremietwants
borsttandheremietwantsjes	=	borsttandheremietwants
borsttumor	noun	al dan niet kwaadaardige nieuwvorming in de borsten van een vrouw
borsttumoren	=	borsttumor
borsttumors	=	borsttumor
borstvergroting	noun	ingreep waarbij de vrouwenborst operatief wordt vergroot meestal met behulp van implantaten
borstvergrotingen	=	borstvergroting
borstvergrotinkje	=	borstvergroting
borstverkleining	noun	ingreep waarbij de vrouwenborst operatief wordt verkleind
borstverkleiningen	=	borstverkleining
borstvin	noun	een vin die verbonden is met spieren en de schoudergordel en daardoor erg bewegelijk.
borstvinnen	=	borstvin
borstvinnetje	=	borstvin
borstvinnetjes	=	borstvin
borstvlekgraszanger	noun	Cisticola brunnescens een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
borstvlekgraszangers	=	borstvlekgraszanger
borstvlekgraszangertje	=	borstvlekgraszanger
borstvlekgraszangertjes	=	borstvlekgraszanger
borstvlies	noun	het sereuze (vochtafscheidende) membraan dat dubbelgeplooid rond elk van de longen ligt en zo een afscheiding vormt tussen longen en borstholte
borstvliesje	=	borstvlies
borstvlieskanker	noun	kanker van de longvliezen die meestal door blootstelling aan asbest wordt veroorzaakt
borstvlieskankers	=	borstvlieskanker
borstvliesontsteking	noun	ontsteking aan het borstvlies rondom de longen en aan de binnenkant van de thorax, de pleura
borstvliesontstekingen	=	borstvliesontsteking
borstvliesontstekinkje	=	borstvliesontsteking
borstvliesontstekinkjes	=	borstvliesontsteking
borstvliezen	=	borstvlies
borstvoeding	noun	het door mensen en andere zoogdieren geven van moedermelk aan hun pasgeboren kinderen
borstvoedingen	=	borstvoeding
borstvoedingsbank	noun	bank in de openbare ruimte waarop een vrouw borstvoeding aan aan kind kan geven
borstvoedingsbanken	=	borstvoedingsbank
borstvoedingsbankje	=	borstvoedingsbank
borstvoedingsbankjes	=	borstvoedingsbank
borstvoedingscafeetje	=	borstvoedingscafé
borstvoedingscafeetjes	=	borstvoedingscafé
borstvoedingscafé	noun	speciale horecagelegenheid waar de dames ongestoord borstvoeding kunnen geven
borstvoedingscafés	=	borstvoedingscafé
borstvoedingsvriendelijk	adj	geschikt om er borstvoeding te geven
borstvoedingsvriendelijke	=	borstvoedingsvriendelijk
borstvoedingsvriendelijker	=	borstvoedingsvriendelijk
borstvoedingsvriendelijkere	=	borstvoedingsvriendelijk
borstvoedingsvriendelijkers	=	borstvoedingsvriendelijk
borstvoedingsvriendelijks	=	borstvoedingsvriendelijk
borstvoedingsvriendelijkst	=	borstvoedingsvriendelijk
borstvoedingsvriendelijkste	=	borstvoedingsvriendelijk
borstvoedinkje	=	borstvoeding
borstvoedinkjes	=	borstvoeding
borstweefsel	noun	het klierweefsel van de borst
borstweefsels	=	borstweefsel
borstwering	noun	een beschermende muur tot borsthoogte
borstweringen	=	borstwering
borstwerinkje	=	borstwering
borstwerinkjes	=	borstwering
borstwervel	noun	een van de twaalf wervels van de thoracale wervelkolom
borstwervels	=	borstwervel
borstwerveltje	=	borstwervel
borstwerveltjes	=	borstwervel
borstwijdte	noun	breedte van het torso ter hoogte van de tepels In de praktijk wordt deze meestal gemeten als borstomvang, met een meetlint rond het bovenlichaam.
borstwijdten	=	borstwijdte
borstwijdtes	=	borstwijdte
borstzaag	noun	speciale zaag voor het maken van borsten
borstzaagje	=	borstzaag
borstzaagjes	=	borstzaag
borstzagen	=	borstzaag
borstzak	noun	Een zakje op de (meestal linker) borstkas op een overhemd, een jasje, een blazer of een dinnerjacket.
borstzakje	=	borstzak
borstzakjes	=	borstzak
borstzakken	=	borstzak
borstziekte	noun	aandoening van de in de borstkas gelegen ingewanden zoals de longen, het hart en het borstvlies.
borstziekten	=	borstziekte
borstziektes	=	borstziekte
borzoi	noun	een oud Russisch hondenras, behorende tot de windhonden
borzois	=	borzoi
bos	noun	groep bomen
bos-aardslak	noun	Lehmannia marginata een slakkensoort uit de familie van de Limacidae.
bos-aardslakje	=	bos-aardslak
bos-aardslakjes	=	bos-aardslak
bos-aardslakken	=	bos-aardslak
bos-tolslak	noun	Euconulus trochiformis een slakkensoort uit de familie van de tolslakken (Euconulidae).
bos-tolslakje	=	bos-tolslak
bos-tolslakjes	=	bos-tolslak
bos-tolslakken	=	bos-tolslak
bos-wegslak	noun	Arion silvaticus een slakkensoort uit de familie van de wegslakken (Arionidae).
bos-wegslakje	=	bos-wegslak
bos-wegslakjes	=	bos-wegslak
bos-wegslakken	=	bos-wegslak
bosaanleg	noun	door planten van bomen een nieuw bos maken
bosaanplant	noun	het planten van jonge bomen in het bos
bosaanplanten	=	bosaanplant
bosaap	noun	een aap die in een bos woont
bosaapje	=	bosaap
bosaapjes	=	bosaap
bosaardbei	noun	Fragaria vesca de wilde tegenhanger van de cultuuraardbei.
bosaardbeien	=	bosaardbei
bosaardbeiroest	noun	Phragmidium fragariae een schimmel behorend tot de familie Phragmidiaceae.
bosaardbeiroesten	=	bosaardbeiroest
bosaardbeiroestje	=	bosaardbeiroest
bosaardbeiroestjes	=	bosaardbeiroest
bosaardbeitje	=	bosaardbei
bosaardbeitjes	=	bosaardbei
bosaardkruiper	noun	Schendyla nemorensis een duizendpotensoort uit de familie van de Schendylidae.
bosaardkruipers	=	bosaardkruiper
bosaardkruipertje	=	bosaardkruiper
bosaardkruipertjes	=	bosaardkruiper
bosachtig	adj	met veel bossen
bosachtige	=	bosachtig
bosachtiger	=	bosachtig
bosachtigere	=	bosachtig
bosachtigers	=	bosachtig
bosachtigs	=	bosachtig
bosachtigst	=	bosachtig
bosachtigste	=	bosachtig
bosakalat	noun	Stiphrornis erythrothorax een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
bosakalatje	=	bosakalat
bosakalatjes	=	bosakalat
bosakalats	=	bosakalat
bosal	noun	een bitloos hoofdstel, dat inwerkt op het neusbeen van het paard
bosandoorn	noun	Stachys sylvatica een overblijvende plant uit de lipbloemenfamilie (Labiatae oftewel Lamiaceae).
bosandoorns	=	bosandoorn
bosandoorntje	=	bosandoorn
bosandoorntjes	=	bosandoorn
bosanemonen	=	bosanemoon
bosanemoon	noun	Anemone nemorosa wilde bosplant met witte bloemen
bosanemoon-lijsterbesroest	noun	Ochropsora ariae een schimmel behorend tot de familie Ochropsoraceae.
bosanemoon-lijsterbesroesten	=	bosanemoon-lijsterbesroest
bosanemoon-lijsterbesroestje	=	bosanemoon-lijsterbesroest
bosanemoon-lijsterbesroestjes	=	bosanemoon-lijsterbesroest
bosanemoontje	=	bosanemoon
bosanemoontjes	=	bosanemoon
bosanjer	noun	Dianthus sylvestris een bloem die behoort tot de anjerfamilie
bosanjers	=	bosanjer
bosanjertje	=	bosanjer
bosanjertjes	=	bosanjer
bosapen	=	bosaap
bosarbeider	noun	iemand die ongeschoold werk doet bij de winning van hout te winnen en het onderhoud van bossen
bosarbeiders	=	bosarbeider
bosarboreta	=	bosarboretum
bosarboretum	noun	verzameling van aangeplante boomsoorten in een bos
bosarboretums	=	bosarboretum
bosavi-elfje	noun	Chenorhamphus campbelli een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae)
bosavi-elfjes	=	bosavi-elfje
bosbaadde	=	bosbaden
bosbaardloper	noun	Leistus rufomarginatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bosbaardlopers	=	bosbaardloper
bosbaardlopertje	=	bosbaardloper
bosbaardlopertjes	=	bosbaardloper
bosbad	noun	het therapeutisch wandelen door een bos en zo baden in de boslucht
bosbaden	verb	therapeutisch wandelen door een bos en zo baden in de boslucht volgens de Japanse leer van Shinrin-yoku
bosbadend	=	bosbaden
bosbader	noun	iemand die therapeutisch wandelt door een bos en zo baadt in de boslucht
bosbaders	=	bosbader
bosbadje	=	bosbad
bosbadjes	=	bosbad
bosbandspanner	noun	Epirrhoe rivata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
bosbandspanners	=	bosbandspanner
bosbandspannertje	=	bosbandspanner
bosbandspannertjes	=	bosbandspanner
bosbandzweefvlieg	noun	Syrphus torvus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bosbandzweefvliegen	=	bosbandzweefvlieg
bosbandzweefvliegje	=	bosbandzweefvlieg
bosbandzweefvliegjes	=	bosbandzweefvlieg
bosbedrijf	noun	een bedrijf voor bosbeheer gericht op vrije natuur, recreatie en of houtproductie
bosbedrijfje	=	bosbedrijf
bosbedrijfjes	=	bosbedrijf
bosbedrijven	=	bosbedrijf
bosbeek	noun	beek in een bos
bosbeekjuffer	noun	Calopteryx virgo, een 45 tot 49 mm grote juffer uit de familie van de beekjuffers (Calopterygidae), die in vrijwel heel Europa voorkomt.
bosbeekjuffers	=	bosbeekjuffer
bosbeekjuffertje	=	bosbeekjuffer
bosbeekjuffertjes	=	bosbeekjuffer
bosbeekschildpad	noun	Glyptemys insculpta een schildpaddensoort uit de familie moerasschildpadden (Emydidae), waar veel moerasbewonende schildpadden onder vallen.
bosbeekschildpadden	=	bosbeekschildpad
bosbeekschildpadje	=	bosbeekschildpad
bosbeekschildpadjes	=	bosbeekschildpad
bosbeer	noun	bruine beer die een voorkeur heeft om in bossen te leven
bosbeertje	=	bosbeer
bosbeertjes	=	bosbeer
bosbeheer	noun	het nemen van alle maatregelen die nodig zijn om een bos in stand te houden
bosbeken	=	bosbeek
bosbeleid	noun	plan van aanpak betreffende het bosbeheer
bosberen	=	bosbeer
bosbes	noun	benaming voor planten uit het geslacht Vaccinium
bosbesbij	noun	Andrena lapponica een bij uit het geslacht van de zandbijen (Andrena)
bosbesbijen	=	bosbesbij
bosbesbijtje	=	bosbesbij
bosbesbijtjes	=	bosbesbij
bosbesbladroller	noun	Rhopobota myrtillana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
bosbesbladrollers	=	bosbesbladroller
bosbesbladrollertje	=	bosbesbladroller
bosbesbladrollertjes	=	bosbesbladroller
bosbesbruintje	noun	Macaria brunneata een nachtvlinder uit de onderfamilie Ennominae met een bruine kleur
bosbesbruintjes	=	bosbesbruintje
bosbescherming	noun	het totaal aan maatregelen die er op gericht zijn het bos of bosbestanden te beschermen
bosbeschermingen	=	bosbescherming
bosbesdwergspanner	noun	Pasiphila debiliata (syn.
bosbesdwergspanners	=	bosbesdwergspanner
bosbesdwergspannertje	=	bosbesdwergspanner
bosbesdwergspannertjes	=	bosbesdwergspanner
bosbeshaakbladroller	noun	Ancylis myrtillana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
bosbeshaakbladrollers	=	bosbeshaakbladroller
bosbeshaakbladrollertje	=	bosbeshaakbladroller
bosbeshaakbladrollertjes	=	bosbeshaakbladroller
bosbesje	=	bosbes
bosbesjes	=	bosbes
bosbeskielwants	noun	Elasmucha ferrugata een wants uit de familie kielwantsen (Acanthosomatidae).
bosbeskielwantsen	=	bosbeskielwants
bosbeskielwantsje	=	bosbeskielwants
bosbeskielwantsjes	=	bosbeskielwants
bosbeskokermot	noun	Coleophora glitzella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
bosbeskokermotje	=	bosbeskokermot
bosbeskokermotjes	=	bosbeskokermot
bosbeskokermotten	=	bosbeskokermot
bosbeslangsprietmot	noun	Nematopogon pilella een vlinder uit de familie van de langsprietmotten (Adelidae).
bosbeslangsprietmotje	=	bosbeslangsprietmot
bosbeslangsprietmotjes	=	bosbeslangsprietmot
bosbeslangsprietmotten	=	bosbeslangsprietmot
bosbesliefhebber	noun	iets of iemand die graag bosbessen eet
bosbesliefhebbers	=	bosbesliefhebber
bosbesliefhebbertje	=	bosbesliefhebber
bosbesliefhebbertjes	=	bosbesliefhebber
bosbeslijnbladroller	noun	Stictea mygindiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
bosbeslijnbladrollers	=	bosbeslijnbladroller
bosbeslijnbladrollertje	=	bosbeslijnbladroller
bosbeslijnbladrollertjes	=	bosbeslijnbladroller
bosbesmineermot	noun	Stigmella myrtillella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
bosbesmineermotje	=	bosbesmineermot
bosbesmineermotjes	=	bosbesmineermot
bosbesmineermotten	=	bosbesmineermot
bosbesmot	noun	Paratalanta pandalis een vlinder van de familie van de grasmotten (Crambidae).
bosbesmotje	=	bosbesmot
bosbesmotjes	=	bosbesmot
bosbesmotten	=	bosbesmot
bosbespalpmot	noun	Neofaculta infernella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
bosbespalpmotje	=	bosbespalpmot
bosbespalpmotjes	=	bosbespalpmot
bosbespalpmotten	=	bosbespalpmot
bosbesschildwants	noun	Rubiconia intermedia een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
bosbesschildwantsen	=	bosbesschildwants
bosbesschildwantsje	=	bosbesschildwants
bosbesschildwantsjes	=	bosbesschildwants
bosbessen	=	bosbes
bosbessenjam	noun	jam gemaakt van bosbessen
bosbessenjams	=	bosbessenjam
bosbessenstruik	noun	Vaccinium struik waaraan bosbessen groeien
bosbessenstruiken	=	bosbessenstruik
bosbessenstruikje	=	bosbessenstruik
bosbessenstruikjes	=	bosbessenstruik
bosbessentaart	noun	een taart belegd met blauwe bessen of blauwe bosbessen.
bosbessentaarten	=	bosbessentaart
bosbessentaartje	=	bosbessentaart
bosbessentaartjes	=	bosbessentaart
bosbessenvlaai	noun	een vlaai die met bosbessen en bosbessengelei is gevuld
bosbessenvlaaien	=	bosbessenvlaai
bosbessnuituil	noun	Hypena crassalis een nachtvlinder uit de familie spinneruilen (Erebidae).
bosbessnuituilen	=	bosbessnuituil
bosbessnuituiltje	=	bosbessnuituil
bosbessnuituiltjes	=	bosbessnuituil
bosbestopgalmug	noun	Jaapiella vacciniorum een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bosbestopgalmuggen	=	bosbestopgalmug
bosbestopgalmugje	=	bosbestopgalmug
bosbestopgalmugjes	=	bosbestopgalmug
bosbesuil	noun	bepaalde soort vlinder, Conistra vaccinii, uit de familie Noctuidae, die algemeen in Nederland voorkomt
bosbesuilen	=	bosbesuil
bosbeswitvlekmot	noun	Incurvaria oehlmanniella een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de witvlekmotten (Incurvariidae).
bosbeswitvlekmotje	=	bosbeswitvlekmot
bosbeswitvlekmotjes	=	bosbeswitvlekmot
bosbeswitvlekmotten	=	bosbeswitvlekmot
bosbewoner	noun	persoon die in het bos woont
bosbewoners	=	bosbewoner
bosbewonertje	=	bosbewoner
bosbewoonster	=	bosbewoner
bosbies	noun	Scirpus sylvaticus een overblijvend kruid die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
bosbiesje	=	bosbies
bosbiesjes	=	bosbies
bosbiezen	=	bosbies
bosbijvlieg	noun	Eristalis horticola een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bosbijvliegen	=	bosbijvlieg
bosbijvliegje	=	bosbijvlieg
bosbijvliegjes	=	bosbijvlieg
bosbingelkruid	noun	bepaald soort vaste plant, Mercurialis perennis uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
bosbladspeurder	noun	een zangvogel uit het geslacht Automolus en de familie ovenvogels (Furnariidae)
bosbladspeurders	noun	een gewezen geslacht Hyloctistes van zangvogels uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
bosbladspeurdertje	=	bosbladspeurder
bosbladspeurdertjes	=	bosbladspeurder
bosbloedbij	noun	Sphecodes ephippius een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
bosbloedbijen	=	bosbloedbij
bosbloedbijtje	=	bosbloedbij
bosbloedbijtjes	=	bosbloedbij
bosbode	noun	tijdschrift waarin men informatie over bossen en bosbeheer
bosbodem	noun	de humusrijke grond onderin een gebied waar veel bomen staan
bosbodemkogelspin	noun	Robertus lividus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae).
bosbodemkogelspinnen	=	bosbodemkogelspin
bosbodemkogelspinnetje	=	bosbodemkogelspin
bosbodemkogelspinnetjes	=	bosbodemkogelspin
bosbodems	=	bosbodem
bosbodes	=	bosbode
bosboerenkers	noun	Noccaea caerulescens var. caerulescens een tweejarige plant (variëteit) uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae).
bosboerenkersen	=	bosboerenkers
bosboerenkersje	=	bosboerenkers
bosboerenkersjes	=	bosboerenkers
bosbok	noun	Tragelaphus scriptus een middelgrote antilope die voorkomt in bossen en struikgebieden in centraal en zuidelijk Afrika.
bosbokje	=	bosbok
bosbokjes	=	bosbok
bosbokken	=	bosbok
bosboterbloem	noun	Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus een plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
bosboterbloemen	=	bosboterbloem
bosboterbloemetje	=	bosboterbloem
bosboterbloemetjes	=	bosboterbloem
bosboterbloempje	=	bosboterbloem
bosboterbloempjes	=	bosboterbloem
bosbouw	noun	het systematisch bosbeheer (teelt en verzorging van bossen) voor de productie van hout
bosbouwbedrijf	noun	een bedrijf voor het beheer van bos als natuurlijke hulpbron
bosbouwbedrijfje	=	bosbouwbedrijf
bosbouwbedrijfjes	=	bosbouwbedrijf
bosbouwbedrijven	=	bosbouwbedrijf
bosbouwer	noun	iemand die betrokken is bij de exploitatie van bossen
bosbouwers	=	bosbouwer
bosbouwkundig	adj	met betrekking tot de kennis over de teelt van bomen, vanuit de studie naar aanleg en beheer van bossen
bosbouwkundige	noun	iemand die aanleg en beheer van bossen bestudeert
bosbouwkundigen	=	bosbouwkundige
bosbouwkundiger	=	bosbouwkundig
bosbouwkundigere	=	bosbouwkundig
bosbouwkundigers	=	bosbouwkundig
bosbouwkundigs	=	bosbouwkundig
bosbouwkundigst	=	bosbouwkundig
bosbouwkundigste	=	bosbouwkundig
bosbouwscholen	=	bosbouwschool
bosbouwschool	noun	school waar onderwijs wordt gegeven in de bosbouw
bosbouwschooltje	=	bosbouwschool
bosbouwschooltjes	=	bosbouwschool
bosbouwsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van de bosbouw
bosbouwsectoren	=	bosbouwsector
bosbouwsectors	=	bosbouwsector
bosbouwvoertuig	noun	voertuig dat men gebruikt voor werkzaamheden in het bos
bosbouwvoertuigen	=	bosbouwvoertuig
bosbouwvoertuigje	=	bosbouwvoertuig
bosbouwvoertuigjes	=	bosbouwvoertuig
bosbramenmineermot	noun	Stigmella splendidissimella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
bosbramenmineermotje	=	bosbramenmineermot
bosbramenmineermotjes	=	bosbramenmineermot
bosbramenmineermotten	=	bosbramenmineermot
bosbrand	noun	brand van of in een bos
bosbranden	=	bosbrand
bosbrandje	=	bosbrand
bosbrandjes	=	bosbrand
bosbrandverzekering	noun	overeenkomst waarbij de eigenaar van een gebied met bomen tegen betaling van een periodieke premie een schadevergoeding krijgt als dat door vuur wordt verwoest
bosbrandverzekeringen	=	bosbrandverzekering
bosbrilvogel	noun	Zosterops stenocricotus een vogel die ook wel als ondersoort van de Afrikaanse brilvogel (Z. senegalensis) wordt beschouwd.
bosbrilvogels	=	bosbrilvogel
bosbrilvogeltje	=	bosbrilvogel
bosbrilvogeltjes	=	bosbrilvogel
bosbrossen	verb	spijbelen van school om te kunnen protesteren tegen de regering die te weinig klimaatmaatregelen neemt
bosbrossend	=	bosbrossen
bosbrosser	noun	scholier die spijbelt van school om te kunnen protesteren tegen de regering die te weinig klimaatmaatregelen neemt
bosbrossers	=	bosbrosser
bosbroste	=	bosbrossen
bosbuffel	noun	Syncerus caffer nanus is een ondersoort van de kafferbuffel.
bosbuffels	=	bosbuffel
bosbuffeltje	=	bosbuffel
bosbuffeltjes	=	bosbuffel
boscelspin	noun	Dysdera erythrina een spin uit de familie celspinnen (Dysderidae) die voorkomt in Europa tot Georgië
boscelspinnen	=	boscelspin
boscelspinnetje	=	boscelspin
boscelspinnetjes	=	boscelspin
bosch	=	bos
bosch-yaws	=	bosyaws
boschampignon	noun	Agaricus silvaticus eetbare zwammensoort uit de familie Agaricaceae
boschampignons	=	boschampignon
boschhoen	=	boshoen
boschjesman	=	bosjesman
boschmeester	=	bosmeester
boschnimf	=	bosnimf
bosdag	noun	een (speciale) dag in het bos
bosdagen	=	bosdag
bosdidea	noun	Didea fasciata een insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae).
bosdidea's	=	bosdidea
bosdideaatje	=	bosdidea
bosdideaatjes	=	bosdidea
bosdikkaak	noun	Pachygnatha listeri een spinnensoort in de taxonomische indeling van de strekspinnen.
bosdikkaakje	=	bosdikkaak
bosdikkaakjes	=	bosdikkaak
bosdikkaken	=	bosdikkaak
bosdoorntje	noun	Tetrix bipunctata een rechtvleugelig insect uit de familie doornsprinkhanen (Tetrigidae), onderfamilie Tetriginae
bosdoorntjes	=	bosdoorntje
bosdravik	noun	Bromopsis ramosa subsp. benekenii een gras uit het geslacht vaste dravik.
bosdraviken	=	bosdravik
bosdravikje	=	bosdravik
bosdravikjes	=	bosdravik
bosdrongo	noun	Dicrurus modestus een zangvogel uit de familie van de drongo's.
bosdrongo's	=	bosdrongo
bosdrongootje	=	bosdrongo
bosdrongootjes	=	bosdrongo
bosdroogbloem	noun	Gnaphalium sylvaticum een overblijvende plant uit de composietenfamilie
bosdroogbloemen	=	bosdroogbloem
bosduif	noun	bepaald soort grote, grijze vogel, Columba palumbus, die in West-Europa zeer veel voorkomt
bosduivel	noun	Ateles paniscus slingeraap uit Zuid-Amerika
bosduivels	=	bosduivel
bosduiveltje	=	bosduivel
bosduiveltjes	=	bosduivel
bosduiven	=	bosduif
boseigenaar	noun	persoon of organisatie die een bos bezit
boseigenaars	=	boseigenaar
boseigenaren	=	boseigenaar
boselenia	noun	Myiopagis gaimardi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
boselenia's	=	boselenia
boseleniaatje	=	boselenia
boseleniaatjes	=	boselenia
boself	noun	elf die in het bos woont
boselfen	=	boself
boselfje	=	boself
boselfjes	=	boself
boselve	=	boself
boselven	=	boself
boselvin	=	boself
boserebia	noun	bepaalde soort vlinder, Erebia ligea, uit de familie Nymphalidae, die in Nederland voorkomt
boserebia's	=	boserebia
bosereprijs	noun	Veronica montana een vaste plant die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
bosereprijsje	=	bosereprijs
bosereprijsjes	=	bosereprijs
bosereprijsroest	noun	Puccinia veronicae een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
bosereprijsroesten	=	bosereprijsroest
bosereprijsroestje	=	bosereprijsroest
bosereprijsroestjes	=	bosereprijsroest
bosereprijzen	=	bosereprijs
bosfazant	noun	gewone fazant
bosfazanten	=	bosfazant
bosfluweelzweefvlieg	noun	Parhelophilus frutetorum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bosfluweelzweefvliegen	=	bosfluweelzweefvlieg
bosfluweelzweefvliegje	=	bosfluweelzweefvlieg
bosfluweelzweefvliegjes	=	bosfluweelzweefvlieg
bosgebied	noun	een stuk land dat voornamelijk met bossen is begroeid
bosgebieden	=	bosgebied
bosgebiedje	=	bosgebied
bosgebiedjes	=	bosgebied
bosgeelster	noun	Gagea lutea een overblijvende plant die behoort tot de leliefamilie (Liliaceae)
bosgeelsterren	=	bosgeelster
bosgeelsterretje	=	bosgeelster
bosgeelsterretjes	=	bosgeelster
bosgeelvlekbladjager	noun	Dioctria linearis (syn.
bosgeelvlekbladjagers	=	bosgeelvlekbladjager
bosgeelvlekbladjagertje	=	bosgeelvlekbladjager
bosgeelvlekbladjagertjes	=	bosgeelvlekbladjager
bosgeest	noun	fictieve, onstoffelijke wezens die in het bos leven
bosgeesten	=	bosgeest
bosgeestje	=	bosgeest
bosgeestjes	=	bosgeest
bosgeitantiloopje	=	bosgeitantilope
bosgeitantiloopjes	=	bosgeitantilope
bosgeitantilope	noun	zoogdier uit de tribus Nemorhaedini van gemsachtige hoefdieren uit de onderfamilie der bokken, die weer behoort tot de familie der holhoornigen.
bosgeitantilopen	noun	Nemorhaedini een tribus van gemsachtige hoefdieren uit de onderfamilie der bokken, die weer behoort tot de familie der holhoornigen.
bosgeitantilopes	=	bosgeitantilope
bosgems	noun	zoogdier uit het geslacht Capricornis van zes soorten antilope- en geitachtige zoogdieren.
bosgemsje	=	bosgems
bosgemsjes	=	bosgems
bosgemzen	noun	Capricornis een geslacht van zes soorten antilope- en geitachtige zoogdieren.
bosgerst	noun	Hordelymus europaeus een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie.
bosgeur	noun	wat je ruikt in een bos en wat ontstaan is door het bos
bosgeuren	=	bosgeur
bosgeus	noun	lid van de benden niet-katholieken, die de bossen in gevlucht waren, om aan vervolging door Alva te ontkomen
bosgeuzen	=	bosgeus
bosgierstgras	noun	Milium effusum een overblijvende plant die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
bosgierstgrasje	=	bosgierstgras
bosgierstgrasjes	=	bosgierstgras
bosgierstgrassen	=	bosgierstgras
bosgitje	noun	Cheilosia variabilis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bosgitjes	=	bosgitje
bosglimmer	noun	Orthonevra brevicornis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bosglimmers	=	bosglimmer
bosglimmertje	=	bosglimmer
bosglimmertjes	=	bosglimmer
bosgod	noun	halfgod die in de bossen woonde
bosgoden	=	bosgod
bosgodin	noun	bosnimf
bosgodinnen	=	bosgodin
bosgors	noun	Emberiza rustica een als dwaalgast in West-Europa voorkomend lid van de familie der gorzen (Emberizidae)
bosgorsje	=	bosgors
bosgorsjes	=	bosgors
bosgorzen	=	bosgors
bosgrasuil	noun	Apamea scolopacina een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
bosgrasuilen	=	bosgrasuil
bosgrasuiltje	=	bosgrasuil
bosgrasuiltjes	=	bosgrasuil
bosgraszanger	noun	Cisticola anonymus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
bosgraszangers	=	bosgraszanger
bosgraszangertje	=	bosgraszanger
bosgraszangertjes	=	bosgraszanger
bosgroefbij	noun	Lasioglossum fratellum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
bosgroefbijen	=	bosgroefbij
bosgroefbijtje	=	bosgroefbij
bosgroefbijtjes	=	bosgroefbij
bosgroen	noun	de groene kleur van een bos	adj	de kleur bosgroen hebbend
bosgroene	=	bosgroen
bosgroens	=	bosgroen
bosgroep	noun	een coöperatieve vereniging van en voor eigenaren met particulieren, natuurbeschermingsorganisaties en overheden
bosgroepen	=	bosgroep
bosgrond	noun	de bodem van een bos
bosgronden	=	bosgrond
bosgrootoogkever	noun	Asaphidion curtum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bosgrootoogkevers	=	bosgrootoogkever
bosgrootoogkevertje	=	bosgrootoogkever
bosgrootoogkevertjes	=	bosgrootoogkever
boshavikskruid	noun	Hieracium sabaudum een vaste plant, die behoort tot de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae).
boshavikskruiden	=	boshavikskruid
boshavikskruidje	=	boshavikskruid
boshavikskruidjes	=	boshavikskruid
boshoen	noun	veldhoen dat voornamelijk in de bossen leeft
boshoenderen	=	boshoen
boshoenders	=	boshoen
boshoentje	=	boshoen
boshommel	noun	Bombus sylvarum een hommel die vooral voorkomt in graslanden, ruderale gebieden en langs bloemrijke bosranden (dus niet zoals de naam suggereert in het bos).
boshommels	=	boshommel
boshommeltje	=	boshommel
boshommeltjes	=	boshommel
boshond	noun	Speothos venaticus een roofdier uit de wouden van Centraal- en Zuid-Amerika
boshonden	=	boshond
boshondje	=	boshond
boshondjes	=	boshond
boshondstong	noun	Cynoglossum germanicum een tweejarige plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
boshondstongen	=	boshondstong
boshondstongetje	=	boshondstong
boshondstongetjes	=	boshondstong
boshuppelmuis	noun	Napaeozapus insignis knaagdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
boshuppelmuisje	=	boshuppelmuis
boshuppelmuisjes	=	boshuppelmuis
boshuppelmuizen	=	boshuppelmuis
boshut	noun	een hutje in het bos
boshutje	=	boshut
boshutjes	=	boshut
boshutten	=	boshut
boshuwelijk	noun	huwelijks ceremonie in de vrije natuur van bos
boshuwelijken	=	boshuwelijk
bosje	=	bos
bosjes	=	bos
bosjesman	noun	benaming voor oorspronkelijke bewoners van vlakten en bergen in Zuidelijk Afrika die een van de Khoisantalen spreken
bosjesmannen	=	bosjesman
bosjesmannetje	=	bosjesman
bosjesmannetjes	=	bosjesman
boskaardespin	noun	Callobius claustrarius een spinnensoort in de taxonomische indeling van de nachtkaardespinnen (Amaurobiidae)
boskaardespinnen	=	boskaardespin
boskaardespinnetje	=	boskaardespin
boskaardespinnetjes	=	boskaardespin
boskabouter	noun	Dwegachtig sprookjesfiguur dat in een bos leeft.
boskabouters	=	boskabouter
boskaboutertje	=	boskabouter
boskaboutertjes	=	boskabouter
boskakkerlak	noun	Ectobius sylvestris een insect uit de orde kakkerlakken en de familie Ectobiidae.
boskakkerlakje	=	boskakkerlak
boskakkerlakjes	=	boskakkerlak
boskakkerlakken	=	boskakkerlak
boskalkoen	noun	Alectura lathami een vogel uit de familie Megapodiidae (Grootpoothoenders).
boskalkoenen	=	boskalkoen
boskalkoentje	=	boskalkoen
boskalkoentjes	=	boskalkoen
boskamp	noun	tijdelijke verblijfplaats voor een groep mensen in een woud
boskampen	=	boskamp
boskamstaartje	noun	Hahnia helveola een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kamstaartjes (Hahniidae)
boskamstaartjes	=	boskamstaartje
boskanarie	noun	Crithagra scotops een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
boskanaries	=	boskanarie
boskanarietje	=	boskanarie
boskanarietjes	=	boskanarie
boskant	noun	rand van het bos, komt veelvuldig voor in geografische namen
boskanten	=	boskant
boskantje	=	boskant
boskantjes	=	boskant
boskap	noun	het omkappen van alle bomen van een bos
boskapel	noun	een klein gebedshuis in het bos
boskapellen	=	boskapel
boskapelletje	=	boskapel
boskapelletjes	=	boskapel
boskapokmees	noun	Anthoscopus flavifrons een zangvogel uit de familie Remizidae (buidelmezen).
boskapokmeesje	=	boskapokmees
boskapokmeesjes	=	boskapokmees
boskapokmezen	=	boskapokmees
boskar	noun	een vervoermiddel dat vroeger in de bosbouw werd gebruikt om boomstammen en andere lange voorwerpen te vervoeren
boskarren	=	boskar
boskarretje	=	boskar
boskarretjes	=	boskar
boskasjoe	noun	Anacardium giganteum een grote altijdgroene boomsoort.
boskat	noun	benaming voor sommige wilde katachtigen met geelbruine vacht
boskatten	=	boskat
boskikker	noun	Lithobates sylvaticus een kikker uit de familie echte kikkers of Ranidae.
boskikkers	=	boskikker
boskikkertje	=	boskikker
boskikkertjes	=	boskikker
boskinine	noun	Geissospermum sericeum; een boomsoort die o.a. in Suriname voorkomt
boskinines	=	boskinine
bosklas	noun	een- of meerdaagse al dan niet educatieve klas- of schooluitstap naar bos- of natuurrijk gebied
bosklasje	=	bosklas
bosklasjes	=	bosklas
bosklassen	=	bosklas
bosklauwtjesmos	noun	Hypnum andoi een soort mos van de klasse Bryopsida (bladmossen).
bosklauwtjesmosje	=	bosklauwtjesmos
bosklauwtjesmosjes	=	bosklauwtjesmos
bosklauwtjesmossen	=	bosklauwtjesmos
boskleinoogje	noun	Porrhomma errans een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
boskleinoogjes	=	boskleinoogje
bosklimspitsmuis	noun	Suncus megalura insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
bosklimspitsmuisje	=	bosklimspitsmuis
bosklimspitsmuisjes	=	bosklimspitsmuis
bosklimspitsmuizen	=	bosklimspitsmuis
bosklit	noun	Arctium nemorosum een tweejarige plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
bosklitje	=	bosklit
bosklitjes	=	bosklit
bosklitten	=	bosklit
bosknikspriet	noun	Microdon analis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
boskniksprieten	=	bosknikspriet
boskniksprietje	=	bosknikspriet
boskniksprietjes	=	bosknikspriet
bosknobbeldaas	noun	Hybomitra bimaculata een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
bosknobbeldaasje	=	bosknobbeldaas
bosknobbeldaasjes	=	bosknobbeldaas
bosknobbeldazen	=	bosknobbeldaas
bosknotswesp	noun	Sapyga similis een vliesvleugelig insect uit de familie van de knotswespen (Sapygidae).
bosknotswespen	=	bosknotswesp
bosknotswespje	=	bosknotswesp
bosknotswespjes	=	bosknotswesp
boskoekoek	noun	Cuculus optatus een koekoeksoort die parasiteert op zangvogels in een groot gebied dat reikt van Rusland tot Japan. 's Winters trekken deze vogels naar het zuiden van Azië en verblijven in de Indische Archipel en Australië
boskoekoeken	=	boskoekoek
boskoekoekje	=	boskoekoek
boskoekoekjes	=	boskoekoek
boskoekoekswesp	noun	Dolichovespula omissa een vliesvleugelig insect uit de familie van de plooivleugelwespen (Vespidae).
boskoekoekswespen	=	boskoekoekswesp
boskoekoekswespje	=	boskoekoekswesp
boskoekoekswespjes	=	boskoekoekswesp
boskoffie	noun	koffiestruiken die groeien onder een scherm van bomen
boskortsteel	noun	Brachypodium sylvaticum een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie.
boskortsteelmineermot	noun	Elachista gangabella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
boskortsteelmineermotje	=	boskortsteelmineermot
boskortsteelmineermotjes	=	boskortsteelmineermot
boskortsteelmineermotten	=	boskortsteelmineermot
boskortsteeltje	=	boskortsteel
boskortsteeltjes	=	boskortsteel
boskortstelen	=	boskortsteel
boskrabspin	noun	Xysticus lanio een spin uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
boskrabspinnen	=	boskrabspin
boskrabspinnetje	=	boskrabspin
boskrabspinnetjes	=	boskrabspin
boskrekel	noun	Nemobius sylvestris een rechtvleugelig insect uit de familie krekels (Gryllidae) en de onderfamilie Nemobiinae
boskrekels	=	boskrekel
boskrekeltje	=	boskrekel
boskrekeltjes	=	boskrekel
boskronkelsteeltje	noun	Campylopus flexuosus een bladmos behorend tot de familie Leucobryaceae.
boskronkelsteeltjes	=	boskronkelsteeltje
boskruid	=	buskruit
boskruiskruid	noun	Senecio sylvaticus een eenjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae), verspreid voorkomend in heel Europa
boskruiskruiden	=	boskruiskruid
boskruit	=	buskruit
bosland	noun	gebied dat aaneengesloten begroeid is met bomen
boslandcreolen	=	boslandcreool
boslandcreool	noun	afstammeling van zichzelf vrijgemaakte slaafgemaakten
boslanddignitaris	noun	bestuurder over een stuk bos
boslanddignitarissen	=	boslanddignitaris
boslandschap	noun	een landschap dat gedomineerd wordt door de aanwezigheid van bossen
boslandschapje	=	boslandschap
boslandschapjes	=	boslandschap
boslandschappen	=	boslandschap
boslangtars	noun	Trichotichnus laevicollis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
boslangtarsen	=	boslangtars
boslangtarsje	=	boslangtars
boslangtarsjes	=	boslangtars
boslathyrus	noun	Lathyrus sylvestris een vaste klimplant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
boslathyrusje	=	boslathyrus
boslathyrusjes	=	boslathyrus
boslathyrussen	=	boslathyrus
boslemming	noun	Myopus schisticolor een soort lemming uit de naaldbossen in het noorden van Europa en Azië.
boslemmingen	=	boslemming
boslemmings	=	boslemming
boslemminkje	=	boslemming
boslemminkjes	=	boslemming
boslichtmot	noun	Cryptoblabes bistriga een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
boslichtmotje	=	boslichtmot
boslichtmotjes	=	boslichtmot
boslichtmotten	=	boslichtmot
bosloofslak	noun	Monachoides incarnatus een slakkensoort uit de familie van de Hygromiidae.
bosloofslakje	=	bosloofslak
bosloofslakjes	=	bosloofslak
bosloofslakken	=	bosloofslak
bosloop	noun	een wandel- of hardlooptocht door de bossen
bosloopje	=	bosloop
bosloopjes	=	bosloop
boslopen	=	bosloop
boslucht	noun	de schone lucht van een bos
bosluchten	=	boslucht
bosmaaier	noun	grasmaaier voor een niet glad oppervlak
bosmaaiers	=	bosmaaier
bosmarmot	noun	Marmota monax fors, bodembewonend knaagdier uit Noord-Amerika dat een lange winterslaap houdt
bosmarmotje	=	bosmarmot
bosmarmotjes	=	bosmarmot
bosmarmotten	=	bosmarmot
bosmeester	noun	Lachesis muta is een slang uit de familie adders Viperidae, onderfamilie groefkopadders Crotalinae.
bosmeesters	noun	een geslacht Lachesis van slangen uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
bosmeikever	noun	Melolontha hippocastani een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae)
bosmeikevers	=	bosmeikever
bosmeikevertje	=	bosmeikever
bosmeikevertjes	=	bosmeikever
bosmens	noun	iemand die in het bos leeft en dus niet in een stad of dorp
bosmensen	=	bosmens
bosmensje	=	bosmens
bosmensjes	=	bosmens
bosmetselbij	noun	Osmia uncinata een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
bosmetselbijen	=	bosmetselbij
bosmetselbijtje	=	bosmetselbij
bosmetselbijtjes	=	bosmetselbij
bosmier	noun	mier die in het bos woont en daar koepelnesten bouwt
bosmieren	=	bosmier
bosmierlieveheersbeestje	noun	Coccinella magnifica een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae)
bosmierlieveheersbeestjes	=	bosmierlieveheersbeestje
bosmierspin	noun	Micaria formicaria een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
bosmierspinnen	=	bosmierspin
bosmierspinnetje	=	bosmierspin
bosmierspinnetjes	=	bosmierspin
bosmierspringspin	noun	Myrmarachne formicaria een spin uit de familie der springspinnen die voorkomt in het westelijke palearctisch gebied, inclusief België en Nederland.
bosmierspringspinnen	=	bosmierspringspin
bosmierspringspinnetje	=	bosmierspringspin
bosmierspringspinnetjes	=	bosmierspringspin
bosmiertje	=	bosmier
bosmiertjes	=	bosmier
bosmiervireo	noun	Dysithamnus mentalis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bosmiervireo's	=	bosmiervireo
bosmiervireootje	=	bosmiervireo
bosmiervireootjes	=	bosmiervireo
bosmispel	noun	Bellucia grossularioides een altijdgroen boompje met een dichte ronde kroon dat o.a. in Suriname voorkomt
bosmispelen	=	bosmispel
bosmispels	=	bosmispel
bosmispeltje	=	bosmispel
bosmispeltjes	=	bosmispel
bosmolspin	noun	Robertus lividus een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).
bosmolspinnen	=	bosmolspin
bosmolspinnetje	=	bosmolspin
bosmolspinnetjes	=	bosmolspin
bosmuis	noun	bepaald soort knaagdier, Apodemus sylvaticus, uit de familie Muridae
bosmuisje	=	bosmuis
bosmuisjes	=	bosmuis
bosmuisspin	noun	Haplodrassus silvestris een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
bosmuisspinnen	=	bosmuisspin
bosmuisspinnetje	=	bosmuisspin
bosmuisspinnetjes	=	bosmuisspin
bosmuizen	noun	Apodemus een geslacht van Palearctische muizen uit de onderfamilie der muizen en ratten van de Oude Wereld (Murinae)
bosmuren	=	bosmuur
bosmuur	noun	bepaald soort plant die op vochtige plaatsen groeitStellaria nemorum
bosmuurtje	=	bosmuur
bosmuurtjes	=	bosmuur
bosneger	noun	ontsnapte negerslaaf uit het binnenland van Suriname
bosnegers	=	bosneger
bosnegertje	=	bosneger
bosnegertjes	=	bosneger
bosneuker	noun	vreemde snuiter, primitief persoon
bosneukers	=	bosneuker
bosneukertje	=	bosneuker
bosneukertjes	=	bosneuker
bosniak	noun	benaming voor iemand die behoort tot het, voornamelijk islamitische Zuidslavische volk uit Bosnië en naburige gebieden
bosniaken	noun|obsolete	meervoud van Bosniak
bosniakken	=	bosniak
bosniaks	=	bosniak
bosnimf	noun	halfgodin die in de bossen woont
bosnimfen	noun	een geslacht Thalurania van vogels uit de familie kolibries (Trochilidae) en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
bosnimfkolibrie	noun	Hylonympha macrocerca een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bosnimfkolibries	=	bosnimfkolibrie
bosnimfkolibrietje	=	bosnimfkolibrie
bosnimfkolibrietjes	=	bosnimfkolibrie
bosnisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Bosnië en Herzegovina
bosnisch-servisch	adj	gerelateerd aan de Servische inwoners van Bosnië en Herzegovina
bosnisch-servische	noun	vrouw uit de Servische Republiek in Bosnië en Herzegovina
bosnisch-servischen	=	bosnisch-servische
bosnisch-servischer	=	bosnisch-servisch
bosnisch-servischere	=	bosnisch-servisch
bosnisch-servischers	=	bosnisch-servisch
bosnische	noun	een vrouwelijke inwoner van Bosnië en Herzegovina, of een vrouw afkomstig uit Bosnië en Herzegovina
bosnischen	=	bosnische
bosnischer	=	bosnisch
bosnischere	=	bosnisch
bosnischers	=	bosnisch
bosnischt	=	bosnisch
bosnischtalig	adj	de Bosnische taal sprekend
bosnischtalige	=	bosnischtalig
bosnischtaligs	=	bosnischtalig
bosnischte	=	bosnisch
bosniër	noun	een inwoner van Bosnië en Herzegovina, of iemand afkomstig uit Bosnië en Herzegovina
bosniërs	=	bosniër
bosniërtje	=	bosniër
bosoehoe	noun	Bubo nipalensis een oehoe uit de familie Strigidae.
bosoehoes	=	bosoehoe
bosoehoetje	=	bosoehoe
bosoehoetjes	=	bosoehoe
bosoermot	noun	Micropterix tunbergella een vlinder uit de familie van de oermotten (Micropterigidae).
bosoermotje	=	bosoermot
bosoermotjes	=	bosoermot
bosoermotten	=	bosoermot
bosogentroost	noun	Euphrasia nemorosa een eenjarige plant en halfparasiet uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
bosolifant	noun	Loxodonta cyclotis een van de drie nog levende soorten olifanten.
bosolifanten	=	bosolifant
bosolifantje	=	bosolifant
bosolifantjes	=	bosolifant
bosolijf	noun	Guatteria scandens een liaan.
bosolijfje	=	bosolijf
bosolijfjes	=	bosolijf
bosolijven	=	bosolijf
boson	noun	een elementair deeltje met een heeltallige spin [1]
bosonen	=	boson
bosonnetje	=	boson
bosooievaarsbek	noun	Geranium sylvaticum een vaste plant die behoort tot de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae).
bosooievaarsbekje	=	bosooievaarsbek
bosooievaarsbekjes	=	bosooievaarsbek
bosooievaarsbekken	=	bosooievaarsbek
bosoorworm	noun	Chelidurella acanthopygia een insect dat behoort tot de orde oorwormen (Dermaptera)
bosoorwormen	=	bosoorworm
bosoorwormpje	=	bosoorworm
bosoorwormpjes	=	bosoorworm
bosoproller	noun	Armadillidium opacum een pissebed uit de familie Armadillidiidae.
bosoprollers	=	bosoproller
bosoprollertje	=	bosoproller
bosoprollertjes	=	bosoproller
bosorchis	noun	Dactylorhiza fuchsii een plant uit de orchideeënfamilie (Orchidaceae).
bosorchissen	=	bosorchis
bospaadje	=	bospad
bospaadjes	=	bospad
bospaardenstaart	noun	Equisetum sylvaticum een vaste plant die behoort tot de paardenstaartenfamilie.
bospaardenstaarten	=	bospaardenstaart
bospaardenstaartje	=	bospaardenstaart
bospaardenstaartjes	=	bospaardenstaart
bospaardestaart	=	bospaardenstaart
bospad	noun	wandelpad door het bos, fietspad door het bos, weggetje in het bos
bospaddenstoel	noun	paddenstoelen die in het bos voorkomen en al dan niet giftig zijn.
bospaddenstoelen	=	bospaddenstoel
bospaddenstoeltje	=	bospaddenstoel
bospaddenstoeltjes	=	bospaddenstoel
bospaden	=	bospad
bospadje	=	bospad
bospadjes	=	bospad
bospapaja	noun	Cecropia palmata kleine inheemse boom uit Suriname waarvan de bladeren gebruikt worden voor het maken van surrogaat thee
bospapaja's	=	bospapaja
bosparasolzwam	noun	Lepiota clypeolaria een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
bosparasolzwammen	=	bosparasolzwam
bosparasolzwammetje	=	bosparasolzwam
bosparasolzwammetjes	=	bosparasolzwam
bosparelmoervlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Melitaea athalia, uit de onderfamilie Melitaeinae, die in Nederland zeldzaam is.
bosparelmoervlinders	=	bosparelmoervlinder
bospark	noun	park dat vooral bestaat uit een boslandschap
bosparken	=	bospark
bospartij	noun	een hoeveelheid bos
bospartijen	=	bospartij
bospartijtje	=	bospartij
bospartijtjes	=	bospartij
bospatrijs	noun	een vogel uit het geslacht Arborophila en de familie fazantachtigen (Phasianidae)
bospatrijzen	=	bospatrijs
bospeen	noun	kleine oranje wortels met het loof er nog aan vast
bospeentje	=	bospeen
bospeentjes	=	bospeen
bospeltops	noun	Peltops blainvillii een vogel uit de familie orgelvogels (Cracticidae) die vernoemd is naar de Franse zoöloog Henri Marie Ducrotay de Blainville.
bospeltopsen	=	bospeltops
bospeltopsje	=	bospeltops
bospeltopsjes	=	bospeltops
bospenen	=	bospeen
bosperceel	noun	een perceel dat in het bestemmingsplan aangeduid is voor behoud, ontwikkeling en/of herstel van bos of natuur
bospercelen	=	bosperceel
bospieper	noun	Anthus nyassae een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
bospiepers	=	bospieper
bospiepertje	=	bospieper
bospiepertjes	=	bospieper
bospiraat	noun	Piratula hygrophila een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
bospiraatje	=	bospiraat
bospiraatjes	=	bospiraat
bospiraten	=	bospiraat
bosplan	noun	plan voor de aanleg van een bos
bosplannen	=	bosplan
bosplannetje	=	bosplan
bosplannetjes	=	bosplan
bosplatkopje	noun	Styloctetor romanus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bosplatkopjes	=	bosplatkopje
bospoederdonsklauwier	noun	Dryoscopus senegalensis een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
bospoederdonsklauwieren	=	bospoederdonsklauwier
bospoederdonsklauwiertje	=	bospoederdonsklauwier
bospoederdonsklauwiertjes	=	bospoederdonsklauwier
bospriemkever	noun	Bembidion deletum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bospriemkevers	=	bospriemkever
bospriemkevertje	=	bospriemkever
bospriemkevertjes	=	bospriemkever
bosrand	noun	de overgang tussen een open terrein en een bosgebied
bosranden	=	bosrand
bosrandje	=	bosrand
bosrandjes	=	bosrand
bosrandparelmoervlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Fabriciana adippe, uit de onderfamilie Heliconiinae, die in Nederland voorkwam.
bosrandparelmoervlinders	=	bosrandparelmoervlinder
bosrandroofvlieg	noun	Neoitamus cyanurus een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
bosrandroofvliegen	=	bosrandroofvlieg
bosrandroofvliegje	=	bosrandroofvlieg
bosrandroofvliegjes	=	bosrandroofvlieg
bosrandspinner	noun	Eriogaster catax een vlinder uit de familie spinners.
bosrandspinners	=	bosrandspinner
bosrandspinnertje	=	bosrandspinner
bosrandspinnertjes	=	bosrandspinner
bosrandwolfspin	noun	Xerolycosa nemoralis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae)
bosrandwolfspinnen	=	bosrandwolfspin
bosrandwolfspinnetje	=	bosrandwolfspin
bosrandwolfspinnetjes	=	bosrandwolfspin
bosrank	noun	Clematis vitalba een vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) De bosrank is een houtige klimplant die voorkomt in bossen en kreupelhout op kalkhoudende gronden.
bosrankdwergspanner	noun	Eupithecia haworthiata een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
bosrankdwergspanners	=	bosrankdwergspanner
bosrankdwergspannertje	=	bosrankdwergspanner
bosrankdwergspannertjes	=	bosrankdwergspanner
bosranken	=	bosrank
bosrankje	=	bosrank
bosranknetwants	noun	Derephysia sinuatocollis een wants die behorend tot netwantsen.
bosranknetwantsen	=	bosranknetwants
bosranknetwantsje	=	bosranknetwants
bosranknetwantsjes	=	bosranknetwants
bosrankvlinder	noun	Thyris fenestrella een nachtvlinder uit de familie van de venstervlekjes (Thyrididae)
bosrankvlinders	=	bosrankvlinder
bosrankvlindertje	=	bosrankvlinder
bosrankvlindertjes	=	bosrankvlinder
bosrankzweepdraadzwam	noun	Broomella vitalbae een schimmel behorend tot de familie Bartaliniaceae.
bosrankzweepdraadzwammen	=	bosrankzweepdraadzwam
bosrankzweepdraadzwammetje	=	bosrankzweepdraadzwam
bosrankzweepdraadzwammetjes	=	bosrankzweepdraadzwam
bosrendier	noun	Rangifer tarandus fennicus is een ondersoort van het rendier (Rangifer tarandus) en komt uit de familie der hertachtigen (Cervidae).
bosrendieren	=	bosrendier
bosrendiertje	=	bosrendier
bosrendiertjes	=	bosrendier
bosreservaat	noun	een bosgebied van 5 tot ruim 400 ha groot, waarvan met de beheerder is afgesproken dat er geen houtoogst of bosbeheer plaatsvindt
bosreservaatje	=	bosreservaat
bosreservaatjes	=	bosreservaat
bosreservaten	=	bosreservaat
bosrietzanger	noun	Acrocephalus palustris een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae, die veelvuldig andere vogelgeluiden imiteert
bosrietzangers	=	bosrietzanger
bosrietzangertje	=	bosrietzanger
bosrietzangertjes	=	bosrietzanger
bosrijk	adj	gekenmerkt door een verhoudingsgewijs groot aantal bossen; rijk aan bos
bosrijke	=	bosrijk
bosrijker	=	bosrijk
bosrijkere	=	bosrijk
bosrijkers	=	bosrijk
bosrijks	=	bosrijk
bosrijkst	=	bosrijk
bosrijkste	=	bosrijk
bosrit	noun	een tochtje op de rug van een paard buiten de manege, in het bos
bosritje	=	bosrit
bosritjes	=	bosrit
bosritten	=	bosrit
bosrondbuik	noun	Bradycellus sharpi een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bosrondbuiken	=	bosrondbuik
bosrondbuikje	=	bosrondbuik
bosrondbuikjes	=	bosrondbuik
bosroos	noun	Rosa arvensis een struik die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
bosroosje	=	bosroos
bosroosjes	=	bosroos
bosrotslijster	noun	Monticola sharpei een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
bosrotslijsters	=	bosrotslijster
bosrotslijstertje	=	bosrotslijster
bosrotslijstertjes	=	bosrotslijster
bosrozen	=	bosroos
bosruiter	noun	Tringa glareola een Europese steltloper die de kleinste is van de ruiters, middelgrote steltlopers uit de familie Scolopacidae
bosruiters	=	bosruiter
bosruitertje	=	bosruiter
bosruitertjes	=	bosruiter
bosrunderdaas	noun	Tabanus miki een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
bosrunderdaasje	=	bosrunderdaas
bosrunderdaasjes	=	bosrunderdaas
bosrunderdazen	=	bosrunderdaas
bosrupsvogel	noun	Ceblepyris caesius een vogel uit de familie van de rupsvogels die in Afrika voorkomt.
bosrupsvogels	=	bosrupsvogel
bosrupsvogeltje	=	bosrupsvogel
bosrupsvogeltjes	=	bosrupsvogel
bossaball	noun	een balspel dat gespeeld wordt door twee teams.
bossaballcompetitie	noun	een competitie in bossaball
bossaballcompetities	=	bossaballcompetitie
bossage	noun	het ruw behakken van stenen aan de zichtbare zijde
bossages	=	bossage
bossalamanders	noun	Plethodon een geslacht van salamanders uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
bossalie	noun	Salvia nemorosa een winterharde kruidachtige vaste plant die van oorsprong voorkomt in delen van Centraal-Europa en West-Azië.
bossalies	=	bossalie
bossanova	noun	Zuid-Amerikaanse dans en muziekstijl
bossanova's	=	bossanova
bosschaatsenrijder	noun	Gerris gibbifer een wants uit de familie van de Gerridae (Schaatsenrijders).
bosschaatsenrijders	=	bosschaatsenrijder
bosschaatsenrijdertje	=	bosschaatsenrijder
bosschaatsenrijdertjes	=	bosschaatsenrijder
bosschage	noun	klein bos
bosschages	=	bosschage
bosschagetje	=	bosschage
bossche	noun	een vrouwelijke inwoner van 's-Hertogenbosch, of een vrouw afkomstig uit 's-Hertogenbosch
bosschen	=	bossche
bosschenaar	noun	een inwoner van Den Bosch ('s-Hertogenbosch), of iemand afkomstig uit Den Bosch
bosschenaars	=	bosschenaar
bosschenaren	=	bosschenaar
bosschildmos	noun	Flavoparmelia caperata een korstmossoort uit het geslacht Flavoparmelia.
bosschildmosje	=	bosschildmos
bosschildmosjes	=	bosschildmos
bosschildmossen	=	bosschildmos
bosschotelkorst	noun	Lecanora argentata een korstmossoort uit de familie Lecanoraceae.
bosschotelkorsten	=	bosschotelkorst
bosschotelkorstje	=	bosschotelkorst
bosschotelkorstjes	=	bosschotelkorst
bosschreeuwuil	noun	Megascops marshalli een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
bosschreeuwuilen	=	bosschreeuwuil
bosschreeuwuiltje	=	bosschreeuwuil
bosschreeuwuiltjes	=	bosschreeuwuil
bosse	=	bossen
bosseleer	=	bosseleren
bosseleerde	=	bosseleren
bosseleerden	=	bosseleren
bosseleert	=	bosseleren
bosselere	=	bosseleren
bosseleren	verb	gedreven werk maken op metalen als goud, zilver of koper
bosselerend	=	bosseleren
bosselerende	=	bosseleren
bossen	verb	in bossen samenbinden
bossend	=	bossen
bossende	=	bossen
bossenverklaring	noun	internationaal document dat in 1992 werd aangenomen tijdens de VN-conferentie inzake Milieu en Ontwikkeling (UNCED) in Rio de Janeiro Non-Legally Binding Authoritative Statement of Principles for a Global Consensus on the Management, Conservation and Sustainable Development of All Types of Forests
bossenverklaringen	=	bossenverklaring
bossenverklarinkje	=	bossenverklaring
bossenverklarinkjes	=	bossenverklaring
bosskinken	noun	een geslacht Sphenomorphus van hagedissen uit de familie skinken
bosslaapmuis	noun	Dryomys nitedula knaagdier uit de familie der slaapmuizen (Gliridae)
bosslaapmuisje	=	bosslaapmuis
bosslaapmuisjes	=	bosslaapmuis
bosslaapmuizen	=	bosslaapmuis
bosslankmier	noun	Temnothorax nylanderi een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
bosslankmieren	=	bosslankmier
bosslankmiertje	=	bosslankmier
bosslankmiertjes	=	bosslankmier
bossneeuwhoen	noun	Canachites canadensis een ruigpoothoen uit het monotypische geslacht Canachites
bossneeuwhoenderen	=	bossneeuwhoen
bossneeuwhoenders	=	bossneeuwhoen
bossneeuwhoentje	=	bossneeuwhoen
bossneeuwhoentjes	=	bossneeuwhoen
bossnelloper	noun	Limodromus assimilis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bossnellopers	=	bossnelloper
bossnellopertje	=	bossnelloper
bossnellopertjes	=	bossnelloper
bossnip	noun	Gallinago nemoricola een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
bossnipje	=	bossnip
bossnipjes	=	bossnip
bossnippen	=	bossnip
bosspanner	noun	Scopula immutata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
bosspanners	=	bosspanner
bosspannertje	=	bosspanner
bosspannertjes	=	bosspanner
bosspel	noun	een avontuurlijk spel dat men speelt in de buitenlucht
bosspelen	=	bosspel
bosspelletje	=	bosspel
bosspelletjes	=	bosspel
bosspiegelloopkever	noun	Notiophilus rufipes een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bosspiegelloopkevers	=	bosspiegelloopkever
bosspiegelloopkevertje	=	bosspiegelloopkever
bosspiegelloopkevertjes	=	bosspiegelloopkever
bosspin	noun	grote spin die in tropische wouden leeft
bosspinnen	=	bosspin
bosspitsmuis	noun	Sorex araneus een zoogdier in de familie van de spitsmuizen.
bosspitsmuisje	=	bosspitsmuis
bosspitsmuisjes	=	bosspitsmuis
bosspitsmuizen	=	bosspitsmuis
bossteekmier	noun	Myrmica ruginodis een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
bossteekmieren	=	bossteekmier
bossteekmiertje	=	bossteekmier
bossteekmiertjes	=	bossteekmier
bossteenuil	noun	Athene blewitti een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
bossteenuilen	=	bossteenuil
bossteenuiltje	=	bossteenuil
bossteenuiltjes	=	bossteenuil
bosstekelpoot	noun	Zora silvestris een spinnensoort in de taxonomische indeling van de stekelpootspinnen (Zoridae)
bosstekelpootje	=	bosstekelpoot
bosstekelpootjes	=	bosstekelpoot
bosstekelpoten	=	bosstekelpoot
bosstekelrat	noun	Lonchothrix emiliae knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
bosstekelratje	=	bosstekelrat
bosstekelratjes	=	bosstekelrat
bosstekelratten	=	bosstekelrat
bosstompkaak	noun	Badister bullatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bosstompkaakje	=	bosstompkaak
bosstompkaakjes	=	bosstompkaak
bosstompkaken	=	bosstompkaak
bosstruisriet	noun	Calamagrostis arundinacea een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
bosstruisrieten	=	bosstruisriet
bosstruisrietje	=	bosstruisriet
bosstruisrietjes	=	bosstruisriet
bost	=	bossen
bostamarinde	noun	Marmaroxylon racemosum een boom, gewoonlijk van 8-20 meter hoog.
bostamarinden	=	bostamarinde
bostamarindes	=	bostamarinde
bostamarindetje	=	bostamarinde
bostamarindetjes	=	bostamarinde
bostandklauw	noun	Calathus rotundicollis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bostandklauwen	=	bostandklauw
bostandklauwtje	=	bostandklauw
bostandklauwtjes	=	bostandklauw
boste	=	bossen
bostel	noun	uitgetrokken, afgewerkt mout, bestaande uit de bolsters en de onoplosbare bestanddelen, dat als veevoer gebruikt wordt
bosten	=	bossen
bosterrein	noun	gebied dat bedekt is met een bos
bosterreinen	=	bosterrein
bosterreintje	=	bosterrein
bosterreintjes	=	bosterrein
boston	noun	bepaald type wals
bostongpalpje	noun	Centromerus brevivulvatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bostongpalpjes	=	bostongpalpje
bostons	=	boston
bostouw	noun	liaan of luchtwortel gebruikt als touw
bostouwen	=	bostouw
bostra	noun	20-30 meter brede laan in een bos die dient om bosbranden tegen te houden
bostra's	=	bostra
bostuin	noun	door bomen beschaduwde tuin
bostuinen	=	bostuin
bostuintje	=	bostuin
bostuintjes	=	bostuin
bostulp	noun	bepaald soort bolgewas, Tulipa sylvestris uit de leliefamilie (Liliaceae), de enige tulpensoort die in Nederland in het wild voorkomt.
bostulpen	=	bostulp
bostulpje	=	bostulp
bostulpjes	=	bostulp
bosui	noun	een jonge, onvolgroeide geboste ui met blad
bosuien	=	bosui
bosuil	noun	bepaald soort vogel, Strix aluco die zowel overdag als 's nachts kan jagen
bosuilen	noun	een geslacht Strix van vogels uit de familie van de uilen (Strigidae).
bosuiltje	=	bosuil
bosuiltjes	=	bosuil
bosuitbreiding	noun	het vergroten van het totale bosareaal door nieuw bos aan te leggen op gronden die voorheen een andere bestemming hadden, zoals landbouwgrond of open vegetatie.
bosuitbreidingen	=	bosuitbreiding
bosuitbreidinkje	=	bosuitbreiding
bosuitbreidinkjes	=	bosuitbreiding
bosuitje	=	bosui
bosuitjes	=	bosui
bosveen	noun	met bomen begroeid veen; veen met veel houtresten
bosveenmos	noun	Sphagnum quinquefarium een bladmos uit de familie Sphagnaceae.
bosveenmosje	=	bosveenmos
bosveenmosjes	=	bosveenmos
bosveenmossen	=	bosveenmos
bosveldkers	noun	Cardamine flexuosa een eenjarige of soms tweejarige of overblijvende plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae).
bosveldkersen	=	bosveldkers
bosveldkersje	=	bosveldkers
bosveldkersjes	=	bosveldkers
bosvenen	=	bosveen
bosverpleging	noun	het geheel van beheersmaatregelen die in een bos worden uitgevoerd om het de gewenste optimale groei, structuur en soortensamenstelling te kunnen geven en te behouden
bosverplegingen	=	bosverpleging
bosverpleginkje	=	bosverpleging
bosverpleginkjes	=	bosverpleging
bosviolen	=	bosviool
bosviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola riviniana uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
bosviooltje	noun	bepaald soort vaste plant, Viola riviniana uit de viooltjesfamilie (Violaceae), variërend in grootte In de zomer worden cleistogame bloemen gevormd, net als bij het maarts viooltje (Viola odorata).
bosviooltjes	=	bosviooltje
bosvlam	noun	benaming voor rotsheide (Pieris japonica), oosterse heester met prachtige bloemen
bosvlammen	=	bosvlam
bosvleermuis	noun	Nyctalus leisleri een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae).
bosvleermuisje	=	bosvleermuis
bosvleermuisjes	=	bosvleermuis
bosvleermuizen	=	bosvleermuis
bosvogel	noun	vogel wiens leven zich vooral in het bos afspeelt
bosvogelen	=	bosvogel
bosvogelmelk	noun	Ornithogalum pyrenaicum een overblijvende plant uit de aspergefamilie (Asparagaceae), vroeger (Cronquist indeling) ingedeeld bij de leliefamilie (Liliaceae).
bosvogelmelkje	=	bosvogelmelk
bosvogelmelkjes	=	bosvogelmelk
bosvogels	=	bosvogel
bosvogeltje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor planten uit het geslacht Cephalanthera in de orchideeënfamilie
bosvogeltjes	=	bosvogel
bosvrucht	noun	een mengsel van fruit dat oorspronkelijk vooral in de bossen en in de directe omgeving daarvan te vinden was.
bosvruchten	=	bosvrucht
bosvruchtje	=	bosvrucht
bosvruchtjes	=	bosvrucht
boswaaierstaart	noun	Cercotrichas leucosticta een vogelsoort uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
boswaaierstaarten	=	boswaaierstaart
boswaaierstaartje	=	boswaaierstaart
boswaaierstaartjes	=	boswaaierstaart
boswachter	noun	een beheerder van een boswachterij
boswachteres	=	boswachter
boswachterij	noun	organisatie die toezicht houdt op bossen
boswachterijen	=	boswachterij
boswachterin	=	boswachter
boswachters	=	boswachter
boswachtertje	=	boswachter
boswachtertjes	=	boswilg
boswalstro	noun	Galium sylvaticum een overblijvende plant, die behoort tot de sterbladigenfamilie
boswandeling	noun	een wandeling door het bos
boswandelingen	=	boswandeling
boswandelingetje	=	boswandeling
boswandelingetjes	=	boswandeling
boswederik	noun	Lysimachia nemorum een vaste plant van natte tot vrij vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen en langs beekjes.
boswederiken	=	boswederik
boswederikje	=	boswederik
boswederikjes	=	boswederik
bosweg	noun	weg door een bos
boswegen	=	bosweg
bosweggetje	=	bosweg
bosweggetjes	=	bosweg
boswegje	=	bosweg
boswegjes	=	bosweg
boswesp	noun	Dolichovespula sylvestris een vliesvleugelig insect uit de familie van de plooivleugelwespen (Vespidae).
boswespbij	noun	Nomada opaca een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
boswespbijen	=	boswespbij
boswespbijtje	=	boswespbij
boswespbijtjes	=	boswespbij
boswespen	=	boswesp
boswespje	=	boswesp
boswespjes	=	boswesp
boswet	noun	een wet in Nederland die op 20 juli 1961 door het Ministerie van Landbouw en Visserij (later Ministerie van LNV, weer later Ministerie van Economische Zaken) werd ingesteld om bossen in Nederland te beschermen
boswetten	=	boswet
boswevertje	noun	bepaald soort spin, Tenuiphantes zimmermanni uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae); de soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1890 door Bertkau als lepthyphantes zimmermanni
boswevertjes	=	boswevertje
boswezen	noun	alle personen en organisaties betrokken bij het onderhoud van en toezicht op de bossen
boswezens	=	boswezen
boswezentje	=	boswezen
boswezentjes	=	boswezen
boswilg	noun	bepaald soort loofboom Salix caprea, die inheems is in de Benelux en tot 14 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie Salicaceae
boswilgbladwesp	noun	Pontania gallarum een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
boswilgbladwespen	=	boswilgbladwesp
boswilgbladwespje	=	boswilgbladwesp
boswilgbladwespjes	=	boswilgbladwesp
boswilgen	=	boswilg
boswilgmineermot	noun	Stigmella salicis een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
boswilgmineermotje	=	boswilgmineermot
boswilgmineermotjes	=	boswilgmineermot
boswilgmineermotten	=	boswilgmineermot
boswilgplooibladwesp	noun	Phyllocolpa leucosticta een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
boswilgplooibladwespen	=	boswilgplooibladwesp
boswilgplooibladwespje	=	boswilgplooibladwesp
boswilgplooibladwespjes	=	boswilgplooibladwesp
boswilgvouwmot	noun	Phyllonorycter dubitella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
boswilgvouwmotje	=	boswilgvouwmot
boswilgvouwmotjes	=	boswilgvouwmot
boswilgvouwmotten	=	boswilgvouwmot
boswinterkoning	noun	Henicorhina leucosticta een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
boswinterkoningen	noun	een geslacht Henicorhina van zangvogels uit de familie winterkoningen (Troglodytidae)
boswinterkoninkje	=	boswinterkoning
boswinterkoninkjes	=	boswinterkoning
boswitje	noun	Leptidea sinapis een kleine tere dagvlinder met een zeer dun lijfje, uit de familie Pieridae, de witjes.
boswitjes	=	boswitje
boswolfsklauw	noun	Diphasiastrum zeilleri een plant uit de wolfsklauwfamilie.
boswolfsklauwen	=	boswolfsklauw
boswolfsklauwtje	=	boswolfsklauw
boswolfsklauwtjes	=	boswolfsklauw
boswoning	noun	een woning die in of direct tegen een bosgebied ligt.
boswoningen	=	boswoning
boswoninkje	=	boswoning
boswoninkjes	=	boswoning
bosyaws	noun	door parasieten veroorzaakte huidziekte
boszandbij	noun	Andrena coitana een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
boszandbijen	=	boszandbij
boszandbijtje	=	boszandbij
boszandbijtjes	=	boszandbij
boszandloopkever	noun	Cicindela sylvatica een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
boszandloopkevers	=	boszandloopkever
boszandloopkevertje	=	boszandloopkever
boszandloopkevertjes	=	boszandloopkever
boszandogen	=	boszandoog
boszandoog	noun	bepaalde soort vlinder, Lopinga achine, een aurelia, behorend tot de onderfamilie Satyrinae
boszandspinnendoder	noun	Arachnospila silvana een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
boszandspinnendoders	=	boszandspinnendoder
boszandspinnendodertje	=	boszandspinnendoder
boszandspinnendodertjes	=	boszandspinnendoder
boszanger	noun	een klein, meest onopvallend, bruin zangvogeltje dat behoort tot het geslacht Phylloscopus en de familie Phylloscopidae
boszangermees	noun	Sylviparus modestus een zangvogel uit de familie Paridae (Mezen).
boszangermeesje	=	boszangermees
boszangermeesjes	=	boszangermees
boszangermezen	=	boszangermees
boszangers	noun	Phylloscopus een familie van kleine, veelal bruingroene zangvogels uit de familie Phylloscopidae.
boszangertje	=	boszanger
boszangertjes	=	boszanger
boszegge	noun	Carex sylvatica een polvormende vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
boszeggen	=	boszegge
boszeggetje	=	boszegge
boszeggetjes	=	boszegge
boszwartkoren	noun	Melampyrum sylvaticum een eenjarige plant uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
boszwenkgras	noun	Festuca altissima (syn.
boszwenkgrassen	=	boszwenkgras
boszwijn	noun	een Afrikaanse zwijnensoort Potamochoerus larvatus, verwant aan het penseelzwijn (Potamochoerus porcus)
boszwijnen	noun	een geslacht Potamochoerus in de familie van de Suidae
boszwijntje	=	boszwijn
boszwijntjes	=	boszwijn
bot	noun	bepaald soort platvis, Platichthys flesus	adj	niet scherp, stomp, wat snijdens scherp had moeten zijn
botachtigen	noun	een familie Bothidae van vissen uit de orde van platvissen (Pleuronectiformes).
botaf	adv	onder omwegen of complimenten, kort en bondig, stellig, volstrekt
botanica	noun	vrouwelijke vorm van botanicus
botanica's	=	botanica
botanicae	=	botanica
botanici	=	botanicus
botanicus	noun	een wetenschapper die de plantkunde beoefent
botanicusje	=	botanicus
botanicusjes	=	botanicus
botanie	noun	een onderdeel van de biologie dat zich bezighoudt met de studie van planten
botanisch	adj	plantkundig
botanische	=	botanisch
botanischer	=	botanisch
botanischere	=	botanisch
botanischers	=	botanisch
botanischt	=	botanisch
botanischte	=	botanisch
botaniseer	=	botaniseren
botaniseerde	=	botaniseren
botaniseerden	=	botaniseren
botaniseert	=	botaniseren
botaniseertrommel	noun	blikken bus om planten in te bewaren
botaniseertrommels	=	botaniseertrommel
botaniseertrommeltje	=	botaniseertrommel
botaniseertrommeltjes	=	botaniseertrommel
botanisere	=	botaniseren
botaniseren	verb	met een wetenschappelijk doel planten verzamelen en ze van een naam voorzien
botaniserend	=	botaniseren
botaniserende	=	botaniseren
botanist	noun	iemand die veel verstand heeft van planten; beoefenaar van de plantkunde
botaniste	=	botanist
botanisten	=	botanist
botartikel	noun	een artikel dat op Wikipedia aangemaakt is door een bot met daarin de meest basale informatie zodat het later eenvoudig uitgebreid kan worden
botartikelen	=	botartikel
botartikels	=	botartikel
botartikeltje	=	botartikel
botartikeltjes	=	botartikel
botbeheerder	noun	iemand die op Wikipedia een bot beheert om grote aantallen identieke wijzigingen eenvoudig uit te voeren
botbeheerders	=	botbeheerder
botbeheerdertje	=	botbeheerder
botbeheerdertjes	=	botbeheerder
botbestuurder	noun	iemand die op Wikipedia een bot beheert om grote aantallen identieke wijzigingen eenvoudig uit te voeren
botbestuurders	=	botbestuurder
botbestuurdertje	=	botbestuurder
botbestuurdertjes	=	botbestuurder
botboer	noun	uitventer van bot (vis)
botboeren	=	botboer
botboertje	=	botboer
botboertjes	=	botboer
botbreuk	noun	het in twee of meer delen gebroken zijn van een bot
botbreuken	=	botbreuk
botbreukje	=	botbreuk
botbreukjes	=	botbreuk
botdichtheden	=	botdichtheid
botdichtheid	noun	de hoeveelheid botmineraal in botweefsel
botdrager	noun	munt met een waarde meestal gelijk aan 8 duiten of 2 groot of een stuiver (ƒ 0.05).
botdragers	=	botdrager
botdragertje	=	botdrager
botdragertjes	=	botdrager
bote	=	boten
botel	noun	hotel, gevestigd op een afgemeerde boot
botelletje	=	botel
botels	=	botel
boten	verb	kloppen, slaan
botenbouw	noun	het construeren van kleinere schepen
botenbouwer	noun	iemand die boten bouwt
botenbouwers	=	botenbouwer
botend	=	boten
botende	=	boten
botenhuis	noun	een overdekte lig- of opslagplaats voor een of meer vaartuigen
botenhuisje	=	botenhuis
botenhuisjes	=	botenhuis
botenhuizen	=	botenhuis
botenparade	noun	feestelijke optocht met boten
botenparades	=	botenparade
boter	noun	gekarnde en geknede room van melk, meestal gebruikt als voedingsstof
boter-kaas-en-eieren	noun	spel waarbij men drie kruisjes of drie nullen op een rij moet zien te krijgen
boterachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van boter
boterachtige	=	boterachtig
boterachtiger	=	boterachtig
boterachtigere	=	boterachtig
boterachtigers	=	boterachtig
boterachtigs	=	boterachtig
boterachtigst	=	boterachtig
boterachtigste	=	boterachtig
boterbabbelaar	noun	een snoepje dat traditioneel gemaakt wordt van boter, suiker, azijn, water en een snufje zout.
boterbabbelaars	=	boterbabbelaar
boterbabbelaartje	=	boterbabbelaar
boterbabbelaartjes	=	boterbabbelaar
boterberg	noun	overschot aan boter, geproduceerd in de toenmalige EEG
boterbergen	=	boterberg
boterbergje	=	boterberg
boterbier	noun	drank bestaande uit bier, zonder hop gebrouwen, met suiker, kaneel en boter
boterbieren	=	boterbier
boterbladgalmug	noun	Dasineura ranunculi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
boterbladgalmuggen	=	boterbladgalmug
boterbladgalmugje	=	boterbladgalmug
boterbladgalmugjes	=	boterbladgalmug
boterbloem	noun	een geslacht Ranunculus van een aantal meestal overblijvende, kruidachtig planten met helder gele of soms witte bloemen uit de familie Ranunculaceae.
boterbloem-grassenroest	noun	Uromyces dactylidis een roest uit de familie Pucciniaceae.
boterbloem-grassenroesten	=	boterbloem-grassenroest
boterbloem-grassenroestje	=	boterbloem-grassenroest
boterbloem-grassenroestjes	=	boterbloem-grassenroest
boterbloem-rietroest	noun	Puccinia magnusiana een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
boterbloem-rietroesten	=	boterbloem-rietroest
boterbloem-rietroestje	=	boterbloem-rietroest
boterbloem-rietroestjes	=	boterbloem-rietroest
boterbloemen	=	boterbloem
boterbloemetje	=	boterbloem
boterbloemetjes	=	boterbloem
boterbloemgalmug	noun	Dasineura traili een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
boterbloemgalmuggen	=	boterbloemgalmug
boterbloemgalmugje	=	boterbloemgalmug
boterbloemgalmugjes	=	boterbloemgalmug
boterbloemluis	noun	Aulacorthum solani een bladluis die sap zuigt uit planten.
boterbloemluisje	=	boterbloemluis
boterbloemluisjes	=	boterbloemluis
boterbloemluizen	=	boterbloemluis
boterbloemmeeldauw	noun	een meeldauw Erysiphe aquilegiae var. ranunculi uit de familie Erysiphaceae.
boterbloemmeeldauwtje	=	boterbloemmeeldauw
boterbloemmeeldauwtjes	=	boterbloemmeeldauw
boterbloempje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort dagvlinder, Pseudopanthera macularia uit de familie Geometridae, (de spanners) voorkomend in het oosten en zuiden van Nederland langs zonnige bosranden en droge gebieden
boterbloempjes	=	boterbloem
boterboer	noun	een boer die zelf boter maakt of verkoopt
boterboeren	=	boterboer
boterboertje	=	boterboer
boterboertjes	=	boterboer
boterbonen	=	boterboon
boterboon	noun	gele variant van de sperzieboon
boterboontje	=	boterboon
boterboontjes	=	boterboon
boterboor	noun	een kleine soort boor (meestal van hout of metaal) waarmee je een rond stukje boter kunt uitsteken uit een groot blok boter dat dient om de kwaliteit van de boter te testen
boterboortje	=	boterboor
boterboortjes	=	boterboor
boterboren	=	boterboor
boterbrief	noun	bewijs dat je getrouwd bent en dus mag samenleven
boterbriefje	=	boterbrief
boterbriefjes	=	boterbrief
boterbrieven	=	boterbrief
botercollybia	noun	Rhodocollybia butyracea een schimmel behorend tot de familie Omphalotaceae.
botercollybia's	=	botercollybia
botercollybiaatje	=	botercollybia
botercollybiaatjes	=	botercollybia
botercrème	noun	luchtig geklopte boter, waaraan kristalsuiker is toegevoegd
botercrèmes	=	botercrème
boterde	=	boteren
boterden	=	boteren
boterdoos	noun	doos om boter in mee te nemen
boterdoosje	=	boterdoos
boterdoosjes	=	boterdoos
boterdozen	=	boterdoos
botere	=	boteren
boteren	verb	gelukken
boterend	=	boteren
boterende	=	boteren
boterfabriek	noun	fabriek waar men van room boter maakt
boterfabrieken	=	boterfabriek
boterfabriekje	=	boterfabriek
boterfabriekjes	=	boterfabriek
botergaar	adj	gekookt totdat het heel zacht is geworden
botergaarder	=	botergaar
botergaardere	=	botergaar
botergaarders	=	botergaar
botergaars	=	botergaar
botergaarst	=	botergaar
botergaarste	=	botergaar
botergare	=	botergaar
botergeil	adj|informal	heel erg geil, bloedgeil
botergeile	=	botergeil
botergeilheid	noun|informal	sterk wellustig gevoel
botergeils	=	botergeil
boterham	noun	snee brood
boterhambeleg	noun	eetbare waar die gebruikt wordt om brood te beleggen
boterhambeleggen	=	boterhambeleg
boterhamdoos	noun	een doosje waarin je brood meeneemt voor werk of school
boterhamdoosje	=	boterhamdoos
boterhamdoosjes	=	boterhamdoos
boterhamdozen	=	boterhamdoos
boterhammen	=	boterham
boterhammendoos	noun	een doosje waarin je brood meeneemt voor werk of school
boterhammendoosje	=	boterhammendoos
boterhammendoosjes	=	boterhammendoos
boterhammendozen	=	boterhammendoos
boterhammenpapier	noun	waterafstotend papier waarin men gesmeerd brood kan bewaren
boterhammentaks	noun	vergoeding die ouders moeten betalen voor hun kinderen die op school overblijven
boterhammentaksen	=	boterhammentaks
boterhammentrommel	noun	een doosje waarin je brood meeneemt voor werk of school
boterhammentrommels	=	boterhammentrommel
boterhammentrommeltje	=	boterhammentrommel
boterhammentrommeltjes	=	boterhammentrommel
boterhammes	noun	mes om de boterham te besmeren en te snijden
boterhammesje	=	boterhammes
boterhammesjes	=	boterhammes
boterhammessen	=	boterhammes
boterhammetje	=	boterham
boterhammetjes	=	boterham
boterhamtrommel	noun	meestal plastic doosje met daarin gesmeerde boterhammen voor de lunch, meegenomen naar school, op het werk enz
boterhamtrommels	=	boterhamtrommel
boterhamtrommeltje	=	boterhamtrommel
boterhamtrommeltjes	=	boterhamtrommel
boterhamworst	noun	goedkope gekookte worst voor op de boterham
boterhamworsten	=	boterhamworst
boterhamzak	noun	zakje waarin men (gesmeerde en belegde) boterhammen kan bewaren
boterhamzakje	=	boterhamzak
boterhamzakjes	=	boterhamzak
boterhamzakken	=	boterhamzak
boterkoek	noun	een koek, traditioneel bereid met roomboter, die gevuld wordt met amandelspijs
boterkoeken	=	boterkoek
boterkoekje	=	boterkoek
boterkoekjes	=	boterkoek
boterkruller	noun	keukenhulpmiddel om decoratieve krullen van gekoelde boter te maken
boterkrullers	=	boterkruller
boterkrullertje	=	boterkruller
boterkrullertjes	=	boterkruller
boterletter	noun	een banketletter met roomboter en amandelen
boterletters	=	boterletter
boterlettertje	=	boterletter
boterlettertjes	=	boterletter
botermals	adj	met zo'n zachte stevigheid dat het heel prettig is om te kauwen
botermalse	=	botermals
botermarkt	noun	een markt waar voornamelijk boter en aanverwante zaken worden verhandeld
botermarkten	=	botermarkt
botermarktje	=	botermarkt
botermarktjes	=	botermarkt
botermelk	noun	karnemelk
botermerk	noun	bij de wet vastgesteld merk, door de botercontrolestations aan producenten uitgereikt
botermerken	=	botermerk
botermes	noun	eetgerei bestaand uit een handvat uitlopen in een langgerekt dun blad om gekarnde en geknede room vanuit de botervloot naar de boterham te brengen
botermesje	=	botermes
botermessen	=	botermes
botermijn	noun	veiling waar boter bij afslag verkocht wordt
botermijnen	=	botermijn
botermolen	noun	grote karn aangedreven door een tredmolen
botermolens	=	botermolen
botermolentje	=	botermolen
botermolentjes	=	botermolen
boterolie	noun	geconcentreerd melkvet, praktisch zonder water, lichtgeel van kleur
boterolies	=	boterolie
boteroliën	=	boterolie
boterpeer	noun	soort van grote, sappige peer
boterperen	=	boterpeer
boterpot	noun	een pot om boter in te bewaren
boterpotje	=	boterpot
boterpotjes	=	boterpot
boterpotten	=	boterpot
boters	=	boter
botersaus	noun	saus op basis van gesmolten boter
botersausen	=	botersaus
botersausje	=	botersaus
botersausjes	=	botersaus
botersauzen	=	botersaus
boterschaal	noun	lage open kom met een brede vlakke rand waarin boter wordt opgediend
boterschaaltje	=	boterschaal
boterschaaltjes	=	boterschaal
boterschalen	=	boterschaal
boterschijt	noun|obsolete	benaming voor insecten uit de orde Lepidoptera
boterschijten	=	boterschijt
botersla	noun	Lactuca sativa verse sla met zachte bladeren
boterspaan	noun	platte, houten lepel of spatel die vroeger gebruikt werd om boter uit een vat te scheppen, zonder deze met de handen aan te raken
boterspaantje	=	boterspaan
boterspaantjes	=	boterspaan
boterspanen	=	boterspaan
boterspek	noun	huisbereide snoep gemaakt met boter en suiker
boterspekje	=	boterspek
boterspekjes	=	boterspek
boterspekken	=	boterspek
botersprits	noun	sprits met boter bereid
boterspritsen	=	botersprits
boterstaaf	noun	banketstaaf met roomboter en amandelen
boterstaven	=	boterstaaf
botert	=	boteren
botertje	=	boter
botertjegeil	=	botergeil
botertjes	=	boter
boterton	noun	houten ton, bestemd voor opslag en vervoer van gekarnde en geknede room die bij het maken van voedsel wordt gebruikt
botertonnen	=	boterton
botertonnetje	=	boterton
botertonnetjes	=	boterton
botervaatje	=	botervat
botervaatjes	=	botervat
botervat	noun	houten ton, gebruikt voor het karnen van room
botervaten	=	botervat
botervet	noun	glycerol molecuul met daaraan drie moleculen boterzuur gebonden; het hoofdbestanddeel van boter; het vet dat in melk zit	adj	met veel vet
botervets	=	botervet
botervette	=	botervet
botervetten	=	botervet
botervis	noun	Pholis gunnellus een straalvinnige zeevis uit de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
botervisje	=	botervis
botervisjes	=	botervis
botervissen	noun	een familie Pholidae van vissen die tot de orde van baarsachtigen (Perciformes) behoren.
botervlieg	noun|obsolete	benaming voor insecten uit de orde Lepidoptera, vooral de gele en witte soorten
botervliegen	=	botervlieg
botervlieghe	=	botervlieg
botervliegje	=	botervlieg
botervlinder	noun	van bladerdeeg gevlochten broodje
botervlinders	=	botervlinder
botervloot	noun	een bakje om boter in te bewaren
botervlootje	=	botervloot
botervlootjes	=	botervloot
botervloten	=	botervloot
boterwaag	noun	plaats waar vroeger van stadswege de boter werd gewogen
boterwagen	=	boterwaag
boterzacht	adj	zo zacht als boter, heel erg zacht
boterzachte	=	boterzacht
boterzachts	=	boterzacht
boterzuren	=	boterzuur
boterzuur	noun	een verzadigd carbonzuur met de formule CH₃(CH₂)₂COOH
botgal	noun	bij schapen voorkomende ziekte
botgallen	=	botgal
botgevierd	=	botvieren
botgevierde	=	botvieren
botgras	noun	benaming voor grote vossenstaart (Alopecurus pratensis)
botgrassen	=	botgras
botheden	=	botheid
botheid	noun	van een persoon dat deze weinig meelevend is
bothoekwant	noun	Het is een lange lijn met minstens honderd haakjes, die wordt uitgelegd en een getijde lang blijft liggen voor het vangen van bot.
bothol	noun	Oenanthe aquatica watertorkruid
botia	noun	een geslacht Botia van straalvinnige vissen uit de familie van de modderkruipers (Cobitidae)
botia's	=	botia
botica	noun	winkel waar geneesmiddelen worden verkocht
botica's	=	botica
botika	noun	apotheek
botika's	=	botika
botje	=	bot
botjes	=	bot
botkanker	noun	kwaadaardige bottumor uitgaande van botweefsel, is eigenlijk geen kanker want het gaat niet uit van epitheel
botkruid	noun	Alopecurus pratensis Grote vossenstaart, veldvossenstaart
botkruiden	=	botkruid
botmassa	noun	het gewicht van de beenderen in een lichaam
botmassa's	=	botmassa
botmateriaal	noun	weefsel waarvan bot is gemaakt
botmaterialen	=	botmateriaal
botmatig	adj	door tussenkomst van een bot	adv	op botmatige wijze
botmatige	=	botmatig
botmatigs	=	botmatig
botmuil	noun	dom persoon
botmuilen	=	botmuil
botnet	noun	groep samenwerkende software robots die automatsch zelfstandig opereren (vaak worden ze gebruikt voor het verzenden van spam of als middel om te hacken
botnetten	=	botnet
botonderzoek	noun	onderzoek van de beenderen van een mens of ander organisme
botonderzoeken	=	botonderzoek
botontkalking	noun	verlies van kalk uit de botten vooral optredend bij vrouwen na de overgang
botontkalkingen	=	botontkalking
botontkalkinkje	=	botontkalking
botontkalkinkjes	=	botontkalking
botox	noun	neurotoxisch gif dat wordt ingespoten om bepaalde gezichtsspieren te verlammen en zo rimpels minder zichtbaar te maken
botoxbehandeling	noun	medische of cosmetische ingreep waarbij botulinetoxine (een spierontspannend eiwit) met injecties in specifieke spieren wordt gespoten.
botoxbehandelingen	=	botoxbehandeling
botoxbehandelingetje	=	botoxbehandeling
botoxbehandelingetjes	=	botoxbehandeling
botoxe	=	botoxen
botoxen	verb	een cosmetsiche behandeling met botox uitvoeren
botoxend	=	botoxen
botoxende	=	botoxen
botoxje	=	botox
botoxjes	=	botox
botoxt	=	botoxen
botoxtandarts	noun	tandarts die ook cosmetische botoxbehandelingen uitvoert
botoxtandartsen	=	botoxtandarts
botoxte	=	botoxen
botoxten	=	botoxen
botrest	noun	de beenderen van overleden mensen of dieren
botresten	=	botrest
botrotonde	noun	twee rotondes die door een korte weg met elkaar verbonden zijn
botrotonden	=	botrotonde
botrotondes	=	botrotonde
botrytis-bladvlekkenziekte	noun	Botrytis squamosa een schimmel, die het blad van de ui kan aantasten.
botrytis-bladvlekkenziekten	=	botrytis-bladvlekkenziekte
botrytis-bladvlekkenziektes	=	botrytis-bladvlekkenziekte
botrytis-bladvlekkenziektetje	=	botrytis-bladvlekkenziekte
botrytis-bladvlekkenziektetjes	=	botrytis-bladvlekkenziekte
bots	noun	slag, stoot, schok
botsabsorbeerder	noun	een mobiel voertuig dat bij wegwerkzaamheden gebruikt wordt om de weg af te zetten, met aan de achterkant een constructie bedoeld om de schok van auto's die daarop botsen op te vangen
botsabsorbeerders	=	botsabsorbeerder
botsabsorbeerdertje	=	botsabsorbeerder
botsabsorbeerdertjes	=	botsabsorbeerder
botsabsorber	noun	een mobiel voertuig dat bij wegwerkzaamheden gebruikt wordt om de weg af te zetten, met aan de achterkant een constructie bedoeld om de schok van auto's die daarop botsen op te vangen
botsabsorbers	=	botsabsorber
botsauto	noun	autoscooter, een driewielig voertuig voor (meestal) twee personen met een dusdanige constructie dat er geen schade aan de auto ontstaat als tegen andere botsauto's aangereden (gebotst) wordt
botsauto's	=	botsauto
botsautootje	=	botsauto
botsautootjes	=	botsauto
botsboot	noun	een speeltoestel met de gecombineerde eigenschappen van een boot en een botsauto
botsbootje	=	botsboot
botsbootjes	=	botsboot
botsboten	=	botsboot
botscan	noun	beeldvormende techniek in de geneeskunde waarbij een afbeelding gemaakt wordt van het skelet door dit eerst 'op te laden' met een radio-actieve isotoop
botscans	=	botscan
botse	=	botsen
botsen	verb	met een flinke snelheid tegen elkaar aankomen
botsend	adj	tegen elkaar slaand
botsende	=	botsend
botsender	=	botsend
botsendere	=	botsend
botsenders	=	botsend
botsends	=	botsend
botsendst	=	botsend
botsendste	=	botsend
botsing	noun	het botsen
botsingen	=	botsing
botsingstheorie	noun	een theorie die kwantitatief verklaart hoe chemische reacties plaatsvinden en waarom verschillende reacties verschillende reactiesnelheden hebben
botsinkje	=	botsing
botsinkjes	=	botsing
botskussen	noun	een zich bij een botsing snel met lucht vullende zak die de inslag ervan goeddeels opvangt
botskussens	=	botskussen
botskussentje	=	botskussen
botskussentjes	=	botskussen
botsplinter	noun	een scherp naaldvormig (afgebroken) deel van een bot
botsplinters	=	botsplinter
botsproef	noun	een vorm van destructief onderzoek, met als doel de veiligheid van auto’s en andere voertuigen te testen in geval van een botsing of aanrijding
botsproeven	=	botsproef
botssimulator	noun	apparaat dat op een gecontroleerde wijze een botsing (van een voertuig) kan nabootsen zodat men de gevolgen van de botsing kan onderzoeken
botssimulatoren	=	botssimulator
botssimulators	=	botssimulator
botst	=	botsen
botste	=	botsen
botsten	=	botsen
botstructuren	=	botstructuur
botstructuur	noun	de uitwendige vorm van beenderen
botsveiligheid	noun	veiligheid igv een botsing
botswaan	noun	een inwoner van Botswana, of iemand afkomstig uit Botswana
botswaans	adj	op Botswana betrekking hebbend
botswaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Botswana, of een vrouw afkomstig uit Botswana
botswaansen	=	botswaanse
botswaanser	=	botswaans
botswaansere	=	botswaans
botswaansers	=	botswaans
botswaanst	=	botswaans
botswaanste	=	botswaans
botswanaleeuwerik	noun	Certhilauda chuana een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
botswanaleeuweriken	=	botswanaleeuwerik
botswanaleeuwerikje	=	botswanaleeuwerik
botswanaleeuwerikjes	=	botswanaleeuwerik
botswanatrap	noun	Afrotis afraoides een vogel uit de familie van de trappen (Otididae).
botswanatrapje	=	botswanatrap
botswanatrapjes	=	botswanatrap
botswanatrappen	=	botswanatrap
botswanatrappetje	=	botswanatrap
botswanatrappetjes	=	botswanatrap
botswanen	=	botswaan
botte	=	bot
bottel	noun	eigenlijk: knop van een plant, maar meestal: rozenbottel
bottelaar	noun	iemand die drank in flessen verpakt en verkoopt als beroep
bottelaars	=	bottelaar
bottelarij	noun	bedrijf waar men flessen vult met drank
bottelarijen	=	bottelarij
bottelarijtje	=	bottelarij
bottelarijtjes	=	bottelarij
bottelbier	noun	bier uit een fles
bottelbieren	=	bottelbier
bottelbiertje	=	bottelbier
bottelbiertjes	=	bottelbier
bottelde	=	bottelen
bottelden	=	bottelen
bottele	=	bottelen
bottelen	verb	een vloeistof in flessen stoppen
bottelend	=	bottelen
bottelende	=	bottelen
bottelier	noun	iemand die wijn in flessen doet
botteliers	=	bottelier
botteliertje	=	bottelier
botteliertjes	=	bottelier
botteling	noun	de keer dat men wijn of bier van het vat in de fles doet
bottelingen	=	botteling
bottellijn	noun	het geheel van werktuigen, toestellen en de daarop aangesloten buizen en geleidingen voor het automatisch bottelen van dranken
bottellijnen	=	bottellijn
bottelroos	noun	Rosa rugosa Rosa villosa wilde roos, waarvan de bottels kunnen worden gegeten
bottelrozen	=	bottelroos
bottels	=	bottel
bottelt	=	bottelen
botteltje	=	bottel
botteltjes	=	bottel
botten	verb	knoppen krijgen
bottend	=	botten
bottende	=	botten
bottenkraker	noun	chiropractor of chiropracticus
bottenkrakers	=	bottenkraker
botter	noun	een visserschip met een platte bodem, dat gemaakt werd vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw
bottere	=	bot
botterik	noun	lomperd
botteriken	=	botterik
botterikje	=	botterik
botterikjes	=	botterik
botters	=	botter
bottertje	=	botter
bottertjes	=	botter
bottine	noun	hoogsluitende schoen of kleine laars
bottineke	=	bottine
bottinekes	=	bottine
bottinen	=	bottine
bottines	=	bottine
bottinetje	=	bottine
bottinetjes	=	bottine
bottleflip	noun	het opgooien van een (water)flesje met als doel het rechtop te laten landen
bottleflipje	=	bottleflip
bottleflipjes	=	bottleflip
bottleflips	=	bottleflip
bottleneck	noun	een buisje van gepolijst glas of metaal, door gitaristen gebruikt om bepaalde typische klanken te produceren
bottlenecke	=	bottlenecken
bottlenecken	verb	afknijpen
bottleneckend	=	bottlenecken
bottleneckende	=	bottlenecken
bottleneckje	=	bottleneck
bottleneckjes	=	bottleneck
bottlenecks	=	bottleneck
bottleneckt	=	bottlenecken
bottleneckte	=	bottlenecken
bottleneckten	=	bottlenecken
bottom	noun	naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
bottom-up	adj	van onderen naar boven
bottom-upbenadering	noun	een benadering waarbij het (logische) beginpunt onderaan ligt
bottom-upbenaderingen	=	bottom-upbenadering
bottom-ups	=	bottom-up
bottomline	noun	wat, samenvattend, de uiteindelijke conclusie is; waar het in de basis op neer komt
bottomlines	=	bottomline
bottommetje	=	bottom
bottompje	=	bottom
bottompjes	=	bottom
bottoms	=	bottom
bottonde	noun	twee rotondes die door een korte weg met elkaar verbonden zijn
bottonden	=	bottonde
bottondes	=	bottonde
botuline	noun	een neurotoxisch gif, dat door de bacterie Clostridium botulinum wordt geproduceerd
botulinetoxine	noun	een neurotoxisch gif, dat door de bacterie Clostridium botulinum wordt geproduceerd
botulinetoxinen	=	botulinetoxine
botulinetoxines	=	botulinetoxine
botulisme	noun	vergiftiging, veroorzaakt door afscheiding van bacteriën, vooral in oppervlaktewater, vlees- en visconserven
botverlies	noun	het verlies van botweefsel
botvier	=	botvieren
botvierde	=	botvieren
botvierden	=	botvieren
botviere	=	botvieren
botvieren	verb	helemaal vrij laten
botvierend	=	botvieren
botvierende	=	botvieren
botviert	=	botvieren
botvink	noun	Fringilla coelebs gewone vink
botvinken	=	botvink
botvlies	noun	de zeer pijngevoelige en bloedvatenrijke buitenbekleding van botweefsel
botvliesje	=	botvlies
botvliesjes	=	botvlies
botvliezen	=	botvlies
botweefsel	noun	gezamenlijke lichaamscellen waaruit beenderen zijn opgebouwd
botweefsels	=	botweefsel
botweg	adv	onbeleefd, kortaf
bouchardeer	=	boucharderen
bouchardeerde	=	boucharderen
bouchardeerden	=	boucharderen
bouchardeert	=	boucharderen
bouchardere	=	boucharderen
boucharderen	verb	natuursteen een ruw oppervlak geven
boucharderend	=	boucharderen
boucharderende	=	boucharderen
bouclé	noun	garen met lusjes
boud	adj	iets dat al te zeer zonder angst voor gevaar gedaan wordt
boude	=	boud
boudeer	=	bouderen
boudeerde	=	bouderen
boudeerden	=	bouderen
boudeert	=	bouderen
bouder	=	boud
boudere	=	boud
bouderen	verb	niet fel, maar wel langdurig ontevredenheid laten blijken
bouderend	=	bouderen
bouderende	=	bouderen
bouders	=	boud
boudheid	noun	het stoutmoedig zijn
boudoir	noun	klein vertrek, speciaal bedoeld voor dames om zich om te kleden en op te frissen
boudoirs	=	boudoir
boudoirtje	=	boudoir
boudoirtjes	=	boudoir
bouds	=	boud
boudst	=	boud
boudste	=	boud
boudweg	adv	zelfverzekerd, gedurfd
bouffante	noun	das
bouffantes	=	bouffante
bougainville	noun	benaming voor planten uit het geslacht Bougainvillea, Zuid-Amerikaanse planten waarvan de bloemen grote, opvallend gekleurde, papierachtige schutbladeren hebben die lang aan de plant blijven zitten
bougainvillea	noun	een geslacht Bougainvillea uit de familie Nyctaginaceae.
bougainvillea's	=	bougainvillea
bougainvilleaatje	=	bougainvillea
bougainvilleaatjes	=	bougainvillea
bougainvilleapenkopvleermuis	noun	Pteralopex anceps een vleermuis uit het geslacht der apenkopvleermuizen (Pteralopex) die voorkomt op de eilanden Bougainville (Papoea-Nieuw-Guinea) en Choiseul (Salomonseilanden).
bougainvilleapenkopvleermuisje	=	bougainvilleapenkopvleermuis
bougainvilleapenkopvleermuisjes	=	bougainvilleapenkopvleermuis
bougainvilleapenkopvleermuizen	=	bougainvilleapenkopvleermuis
bougainvillebrilvogel	noun	Zosterops hamlini een vogel uit de familie van de brilvogels.
bougainvillebrilvogels	=	bougainvillebrilvogel
bougainvillebrilvogeltje	=	bougainvillebrilvogel
bougainvillebrilvogeltjes	=	bougainvillebrilvogel
bougainvillefluiter	noun	Pachycephala richardsi een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
bougainvillefluiters	=	bougainvillefluiter
bougainvillefluitertje	=	bougainvillefluiter
bougainvillefluitertjes	=	bougainvillefluiter
bougainvillegoudlijster	noun	Zoothera atrigena een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
bougainvillegoudlijsters	=	bougainvillegoudlijster
bougainvillegoudlijstertje	=	bougainvillegoudlijster
bougainvillegoudlijstertjes	=	bougainvillegoudlijster
bougainvillehoningeter	noun	Stresemannia bougainvillei een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
bougainvillehoningeters	=	bougainvillehoningeter
bougainvillehoningetertje	=	bougainvillehoningeter
bougainvillehoningetertjes	=	bougainvillehoningeter
bougainvillekraai	noun	Corvus meeki een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
bougainvillekraaien	=	bougainvillekraai
bougainvillekraaitje	=	bougainvillekraai
bougainvillekraaitjes	=	bougainvillekraai
bougainvillemerel	noun	Turdus bougainvillei een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
bougainvillemerels	=	bougainvillemerel
bougainvillemereltje	=	bougainvillemerel
bougainvillemereltjes	=	bougainvillemerel
bougainvillemonarch	noun	een ondersoort Monarcha castaneiventris erythrostictus en zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
bougainvillemonarchen	=	bougainvillemonarch
bougainvillemonarchje	=	bougainvillemonarch
bougainvillemonarchjes	=	bougainvillemonarch
bougainvilles	=	bougainville
bougainvilletje	=	bougainville
bougainvilletjes	=	bougainville
bougainvillewaaierstaart	noun	Rhipidura drownei een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
bougainvillewaaierstaarten	=	bougainvillewaaierstaart
bougainvillewaaierstaartje	=	bougainvillewaaierstaart
bougainvillewaaierstaartjes	=	bougainvillewaaierstaart
bougainvillezanger	noun	Cincloramphus llaneae een zangvogel uit de familie Locustellidae.
bougainvillezangers	=	bougainvillezanger
bougainvillezangertje	=	bougainvillezanger
bougainvillezangertjes	=	bougainvillezanger
bougie	noun	het onderdeel van een verbrandingsmotor dat door een vonk het mengsel van brandstofdamp en lucht in de cilinder tot ontploffing brengt
bougies	=	bougie
bougiesleutel	noun	pijpsleutel waarmee een bougie kan worden aan- of losgedraaid
bougiesleutels	=	bougiesleutel
bougietje	=	bougie
bougietjes	=	bougie
bouillabaisse	noun	een Provençaals gerecht, typisch voor de stad Marseille.
bouillabaisseje	=	bouillabaisse
bouillabaissejes	=	bouillabaisse
bouillabaisses	=	bouillabaisse
bouillabaissetje	=	bouillabaisse
bouillabaissetjes	=	bouillabaisse
bouilli	noun	vlees waarvan bouillon wordt getrokken
bouillie	noun	pap, brij
bouillisalade	noun	koud gerecht bereid uit fijngehakt soepvlees en groenten met kruiden en azijn of ander zuur
bouillisalades	=	bouillisalade
bouillon	noun	een aftreksel van magere vleesresten, beenderen of vis dat vaak de basis van een soep is
bouillonblok	noun	geconcentreerde bouillon waar de vloeistof uitgehaald is zodat het een vaste vorm heeft
bouillonblokje	=	bouillonblok
bouillonblokjes	=	bouillonblok
bouillonblokken	=	bouillonblok
bouillonnetje	=	bouillon
bouillonnetjes	=	bouillon
bouillons	=	bouillon
bouillonsoep	noun	soep gemaakt van een groente- of vleesextract zonder verdere toevoegingen
bouillonsoepje	=	bouillonsoep
boulanger	noun	meester broodbakker
boulangers	=	boulanger
boulangertje	=	boulanger
boulder	=	boulderen
boulderde	=	boulderen
boulderden	=	boulderen
bouldere	=	boulderen
boulderen	verb	een discipline binnen de klimsport: het klimmen van een korte route op een vaak dicht bij de grond gelegen echte of kunstmatige rots (ook wel een boulder genoemd) zonder het gebruik van een touw of andere vorm van zekering, anders dan een valmat
boulderend	=	boulderen
boulderende	=	boulderen
bouldert	=	boulderen
boule	noun	een staaf zeer zuivere halfgeleider waarvan wafers worden gemaakt
boules	=	boule
boulet	noun	bal gehakt
bouletje	=	boulet
bouletjes	=	boulet
bouletten	=	boulet
boulevard	noun	lange, brede, gewoonlijk met rijen bomen beplante straat in een stad
boulevardblaadje	=	boulevardblad
boulevardblaadjes	=	boulevardblad
boulevardblad	noun	een krant waarin naast het politieke en algemene nieuws zeer veel aandacht gaat naar sport, roddel, (seks)schandalen van beroemdheden, de "sterren", het (tv-)amusement en sensationele verhalen over extreme en vaak ook zeer gewelddadige moorden, verkrachtingen en berovingen
boulevardbladen	=	boulevardblad
boulevardbladje	=	boulevardblad
boulevardier	noun	iemand die graag over boulevards flaneert
boulevardiers	=	boulevardier
boulevardiertje	=	boulevardier
boulevardiertjes	=	boulevardier
boulevardje	=	boulevard
boulevardjes	=	boulevard
boulevardjournalistiek	noun	journalistiek die zich hoofdzakelijk bezighoudt met sensatieberichten en roddeltjes
boulevardkrant	noun	een makkelijk leesbare krant met sensationeel, maar niet al te serieus nieuws
boulevardkranten	=	boulevardkrant
boulevardkrantje	=	boulevardkrant
boulevardkrantjes	=	boulevardkrant
boulevardpers	noun	een krant waarin zeer veel aandacht gaat naar sport, roddel, (seks)schandalen van beroemdheden, de "sterren", het (tv-)amusement en sensationele verhalen over extreme en vaak ook zeer gewelddadige moorden, verkrachtingen en berovingen
boulevards	=	boulevard
boulimia	noun	eetstoornis met vreetbuien en het uitbraken van eten
boulimie	noun	boulimia nervosa, psychologische toestand waarin een persoon terugkerende eetbuien heeft
boulimisch	adj	lijdend aan boulimia
boulimische	=	boulimisch
boulimischer	=	boulimisch
boulimischere	=	boulimisch
boulimischers	=	boulimisch
boulodrome	noun	een (overdekte) sportgelegenheid voor het beoefenen van de petanquesport
boulodromen	=	boulodroom
boulodromes	=	boulodrome
boulodroom	noun	een (overdekte) sportgelegenheid voor het beoefenen van de petanquesport
bounce	=	bouncen
bouncen	verb	springend dansen
bouncend	=	bouncen
bouncende	=	bouncen
bouncer	noun	iets dat terugkaatst, terugveert of terugspringt
bouncers	=	bouncer
bouncet	=	bouncen
bouncete	=	bouncen
bounceten	=	bouncen
bountyaalscholver	noun	Leucocarbo ranfurlyi een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers).
bountyaalscholvers	=	bountyaalscholver
bountyaalscholvertje	=	bountyaalscholver
bountyaalscholvertjes	=	bountyaalscholver
bouquet	noun	karakteristiek aroma van een bepaalde wijn
bouquetboek	noun	boek lijkend op een deeltje van de populaire Bouquetreeks van uitgeverij Harlequin.
bouquetboeken	=	bouquetboek
bouquetboekje	=	bouquetboek
bouquetboekjes	=	bouquetboek
bouquetje	noun	alleen verkleinwoord damesroman uit de de bouquetreeks
bouquetjes	=	bouquet
bouquetreeks	noun	reeks goedkope boekjes met zeer romantische fictie
bouquetreeksboek	noun	al te romantisch boek lijkend op de boeken van de Bouquetreeks
bouquetreeksboeken	=	bouquetreeksboek
bouquetreeksboekje	=	bouquetreeksboek
bouquetreeksboekjes	=	bouquetreeksboek
bouquetreeksen	=	bouquetreeks
bouquetroman	noun	roman met een romantisch verhaal over een liefdesgeschiedenis zonder literaire pretenties
bouquetromannetje	=	bouquetroman
bouquetromannetjes	=	bouquetroman
bouquetromans	=	bouquetroman
bouquets	=	bouquet
bourbon	noun	Amerikaanse whiskey (bereid met maïs)
bourbons	=	bourbon
bourbonvanille	noun	vanille van zeer goede kwaliteit afkomstig van het eiland Réunion dat vroeger Bourbon heette
bourbonvanilles	=	bourbonvanille
bourdon	noun	noot van dezelfde (lage) toonhoogte die het hele muziekstuk aangehouden wordt
bourdons	=	bourdon
bourgeois	noun	burgerlijk persoon uit de middenstand, uit de bezittende klasse	adj	burgerlijk, kleinburgerlijk
bourgeoise	noun	vrouw met een burgerlijke lifestyle
bourgeoises	=	bourgeoise
bourgeoisie	noun	gevestigde burgerij, een sociale klasse van mensen in de middenklasse en bovenklasse die hun macht of status ontlenen aan hun bezit, opleiding en werk
bourgeoisieën	=	bourgeoisie
bourgeoistje	=	bourgeois
bourgeoistjes	=	bourgeois
bourgogne	noun	rode Franse wijn uit de streek Haute-Loire
bourgognes	=	bourgogne
bourgognewijn	noun	rode Franse wijn uit de streek Haute-Loire
bourgognewijnen	=	bourgognewijn
bourgognewijntje	=	bourgognewijn
bourgognewijntjes	=	bourgognewijn
bourgondisch	adj	kenmerkend voor de Bourgonidiërs
bourgondische	=	bourgondisch
bourgondischer	=	bourgondisch
bourgondischere	=	bourgondisch
bourgondischers	=	bourgondisch
bourgondiër	noun	iemand die geniet van de goede dingen die het leven hem te bieden heeft
bourgondiërs	=	bourgondiër
bourree	noun	oude uit Auvergne stammende Franse rondedans
bourrees	=	bourree
boussole	noun	kompas
bout	noun	verbindingsmiddel, meest uit metaal vervaardigde ronde staaf met kop, oog of haak
boutade	noun	min of meer geestige uiting van ongenoegen
boutades	=	boutade
boute	=	bouten
bouten	verb	met bouten bevestigen
boutenbikker	noun	souteneur
boutenbikkers	=	boutenbikker
boutenbikkertje	=	boutenbikker
boutenbikkertjes	=	boutenbikker
boutend	=	bouten
boutende	=	bouten
boutiek	=	boetiek
boutique	=	boetiek
boutje	=	bout
boutjes	=	bout
boutte	=	bouten
boutten	=	bouten
boutvuren	=	boutvuur
boutvuur	noun	infectieziekte bij runderen
boutvuurtje	=	boutvuur
boutvuurtjes	=	boutvuur
bouvier	noun	ruw behaard hondenras dat gefokt is om het vee te drijven
bouviers	=	bouvier
bouviertje	=	bouvier
bouviertjes	=	bouvier
bouw	noun	het doen verrijzen van huizen, bruggen enz.
bouwaanvraag	noun	indienen van een verzoek om een bouwvergunning
bouwaanvragen	=	bouwaanvraag
bouwactiviteit	noun	uitgevoerd werk om een of meer gebouwen te maken
bouwactiviteiten	=	bouwactiviteit
bouwafspraak	noun	afgesproken belofte betreffende de bouw (van woningen)
bouwafspraakje	=	bouwafspraak
bouwafspraakjes	=	bouwafspraak
bouwafspraken	=	bouwafspraak
bouwafval	noun	onbruikbare restanten van bouwwerkzaamheden
bouwagenda	noun	plannen die men heeft om huizen te gaan bouwen
bouwbedrijf	noun	een bedrijf voor het bouwen van woningen, gebouwen en gelijksoortige constructies
bouwbedrijfje	=	bouwbedrijf
bouwbedrijfjes	=	bouwbedrijf
bouwbedrijven	=	bouwbedrijf
bouwbeleid	noun	plan van aanpak betreffende het bouwen
bouwbesluit	noun	richtlijn aan welke eisen (nieuw te bouwen) gebouwen moeten voldoen
bouwbesluiten	=	bouwbesluit
bouwbeurs	noun	vakbeurs voor de bouwnijverheid
bouwbeurzen	=	bouwbeurs
bouwbewoning	noun	het (tijdelijk) wonen in of op een bouwlocatie tijdens een nieuwbouw- of ingrijpend verbouwingstraject.
bouwblok	noun	huizenblok in een stad
bouwblokje	=	bouwblok
bouwblokjes	=	bouwblok
bouwblokken	=	bouwblok
bouwboer	noun	boer die hoofdzakelijk de akkerbouw uitoefent
bouwboeren	=	bouwboer
bouwboertje	=	bouwboer
bouwboertjes	=	bouwboer
bouwbond	noun	vakbond van bouwvakkers
bouwbonden	=	bouwbond
bouwbranche	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het bouwen van gebouwen en ander vastgoed
bouwbranches	=	bouwbranche
bouwcapaciteit	noun	de hoeveelheid gebouwen die men kan bouwen
bouwcombinatie	noun	groep samenwerkende bedrijven die samen aan één bouwproject werken
bouwcombinaties	=	bouwcombinatie
bouwcommissie	noun	groep mensen die de bouw van iets begeleidt
bouwcommissies	=	bouwcommissie
bouwcomplex	noun	een groep met elkaar samenhangende bouwplaatsen
bouwcomplexen	=	bouwcomplex
bouwcomplexje	=	bouwcomplex
bouwcomplexjes	=	bouwcomplex
bouwconcern	noun	groot bedrijf dat actief is in het bouwen van gebouwen en ander vastgoed
bouwconcerns	=	bouwconcern
bouwconsortia	=	bouwconsortium
bouwconsortium	noun	groep bedrijven die samen bouwopdracht uitvoeren
bouwconsortiums	=	bouwconsortium
bouwconstructie	noun	de wijze waarop een gebouw gemaakt is
bouwconstructies	=	bouwconstructie
bouwcontingent	noun	door het rijk aan een gemeente toegewezen aantal woningen dat in een bepaald tijdperk in die gemeente gebouwd mag worden
bouwcontingenten	=	bouwcontingent
bouwcoördinator	noun	iemand die de samenwerking tussen verschillende partijen die betrokken zijn bij de bouw van een bouwwerk regelt
bouwcoördinatoren	=	bouwcoördinator
bouwcoördinators	=	bouwcoördinator
bouwdag	noun	dag waarop men bouwt
bouwdagen	=	bouwdag
bouwde	=	bouwen
bouwdeel	noun	duidelijk afscheidbaar onderdeel van een gebouwencomplex
bouwdelen	=	bouwdeel
bouwden	=	bouwen
bouwdepot	noun	een lening dat bij de bank achterblijft nadat een woningfinanciering is verstrekt.
bouwdepotje	=	bouwdepot
bouwdepotjes	=	bouwdepot
bouwdepots	=	bouwdepot
bouwdok	noun	voor buitenwater afsluitbare bouwplaats waar men als het te te bouwen element klaar is water kan inlaten om het betreffende bouwelement naar de plaats van bestemming te kunnen varen
bouwdokken	=	bouwdok
bouwdoos	noun	verpakking met onderdelen waarmee gebouwen en andere constructies in het klein kunnen worden nagebouwd
bouwdoosje	=	bouwdoos
bouwdoosjes	=	bouwdoos
bouwdozen	=	bouwdoos
bouwdrift	noun	de overmatige neiging om te gaan bouwen
bouwdriften	=	bouwdrift
bouwe	=	bouwen
bouwen	verb	een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen
bouwend	=	bouwen
bouwende	=	bouwen
bouwer	noun	een persoon die dingen bouwt
bouwerij	noun	het bouwen van iets
bouwerijen	=	bouwerij
bouwerijtje	=	bouwerij
bouwers	=	bouwer
bouwertje	=	bouwer
bouwertjes	=	bouwer
bouwfase	noun	de periode dat iets gebouwd wordt
bouwfasen	=	bouwfase
bouwfases	=	bouwfase
bouwfirma	noun	bedrijf dat zich toelegt op het maken van gebouwen
bouwfirma's	=	bouwfirma
bouwfonds	noun	fonds waaruit bouwkosten betaald of voorschotten daarop gegeven worden
bouwfondsen	=	bouwfonds
bouwfout	noun	een fout die ontstaat tijdens de ontwerp-, voorbereidings- of uitvoeringsfase van een bouwwerk, waardoor de beoogde kwaliteit niet wordt behaald.
bouwfouten	=	bouwfout
bouwfraude	noun	Fraude gepleegd in Nederland door minimaal 344 Nederlandse bouwbedrijven vanaf 1990 tot rond 2000 bij de aanbesteding van overheidsprojecten waarbij ambtenaren werden omgekocht en die in 2002 werd onderzocht door een parlementaire enquête
bouwfraudes	=	bouwfraude
bouwfraudezaak	noun	een geval van bouwfraude
bouwfraudezaakje	=	bouwfraudezaak
bouwfraudezaakjes	=	bouwfraudezaak
bouwfraudezaken	=	bouwfraudezaak
bouwfysica	noun	leer van de fysische aspecten (licht, warmte, lucht, vocht en geluid) van de gebouwde ruimte, gebouwconstructies en installaties
bouwfysisch	adj	betreffende de wetenschap die de natuurkundige aspecten van gebouwen bestudeert, gericht op het creëren van een comfortabel en duurzaam binnenklimaat
bouwfysische	=	bouwfysisch
bouwfysischer	=	bouwfysisch
bouwfysischere	=	bouwfysisch
bouwfysischers	=	bouwfysisch
bouwgeschiedenis	noun	het verhaal van de bouw en verbouw van een bouwwerk
bouwgeschiedenissen	=	bouwgeschiedenis
bouwgigant	noun	zeer groot bouwbedrijf
bouwgiganten	=	bouwgigant
bouwgroep	noun	een holding met verschillende werkmaatschappijen
bouwgroepen	=	bouwgroep
bouwgroepje	=	bouwgroep
bouwgroepjes	=	bouwgroep
bouwgrond	noun	grond waarop men huizen kan en mag bouwen
bouwgronden	=	bouwgrond
bouwhal	noun	grote overdekte ruimte die geschikt is voor het bouwen van grote objecten
bouwhallen	=	bouwhal
bouwhalletje	=	bouwhal
bouwhalletjes	=	bouwhal
bouwheer	noun	de opdrachtgever voor het bouwen van een gebouw, de persoon die alle kosten moet dragen en uiteindelijk eigenaar is van het gebouwde, maar niet noodzakelijk de latere gebruiker is
bouwheertje	=	bouwheer
bouwhek	noun	een tijdelijk hek dat een bouwterrein afschermt
bouwhekken	=	bouwhek
bouwheren	=	bouwheer
bouwhistorici	=	bouwhistoricus
bouwhistoricus	noun	iemand die zich met de geschiedenis van bouwwerken en bouwtechnieken (bouwhistorie) bezighoudt
bouwhistorie	noun	de discipline die zich bezighoudt met het materiële onderzoek van gebouwd erfgoed, waarom een gebouw staat waar het staat, waarom het eruitziet zoals het eruitziet en welke waarden dit belichaamt voor heden en toekomst
bouwhistorisch	adj	betrekking hebbend op de geschiedenis van de bouwkunde
bouwhistorische	=	bouwhistorisch
bouwhistorischer	=	bouwhistorisch
bouwhistorischere	=	bouwhistorisch
bouwhistorischers	=	bouwhistorisch
bouwhoek	noun	deel van een ruimte of lokaal waar men iets kan bouwen
bouwhoeken	=	bouwhoek
bouwhoekje	=	bouwhoek
bouwhoekjes	=	bouwhoek
bouwhoogte	noun	de hoogte van de top van een bouwwerk
bouwhoogten	=	bouwhoogte
bouwhoogtes	=	bouwhoogte
bouwhout	noun	hout dat geschikt is voor bouwkundige constructies
bouwhouten	=	bouwhout
bouwhuis	noun	een voorgebouw van een feodaal huis zoals een kasteel, borg, havezate of state
bouwhuisje	=	bouwhuis
bouwhuisjes	=	bouwhuis
bouwhuizen	=	bouwhuis
bouwindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de bouw van onroerend goed
bouwindustrieën	=	bouwindustrie
bouwjaar	noun	jaar waarin iets vervaardigd is
bouwjaren	=	bouwjaar
bouwkas	noun	bankrekening of post in een boekhouding die bestemd is voor de bouw of verbouw
bouwkassen	=	bouwkas
bouwkavel	noun	stuk grond waarop een gebouw mag staan
bouwkavels	=	bouwkavel
bouwkaveltje	=	bouwkavel
bouwkaveltjes	=	bouwkavel
bouwkeet	noun	tijdelijke en verplaatsbare huisvesting voor bouwvakkers op de bouwplaats
bouwkeetje	=	bouwkeet
bouwkeetjes	=	bouwkeet
bouwketen	=	bouwkeet
bouwklaar	adj	geschikt om met de bouw van een bouwwerk te kunnen beginnen
bouwklaarder	=	bouwklaar
bouwklaardere	=	bouwklaar
bouwklaarders	=	bouwklaar
bouwklaars	=	bouwklaar
bouwklaarst	=	bouwklaar
bouwklaarste	=	bouwklaar
bouwklare	=	bouwklaar
bouwklimaat	noun	heersende algemene (economische) toestand in het bouwbedrijf
bouwklimaatje	=	bouwklimaat
bouwklimaatjes	=	bouwklimaat
bouwklimaten	=	bouwklimaat
bouwkost	noun	bedrag aan geld dat nodig is voor het maken van een constructie
bouwkosten	noun	bedrag aan geld dat nodig is voor het maken van een constructie
bouwkraan	noun	tijdelijke hijskraan die betrokken is bij de bouw
bouwkraantje	=	bouwkraan
bouwkraantjes	=	bouwkraan
bouwkranen	=	bouwkraan
bouwkuip	noun	een waterdichte constructie met gesloten damwanden om iets te bouwen
bouwkuipen	=	bouwkuip
bouwkuipje	=	bouwkuip
bouwkuipjes	=	bouwkuip
bouwkunde	noun	de leer van het bouwen van alles wat voor bewoning of huisvesting van mensen en hun bedrijvigheden bedoeld is
bouwkundestudent	noun	iemand die bouwkunde studeert#:▸ Door naar de eilanden toe te gaan krijgen de studenten een realistisch beeld van wat haalbaar is op het eiland en wat niet. "De eilanden liggen vrij geïsoleerd op zo'n 2030 kilometer van de Indiase kust.
bouwkundestudenten	=	bouwkundestudent
bouwkundig	adj	tot de bouwkunde behorende
bouwkundige	noun	iemand die verstand heeft van bouwen
bouwkundigen	=	bouwkundige
bouwkundiger	=	bouwkundig
bouwkundigere	=	bouwkundig
bouwkundigers	=	bouwkundig
bouwkundigs	=	bouwkundig
bouwkundigst	=	bouwkundig
bouwkundigste	=	bouwkundig
bouwkunst	noun	de kunst en de leer van het ontwerpen en uitvoeren van bouwwerken.
bouwkunsten	=	bouwkunst
bouwlaag	noun	alle vertrekken in een gebouw die een vloer hebben die op dezelfde hoogte ligt, uitgezonderd zolder en souterrain
bouwlagen	=	bouwlaag
bouwlamp	noun	verplaatsbare, stevige en veel licht gevende lamp, zoals gebruikt op bouwplaatsen, vroeger met kwetsbare halogeenlamp, tegenwoordig ook in led-uitvoering
bouwlampen	=	bouwlamp
bouwlampje	=	bouwlamp
bouwlampjes	=	bouwlamp
bouwland	noun	voor de akkerbouw gebruikt of geschikt land.
bouwlanden	=	bouwland
bouwlandje	=	bouwland
bouwlandjes	=	bouwland
bouwleges	noun	geld dat men moet betalen voor een bouwvergunning
bouwlift	noun	goederenlift gebruikt op een bouwplaats
bouwliften	=	bouwlift
bouwliftje	=	bouwlift
bouwliftjes	=	bouwlift
bouwlobby	noun	belangengroep voor de bouwsector die, meestal achter de schermen en dus buiten de parlementaire controle om, pressie uitoefent op bijv. het overheidsbeleid
bouwlobby's	=	bouwlobby
bouwlobbytje	=	bouwlobby
bouwlobbytjes	=	bouwlobby
bouwlocatie	noun	plaats waar de bouw plaats vindt
bouwlocaties	=	bouwlocatie
bouwloods	noun	schuur waarin men iets bouwt
bouwloodsen	=	bouwloods
bouwmaatschappij	noun	groot bedrijf dat woningen, bedrijfspanden en andere gebouwen maakt
bouwmaatschappijen	=	bouwmaatschappij
bouwmagnaat	noun	een rijke en machtige bouwondernemer
bouwmagnaten	=	bouwmagnaat
bouwmanager	noun	zakelijk leider van een bouwproject
bouwmanagers	=	bouwmanager
bouwmarkt	noun	handelsonderneming die bouwmaterialen, gereedschap en doe-het-zelfartikelen verkoopt
bouwmarkten	=	bouwmarkt
bouwmarktje	=	bouwmarkt
bouwmarktjes	=	bouwmarkt
bouwmateriaal	noun	materiaal voor het bouwen van gebouwen, zoals hout, staal, beton, kalk of gips
bouwmaterialen	=	bouwmateriaal
bouwmaterialenfabriek	noun	industriële onderneming die producten maakt die nodig zijn voor de bouw (van woningen, wegen e.d.)
bouwmaterialenfabrieken	=	bouwmaterialenfabriek
bouwmaterialenhandelaar	noun	iemand die zaken verkoopt die nodig zijn voor het bouwen of repareren van gebouwen
bouwmaterialenhandelaars	=	bouwmaterialenhandelaar
bouwmaterialenhandelaartje	=	bouwmaterialenhandelaar
bouwmaterialenhandelaartjes	=	bouwmaterialenhandelaar
bouwmaterialenhandelaren	=	bouwmaterialenhandelaar
bouwmaterialenzaak	noun	winkel waar men producten die nodig zijn voor het (ver)bouwen kan kopen
bouwmaterialenzaken	=	bouwmaterialenzaak
bouwmeester	noun	architect, ontwerper van gebouwen, die dit ontwerp visualiseert en de verwerkelijking van dit concept technisch en administratief begeleidt.
bouwmeesters	=	bouwmeester
bouwmeestertje	=	bouwmeester
bouwmeestertjes	=	bouwmeester
bouwmethode	noun	de manier waarop men bouwt
bouwmethoden	=	bouwmethode
bouwmethodes	=	bouwmethode
bouwnijverheden	=	bouwnijverheid
bouwnijverheid	noun	de bedrijfstak van het bouwbedrijf
bouwnummer	noun	nummer waarmee afzonderlijk te verkopen onderdelen van een bouwproject wordt aangeduid Niet te verwarren met het huisnummer, dat meestal pas later door de gemeente wordt toegekend.
bouwnummers	=	bouwnummer
bouwondernemer	noun	eigenaar van een bouwonderneming
bouwondernemers	=	bouwondernemer
bouwonderneming	noun	een onderneming die zich met de constructie van gebouwen bezig houdt
bouwondernemingen	=	bouwonderneming
bouwonderneminkje	=	bouwonderneming
bouwonderneminkjes	=	bouwonderneming
bouwopdracht	noun	een bouwtaak die men voor een klant, tegen betaling, mag uitvoeren
bouwopdrachten	=	bouwopdracht
bouwopdrachtje	=	bouwopdracht
bouwopdrachtjes	=	bouwopdracht
bouwopgave	noun	dat wat nodig om te bouwen; dat wat eigenlijk gebouwd zou moeten worden om te voldoen aan de vraag
bouwopgaven	=	bouwopgave
bouwopgaves	=	bouwopgave
bouworde	noun	manier van van bouwen en decoreren
bouworden	=	bouworde
bouwordes	=	bouworde
bouwovertreding	noun	het niet in overeenkomst zijn van het neergezette vastgoed met de geldende wettelijke bepalingen
bouwovertredingen	=	bouwovertreding
bouwovertredinkje	=	bouwovertreding
bouwovertredinkjes	=	bouwovertreding
bouwpakket	noun	een pak of doos met losse onderdelen die nog in elkaar gezet moeten worden tot het eindproduct
bouwpakketje	=	bouwpakket
bouwpakketjes	=	bouwpakket
bouwpakketten	=	bouwpakket
bouwperiode	noun	de periode in de geschiedenis waarin iets gebouwd is
bouwperioden	=	bouwperiode
bouwperiodes	=	bouwperiode
bouwplaat	noun	tekening op papier of karton waarmee men 3D objecten kan maken door knippen en plakken
bouwplaatje	=	bouwplaat
bouwplaatjes	=	bouwplaat
bouwplaats	noun	een plaats waar mensen iets bouwen
bouwplaatsen	=	bouwplaats
bouwplaatsje	=	bouwplaats
bouwplan	noun	beschrijving hoe iets gebouwd gaat worden
bouwplannen	=	bouwplan
bouwplannetje	=	bouwplan
bouwplannetjes	=	bouwplan
bouwplaten	=	bouwplaat
bouwplek	noun	een plaats waar men bouwt
bouwplekje	=	bouwplek
bouwplekjes	=	bouwplek
bouwplekken	=	bouwplek
bouwploeg	noun	team bouwers
bouwploegen	=	bouwploeg
bouwploegje	=	bouwploeg
bouwploegjes	=	bouwploeg
bouwpolitie	noun	gemeentedienst die erop toeziet dat de bouwverordeningen worden nageleefd
bouwpremie	noun	uitkering van overheidswege bij de bouw van bepaalde typen woningen (premie A, premie B etc.)
bouwpremies	=	bouwpremie
bouwprijs	noun	de kosten van het bouwen van een bouwwerk
bouwprijzen	=	bouwprijs
bouwproces	noun	alle zaken die spelen rond het plannen en voltooien van een bouwwerk
bouwprocessen	=	bouwproces
bouwproductie	noun	de hoeveelheid gebouwen die er worden gebouwd
bouwproducties	=	bouwproductie
bouwprogramma	noun	plan om een aantal bouwwerken te bouwen
bouwprogramma's	=	bouwprogramma
bouwprogrammaatje	=	bouwprogramma
bouwprogrammaatjes	=	bouwprogramma
bouwproject	noun	het geheel van activiteiten ter realisatie van een bouwwerk
bouwprojecten	=	bouwproject
bouwprojectje	=	bouwproject
bouwprojectjes	=	bouwproject
bouwpromotor	noun	een persoon of bedrijf dat betrokken is bij de bouw van grote projecten zoals winkelcentra, kantoorgebouwen en woonwijken
bouwpromotoren	=	bouwpromotor
bouwpromotors	=	bouwpromotor
bouwput	noun	een ontgraving die nodig is voor het maken van een fundering, kelder, tunnel of riolering
bouwputje	=	bouwput
bouwputjes	=	bouwput
bouwputten	=	bouwput
bouwrecht	noun	deek van de wetgeving die betrekking heeft op de bouw
bouwrechten	=	bouwrecht
bouwrente	noun	geld dat kopers tijdens de bouw moeten betalen aan de aannemer en de hypotheekverstrekker
bouwrenten	=	bouwrente
bouwrentes	=	bouwrente
bouwrijp	adj	van een terrein dat het geschikt is om op te bouwen zonder dat al te grote grond werkzaamheden nodig zijn
bouwrijpe	=	bouwrijp
bouwrijper	=	bouwrijp
bouwrijpere	=	bouwrijp
bouwrijpers	=	bouwrijp
bouwrijps	=	bouwrijp
bouwrijpst	=	bouwrijp
bouwrijpste	=	bouwrijp
bouws	=	bouw
bouwschema	noun	de planning van de bouw van iets in de tijd
bouwschema's	=	bouwschema
bouwschemaatje	=	bouwschema
bouwschemaatjes	=	bouwschema
bouwsector	noun	economische sector of bedrijfstak die zich bezighoudt met het produceren van woningen en andere bouwwerken
bouwsectoren	=	bouwsector
bouwsectors	=	bouwsector
bouwsel	noun|humorous	iets wat gebouwd is maar niet heel nuttig of degelijk is
bouwsels	=	bouwsel
bouwseltje	=	bouwsel
bouwseltjes	=	bouwsel
bouwsom	noun	de kosten die men maakt om iets te bouwen
bouwsommen	=	bouwsom
bouwspeculatie	noun	het snel en veel winst proberen te maken met het bouwen van woningen of gebouwen
bouwstaking	noun	vorm van protest om kracht bij te zetten aan de wensen van werknemers bij bedrijven die zorgen voor het maken of aanpassen van woningen, bedrijfspanden en andere bouwwerken, waarbij deze werknemers ophouden met werken omdat zij het ergens niet mee eens zijn
bouwstakingen	=	bouwstaking
bouwstakinkje	=	bouwstaking
bouwstakinkjes	=	bouwstaking
bouwsteen	noun	steen om mee te bouwen
bouwsteentje	=	bouwsteen
bouwsteentjes	=	bouwsteen
bouwsteiger	noun	tijdelijke stellage die tegen een muur geplaatst is tijdens de bouw
bouwsteigers	=	bouwsteiger
bouwstenen	=	bouwsteen
bouwster	=	bouwer
bouwstijl	noun	een manier van bouw die kenmerkend is voor een bepaalde periode of plaats
bouwstijlen	=	bouwstijl
bouwstof	noun	grondstof waarmee gebouwd kan worden (vooral gebruikt voor levende wezens)
bouwstoffen	=	bouwstof
bouwstop	noun	het (tijdelijk) staken van de bouwactiviteiten van een bouwwerk dat nog niet voltooid is
bouwstops	=	bouwstop
bouwstromen	=	bouwstroom
bouwstroom	noun	een opeenvolging van gelijksoortige bouwprojecten
bouwstroompje	=	bouwstroom
bouwstroompjes	=	bouwstroom
bouwsubsidie	noun	subsidie die verstrekt wordt om te bouwen
bouwsubsidies	=	bouwsubsidie
bouwt	=	bouwen
bouwteam	noun	een projectgebonden samenwerkingsverband tussen een opdrachtgever en één deskundige of meerdere deskundigen die, in gecoördineerd verband, samenwerken aan het ontwerp, de engineering van het ontwerp en de bouw
bouwteams	=	bouwteam
bouwtechniek	noun	een onderdeel van bouwkunde nl. het ontwerpen van de technische details.
bouwtechnieken	=	bouwtechniek
bouwtechniekje	=	bouwtechniek
bouwtechniekjes	=	bouwtechniek
bouwtechnisch	adj	de bouwkunde betreffende
bouwtechnische	=	bouwtechnisch
bouwtechnischer	=	bouwtechnisch
bouwtechnischere	=	bouwtechnisch
bouwtechnischers	=	bouwtechnisch
bouwtekening	noun	een technische tekening van een bouwwerk of gebouw
bouwtekeningen	=	bouwtekening
bouwtempo	noun	de snelheid waarmee men kan bouwen
bouwterrein	noun	afgegrensd stuk grond waarop gebouwd wordt of kan worden
bouwterreinen	=	bouwterrein
bouwterreintje	=	bouwterrein
bouwterreintjes	=	bouwterrein
bouwtijd	noun	tijd die nodig is om iets te bouwen
bouwtijden	=	bouwtijd
bouwtoezicht	noun	instantie die controleert of het gebouwde wel aan de bouwvoorschriften voldoet
bouwtrant	noun	manier van bouwen
bouwtranten	=	bouwtrant
bouwvak	noun	de tijd waarin bouwvakkers vakantie hebben
bouwvakantie	noun	collectieve vakantie in de zomer voor alle bedrijven in de bouwsector
bouwvakanties	=	bouwvakantie
bouwvakarbeider	noun	werker in de bouw
bouwvakarbeiders	=	bouwvakarbeider
bouwvakarbeidertje	=	bouwvakarbeider
bouwvakken	=	bouwvak
bouwvakker	noun	een arbeider die werkzaam is in de bouw
bouwvakkers	=	bouwvakker
bouwvakkersdecolleteetje	=	bouwvakkersdecolleté
bouwvakkersdecolleté	noun	zichtbaarheid van een deel van de billen met bilnaad doordat de broek slecht past en iemand ondoordacht voorover bukt of knielt
bouwvakkersdecolletés	=	bouwvakkersdecolleté
bouwvakkerslook	noun	zichtbare bilspleet bij voorover gebukt werken
bouwvakkerslooks	=	bouwvakkerslook
bouwvakkertje	=	bouwvakker
bouwvakkertjes	=	bouwvakker
bouwvakvakantie	noun	periode van 3 weken in de zomer waarin er niet gebouwd wordt en de bouwvakkers (verplicht) vakantie hebben
bouwvakvakanties	=	bouwvakvakantie
bouwval	noun	overblijfsel van een gebouw.
bouwvallen	=	bouwval
bouwvalletje	=	bouwval
bouwvalletjes	=	bouwval
bouwvallig	adj	in slechte bouwkundige staat verkerend
bouwvallige	=	bouwvallig
bouwvalliger	=	bouwvallig
bouwvalligere	=	bouwvallig
bouwvalligers	=	bouwvallig
bouwvalligs	=	bouwvallig
bouwvalligst	=	bouwvallig
bouwvalligste	=	bouwvallig
bouwverbod	noun	verordening dat men ergens geen nieuwe gebouwen mag maken
bouwverboden	=	bouwverbod
bouwvereniging	noun	organisatie die met name woningen bouwt
bouwverenigingen	=	bouwvereniging
bouwverenigingetje	=	bouwvereniging
bouwverenigingetjes	=	bouwvereniging
bouwvergadering	noun	bijeenkomst van mensen die bij de bouw van iets betrokken zijn
bouwvergaderingen	=	bouwvergadering
bouwvergaderingetje	=	bouwvergadering
bouwvergaderingetjes	=	bouwvergadering
bouwvergunning	noun	vergunning, ingevolge de woningwet nodig voor het bouwen of verbouwen van een gebouw.
bouwvergunningen	=	bouwvergunning
bouwvergunninkje	=	bouwvergunning
bouwverkeer	noun	wegverkeer dat ontstaat door bouwwerkzaamheden
bouwverlof	noun	bouwvak
bouwverloven	=	bouwverlof
bouwverordening	noun	regelgeving van meestal de gemeentelijke overheid met daarin een aantal voorschriften met betrekking tot het bouwen, verbouwen, gebruik en slopen van bouwwerken
bouwverordeningen	=	bouwverordening
bouwvolume	noun	totale omzet van de bouwsector
bouwvolumen	=	bouwvolume
bouwvolumes	=	bouwvolume
bouwvoorschrift	noun	wettelijke eisen die worden gesteld aan een te bouwen bouwwerk
bouwvoorschriften	=	bouwvoorschrift
bouwvorm	noun	de manier van bouwen
bouwvormen	=	bouwvorm
bouwvormpje	=	bouwvorm
bouwvormpjes	=	bouwvorm
bouwweg	noun	tijdelijke vaak onverharde weg die men gebruikt voor bouwverkeer tijdens de bouw van iets
bouwwegen	=	bouwweg
bouwweggetje	=	bouwweg
bouwweggetjes	=	bouwweg
bouwwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de bouw van onroerend goed
bouwwerelden	=	bouwwereld
bouwwereldje	=	bouwwereld
bouwwereldjes	=	bouwwereld
bouwwerf	noun	terrein met een gebouw in aanbouw
bouwwerfje	=	bouwwerf
bouwwerfjes	=	bouwwerf
bouwwerk	noun	een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
bouwwerken	=	bouwwerk
bouwwerkje	=	bouwwerk
bouwwerkjes	=	bouwwerk
bouwwerkzaamheden	noun	alle bezigheden die deel uitmaken van een bouwproces
bouwwerkzaamheid	noun	een bezigheid die deel uitmaakt van een bouwproces
bouwwerven	=	bouwwerf
bouwwijze	noun	de manier waarop men een bouwwerk bouwt
bouwwijzen	=	bouwwijze
bouwwoede	noun	grote bouwactiviteit
bouwwoedes	=	bouwwoede
bouwzone	noun	zone bestemd voor huizenbouw
bouwzonen	=	bouwzone
bouwzones	=	bouwzone
bouwzonetje	=	bouwzone
bouwzonetjes	=	bouwzone
bouzouki	noun	een Grieks snaarinstrument, een dubbelkorige langhals-luit
bouzouki's	=	bouzouki
boven	adv	bovenaan, erboven, niet beneden, niet eronder	prep	op een plaats hoger gelegen dan
bovenaan	adv	op de hoogste plaats of een van de hoogste plaatsen binnen een rangschikking	prep	op een hoge plaats binnen, hoog bevestigd tegen
bovenaanzicht	noun	het uiterlijk van iets als je er van bovenaf naar kijkt
bovenaanzichten	=	bovenaanzicht
bovenaanzichtje	=	bovenaanzicht
bovenaards	adj	niet van deze aarde
bovenaardse	=	bovenaards
bovenaardser	=	bovenaards
bovenaardsere	=	bovenaards
bovenaardsers	=	bovenaards
bovenaardst	=	bovenaards
bovenaardste	=	bovenaards
bovenaf	adv	van boven naar beneden
bovenal	adv	als belangrijkste zaak, vooral
bovenantenne	noun	het staafje dat boven de dobber van een vislijn, uitsteekt
bovenantennes	=	bovenantenne
bovenantennetje	=	bovenantenne
bovenantennetjes	=	bovenantenne
bovenarm	noun	het bovenste gedeelte van de arm tussen de schouder en de elleboog
bovenarmband	noun	merkteken dat om de bovenarm gedragen wordt
bovenarmbanden	=	bovenarmband
bovenarmbandje	=	bovenarmband
bovenarmbandjes	=	bovenarmband
bovenarmen	=	bovenarm
bovenarmpje	=	bovenarm
bovenarmpjes	=	bovenarm
bovenarms	adj	van een worp: dat de hand boven de arm en schouder is geheven
bovenarmse	=	bovenarms
bovenas	noun	spil in de kap van een windmolen waar de wieken aan vastzitten
bovenassen	=	bovenas
bovenbaas	noun	iemand die uikteindelijk de beslissingen neemt
bovenbaasje	=	bovenbaas
bovenbazen	=	bovenbaas
bovenbedoeld	adj	waarop in een geschrift hierboven, te voren gedoeld werd
bovenbedoelde	=	bovenbedoeld
bovenbedoelds	=	bovenbedoeld
bovenbeen	noun	de bovenste helft van een been
bovenbeenspier	noun	een spier die gelegen is in het bovenbeen
bovenbeenspieren	=	bovenbeenspier
bovenbeenspiertje	=	bovenbeenspier
bovenbeenspiertjes	=	bovenbeenspier
bovenbeentje	=	bovenbeen
bovenbeentjes	=	bovenbeen
bovenbenen	=	bovenbeen
bovenbeschreven	adj	eerder in een tekst in woorden uitgedrukt
bovenbeschrevens	=	bovenbeschreven
bovenbewust	adj	boven het bewuste of het bewustzijn gelegen
bovenbewuste	=	bovenbewust
bovenbewuster	=	bovenbewust
bovenbewustere	=	bovenbewust
bovenbewusters	=	bovenbewust
bovenbewusts	=	bovenbewust
bovenbewustst	=	bovenbewust
bovenbewustste	=	bovenbewust
bovenbewustzijn	noun	het bewuste leven
bovenblaadje	=	bovenblad
bovenblaadjes	=	bovenblad
bovenblad	noun	het voorblad van de klankast van een snaarinstrument
bovenbladen	=	bovenblad
bovenbleef	=	bovenblijven
bovenbleven	=	bovenblijven
bovenblijf	=	bovenblijven
bovenblijft	=	bovenblijven
bovenblijve	=	bovenblijven
bovenblijven	verb	niet afdalen
bovenblijvend	=	bovenblijven
bovenblijvende	=	bovenblijven
bovenbouw	noun	een benaming die algemeen gesproken wordt gebruikt voor de hogere leerjaren van het primair (in Nederland) en secundair onderwijs (in Nederland en België)
bovenbouwen	=	bovenbouw
bovenbouwleraar	noun	leerkracht die lesgeeft in de hogere klassen van een middelbare school
bovenbouwleraars	=	bovenbouwleraar
bovenbouwleraren	=	bovenbouwleraar
bovenbouwtje	=	bovenbouw
bovenbuik	noun	bovenste gedeelte van de buik waarin o.a. de maag, lever en de milt zijn gelegen
bovenbuiken	=	bovenbuik
bovenbuikje	=	bovenbuik
bovenburen	=	bovenbuur
bovenbuur	noun	een buur die een etage hoger dan jezelf woont
bovenbuurlieden	=	bovenbuurman
bovenbuurlui	=	bovenbuurman
bovenbuurman	noun	de buurman die boven jezelf woont
bovenbuurmannen	=	bovenbuurman
bovenbuurmannetje	=	bovenbuurman
bovenbuurmannetjes	=	bovenbuurman
bovenbuurtje	=	bovenbuur
bovenbuurtjes	=	bovenbuur
bovenbuurvrouw	noun	vrouw die in een woning woont die boven de eigen woning is gelegen
bovenbuurvrouwen	=	bovenbuurvrouw
bovendaan	noun	de vorst van een koninkrijk
bovendaantje	=	bovendaan
bovendaantjes	=	bovendaan
bovendanen	=	bovendaan
bovendeel	noun	het gedeelte aan de bovenkant; het gedeelte aan de bovenzijde
bovendek	noun	een scheepsdek dat duidelijk hoger ligt dan het gewone dek.
bovendekje	=	bovendek
bovendekjes	=	bovendek
bovendekken	=	bovendek
bovendeks	adj	boven op het dek van een schip
bovendekse	=	bovendeks
bovendekser	=	bovendeks
bovendeksere	=	bovendeks
bovendeksers	=	bovendeks
bovendekst	=	bovendeks
bovendekste	=	bovendeks
bovendelen	=	bovendeel
bovendeur	noun	de bovenste helft van een systeem van halve deuren
bovendeuren	=	bovendeur
bovendeurtje	=	bovendeur
bovendeurtjes	=	bovendeur
bovendien	adv	op de koop toe, daarenboven
bovendorpel	noun	het bovenste horizontale gedeelte van een kozijn
bovendorpels	=	bovendorpel
bovendorpeltje	=	bovendorpel
bovendorpeltjes	=	bovendorpel
bovendreef	=	bovendrijven
bovendrempel	noun	het bovenste horizontale gedeelte van een kozijn
bovendrempels	=	bovendrempel
bovendreven	=	bovendrijven
bovendrijf	=	bovendrijven
bovendrijft	=	bovendrijven
bovendrijve	=	bovendrijven
bovendrijven	verb|figurative	de bovenhand krijgen, overwinnen
bovendrijvend	=	bovendrijven
bovendrijvende	=	bovendrijven
bovendruk	noun	bloeddruk wanneer het hart samentrekt en bloed de slagaders inpompt
boveneind	noun	het einde van iets aan de bovenkant
boveneinde	noun	het einde van iets aan de bovenkant
boveneinden	=	boveneinde
boveneindes	=	boveneinde
bovenetage	noun	bovenverdieping
bovenetages	=	bovenetage
bovengebit	noun	Het bovenste gedeelte van het gebit: de tanden en kiezen van de bovenkaak
bovengebitje	=	bovengebit
bovengebitjes	=	bovengebit
bovengebitten	=	bovengebit
bovengebleven	=	bovenblijven
bovengedeelte	noun	deel wat aan de bovenkant staat
bovengedeelten	=	bovengedeelte
bovengedeeltes	=	bovengedeelte
bovengedreven	=	bovendrijven
bovengehaald	=	bovenhalen
bovengehaalde	=	bovenhalen
bovengehouden	=	bovenhouden
bovengekomen	=	bovenkomen
bovengelegen	=	bovenliggen
bovengemeentelijk	adj	op een hoger bestuursniveau dan de gemeentelijke schaal
bovengemeentelijke	=	bovengemeentelijk
bovengemeentelijker	=	bovengemeentelijk
bovengemeentelijkere	=	bovengemeentelijk
bovengemeentelijkers	=	bovengemeentelijk
bovengemeentelijks	=	bovengemeentelijk
bovengemeentelijkst	=	bovengemeentelijk
bovengemeentelijkste	=	bovengemeentelijk
bovengemeld	adj	van zaken of personen die reeds eerder in een geschrift zijn genoemd
bovengemelde	=	bovengemeld
bovengemelds	=	bovengemeld
bovengemiddeld	adj	meer dan het gemiddelde
bovengemiddelde	=	bovengemiddeld
bovengemiddelds	=	bovengemiddeld
bovengenoemd	adj	verwijzend naar iets wat eerder in dezelfde tekst genoemd was
bovengenoemde	=	bovengenoemd
bovengenoemds	=	bovengenoemd
bovengist	noun	gist die door bovengisting gevormd, als schuim op de oppervlakte van het vocht drijft
bovengistend	adj	vooral aan het oppervlak van het brouwsel werkzaam
bovengistende	=	bovengistend
bovengistends	=	bovengistend
bovengisting	noun	manier van gisten die gebruikt wordt bij het brouwen van bier, waarbij de gist boven op het wort blijft drijven.
bovengoed	noun	de bovenste laag kleding
bovengoederen	=	bovengoed
bovengoedje	=	bovengoed
bovengreep	noun	manier van aanpakken met de rug van de hand naar boven
bovengreepje	=	bovengreep
bovengreepjes	=	bovengreep
bovengrens	noun	de grens aan de bovenkant; het maximum
bovengrenzen	=	bovengrens
bovengrepen	=	bovengreep
bovengrond	noun	de bovenste grondlaag
bovengronden	=	bovengrond
bovengronds	adj	het boven de grond zijn van iets
bovengrondse	=	bovengronds
bovengrondser	=	bovengronds
bovengrondsere	=	bovengronds
bovengrondsers	=	bovengronds
bovengrondst	=	bovengronds
bovengrondste	=	bovengronds
bovenhaal	=	bovenhalen
bovenhaalde	=	bovenhalen
bovenhaalden	=	bovenhalen
bovenhaalt	=	bovenhalen
bovenhale	=	bovenhalen
bovenhalen	verb	iets dat in de diepte, bedolven, bedekt, opgeborgen of vergeten was weer aan de oppervlakte brengen
bovenhalend	=	bovenhalen
bovenhalende	=	bovenhalen
bovenhand	noun	de bovenkant van de hand
bovenhands	adj	met de hand boven de schouders opgeheven en naar voren gericht
bovenhandse	=	bovenhands
bovenhandser	=	bovenhands
bovenhandsere	=	bovenhands
bovenhandsers	=	bovenhands
bovenhandst	=	bovenhands
bovenhandste	=	bovenhands
bovenhield	=	bovenhouden
bovenhielden	=	bovenhouden
bovenhoek	noun	een hoek aan de bovenkant
bovenhoeken	=	bovenhoek
bovenhoofd	noun	het bovenstrooms gelegen sluishoofd van een schutsluis.
bovenhoofden	=	bovenhoofd
bovenhoofdje	=	bovenhoofd
bovenhoofdjes	=	bovenhoofd
bovenhou	=	bovenhouden
bovenhoud	=	bovenhouden
bovenhoude	=	bovenhouden
bovenhouden	verb	niet onder water gaan
bovenhoudend	=	bovenhouden
bovenhoudende	=	bovenhouden
bovenhoudt	=	bovenhouden
bovenhuis	noun	een woning hoger gelegen dan de begane grond
bovenhuisje	=	bovenhuis
bovenhuisjes	=	bovenhuis
bovenhuizen	=	bovenhuis
bovenin	adv	in het bovenste deel van iets
bovenjufferblok	noun	op oude zeilschepen: het bovenste van de twee houten blokken (zonder draaiende schijven) van een wantspanner
bovenjufferblokje	=	bovenjufferblok
bovenjufferblokjes	=	bovenjufferblok
bovenjufferblokken	=	bovenjufferblok
bovenkaak	noun	een van de beenderen van de schedel
bovenkaakje	=	bovenkaak
bovenkaakjes	=	bovenkaak
bovenkaken	=	bovenkaak
bovenkamer	noun	kamer op een bovenverdieping
bovenkamers	=	bovenkamer
bovenkamertje	=	bovenkamer
bovenkamertjes	=	bovenkamer
bovenkant	noun	de zijde van een ruimtelijk figuur dat naar boven wijst, hier tegenover ligt de onderkant die naar beneden wijst
bovenkanten	=	bovenkant
bovenkantje	=	bovenkant
bovenkantjes	=	bovenkant
bovenkast	noun	hoog geplaatste kasten, kasten geplaatst bovenop andere kasten, kasten boven de aanrecht
bovenkasten	=	bovenkast
bovenkastje	=	bovenkast
bovenkastjes	=	bovenkast
bovenkerk	noun	een op een heuvel of berg gelegen kerk
bovenkerken	=	bovenkerk
bovenkerkje	=	bovenkerk
bovenkerkjes	=	bovenkerk
bovenklasse	noun	deel van de bevolking met de meeste macht en het meeste geld en inkomen
bovenklassen	=	bovenklasse
bovenklasses	=	bovenklasse
bovenklassetje	=	bovenklasse
bovenkleden	=	bovenkleed
bovenklederen	=	bovenkleed
bovenkleding	noun	de kleding die zichtbaar is en gedragen wordt boven de onderkleding
bovenkleed	noun	de buitenste laag kleren die men over de onderkleding aantrekt
bovenkleedje	=	bovenkleed
bovenkleedjes	=	bovenkleed
bovenkleren	=	bovenkleed
bovenkom	=	bovenkomen
bovenkome	=	bovenkomen
bovenkomen	verb	uit onderdompeling tevoorschijn komen
bovenkomend	=	bovenkomen
bovenkomende	=	bovenkomen
bovenkomt	=	bovenkomen
bovenkooi	noun	bovenslaapplaats aan boord van een schip
bovenkooien	=	bovenkooi
bovenkooitje	=	bovenkooi
bovenkooitjes	=	bovenkooi
bovenkruier	noun	windmolen waarvan alleen de kap met het wiekenkruis in het horizontale vlak draaibaar is voor een optimale windvang
bovenkruiers	=	bovenkruier
bovenkruiertje	=	bovenkruier
bovenkwaamt	=	bovenkomen
bovenkwam	=	bovenkomen
bovenkwamen	=	bovenkomen
bovenlaag	noun	bovenste van meerdere op elkaar gestapelde lagen
bovenlaagje	=	bovenlaag
bovenlaagjes	=	bovenlaag
bovenlaagt	=	bovenliggen
bovenlader	noun	apparaat dat aan de bovenzijde geopend kan worden om er iets in te stoppen, bij voorbeeld een wasautomaat of cassette- of videorecorder
bovenladers	=	bovenlader
bovenlag	=	bovenliggen
bovenlagen	=	bovenlaag
bovenlaken	noun	het bovenste van de twee beddenlakens waartussen men slaapt
bovenlakens	=	bovenlaken
bovenlakentje	=	bovenlaken
bovenlakentjes	=	bovenlaken
bovenlangs	adv	boven iemand of iets gaand
bovenlat	noun	horizontale lat die de boveneinden van de doelpalen verbindt
bovenlatje	=	bovenlat
bovenlatjes	=	bovenlat
bovenlatten	=	bovenlat
bovenleder	noun	bovenleer
bovenleer	noun	het betere, fijnere leer dat o.a. wordt gebruikt voor de bovenzijde van schoenen
bovenleiding	noun	installatie voor rijdraden van trams, treinen e.d
bovenleidingen	=	bovenleiding
bovenleidinkje	=	bovenleiding
bovenleidinkjes	=	bovenleiding
bovenlichaam	noun	eigenlijk de bovenste helft van het lichaam (dus boven de navel) meestal het deel van het lichaam boven de heupen
bovenlichaampje	=	bovenlichaam
bovenlichaampjes	=	bovenlichaam
bovenlichamen	=	bovenlichaam
bovenlicht	noun	een hoog geplaatst raam, boven een deur of in het dak
bovenlichten	=	bovenlicht
bovenlichtje	=	bovenlicht
bovenlichtjes	=	bovenlicht
bovenlig	=	bovenliggen
bovenligge	=	bovenliggen
bovenliggen	verb	boven op iets of iemand liggen
bovenliggend	=	bovenliggen
bovenliggende	=	bovenliggen
bovenligt	=	bovenliggen
bovenlijf	noun	bovenste helft van het menselijk lichaam (dus boven de heup) of het kledingstuk dat dat gedeelte van het lichaam bedekt
bovenlijfje	=	bovenlijf
bovenlijfjes	=	bovenlijf
bovenlijk	noun	de lijn (lijkentouw) die ter versteviging aan de bovenkant van een zeil vastgemaakt is op een zeilschip
bovenlijken	=	bovenlijk
bovenlijkje	=	bovenlijk
bovenlijkjes	=	bovenlijk
bovenlijven	=	bovenlijf
bovenlip	noun	de bovenste van de twee lippen
bovenlipje	=	bovenlip
bovenlipjes	=	bovenlip
bovenlippen	=	bovenlip
bovenlokaal	adj	de grenzen van één gemeente overstijgend en zich richtend op een regio of provincie
bovenlokaals	=	bovenlokaal
bovenlokaalst	=	bovenlokaal
bovenlokaalste	=	bovenlokaal
bovenlokale	=	bovenlokaal
bovenlokaler	=	bovenlokaal
bovenlokalere	=	bovenlokaal
bovenlokalers	=	bovenlokaal
bovenloop	noun	het hoger gelegen deel van een rivier; het eerste deel van een rivier; deel van een rivier dat in de bergen loopt
bovenloopje	=	bovenloop
bovenloopjes	=	bovenloop
bovenlopen	=	bovenloop
bovenlucht	noun	hogere luchtlaag
bovenmaans	adj	zich in hogere sferen bevindend
bovenmaanse	noun	in de heliocentrische kosmologie de hemelse sfeer die zich boven de maan bevindt en waar, in tegenstelling tot de vier aardse elementen (aarde, water, lucht en vuur), één element (ether) voorkomt
bovenmaats	adj	groter dan de normale maat
bovenmaatsch	=	bovenmaats
bovenmaatse	=	bovenmaats
bovenmaatser	=	bovenmaats
bovenmaatsere	=	bovenmaats
bovenmaatsers	=	bovenmaats
bovenmaatst	=	bovenmaats
bovenmaatste	=	bovenmaats
bovenmanuaal	noun	bovenste handklavier van een orgel
bovenmanualen	=	bovenmanuaal
bovenmate	adv	heel erg, in grote hoeveelheid
bovenmatig	adj	meer dan normaal
bovenmatige	=	bovenmatig
bovenmatiger	=	bovenmatig
bovenmatigere	=	bovenmatig
bovenmatigers	=	bovenmatig
bovenmatigs	=	bovenmatig
bovenmatigst	=	bovenmatig
bovenmatigste	=	bovenmatig
bovenmeester	noun|figurative	iemand die het beter denkt te weten dan anderen
bovenmeesters	=	bovenmeester
bovenmeestertje	=	bovenmeester
bovenmeestertjes	=	bovenmeester
bovenmenselijk	adj	de normale menselijke vermogens te boven gaande
bovenmenselijke	=	bovenmenselijk
bovenmenselijker	=	bovenmenselijk
bovenmenselijkere	=	bovenmenselijk
bovenmenselijkers	=	bovenmenselijk
bovenmenselijks	=	bovenmenselijk
bovenmenselijkst	=	bovenmenselijk
bovenmenselijkste	=	bovenmenselijk
bovenmodaal	adj	duurder of meer geld verdienend dan normaal geacht wordt
bovenmodaals	=	bovenmodaal
bovenmodale	=	bovenmodaal
bovenmoerdijker	noun	een Nederlander die uit het gebied ten noorden van de Grote Rivieren en met name het Hollandsch Diep komt
bovenmoerdijkers	=	bovenmoerdijker
bovenmoerdijkertje	=	bovenmoerdijker
bovenmoerdijkertjes	=	bovenmoerdijker
bovennationaal	adj	van iets dat het meer dan één land betreft
bovennationaals	=	bovennationaal
bovennationaalst	=	bovennationaal
bovennationaalste	=	bovennationaal
bovennationale	=	bovennationaal
bovennationaler	=	bovennationaal
bovennationalere	=	bovennationaal
bovennationalers	=	bovennationaal
bovennatuur	noun	verwijst naar verschijnselen, krachten of wezens die zich onttrekken aan de wetten van de natuur zoals bekend door de wetenschap, en die dus niet empirisch verklaarbaar zijn
bovennatuurlijk	adj	behorende tot een orde van dingen, die buiten het bereik van de menselijke zintuigen ligt, hetzij in de zin van goddelijk, of in verband met spokerij en toverij
bovennatuurlijke	=	bovennatuurlijk
bovennatuurlijker	=	bovennatuurlijk
bovennatuurlijkere	=	bovennatuurlijk
bovennatuurlijkers	=	bovennatuurlijk
bovennatuurlijks	=	bovennatuurlijk
bovennatuurlijkst	=	bovennatuurlijk
bovennatuurlijkste	=	bovennatuurlijk
bovenom	adv	rond het bovenste deel van iets
bovenop	adv	hoger dan elk ander deel, op het hoogste deel, steunend op de lagere delen
bovenover	adv	aan de bovenzijde over iets heen
bovenpersoonlijk	adj	het persoonlijke te boven gaand
bovenpersoonlijke	=	bovenpersoonlijk
bovenpersoonlijker	=	bovenpersoonlijk
bovenpersoonlijkere	=	bovenpersoonlijk
bovenpersoonlijkers	=	bovenpersoonlijk
bovenpersoonlijks	=	bovenpersoonlijk
bovenpersoonlijkst	=	bovenpersoonlijk
bovenpersoonlijkste	=	bovenpersoonlijk
bovenraam	noun	een raam op een bovenverdieping; een raam dat boven een ander raam, of deur zit
bovenraampje	=	bovenraam
bovenraampjes	=	bovenraam
bovenramen	=	bovenraam
bovenrand	noun	de bovengrens, het boveneinde
bovenranden	=	bovenrand
bovenrandje	=	bovenrand
bovenrandjes	=	bovenrand
bovenregionaal	adj	betrekking hebbend op meerdere regio's
bovenregionaals	=	bovenregionaal
bovenregionaalst	=	bovenregionaal
bovenregionaalste	=	bovenregionaal
bovenregionale	=	bovenregionaal
bovenregionaler	=	bovenregionaal
bovenregionalere	=	bovenregionaal
bovenregionalers	=	bovenregionaal
bovenrivier	noun	zo ver stroomopwaarts bij een rivier dat eb en vloed niet meer waarneembaar zijn
bovenrivieren	=	bovenrivier
bovenriviertje	=	bovenrivier
bovenriviertjes	=	bovenrivier
bovenrug	noun	het bovenste gedeelte van de rug tussen de schouderbladen in
bovenruggen	=	bovenrug
bovenschools	adj	met betrekking tot een organisatielaag boven de individuele school
bovenschoolse	=	bovenschools
bovensmering	noun	motorsmering waarbij een kleine hoeveelheid olie door de benzine wordt gemengd, vnl. om de klepgeleiders en het bovenste deel van de zuiger te smeren
bovensmeringen	=	bovensmering
bovensmerinkje	=	bovensmering
bovensmerinkjes	=	bovensmering
bovenst	adj	datgene dat bovenop ligt of staat
bovenstaand	adj	meer naar de bovenkant van het papier staand
bovenstaande	=	bovenstaand
bovenstaands	=	bovenstaand
bovenstad	noun	hoger gelegen deel van een stad
bovenstadje	=	bovenstad
bovenstadjes	=	bovenstad
bovenstandig	adj	bij vissen een bepaalde stand van de bek, waarbij de bek naar boven wijst.
bovenstandige	=	bovenstandig
bovenstandiger	=	bovenstandig
bovenstandigere	=	bovenstandig
bovenstandigers	=	bovenstandig
bovenstandigs	=	bovenstandig
bovenstandigst	=	bovenstandig
bovenstandigste	=	bovenstandig
bovenstatelijk	adj	boven de nationale wetgeving; boven het nationale niveau uitstijgend
bovenstatelijke	=	bovenstatelijk
bovenstatelijker	=	bovenstatelijk
bovenstatelijkere	=	bovenstatelijk
bovenstatelijkers	=	bovenstatelijk
bovenstatelijks	=	bovenstatelijk
bovenstatelijkst	=	bovenstatelijk
bovenstatelijkste	=	bovenstatelijk
bovenste	adj	wat boven alle andere is
bovensteden	=	bovenstad
bovenstel	noun	opbouw van een voertuig
bovenstellen	=	bovenstel
bovenstelletje	=	bovenstel
bovenstelletjes	=	bovenstel
bovensteluchtweginfectie	noun	een luchtweginfectie in de neus of keel
bovensteluchtweginfecties	=	bovensteluchtweginfectie
bovenstem	noun	hoogste stem van een muziekstuk
bovenstemmen	=	bovenstem
bovenstromen	=	bovenstroom
bovenstroom	noun	bovenste en snelst stromende deel van een rivier
bovenstroompje	=	bovenstroom
bovenstroompjes	=	bovenstroom
bovenstrooms	adj	stroomopwaarts	adv	stroomopwaarts
bovenstroomse	=	bovenstrooms
bovenstuk	noun	bovenste stuk van een uit meerdere delen samengesteld voorwerp
bovenstukje	=	bovenstuk
bovenstukjes	=	bovenstuk
bovenstukken	=	bovenstuk
boventallig	adj	boven het normale aantal uitgaande, met name voor een werknemer die ergens werkt waar het benodigde aantal werkers reeds aanwezig is
boventallige	=	boventallig
boventalliger	=	boventallig
boventalligere	=	boventallig
boventalligers	=	boventallig
boventalligheden	=	boventalligheid
boventalligheid	noun	vervallen van een functie bij een reorganisatie
boventalligs	=	boventallig
boventalligst	=	boventallig
boventalligste	=	boventallig
boventand	noun	een in de bovenkaak aanwezige tand
boventanden	=	boventand
boventandje	=	boventand
boventandjes	=	boventand
boventitel	noun	boventiteling
boventiteling	noun	de in een theateruitvoering gesproken taal geprojecteerd boven het toneel als leesbare, vertaalde tekst
boventitelingen	=	boventiteling
boventitels	=	boventitel
boventonen	=	boventoon
boventonica	noun	een toon of akkoord op de tweede toon van een toonladder
boventonica's	=	boventonica
boventonicaatje	=	boventonica
boventonicaatjes	=	boventonica
boventoon	noun	iedere toon die een geheel veelvoud is van de grondtoon
boventoontje	=	boventoon
boventoontjes	=	boventoon
boventoonzang	noun	manier van zingen waarbij een zanger twee tonen tegelijk laat horen
boventoonzangen	=	boventoonzang
boventuig	noun	tuigage boven de ondermasten
boventuigen	=	boventuig
boventuigje	=	boventuig
boventuigjes	=	boventuig
bovenuit	adv	boven iets anders uitkomend
bovenverdieping	noun	hoger (hoogst) gelegen etage in een gebouw
bovenverdiepingen	=	bovenverdieping
bovenverdiepinkje	=	bovenverdieping
bovenverdiepinkjes	=	bovenverdieping
bovenvermeld	adj	wat eerder in een geschreven tekst is genoemd
bovenvermelde	=	bovenvermeld
bovenvermelds	=	bovenvermeld
bovenvlak	noun	vlak dat de bovenkant vormt
bovenvlakje	=	bovenvlak
bovenvlakjes	=	bovenvlak
bovenvlakken	=	bovenvlak
bovenwaarts	adv	in de richting van de mond naar de oorsprong	adj	naar boven gericht
bovenwaartse	=	bovenwaarts
bovenwater	noun	bovenste gedeelte van zee, rivier of meer
bovenwereld	noun	het legale deel van de samenleving
bovenwerelden	=	bovenwereld
bovenwereldje	=	bovenwereld
bovenwereldjes	=	bovenwereld
bovenwerk	noun	Het gaande werk boven in een molen
bovenwerken	=	bovenwerk
bovenwerkje	=	bovenwerk
bovenwerkjes	=	bovenwerk
bovenwettelijk	adj	meer dan volgens de wet verplicht is; meer dan wettelijk is toegestaan
bovenwettelijke	=	bovenwettelijk
bovenwettelijker	=	bovenwettelijk
bovenwettelijkere	=	bovenwettelijk
bovenwettelijkers	=	bovenwettelijk
bovenwettelijks	=	bovenwettelijk
bovenwettelijkst	=	bovenwettelijk
bovenwettelijkste	=	bovenwettelijk
bovenwind	noun	wind in de hogere luchtlagen die een andere richting kan hebben dan de wind dicht bij de grond
bovenwinden	=	bovenwind
bovenwindje	=	bovenwind
bovenwindjes	=	bovenwind
bovenwinds	adj	op een plaats die meer in de windrichting is gelegen	adv	aan de loefzijde van een schip
bovenwindse	=	bovenwinds
bovenwoning	noun	een woning hoger gelegen dan de begane grond
bovenwoningen	=	bovenwoning
bovenwoninkje	=	bovenwoning
bovenwoninkjes	=	bovenwoning
bovenzaal	noun	een zaal die op een hogere etage dan de begane grond is gelegen en meestal wat kleiner is dan de benedenzaal
bovenzaaltje	=	bovenzaal
bovenzaaltjes	=	bovenzaal
bovenzalen	=	bovenzaal
bovenzij	noun	het hoogste oppervlak van een voorwerp
bovenzijde	noun	bovenkant, De kant die naar boven wijst.
bovenzijden	=	bovenzijde
bovenzijdes	=	bovenzijde
bovenzijdetje	=	bovenzijde
bovenzijdetjes	=	bovenzijde
bovenzinnelijk	adj	de zinnen (zintuigen) te boven gaand, niet waarneembaar
bovenzinnelijke	=	bovenzinnelijk
bovenzinnelijker	=	bovenzinnelijk
bovenzinnelijkere	=	bovenzinnelijk
bovenzinnelijkers	=	bovenzinnelijk
bovenzinnelijks	=	bovenzinnelijk
bovenzinnelijkst	=	bovenzinnelijk
bovenzinnelijkste	=	bovenzinnelijk
bovien	adj	van runderen, betrekking hebbend op runderen
boviene	=	bovien
boviener	=	bovien
bovienere	=	bovien
bovieners	=	bovien
boviens	=	bovien
bovienst	=	bovien
bovienste	=	bovien
bovist	noun	van oudsher gebruikt als benaming voor verschillende ronde, sponzige stuifzwammen
bovisten	=	bovist
bowdoinspitssnuitdolfijn	noun	Mesoplodon bowdoini De Bowdoinspitssnuitdolfijn of Andrewsspitssnuitdolfijn (Mesoplodon bowdoini) is een walvisachtige uit de familie der spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae).
bowdoinspitssnuitdolfijnen	=	bowdoinspitssnuitdolfijn
bowdoinspitssnuitdolfijntje	=	bowdoinspitssnuitdolfijn
bowdoinspitssnuitdolfijntjes	=	bowdoinspitssnuitdolfijn
bowl	noun	een feestelijk mengsel van vers fruit en wijn of andere alcoholische drank
bowlde	=	bowlen
bowlden	=	bowlen
bowle	=	bowlen
bowlen	verb	bij cricket, de bal naar de batsman werpen.	noun	bowling, ontstaan uit het aloude spel kegelen, is een sport waarbij de speler door middel van een bowlingbal moet proberen om alle tien de pins omver te gooien.
bowlend	=	bowlen
bowlende	=	bowlen
bowler	noun	speler die de bal gooit naar de batsman van de tegenpartij bij het cricketspel
bowlers	=	bowler
bowling	noun	een sport waarbij de speler door middel van een bowlingbal moet proberen om alle tien de pins omver te gooien
bowlingbaan	noun	een baan waarop je kunt bowlen
bowlingbaantje	=	bowlingbaan
bowlingbaantjes	=	bowlingbaan
bowlingbal	noun	een harde bal met drie gaten waarmee je kunt bowlen
bowlingballen	=	bowlingbal
bowlingballetje	=	bowlingbal
bowlingbanen	=	bowlingbaan
bowlingcentra	=	bowlingcentrum
bowlingcentrum	noun	plek waar men bowling kan beoefenen
bowlingcentrumpje	=	bowlingcentrum
bowlingcentrums	=	bowlingcentrum
bowlingkegel	noun	het witte object dat je bij bowlen probeert om te gooien met een bowlingbal
bowlingkegels	=	bowlingkegel
bowlingkegeltje	=	bowlingkegel
bowlingkegeltjes	=	bowlingkegel
bowlings	=	bowling
bowls	noun	sport waarbij een inwendig verzwaarde afgeplatte bal over een baan naar een doelballetje gerold moet worden
bowlt	=	bowlen
box	noun	een doos
boxcalf	noun	met chroom bewerkt zwart kalfsleer
boxen	=	box
boxer	noun	ruimvallende onderbroek
boxermotor	noun	verbrandingsmotor waarbij de cilinders in een plat vlak tegenover elkaar liggen en de zuigerstangen elk op een eigen kruk aangrijpen
boxermotoren	=	boxermotor
boxermotors	=	boxermotor
boxermotortje	=	boxermotor
boxermotortjes	=	boxermotor
boxers	=	boxer
boxershort	noun	een ruimvallende onderbroek, vaak een herenonderbroek
boxershortje	=	boxershort
boxershortjes	=	boxershort
boxershorts	=	boxershort
boxertje	=	boxer
boxertjes	=	boxer
boxhop	=	boxhoppen
boxhoppe	=	boxhoppen
boxhoppen	verb	het springen tussen boxen van de inkomstenbelasting
boxhoppend	=	boxhoppen
boxhoppende	=	boxhoppen
boxhopt	=	boxhoppen
boxhopte	=	boxhoppen
boxhopten	=	boxhoppen
boxje	=	box
boxjes	=	box
boxset	noun	een fysieke collectie van aan elkaar gerelateerde muzikale werken, films, televisieseries, boeken of andere zaken die als één product worden uitgebracht
boxsets	=	boxset
boxspring	noun	luxe matras met inwendige springveren
boxsprings	=	boxspring
boy	noun	jongen
boyacamierpitta	noun	Grallaria alticola een zangvogel uit de familie Grallariidae.
boyacamierpitta's	=	boyacamierpitta
boyacamierpittaatje	=	boyacamierpitta
boyacamierpittaatjes	=	boyacamierpitta
boyband	noun	popgroep die uitsluitend bestaat uit mannelijke leden, jongensgroep
boybands	=	boyband
boycot	noun	uitsluiting van het sociaal verkeer
boycotactie	noun	handeling waarbij men iets of iemand buitensluit waarbij men probeert een bepaald politiek doel te bereiken
boycotacties	=	boycotactie
boycotgroente	noun	groente die in Rusland niet meer verkocht mocht worden en in het Westen uit de markt werd genomen
boycotgroenten	=	boycotgroente
boycotgroentes	=	boycotgroente
boycotje	=	boycot
boycotjes	=	boycot
boycots	=	boycot
boycotte	=	boycotten
boycotten	verb	iemand uitsluiten, niet meer willen werken voor, leveren aan of kopen bij
boycottend	=	boycotten
boycottende	=	boycotten
boycottomaat	noun	tomaat die in Rusland niet meer verkocht mocht worden en in het Westen uit de markt werd genomen
boycottomaatje	=	boycottomaat
boycottomaatjes	=	boycottomaat
boycottomaten	=	boycottomaat
boycotwet	noun	een wet die handel of andersoortige samenwerking met een land of organisatie verbiedt
boycotwetten	=	boycotwet
boykie	=	boy
boyo	noun	Surinaams nagerecht met cassave en kokos
boys	=	boy
boysband	noun	een popgroep die bestaat uit een aantal, doorgaans relatief jonge, mannelijke leden met een aantrekkelijk uiterlijk
boysbands	=	boysband
boyscout	noun	jongen die lid is van de padvinderij; lid van de scouting
boyscouts	=	boyscout
boysenbes	noun	Rubus loganobaccus × laciniatus × idaeus een kruising tussen de loganbes, de gewone braam en de framboos.
boysenbesje	=	boysenbes
boysenbesjes	=	boysenbes
boysenbessen	=	boysenbes
boytje	=	boy
boytjes	=	boy
boze	=	boos
bozer	=	boos
bozere	=	boos
bozers	=	boos
bozig	adj	op een boze manier
bozige	=	bozig
boziger	=	bozig
bozigere	=	bozig
bozigers	=	bozig
bozigs	=	bozig
bozigst	=	bozig
bozigste	=	bozig
boîte	noun|informal	bedrijf als economische eenheid
boîtes	=	boîte
boôm	=	bodem
bpa	noun	een stedenbouwkundig plan voor een gemeente of een deel van een gemeente
bpa's	=	bpa
bpm	noun	een indirecte belasting die moet worden betaald wanneer een personenauto, bestelauto of motorrijwiel in Nederland geregistreerd wordt
bpm-aanschafbelasting	noun	een indirecte belasting die moet worden betaald wanneer een personenauto, bestelauto of motorrijwiel in Nederland geregistreerd wordt
bpm-aanschafbelastingen	=	bpm-aanschafbelasting
braad	=	braden
braadde	=	braden
braadden	=	braden
braadjus	noun	jus die ontstaat bij het braden van vlees; gebraden vleesnat
braadkip	noun	jonge kip die geschikt is om te braden
braadkippen	=	braadkip
braadlucht	noun	de geur van het braden
braadluchten	=	braadlucht
braadluchtje	=	braadlucht
braadluchtjes	=	braadlucht
braadoven	noun	oven om in te braden voor wat het huishouden betreft hetzelfde als een bakoven of gewoon een oven
braadovens	=	braadoven
braadoventje	=	braadoven
braadoventjes	=	braadoven
braadpan	noun	pan met dikke wand, die geschikt is om er vlees enz. in te braden
braadpannen	=	braadpan
braadpannetje	=	braadpan
braadpannetjes	=	braadpan
braadrooster	noun	rooster om op te braden
braadroosters	=	braadrooster
braadroostertje	=	braadrooster
braadroostertjes	=	braadrooster
braadschotel	noun	schotel van vuurvast aardewerk, glas of geëmailleerd ijzer om in de oven iets in te braden
braadschotels	=	braadschotel
braadschoteltje	=	braadschotel
braadschoteltjes	=	braadschotel
braadslede	noun	langwerpige of ovale braadschotel, met een tuit aan een van de hoeken, om de jus eruit te gieten
braadsleden	=	braadslede
braadsledes	=	braadslee
braadslee	noun	langwerpige of ovale braadschotel, met een tuit aan een van de hoeken, om de jus eruit te gieten
braadsleetje	=	braadslee
braadsleetjes	=	braadslee
braadsleeën	=	braadslee
braadspeten	=	braadspit
braadspit	noun	een werktuig dat gebruikt wordt om een stuk vlees rond te draaien tijdens het braden, met als bedoeling een groot stuk vlees zeer gelijkmatig te garen, zonder het aan te laten branden
braadspitje	=	braadspit
braadspitten	=	braadspit
braadstuk	noun	groot stuk vlees dat men braadt
braadstukken	=	braadstuk
braadt	=	braden
braadtijd	noun	de tijd die nodig is om vlees gaar te maken door het te verwarmen in olie of vet
braadtijden	=	braadtijd
braadvarken	noun	vetgemest biggetje
braadvarkens	=	braadvarken
braadvarkentje	=	braadvarken
braadvarkentjes	=	braadvarken
braadvet	noun	vet waarin eten gebraden kan worden
braadvetten	=	braadvet
braadworst	noun	worst om te braden, aloude Duitse specialiteit
braadworsten	=	braadworst
braadworstje	=	braadworst
braadworstjes	=	braadworst
braadzak	noun	zak van hittebestendige folie (tot 220 °C) waarin vlees zonder de toevoeging van vet of olie gebraden wordt
braadzakje	=	braadzak
braadzakjes	=	braadzak
braadzakken	=	braadzak
braaf	adj	bereid om de geldende regels in acht te nemen, gehoorzaam	adv|obsolete	in hoge mate, danig, erg, heel, zeer
braafheden	=	braafheid
braafheid	noun	het braaf, netjes en gehoorzaam zijn, vaak ook in de betekenis van te netjes zijn
braafjes	adv	aardig braaf
braafs	=	braaf
braafst	=	braaf
braafste	=	braaf
braai	noun	soort Zuid-Afrikaanse barbecue
braaien	=	braai
braaitje	=	braai
braak	noun	een bewerking van vlas of hennep waarbij de houtachtige lemen van de vlas- of hennepstengels gebroken worden	adv	~ liggen niet langer bebouwd worden voor landbouwdoeleinden
braakbal	noun	de door sommige vogels uitgebraakte onverteerbare resten van het voedsel
braakballen	=	braakbal
braakballetje	=	braakbal
braakballetjes	=	braakbal
braakgas	noun	strijdgas dat braken opwekt
braakgassen	=	braakgas
braakgrond	noun	stuk grond dat men (tijdelijk) niet bebouwd heeft
braakgronden	=	braakgrond
braakjaar	noun	jaar dat een akker onbebouwd blijft
braakjaren	=	braakjaar
braakje	=	braak
braakjes	=	braak
braakland	noun	land dat men ongebruikt laat; braakliggende akker
braaklanden	=	braakland
braaklandje	=	braakland
braaklegging	noun	het braak leggen; het onbebouwd laten
braakleggingen	=	braaklegging
braaklegginkje	=	braaklegging
braaklegginkjes	=	braaklegging
braakliggend	adj	niet gebruikt
braakliggende	=	braakliggend
braakliggender	=	braakliggend
braakliggendere	=	braakliggend
braakliggenders	=	braakliggend
braakliggends	=	braakliggend
braakliggendst	=	braakliggend
braakliggendste	=	braakliggend
braakloop	noun	cholera en andere ziekten die gepaard gaan met heftig braken en diarrhee
braakloopje	=	braakloop
braakloopjes	=	braakloop
braaklopen	=	braakloop
braakmaand	noun|obsolete	zesde maand van het kalenderjaar
braakmaanden	=	braakmaand
braakmaandje	=	braakmaand
braakmaandjes	=	braakmaand
braakmiddel	noun	middel dat overgeven opwekt
braakmiddelen	=	braakmiddel
braakneiging	noun	gevoel dat men moet overgeven
braakneigingen	=	braakneiging
braakneiginkje	=	braakneiging
braakneiginkjes	=	braakneiging
braaknoot	noun	Strychnos nux-vomica een boom uit de familie Loganiaceae die voorkomt in India en Zuidoost-Azië.
braaknoten	=	braaknoot
braakpoeder	noun	braakmiddel in poedervorm, met name gestampte braakwortel
braakpoeders	=	braakpoeder
braaks	=	braak
braakschade	noun	schade die ontstaat door een inbraak
braakschaden	=	braakschade
braakschades	=	braakschade
braaksel	noun	dat wat is uitgekotst
braakseltje	=	braaksel
braakseltjes	=	braaksel
braakt	=	braken
braakte	=	braken
braakten	=	braken
braakwortel	noun	wortel van de ipecacuanha
braakwortelen	=	braakwortel
braakwortels	=	braakwortel
braam	noun	Rubus, braamstruik
braambes	noun	bes van de braamstruik
braambesje	=	braambes
braambesjes	=	braambes
braambessen	=	braambes
braambessenstruik	noun	een geslacht rubus van stekelige planten waaraan bramen groeien
braambessenstruiken	=	braambessenstruik
braambos	noun	Rubus groep van een of meer braamstruiken
braambosje	=	braambos
braambosjes	=	braambos
braambossen	=	braambos
braamde	=	bramen
braamden	=	bramen
braamhaai	noun	Echinorhinus brucus een vis uit de familie van stekelhaaien (Echinorhinidae) en behoort derhalve tot de orde van Echinorhiniformes.
braamhaaien	=	braamhaai
braamhaaitje	=	braamhaai
braamhaaitjes	=	braamhaai
braamknikmos	noun	Bryum rubens bladmos behorend tot de familie Bryaceae
braamknikmosje	=	braamknikmos
braamknikmosjes	=	braamknikmos
braamknikmossen	=	braamknikmos
braamkokermot	noun	Coleophora potentillae een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
braamkokermotje	=	braamkokermot
braamkokermotjes	=	braamkokermot
braamkokermotten	=	braamkokermot
braamparelmoervlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Brenthis daphne, uit de onderfamilie Heliconiinae, die nu ook in Nederland voorkomt.
braamparelmoervlinders	=	braamparelmoervlinder
braampje	=	braam
braampjes	=	braam
braamschoorsteentje	noun	Alloanthostomella rubicola een schimmel behorend tot de familie Xylariaceae.
braamschoorsteentjes	=	braamschoorsteentje
braamsluiper	noun	bepaald soort zangvogel, Sylvia curruca, uit de familie van zangers Syviidae
braamsluipers	=	braamsluiper
braamsluipertje	=	braamsluiper
braamsluipertjes	=	braamsluiper
braamsnavelkogeltje	noun	Breviappendix rubi een schimmel behorend tot de familie Gnomoniaceae.
braamsnavelkogeltjes	=	braamsnavelkogeltje
braamspleetkooltje	noun	Gloniopsis praelonga een schimmel behorend tot de familie Hysteriaceae.
braamspleetkooltjes	=	braamspleetkooltje
braamstruik	noun	rubus stekelige wilde plant waaraan bramen groeien
braamstruiken	=	braamstruik
braamstruikje	=	braamstruik
braamstruikjes	=	braamstruik
braamt	=	bramen
braamvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Thyatira batis, uit de familie Drepanidae, die zelden in Nederland voorkomt
braamvlinders	=	braamvlinder
braan	noun	een concept uit de snaartheorie
brabander	noun	inwoner van de provincie Noord-Brabant , Vlaams-Brabant of Waals-Brabant
brabanders	=	brabander
brabandertje	=	brabander
brabandertjes	=	brabander
brabants	adj	op Brabant betrekking hebbend
brabants-gotisch	adj	betreffende een regionale, monumentale bouwstijl uit de 14e-16e eeuw, ontstaan in het hertogdom Brabant
brabants-gotische	=	brabants-gotisch
brabants-gotischer	=	brabants-gotisch
brabants-gotischere	=	brabants-gotisch
brabants-gotischers	=	brabants-gotisch
brabantsch	=	brabants
brabantse	noun	een vrouwelijke inwoner van Brabant, of een vrouw afkomstig uit Brabant
brabantsen	=	brabantse
brabantser	=	brabants
brabantsere	=	brabants
brabantsers	=	brabants
brabantst	=	brabants
brabantste	=	brabants
brabbel	=	brabbelen
brabbelaar	noun	iemand die van alles een rotzooi maakt
brabbelaars	=	brabbelaar
brabbelde	=	brabbelen
brabbelden	=	brabbelen
brabbele	=	brabbelen
brabbelen	verb	slecht en onduidelijk praten met name van baby's
brabbelend	=	brabbelen
brabbelende	=	brabbelen
brabbelt	=	brabbelen
brabbeltaal	noun	onverstaanbare gepraat als van een kind
brabbeltaaltje	=	brabbeltaal
brabbeltaaltjes	=	brabbeltaal
brabbeltalen	=	brabbeltaal
brabo	noun	Brabander
brabo's	=	brabo
bracelet	noun	band van vaak edel metaal die om de pols of onderarm wordt gedragen
braceletten	=	bracelet
bracha	noun	zegenspreuk, lofzegging
brachiaal	adj	tot de arm of bovenarm behorend
brachiaals	=	brachiaal
brachiaalst	=	brachiaal
brachiaalste	=	brachiaal
brachiale	=	brachiaal
brachialer	=	brachiaal
brachialere	=	brachiaal
brachialers	=	brachiaal
brachialgie	noun	armpijn
brachot	=	bracha
bracht	=	brengen
brachte	=	brengen
brachten	=	brengen
brachycefaal	adj	gekenmerkt door een schedel die van voor naar achter niet zo lang is in vergelijking met de breedte	noun	persoon of dier met een brede, maar naar achteren toe korte schedel
brachycefaals	=	brachycefaal
brachycefaalst	=	brachycefaal
brachycefaalste	=	brachycefaal
brachycefale	=	brachycefaal
brachycefalen	=	brachycefaal
brachycefaler	=	brachycefaal
brachycefalere	=	brachycefaal
brachycefalers	=	brachycefaal
brachygrafie	noun	snelschrijfkunst met verkortingen
brachygrafieën	=	brachygrafie
brachylogie	noun	een stijlfiguur waarbij door het weglaten van woorden een kernachtige uitspraak wordt verkregen
brachylogietje	=	brachylogie
brachylogietjes	=	brachylogie
brachylogieën	=	brachylogie
bracket	noun	gedeelte van het fietsframe waarin de trapas is gemonteerd
bracketmotor	noun	clip-on motor voor fietsen die ter hoogte van de trapperas wordt gemonteerd
bracketmotoren	=	bracketmotor
bracketmotors	=	bracketmotor
bracketmotortje	=	bracketmotor
bracketmotortjes	=	bracketmotor
brackets	=	bracket
brada	noun	mannelijk persoon waarmee je een gemeenschappelijke ouder hebt
brada's	=	brada
bradda	=	brada
brade	=	braden
bradeer	=	braderen
bradeerde	=	braderen
bradeerden	=	braderen
bradeert	=	braderen
braden	verb	vlees bereiden door het in olie of vet te verhitten
bradend	=	braden
bradende	=	braden
bradere	=	braderen
braderen	verb	verramsjen
braderend	=	braderen
braderende	=	braderen
braderie	noun	een jaarmarkt, waarin alle deelnemende winkeliers in een stalletje buiten op straat iets speciaals verkopen
braderietje	=	braderie
braderietjes	=	braderie
braderieën	=	braderie
braderij	noun	kermisachtige markt in de open lucht
braderijen	=	braderij
bradycardie	noun	ongewoon langzame hartslag
bradykinesie	noun	verlangzaming van de bewegingen
bradypnoe	noun	vertraagde ademhaling
braed-worst	=	braadworst
braemseyl	=	bramzeil
bragel	noun	vette, buitendijkse zeeklei
brahmaan	noun	aanhanger van het oude Indiase geloof in de oppergod Brahma
brahmanen	=	brahmaan
brahmanisme	noun	godsdienst van de Indiërs, volgend op de Vedische godsdienst, volgens welke men gelooft aan een onpersoonlijke god aan wie alles is onderworpen
braille	noun	speciaal voor blinden ontwikkeld lees- en schrijfalfabet op basis van tastbare patronen van 6 punten
brailleer	=	brailleren
brailleerde	=	brailleren
brailleerden	=	brailleren
brailleert	=	brailleren
braillere	=	brailleren
brailleren	verb	uit gewoon schrift in brailleschrift overbrengen
braillerend	=	brailleren
braillerende	=	brailleren
brailleschrift	noun	speciaal voor blinden ontwikkeld lees- en schrijfalfabet op basis van tastbare patronen van 6 punten
brailleschriften	=	brailleschrift
brainbox	noun	een slim persoon
brainboxen	=	brainbox
braindrain	noun	het wegtrekken van de intellectuele bovenlaag uit arme landen naar rijkere, westerse landen
braindrains	=	braindrain
braindump	noun	alles wat men in het hoofd heeft zitten opschrijven om zo het hoofd leeg te maken
braindumps	=	braindump
brainfog	noun	een mistig gevoel in het hoofd
brainport	noun	gebied dat internationaal bekend staat door het grote aantal bedrijven en instellingen die wetenschappelijke kennis ontwikkelen en toepassen
brainports	=	brainport
brainpower	noun	intellectuele vermogens
brainpowers	=	brainpower
brainstorm	noun	het zich groepsgewijs concentreren op een onderwerp en het de vrije loop laten van de gedachten
brainstormde	=	brainstormen
brainstormden	=	brainstormen
brainstorme	=	brainstormen
brainstormen	verb	zich goed op een onderwerp concentreren en de gedachten de vrije loop laten, zoveel mogelijk ideëen opperen om pas later de ideëen op hun waarde te schatten
brainstormend	=	brainstormen
brainstormende	=	brainstormen
brainstorming	noun	een samenkomst waarbij ieder zonder remmingen zijn ideeën kan spuien
brainstormpje	=	brainstorm
brainstormpjes	=	brainstorm
brainstorms	=	brainstorm
brainstormsessie	noun	bijeenkomst waarbij men snel veel nieuwe ideeën wil genereren
brainstormsessies	=	brainstormsessie
brainstormt	=	brainstormen
braintrust	noun	een groep van knappe deskundigen die samengevoegd zijn om te adviseren of te leiden
braintrustje	=	braintrust
braintrustjes	=	braintrust
braintrusts	=	braintrust
brainwash	=	brainwashen
brainwashe	=	brainwashen
brainwashen	verb	iemand gedachten, ideeën en meningen beïnvloeden met dwang of psychishe druk
brainwashend	=	brainwashen
brainwashende	=	brainwashen
brainwashing	noun	hersenspoeling
brainwashings	=	brainwashing
brainwasht	=	brainwashen
brainwashte	=	brainwashen
brainwashten	=	brainwashen
brainwave	noun	een plotseling opkomend idee, een prachtige ingeving
brainwaves	=	brainwave
braiseer	=	braiseren
braiseerde	=	braiseren
braiseerden	=	braiseren
braiseert	=	braiseren
braisere	=	braiseren
braiseren	verb	het eerst aanbraden en vervolgens net onder het kookpunt gaar laten worden van bepaalde voedingsmiddelen, met name vlees, vis en harde groente
braiserend	=	braiseren
braiserende	=	braiseren
brak	adj	met een zoutgehalte dat tussen zout en zoet in ligt	noun	een jachthond die gebruikt wordt voor de jacht op lopend wild
brake	=	braken
brakefluid	noun	een hydraulische vloeistof die wordt toegepast in hydraulische remsystemen en hydraulische koppelingen bij auto's, motorfietsen en sommige fietsen
braken	verb	het verwijderen van voedsel en/of andere stoffen uit de maag via de mond en soms de neus.
brakend	=	braken
brakende	=	braken
brakens	noun	genitief van braken
braker	noun	iemand die overgeeft
brakers	=	braker
brakertje	=	braker
brakertjes	=	braker
brakheden	=	brakheid
brakheid	noun	gevoel van misselijkheid en uitputting door alcohol, feesten en slaapgebrek
brakheidje	=	brakheid
braking	noun	het braken
brakingen	=	braking
brakinkje	=	braking
brakinkjes	=	braking
brakje	=	brak
brakjes	=	brak
brakke	=	brak
brakken	=	brak
brakker	=	brak
brakkere	=	brak
brakkers	=	brak
braks	=	brak
brakst	=	brak
brakste	=	brak
brakwater	noun	zoutachtig water dat minder zout is dan zeewater
brakwater-slijkgarnaal	noun	Corophium multisetosum een vlokreeftensoort uit de familie van de Corophiidae.
brakwater-slijkgarnaaltje	=	brakwater-slijkgarnaal
brakwater-slijkgarnaaltjes	=	brakwater-slijkgarnaal
brakwater-slijkgarnalen	=	brakwater-slijkgarnaal
brakwateraasgarnaal	noun	Neomysis integer een aasgarnalensoort uit de familie van de Mysidae.
brakwateraasgarnaaltje	=	brakwateraasgarnaal
brakwateraasgarnaaltjes	=	brakwateraasgarnaal
brakwateraasgarnalen	=	brakwateraasgarnaal
brakwatercorbula	noun	Potamocorbula amurensis een tweekleppigensoort uit de familie van de Corbulidae.
brakwatercorbula's	=	brakwatercorbula
brakwatercorbulaatje	=	brakwatercorbula
brakwatercorbulaatjes	=	brakwatercorbula
brakwateren	=	brakwater
brakwatergrondel	noun	Pomatoschistus microps een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
brakwatergrondels	=	brakwatergrondel
brakwatergrondeltje	=	brakwatergrondel
brakwatergrondeltjes	=	brakwatergrondel
brakwaterhoorntjeswier	noun	Ceramium diaphanum een plant uit de familie Ceramiaceae van de orde Ceramiales.
brakwaterhoorntjeswieren	=	brakwaterhoorntjeswier
brakwaterhoorntjeswiertje	=	brakwaterhoorntjeswier
brakwaterhoorntjeswiertjes	=	brakwaterhoorntjeswier
brakwaterkantwerk	noun	Conopeum seurati een mosdiertjessoort uit de familie van de Electridae.
brakwaterkantwerken	=	brakwaterkantwerk
brakwaterkantwerkje	=	brakwaterkantwerk
brakwaterkantwerkjes	=	brakwaterkantwerk
brakwaterkever	noun	Agabus conspersus een keversoort uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae).
brakwaterkevers	=	brakwaterkever
brakwaterkevertje	=	brakwaterkever
brakwaterkevertjes	=	brakwaterkever
brakwaterknotsslak	noun	Tenellia adspersa een kleine slakkensoort uit de familie van de Trinchesiidae.
brakwaterknotsslakje	=	brakwaterknotsslak
brakwaterknotsslakjes	=	brakwaterknotsslak
brakwaterknotsslakken	=	brakwaterknotsslak
brakwaterkokkel	noun	Cerastoderma glaucum een in zee levend tweekleppig weekdier
brakwaterkokkels	=	brakwaterkokkel
brakwaterkokkeltje	=	brakwaterkokkel
brakwaterkokkeltjes	=	brakwaterkokkel
brakwatermossel	noun	Mytilopsis leucophaeata een tweekleppigensoort uit de familie van de Dreissenidae.
brakwatermossels	=	brakwatermossel
brakwatermosseltje	=	brakwatermossel
brakwatermosseltjes	=	brakwatermossel
brakwateroproller	noun	Lekanesphaera hookeri een pissebed uit de familie Sphaeromatidae.
brakwateroprollers	=	brakwateroproller
brakwateroprollertje	=	brakwateroproller
brakwateroprollertjes	=	brakwateroproller
brakwaterpissebed	noun	Idotea chelipes een pissebed uit de familie Idoteidae.
brakwaterpissebedden	=	brakwaterpissebed
brakwaterpissebedje	=	brakwaterpissebed
brakwaterpissebedjes	=	brakwaterpissebed
brakwaterpok	noun	Amphibalanus improvisus een zeepokkensoort uit de familie van de Balanidae.
brakwaterpokje	=	brakwaterpok
brakwaterpokjes	=	brakwaterpok
brakwaterpokken	=	brakwaterpok
brakwaterpoliep	noun	Cordylophora caspia een hydroïdpoliep uit de familie Cordylophoridae.
brakwaterpoliepen	=	brakwaterpoliep
brakwaterpoliepje	=	brakwaterpoliep
brakwaterpoliepjes	=	brakwaterpoliep
brakwaterpriemkever	noun	Bembidion maritimum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
brakwaterpriemkevers	=	brakwaterpriemkever
brakwaterpriemkevertje	=	brakwaterpriemkever
brakwaterpriemkevertjes	=	brakwaterpriemkever
brakwatersalamander	noun	Ambystoma subsalsum een salamander uit de familie molsalamanders (Ambystomatidae).
brakwatersalamanders	=	brakwatersalamander
brakwatersalamandertje	=	brakwatersalamander
brakwatersalamandertjes	=	brakwatersalamander
brakwatersigaar	noun	Sigara stagnalis een wants uit de familie van de duikerwantsen (Corixidae).
brakwatersigaartje	=	brakwatersigaar
brakwatersigaartjes	=	brakwatersigaar
brakwatersigaren	=	brakwatersigaar
brakwaterspringer	noun	Orchestia cavimana een vlokreeftensoort uit de familie van de Talitridae.
brakwaterspringers	=	brakwaterspringer
brakwaterspringertje	=	brakwaterspringer
brakwaterspringertjes	=	brakwaterspringer
brakwatersteurgarnaal	noun	Palaemon varians een garnalensoort uit de familie van de steurgarnalen.
brakwatersteurgarnaaltje	=	brakwatersteurgarnaal
brakwatersteurgarnaaltjes	=	brakwatersteurgarnaal
brakwatersteurgarnalen	=	brakwatersteurgarnaal
brakwaterstrandschelp	noun	Rangia cuneata een tweekleppigensoort uit de familie van de Mactridae.
brakwaterstrandschelpen	=	brakwaterstrandschelp
brakwaterstrandschelpje	=	brakwaterstrandschelp
brakwaterstrandschelpjes	=	brakwaterstrandschelp
brakwatertoonhaai	noun	Mustelus lenticulatus een haai uit de familie van de gladde haaien
brakwatertoonhaaien	=	brakwatertoonhaai
brakwatertoonhaaitje	=	brakwatertoonhaai
brakwatertoonhaaitjes	=	brakwatertoonhaai
brakwatervlokreeft	noun	Gammarus duebeni een vlokreeftensoort uit de familie van de gammaridae.
brakwatervlokreeften	=	brakwatervlokreeft
brakwatervlokreeftje	=	brakwatervlokreeft
brakwatervlokreeftjes	=	brakwatervlokreeft
bral	=	brallen
bralaap	noun	snoever, opschepper
bralapen	=	bralaap
bralde	=	brallen
bralden	=	brallen
bralette	noun	beha zonder beugels of voorgevormde cups
bralettes	=	bralette
bralle	=	brallen
brallen	verb	luidruchtig snoeven
brallend	=	brallen
brallende	=	brallen
brallerig	adj	luidruchtig en opschepperig
brallerige	=	brallerig
bralleriger	=	brallerig
brallerigere	=	brallerig
brallerigers	=	brallerig
brallerigs	=	brallerig
brallerigst	=	brallerig
brallerigste	=	brallerig
bralt	=	brallen
bram	noun	voor bramzeil
brambulance	noun	gecombineerde brandweerauto en ambulance waarop personeel aanwezig is dat zowel als verpleegkundige als brandweerman kan functioneren
brambulancen	=	brambulance
brambulances	=	brambulance
brame	=	bramen
bramen	verb	een scherpe rand of oppervlak ontdoen van uitstekende oneffenheden
bramenblaasmijnmot	noun	Ectoedemia rubivora een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
bramenblaasmijnmotje	=	bramenblaasmijnmot
bramenblaasmijnmotjes	=	bramenblaasmijnmot
bramenblaasmijnmotten	=	bramenblaasmijnmot
bramenbladroller	noun	Notocelia uddmanniana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
bramenbladrollers	=	bramenbladroller
bramenbladrollertje	=	bramenbladroller
bramenbladrollertjes	=	bramenbladroller
bramenbootje	noun	Hypoderma rubi een soort schimmel uit de familie Rhytismataceae.
bramenbootjes	=	bramenbootje
bramend	=	bramen
bramende	=	bramen
bramenglaskelkje	noun	Mollisina rubi een schimmel behorend tot de familie Dermateaceae.
bramenglaskelkjes	=	bramenglaskelkje
bramenkarafjeszwam	noun	Valsa ceratophora een schimmel behorend tot de Valsaceae.
bramenkarafjeszwammen	=	bramenkarafjeszwam
bramenkarafjeszwammetje	=	bramenkarafjeszwam
bramenkarafjeszwammetjes	=	bramenkarafjeszwam
bramenknapzakje	noun	Neovaginatispora fuckelii een schimmel behorend tot de Lophiostomataceae.
bramenknapzakjes	=	bramenknapzakje
bramenmineerwesp	noun	Metallus pumilus een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
bramenmineerwespen	=	bramenmineerwesp
bramenmineerwespje	=	bramenmineerwesp
bramenmineerwespjes	=	bramenmineerwesp
bramenplooigalmug	noun	Dasineura plicatrix een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bramenplooigalmuggen	=	bramenplooigalmug
bramenplooigalmugje	=	bramenplooigalmug
bramenplooigalmugjes	=	bramenplooigalmug
bramenrank	noun	stengel van een bramenstruik waaraan de bramen groeien
bramenranken	=	bramenrank
bramenrankje	=	bramenrank
bramenrankjes	=	bramenrank
bramenschorsbekertje	noun	een schimmel Pezicula rubi (syn.: Pezicula rhabarbarina) behorend tot de familie Dermateaceae.
bramenschorsbekertjes	=	bramenschorsbekertje
bramensprinkhaan	noun	Pholidoptera griseoaptera een insect uit de sprinkhanenfamilie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae), onderfamilie Tettigoniinae
bramensprinkhaantje	=	bramensprinkhaan
bramensprinkhaantjes	=	bramensprinkhaan
bramensprinkhanen	=	bramensprinkhaan
bramenstengelboorder	noun	Hartigia nigra een vliesvleugelig insect uit de familie van de halmwespen (Cephidae).
bramenstengelboorders	=	bramenstengelboorder
bramenstengelboordertje	=	bramenstengelboorder
bramenstengelboordertjes	=	bramenstengelboorder
bramenstromakelkje	noun	Rutstroemia fruticeti een paddenstoel uit de familie Rutstroemiaceae.
bramenstromakelkjes	=	bramenstromakelkje
bramenstruik	noun	braamstruik
bramenstruiken	=	bramenstruik
bramenstruikje	=	bramenstruik
bramenstruikjes	=	bramenstruik
bramentaart	noun	gebak waarin bramen zijn verwerkt
bramentaarten	=	bramentaart
bramentaartje	=	bramentaart
bramentaartjes	=	bramentaart
bramentakgalwesp	noun	Diastrophus rubi een insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
bramentakgalwespen	=	bramentakgalwesp
bramentakgalwespje	=	bramentakgalwesp
bramentakgalwespjes	=	bramentakgalwesp
brammen	=	bram
bramseil	=	bramzeil
bramseyl	=	bramzeil
bramsteng	noun	een optionele verlenging van de grote mast van een zeilschip met daarop aanwezig het bramzeil
bramstengen	=	bramsteng
bramstengetje	=	bramsteng
bramstengetjes	=	bramsteng
bramzeil	noun	vierkant zeil dat gevoerd wordt aan het derde stuk mast vanaf het dek gerekend, de bramsteng
bramzeilen	=	bramzeil
bramzeiltje	=	bramzeil
brancard	noun	een draagbaar bedoeld om patiënten te vervoeren die niet ambulant zijn
brancardier	noun	iemand belast met het transport van een brancard
brancardiers	=	brancardier
brancardje	=	brancard
brancardjes	=	brancard
brancards	=	brancard
branche	noun	onderverdeling van bedrijfstak
branchegenoot	noun	bedrijf dat in dezelfde bedrijfstak functioneert
branchegenoten	=	branchegenoot
branchegroep	noun	groep bedrijfstakken
branchegroepen	=	branchegroep
brancheje	=	branche
branchejes	=	branche
brancheorganisatie	noun	een organisatie die een bepaalde branche zn vertegenwoordigt
brancheorganisaties	=	brancheorganisatie
branches	=	branche
branchetje	=	branche
branchetjes	=	branche
branchevereniging	noun	een vereniging van bedrijven die werkzaam zijn in een bepaalde bedrijfstak
brancheverenigingen	=	branchevereniging
brancheverenigingetje	=	branchevereniging
brancheverenigingetjes	=	branchevereniging
branchevervaging	noun	het verkopen van zaken die eigenlijk niet tot het assortiment van een bepaald type winkel horen
branchevervagingen	=	branchevervaging
branchevervaginkje	=	branchevervaging
branchevervaginkjes	=	branchevervaging
branchevreemd	adj	van iets dat het niet past bij de bedrijfstak waartoe een bedrijf hoort
branchevreemde	=	branchevreemd
branchevreemder	=	branchevreemd
branchevreemdere	=	branchevreemd
branchevreemders	=	branchevreemd
branchevreemds	=	branchevreemd
branchevreemdst	=	branchevreemd
branchevreemdste	=	branchevreemd
brand	noun	verbranding met vuur
brand-offer	=	brandoffer
brandaanslag	noun	brandstichting als terroristische aanslag
brandaanslagen	=	brandaanslag
brandade	noun	een puree gemaakt van vis met name kabeljauw en andere ingrediënten zoals aardappels, groente, olijfolie en knoflook, geserveerd op geroosterd brood
brandades	=	brandade
brandalarm	noun	waarschuwing dat er brand is
brandalarmen	=	brandalarm
brandalarmpje	=	brandalarm
brandalarmpjes	=	brandalarm
brandassurantie	noun|obsolete	overeenkomst waarbij je periodiek een premie betaalt om schadevergoeding te krijgen als waardevolle eigendommen door vuur worden vernietigd of beschadigd
brandassuranties	=	brandassurantie
brandassurantiën	=	brandassurantie
brandbaar	adj	de potentie hebben te kunnen branden
brandbaarder	=	brandbaar
brandbaardere	=	brandbaar
brandbaarders	=	brandbaar
brandbaarheden	=	brandbaarheid
brandbaarheid	noun	de mate waarin een materiaal vlam kan vatten en kan verbranden
brandbaars	=	brandbaar
brandbaarst	=	brandbaar
brandbaarste	=	brandbaar
brandbare	=	brandbaar
brandbestrijder	noun	iemand die de taak heeft om een brand te blussen en uitbreiding ervan te beperken
brandbestrijders	=	brandbestrijder
brandbestrijding	noun	vuur dat schade aanricht tegengaan
brandbestrijdingen	=	brandbestrijding
brandbestrijdinkje	=	brandbestrijding
brandbestrijdinkjes	=	brandbestrijding
brandbeveiliging	noun	als wat te maken heeft met het voorkomen van brand en beperken van de schade door brand
brandbeveiligingen	=	brandbeveiliging
brandbeveiligingetje	=	brandbeveiliging
brandbeveiligingetjes	=	brandbeveiliging
brandblaar	noun	een door hitte ontstane, met vocht gevulde blaas op de huid
brandblaartje	=	brandblaar
brandblaartjes	=	brandblaar
brandblaren	=	brandblaar
brandblusapparaat	noun	toestel dat men gebruikt voor het blussen van een beginnende brand
brandblusapparaatje	=	brandblusapparaat
brandblusapparaatjes	=	brandblusapparaat
brandblusapparaten	=	brandblusapparaat
brandblusapparatuur	noun	toestel waarmee men een brand kan blussen
brandblusinstallatie	noun	een samenhangend geheel van apparaten dat moet zorgen dat een brand geblust wordt
brandblusinstallaties	=	brandblusinstallatie
brandbluskleding	noun	brandwerende kleding die gedragen word door mensen van de brandweer
brandblusleiding	noun	leiding waardoor blusmiddelen kunnen stromen in geval van brand
brandblusleidingen	=	brandblusleiding
brandblusleidinkje	=	brandblusleiding
brandblusleidinkjes	=	brandblusleiding
brandblusser	noun	een draagbaar toestel dat dient om een kleine of een beginnende brand te bestrijden
brandblussers	=	brandblusser
brandblussertje	=	brandblusser
brandblussertjes	=	brandblusser
brandblussing	noun	doven van schadelijk vuur
brandblussingen	=	brandblussing
brandblussysteem	noun	de apparatuur die ervoor zorgt dat een brand gedoofd kan worden
brandblussysteempje	=	brandblussysteem
brandblussysteempjes	=	brandblussysteem
brandblussystemen	=	brandblussysteem
brandbom	noun	bom die als doel heeft het getroffen object in brand te steken
brandbommen	=	brandbom
brandbommetje	=	brandbom
brandbommetjes	=	brandbom
brandbrief	noun	brief waarin in niet mis te verstane bewoordingen iets wordt medegedeeld of verzocht
brandbriefje	=	brandbrief
brandbriefjes	=	brandbrief
brandbrieven	=	brandbrief
brandcatastrofe	noun	een door een brand veroorzaakte ramp
brandcatastrofen	=	brandcatastrofe
brandcatastrofes	=	brandcatastrofe
branddating	noun	vorm van relatiebemiddeling waarbij mensen met een voorkeur voor dezelfde merken (Engels: brands) worden samengebracht
branddatings	=	branddating
brandde	=	branden
branddeken	noun	deken van brandwerende stof die over een vuur kan worden gelegd om het in een vroeg stadium te doven
branddekens	=	branddeken
brandden	=	branden
branddetectie	noun	het waarnemen dat ergens een brand is begonnen
branddetecties	=	branddetectie
branddetector	noun	sensor die kan constateren dat een brand gaande is bij voorbeeld door het waarnemen van rookdeeltjes
branddetectoren	=	branddetector
branddetectors	=	branddetector
branddeur	noun	nooddeur bij brand
branddeuren	=	branddeur
brande	=	branden
branden	verb	verteerd worden door vuur	noun	een klasse Ustilaginomycetes binnen het rijk van de schimmels (Fungi), behorend tot de stam van Basidiomycota.
brandend	adj	van iets dat het een vuurtje bevat
brandende	=	branden
brandends	=	brandend
brandenetel	=	brandnetel
brander	noun	een apparaat dat een bepaalde vorm aan een vlam geeft
branderig	adj	gevoel dat iets brand
branderige	=	branderig
branderiger	=	branderig
branderigere	=	branderig
branderigers	=	branderig
branderigs	=	branderig
branderigst	=	branderig
branderigste	=	branderig
branderij	noun	plek waar iets gebrand wordt, o.a. koffie, kalk etc.
branderijen	=	branderij
brandermond	noun	het uiteinde waar de vlam de brander uit komt in een apparaat dat vlammen produceert
brandermonden	=	brandermond
brandermondje	=	brandermond
brandermondjes	=	brandermond
branders	=	brander
brandertje	=	brander
brandertjes	=	brander
brandewijn	noun	een soort sterke drank
brandewijnen	=	brandewijn
brandewijntje	=	brandewijn
brandewijntjes	=	brandewijn
brandewyn	=	brandewijn
brandgaatje	=	brandgat
brandgaatjes	=	brandgat
brandgang	noun	gang die toegang geeft tot een object zodat de brandweer dat object bij brand kan blussen
brandgangen	=	brandgang
brandgangetje	=	brandgang
brandgans	noun	bepaald soort gans, Branta leucopsis, uit de familie Anatidae
brandgansje	=	brandgans
brandgansjes	=	brandgans
brandganzen	=	brandgans
brandgat	noun	gat in een voorwerp dat is ontstaan door brand
brandgaten	=	brandgat
brandgel	noun	brandbare geleiachtige substantie
brandgels	=	brandgel
brandgesticht	=	brandstichten
brandgestichte	=	brandstichten
brandgeur	noun	wat je kunt ruiken als iets in brand staat
brandgeuren	=	brandgeur
brandgevaar	noun	gevaar voor brand
brandgevaarlijk	adj	grote kans op het ontstaan van brand hebbend
brandgevaarlijke	=	brandgevaarlijk
brandgevaarlijker	=	brandgevaarlijk
brandgevaarlijkere	=	brandgevaarlijk
brandgevaarlijkers	=	brandgevaarlijk
brandgevaarlijkheid	noun	de mate waarin iets makkelijk vlam kan vatten
brandgevaarlijks	=	brandgevaarlijk
brandgevaarlijkst	=	brandgevaarlijk
brandgevaarlijkste	=	brandgevaarlijk
brandgevaren	=	brandgevaar
brandgevel	noun	brandmuur aan de buitenkant van een gebouw
brandgevels	=	brandgevel
brandglaasje	=	brandglas
brandglaasjes	=	brandglas
brandglas	noun	een lens die het opvallende zonlicht op een klein oppervlak concentreert dat daardoor sterk verhit wordt
brandglazen	=	brandglas
brandhaar	noun	verdedigingsmechanisme van verschillende dieren, zoals kwallen, bestaande uit broze, met gif gevulde haren die bij aanraking een pijnlijk gevoel geven
brandhaard	noun	plaats waar het vuur het felst brand
brandhaarden	=	brandhaard
brandhaardje	=	brandhaard
brandhaardjes	=	brandhaard
brandhaartje	=	brandhaar
brandhaartjes	=	brandhaar
brandharen	=	brandhaar
brandhelder	adj|obsolete	heel erg schoon en zuiver
brandheldere	=	brandhelder
brandhoren	noun	Bolinus brandaris een in zee levende slakkensoort uit de familie Muricidae
brandhorens	=	brandhoren
brandhorentje	=	brandhoren
brandhorentjes	=	brandhoren
brandhout	noun	hout dat gebruikt wordt om te verbranden
brandhoutje	=	brandhout
brandhoutjes	=	brandhout
brandhoutopslag	noun	berging voor brandhout
brandhoutopslagen	=	brandhoutopslag
brandhoutopslagje	=	brandhoutopslag
brandhoutopslagjes	=	brandhoutopslag
brandijzer	noun	ijzer waarmee een merk wordt ingebrand
brandijzers	=	brandijzer
brandijzertje	=	brandijzer
brandijzertjes	=	brandijzer
branding	noun	het deel van een zee of oceaan dicht bij de kust, waar de golven breken
brandingbaarzen	noun	een familie Embiotocidae van baarsachtige vissen.
brandingen	=	branding
brandingloper	noun	Calidris virgata een vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
brandinglopers	=	brandingloper
brandinglopertje	=	brandingloper
brandinglopertjes	=	brandingloper
brandingsvlieg	noun	Helcomyza ustulata een vliegensoort uit de familie van de Helcomyzidae.
brandingsvliegen	=	brandingsvlieg
brandingsvliegje	=	brandingsvlieg
brandingsvliegjes	=	brandingsvlieg
brandingtiran	noun	Myiarchus semirufus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
brandingtirannen	=	brandingtiran
brandingtirannetje	=	brandingtiran
brandingtirannetjes	=	brandingtiran
brandingwipstaart	noun	Cinclodes taczanowskii een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
brandingwipstaarten	=	brandingwipstaart
brandingwipstaartje	=	brandingwipstaart
brandingwipstaartjes	=	brandingwipstaart
brandinkje	=	branding
brandinkjes	=	branding
brandinstallatie	noun	een samenhangend geheel van apparaten dat moet zorgen dat een brand geblust wordt
brandinstallaties	=	brandinstallatie
brandje	=	brand
brandjes	=	brand
brandkast	noun	een kast die de inhoud ook tijdens een brand beschermd
brandkasten	=	brandkast
brandkastje	=	brandkast
brandkastjes	=	brandkast
brandkastkraker	noun	misdadiger die gespecialiseerd is in het openen van afgesloten brandkasten en kluizen
brandkastkrakers	=	brandkastkraker
brandklok	noun	een noodklok die men luidt als er brand is; ook in figuurlijke zin
brandklokje	=	brandklok
brandklokjes	=	brandklok
brandklokken	=	brandklok
brandkluis	noun	ruimte die de inhoud beschermt tegen de schadelijke invloeden van brand
brandkluizen	=	brandkluis
brandkogel	noun	projectiel dat dient om op verre afstand brand te stichten
brandkogels	=	brandkogel
brandkoraal	noun	bepaald ongewerveld dier, Millepora, berucht om zijn neteldraden die vaak branderige ontstekingen op de huid veroorzaken; komt voor in de Rode Zee, Indische Oceaan en Stille Oceaan en tropische delen van de westelijke Atlantische Oceaan en de Caribische Zee
brandkoraaltje	=	brandkoraal
brandkoraaltjes	=	brandkoraal
brandkoralen	=	brandkoraal
brandkoren	noun	graan dat door de honingdauw aangetast is
brandkraan	noun	aansluitpunt voor een brandslang aan het waterleidingnet
brandkraantje	=	brandkraan
brandkraantjes	=	brandkraan
brandkranen	=	brandkraan
brandladder	noun	een schuifladder op een wagen gemonteerd, bij brand gebruikt
brandladders	=	brandladder
brandladdertje	=	brandladder
brandladdertjes	=	brandladder
brandlobelia	noun	Lobelia urens een overblijvende plant die behoort tot de klokjesfamilie (Campanulaceae).
brandlobelia's	=	brandlobelia
brandlucht	noun	de geur van brand
brandluchten	=	brandlucht
brandluchtje	=	brandlucht
brandluchtjes	=	brandlucht
brandmanager	noun	persoon die belast is met het in de markt zetten van merken; persoon die belast is met het merkenbeleid van een bedrijf
brandmanagers	=	brandmanager
brandmeester	noun	opzichter van een of meer brandspuiten bediend door de spuitgasten bij de brandweer
brandmeesters	=	brandmeester
brandmeldcentrale	noun	centrale waar alle signalen van rookmelders, handbrandmelders en andere beveiligingssensoren samenkomen
brandmeldcentrales	=	brandmeldcentrale
brandmelder	noun	een apparaat dat automatisch of handmatig bij brandt de brandweer waarschuwt
brandmelders	=	brandmelder
brandmeldertje	=	brandmelder
brandmeldertjes	=	brandmelder
brandmelding	noun	alarmering dat er ergens een brand is ontstaan
brandmeldingen	=	brandmelding
brandmeldinkje	=	brandmelding
brandmeldinkjes	=	brandmelding
brandmeldinstallatie	noun	Installatie die bestaat uit een samenstel van onderdelen en in staat is branden te detecteren, te signaleren en passende acties te initiëren
brandmeldinstallaties	=	brandmeldinstallatie
brandmeldinstallatietje	=	brandmeldinstallatie
brandmeldinstallatietjes	=	brandmeldinstallatie
brandmerk	noun	door branden of schroeien gemaakt merkteken op voorwerp of dier ter herkenning
brandmerke	=	brandmerken
brandmerken	verb	merken door het inbranden van een teken
brandmerkend	=	brandmerken
brandmerkende	=	brandmerken
brandmerkje	=	brandmerk
brandmerkjes	=	brandmerk
brandmerkt	=	brandmerken
brandmerkte	=	brandmerken
brandmerkten	=	brandmerken
brandmuis	noun	Apodemus agrarius knaagdier uit de onderfamilie Murinae, behorende tot de bosmuizen (Apodemus)
brandmuisje	=	brandmuis
brandmuisjes	=	brandmuis
brandmuizen	=	brandmuis
brandmuren	=	brandmuur
brandmuur	noun	een brandwerende muur tussen twee gebouwen of delen van gebouwen
brandmuurtje	=	brandmuur
brandmuurtjes	=	brandmuur
brandnetel	noun	een plantengeslacht Urtica, waarvan in Nederland en België de grote brandnetel (Urtica dioica) en de kleine brandnetel (Urtica urens) voorkomen
brandnetelbladgalmug	noun	Dasineura urticae (ook gespeld als Dasyneura urticae, syn.
brandnetelbladgalmuggen	=	brandnetelbladgalmug
brandnetelbladgalmugje	=	brandnetelbladgalmug
brandnetelbladgalmugjes	=	brandnetelbladgalmug
brandnetelbladroller	noun	Celypha lacunana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
brandnetelbladrollers	=	brandnetelbladroller
brandnetelbladrollertje	=	brandnetelbladroller
brandnetelbladrollertjes	=	brandnetelbladroller
brandnetelboorvlieg	noun	Philophylla caesio een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
brandnetelboorvliegen	=	brandnetelboorvlieg
brandnetelboorvliegje	=	brandnetelboorvlieg
brandnetelboorvliegjes	=	brandnetelboorvlieg
brandnetelfamilie	noun	een familie Urticaceae van bedektzadigen.
brandnetelkapje	noun	Abrostola tripartita een nachtvlinder uit de familie van de Noctuidae (uilen), die verspreid over het palearctisch gebied voorkomt
brandnetelkapjes	=	brandnetelkapje
brandnetelklokje	noun	Calyptella capula een schimmel behorend tot het geslacht Calyptella.
brandnetelklokjes	=	brandnetelklokje
brandnetelmeeldauw	noun	een echte meeldauw Erysiphe urticae uit de familie Erysiphaceae.
brandnetelmeeldauwtje	=	brandnetelmeeldauw
brandnetelmeeldauwtjes	=	brandnetelmeeldauw
brandnetelmotje	noun	Anthophila fabriciana een nachtvlinder uit de familie van de Choreutidae, die vooral overdag actief is.
brandnetelmotjes	=	brandnetelmotje
brandnetelprachtwants	noun	Liocoris tripustulatus een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
brandnetelprachtwantsen	=	brandnetelprachtwants
brandnetelprachtwantsje	=	brandnetelprachtwants
brandnetelprachtwantsjes	=	brandnetelprachtwants
brandnetelpuntkogeltje	noun	Mycosphaerella superflua een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
brandnetelpuntkogeltjes	=	brandnetelpuntkogeltje
brandnetelroest	noun	Puccinia urticata een roest die tot de Basidiomycota behoort.
brandnetelroesten	=	brandnetelroest
brandnetelroestje	=	brandnetelroest
brandnetelroestjes	=	brandnetelroest
brandnetelrolgalmug	noun	Dasineura dioicae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
brandnetelrolgalmuggen	=	brandnetelrolgalmug
brandnetelrolgalmugje	=	brandnetelrolgalmug
brandnetelrolgalmugjes	=	brandnetelrolgalmug
brandnetels	=	brandnetel
brandnetelschijfje	noun	Calloria urticae een paddenstoel uit de familie Calloriaceae.
brandnetelschijfjes	=	brandnetelschijfje
brandnetelsnuituil	noun	Hypena obesalis een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
brandnetelsnuituilen	=	brandnetelsnuituil
brandnetelsnuituiltje	=	brandnetelsnuituil
brandnetelsnuituiltjes	=	brandnetelsnuituil
brandnetelsoep	noun	een gebonden groene soep gemaakt van brandnetelblad, meestal van de grote brandnetel (Urtica dioica)
brandnetelsoepen	=	brandnetelsoep
brandnetelsoepje	=	brandnetelsoep
brandneteltje	=	brandnetel
brandneteltjes	=	brandnetel
brandneteluitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza urticicola een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
brandneteluitbreekkommetjes	=	brandneteluitbreekkommetje
brandnetelvlo	noun	Trioza urticae een plantluis die behoort tot de familie Triozidae.
brandnetelvlooien	=	brandnetelvlo
brandnetelvlooitje	=	brandnetelvlo
brandnetelvlooitjes	=	brandnetelvlo
brandnetelvulkaantje	noun	Leptosphaeria acuta een schimmel uit de familie Leptosphaeriaceae.
brandnetelvulkaantjes	=	brandnetelvulkaantje
brandnetelwants	noun	Heterogaster urticae een wants uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
brandnetelwantsen	=	brandnetelwants
brandnetelwantsje	=	brandnetelwants
brandnetelwantsjes	=	brandnetelwants
brandnieuw	adj	volstrekt nieuw
brandnieuwe	=	brandnieuw
brandnieuws	=	brandnieuw
brandoefening	noun	training waarbij men brandbestrijding oefent
brandoefeningen	=	brandoefening
brandoffer	noun	een offerande waarbij de offergave verbrand wordt
brandofferen	=	brandoffer
brandoffers	=	brandoffer
brandoffertje	=	brandoffer
brandoffertjes	=	brandoffer
brandoorzaak	noun	de oorsprong van een brand, oftewel de reden waarom een brand is ontstaan
brandoorzaakje	=	brandoorzaak
brandoorzaakjes	=	brandoorzaak
brandoorzaken	=	brandoorzaak
brandpaal	noun	hydrant
brandpaaltje	=	brandpaal
brandpaaltjes	=	brandpaal
brandpalen	=	brandpaal
brandpastinaak	noun	Pastinaca sativa subsp. urens een tweejarige plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
brandpastinaakje	=	brandpastinaak
brandpastinaakjes	=	brandpastinaak
brandpastinaken	=	brandpastinaak
brandpiket	noun	manschappen die bij brand de orde moeten bewaren en eventueel helpen bij het blussen
brandpiketten	=	brandpiket
brandplaat	noun	plaat ter bescherming tegen hevige hitte
brandplaatje	=	brandplaat
brandplaatjes	=	brandplaat
brandplaten	=	brandplaat
brandplek	noun	een plaats met schade door brand
brandplekbreeksteeltje	noun	Conocybe anthracophila een schimmel uit de familie Bolbitiaceae.
brandplekbreeksteeltjes	=	brandplekbreeksteeltje
brandplekbundelzwam	noun	Pholiota carbonaria een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
brandplekbundelzwammen	=	brandplekbundelzwam
brandplekbundelzwammetje	=	brandplekbundelzwam
brandplekbundelzwammetjes	=	brandplekbundelzwam
brandplekje	=	brandplek
brandplekjes	=	brandplek
brandplekken	=	brandplek
brandplekknotszwam	noun	Clavaria tenuipes een paddenstoel uit de familie Clavariaceae.
brandplekknotszwammen	=	brandplekknotszwam
brandplekknotszwammetje	=	brandplekknotszwam
brandplekknotszwammetjes	=	brandplekknotszwam
brandplekmosschijfje	noun	Neottiella ithacaensis een schimmel behorend tot de familie Pyronemataceae.
brandplekmosschijfjes	=	brandplekmosschijfje
brandplekmot	noun	Heliothela wulfeniana een vlinder uit de onderfamilie Heliothelinae van de familie van de grasmotten (Crambidae).
brandplekmotje	=	brandplekmot
brandplekmotjes	=	brandplekmot
brandplekmotten	=	brandplekmot
brandplekvaalhoed	noun	Hebeloma anthracophilum een paddenstoel behorend tot de familie van de Hymenogastraceae. ;Hoed De hoed heeft een diameter van 4 tot 8 centimeter.
brandplekvaalhoeden	=	brandplekvaalhoed
brandplekvaalhoedje	=	brandplekvaalhoed
brandplekvaalhoedjes	=	brandplekvaalhoed
brandpolis	noun	bewijs van verzekering tegen brand met omschrijving van de vele voorwaarden waaraan een verzekerde moet voldoen
brandpolissen	=	brandpolis
brandpreventie	noun	maatregelen ter voorkoming en beperking van brand, de gevolgen van brand en het waarborgen van de ontvluchting van personen
brandpreventies	=	brandpreventie
brandpunt	noun	het reële punt waar evenwijdig aan de optische as invallende (licht)stralen (of andere elektromagnetische stralen) na breking door een bolle lens dan wel reflectie door een holle spiegel samenkomen
brandpunten	=	brandpunt
brandpuntje	=	brandpunt
brandpuntjes	=	brandpunt
brandpuntsafstand	noun	afstand van het brandpunt tot het midden van een lens of spiegel
brandpuntsafstanden	=	brandpuntsafstand
brandput	noun	een put waarin een aansluiting zit op een waterleidingnetwerk om te gebruiken bij brand
brandputje	=	brandput
brandputjes	=	brandput
brandputten	=	brandput
brandraam	noun	een rek of stelling waarin lampen en/of voorschakelapparaten kunnen worden gemonteerd, om deze te laten verouderen
brandramen	=	brandraam
brandrisico	noun	kans dat er een gevaarlijke brand ontstaat
brandrisico's	=	brandrisico
brandrisicootje	=	brandrisico
brandrisicootjes	=	brandrisico
brandrode	=	brandrood
brandroden	=	brandrood
brandroder	=	brandrood
brandrodere	=	brandrood
brandroders	=	brandrood
brandrood	adj	met een kleur die aan de weerkaatsing van vuur doet denken, diep helder rood
brandroods	=	brandrood
brandroodst	=	brandrood
brandroodste	=	brandrood
brands	=	brand
brandsas	noun	hevig brandende sas om de brandkogels mede te vullen
brandsasje	=	brandsas
brandsasjes	=	brandsas
brandschade	noun	de schade die door vuur is veroorzaakt
brandschaden	=	brandschade
brandschades	=	brandschade
brandschat	=	brandschatten
brandschatte	=	brandschatten
brandschatten	verb	in oorlogstijd de bevolking een schatting opleggen op straffe van plundering en brand
brandschattend	=	brandschatten
brandschattende	=	brandschatten
brandschatting	noun	plundering onder bedreiging van het verbranden van huizen en ander eigendom
brandschattingen	=	brandschatting
brandscherm	noun	een brandwerend scherm dat ervoor zorgt dat een brand zich niet verder kan uitbreiden
brandschermen	=	brandscherm
brandschilder	=	brandschilderen
brandschilderde	=	brandschilderen
brandschilderden	=	brandschilderen
brandschildere	=	brandschilderen
brandschilderen	verb	methode om met een sterk verhitte staaf figuren aan te brengen op hout of andere stoffen
brandschilderend	=	brandschilderen
brandschilderende	=	brandschilderen
brandschildering	noun	het brandschilderen
brandschilderingen	=	brandschildering
brandschilderingetje	=	brandschildering
brandschilderingetjes	=	brandschildering
brandschildert	=	brandschilderen
brandschone	=	brandschoon
brandschoon	adj	geheel schoon
brandschoons	=	brandschoon
brandslang	noun	een speciale, sterke waterslang voor bluswerken (sterk omdat water in grote hoeveelheden en onder hoge druk door deze slang moet kunnen gaan zonder dat de slang knapt)
brandslangen	=	brandslang
brandslangetje	=	brandslang
brandslangetjes	=	brandslang
brandspiegel	noun	gepolijste holle spiegel die de daarop vallende zonnestralen in een brandpunt verenigt om daar een hoge temperatuur te veroorzaken
brandspiegels	=	brandspiegel
brandspiegeltje	=	brandspiegel
brandspiritus	noun	spiritus die gebruikt wordt als brandstof
brandspuit	noun	een grote slang met een metalen eindstuk, bedoeld voor het spuiten van bluswater
brandspuiten	=	brandspuit
brandspuitgast	noun	brandweerman
brandspuitgasten	=	brandspuitgast
brandspuitje	=	brandspuit
brandspuitjes	=	brandspuit
brandstapel	noun	houtstapel waarop lijken, misdadigers, ketters, heksen of andersdenkende vervolgden werden verbrand
brandstapels	=	brandstapel
brandstapeltje	=	brandstapel
brandstapeltjes	=	brandstapel
brandsticht	=	brandstichten
brandstichte	=	brandstichten
brandstichten	verb	moedwillig brand veroorzaken
brandstichtend	=	brandstichten
brandstichtende	=	brandstichten
brandstichter	noun	iemand die expres brand veroorzaakt
brandstichters	=	brandstichter
brandstichtertje	=	brandstichter
brandstichtertjes	=	brandstichter
brandstichting	noun	het opzettelijk vernielen van allerlei zaken door middel van een brand
brandstichtingen	=	brandstichting
brandstichtinkje	=	brandstichting
brandstichtster	noun	vrouw die expres een brand heeft veroorzaakt
brandstichtsters	=	brandstichtster
brandstichtstertje	=	brandstichtster
brandstichtstertjes	=	brandstichtster
brandstichtte	=	brandstichten
brandstichtten	=	brandstichten
brandstof	noun	stof waaruit door middel van verbranding of een ander chemisch proces energie wordt gewonnen
brandstofaccijns	noun	belasting die wordt geheven over brandstoffen zoals benzine, diesel, lpg en stookolie
brandstofaccijnzen	=	brandstofaccijns
brandstofauto	noun	een vierwielig motorvoertuig met een verbrandingsmotor
brandstofauto's	=	brandstofauto
brandstofautootje	=	brandstofauto
brandstofautootjes	=	brandstofauto
brandstofbesparing	noun	het zuiniger omgaan met stoffen die men verbrandt in verbrandingsmotoren
brandstofbesparingen	=	brandstofbesparing
brandstofcel	noun	een elektrochemisch toestel dat chemische energie van een doorgaande reactie direct omzet in elektrische energie, waarbij anders dan bij een batterij of accu voortdurend nieuwe reagentia van buiten kunnen worden aangevoerd
brandstofcelauto	noun	een elektrische auto waarin de elektriciteit wordt opgewekt door een brandstofcel
brandstofcelauto's	=	brandstofcelauto
brandstofcellen	=	brandstofcel
brandstofcelletje	=	brandstofcel
brandstofcelletjes	=	brandstofcel
brandstofcrises	=	brandstofcrisis
brandstofcrisis	noun	crisis waarin er problemen zijn met de beschikbaarheid van voldoende brandstoffen
brandstofcrisissen	=	brandstofcrisis
brandstofelement	noun	element dat de brandstof voor een kernreactor bevat
brandstofelementen	=	brandstofelement
brandstoffen	=	brandstof
brandstoffenheffing	noun	een belasting die door de overheid wordt geheven op de uitslag en invoer van minerale oliën en andere brandstoffen, zoals ongelode benzine, diesel, petroleum en LPG.
brandstoffenheffingen	=	brandstoffenheffing
brandstoffenheffinkje	=	brandstoffenheffing
brandstoffenheffinkjes	=	brandstoffenheffing
brandstoffilter	noun	onderdeel van een verbrandingsmotor, dat ongewenste deeltjes of vloeistoffen uit een brandbare vloeistof haalt
brandstoffilters	=	brandstoffilter
brandstofgebrek	noun	tekort aan brandbare stoffen die men gebruikt voor verwarming en transport
brandstofgebruik	noun	hoeveelheid brandstof die gebruikt wordt of nodig is
brandstofheffing	noun	extra accijns die men over benzine en diesel moet betalen aan de overheid
brandstofheffingen	=	brandstofheffing
brandstofheffinkje	=	brandstofheffing
brandstofheffinkjes	=	brandstofheffing
brandstofinjectie	noun	principe waarbij de brandstof door middel van inspuiting (injectie) in de verbrandingskamer van een verbrandingsmotor terechtkomt, in plaats van in een luchtstroom door een carburateur
brandstofinjecties	=	brandstofinjectie
brandstofje	=	brandstof
brandstofkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor de brandstoffen
brandstofkosten	noun	geld dat men moet betalen voor de brandstoffen
brandstofleiding	noun	buis waardoorheen brandstof kan stromen
brandstofleidingen	=	brandstofleiding
brandstofleidinkje	=	brandstofleiding
brandstofleidinkjes	=	brandstofleiding
brandstofmeter	noun	instrument dat laat zien hoeveel brandstof er beschikbaar is
brandstofmeters	=	brandstofmeter
brandstofmetertje	=	brandstofmeter
brandstofmetertjes	=	brandstofmeter
brandstofpomp	noun	pomp die bij verbrandingsmotoren de brandstof uit de brandstoftank pompt en in geval van dieselmotoren onder hoge druk in de cilinders pompt
brandstofpompen	=	brandstofpomp
brandstofpompje	=	brandstofpomp
brandstofpompjes	=	brandstofpomp
brandstofprijs	noun	de hoeveelheid geld die men voor brandstof (voor verwarming of voor het laten werken van verbrandingsmotoren) betaalt
brandstofprijzen	=	brandstofprijs
brandstofrekening	noun	opgave van het geld dat men moet betalen voor brandstoffen voor verwarming en vervoer
brandstofrekeningen	=	brandstofrekening
brandstofschaarste	noun	een tekort aan brandstoffen
brandstofschaarsten	=	brandstofschaarste
brandstofschaarstes	=	brandstofschaarste
brandstofslang	noun	flexiebele leiding waardoorheen brandstof kan stromen
brandstofslangen	=	brandstofslang
brandstofstaaf	noun	staafvormig element dat de brandstof voor een kernreactor bevat
brandstofstaafje	=	brandstofstaaf
brandstofstaafjes	=	brandstofstaaf
brandstofstaven	=	brandstofstaaf
brandstofsysteem	noun	voorzieningen die zorgen voor het transport van brandstoffen
brandstofsystemen	=	brandstofsysteem
brandstoftank	noun	Een opslagplaats of reservoir voor vloeibare brandstof.
brandstoftankje	=	brandstoftank
brandstoftankjes	=	brandstoftank
brandstoftanks	=	brandstoftank
brandstoftekort	noun	een te weinig aan brandstof hebben
brandstoftekorten	=	brandstoftekort
brandstoftoeslag	noun	extra belasting op brandstoffen
brandstoftoeslagen	=	brandstoftoeslag
brandstoftoevoer	noun	transport van brandbare stoffen van de brandstoftank naar de plaats waar ze verbrand worden
brandstoftoevoeren	=	brandstoftoevoer
brandstofverbruik	noun	de hoeveelheid stoffen die men moet verbranden in een verbrandingsmotor voor het leveren van een bepaalde hoeveelheid energie
brandstofverbruikboek	noun	een document dat de officiële brandstofverbruiksgegevens van een voertuig bevat, zoals die zijn gemeten tijdens de typegoedkeuring
brandstofverbruikboeken	=	brandstofverbruikboek
brandstofverbruikboekje	=	brandstofverbruikboek
brandstofverbruikboekjes	=	brandstofverbruikboek
brandstofverhoging	noun	de stijging van de prijs van motorbrandstoffen (zoals benzine, diesel of LPG) aan de pomp
brandstofverhogingen	=	brandstofverhoging
brandstofverhoginkje	=	brandstofverhoging
brandstofverhoginkjes	=	brandstofverhoging
brandstofvoorraad	noun	de hoeveelheid beschikbare brandstof
brandstofvoorraden	=	brandstofvoorraad
brandstofvoorziening	noun	maatregelen om brandstoffen beschikbaar te maken en te houden
brandstofvoorzieningen	=	brandstofvoorziening
brandt	=	branden
brandt-offer	=	brandoffer
brandtoffer	=	brandoffer
brandtoren	noun	wachttoren voor het vroegtijdig opsporen van bosbranden
brandtorens	=	brandtoren
brandtrap	noun	een trap die gebruikt kan worden in geval van nood als de gewone trappen en liften niet meer bruikbaar zijn
brandtrapje	=	brandtrap
brandtrapjes	=	brandtrap
brandtrappen	=	brandtrap
brandveilig	adj	beveiligd tegen brand
brandveilige	=	brandveilig
brandveiliger	=	brandveilig
brandveiligere	=	brandveilig
brandveiligers	=	brandveilig
brandveiligheid	noun	het brandveilig zijn
brandveiligs	=	brandveilig
brandveiligst	=	brandveilig
brandveiligste	=	brandveilig
brandverbod	noun	een tijdelijk verbod op het gebruik van open vuur in de buitenlucht vanwege droogte of ander brandgevaar, om natuurbranden en andere schade te voorkomen
brandverboden	=	brandverbod
brandverbodje	=	brandverbod
brandverbodjes	=	brandverbod
brandverf	noun	bij het brandschilderen gebruikte verf
brandverfje	=	brandverf
brandverfjes	=	brandverf
brandversneller	noun	chemisch middel dat het branden stimuleert
brandversnellers	=	brandversneller
brandvertragend	adj	van iets dat het de uitbreiding van een brand remt
brandvertragende	=	brandvertragend
brandvertragender	=	brandvertragend
brandvertragendere	=	brandvertragend
brandvertragenders	=	brandvertragend
brandvertragends	=	brandvertragend
brandvertragendst	=	brandvertragend
brandvertragendste	=	brandvertragend
brandvertrager	noun	een materiaal dat vuur verhindert of de verbreiding van vuur vertraagt
brandvertragers	=	brandvertrager
brandverven	=	brandverf
brandverzekering	noun	verzekering die door brand geleden schade vergoedt
brandverzekeringen	=	brandverzekering
brandvlak	noun	plat vlak, in het brandpunt van een lens of spiegel, resp. ander optisch systeem, loodrecht staand op de optische as
brandvlakken	=	brandvlak
brandvlek	noun	vlek op de huid door branden ontstaan
brandvlekje	=	brandvlek
brandvlekjes	=	brandvlek
brandvlekken	=	brandvlek
brandvlerkvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Pheosia tremula, uit de familie Notodontidae, die in Nederland voorkomt
brandvlerkvlinders	=	brandvlerkvlinder
brandvos	noun	donkere variëteit van de vos met een zwarte pluim aan de staart
brandvossen	=	brandvos
brandvrij	adj	tegen brand gewaarborgd
brandvrije	=	brandvrij
brandvrijer	=	brandvrij
brandvrijere	=	brandvrij
brandvrijers	=	brandvrij
brandvrijs	=	brandvrij
brandvrijst	=	brandvrij
brandvrijste	=	brandvrij
brandwacht	noun	organisatie erop let of er brand ontstaat; organisatie die voorkomt dat er brand ontstaat
brandwachten	=	brandwacht
brandwagen	noun	brandweerwagen
brandwagens	=	brandwagen
brandwagentje	=	brandwagen
brandwagentjes	=	brandwagen
brandweer	noun	instantie die zich bezighoudt met het voorkomen en bestrijden van branden en het redden van mensen of dieren
brandweerauto	noun	signaalrode wagen voorzien van een sirene waarmee de brandweer uitrukt om hulp te leveren
brandweerauto's	=	brandweerauto
brandweerautootje	=	brandweerauto
brandweerautootjes	=	brandweerauto
brandweercommandant	noun	commandant bij de brandweer
brandweercommandanten	=	brandweercommandant
brandweergreep	noun	greep om een bewusteloze op te pakken en op de schouder mee te nemen, één hand vrij houdend
brandweergrepen	=	brandweergreep
brandweerhelm	noun	beschermend hoofddeksel voor een brandweerman
brandweerhelmen	=	brandweerhelm
brandweerkazerne	noun	gebouw waar de brandweer paraat is
brandweerkazernen	=	brandweerkazerne
brandweerkazernes	=	brandweerkazerne
brandweerkazernetje	=	brandweerkazerne
brandweerkorps	noun	een organisatorische eenheid binnen de veiligheidsregio als geheel en wordt geleid door een eigen bestuur en die belast is met de brandweerzorg (vroeger was de brandweer per gemeente georganiseerd)
brandweerkorpsen	=	brandweerkorps
brandweerkorpsje	=	brandweerkorps
brandweerlieden	=	brandweerman
brandweerlift	noun	een speciaal ontworpen lift die tijdens een brand of andere calamiteit veilig gebruikt kan blijven worden door de brandweer
brandweerliften	=	brandweerlift
brandweerliftje	=	brandweerlift
brandweerliftjes	=	brandweerlift
brandweerlui	=	brandweerman
brandweerman	noun	speciaal voor het bestrijden van branden opgeleid lid van de brandweer
brandweermannen	=	brandweerman
brandweermannetje	=	brandweerman
brandweermannetjes	=	brandweerman
brandweermens	noun	speciaal voor het bestrijden van branden opgeleid lid van de brandweer
brandweermensen	=	brandweermens
brandweermensje	=	brandweermens
brandweermensjes	=	brandweermens
brandweerofficier	noun	leidinggevende bij de brandweer
brandweerofficieren	=	brandweerofficier
brandweerofficiers	=	brandweerofficier
brandweerorganisatie	noun	de manier waarop de brandweer is georganiseerd
brandweerorganisaties	=	brandweerorganisatie
brandweerpersoneel	noun	de groep mensen die bij de brandweer werkt
brandweerploeg	noun	groep brandweermannen die samen een brand bestrijden
brandweerploegen	=	brandweerploeg
brandweerpost	noun	plaats waar de brandweer is gevestigd
brandweerposten	=	brandweerpost
brandweerteam	noun	groep samenwerkende brandweermannen
brandweerteampje	=	brandweerteam
brandweerteampjes	=	brandweerteam
brandweerteams	=	brandweerteam
brandweertje	=	brandweer
brandweertjes	=	brandweer
brandweervoertuig	noun	is een verzamelnaam voor de verschillende typen voertuigen die de brandweer inzet bij brand, ongeval of calamiteit
brandweervoertuigen	=	brandweervoertuig
brandweervrouw	noun	een vrouwelijke brandweerman (dus niet de vrouw van een brandweerman)
brandweervrouwen	=	brandweervrouw
brandweervrouwtje	=	brandweervrouw
brandweervrouwtjes	=	brandweervrouw
brandweerwagen	noun	signaalrode wagen voorzien van een sirene waarmee de brandweer uitrukt om hulp te leveren
brandweerwagens	=	brandweerwagen
brandweerwagentje	=	brandweerwagen
brandweerwagentjes	=	brandweerwagen
brandweerzorg	noun	de organisatie van de brandbestrijding
brandweg	noun	brandgang in een bos
brandwegen	=	brandweg
brandweren	=	brandweer
brandwerend	adj	in staat een zekere tijd een brand te weerstaan
brandwerende	=	brandwerend
brandwerender	=	brandwerend
brandwerendere	=	brandwerend
brandwerenders	=	brandwerend
brandwerendheid	noun	het brandwerend zijn
brandwerends	=	brandwerend
brandwerendst	=	brandwerend
brandwerendste	=	brandwerend
brandwijn	=	brandewijn
brandwond	noun	een wond veroorzaakt door een sterke oververhitting van de huid, gewoonlijk door blootstelling aan vuur
brandwonde	noun	een wond veroorzaakt door een sterke oververhitting van de huid, gewoonlijk door blootstelling aan vuur
brandwonden	=	brandwond
brandwondencentra	=	brandwondencentrum
brandwondencentrum	noun	ziekenhuis gespecialiseerd in het behandelen van patiënten met ernstige verwondingen door vuur
brandwondencentrums	=	brandwondencentrum
brandwondenziekenhuis	noun	ziekenhuis waar patiënten met ernstige brandwonden kan behandelen
brandwondenziekenhuizen	=	brandwondenziekenhuis
brandwondes	=	brandwonde
brandwondje	=	brandwond
brandwondjes	=	brandwond
brandy	noun	een soort sterke drank, vaak gemaakt door distillatie van moutwijn
brandy's	=	brandy
brandzalf	noun	zalf te gebruiken bij brandwonden of branderigheid
brandzalven	=	brandzalf
brandziekte	noun	huidziekte van varkens
brandzolder	noun	zolder die in geval van brand een vrije uitweg heeft
brandzolders	=	brandzolder
brandzoldertje	=	brandzolder
brandzoldertjes	=	brandzolder
brandzwam	noun	benaming voor schimmels uit de klasse Ustilaginomycetes die brand in het koren (of een andere grassoort) veroorzaken
brandzwammen	=	brandzwam
brandzwartschild	noun	Pterostichus quadrifoveolatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
brandzwartschilden	=	brandzwartschild
brandzwartschildje	=	brandzwartschild
brandzwartschildjes	=	brandzwartschild
branen	=	braan
branie	noun	waaghals
branieachtig	adj	met veel branie, met veel durf
branieachtige	=	branieachtig
branieachtiger	=	branieachtig
branieachtigere	=	branieachtig
branieachtigers	=	branieachtig
branieachtigs	=	branieachtig
branieachtigst	=	branieachtig
branieachtigste	=	branieachtig
braniemaker	noun	opschepperige, drukke, vermetele jongeman
braniemakers	=	braniemaker
braniemakertje	=	braniemaker
braniemakertjes	=	braniemaker
branies	=	branie
branieschopper	noun	een druktemaker, een herrieschopper
branieschoppers	=	branieschopper
branieschoppertje	=	branieschopper
branieschoppertjes	=	branieschopper
branietje	=	branie
branietjes	=	branie
brant-offer	=	brandoffer
brantoffer	=	brandoffer
bras	noun	een lijn verbonden aan het uiteinde van een ra met als doel de ra ten opzichte van de wind te kunnen draaien
brasa	noun	liefdevolle omsluiting in de armen
brasa's	=	brasa
brasade	noun	Surinaamse feestdag op 25 november: herdenking van de verkrijging van de onafhankelijkheid 1975 waarbij de leiders van de grootste politieke partijen elkaar omhelsden
braseer	=	braseren
braseerde	=	braseren
braseerden	=	braseren
braseert	=	braseren
brasem	noun	bepaalde karperachtige vissoort Abramis brama
brasemblei	noun	Ballerus ballerus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de karpers (Cyprinidae).
brasembleien	=	brasemblei
brasembleitje	=	brasemblei
brasembleitjes	=	brasemblei
brasempje	=	brasem
brasempjes	=	brasem
brasems	=	brasem
brasere	=	braseren
braseren	verb	metalen door solderen aan elkaar vastmaken
braserend	=	braseren
braserende	=	braseren
brasiliatapaculo	noun	Scytalopus novacapitalis een zangvogel uit de familie der tapaculo's (Rhinocryptidae).
brasiliatapaculo's	=	brasiliatapaculo
brasiliatapaculootje	=	brasiliatapaculo
brasiliatapaculootjes	=	brasiliatapaculo
brasje	=	bras
brasjes	=	bras
braspartij	noun	een te overdadig feestmaal, een feestje met te veel drank
braspartijen	=	braspartij
braspenning	noun	een historische munt, voor het eerst geslagen tussen ca. 1404 en 1419 door hertog Jan zonder Vrees in Vlaanderen
braspenningen	=	braspenning
braspenninkje	=	braspenning
braspenninkjes	=	braspenning
brassband	noun	een orkestvorm waarin alleen koperen blaasinstrumenten worden gebruikt
brassbandje	=	brassband
brassbandjes	=	brassband
brassbands	=	brassband
brasse	=	brassen
brassen	verb	overmatig eten of drinken
brassend	=	brassen
brassende	=	brassen
brasser	noun	iemand die snel en veel eet
brasserie	noun	soort eetcafé waarin oorspronkelijk vooral bier werd geschonken
brasseries	=	brasserie
brasserietje	=	brasserie
brasserietjes	=	brasserie
brasserieën	=	brasserie
brasserij	noun	een bijeenkomst waarbij men te veel eet en drinkt
brasserijen	=	brasserij
brassers	=	brasser
brassière	noun	dameskledingstuk dat uit schouderriemen, twee cups en een centrale band bestaat en dat dient om de borsten te ondersteunen
brassières	=	brassière
brassièretje	=	brassière
brassièretjes	=	brassière
brast	=	brassen
braste	=	brassen
brasten	=	brassen
brat	noun	weefsel met een schering uit zijde en een inslag van wol, onder meer gebruikt voor het maken van kousen
bratsch	noun	driesnarige altviool met een vlakke kam, waardoor de snaren tegelijk kunnen worden aangestreken
bratschen	=	bratsch
brauw	noun	wenkbrauw
brauwde	=	brauwen
brauwden	=	brauwen
brauwe	=	brauwen
brauwen	verb	het dichtnaaien van de oogleden van de vogel met een zijden draad, zoals dit gebruikelijk was voor de huif werd ingevoerd
brauwend	=	brauwen
brauwende	=	brauwen
brauwt	=	brauwen
brauwtje	=	brauw
bravado	noun	opschepperij, grootspraak
bravado's	=	bravado
brave	=	braaf
braveer	=	braveren
braveerde	=	braveren
braveerden	=	braveren
braveert	=	braveren
braver	=	braaf
bravere	=	braaf
braveren	verb	op luide toon en met veel ophef zich trots verheffen
braverend	=	braveren
braverende	=	braveren
braverik	noun	iemand die heel gehoorzaam en netjes is; iemand die nooit de regels overtreedt
braveriken	=	braverik
braverikje	=	braverik
braverikjes	=	braverik
bravers	=	braaf
bravissimo	intj	een uitroep van waardering
bravo	noun	Italiaanse sluipmoordenaar	intj	uitroep van bewondering of goedkeuring
bravo's	=	bravo
bravogeroep	noun	het aanhoudend iets of iemand aanmoedigend toejuichen
bravootje	=	bravo
bravootjes	=	bravo
bravoure	noun	durf, dapperheid
bravouretje	=	bravoure
bravouretjes	=	bravoure
braziel	noun	donkerrood of bruingeel, zeer hard hout uit Zuid-Amerika, vroeger voornamelijk voor de bereiding van verfstoffen gebruikt
brazielbomen	=	brazielboom
brazielboom	noun	Caesalpinia echinata een boomsoort uit de vlinderbloemenfamilie.
brazielboompje	=	brazielboom
brazielboompjes	=	brazielboom
brazielhout	noun	een houtsoort die gebruikt werd om het pigment braziel mee te produceren
braziels	=	braziel
braziliaan	noun	een inwoner van Brazilië, of iemand afkomstig uit Brazilië
braziliaans	adj	gerelateerd aan Brazilië
braziliaans-portugees	noun	Portugees zoals dat in Brazilië gesproken en geschreven wordt
braziliaansch	=	braziliaans
braziliaanse	noun	een inwoonster van Brazilië, of een vrouw afkomstig uit Brazilië
braziliaansen	=	braziliaanse
braziliaanser	=	braziliaans
braziliaansere	=	braziliaans
braziliaansers	=	braziliaans
braziliaanst	=	braziliaans
braziliaanste	=	braziliaans
braziliaantje	=	braziliaan
braziliaantjes	=	braziliaan
brazilianen	=	braziliaan
brazzameerkat	noun	Cercopithecus neglectus is een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
brazzameerkatje	=	brazzameerkat
brazzameerkatjes	=	brazzameerkat
brazzameerkatten	=	brazzameerkat
brazzaviller	noun	een inwoner van Brazzaville, of iemand afkomstig uit Brazzaville
brazzavillers	=	brazzaviller
brazzavils	adj	op Brazzaville betrekking hebbend
brazzavilse	noun	een vrouwelijke inwoner van Brazzaville, of een vrouw afkomstig uit Brazzaville
brazzavilsen	=	brazzavilse
breadcrumbing	noun	iemand met wie je een relatie hebt net genoeg aandacht geven om de relatie te behouden
break	noun	onderbreking van ingespannen bezigheid om nieuwe energie op te doen	intj	uitroep van de scheidsrechter waarmee hij het gevecht even onderbreekt en de vechters scheidt
break-even	adv	waarbij twee zaken (kosten en baten) met elkaar in evenwicht zijn
break-evenpoint	noun	omslagpunt (waarop zonder winst of verlies wordt gewerkt)
break-evenpoints	=	break-evenpoint
break-evens	=	break-even
break-out	noun	plotselinge tegenaanval vanuit de verdediging
break-outs	=	break-out
break-up	noun	het opbreken
break-ups	=	break-up
break-upvalue	noun	waarde die een onderneming heeft als ze zou worden gesplitst in onderdelen die apart verkocht zouden kunnen worden
breakbeat	noun	substijl van elektronische dansmuziek
breakbeatje	=	breakbeat
breakbeatjes	=	breakbeat
breakbeats	=	breakbeat
breakdance	noun	op hiphopmuziek bewegen volgens acrobatisch patronen, dansstijl rond 1980 in de VS ontstaan
breakdancen	verb	op hiphopmuziek bewegen volgens acrobatisch patronen, beoefenen van breakdance
breakdancend	=	breakdancen
breakdancende	=	breakdancen
breakdancer	noun	iemand die acrobatisch patronen op hiphopmuziek laat zien
breakdancers	=	breakdancer
breakdances	=	breakdance
breakdancet	=	breakdancen
breakdancete	=	breakdancen
breakdanceten	=	breakdancen
breakdancing	noun	het breakdancen; het beoefenen van een zeer acrobatische dans
breakdans	=	breakdansen
breakdanse	=	breakdansen
breakdansen	verb	op hiphopmuziek bewegen volgens acrobatisch patronen, beoefenen van breakdance
breakdansend	=	breakdansen
breakdansende	=	breakdansen
breakdanst	=	breakdansen
breakdanste	=	breakdansen
breakdansten	=	breakdansen
breakdown	noun	instorting
breakdowns	=	breakdown
breaker	noun	iemand die breakt (breekt of verbreekt)
breakers	=	breaker
breakje	=	break
breakjes	=	break
breakpoint	noun	plek in een programma waar de uitvoering stopt om te kunnen debuggen
breakpoints	=	breakpoint
breaks	=	break
breatharian	noun	iemand die gelooft dat een mens geen eten en drinken nodig heeft, maar genoeg heeft aan licht en lucht
breatharians	=	breatharian
bredaas	adj	op Breda betrekking hebbend
bredaast	=	bredaas
bredaaste	=	bredaas
bredanaar	noun	een inwoner van Breda, of iemand afkomstig uit Breda
bredanaars	=	bredanaar
bredanaren	=	bredanaar
bredase	noun	een vrouwelijke inwoner van Breda, of een vrouw afkomstig uit Breda
bredasen	=	bredase
bredaser	=	bredaas
bredasere	=	bredaas
bredasers	=	bredaas
bredaënaar	noun	een inwoner van Breda, of iemand afkomstig uit Breda
bredaënaars	=	bredaënaar
bredaënaren	=	bredaënaar
bredaër	noun	een inwoner van Breda, of iemand afkomstig uit Breda
bredaërs	=	bredaër
brede	=	breed
brede-w-uil	noun	bepaalde soort vlinder, Lacanobia w-latinum, uit de familie Noctuidae, die vrij schaars in België en Nederland voorkomt
brede-w-uilen	=	brede-w-uil
bredebon	noun	vrucht van de broodboom Artocarpus altilis
bredebons	=	bredebon
breder	=	breed
bredere	=	breed
breders	=	breed
bree	=	breien
breed	adj	van grote afmeting in de zijdelingse richting
breedband	noun	een internetverbinding met een hoog debiet; vooral gebruikt in tegenstelling tot een inbelverbinding
breedband-korsetzweefvlieg	noun	Neoascia annexa een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
breedband-korsetzweefvliegen	=	breedband-korsetzweefvlieg
breedband-korsetzweefvliegje	=	breedband-korsetzweefvlieg
breedband-korsetzweefvliegjes	=	breedband-korsetzweefvlieg
breedbanddwergzandbij	noun	Andrena pusilla een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
breedbanddwergzandbijen	=	breedbanddwergzandbij
breedbanddwergzandbijtje	=	breedbanddwergzandbij
breedbanddwergzandbijtjes	=	breedbanddwergzandbij
breedbandgroefbij	noun	Halictus scabiosae een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
breedbandgroefbijen	=	breedbandgroefbij
breedbandgroefbijtje	=	breedbandgroefbij
breedbandgroefbijtjes	=	breedbandgroefbij
breedbandhuismoeder	noun	Noctua fimbriata een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
breedbandhuismoeders	=	breedbandhuismoeder
breedbandhuismoedertje	=	breedbandhuismoeder
breedbandhuismoedertjes	=	breedbandhuismoeder
breedbandinternet	noun	internet waarbij met hoge snelheid verstuurd en ontvangen kan worden
breedbandlantaarnhaai	noun	Etmopterus gracilispinis een vis uit de familie Etmopteridae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
breedbandlantaarnhaaien	=	breedbandlantaarnhaai
breedbandlantaarnhaaitje	=	breedbandlantaarnhaai
breedbandlantaarnhaaitjes	=	breedbandlantaarnhaai
breedbandnetwerk	noun	computernetwerk waarbij de verbindingen tussen de computers grote hoeveelheden data in korte tijd kunnen verwerken
breedbandnetwerken	=	breedbandnetwerk
breedbandsmalsnuitje	noun	Aethes tornella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
breedbandsmalsnuitjes	=	breedbandsmalsnuitje
breedbandtechnologie	noun	snelle internet verbinding waarmee veel gegeven 'tegelijkertijd' verstuurt kunnen worden
breedbandtechnologieën	=	breedbandtechnologie
breedbandverbinding	noun	zeer snelle internetverbinding die het mogelijk maakt om veel gegevens te verzenden en te ontvangen
breedbandverbindingen	=	breedbandverbinding
breedbandverbindinkje	=	breedbandverbinding
breedbandverbindinkjes	=	breedbandverbinding
breedbeeld	noun	apparaat dat beelden op een breed scherm laat zien
breedbeeld-tv	noun	een televisie met een beeldverhouding van 16:9 in plaats van het daarvoor normale 4:3 (wat overeenkomt met 12:9)
breedbeeld-tv's	=	breedbeeld-tv
breedbeelden	=	breedbeeld
breedbeeldtelevisie	noun	een vorm van beeldomroep waarin het beeld een 16:9 verhouding van breedte en hoogte heeft
breedbeeldtelevisies	=	breedbeeldtelevisie
breedbeeldtelevisietje	=	breedbeeldtelevisie
breedbeeldtelevisietjes	=	breedbeeldtelevisie
breedbek	noun	dier met een brede bek
breedbekbaars	noun	Sander vitreus vissoort die verspreid voorkomt in zowat het gehele Amerikaanse continent.
breedbekbaarsje	=	breedbekbaars
breedbekbaarsjes	=	breedbekbaars
breedbekbaarzen	=	breedbekbaars
breedbekboszanger	noun	Tickellia hodgsoni een zangvogel uit de familie Cettiidae.
breedbekboszangers	=	breedbekboszanger
breedbekboszangertje	=	breedbekboszanger
breedbekboszangertjes	=	breedbekboszanger
breedbekje	=	breedbek
breedbekjes	=	breedbek
breedbekkathaai	noun	Apristurus macrostomus een haai uit de familie van de Pentanchidae.
breedbekkathaaien	=	breedbekkathaai
breedbekkathaaitje	=	breedbekkathaai
breedbekkathaaitjes	=	breedbekkathaai
breedbekken	noun	een geslacht Smithornis van zangvogels uit de familie Calyptomenidae (Afrikaanse en Aziatische breedbekken)
breedbekmanakin	noun	Sapayoa aenigma een zangvogel uit de onderorde van de schreeuwvogels en de familie Sapayoidae.
breedbekmanakinnetje	=	breedbekmanakin
breedbekmanakinnetjes	=	breedbekmanakin
breedbekmanakins	=	breedbekmanakin
breedbekpapegaai	noun	Lophopsittacus mauritianus een uitgestorven vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
breedbekpapegaaien	=	breedbekpapegaai
breedbekpapegaaitje	=	breedbekpapegaai
breedbekpapegaaitjes	=	breedbekpapegaai
breedbekprion	noun	Pachyptila vittata een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
breedbekprionen	=	breedbekprion
breedbekprionnetje	=	breedbekprion
breedbekprionnetjes	=	breedbekprion
breedbekscharrelaar	noun	Eurystomus glaucurus een vogel uit de familie Coraciidae (Scharrelaars)
breedbekscharrelaars	=	breedbekscharrelaar
breedbekscharrelaartje	=	breedbekscharrelaar
breedbekscharrelaartjes	=	breedbekscharrelaar
breedbekstrandloper	noun	Calidris falcinellus een vogel uit de familie der strandlopers (Scolopacidae)
breedbekstrandlopers	=	breedbekstrandloper
breedbekstrandlopertje	=	breedbekstrandloper
breedbekstrandlopertjes	=	breedbekstrandloper
breedbektiran	noun	een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen) met een brede bek
breedbektirannen	noun	een geslacht Platyrinchus van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
breedbektirannetje	=	breedbektiran
breedbektirannetjes	=	breedbektiran
breedbuikgroefbij	noun	Lasioglossum lativentre een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
breedbuikgroefbijen	=	breedbuikgroefbij
breedbuikgroefbijtje	=	breedbuikgroefbij
breedbuikgroefbijtjes	=	breedbuikgroefbij
breeddenkend	adj	ruimdenkend
breeddenkende	=	breeddenkend
breeddenkender	=	breeddenkend
breeddenkendere	=	breeddenkend
breeddenkenders	=	breeddenkend
breeddenkends	=	breeddenkend
breeddenkendst	=	breeddenkend
breeddenkendste	=	breeddenkend
breedfok	noun	groot, rechthoekig zeil naast de fok
breedfokje	=	breedfok
breedfokjes	=	breedfok
breedfokken	=	breedfok
breedgebouwd	adj	breed van borst en schouders
breedgebouwde	=	breedgebouwd
breedgebouwder	=	breedgebouwd
breedgebouwdere	=	breedgebouwd
breedgebouwders	=	breedgebouwd
breedgebouwds	=	breedgebouwd
breedgebouwdst	=	breedgebouwd
breedgebouwdste	=	breedgebouwd
breedgedragen	adj	door grote groepen ondersteund
breedgedragens	=	breedgedragen
breedgerand	adj	een brede rand hebbend
breedgerande	=	breedgerand
breedgerander	=	breedgerand
breedgerandere	=	breedgerand
breedgeranders	=	breedgerand
breedgerands	=	breedgerand
breedgerandst	=	breedgerand
breedgerandste	=	breedgerand
breedgeschouderd	adj	breed van borst en schouders, breedgebouwd
breedgeschouderde	=	breedgeschouderd
breedgeschouderder	=	breedgeschouderd
breedgeschouderdere	=	breedgeschouderd
breedgeschouderders	=	breedgeschouderd
breedgeschouderds	=	breedgeschouderd
breedgeschouderdst	=	breedgeschouderd
breedgeschouderdste	=	breedgeschouderd
breedhalsglimmer	noun	Amara fusca een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
breedhalsglimmers	=	breedhalsglimmer
breedhalsglimmertje	=	breedhalsglimmer
breedhalsglimmertjes	=	breedhalsglimmer
breedhalskruiper	noun	Harpalus atratus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
breedhalskruipers	=	breedhalskruiper
breedhalskruipertje	=	breedhalskruiper
breedhalskruipertjes	=	breedhalskruiper
breedhalsstompkaak	noun	Badister dilatatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
breedhalsstompkaakje	=	breedhalsstompkaak
breedhalsstompkaakjes	=	breedhalsstompkaak
breedhalsstompkaken	=	breedhalsstompkaak
breedheid	noun	zienswijze of omvang die ruimte biedt voor veel verschillende invalshoeken
breedhoornmestkever	noun	Onthophagus fracticornis een keversoort uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae) en het geslacht hoornmestkevers.
breedhoornmestkevers	=	breedhoornmestkever
breedhoornmestkevertje	=	breedhoornmestkever
breedhoornmestkevertjes	=	breedhoornmestkever
breedkaakgroefbij	noun	Lasioglossum laticeps een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
breedkaakgroefbijen	=	breedkaakgroefbij
breedkaakgroefbijtje	=	breedkaakgroefbij
breedkaakgroefbijtjes	=	breedkaakgroefbij
breedkieuwkathaai	noun	Apristurus riveri een vis uit de familie van Pentanchidae, orde van grondhaaien (Carcharhiniformes).
breedkieuwkathaaien	=	breedkieuwkathaai
breedkieuwkathaaitje	=	breedkieuwkathaai
breedkieuwkathaaitjes	=	breedkieuwkathaai
breedkop-bandzweefvlieg	noun	Epistrophe ochrostoma een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
breedkop-bandzweefvliegen	=	breedkop-bandzweefvlieg
breedkop-bandzweefvliegje	=	breedkop-bandzweefvlieg
breedkop-bandzweefvliegjes	=	breedkop-bandzweefvlieg
breedkop-harlekijnslak	noun	Polycera faeroensis een slakkensoort uit de familie van de mosdierslakken.
breedkop-harlekijnslakje	=	breedkop-harlekijnslak
breedkop-harlekijnslakjes	=	breedkop-harlekijnslak
breedkop-harlekijnslakken	=	breedkop-harlekijnslak
breedkopaardkruiper	noun	Henia vesuviana een duizendpotensoort uit de familie van de Dignathodontidae.
breedkopaardkruipers	=	breedkopaardkruiper
breedkopaardkruipertje	=	breedkopaardkruiper
breedkopaardkruipertjes	=	breedkopaardkruiper
breedkopdoflijfje	noun	Chrysogaster rondanii een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
breedkopdoflijfjes	=	breedkopdoflijfje
breedkopkangoeroerat	noun	Potorous platyops een uitgestorven kangoeroerat uit het geslacht der potoroes (Potorous) die voorkwam in het zuidwesten van West-Australië, waar hij sinds 1875 niet meer gevonden is
breedkopkangoeroeratje	=	breedkopkangoeroerat
breedkopkangoeroeratjes	=	breedkopkangoeroerat
breedkopkangoeroeratten	=	breedkopkangoeroerat
breedkopkruiper	noun	Harpalus latus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
breedkopkruipers	=	breedkopkruiper
breedkopkruipertje	=	breedkopkruiper
breedkopkruipertjes	=	breedkopkruiper
breedkopschorsloper	noun	Philorhizus quadrisignatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
breedkopschorslopers	=	breedkopschorsloper
breedkopschorslopertje	=	breedkopschorsloper
breedkopschorslopertjes	=	breedkopschorsloper
breedkopskink	noun	Plestiodon laticeps een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
breedkopskinken	=	breedkopskink
breedkopskinkje	=	breedkopskink
breedkopskinkjes	=	breedkopskink
breedlachend	adj	heel hartelijk lachend
breedlachende	=	breedlachend
breedlachends	=	breedlachend
breedlipneushoorn	noun	Ceratotherium simum de grootste soort van de vijf levende neushoornsoorten en op de olifanten na, het grootste hedendaagse landdier
breedlipneushoornen	=	breedlipneushoorn
breedlipneushoorns	=	breedlipneushoorn
breedlipneushoorntje	=	breedlipneushoorn
breedlipneushoorntjes	=	breedlipneushoorn
breedneusaap	noun	zoogdier uit de clade (parvorde) Platyrrhini van midden- en Zuid-Amerikaanse apen binnen de infraorde Simiiformes, de apen.
breedneusaapje	=	breedneusaap
breedneusaapjes	=	breedneusaap
breedneusapen	noun	Platyrrhini een clade (parvorde) van Midden- en Zuid-Amerikaanse apen binnen de infraorde Simiiformes, de apen.
breedopgezet	adj	een brede opzet hebbend
breedopgezets	=	breedopgezet
breedopgezette	=	breedopgezet
breedparkeerder	noun	persoon die de auto niet precies in één parkeervak heeft geparkeerd en zodoende twee parkeervakken gebruikt; iemand die teveel parkeerruimte inneemt
breedparkeerders	=	breedparkeerder
breedparkeren	verb	meer dan een parkeerplek in nemen met een auto
breedparkerend	=	breedparkeren
breedparkerende	=	breedparkeren
breedplaatstreephoed	noun	Megacollybia platyphylla een schimmel uit de familie Marasmiaceae.
breedplaatstreephoeden	=	breedplaatstreephoed
breedplaatstreephoedje	=	breedplaatstreephoed
breedplaatstreephoedjes	=	breedplaatstreephoed
breedpootkrab	noun	Portumnus latipes een krab uit de familie Carcinidae, die voor de Nederlandse en Belgische kust vrij algemeen wordt aangetroffen op fijnzandige bodems
breedpootkrabben	=	breedpootkrab
breedpootkrabbetje	=	breedpootkrab
breedpootkrabbetjes	=	breedpootkrab
breedpootspringer	noun	Orchestia mediterranea een vlokreeftensoort uit de familie van de Talitridae.
breedpootspringers	=	breedpootspringer
breedpootspringertje	=	breedpootspringer
breedpootspringertjes	=	breedpootspringer
breedrandzandbij	noun	Andrena synadelpha een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
breedrandzandbijen	=	breedrandzandbij
breedrandzandbijtje	=	breedrandzandbij
breedrandzandbijtjes	=	breedrandzandbij
breedrugglimmer	noun	Amara eurynota een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
breedrugglimmers	=	breedrugglimmer
breedrugglimmertje	=	breedrugglimmer
breedrugglimmertjes	=	breedrugglimmer
breeds	=	breed
breedscheenjuffer	noun	een kever uit de kosmopolitisch verspreide familie Platycnemididae van juffers (Zygoptera).
breedscheenjufferen	=	breedscheenjuffer
breedscheenjuffers	noun	Platycnemididae een kosmopolitisch verspreide familie van juffers (Zygoptera).
breedscheenjuffertje	=	breedscheenjuffer
breedscheenjuffertjes	=	breedscheenjuffer
breedschubmier	noun	Lasius sabularum een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
breedschubmieren	=	breedschubmier
breedschubmiertje	=	breedschubmier
breedschubmiertjes	=	breedschubmier
breedsnavelelfje	noun	Chenorhamphus grayi een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
breedsnavelelfjes	=	breedsnavelelfje
breedsnavelkolibrie	noun	Cynanthus latirostris een vogel uit de familie Trochilidae en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
breedsnavelkolibries	=	breedsnavelkolibrie
breedsnavelkolibrietje	=	breedsnavelkolibrie
breedsnavelkolibrietjes	=	breedsnavelkolibrie
breedsnavelmotmot	noun	Electron platyrhynchum een vogel uit de familie Momotidae (motmots).
breedsnavelmotmotje	=	breedsnavelmotmot
breedsnavelmotmotjes	=	breedsnavelmotmot
breedsnavelmotmots	=	breedsnavelmotmot
breedsnavelmotmotten	=	breedsnavelmotmot
breedsnavelniltava	noun	Cyornis caerulatus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
breedsnavelniltava's	=	breedsnavelniltava
breedsnavelniltavaatje	=	breedsnavelniltava
breedsnavelniltavaatjes	=	breedsnavelniltava
breedsnuithalfmaki	noun	Prolemur simus een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
breedsnuithalfmaki's	=	breedsnuithalfmaki
breedsnuithalfmakietje	=	breedsnuithalfmaki
breedsnuithalfmakietjes	=	breedsnuithalfmaki
breedsnuitkaaiman	noun	Caiman latirostris een krokodilachtige uit de familie alligators en kaaimannen (Alligatoridae) en de onderfamilie kaaimannen (Caimaninae)
breedsnuitkaaimannen	=	breedsnuitkaaiman
breedsnuitkaaimannetje	=	breedsnuitkaaiman
breedsnuitkaaimannetjes	=	breedsnuitkaaiman
breedsnuitkaaimans	=	breedsnuitkaaiman
breedsnuitkathaai	noun	Apristurus investigatoris een vis uit de familie van Pentanchidae, orde van grondhaaien (Carcharhiniformes).
breedsnuitkathaaien	=	breedsnuitkathaai
breedsnuitkathaaitje	=	breedsnuitkathaai
breedsnuitkathaaitjes	=	breedsnuitkathaai
breedsnuitkever	noun	een kever Platyrhinus resinosus uit de familie van de boksnuitkevers (Anthribidae).
breedsnuitkevers	=	breedsnuitkever
breedsnuitkevertje	=	breedsnuitkever
breedsnuitkevertjes	=	breedsnuitkever
breedspectrum	noun	met een breed werkingsgebied, veel gebruikt voor antibiotica
breedspoor	noun	spoor- of tramwegen met een spoorwijdte groter dan 1435 millimeter (normaalspoor)
breedspoortje	=	breedspoor
breedspoortjes	=	breedspoor
breedsporen	=	breedspoor
breedspraakig	=	breedsprakig
breedsprakerig	adj	geneigd tot breedspraak
breedsprakerige	=	breedsprakerig
breedsprakeriger	=	breedsprakerig
breedsprakerigere	=	breedsprakerig
breedsprakerigers	=	breedsprakerig
breedsprakerigs	=	breedsprakerig
breedsprakerigst	=	breedsprakerig
breedsprakerigste	=	breedsprakerig
breedsprakig	adj	heel veel woorden kunnen gebruiken tijdens het spreken
breedsprakige	=	breedsprakig
breedsprakiger	=	breedsprakig
breedsprakigere	=	breedsprakig
breedsprakigers	=	breedsprakig
breedsprakigheden	=	breedsprakigheid
breedsprakigheid	noun	het (te) veel woorden gebruiken bij het spreken
breedsprakigs	=	breedsprakig
breedsprakigst	=	breedsprakig
breedsprakigste	=	breedsprakig
breedsprietwants	noun	Heterotoma planicornis een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
breedsprietwantsen	=	breedsprietwants
breedsprietwantsje	=	breedsprietwants
breedsprietwantsjes	=	breedsprietwants
breedst	=	breed
breedstaarteekhoorn	noun	Rhinosciurus laticaudatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
breedstaarteekhoorns	=	breedstaarteekhoorn
breedstaarteekhoorntje	=	breedstaarteekhoorn
breedstaarteekhoorntjes	=	breedstaarteekhoorn
breedstaartkolibrie	noun	Selasphorus platycercus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
breedstaartkolibries	=	breedstaartkolibrie
breedstaartkolibrietje	=	breedstaartkolibrie
breedstaartkolibrietjes	=	breedstaartkolibrie
breedstaartmanakin	noun	Ceratopipra chloromeros een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
breedstaartmanakinnetje	=	breedstaartmanakin
breedstaartmanakinnetjes	=	breedstaartmanakin
breedstaartmanakins	=	breedstaartmanakin
breedstaartparadijswida	noun	Vidua obtusa een vogel uit de familie van de Viduidae.
breedstaartparadijswida's	=	breedstaartparadijswida
breedstaartparadijswidaatje	=	breedstaartparadijswida
breedstaartparadijswidaatjes	=	breedstaartparadijswida
breedstaartzanger	noun	Schoenicola platyurus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
breedstaartzangers	=	breedstaartzanger
breedstaartzangertje	=	breedstaartzanger
breedstaartzangertjes	=	breedstaartzanger
breedste	=	breed
breedstraler	noun	lamp die is gemaakt om een zo groot mogelijke oppervlakte te verlichten
breedstralers	=	breedstraler
breedte	noun	afmeting loodrecht op de hoogte of de lengte
breedteas	noun	as die de middelste punten der lengten verbindt, hartlijn in de breedterichting.
breedteasje	=	breedteas
breedteasjes	=	breedteas
breedteassen	=	breedteas
breedtecirkel	noun	een cirkel op het aardoppervlak, parallel aan de evenaar, waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen
breedtecirkels	=	breedtecirkel
breedtecirkeltje	=	breedtecirkel
breedtecirkeltjes	=	breedtecirkel
breedtegraad	noun	een cirkel op het aardoppervlak, parallel aan de evenaar, waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen
breedtegraadje	=	breedtegraad
breedtegraadjes	=	breedtegraad
breedtegraden	=	breedtegraad
breedten	=	breedte
breedteparallel	noun	een cirkel op het aardoppervlak, waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen
breedteparallellen	=	breedteparallel
breedteparallelletje	=	breedteparallel
breedteparallelletjes	=	breedteparallel
breedtepass	noun	schot naar een speler van hetzelfde elftal over de breedte van het veld
breedtepasses	=	breedtepass
breedtepassje	=	breedtepass
breedtepassjes	=	breedtepass
breedtes	=	breedte
breedtesport	noun	de sport zoals deze door grote groepen van de bevolking beoefend worden, waarbij het meer gaat om het plezier en de gezondheidswinst dan om de sportprestatie
breedtesporten	=	breedtesport
breedtetje	=	breedte
breedtongspinnetje	noun	Helophora insignis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
breedtongspinnetjes	=	breedtongspinnetje
breeduit	adv	zo breed mogelijk
breedvinhaai	noun	Lamiopsis temminckii een vis uit de familie van roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het westen van de Indische Oceaan, het oosten van de Indische Oceaan en het noordwesten en de Grote Oceaan
breedvinhaaien	=	breedvinhaai
breedvinhaaitje	=	breedvinhaai
breedvinhaaitjes	=	breedvinhaai
breedvinzaagstaartkathaai	noun	Galeus nipponensis een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
breedvinzaagstaartkathaaien	=	breedvinzaagstaartkathaai
breedvinzaagstaartkathaaitje	=	breedvinzaagstaartkathaai
breedvinzaagstaartkathaaitjes	=	breedvinzaagstaartkathaai
breedvleugelbuizerd	noun	Buteo platypterus een roofvogel uit de familie der havikachtigen.
breedvleugelbuizerdje	=	breedvleugelbuizerd
breedvleugelbuizerdjes	=	breedvleugelbuizerd
breedvleugelbuizerds	=	breedvleugelbuizerd
breedvleugelvleermuizen	noun	een geslacht Eptesicus van zoogdieren uit de familie van de gladneuzen (Vespertilionidae)
breedvoerig	adj	tijd en ruimte nemend om alle kanten uitgebreid te bezien	adv	op breedvoerige wijze
breedvoerige	=	breedvoerig
breedvoeriger	=	breedvoerig
breedvoerigere	=	breedvoerig
breedvoerigers	=	breedvoerig
breedvoerigheden	=	breedvoerigheid
breedvoerigheid	noun	het breedvoerig zijn
breedvoerigs	=	breedvoerig
breedvoerigst	=	breedvoerig
breedvoerigste	=	breedvoerig
breedvoetbuidelmuis	noun	zoogdier uit het geslacht Antechinus van echte roofbuideldieren dat voorkomt in Australië, voornamelijk in het oosten.
breedvoetbuidelmuisje	=	breedvoetbuidelmuis
breedvoetbuidelmuisjes	=	breedvoetbuidelmuis
breedvoetbuidelmuizen	noun	Antechinus een geslacht van echte roofbuideldieren dat voorkomt in Australië, voornamelijk in het oosten.
breedvoetvlieg	noun	insect uit de familie Platypezidae van tweevleugeligen met 277 beschreven soorten.
breedvoetvliegen	noun	Platypezidae een familie van tweevleugeligen met 277 beschreven soorten.
breedvoetvliegje	=	breedvoetvlieg
breedvoetvliegjes	=	breedvoetvlieg
breedvoorhoofdkrokodil	noun	Osteolaemus tetraspis een krokodilachtige uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae) en de onderfamilie Crocodylinae
breedvoorhoofdkrokodillen	=	breedvoorhoofdkrokodil
breedvoorhoofdkrokodilletje	=	breedvoorhoofdkrokodil
breedvoorhoofdkrokodilletjes	=	breedvoorhoofdkrokodil
breefok	noun	smal en hoog razeil, bestemd voor voordewindse koersen op kleinere scheepstypes
breefokje	=	breefok
breefokjes	=	breefok
breefokken	=	breefok
breek	=	breken
breekal	noun	iemand die zo wild is dat hij alles kapot maakt
breekallen	=	breekal
breekalletje	=	breekal
breekalletjes	=	breekal
breekals	=	breekal
breekbaar	adj	de eigenschap hebbend gemakkelijk te breken
breekbaarder	=	breekbaar
breekbaardere	=	breekbaar
breekbaarders	=	breekbaar
breekbaarheden	=	breekbaarheid
breekbaarheid	noun	het makkelijk kunnen breken
breekbaarheidje	=	breekbaarheid
breekbaars	=	breekbaar
breekbaarst	=	breekbaar
breekbaarste	=	breekbaar
breekbare	=	breekbaar
breekbeitel	noun	grote beitel die wordt gebruikt om iets open te breken
breekbeitels	=	breekbeitel
breekblaadje	noun	Campylopus pyriformis een plant uit de familie Dicranaceae.
breekblaadjes	=	breekblaadje
breekbout	noun	een veiligheidsvoorziening die is ontworpen om te breken in het geval van een mechanische overbelasting
breekbouten	=	breekbout
breekboutje	=	breekbout
breekboutjes	=	breekbout
breekijzer	noun	stevige metalen stang, meestal voorzien van een gespleten einde, de koevoet, gebruikt om zaken open te breken
breekijzers	=	breekijzer
breekijzertje	=	breekijzer
breekijzertjes	=	breekijzer
breekmes	noun	een uitschuifbaar hobbymes waarvan men steeds een gebruikt deel kan afbreken zodat men weer een nieuw en scherp lemmet kan gebruiken
breekmesje	=	breekmes
breekmesjes	=	breekmes
breekmessen	=	breekmes
breekpunt	noun	moment waarop een materiaal dat aan trek onderhevig is, breekt
breekpunten	=	breekpunt
breekpuntje	=	breekpunt
breekpuntjes	=	breekpunt
breeksteeltje	noun	een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae
breeksteeltjes	=	breeksteeltje
breekt	=	breken
breekwerk	noun	het wegbreken of afbreken als te verrichten taak
breekwerken	=	breekwerk
breel	noun	cilindervormig drijflichaam gebruikt in de haringvisserij
breem	=	braam
breen	=	brijn
breeuw	=	breeuwen
breeuwde	=	breeuwen
breeuwden	=	breeuwen
breeuwe	=	breeuwen
breeuwen	verb	het dichten van de naden van de scheepshuid met vezels en pek
breeuwend	=	breeuwen
breeuwende	=	breeuwen
breeuwer	noun	scheepstimmerman die de naden van een scheepswant dichtmaakt
breeuwers	=	breeuwer
breeuwt	=	breeuwen
breeuwwerk	noun	het geplozen touw nodig voor het breeuwen
breeuwwerken	=	breeuwwerk
breeveertien	noun|figurative	spannende of fatale overgang naar een verre bestemming
breeveertiens	=	breeveertien
breezer	noun	een alcoholhoudend drankje dat bestaat uit een mix van rum en frisdrank en ruim 5 % alcohol bevat populair van 1998 - 2004
breezers	=	breezer
breezerseks	noun	het verrichten van seksuele handelingen (door een jong meisje) in ruil voor een niet al te waardevol product (zoals bijvoorbeeld een breezer)
breezerslet	noun	losbandig meisje dat ter zelfbevestiging de slet uithangt
breezersletje	=	breezerslet
breezersletjes	=	breezerslet
breezersletten	=	breezerslet
breezertje	=	breezer
breezertjes	=	breezer
breeª	=	breien
breeën	=	breien
breeënª	=	breien
brei	noun	breiwerk
breid	=	breien
breidde	=	breien
breidden	=	breien
breide	=	breien
breidel	noun	een hoofdstel waarmee een paard gemend wordt
breidelde	=	breidelen
breidelden	=	breidelen
breidele	=	breidelen
breidelen	verb	een paard een breidel aandoen
breidelend	=	breidelen
breidelende	=	breidelen
breideling	noun	het breidelen
breidelingen	=	breideling
breidelloos	adj	zonder toom, zonder leiding
breidelloost	=	breidelloos
breidellooste	=	breidelloos
breidelloze	=	breidelloos
breidellozer	=	breidelloos
breidellozere	=	breidelloos
breidellozers	=	breidelloos
breidels	=	breidel
breidelt	=	breidelen
breideltje	=	breidel
breideltjes	=	breidel
breiden	=	breien
breidend	=	breien
breidt	=	breien
breie	=	breien
breien	verb	een weefsel vervaardigen uit een gesponnen draad met behulp van twee of meer pennen
breiend	=	breien
breiende	=	breien
breier	noun	iemand die breit
breiers	=	breier
breiertje	=	breier
breiertjes	=	breier
breigaren	noun	draad die men kan gebruiken voor het breien
breigarens	=	breigaren
breigoed	noun	iets wat gemaakt is door breien
breijen	=	breien
breikatoen	noun	katoenen garen dat geschikt is om mee te breien
breikous	noun	een zwijgende vrouw (die veel breit)
breikousen	=	breikous
breikousje	=	breikous
breikousjes	=	breikous
breimachientje	=	breimachine
breimachientjes	=	breimachine
breimachine	noun	toestel voor machinaal breien
breimachines	=	breimachine
breimachinetje	=	breimachine
breimachinetjes	=	breimachine
brein	noun	orɡaan in de schedel dat het denkvermogen herbergt
breinaald	noun	een naald die gebruikt kan worden bij het breien
breinaalden	=	breinaald
breinaaldje	=	breinaald
breinaaldjes	=	breinaald
breinbaas	noun	zeer intelligent persoon
breinbaasje	=	breinbaas
breinbaasjes	=	breinbaas
breinbazen	=	breinbaas
breinbreker	noun	lastige puzzel
breinbrekers	=	breinbreker
breinbrekertje	=	breinbreker
breinbrekertjes	=	breinbreker
breindoping	noun	het gebruiken van medicamenten om de mentale prestaties te verbeteren zoals bijvoorbeeld het gebruiken middelen die gebruikt worden bij ADHD-patiënten bij mensen die geen ADHD hebben
breinen	=	brein
breinloos	adj	zonder brein
breinloost	=	breinloos
breinlooste	=	breinloos
breinloze	=	breinloos
breinlozer	=	breinloos
breinlozere	=	breinloos
breinlozers	=	breinloos
breinmachine	noun	apparaat dat met speciale licht- en geluidseffecten de hersengolven beïnvloedt instelbaar te gebruiken voor ontspanning, concentratie en meditatie
breinmachines	=	breinmachine
breinmachinetje	=	breinmachine
breinmachinetjes	=	breinmachine
breinpil	noun	medicamenten die gebruikt worden om de mentale prestaties te verbeteren zoals bijvoorbeeld middelen die gebruikt worden bij ADHD-patiënten
breinpillen	=	breinpil
breinstorm	=	breinstormen
breinstormde	=	breinstormen
breinstormden	=	breinstormen
breinstorme	=	breinstormen
breinstormen	verb	een creativiteitstechniek met als doel snel, veel nieuwe ideeën over een bepaald onderwerp of vraagstuk te genereren.
breinstormend	=	breinstormen
breinstormende	=	breinstormen
breinstormt	=	breinstormen
breintje	=	brein
breintjes	=	brein
breinwerker	noun	kenniswerker
breinwerkers	=	breinwerker
breipatronen	=	breipatroon
breipatroon	noun	model, instructie hoe men moet breien
breipatroontje	=	breipatroon
breipatroontjes	=	breipatroon
breipen	noun	een lange pen waarmee men kan breien
breipennen	=	breipen
breipentje	=	breipen
breischolen	=	breischool
breischool	noun	School waar jonge meisjes leerden breien en naaien.
breischooltje	=	breischool
breischooltjes	=	breischool
breisel	noun	voorwerp dat gemaakt is door te breien
breisels	=	breisel
breiseltje	=	breisel
breiseltjes	=	breisel
breister	noun	vrouw die breit
breisters	=	breister
breistertje	=	breister
breistertjes	=	breister
breit	=	breien
breitje	=	brei
breitjes	=	brei
breiwerk	noun	Product van breien, breien is een werkwijze om van één lange draad een elastisch weefsel te maken met behulp van twee of meer naalden zonder ogen.
breiwerken	=	breiwerk
breiwerkje	=	breiwerk
breiwerkjes	=	breiwerk
breiwol	noun	wol in draadvorm geschikt om mee te breien
breke	=	breken
brekebeen	noun	iemand die zwakke benen heeft en ze gemakkelijk breekt
brekebeentje	=	brekebeen
brekebeentjes	=	brekebeen
brekebenen	=	brekebeen
brekelijk	adj	van iets dat het makkelijk kapot kan gaan
brekelijke	=	brekelijk
brekelijker	=	brekelijk
brekelijkere	=	brekelijk
brekelijkers	=	brekelijk
brekelijks	=	brekelijk
brekelijkst	=	brekelijk
brekelijkste	=	brekelijk
breken	verb	in stukken uiteenvallen
brekend	adj	in stukken uiteenvallend
brekende	=	breken
brekends	=	brekend
brekens	noun	genitief van breken
breker	noun	een persoon die iets breekt
brekers	=	breker
brekertje	=	breker
brekertjes	=	breker
breking	noun	richtingverandering van stralen wanneer zij in een andere middenstof komen, lichtbreking, straalbreking
brekingen	=	breking
brekingshoek	noun	hoek tussen de gebroken straal na intrede in een ander medium en de loodlijn op het scheidingsvlak
brekingshoeken	=	brekingshoek
brekingsindex	noun	van een stof is de verhouding tussen de fasesnelheid van het licht in vacuüm en de fasesnelheid van het licht in die stof
brekingsindexen	=	brekingsindex
brekingsindices	=	brekingsindex
brekinkje	=	breking
brekinkjes	=	breking
brelen	=	breel
brem	noun	Cytisus scoparius een struikvormende soort uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) met opvallende gele bloesem.
bremblauwtje	noun	Polyommatus eroides een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
bremblauwtjes	=	bremblauwtje
bremgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1032 ( ); een gele kleur zoals die van bloesem van de bremplant.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1032 ( ).
bremgeels	=	bremgeel
bremgele	=	bremgeel
bremhaantje	noun	Gonioctena olivacea een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
bremhaantjes	=	bremhaantje
bremknopgalmug	noun	Asphondylia pilosa een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bremknopgalmuggen	=	bremknopgalmug
bremknopgalmugje	=	bremknopgalmug
bremknopgalmugjes	=	bremknopgalmug
bremkokermot	noun	Coleophora trifariella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
bremkokermotje	=	bremkokermot
bremkokermotjes	=	bremkokermot
bremkokermotten	=	bremkokermot
bremkwastje	noun	Mirificarma mulinella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
bremkwastjes	=	bremkwastje
bremmen	=	brem
bremraap	noun	een geslacht Orobanche van ongeveer honderdvijftig tot tweehonderd soorten eenjarige of overblijvende, parasitaire, kruidachtige planten uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
bremraapfamilie	noun	een familie Orobanchaceae die bekend staat om haar parasitisme.
bremraapje	=	bremraap
bremraapjes	=	bremraap
bremraapwortelvlieg	noun	Chyliza extenuata een vliegensoort uit de familie van de wortelvliegen (Psilidae).
bremraapwortelvliegen	=	bremraapwortelvlieg
bremraapwortelvliegje	=	bremraapwortelvlieg
bremraapwortelvliegjes	=	bremraapwortelvlieg
bremrapen	=	bremraap
brems	noun	benaming voor grote, bloedzuigende vliegen uit de familie Tabanidae
bremscheutboorder	noun	Anarsia spartiella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
bremscheutboorders	=	bremscheutboorder
bremscheutboordertje	=	bremscheutboorder
bremscheutboordertjes	=	bremscheutboorder
bremschildwants	noun	Piezodorus lituratus een wants uit de familie Pentatomidae
bremschildwantsen	=	bremschildwants
bremschildwantsje	=	bremschildwants
bremschildwantsjes	=	bremschildwants
bremsneeuwmot	noun	Leucoptera spartifoliella een vlinder uit de familie sneeuwmotten (Lyonetiidae).
bremsneeuwmotje	=	bremsneeuwmot
bremsneeuwmotjes	=	bremsneeuwmot
bremsneeuwmotten	=	bremsneeuwmot
bremsteltmot	noun	Micrurapteryx kollariella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
bremsteltmotje	=	bremsteltmot
bremsteltmotjes	=	bremsteltmot
bremsteltmotten	=	bremsteltmot
bremstengelvouwmot	noun	Phyllonorycter scopariella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
bremstengelvouwmotje	=	bremstengelvouwmot
bremstengelvouwmotjes	=	bremstengelvouwmot
bremstengelvouwmotten	=	bremstengelvouwmot
bremstruik	noun	Cytisus scoparius een struikvormende soort uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) met opvallende gele bloesem
bremstruiken	=	bremstruik
bremstruikje	=	bremstruik
bremstruikjes	=	bremstruik
bremtakmineerder	noun	Hexomyza sarothamni een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae).
bremtakmineerders	=	bremtakmineerder
bremtakmineerdertje	=	bremtakmineerder
bremtakmineerdertjes	=	bremtakmineerder
bremtopgalmug	noun	Jaapiella genisticola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
bremtopgalmuggen	=	bremtopgalmug
bremtopgalmugje	=	bremtopgalmug
bremtopgalmugjes	=	bremtopgalmug
bremuitbreekkogeltje	noun	Diaporthe inaequalis een schimmel in de familie Diaporthaceae.
bremuitbreekkogeltjes	=	bremuitbreekkogeltje
bremvisstaartje	noun	Nola holsatica een nachtvlinder uit de familie van de visstaartjes (Nolidae).
bremvisstaartjes	=	bremvisstaartje
bremvlinder	noun	Colias myrmidone een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes
bremvlinders	=	bremvlinder
bremvlindertje	=	bremvlinder
bremvlindertjes	=	bremvlinder
bremzandbij	noun	Andrena ovatula een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
bremzandbijen	=	bremzandbij
bremzandbijtje	=	bremzandbij
bremzandbijtjes	=	bremzandbij
bremzen	=	brems
bremzout	adj	heel erg zout
bremzoute	=	bremzout
bremzouts	=	bremzout
bren	noun	licht machine geweer
breng	=	brengen
brenge	=	brengen
brengen	verb	ergens heen gaan om iets of iemand daar af te geven
brengend	=	brengen
brengende	=	brengen
brenger	noun	iemand die naar een ander toegaat om hem iets te geven; iemand die zorgt dat iets bij een ander komt
brengers	=	brenger
brengertje	=	brenger
brengservice	noun	dienst die mensen of goederen naar een plaats van bestemming brengt
brengservices	=	brengservice
brengstation	noun	station waarnaartoe men iets kan brengen
brengstations	=	brengstation
brengt	=	brengen
brens	=	bren
brentolie	noun	olie die afkomstig is uit het Brent-olieveld op de Noordzee
bres	noun	opening in een vestingmuur gemaakt door geschut
bresciaans	noun	dialektische taal die in Brescia wordt gesproken, gebaseerd op het Italiaans
bresilienne	noun	fijngehakte, gezouten amandelen die men gebruikt bij desserts
bresiliennes	=	bresilienne
bresiliennetaart	noun	een zoet gebak dat bestaat uit een basis van gerezen deeg met een royale laag banketbakkersroom, bedekt met slagroom, en bestrooid met bresilienne (gekaramelliseerde en gemalen geroosterde hazelnoten en amandelen)
bresiliennetaarten	=	bresiliennetaart
bresje	=	bres
bresjes	=	bres
bressen	=	bres
bretel	noun	elk van de draaglinten die moeten belettten dat de broek of rok afzakt
bretel-wimperzweefvlieg	noun	Dasysyrphus albostriatus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
bretel-wimperzweefvliegen	=	bretel-wimperzweefvlieg
bretel-wimperzweefvliegje	=	bretel-wimperzweefvlieg
bretel-wimperzweefvliegjes	=	bretel-wimperzweefvlieg
bretellen	=	bretel
bretelletje	=	bretel
bretelletjes	=	bretel
bretels	=	bretel
breteltje	=	bretel
bretelzakpijp	noun	Clavelina lepadiformis een zakpijpensoort uit de familie van de Clavelinidae.
bretelzakpijpen	=	bretelzakpijp
bretelzakpijpje	=	bretelzakpijp
bretelzakpijpjes	=	bretelzakpijp
bretoenstalig	adj	het Bretoens sprekend
bretoenstalige	=	bretoenstalig
bretoenstaligs	=	bretoenstalig
breton	noun	een inwoner van Bretagne, of iemand afkomstig hiervan
bretonnen	=	breton
bretonnetje	=	breton
bretonnetjes	=	breton
bretons	adj	gerelateerd aan Bretagne
bretonse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bretagne, of iemand afkomstig hiervan
bretonsen	=	bretonse
bretonser	=	bretons
bretonsere	=	bretons
bretonsers	=	bretons
bretonst	=	bretons
bretonstalig	adj	het Bretons sprekend
bretonstalige	=	bretonstalig
bretonstaligs	=	bretonstalig
bretonste	=	bretons
breugeliaans	adj	de eigenschappen van het werk van de kunstschilder Pieter Bruegel de Oude (1525-1569) hebbend
breugeliaanse	=	breugeliaans
breugeliaanser	=	breugeliaans
breugeliaansere	=	breugeliaans
breugeliaansers	=	breugeliaans
breugeliaanst	=	breugeliaans
breugeliaanste	=	breugeliaans
breugelmaaltijd	noun	een maaltijd zoals afgebeeld in het werk van de kunstschilder Pieter Bruegel de Oude (1525-1569)
breugelmaaltijden	=	breugelmaaltijd
breuk	noun	de uitkomst (quotiënt) van een deling van twee of meer gehele getallen
breukband	noun	gordel of band waardoor een breuk binnen de buikholte wordt gehouden
breukbanden	=	breukband
breukbelasting	noun	grootste belasting die een constructiedeel kan verdragen, voordat het breekt
breukbelastingen	=	breukbelasting
breuken	=	breuk
breukgetal	noun	een combinatie van een hoofdtelwoord en een rangtelwoord, als een zelfstandig woord geschreven.
breukgetallen	=	breukgetal
breukgetalletje	=	breukgetal
breukgetalletjes	=	breukgetal
breukje	=	breuk
breukjes	=	breuk
breukkruid	noun	benaming voor heelkruid (Sanicula europaea)
breukkruiden	=	breukkruid
breukkruidje	=	breukkruid
breukkruidjes	=	breukkruid
breuklijn	noun	snijlijn van een geologische breuk met het aardoppervlak
breuklijnen	=	breuklijn
breuklijntje	=	breuklijn
breuklijntjes	=	breuklijn
breukspanning	noun	grootste belasting die een constructiedeel kan verdragen, voordat het breekt
breukspanningen	=	breukspanning
breukspanninkje	=	breukspanning
breukspanninkjes	=	breukspanning
breuksplitsing	noun	een methode voor het systematisch integreren van rationale functies
breuksplitsingen	=	breuksplitsing
breuksteen	noun	een natuursteen van onregelmatige vorm, zoals die ongekapt of licht bewerkt uit de steengroeve is gebroken
breuksteentje	=	breuksteen
breuksteentjes	=	breuksteen
breukstenen	=	breuksteen
breukstreep	noun	een streep die teller en noemer van elkaar scheidt in een deling
breukstreepje	=	breukstreep
breukstreepjes	=	breukstreep
breukstrepen	=	breukstreep
breuktaaiheden	=	breuktaaiheid
breuktaaiheid	noun	het vermogen weerstand te bieden aan breuk
breukvastheid	noun	bestand zijn van een materiaal tegen breuk
breukvlak	noun	vlak waarlangs iets gebroken is of zou kunnen breken
breukvlakje	=	breukvlak
breukvlakjes	=	breukvlak
breukvlakken	=	breukvlak
breve	noun	het diakritisch teken ˘ (met ronde vorm) dat een korte klinker weergeeft
breve's	=	breve
breven	=	breve
breves	=	breve
brevet	noun	diploma waarbij een bevoegdheid tot het uitoefenen van een functie wordt verleend
brevetje	=	breve
brevetjes	=	breve
brevets	=	brevet
brevetteer	=	brevetteren
brevetteerde	=	brevetteren
brevetteerden	=	brevetteren
brevetteert	=	brevetteren
brevetten	=	brevet
brevettere	=	brevetteren
brevetteren	verb	verkrijgen van een octrooi
brevetterend	=	brevetteren
brevetterende	=	brevetteren
breviaria	=	breviarium
breviarium	noun	boekwerk met uittreksels of met een bondig overzicht van iets
breviariumpje	=	breviarium
breviariumpjes	=	breviarium
breviariums	=	breviarium
breviaturen	=	breviatuur
breviatuur	noun	afkorting
brevier	noun	katholiek gebedenboek opgesplitst in vier delen, voor elk jaargetijde één
brevierde	=	brevieren
brevierden	=	brevieren
breviere	=	brevieren
brevieren	verb	al wandelend lezen of al lezend wandelen
brevierend	=	brevieren
brevierende	=	brevieren
breviert	=	brevieren
breviertje	=	brevier
breviertjes	=	brevier
brevitas	noun	zeer bondige, beschrijvende tekst
brexit	noun	mogelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie als onderwerp van veronderstellingen
brexitbuit	noun	een organisatie of dienst van de Europese Unie die als gevolg van de brexit uit het Verenigd Koninkrijk moest verhuizen en binnengehaald werd door een ander land
brexiteer	noun	iemand die graag wil dat het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie stapt
brexiteers	=	brexiteer
brexiter	noun	iemand die graag wil dat het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie stapt
brexiters	=	brexiter
brexitreferenda	=	brexitreferendum
brexitreferendum	noun	een referendum over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
brexitreferendums	=	brexitreferendum
brexits	=	brexit
brexitschade	noun	economische schade als gevolg van het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie
brexodus	noun	het proces van mensen en ondernemingen die steeds meer het Verenigd Koninkrijk verlaten als gevolg van de Brexit
breydelham	noun	soort ham gemaakt van Belgisch varkensvlees
breydelhammen	=	breydelham
briard	noun	een Frans hondenras
briards	=	briard
bribi	verb|slang	geloven
bric-à-brac	noun	verzamelterm voor voorwerpen van weinig waarde
bricolage	noun	knutselwerk, geknutsel
bricoleer	=	bricoleren
bricoleerde	=	bricoleren
bricoleerden	=	bricoleren
bricoleert	=	bricoleren
bricolere	=	bricoleren
bricoleren	verb	op een slimme, slinkse manier iets voor elkaar krijgen
bricolerend	=	bricoleren
bricolerende	=	bricoleren
bridge	noun	een spel gespeeld door vier spelers, verdeeld in twee paren en gespeeld in dertien slagen
bridgeavond	noun	avond die men gebruikt om het kaartspel bridge te spelen
bridgeavonden	=	bridgeavond
bridgeavondje	=	bridgeavond
bridgeavondjes	=	bridgeavond
bridgeclub	noun	sportvereniging van kaartspelers die bridge spelen
bridgeclubje	=	bridgeclub
bridgeclubjes	=	bridgeclub
bridgeclubs	=	bridgeclub
bridgede	=	bridgen
bridgeden	=	bridgen
bridgedrive	noun	bridgewedstrijd
bridgedrives	=	bridgedrive
bridgegrootmeester	noun	grootmeester in het bridgen
bridgegrootmeesters	=	bridgegrootmeester
bridgen	verb	bridge spelen
bridgend	=	bridgen
bridgende	=	bridgen
bridger	noun	iemand die het kaartspel bridge speelt
bridgers	=	bridger
bridgespel	noun	bridge
bridgespelen	=	bridgespel
bridgespeler	noun	iemand die het kaartspel bridge speelt
bridgespelers	=	bridgespeler
bridgespellen	=	bridgespel
bridget	=	bridgen
bridgetafel	noun	tafel waaraan men met vier personen kan kaartspelen
bridgetafels	=	bridgetafel
bridgetafeltje	=	bridgetafel
bridgetafeltjes	=	bridgetafel
bridgete	=	bridgen
bridgeten	=	bridgen
bridgetoernooi	noun	een toernooi van het bridgespel
bridgetoernooien	=	bridgetoernooi
bridgevereniging	noun	vereniging van mensen die bridge spelen
bridgeverenigingen	=	bridgevereniging
bridgeverenigingetje	=	bridgevereniging
bridgeverenigingetjes	=	bridgevereniging
bridgewedstrijd	noun	een wedstrijd tussen meerdere bridgekoppels
bridgewedstrijden	=	bridgewedstrijd
brie	noun	zachte Franse schimmelkaas
bried	=	braden
brief	noun	een (traditioneel op papier) geschreven bericht van een persoon naar een ander, meestal in een omslag per post verzonden
briefaanhef	noun	stukje tekst waarmee een brief wordt aangeheven
briefaanheffen	=	briefaanhef
briefadres	noun	correspondentieadres
briefadresje	=	briefadres
briefadresjes	=	briefadres
briefadressen	=	briefadres
briefbesteller	noun	iemand die brieven bestelt
briefbestellers	=	briefbesteller
briefbom	noun	als brief vermomde bom die via de post wordt verstuurd
briefbommen	=	briefbom
briefde	=	briefen
briefden	=	briefen
briefdrager	noun	iemand die brieven bestelt
briefdragers	=	briefdrager
briefe	=	briefen
briefen	verb	mondeling instrueren
briefend	=	briefen
briefende	=	briefen
briefgeheim	noun	in de wet vastgelegde garantie dat de post tijdens zijn behandeling door de vervoerders onschendbaar moet blijven
briefgeheimen	=	briefgeheim
briefgeheimpje	=	briefgeheim
briefgeheimpjes	=	briefgeheim
briefgeld	noun	geld in de vorm van bankbiljetten
briefgelden	=	briefgeld
briefhoofd	noun	tekst bovenaan een brief met gegevens van de afzender en de geadresseerde en de datum van verzending
briefhoofden	=	briefhoofd
briefhoofding	noun	het tekstgedeelte bovenaan een brief, e-mail of document dat de afzender identificeert.
briefhoofdingen	=	briefhoofding
briefhoofdinkje	=	briefhoofding
briefhoofdinkjes	=	briefhoofding
briefhoofdje	=	briefhoofd
briefhoofdjes	=	briefhoofd
briefing	noun	een bijeenkomst waar uitleg gegeven wordt met het oog op ene bepaalde opdracht
briefings	=	briefing
briefinkje	=	briefing
briefinkjes	=	briefing
briefje	=	brief
briefjes	=	brief
briefkaart	noun	een korte brief in de vorm van een kaart meestal met voorgedrukte postzegel
briefkaartactie	noun	reclamecampagne waarbij men een korte brief in de vorm van een kaart stuurt naar geadresseerden
briefkaartacties	=	briefkaartactie
briefkaarten	=	briefkaart
briefkaartenactie	noun	reclamecampagne waarbij men een korte brief in de vorm van een kaart stuurt naar geadresseerden
briefkaartenacties	=	briefkaartenactie
briefkaartje	=	briefkaart
briefkaartjes	=	briefkaart
briefnummer	noun	nummer dat dient als aanduiding van een geadresseerde als hij of zij (voorlopig) anoniem wil blijven, vaak gebruikt bij contactadvertenties
briefnummers	=	briefnummer
briefnummertje	=	briefnummer
briefnummertjes	=	briefnummer
briefomslag	noun	omhulsel van een brief of wenskaart
briefomslagen	=	briefomslag
briefomslagje	=	briefomslag
briefopener	noun	een doorgaans sierlijk mesje dat men gebruikt om briefomslagen met te openen
briefopeners	=	briefopener
briefopenertje	=	briefopener
briefopenertjes	=	briefopener
briefpapier	noun	licht papier dat speciaal geschikt is voor geschreven brieven die per post verzonden moeten worden
briefpapieren	=	briefpapier
briefpapiertje	=	briefpapier
briefpapiertjes	=	briefpapier
briefpost	noun	brieven die via de post verstuurd worden; post die bestaat uit brieven
briefposten	=	briefpost
briefroman	noun	roman die is samengesteld uit brieven
briefromannetje	=	briefroman
briefromannetjes	=	briefroman
briefromans	=	briefroman
briefschrijfster	noun	vrouw die regelmatig brieven schrijft
briefschrijfsters	=	briefschrijfster
briefschrijver	noun	iemand die een brief schrijft
briefschrijvers	=	briefschrijver
briefschrijvertje	=	briefschrijver
briefschrijvertjes	=	briefschrijver
briefstijl	noun	gebruikelijke schrijftrant bij het maken van brieven
briefstijlen	=	briefstijl
brieft	=	briefen
briefte	=	briefen
brieftelegram	noun|obsolete	een telegram dat niet door een speciale telegrambesteller maar door de gewone postbode wordt bezorgd; het is sneller dan een brief en goedkoper dan een telegram
brieftelegrammen	=	brieftelegram
brieftelegrammetje	=	brieftelegram
brieftelegrammetjes	=	brieftelegram
brieften	=	briefen
briefvorm	noun	een bepaalde structuur van een roman; een roman die bestaat uit een verzameling brieven
briefvormen	=	briefvorm
briefweger	noun	een middel om het gewicht van poststukken te bepalen
briefwegers	=	briefweger
briefwisseling	noun	het over en weer schrijven van brieven
briefwisselingen	=	briefwisseling
briefwisselingetje	=	briefwisseling
briefwisselingetjes	=	briefwisseling
bries	noun	zachte frisse wind
briese	=	briesen
briesen	verb	hard spreken of schelden, tekeergaan
briesend	verb	luid ademhalend zoals zou kunnen passen bij een paard	adj	op luide manier zeer boos zijn
briesende	=	briesen
briesends	=	briesend
briesje	=	bries
briesjes	=	bries
briest	=	briesen
brieste	=	briesen
briesten	=	briesen
briet	noun	/ besnijdenis
brieten	=	briet
brietje	=	briet
brieve	=	brieven
brieven	verb	mondeling laten weten
brievenactie	noun	activiteit bestaande uit het versturen van brieven
brievenacties	=	brievenactie
brievenbesteller	noun	iemand die de laatste handelingen uitvoert van de postbezorging, namelijk een deel van de sorteerwerkzaamheden en het daadwerkelijk afleveren oftewel "bestellen", van de post, in de brievenbus, of soms in handen, van de geadresseerde
brievenbestellers	=	brievenbesteller
brievenboek	noun	boek waarin kopieën van verstuurde brieven bewaart
brievenboeken	=	brievenboek
brievenboekje	=	brievenboek
brievenboekjes	=	brievenboek
brievenbus	noun	een bus aan de openbare straat of in het postkantoor waarin post gedeponeerd kan worden
brievenbus-bv	noun	een bedrijf met alleen een postadres in een land met een gunstig belastingklimaat (bijvoorbeeld Nederland!!!).
brievenbus-bv's	=	brievenbus-bv
brievenbusfirma	noun	bedrijf van een buitenlandse eigenaar dat alleen bestaat uit een rechtspersoon zonder personeel of kapitaalgoederen bedoeld als tussenpersoon op papier om de belastingen of justitie in het land van de eigenaar te ontwijken
brievenbusfirma's	=	brievenbusfirma
brievenbusfirmaatje	=	brievenbusfirma
brievenbusfirmaatjes	=	brievenbusfirma
brievenbushengelaar	noun	iemand die probeert brieven uit de bus te hengelen
brievenbushengelaars	=	brievenbushengelaar
brievenbusje	=	brievenbus
brievenbusjes	=	brievenbus
brievenbusmaatschappij	noun	onderneming met alleen een postadres in een belastingparadijs, om te profiteren van het aldaar geldende gunstiger belastingstelsel en zo de belastingen in eigen land te ontwijken
brievenbusmaatschappijen	=	brievenbusmaatschappij
brievenbusmaatschappijtje	=	brievenbusmaatschappij
brievenbusmaatschappijtjes	=	brievenbusmaatschappij
brievenbuspost	noun	brieven en andere post die men kan posten in een openbare brievenbus en die bezorgd kan worden in de brievenbus van de ontvanger
brievenbussen	=	brievenbus
brievenbussticker	noun	sticker die men bij de brievenbus kan plakken teneinde inworp van ongewenst ongeadresseerd materiaal te voorkomen
brievenbusstickers	=	brievenbussticker
brievenbusstickertje	=	brievenbussticker
brievencampagne	noun	actie waarbij men door het versturen van brieven hoopt een bepaald doel te bereiken
brievencampagnes	=	brievencampagne
brievend	=	brieven
brievende	=	brieven
brievenmaal	noun|obsolete	zak waarin brieven verzonden worden
brievenmalen	=	brievenmaal
brievenpost	noun	post die door brievenbus gaat, kleiner en lichter dan: 38 x 26,5 x 3,2 cm en 2 kg.
brievenrubriek	noun	deel van een krant of tijdschrift waar brieven van lezers staan afgedrukt
brievenrubrieken	=	brievenrubriek
brievenrubriekje	=	brievenrubriek
brievenrubriekjes	=	brievenrubriek
brievenschrijver	noun	iemand die een brief heeft geschreven
brievenschrijvers	=	brievenschrijver
brieventas	noun	tas waarin men brieven kan vervoeren
brieventassen	=	brieventas
brievenweger	noun	een middel om het gewicht van poststukken te bepalen
brievenwegers	=	brievenweger
brievenwegertje	=	brievenweger
brievenwegertjes	=	brievenweger
briezen	=	bries
brigade	noun	legereenheid van 3000 tot 4000 man, verdeeld in een aantal bataljons met aan het hoofd een brigadegeneraal
brigadecommandant	noun	leidinggevende van een zelfstandige gevechtseenheid
brigadecommandanten	=	brigadecommandant
brigadegeneraal	noun	laagste opperofficier bij de landmacht, de luchtmacht en de medische dienst, één rang hoger dan kolonel en gelijk aan commodore en commandeur bij de luchtmacht respectievelijk marine
brigadegeneraals	=	brigadegeneraal
brigaden	=	brigade
brigades	=	brigade
brigadetje	=	brigade
brigadetjes	=	brigade
brigadier	noun	een rang bij de Nederlandse politie tussen hoofdagent en inspecteur
brigadiers	=	brigadier
brigadiertje	=	brigadier
brigadiertjes	=	brigadier
brigantijn	noun	type zeilschip met twee masten met de voorste mast vierkant getuigd en de achterste mast gaffelgetuigd
brigantijnen	=	brigantijn
brigantijntje	=	brigantijn
brij	noun	halfvloeibaar kooksel, pap
brijachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een brij
brijachtige	=	brijachtig
brijachtiger	=	brijachtig
brijachtigere	=	brijachtig
brijachtigers	=	brijachtig
brijachtigs	=	brijachtig
brijachtigst	=	brijachtig
brijachtigste	=	brijachtig
brijbek	noun|humorous	spotnaam voor Zwollenaren en mensen uit Workum
brijbekken	=	brijbek
brijde	=	brijen
brijden	=	brijen
brije	=	brijen
brijen	verb	tot een brij koken
brijend	=	brijen
brijende	=	brijen
brijlepel	noun	de lepel die in de brijpot staat
brijlepels	=	brijlepel
brijlepeltje	=	brijlepel
brijlepeltjes	=	brijlepel
brijn	noun	zout water
brijnde	=	brijnen
brijnden	=	brijnen
brijne	=	brijnen
brijnen	verb	met pekel overgieten, pekelen
brijnend	=	brijnen
brijnende	=	brijnen
brijnt	=	brijnen
brijpot	noun	de pot waar de brij in wordt gedaan (en die hopelijk niet te heet wordt opgediend)
brijpotje	=	brijpot
brijpotjes	=	brijpot
brijpotten	=	brijpot
brijt	=	brijen
brijtje	=	brij
brijtjes	=	brij
brijvoer	noun	brijachtig (vee)voer
brijvoeren	=	brijvoer
brijvoertje	=	brijvoer
brijvoertjes	=	brijvoer
brijzel	noun	brok, schilfer, stukje, kruimel, scherf
brijzels	=	brijzel
brijzeltje	=	brijzel
brijzeltjes	=	brijzel
brik	noun	bakstenen die zo slecht gebakken zijn dat ze broos zijn
brikdeeg	noun	flinterdun deeg dat gefrituurd wordt
brikdegen	=	brikdeeg
briket	noun	een geperste vaste brandstof in de vorm van een kleine baksteen
briketten	=	briket
brikje	=	brik
brikjes	=	brik
brikken	=	brik
brikverpakking	noun	een baksteenvormige, kartonnen drankverpakking.
brikverpakkingen	=	brikverpakking
brikverpakkinkje	=	brikverpakking
brikverpakkinkjes	=	brikverpakking
bril	noun	optisch instrument dat gebruikt wordt om het zicht te verbeteren of de ogen te beschermen
brilaap	noun	iemand die een bril draagt
brilapen	=	brilaap
brilbeer	noun	Tremarctos ornatu de enige nu nog levende soort in het geslacht Tremarctos van de beren (Ursidae) met grote cirkels rond de ogen, als een bril.
brilbeertje	=	brilbeer
brilbeertjes	=	brilbeer
brilberen	=	brilbeer
brilbladneusvleermuis	noun	Carollia perspicillata een vleermuis uit de familie Bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
brilbladneusvleermuisje	=	brilbladneusvleermuis
brilbladneusvleermuisjes	=	brilbladneusvleermuis
brilbladneusvleermuizen	=	brilbladneusvleermuis
brilbreedbektiran	noun	Rhynchocyclus brevirostris een vogelsoort uit de familie Tyrannidae
brilbreedbektirannen	=	brilbreedbektiran
brilbreedbektirannetje	=	brilbreedbektiran
brilbreedbektirannetjes	=	brilbreedbektiran
brilbruinvis	noun	Phocoena dioptrica een kleine walvisachtige uit de familie der bruinvissen (Phocoenidae).
brilbruinvisje	=	brilbruinvis
brilbruinvisjes	=	brilbruinvis
brilbruinvissen	=	brilbruinvis
brilbuidelhaas	noun	Lagorchestes conspicillatus een wallaby-achtige buidelhaas uit het geslacht Lagorchestes.
brilbuidelhaasje	=	brilbuidelhaas
brilbuidelhaasjes	=	brilbuidelhaas
brilbuidelhazen	=	brilbuidelhaas
brilbuulbuul	noun	Ixodia erythropthalmos een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
brilbuulbuuls	=	brilbuulbuul
brilbuulbuultje	=	brilbuulbuul
brilbuulbuultjes	=	brilbuulbuul
brilde	=	brillen
brilden	=	brillen
brildiksnavelmees	noun	Sinosuthora conspicillata een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
brildiksnavelmeesje	=	brildiksnavelmees
brildiksnavelmeesjes	=	brildiksnavelmees
brildiksnavelmezen	=	brildiksnavelmees
brildragend	adj	een bril dragend
brildragende	=	brildragend
brildragends	=	brildragend
brildrager	noun	iemand die een bril draagt
brildragers	=	brildrager
brildragertje	=	brildrager
brildragertjes	=	brildrager
brilduiker	noun	Bucephala clangula, duikeend die in boomholtes nestelt uit de familie Anatidae
brilduikers	=	brilduiker
brilduikertje	=	brilduiker
brilduikertjes	=	brilduiker
brileend	noun	eend met rand om de ogen waardoor het lijkt of hij een bril draagt
brileenden	=	brileend
brileider	noun	Somateria fischeri een eend uit de familie van de Anatidae.
brileiders	=	brileider
brileidertje	=	brileider
brileidertjes	=	brileider
briletui	noun	een klein omhulsel of doosje dat speciaal is ontworpen om een bril in op te bergen en te beschermen tegen krassen, stof en andere beschadigingen
briletuis	=	briletui
briletuitje	=	briletui
briletuitjes	=	briletui
brilfulvetta	noun	Fulvetta ruficapilla een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
brilfulvetta's	=	brilfulvetta
brilfulvettaatje	=	brilfulvetta
brilfulvettaatjes	=	brilfulvetta
brilgebaar	noun	gebaar waarbij een speler met de vingers van beide handen de vorm van een brilmontuur nabootst om aan te geven dat de scheidsrechter zijns inziens blind is
brilgebaartje	=	brilgebaar
brilgebaartjes	=	brilgebaar
brilgebaren	=	brilgebaar
brilglaasje	=	brilglas
brilglaasjes	=	brilglas
brilglas	noun	een geslepen lens die in een brilmontuur is of kan worden geplaatst
brilglasvleugelwants	noun	Stictopleurus abutilon een wants uit de familie knotswantsen (Rhopalidae).
brilglasvleugelwantsen	=	brilglasvleugelwants
brilglasvleugelwantsje	=	brilglasvleugelwants
brilglasvleugelwantsjes	=	brilglasvleugelwants
brilglazen	=	brilglas
brilgrasmus	noun	Curruca conspicillata een vogel uit de familie van de grasmussen
brilgrasmusje	=	brilgrasmus
brilgrasmusjes	=	brilgrasmus
brilgrasmussen	=	brilgrasmus
brilhagedis	noun	Scelarcis perspicillata een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
brilhagedisje	=	brilhagedis
brilhagedisjes	=	brilhagedis
brilhagedissen	=	brilhagedis
brilheremietkolibrie	noun	Phaethornis pretrei een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
brilheremietkolibries	=	brilheremietkolibrie
brilheremietkolibrietje	=	brilheremietkolibrie
brilheremietkolibrietjes	=	brilheremietkolibrie
brilhoningeter	noun	Ptilotula fusca een zangvogel uit de familie der honingeters (Meliphagidae)
brilhoningeters	=	brilhoningeter
brilhoningetertje	=	brilhoningeter
brilhoningetertjes	=	brilhoningeter
brilhoningvogel	noun	Dicaeum dayakorum een vogelsoort uit de familie van de dicaeidae (bastaardhoningvogels).
brilhoningvogels	=	brilhoningvogel
brilhoningvogeltje	=	brilhoningvogel
brilhoningvogeltjes	=	brilhoningvogel
briljant	adj	buitengewoon slim	noun	slijpvorm voor onder andere diamant
briljantblauw	noun	een kleur blauw met RAL-nummer 5007.	adj	deze kleur hebbend, een kleur blauw, met RAL-nummer 5007.
briljantblauwe	=	briljantblauw
briljantblauws	=	briljantblauw
briljante	=	briljant
briljanten	adj	uit briljanten samengesteld
briljanter	=	briljant
briljantere	=	briljant
briljanters	=	briljant
briljantgeel	noun	een kleur geel met RAL-nummer 1026.	adj	deze kleur hebbend, een kleur geel, met RAL-nummer 1026.
briljantgeels	=	briljantgeel
briljantgele	=	briljantgeel
briljantgroen	noun	een kleur groen met RAL-nummer 6038.	adj	deze kleur hebbend, een kleur groen, met RAL-nummer 6038.
briljantgroene	=	briljantgroen
briljantgroens	=	briljantgroen
briljantheid	noun	het briljant zijn
briljantie	noun	het briljant of helder zijn
briljantje	=	briljant
briljantjes	=	briljant
briljantrode	=	briljantrood
briljantrood	noun	een kleur rood met RAL-nummer 3024.	adj	deze kleur hebbend, een kleur rood, met RAL-nummer 3024.
briljantroods	=	briljantrood
briljants	=	briljant
briljantst	=	briljant
briljantste	=	briljant
brilkaaiman	noun	Caiman crocodilus een krokodilachtige uit de familie alligators en kaaimannen (Alligatoridae) en de onderfamilie kaaimannen (Caimaninae)
brilkaaimannen	=	brilkaaiman
brilkaaimannetje	=	brilkaaiman
brilkaaimannetjes	=	brilkaaiman
brilkaaimans	noun	een geslacht Caiman van krokodilachtigen (Crocodilia) uit de familie alligators en kaaimannen (Alligatoridae) en de onderfamilie kaaimannen (Caimaninae)
brillangoer	noun	Trachypithecus obscurus van Thailand en Birma is een blauwgrijze aap met witte ringen rond de ogen en witte of vleeskleurige lippen uit de groep van de bladetende apen, de langoeren uit Zuidoost-Azië
brillangoeren	=	brillangoer
brillangoertje	=	brillangoer
brillangoertjes	=	brillangoer
brillantine	noun	spul (heel erg popi in de zestiger jaren) om haar te laten glanzen en in model te brengen
brillantines	=	brillantine
brille	noun	schittering van een opmerkelijke daad, een unieke prestatie, een grote reputatie of een bijzondere beheersing
brilledoos	=	brillendoos
brillen	verb	een bril dragen
brillend	=	brillen
brillende	=	brillen
brillendoek	noun	zacht doekje waarmee men brillenglazen kan reinigen
brillendoeken	=	brillendoek
brillendoekje	=	brillendoek
brillendoekjes	=	brillendoek
brillendoos	noun	brillenkoker
brillendoosje	=	brillendoos
brillendoosjes	=	brillendoos
brillendozen	=	brillendoos
brillenetui	noun	een klein omhulsel of doosje dat speciaal is ontworpen om een bril in op te bergen en te beschermen tegen krassen, stof en andere beschadigingen
brillenetuis	=	brillenetui
brillenetuitje	=	brillenetui
brillenetuitjes	=	brillenetui
brillenglaasje	=	brillenglas
brillenglaasjes	=	brillenglas
brillenglas	noun	de lens van een bril, die oogafwijkingen corrigeert
brillenglazen	=	brillenglas
brillenhouder	noun	een accessoire om brillen veilig en georganiseerd op te bergen, zodat ze niet beschadigen, krassen of kwijtraken
brillenhouders	=	brillenhouder
brillenhoudertje	=	brillenhouder
brillenhoudertjes	=	brillenhouder
brillenjoden	=	brillenjood
brillenjood	noun	iemand die een bril draagt
brillenkoker	noun	een stevig, beschermend omhulsel voor een bril
brillenkokers	=	brillenkoker
brillenkokertje	=	brillenkoker
brillenkokertjes	=	brillenkoker
brillenmaker	noun	persoon die brillen maakt
brillenmakers	=	brillenmaker
brillenman	noun	persoon die een bril draagt
brillenmannen	=	brillenman
brillenmannetje	=	brillenman
brillenmannetjes	=	brillenman
brillenmontuur	=	brilmontuur
brillenstandaard	noun	een praktisch en vaak decoratief object bedoeld om één of meerdere brillen veilig op te bergen
brillenstandaarden	=	brillenstandaard
brillenstandaardje	=	brillenstandaard
brillenstandaardjes	=	brillenstandaard
brillenstandaards	=	brillenstandaard
brillenwinkel	noun	winkel waar men brillen aanmeet en verkoopt
brillenwinkels	=	brillenwinkel
brilletje	=	bril
brilletjes	=	bril
brillijster	noun	Turdus tephronotus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
brillijstergaai	noun	Garrulax perspicillatus een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
brillijstergaaien	=	brillijstergaai
brillijstergaaitje	=	brillijstergaai
brillijstergaaitjes	=	brillijstergaai
brillijsters	=	brillijster
brillijstertje	=	brillijster
brillijstertjes	=	brillijster
brillooftiran	noun	Pogonotriccus orbitalis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
brillooftirannen	=	brillooftiran
brillooftirannetje	=	brillooftiran
brillooftirannetjes	=	brillooftiran
brilmaskerbij	noun	Hylaeus annularis een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
brilmaskerbijen	=	brilmaskerbij
brilmaskerbijtje	=	brilmaskerbij
brilmaskerbijtjes	=	brilmaskerbij
brilmierpitta	noun	Hylopezus perspicillatus een zangvogel uit de familie Grallariidae.
brilmierpitta's	=	brilmierpitta
brilmierpittaatje	=	brilmierpitta
brilmierpittaatjes	=	brilmierpitta
brilmonarch	noun	Symposiachrus trivirgatus een zangvogel uit de familie monarchen (Monarchidae).
brilmonarchen	=	brilmonarch
brilmonarchje	=	brilmonarch
brilmonarchjes	=	brilmonarch
brilmonturen	=	brilmontuur
brilmontuur	noun	de houder waarin brillenglazen zijn gevat
brilmontuurtje	=	brilmontuur
brilmontuurtjes	=	brilmontuur
brilmuskaatduif	noun	Ducula perspicillata een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
brilmuskaatduifje	=	brilmuskaatduif
brilmuskaatduifjes	=	brilmuskaatduif
brilmuskaatduiven	=	brilmuskaatduif
brilparulazanger	noun	Setophaga americana een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
brilparulazangers	=	brilparulazanger
brilparulazangertje	=	brilparulazanger
brilparulazangertjes	=	brilparulazanger
brilpoetsdoekje	noun	lapje om brilglazen schoon te vegen
brilpoetsdoekjes	=	brilpoetsdoekje
brilsalamander	noun	Salamandrina terdigitata een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
brilsalamanders	noun	Salamandrina een geslacht van salamanders uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
brilsalamandertje	=	brilsalamander
brilsalamandertjes	=	brilsalamander
brilscore	noun	de stand 0-0 in een wedstrijd (die qua uiterlijk lijkt op de twee glazen van een bril)
brilscores	=	brilscore
brilslang	noun	Naja naja een gevaarlijke gifslang uit Zuid-Azië en Afrika, met twee ringvormige zwarte vlekken aan weerszijden van de hals die behoort tot de cobra's
brilslangen	=	brilslang
brilslangetje	=	brilslang
brilslangetjes	=	brilslang
brilsmurf	noun	een van de smurfen, die opvalt doordat hij een bril draagt
brilsmurfen	=	brilsmurf
brilstand	noun	de stand van een bril
brilstanden	=	brilstand
brilstekelstaart	noun	Siptornis striaticollis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
brilstekelstaarten	=	brilstekelstaart
brilstekelstaartje	=	brilstekelstaart
brilstekelstaartjes	=	brilstekelstaart
brilstern	noun	Onychoprion anaethetus een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini)
brilsternen	=	brilstern
brilsterns	=	brilstern
brilsterntje	=	brilstern
brilsterntjes	=	brilstern
brilstormvogel	noun	Procellaria conspicillata een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
brilstormvogels	=	brilstormvogel
brilstormvogeltje	=	brilstormvogel
brilstormvogeltjes	=	brilstormvogel
brilstreepvleugel	noun	Actinodura ramsayi een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
brilstreepvleugelen	=	brilstreepvleugel
brilstreepvleugels	=	brilstreepvleugel
brilstreepvleugeltje	=	brilstreepvleugel
brilstreepvleugeltjes	=	brilstreepvleugel
brilstruikgors	noun	Atlapetes leucopis een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
brilstruikgorsje	=	brilstruikgors
brilstruikgorsjes	=	brilstruikgors
brilstruikgorzen	=	brilstruikgors
brilt	=	brillen
briltangare	noun	Chlorospingus flavopectus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen)
briltangaren	=	briltangare
briltangaretje	=	briltangare
briltangaretjes	=	briltangare
brilteju's	noun	een geslacht Gymnophthalmus van hagedissen, en het typegeslacht van de familie Gymnophthalmidae
briltiran	noun	Hymenops perspicillatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
briltirannen	=	briltiran
briltirannetje	=	briltiran
briltirannetjes	=	briltiran
briltodietiran	noun	Hemitriccus orbitatus een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae).
briltodietirannen	=	briltodietiran
briltodietirannetje	=	briltodietiran
briltodietirannetjes	=	briltodietiran
briluil	noun	Pulsatrix perspicillata een vooral bruine vogel met kenmerkende witte randen rond zijn ogen (de bril) en zonder zichtbare oren.
briluilen	=	briluil
briluiltje	=	briluil
briluiltjes	=	briluil
brilvanga	noun	Leptopterus chabert een endemische vogelsoort uit de familie vanga's (Vangidae), een familie van zangvogels die alleen op Madagaskar voorkomt.
brilvanga's	=	brilvanga
brilvangaatje	=	brilvanga
brilvangaatjes	=	brilvanga
brilveer	noun	het scharnierend zijstuk van een brilmontuur dat over de oorschelp ligt
brilveertje	=	brilveer
brilveertjes	=	brilveer
brilveren	=	brilveer
brilvireo	noun	Vireo solitarius een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's)
brilvireo's	=	brilvireo
brilvireootje	=	brilvireo
brilvireootjes	=	brilvireo
brilvliegenpikker	noun	Zimmerius vilissimus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
brilvliegenpikkers	=	brilvliegenpikker
brilvliegenpikkertje	=	brilvliegenpikker
brilvliegenpikkertjes	=	brilvliegenpikker
brilvogel	noun	vogel met een kring om de ogen waardoor er een brileffect ontstaat
brilvogelhoningeter	noun	Glycichaera fallax een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
brilvogelhoningeters	=	brilvogelhoningeter
brilvogelhoningetertje	=	brilvogelhoningeter
brilvogelhoningetertjes	=	brilvogelhoningeter
brilvogels	noun	Zosteropidae een vrij grote familie die 125 soorten telt.
brilvogeltje	=	brilvogel
brilvogeltjes	=	brilvogel
brilwever	noun	Ploceus ocularis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
brilwevers	=	brilwever
brilwevertje	=	brilwever
brilwevertjes	=	brilwever
brilzanger	noun	Myioborus melanocephalus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
brilzangers	=	brilzanger
brilzangertje	=	brilzanger
brilzangertjes	=	brilzanger
brilzee-eend	noun	Melanitta perspicillata een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
brilzee-eenden	=	brilzee-eend
brilzee-eendje	=	brilzee-eend
brilzee-eendjes	=	brilzee-eend
brilzeekoet	noun	Cepphus carbo een vogel uit de familie van alken (Alcidae).
brilzeekoeten	=	brilzeekoet
brilzeekoetje	=	brilzeekoet
brilzeekoetjes	=	brilzeekoet
brim	=	brijn
bringen	=	brengen
brink	noun	gemeenschappelijk grasland in het midden van een dorp
brinkdorp	noun	op een brink gelegen dorp
brinkdorpen	=	brinkdorp
brinkdorpje	=	brinkdorp
brinkdorpjes	=	brinkdorp
brinken	=	brink
brinkje	=	brink
brinkjes	=	brink
brio	noun	levendigheid, enthousiasme
brioche	noun	zacht en luchtig zoet brood of broodje
brioches	=	brioche
brisant	adj	met een hoge ontploffingssnelheid
brisantbom	noun	een met springstof gevulde stalen huls die bij ontploffing in scherven breekt
brisantbommen	=	brisantbom
brisantbommetje	=	brisantbom
brisantbommetjes	=	brisantbom
brisante	=	brisant
brisanter	=	brisant
brisantere	=	brisant
brisanters	=	brisant
brisantgranaat	noun	explosief waarvan bij ontploffing de huls versplintert
brisantgranaten	=	brisantgranaat
brisantie	noun	kracht van een explosieve stof
brisanties	=	brisantie
brisants	=	brisant
brisantst	=	brisant
brisantste	=	brisant
brit	noun	inwoner van Brittannië of Groot-Brittannië
britcom	noun	televisieserie uit het Verenigd Koninkrijk waarin hoofdpersonen lachwekkende situaties beleven
britcoms	=	britcom
britje	=	brit
britot	=	briet
britpop	noun	een muziekstroming, beginnende in de jaren 90, die gevormd wordt door een aantal Britse muzikanten die terugvallen op de jaren zestig, met name The Beatles, The Who, The Kinks en The Small Faces
brits	noun	een provisorisch bed, een houten veldbed
brits-indisch	adj	op het voormalige Brits-Indië betrekking hebbend
brits-indische	=	brits-indisch
brits-indischer	=	brits-indisch
brits-indischere	=	brits-indisch
brits-indischers	=	brits-indisch
brits-indiër	noun	een inwoner van Brits-indië, of iemand afkomstig uit Brits-indië
brits-indiërs	=	brits-indiër
britsch	=	brits
britse	=	brits
britsen	=	brits
britser	=	brits
britsere	=	brits
britsers	=	brits
britsje	=	brits
britsjes	=	brits
britst	=	brits
britste	=	brits
britten	=	brit
brk	noun	een belastingregeling binnen het Koninkrijk der Nederlanden
brk-geld	noun	gelden die overheden ontvangen in verband met de Belastingregeling voor het Koninkrijk
brk-gelden	=	brk-geld
brk-meevaller	noun	belastingmeevaller die betrekking heeft op de Belastingregeling voor het Koninkrijk
brk-meevallers	=	brk-meevaller
brk-middel	noun	gelden die betrekking hebben op de Belastingregeling voor het Koninkrijk
brk-middelen	=	brk-middel
brk-ontvangst	noun	een belastinginkomst die betrekking hebben op de Belastingregeling voor het Koninkrijk
brk-ontvangsten	noun	belastinginkomsten die betrekking hebben op de Belastingregeling voor het Koninkrijk
brk-reserve	noun	financiële reserve die ontstaat in het kader van de Belastingregeling voor het Koninkrijk
brk-reserves	=	brk-reserve
brobbel	noun	gasbel die zich uit een vloeistof aan het oppervlak vertoont
brobbels	=	brobbel
brobbeltje	=	brobbel
brobbeltjes	=	brobbel
brocaat	=	brokaat
brocade	=	brokaat
brocado	=	brokaat
brocante	noun	semi-antieke spullen die je kunt gebruiken voor het inrichten van je huis
brocantemarkt	noun	markt waar oude spulletjes worden verhandeld
brocantemarkten	=	brocantemarkt
brocanterie	noun	winkel waar semi-antieke zaken worden verkocht
brocanterieën	=	brocanterie
brocanteur	noun	handelaar in curiosa
brocanteurs	=	brocanteur
brocanteurtje	=	brocanteur
brocanteurtjes	=	brocanteur
broccoli	noun	een plantenvariëteit Brassica oleracea convar. botrytis var. italica die verwant is aan bloemkool
broccoli's	=	broccoli
broccolietje	=	broccoli
broccolietjes	=	broccoli
broccolini	noun	een plantenkruising Brassica oleracea (Italica Groep x Alboglabra Groep) (kailan en broccoli) die als groente gebruikt wordt die rijk is aan vitaminen A en C, foliumzuur, calcium en kalium.
broccolisoep	noun	soep die als hoofdingrediënt broccoli heeft
broccolisoepen	=	broccolisoep
broch	noun	ramp
broche	noun	sierspeld voor op jurk of bloes
brocheer	=	brocheren
brocheerde	=	brocheren
brocheerden	=	brocheren
brocheert	=	brocheren
brocheje	=	broche
brochejes	=	broche
brochere	=	brocheren
brocheren	verb	het innaaien van een boek
brocherend	=	brocheren
brocherende	=	brocheren
broches	=	broche
brochetje	=	broche
brochetjes	=	broche
brochette	noun	vlees geroosterd aan een spies
brochettes	=	brochette
brochure	noun	een boekje, veelal in gedrukte vorm, van geringe omvang
brochures	=	brochure
brochuretje	=	brochure
brochuretjes	=	brochure
broddel	=	broddelen
broddelaar	noun	iemand die broddelt d.w.z. zonder voldoende kennis of vaardigheid een vak uitoefent en dus slordig, slecht werk levert, een knoeier, een beunhaas
broddelaars	=	broddelaar
broddelde	=	broddelen
broddelden	=	broddelen
broddele	=	broddelen
broddelen	verb	knoeien, prutsen
broddelend	=	broddelen
broddelende	=	broddelen
broddellap	noun|figurative	iets wat heel slecht en heel onkundig is gemaakt
broddellapje	=	broddellap
broddellapjes	=	broddellap
broddellappen	=	broddellap
broddelt	=	broddelen
broddelwerk	noun	iets wat heel slecht en heel onkundig is gemaakt
broddelwerken	=	broddelwerk
broddelwerkje	=	broddelwerk
broddelwerkjes	=	broddelwerk
brode	=	brood
brodeloos	adj	zonder brood, zonder inkomen
brodeloost	=	brodeloos
brodelooste	=	brodeloos
brodeloze	=	brodeloos
brodelozer	=	brodeloos
brodelozere	=	brodeloos
brodelozers	=	brodeloos
broden	=	brood
broderie	noun	fijn borduurwerk
broderies	=	broderie
broderietje	=	broderie
broderietjes	=	broderie
broderieën	=	broderie
broebel	=	broebelen
broebelde	=	broebelen
broebelden	=	broebelen
broebele	=	broebelen
broebelen	verb	beweging in een vloeistof waarbij er voortdurend bellen naar het oppervlak komen
broebelend	=	broebelen
broebelende	=	broebelen
broebelt	=	broebelen
broebroe	noun	Nilaus afer een zangvogel uit de familie Malaconotidae (bosklauwieren) die voorkomt in grote delen van Afrika onder de Sahara
broebroes	=	broebroe
broebroetje	=	broebroe
broebroetjes	=	broebroe
broechiem	adj	gezegende
broed	noun	eieren of larven van een dier
broedde	=	broeden
broedden	=	broeden
broeddubbeltandmos	noun	Didymodon rigidulus een mossoort in de familie Pottiaceae.
broeddubbeltandmosje	=	broeddubbeltandmos
broeddubbeltandmosjes	=	broeddubbeltandmos
broeddubbeltandmossen	=	broeddubbeltandmos
broede	=	broeden
broedei	noun	een ei dat gebruikt wordt voor het produceren van kuikens; bebroed ei
broedeieren	=	broedei
broedeitje	=	broedei
broedeitjes	=	broedei
broeden	verb	een gelegd ei met lichaamswarmte warm houden
broedend	adj	van een vogel dat deze bezig is met het uitbroeden van zijn eieren
broedende	=	broeden
broedends	=	broedend
broeder	noun|formal	een broer
broederband	noun	band tussen broeders
broederbanden	=	broederband
broederdienst	noun	hulp aan de naaste
broederdiensten	=	broederdienst
broederen	=	broeder
broedergemeente	noun	Christelijke gemeente waar het beginsel van de broederlijke samenleving op de voorgrond staat
broedergemeenten	=	broedergemeente
broedergemeentes	=	broedergemeente
broederhand	noun	het schudden van handen als teken van verbondenheid en vriendschap
broederhanden	=	broederhand
broederij	noun	onderneming waar eieren machinaal worden uitgebroed
broederijen	=	broederij
broederkraam	noun|obsolete	tent waar op oliebollen of poffertjes lijkend gebak wordt verkocht
broederkramen	=	broederkraam
broederkus	noun	aanraking met de lippen tussen twee mannen als teken van vriendschap maar niet als seksuele handeling
broederkussen	=	broederkus
broederland	noun	land waarmee men zich verwant voelt en waarmee warme vriendschapsbanden worden onderhouden
broederlanden	=	broederland
broederliefde	noun	genegenheid en gehechtheid van een zoon aan andere kinderen van dezelfde ouders
broederliefdes	=	broederliefde
broederlijk	adj|figurative	van zaken die zich tot elkaar verhouden zoals het tussen broers zou moeten zijn
broederlijke	=	broederlijk
broederlijker	=	broederlijk
broederlijkere	=	broederlijk
broederlijkers	=	broederlijk
broederlijkheden	=	broederlijkheid
broederlijkheid	noun	het broederlijk zijn
broederlijks	=	broederlijk
broederlijkst	=	broederlijk
broederlijkste	=	broederlijk
broedermoord	noun	moord van de ene broer op een andere broer, ook figuurlijk gebruikt
broedermoorden	=	broedermoord
broedermoordje	=	broedermoord
broederoorlog	noun	een oorlog tussen volkeren die veel gemeenschappelijks hebben
broederoorlogen	=	broederoorlog
broederplaneet	noun	een planeet die heel erg lijkt op een bepaalde andere planeet.
broederplaneetje	=	broederplaneet
broederplaneetjes	=	broederplaneet
broederplaneten	=	broederplaneet
broeders	=	broeder
broederschap	noun	kerkelijk goedgekeurde vereniging van leken met een godvruchtig doel
broederschapje	=	broederschap
broederschapjes	=	broederschap
broederschappen	=	broederschap
broederscholen	=	broederschool
broederschool	noun	school door katholieke broeders bestuurd
broederschooltje	=	broederschool
broederschooltjes	=	broederschool
broederstrijd	noun	strijd tussen verwanten of gelijkgezinden
broederstrijden	=	broederstrijd
broedertje	=	broeder
broedertjes	=	broeder
broedertwist	noun	ruzie of gevecht tussen twee broers
broedertwisten	=	broedertwist
broedervolk	noun	een volk waarmee men zich nauwverwant voelt
broedervolken	=	broedervolk
broedervolkeren	=	broedervolk
broedgebied	noun	gebied waar een bepaalde vogelsoort de bevruchte eieren uitbroedt
broedgebieden	=	broedgebied
broedgebiedje	=	broedgebied
broedgebiedjes	=	broedgebied
broedhaarmuts	noun	Orthotrichum lyellii een plant uit de familie Orthotrichaceae.
broedhaarmutsen	=	broedhaarmuts
broedhaarmutsje	=	broedhaarmuts
broedhaarmutsjes	=	broedhaarmuts
broedhen	noun	kip die eieren uit broedt of jonge kuikentjes heeft
broedhennen	=	broedhen
broedje	=	broed
broedjes	=	broed
broedkamer	noun	afdeling van een organisatie of bedrijf waar men nieuwe zaken ontwikkeld
broedkamers	=	broedkamer
broedkast	noun	een ruimte waarin vogels hun eieren kunnen uitbroeden
broedkasten	=	broedkast
broedkastje	=	broedkast
broedkastjes	=	broedkast
broedkip	noun	kip die eieren aan het uitbroeden is
broedkippen	=	broedkip
broedkleden	=	broedkleed
broedkleed	noun	het vaak opvallende verenkleed bij (mannetjes) vogels dat gedurende de voortplantingsperiode wordt gedragen
broedkolonie	noun	gemeenschappelijke broedlocatie van veel vogels van één soort
broedkolonies	=	broedkolonie
broedkoloniën	=	broedkolonie
broedkroesmos	noun	Ulota phyllantha een mossoort behorend tot de familie Orthotrichaceae.
broedkroesmosje	=	broedkroesmos
broedkroesmosjes	=	broedkroesmos
broedkroesmossen	=	broedkroesmos
broedmachientje	=	broedmachine
broedmachientjes	=	broedmachine
broedmachine	noun	apparaat waarmee eieren kunnen worden uitgebroed, in het bijzonder kippeneieren
broedmachines	=	broedmachine
broedmachinetje	=	broedmachine
broedmachinetjes	=	broedmachine
broedpaar	noun	twee vogels die samen voor het uitbroeden van eieren zorgen
broedpaartje	=	broedpaar
broedpaartjes	=	broedpaar
broedparen	=	broedpaar
broedplaats	noun	plaats waar vogels of reptielen broeden
broedplaatsen	=	broedplaats
broedplek	noun	plaats waar vogels hun eieren uitbroeden
broedplekken	=	broedplek
broeds	adj	een toestand van verhoogde hormonale activiteit die een dier, met name een vrouwelijke vogel, zich doet richten op paar- en broedgedrag
broedse	=	broeds
broedseizoen	noun	deel van het jaar dat vogels hun eieren uitbroeden
broedseizoenen	=	broedseizoen
broedseizoentje	=	broedseizoen
broedsel	noun	een aantal gezamenlijk bebroede eieren en de jongen die daaruit voortkomen
broedsels	=	broedsel
broedseltje	=	broedsel
broedseltjes	=	broedsel
broedser	=	broeds
broedsere	=	broeds
broedsers	=	broeds
broedst	=	broeds
broedste	=	broeds
broedstoof	noun	toestel waarmee eieren kunnen worden uitgebroed
broedstoven	=	broedstoof
broedsucces	noun	de kans dat broedende vogels ook daadwerkelijk kuikentjes krijgen
broedsuccesje	=	broedsucces
broedsuccessen	=	broedsucces
broedt	=	broeden
broedtijd	noun	de tijd waarin een vogel broedt
broedtijden	=	broedtijd
broedvogel	noun	vogel die ergens broedt
broedvogellen	=	broedvogel
broedvogels	=	broedvogel
broedvogeltje	=	broedvogel
broedvogeltjes	=	broedvogel
broedzorg	noun	het verschijnsel uit het dierenrijk waarbij één of beide ouders op een bepaalde manier voor hun nageslacht zorgen
broei	noun	heet water
broeibak	noun	met glas overdekt tuinbed om gewassen in te kweken
broeibakje	=	broeibak
broeibakjes	=	broeibak
broeibakken	=	broeibak
broeibed	noun	deel van een moestuin waar stalmest bedekt met teelaarde ligt
broeibedden	=	broeibed
broeide	=	broeien
broeiden	=	broeien
broeie	=	broeien
broeien	verb	heet worden door gisting
broeiend	=	broeien
broeiende	=	broeien
broeierig	adj	drukkend, verstikkend, benauwd heet bijv. vlak voordat onweer ptreedt
broeierige	=	broeierig
broeieriger	=	broeierig
broeierigere	=	broeierig
broeierigers	=	broeierig
broeierigheden	=	broeierigheid
broeierigheid	noun	het broeierig zijn
broeierigs	=	broeierig
broeierigst	=	broeierig
broeierigste	=	broeierig
broeierij	noun	pluimveebedrijven waar eieren uitkomen
broeierijen	=	broeierij
broeihaard	noun	plaats waar veel opstandige mensen zijn verzameld en waar dus een rel kan ontstaan
broeihaarden	=	broeihaard
broeihaardje	=	broeihaard
broeihaardjes	=	broeihaard
broeihoop	noun	composthoop met een hogere temperatuur dan de omgeving en daardoor geschikt voor het uitbroeden van eitjes
broeihoopje	=	broeihoop
broeihoopjes	=	broeihoop
broeihopen	=	broeihoop
broeiing	noun	het broeien
broeikas	noun	bouwsel met glazen wanden voor het opkweken van gewassen
broeikaseffect	noun	wereldwijde temperatuurverhoging door de aanwezigheid van broeikasgassen (vooral kooldioxide) in de dampkring
broeikaseffecten	=	broeikaseffect
broeikaseffectje	=	broeikaseffect
broeikaseffectjes	=	broeikaseffect
broeikasgas	noun	elk gas dat bijdraagt aan het broeikaseffect
broeikasgassen	=	broeikasgas
broeikasgasuitstoot	noun	de uitstoot van broeikasgas (CO2 en CH4) die opwarming van de atmosfeer veroorzaken
broeikasgasuitstootje	=	broeikasgasuitstoot
broeikasgasuitstootjes	=	broeikasgasuitstoot
broeikasgasuitstoten	=	broeikasgasuitstoot
broeikasje	=	broeikas
broeikasjes	=	broeikas
broeikaskikker	noun	Eleutherodactylus planirostris een kikker uit de familie Eleutherodactylidae
broeikaskikkers	=	broeikaskikker
broeikaskikkertje	=	broeikaskikker
broeikaskikkertjes	=	broeikaskikker
broeikasprobleem	noun	moeilijkheid die ontstaat door de uitstoot van te veel broeikasgassen waardoor het warmer wordt op aarde
broeikasproblemen	=	broeikasprobleem
broeikassceptici	=	broeikasscepticus
broeikasscepticus	noun	iemand (stemmer op Trump?) die niet in het door de mens veroorzaakte broeikaseffect gelooft die door CO₂-uitstoot wordt veroorzaakt
broeikassen	=	broeikas
broeikasspin	noun	Achaearanea tepidariorum een spin die behoort tot de kogelspinnen.
broeikasspinnen	=	broeikasspin
broeikasspinnetje	=	broeikasspin
broeikasspinnetjes	=	broeikasspin
broeikastoerisme	noun	toerisme naar plaatsen waar de natuur door de klimaatverandering wordt bedreigd
broeikaswerking	noun	werking als een broeikas
broeikaswerkingen	=	broeikaswerking
broeinest	noun	plaats waar kwalijke zaken ontstaan en worden uitgebroed
broeinesten	=	broeinest
broeinestje	=	broeinest
broeit	=	broeien
broek	noun	kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult
broekbalk	noun	horizontale steun, dwars op de rijrichting in het brugdek van een ophaalbrug
broekbalken	=	broekbalk
broekband	noun	band waarmee je een broek stevig om heup of middel kunt binden zodat de broek niet afzakt; tailleband bovenaan de broek
broekbanden	=	broekband
broekbijvlieg	noun	Eristalis obscura een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
broekbijvliegen	=	broekbijvlieg
broekbijvliegje	=	broekbijvlieg
broekbijvliegjes	=	broekbijvlieg
broekbos	noun	bos dat op drassige bodem groeit
broekbosbreedvoet	noun	Agathomyia alneti een vliegensoort uit de familie van de breedvoetvliegen (Platypezidae).
broekbosbreedvoeten	=	broekbosbreedvoet
broekbosbreedvoetje	=	broekbosbreedvoet
broekbosbreedvoetjes	=	broekbosbreedvoet
broekbossen	=	broekbos
broeken	=	broek
broekenlieden	=	broekenman
broekenlui	=	broekenman
broekenman	noun	klein jongetje dat pas sinds korte tijd een broek aanheeft
broekenmannen	=	broekenman
broekenmannetje	=	broekenman
broekenmannetjes	=	broekenman
broekenschijter	=	broekschijter
broekhoest	noun|informal	buikwind, scheet, veest
broekhoesten	=	broekhoest
broekhoestje	=	broekhoest
broekhoestjes	=	broekhoest
broekie	=	broek
broekies	=	broek
broekje	=	broek
broekjes	=	broek
broekjesruil	noun	het ruilen van sportbroeken na een wedstrijd meestal tussen spelers van verschillende teams
broekjesruilen	=	broekjesruil
broekjurk	noun	jurk waarvan het onderste gedeelte de vorm van twee brede, over elkaar vallende pijpen heeft
broekjurken	=	broekjurk
broekjurkje	=	broekjurk
broekjurkjes	=	broekjurk
broekklem	noun	klem die ervoor zorgt dat de vouw in een broek wordt behouden
broekklemmen	=	broekklem
broekklemmetje	=	broekklem
broekklemmetjes	=	broekklem
broekkous	noun	onderkleding uit een stuk die zowel het onderlijf als elk van beide benen en voeten nauwsluitend bedekt
broekkousen	noun	onderkleding uit een stuk die zowel het onderlijf als elk van beide benen en voeten nauwsluitend bedekt
broekland	noun	drassig, moerasachtig gebied
broeklanden	=	broekland
broekpak	noun	dameskostuum met een broek met brede pijpen
broekpakje	=	broekpak
broekpakjes	=	broekpak
broekpakken	=	broekpak
broekpers	noun	een apparaat om kreukels uit broeken te verwijderen en ze een nette, gestreken uitstraling te geven
broekpersen	=	broekpers
broekriem	noun	riem die dient om een broek op te houden
broekriemen	=	broekriem
broekriempje	=	broekriem
broekriempjes	=	broekriem
broekrok	noun	broek voor een vrouw die veel lijkt op een rokje
broekrokje	=	broekrok
broekrokjes	=	broekrok
broekrokken	=	broekrok
broeksband	noun	band waarmee je een broek stevig om heup of middel kunt binden zodat de broek niet afzakt; tailleband bovenaan de broek
broeksbanden	=	broeksband
broekschijter	noun	lafaard
broekschijters	=	broekschijter
broekschijtertje	=	broekschijter
broekspijp	noun	Een van de twee langere buisvormige delen van een broek waar de benen in gestoken kunnen worden.
broekspijpen	=	broekspijp
broekspijpje	=	broekspijp
broekspijpjes	=	broekspijp
broeksriem	noun	riem die voornamelijk dient om een broek ter hoogte van de taille op te houden, en/of als soort van decoratie
broeksriemen	=	broeksriem
broeksriempje	=	broeksriem
broeksriempjes	=	broeksriem
broekstuk	noun	een deel van het uitlaatsysteem van een motorfiets of auto dat twee pijpen samenvoegt, bijvoorbeeld door het dempergedeelte over het bochtgedeelte te schuiven
broekstukje	=	broekstuk
broekstukjes	=	broekstuk
broekstukken	=	broekstuk
broekvent	noun	mannelijk jong kind
broekventen	=	broekvent
broekventje	=	broekvent
broekventjes	=	broekvent
broekverbod	noun	verbod op het dragen van een broek, historisch gezien vooral gericht tegen vrouwen in openbare ruimtes, zoals in Parijs waar het tot 2013 bestond
broekverboden	=	broekverbod
broekverbodje	=	broekverbod
broekverbodjes	=	broekverbod
broekzak	noun	zak in een broek, meestal aan een van de zijkanten
broekzakbel	=	broekzakbellen
broekzakbelde	=	broekzakbellen
broekzakbelden	=	broekzakbellen
broekzakbelle	=	broekzakbellen
broekzakbellen	verb	ongemerkt en per ongeluk een telefoongesprek beginnen
broekzakbellend	=	broekzakbellen
broekzakbellende	=	broekzakbellen
broekzakbeller	noun	iemand die per ongeluk iemand belt met zijn opgeborgen mobiele telefoon
broekzakbellers	=	broekzakbeller
broekzakbelt	=	broekzakbellen
broekzakgesprek	noun	onbedoeld telefoontje dat ontstaat doordat een smartphone in een broekzak of tas tegen het lichaam schuurt, waardoor het scherm wordt geactiveerd en er per ongeluk een contactpersoon wordt gebeld
broekzakgesprekje	=	broekzakgesprek
broekzakgesprekjes	=	broekzakgesprek
broekzakgesprekken	=	broekzakgesprek
broekzakje	=	broekzak
broekzakjes	=	broekzak
broekzakken	=	broekzak
broem	intj	met het geluid van een motor
broer	noun	een mannelijk kind van dezelfde ouders
broers	=	broer
broertje	=	broer
broertjes	=	broer
broes	noun	sproeikop van een gieter
broesde	=	broezen
broesden	=	broezen
broest	=	broezen
broeze	=	broezen
broezen	verb	met een fijne nevel bespuiten
broezend	=	broezen
broezende	=	broezen
broge	=	brooche
brogue	noun	type grove schoen gedragen door de Ieren
brogues	=	brogue
brok	noun	blok met een grillige vorm, stuk van iets groters
brokaat	noun	zijdeweefsel met ingeweven, meestal grote figuren, vaak met goud- of zilverdraad doorweven
brokaten	adj	van brokaat vervaardigd
broker	noun	iemand die voor zijn beroep potentiële kopers en verkopers samenbrengt zodat een transactie tot stand gebracht kan worden
brokers	=	broker
broket	noun	Het nog weke en met de ruige huid bedekte nieuwe gewei van het grof wild
broketje	=	broket
broketjes	=	broket
broketten	=	broket
brokje	=	brok
brokjes	=	brok
brokke	=	brokken
brokkel	=	brokkelen
brokkelbrug	noun	een brug die sporen vertoont van betonrot of andere schade
brokkelbruggen	=	brokkelbrug
brokkelde	=	brokkelen
brokkelden	=	brokkelen
brokkele	=	brokkelen
brokkelen	verb	in stukjes breken
brokkelend	=	brokkelen
brokkelende	=	brokkelen
brokkelig	adj	dat iets niet stevig is doordat er makkelijk stukken van afbreken
brokkelige	=	brokkelig
brokkeliger	=	brokkelig
brokkeligere	=	brokkelig
brokkeligers	=	brokkelig
brokkeligs	=	brokkelig
brokkeligst	=	brokkelig
brokkeligste	=	brokkelig
brokkelster	noun	Ophiothrix fragilis een slangster uit de familie Ophiotrichidae.
brokkelsterren	=	brokkelster
brokkelsterretje	=	brokkelster
brokkelsterretjes	=	brokkelster
brokkelt	=	brokkelen
brokkelzakamaniet	noun	Amanita submembranacea een eetbare paddenstoel uit de familie Amanitaceae.
brokkelzakamanieten	=	brokkelzakamaniet
brokkelzakamanietje	=	brokkelzakamaniet
brokkelzakamanietjes	=	brokkelzakamaniet
brokken	verb	vast voedsel in brokken verdelen om het aan vloeibaar voedsel toe te voegen
brokkend	=	brokken
brokkende	=	brokken
brokkenmaker	noun	een onhandig persoon die veel dingen kapot maakt en veel ongelukken veroorzaakt
brokkenmakers	=	brokkenmaker
brokkenpiloot	noun	bestuurder van een voertuig die onevenredig veel bij verkeersongelukken betrokken is
brokkenpilootje	=	brokkenpiloot
brokkenpilootjes	=	brokkenpiloot
brokkenpiloten	=	brokkenpiloot
broksgewijs	adj	per brok
broksgewijze	=	broksgewijs
brokstuk	noun	elk van de delen van een in stukken gebroken object
brokstukje	=	brokstuk
brokstukjes	=	brokstuk
brokstukken	=	brokstuk
brokt	=	brokken
brokte	=	brokken
brokten	=	brokken
brol	noun	onsamenhangend geheel van waardeloze zaken
brolgakraanvogel	noun	Antigone rubicunda een vogel uit de familie van de kraanvogels (Gruidae).
brolgakraanvogels	=	brolgakraanvogel
brolgakraanvogeltje	=	brolgakraanvogel
brolgakraanvogeltjes	=	brolgakraanvogel
brolleke	=	brol
brom	noun	een laagfrequent (50-100 Hz) geluid (meestal ongewenst)
bromance	noun	hechte vriendschap tussen twee heteroseksuele mannen waarbij men vaak over het gevoelsleven praat
bromancen	=	bromance
bromances	=	bromance
bromauto	noun	gemotoriseerd voertuig met een beperkte maximumsnelheid met meer dan twee wielen vooral gebruikt door bejaarden en gehandicapten
bromauto's	=	bromauto
bromautootje	=	bromauto
bromautootjes	=	bromauto
brombakfiets	noun	een driewielig voertuig - een bakfiets - aangedreven door een hulpmotor (van niet meer dan 50cc cilinderinhoud)
brombakfietsen	=	brombakfiets
brombakfietsje	=	brombakfiets
brombakfietsjes	=	brombakfiets
brombas	noun	orgelpijp met de laagste toon
brombassen	=	brombas
brombeer	noun	een vervelend, lastig, knorrig persoon
brombeertje	=	brombeer
bromberen	=	brombeer
bromde	=	brommen
bromden	=	brommen
bromelia	noun	benaming voor planen uit de familie Bromeliaceae, de Bromeliaceeën, gekenmerkt door een rozet- of kokervormige inplanting van de bladeren en waarvan verscheidene soorten als kamerplant gekweekt worden
bromelia's	=	bromelia
bromeliaatje	=	bromelia
bromeliaatjes	=	bromelia
bromeliafamilie	noun	een familie Bromeliaceae van eenzaadlobbige planten.
bromeliafamilietje	=	bromeliafamilie
bromeliafamilietjes	=	bromeliafamilie
bromfiets	noun	lichte motorfiets met een cilinderinhoud van maximaal 50 cc
bromfietscertificaat	noun	een bewijs dat je een brommer of gelijkgesteld voertuig mag besturen, heeft tegenwoordig rijbewijs categorie-AM
bromfietscertificaten	=	bromfietscertificaat
bromfietscursus	noun	een opleiding die bedoeld is om je voor te bereiden op het behalen van het bromfietsrijbewijs (rijbewijs AM).
bromfietscursusje	=	bromfietscursus
bromfietscursusjes	=	bromfietscursus
bromfietscursussen	=	bromfietscursus
bromfietsen	=	bromfiets
bromfietser	noun	berijder van een lichte motorfiets
bromfietsers	=	bromfietser
bromfietshelm	noun	een stevige helm die een bromfietser moet dragen tijdens het rijden om het hoofd te beschermen bij een val
bromfietshelmen	=	bromfietshelm
bromfietshelmpje	=	bromfietshelm
bromfietshelmpjes	=	bromfietshelm
bromfietshersteller	noun	hersteller van bromfietsen
bromfietsherstellers	=	bromfietshersteller
bromfietsje	=	bromfiets
bromfietsjes	=	bromfiets
bromfietsrijbewijs	noun	rijbewijs dat men nodig heeft als men met een brommer wil rijden zonder dat men een autorijbewijs heeft
bromfietsrijbewijzen	=	bromfietsrijbewijs
bromide	noun	een verbinding van broom waarin dit element voorkomt in de oxidatietoestand -1
bromiden	=	bromide
bromides	=	bromide
bromium	noun	wetenschappelijke naam voor het scheikundig element Broom met atoomnummer 35
bromkoe	noun	koe die steeds tochtig is
bromkoeien	=	bromkoe
bromkoetje	=	bromkoe
bromkoetjes	=	bromkoe
bromme	=	brommen
brommen	verb	een laag rommelend geluid voortbrengen
brommend	adj	van iets of iemand dat het een brommend geluid maakt
brommende	=	brommen
brommends	=	brommend
brommer	noun	voorwerp of wezen dat een brommend geluid maakt
brommercertificaat	noun	was een document voor bestuurders van bromfietsen, snorfietsen en brommobielen dat in Nederland vereist was om deel te mogen nemen aan het verkeer
brommercertificaten	=	brommercertificaat
brommerig	adj	een beetje boos
brommerige	=	brommerig
brommeriger	=	brommerig
brommerigere	=	brommerig
brommerigers	=	brommerig
brommerigs	=	brommerig
brommerigst	=	brommerig
brommerigste	=	brommerig
brommers	=	brommer
brommertje	=	brommer
brommertjes	=	brommer
brommetje	=	brom
brommetjes	=	brom
brommig	adj	van een persoon dat deze wat boos is
brommige	=	brommig
brommiger	=	brommig
brommigere	=	brommig
brommigers	=	brommig
brommigs	=	brommig
brommigst	=	brommig
brommigste	=	brommig
brommobiel	noun	gemotoriseerd voertuig met een beperkte maximumsnelheid met meer dan twee wielen vooral gebruikt door bejaarden en gehandicapten
brommobielen	=	brommobiel
brommobieltje	=	brommobiel
brommobieltjes	=	brommobiel
brompot	noun	Een persoon die altijd boos is, vaak een oudere man.
brompotje	=	brompot
brompotjes	=	brompot
brompotten	=	brompot
bromrund	noun	een jak
bromrunderen	=	bromrund
bromrundje	=	bromrund
bromrundjes	=	bromrund
bromscooter	noun	scooter met een 50-cc motor
bromscooters	=	bromscooter
bromsnor	noun	ouderwetse politieagent
bromsnorren	=	bromsnor
bromstem	noun	lage, doffe stem
bromstemmen	=	bromstem
bromt	=	brommen
bromtol	noun	speelgoed dat men kan laten ronddraaien en dan een brommend, zoemend geluid maakt
bromtollen	=	bromtol
bromtolletje	=	bromtol
bromtonen	=	bromtoon
bromtoon	noun	lage toon (25-100 Hz)
bromvlieg	noun	grote dikke blauwe vlieg die een brommend geluid maakt uit de familie Calliphoridae van de orde Diptera.
bromvliegen	noun	Calliphoridae een familie insecten uit de orde Diptera.
bromvliegje	=	bromvlieg
bromvliegjes	=	bromvlieg
bromvogel	noun	benaming voor vogels uit de familie Kolibries, Trochilidae
bromvogels	=	bromvogel
bromvogeltje	=	bromvogel
bromvogeltjes	=	bromvogel
bron	noun	daar waar men informatie vandaan haalt
bron-blaashoren	noun	Physa fontinalis een slakkensoort uit de familie van de Physidae.
bron-blaashorens	=	bron-blaashoren
bron-blaashorentje	=	bron-blaashoren
bron-blaashorentjes	=	bron-blaashoren
bronader	noun	een scheur in het aardoppervlak waaruit water omhoog komt en een bron ontstaat
bronaders	=	bronader
bronadertje	=	bronader
bronadertjes	=	bronader
bronbelasting	noun	belasting die niet bij degene geheven wordt die de belasting draagt, maar bij het ontstaan van de belastinggrondslag
bronbelastingen	=	bronbelasting
bronbemaling	noun	het plaatselijk en tijdelijk verlagen van de grondwaterspiegel bijv. bij het droogmaken van funderingsputten
bronbemalingen	=	bronbemaling
bronbescherming	noun	het beschermen van de bron die de informatie aan een journalist heeft verstrekt, vanwege het belang van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid in een democratische samenleving
bronbeschermingen	=	bronbescherming
bronbeveiliging	noun	beveiliging bij de oorsprong van een product of proces.
bronbeveiligingen	=	bronbeveiliging
bronbeveiligingetje	=	bronbeveiliging
bronbeveiligingetjes	=	bronbeveiliging
bronboszwartschild	noun	Pterostichus cristatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bronboszwartschilden	=	bronboszwartschild
bronboszwartschildje	=	bronboszwartschild
bronboszwartschildjes	=	bronboszwartschild
bronbron	noun	aangebrande rijst die als een korst onderin een pan vastgekoekt zit
bronchiaal	adj	met betrekking tot de luchtpijp-takken
bronchiaals	=	bronchiaal
bronchiaalst	=	bronchiaal
bronchiaalste	=	bronchiaal
bronchiale	=	bronchiaal
bronchialer	=	bronchiaal
bronchialere	=	bronchiaal
bronchialers	=	bronchiaal
bronchie	noun	kanaal met kraakbenige, elastische en vlezige wanden, waardoor de longen contact hebben met de buitenlucht
bronchinctasie	noun	verwijding van de luchtpijn-vertakkingen
bronchiolitis	noun	een longziekte waarbij de kleinste buisjes die naar de longblaasjes voeren, de bronchiolen, ontstoken zijn
bronchitis	noun	ontsteking van de luchtpijptak
bronchitissen	=	bronchitis
bronchiën	noun	luchtwegen ten behoeve van de ademhaling, in grootte tussen de luchtpijp en de bronchioli
bronchoconstrictie	noun	vernauwing van de luchtpijp-takken
bronchodilatatie	noun	verwijding van de luchtpijp-takken
bronchodilataties	=	bronchodilatatie
bronchografie	noun	röntgenfotografie van de longen
bronchografieën	=	bronchografie
bronchopneumonie	noun	longontsteking die uitgaat van de luchtpijptakken
bronchopulmonair	adj	met betrekking tot de luchtpijptakken en de longen
bronchopulmonaire	=	bronchopulmonair
bronchopulmonairs	=	bronchopulmonair
bronchoscoop	noun	medisch instrument voor onderzoek van de luchtpijp
bronchoscoopje	=	bronchoscoop
bronchoscoopjes	=	bronchoscoop
bronchoscopen	=	bronchoscoop
bronchoscopie	noun	medisch onderzoek van de luchtpijp d.m.v. een bronchoscoop
bronchospasme	noun	kramp met vernauwing van de luchtpijptakken
bronchus	noun	luchtpijptak
bronchuscarcinomen	=	bronchuscarcinoom
bronchuscarcinoom	noun	een carcinoom in de longen
bronchusverwijder	noun	een meest door inhaleren ingenomen medicament dat vernauwing in de luchtwegen bestrijdt
bronchusverwijders	=	bronchusverwijder
bronchusverwijdertje	=	bronchusverwijder
bronchusverwijdertjes	=	bronchusverwijder
broncode	noun	geheel van programma-instructies in hun oorspronkelijke hogere taal, bv.
broncode-editor	noun	is een teksteditor die specifiek ontworpen is voor het bewerken van de broncode van computerprogramma's door programmeurs
broncode-editors	=	broncode-editor
broncodes	=	broncode
bronforel	noun	bepaalde vissoort, Salvelinus fontinalis, die behoort tot de zalmachtigen
bronforellen	=	bronforel
bronforelletje	=	bronforel
bronforelletjes	=	bronforel
brongas	noun	in water opgelost, natuurlijk gas dat men door boring uit de grond verkrijgt
brongassen	=	brongas
brongebied	noun	gebied waar de bron ligt
brongebieden	=	brongebied
brongebiedje	=	brongebied
brongebiedjes	=	brongebied
bronheffing	noun	het heffen van een belasting over een bepaalde financiële transactie op het moment dat deze transactie plaatsvindt
bronheffingen	=	bronheffing
bronheffinkje	=	bronheffing
bronheffinkjes	=	bronheffing
bronkreeftjes	noun	Thermosbaenacea een orde van kleine kreeftachtigen.
bronkritiek	=	bronnenkritiek
bronkruid	noun	een geslacht Montia uit de familie Montiaceae.
bronkruiden	=	bronkruid
bronkruidfamilie	noun	een familie Montiaceae van tweezaadlobbige planten.
bronkruidfamilies	=	bronkruidfamilie
bronkruidfamilietje	=	bronkruidfamilie
bronkruidfamilietjes	=	bronkruidfamilie
bronkruidje	=	bronkruid
bronkruidjes	=	bronkruid
bronland	noun	land waar iets vandaan komt
bronlanden	=	bronland
bronlangsprietwapenvlieg	noun	Stratiomys potamida een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
bronlangsprietwapenvliegen	=	bronlangsprietwapenvlieg
bronlangsprietwapenvliegje	=	bronlangsprietwapenvlieg
bronlangsprietwapenvliegjes	=	bronlangsprietwapenvlieg
bronlibel	noun	libel uit de familie Cordulegastridae van echte libellen.
bronlibellen	noun	Cordulegastridae een familie van de onderorde echte libellen (Anisoptera).
bronlibelletje	=	bronlibel
bronlibelletjes	=	bronlibel
bronloos	adj	zonder bepaalde oorsprong
bronloze	=	bronloos
bronmateriaal	noun	de originele documenten waarop een studie is gebaseerd
bronmaterialen	=	bronmateriaal
bronmosfamilie	noun	een familie Fontinalaceae van mossen behorend tot de orde Hypnales bijna uitsluitend bestaande uit mossen die ondergedompeld in water leven.
bronmosfamilies	=	bronmosfamilie
bronmosfamilietje	=	bronmosfamilie
bronmosfamilietjes	=	bronmosfamilie
bronmug	noun	insect uit de familie Thaumaleidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
bronmuggen	noun	Thaumaleidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
bronmuggetje	=	bronmug
bronmuggetjes	=	bronmug
bronnen	=	bron
bronnenboek	noun	een boek dat verschillende teksten en beelden over een specifiek onderwerp bevat, bedoeld als naslagwerk of studiemateriaal
bronnenboeken	=	bronnenboek
bronnenboekje	=	bronnenboek
bronnenboekjes	=	bronnenboek
bronnencritiek	=	bronnenkritiek
bronnengeheim	noun	het wettelijk recht van een journalist om geheim te houden hoe hem bepaalde zaken ter ore zijn gekomen
bronnengeheimen	=	bronnengeheim
bronnenkritiek	noun	onderzoek naar de echtheid en betrouwbaarheid van bronnen van kennis
bronnenkritieken	=	bronnenkritiek
bronnenlijst	noun	opsomming van boeken en artikelen waarin de onderbouwing staat van beweringen die men heeft gedaan
bronnenlijsten	=	bronnenlijst
bronnenmateriaal	noun	materiaal met oorspronkelijke informatie waarop men een bewering of publicatie baseert
bronnenmaterialen	=	bronnenmateriaal
bronnennetwerk	noun	groep mensen die inlichtingen kunnen verschaffen over zaken die anders verborgen blijven
bronnennetwerken	=	bronnennetwerk
bronnennetwerkje	=	bronnennetwerk
bronnennetwerkjes	=	bronnennetwerk
bronnenonderzoek	noun	onderzoek dat gebaseerd is op de oorspronkelijke documenten
bronnenonderzoeken	=	bronnenonderzoek
bronnenstudie	noun	studie aan de hand van oorspronkelijke geschriften
bronnenstudies	=	bronnenstudie
bronnenuitgave	noun	een reconstructie van een tekst zoals die er oorspronkelijk heeft uitgezien
bronnenuitgaven	=	bronnenuitgave
bronnenwerving	noun	het werven van informanten of verklikkers
bronnetje	=	bron
bronnetjes	=	bron
bronrivier	noun	een rivier die voor haar water voor het grootste deel afhankelijk is van water dat uit een bron komt
bronrivieren	=	bronrivier
bronriviertje	=	bronrivier
brons	noun	legering van koper en tin (en andere metalen) met een donker- of goudbruine kleur
bronsalamanders	noun	Gyrinophilus een geslacht van salamanders uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
bronsde	=	bronzen
bronsden	=	bronzen
bronsdrongo	noun	Dicrurus aeneus een soort zangvogel uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus.
bronsdrongo's	=	bronsdrongo
bronsdrongootje	=	bronsdrongo
bronsdrongootjes	=	bronsdrongo
bronsgieter	noun	iemand die voorwerpen vervaardigt door een gesmolten legering van brons en tin in mallen te laten stollen
bronsgieters	=	bronsgieter
bronsglansvogel	noun	Galbula leucogastra een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
bronsglansvogels	=	bronsglansvogel
bronsglansvogeltje	=	bronsglansvogel
bronsglansvogeltjes	=	bronsglansvogel
bronsgravertje	noun	Dyschirius semistriatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
bronsgravertjes	=	bronsgravertje
bronsgriendhaantje	noun	Phratora vitellinae een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
bronsgriendhaantjes	=	bronsgriendhaantje
bronsgroen	adj	de groene kleur van geoxideerd brons hebbend
bronsgroene	=	bronsgroen
bronsgroenen	=	bronsgroen
bronsgroener	=	bronsgroen
bronsgroenere	=	bronsgroen
bronsgroeners	=	bronsgroen
bronsgroens	=	bronsgroen
bronsgroenst	=	bronsgroen
bronsgroenste	=	bronsgroen
bronshoningzuiger	noun	Nectarinia kilimensis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
bronshoningzuigers	=	bronshoningzuiger
bronshoningzuigertje	=	bronshoningzuiger
bronshoningzuigertjes	=	bronshoningzuiger
bronsje	=	brons
bronskleur	noun	een zwart/bruinachtige metaalkleur, de kleur van brons
bronskleuren	=	bronskleur
bronskleurig	adj	de kleur van brons hebbend (donker- of goudbruine)
bronskleurige	=	bronskleurig
bronskleuriger	=	bronskleurig
bronskleurigere	=	bronskleurig
bronskleurigers	=	bronskleurig
bronskleurigs	=	bronskleurig
bronskleurigst	=	bronskleurig
bronskleurigste	=	bronskleurig
bronskleurtje	=	bronskleur
bronskleurtjes	=	bronskleur
bronskopeend	noun	Mareca falcata een decoratieve siereend, die gemakkelijk te houden is.
bronskopeenden	=	bronskopeend
bronskopeendje	=	bronskopeend
bronskopeendjes	=	bronskopeend
bronslibel	noun	Oxygastra curtisii een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de zuidelijke glanslibellen (Synthemistidae).
bronslibellen	noun	Oxygastra een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de zuidelijke glanslibellen (Synthemistidae).
bronslibelletje	=	bronslibel
bronslibelletjes	=	bronslibel
bronsmos	noun	Pleurozium schreberi een mossoort behorend tot de familie Hylocomiaceae.
bronsmosje	=	bronsmos
bronsmosjes	=	bronsmos
bronsmossen	=	bronsmos
bronsnekduif	noun	Columba iriditorques een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
bronsnekduifje	=	bronsnekduif
bronsnekduifjes	=	bronsnekduif
bronsnekduiven	=	bronsnekduif
bronsprachtkever	noun	Chrysobothris affinis een kever uit de familie prachtkevers (Buprestidae).
bronsprachtkevers	=	bronsprachtkever
bronsprachtkevertje	=	bronsprachtkever
bronsprachtkevertjes	=	bronsprachtkever
bronsrugmuskaatduif	noun	Ducula chalconota een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
bronsrugmuskaatduifje	=	bronsrugmuskaatduif
bronsrugmuskaatduifjes	=	bronsrugmuskaatduif
bronsrugmuskaatduiven	=	bronsrugmuskaatduif
bronsslangen	noun	een geslacht Dendrelaphis van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Ahaetuliinae
bronsspecht	noun	Piculus chrysochloros spechtensoort uit de neotropen
bronsspechten	=	bronsspecht
bronsspechtje	=	bronsspecht
bronsspechtjes	=	bronsspecht
bronsstaartdoornsnavel	noun	Chalcostigma heteropogon een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bronsstaartdoornsnavels	=	bronsstaartdoornsnavel
bronsstaartdoornsnaveltje	=	bronsstaartdoornsnavel
bronsstaartdoornsnaveltjes	=	bronsstaartdoornsnavel
bronsstaartglansspreeuw	noun	Lamprotornis chalcurus een vogelsoort uit de familie Sturnidae
bronsstaartglansspreeuwen	=	bronsstaartglansspreeuw
bronsstaartglansspreeuwtje	=	bronsstaartglansspreeuw
bronsstaartglansspreeuwtjes	=	bronsstaartglansspreeuw
bronsstaartheremietkolibrie	noun	Glaucis dohrnii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bronsstaartheremietkolibries	=	bronsstaartheremietkolibrie
bronsstaartheremietkolibrietje	=	bronsstaartheremietkolibrie
bronsstaartheremietkolibrietjes	=	bronsstaartheremietkolibrie
bronsstaartkomeetkolibrie	noun	Polyonymus caroli een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bronsstaartkomeetkolibries	=	bronsstaartkomeetkolibrie
bronsstaartkomeetkolibrietje	=	bronsstaartkomeetkolibrie
bronsstaartkomeetkolibrietjes	=	bronsstaartkomeetkolibrie
bronsstaartpluimkolibrie	noun	Chalybura urochrysia een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bronsstaartpluimkolibries	=	bronsstaartpluimkolibrie
bronsstaartpluimkolibrietje	=	bronsstaartpluimkolibrie
bronsstaartpluimkolibrietjes	=	bronsstaartpluimkolibrie
bronsstaartsaffierkolibrie	noun	Chrysuronia oenone een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bronsstaartsaffierkolibries	=	bronsstaartsaffierkolibrie
bronsstaartsaffierkolibrietje	=	bronsstaartsaffierkolibrie
bronsstaartsaffierkolibrietjes	=	bronsstaartsaffierkolibrie
bronst	noun	paardrift van dieren
bronste	=	brons
bronsten	=	bronst
bronstig	adj	verlangend naar de paring
bronstige	=	bronstig
bronstiger	=	bronstig
bronstigere	=	bronstig
bronstigers	=	bronstig
bronstigheden	=	bronstigheid
bronstigheid	noun	toestand van seksuele opgewondenheid
bronstigs	=	bronstig
bronstigst	=	bronstig
bronstigste	=	bronstig
bronstijd	noun	prehistorische cultuurperiode, volgende op het steentijdperk en voorafgaande aan het ijzertijdperk, van de bronzen gereedschappen (ca. 3000 tot 800 voor Christus)
bronstijdperk	noun	prehistorische cultuurperiode, volgende op het steentijdperk en voorafgaande aan het ijzertijdperk, van de bronzen gereedschappen (ca. 3000 tot 800 voor Christus)
bronstje	=	bronst
bronsttijd	noun	tijd van de paring van de dieren
bronsttijden	=	bronsttijd
bronsttijdje	=	bronsttijd
bronsvleugelduif	noun	Phaps chalcoptera een vogel uit de familie duiven (Columbidae).
bronsvleugelduifje	=	bronsvleugelduif
bronsvleugelduifjes	=	bronsvleugelduif
bronsvleugelduiven	noun	een geslacht Henicophaps van vogels uit de familie duiven (Columbidae).
bronsvleugeleend	noun	Speculanas specularis een vogel uit de familie Anatidae.
bronsvleugeleenden	=	bronsvleugeleend
bronsvleugeleendje	=	bronsvleugeleend
bronsvleugeleendjes	=	bronsvleugeleend
bronsvleugeljacana	noun	Metopidius indicus een vogel uit de familie der jacana's (Jacanidae)
bronsvleugeljacana's	=	bronsvleugeljacana
bronsvleugeljacanaatje	=	bronsvleugeljacana
bronsvleugeljacanaatjes	=	bronsvleugeljacana
bronsvleugelmargrietje	noun	Pionus chalcopterus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
bronsvleugelmargrietjes	=	bronsvleugelmargrietje
bronsvleugelpunaduif	noun	Metriopelia aymara een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
bronsvleugelpunaduifje	=	bronsvleugelpunaduif
bronsvleugelpunaduifjes	=	bronsvleugelpunaduif
bronsvleugelpunaduiven	=	bronsvleugelpunaduif
bronsvleugelrenvogel	noun	Rhinoptilus chalcopterus een vogel uit de familie Glareolidae (renvogels en vorkstaartplevieren).
bronsvleugelrenvogels	=	bronsvleugelrenvogel
bronsvleugelrenvogeltje	=	bronsvleugelrenvogel
bronsvleugelrenvogeltjes	=	bronsvleugelrenvogel
bronsvleugelspecht	noun	Colaptes aeruginosus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bronsvleugelspechten	=	bronsvleugelspecht
bronsvleugelspechtje	=	bronsvleugelspecht
bronsvleugelspechtjes	=	bronsvleugelspecht
bronswerk	noun	techniek in het beeldhouwen waarmee bronzen beelden gegoten worden
bronswerken	=	bronswerk
bronswerkje	=	bronswerk
bronswerkjes	=	bronswerk
bronswesp	noun	wesp uit de familie Chalcididae van insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
bronswespen	noun	Chalcidoidea een superfamilie van vliesvleugeligen (Hymenoptera).
bronswespje	=	bronswesp
bronswespjes	=	bronswesp
brontaal	noun	uitgangstaal bij het vertalen naar een andere taal (de doeltaal)
brontalen	=	brontaal
brontekst	noun	tekst of computercode die de grondslag is voor een vertaling (door een compiler)
bronteksten	=	brontekst
brontekstje	=	brontekst
brontekstjes	=	brontekst
brontosaurus	noun	een geslacht Brontosaurus van plantenetende sauropode dinosauriërs, behorend tot de Neosauropoda, dat tijdens het late Jura leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika
brontosaurusje	=	brontosaurus
brontosaurusjes	=	brontosaurus
brontosaurussen	=	brontosaurus
bronverfdrupje	noun	Oxycera analis een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
bronverfdrupjes	=	bronverfdrupje
bronvermelding	noun	Bronvermelding of citatie is het aangeven van de oorsprong van informatie en van verwerkte teksten, afbeeldingen en beeldfragmenten, die zijn gebruikt voor het creëren van een gepubliceerd werk.
bronvermeldingen	=	bronvermelding
bronvermeldinkje	=	bronvermelding
bronvermeldinkjes	=	bronvermelding
bronverwijzing	noun	het aangeven van de oorsprong van informatie en van verwerkte teksten, afbeeldingen en beeldfragmenten, die zijn gebruikt voor het creëren van een gepubliceerd werk
bronverwijzingen	=	bronverwijzing
bronwater	noun	water dat uit de grond is gehaald, gebruikt als drinkwater of geneeskrachtig water als of niet met een religieuze context
bronwateren	=	bronwater
bronwaters	=	bronwater
bronwatertje	=	bronwater
bronwatertjes	=	bronwater
bronze	=	bronzen
bronzen	verb	aan iets een bronskleur geven met bronspoeder , vernis enz	adj	van brons gemaakt
bronzend	=	bronzen
bronzende	=	bronzen
bronzenmedaillewinnaar	noun	een sporter die als derde is geëindigd in een wedstrijd, toernooi of op de Olympische Spelen en daarvoor de derde prijs, de bronzen medaille, ontvangt
bronzenmedaillewinnaars	=	bronzenmedaillewinnaar
bronzenmedaillewinnaartje	=	bronzenmedaillewinnaar
bronzenmedaillewinnaartjes	=	bronzenmedaillewinnaar
bronzenmedaillewinnares	=	bronzenmedaillewinnaar
bronzer	=	brons
bronzere	=	brons
bronzers	=	brons
bronzig	adj	verlangend naar de paring
bronzige	=	bronzig
bronziger	=	bronzig
bronzigere	=	bronzig
bronzigers	=	bronzig
bronzigs	=	bronzig
bronzigst	=	bronzig
bronzigste	=	bronzig
brooche	noun	zegenspreuk, lofzegging
brooches	=	brooche
broochetje	=	brooche
brood	noun	een meelproduct dat gemaakt wordt door meeldeeg te bakken, te koken of te stomen
broodaap	noun	iemand die zich voortdurend afkeurenswaardig gedraagt
broodapen	=	broodaap
broodautomaat	noun	een kast langs de kant van de weg waar men na inwerpen van geld een brood kan uitnemen
broodautomaatje	=	broodautomaat
broodautomaatjes	=	broodautomaat
broodautomaten	=	broodautomaat
broodbak	=	broodbakken
broodbakke	=	broodbakken
broodbakken	verb	het bakken van brood
broodbakkend	=	broodbakken
broodbakkende	=	broodbakken
broodbakker	noun	iemand die brood bakt
broodbakkerij	noun	bedrijf en winkel van een broodbakker meestal kortweg aangeduid met bakkerij
broodbakkerijen	=	broodbakkerij
broodbakkerijtje	=	broodbakkerij
broodbakkerijtjes	=	broodbakkerij
broodbakkers	=	broodbakker
broodbakkertje	=	broodbakker
broodbakkertjes	=	broodbakker
broodbakmachine	noun	een toestel dat volautomatisch brood bereidt.
broodbakmachines	=	broodbakmachine
broodbakt	=	broodbakken
broodbakte	=	broodbakken
broodbakten	=	broodbakken
broodbeleg	noun	eetbare waar die gebruikt wordt om brood te beleggen
broodbeleggen	=	broodbeleg
broodbeschuit	noun	beschuit gemaakt van oud brood
broodbeschuiten	=	broodbeschuit
broodbezorger	noun	iemand die brood aan huis bij de kopers aflevert
broodbezorgers	=	broodbezorger
broodbidder	noun	iemand die om 'brood' bedelt
broodbidders	=	broodbidder
broodbiddertje	=	broodbidder
broodbiddertjes	=	broodbidder
broodbomen	=	broodboom
broodboom	noun	bepaald soort boom Artocarpus altilis (ook wel: Artocarpus communis) van het geslacht Artocarpus, met grote, eetbare vruchten
broodboompje	=	broodboom
broodboompjes	=	broodboom
broodclip	noun	plastic clip [1] voor het dichtmaken van met name boterhamzakjes
broodclipje	noun	een plastic vierkant klemmetje met een uitsparing, dat gebruikt wordt om een broodzakje te sluiten
broodclipjes	=	broodclip
broodclips	=	broodclip
brooddeeg	noun	een mengsel van meel of bloem (vooral dat van tarwe is zeer geschikt), wat water of melk, zout en vaak gist, bedoeld om brood te maken
brooddeegje	=	brooddeeg
brooddegen	=	brooddeeg
brooddieet	noun	een vermageringsdieet waarbij je vooral brood moet eten
brooddieetje	=	brooddieet
brooddieetjes	=	brooddieet
brooddief	noun	Iemand die brood steelt
brooddiefje	=	brooddief
brooddiefjes	=	brooddief
brooddieven	=	brooddief
brooddiëten	=	brooddieet
brooddoos	noun	broodtrommel
brooddoosje	=	brooddoos
brooddoosjes	=	brooddoos
brooddoosregeling	noun	regeling waarbij uitgeprocedeerde asielzoekers slechts een bescheiden rantsoen in natura ontvangen
brooddoosregelingen	=	brooddoosregeling
brooddozen	=	brooddoos
brooddronken	adj	dronken en baldadig van de overvloed
brooddronkener	=	brooddronken
brooddronkeners	=	brooddronken
brooddronkenheid	noun	het brooddronken zijn
brooddronkens	=	brooddronken
brooddronkenst	=	brooddronken
brooddronkenste	=	brooddronken
broodeerlijk	adj	heel erg betrouwbaar
broodeerlijke	=	broodeerlijk
broodeerlijks	=	broodeerlijk
broodeter	noun	iemand die vaak of graag voedsel eet dat hoofdzakelijk uit gebakken deeg bestaat
broodeters	=	broodeter
broodfabriek	noun	fabriek waarin op industriële schaal brood wordt gebakken
broodfabrieken	=	broodfabriek
broodfabriekje	=	broodfabriek
broodfabriekjes	=	broodfabriek
broodfietser	noun	beroepswielrenner
broodfietsers	=	broodfietser
broodfokker	noun	fokker die dieren fokt met als voornaamste doel geld te verdienen
broodfokkers	=	broodfokker
broodfokkertje	=	broodfokker
broodfokkertjes	=	broodfokker
broodgebakken	=	broodbakken
broodgoed	adj	zeer goed
broodgoede	=	broodgoed
broodgoeds	=	broodgoed
broodhaantje	noun	een traditioneel broodje in de vorm van een haan, dat op een Palmpasenstok wordt gestoken tijdens Palmpasen.
broodhaantjes	=	broodhaantje
broodheer	noun|obsolete	iemand waarbij je in dienst bent en waarvan je dus afhankelijk bent voor je dagelijks brood
broodheertje	=	broodheer
broodheren	=	broodheer
broodje	noun	alleen verkleinwoord klein brood, vaak versierd, belegd of in een speciale vorm, voor één persoon
broodje-aapverhaal	=	broodjeaapverhaal
broodjeaapverhaal	noun	onwaarschijnlijk maar sterk tot de verbeelding sprekend verhaal dat wordt doorverteld alsof het recent echt gebeurd is
broodjeaapverhaaltje	=	broodjeaapverhaal
broodjeaapverhaaltjes	=	broodjeaapverhaal
broodjeaapverhalen	=	broodjeaapverhaal
broodjes	=	brood
broodjeshuis	noun	horecagelegenheid die gespecialiseerd is in de verkoop van belegde broodjes
broodjeshuisje	=	broodjeshuis
broodjeshuisjes	=	broodjeshuis
broodjeshuizen	=	broodjeshuis
broodjeswinkel	noun	horecagelegenheid waar men belegde broodjes kan kopen en verorberen
broodjeswinkels	=	broodjeswinkel
broodjeszaak	noun	horecagelegenheid waar men belegde broodjes kan kopen en verorberen
broodjeszaken	=	broodjeszaak
broodkaart	noun	een distributiebon voor brood, zoals ten tijde van de Eerste Wereldoorlog (1914—1916) in Nederland is ingevoerd
broodkaarten	=	broodkaart
broodkar	noun	wagen waarmee men brood naar de klanten brengt
broodkarren	=	broodkar
broodkarretje	=	broodkar
broodkarretjes	=	broodkar
broodkast	noun	plaats waarin men brood en ander eten opbergt
broodkasten	=	broodkast
broodkastje	=	broodkast
broodkastjes	=	broodkast
broodkeuken	noun	ruimte waar voedsel wordt bereid dat vooral bestaat uit gebakken deeg
broodkeukens	=	broodkeuken
broodkever	noun	Stegobium paniceum een keversoort uit de familie van de klopkevers (Anobiidae).
broodkevers	=	broodkever
broodkevertje	=	broodkever
broodkevertjes	=	broodkever
broodkorst	noun	korst van brood
broodkorsten	=	broodkorst
broodkorstje	=	broodkorst
broodkorstjes	=	broodkorst
broodkruim	noun	een hoeveelheid gemalen brood die men gebruikt als paneermeel
broodkruimel	noun	kruimel van brood
broodkruimelnavigatie	noun	in een hiërarchisch opgebouwde website in een overzicht zien wat de bovenliggende categorieën of pagina's zijn
broodkruimels	=	broodkruimel
broodkruimeltje	=	broodkruimel
broodkruimeltjes	=	broodkruimel
broodmaaltijd	noun	in een keer te eten geheel van voedsel op basis van eerder gebakken deeg, meestal in de vorm van broodjes of belegde boterhammen
broodmaaltijden	=	broodmaaltijd
broodmachine	noun	een toestel dat volautomatisch brood bereidt
broodmachines	=	broodmachine
broodmachinetje	=	broodmachine
broodmachinetjes	=	broodmachine
broodmager	adj	heel erg mager
broodmagerder	=	broodmager
broodmagerdere	=	broodmager
broodmagerders	=	broodmager
broodmagere	=	broodmager
broodmagers	=	broodmager
broodmagerst	=	broodmager
broodmagerste	=	broodmager
broodmand	noun	een grote rietenmand die men gebruikt bij het bezorgen van brood
broodmanden	=	broodmand
broodmandje	=	broodmand
broodmandjes	=	broodmand
broodmeel	noun	gemalen graan voor het maken van brood
broodmelen	=	broodmeel
broodmes	noun	20-30 cm lang gekarteld mes waarmee men boterhammen van een brood afsnijdt
broodmesje	=	broodmes
broodmesjes	=	broodmes
broodmessen	=	broodmes
broodmix	noun	kant en klaar mengsel om brood van te bakken
broodmixen	=	broodmix
broodnijd	noun	afgunst t.o.v. iemand die hetzelfde beroep uitoefent
broodnodig	adj	heel erg nodig, net zo nodig als brood
broodnodige	=	broodnodig
broodnodigs	=	broodnodig
broodnood	noun	acuut geld nodig hebben voor de dagelijkse levensbehoeften terwijl een aangevraagde uitkering nog in behandeling is
broodnuchter	adj	heel erg rustig en bedaard, zonder enige poespas
broodnuchtere	=	broodnuchter
broodnuchters	=	broodnuchter
broodoorlog	noun	strijd waar brood en bakkers bij betrokken zijn
broodoorlogen	=	broodoorlog
broodoven	noun	oven om brood in te bakken
broodovens	=	broodoven
broodoventje	=	broodoven
broodoventjes	=	broodoven
broodplank	noun	plank waarop men brood kan snijden
broodplanken	=	broodplank
broodplankje	=	broodplank
broodplankjes	=	broodplank
broodpoot	noun|informal	homoseksueel die zich (om den brode) prostitueert
broodpootje	=	broodpoot
broodpootjes	=	broodpoot
broodpoten	=	broodpoot
broodprijs	noun	de prijs die consumenten moeten betalen voor brood
broodprijsje	=	broodprijs
broodprijsjes	=	broodprijs
broodprijzen	=	broodprijs
broodproducent	noun	bedrijf dat brood bakt
broodproducenten	=	broodproducent
broodpudding	noun	zoet gebak, gemaakt uit in melk geweekte broodresten, vermengd met eieren, suiker en smaakmakers zoals rozijnen, fruit, cacao of vanille
broodpuddingen	=	broodpudding
broodpuddinkje	=	broodpudding
broodpuddinkjes	=	broodpudding
broodroof	noun	het ontnemen van iemands middelen van bestaan, met name als vorm van machtsmisbruik of als repressiemiddel of doordat werknemers door werkgevers als lastig, opstandig of anderszins ongewenst worden ervaren
broodroofde	=	broodroven
broodroofden	=	broodroven
broodrooft	=	broodroven
broodrooster	noun	een elektrisch toestel om brood te roosteren
broodroosters	=	broodrooster
broodroostertje	=	broodrooster
broodroostertjes	=	broodrooster
broodrove	=	broodroven
broodroven	verb	het plegen van broodroof
broodrovend	=	broodroven
broodrovende	=	broodroven
broodschrijfster	=	broodschrijver
broodschrijver	noun	schrijver om den brode die alleen om geldelijk voordeel het ene na het andere boek uit de pen doet vloeien
broodschrijvers	=	broodschrijver
broodschrijvertje	=	broodschrijver
broodschrijvertjes	=	broodschrijver
broodsoort	noun	een indeling van brood op basis van het gebruikte graan (tarwe, rogge, spelt), het deel van de graankorrel (bloem, meel, volkoren) en eventuele toevoegingen (noten, zaden)
broodsoorten	=	broodsoort
broodsoortje	=	broodsoort
broodsoortjes	=	broodsoort
broodsuiker	noun	witte suiker van suikerbroden
broodsuikers	=	broodsuiker
broodsuikertje	=	broodsuiker
broodsuikertjes	=	broodsuiker
broodtekst	noun	dat deel van een artikel dat wordt gevormd door aaneengesloten proza, in tegenstelling tot titels, koppen, streamers, boxen, intro's etc.
broodteksten	=	broodtekst
broodtekstje	=	broodtekst
broodtekstjes	=	broodtekst
broodtrommel	noun	Een afgesloten doos waarin boterhammen zitten om op het werk of op school te gebruiken
broodtrommels	=	broodtrommel
broodtrommeltje	=	broodtrommel
broodtrommeltjes	=	broodtrommel
broodverbeteraar	noun	toeslagstof aan meel teneinde sommige eigenschappen van het brood te 'verbeteren'
broodverbeteraars	=	broodverbeteraar
broodverkoop	noun	de hoeveelheid brood die verkocht wordt
broodverkopen	=	broodverkoop
broodvermenigvuldiging	noun	een bekende parabel uit het Nieuwe Testament waarin Jezus Christus een enorme menigte mensen voedt met slechts enkele broden en vissen (een symbolische verwijzing naar goddelijke overvloed, zorg en kracht)
broodvermenigvuldigingen	=	broodvermenigvuldiging
broodvermenigvuldigingetje	=	broodvermenigvuldiging
broodvermenigvuldigingetjes	=	broodvermenigvuldiging
broodvorm	noun	een vorm waarin brood kan worden gebakken
broodvormen	=	broodvorm
broodvrees	noun	de angst dat men zijn baan (broodwinning) verliest
broodvrucht	noun	vrucht van de broodboom Artocarpus altilis
broodvruchten	=	broodvrucht
broodvruchtje	=	broodvrucht
broodvruchtjes	=	broodvrucht
broodwinner	noun	lid van een huishouding met betaald werk
broodwinners	=	broodwinner
broodwinnertje	=	broodwinner
broodwinning	noun	het werk waar iemand zijn geld (kost) mee verdient
broodwinningen	=	broodwinning
broodwinninkje	=	broodwinning
broodwinninkjes	=	broodwinning
broodwinster	=	broodwinner
broodwisseldieet	noun	een dieet om af te vallen waarbij je om de dag alleen maar brood eet
broodwisseldieetje	=	broodwisseldieet
broodwisseldieetjes	=	broodwisseldieet
broodwisseldiëten	=	broodwisseldieet
broodzaag	noun	lang, gekarteld mes dat men gebruikt voor het in plakken snijden van brood
broodzaagje	=	broodzaag
broodzaagjes	=	broodzaag
broodzagen	=	broodzaag
broodzak	noun	zak om brood in te doen
broodzakje	=	broodzak
broodzakjes	=	broodzak
broodzakken	=	broodzak
broodzaksluiter	noun	een sluiting voor plastic zakken, veelal een broodzak of een plastic fruitzak
broodzaksluiters	=	broodzaksluiter
broodzaksluitertje	=	broodzaksluiter
broodzaksluitertjes	=	broodzaksluiter
broodzaksluiting	noun	een sluiting voor plastic zakken, veelal een broodzak of een plastic fruitzak
broodzaksluitingen	=	broodzaksluiting
broodzetting	noun	vastlegging van de broodprijs
broodzettingen	=	broodzetting
broodzettinkje	=	broodzetting
broodzettinkjes	=	broodzetting
brooike	=	broodje
broom	noun	scheikundig element met symbool Br en atoomnummer 35. Het is een bruin halogeen
broomatomen	=	broomatoom
broomatoom	noun	een atoom van het chemisch element broom.
broomatoompje	=	broomatoom
broomatoompjes	=	broomatoom
broomhoudend	adj	broom bevattend
broomhoudende	=	broomhoudend
broomhoudender	=	broomhoudend
broomhoudendere	=	broomhoudend
broomhoudenders	=	broomhoudend
broomhoudends	=	broomhoudend
broomhoudendst	=	broomhoudend
broomhoudendste	=	broomhoudend
broommethaan	noun	een kleurloos, bijna reukloos en giftig gas met de formule CH₃Br
broomverbinding	noun	chemische verbinding waarin het element broom (Br) is gebonden aan één of meer andere elementen of groepen
broomverbindingen	=	broomverbinding
broomverbindinkje	=	broomverbinding
broomverbindinkjes	=	broomverbinding
broomzilver	noun	zilverzout van broomzuur
broomzilverpapier	noun	lichtgevoelig papier, met een dun laagje broomzilver bedekt
broomzilverpapieren	=	broomzilverpapier
broomzuren	=	broomzuur
broomzuur	noun	de verbinding HBrO₃
broos	adj	niet stevig
broosheden	=	broosheid
broosheid	noun	het breekbaar en kwetsbaar zijn van iets of iemand
broosje	=	broos
broost	=	broos
brooste	=	broos
brorona	noun	corona bij mannen die erger zou verlopen dan bij vrouwen en waarover mannen meer klagen dan vrouwen
bros	adj	hard, maar makkelijk breekbaar bij inslag
brosheid	noun	de eigenschap om zonder veel te rekken te breken
brosse	=	bros
brossen	verb	de verplichte lessen niet volgen
brossend	=	brossen
brossende	=	brossen
brosser	noun	iemand die niet aanwezig is waar hij hoort te zijn, iemand die verzuimt
brossere	=	bros
brossers	=	bros
brossertje	=	brosser
brost	=	bros
broste	=	brossen
brosten	=	brossen
brotox	noun	cosmetische botox behandeling voor mannen
brouges	adj	boos
brouille	noun	ernstig meningsverschil met onvriendelijke uitingen over en weer
brouilleer	=	brouilleren
brouilleerde	=	brouilleren
brouilleerden	=	brouilleren
brouilleert	=	brouilleren
brouillere	=	brouilleren
brouilleren	verb	in ruzie zijn, elkaar niet meer willen zien
brouillerend	=	brouilleren
brouillerende	=	brouilleren
brouilles	=	brouille
brousse	noun	tropisch oerwoud
brousses	=	brousse
brouw	=	brouwen
brouwde	=	brouwen
brouwden	=	brouwen
brouwe	=	brouwen
brouwen	verb	bereiden van bier door koken en vergisten van water, hop en mout en gist: bier brouwen.
brouwend	=	brouwen
brouwende	=	brouwen
brouwer	noun	iemand die bier maakt om te verhandelen (tegenwoordig ook wel als hobby)
brouwerij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op het brouwen van bier
brouwerijconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bierbrouwerijen
brouwerijconcerns	=	brouwerijconcern
brouwerijen	=	brouwerij
brouwerijgroep	noun	bedrijf dat meerdere bierbrouwerijen exploiteert
brouwerijgroepen	=	brouwerijgroep
brouwerijgroepje	=	brouwerijgroep
brouwerijgroepjes	=	brouwerijgroep
brouwerijtje	=	brouwerij
brouwerijtjes	=	brouwerij
brouwers	=	brouwer
brouwertje	=	brouwer
brouwertjes	=	brouwer
brouwhuis	noun	bedrijf waar men bier brouwt
brouwhuisje	=	brouwhuis
brouwhuisjes	=	brouwhuis
brouwhuizen	=	brouwhuis
brouwketel	noun	zeer grote, meestal roodkoperen ketel waarin het wort met de hop gekookt wordt
brouwketels	=	brouwketel
brouwketeltje	=	brouwketel
brouwketeltjes	=	brouwketel
brouwkuip	noun	breed bassin waarin men het bierbeslag maakt
brouwkuipen	=	brouwkuip
brouwproces	noun	de handelingen die nodig zijn voor het maken van bier
brouwprocessen	=	brouwproces
brouwsel	noun	een zelfgemaakt drankje
brouwsels	=	brouwsel
brouwseltje	=	brouwsel
brouwseltjes	=	brouwsel
brouwt	=	brouwen
brouwzaal	noun	een van de ruimtes van een bierbrouwerij
brouwzalen	=	brouwzaal
brown-out	noun	een bedoelde of onbedoelde verlaging van de spanning (het voltage) in een elektriciteitsnet
brown-outs	=	brown-out
brownbeweging	noun	het fenomeen dat deeltjes, hoewel bestaande uit dode materie, een onregelmatige eigen beweging vertonen en volgens een toevallig aandoend patroon in alle richtingen wegschieten wat wordt veroorzaakt door botsingen met vele moleculen van het gas of de vloeistof waarin ze zweven
brownbewegingen	=	brownbeweging
brownbeweginkje	=	brownbeweging
brownbeweginkjes	=	brownbeweging
brownie	noun	een van oorsprong Amerikaans nagerecht of snack, bestaande uit een vrij dicht plat gebak gemaakt van chocolade, en gebakken op een bakplaat
brownies	=	brownie
browning	noun	pistool met het magazijn voor de kogels in de kolf van het pistool
brownings	=	browning
browse	=	browsen
browsede	=	browsen
browseden	=	browsen
browsen	verb	bestanden zoals webpagina's op een beeldscherm raadplegen, bekijken (met een browser)
browsend	=	browsen
browsende	=	browsen
browser	noun	computerprogramma waarmee elektronische bestanden (vooral webpagina's) kunnen worden geraadpleegd
browserkaper	noun	een spywareprogramma dat een deel van een browser overneemt om daarmee een persoon bij zoekopdrachten om te leiden naar een kwaadaardige website
browserkapers	=	browserkaper
browseroorlog	noun	competitie tussen partijen die een internetbrowser aanbieden
browseroorlogen	=	browseroorlog
browseroorlogje	=	browseroorlog
browseroorlogjes	=	browseroorlog
browsers	=	browser
browsertje	=	browser
browsertjes	=	browser
browset	=	browsen
browsete	=	browsen
browseten	=	browsen
broyeer	=	broyeren
broyeerde	=	broyeren
broyeerden	=	broyeren
broyeert	=	broyeren
broyere	=	broyeren
broyeren	verb	verbrijzelen
broyerend	=	broyeren
broyerende	=	broyeren
broze	=	broos
brozem	noun|humorous	jongere die op een luidruchtige brommer rijdt
brozems	=	brozem
brozen	=	broos
brozer	=	broos
brozere	=	broos
brozers	=	broos
brr	intj	hu
brua	noun	soort geestuitdrijving; zwarte kunst
brucellose	noun	infectieziekte, veroorzaakt door bacteriën uit het geslacht Brucella
brucellosis	noun	een door Brucella-bacteriën veroorzaakte infectieziekte bij mensen en zoogdieren
brug	noun	kunstmatige weg over een diepte
brug-ww	noun	uitkering voor mensen die voor een deel van hun tijd werken, maar ook een opleiding volgen; bedoeld om het voor werknemers en werkgevers aantrekkelijk te maken om iemand in dienst te nemen die nog (om-)geschoold moet worden
brugbaan	noun	tijdelijke, gesubsidieerde baan voor een ex-arbeidsongeschikte om diens terugkeer op de arbeidsmarkt te vergemakkelijken
brugbalans	noun	weegtoestel voor zware voorwerpen
brugbalansen	=	brugbalans
brugbanen	=	brugbaan
brugbediening	noun	het openen en sluiten van een beweegbare brug
brugbedieningen	=	brugbediening
brugbogen	=	brugboog
brugboog	noun	deel van de overspanning van een brug tussen twee peilers
brugboogje	=	brugboog
brugboogjes	=	brugboog
brugconstructie	noun	de manier waarop een brug in elkaar zit; de manier waarop een brug gebouwd wordt
brugconstructies	=	brugconstructie
brugconstructietje	=	brugconstructie
brugconstructietjes	=	brugconstructie
brugdag	noun	extra vrije dag tussen een officiële vrije dag en het weekend (door een werknemer opgenomen, zodat hij langer vrij heeft of door de werkgever vastgesteld, zodat het bedrijf zonder onderbreking kan worden gesloten)
brugdagen	=	brugdag
brugdeel	noun	een van de segmenten van een brug
brugdek	noun	het wegdek van een brug
brugdekken	=	brugdek
brugdelen	=	brugdeel
brugfunctie	noun	bemiddelende functie
brugfuncties	=	brugfunctie
brugfundering	noun	gedeelte van een brug dat het gewicht van die brug overbrengt op de ondergrond
brugfunderingen	=	brugfundering
bruggat	noun	doorvaartopening van een brug
bruggaten	=	bruggat
bruggehoofd	=	bruggenhoofd
bruggeld	noun	een heffing die vaartuigen moeten betalen bij passeren van (gemeentelijke) bruggen en sluizen
bruggelden	=	bruggeld
bruggeling	noun	een inwoner van Brugge, of iemand afkomstig uit Brugge
bruggelingen	=	bruggeling
bruggen	=	brug
bruggenbouw	noun	het construeren van een verbinding over een diepte
bruggenbouwer	noun	iemand actief is in de bouw van bruggen
bruggenbouwers	=	bruggenbouwer
bruggenbouwster	=	bruggenbouwer
bruggengeld	noun	vergoeding die een schipper moet betalen voor het openen van een beweegbare brug
bruggengelden	=	bruggengeld
bruggenhoofd	noun	de versterkte plaats waar een brug met de oever verbonden is
bruggenhoofden	=	bruggenhoofd
bruggenhoofdje	=	bruggenhoofd
bruggenhoofdjes	=	bruggenhoofd
brugger	noun	brugklasser
bruggers	=	brugger
bruggertje	=	brugger
bruggetje	=	brug
bruggetjes	=	brug
brughagedis	noun	benaming voor op hagedissen lijkende dieren uit de orde Sphenodontia die enkel voorkomen in Nieuw-Zeeland
brughagedisje	=	brughagedis
brughagedisjes	=	brughagedis
brughagedissen	noun	reptielen die behoren tot het geslacht Sphenodon uit de familie Sphenodontidae (vroeger: Rhynchocephalia).
brugjaar	noun	beginjaar van de middelbare school waarin leerlingen die later naar verschillende onderwijstypen gaan nog bij elkaar in de klas zitten
brugjaren	=	brugjaar
brugje	=	brug
brugjes	=	brug
brugkam	noun	onderdeel van de brug bij sommige gitaren, waarover de snaren op vaste onderlinge afstand naar hun bevestigingspunt in de brug lopen
brugkammen	=	brugkam
brugkanaal	noun	aquaduct
brugkanaaltje	=	brugkanaal
brugkanaaltjes	=	brugkanaal
brugkanalen	=	brugkanaal
brugklas	noun	eerste klas waarin een leerling terechtkomt die van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs gaat
brugklasje	=	brugklas
brugklasjes	=	brugklas
brugklasse	=	brugklas
brugklassen	=	brugklas
brugklasser	noun	iemand die in de brugklas zit
brugklassers	=	brugklasser
brugklassertje	=	brugklasser
brugklassertjes	=	brugklasser
brugkraan	noun	een hijskraan met twee poten waartussen de last kan worden opgehesen en getransporteerd
brugkraantje	=	brugkraan
brugkraantjes	=	brugkraan
brugkranen	=	brugkraan
brugleuning	noun	hek langs de zijkant van een brug die voetgangers beschermt tegen in het water vallen
brugleuningen	=	brugleuning
brugman	noun	brugwachter bruggeman iemand die een beweegbare brug bedient (Brugman is een persoonsnaam)
brugmannen	=	brugman
brugmannetje	=	brugman
brugmannetjes	=	brugman
brugoverspanning	noun	ruimte tussen steunpunten die door een brug wordt overdekt
brugoverspanningen	=	brugoverspanning
brugpensioen	noun	een pensioen dat ingaat voordat de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt
brugpensioenen	=	brugpensioen
brugpensioentje	=	brugpensioen
brugpensioentjes	=	brugpensioen
brugperiode	noun	tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden
brugperioden	=	brugperiode
brugperiodes	=	brugperiode
brugpieper	noun	iemand die in de brugklas zit, een brugklasser
brugpiepers	=	brugpieper
brugpiepertje	=	brugpieper
brugpiepertjes	=	brugpieper
brugpijler	noun	pilaar die als steunpunt voor een grote brug is gebouwd
brugpijlers	=	brugpijler
brugrestaurant	noun	een wegrestaurant dat is gebouwd als brug over de weg
brugrestaurantje	=	brugrestaurant
brugrestaurantjes	=	brugrestaurant
brugrestaurants	=	brugrestaurant
brugs	adj	op Brugge betrekking hebbend
brugse	noun	een vrouwelijke inwoner van Brugge, of een vrouw afkomstig uit Brugge
brugsen	=	brugse
brugser	=	brugs
brugsere	=	brugs
brugsers	=	brugs
brugsmurf	noun	iemand die in de brugklas zit, een brugklasser
brugsmurfen	=	brugsmurf
brugsmurfje	=	brugsmurf
brugsmurfjes	=	brugsmurf
brugspin	noun	Larinioides sclopetarius een spinnensoort uit de familie van de wielwebspinnen.
brugspinnen	=	brugspin
brugspinnetje	=	brugspin
brugspinnetjes	=	brugspin
brugst	=	brugs
brugste	=	brugs
brugvak	noun	deel van een brug dat tussen twee pijlers ligt
brugvakken	=	brugvak
brugwachter	noun	beambte die een beweegbare brug bedient
brugwachters	=	brugwachter
brugwachtershuis	noun	gebouw van waaruit een brugwachter een beweegbare brug bedient
brugwachtershuisje	=	brugwachtershuis
brugwachtershuisjes	=	brugwachtershuis
brugwachtershuizen	=	brugwachtershuis
brugzadel	noun	onderdeel van de brug bij sommige gitaren, waarover de snaren op vaste onderlinge afstand naar hun bevestigingspunt in de brug lopen Elektrische gitaren hebben vaak een brugzadel per snaar dat afzonderlijk kan worden ingesteld.
brugzadels	=	brugzadel
bruheria	noun	hekserij
brui	noun|obsolete	slag, stoot
bruid	noun	een vrouw die in het huwelijk treedt
bruidegom	noun	man die in het huwelijk treedt, het is de mannelijke vorm van bruid en dat is opmerkelijk want er zijn veel meer vrouwelijke vormen van mannelijke woorden
bruidegommen	=	bruidegom
bruidegommetje	=	bruidegom
bruidegoms	=	bruidegom
bruidegomspijp	noun	feestelijk versierd rookgerei van aardewerk, waarmee traditioneel door de bruidegom werd gerookt en dat daarna werd bewaard voor huwelijksjubilea
bruidegomspijpen	=	bruidegomspijp
bruiden	=	bruid
bruidje	=	bruid
bruidjes	=	bruid
bruidsbed	noun	bed voor de bruidsnacht
bruidsbedden	=	bruidsbed
bruidsbedje	=	bruidsbed
bruidsbeker	noun	een drinkbeker die tijdens bruiloften wordt gebruikt of geschonken
bruidsbekers	=	bruidsbeker
bruidsbekertje	=	bruidsbeker
bruidsbekertjes	=	bruidsbeker
bruidsbloem	noun	een geslacht Deutzia van planten uit de hortensiafamilie (Hydrangeaceae).
bruidsbloemen	=	bruidsbloem
bruidsbloemetje	=	bruidsbloem
bruidsbloemetjes	=	bruidsbloem
bruidsbloempje	=	bruidsbloem
bruidsbloempjes	=	bruidsbloem
bruidsboeket	noun	boeket bloemen dat de bruid draagt tijdens de huwelijksceremonie
bruidsboeketje	=	bruidsboeket
bruidsboeketjes	=	bruidsboeket
bruidsboeketten	=	bruidsboeket
bruidschat	=	bruidsschat
bruidsdag	noun	de periode tussen de ondertrouw en het huwelijk, de periode dat men alle voorbereidingen voor het huwelijk treft
bruidsdagen	=	bruidsdag
bruidsgift	noun	geld of goed dat de bruid meebrengt in het huwelijk als ze in het huwelijk treedt
bruidsgiften	=	bruidsgift
bruidsjapon	noun	de lange jurk die de bruid draagt tijdens de bruiloft, de bruidsjurk
bruidsjaponnen	=	bruidsjapon
bruidsjaponnetje	=	bruidsjapon
bruidsjaponnetjes	=	bruidsjapon
bruidsjonker	noun	een mannelijk persoon (meestal een ongetrouwd familielid) die het bruidspaar op de trouwdag terzijde staat.
bruidsjonkers	=	bruidsjonker
bruidsjonkertje	=	bruidsjonker
bruidsjonkertjes	=	bruidsjonker
bruidsjurk	noun	de meestal lange witte jurk die de bruid draagt tijdens de bruiloft
bruidsjurken	=	bruidsjurk
bruidsjurkje	=	bruidsjurk
bruidsjurkjes	=	bruidsjurk
bruidsklederen	=	bruidskleed
bruidskleding	noun	de kleding die bruid en bruidegom dragen op de dag van het huwelijk
bruidskleed	noun	de mooie kleren die het bruidspaar dragen tijdens de bruiloft
bruidskleedje	=	bruidskleed
bruidskleedjes	=	bruidskleed
bruidskleren	=	bruidskleed
bruidskronen	=	bruidskroon
bruidskroon	noun	feestelijk hoofddeksel voor een bruid tijdens het huwelijksfeest
bruidskroontje	=	bruidskroon
bruidskroontjes	=	bruidskroon
bruidsluier	=	bruidssluier
bruidsmeisje	noun	een vrouwelijk persoon (meestal een ongetrouwd familielid) die het bruidspaar op de trouwdag terzijde staat.
bruidsmeisjes	=	bruidsmeisje
bruidsmodewinkel	noun	winkel waar men trouwjaponnen verkoopt
bruidsmodewinkels	=	bruidsmodewinkel
bruidsmodewinkeltje	=	bruidsmodewinkel
bruidsmodewinkeltjes	=	bruidsmodewinkel
bruidsmot	noun	Sitochroa palealis een microvlinder uit de familie van de grasmotten, de Crambidae.
bruidsmotje	=	bruidsmot
bruidsmotjes	=	bruidsmot
bruidsmotten	=	bruidsmot
bruidsnacht	noun	de eerste nacht na de voltrekking van het huwelijk
bruidsnachten	=	bruidsnacht
bruidspaar	noun	De twee mensen die met elkaar in het huwelijk treden
bruidspaartje	=	bruidspaar
bruidspaartjes	=	bruidspaar
bruidsparen	=	bruidspaar
bruidsreportage	noun	verslaglegging van een huwelijksfeest met behulp van foto's
bruidsreportages	=	bruidsreportage
bruidsschat	noun	een gift die een vrouw van haar ouders meekrijgt als ze in het huwelijk treedt.
bruidsschatje	=	bruidsschat
bruidsschatjes	=	bruidsschat
bruidsschatten	=	bruidsschat
bruidssluier	noun	de sluier van een bruid
bruidssluiers	=	bruidssluier
bruidsstoet	noun	de optocht van het bruidspaar en de bruiloftsgasten
bruidsstoeten	=	bruidsstoet
bruidsstoetje	=	bruidsstoet
bruidsstoetjes	=	bruidsstoet
bruidssuiker	noun	suikergoed (dat de bruid of het bruidspaar uitdeelt)
bruidssuikers	=	bruidssuiker
bruidssuikertje	=	bruidssuiker
bruidssuikertjes	=	bruidssuiker
bruidssuite	noun	heel luxe hotelkamer waar het bruidspaar de huwelijksnacht doorbrengt
bruidssuites	=	bruidssuite
bruidstaart	noun	taart die ter gelegenheid van een bruiloft wordt gegeten
bruidstaarten	=	bruidstaart
bruidstaartje	=	bruidstaart
bruidstaartjes	=	bruidstaart
bruidstraan	noun	traan die bij de bruid van emotie over haar wangen biggelt
bruidstranen	=	bruidstraan
bruidsvlucht	noun	het uitvliegen van een jonge koningin waarbij ze bevrucht wordt
bruidsvluchten	=	bruidsvlucht
bruidswinkel	noun	winkel waar men kleding verkoopt voor een vrouw die in het huwelijk treedt
bruidswinkels	=	bruidswinkel
bruidswinkeltje	=	bruidswinkel
bruidswinkeltjes	=	bruidswinkel
bruidtschat	=	bruidsschat
bruigom	noun|obsolete	de man die trouwt
bruigoms	=	bruigom
bruik	noun	het gebruikmaken van iets
bruikbaar	adj	nuttig, eenvoudig in het gebruik
bruikbaarder	=	bruikbaar
bruikbaardere	=	bruikbaar
bruikbaarders	=	bruikbaar
bruikbaarheden	=	bruikbaarheid
bruikbaarheid	noun	het bruikbaar zijn
bruikbaars	=	bruikbaar
bruikbaarst	=	bruikbaar
bruikbaarste	=	bruikbaar
bruikbare	=	bruikbaar
bruike	=	bruiken
bruiken	verb	zich bedienen van, gebruiken
bruikend	=	bruiken
bruikende	=	bruiken
bruikleen	noun	lening waarbij de uitlener aan de ontlener om niet een niet-vervangbare goed in gebruik verleent, onder de verplichting dat de ontlener, na daarvan gebruik te hebben gemaakt of na een bepaalde tijd, dat goed teruggeeft
bruikleengever	noun	iemand die iets voor een bepaalde tijd uitleent zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen
bruikleengevers	=	bruikleengever
bruikleentje	=	bruikleen
bruikleentjes	=	bruikleen
bruiklenen	=	bruikleen
bruiklener	noun	Hij of zij die iets in bruikleen ontvangt
bruikleners	=	bruiklener
bruiklening	noun	overeenkomst waarbij de ene partij aan de andere (de bruiklener) een zaak gratis in gebruik geeft, onder voorwaarde van teruggave
bruikleningen	=	bruiklening
bruikt	=	bruiken
bruikte	=	bruiken
bruikten	=	bruiken
bruikweer	noun|obsolete	weer over een vastgoed als gebruiker, gebruiksrecht
bruikweertje	=	bruikweer
bruikweertjes	=	bruikweer
bruikweren	=	bruikweer
bruiloft	noun	feestelijke gelegenheid waarbij twee personen in de echt verenigd worden
bruiloften	=	bruiloft
bruiloftje	=	bruiloft
bruiloftjes	=	bruiloft
bruiloftsartikel	noun	voorwerp gemaakt en verkocht om de feestvreugde bij een huwelijk te vergroten
bruiloftsartikelen	=	bruiloftsartikel
bruiloftsdag	noun	de dag dat men een huwelijk sluit en de bruiloft viert
bruiloftsdagen	=	bruiloftsdag
bruiloftsdagje	=	bruiloftsdag
bruiloftsdicht	noun	gedicht vervaardigd ter gelegenheid van een bruiloft
bruiloftsdichten	=	bruiloftsdicht
bruiloftsfeest	noun	feest ter gelegenheid van een huwelijksvoltrekking
bruiloftsfeesten	=	bruiloftsfeest
bruiloftsfeestje	=	bruiloftsfeest
bruiloftsfeestjes	=	bruiloftsfeest
bruiloftsfoto	noun	een foto gemaakt tijdens een huwelijksfeest
bruiloftsfoto's	=	bruiloftsfoto
bruiloftsfotootje	=	bruiloftsfoto
bruiloftsfotootjes	=	bruiloftsfoto
bruiloftsgast	noun	iemand die op het bruiloftsfeest uitgenodigd is
bruiloftsgasten	=	bruiloftsgast
bruiloftsklederen	=	bruiloftskleed
bruiloftskleed	noun	de kleurrijke veren van een mannetjesvogel
bruiloftskleren	=	bruiloftskleed
bruiloftslied	noun	lied ter ere van bruid en bruidegom gezongen
bruiloftsliederen	=	bruiloftslied
bruiloftsliedje	=	bruiloftslied
bruiloftsliedjes	=	bruiloftslied
bruiloftsmaal	noun	de gemeenschappelijke maaltijd die men nuttigd op de dag van het huwelijk
bruiloftsmalen	=	bruiloftsmaal
bruiloftsmars	noun	muziekstuk dat men speelt tijdens een huwelijksinzegening
bruiloftsmarsen	=	bruiloftsmars
bruiloftsmarsje	=	bruiloftsmars
bruiloftsmarsjes	=	bruiloftsmars
bruiloftsplanner	noun	persoon die beroepsmatig bruiloften organiseert
bruiloftsplanners	=	bruiloftsplanner
bruiloftstaart	noun	taart ter gelegenheid van een bruiloft
bruiloftstaarten	=	bruiloftstaart
bruiloftstaartje	=	bruiloftstaart
bruiloftstaartjes	=	bruiloftstaart
bruiloftsverzekering	noun	verzekering die je verzekert voor de kosten die voor de bruiloft zijn gemaakt en/of nog verschuldigd zijn als buiten je wil de bruiloft moet worden onderbroken, uitgesteld, voortijdig beëindigd of afgelast
bruiloftsverzekeringen	=	bruiloftsverzekering
bruiloftverzekering	noun	verzekering die je verzekert voor de kosten die voor de bruiloft zijn gemaakt en/of nog verschuldigd zijn als buiten je wil de bruiloft moet worden onderbroken, uitgesteld, voortijdig beëindigd of afgelast
bruiloftverzekeringen	=	bruiloftverzekering
bruiloftverzekeringetje	=	bruiloftverzekering
bruiloftverzekeringetjes	=	bruiloftverzekering
bruin	adj	met een kleur zoals die van koffie of chocola, in een tertiaire kleur die wordt verkregen door rood, geel en blauw te combineren	noun	kleur zoals die van koffie of chocola, tertiaire kleur die wordt verkregen door rood, geel en blauw te combineren
bruinachtig	adj	kleur lijkend op bruin hebbend
bruinachtige	=	bruinachtig
bruinachtiger	=	bruinachtig
bruinachtigere	=	bruinachtig
bruinachtigers	=	bruinachtig
bruinachtigs	=	bruinachtig
bruinachtigst	=	bruinachtig
bruinachtigste	=	bruinachtig
bruinbaardstruikgors	noun	Atlapetes fulviceps een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
bruinbaardstruikgorsje	=	bruinbaardstruikgors
bruinbaardstruikgorsjes	=	bruinbaardstruikgors
bruinbaardstruikgorzen	=	bruinbaardstruikgors
bruinbandbaardkoekoek	noun	Notharchus ordii een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
bruinbandbaardkoekoeken	=	bruinbandbaardkoekoek
bruinbandbaardkoekoekje	=	bruinbandbaardkoekoek
bruinbandbaardkoekoekjes	=	bruinbandbaardkoekoek
bruinbandbamboehaai	noun	Chiloscyllium punctatum een bamboehaai uit de familie van epaulethaaien en bamboehaaien (Hemiscylliidae).
bruinbandbamboehaaien	=	bruinbandbamboehaai
bruinbandbamboehaaitje	=	bruinbandbamboehaai
bruinbandbamboehaaitjes	=	bruinbandbamboehaai
bruinbandbladroller	noun	Argyrotaenia ljungiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
bruinbandbladrollers	=	bruinbandbladroller
bruinbandbladrollertje	=	bruinbandbladroller
bruinbandbladrollertjes	=	bruinbandbladroller
bruinbandspanner	noun	Scotopteryx chenopodiata een nachtvlinder uit de familie van de spanners.
bruinbandspanners	=	bruinbandspanner
bruinbandspannertje	=	bruinbandspanner
bruinbandspannertjes	=	bruinbandspanner
bruinbeige	noun	tint tussen bruin en beige met RAL-nummer 1011 ( ).	adj	in een tint tussen bruin en beige met RAL-nummer 1011 ( ).
bruinboegtroepiaal	noun	Agelaius humeralis een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
bruinboegtroepiaaltje	=	bruinboegtroepiaal
bruinboegtroepiaaltjes	=	bruinboegtroepiaal
bruinboegtroepialen	=	bruinboegtroepiaal
bruinboek	noun	een publicatie uit 1933 van de Communistische Internationale, waarin documenten en citaten werden gepresenteerd om de gebeurtenissen rond de Rijksdagbrand in een communistisch licht te stellen
bruinboeken	=	bruinboek
bruinboekje	=	bruinboek
bruinboekjes	=	bruinboek
bruinborst	noun	dier met een bruine borst
bruinborstaardkruiper	noun	Upucerthia validirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinborstaardkruipers	=	bruinborstaardkruiper
bruinborstaardkruipertje	=	bruinborstaardkruiper
bruinborstaardkruipertjes	=	bruinborstaardkruiper
bruinborstalethe	noun	Chamaetylas poliocephala een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
bruinborstalethes	=	bruinborstalethe
bruinborstalethetje	=	bruinborstalethe
bruinborstalethetjes	=	bruinborstalethe
bruinborstbaardvogel	noun	Lybius melanopterus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
bruinborstbaardvogels	=	bruinborstbaardvogel
bruinborstbaardvogeltje	=	bruinborstbaardvogel
bruinborstbaardvogeltjes	=	bruinborstbaardvogel
bruinborstbospatrijs	noun	Arborophila brunneopectus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
bruinborstbospatrijsje	=	bruinborstbospatrijs
bruinborstbospatrijsjes	=	bruinborstbospatrijs
bruinborstbospatrijzen	=	bruinborstbospatrijs
bruinborstbriljantkolibrie	noun	Heliodoxa rubinoides een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bruinborstbriljantkolibries	=	bruinborstbriljantkolibrie
bruinborstbriljantkolibrietje	=	bruinborstbriljantkolibrie
bruinborstbriljantkolibrietjes	=	bruinborstbriljantkolibrie
bruinborstbuulbuul	noun	Pycnonotus xanthorrhous een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
bruinborstbuulbuuls	=	bruinborstbuulbuul
bruinborstbuulbuultje	=	bruinborstbuulbuul
bruinborstbuulbuultjes	=	bruinborstbuulbuul
bruinborstdwergspecht	noun	Picumnus nebulosus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bruinborstdwergspechten	=	bruinborstdwergspecht
bruinborstdwergspechtje	=	bruinborstdwergspecht
bruinborstdwergspechtjes	=	bruinborstdwergspecht
bruinborsten	=	bruinborst
bruinborstfluiter	noun	Pachycephala homeyeri een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
bruinborstfluiters	=	bruinborstfluiter
bruinborstfluitertje	=	bruinborstfluiter
bruinborstfluitertjes	=	bruinborstfluiter
bruinborstijsvogel	noun	Halcyon gularis een ijsvogel die endemisch is in de Filipijnen
bruinborstijsvogels	=	bruinborstijsvogel
bruinborstijsvogeltje	=	bruinborstijsvogel
bruinborstijsvogeltjes	=	bruinborstijsvogel
bruinborstje	=	bruinborst
bruinborstjes	=	bruinborst
bruinborstkievietje	=	bruinborstkievit
bruinborstkievietjes	=	bruinborstkievit
bruinborstkievit	noun	Vanellus superciliosus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
bruinborstkieviten	=	bruinborstkievit
bruinborstkievitje	=	bruinborstkievit
bruinborstkievitjes	=	bruinborstkievit
bruinborstkwartellijster	noun	Cinclosoma castaneothorax een zangvogel uit de familie Cinclosomatidae.
bruinborstkwartellijsters	=	bruinborstkwartellijster
bruinborstkwartellijstertje	=	bruinborstkwartellijster
bruinborstkwartellijstertjes	=	bruinborstkwartellijster
bruinborstmierpitta	noun	Myrmothera simplex een zangvogel uit de familie Grallariidae.
bruinborstmierpitta's	=	bruinborstmierpitta
bruinborstmierpittaatje	=	bruinborstmierpitta
bruinborstmierpittaatjes	=	bruinborstmierpitta
bruinborstnegervink	noun	Nigrita bicolor een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
bruinborstnegervinken	=	bruinborstnegervink
bruinborstnegervinkje	=	bruinborstnegervink
bruinborstnegervinkjes	=	bruinborstnegervink
bruinborstnigrita	noun	Nigrita bicolor een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
bruinborstnigrita's	=	bruinborstnigrita
bruinborstparkiet	noun	Pyrrhura calliptera een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
bruinborstparkieten	=	bruinborstparkiet
bruinborstparkietje	=	bruinborstparkiet
bruinborstparkietjes	=	bruinborstparkiet
bruinborstpurperzwaluw	noun	Progne tapera een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
bruinborstpurperzwaluwen	=	bruinborstpurperzwaluw
bruinborstpurperzwaluwtje	=	bruinborstpurperzwaluw
bruinborstpurperzwaluwtjes	=	bruinborstpurperzwaluw
bruinborstrietvink	noun	Lonchura castaneothorax een vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
bruinborstrietvinken	=	bruinborstrietvink
bruinborstrietvinkje	=	bruinborstrietvink
bruinborstrietvinkjes	=	bruinborstrietvink
bruinborsttandkwartel	noun	Odontophorus speciosus een vogel uit de familie Odontophoridae.
bruinborsttandkwartels	=	bruinborsttandkwartel
bruinborsttandkwarteltje	=	bruinborsttandkwartel
bruinborsttandkwarteltjes	=	bruinborsttandkwartel
bruinborsttapuit	noun	Oenanthe bottae een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
bruinborsttapuiten	=	bruinborsttapuit
bruinborsttapuitje	=	bruinborsttapuit
bruinborsttapuitjes	=	bruinborsttapuit
bruinborsttodietiran	noun	Hemitriccus obsoletus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinborsttodietirannen	=	bruinborsttodietiran
bruinborsttodietirannetje	=	bruinborsttodietiran
bruinborsttodietirannetjes	=	bruinborsttodietiran
bruinborstwinterkoning	noun	Cyphorhinus thoracicus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
bruinborstwinterkoningen	=	bruinborstwinterkoning
bruinborstwinterkoninkje	=	bruinborstwinterkoning
bruinborstwinterkoninkjes	=	bruinborstwinterkoning
bruinborstzwaluw	noun	Progne tapera een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
bruinborstzwaluwen	=	bruinborstzwaluw
bruinborstzwaluwtje	=	bruinborstzwaluw
bruinborstzwaluwtjes	=	bruinborstzwaluw
bruinbroden	=	bruinbrood
bruinbrood	noun	brood gebakken van tarwemeel dat rijk is aan zemelen
bruinbroodje	=	bruinbrood
bruinbroodjes	=	bruinbrood
bruinbuikamazilia	noun	Saucerottia castaneiventris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bruinbuikamazilia's	=	bruinbuikamazilia
bruinbuikamaziliaatje	=	bruinbuikamazilia
bruinbuikamaziliaatjes	=	bruinbuikamazilia
bruinbuikbergtangare	noun	Dubusia castaneoventris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
bruinbuikbergtangaren	=	bruinbuikbergtangare
bruinbuikbergtangaretje	=	bruinbuikbergtangare
bruinbuikbergtangaretjes	=	bruinbuikbergtangare
bruinbuikbuulbuul	noun	Iole crypta een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls)
bruinbuikbuulbuuls	=	bruinbuikbuulbuul
bruinbuikbuulbuultje	=	bruinbuikbuulbuul
bruinbuikbuulbuultjes	=	bruinbuikbuulbuul
bruinbuikheremietkolibrie	noun	Phaethornis subochraceus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bruinbuikheremietkolibries	=	bruinbuikheremietkolibrie
bruinbuikheremietkolibrietje	=	bruinbuikheremietkolibrie
bruinbuikheremietkolibrietjes	=	bruinbuikheremietkolibrie
bruinbuiklijster	noun	Turdus fulviventris een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
bruinbuiklijsters	=	bruinbuiklijster
bruinbuiklijstertje	=	bruinbuiklijster
bruinbuiklijstertjes	=	bruinbuiklijster
bruinbuikmiersluiper	noun	Epinecrophylla gutturalis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bruinbuikmiersluipers	=	bruinbuikmiersluiper
bruinbuikmiersluipertje	=	bruinbuikmiersluiper
bruinbuikmiersluipertjes	=	bruinbuikmiersluiper
bruinbuikpiewie	noun	Contopus caribaeus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinbuikpiewies	=	bruinbuikpiewie
bruinbuikpiewietje	=	bruinbuikpiewie
bruinbuikpiewietjes	=	bruinbuikpiewie
bruinbuikwaaierstaart	noun	Rhipidura hyperythra een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
bruinbuikwaaierstaarten	=	bruinbuikwaaierstaart
bruinbuikwaaierstaartje	=	bruinbuikwaaierstaart
bruinbuikwaaierstaartjes	=	bruinbuikwaaierstaart
bruinde	=	bruinen
bruinden	=	bruinen
bruine	=	bruin
bruinebonensoep	noun	dikke soep waarvan bruine bonen het hoofdbestanddeel is
bruinebonensoepen	=	bruinebonensoep
bruineer	=	bruineren
bruineerde	=	bruineren
bruineerden	=	bruineren
bruineert	=	bruineren
bruinel	=	brunel
bruinelle	=	brunel
bruinen	verb	bruin worden
bruinend	=	bruinen
bruinende	=	bruinen
bruiner	=	bruin
bruinere	=	bruin
bruineren	verb	bruin maken
bruinerend	=	bruineren
bruinerende	=	bruineren
bruiners	=	bruin
bruinestengelvlekkenziekte	noun	Septocyta ruborum een schimmel die behoort tot de Ascomycota.
bruinestengelvlekkenziekten	=	bruinestengelvlekkenziekte
bruinestengelvlekkenziektes	=	bruinestengelvlekkenziekte
bruinestengelvlekkenziektetje	=	bruinestengelvlekkenziekte
bruinestengelvlekkenziektetjes	=	bruinestengelvlekkenziekte
bruinet	=	brunette
bruinette	=	brunette
bruinevlekkenroest	noun	een heteroecische roest Puccinia poae-nemoralis (syn.: Puccinia brachypodii var. poae-nemoralis).
bruinevlekkenroesten	=	bruinevlekkenroest
bruinevlekkenroestje	=	bruinevlekkenroest
bruinevlekkenroestjes	=	bruinevlekkenroest
bruinflankjanfrederik	noun	Cossypha anomala een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
bruinflankjanfrederiken	=	bruinflankjanfrederik
bruinflankjanfrederikje	=	bruinflankjanfrederik
bruinflankjanfrederikjes	=	bruinflankjanfrederik
bruinflankklauwiervireo	noun	Vireolanius melitophrys een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
bruinflankklauwiervireo's	=	bruinflankklauwiervireo
bruinflankklauwiervireootje	=	bruinflankklauwiervireo
bruinflankklauwiervireootjes	=	bruinflankklauwiervireo
bruinflanktangare	noun	Thlypopsis pectoralis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
bruinflanktangaren	=	bruinflanktangare
bruinflanktangaretje	=	bruinflanktangare
bruinflanktangaretjes	=	bruinflanktangare
bruinflankvliegenvanger	noun	Batis capensis een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
bruinflankvliegenvangers	=	bruinflankvliegenvanger
bruinflankvliegenvangertje	=	bruinflankvliegenvanger
bruinflankvliegenvangertjes	=	bruinflankvliegenvanger
bruingebrand	adj	met een als door zonnestraling donker geworden huidskleur
bruingebrande	=	bruingebrand
bruingebrander	=	bruingebrand
bruingebrandere	=	bruingebrand
bruingebranders	=	bruingebrand
bruingebrands	=	bruingebrand
bruingebrandst	=	bruingebrand
bruingebrandste	=	bruingebrand
bruingeel	adj	met een kleur die tussen geel en bruin in zit
bruingeels	=	bruingeel
bruingeelst	=	bruingeel
bruingeelste	=	bruingeel
bruingele	=	bruingeel
bruingelen	=	bruingeel
bruingeler	=	bruingeel
bruingelere	=	bruingeel
bruingelers	=	bruingeel
bruingoed	noun	geluidselektronica en beeldelektronica, waarvan de behuizingskleur oorspronkelijk bruin was en de naam verwijst naar de houten kasten
bruingrijs	noun	tint tussen bruin en grijs met RAL-nummer 7013 ( ).	adj	in een tint tussen bruin en grijs met RAL-nummer 7013 ( ).
bruingrijst	=	bruingrijs
bruingrijste	=	bruingrijs
bruingrijze	=	bruingrijs
bruingrijzen	=	bruingrijs
bruingrijzer	=	bruingrijs
bruingrijzere	=	bruingrijs
bruingrijzers	=	bruingrijs
bruingroen	noun	tint tussen bruin en groen met RAL-nummer 6008 ( ).	adj	in een tint tussen bruin en groen met RAL-nummer 6008 ( ).
bruingroene	=	bruingroen
bruingroenen	=	bruingroen
bruingroener	=	bruingroen
bruingroenere	=	bruingroen
bruingroeners	=	bruingroen
bruingroens	=	bruingroen
bruingroenst	=	bruingroen
bruingroenste	=	bruingroen
bruinharig	adj	met bruine haren
bruinharige	=	bruinharig
bruinhariger	=	bruinharig
bruinharigere	=	bruinharig
bruinharigers	=	bruinharig
bruinharigs	=	bruinharig
bruinharigst	=	bruinharig
bruinharigste	=	bruinharig
bruinhart	noun	bepaald soort boom, Vouacapoua americana die 25-30 meter hoog kan worden en die o.a. in Suriname voorkomt een boomsoort
bruinharten	=	bruinhart
bruinhemd	noun|historical	lid van de SA in nazi-Duitsland
bruinhemden	=	bruinhemd
bruinhemdje	=	bruinhemd
bruinhemdjes	=	bruinhemd
bruinig	adj	een beetje bruin
bruinige	=	bruinig
bruiniger	=	bruinig
bruinigere	=	bruinig
bruinigers	=	bruinig
bruinigs	=	bruinig
bruinigst	=	bruinig
bruinigste	=	bruinig
bruinkap	noun	dier met een bruine kap (bedekking van het hoofd)
bruinkapbaardkoekoek	noun	Bucco macrodactylus een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
bruinkapbaardkoekoeken	=	bruinkapbaardkoekoek
bruinkapbaardkoekoekje	=	bruinkapbaardkoekoek
bruinkapbaardkoekoekjes	=	bruinkapbaardkoekoek
bruinkapbergvink	noun	Leucosticte australis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
bruinkapbergvinken	=	bruinkapbergvink
bruinkapbergvinkje	=	bruinkapbergvink
bruinkapbergvinkjes	=	bruinkapbergvink
bruinkapbrilvogel	noun	Zosterops atriceps een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
bruinkapbrilvogels	=	bruinkapbrilvogel
bruinkapbrilvogeltje	=	bruinkapbrilvogel
bruinkapbrilvogeltjes	=	bruinkapbrilvogel
bruinkapheremietkolibrie	noun	Phaethornis augusti een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bruinkapheremietkolibries	=	bruinkapheremietkolibrie
bruinkapheremietkolibrietje	=	bruinkapheremietkolibrie
bruinkapheremietkolibrietjes	=	bruinkapheremietkolibrie
bruinkaphoningeter	noun	Xanthotis macleayanus een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
bruinkaphoningeters	=	bruinkaphoningeter
bruinkaphoningetertje	=	bruinkaphoningeter
bruinkaphoningetertjes	=	bruinkaphoningeter
bruinkapijsvogel	noun	Halcyon albiventris een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
bruinkapijsvogels	=	bruinkapijsvogel
bruinkapijsvogeltje	=	bruinkapijsvogel
bruinkapijsvogeltjes	=	bruinkapijsvogel
bruinkapje	=	bruinkap
bruinkapjes	=	bruinkap
bruinkapjungletimalia	noun	Pellorneum fuscocapillus een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
bruinkapjungletimalia's	=	bruinkapjungletimalia
bruinkapjungletimaliaatje	=	bruinkapjungletimalia
bruinkapjungletimaliaatjes	=	bruinkapjungletimalia
bruinkapjuweelbabbelaar	noun	Ptilorrhoa geislerorum een zangvogel uit de familie Cinclosomatidae.
bruinkapjuweelbabbelaars	=	bruinkapjuweelbabbelaar
bruinkapjuweelbabbelaartje	=	bruinkapjuweelbabbelaar
bruinkapjuweelbabbelaartjes	=	bruinkapjuweelbabbelaar
bruinkapkatvogel	noun	Ailuroedus geislerorum een van de meer dan twintig soorten prieelvogels.
bruinkapkatvogels	=	bruinkapkatvogel
bruinkapkatvogeltje	=	bruinkapkatvogel
bruinkapkatvogeltjes	=	bruinkapkatvogel
bruinkapkruiplijster	noun	Pomatorhinus phayrei een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
bruinkapkruiplijsters	=	bruinkapkruiplijster
bruinkapkruiplijstertje	=	bruinkapkruiplijster
bruinkapkruiplijstertjes	=	bruinkapkruiplijster
bruinkapleptopogon	noun	Leptopogon amaurocephalus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinkapleptopogonnetje	=	bruinkapleptopogon
bruinkapleptopogonnetjes	=	bruinkapleptopogon
bruinkapleptopogons	=	bruinkapleptopogon
bruinkaplijstergaai	noun	Trochalopteron austeni een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
bruinkaplijstergaaien	=	bruinkaplijstergaai
bruinkaplijstergaaitje	=	bruinkaplijstergaai
bruinkaplijstergaaitjes	=	bruinkaplijstergaai
bruinkapmeesstekelstaart	noun	Leptasthenura fuliginiceps een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinkapmeesstekelstaarten	=	bruinkapmeesstekelstaart
bruinkapmeesstekelstaartje	=	bruinkapmeesstekelstaart
bruinkapmeesstekelstaartjes	=	bruinkapmeesstekelstaart
bruinkapmiervogel	noun	Myrmoderus ruficauda een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bruinkapmiervogels	=	bruinkapmiervogel
bruinkapmiervogeltje	=	bruinkapmiervogel
bruinkapmiervogeltjes	=	bruinkapmiervogel
bruinkapmotmot	noun	Momotus mexicanus een vogel uit de familie motmots (Momotidae).
bruinkapmotmotje	=	bruinkapmotmot
bruinkapmotmotjes	=	bruinkapmotmot
bruinkapmotmots	=	bruinkapmotmot
bruinkapmotmotten	=	bruinkapmotmot
bruinkapmuisspecht	noun	Lepidocolaptes fuscicapillus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinkapmuisspechten	=	bruinkapmuisspecht
bruinkapmuisspechtje	=	bruinkapmuisspecht
bruinkapmuisspechtjes	=	bruinkapmuisspecht
bruinkaporganist	noun	Euphonia anneae een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
bruinkaporganisten	=	bruinkaporganist
bruinkaporganistje	=	bruinkaporganist
bruinkaporganistjes	=	bruinkaporganist
bruinkappen	=	bruinkap
bruinkapspecht	noun	Yungipicus moluccensis een kleine soort specht uit de familie (Picidae) die voorkomt in de Indische Archipel
bruinkapspechten	=	bruinkapspecht
bruinkapspechtje	=	bruinkapspecht
bruinkapspechtjes	=	bruinkapspecht
bruinkapstruikgors	noun	Arremon brunneinucha een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
bruinkapstruikgorsje	=	bruinkapstruikgors
bruinkapstruikgorsjes	=	bruinkapstruikgors
bruinkapstruikgorzen	=	bruinkapstruikgors
bruinkaptroepiaal	noun	Chrysomus ruficapillus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
bruinkaptroepiaaltje	=	bruinkaptroepiaal
bruinkaptroepiaaltjes	=	bruinkaptroepiaal
bruinkaptroepialen	=	bruinkaptroepiaal
bruinkapvinkleeuwerik	noun	Eremopterix leucopareia een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
bruinkapvinkleeuweriken	=	bruinkapvinkleeuwerik
bruinkapvinkleeuwerikje	=	bruinkapvinkleeuwerik
bruinkapvinkleeuwerikjes	=	bruinkapvinkleeuwerik
bruinkapvliegenpikker	noun	Ornithion brunneicapillus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinkapvliegenpikkers	=	bruinkapvliegenpikker
bruinkapvliegenpikkertje	=	bruinkapvliegenpikker
bruinkapvliegenpikkertjes	=	bruinkapvliegenpikker
bruinkapwever	noun	Ploceus insignis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
bruinkapwevers	=	bruinkapwever
bruinkapwevertje	=	bruinkapwever
bruinkapwevertjes	=	bruinkapwever
bruinkapzanger	noun	Myioborus brunniceps een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
bruinkapzangers	=	bruinkapzanger
bruinkapzangertje	=	bruinkapzanger
bruinkapzangertjes	=	bruinkapzanger
bruinkeel	noun	dier met een bruine keel
bruinkeelbaardvogel	noun	Psilopogon corvinus een endemische Aziatische baardvogel die voorkomt in bergbossen in het westen van het eiland Java (Indonesië)
bruinkeelbaardvogels	=	bruinkeelbaardvogel
bruinkeelbaardvogeltje	=	bruinkeelbaardvogel
bruinkeelbaardvogeltjes	=	bruinkeelbaardvogel
bruinkeelbladkrabber	noun	Sclerurus mexicanus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinkeelbladkrabbers	=	bruinkeelbladkrabber
bruinkeelbladkrabbertje	=	bruinkeelbladkrabber
bruinkeelbladkrabbertjes	=	bruinkeelbladkrabber
bruinkeelbladspeurder	noun	Automolus ochrolaemus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinkeelbladspeurders	=	bruinkeelbladspeurder
bruinkeelbladspeurdertje	=	bruinkeelbladspeurder
bruinkeelbladspeurdertjes	=	bruinkeelbladspeurder
bruinkeelboomkruiper	noun	Certhia discolor een zangvogel uit de familie van echte boomkruipers (Certhiidae).
bruinkeelboomkruipers	=	bruinkeelboomkruiper
bruinkeelboomkruipertje	=	bruinkeelboomkruiper
bruinkeelboomkruipertjes	=	bruinkeelboomkruiper
bruinkeelfulvetta	noun	Fulvetta ludlowi een zangvogel uit de Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
bruinkeelfulvetta's	=	bruinkeelfulvetta
bruinkeelfulvettaatje	=	bruinkeelfulvetta
bruinkeelfulvettaatjes	=	bruinkeelfulvetta
bruinkeelglansvogel	noun	Brachygalba lugubris een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
bruinkeelglansvogels	=	bruinkeelglansvogel
bruinkeelglansvogeltje	=	bruinkeelglansvogel
bruinkeelglansvogeltjes	=	bruinkeelglansvogel
bruinkeelheremietkolibrie	noun	Phaethornis squalidus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bruinkeelheremietkolibries	=	bruinkeelheremietkolibrie
bruinkeelheremietkolibrietje	=	bruinkeelheremietkolibrie
bruinkeelheremietkolibrietjes	=	bruinkeelheremietkolibrie
bruinkeelhoningzuiger	noun	Anthreptes malacensis een soort honingzuiger.
bruinkeelhoningzuigers	=	bruinkeelhoningzuiger
bruinkeelhoningzuigertje	=	bruinkeelhoningzuiger
bruinkeelhoningzuigertjes	=	bruinkeelhoningzuiger
bruinkeellelvliegenvanger	noun	Platysteira cyanea een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers)
bruinkeellelvliegenvangers	=	bruinkeellelvliegenvanger
bruinkeellelvliegenvangertje	=	bruinkeellelvliegenvanger
bruinkeellelvliegenvangertjes	=	bruinkeellelvliegenvanger
bruinkeelmonarch	noun	Myiagra castaneigularis een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
bruinkeelmonarchen	=	bruinkeelmonarch
bruinkeelmonarchje	=	bruinkeelmonarch
bruinkeelmonarchjes	=	bruinkeelmonarch
bruinkeelmuisspecht	noun	Dendrexetastes rufigula een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinkeelmuisspechten	=	bruinkeelmuisspecht
bruinkeelmuisspechtje	=	bruinkeelmuisspecht
bruinkeelmuisspechtjes	=	bruinkeelmuisspecht
bruinkeelortolaan	noun	Emberiza caesia een lid van de gorzenfamilie.
bruinkeelortolaantje	=	bruinkeelortolaan
bruinkeelortolaantjes	=	bruinkeelortolaan
bruinkeelortolanen	=	bruinkeelortolaan
bruinkeelschoffelsnavel	noun	Poecilotriccus plumbeiceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinkeelschoffelsnavels	=	bruinkeelschoffelsnavel
bruinkeelschoffelsnaveltje	=	bruinkeelschoffelsnavel
bruinkeelschoffelsnaveltjes	=	bruinkeelschoffelsnavel
bruinkeelspecht	noun	Dendrocopos hyperythrus een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
bruinkeelspechten	=	bruinkeelspecht
bruinkeelspechtje	=	bruinkeelspecht
bruinkeelspechtjes	=	bruinkeelspecht
bruinkeelstekelstaart	noun	Synallaxis cherriei een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinkeelstekelstaarten	=	bruinkeelstekelstaart
bruinkeelstekelstaartje	=	bruinkeelstekelstaart
bruinkeelstekelstaartjes	=	bruinkeelstekelstaart
bruinkeeltje	=	bruinkeel
bruinkeeltjes	=	bruinkeel
bruinkeeltodietiran	noun	Hemitriccus rufigularis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinkeeltodietirannen	=	bruinkeeltodietiran
bruinkeeltodietirannetje	=	bruinkeeltodietiran
bruinkeeltodietirannetjes	=	bruinkeeltodietiran
bruinkeelturco	noun	Pteroptochos castaneus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
bruinkeelturco's	=	bruinkeelturco
bruinkeelturcootje	=	bruinkeelturco
bruinkeelturcootjes	=	bruinkeelturco
bruinkeelwever	noun	Ploceus xanthopterus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
bruinkeelwevers	=	bruinkeelwever
bruinkeelwevertje	=	bruinkeelwever
bruinkeelwevertjes	=	bruinkeelwever
bruinkelen	=	bruinkeel
bruinkleurig	adj	met een bruine kleur
bruinkleurige	=	bruinkleurig
bruinkleurigs	=	bruinkleurig
bruinkolen	=	bruinkool
bruinkool	noun	bruine stof die ontstaan is door plantenafzettingen en gebruikt wordt als energiebron
bruinkoolcentrale	noun	elektriciteitscentrale gestookt met bruinkool
bruinkoolcentrales	=	bruinkoolcentrale
bruinkoolgroef	noun	een groeve die ontstaat indien men bruinkool wint
bruinkoolgroeve	noun	een groeve waar bruinkool uit de grond wordt gehaald
bruinkoolgroeven	=	bruinkoolgroef
bruinkoolgroeves	=	bruinkoolgroeve
bruinkoolmijn	noun	een mijn waar bruinkool wordt gewonnen
bruinkoolmijnen	=	bruinkoolmijn
bruinkoolmijntje	=	bruinkoolmijn
bruinkoolmijntjes	=	bruinkoolmijn
bruinkooltje	=	bruinkool
bruinkoolwinning	noun	het opgraven van bruinkool
bruinkoolwinningen	=	bruinkoolwinning
bruinkop	noun	dier met een bruine kop
bruinkopapalis	noun	Apalis alticola een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
bruinkopapalisje	=	bruinkopapalis
bruinkopapalisjes	=	bruinkopapalis
bruinkopapalissen	=	bruinkopapalis
bruinkopbaardvogel	noun	Psilopogon zeylanicus een Aziatische baardvogel die voorkomt in India en Sri Lanka.
bruinkopbaardvogels	=	bruinkopbaardvogel
bruinkopbaardvogeltje	=	bruinkopbaardvogel
bruinkopbaardvogeltjes	=	bruinkopbaardvogel
bruinkopbijeneter	noun	Merops leschenaulti een bijeneter die voorkomt in Zuid-Azië van India tot Indonesië.
bruinkopbijeneters	=	bruinkopbijeneter
bruinkopbijenetertje	=	bruinkopbijeneter
bruinkopbijenetertjes	=	bruinkopbijeneter
bruinkopboomhop	noun	Phoeniculus castaneiceps een vogel uit de familie boomhoppen (Phoeniculidae).
bruinkopboomhopje	=	bruinkopboomhop
bruinkopboomhopjes	=	bruinkopboomhop
bruinkopboomhoppen	=	bruinkopboomhop
bruinkopboomklever	noun	Sitta pusilla een zangvogel uit het geslacht sitta.
bruinkopboomklevers	=	bruinkopboomklever
bruinkopboomklevertje	=	bruinkopboomklever
bruinkopboomklevertjes	=	bruinkopboomklever
bruinkopbreedbektiran	noun	Platyrinchus saturatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinkopbreedbektirannen	=	bruinkopbreedbektiran
bruinkopbreedbektirannetje	=	bruinkopbreedbektiran
bruinkopbreedbektirannetjes	=	bruinkopbreedbektiran
bruinkopdiksnavelmees	noun	Sinosuthora webbiana een vogel die voorkomt in tropische en subtropische bergbossen in Oost-Azië en Indochina
bruinkopdiksnavelmeesje	=	bruinkopdiksnavelmees
bruinkopdiksnavelmeesjes	=	bruinkopdiksnavelmees
bruinkopdiksnavelmezen	=	bruinkopdiksnavelmees
bruinkopdwergijsvogel	noun	Ispidina lecontei een vogelsoort uit de familie ijsvogels (Alcedinidae).
bruinkopdwergijsvogels	=	bruinkopdwergijsvogel
bruinkopdwergijsvogeltje	=	bruinkopdwergijsvogel
bruinkopdwergijsvogeltjes	=	bruinkopdwergijsvogel
bruinkopdwerglijster	noun	Catharus occidentalis een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
bruinkopdwerglijsters	=	bruinkopdwerglijster
bruinkopdwerglijstertje	=	bruinkopdwerglijster
bruinkopdwerglijstertjes	=	bruinkopdwerglijster
bruinkoperemomela	noun	Eremomela turneri een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
bruinkoperemomela's	=	bruinkoperemomela
bruinkoperemomelaatje	=	bruinkoperemomela
bruinkoperemomelaatjes	=	bruinkoperemomela
bruinkopgors	noun	Emberiza bruniceps een als dwaalgast in West-Europa voorkomend lid van de gorzenfamilie.
bruinkopgorsje	=	bruinkopgors
bruinkopgorsjes	=	bruinkopgors
bruinkopgorzen	=	bruinkopgors
bruinkopgraszanger	noun	Cisticola fulvicapilla een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
bruinkopgraszangers	=	bruinkopgraszanger
bruinkopgraszangertje	=	bruinkopgraszanger
bruinkopgraszangertjes	=	bruinkopgraszanger
bruinkopinezia	noun	Inezia subflava een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinkopinezia's	=	bruinkopinezia
bruinkopineziaatje	=	bruinkopinezia
bruinkopineziaatjes	=	bruinkopinezia
bruinkopje	=	bruinkop
bruinkopjes	=	bruinkop
bruinkopkoevogel	noun	Molothrus ater een zangvogel uit de familie troepialen (Icteridae).
bruinkopkoevogels	=	bruinkopkoevogel
bruinkopkoevogeltje	=	bruinkopkoevogel
bruinkopkoevogeltjes	=	bruinkopkoevogel
bruinkopkolibrie	noun	Phaeoptila sordidus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bruinkopkolibries	=	bruinkopkolibrie
bruinkopkolibrietje	=	bruinkopkolibrie
bruinkopkolibrietjes	=	bruinkopkolibrie
bruinkopkraai	noun	Corvus fuscicapillus een vogel uit de familie van de kraaien.
bruinkopkraaien	=	bruinkopkraai
bruinkopkraaitje	=	bruinkopkraai
bruinkopkraaitjes	=	bruinkopkraai
bruinkopkruiper	noun	Rhabdornis inornatus een vogelsoort uit de familie Rhabdornithidae (Filipijnse kruipers).
bruinkopkruipers	=	bruinkopkruiper
bruinkopkruipertje	=	bruinkopkruiper
bruinkopkruipertjes	=	bruinkopkruiper
bruinkopmees	noun	Poecile cinctus een vogel uit de familie van de mezen (Paridae)
bruinkopmeesje	=	bruinkopmees
bruinkopmeesjes	=	bruinkopmees
bruinkopmeeuw	noun	Chroicocephalus brunnicephalus een vogel uit de familie Laridae (meeuwen).
bruinkopmeeuwen	=	bruinkopmeeuw
bruinkopmeeuwtje	=	bruinkopmeeuw
bruinkopmeeuwtjes	=	bruinkopmeeuw
bruinkopmezen	=	bruinkopmees
bruinkopmiervogel	noun	Myrmelastes brunneiceps een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bruinkopmiervogels	=	bruinkopmiervogel
bruinkopmiervogeltje	=	bruinkopmiervogel
bruinkopmiervogeltjes	=	bruinkopmiervogel
bruinkopnicator	noun	Nicator gularis een zangvogel uit de familie Nicatoridae.
bruinkopnicators	=	bruinkopnicator
bruinkopnicatortje	=	bruinkopnicator
bruinkopnicatortjes	=	bruinkopnicator
bruinkoppapegaai	noun	Poicephalus cryptoxanthus een vogel uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld.
bruinkoppapegaaien	=	bruinkoppapegaai
bruinkoppapegaaitje	=	bruinkoppapegaai
bruinkoppapegaaitjes	=	bruinkoppapegaai
bruinkoppen	=	bruinkop
bruinkopslingeraap	noun	Ateles fusciceps komt voor in de oerwouden in het noorden van Zuid-Amerika en in Midden-Amerika
bruinkopslingeraapje	=	bruinkopslingeraap
bruinkopslingeraapjes	=	bruinkopslingeraap
bruinkopslingerapen	=	bruinkopslingeraap
bruinkopstekelkruin	noun	Thripophaga fusciceps een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinkopstekelkruinen	=	bruinkopstekelkruin
bruinkopstekelkruintje	=	bruinkopstekelkruin
bruinkopstekelkruintjes	=	bruinkopstekelkruin
bruinkopstruiksluiper	noun	Aethomyias perspicillatus een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
bruinkopstruiksluipers	=	bruinkopstruiksluiper
bruinkopstruiksluipertje	=	bruinkopstruiksluiper
bruinkopstruiksluipertjes	=	bruinkopstruiksluiper
bruinkoptijgerparkiet	noun	Psittacella picta een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
bruinkoptijgerparkieten	=	bruinkoptijgerparkiet
bruinkoptijgerparkietje	=	bruinkoptijgerparkiet
bruinkoptijgerparkietjes	=	bruinkoptijgerparkiet
bruinkoptsjagra	noun	Tchagra australis een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
bruinkoptsjagra's	=	bruinkoptsjagra
bruinkoptsjagraatje	=	bruinkoptsjagra
bruinkoptsjagraatjes	=	bruinkoptsjagra
bruinkopvireo	noun	Hylophilus brunneiceps een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
bruinkopvireo's	=	bruinkopvireo
bruinkopvireootje	=	bruinkopvireo
bruinkopvireootjes	=	bruinkopvireo
bruinkopzwaluw	noun	Alopochelidon fucata een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
bruinkopzwaluwen	=	bruinkopzwaluw
bruinkopzwaluwtje	=	bruinkopzwaluw
bruinkopzwaluwtjes	=	bruinkopzwaluw
bruinkraagboskalkoen	noun	Talegalla jobiensis een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
bruinkraagboskalkoenen	=	bruinkraagboskalkoen
bruinkraagboskalkoentje	=	bruinkraagboskalkoen
bruinkraagboskalkoentjes	=	bruinkraagboskalkoen
bruinkraaggierzwaluw	noun	Streptoprocne rutila een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
bruinkraaggierzwaluwen	=	bruinkraaggierzwaluw
bruinkraaggierzwaluwtje	=	bruinkraaggierzwaluw
bruinkraaggierzwaluwtjes	=	bruinkraaggierzwaluw
bruinleren	adj	vervaardigd van bruin leer
bruinmaskertandkwartel	noun	Odontophorus erythrops een vogel uit de familie Odontophoridae.
bruinmaskertandkwartels	=	bruinmaskertandkwartel
bruinmaskertandkwarteltje	=	bruinmaskertandkwartel
bruinmaskertandkwarteltjes	=	bruinmaskertandkwartel
bruinnekpapegaai	noun	Poicephalus fuscicollis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
bruinnekpapegaaien	=	bruinnekpapegaai
bruinnekpapegaaitje	=	bruinnekpapegaai
bruinnekpapegaaitjes	=	bruinnekpapegaai
bruinnekraaf	noun	Corvus ruficollis een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
bruinnekraafje	=	bruinnekraaf
bruinnekraafjes	=	bruinnekraaf
bruinnekraven	=	bruinnekraaf
bruinogen	=	bruinoog
bruinogig	adj	bruine ogen hebbend
bruinogige	=	bruinogig
bruinogiger	=	bruinogig
bruinogigere	=	bruinogig
bruinogigers	=	bruinogig
bruinogigs	=	bruinogig
bruinogigst	=	bruinogig
bruinogigste	=	bruinogig
bruinolijfgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6022 ( )	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6022 ( )
bruinolijfgroene	=	bruinolijfgroen
bruinolijfgroens	=	bruinolijfgroen
bruinoog	noun	iemand met bruine ogen
bruinoogig	=	bruinogig
bruinoorarassari	noun	Pteroglossus castanotis een vogel uit de familie toekans (Ramphastidae).
bruinoorarassari's	=	bruinoorarassari
bruinoorarassarietje	=	bruinoorarassari
bruinoorarassarietjes	=	bruinoorarassari
bruinoorbuulbuul	noun	Hypsipetes amaurotis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
bruinoorbuulbuuls	=	bruinoorbuulbuul
bruinoorbuulbuultje	=	bruinoorbuulbuul
bruinoorbuulbuultjes	=	bruinoorbuulbuul
bruinoorneushoornvogel	noun	Bycanistes cylindricus een neushoornvogel die voorkomt Midden- en West-Afrika.
bruinoorneushoornvogels	=	bruinoorneushoornvogel
bruinoorneushoornvogeltje	=	bruinoorneushoornvogel
bruinoorneushoornvogeltjes	=	bruinoorneushoornvogel
bruinoorparkiet	noun	Pyrrhura frontalis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
bruinoorparkieten	=	bruinoorparkiet
bruinoorparkietje	=	bruinoorparkiet
bruinoorparkietjes	=	bruinoorparkiet
bruinoorspecht	noun	Pardipicus caroli een vogel uit het geslacht Pardipicus van de familie spechten (Picidae).
bruinoorspechten	=	bruinoorspecht
bruinoorspechtje	=	bruinoorspecht
bruinoorspechtjes	=	bruinoorspecht
bruinoorvliegenvanger	noun	Poecilodryas cerviniventris een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
bruinoorvliegenvangers	=	bruinoorvliegenvanger
bruinoorvliegenvangertje	=	bruinoorvliegenvanger
bruinoorvliegenvangertjes	=	bruinoorvliegenvanger
bruinplaatbundelridderzwam	noun	Lyophyllum fumosum een schimmel behorend tot de familie Lyophyllaceae.
bruinplaatbundelridderzwammen	=	bruinplaatbundelridderzwam
bruinplaatbundelridderzwammetje	=	bruinplaatbundelridderzwam
bruinplaatbundelridderzwammetjes	=	bruinplaatbundelridderzwam
bruinpootgrootrug	noun	Megalonotus antennatus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
bruinpootgrootruggen	=	bruinpootgrootrug
bruinpootgrootruggetje	=	bruinpootgrootrug
bruinpootgrootruggetjes	=	bruinpootgrootrug
bruinpootgrootrugje	=	bruinpootgrootrug
bruinpootgrootrugjes	=	bruinpootgrootrug
bruinpootheidebodemwants	noun	Ischnocoris angustulus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae)
bruinpootheidebodemwantsen	=	bruinpootheidebodemwants
bruinpootheidebodemwantsje	=	bruinpootheidebodemwants
bruinpootheidebodemwantsjes	=	bruinpootheidebodemwants
bruinringlooftiran	noun	Phylloscartes sylviolus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinringlooftirannen	=	bruinringlooftiran
bruinringlooftirannetje	=	bruinringlooftiran
bruinringlooftirannetjes	=	bruinringlooftiran
bruinrode	=	bruinrood
bruinroden	=	bruinrood
bruinroder	=	bruinrood
bruinrodere	=	bruinrood
bruinroders	=	bruinrood
bruinrood	noun	tint tussen bruin en rood met RAL-nummer 3011 ( ).	adj	in een tint tussen bruin en rood met RAL-nummer 3011 ( ).
bruinroods	=	bruinrood
bruinroodst	=	bruinrood
bruinroodste	=	bruinrood
bruinrot	noun	een ziekte bij aardappels die veroorzaakt wordt door Ralstonia solanacearum bacterie
bruinrug	noun	dier met een bruine rug
bruinrugekstertje	noun	Spermestes nigriceps een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
bruinrugekstertjes	=	bruinrugekstertje
bruinrugfluiter	noun	Pachycephala modesta een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
bruinrugfluiters	=	bruinrugfluiter
bruinrugfluitertje	=	bruinrugfluiter
bruinrugfluitertjes	=	bruinrugfluiter
bruinruggen	=	bruinrug
bruinruggetje	=	bruinrug
bruinruggetjes	=	bruinrug
bruinruggoudmus	noun	Passer luteus een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae)
bruinruggoudmusje	=	bruinruggoudmus
bruinruggoudmusjes	=	bruinruggoudmus
bruinruggoudmussen	=	bruinruggoudmus
bruinrugheggenmus	noun	Prunella immaculata een zangvogel uit de familie van heggenmussen (Prunellidae).
bruinrugheggenmusje	=	bruinrugheggenmus
bruinrugheggenmusjes	=	bruinrugheggenmus
bruinrugheggenmussen	=	bruinrugheggenmus
bruinrughoningspeurder	noun	Prodotiscus regulus een vogel uit de familie Indicatoridae (honingspeurders).
bruinrughoningspeurders	=	bruinrughoningspeurder
bruinrughoningspeurdertje	=	bruinrughoningspeurder
bruinrughoningspeurdertjes	=	bruinrughoningspeurder
bruinrughoningvogel	noun	Dicaeum everetti een zangvogel uit de familie.
bruinrughoningvogels	=	bruinrughoningvogel
bruinrughoningvogeltje	=	bruinrughoningvogel
bruinrughoningvogeltjes	=	bruinrughoningvogel
bruinrughoningzuiger	noun	Cyanomitra cyanolaemo een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
bruinrughoningzuigers	=	bruinrughoningzuiger
bruinrughoningzuigertje	=	bruinrughoningzuiger
bruinrughoningzuigertjes	=	bruinrughoningzuiger
bruinrugklauwier	noun	Lanius vittatus een vogel uit de familie der klauwieren (Laniidae).
bruinrugklauwieren	=	bruinrugklauwier
bruinrugklauwiertje	=	bruinrugklauwier
bruinrugklauwiertjes	=	bruinrugklauwier
bruinrugmierpitta	noun	Grallaria haplonota een zangvogel uit de familie Grallariidae.
bruinrugmierpitta's	=	bruinrugmierpitta
bruinrugmierpittaatje	=	bruinrugmierpitta
bruinrugmierpittaatjes	=	bruinrugmierpitta
bruinrugmiersluiper	noun	Epinecrophylla haematonota fjeldsaai een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bruinrugmiersluipers	=	bruinrugmiersluiper
bruinrugmiersluipertje	=	bruinrugmiersluiper
bruinrugmiersluipertjes	=	bruinrugmiersluiper
bruinrugmiervogel	noun	Poliocrania exsul een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bruinrugmiervogels	=	bruinrugmiervogel
bruinrugmiervogeltje	=	bruinrugmiervogel
bruinrugmiervogeltjes	=	bruinrugmiervogel
bruinrugoropendola	noun	Psarocolius cassini een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
bruinrugoropendola's	=	bruinrugoropendola
bruinrugoropendolaatje	=	bruinrugoropendola
bruinrugoropendolaatjes	=	bruinrugoropendola
bruinrugpapegaai	noun	Touit melanonotus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
bruinrugpapegaaien	=	bruinrugpapegaai
bruinrugpapegaaitje	=	bruinrugpapegaai
bruinrugpapegaaitjes	=	bruinrugpapegaai
bruinrugpieper	noun	Anthus leucophrys een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus
bruinrugpiepers	=	bruinrugpieper
bruinrugpiepertje	=	bruinrugpieper
bruinrugpiepertjes	=	bruinrugpieper
bruinrugsolitaire	noun	Myadestes occidentalis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
bruinrugsolitaires	=	bruinrugsolitaire
bruinrugsolitairetje	=	bruinrugsolitaire
bruinrugsolitairetjes	=	bruinrugsolitaire
bruinrugspecht	noun	Dendropicos obsoletus een soort specht uit een geslacht van vogels uit de familie spechten (Picidae).
bruinrugspechten	=	bruinrugspecht
bruinrugspechtje	=	bruinrugspecht
bruinrugspechtjes	=	bruinrugspecht
bruinrugspotlijster	noun	Mimus dorsalis een vogelsoort uit de familie van de spotlijsters (Mimidae).
bruinrugspotlijsters	=	bruinrugspotlijster
bruinrugspotlijstertje	=	bruinrugspotlijster
bruinrugspotlijstertjes	=	bruinrugspotlijster
bruinrugtamarin	noun	Leontocebus fuscicollis primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
bruinrugtamarinnetje	=	bruinrugtamarin
bruinrugtamarinnetjes	=	bruinrugtamarin
bruinrugtamarins	=	bruinrugtamarin
bruinrugtapuittiran	noun	Ochthoeca fumicolor een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinrugtapuittirannen	=	bruinrugtapuittiran
bruinrugtapuittirannetje	=	bruinrugtapuittiran
bruinrugtapuittirannetjes	=	bruinrugtapuittiran
bruinrugtodietiran	noun	Hemitriccus kaempferi een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae)
bruinrugtodietirannen	=	bruinrugtodietiran
bruinrugtodietirannetje	=	bruinrugtodietiran
bruinrugtodietirannetjes	=	bruinrugtodietiran
bruinrugtrogon	noun	Harpactes orrhophaeus een vogelsoort uit de familie trogons (Trogonidae).
bruinrugtrogonnetje	=	bruinrugtrogon
bruinrugtrogonnetjes	=	bruinrugtrogon
bruinrugtrogons	=	bruinrugtrogon
bruinrugvinkleeuwerik	noun	Eremopterix leucotis een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae) die voorkomt in Sub-Saharisch Afrika
bruinrugvinkleeuweriken	=	bruinrugvinkleeuwerik
bruinrugvinkleeuwerikje	=	bruinrugvinkleeuwerik
bruinrugvinkleeuwerikjes	=	bruinrugvinkleeuwerik
bruinrugvlagstaartijsvogel	noun	Tanysiptera danae een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
bruinrugvlagstaartijsvogels	=	bruinrugvlagstaartijsvogel
bruinrugvlagstaartijsvogeltje	=	bruinrugvlagstaartijsvogel
bruinrugvlagstaartijsvogeltjes	=	bruinrugvlagstaartijsvogel
bruinrugwaaierstaart	noun	Cercotrichas hartlaubi een vogelsoort uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
bruinrugwaaierstaarten	=	bruinrugwaaierstaart
bruinrugwaaierstaartje	=	bruinrugwaaierstaart
bruinrugwaaierstaartjes	=	bruinrugwaaierstaart
bruinrugzigzag	noun	Elgiva solicita een vliegensoort uit de familie van de slakkendoders (Sciomyzidae).
bruinrugzigzagje	=	bruinrugzigzag
bruinrugzigzagjes	=	bruinrugzigzag
bruinrugzigzags	=	bruinrugzigzag
bruins	=	bruin
bruinschouderpapegaai	noun	Touit stictopterus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
bruinschouderpapegaaien	=	bruinschouderpapegaai
bruinschouderpapegaaitje	=	bruinschouderpapegaai
bruinschouderpapegaaitjes	=	bruinschouderpapegaai
bruinschoudersmalsnuitje	noun	Aethes bilbaensis een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
bruinschoudersmalsnuitjes	=	bruinschoudersmalsnuitje
bruinsnavelarassari	noun	Pteroglossus mariae een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
bruinsnavelarassari's	=	bruinsnavelarassari
bruinsnavelarassarietje	=	bruinsnavelarassari
bruinsnavelarassarietjes	=	bruinsnavelarassari
bruinsnavelhoningeter	noun	Gymnomyza brunneirostris een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
bruinsnavelhoningeters	=	bruinsnavelhoningeter
bruinsnavelhoningetertje	=	bruinsnavelhoningeter
bruinsnavelhoningetertjes	=	bruinsnavelhoningeter
bruinsnavelmuisspecht	noun	Campylorhamphus pusillus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinsnavelmuisspechten	=	bruinsnavelmuisspecht
bruinsnavelmuisspechtje	=	bruinsnavelmuisspecht
bruinsnavelmuisspechtjes	=	bruinsnavelmuisspecht
bruinsnedemycena	noun	een soort plaatjeszwam Mycena olivaceomarginata uit de familie Mycenaceae
bruinsnedemycena's	=	bruinsnedemycena
bruinsnedemycenaatje	=	bruinsnedemycena
bruinsnedemycenaatjes	=	bruinsnedemycena
bruinsnedeviltkop	noun	Mallocybe fuscomarginata een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
bruinsnedeviltkopje	=	bruinsnedeviltkop
bruinsnedeviltkopjes	=	bruinsnedeviltkop
bruinsnedeviltkoppen	=	bruinsnedeviltkop
bruinsprietwespbij	noun	Nomada fuscicornis een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
bruinsprietwespbijen	=	bruinsprietwespbij
bruinsprietwespbijtje	=	bruinsprietwespbij
bruinsprietwespbijtjes	=	bruinsprietwespbij
bruinst	=	bruin
bruinstaart	noun	Oenanthe scotocerca een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
bruinstaartapalis	noun	Apalis flavocincta een zangvogel uit de familie Cisticolidae die voorkomt in Sub-Saharisch Afrika.
bruinstaartapalisje	=	bruinstaartapalis
bruinstaartapalisjes	=	bruinstaartapalis
bruinstaartapalissen	=	bruinstaartapalis
bruinstaarten	=	bruinstaart
bruinstaarthoornkolibrie	noun	Boissonneaua flavescens een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bruinstaarthoornkolibries	=	bruinstaarthoornkolibrie
bruinstaarthoornkolibrietje	=	bruinstaarthoornkolibrie
bruinstaarthoornkolibrietjes	=	bruinstaarthoornkolibrie
bruinstaartje	=	bruinstaart
bruinstaartjes	=	bruinstaart
bruinstaarttachuri	noun	Mecocerculus hellmayri een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinstaarttachuri's	=	bruinstaarttachuri
bruinstaarttachurietje	=	bruinstaarttachuri
bruinstaarttachurietjes	=	bruinstaarttachuri
bruinste	=	bruin
bruinsteen	noun	delfstof, die uit mangaandioxide bestaat met formule MnO₂
bruinstipje	noun	Proteroiulus fuscus een soort miljoenpoot in de familie Blaniulidae die overal in Europa kan worden gevonden, behalve Albanië, Andorra, Liechtenstein, Moldavië, Monaco, Roemenië, San Marino, Vaticaanstad, alle staten van voormalig Joegoslavië en enkele Europese eilanden.
bruinstipjes	=	bruinstipje
bruinstuitbladspeurder	noun	Automolus melanopezus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinstuitbladspeurders	=	bruinstuitbladspeurder
bruinstuitbladspeurdertje	=	bruinstuitbladspeurder
bruinstuitbladspeurdertjes	=	bruinstuitbladspeurder
bruinstuitgors	noun	Emberiza affinis een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
bruinstuitgorsje	=	bruinstuitgors
bruinstuitgorsjes	=	bruinstuitgors
bruinstuitgorzen	=	bruinstuitgors
bruinstuitsalangaan	noun	Aerodramus mearnsi een gierzwaluw die alleen voorkomt in de Filipijnen
bruinstuitsalangaantje	=	bruinstuitsalangaan
bruinstuitsalangaantjes	=	bruinstuitsalangaan
bruinstuitsalanganen	=	bruinstuitsalangaan
bruinstuitspecht	noun	Meiglyptes tristis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
bruinstuitspechten	=	bruinstuitspecht
bruinstuitspechtje	=	bruinstuitspecht
bruinstuitspechtjes	=	bruinstuitspecht
bruinstuittapaculo	noun	Scytalopus latebricola een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
bruinstuittapaculo's	=	bruinstuittapaculo
bruinstuittapaculootje	=	bruinstuittapaculo
bruinstuittapaculootjes	=	bruinstuittapaculo
bruinstuitwever	noun	Ploceus superciliosus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
bruinstuitwevers	=	bruinstuitwever
bruinstuitwevertje	=	bruinstuitwever
bruinstuitwevertjes	=	bruinstuitwever
bruint	=	bruinen
bruintje	=	bruin
bruintjes	=	bruin
bruinverbrand	adj	van de huid: door de uv-straling van de zon bruin geworden
bruinverbrande	=	bruinverbrand
bruinverbrander	=	bruinverbrand
bruinverbrandere	=	bruinverbrand
bruinverbranders	=	bruinverbrand
bruinverbrands	=	bruinverbrand
bruinverbrandst	=	bruinverbrand
bruinverbrandste	=	bruinverbrand
bruinvis	noun	kleine, solitair of in los school levende tandwalvis uit de familie Phocoenidae, zich kenmerkend door zijn stompe snuit, spatelvormige tanden, lage driehoekige rugvin en horizontale staartvin, en die tijdens het zwemmen uit het water opspringt
bruinvisch	=	bruinvis
bruinvisje	=	bruinvis
bruinvisjes	=	bruinvis
bruinvissen	noun	Phocoenidae een familie van kleine walvisachtigen uit de onderorde der tandwalvissen (Odontoceti).
bruinvlekboomloper	noun	Margarornis stellatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinvlekboomlopers	=	bruinvlekboomloper
bruinvlekboomlopertje	=	bruinvlekboomloper
bruinvlekboomlopertjes	=	bruinvlekboomloper
bruinvlekkathaai	noun	Scyliorhinus garmani een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
bruinvlekkathaaien	=	bruinvlekkathaai
bruinvlekkathaaitje	=	bruinvlekkathaai
bruinvlekkathaaitjes	=	bruinvlekkathaai
bruinvlekmiervogel	noun	Hylophylax naevius een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
bruinvlekmiervogels	=	bruinvlekmiervogel
bruinvlekmiervogeltje	=	bruinvlekmiervogel
bruinvlekmiervogeltjes	=	bruinvlekmiervogel
bruinvlekral	noun	Sarothrura elegans een vogel uit de familie Sarothruridae.
bruinvlekrallen	=	bruinvlekral
bruinvlekralletje	=	bruinvlekral
bruinvlekralletjes	=	bruinvlekral
bruinvleugeldiksnavelmees	noun	Sinosuthora brunnea een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
bruinvleugeldiksnavelmeesje	=	bruinvleugeldiksnavelmees
bruinvleugeldiksnavelmeesjes	=	bruinvleugeldiksnavelmees
bruinvleugeldiksnavelmezen	=	bruinvleugeldiksnavelmees
bruinvleugeldwerguil	noun	Glaucidium castanopterum een vogel uit de familie van de uilen.
bruinvleugeldwerguilen	=	bruinvleugeldwerguil
bruinvleugeldwerguiltje	=	bruinvleugeldwerguil
bruinvleugeldwerguiltjes	=	bruinvleugeldwerguil
bruinvleugelijsvogel	noun	Pelargopsis amauroptera een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
bruinvleugelijsvogels	=	bruinvleugelijsvogel
bruinvleugelijsvogeltje	=	bruinvleugelijsvogel
bruinvleugelijsvogeltjes	=	bruinvleugelijsvogel
bruinvleugelincakolibrie	noun	Coeligena lutetiae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
bruinvleugelincakolibries	=	bruinvleugelincakolibrie
bruinvleugelincakolibrietje	=	bruinvleugelincakolibrie
bruinvleugelincakolibrietjes	=	bruinvleugelincakolibrie
bruinvleugelmuisspecht	noun	Dendrocincla anabatina een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
bruinvleugelmuisspechten	=	bruinvleugelmuisspecht
bruinvleugelmuisspechtje	=	bruinvleugelmuisspecht
bruinvleugelmuisspechtjes	=	bruinvleugelmuisspecht
bruinvleugelroofvlieg	noun	Pamponerus germanicus een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
bruinvleugelroofvliegen	=	bruinvleugelroofvlieg
bruinvleugelroofvliegje	=	bruinvleugelroofvlieg
bruinvleugelroofvliegjes	=	bruinvleugelroofvlieg
bruinvleugelschiffornis	noun	Schiffornis turdina een zangvogel uit de familie Tityridae.
bruinvleugelschiffornisje	=	bruinvleugelschiffornis
bruinvleugelschiffornisjes	=	bruinvleugelschiffornis
bruinvleugelschiffornissen	=	bruinvleugelschiffornis
bruinvleugeltiran	noun	Myiarchus oberi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinvleugeltirannen	=	bruinvleugeltiran
bruinvleugeltirannetje	=	bruinvleugeltiran
bruinvleugeltirannetjes	=	bruinvleugeltiran
bruinvoorhoofddwergtiran	noun	Pseudotriccus simplex een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
bruinvoorhoofddwergtirannen	=	bruinvoorhoofddwergtiran
bruinvoorhoofddwergtirannetje	=	bruinvoorhoofddwergtiran
bruinvoorhoofddwergtirannetjes	=	bruinvoorhoofddwergtiran
bruinvoorhoofdspecht	noun	Dendrocoptes auriceps een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
bruinvoorhoofdspechten	=	bruinvoorhoofdspecht
bruinvoorhoofdspechtje	=	bruinvoorhoofdspecht
bruinvoorhoofdspechtjes	=	bruinvoorhoofdspecht
bruinvoorhoofdvireo	noun	Pachysylvia hypoxantha een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
bruinvoorhoofdvireo's	=	bruinvoorhoofdvireo
bruinvoorhoofdvireootje	=	bruinvoorhoofdvireo
bruinvoorhoofdvireootjes	=	bruinvoorhoofdvireo
bruinwangalcippe	noun	Alcippe poioicephala een zangvogel uit de familie Alcippeidae.
bruinwangalcippes	=	bruinwangalcippe
bruinwangalcippetje	=	bruinwangalcippe
bruinwangalcippetjes	=	bruinwangalcippe
bruinwangbaardbuulbuul	noun	Alophoixus bres een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
bruinwangbaardbuulbuuls	=	bruinwangbaardbuulbuul
bruinwangbaardbuulbuultje	=	bruinwangbaardbuulbuul
bruinwangbaardbuulbuultjes	=	bruinwangbaardbuulbuul
bruinwangboszanger	noun	Phylloscopus laetus een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
bruinwangboszangers	=	bruinwangboszanger
bruinwangboszangertje	=	bruinwangboszanger
bruinwangboszangertjes	=	bruinwangboszanger
bruinwangral	noun	Rallus indicus een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
bruinwangrallen	=	bruinwangral
bruinwangralletje	=	bruinwangral
bruinwangralletjes	=	bruinwangral
bruinwangschoffelsnavel	noun	Poecilotriccus senex een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae)
bruinwangschoffelsnavels	=	bruinwangschoffelsnavel
bruinwangschoffelsnaveltje	=	bruinwangschoffelsnavel
bruinwangschoffelsnaveltjes	=	bruinwangschoffelsnavel
bruinwangvireo	noun	Pachysylvia muscicapina een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
bruinwangvireo's	=	bruinwangvireo
bruinwangvireootje	=	bruinwangvireo
bruinwangvireootjes	=	bruinwangvireo
bruinwangwever	noun	Ploceus batesi een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
bruinwangwevers	=	bruinwangwever
bruinwangwevertje	=	bruinwangwever
bruinwangwevertjes	=	bruinwangwever
bruinwerker	noun	een flikker.
bruinwerkers	=	bruinwerker
bruinwerkertje	=	bruinwerker
bruinwerkertjes	=	bruinwerker
bruinzwart	noun	in een uiterst donkere tint met een geelrode zweem	adj	uiterst donkere tint met een geelrode zweem
bruinzwarte	=	bruinzwart
bruinzwarten	=	bruinzwart
bruinzwarter	=	bruinzwart
bruinzwartere	=	bruinzwart
bruinzwarters	=	bruinzwart
bruinzwarts	=	bruinzwart
bruinzwartst	=	bruinzwart
bruinzwartste	=	bruinzwart
bruis	noun	schuim
bruisbal	noun	balvormig badproduct dat in water begint te bruisen, schuimen en geuren vrijgeeft door een chemische reactie tussen ingrediënten zoals natriumbicarbonaat (baking soda) en citroenzuur
bruisballen	=	bruisbal
bruisballetje	=	bruisbal
bruisballetjes	=	bruisbal
bruise	=	bruisen
bruisen	verb	het overvloedig vormen van gasbelletjes in een vloeistof
bruisend	adj	levendig
bruisende	=	bruisend
bruisender	=	bruisend
bruisendere	=	bruisend
bruisenders	=	bruisend
bruisends	=	bruisend
bruisendst	=	bruisend
bruisendste	=	bruisend
bruispoeder	noun	poeder dat een middel (carbonaat) bevat waardoor koolzuur bij oplossen vrijkomt
bruispoeders	=	bruispoeder
bruispoedertje	=	bruispoeder
bruispoedertjes	=	bruispoeder
bruisregio	noun	het gebied rond een grote stad dat zich kenmerkt door bevolkingsgroei en sterke economische ontwikkelingen
bruisregio's	=	bruisregio
bruissoda	noun	natriumwaterstofcarbonaat; zuiveringszout
bruist	=	bruisen
bruistablet	noun	een tablet die bruisend oplost in water doordat één van de componenten een gas produceert bij contact met water
bruistabletje	=	bruistablet
bruistabletjes	=	bruistablet
bruistabletten	=	bruistablet
bruiste	=	bruisen
bruisten	=	bruisen
bruiswater	noun	gewoon leidingwater, waarin koolzuurgas (kooldioxide) onder druk is opgelost
bruiswaters	=	bruiswater
bruiswatertje	=	bruiswater
bruiswatertjes	=	bruiswater
bruitschat	=	bruidsschat
brul	noun	door brullen voortgebracht geluid
brulaap	noun	Amerikaanse apen die een brullend lawaai kunnen produceren van het geslacht Alouatta uit de familie grijpstaartapen (Atelidae)
brulaapje	=	brulaap
brulaapjes	=	brulaap
brulapen	noun	Alouatta een geslacht uit de familie grijpstaartapen (Atelidae).
brulboei	noun	zeeboei die een loeiend geluid maakt en daardoor ook bij mist of in het donker opvalt
brulboeien	=	brulboei
brulde	=	brullen
brulden	=	brullen
brulkikker	noun	Lithobates catesbeianus grote kikkersoort
brulkikkers	=	brulkikker
brulkikkertje	=	brulkikker
brulkikkertjes	=	brulkikker
brulle	=	brullen
brullen	verb	bijzonder luid schreeuwen of huilen
brullend	adj	van iets of iemand dat het een heel hard razend geluid maakt
brullende	=	brullen
brullends	=	brullend
brulletje	=	brul
brulletjes	=	brul
brulouder	noun	persoon die zijn of haar kind te fanatiek en te luidruchtig aanmoedigt
brulouders	=	brulouder
brult	=	brullen
brulziekte	noun	tetanie bij kalveren
brummelspanner	noun	Mesoleuca albicillata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
brummelspanners	=	brummelspanner
brummelspannertje	=	brummelspanner
brummelspannertjes	=	brummelspanner
brunch	noun	maaltijd in de late ochtend of middag die tegelijk als ontbijt en als lunch dienst doet
brunche	=	brunchen
brunchen	verb	een brunch gebruiken
brunchend	=	brunchen
brunchende	=	brunchen
brunches	=	brunch
brunchje	=	brunch
brunchjes	=	brunch
bruncht	=	brunchen
brunchte	=	brunchen
brunchten	=	brunchen
bruneier	noun	een inwoner van Brunei, of iemand afkomstig uit Brunei
bruneiers	=	bruneier
bruneis	adj	met betrekking tot of afkomstig van Brunei
bruneise	noun	een vrouwelijke inwoner van Brunei, of een vrouw afkomstig uit Brunei
bruneisen	=	bruneise
bruneiser	=	bruneis
bruneisere	=	bruneis
bruneisers	=	bruneis
bruneist	=	bruneis
bruneiste	=	bruneis
brunel	noun	een geslacht Prunella uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
brunelle	=	brunel
brunellen	=	brunel
brunelletje	=	brunel
brunelletjes	=	brunel
brunelmineermot	noun	Trifurcula headleyella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
brunelmineermotje	=	brunelmineermot
brunelmineermotjes	=	brunelmineermot
brunelmineermotten	=	brunelmineermot
brunet	=	brunette
brunetje	=	brunette
brunetjes	=	brunette
brunette	noun	een vrouw met (donker)bruin (of zwart) haar en soms ook met een donkere gelaatstint
brunetten	=	brunette
brunettes	=	brunette
brunettetje	=	brunette
brunettetjes	=	brunette
brunoise	noun	alles wat eetbaar is en in blokjes gesneden wordt
brus	noun	een ander kind van dezelfde ouders, m.n. wanneer diegene zorgtaken op zich neemt
bruschetta	noun	dun plakje geroosterd of gegrild brood, het liefst ingewreven met een teentje knoflook
bruschetta's	=	bruschetta
brush	noun	borstel (voor een drumstel)
brushcutter	noun	machine met een steel en motor voor het maaien van taai gras
brushcutters	=	brushcutter
brushe	=	brushen
brushen	verb	drogen met de föhn, föhnen
brushend	=	brushen
brushende	=	brushen
brushes	=	brush
brushleer	noun	geruwd leer
brushleren	=	brushleer
brusht	=	brushen
brushte	=	brushen
brushten	=	brushen
brusje	=	brus
brusjes	=	brus
brusselaar	noun	inwoner van Brussel
brusselaars	=	brusselaar
brusselaartje	=	brusselaar
brusselaartjes	=	brusselaar
brusselaren	=	brusselaar
brussels	adj	eigen aan, behorend tot Brussel
brusselse	noun	een vrouwelijke inwoner van Brussel, of een vrouw afkomstig uit Brussel
brusselsen	=	brusselse
brusselser	=	brussels
brusselsere	=	brussels
brusselsers	=	brussels
brusselst	=	brussels
brusselste	=	brussels
brussen	=	brus
brut	noun	soort champagne die maar één keer gegist heeft met een minimale toevoeging van suiker of zoetmiddel	adj	smaak van mousserende wijn die het tegendeel van zoet is, absoluut droog
brutaal	adj	geen respect hebbend voor iets of iemand, onbeschoft, lomp
brutaals	=	brutaal
brutaalst	=	brutaal
brutaalste	=	brutaal
brutaaltje	noun	zeer vrijpostig persoon
brutaaltjes	=	brutaaltje
brutaalweg	adv	op een brutale, onbeschaamde wijze, zonder verlegenheid
brutale	=	brutaal
brutaler	=	brutaal
brutalere	=	brutaal
brutalers	=	brutaal
brutaliseer	=	brutaliseren
brutaliseerde	=	brutaliseren
brutaliseerden	=	brutaliseren
brutaliseert	=	brutaliseren
brutalisere	=	brutaliseren
brutaliseren	verb	met grofheid of geweld bejegenen
brutaliserend	=	brutaliseren
brutaliserende	=	brutaliseren
brutalisme	noun	stroming in de moderne architectuur om het ruwe materiaal opzettelijk in de constructie te tonen
brutaliteit	noun	zich onbelemmerd door overwegingen van respect of ontzag gedragen
brutaliteiten	=	brutaliteit
brutaliteitje	=	brutaliteit
brutaliteitjes	=	brutaliteit
brute	=	bruut
bruteerde	=	bruteren
bruten	=	bruut
bruter	=	bruut
brutere	=	bruut
bruteren	verb	omrekenen van een nettobedrag naar een brutobedrag
bruterend	=	bruteren
brutering	noun	het omzetten van nettobedragen naar brutobedragen
bruteringen	=	brutering
bruteringsoperatie	noun	de verzelfstandiging van de woningbouwverenigingen
bruteringsoperaties	=	bruteringsoperatie
bruters	=	bruut
brutje	=	brut
brutjes	=	brut
bruto	adv	met de verpakking samen	adj	met een vreemd metaal vermengd
bruto's	=	bruto
bruto-inhouding	noun	een bedrag dat een werkgever afhoudt van het brutoloon van een werknemer, voordat de loonheffingen (belastingen en premies) worden berekend
bruto-inhoudingen	=	bruto-inhouding
bruto-inhoudinkje	=	bruto-inhouding
bruto-inhoudinkjes	=	bruto-inhouding
bruto-inkomen	noun	inkomen waar de belasting nog niet vanaf is getrokken
bruto-inkomens	=	bruto-inkomen
bruto-inkomentje	=	bruto-inkomen
bruto-inkomentjes	=	bruto-inkomen
brutobedrag	noun	hoeveelheid geld vóór aftrek van de belastingen en andere aftrekposten
brutobedragen	=	brutobedrag
brutobedrijfsresultaat	noun	de winst of het verlies van een onderneming vóór aftrek van belastingen
brutobedrijfsresultaatje	=	brutobedrijfsresultaat
brutobedrijfsresultaatjes	=	brutobedrijfsresultaat
brutobedrijfsresultaten	=	brutobedrijfsresultaat
brutobezoldiging	noun	het totale, overeengekomen inkomen vóór de aftrek van belastingen, premies voor sociale verzekeringen en pensioenbijdragen.
brutobezoldigingen	=	brutobezoldiging
brutobezoldigingetje	=	brutobezoldiging
brutobezoldigingetjes	=	brutobezoldiging
brutoformule	noun	notatievorm voor een chemische verbinding, waarbij alleen de elementen met de aantallen atomen worden weergegeven, gerangschikt volgens C (koolstof), H (waterstof), de overige elementen alfabetisch
brutoformules	=	brutoformule
brutoformuletje	=	brutoformule
brutoformuletjes	=	brutoformule
brutogewicht	noun	gewicht met verpakking
brutogewichten	=	brutogewicht
brutohuren	=	brutohuur
brutohuur	noun	de som van de kale huurprijs en de servicekosten
brutolonen	=	brutoloon
brutoloon	noun	inkomsten vóór de aftrek van de belastingen en sociale premies
brutoloonstijging	noun	een verhoging van het overeengekomen maandsalaris of uurloon vóór aftrek van loonbelasting en sociale premies.
brutoloonstijgingen	=	brutoloonstijging
brutoloonstijginkje	=	brutoloonstijging
brutoloonstijginkjes	=	brutoloonstijging
brutoloontje	=	brutoloon
brutoloontjes	=	brutoloon
brutomaandlonen	=	brutomaandloon
brutomaandloon	noun	de hoeveelheid geld die een werknemer per maand ontvangt voordat de loonbelasting en de premie voor de sociale volksverzekeringen zijn afgetrokken
brutomaandsalaris	noun	de hoeveelheid geld die een werknemer per maand ontvangt voordat de loonbelasting en de premie voor de sociale volksverzekeringen zijn afgetrokken
brutomaandsalarissen	=	brutomaandsalaris
brutomarge	noun	bedrijfsresultaat als percentage van de omzet
brutomarges	=	brutomarge
brutominimumlonen	=	brutominimumloon
brutominimumloon	noun	het laagste bedrag dat een werkgever wettelijk verplicht is aan een werknemer als loon te betalen voor aftrek van belastingen en sociale premies
brutoprijs	noun	prijs van een product inclusief btw en toeslagen maar voordat eventuele kortingen zijn verrekend
brutoprijzen	=	brutoprijs
brutoresultaat	noun	de uitkomst van een van een activiteit zonder aftrek van bepaalde kosten of verliesposten
brutoresultaatje	=	brutoresultaat
brutoresultaatjes	=	brutoresultaat
brutoresultaten	=	brutoresultaat
brutosalaris	noun	de hoeveelheid geld die een werknemer ontvangt voordat de loonbelasting en de premie voor de sociale volksverzekeringen zijn afgetrokken
brutosalarissen	=	brutosalaris
brutoverbruik	noun	het gehele verbruik bij de productie van een product
brutowinst	noun	winst van een onderneming voor aftrek van de belastingen
brutowinsten	=	brutowinst
brutowinstje	=	brutowinst
brutowinstjes	=	brutowinst
brutowinstmarge	noun	bedrijfsresultaat X 100 / omzet
brutowinstmarges	=	brutowinstmarge
bruts	=	brut
bruusk	adj	met plotselinge, kort afgebroken gebaren, woorden
bruuske	=	bruusk
bruuskeer	=	bruuskeren
bruuskeerde	=	bruuskeren
bruuskeerden	=	bruuskeren
bruuskeert	=	bruuskeren
bruusker	=	bruusk
bruuskere	=	bruusk
bruuskeren	verb	nors en ruw bejegenen
bruuskerend	=	bruuskeren
bruuskerende	=	bruuskeren
bruuskers	=	bruusk
bruuskheden	=	bruuskheid
bruuskheid	noun	het bruusk zijn
bruusks	=	bruusk
bruuskst	=	bruusk
bruuskste	=	bruusk
bruut	noun	iemand die nietsontziend en veelal gewelddadig optreedt	adj	nietsontziend en gewelddadig
bruutheden	=	bruutheid
bruutheid	noun	een handeling die ruw, gewelddadig en vernielzuchtig is
bruutje	=	bruut
bruutjes	=	bruut
bruuts	=	bruut
bruutst	=	bruut
bruutste	=	bruut
bruya	adj	verward, chaotisch
bruydschat	=	bruidsschat
bruydtschat	=	bruidsschat
bruynzeelwoning	noun	een type geprefabriceerd houten huis dat vanaf de jaren '50 werd geproduceerd door de Bruynzeel Suriname Houtmaatschappij.
bruynzeelwoningen	=	bruynzeelwoning
bruynzeelwoninkje	=	bruynzeelwoning
bruynzeelwoninkjes	=	bruynzeelwoning
bruytschat	=	bruidsschat
brydevinvis	noun	Balaenoptera brydei De Brydevinvis, Brydes vinvis of Brydewalvis (Balaenoptera brydei) is een vinvis die voorkomt in alle warme en gematigde wereldzeeën.
brydevinvisje	=	brydevinvis
brydevinvisjes	=	brydevinvis
brydevinvissen	=	brydevinvis
bryologen	=	bryoloog
bryologie	noun	tak van de biologie die zich richt op de studie van de mossen Bryophyta
bryoloog	noun	bioloog die zich richt op de studie van de mossen Bryophyta
bryoloogje	=	bryoloog
bryoloogjes	=	bryoloog
brønstedbase	noun	een chemisch molecuul of ion dat een proton kan opnemen van een zuur
brønstedbasen	=	brønstedbase
brønstedzuren	=	brønstedzuur
brønstedzuur	noun	een chemisch molecuul of ion dat een proton kan afgeven aan een base
bs'er	noun	lid van de BS (Binnenlandse Strijdkrachten)
bs'ers	=	bs'er
bsc	noun	bachelor of science (Latijn: Baccalaureus Scientiae ofwel: kandidaat in de exacte wetenschappen) een bachelorgraad in het kader van het bachelor-masterstelsel
bse	noun	bloedbezinking, bezinkingssnelheid van de erythrocyten
bsn	noun	schrijfwijze voor BSN
bsn's	=	bsn
bsn-nummer	abbrev	burgerservicenummer
bsn-nummers	=	bsn-nummer
bso	noun	opvang voor kinderen van 4 tot 13 jaar voor of na de schooltijd
bso's	=	bso
btw	noun	omzetbelasting die een ondernemer betaald over de verkoopprijs, waarbij hij de belasting die deel uitmaakte van zijn inkoopprijzen weer mag aftrekken	adv	afkorting by the way
btw-administratie	noun	bijhouden en controleren van de boekhouding om een btw-aangifte te kunnen doen
btw-administraties	=	btw-administratie
btw-carrousel	noun	een vorm van belastingfraude waarbij wel btw wordt teruggevraagd maar niet afgedragen
btw-carrousels	=	btw-carrousel
btw-heffing	noun	Belasting Toegevoegde Waarde; een indirecte belasting die je als ondernemer berekent over de verkoop van producten of diensten.
btw-heffingen	=	btw-heffing
btw-heffinkje	=	btw-heffing
btw-heffinkjes	=	btw-heffing
btw-nummer	noun	uniek nummer waarover elke ondernemer in Nederland moet beschikken om aan klanten in rekening gebrachte btw te kunnen verrekenen met de fiscus
btw-nummers	=	btw-nummer
btw-tarief	noun	hoogte van de omzetbelasting, als percentage van de consumentenprijs zonder belasting Veel landen kennen een standaardtarief ("hoge tarief") en een verlaagd tarief voor eerste levensbehoeften ("lage tarief"), bedoeld om de belastingdruk op mensen met lage inkomens te verminderen.
btw-tarieven	=	btw-tarief
btw-verhoging	noun	wettelijke verhoging van het belastingpercentage dat wordt geheven op goederen en diensten.
btw-verhogingen	=	btw-verhoging
btw-verhoginkje	=	btw-verhoging
btw-verhoginkjes	=	btw-verhoging
btw-verlaging	noun	tijdelijke of structurele verlaging van het percentage belasting toegevoegde waarde op specifieke producten of diensten (bijv. van 21% naar 9% of 0%).
btw-verlagingen	=	btw-verlaging
btw-verlaginkje	=	btw-verlaging
btw-verlaginkjes	=	btw-verlaging
btw-wetboek	noun	De Nederlandse Wet op de omzetbelasting 1968 (kortweg Wet OB 1968) uit 28 juni 1968 regelt de omzetbelasting volgens het stelsel van heffing over de toegevoegde waarde (btw), die in 1969 is ingevoerd, en het eerdere cumulatieve cascadestelsel verving
btw-wetboeken	=	btw-wetboek
btw-wetboekje	=	btw-wetboek
btw-wetboekjes	=	btw-wetboek
bubbel	noun	luchtbel of gasbel, vaak opstijgend in een vloeistof
bubbelbad	noun	een bad dat vaak verwarmd wordt tot lichaamstemperatuur en waarin bellen worden gevormd om een ontspannend gevoel te geven
bubbelbadbioscoop	noun	bioscoop waar men films vanuit een bubbelbad bekijkt
bubbelbadbioscopen	=	bubbelbadbioscoop
bubbelbaden	=	bubbelbad
bubbelbadje	=	bubbelbad
bubbelbadjes	=	bubbelbad
bubbelde	=	bubbelen
bubbelden	=	bubbelen
bubbele	=	bubbelen
bubbelen	verb	het vormen van bubbels
bubbelend	=	bubbelen
bubbelende	=	bubbelen
bubbelgum	noun	kauwgum die geschikt is om bellen mee te blazen
bubbelgums	=	bubbelgum
bubbels	noun	champagne
bubbelsmaanmug	noun	Tipula (Lunatipula) cava een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
bubbelsmaanmuggen	=	bubbelsmaanmug
bubbelsmaanmuggetje	=	bubbelsmaanmug
bubbelsmaanmuggetjes	=	bubbelsmaanmug
bubbelsmaanmugje	=	bubbelsmaanmug
bubbelsmaanmugjes	=	bubbelsmaanmug
bubbelt	=	bubbelen
bubbelthee	noun	Taiwaneese thee met melk, vruchtensiroop en tapiocaballetjes (cassaveballetjes)
bubbelthees	=	bubbelthee
bubbeltheetje	=	bubbelthee
bubbeltheetjes	=	bubbelthee
bubbeltheeën	=	bubbelthee
bubbeltje	=	bubbel
bubbeltjes	=	bubbel
bubbeltjesfolie	noun	isolatiemateriaal, bestaande uit twee lagen kunststof met luchtkussentjes ertussen ook geschikt om kwetsbare producten mee te verpakken
bubbeltjesfolies	=	bubbeltjesfolie
bubbeltjesfolietje	=	bubbeltjesfolie
bubbeltjesfolietjes	=	bubbeltjesfolie
bubbeltjesplastic	noun	plastic folie waarin kleine luchtkussentjes zijn aangebracht, bedoeld om kwetsbare producten te verpakken of warmte-isolatie te bewerkstelligen
bubbeltjesplastics	=	bubbeltjesplastic
bubbeltjeswijn	noun	een wijn waarin koolzuurgas zit
bubbeltjeswijnen	=	bubbeltjeswijn
bubbeltjeswijntje	=	bubbeltjeswijn
bubbeltjeswijntjes	=	bubbeltjeswijn
bubbelwolk	noun	wolkenformatie die wordt gekenmerkt door een golvend en chaotisch oppervlak aan de onderkant, lijkend op een omgekeerd berglandschap of een ruwe zee
bubbelwolken	=	bubbelwolk
bubbling	noun	een subcultuur van hiphop met eigen muziek en kenmerkende dansstijl
bubs	=	bups
buccaal	adj	van de wang	adv	op buccale wijze
buccaals	=	buccaal
buccale	=	buccaal
buccofaryngeaal	adj	met betrekking tot de mond (wang) en de keel
buche	noun	soort gebak in de vorm van een boomstronk dat men vooral rond kerstmis eet als nagerecht
buches	=	buche
bucht	noun	iets van zeer slechte kwaliteit
buchten	=	bucht
bucketlist	noun	een lijst met alle dingen die je nog wil doen of beleven voordat je sterft
bucketlistje	=	bucketlist
bucketlists	=	bucketlist
buckram	noun	gesteven weefsel van katoen of linnen dat vaak gebruikt wordt voor boekomslagen
buckskin	adj	gemaakt uit hertenleer	noun	lichtgeelbruin leer dan van herten afkomstig is
buckskins	=	buckskin
buckyrooster	noun	traliefilter om secundaire röntgenstralen tegen te gaan, zodat een scherper röntgenbeeld ontstaat
buckyroosters	=	buckyrooster
buckyroostertje	=	buckyrooster
buckyroostertjes	=	buckyrooster
bucolisch	adj	betrekking hebbend op het land- en herdersleven
bucolische	=	bucolisch
bucolischer	=	bucolisch
bucolischere	=	bucolisch
bucolischers	=	bucolisch
bucolischt	=	bucolisch
bucolischte	=	bucolisch
buddy	noun|informal	een maatje, vriendje
buddy's	=	buddy
buddy'tje	=	buddy
buddy'tjes	=	buddy
buddyhollybril	noun	bril met een eenvoudig, ouderwets aandoend zwart montuur, een stereotiep onderdeel van de outfit van een nerd zoals Buddy Holly (1936 – 1959) die placht te dragen
buddyhollybrillen	=	buddyhollybril
buddyhollybrilletje	=	buddyhollybril
buddyhollybrilletjes	=	buddyhollybril
buddylijn	noun	een koord waarmee twee sportduikers zich aan elkaar vastmaken, onderdeel duikuitrusting.
buddylijnen	=	buddylijn
buddylijntje	=	buddylijn
buddylijntjes	=	buddylijn
buddymoon	noun	huwelijksreis waarbij ook vrienden en vriendinnen meegaan om de kosten te verlagen
buddymoons	=	buddymoon
buddyseat	noun	het tweepersoonszadel van een scooter, brom- of motorfiets
buddyseatje	=	buddyseat
buddyseatjes	=	buddyseat
buddyseats	=	buddyseat
budget	noun	raming van inkomsten en uitgaven
budgetbegeleiding	noun	een vorm van financiële hulp waarbij u leert uw eigen inkomsten en uitgaven te beheren onder begeleiding van een coach of maatschappelijk werker.
budgetbegeleidingen	=	budgetbegeleiding
budgetbegeleidinkje	=	budgetbegeleiding
budgetbegeleidinkjes	=	budgetbegeleiding
budgetbeheer	noun	beheer van de financiën van een organisatie of persoon
budgetbeheerder	noun	iemand die toeziet op de juiste besteding van ontvangen gelden
budgetbeheerders	=	budgetbeheerder
budgetbeperking	noun	vermindering van de hoeveelheid te besteden geldmiddelen
budgetbeperkingen	=	budgetbeperking
budgetbewaking	noun	het voorkomen dat het budget van een gemaakte begroting wordt overschreden
budgetbewakingen	=	budgetbewaking
budgetbewakinkje	=	budgetbewaking
budgetbewakinkjes	=	budgetbewaking
budgetcoach	noun	persoon die mensen adviseert die moeilijk met hun geld kunnen uitkomen
budgetcoaches	=	budgetcoach
budgetcommissie	noun	groep officieel aangestelde personen die bepaalt welke uitgaven er gedaan kunnen worden; groep die de uitgaven controleert
budgetcommissies	=	budgetcommissie
budgetcommissietje	=	budgetcommissie
budgetcommissietjes	=	budgetcommissie
budgetcontrole	noun	controle of de in- en uitgaven nog wel overeenkomen met de begroting
budgetcontroles	=	budgetcontrole
budgetdiscipline	noun	het je nauwkeurig houden aan de financiële planning zoals deze in de begroting is vastgelegd; het niet meer uitgeven dan voorgenomen is
budgetdisciplines	=	budgetdiscipline
budgethotel	noun	hotel voor personen met een kleine beurs
budgethotels	=	budgethotel
budgethouder	noun	iemand die een bepaald bedrag mag besteden voor een bepaald doel
budgethouders	=	budgethouder
budgethuwelijk	noun	snel en goedkoop burgerlijk huwelijk dat zonder veel ceremonieel vertoon wordt afgesloten
budgethuwelijken	=	budgethuwelijk
budgetje	=	budget
budgetjes	=	budget
budgetkliniek	noun	dierenkliniek die de dieren van mensen met een gering inkomen helpen tegen een gereduceerd tarief
budgetklinieken	=	budgetkliniek
budgetluchtvaartmaatschappij	noun	een luchtvaartmaatschappij die goedkope vluchten aanbiedt
budgetluchtvaartmaatschappijen	=	budgetluchtvaartmaatschappij
budgetneutraal	adj	van een maatregel dat deze evenveel kost als hij oplevert
budgetneutraals	=	budgetneutraal
budgetneutraalst	=	budgetneutraal
budgetneutraalste	=	budgetneutraal
budgetneutrale	=	budgetneutraal
budgetneutraler	=	budgetneutraal
budgetneutralere	=	budgetneutraal
budgetneutralers	=	budgetneutraal
budgetoverschrijding	noun	kosten van een project die hoger liggen dan in de begroting is opgenomen
budgetoverschrijdingen	=	budgetoverschrijding
budgetoverschrijdinkje	=	budgetoverschrijding
budgetoverschrijdinkjes	=	budgetoverschrijding
budgetprobleem	noun	onvoldoende middelen hebben om een doel te bereiken
budgetprobleempje	=	budgetprobleem
budgetprobleempjes	=	budgetprobleem
budgetproblemen	=	budgetprobleem
budgetrecht	noun	het recht van een vertegenwoordigend lichaam om een begroting aan te passen
budgetrechten	=	budgetrecht
budgets	=	budget
budgetspreekuren	=	budgetspreekuur
budgetspreekuur	noun	spreekuur in een dierenkliniek waar de dieren van mensen met een gering inkomen geholpen kunnen worden tegen een gereduceerd tarief
budgetsupermarkt	noun	supermarkt met zeer goedkope artikelen
budgetsupermarkten	=	budgetsupermarkt
budgettair	adj	met betrekking tot een budget, begroting
budgettairder	=	budgettair
budgettairdere	=	budgettair
budgettairders	=	budgettair
budgettaire	=	budgettair
budgettairs	=	budgettair
budgettairst	=	budgettair
budgettairste	=	budgettair
budgetteer	=	budgetteren
budgetteerde	=	budgetteren
budgetteerden	=	budgetteren
budgetteert	=	budgetteren
budgettekort	noun	het onvoldoende middelen hebben om een bepaald doel te bereiken
budgettekorten	=	budgettekort
budgetten	=	budget
budgettere	=	budgetteren
budgetteren	verb	onderbrengen in een begroting
budgetterend	=	budgetteren
budgetterende	=	budgetteren
budgettering	noun	het budgetteren
budgetteringen	=	budgettering
budgetteringssysteem	noun	de manier waarop men bepaalt hoeveelheid (geld)middelen men voor iets kan of wil gebruiken
budgetteringssystemen	=	budgetteringssysteem
budgetverhoging	noun	vergroting van de hoeveelheid middelen die kan worden ingezet voor een bepaalde activiteit
budgetverhogingen	=	budgetverhoging
budgetverhoginkje	=	budgetverhoging
budgetverhoginkjes	=	budgetverhoging
budgetversie	noun	de goedkope variant van een product of dienst
budgetversies	=	budgetversie
budgetversietje	=	budgetversie
budgetversietjes	=	budgetversie
budgetvreter	noun	iemand die (ten eigen bate) allerlei posten op de begroting van uitgaven weet te doen brengen
budgetvreters	=	budgetvreter
budgetvretertje	=	budgetvreter
budgetvretertjes	=	budgetvreter
budgetvriendelijk	adj	relatief goedkoop of betaalbaar
budgetvriendelijke	=	budgetvriendelijk
budgetvriendelijker	=	budgetvriendelijk
budgetvriendelijkere	=	budgetvriendelijk
budgetvriendelijkers	=	budgetvriendelijk
budgetvriendelijks	=	budgetvriendelijk
budgetvriendelijkst	=	budgetvriendelijk
budgetvriendelijkste	=	budgetvriendelijk
budgetwijziging	noun	een formele aanpassing van een eerder vastgesteld financieel plan of budget.
budgetwijzigingen	=	budgetwijziging
budgetwijzigingetje	=	budgetwijziging
budgetwijzigingetjes	=	budgetwijziging
budjang	noun	ongehuwde inheemse militair in voormalig Nederlands-Indië
budjangs	=	budjang
budo	noun	verzamelterm voor Japanse vechtsporten als judo en karate
budongoboszanger	noun	Phylloscopus budongoensis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
budongoboszangers	=	budongoboszanger
budongoboszangertje	=	budongoboszanger
budongoboszangertjes	=	budongoboszanger
buenos-airees	noun	een inwoner van Buenos Aires, of iemand afkomstig uit Buenos Aires	adj	op Buenos Aires betrekking hebbend
buenos-airese	noun	een vrouwelijke inwoner van Buenos Aires, of een vrouw afkomstig uit Buenos Aires
buenos-airesen	=	buenos-airese
buenos-airezen	=	buenos-airees
buet	=	buit
bufen	=	buuf
buff	noun	bruingele tint	adj	met een bruingele kleur
buffalokever	noun	Alphitobius laevigatus een kever uit de familie zwartlijven (Tenebrionidae).
buffalokevers	=	buffalokever
buffalokevertje	=	buffalokever
buffalokevertjes	=	buffalokever
buffel	noun	verzamelnaam voor een aantal zware holhoornige rundersoorten met vaak forse hoorns
buffelaar	noun	iemand die veel en glulzig eet
buffelaars	=	buffelaar
buffelboete	noun	informele naam voor een verhoogde belasting of heffing die sommige werkenden, met name deeltijdwerkers met lage inkomens, sinds januari 2025 onverwachts moesten betalen, waardoor hun nettoloon significant lager uitviel.
buffelboetes	=	buffelboete
buffelde	=	buffelen
buffelden	=	buffelen
buffele	=	buffelen
buffelen	verb	hard werken
buffelend	=	buffelen
buffelende	=	buffelen
buffelgras	noun	Cenchrus ciliaris een gewas dat behoort tot de lampenpoetsergrassen dat wereldwijd geïntroduceerd is op plaatsen waar deze niet oorspronkelijk vandaan komt.
buffelgrasje	=	buffelgras
buffelgrasjes	=	buffelgras
buffelgrassen	=	buffelgras
buffelhuid	noun	leer gemaakt van de huid van een buffel
buffelhuiden	=	buffelhuid
buffelhuidje	=	buffelhuid
buffelhuidjes	=	buffelhuid
buffelkopeend	noun	Bucephala albeola een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
buffelkopeenden	=	buffelkopeend
buffelkopeendje	=	buffelkopeend
buffelkopeendjes	=	buffelkopeend
buffelkopklauwier	noun	Lanius bucephalus een vogel uit de familie der klauwieren (Laniidae).
buffelkopklauwieren	=	buffelkopklauwier
buffelkopklauwiertje	=	buffelkopklauwier
buffelkopklauwiertjes	=	buffelkopklauwier
buffelmozzarella	noun	zachte, Italiaanse kaas gemaakt van buffelmelk
buffelpoep	noun	ontlasting van een buffel
buffels	=	buffel
buffelt	=	buffelen
buffeltje	=	buffel
buffeltjes	=	buffel
buffelwever	noun	een zangvogel uit de familie van de wevers en verwanten (Ploceidae)
buffelwevers	noun	een geslacht Dinemellia van zangvogels uit de familie van de wevers en verwanten (Ploceidae).
buffelwevertje	=	buffelwever
buffelwevertjes	=	buffelwever
buffelwolf	noun	Canis lupus nubilus een Noord-Amerikaanse ondersoort van de wolf.
buffelwolfje	=	buffelwolf
buffelwolfjes	=	buffelwolf
buffelwolven	=	buffelwolf
buffer	noun	elk van de paarsgewijs aan de kopeinden van locomotieven en wagons aangebrachte stootbalken
buffercapaciteit	noun	wat nodig is om de effecten van een externe verandering te beperken
buffercapaciteiten	=	buffercapaciteit
bufferde	=	bufferen
bufferden	=	bufferen
buffere	=	bufferen
bufferen	verb	het opvangen en afvlakken van plotselinge veranderingen
bufferend	=	bufferen
bufferende	=	bufferen
bufferfonds	noun	fonds, opgericht om een buffer te vormen b.v. om prijsschommelingen op te vangen
bufferfondsen	=	bufferfonds
bufferfondsje	=	bufferfonds
bufferfondsjes	=	bufferfonds
bufferfunctie	noun	het dienen als opslag bij een plotseling groot aanbod
bufferfuncties	=	bufferfunctie
buffering	noun	het bufferen
bufferingen	=	buffering
bufferoplossing	noun	een waterige oplossing van twee stoffen die zich in een bepaald evenwicht bevinden en een bepaalde pH aannemen
bufferoplossingen	=	bufferoplossing
bufferoplossinkje	=	bufferoplossing
bufferoplossinkjes	=	bufferoplossing
bufferoverflow	noun	een benaming voor twee problemen die zich bij computers kunnen voordoen: 1. Gegevens stromen sneller binnen dan ze verwerkt kunnen worden 2. Er worden gegevens geschreven in een buffer die daarvoor te klein is
bufferoverflows	=	bufferoverflow
bufferoverloop	noun	Een bufferoverloop (Engels: buffer overflow) is een foutief gedrag van een computerprogramma dat probeert data te schrijven in een tijdelijke gegevensruimte, maar buiten de grenzen van deze buffer schrijft
bufferoverlopen	=	bufferoverloop
bufferplaats	noun	plaats voor opslag om tijdelijke tekorten te voorkomen en tijdelijke overschotten op te vangen
bufferplaatsen	=	bufferplaats
bufferruimte	noun	mogelijkheid om overschotten en tekorten op te vangen
bufferruimten	=	bufferruimte
bufferruimtes	=	bufferruimte
buffers	=	buffer
bufferstaat	noun	kleine staat tussen twee grote, machtige staten in
bufferstaatje	=	bufferstaat
bufferstaatjes	=	bufferstaat
bufferstaten	=	bufferstaat
bufferstroken	=	bufferstrook
bufferstrook	noun	extra rijstrook om te voorkomen dat een file vóór een knelpunt zo lang wordt dat andere verkeersstromen geblokkeerd worden
bufferstrookje	=	bufferstrook
bufferstrookjes	=	bufferstrook
buffert	=	bufferen
buffertje	=	buffer
buffertjes	=	buffer
buffervoorraad	noun	iets extra's dat men achter de hand houdt voor minder goede tijden
buffervoorraadje	=	buffervoorraad
buffervoorraadjes	=	buffervoorraad
buffervoorraden	=	buffervoorraad
bufferzone	noun	een gebied dat op een of andere manier als buffer dient
bufferzones	=	bufferzone
bufferzonetje	=	bufferzone
bufferzonetjes	=	bufferzone
buffet	noun	meubelstuk waarin men tafelgoed en -zilver opbergt
buffetje	=	buffet
buffetjes	=	buffet
buffetjuffrouw	noun	horecamedewerkster die vanachter een buffet de gasten bedient
buffetjuffrouwen	=	buffetjuffrouw
buffetkast	noun	meubelstuk waarin servies bewaard en getoond kan worden
buffetkasten	=	buffetkast
buffetkastje	=	buffetkast
buffetkastjes	=	buffetkast
buffetpiano	noun	een piano waarbij de snaren aangebracht zijn in een verticaal vlak
buffetpiano's	=	buffetpiano
buffetrestaurant	noun	een restaurant waarbij de gasten zelf kunnen opscheppen en hun maaltijd samenstellen
buffetrestaurantje	=	buffetrestaurant
buffetrestaurantjes	=	buffetrestaurant
buffetrestaurants	=	buffetrestaurant
buffetten	=	buffet
buffetvoedsel	noun	eten dat men kan opscheppen van een buffet
buffetvorm	noun	een manier van opdienen van een maaltijd, waarbij de gasten zelf hun gerecht moeten ophalen
buffetvormen	=	buffetvorm
buffo	noun	basstem voor komische rollen
buffo's	=	buffo
buffs	=	buff
bufie	=	buuf
bufies	=	buuf
bug	noun	fout in een technisch apparaat
bugel	noun	een koperen blaasinstrument in Bes of Es of sporadisch ook wel C met drie ventielen, dat een belangrijk instrument is in fanfare-orkesten
bugelist	noun	iemand die een bugel bespeelt
bugelisten	=	bugelist
bugels	=	bugel
bugeltje	=	bugel
bugeltjes	=	bugel
buggy	noun	een karretje met vier wielen waarin een baby of peuter vervoerd kan worden
buggy's	=	buggy
buggy'tje	=	buggy
buggy'tjes	=	buggy
bugje	=	bug
bugjes	=	bug
bugnugget	noun	nugget gevuld met insecten
bugnuggets	=	bugnugget
bugru	noun	balletjes die onder de huid van de penis worden geïmplanteerd
bugru's	=	bugru
bugs	=	bug
bugsballetje	noun	gehaktballetje waarin insecten zijn verwerkt
bugsballetjes	=	bugsballetje
buguntimalia	noun	Liocichla bugunorum een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
buguntimalia's	=	buguntimalia
buguntimaliaatje	=	buguntimalia
buguntimaliaatjes	=	buguntimalia
bugzoeker	noun	iemand die fouten in computerprogramma's opspoort
bugzoekers	=	bugzoeker
bui	noun	een kortstondige periode van neerslag
buidel	noun	een stevige, vaak leren of stoffen zak waarin vaak kostbare zaken zoals geld meegedragen worden
buidelbeer	noun	Phascolarctos cinereus buideldier dat bekend staat om zijn beer-achtige uiterlijk en leefwijze in bomen
buidelbeertje	=	buidelbeer
buidelbeertjes	=	buidelbeer
buidelberen	=	buidelbeer
buideldas	noun	zoogdier uit de orde Peramelemorphia van buideldieren die voorkomt in Australië en Nieuw-Guinea, inclusief een aantal nabijgelegen eilanden, zoals Ceram en Kiriwina.
buideldasje	=	buideldas
buideldasjes	=	buideldas
buideldassen	noun	Peramelemorphia een orde van buideldieren die voorkomt in Australië en Nieuw-Guinea, inclusief een aantal nabijgelegen eilanden, zoals Ceram en Kiriwina.
buideldier	noun	zoogdiersoort uit de infraklasse Marsupialia waarvan de wijfjes een buidel hebben, waarin hun vroeggeboren jongen verder in opgroeien
buideldieren	noun	een infraklasse Marsupialia van zoogdieren waarvan de vrouwtjesdieren twee baarmoeders hebben.
buideldiertje	=	buideldier
buideldiertjes	=	buideldier
buideleekhoorn	noun	Gymnobelideus leadbeateri buideldier uit de familie der buideleekhoorns (Petauridae).
buideleekhoorns	noun	Petauridae een familie van klimbuideldieren uit de Petauroidea die voorkomt in Australië en op Nieuw-Guinea.
buideleekhoorntje	=	buideleekhoorn
buideleekhoorntjes	=	buideleekhoorn
buideleikelmuis	noun	Cercartetus concinnus buideldier uit het geslacht der buidelslaapmuizen (Cercartetus)
buideleikelmuisje	=	buideleikelmuis
buideleikelmuisjes	=	buideleikelmuis
buideleikelmuizen	=	buideleikelmuis
buidelhaas	noun	Lagorchestes kangoeroe van het geslacht buidelhazen
buidelhaasje	=	buidelhaas
buidelhaasjes	=	buidelhaas
buidelhazen	noun	Lagorchestes een geslacht van kangoeroes dat voorkomt in Australië.
buidelkikker	noun	Gastrotheca marsupiata een kikker uit de familie Hemiphractidae.
buidelkikkers	noun	Gastrotheca een geslacht van kikkers uit de familie Hemiphractidae.
buidelkikkertje	=	buidelkikker
buidelkikkertjes	=	buidelkikker
buidelleeuw	noun	benaming voor zoogdieren uit de familie Thylacoleonidae, uitgestorven vleeseters van het Australische continent die leefden van het oligoceen tot in het pleistoceen en verwant zijn aan de hedendaagse koala's en wombats
buidelleeuwen	noun	Thylacoleonidae een familie van uitgestorven vleesetende buideldieren van het Australische continent.
buidelmarter	noun	Dasyurus individu uit een geslacht van buideldieren, behorende tot de echte roofbuideldieren
buidelmarters	noun	Dasyurus een geslacht van buideldieren, behorende tot de echte roofbuideldieren.
buidelmartertje	=	buidelmarter
buidelmartertjes	=	buidelmarter
buidelmees	noun	Remiz pendulinus een zangvogel.
buidelmeesje	=	buidelmees
buidelmeesjes	=	buidelmees
buidelmezen	noun	Remizidae een familie van vogels uit de orde zangvogels. wel dicht bij.
buidelmiereneter	noun	Myrmecobius fasciatus een Australisch buideldier ter grootte van een eekhoorn, dat leeft in het zuidwestelijk deel van Australië.
buidelmiereneters	=	buidelmiereneter
buidelmierenetertje	=	buidelmiereneter
buidelmierenetertjes	=	buidelmiereneter
buidelmol	noun	zoogdier uit het geslacht Notoryctes van de infraklasse van de buideldieren.
buidelmollen	noun	een orde van de infraklasse buideldieren.
buidelmolletje	=	buidelmol
buidelmolletjes	=	buidelmol
buidelmos	noun	een geslacht Calypogeia van levermossen uit de familie Calypogeiaceae.
buidelmosje	=	buidelmos
buidelmosjes	=	buidelmos
buidelmossen	=	buidelmos
buidelmuis	noun	zoogdier uit de geslachtengroep Dasyurini
buidelmuisje	=	buidelmuis
buidelmuisjes	=	buidelmuis
buidelmuizen	=	buidelmuis
buidelrat	noun	zoogdier uit de orde Didelphimorphia dat er oppervlakkig gezien als een rat uitziet
buidelratje	=	buidelrat
buidelratjes	=	buidelrat
buidelratten	=	buidelrat
buidelrot	=	buidelrat
buidels	=	buidel
buidelslaapmuis	noun	zoogdier uit het geslacht Cercartetus van klimbuideldieren uit de familie der dwergslaapmuizen (Burramyidae)
buidelslaapmuisje	=	buidelslaapmuis
buidelslaapmuisjes	=	buidelslaapmuis
buidelslaapmuizen	noun	Cercartetus een geslacht van klimbuideldieren uit de familie der dwergslaapmuizen (Burramyidae)
buideltas	noun	eenvoudige zakvormige tas met rijgsluiting die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
buideltasje	=	buideltas
buideltasjes	=	buideltas
buideltassen	=	buideltas
buideltje	=	buidel
buideltjes	=	buidel
buidelvormig	adj	vorm van een buidel hebbend
buidelvormige	=	buidelvormig
buidelvormiger	=	buidelvormig
buidelvormigere	=	buidelvormig
buidelvormigers	=	buidelvormig
buidelvormigs	=	buidelvormig
buidelvormigst	=	buidelvormig
buidelvormigste	=	buidelvormig
buidelwolf	noun	Thylacinus cynocephalus een in 1936 uitgestorven diersoort.
buidelwolfje	=	buidelwolf
buidelwolfjes	=	buidelwolf
buidelwolven	noun	Thylacinidae een familie van de roofbuideldieren met het uiterlijk van een wolf of vos.
buidelwoning	noun	eigen huisvesting voor iemand die mantelzorg ontvangt, in een bouwwerk dat ook eigen huisvesting voor de mantelzorgers biedt
buidelwoningen	=	buidelwoning
buidelwoninkje	=	buidelwoning
buidelwoninkjes	=	buidelwoning
buien	=	bui
buienlijn	noun	een lijn van zware buien en/of onweersbuien
buienlijnen	=	buienlijn
buienlijntje	=	buienlijn
buienlijntjes	=	buienlijn
buienradar	noun	radarscherm waarop actieve neerslaggebieden zijn waar te nemen
buienradars	=	buienradar
buienradartje	=	buienradar
buienradartjes	=	buienradar
buienwolk	noun	grote zware wolk met een lage wolkenbasis maar die zeer hoog en dicht kan zijn en waaruit makkelijk een buitje kan vallen
buienwolken	=	buienwolk
buienwolkje	=	buienwolk
buienwolkjes	=	buienwolk
buig	=	buigen
buigbaar	adj	dat iets gebogen kan worden zonder breken
buigbaarder	=	buigbaar
buigbaardere	=	buigbaar
buigbaarders	=	buigbaar
buigbaarheid	noun	de mate waarin iets gebogen kan worden zonder te breken op de knikken
buigbaars	=	buigbaar
buigbaarst	=	buigbaar
buigbaarste	=	buigbaar
buigbare	=	buigbaar
buige	=	buigen
buigen	verb	krommend vervormen, van de gewoonlijk rechte stand, houding of richting afwijken
buigend	adj	van iets of iemand dat het zich kromt
buigende	=	buigen
buigender	=	buigend
buigendere	=	buigend
buigenders	=	buigend
buigends	=	buigend
buigendst	=	buigend
buigendste	=	buigend
buiger	noun	spier of spiergroep die een gewricht doet buigen
buigers	=	buiger
buigijzer	noun	een stuk gereedschap om meestal rond materiaal in een bepaalde vorm te buigen.
buigijzers	=	buigijzer
buiging	noun	het ombuigen van een materiaal.
buigingen	=	buiging
buigings-e	noun	een uitgang -e die in bepaalde gevallen aan het bijvoeglijk naamwoord wordt toegevoegd wanneer dit verbogen wordt
buigings-e's	=	buigings-e
buigingsuitgang	noun	de klanken die aan de stam van verbuigbare woorden worden toegevoegd
buigingsuitgangen	=	buigingsuitgang
buiginkje	=	buiging
buiginkjes	=	buiging
buigpees	noun	een pees die het bot en een buigspier met elkaar verbinden
buigpezen	=	buigpees
buigpunt	noun	kracht waarbij een materiaal ombuigt
buigpunten	=	buigpunt
buigpuntje	=	buigpunt
buigpuntjes	=	buigpunt
buigspanning	noun	spanning die bij buigen ontstaat
buigspanningen	=	buigspanning
buigspier	noun	spier die zorgt dat een ledemaat buigt
buigspieren	=	buigspier
buigspiertje	=	buigspier
buigt	=	buigen
buigtang	noun	een tang waarmee je buizen kunt buigen
buigtangen	=	buigtang
buigtangetje	=	buigtang
buigtangetjes	=	buigtang
buigtelefoon	noun	mobiele telefoon met een gebogen scherm
buigtelefoons	=	buigtelefoon
buigzaam	adj	in staat te buigen
buigzaamheid	noun	het vermogen om te kunnen buigen
buigzaams	=	buigzaam
buigzaamst	=	buigzaam
buigzaamste	=	buigzaam
buigzame	=	buigzaam
buigzamer	=	buigzaam
buigzamere	=	buigzaam
buigzamers	=	buigzaam
buiig	adj	regenachtig, met buien
buiige	=	buiig
buiiger	=	buiig
buiigere	=	buiig
buiigers	=	buiig
buiigs	=	buiig
buiigst	=	buiig
buiigste	=	buiig
buik	noun	het onderste deel van de voorkant van de romp van mens of dier dat van boven door het middenrif en van onderen door de bekkengordel begrenst is
buikademhaling	noun	manier van ademen door werking van het middenrif (volgens sommigen de minst vermoeiende, optimale manier om rustig te ademen)
buikademhalingen	=	buikademhaling
buikband	noun	een band die men om de buik kan dragen
buikbanden	=	buikband
buikbreuk	noun	breuk in de buikwand
buikbreuken	=	buikbreuk
buikbreukje	=	buikbreuk
buikbreukjes	=	buikbreuk
buikbuilding	noun	de focus op het ontwikkelen van een strakke, gespierde buik binnen de sport bodybuilding.
buikdans	noun	een dansvorm afkomstig uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika waarbij de verschillende lichaamsdelen (heupen en buik) veelal onafhankelijk van elkaar bewegen
buikdanse	=	buikdansen
buikdansen	verb	uitvoeren van een oosterse dans, gekenmerkt door opvallende bewegingen van heupen, bekken en buikspieren
buikdansend	=	buikdansen
buikdansende	=	buikdansen
buikdanser	=	buikdanseres
buikdanseres	noun	vrouw die een buikdans ten uitvoering brengt
buikdanseresje	=	buikdanseres
buikdanseresjes	=	buikdanseres
buikdanseressen	=	buikdanseres
buikdansje	=	buikdans
buikdansjes	=	buikdans
buikdansshow	noun	optreden van buikdanseres
buikdansshows	=	buikdansshow
buikdansshowtje	=	buikdansshow
buikdansshowtjes	=	buikdansshow
buikdanst	=	buikdansen
buikdanste	=	buikdansen
buikdansten	=	buikdansen
buiken	=	buik
buikgeschoven	=	buikschuiven
buikgesproken	=	buikspreken
buikgevoel	noun	bepaalde vorm van intuïtie waarvan men door het onberedeneerde aspect maar aanneemt dat die uit de buik afkomstig is
buikgevoelens	=	buikgevoel
buikgording	noun	bepaald touw in het tuig van een zeilschip
buikgordingen	=	buikgording
buikgordinkje	=	buikgording
buikgordinkjes	=	buikgording
buikgriep	noun	al dan niet epidemische maag-darmontsteking
buikgriepen	=	buikgriep
buikgriepje	=	buikgriep
buikgriepjes	=	buikgriep
buikhaar	noun	vezel die voor op de onderzijde van de romp groeit
buikhaartje	=	buikhaar
buikhaartjes	=	buikhaar
buikharen	=	buikhaar
buikharigen	noun	een stam Gastrotricha van microscopisch kleine ongewervelde dieren.
buikholte	noun	lichaamsholte beneden het middenrif
buikholten	=	buikholte
buikholtes	=	buikholte
buikig	adj	lijkend op een buik, buikvormig
buikige	=	buikig
buikiger	=	buikig
buikigere	=	buikig
buikigers	=	buikig
buikigs	=	buikig
buikigst	=	buikig
buikigste	=	buikig
buikje	=	buik
buikjes	=	buik
buikkramp	noun	kramp in de buik of pijn in de ingewanden
buikkrampen	=	buikkramp
buikkrampje	=	buikkramp
buikkrampjes	=	buikkramp
buiklanding	noun	landing van een vliegtuig op de romp in plaats van op de wielen bij defect aan het landingsgestel
buiklandingen	=	buiklanding
buiklandinkje	=	buiklanding
buiklandinkjes	=	buiklanding
buiklap	noun	stuk vlees van de buikwand
buiklapje	=	buiklap
buiklapjes	=	buiklap
buiklappen	=	buiklap
buikligging	noun	het liggen op de voorkant van het lichaam
buikliggingen	=	buikligging
buikligginkje	=	buikligging
buikligginkjes	=	buikligging
buikloop	noun	zeer waterige ontlasting
buikloopje	=	buikloop
buikloopjes	=	buikloop
buiklopen	=	buikloop
buikmoeder	noun	biologische moeder van een kind die dit kind direct na de geboorte afstaat voor adoptie
buikmoeders	=	buikmoeder
buikomvang	noun	de omtrek van de buik van een mens gemeten in centimeters als maat of iemand al dan niet te dik is
buikoperatie	noun	een operatie in de buikholte
buikoperaties	=	buikoperatie
buikoperatietje	=	buikoperatie
buikoperatietjes	=	buikoperatie
buikorgel	noun	draaiorgeltje dat voor de buik hangt
buikorgels	=	buikorgel
buikorgeltje	=	buikorgel
buikorgeltjes	=	buikorgel
buikpijn	noun	pijn in de buik
buikpijndagboek	noun	formulier waarop men kan aangeven wanneer en onder welke omstandigheden met buikpijn ervaart
buikpijndagboeken	=	buikpijndagboek
buikpijndagboekje	=	buikpijndagboek
buikpijndagboekjes	=	buikpijndagboek
buikpijnen	=	buikpijn
buikpijntje	=	buikpijn
buikpijntjes	=	buikpijn
buikpotig	adj	met aan de onderzijde van de buik een platte, gespierde schijf om van plaats te veranderen of op een plaats te blijven (zoals bij slakken), behorend tot of betrekking hebbend op slakken
buikpotige	noun	benaming voor dieren uit de klasse Gastropoda, waartoe de slakken behoren
buikpotigen	noun	een klasse Gastropoda met meer dan 75.000 soorten slakken
buikpotiger	=	buikpotig
buikpotigere	=	buikpotig
buikpotigers	=	buikpotig
buikpotigs	=	buikpotig
buikpotigst	=	buikpotig
buikpotigste	=	buikpotig
buikriem	noun	een riem die om het middel gedragen wordt
buikriemen	=	buikriem
buikriempje	=	buikriem
buikriempjes	=	buikriem
buikschoof	=	buikschuiven
buikschooft	=	buikschuiven
buikschoven	=	buikschuiven
buikschuif	noun	een schuif over de buik
buikschuift	=	buikschuiven
buikschuive	=	buikschuiven
buikschuiven	verb	glijden op je buik
buikschuivend	=	buikschuiven
buikschuivende	=	buikschuiven
buikschuiver	noun|humorous	bromfiets of motorfiets met laag stuur en buddyseat die men bij voorkeur over de tank gelegen berijdt
buikschuivers	=	buikschuiver
buikschuivertje	=	buikschuiver
buikschuivertjes	=	buikschuiver
buikslagader	noun	aorta abdominalis
buikslagaderen	=	buikslagader
buikslagaders	=	buikslagader
buikslagadertje	=	buikslagader
buikslagadertjes	=	buikslagader
buikspeekselklier	noun	een klier die enzymen afscheidt in de twaalfvingerige darm om de afbraak van zetmeel, vet en eiwitten te bevorderen
buikspeekselklieren	=	buikspeekselklier
buikspek	noun	het spek van de buik van dieren (en dus ook mensen)
buikspier	noun	elk van de spieren in de voorwand van de buik
buikspierblessure	noun	beschadiging aan de spieren van de buikwand door overmatig gebruik
buikspierblessuren	=	buikspierblessure
buikspierblessures	=	buikspierblessure
buikspieren	=	buikspier
buikspieroefening	noun	fitnessoefeningen waarbij men vooral de buikspieren aanspant
buikspieroefeningen	=	buikspieroefening
buikspieroefeningetje	=	buikspieroefening
buikspieroefeningetjes	=	buikspieroefening
buikspiertje	=	buikspier
buikspiertjes	=	buikspier
buikspitsschildwants	noun	Troilus luridus een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
buikspitsschildwantsen	=	buikspitsschildwants
buikspitsschildwantsje	=	buikspitsschildwants
buikspitsschildwantsjes	=	buikspitsschildwants
buikspraak	noun	de kunst van het buikspreken
buikspraakt	=	buikspreken
buiksprak	=	buikspreken
buiksprake	=	buikspreken
buikspraken	=	buikspreken
buikspreek	=	buikspreken
buikspreekpop	noun	een pop gebruikt bij het buikspreken
buikspreekpopje	=	buikspreekpop
buikspreekpopjes	=	buikspreekpop
buikspreekpoppen	=	buikspreekpop
buikspreekpoppetje	=	buikspreekpop
buikspreekpoppetjes	=	buikspreekpop
buikspreekster	=	buikspreker
buikspreekt	=	buikspreken
buikspreke	=	buikspreken
buikspreken	verb	een vorm van poppenspel waarbij de speler de rol van zijn pop tracht te zeggen zonder zijn mond te bewegen
buiksprekend	=	buikspreken
buiksprekende	=	buikspreken
buikspreker	noun	iemand die kan buikspreken
buiksprekers	=	buikspreker
buiksprekerwielewaal	noun	Oriolus consobrinus een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels)
buiksprekerwielewaaltje	=	buiksprekerwielewaal
buiksprekerwielewaaltjes	=	buiksprekerwielewaal
buiksprekerwielewalen	=	buiksprekerwielewaal
buikstoot	noun	krachtige stoot in de buik om een blokkade in de luchtweg op te heffen
buikstootje	=	buikstoot
buikstootjes	=	buikstoot
buikstoten	=	buikstoot
buikstreek	noun	deel van de voorzijde van het lichaam tussen borstbeen en schaambeen
buikstreken	=	buikstreek
buiktandje	noun	Gerris odontogaster een wants uit de familie van de Gerridae (Schaatsenrijders).
buiktandjes	=	buiktandje
buiktyfus	noun	een ernstige epidemische ziekte veroorzaakt door besmetting met Salmonella typhi
buikvet	noun	lichaamsvet dat gelokaliseerd is ter hoogte van de navel (intra-abdominaal)
buikvin	noun	een vin die verbonden is met spieren en de bekkengordel en daardoor minder bewegelijk dan de borstvinnen.
buikvinnen	=	buikvin
buikvinnetje	=	buikvin
buikvinnetjes	=	buikvin
buikvlies	noun	een epitheelweefsel dat de binnenkant van de buikholte en de buitenkant van de daarin gelegen organen bekleedt
buikvliesje	=	buikvlies
buikvliesjes	=	buikvlies
buikvlieskanker	noun	een kwaadaardige aandoening van het buikvlies (peritoneum), meestal betreft het uitzaaiingen van kanker die elders is ontstaan
buikvlieskankers	=	buikvlieskanker
buikvliesontsteking	noun	ontsteking van het buikvlies
buikvliesontstekingen	=	buikvliesontsteking
buikvliesontstekinkje	=	buikvliesontsteking
buikvliesontstekinkjes	=	buikvliesontsteking
buikvliezen	=	buikvlies
buikwand	noun	wand van de buikholte bestaande uit spieren, de bekleding van de spieren (de zogenaamde fascie) en peesbladen waarin de spieren kunnen uitlopen
buikwanden	=	buikwand
buikwandje	=	buikwand
buikwandjes	=	buikwand
buikwind	noun	gasontlading uit de darm
buikwinden	=	buikwind
buikzwam	noun	zwam bestaande uit een ronde tot eivormige zak waarvan de sporen zich in een gesloten vruchtlichaam ontwikkelen dat scheurt bij aanraking of wanneer het rijp is De buikzwammen werden vroeger wel beschouwd als een taxonomische groep binnen de steeltjeszwammen, maar uit nader onderzoek bleek de onderlinge verwantschap daarvoor onvoldoende.
buikzwammen	=	buikzwam
buikzwammetje	=	buikzwam
buikzwammetjes	=	buikzwam
buil	noun	grote zeef voor het zeven van meel
builde	=	builen
builden	=	builen
builder	=	builderen
builderde	=	builderen
builderden	=	builderen
buildere	=	builderen
builderen	verb	het beklimmen van hoge gebouwen, kunstwerken of andere objecten als sportbeoefening
builderend	=	builderen
builderende	=	builderen
buildert	=	builderen
building	noun	een gebouw met meerdere verdiepingen
buile	=	builen
builen	verb	maken van een buil
builenbrand	noun	Ustilago maydis een brandschimmel die maïs en teosinte kan aantasten.
builenbranden	=	builenbrand
builenbrandje	=	builenbrand
builenbrandjes	=	builenbrand
builend	=	builen
builende	=	builen
builenpest	noun	de meest voorkomende vorm van pest en wordt veroorzaakt door de Yersinia pestis-bacterie en overgebracht door de rattenvlo
built	=	builen
builtje	=	buil
builtjes	=	buil
buis	noun	een hol, cilindrisch voorwerp
buisbekken	noun	een familie Solenostomidae van straalvinnige vissen uit de orde van zeenaaldachtigen (Syngnathiformes)
buisde	=	buizen
buisden	=	buizen
buisje	=	buis
buisjes	=	buis
buisjesspons	noun	een soort van de een stam Porifera
buisjessponsen	=	buisjesspons
buisjessponsje	=	buisjesspons
buisjessponsjes	=	buisjesspons
buisjessponzen	=	buisjesspons
buisjeszwamrijpkelkje	noun	Hyphodiscus hymeniophilus een biotrofe parasiet die voorkomt op buisjeszwammen.
buisjeszwamrijpkelkjes	=	buisjeszwamrijpkelkje
buiskap	noun	een kap die ervoor zorgt dat opspattend water aan de voorkant van de boot niet in de boot komt
buiskapje	=	buiskap
buiskapjes	=	buiskap
buiskappen	=	buiskap
buisklok	noun	een langwerpige holle cilinder waartegen men met een hamer of stok, slaat om een signaal te geven
buisklokje	=	buisklok
buisklokjes	=	buisklok
buisklokken	noun	een samenstel van gestemde langwerpige holle cilinders die met een mallet worden aangeslagen
buisklokkenspel	noun	een samenstel van gestemde langwerpige holle cilinders die met een mallet worden aangeslagen
buisklokkenspellen	=	buisklokkenspel
buisklokkenspelletje	=	buisklokkenspel
buisklokkenspelletjes	=	buisklokkenspel
buiskolen	=	buiskool
buiskool	noun	Brassica koolsoort waarvan de bladen van het bladgewas zich dicht opeen over het groeipunt sluiten en zo de eigenlijke kool vormen
buislamp	noun	lamp in buisvorm (soms gloeilamp, meestal tl)
buislampen	=	buislamp
buislampje	=	buislamp
buislampjes	=	buislamp
buisleiding	noun	buis of stelsel van buizen om gassen of vloeistoffen naar bepaalde punten te voeren
buisleidingen	=	buisleiding
buisleidinkje	=	buisleiding
buisleidinkjes	=	buisleiding
buismug	noun	insect uit de familie Cylindrotomidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
buismuggen	noun	Cylindrotomidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
buismuggetje	=	buismug
buismuggetjes	=	buismug
buispost	noun	een transportsysteem waarbij goederen of interne post in capsules door middel van overdruk of vacuüm door buizen getransporteerd worden
buissnaveligen	noun	een orde Procellariiformes van vogels (Aves) die vijf families bevat en vrijwel zonder uitzondering bewoners van de open oceaan zijn.
buissnavelvissen	noun	een familie Aulorhynchidae van straalvinnige vissen uit de orde van stekelbaarsachtigen (Gasterosteiformes)
buisspinnen	noun	Anyphaenidae een familie van spinnen.
buisstoel	noun	zitmeubel met minimalistische vormgeving waarbij een gebogen metalen pijp zitting en rugleuning op hun plaats houdt
buist	=	buizen
buistandige	noun	benaming voor dieren uit de orde Tubulidentata (familie Orycteropodidae), waarvan de enige nog levende soort het aardvarken is
buistandigen	noun	een orde Tubulidentata, zoogdieren met tanden in de vorm van een pijpje dentine zonder glazuur
buisvak	noun	een studievak of schoolvak waarvoor veel studenten een onvoldoende halen
buisvakken	=	buisvak
buisverlichting	noun	verlichting met fluorescentiebuizen (tl-buizen)
buisverlichtingen	=	buisverlichting
buisvormig	adj	vorm van een buis hebbend
buisvormige	=	buisvormig
buisvormiger	=	buisvormig
buisvormigere	=	buisvormig
buisvormigers	=	buisvormig
buisvormigs	=	buisvormig
buisvormigst	=	buisvormig
buisvormigste	=	buisvormig
buiswater	noun	water dat bij een schip over dek en laadluiken komt.
buit	noun	goederen gewonnen door diefstal of verovering
buitel	=	buitelen
buitelaar	noun	iemand die over de kop duikelt
buitelaars	=	buitelaar
buitelaartje	=	buitelaar
buitelaartjes	=	buitelaar
buitelde	=	buitelen
buitelden	=	buitelen
buitele	=	buitelen
buitelen	verb	ergens over de kop heengaan of -rollen
buitelend	=	buitelen
buitelende	=	buitelen
buiteling	noun	vallen en over de kop gaan
buitelingen	=	buiteling
buitelingetje	=	buiteling
buitelingetjes	=	buiteling
buitelinkje	=	buiteling
buitelkever	noun	insect uit de familie Eucinetidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
buitelkevers	noun	Eucinetidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
buitelkevertje	=	buitelkever
buitelkevertjes	=	buitelkever
buitelt	=	buitelen
buiten	adv	in de buitenlucht dus niet in een gebouw	noun	platteland
buitenaan	adv	aan de buitenkant
buitenaanzicht	noun	afbeelding van iets zoals het er van buiten bekeken uitziet
buitenaanzichten	=	buitenaanzicht
buitenaanzichtje	=	buitenaanzicht
buitenaanzichtjes	=	buitenaanzicht
buitenaards	adj	zijn oorsprong buiten de planeet Aarde hebbend, m.n. gezegd van veronderstelde levende wezens
buitenaardse	=	buitenaards
buitenaardser	=	buitenaards
buitenaardsere	=	buitenaards
buitenaardsers	=	buitenaards
buitenaardst	=	buitenaards
buitenaardste	=	buitenaards
buitenactiviteit	noun	een bezigheid in de buitenlucht
buitenactiviteiten	=	buitenactiviteit
buitenactiviteitje	=	buitenactiviteit
buitenactiviteitjes	=	buitenactiviteit
buitenaf	adv	op ruime afstand van de stad
buitenantenne	noun	een antenne die buitenshuis is geplaatst
buitenantennen	=	buitenantenne
buitenantennes	=	buitenantenne
buitenantennetje	=	buitenantenne
buitenantennetjes	=	buitenantenne
buitenarm	noun	een naar buiten gaand of staand onderdeel
buitenarmaturen	=	buitenarmatuur
buitenarmatuur	noun	houder voor een of meer lampen in de buitenlucht
buitenarmatuurtje	=	buitenarmatuur
buitenarmatuurtjes	=	buitenarmatuur
buitenarmen	=	buitenarm
buitenaula	noun	ruimte in de buitenlucht waar een uitvaartdienst wordt gehouden
buitenaula's	=	buitenaula
buitenbaan	noun	de baan die de langste zijde van de bocht neemt
buitenbaantje	=	buitenbaan
buitenbaantjes	=	buitenbaan
buitenbaarmoederlijk	adj	buiten de holte van de baarmoeder plaatsvindend
buitenbaarmoederlijke	=	buitenbaarmoederlijk
buitenbaarmoederlijks	=	buitenbaarmoederlijk
buitenbad	noun	niet overdekt zwembad, een zwembad in de open lucht
buitenbaden	=	buitenbad
buitenbadje	=	buitenbad
buitenbadjes	=	buitenbad
buitenband	noun	open band om de eigenlijke luchtband (binnenband) bij voertuigen
buitenbanden	=	buitenband
buitenbandje	=	buitenband
buitenbandjes	=	buitenband
buitenbanen	=	buitenbaan
buitenbedrijfmelding	noun	bericht dat een machine, apparaat, pinterminal of systeem tijdelijk niet functioneert of niet gebruikt kan worden.
buitenbedrijfmeldingen	=	buitenbedrijfmelding
buitenbedrijfmeldinkje	=	buitenbedrijfmelding
buitenbedrijfmeldinkjes	=	buitenbedrijfmelding
buitenbeentje	noun	iemand die vanwege zijn uiterlijk, denkbeelden of gedrag afwijkt van zijn naaste omgeving.
buitenbeentjes	=	buitenbeentje
buitenbeugel	noun	gebitscorrectiehulpmiddel dat ook buiten de mond aanwezig is ook wel aangeduid als buitenboordmotor
buitenbeugels	=	buitenbeugel
buitenbeugeltje	=	buitenbeugel
buitenbeugeltjes	=	buitenbeugel
buitenbioscoop	noun	een vorm van filmvertoning die plaatsvindt in de openlucht in plaats van in een traditionele, afgesloten zaal
buitenbioscoopje	=	buitenbioscoop
buitenbioscoopjes	=	buitenbioscoop
buitenbioscopen	=	buitenbioscoop
buitenblaadje	=	buitenblad
buitenblaadjes	=	buitenblad
buitenblad	noun	het grootste tandwiel van de voor derailleur van een fiets
buitenbladen	=	buitenblad
buitenbocht	noun	de buitenkant van een bocht waar de weg het langst en de bocht het minst scherp is
buitenbochten	=	buitenbocht
buitenboel	noun	de buitenkant van een gebouw
buitenboord	adv	aan de buitenzijde van een schip
buitenboordbeugel	noun	deels buiten de mond aangebracht metalen hulpmiddel waardoor het gebit in een bepaalde, gewenste stand gaat groeien
buitenboordbeugels	=	buitenboordbeugel
buitenboorden	=	buitenboord
buitenboordmotor	noun	een motor die aan de achterzijde (de spiegel) van een boot bevestigd is die als een roer dient en de boot voortstuwt
buitenboordmotoren	=	buitenboordmotor
buitenboordmotors	=	buitenboordmotor
buitenboordmotortje	=	buitenboordmotor
buitenboordmotortjes	=	buitenboordmotor
buitenboords	=	buitenboord
buitenburger	noun	iemand die buiten de poorten van de stad woonde maar er wel een burger van was
buitenburgers	=	buitenburger
buitenburgertje	=	buitenburger
buitenburgertjes	=	buitenburger
buitenbus	noun	brievenbus, niet aan de woning, maar dichtbij de openbare weg aangebracht
buitenbussen	=	buitenbus
buitencategorie	noun	groep heel uitzonderlijke personen of zaken
buitencategorieën	=	buitencategorie
buitendeel	noun	deel van een installatie dat aan de buitenkant zit
buitendeeltje	=	buitendeel
buitendeeltjes	=	buitendeel
buitendelen	=	buitendeel
buitendeur	noun	een deur in de buitenmuur
buitendeuren	=	buitendeur
buitendeurtje	=	buitendeur
buitendeurtjes	=	buitendeur
buitendien	adv|formal	bovendien
buitendienst	noun	buiten het bedrijf of kantoor gedaan werk
buitendiensten	=	buitendienst
buitendienstmedewerker	noun	medewerker van de buitendienst
buitendienstmedewerkers	=	buitendienstmedewerker
buitendienststelling	noun	tijdelijk stoppen met iets te gebruiken
buitendienststellingen	=	buitendienststelling
buitendijk	noun	dijk die als directe waterkering dienst doet
buitendijken	=	buitendijk
buitendijkje	=	buitendijk
buitendijkjes	=	buitendijk
buitendijks	adj	gelegen in een gebied dat niet door de dijk beschermd wordt
buitendijksch	=	buitendijks
buitendijkse	=	buitendijks
buitendraad	noun	een schroefdraad die uit het oppervlak van een ronde staaf is gesneden
buitendraadje	=	buitendraad
buitendraadjes	=	buitendraad
buitendraden	=	buitendraad
buitenechtelijk	adj	niet binnen het raamwerk van het huwelijk
buitenechtelijke	=	buitenechtelijk
buitenechtelijker	=	buitenechtelijk
buitenechtelijkere	=	buitenechtelijk
buitenechtelijkers	=	buitenechtelijk
buitenechtelijks	=	buitenechtelijk
buitenechtelijkst	=	buitenechtelijk
buitenechtelijkste	=	buitenechtelijk
buitenevenement	noun	gebeurtenis waar veel mensen aandeelnemen dat plaatsvindt in de buitenlucht
buitenevenementen	=	buitenevenement
buitenevenementje	=	buitenevenement
buitenevenementjes	=	buitenevenement
buitenfestival	noun	feestelijk evenement in de buitenlucht
buitenfestivals	=	buitenfestival
buitenfunctiestelling	noun	het (tijdelijk) niet meer kunnen of mogen werken in een bepaalde functie, op non-actief stellen
buitenfunctiestellingen	=	buitenfunctiestelling
buitenga	=	buitengaan
buitengaan	verb	vanuit een gebouw of omsloten ruimte naar een grotere ruimte of de buitenlucht gaan
buitengaand	=	buitengaan
buitengaande	=	buitengaan
buitengaat	=	buitengaan
buitengaats	adj	in volle zee, buiten het zeegat	adv	buiten het zeegat, in volle zee
buitengaatse	=	buitengaats
buitengalerij	noun	overdekte maar verder open gang aan de buitenkant van een gebouw
buitengalerijen	=	buitengalerij
buitengalerijtje	=	buitengalerij
buitengalerijtjes	=	buitengalerij
buitengebeuren	noun	wat zich in de openlucht afspeelt
buitengebied	noun	het gebied dat buiten iets aanwezig is
buitengebieden	=	buitengebied
buitengebouw	noun	een klein gebouw dat naast of buiten het hoofdgebouw staat
buitengebouwen	=	buitengebouw
buitengebouwtje	=	buitengebouw
buitengebouwtjes	=	buitengebouw
buitengebruikstelling	noun	het stoppen met iets te gebruiken
buitengebruikstellingen	=	buitengebruikstelling
buitengegaan	=	buitengaan
buitengegooid	=	buitengooien
buitengegooide	=	buitengooien
buitengehangen	=	buitenhangen
buitengehouden	=	buitenhouden
buitengekomen	=	buitenkomen
buitengemeen	adj	boven het normale uitstijgend
buitengemeens	=	buitengemeen
buitengemeenst	=	buitengemeen
buitengemeenste	=	buitengemeen
buitengemene	=	buitengemeen
buitengemener	=	buitengemeen
buitengemenere	=	buitengemeen
buitengemeners	=	buitengemeen
buitengerechtelijk	adj	iets dat geen juridische grondslag heeft
buitengerechtelijke	=	buitengerechtelijk
buitengerechtelijker	=	buitengerechtelijk
buitengerechtelijkere	=	buitengerechtelijk
buitengerechtelijkers	=	buitengerechtelijk
buitengerechtelijks	=	buitengerechtelijk
buitengerechtelijkst	=	buitengerechtelijk
buitengerechtelijkste	=	buitengerechtelijk
buitengesloten	=	buitensluiten
buitengeslotene	noun	persoon die wordt buitengesloten
buitengeslotenen	=	buitengeslotene
buitengesmeten	=	buitensmijten
buitengestaan	=	buitenstaan
buitengevel	noun	een van de zijden aan de buitenkant van een gebouw
buitengevels	=	buitengevel
buitengeveltje	=	buitengevel
buitengeveltjes	=	buitengevel
buitengevlogen	=	buitenvliegen
buitengewone	=	buitengewoon
buitengewoner	=	buitengewoon
buitengewonere	=	buitengewoon
buitengewoners	=	buitengewoon
buitengewoon	adj	van het normale afwijkend
buitengewoons	=	buitengewoon
buitengewoonst	=	buitengewoon
buitengewoonste	=	buitengewoon
buitengezet	=	buitenzetten
buitengezette	=	buitenzetten
buitenging	=	buitengaan
buitengingen	=	buitengaan
buitengoed	noun	landgoed dat buiten de stad is gelegen
buitengoederen	=	buitengoed
buitengoedje	=	buitengoed
buitengoedjes	=	buitengoed
buitengooi	=	buitengooien
buitengooide	=	buitengooien
buitengooiden	=	buitengooien
buitengooie	=	buitengooien
buitengooien	verb	naar buiten sturen, wegjagen
buitengooiend	=	buitengooien
buitengooiende	=	buitengooien
buitengooit	=	buitengooien
buitengrens	noun	De buitenste grens (van de EU met landen die niet tot de EU behoren) (de buitengrens van het zonnestelsel.)
buitengrensje	=	buitengrens
buitengrensjes	=	buitengrens
buitengrenzen	=	buitengrens
buitenhang	=	buitenhangen
buitenhange	=	buitenhangen
buitenhangen	verb	iets ophangen in de buitenlucht
buitenhangend	=	buitenhangen
buitenhangende	=	buitenhangen
buitenhangt	=	buitenhangen
buitenhaven	noun	deel van een haven dat het dichtst bij de zee ligt; deel van de haven dat buiten de schutsluizen ligt
buitenhavens	=	buitenhaven
buitenhaventje	=	buitenhaven
buitenhaventjes	=	buitenhaven
buitenhield	=	buitenhouden
buitenhielden	=	buitenhouden
buitenhing	=	buitenhangen
buitenhingen	=	buitenhangen
buitenhoek	noun	hoek gevormd door een zijde en het verlengde van de aanliggende zijde
buitenhoeken	=	buitenhoek
buitenhof	noun	een landgoed of huis buiten de stad
buitenhok	noun	een dierenverblijf dat in de buitenlucht staat
buitenhokje	=	buitenhok
buitenhokjes	=	buitenhok
buitenhokken	=	buitenhok
buitenhoofd	noun	het aan buitenwater gelegen sluishoofd van een schutsluis, bij een sluis dat de overgang vormt tussen binnen- en buitenwater.
buitenhoofden	=	buitenhoofd
buitenhoofdje	=	buitenhoofd
buitenhoofdjes	=	buitenhoofd
buitenhou	=	buitenhouden
buitenhoud	=	buitenhouden
buitenhoude	=	buitenhouden
buitenhouden	verb	zorgen dat iets of iemand niet naar binnen komt
buitenhoudend	=	buitenhouden
buitenhoudende	=	buitenhouden
buitenhoudt	=	buitenhouden
buitenhoven	=	buitenhof
buitenhuis	noun	een huis buiten de stad, meestal als tweede huis voor een welvarende stadsbewoner
buitenhuisje	=	buitenhuis
buitenhuisjes	=	buitenhuis
buitenhuizen	=	buitenhuis
buitenijs	noun	in de buitenlucht gelegen ijsbaan
buitenissig	adj	afwijkend van wat gewoon en/of gangbaar is
buitenissige	=	buitenissig
buitenissiger	=	buitenissig
buitenissigere	=	buitenissig
buitenissigers	=	buitenissig
buitenissigheden	=	buitenissigheid
buitenissigheid	noun	het buitenissig zijn van iets of iemand
buitenissigs	=	buitenissig
buitenissigst	=	buitenissig
buitenissigste	=	buitenissig
buitenkans	noun	een onverwachte, maar heel goede mogelijkheid
buitenkansen	=	buitenkans
buitenkansje	=	buitenkans
buitenkansjes	=	buitenkans
buitenkant	noun	het uitwendige van iets
buitenkanten	=	buitenkant
buitenkantje	=	buitenkant
buitenkantjes	=	buitenkant
buitenkerkelijk	adj	geen lid van een kerk zijnde
buitenkerkelijke	noun	iemand die geen lid is van een kerkgenootschap
buitenkerkelijken	=	buitenkerkelijke
buitenkerkelijker	=	buitenkerkelijk
buitenkerkelijkere	=	buitenkerkelijk
buitenkerkelijkers	=	buitenkerkelijk
buitenkerkelijks	=	buitenkerkelijk
buitenkerkelijkst	=	buitenkerkelijk
buitenkerkelijkste	=	buitenkerkelijk
buitenkind	noun	kind van buiten de stad, plattelandskind
buitenkinderen	=	buitenkind
buitenkindje	=	buitenkind
buitenkindjes	=	buitenkind
buitenkleding	noun	kleding die speciaal is ontworpen om het lichaam te beschermen tegen weersinvloeden zoals regen, wind en kou tijdens activiteiten in de open lucht.
buitenkleur	noun	gelaatskleur van een individu dat veel buiten is
buitenkleuren	=	buitenkleur
buitenkleurtje	=	buitenkleur
buitenkleurtjes	=	buitenkleur
buitenkom	=	buitenkomen
buitenkome	=	buitenkomen
buitenkomen	verb	in de buitenlucht komen
buitenkomend	=	buitenkomen
buitenkomende	=	buitenkomen
buitenkomt	=	buitenkomen
buitenkraan	noun	Een waterkraan die aan de buitenzijde van het huis is aangebracht.
buitenkraantje	=	buitenkraan
buitenkraantjes	=	buitenkraan
buitenkranen	=	buitenkraan
buitenkunst	noun	kunstprojecten in de buitenruimte bij voorbeeld in de natuur
buitenkwam	=	buitenkomen
buitenkwamen	=	buitenkomen
buitenlaag	noun	laag aan de het buitenoppervlakte van iets
buitenlagen	=	buitenlaag
buitenlamp	noun	in de buitenlucht gemonteerde lamp
buitenlampen	=	buitenlamp
buitenlampje	=	buitenlamp
buitenlampjes	=	buitenlamp
buitenland	noun	ieder land buiten het eigene
buitenlandagenda	noun	lijst met onderwerpen die behandeld dienen te worden met betrekking tot het buitenland
buitenlandagenda's	=	buitenlandagenda
buitenlandagendaatje	=	buitenlandagenda
buitenlandagendaatjes	=	buitenlandagenda
buitenlandavonturen	=	buitenlandavontuur
buitenlandavontuur	noun	uitdagende of spannende onderneming in het buitenland
buitenlandbeleid	noun	hoe men de relaties met het buitenland vorm wil geven
buitenlandcommissie	noun	groep politici die zich bezighouden met het buitenlandsbeleid
buitenlandcommissies	=	buitenlandcommissie
buitenlanden	=	buitenland
buitenlander	noun	iemand die in het buitenland woont, of iemand afkomstig uit het buitenland
buitenlandergrap	noun	humoristische opmerking over mensen die uit een ander land komen
buitenlandergrapje	=	buitenlandergrap
buitenlandergrapjes	=	buitenlandergrap
buitenlandergrappen	=	buitenlandergrap
buitenlandergratie	noun	strafvermindering of invrijheidsstelling voor vreemdelingen zoals die van toepassing is in Curaçao
buitenlanders	=	buitenlander
buitenlandertje	=	buitenlander
buitenlandertjes	=	buitenlander
buitenlandjournalist	noun	verslaggever over zaken in in andere dan het eigen land plaatsvinden
buitenlandjournalisten	=	buitenlandjournalist
buitenlandminister	noun	minister van buitenlandse zaken
buitenlandministers	=	buitenlandminister
buitenlandpagina	noun	de sectie in een krant of magazine die artikelen en nieuws bevat over gebeurtenissen in andere landen
buitenlandpagina's	=	buitenlandpagina
buitenlandpaginaatje	=	buitenlandpagina
buitenlandpaginaatjes	=	buitenlandpagina
buitenlandpolitiek	noun	het beleid dat een regering voert in zijn relaties met andere landen
buitenlandredacteur	noun	journalist die publiceert over buitenlandse onderwerpen
buitenlandredacteuren	=	buitenlandredacteur
buitenlandredacteurs	=	buitenlandredacteur
buitenlandredactie	noun	de groep journalisten die die berichten verzamelt en bewerkt voor publicatie
buitenlandredacties	=	buitenlandredactie
buitenlandreiziger	noun	iemand die naar een ander land dat het eigen reist
buitenlandreizigers	=	buitenlandreiziger
buitenlands	adj	op het buitenland betrekking hebbend
buitenlandsch	=	buitenlands
buitenlandse	=	buitenlands
buitenlandser	=	buitenlands
buitenlandsere	=	buitenlands
buitenlandsers	=	buitenlands
buitenlandspecialist	noun	persoon die veel weet van zaken die in andere dan het eigen land afspelen
buitenlandspecialisten	=	buitenlandspecialist
buitenlandst	=	buitenlands
buitenlandste	=	buitenlands
buitenlandverslaggever	noun	journalist die verslag doet van gebeurtenissen in het buitenland
buitenlandverslaggevers	=	buitenlandverslaggever
buitenlandwoordvoerder	noun	volksvertegenwoordiger met de portefeuille buitenlandse zaken
buitenlandwoordvoerders	=	buitenlandwoordvoerder
buitenleden	=	buitenlid
buitenles	noun	een les die in de buitenlucht wordt gegeven
buitenlesje	=	buitenles
buitenlesjes	=	buitenles
buitenlessen	=	buitenles
buitenleven	noun	het leven buiten de stand in de natuur, meestal zo genoemd door de stadsbewoner die er voor zijn plezier vertoeft
buitenlevens	=	buitenleven
buitenleventje	=	buitenleven
buitenleventjes	=	buitenleven
buitenlichamelijk	adj	betreffende het gevoel dat men buiten het eigen lichaam verblijft
buitenlichamelijke	=	buitenlichamelijk
buitenlichamelijker	=	buitenlichamelijk
buitenlichamelijkere	=	buitenlichamelijk
buitenlichamelijkers	=	buitenlichamelijk
buitenlichamelijks	=	buitenlichamelijk
buitenlichamelijkst	=	buitenlichamelijk
buitenlichamelijkste	=	buitenlichamelijk
buitenlicht	noun	lamp in de open lucht
buitenlichten	=	buitenlicht
buitenlichtje	=	buitenlicht
buitenlichtjes	=	buitenlicht
buitenlid	noun	een lid van een vereniging dat buiten de stad of land van vestiging woont
buitenlieden	=	buitenman
buitenlijn	noun	de omtrek, het silhouet van een voorwerp
buitenlijnen	=	buitenlijn
buitenlijntje	=	buitenlijn
buitenlijntjes	=	buitenlijn
buitenlucht	noun	de lucht buiten een gebouw
buitenluchten	=	buitenlucht
buitenlui	noun	verzamelterm voor mensen die niet in de stad wonen
buitenlust	noun	genoegen in het buitenleven vooral gebruikt als naam van een buitenplaats of lusthof
buitenmaat	noun	de omvang van iets aan de buitenkant
buitenmaatje	=	buitenmaat
buitenmaatjes	=	buitenmaat
buitenmaats	adj	groter dan normaal
buitenmaatse	=	buitenmaats
buitenmaatser	=	buitenmaats
buitenmaatsere	=	buitenmaats
buitenmaatsers	=	buitenmaats
buitenmaatst	=	buitenmaats
buitenmaatste	=	buitenmaats
buitenman	noun	een man die graag in de buitenlucht is in plaats van altijd binnen te zijn
buitenmannen	=	buitenman
buitenmannetje	=	buitenman
buitenmannetjes	=	buitenman
buitenmate	adv	meer dan normaal
buitenmaten	=	buitenmaat
buitenmatig	adj	meer dan normaal
buitenmatige	=	buitenmatig
buitenmatiger	=	buitenmatig
buitenmatigere	=	buitenmatig
buitenmatigers	=	buitenmatig
buitenmatigs	=	buitenmatig
buitenmatigst	=	buitenmatig
buitenmatigste	=	buitenmatig
buitenmeniscus	noun	de meniscus aan de buitenzijde van de knie
buitenmeniscussen	=	buitenmeniscus
buitenmens	noun	iemand die buiten de stad woont
buitenmensen	=	buitenmens
buitenmodel	noun	iets wat veel groter is dan normaal
buitenmodellen	=	buitenmodel
buitenmuren	=	buitenmuur
buitenmusea	=	buitenmuseum
buitenmuseum	noun	tentoonstellingsruimte in de buitenlucht
buitenmuseumpje	=	buitenmuseum
buitenmuseumpjes	=	buitenmuseum
buitenmuseums	=	buitenmuseum
buitenmuur	noun	muur aan de buitenkant van een gebouw
buitenmuurtje	=	buitenmuur
buitenmuurtjes	=	buitenmuur
buitennatuurlijk	adj	betreffende fenomenen die niet met de gewone zintuigen waarneembaar zijn en buiten het bereik van de natuurwetten vallen
buitennatuurlijke	=	buitennatuurlijk
buitennatuurlijker	=	buitennatuurlijk
buitennatuurlijkere	=	buitennatuurlijk
buitennatuurlijkers	=	buitennatuurlijk
buitennatuurlijks	=	buitennatuurlijk
buitennatuurlijkst	=	buitennatuurlijk
buitennatuurlijkste	=	buitennatuurlijk
buitenom	adv	om de buitenzijde van het beschouwde heen
buitenopname	noun	in de openlucht gemaakte foto- of filmopname
buitenopnamen	=	buitenopname
buitenopnames	=	buitenopname
buitenover	adv	aan de buitenzijde om iets heen
buitenparlementair	adj	beïnvloeding van het regeringsbeleid dat niet via het democratisch gekozen parlement gaat
buitenparlementairder	=	buitenparlementair
buitenparlementairdere	=	buitenparlementair
buitenparlementairders	=	buitenparlementair
buitenparlementaire	=	buitenparlementair
buitenparlementairs	=	buitenparlementair
buitenparlementairst	=	buitenparlementair
buitenparlementairste	=	buitenparlementair
buitenparochie	noun	parochie buiten de stad
buitenparochies	=	buitenparochie
buitenparochiën	=	buitenparochie
buitenpasser	noun	scharnierende passer met kromme, vaak halvemaanvormige stalen benen die wordt gebruikt voor het opmeten en controleren van buitenmaten van voorwerpen en de dikte ervan
buitenpassers	=	buitenpasser
buitenpassertje	=	buitenpasser
buitenpassertjes	=	buitenpasser
buitenplaats	noun	grote huizen waar rijke mensen uit de stad vooral in de zomer wonen, die men ook wel hofstede of landhuis noemt
buitenplaatsen	=	buitenplaats
buitenplaatsje	=	buitenplaats
buitenplaatsjes	=	buitenplaats
buitenplaneet	noun	planeet in dit zonnestelsel waarvan de baan buiten die van de aarde ligt
buitenplaneetje	=	buitenplaneet
buitenplaneten	=	buitenplaneet
buitenpodia	=	buitenpodium
buitenpodium	noun	een podium in de buitenlucht
buitenpodiums	=	buitenpodium
buitenpolder	noun	gronden in de uiterwaarden van de grote rivieren die tussen de winterdijk en de zomerkade liggen
buitenpolders	=	buitenpolder
buitenpost	noun	een afgelegen plaats ver van het centrum
buitenposten	=	buitenpost
buitenpot	noun	bloempot die specifiek is ontworpen om buiten te staan
buitenpotje	=	buitenpot
buitenpotjes	=	buitenpot
buitenpotten	=	buitenpot
buitenproportioneel	adj	te veel, groot, sterk, enz. voor de gegeven omstandigheden
buitenproportioneels	=	buitenproportioneel
buitenproportioneelst	=	buitenproportioneel
buitenproportioneelste	=	buitenproportioneel
buitenproportionele	=	buitenproportioneel
buitenproportioneler	=	buitenproportioneel
buitenproportionelere	=	buitenproportioneel
buitenproportionelers	=	buitenproportioneel
buitenraam	noun	venster in de buitenmuur
buitenramen	=	buitenraam
buitenrand	noun	zoom aan de omtrek van iets
buitenranden	=	buitenrand
buitenreclame	noun	commerciële boodschappen in de openbare ruimte
buitenreclames	=	buitenreclame
buitenredelijk	adj	niet vatbaar voor menselijke redeneringen, redelijk noch onredelijk
buitenredelijke	=	buitenredelijk
buitenredelijks	=	buitenredelijk
buitenrestaurant	noun	een eetgelegenheid waar de gasten in de buitenlucht de maaltijd kunnen gebruiken
buitenrestauranten	=	buitenrestaurant
buitenrestaurantje	=	buitenrestaurant
buitenrestaurantjes	=	buitenrestaurant
buitenrijpas	noun	vergunning om met een paard buitenritten te maken
buitenrijpassen	=	buitenrijpas
buitenring	noun	iets dat als een ring om de buitenkant van iets heen ligt
buitenringen	=	buitenring
buitenruimte	noun	ruimte in de openlucht
buitenruimten	=	buitenruimte
buitenruimtes	=	buitenruimte
buitens	=	buiten
buitenschilderwerk	noun	wat geschilderd is of moet worden aan de buitenkant van een bouwwerk
buitenschilderwerken	=	buitenschilderwerk
buitenscholen	=	buitenschool
buitenschool	noun	school waar het lesgeven zo veel mogelijk in de openlucht plaatsvond
buitenschools	adj	niet in schooltijd plaatshebbend (al dan niet binnen het schoolgebouw)
buitenschoolse	=	buitenschools
buitenschooltje	=	buitenschool
buitenschooltjes	=	buitenschool
buitenschrijnwerk	noun	ramen en deuren in de buitenmuren
buitenschrijnwerken	=	buitenschrijnwerk
buitenschroefdraad	noun	een schroefdraad die uit het oppervlak van een ronde staaf is gesneden
buitenschroefdraadje	=	buitenschroefdraad
buitenschroefdraadjes	=	buitenschroefdraad
buitenschroefdraden	=	buitenschroefdraad
buitenseizoen	noun	deel van het jaar dat men buiten kan sporten
buitenseizoenen	=	buitenseizoen
buitenshuis	adv	niet binnen maar buiten het (eigen) huis, in een ander gebouw of woning
buitenslands	adv	in het buitenland
buitensloot	=	buitensluiten
buitenslote	=	buitensluiten
buitensloten	=	buitensluiten
buitensluit	=	buitensluiten
buitensluite	=	buitensluiten
buitensluiten	verb	niet binnen een bepaalde kring toelaten
buitensluitend	=	buitensluiten
buitensluitende	=	buitensluiten
buitensluiting	noun	het zorgen dat iets of iemand niet binnen kan komen
buitensluitingen	=	buitensluiting
buitensmeet	=	buitensmijten
buitensmeten	=	buitensmijten
buitensmijt	=	buitensmijten
buitensmijte	=	buitensmijten
buitensmijten	verb	door te smijten naar buiten werken
buitensmijtend	=	buitensmijten
buitensmijtende	=	buitensmijten
buitensociëteit	noun	een buitenvorm van een besloten gezelligheidsvereniging
buitensociëteiten	=	buitensociëteit
buitenspeeldag	noun	een dag om kinderen te stimuleren buiten te spelen en te sporten in hun buurt.
buitenspeeldagen	=	buitenspeeldag
buitenspeeldagje	=	buitenspeeldag
buitenspeeldagjes	=	buitenspeeldag
buitenspeelster	noun	vrouw die aan de randen van het speelveld staat opgesteld
buitenspeelsters	=	buitenspeelster
buitenspeelstertje	=	buitenspeelster
buitenspeelstertjes	=	buitenspeelster
buitenspel	noun	een overtreding van een regel die een aanvaller verbiedt zich achter de lijn van de laatste verdediger te bevinden	adv	zich in overtreding van bovenstaande regel bevindend
buitenspelen	=	buitenspel
buitenspeler	noun	speler die aan de zijkant van het veld speelt
buitenspelers	=	buitenspeler
buitenspellen	=	buitenspel
buitenspelletje	=	buitenspel
buitenspelpositie	noun	positie waarbij een speler buitenspel staat
buitenspelposities	=	buitenspelpositie
buitenspelregel	noun	spelregel bij voetbal die betrekking heeft op welke plaats een aanvaller de bal mag aannemen tijdens een aanval
buitenspelregels	=	buitenspelregel
buitenspelval	noun	strategie waarbij een of meer spelers van de aanvallende partij buitenspel gezet worden door het gezamenlijk oprukken naar voren van de spelers van de tegenpartij
buitenspelvallen	=	buitenspelval
buitenspelvalletje	=	buitenspelval
buitenspiegel	noun	achteruitkijkspiegel aan de buitenkant van een voertuig
buitenspiegels	=	buitenspiegel
buitenspiegeltje	=	buitenspiegel
buitenspiegeltjes	=	buitenspiegel
buitensporig	adj	buiten alle maten, enorm
buitensporige	=	buitensporig
buitensporiger	=	buitensporig
buitensporigere	=	buitensporig
buitensporigers	=	buitensporig
buitensporigetekortenprocedure	noun	toe te passen procedure in geval van buitensporige tekorten
buitensporigetekortenprocedures	=	buitensporigetekortenprocedure
buitensporigheden	=	buitensporigheid
buitensporigheid	noun	het buitensporig zijn
buitensporigs	=	buitensporig
buitensporigst	=	buitensporig
buitensporigste	=	buitensporig
buitensport	noun	sport die men in de buitenlucht beoefend
buitensporten	=	buitensport
buitensportzaak	noun	winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van kleding en uitrusting voor activiteiten die in de buitenlucht worden beoefend, zoals wandelen, klimmen, kamperen, kajakken en mountainbiken
buitensportzaakje	=	buitensportzaak
buitensportzaakjes	=	buitensportzaak
buitensportzaken	=	buitensportzaak
buitenst	adj	het meest aan de buitenkant gelegen, het verst verwijderd
buitensta	=	buitenstaan
buitenstaan	verb	zich buiten een bepaalde plek bevinden
buitenstaand	=	buitenstaan
buitenstaande	=	buitenstaan
buitenstaander	noun	iemand die niet bij de groep hoort
buitenstaanders	=	buitenstaander
buitenstaandertje	=	buitenstaander
buitenstaandertjes	=	buitenstaander
buitenstaat	=	buitenstaan
buitenste	noun	het meer naar de buitenkant gelegene
buitenstond	=	buitenstaan
buitenstonden	=	buitenstaan
buitentalig	adj	geen onderdeel van de taal uitmakend, betrekking hebbend op datgene wat de taal beschrijft
buitentalige	=	buitentalig
buitentaligs	=	buitentalig
buitentekstelijk	adj	verwijzend naar iets wat niet in de tekst bestaat; verwijzend naar iets dat in de werkelijkheid maar niet in de tekst bestaat
buitentekstelijke	=	buitentekstelijk
buitentekstelijker	=	buitentekstelijk
buitentekstelijkere	=	buitentekstelijk
buitentekstelijkers	=	buitentekstelijk
buitentekstelijks	=	buitentekstelijk
buitentekstelijkst	=	buitentekstelijk
buitentekstelijkste	=	buitentekstelijk
buitentekstplaat	noun	een paginagrote tekening in een stripalbum met daarop een actiescène zonder tekstballonnen
buitentekstplaten	=	buitentekstplaat
buitentemperaturen	=	buitentemperatuur
buitentemperatuur	noun	de temperatuur buiten een gebouw; de temperatuur in de buitenlucht
buitentemperatuurtje	=	buitentemperatuur
buitentemperatuurtjes	=	buitentemperatuur
buitentent	noun	deel van een verplaatsbaar tijdelijk onderdak in de vorm van over stokken of buizen gespannen doek als die wind en neerslag opvangt, met daarbinnen nog een vergelijkbare constructie om warmte vast te houden en door ventilatie vocht af te kunnen voeren
buitententen	=	buitentent
buitenterrein	noun	gebied dat in de buitenlucht is gelegen; onoverdekt deel van iets
buitenterreinen	=	buitenterrein
buitenterreintje	=	buitenterrein
buitenterreintjes	=	buitenterrein
buitentijds	adj	tussentijds
buitentijdse	=	buitentijds
buitentje	=	buiten
buitentjes	=	buiten
buitentrap	noun	trap aan de buitenzijde van een woning of een gebouw
buitentrapje	=	buitentrap
buitentrapjes	=	buitentrap
buitentrappen	=	buitentrap
buitenvelder	noun	honkballer die in het buitenveld staat om een ver weg geslagen bal op te vangen
buitenvelders	=	buitenvelder
buitenverblijf	noun	een tweede woning in een landelijke of natuurrijke omgeving
buitenverblijfje	=	buitenverblijf
buitenverblijfjes	=	buitenverblijf
buitenverblijven	=	buitenverblijf
buitenverf	noun	verf die bestand is tegen de buitenlucht
buitenverlichting	noun	verlichting aan de buitenzjde van een gebouw; verlichting in de buitenlucht
buitenverlichtingen	=	buitenverlichting
buitenverpakking	noun	secundaire verpakking genoemd); de verpakking die zich om één of meerdere primaire verpakkingen (de directe verpakking van een product) heen bevindt.
buitenverpakkingen	=	buitenverpakking
buitenverpakkinkje	=	buitenverpakking
buitenverpakkinkjes	=	buitenverpakking
buitenverven	=	buitenverf
buitenvlieg	=	buitenvliegen
buitenvliege	=	buitenvliegen
buitenvliegen	verb|informal	een groep of organisatie onder dwang verlaten, eruitgegooid worden, eruit vliegen
buitenvliegend	=	buitenvliegen
buitenvliegende	=	buitenvliegen
buitenvliegt	=	buitenvliegen
buitenvlogen	=	buitenvliegen
buitenvloog	=	buitenvliegen
buitenvrouw	noun	bijzit, maîtresse
buitenvrouwen	=	buitenvrouw
buitenvrouwtje	=	buitenvrouw
buitenvrouwtjes	=	buitenvrouw
buitenwaarts	adj	naar buiten gericht	adv	naar buiten
buitenwaartse	=	buitenwaarts
buitenwacht	noun	de buitenstaanders, de mensen die er niet bij betrokken zijn
buitenwachten	=	buitenwacht
buitenwachtje	=	buitenwacht
buitenwachtjes	=	buitenwacht
buitenwand	noun	de buitenzijde van bijvoorbeeld een gebouw of schip
buitenwanden	=	buitenwand
buitenwandje	=	buitenwand
buitenwandjes	=	buitenwand
buitenwater	noun	volgens de Waterwet water van de grote rivieren (Rijn, Maas, IJssel), het IJsselmeer, het Markermeer en de zee
buitenwateren	=	buitenwater
buitenwaters	=	buitenwater
buitenweg	noun	een weg buiten de bebouwde kom
buitenwegen	=	buitenweg
buitenwereld	noun	het deel van de wereld wat je zelf niet zo goed kent en waar je zelf vrij onbekend bent
buitenwerelden	=	buitenwereld
buitenwereldje	=	buitenwereld
buitenwereldjes	=	buitenwereld
buitenwerk	noun	het arbeiden in de buitenlucht
buitenwerken	=	buitenwerk
buitenwerkingstelling	noun	een wet niet meer van kracht laten zijn
buitenwerkingstellingen	=	buitenwerkingstelling
buitenwerkje	=	buitenwerk
buitenwerks	adj	gerekend van de ene buitenste rand van het werk tot de andere
buitenwerkse	=	buitenwerks
buitenwettelijk	adj	in strijd met de wet
buitenwettelijke	=	buitenwettelijk
buitenwettelijker	=	buitenwettelijk
buitenwettelijkere	=	buitenwettelijk
buitenwettelijkers	=	buitenwettelijk
buitenwettelijks	=	buitenwettelijk
buitenwettelijkst	=	buitenwettelijk
buitenwettelijkste	=	buitenwettelijk
buitenwijk	noun	een deel van de stad dat aan de rand van die stad ligt, ver buiten het centrum.
buitenwijken	=	buitenwijk
buitenwijkje	=	buitenwijk
buitenwijkjes	=	buitenwijk
buitenwipper	noun	iemand die hinderlijke personen weert uit een uitgaansgelegenheid
buitenwippers	=	buitenwipper
buitenwippertje	=	buitenwipper
buitenwippertjes	=	buitenwipper
buitenzet	=	buitenzetten
buitenzette	=	buitenzetten
buitenzetten	verb	uit het gebouw verwijderen
buitenzettend	=	buitenzetten
buitenzettende	=	buitenzetten
buitenzij	noun	die kant die buiten ligt
buitenzijde	noun	die kant die buiten ligt
buitenzijden	=	buitenzijde
buitenzijdes	=	buitenzijde
buitenzintuiglijk	adj	buiten de zintuigen om gebeurend, ervarend of verkregen
buitenzintuiglijke	=	buitenzintuiglijk
buitenzintuiglijker	=	buitenzintuiglijk
buitenzintuiglijkere	=	buitenzintuiglijk
buitenzintuiglijkers	=	buitenzintuiglijk
buitenzintuiglijks	=	buitenzintuiglijk
buitenzintuiglijkst	=	buitenzintuiglijk
buitenzintuiglijkste	=	buitenzintuiglijk
buitenzwembad	noun	een plaats waar men kan zwemmen in de buitenlucht
buitenzwembaden	=	buitenzwembad
buitenzwembadje	=	buitenzwembad
buitenzwembadjes	=	buitenzwembad
buitenzyde	=	buitenzijde
buitgemaakt	=	buitmaken
buitgemaakte	=	buitmaken
buitje	=	bui
buitjes	=	bui
buitmaak	=	buitmaken
buitmaakt	=	buitmaken
buitmaakte	=	buitmaken
buitmaakten	=	buitmaken
buitmake	=	buitmaken
buitmaken	verb	met geweld in beslag nemen
buitmakend	=	buitmaken
buitmakende	=	buitmaken
buize	=	buizen
buizen	verb	zakken voor een examen
buizenconstructie	noun	bouwwerk gemaakt met holle pijpen
buizenconstructies	=	buizenconstructie
buizend	=	buizen
buizende	=	buizen
buizenframe	noun	raamwerk gemaakt van buizen
buizenframes	=	buizenframe
buizennet	noun	netwerk van met elkaar verbonden buizen en leidingen
buizennetten	=	buizennet
buizenpost	noun	systeem voor het transport van documenten dat werkt met buizen en capsules die door die buizen gaan
buizenstelsel	noun	netwerk van met elkaar verbonden leidingen
buizenstelsels	=	buizenstelsel
buizenstelseltje	=	buizenstelsel
buizenstelseltjes	=	buizenstelsel
buizensysteem	noun	stelsel van leidingen
buizensystemen	=	buizensysteem
buizenversterker	noun	een versterker die bestaat uit elektronenbuizen in plaats van uit halfgeleiders
buizenversterkers	=	buizenversterker
buizenversterkertje	=	buizenversterker
buizenversterkertjes	=	buizenversterker
buizerd	noun	bepaald soort middelgrote roofvogel, Buteo buteo, die vooral van veldmuizen leeft
buizerdachtigen	noun	Buteoninae een onderfamilie van havikachtigen.
buizerdje	=	buizerd
buizerdjes	=	buizerd
buizerdmos	noun	Rhytidium rugosum een bladmos behorend tot de familie Rhytidiaceae.
buizerdmosje	=	buizerdmos
buizerdmosjes	=	buizerdmos
buizerdmossen	=	buizerdmos
buizerds	=	buizerd
buizerdwouw	noun	Hamirostra melanosternon een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae) en het monotypische geslacht Hamirostra.
buizerdwouwen	=	buizerdwouw
buizerdwouwtje	=	buizerdwouw
buizerdwouwtjes	=	buizerdwouw
buiïg	=	buiig
buk	=	bukken
bukidnonhoutsnip	noun	Scolopax bukidnonensis een snipachtige die alleen voorkomt in de Filipijnen.
bukidnonhoutsnipje	=	bukidnonhoutsnip
bukidnonhoutsnipjes	=	bukidnonhoutsnip
bukidnonhoutsnippen	=	bukidnonhoutsnip
bukkake	noun	groepsseks waarbij een aantal mannen ejaculeert over een voor hen knielend persoon.
bukkakes	=	bukkake
bukke	=	bukken
bukken	verb	vooroverbuigen, je verlagen tot iets
bukkend	=	bukken
bukkende	=	bukken
buks	noun	zwaar soort geweer
buksbomen	=	buksboom
buksboom	noun	Buxus sempervirens geslacht van altijdgroene heesters
buksboompje	=	buksboom
buksboompjes	=	buksboom
buksen	=	buks
buksje	=	buks
buksjes	=	buks
bukskin	noun	dik en sterk weefsel dat helemaal of voor een deel uit wol bestaat die gekeperd is geweven, samengeperst, wat geruwd en aan één kant geschoren; meestal gebruik voor herenkleding die slijtvast moet zijn
bukskins	=	bukskin
bukste	=	busken
bukt	=	bukken
bukte	=	bukken
bukten	=	bukken
bukzone	noun	het schap in een supermarkt onder de 60 centimeter, vaak met veel huismerken
bukzones	=	bukzone
bul	noun	oorkonde bij het behalen van een academische graad
bulbair	adj	met betrekking tot het verlengde merg (onderste deel van hersenen)
bulbi	=	bulbus
bulbsteven	noun	een gestroomlijnde boeg in de vorm van een bulb, om via de daardoor verminderde waterweerstand het brandstofverbruik te laten dalen
bulbus	noun	bolvormig lichaamsdeel, plaatselijke bolling
bulder	=	bulderen
bulderaar	noun	iemand die hard schreeuwt
bulderaars	=	bulderaar
bulderbaan	noun	start- en landingsbaan van een vliegveld die veel geluidoverlast voor de omwonenden veroorzaakt
bulderbanen	=	bulderbaan
bulderbast	noun	iemand die raast, tiert, vloekt, buldert of op andere manier op luide wijze zijn onvrede uit
bulderbasten	=	bulderbast
bulderde	=	bulderen
bulderden	=	bulderen
buldere	=	bulderen
bulderen	verb	een dreunend geluid maken
bulderend	adj	met veel lawaai
bulderende	=	bulderen
bulderender	=	bulderend
bulderendere	=	bulderend
bulderenders	=	bulderend
bulderends	=	bulderend
bulderendst	=	bulderend
bulderendste	=	bulderend
bulderlach	noun	een zeer luide lach
bulderlache	=	bulderlachen
bulderlachen	verb	zeer luid lachten
bulderlachend	=	bulderlachen
bulderlachende	=	bulderlachen
bulderlacht	=	bulderlachen
bulderlachte	=	bulderlachen
bulderlachten	=	bulderlachen
bulderstem	noun	zeer luide stem
bulderstemmen	=	bulderstem
buldert	=	bulderen
buldog	noun	stevig gebouwde hond met een grote kop en afhangende liphoeken, destijds gefokt om tegen stieren te vechten
buldoggen	=	buldog
buldogje	=	buldog
buldogjes	=	buldog
buldogmier	noun	zeer giftige mier uit het geslacht Myrmecia, die bekend staat om zijn agressieve gedrag en pijnlijke steek.
buldogmieren	noun	Myrmecia mierensoorten uit het geslacht Myrmecia, die bekendstaan om hun agressieve gedrag en pijnlijke steek en die door de meeste experts de gevaarlijkste mierensoort wordt genoemd
buldogmiertje	=	buldogmier
buldogmiertjes	=	buldogmier
buldogs	=	buldog
bulgaar	noun	iemand uit Bulgarije
bulgaars	adj	met betrekking tot Bulgarije of de Bulgaarse taal
bulgaarse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bulgarije
bulgaarsen	=	bulgaarse
bulgaarser	=	bulgaars
bulgaarsere	=	bulgaars
bulgaarsers	=	bulgaars
bulgaarst	=	bulgaars
bulgaarstalig	adj	de Bulgaarse taal sprekend
bulgaarstalige	=	bulgaarstalig
bulgaarstaligs	=	bulgaarstalig
bulgaarste	=	bulgaars
bulgaartje	=	bulgaar
bulgaartjes	=	bulgaar
bulgaren	=	bulgaar
bulgarenfraude	noun	fraude gepleegd door Bulgaren buiten Bulgarije
bulgarenfraudes	=	bulgarenfraude
bulgur	noun	gestoomde, daarna gedroogde en vervolgens grof gemalen of gebroken tarwekorrels, meestal durumtarwe
bulk	noun	onverpakte lading (los gestort)
bulkapparaat	noun	snelle statiegeldautomaat waarin men grote hoeveelheden plastic flessen en blikjes in één keer kan legen, in plaats van ze stuk voor stuk in te voeren
bulkapparaatje	=	bulkapparaat
bulkapparaatjes	=	bulkapparaat
bulkapparaten	=	bulkapparaat
bulkauto	noun	een vrachtwagen met of zonder aanhangwagen of een vrachtwagen voorzien van een koppelschotel met een oplegger die bedoeld is voor het vervoer van stort- of bulkgoed
bulkauto's	=	bulkauto
bulkautomaat	noun	snelle statiegeldautomaat waarin je grote hoeveelheden plastic flessen en blikjes in één keer kunt legen, in plaats van ze stuk voor stuk in te voeren
bulkautomaatje	=	bulkautomaat
bulkautomaatjes	=	bulkautomaat
bulkautomaten	=	bulkautomaat
bulkboek	noun	zeer goedkope uitgave van een (niet al te recent) literair boek, oorspronkelijk als krant zonder kaft
bulkboeken	=	bulkboek
bulkcarrier	noun	vrachtschip voor soorten lading die los in het ruim gestort wordt
bulkcarriers	=	bulkcarrier
bulkchemicaliën	noun	scheikundige verbindingen die in grote hoeveelheden worden geproduceerd en gebruikt; scheikundige grondstoffen
bulke	=	bulken
bulken	verb	luidruchtig huilen
bulkend	=	bulken
bulkende	=	bulken
bulkgoed	noun	goederen die men in grote hoeveelheden maakt en gebruikt en die zonder verpakking worden vervoerd
bulkgoederen	=	bulkgoed
bulkmachientje	=	bulkmachine
bulkmachientjes	=	bulkmachine
bulkmachine	noun	machine die grote hoeveelheden tegelijk verwerkt
bulkmachines	=	bulkmachine
bulkmachinetje	=	bulkmachine
bulkmachinetjes	=	bulkmachine
bulkproduct	noun	onverpakt dagelijks artikel dat men wel in kleine hoeveelheden kan kopen
bulkproducten	=	bulkproduct
bulkproductie	noun	iets maken van iets in zeer grote hoeveelheden
bulkproducties	=	bulkproductie
bulkscheepje	=	bulkschip
bulkscheepjes	=	bulkschip
bulkschepen	=	bulkschip
bulkschip	noun	een schip dat speciaal gebouwd en uitgerust wordt om droge stortgoederen zoals ertsen, kolen, graan, enz, te vervoeren
bulkt	=	bulken
bulkte	=	bulken
bulkten	=	bulken
bulkvaart	noun	vrachtscheepvaart voor onverpakte stortgoederen
bulkvaarten	=	bulkvaart
bulkwater	noun	grote hoeveelheid onbewerkt, onverpakt water
bulkwijn	noun	wijn die in grote containers verscheept wordt om bij aankomst gebotteld te worden, waardoor de kosten van de wijn lager zijn, maar vaak ten koste gaat van het milieu en de arbeidsomstandigheden
bulkwijnen	=	bulkwijn
bulkzaak	noun	strafzaak die betrekking heeft op een grote hoeveelheid ( van bijvoorbeeld daders, misdaden of gestolen goederen)
bulkzaakje	=	bulkzaak
bulkzaakjes	=	bulkzaak
bulkzaken	=	bulkzaak
bull	noun	stier
bulla	noun	hol bolletje of blaasje gevuld met gas of vocht
bulla's	=	bulla
bullaatje	=	bulla
bullaatjes	=	bulla
bullae	=	bulla
bullaria	=	bullarium
bullarium	noun	verzameling pauselijke brieven
bullariumpje	=	bullarium
bullariumpjes	=	bullarium
bullariums	=	bullarium
bullbar	noun	aan de voorzijde van een auto gemonteerd metalen hekwerk dat dient om obstakels opzij te schuiven maar vooral om stoer over te komen
bullbars	=	bullbar
bulldog	noun	soort Britse vechthond
bulldogje	=	bulldog
bulldogjes	=	bulldog
bulldogs	=	bulldog
bulldozer	noun	zware van rupsbanden voorziene machine om terreinen te egaliseren met behulp van een schuiver die stenen en aarde kan verplaatsen
bulldozerde	=	bulldozeren
bulldozerden	=	bulldozeren
bulldozere	=	bulldozeren
bulldozeren	verb	iets bewerken met een bulldozer
bulldozerend	=	bulldozeren
bulldozerende	=	bulldozeren
bulldozeroperator	noun	iemand die met een bulldozer werkt
bulldozeroperatoren	=	bulldozeroperator
bulldozeroperators	=	bulldozeroperator
bulldozers	=	bulldozer
bulldozert	=	bulldozeren
bulldozertje	=	bulldozer
bulldozertjes	=	bulldozer
bulle	=	bul
bullebak	noun	iemand die anderen angst aanjaagt om ze te laten doen wat hij wil
bullebakbaas	noun	iemand die leiding geeft en daarbij door pesterijen en dreigementen laat blijken geen respect voor medewerkers te hebben
bullebakbazen	=	bullebakbaas
bullebakje	=	bullebak
bullebakjes	=	bullebak
bullebakken	=	bullebak
bullen	=	bul
bullenbijter	noun	Engelse dog
bullenbijters	=	bullenbijter
bullenpees	noun	zweep uit repen stijf samengeknoopt leer, pees of touw
bullenpeesje	=	bullenpees
bullenpezen	=	bullenpees
bullepees	=	bullenpees
bullet	noun	benaming van het teken waarmee een onderdeel van een opsomming wordt aangegeven: •
bulletin	noun	kort nieuwsbericht
bulletinboard	noun	voorziening in een computernetwerk door middel waarvan pc-gebruikers gegevens kunnen uitwisselen
bulletinboards	=	bulletinboard
bulletins	=	bulletin
bulletje	=	bul
bulletjes	=	bul
bullets	=	bullet
bulleus	noun	blaarvorming
bullmarkt	noun	effectenmarkt in een periode waarin aandelenkoersen langdurig in een stijgend patroon zitten en er wijdverbreid optimisme heerst
bullmarkten	=	bullmarkt
bullmarktje	=	bullmarkt
bullmarktjes	=	bullmarkt
bullmastiff	noun	hondenras dat sinds de 19de eeuw in Groot-Brittannië wordt gefokt
bullmastiffs	=	bullmastiff
bulls	=	bull
bullshit	noun	onjuiste informatie of opvattingen	intj	onzin!
bullshitbaan	noun	een zinloze, nutteloze, onzinnige baan vaak met veel vergaderingen en weinig concrete doelen; baan die door de werkende zelf als onzinnig wordt ervaren
bullshitbaantje	=	bullshitbaan
bullshitbaantjes	=	bullshitbaan
bullshitbanen	=	bullshitbaan
bult	noun	een uitstulping op de huid
bulten	=	bult
bultenaar	noun	iemand met een bochel
bultenaars	=	bultenaar
bultenaartje	=	bultenaar
bultenaartjes	=	bultenaar
bulterriër	noun	hondenras dat een kruising is tussen de buldog en verschillende andere hondenrassen
bulterriërs	=	bulterriër
bulthaarmos	noun	Polytrichum uliginosum een soort mos uit de familie Polytrichaceae.
bulthaarmosje	=	bulthaarmos
bulthaarmosjes	=	bulthaarmos
bulthaarmossen	=	bulthaarmos
bultig	adj	een onregelmatige vorm hebbend met hobbels en bobbels
bultige	=	bultig
bultiger	=	bultig
bultigere	=	bultig
bultigers	=	bultig
bultigs	=	bultig
bultigst	=	bultig
bultigste	=	bultig
bultje	=	bult
bultjes	=	bult
bultkoppapegaaivis	noun	de grootste en behoedzaamste soort Bolbometopon muricatum van de familie papegaaivissen (Scaridae).
bultkoppapegaaivisje	=	bultkoppapegaaivis
bultkoppapegaaivisjes	=	bultkoppapegaaivis
bultkoppapegaaivissen	=	bultkoppapegaaivis
bultkopvleermuisvis	noun	Platax batavianus een straalvinnige vissensoort uit de familie van schopvissen (Ephippidae).
bultkopvleermuisvisje	=	bultkopvleermuisvis
bultkopvleermuisvisjes	=	bultkopvleermuisvis
bultkopvleermuisvissen	=	bultkopvleermuisvis
bultkrokodil	noun	Crocodylus moreletii een krokodilachtige uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae) en de onderfamilie Crocodylinae
bultkrokodillen	=	bultkrokodil
bultkrokodilletje	=	bultkrokodil
bultkrokodilletjes	=	bultkrokodil
bultkroos	noun	Lemna gibba een overblijvende waterplant die (tegenwoordig) wordt gerekend tot de aronskelkfamilie (Araceae).
bultkroosje	=	bultkroos
bultkroosjes	=	bultkroos
bultkrozen	=	bultkroos
bultrug	noun	Megaptera novaeangliae een relatief grote vinvis, die zich van andere vinvissen onderscheidt door zijn lange borstvinnen, zijn gedrongen lichaam en de knobbels op zijn bek en onderkaak.
bultruggen	=	bultrug
bultruggetje	=	bultrug
bultrugje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort spin, Cinetata gradata uit de familie van de hangmatspinnen (Linyphiidae); de wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd in 1881 door Eugène Simon
bultrugjes	=	bultrug
bultrugzalm	noun	Oncorhynchus gorbuscha een straalvinnige vis uit de familie van de echte zalmen (Salmonidae) en behoort derhalve tot de orde van zalmachtigen (Salmoniformes)
bultrugzalmen	=	bultrugzalm
bultrugzalmpje	=	bultrugzalm
bultrugzalmpjes	=	bultrugzalm
bultrund	noun	Bos taurus indicus een rund dat in het Indische subcontinent en Afrika wordt gedomesticeerd, en voornamelijk in tropische en subtropische klimaten gehouden wordt
bultrunderen	=	bultrund
bultrundje	=	bultrund
bultrundjes	=	bultrund
bultschelp	noun	Altenaeum sp. een geslacht van schelpdieren
bultschelpen	=	bultschelp
bultschelpje	=	bultschelp
bultschelpjes	=	bultschelp
bultvelddwergspin	noun	Oedothorax gibbosus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
bultvelddwergspinnen	=	bultvelddwergspin
bultvelddwergspinnetje	=	bultvelddwergspin
bultvelddwergspinnetjes	=	bultvelddwergspin
bultzak	noun	zak die men als matras gebruikt
bultzakje	=	bultzak
bultzakjes	=	bultzak
bultzakken	=	bultzak
buluitreiking	noun	uitreiking van een diploma dat men krijgt na een academische studie
buluitreikingen	=	buluitreiking
buluitreikinkje	=	buluitreiking
buluitreikinkjes	=	buluitreiking
bulvleermuis	noun	zoogdier uit de familie Molossidae van vleermuizen die in de hele wereld voorkomt, maar vooral in de tropen.
bulvleermuisje	=	bulvleermuis
bulvleermuisjes	=	bulvleermuis
bulvleermuizen	noun	Molossidae een familie van vleermuizen die in de hele wereld voorkomt, maar vooral in de tropen.
buma	noun	burgerman, burgermannetje
buma's	=	buma
bumaatje	=	buma
bumaatjes	=	buma
bummer	noun	teleurstelling, sof
bummers	=	bummer
bumor	noun	de droge humor van Sybrand van Haersma Buma
bump	=	bumpen
bumpe	=	bumpen
bumpen	verb	botsen
bumpend	=	bumpen
bumpende	=	bumpen
bumper	noun	stootstang voor en achter op de auto
bumperkleef	=	bumperkleven
bumperkleefde	=	bumperkleven
bumperkleefden	=	bumperkleven
bumperkleeft	=	bumperkleven
bumperkleve	=	bumperkleven
bumperkleven	verb	strafbaar feit; het in het verkeer gedurende langere tijd op een dermate korte volgafstand van een voorganger rijden of varen dat in het geval van een noodstop van de voorganger op tijd stoppen niet meer mogelijk is
bumperklevend	=	bumperkleven
bumperklevende	=	bumperkleven
bumperklever	noun	uiterst irritante verkeersdeelnemer die langere tijd veel te dicht achter een ander rijdt
bumperklevers	=	bumperklever
bumperklevertje	=	bumperklever
bumperklevertjes	=	bumperklever
bumpers	=	bumper
bumpersticker	noun	plakker voor op de (achter)bumper van een auto
bumperstickers	=	bumpersticker
bumperstickertje	=	bumpersticker
bumpersurf	=	bumpersurfen
bumpersurfde	=	bumpersurfen
bumpersurfden	=	bumpersurfen
bumpersurfe	=	bumpersurfen
bumpersurfen	verb	illegaal meerijden op de achterbumper van een tram
bumpersurfend	=	bumpersurfen
bumpersurfende	=	bumpersurfen
bumpersurfer	noun	iemand die illegaal, zonder te betalen op de achterbumper van een tram rijdt
bumpersurfers	=	bumpersurfer
bumpersurft	=	bumpersurfen
bumpersurfte	=	bumpersurfen
bumpersurften	=	bumpersurfen
bumpertje	=	bumper
bumpertjes	=	bumper
bumpt	=	bumpen
bumpte	=	bumpen
bumpten	=	bumpen
bumpwatching	noun	het loeren naar de bolle buik van een zwangere
bums	=	bumsen
bumse	=	bumsen
bumsen	verb|informal	seks hebben
bumsend	=	bumsen
bumst	=	bumsen
bumste	=	bumsen
bumsten	=	bumsen
bun	noun	een met water gevuld compartiment (in een schip), dat via vele kleine openingen rechtstreeks in verbinding staat met het buitenwater waarin vis levend bewaard kan worden
bund	noun	Duitse overheidsobligatie
bundel	noun	zijdelings bijeengehouden verzameling langwerpige voorwerpen
bundelaanbod	noun	verzameling van meerdere producten of diensten die als één geheel worden aangeboden, vaak tegen een aantrekkelijke prijs of met een speciale combinatie van voordelen
bundelchloormycena	noun	Mycena stipata een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
bundelchloormycena's	=	bundelchloormycena
bundelchloormycenaatje	=	bundelchloormycena
bundelchloormycenaatjes	=	bundelchloormycena
bundelcollybia	noun	Collybiopsis confluens een schimmel behorend tot de familie Marasmiaceae.
bundelcollybia's	=	bundelcollybia
bundelcollybiaatje	=	bundelcollybia
bundelcollybiaatjes	=	bundelcollybia
bundelde	=	bundelen
bundelden	=	bundelen
bundele	=	bundelen
bundelen	verb	in een bundel tezamen nemen
bundelend	=	bundelen
bundelende	=	bundelen
bundelfranjehoed	noun	Britzelmayria multipedata een paddenstoel uit de familie Psathyrellaceae.
bundelfranjehoeden	=	bundelfranjehoed
bundelfranjehoedje	=	bundelfranjehoed
bundelfranjehoedjes	=	bundelfranjehoed
bundeling	noun	het bundelen
bundelingen	=	bundeling
bundelknotszwam	noun	Clavulinopsis fusiformis een schimmel in de familie Clavariaceae.
bundelknotszwammen	=	bundelknotszwam
bundelknotszwammetje	=	bundelknotszwam
bundelknotszwammetjes	=	bundelknotszwam
bundelmosklokje	noun	Galerina marginata een amatoxine bevattende en daardoor giftige paddenstoel uit de Galerina familie.
bundelmosklokjes	=	bundelmosklokje
bundelmycena	noun	Mycena arcangeliana een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
bundelmycena's	=	bundelmycena
bundelmycenaatje	=	bundelmycena
bundelmycenaatjes	=	bundelmycena
bundels	=	bundel
bundelt	=	bundelen
bundeltje	=	bundel
bundeltjes	=	bundel
bundelzwam	noun	bepaald soort van oorsprong Japanse paddenstoel, Pholiota microspora, die op kleine schaal wordt geteeld in Nederland en België met een kleine roodbruine hoed en dunne lichtbruine steel.
bundelzwammen	=	bundelzwam
bundelzwammetje	=	bundelzwam
bundelzwammetjes	=	bundelzwam
bunder	noun	oude oppervlaktemaat, die in Nederland in 1816 werd gelijkgesteld aan 1 hectare (100 vierkante roeden) of 10.000 vierkante meter en in 1937 is afgeschaft
bunders	=	bunder
bundertje	=	bunder
bundertjes	=	bunder
bundist	noun	lid van de Bund
bundisten	=	bundist
bundokvliegenvanger	noun	Ficedula luzoniensis een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
bundokvliegenvangers	=	bundokvliegenvanger
bundokvliegenvangertje	=	bundokvliegenvanger
bundokvliegenvangertjes	=	bundokvliegenvanger
bunds	=	bund
bungabungafeest	noun	feest met seks
bungabungafeesten	=	bungabungafeest
bungabungafeestje	=	bungabungafeest
bungabungafeestjes	=	bungabungafeest
bungalow	noun	woning zonder bovenverdieping
bungalowpark	noun	een vakantieoord waar de bezoekers in aparte huisje verblijven
bungalowparken	=	bungalowpark
bungalowparkje	=	bungalowpark
bungalowparkjes	=	bungalowpark
bungalows	=	bungalow
bungalowtent	noun	grote kampeertent met een rechthoekig buizenframe waardoor de tent het uiterlijk van een bungalow heeft
bungalowtenten	=	bungalowtent
bungalowtentje	=	bungalowtent
bungalowtentjes	=	bungalowtent
bungalowtje	=	bungalow
bungalowtjes	=	bungalow
bungeejump	noun	een door een elastiek aan de voeten gebroken diepe val
bungeejumpe	=	bungeejumpen
bungeejumpen	verb	als vermaak van een hoog object springen, waarbij de voeten aan een elastisch koord vastzitten dat precies zo lang is, dat men de grond niet raakt
bungeejumpend	=	bungeejumpen
bungeejumpende	=	bungeejumpen
bungeejumping	noun	vermaak waarbij je aan een elastieken koord van grote hoogte naar beneden springt om iets spannends te beleven
bungeejumps	=	bungeejump
bungeejumpt	=	bungeejumpen
bungeejumpte	=	bungeejumpen
bungeejumpten	=	bungeejumpen
bungeespringen	verb	vastgebonden aan een elastieken koord van grote hoogte naar beneden springen
bungeespringende	=	bungeespringen
bungel	=	bungelen
bungelde	=	bungelen
bungelden	=	bungelen
bungele	=	bungelen
bungelen	verb	loshangend heen en weer zwaaien
bungelend	adj	heen en weer bewegend bij het hangen aan een touw
bungelende	=	bungelen
bungelends	=	bungelend
bungelt	=	bungelen
bunk	noun	slaapplaats in schip of trein
bunker	noun	uitgegraven en met beton zwaar versterkte verdedigingsstelling
bunkerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een bunker
bunkerachtige	=	bunkerachtig
bunkerachtiger	=	bunkerachtig
bunkerachtigere	=	bunkerachtig
bunkerachtigers	=	bunkerachtig
bunkerachtigs	=	bunkerachtig
bunkerachtigst	=	bunkerachtig
bunkerachtigste	=	bunkerachtig
bunkerbom	noun	bom die zich door een metersdikke beton- of bodemlaag boort om daarna te ontploffen
bunkerbommen	=	bunkerbom
bunkerbuster	noun	bom die zich door een metersdikke beton- of bodemlaag boort om daarna te ontploffen
bunkerbusters	=	bunkerbuster
bunkerde	=	bunkeren
bunkerden	=	bunkeren
bunkerdorp	noun	bij elkaar horende groep van uitgegraven en versterkte verdedigingsstellingen op loopafstand van elkaar, met voorzieningen voor een langduriger verblijf van de gebruikers
bunkerdorpen	=	bunkerdorp
bunkerdorpje	=	bunkerdorp
bunkerdorpjes	=	bunkerdorp
bunkere	=	bunkeren
bunkeren	verb	de bunkers (brandstofreservoirs) vullen, brandstof innemen
bunkerend	=	bunkeren
bunkerende	=	bunkeren
bunkerhard	adj	zonder mededogen, zeer streng
bunkerharde	=	bunkerhard
bunkerharder	=	bunkerhard
bunkerhardere	=	bunkerhard
bunkerharders	=	bunkerhard
bunkerhards	=	bunkerhard
bunkerhardst	=	bunkerhard
bunkerhardste	=	bunkerhard
bunkerhaven	noun	haven waar men brandstof inneemt
bunkerhavens	=	bunkerhaven
bunkerhaventje	=	bunkerhaven
bunkerhaventjes	=	bunkerhaven
bunkerlinie	noun	reeks van bunkers als verdediging tegen vijandelijke invallen
bunkerlinies	=	bunkerlinie
bunkermentaliteit	noun	instelling waarbij men zich weinig van anderen aantrekt
bunkerolie	noun	stookolie voor schepen en vliegtuigen
bunkerolies	=	bunkerolie
bunkerolietje	=	bunkerolie
bunkerolietjes	=	bunkerolie
bunkeroliën	=	bunkerolie
bunkers	=	bunker
bunkerschepen	=	bunkerschip
bunkerschip	noun	schip dat brandstof vervoert voor andere schepen; tankschip voor andere schepen
bunkerstation	noun	plaats waar binnenschepen brandstof kunnen tanken
bunkerstations	=	bunkerstation
bunkert	=	bunkeren
bunkertje	=	bunker
bunkertjes	=	bunker
bunkerwoning	noun	een woning waarin delen van een bunker uit de Tweede Wereldoorlog zijn verwerkt.
bunkerwoningen	=	bunkerwoning
bunkerwoninkje	=	bunkerwoning
bunkerwoninkjes	=	bunkerwoning
bunks	=	bunk
bunnen	=	bun
bunnetje	=	bun
bunnetjes	=	bun
bunny	noun	in een konijnenkostuum geklede serveerster in een nachtclub
bunny's	=	bunny
bunny'tje	=	bunny
bunny'tjes	=	bunny
bunnytje	=	bunny
bunnytjes	=	bunny
bunraku	noun	traditioneel Japans poppentheater
bunraku's	=	bunraku
bunsenbrander	noun	gasbrander met regelbare luchttoevoer die men gebruikt in een laboratorium
bunsenbranders	=	bunsenbrander
buntgras	noun	Corynephorus canescens een dicht pollen-vormende vaste plant die behoort tot de grassenfamilie
buntgrasbreedneus	noun	Amblytylus albidus een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
buntgrasbreedneusje	=	buntgrasbreedneus
buntgrasbreedneusjes	=	buntgrasbreedneus
buntgrasbreedneuzen	=	buntgrasbreedneus
buntgrasmier	noun	een mierensoort Lasius psammophilus uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
buntgrasmieren	=	buntgrasmier
buntgrasmiertje	=	buntgrasmier
buntgrasmiertjes	=	buntgrasmier
buntgrassen	=	buntgras
bunzig	adj	angstig, bevreesd
bunzige	=	bunzig
bunziger	=	bunzig
bunzigere	=	bunzig
bunzigers	=	bunzig
bunzigs	=	bunzig
bunzigst	=	bunzig
bunzigste	=	bunzig
bunzing	noun	kleine behendige marterachtige, Mustela putorius, die als afweer een sterke stank kan verspreiden
bunzingen	=	bunzing
bunzings	=	bunzing
bunzinkje	=	bunzing
bunzinkjes	=	bunzing
buní	noun	bepaald soort vis, Katsuwonus pelamis uit de familie van makrelen
bunís	=	buní
bupo	abbrev	internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
buprenorfine	noun	een krachtige narcotische pijnstiller
buprenorfinen	=	buprenorfine
bupropion	noun	antidepressivum dat gebruikt wordt bij de behandeling van nicotineverslaving en als vermageringsmiddel
bups	noun	ongeordend geheel van verschillende dingen of personen
bupsen	=	bups
bupsje	=	bups
bupsjes	=	bups
burchellzebra	noun	een zuidelijke ondersoort Equus quagga burchellii van de steppezebra vernoemd naar de Britse ontdekkingsreiziger en natuuronderzoeker William John Burchell.
burchellzebra's	=	burchellzebra
burchellzebraatje	=	burchellzebra
burchellzebraatjes	=	burchellzebra
burcht	noun	kasteel, plaats versterkt met een gracht, aarden wal en/of zware stenen muren
burchten	=	burcht
burchtheer	noun	eigenaar van een kasteel
burchtheren	=	burchtheer
burchtje	=	burcht
burchtjes	=	burcht
burchtvoogd	noun	persoon die het beheer heeft over een kasteel
burchtvoogden	=	burchtvoogd
burchtvrouw	=	burchtheer
burchtwijk	noun	deel van een stad waar een kasteel staat
burchtwijken	=	burchtwijk
bureau	noun	een werkmeubel voor administratief- en studiewerk
bureau-ministre	noun	grote schrijftafel zonder opbouw
bureau-uren	=	bureau-uur
bureau-uur	noun	eenheid voor de werktijd die een dienstverlenend kantoor aan een opdrachtgever in rekening brengt door ze met een standaardtarief te vermenigvuldigen
bureauagenda	noun	een groot notitieboek waarin zakelijke afspraken genoteerd worden
bureauagenda's	=	bureauagenda
bureauagendaatje	=	bureauagenda
bureauagendaatjes	=	bureauagenda
bureauambtenaar	noun	overheidsdienaar die op een kantoor werkt
bureauambtenaars	=	bureauambtenaar
bureauambtenaren	=	bureauambtenaar
bureauartikel	noun	zaken die men nodig heeft voor kantoorwerk
bureauartikelen	=	bureauartikel
bureauartikels	=	bureauartikel
bureauartikeltje	=	bureauartikel
bureauartikeltjes	=	bureauartikel
bureaublaadje	=	bureaublad
bureaublaadjes	=	bureaublad
bureaublad	noun	is letterlijk het bovenste blad van een bureau
bureaubladen	=	bureaublad
bureauchef	noun	iemand die leiding geeft aan een kantoorvestiging
bureauchefs	=	bureauchef
bureaucomputer	noun	een computer met een harde schijf waarop gegevens (tijdelijk) lokaal worden opgeslagen
bureaucomputers	=	bureaucomputer
bureaucomputertje	=	bureaucomputer
bureaucomputertjes	=	bureaucomputer
bureaucraat	noun	uitvoerend ambtenaar in een bureaucratie
bureaucraatje	=	bureaucraat
bureaucraatjes	=	bureaucraat
bureaucraten	=	bureaucraat
bureaucratie	noun	is een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels onderheven procedures, verdeling van verantwoordelijkheid, hiërarchie en onpersoonlijke relaties
bureaucratiekorting	noun	bezuinigingsoperatie waarbij gesnoeid wordt in overbodige regelgeving, waardoor overheidstaken met minder bureaucraten kunnen worden uitgevoerd.
bureaucratiekortingen	=	bureaucratiekorting
bureaucratiekortinkje	=	bureaucratiekorting
bureaucratiekortinkjes	=	bureaucratiekorting
bureaucratietaal	noun	deftig, formeel, ambtelijk jargon dat door het (gewone) publiek niet of slecht begrepen wordt
bureaucratieën	=	bureaucratie
bureaucratisch	adj	van, volgens de bureaucratie
bureaucratische	=	bureaucratisch
bureaucratischer	=	bureaucratisch
bureaucratischere	=	bureaucratisch
bureaucratischers	=	bureaucratisch
bureaucratiseer	=	bureaucratiseren
bureaucratiseerde	=	bureaucratiseren
bureaucratiseerden	=	bureaucratiseren
bureaucratiseert	=	bureaucratiseren
bureaucratisere	=	bureaucratiseren
bureaucratiseren	verb	steeds bureaucratischer worden
bureaucratiserend	=	bureaucratiseren
bureaucratiserende	=	bureaucratiseren
bureaucratisering	noun	verambtelijking van aspecten van de samenleving door de vele voorschriften en paperassen van de bureaucratie
bureaucratiseringen	=	bureaucratisering
bureaucratisme	noun	Neiging om op een bureaucratische wijze te besturen
bureauhoofd	noun	het hoofd (baas) van het bureau (organisatie)
bureauhoofden	=	bureauhoofd
bureauhoofdje	=	bureauhoofd
bureauhoofdjes	=	bureauhoofd
bureaujob	noun	een baan die men op kantoor uitvoert
bureaujobs	=	bureaujob
bureaukast	noun	een kastje dat onder aan het bureau vast zit
bureaukasten	=	bureaukast
bureaukastje	=	bureaukast
bureaukastjes	=	bureaukast
bureaukost	noun|obsolete	een organisatie
bureaukosten	noun	het geld dat men uitgeeft aan de administratieafdeling van een organisatie
bureaula	noun	een schuifbak in een bureau
bureaula's	=	bureaula
bureaulaatje	=	bureaula
bureaulaatjes	=	bureaula
bureaulade	noun	een platte uitschuifbare bak in een bureau, bedoeld als bergplaats van losse voorwerpen
bureauladen	=	bureaulade
bureaulades	=	bureaulade
bureaulamp	noun	lamp om op een bureau te plaatsen
bureaulampen	=	bureaulamp
bureaulampje	=	bureaulamp
bureaulampjes	=	bureaulamp
bureaulandschap	noun	grote kantoorruimte waarin de werkenden soms door planten gescheiden zijn
bureaulandschappen	=	bureaulandschap
bureauonderzoek	noun	onderzoek dat men vanuit een kantoor verricht
bureauonderzoeken	=	bureauonderzoek
bureauredacteur	noun	redacteur die kopij verzamelt, geschikt maakt voor publicatie en distribueert
bureauredacteuren	=	bureauredacteur
bureauredacteurs	=	bureauredacteur
bureauredacteurtje	=	bureauredacteur
bureauredacteurtjes	=	bureauredacteur
bureaus	=	bureau
bureaustoel	noun	een stoel die ontworpen is om in een kantooromgeving gebruikt te worden
bureaustoelen	=	bureaustoel
bureaustoeltje	=	bureaustoel
bureaustoeltjes	=	bureaustoel
bureautafel	noun	tafel met een of twee ladenblokken
bureautafels	=	bureautafel
bureautica	=	burotica
bureautje	=	bureau
bureautjes	=	bureau
bureauwerk	noun	werk dat men aan een bureau verricht
bureauwerken	=	bureauwerk
bureaux-ministres	=	bureau-ministre
bureel	noun	een kantoor, de ruimte waarin een bureau staat
bureeltje	=	bureel
bureeltjes	=	bureel
burele	=	bureel
burelen	=	bureel
buren	=	buur
burengerucht	noun	lawaai dat een hele buurt in opschudding kan brengen, voortkomende uit baldadigheid, zoals een vechtpartij of een woordenwisseling
burengeruchten	=	burengerucht
burenhinder	noun	gedraging of handeling van een eigenaar of bewoner van een onroerend goed die overlast veroorzaakt voor de naburige eigenaars of bewoners, waarbij de aanvaardbare ongemakken overschreden worden zodat het evenwicht tussen buren verstoord wordt
burenhulp	noun	hulp en zorg die verleent wordt door mensen die dicht bij elkaar wonen
burenhulpen	=	burenhulp
burenlawaai	noun	hinderlijk luid geluid gemaakt door mensen die dicht in de buurt wonen
burenoverlast	noun	gedraging of handeling van een eigenaar of bewoner van een onroerend goed die hinder veroorzaakt voor de naburige eigenaars of bewoners, waarbij de aanvaardbare ongemakken overschreden worden zodat het evenwicht tussen buren verstoord wordt
burenplicht	noun	plicht elkaar als buren bij te staan, vooral in kleine dorpen in zwang bij ziekte, bevalling en sterfgeval
burenplichten	=	burenplicht
burenrecht	noun	civielrechtelijk rechtsgebied met betrekking tot de rechten en plichten van buren en eigenaren van naburige erven
burenruzie	noun	ruzie tussen buren
burenruzies	=	burenruzie
burenruzietje	=	burenruzie
burenruzietjes	=	burenruzie
buret	noun	een lang, dun, cilindrisch stuk glaswerk met een nauwkeurig geijkte maatverdeling en een kraantje aan de onderzijde
buretje	=	buret
buretjes	=	buret
buretten	=	buret
burg	noun	burcht
burgemeester	noun	hoofd van het gemeentebestuur
burgemeesteres	noun	vrouwelijke vorm van burgemeester
burgemeesteressen	=	burgemeesteres
burgemeesterlijk	adj	uitgaande van de burgemeester; betrekking hebbend op de burgemeester
burgemeesterlijke	=	burgemeesterlijk
burgemeesterlijker	=	burgemeesterlijk
burgemeesterlijkere	=	burgemeesterlijk
burgemeesterlijkers	=	burgemeesterlijk
burgemeesterlijks	=	burgemeesterlijk
burgemeesterlijkst	=	burgemeesterlijk
burgemeesterlijkste	=	burgemeesterlijk
burgemeesters	=	burgemeester
burgemeestersambt	noun	de functie als burgemeester; de betrekking als burgemeester
burgemeestersambten	=	burgemeestersambt
burgemeestersbenoeming	noun	benoeming in de functie van burgemeester
burgemeestersbenoemingen	=	burgemeestersbenoeming
burgemeesterschap	noun	de functie waarin men leiding geeft aan het gemeentebestuur; het ambt van burgemeester
burgemeesterschappen	=	burgemeesterschap
burgemeesterse	noun|historical	echtgenote van het hoofd van het gemeentebestuur (in de tijd dat dit vanzelfsprekend een man was)
burgemeestersen	=	burgemeesterse
burgemeestersfunctie	noun	het ambt als burgemeester; de betrekking als burgemeester
burgemeestersfuncties	=	burgemeestersfunctie
burgemeesterskandidaat	noun	iemand die in aanmerking komt om burgemeester te worden
burgemeesterskandidaten	=	burgemeesterskandidaat
burgemeesterspost	noun	het ambt van burgemeester in een bepaalde gemeente
burgemeestersposten	=	burgemeesterspost
burgemeesterspostje	=	burgemeesterspost
burgemeesterspostjes	=	burgemeesterspost
burgemeestersreferenda	=	burgemeestersreferendum
burgemeestersreferendum	noun	volksraadpleging voor het aanbevelen van iemand voor het burgemeestersambt
burgemeestersreferendums	=	burgemeestersreferendum
burgemeesterssjerp	noun	een brede, gekleurde band die bij officiële gelegenheden wordt gedragen door een burgemeester
burgemeesterssjerpen	=	burgemeesterssjerp
burgemeestersverkiezing	noun	volksraadpleging voor het kiezen van een burgemeester
burgemeestersverkiezingen	=	burgemeestersverkiezing
burgemeestersvrouw	noun	de echtgenote van een burgemeester
burgemeestersvrouwen	=	burgemeestersvrouw
burgemeesterswoning	noun	een meestal wat grotere en luxe woning, vaak vrijstaand, die bewoond wordt of werd door de burgemeester
burgemeesterswoningen	=	burgemeesterswoning
burgemeesterswoninkje	=	burgemeesterswoning
burgemeesterswoninkjes	=	burgemeesterswoning
burgemeestertje	=	burgemeester
burgemeestertjes	=	burgemeester
burgen	=	burg
burger	noun	inwoner van een stad of staat die bepaalde wettelijke rechten en plichten heeft
burgerarrest	noun	ingreep waarbij mensen die daarvoor geen speciale bevoegdheid hebben de verdachte van een misdaad vasthouden zodat die kan worden vervolgd
burgerarrestatie	noun	ingreep waarbij mensen die daarvoor geen speciale bevoegdheid hebben de verdachte van een misdaad vasthouden zodat die kan worden vervolgd
burgerarrestaties	=	burgerarrestatie
burgerarresten	=	burgerarrest
burgerauto	noun	auto van de politie die niet als zodanig herkenbaar is
burgerauto's	=	burgerauto
burgerautootje	=	burgerauto
burgerautootjes	=	burgerauto
burgeravondscholen	=	burgeravondschool
burgeravondschool	noun	de vroegere avond-hbs
burgeravondschooltje	=	burgeravondschool
burgeravondschooltjes	=	burgeravondschool
burgerbaan	noun	niet-militaire dienstbetrekking
burgerbaantje	=	burgerbaan
burgerbaantjes	=	burgerbaan
burgerbanen	=	burgerbaan
burgerberaad	noun	een door loting samengestelde groep inwoners die over een politiek onderwerp een advies uitbrengen
burgerberaden	=	burgerberaad
burgerbescherming	noun	het geheel van maatregelen om in het geval van oorlog of grootschalige rampen de burgerbevolking te beschermen tegen de gevolgen hiervan
burgerbeschermingen	=	burgerbescherming
burgerbestaan	noun	een leven als eenvoudige, saaie burger (dus niet als iemand van adel, of militair of geestelijke)
burgerbesturen	=	burgerbestuur
burgerbestuur	noun	regering van niet-militairen
burgerbevolking	noun	het gedeelte van de bevolking dat niet aan de gewapende strijd deelneemt
burgerbevolkingen	=	burgerbevolking
burgerbevolkinkje	=	burgerbevolking
burgerbevolkinkjes	=	burgerbevolking
burgerbeweging	noun	organisatie met een politiek doel bestaande uit niet-politici
burgerbewegingen	=	burgerbeweging
burgerbeweginkje	=	burgerbeweging
burgerbeweginkjes	=	burgerbeweging
burgerbuddy	noun	burger die namens de 'gewone burger' een politicus of ambtenaar op de hoogte houdt van wat er speelt in de samenleving
burgerbuddy's	=	burgerbuddy
burgercomiteetje	=	burgercomité
burgercomiteetjes	=	burgercomité
burgercomité	noun	groep burgers die zich hebben verenigd om een bepaald politiek doel na te streven
burgercomités	=	burgercomité
burgerdeugd	noun	de goede karaktereigenschappen die kenmerkend voor de burgers van een stad of land zouden zijn
burgerdeugden	=	burgerdeugd
burgerdienst	noun	vervangende dienstplicht
burgerdiensten	=	burgerdienst
burgerdienstplicht	noun	plicht om in geval van dienstweigering burgerdienst te verrichten
burgerdienstplichten	=	burgerdienstplicht
burgerdocent	noun	niet-militaire leraar aan een militaire academie
burgerdocenten	=	burgerdocent
burgerdochter	noun	een meisje dat geboren is in de deftige burgerstand
burgerdochters	=	burgerdochter
burgerdochtertje	=	burgerdochter
burgerdochtertjes	=	burgerdochter
burgerdode	noun	een persoon die geen militair is die gestorven is door oorlogsgeweld
burgerdoden	=	burgerdode
burgerdoel	noun	civiel doelwit bij een militaire actie
burgerdoelen	=	burgerdoel
burgerdom	noun	het burger zijn
burgeren	verb|obsolete	tot burger maken, burgerrecht verlenen
burgeres	noun	vrouwelijke burger; niet adellijke inwoonster van een stad
burgeresje	=	burgeres
burgeresjes	=	burgeres
burgeressen	=	burgeres
burgerfora	=	burgerforum
burgerforum	noun	een representatieve groep burgers die bij elkaar komt om advies te geven over beleidsplannen
burgerforums	=	burgerforum
burgerhuis	noun	een eenvoudige woning voor eenvoudige mensen
burgerhuisje	=	burgerhuis
burgerhuisjes	=	burgerhuis
burgerhuizen	=	burgerhuis
burgerhulpverlener	noun	iemand die als vrijwilliger opgeroepen kan worden voor het reannimeren van een persoon met een acute hartstilstand
burgerhulpverleners	=	burgerhulpverlener
burgerij	noun	alle inwoners als een groep
burgerijen	=	burgerij
burgerinfiltrant	noun	persoon die niet hoort bij de politie die op valse voorwendsels deelneemt aan een bepaalde (criminele) organisatie met als doel informatie te verkrijgen over die organisatie
burgerinfiltranten	=	burgerinfiltrant
burgerinitiatief	noun	een initiatief dat door burgers opgezet is
burgerinitiatieven	=	burgerinitiatief
burgerjongen	noun	jonge man uit de burgerlijke, en dus niet-adelijke, standx1
burgerjongens	=	burgerjongen
burgerjongetje	=	burgerjongen
burgerjongetjes	=	burgerjongen
burgerjournalist	noun	iemand die nieuws verzameld, schrijft en publiceert als niet-vakmatige journalist
burgerjournalisten	=	burgerjournalist
burgerjournalistiek	noun	journalistiek door gewone burgers die bv. op hun weblog direct verslag doen van iets waarvan ze getuige zijn
burgerklasse	noun	het deel van een bevolking dat redelijk welgesteld is
burgerklassen	=	burgerklasse
burgerklederen	=	burgerkleed
burgerkleding	noun	onopvallende, anonieme kleding
burgerkleed	noun	gewone kleding in plaats van een uniform
burgerkleren	noun	gewone kleding in plaats van een uniform
burgerkost	noun	gewone kost zonder fratsen
burgerkosten	=	burgerkost
burgerkostje	=	burgerkost
burgerkostjes	=	burgerkost
burgerleven	noun	de leefwereld, de leefomstandigheden van gewone mensen
burgerlevens	=	burgerleven
burgerleventje	=	burgerleven
burgerleventjes	=	burgerleven
burgerlieden	=	burgerman
burgerlijk	adj	tot de burgers behorend, tot de middenstand behorend
burgerlijke	=	burgerlijk
burgerlijkepartijstelling	noun	betreffende het strafrecht in België: zichzelf melden als persoon die schade heeft geleden door een misdaad en daarvoor een schadevergoeding eisen tijdens de strafprocedure
burgerlijkepartijstellingen	=	burgerlijkepartijstelling
burgerlijker	=	burgerlijk
burgerlijkere	=	burgerlijk
burgerlijkers	=	burgerlijk
burgerlijkheden	=	burgerlijkheid
burgerlijkheid	noun	het gedrag en het leven dat past bij eenvoudige mensen
burgerlijks	=	burgerlijk
burgerlijkst	=	burgerlijk
burgerlijkste	=	burgerlijk
burgerluchthaven	noun	vliegveld voor niet-militaire doeleinden
burgerluchthavens	=	burgerluchthaven
burgerluchtvaart	noun	alle niet-militaire luchtvaart, en wordt verdeeld in de particuliere luchtvaart en de commerciële luchtvaart
burgerluchtvaarten	=	burgerluchtvaart
burgerluchtvaartorganisatie	noun	een overkoepelende organisatie voor de luchtvaart die niet militair is
burgerluchtvaartorganisaties	=	burgerluchtvaartorganisatie
burgerlui	=	burgerman
burgerlul	noun	man met alledaags leven en behoudende opvattingen
burgerlullen	=	burgerlul
burgermaatschappij	noun	de samenleving van niet-militairen
burgermaatschappijen	=	burgermaatschappij
burgermacht	noun	burgerwacht
burgermachten	=	burgermacht
burgerman	noun	wat saaie, brave, bekrompen, weinig avontuurlijke man
burgermannen	=	burgerman
burgermannetje	=	burgerman
burgermannetjes	=	burgerman
burgermansfatsoen	noun	fatsoen van de burgerman
burgermanswoning	noun	een normaal, vrijstaand of aaneengesloten woonhuis dat bedoeld is voor particuliere bewoning, in tegenstelling tot een boerderij, arbeidershuisje, kasteel of bedrijfspand.
burgermanswoningen	=	burgermanswoning
burgermanswoninkje	=	burgermanswoning
burgermanswoninkjes	=	burgermanswoning
burgermeester	=	burgemeester
burgermeisje	noun	een jonge vrouw die niet is geboren in een adellijke of koninklijke familie
burgermeisjes	=	burgermeisje
burgermilitie	noun	een groep burgers die (para)militaire taken op zich genomen hebben
burgermilities	=	burgermilitie
burgermoed	noun	de moed van niet-militaire burgers
burgermoeder	=	burgervader
burgermoord	noun	moord op burgers (door militairen)
burgermoorden	=	burgermoord
burgermoraal	noun	burgerlijke moraal
burgermoralen	=	burgermoraal
burgernet	noun	een samenwerkingsverband van gemeenten, burgers en politie
burgernetactie	noun	actie afkomstig uit het burgernet
burgernetacties	=	burgernetactie
burgernetten	=	burgernet
burgeroorlog	noun	een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen binnen hetzelfde land, waarbij soms ook het leger betrokken is
burgeroorlogachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een burgeroorlog
burgeroorlogachtige	=	burgeroorlogachtig
burgeroorlogachtiger	=	burgeroorlogachtig
burgeroorlogachtigere	=	burgeroorlogachtig
burgeroorlogachtigers	=	burgeroorlogachtig
burgeroorlogachtigs	=	burgeroorlogachtig
burgeroorlogachtigst	=	burgeroorlogachtig
burgeroorlogachtigste	=	burgeroorlogachtig
burgeroorlogen	=	burgeroorlog
burgeroorlogje	=	burgeroorlog
burgeroorlogjes	=	burgeroorlog
burgerorganisatie	noun	door burgers opgezette organisatie
burgerorganisaties	=	burgerorganisatie
burgerpak	noun	een pak als door een burger gedragen
burgerpakje	=	burgerpak
burgerpakjes	=	burgerpak
burgerpakken	=	burgerpak
burgerparticipatie	noun	participatie van de burger (op het bestuur)
burgerparticipaties	=	burgerparticipatie
burgerpersoneel	noun	mensen die bij het leger werken maar geen militair zijn
burgerplicht	noun	plicht van een burger t.o.v. zijn medemens of maatschappij waartoe hij behoort
burgerplichten	=	burgerplicht
burgerpot	noun	maal, zoals bij de gewone burgerstand
burgerpotten	=	burgerpot
burgerpresident	noun	staatshoofd dat een burger en dus geen militair is
burgerpresidenten	=	burgerpresident
burgerrecht	noun	een recht dat men geniet als staatsburger van een land
burgerrechtelijk	adj	betrekking hebbend op het civiel recht (het recht dat gaat over de relatie burger - burger)
burgerrechtelijke	=	burgerrechtelijk
burgerrechtelijker	=	burgerrechtelijk
burgerrechtelijkere	=	burgerrechtelijk
burgerrechtelijkers	=	burgerrechtelijk
burgerrechtelijks	=	burgerrechtelijk
burgerrechtelijkst	=	burgerrechtelijk
burgerrechtelijkste	=	burgerrechtelijk
burgerrechten	=	burgerrecht
burgerrechtenactivist	noun	persoon die opkomt voor de burgerrechten van zichzelf en/of anderen
burgerrechtenactivisten	=	burgerrechtenactivist
burgerrechtenbeweging	noun	organisatie die opkomt voor de naleving van de mensenrechten voor alle mensen ongeacht ras, geslacht, seksuele voorkeur, geloof en dergelijke
burgerrechtenbewegingen	=	burgerrechtenbeweging
burgerrechtenbeweginkje	=	burgerrechtenbeweging
burgerrechtenbeweginkjes	=	burgerrechtenbeweging
burgerrechtenorganisatie	noun	organisatie die overheden controleert op schendingen van de burgerrechten
burgerrechtenorganisaties	=	burgerrechtenorganisatie
burgerrechter	noun	een rechter die uitspraken doet op het gebied van het burgerlijk recht; een rechter die bemiddelt in conflicten tussen burgers onderling
burgerrechters	=	burgerrechter
burgerregering	noun	regering waarin burgers zitting hebben en dus geen militairen of aristocraten
burgerregeringen	=	burgerregering
burgerregerinkje	=	burgerregering
burgerregistratie	noun	aangifte van de geboorte bij de wereldlijke overheid; inschrijving in de burgerlijke stand
burgerregistraties	=	burgerregistratie
burgers	=	burger
burgerschap	noun	een juridische band van een individu met een staat, waaraan bepaalde rechten en plichten verbonden zijn
burgerschapje	=	burgerschap
burgerschapjes	=	burgerschap
burgerschappen	=	burgerschap
burgerschapskunde	noun	kennis omtrent het staatsburgerschap
burgerschapsrecht	noun	wetenschap die de rechten van een burger bestudeert
burgerschapsrechten	=	burgerschapsrecht
burgerschapstest	noun	een test om te zien of iemand in aanmerking komt voor het burgerschap
burgerschapstesten	=	burgerschapstest
burgerschapstestje	=	burgerschapstest
burgerschapstestjes	=	burgerschapstest
burgerscholen	=	burgerschool
burgerschool	noun	hbs
burgerschooltje	=	burgerschool
burgerschooltjes	=	burgerschool
burgerservice	noun	dienstverlening van de overheid aan individuele inwoners
burgerservicenummer	noun	door de overheid vastgesteld uniek identificatienummer voor elke inwoner van Nederland
burgerservicenummers	=	burgerservicenummer
burgerservicenummertje	=	burgerservicenummer
burgerservicenummertjes	=	burgerservicenummer
burgerservices	=	burgerservice
burgershuis	noun	grote, luxe eengezinswoning met een of meer verdiepingen
burgershuisje	=	burgershuis
burgershuisjes	=	burgershuis
burgershuizen	=	burgershuis
burgerslachtoffer	noun	niet-militair slachtoffer van krijgshandelingen
burgerslachtoffers	=	burgerslachtoffer
burgerslachtoffertje	=	burgerslachtoffer
burgerslachtoffertjes	=	burgerslachtoffer
burgerstaat	noun	een door de burgerschap gevormde staat
burgerstaatje	=	burgerstaat
burgerstaatjes	=	burgerstaat
burgerstand	noun	de klasse van de burgers (boven de boerenstand maar lager in rang dan de adel of de geestelijkheid)
burgerstanden	=	burgerstand
burgerstaten	=	burgerstaat
burgerswoning	noun	een huis dat bedoeld is voor gewone bewoning en niet bij een bedrijf hoort.
burgerswoningen	=	burgerswoning
burgerswoninkje	=	burgerswoning
burgerswoninkjes	=	burgerswoning
burgertje	=	burger
burgertjes	=	burger
burgertrut	noun	vrouw met een alledaags leven en bekrompen opvattingen
burgertrutje	=	burgertrut
burgertrutjes	=	burgertrut
burgertrutten	=	burgertrut
burgervader	noun	hoogste bestuurder op gemeentelijk niveau
burgervaders	=	burgervader
burgervadertje	=	burgervader
burgervliegtuig	noun	vliegtuig dat in gebruik is voor niet-militaire doeleinden
burgervliegtuigen	=	burgervliegtuig
burgervliegtuigje	=	burgervliegtuig
burgervliegtuigjes	=	burgervliegtuig
burgervliegveld	noun	niet-militair vliegveld
burgervliegvelden	=	burgervliegveld
burgervliegveldje	=	burgervliegveld
burgervliegveldjes	=	burgervliegveld
burgervrouw	noun	vrouw uit de burgerij; vrouw die niet van adel is
burgervrouwen	=	burgervrouw
burgervrouwtje	=	burgervrouw
burgervrouwtjes	=	burgervrouw
burgerwacht	noun	een soort van schutterij tijdens de Republiek, een uit burgers bestaande organisatie die de openbare orde probeert te bewaken
burgerwachten	=	burgerwacht
burgerweeshuis	noun	tehuis voor ouderloze burgerkinderen
burgerweeshuizen	=	burgerweeshuis
burgerwoning	noun	een huis zoals door burgers wordt bewoond, in tegenstelling b.v. met publieke gebouwen
burgerwoningen	=	burgerwoning
burgerwoninkje	=	burgerwoning
burgerwoninkjes	=	burgerwoning
burgerzaak	noun	een zaak die een burger aangaat (bij de gemeente: geboorte, overlijden, huwelijk, identiteitsbewijs)
burgerzaal	noun	ontvangstruimte in een stadhuis
burgerzaaltje	=	burgerzaal
burgerzaaltjes	=	burgerzaal
burgerzaken	noun	afdeling van een gemeentehuis waar alle registraties (geboorte, overlijden, huwelijk, identiteitsbewijs) met betrekking tot de bewoners van die gemeente worden afhandeld
burgerzalen	=	burgerzaal
burgerzin	noun	het besef van de plichten als burger
burggraaf	noun	edelman, lager dan een graaf maar hoger dan een baron
burggraafje	=	burggraaf
burggraafjes	=	burggraaf
burggrafelijk	adj	uitgaande van de burggraaf; betrekking hebbend op de burggraaf
burggrafelijke	=	burggrafelijk
burggrafelijker	=	burggrafelijk
burggrafelijkere	=	burggrafelijk
burggrafelijkers	=	burggrafelijk
burggrafelijks	=	burggrafelijk
burggrafelijkst	=	burggrafelijk
burggrafelijkste	=	burggrafelijk
burggraven	=	burggraaf
burggravin	noun	vrouwelijke vorm van burggraaf, edelvrouw, een rang lager dan gravin
burggravinnen	=	burggravin
burggravinnetje	=	burggravin
burggravinnetjes	=	burggravin
burghul	noun	een graanproduct gemaakt van verschillende soorten tarwe, maar meestal van durum (harde tarwe)
burgie	noun	een burgerlijk ingenieur (of een student in die richting)
burgies	=	burgie
burgje	=	burg
burgjes	=	burg
burgul	noun	Turks graan gerecht
burgwal	noun	kasteelmuur
burgwallen	=	burgwal
burgwalletje	=	burgwal
burijn	noun	handsteekbeitel met een vierkante stift waarvan de punt ruitvormig is geslepen, die o.a. wordt gebruikt door de graveur, koperslager en de edelsmid
burijnen	=	burijn
burijntje	=	burijn
burijntjes	=	burijn
burin	noun|obsolete	bewoonster van een van de meest nabij gelegen huizen
burinnen	=	burin
burinnetje	=	burin
burinnetjes	=	burin
burins	=	burin
burintje	=	burin
burintjes	=	burin
burkinees	noun	een inwoner van Burkina Faso, of iemand afkomstig uit Burkina Faso	adj	op Burkina Faso betrekking hebbend
burkineest	=	burkinees
burkineeste	=	burkinees
burkinese	noun	een vrouwelijke inwoner van Burkina Faso, of een vrouw afkomstig uit Burkina Faso
burkinesen	=	burkinese
burkineser	=	burkinees
burkinesere	=	burkinees
burkinesers	=	burkinees
burkinezen	=	burkinees
burl	=	burlen
burlde	=	burlen
burlden	=	burlen
burle	=	burlen
burlen	verb	bronstig loeien
burlend	=	burlen
burlende	=	burlen
burlesk	adj	kluchtig, waarbij een hoogdravend onderwerp in platte taal wordt behandeld
burleske	noun	spottend bedoeld gedicht of toneelstuk
burlesken	=	burleske
burlesker	=	burlesk
burleskere	=	burlesk
burleskers	=	burlesk
burlesks	=	burlesk
burleskst	=	burlesk
burleskste	=	burlesk
burlt	=	burlen
burmeistergordelmol	noun	Calyptophractus retusus een zoogdier uit de familie Chlamyphoridae.
burmeistergordelmollen	=	burmeistergordelmol
burmeistergordelmolletje	=	burmeistergordelmol
burmeistergordelmolletjes	=	burmeistergordelmol
burmestermal	noun	uit metaal, hout of kunststof gemaakt blad met randen en uitsparingen waarlangs gebogen lijnen kunnen worden getrokken
burmestermallen	=	burmestermal
burmestermalletje	=	burmestermal
burmestermalletjes	=	burmestermal
burn-out	noun	het gevoel opgebrand te zijn, geen energie of motivatie meer vinden als gevolg van langdurig te hoge werkdruk
burn-outaankoop	noun	product dat men koopt ter voorkoming van uitputting bij iemand die werkt
burn-outaankopen	=	burn-outaankoop
burn-outbureaucratie	noun	uitputting bij een overheidsorganisatie als gevolg van overbelasting
burn-outje	=	burn-out
burn-outjes	=	burn-out
burn-outklacht	noun	verschijnselen die iemand met een burn-out zelf ervaart
burn-outklachten	=	burn-outklacht
burn-outpatiënt	noun	iemand die langdurige uitgeput is door overbelasting op zijn of haar werk
burn-outpatiënten	=	burn-outpatiënt
burn-outs	=	burn-out
burn-outsyndromen	=	burn-outsyndroom
burn-outsyndroom	noun	geheel van klachten als gevolg van langdurig te hoge werkdruk
burnrate	noun	snelheid waarmee een bedrijf geld uitgeeft
burnrates	=	burnrate
buro	=	bureau
burotica	noun	voor gebruik in kantoren ontwikkelde elektronica en informatietechnologie
burp	noun	oprisping vanuit de maag
burpee	noun	fitnessoefening zonder apparaten waarbij men o.a. na een push-up vanuit een plankingpositie opspringt tot staan
burpees	=	burpee
burpen	=	burp
burpje	=	burp
burpjes	=	burp
burrata	noun	Italiaanse verse kaas met room
burrata's	=	burrata
burrito	noun	Mexicaans gerecht dat een oorsprong heeft in het noorden van Mexico of zuidwesten van de VS bestaande uit een opgerolde tortilla met een vulling van bonen, kaas, kip en vlees
burrito's	=	burrito
burritootje	=	burrito
bursa	noun	houder, bestaande uit twee kartonnetjes met textiel bespannen waartussen de gewijd linnen doek wordt bewaard zowel vóór en na het gebruik daarvan op het altaar tijdens de eucharistieviering
bursa's	=	bursa
bursaal	noun	een student die geld krijgt via een beurs
bursae	=	bursa
bursalen	=	bursaal
bursalenvlucht	noun	beursstudenten die met het vliegtuig van de voormalige Nederlandse - Antillen naar Nederland vliegen om daar een studie te volgen
bursalenvluchten	=	bursalenvlucht
bursitis	noun	ontsteking van een slijmbeurs
burubergduif	noun	Gymnophaps mada een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
burubergduifje	=	burubergduif
burubergduifjes	=	burubergduif
burubergduiven	=	burubergduif
buruboeboekuil	noun	Ninox hantu een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
buruboeboekuilen	=	buruboeboekuil
buruboeboekuiltje	=	buruboeboekuil
buruboeboekuiltjes	=	buruboeboekuil
burubrilvogel	noun	Zosterops buruensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
burubrilvogels	=	burubrilvogel
burubrilvogeltje	=	burubrilvogel
burubrilvogeltjes	=	burubrilvogel
burubuulbuul	noun	Hypsipetes mysticalis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
burubuulbuuls	=	burubuulbuul
burubuulbuultje	=	burubuulbuul
burubuulbuultjes	=	burubuulbuul
burudwergijsvogel	noun	Ceyx cajeli een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
burudwergijsvogels	=	burudwergijsvogel
burudwergijsvogeltje	=	burudwergijsvogel
burudwergijsvogeltjes	=	burudwergijsvogel
buruhoningeter	noun	Lichmera deningeri een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
buruhoningeters	=	buruhoningeter
buruhoningetertje	=	buruhoningeter
buruhoningetertjes	=	buruhoningeter
buruhoningvogel	noun	Dicaeum erythrothorax een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
buruhoningvogels	=	buruhoningvogel
buruhoningvogeltje	=	buruhoningvogel
buruhoningvogeltjes	=	buruhoningvogel
burujunglevliegenvanger	noun	Eumyias additus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
burujunglevliegenvangers	=	burujunglevliegenvanger
burujunglevliegenvangertje	=	burujunglevliegenvanger
burujunglevliegenvangertjes	=	burujunglevliegenvanger
burulederkop	noun	Philemon moluccensis een zangvogel uit de familie van de honingeters.
burulederkopje	=	burulederkop
burulederkopjes	=	burulederkop
burulederkoppen	=	burulederkop
burulori	noun	Charmosynopsis toxopei een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
burulori's	=	burulori
burulorietje	=	burulori
burulorietjes	=	burulori
burumonarch	noun	Symposiachrus loricatus een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
burumonarchen	=	burumonarch
burumonarchje	=	burumonarch
burumonarchjes	=	burumonarch
burundees	noun	een inwoner van Burundi, of iemand afkomstig uit Burundi	adj	op Burundi betrekking hebbend
burundeesje	=	burundees
burundeesjes	=	burundees
burundeest	=	burundees
burundeeste	=	burundees
burundese	noun	een vrouwelijke inwoner van Burundi, of een vrouw afkomstig uit Burundi
burundesen	=	burundese
burundeser	=	burundees
burundesere	=	burundees
burundesers	=	burundees
burundezen	=	burundees
burundisch	adj	betreffende iets of iemand uit Burundi, een Oost-Afrikaans land
burundische	=	burundisch
burundischer	=	burundisch
burundischere	=	burundisch
burundischers	=	burundisch
burupapegaaiduif	noun	Treron aromaticus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
burupapegaaiduifje	=	burupapegaaiduif
burupapegaaiduifjes	=	burupapegaaiduif
burupapegaaiduiven	=	burupapegaaiduif
burupieper	noun	Anthus ruficollis een zangvogel die in 1923 door Lionel Walter Rothschild & Ernst Hartert geldig werd beschreven in een apart geslacht Madanga dat werd gerekend tot de familie brilvogels.
burupiepers	=	burupieper
burupiepertje	=	burupieper
burupiepertjes	=	burupieper
bururupsvogel	noun	Coracina fortis een vogel van zowel laagland- als berglandmoesonbos tot een hoogte van 1500 m boven de zeespiegel
bururupsvogels	=	bururupsvogel
bururupsvogeltje	=	bururupsvogel
bururupsvogeltjes	=	bururupsvogel
burustruikzanger	noun	Locustella disturbans een zangvogel uit de familie van de Locustellidae.
burustruikzangers	=	burustruikzanger
burustruikzangertje	=	burustruikzanger
burustruikzangertjes	=	burustruikzanger
buruvlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus mada een endemische vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld) van het Zuid-Molukse eiland buru (Indonesië)
buruvlagstaartpapegaaien	=	buruvlagstaartpapegaai
buruvlagstaartpapegaaitje	=	buruvlagstaartpapegaai
buruvlagstaartpapegaaitjes	=	buruvlagstaartpapegaai
buruwaaierstaart	noun	Rhipidura superflua een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
buruwaaierstaarten	=	buruwaaierstaart
buruwaaierstaartje	=	buruwaaierstaart
buruwaaierstaartjes	=	buruwaaierstaart
bus	noun	vervoermiddel op de weg voor een aanzienlijk aantal passagiers (autobus)
busabonnement	noun	regeling, waarbij men na een periodieke betaling, onbeperkt gebruik mag maken van busverbindingen
busabonnementen	=	busabonnement
busbaan	noun	een weg of gedeelte van een weg waar alleen bussen (en trams) mogen rijden.
busbaantje	=	busbaan
busbaantjes	=	busbaan
busbanen	=	busbaan
busbedrijf	noun	bedrijf dat buslijnen exploiteert
busbedrijfje	=	busbedrijf
busbedrijfjes	=	busbedrijf
busbedrijven	=	busbedrijf
busboom	=	buksboom
busboot	noun	een autobus die ook als boot kan varen
busboten	=	busboot
busbouwer	noun	bedrijf dat autobussen produceert
busbouwers	=	busbouwer
busbuffer	noun	plaats waar autobussen even kunnen staan, in de buurt van de halte waar zij op tijd moeten vertrekken, zodat variatie in aankomst- en vertrektijden of de vervoersbehoefte soepel kan worden opgevangen; vaak als onderdeel van een busstation
busbuffers	=	busbuffer
buschauffeur	noun	iemand die beroepsmatig reizigers vervoert in een bus
buschauffeurs	=	buschauffeur
buschauffeurtje	=	buschauffeur
buschauffeurtjes	=	buschauffeur
buschauffeuse	noun	Een vrouwelijke bestuurder van een bus.
buschauffeuses	=	buschauffeuse
buschauffeusetje	=	buschauffeuse
busdienst	noun	geregelde mogelijkheid om met de bus ergens naar toe te gaan
busdiensten	=	busdienst
busgeld	noun	geld dat men moet betalen als men met de bus wil reizen
bush	noun	rimboe, wildernis
bush-bush	=	bushbush
bushalte	noun	een plek waar een bus stopt en mensen in en uit de bus kunnen stappen
bushalten	=	bushalte
bushaltes	=	bushalte
bushaltetje	=	bushalte
bushaltetjes	=	bushalte
bushaltje	=	bushalte
bushbush	noun	beboste wildernis
bushcraft	noun	de vaardigheden die nodig zijn om in de vrije natuur te overleven
bushcrafter	noun	iemand die met zo weinig mogelijk middelen kan overleven in de vrije natuur
bushcrafters	=	bushcrafter
bushcraftertje	=	bushcrafter
bushcraftertjes	=	bushcrafter
bushmeat	noun	vlees afkomstig van wilde tropische dieren
bushok	noun	overdekte plaats waar men kan wachten op de bus
bushokje	=	bushok
bushokjes	=	bushok
bushokken	=	bushok
bushouder	noun	iemand die een personenbus(je) exploiteert
bushouders	=	bushouder
bushuisje	noun	huisje waarin men op de bus wacht, overdekte bushalte, abri
bushuisjes	=	bushuisje
business	noun	zaak [5], onderneming [1], bedrijf [1]
business-to-business	adj	niet bestemd voor de consumenten, maar voor andere producenten
business-to-consumer	adj	niet bestemd voor bedrijven, maar voor de consument
businessanalist	noun	iemand die bedrijfsprocessen onderzoekt en kijkt hoe deze verbeterd kunnen worden
businessanalisten	=	businessanalist
businessboy	noun	jonge mannelijke prostitué meestal voor mannelijke klanten
businessboys	=	businessboy
businesscase	noun	beschrijving van de zakelijke afweging om een project of taak te beginnen
businesscases	=	businesscase
businessclass	noun	term voor een reizigersaccommodatieklasse die door vele luchtvaartmaatschappijen gevoerd wordt, en die zich kenmerkt door een hoger service- en comfortniveau dan de economyclass (de toeristenklasse)
businessclub	noun	een club van ondernemers die samen een sportclub ondersteunen en onderling veel netwerken
businessclubje	=	businessclub
businessclubjes	=	businessclub
businessclubs	=	businessclub
businessconcept	noun	beschrijving wat men als bedrijf wil bereiken en hoe men dat denkt te bereiken
businessconcepten	=	businessconcept
businessconsultant	noun	consultant voor het bedrijfsleven
businessconsultants	=	businessconsultant
businessje	=	business
businessmanager	noun	zakelijk directeur
businessmanagers	=	businessmanager
businessmodel	noun	een manier van bedrijfsvoeren
businessmodellen	=	businessmodel
businessmodels	=	businessmodel
businesspartner	noun	een persoon waarmee men zakelijk samenwerkt
businesspartners	=	businesspartner
businessplan	noun	een formeel document met bedrijfsdoelstellingen, methoden, hoe en wanneer deze doelstellingen kunnen en moeten worden bereikt
businessplannen	=	businessplan
businessplannetje	=	businessplan
businessplannetjes	=	businessplan
businessrestaurant	noun	bedrijf voor zaken
businessrestaurantje	=	businessrestaurant
businessrestaurantjes	=	businessrestaurant
businessrestaurants	=	businessrestaurant
businessschool	noun	universitaire onderwijsinstelling die onderwijs aanbiedt in bedrijfskunde en management
businessschools	=	businessschool
businessschooltje	=	businessschool
businessschooltjes	=	businessschool
businessseat	noun	luxe zitplaats (in een stadion)
businessseats	=	businessseat
businessstrategie	noun	plan hoe een bedrijf kan blijven voortbestaan en winst maken
businessstrategieën	=	businessstrategie
businessunit	noun	min of meer zelfstandig onderdeel van een groot concern
businessunits	=	businessunit
busje	=	bus
busjes	=	bus
busk	=	busken
buskaart	noun	vervoersbewijs voor een lijnbus
buskaarten	=	buskaart
buskaartje	=	buskaart
buskaartjes	=	buskaart
buskaping	noun	het met geweld, of onder bedreiging met geweld, overnemen van een bus
buskapingen	=	buskaping
buske	=	busken
busken	verb	geld verdienen als straatmuzikant
buskend	=	busken
buskende	=	busken
buskruid	=	buskruit
buskruit	noun	een ontplofbaar mengsel van fijngepoederde kool, zwavel en salpeter
buskruitfabriek	noun	bedrijf waar men buskruit produceert
buskruitfabrieken	=	buskruitfabriek
buskruitfabriekje	=	buskruitfabriek
buskruitfabriekjes	=	buskruitfabriek
buskt	=	busken
buskte	=	busken
buskten	=	busken
buslading	noun	een groep mensen die samen in een autobus zitten
busladingen	=	buslading
busladinkje	=	buslading
busladinkjes	=	buslading
buslichting	noun	leegmaken van de openbare brievenbus door het postbedrijf
buslichtingen	=	buslichting
buslijn	noun	een traject waarlangs op gezette tijden een busdienst aangeboden wordt
buslijnen	=	buslijn
buslijntje	=	buslijn
buslijntjes	=	buslijn
busmaatschappij	noun	onderneming die vervoer met autobussen verzorgt
busmaatschappijen	=	busmaatschappij
busnet	noun	samenhangend netwerk van busverbindingen
busnetten	=	busnet
busnummer	noun	Nummer op een bus dat aanduidt welke buslijn wordt gereden.
busnummers	=	busnummer
busnummertje	=	busnummer
busnummertjes	=	busnummer
buso	noun	onderwijs volgend op basisonderwijs
busonderneming	noun	bedrijf dat passagiers met autobussen vervoert
busondernemingen	=	busonderneming
busonderneminkje	=	busonderneming
busonderneminkjes	=	busonderneming
busongeluk	noun	verkeersongeval met een autobus
busongelukken	=	busongeluk
busongeval	noun	verkeersonɡeluk waarbij een tourinɡcar of lijnbus is betrokken
busongevallen	=	busongeval
buspakje	noun	een postpakketje dat zo klein is dat het als een brief verstuurd mag worden
buspakjes	=	buspakje
buspas	noun	abonnement voor openbaarvervoer per bus
buspasje	=	buspas
buspasjes	=	buspas
buspassagier	noun	iemand die in een autobus reist
buspassagiers	=	buspassagier
buspassen	=	buspas
buspatiënt	noun|obsolete	minderbedeelde patiënt wiens zorgkosten werden betaald uit de opbrengsten van een soort ziekenfonds, een zogeheten ziekenbus
buspatiënten	=	buspatiënt
buspatiëntje	=	buspatiënt
buspatiëntjes	=	buspatiënt
busramp	noun	ongeval met een autobus waarbij veel slachtoffers vallen
busrampen	=	busramp
busreis	noun	reis met een touringcar
busreisje	=	busreis
busreisjes	=	busreis
busreizen	=	busreis
busrestauratie	noun	een plaats waar men bij het reizen met de bus op verhaal kan komen en versnaperingen of een maaltijd kan nuttigen.
busrestauraties	=	busrestauratie
busrestauratietje	=	busrestauratie
busrestauratietjes	=	busrestauratie
busrit	noun	een korte reis met een autobus
busritje	=	busrit
busritjes	=	busrit
busritten	=	busrit
busroute	noun	de weg die een bus aflegt of van plan is af te leggen
busrouten	=	busroute
busroutes	=	busroute
bussafari	noun	een excursie met een bus
bussafari's	=	bussafari
busschutter	noun	soldaat bewapend met een primitief vuurwapen
busschutters	=	busschutter
busse	=	bussen
bussel	noun	bundel, bos, schoof
busselde	=	busselen
busselden	=	busselen
bussele	=	busselen
busselen	verb	in bussels binden
busselend	=	busselen
busselende	=	busselen
bussels	=	bussel
busselt	=	busselen
busseltje	=	bussel
busseltjes	=	bussel
bussen	verb	in een brievenbus van een postbedrijf doen
bussend	=	bussen
bussende	=	bussen
bussluis	noun	versperring in een weg die personenauto's tegenhoudt
bussluizen	=	bussluis
busstaking	noun	een georganiseerde werkonderbreking door buschauffeurs om te protesteren.
busstakingen	=	busstaking
busstakinkje	=	busstaking
busstakinkjes	=	busstaking
busstation	noun	een plek waar meerdere buslijnen tezamen komen en waar meerdere bushaltes zijn, het is een plaats waar mensen van de ene op de andere bus of naar de trein kunnen overstappen
busstationnetje	=	busstation
busstationnetjes	=	busstation
busstations	=	busstation
busstop	noun	plaats waar een bus stopt
busstops	=	busstop
busstroken	=	busstrook
busstrook	noun	een weg of gedeelte van een weg waar alleen bussen (en trams) mogen rijden.
busstrookje	=	busstrook
busstrookjes	=	busstrook
bussumer	noun	een inwoner van Bussum, of iemand afkomstig uit Bussum
bussumers	=	bussumer
bussums	adj	op Bussum betrekking hebbend
bussumse	noun	een vrouwelijke inwoner van Bussum, of iemand afkomstig hiervan
bussysteem	noun	gemeenschappelijk transsport systemen voor elektronische signalen
bussystemen	=	bussysteem
bust	=	bussen
bustarief	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen als men een rit met de bus wil maken
bustarieven	=	bustarief
bustaxi	noun	een kleine personenbus die op afroep rijdt op trajecten die door te weinig passagiers worden gebruikt om vervoer met een stadsbus te rechtvaardigen
bustaxi's	=	bustaxi
buste	noun	vrouwenborst, boezem, vrouwenbovenlijf
bustehouder	noun	een kledingstuk voor vrouwen, dat uit schouderriemen, twee cups en een centrale band bestaat, en dient om de borsten te ondersteunen
bustehouders	=	bustehouder
bustehoudertje	=	bustehouder
bustehoudertjes	=	bustehouder
busten	=	buste
busterminal	noun	begin- en eindpunt van diverse buslijnen
busterminals	=	busterminal
bustes	=	buste
bustetje	=	buste
bustetjes	=	buste
busticket	noun	vervoersbewijs voor een lijnbus
busticketje	=	busticket
busticketjes	=	busticket
bustickets	=	busticket
bustier	noun	dameslingerie dat de borsten ondersteunt terwijl de schouders en armen onbedekt blijven
bustiers	=	bustier
bustiertje	=	bustier
bustiertjes	=	bustier
bustocht	noun	een reisje met een autobus
bustochten	=	bustocht
bustochtje	=	bustocht
bustochtjes	=	bustocht
bustoer	noun	een reis met een touringcar
bustoeren	=	bustoer
bustour	noun	rondreis waarbij men zich met een autobus verplaatst
bustours	=	bustour
bustrip	noun	een korte reis die men maakt met een touringcar
bustripje	=	bustrip
bustripjes	=	bustrip
bustrips	=	bustrip
bustunnel	noun	een tunnel waar alleen bussen en/of taxi's doorheen mogen
bustunnels	=	bustunnel
busverbinding	noun	vervoersmogelijkheid met behulp van een autobus
busverbindingen	=	busverbinding
busverbindinkje	=	busverbinding
busverbindinkjes	=	busverbinding
busvergunning	noun	officiële toestemming om een autobus voor personenverkeer te exploiteren
busvergunningen	=	busvergunning
busverkeer	noun	het rijden van autobussen, het rijden van touringcars
busvervoer	noun	het vervoer van passagiers met een autobus
busvervoerder	noun	bedrijf dat busvervoer exploiteert
busvervoerders	=	busvervoerder
butaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₄H₁₀
butaandizuur	noun	barnsteenzuur
butagas	noun	samengeperst butaan in gasvormige toestand, meestal in cilinders opgeslagen
butagasje	=	butagas
butagasjes	=	butagas
butagassen	=	butagas
butanen	=	butaan
buteen	noun	een alkeen met als brutoformule C₄H₈
buten	=	buut
butenen	=	buteen
butler	noun	de leider van de huisbedienden, hoofd van de huishouding, en fungeert als persoonlijke assistent.
butlers	=	butler
butlertje	=	butler
butlertjes	=	butler
buts	noun	een beschadiging waarbij een voorwerp is ingedeukt of dat er juist een buil is ontstaan
butse	=	butsen
butsen	verb	botsen, indeuken
butsend	=	butsen
butsende	=	butsen
butsje	=	buts
butsjes	=	buts
butskop	noun	Hyperoodon ampullatus Hyperoodon planifrons soort dolfijn met een dikke kop
butskoppen	noun	Hyperoodon een geslacht van walvissen uit de familie der spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae)
butst	=	butsen
butste	=	butsen
butsten	=	butsen
butten	=	botten
butterfly	noun	versiersel in de vorm van een strik op de hals
butterfly's	=	butterfly
butterflyeffect	noun	in de chaostheorie het effect dat een gebeurtenis kan hebben in niet-lineaire systemen op elke willekeurige plaats elders, verbeeld door de metafoor dat de vleugelslag van een vlinder in theorie een heftig effect elders teweeg zou kunnen brengen
butterflyeffecten	=	butterflyeffect
butterflyeffectje	=	butterflyeffect
butterflyeffectjes	=	butterflyeffect
butternutpompoen	noun	eenjarige plant Cucurbita moschata uit de komkommerfamilie Cucurbitaceae
butternutpompoenen	=	butternutpompoen
butternutpompoentje	=	butternutpompoen
butternutpompoentjes	=	butternutpompoen
butterscotch	noun	snoepgoed gemaakt van boter, suiker en chocolade
butterscotches	=	butterscotch
buttkick	noun|figurative	iemand een trap onder de kont geven om het of haar aan te moedigen een zaak aan te pakken
buttkicker	noun|figurative	iemand die een persoon aanspoort zijn of haar gedrag te veranderen; iemand die aanspoort een zaak aan te pakken
buttkickers	=	buttkicker
buttkickertje	=	buttkicker
buttkickertjes	=	buttkicker
buttkickje	=	buttkick
buttkickjes	=	buttkick
buttkicks	=	buttkick
button	noun	bedieningsknop op een beeldscherm
buttons	=	button
buttplug	noun	een seksspeeltje om in de anus te plaatsen ter verhoging van het seksueel genot
buttpluggen	=	buttplug
buttplugje	=	buttplug
buttplugs	=	buttplug
butyraat	noun	een ester of zout afgeleid van boterzuur
butyraten	=	butyraat
buuf	noun|informal	vrouw die in een naastgelegen huis woont
buufje	=	buuf
buufjes	=	buuf
buufs	=	buuf
buulbuul	noun	Pycnonotidae vogel uit een familie van vogels uit de orde zangvogels
buulbuullijster	noun	Arcanator orostruthus een zangvogel uit de familie arcanatoridae (vlekkeellijsters).
buulbuullijsters	=	buulbuullijster
buulbuullijstertje	=	buulbuullijster
buulbuullijstertjes	=	buulbuullijster
buulbuuls	noun	Pycnonotidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
buulbuultje	=	buulbuul
buulbuultjes	=	buulbuul
buur	noun	een persoon die in andermans omgeving woont
buurbestuiving	noun	bevruchten van een bloem van dezelfde plant
buurdorp	noun	een dorp dat grenst aan het grondgebied van het eigen dorp; nabijgelegen dorp
buurdorpen	=	buurdorp
buurdorpje	=	buurdorp
buurdorpjes	=	buurdorp
buureiland	noun	een nabijgelegen eiland
buureilanden	=	buureiland
buureilandje	=	buureiland
buureilandjes	=	buureiland
buurgemeente	noun	een gemeente die grenst aan de eerdergenoemde gemeente
buurgemeenten	=	buurgemeente
buurgemeentes	=	buurgemeente
buurhuis	noun	huis dat gelegen is op een perceel naast het eigen huis; het huis van de buren
buurhuisje	=	buurhuis
buurhuisjes	=	buurhuis
buurhuizen	=	buurhuis
buurjongen	noun	een kind van het mannelijk geslacht dat naast je woont
buurjongens	=	buurjongen
buurjongetje	=	buurjongen
buurjongetjes	=	buurjongen
buurkat	noun	de kat van de buren
buurkatje	=	buurkat
buurkatjes	=	buurkat
buurkatten	=	buurkat
buurkind	noun	kinderen die naast je wonen
buurkinderen	=	buurkind
buurkindje	=	buurkind
buurkindjes	=	buurkind
buurland	noun	land dat grenst aan een bepaald land
buurlanden	=	buurland
buurlandje	=	buurland
buurlandjes	=	buurland
buurlieden	=	buurman
buurlui	=	buurman
buurman	noun	een man naast wie men woont
buurmannen	=	buurman
buurmannetje	=	buurman
buurmannetjes	=	buurman
buurmeisje	noun	een kind van het vrouwelijk geslacht dat naast je woont
buurmeisjes	=	buurmeisje
buurpraatje	noun	gemoedelijk gesprek zoals tussen bewoners van bij elkaar gelegen woningen
buurpraatjes	=	buurpraatje
buurprovincie	noun	een provincie die grenst aan de eigen provincie
buurprovincies	=	buurprovincie
buurprovincietje	=	buurprovincie
buurprovincietjes	=	buurprovincie
buurschap	noun	een deel van een gemeente of dorp
buurschapje	=	buurschap
buurschappen	=	buurschap
buurstaat	noun	een staat die grenst aan de eerder genoemde staat
buurstaatje	=	buurstaat
buurstaatjes	=	buurstaat
buurstad	noun	naburige stad
buurstaten	=	buurstaat
buursteden	=	buurstad
buurt	noun	een (deel van een) wijk
buurt-bbq	abbrev	buurtbarbecue
buurtagent	noun	politiebeambte die in een buurt of wijk het basis-politiewerk verricht
buurtagenten	=	buurtagent
buurtapp	noun	appgroep voor buurtbewoners
buurtapps	=	buurtapp
buurtbarbecue	noun	buurtfeest waarbij men geroosterd vlees bereid en opeet; vaak genoemd als voorbeeld van een activiteit om de saamhorigheid in een buurt te versterken
buurtbarbecues	=	buurtbarbecue
buurtbeheer	noun	een methode om de leefbaarheid in Nederlandse buurten te verbeteren doordat bewoners van een buurt zelf initiatieven nemen tot verbetering hiervan
buurtbemiddelaar	noun	vrijwilliger uit een buurt die bemiddelt in conflicten tussen buren.
buurtbemiddelaars	=	buurtbemiddelaar
buurtbemiddeling	noun	het oplossen van conflicten tussen buren zonder juridische inmenging met als doel de leefbaarheid in een buurt te vergroten
buurtbemiddelingen	=	buurtbemiddeling
buurtbengel	noun	kwajongen, straatjongen
buurtbengels	=	buurtbengel
buurtbengeltje	=	buurtbengel
buurtbengeltjes	=	buurtbengel
buurtbewoner	noun	bewoner van een deel van een wijk, stad of dorp
buurtbewoners	=	buurtbewoner
buurtbewonertje	=	buurtbewoner
buurtbewonertjes	=	buurtbewoner
buurtbewoonster	noun	vrouw die in een bepaalde buurt woont
buurtbewoonsters	=	buurtbewoonster
buurtbibliotheek	noun	klein, door vrijwilligers gerund filiaal van een grotere bibliotheek
buurtbibliotheken	=	buurtbibliotheek
buurtboerderij	noun	een boerderij waar net als in een buurthuis activiteiten plaatsvinden die bestemd zijn voor de hele buurt
buurtboerderijen	=	buurtboerderij
buurtboerderijtje	=	buurtboerderij
buurtboerderijtjes	=	buurtboerderij
buurtbus	noun	voorziening voor openbaar vervoer waarbij de chauffeur vaak een vrijwilliger is
buurtbusje	=	buurtbus
buurtbusjes	=	buurtbus
buurtbussen	=	buurtbus
buurtcafeetje	=	buurtcafé
buurtcafeetjes	=	buurtcafé
buurtcafé	noun	café waarvan de klandizie vooral uit de buurt komt en de vaste gasten elkaar vaak kennen
buurtcafés	=	buurtcafé
buurtcentra	=	buurtcentrum
buurtcentrum	noun	gebouw waar allerlei activiteiten van en voor de bewoners van een buurt plaatsvinden
buurtcentrums	=	buurtcentrum
buurtclub	noun	sportvereniging van en voor buurtbewoners
buurtclubje	=	buurtclub
buurtclubjes	=	buurtclub
buurtclubs	=	buurtclub
buurtcomiteetje	=	buurtcomité
buurtcomiteetjes	=	buurtcomité
buurtcomité	noun	buurtbewonersorganisatie die opkomt voor de belangen van mensen die in een bepaalde buurt of wijk wonen
buurtcomités	=	buurtcomité
buurten	=	buurt
buurtfeest	noun	feest voor buurtgenoten
buurtfeesten	=	buurtfeest
buurtfeestje	=	buurtfeest
buurtfeestjes	=	buurtfeest
buurtgemeenschap	noun	enkele bij elkaar gelegen boerderijen en woningen die samen een gemeenschap vormen die vaak kleiner is dan een gehucht
buurtgemeenschappen	=	buurtgemeenschap
buurtgenoot	noun	iemand die heel dichtbij woont, op loopafstand; vaak met de bijbetekenis dat mensen om die reden een gemeenschap vormen
buurtgenootje	=	buurtgenoot
buurtgenootjes	=	buurtgenoot
buurtgenoten	=	buurtgenoot
buurtgroep	noun	groep buurtgenoten die met elkaar kunnen communiceren in een WhatsApp-groep en op die manier de veiligheid in een buurt kunnen vergroten
buurtgroepen	=	buurtgroep
buurthuis	noun	gebouw, waarin aan sociaal-cultureel werk wordt gedaan voor een bepaalde buurt.
buurthuisje	=	buurthuis
buurthuisjes	=	buurthuis
buurthuiswerk	noun	wijkgericht welzijnswerk vanuit buurthuizen
buurthuiswerken	=	buurthuiswerk
buurthuizen	=	buurthuis
buurtinformatienetwerk	noun	een communicatiesysteem tussen burgers in een bepaalde wijk en de lokale politie als preventieproject tegen inbraken
buurtinformatienetwerken	=	buurtinformatienetwerk
buurtje	=	buur
buurtjes	=	buur
buurtkastje	noun	kastje dat langs de kant van de weg staat en waaruit men voedingswaren kan pakken en te delen voedsel kan stoppen
buurtkastjes	=	buurtkastje
buurtkerk	noun	meestal een wat kleinere kerk voor een gedeelte van een stad
buurtkerken	=	buurtkerk
buurtkerkje	=	buurtkerk
buurtkerkjes	=	buurtkerk
buurtkrant	noun	een periodieke uitgave speciaal voor een wijk van een stad
buurtkranten	=	buurtkrant
buurtkrantje	=	buurtkrant
buurtkrantjes	=	buurtkrant
buurtkroeg	noun	een café waar vooral wijkbewoners komen
buurtkroegen	=	buurtkroeg
buurtkroegje	=	buurtkroeg
buurtkroegjes	=	buurtkroeg
buurtmanager	noun	sociaal-werker die verantwoordelijkheid heeft voor een bepaalde woonomgeving
buurtmanagers	=	buurtmanager
buurtmoeder	noun	moeder, met name migrantenvrouw, die als vrijwilligster helpt bij het voorkomen of oplossen van problemen van nieuwe migranten, die nog niet ingeburgerd zijn in de Nederlandse samenleving
buurtmoeders	=	buurtmoeder
buurtniveau	noun	per buurt; op de schaalgrootte van een buurt of wijk
buurtniveaus	=	buurtniveau
buurtonderzoek	noun	onderzoek wat de politie doet in de omgeving van de plaats van een misdaad
buurtonderzoeken	=	buurtonderzoek
buurtonderzoekje	=	buurtonderzoek
buurtonderzoekjes	=	buurtonderzoek
buurtorganisatie	noun	organisatie die verbetering van de leefbaarheid in een wijk nastreeft
buurtorganisaties	=	buurtorganisatie
buurtoverlast	noun	hinder die men in de directe leefomgeving ervaart (en die vaak veroorzaakt wordt door mensen die dichtbij wonen)
buurtpark	noun	park dat is aangelegd voor de bewoners van een wijk
buurtparken	=	buurtpark
buurtparkje	=	buurtpark
buurtparkjes	=	buurtpark
buurtpolitie	noun	politie die in een wijk of buurt nauwe contacten onderhoudt met bewoners en partners in de wijk
buurtpreventie	noun	het door de aanwezigheid van een buurtwacht voorkomen van criminaliteit
buurtpreventieproject	noun	activiteiten die erop gericht zijn om de criminaliteit in een buurt te verminderen
buurtpreventieprojecten	=	buurtpreventieproject
buurtpreventieprojectje	=	buurtpreventieproject
buurtpreventieprojectjes	=	buurtpreventieproject
buurtpreventies	=	buurtpreventie
buurtpreventiewerker	noun	iemand die bemiddelt in conflicten tussen buren
buurtpreventiewerkers	=	buurtpreventiewerker
buurtpreventist	noun	buurtbewoner die inbraken, vernielingen e.d. probeert te voorkomen in een buurt
buurtpreventisten	=	buurtpreventist
buurtregisseur	noun	politieagent die in een bepaalde buurt werkt en zich vooral richt op de leefbaarheid en de veiligheid
buurtregisseurs	=	buurtregisseur
buurtschap	noun	een kleine bewoonde plaats met een eigen naam maar zonder officieel middelpunt zoals een kerk of marktplein
buurtschapje	=	buurtschap
buurtschapjes	=	buurtschap
buurtschappen	=	buurtschap
buurtscholen	=	buurtschool
buurtschool	noun	basisschool voor kinderen die in de nabijheid van die school wonen
buurtschooltje	=	buurtschool
buurtschooltjes	=	buurtschool
buurtspoorweg	noun	spoorweg voor lokaal verkeer
buurtspoorwegen	=	buurtspoorweg
buurtsportactiviteit	noun	georganiseerde lichaamsbeweging op wijkniveau
buurtsportactiviteiten	=	buurtsportactiviteit
buurtsportmanager	noun	persoon die belast is met de organisatie van sportactiviteiten in een bepaalde buurt
buurtsportmanagers	=	buurtsportmanager
buurtsuper	noun	supermarkt die haar klanten vooral in één bepaalde wijk heeft
buurtsupermarkt	noun	kleine supermarkt waar mensen hun dagelijkse boodschappen kunnen doen
buurtsupermarkten	=	buurtsupermarkt
buurtsupermarktje	=	buurtsupermarkt
buurtsupers	=	buurtsuper
buurtsupertje	=	buurtsuper
buurttehuis	noun	gebouw, waarin aan sociaal-cultureel werk wordt gedaan voor een bepaalde buurt
buurttehuizen	=	buurttehuis
buurttuin	noun	een gemeenschappelijke tuin, een perceel dat collectief is aangelegd en collectief wordt onderhouden door mensen uit de buurt
buurttuinen	=	buurttuin
buurttuintje	=	buurttuin
buurttuintjes	=	buurttuin
buurtuin	noun	de tuin van de buren
buurtuinen	=	buurtuin
buurtuintje	=	buurtuin
buurtuintjes	=	buurtuin
buurtvader	noun	een man die als vrijwilliger toezicht houdt op jongeren in de wijk ter bevordering van de veiligheid, verminderen van de overlast en verbeteren van de leefbaarheid
buurtvaders	=	buurtvader
buurtverbod	noun	een dwingend gebod om zich niet in een bepaald gebied op te houden
buurtverboden	=	buurtverbod
buurtvereniging	noun	vereniging van buurtbewoners die zich bezighoudt met het wel en wee in de buurt.
buurtverenigingen	=	buurtvereniging
buurtverenigingetje	=	buurtvereniging
buurtverenigingetjes	=	buurtvereniging
buurtvergadering	noun	bijeenkomst van buurtbewoners om zaken rond de leefbaarheid van een buurt of wijk te bespreken
buurtvergaderingen	=	buurtvergadering
buurtvergaderingetje	=	buurtvergadering
buurtvergaderingetjes	=	buurtvergadering
buurtverkeer	noun	verkeer tussen naburige plaatsen
buurtvestiging	noun	kleinschalige, lokale locatie van een organisatie, instelling of bedrijf in een specifieke wijk of buurt.
buurtvestigingen	=	buurtvestiging
buurtvestigingetje	=	buurtvestiging
buurtvestigingetjes	=	buurtvestiging
buurtwacht	noun	persoon die de wachthoudt in een bepaalde wijk
buurtwachten	=	buurtwacht
buurtweg	noun	kleine openbare weg
buurtwegen	=	buurtweg
buurtweggetje	=	buurtweg
buurtweggetjes	=	buurtweg
buurtwegje	=	buurtweg
buurtwegjes	=	buurtweg
buurtwerk	noun	sociaal-culturele activiteiten in een stadswijk met als doel contact, participatie, en integratie te bevorderen
buurtwerken	=	buurtwerk
buurtwerker	noun	vormingswerker in het buurthuiswerk
buurtwerkers	=	buurtwerker
buurtwinkel	noun	kleine winkel voor de dagelijkse boodschappen gericht op mensen die in de directe nabijheid van de winkel wonen
buurtwinkels	=	buurtwinkel
buurtwinkeltje	=	buurtwinkel
buurtwinkeltjes	=	buurtwinkel
buurvolk	noun	de mensen die leven in een buurland
buurvolken	=	buurvolk
buurvolkeren	=	buurvolk
buurvolkje	=	buurvolk
buurvolkjes	=	buurvolk
buurvrouw	noun	vrouw woonachtig in het belendende huis
buurvrouwen	=	buurvrouw
buurvrouwtje	=	buurvrouw
buurvrouwtjes	=	buurvrouw
buurwoning	noun	een aangrenzende woning.
buurwoningen	=	buurwoning
buurwoninkje	=	buurwoning
buurwoninkjes	=	buurwoning
buut	noun	eindpunt bij loopspelen, meldingspunt bij verstoppertje
buutje	=	buut
buutjes	=	buut
buutplaats	noun	plaats waar men (bij een spel als verstoppertje) kan buten (vrij-buten door 'Buut Vrij' te roepen)
buutplaatsen	=	buutplaats
buutreedner	noun	persoon die met carnaval in een op een podium geplaatste ton een bepaald typetje speelt en daarbij grappen en woordspelingen maakt
buutreedners	=	buutreedner
buxus	noun	benaming voor struiken en heesters uit het geslacht Buxus sp. in de buxusfamilie (Buxaceae)
buxusbladgalmug	noun	Monarthropalpus flavus een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
buxusbladgalmuggen	=	buxusbladgalmug
buxusbladgalmugje	=	buxusbladgalmug
buxusbladgalmugjes	=	buxusbladgalmug
buxusfamilie	noun	een familie Buxaceae van tweezaadlobbige, groenblijvende struiken en kruidachtige planten.
buxusfamilies	=	buxusfamilie
buxusfamilietje	=	buxusfamilie
buxusfamilietjes	=	buxusfamilie
buxushaag	noun	afscheiding in een tuin of park bestaande uit een aaneengesloten rij gesnoeide buxusboompjes
buxushaagje	=	buxushaag
buxushaagjes	=	buxushaag
buxushagen	=	buxushaag
buxusje	=	buxus
buxusjes	=	buxus
buxuskamperfoelie	noun	Lonicera nitida een plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
buxuskamperfoelies	=	buxuskamperfoelie
buxusmot	noun	Cydalima perspectalis een vlindersoort uit de familie van de grasmotten (Crambidae).
buxusmotje	=	buxusmot
buxusmotjes	=	buxusmot
buxusmotten	=	buxusmot
buxussen	=	buxus
buy-in	noun	het deelnamegeld dat een pokerspeler moet betalen om te kunnen participeren in een pokertoernooi of een cashgame
buy-ins	=	buy-in
buy-out	noun	overname van alle aandelen van een vennootschap
buy-outs	=	buy-out
buyt	=	buit
buz	=	buzzen
buzde	=	buzzen
buzden	=	buzzen
buzt	=	buzzen
buzz	noun	de (overmatige) aandacht voor iets
buzze	=	buzzen
buzzen	verb	proberen positieve aandacht voor iets te trekken
buzzend	=	buzzen
buzzende	=	buzzen
buzzer	noun	iemand die mond-tot-mondreclame maakt
buzzers	=	buzzer
buzzmarketing	noun	marketing waarbij testpersonen gestimuleerd worden mond-tot-mondreclame te maken voor het testproduct
buzzwoord	noun	modewoord met een vage betekenis
buzzwoorden	=	buzzwoord
buzzwoordje	=	buzzwoord
buzzwoordjes	=	buzzwoord
buzzword	noun	buzzwoord
buzzwords	=	buzzword
bv	noun	bedrijf met aandelen die niet zomaar verhandeld kunnen worden, als benaming voor een rechtsvorm in Nederland vanaf 1972 en België vanaf 2020
bv's	=	bv
bv'tje	=	bv
bv'tjes	=	bv
bvb	noun	belasting die erop gericht is om het gebruik van bepaalde goederen (zoals bijvoorbeeld alcohol, tabak en brandstof) te ontmoedigen
bvb's	=	bvb
bvba	noun|historical	bedrijf met aandelen die niet zomaar verhandeld kunnen worden, een rechtsvorm die van 1985 tot 2020 bestond
bvba's	=	bvba
bvba'tje	=	bvba
bvd	noun	Nederlandse geheime dienst gedurende de periode 1949-2002, vallend onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken
bvz	noun	verplichte basisverzekering ziektekosten in Curaçao
bvz-patiënt	noun	patiënt ie verzekerd is via de verplichte basisverzekering ziektekosten in Curaçao
bvz-patiënten	=	bvz-patiënt
bvz-patiëntje	=	bvz-patiënt
bvz-patiëntjes	=	bvz-patiënt
bwo	noun	bewerkingsoorlog
by	=	bij
bycatch	noun	vissen die men ongewenst vangt tijdens de visvangst
bycatches	=	bycatch
bye	noun	reglementair toegekend voordeel waarvoor geen of slechts geringe inspanning vereist is door afwezigheid of fout van de tegenstander	intj	afscheidsgroet
byebye	intj|informal	groet bij het vertrek
byebyebar	noun|humorous	bar in de vertrekhal van een luchthaven
byebyebarretje	=	byebyebar
byebyebarretjes	=	byebyebar
byebyebars	=	byebyebar
byes	=	bye
byou	=	bijou
bypass	noun	een vaatomleiding om een vernauwd of afgesloten bloedvat te overbruggen
bypassbehandeling	noun	een chirurgische ingreep waarbij een omleiding wordt aangelegd rond een ernstige vernauwing of verstopping in een bloedvat.
bypassbehandelingen	=	bypassbehandeling
bypassbehandelingetje	=	bypassbehandeling
bypassbehandelingetjes	=	bypassbehandeling
bypasses	=	bypass
bypassje	=	bypass
bypassjes	=	bypass
bypassoperatie	noun	operatie waarbij nieuwe vaatverbindingen rondom het hart worden aangebracht
bypassoperaties	=	bypassoperatie
byssus	noun	heel fijn linnen
byte	noun	het kleinste adresseerbare gedeelte van een computergeheugen bestaande uit 8 bits
byteje	=	byte
bytejes	=	byte
bytes	=	byte
byzantijn	noun	een inwoner van Byzantium, of iemand afkomstig hiervan
byzantijnen	=	byzantijn
byzantijns	adj	kleingeestig, slaafs
byzantijnsch	=	byzantijns
byzantijnse	=	byzantijns
byzantijnser	=	byzantijns
byzantijnsere	=	byzantijns
byzantijnsers	=	byzantijns
byzantijnst	=	byzantijns
byzantijnste	=	byzantijns
byzantinisme	noun	Geneigdheid om zich bezig te houden met inhoudsloze discussies, precieuze omgangsvormen en rituelen e.d. en daarbij de werkelijke problemen uit het oog verliezend
byzantinismen	=	byzantinisme
byzantinismetje	=	byzantinisme
byzantinismetjes	=	byzantinisme
bzz	intj	een zoemend geluid, als van bijen of een elektromotor
bába	=	baba
bèta	noun	de letter β, de tweede letter van het Griekse alfabet
bèta's	=	bèta
bètaatje	=	bèta
bètaatjes	=	bèta
bètablokkeerder	noun	geneesmiddel bij problemen met de bloeddruk of het hartritme
bètablokkeerders	=	bètablokkeerder
bètablokkeerdertje	=	bètablokkeerder
bètablokkeerdertjes	=	bètablokkeerder
bètablokker	noun	een geneesmiddel met anti-ischemische, anti-aritmische en anti-hypertensieve eigenschappen, toegepast in de cardiologie en hematologie, waardoor o.a. de bloeddruk omlaag gaat
bètablokkers	=	bètablokker
bètablokkertje	=	bètablokker
bètablokkertjes	=	bètablokker
bètacanon	noun	een lijst van vijftig onderwerpen (zie hieronder) uit de exacte wetenschappen en techniek waar volgens de auteurs iedere Nederlander iets van af zou moeten weten
bètacanons	=	bètacanon
bètacaroteen	noun	biologische rode kleurstof
bètadeeltje	noun	een elektron of positron dat onderdeel is van de straling die geproduceerd wordt door bepaalde radioactieve verbindingen
bètadeeltjes	=	bètadeeltje
bètafaculteit	noun	faculteit van de exacte vakken
bètafaculteiten	=	bètafaculteit
bètafunctie	noun	een functie afkomstig van Euler (zie Wikipedia)
bètalactam	noun	een stof waarin een heterocyclische ringstructuur aanwezig is met drie koolstofatomen en één stikstofatoom en waarvan een van de koolstofatomen naast het stikstofatoom een dubbele binding met zuurstofatoom heeft
bètalactamantibiotica	=	bètalactamantibioticum
bètalactamantibioticum	noun	stof uit een groep van antimicrobiële middelen die een β-lactamgroep bevatten en bacteriën doden door de productie van celwandcomponenten te remmen of stoppen
bètalactams	=	bètalactam
bètareceptor	noun	receptor van het sympathisch zenuwstelsel die op prikkeling reageert met o.a. bloedvatvernauwing, versnelling van het hartritme e.d
bètareceptoren	=	bètareceptor
bètareceptors	=	bètareceptor
bètareceptortje	=	bètareceptor
bètareceptortjes	=	bètareceptor
bètastraling	noun	ioniserende straling bestaande uit elektronen of positronen.
bètastralingen	=	bètastraling
bètastralinkje	=	bètastraling
bètastralinkjes	=	bètastraling
bètastudie	noun	onderwijs in een van de exacte wetenschappen
bètastudies	=	bètastudie
bètatron	noun	magnetische deeltjesversneller waarin men elektronen een zeer grote snelheid geeft en die o.a. wordt gebruikt voor bestraling van gezwellen
bètatronnetje	=	bètatron
bètatronnetjes	=	bètatron
bètatrons	=	bètatron
bètavak	noun	de schoolvakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie en NLT (natuur leven en techniek) op de middelbare school
bètavakje	=	bètavak
bètavakjes	=	bètavak
bètavakken	=	bètavak
bètavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter bèta
bètavarianten	=	bètavariant
bètaversie	noun	laatste testversie van computersoftware voordat het op de markt gebracht wordt
bètaversies	=	bètaversie
bètaversietje	=	bètaversie
bètaversietjes	=	bètaversie
bètaverval	noun	radioactief verval, waarbij een bètadeeltje, namelijk een elektron of een positron, wordt uitgestraald (bètastraling)
bètawetenschap	noun	is wetenschap die gebaseerd is op natuurwetten en theorieën die gekenmerkt worden door wiskundige modellering, formele logica en (met uitzondering van de wiskunde) experimentele toetsing (de 'wetenschappelijke methode').
bètawetenschappen	=	bètawetenschap
bèèst	=	best
bébé	noun	klein kindje, baby
bébés	=	bébé
béúge	=	beugen
bête	adj	dom, onnozel
bêter	=	bête
bêtere	=	bête
bêters	=	bête
bêtes	=	bête
bêtest	=	bête
bêteste	=	bête
bêtise	noun|obsolete	domheid, iets dat onzinnig is
bêtises	=	bêtise
böhmeekhoorn	noun	Paraxerus boehmi knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
böhmeekhoorns	=	böhmeekhoorn
böhmeekhoorntje	=	böhmeekhoorn
böhmeekhoorntjes	=	böhmeekhoorn
böhmfluit	noun	een dwarsfluit met cilindrische boring en een door de fluitbouwer “Böhm” ontwikkeld kleppenmechaniek
böhmfluiten	=	böhmfluit
böhmfluitje	=	böhmfluit
böhmfluitjes	=	böhmfluit
bühne	noun	het podium in een theaterzaal waarop een artiest optreedt
bühnen	=	bühne
bühnes	=	bühne
büttikovervleerhond	noun	Epomops buettikoferi vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
büttikovervleerhonden	=	büttikovervleerhond
büttikovervleerhondje	=	büttikovervleerhond
büttikovervleerhondjes	=	büttikovervleerhond
c	noun	de derde letter van het alfabet	abbrev	cent
c's	=	c
c'tje	=	c
c'tjes	=	c
c-attest	noun	in het Vlaamse secundaire onderwijs: de leerling is niet geslaagd en moet zijn leerjaar overzitten
c-attesten	=	c-attest
c-groot	noun	het akkoord c - e - g, de grote drieklank op de eerste trap van de C-grotetertstoonladder
c-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de C-grotetertstoonladder
c-grootakkoorden	=	c-grootakkoord
c-grootakkoordje	=	c-grootakkoord
c-grootakkoordjes	=	c-grootakkoord
c-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "c" als grondtoon
c-grotetertstoonaarden	=	c-grotetertstoonaard
c-grotetertstoonaardje	=	c-grotetertstoonaard
c-grotetertstoonaardjes	=	c-grotetertstoonaard
c-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met c als grondtoon
c-grotetertstoonladders	=	c-grotetertstoonladder
c-grotetertstoonladdertje	=	c-grotetertstoonladder
c-grotetertstoonladdertjes	=	c-grotetertstoonladder
c-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met "c" als grondtoon
c-grotetertstoonschaaltje	=	c-grotetertstoonschaal
c-grotetertstoonschaaltjes	=	c-grotetertstoonschaal
c-grotetertstoonschalen	=	c-grotetertstoonschaal
c-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met "c" als grondtoon
c-grotetertstoonsoorten	=	c-grotetertstoonsoort
c-grotetertstoonsoortje	=	c-grotetertstoonsoort
c-grotetertstoonsoortjes	=	c-grotetertstoonsoort
c-klein	noun	het akkoord c - es - g, de kleine drieklank op de eerste trap van de c-kleinetertstoonladder
c-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de c-kleinetertstoonladder
c-kleinakkoorden	=	c-kleinakkoord
c-kleinakkoordje	=	c-kleinakkoord
c-kleinakkoordjes	=	c-kleinakkoord
c-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “c” als grondtoon
c-kleinetertstoonaarden	=	c-kleinetertstoonaard
c-kleinetertstoonaardje	=	c-kleinetertstoonaard
c-kleinetertstoonaardjes	=	c-kleinetertstoonaard
c-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “c” als grondtoon
c-kleinetertstoonladders	=	c-kleinetertstoonladder
c-kleinetertstoonladdertje	=	c-kleinetertstoonladder
c-kleinetertstoonladdertjes	=	c-kleinetertstoonladder
c-kleinetertstoonschaal	noun	een mineurtoonladder met “c” als grondtoon
c-kleinetertstoonschaaltje	=	c-kleinetertstoonschaal
c-kleinetertstoonschaaltjes	=	c-kleinetertstoonschaal
c-kleinetertstoonschalen	=	c-kleinetertstoonschaal
c-majeur	noun	het akkoord c - e - g, de grote drieklank op de eerste trap van de C-grotetertstoonladder
c-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de C-grotetertstoonladder
c-majeurakkoorden	=	c-majeurakkoord
c-majeurakkoordje	=	c-majeurakkoord
c-majeurakkoordjes	=	c-majeurakkoord
c-majeursextakkoord	noun	een in de populaire muziek gebruikelijk akkoord; het wordt gevormd door het C-majeurakkoord plus de grote sext
c-majeursextakkoorden	=	c-majeursextakkoord
c-majeursextakkoordje	=	c-majeursextakkoord
c-majeursextakkoordjes	=	c-majeursextakkoord
c-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “c” als grondtoon
c-majeurtoonaarden	=	c-majeurtoonaard
c-majeurtoonaardje	=	c-majeurtoonaard
c-majeurtoonaardjes	=	c-majeurtoonaard
c-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "c" als grondtoon
c-majeurtoonladders	=	c-majeurtoonladder
c-majeurtoonladdertje	=	c-majeurtoonladder
c-majeurtoonladdertjes	=	c-majeurtoonladder
c-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "c" als grondtoon
c-majeurtoonschaaltje	=	c-majeurtoonschaal
c-majeurtoonschaaltjes	=	c-majeurtoonschaal
c-majeurtoonschalen	=	c-majeurtoonschaal
c-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met "c" als grondtoon
c-majeurtoonsoorten	=	c-majeurtoonsoort
c-majeurtoonsoortje	=	c-majeurtoonsoort
c-majeurtoonsoortjes	=	c-majeurtoonsoort
c-merk	noun	merk dat zich richt op klanten die vooral een zo goedkoop mogelijk product zoeken De lage prijs maakt dat er weinig aan reclame kan worden uitgegeven, zodat het als regel gaat om onbekende merken met lagere prijzen dan B-merken of huismerken.
c-merken	=	c-merk
c-merkje	=	c-merk
c-merkjes	=	c-merk
c-mineur	noun	het akkoord c - es - g, de kleine drieklank op de eerste trap van de c-kleinetertstoonladder
c-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de c-kleinetertstoonladder
c-mineurakkoorden	=	c-mineurakkoord
c-mineurakkoordje	=	c-mineurakkoord
c-mineurakkoordjes	=	c-mineurakkoord
c-mineursextakkoord	noun	in de populaire muziek gebruikelijke sextakkoord dat wordt gevormd door het mineurakkoord plus een grote sext, tonen: c - es - g - a
c-mineursextakkoorden	=	c-mineursextakkoord
c-mineursextakkoordje	=	c-mineursextakkoord
c-mineursextakkoordjes	=	c-mineursextakkoord
c-mineurtoonaard	noun	een kleinetertstoonladder met “c” als grondtoon
c-mineurtoonaarden	=	c-mineurtoonaard
c-mineurtoonaardje	=	c-mineurtoonaard
c-mineurtoonaardjes	=	c-mineurtoonaard
c-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “c” als grondtoon
c-mineurtoonladders	=	c-mineurtoonladder
c-mineurtoonladdertje	=	c-mineurtoonladder
c-mineurtoonladdertjes	=	c-mineurtoonladder
c-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “c” als grondtoon
c-mineurtoonschaaltje	=	c-mineurtoonschaal
c-mineurtoonschaaltjes	=	c-mineurtoonschaal
c-mineurtoonschalen	=	c-mineurtoonschaal
c-omroep	noun	omroepvereniging met meer dan 100.000 en minder dan 250.000 leden
c-omroepen	=	c-omroep
c-omroepje	=	c-omroep
c-omroepjes	=	c-omroep
c-opleiding	noun	een gespecialiseerde technische mbo-opleiding tot Procesoperator C (niveau 4), gericht op het aansturen van complexe industriële productieprocessen.
c-opleidingen	=	c-opleiding
c-opleidinkje	=	c-opleiding
c-opleidinkjes	=	c-opleiding
c-pion	noun	bij het schaakspel de pionnen die op de c-lijn staan bij het begin van het spel
c-pionnen	=	c-pion
c-pionnetje	=	c-pion
c-pionnetjes	=	c-pion
c-sleutel	noun	één van drie, bij de voortekening van een notenbalk behorende aanwijzers, die een lijn voor een bepaalde toon markeren, in dit geval de toon 'c'.
c-sleutels	=	c-sleutel
c-sleuteltje	=	c-sleutel
c-sleuteltjes	=	c-sleutel
c-smalsnuitje	noun	Aethes cnicana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
c-smalsnuitjes	=	c-smalsnuitje
c-spiegelmot	noun	Cydia pactolana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
c-spiegelmotje	=	c-spiegelmot
c-spiegelmotjes	=	c-spiegelmot
c-spiegelmotten	=	c-spiegelmot
c-status	noun	formele hoedanigheid van C-omroep
c-statussen	=	c-status
c-toonladder	noun	een grotetertstoonladder met c als grondtoon
c-toonladders	=	c-toonladder
c-toonladdertje	=	c-toonladder
c-toonladdertjes	=	c-toonladder
ca	=	tweehonderdtwee
caapsch	=	kaaps
caatingamiersluiper	noun	Radinopsyche sellowi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
caatingamiersluipers	=	caatingamiersluiper
caatingamiersluipertje	=	caatingamiersluiper
caatingamiersluipertjes	=	caatingamiersluiper
caatingaspecht	noun	Celeus obrieni een vogel uit de familie Picidae (spechten).
caatingaspechten	=	caatingaspecht
caatingaspechtje	=	caatingaspecht
caatingaspechtjes	=	caatingaspecht
cabaal	=	kabaal
caban	noun	schoudermantel met een kap
cabane	noun	loofhut
cabanes	=	cabane
cabans	=	caban
cabardouche	noun	goedkoop horecabedrijf met prostituees
cabardouches	=	cabardouche
cabaret	noun	kleinkunst, vermaak met toneel, zang, dans, en voordracht
cabaretavond	noun	een avond met kleinkunstoptredens
cabaretavonden	=	cabaretavond
cabaretavondje	=	cabaretavond
cabaretavondjes	=	cabaretavond
cabaretduo	noun	groep van twee artiesten die samen in een kleinkunstvoorstelling optreden
cabaretduo's	=	cabaretduo
cabaretduootje	=	cabaretduo
cabaretesk	adj	de eigenschappen die aan cabaret toegekend worden, bezittend of vertonend; komisch maar ook maatschappijkritisch
cabareteske	=	cabaretesk
cabaretesker	=	cabaretesk
cabareteskere	=	cabaretesk
cabareteskers	=	cabaretesk
cabaretesks	=	cabaretesk
cabareteskst	=	cabaretesk
cabareteskste	=	cabaretesk
cabaretfestival	noun	feestelijke bijeenkomst met kleinkunstoptredens
cabaretfestivalletje	=	cabaretfestival
cabaretfestivals	=	cabaretfestival
cabaretgezelschap	noun	groep mensen die samen een kleinkunstvoorstelling maken
cabaretgezelschapje	=	cabaretgezelschap
cabaretgezelschapjes	=	cabaretgezelschap
cabaretgezelschappen	=	cabaretgezelschap
cabaretgroep	noun	ensemble van artiesten die samen een voorstelling geven met humoristisch toneel, zang, dans, en voordracht
cabaretgroepen	=	cabaretgroep
cabaretgroepje	=	cabaretgroep
cabaretgroepjes	=	cabaretgroep
cabaretier	noun	een beoefenaar van het cabaret
cabaretiers	=	cabaretier
cabaretiertje	=	cabaretier
cabaretiertjes	=	cabaretier
cabaretière	noun	een vrouwelijke cabaretier
cabaretières	=	cabaretière
cabaretje	=	cabaret
cabaretjes	=	cabaret
cabaretlied	noun	humorvol, satirisch lied gezongen door een kleinkunstenaar, de tekst is meestal belangrijker dan de muzikale kwaliteiten
cabaretliederen	=	cabaretlied
cabaretliedje	=	cabaretlied
cabaretliedjes	=	cabaretlied
cabaretprogramma	noun	kleinkunst voorstelling met grappige liedjes, toneelstukjes en voordrachten
cabaretprogramma's	=	cabaretprogramma
cabaretprogrammaatje	=	cabaretprogramma
cabaretprogrammaatjes	=	cabaretprogramma
cabarets	=	cabaret
cabaretshow	noun	kleinkunst voorstelling
cabaretshows	=	cabaretshow
cabaretshowtje	=	cabaretshow
cabarettrio	noun	groep van drie samenwerkende kleinkunstenaars
cabarettrio's	=	cabarettrio
cabarettriootje	=	cabarettrio
cabaretvoorstelling	noun	kleinkunst theatervoorstelling
cabaretvoorstellingen	=	cabaretvoorstelling
cabaretvoorstellinkje	=	cabaretvoorstelling
cabaretvoorstellinkjes	=	cabaretvoorstelling
cabernet	noun	blauw druivenras en de rode wijn die men daarvan maakt
cabernets	=	cabernet
cabientje	=	cabine
cabientjes	=	cabine
cabine	noun	bestuurdershokje van een vracht- of bestelauto
cabinebaan	noun	installatie met stalen kolommen en kabels voor het vervoer van personen en materialen in een afgesloten cabine, heel praktisch in de bergen
cabinebaantje	=	cabinebaan
cabinebaantjes	=	cabinebaan
cabinebanen	=	cabinebaan
cabinemaat	noun	iemand waarmee men een hut of cabine deelt tijdens een bootreis
cabinemaatje	=	cabinemaat
cabinemaatjes	=	cabinemaat
cabinemaats	=	cabinemaat
cabinematen	=	cabinemaat
cabinepersoneel	noun	personen die werken in het passagierscompartiment van een vliegtuig of boot en zorgt voor het comfort en de veiligheid van de passagiers
cabines	=	cabine
cabinetje	=	cabine
cabinetjes	=	cabine
cabochon	noun	edelsteen die zo is geslepen dat de bovenkant bolrond en de onderkant vlak of een beetje hol is
cabochons	=	cabochon
cabotage	noun	kustvaart, kusthandel
cabotages	=	cabotage
cabrerahutia	noun	Mesocapromys angelcabrerai knaagdier uit de familie van de hutia's (Capromyidae).
cabrerahutia's	=	cabrerahutia
cabrerahutiaatje	=	cabrerahutia
cabrerahutiaatjes	=	cabrerahutia
cabrerawoelmuis	noun	Microtus cabrerae een soort woelmuis uit Zuidwest-Europa, verwant aan de aardmuis.
cabrerawoelmuisje	=	cabrerawoelmuis
cabrerawoelmuisjes	=	cabrerawoelmuis
cabrerawoelmuizen	=	cabrerawoelmuis
cabretleder	=	cabretleer
cabretleer	noun	soort geitenleer
cabretleren	=	cabretleer
cabrio	noun	auto met een neerklapbaar dak
cabrio's	=	cabrio
cabriocursus	noun	specifieke training voor politieagenten, met name in Amsterdam, om luxe cabriolets te herkennen en de bestuurders aan te pakken
cabriocursusje	=	cabriocursus
cabriocursusjes	=	cabriocursus
cabriocursussen	=	cabriocursus
cabriodak	noun	dak van een cabriolet dat bij slecht weer de inzittenden beschermt
cabriodaken	=	cabriodak
cabriodakje	=	cabriodak
cabriodakjes	=	cabriodak
cabriolet	noun	een carrosserievorm van een auto gekenmerkt door een neerklapbaar en opvouwbaar dak
cabrioletje	=	cabriolet
cabrioletjes	=	cabriolet
cabriolets	=	cabriolet
cabrioletten	=	cabriolet
cabriootje	=	cabrio
cabriootjes	=	cabrio
cacao	noun	product verkregen uit de bonen van de cacaoboom dat onder andere wordt gebruikt voor de bereiding van chocolade
cacaoboer	noun	iemand die een cacaoplantage heeft met cacaobomen
cacaoboeren	=	cacaoboer
cacaoboertje	=	cacaoboer
cacaoboertjes	=	cacaoboer
cacaobomen	=	cacaoboom
cacaobonen	=	cacaoboon
cacaoboom	noun	Theobroma cacao een boom waarvan uit de vruchten de cacao wordt gewonnen
cacaoboompje	=	cacaoboom
cacaoboompjes	=	cacaoboom
cacaoboon	noun	zaad dat zich in de peulvrucht van de cacaoboom bevindt
cacaoboontje	=	cacaoboon
cacaoboontjes	=	cacaoboon
cacaoboter	noun	het vet dat men uit de cacaoboon extraheert of perst
cacaoboters	=	cacaoboter
cacaoculturen	=	cacaocultuur
cacaocultuur	noun	menselijke gebruiken rond cacao
cacaofantasie	noun	op chocolade lijkend product dat met onvoldoende cacao bereid is (namelijk minder dan 35%) om chocola te mogen heten
cacaofantasieën	=	cacaofantasie
cacaolijster	noun	Turdus fumigatus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
cacaolijsters	=	cacaolijster
cacaolijstertje	=	cacaolijster
cacaolijstertjes	=	cacaolijster
cacaomassa	noun	een massa verkregen door het fijnmalen van gezeefde cacaobonen (nibs), die vervolgens zelf als basis dient voor cacaoboter en -poeder
cacaomassa's	=	cacaomassa
cacaomelk	noun	melk waaraan suiker en cacaopoeder is toegevoegd, vaak warm gedronken
cacaomot	noun	Ephestia elutella een bepaald soort aan de meelmot verwante nachtvlinder, die leeft in de cacaoboom en waarvan de rups in de cacaoboon leeft
cacaomotje	=	cacaomot
cacaomotjes	=	cacaomot
cacaomotten	=	cacaomot
cacaopoeder	noun	een poederachtige substantie die wordt verkregen door het onder hoge druk persen van de cacaomassa van cacaobonen
cacaopoeders	=	cacaopoeder
cacaopoedertje	=	cacaopoeder
cacaopoedertjes	=	cacaopoeder
cacaovrucht	noun	vrucht van de tropische Theobroma cacao, die oorspronkelijk uit Midden-Amerika afkomstig is en thans wereldwijd in tropische gebieden voor haar bonen geteeld wordt
cacaovruchten	=	cacaovrucht
cacaovruchtje	=	cacaovrucht
cacaovruchtjes	=	cacaovrucht
cacau	=	cacao
cacharbuulbuul	noun	Iole cacharensis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
cacharbuulbuuls	=	cacharbuulbuul
cacharbuulbuultje	=	cacharbuulbuul
cacharbuulbuultjes	=	cacharbuulbuul
cachaça	noun	een suikerrietdistillaat afkomstig uit Brazilië
cachaça's	=	cachaça
cachaçaatje	=	cachaça
cachaçaatjes	=	cachaça
cache	noun	tijdelijk geheugen voor snelle toegang (tot schijfgegevens), cachegeheugen
cache-pot	noun	versierd omhulsel voor een simpele aardewerken bloempot
cache-potje	=	cache-pot
cache-potjes	=	cache-pot
cache-pots	=	cache-pot
cachectisch	adj	met betrekking tot cachexie
cachectische	=	cachectisch
cachectischer	=	cachectisch
cachectischere	=	cachectisch
cachectischers	=	cachectisch
cachegeheugen	noun	tijdelijke opslagplaats in het snelle geheugen van frequent geraadpleegde gegevens of van programma-instructies om hiertoe snel toegang te kunnen hebben
cachegeheugens	=	cachegeheugen
cachelot	noun	bepaald soort zeezoogdier, Physeter macrocephalus uit de familie der potvissen (Physeteridae), de grootste soort tandwalvis.
cachelotten	=	cachelot
cachepagina	noun	een gearchiveerde kopie van een webpagina zijn die sneller geladen wordt
cachepagina's	=	cachepagina
cachepaginaatje	=	cachepagina
cachepaginaatjes	=	cachepagina
caches	=	cache
cachet	noun	stempel, zegel
cachetteer	=	cachetteren
cachetteerde	=	cachetteren
cachetteerden	=	cachetteren
cachetteert	=	cachetteren
cachetten	=	cachet
cachettere	=	cachetteren
cachetteren	verb	iets (bijv. met lak) verzegelen
cachetterend	=	cachetteren
cachetterende	=	cachetteren
cachexie	noun	een lichamelijke uittering door ziekte of ondervoeding
caching	noun	het tijdelijk opslaan van gegevens in een computer zodat deze gegevens snel beschikbaar zijn
cachot	noun|informal	een donkere, vochtige, oncomfortabele ruimte om een arrestant tijdelijk in op te sluiten
cachotje	=	cachot
cachotjes	=	cachot
cachotten	=	cachot
cachou	noun	een looistofhoudende, organische kleurstof die afkomstig is uit de bast van tropische bomen, vooral van de acacia, de betelpalm en de mimosa
cacique	noun	oorspronkelijk een indiaans opperhoofd
caciques	=	cacique
cacofonie	=	kakofonie
cacophonie	=	kakofonie
cactee	noun	Cactaceae aan droge omstandigheden aangepaste vetplant behorend tot de cactusfamilie
cacteeën	=	cactee
cactus	noun	benaming voor een vetplant met stekels uit de familie Cactaceae
cactusachtig	adj	lijkend op een stekelige vetplant uit de familie Cactaceae
cactusachtige	noun	benaming voor planten uit de familie Cactaceae en planten die daarop lijken
cactusachtigen	=	cactusachtige
cactusachtigs	=	cactusachtig
cactusbloem	noun	de bloem van een cactus
cactusbloemen	=	cactusbloem
cactusbloempje	=	cactusbloem
cactusbloempjes	=	cactusbloem
cactuscanastero	noun	Pseudasthenes cactorum een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
cactuscanastero's	=	cactuscanastero
cactuscanasterootje	=	cactuscanastero
cactuscanasterootjes	=	cactuscanastero
cactusfamilie	noun	een familie Cactaceae van planten die veel aan droge omstandigheden aangepaste soorten omvat.
cactusfamilietje	=	cactusfamilie
cactusfamilietjes	=	cactusfamilie
cactusgrondvink	noun	Geospiza scandens een van de zogenaamde darwinvinken.
cactusgrondvinken	=	cactusgrondvink
cactusgrondvinkje	=	cactusgrondvink
cactusgrondvinkjes	=	cactusgrondvink
cactusje	=	cactus
cactusjes	=	cactus
cactusmuis	noun	Peromyscus eremicus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
cactusmuisje	=	cactusmuis
cactusmuisjes	=	cactusmuis
cactusmuizen	=	cactusmuis
cactusparkiet	noun	Eupsittula cactorum een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
cactusparkieten	=	cactusparkiet
cactusparkietje	=	cactusparkiet
cactusparkietjes	=	cactusparkiet
cactussaffierkolibrie	noun	Basilinna xantusii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
cactussaffierkolibries	=	cactussaffierkolibrie
cactussaffierkolibrietje	=	cactussaffierkolibrie
cactussaffierkolibrietjes	=	cactussaffierkolibrie
cactussen	=	cactus
cactusspecht	noun	Melanerpes cactorum een vogel uit de familie Picidae.
cactusspechten	=	cactusspecht
cactusspechtje	=	cactusspecht
cactusspechtjes	=	cactusspecht
cactusspotlijster	noun	Toxostoma bendirei een vogelsoort uit de familie Mimidae.
cactusspotlijsters	=	cactusspotlijster
cactusspotlijstertje	=	cactusspotlijster
cactusspotlijstertjes	=	cactusspotlijster
cactusuil	noun	Micrathene whitneyi de kleinst bekende uil.
cactusuilen	=	cactusuil
cactusuiltje	=	cactusuil
cactusuiltjes	=	cactusuil
cactusvijg	noun	Opuntia ficus-indica een stekelige vrucht van de Opuntia
cactusvijgen	=	cactusvijg
cactusvijgje	=	cactusvijg
cactusvijgjes	=	cactusvijg
cactuswinterkoning	noun	Campylorhynchus brunneicapillus een vogel uit de familie der winterkoningen (Troglodytidae).
cactuswinterkoningen	=	cactuswinterkoning
cactuswinterkoninkje	=	cactuswinterkoning
cactuswinterkoninkjes	=	cactuswinterkoning
cactusworm	noun	Priapulus caudatus een dier uit de familie Priapulidae.
cactuswormen	=	cactusworm
cactuswormpje	=	cactusworm
cactuswormpjes	=	cactusworm
cadanceer	=	cadanceren
cadanceerde	=	cadanceren
cadanceerden	=	cadanceren
cadanceert	=	cadanceren
cadancere	=	cadanceren
cadanceren	verb	in een bepaalde cadans, ritme of maat brengen of daarop afstemmen
cadancerend	=	cadanceren
cadancerende	=	cadanceren
cadans	noun	regelmatig gestaag ritme
cadansen	=	cadans
cadansje	=	cadans
cadansjes	=	cadans
cadaver	=	kadaver
cadaver-discipline	=	kadaverdiscipline
cadaverdiscipline	=	kadaverdiscipline
caddie	noun	iemand die de clubs draagt en soms ook raad kan geven aan de speler
caddies	=	caddie
caddy	noun	doos of blik gebruikt om thee of andere goederen in te bewaren
caddy's	=	caddy
cadeau	noun	iets dat men aan iemand geeft zonder tegenprestatie, meestal ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis
cadeau-idee	noun	gedachte over wat men als geschenk zou kunnen geven
cadeau-ideetje	=	cadeau-idee
cadeau-ideetjes	=	cadeau-idee
cadeau-ideeën	=	cadeau-idee
cadeauabonnement	noun	een abonnement op iets als gratis gift geven
cadeauabonnementen	=	cadeauabonnement
cadeauactie	noun	activiteit waarbij men presentjes uitdeelt
cadeauacties	=	cadeauactie
cadeauartikel	noun	een product wat vaak gekocht wordt om het later als presentje aan iemand te geven
cadeauartikelen	=	cadeauartikel
cadeauartikels	=	cadeauartikel
cadeauboek	noun	boekje met waardebonnen of tegoedbonnen die gegeven worden als cadeau.
cadeauboeken	=	cadeauboek
cadeauboekje	=	cadeauboek
cadeauboekjes	=	cadeauboek
cadeaubon	noun	een tegoedbon die als cadeau gegeven wordt
cadeaubonnen	=	cadeaubon
cadeaubonnetje	=	cadeaubon
cadeaubonnetjes	=	cadeaubon
cadeaubons	=	cadeaubon
cadeaucheque	noun	een bon die je aan iemand als gift geeft en waarmee de ontvanger zelf een presentje kan kopen
cadeaucheques	=	cadeaucheque
cadeaudoos	noun	een mooie en stevige doos om een geschenk in te geven, te beschermen en mooi te presenteren
cadeaudoosje	=	cadeaudoos
cadeaudoosjes	=	cadeaudoos
cadeaudozen	=	cadeaudoos
cadeaukaart	noun	een plastic creditcard met een bepaald tegoed die je iemand cadeau kan geven.
cadeaukaarten	=	cadeaukaart
cadeaukaartje	=	cadeaukaart
cadeaukaartjes	=	cadeaukaart
cadeaulijst	noun	een overzicht van artikelen die iemand graag als geschenk wil ontvangen voor een specifieke gelegenheid
cadeaulijsten	=	cadeaulijst
cadeaulijstje	=	cadeaulijst
cadeaulijstjes	=	cadeaulijst
cadeaulint	noun	decoratief lint waarmee de verpakking van cadeaus wordt vastgemaakt
cadeaulinten	=	cadeaulint
cadeaulintje	=	cadeaulint
cadeaulintjes	=	cadeaulint
cadeaupapier	noun	glanzend of gekleurd papier waarin met een product verpakt dat men als feestelijke presentje wil geven
cadeaupapieren	=	cadeaupapier
cadeaupapiersnijder	noun	een klein, handig hulpmiddel dat is ontworpen om inpakpapier snel, recht en veilig op maat te snijden
cadeaupapiersnijders	=	cadeaupapiersnijder
cadeaupapiersnijdertje	=	cadeaupapiersnijder
cadeaupapiersnijdertjes	=	cadeaupapiersnijder
cadeaupapiertje	=	cadeaupapier
cadeaupapiertjes	=	cadeaupapier
cadeaupas	noun	een plastic creditcard met een bepaald tegoed die je iemand cadeau kan geven.
cadeaupasje	=	cadeaupas
cadeaupasjes	=	cadeaupas
cadeaupassen	=	cadeaupas
cadeaus	=	cadeau
cadeaustelsel	noun	gratis artikel dat men als bonus krijgt bij de aankoop van een product
cadeaustelsels	=	cadeaustelsel
cadeautas	noun	feestelijke, vaak decoratieve tas die specifiek is ontworpen om geschenken in te verpakken, waardoor inpakpapier overbodig wordt
cadeautasje	=	cadeautas
cadeautasjes	=	cadeautas
cadeautassen	=	cadeautas
cadeautip	noun	een advies over wat men iemand kan geven als presentje
cadeautips	=	cadeautip
cadeautje	=	cadeau
cadeautjes	=	cadeau
cadeauverpakking	noun	een mooi, luxe, feestelijk omhulsel waarin een product verpakt zit dat men als geschenk wil geven
cadeauverpakkingen	=	cadeauverpakking
cadeauverpakkinkje	=	cadeauverpakking
cadeauverpakkinkjes	=	cadeauverpakking
cadeauwinkel	noun	winkel waar men geschenken en snuisterijen kan kopen
cadeauwinkels	=	cadeauwinkel
cadeauwinkeltje	=	cadeauwinkel
cadeauwinkeltjes	=	cadeauwinkel
cadens	noun	een opeenvolging van tonen of akkoorden, die de toonsoort definieert en daarmee een voorlopig of definitief rustpunt in de muziek betekent
cadensen	=	cadens
cadensje	=	cadens
cadensjes	=	cadens
cadet	noun	een student aan een militaire school
cadetje	=	cadet
cadetjes	=	cadet
cadets	=	cadet
cadetten	=	cadet
cadettenscholen	=	cadettenschool
cadettenschool	noun	school ter voorbereiding voor de militaire academie
cadettenschooltje	=	cadettenschool
cadettenschooltjes	=	cadettenschool
cadmium	noun	scheikundig element met symbool Cd en atoomnummer 48. Het is een zilvergrijs overgangsmetaal
cadmiumatomen	=	cadmiumatoom
cadmiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element cadmium.
cadmiumatoompje	=	cadmiumatoom
cadmiumatoompjes	=	cadmiumatoom
cadmiumgeel	noun	gele verfstof gemaakt van cadmiumsulfide	adj	met een felgele kleur die ontstaat door een cadmiumpigment
cadmiumgeels	=	cadmiumgeel
cadmiumgeelst	=	cadmiumgeel
cadmiumgeelste	=	cadmiumgeel
cadmiumgele	=	cadmiumgeel
cadmiumgelen	=	cadmiumgeel
cadmiumgeler	=	cadmiumgeel
cadmiumgelere	=	cadmiumgeel
cadmiumgelers	=	cadmiumgeel
cadmiumgroen	noun	Een groen pigment gemaakt van een mengsel van cadmiumgeel en viridiaan	adj	met een groene kleur die ontstaat door een cadmiumpigment
cadmiumgroene	=	cadmiumgroen
cadmiumgroener	=	cadmiumgroen
cadmiumgroenere	=	cadmiumgroen
cadmiumgroeners	=	cadmiumgroen
cadmiumgroens	=	cadmiumgroen
cadmiumgroenst	=	cadmiumgroen
cadmiumgroenste	=	cadmiumgroen
cadmiumoranje	noun	Een oranje pigment gemaakt van een mengsel van cadmiumsulfide en cadmiumselenide	adj	met een oranje kleur die ontstaat door een cadmiumpigment
cadmiumoranjer	=	cadmiumoranje
cadmiumoranjere	=	cadmiumoranje
cadmiumoranjers	=	cadmiumoranje
cadmiumoranjes	=	cadmiumoranje
cadmiumoranjest	=	cadmiumoranje
cadmiumoranjeste	=	cadmiumoranje
cadmiumrode	=	cadmiumrood
cadmiumroden	=	cadmiumrood
cadmiumroder	=	cadmiumrood
cadmiumrodere	=	cadmiumrood
cadmiumroders	=	cadmiumrood
cadmiumrood	noun	een zeer stabiel rood pigment dat voorkomt als een donkerrood poeder met de formule cadmiumselenide (CdSe)
cadmiumroods	=	cadmiumrood
cadmiumroodst	=	cadmiumrood
cadmiumroodste	=	cadmiumrood
cadmiumrooie	=	cadmiumrood
cadmiumrooier	=	cadmiumrood
cadmiumrooiere	=	cadmiumrood
cadmiumrooiers	=	cadmiumrood
cadmiums	=	cadmium
cado	noun	afkorting voor calamiteitendoorsteek, een stuk vangrail dat geopend kan worden voor hulpdiensten zodat ze sneller op de locatie van het noodgeval kunnen arriveren
cadre	noun	een soort biljartspel waarbij het speelveld is verdeeld door middel van strepen
caduc	=	kaduuk
caducei	=	caduceus
caduceus	noun	staf van Mercurius, met bovenaan twee vleugels en omwonden door twee slangen, in de oudheid gedragen door boodschappers als teken van hun functie
caesar	noun	Romeinse (onder)keizer
caesars	=	caesar
caesarsalade	noun	salade gemaakt door Cesare Cardini (1896-1956) met bindsla (Lactuca sativa var. romana), croutons, knoflook, Parmezaanse kaas, 1 gekookt ei, worcestersaus, olijfolie en citroensap
caesarsalades	=	caesarsalade
cafard	noun	terneergeslagen gemoedsstemming
cafeetje	=	café
cafeetjes	=	café
cafetaria	noun	een eenvoudige eetgelegenheid, waar men vooral gefrituurde gerechten kan eten
cafetaria's	=	cafetaria
cafetariaatje	=	cafetaria
cafetariaatjes	=	cafetaria
cafetariamodel	noun	een systeem waarbij werknemers hun arbeidsvoorwaardenpakket (deels) zelf kunnen samenstellen en bijvoorbeeld kunnen kiezen voor extra vrije tijd in ruil voor inkomen
cafetariamodellen	=	cafetariamodel
cafetariasysteem	noun	methode waarbij de medewerker zelf keuzes kan maken voor een deel van zijn of haar arbeidsvoorwaarden
cafetariasysteempje	=	cafetariasysteem
cafetariasysteempjes	=	cafetariasysteem
cafetariasystemen	=	cafetariasysteem
cafetière	noun	glazen pot om koffie te zetten
cafetières	=	cafetière
cafeïne	noun	een alkaloïde met structuurformule C₈H₁₀N₄O₂ die van nature wordt aangetroffen in koffiebonen en theebladeren en een stimulerende werking heeft
cafeïnehoudend	adj	cafeïne bevattend
cafeïnehoudende	=	cafeïnehoudend
cafeïnehoudender	=	cafeïnehoudend
cafeïnehoudendere	=	cafeïnehoudend
cafeïnehoudenders	=	cafeïnehoudend
cafeïnehoudends	=	cafeïnehoudend
cafeïnehoudendst	=	cafeïnehoudend
cafeïnehoudendste	=	cafeïnehoudend
cafeïnevrij	adj	waaraan alle caffeïne onttrokken is, waar geen caffeïne in voorkomt
cafeïnevrije	=	cafeïnevrij
cafeïnevrijer	=	cafeïnevrij
cafeïnevrijere	=	cafeïnevrij
cafeïnevrijers	=	cafeïnevrij
cafeïnevrijs	=	cafeïnevrij
cafeïnevrijst	=	cafeïnevrij
cafeïnevrijste	=	cafeïnevrij
café	noun	een uitgaansgelegenheid waar men hoofdzakelijk dranken kan nuttigen
café-eigenaar	noun	bezitter van een uitgaansgelegenheid waar men hoofdzakelijk dranken kan nuttigen
café-eigenaars	=	café-eigenaar
café-eigenaren	=	café-eigenaar
café-restaurant	noun	café waar ook hele maaltijden kunnen worden genuttigd
café-restaurantje	=	café-restaurant
café-restaurantjes	=	café-restaurant
café-restaurants	=	café-restaurant
caféachtig	adj	lijkend op een café
caféachtige	=	caféachtig
caféachtiger	=	caféachtig
caféachtigere	=	caféachtig
caféachtigers	=	caféachtig
caféachtigs	=	caféachtig
caféachtigst	=	caféachtig
caféachtigste	=	caféachtig
cafébaas	noun	de eigenaar en uitbater van een café
cafébaasje	=	cafébaas
cafébaasjes	=	cafébaas
cafébazen	=	cafébaas
cafébazin	noun	de vrouwelijke eigenaar van een café
cafébazinnen	=	cafébazin
cafébedrijf	noun	een café, of een groep van deze horecagelegenheden
cafébedrijfje	=	cafébedrijf
cafébedrijfjes	=	cafébedrijf
cafébedrijven	=	cafébedrijf
cafébezoek	noun	bezoek aan een café
cafébezoeken	=	cafébezoek
cafébezoeker	noun	iemand die te gast is in een café
cafébezoekers	=	cafébezoeker
cafébezoekertje	=	cafébezoeker
cafébezoekertjes	=	cafébezoeker
cafébezoekje	=	cafébezoek
cafébezoekjes	=	cafébezoek
cafébrand	noun	brand in een café
cafébranden	=	cafébrand
cafégedeelte	noun	het deel van een horecagelegenheid dat wordt gebruikt als café
cafégedeelten	=	cafégedeelte
cafégedeeltetje	=	cafégedeelte
cafégedeeltetjes	=	cafégedeelte
caféhouder	noun	eigenaar van een kroeg
caféhouders	=	caféhouder
caféhoudster	noun	eigenares van een café
caféhoudsters	=	caféhoudster
caféhoudstertje	=	caféhoudster
caféhoudstertjes	=	caféhoudster
caféleven	noun	alle activiteiten die plaatsvinden in en rond cafés
caféracer	noun	een motorfietsclassificatie waarbij het meestal om een tot sportmodel omgebouwde standaardmotor gaat, waarbij aanzienlijke concessies gedaan zijn aan het comfort
caféracers	=	caféracer
caférust	noun	een rustpauze in een café
caféruzie	noun	een conflict in een horecagelegenheid waarbij vaak alcoholgebruik in het spel is
caféruzies	=	caféruzie
caféruzietje	=	caféruzie
caféruzietjes	=	caféruzie
cafés	=	café
cafés-restaurants	=	café-restaurant
caféspel	noun	spel gespeeld in of rond cafés
caféspelen	=	caféspel
caféspellen	=	caféspel
caféspelletje	=	caféspel
caféspelletjes	=	caféspel
cafétafel	noun	tafel in een café
cafétafels	=	cafétafel
cafétafeltje	=	cafétafel
cafétafeltjes	=	cafétafel
caféterras	noun	plaats in de buitenlucht waar gasten van een horecagelegenheid een drankje kunnen gebruiken
caféterrasje	=	caféterras
caféterrasjes	=	caféterras
caféterrassen	=	caféterras
cafézanger	noun	persoon die liederen zingt in een café
cafézangers	=	cafézanger
cahier	noun	gebundelde hoeveelheid bladeren papier waarin je kunt schrijven
cahiers	=	cahier
cahiertje	=	cahier
cahiertjes	=	cahier
cahors	noun	wijnstok die donkerrode druiven voortbrengt
cai	noun	installatie waarmee een groter aantal huishoudens samen één mast of schotel voor het ontvangen van radio- en televisiesignalen gebruiken
caicapapegaai	noun	Pyrilia caica een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
caicapapegaaien	=	caicapapegaai
caicapapegaaitje	=	caicapapegaai
caicapapegaaitjes	=	caicapapegaai
cainito	noun	Chrysophyllum cainito een 8-30 m hoge, groenblijvende boom uit de familie Sapotaceae met een korte, tot 1 m brede stam, een dichte, brede kroon en bruin behaarde takken.
cainito's	=	cainito
cainitootje	=	cainito
cainitootjes	=	cainito
caipirinha	noun	een Braziliaanse cocktail die bestaat uit limoen, cachaça, ijs en suiker
caipirinha's	=	caipirinha
caipirinhaatje	=	caipirinha
caipirinhaatjes	=	caipirinha
cairojaans	adj	Surinaams-Nederlands in de variant die kenmerkend is voor het werk van Edgar Cairo
cairojaanse	=	cairojaans
cairojaanser	=	cairojaans
cairojaansere	=	cairojaans
cairojaansers	=	cairojaans
cairojaanst	=	cairojaans
cairojaanste	=	cairojaans
cais	=	cai
caissière	noun	vrouw of meisje met de taak de betalingen van klanten in een winkel of amusementsbedrijf te verwerken
caissières	=	caissière
caissièretje	=	caissière
caissièretjes	=	caissière
caisson	noun	een doosvormige constructie die gebruikt wordt als tunnelelement, of kan worden afgezonken als onderdeel van een dam of dijk, of die kan dienen als werkruimte onderwater
caissonnetje	=	caisson
caissonnetjes	=	caisson
caissons	=	caisson
caissontje	=	caisson
caissontjes	=	caisson
caissonziekte	noun	ziekte veroorzaakt door het uit oplossing uitwijken van stikstofbelletjes in het bloed bij decompressie
caissonziekten	=	caissonziekte
caissonziektes	=	caissonziekte
cajamarcamierpitta	noun	Grallaria cajamarcae een zangvogel uit de familie Grallariidae.
cajamarcamierpitta's	=	cajamarcamierpitta
cajamarcamierpittaatje	=	cajamarcamierpitta
cajamarcamierpittaatjes	=	cajamarcamierpitta
cajun	noun	pittig kruidenmengsel met o.a. chilivlokken, paprikapoeder, zwarte peper, uienpoeder, cayennepoeder, tijm en knoflookpoeder
cajunkeuken	noun	de kookkunst van de Franse kolonisten in de zuidelijke staten van de Verenigde Staten
cajunkeukens	=	cajunkeuken
cajunkruiden	noun	mengsel van verschillende kruiden (o.a. paprika, ui, knoflook, cayenne, oregano, chilivlokken, zout) met een pittige smaak
cajunmuziek	noun	muziek in Frans - Amerikaanse stijl
cake	noun	lichte, zachte koek gemaakt van een beslag van bloem, boter, eieren en suiker, in gelijke hoeveelheden, met een rijsmiddel
cakebeslag	noun	opgeklopt mengsel van meel, eieren, boter en suiker om een zacht luchtig gebak te maken
cakebeslagen	=	cakebeslag
cakeblik	noun	een metalen bak waarin men een cake kan bakken
cakeblikken	=	cakeblik
cakeje	=	cake
cakejes	=	cake
cakemeel	noun	zelfrijzend zeer fijn gemalen meel dat speciaal geschikt is om cake van te bakken
cakemelen	=	cakemeel
cakes	=	cake
cakevorm	noun	metalen bakje waarin met een cake kan bakken
cakevormen	=	cakevorm
cakevormpje	=	cakevorm
cakevormpjes	=	cakevorm
cakewalk	noun	satirische, amerikaanse dans uit de 19de eeuw
cakewalke	=	cakewalken
cakewalken	verb	het dansen van cakewalk
cakewalkend	=	cakewalken
cakewalkende	=	cakewalken
cakewalks	=	cakewalk
cakewalkt	=	cakewalken
cakewalkte	=	cakewalken
cakewalkten	=	cakewalken
cala	noun	een kleine ronde baai langs een steile kust met een nauwe doorgang naar de open zee
cala's	=	cala
calaatje	=	cala
calaatjes	=	cala
calabarbonen	=	calabarboon
calabarboon	noun	Physostigma venenosum een grote tot 15 meter hoog wordende kruidachtige vaste plant met een stengel die aan de basis een diameter van 5 centimeter heeft.
calabarboontje	=	calabarboon
calabarboontjes	=	calabarboon
calabarzonboomtimalia	noun	Sterrhoptilus affinis een vogelsoort uit de familie van de Zosteropidae (brilvogels).
calabarzonboomtimalia's	=	calabarzonboomtimalia
calabarzonboomtimaliaatje	=	calabarzonboomtimalia
calabarzonboomtimaliaatjes	=	calabarzonboomtimalia
calabrisch	noun	een dialect van het Napolitaans, gesproken in Italië, meer bepaald Calabrië
calafaten	=	kalefateren
calamares	=	calamaris
calamari	noun	een traditioneel gerecht dat uit gefrituurde pijlinktvis bestaat.
calamaris	noun	gerecht bestaande uit gefrituurde pijlinktvisringen
calamarissen	=	calamaris
calamianenhert	noun	Axis calamianensis Het Calamianenhert of Filipijns zwijnshert (Axis calamianensis) is een hertensoort die uitsluitend voorkomt op de Calamian-eilanden in de Filipijnen, waar hij zijn wetenschappelijke naam ook aan te danken heeft
calamianenherten	=	calamianenhert
calamianenhertje	=	calamianenhert
calamianenhertjes	=	calamianenhert
calamiteit	noun	een grote ramp of een onverwachte gebeurtenis die ernstige schade kan veroorzaken
calamiteiten	=	calamiteit
calamiteitencontainer	noun	een speciaal ontworpen, vaak vloeistofdichte container die wordt ingezet voor de veilige opslag of het transport van gevaarlijke stoffen, verontreinigde materialen of beschadigde goederen tijdens een noodsituatie of incident
calamiteitencontainers	=	calamiteitencontainer
calamiteitencontainertje	=	calamiteitencontainer
calamiteitencontainertjes	=	calamiteitencontainer
calamiteitendoorsteek	noun	een stuk vangrail dat geopend kan worden voor hulpdiensten zodat ze sneller op de locatie van het noodgeval kunnen arriveren
calamiteitendoorsteken	=	calamiteitendoorsteek
calamiteitenfonds	noun	fonds dat schadevergoeding uitkeert aan slachtoffers van een ramp
calamiteitenfondsen	=	calamiteitenfonds
calamiteitenhospitaal	noun	een ziekenhuis dat op stand-by staat en in geval van nood binnen zeer korte tijd zeer grote aantallen patiënten kan opvangen
calamiteitenhospitaals	=	calamiteitenhospitaal
calamiteitenhospitalen	=	calamiteitenhospitaal
calamiteitenplan	noun	plan van aanpak bij noodsituaties
calamiteitenplannen	=	calamiteitenplan
calamiteitenplannetje	=	calamiteitenplan
calamiteitenplannetjes	=	calamiteitenplan
calamiteitenpolder	noun	gebied dat aangewezen is om bij extreem hoogwater van een rivier onder water te worden gezet om zodoende overstromingen elders te voorkomen
calamiteitenpolders	=	calamiteitenpolder
calamiteitenroute	noun	een alternatieve route die gebruikt kan worden om uw bestemming te bereiken in geval van calamiteiten op de oorspronkelijke hoofdbaan (autosnelweg)
calamiteitenrouten	=	calamiteitenroute
calamiteitenroutes	=	calamiteitenroute
calamiteitenteam	noun	ploeg mensen die optreedt bij noodsituaties
calamiteitenteams	=	calamiteitenteam
calamiteitenverlof	noun	kort verlof dat personeelsleden krijgen als er zich onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan in hun directe omgeving
calamiteitenverloven	=	calamiteitenverlof
calamiteitenzender	noun	radio- en televisiezender die informatie geeft tijdens een ramp
calamiteitenzenders	=	calamiteitenzender
calamiteitje	=	calamiteit
calamiteitjes	=	calamiteit
calamiteus	adj	door gebrek aan middelen onvoldoende in staat om een overstroming te voorkomen
calamiteust	=	calamiteus
calamiteuste	=	calamiteus
calamiteuze	=	calamiteus
calamiteuzer	=	calamiteus
calamiteuzere	=	calamiteus
calamiteuzers	=	calamiteus
calamondin	noun	Citrus × microcarpa een hybrideplant uit de wijnruitfamilie (Rutaceae).
calapé	=	krapé
calayanral	noun	Aptenorallus calayanensis een vogel uit de familie Rallidae (Rallen).
calayanrallen	=	calayanral
calayanralletje	=	calayanral
calayanralletjes	=	calayanral
calciet	noun	mineraal dat voornamelijk bestaat uit het zout calciumcarbonaat (CaCO₃)
calcificatie	noun	verkalking
calcificaties	=	calcificatie
calcinatie	noun	een proces waarbij stoffen onder verhitting worden omgezet in het oxide, in poedervorm, as of stof, of een faseovergang ondergaan
calcinaties	=	calcinatie
calcinatietje	=	calcinatie
calcinatietjes	=	calcinatie
calcineer	=	calcineren
calcineerde	=	calcineren
calcineerden	=	calcineren
calcineert	=	calcineren
calcinere	=	calcineren
calcineren	verb	blootstellen aan hoge temperaturen onder zuurstofrijke omstandigheden
calcinerend	=	calcineren
calcinerende	=	calcineren
calcium	noun	scheikundig element met symbool Ca en atoomnummer 20. Het is een zilverwit aardalkalimetaal
calciumacetaat	noun	het calciumzout van azijnzuur en toegelaten als voedingsadditief (E263), gebruikt als zuurteregelaar of als conserveermiddel in brood
calciumacetaten	=	calciumacetaat
calciumantagonist	noun	een geneesmiddel dat de calciumkanaaltjes in het celmembraan van spiercellen blokkeert, waardoor transport van calciumionen bemoeilijkt wordt
calciumantagonisten	=	calciumantagonist
calciumatomen	=	calciumatoom
calciumatoom	noun	een atoom van het chemisch element calcium.
calciumatoompje	=	calciumatoom
calciumatoompjes	=	calciumatoom
calciumcarbid	noun	verbinding van calcium en koolstof (CaC₂ ); vormt met water acetyleengas
calciumcarbide	=	calciumcarbid
calciumcarbonaat	noun	CaCO₃ is het koolzure zout van calcium en komt in de natuur veel voor als het mineraal calciet (marmer)
calciumcarbonaten	=	calciumcarbonaat
calciumchloride	noun	CaCl₂ verbinding van 1 calciumatoom en 2 chlooratomen
calciumchloriden	=	calciumchloride
calciumchlorides	=	calciumchloride
calciumcyaanamide	noun	een verbinding (CaCN₂) van calcium, koolstof en stikstof die onder meer gebruikt wordt als meststof
calciumcyaanamiden	=	calciumcyaanamide
calciumcyaanamides	=	calciumcyaanamide
calciumfluorfosfaat	noun	een zout met de chemische formule Ca₅(PO₄)₃F dat wordt gebruikt als fluorescentiepoeder in een fluorescentielamp die de UV-stralen omzet in zichtbaar licht
calciumfluorfosfaten	=	calciumfluorfosfaat
calciumfosfaat	noun	verbinding van calcium, fosfor en zuurstof met als brutoformule Ca₃(PO₄)₂
calciumfosfaten	=	calciumfosfaat
calciumgehalte	noun	de hoeveelheid calcium per gewichtseenheid
calciumgehalten	=	calciumgehalte
calciumgehaltes	=	calciumgehalte
calciumhydroxide	noun	gebluste kalk (brutoformule: Ca(OH)₂)
calciumhydroxiden	=	calciumhydroxide
calciumhydroxides	=	calciumhydroxide
calciumoxide	noun	ongebluste kalk (brutoformule: CaO)
calciumoxiden	=	calciumoxide
calciumoxides	=	calciumoxide
calciurie	noun	aanwezigheid van calcium in de urine
calciëmie	noun	aanwezigheid van calcium in het bloed
calculatie	noun	berekening (van de kostprijs)
calculaties	=	calculatie
calculator	noun	machine dat rekenkundige berekeningen kan uitvoeren
calculatoren	=	calculator
calculators	=	calculator
calculatortje	=	calculator
calculatortjes	=	calculator
calculeer	=	calculeren
calculeerbaar	adj	met de mogelijkheid om berekend te worden
calculeerbaarder	=	calculeerbaar
calculeerbaardere	=	calculeerbaar
calculeerbaarders	=	calculeerbaar
calculeerbaars	=	calculeerbaar
calculeerbaarst	=	calculeerbaar
calculeerbaarste	=	calculeerbaar
calculeerbare	=	calculeerbaar
calculeerde	=	calculeren
calculeerden	=	calculeren
calculeert	=	calculeren
calculere	=	calculeren
calculeren	verb	iemand berekent iets
calculerend	=	calculeren
calculerende	=	calculeren
calculi	=	calculus
calculus	noun	rekenwijze, rekenmethode
caldarium	noun	warme, vochtige ruimte in een Romeins badhuis
caldariumpje	=	caldarium
caldariumpjes	=	caldarium
caldariums	=	caldarium
caldasmierpitta	noun	Grallaria milleri een zangvogel uit de familie Grallariidae.
caldasmierpitta's	=	caldasmierpitta
caldasmierpittaatje	=	caldasmierpitta
caldasmierpittaatjes	=	caldasmierpitta
caldeira	noun	een grote komvormige krater, gevormd door vulkanische activiteit
caldeira's	=	caldeira
caledonisch	adj	op Caledonië betrekking hebbend
caledonische	noun	een vrouwelijke inwoner van Caledonië, of iemand afkomstig hiervan
caledoniër	noun	een inwoner van Caledonië, of iemand afkomstig uit Caledonië
caleidoscoop	noun	kijker, bestaand uit een spiegelende veelhoekige buis of koker die aan het ene einde een compartiment met gekleurde kralen of andere kleurige voorwerpen bevat en zo bij ronddraaien om de lengteas telkens wisselende patronen laat zien
caleidoscoopje	=	caleidoscoop
caleidoscoopjes	=	caleidoscoop
caleidoscopen	=	caleidoscoop
caleidoscopisch	adj	bont, uit veel verschillende dingen samengesteld
caleidoscopische	=	caleidoscopisch
caleidoscopischer	=	caleidoscopisch
caleidoscopischere	=	caleidoscopisch
caleidoscopischers	=	caleidoscopisch
calembour	noun	een woordspeling waarbij gebruik wordt gemaakt van overeenkomst in klank tussen woorden of woordgroepen
calembours	=	calembour
calendaria	=	calendarium
calendarium	noun	kalender, met name heiligenkalender
calendariumpje	=	calendarium
calendariumpjes	=	calendarium
calendariums	=	calendarium
calendula	noun	Calendula goudsbloem
calfaten	=	kalefateren
calibreren	=	kalibreren
calicot	noun	fijn katoenen weefsel
calicotrivierkreeft	noun	Faxonius immunis een kreeftensoort uit de familie van de Cambaridae.
calicotrivierkreeften	=	calicotrivierkreeft
calicotrivierkreeftje	=	calicotrivierkreeft
calicotrivierkreeftjes	=	calicotrivierkreeft
californisch	adj	op Californië betrekking hebbend
californische	noun	een vrouwelijke inwoner van Californië, of iemand afkomstig hiervan
californischer	=	californisch
californischere	=	californisch
californischers	=	californisch
californium	noun	een scheikundig element en vermoedelijk een grijs of zilverkleurig actinide met het symbool Cf en het atoomnummer 98
californiumatomen	=	californiumatoom
californiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element californium.
californiumatoompje	=	californiumatoom
californiumatoompjes	=	californiumatoom
californiër	noun	een inwoner van Californië, staat van de Verenigde Staten van Noord-Amerika, of iemand afkomstig uit deze staat.
californiërs	=	californiër
calimero	noun	iemand die zichzelf vooral ziet als slachtoffer van onrecht dat anderen hem kunnen aandoen omdat ze sterker zijn
calimero's	=	calimero
calimero-effect	noun	calimerocomplex
calimero-effecten	=	calimero-effect
calimero-effectje	=	calimero-effect
calimero-effectjes	=	calimero-effect
calimerocomplex	noun	het gevoel dat men door klein en machteloos te zijn continu ten onrechte wordt benadeeld
calimerocomplexen	=	calimerocomplex
calimerocomplexje	=	calimerocomplex
calimerocomplexjes	=	calimerocomplex
calimerohelm	noun|humorous	aërodynamische valhelm van wielrenners, met name bij het tijdrijden genoemd naar de halve eierdop op het hoofd van het televisiekuikentje Calimero
calimerohelmen	=	calimerohelm
calimerohelmpje	=	calimerohelm
calimerohelmpjes	=	calimerohelm
callagurschildpad	noun	Batagur borneoensis een schildpad uit de familie Geoemydidae.
callagurschildpadden	=	callagurschildpad
callagurschildpadje	=	callagurschildpad
callagurschildpadjes	=	callagurschildpad
callanetics	noun	fitness en duurtraining van de spieren
callboy	noun	mannelijke prostituee die men telefonisch kan bestellen
callboys	=	callboy
callcenter	noun	een bedrijf dat telefonische diensten verleent
callcentermedewerker	noun	iemand die werkt op een belcentrum of belbureau
callcentermedewerkers	=	callcentermedewerker
callcenters	=	callcenter
callcentertje	=	callcenter
callcentertjes	=	callcenter
callcentra	=	callcentrum
callcentrum	noun	ruimte waar meerdere telefonisten werken die de telefonische bereikbaarheid van een organisatie verzorgen
callcentrums	=	callcentrum
callgirl	noun	een (luxe) prostituee die je via de telefoon kunt bestellen
callgirls	=	callgirl
calligrafeeren	=	kalligraferen
calligrapheeren	=	kalligraferen
calliopekolibrie	noun	Selasphorus calliope een vogel uit de familie van de Trochilidae en de orde Apodiformes.
calliopekolibries	=	calliopekolibrie
calliopekolibrietje	=	calliopekolibrie
calliopekolibrietjes	=	calliopekolibrie
callipasta	noun	een licht geelkleurig mengsel van gips met stearine voor het gieten van kleine beeldjes
calloptie	noun	het recht om een bepaalde onderliggende waarde binnen een gedefinieerde periode te kopen tegen een van tevoren vastgestelde prijs
callopties	=	calloptie
calm	=	kalm
calorie	noun|obsolete	een eenheid van warmte, gelijk aan de warmte benodigd om een gram water een graad (kelvin of Celsius) in temperatuur te doen stijgen, weergegeven met symbool cal
calorie-inname	noun	de hoeveelheid energie die men door eten en drinken tot zich neemt
calorie-innamen	=	calorie-inname
calorie-innames	=	calorie-inname
caloriearm	adj	weinig calorieën bevattend, light
caloriearme	=	caloriearm
caloriearmer	=	caloriearm
caloriearmere	=	caloriearm
caloriearmers	=	caloriearm
caloriearms	=	caloriearm
caloriearmst	=	caloriearm
caloriearmste	=	caloriearm
caloriechecker	noun	persoon die alle calorieën die hij of zij inneemt noteert
caloriecheckers	=	caloriechecker
calorierijk	adj	veel calorieën bevattend
calorierijke	=	calorierijk
calorierijker	=	calorierijk
calorierijkere	=	calorierijk
calorierijkers	=	calorierijk
calorierijks	=	calorierijk
calorierijkst	=	calorierijk
calorierijkste	=	calorierijk
calorietje	=	calorie
calorietjes	=	calorie
caloriewaarde	noun	de hoeveelheid energie die voedsel bevat
caloriewaarden	=	caloriewaarde
caloriewaardes	=	caloriewaarde
calorieën	=	calorie
calorimeter	noun	instrument dat warmte of warmtestromen meet.
calorimeters	=	calorimeter
calorimetertje	=	calorimeter
calorimetertjes	=	calorimeter
calorimetrie	noun	meting van hoeveelheden vrijgekomen warmte
calorimetrieën	=	calorimetrie
calorimetrisch	adj	met betrekking tot de calorimetrie
calorimetrische	=	calorimetrisch
calorimetrischer	=	calorimetrisch
calorimetrischere	=	calorimetrisch
calorimetrischers	=	calorimetrisch
calorisch	adj	Alles wat betrekking heeft met warmteontwikkeling
calorische	=	calorisch
calorischer	=	calorisch
calorischere	=	calorisch
calorischers	=	calorisch
calotte	noun	bovenste deel van een schedel
calotten	=	calotte
calpoltablet	noun	tablet met paracetamol
calpoltabletje	=	calpoltablet
calpoltabletjes	=	calpoltablet
calpoltabletten	=	calpoltablet
calpé	=	krapé
calque	noun	een op doorzichtig linnen of papier gemaakte overtrek van een ontwerptekening
calqueer	=	calqueren
calqueerde	=	calqueren
calqueerden	=	calqueren
calqueerlinnen	noun	tekenlinnen voor het maken van calques
calqueerpapier	noun	papier waarop vroeger een overtrek in het net werd gemaakt, overtrekpapier
calqueerpapieren	=	calqueerpapier
calqueerpapiertje	=	calqueerpapier
calqueerpapiertjes	=	calqueerpapier
calqueert	=	calqueren
calquere	=	calqueren
calqueren	verb	op doorschijnend papier of linnen overtrekken
calquerend	=	calqueren
calquerende	=	calqueren
calques	=	calque
calumet	noun	pijp (soms een vredespijp) gemaakt van catliniet, die wordt gebruikt door de Indianen van Noord-Amerika, met name in het gebied ten zuiden van de Grote Meren
calumetten	=	calumet
calvados	noun	een sterke alcoholische drank, die bereid wordt in het departement Calvados (Normandië), en verkregen wordt door het destilleren van appelcider
calvadosje	=	calvados
calvadosjes	=	calvados
calvadossaus	noun	romige substantie gemaakt met gedestilleerde appelcider, vooral gebruikt als toevoeging om vlees en gevogelte extra smaak te geven
calvadossausen	=	calvadossaus
calvadossauzen	=	calvadossaus
calvadossen	=	calvados
calvarie	noun	schilderij of beeldhouwwerk met Jezus aan het kruis geflankeerd door Maria en Johannes
calvarieberg	noun	beeld van de kruisiging van Jezus Christus
calvariebergen	=	calvarieberg
calvaries	=	calvarie
calvarietocht	noun|figurative	zeer zware, uitputtende expeditie
calvarietochten	=	calvarietocht
calville	noun	appel uit rassen met een sappige, friszure smaak, een glanzende schil met een paar plooien in de lengte
calvilles	=	calville
calvincycli	=	calvincyclus
calvincyclus	noun	reeks reacties die tot het proces van de fotosynthese behoren waarbij de energie die uit licht is ingevangen opgeslagen wordt in suikers
calvincyclusje	=	calvincyclus
calvincyclusjes	=	calvincyclus
calvincyclussen	=	calvincyclus
calvinisme	noun	gereformeerde substroming binnen het Christendom waarin o.a. het voorbestemd zijn centraal staat
calvinismus	=	calvinisme
calvinist	noun	aanhanger van het calvinisme
calvinisten	=	calvinist
calvinistisch	adj	betrekking hebbend op of gerelateerd aan het calvinisme
calvinistische	=	calvinistisch
calvinistischer	=	calvinistisch
calvinistischere	=	calvinistisch
calvinistischers	=	calvinistisch
calvinistischt	=	calvinistisch
calvinistischte	=	calvinistisch
calvinistje	=	calvinist
calvinistjes	=	calvinist
calymmium	noun	geologisch tijdperk, eerste periode van het mesoproterozoïcum, van 1,6 tot 1,4 miljard jaar geleden
calypso	noun	een donker rode kleur
calypso's	=	calypso
calyptura	noun	Calyptura een geslacht van vogels uit de familie van de tirannen (Tyrannidae).
calyptura's	=	calyptura
calypturaatje	=	calyptura
calypturaatjes	=	calyptura
calzone	noun	een Italiaans gerecht gemaakt van (gezouten) brooddeeg dat als een pizza in een ronde platte vorm gekneed en belegd wordt met diverse ingrediënten, waaronder in ieder geval kaas.
calzone's	=	calzone
calzones	=	calzone
calèche	noun	licht, vierwielig, open rijtuig
calèches	=	calèche
camaieu	noun	schildering die uit tinten van één kleur bestaat
camaieus	=	camaieu
camaraderie	noun	kameraadschap, vriendschap
camaraderies	=	camaraderie
camarilla	noun	de kleine groep van mensen die achter de schermen, in het verborgene de macht hebben
camarilla's	=	camarilla
camaroptera	noun	Camaroptera een geslacht van zangvogels uit de familie Cisticolidae.
camaroptera's	=	camaroptera
camaropteraatje	=	camaroptera
camaropteraatjes	=	camaroptera
camaïeu	=	camaieu
camber	noun	de afwijkende stand van de wielen van een voertuig ten opzichte van de verticale lijn door het wiel
cambers	=	camber
cambia	=	cambium
cambio	noun	bedrijf waar buitenlands geld legaal kan worden gewisseld
cambio's	=	cambio
cambiohouder	noun	eigenaar, houder van een cambio; eigenaar, houder van een wisselkantoor
cambiohouders	=	cambiohouder
cambium	noun	steeds aangroeiend weefsel tussen bast en hout
cambodiaanse	=	cambodjaan
cambodjaan	noun	een inwoner van Cambodja, of iemand afkomstig uit Cambodja
cambodjaans	adj	op Cambodja betrekking hebbend
cambodjaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Cambodja, of een vrouw afkomstig uit Cambodja
cambodjaansen	=	cambodjaanse
cambodjaanser	=	cambodjaans
cambodjaansere	=	cambodjaans
cambodjaansers	=	cambodjaans
cambodjaanst	=	cambodjaans
cambodjaanste	=	cambodjaans
cambodjanen	=	cambodjaan
cambreur	noun	uitgehold buitendeel van het onderwerk van een schoen
cambreurs	=	cambreur
cambridgedieet	noun	een dieet om af te vallen dat werkt met maaltijdvervangers
cambridgedieetje	=	cambridgedieet
cambridgedieetjes	=	cambridgedieet
cambridgediëten	=	cambridgedieet
cambridgerol	noun	landbouwwerktuig, gebruikt wordt om voor of na het zaaien de geploegde grond aan te drukken en grote kluiten te verkruimelen, bestaand uit een reeks schijven om een horizontale as waarbij telkens een brede schijf met een gladde rand wordt afgewisseld met een dunne schijf met kartelrand die een wat afwijkende beweging maakt die de werking verbetert
cambridgerollen	=	cambridgerol
cambrium	noun	geologisch tijdperk waarin een grote verscheidenheid aan meercellige levensvormen ontstond, eerste periode van het era paleozoïcum; van 541 tot 485 miljoen jaar geleden
camcorder	noun	videocamera met ingebouwde videorecorder
camcorders	=	camcorder
camcordertje	=	camcorder
camcordertjes	=	camcorder
camcording	noun	het opnemen van bewegende beelden en geluid met een draagbare videorecorder
camcordingen	=	camcording
camcordinkje	=	camcording
camcordinkjes	=	camcording
camee	noun	een gegraveerde, vaak meerkleurig gelaagde, edel- en halfedelsteen, waarbij de achtergrond wordt weggeslepen om de voorstelling in reliëf te doen uitkomen
cameel	=	kameel
cameeltje	=	kameeltje
cameetje	=	camee
cameetjes	=	camee
cameeën	=	camee
camel	noun	lichtbruine kleur, als van een kameel	adj	lichtbruin, als de kleur van een kameel
camelen	=	kamelen
camelia	noun	benaming voor planten uit het geslacht Camellia, bedektzadigen in de familie Theaceae met donkergroene, leerachtige bladeren en grote, meestal gevulde bloemen ook gebruikt als kamerplant Naargelang de gevolgde taxonomie omvat het geslacht zo'n 100 tot 250 soorten, voorkomend in oostelijk en zuidelijk Azië, van de Himalaya tot in Japan en Indonesië.
camelia's	=	camelia
cameliaatje	=	camelia
cameliaatjes	=	camelia
camellia	=	camelia
camembert	noun	soort witte schimmelkaas gemaakt van koemelk
camembertje	=	camembert
camembertjes	=	camembert
camemberts	=	camembert
cameo	noun	kleine, onopvallende verschijning van een bekend persoon in een film
cameo's	=	cameo
camera	noun	een apparaat om beelden mee te registreren
camera's	=	camera
camera-gsm	noun	mobiele telefoon met camera
camera-gsm's	=	camera-gsm
camera-inspectie	noun	visueel onderzoek met behulp van een camera
camera-inspecties	=	camera-inspectie
camera-instelling	noun	de wijze waarop de werking van een camera is aangepast aan de omstandigheden (zoals bijvoorbeeld instellingen die betrekking hebben op scherpstelling, belichtingstijd en diafragma-opening)
camera-instellingen	=	camera-instelling
camera-unit	noun	een apparaat waarin alles zit dat nodig is om te filmen of te fotograferen
camera-units	=	camera-unit
cameraatje	=	camera
cameraatjes	=	camera
camerabeeld	noun	een door een (bewakings)camera opgenomen beeld of video
camerabeelden	=	camerabeeld
camerabeveiliging	noun	het houden van toezicht op of in een gebouw, gebied of (groepen) mensen met behulp van bewakingscamera's
camerabeveiligingen	=	camerabeveiliging
camerabeveiligingetje	=	camerabeveiliging
camerabeveiligingetjes	=	camerabeveiliging
camerabewaking	noun	het bewaken van gebouwen en terreinen, al dan niet in de openbare ruimte, met behulp van camera's
camerabewakingen	=	camerabewaking
camerabewakinkje	=	camerabewaking
camerabewakinkjes	=	camerabewaking
camerabeweging	noun	de techniek waarbij de camera fysiek beweegt of draait tijdens een opname om een verhaal te versterken, sfeer te creëren of emotie te benadrukken.
camerabewegingen	=	camerabeweging
camerabeweginkje	=	camerabeweging
camerabeweginkjes	=	camerabeweging
camerafoon	noun	mobiele telefoon met ingebouwde camera
camerafoons	=	camerafoon
camerafoontje	=	camerafoon
camerafoontjes	=	camerafoon
camerajournalist	noun	journalist die foto's en filmpjes over nieuwsonderwerpen maakt en monteert
camerajournalisten	=	camerajournalist
cameralens	noun	het onderdeel van een foto-, film-, of videocamera, dat dient om een object op de film of de beeldsensor af te beelden
cameralensje	=	cameralens
cameralensjes	=	cameralens
cameralenzen	=	cameralens
cameralieden	=	cameraman
cameralui	=	cameraman
cameraman	noun	beroep waarbij het bedienen een video- en/of filmcamera centraal staat
cameramannen	=	cameraman
cameramannetje	=	cameraman
cameramannetjes	=	cameraman
cameramens	noun	beroep waarbij het bedienen een video- en/of filmcamera centraal staat
cameramensen	=	cameramens
cameramensje	=	cameramens
cameramensjes	=	cameramens
cameramobiel	noun	draagbare telefoon waarmee men ook foto's en video's kan maken
cameramobiels	=	cameramobiel
cameramobieltje	=	cameramobiel
cameramobieltjes	=	cameramobiel
cameranetwerk	noun	systeem van met met elkaar verbonden camera's
cameranetwerken	=	cameranetwerk
cameranetwerkje	=	cameranetwerk
cameranetwerkjes	=	cameranetwerk
cameraogen	=	cameraoog
cameraoog	noun	een camera met enkele functionaliteiten die horen bij een oog
cameraopstelling	noun	de plaats waar de camera staat tijdens het fotograferen of filmen
cameraopstellingen	=	cameraopstelling
camerapil	noun	een vorm van endoscopie van het maag-darmstelsel waarbij met behulp van een speciale capsule (die het formaat van een pil heeft) de darmen van binnen kunnen worden bekeken
camerapillen	=	camerapil
cameraploeg	noun	een groep van mensen die samen een film- of video-opname maken vaak bestaande uit een cameraman, een geluidstechnicus, een regisseur en een presentator.
cameraploegen	=	cameraploeg
cameraploegje	=	cameraploeg
cameraploegjes	=	cameraploeg
camerasysteem	noun	stelsel van camera's en randapparatuur
camerasystemen	=	camerasysteem
camerateam	noun	groep mensen die samen filmopnames maken
camerateams	=	camerateam
cameratelefoon	noun	draagbare telefoon waarmee men ook foto's en video's kan maken
cameratelefoons	=	cameratelefoon
cameratelefoontje	=	cameratelefoon
cameratelefoontjes	=	cameratelefoon
cameratoezicht	noun	bewaking met camera's
cameraval	noun	opstelling met camera en bewegingssensor waarmee men passerende wilde dieren kan fotograferen
cameravallen	=	cameraval
cameravoering	noun	de manier waarop een cameraman een beeld op film vastlegt
cameravoeringen	=	cameravoering
cameravrouw	noun	diegene die een video- en/of filmcamera bedient
cameravrouwen	=	cameravrouw
cameravrouwtje	=	cameravrouw
cameravrouwtjes	=	cameravrouw
camerawagen	noun	een auto van waaruit men een gebeurtenis op beeld kan vastleggen
camerawagens	=	camerawagen
camerawagentje	=	camerawagen
camerawagentjes	=	camerawagen
camerawerk	noun	het filmen of fotograferen als arbeid
camerlengo	noun	kardinaal die de rooms katholieke kerk bestuurt als de paus is afgetreden of overleden en de nieuwe paus nog niet is benoemd
camerlengo's	=	camerlengo
camiguinboeboekuil	noun	Ninox leventisi een in 2012 ontdekte endemische soort boeboekuil uit de familie uilen.
camiguinboeboekuilen	=	camiguinboeboekuil
camiguinboeboekuiltje	=	camiguinboeboekuil
camiguinboeboekuiltjes	=	camiguinboeboekuil
camiguinbuulbuul	noun	Hypsipetes catarmanensis een vogelsoort uit de familie van de pycnonotidae (buulbuuls).
camiguinbuulbuuls	=	camiguinbuulbuul
camiguinbuulbuultje	=	camiguinbuulbuul
camiguinbuulbuultjes	=	camiguinbuulbuul
camiguinvleermuisparkiet	noun	Loriculus camiguinensis een papegaaiachtige die alleen voorkomt op het eiland Camiguin in de Filipijnen.
camiguinvleermuisparkieten	=	camiguinvleermuisparkiet
camiguinvleermuisparkietje	=	camiguinvleermuisparkiet
camiguinvleermuisparkietjes	=	camiguinvleermuisparkiet
camion	noun|informal	een wagen voor goederenvervoer
camionetje	=	camionette
camionetjes	=	camionette
camionette	noun	kleine vrachtwagen waarbij het gewicht van auto plus belading minder is dan 3500 kg
camionetten	=	camionette
camionettes	=	camionette
camioneur	noun	vrachtwagenchauffeur
camioneurs	=	camioneur
camionnetje	=	camion
camionnetjes	=	camion
camions	=	camion
camjo	noun	journalist die foto's en video's maakt
camjo's	=	camjo
cammobiel	noun	draagbare telefoon waarmee men ook foto's en video's kan maken
cammobiels	=	cammobiel
cammobieltje	=	cammobiel
cammobieltjes	=	cammobiel
camo	noun	afkorting uit het Engels continuing airworthiness management organisation
camo's	=	camo
camorra	noun	misdaadorganisatie die zich in de 19e eeuw ontwikkelde in Napels en omgeving
camouflage	noun	het camoufleren
camouflagebroek	noun	broek in camouflagekleur(en)
camouflagebroeken	=	camouflagebroek
camouflagebroekje	=	camouflagebroek
camouflagebroekjes	=	camouflagebroek
camouflagegroen	noun	kleur groen waarmee men zich in de natuur kan verbergen
camouflagekleding	noun	kleding met een specifiek patroon van kleuren en vlekken, ontworpen om de drager te laten opgaan in de omgeving, waardoor deze minder zichtbaar of onherkenbaar is.
camouflagekleur	noun	kleur die ervoor zorgt dat iets minder opvallend is
camouflagekleuren	=	camouflagekleur
camouflagekleurtje	=	camouflagekleur
camouflagekleurtjes	=	camouflagekleur
camouflagemotief	noun	tekening of schildering op een voorwerp dat dat voorwerp minder goed zichtbaar maakt in een natuurlijke omgeving
camouflagemotiefje	=	camouflagemotief
camouflagemotiefjes	=	camouflagemotief
camouflagemotieven	=	camouflagemotief
camouflagenet	noun	net dat zorgt dat iets minder goed zichtbaar is (voor de vijand)
camouflagenetten	=	camouflagenet
camouflagepak	noun	militair uniform dat ervoor dient om een militair minder goed zichtbaar te maken; kleding in schutkleur
camouflagepakje	=	camouflagepak
camouflagepakjes	=	camouflagepak
camouflagepakken	=	camouflagepak
camouflageprint	noun	een patroon op een stof die lijkt op die militairen gebruiken om minder goed zichtbaar te zijn in natuurlijke omgevingen
camouflageprints	=	camouflageprint
camouflages	=	camouflage
camouflagestift	noun	stift waarmee men ontsieringen kan wegwerken
camouflagestiften	=	camouflagestift
camouflageverf	noun	verf geschikt om een voorwerp te camoufleren
camouflageverfje	=	camouflageverf
camouflageverfjes	=	camouflageverf
camouflageverven	=	camouflageverf
camoufleer	=	camoufleren
camoufleerde	=	camoufleren
camoufleerden	=	camoufleren
camoufleeren	=	camoufleren
camoufleert	=	camoufleren
camouflere	=	camoufleren
camoufleren	verb	een voorwerp onopvallend maken
camouflerend	=	camoufleren
camouflerende	=	camoufleren
camp	adj	hip doordat het eigenlijk lelijk of ouderwets is
campagne	noun	een actie voor een bepaald doel, vaak als onderdeel van een verkiezingsstrijd
campagneadviseur	noun	iemand die adviezen geeft tijdens een verkiezingscampagne
campagneadviseurs	=	campagneadviseur
campagnebijdrage	noun	financiële steun aan een politieke partij of kandidaat om een verkiezingscampagne mee te voeren
campagnebijdragen	=	campagnebijdrage
campagnebijdrages	=	campagnebijdrage
campagnebudget	noun	geld dat men kan uitgeven voor een verkiezingscampagne
campagnebudgetje	=	campagnebudget
campagnebudgetjes	=	campagnebudget
campagnebudgets	=	campagnebudget
campagnebudgetten	=	campagnebudget
campagnebureau	noun	bedrijf dat marketingacties gericht op het promoten van een product, dienst of (politieke) partijen organiseert
campagnebureaus	=	campagnebureau
campagnebus	noun	een autobus die men gebruikt bij het voeren van een verkiezingsstrijd
campagnebusje	=	campagnebus
campagnebusjes	=	campagnebus
campagnebussen	=	campagnebus
campagnecoördinator	noun	iemand die een (politieke) actie organiseert
campagnecoördinatoren	=	campagnecoördinator
campagnecoördinators	=	campagnecoördinator
campagnedag	noun	een dag gedurende een verkiezingscampagne
campagnedagen	=	campagnedag
campagnedagje	=	campagnedag
campagnedagjes	=	campagnedag
campagnefilm	noun	reclamefilm waarin mensen aangespoord worden om op een bepaalde kandidaat of partij te stemmen
campagnefilmpje	=	campagnefilm
campagnefilmpjes	=	campagnefilm
campagnefilms	=	campagnefilm
campagnefinanciering	noun	de manier waarop men aan het geld voor een verkiezingscampagne komt
campagnefinancieringen	=	campagnefinanciering
campagnegevoerd	=	campagnevoeren
campagnekas	noun	geld dat men kan gebruiken voor een verkiezingsstrijd
campagnekassen	=	campagnekas
campagnekost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft tijdens een verkiezingsstrijd
campagnekosten	noun	geld dat men uitgeeft tijdens een verkiezingsstrijd
campagneleider	noun	iemand die leiding geeft aan een campagneteam van een actiegroep of politieke partij
campagneleiders	=	campagneleider
campagneleiding	noun	groep mensen die de leiding heeft over een verkiezingscampagne
campagneleidingen	=	campagneleiding
campagneleidinkje	=	campagneleiding
campagneleidinkjes	=	campagneleiding
campagnemanager	noun	persoon die een politieke campagne coördineert
campagnemanagers	=	campagnemanager
campagnemateriaal	noun	reclamemateriaal dat men gebruikt tijdens een verkiezingscampagne
campagnematerialen	=	campagnemateriaal
campagneorganisatie	noun	de organisatie die een verkiezingscampagne organiseert
campagneorganisaties	=	campagneorganisatie
campagneposter	noun	aanplakbiljet dat men gebruikt tijdens een verkiezingscampagne
campagneposters	=	campagneposter
campagnes	=	campagne
campagnespot	noun	kort filmpje dat mensen aanspoort op een bepaalde kandidaat of partij te stemmen
campagnespotje	=	campagnespot
campagnespotjes	=	campagnespot
campagnespots	=	campagnespot
campagnestrategie	noun	de manier waarop men een verkiezingscampagne voert
campagnestrategieën	=	campagnestrategie
campagneteam	noun	mensen die samen een verkiezingsstrijd voeren
campagneteams	=	campagneteam
campagnethema	noun	onderwerp of doel van een actie; onderwerp van een verkiezingsstrijd
campagnethema's	=	campagnethema
campagnethemata	=	campagnethema
campagnetijd	noun	de tijd dat politieke partijen hun verkiezingscampagne houden
campagnetijden	=	campagnetijd
campagnetje	=	campagne
campagnetjes	=	campagne
campagnetoespraak	noun	toespraak gehouden tijdens een verkiezingsstrijd
campagnetoespraken	=	campagnetoespraak
campagnevoerder	noun	iemand die mee doet aan een verkiezingsstrijd
campagnevoerders	=	campagnevoerder
campagnevoeren	verb	strijden om de gunst van de kiezer bij verkiezingen; het uit voeren van een verkiezingscampagne
campagnevoerend	=	campagnevoeren
campagnevoering	noun	het voeren van een verkiezingsstrijd
campagnevoeringen	=	campagnevoering
campagneweek	noun	week dat men aandacht voor een bepaald onderwerp probeert te krijgen
campagneweken	=	campagneweek
campanile	noun	klokkentoren
campaniles	=	campanile
campanologen	=	campanoloog
campanologie	noun	leer en kennis van de klokkenspelen
campanoloog	noun	houdt zich bezig met leer en kennis van de klokkenspelen
campanoloogje	=	campanoloog
campanoloogjes	=	campanoloog
campanula	noun	benaming voor planten uit de klokjesfamilie, Campanulaceae
campanula's	=	campanula
campanulaatje	=	campanula
campanulaatjes	=	campanula
campbellaalscholver	noun	Leucocarbo campbelli een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers).
campbellaalscholvers	=	campbellaalscholver
campbellaalscholvertje	=	campbellaalscholver
campbellaalscholvertjes	=	campbellaalscholver
campbellalbatros	noun	Thalassarche impavida een vogel uit de familie van de albatrossen (Diomedeidae).
campbellalbatrosje	=	campbellalbatros
campbellalbatrosjes	=	campbellalbatros
campbellalbatrossen	=	campbellalbatros
campbellmeerkat	noun	Cercopithecus campbelli een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
campbellmeerkatje	=	campbellmeerkat
campbellmeerkatjes	=	campbellmeerkat
campbellmeerkatten	=	campbellmeerkat
campbelltaling	noun	Anas nesiotis een eend uit de familie van de Anatidae.
campbelltalingen	=	campbelltaling
campbelltalinkje	=	campbelltaling
campbelltalinkjes	=	campbelltaling
camper	noun	een auto met een extra ruimte waarin men kan overnachten en/of leven
camperaar	noun	iemand die met een kampeerauto eropuit trekt
camperaars	=	camperaar
camperen	verb	op vakantie gaan met een kampeerauto
camperend	=	camperen
camperende	=	camperen
campers	=	camper
campertje	=	camper
campertjes	=	camper
campervereniging	noun	een belangenorganisatie of club speciaal voor camperbezitters en -liefhebbers.
camperverenigingen	=	campervereniging
camperverenigingetje	=	campervereniging
camperverenigingetjes	=	campervereniging
campervriendelijk	adj	speciaal ingericht, geschikt en uitnodigend voor bezoekers met een kampeerwagen
campervriendelijke	=	campervriendelijk
campervriendelijker	=	campervriendelijk
campervriendelijkere	=	campervriendelijk
campervriendelijkers	=	campervriendelijk
campervriendelijks	=	campervriendelijk
campervriendelijkst	=	campervriendelijk
campervriendelijkste	=	campervriendelijk
camperzaak	noun	bedrijf waar men een kampeerwagen kan kopen of huren
camperzaakje	=	camperzaak
camperzaakjes	=	camperzaak
camperzaken	=	camperzaak
campinalijster	noun	Turdus arthuri een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
campinalijsters	=	campinalijster
campinalijstertje	=	campinalijster
campinalijstertjes	=	campinalijster
camping	noun	een terrein met voorzieningen om te kamperen
campingbaas	noun	beheerder van een kampeerterrein; eigenaar van een kampeerterrein
campingbazen	=	campingbaas
campingbeheerder	noun	iemand die toezicht houdt op een kampeerplaats
campingbeheerders	=	campingbeheerder
campingeigenaar	noun	houder van een kampeerterrein
campingeigenaars	=	campingeigenaar
campingeigenaartje	=	campingeigenaar
campingeigenaartjes	=	campingeigenaar
campingeigenaren	=	campingeigenaar
campinggasstel	noun	kooktoestel dat werkt op gas uit een gasfles en dat men gebruikt tijdens het kamperen
campinggasstellen	=	campinggasstel
campinggasstelletje	=	campinggasstel
campinggasstelletjes	=	campinggasstel
campinggast	noun	kampeerder die op een camping verblijft
campinggasten	=	campinggast
campinggevoel	noun	kenmerkende emotionele gewaarwording die hoort bij het kamperen op een daarvoor ingericht terrein
campinggevoelens	=	campinggevoel
campinghouder	noun	eigenaar van een kampeerterrein
campinghouders	=	campinghouder
campingleven	noun	de manier van leven zoals men dat doet als men aan het kamperen is
campings	=	camping
campingsmoking	noun|humorous	joggingpak
campingsmokings	=	campingsmoking
campingstoel	noun	een eenvoudige, opklapbare stoel die men tijdens het kamperen gebruikt
campingstoelen	=	campingstoel
campingstoeltje	=	campingstoel
campingstoeltjes	=	campingstoel
campingtafel	noun	opklapbare tafel die gebruikt wordt tijdens het kamperen
campingtafels	=	campingtafel
campingtafeltje	=	campingtafel
campingtafeltjes	=	campingtafel
campingterrein	noun	afgebakend gebied waar bezoekers kunnen kamperen
campingterreinen	=	campingterrein
campingterreintje	=	campingterrein
campingterreintjes	=	campingterrein
campingvlucht	noun	goedkope vliegreis zonder reservering voor accommodatie in hotel of pension
campingvluchten	=	campingvlucht
campingwinkel	noun	een winkel op een kampeerterrein
campingwinkels	=	campingwinkel
campingwinkeltje	=	campingwinkel
campingwinkeltjes	=	campingwinkel
campingzender	noun	televisiezender met lichte amusementsprogramma's
campingzenders	=	campingzender
campingzendertje	=	campingzender
campingzendertjes	=	campingzender
campinkje	=	camping
campinkjes	=	camping
campionissimi	=	campionissimo
campionissimo	noun	de kampioen der kampioenen
campionissimo's	=	campionissimo
campoduif	noun	Uropelia campestris een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
campoduifje	=	campoduif
campoduifjes	=	campoduif
campoduiven	=	campoduif
campogors	noun	Coryphaspiza melanotis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
campogorsje	=	campogors
campogorsjes	=	campogors
campogorzen	=	campogors
campogrondspecht	noun	Colaptes campestris een vogel uit de familie Picidae (spechten).
campogrondspechten	=	campogrondspecht
campogrondspechtje	=	campogrondspecht
campogrondspechtjes	=	campogrondspecht
campoholengraver	noun	Geositta poeciloptera een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
campoholengravers	=	campoholengraver
campoholengravertje	=	campoholengraver
campoholengravertjes	=	campoholengraver
campomierklauwier	noun	Sakesphoroides cristatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
campomierklauwieren	=	campomierklauwier
campomierklauwiertje	=	campomierklauwier
campomierklauwiertjes	=	campomierklauwier
campospotlijster	noun	Mimus saturninus een vogelsoort uit de familie mimidae die vooral voorkomt in Brazilië, maar ook Bolivia, Uruguay, Paraguay, Argentinië en Suriname.
campospotlijsters	=	campospotlijster
campospotlijstertje	=	campospotlijster
campospotlijstertjes	=	campospotlijster
camptoir	=	kantoor
campus	noun	universiteitsterrein met woningen voor studenten en docenten
campuscontract	noun	huurcontract dat alleen maar geldig is voor mensen die studeren aan een hogeschool of universiteit
campuscontracten	=	campuscontract
campusje	=	campus
campusjes	=	campus
campussen	=	campus
campusuniversiteit	noun	instelling waar studenten kunnen wonen en studeren
campusuniversiteiten	=	campusuniversiteit
campy	adj	op een banale wijze in de mode
campylobacter	noun	Campylobacter een geslacht van gram-negatieve bacteriën dat behoort tot de veroorzakers van de meest voorkomende zoönosen
campylobacters	=	campylobacter
campêchehout	noun	Hout oorspronkelijk afkomstig van de stad Campeche gelegen aan de westkust van Yucatán waarvan het kernhout donker lila van kleur is
canaaniet	=	kanaäniet
canaanijt	=	kanaäniet
canada	noun	Populus × canadensis verkorting voor canadapopulier
canada's	=	canada
canadabalsem	noun	Abies balsamea de vloeibare hars van de balsemzilverspar, een Canadese naaldboom
canadabalsempje	=	canadabalsem
canadabalsempjes	=	canadabalsem
canadabalsems	=	canadabalsem
canadagans	noun	Branta canadensis een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
canadagansje	=	canadagans
canadagansjes	=	canadagans
canadaganzen	=	canadagans
canadapopulier	noun	Populus × canadensis een populierensoort uit de sectie Aegiros (zwarte populieren).
canadapopulieren	=	canadapopulier
canadapopuliertje	=	canadapopulier
canadapopuliertjes	=	canadapopulier
canadathee	noun	thee getrokken van de groene bladeren en twijgen van de Gaultheria procumbens, een kleine heester die inheems is in Canada
canadathees	=	canadathee
canadatheetje	=	canadathee
canadatheetjes	=	canadathee
canadatheeën	=	canadathee
canadees	noun	open toerkano, Canadese kano
canadeesje	=	canadees
canadeest	=	canadees
canadeeste	=	canadees
canadese	noun	een vrouwelijke inwoner van Canada, of een vrouw afkomstig uit Canada
canadesen	=	canadese
canadeser	=	canadees
canadesere	=	canadees
canadesers	=	canadees
canadezen	=	canadees
canaille	noun	slecht volk
canailles	=	canaille
canapeetje	=	canapé
canapeetjes	=	canapé
canapé	noun	bank om op te zitten of te liggen en alle standen daartussenin
canapépolitiek	noun	politiek van heimelijk overleg, tête-à-tête, met veel loven en bieden
canapés	=	canapé
canard	noun	bewust vervalst nieuwsbericht; valse hype
canardje	=	canard
canards	=	canard
canarisch	adj	van of met betrekking tot de Canarische Eilanden
canarische	noun	een vrouwelijke inwoner van Canarische Eilanden, of een vrouw afkomstig uit Canarische Eilanden
canarischen	=	canarische
canarischer	=	canarisch
canarischere	=	canarisch
canarischers	=	canarisch
canariër	noun	een inwoner van de Canarische Eilanden, of iemand afkomstig van de Canarische Eilanden
canariërs	=	canariër
canariërtje	=	canariër
canariërtjes	=	canariër
canasta	noun	uit Argentinië afkomstig kaartspel, gespeeld met twee spellen kaarten inclusief jokers (2 keer 52 kaarten en 2 keer 2 jokers, dus 108 kaarten)
canasta's	=	canasta
canastero	noun	een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
canastero's	noun	een gewezen monotypisch geslacht Siptornopsis van zangvogels uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
canasterootje	=	canastero
canasterootjes	=	canastero
canaäniet	=	kanaäniet
cancan	noun	beroemde 19e-eeuwse revuedans uit Frankrijk, vooral bekend van de Parijse Moulin Rouge
cancans	=	cancan
cancel	=	cancelen
cancelculturen	=	cancelcultuur
cancelcultuur	noun	maatschappelijke tendens waarbij men personen en organisaties boycot en uitsluit die onwenselijk gedrag hebben vertoond.
cancelde	=	cancelen
cancelden	=	cancelen
cancele	=	cancelen
cancelen	verb	afgelasten, afzeggen
cancelend	=	cancelen
cancelende	=	cancelen
cancelt	=	cancelen
cancerologen	=	canceroloog
cancerologie	noun	een medisch specialisme dat zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
canceroloog	noun	medisch specialist die zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
canceroloogje	=	canceroloog
canceroloogjes	=	canceroloog
candela	noun	SI-basiseenheid voor lichtsterkte, weergegeven met symbool cd
candela's	=	candela
candida	noun	schimmelinfectie in mond, huidplooien of geslachtsorganen, zoals die vaak wordt veroorzaakt door Candida albicans
candidaat	=	kandidaat
candidaatschap	=	kandidaatschap
candidatuur	=	kandidatuur
candide	adj	oprecht, zuiver
candider	=	candide
candidere	=	candide
candideren	=	kandideren
candiders	=	candide
candides	=	candide
candidiasis	noun	schimmelziekte van huid en slijmvliezen
candiedst	=	candide
candiedste	=	candide
candlelight	noun	kaarslicht
candlelights	=	candlelight
candybar	noun	gevulde chocolade reep
candybars	=	candybar
canella	noun	een geslacht Canella uit de familie Canellaceae.
canella's	=	canella
canistel	noun	Pouteria campechiana een plant uit de familie Sapotaceae.
canistels	=	canistel
canivoren	=	carnivoor
canna	noun	een geslacht Canna van eenzaadlobbige planten.
canna's	=	canna
cannabis	noun	drug met als werkzame stof tetrahydrocannabinol (THC)
cannabisbehandeling	noun	het gebruik van cannabis als medicijn om symptomen van ernstige aandoeningen te verlichten.
cannabisbehandelingen	=	cannabisbehandeling
cannabisbehandelingetje	=	cannabisbehandeling
cannabisbehandelingetjes	=	cannabisbehandeling
cannabisbeleid	noun	politiek beleid m.b.t. de strafbaarheid of legalisering van het gebruik en bezit van en de handel in hennepproducten die THC bevatten
cannabisgebruik	noun	het gebruiken van hennep producten als roesmiddel
cannabisgebruiker	noun	persoon die wiet consumeert
cannabisgebruikers	=	cannabisgebruiker
cannabisolie	noun	olie met tetrahydrocannabinol (THC) als werkzame stof
cannabispil	noun	pil met medicinale cannabis
cannabispillen	=	cannabispil
cannabispilletje	=	cannabispil
cannabispilletjes	=	cannabispil
cannabist	noun	iemand die cannabis (hasj of weed) gebruikt
cannabisteelt	noun	de aanbouw van cannabis
cannabisteelten	=	cannabisteelt
cannabisten	=	cannabist
cannabisthee	noun	kruidenthee die getrokken wordt van de bloesem en/of bladeren van cannabis
cannabisthees	=	cannabisthee
cannabistheeën	=	cannabisthee
cannachopper	noun	onbemande minihelikopter die gebruikt wordt om hennepkwekerijen op te sporten
cannachoppers	=	cannachopper
canneleer	=	canneleren
canneleerde	=	canneleren
canneleerden	=	canneleren
canneleert	=	canneleren
cannelere	=	canneleren
canneleren	verb	van groeven voorzien
cannelerend	=	canneleren
cannelerende	=	canneleren
cannelloni	noun	soort pasta, die bestaat uit grote dikke staafjespasta gemaakt uit durumtarwe
cannelloni's	=	cannelloni
cannelure	noun	elk van de (verticale) groeven op zuilen, pilasters, gevels en meubilair
cannelures	=	cannelure
canneluretje	=	cannelure
canneluretjes	=	cannelure
canofobie	noun	angst voor honden
canolaolie	noun	een plantaardige olie die gewonnen wordt uit de zaden van koolzaad (Brassica napus).
canolaoliën	=	canolaolie
canon	noun	de strengste vorm van een meerstemmige compositie, waarin de stemmen elkaar in de tijd verschoven imiteren
canonicaat	noun	de waardigheid en taken van een kanunnik
canonicaatje	=	canonicaat
canonicaatjes	=	canonicaat
canonicaten	=	canonicaat
canoniek	adj	standaard deel uitmakend van of overeenstemmend met een bepaalde canon
canonieke	=	canoniek
canonieker	=	canoniek
canoniekere	=	canoniek
canoniekers	=	canoniek
canonieks	=	canoniek
canoniekst	=	canoniek
canoniekste	=	canoniek
canonisatie	noun	een heiligverklaring
canonisaties	=	canonisatie
canonisatietje	=	canonisatie
canonisatietjes	=	canonisatie
canoniseer	=	canoniseren
canoniseerde	=	canoniseren
canoniseerden	=	canoniseren
canoniseert	=	canoniseren
canonisere	=	canoniseren
canoniseren	verb	tot canon maken
canoniserend	=	canoniseren
canoniserende	=	canoniseren
canonisering	noun	het tot een canon maken
canoniseringen	=	canonisering
canonnetje	=	canon
canons	=	canon
canope	noun	Oudegyptische urn met een deksel in de vorm van een kop van mens of dier
canopen	=	canope
canopetje	=	canope
canopetjes	=	canope
cant	noun	jargon, dieventaal
cantaber	noun	een inwoner van Cantabrië, of iemand afkomstig uit Cantabrië
cantabers	=	cantaber
cantabile	noun	zangerige stijl of passage van zowel vocale als niet-vocale muziekstukken	adv	zangerig uit te voeren
cantabile's	=	cantabile
cantabiles	=	cantabile
cantabrisch	adj	op Cantabrië betrekking hebbend
cantabrische	noun	een vrouwelijke inwoner van Cantabrië, of een vrouw afkomstig uit Cantabrië
cantabrischen	=	cantabrische
cantabriër	noun	een inwoner van Cantabrië, of iemand afkomstig uit Cantabrië
cantabriërs	=	cantabriër
cantaloupe	noun	variëteit Cucumis melo var. cantalupensis van de meloenplant Cucumis melo
cantaloupes	=	cantaloupe
cantate	noun	een muzikale compositie voor een of meer zangers, begeleid door instrumenten
cantaten	=	cantate
cantates	=	cantate
cantatetje	=	cantate
cantatetjes	=	cantate
cantatrice	noun	vrouwelijke vorm van cantor
cantatrices	=	cantatrice
cantatricetje	=	cantatrice
cantatricetjes	=	cantatrice
cantharel	noun	bepaald soort eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak, Cantharellus cibarius
cantharelle	=	cantharel
cantharellen	=	cantharel
cantharellensaus	noun	dikke vloeibare substantie gemaakt van pittige, eetbare paddenstoelen
cantharellensausen	=	cantharellensaus
cantharellensausje	=	cantharellensaus
cantharellensausjes	=	cantharellensaus
cantharellensauzen	=	cantharellensaus
cantharelletje	=	cantharel
cantharelletjes	=	cantharel
cantharide	noun	Lytta vesicatoria een kever uit de familie oliekevers (Meloidae), ook wel blaarkevers genoemd vanwege de blaartrekkende, irriterende stoffen die ze uitscheiden bij gevaar
canthariden	=	cantharide
cantharides	=	cantharide
cantilene	noun	zangerige melodie, kerkgezang
cantilenen	=	cantilene
cantilenes	=	cantilene
cantille	noun	spiraalvorming opgewonden goud- of zilverdraad
cantilles	=	cantille
cantine	=	kantine
canto	noun	tekst die met ritme en melodie ten gehore wordt gebracht, vaak met muzikale begeleiding
canto's	=	canto
cantoir	=	kantoor
cantoor	=	kantoor
cantor	noun	voorzanger, leider van de zang in kerken
cantorij	noun	kerkkoor dat bestaat uit leden van de gemeente
cantorijen	=	cantorij
cantors	=	cantor
cantus	noun	Traditionele studentenactiviteit waarop liedjes worden gezongen en meestal veel bier wordt gedronken
cantussen	=	cantus
canule	noun	buisje
canules	=	canule
canvas	noun	sterk linnen weefsel o.a. gebruikt om op te schilderen
canvassen	=	canvas
canvastas	noun	een stevige tas gemaakt van canvas
canvastasje	=	canvastas
canvastasjes	=	canvastas
canvastassen	=	canvastas
canyon	noun	dal tussen steile rotsen
canyoncanastero	noun	Asthenes pudibunda een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
canyoncanastero's	=	canyoncanastero
canyoncanasterootje	=	canyoncanastero
canyoncanasterootjes	=	canyoncanastero
canyoning	noun	de loop van een rivier volgen door een kloof
canyons	=	canyon
canzone	noun	melodieus, levenslied in Italiaanse stijl
canzone's	=	canzone
canzonen	=	canzone
canzones	=	canzone
canzonetta	noun	instrumentaal deel van een muziekstuk dat lijkt op een lied
canzonetta's	=	canzonetta
cao	noun	afspraken gemaakt tussen werkgevers en vakbonden over beloning en werkomstandigheden voor alle werknemers in een bedrijf of bedrijfstak gedurende een bepaalde periode
cao's	=	cao
cao'tje	=	cao
cao'tjes	=	cao
cao-aanbod	noun	voorstel van een van de cao-partijen (werkgevers of werknemersorganisaties) dat dient als basis voor de onderhandelingen om tot een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) te komen
cao-bespreking	noun	een formeel overleg tussen werkgevers(organisaties) en werknemersorganisaties (vakbonden) over de arbeidsvoorwaarden.
cao-besprekingen	=	cao-bespreking
cao-besprekinkje	=	cao-bespreking
cao-besprekinkjes	=	cao-bespreking
cao-lonen	=	cao-loon
cao-loon	noun	loon zoals afgesproken in een cao
cao-loonstijging	noun	een structurele verhoging van het salaris die is vastgelegd in een Collectieve Arbeidsovereenkomst (cao).
cao-loonstijgingen	=	cao-loonstijging
cao-loonstijginkje	=	cao-loonstijging
cao-loonstijginkjes	=	cao-loonstijging
caodisme	noun	een Vietnamese religieuze beweging
caoutchouc	noun	rubber	adj	rubberen
cap	noun	hoofddeksel (zoals een pet, muts e.d.) van materiaal dat de ronding van de schedel volgt met een klep boven de ogen
capabel	adj	iemand die in staat is zijn functie naar behoren uit te voeren
capabele	=	capabel
capabeler	=	capabel
capabelere	=	capabel
capabelers	=	capabel
capabels	=	capabel
capabelst	=	capabel
capabelste	=	capabel
capabiliteit	noun	bekwaamheid, vermogen, begaafdheid, competentie
capabiliteiten	=	capabiliteit
capacitantie	noun	de impedantie van een condensator, een imaginair getal ter grootte van -1/ωC, waar ω de hoekfrequentie is en C de capaciteit
capacitanties	=	capacitantie
capacitantietje	=	capacitantie
capacitantietjes	=	capacitantie
capaciteit	noun	mogelijkheid om iets te bevatten, hoeveelheid ruimte die voor een bepaald doel gevuld kan worden
capaciteiten	=	capaciteit
capaciteitje	=	capaciteit
capaciteitjes	=	capaciteit
capaciteitsbenutting	noun	de mate waarin men de kwantitatieve mogelijkheden van een voorziening compleet benut
capaciteitsbenuttingen	=	capaciteitsbenutting
capaciteitsgebrek	noun	het hebben van onvoldoende beschikbare mogelijkheden om aan een behoefte te voldoen
capaciteitsgebreken	=	capaciteitsgebrek
capaciteitsgebrekje	=	capaciteitsgebrek
capaciteitsgebrekjes	=	capaciteitsgebrek
capaciteitsmanagement	noun	de organisatie van het hebben van voldoende aanbod van producten of diensten
capaciteitsplanning	noun	het plannen van de hoeveelheid diensten en producten die men kan leveren
capaciteitsprobleem	noun	moeilijkheid met de hoeveelheid die geleverd of verwerkt kan worden
capaciteitsprobleempje	=	capaciteitsprobleem
capaciteitsprobleempjes	=	capaciteitsprobleem
capaciteitsproblemen	=	capaciteitsprobleem
capaciteitstekort	noun	te weinig inhoud hebbend
capaciteitstekorten	=	capaciteitstekort
capaciteitsuitbreiding	noun	vergroting van de hoeveelheid diensten en producten die men kan leveren
capaciteitsuitbreidingen	=	capaciteitsuitbreiding
capaciteitsuitbreidinkje	=	capaciteitsuitbreiding
capaciteitsuitbreidinkjes	=	capaciteitsuitbreiding
capaciteitsvergroting	noun	verhoging van wat een bepaalde voorziening aankan
capaciteitsvergrotingen	=	capaciteitsvergroting
capacitief	adj	werkend op het principe van een condensator
capacitiefs	=	capacitief
capacitiefst	=	capacitief
capacitiefste	=	capacitief
capacitieve	=	capacitief
capacitiever	=	capacitief
capacitievere	=	capacitief
capacitievers	=	capacitief
cape	noun	wijde jas zonder mouwen die over de schouder gedragen wordt
cape-yorkfluiter	noun	Drymodes superciliaris een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
cape-yorkfluiters	=	cape-yorkfluiter
cape-yorkfluitertje	=	cape-yorkfluiter
cape-yorkfluitertjes	=	cape-yorkfluiter
cape-yorkhoningeter	noun	Trichodere cockerelli een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
cape-yorkhoningeters	=	cape-yorkhoningeter
cape-yorkhoningetertje	=	cape-yorkhoningeter
cape-yorkhoningetertjes	=	cape-yorkhoningeter
cape-yorklederkop	noun	Philemon yorki een zangvogel uit de familie van de honingeters.
cape-yorklederkopje	=	cape-yorklederkop
cape-yorklederkopjes	=	cape-yorklederkop
cape-yorklederkoppen	=	cape-yorklederkop
cape-yorkvechtkwartel	noun	Turnix olivii een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
cape-yorkvechtkwartels	=	cape-yorkvechtkwartel
cape-yorkvechtkwarteltje	=	cape-yorkvechtkwartel
cape-yorkvechtkwarteltjes	=	cape-yorkvechtkwartel
capeje	=	cape
capejes	=	cape
capellini	noun	heel dunne, fijne spaghetti
capellini's	=	capellini
capes	=	cape
capibara	noun	Hydrochoerus hydrochaeris een knaagdier uit de familie Caviidae.
capibara's	=	capibara
capibaraatje	=	capibara
capibaraatjes	=	capibara
capillair	noun	dun buisje; een haarvat, bijv. het kleinste vat van de bloedsomloop	adj	De dikte van een haar of haarvat hebbend of daaruit bestaand
capillairder	=	capillair
capillairdere	=	capillair
capillairders	=	capillair
capillaire	=	capillair
capillairen	=	capillair
capillairs	=	capillair
capillairst	=	capillair
capillairste	=	capillair
capillairtje	=	capillair
capillairtjes	=	capillair
capillariteit	noun	de mate waarmee het vloeistofvlak in een dun buisje door de oppervlaktespanning verhoogd of verlaagd wordt
capillariteiten	=	capillariteit
capita	=	caput
capitalisme	=	kapitalisme
capitonnage	noun	opvulling
capitonnages	=	capitonnage
capitonnagetje	=	capitonnage
capitonnagetjes	=	capitonnage
capitonneer	=	capitonneren
capitonneerde	=	capitonneren
capitonneerden	=	capitonneren
capitonneert	=	capitonneren
capitonnere	=	capitonneren
capitonneren	verb	meubels of wanden bekleden met een verende laag
capitonnerend	=	capitonneren
capitonnerende	=	capitonneren
capitulant	noun	onderhandelaar over een capitulatie
capitulanten	=	capitulant
capitularium	noun	de gezamenlijke wetten van de Frankische koningen {1769}
capitulariumpje	=	capitularium
capitulariumpjes	=	capitularium
capitulariums	=	capitularium
capitulatie	noun	internationaalrechtelijke verklaring dat een partij de strijd tijdens een oorlog opgeeft
capitulaties	=	capitulatie
capitulatiën	=	capitulatie
capituleer	=	capituleren
capituleerde	=	capituleren
capituleerden	=	capituleren
capituleert	=	capituleren
capitulere	=	capituleren
capituleren	verb	het verzet staken, zich overgeven
capitulerend	=	capituleren
capitulerende	=	capituleren
capje	=	cap
capjes	=	cap
capnofiel	adj	gedijend in CO₂-rijke omgevingen
capnofiele	=	capnofiel
capnofieler	=	capnofiel
capnofielere	=	capnofiel
capnofielers	=	capnofiel
capnofiels	=	capnofiel
capnofielst	=	capnofiel
capnofielste	=	capnofiel
capnograaf	noun	meetapparaat voor de koolstofdioxideconcentratie (CO₂) in door personen uitgeademde lucht
capnografen	=	capnograaf
capo	noun	hoofd van een maffiaclan
capo's	=	capo
capodastro	noun	een klem die gebruikt wordt om bij snaarinstrumenten met fretten (metalen richel op de hals van een snaarinstrument) alle snaren een aantal halve tonen hoger te laten klinken
capodastro's	=	capodastro
capoeira	noun	een dans- en vechtsport afkomstig uit Brazilië
capoeirista	noun	beoefenaar van capoeira
capoeirista's	=	capoeirista
capoeiristaatje	=	capoeirista
capoeiristaatjes	=	capoeirista
capootje	=	capo
capootjes	=	capo
capot	=	kapot
cappu	=	cappuccino
cappuccino	noun	kopje koffie dat uit gelijke delen espresso, melk en melkschuim bestaat; espresso waaraan men melkschuim toevoegt
cappuccino's	=	cappuccino
cappuccinoloopbaan	noun	loopbaan die door de werknemer zelf kan worden ingevuld door verschillende voorzieningen die door de overheid en/of de werkgever ter beschikking worden gesteld
cappuccinoloopbanen	=	cappuccinoloopbaan
cappuccinootje	=	cappuccino
cappuccinootjes	=	cappuccino
capraat	noun	een ester of zout afgeleid van caprinezuur
capraten	=	capraat
caprese	adj	met tomaat en mozzarella (en basilicum)
capriblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5019 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5019 ( ).
capriblauwe	=	capriblauw
capriblauws	=	capriblauw
capribroek	noun	halflange broek die tot net onder de knieën reikt
capribroeken	=	capribroek
capriccio	noun	een muziekstuk dat meestal vrij is van vorm en een levendig karakter heeft
capriccio's	=	capriccio
caprice	noun	stuk met verrassende wendingen
caprices	=	caprice
capricieus	adj	vol grillen, grillig
capricieust	=	capricieus
capricieuste	=	capricieus
capricieuze	=	capricieus
capricieuzer	=	capricieus
capricieuzere	=	capricieus
capricieuzers	=	capricieus
caprifolie	=	kamperfoelie
caprilinezuur	noun	een verzadigd carbonzuur met de formule CH₃(CH₂)₆COOH
caprine	noun	naar zweet riekend zuur, caprinezuur
caprinetje	=	caprine
caprinetjes	=	caprine
caprinezuur	noun	een verzadigd carbonzuur met de formule CH₃(CH₂)₈COOH
capriolen	=	capriool
capriool	noun	paardensprong waarbij tijdens het zweefmoment de achterbenen fel achteruit slaan, aanvankelijk ter verdediging tegen belagers (soldaten, wolven)
capriooltje	=	capriool
capriooltjes	=	capriool
caprolactam	noun	grondstof voor nylon en plastic
capronaat	noun	een ester of zout afgeleid van carponzuur
capronaten	=	capronaat
capronzuur	noun	een verzadigd carbonzuur met de formule CH₃(CH₂)₄COOH
caprylaat	noun	een ester of zout afgeleid van caprilinezuur
caprylaten	=	caprylaat
caps	=	cap
capsaïcine	noun	stof die in pepers voorkomt en een heet gevoel op de tong veroorzaakt
capsaïcinen	=	capsaïcine
capsaïcines	=	capsaïcine
capslock	noun	het vergrendelen van de kapitalen.
capslocks	=	capslock
capslocktoets	noun	de toets wiens activeren de capslock veroorzaakt
capslocktoetsen	=	capslocktoets
capsulair	adj	een 'capsula' of kapsel (omhullend weefsel of vlies) betreffend of daarmee verband houdend
capsulairder	=	capsulair
capsulairdere	=	capsulair
capsulairders	=	capsulair
capsulaire	=	capsulair
capsulairs	=	capsulair
capsulairst	=	capsulair
capsulairste	=	capsulair
capsule	noun	omhulsel bij de opening (de mond) en hals van een fles
capsulecollectie	noun	kleine verzameling kledingstukken en accessoires die men onderling goed kan combineren
capsulecollecties	=	capsulecollectie
capsulehotel	noun	een uniek type accommodatie, oorspronkelijk uit Japan, dat extreem kleine, modulaire slaapruimtes (capsules) aanbiedt in plaats van traditionele hotelkamers
capsulehotelletje	=	capsulehotel
capsulehotelletjes	=	capsulehotel
capsulehotels	=	capsulehotel
capsules	=	capsule
capsuletje	=	capsule
capsuletjes	=	capsule
captain	noun	een aanvoerder van een sportploeg
captains	=	captain
captaintje	=	captain
captaintjes	=	captain
captatie	noun	het aftappen van water uit een waterloop
captaties	=	captatie
captatietje	=	captatie
captatieverbod	noun	het verbod om water op te pompen om bijvoorbeeld velden en tuinen te beregenen
captatieverboden	=	captatieverbod
captcha	noun	een test waarbij een mens taakjes moet uitvoeren die lastig zijn te automatiseren zoals het overtypen van vervormde letters van een plaatje of het selecteren van afbeeldingen die bepaalde voorwerpen bevatten teneinde aan te tonen dat de mens geen computerprogramma is
captcha's	=	captcha
captchas	=	captcha
capteer	=	capteren
capteerde	=	capteren
capteerden	=	capteren
capteert	=	capteren
captere	=	capteren
capteren	verb	opvangen van signalen, zenders, stroom enz
capterend	=	capteren
capterende	=	capteren
captie	noun	tegenstribbeling
capties	=	captie
caption	noun	het onderschrift of bijschrift van een foto of video
captions	=	caption
captive	noun	een speciaal soort verzekeringsmaatschappij of tussenpersoon, soms als onderdeel van een industrieel- of handelsconcern
captives	=	captive
capuchon	noun	hoofdkap bevestigd aan een kledingstuk
capuchonnetje	=	capuchon
capuchonnetjes	=	capuchon
capuchons	=	capuchon
capuchonshirt	noun	een shirt die voorzien is van een capuchon
capuchonshirtje	=	capuchonshirt
capuchonshirtjes	=	capuchonshirt
capuchonshirts	=	capuchonshirt
capuchonsweater	noun	sportieve katoenen trui met hoofdkap
capuchonsweaters	=	capuchonsweater
capuchonsweatertje	=	capuchonsweater
capuchonsweatertjes	=	capuchonsweater
capuchontrui	noun	een trui die voorzien is van een capuchon
capuchontruien	=	capuchontrui
capuchontruitje	=	capuchontrui
capuchontruitjes	=	capuchontrui
capuchonvogel	noun	Perissocephalus tricolor een grote zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
capuchonvogels	=	capuchonvogel
capuchonvogeltje	=	capuchonvogel
capuchonvogeltjes	=	capuchonvogel
capuchonwidavink	noun	Euplectes laticauda een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers).
capuchonwidavinken	=	capuchonwidavink
capuchonwidavinkje	=	capuchonwidavink
capuchonwidavinkjes	=	capuchonwidavink
capuerie	=	kapoeweri
caput	noun	hoofdstuk
caquelon	noun	pan van aardewerk die veel wordt gebruikt voor kaasfondue
caquelonnetje	=	caquelon
caquelonnetjes	=	caquelon
caquelons	=	caquelon
caquelontje	=	caquelon
caquelontjes	=	caquelon
caquetadikbekje	noun	bepaald soort vogel, Sporophila americana murallae uit de familie Thraupidae (tangaren), in 1915 als ondersoort van het bont dikbekje geldig beschreven maar later beschouwd als aparte soort, hoewel de South American Classification Committee van de American Ornithological Society het weer als ondersoort beschouwt
caquetadikbekjes	=	caquetadikbekje
cara	noun	verzamelnaam voor astma, chronische bronchitis en longemfyseem
carabayabaardvogel	noun	Eubucco tucinkae een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
carabayabaardvogels	=	carabayabaardvogel
carabayabaardvogeltje	=	carabayabaardvogel
carabayabaardvogeltjes	=	carabayabaardvogel
carabinieri	noun	Italiaanse gendarmes
caracal	noun	bepaald soort zoogdier, Caracal caracal, een slanke, middelgrote, niet gevlekte kat van 6–22 kg met een korte staart en lange oorpluimen Het dier leeft afhankelijk van het leefgebied van verschillende prooisoorten, voornamelijk knaagdieren en vogels en komt voor in heel Afrika, het Arabische schiereiland, het Midden-Oosten, centraal en zuidwest-Azië tot in India.
caracalletje	=	caracal
caracalletjes	=	caracal
caracals	=	caracal
caracara	noun	een geslacht Caracara van vogels uit de familie caracara's en valken (Falconidae)
caracara's	noun	een groep valkachtigen die voorkomen op het Amerikaanse continent
caracaraatje	=	caracara
caracaraatjes	=	caracara
caracasstruikgors	noun	Arremon phaeopleurus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
caracasstruikgorsje	=	caracasstruikgors
caracasstruikgorsjes	=	caracasstruikgors
caracasstruikgorzen	=	caracasstruikgors
caracastapaculo	noun	Scytalopus caracae een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
caracastapaculo's	=	caracastapaculo
caracastapaculootje	=	caracastapaculo
caracastapaculootjes	=	caracastapaculo
caraceen	noun	een inwoner van Caracas, of iemand afkomstig uit Caracas
caraceens	adj	op Caracas betrekking hebbend
caraceense	noun	een vrouwelijke inwoner van Caracas, of een vrouw afkomstig uit Caracas
caraceensen	=	caraceense
caracenen	=	caraceen
caracole	noun	Helix pomatia wijngaardslak
caracoles	=	caracole
caraf	=	karaf
caraffe	=	karaf
caramba	intj	ter uitdrukking van (gespeelde) verbazing
carambola	noun	Averrhoa carambola een plant uit de klaverzuringfamilie (Oxalidaceae)
carambola's	=	carambola
carambole	noun	een beoogde botsing van twee biljartballen
caramboleer	=	caramboleren
caramboleerde	=	caramboleren
caramboleerden	=	caramboleren
caramboleert	=	caramboleren
carambolere	=	caramboleren
caramboleren	verb	een carambole maken bij het biljarten
carambolerend	=	caramboleren
carambolerende	=	caramboleren
caramboles	=	carambole
caramel	=	karamel
carameliseren	=	karamelliseren
caramelliseren	=	karamelliseren
carapaces	=	carapax
carapatiënt	noun	patiënt lijdend aan cara
carapatiënten	=	carapatiënt
carapatiëntje	=	carapatiënt
carapatiëntjes	=	carapatiënt
carapax	noun	een schild dat voorkomt bij o.a. kreeftachtigen, spinnen en schildpadden
caravan	noun	kampeerwagen, woonwagen, aanhangwagen die kan dienen als woonst
caravanbezitter	noun	persoon die de eigenaar is van een niet gemotoriseerde kampeerwagen
caravanbezitters	=	caravanbezitter
caravanbrand	noun	brand van of in een caravan
caravanbranden	=	caravanbrand
caravanbrandje	=	caravanbrand
caravanbrandjes	=	caravanbrand
caravannetje	=	caravan
caravannetjes	=	caravan
caravans	=	caravan
caravanstalling	noun	een opslagplaats voor recreatieobjecten die niet langdurig vrij op de openbare weg geplaatst mogen worden.
caravanstallingen	=	caravanstalling
caravanterrein	noun	kampeerterrein voor caravans
caravanterreinen	=	caravanterrein
caravanterreintje	=	caravanterrein
caravanterreintjes	=	caravanterrein
caraïben	=	caraïeb
caraïbisch	noun	taal van de bewoners van de Caraïben	adj	behorend tot de Caraïben (de Caraïbische eilanden)
caraïbische	noun	een vrouwelijke inwoner van Caraïben, of een vrouw afkomstig uit Caraïben
caraïbischen	=	caraïbische
caraïbischer	=	caraïbisch
caraïbischere	=	caraïbisch
caraïbischers	=	caraïbisch
caraïbischt	=	caraïbisch
caraïbischte	=	caraïbisch
caraïbistiek	noun	de studie van de Caraïben
caraïeb	noun	een inwoner van de Cariben (ook de Caraïben), of iemand afkomstig uit de Cariben
carbamazepine	noun	een anti-epilepticum
carbamazepinen	=	carbamazepine
carbamazepines	=	carbamazepine
carbats	=	karbats
carbeen	noun	een kort-levend en zeer reactief organisch molecuul met een divalent koolstof met maar 6 valentie elektronen.
carbeendertje	=	carbeen
carbeendertjes	=	carbeen
carbenen	=	carbeen
carbid	noun	verkorting van calciumcarbid, CaC₂
carbidbom	noun	een ontploffing bij het carbidschieten door verkeerd gebruik van de materialen
carbidbommen	=	carbidbom
carbide	noun	benaming voor enkele verbindingen van koolstof met silicium of metaal
carbiden	=	carbide
carbides	=	carbide
carbidexplosie	noun	een ontploffing bij het carbidschieten door verkeerd gebruik van de materialen
carbidexplosies	=	carbidexplosie
carbidgas	noun	acetyleen, een gas dat o.a. verkregen kan worden uit carbid en water (CaC₂ + 2H₂O --> C₂H₂ + Ca(OH)₂ ); bij verbranding geeft het fel licht en een hoge vlamtemperatuur
carbidgasje	=	carbidgas
carbidgasjes	=	carbidgas
carbidgassen	=	carbidgas
carbidlamp	noun	een gaslantaarn op carbidgas (acetyleen)
carbidlampen	=	carbidlamp
carbidlampje	=	carbidlamp
carbidlampjes	=	carbidlamp
carbidschiet	=	carbidschieten
carbidschieten	verb	laten ontploffen van vochtig gemaakt calciumcarbide
carbidschietend	=	carbidschieten
carbidschietende	=	carbidschieten
carbidschutter	noun	iemand die carbidschiet, een oude traditie waarbij met carbid en water een gas (ethyn) wordt gevormd in een afgesloten ruimte, zoals een melkbus, waarna dit gas wordt ontstoken om een luide knal te veroorzaken
carbidschutters	=	carbidschutter
carbidschuttertje	=	carbidschutter
carbidschuttertjes	=	carbidschutter
carbol	noun	een ontsmettingsmiddel
carbolineum	noun	steenkoolproduct dat men gebruikt om hout te beschermen tegen weersinvloeden, het mag niet meer gebruikt worden i.v.m. de kankerverwekkende eigenschappen
carbolineums	=	carbolineum
carbolzeep	noun	een zeep die fenol (oude naam carbolzuur) bevat en vroeger werd gebruikt als een mild ontsmettingsmiddel tegen bacteriën en huidziekten
carbolzeepje	=	carbolzeep
carbolzeepjes	=	carbolzeep
carbolzepen	=	carbolzeep
carbolzuren	=	carbolzuur
carbolzuur	noun	oude naam voor fenol
carbolzuurtje	=	carbolzuur
carbolzuurtjes	=	carbolzuur
carbon	noun	carbonpapier
carbonaat	noun	een anion van koolstof en zuurstof, met als brutoformule CO₃²⁻. Een carbonaat is een zout of ester van diwaterstofcarbonaat (koolzuur)
carbonaatsteen	noun	hard materiaal in de bodem, bestaand uit verbindingen met CO₃²⁻-ionen met calcium en vaak ook magnesium en ijzer
carbonaatsteentje	=	carbonaatsteen
carbonaatsteentjes	=	carbonaatsteen
carbonaatstenen	=	carbonaatsteen
carbonade	=	karbonade
carbonaten	=	carbonaat
carbonfiber	noun	koolstofvezel, (zeer lichte, sterke vezels met een lage uitzettingscoëfficiënt)
carbonfibers	=	carbonfiber
carbonisch	adj	betreffende de geologische periode (359-299 miljoen jaar geleden) waarin uitgestrekte moerasbossen ontstonden, die de basis vormen voor moderne steenkoolvoorraden
carbonische	=	carbonisch
carbonischer	=	carbonisch
carbonischere	=	carbonisch
carbonischers	=	carbonisch
carboniseer	=	carboniseren
carboniseerde	=	carboniseren
carboniseerden	=	carboniseren
carboniseert	=	carboniseren
carbonisere	=	carboniseren
carboniseren	verb	omzetten van organische stof in koolstof
carboniserend	=	carboniseren
carboniserende	=	carboniseren
carbonnetje	=	carbon
carbonnetjes	=	carbon
carbonpapier	noun	met kleurstof toebereid dun papier dat vroeger werd gebruikt om doorslagen (kopieën) te maken
carbonpapieren	=	carbonpapier
carbonpapiertje	=	carbonpapier
carbonpapiertjes	=	carbonpapier
carbonzure	=	carbonzuur
carbonzuren	=	carbonzuur
carbonzuur	noun	een organische verbinding die de functionele groep -COOH bezit	adj	van een carbonzuur afgeleid
carbonzuurs	=	carbonzuur
carboon	noun	geologisch tijdperk waarin de eerste reptielen en zaadplanten verschijnen, vijfde periode van het era paleozoïcum, van 359 tot 299 miljoen jaar geleden
carborundum	noun	een buitengewoon hard materiaal dat in poedervorm wordt toegepast voor slijpstenen, schuurpapier, boorkoppen, zagen e.d
carburateur	noun	onderdeel van een verbrandingsmotor waarin de brandstof vergast wordt en met lucht wordt gemengd
carburateurs	=	carburateur
carburateurtje	=	carburateur
carburateurtjes	=	carburateur
carburatie	noun	het carbureren
carburaties	=	carburatie
carburator	noun	onderdeel dat vloeibare brandstof (bv. benzine) in fijn verdeelde toestand vermengt met lucht
carburatoren	=	carburator
carburators	=	carburator
carburatortje	=	carburator
carburatortjes	=	carburator
carbureer	=	carbureren
carbureerde	=	carbureren
carbureerden	=	carbureren
carbureert	=	carbureren
carburen	=	carbuur
carburere	=	carbureren
carbureren	verb	verbinden met koolwaterstoffen
carburerend	=	carbureren
carburerende	=	carbureren
carbuur	noun	carbid, een verkorting van calciumcarbid, CaC₂
carbuurschieten	verb	carbidschieten
carcan	noun	knellende band, belemmerende omringing
carcans	=	carcan
carcinogeen	noun	kankerverwekkende stof	adj	kankerverwekkend d.w.z. dat wanneer men in contact met de stof komt, dit kanker kan veroorzaken
carcinogeens	=	carcinogeen
carcinogeenst	=	carcinogeen
carcinogeenste	=	carcinogeen
carcinogene	=	carcinogeen
carcinogenen	=	carcinogeen
carcinogener	=	carcinogeen
carcinogenere	=	carcinogeen
carcinogeners	=	carcinogeen
carcinologie	noun	de wetenschap die de ontwikkeling, diagnostiek en behandeling van kankers onderzoekt
carcinomen	=	carcinoom
carcinoom	noun	kankergezwel, bestaande uit epitheelcellen
carcinoompje	=	carcinoom
carcinoompjes	=	carcinoom
card	noun	kaartje
cardan	noun	aandrijvingsmechanisme met kruiskoppelingen
cardanas	noun	aandrijfas met één of meer kruiskoppelingen
cardanasje	=	cardanas
cardanasjes	=	cardanas
cardanassen	=	cardanas
cardanisch	adj	berustend op het door Cardano (Cardanus) ontwikkelde principe, waarbij een opgehangen lichaam om twee onderling loodrechte, in één horizontaal vlak gelegen en door één punt gaande assen kan draaien
cardanische	=	cardanisch
cardanischer	=	cardanisch
cardanischere	=	cardanisch
cardanischers	=	cardanisch
cardannetje	=	cardan
cardannetjes	=	cardan
cardans	=	cardan
cardiaal	adj	met betrekking tot het hart
cardiaals	=	cardiaal
cardiaalst	=	cardiaal
cardiaalste	=	cardiaal
cardiale	=	cardiaal
cardialer	=	cardiaal
cardialere	=	cardiaal
cardialers	=	cardiaal
cardialgie	noun	hartkramp
cardialgietje	=	cardialgie
cardialgietjes	=	cardialgie
cardigan	noun	vest met V-hals dat met knoopjes aan de voorkant wordt gesloten
cardigans	=	cardigan
cardinaal	=	kardinaal
cardio	noun	duurtraining die vooral gericht is op het in goede conditie houden van hart en longen
cardio's	=	cardio
cardiobingo	noun	groepsles voor ouderen in een sportschool waarbij men tijdens het spelen van bingo traint op een cardioapparaat
cardiobingo's	=	cardiobingo
cardiochirurgie	noun	hartchirurgie
cardiofitness	noun	een vorm van fitness waarbij het trainingsprogramma afgesteld wordt op de gemeten hartslag.
cardiogeen	adj	door het hart veroorzaakt
cardiogeens	=	cardiogeen
cardiogeenst	=	cardiogeen
cardiogeenste	=	cardiogeen
cardiogene	=	cardiogeen
cardiogener	=	cardiogeen
cardiogenere	=	cardiogeen
cardiogeners	=	cardiogeen
cardiograaf	noun	apparaat dat de hartslag grafisch registreert
cardiografen	=	cardiograaf
cardiografie	noun	grafische registratie van de hartbeweging
cardiografietje	=	cardiografie
cardiografietjes	=	cardiografie
cardiografieën	=	cardiografie
cardiogram	noun	elektrocardiogram
cardiogrammen	=	cardiogram
cardiogrammetje	=	cardiogram
cardiogrammetjes	=	cardiogram
cardiologe	noun	vrouwelijke vorm van cardioloog
cardiologen	=	cardioloog
cardiologes	=	cardiologe
cardiologie	noun	een medisch specialisme dat zich bezighoudt met het opsporen, diagnosticeren en behandelen van hartziekten
cardiologisch	adj	met betrekking tot hartziekten
cardiologische	=	cardiologisch
cardiologischer	=	cardiologisch
cardiologischere	=	cardiologisch
cardiologischers	=	cardiologisch
cardioloog	noun	een medisch specialist die zich bezighoudt met het opsporen, diagnosticeren en behandelen van hartziekten
cardioloogje	=	cardioloog
cardioloogjes	=	cardioloog
cardiomegalie	noun	hartvergroting
cardiomyopathie	noun	hartspierziekte
cardiopathie	noun	hartziekte
cardiopathietje	=	cardiopathie
cardiopathietjes	=	cardiopathie
cardiopathieën	=	cardiopathie
cardiopulmonaal	adj	hart en longen betreffend
cardiopulmonaals	=	cardiopulmonaal
cardiopulmonaalst	=	cardiopulmonaal
cardiopulmonaalste	=	cardiopulmonaal
cardiopulmonale	=	cardiopulmonaal
cardiopulmonaler	=	cardiopulmonaal
cardiopulmonalere	=	cardiopulmonaal
cardiopulmonalers	=	cardiopulmonaal
cardiorespiratoir	adj	met betrekking tot hart en ademhaling
cardioselectief	adj	wat alleen op het hart inwerkt
cardiostick	noun	USB-stick met medische gegevens van de drager van deze stick
cardiosticks	=	cardiostick
cardiotonisch	adj	wat de werkzaamheid (samentrekkingskracht) van het hart bevordert
cardiotoxisch	adj	giftig voor het hart
cardiovasculair	adj	met betrekking tot hart en bloedvaten
cardiovasculairder	=	cardiovasculair
cardiovasculairdere	=	cardiovasculair
cardiovasculairders	=	cardiovasculair
cardiovasculaire	=	cardiovasculair
cardiovasculairs	=	cardiovasculair
cardiovasculairst	=	cardiovasculair
cardiovasculairste	=	cardiovasculair
cardioïde	noun	een wiskundige kromme in het platte vlak, een cycloïde die ontstaat door een cirkel met straal r rond een even grote cirkel te laten wentelen
cardioïden	=	cardioïde
cardioïdes	=	cardioïde
cardje	=	card
cardjes	=	card
cardonazanger	noun	Myioborus cardonai een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
cardonazangers	=	cardonazanger
cardonazangertje	=	cardonazanger
cardonazangertjes	=	cardonazanger
cards	=	card
cardtrapping	noun	het vasthouden van een betaalkaart in een pinautomaat zodat het lijkt dat de pinpas is ingeslikt, criminelen kunnen later de pinpas skimmen en misbruiken
carenzdag	noun	de eerste dag dat een werknemer, onder het arbeidersstatuut, ziek werd en thuis bleef
carenzdagen	=	carenzdag
caret	noun	diakritisch teken op een klinker of een medeklinker
carets	=	caret
carga	noun	lading van een vrachtschip
carga's	=	carga
cargadoor	noun	iemand die vooral op logistiek niveau bemiddelt tussen de reder en de verlader
cargadoors	=	cargadoor
cargadoortje	=	cargadoor
cargadoortjes	=	cargadoor
cargadores	noun	degenen die de baar van een overledene dragen
cargalijst	noun	lijst waarop de lading van een schip vermeld staat
cargalijsten	=	cargalijst
cargo	noun	de goederen vervoerd door een voertuig
cargo's	=	cargo
cargootje	=	cargo
cargootjes	=	cargo
cargorijst	noun	rijst die nog 5-20% ongepelde rijstkorrels bevat en waarvan de gepelde rijstkorrels nog niet geslepen zijn
cargoschepen	=	cargoschip
cargoschip	noun	boot speciaal geschikt voor het vervoer van vracht
carhijacking	noun	het stelen van een voertuig waarbij de bestuurder of inzittenden worden bedreigd of gedwongen de auto met geweld af te staan.
carhijackings	=	carhijacking
cariatide	=	kariatide
cariben	=	carieb
caribisch	adj	behorend tot de Caraïben (de Caraïbische eilanden)
caribische	noun	een vrouwelijke inwoner van Caraïben, of een vrouw afkomstig uit Caraïben
caribischen	=	caribische
caribischer	=	caribisch
caribischere	=	caribisch
caribischers	=	caribisch
caribischt	=	caribisch
caribischte	=	caribisch
caribist	noun	deskundige op het gebied van de Caraïben en de caraïbistiek
caribisten	=	caribist
caricatuur	=	karikatuur
caricom-bijeenkomst	noun	vergadering van vertegenwoordigers van de leden van de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-bijeenkomsten	=	caricom-bijeenkomst
caricom-burger	noun	bewoner van een van de landen die lid is van de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-burgers	=	caricom-burger
caricom-delegatie	noun	vertegenwoordiging van een land in de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-delegaties	=	caricom-delegatie
caricom-gemeenschap	noun	de groep landen die lid zijn van de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-jeugdambassadeur	noun	iemand die de jeugd vertegenwoordigd van een Caricom-land
caricom-jeugdambassadeuren	=	caricom-jeugdambassadeur
caricom-jeugdambassadeurs	=	caricom-jeugdambassadeur
caricom-jeugdambassadeurtje	=	caricom-jeugdambassadeur
caricom-jeugdambassadeurtjes	=	caricom-jeugdambassadeur
caricom-land	noun	een land dat lid is van de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-landen	=	caricom-land
caricom-leider	noun	regeringsleider van een van de landen die lid is van de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-leiders	=	caricom-leider
caricom-lidland	noun	een land dat lid is van de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-lidlanden	=	caricom-lidland
caricom-markt	noun	grondgebied waar de regels van de Caribische handelsorganisatie Caricom gelden
caricom-secretariaat	noun	het belangrijkste administratieve orgaan van de Caribische handelsorganisatie Caricom en staat onder leiding van de secretaris-generaal, de algemeen directeur van de gemeenschap
caricom-secretariaten	=	caricom-secretariaat
caricom-top	noun	bijeenkomst van belangrijke vertegenwoordigers van de leden van de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-toppen	=	caricom-top
caricom-voorzitter	noun	voorzitter van de Caribische handelsorganisatie Caricom
caricom-voorzitters	=	caricom-voorzitter
carieb	noun	een inwoner van de Cariben (ook de Caraïben), of iemand afkomstig uit de Cariben
carieus	adj	door tandbederf aangetast
carieust	=	carieus
carieuste	=	carieus
carieuze	=	carieus
carieuzer	=	carieus
carieuzere	=	carieus
carieuzers	=	carieus
carillon	noun	muziekinstrument dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurd
carillonist	noun	iemand die een beiaard, klokkenspel of carillon bespeelt
carillonisten	=	carillonist
carillonistje	=	carillonist
carillonistjes	=	carillonist
carillonnetje	=	carillon
carillonnetjes	=	carillon
carillons	=	carillon
caristiden	noun	een familie Caristiidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes). <br
caritas	noun	liefde en zorg voor de naaste
caritatief	adj	betrekking hebbend op liefdewerk
caritatiefs	=	caritatief
caritatiefst	=	caritatief
caritatiefste	=	caritatief
caritatieve	=	caritatief
caritatiever	=	caritatief
caritatievere	=	caritatief
caritatievers	=	caritatief
cariës	noun	aantasting van tandglazuur en het tandbeen door bacteriën waardoor gaatje in je tanden ontstaan
carjack	=	carjacken
carjacke	=	carjacken
carjacken	verb	stelen van een voertuig waarbij de bestuurder gedwongen wordt uit te stappen
carjackend	=	carjacken
carjackende	=	carjacken
carjacker	noun	iemand die zich schuldig maakt aan carjacken
carjackers	=	carjacker
carjacking	noun	diefstal van een auto met geweldpleging en of dreigen met geweld
carjackings	=	carjacking
carjackt	=	carjacken
carjackte	=	carjacken
carjackten	=	carjacken
carkit	noun	een apparaat dat het mogelijk maakt om handsfree te bellen in een auto
carkits	=	carkit
carmosijn	=	karmozijn
carnaal	adj	met betrekking tot het vlees, vleselijk
carnaals	=	carnaal
carnale	=	carnaal
carnaval	noun	volksfeest waarbij onder meer grote verkleedpartijen plaatsvinden, en dat plaatsvindt gedurende de vier dagen die aan de vastentijd voorafgaan
carnavalesk	adj	lijkend op, of passend bij carnaval
carnavaleske	=	carnavalesk
carnavalesker	=	carnavalesk
carnavaleskere	=	carnavalesk
carnavaleskers	=	carnavalesk
carnavalesks	=	carnavalesk
carnavaleskst	=	carnavalesk
carnavaleskste	=	carnavalesk
carnavalfeest	noun	feest dat men viert vlak voor de vastentijd waarbij men danst, zingt, bier drinkt en zich verkleedt
carnavalfeesten	=	carnavalfeest
carnavalfeestje	=	carnavalfeest
carnavalfeestjes	=	carnavalfeest
carnavalist	noun	iemand die meedoet aan het carnavalsfeest
carnavalisten	=	carnavalist
carnavaller	noun	iemand die publiekelijk carnaval viert
carnavallers	=	carnavaller
carnavallertje	=	carnavaller
carnavallertjes	=	carnavaller
carnavalletje	=	carnaval
carnavalletjes	=	carnaval
carnavals	=	carnaval
carnavalsavond	noun	viering van carnaval in de avonduren
carnavalsavonden	=	carnavalsavond
carnavalsclub	noun	vereniging die een carvavalsfeest organiseert
carnavalsclubje	=	carnavalsclub
carnavalsclubjes	=	carnavalsclub
carnavalsclubs	=	carnavalsclub
carnavalsdinsdag	noun	de dinsdag voor Aswoensdag, de laatste dag van het carnavalsfeest
carnavalsdinsdagen	=	carnavalsdinsdag
carnavalsfeest	noun	feest dat men viert vlak voor de vastentijd waarbij men danst, zingt, bier drinkt en zich verkleedt
carnavalsfeesten	=	carnavalsfeest
carnavalsfeestje	=	carnavalsfeest
carnavalsfeestjes	=	carnavalsfeest
carnavalsganger	noun	iemand die publiekelijk carnaval viert
carnavalsgangers	=	carnavalsganger
carnavalsgangertje	=	carnavalsganger
carnavalsgangertjes	=	carnavalsganger
carnavalsgebak	noun	aanduiding voor verschillende zoete uit deeg gebakken lekkernijen die traditioneel vooral rond de viering van Vastenavond worden gegeten
carnavalsgroep	noun	groep carnavalsvierders die meedoet aan een carnavalsoptocht
carnavalsgroepen	=	carnavalsgroep
carnavalshit	noun	grappig lied dat heel populair is tijdens carnaval
carnavalshits	=	carnavalshit
carnavalsklederen	=	carnavalskleed
carnavalskledij	noun	kleding speciaal voor het carnavalsfeest
carnavalskleding	noun	kleding die gedragen wordt tijdens het carnaval om verkleed te gaan en de identiteit te verbergen
carnavalskleed	noun	speciaal kleding diegedragen wordt tijdens de carnavalsperiode, vaak versierd, kleurrijk en soms ook incognito
carnavalskleedje	=	carnavalskleed
carnavalskleedjes	=	carnavalskleed
carnavalskleren	=	carnavalskleed
carnavalskostuum	noun	speciaal verkleedkostuum dat gedragen wordt tijdens de carnavalsperiode, vaak versierd, kleurrijk en soms ook incognito
carnavalskostuumpje	=	carnavalskostuum
carnavalskostuumpjes	=	carnavalskostuum
carnavalskostuums	=	carnavalskostuum
carnavalskraker	noun	een muziekhit met carnavalsmuziek
carnavalskrakers	=	carnavalskraker
carnavalslied	noun	lied met komisch bedoelde of dubbelzinnige tekst dat is gecomponeerd ter gelegenheid van carnaval
carnavalsliederen	=	carnavalslied
carnavalsliedje	=	carnavalslied
carnavalsliedjes	=	carnavalslied
carnavalsmaandag	noun	de laatste maandag voor Aswoensdag; de maandag van het carnavalsfeest
carnavalsmaandagen	=	carnavalsmaandag
carnavalsmis	noun	mis aan het begin van de carnavalsperiode
carnavalsmissen	=	carnavalsmis
carnavalsmuziek	noun	muziek die men speelt tijdens het carnavalsfeest
carnavalsnummer	noun	Nederlandstalig, feestelijk lied met een vrolijke melodie en een ludieke tekst, vaak met een eenvoudig en meezingbaar refrein, dat speciaal is gemaakt voor de carnavalstijd
carnavalsnummers	=	carnavalsnummer
carnavalsnummertje	=	carnavalsnummer
carnavalsnummertjes	=	carnavalsnummer
carnavalsoptocht	noun	stoet van versierde mensen en praalwagens als deel van het carnavalsfeest
carnavalsoptochten	=	carnavalsoptocht
carnavalsoptochtje	=	carnavalsoptocht
carnavalsoptochtjes	=	carnavalsoptocht
carnavalspak	noun	speciaal verkleedpak dat gedragen wordt tijdens de carnavalsperiode, vaak versierd, kleurrijk en soms ook incognito
carnavalspakje	=	carnavalspak
carnavalspakjes	=	carnavalspak
carnavalspakken	=	carnavalspak
carnavalsperiode	noun	de periode met uitbundig feestvieren die voorafgaat aan de 40 dagen durende vastentijd, die begint op Aswoensdag
carnavalsperioden	=	carnavalsperiode
carnavalsperiodes	=	carnavalsperiode
carnavalsperiodetje	=	carnavalsperiode
carnavalsperiodetjes	=	carnavalsperiode
carnavalspiek	noun	een verhoging van iets in de periode dat er carnaval gevierd wordt
carnavalspieken	=	carnavalspiek
carnavalsprins	noun	persoon die in een bepaalde plaats het carnavalsfeest leidt
carnavalsprinsen	=	carnavalsprins
carnavalsseizoen	noun	tijd van het jaar dat men carnaval voorbereidt en viert beginnend 11 november en eindigend op as-woensdag
carnavalsseizoenen	=	carnavalsseizoen
carnavalsstichting	noun	organisatie die zorg draagt voor het carnavalsfeest
carnavalsstichtingen	=	carnavalsstichting
carnavalsstoet	noun	optocht die deel uitmaakt van het carnavalsfeest en bestaat uit verklede mensen en praalwagens
carnavalsstoeten	=	carnavalsstoet
carnavalstijd	noun	de periode van 11 november tot Aswoensdag
carnavalstijden	=	carnavalstijd
carnavalstoet	noun	optocht die deel is van het carnavalsfeest en bestaat uit praalwagens en verklede mensen
carnavalstoeten	=	carnavalstoet
carnavalstumba	noun	muziek die tijdens carnaval gespeeld wordt op Aruba, Bonaire en Curaçao
carnavalstumba's	=	carnavalstumba
carnavalsvakantie	noun	De voorjaarsvakantie of de krokusvakantie wordt in het zuiden van het land carnavalsvakantie genoemd en het tijdstip van de vakantie wordt aangepast aan het carnaval
carnavalsvakanties	=	carnavalsvakantie
carnavalsvakantietje	=	carnavalsvakantie
carnavalsvakantietjes	=	carnavalsvakantie
carnavalsvereniging	noun	vereniging die participeert in de organisatie van een carnavalsfeest
carnavalsverenigingen	=	carnavalsvereniging
carnavalsverenigingetje	=	carnavalsvereniging
carnavalsverenigingetjes	=	carnavalsvereniging
carnavalsvierder	noun	iemand die het carnavalsfeest viert
carnavalsvierders	=	carnavalsvierder
carnavalsvierdertje	=	carnavalsvierder
carnavalsvierdertjes	=	carnavalsvierder
carnavalsviering	noun	de keer dat men carnaval viert
carnavalsvieringen	=	carnavalsviering
carnavalswagen	noun	een wagen die speciaal opgebouwd en versierd is en met een carnavalsoptocht rondgereden wordt
carnavalswagens	=	carnavalswagen
carnavalswagentje	=	carnavalswagen
carnavalswagentjes	=	carnavalswagen
carnavalvakantie	noun	een schoolvakantie rond de carnavalsdagen in het voorjaar
carnavalvakanties	=	carnavalvakantie
carnavalvakantietje	=	carnavalvakantie
carnavalvakantietjes	=	carnavalvakantie
carnavalvereniging	noun	groep vrijwilligers en liefhebbers die zich inzet voor het organiseren en vieren van het carnavalsfeest.
carnavalverenigingen	=	carnavalvereniging
carnavalverenigingetje	=	carnavalvereniging
carnavalverenigingetjes	=	carnavalvereniging
carnavalvierder	noun	iemand die meedoet aan het carnavalsfeest
carnavalvierders	=	carnavalvierder
carnavalvierdertje	=	carnavalvierder
carnavalvierdertjes	=	carnavalvierder
carneolen	=	carneool
carneool	noun	een vlees- tot bruinrode, doorschijnende tot ondoorzichtige chalcedoonvariëteit behorend tot de kwartsen
carneooltje	=	carneool
carneooltjes	=	carneool
carnet	noun	notitieboekje
carnetje	=	carnet
carnetjes	=	carnet
carnets	=	carnet
carnivoor	noun	een vleesetend dier	adj	vleesetend
carnivoors	=	carnivoor
carnivoortje	=	carnivoor
carnivoortjes	=	carnivoor
carnivore	=	carnivoor
carnivoren	=	carnivoor
carnyx	noun	lange, verticaal gehouden Keltische hoorn die uitmondt in een dierenkop, gebruikt in oorlogen
carnyxen	=	carnyx
carolina-eend	noun	Aix sponsa een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
carolina-eenden	=	carolina-eend
carolina-eendje	=	carolina-eend
carolina-eendjes	=	carolina-eend
carolinadoosschildpad	noun	een schildpad (ondersoort) Terrapene carolina carolina uit de familie van de moerasschildpadden (Emydidae)
carolinadoosschildpadden	=	carolinadoosschildpad
carolinadoosschildpadje	=	carolinadoosschildpad
carolinadoosschildpadjes	=	carolinadoosschildpad
carolinamees	noun	Poecile carolinensis een kleine zangvogel uit de mezenfamilie Paridae.
carolinameesje	=	carolinamees
carolinameesjes	=	carolinamees
carolinamezen	=	carolinamees
carolinaparkiet	noun	Conuropsis carolinensis gewezen papegaaiensoort uit de familie van de papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
carolinaparkieten	=	carolinaparkiet
carolinaparkietje	=	carolinaparkiet
carolinaparkietjes	=	carolinaparkiet
carolinaskink	noun	Emoia cyanogaster een hagedis uit de familie van de skinken (Scincidae)
carolinaskinken	=	carolinaskink
carolinaskinkje	=	carolinaskink
carolinaskinkjes	=	carolinaskink
carolinawinterkoning	noun	Thryothorus ludovicianus een lid van de familie winterkoningen (Troglodytidae)
carolinawinterkoningen	=	carolinawinterkoning
carolinawinterkoninkje	=	carolinawinterkoning
carolinawinterkoninkjes	=	carolinawinterkoning
carolinenkarekiet	noun	Acrocephalus syrinx een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
carolinenkarekieten	=	carolinenkarekiet
carolinenkarekietje	=	carolinenkarekiet
carolinenkarekietjes	=	carolinenkarekiet
carolinenmonarch	noun	Myiagra oceanica een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
carolinenmonarchen	=	carolinenmonarch
carolinenmonarchje	=	carolinenmonarch
carolinenmonarchjes	=	carolinenmonarch
carolinenpatrijsduif	noun	Pampusana kubaryi een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana.
carolinenpatrijsduifje	=	carolinenpatrijsduif
carolinenpatrijsduifjes	=	carolinenpatrijsduif
carolinenpatrijsduiven	=	carolinenpatrijsduif
carolinensalangaan	noun	Aerodramus inquietus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
carolinensalangaantje	=	carolinensalangaan
carolinensalangaantjes	=	carolinensalangaan
carolinensalanganen	=	carolinensalangaan
carolus	noun	munt geslagen door Karel V
carolusgulden	noun	munt genoemd naar Karel V
carolusguldens	=	carolusgulden
carolussen	=	carolus
caron	noun	diakritisch teken met een scherpe punt dat op medeklinkers en op de e wordt geplaatst om palatalisatie aan te geven
carons	=	caron
caroteen	noun	gele tot oranjerode kleurstof (C₄₀Hₓ) in planten
carotenen	=	caroteen
carotenoïde	noun	carotenoïde is opgebouwd uit 8 isopreen-eenheden (2-methyl-1,3-butadieen-eenheden)
carotenoïden	=	carotenoïde
carotenoïdes	=	carotenoïde
carotine	noun	oranje of gele kleurstof die voorkomt in planten zoals peen
carotinen	=	carotine
carotines	=	carotine
carpaal	adj	de handwortel betreffend
carpaals	=	carpaal
carpaccio	noun	een Italiaans gerecht van dungesneden rauwe runderlende (contrefilet, maar zonder vet randje, en ontdaan van alle kleine ongerechtigheden), met een dressing van mayonaise met wat citroensap, worcestersaus, melk, zout en peper
carpaccio's	=	carpaccio
carpale	=	carpaal
carpaletunnelsyndromen	=	carpaletunnelsyndroom
carpaletunnelsyndroom	noun	aandoening waarbij de middelste armzenuw tussen de handwortelbeentjes en het peesblad wordt afgeklemd met als gevolg een tinteling in of gedeeltelijke functie-uitval van de hand
carpool	noun	groep mensen die gewoonlijk samen naar hun werk reizen in een auto die een van hen bestuurt, met afgesproken toerbeurten of onderlinge vergoedingen Dit levert een bijdrage aan het doelmatiger gebruik van brandstof, wegen en parkeerruimte; om die reden wordt carpooling vaak bevorderd door overheden en werkgevers in aanvulling op de besparing van benzinekosten voor de deelnemers.
carpoolde	=	carpoolen
carpoolden	=	carpoolen
carpoole	=	carpoolen
carpoolen	verb	samen in één auto naar het werk rijden
carpoolend	=	carpoolen
carpoolende	=	carpoolen
carpooler	noun	automobilisten die in de auto van één van hen, samen naar een gemeenschappelijke bestemming gaan, en vice versa
carpoolers	=	carpooler
carpoolertje	=	carpooler
carpoolertjes	=	carpooler
carpooling	noun	het met meerdere mensen in één auto van en naar het werk rijden
carpoolplaats	noun	parkeerplaats voor auto's van carpoolers
carpoolplaatsen	=	carpoolplaats
carpoolplaatsje	=	carpoolplaats
carpoolplaatsjes	=	carpoolplaats
carpools	=	carpool
carpoolstroken	=	carpoolstrook
carpoolstrook	noun	rijstrook voor voertuigen met meerdere passagiers die samen carpoolen
carpoolstrookje	=	carpoolstrook
carpoolstrookjes	=	carpoolstrook
carpoolt	=	carpoolen
carport	noun	een afdak waaronder een auto kan worden geparkeerd
carports	=	carport
carreetje	=	carré
carrier	noun	in het algemeen een apparaat dat voorwerpen kan dragen en verplaatsen
carriers	=	carrier
carrierselectbellen	verb	een telecommethode waarbij men via het vaste netwerk belt via een andere aanbieder dan de eigenaar van de vaste lijn door gebruik van een speciale netnummerprefix
carrierselectbellende	=	carrierselectbellen
carrizaldikbekje	noun	Amaurospiza carrizalensis een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
carrizaldikbekjes	=	carrizaldikbekje
carrière	noun	professionele loopbaan, ontwikkeling van de werkgerelateerde maatschappelijke positie
carrièrebegeleiding	noun	professionele ondersteuning en advies gericht op jouw professionele ontwikkeling en werktoekomst.
carrièrebegeleidingen	=	carrièrebegeleiding
carrièrebegeleidinkje	=	carrièrebegeleiding
carrièrebegeleidinkjes	=	carrièrebegeleiding
carrièredag	noun	beurs waarbij mensen op zoek naar een baan en bedrijven op zoek naar personeel elkaar kunnen ontmoeten
carrièredagen	=	carrièredag
carrièredagje	=	carrièredag
carrièredagjes	=	carrièredag
carrièrediplomaat	noun	iemand die een beroepsloopbaan als diplomaat doorloopt
carrièrediplomaten	=	carrièrediplomaat
carrièredrang	noun	de sterke wens om een hogere functie te verkrijgen
carrièrejager	noun	persoon die uit is op een succesvolle professionele loopbaan
carrièrejagers	=	carrièrejager
carrièrejagertje	=	carrièrejager
carrièrejagertjes	=	carrièrejager
carrièreladder	noun	de hiërarchie van functies binnen een bedrijf of organisatie; de volgorde van de functies die men achtereenvolgens kan vervullen binnen een bedrijf of organisatie
carrièreladders	=	carrièreladder
carrièremaakster	noun	vrouw die gericht is op het maken van promotie in haar loopbaan
carrièremaaksters	=	carrièremaakster
carrièremaker	noun	iemand die carrière maakt of wil maken
carrièremakers	=	carrièremaker
carrièremakertje	=	carrièremaker
carrièremakertjes	=	carrièremaker
carrièreonderbreking	noun	een tijdelijke pauze of aanzienlijke vermindering van werkuren in iemands professionele loopbaan.
carrièreonderbrekingen	=	carrièreonderbreking
carrièreonderbrekinkje	=	carrièreonderbreking
carrièreonderbrekinkjes	=	carrièreonderbreking
carrièreoverweging	noun	een weloverwogen gedachte, afweging of reden die een rol speelt bij het maken van keuzes in je professionele loopbaan.
carrièreoverwegingen	=	carrièreoverweging
carrièreoverweginkje	=	carrièreoverweging
carrièreoverweginkjes	=	carrièreoverweging
carrièrepad	noun	is de reeks van maatschappelijke posities die iemand achtereenvolgens inneemt (en ontwikkeling daarbinnen).
carrièrepaden	=	carrièrepad
carrièreperspectief	noun	de kans om zich beroepsmatig te ontwikkelen in een bepaalde organisatie of bedrijf
carrièreperspectieven	=	carrièreperspectief
carrièrepil	noun	anticonceptiepil die ervoor zorgt dat eicellen niet verouderen, zodat een vrouw een loopbaan kan beginnen en daarna met succes zwanger worden
carrièrepillen	=	carrièrepil
carrièreplanning	noun	plannen van het verloop van een loopbaan
carrièreplanningen	=	carrièreplanning
carrières	=	carrière
carrièresite	noun	website met personeelsadvertenties; site waarop professionals zich presenteren
carrièresites	=	carrièresite
carrièrestap	noun	een ontwikkeling in de loopbaan
carrièrestappen	=	carrièrestap
carrièreswitch	noun	iemand die een andere loopbaan kiest
carrièreswitches	=	carrièreswitch
carrièretje	=	carrière
carrièretjes	=	carrière
carrièreverloop	noun	de ontwikkeling van een loopbaan
carrièreverlopen	=	carrièreverloop
carrièrevrouw	noun	vrouw die haar beroepsloopbaan van groot belang vindt, door sommigen als pejoratief gebruikt
carrièrevrouwen	=	carrièrevrouw
carrièrevrouwtje	=	carrièrevrouw
carrièrevrouwtjes	=	carrièrevrouw
carrièrewending	noun	het aanbrengen van een significante verandering in je professionele loopbaan.
carrièrewendingen	=	carrièrewending
carrièrewendinkje	=	carrièrewending
carrièrewendinkjes	=	carrièrewending
carrièrewetenschapper	noun	wetenschapper die onderzoek doet om zijn loopbaan te verbeteren en minder om de wetenschap vooruit te helpen
carrièrewetenschappers	=	carrièrewetenschapper
carrièrist	noun	iemand die steeds een hogere functie wil bekleden
carrièristen	=	carrièrist
carrosserie	noun	koetswerk van een motorisch voertuig (meestal een auto of bus)
carrosserietje	=	carrosserie
carrosserietjes	=	carrosserie
carrosserieën	=	carrosserie
carrossier	noun	eigenaar van een carrosseriebedrijf
carrossiers	=	carrossier
carrotmob	noun	flashmob waarbij plotseling veel mensen aankopen doen bij een bepaald bedrijf met als doen dat het bedrijf een deel van de de winst investeert in milieusparende maatregelen
carrotmobs	=	carrotmob
carrousel	noun	een ronddraaiende kermisattractie
carrouselfraude	noun	oplichting door met behulp van nepfirma's artikelen meerdere malen in en uit te voeren waarbij wel btw wordt teruggevraagd maar niet afgedragen
carrouselfraudes	=	carrouselfraude
carrouselletje	=	carrousel
carrouselletjes	=	carrousel
carrousels	=	carrousel
carrure	noun	lichaamsbouw, postuur
carrures	=	carrure
carré	noun	vierkant (ook als opstelling/ slagorde)
carréboerderij	noun	een boerderijtype (in België, Nederland, Duitsland en Oostenrijk voorkomend) dat behoort tot de dwarshuisgroep
carréboerderijen	=	carréboerderij
carréhoeve	noun	vierkant boerderijtype met binnenhof
carréhoeven	=	carréhoeve
carréhoeves	=	carréhoeve
carrés	=	carré
carrévorm	noun	opstelling in het vierkant, plaatsing in vier ongeveer even langgerekte delen die haaks op elkaar staan
carrévormen	=	carrévorm
carrévormig	adj	in een vierkant, met vier ongeveer even langgerekte delen die haaks op elkaar staan
carrévormige	=	carrévormig
carrévormiger	=	carrévormig
carrévormigere	=	carrévormig
carrévormigers	=	carrévormig
carrévormigs	=	carrévormig
carrévormigst	=	carrévormig
carrévormigste	=	carrévormig
carsharing	noun	samen met anderen één of meer auto's gebruiken; gebuikmaken van een deelauto
carsurfing	noun	zeer gevaarlijke activiteit waarbij iemand bij wijze van stunt op de buitenkant van een rijdende auto zit, staat of ligt
cartageens	adj	op Cartagena betrekking hebbend
cartageense	noun	een vrouwelijke inwoner van Cartagena, of iemand afkomstig hiervan
cartagener	noun	een inwoner van Cartagena, of iemand afkomstig hiervan
cartageners	=	cartagener
cartel	=	kartel
carter	noun	bak om het blok van een verbrandingsmotor, als afsluiting en ook vaak als reservoir voor de smeerolie van de motor
carters	=	carter
cartertje	=	carter
cartertjes	=	carter
cartesiaan	noun	iemand die de opvattingen van Descartes huldigt
cartesiaantje	=	cartesiaan
cartesiaantjes	=	cartesiaan
cartesianen	=	cartesiaan
cartesianisme	noun	wijsgerig stelsel van René Descartes ook genoemd Cartesius (1596 - 1650)
carthaagse	noun	een vrouwelijke inwoner van Carthago, of iemand afkomstig hiervan
carthager	noun	een inwoner van Carthago, oude stad in het noorden van Afrika, of iemand afkomstig uit deze stad
carthagers	=	carthager
carthagertje	=	carthager
cartofiel	noun	iemand die zich uit liefhebberij verdiept in aardrijkskundige kaarten en plattegronden
cartofielen	=	cartofiel
cartograaf	noun	iemand die land-, zee- en/of luchtkaarten maakt
cartograafje	=	cartograaf
cartograafjes	=	cartograaf
cartografe	noun	vrouwelijke vorm van cartograaf
cartografen	=	cartograaf
cartografes	=	cartografe
cartografie	noun	de kunst en wetenschap van het vervaardigen van land-, zee- en/of luchtkaarten
cartografieën	=	cartografie
cartografisch	adj	met betrekking tot de cartografie
cartografische	=	cartografisch
cartografischer	=	cartografisch
cartografischere	=	cartografisch
cartografischers	=	cartografisch
cartogram	noun	een geografische kaart waarop de kwantitatieve aspecten van de te bestuderen verschijnselen weergegeven worden
cartogrammen	=	cartogram
cartogrammetje	=	cartogram
cartogrammetjes	=	cartogram
carton	=	karton
cartonneeren	=	kartonneren
cartonneren	=	kartonneren
cartoon	noun	humoristische tekening
cartoonachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een cartoon
cartoonachtige	=	cartoonachtig
cartoonachtiger	=	cartoonachtig
cartoonachtigere	=	cartoonachtig
cartoonachtigers	=	cartoonachtig
cartoonachtigs	=	cartoonachtig
cartoonachtigst	=	cartoonachtig
cartoonachtigste	=	cartoonachtig
cartoonesk	adj	vereenvoudigd, met scherpe lijnen en heldere kleuren getekend zoals gebruikelijk in een cartoon
cartooneske	=	cartoonesk
cartoonesker	=	cartoonesk
cartooneskere	=	cartoonesk
cartooneskers	=	cartoonesk
cartoonesks	=	cartoonesk
cartooneskst	=	cartoonesk
cartooneskste	=	cartoonesk
cartoonfiguren	=	cartoonfiguur
cartoonfiguur	noun	personage van een eenvoudig geschilderde spotprent
cartoonfiguurtje	=	cartoonfiguur
cartoonfiguurtjes	=	cartoonfiguur
cartoongate	noun	internationaal schandaal dat ontstond na de publicatie van Deense spotprenten van de profeet Mohammed
cartoongates	=	cartoongate
cartoonist	noun	iemand die spotprenten tekent
cartooniste	noun	vrouwelijke vorm van cartoonist
cartoonisten	=	cartoonist
cartoonistes	=	cartooniste
cartoonistje	=	cartoonist
cartoonistjes	=	cartoonist
cartoonkrant	noun	krant met veel spotprenten
cartoonkranten	=	cartoonkrant
cartoonkrantje	=	cartoonkrant
cartoonkrantjes	=	cartoonkrant
cartoons	=	cartoon
cartoontje	=	cartoon
cartoontjes	=	cartoon
cartotheek	noun	verzameling landkaarten
cartotheken	=	cartotheek
cartouche	noun	omlijst schild met tekst of een wapen op een kaart of gebouw
cartoucheje	=	cartouche
cartouchejes	=	cartouche
cartouches	=	cartouche
cartridge	noun	inktpatroon voor een printer
cartridges	=	cartridge
cartularia	=	cartularium
cartularium	noun	register van eigendomsrechten, privileges, schenkingen e.d. toebehorend of gedaan aan een kerk of een klooster
cartulariumpje	=	cartularium
cartulariumpjes	=	cartularium
cartulariums	=	cartularium
carve	=	carven
carvede	=	carven
carveden	=	carven
carven	verb	krabben, snijden, kerven
carvend	=	carven
carvende	=	carven
carvet	=	carven
carwash	noun	bedrijf dat de auto's wast van zijn klanten
carwashes	=	carwash
caryatide	=	kariatide
cas	noun	Psidium friedrichsthalianum een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae)
casanova	noun	man die veel vrouwen verleidt
casanova's	=	casanova
casarca	noun	Tadorna ferruginea een oranjebruine halfgans.
casarca's	=	casarca
casarcaatje	=	casarca
casarcaatjes	=	casarca
cascabel	noun	Capsicum annuum een van de cultivars van rode peper
cascabels	=	cascabel
cascade	noun	kleine, trapsgewijze waterval
cascaden	=	cascade
cascades	=	cascade
cascadeur	noun	acrobaat die evenwichtskunsten verricht, die zonder uitzondering met valpartijen eindigen
cascadeurs	=	cascadeur
cascadeurtje	=	cascadeur
cascadeurtjes	=	cascadeur
cascara	noun	bepaald soort struik of kleine boom die groeit in het westen van Noord-Amerika, Frangula purshiana
cascara's	=	cascara
casco	noun	romp van een gebouw, auto of schip dus zonder de inrichting
casco's	=	casco
cascoverzekering	noun	verzekering tegen schade, diefstal e.d. aan een auto, dus niet voor de lichamelijke schade en ook niet voor de schade die je een ander aandoet ook de bagage is niet meeverzekerd
cascoverzekeringen	=	cascoverzekering
cascoverzekeringetje	=	cascoverzekering
cascoverzekeringetjes	=	cascoverzekering
case	noun	afzonderlijke situatie in de werkelijkheid die nauwkeuriger wordt bekeken
casemanagement	noun	begeleiding van één patiënt of cliënt zodat hij of zij zich zoveel mogelijk zelfstandig kan redden
casemanager	noun	functionaris die de algehele verantwoordelijkheid draagt voor een patiënt, cliënt of geval
casemanagers	=	casemanager
casemanagertje	=	casemanager
casemanagertjes	=	casemanager
casemat	=	kazemat
casemodding	noun	aanpassing, verfraaiing of verbouwing van een computerbehuizing om deze uniek en visueel aantrekkelijk te maken.
caserne	=	kazerne
caserneren	=	kazerneren
cases	=	case
casestudie	noun	het bestuderen van een concreet geval (een 'case')
casestudies	=	casestudie
casestudy	noun	een diepgaand onderzoek met maar één studieobject
casestudy's	=	casestudy
casework	noun	vorm maatschappelijk werk waarbij de behandeling helemaal is toegespitst op de behoeften van het individu
caseïne	noun	een dierlijk eiwit dat in melk voorkomt
cash	noun	contant geld	adj	contant
cash-and-carry	noun	een winkel waar de klant goederen in een grootverpakking koopt, contant betaalt en zelf meeneemt
cash-and-carry's	=	cash-and-carry
cash-and-carryzaak	noun	zelfbedieningsgroothandel waar zakelijke klanten en soms particulieren producten in grote hoeveelheden kunnen kopen tegen gereduceerde prijzen.
cash-and-carryzaakje	=	cash-and-carryzaak
cash-and-carryzaakjes	=	cash-and-carryzaak
cash-and-carryzaken	=	cash-and-carryzaak
cashautomaat	noun	een apparaat waar je met een betaalpas en pincode contant geld kunt opnemen of storten
cashautomaatje	=	cashautomaat
cashautomaatjes	=	cashautomaat
cashautomaten	=	cashautomaat
cashback	noun	geld dat wordt teruggegeven
cashback-actie	noun	activiteit waarbij klanten hun eerder betaalde geld terugkrijgen
cashback-acties	=	cashback-actie
cashback-actietje	=	cashback-actie
cashback-actietjes	=	cashback-actie
cashbacks	=	cashback
cashcow	noun|figurative	melkkoe
cashcows	=	cashcow
cashe	=	cashen
cashen	verb	bezit omzetten in direct vrij te besteden geld; iets te gelde maken
cashend	=	cashen
cashende	=	cashen
cashew	noun	bepaald soort struik of een tot 15 m hoge, laag vertakte, groenblijvende boom waarvan de noten eetbaar zijn, Anacardium occidentale
cashewnoot	noun	Anacardium occidentale lekkernij, eetbaar zaadje van de acajouboom
cashewnootje	=	cashewnoot
cashewnootjes	=	cashewnoot
cashewnoten	=	cashewnoot
cashflow	noun	de in- en uitstroom van liquide middelen
cashflows	=	cashflow
cashgeld	noun	contant geld; geld dat men bezit in de vorm van munten en papiergeld
cashmanagement	noun	alle activiteiten die verband houden met de optimalisatie van financiële stromen tussen de onderneming, de bank en derden, alsmede tussen de zelfstandige onderdelen van de onderneming
casht	=	cashen
cashte	=	cashen
cashten	=	cashen
cashupete	noun	cashewnoot
cashupetes	=	cashupete
casino	noun	een gelegenheid waar in een luxe omgeving gegokt wordt
casino's	=	casino
casinoavond	noun	feestelijke avond waar men casinospelen als poker en roulette kan spelen
casinoavonden	=	casinoavond
casinobroden	=	casinobrood
casinobrood	noun	fijn soort witbrood, gebakken in een bus (casino, broodblik) dat met een deksel gesloten wordt
casinobuffet	noun	tafel met allerlei etenswaar die je zelf kunt uitkiezen en pakken in een locatie waar men kan gokken
casinobuffetten	=	casinobuffet
casinoheffing	noun	belasting die een casino moet betalen
casinoheffingen	=	casinoheffing
casinoheffinkje	=	casinoheffing
casinoheffinkjes	=	casinoheffing
casinohouder	noun	uitbater van een gelegenheid waar in een luxe omgeving gegokt wordt
casinohouders	=	casinohouder
casinokapitalisme	noun	extreem kapitalisme, gekenmerkt door het streven naar winstmaximalisatie en individueel gewin op korte termijn
casinootje	=	casino
casinootjes	=	casino
casinopensioen	noun	een pensioen dat afhankelijk is van risicovollere beleggingen van het pensioenfonds waardoor het uit te keren pensioen zowel veel lager maar ook veel hoger kan uitvallen dan voorzien
casinopensioenen	=	casinopensioen
casinopensioentje	=	casinopensioen
casinopensioentjes	=	casinopensioen
casinospel	noun	alle mogelijke kansspelen waarmee de bezoekers van een casino kunnen gokken zoals roulette, blackjack en fruitautomaten
casinospelen	=	casinospel
casinospellen	=	casinospel
casinovergunning	noun	door de overheid verstrekte toestemming een gelegenheid te runnen waar men in een luxe omgeving kan gokken
casinovergunningen	=	casinovergunning
casinowezen	noun	alle bedrijven en organisaties die te maken hebben met het gokken in een luxe omgeving
casiornis	noun	Casiornis een geslacht van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
casiornisje	=	casiornis
casiornisjes	=	casiornis
casiornissen	=	casiornis
cassabanana	noun	Sicana odorifera een plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
cassabanana's	=	cassabanana
cassandravoorspelling	noun	een onheilsvoorspelling die niemand gelooft
cassandravoorspellingen	=	cassandravoorspelling
cassant	adj	scherp afkeurend/kritisch
cassante	=	cassant
cassanter	=	cassant
cassantere	=	cassant
cassanters	=	cassant
cassants	=	cassant
cassantst	=	cassant
cassantste	=	cassant
cassatie	noun	vernietiging van een vonnis in hoogste instantie
cassatieberoep	noun	beroep bij het hoogste rechtsprekend orgaan van het land tegen een uitspraak van een lagere rechter
cassatieberoepen	=	cassatieberoep
cassaties	=	cassatie
cassatietje	=	cassatie
cassatieverzoek	noun	verzoek bij de hoogste rechter om een uitspraak van een lagere rechter nietig te verklaren
cassatieverzoeken	=	cassatieverzoek
cassave	noun	eetbare wortelknol van Manihot esculenta waaruit cassavemeel wordt bereid
cassavebroden	=	cassavebrood
cassavebrood	noun	platte, ronde koek gemaakt van cassavemeel
cassavechip	noun	dun gefrituurd schijfje cassave
cassavechips	=	cassavechip
cassavemeel	noun	meel gemaakt van de maniokwortel
cassaven	=	cassave
cassaves	=	cassave
cassavesector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de verbouw en handel in cassave en cassaveproducten
cassavesectoren	=	cassavesector
cassavesectors	=	cassavesector
cassaveteelt	noun	de verbouw van cassave; de verbouw van maniok
cassaveteelten	=	cassaveteelt
casseer	=	casseren
casseerde	=	casseren
casseerden	=	casseren
casseert	=	casseren
casselerrib	noun	vleesproduct afkomstig van de rib van een varken, ribkarbonade zonder de rib
casselerribje	=	casselerrib
casselerribjes	=	casselerrib
cassere	=	casseren
casseren	verb	vernietigen
casserend	=	casseren
casserende	=	casseren
cassette	noun	een behuizing voor video- en audiobanden
cassetteband	noun	magneetband in een doosje die men afspeelt in een cassetterecorder of walkman
cassettebanden	=	cassetteband
cassettebandje	=	cassetteband
cassettebandjes	=	cassetteband
cassetteboek	noun	een boek dat in een hoes of foedraal zit
cassetteboeken	=	cassetteboek
cassetteboekje	=	cassetteboek
cassetteboekjes	=	cassetteboek
cassettedeck	noun	opname- en afspeelapparaat voor compact cassettes, meestal als deel van een stereotoren
cassettedecks	=	cassettedeck
cassettefilm	noun	film aanwezig in een cassette
cassettefilms	=	cassettefilm
cassetten	=	cassette
cassetteplafond	noun	bovenkant van een ruimte in een gebouw die een patroon van meestal rechthoekige uitsparingen heeft
cassetteplafonds	=	cassetteplafond
cassetterecorder	noun	magneetbandrecorder waarop banden in een cassette kunnen worden afgespeeld en opgenomen
cassetterecorders	=	cassetterecorder
cassetterecordertje	=	cassetterecorder
cassetterecordertjes	=	cassetterecorder
cassettes	=	cassette
cassettescoop	noun|obsolete	instrument om geluidsband en film gelijktijdig af te spelen
cassettescopen	=	cassettescoop
cassettespeler	noun	apparaat om cassettes af te spelen
cassettespelers	=	cassettespeler
cassettespelertje	=	cassettespeler
cassettespelertjes	=	cassettespeler
cassettetje	=	cassette
cassettetjes	=	cassette
cassettewisselaar	noun	apparaat dat op automatische wijze cassettes wisselt (in cassetterecorders)
cassettewisselaars	=	cassettewisselaar
cassie	noun	10 tot 15 meter hoog groeiende groenblijvende boom Cinnamomum cassia
cassis	noun	paarse frisdrank met de smaak van zwarte bessen die vaak koolzuur bevat
cassoletje	=	cassolette
cassoletjes	=	cassolette
cassolette	noun	vaas waarin men wierrook en andere reukwaren kan laten branden
cassolettes	=	cassolette
cassolettetje	=	cassolette
cassolettetjes	=	cassolette
cassonade	noun	bruine suiker gemaakt van kristalsuiker en melasse
cassonades	=	cassonade
cassoulet	noun	ragout van diverse vleessoorten en witte bonen smeuïg gemaakt met ganzen- of eendenvet
cassouletje	=	cassoulet
cassouletjes	=	cassoulet
cassoulets	=	cassoulet
cast	noun	de groep van acteurs die optreden in een film, toneelstuk ect , de rolverdeling
castagnet	noun	elk van de twee bolvormige stukjes hout, die met een touwtje aan elkaar verbonden een handklepper vormen, zoals die veel gebruikt wordt bij het dansen van de flamenco Meestal houdt de bespeler in elke hand een klepper met een verschillende toonhoogte.#:▸ Het meest bijzondere gedeelte van de dienst is de muziek, die gespeeld wordt op grote trommels in de vorm van vaten, kebro's, begeleid door sistra's, kleine instrumenten met houten grepen waaraan een rij zilveren schijven is gehecht, die een geluid produceren dat op dat van een castagnet of een tamboerijn lijkt.
castagnetje	=	castagnet
castagnette	noun	bolvormige houten schijfje dat, paarsgewijze aan de vingers bevestigd, bij de Spaanse dans gebruikt wordt als instrument om het ritme aan te geven, handklepper
castagnetten	noun	handklepper van twee bolvormige stukjes hout met een touwtje aan elkaar verbonden, zoals die veel gebruikt wordt bij het dansen van de flamenco#:▸ Ze trappelt met haar hoge hakken hard op het plankier en danst dan de flamenco, castagnetten in haar hand; dat is wat ik het allermooist vind van haar vaderland.
caste	=	casten
castella	=	castellum
castellum	noun	Romeins kasteel, vesting, fort of legerplaats
castellumpje	=	castellum
castellums	=	castellum
casten	verb	iemand voor een film- of toneelrol werven
castend	=	casten
castende	=	casten
castigeer	=	castigeren
castigeerde	=	castigeren
castigeerden	=	castigeren
castigeert	=	castigeren
castigere	=	castigeren
castigeren	verb	tuchtigen, bestraffen, kastijden
castigerend	=	castigeren
castigerende	=	castigeren
castiliaans	adj	afkomstig van of met betrekking tot Castilië, een van de vorstendommen waaruit Spanje is ontstaan
castiliaanse	=	castiliaans
castiliaanser	=	castiliaans
castiliaansere	=	castiliaans
castiliaansers	=	castiliaans
castiliaanst	=	castiliaans
castiliaanstalig	adj	de Castiliaanse taal sprekend
castiliaanstalige	=	castiliaanstalig
castiliaanstaligs	=	castiliaanstalig
castiliaanste	=	castiliaans
casting	noun	selectie van artiesten (zoals acteurs en dansers) voor een specifieke rol
castingagente	noun	vrouw die op zoek gaat naar de juiste talenten voor verschillende opdrachten in de media- en entertainmentindustrie
castingagentes	=	castingagente
castingbureau	noun	bedrijf dat geschikt acteurs zoekt voor bepaalde rollen in films en toneelstukken
castingbureaus	=	castingbureau
castings	=	casting
castje	=	cast
castjes	=	cast
castoreum	noun	vettige, stinkende en bitter smakende stof die door bepaalde klieren van de bever worden afgescheiden en die kan worden gebruikt als grondstof voor bepaalde geneesmiddelen en cosmetica
castorolie	noun	plantaardige olie gemaakt van de vrucht van de wonderboom Ricinus communis
castorolies	=	castorolie
castorolietje	=	castorolie
castorolietjes	=	castorolie
castoroliën	=	castorolie
castra	=	castrum
castraat	noun	gecastreerde man of dier.
castraatje	=	castraat
castraatjes	=	castraat
castraatzanger	noun	mannelijke sopraan- of altzanger, die als gevolg van een jeugdige castratie, de jongensstem heeft behouden
castraatzangers	=	castraatzanger
castraten	=	castraat
castratie	noun	ontmanning, het volledig verwijderen van de teelballen bij de man
castratieangst	noun	fobie voor het verliezen van de mannelijke geslachtsdelen
castratieangsten	=	castratieangst
castraties	=	castratie
castratietje	=	castratie
castreer	=	castreren
castreerde	=	castreren
castreerden	=	castreren
castreeren	=	castreren
castreert	=	castreren
castrere	=	castreren
castreren	verb	een sterilisatie uitvoeren bij een man of het mannelijke exemplaar van een dier, door verwijdering van de zaadballen
castrerend	=	castreren
castrerende	=	castreren
castrum	noun	een vesting of kleine nederzetting waarin soldaten gelegerd waren
casts	=	cast
castte	=	casten
castten	=	casten
casual	adj	informeel
casualisme	noun	overtuiging dat het toeval de oorzaak van alles is
casualiteit	noun	het toevallig zijn, de toevalligheid
casualiteiten	=	casualiteit
casualiteitje	=	casualiteit
casualiteitjes	=	casualiteit
casuals	=	casual
casualst	=	casual
casualste	=	casual
casueel	adj	toevallig, eigenaardig, merkwaardig
casueels	=	casueel
casueelst	=	casueel
casueelste	=	casueel
casuele	=	casueel
casueler	=	casueel
casuelere	=	casueel
casuelers	=	casueel
casus	noun	een naamval
casusje	=	casus
casusjes	=	casus
casuspositie	noun	toedracht van een praktijkgeval
casusposities	=	casuspositie
casussen	=	casus
casuïst	noun	iemand die zich heeft gespecialiseerd in het oplossen van morele vraagstukken
casuïsten	=	casuïst
casuïstiek	noun	de leer van wetenschappelijke casussen
casuïstje	=	casuïst
cat	noun	afkorting van: "Computed Axial Tomography" (beeldvorming door computertomografie)
cat-scan	noun	met behulp van een computer gemaakte, gedetailleerde, uit doorsneeopnames opgebouwde röntgenfoto van een orgaan
cat-scans	=	cat-scan
catachrese	noun	onjuist woordgebruik, bijv. door het verwisselen van sterk op elkaar lijkende woorden
cataclysme	noun	catastrofe in het bijzonder een ramp in de geschiedenis van een planeet
cataclysmen	=	cataclysme
catacombe	noun	onderaardse begraafplaats
catacomben	=	catacombe
catalaan	noun	een inwoner van Catalonië, of iemand afkomstig uit Catalonië
catalaans	adj	betrekking hebbende op Catalonië of de Catalanen
catalaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Catalonië, of een vrouw afkomstig uit Catalonië
catalaansen	=	catalaanse
catalaanser	=	catalaans
catalaansere	=	catalaans
catalaansers	=	catalaans
catalaanst	=	catalaans
catalaanstalig	adj	de Catalaanse taal sprekend
catalaanstalige	=	catalaanstalig
catalaanstaligs	=	catalaanstalig
catalaanste	=	catalaans
catalanen	=	catalaan
catalepsie	noun	toestand van spierverstijving
cataleptisch	adj	met betrekking tot de catalepsie
cataleptische	=	cataleptisch
cataleptischer	=	cataleptisch
cataleptischere	=	cataleptisch
cataleptischers	=	cataleptisch
catalogeer	=	catalogeren
catalogeerde	=	catalogeren
catalogeerden	=	catalogeren
catalogeert	=	catalogeren
catalogen	=	cataloog
catalogere	=	catalogeren
catalogeren	verb	van een bepaalde zaak: op de juiste plaats in een database of register opnemen
catalogerend	=	catalogeren
catalogerende	=	catalogeren
catalogi	=	catalogus
catalogiseer	=	catalogiseren
catalogiseerde	=	catalogiseren
catalogiseerden	=	catalogiseren
catalogiseert	=	catalogiseren
catalogisere	=	catalogiseren
catalogiseren	verb	in een register onderbrengen
catalogiserend	=	catalogiseren
catalogiserende	=	catalogiseren
catalogus	noun	een register van een verzameling
catalogusbouw	noun	woningbouw in opdracht van particulieren, waarbij woningtypen uit een catalogus gekozen kunnen worden van aannemers die een of meer typen standaardwoningen op de markt aanbieden
catalogusje	=	catalogus
catalogusjes	=	catalogus
catalogusprijs	noun	prijs zoals deze in een catalogus wordt vermeld
catalogusprijsje	=	catalogusprijs
catalogusprijsjes	=	catalogusprijs
catalogusprijzen	=	catalogusprijs
catalogussen	=	catalogus
cataloguswaarde	noun	de prijs van iets zoals vermeld in een catalogus
cataloguswaarden	=	cataloguswaarde
cataloguswaardes	=	cataloguswaarde
cataloguswoning	noun	woning gebouwd naar een in een catalogus gepresenteerd ontwerp
cataloguswoningen	=	cataloguswoning
cataloguswoninkje	=	cataloguswoning
cataloguswoninkjes	=	cataloguswoning
cataloog	noun	geordende lijst met beschikbare zaken
cataloogje	=	cataloog
cataloogjes	=	cataloog
catamaran	noun	vaartuig met twee drijvende delen (de rompen), die boven de waterlijn parallel aan elkaar gemonteerd zijn
catamarans	=	catamaran
catamenia	noun	Catamenia een geslacht van zangvogels uit de familie Thraupidae (tangaren).
catamenia's	=	catamenia
catameniaatje	=	catamenia
catameniaatjes	=	catamenia
catamnese	noun	beloop van een ziekte na behandeling
catamneses	=	catamnese
catamorfisme	noun	concept uit het functioneel programmeren dat gegrond is in de categorietheorie
cataponeralijster	noun	Turdus turdoides een zangvogel uit het geslacht Turdus uit de familie lijsters (Turdidae).
cataponeralijsters	=	cataponeralijster
cataponeralijstertje	=	cataponeralijster
cataponeralijstertjes	=	cataponeralijster
cataract	noun	grijze staar, een troebeling van de ooglens die het zien verstoort
cataracten	=	cataract
cataractje	=	cataract
cataractjes	=	cataract
catarraal	adj	een waterige afscheiding hebbend, wijzend op een ontsteking van de slijmvliezen
catarraals	=	catarraal
catarrale	=	catarraal
catarre	noun	aandoening van het slijmvlies waarbij het veel vocht verliest
catarres	=	catarre
catastrofaal	adj	rampzalig.
catastrofaals	=	catastrofaal
catastrofaalst	=	catastrofaal
catastrofaalste	=	catastrofaal
catastrofale	=	catastrofaal
catastrofaler	=	catastrofaal
catastrofalere	=	catastrofaal
catastrofalers	=	catastrofaal
catastrofe	noun	een algemene ramp
catastrofen	=	catastrofe
catastrofentheorie	noun	benaming voor een geheel van wiskundige en filosofische verhandelingen, voornamelijk uit de jaren 1960 en 1970, waarin gepoogd wordt om natuurverschijnselen uit te leggen aan de hand van de classificatie van singulariteiten van differentieerbare functies.
catastrofentheorietje	=	catastrofentheorie
catastrofentheorietjes	=	catastrofentheorie
catastrofentheorieën	=	catastrofentheorie
catastrofes	=	catastrofe
catastrofetheorie	noun	een poging om natuurverschijnselen te verklaren uit opgetreden catastrofen
catastrofetheorietje	=	catastrofetheorie
catastrofetheorietjes	=	catastrofetheorie
catastrofetheorieën	=	catastrofetheorie
catastrofetje	=	catastrofe
catastrofetjes	=	catastrofe
catastrofisch	adj	met betrekking tot een catastrofe
catastrofische	=	catastrofisch
catastrofischer	=	catastrofisch
catastrofischere	=	catastrofisch
catastrofischers	=	catastrofisch
catastrofistisch	adj	met betrekking tot het catastrofisme
catastrofistische	=	catastrofistisch
catastrofistischer	=	catastrofistisch
catastrofistischere	=	catastrofistisch
catastrofistischers	=	catastrofistisch
catastrophaal	=	catastrofaal
catastrophe	=	catastrofe
catatone	=	catatoon
catatoner	=	catatoon
catatonere	=	catatoon
catatoners	=	catatoon
catatonie	noun	het catatoon zijn: een neurotische toestand die gepaard gaat met spierkrampen en spastische bewegingen ofwel volkomen verstijving
catatonisch	adj	met betrekking tot de catatonie
catatonische	=	catatonisch
catatonischer	=	catatonisch
catatonischere	=	catatonisch
catatonischers	=	catatonisch
catatoon	adj	door en door gespannen
catatoons	=	catatoon
catatoonst	=	catatoon
catatoonste	=	catatoon
catbalangoer	noun	Trachypithecus poliocephalus poliocephalus een aap die voorkomt op het eiland Cat Ba voor de noordelijke kust van Vietnam.
catbalangoeren	=	catbalangoer
catbalangoertje	=	catbalangoer
catbalangoertjes	=	catbalangoer
catch-as-catch-can	noun	wijze van worstelen waarbij alle grepen zijn toegestaan
catcher	noun	een speler in het honkbal of softbal die, als zijn team verdedigt, achter de thuisplaat gehurkt zit en de aangegooide ballen van de werper ontvangt
catchers	=	catcher
catchphrase	noun	zin die is uitgesproken door een filmster in een serie of film en zovaak wordt herhaald dat het in de algemene omgangtaal veel gebruikt wordt; ingeburgerde uitspraak
catchphrases	=	catchphrase
catchy	adj	makkelijk in het gehoor liggend
catchy's	=	catchy
catchyer	=	catchy
catchyere	=	catchy
catchyers	=	catchy
catchyst	=	catchy
catchyste	=	catchy
catecheet	noun	iemand die catechese geeft
catechese	noun	van de kerk uitgaand godsdienstonderwijs (vaak in de vorm van vraag en antwoord met behulp van een catechismus)
catecheten	=	catecheet
catechetisch	adj	met betrekking tot de catechese
catechetische	=	catechetisch
catechetischer	=	catechetisch
catechetischere	=	catechetisch
catechetischers	=	catechetisch
catechisant	noun	deelnemer aan een catechisatie
catechisanten	=	catechisant
catechisatie	noun	godsdienstonderwijs aan doopleden van een protestantse kerk, ter voorbereiding op de openbare belijdenis
catechisaties	=	catechisatie
catechiseer	=	catechiseren
catechiseerde	=	catechiseren
catechiseerden	=	catechiseren
catechiseert	=	catechiseren
catechisere	=	catechiseren
catechiseren	verb	godsdienstonderwijs geven
catechiserend	=	catechiseren
catechiserende	=	catechiseren
catechisme	=	catechismus
catechismus	noun	de leer van een godsdienst in de vorm van vragen en antwoorden gebruikt in het godsdienstonderwijs aan jongeren en leken
catechismusles	noun	onderwijs in de godsdienstige zedenleer
catechismuslessen	=	catechismusles
catechismussen	=	catechismus
catechist	noun	vrouwelijke religieuse die zich bezig houdt met maatschappelijk werk
catechisten	=	catechist
catechumeen	noun	iemand die zich voorbereidt op zijn doopsel
catechumenen	=	catechumeen
catechumenenolie	noun	olijfolie die op Witte Donderdag door een bisschop wordt gewijd en die men gebruikt bij zalvingen en wijdingen
catechumenenolies	=	catechumenenolie
catechumenenolietje	=	catechumenenolie
catechumenenolietjes	=	catechumenenolie
catechumenenoliën	=	catechumenenolie
categoraal	adj	tot één categorie horend
categoraals	=	categoraal
categoraalst	=	categoraal
categoraalste	=	categoraal
categorale	=	categoraal
categoraler	=	categoraal
categoralere	=	categoraal
categoralers	=	categoraal
categoriaal	adj	naar categorieën ingedeeld
categoriaals	=	categoriaal
categoriaalst	=	categoriaal
categoriaalste	=	categoriaal
categoriale	=	categoriaal
categorialer	=	categoriaal
categorialere	=	categoriaal
categorialers	=	categoriaal
categorie	noun	onderdeel van een rangschikking, rang, groep
categoriebomen	=	categorieboom
categorieboom	noun	het geheel aan categorieën dat onder een bepaalde categorie hangt in verschillende lagen.
categorieboompje	=	categorieboom
categorieboompjes	=	categorieboom
categoriek	adj	zonder uitzonderingen; zonder enige twijfel
categorieke	=	categoriek
categorieker	=	categoriek
categoriekere	=	categoriek
categoriekers	=	categoriek
categorieks	=	categoriek
categoriekst	=	categoriek
categoriekste	=	categoriek
categorienaamruimte	noun	een naamruimte op een wiki waar categorieën staan waarin pagina's op onderwerp gegroepeerd worden
categorienaamruimtes	=	categorienaamruimte
categorienaamruimtetje	=	categorienaamruimte
categorienaamruimtetjes	=	categorienaamruimte
categorietheorie	noun	een abstract onderdeel van de wiskunde dat zich bezighoudt met het bestuderen van de algemene eigenschappen van wiskundige structuren, waartussen structuurbehoudende afbeeldingen zijn gedefinieerd
categorietheorietje	=	categorietheorie
categorietheorietjes	=	categorietheorie
categorietheorieën	=	categorietheorie
categorietje	=	categorie
categorietjes	=	categorie
categorieën	=	categorie
categorisatie	noun	het in een of meer categorieën onderbrengen
categorisaties	=	categorisatie
categorisatietje	=	categorisatie
categorisch	adj	betrekking hebbend op een indeling in categorieën	adv	op categorische wijze
categorische	=	categorisch
categorischer	=	categorisch
categorischere	=	categorisch
categorischers	=	categorisch
categorischt	=	categorisch
categorischte	=	categorisch
categoriseer	=	categoriseren
categoriseerde	=	categoriseren
categoriseerden	=	categoriseren
categoriseert	=	categoriseren
categorisere	=	categoriseren
categoriseren	verb	op basis van zekere criteria in groepen indelen
categoriserend	=	categoriseren
categoriserende	=	categoriseren
categorisering	noun	het indelen in klassen; het indelen in categorieën
categoriseringen	=	categorisering
categoriserinkje	=	categorisering
catenaccio	noun	extreem verdedigend voetbal, zoals dat in Italië geïntroduceerd is
cater	=	cateren
cateraar	noun	iemand die op professionele wijze eten en drinken verzorgt op een bijeenkomst
cateraars	=	cateraar
cateraartje	=	cateraar
cateraartjes	=	cateraar
caterde	=	cateren
caterden	=	cateren
catere	=	cateren
cateren	verb	verzorgen van het eten en drinken; het verzorgen van de maaltijden
caterend	=	cateren
caterende	=	cateren
catering	noun	verzorging van maaltijden bij feesten en bijeenkomsten
cateringbedrijf	noun	bedrijf dat eten en drinken verzorgt bij evenementen, feesten en bijeenkomsten
cateringbedrijfje	=	cateringbedrijf
cateringbedrijfjes	=	cateringbedrijf
cateringbedrijven	=	cateringbedrijf
cateringservice	noun	bedrijf dat zorgt voor de maaltijden bij feesten en bijeenkomsten
cateringservices	=	cateringservice
catert	=	cateren
catfight	noun	ruzie tussen vrouwen, met name wanneer die door de media gevolgd wordt
catfights	=	catfight
catfish	noun	persoon die zich online heel anders voordoet dan hij of zij in werkelijkheid is
catfishes	=	catfish
catfishing	noun	het zich online heel anders voordoen dan men in werkelijkheid is
catgut	noun	hechtdraad (van schapendarm) dat in lichaamsvocht kan oplossen
catguts	=	catgut
catharsis	noun	het schoonmaken van iets, iets opruimen
catharsissen	=	catharsis
cathartisch	adj	met betrekking tot een catharsis
cathartische	=	cathartisch
cathartischer	=	cathartisch
cathartischere	=	cathartisch
cathartischers	=	cathartisch
cathedra	noun	zetel (van paus en bisschoppen)
cathedra's	=	cathedra
catheter	=	katheter
cathine	noun	een psychoactief middel uit de fenylethylamine- en amfetamine-groep
catholiek	=	katholiek
catholijk	=	katholiek
catsuit	noun	een strak aaneensluitend kledingstuk van elastische stof zoals lycra of spandex maar ook wel van latex of leer, dat het hele lichaam, behalve het hoofd, de handen en de voeten, bedekt
catsuits	=	catsuit
cattleyawespje	noun	Eurytoma orchidearum een vliesvleugelig insect uit de familie Eurytomidae.
cattleyawespjes	=	cattleyawespje
cattleywespje	noun	Eurytoma orchidearum een vliesvleugelig insect uit de familie Eurytomidae.
cattleywespjes	=	cattleywespje
cattuig	noun	tuigage met alleen grootzeil (dus zonder fok)
cattuigen	=	cattuig
cattuigje	=	cattuig
cattuigjes	=	cattuig
catwalk	noun	langgerekt smal podium met aan weerszijden publiek, zoals die waarop mannequins kleding showen
catwalks	=	catwalk
caucagierzwaluw	noun	Cypseloides lemosi een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
caucagierzwaluwen	=	caucagierzwaluw
caucagierzwaluwtje	=	caucagierzwaluw
caucagierzwaluwtjes	=	caucagierzwaluw
caucasjakohoen	noun	Penelope perspicax een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
caucasjakohoenderen	=	caucasjakohoen
caucasjakohoenders	=	caucasjakohoen
caucasjakohoendertje	=	caucasjakohoen
caucasjakohoendertjes	=	caucasjakohoen
caucus	noun	een bijeenkomst voor conflictbemiddeling
caucuses	=	caucus
cauda	noun	langwerpig uiteinde
cauda's	=	cauda
caudaal	adj	met betrekking tot het (staart) uiteinde, ook gebruikt voor het onderste deel van ruggemerg
caudasyndroom	noun	een neurologische aandoening waarbij de bundel van de wortels van alle ruggemergzenuwen onder de eerste lendewervel bekneld raken door bijvoorbeeld een tumor of een hernia in de rug
caudillo	noun	dictatoriaal, autoritair leider, meestal afkomstig uit het leger
caudillo's	=	caudillo
cauramiervogel	noun	Myrmelastes caurensis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
cauramiervogels	=	cauramiervogel
cauramiervogeltje	=	cauramiervogel
cauramiervogeltjes	=	cauramiervogel
causaal	adj	oorzakelijk
causaals	=	causaal
causaalst	=	causaal
causaalste	=	causaal
causale	=	causaal
causaler	=	causaal
causalere	=	causaal
causalers	=	causaal
causaliteit	noun	oorzakelijkheid, betrekking van oorzaak en gevolg, oorzakelijke samenhang
causaliteiten	=	causaliteit
causatie	noun	het veroorzaken (en de daaruit mogelijke gevolgen)
causatief	noun	een werkwoord dat aangeeft dat men iets doet of laat gebeuren	adj	op een oorzaak betrekking hebbend
causatiefje	=	causatief
causatiefjes	=	causatief
causatiefs	=	causatief
causatiefst	=	causatief
causatiefste	=	causatief
causaties	=	causatie
causatieve	=	causatief
causatieven	=	causatief
causatiever	=	causatief
causatievere	=	causatief
causatievers	=	causatief
causeer	=	causeren
causeerde	=	causeren
causeerden	=	causeren
causeert	=	causeren
causere	=	causeren
causeren	verb	op aangename, losse toon praten (zonder al te veel diepgang), keuvelen
causerend	=	causeren
causerende	=	causeren
causerie	noun	gebabbel, praatje
causerietje	=	causerie
causerietjes	=	causerie
causerieën	=	causerie
causeur	noun	gezellige en onderhoudende prater
causeurs	=	causeur
causeurtje	=	causeur
causeurtjes	=	causeur
caustica	=	causticum
causticum	noun	bijtende chemische stof
cautal	noun	populaire liedvorm voor mannen, gekenmerkt door vier afwisselende ritmen; oorspronkelijk afkomstig uit het noorden van India en vaak gezongen rond een phagwafeest
cauterisatie	noun	het dichtschroeien van wonden
cauterisaties	=	cauterisatie
cauterisatietje	=	cauterisatie
cauterisatietjes	=	cauterisatie
cauteriseer	=	cauteriseren
cauteriseerde	=	cauteriseren
cauteriseerden	=	cauteriseren
cauteriseert	=	cauteriseren
cauterisere	=	cauteriseren
cauteriseren	verb	uitbranden van wonden
cauteriserend	=	cauteriseren
cauteriserende	=	cauteriseren
cautie	noun	borgsom
cauties	=	cautie
cautieën	=	cautie
cava	noun	Spaanse mousserende wijn, vooral geproduceerd ten zuidwesten van Barcelona
cava's	=	cava
cavaatje	=	cava
cavaatjes	=	cava
cavabar	noun	bar waar men mousserende Spaanse wijn schenkt
cavabars	=	cavabar
cavalcade	noun	optocht te paard
cavalcaden	=	cavalcade
cavalcades	=	cavalcade
cavalcadetje	=	cavalcade
cavalcadetjes	=	cavalcade
cavalerie	noun	strijdmacht te paard
cavaleriebrigade	noun	brigade van de cavalerie
cavaleriebrigaden	=	cavaleriebrigade
cavaleriebrigades	=	cavaleriebrigade
cavaleriebrigadetje	=	cavaleriebrigade
cavaleriebrigadetjes	=	cavaleriebrigade
cavaleriecharge	noun	snelle aanval door troepen te paard
cavaleriecharges	=	cavaleriecharge
cavaleriekazerne	noun	gebouw waar de militaire eenheid is gehuisvest die gebruik maakt van paarden
cavaleriekazernen	=	cavaleriekazerne
cavaleriekazernes	=	cavaleriekazerne
cavalerieofficier	noun	bevelvoerder van een militaire eenheid die zich voortbeweegt op paarden
cavalerieofficieren	=	cavalerieofficier
cavalerieofficiers	=	cavalerieofficier
cavalerieofficiertje	=	cavalerieofficier
cavalerieofficiertjes	=	cavalerieofficier
cavalerieregiment	noun	traditionele eenheid binnen de landstrijdkrachten die hoofdzakelijk met tanks en pantservoertuigen zijn uitgerust
cavalerieregimenten	=	cavalerieregiment
cavaleries	=	cavalerie
cavalerist	noun	militair bij de cavalerie
cavaleristen	=	cavalerist
cavaleristje	=	cavalerist
cavaleristjes	=	cavalerist
cavalier	noun	galante begeleider (van een dame)
cavaliers	=	cavalier
cavaliertje	=	cavalier
cavaliertjes	=	cavalier
cavallerie	=	cavalerie
caverne	noun	holte, grot
cavernes	=	caverne
caverneus	adj	met veel holten
caverneust	=	caverneus
caverneuste	=	caverneus
caverneuze	=	caverneus
caverneuzer	=	caverneus
caverneuzere	=	caverneus
caverneuzers	=	caverneus
cavia	noun	benaming voor knaagdieren uit het geslacht Cavia, van oorsprong afkomstig uit Zuid-Amerika, die vooral als huisdier gehouden worden
cavia's	noun	Cavia of Guinese biggetjes zijn een geslacht van de Zuid-Amerikaanse knaagdieren uit de familie Caviidae.
cavia-achtige	noun	zoogdier uit de Zuid-Amerikaanse familie Caviidae uit de orde der knaagdieren (Rodentia).
cavia-achtigen	noun	Caviidae een Zuid-Amerikaanse familie uit de orde der knaagdieren (Rodentia).
caviaatje	=	cavia
caviaatjes	=	cavia
caviahok	noun	een veilig, afgesloten verblijf voor cavia's, bedoeld als hun thuis, waarin ze kunnen eten, slapen, spelen en schuilen, liefst ruim opgezet met verdiepingen, tunnels, huisjes en bodembedekking, en waar ze zich veilig voelen
caviahokje	=	caviahok
caviahokjes	=	caviahok
caviahokken	=	caviahok
caviakooi	noun	een gesloten ruimte met tralies waarin men een cavia als huisdier kan houden
caviakooien	=	caviakooi
caviapoep	noun	ontlasting van een cavia; keutel van een cavia
caviapolitie	noun|humorous	afdeling van de politie die zich bezighoudt met misdrijven tegen dieren
cavitatie	noun	holtevorming
cavitaties	=	cavitatie
caviteit	noun	een gat of ruimte bijv. gaatje door tandbederf
caviteiten	=	caviteit
caxirola	noun	Braziliaans muziekinstrument dat lijkt op een rammelaar
caxirola's	=	caxirola
cayenne	noun	bepaalde cultivar van Capsicum annuum
cayennebekarde	noun	Pachyramphus surinamus een zangvogel uit de familie Cotingidae (Cotinga's).
cayennebekardes	=	cayennebekarde
cayennebekardetje	=	cayennebekarde
cayennebekardetjes	=	cayennebekarde
cayennebosral	noun	Aramides cajaneus een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
cayennebosrallen	=	cayennebosral
cayennebosralletje	=	cayennebosral
cayennebosralletjes	=	cayennebosral
cayennegaai	noun	Cyanocorax cayanus een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
cayennegaaien	=	cayennegaai
cayennegaaitje	=	cayennegaai
cayennegaaitjes	=	cayennegaai
cayennegierzwaluw	noun	Panyptila cayennensis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
cayennegierzwaluwen	=	cayennegierzwaluw
cayennegierzwaluwtje	=	cayennegierzwaluw
cayennegierzwaluwtjes	=	cayennegierzwaluw
cayennekievietje	=	cayennekievit
cayennekievietjes	=	cayennekievit
cayennekievit	noun	Hoploxypterus cayanus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
cayennekieviten	=	cayennekievit
cayennekievitje	=	cayennekievit
cayennekievitjes	=	cayennekievit
cayennemuggeneter	noun	Conopophaga aurita een zangvogel uit de familie Conopophagidae (muggeneters).
cayennemuggeneters	=	cayennemuggeneter
cayennemuggenetertje	=	cayennemuggeneter
cayennemuggenetertjes	=	cayennemuggeneter
cayennenachtzwaluw	noun	Setopagis maculosa een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
cayennenachtzwaluwen	=	cayennenachtzwaluw
cayennenachtzwaluwtje	=	cayennenachtzwaluw
cayennenachtzwaluwtjes	=	cayennenachtzwaluw
cayenneorganist	noun	Euphonia cayennensis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
cayenneorganisten	=	cayenneorganist
cayenneorganistje	=	cayenneorganist
cayenneorganistjes	=	cayenneorganist
cayennepeper	noun	bepaalde cultivar van Capsicum annuum uit de nachtschadefamilie (Solanaceae)
cayennepepers	=	cayennepeper
cayennepepertje	=	cayennepeper
cayennepepertjes	=	cayennepeper
cayennerat	noun	Proechimys guyannensis knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae)
cayenneratje	=	cayennerat
cayenneratjes	=	cayennerat
cayenneratten	=	cayennerat
cayennestekelstaart	noun	Synallaxis gujanensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
cayennestekelstaarten	=	cayennestekelstaart
cayennestekelstaartje	=	cayennestekelstaart
cayennestekelstaartjes	=	cayennestekelstaart
cayennetiran	noun	Myiarchus tyrannulus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
cayennetirannen	=	cayennetiran
cayennetirannetje	=	cayennetiran
cayennetirannetjes	=	cayennetiran
caymaneilander	=	kaaimaneilander
caymaneilands	=	kaaimaneilands
caymaneilandse	=	kaaimaneilandse
cazumatanglibel	noun	Onychogomphus cazuma een echte libel uit de familie van de rombouten (Gomphidae)
cazumatanglibellen	=	cazumatanglibel
cazumatanglibelletje	=	cazumatanglibel
cazumatanglibelletjes	=	cazumatanglibel
caïroot	noun	een inwoner van Caïro, of iemand afkomstig uit Caïro
caïroten	=	caïroot
caïrotisch	adj	op Caïro betrekking hebbend
caïrotische	noun	een vrouwelijke inwoner van Caïro, of een vrouw afkomstig uit Caïro
caïrotischen	=	caïrotische
cb	=	tweehonderddrie
cbp	noun	organisatie die toeziet op de bescherming van de privacy van de inwoners van Nederland
cbs	noun	belangrijkste statistiek bureau van Nederland
cbs-koersindex	noun	beursindex van de Amsterdamse effectenbeurs samengesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek
cbs-koersindexen	=	cbs-koersindex
cbs-koersindices	=	cbs-koersindex
cbs-stemmingsindex	noun	beursindex van de hoofdfondsen op de Amsterdamse effectenbeurs
cc	=	cc'en
cc'de	=	cc'en
cc'den	=	cc'en
cc'e	=	cc'en
cc'en	verb	iemand een e-mail in cc sturen, een kopie van de e-mail aan iemand sturen
cc'end	=	cc'en
cc'ende	=	cc'en
cc's	=	cc'en
cc't	=	cc'en
ccc	=	driehonderd
ccci	=	driehonderdeen
cccii	=	driehonderdtwee
ccciii	=	driehonderddrie
ccciv	=	driehonderdvier
cccix	=	driehonderdnegen
cccl	=	driehonderdvijftig
cccli	=	driehonderdeenenvijftig
ccclii	=	driehonderdtweeënvijftig
cccliii	=	driehonderddrieënvijftig
cccliv	=	driehonderdvierenvijftig
ccclix	=	driehonderdnegenenvijftig
ccclv	=	driehonderdvijfenvijftig
ccclvi	=	driehonderdzesenvijftig
ccclvii	=	driehonderdzevenenvijftig
ccclviii	=	driehonderdachtenvijftig
ccclx	=	driehonderdzestig
ccclxi	=	driehonderdeenenzestig
ccclxii	=	driehonderdtweeënzestig
ccclxiii	=	driehonderddrieënzestig
ccclxiv	=	driehonderdvierenzestig
ccclxix	=	driehonderdnegenenzestig
ccclxv	=	driehonderdvijfenzestig
ccclxvi	=	driehonderdzesenzestig
ccclxvii	=	driehonderdzevenenzestig
ccclxviii	=	driehonderdachtenzestig
ccclxx	=	driehonderdzeventig
ccclxxi	=	driehonderdeenenzeventig
ccclxxii	=	driehonderdtweeënzeventig
ccclxxiii	=	driehonderddrieënzeventig
ccclxxiv	=	driehonderdvierenzeventig
ccclxxix	=	driehonderdnegenenzeventig
ccclxxv	=	driehonderdvijfenzeventig
ccclxxvi	=	driehonderdzesenzeventig
ccclxxvii	=	driehonderdzevenenzeventig
ccclxxviii	=	driehonderdachtenzeventig
ccclxxx	=	driehonderdtachtig
ccclxxxi	=	driehonderdeenentachtig
ccclxxxii	=	driehonderdtweeëntachtig
ccclxxxiii	=	driehonderddrieëntachtig
ccclxxxiv	=	driehonderdvierentachtig
ccclxxxix	=	driehonderdnegenentachtig
ccclxxxv	=	driehonderdvijfentachtig
ccclxxxvi	=	driehonderdzesentachtig
ccclxxxvii	=	driehonderdzevenentachtig
ccclxxxviii	=	driehonderdachtentachtig
cccv	=	driehonderdvijf
cccvi	=	driehonderdzes
cccvii	=	driehonderdzeven
cccviii	=	driehonderdacht
cccx	=	driehonderdtien
cccxc	=	driehonderdnegentig
cccxci	=	driehonderdeenennegentig
cccxcii	=	driehonderdtweeënnegentig
cccxciii	=	driehonderddrieënnegentig
cccxciv	=	driehonderdvierennegentig
cccxcix	=	driehonderdnegenennegentig
cccxcv	=	driehonderdvijfennegentig
cccxcvi	=	driehonderdzesennegentig
cccxcvii	=	driehonderdzevenennegentig
cccxcviii	=	driehonderdachtennegentig
cccxi	=	driehonderdelf
cccxii	=	driehonderdtwaalf
cccxiii	=	driehonderddertien
cccxiv	=	driehonderdveertien
cccxix	=	driehonderdnegentien
cccxl	=	driehonderdveertig
cccxli	=	driehonderdeenenveertig
cccxlii	=	driehonderdtweeënveertig
cccxliii	=	driehonderddrieënveertig
cccxliv	=	driehonderdvierenveertig
cccxlix	=	driehonderdnegenenveertig
cccxlv	=	driehonderdvijfenveertig
cccxlvi	=	driehonderdzesenveertig
cccxlvii	=	driehonderdzevenenveertig
cccxlviii	=	driehonderdachtenveertig
cccxv	=	driehonderdvijftien
cccxvi	=	driehonderdzestien
cccxvii	=	driehonderdzeventien
cccxviii	=	driehonderdachttien
cccxx	=	driehonderdtwintig
cccxxi	=	driehonderdeenentwintig
cccxxii	=	driehonderdtweeëntwintig
cccxxiii	=	driehonderddrieëntwintig
cccxxiv	=	driehonderdvierentwintig
cccxxix	=	driehonderdnegenentwintig
cccxxv	=	driehonderdvijfentwintig
cccxxvi	=	driehonderdzesentwintig
cccxxvii	=	driehonderdzevenentwintig
cccxxviii	=	driehonderdachtentwintig
cccxxx	=	driehonderddertig
cccxxxi	=	driehonderdeenendertig
cccxxxii	=	driehonderdtweeëndertig
cccxxxiii	=	driehonderddrieëndertig
cccxxxiv	=	driehonderdvierendertig
cccxxxix	=	driehonderdnegenendertig
cccxxxv	=	driehonderdvijfendertig
cccxxxvi	=	driehonderdzesendertig
cccxxxvii	=	driehonderdzevenendertig
cccxxxviii	=	driehonderdachtendertig
cci	=	tweehonderdeen
ccii	=	tweehonderdtwee
cciii	=	tweehonderddrie
ccir	noun	Comité Consultatif International des Radiocommunications
cciv	=	tweehonderdvier
ccix	=	tweehonderdnegen
ccl	=	tweehonderdvijftig
ccli	=	tweehonderdeenenvijftig
cclii	=	tweehonderdtweeënvijftig
ccliii	=	tweehonderddrieënvijftig
ccliv	=	tweehonderdvierenvijftig
cclix	=	tweehonderdnegenenvijftig
cclv	=	tweehonderdvijfenvijftig
cclvi	=	tweehonderdzesenvijftig
cclvii	=	tweehonderdzevenenvijftig
cclviii	=	tweehonderdachtenvijftig
cclx	=	tweehonderdzestig
cclxi	=	tweehonderdeenenzestig
cclxii	=	tweehonderdtweeënzestig
cclxiii	=	tweehonderddrieënzestig
cclxiv	=	tweehonderdvierenzestig
cclxix	=	tweehonderdnegenenzestig
cclxv	=	tweehonderdvijfenzestig
cclxvi	=	tweehonderdzesenzestig
cclxvii	=	tweehonderdzevenenzestig
cclxviii	=	tweehonderdachtenzestig
cclxx	=	tweehonderdzeventig
cclxxi	=	tweehonderdeenenzeventig
cclxxii	=	tweehonderdtweeënzeventig
cclxxiii	=	tweehonderddrieënzeventig
cclxxiv	=	tweehonderdvierenzeventig
cclxxix	=	tweehonderdnegenenzeventig
cclxxv	=	tweehonderdvijfenzeventig
cclxxvi	=	tweehonderdzesenzeventig
cclxxvii	=	tweehonderdzevenenzeventig
cclxxviii	=	tweehonderdachtenzeventig
cclxxx	=	tweehonderdtachtig
cclxxxi	=	tweehonderdeenentachtig
cclxxxii	=	tweehonderdtweeëntachtig
cclxxxiii	=	tweehonderddrieëntachtig
cclxxxiv	=	tweehonderdvierentachtig
cclxxxix	=	tweehonderdnegenentachtig
cclxxxv	=	tweehonderdvijfentachtig
cclxxxvi	=	tweehonderdzesentachtig
cclxxxvii	=	tweehonderdzevenentachtig
cclxxxviii	=	tweehonderdachtentachtig
ccv	=	tweehonderdvijf
ccvi	=	tweehonderdzes
ccvii	=	tweehonderdzeven
ccviii	=	tweehonderdacht
ccx	=	tweehonderdtien
ccxc	=	tweehonderdnegentig
ccxci	=	tweehonderdeenennegentig
ccxcii	=	tweehonderdtweeënnegentig
ccxciii	=	tweehonderddrieënnegentig
ccxciv	=	tweehonderdvierennegentig
ccxcix	=	tweehonderdnegenennegentig
ccxcv	=	tweehonderdvijfennegentig
ccxcvi	=	tweehonderdzesennegentig
ccxcvii	=	tweehonderdzevenennegentig
ccxcviii	=	tweehonderdachtennegentig
ccxi	=	tweehonderdelf
ccxii	=	tweehonderdtwaalf
ccxiii	=	tweehonderddertien
ccxiv	=	tweehonderdveertien
ccxix	=	tweehonderdnegentien
ccxl	=	tweehonderdveertig
ccxli	=	tweehonderdeenenveertig
ccxlii	=	tweehonderdtweeënveertig
ccxliii	=	tweehonderddrieënveertig
ccxliv	=	tweehonderdvierenveertig
ccxlix	=	tweehonderdnegenenveertig
ccxlv	=	tweehonderdvijfenveertig
ccxlvi	=	tweehonderdzesenveertig
ccxlvii	=	tweehonderdzevenenveertig
ccxlviii	=	tweehonderdachtenveertig
ccxv	=	tweehonderdvijftien
ccxvi	=	tweehonderdzestien
ccxvii	=	tweehonderdzeventien
ccxviii	=	tweehonderdachttien
ccxx	=	tweehonderdtwintig
ccxxi	=	tweehonderdeenentwintig
ccxxii	=	tweehonderdtweeëntwintig
ccxxiii	=	tweehonderddrieëntwintig
ccxxiv	=	tweehonderdvierentwintig
ccxxix	=	tweehonderdnegenentwintig
ccxxv	=	tweehonderdvijfentwintig
ccxxvi	=	tweehonderdzesentwintig
ccxxvii	=	tweehonderdzevenentwintig
ccxxviii	=	tweehonderdachtentwintig
ccxxx	=	tweehonderddertig
ccxxxi	=	tweehonderdeenendertig
ccxxxii	=	tweehonderdtweeëndertig
ccxxxiii	=	tweehonderddrieëndertig
ccxxxiv	=	tweehonderdvierendertig
ccxxxix	=	tweehonderdnegenendertig
ccxxxv	=	tweehonderdvijfendertig
ccxxxvi	=	tweehonderdzesendertig
ccxxxvii	=	tweehonderdzevenendertig
ccxxxviii	=	tweehonderdachtendertig
cd	noun	de afkorting voor compact disc, een rond en plat medium voor opslag van digitale audio en data
cd's	=	cd
cd'tje	=	cd
cd'tjes	=	cd
cd-boekje	noun	boek dat wordt voorgelezen op een compactdisc
cd-boekjes	=	cd-boekje
cd-bon	noun	cadeaubon voor cd's
cd-bonnen	=	cd-bon
cd-bonnetje	=	cd-bon
cd-bonnetjes	=	cd-bon
cd-bons	=	cd-bon
cd-box	noun	doos met een verzameling compact discs
cd-boxen	=	cd-box
cd-boxje	=	cd-box
cd-boxjes	=	cd-box
cd-brander	noun	apparaat dat een cd-r of cd-rw kan beschrijven met data
cd-branders	=	cd-brander
cd-foongids	noun	cd-rom met alle nummers die in de telefoon- en faxgids vermeld staan
cd-foongidsen	=	cd-foongids
cd-hoes	noun	van papier of plastic gemaakte envelop waarin een compact disc kan worden opgeborgen
cd-hoesje	=	cd-hoes
cd-hoesjes	=	cd-hoes
cd-hoezen	=	cd-hoes
cd-i	noun	interactieve compact disc van Philips
cd-i's	=	cd-i
cd-label	noun	onderneming die compact discs uitbrengt
cd-labels	=	cd-label
cd-labeltje	=	cd-label
cd-labeltjes	=	cd-label
cd-opname	noun	geluid dat op een compact disc is vastgelegd
cd-opnamen	=	cd-opname
cd-opnames	=	cd-opname
cd-player	noun	apparaat waarmee men compact discs kan afspelen
cd-players	=	cd-player
cd-r	noun	compact disc die de gebruiker zelf eenmalig kan beschrijven
cd-r's	=	cd-r
cd-rewriter	noun	apparaat waarmee gegevens op cd's vastgelegd of van cd's gewist en herschreven kunnen worden
cd-rewriters	=	cd-rewriter
cd-rom	noun	informatiedrager voor de computer in de vorm van een cd
cd-rommetje	=	cd-rom
cd-rommetjes	=	cd-rom
cd-roms	=	cd-rom
cd-romspeler	noun	apparaat dat gegevens kan lezen van een compact disc
cd-romspelers	=	cd-romspeler
cd-schijf	noun	compact disc
cd-schijfje	=	cd-schijf
cd-schijfjes	=	cd-schijf
cd-schijven	=	cd-schijf
cd-single	noun	cd met een of twee muzieknummers
cd-singles	=	cd-single
cd-speciaalzaak	noun	platenwinkel waar men vooral compact discs verkoopt
cd-speciaalzaakje	=	cd-speciaalzaak
cd-speciaalzaakjes	=	cd-speciaalzaak
cd-speciaalzaken	=	cd-speciaalzaak
cd-speler	noun	een elektronisch apparaat voor het afspelen van (audio-)cd's
cd-spelers	=	cd-speler
cd-spelertje	=	cd-speler
cd-spelertjes	=	cd-speler
cd-verzameling	noun	groep compact discs die door iemand in de loop van de tijd bijeengezameld is
cd-verzamelingen	=	cd-verzameling
cd-winkel	noun	winkel waar men compact discs verkoopt
cd-winkels	=	cd-winkel
cd-winkeltje	=	cd-winkel
cd-winkeltjes	=	cd-winkel
cd-wisselaar	noun	voorziening aan een cd-speler waarin men meerdere compact discs kan plaatsen, die naar keuze na of door elkaar afgespeeld worden
cd-wisselaars	=	cd-wisselaar
cd-wisselaartje	=	cd-wisselaar
cd-writer	noun	apparaat dat een cd-r of cd-rw kan beschrijven met data
cd-writers	=	cd-writer
cda	abbrev	Christen Democratisch Appel partij die ontstaan is door een samengaan van ARP, CHU en KVP
cda'er	noun	iemand die lid is van het CDA
cda'ers	=	cda'er
cda-bewindsman	noun	bewindsman van het CDA
cda-bewindsmannen	=	cda-bewindsman
cda-fractie	noun	volksvertegenwoordigers van het CDA in één volksvertegenwoordiging
cda-fracties	=	cda-fractie
cda-leider	noun	leider van de politieke partij het CDA
cda-leiders	=	cda-leider
cdi	=	vierhonderdeen
cdii	=	vierhonderdtwee
cdiii	=	vierhonderddrie
cdiv	=	vierhonderdvier
cdix	=	vierhonderdnegen
cdl	=	vierhonderdvijftig
cdli	=	vierhonderdeenenvijftig
cdlii	=	vierhonderdtweeënvijftig
cdliii	=	vierhonderddrieënvijftig
cdliv	=	vierhonderdvierenvijftig
cdlix	=	vierhonderdnegenenvijftig
cdlv	=	vierhonderdvijfenvijftig
cdlvi	=	vierhonderdzesenvijftig
cdlvii	=	vierhonderdzevenenvijftig
cdlviii	=	vierhonderdachtenvijftig
cdlx	=	vierhonderdzestig
cdlxi	=	vierhonderdeenenzestig
cdlxii	=	vierhonderdtweeënzestig
cdlxiii	=	vierhonderddrieënzestig
cdlxiv	=	vierhonderdvierenzestig
cdlxix	=	vierhonderdnegenenzestig
cdlxv	=	vierhonderdvijfenzestig
cdlxvi	=	vierhonderdzesenzestig
cdlxvii	=	vierhonderdzevenenzestig
cdlxviii	=	vierhonderdachtenzestig
cdlxx	=	vierhonderdzeventig
cdlxxi	=	vierhonderdeenenzeventig
cdlxxii	=	vierhonderdtweeënzeventig
cdlxxiii	=	vierhonderddrieënzeventig
cdlxxiv	=	vierhonderdvierenzeventig
cdlxxix	=	vierhonderdnegenenzeventig
cdlxxv	=	vierhonderdvijfenzeventig
cdlxxvi	=	vierhonderdzesenzeventig
cdlxxvii	=	vierhonderdzevenenzeventig
cdlxxviii	=	vierhonderdachtenzeventig
cdlxxx	=	vierhonderdtachtig
cdlxxxi	=	vierhonderdeenentachtig
cdlxxxii	=	vierhonderdtweeëntachtig
cdlxxxiii	=	vierhonderddrieëntachtig
cdlxxxiv	=	vierhonderdvierentachtig
cdlxxxix	=	vierhonderdnegenentachtig
cdlxxxv	=	vierhonderdvijfentachtig
cdlxxxvi	=	vierhonderdzesentachtig
cdlxxxvii	=	vierhonderdzevenentachtig
cdlxxxviii	=	vierhonderdachtentachtig
cdna	noun	DNA dat door reverse transcriptie uit mRNA is verkregen
cdna's	=	cdna
cdu-leider	noun	leider van de Duitse christen-democratische politieke partij het CDU
cdu-leiders	=	cdu-leider
cdv	=	vierhonderdvijf
cdvi	=	vierhonderdzes
cdvii	=	vierhonderdzeven
cdviii	=	vierhonderdacht
cdx	=	vierhonderdtien
cdxc	=	vierhonderdnegentig
cdxci	=	vierhonderdeenennegentig
cdxcii	=	vierhonderdtweeënnegentig
cdxciii	=	vierhonderddrieënnegentig
cdxciv	=	vierhonderdvierennegentig
cdxcix	=	vierhonderdnegenennegentig
cdxcv	=	vierhonderdvijfennegentig
cdxcvi	=	vierhonderdzesennegentig
cdxcvii	=	vierhonderdzevenennegentig
cdxcviii	=	vierhonderdachtennegentig
cdxi	=	vierhonderdelf
cdxii	=	vierhonderdtwaalf
cdxiii	=	vierhonderddertien
cdxiv	=	vierhonderdveertien
cdxix	=	vierhonderdnegentien
cdxl	=	vierhonderdveertig
cdxli	=	vierhonderdeenenveertig
cdxlii	=	vierhonderdtweeënveertig
cdxliii	=	vierhonderddrieënveertig
cdxliv	=	vierhonderdvierenveertig
cdxlix	=	vierhonderdnegenenveertig
cdxlv	=	vierhonderdvijfenveertig
cdxlvi	=	vierhonderdzesenveertig
cdxlvii	=	vierhonderdzevenenveertig
cdxlviii	=	vierhonderdachtenveertig
cdxv	=	vierhonderdvijftien
cdxvi	=	vierhonderdzestien
cdxvii	=	vierhonderdzeventien
cdxviii	=	vierhonderdachttien
cdxx	=	vierhonderdtwintig
cdxxi	=	vierhonderdeenentwintig
cdxxii	=	vierhonderdtweeëntwintig
cdxxiii	=	vierhonderddrieëntwintig
cdxxiv	=	vierhonderdvierentwintig
cdxxix	=	vierhonderdnegenentwintig
cdxxv	=	vierhonderdvijfentwintig
cdxxvi	=	vierhonderdzesentwintig
cdxxvii	=	vierhonderdzevenentwintig
cdxxviii	=	vierhonderdachtentwintig
cdxxx	=	vierhonderddertig
cdxxxi	=	vierhonderdeenendertig
cdxxxii	=	vierhonderdtweeëndertig
cdxxxiii	=	vierhonderddrieëndertig
cdxxxiv	=	vierhonderdvierendertig
cdxxxix	=	vierhonderdnegenendertig
cdxxxv	=	vierhonderdvijfendertig
cdxxxvi	=	vierhonderdzesendertig
cdxxxvii	=	vierhonderdzevenendertig
cdxxxviii	=	vierhonderdachtendertig
ce	=	tweehonderdzes
ce-markering	noun	verplicht keurmerk waarmee een fabrikant aangeeft dat een product voldoet aan de afspraken over de veiligheid in de Europese Unie voor de betreffende productgroep
ce-markeringen	=	ce-markering
cearamuggeneter	noun	Conopophaga cearae een zangvogel uit de familie der muggeneters (Conopophagidae)
cearamuggeneters	=	cearamuggeneter
cearamuggenetertje	=	cearamuggeneter
cearamuggenetertjes	=	cearamuggeneter
cebu-shamalijster	noun	Copsychus cebuensis een vogelsoort uit de familie van de vliegenvangers.
cebu-shamalijsters	=	cebu-shamalijster
cebu-shamalijstertje	=	cebu-shamalijster
cebu-shamalijstertjes	=	cebu-shamalijster
cebuboeboekuil	noun	Ninox rumseyi een in 2012 ontdekte endemische soort uit de uilenfamilie.
cebuboeboekuilen	=	cebuboeboekuil
cebuboeboekuiltje	=	cebuboeboekuil
cebuboeboekuiltjes	=	cebuboeboekuil
cebuhoningvogel	noun	Dicaeum quadricolor een bastaardhoningvogel die alleen voorkomt op de Filipijnse eiland Cebu.
cebuhoningvogels	=	cebuhoningvogel
cebuhoningvogeltje	=	cebuhoningvogel
cebuhoningvogeltjes	=	cebuhoningvogel
cecogram	noun	gratis postzending voor blinden
cecogrammen	=	cecogram
cedeer	=	cederen
cedeerde	=	cederen
cedeerden	=	cederen
cedeert	=	cederen
cedel	noun	bewijsstuk
cedels	=	cedel
cedeltje	=	cedel
cedeltjes	=	cedel
cedent	noun	iemand die een vorderingsrecht overdraagt door een cessie
cedenten	=	cedent
ceder	noun	benaming voor bomen uit het geslacht Cedrus dat behoort tot de dennenfamilie
cederbomen	=	cederboom
cederboom	noun	een boom uit het geslacht Cedrus dat behoort tot de dennenfamilie
cederboompje	=	cederboom
cederboompjes	=	cederboom
cedere	=	cederen
cederen	verb	afstaan, overdragen	adj	vervaardigd van cederhout
cederend	=	cederen
cederende	=	cederen
cedergrondbekerzwam	noun	Geopora sumneriana een schimmel uit de familie Pyronemataceae.
cedergrondbekerzwammen	=	cedergrondbekerzwam
cedergrondbekerzwammetje	=	cedergrondbekerzwam
cedergrondbekerzwammetjes	=	cedergrondbekerzwam
cederhout	noun	hout afkomstig van de cederboom
cederhouten	adj	gemaakt van het hout dat afkomstig is van de cederboom
cederhoutje	=	cederhout
cederhoutjes	=	cederhout
cederhoutmos	noun	Lophozia bicrenata een levermos uit de familie Lophoziaceae.
cederhoutmosje	=	cederhoutmos
cederhoutmosjes	=	cederhoutmos
cederhoutmossen	=	cederhoutmos
cederolie	noun	etherische, enigszins dikke olie van sommige ceders
cederolies	=	cederolie
cederoliën	=	cederolie
cederpestvogel	noun	Bombycilla cedrorum vogel die voorkomt in Noord-Amerika.
cederpestvogels	=	cederpestvogel
cederpestvogeltje	=	cederpestvogel
cederpestvogeltjes	=	cederpestvogel
ceders	=	ceder
cedertje	=	ceder
cedertjes	=	ceder
cedille	noun	een diakritisch teken dat onder andere in de spelling van het Catalaans, het Frans, het Turks en het Portugees wordt gebruikt en als een haakje onder een medeklinker wordt geplaatst.
cedilles	=	cedille
cedilletje	=	cedille
cedilletjes	=	cedille
cedul	=	ceel
cedula	noun	identiteitsbewijs
cedula's	=	cedula
ceel	noun	bewijsstuk
ceels	=	ceel
ceeltje	=	ceel
ceeltjes	=	ceel
cees	=	kees
cefalalgie	noun	pijn in het hoofd
ceinturen	=	ceintuur
ceintuur	noun	een meestal leren of kunststoffen band met een gesp, die men om het middel kan dragen
ceintuurs	=	ceintuur
ceintuurtje	=	ceintuur
ceintuurtjes	=	ceintuur
cel	noun	een kleine ruimte waar iemand voor straf moet zitten (in een gevangenis)
celademhaling	noun	het proces waarbij in een cel, meer specifiek in een mitochondrium, door oxidatie van koolstofverbindingen in de citroenzuurcyclus en de oxidatieve fosforylering uit adenosinedifosfaat (ADP) adenosinetrifosfaat (ATP) wordt gevormd, onder verbruik van zuurstof (O₂) en productie van kooldioxide
celademhalingen	=	celademhaling
celbie	noun	foto waarbij men zichzelf samen met een beroemdheid fotografeert
celbies	=	celbie
celbiologen	=	celbioloog
celbiologie	noun	de wetenschap van organische cellen
celbiologisch	adj	betreffende de wetenschap van organische cellen
celbiologische	=	celbiologisch
celbiologischer	=	celbiologisch
celbiologischere	=	celbiologisch
celbiologischers	=	celbiologisch
celbioloog	noun	bioloog die zich bezig houdt met de studie van de structuur, functie en processen van de cel
celcapaciteit	noun	de hoeveelheid gevangeniscellen die men tot zijn beschikking heeft
celcapaciteiten	=	celcapaciteit
celculturen	=	celcultuur
celcultuur	noun	het laten delen en uitgroeien van lichaamscellen buiten het lichaam
celcycli	=	celcyclus
celcyclus	noun	bij eukaryotische cellen het cyclische proces van celdeling, groei, tot de volgende celdeling
celcyclusje	=	celcyclus
celcyclusjes	=	celcyclus
celcyclussen	=	celcyclus
celdeeling	=	celdeling
celdeling	noun	verdubbeling van cellen om te groeien en te vernieuwen of voor de voortplanting
celdelingen	=	celdeling
celdelinkje	=	celdeling
celdelinkjes	=	celdeling
celdeur	noun	de stevige goed afsluitbare deur van een gevangeniscel, die meestal ook voorzien is van een luikje
celdeuren	=	celdeur
celdeurtje	=	celdeur
celdeurtjes	=	celdeur
celdoden	=	celdood
celdodend	adj	van chemische, biologische of fysieke invloeden dat ze levende cellen doen sterven
celdodende	=	celdodend
celdodends	=	celdodend
celdood	noun	het sterven van een cel
celebesdwergsperwer	noun	Accipiter nanus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
celebesdwergsperwers	=	celebesdwergsperwer
celebesdwergsperwertje	=	celebesdwergsperwer
celebesdwergsperwertjes	=	celebesdwergsperwer
celebeshoutsnip	noun	Scolopax celebensis een vogel uit de familie Scolopacidae (Strandlopers en snippen).
celebeshoutsnipje	=	celebeshoutsnip
celebeshoutsnipjes	=	celebeshoutsnip
celebeshoutsnippen	=	celebeshoutsnip
celebeskuifarend	noun	Nisaetus lanceolatus een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (Havikachtigen).
celebeskuifarenden	=	celebeskuifarend
celebeskuifarendje	=	celebeskuifarend
celebeskuifarendjes	=	celebeskuifarend
celebeslangneuseekhoorn	noun	Hyosciurus heinrichi knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
celebeslangneuseekhoorns	=	celebeslangneuseekhoorn
celebeslangneuseekhoorntje	=	celebeslangneuseekhoorn
celebeslangneuseekhoorntjes	=	celebeslangneuseekhoorn
celebesmuskaatduif	noun	Ducula forsteni een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
celebesmuskaatduifje	=	celebesmuskaatduif
celebesmuskaatduifjes	=	celebesmuskaatduif
celebesmuskaatduiven	=	celebesmuskaatduif
celebespalmroller	noun	Macrogalidia musschenbroekii roofdier uit de onderfamilie der palmrollers (Paradoxurinae), Aziatische civetkatachtige.
celebespalmrollers	=	celebespalmroller
celebespalmrollertje	=	celebespalmroller
celebespalmrollertjes	=	celebespalmroller
celebesslangenarend	noun	Spilornis rufipectus een vogel uit de familie Accipitridae (Havikachtigen).
celebesslangenarenden	=	celebesslangenarend
celebesslangenarendje	=	celebesslangenarend
celebesslangenarendjes	=	celebesslangenarend
celebesspookdier	noun	Tarsius tarsier een zeer kleine soort uit het geslacht spookdiertjes (Tarsius)
celebesspookdieren	noun	Tarsius een geslacht van spookdiertjes (familie Tarsiidae).
celebesspookdiertje	=	celebesspookdier
celebesspookdiertjes	=	celebesspookdier
celebeswespendief	noun	Pernis celebensis een roofvogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae).
celebeswespendiefje	=	celebeswespendief
celebeswespendiefjes	=	celebeswespendief
celebeswespendieven	=	celebeswespendief
celebeswrattenzwijn	noun	Sus celebensis is een zwijnensoort die voorkomt op Celebes en enkele eilanden daaromheen.
celebeswrattenzwijnen	=	celebeswrattenzwijn
celebeswrattenzwijntje	=	celebeswrattenzwijn
celebeswrattenzwijntjes	=	celebeswrattenzwijn
celebisch	adj	betreffende Sulawesi dat vroeger Celebes werd genoemd
celebische	=	celebisch
celebischer	=	celebisch
celebischere	=	celebisch
celebischers	=	celebisch
celebrant	noun	de priester in een katholieke eucharistieviering die de leiding heeft
celebranten	=	celebrant
celebratie	noun	viering
celebraties	=	celebratie
celebratiën	=	celebratie
celebreer	=	celebreren
celebreerde	=	celebreren
celebreerden	=	celebreren
celebreert	=	celebreren
celebrere	=	celebreren
celebreren	verb	plechtig herdenken
celebrerend	=	celebreren
celebrerende	=	celebreren
celebret	noun	schrijven waarin een leek de bevoegdheid wordt toegekend om de mis te lezen
celebretten	=	celebret
celebrity	noun	iemand die tijdens zijn leven, in positieve zin, grote bekendheid geniet
celebrity's	=	celebrity
celen	=	ceel
celesta	noun	een slagwerkinstrument met een klavier waarmee metalen staven worden aangeslagen
celesta's	=	celesta
celestaatje	=	celesta
celestaatjes	=	celesta
celeste	=	celesta
celestijn	noun	monnik van de congregatie van Celestijnen, of orde van Celestijnen (Latijn: Congregatio Coelestinensis, ook wel Ordo Sancti Benedicti Coelestinensis) waarvan het laatste klooster in 1778 is gesloten
celestijnen	=	celestijn
celestijntje	=	celestijn
celestijntjes	=	celestijn
celfunctie	noun	gebouw die de gebruikersfunctie heeft om gebruikt te worden voor gevangenissen, penitentiaire inrichtingen, detentiecentra en andere
celfuncties	=	celfunctie
celfysiologie	noun	de wetenschap van de functies en processen binnen organische cellen
celfysiologieën	=	celfysiologie
celgenoot	noun	persoon waarmee men een cel deelt
celgenootje	=	celgenoot
celgenootjes	=	celgenoot
celgenote	=	celgenoot
celgenoten	=	celgenoot
celgetal	noun	van melk is het aantal witte bloedcellen per ml melk
celgroei	noun	de ontwikkeling van een cel
celibaat	noun	de verplicht ongehuwde staat van geestelijken in verschillende godsdiensten
celibaatsverplichting	noun	het niet mogen trouwen en daaraan secundair het niet mogen hebben van een seksuele relatie
celibaatsverplichtingen	=	celibaatsverplichting
celibatair	adj	betrekking hebbend op het celibaat	noun	vrijgezel
celibataire	=	celibatair
celibatairen	=	celibatair
celibatairs	=	celibatair
celinhoud	noun	het vocht binnen in de cel
celinhouden	=	celinhoud
celkern	noun	het organel dat de genetische code (DNA) bevat
celkernen	=	celkern
celkerntje	=	celkern
celkerntjes	=	celkern
celkweek	noun	het laten delen en uitgroeien van lichaamscellen buiten het lichaam
celkweekje	=	celkweek
celkweekjes	=	celkweek
celkweken	=	celkweek
cellen	=	cel
cellenbeton	noun	Door het toevoegen van gasbelletjes aan de specie verkrijgt men dit lichte en poreuze materiaal met een goed isolerend vermogen.
cellenblok	noun	aantal aan elkaar gekoppelde cellen
cellenblokje	=	cellenblok
cellenblokjes	=	cellenblok
cellenblokken	=	cellenblok
cellencomplex	noun	een gebouw waarin meerdere gevangeniscellen zijn gelegen waarin mensen voorlopige hechtenis ondergaan
cellencomplexen	=	cellencomplex
cellenhuis	noun	gebouw met meerdere gevangeniscellen
cellenhuizen	=	cellenhuis
cellenoverschot	noun	meer gevangeniscellen hebben dan er gedetineerden zijn
cellenoverschotten	=	cellenoverschot
cellenprobleem	noun	tekort aan gevangeniscellen
cellenproblemen	=	cellenprobleem
cellentekort	noun	situatie dat er meer veroordeelden zijn die opgesloten dienen te worden dan dat er gevangeniscellen zijn
cellentekorten	=	cellentekort
celletje	=	cel
celletjes	=	cel
celli	=	cello
cellijn	noun	identieke, gekweekte cellen die oorspronkelijk afkomstig zijn uit een meercellig organisme
cellijnen	=	cellijn
cellist	noun	musicus die een violoncello of kortweg een cello bespeelt
celliste	noun	vrouwelijke vorm van cellist
cellisten	=	cellist
cellistes	=	celliste
cellistje	=	cellist
cellistjes	=	cellist
cello	noun	viersnarig strijkinstrument dat tijdens het bespelen door de cellist tussen de knieën wordt gehouden
cello's	=	cello
celloconcert	noun	muziekstuk waarin de cello de hoofdrol speelt, begeleid door een orkest
celloconcerten	=	celloconcert
celloconcerti	=	celloconcerto
celloconcertje	=	celloconcert
celloconcertjes	=	celloconcert
celloconcerto	noun	een concerto waarbij een cellist als solist een dialoog voert met het begeleidend orkest
celloconcerto's	=	celloconcerto
cellofaan	noun	transparant materiaal gemaakt van cellulose, in dunne vellen gewoonlijk in gebruik voor vochtdicht afsluiten van etenswaren
cellofaantje	=	cellofaan
cellofaantjes	=	cellofaan
cellofaanverpakking	noun	een dunne, transparante en knisperende verpakkingsfolie.
cellofaanverpakkingen	=	cellofaanverpakking
cellofaanverpakkinkje	=	cellofaanverpakking
cellofaanverpakkinkjes	=	cellofaanverpakking
cellootje	=	cello
cellootjes	=	cello
cellosonate	noun	een compositie voor cello solo of samen met een piano of ander instrument
cellosonaten	=	cellosonate
cellosonates	=	cellosonate
cellosuite	noun	een muziekstuk voor cello waarop men achter elkaar een aantal verschillende dansen kan uitvoeren
cellosuites	=	cellosuite
cellshop	noun	winkel waar men mobiele telefoons kan kopen
cellshops	=	cellshop
cellulair	adj	betrekking hebbend op cellen
cellulairder	=	cellulair
cellulairdere	=	cellulair
cellulairders	=	cellulair
cellulaire	=	cellulair
cellulairs	=	cellulair
cellulairst	=	cellulair
cellulairste	=	cellulair
cellulairtje	=	cellulair
cellulitis	noun	ontsteking van het onderhuidse bindweefsel
celluloid	noun	stof bestaande uit nitrocellulose o.a. gebruikt voor de drager van fotografische en cinematografische film.
cellulose	noun	een polysacharide die door nagenoeg alle planten wordt gemaakt en die de plant stevigheid geeft
celluloses	=	cellulose
celmaat	noun	medegevangene waarmee je één cel deelt
celmaatje	=	celmaat
celmaatjes	=	celmaat
celmaten	=	celmaat
celmateriaal	noun	materiaal dat bepaalde cellen bevat
celmaterialen	=	celmateriaal
celmembraan	noun	een dun vlies van met name fosfolipiden en eiwitten dat een cel in staat stelt één of meerdere interne milieus te creëren
celmembraantje	=	celmembraan
celmembranen	=	celmembraan
celorganel	noun	een onderdeel van een eukaryote cel, met een gespecialiseerde functie
celorganellen	=	celorganel
celplasma	noun	alles waar een cel uit bestaat behalve de kern, de celmembraan en de eventuele celwand
celplasma's	=	celplasma
celproliferatie	noun	celwoekering
celproliferaties	=	celproliferatie
celruimte	noun	een deel van een gebouw waarin men een gevangene achter slot en grendel kan bewaren
celruimten	=	celruimte
celruimtes	=	celruimte
celscheider	noun	apparaat dat het bloed van donors in aparte bloeddeeltjes scheidt
celscheiders	=	celscheider
celscheidertje	=	celscheider
celscheidertjes	=	celscheider
celsius	noun	naam van een temperatuurschaal gebaseerd op smeltend ijs is nul graden en kokend water is 100 graden
celspinnen	noun	Dysderidae een familie van spinnen bestaande uit 511 soorten in 24 geslachten
celstof	noun	belangrijkste grondstof voor papier
celstoffen	=	celstof
celstofwisseling	noun	het totaal van alle chemische reacties binnen cellen die voedingsstoffen omzetten in energie en bouwstoffen om het leven te onderhouden.
celstofwisselingen	=	celstofwisseling
celstofwisselingetje	=	celstofwisseling
celstofwisselingetjes	=	celstofwisseling
celstraf	noun	gevangenisstraf (die in een cel moet worden doorgebracht)
celstraffen	=	celstraf
celstrafje	=	celstraf
celstrafjes	=	celstraf
celstrekking	noun	de groei van plantaardige cellen, ten gevolge van het vergroten van de vacuolen, door de opname van water met de daarin opgeloste mineralen
celstrekkingen	=	celstrekking
celstrekkinkje	=	celstrekking
celstrekkinkjes	=	celstrekking
celtekort	noun	gebrek aan plaatsen in een gevangenis
celtekorten	=	celtekort
celtherapie	noun	behandeling door het transplanteren van bepaalde cellen
celtherapieën	=	celtherapie
celtype	noun	soort van lichaamscel
celtypen	=	celtype
celtypes	=	celtype
celtypetje	=	celtype
celtypetjes	=	celtype
celvocht	noun	het water dat in een cel van een levend organisme zit
celvochten	=	celvocht
celvormig	adj	de vorm van cellen hebbend
celvormige	=	celvormig
celvormiger	=	celvormig
celvormigere	=	celvormig
celvormigers	=	celvormig
celvormigs	=	celvormig
celvormigst	=	celvormig
celvormigste	=	celvormig
celwagen	noun	wagen waarin arrestanten en gevangenen worden vervoerd
celwagens	=	celwagen
celwand	noun	een sterk omhulsel dat een cel om het plasmamembraan heen kan synthetiseren
celwanden	=	celwand
celwandje	=	celwand
celwandjes	=	celwand
celweefsel	noun	weefsel gevord door gelijksoortige cellen
celweefsels	=	celweefsel
cembalist	noun	klavecimbelspeler
cembalisten	=	cembalist
cembalistje	=	cembalist
cembalistjes	=	cembalist
cembalo	noun	klavecimbel
cembalo's	=	cembalo
cement	noun	een bouwmateriaal bestaande uit kalk, zand en grind
cementatie	noun	het cementeren
cementbeton	noun	beton van portlandcement met zand en/of grind
cementcontainer	noun	een speciale afzetcontainer die wordt gehuurd voor het afvoeren van steenachtig afval bij verbouwingen of sloopwerkzaamheden
cementcontainers	=	cementcontainer
cementcontainertje	=	cementcontainer
cementcontainertjes	=	cementcontainer
cemente	=	cementen
cementeer	=	cementeren
cementeerde	=	cementeren
cementeerden	=	cementeren
cementeeroven	noun	oven waarin metalen voorwerpen worden gecementeerd (gegloeid met koolpoeder)
cementeerovens	=	cementeeroven
cementeeroventje	=	cementeeroven
cementeeroventjes	=	cementeeroven
cementeert	=	cementeren
cementen	verb	bestrijken of afdekken met cement	adj	gemaakt van cement
cementend	=	cementen
cementende	=	cementen
cementere	=	cementeren
cementeren	verb	met cement bestrijken
cementerend	=	cementeren
cementerende	=	cementeren
cementfabriek	noun	een fabriek waar cement geproduceerd wordt
cementfabrieken	=	cementfabriek
cementfabriekje	=	cementfabriek
cementfabriekjes	=	cementfabriek
cementgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7033 ( ); zo grijs als cement.	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7033 ( ).
cementgrijze	=	cementgrijs
cementindustrie	noun	bedrijven die op grote schaal cement produceren
cementindustrieën	=	cementindustrie
cementklinker	noun	product van de cementoven, dat gemalen en gemengd wordt met kalk en sommige andere materialen.
cementklinkers	=	cementklinker
cementlaag	noun	een laag van cement.
cementlaagje	=	cementlaag
cementlaagjes	=	cementlaag
cementlagen	=	cementlaag
cementlijm	noun	een lijm gemaakt van een zouthydraat.
cementlijmen	=	cementlijm
cementmolen	noun	een toestel voor het mengen van de bestanddelen van de mortel of beton
cementmolens	=	cementmolen
cementmolentje	=	cementmolen
cementmolentjes	=	cementmolen
cementmortel	noun	mengsel uit cement (1 deel), zand (3 delen), eventuele additieven en water (1 deel)
cementmortels	=	cementmortel
cementoven	noun	een zeer hete oven, vlamtemperatuur circa 1800°C, waar een mengsel van kalk, silicium, ijzer en aluminiumoxides verhit wordt tot 1450°C, om als cementklinkers de oven te verlaten
cementsteen	noun	een uit beton vervaardigde kunststeen die wordt gebruikt als metselsteen voor muren en wordt toegepast in bestrating als betonstraatsteen
cementstenen	=	cementsteen
cementte	=	cementen
cementten	=	cementen
cementvloer	noun	een (onafgewerkt) vloeroppervlak gemaakt van cement
cementvloeren	=	cementvloer
cementzak	noun	een zak met daarin cement
cementzakje	=	cementzak
cementzakjes	=	cementzak
cementzakken	=	cementzak
cen	noun	Comité Européen de Normalisation
cenakel	noun	zaal, met name bedoeld voor het houden van het avondmaal
cenakels	=	cenakel
cenakeltje	=	cenakel
cenakeltjes	=	cenakel
cenelec	noun	Comité Européen de Normalisation Electrotechnique
cenobiet	noun	monnik en moniaal die in een georganiseerde gemeenschap leeft
cenobieten	=	cenobiet
cenofobie	noun	ziekelijke angst voor grote, lege ruimten
cenotaaf	noun	leeg grafmonument voor iemand die elders begraven is of onvindbaar is
cenotafen	=	cenotaaf
cenozoïcum	noun	geologisch tijdperk, het derde en laatste era van het fanerozoïcum, vanaf 66 miljoen jaar geleden
censeer	=	censeren
censeerde	=	censeren
censeerden	=	censeren
censeert	=	censeren
censere	=	censeren
censeren	verb	beoordelen, achten, waarderen
censerend	=	censeren
censerende	=	censeren
censo	noun	Dienst burgerlijke stand en bevolkingsregister
censo's	=	censo
censor	noun|archaic	een hoge ambtenaar met absolute macht in de Romeinse republiek
censoren	=	censor
censors	=	censor
censortje	=	censor
censortjes	=	censor
censureer	=	censureren
censureerde	=	censureren
censureerden	=	censureren
censureert	=	censureren
censuren	=	censuur
censurere	=	censureren
censureren	verb	bewust informatie uit de media weghalen
censurerend	=	censureren
censurerende	=	censureren
census	noun	belasting
censuskiesrecht	noun	stelsel waar bij verkiezingen het stemrecht is voorbehouden aan personen die vermogend genoeg zijn om minimaal een bepaald bedrag aan belastingen te betalen
censuskiesrechten	=	censuskiesrecht
censussen	=	census
censuur	noun	controle van de kant van een autoriteit (vaak de overheid, ook de kerk) op de informatiestroom
censuurploeg	noun	team dat controleert of een optreden niet indruist tegen de geldende normen en waarden, het fatsoen of de goede smaak
censuurploegen	=	censuurploeg
censuurteam	noun	team dat controleert of een optreden niet indruist tegen de geldende normen en waarden, het fatsoen of de goede smaak
censuurteams	=	censuurteam
cent	noun	het honderdste deel van een euro
centaur	noun	wezen waarvan het bovenlijf een man is en de rest een paard
centauren	=	centaur
centaurie	noun	een groot geslacht Centaurea van planten uit de composietenfamilie (Asteraceae).
centauriebehangersbij	noun	Megachile melanopyga een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
centauriebehangersbijen	=	centauriebehangersbij
centauriebehangersbijtje	=	centauriebehangersbij
centauriebehangersbijtjes	=	centauriebehangersbij
centauriebladroller	noun	Cochylimorpha alternana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
centauriebladrollers	=	centauriebladroller
centauriebladrollertje	=	centauriebladroller
centauriebladrollertjes	=	centauriebladroller
centauriebremraap	noun	Orobanche elatior een parasitaire, overblijvende plant, die behoort tot de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
centauriebremraapje	=	centauriebremraap
centauriebremraapjes	=	centauriebremraap
centauriebremrapen	=	centauriebremraap
centauriegalboorvlieg	noun	Urophora quadrifasciata een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
centauriegalboorvliegen	=	centauriegalboorvlieg
centauriegalboorvliegje	=	centauriegalboorvlieg
centauriegalboorvliegjes	=	centauriegalboorvlieg
centaurieparelmoervlinder	noun	Melitaea arduinna een vlinder uit de familie Nymphalidae (aurelia's).
centaurieparelmoervlinders	=	centaurieparelmoervlinder
centaurieparelmoervlindertje	=	centaurieparelmoervlinder
centaurieparelmoervlindertjes	=	centaurieparelmoervlinder
centauries	=	centaurie
centaurtje	=	centaur
centaurus	noun|obsolete	wezen met het onderlichaam van een paard en het bovenlichaam van een man
centavo	noun	cent
centavo's	=	centavo
centen	=	cent
centenaar	noun	honderd kilogram
centenaars	=	centenaar
centenaire	noun	eeuwfeest, centenarium
centenaires	=	centenaire
centenaren	=	centenaar
centenaria	=	centenarium
centenario-arend	noun	een uitgestorven havikachtige die in het mioceen in Midden-Amerika leefde
centenario-arenden	=	centenario-arend
centenario-arendje	=	centenario-arend
centenario-arendjes	=	centenario-arend
centenarium	noun	eeuwfeest
centenariumpje	=	centenarium
centenariumpjes	=	centenarium
centenariums	=	centenarium
centenbak	noun	bakje waarmee men muntgeld kan inzamelen, met name gebruikt door straatmuzikanten
centenbakje	=	centenbak
centenbakjes	=	centenbak
centenbakken	=	centenbak
centenkwestie	noun	iets wat betrekking heeft op een (zeer kleine) hoeveelheid geld
centenkwesties	=	centenkwestie
centenneuker	noun	gierigaard, materialist, vrek
centenneukertje	=	centenneuker
centenneukertjes	=	centenneuker
centennia	=	centennium
centennium	noun	een periode van 100 jaar
centenniumpje	=	centennium
centenniumpjes	=	centennium
centenprobleem	noun	moeilijkheid met de begroting
centenproblemen	=	centenprobleem
center	noun	pin om het middelpunt (center) van een te boren gat aan te geven (-> centerboor)
centerboor	noun	boor met instelbare mesjes (beiteltjes), die vervangbaar zijn, waarmee men elk gewenst (groot) gat kan boren
centerboortje	=	centerboor
centerboortjes	=	centerboor
centerboren	=	centerboor
centercourt	noun	belangrijkste tennisbaan van een tennispark, waar de beslissende wedstrijden van een toernooi worden gespeeld
centercourts	=	centercourt
centerde	=	centeren
centerden	=	centeren
centere	=	centeren
centeren	verb	zoeken van je innerlijke zelf
centerend	=	centeren
centerende	=	centeren
centerfold	noun	grote (uitvouwbare) foto (vaak van een pin-up) op de binnenpagina's van een tijdschrift
centerfolds	=	centerfold
centerpons	noun	stalen pen met harde, scherpe punt die b.v. wordt gebruikt vóór het boren om de precieze locatie van de boring aan te geven
centerponsje	=	centerpons
centerponsjes	=	centerpons
centerpunt	noun	een stalen pen met een harde, scherpe punt die wordt gebruikt om een putje te slaan
centerpunten	=	centerpunt
centerpuntje	=	centerpunt
centerpuntjes	=	centerpunt
centers	=	center
centert	=	centeren
centesimaal	adj	in honderdsten verdeeld
centesimaals	=	centesimaal
centesimaalst	=	centesimaal
centesimaalste	=	centesimaal
centesimale	=	centesimaal
centesimaler	=	centesimaal
centesimalere	=	centesimaal
centesimalers	=	centesimaal
centiampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan één honderdste van een ampère, weergegeven met symbool cA
centiampères	=	centiampère
centiampèretje	=	centiampère
centiampèretjes	=	centiampère
centiare	noun	een oppervlaktemaat met een waarde van één vierkante meter, gelijk aan één bij één meter, weergegeven met symbool ca
centiaren	=	centiare
centiares	=	centiare
centibecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan één honderdste becquerel, weergegeven met symbool cBq
centibecquerels	=	centibecquerel
centicandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan één honderdste candela, weergegeven met symbool ccd
centicandela's	=	centicandela
centicoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan één honderdste coulomb, weergegeven met symbool cC
centicoulombs	=	centicoulomb
centicoulombtje	=	centicoulomb
centicoulombtjes	=	centicoulomb
centiem	noun	het honderdste deel van een Belgische frank
centiemen	=	centiem
centiempje	=	centiem
centifarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan één honderdste farad, weergegeven met symbool cF
centifaradje	=	centifarad
centifaradjes	=	centifarad
centifarads	=	centifarad
centigraad	noun	De decimale graad is gedefinieerd als 1/400 deel van een cirkel
centigraden	=	centigraad
centigram	noun	een massa (gewicht) die gelijk is aan één honderdste van een gram, weergegeven met symbool cg
centigrammen	=	centigram
centigrammetje	=	centigram
centigrammetjes	=	centigram
centigray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan één honderdste gray, weergegeven met symbool cGy
centigrays	=	centigray
centigraytje	=	centigray
centigraytjes	=	centigray
centihenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan één honderdste henry, weergegeven met symbool cH
centihenry's	=	centihenry
centihenry'tje	=	centihenry
centihenry'tjes	=	centihenry
centihertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan één honderdste hertz, weergegeven met symbool cHz
centijoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan één honderdste joule, weergegeven met symbool cJ
centijoules	=	centijoule
centikatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan één honderdste katal, weergegeven met symbool ckat
centikatals	=	centikatal
centikelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan één honderdste kelvin, weergegeven met symbool cK
centiliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,01 liter, gelijk aan 10 milliliter, weergegeven met symbool cl, cL of cℓ
centiliters	=	centiliter
centilitertje	=	centiliter
centilitertjes	=	centiliter
centiljoen	num	getal gelijk aan 10⁶⁰⁰
centilumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan één honderdste lumen, weergegeven met symbool clm
centilumens	=	centilumen
centilux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan één honderdste lux, weergegeven met symbool clx
centime	noun	één honderdste van een franc (vroegere munteenheid van Frankrijk en België) en dat is dus maar een heel klein bedrag
centimes	=	centime
centimeter	noun	een lengtemaat die gelijk is aan één honderdste van een meter, weergegeven met symbool cm
centimetergolf	noun	radiogolf waarvan de golflengte in centimeters wordt uitgedrukt
centimetergolven	=	centimetergolf
centimeters	=	centimeter
centimetertje	=	centimeter
centimetertjes	=	centimeter
centimol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan één honderdste mol, weergegeven met symbool cmol
centimolen	=	centimol
centinewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan één honderdste newton, weergegeven met symbool cN
centinewtons	=	centinewton
centiohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan één honderdste ohm, weergegeven met symbool cΩ
centiohmpje	=	centiohm
centiohmpjes	=	centiohm
centiohms	=	centiohm
centipascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan één honderdste pascal, weergegeven met symbool cPa
centiseconde	noun	een tijdseenheid die gelijk is aan één honderdste van een seconde, weergegeven met symbool cs
centiseconden	=	centiseconde
centisecondes	=	centiseconde
centisiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan één honderdste siemens, weergegeven met symbool cS
centisiemensen	=	centisiemens
centisiemensje	=	centisiemens
centisiemensjes	=	centisiemens
centisievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan één honderdste sievert, weergegeven met symbool cSv
centitesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan één honderdste tesla, weergegeven met symbool cT
centivolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan één honderdste volt, weergegeven met symbool cV
centivoltje	=	centivolt
centivoltjes	=	centivolt
centivolts	=	centivolt
centiwatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan één honderdste watt, weergegeven met symbool cW
centiwatts	=	centiwatt
centiweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan één honderdste weber, weergegeven met symbool cWb
centiwebers	=	centiweber
centje	=	cent
centjes	=	cent
centra	=	centrum
centra's	=	centrum
centraal	adj	in het midden gelegen
centraal-afrikaan	noun	een inwoner van Centraal-Afrikaanse Republiek, of iemand afkomstig uit Centraal-Afrikaanse Republiek
centraal-afrikaans	adj	op Centraal-Afrikaanse Republiek betrekking hebbend
centraal-afrikaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Centraal-Afrikaanse Republiek, of een vrouw afkomstig uit Centraal-Afrikaanse Republiek
centraal-afrikaansen	=	centraal-afrikaanse
centraal-afrikaanser	=	centraal-afrikaans
centraal-afrikaansere	=	centraal-afrikaans
centraal-afrikaansers	=	centraal-afrikaans
centraal-afrikaanst	=	centraal-afrikaans
centraal-afrikaanste	=	centraal-afrikaans
centraal-afrikanen	=	centraal-afrikaan
centraal-aziatisch	adj	betreffende uitgestrekte, door land omgeven regio in het hart van het Euraziatische continent, die zich uitstrekt van de Kaspische Zee tot Centraal-China
centraal-aziatische	=	centraal-aziatisch
centraal-aziatischer	=	centraal-aziatisch
centraal-aziatischere	=	centraal-aziatisch
centraal-aziatischers	=	centraal-aziatisch
centraal-europees	adj	afkomstig uit of betrekking hebbend op het middelste deel van het continent Europa
centraal-europeest	=	centraal-europees
centraal-europeeste	=	centraal-europees
centraal-europese	=	centraal-europees
centraal-europeser	=	centraal-europees
centraal-europesere	=	centraal-europees
centraal-europesers	=	centraal-europees
centraaldoos	noun	grote lasdoos, waar de installatiedraden van aanvoer, schakelaars, en wandcontactdozen met elkaar worden doorverbonden die zich meestal in het plafond bevindt
centraaldozen	=	centraaldoos
centraals	=	centraal
centraalst	=	centraal
centraalste	=	centraal
centrale	noun	centraal punt in een stervormig netwerk met de belangrijkste functies b.v. een telefooncentrale
centralebankpresident	noun	leidinggevende van de centrale bank van een land
centralebankpresidenten	=	centralebankpresident
centraler	=	centraal
centralere	=	centraal
centralers	=	centraal
centrales	=	centrale
centraletje	=	centrale
centraletjes	=	centrale
centraleverwarmingsinstallatie	noun	een installatie die ervoor zorgt dat een gebouw wordt verwarmd bestaande uit een warmtebron (ketel) en een stelsel van buizen en radiatoren ter verspreiding van de warmte in de afzonderlijke vertrekken
centraleverwarmingsinstallaties	=	centraleverwarmingsinstallatie
centralisatie	noun	samentrekking in één punt, vereniging in één persoon of in één lichaam
centralisatiegedachte	noun	het idee dat men dingen beter op één centraal punt kan regelen dan op meerdere lokale punten
centralisatiegedachten	=	centralisatiegedachte
centralisatiegedachtes	=	centralisatiegedachte
centralisatieproces	noun	ontwikkeling waarbij zaken die eerst op lokaal niveau georganiseerd waren nu geconcentreerd worden op één centrale plaats
centralisatieprocessen	=	centralisatieproces
centralisatieprogramma	noun	reeks geplande handelingen die er toe moeten leiden dat wat eerst op lokaal niveau was geregeld, nu centraal op één plaats geregeld wordt
centralisatieprogramma's	=	centralisatieprogramma
centralisaties	=	centralisatie
centraliseer	=	centraliseren
centraliseerde	=	centraliseren
centraliseerden	=	centraliseren
centraliseert	=	centraliseren
centralisere	=	centraliseren
centraliseren	verb	op één punt samenbrengen
centraliserend	=	centraliseren
centraliserende	=	centraliseren
centralisering	noun	samentrekking in één punt, vereniging in één persoon of in één lichaam
centraliseringen	=	centralisering
centralisme	noun	systeem waarin vanuit één punt regelend wordt opgetreden
centralist	noun	iemand de werkt op de meldkamer van de hulpdiensten
centraliste	=	centralist
centralisten	=	centralist
centralistisch	adj	met betrekking tot het centralisme, uit één centraal punt denkend, regelend, of met een voorkeur daarvoor
centralistische	=	centralistisch
centralistischer	=	centralistisch
centralistischere	=	centralistisch
centralistischers	=	centralistisch
centralistje	=	centralist
centralistjes	=	centralist
centralnotice	noun	een centraal ingesteld bericht dat bovenaan wikipagina's wordt getoond.
centralnoticeje	=	centralnotice
centralnoticejes	=	centralnotice
centralnotices	=	centralnotice
centreer	=	centreren
centreerde	=	centreren
centreerden	=	centreren
centreert	=	centreren
centrere	=	centreren
centreren	verb	in het middelpunt brengen
centrerend	=	centreren
centrerende	=	centreren
centrering	noun	het in het middelpunt plaatsen
centreringen	=	centrering
centrifugaal	adj	in verband met de centifugale kracht
centrifugaalkoppeling	noun	een koppeling die bij voldoende toerental tot stand wordt gebracht en bij onvoldoende toerental verbroken
centrifugaalkoppelingen	=	centrifugaalkoppeling
centrifugaalpomp	noun	pomp die een vloeistof verpompt door het met een draaiend rad (rotor of waaier) naar buiten te slingeren
centrifugaalpompen	=	centrifugaalpomp
centrifugaalpompje	=	centrifugaalpomp
centrifugaalpompjes	=	centrifugaalpomp
centrifugaalregelaar	noun	apparaat dat het toerental van een machine regelt door gebruikmaking van de centrifugale kracht
centrifugaalregelaars	=	centrifugaalregelaar
centrifugaalregelaartje	=	centrifugaalregelaar
centrifugaalregelaartjes	=	centrifugaalregelaar
centrifugaals	=	centrifugaal
centrifugaalst	=	centrifugaal
centrifugaalste	=	centrifugaal
centrifugale	=	centrifugaal
centrifugaler	=	centrifugaal
centrifugalere	=	centrifugaal
centrifugalers	=	centrifugaal
centrifugatie	noun	het centrifugeren
centrifuge	noun	toestel dat gebruikmakend van de middelpuntvliedende kracht, de mogelijkheid biedt om stoffen te scheiden, te zuiveren of te drogen
centrifugeer	=	centrifugeren
centrifugeerde	=	centrifugeren
centrifugeerden	=	centrifugeren
centrifugeeren	=	centrifugeren
centrifugeert	=	centrifugeren
centrifugere	=	centrifugeren
centrifugeren	verb	met een centrifuge scheiden, zuiveren of drogen
centrifugerend	=	centrifugeren
centrifugerende	=	centrifugeren
centrifugering	noun	het centrifugeren
centrifuges	=	centrifuge
centrifugetje	=	centrifuge
centriolen	=	centriool
centriool	noun	een eiwitstructuur die het hart vormt van het microtubulenetwerk
centriooltje	=	centriool
centriooltjes	=	centriool
centripetaal	adj	naar het midden strevend of naar binnen gericht
centripetaals	=	centripetaal
centripetaalst	=	centripetaal
centripetaalste	=	centripetaal
centripetale	=	centripetaal
centripetaler	=	centripetaal
centripetalere	=	centripetaal
centripetalers	=	centripetaal
centrisch	adj	door het centrum gaand of ermee samenvallend
centrische	=	centrisch
centrischer	=	centrisch
centrischere	=	centrisch
centrischers	=	centrisch
centrisme	noun	stelt datgene wat voor dit woord staat in het middelpunt
centrismen	=	centrisme
centrist	noun	iemand die politiek bewust een middenkoers tussen behoudend en vooruitstrevend aan wil houden
centriste	noun	vrouwelijke centrist zn
centristen	=	centrist
centristes	=	centriste
centristetje	=	centriste
centristetjes	=	centriste
centristisch	adj	met betrekking tot het centrisme
centristische	=	centristisch
centristischer	=	centristisch
centristischere	=	centristisch
centristischers	=	centristisch
centromeer	noun	plaats op het chromosoom waar de trekdraden zich aanhechten tijdens de celdeling
centromeren	=	centromeer
centrosomen	=	centrosoom
centrosoom	noun	deel van het cytoplasma dat aanwezig is in de cellen van vele dieren en lagere planten
centrosoompje	=	centrosoom
centrosoompjes	=	centrosoom
centrum	noun	middelpunt,in het midden gelegen
centrumdemocraat	noun	iemand die lid is van de Centrum Democraten
centrumdemocraten	=	centrumdemocraat
centrumfunctie	noun	functie als centrum, vooral van een plaats ten opzichte van het omliggende gebied
centrumfuncties	=	centrumfunctie
centrumgebied	noun	terrein in het midden van iets; met name de wijk in het midden van een stad
centrumgebieden	=	centrumgebied
centrumgebiedje	=	centrumgebied
centrumgebiedjes	=	centrumgebied
centrumgemeente	noun	grote gemeente die bepaalde gemeentelijke taken voor omliggende gemeentes uitvoert
centrumgemeenten	=	centrumgemeente
centrumgemeentes	=	centrumgemeente
centrumkiezer	noun	iemand die tijdens verkiezingen stemt op een middenpartij
centrumkiezers	=	centrumkiezer
centrumlinks	adj	van, betreffende een of meer linkse en een of meer centrumpartijen
centrumlinkse	=	centrumlinks
centrumlinkser	=	centrumlinks
centrumlinksere	=	centrumlinks
centrumlinksers	=	centrumlinks
centrumlinkst	=	centrumlinks
centrumlinkste	=	centrumlinks
centrummanagement	noun	organisatie die zich inzet voor de ondernemers in een binnenstad
centrummanager	noun	iemand die leiding geeft aan de organisatie die zich inzet voor de ondernemers in een binnenstad
centrummanagers	=	centrummanager
centrumpartij	noun	een partij met een politieke richting of denkwijze in het midden van het politieke spectrum
centrumpartijen	=	centrumpartij
centrumpartijtje	=	centrumpartij
centrumpartijtjes	=	centrumpartij
centrumpje	=	centrum
centrumpjes	=	centrum
centrumplan	noun	voornemens die men heeft met het verbeteren van het centrum van een stad of dorp
centrumplannen	=	centrumplan
centrumplannetje	=	centrumplan
centrumplannetjes	=	centrumplan
centrumrechts	adj	van, betreffende een of meer rechtse en een of meer centrumpartijen
centrumrechtse	=	centrumrechts
centrumrechtser	=	centrumrechts
centrumrechtsere	=	centrumrechts
centrumrechtsers	=	centrumrechts
centrumrechtst	=	centrumrechts
centrumrechtste	=	centrumrechts
centrumring	noun	ringweg om het centrum van een stad
centrumringen	=	centrumring
centrums	=	centrum
centrumspits	noun	een (voetbal)speler die als aanvaller midden op het veld (dus niet links of rechts) speelt
centrumspitsen	=	centrumspits
centrumstad	noun	stad die het economisch, cultureel of politiek centrum is in een bepaalde regio
centrumstadje	=	centrumstad
centrumstadjes	=	centrumstad
centrumsteden	=	centrumstad
centrumverdediger	noun	speler die in het midden van de verdediging speelt
centrumverdedigers	=	centrumverdediger
cents	=	cent
centsprent	noun	een goedkoop vel papier, eenvoudig bedrukt met plaatjes en praatjes die invroeger tijden 1 cent kostten
centsprenten	=	centsprent
centstuk	noun	muntstuk met de waarde van 1/100 van de munteenheid
centstukje	=	centstuk
centstukjes	=	centstuk
centstukken	=	centstuk
centurie	noun	afdeling van oorspronkelijk 100, later 80 manschappen in het Romeinse leger
centuries	=	centurie
centurio	noun	een Romeins onderofficier, leider van een centurie
centurio's	=	centurio
centurion	noun	romeins legeraanvoerder die leiding geeft aan honderd soldaten
centuriones	=	centurio
centurions	=	centurion
centuriootje	=	centurio
centuriootjes	=	centurio
centuriën	=	centurie
century	noun	het maken van minstens honderd runs
century's	=	century
century'tje	=	century
century'tjes	=	century
ceo	noun	algemeen directeur van een bedrijf
ceo's	=	ceo
ceo'tje	=	ceo
ceo'tjes	=	ceo
ceo-fraude	noun	bedrog waarbij een crimineel zich voordoet als de belangrijke baas van een een groot bedrijf
ceo-fraudes	=	ceo-fraude
cepranomens	noun	Homo cepranensis de naam van een fossiele mens uit Italië, in 1994 bij bouwwerkzaamheden aan een weg bij Ceprano door de archeoloog Italo Biddittu ontdekt.
cepranomensen	=	cepranomens
cepranomensje	=	cepranomens
cepranomensjes	=	cepranomens
cerambergbrilvogel	noun	Heleia pinaiae een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
cerambergbrilvogels	=	cerambergbrilvogel
cerambergbrilvogeltje	=	cerambergbrilvogel
cerambergbrilvogeltjes	=	cerambergbrilvogel
cerambergduif	noun	Gymnophaps stalkeri een vogel uit de familie Columbidae.
cerambergduifje	=	cerambergduif
cerambergduifjes	=	cerambergduif
cerambergduiven	=	cerambergduif
cerambrilvogel	noun	Zosterops stalkeri een brilvogel.
cerambrilvogels	=	cerambrilvogel
cerambrilvogeltje	=	cerambrilvogel
cerambrilvogeltjes	=	cerambrilvogel
cerambuideldas	noun	Rhynchomeles prattorum een buideldas uit de onderfamilie Echymiperinae die voorkomt op het Indonesische eiland Ceram, op minstens 1800 m hoogte.
cerambuideldasje	=	cerambuideldas
cerambuideldasjes	=	cerambuideldas
cerambuideldassen	=	cerambuideldas
ceramhoningeter	noun	Lichmera monticola een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
ceramhoningeters	=	ceramhoningeter
ceramhoningetertje	=	ceramhoningeter
ceramhoningetertjes	=	ceramhoningeter
ceramhoningvogel	noun	Dicaeum vulneratum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
ceramhoningvogels	=	ceramhoningvogel
ceramhoningvogeltje	=	ceramhoningvogel
ceramhoningvogeltjes	=	ceramhoningvogel
ceramiek	noun	voorwerpen die van gebakken klei gemaakt zijn
ceramieken	=	ceramiek
ceramisch	adj	aardewerk en porselein betreffende; betrekking hebbend op het pottenbakken
ceramische	=	ceramisch
ceramischer	=	ceramisch
ceramischere	=	ceramisch
ceramischers	=	ceramisch
ceramist	noun	kunstenaar die aardewerk maakt
ceramisten	=	ceramist
ceramlederkop	noun	Philemon subcorniculatus een zangvogel uit de familie van de honingeters.
ceramlederkopje	=	ceramlederkop
ceramlederkopjes	=	ceramlederkop
ceramlederkoppen	=	ceramlederkop
ceramlijster	noun	Geokichla joiceyi een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
ceramlijsters	=	ceramlijster
ceramlijstertje	=	ceramlijster
ceramlijstertjes	=	ceramlijster
cerammuskaatduif	noun	Ducula neglecta een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
cerammuskaatduifje	=	cerammuskaatduif
cerammuskaatduifjes	=	cerammuskaatduif
cerammuskaatduiven	=	cerammuskaatduif
ceramsalangaan	noun	Aerodramus ceramensis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
ceramsalangaantje	=	ceramsalangaan
ceramsalangaantjes	=	ceramsalangaan
ceramsalanganen	=	ceramsalangaan
ceramstruikzanger	noun	Locustella musculus een zangvogel uit de familie van de Locustellidae.
ceramstruikzangers	=	ceramstruikzanger
ceramstruikzangertje	=	ceramstruikzanger
ceramstruikzangertjes	=	ceramstruikzanger
cerberus	noun	een norse maar waakzame bewaker
cerberussen	=	cerberus
cerci	noun	gepaarde uitsteeksels aan het achterlijf van vele insectenorden, zoals kakkerlakken en de tangen van oorwormen
cercus	=	cerci
cerebellair	adj	met betrekking tot de kleine hersenen
cerebellum	noun	de kleine hersenen
cerebraal	adj	met betrekking tot de grote hersenen
cerebraals	=	cerebraal
cerebraalst	=	cerebraal
cerebraalste	=	cerebraal
cerebrale	=	cerebraal
cerebraler	=	cerebraal
cerebralere	=	cerebraal
cerebralers	=	cerebraal
cerebraliteit	noun	het cerebraal zijn
cerebraliteiten	=	cerebraliteit
cerebrospinaal	adj	met betrekking tot hersenen en ruggemerg
cerebrospinaals	=	cerebrospinaal
cerebrospinale	=	cerebrospinaal
cerebrovasculair	adj	met betrekking tot de bloedvaten in de hersenen
cerebrovasculairder	=	cerebrovasculair
cerebrovasculairdere	=	cerebrovasculair
cerebrovasculairders	=	cerebrovasculair
cerebrovasculaire	=	cerebrovasculair
cerebrovasculairs	=	cerebrovasculair
cerebrovasculairst	=	cerebrovasculair
cerebrovasculairste	=	cerebrovasculair
cerebrum	noun	grootste deel van de menselijke hersenen, gevormd van de eindhersenen en de tussenhersenen
ceremonie	noun	een plechtige bijeenkomst om bijvoorbeeld iets te vieren, te herdenken of in te wijden, dan wel als religieus ritueel
ceremonieel	adj	betrekking hebbend op ceremoniëlen	noun	een plechtigheid waarbij rituele handelingen worden uitgevoerd
ceremonieels	=	ceremonieel
ceremonieelst	=	ceremonieel
ceremonieelste	=	ceremonieel
ceremonieeltje	=	ceremonieel
ceremonieeltjes	=	ceremonieel
ceremoniemeester	noun	iemand die de plechtigheden regelt
ceremoniemeesters	=	ceremoniemeester
ceremoniemeestertje	=	ceremoniemeester
ceremoniemeestertjes	=	ceremoniemeester
ceremonies	=	ceremonie
ceremonietje	=	ceremonie
ceremonietjes	=	ceremonie
ceremonieus	adj	vol met vaste elementen; vol met plichtplegingen; overdreven beleefd
ceremonieust	=	ceremonieus
ceremonieuste	=	ceremonieus
ceremonieuze	=	ceremonieus
ceremonieuzer	=	ceremonieus
ceremonieuzere	=	ceremonieus
ceremonieuzers	=	ceremonieus
ceremonieën	=	ceremonie
ceremoniële	=	ceremonieel
ceremoniëlen	=	ceremonieel
ceremoniëler	=	ceremonieel
ceremoniëlere	=	ceremonieel
ceremoniëlers	=	ceremonieel
ceremoniën	=	ceremonie
ceresamadine	noun	Aidemosyne modesta een klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
ceresamadines	=	ceresamadine
ceresamadinetje	=	ceresamadine
ceresamadinetjes	=	ceresamadine
cerise	adj	kerskleurig, kerskleur, kersrood
cerises	=	cerise
cerium	noun	scheikundig element met symbool Ce en atoomnummer 58. Het is een zilverwit lanthanide
ceriumatomen	=	ceriumatoom
ceriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element cerium.
ceriumatoompje	=	ceriumatoom
ceriumatoompjes	=	ceriumatoom
ceriumhoudend	adj	het element cerium bevattend
ceriumhoudende	=	ceriumhoudend
ceriumhoudends	=	ceriumhoudend
ceroplastiek	noun	wasboetseerkunst
certificaat	noun	een schriftelijk bewijs
certificaatautoriteit	noun	een entiteit die digitale certificaten verleent aan andere partijen
certificaatautoriteiten	=	certificaatautoriteit
certificaatautoriteitje	=	certificaatautoriteit
certificaatautoriteitjes	=	certificaatautoriteit
certificaatje	=	certificaat
certificaatjes	=	certificaat
certificaatuitreiking	noun	gelegenheid waarbij iemand een bewijs krijgt dat hij of zij een opleiding met goed gevolg heeft voltooid
certificaatuitreikingen	=	certificaatuitreiking
certificaatuitreikinkje	=	certificaatuitreiking
certificaatuitreikinkjes	=	certificaatuitreiking
certificaten	=	certificaat
certificatie	noun	het certificeren
certificatie-instelling	noun	een onafhankelijke non-profit organisatie die doorgaans in opdracht van een land, ministerie of natie wordt aangewezen als hoofdorgaan voor het uitvaardigen van accreditaties en/of attesten
certificatie-instellingen	=	certificatie-instelling
certificaties	=	certificatie
certificeer	=	certificeren
certificeerde	=	certificeren
certificeerden	=	certificeren
certificeert	=	certificeren
certificere	=	certificeren
certificeren	verb	het officieel verklaren dat iets geldig is of voldoet aan een norm (zwart op wit geven)
certificerend	=	certificeren
certificerende	=	certificeren
certificering	noun	het certificeren
certificeringen	=	certificering
certificeringsproces	noun	alle handelingen die vereist zijn om een officieel bewijs van goedkeuring te verkrijgen
certificeringsprocessen	=	certificeringsproces
certifieer	=	certifiëren
certifieerde	=	certifiëren
certifieerden	=	certifiëren
certifieert	=	certifiëren
certifiëre	=	certifiëren
certifiëren	verb	officieel bevestigen door middel van een handtekening
certifiërend	=	certifiëren
certifiërende	=	certifiëren
cerumen	noun	stroperige vloeistof in de gehoorgang
cervela	noun	droge worst, doorgaans gemaakt van varkens- en rundvlees
cervela's	=	cervela
cervelaat	noun	droge worst, doorgaans gemaakt van varkens- en rundvlees
cervelaatworst	noun	gekruide worst waarin hersenen oorspronkelijk een van de ingrediënten waren
cervelaatworsten	=	cervelaatworst
cervelaatworstje	=	cervelaatworst
cervelaatworstjes	=	cervelaatworst
cervelaten	=	cervelaat
cervicaal	adj	met betrekking tot de hals en de nek (de cervix)
cervicaals	=	cervicaal
cervicaalst	=	cervicaal
cervicaalste	=	cervicaal
cervicale	=	cervicaal
cervicaler	=	cervicaal
cervicalere	=	cervicaal
cervicalers	=	cervicaal
cervices	=	cervix
cervicitis	noun	baarmoederhalsontsteking
cerviduct	noun	een constructie waarmee in het wild levende dieren een obstakel, zoals een verkeersweg, zonder gevaar over kunnen steken
cerviducten	=	cerviduct
cerviductje	=	cerviduct
cervix	noun	hals van een orgaan, bv. van de baarmoeder
cervixcarcinomen	=	cervixcarcinoom
cervixcarcinoom	noun	kanker op de grens van de baarmoedermond en de baarmoederhals en vrijwel altijd wordt veroorzaakt door een infectie met HPV (humaan papillomavirus).
cervixen	=	cervix
cervixerosie	noun	erosie van de cervix (hier: baarmoeder)
cervixje	=	cervix
ces	noun	een met een halve toon verlaagde toon "c
ces-groot	=	ces-grotetertstoonladder
ces-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Ces-grotetertstoonladder
ces-grootakkoorden	=	ces-grootakkoord
ces-grootakkoordje	=	ces-grootakkoord
ces-grootakkoordjes	=	ces-grootakkoord
ces-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “ces” als grondtoon
ces-grotetertstoonladders	=	ces-grotetertstoonladder
ces-grotetertstoonladdertje	=	ces-grotetertstoonladder
ces-grotetertstoonladdertjes	=	ces-grotetertstoonladder
ces-klein	=	ces-kleinetertstoonaard
ces-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de (ongebruikelijke) ces-kleinetertstoonladder
ces-kleinakkoorden	=	ces-kleinakkoord
ces-kleinakkoordje	=	ces-kleinakkoord
ces-kleinakkoordjes	=	ces-kleinakkoord
ces-kleinetertstoonaard	noun	een (ongebruikelijke) mineurtoonladder met “ces” als grondtoon
ces-kleinetertstoonaarden	=	ces-kleinetertstoonaard
ces-kleinetertstoonaardje	=	ces-kleinetertstoonaard
ces-kleinetertstoonaardjes	=	ces-kleinetertstoonaard
ces-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “ces” (= "b") als grondtoon
ces-kleinetertstoonladders	=	ces-kleinetertstoonladder
ces-kleinetertstoonladdertje	=	ces-kleinetertstoonladder
ces-kleinetertstoonladdertjes	=	ces-kleinetertstoonladder
ces-majeur	noun	afkorting van “Ces-majeurtoonsoort”
ces-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Ces-grotetertstoonladder
ces-majeurakkoorden	=	ces-majeurakkoord
ces-majeurakkoordje	=	ces-majeurakkoord
ces-majeurakkoordjes	=	ces-majeurakkoord
ces-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “ces” als grondtoon
ces-majeurtoonaarden	=	ces-majeurtoonaard
ces-majeurtoonaardje	=	ces-majeurtoonaard
ces-majeurtoonaardjes	=	ces-majeurtoonaard
ces-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "ces" als grondtoon
ces-majeurtoonladders	=	ces-majeurtoonladder
ces-majeurtoonladdertje	=	ces-majeurtoonladder
ces-majeurtoonladdertjes	=	ces-majeurtoonladder
ces-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "ces" als grondtoon
ces-majeurtoonschaaltje	=	ces-majeurtoonschaal
ces-majeurtoonschaaltjes	=	ces-majeurtoonschaal
ces-majeurtoonschalen	=	ces-majeurtoonschaal
ces-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de (ongebruikelijke) ces-kleinetertstoonladder
ces-mineurakkoorden	=	ces-mineurakkoord
ces-mineurakkoordje	=	ces-mineurakkoord
ces-mineurakkoordjes	=	ces-mineurakkoord
ces-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “ces” (= "b") als grondtoon
ces-mineurtoonladders	=	ces-mineurtoonladder
ces-mineurtoonladdertje	=	ces-mineurtoonladder
ces-mineurtoonladdertjes	=	ces-mineurtoonladder
ces-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “ces” (= "b") als grondtoon
ces-mineurtoonschaaltje	=	ces-mineurtoonschaal
ces-mineurtoonschaaltjes	=	ces-mineurtoonschaal
ces-mineurtoonschalen	=	ces-mineurtoonschaal
ces-toonladder	=	ces-grotetertstoonladder
cesarisme	noun	politiek bestel met absolute macht voor de heerser zoals gevestigd onder Caesar
cesartherapie	noun	bewegingstherapie waarbij bij patiënten getracht wordt de lichaamshouding en de kwaliteit van bewegen te verbeteren
ceses	noun	een tweemaal met een halve toon verlaagde toon "c"
cesesje	=	ceses
cesesjes	=	ceses
cesessen	=	ceses
cesium	noun	scheikundig element met symbool Cs en atoomnummer 55. Het is een zilverwit alkalimetaal met een zachte goudglans
cesiumatomen	=	cesiumatoom
cesiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element cesium.
cesiumatoompje	=	cesiumatoom
cesiumatoompjes	=	cesiumatoom
cesje	=	ces
cesjes	=	ces
cessantia	noun	eenmalige uitkering die een werkgever moet betalen bij ontslag van een werknemer
cessantia-uitkering	noun	eenmalige uitkering die een werkgever moet betalen bij ontslag van een werknemer
cessantia-uitkeringen	=	cessantia-uitkering
cesseer	=	cesseren
cesseerde	=	cesseren
cesseerden	=	cesseren
cesseert	=	cesseren
cessen	=	ces
cessere	=	cesseren
cesseren	verb|obsolete	ophouden, eindigen
cesserend	=	cesseren
cesserende	=	cesseren
cessie	noun	overdracht van een vorderingsrecht door de oorspronkelijke schuldeiser (de cedent) aan een derde (de cessionaris)
cessies	=	cessie
cessionaris	noun	iemand die een vorderingsrecht verkrijgt door een cessie
cessionarissen	=	cessionaris
cesuren	=	cesuur
cesuur	noun	een breuk of scheiding tussen periodes in de geschiedenis
cesuurtje	=	cesuur
cesuurtjes	=	cesuur
cetaan	noun	een koolwaterstof (alkaan) met als brutoformule C₁₆H₃₄
cetaangetal	noun	een getal, waarmee van een (diesel)brandstof de bereidheid tot zelfontbranding, onder druk en aanwezigheid van zuurstof, wordt aangeduid
cetaangetallen	=	cetaangetal
cetaceeën	noun	infraorde van grote, in het water levende zoogdieren, Cetacea
cetera	noun	Corsicaans snaarinstrument
cetera's	=	cetera
cetomacrogol	noun	bestanddeel van een vettige zalf
ceviche	noun	oorspronkelijk Zuid-Amerikaans gerecht met stukken rauwe vis, in citroensap geweekt en met kruiden op smaak gebracht
ceviche's	=	ceviche
ceviches	=	ceviche
ceylon	noun	thee die oorspronkelijk uit Sri Lanka kwam
ceylonbeo	noun	Gracula ptilogenys een vogelsoort die behoort tot de spreeuwachtigen (Sturnidae).
ceylonbeo's	=	ceylonbeo
ceylonbeootje	=	ceylonbeo
ceylonbeootjes	=	ceylonbeo
ceylondwergfazant	noun	Galloperdix bicalcarata een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
ceylondwergfazanten	=	ceylondwergfazant
ceylondwergfazantje	=	ceylondwergfazant
ceylondwergfazantjes	=	ceylondwergfazant
ceylonees	noun	een inwoner van Ceylon, of iemand afkomstig uit Ceylon	adj	op Ceylon betrekking hebbend
ceyloneesje	=	ceylonees
ceyloneesjes	=	ceylonees
ceylonese	noun	een vrouwelijke inwoner van Ceylon, of een vrouw afkomstig uit Ceylon
ceylonesen	=	ceylonese
ceylonezen	=	ceylonees
ceylonfluitlijster	noun	Myophonus blighi een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
ceylonfluitlijsters	=	ceylonfluitlijster
ceylonfluitlijstertje	=	ceylonfluitlijster
ceylonfluitlijstertjes	=	ceylonfluitlijster
ceylongoudborstbuulbuul	noun	Rubigula melanictera een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
ceylongoudborstbuulbuuls	=	ceylongoudborstbuulbuul
ceylongoudborstbuulbuultje	=	ceylongoudborstbuulbuul
ceylongoudborstbuulbuultjes	=	ceylongoudborstbuulbuul
ceylongoudlijster	noun	Zoothera imbricata een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
ceylongoudlijsters	=	ceylongoudlijster
ceylongoudlijstertje	=	ceylongoudlijster
ceylongoudlijstertjes	=	ceylongoudlijster
ceylonhoelman	noun	Semnopithecus priam primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
ceylonhoelmannetje	=	ceylonhoelman
ceylonhoelmannetjes	=	ceylonhoelman
ceylonhoelmans	=	ceylonhoelman
ceylonhoen	noun	Gallus lafayettii een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
ceylonhoenderen	=	ceylonhoen
ceylonhoenders	=	ceylonhoen
ceylonhoendertje	=	ceylonhoen
ceylonhoendertjes	=	ceylonhoen
ceylonhoutduif	noun	Columba torringtoniae een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
ceylonhoutduifje	=	ceylonhoutduif
ceylonhoutduifjes	=	ceylonhoutduif
ceylonhoutduiven	=	ceylonhoutduif
ceylonkaneel	noun	kaneel gemaakt van de binnenste bast van Cinnamomum verum
ceylonkikkerbek	noun	Batrachostomus moniliger een vogel uit de familie Podargidae (kikkerbekken).
ceylonkikkerbekje	=	ceylonkikkerbek
ceylonkikkerbekjes	=	ceylonkikkerbek
ceylonkikkerbekken	=	ceylonkikkerbek
ceylonkroonaap	noun	Macaca sinica primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
ceylonkroonaapje	=	ceylonkroonaap
ceylonkroonaapjes	=	ceylonkroonaap
ceylonkroonapen	=	ceylonkroonaap
ceylonner	noun	een inwoner van Ceylon, of iemand afkomstig uit Ceylon
ceylonners	=	ceylonner
ceylonolifant	noun	Elephas maximus maximus ondersoort van de Aziatische olifant die op Sri Lanka leeft.
ceylonolifanten	=	ceylonolifant
ceylonolifantje	=	ceylonolifant
ceylonolifantjes	=	ceylonolifant
ceylonpapegaaiduif	noun	Treron pompadora een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
ceylonpapegaaiduifje	=	ceylonpapegaaiduif
ceylonpapegaaiduifjes	=	ceylonpapegaaiduif
ceylonpapegaaiduiven	=	ceylonpapegaaiduif
ceylonrupsklauwier	noun	Tephrodornis affinis een soort uit het geslacht Tephrodornis.
ceylonrupsklauwieren	=	ceylonrupsklauwier
ceylonrupsklauwiertje	=	ceylonrupsklauwier
ceylonrupsklauwiertjes	=	ceylonrupsklauwier
ceylons	adj	op Ceylon betrekking hebbend
ceylonse	noun	een vrouwelijke inwoner van Ceylon, of een vrouw afkomstig uit Ceylon
ceylonsen	=	ceylonse
ceylonshamalijster	noun	Copsychus leggei een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
ceylonshamalijsters	=	ceylonshamalijster
ceylonshamalijstertje	=	ceylonshamalijster
ceylonshamalijstertjes	=	ceylonshamalijster
ceylonspoorkoekoek	noun	Centropus chlororhynchos een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
ceylonspoorkoekoeken	=	ceylonspoorkoekoek
ceylonspoorkoekoekje	=	ceylonspoorkoekoek
ceylonspoorkoekoekjes	=	ceylonspoorkoekoek
ceylonthee	noun	thee met een licht bittere smaak, van oorsprong uit Sri Lanka
ceylonthees	=	ceylonthee
ceylontheeën	=	ceylonthee
ceylontok	noun	Ocyceros gingalensis een neushoornvogel die algemeen voorkomt op het eiland Sri Lanka, het huidige Sri Lanka.
ceylontokje	=	ceylontok
ceylontokjes	=	ceylontok
ceylontokken	=	ceylontok
ceylonvliegenvanger	noun	Eumyias sordidus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
ceylonvliegenvangers	=	ceylonvliegenvanger
ceylonvliegenvangertje	=	ceylonvliegenvanger
ceylonvliegenvangertjes	=	ceylonvliegenvanger
ceylonzwaluw	noun	Cecropis hyperythra een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
ceylonzwaluwen	=	ceylonzwaluw
ceylonzwaluwtje	=	ceylonzwaluw
ceylonzwaluwtjes	=	ceylonzwaluw
cezve	noun	een klein koffiepannetje met een lange steel waarmee één portie koffie wordt gemaakt
cf	=	tweehonderdzeven
cfk	noun	koudemiddel (vroeger) gebruikt in koelkasten en airco's; drijfgas in spuitbussen
cfk's	=	cfk
chaam	noun	plaats in Noord-Brabant vlak bij Breda
chabadnik	noun	aanhanger van Chabad
chabadniks	=	chabadnik
chablis	noun	een witte wijn die geproduceerd wordt rondom het Franse stadje Chablis gelegen in de Bourgogne
chablistje	=	chablis
chablistjes	=	chablis
chachacha	noun	in Cuba uit de mambo ontwikkelde stijldans die vanaf de jaren 50 van de 20e eeuw internationaal populair geworden is
chachacha's	=	chachacha
chachalaca	noun	een vogel uit het geslacht Ortalis van de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae)
chachalaca's	=	chachalaca
chachalacaatje	=	chachalaca
chachalacaatjes	=	chachalaca
chacham	noun	wijs man	adj	wijs
chachamiem	=	chacham
chachapoyasmierpitta	noun	Grallaria gravesi een zangvogel uit de familie Grallariidae
chachapoyasmierpitta's	=	chachapoyasmierpitta
chachapoyasmierpittaatje	=	chachapoyasmierpitta
chachapoyasmierpittaatjes	=	chachapoyasmierpitta
chachomem	=	choochem
chaco-chachalaca	noun	Ortalis canicollis een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
chaco-chachalaca's	=	chaco-chachalaca
chaco-chachalacaatje	=	chaco-chachalaca
chaco-chachalacaatjes	=	chaco-chachalaca
chacoaardkruiper	noun	Tarphonomus certhioides een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
chacoaardkruipers	=	chacoaardkruiper
chacoaardkruipertje	=	chacoaardkruiper
chacoaardkruipertjes	=	chacoaardkruiper
chacobaardkoekoek	noun	Nystalus striatipectus een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
chacobaardkoekoeken	=	chacobaardkoekoek
chacobaardkoekoekje	=	chacobaardkoekoek
chacobaardkoekoekjes	=	chacobaardkoekoek
chacobosuil	noun	Strix chacoensis een lid van de familie van de 'echte' uilen (Strigidae).
chacobosuilen	=	chacobosuil
chacobosuiltje	=	chacobosuil
chacobosuiltjes	=	chacobosuil
chacochachalaca	noun	Ortalis canicollis een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
chacochachalaca's	=	chacochachalaca
chacochachalacaatje	=	chacochachalaca
chacochachalacaatjes	=	chacochachalaca
chacoche	=	sacoche
chacogors	noun	Rhynchospiza strigiceps een vogelsoort uit de familie Amerikaanse gorzen (Passerellidae).
chacogorsje	=	chacogors
chacogorsjes	=	chacogors
chacogorzen	=	chacogors
chacokaalstaartgordeldier	noun	Cabassous chacoensis is een zoogdier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
chacokaalstaartgordeldieren	=	chacokaalstaartgordeldier
chacokaalstaartgordeldiertje	=	chacokaalstaartgordeldier
chacokaalstaartgordeldiertjes	=	chacokaalstaartgordeldier
chaconne	noun	muziek gebaseerd op een dans bestaande uit een steeds herhaald motief van 8 maten
chaconnes	=	chaconne
chaconothura	noun	Nothura nothura chacoensis een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
chaconothura's	=	chaconothura
chaconothuraatje	=	chaconothura
chaconothuraatjes	=	chaconothura
chacopekari	noun	Catagonus wagneri evenhoevige van de familie Tayassuidae.
chacopekari's	=	chacopekari
chacopekarietje	=	chacopekari
chacopekarietjes	=	chacopekari
chacopieper	noun	Anthus chacoensis een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
chacopiepers	=	chacopieper
chacopiepertje	=	chacopieper
chacopiepertjes	=	chacopieper
chadariem	=	cheder
chadasj	noun	nieuwe oogst	adj	nieuw
chadasja	adj	nieuw
chadasjiem	adj	nieuwe
chadasjot	adj	nieuwe
chador	noun	mantel van vrouwelijke moslims die het hele lichaam, behalve de handen en het gezicht bedekt
chadors	=	chador
chaf	noun	elfde letter van het alfabet, in gespirantiseerde versie
chafs	=	chaf
chag	noun	feest
chagerijnig	=	chagrijnig
chagiem	=	chag
chagrijn	noun	ontevreden stemming
chagrijnen	verb	chagrijnig en/of slechtgehumeurd zijn
chagrijnig	adj	in slechte stemming, slecht gehumeurd, snel boos
chagrijnige	=	chagrijnig
chagrijniger	=	chagrijnig
chagrijnigere	=	chagrijnig
chagrijnigers	=	chagrijnig
chagrijnigs	=	chagrijnig
chagrijnigst	=	chagrijnig
chagrijnigste	=	chagrijnig
chagrijnleer	noun	hard, fijn gekorreld leer
chagrijntje	=	chagrijn
chai	noun	getal achttien	adj	levend, levendig
chajiem	noun	leven
chajil	noun	kracht, moed
chakassischtalig	adj	de Chakassische taal sprekend
chakassischtalige	=	chakassischtalig
chakassischtaligs	=	chakassischtalig
chakra	noun	een energiecentrum in oosterse culturen
chakra's	=	chakra
chala	noun	gevlochten sjabbatbrood
chalaviem	=	chelev
chalcedon	noun	een halfedelsteen en een variëteit van kwarts met kleur bijna wit tot lichtblauw of duifblauw, vaak met strepen.
chalcedonen	=	chalcedon
chalcedonisch	adj	op Chalcedonië betrekking hebbend
chalcedonische	noun	een vrouwelijke inwoner van Chalcedonië, of iemand afkomstig hiervan
chalcedoniër	noun	een inwoner van Chalcedonië, oude stad in Bitinië, in Klein-Azië, of iemand afkomstig uit deze stad
chalcedoniërs	=	chalcedoniër
chalcedoon	noun	een halfedelsteen en een variëteit van kwarts met kleur bijna wit tot lichtblauw of duifblauw, vaak met strepen.
chalcedoontje	=	chalcedoon
chalcedoontjes	=	chalcedoon
chalcogenide	noun	een verbinding van een element van de groep 16 van het periodiek systeem waarin het een oxidatiegetal -2 heeft
chalcogeniden	=	chalcogenide
chalcogenides	=	chalcogenide
chalcografie	noun	kopergraveerkunst
chalcografieën	=	chalcografie
chaldeeuws	noun	vroeger gebruikte naam van het Aramees, die voortkomt uit woordgebruik in Dan. 2:4	adj	horend tot of gesteld in het Chaldeeuws
chaldeeuwsch	=	chaldeeuws
chaldeeuwse	=	chaldeeuws
chaldeeuwser	=	chaldeeuws
chaldeeuwsere	=	chaldeeuws
chaldeeuwsers	=	chaldeeuws
chaldeeuwst	=	chaldeeuws
chaldeeuwste	=	chaldeeuws
chaldeeën	noun|historical	waren een Semitisch volk in het antieke Mesopotamië
chaldeeër	noun	bewoner van het zuidwesten van Mesopotamië, met name van Babel-2; in Tanach (2007): Kasdiemer (71×: Gen. 11:28 +, 2 Kon. 24:2 +, Jes. 13:19 +, Jer. 21:4 +, Ez. 1:3 +, Hab. 1:6, Job 1:17, Dan. 1:4 +, Neh. 9:7, 2 Kron. 36:17)
chaldeeërs	=	chaldeeër
chalet	noun	traditionele houten berghut met schuin dak, van oorsprong uit het alpengebied
chaletje	=	chalet
chaletjes	=	chalet
chalets	=	chalet
chalitsa	noun	ceremonie van uittrekken schoen ter bevrijding van plicht van zwagerhuwelijk (leviraatshuwelijk; Deut. 25:5-10)
chalitsot	=	chalitsa
challa	=	challe
challe	noun	gevlochten sjabbatbrood
challef	noun	mes, slachtmes
challefs	=	challef
challenger	noun	uitdager
challengers	=	challenger
challes	=	challe
challetje	=	challe
challisj	adj	misselijk, naar
challisje	=	challisj
chaloets	noun	veelal jongere pionier, werkend in de landbouw, met name in Palestina/Israël
chaloetsa	=	chaloets
chaloetsiem	=	chaloets
chalokem	=	cheilek
chaloosjes	noun	misselijkheid, naarheid	adj	misselijk, naar
chalot	=	chala
chamade	noun	teken dat men zich overgeeft aan de vijand
chamades	=	chamade
chambray	noun	verpleegsterslinnen, kamerdoek
chambree	noun	slaapzaal in een militaire kazerne
chambreer	=	chambreren
chambreerde	=	chambreren
chambreerden	=	chambreren
chambreert	=	chambreren
chambreeën	=	chambree
chambrere	=	chambreren
chambreren	verb	het op kamertemperatuur laten komen van (met name rode) wijn
chambrerend	=	chambreren
chambrerende	=	chambreren
chambretje	=	chambrette
chambretjes	=	chambrette
chambrette	noun	een met gordijnen afgeschermde slaapplek in een slaapzaal
chambrettes	=	chambrette
chambrettetje	=	chambrette
chambrettetjes	=	chambrette
chameesj	num	vijf
chameets	noun	gegist deeg van een van de vijf graansoorten van het oude Israël, genoemd in de halacha (tarwe, emerkoren, spelt, gerst en tweerijige gerst)
chamefyt	noun	plant die zijn knoppen dicht bij het grondoppervlak uit doet groeien
chamefyten	=	chamefyt
chamefytje	=	chamefyt
chamefytjes	=	chamefyt
chamfoeter	noun	ondeugend persoon
chamfoeters	=	chamfoeter
chamfoetertje	=	chamfoeter
chamfoetertjes	=	chamfoeter
chamicurusmiervogel	noun	Myrmelastes hyperythrus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
chamicurusmiervogels	=	chamicurusmiervogel
chamicurusmiervogeltje	=	chamicurusmiervogel
chamicurusmiervogeltjes	=	chamicurusmiervogel
chamimierpitta	noun	Grallaria alvarezi een zangvogel uit de familie Grallariidae.
chamimierpitta's	=	chamimierpitta
chamimierpittaatje	=	chamimierpitta
chamimierpittaatjes	=	chamimierpitta
chammer	noun	ezel
chammers	=	chammer
chamois	adj	bleekgeel
chamorem	=	chammer
chamorrotalig	adj	Chamorro sprekend
chamorrotalige	=	chamorrotalig
chamorrotaligs	=	chamorrotalig
chamotte	noun	gebakken product van klei dat men gebruikt in vuurvaste producten
champagne	noun	een witte of rosé schuimwijn uit de champagnestreek in Frankrijk, die in het bijzonder bij feestelijke aangelegenheden wordt geschonken	adj	champagnekleurig, helder goudbruin
champagneblaadje	=	champagneblad
champagneblaadjes	=	champagneblad
champagneblad	noun	Acmella oleracea een eenjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
champagnebladen	=	champagneblad
champagnecider	noun	koolzuurhoudende drank
champagneciders	=	champagnecider
champagnecidertje	=	champagnecider
champagnecidertjes	=	champagnecider
champagnecoupe	noun	champagneglas met lage, wijde kelk
champagnecoupeje	=	champagnecoupe
champagnecoupejes	=	champagnecoupe
champagnecoupes	=	champagnecoupe
champagnedouche	noun	het na schudden uit de fles laten spuiten van champagne (door de winnaar van een sportwedstrijd tijdens de huldiging)
champagnedoucheje	=	champagnedouche
champagnedouchejes	=	champagnedouche
champagnedouches	=	champagnedouche
champagnefeest	noun	feestelijke bijeenkomst waar men champagne schenkt
champagnefeesten	=	champagnefeest
champagnefeestje	=	champagnefeest
champagnefeestjes	=	champagnefeest
champagnefles	noun	fles met mousserende wijn
champagneflesje	=	champagnefles
champagneflesjes	=	champagnefles
champagneflessen	=	champagnefles
champagneglaasje	=	champagneglas
champagneglaasjes	=	champagneglas
champagneglas	noun	speciaal glas om champagne uit te drinken
champagneglazen	=	champagneglas
champagnehaak	noun	haakvormig, stevig mes om het ijzerdraad van de kurken op champagneflessen door te snijden
champagnehaakje	=	champagnehaak
champagnehaakjes	=	champagnehaak
champagnehaken	=	champagnehaak
champagnehuis	noun	bedrijf dat champagne produceert en bottelt
champagnehuizen	=	champagnehuis
champagnekoeler	noun	vat met ijs om een fles champagne in te koelen
champagnekoelers	=	champagnekoeler
champagnekurk	noun	stevige sluiting van een champagnefles
champagnekurken	=	champagnekurk
champagnekurkje	=	champagnekurk
champagnekurkjes	=	champagnekurk
champagnemerk	noun	naam waaronder een bepaalde champagne wordt verkocht
champagnemerken	=	champagnemerk
champagneontbijt	noun	ontbijt met champagne of daarop gelijkende drank (schuimwijn, bubbels)
champagneontbijten	=	champagneontbijt
champagnes	=	champagne
champagnestreek	noun	streek in het noorden van Frankrijk waar champagne gemaakt wordt
champagnestreken	=	champagnestreek
champagnetje	=	champagne
champagnetjes	=	champagne
champagnevoetbal	noun	voetbal gespeeld door een team dat attractief, technisch verfijnd en sprankelend voetbal brengt
champagnewijn	noun	mousserende wijnsoort uit de streek Champagne in Frankrijk
champagnewijnen	=	champagnewijn
champagnewijntje	=	champagnewijn
champagnewijntjes	=	champagnewijn
champan	=	sampan
champenoise	noun	als champagne gemaakte wijn die niet uit de Champagne afkomstig is
champenoises	=	champenoise
champenoistalig	adj	Champenois sprekend
champenoistalige	=	champenoistalig
champenoistaligs	=	champenoistalig
champetter	noun	een ordehandhaver op het platteland
champetters	=	champetter
champignon	noun	bepaald soort eetbare en speciaal gekweekte witte paddenstoel, Agaricus bisporus
champignonbedrijf	noun	bedrijf waar men champignons teelt
champignonbedrijfje	=	champignonbedrijf
champignonbedrijfjes	=	champignonbedrijf
champignonbedrijven	=	champignonbedrijf
champignonborstel	noun	een klein, zacht borsteltje dat wordt gebruikt om champignons en andere paddenstoelen schoon te maken zonder ze te beschadigen
champignonborstels	=	champignonborstel
champignonborsteltje	=	champignonborstel
champignonborsteltjes	=	champignonborstel
champignonkwekerij	noun	bedrijf waar men champignons produceert
champignonkwekerijen	=	champignonkwekerij
champignonnetje	=	champignon
champignonnetjes	=	champignon
champignons	=	champignon
champignonsaus	noun	dikke, vloeibare substantie gemaakt van witte, eetbare paddenstoelen Agaricus bisporus
champignonsausen	=	champignonsaus
champignonsauzen	=	champignonsaus
champignonsnijder	noun	een stuk keukengereedschap dat gebruikt wordt voor het snijden van champignons en andere eetbare paddenstoelen in schijfjes
champignonsnijders	=	champignonsnijder
champignonsnijdertje	=	champignonsnijder
champignonsnijdertjes	=	champignonsnijder
champignonsoep	noun	soep op basis van een met room en paddenstoelenbouillon verdunde roux
champignonsoepen	=	champignonsoep
champignonsoepje	=	champignonsoep
champignonsoepjes	=	champignonsoep
champignonteelt	noun	de productie van champignons
champignonteelten	=	champignonteelt
champsodonten	noun	een familie Champsodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
chamsien	noun	warme, droge woestijnwind
chamsiens	=	chamsien
chamsin	noun	hete, uiterst droge zuid­en­wind vanuit de oostelijke Sahara en Arabië vaak als zandstorm over de Levant waait
chamsiniem	=	chamsien
chamsins	=	chamsin
chan	=	kan
chance	noun	geluk
chances	=	chance
changeant	noun	stof die afhankelijk van de lichtval verschillende kleuren laat zien doordat ze uit verschillend gekleurde vezels is geweven	adj	afhankelijk van de lichtval verschillende kleuren vertonend
changeante	=	changeant
changeants	=	changeant
changeer	=	changeren
changeerde	=	changeren
changeerden	=	changeren
changeert	=	changeren
changemanagement	noun	doordacht leidinɡ ɡeven aan veranderingen in een orɡanisatie of van een werkwijze
changement	noun	decor wisseling bij een theatervoorstelling
changementen	=	changement
changere	=	changeren
changeren	verb	veranderen, verwisselen
changerend	=	changeren
changerende	=	changeren
chanichiem	=	chaniech
chaniech	noun	jong lid van zionistische jeugdbeweging, die onder leiding staat van een ouder lid (madriech)
channeke	noun	feest van de herinwijding van de tempel, dat acht dagen duurt en op 25 kislev begint
chanoeka	noun	feest van de herinwijding van de tempel, dat acht dagen duurt en op 25 kislev begint Deze datum valt meestal in december of de laatste dagen van november.
chanoeka's	=	chanoeka
chanoekafeest	noun	feest van de herinwijding van de tempel, dat acht dagen duurt en op 25 kislev begint
chanoekafeesten	=	chanoekafeest
chanoekat	noun	inwijding van
chanoekia	noun	chanoekalamp (zie: Chanoeka), vaak een kandelaar, voor acht lichten plus een extra licht waarmee de andere worden aangestoken (sjamasj)
chanoekia's	=	chanoekia
chanoekiaatje	=	chanoekia
chanoekilje	noun	chanoekalamp (zie: Chanoeka), vaak een kandelaar, voor acht lichten plus een extra licht waarmee de andere worden aangestoken (sjamasj)
chanoekiljes	=	chanoekilje
chanoekiljetje	=	chanoekilje
chanoekiot	=	chanoekia
chanson	noun	lied waarin de (meestal Franstalige) tekst centraal staat, luisterlied
chansonnetje	=	chanson
chansonnetjes	=	chanson
chansonnier	noun	zanger van chansons
chansonniers	=	chansonnier
chansonniertje	=	chansonnier
chansonniertjes	=	chansonnier
chansonnière	noun	zangeres van chansons
chansonnières	=	chansonnière
chansonnièretje	=	chansonnière
chansonnièretjes	=	chansonnière
chansons	=	chanson
chansontje	=	chanson
chansontjes	=	chanson
chant	noun	het ritmisch spreken of zingen van woorden of geluiden
chantabel	adj	van een persoon de hij of zij af te persen is
chantabele	=	chantabel
chantabeler	=	chantabel
chantabelere	=	chantabel
chantabelers	=	chantabel
chantabels	=	chantabel
chantabelst	=	chantabel
chantabelste	=	chantabel
chantage	noun	mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen
chantagemiddel	noun	iets waarmee je iemand in verlegenheid kan brengen en daardoor kunt chanteren
chantagemiddelen	=	chantagemiddel
chantagemiddeltje	=	chantagemiddel
chantagemiddeltjes	=	chantagemiddel
chantages	=	chantage
chantalisme	noun|humorous	trend bij ouders die minder onderwijs genoten hebben om hun dochters buitenlandse namen uit de massacultuur te geven, bijvoorbeeld namen van helden uit tv-series of bioscoopfilms, voetballers of fotomodellen
chante	=	chanten
chanteer	=	chanteren
chanteerde	=	chanteren
chanteerden	=	chanteren
chanteert	=	chanteren
chanten	verb	het ritmisch spreken of het zingen van woorden of geluiden
chantend	=	chanten
chantende	=	chanten
chantere	=	chanteren
chanteren	verb	onder bedreiging een schandaal te veroorzaken iemand geld afhandig maken
chanterend	=	chanteren
chanterende	=	chanteren
chanteur	noun	iemand die chantage pleegt
chanteurs	=	chanteur
chanteurtje	=	chanteur
chanteurtjes	=	chanteur
chanteuse	noun	zangeres, chansonnière
chanteuses	=	chanteuse
chantje	=	chant
chantjes	=	chant
chantoir	noun	gat, holte, put waarin een beek stroomt en in de grond verdwijnt.
chantoire	noun	gat, holte, put waarin een beek stroomt en in de grond verdwijnt.
chantoires	=	chantoir
chantoiretje	=	chantoire
chantoiretjes	=	chantoire
chantoirtje	=	chantoir
chantoirtjes	=	chantoir
chants	=	chant
chantte	=	chanten
chantten	=	chanten
chaoot	noun|informal	warhoofd
chaootje	=	chaoot
chaootjes	=	chaoot
chaos	noun	grote wanorde, ongeordendheid, verwarring
chaosje	=	chaos
chaosjes	=	chaos
chaostheorie	noun	deelgebied van de wiskunde en natuurwetenschappen dat zich bezighoudt met het gedrag van dynamische systemen zoals dat sterk door hun begintoestand wordt bepaald
chaostheorietje	=	chaostheorie
chaostheorietjes	=	chaostheorie
chaostheorieën	=	chaostheorie
chaoten	=	chaoot
chaotisch	adj	compleet verward
chaotische	=	chaotisch
chaotischer	=	chaotisch
chaotischere	=	chaotisch
chaotischers	=	chaotisch
chaotischt	=	chaotisch
chaotischte	=	chaotisch
chap	=	chappen
chapadatiran	noun	Guyramemua affine een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
chapadatirannen	=	chapadatiran
chapadatirannetje	=	chapadatiran
chapadatirannetjes	=	chapadatiran
chaparralvliegenpikker	noun	Camptostoma imberbe een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
chaparralvliegenpikkers	=	chaparralvliegenpikker
chaparralvliegenpikkertje	=	chaparralvliegenpikker
chaparralvliegenpikkertjes	=	chaparralvliegenpikker
chape	noun	zandcementvloer
chapeau	noun	een pokerspel met dobbelstenen	intj	een uitroep van bewondering voor een knappe prestatie
chapeaus	=	chapeau
chapeautje	=	chapeau
chapeautjes	=	chapeau
chapeje	=	chape
chapejes	=	chape
chapeke	=	chape
chapellerie	noun	bedrijf waar men machinaal hoeden produceert
chapelleriehoed	noun	opgemaakte vilten dameshoed
chapelleriehoeden	=	chapelleriehoed
chapelleriehoedje	=	chapelleriehoed
chapelleriehoedjes	=	chapelleriehoed
chapelleries	=	chapellerie
chapellerieën	=	chapellerie
chapelure	noun	een afvalproduct uit de beschuit-industrie, het kan ook worden gemaakt door twee beschuiten of droog brood fijn te wrijven het wordt gebruikt bij het frituren van o.a. kroketten en schitzels
chapelures	=	chapelure
chapeluur	=	chapelure
chaperon	noun	beschermende begeleider of begeleidster van een jonge dame
chaperonne	noun|figurative	beschermer van iemand anders dan een jong meisje
chaperonneer	=	chaperonneren
chaperonneerde	=	chaperonneren
chaperonneerden	=	chaperonneren
chaperonneert	=	chaperonneren
chaperonnere	=	chaperonneren
chaperonneren	verb	(een (jonge) dame) begeleiden (teneinde controle over haar gedrag te kunnen uitoefenen dan wel haar te beschermen)
chaperonnerend	=	chaperonneren
chaperonnerende	=	chaperonneren
chaperonnes	=	chaperonne
chaperonnetje	=	chaperon
chaperonnetjes	=	chaperon
chaperons	=	chaperon
chapes	=	chape
chapewerk	noun	toepassing van een afdeklaag uit zand en cement onder de vloerbedekking
chapewerken	=	chapewerk
chapi	noun	Antiliaans percussie-instrument lijkend op een schoffel of een schep
chapi's	=	chapi
chapispeler	noun	iemand die een chapi bespeelt
chapispelers	=	chapispeler
chapiter	noun	hoofdstuk van een boek
chapiters	=	chapiter
chapmanzebra	noun	een zuidelijke ondersoort Equus quagga chapmani van de steppezebra vernoemd naar de ontdekkingsreiziger James Chapman.
chapmanzebra's	=	chapmanzebra
chapmanzebraatje	=	chapmanzebra
chapmanzebraatjes	=	chapmanzebra
chappe	noun	afvalzijde of een weefsel gemaakt van afvalzijde
chappen	verb	chape leggen
chappend	=	chappen
chappende	=	chappen
chapper	noun	iemand die chape legt
chappie	=	sjappie
chapt	=	chappen
chapte	=	chappen
chapten	=	chappen
char-à-bancs	noun|obsolete	janplezier, grote wagen met veel zitplaatsen
charade	noun	raadsel en/of spel waarbij een meerlettergrepig woord moet worden geraden aan de hand van een omschrijving of voorstelling van de afzonderlijke lettergrepen, soms ook uitgebeeld
charades	=	charade
charcuterie	noun	fijne vleeswaren
charcuterieën	=	charcuterie
chardonnay	noun	meest bekende witte druif en een naam voor de wijn die daarvan gemaakt is
chardonnaydruif	noun	meest bekende witte druif
chardonnaydruiven	=	chardonnaydruif
chardonnays	=	chardonnay
charedi	noun	strikt orthodoxe jood	adj	strikt orthodox-joods
charediem	=	charedi
charedim	=	charedi
charel	noun	ruwe, stoere man
charels	=	charel
charentais	noun	cultivar van de cantaloupe Cucumis melo var. cantalupensis
charge	noun	gesloten aanval van de politie of van de cavalerie (cavaleriecharge)
chargede	=	chargen
chargeden	=	chargen
chargeer	=	chargeren
chargeerde	=	chargeren
chargeerden	=	chargeren
chargeert	=	chargeren
chargen	verb	een (te hoge) rekening presenteren
chargend	=	chargen
chargende	=	chargen
chargere	=	chargeren
chargeren	verb	met kracht aanvallen, een charge uitvoeren
chargerend	=	chargeren
chargerende	=	chargeren
charges	=	charge
charget	=	chargen
chargete	=	chargen
chargeten	=	chargen
chargie	=	charge
charimarkt	noun	het totaal aan liefdadige organisaties
charimarkten	=	charimarkt
charisma	noun	persoonlijke uitstraling
charisma's	=	charisma
charismata	=	charisma
charismatisch	adj	van een persoon: veel uitstraling hebbend zodat mensen die persoon willen volgen of accepteren als leider
charismatische	=	charismatisch
charismatischer	=	charismatisch
charismatischere	=	charismatisch
charismatischers	=	charismatisch
charismatischt	=	charismatisch
charismatischte	=	charismatisch
charitas	noun	liefde en zorg voor de noodlijdende medemens
charitatief	adj	omkijkend naar andere mensen en zich medeverantwoordelijk voelen voor het welzijn van zijn medemens
charitatiefs	=	charitatief
charitatiefst	=	charitatief
charitatiefste	=	charitatief
charitatieve	=	charitatief
charitatiever	=	charitatief
charitatievere	=	charitatief
charitatievers	=	charitatief
charivari	noun	volksgericht waarbij een of enkele personen die de sociale normen hadden overtreden publiekelijk werden gestraft
charivari's	=	charivari
charlatan	noun	oplichter ('deskundige') gespecialiseerd in bedrog over zijn afkomst, vaardigheden, intenties of prestaties
charlatanerie	noun	bedrog over afkomst, vaardigheden, intenties of prestaties
charlatanerieën	=	charlatanerie
charlatannetje	=	charlatan
charlatannetjes	=	charlatan
charlatans	=	charlatan
charleston	noun	Amerikaanse dans, die tot de swingdansen wordt gerekend
charlestons	=	charleston
charlotte-russe	noun	room(ijs)pudding met gelei en een rand van biscuits
charlotte-russes	=	charlotte-russe
charm	noun	naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
charmant	adj	aangenaam in omgang
charmante	=	charmant
charmanter	=	charmant
charmantere	=	charmant
charmanters	=	charmant
charmants	=	charmant
charmantst	=	charmant
charmantste	=	charmant
charme	noun	de eigenschappen van iemand waardoor die persoon aardig, leuk en vriendelijk wordt gevonden
charmeer	=	charmeren
charmeerde	=	charmeren
charmeerden	=	charmeren
charmeert	=	charmeren
charmeoffensief	noun	op een vriendelijke en verleidelijke manier mensen voor zich proberen te winnen
charmeoffensiefje	=	charmeoffensief
charmeoffensiefjes	=	charmeoffensief
charmeoffensieven	=	charmeoffensief
charmere	=	charmeren
charmeren	verb	zorgen dat anderen je leuk of aantrekkelijk vinden
charmerend	=	charmeren
charmerende	=	charmeren
charmes	=	charme
charmetje	=	charme
charmeur	noun	iemand die mensen (en dan nog vooral vrouwen) weet te bekoren
charmeurs	=	charmeur
charmeuse	noun	vrouwelijke vorm van charmeur
charmeuses	=	charmeuse
charmezanger	noun	zanger van romantische liedjes
charmezangers	=	charmezanger
charoset	noun	bepaalde zoete spijs op sederavond (mengsel van appel, noten, rozijnen en wijn)
charote	noun	spijt, berouw
charouses	noun	bepaalde zoete spijs op seideravond (mengsel van appel, noten, rozijnen en wijn)
charpe	noun	schande
charpes	=	charpe
chars-à-bancs	=	char-à-bancs
charta	noun	officieel document
charta's	=	charta
chartaal	adj	betrekking hebbend op het wettige betaalmiddel, munten en papiergeld
chartaals	=	chartaal
chartae	=	charta
chartale	=	chartaal
charter	noun	een bezegelde, op perkament geschreven akte
charteraar	noun	bedrijf dat chartervluchten organiseert
charteraars	=	charteraar
charterde	=	charteren
charterden	=	charteren
charterdienst	noun	dienst met een gecharterd schip of vliegtuig
charterdiensten	=	charterdienst
chartere	=	charteren
charteren	verb	huren van een vervoermiddel inclusief bemanning, voor personen- of goederenvervoer
charterend	=	charteren
charterende	=	charteren
chartermaatschappij	noun	een vliegtuigmaatschappij die chartervluchten uitvoert
chartermaatschappijen	=	chartermaatschappij
chartermeester	noun|obsolete	ambtenaar werkzaam bij een archief
chartermeesters	=	chartermeester
chartermeestertje	=	chartermeester
chartermeestertjes	=	chartermeester
charterreis	noun	reis waarvoor een bepaald contingent is gehuurd
charterreisje	=	charterreis
charterreisjes	=	charterreis
charterreizen	=	charterreis
charters	=	charter
charterschepen	=	charterschip
charterschip	noun	schip dat men kan huren om een groepsreis te maken
chartert	=	charteren
chartertje	=	charter
chartertjes	=	charter
chartervliegtuig	noun	vliegtuig dat verhuurd wordt aan één of meer organisaties
chartervliegtuigen	=	chartervliegtuig
chartervliegtuigje	=	chartervliegtuig
chartervliegtuigjes	=	chartervliegtuig
chartervlucht	noun	reis met een vliegtuig gemaakt in opdracht van een of meer klanten en dus niet volgens een vaste dienstregeling
chartervluchten	=	chartervlucht
chartervluchtje	=	chartervlucht
chartervluchtjes	=	chartervlucht
chartreuse	noun	een kruidenlikeur, van 130 verschillende planten, (Alpen)kruiden en specerijen, genoemd naar het kartuizerklooster in de Franse Alpen en bereid door kartuizers van de Grande Chartreuse in de buurt van Grenoble
chartreusegems	noun	Rupicapra rupicapra cartusiana is een ondersoort van de gems (Rupicapra rupicapra).
chartreusegemsje	=	chartreusegems
chartreusegemsjes	=	chartreusegems
chartreusegemzen	=	chartreusegems
chartreuses	=	chartreuse
chasadiem	=	chesed
chaseer	adj	onvolledig
chasidee	noun	goede, vrome mensen van
chasodem	noun	meervoud van chesed, belangeloze diensten vanuit verbondenheid of genegenheid
chasodim	=	chesed
chasse-cafeetje	=	chasse-café
chasse-cafeetjes	=	chasse-café
chasse-café	noun	een glaasje cognac, likeur of jenever aan welke na de maaltijd bij de koffie geserveerd word
chasse-cafés	=	chasse-café
chassene	noun	huwelijksfeest, bruiloft
chassenes	=	chassene
chasseur	noun	beljongen in een hotel
chasseurs	=	chasseur
chasseurtje	=	chasseur
chasseurtjes	=	chasseur
chassidiem	=	chassied
chassidisch	adj	van of volgens het chassidisme
chassidische	=	chassidisch
chassidischer	=	chassidisch
chassidischere	=	chassidisch
chassidischers	=	chassidisch
chassidisme	noun	religieus-joodse beweging/stroming, ontstaan in Oost-Europa in de 18de eeuw
chassied	noun	vrome jood
chassiedem	=	chosed
chassieden	=	chassied
chassis	noun	raamwerk, omlijsting, kader
chassisje	=	chassis
chassisjes	=	chassis
chassisnummer	noun	een unieke identificatiecode die alle toegelaten wegvoertuigen moeten hebben
chassisnummers	=	chassisnummer
chassistje	=	chassis
chassistjes	=	chassis
chaswecholiele	intj	God beware!
chaswesjolem	noun	God beware!
chat	noun	online 'praatje' via het internet, waarbij men met elkaar communiceert (meestal met het toetsenbord)
chataf	noun	verkorte klinker
chatan	noun	bruidegom
chataniem	=	chatan
chataïem	=	cheet
chatboek	noun	woordenboek waarin woorden en afkortingen die gebruikelijk zijn tijdens het chatten op internet worden beschreven
chatboeken	=	chatboek
chatboekje	=	chatboek
chatboekjes	=	chatboek
chatbot	noun	een geautomatiseerde gesprekspartner
chatbotje	=	chatbot
chatbots	=	chatbot
chatbotten	=	chatbot
chatbox	noun	webpagina waar men kan chatten
chatboxen	=	chatbox
chatboxje	=	chatbox
chatboxjes	=	chatbox
chateau	noun	kasteel met name kastelen waar wijn gebotteld wordt en bij uitbreiding kastelen die verbonden zijn met luxeproducten
chateaubriand	noun	biefstuk van ossenhaas
chateaubriands	=	chateaubriand
chateaus	=	chateau
chateautje	=	chateau
chateautjes	=	chateau
chateaux	=	chateau
chateef	noun	verkorte klinker
chatelaine	noun	dame van een kasteel of een groot huishouden
chatelaines	=	chatelaine
chatgesprek	noun	gedachtewisseling met geschreven tekst via een app of website
chatgesprekken	=	chatgesprek
chatham-eilandkaka	noun	Nestor chathamensis een uitgestorven soort waarvan men denkt dat hij behoorde tot hetzelfde geslacht als de kaka (Nestor meridionalis), familie Strigopidae, een kleine groep van inheemse papegaaiensoorten in Nieuw-Zeeland
chatham-eilandkaka's	=	chatham-eilandkaka
chatham-eilandkakaatje	=	chatham-eilandkaka
chatham-eilandkakaatjes	=	chatham-eilandkaka
chathamaalscholver	noun	Phalacrocorax featherstoni een zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
chathamaalscholvers	=	chathamaalscholver
chathamaalscholvertje	=	chathamaalscholver
chathamaalscholvertjes	=	chathamaalscholver
chathamalbatros	noun	Thalassarche eremita een vogel uit de familie van de albatrossen (Diomedeidae).
chathamalbatrosje	=	chathamalbatros
chathamalbatrosjes	=	chathamalbatros
chathamalbatrossen	=	chathamalbatros
chathambelhoningvogel	noun	Anthornis melanocephala een uitgestorven zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
chathambelhoningvogels	=	chathambelhoningvogel
chathambelhoningvogeltje	=	chathambelhoningvogel
chathambelhoningvogeltjes	=	chathambelhoningvogel
chathamduif	noun	Hemiphaga chathamensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
chathamduifje	=	chathamduif
chathamduifjes	=	chathamduif
chathamduiven	=	chathamduif
chathameilandkaka	noun	Nestor chathamensis een uitgestorven soort waarvan men denkt dat hij behoorde tot hetzelfde geslacht als de kaka (Nestor meridionalis), familie Strigopidae, een kleine groep van inheemse papegaaiensoorten in Nieuw-Zeeland
chathameilandkaka's	=	chathameilandkaka
chathameilandkakaatje	=	chathameilandkaka
chathameilandkakaatjes	=	chathameilandkaka
chathamgrasvogel	noun	Poodytes rufescens een uitgestorven zangvogel uit de familie Locustellidae.
chathamgrasvogels	=	chathamgrasvogel
chathamgrasvogeltje	=	chathamgrasvogel
chathamgrasvogeltjes	=	chathamgrasvogel
chathamislandvliegenvanger	noun	Petroica traversi een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae).
chathamislandvliegenvangers	=	chathamislandvliegenvanger
chathamkakariki	noun	Cyanoramphus forbesi een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
chathamkakariki's	=	chathamkakariki
chathamkakarikietje	=	chathamkakariki
chathamkakarikietjes	=	chathamkakariki
chathammangrovezanger	noun	Gerygone albofrontata een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
chathammangrovezangers	=	chathammangrovezanger
chathammangrovezangertje	=	chathammangrovezanger
chathammangrovezangertjes	=	chathammangrovezanger
chathamral	noun	Cabalus modestus een uitgestorven vogel uit de familie van de Rallidae (Rallen)
chathamrallen	=	chathamral
chathamralletje	=	chathamral
chathamralletjes	=	chathamral
chathamscholekster	noun	Haematopus chathamensis een vogel uit de familie van scholeksters (Haematopodidae).
chathamscholeksters	=	chathamscholekster
chathamscholekstertje	=	chathamscholekster
chathamscholekstertjes	=	chathamscholekster
chathamsnip	noun	Coenocorypha pusilla een vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
chathamsnipje	=	chathamsnip
chathamsnipjes	=	chathamsnip
chathamsnippen	=	chathamsnip
chathamstormvogel	noun	Pterodroma axillaris een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
chathamstormvogels	=	chathamstormvogel
chathamstormvogeltje	=	chathamstormvogel
chathamstormvogeltjes	=	chathamstormvogel
chathamvliegenvanger	noun	Petroica traversi een zangvogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae)
chathamvliegenvangers	=	chathamvliegenvanger
chathamvliegenvangertje	=	chathamvliegenvanger
chathamvliegenvangertjes	=	chathamvliegenvanger
chatima	noun	bezegeling, ondertekening
chatimot	=	chatima
chatje	=	chat
chatkanaal	noun	een digitaal kanaal waarop men kan chatten, meestal via het internet.
chatkanaaltje	=	chatkanaal
chatkanaaltjes	=	chatkanaal
chatkanalen	=	chatkanaal
chatoef	adj	verkort
chatoena	noun	huwelijksfeest, bruiloft
chatoenot	=	chatoena
chatprogramma	noun	computersoftware die chatten mogelijk maakt
chatprogramma's	=	chatprogramma
chatprogrammaatje	=	chatprogramma
chatprogrammaatjes	=	chatprogramma
chatroom	noun	een virtuele ruimte op het internet waar men kan chatten
chatrooms	=	chatroom
chats	=	chat
chatsessie	noun	gesprek via typen van teksten via het internet
chatsessies	=	chatsessie
chatsite	noun	site via welke men kan chatten met een andere gebruiker
chatsites	=	chatsite
chattaal	noun	beknopte manieren van schrijven die veel worden gebruikt in persoonlijke digitale berichten
chattaaltje	=	chattaal
chattaaltjes	=	chattaal
chattalen	=	chattaal
chatte	=	chatten
chatten	verb	op synchrone wijze met elkaar korte tekstberichten uitwisselen
chattend	=	chatten
chattende	=	chatten
chatter	noun	iemand die een chatgesprek voert met behulp van een internetapplicatie
chatterbot	noun	een geautomatiseerde gesprekspartner via het internet
chatterbotje	=	chatterbot
chatterbotjes	=	chatterbot
chatterbots	=	chatterbot
chatters	=	chatter
chattes	noun	schooier
chauffage	noun	centrale verwarming
chauffages	=	chauffage
chauffagist	noun	iemand die gespecialiseerd is in het aanleggen en onderhouden van verwarmingssystemen
chauffagisten	=	chauffagist
chauffeer	=	chaufferen
chauffeerde	=	chaufferen
chauffeerden	=	chaufferen
chauffeert	=	chaufferen
chauffere	=	chaufferen
chaufferen	verb	een auto besturen
chaufferend	=	chaufferen
chaufferende	=	chaufferen
chauffeur	noun	de bestuurder van een motorvoertuig (ook )
chauffeurs	=	chauffeur
chauffeurscafeetje	=	chauffeurscafé
chauffeurscafeetjes	=	chauffeurscafé
chauffeurscafé	noun	café voor vrachtwagenchauffeurs
chauffeurscafés	=	chauffeurscafé
chauffeursdienst	noun	de dienstverlening een chauffeur op bestelling te regelen die iemand ergens heen kan rijden.
chauffeursdiensten	=	chauffeursdienst
chauffeursdienstje	=	chauffeursdienst
chauffeursdienstjes	=	chauffeursdienst
chauffeurspas	noun	pas op creditcardformaat die een taxichauffeur in Nederland bij zich moet hebben als hij aan het werk is
chauffeurspasje	=	chauffeurspas
chauffeurspasjes	=	chauffeurspas
chauffeurspassen	=	chauffeurspas
chauffeurspet	noun	hoofddeksel dat hoort bij het uniform van iemand die als beroep heeft een voertuig te besturen
chauffeurspetje	=	chauffeurspet
chauffeurspetjes	=	chauffeurspet
chauffeurspetten	=	chauffeurspet
chauffeursrestaurant	noun	wegrestaurant waarbij truckers meer dan automobilisten de doelgroep is.
chauffeursrestaurantje	=	chauffeursrestaurant
chauffeursrestaurantjes	=	chauffeursrestaurant
chauffeursrestaurants	=	chauffeursrestaurant
chauffeurswoning	noun	huis waarin de privéchauffeur kan wonen
chauffeurswoningen	=	chauffeurswoning
chauffeurswoninkje	=	chauffeurswoning
chauffeurswoninkjes	=	chauffeurswoning
chauffeurtje	=	chauffeur
chauffeurtjes	=	chauffeur
chauffeuse	noun	vrouwelijke vorm van chauffeur
chauffeuses	=	chauffeuse
chauffeusetje	=	chauffeuse
chauffeusetjes	=	chauffeuse
chauleur	noun	mengbak
chauleurs	=	chauleur
chauleurtje	=	chauleur
chauleurtjes	=	chauleur
chaunaciden	noun	een familie Chaunacidae van straalvinnige vissen uit de orde van vinarmigen (Lophiiformes)
chaussee	noun	geplaveide route voor verkeer
chaussees	=	chaussee
chausseeën	=	chaussee
chauvinisme	noun	blinde ingenomenheid met alles van en in het eigen land, blinde vaderlandsliefde
chauvinist	noun	iemand die een overdreven voorkeur heeft voor wat uit zijn eigen streek of land afkomstig is
chauviniste	noun	vrouw die een overdreven voorkeur heeft voor wat uit zijn eigen streek of land afkomstig is
chauvinisten	=	chauvinist
chauvinistes	=	chauviniste
chauvinistisch	adj	behept met een overdreven vorm van vaderlandsliefde
chauvinistische	=	chauvinistisch
chauvinistischer	=	chauvinistisch
chauvinistischere	=	chauvinistisch
chauvinistischers	=	chauvinistisch
chauvinistischt	=	chauvinistisch
chauvinistischte	=	chauvinistisch
chauvinistje	=	chauvinist
chauvinistjes	=	chauvinist
chaveer	noun	vriend, makker
chavera	noun	vriendin
chaveriem	=	chaveer
chaverot	=	chavera
chavista	noun	aanhanger van oud-president Hugo Chaves van Venezuela
chavista's	=	chavista
chavoera	noun	groep, gezelschap, vriendenkring
chavoerot	=	chavoera
chavroeta	noun	vaste studiegenoot
chavroetes	=	chavroeta
chavveirem	=	chavver
chavver	noun	vriend, makker
chayote	noun	Sechium edule een overblijvende, eenhuizige klimplant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
chayotes	=	chayote
chazak	verb	wees sterk	adj	sterk
chazal	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden uit de periode waarin de Misjna en de Talmoed tot stand kwamen, vanaf Mozes tot eind 6e eeuw n.
chazan	noun	voorzanger in de synagoge, die de dienst leidt
chazaniem	noun	chazonim, Hebreeuws gevormd meervoud van chazan
chazanoet	noun	geheel van synagogale melodieën
chazanoeten	=	chazanoet
chazans	=	chazan
chazoke	noun	geheel van gewoonte- en eigendomsrechten, gebaseerd op een bestaande toestand of op een herhaalde handeling
chazon	noun	visioen
chazones	noun	geheel van synagogale melodieën
chazoniem	=	chazan
chazzen	noun	voorzanger in de synagoge, die de dienst leidt
chazzens	=	chazzen
chazzer	noun	varken
chazzers	=	chazzer
chazzonem	=	chazzen
cheat	noun	truc met de programmatuur die een speler van een computergame oneerlijk voordeel bezorgt
cheats	=	cheat
chebra	noun	godsdienstig genootschap
chebrot	=	chebra
check	noun	een controlerende actie
check-in	noun	de keer dat men zich als gast aanmeldt in een hotel
check-ins	=	check-in
checkbox	noun	hokje dat men aankruist als het item is gecontroleerd
checkboxen	=	checkbox
checke	=	checken
checken	verb	controleren, nakijken
checkend	=	checken
checkende	=	checken
checker	noun	iemand die of iets dat checkt
checkers	noun	soort damspel
checkje	=	check
checkjes	=	check
checklist	noun	een lijst met onderdelen die een voor een gecontroleerd moeten worden
checklistje	=	checklist
checklistjes	=	checklist
checklists	=	checklist
checkpoint	noun	controlepunt
checkpoints	=	checkpoint
checks	=	check
checksum	noun	een getal om een systematische redundantie te creëren in gegevens om het invoeren, lezen, schrijven en verzenden van gegevens te controleren, op een wijze die efficiënter is dan alles twee keer te doen (alleen iets minder betrouwbaar)
checksums	=	checksum
checkt	=	checken
checkte	=	checken
checkten	=	checken
checkuser	noun	iemand met de bevoegdheid om op wiki's onder meer de IP-adressen van gebruikers te achterhalen
checkusers	=	checkuser
cheddar	noun	harde kaas met een donker gele kleur zoals die oorspronkelijk in Cheddar en omgeving werd gemaakt
cheddarkaas	noun	een gele tot oranje-gele, wat pittig smakende van koemelk gemaakte harde kaas die oorspronkelijk alleen gemaakt werd in Cheddar, een dorp in het Engelse Somerset
cheddarkazen	=	cheddarkaas
cheddars	=	cheddar
cheder	noun	religieuze basisschool
cheerio	noun	ontbijtgraan in de vorm van een O	intj	proost, gezondheid, prosit
cheerio's	=	cheerio
cheerleader	noun	iemand die tijdens een sportwedstrijd aanmoedigt en het publiek vermaakt
cheerleadereffect	noun	het verschijnsel dat mensen in een groep aantrekkelijker worden gevonden dan wanneer ze afzonderlijk beoordeeld worden
cheerleadereffecten	=	cheerleadereffect
cheerleaders	=	cheerleader
cheerleadertje	=	cheerleader
cheerleadertjes	=	cheerleader
cheeseburger	noun	een hamburger en een plak kaas
cheeseburgers	=	cheeseburger
cheeseburgertje	=	cheeseburger
cheeseburgertjes	=	cheeseburger
cheesecake	noun	kaas gemaakt van zachte kaas zoals bijvoorbeeld kwark, roomkaas, MonChou, hüttenkäse of ricotta
cheesecakes	=	cheesecake
cheet	noun	zonde
cheeta	noun	bepaald soort zoogdier, Acinonyx jubatus, zeer snelle Afrikaanse katachtige
cheeta's	=	cheeta
cheetaatje	=	cheeta
cheetaatjes	=	cheeta
chef	noun	de baas, iemand die de leiding heeft
chef-d'oeuvre	noun	meesterwerk
chef-d'oeuvres	=	chef-d'oeuvre
chef-dirigent	noun	de belangrijkste vaste dirigent van een orkest
chef-dirigenten	=	chef-dirigent
chef-kok	noun	kok die leiding geeft aan de keuken
chef-koks	=	chef-kok
chef-monteur	noun	monteur die tevens chef is van een ploegje werkers
chef-monteurs	=	chef-monteur
chef-redacteur	noun	redactiechef
chef-redacteuren	=	chef-redacteur
chef-redacteurs	=	chef-redacteur
chef-staf	noun	hoofd van een groep leidinggevende personen (een leidinggevende van leidinggevenden)
chef-stafs	=	chef-staf
cheffin	noun	vrouwelijke vorm van chef: het hoofd, de leider de baas, de manager.
cheffinnen	=	cheffin
cheffinnetje	=	cheffin
cheffinnetjes	=	cheffin
cheffins	=	cheffin
chefje	=	chef
chefjes	=	chef
chefniveau	noun	op het niveau waar mensen met de rang van chef met elkaar overleggen
chefs	=	chef
chefs-d'oeuvre	=	chef-d'oeuvre
chefs-staf	=	chef-staf
chefsache	noun	belangrijke kwestie die zo gevoelig is dat leden van een dagelijks bestuur of een fractie de afwikkeling aan de voorzitter daarvan moeten overlaten
chefsachen	=	chefsache
chefschap	noun	het chef zijn
chefschappen	=	chefschap
cheider	noun	religieuze basisschool
cheiders	=	cheider
cheilek	noun	deel
chelatie	noun	een chemisch bindingsproces, bijv. gebruikt voor de behandeling van metaalvergiftiging
chelatietherapie	noun	behandelingswijze van aderverkalking waarbij een in de bloedbaan gebrachte stof in staat zou moeten zijn stolsels op te lossen
chelatietherapietje	=	chelatietherapie
chelatietherapietjes	=	chelatietherapie
chelatietherapieën	=	chelatietherapie
chelev	noun	dierlijk vet(stuk), niet-geoorloofd voor consumptie
chemica	noun	vrouw die scheikunde beoefent op een wetenschappelijke manier
chemica's	=	chemica
chemicae	=	chemica
chemicalie	noun	scheikundige stof die bij een reactie gebruikt wordt of daarbij ontstaat
chemicaliën	noun	stoffen die bestemd zijn om een rol te spelen bij een scheikundige reactie of het product daarvan zijn
chemicaliënbad	noun	een kuip gevuld met chemicaliën bedoeld om objecten in onder te dompelen en zo iets te bewerkstelligen
chemicaliënbaden	=	chemicaliënbad
chemicaliënbadje	=	chemicaliënbad
chemicaliënbadjes	=	chemicaliënbad
chemicaliënpak	noun	een speciaal type beschermende kleding dat de gebruiker beschermt tegen (spatten van) chemische vloeistoffen
chemicaliënpakken	=	chemicaliënpak
chemicaliëntanker	noun	schip waarmee men vloeibare chemicaliën kan vervoeren
chemicaliëntankers	=	chemicaliëntanker
chemici	=	chemicus
chemicus	noun	iemand die scheikunde beoefent op een wetenschappelijke manier
chemicusje	=	chemicus
chemicusjes	=	chemicus
chemie	noun	wetenschap die zich bezig houdt met de kennis van de stoffen zoals die zijn opgebouwd uit atomen
chemiebedrijf	noun	onderneming die chemische producten produceert of verwerkt
chemiebedrijfje	=	chemiebedrijf
chemiebedrijfjes	=	chemiebedrijf
chemiebedrijven	=	chemiebedrijf
chemiecomplex	noun	verzameling chemische fabrieken
chemiecomplexen	=	chemiecomplex
chemieconcern	noun	grote onderneming die chemicaliën produceert
chemieconcerns	=	chemieconcern
chemieconcerntje	=	chemieconcern
chemiedivisie	noun	onderdeel van een bedrijf dat chemische producten produceert en verkoopt
chemiedivisies	=	chemiedivisie
chemiegigant	noun	zeer groot chemisch bedrijf
chemiegiganten	=	chemiegigant
chemiereus	noun	heel groot bedrijf dat chemicaliën produceert
chemiereuzen	=	chemiereus
chemies	=	chemisch
chemiesector	noun	verzameling van alle chemische bedrijven; de chemische industrie
chemiesectoren	=	chemiesector
chemiesectors	=	chemiesector
chemietak	noun	deel van een bedrijf dat chemische producten produceert en verkoopt
chemietakken	=	chemietak
chemiewaarde	noun	de waarde van aandelen in chemiebedrijven
chemiewaarden	=	chemiewaarde
chemiewaardes	=	chemiewaarde
chemiewinkel	noun	een wetenschapswinkel die aan chemie gerelateerde vragen probeert onder te brengen in het wetenschappelijk onderwijs dan wel onderzoek
chemiewinkels	=	chemiewinkel
chemigraaf	noun	iemand die in koper of zink etst met chemische procedés
chemigraafje	=	chemigraaf
chemigraafjes	=	chemigraaf
chemigrafen	=	chemigraaf
chemigrafie	noun	etswerk in koper of zink met chemische procedés
chemisch	adj	dat wat tot de chemie behoort, volgens de chemie
chemische	=	chemisch
chemischer	=	chemisch
chemischere	=	chemisch
chemischers	=	chemisch
chemischewapensprogramma	noun	doelstellingen en plannen op het gebied van militair te gebruiken gifstoffen
chemischewapensprogramma's	=	chemischewapensprogramma
chemise	noun	uit dunne stof gemaakte eenvoudige zomerjurk
chemiseer	=	chemiseren
chemiseerde	=	chemiseren
chemiseerden	=	chemiseren
chemiseert	=	chemiseren
chemisere	=	chemiseren
chemiseren	verb	bekleden
chemiserend	=	chemiseren
chemiserende	=	chemiseren
chemises	=	chemise
chemisetje	=	chemise
chemisier	noun	overhemdbloes
chemisiers	=	chemisier
chemisme	noun	gang van zaken bij een chemische reactie (ook figuurlijk)
chemisorptie	noun	adsorptie van een atoom of verbinding aan een oppervlak middels chemische binding
chemisorpties	=	chemisorptie
chemisorptietje	=	chemisorptie
chemisorptietjes	=	chemisorptie
chemo	noun	verkorting voor chemokuur, een behandeling met chemotherapeutica
chemo's	=	chemo
chemobak	noun	bak voor klein chemisch afval
chemobakken	=	chemobak
chemobom	noun	vetbolletjes die cytostatica bevatten; chemokuur verpakt in vetbolletjes
chemobommen	=	chemobom
chemobommetje	=	chemobom
chemobommetjes	=	chemobom
chemobox	noun	vuilnisbak voor chemisch afval
chemoboxen	=	chemobox
chemoboxje	=	chemobox
chemoboxjes	=	chemobox
chemofobe	=	chemofoob
chemofober	=	chemofoob
chemofobere	=	chemofoob
chemofobers	=	chemofoob
chemofobie	noun	een extreme, irrationele angst voor chemische stoffen
chemofobieën	=	chemofobie
chemofoob	adj	afkerig van voedsel waaraan stoffen zijn toegevoegd die als onnatuurlijk worden beschouwd
chemofoobs	=	chemofoob
chemofoobst	=	chemofoob
chemofoobste	=	chemofoob
chemokar	noun	een vuilophaaldienst die in een stad het klein chemisch afval ophaalt dat niet in de vuilnisbak mag worden gegooid
chemokarren	=	chemokar
chemokine	noun	hormoon dat cellen door middel van een chemische prikkel in een bepaalde richting doet bewegen
chemokinen	=	chemokine
chemokines	=	chemokine
chemokinetje	=	chemokine
chemokinetjes	=	chemokine
chemokuren	=	chemokuur
chemokuur	noun	een medicamenteuze behandeling van een kwaadaardigheid, behandeling met chemotherapeutica
chemokuurtje	=	chemokuur
chemokuurtjes	=	chemokuur
chemoluminescentie	noun	het verschijnsel dat bij een chemische reactie energie vrijkomt in de vorm van licht
chemootje	=	chemo
chemoreceptor	noun	een membraaneiwit dat gevoelig is voor scheikundige prikkels
chemotaxis	noun	beweging van cellen, bacteriën etc. in een bepaalde richting onder invloed van een chemische prikkel
chemotherapeutica	=	chemotherapeuticum
chemotherapeuticum	noun	medicijnen waarmee kanker behandeld wordt
chemotherapeuticums	=	chemotherapeuticum
chemotherapie	noun	behandeling van kanker met medicijnen
chemotherapieën	=	chemotherapie
chemseks	noun	seks onder invloed van drugs
chemsex	=	chemseks
cheque	noun	schriftelijke betalingsopdracht waardoor een bedrag via de bank wordt overgeschreven of uitbetaald
chequeactie	noun	initiatief waarbij men deelnemers een tegoedbon geeft om een bepaald soort aankoop te kunnen doen
chequeacties	=	chequeactie
chequeactietje	=	chequeactie
chequeactietjes	=	chequeactie
chequeboek	noun	boekje met cheques
chequeboekdiplomatie	noun	het regelen van politieke zaken met geld
chequeboeken	=	chequeboek
chequeboekje	=	chequeboek
chequeboekjes	=	chequeboek
chequeboekjournalist	noun	journalist die getuigen in een misdaadproces geld geeft om hun verhaal te mogen publiceren
chequeboekjournalisten	=	chequeboekjournalist
chequeboekjournalistiek	noun	manier van werken waarbij de exclusieve rechten voor het publiceren van een artikel gekocht worden met veel geld
chequeje	=	cheque
chequejes	=	cheque
cheques	=	cheque
cherem	noun	ban
cherems	=	cherem
cherimoya	noun	tropische plant, Annona cherimola, oorspronkelijk voorkomend in het hoogland van de Andes in Peru, Ecuador, Colombia en Bolivia, behorend tot de zuurzakfamilie (Annonaceae)
cherimoya's	=	cherimoya
cherimoyaatje	=	cherimoya
cherimoyaatjes	=	cherimoya
cheroet	noun	vrijheid
cherokee	noun	iemand die behoort tot het gelijknamige volk van indianen in Noord-Amerika	adj	behorend tot of met betrekking tot het gelijknamige volk van indianen in Noord-Amerika
cherokees	=	cherokee
cherrypicking	noun	'de krenten uit de pap halen'.
cherrytomaat	noun	vrucht van de kerstomaat, Solanum lycopersicum var. cerasiforme, een variëteit van de tomatenplant
cherrytomaatje	=	cherrytomaat
cherrytomaatjes	=	cherrytomaat
cherrytomaten	=	cherrytomaat
chertepartij	noun	overeenkomst omtrent scheepsbevrachting
chertepartijen	=	chertepartij
cherub	noun	deels menselijk, deels dierlijk wezen met vleugels en één of meer gezichten waarvan de functie verband houdt met het goddelijke (91×: Gen. 3:24, Ex. 25:18 +, Num. 7:89, 1 Sam. 4:4, 2 Sam. 22:11, 1 Kon. 6:23 +, 2 Kon. 19:15, Jes. 37:16, Ez. 9:3 +, Ps. 18:11 +, 1 Kron. 13:6 +, 2 Kron. 3:7 +)
cherubijn	noun	engel
cherubijnen	=	cherubijn
cherubijntje	=	cherubijn
cherubijntjes	=	cherubijn
cherubje	=	cherub
cherubs	=	cherub
ches	noun	achtste letter van het alfabet	adj	schrander, verstandig
chesed	noun	trouw, belangeloze dienst vanuit verbondenheid, genegenheid, gunst
chesjiewes	noun	goedhartig iemand, lief iemand (vrouw, man of kind)
chesjieweste	noun	goedhartig mens, lief mens (vrouw)
chesjvan	noun	achtste maand van het joodse jaar, in oktober-november, tweede maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
chessen	=	ches
chester	noun	Engelse kaas gemaakt van zoete melk
chesterfield	noun	bepaald model armstoel of canapé uit het eind van de achttiende eeuw gekenmerkt door de capitonnage van leuning en zitting, en vaak voorzien van een genagelde voorzijde en een bekleding van glad bruin leer
chesterfieldfauteuil	noun	bepaald model armstoel uit het eind van de achttiende eeuw gekenmerkt door de capitonnage van leuning en zitting, en vaak voorzien van een genagelde voorzijde
chesterfieldfauteuils	=	chesterfieldfauteuil
chesterfieldfauteuiltje	=	chesterfieldfauteuil
chesterfieldfauteuiltjes	=	chesterfieldfauteuil
chesterfields	=	chesterfield
chesterkaas	noun	Engelse kaas gemaakt van zoete melk
chesterkazen	=	chesterkaas
chesters	=	chester
chet	noun	achtste letter van het alfabet
chets	=	chet
cheug	noun	iemand die niet meer van deze tijd is, een ouderwets, niet hip of trendy persoon
cheugs	=	cheug
cheugy	adj	niet meer modieus, hip of trendy
cheugy's	=	cheugy
cheugye	=	cheugy
cheugyer	=	cheugy
cheugyere	=	cheugy
cheugyers	=	cheugy
cheugyst	=	cheugy
cheugyste	=	cheugy
chevet	noun	koorafsluiting
chevetten	=	chevet
cheviot	noun	fijne Engelse wollen stof genoemd naar de wol van de cheviotschapen uit de Cheviot Hills, die de grens vormen tussen Northumberland en Schotland
chevra	noun	vereniging, genootschap, in het bijzonder een vereniging op religieuze grondslag
chevre	noun	vereniging, genootschap, in het bijzonder een vereniging op religieuze grondslag
chevreau	noun	leer van een geit
chevres	=	chevre
chevroese	noun	vaste studiegenoot
chevroeses	=	chevroese
chevron	noun	v-vormig teken op de mouw van een militair
chevrons	=	chevron
chevrot	=	chevra
cheyne-stokes-ademhaling	=	cheyne-stokesademhaling
cheyne-stokesademhaling	noun	periodiek toe- en afnemen van de ademhaling, afgewisseld door ademstilstand (apneu)
chi	noun	de 22e letter van het Griekse alfabet
chi's	=	chi
chi'tje	=	chi
chi-uil	noun	Antitype chi een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
chi-uilen	=	chi-uil
chi-uiltje	=	chi-uil
chi-uiltjes	=	chi-uil
chianti	noun	een rode droge wijn uit een gelijknamig wijnbouwgebied in Toscane, Italië
chianti's	=	chianti
chiantietje	=	chianti
chiantietjes	=	chianti
chiantiwijn	noun	een rode wijn uit een gelijknamig wijnbouwgebied in Toscane, Italië
chiantiwijnen	=	chiantiwijn
chiapaklimrat	noun	Tylomys bullaris knaagdier uit de familie van de Cricetidae
chiapaklimratje	=	chiapaklimrat
chiapaklimratjes	=	chiapaklimrat
chiapaklimratten	=	chiapaklimrat
chiaroscuro	noun	een techniek uit de schilderkunst, film en fotografie waarbij de licht-donkercontrasten sterker worden uitgebeeld dan ze in werkelijkheid vaak zijn
chiasma	noun	kruising, kruispunt
chiasma's	=	chiasma
chiasme	noun	stijlfiguur die bestaat uit een herhaling gecombineerd met een omkering
chiasmen	=	chiasme
chiasmodontiden	noun	een familie Chiasmodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
chiazaad	noun	het zaad van de Chia dat rijk is aan omega 3-vetzuren, aangezien 25−30% van het zaad extraheerbare plantaardige olie bevat, inclusief alfalinoleenzuur (ALA)
chiazaden	=	chiazaad
chic	adj	modieus verfijnd	noun	sociaal milieu dat zich door verfijnd uiterlijk en gedrag presenteert als de toonaangevende groep in een bepaalde plaats
chic-de-friemel	adj	naar omstandigheden overdreven netjes of luxe
chic-de-friemels	=	chic-de-friemel
chicagoblues	noun	van de countryblues afgeleide bluesvariant, o.m. gekenmerkt door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten, piano, drums en koperen blaasinstrumenten
chicagobluesje	=	chicagoblues
chicagobluesjes	=	chicagoblues
chicane	noun	haarkloverij, vitterige opmerking (vaak berustend op formaliteiten)
chicaneer	=	chicaneren
chicaneerde	=	chicaneren
chicaneerden	=	chicaneren
chicaneert	=	chicaneren
chicanere	=	chicaneren
chicaneren	verb	met gezochte bezwaren komen, voortdurend met kritiek op kleinigheden komen
chicanerend	=	chicaneren
chicanerende	=	chicaneren
chicanes	=	chicane
chicaneur	noun	iemand die gewoonlijk chicaneert
chicaneurs	=	chicaneur
chicaneurtje	=	chicaneur
chicaneurtjes	=	chicaneur
chicaneus	adj	over kleinigheden vallend
chicaneust	=	chicaneus
chicaneuste	=	chicaneus
chicaneuze	=	chicaneus
chicaneuzer	=	chicaneus
chicaneuzere	=	chicaneus
chicaneuzers	=	chicaneus
chicano	noun	een Mexicaan woonachtig in de Verenigde Staten of een Noord-Amerikaan van Mexicaanse afkomst
chicano's	=	chicano
chichi	noun	gestileerd plaatje of beeldje van een zwarte vrouw met weelderige rondingen als zinnebeeld voor Curaçao	adj	overdreven deftig of luxe
chichi's	=	chichi
chick	noun	jong meisje
chickje	=	chick
chickjes	=	chick
chicklit	noun	eigentijdse romantische fictielectuur (door en) voor jonge vrouwen, niet per se met veel literaire pretentie
chicks	=	chick
chiclistekelstaart	noun	Synallaxis spixi een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
chiclistekelstaarten	=	chiclistekelstaart
chiclistekelstaartje	=	chiclistekelstaart
chiclistekelstaartjes	=	chiclistekelstaart
chicorei	noun	gemalen en geroosterde witloofwortel
chicoreien	=	chicorei
chics	=	chic
chicst	=	chic
chicste	=	chic
chidoesjiem	noun	'novellen' (in juridische, halachische zin), als resultaat van een methode van Tora- en Talmoedstudie waarbij gestreefd wordt naar nieuwe halachische inzichten door niet allereerst de tekst te verklaren, maar vooral te letten op de beginselen en thema's daarvan
chiffon	noun	hele fijne, doorzichtige zijden stof
chiffonnade	noun	een manier om bladgroenten te snijden in lintvorm, door de blaadjes eerst te stapelen, vervolgens op te rollen en dan dwars op de rol te snijden.
chiffonnades	=	chiffonnade
chiffonnière	noun	smalle ladekast met hoge poten
chiffonnières	=	chiffonnière
chiffre	noun	een monogram van een functionaris, vorst etc. of het naambeeld van een persoon of bedrijf
chiffres	=	chiffre
chiffretje	=	chiffre
chiffretjes	=	chiffre
chignon	noun	gedraaide haarwrong achter op het hoofd
chignons	=	chignon
chiguancolijster	noun	Turdus chiguanco een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
chiguancolijsters	=	chiguancolijster
chiguancolijstertje	=	chiguancolijster
chiguancolijstertjes	=	chiguancolijster
chihuahua	noun	kleinste hondenras ter wereld
chihuahua's	=	chihuahua
chihuahuasalamander	noun	Ambystoma rosaceum een salamander uit de familie molsalamanders (Ambystomatidae).
chihuahuasalamanders	=	chihuahuasalamander
chihuahuasalamandertje	=	chihuahuasalamander
chihuahuasalamandertjes	=	chihuahuasalamander
chijl	noun	lymfe met veel vet zoals de darmvlokken die bij de spijsvertering uit de darminhoud opnemen en in de chylusvaten afscheiden
chijm	noun	de brij die na menging van voedsel en maagsappen, de maag verlaat
chikungunya	noun	een virusziekte die wordt veroorzaakt door het Chikungunya-virus en gaat gepaard met milde koorts en gewrichtspijnen
chikungunyavirus	noun	verwekker van de ziekte chikungunya, met milde koorts en gewrichtspijnen als gevolg, de soort Chikungunya virus
chikungunyavirussen	=	chikungunyavirus
chikwadraattoets	noun	toets om de afwijking van een gevonden verdeling ten opzichte van de bekende verdelingen te bepalen
chikwadraattoetsen	=	chikwadraattoets
chil	=	chillen
childe	=	chillen
childen	=	chillen
chile	=	chili
chileen	noun	iemand uit Chili
chileens	adj	op Chili betrekking hebbend
chileense	noun	een vrouwelijke inwoner van Chili, of een vrouw afkomstig uit Chili
chileensen	=	chileense
chileenser	=	chileens
chileensere	=	chileens
chileensers	=	chileens
chileenst	=	chileens
chileenste	=	chileens
chileentje	=	chileen
chilenen	=	chileen
chili	noun	benaming voor planten uit het geslacht Capsicum
chili's	=	chili
chiliasme	noun	het geloof dat er voor of na de wederkomst van Christus een duizendjarig vrederijk en/of een paradijs op aarde zal worden gevestigd
chiliastisch	adj	met betrekking tot het chiliasme
chiliastische	=	chiliastisch
chiliastischer	=	chiliastisch
chiliastischere	=	chiliastisch
chiliastischers	=	chiliastisch
chiliolie	noun	spijsolie pittig gemaakt met Spaanse pepers
chiliolies	=	chiliolie
chilioliën	=	chiliolie
chiliopossummuis	noun	Rhyncholestes raphanurus een zoogdier uit de familie van de opossummuizen (Caenolestidae).
chiliopossummuisje	=	chiliopossummuis
chiliopossummuisjes	=	chiliopossummuis
chiliopossummuizen	=	chiliopossummuis
chilipeper	noun	vruchten van het geslacht Capsicum van de nachtschadefamilie (Solanaceae)
chilipepers	=	chilipeper
chilipepertje	=	chilipeper
chilipepertjes	=	chilipeper
chilipoeder	noun	een pittig smakend poeder van gedroogde chilipepers, soms aangevuld met andere specerijen
chilipoeders	=	chilipoeder
chilipoedertje	=	chilipoeder
chilipoedertjes	=	chilipoeder
chilis	=	chili
chilisalpeter	noun	een delfstof die voornamelijk bestaat uit natriumnitraat (NaNO₃), en andere, verwante chemische verbindingen
chilisalpeters	=	chilisalpeter
chilisaus	noun	pikante saus met Spaanse pepers
chilisausen	=	chilisaus
chilisauzen	=	chilisaus
chill	adj	op het gemak, ontspannen
chill-out	noun	een muziekstijl die geënt is op rustige en melodische muziek, met name dancemuziek
chill-outroom	noun	koele ruimte met rustige muziek waar deelnemers aan een houseparty kunnen uitrusten
chill-outrooms	=	chill-outroom
chillax	=	chillaxen
chillaxe	=	chillaxen
chillaxen	verb	chillen en relaxen
chillaxend	=	chillaxen
chillaxende	=	chillaxen
chillaxt	=	chillaxen
chillaxte	=	chillaxen
chillaxten	=	chillaxen
chille	=	chill
chillen	verb	tot rust komen, ontspannen
chillend	=	chillen
chillende	=	chillen
chiller	=	chill
chillere	=	chill
chillers	=	chill
chills	=	chill
chillst	=	chill
chillste	=	chill
chiloel	noun	ontwijding
chiloeliem	=	chiloel
chiloni	noun	profaan persoon, seculier persoon	adj	profaan, seculier
chiloniem	=	chiloni
chilt	=	chillen
chiltanbezoargeit	noun	een ondersoort Capra aegagrus chialtanensis van de bezoargeit die endemisch is in Chiltan, Beloetsjistan, Pakistan.
chiltanbezoargeiten	=	chiltanbezoargeit
chiltanbezoargeitje	=	chiltanbezoargeit
chiltanbezoargeitjes	=	chiltanbezoargeit
chimaera	noun	fabeldier dat gevormd is uit delen van meerdere dieren
chimaera's	=	chimaera
chimaeraatje	=	chimaera
chimaeraatjes	=	chimaera
chimango	noun	Milvago chimango een roofvogel uit de familie van de Falconidae (Caracara's en valken).
chimango's	=	chimango
chimangootje	=	chimango
chimangootjes	=	chimango
chimerisch	adj	alleen maar in de fantasie bestaand
chimerische	=	chimerisch
chimerischer	=	chimerisch
chimerischere	=	chimerisch
chimerischers	=	chimerisch
chimp	noun|informal	chimpansee
chimpansee	noun	Pan troglodytes een Afrikaanse mensaap.
chimpansees	noun	Pan een geslacht van de familie mensachtigen (Hominidae).
chimpanseetje	=	chimpansee
chimpanseetjes	=	chimpansee
chimpje	=	chimp
chimpjes	=	chimp
chimps	=	chimp
chimère	noun	hersenschim
chimères	=	chimère
chinaklei	noun	een kleimineraal bestaand uit het aluminium-fylosilicaat kaoliniet; Al₂Si₂O₅(OH)₄
chinapeer	noun	Pyrus bretschneideri een soort peer, die voorkomt in het noorden van China.
chinapeertje	=	chinapeer
chinapeertjes	=	chinapeer
chinaperen	=	chinapeer
chinasyndroom	noun	het veronderstelde gevolg van een meltdown in een kernreactor waarbij de splijtstof door de betonnen bodem zou zakken en in China zou uitkomen
chinbabax	noun	Pterorhinus woodi een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
chinbabaxen	=	chinbabax
chinbabaxje	=	chinbabax
chinbabaxjes	=	chinbabax
chinchilla	noun	Chinchilla lanigera Zuid-Amerikaans knaagdier uit het geslacht der chinchilla's, dat veel gefokt wordt om zijn pels.	adj	van chinchilla
chinchilla's	noun	Chinchilla een geslacht van knaagdieren uit de familie wolmuizen (Chinchillidae), specifieker de onderfamilie chinchilla's en haasmuizen (Chinchillinae).
chinchillaatje	=	chinchilla
chinchillamuis	noun	Chinchillula sahamae knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
chinchillamuisje	=	chinchillamuis
chinchillamuisjes	=	chinchillamuis
chinchillamuizen	=	chinchillamuis
chinchillarat	noun	zoogdier uit de familie Abrocomidae van knaagdieren uit de superfamilie Octodontoidea.
chinchillaratje	=	chinchillarat
chinchillaratjes	=	chinchillarat
chinchillaratten	noun	Abrocomidae een familie van knaagdieren uit de superfamilie Octodontoidea.
chinchipestekelstaart	noun	Synallaxis chinchipensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
chinchipestekelstaarten	=	chinchipestekelstaart
chinchipestekelstaartje	=	chinchipestekelstaart
chinchipestekelstaartjes	=	chinchipestekelstaart
chinees	noun	eten uit restaurant waar Chinese gerechten worden gemaakt
chinees-indisch	adj	met betrekking tot Chinezen in Indonesië
chinees-indische	=	chinees-indisch
chinees-indischer	=	chinees-indisch
chinees-indischere	=	chinees-indisch
chinees-indischers	=	chinees-indisch
chinees-restaurant-syndroom	=	chineesrestaurantsyndroom
chineesde	=	chinezen
chineesden	=	chinezen
chineesje	=	chinees
chineesjes	=	chinees
chineesrestaurantsyndroom	noun	geheel van lichamelijke klachten die bij sommige mensen optreden nadat ze een Chinese maaltijd hebben gegeten waarin ve-tsin is verwerkt
chineest	=	chinezen
chineestalig	adj	de Chineese taal sprekend
chineestalige	=	chineestalig
chineestaligs	=	chineestalig
chineeste	=	chinees
chinese	noun	een inwoonster van China, of een vrouw afkomstig uit China
chinesen	=	chinese
chineser	=	chinees
chinesere	=	chinees
chinesers	=	chinees
chineze	=	chinezen
chinezen	verb	het nuttigen van een Chinese maaltijd, gewoonlijk in een Chinees restaurant
chinezend	=	chinezen
chinezende	=	chinezen
chino	noun	nauw vallende, eenvoudige broek van dun, gekeperd katoen, oorspronkelijk gebruikt als legerkleding en na de Tweede Wereldoorlog populair geworden als vrijetijdskleding
chino's	=	chino
chinoech	noun	opvoeding, onderwijs
chinois	noun	Fijnmazige, conische zeef waar ingrediënten met een (houten) lepel doorheen worden geduwd.
chinoiserie	noun	kunstuiting in nagebootste Chinese stijl
chinoiseries	=	chinoiserie
chinoiserieën	=	chinoiserie
chinoises	=	chinois
chinoistje	=	chinois
chinoistjes	=	chinois
chinook	noun	warme wind aan de westkust van de VS
chinooks	=	chinook
chinookzalm	noun	Oncorhynchus tschawytscha de grootste beenvis van de Pacifische zalmen.
chinookzalmen	=	chinookzalm
chinookzalmpje	=	chinookzalm
chinookzalmpjes	=	chinookzalm
chinsluiptimalia	noun	Spelaeornis oatesi een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
chinsluiptimalia's	=	chinsluiptimalia
chinsluiptimaliaatje	=	chinsluiptimalia
chinsluiptimaliaatjes	=	chinsluiptimalia
chintz	noun	met bloemen bedrukte katoenen stof
chiné	noun	stof met felle, gevlamde kleuren waarvan de draden van tevoren bedrukt zijn
chioev	noun	verplichting, onder andere in de synagoge
chioeviem	=	chioev
chip	noun	dun reepje gefrituurde aardappel (voornamelijk gebruikt in het meervoud)
chipbetaling	noun	een betaling met een chipknip
chipbetalingen	=	chipbetaling
chipcard	noun	chipkaart
chipcardje	=	chipcard
chipcardjes	=	chipcard
chipcards	=	chipcard
chipfabriek	noun	fabriek waar men geïntegreerde schakelingen voor computers maakt
chipfabrieken	=	chipfabriek
chipfabriekje	=	chipfabriek
chipfabriekjes	=	chipfabriek
chipfabrikant	noun	bedrijf dat betrokken is bij de productie van computerchips
chipfabrikanten	=	chipfabrikant
chipgigant	noun	groot bedrijf dat computerchips produceert
chipgiganten	=	chipgigant
chipindustrie	noun	bedrijven die computerchips maken
chipindustrieën	=	chipindustrie
chipje	noun	een gefrituurd dun laagje aardappel
chipjes	=	chip
chipkaart	noun	kaart met een microprocessorchip voor het digitaal vastleggen van informatie
chipkaarten	=	chipkaart
chipkaartje	=	chipkaart
chipkaartjes	=	chipkaart
chipknip	noun	chipkaart waarop men een bepaald bedrag kan plaatsen en waarmee betaald kan worden
chipknippen	=	chipknip
chipknips	=	chipknip
chiplezer	noun	apparaat dat een chip kan uitlezen
chiplezers	=	chiplezer
chipmachine	noun	machine waarmee men computerchips kan maken
chipmachinefabrikant	noun	fabriek die machines maakt voor de productie van computerchips
chipmachinefabrikanten	=	chipmachinefabrikant
chipmachinemaker	noun	bedrijf dat machines maakt waarmee men computerchips kan maken
chipmachinemakers	=	chipmachinemaker
chipmachines	=	chipmachine
chipmaker	noun	onderneming die microprocessoren maakt
chipmakers	=	chipmaker
chipmarkt	noun	de vraag en het aanbod van geïntegreerde elektronische schakelingen
chipmarkten	=	chipmarkt
chipmunk	noun	wangzakeekhoorn, benaming voor knaagdieren uit het geslacht Tamias
chipmunkje	=	chipmunk
chipmunkjes	=	chipmunk
chipmunks	=	chipmunk
chipolata	noun	een klein (vers) worstje dat oorspronkelijk uit Frankrijk komt en gemaakt is van varkensvlees
chipolata's	=	chipolata
chipolatapudding	noun	een luchtige, zeer zoete pudding die kleine stukjes (gedroogd) fruit zoals gewelde rozijnen, ananas, mandarijn en papaja of noten bevat
chipolatapuddingen	=	chipolatapudding
chipolatapuddinkje	=	chipolatapudding
chipolatapuddinkjes	=	chipolatapudding
chipoteer	=	chipoteren
chipoteerde	=	chipoteren
chipoteerden	=	chipoteren
chipoteert	=	chipoteren
chipotere	=	chipoteren
chipoteren	verb	uit tegenzin traag, ondoelmatig of onbehoorlijk bezig zijn
chipoterend	=	chipoteren
chipoterende	=	chipoteren
chippas	noun	pas met ingebouwde oplaadbare chip waarmee betalingen kunnen worden verricht
chippasje	=	chippas
chippasjes	=	chippas
chippassen	=	chippas
chippe	=	chippen
chippen	verb	met een chipknip betalen
chippend	=	chippen
chippendale	noun	gespierde, aantrekkelijke mannelijke stripper
chippendales	=	chippendale
chippende	=	chippen
chipper	noun	chipkaart waarop men een bepaald bedrag kan plaatsen en waarmee betaald kan worden
chippers	=	chipper
chippertelefoon	noun	telefoon waarmee de houder van een pinpas met chipper zich kon legitimeren en toegang krijgen tot uitgebreidere telefoondiensten
chippertelefoons	=	chippertelefoon
chippertelefoontje	=	chippertelefoon
chippertelefoontjes	=	chippertelefoon
chippie	noun	dun aardappelschijfje, gebakken in vet of olie gebruikt als snack
chippies	=	chippie
chipproducent	noun	bedrijf dat computerchips maakt
chipproducenten	=	chipproducent
chipproductie	noun	het maken van geïntegreerde schakelingen voor computers
chipproducties	=	chipproductie
chips	noun	dunne aardappelschijfjes, gebakken in vet of olie gebruikt als snack	intj|vulgar	uitroep van ergernis of frustratie
chipsector	noun	bedrijfstak die computerchips ontwerpt, maakt en verkoopt
chipsectoren	=	chipsector
chipsectors	=	chipsector
chipset	noun	verzameling geïntegreerde schakelingen die samen met de processor worden gebruikt op een moederbord
chipsets	=	chipset
chipsfabriek	noun	fabriek waar gefrituurde aardappelschijfjes worden gemaakt
chipsfabrieken	=	chipsfabriek
chipsfabriekje	=	chipsfabriek
chipsfabriekjes	=	chipsfabriek
chipsfabrikant	noun	bedrijf dat gefrituurde aardappelschijfjes maakt
chipsfabrikanten	=	chipsfabrikant
chipshot	noun	bij de golfsport: een klein boogballetje naar de green
chipshotje	=	chipshot
chipshotjes	=	chipshot
chipshots	=	chipshot
chipsindustrie	noun	de chips (voedingsmiddelen) producerende industrie; de bedrijven die gefituurde aarappelschijfjes produceren
chipsindustrieën	=	chipsindustrie
chipskruimel	noun	klein afgebroken stukje van dunne aardappelschijfjes, gebakken in vet of olie
chipskruimels	=	chipskruimel
chipskruimeltje	=	chipskruimel
chipskruimeltjes	=	chipskruimel
chipszak	noun	vershoudverpakking voor chips met aluminiumfolie
chipszakken	=	chipszak
chipt	=	chippen
chipte	=	chippen
chiptechnologie	noun	de techniek die de grondslag vormt voor de geïntegreerde schakelingen
chiptechnologieën	=	chiptechnologie
chiptekort	noun	het ontbreken van voldoende grote aantallen geïntegreerde circuits
chiptekorten	=	chiptekort
chipten	=	chippen
chiptuning	noun	het elektronisch opvoeren of de prestatieverbetering van moderne automotoren
chiptuningen	=	chiptuning
chipvrij	adj	zonder afschilfering, bestand tegen schilferen
chipvrije	=	chipvrij
chipvrijer	=	chipvrij
chipvrijere	=	chipvrij
chipvrijers	=	chipvrij
chipvrijs	=	chipvrij
chipvrijst	=	chipvrij
chipvrijste	=	chipvrij
chique	=	chic
chiquer	=	chic
chiquere	=	chic
chiquers	=	chic
chiraal	adj	niet-spiegelsymmetrisch
chiraals	=	chiraal
chiraalst	=	chiraal
chiraalste	=	chiraal
chirale	=	chiraal
chiraler	=	chiraal
chiralere	=	chiraal
chiralers	=	chiraal
chiraliteit	noun	het niet-spiegelsymmetrisch zijn
chiraliteiten	=	chiraliteit
chirek	noun	bepaald schriftteken voor klinker met i-karakter
chireks	=	chirek
chiriek	noun	bepaald schriftteken voor klinker met i-karakter
chirieks	=	chiriek
chirimoya	noun	tropische plant, Annona cherimola, oorspronkelijk voorkomend in het hoogland van de Andes in Peru, Ecuador, Colombia en Bolivia, behorend tot de zuurzakfamilie (Annonaceae)
chirimoya's	=	chirimoya
chirinda-apalis	noun	Apalis chirindensis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
chirinda-apalisje	=	chirinda-apalis
chirinda-apalisjes	=	chirinda-apalis
chirinda-apalissen	=	chirinda-apalis
chiriqui-slankbeer	noun	Bassaricyon pauli roofdier dat behoort tot de roofdierfamilie Procyonidae.
chiriqui-slankbeertje	=	chiriqui-slankbeer
chiriqui-slankbeertjes	=	chiriqui-slankbeer
chiriqui-slankberen	=	chiriqui-slankbeer
chiriquibladspeurder	noun	Automolus exsertus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
chiriquibladspeurders	=	chiriquibladspeurder
chiriquibladspeurdertje	=	chiriquibladspeurder
chiriquibladspeurdertjes	=	chiriquibladspeurder
chiririparkiet	noun	Brotogeris chiriri een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
chiririparkieten	=	chiririparkiet
chiririparkietje	=	chiririparkiet
chiririparkietjes	=	chiririparkiet
chirograaf	noun	oorkondevorm waarbij twee of meer gelijkluidende akten op hetzelfde vel papier of perkament werden geschreven en deze akten van elkaar werden losgesneden, zodat partijen achteraf aan elkaar kunnen passen om daarmee de echtheid te bewijzen
chirografen	=	chirograaf
chirologie	noun	vingertaal van doofstommen
chiromantie	noun	waarzeggerij uit de lijnen van de hand, handlijnkunde
chiromantieën	=	chiromantie
chironemiden	noun	een familie Chironemidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
chiropodie	noun	behandeling van (hand- en) voetgebreken
chiropodist	noun	hand- en voetkundige, pedicure
chiropodisten	=	chiropodist
chiropractici	=	chiropracticus
chiropracticus	noun	beoefenaar van een tak van de zogenoemde 'alternatieve of complementaire geneeskunde' die niet door de overheid gereguleerd of erkend wordt
chiropractie	noun	behandelmethode die zich bezig houdt met diagnose, behandeling en preventie van stoornissen aan het bewegingsapparaat
chiropractor	noun	iemand die de chiropraxie of chiropractie beoefent
chiropractors	=	chiropractor
chiropractortje	=	chiropractor
chiropractortjes	=	chiropractor
chiropraxie	noun	behandelmethode die zich bezig houdt met diagnose, behandeling en preventie van stoornissen aan het bewegingsapparaat
chiropraxieën	=	chiropraxie
chirun	=	chirunnen
chirunde	=	chirunnen
chirunden	=	chirunnen
chirunne	=	chirunnen
chirunnen	verb	een manier van lopen waarbij de beenspieren veel minder worden belast dan anders, waardoor er minder blessurerisico is voor heupen, knieën, schenen, kuiten en achillespezen
chirunnend	=	chirunnen
chirunnende	=	chirunnen
chirunt	=	chirunnen
chirurg	noun	een specialist die operaties verricht
chirurge	noun	vrouwelijke vorm van chirurg
chirurgen	=	chirurg
chirurges	=	chirurge
chirurgie	noun	de wetenschap van en de vaardigheid in het opereren
chirurgies	=	chirurgie
chirurgietje	=	chirurgie
chirurgieën	=	chirurgie
chirurgijn	noun	een medisch behandelaar in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd die tevens barbier was
chirurgijnen	=	chirurgijn
chirurgijns	=	chirurgijn
chirurgijntje	=	chirurgijn
chirurgisch	adj	betrekking hebben op operatief
chirurgische	=	chirurgisch
chirurgischer	=	chirurgisch
chirurgischere	=	chirurgisch
chirurgischers	=	chirurgisch
chirurgje	=	chirurg
chirurgjes	=	chirurg
chirurgus	=	chirurg
chitiet	noun	lid van een volksgroep in Kanaän-2 die is voortgekomen uit Chet, ook te vinden in Klein-Azië en Noord-Syrië (Gen. 15:20 +, Ex. 3:8 +, Num. 13:29, Deut. 7:1 +, Joz. 1:4 +, Recht. 1:26 +, 1 Sam. 26:6, 2 Sam. 11:3 +, 1 Kon. 9:20 +, 2 Kon. 7:6, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 1 Kron. 11:41, 2 Kron. 1:17 +)
chitieten	=	chitiet
chitine	noun	een polysacharide, die voorkomt als bouwstof in de celwanden van schimmels en in het exoskelet van geleedpotigen, zoals insecten, kreeftachtigen en spinnen, waarbij het zorgt voor de stevigheid
chitinen	=	chitine
chitines	=	chitine
chiton	noun	gewaad van wol zoals dat in de oudheid door direct op het lichaam werd gedragen
chitonen	=	chiton
chitons	=	chiton
chitsoniem	adj	externe
chivariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter chi
chivarianten	=	chivariant
chiviet	noun	zoon van Kanaän-1 (Gen. 10:17, 1 Kron. 1:15)
chivieten	=	chiviet
chivivireo	noun	Vireo chivi een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
chivivireo's	=	chivivireo
chivivireootje	=	chivivireo
chivivireootjes	=	chivivireo
chiwwiet	noun	zoon van Kanaän-1 (Gen. 10:17, 1 Kron. 1:15)
chiwwieten	=	chiwwiet
chlamydai	=	chlamys
chlamydia	noun	benaming voor soorten uit de groep Chlamydiae
chlamydia's	noun	benaming voor soorten uit de groep Chlamydiae waarvan de leden allemaal endoparasieten zijn
chlamydia-infectie	noun	een besmettelijk geslachtsziekte veroorzaakt door de bacterie Chlamydia trachomatis
chlamydia-infecties	=	chlamydia-infectie
chlamys	noun	een korte ruiter- en reismantel van de Grieken, die uit Macedonië of Thessalië stamde
chloasma	noun	levervlekken, huidverkleuringen
chloor	noun	scheikundig element met symbool Cl en atoomnummer 17. Het is een geelgroen halogeen ,dat bij kamertemperatuur gasvormig is
chlooracne	noun	huidaandoening veroorzaakt door contact met halogeen bevattende koolwaterstoffen zoals dioxinen en pcb's
chloorafval	noun	onbruikbare reststoffen waarin organische chloorverbindingen zitten
chlooramfenicol	noun	een bacteriostatisch antibioticum dat de synthese van eiwitten in bacteriën remt
chlooratomen	=	chlooratoom
chlooratoom	noun	een atoom van het chemisch element chloor.
chlooratoompje	=	chlooratoom
chlooratoompjes	=	chlooratoom
chloorchemie	noun	chemie gekenmerkt door de neiging van het element chloor om de oxidatietoestand -I aan te nemen
chloorde	=	chloren
chloorden	=	chloren
chloordioxide	noun	ClO₂ is een rood-geel gas en krachtige oxidator die veel toepassing vindt in de drinkwaterreiniging en als bleekmiddel
chloorethyl	noun	verbinding van chloor en ethyl, een verdovingsmiddel
chloorfabriek	noun	fabriek waar men door elektrolyse van keukenzout chloorgas
chloorfabrieken	=	chloorfabriek
chloorfluorkoolstofverbinding	noun	een koolwaterstof waarvan de waterstofatomen zijn vervangen door chloor- en/of fluoratomen
chloorfluorkoolstofverbindingen	=	chloorfluorkoolstofverbinding
chloorfluorkoolstofverbindinkje	=	chloorfluorkoolstofverbinding
chloorfluorkoolstofverbindinkjes	=	chloorfluorkoolstofverbinding
chloorfluorkoolwaterstof	noun	een koolwaterstofverbinding waarvan waterstofatomen zijn vervangen door chloor- en/of fluoratomen
chloorfluorkoolwaterstoffen	=	chloorfluorkoolwaterstof
chloorfluorkoolwaterstofverbinding	noun	kunstmatige chemische stof die is opgebouwd uit de elementen chloor, fluor, waterstof en koolstof.
chloorfluorkoolwaterstofverbindingen	=	chloorfluorkoolwaterstofverbinding
chloorfluorkoolwaterstofverbindinkje	=	chloorfluorkoolwaterstofverbinding
chloorfluorkoolwaterstofverbindinkjes	=	chloorfluorkoolwaterstofverbinding
chloorgas	noun	gas bestaande uit twee atomen van het element chloor (Cl₂).
chloorgassen	=	chloorgas
chloorhexidine	noun	bacteriedodende stof die o.a. gebruikt wordt bij cariës en huidinfecties
chloorhoudend	adj	chloor bevattend
chloorhoudende	=	chloorhoudend
chloorhoudender	=	chloorhoudend
chloorhoudendere	=	chloorhoudend
chloorhoudenders	=	chloorhoudend
chloorhoudends	=	chloorhoudend
chloorhoudendst	=	chloorhoudend
chloorhoudendste	=	chloorhoudend
chloorkalk	noun	wit droog poeder (Ca(ClO)₂), verkregen door het leiden van chloor over gebluste kalk
chloorkip	noun	kippenvlees dat met chloor is behandeld om de eventueel aanwezige schadelijke bacteriën (vooral salmonella en campylobacter) te doden.
chloorkipje	=	chloorkip
chloorkipjes	=	chloorkip
chloorkippen	=	chloorkip
chloorkippetje	=	chloorkip
chloorknalgas	noun	een mengsel van gelijke delen waterstof en chloor
chloorlozing	noun	uitstoot van afvalstoffen met chloor of chloorverbindingen in het milieu
chloorlozingen	=	chloorlozing
chloorproducent	noun	onderneming waar dichloor (Cl₂) wordt gemaakt als grondstof voor andere producten
chloorproducenten	=	chloorproducent
chloort	=	chloren
chloortransport	noun	vervoer van het gevaarlijke en zeer reactieve chloorgas
chloortransporten	=	chloortransport
chloortrein	noun	trein waarmee het giftige en reactieve chloor wordt vervoerd
chloortreinen	=	chloortrein
chloorverbinding	noun	molecuul met één of meer chlooratomen
chloorverbindingen	=	chloorverbinding
chloorverbindinkje	=	chloorverbinding
chloorverbindinkjes	=	chloorverbinding
chloorvrij	adj	zonder chloor; zonder dat er chloor gebruikt is
chloorvrije	=	chloorvrij
chloorvrijer	=	chloorvrij
chloorvrijere	=	chloorvrij
chloorvrijers	=	chloorvrij
chloorvrijs	=	chloorvrij
chloorvrijst	=	chloorvrij
chloorvrijste	=	chloorvrij
chloorwater	noun	water waarin chloorgas zit opgelost, o.a. gebruikt in zwembaden
chloorwaterstof	noun	zoutzuur
chloorwaterstoffen	=	chloorwaterstof
chloorzuren	=	chloorzuur
chloorzuur	noun	de verbinding HClO₃
chloraal	noun	IUPAC-naam: 2,2,2-trichloorethanal.
chloraat	noun	een oxoanion van chloor, met als brutoformule ClO3−
chloral	noun	IUPAC-naam: 2,2,2-trichloorethanal.
chloralen	=	chloraal
chloraten	=	chloraat
chlore	=	chloren
chloreer	=	chloreren
chloreerde	=	chloreren
chloreerden	=	chloreren
chloreert	=	chloreren
chloren	verb	chloor toevoegen aan
chlorend	=	chloren
chlorende	=	chloren
chlorere	=	chloreren
chloreren	verb	chloor toevoegen aan
chlorerend	=	chloreren
chlorerende	=	chloreren
chlorering	noun	het chloreren
chloreringen	=	chlorering
chloride	noun	een verbinding van chloor waarin dit element een oxidatiegetal van -1 bezit
chloridegehalte	noun	de concentratie chloorionen (Cl⁻-ionen) die een stof bevat; meestal een goede maat voor het zoutgehalte
chloridegehalten	=	chloridegehalte
chloridegehaltes	=	chloridegehalte
chloriden	=	chloride
chlorides	=	chloride
chloriet	noun	een zout op basis van het ion ClO₂⁻
chlorieten	=	chloriet
chloroform	noun	trichloormethaan, zeer vluchtige vloeistof, gebruikt als verdovend middel
chloroformeer	=	chloroformeren
chloroformeerde	=	chloroformeren
chloroformeerden	=	chloroformeren
chloroformeert	=	chloroformeren
chloroformere	=	chloroformeren
chloroformeren	verb	gevoelloos maken met chloroform
chloroformerend	=	chloroformeren
chloroformerende	=	chloroformeren
chlorofyl	noun	groen pigment in plant of alg dat zich in chloroplasten bevindt, licht opvangt en de energie ervan opslaat in chemische verbindingen (fotosynthese)
chloroplast	noun	een organel dat in planten en algen lichtenergie vastlegt
chloroplasten	=	chloroplast
chloroplastine	noun	stof waarin chlorofyl aan eiwit gebonden voorkomt
chloroplastineën	=	chloroplastine
chloroplastje	=	chloroplast
chloroplastjes	=	chloroplast
chloroquine	noun	malariamedicijn
chloroquinen	=	chloroquine
chloroquines	=	chloroquine
chlorose	noun	gebrek aan rode bloedlichaampjes, waardoor de huid een bleekgroene tint krijgt, bleekzucht, bloedarmoede
choanoflagellaat	noun	in water levende eencellige uit de taxonomische groep Choanoflagellata, gekenmerkt door één zweepstaartje, omringd door een kraag tentakeltjes
choanoflagellata	noun	taxonomische groep, Choanoflagellata, in water levende eencelligen met één zweepstaartje, omringd door een kraag tentakeltjes
choanoflagellaten	noun	taxonomische groep, Choanoflagellata, in water levende eencelligen met één zweepstaartje, omringd door een kraag tentakeltjes
chochma	noun	wijsheid, met name inzicht in de weg die de mens moet gaan, thema van de wijsheidsliteratuur van de Bijbel, vooral de boeken Job, Spreuken (Misjlee) en Prediker (Kohelet)
chochme	noun	verstand, begrip
chochmes	=	chochme
chochmot	=	chochma
choco	noun	chocolade
choco's	=	choco
choco-elenia	noun	Myiopagis parambae een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
choco-elenia's	=	choco-elenia
choco-eleniaatje	=	choco-elenia
choco-eleniaatjes	=	choco-elenia
choco-ijs	noun	ijs met chocoladesmaak
choco-ijsje	=	choco-ijs
choco-ijsjes	=	choco-ijs
chocola	noun	een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
chocolaad	=	chocolade
chocolaatje	noun	alleen verkleinwoord stukje chocolade
chocolaatjes	=	chocola
chocolade	noun	een lekkernij die gemaakt is van cacao, suiker en cacaoboter
chocolade-eclair	noun	langwerpig soesje met laag glazuur en een chocolade vulling
chocolade-eclairs	=	chocolade-eclair
chocolade-ei	noun	lekkernij uit cacao, suiker en cacaoboter, in de vorm van een vogelei; vooral gegeten rond het paasfeest Er zijn twee formaten die veel voorkomen: het chocolade-eitje met een lengte van een paar cm, verpakt in gekleurd zilverpapier en het chocolade-ei met een lengte van circa 20 cm, vaak versierd en (aan)gevuld met kleinere chocalade-eitjes.
chocolade-eieren	=	chocolade-ei
chocolade-eitje	=	chocolade-ei
chocolade-eitjes	=	chocolade-ei
chocolade-ijs	noun	een bevroren lekkernij op basis van zuivel met chocoladesmaak
chocolade-ijsje	=	chocolade-ijs
chocolade-ijsjes	=	chocolade-ijs
chocoladebeen	noun	been waarmee een voetballer het minst bedreven is
chocoladebeentje	=	chocoladebeen
chocoladebeentjes	=	chocoladebeen
chocoladebenen	=	chocoladebeen
chocoladebier	noun	lichte alcoholische drank van gefermenteerde mout waaraan cacao is toegevoegd
chocoladebieren	=	chocoladebier
chocoladebol	noun	een met slagroom opgevulde soes van groot formaat, bedekt met een laag chocolade
chocoladebruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8017 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8017 ( ).
chocoladebruine	=	chocoladebruin
chocoladebruinen	=	chocoladebruin
chocoladebruiner	=	chocoladebruin
chocoladebruinere	=	chocoladebruin
chocoladebruiners	=	chocoladebruin
chocoladebruins	=	chocoladebruin
chocoladebruinst	=	chocoladebruin
chocoladebruinste	=	chocoladebruin
chocoladecake	noun	cake waarin ook chocolade is verwerkt
chocoladecakes	=	chocoladecake
chocoladedrank	noun	drinkbaar product waarin chocolade aanwezig zou moeten zijn
chocoladedranken	=	chocoladedrank
chocoladedrankje	=	chocoladedrank
chocoladedrankjes	=	chocoladedrank
chocoladefabriek	noun	een fabriek waar chocolade gemaakt wordt
chocoladefabrieken	=	chocoladefabriek
chocoladefabriekje	=	chocoladefabriek
chocoladefabriekjes	=	chocoladefabriek
chocoladefabrikant	noun	persoon of organisatie die chocolade of chocoladeproducten maakt
chocoladefabrikanten	=	chocoladefabrikant
chocoladeflik	noun	chocolaatje met een platte en een bolle zijde
chocoladeflikje	=	chocoladeflik
chocoladeflikjes	=	chocoladeflik
chocoladeflikken	=	chocoladeflik
chocoladefondue	noun	een variant van fondue met gesmolten chocolade waar stukjes fruit, koek of snoepgoed worden ingedoopt
chocoladefondues	=	chocoladefondue
chocoladefontein	noun	een 'fontein' waar langzaam chocolade langs omlaag stroomt.
chocoladefonteinen	=	chocoladefontein
chocoladefonteintje	=	chocoladefontein
chocoladefonteintjes	=	chocoladefontein
chocoladefrappuccino	noun	met ijs gekoelde cappuccino met een chocoladesmaak, vaak met slagroom erop
chocoladefrappuccino's	=	chocoladefrappuccino
chocoladegoerami	noun	Sphaerichthys osphromenoides een vreedzame maar schuwe vis.
chocoladegoerami's	=	chocoladegoerami
chocoladehagelslag	noun	kleine chocoladekorrels, chocoladehagel, muizenstrontjes (Vlaams)
chocoladehoer	noun	een vrouw die voor een onbeduidende vergoeding seks heeft met mannen
chocoladehoeren	=	chocoladehoer
chocoladehoertje	=	chocoladehoer
chocoladehoertjes	=	chocoladehoer
chocoladekan	noun	een traditionele, vaak zilveren kan met een speciaal deksel (met een opening voor een klop-garde) om warme chocolademelk te maken en te serveren; het is een historisch serviesstuk dat symbool staat voor verwennerij en luxe, vaak onderdeel van een groter servies met bijvoorbeeld een theepot
chocoladekannen	=	chocoladekan
chocoladekannetje	=	chocoladekan
chocoladekannetjes	=	chocoladekan
chocoladekleur	noun	een bruine kleur zoals die van chocolade
chocoladekleuren	=	chocoladekleur
chocoladekleurtje	=	chocoladekleur
chocoladekleurtjes	=	chocoladekleur
chocoladekoek	noun	zoete lekkernij van dubbel gebakken deeg, met chocola in het deeg of als aparte laag
chocoladekoeken	=	chocoladekoek
chocoladekoekje	=	chocoladekoek
chocoladekoekjes	=	chocoladekoek
chocoladekunst	noun	kunstzinnig gemaakte chocolaatjes
chocoladekunsten	=	chocoladekunst
chocoladeletter	noun	chocolade (puur, melk of wit) in de vorm van een letter die traditioneel veel rond Sinterklaas gegeten wordt
chocoladeletters	=	chocoladeletter
chocoladelettertje	=	chocoladeletter
chocoladelettertjes	=	chocoladeletter
chocolademaker	noun	persoon die of bedrijf dat chocolade produceert
chocolademakers	=	chocolademaker
chocolademakertje	=	chocolademaker
chocolademakertjes	=	chocolademaker
chocolademassa	noun	een hoeveelheid (gesmolten) chocolade
chocolademassa's	=	chocolademassa
chocolademelk	noun	drank gemaakt van cacao, suiker en melk
chocolademelken	=	chocolademelk
chocolademelkje	=	chocolademelk
chocolademelkjes	=	chocolademelk
chocolademelkkraam	noun	een mobiele bar of marktkraam die gespecialiseerd is in het serveren van warme chocolademelk
chocolademelkkraampje	=	chocolademelkkraam
chocolademelkkraampjes	=	chocolademelkkraam
chocolademelkkramen	=	chocolademelkkraam
chocolademousse	noun	nagerecht van geklopte eieren, gesmolten chocolade en slagroom
chocolademousses	=	chocolademousse
chocolademunt	noun	Mentha ×piperita 'Chocolate Mint' een cultivar van de pepermunt (Mentha × piperita) die een beetje naar chocolade smaakt
chocolademunten	=	chocolademunt
chocolademuntje	=	chocolademunt
chocolademuntjes	=	chocolademunt
chocoladen	adj	gemaakt van chocola, chocola bevattend
chocoladepaashaas	noun	snoepgoed gemaakt van chocolade met de vorm van een paashaas
chocoladepaashazen	=	chocoladepaashaas
chocoladepasta	noun	broodbeleg: smeerbaar chocolademengsel, choco (Vlaams)
chocoladepasta's	=	chocoladepasta
chocoladepastaatje	=	chocoladepasta
chocoladepudding	noun	pudding waarin chocolade is verwerkt
chocoladepuddingen	=	chocoladepudding
chocoladepuddinkje	=	chocoladepudding
chocoladepuddinkjes	=	chocoladepudding
chocoladereep	noun	een langwerpig stuk chocolade die gewoonlijk kortweg aangeduid wordt als: reep
chocoladereepje	=	chocoladereep
chocoladereepjes	=	chocoladereep
chocoladerepen	=	chocoladereep
chocolades	=	chocolade
chocoladesaus	noun	een dikke, stroperige vloeistof gemaakt met chocolade
chocoladesausen	=	chocoladesaus
chocoladesauzen	=	chocoladesaus
chocoladesigaret	noun	nabootsing van een sigaret in chocolade, vooral verkocht rond sinterklaas
chocoladesigaretje	=	chocoladesigaret
chocoladesigaretjes	=	chocoladesigaret
chocoladesigaretten	=	chocoladesigaret
chocoladesnol	noun	vrouw die voor een onbeduidende vergoeding seks heeft met mannen
chocoladesnollen	=	chocoladesnol
chocoladesnolletje	=	chocoladesnol
chocoladesnolletjes	=	chocoladesnol
chocoladesouffleetje	=	chocoladesoufflé
chocoladesouffleetjes	=	chocoladesoufflé
chocoladesoufflé	noun	luchtig ovengerecht met chocoladesmaak
chocoladesoufflés	=	chocoladesoufflé
chocoladetaart	noun	een veelal ronde, bruingekleurde taart, waarin chocolade of cacao verwerkt is
chocoladetaarten	=	chocoladetaart
chocoladetaartje	=	chocoladetaart
chocoladetaartjes	=	chocoladetaart
chocoladetablet	noun	chocolade in tabletvorm
chocoladetabletje	=	chocoladetablet
chocoladetabletjes	=	chocoladetablet
chocoladetabletten	=	chocoladetablet
chocoladetruffel	noun	zoete lekkernij, een klein balletje gemaakt van chocolade en “ganache”.
chocoladetruffels	=	chocoladetruffel
chocoladevla	noun	vla die cacao bevat
chocoladevla's	=	chocoladevla
chocoladevlaatje	=	chocoladevla
chocoladevlaatjes	=	chocoladevla
chocoladevlokken	noun	broodbeleg bestaande uit kleine dunne, krullerige blaadjes chocolade
chocoladewinkel	noun	winkel waar men chocoladeproducten verkoopt
chocoladewinkels	=	chocoladewinkel
chocolakleurig	adj	een bruine kleur hebbend
chocolakleurige	=	chocolakleurig
chocolakleuriger	=	chocolakleurig
chocolakleurigere	=	chocolakleurig
chocolakleurigers	=	chocolakleurig
chocolakleurigs	=	chocolakleurig
chocolakleurigst	=	chocolakleurig
chocolakleurigste	=	chocolakleurig
chocolaterie	noun	winkel waar vooral lekkernijen gemaakt van cacao, suiker en cacaoboter worden verkocht
chocolateries	=	chocolaterie
chocolaterietje	=	chocolaterie
chocolaterietjes	=	chocolaterie
chocolaterieën	=	chocolaterie
chocolatier	noun	bereider van of handelaar in chocolade en producten op chocoladebasis
chocolatiers	=	chocolatier
chocolatiertje	=	chocolatier
chocomanakin	noun	Cryptopipo litae een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
chocomanakinnetje	=	chocomanakin
chocomanakinnetjes	=	chocomanakin
chocomanakins	=	chocomanakin
chocomel	noun	Chocomel is een merknaam voor een bepaalde chocolademelk.
chocomelk	noun	chocoladedrank gemaakt van cacaopoeder, suiker en melk
chocomelken	=	chocomelk
chocomelkje	=	chocomelk
chocomelkjes	=	chocomelk
chocomels	=	chocomel
chocomousse	noun	nagerecht gemaakt van geklopte eieren, gesmolten chocolade en slagroom
chocomousses	=	chocomousse
chocootje	=	choco
chocopasta	noun	een smeerbaar, zoet broodbeleg dat bestaat uit suiker, vetten (plantaardige olie) en cacaopoeder (chocolade)
chocopasta's	=	chocopasta
chocopepernoot	noun	een pepernoot met een laagje chocolade
chocopepernootje	=	chocopepernoot
chocopepernootjes	=	chocopepernoot
chocopepernoten	=	chocopepernoot
chocopoorwill	noun	Nyctiphrynus rosenbergi een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
chocopoorwilletje	=	chocopoorwill
chocopoorwilletjes	=	chocopoorwill
chocopoorwills	=	chocopoorwill
chocoschreeuwuil	noun	Megascops centralis een vogel uit de familie Strigidae (uilen)
chocoschreeuwuilen	=	chocoschreeuwuil
chocoschreeuwuiltje	=	chocoschreeuwuil
chocoschreeuwuiltjes	=	chocoschreeuwuil
chocosirystestiran	noun	Sirystes albogriseus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
chocosirystestirannen	=	chocosirystestiran
chocosirystestirannetje	=	chocosirystestiran
chocosirystestirannetjes	=	chocosirystestiran
chocospecht	noun	Veniliornis chocoensis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
chocospechten	=	chocospecht
chocospechtje	=	chocospecht
chocospechtjes	=	chocospecht
chocotapaculo	noun	Scytalopus chocoensis een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
chocotapaculo's	=	chocotapaculo
chocotapaculootje	=	chocotapaculo
chocotapaculootjes	=	chocotapaculo
chocotinamoe	noun	Crypturellus kerriae een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
chocotinamoes	=	chocotinamoe
chocotinamoetje	=	chocotinamoe
chocotinamoetjes	=	chocotinamoe
chocotoekan	noun	Ramphastos brevis een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
chocotoekannetje	=	chocotoekan
chocotoekannetjes	=	chocotoekan
chocotoekans	=	chocotoekan
chocovireo	noun	Vireo masteri een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
chocovireo's	=	chocovireo
chocovireootje	=	chocovireo
chocovireootjes	=	chocovireo
chocovliegenpikker	noun	Zimmerius albigularis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
chocovliegenpikkers	=	chocovliegenpikker
chocovliegenpikkertje	=	chocovliegenpikker
chocovliegenpikkertjes	=	chocovliegenpikker
chocozanger	noun	Myiothlypis chlorophrys een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
chocozangers	=	chocozanger
chocozangertje	=	chocozanger
chocozangertjes	=	chocozanger
chocozwartkeeltrogon	noun	Trogon cupreicauda een vogel uit de familie Trogonidae.
chocozwartkeeltrogonnetje	=	chocozwartkeeltrogon
chocozwartkeeltrogonnetjes	=	chocozwartkeeltrogon
chocozwartkeeltrogons	=	chocozwartkeeltrogon
chocópoorwill	=	chocopoorwill
chocótapaculo	=	chocotapaculo
chocótinamoe	=	chocotinamoe
chocóvireo	=	chocovireo
chodasjiem	noun	begindagen
chodesj	noun	maand
choekiem	=	chok
choemasj	noun	Tora, de vijf boeken van Mozes, in de vorm van een gebonden boek
choemasjiem	=	choemasj
choemesj	noun	Tora, de vijf boeken van Mozes, in de vorm van een gebonden boek
choemmoes	=	hummus
choemoes	noun	pasta van kikkererwten
choemosjem	=	choemesj
choepa	noun	baldakijn
choepa's	=	choepa
choepot	=	choepa
choepoth	=	choepa
choeravot	=	choerba
choerba	noun	ruïne, bouwval
choerban	noun	vernietiging, met name van de tempel
choerbot	=	choerba
choetspa	noun	houding of gedrag waaruit onvoldoende respect blijkt
choetspot	=	choetspa
chof	noun	elfde letter van het alfabet, in gespirantiseerde versie
chofs	=	chof
chok	noun	wet, regel
choke	noun	onderdeel van de carburateur van motoren om het mengsel rijker te maken door de toevoer van de benzine te verhogen dan wel de luchttoevoer te verkleinen
choken	verb	de luchttoevoer naar de carburateur verminderen bij het starten zodat een verrijkt benzine mengsel naar de motor gaat
chokend	=	choken
chokende	=	choken
choker	noun	zijden sjaaltje gedragen in de open boord van een overhemd
chokers	=	choker
chokertje	=	choker
chokertjes	=	choker
chokes	=	choke
chol	noun	iets profaans
cholam	noun	bepaald schriftteken voor klinker met o-karakter
cholams	=	cholam
cholangiografie	noun	roentgenonderzoek van de galwegen
cholangitis	noun	ontsteking van galwegen
cholecalciferol	noun	Vitamine D3
cholecystitis	noun	ontsteking van de galblaas
cholecystokinine	noun	een neurotransmitter en een hormoon dat o.a. op de alvleesklier en de galblaas inwerkt
cholelithiasis	noun	galsteenziekte
cholem	noun	bepaald schriftteken voor klinker met o-karakter
cholems	=	cholem
cholemwacher	noun	Amsterdamse jood (spotnaam)
cholemwachers	=	cholemwacher
cholera	noun	een zeer besmettelijke infectieziekte die de darmen aantast
cholerapatiënt	noun	persoon die lijdt aan ernstige diarree veroorzaakt door de cholerabacterie
cholerapatiënten	=	cholerapatiënt
cholerapatiëntje	=	cholerapatiënt
cholerapatiëntjes	=	cholerapatiënt
cholereticum	noun	stof die de galvorming bevordert
cholerici	=	cholericus
cholericus	noun	iemand met cholerisch temperament
choleriek	adj	driftig
cholerieke	=	choleriek
cholerieker	=	choleriek
choleriekere	=	choleriek
choleriekers	=	choleriek
cholerieks	=	choleriek
choleriekst	=	choleriek
choleriekste	=	choleriek
cholerisch	adj	driftig, opvliegend
cholerische	=	cholerisch
cholerischer	=	cholerisch
cholerischere	=	cholerisch
cholerischers	=	cholerisch
cholestase	noun	verstoring of verstopping van de galafvoer
cholesterol	noun	vet dat in je lichaamscellen zit, zoals galvet, lichaamsvet
cholesterolgehalte	noun	de hoeveelheid cholesterol die in het bloed zit
cholesterolgehalten	=	cholesterolgehalte
cholesterolgehaltes	=	cholesterolgehalte
cholesterolverhogend	adj	van iets dat het de hoeveelheid cholesterol in het bloed doet stijgen
cholesterolverhogende	=	cholesterolverhogend
cholesterolverhogender	=	cholesterolverhogend
cholesterolverhogendere	=	cholesterolverhogend
cholesterolverhogenders	=	cholesterolverhogend
cholesterolverhogends	=	cholesterolverhogend
cholesterolverhogendst	=	cholesterolverhogend
cholesterolverhogendste	=	cholesterolverhogend
cholesterolverlagend	adj	van iets dat het de hoeveelheid cholesterol in het bloed doet verminderen
cholesterolverlagende	=	cholesterolverlagend
cholesterolverlagender	=	cholesterolverlagend
cholesterolverlagendere	=	cholesterolverlagend
cholesterolverlagenders	=	cholesterolverlagend
cholesterolverlagends	=	cholesterolverlagend
cholesterolverlagendst	=	cholesterolverlagend
cholesterolverlagendste	=	cholesterolverlagend
cholesterolverlager	noun	geneesmiddel dat het cholesterolgehalte in het bloed verlaagt
cholesterolverlagers	=	cholesterolverlager
cholesterolwaarde	noun	de hoeveelheid cholesterol die in het bloed zit
cholesterolwaarden	=	cholesterolwaarde
cholesterolwaardes	=	cholesterolwaarde
cholibaschreeuwuil	noun	Megascops choliba een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
cholibaschreeuwuilen	=	cholibaschreeuwuil
cholibaschreeuwuiltje	=	cholibaschreeuwuil
cholibaschreeuwuiltjes	=	cholibaschreeuwuil
choliele	intj	God beware!
choliem	noun	zieken
choline	noun	bestanddeel van vitamine B
cholinen	=	choline
cholinerg	adj	betrekking hebbend op zenuwuiteinden die acetylcholine afscheiden bij het overbrengen van een impuls
cholinerge	=	cholinerg
cholinergisch	adj	betrekking hebbend op synapsen of zenuwvezels waarbij overdracht plaatsvindt door acetylcholine als transmitter
cholinergische	=	cholinergisch
cholinergischer	=	cholinergisch
cholinergischere	=	cholinergisch
cholinergischers	=	cholinergisch
cholinergs	=	cholinerg
cholines	=	choline
cholinetje	=	choline
cholinetjes	=	choline
choller	noun	iemand die verslaafd is aan drugs
chollers	=	choller
cholobergalethe	noun	Chamaetylas choloensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
cholobergalethes	=	cholobergalethe
cholobergalethetje	=	cholobergalethe
cholobergalethetjes	=	cholobergalethe
cholurie	noun	aanwezigheid van galstoffen in de urine
choma	noun	muur
chomeits	noun	gegist deeg van een van de vijf graansoorten van het oude Israël, genoemd in de halacha (tarwe, emerkoren, spelt, gerst en tweerijige gerst)
chomer	noun	inhoudsmaat van ongeveer 220 liter; een chomer is tien bat volgens Ez. 45:11; in vertalingen ook: ezelslast (11×: Lev. 27:16, Num. 11:32, Jes. 5:10, Ez. 45:11 +, Hos. 3:2)
chomets	noun	gegist deeg van een van de vijf graansoorten van het oude Israël, die worden genoemd in de halacha (tarwe, emerkoren, spelt, gerst en tweerijige gerst)
chometsdik	adj	gegist deeg bevattend, met gegist deeg bereid
chometsdike	=	chometsdik
chommesj	noun	Tora, de vijf boeken van Mozes, in de vorm van een gebonden boek
chondroblast	noun	een cel die kraakbeen aanmaakt
chondroblasten	=	chondroblast
chondroblastje	=	chondroblast
chondroblastjes	=	chondroblast
chondrocyt	noun	een cel die kraakbeen om zich heeft aangemaakt en daar nu door omgeven wordt
chondrocyten	=	chondrocyt
chondrocytje	=	chondrocyt
chondrocytjes	=	chondrocyt
choochem	noun	iemand met veel kennis of wijsheid
chook	=	choken
chookt	=	choken
chookte	=	choken
chookten	=	choken
chop	=	choppen
chopitroepiaal	noun	Gnorimopsar chopi een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
chopitroepiaaltje	=	chopitroepiaal
chopitroepiaaltjes	=	chopitroepiaal
chopitroepialen	=	chopitroepiaal
choppe	noun	baldakijn
choppen	verb	hakken
choppend	=	choppen
choppende	=	choppen
chopper	noun	keukengerei dat met ronddraaiende messen voedsel in kleine stukjes hakt
choppers	=	chopper
choppertje	=	chopper
choppertjes	=	chopper
choppes	=	choppe
chopstick	noun	eetstokje
chopstickje	=	chopstick
chopstickjes	=	chopstick
chopsticks	=	chopstick
chopt	=	choppen
chopte	=	choppen
chopten	=	choppen
choquant	adj	aanstootgevend
choquante	=	choquant
choquanter	=	choquant
choquantere	=	choquant
choquanters	=	choquant
choquants	=	choquant
choquantst	=	choquant
choquantste	=	choquant
choqueer	=	choqueren
choqueerde	=	choqueren
choqueerden	=	choqueren
choqueert	=	choqueren
choquere	=	choqueren
choqueren	verb	een emotionele schok bij iemand veroorzaken
choquerend	adj	schokkend
choquerende	=	choqueren
choquerender	=	choquerend
choquerendere	=	choquerend
choquerenders	=	choquerend
choquerends	=	choquerend
choquerendst	=	choquerend
choquerendste	=	choquerend
chorba	noun	ruïne, bouwval
chorbot	=	chorba
chordadieren	noun	een stam Chordata in het dierenrijk, waartoe de gewervelden, slijmprikken, manteldieren en lancetvisjes behoren.
chordofonen	=	chordofoon
chordofoon	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten waarbij de toon wordt geproduceerd door een trillende snaar
chordofoontje	=	chordofoon
chordofoontjes	=	chordofoon
chorea	noun	een oude Griekse cirkeldans begeleid door een koor
choreograaf	noun	iemand die balletten en dansfiguren ontwerpt
choreograafje	=	choreograaf
choreograafjes	=	choreograaf
choreografe	noun	een vrouwelijke choreograaf
choreografeer	=	choreograferen
choreografeerde	=	choreograferen
choreografeerden	=	choreograferen
choreografeert	=	choreograferen
choreografen	=	choreograaf
choreografere	=	choreograferen
choreograferen	verb	het bedenken en noteren van een dans zoals bijvoorbeeld een ballet
choreograferend	=	choreograferen
choreograferende	=	choreograferen
choreografes	=	choreografe
choreografie	noun	het ontwerpen van balletten en dansfiguren
choreografietje	=	choreografie
choreografietjes	=	choreografie
choreografieën	=	choreografie
choreografisch	adj	met betrekking tot de choreografie
choreografische	=	choreografisch
choreografischer	=	choreografisch
choreografischere	=	choreografisch
choreografischers	=	choreografisch
choriongonadotrofine	noun	hormoon afkomstig van de placenta dat geslachtsklieren stimuleert, bij zwangere vrouwen een hormoon dat de placenta aanmaakt om het "geel lichaam" in stand te houden dat op zijn beurt zorgt voor het verdikte slijmvlies van de baarmoeder
choriongonadotrofines	=	choriongonadotrofine
choristerlawaaimaker	noun	Cossypha dichroa een kleine insectenetende vogel die voorkomt in Zuid-Afrika.
choristerlawaaimakers	=	choristerlawaaimaker
choristerlawaaimakertje	=	choristerlawaaimaker
choristerlawaaimakertjes	=	choristerlawaaimaker
chorizo	noun	een van oorsprong Spaanse worstsoort die kruidig van smaak en roodachtig van kleur is en een stevige, grove structuur heeft
chorizo's	=	chorizo
choro	noun	een Braziliaanse muzieksoort
chorografie	noun	stelselmatige beschrijving van een bepaald land, gebied of van een bepaalde plaats
chorografieën	=	chorografie
chorographie	=	chorografie
chorologen	=	choroloog
chorologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met beschrijving van de ruimtelijke spreiding van organismen over het aardoppervlak, hun ruimtelijke ontwikkeling en onderlinge betrekkingen en het verklaren hiervan
choroloog	noun	beoefenaar van de chorologie
choroloogje	=	choroloog
choroloogjes	=	choroloog
chorus	noun	refrein dat gezongen wordt door een koortje
chorussen	=	chorus
chosed	noun	vrome jood
chosen	noun	bruidegom
chosounem	=	chosen
chouchou	noun	schatje, lieveling
chouchous	=	chouchou
choucroute	noun	zuur gemaakte witte kool
choucroutes	=	choucroute
chover	noun	vriend, makker
chowchow	noun	soort keeshond
chowchows	=	chowchow
chrein	noun	mierikswortel
chrestomathie	noun	bloemlezing
chrestomathieën	=	chrestomathie
chrisma	noun	een mengsel van olijfolie en balsem en in de Katholieke Kerk een van de drie heilige oliën
chrismata	=	chrisma
christ	noun|obsolete	aanhanger van het geloof in Jezus Christus
christdag	=	kerstdag
christelijk	adj	te maken hebbend met het christendom, confessioneel, gelovig
christelijk-fundamentalistisch	adj	betreffende een stroming die de Bijbel beschouwt als het onfeilbare, letterlijke woord van God
christelijk-fundamentalistische	=	christelijk-fundamentalistisch
christelijk-fundamentalistischer	=	christelijk-fundamentalistisch
christelijk-fundamentalistischere	=	christelijk-fundamentalistisch
christelijk-fundamentalistischers	=	christelijk-fundamentalistisch
christelijk-gereformeerd	adj	met betrekking tot het geloof beleden in de Christelijke Gereformeerde Kerken
christelijk-gereformeerde	noun	persoon die christelijk-gereformeerd is
christelijk-gereformeerden	=	christelijk-gereformeerde
christelijk-gereformeerder	=	christelijk-gereformeerd
christelijk-gereformeerdere	=	christelijk-gereformeerd
christelijk-gereformeerders	=	christelijk-gereformeerd
christelijk-gereformeerds	=	christelijk-gereformeerd
christelijk-gereformeerdst	=	christelijk-gereformeerd
christelijk-gereformeerdste	=	christelijk-gereformeerd
christelijk-historisch	adj|historical	betrekking hebbend op de Christelijk-Historische Unie
christelijk-historische	=	christelijk-historisch
christelijk-historischer	=	christelijk-historisch
christelijk-historischere	=	christelijk-historisch
christelijk-historischers	=	christelijk-historisch
christelijk-islamitisch	adj	betreffende de relatie, vergelijking of dialoog tussen het christendom en de islam
christelijk-islamitische	=	christelijk-islamitisch
christelijk-islamitischer	=	christelijk-islamitisch
christelijk-islamitischere	=	christelijk-islamitisch
christelijk-islamitischers	=	christelijk-islamitisch
christelijk-orthodox	adj	volgens de traditionele opvatting van de christelijke godsdienst, het christendom
christelijk-orthodoxe	=	christelijk-orthodox
christelijk-orthodoxer	=	christelijk-orthodox
christelijk-orthodoxere	=	christelijk-orthodox
christelijk-orthodoxers	=	christelijk-orthodox
christelijk-orthodoxt	=	christelijk-orthodox
christelijk-orthodoxte	=	christelijk-orthodox
christelijk-sociaal	adj	met betrekking tot het christensocialisme
christelijk-sociaals	=	christelijk-sociaal
christelijk-sociaalst	=	christelijk-sociaal
christelijk-sociaalste	=	christelijk-sociaal
christelijk-sociale	=	christelijk-sociaal
christelijk-socialer	=	christelijk-sociaal
christelijk-socialere	=	christelijk-sociaal
christelijk-socialers	=	christelijk-sociaal
christelijke	=	christelijk
christelijker	=	christelijk
christelijkere	=	christelijk
christelijkers	=	christelijk
christelijkheden	=	christelijkheid
christelijkheid	noun	het christelijk zijn
christelijks	=	christelijk
christelijkst	=	christelijk
christelijkste	=	christelijk
christen	noun	belijder van de christelijke godsdienst
christen-democraat	=	christendemocraat
christen-socialisme	noun	stroming binnen het religieus-socialisme die de Christelijke leer en het (niet-Marxistisch) socialisme combineert
christenanarchisme	noun	het streven naar anarchisme gebaseerd op (elementen van) het christendom
christendemocraat	noun	iemand die behoort tot een christendemocratische partij
christendemocraatje	=	christendemocraat
christendemocrate	=	christendemocraat
christendemocraten	=	christendemocraat
christendemocratie	noun	stroming die zich baseert op de Bijbel, de christelijke traditie en de principes van de democratie
christendemocratieën	=	christendemocratie
christendemocratisch	adj	strevend naar een democratische maatschappij op christelijke grondslag
christendemocratische	=	christendemocratisch
christendemocratischer	=	christendemocratisch
christendemocratischere	=	christendemocratisch
christendemocratischers	=	christendemocratisch
christendom	noun	een monotheïstische godsdienst gebaseerd op het evangelie en leven van Jezus zoals beschreven in het Nieuwe Testament
christenen	=	christen
christenenvervolging	noun	vervolging van christenen (om hun geloof)
christenenvervolgingen	=	christenenvervolging
christenfundamentalisme	noun	een fundamentalistische beweging die vooral voorkomt onder protestanten in Nederland, de Verenigde Staten en andere landen
christenfundamentalist	noun	mensen die zich heel precies aan een bepaalde interpretatie van de bijbel willen houden
christenfundamentalisten	=	christenfundamentalist
christengemeenschap	noun	christelijk genootschap met een sterk antroposofische inslag
christengemeenschappen	=	christengemeenschap
christengemeente	noun	kerkgemeente van christenen
christengemeenten	=	christengemeente
christengemeentes	=	christengemeente
christengemeentetje	=	christengemeente
christengemeentetjes	=	christengemeente
christenheid	noun	alle christenen
christenhipster	noun	een hippersoon die het christelijke geloof aanhangt
christenhipsters	=	christenhipster
christenhond	noun	scheldwoord voor iemand die een christelijk geloof aanhangt
christenhonden	=	christenhond
christenlieden	=	christenman
christenlui	=	christenman
christenman	noun	mannelijk persoon met een christelijk geloof
christenmannen	=	christenman
christenmannetje	=	christenman
christenmannetjes	=	christenman
christenmens	noun	iemand die een christelijk geloof belijdt
christenmensen	=	christenmens
christenplicht	noun	wat men behoort te doen aan naastenliefde als christen
christenplichten	=	christenplicht
christenslaaf	noun	een gedoopte of tot het Christendom bekeerde slaafgemaakte
christenslaafje	=	christenslaaf
christenslaafjes	=	christenslaaf
christenslaven	=	christenslaaf
christensocialisme	noun	stroming binnen het religieus-socialisme die de Christelijke leer en het (niet-Marxistisch) socialisme combineert
christentje	=	christen
christentjes	=	christen
christenunie	noun	christelijke politieke partij in Nederland fusie van RPF en GPV
christenvervolging	noun	vervolging van christenen (om hun geloof)
christenvervolgingen	=	christenvervolging
christenvervolginkje	=	christenvervolging
christenvervolginkjes	=	christenvervolging
christenvrouw	noun	vrouw die een christelijk geloof aanhangt
christenvrouwen	=	christenvrouw
christenziel	noun	onsterfelijk deel van iemand die gelooft in Jezus: het deel dat na overlijden naar de hemel of de hel kan gaan
christenzielen	intj|vulgar	drukt grote verbazing uit
christenzieltje	=	christenziel
christenzieltjes	=	christenziel
christianisatie	noun	kerstening
christianisaties	=	christianisatie
christin	noun	vrouwelijke christen
christinnen	=	christin
christinnetje	=	christin
christinnetjes	=	christin
christmas-islandboeboekuil	noun	Ninox natalis een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
christmas-islandboeboekuilen	=	christmas-islandboeboekuil
christmas-islandboeboekuiltje	=	christmas-islandboeboekuil
christmas-islandboeboekuiltjes	=	christmas-islandboeboekuil
christmas-islandbrilvogel	noun	Zosterops natalis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
christmas-islandbrilvogels	=	christmas-islandbrilvogel
christmas-islandbrilvogeltje	=	christmas-islandbrilvogel
christmas-islandbrilvogeltjes	=	christmas-islandbrilvogel
christmas-islanddwergsalangaan	noun	Collocalia natalis een vogel uit de familie der Apodidae (gierzwaluwen).
christmas-islanddwergsalangaantje	=	christmas-islanddwergsalangaan
christmas-islanddwergsalangaantjes	=	christmas-islanddwergsalangaan
christmas-islanddwergsalanganen	=	christmas-islanddwergsalangaan
christmas-islandkarekiet	noun	Acrocephalus aequinoctialis een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
christmas-islandkarekieten	=	christmas-islandkarekiet
christmas-islandkarekietje	=	christmas-islandkarekiet
christmas-islandkarekietjes	=	christmas-islandkarekiet
christmaseilandboeboekuil	noun	Ninox natalis een vogel uit de familie Strigidae (echte uilen).
christmaseilandboeboekuilen	=	christmaseilandboeboekuil
christmaseilandboeboekuiltje	=	christmaseilandboeboekuil
christmaseilandboeboekuiltjes	=	christmaseilandboeboekuil
christmaseilandbrilvogel	noun	Zosterops natalis (syn: Speirops natalis) een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
christmaseilandbrilvogels	=	christmaseilandbrilvogel
christmaseilandbrilvogeltje	=	christmaseilandbrilvogel
christmaseilandbrilvogeltjes	=	christmaseilandbrilvogel
christmaseilanddwergsalangaan	noun	Collocalia natalis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
christmaseilanddwergsalangaantje	=	christmaseilanddwergsalangaan
christmaseilanddwergsalangaantjes	=	christmaseilanddwergsalangaan
christmaseilanddwergsalanganen	=	christmaseilanddwergsalangaan
christmaseilander	noun	een inwoner van Christmaseiland, of iemand afkomstig uit Christmaseiland
christmaseilanders	=	christmaseilander
christmaseilandkarekiet	noun	Acrocephalus aequinoctialis een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
christmaseilandkarekieten	=	christmaseilandkarekiet
christmaseilandkarekietje	=	christmaseilandkarekiet
christmaseilandkarekietjes	=	christmaseilandkarekiet
christmaseilandmerel	noun	Turdus erythropleurus een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
christmaseilandmerels	=	christmaseilandmerel
christmaseilandmereltje	=	christmaseilandmerel
christmaseilandmereltjes	=	christmaseilandmerel
christmaseilands	adj	op Christmaseiland betrekking hebbend
christmaseilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Christmaseiland, of een vrouw afkomstig uit Christmaseiland
christmaseilandsen	=	christmaseilandse
christmasstrandloper	noun	Prosobonia cancellata een uitgestorven vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
christmasstrandlopers	=	christmasstrandloper
christmasstrandlopertje	=	christmasstrandloper
christmasstrandlopertjes	=	christmasstrandloper
christoffelkruid	noun	Actaea spicata een plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
christoffelkruiden	=	christoffelkruid
christoffelkruidje	=	christoffelkruid
christoffelkruidjes	=	christoffelkruid
christologen	=	christoloog
christologie	noun	theologie van de persoon van Christus
christologieën	=	christologie
christologisch	adj	de christologie betreffend
christologische	=	christologisch
christologischer	=	christologisch
christologischere	=	christologisch
christologischers	=	christologisch
christoloog	noun	theoloog van de persoon van Christus
christoloogje	=	christoloog
christoloogjes	=	christoloog
christus	noun	afbeelding van Jezus Christus	adv|vulgar	in hoge mate
christusachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van Christus
christusachtige	=	christusachtig
christusachtiger	=	christusachtig
christusachtigere	=	christusachtig
christusachtigers	=	christusachtig
christusachtigs	=	christusachtig
christusachtigst	=	christusachtig
christusachtigste	=	christusachtig
christusbeeld	noun	kruisbeeld
christusbeelden	=	christusbeeld
christusbeeldje	=	christusbeeld
christusbeeldjes	=	christusbeeld
christusdoorn	noun	Euphorbia milii sierplant met lange doorns en kleine felrode bloemen
christusdoornen	=	christusdoorn
christusdoorns	=	christusdoorn
christusje	=	christus
christusjes	=	christus
christuskop	noun	afbeelding van het hoofd van Christus
christuskoppen	=	christuskop
christuslegende	noun	apocrief verhaal over Christus' leven op aarde
christuslegenden	=	christuslegende
christuslegendes	=	christuslegende
christusmonogram	noun	monogram uit de Griekse beginletters van Christus' naam
christusmonogrammen	=	christusmonogram
christussen	=	christus
christusvis	noun	Sciades proops een straalvinnige vis uit de familie van christusvissen (Ariidae), orde meervalachtigen (Siluriformes), die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan
christusvisje	=	christusvis
christusvisjes	=	christusvis
christusvissen	noun	familie's Ariidae en Anchariidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
chroma	noun	vloeibeeld op filtreerpapier dat een beeld geeft van de samenstelling van de opgezogen stof
chroma's	=	chroma
chromaat	noun	ion van chroom en zuurstof, met de brutoformule CrO₄²⁻
chromaatgeel	noun	een geel pigment dat uit loodchromaat bestaat en in olieverven gebruikt wordt
chromaatgelen	=	chromaatgeel
chromaatgroen	noun	een variant van de kleur groen
chromaten	=	chromaat
chromaticiteit	noun	de kwaliteit van een kleur zoals gedefinieerd door zijn kleurvolheid en helderheid
chromatide	noun	elk van beide helften waarin een chromosoom zich tijdens de mitose verdeelt
chromatiden	=	chromatide
chromatides	=	chromatide
chromatidetje	=	chromatide
chromatidetjes	=	chromatide
chromatiek	noun	de kleurenleer
chromatine	noun	stof in de celkernen die gemakkelijk kleurstof opneemt (vandaar de naam)
chromatinen	=	chromatine
chromatines	=	chromatine
chromatisch	adj	"kleuring" van standaardtreden van een toonladder door incidentele toonverhogingen of - verlagingen
chromatische	=	chromatisch
chromatischer	=	chromatisch
chromatischere	=	chromatisch
chromatischers	=	chromatisch
chromatofoor	noun	kleurstofdragende cel in het weefsel van planten en dieren
chromatofoortje	=	chromatofoor
chromatofoortjes	=	chromatofoor
chromatoforen	=	chromatofoor
chromatograaf	noun	toestel dat mengsels scheidt d.m.v. chromatografie
chromatografen	=	chromatograaf
chromatografie	noun	een scheidingstechniek waarmee mengsels van verschillende stoffen gescheiden kunnen worden in hun samenstellende componenten
chromatografisch	adj	met betrekking tot de chromatografie
chromatografische	=	chromatografisch
chromatografischer	=	chromatografisch
chromatografischere	=	chromatografisch
chromatografischers	=	chromatografisch
chromatopsie	noun	een aandoening waarbij iemand objecten als gekleurd ziet, meestal een kleur die het hele gezichtsveld overheerst
chromeer	=	chromeren
chromeerde	=	chromeren
chromeerden	=	chromeren
chromeert	=	chromeren
chromen	adj	voorzien van een laagje chroom
chromere	=	chromeren
chromeren	verb	met een laagje chroom bedekken, verchromen
chromerend	=	chromeren
chromerende	=	chromeren
chromium	noun	scheikundig element met symbool Cr en atoomnummer 24, een zilverkleurig overgangsmetaal
chromiumatomen	=	chromiumatoom
chromiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element chromium.
chromiumatoompje	=	chromiumatoom
chromiumatoompjes	=	chromiumatoom
chromo	noun	kleurenlithografie
chromo's	=	chromo
chromofoor	noun	kleurdrager, groep atomen in een molecule, die de kleur van de verbinding bepaalt	adj	kleurdragend
chromofoors	=	chromofoor
chromofoortje	=	chromofoor
chromofoortjes	=	chromofoor
chromofore	=	chromofoor
chromoforen	=	chromofoor
chromogeen	noun	stof die door opneming van een bepaalde functionele groep een kleur krijgt	adj	kleur(stof) vormend
chromogeens	=	chromogeen
chromogene	=	chromogeen
chromogenen	=	chromogeen
chromolitho	noun	kleurenprent in steendruk (lithografie)
chromolitho's	=	chromolitho
chromolithografie	noun	kleurensteendruk
chromolithografieën	=	chromolithografie
chromolithootje	=	chromolitho
chromolithootjes	=	chromolitho
chromomeer	noun	bolvormige verdikking in de chromosomen
chromomeertje	=	chromomeer
chromomeertjes	=	chromomeer
chromomeren	=	chromomeer
chromoneem	noun	een spiraalvormig gedraaid centraal chromatidefilament waarlangs de chromomeren zich rangschikken
chromonema	=	chromoneem
chromonemen	=	chromoneem
chromoplast	noun	gekleurde plastide
chromoplasten	=	chromoplast
chromoplastje	=	chromoplast
chromoplastjes	=	chromoplast
chromoscoop	noun	apparaat dat aan kleur gerelateerde acties verricht
chromoscoopje	=	chromoscoop
chromoscoopjes	=	chromoscoop
chromoscopen	=	chromoscoop
chromosfeer	noun	dunne laag in de zonnedampkring, tussen de fotosfeer en de corona
chromosferen	=	chromosfeer
chromosomaal	adj	met betrekking tot de chromosomen, de eiwitten die erfelijke informatie bevatten
chromosomaals	=	chromosomaal
chromosomaalst	=	chromosomaal
chromosomaalste	=	chromosomaal
chromosomale	=	chromosomaal
chromosomaler	=	chromosomaal
chromosomalere	=	chromosomaal
chromosomalers	=	chromosomaal
chromosomen	=	chromosoom
chromosoom	noun	staafachtig lichaampje in de celkern dat drager van erfelijke eigenschappen is
chromosoomafwijking	noun	afwijking in de structuur of het aantal chromosomen dat een individu heeft
chromosoomafwijkingen	=	chromosoomafwijking
chromosoomafwijkinkje	=	chromosoomafwijking
chromosoomafwijkinkjes	=	chromosoomafwijking
chromosoompje	=	chromosoom
chromosoompjes	=	chromosoom
chromotypie	noun	hoogdruk in kleur
chromotypieën	=	chromotypie
chron	noun	afgebakend tijdperk dat zelf niet verder kan worden onderverdeeld
chroneem	noun	geluidssegment dat fonemen die alleen in duur verschillen van elkaar onderscheidt
chroneempje	=	chroneem
chroneempjes	=	chroneem
chronemen	=	chroneem
chronic	noun	roesmiddel gemaakt uit delen van de vrouwelijke hennepplant
chroniqueur	noun	iemand die kronieken schrijft, een kroniekschrijver
chroniqueurs	=	chroniqueur
chroniqueurtje	=	chroniqueur
chroniqueurtjes	=	chroniqueur
chronisch	adj	voortdurend, aanhoudend, nooit helemaal genezend
chronische	=	chronisch
chronischepijnpatiënt	noun	persoon die langer dan 3 tot 6 maanden last heeft van pijn
chronischepijnpatiënten	=	chronischepijnpatiënt
chronischer	=	chronisch
chronischere	=	chronisch
chronischers	=	chronisch
chronischevermoeidheidssyndromen	=	chronischevermoeidheidssyndroom
chronischevermoeidheidssyndroom	noun	ziekte waarvan de oorzaak nog onduidelijk is, maar die leidt tot klachten als vermoeidheid, lusteloosheid, spierpijn, koorts
chronischt	=	chronisch
chronischte	=	chronisch
chronnetje	=	chron
chronnetjes	=	chron
chrono	noun	uurwerk dat precies laat zien hoeveel tijd tussen aan- en uitzetten is verlopen
chrono's	=	chrono
chronofotografie	noun	fotografie van bewegende objecten
chronofotografieën	=	chronofotografie
chronograaf	noun	instrument om nauwkeurig het begin en einde van een waarneming te registreren
chronograafje	=	chronograaf
chronograafjes	=	chronograaf
chronografen	=	chronograaf
chronogram	noun	tijdvers
chronogrammen	=	chronogram
chronogrammetje	=	chronogram
chronogrammetjes	=	chronogram
chronologen	=	chronoloog
chronologie	noun	de wetenschap die zich bezig houdt met het rangschikken in de tijd van historische gebeurtenissen
chronologieën	=	chronologie
chronologisch	adj	naar tijdstip gerangschikt
chronologische	=	chronologisch
chronologischer	=	chronologisch
chronologischere	=	chronologisch
chronologischers	=	chronologisch
chronologischt	=	chronologisch
chronologischte	=	chronologisch
chronoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de chronologie, een tijdrekenkundige
chronoloogje	=	chronoloog
chronoloogjes	=	chronoloog
chronometer	noun	een uurwerk waarop zeer kleine tijdsdelen kunnen worden afgelezen
chronometers	=	chronometer
chronometertje	=	chronometer
chronometertjes	=	chronometer
chronoscoop	noun	toestel om zeer kleine tijdsintervallen te meten
chronoscoopje	=	chronoscoop
chronoscoopjes	=	chronoscoop
chronoscopen	=	chronoscoop
chronostratigrafisch	adj	betreffende de de tak van de geologie die gesteentelagen indeelt op basis van hun ouderdom
chronostratigrafische	=	chronostratigrafisch
chronostratigrafischer	=	chronostratigrafisch
chronostratigrafischere	=	chronostratigrafisch
chronostratigrafischers	=	chronostratigrafisch
chronotherapie	noun	het aanpassen van de interne biologische klok, door het dagelijks verplaatsen van de slaap- en waaktijden door later naar bed te gaan en later op te staan, totdat de gewenste kloktijd van het slapen en waken bereikt is
chronotherapieën	=	chronotherapie
chronotroop	adj	wat tijd of snelheid beinvloedt, bijv een medicijn dat de hartslag verhoogt
chrons	=	chron
chroom	noun	scheikundig element met symbool Cr en atoomnummer 24. Het is een zilverkleurig overgangsmetaal
chroomatomen	=	chroomatoom
chroomatoom	noun	een atoom van het chemisch element chroom.
chroomatoompje	=	chroomatoom
chroomatoompjes	=	chroomatoom
chroomleder	noun	leer, met chroomzuur i.p.v. met looizuur bereid
chroomleer	noun	leer, met chroomzuur i.p.v. met looizuur bereid
chroommonoxide	noun	een zwarte vaste stof met de keukenzoutstructuur en de formule CrO
chroomoxide	noun	een verbinding van de twee elementen chroom en zuurstof CrₓO_y
chroomoxidegroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6020 ( ); een donkergroene kleur zoals die van het chroomoxide Cr₂O₃	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6020 ( ).
chroomoxidegroene	=	chroomoxidegroen
chroomoxidegroens	=	chroomoxidegroen
chroomoxiden	=	chroomoxide
chroomoxides	=	chroomoxide
chroompentoxide	noun	een blauwe stof met de formule CrO₅
chroomsesquioxide	noun|obsolete	een groene vaste stof met de formule Cr₂O₃
chroomstaal	noun	legering van ijzer en chroom
chroomstalen	=	chroomstaal
chroomzuren	=	chroomzuur
chroomzuur	noun	het zuur H₂CrO₄ waarvan alle chromaten afgeleid zijn
chrysant	noun	een geslacht Chrysanthemum uit de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae).
chrysanten	=	chrysant
chrysantenbladaaltje	noun	Aphelenchoides ritzemabosi een bladaaltje dat tot de familie Aphelenchoididae behoort en werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1890 in Engeland.
chrysantenbladaaltjes	=	chrysantenbladaaltje
chrysantencicade	noun	Eupteryx atropunctata een cicade behorend tot de familie Cicadellidae.
chrysantencicaden	=	chrysantencicade
chrysantencicades	=	chrysantencicade
chrysantencicadetje	=	chrysantencicade
chrysantencicadetjes	=	chrysantencicade
chrysantenvlieg	noun	Chromatomyia syngenesiae een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae).
chrysantenvliegen	=	chrysantenvlieg
chrysantenvliegje	=	chrysantenvlieg
chrysantenvliegjes	=	chrysantenvlieg
chrysanthemum	noun	een geslacht Chrysanthemum uit de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae).
chrysanthemums	=	chrysanthemum
chrysantje	=	chrysant
chrysantjes	=	chrysant
chrysografie	noun	het schrijven met goudinkt
chrysoliet	noun	bleekgroene edelsteen
chrysolieten	=	chrysoliet
chrysostomos	noun	viering door scholieren in het eindexamenjaar dat ze nog (ongeveer) 100 dagen onderwijs hoeven te volgen
chrysostomossen	=	chrysostomos
chtonisch	adj	met betrekking tot de aarde
chtonische	=	chtonisch
chtonischer	=	chtonisch
chtonischere	=	chtonisch
chtonischers	=	chtonisch
chu	abbrev	Christlijk-Historische Unie, een van de drie partijen die is opgegaan in het CDA
chuchubi	noun	radiografisch netwerk voor professionele gebruikers
chuchubi's	=	chuchubi
chumzalm	noun	Oncorhynchus keta een straalvinnige vis behorend tot de Pacifische zalmen.
chumzalmen	=	chumzalm
chumzalmpje	=	chumzalm
chumzalmpjes	=	chumzalm
chuparapijlstaartrog	noun	Styracura schmardae een vis uit de familie van zoetwaterroggen (Potamotrygonidae), orde Myliobatiformes, die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan.
chuparapijlstaartroggen	=	chuparapijlstaartrog
chuparapijlstaartroggetje	=	chuparapijlstaartrog
chuparapijlstaartroggetjes	=	chuparapijlstaartrog
chuparapijlstaartrogje	=	chuparapijlstaartrog
chuparapijlstaartrogjes	=	chuparapijlstaartrog
churchie	noun	foto van iemand zelf gemaakt in een kerk
churchies	=	churchie
churning	noun	een dubieuze handelspraktijk waarbij men transacties, verkopen of dienstverlening verricht die in het belang van de verkoper of dienstverlener zijn in plaats van dat van de klant
churnings	=	churning
churros	noun	gefrituurde deegstengels die met suiker bestrooid of in chocolade gedoopt worden, een Spaanse lekkernij
chutney	noun	een zoetzuur bijgerecht van vruchten, groenten of een combinatie van beide.
chutneys	=	chutney
chuukvleerhond	noun	Pteropus insularis een vleermuis uit het geslacht Pteropus die voorkomt in de Micronesische deelstaat Chuuk.
chuukvleerhonden	=	chuukvleerhond
chuukvleerhondje	=	chuukvleerhond
chuukvleerhondjes	=	chuukvleerhond
chylomicron	noun	een grote door darmwandcellen geproduceerde lipoproteïne, waarin lipiden uit het voedsel van de darmwandcellen naar andere weefsels worden getransporteerd
chylomicronen	=	chylomicron
chylus	noun	lymfe met veel vet zoals de darmvlokken die bij de spijsvertering uit de darminhoud opnemen en in de chylusvaten afscheiden
château	=	chateau
châteauneuf-du-pape	noun	krachtige rode rhônewijn uit het zuiden van het Rhônegebied
châteauneuf-du-papes	=	châteauneuf-du-pape
chòler	noun	iemand die verslaafd is aan verdovende middelen
chòlers	=	chòler
ci	=	honderdeen
cia	noun	nationale geheime dienst in de Verenigde Staten van Amerika
cia'er	noun	medewerker van de Amerikaanse inlichtingendienst
cia'ers	=	cia'er
cia-agent	noun	iemand die in het geheim voor de Amerikaanse inlichtingendienst werkt
cia-agenten	=	cia-agent
cia-directeur	noun	hoogste baas van de Amerikaanse inlichtingendienst
cia-directeuren	=	cia-directeur
cia-directeurs	=	cia-directeur
ciabatta	noun	luchtig, plat, rechthoekig brood, met een knapperige korst
ciabatta's	=	ciabatta
ciao	intj	afscheidsgroet: dag!, doei!
cibleer	=	cibleren
cibleerde	=	cibleren
cibleerden	=	cibleren
cibleert	=	cibleren
ciblere	=	cibleren
cibleren	verb	richten op, selecteren
ciblerend	=	cibleren
ciblerende	=	cibleren
ciborie	noun	kelk met deksel, in de RK-eredienst, waarin de geconsacreerde hosties worden bewaard
cibories	=	ciborie
ciboriën	=	ciborie
cicade	noun	Auchenorrhyncha groot, halfvleugelig insect behorend tot een groep van insecten die vertegenwoordigd wordt door ongeveer 40.000 verschillende soorten.
cicadeachtig	adj	lijkend op een cicade
cicadeachtige	=	cicadeachtig
cicadeachtiger	=	cicadeachtig
cicadeachtigere	=	cicadeachtig
cicadeachtigers	=	cicadeachtig
cicadeachtigs	=	cicadeachtig
cicadeachtigst	=	cicadeachtig
cicadeachtigste	=	cicadeachtig
cicaden	noun	Auchenorrhyncha een groep van insecten die vertegenwoordigd wordt door ongeveer 40.000 verschillende soorten.
cicades	=	cicade
cicadetje	=	cicade
cicatrisatie	noun	littekenvorming
cicatrisaties	=	cicatrisatie
cicero	noun	typografische eenheid voor een drukletter van 12 punten hoog
cicero's	=	cicero
cicerone	noun	iemand die bezoekers van een bepaalde plaats, stad of streek rondleidt
cicerone's	=	cicerone
cicerones	=	cicerone
ciceroniaans	adj	in de stijl van Marcus Tullius Cicero
ciceroniaanse	=	ciceroniaans
ciceroniaanser	=	ciceroniaans
ciceroniaansere	=	ciceroniaans
ciceroniaansers	=	ciceroniaans
ciceroniaanst	=	ciceroniaans
ciceroniaanste	=	ciceroniaans
cichlide	noun	benaming voor baarsachtigen uit de familie Cichlidae die vooral in de grote meren van Afrika voorkomen
cichliden	noun	een familie Cichlidae van baarsachtigen (Perciformes)
cichlides	=	cichlide
cichlidetje	=	cichlide
cichorei	noun	Cichorium intybus een of meer samengestelde lintbloemige planten van de soort Cichorium intybus var. sativum
cichoreien	=	cichorei
cichoreiroest	noun	Puccinia hieracii een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
cichoreiroesten	=	cichoreiroest
cichoreiroestje	=	cichoreiroest
cichoreiroestjes	=	cichoreiroest
cichoreiwortel	noun	wortel van de Cichorium die o.a. wordt gebruikt als koffievervanger
cichoreiwortels	=	cichoreiwortel
ciclosporine	noun	krachtige remmer van het immuunsysteem; een geneesmiddel om afstotingsverschijnselen te onderdrukken na een orgaantransplantatie of stamceltransplantatie
cider	noun	vruchtenwijn uit gegist appelsap of perensap
ciderazijn	noun	uit cider bereide azijn
ciderazijnen	=	ciderazijn
ciderazijntje	=	ciderazijn
ciderazijntjes	=	ciderazijn
cidergombomen	=	cidergomboom
cidergomboom	noun	Eucalyptus gunnii een groenblijvende boom met een hoogte van 20-30 m. uit de mirtefamilie (Myrtaceae).
ciders	=	cider
cidertje	=	cider
cidertjes	=	cider
ciderwijn	noun	wijn gemaakt van appels
ciderwijnen	=	ciderwijn
ciderwijntje	=	ciderwijn
ciderwijntjes	=	ciderwijn
cieraad	=	sieraad
cieraat	=	sieraad
cieraet	=	sieraad
cieren	=	sieren
cigaar	=	sigaar
cigarillo	noun	klein sigaartje
cigarillo's	=	cigarillo
ciguatera	noun	een vergiftiging door inname van het gif ciguatoxine
cii	=	honderdtwee
ciii	=	honderddrie
cijfer	noun	teken waarmee aantallen en nummers worden weergegeven
cijferaar	noun	iemand rekent
cijferaars	=	cijferaar
cijferaartje	=	cijferaar
cijferaartjes	=	cijferaar
cijferblind	adj	niet in staat om goed te kunnen rekenen of met getallen te kunnen omgaan; een rekenstoornis hebbend
cijferblinde	=	cijferblind
cijferblinder	=	cijferblind
cijferblindere	=	cijferblind
cijferblinders	=	cijferblind
cijferblindheid	noun	het cijferblind zijn
cijferblinds	=	cijferblind
cijferblindst	=	cijferblind
cijferblindste	=	cijferblind
cijferboek	noun	oefenboek voor kinderen om cijfers te leren schrijven
cijferboeken	=	cijferboek
cijferboekje	=	cijferboek
cijferboekjes	=	cijferboek
cijferbrij	noun	onbegrijpelijk geheel van cijfers
cijferbrijen	=	cijferbrij
cijfercode	noun	een combinatie van cijfers dat gebruikt wordt om iets te coderen.
cijfercodes	=	cijfercode
cijfercodetje	=	cijfercode
cijfercodetjes	=	cijfercode
cijfercombinatie	noun	bepaalde reeks bestaand uit tekens van 0 tot en met 9
cijfercombinaties	=	cijfercombinatie
cijferde	=	cijferen
cijferden	=	cijferen
cijfere	=	cijferen
cijferen	verb	rekenen; met cijfers werken.
cijferend	=	cijferen
cijferende	=	cijferen
cijferfetisjisme	noun	het nadrukkelijk en exact volgen van cijfers
cijferfetisjist	noun	iemand die cijfers nadrukkelijk en exact volgt
cijferfetisjisten	=	cijferfetisjist
cijferfetisjistje	=	cijferfetisjist
cijferfetisjistjes	=	cijferfetisjist
cijfergevoel	noun	het vermogen om het juiste gebruik van cijfers en getallen aan te voelen
cijferig	adj	bestaande uit cijfers
cijferige	=	cijferig
cijferigs	=	cijferig
cijferkunst	noun	de leer van de basale operaties die op getallen worden uitgevoerd (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, machtsverheffen en worteltrekken)
cijferkunsten	=	cijferkunst
cijferlijst	noun	lijst met behaalde vakken en hiervoor gekregen cijfers
cijferlijsten	=	cijferlijst
cijferlijstje	=	cijferlijst
cijferlijstjes	=	cijferlijst
cijfermateriaal	noun	statistische informatie
cijfermaterialen	=	cijfermateriaal
cijfermatig	adj	in getallen gemeten of uitgedrukt
cijfermatige	=	cijfermatig
cijfermatiger	=	cijfermatig
cijfermatigere	=	cijfermatig
cijfermatigers	=	cijfermatig
cijfermatigs	=	cijfermatig
cijfermatigst	=	cijfermatig
cijfermatigste	=	cijfermatig
cijferneuker	noun	boekhouder
cijferneukers	=	cijferneuker
cijferneukertje	=	cijferneuker
cijferneukertjes	=	cijferneuker
cijferoverzicht	noun	een opsomming van getallen die relevant zijn voor een bepaald onderwerp
cijferoverzichten	=	cijferoverzicht
cijferoverzichtje	=	cijferoverzicht
cijferoverzichtjes	=	cijferoverzicht
cijferpons	noun	handgereedschap met een cijfer in spiegelbeeld aan het uiteinde, waarmee je met een hamer cijfers in metaal of andere materialen kunt slaan.
cijferponsen	=	cijferpons
cijferponsje	=	cijferpons
cijferponsjes	=	cijferpons
cijferreeks	noun	een rij getallen
cijferreeksen	=	cijferreeks
cijferreeksje	=	cijferreeks
cijferreeksjes	=	cijferreeks
cijfers	=	cijfer
cijferschrift	noun	soort muziekschrift voor organisten
cijferschriften	=	cijferschrift
cijferslot	noun	een slot dat geopend kan worden door het invoeren van een cijfercode
cijfersloten	=	cijferslot
cijferslotje	=	cijferslot
cijferslotjes	=	cijferslot
cijfert	=	cijferen
cijfertabel	noun	een tabel die de betekenis van cijfers en letterwaarderingen verklaart en vaak wordt gebruikt om een cijfer te berekenen op basis van behaalde punten
cijfertabellen	=	cijfertabel
cijfertabelletje	=	cijfertabel
cijfertabelletjes	=	cijfertabel
cijfertje	=	cijfer
cijfertjes	=	cijfer
cijfertoets	noun	een toets op een toetsenbord of ander apparaat om cijfers 0 - 9 in te voeren
cijfertoetsen	=	cijfertoets
cijfertoetsje	=	cijfertoets
cijfertoetsjes	=	cijfertoets
cijferwerk	noun	werkstuk dat voornamelijk het product is van rekenen
cijferwerken	=	cijferwerk
cijferwoord	noun	woord dat deels met cijfers wordt geschreven
cijferwoorden	=	cijferwoord
cijns	noun	indirecte belasting
cijnsboek	noun	een administratieve inventarisatie van cijnzen, wat een soort jaarlijkse belasting of grondrente was, verschuldigd aan een grondheer
cijnsboeken	=	cijnsboek
cijnsboekje	=	cijnsboek
cijnsboekjes	=	cijnsboek
cijnskiesrecht	noun	stelsel waar bij verkiezingen het stemrecht is voorbehouden aan personen die vermogend genoeg zijn om minimaal een bepaald bedrag aan belastingen te betalen
cijnskiesrechten	=	cijnskiesrecht
cijnzen	=	cijns
ciliair	adj	voorzien van wimpers
ciliaire	=	ciliair
ciliairs	=	ciliair
cilicia	=	cilicium
cilicium	noun	boetekleed vervaardigd uit geitenhaar (oorspronkelijk van geiten uit Cilicië), nu ook uit espartogras of andere vooral ruwe vezels
ciliciumpje	=	cilicium
ciliciumpjes	=	cilicium
cilie	noun	trilhaar, ooghaar
cilinder	noun	lichaam begrensd door twee gelijke evenwijdige cirkelvlakken en door een gebogen vlak
cilinderblok	noun	tot één blok verenigde cilinders, motorblok.
cilinderblokken	=	cilinderblok
cilinderbureau	noun	schrijftafel met lades waarbij men het schrijfblad met een gebogen rolluik kan afsluiten
cilinderbureaus	=	cilinderbureau
cilinderbureautje	=	cilinderbureau
cilinderbureautjes	=	cilinderbureau
cilinderglaasje	=	cilinderglas
cilinderglaasjes	=	cilinderglas
cilinderglas	noun	vlakglas dat via een bepaalde methode is vervaardigd
cilinderglazen	=	cilinderglas
cilinderinhoud	noun	de inhoud van het deel van de cilinder waarlangs de zuiger zich verplaatst, het slagvolume
cilinderinhouden	=	cilinderinhoud
cilinderkop	noun	het afneembare bovendeel van een cilinder bij een verbrandingsmotor waarin o.a. de kleppen zitten
cilinderkoppen	=	cilinderkop
cilinders	=	cilinder
cilinderslang	noun	Cylindrophis ruffus een slang uit de familie cilinderslangen (Cylindrophiidae)
cilinderslangen	noun	een familie Cylindrophiidae van slangen die slechts één enkel geslacht telt
cilinderslangetje	=	cilinderslang
cilinderslangetjes	=	cilinderslang
cilinderslot	noun	een slot dat werkt met een ronde buis die alleen vrij kan ronddraaien als er een passende sleutel wordt gebruikt
cilindersloten	=	cilinderslot
cilinderslotje	=	cilinderslot
cilinderslotjes	=	cilinderslot
cilindertje	=	cilinder
cilindertjes	=	cilinder
cilindervlak	noun	het (gebogen) oppervlak van de cilinder
cilindervlakje	=	cilindervlak
cilindervlakjes	=	cilindervlak
cilindervlakken	=	cilindervlak
cilindervormig	adj	de vorm van een cilinder hebbende.
cilindervormige	=	cilindervormig
cilindervormiger	=	cilindervormig
cilindervormigere	=	cilindervormig
cilindervormigers	=	cilindervormig
cilindervormigs	=	cilindervormig
cilindervormigst	=	cilindervormig
cilindervormigste	=	cilindervormig
cilindrisch	adj	zoals een cilinder, cilindervormig, buisvormig
cilindrische	=	cilindrisch
cilindrischer	=	cilindrisch
cilindrischere	=	cilindrisch
cilindrischers	=	cilindrisch
ciliën	=	cilie
cimbaal	noun	een metalen slagwerkinstrument bestaande uit een ronde, iets gekromde metalen schijf die, afhankelijk van het gebruik, in het midden opgehangen is in een standaard of met een koord of riem wordt vastgehouden
cimbaaltje	=	cimbaal
cimbaaltjes	=	cimbaal
cimbalen	=	cimbaal
cimbalom	noun	traditioneel snaarinstrument dat behoort tot de plankciters; citer die percussief bespeeld wordt
cimbaloms	=	cimbalom
cinderella-astrild	noun	Glaucestrilda thomensis een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
cinderella-astrilden	=	cinderella-astrild
cinderella-astrildje	=	cinderella-astrild
cinderella-astrildjes	=	cinderella-astrild
cineac	noun	bioscoop waarin veel filmjournaals en korte films werden vertoond in een doorlopende voorstelling
cineacje	=	cineac
cineacjes	=	cineac
cineacs	=	cineac
cineast	noun	maker van films
cineaste	noun	maakster van films
cineasten	=	cineast
cineastes	=	cineaste
cineastisch	adj	met betrekking tot de cineasten
cineastische	=	cineastisch
cineastischer	=	cineastisch
cineastischere	=	cineastisch
cineastischers	=	cineastisch
cineastje	=	cineast
cineastjes	=	cineast
cineclub	noun	club van filmliefhebbers
cineclubs	=	cineclub
cinefiel	noun	iemand die veel van films houdt	adj	van films houdend
cinefiele	=	cinefiel
cinefielen	=	cinefiel
cinefieler	=	cinefiel
cinefielere	=	cinefiel
cinefielers	=	cinefiel
cinefiels	=	cinefiel
cinefielst	=	cinefiel
cinefielste	=	cinefiel
cinema	noun	bioscoop, gebouw waarin mensen in stoelen naar een film geprojecteerd op een groot scherm kunnen kijken.
cinema's	=	cinema
cinemaatje	=	cinema
cinemaatjes	=	cinema
cinemascope	noun	breedbeeldfilmprojectie
cinemascopes	=	cinemascope
cinematheek	noun	filmarchief
cinematheken	=	cinematheek
cinematisch	adj	met betrekking tot de cinema
cinematische	=	cinematisch
cinematischer	=	cinematisch
cinematischere	=	cinematisch
cinematischers	=	cinematisch
cinematofiel	noun	iemand die graag naar films kijkt en zich in de filmkunst verdiept
cinematofielen	=	cinematofiel
cinematograaf	noun	voorloper van de filmprojector
cinematografen	=	cinematograaf
cinematografie	noun	de kunst van het vervaardigen van cinema -> filmkunst
cinematografieën	=	cinematografie
cinematografisch	adj	met betrekking tot de cinematografie
cinematografische	=	cinematografisch
cinematografischer	=	cinematografisch
cinematografischere	=	cinematografisch
cinematografischers	=	cinematografisch
cineraria	noun	een geslacht Cineraria van ongeveer 50 geaccepteerde soorten kruidachtige of struikachtige planten uit de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae).
cineraria's	=	cineraria
cingel	=	singel
cinnaber	noun	rood tot bruinrood mineraal, kwiksulfide, HgS
cinnabers	=	cinnaber
cinnamomum	noun|obsolete	specerij afkomstig uit de vermalen bast van de kaneelboom Cinnamomum verum
cinnarizine	noun	geneesmiddel dat gebruikt wordt om misselijkheid bij o.a. reis- en zeeziekte tegen te gaan
cinquecento	noun	periode van de renaissance in Italië
ciot	noun	dienst van politiekorpsen en informatiediensten die gebruik maakt van een database bestaande uit contactgegevens van Nederlanders zoals telefoonnummers, IP-adressen en e-mailadressen
cipier	noun	iemand die gevangenen bewaakt en verzorgt
cipiers	=	cipier
cipiertje	=	cipier
cipiertjes	=	cipier
cipocanastero	noun	Asthenes luizae een zangvogel uit de familie der ovenvogels (Furnariidae)
cipocanastero's	=	cipocanastero
cipocanasterootje	=	cipocanastero
cipocanasterootjes	=	cipocanastero
cipres	noun	bepaald soort naaldboom, Cupressus sempervirens, die 15 tot 20 m hoog wordt, met een rechte stam, korte, rechtopstaande takken, een dikke, kegelvormige kroon, kleine, dakpansgewijze, aanhoudende, donkergroene bladeren, eindstandige geelachtige bloemen en galbulten (vruchten) van ongeveer drie centimeter in diameter voorkomend in het gebied rond de Middellandse Zee
cipresbladroller	noun	Pseudococcyx tessulatana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
cipresbladrollers	=	cipresbladroller
cipresbladrollertje	=	cipresbladroller
cipresbladrollertjes	=	cipresbladroller
cipresbodemwants	noun	Orsillus depressus een wants uit de onderfamilie Orsillinae van de familie van bodemwantsen (Lygaeidae)
cipresbodemwantsen	=	cipresbodemwants
cipresbodemwantsje	=	cipresbodemwants
cipresbodemwantsjes	=	cipresbodemwants
cipresdwergspanner	noun	Eupithecia phoeniceata een vlinder uit de familie spanners (Geometridae).
cipresdwergspanners	=	cipresdwergspanner
cipresdwergspannertje	=	cipresdwergspanner
cipresdwergspannertjes	=	cipresdwergspanner
cipresfamilie	noun	een familie Cupressaceae van coniferen.
cipresfamilies	=	cipresfamilie
cipresfamilietje	=	cipresfamilie
cipresfamilietjes	=	cipresfamilie
cipresje	=	cipres
cipresjes	=	cipres
cipresmineermot	noun	Argyresthia trifasciata een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
cipresmineermotje	=	cipresmineermot
cipresmineermotjes	=	cipresmineermot
cipresmineermotten	=	cipresmineermot
cipressen	=	cipres
cipressenhout	noun	hout van een cipres
cipresspanner	noun	Thera cupressata een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
cipresspanners	=	cipresspanner
cipresspannertje	=	cipresspanner
cipresspannertjes	=	cipresspanner
cipreswolfsmelk	noun	Euphorbia cyparissias een vaste plant die behoort tot de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
cipreswolfsmelk-klaverroest	noun	Uromyces anthyllidis een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
cipreswolfsmelk-klaverroesten	=	cipreswolfsmelk-klaverroest
cipreswolfsmelk-klaverroestje	=	cipreswolfsmelk-klaverroest
cipreswolfsmelk-klaverroestjes	=	cipreswolfsmelk-klaverroest
cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroest	noun	Uromyces pisi-sativi een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroesten	=	cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroest
cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroestje	=	cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroest
cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroestjes	=	cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroest
cipreswolfsmelkje	=	cipreswolfsmelk
cipreswolfsmelkjes	=	cipreswolfsmelk
cipreszaadgalmug	noun	Janetiella siskiyou een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
cipreszaadgalmuggen	=	cipreszaadgalmug
cipreszaadgalmugje	=	cipreszaadgalmug
cipreszaadgalmugjes	=	cipreszaadgalmug
cirage	noun	smeersel
cirages	=	cirage
ciragetje	=	cirage
ciragetjes	=	cirage
circa	adv	ongeveer, plusminus	prep	rond, omstreeks
circadiaans	adj	met een ritme van een etmaal
circadiaanse	=	circadiaans
circadiaanser	=	circadiaans
circadiaansere	=	circadiaans
circadiaansers	=	circadiaans
circadiaanst	=	circadiaans
circadiaanste	=	circadiaans
circe	noun	mooie, gevaarlijke vrouw
circe's	=	circe
circonflexe	noun	het diakritisch teken ^ boven een klinker om aan te geven dat deze oorspronkelijk door een s gevolgd werd
circonflexeje	=	circonflexe
circonflexejes	=	circonflexe
circonflexes	=	circonflexe
circovirus	noun	virus dat gekenmerkt wordt door het circulair enkelstrengs DNA-genoom, waarvan een type de wegkwijnziekte bij varkens veroorzaakt
circovirussen	=	circovirus
circuit	noun	omloop (voor snelheidswedstrijden)
circuitje	=	circuit
circuitjes	=	circuit
circuits	=	circuit
circulair	adj	met betrekking tot een cirkel
circulairder	=	circulair
circulairdere	=	circulair
circulairders	=	circulair
circulaire	noun	een informerende brief die aan een aantal instellingen rondgestuurd wordt
circulaires	=	circulaire
circulairs	=	circulair
circulairst	=	circulair
circulairste	=	circulair
circulariteit	noun	het gebruiken van afvalstoffen en reststoffen als grondstof zonder dat er (iets) verloren gaat
circulariteiten	=	circulariteit
circulariteitje	=	circulariteit
circulatie	noun	omloop
circulatiebank	noun	bank die bankbiljetten uitgeeft en in omloop brengt
circulatiebanken	=	circulatiebank
circulatiepomp	noun	Een circulatiepomp wordt gebruikt in centrale verwarmings- of koelsystemen, het is een centrifugaalpomp die zorgt voor het transport van het warmtedragend medium door de installatie.
circulatiepompen	=	circulatiepomp
circulatiepompje	=	circulatiepomp
circulatiepompjes	=	circulatiepomp
circulaties	=	circulatie
circulatiestoornis	noun	stoornis in de bloedtoevoer of bloedafvoer
circulatiestoornissen	=	circulatiestoornis
circulatiesysteem	noun	verversingssysteem door een oude stof te vervangen door vers nieuw materiaal
circulatiesystemen	=	circulatiesysteem
circulatietje	=	circulatie
circulator	noun	Een circulator wordt gebruikt in centrale verwarmings- of koelsystemen, het is een centrifugaalpomp die zorgt voor het transport van het warmtedragend medium door de installatie.
circulatoren	=	circulator
circulatortje	=	circulator
circulatortjes	=	circulator
circuleer	=	circuleren
circuleerde	=	circuleren
circuleerden	=	circuleren
circuleert	=	circuleren
circulen	=	cirkelen
circulere	=	circuleren
circuleren	verb	in omloop zijn
circulerend	=	circuleren
circulerende	=	circuleren
circumcisie	noun	besnijding van de voorhuid
circumcisies	=	circumcisie
circumfix	noun	een gebonden morfeem dat rondom, dus voor en achter, een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen.
circumfixen	=	circumfix
circumfixje	=	circumfix
circumfixjes	=	circumfix
circumflex	noun	het diakritisch teken ^ boven een klinker om aan te geven dat deze oorspronkelijk door een s gevolgd werd
circumflexen	=	circumflex
circumflexje	=	circumflex
circumflexjes	=	circumflex
circumpolair	adj	het gehele jaar zichtbaar zijnd aan de hemel
circumpolairder	=	circumpolair
circumpolairdere	=	circumpolair
circumpolairders	=	circumpolair
circumpolaire	=	circumpolair
circumpolairs	=	circumpolair
circumpolairst	=	circumpolair
circumpolairste	=	circumpolair
circumstantie	noun|obsolete	omstandigheid
circumstanties	=	circumstantie
circumstantiën	=	circumstantie
circus	noun	attractie in een circustent waar artiesten van allerlei aard hun kunsten en behendigheden vertonen in een ronde arena
circusaap	noun	een aap die optreedt of optrad in een circus
circusaapje	=	circusaap
circusaapjes	=	circusaap
circusachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van circus
circusachtige	=	circusachtig
circusachtiger	=	circusachtig
circusachtigere	=	circusachtig
circusachtigers	=	circusachtig
circusachtigs	=	circusachtig
circusachtigst	=	circusachtig
circusachtigste	=	circusachtig
circusact	noun	een afzonderlijk onderdeel of optreden van een artiest in een circusvoorstelling
circusactje	=	circusact
circusactjes	=	circusact
circusacts	=	circusact
circusaffiche	noun	aanplak biljet waarmee reclame wordt gemaakt voor een circus
circusaffiches	=	circusaffiche
circusapen	=	circusaap
circusartiest	noun	artiest die in het circus optreedt b.v. een acrobaat
circusartieste	noun	vrouw die optreedt in een circus
circusartiesten	=	circusartiest
circusartiestes	=	circusartieste
circusartiestje	=	circusartiest
circusartiestjes	=	circusartiest
circusattractie	noun	persoon met bijzondere eigenschappen die optreedt in een circus
circusattracties	=	circusattractie
circusattractietje	=	circusattractie
circusattractietjes	=	circusattractie
circusbeer	noun	een beer die in gevangenschap wordt gehouden om kunstjes uit te voeren voor een betalend publiek in een circus
circusbeertje	=	circusbeer
circusbeertjes	=	circusbeer
circusberen	=	circusbeer
circusclown	noun	onhandige, domme grappenmaker die optreedt in een circus
circusclowns	=	circusclown
circusdier	noun	een dier dat optreedt of optrad in een circus
circusdieren	=	circusdier
circusdiertje	=	circusdier
circusdiertjes	=	circusdier
circusdirecteur	noun	De baas van een circus, die vaak ook de eigenaar en naamgever van het circus is
circusdirecteuren	=	circusdirecteur
circusdirecteurs	=	circusdirecteur
circusdirecteurtje	=	circusdirecteur
circusdirecteurtjes	=	circusdirecteur
circusfamilie	noun	groep bloedverwanten die werkt in een circus
circusfamilies	=	circusfamilie
circusgiraf	noun	een giraf die optreedt of optrad in een circus
circusgiraffe	noun	een giraffe die optreedt of optrad in een circus
circusgiraffen	=	circusgiraf
circusgiraffes	=	circusgiraffe
circusgiraffetje	=	circusgiraffe
circusgiraffetjes	=	circusgiraffe
circusgirafje	=	circusgiraf
circusgirafjes	=	circusgiraf
circushond	noun	een hond die optreedt of optrad in een circus
circushonden	=	circushond
circushondje	=	circushond
circushondjes	=	circushond
circusje	=	circus
circusjes	=	circus
circuskameel	noun	een kameel die optreedt of optrad in een circus
circuskameeltje	=	circuskameel
circuskameeltjes	=	circuskameel
circuskamelen	=	circuskameel
circuskangoeroe	noun	een kangoeroe die optreedt of optrad in een circus
circuskangoeroes	=	circuskangoeroe
circuskangoeroetje	=	circuskangoeroe
circuskangoeroetjes	=	circuskangoeroe
circuskrokodil	noun	een krokodil die optreedt of optrad in een circus
circuskrokodillen	=	circuskrokodil
circuskrokodilletje	=	circuskrokodil
circuskrokodilletjes	=	circuskrokodil
circuslama	noun	een lama die optreedt of optrad in een circus
circuslama's	=	circuslama
circuslamaatje	=	circuslama
circuslamaatjes	=	circuslama
circusleeuw	noun	een leeuw die optreedt of optrad in een circus
circusleeuwen	=	circusleeuw
circusleeuwtje	=	circusleeuw
circusleeuwtjes	=	circusleeuw
circusnummer	noun	een onderdeel van een circusvoorstelling
circusnummers	=	circusnummer
circusnummertje	=	circusnummer
circusnummertjes	=	circusnummer
circusolifant	noun	een olifant die optreedt of optrad in een circus
circusolifanten	=	circusolifant
circusolifantje	=	circusolifant
circusolifantjes	=	circusolifant
circuspaard	noun	afgericht paard dat optreedt in een circusshow
circuspaarden	=	circuspaard
circuspaardje	=	circuspaard
circuspaardjes	=	circuspaard
circuspanter	noun	een panter die optreedt of optrad in een circus
circuspanters	=	circuspanter
circuspantertje	=	circuspanter
circuspantertjes	=	circuspanter
circuspinguïn	noun	een pinguïn die optreedt of optrad in een circus
circuspinguïnnetje	=	circuspinguïn
circuspinguïnnetjes	=	circuspinguïn
circuspinguïns	=	circuspinguïn
circuspinguïntje	=	circuspinguïn
circuspinguïntjes	=	circuspinguïn
circussen	=	circus
circusslang	noun	een slang die optreedt of optrad in een circus
circusslangen	=	circusslang
circusslangetje	=	circusslang
circusslangetjes	=	circusslang
circustent	noun	tijdelijk bouwsel uit masten waarover een groot dak van zeildoek is gespannen, met daaronder een plaats waar voorstellingen worden gegeven en voorzieningen voor het publiek
circustenten	=	circustent
circustentje	=	circustent
circustentjes	=	circustent
circusterrein	noun	terrein waar zowel de circustent als alle wagens van het circus zijn gelokaliseerd
circusterreinen	=	circusterrein
circusterreintje	=	circusterrein
circusterreintjes	=	circusterrein
circustheater	noun	een theater dat (oorspronkelijk) bestemd is voor circusvoorstellingen
circustheaters	=	circustheater
circustheatertje	=	circustheater
circustheatertjes	=	circustheater
circustijger	noun	een tijger die optreedt of optrad in een circus
circustijgers	=	circustijger
circustijgertje	=	circustijger
circustijgertjes	=	circustijger
circusvertoning	noun|figurative	malle vertoning, schertsvertoning
circusvertoningen	=	circusvertoning
circusvertoninkje	=	circusvertoning
circusvertoninkjes	=	circusvertoning
circusvoorstelling	noun	een optreden die door circusartiesten gegeven wordt, meestal in een circustent
circusvoorstellingen	=	circusvoorstelling
circusvoorstellinkje	=	circusvoorstelling
circusvoorstellinkjes	=	circusvoorstelling
circuswagen	noun	woonwagen
circuswagens	=	circuswagen
circuswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij circusuitvoeringen
circuswerelden	=	circuswereld
circuswereldje	=	circuswereld
circuswereldjes	=	circuswereld
circuszebra	noun	een zebra die optreedt of optrad in een circus
circuszebra's	=	circuszebra
circuszebraatje	=	circuszebra
circuszebraatjes	=	circuszebra
circuszeeleeuw	noun	een zeeleeuw die optreedt of optrad in een circus
circuszeeleeuwen	=	circuszeeleeuw
circuszeeleeuwtje	=	circuszeeleeuw
circuszeeleeuwtjes	=	circuszeeleeuw
cirkel	noun	een reeks van punten in een tweedimensionaal vlak die alle even ver van het middelpunt verwijderd zijn
cirkelbaan	noun	een cirkelvormige weg die iets doorloopt
cirkelbaantje	=	cirkelbaan
cirkelbaantjes	=	cirkelbaan
cirkelbanen	=	cirkelbaan
cirkelbeweging	noun	een rondgaande beweging
cirkelbewegingen	=	cirkelbeweging
cirkelbeweginkje	=	cirkelbeweging
cirkelbeweginkjes	=	cirkelbeweging
cirkelbladroller	noun	Clepsis rurinana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
cirkelbladrollers	=	cirkelbladroller
cirkelbladrollertje	=	cirkelbladroller
cirkelbladrollertjes	=	cirkelbladroller
cirkelbogen	=	cirkelboog
cirkelboog	noun	deel van de omtrek van een cirkel
cirkelboogje	=	cirkelboog
cirkelboogjes	=	cirkelboog
cirkelbus	noun	bus waarmee men ouderen vervoert en die door vrijwilligers wordt bestuurd
cirkelbusje	=	cirkelbus
cirkelbusjes	=	cirkelbus
cirkelbussen	=	cirkelbus
cirkelde	=	cirkelen
cirkelden	=	cirkelen
cirkeldiagram	noun	een grafische weergave in de vorm van een cirkel waarbij de oppervlakte van de taartpunten aangeeft hoe vaak een waarneming voorkomt in een bepaalde groep als percentage van het geheel.
cirkeldiagrammen	=	cirkeldiagram
cirkeldiagrammetje	=	cirkeldiagram
cirkeldiagrammetjes	=	cirkeldiagram
cirkeldoorsneden	=	cirkeldoorsnee
cirkeldoorsnedes	=	cirkeldoorsnee
cirkeldoorsnee	noun	cirkeldoorsnede
cirkele	=	cirkelen
cirkelen	verb	in cirkels ronddraaien of rondvliegen
cirkelend	=	cirkelen
cirkelende	=	cirkelen
cirkelgang	noun	het zich in een rondje voortbewegen en zo weer op de plaats van vertrek aankomen
cirkelgangen	=	cirkelgang
cirkelgrafiek	noun	weergave van hoeveelheden binnen een geheel in de vorm van segmenten binnen een schijf
cirkelgrafieken	=	cirkelgrafiek
cirkelgrafiekje	=	cirkelgrafiek
cirkelgrafiekjes	=	cirkelgrafiek
cirkelmaaier	noun	maaimachine waarbij met hoge snelheid het gras door een horizontaal draaiend mes wordt afgeslagen
cirkelmaaiers	=	cirkelmaaier
cirkelmaaiertje	=	cirkelmaaier
cirkelmaaiertjes	=	cirkelmaaier
cirkelomtrek	noun	een gesloten vlakke kromme lijn waarvan alle punten op gelijke afstand (de straal) liggen van eenzelfde punt (het middelpunt) in een vlak en waarvan de lengte 2π maal de straal bedraagt
cirkelomtrekken	=	cirkelomtrek
cirkelredenering	noun	redenering die bij haar uitgangspunt terugkeert
cirkelredeneringen	=	cirkelredenering
cirkelrond	adj	rond als een (volmaakte) cirkel
cirkelronde	=	cirkelrond
cirkelronder	=	cirkelrond
cirkelrondere	=	cirkelrond
cirkelronders	=	cirkelrond
cirkelronds	=	cirkelrond
cirkelrondst	=	cirkelrond
cirkelrondste	=	cirkelrond
cirkels	=	cirkel
cirkelsector	noun	deel van een cirkel, gelegen binnen twee stralen en een cirkelboog
cirkelsectoren	=	cirkelsector
cirkelsectors	=	cirkelsector
cirkelsegment	noun	is een deel van het cirkeloppervlak ingesloten door een cirkelboog en de koorden tussen de eindpunten van die cirkelboog
cirkelsegmenten	=	cirkelsegment
cirkelsnijder	noun	apparaat dat met een draaiend mes ronde schijven uit een stuk vlak materiaal losmaakt
cirkelsnijders	=	cirkelsnijder
cirkelspeelster	noun	de midvoor aanvallende speelster bij handbal
cirkelspeelsters	=	cirkelspeelster
cirkelt	=	cirkelen
cirkeltje	=	cirkel
cirkeltjes	=	cirkel
cirkelvorm	noun	met het uiterlijk van een cirkel
cirkelvormen	=	cirkelvorm
cirkelvormig	adj	de vorm hebben van een cirkel, rond.
cirkelvormige	=	cirkelvormig
cirkelvormiger	=	cirkelvormig
cirkelvormigere	=	cirkelvormig
cirkelvormigers	=	cirkelvormig
cirkelvormigs	=	cirkelvormig
cirkelvormigst	=	cirkelvormig
cirkelvormigste	=	cirkelvormig
cirkelvormpje	=	cirkelvorm
cirkelvormpjes	=	cirkelvorm
cirkelzaag	noun	motorzaag met een rond zaagblad
cirkelzaagje	=	cirkelzaag
cirkelzaagjes	=	cirkelzaag
cirkelzagen	=	cirkelzaag
cirlgors	noun	Emberiza cirlus een soort die voorkomt in akkers, bosschages, bosranden en fruitboomgaarden.
cirlgorsje	=	cirlgors
cirlgorsjes	=	cirlgors
cirlgorzen	=	cirlgors
cirri	=	cirrus
cirrocumuli	=	cirrocumulus
cirrocumulus	noun	een soort wolk die op grote hoogte, 6 tot 10 km in grotere velden voorkomt, vaak een golfachtige structuur heeft en de aankondiger van een komend koufront is
cirrose	noun	elk proces waarbij orgaancellen worden vervangen door schrompelend bindweefsel
cirroses	=	cirrose
cirrostrati	=	cirrostratus
cirrostratus	noun	een wolkengeslacht, een dun type wolk van ijskristallen dat voorkomt op hoogten van 10 tot 15 kilometer
cirrus	noun	een zeer hoog drijvende wolk die eruitziet als katoenvlokken, pluimen of veren, in regelmatige strepen aan de hemel verdeeld
cirrussen	=	cirrus
cis	noun	een met een halve toon verhoogde toon "c"	adj	gelegen aan dezelfde kant van een dubbele binding of centraal atoom (binnen een molecuul)
cis-alpijns	adj	aan deze kant van de Alpen (vooral de zuidkant waar Rome ligt)
cis-alpijnse	=	cis-alpijns
cis-alpijnser	=	cis-alpijns
cis-alpijnsere	=	cis-alpijns
cis-alpijnsers	=	cis-alpijns
cis-alpijnst	=	cis-alpijns
cis-alpijnste	=	cis-alpijns
cis-groot	noun	het akkoord cis - eïs - gis (=cis - f - gis), de grote drieklank op de eerste trap van de Cis-grotetertstoonladder
cis-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Cis-grotetertstoonladder
cis-grootakkoorden	=	cis-grootakkoord
cis-grootakkoordje	=	cis-grootakkoord
cis-grootakkoordjes	=	cis-grootakkoord
cis-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "cis" als grondtoon
cis-grotetertstoonaarden	=	cis-grotetertstoonaard
cis-grotetertstoonaardje	=	cis-grotetertstoonaard
cis-grotetertstoonaardjes	=	cis-grotetertstoonaard
cis-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met “cis” als grondtoon
cis-grotetertstoonladders	=	cis-grotetertstoonladder
cis-grotetertstoonladdertje	=	cis-grotetertstoonladder
cis-grotetertstoonladdertjes	=	cis-grotetertstoonladder
cis-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met “cis” als grondtoon
cis-grotetertstoonschaaltje	=	cis-grotetertstoonschaal
cis-grotetertstoonschaaltjes	=	cis-grotetertstoonschaal
cis-grotetertstoonschalen	=	cis-grotetertstoonschaal
cis-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met “cis” als grondtoon
cis-grotetertstoonsoorten	=	cis-grotetertstoonsoort
cis-grotetertstoonsoortje	=	cis-grotetertstoonsoort
cis-grotetertstoonsoortjes	=	cis-grotetertstoonsoort
cis-klein	noun	het akkoord cis - e - gis, de kleine drieklank op de eerste trap van de cis-kleinetertstoonladder
cis-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de cis-kleinetertstoonladder
cis-kleinakkoorden	=	cis-kleinakkoord
cis-kleinakkoordje	=	cis-kleinakkoord
cis-kleinakkoordjes	=	cis-kleinakkoord
cis-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “cis” als grondtoon
cis-kleinetertstoonaarden	=	cis-kleinetertstoonaard
cis-kleinetertstoonaardje	=	cis-kleinetertstoonaard
cis-kleinetertstoonaardjes	=	cis-kleinetertstoonaard
cis-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “cis” als grondtoon
cis-kleinetertstoonladders	=	cis-kleinetertstoonladder
cis-kleinetertstoonladdertje	=	cis-kleinetertstoonladder
cis-kleinetertstoonladdertjes	=	cis-kleinetertstoonladder
cis-majeur	noun	het akkoord cis - eis - gis (=cis - f - gis), de grote drieklank op de eerste trap van de Cis-grotetertstoonladder
cis-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Cis-grotetertstoonladder
cis-majeurakkoorden	=	cis-majeurakkoord
cis-majeurakkoordje	=	cis-majeurakkoord
cis-majeurakkoordjes	=	cis-majeurakkoord
cis-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “cis” als grondtoon
cis-majeurtoonaarden	=	cis-majeurtoonaard
cis-majeurtoonaardje	=	cis-majeurtoonaard
cis-majeurtoonaardjes	=	cis-majeurtoonaard
cis-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "cis" als grondtoon
cis-majeurtoonladders	=	cis-majeurtoonladder
cis-majeurtoonladdertje	=	cis-majeurtoonladder
cis-majeurtoonladdertjes	=	cis-majeurtoonladder
cis-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "cis" als grondtoon
cis-majeurtoonschaaltje	=	cis-majeurtoonschaal
cis-majeurtoonschaaltjes	=	cis-majeurtoonschaal
cis-majeurtoonschalen	=	cis-majeurtoonschaal
cis-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met “cis” als grondtoon
cis-majeurtoonsoorten	=	cis-majeurtoonsoort
cis-majeurtoonsoortje	=	cis-majeurtoonsoort
cis-majeurtoonsoortjes	=	cis-majeurtoonsoort
cis-mineur	noun	het akkoord cis - e - gis, de kleine drieklank op de eerste trap van de cis-kleinetertstoonladder
cis-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de cis-kleinetertstoonladder
cis-mineurakkoorden	=	cis-mineurakkoord
cis-mineurakkoordje	=	cis-mineurakkoord
cis-mineurakkoordjes	=	cis-mineurakkoord
cis-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “cis” als grondtoon
cis-mineurtoonladders	=	cis-mineurtoonladder
cis-mineurtoonladdertje	=	cis-mineurtoonladder
cis-mineurtoonladdertjes	=	cis-mineurtoonladder
cis-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “cis” als grondtoon
cis-mineurtoonschaaltje	=	cis-mineurtoonschaal
cis-mineurtoonschaaltjes	=	cis-mineurtoonschaal
cis-mineurtoonschalen	=	cis-mineurtoonschaal
cis-toonladder	=	cis-grotetertstoonladder
cisalpijns	=	cis-alpijns
ciseel	noun	de handpennen die vóór de langste (bij valken tweede of bij sperwer en havik vierde) handpen zitten
ciseeltje	=	ciseel
ciseeltjes	=	ciseel
ciseleer	=	ciseleren
ciseleerde	=	ciseleren
ciseleerden	=	ciseleren
ciseleerder	noun	iemand die ciseleert, een ciseleur
ciseleerders	=	ciseleerder
ciseleert	=	ciseleren
ciselen	=	ciseel
ciselere	=	ciseleren
ciseleren	verb	heel fijne reliëfversieringen door insnijden en/of wegsteken in metalen voorwerpen maken
ciselerend	=	ciseleren
ciselerende	=	ciseleren
ciseleur	noun	iemand die ciseleert, een ciseleerder
ciseleurs	=	ciseleur
cisgender	noun	persoon waarvan het geboortegeslacht en de genderidentiteit gelijk aan elkaar zijn	adj	dezelfde genderidentiteit hebbend als het geboortegeslacht
cisgenders	=	cisgender
cisgenese	noun	overdracht door genetische modificatie van een eigenschap binnen een soort of binnen kruisbare soorten van de ene plant naar een andere plant
cisis	noun	een tweemaal met een halve toon verhoogde toon "c"
cisis-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de cisis-kleinetertstoonladder
cisis-kleinakkoorden	=	cisis-kleinakkoord
cisis-kleinakkoordje	=	cisis-kleinakkoord
cisis-kleinakkoordjes	=	cisis-kleinakkoord
cisis-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “cisis” als grondtoon
cisis-kleinetertstoonladders	=	cisis-kleinetertstoonladder
cisis-kleinetertstoonladdertje	=	cisis-kleinetertstoonladder
cisis-kleinetertstoonladdertjes	=	cisis-kleinetertstoonladder
cisis-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de cisis-kleinetertstoonladder
cisis-mineurakkoorden	=	cisis-mineurakkoord
cisis-mineurakkoordje	=	cisis-mineurakkoord
cisis-mineurakkoordjes	=	cisis-mineurakkoord
cisis-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “cisis” als grondtoon
cisis-mineurtoonladders	=	cisis-mineurtoonladder
cisis-mineurtoonladdertje	=	cisis-mineurtoonladder
cisis-mineurtoonladdertjes	=	cisis-mineurtoonladder
cisis-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “cisis” als grondtoon
cisis-mineurtoonschaaltje	=	cisis-mineurtoonschaal
cisis-mineurtoonschaaltjes	=	cisis-mineurtoonschaal
cisis-mineurtoonschalen	=	cisis-mineurtoonschaal
cisisje	=	cisis
cisisjes	=	cisis
cisissen	=	cisis
cisje	=	cis
cisjes	=	cis
cisman	noun	persoon met een mannelijke identiteit en mannelijk geboortegeslacht
cismannen	=	cisman
cisplatina	noun	een geneesmiddel (celgroeiremmer, cytostaticum) tegen kanker met molecuulformule PtCl₂(NH₃)₂
cisplatine	noun	een cytostaticum, een middel tegen kanker, met formule PtCl₂(NH₃)₂
cisplatinen	=	cisplatine
cisplatines	=	cisplatine
cissen	=	cis
cissoïde	noun	kromme lijn van de derde graad die gelijkenis vertoont met een klimopblad
cissoïden	=	cissoïde
cissoïdes	=	cissoïde
cisterciënzer	noun	een monnik behorende tot de kloosterorde der Cisterciënzers	adj	betreffende de kloosterorde der Cisterciënzers of haar leden
cisterciënzerabdij	noun	abdij van de cisterciënzers
cisterciënzerabdijen	=	cisterciënzerabdij
cisterciënzerin	noun	een non behorende tot de kloosterorde der Cisterciënzers
cisterciënzerinnen	=	cisterciënzerin
cisterciënzerinnenklooster	noun	klooster van de cisterciënzerinnen
cisterciënzerinnenkloosters	=	cisterciënzerinnenklooster
cisterciënzerklooster	noun	een klooster van de cisterciënzers
cisterciënzerkloosters	=	cisterciënzerklooster
cisterciënzers	=	cisterciënzer
cistern	noun	cisterne
cisterne	noun	verzamelbekken voor regenwater, regenput
cisternen	=	cisterne
cisterns	=	cistern
cisternsysteem	noun	methode om drinkwater (per huishouding) in ondergrondse tanks te verzamelen en te bewaren voor later gebruik
cisternsystemen	=	cisternsysteem
cisternwater	noun	water uit een regenput; water uit een ondergronds waterreservoir
cisvet	noun	onverzadigd vet waarin bij alle dubbele bindingen het vervolg van de keten naar dezelfde kant terugbuigt
cisvetje	=	cisvet
cisvetjes	=	cisvet
cisvetten	=	cisvet
cisvetzuren	=	cisvetzuur
cisvetzuur	noun	een onverzadigd vetzuur waarvan alle dubbele bindingen een cisconfiguratie bezitten
cisvetzuurtje	=	cisvetzuur
cisvetzuurtjes	=	cisvetzuur
cisvrouw	noun	persoon met een vrouwelijke identiteit en geboortegeslacht
cisvrouwen	=	cisvrouw
citaat	noun	een letterlijke passage die door iemand anders aangehaald wordt uit een bron
citaatje	=	citaat
citaatjes	=	citaat
citaatrecht	noun	het recht om kort fragmenten van een auteursrechtelijk beschermd werk met bronvermelding te gebruiken
citaatrechten	=	citaatrecht
citadel	noun	versterking die een vestingstad domineert, hetzij om de inwoners van die stad onder bedwang te houden, hetzij om weerstand te kunnen blijven bieden als de rest van de stad mocht vallen
citadellen	=	citadel
citadelletje	=	citadel
citadels	=	citadel
citalopram	noun	medicament dat men gebruikt bij de behandeling van depressies
citaten	=	citaat
citatenanalyse	noun	het tellen van het aantal keren dat een wetenschapper wordt geciteerd
citatenanalysen	=	citatenanalyse
citatenanalyses	=	citatenanalyse
citatenboek	noun	een verzameling van letterlijk overgenomen teksten, zoals beroemde passages, gedichten, recepten, of commentaren, uit diverse bronnen
citatenboeken	=	citatenboek
citatenboekje	=	citatenboek
citatenboekjes	=	citatenboek
citatie	noun	uitdrukkelijk letterlijk weergeven van een gedeelte uit een andere tekst
citatie-index	noun	aanwijzing hoe vaak een bepaald artikel sinds zijn publicatie door anderen is geciteerd
citatie-indexen	=	citatie-index
citatie-indices	=	citatie-index
citaties	=	citatie
citeer	=	citeren
citeerde	=	citeren
citeerden	=	citeren
citeert	=	citeren
citeertitel	noun	titel waaronder een werk of een tekst geciteerd kan worden
citeertitels	=	citeertitel
citeertiteltje	=	citeertitel
citeertiteltjes	=	citeertitel
citer	noun	een snaarinstrument dat voornamelijk gebruikt wordt in het Duitstalige deel van Europa
citere	=	citeren
citeren	verb	letterlijk overnemen wat iemand anders over een onderwerp gezegd of geschreven heeft
citerend	=	citeren
citerende	=	citeren
citerne	noun	vat voor de opslag van een vloeistof of vaste stof
citernes	=	citerne
citers	=	citer
citertje	=	citer
citertjes	=	citer
cithariden	noun	een familie Citharidae van straalvinnige vissen uit de orde van platvissen (Pleuronectiformes)
citizendium	noun	een vrij bewerkbare internetencyclopedie, alleen beschikbaar in het Engels
cito	adv	met spoed, voortvarend zonder enig uitstel
cito-toets	noun	door het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling opgestelde schooltoets voor de leerlingen van groep 8 van het basisonderwijs
cito-toetsen	=	cito-toets
citogeval	noun	patiënt die met haast geholpen moet worden
citogevallen	=	citogeval
citoyen	noun	burger
citoyens	=	citoyen
citrien	noun	de citroengele doorschijnende variant van kwarts (SiO₂)
citrientje	=	citrien
citrientjes	=	citrien
citroen	noun	Citrus limon Citrus medica ovale, gele zure vrucht van de citroenboom
citroenbarbeel	noun	Parupeneus cyclostomus een straalvinnige vissensoort uit de familie van zeebarbelen (Mullidae).
citroenbarbeeltje	=	citroenbarbeel
citroenbarbeeltjes	=	citroenbarbeel
citroenbarbelen	=	citroenbarbeel
citroenbasilicum	noun	Ocimum × africanum een hybride van gewone basilicum (Ocimum basilicum) en Ocimum americanum.
citroenbasilicums	=	citroenbasilicum
citroenblaadje	=	citroenblad
citroenblaadjes	=	citroenblad
citroenblad	noun	bladeren van de Mauritius papeda (Citrus hystrix, ook wel: Citrus limon) een tot 12 m hoge, groenblijvende boom van onbekende oorsprong.
citroenbladen	=	citroenblad
citroenbladeren	=	citroenblad
citroenbladroller	noun	Thiodia citrana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
citroenbladrollers	=	citroenbladroller
citroenbladrollertje	=	citroenbladroller
citroenbladrollertjes	=	citroenbladroller
citroenblaren	=	citroenblad
citroenbomen	=	citroenboom
citroenboom	noun	uit China afkomstige boomsoort waarvan de citroen de vrucht is, Citrus limon
citroenboompje	=	citroenboom
citroenboompjes	=	citroenboom
citroenborstvireo	noun	Hylophilus thoracicus een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
citroenborstvireo's	=	citroenborstvireo
citroenborstvireootje	=	citroenborstvireo
citroenborstvireootjes	=	citroenborstvireo
citroenbrilvogel	noun	Zosterops citrinella een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
citroenbrilvogels	=	citroenbrilvogel
citroenbrilvogeltje	=	citroenbrilvogel
citroenbrilvogeltjes	=	citroenbrilvogel
citroenbuikvliegenvanger	noun	Microeca flavigaster een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae).
citroenbuikvliegenvangers	=	citroenbuikvliegenvanger
citroenbuikvliegenvangertje	=	citroenbuikvliegenvanger
citroenbuikvliegenvangertjes	=	citroenbuikvliegenvanger
citroencake	noun	zacht gebak gemaakt van een beslag van bloem, boter, eieren, suiker en een rijsmiddel met sap en geraspte schil van citroenen
citroencakeje	=	citroencake
citroencakejes	=	citroencake
citroencakes	=	citroencake
citroenen	=	citroen
citroenessence	noun	geconcentreerd citroensap
citroenessences	=	citroenessence
citroengeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1012 ( ); een gele kleur zoals die van een citroen.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1012 ( ).
citroengeels	=	citroengeel
citroengeelst	=	citroengeel
citroengeelste	=	citroengeel
citroengele	=	citroengeel
citroengelen	=	citroengeel
citroengeler	=	citroengeel
citroengelere	=	citroengeel
citroengelers	=	citroengeel
citroengeranium	noun	Pelargonium crispum naar citroen geurende plant
citroengeraniums	=	citroengeranium
citroengras	noun	Cymbopogon citratus als specerij gebruikte Indonesische grassoort die veel in de Thaise en Indonesische keuken gebruikt wordt.
citroengrassen	=	citroengras
citroenhaai	noun	Negaprion brevirostris een vis uit de familie van roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes)
citroenhaaien	noun	een geslacht Negaprion van requiemhaaien (Carcharhinidae) dat 2 soorten kent
citroenhaaitje	=	citroenhaai
citroenhaaitjes	=	citroenhaai
citroenhoningeter	noun	Stomiopera flava een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
citroenhoningeters	=	citroenhoningeter
citroenhoningetertje	=	citroenhoningeter
citroenhoningetertjes	=	citroenhoningeter
citroenijs	noun	ijs met citroensmaak
citroenijsje	=	citroenijs
citroenijsjes	=	citroenijs
citroenjenever	noun	jenever met een aftreksel van citroenschillen
citroenjenevers	=	citroenjenever
citroenjenevertje	=	citroenjenever
citroenjenevertjes	=	citroenjenever
citroenkanarie	noun	bepaald soort kleine groen-gele vink uit Europese gebergten, Carduelis citrinella
citroenkanaries	=	citroenkanarie
citroenkanarietje	=	citroenkanarie
citroenkanarietjes	=	citroenkanarie
citroenkeelbaardvogel	noun	Eubucco richardsoni een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
citroenkeelbaardvogels	=	citroenkeelbaardvogel
citroenkeelbaardvogeltje	=	citroenkeelbaardvogel
citroenkeelbaardvogeltjes	=	citroenkeelbaardvogel
citroenkeeltoekan	noun	Ramphastos citreolaemus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
citroenkeeltoekannetje	=	citroenkeeltoekan
citroenkeeltoekannetjes	=	citroenkeeltoekan
citroenkeeltoekans	=	citroenkeeltoekan
citroenknijper	noun	instrumentje om het sap uit een schijfje of partje citroen te knijpen
citroenknijpers	=	citroenknijper
citroenknijpertje	=	citroenknijper
citroenknijpertjes	=	citroenknijper
citroenkomkommer	noun	een variëteit van de komkommer (Cucumis sativus).
citroenkomkommers	=	citroenkomkommer
citroenkomkommertje	=	citroenkomkommer
citroenkomkommertjes	=	citroenkomkommer
citroenkruid	noun	Artemisia abrotanum een bossig struikje, dat tot de composietenfamilie behoort en van nature voorkomt in Zuid-Europa
citroenkruiden	=	citroenkruid
citroenkruidje	=	citroenkruid
citroenkruidjes	=	citroenkruid
citroenkuifkaketoe	noun	Cacatua sulphurea citrinocristata een ondersoort van de kleine geelkuifkaketoe
citroenkuifkaketoes	=	citroenkuifkaketoe
citroenkuifkaketoetje	=	citroenkuifkaketoe
citroenkuifkaketoetjes	=	citroenkuifkaketoe
citroenkwarts	noun	de citroengele doorschijnende variant van het mineraal kwarts (SiO₂)
citroenkwikstaart	noun	Motacilla citreola een vogel uit de familie van de piepers en kwikstaarten (Motacillidae).
citroenkwikstaarten	=	citroenkwikstaart
citroenkwikstaartje	=	citroenkwikstaart
citroenkwikstaartjes	=	citroenkwikstaart
citroenlieveheersbeestje	noun	Psyllobora vigintiduopunctata een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
citroenlieveheersbeestjes	=	citroenlieveheersbeestje
citroenlimonaadje	=	citroenlimonade
citroenlimonaadjes	=	citroenlimonade
citroenlimonade	noun	een drank die vervaardigd is van citroensap, suiker en water
citroenlimonades	=	citroenlimonade
citroenloopbaan	noun	een loopbaan waarbij iemand vroegtijdig stopt met werken omdat men daarvoor helemaal is uitgeknepen
citroenloopbanen	=	citroenloopbaan
citroenmelisse	noun	Melissa officinalis, een vaste plant die naar citroen ruikt; van de bladeren kan thee gezet worden
citroenolie	noun	een door stoomdestillatie uit de schil van citroenen verkregen etherische olie
citroenolies	=	citroenolie
citroenoliën	=	citroenolie
citroenparkiet	noun	Psilopsiagon aurifrons een kooi- en volièrevogel die is ingevoerd in Nederland.
citroenparkieten	=	citroenparkiet
citroenparkietje	=	citroenparkiet
citroenparkietjes	=	citroenparkiet
citroenpendelvlieg	noun	Helophilus trivittatus een insect uit het geslacht van de pendelvliegen (Helophilus) van de familie zweefvliegen (Syrphidae)
citroenpendelvliegen	=	citroenpendelvlieg
citroenpendelvliegje	=	citroenpendelvlieg
citroenpendelvliegjes	=	citroenpendelvlieg
citroenpers	noun	apparaat om citroenen uit te persen
citroenpersen	=	citroenpers
citroenpersje	=	citroenpers
citroenpieper	noun	Macronyx sharpei een zangvogel uit de familie Motacillidae (piepers en kwikstaarten).
citroenpiepers	=	citroenpieper
citroenpiepertje	=	citroenpieper
citroenpiepertjes	=	citroenpieper
citroenrasp	noun	rasp (stuk gereedschap) om citroenen te raspen
citroenraspen	=	citroenrasp
citroenraspje	=	citroenrasp
citroenraspjes	=	citroenrasp
citroensap	noun	het sap van een citroen
citroensapje	=	citroensap
citroensapjes	=	citroensap
citroensappen	=	citroensap
citroenschijf	noun	plakje gesneden uit een citroen
citroenschijfje	=	citroenschijf
citroenschijfjes	=	citroenschijf
citroenschijven	=	citroenschijf
citroenschil	noun	schil van een citroen
citroenschillen	=	citroenschil
citroenschilletje	=	citroenschil
citroenschilletjes	=	citroenschil
citroensijs	noun	Carduelis citrinella een zangvogel uit de familie der vinkachtigen.
citroensijsje	=	citroensijs
citroensijsjes	=	citroensijs
citroensijzen	=	citroensijs
citroenslak	noun	Doris pseudoargus een slakkensoort uit de familie van de Dorididae.
citroenslakje	=	citroenslak
citroenslakjes	=	citroenslak
citroenslakken	=	citroenslak
citroensmaak	noun	de de zurige, zoete smaak van citroen
citroensmaakje	=	citroensmaak
citroensmaakjes	=	citroensmaak
citroensmaken	=	citroensmaak
citroensnedemycena	noun	Mycena citrinomarginata een paddenstoel uit de familie Mycenaceae.
citroensnedemycena's	=	citroensnedemycena
citroensnedemycenaatje	=	citroensnedemycena
citroensnedemycenaatjes	=	citroensnedemycena
citroenstamgastje	noun	Denisia similella een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
citroenstamgastjes	=	citroenstamgastje
citroenstrookzwam	noun	Daedalea xantha een paddenstoel uit de familie Fomitopsidaceae.
citroenstrookzwammen	=	citroenstrookzwam
citroenstrookzwammetje	=	citroenstrookzwam
citroenstrookzwammetjes	=	citroenstrookzwam
citroentaart	noun	gebak met citroensmaak
citroentaarten	=	citroentaart
citroentangare	noun	Chrysothlypis chrysomelas een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
citroentangaren	=	citroentangare
citroentangaretje	=	citroentangare
citroentangaretjes	=	citroentangare
citroentetra	noun	Hyphessobrycon pulchripinnis een straalvinnige vissensoort uit de familie van karperzalmen (Characidae).
citroentetra's	=	citroentetra
citroentijm	noun	Thymus x citriodorus een hybride van tijm die een beetje smaakt en ruikt naar citroen
citroentje	=	citroen
citroentjes	=	citroen
citroenverbena	noun	Aloysia citrodora een kruid uit de ijzerhardfamilie.
citroenverbena's	=	citroenverbena
citroenvlinder	noun	Gonepteryx rhamni een dagvlinder van de Pieridaefamilie
citroenvlinders	=	citroenvlinder
citroenvlindertje	=	citroenvlinder
citroenvlindertjes	=	citroenvlinder
citroenzanger	noun	Protonotaria citrea een kleine zangvogel van de familie van de Amerikaanse zangers.
citroenzangers	=	citroenzanger
citroenzangertje	=	citroenzanger
citroenzangertjes	=	citroenzanger
citroenzuren	=	citroenzuur
citroenzuur	noun	C₆H₈O₇ een driebasisch organisch zuur dat in vele vruchten voorkomt
citronella	noun	een naam voor de etherische olie van een aantal Aziatische grassoorten uit het geslacht Cymbopogon, zoals de C. winterianus, C. citratus en C. nardus
citronella's	=	citronella
citronellaolie	noun	aromatische olie bereid uit een aantal Aziatische grassoorten uit het geslacht Cymbopogon, gebruikt in de parfumerie en tegen muggen
citronellaolies	=	citronellaolie
citronellaoliën	=	citronellaolie
citrus	noun	een geslacht Citrus van planten uit de wijnruitfamilie, dat al meer dan vierduizend jaar in cultuur is, vooral om de citrusvruchten.
citrusbomen	=	citrusboom
citrusboom	noun	groenblijvende boom uit het geslacht Citrus, bekend om zijn geurige bloesems en eetbare, smaakvolle vruchten zoals citroenen, sinaasappels en mandarijnen, die een mediterraan gevoel geven en veel zonlicht nodig hebben
citrusboompje	=	citrusboom
citrusboompjes	=	citrusboom
citrusfruit	noun	fruit van het plantengeslacht Citrus
citruslichtmot	noun	Cryptoblabes gnidiella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
citruslichtmotje	=	citruslichtmot
citruslichtmotjes	=	citruslichtmot
citruslichtmotten	=	citruslichtmot
citrusmineermot	noun	Phyllocnistis citrella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
citrusmineermotje	=	citrusmineermot
citrusmineermotjes	=	citrusmineermot
citrusmineermotten	=	citrusmineermot
citrusmot	noun	Prays citri een vlinder uit de familie Praydidae.
citrusmotje	=	citrusmot
citrusmotjes	=	citrusmot
citrusmotten	=	citrusmot
citruspers	noun	apparaat voor het elektrisch dan wel handmatig uitpersen van het sap uit citrusvruchten, zoals sinaasappel, citroen en grapefruit
citruspersen	=	citruspers
citruspersje	=	citruspers
citrusplant	noun	benaming voor bomen of struiken uit het geslacht Citrus
citrusplanten	=	citrusplant
citrussen	=	citrus
citrusvrucht	noun	Citroenen, mandarijnen, grapefruit, en sinaasappel zijn bekende citrusvruchten.
citrusvruchten	=	citrusvrucht
citrusvruchtje	=	citrusvrucht
citrusvruchtjes	=	citrusvrucht
citruswolluis	noun	Planococcus citri een wolluis die veel als plaaginsect voorkomt in kassen
citruswolluizen	=	citruswolluis
city	noun	stadscentrum
city's	=	city
city'tje	=	city
city'tjes	=	city
citybag	noun	handkoffertje, draagtas
citybags	=	citybag
citybike	noun	comfortabele stevige fiets die vooral geschikt is voor dagelijks gebruik, kan variëren van opgetuigde mountainbike tot omafiets
citybikes	=	citybike
citybus	noun	busdienst die pendelt tussen grote parkeerplaatsen (transferia) en het centrum van een stad
citybusje	=	citybus
citybusjes	=	citybus
citybussen	=	citybus
cityhopper	noun	vliegtuig(maatschappij) voor vluchten over korte afstanden
cityhoppers	=	cityhopper
citymarketing	noun	het reclame maken voor een stad (als toeristische bestemming)
citytrip	noun	een toeristische reis naar een stad
citytripje	=	citytrip
citytripjes	=	citytrip
citytrippe	=	citytrippen
citytrippen	verb	naar steden reizen om daar voor je plezier een of meer dagen door te brengen
citytrippend	=	citytrippen
citytrippende	=	citytrippen
citytrips	=	citytrip
citytript	=	citytrippen
citytripte	=	citytrippen
citytripten	=	citytrippen
cityvorming	noun	het verschijnsel dat een binnenstad vrijwel uitsluitend als zakencentrum dient en de woonfunctie verliest
cityvormingen	=	cityvorming
cité	noun	als geheel ontwikkelde buurt met bedrijfswoningen voor een bepaald bedrijf
cités	=	cité
citétaal	noun	jongerentaal, ontstaan in de mijnsteden van Belgisch Limburg, met Genk als epicentrum, die zich kenmerkt door een mix van het Limburgs dialect met veel invloeden uit het Italiaans, Arabisch, Grieks, Turks en Engels
citéwoning	noun	typische arbeiderswoning in een woonwijk die speciaal door een groot bedrijf is gebouwd voor het eigen personeel.
citéwoningen	=	citéwoning
citéwoninkje	=	citéwoning
citéwoninkjes	=	citéwoning
civ	=	honderdvier
civet	noun	sterk ruikende afscheiding uit een klier bij de anus van de civetkat die wordt gebruikt in de parfumindustrie en die zo'n heerlijke smaak aan de civetkoffie geeft
civetje	=	civet
civetjes	=	civet
civetkat	noun	Viverra, een geslacht van kleine slank gebouwde roofdieren dat in Afrika en Zuidoost-Azië voorkomt
civetkatachtige	noun	zoogdier uit de familie Viverridae zoogdieren in de orde van roofdieren.
civetkatachtigen	noun	Viverridae een familie zoogdieren in de orde van roofdieren.
civetkatje	=	civetkat
civetkatjes	=	civetkat
civetkatten	noun	Viverra een geslacht van kleine, slank gebouwde roofdieren die voorkomen in Zuidoost-Azië.
civetkoffie	noun	Zeer dure koffie gewonnen uit de ontlasting (!) van de loewak, een civetkatachtige
civetten	=	civet
civiel	adj	burgerlijk (dus niet voor militairen of geestelijken)
civiele	=	civiel
civieler	=	civiel
civielere	=	civiel
civielers	=	civiel
civielrechtelijk	adj	betreffende het burgerlijk recht (het recht dat gaat over de relatie burger - burger)
civielrechtelijke	=	civielrechtelijk
civielrechtelijker	=	civielrechtelijk
civielrechtelijkere	=	civielrechtelijk
civielrechtelijkers	=	civielrechtelijk
civielrechtelijks	=	civielrechtelijk
civielrechtelijkst	=	civielrechtelijk
civielrechtelijkste	=	civielrechtelijk
civiels	=	civiel
civielst	=	civiel
civielste	=	civiel
civieltechnisch	adj	op de civiele techniek (waterstaat en wegenbouw) betrekking hebbend
civieltechnische	=	civieltechnisch
civieltechnischer	=	civieltechnisch
civieltechnischere	=	civieltechnisch
civieltechnischers	=	civieltechnisch
civilisatie	noun	beschaving
civilisaties	=	civilisatie
civiliseer	=	civiliseren
civiliseerde	=	civiliseren
civiliseerden	=	civiliseren
civiliseert	=	civiliseren
civilisere	=	civiliseren
civiliseren	verb	beschaving bijbrengen
civiliserend	=	civiliseren
civiliserende	=	civiliseren
civilist	noun	jurist gespecialiseerd in het burgerlijk recht
civilisten	=	civilist
civilistje	=	civilist
civilistjes	=	civilist
civisme	noun	burgerzin
cix	=	honderdnegen
cjp	noun	Cultureel Jongeren Paspoort een pas waarmee jongeren gratis of met hoge korting culturele activiteiten kunnen bezoeken
ckv	noun	culturele en kunstzinnige vorming een schoolvak op de middelbare school
cl	=	honderdvijftig
claas	=	klaas
clade	noun	een groep organismen die alle afstammen van een bepaalde gemeenschappelijke voorouder, plus die voorouder zelf.
claden	=	clade
clades	=	clade
claes	=	klaas
clafoutis	noun	een Frans gebak van kersen, dat als nagerecht wordt gegeten
claim	noun	aanspraak op vergoeding van schade
claimadvocaat	noun	advocaat die gespecialiseerd is in het indienen van schadeclaims namens zijn cliënten
claimadvocaten	=	claimadvocaat
claimant	noun	iemand die iets claimt
claimanten	=	claimant
claimculturen	=	claimcultuur
claimcultuur	noun	een vorm van samenleving waar men hoge schadevergoedingen eist als er iets negatiefs gebeurt
claimcultuurtje	=	claimcultuur
claimcultuurtjes	=	claimcultuur
claimde	=	claimen
claimden	=	claimen
claime	=	claimen
claimemissie	noun	aandelenemissie onder houders van een claimrecht
claimemissies	=	claimemissie
claimen	verb	iets opeisen, aanspraak maken op iets
claimend	=	claimen
claimende	=	claimen
claiming	noun	het opeisen van iets
claimpje	=	claim
claimpjes	=	claim
claimrecht	noun	voorkeursrecht om iets te te mogen kopen
claimrechten	=	claimrecht
claims	=	claim
claimt	=	claimen
clair-obscur	noun	een artistieke techniek waarbij scherpe lichtcontrasten gebruikt worden voor het bereiken van een bepaald effect
clair-obscurtje	=	clair-obscur
clair-obscurtjes	=	clair-obscur
clairvoyant	noun	iemand die helderziend is of doet alsof hij dat is	adj	helderziend, profetisch, voorspellend, paragnostisch, telepatisch
clairvoyante	=	clairvoyant
clairvoyants	=	clairvoyant
clan	noun	stam [3], familie
clandestien	adj	in weerwil van wettelijke bepalingen
clandestiene	=	clandestien
clandestiener	=	clandestien
clandestienere	=	clandestien
clandestieners	=	clandestien
clandestiens	=	clandestien
clandestienst	=	clandestien
clandestienste	=	clandestien
clandestiniteit	noun	het clandestien zijn
clandestiniteiten	=	clandestiniteit
clanleden	=	clanlid
clanleider	noun	informeel hoofd van een stam of groep bloedverwante mensen
clanleiders	=	clanleider
clanlid	noun	lid van een clan
clanlidje	=	clanlid
clanlidjes	=	clanlid
clannetje	=	clan
clannetjes	=	clan
clans	=	clan
clapperloader	noun	tweede camera-assistent die onder andere zorgt voor het inleggen van de film en de filmklapper hanteert
clapperloaders	=	clapperloader
clapperloadertje	=	clapperloader
clapperloadertjes	=	clapperloader
claque	noun	uitklapbare (resp. opvouwbare) hoge hoed
claques	=	claque
claqueur	noun	gehuurde toejuicher bij een voorstelling
claqueurs	=	claqueur
claqueurtje	=	claqueur
claqueurtjes	=	claqueur
clarabuideldas	noun	Echymipera clara een buideldas uit het geslacht Echymipera die voorkomt in het noorden van Nieuw-Guinea en op het nabijgelegen eiland Japen
clarabuideldasje	=	clarabuideldas
clarabuideldasjes	=	clarabuideldas
clarabuideldassen	=	clarabuideldas
clarence	noun	type rijtuigje: een vierwielig rijtuig voor twee of vier personen met een gebogen glazen front
clarences	=	clarence
clarifieer	=	clarifiëren
clarifieerde	=	clarifiëren
clarifieerden	=	clarifiëren
clarifieert	=	clarifiëren
clarifiëre	=	clarifiëren
clarifiëren	verb	helder maken, klaren, ophelderen
clarifiërend	=	clarifiëren
clarionwinterkoning	noun	Troglodytes tanneri een zangvogel uit de familie Troglodytidae (Winterkoningen).
clarionwinterkoningen	=	clarionwinterkoning
clarionwinterkoninkje	=	clarionwinterkoning
clarionwinterkoninkjes	=	clarionwinterkoning
claris	noun	clarisse
clarisse	noun	kloosterlinge van de orde van St.-Clara opgericht door Clara van Assisi (1194-1253)
clarissen	=	claris
clarissenklooster	noun	klooster voor kloosterlingen van de orde van St.-Clara opgericht door Clara van Assisi (1194-1253)
clarissenkloosters	=	clarissenklooster
clark	noun	voertuig met een hefinrichting in de vorm van een tweetandige vork die beladen pallets kan optillen en vervoeren
clarkje	=	clark
clarkjes	=	clark
clarks	=	clark
clash	noun	botsing van meningen die tot een breuk kan leiden, meningsverschil
clashe	=	clashen
clashen	verb	ruzie maken
clashend	=	clashen
clashende	=	clashen
clashes	=	clash
clasht	=	clashen
clashte	=	clashen
clashten	=	clashen
classen	=	classis
classes	=	classis
classeur	noun	opbergmap voor losse papieren
classeurs	=	classeur
classeurtje	=	classeur
classic	noun	een origineel, klassiek, oorspronkelijk product
classica	noun	een beoefenaarster van de klassieke talen
classica's	=	classica
classicaal	adj	betrekking hebbend op een classis
classicaals	=	classicaal
classicaalst	=	classicaal
classicaalste	=	classicaal
classicaatje	=	classica
classicaatjes	=	classica
classicae	=	classica
classicale	=	classicaal
classicaler	=	classicaal
classicalere	=	classicaal
classicalers	=	classicaal
classici	=	classicus
classicisme	noun	kunststroming die navolging van de Griekse of Romeinse oudheid als ideaal heeft
classicist	noun	aanhanger, vertegenwoordiger van het classicisme
classicisten	=	classicist
classicistisch	adj	in de stijl van de klassieke oudheid; in de stijl van het classicisme
classicistische	=	classicistisch
classicistischer	=	classicistisch
classicistischere	=	classicistisch
classicistischers	=	classicistisch
classics	=	classic
classicus	noun	een beoefenaar van de klassieke talen
classicusje	=	classicus
classicusjes	=	classicus
classificatie	noun	beredeneerde indeling in groepen
classificatiebureau	noun	een niet-gouvernementele organisatie die de technische inspectie van schepen en offshore constructies uitvoert
classificatiebureaus	=	classificatiebureau
classificaties	=	classificatie
classificatiesysteem	noun	een systematiek om bepaalde dingen of zaken te classificeren
classificatiesysteempje	=	classificatiesysteem
classificatiesysteempjes	=	classificatiesysteem
classificatiesystemen	=	classificatiesysteem
classificatietje	=	classificatie
classificatietjes	=	classificatie
classificator	noun	iemand die classificeert
classificatoren	=	classificator
classificators	=	classificator
classificatortje	=	classificator
classificatortjes	=	classificator
classificeer	=	classificeren
classificeerde	=	classificeren
classificeerden	=	classificeren
classificeerder	noun	iets wat dient om iets anders nader te specificeren
classificeerders	=	classificeerder
classificeert	=	classificeren
classificere	=	classificeren
classificeren	verb	in klassen rangschikken
classificerend	=	classificeren
classificerende	=	classificeren
classificering	noun	het verdelen van zaken in groepen met gemeenschappelijke eigenschappen
classificeringen	=	classificering
classis	noun	deel van protestante kerkprovincie
clathraat	=	clatraat
clatraat	noun	vaste insluitverbinding van water en een ander molecuul
clatraten	=	clatraat
claudicatie	noun	pijn en kramp in de benen als gevolg van een slagaderlijke vaatafwijking
claudicaties	=	claudicatie
claus	noun	laatste woord van een passage waarop een acteur wacht om in te vallen
clausen	=	claus
clausje	=	claus
clausjes	=	claus
claustra	noun	betonnen rooster dat ter versiering in een wandvlak is aangebracht
claustra's	=	claustra
claustrofiel	noun	iemand met een voorliefde voor nauwe ruimtes	adj	behept met of passend bij een voorliefde voor kleine ruimtes
claustrofiele	=	claustrofiel
claustrofielen	=	claustrofiel
claustrofieler	=	claustrofiel
claustrofielere	=	claustrofiel
claustrofielers	=	claustrofiel
claustrofiels	=	claustrofiel
claustrofielst	=	claustrofiel
claustrofielste	=	claustrofiel
claustrofobe	=	claustrofoob
claustrofoben	=	claustrofoob
claustrofober	=	claustrofoob
claustrofobere	=	claustrofoob
claustrofobers	=	claustrofoob
claustrofobie	noun	vrees voor afgesloten ruimten
claustrofobietje	=	claustrofobie
claustrofobietjes	=	claustrofobie
claustrofobieën	=	claustrofobie
claustrofobisch	adj	betrekking hebbend op de angst voor nauwe ruimten, of deze angst veroorzakend
claustrofobische	=	claustrofobisch
claustrofobischer	=	claustrofobisch
claustrofobischere	=	claustrofobisch
claustrofobischers	=	claustrofobisch
claustrofoob	adj	lijdend aan, last hebbend van claustrofobie
claustrofoobs	=	claustrofoob
claustrofoobst	=	claustrofoob
claustrofoobste	=	claustrofoob
claustrophobie	=	claustrofobie
clausule	noun	een extra bepaling in een ambtelijke brief
clausuleer	=	clausuleren
clausuleerde	=	clausuleren
clausuleerden	=	clausuleren
clausuleert	=	clausuleren
clausulere	=	clausuleren
clausuleren	verb	voorzien van een clausule (door beperkingen bepalen)
clausulerend	=	clausuleren
clausulerende	=	clausuleren
clausules	=	clausule
clausuletje	=	clausule
clausuletjes	=	clausule
clausuren	=	clausuur
clausuur	noun	afsluiting van bepaalde delen van een klooster voor buitenstaanders
clauzen	=	claus
clave	noun	hardhouten staafje uit een paar dat als percussie-instrument ritmisch tegen elkaar wordt geslagen De meervoudsvorm "claves" is de meer gangbare vorm.
clavecimbel	=	klavecimbel
claves	noun	percussie-instrument dat bestaat uit twee hardhouten staafjes die ritmisch tegen elkaar worden geslagen.
claviaturen	=	claviatuur
claviatuur	noun	het totaal aan klaviertoetsen dan wel toetsenborden
clavicula	noun	sleutelbeen
clavicula's	=	clavicula
claviculae	=	clavicula
claviger	noun	iemand die de toegang bewaakt
clavigers	=	claviger
clavis	noun	verklaring bij een symbolisch verhaal dat daarin voorkomende elementen koppelt aan hun achterliggende betekenis of personages koppelt aan bestaande personen
clavulaanzuur	noun	bepaald type geneesmiddel
claxon	noun	een apparaat, veelal gebruikt op auto's en andere voertuigen, dat door de bestuurder gebruikt kan worden om aan de omgeving een geluidssignaal af te geven.
claxonnade	noun	luid en aanhoudend getoeter
claxonnades	=	claxonnade
claxonneer	=	claxonneren
claxonneerde	=	claxonneren
claxonneerden	=	claxonneren
claxonneert	=	claxonneren
claxonnere	=	claxonneren
claxonneren	verb	toeteren met de claxon van de auto
claxonnerend	=	claxonneren
claxonnerende	=	claxonneren
claxonnetje	=	claxon
claxonnetjes	=	claxon
claxons	=	claxon
clb	noun	Centrum voor LeerlingenBegeleiding: instituut dat leerlingen en hun ouders adviseert over de studie
clean	adj	modern, strak
cleane	=	clean
cleaner	=	clean
cleanere	=	clean
cleaners	=	clean
cleanroom	noun	stofarme of stofvrije ruimte die men gebruikt voor het maken en gebruiken van zeer gevoelige apparatuur
cleanrooms	=	cleanroom
cleanroomwit	noun	tint grijs met RAL-nummer 9012 ( )	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 9012 ( )
cleanroomwits	=	cleanroomwit
cleanroomwitte	=	cleanroomwit
cleans	=	clean
cleanst	=	clean
cleanste	=	clean
clear	noun	een hoge slag van achteraan het veld tot achteraan het veld van de tegenstander
clearance	noun	zuivering
clearances	=	clearance
clearing	noun	verrekening van plichten en vorderingen tussen verschillende partijen
clearinghouse	noun	een organisatie die tussen handelaren (de clearingmembers) inzit en zorgt voor de administratie van transacties, het bijhouden van margeverplichtingen en zorgt voor levering van stukken na betaling
clearinghouses	=	clearinghouse
clearinginstituut	noun	instantie die actief is in clearing (en soms ook settlement)
clearinginstituutje	=	clearinginstituut
clearinginstituutjes	=	clearinginstituut
clearingorganisatie	noun	organisatie die actief is in clearing (en soms ook settlement)
clearingorganisaties	=	clearingorganisatie
clearings	=	clearing
clears	=	clear
cleistogaam	adj	ondanks gesloten knoppen toch vruchten voortbrengend (doordat zelfbevruchting plaats vindt in de gesloten bloem)
cleistogaams	=	cleistogaam
cleistogame	=	cleistogaam
clematis	noun	een geslacht Clematis van lianen en overblijvende kruiden uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) met veel bloemen
clematissen	=	clematis
clement	adj	het toegevend zijn van een gezagdrager ten opzichte van de minderen
clemente	=	clement
clementer	=	clement
clementere	=	clement
clementers	=	clement
clementie	noun	vriendelijk en vergevingsgezind gedrag ten opzichte van anderen
clementine	noun	Citrus × clementina variëteit mandarijn met minder pitten en een minder zure smaak
clementines	=	clementine
clementinetje	=	clementine
clementinetjes	=	clementine
clements	=	clement
clementst	=	clement
clementste	=	clement
clenbuterol	noun	astmamedicijn dat gebruikt wordt bij paarden
cleopatra	noun	Gonepteryx cleopatra een dagvlinder uit de familie van de Pieridae, de witjes.
cleopatra's	=	cleopatra
cleopatraatje	=	cleopatra
cleopatraatjes	=	cleopatra
cleresie	noun	de stand van de geestelijken
clerici	=	clericus
clericus	noun	geestelijk leider binnen een geloofsgemeenschap
clerus	noun	de leiders van een kerkgenootschap
cli	=	honderdeenenvijftig
clicheer	=	clicheren
clicheerde	=	clicheren
clicheerden	=	clicheren
clicheert	=	clicheren
clicheetje	=	cliché
clicheetjes	=	cliché
clichere	=	clicheren
clicheren	verb	een drukvorm die gebruikt wordt bij het drukken van illustraties in hoogdruk maken
clicherend	=	clicheren
clicherende	=	clicheren
cliché	noun	beschrijving, uitdrukking of stijlfiguur, die te veel of fout gebruikt is, zodat het aan betekenis verloren heeft
cliché-uitdrukking	noun	een versleten of afgezaagde uitdrukking die zijn oorspronkelijke kracht heeft verloren door overmatig gebruik.
cliché-uitdrukkingen	=	cliché-uitdrukking
cliché-uitdrukkinkje	=	cliché-uitdrukking
cliché-uitdrukkinkjes	=	cliché-uitdrukking
clichébeeld	noun	stereotiep beeld dat overeenkomt met de vooroordelen die men over een bepaalde groep mensen heeft
clichébeelden	=	clichébeeld
clichématig	adj	zo vaak herhaald en overgeschreven dat het nauwelijks nog enige betekenis heeft, een versleten uitdrukking
clichématige	=	clichématig
clichématiger	=	clichématig
clichématigere	=	clichématig
clichématigers	=	clichématig
clichématigheden	=	clichématigheid
clichématigheid	noun	het clichématig zijn
clichématigs	=	clichématig
clichématigst	=	clichématig
clichématigste	=	clichématig
clichés	=	cliché
click	noun	waarneming van bepaalde informatie op internet die blijkt uit het aanklikken van een hyperlink door de lezer, vaak gebruikt als maatstaf voor bereik en advertentieopbrengsten
click-and-collect	noun	methode van winkelen waarbij men een product online selcteert en in een winkel ophaalt
click-and-collects	=	click-and-collect
clickbaar	adj	betreft een onderdeel op een scherm, zoals tekst, een afbeelding of een knop, dat interactief is.
clickbaarder	=	clickbaar
clickbaardere	=	clickbaar
clickbaarders	=	clickbaar
clickbaars	=	clickbaar
clickbaarst	=	clickbaar
clickbaarste	=	clickbaar
clickbait	noun	sensationele link op een webstite die als doel heeft dat zoveel mogelijk mensen erop klikken
clickbaits	=	clickbait
clickbare	=	clickbaar
clicke	=	clicken
clicken	verb	met een muis de muiscursor naar een bepaalde plek van een webpagina bewegen en dan op een muisknop drukken; klikken
clickend	=	clicken
clickende	=	clicken
clickfarm	noun	bedrijf dat slecht betaalde werknemers bepaalde websites laat aanklikken om zichzelf te bevoordelen of een concurrent te benadelen
clickfarms	=	clickfarm
clickfonds	noun	beleggingsfonds dat de op effecten behaalde koerswinst bij een bepaald koersniveau veilig stelt (d.m.v. opties)
clickfondsen	=	clickfonds
clickfondszaak	noun	grootschalig fraudeonderzoek uit 1997 naar de effectenbeurs in Amsterdam
clickfondszaakje	=	clickfondszaak
clickfondszaakjes	=	clickfondszaak
clickfondszaken	=	clickfondszaak
clickjacking	noun	een cyberaanval waarbij internetgebruikers worden misleid om op iets anders te klikken dan ze denken.
clickjackings	=	clickjacking
clicks	=	click
clickt	=	clicken
clickte	=	clicken
clickten	=	clicken
clientèle	noun	klantenkring
clientèles	=	clientèle
cliffhanger	noun	het creëren van suspense (spanning), door aan het slot van een aflevering van een TV-serie op een kritiek moment af te breken, waardoor men nieuwsgierig wordt naar het vervolg
cliffhangers	=	cliffhanger
cliffhangertje	=	cliffhanger
cliffhangertjes	=	cliffhanger
clifi	noun	fictief verhaal over de klimaatverandering en de negatieve gevolgen daarvan
clignoteur	noun	richtingaanwijzer in de vorm van een knipperlicht van een motorrijtuig
clignoteurs	=	clignoteur
clignoteurtje	=	clignoteur
clignoteurtjes	=	clignoteur
clii	=	honderdtweeënvijftig
cliii	=	honderddrieënvijftig
climacteria	=	climacterium
climacterisch	adj	betrekking hebbend op de menopauze (het climacterium)
climacterische	=	climacterisch
climacterischer	=	climacterisch
climacterischere	=	climacterisch
climacterischers	=	climacterisch
climacterischt	=	climacterisch
climacterischte	=	climacterisch
climacterium	noun	menopauze
climactisch	adj	met betrekking tot een climax
climactische	=	climactisch
climactischer	=	climactisch
climactischere	=	climactisch
climactischers	=	climactisch
climax	noun	iets cruciaals waar in de loop van het verhaal naartoe gewerkt wordt
climaxen	=	climax
climaxje	=	climax
climaxjes	=	climax
clinch	noun	conflict, elkaar omvat houden bij het boksen
clindamycine	noun	een soort antibioticum dat men gebruikt bij de behandeling van infectieziekten
cline	noun	graduele reeks van vormkenmerken of -verschillen binnen een soort organismen
clinen	=	cline
clines	=	cline
clinetje	=	cline
clinetjes	=	cline
clinic	noun	eenmalige demonstratie of training door zeer ervaren of getalenteerde sporters voor deelnemers die daar actief aan meedoen
clinici	=	clinicus
cliniclown	noun	speciaal opgeleide clown die optreedt in een (kinder)ziekenhuis om de zieken op te vrolijken of af te leiden van hun ziekte
cliniclowns	=	cliniclown
clinics	=	clinic
clinicus	noun	behandelend geneesheer
clinisch	=	klinisch
clinometer	noun	instrument voor het bepalen van de helling ten opzichte van de horizon
clinometers	=	clinometer
clinometertje	=	clinometer
clinometertjes	=	clinometer
clip	noun	klemmetje
clipart	noun	een verzamelnaam voor illustraties die gebruikt worden ter verfraaiing van een tekst
clipboard	noun	klembord
clipboardje	=	clipboard
clipboardjes	=	clipboard
clipboards	=	clipboard
clipje	=	clip
clipjes	=	clip
clipmaker	noun	persoon die korte videofilmpjes maakt
clipmakers	=	clipmaker
clipmakertje	=	clipmaker
clipper	noun	grote snelle zeilboot die als het ware over de golven heen vliegt
clippers	=	clipper
clippertje	=	clipper
clippertjes	=	clipper
clips	=	clip
clique	noun	kleine, besloten groep van mensen die elkaar goed kennen
cliqueje	=	clique
cliquejes	=	clique
cliques	=	clique
cliquet	noun	tourniquet (toegangspoortje)
cliquets	=	cliquet
cliquetsysteem	noun	systeem in België ingevoerd om het grote prijsverschil tussen diesel en benzine te laten verdwijnen
cliquetsystemen	=	cliquetsysteem
clisteer	=	klisteer
clitisch	adj	een onbeklemtoonde vorm aannemend, vaak met reductie van volle klinkers tot een sjwa
clitische	=	clitisch
clitoraal	adj	met betrekking tot de clitoris
clitores	=	clitoris
clitoridectomie	noun	het wegsnijden van de kittelaar
clitoridectomieën	=	clitoridectomie
clitoris	noun	gevoelig orgaan bovenaan de schaamspleet van de vrouw dat voor de seksuele opwinding zorgt
clitorishoed	noun	huidplooi waaronder de clitoris zich verschuilt tussen de schaamlippen
clitorishoeden	=	clitorishoed
clitorishoedje	=	clitorishoed
clitorishoedjes	=	clitorishoed
clitorisje	=	clitoris
clitorisjes	=	clitoris
clitorisme	noun	vergroting van de clitoris
clitorissen	=	clitoris
clitorisstimulator	noun	vibrator of onderdeel daarvan om gericht de kittelaar te prikkelen
clitorisstimulatoren	=	clitorisstimulator
clitorisstimulators	=	clitorisstimulator
cliv	=	honderdvierenvijftig
clivage	noun	het klieven, de druksplijting
clivages	=	clivage
clivagetje	=	clivage
clivagetjes	=	clivage
clivia	noun	benaming voor planten uit het geslacht Clivia, kruidachtige, overblijvende planten met donkergroene bladeren en oranje of oranjerode clusters van bloemen die op lelies lijken
clivia's	=	clivia
cliviaatje	=	clivia
cliviaatjes	=	clivia
clix	=	honderdnegenenvijftig
cliënt	noun	iemand die door een jurist bijgestaan wordt
cliëntadministratie	noun	gesystematiseerde verzameling van klantengegevens
cliëntadministraties	=	cliëntadministratie
cliënte	noun	vrouwelijke klant of patiënt
cliënteel	noun	de klanten van een bedrijf
cliëntelen	=	cliënteel
cliëntelisme	noun	maatschappelijk systeem waarbinnen een bemiddeld persoon een groep armen ondersteunt in ruil voor hun politieke steun
cliëntelistisch	adj	met betrekking tot het cliëntelisme
cliëntelistische	=	cliëntelistisch
cliëntelistischer	=	cliëntelistisch
cliëntelistischere	=	cliëntelistisch
cliëntelistischers	=	cliëntelistisch
cliënten	=	cliënt
cliëntenbestand	noun	lijst (met gegevens) van klanten
cliëntenbestanden	=	cliëntenbestand
cliëntenbestandje	=	cliëntenbestand
cliëntenbestandjes	=	cliëntenbestand
cliëntendossier	noun	verzameling documenten en andere vastgelegde informatie betreffende een een cliënt van een zorginstelling
cliëntendossiers	=	cliëntendossier
cliëntendossiertje	=	cliëntendossier
cliëntendossiertjes	=	cliëntendossier
cliëntenorganisatie	noun	vereniging van klanten
cliëntenorganisaties	=	cliëntenorganisatie
cliëntenorganisatietje	=	cliëntenorganisatie
cliëntenorganisatietjes	=	cliëntenorganisatie
cliëntenpopulatie	noun	groep klanten met bepaalde gemeenschappelijke kenmerken
cliëntenpopulaties	=	cliëntenpopulatie
cliëntenpopulatietje	=	cliëntenpopulatie
cliëntenpopulatietjes	=	cliëntenpopulatie
cliëntenprofiel	noun	beschrijving van de gemiddelde eigenschappen van de klanten van een bepaald bedrijf
cliëntenprofielen	=	cliëntenprofiel
cliëntenraad	noun	overlegorgaan van de cliënten van een (zorg)instelling
cliëntenraden	=	cliëntenraad
cliëntenrecht	noun	de wettelijke regeling die de verhouding tussen patiënt en zorginstelling regelt
cliëntenrechten	noun	de rechten die een cliënt van een (zorg)instelling heeft in de relatie met deze (zorg)instelling
cliëntenrekening	noun	rekening waarop gelden gestort worden van een klant
cliëntenrekeningen	=	cliëntenrekening
cliëntenstop	noun	het geen nieuwe cliënten meer aannemen voor behandeling door een zorginstelling
cliëntenstromen	=	cliëntenstroom
cliëntenstroom	noun	het komen en gaan van klanten
cliëntentijd	noun	periode waarin patiënt en hulpverlener daadwerkelijk contact met elkaar hebben
cliëntentijden	=	cliëntentijd
cliëntenverhaal	noun	verslag dat een patiënt maakt over zijn belevingen en ervaringen
cliëntenverhaaltje	=	cliëntenverhaal
cliëntenverhaaltjes	=	cliëntenverhaal
cliëntenverhalen	=	cliëntenverhaal
cliëntenvoorlichting	noun	het informeren van een patiënt over zijn of haar ziekte en behandeling
cliëntenzorg	noun	de zorg die door een instelling aan cliënten wordt geleverd
cliëntes	noun	van de vrouw of organisatie die door een jurist wordt vertegenwoordigd, genitief van "cliënte"
cliëntgegeven	noun	data betreffende een patiënt of een groep patiënten
cliëntgegevens	=	cliëntgegeven
cliëntgericht	adj	gericht op de behoeftes en belangen van de patiënt
cliëntgerichte	=	cliëntgericht
cliëntgerichter	=	cliëntgericht
cliëntgerichtere	=	cliëntgericht
cliëntgerichters	=	cliëntgericht
cliëntgerichtheid	noun	het gericht zijn op de belangen en wensen van de patiënt en daarna handelen
cliëntgerichts	=	cliëntgericht
cliëntgerichtst	=	cliëntgericht
cliëntgerichtste	=	cliëntgericht
cliëntje	=	cliënt
cliëntjes	=	cliënt
cliëntondersteuning	noun	het helpen bij de versterking van de zelfredzaamheid van een patiënt
cliëntondersteuningen	=	cliëntondersteuning
cliëntparticipatie	noun	de actieve deelname van een patiënt aan de behandeling of het behandelingsproces
cliëntparticipaties	=	cliëntparticipatie
cliëntsatisfactie	noun	de tevredenheid van een patiënt over de wijze waarop hij of zij is behandeld
cliëntsatisfacties	=	cliëntsatisfactie
cliëntschap	noun	de manier waarop men de rol van patiënt invult
cliëntschappen	=	cliëntschap
cliëntstromen	=	cliëntstroom
cliëntstroom	noun	het komen en gaan van klanten
cliëntsysteem	noun	groep onderling samenhangende patiënten waarop een beroepsbeoefenaar zijn dienstverlening richt
cliëntsystemen	=	cliëntsysteem
cliënttevredenheid	noun	de mate waarin cliënten tevreden zijn
cliëntvolgsysteem	noun	administratief systeem dat dient om het beloop van de conditie van een patiënt in de loop van de tijd te monitoren
cliëntvolgsystemen	=	cliëntvolgsysteem
cliëntvriendelijk	adj	rekening houdend met het gemak voor de patiënt
cliëntvriendelijke	=	cliëntvriendelijk
cliëntvriendelijker	=	cliëntvriendelijk
cliëntvriendelijkere	=	cliëntvriendelijk
cliëntvriendelijkers	=	cliëntvriendelijk
cliëntvriendelijks	=	cliëntvriendelijk
cliëntvriendelijkst	=	cliëntvriendelijk
cliëntvriendelijkste	=	cliëntvriendelijk
cloaca	noun	de gecombineerde darm- en urineuitgang bij bepaalde diersoorten
cloaca's	=	cloaca
cloacadier	noun	benaming voor dieren uit de taxonomische groep (orde) Monotremata, zoogdieren die eieren leggen
cloacadieren	noun	een taxonomische orde Monotremata van zoogdieren die eieren leggen en één lichaamsopening hebben voor zowel urine als poep
cloaker	noun	persoon die zich goed weet te verbergen
cloakers	=	cloaker
cloakingtechniek	noun	methode waarbij zoekrobots andere informatie krijgen van een website dan reguliere bezoeker; het is een methode die in strijd is met de richtlijnen van zoekmachines voor webmasters
cloakingtechnieken	=	cloakingtechniek
clochard	noun	een Franse en m.n.
clochardje	=	clochard
clochards	=	clochard
cloche	noun	hoog bol dameshoedje
cloches	=	cloche
cloisonnisme	noun	een door het symbolisme beïnvloede postimpressionistische schilderstijl
cloisonné	noun	een techniek van emailleren, waarbij men geplette draad in bepaalde motieven of figuren op een metalen ondergrond bevestigt
clonidine	noun	een medicijn dat onder andere de bloedvaten verwijdt en de bloeddruk verlaagt
clonidinen	=	clonidine
clonisch	adj	ritmisch samentrekkend
clonische	=	clonisch
clonischer	=	clonisch
clonischere	=	clonisch
clonischers	=	clonisch
clop	=	klop
close	adj	in zeer direct contact met elkaar staand
close-up	noun	foto- of video-opname waarbij het opgenomen object dicht bij het objectief lijkt te zijn
close-upje	=	close-up
close-upjes	=	close-up
close-upopname	noun	foto of film die men van een zeer korte afstand maakt zodat men een sterk uitvergroot beeld krijgt
close-upopnamen	=	close-upopname
close-upopnames	=	close-upopname
close-ups	=	close-up
closeharmonykoor	noun	kleine groep zangers die met verschillende stemmen zingen met of zonder instrumentale begeleiding
closeharmonykoortje	=	closeharmonykoor
closeharmonykoortjes	=	closeharmonykoor
closeharmonykoren	=	closeharmonykoor
closer	=	close
closere	=	close
closereadingmethode	noun	vorm van literaire kritiek die zich toelegt op een minutieuze lezing van de tekst zelf, zonder gebruik te maken van biografische of andere extra-literaire informatie
closereadingmethoden	=	closereadingmethode
closereadingmethodes	=	closereadingmethode
closers	=	close
closes	=	close
closest	=	close
closeste	=	close
closet	noun	toilet [1], wc [1]
closetborstel	noun	steel die aan één uiteinde bolvormig is bezet met stugge haren, bestemd op een toiletpot schoon te vegen
closetborstelhouder	noun	de houder (vaak een potje) waarin je een toiletborstel bewaart om deze hygiënisch op te bergen
closetborstelhouders	=	closetborstelhouder
closetborstelhoudertje	=	closetborstelhouder
closetborstelhoudertjes	=	closetborstelhouder
closetborstels	=	closetborstel
closetborsteltje	=	closetborstel
closetborsteltjes	=	closetborstel
closetbril	noun	een met scharnieren aan de toiletpot bevestigde ovale plaat met een gat erin, waar men op zit tijdens het gebruikmaken van het toilet
closetbrillen	=	closetbril
closetje	=	closet
closetjes	=	closet
closetpapier	noun	wc-papier, toiletpapier, pleepapier, rol papier voor persoonlijke hygiëne in toiletten
closetpapieren	=	closetpapier
closetpapiertje	=	closetpapier
closetpapiertjes	=	closetpapier
closetpot	noun	pot waarin je kunt poepen en plassen
closetpotje	=	closetpot
closetpotjes	=	closetpot
closetpotten	=	closetpot
closetrol	noun	rol closetpapier, rol wc-papier.
closetrolhouder	noun	accessoire in een toilet waaraan men een rol toiletpapier kan hangen zodat het toiletpapier makkelijk kan worden afgerold voor gebruik
closetrolhouders	=	closetrolhouder
closetrolhoudertje	=	closetrolhouder
closetrolhoudertjes	=	closetrolhouder
closetrollen	=	closetrol
closetrolletje	=	closetrol
closetrolletjes	=	closetrol
closets	=	closet
closetzitting	noun	met scharnieren aan de toiletpot bevestigde ovale plaat met een gat erin, waar men op zit tijdens het gebruikmaken van het toilet
closetzittingen	=	closetzitting
closetzittinkje	=	closetzitting
closetzittinkjes	=	closetzitting
clou	noun	meest wezenlijke of belangrijke deel, waar het allemaal om gaat
cloud	noun	computernetwerk waarbij allerlei gegevens op aanvraag beschikbaar worden gesteld (meestal via internet), terwijl de eindgebruiker niet weet op hoeveel of welke server(s) de applicatie draait of waar die servers precies staan
cloudbased	adj	gebruikmakend van externe, met het internet verbonden, servers
cloudbaseds	=	cloudbased
cloudclubbing	noun	het virtueel bezoeken van een nachtclub via het internet
cloudcomputing	noun	gebruik van computerprogramma's en computerdiensten die draaien op externe, via het internet bereikbare servers
clouddienst	noun	dienstverlening die geleverd wordt door externe servers die bereikbaar zijn via het internet
clouddiensten	=	clouddienst
cloudgebaseerd	adj	gebruikmakend van externe, met het internet verbonden, servers
cloudgebaseerde	=	cloudgebaseerd
cloudgebaseerds	=	cloudgebaseerd
cloudje	=	cloud
cloudjes	=	cloud
cloudkluis	noun	beveiligde ruimte op een externe server, die verbonden is met het internet, waar men gevoelige informatie veilig kan bewaren
cloudkluisje	=	cloudkluis
cloudkluisjes	=	cloudkluis
cloudkluizen	=	cloudkluis
cloudmigratie	noun	overstappen van lokale servers naar externe, via het internet bereikbare servers
cloudmigraties	=	cloudmigratie
cloudomgeving	noun	ICT systeem dat werk met externe, via het internet bereikbare servers
cloudomgevingen	=	cloudomgeving
cloudoplossing	noun	ICT-dienst die gebruik maakt van externe, via het internet bereikbare servers
cloudoplossingen	=	cloudoplossing
cloudopslag	noun	het opslaan van computergegevens in de cloud
cloudopslagen	=	cloudopslag
clouds	=	cloud
cloudservice	noun	een dienst die geleverd wordt met behulp van externe servers die bereikbaar zijn via het internet
cloudservices	=	cloudservice
clous	=	clou
cloutje	=	clou
cloutjes	=	clou
clown	noun	komische wit geschminkte artiest, oorspronkelijk uit het circus
clownachtig	adj	als van een clown
clownachtige	=	clownachtig
clownachtiger	=	clownachtig
clownachtigere	=	clownachtig
clownachtigers	=	clownachtig
clownachtigs	=	clownachtig
clownachtigst	=	clownachtig
clownachtigste	=	clownachtig
clownbotia	noun	Chromobotia macracanthus een straalvinnige uit de familie van de modderkruipers (Cobitidae)
clownbotia's	=	clownbotia
clownerie	noun	gedrag, streek als van een potsenmaker
clownerietje	=	clownerie
clownerietjes	=	clownerie
clownerieën	=	clownerie
clownesk	adj	als, van een clown
clowneske	=	clownesk
clownesker	=	clownesk
clowneskere	=	clownesk
clowneskers	=	clownesk
clownesks	=	clownesk
clowneskst	=	clownesk
clowneskste	=	clownesk
clownneus	noun	rode dopneus, waarmee clowns zich uitdossen
clownneusje	=	clownneus
clownneusjes	=	clownneus
clownneuzen	=	clownneus
clowns	=	clown
clownsduo	noun	twee samenwerkende clowns die samen één act hebben
clownsduo's	=	clownsduo
clownseczeem	noun	een algemeen voorkomende huidaandoening rond de mond die gepaard gaat met rode, jeukende plekken van enkele millimeters groot
clownseczemen	=	clownseczeem
clownsneus	noun	rode dopneus, waarmee clowns zich uitdossen
clownsneusje	=	clownsneus
clownsneusjes	=	clownsneus
clownsneuzen	=	clownsneus
clownspak	noun	het pak dat iemand draagt die zich als clown verkleedt
clownspakje	=	clownspak
clownspakjes	=	clownspak
clownspakken	=	clownspak
clownspiet	noun	helper van Sinterklaas die als clown is geschminkt
clownspieten	=	clownspiet
clownspietje	=	clownspiet
clownspietjes	=	clownspiet
clownsvink	noun	informele naam voor een soort kleine zangvogel
clownsvinken	=	clownsvink
clownsvinkje	=	clownsvink
clownsvinkjes	=	clownsvink
clownsvis	noun	bepaalde soort kleine vis (Amphiprion ocellaris)
clownsvisje	=	clownsvis
clownsvisjes	=	clownsvis
clownsvissen	=	clownsvis
clowntje	=	clown
clowntjes	=	clown
clownvis	noun	bepaalde soort kleine vis (Amphiprion ocellaris) uit het geslacht Amphiprion (anemoonvissen) die in tropische koraalriffen leeft
clownvisje	=	clownvis
clownvisjes	=	clownvis
clownvissen	=	clownvis
club	noun	clubfauteuil
clubaanvoerder	noun	leider van een sportteam
clubaanvoerders	=	clubaanvoerder
clubachtig	adj	lijkend op zoals het in een club is, gezellig, knus
clubachtige	=	clubachtig
clubachtiger	=	clubachtig
clubachtigere	=	clubachtig
clubachtigers	=	clubachtig
clubachtigs	=	clubachtig
clubachtigst	=	clubachtig
clubachtigste	=	clubachtig
clubactie	noun	activiteit waarmee men geld inzamelt voor een sport club
clubacties	=	clubactie
clubactietje	=	clubactie
clubactietjes	=	clubactie
clubarts	noun	medicus die zorg draagt voor de medische begeleiding van de sporters van een sportclub
clubartsen	=	clubarts
clubavond	noun	vaste avond waarop de leden van een club elkaar ontmoeten
clubavonden	=	clubavond
clubavondje	=	clubavond
clubavondjes	=	clubavond
clubbe	=	clubben
clubbeheerder	noun	persoon die zorgt voor de dagelijkse administratie van een sportclub
clubbeheerders	=	clubbeheerder
clubbelang	noun	dat wat belangrijk is voor een sportvereniging
clubbelangen	=	clubbelang
clubben	verb	uigaan en dansen in een nachtclub
clubbend	=	clubben
clubbende	=	clubben
clubbesturen	=	clubbestuur
clubbestuur	noun	de leiding van een sportclub
clubbestuurder	noun	lid van het bestuur van een sportclub
clubbestuurders	=	clubbestuurder
clubbibliotheek	noun	boekenverzameling van een club
clubbibliotheken	=	clubbibliotheek
clubbijeenkomst	noun	bijeenkomst van de leden van een vereniging
clubbijeenkomsten	=	clubbijeenkomst
clubbijeenkomstje	=	clubbijeenkomst
clubbijeenkomstjes	=	clubbijeenkomst
clubblaadje	=	clubblad
clubblaadjes	=	clubblad
clubblad	noun	een tijdschrift van een club of vereniging
clubbladen	=	clubblad
clubbokaal	noun	wedstrijdbeker die een clubkampioen krijgt als teken van zijn of haar overwinning
clubbokaaltje	=	clubbokaal
clubbokaaltjes	=	clubbokaal
clubbokalen	=	clubbokaal
clubcard	noun	identiteitsbewijs voor supporters van een voetbalclub die men nodig heeft om kaarten voor voetbalwedstrijden te kunnen kopen.
clubcardje	=	clubcard
clubcardjes	=	clubcard
clubcards	=	clubcard
clubcircuit	noun	de wereld van de nachtclubs
clubcircuits	=	clubcircuit
clubcoach	noun	trainer en sportief leider van een sportclub
clubcoaches	=	clubcoach
clubcompetitie	noun	serie wedstrijden binnen één club
clubcompetities	=	clubcompetitie
clubculturen	=	clubcultuur
clubcultuur	noun	gedrag, normen en waarden die gebruikelijk zijn binnen een bepaalde sportclub
clubdag	noun	feestelijke dag waarop een club allerlei activiteiten organiseert voor de leden en de niet-leden
clubdagen	=	clubdag
clubdagje	=	clubdag
clubdagjes	=	clubdag
clubdas	noun	een sjaal die aangeeft van welke sportclub je een fan bent
clubdasje	=	clubdas
clubdasjes	=	clubdas
clubdassen	=	clubdas
clubde	=	clubben
clubden	=	clubben
clubeigenaar	noun	iemand die een sportclub bezit
clubeigenaars	=	clubeigenaar
clubeigenaren	=	clubeigenaar
clubembleem	noun	een grafisch teken dat als beeldmerk voor een sportclub
clubemblemen	=	clubembleem
clubfauteuil	noun	lage en brede met leer bedekte zetel voor heren
clubfauteuils	=	clubfauteuil
clubfunding	noun	de financiering van een sportclub door de leden van die club zelf
clubgebonden	adj	van iets of iemand dat het nauw verbonden is met één bepaalde sportclub
clubgebondener	=	clubgebonden
clubgebondeners	=	clubgebonden
clubgebondens	=	clubgebonden
clubgebondenst	=	clubgebonden
clubgebondenste	=	clubgebonden
clubgebouw	noun	gebouw waar leden van een club regelmatig bijeenkomen
clubgebouwen	=	clubgebouw
clubgebouwtje	=	clubgebouw
clubgebouwtjes	=	clubgebouw
clubgeest	noun	het gevoel bij elkaar te horen dat mensen hebben die lid zijn van een (sport)club
clubgenoot	noun	iemand die lid is van dezelfde sportclub
clubgenootje	=	clubgenoot
clubgenootjes	=	clubgenoot
clubgenote	noun	vrouw die van dezelfde sportvereniging lid is
clubgenoten	=	clubgenoot
clubgenotes	=	clubgenote
clubgeschiedenis	noun	het bestaan van een club tot nu toe
clubgeschiedenissen	=	clubgeschiedenis
clubgevoel	noun	de verbondenheid en liefde die men voelt voor een bepaalde sportvereniging
clubhistorie	noun	de geschiedenis van een sportclub
clubhit	noun	een plaat die populair is in het clubcircuit
clubhitje	=	clubhit
clubhitjes	=	clubhit
clubhitten	=	clubhit
clubhouse	noun	housemuziek zoals gedraaid wordt in clubs
clubhuis	noun	Een gebouw waar een of meer clubs gevestigd zijn.
clubhuisje	=	clubhuis
clubhuisjes	=	clubhuis
clubhuiswerk	noun	het organiseren van activiteiten voor jongeren en andere doelgroepen in een gebouw met verschillende localen voor verschillende recreatieve activiteiten
clubhuiswerken	=	clubhuiswerk
clubhuizen	=	clubhuis
clubiconen	=	clubicoon
clubicoon	noun	bekend, symbolisch persoon voor een vereniging
clubicoontje	=	clubicoon
clubicoontjes	=	clubicoon
clubje	=	club
clubjes	=	club
clubkaart	noun	een persoonsgebonden kaart die je de mogelijkheid geeft om kaartjes te kopen voor wedstrijden van een sportclub (meestal een voetbalclub)
clubkaarten	=	clubkaart
clubkaartje	=	clubkaart
clubkaartjes	=	clubkaart
clubkampioen	noun	de winnaar van een clubkampioenschap, de beste sporter van een sportvereniging
clubkampioenen	=	clubkampioen
clubkas	noun	de financiële bezittingen van een (sport)vereniging
clubkassen	=	clubkas
clubkleding	noun	verenigingskleding voor sportclubs
clubkleur	noun	de herkenningskleur van een (sport)club
clubkleuren	=	clubkleur
clubkleurtje	=	clubkleur
clubkleurtjes	=	clubkleur
clubleden	=	clublid
clubleider	noun	aanvoerder van een club; hoogste functionaris bij een club
clubleiders	=	clubleider
clubleiding	noun	het bestuur van een club
clubleidingen	=	clubleiding
clubleidinkje	=	clubleiding
clubleidinkjes	=	clubleiding
clubleven	noun	alle activiteit en drukte die betrekking heeft op een vereniging
clublid	noun	persoon die na ballotage is toegelaten tot een club.
clublidje	=	clublid
clublidjes	=	clublid
clublied	noun	een bepaald lied dat vaak gezongen of ten gehore wordt gebracht tijdens bijeenkomsten van een club of vereniging
clublieden	=	clubman
clubliederen	=	clublied
clubliedje	=	clublied
clubliedjes	=	clublied
clubliefde	noun	de positieve emotionele band die men voelt voor één bepaalde sportclub
clubliefdes	=	clubliefde
clublokaal	noun	ruimte waarin de leden van een sportclub of andere vereniging bijeen kunnen komen
clublokalen	=	clublokaal
clublui	=	clubman
clubman	noun	mannelijk lid is van een club
clubmanager	noun	persoon die toezicht houdt op de dagelijkse gang van zaken binnen de club en ervoor zorgt dat alle activiteiten soepel verlopen
clubmanagers	=	clubmanager
clubmannen	=	clubman
clubmannetje	=	clubman
clubmannetjes	=	clubman
clubmuziek	noun	dansmuziek die men speelt in nachtclubs
clubnaam	noun	de naam waaronder een sportclub bekend staat
clubnamen	=	clubnaam
clubnieuws	noun	nieuwsbericht betreffende (sport)clubs
clubniveau	noun	in de context van één club
clubniveaus	=	clubniveau
cluborgaan	noun	blad dat wordt uitgegeven voor en door de leden van een (sport)club
cluborgaantje	=	cluborgaan
cluborgaantjes	=	cluborgaan
cluborganen	=	cluborgaan
clubpas	noun	een identiteitsbewijs dat aangeeft dat iemand lid is van een besloten vereniging
clubpasje	=	clubpas
clubpasjes	=	clubpas
clubpassen	=	clubpas
clubrecord	noun	de beste prestatie die ooit is geleverd door een lid van een bepaalde sportclub
clubrecords	=	clubrecord
clubrit	noun	tocht gemaakt door en gereden met leden van een sportclub
clubritje	=	clubrit
clubritjes	=	clubrit
clubritten	=	clubrit
clubs	=	club
clubsandwich	noun	sandwich, bestaande uit drie sneetjes brood, twee lagen beleg en een cocktailprikker
clubsandwiches	=	clubsandwich
clubsandwichje	=	clubsandwich
clubsandwichjes	=	clubsandwich
clubscene	noun	het wereldje van de mensen die nachtclubs bezoeken en exploiteren
clubscenes	=	clubscene
clubsjaal	noun	sjaal die gedragen wordt door supporters van een sportclub; sjaal met het logo van een sportclub
clubsjaals	=	clubsjaal
clubsjaaltje	=	clubsjaal
clubsjaaltjes	=	clubsjaal
clubspeler	noun	sporter die in wedstrijden uitkomt voor een sportvereniging
clubspelers	=	clubspeler
clubt	=	clubben
clubteam	noun	team dat uitkomt voor een sportclub
clubteams	=	clubteam
clubtenue	noun	kleding die hoort bij één bepaalde sportclub, het kan hier gaan om kleding die gedragen wordt tijdens het sporten maar het kan ook gaan om kleding die buiten het sportveld wordt gedragen
clubtenues	=	clubtenue
clubtenuetje	=	clubtenue
clubtenuetjes	=	clubtenue
clubtopscorer	noun	iemand die heel veel doelpunten heeft gemaakt voor een bepaalde club
clubtopscorers	=	clubtopscorer
clubtrainer	noun	oefenmeester die verbonden is bij een sportvereniging
clubtrainers	=	clubtrainer
clubtrance	noun	luchtige variant van trance
clubtrances	=	clubtrance
clubtrancetje	=	clubtrance
clubtrancetjes	=	clubtrance
clubverband	noun	samen met andere leden van een sportvereniging
clubverbanden	=	clubverband
clubvoetbal	noun	voetbal waarbij elftallen van verschillende voetbalverenigingen tegen elkaar spelen
clubvoorzitter	noun	de hoogste leidinggevende van een sportclub
clubvoorzitters	=	clubvoorzitter
clubwedstrijd	noun	wedstrijd tussen twee clubs
clubwedstrijden	=	clubwedstrijd
clubwedstrijdje	=	clubwedstrijd
clubwedstrijdjes	=	clubwedstrijd
clubwinkel	noun	winkel die uitsluitend verkoopt aan leden van die club
clubwinkels	=	clubwinkel
clubwinkeltje	=	clubwinkel
clubwinkeltjes	=	clubwinkel
cluniacenzer	noun	een katholieke monnikenorde, gesticht in Cluny te Frankrijk rond het jaar 1000.	adj	betreffende de kloosterorde der cluniacenzers.
cluniacenzers	=	cluniacenzer
cluppie	=	club
cluppies	=	club
clusiafamilie	noun	een familie Clusiaceae (ofwel Guttiferae: beide namen zijn toegestaan) van tweezaadlobbige kruidachtige planten, heesters, bomen en lianen.
clusiafamilietje	=	clusiafamilie
cluster	noun	compacte groep van gelijksoortige objecten, verschijnselen, klanken etc.
clusteranalyse	noun	het classificeren of het groeperen in clusters of klassen van objecten op grond van hun kenmerken
clusteranalysen	=	clusteranalyse
clusteranalyses	=	clusteranalyse
clusterbom	noun	bom die zich boven de grond verdeelt in kleinere bommen die zelf ook weer ontploffen
clusterbommen	=	clusterbom
clusterbommetje	=	clusterbom
clusterbommetjes	=	clusterbom
clusterde	=	clusteren
clusterden	=	clusteren
clustere	=	clusteren
clusteren	verb	verschillende objecten samenvoegen in één of meer groepen
clusterend	=	clusteren
clusterende	=	clusteren
clusterfuck	noun	probleem dat juist verder wordt verergerd doordat meerdere mensen er tegelijkertijd elk op hun eigen manier aan proberen te werken, zonder dat ze daarbij goed samenwerken en/of zich op elkaar afstemmen
clusterfuckje	=	clusterfuck
clusterfuckjes	=	clusterfuck
clusterfucks	=	clusterfuck
clusterhoofdpijn	noun	een neurologische aandoening die zich uit in hevige hoofdpijn die enkele uren duurt en in periodes herhaaldelijk optreedt
clusterhoofdpijnen	=	clusterhoofdpijn
clustering	noun	bundeling van veel kleine eenheden tot één grotere eenheid
clusteringen	=	clustering
clustermunitie	noun	munitie waaruit bij ontploffing kleinere explosieven vrijkomen die zich wijd verspreiden.
clusters	=	cluster
clustert	=	clusteren
clustertje	=	cluster
clustertjes	=	cluster
clustervlieg	noun	Pollenia rudis een vliegensoort uit de familie van de bromvliegen (Calliphoridae).
clustervliegen	=	clustervlieg
clustervliegje	=	clustervlieg
clustervliegjes	=	clustervlieg
clutch	noun	kleine damestas zonder riem die men in de hand draagt
clutches	=	clutch
cluttercore	noun	rommelige, bomvolle, kleurrijke interieurstijl waarbij men mag pronken met verzamelingen
clv	=	honderdvijfenvijftig
clvi	=	honderdzesenvijftig
clvii	=	honderdzevenenvijftig
clviii	=	honderdachtenvijftig
clx	=	honderdzestig
clxi	=	honderdeenenzestig
clxii	=	honderdtweeënzestig
clxiii	=	honderddrieënzestig
clxiv	=	honderdvierenzestig
clxix	=	honderdnegenenzestig
clxv	=	honderdvijfenzestig
clxvi	=	honderdzesenzestig
clxvii	=	honderdzevenenzestig
clxviii	=	honderdachtenzestig
clxx	=	honderdzeventig
clxxi	=	honderdeenenzeventig
clxxii	=	honderdtweeënzeventig
clxxiii	=	honderddrieënzeventig
clxxiv	=	honderdvierenzeventig
clxxix	=	honderdnegenenzeventig
clxxv	=	honderdvijfenzeventig
clxxvi	=	honderdzesenzeventig
clxxvii	=	honderdzevenenzeventig
clxxviii	=	honderdachtenzeventig
clxxx	=	honderdtachtig
clxxxi	=	honderdeenentachtig
clxxxii	=	honderdtweeëntachtig
clxxxiii	=	honderddrieëntachtig
clxxxiv	=	honderdvierentachtig
clxxxix	=	honderdnegenentachtig
clxxxv	=	honderdvijfentachtig
clxxxvi	=	honderdzesentachtig
clxxxvii	=	honderdzevenentachtig
clxxxviii	=	honderdachtentachtig
clymenedolfijn	noun	Stenella clymene De Clymenedolfijn (Stenella clymene, soms ook Stenella metis en Stenella normalis) is een dolfijn uit de Atlantische Oceaan
clymenedolfijnen	=	clymenedolfijn
clymenedolfijntje	=	clymenedolfijn
clymenedolfijntjes	=	clymenedolfijn
clysma	=	klysma
cm	=	negenhonderd
cmi	=	negenhonderdeen
cmii	=	negenhonderdtwee
cmiii	=	negenhonderddrie
cmiv	=	negenhonderdvier
cmix	=	negenhonderdnegen
cml	=	negenhonderdvijftig
cmli	=	negenhonderdeenenvijftig
cmlii	=	negenhonderdtweeënvijftig
cmliii	=	negenhonderddrieënvijftig
cmliv	=	negenhonderdvierenvijftig
cmlix	=	negenhonderdnegenenvijftig
cmlv	=	negenhonderdvijfenvijftig
cmlvi	=	negenhonderdzesenvijftig
cmlvii	=	negenhonderdzevenenvijftig
cmlviii	=	negenhonderdachtenvijftig
cmlx	=	negenhonderdzestig
cmlxi	=	negenhonderdeenenzestig
cmlxii	=	negenhonderdtweeënzestig
cmlxiii	=	negenhonderddrieënzestig
cmlxiv	=	negenhonderdvierenzestig
cmlxix	=	negenhonderdnegenenzestig
cmlxv	=	negenhonderdvijfenzestig
cmlxvi	=	negenhonderdzesenzestig
cmlxvii	=	negenhonderdzevenenzestig
cmlxviii	=	negenhonderdachtenzestig
cmlxx	=	negenhonderdzeventig
cmlxxi	=	negenhonderdeenenzeventig
cmlxxii	=	negenhonderdtweeënzeventig
cmlxxiii	=	negenhonderddrieënzeventig
cmlxxiv	=	negenhonderdvierenzeventig
cmlxxix	=	negenhonderdnegenenzeventig
cmlxxv	=	negenhonderdvijfenzeventig
cmlxxvi	=	negenhonderdzesenzeventig
cmlxxvii	=	negenhonderdzevenenzeventig
cmlxxviii	=	negenhonderdachtenzeventig
cmlxxx	=	negenhonderdtachtig
cmlxxxi	=	negenhonderdeenentachtig
cmlxxxii	=	negenhonderdtweeëntachtig
cmlxxxiii	=	negenhonderddrieëntachtig
cmlxxxiv	=	negenhonderdvierentachtig
cmlxxxix	=	negenhonderdnegenentachtig
cmlxxxv	=	negenhonderdvijfentachtig
cmlxxxvi	=	negenhonderdzesentachtig
cmlxxxvii	=	negenhonderdzevenentachtig
cmlxxxviii	=	negenhonderdachtentachtig
cmv	=	negenhonderdvijf
cmvi	=	negenhonderdzes
cmvii	=	negenhonderdzeven
cmviii	=	negenhonderdacht
cmx	=	negenhonderdtien
cmxc	=	negenhonderdnegentig
cmxci	=	negenhonderdeenennegentig
cmxcii	=	negenhonderdtweeënnegentig
cmxciii	=	negenhonderddrieënnegentig
cmxciv	=	negenhonderdvierennegentig
cmxcix	=	negenhonderdnegenennegentig
cmxcv	=	negenhonderdvijfennegentig
cmxcvi	=	negenhonderdzesennegentig
cmxcvii	=	negenhonderdzevenennegentig
cmxcviii	=	negenhonderdachtennegentig
cmxi	=	negenhonderdelf
cmxii	=	negenhonderdtwaalf
cmxiii	=	negenhonderddertien
cmxiv	=	negenhonderdveertien
cmxix	=	negenhonderdnegentien
cmxl	=	negenhonderdveertig
cmxli	=	negenhonderdeenenveertig
cmxlii	=	negenhonderdtweeënveertig
cmxliii	=	negenhonderddrieënveertig
cmxliv	=	negenhonderdvierenveertig
cmxlix	=	negenhonderdnegenenveertig
cmxlv	=	negenhonderdvijfenveertig
cmxlvi	=	negenhonderdzesenveertig
cmxlvii	=	negenhonderdzevenenveertig
cmxlviii	=	negenhonderdachtenveertig
cmxv	=	negenhonderdvijftien
cmxvi	=	negenhonderdzestien
cmxvii	=	negenhonderdzeventien
cmxviii	=	negenhonderdachttien
cmxx	=	negenhonderdtwintig
cmxxi	=	negenhonderdeenentwintig
cmxxii	=	negenhonderdtweeëntwintig
cmxxiii	=	negenhonderddrieëntwintig
cmxxiv	=	negenhonderdvierentwintig
cmxxix	=	negenhonderdnegenentwintig
cmxxv	=	negenhonderdvijfentwintig
cmxxvi	=	negenhonderdzesentwintig
cmxxvii	=	negenhonderdzevenentwintig
cmxxviii	=	negenhonderdachtentwintig
cmxxx	=	negenhonderddertig
cmxxxi	=	negenhonderdeenendertig
cmxxxii	=	negenhonderdtweeëndertig
cmxxxiii	=	negenhonderddrieëndertig
cmxxxiv	=	negenhonderdvierendertig
cmxxxix	=	negenhonderdnegenendertig
cmxxxv	=	negenhonderdvijfendertig
cmxxxvi	=	negenhonderdzesendertig
cmxxxvii	=	negenhonderdzevenendertig
cmxxxviii	=	negenhonderdachtendertig
cnv	noun	Christelijk VakvVerbond een van de Nederlandse vakverbonden
co	noun	iemand met wie je samen een bedrijf hebt Werd vroeger veel gebruikt in de vorm "& co" als deel van een bedrijfsnaam
co-educatie	noun	gemeenschappelijke opvoeding van en gemeenschappelijk onderwijs aan leden van beide seksen
co-emissie	noun	uitstoot van koolmonoxide
co-emissies	=	co-emissie
co-enzym	noun	onderdeel van een eiwit dat een eiwit- of meer bepaaldelijk een enzymreactie veroorzaakt
co-enzymen	=	co-enzym
co-evolutie	noun	evolutionair proces waarbij de ontwikkeling van een organisme wordt beïnvloed door de ontwikkeling van een ander organisme
co-evoluties	=	co-evolutie
co-existeer	=	co-existeren
co-existeerde	=	co-existeren
co-existeerden	=	co-existeren
co-existeert	=	co-existeren
co-existent	adj	naast elkaar bestaand
co-existente	=	co-existent
co-existenter	=	co-existent
co-existentere	=	co-existent
co-existenters	=	co-existent
co-existentie	noun	het naast elkaar bestaan
co-existents	=	co-existent
co-existentst	=	co-existent
co-existentste	=	co-existent
co-existere	=	co-existeren
co-existeren	verb	naast elkaar (vredig) bestaan
co-existerend	=	co-existeren
co-existerende	=	co-existeren
co-extinctie	noun	uitsterven van organismen door het verdwijnen van andere soorten
co-extincties	=	co-extinctie
co-extrusie	noun	een vormgevingstechniek waarbij twee of meer soorten vervormbaar materiaal door een matrijs geperst worden
co-extrusies	=	co-extrusie
co-melder	noun	apparaat dat een melding geeft als er koolmonoxide in de lucht wordt waargenomen
co-melders	=	co-melder
co-operatie	=	coöperatie
co-ouder	noun	elk van de twee ouders die zonder samen te wonen, voor hun kind of kinderen zorgen
co-ouders	=	co-ouder
co-ouderschap	noun	verdeling van het ouderschap tussen de beide ouders na een echtscheiding
co-ouderschappen	=	co-ouderschap
co-piloot	=	copiloot
co-president	noun	Iemand die samen met iemand anders de voorzitter of direkteur is.
co-presidenten	=	co-president
co-probleem	noun	moeilijkheid bij een auto die niet door de APK-keuring komt omdat de CO uitstoot te hoog is
co-problemen	=	co-probleem
co-vergiftiging	noun	een vergiftiging ten gevolge van verhoogde concentraties koolstofmonoxide in het bloed
co-vergiftigingen	=	co-vergiftiging
co-vergiftigingetje	=	co-vergiftiging
co-vergiftigingetjes	=	co-vergiftiging
coa	noun	certificaat van echtheid
coa's	=	coa
coach	noun	iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
coache	=	coachen
coachee	noun	iemand die door een coach wordt begeleid
coachees	=	coachee
coachen	verb	instructies en leiding geven aan een sportteam of sporter
coachend	=	coachen
coachende	=	coachen
coaches	=	coach
coachgesprek	noun	gesprek met een begeleider dat erop gericht is iemand in positieve zin te veranderen
coachgesprekken	=	coachgesprek
coaching	noun	het coachen
coachinggesprek	noun	gesprek dat erop gericht is iemand in positieve zin te veranderen
coachinggesprekken	=	coachinggesprek
coachingsboek	noun	boek dat gericht is op zelfhulp en persoonlijke ontwikkeling, en dat expertise deelt om lezers te helpen bij het bereiken van doelen, het veranderen van gedrag of het vergroten van inzicht.
coachingsboeken	=	coachingsboek
coachingsboekje	=	coachingsboek
coachingsboekjes	=	coachingsboek
coachingsessie	noun	samenkomst in het kader van een begeleiding die erop gericht is iemand in positieve zin te ontwikkelen
coachingsessies	=	coachingsessie
coachingsgesprek	noun	gesprek dat erop gericht is iemand in positieve zin te veranderen
coachingsgesprekken	=	coachingsgesprek
coachingstraject	noun	een serie begeleidingsbijeenkomsten waarin men een positieve verandering bij iemand wil bereiken
coachingstrajecten	=	coachingstraject
coachingsvaardigheden	=	coachingsvaardigheid
coachingsvaardigheid	noun	vaardigheid in het begeleiden van anderen
coachingtraject	noun	een serie begeleidingsbijeenkomsten waarin men een positieve verandering bij iemand wil bereiken
coachingtrajecten	=	coachingtraject
coachje	=	coach
coacht	=	coachen
coachte	=	coachen
coachten	=	coachen
coactie	noun	fenomeen waarbij een persoon beter presteert bij het uitvoeren van een taak in het bijzijn van anderen dan alleen
coactief	adj	met gebruik maken van geweld dus door coactie
coactiefs	=	coactief
coactiefst	=	coactief
coactiefste	=	coactief
coacties	=	coactie
coactietje	=	coactie
coactietjes	=	coactie
coactieve	=	coactief
coactiever	=	coactief
coactievere	=	coactief
coactievers	=	coactief
coadjutor	noun	hulpbisschop (Rooms-Katholieke Kerk)
coadjutoren	=	coadjutor
coadjutors	=	coadjutor
coagulatie	noun	stolling
coagulaties	=	coagulatie
coaguleer	=	coaguleren
coaguleerde	=	coaguleren
coaguleerden	=	coaguleren
coaguleert	=	coaguleren
coagulere	=	coaguleren
coaguleren	verb	een proces van uitvlokking doen ondergaan
coagulerend	=	coaguleren
coagulerende	=	coaguleren
coalescentie	noun	de eigenschap dat dingen zich samenvoegen of samensmelten
coalescenties	=	coalescentie
coalitie	noun	verbond van twee of meer partijen, mogendheden of staten om een gemeenschappelijk doel te bereiken
coalitieakkoord	noun	akkoord waaraan een regeringscoalitie zich dient te houden
coalitieakkoorden	=	coalitieakkoord
coalitieakkoordje	=	coalitieakkoord
coalitieakkoordjes	=	coalitieakkoord
coalitiebelang	noun	iets wat in het belang is van een bestuurlijke samenwerking tussen verschillende politieke partijen
coalitiebelangen	=	coalitiebelang
coalitieberaad	noun	overleg tussen verschillende politieke partijen die in de regering zitten
coalitieberaadje	=	coalitieberaad
coalitieberaadjes	=	coalitieberaad
coalitieberaden	=	coalitieberaad
coalitiebespreking	noun	een overleg tussen twee of meer politieke partijen met als doel afspraken te maken over de vorming van een nieuw bestuur, zoals een nieuw landelijk kabinet of een lokaal gemeentebestuur.
coalitiebesprekingen	=	coalitiebespreking
coalitiebesprekinkje	=	coalitiebespreking
coalitiebesprekinkjes	=	coalitiebespreking
coalitiedwang	noun	verplichting om vóór voorstellen van de regering te stemmen door leden van de fracties in de Tweede-Kamer die deelnemen aan een coalitieregering
coalitiefractie	noun	een van de fracties in de volksvertegenwoordiging die de regering steunt
coalitiefracties	=	coalitiefractie
coalitiegenoot	noun	politieke partij waarmee men samen een regering vormt
coalitiegenoten	=	coalitiegenoot
coalitiekabinet	noun	de ministers en de premier van een kabinet komen uit meer dan één politieke partij
coalitiekabinetje	=	coalitiekabinet
coalitiekabinetjes	=	coalitiekabinet
coalitiekabinetten	=	coalitiekabinet
coalitieland	noun	staat die behoort tot de groep staten die ergens gezamenlijk militair ingrijpen
coalitielanden	=	coalitieland
coalitieleden	=	coalitielid
coalitieleider	noun	leider van een verbond
coalitieleiders	=	coalitieleider
coalitielid	noun	iets of iemand die deel uitmaakt van een politiek of militair samenwerkingsverband
coalitiemeerderheden	=	coalitiemeerderheid
coalitiemeerderheid	noun	een meerderheid in de coalitie
coalitieoorlog	noun	oorlog tussen één land en een samenwerkingsverband van een aantal andere landen
coalitieoorlogen	=	coalitieoorlog
coalitieoorlogje	=	coalitieoorlog
coalitieoorlogjes	=	coalitieoorlog
coalitieoverleg	noun	bespreking tussen verschillende politieke partijen die samen in een regering zitten
coalitieoverleggen	=	coalitieoverleg
coalitiepartij	noun	een van de partijen die meeregeert
coalitiepartijen	=	coalitiepartij
coalitiepartijtje	=	coalitiepartij
coalitiepartijtjes	=	coalitiepartij
coalitiepartner	noun	elk van de politieke partijen die samen een regeringscoalitie vormen
coalitiepartners	=	coalitiepartner
coalitieplan	noun	voorgenomen handelingen van een regering die bestaat uit verschillende politieke partijen
coalitieplannen	=	coalitieplan
coalitieplannetje	=	coalitieplan
coalitieplannetjes	=	coalitieplan
coalitiepolitiek	noun	politieke samenwerking tussen verschillende partijen die samen een bestuur kunnen vormen dat kan rekenen op de meerderheid in de volksvertegenwoordiging
coalitieregering	noun	een regering die gevormd is uit meer dan één politieke partij
coalitieregeringen	=	coalitieregering
coalitieregerinkje	=	coalitieregering
coalitieregerinkjes	=	coalitieregering
coalities	=	coalitie
coalitietje	=	coalitie
coalitietop	noun	de leiders van een verbond
coalitietoppen	=	coalitietop
coalitieverband	noun	in het kader van een verbond
coalitieverbanden	=	coalitieverband
coalitieverhouding	noun	verwijst naar de balans, samenstelling en onderlinge krachtsverhoudingen tussen de politieke partijen die samenwerken om een regering of een bestuur te vormen.
coalitieverhoudingen	=	coalitieverhouding
coalitieverhoudinkje	=	coalitieverhouding
coalitieverhoudinkjes	=	coalitieverhouding
coalitievorming	noun	het ontstaan van een samenwerkingsverband tussen twee of meer politieke partijen om samen een regering of bestuur te vormen
coalitievormingen	=	coalitievorming
coassistent	noun	een student geneeskunde die stage loopt in een ziekenhuis
coassistente	noun	een vrouwelijke coassistent
coassistenten	=	coassistent
coassistentes	=	coassistente
coassistentetje	=	coassistente
coassistentetjes	=	coassistente
coassistentje	=	coassistent
coassistentjes	=	coassistent
coassistentschap	noun	het coassistent zijn
coassistentschappen	=	coassistentschap
coaster	noun	vrachtschip kleiner dan 1800 Bruto Register Ton (1 BRT = 2,83 m³)
coasters	=	coaster
coastertje	=	coaster
coastertjes	=	coaster
coat	=	coaten
coate	=	coaten
coaten	verb	een deklaag aanbrengen
coatend	=	coaten
coatende	=	coaten
coating	noun	een mengsel van stoffen dat, als bescherming, op verschillende producten gestreken kan worden
coatings	=	coating
coatte	=	coaten
coatten	=	coaten
coauteur	noun	iemand die samen met iemand anders een boek schrijft
coauteurs	=	coauteur
coauteurtje	=	coauteur
coax	noun	verkorting van coaxkabel een kabel met twee elektrische geleiders, één in het midden en de tweede als een koker daaromheen
coaxaal	=	coaxiaal
coaxen	=	coax
coaxiaal	adj	cilindrisch om elkaar heen, met een gemeenschappelijke as
coaxiaals	=	coaxiaal
coaxiaalst	=	coaxiaal
coaxiaalste	=	coaxiaal
coaxiale	=	coaxiaal
coaxialer	=	coaxiaal
coaxialere	=	coaxiaal
coaxialers	=	coaxiaal
coaxkabel	noun	een asymmetrische kabel waarvan de twee geleiders cilindrisch om elkaar heen geconstrueerd zijn met een diëlektricum (isolatiemateriaal) ertussen waarbij de buitenmantel afschermt tegen externe storende invloeden
coaxkabels	=	coaxkabel
coaxkabeltje	=	coaxkabel
coaxkabeltjes	=	coaxkabel
cobalamine	noun	vitamine B12
cobalaminen	=	cobalamine
cobalamines	=	cobalamine
cobalaminetje	=	cobalamine
cobalaminetjes	=	cobalamine
cobia's	noun	een familie Rachycentridae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
cobot	noun	robot die samenwerkt met een mens
cobotje	=	cobot
cobotjes	=	cobot
cobots	=	cobot
cobra	noun	verscheidene geslachten van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae).
cobra's	=	cobra
cobraatje	=	cobra
cobraatjes	=	cobra
coca	noun	bepaald soort plant, Erythroxylum coca die zijn oorsprong vindt in Zuid-Amerika en die groeit op grotere hoogte, waarvan een aftreksel van de bladeren in Zuid-Amerika, met name in Bolivia en Peru wordt gekauwd als middel tegen hoogteziekte en als stimulans voor arbeiders in de mijnbouw
coca's	=	coca
coca-cola	noun	koolzuurhoudende donkerbruine frisdrank (embleem van de Amerikaanse droom), ook geschikt om vastgeroeste moeren los te krijgen
coca-cola's	=	coca-cola
coca-colaatje	=	coca-cola
coca-colaatjes	=	coca-cola
coca-colafles	noun	fles waarin cola van het merk Coca-Cola wordt verkocht
coca-colaflesje	=	coca-colafles
coca-colaflesjes	=	coca-colafles
coca-colaflessen	=	coca-colafles
cocablaadje	=	cocablad
cocablaadjes	=	cocablad
cocablad	noun	Erythroxylum coca blad van de cocaplant waaruit cocaïne geproduceerd kan worden
cocabladen	=	cocablad
cocabladeren	=	cocablad
cocablaren	=	cocablad
cocaboer	noun	boer die cocaplanten verbouwt
cocaboeren	=	cocaboer
cocaboertje	=	cocaboer
cocaboertjes	=	cocaboer
cocarde	=	kokarde
cocaïne	noun	een drug die bereid wordt uit de bladeren van de coca die euforie en ongevoeligheid voor pijn veroorzaakt en leidt tot verslaving
cocaïnebaron	noun	iemand die rijk geworden is in de cocaïnehandel
cocaïnebaronnen	=	cocaïnebaron
cocaïnebaronnetje	=	cocaïnebaron
cocaïnebaronnetjes	=	cocaïnebaron
cocaïnebarons	=	cocaïnebaron
cocaïnebende	noun	misdaadorganisatie die cocaïne verhandelt
cocaïnebenden	=	cocaïnebende
cocaïnebendes	=	cocaïnebende
cocaïnebol	noun	oraal, rectaal of vaginaal ingebrachte capsules gevuld met cocaïne die gebruikt worden door drugskoeriers
cocaïnebollen	=	cocaïnebol
cocaïnebolletje	=	cocaïnebol
cocaïnebolletjes	=	cocaïnebol
cocaïnedealer	noun	persoon die in cocaïne verkoopt aan eindgebruikers
cocaïnedealers	=	cocaïnedealer
cocaïnegebruik	noun	het tot zich nemen van cocaïne
cocaïnegebruiker	noun	persoon die cocaïne gebruikt als genotsmiddel
cocaïnegebruikers	=	cocaïnegebruiker
cocaïnehandel	noun	handel in cocaïne
cocaïnehandelaar	noun	persoon die cocaïne inkoopt en verkoopt
cocaïnehandelaars	=	cocaïnehandelaar
cocaïnehandelaren	=	cocaïnehandelaar
cocaïnekleding	noun	kledingmerken die inspelen op de esthetiek of de 'lifestyle' rondom de drugswereld (zoals het merk Cocaine & Caviar).
cocaïnelijn	noun	route waarlangs cocaïne gesmokkeld en verhandeld wordt
cocaïnelijnen	=	cocaïnelijn
cocaïnemaffia	noun	maffia die geld verdient met cocaïnehandel
cocaïnemaffia's	=	cocaïnemaffia
cocaïneorgie	noun	losbandig feest waar de gasten cocaïne gebruiken
cocaïneorgies	=	cocaïneorgie
cocaïneorgietje	=	cocaïneorgie
cocaïneorgietjes	=	cocaïneorgie
cocaïneorgieën	=	cocaïneorgie
cocaïneorgiën	=	cocaïneorgie
cocaïnesmokkel	noun	op illegale manier cocaïne van het ene naar het andere land vervoeren
cocaïnesmokkels	=	cocaïnesmokkel
cocaïnesyndicaat	noun	syndicaat dat duidelijk commerciële doeleinden nastreeft met de exploitatie van cocaïne
cocaïnesyndicaten	=	cocaïnesyndicaat
cocaïnevangst	noun	het onderscheppen van een handel in cocaïne
cocaïnevangsten	=	cocaïnevangst
cocaïnezaak	noun	strafzaak rond de handel en smokkel in cocaïne
cocaïnezaakje	=	cocaïnezaak
cocaïnezaakjes	=	cocaïnezaak
cocaïnezaken	=	cocaïnezaak
cocceiaan	=	coccejaan
coccejaan	noun	aanhanger van Johannes Coccejus; aanhanger van een meer vrijzinnige stroming binnen de gereformeerde staatskerk
coccejanen	=	coccejaan
cocci	=	coccus
coccidiose	noun	een parasitaire infectie van het maag-darmkanaal van dieren die wordt veroorzaakt door eencellige organismen (protozoa), in dit geval door parasieten van de orde Coccidia
coccus	noun	bolvormige bacterie
cochabambaboomgors	noun	Compsospiza garleppi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).Het is een bedreigde, endemische vogelsoort uit Bolivia.
cochabambaboomgorsje	=	cochabambaboomgors
cochabambaboomgorsjes	=	cochabambaboomgors
cochabambaboomgorzen	=	cochabambaboomgors
cochamierklauwier	noun	Thamnophilus praecox een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
cochamierklauwieren	=	cochamierklauwier
cochamierklauwiertje	=	cochamierklauwier
cochamierklauwiertjes	=	cochamierklauwier
cochenille	noun	een rode kleurstof die wordt gewonnen uit een soort schildluis, de Cochenilleluis, Dactylopius coccus Costa
cochenilleluis	noun	Dactylopius coccus afkomstig uit Zuid-Amerika en Mexico en wordt gekweekt om zijn karmijnrode kleurstof.
cochenilleluisje	=	cochenilleluis
cochenilleluisjes	=	cochenilleluis
cochenilleluizen	=	cochenilleluis
cochenilles	=	cochenille
cochleair	adj	het slakkenhuis (de cochlea), onderdeel van het binnenoor, betreffend
cochleaire	=	cochleair
cochleairs	=	cochleair
cochlospermum	noun	een geslacht Cochlospermum van bomen uit de familie Bixaceae.
cochoa	noun	Cochoa een geslacht van vogels uit de familie van de lijsters (Turdidae).
cochoa's	=	cochoa
cochoaatje	=	cochoa
cochoaatjes	=	cochoa
cochonnet	noun	kleine, houten balletje dat de doelbal is waarop de petanquespelers mikken
cochonnetje	=	cochonnet
cochonnetjes	=	cochonnet
cochonnetten	=	cochonnet
cockerpoe	noun	hondenras dat een kruising is tussen een poedel en een cockerspaniël
cockerpoes	=	cockerpoe
cockerspaniël	noun	jachthond van een bepaald ras met lange oren
cockerspaniëls	=	cockerspaniël
cockney	noun	inwoner van Londen uit de arbeidersklasse, vooral noordoostelijk van de Tower Bridge en de Theems
cockneys	=	cockney
cockpit	noun	ruimte voor de bestuurder in vliegtuig, boot of raceauto
cockpitbemanning	noun	team dat verantwoordelijk is voor het besturen van een vliegtuig
cockpitbemanningen	=	cockpitbemanning
cockpitje	=	cockpit
cockpitjes	=	cockpit
cockpits	=	cockpit
cockpitvoicerecorder	noun	heel stevig apparaat dat de gesprekken in de cockpit opneemt en bewaart, ook als het vliegtuig neerstort
cockpitvoicerecorders	=	cockpitvoicerecorder
cockring	noun	een om de penis gedragen ring van metaal, rubber, leer of siliconen, waardoor een erectie behouden blijft
cockringen	=	cockring
cockrings	=	cockring
cocktail	noun	drankje bestaande uit gemixte, veelal alcoholische dranken
cocktailbar	noun	café waar men gespecialiseerd is in het maken van drankjes bestaande uit gemixte alcoholische dranken
cocktailbars	=	cocktailbar
cocktaileffect	noun	het verschijnsel dat een cocktail meer kan zijn dan de som van zijn componenten
cocktaileffecten	=	cocktaileffect
cocktailglas	noun	een drinkglas met een steel en een wijde, puntvormige kelk
cocktailglazen	=	cocktailglas
cocktailjapon	noun	korte, feestelijke avondjapon
cocktailjaponnen	=	cocktailjapon
cocktailjurk	noun	korte, feestelijke avondjurk
cocktailjurken	=	cocktailjurk
cocktailjurkje	=	cocktailjurk
cocktailjurkjes	=	cocktailjurk
cocktailparty	noun	feest waar cocktails geserveerd worden
cocktailparty's	=	cocktailparty
cocktailpartyeffect	noun	het effect dat men zich kan focussen op een bepaald geluid, woord of gesprek, zelfs als er veel ruis om hem heen is (in de vorm van het lawaai dat andere gasten veroorzaken)
cocktailpartyeffecten	=	cocktailpartyeffect
cocktailpartyhouding	noun	het vermogen van de menselijke hersenen om zich te concentreren op één specifieke spreker of geluidsbron, terwijl er in een lawaaiige omgeving (zoals een feestje, café of drukke receptie) tegelijkertijd veel andere gesprekken en geluiden te horen zijn
cocktailpartyhoudingen	=	cocktailpartyhouding
cocktailpartyhoudinkje	=	cocktailpartyhouding
cocktailpartyhoudinkjes	=	cocktailpartyhouding
cocktailpartyprobleem	noun	het moeilijk kunnen verstaan van gesprekken als er veel achtergrondgeluiden zijn
cocktailpartyproblemen	=	cocktailpartyprobleem
cocktailprikker	noun	aanvankelijk prikker waaraan men een vrucht (olijf, kers e.d.) bevestigt die in een cocktailglas gestoken wordt
cocktailprikkers	=	cocktailprikker
cocktailprikkertje	=	cocktailprikker
cocktailprikkertjes	=	cocktailprikker
cocktails	=	cocktail
cocktailsaus	noun	saus gemaakt van lobbig geslagen ongezoete room, ketchup, paprikapoeder, sherry, cognac, gembersiroop, citroensap, peper en zout
cocktailsausen	=	cocktailsaus
cocktailsausje	=	cocktailsaus
cocktailsauzen	=	cocktailsaus
cocktailshaker	noun	afsluitbare mengbeker voor het maken van cocktails
cocktailshakers	=	cocktailshaker
cocktailtje	=	cocktail
cocktailtjes	=	cocktail
coco	=	kokos
cocoamuisspecht	noun	Xiphorhynchus susurrans een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
cocoamuisspechten	=	cocoamuisspecht
cocoamuisspechtje	=	cocoamuisspecht
cocoamuisspechtjes	=	cocoamuisspecht
cocommentator	noun	iemand waarmee samen een (wedstrijd)verslag maakt
cocommentatoren	=	cocommentator
cocommentators	=	cocommentator
cocon	noun	Verpakking van poppen, de overgangsvorm tussen larve en volwassen insect.
coconnetje	=	cocon
coconnetjes	=	cocon
cocons	=	cocon
cocoon	=	cocoonen
cocoonde	=	cocoonen
cocoonden	=	cocoonen
cocoone	=	cocoonen
cocoonen	verb	lekker rustig thuis blijven en je niet laten storen door de buitenwereld
cocoonend	=	cocoonen
cocoonende	=	cocoonen
cocooning	noun	het zich terugtrekken in de veilige huiselijke sfeer; het zich afsluiten van de boze buitenwereld
cocoonings	=	cocooning
cocoont	=	cocoonen
cocoonvaccinatie	noun	vaccinatie van alle volwassenen in de omgeving van kinderen die zelf nog te jong zijn om gevaccineerd te worden
cocoonvaccinaties	=	cocoonvaccinatie
cocoseilands	adj	op de Cocoseilanden betrekking hebbend
cocoseilandse	=	cocoseilands
cocosgent	noun	Sula brewsteri een zeevogel uit de familie Sulidae (genten).
cocosgenten	=	cocosgent
cocosgentje	=	cocosgent
cocosgentjes	=	cocosgent
cocoskoekoek	noun	Coccyzus ferrugineus een vogel uit de familie van de koekoeken.
cocoskoekoeken	=	cocoskoekoek
cocoskoekoekje	=	cocoskoekoek
cocoskoekoekjes	=	cocoskoekoek
cocostiran	noun	Nesotriccus ridgwayi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
cocostirannen	=	cocostiran
cocostirannetje	=	cocostiran
cocostirannetjes	=	cocostiran
cocosvink	noun	Pinaroloxias inornata een van de zogenaamde darwinvinken, zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
cocosvinken	=	cocosvink
cocosvinkje	=	cocosvink
cocosvinkjes	=	cocosvink
cocosvliegenpikker	noun	Nesotriccus ridgwayi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
cocosvliegenpikkers	=	cocosvliegenpikker
cocosvliegenpikkertje	=	cocosvliegenpikker
cocosvliegenpikkertjes	=	cocosvliegenpikker
cocotte	noun	ronde of ovale, vuurvaste en met een deksel afsluitbare schaal of pan voor het braden van gevogelte
cocottes	=	cocotte
cocreatie	noun	een vorm van samenwerking, waarbij alle deelnemers invloed hebben op het proces en het resultaat van dit proces, zoals een plan, advies of product
cocreaties	=	cocreatie
coda	noun	het deel van een muzikale compositie dat zich na de climax van het stuk afspeelt, ofwel de eindsectie van een compositie aanduidt
coda's	=	coda
code	noun	geheimschrift, versleuteling zoals bijv. een dagboekcode
code-tabaksblat	noun	een gedragscode voor beursgenoteerde bedrijven met als doel verbeterde transparantie in de jaarrekening, betere verantwoording aan de raad van commissarissen en een versterking van de zeggenschap en bescherming van aandeelhouders (aanpassingen: code-Frijns (2008), code-Van Manen (2016))
codebericht	noun	een mededeling in geheimschrift
codeberichten	=	codebericht
codeboek	noun	document dat de codes en betekenis ervan beschrijft
codeboeken	=	codeboek
codeboekje	=	codeboek
codeboekjes	=	codeboek
codec	noun	soft- of hardware die toelaat data te coderen/decoderen of te comprimeren/decomprimeren
codecisie	noun	het recht om samen met anderen ergens over te beslissen
codecs	=	codec
codeer	=	coderen
codeerde	=	coderen
codeerden	=	coderen
codeerder	noun	iets of iemand die gegevens omzet in een al dan niet geheime code
codeerders	=	codeerder
codeermachine	noun	een machine om een boodschap in geheimschrift te coderen
codeermachines	=	codeermachine
codeert	=	coderen
codeertang	noun	handmatig apparaat dat gebruikt wordt om snel kleine etiketten te bedrukken en op producten te plakken
codenaam	noun	naam voor iemand of iets, gegeven om de werkelijke identiteit of werkzaamheden geheim te houden
codenaampje	=	codenaam
codenaampjes	=	codenaam
codenamen	=	codenaam
codenummer	noun	unieke combinatie van cijfers en/of letters die gebruikt wordt om iets duidelijk te herkennen of aan te duiden
codenummers	=	codenummer
codenummertje	=	codenummer
codenummertjes	=	codenummer
codere	=	coderen
coderekening	noun	een bankrekening waarvan het moeilijk is te bepalen wie de eigenaar is
coderekeningen	=	coderekening
coderen	verb	in een code brengen
coderend	=	coderen
coderende	=	coderen
codering	noun	het coderen
coderingen	=	codering
coderingssysteem	noun	methode om waarnemingen te classificeren
coderingssystemen	=	coderingssysteem
coderinkje	=	codering
coderoodinflatie	noun	het minder waarde hechten aan een waarschuwing omdat deze (te) vaak (onnodig) is afgegeven
coderoodinflaties	=	coderoodinflatie
codes	=	code
codesysteem	noun	manier op bepaalde gegevens op een uitleesbare manier op te slaan
codesysteempje	=	codesysteem
codesysteempjes	=	codesysteem
codesystemen	=	codesysteem
codetaal	noun	eigen communicatiemiddel binnen bepaalde groepen door het hanteren van codes die alleen binnen die groep betekenis hebben
codetaaltje	=	codetaal
codetaaltjes	=	codetaal
codetalen	=	codetaal
codetelegram	noun	telegram in geheimschrift
codetelegrammen	=	codetelegram
codetje	=	code
codetjes	=	code
codeur	noun	iemand die codeert (gegevens in code overbrengt dan wel software schrijft)
codeurs	=	codeur
codewisseling	noun	een bepaalde vorm van taalmenging, waarbij tijdens een gesprek tussen twee of meer gesprekspartners schijnbaar willekeurig van de ene op de andere taal wordt overgeschakeld
codewisselingen	=	codewisseling
codewoord	noun	een van te voren afgesproken woord dat een speciale, vaak geheime, betekenis heeft
codewoorden	=	codewoord
codewoordje	=	codewoord
codex	noun	bewaard gebleven oud handschrift
codeïne	noun	de 3-monomethylether van morfine, een alkaloïde dat gevonden wordt in opium in concentraties tussen 0,7 tot 2,5 procent
codices	=	codex
codicil	noun	onderhands, dat wil zeggenn door de opsteller zelf handgeschreven en ondertekend stuk, waarin door de erflater bepaalde goederen en rechten kunnen worden vermaakt bij overlijden, vaak als bijvoegsel bij een testament.
codicillen	=	codicil
codicilletje	=	codicil
codicilletjes	=	codicil
codicils	=	codicil
codiciltje	=	codicil
codiciltjes	=	codicil
codicologen	=	codicoloog
codicologie	noun	kennis en leer van oude handschriften, handschriftkunde
codicoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de kennis en leer van oude handschriften
codicoloogje	=	codicoloog
codicoloogjes	=	codicoloog
codificatie	noun	op schrift gesteld recht, waaraan de overheid exclusieve werking verleent
codificaties	=	codificatie
codificeer	=	codificeren
codificeerde	=	codificeren
codificeerden	=	codificeren
codificeert	=	codificeren
codificere	=	codificeren
codificeren	verb	in wettekst vastleggen
codificerend	=	codificeren
codificerende	=	codificeren
codille	noun	verlies bij omberen	adj|figurative	reddeloos verloren zijn
codirecteur	noun	iemand die samen met iemand anders de baas van een organisatie of onderneming is
codirecteuren	=	codirecteur
codirecteurs	=	codirecteur
coelacant	noun	benaming voor vissen uit de orde Latimerioidei
coelacanten	noun	een familie Latimeriidae van zeldzame kwastvinnige vissen waartoe twee nog levende soorten behoren, die beide in het geslacht Latimeria vallen: de gewone coelacant (Latimeria chalumnae) uit het westen van de Indische Oceaan, en de Indonesische coelacant (Latimeria menadoensis) uit de kustwateren rond Celebes.
coelacanth	=	coelacant
coeliakie	noun	een ongeneeslijke stofwisselingsziekte die veroorzaakt wordt door een glutenintolerantie
coelte	=	koelte
cofactor	noun	een samengestelde stof, een chemische verbinding, die zelf geen proteïne is, maar die voor de biologische activiteit nodig is van een proteïne
cofactoren	=	cofactor
coffeepad	noun	afgepaste hoeveelheid koffie in kussenvormig filtertje, alleen te gebruiken in speciale koffiezetapparaten
coffeepadje	=	coffeepad
coffeepadjes	=	coffeepad
coffeepads	=	coffeepad
coffeeshop	noun	een gelegenheid waar, naast alcohol en/of koffie ook hasj (illegaal) verkrijgbaar was, een plaats waar (in de loop der jaren) de verkoop van softdrugs oogluikend werd toegestaan danwel gedoogd
coffeeshopbeleid	noun	plan van aanpak betreffende plaatsen waar softdrugs en cannabis worden verkocht
coffeeshophouder	noun	de eigenaar van een gelegenheid waar men softdrugs kan kopen en gebruiken
coffeeshophouders	=	coffeeshophouder
coffeeshopje	=	coffeeshop
coffeeshopjes	=	coffeeshop
coffeeshops	=	coffeeshop
cofferdam	noun	velletje soepel rubber dat wordt gebruikt om bij operaties het werkterrein droog gehouden, vooral gebruikt in de tandheelkunde
cofferdammen	=	cofferdam
coffeïne	noun	een alkaloïde met structuurformule C₈H₁₀N₄O₂ die van nature wordt aangetroffen in koffiebonen en theebladeren, mate (Ilex paraguariensis), guarana (Paullinia cupana) en cacaobonen en een stimulerende werking heeft
cofinanciering	noun	samen met anderen een bijdrage leveren aan een investering
cofinancieringen	=	cofinanciering
cogeneratie	noun	het gebruik van de warmte die vrijkomt bij elektriciteitsopwekking voor bijvoorbeeld productie van warm water, stoom of hete lucht (stadsverwarming)
cogeneraties	=	cogeneratie
cognaat	noun	bloedverwant van moederskant	adj	met dezelfde etymologische herkomst
cognaatje	=	cognaat
cognaatjes	=	cognaat
cognaats	=	cognaat
cognaatst	=	cognaat
cognaatste	=	cognaat
cognac	noun	Franse brandewijn die in en rond Cognac uit wijn gestookt wordt
cognacglaasje	=	cognacglas
cognacglaasjes	=	cognacglas
cognacglas	noun	glas op een steel met een brede buik en een smallere bovenopening waaruit men cognac kan drinken
cognacglazen	=	cognacglas
cognacje	=	cognac
cognacjes	=	cognac
cognackever	noun	insect uit de familie Bolboceratidae van kevers (Coleoptera) in de superfamilie Scarabaeoidea.
cognackevers	noun	Bolboceratidae een familie van kevers (Coleoptera) in de superfamilie Scarabaeoidea.
cognackevertje	=	cognackever
cognackevertjes	=	cognackever
cognackleurig	adj	met een beige, lichtbruine kleur die lijkt op de kleur van cognac
cognackleurige	=	cognackleurig
cognackleurigs	=	cognackleurig
cognacs	=	cognac
cognate	=	cognaat
cognaten	=	cognaat
cognater	=	cognaat
cognatere	=	cognaat
cognaters	=	cognaat
cognitie	noun	het vermogen iets te leren
cognitief	adj	met betrekking tot het leerproces, (kennen)
cognitiefneurowetenschappelijk	adj	alles wat te maken heeft met de combinatie van onderzoek van het brein en onderzoek de mentale processen
cognitiefneurowetenschappelijke	=	cognitiefneurowetenschappelijk
cognitiefneurowetenschappelijker	=	cognitiefneurowetenschappelijk
cognitiefneurowetenschappelijkere	=	cognitiefneurowetenschappelijk
cognitiefneurowetenschappelijkers	=	cognitiefneurowetenschappelijk
cognitiefneurowetenschappelijks	=	cognitiefneurowetenschappelijk
cognitiefneurowetenschappelijkst	=	cognitiefneurowetenschappelijk
cognitiefneurowetenschappelijkste	=	cognitiefneurowetenschappelijk
cognitiefs	=	cognitief
cognitiefst	=	cognitief
cognitiefste	=	cognitief
cognities	=	cognitie
cognitieve	=	cognitief
cognitiever	=	cognitief
cognitievere	=	cognitief
cognitievers	=	cognitief
cognitivisme	noun	tak van de psychologie die zich bezighoudt met de studie van de kennisverwerving en -toepassing
cognossement	noun	eigendomsdocument dat wordt opgesteld en verstrekt door een rederij en is zowel een verklaring dat in de zeevrachtbrief omschreven goederen zijn geladen als een vervoersovereenkomst voor het overzeese vervoer van de lading
cognossementen	=	cognossement
cohabitatie	noun|formal	geslachtsgemeenschap
cohabitaties	=	cohabitatie
cohabiteer	=	cohabiteren
cohabiteerde	=	cohabiteren
cohabiteerden	=	cohabiteren
cohabiteert	=	cohabiteren
cohabitere	=	cohabiteren
cohabiteren	verb|formal	vrijen, geslachtsgemeenschap hebben
cohabiterend	=	cohabiteren
cohabiterende	=	cohabiteren
coherent	adj	met ordelijke samenhang
coherente	=	coherent
coherenter	=	coherent
coherentere	=	coherent
coherenters	=	coherent
coherentie	noun	het coherent zijn, het vertonen van min of meer ordelijke samenhang
coherentietheorie	noun	uitgangspunt dat de waarheid van een oordeel bestaat in de mate van systematische samenhang (=coherentie) waarin het met andere oordelen kan worden gebracht
coherentietheorietje	=	coherentietheorie
coherentietheorietjes	=	coherentietheorie
coherentietheorieën	=	coherentietheorie
coherents	=	coherent
coherentst	=	coherent
coherentste	=	coherent
cohesie	noun	samenhang
cohesief	adj	cohesie bevorderend, cohesie vormend
cohesiefonds	noun	fonds dat tot doel heeft de verschillen in economische ontwikkelingen tussen de lidstaten van een politiek-economische unie gelijk te trekken
cohesiefondsen	=	cohesiefonds
cohesiefs	=	cohesief
cohesiefst	=	cohesief
cohesiefste	=	cohesief
cohesieve	=	cohesief
cohesiever	=	cohesief
cohesievere	=	cohesief
cohesievers	=	cohesief
cohort	noun	oude Romeinse legereenheid van 6 centuries, bij elkaar 480 man
cohorte	noun	oude Romeinse legereenheid van 600 man, verdeeld in een aantal centuries
cohorten	=	cohort
cohortverpleging	noun	geïsoleerde verzorging en verpleging van een groep patiënten met een besmettelijke ziekte op een gesloten afdeling
cohortverplegingen	=	cohortverpleging
cohortverpleginkje	=	cohortverpleging
cohortverpleginkjes	=	cohortverpleging
cohortzorg	noun	zorg voor mensen die in verband met een besmettelijke ziekte geïsoleerd worden verzorgd
cohousing	noun	een alternatieve woonvorm waarbij een groep bewoners in verschillende woningen van meerdere, gemeenschappelijke voorzieningen gebruikmaken
cohozalm	noun	Oncorhynchus kisutch een soort uit de familie der zalmen (Salmonidae).
cohozalmen	=	cohozalm
cohozalmpje	=	cohozalm
cohozalmpjes	=	cohozalm
coiba-agoeti	noun	Dasyprocta coibae knaagdier uit de familie van de agoeti's en acouchy's (Dasyproctidae).
coiba-agoeti's	=	coiba-agoeti
coiba-agoetietje	=	coiba-agoeti
coiba-agoetietjes	=	coiba-agoeti
coibastekelstaart	noun	Cranioleuca dissita een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
coibastekelstaarten	=	coibastekelstaart
coibastekelstaartje	=	coibastekelstaart
coibastekelstaartjes	=	coibastekelstaart
coiffeer	=	coifferen
coiffeerde	=	coifferen
coiffeerden	=	coifferen
coiffeert	=	coifferen
coiffere	=	coifferen
coifferen	verb|formal	haar kappen, opkammen
coifferend	=	coifferen
coifferende	=	coifferen
coiffeur	noun|obsolete	kapper [1], friseur
coiffeurs	=	coiffeur
coiffeurtje	=	coiffeur
coiffeurtjes	=	coiffeur
coiffeuse	noun|formal	vrouwelijke vorm van coiffeur, kapster
coiffeuseje	=	coiffeuse
coiffeusejes	=	coiffeuse
coiffeuses	=	coiffeuse
coiffeusetje	=	coiffeuse
coiffeusetjes	=	coiffeuse
coiffure	noun	de vorm en de manier waarin iemand zijn haar draagt
coiffures	=	coiffure
coil	=	coilen
coilde	=	coilen
coilden	=	coilen
coildraad	noun	draad gebruikt bij het coilen
coildraadje	=	coildraad
coildraadjes	=	coildraad
coildraden	=	coildraad
coile	=	coilen
coilen	verb	behandelen (van een aneurysma oid) met een coil
coilend	=	coilen
coilende	=	coilen
coilt	=	coilen
coimbraspringaap	noun	Callicebus coimbrai primaat uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae).
coimbraspringaapje	=	coimbraspringaap
coimbraspringaapjes	=	coimbraspringaap
coimbraspringapen	=	coimbraspringaap
cointreau	noun	een soort Franse sinaasappellikeur met een alcoholpercentage van ongeveer 40
cointreaus	=	cointreau
cointreautje	=	cointreau
cointreautjes	=	cointreau
coir	noun	kokosvezel
coke	noun	een bruingekleurde frisdrank, cola
cokegebruik	noun	consumptie van cocaïne
cokes	noun	ontgaste steenkool
cokeschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen als ze coke gebruiken in verband met de nadelige effecten van cocateelt en cocaïnehandel op samenleving en natuur
cokesfabriek	noun	fabriek waar men steenkool omzet in de hoogwaardiger cokes
cokesfabrieken	=	cokesfabriek
cokesfabriekje	=	cokesfabriek
cokesfabriekjes	=	cokesfabriek
cokesmokkel	noun	het illegaal exporteren en importeren van cocaïne
col	noun	hoge kraag van een trui
cola	noun	een geslacht Cola dat bestaat uit meer dan honderd soorten bomen die voorkomen in tropisch en zuidelijk Afrika.
cola's	=	cola
cola-tic	noun	koolzuurhoudende bruine frisdrank met een scheut sterke drank zoals rum of jenever
cola-tics	=	cola-tic
colaatje	=	cola
colaatjes	=	cola
colablik	noun	van aluminium verpakking voor cola
colablikje	=	colablik
colablikjes	=	colablik
colablikken	=	colablik
colafles	noun	een fles waarin cola bewaard wordt dan wel werd
colaflesje	=	colafles
colaflesjes	=	colafles
colaflessen	=	colafles
colanootgalwesp	noun	Andricus lignicolus een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
colanootgalwespen	=	colanootgalwesp
colanootgalwespje	=	colanootgalwesp
colanootgalwespjes	=	colanootgalwesp
colataks	noun	belasting op ongezonde sukerhoudende frisdranken met als doel overgewicht te bestrijden
colataksen	=	colataks
colbert	noun	korte herenjas dat een deel is van een kostuum en tegenwoordig ook door vrouwen gedragen kan worden
colbertisme	noun	variant van het mercantilisme in het 17e-eeuwse Frankrijk, die vooral gericht was op bevordering van de export en beperking van de import
colbertjas	noun	korte herenjas dat een deel is van een kostuum en tegenwoordig ook door vrouwen gedragen kan worden
colbertjasje	=	colbertjas
colbertjasjes	=	colbertjas
colbertjassen	=	colbertjas
colbertje	=	colbert
colbertjes	=	colbert
colbertkostuum	noun	nette kleding voor mannen bestaande uit een colbert en een pantalon
colbertkostuums	=	colbertkostuum
colberts	=	colbert
colchicine	noun	uit herfsttijloos Colchicum gewonnen alkaloïde
colchicinen	=	colchicine
colchicines	=	colchicine
coldcaseteam	noun	speciale politiegroep die oude delicten (cold cases) opnieuw onderzoekt
coldcaseteams	=	coldcaseteam
coldpack	noun	een zak met een stof met een hoge soortelijke warmtecapaciteit (bijvoorbeeld ammoniumnitraat of ijs) op lage temperatuur die gebruikt wordt om af te koelen
coldpacks	=	coldpack
coldturkeymethode	noun	afkickmethode voor drugsverslaafden zonder vervangende middelen
coldturkeymethoden	=	coldturkeymethode
coldturkeymethodes	=	coldturkeymethode
colectomie	noun	verwijdering van de dikke darm (het colon)
coleider	noun	iemand die samen met iemand anders de leiding heeft in een klassement
coleiders	=	coleider
coleur	=	kleur
colibacterie	noun	Escherichia coli staafvormige darmbacterie
colibacteriën	=	colibacterie
colimadwerguil	noun	Glaucidium palmarum een vogel uit de familie van de uilen.
colimadwerguilen	=	colimadwerguil
colimadwerguiltje	=	colimadwerguil
colimadwerguiltjes	=	colimadwerguil
colimazanger	noun	Leiothlypis crissalis een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
colimazangers	=	colimazanger
colimazangertje	=	colimazanger
colimazangertjes	=	colimazanger
colitis	noun	ontsteking van de dikke darm
collabeer	=	collaberen
collabeerde	=	collaberen
collabeerden	=	collaberen
collabeert	=	collaberen
collabere	=	collaberen
collaberen	verb	flauwvallen
collaberend	=	collaberen
collaberende	=	collaberen
collaborateur	noun	iemand die samenwerkt, een medewerker
collaborateurs	=	collaborateur
collaborateurtje	=	collaborateur
collaboratie	noun	met anderen werken aan een gemeenschappelijk doel
collaboratief	adj	gericht op samenwerking
collaboratiefs	=	collaboratief
collaboratiefst	=	collaboratief
collaboratiefste	=	collaboratief
collaboraties	=	collaboratie
collaboratieve	=	collaboratief
collaboratiever	=	collaboratief
collaboratievere	=	collaboratief
collaboratievers	=	collaboratief
collaborator	noun	iemand die collaboreert, een medewerker
collaboratoren	=	collaborator
collaborators	=	collaborator
collaboratortje	=	collaborator
collaboratortjes	=	collaborator
collaboratrice	noun	vrouwelijke vorm van collaborateur vrouwelijke vorm van collaborator
collaboratrices	=	collaboratrice
collaboratricetje	=	collaboratrice
collaboratricetjes	=	collaboratrice
collaboreer	=	collaboreren
collaboreerde	=	collaboreren
collaboreerden	=	collaboreren
collaboreert	=	collaboreren
collaborere	=	collaboreren
collaboreren	verb	meewerken, samenwerken
collaborerend	=	collaboreren
collaborerende	=	collaboreren
collage	noun	samenvoeging ('plakken') van verschillende onderdelen tot één kunstwerk
collageachtig	adj	lijkend op een kunstwerk dat bestaat uit knip- en plakwerk uit andere kunstwerken
collageachtige	=	collageachtig
collageachtiger	=	collageachtig
collageachtigere	=	collageachtig
collageachtigers	=	collageachtig
collageachtigs	=	collageachtig
collageachtigst	=	collageachtig
collageachtigste	=	collageachtig
collageen	noun	bindweefselstof, lijmvormend proteïne	adj	lijmvormend
collageens	=	collageen
collagene	=	collageen
collagenen	=	collageen
collages	=	collage
collagetje	=	collage
collagetjes	=	collage
collant	noun	maillot
collantje	=	collant
collantjes	=	collant
collants	=	collant
collaps	noun	flauwvallen
collapsen	=	collaps
collateraal	adj	zijdelings
collateraals	=	collateraal
collateraalst	=	collateraal
collateraalste	=	collateraal
collaterale	=	collateraal
collateraler	=	collateraal
collateralere	=	collateraal
collateralers	=	collateraal
collatie	noun	vergelijking van een afschrift met het origineel of met andere afschriften
collaties	=	collatie
collationeer	=	collationeren
collationeerblokje	noun	zwart, meegedrukt, blokje op de rug van het gevouwen katern van een boek dat dient als controlemiddel voor het compleet zijn van de katernen
collationeerde	=	collationeren
collationeerden	=	collationeren
collationeert	=	collationeren
collationere	=	collationeren
collationeren	verb	vergelijken van twee teksten
collationerend	=	collationeren
collationerende	=	collationeren
collationering	noun	het collationeren
collationeringen	=	collationering
collectant	noun	iemand die geldelijke giften inzamelt, een inzamelaar
collectanten	=	collectant
collecte	noun	een inzameling van geld
collecteapp	noun	computerprogramma waarmee men een gift voor een collecte kan doen
collecteappje	=	collecteapp
collecteappjes	=	collecteapp
collecteapps	=	collecteapp
collectebus	noun	bus waarin bij een collecte geld wordt opgehaald
collectebusje	=	collectebus
collectebusjes	=	collectebus
collectebussen	=	collectebus
collecteer	=	collecteren
collecteerde	=	collecteren
collecteerden	=	collecteren
collecteert	=	collecteren
collecten	=	collecte
collectere	=	collecteren
collecteren	verb	geld inzamelen door rondgang
collecterend	=	collecteren
collecterende	=	collecteren
collectes	=	collecte
collecteschaal	noun	een schaal waarin gecollecteerd wordt
collecteschaaltje	=	collecteschaal
collecteschaaltjes	=	collecteschaal
collecteschalen	=	collecteschaal
collectetje	=	collecte
collectetjes	=	collecte
collecteur	noun	inzamelaar
collecteurs	=	collecteur
collecteurtje	=	collecteur
collecteurtjes	=	collecteur
collectezak	noun	zak aan een lange stok waarin men tijdens de kerkdienst geld kan stoppen om de kerk en andere goede doelen te steunen
collectezakje	=	collectezak
collectezakjes	=	collectezak
collectezakken	=	collectezak
collectie	noun	een verzameling van bij elkaar passende voorwerpen of zaken
collectiebeheerder	noun	iemand die een collectie onder het beheer heeft
collectiebeheerders	=	collectiebeheerder
collectiebeheerdertje	=	collectiebeheerder
collectiebeheerdertjes	=	collectiebeheerder
collectiecentra	=	collectiecentrum
collectiecentrum	noun	belangrijk, centraal kunstdepot
collectiecentrums	=	collectiecentrum
collectief	noun	meerdere groepen die onder één noemer worden aangesproken, groep samenwerkende personen, samenwerkingsverband	adj	voor of als een geheel geldend
collectiefje	=	collectief
collectiefjes	=	collectief
collectiefs	=	collectief
collectiefst	=	collectief
collectiefste	=	collectief
collecties	=	collectie
collectietje	=	collectie
collectietjes	=	collectie
collectieve	=	collectief
collectievelastendruk	noun	het percentage van het bruto inkomen dat men aan belastingen en sociale verzekeringspremies moet betalen
collectieven	=	collectief
collectiever	=	collectief
collectievere	=	collectief
collectievers	=	collectief
collectievorming	noun	het opbouwen van een verzameling (m.n. van boeken en kunstwerken)
collectievormingen	=	collectievorming
collectioneer	=	collectioneren
collectioneerde	=	collectioneren
collectioneerden	=	collectioneren
collectioneert	=	collectioneren
collectionere	=	collectioneren
collectioneren	verb	verzamelen
collectionerend	=	collectioneren
collectionerende	=	collectioneren
collectioneur	noun	iemand die collectioneert (verzamelt), een verzamelaar
collectioneurs	=	collectioneur
collectioneurtje	=	collectioneur
collectioneurtjes	=	collectioneur
collectiva	=	collectivum
collectivisatie	noun	het maken tot gemeenschappelijk eigendom van eerder privé-eigendom
collectivisaties	=	collectivisatie
collectiviseer	=	collectiviseren
collectiviseerde	=	collectiviseren
collectiviseerden	=	collectiviseren
collectiviseert	=	collectiviseren
collectivisere	=	collectiviseren
collectiviseren	verb	tot gemeenschappelijk eigendom maken
collectiviserend	=	collectiviseren
collectiviserende	=	collectiviseren
collectivisering	noun	het collectiviseren
collectiviseringen	=	collectivisering
collectivisme	noun	het stellen van het belang van de gemeenschap boven dat van het individu
collectivismen	=	collectivisme
collectivismes	=	collectivisme
collectivismetje	=	collectivisme
collectivistisch	adj	gericht zijn op de gemeenschap
collectivistische	=	collectivistisch
collectivistischer	=	collectivistisch
collectivistischere	=	collectivistisch
collectivistischers	=	collectivistisch
collectiviteit	noun	een groep die dusdanig groot is, dat niet alle leden interactie met elkaar hebben, maar waarbij nog wel sprake is van gedeelde waarden, doelen en saamhorigheid
collectiviteiten	=	collectiviteit
collectivum	noun	een zelfstandig naamwoord dat, hoewel het enkelvoud is, een veelheid van dingen of zaken aangeeft
collectivumpje	=	collectivum
collectivumpjes	=	collectivum
collector	noun	iets dat of iemand die verzamelt, een verzamelaar
collectoren	=	collector
collectors	=	collector
collega	noun	een persoon die voor hetzelfde bedrijf werkt.
collega's	=	collega
collega's-advocaten	=	collega-advocaat
collega's-hoogleraars	=	collega-hoogleraar
collega's-hoogleraren	=	collega-hoogleraar
collega's-journalisten	=	collega-journalist
collega's-ministers	=	collega-minister
collega-advocaat	noun	iemand die ook advocaat van beroep is
collega-advocaten	=	collega-advocaat
collega-hoogleraar	noun	iemand die net als de eerder genoemde persoon ook een professor is
collega-hoogleraars	=	collega-hoogleraar
collega-hoogleraren	=	collega-hoogleraar
collega-journalist	noun	iemand die ook verslaggever van beroep is
collega-journalisten	=	collega-journalist
collega-minister	noun	iemand die ook minister is
collega-ministers	=	collega-minister
collega-politieagent	noun	iemand die ook politieagent van beroep is
collega-politieagenten	=	collega-politieagent
collegaatje	=	collega
collegaatjes	=	collega
collegae	=	collega
college	noun	bijeenkomst waarin een docent een bepaald onderwerp uitlegt aan studenten
collegebank	noun	zitplaatsen in een collegezaal
collegebanken	=	collegebank
collegebankje	=	collegebank
collegebankjes	=	collegebank
collegebeleid	noun	plan van aanpak zoals door een bestuurlijk college wordt voorgesteld
collegebesluit	noun	beslissing zoals genomen door een bestuurlijk college
collegebesluiten	=	collegebesluit
collegebespreking	noun	het overleg van het dagelijks bestuur van een gemeente, gevormd door de burgemeester en wethouders (B&W).
collegebesprekingen	=	collegebespreking
collegebesprekinkje	=	collegebespreking
collegebesprekinkjes	=	collegebespreking
collegedag	noun	een dag dat een student naar de universiteit of hogeschool gaat om (hoor)colleges te volgen
collegedagen	=	collegedag
collegedictaat	noun	wat tijdens het college werd opgeschreven
collegedictaten	=	collegedictaat
collegegeld	noun	geld dat je moet betalen om een opleiding te volgen in het hoger onderwijs
collegegelden	=	collegegeld
collegegeldverhoging	noun	toename van de vergoeding die een student moet betalen om onderwijs te volgen aan een universiteit
collegegeldverhogingen	=	collegegeldverhoging
collegegeldverhoginkje	=	collegegeldverhoging
collegegeldverhoginkjes	=	collegegeldverhoging
collegejaar	noun	leerjaar in het hoger onderwijs
collegejaren	=	collegejaar
collegekaart	noun	kaart die aantoont dat men collegegeld heeft betaald voor een studie aan universiteit of hogeschool
collegekaarten	=	collegekaart
collegeleden	=	collegelid
collegelid	noun	iemand die lid is van een bestuursorgaan
collegemateriaal	noun	studiemateriaal dat (hoor)colleges op een universiteit of hogeschool ondersteunt
collegematerialen	=	collegemateriaal
collegepartij	noun	partijen die in het gemeentebestuur deelnemen in het college van burgemeester en wethouders
collegepartijen	=	collegepartij
collegepartijtje	=	collegepartij
collegepartijtjes	=	collegepartij
collegeperiode	noun	tijdperk dat een bestuurlijk college aan de macht is
collegeperioden	=	collegeperiode
collegeperiodes	=	collegeperiode
collegeprogramma	noun	beleidsvoornemens van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente
collegeprogramma's	=	collegeprogramma
collegerooster	noun	overzicht met weekdagen en tijden van de colleges
collegeroosters	=	collegerooster
colleges	=	college
collegetje	=	college
collegevergadering	noun	bijeenkomst van de leden van een bestuurlijk college
collegevergaderingen	=	collegevergadering
collegevoorstel	noun	beleidsplan van een bestuurlijk college dat wordt voorgelegd aan de volksvertenwoordiging
collegevoorstellen	=	collegevoorstel
collegevoorzitter	noun	iemand die een bestuursraad leidt
collegevoorzitters	=	collegevoorzitter
collegevorming	noun	het samenstellen van het college van burgemeester en wethouders in een gemeente
collegevormingen	=	collegevorming
collegezaal	noun	een ruimte waarin les wordt gegeven aan studenten
collegezaaltje	=	collegezaal
collegezaaltjes	=	collegezaal
collegezalen	=	collegezaal
collegia	=	collegium
collegiaal	adj	zoals gepast en gebruikelijk is onder goede collega's en gelijken
collegiaals	=	collegiaal
collegiaalst	=	collegiaal
collegiaalste	=	collegiaal
collegiale	=	collegiaal
collegialer	=	collegiaal
collegialere	=	collegiaal
collegialers	=	collegiaal
collegialiteit	noun	eigenschap van beroepsbeoefenaren: dat je je collega’s helpt en ondersteunt wanneer dat nodig is
collegialiteiten	=	collegialiteit
collegium	noun	instantie meestal verbonden met de rooms-katholieke kerk
collen	=	col
colletje	=	col
colletjes	=	col
colli	noun	pakket, verpakkingseenheid
colli's	=	colli
collideer	=	collideren
collideerde	=	collideren
collideerden	=	collideren
collideert	=	collideren
collidere	=	collideren
collideren	verb	botsen zowel in de natuurkundige als in de morele zin van het woord
colliderend	=	collideren
colliderende	=	collideren
collie	noun	Schotse langharige herdershond
collier	noun	halsketting, halsband, halssnoer
colliers	=	collier
colliertje	=	collier
colliertjes	=	collier
collies	=	collie
collietje	=	colli
collietjes	=	colli
collimator	noun	toestel om licht, andere elektromagnetische straling of elementaire deeltjes zo af te buigen dat ze een evenwijdige bundel vormen
collimatoren	=	collimator
collimators	=	collimator
collineair	adj	op één rechte lijn gelegen
collineairder	=	collineair
collineairdere	=	collineair
collineairders	=	collineair
collineaire	=	collineair
collineairs	=	collineair
collineairst	=	collineair
collineairste	=	collineair
collisie	noun	botsing, strijd, conflict
collisies	=	collisie
collo	noun	pakket, verpakkingseenheid
colloblast	noun	kleefcel
colloblasten	=	colloblast
colloblastje	=	colloblast
colloblastjes	=	colloblast
collocatie	noun	min of meer vaste combinatie van woorden
collocaties	=	collocatie
collocationeel	adj	ondergebracht in en geordend volgens een bepaald systeem
collocationeels	=	collocationeel
collocationele	=	collocationeel
collodion	noun	cellulosenitraat met een lage nitreringsgraad, opgelost in een mengsel van ethanol en di-ethylether
collodionen	=	collodion
collodium	noun	cellulosenitraat met een lage nitreringsgraad, opgelost in een mengsel van ethanol en di-ethylether
collootje	=	collo
collootjes	=	collo
colloqueer	=	colloqueren
colloqueerde	=	colloqueren
colloqueerden	=	colloqueren
colloqueert	=	colloqueren
colloquere	=	colloqueren
colloqueren	verb	plaatsen (van rechtswege in een inrichting)
colloquerend	=	colloqueren
colloquerende	=	colloqueren
colloquia	=	colloquium
colloquium	noun	discussiecollege
colloïd	noun	colloïde
colloïdaal	adj	betreffende een vloeibare oplossing met kleine deeltjes erin
colloïdaals	=	colloïdaal
colloïdaalst	=	colloïdaal
colloïdaalste	=	colloïdaal
colloïdale	=	colloïdaal
colloïdaler	=	colloïdaal
colloïdalere	=	colloïdaal
colloïdalers	=	colloïdaal
colloïde	noun	een zeer fijne (lijmachtige) dispersie van de ene fase in de andere die het midden houdt tussen een echte oplossing en een suspensie
colloïden	=	colloïde
colloïdes	=	colloïde
colloïds	=	colloïd
collusie	noun	heimelijke verstandhouding om strafbare feiten verborgen te houden
collusies	=	collusie
collusietje	=	collusie
collusietjes	=	collusie
collusiën	=	collusie
collyrium	noun	oogspoeling
colobomen	=	coloboom
coloboom	noun	zeldzame aandoening waarbij een deel van het oog ontbreekt
colocatie	noun	de eigen server plaatsen in het datacenter of rack van een provider dus het gezamenlijk (co) gebruiken van een locatie
colocaties	=	colocatie
colocolokat	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus colocolo, een kleine gestreepte kat die voorkomt in het westen van Zuid-Amerika, in een gebied dat zich uitstrekt van Ecuador en Chili, over de Andes tot in Argentinië en enkele buurlanden Aangenomen wordt dat hij 's nachts jaagt, met name op kleine zoogdieren en vogels.
colocolokatje	=	colocolokat
colocolokatjes	=	colocolokat
colocolokatten	=	colocolokat
coloconger	noun	een geslacht Coloconger van straalvinnige vissen uit de familie van colocongers (Colocongridae).
colocongers	noun	een familie Colocongridae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes)
colofon	noun	opsomming van de manier waarop een boek tot stand is gekomen
colofonium	noun	vioolhars
colofonnetje	=	colofon
colofons	=	colofon
colombiaan	noun	een inwoner van Colombia of persoon die de Colombiaanse nationaliteit bezit
colombiaans	adj	op Colombia betrekking hebbend
colombiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Colombia, of een vrouw afkomstig uit Colombia
colombiaansen	=	colombiaanse
colombiaanser	=	colombiaans
colombiaansere	=	colombiaans
colombiaansers	=	colombiaans
colombiaanst	=	colombiaans
colombiaanste	=	colombiaans
colombianen	=	colombiaan
colon	noun	karteldarm
colonkanker	noun	darmkanker
colonnade	noun	een rij zuilen die een overdekking draagt
colonnades	=	colonnade
colonne	noun	convooi, rij van militairen of voertuigen in een groot aantal gelederen van kleine frontbreedte
colonnes	=	colonne
colonnetje	=	colon
colonnetjes	=	colon
colonoscopie	noun	dikke darmonderzoek waarbij men met een endoscoop het darmslijmvlies onderzoekt en zo nodig een biopsie kan nemen
colonoscopieën	=	colonoscopie
colons	=	colon
colontje	=	colon
colontjes	=	colon
colopathie	noun	aandoening van de dikke darm
coloradochipmunk	noun	Tamias quadrivittatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
coloradochipmunkje	=	coloradochipmunk
coloradochipmunkjes	=	coloradochipmunk
coloradochipmunks	=	coloradochipmunk
coloradokever	noun	Leptinotarsa decemlineata een kever uit de familie van de bladkevers (Chrysomelidae) van ongeveer 1 cm lang met een geel rugschild dat is voorzien van 10 overlangse zwarte strepen die zich voedt met bladeren en bloemen van planten uit de nachtschadefamilie (o.a. de aardappelplant)
coloradokevers	=	coloradokever
coloradokevertje	=	coloradokever
coloradokevertjes	=	coloradokever
coloradokoorts	noun	bepaalde koorts zonder huiduitslag, als gevolg van besmetting met het virus Coltivirus dermacentoris dat door een beet van de teek Dermacentor andersoni van knaagdieren op mensen kan worden overgebracht
coloradokoortsen	=	coloradokoorts
coloradokoortsje	=	coloradokoorts
coloradokoortsjes	=	coloradokoorts
coloradopad	noun	Incilius alvarius een kikker uit de familie padden (Bufonidae)
coloradopadden	=	coloradopad
coloradopadje	=	coloradopad
coloradopadjes	=	coloradopad
coloradozilverspar	noun	Abies concolor een groenblijvende conifeer uit de dennenfamilie (Pinaceae).
coloradozilversparren	=	coloradozilverspar
coloradozilversparretje	=	coloradozilverspar
coloradozilversparretjes	=	coloradozilverspar
coloraturen	=	coloratuur
coloratuur	noun	een reeks versieringen in de muziek, door cadansen, snelle loopjes, sprongen, korte noten en tremolo's
coloratuursopraan	noun	sopraan die zeer goed is in zang met coloratuur
coloratuursopraantje	=	coloratuursopraan
coloratuursopraantjes	=	coloratuursopraan
coloratuursopranen	=	coloratuursopraan
coloratuurtje	=	coloratuur
coloratuurtjes	=	coloratuur
coloratuurzangeres	noun	zangeres die zeer goed is in zang met coloratuur
coloratuurzangeresje	=	coloratuurzangeres
coloratuurzangeresjes	=	coloratuurzangeres
coloratuurzangeressen	=	coloratuurzangeres
colorblocken	verb	combineren van verschillende uitgesproken en soms ook vloekende kleuren in een outfit
colorblockend	=	colorblocken
colorblockende	=	colorblocken
colorectaal	adj	met betrekking tot de karteldarm en de endeldarm
colorectaals	=	colorectaal
colorectale	=	colorectaal
coloriet	noun	effect van de gezamenlijke kleuren van een kunstwerk
colorieten	=	coloriet
colorist	noun	schilder die zich gespecialiseerd heeft in het gebruik van (felle) kleuren
coloristen	=	colorist
coloristisch	adj	betrekking hebbend op het coloriet
coloristische	=	coloristisch
coloristischer	=	coloristisch
coloristischere	=	coloristisch
coloristischers	=	coloristisch
colorrun	noun	ludieke hardloopwedstrijd waarbij de deelnemers met kleurstoffen worden bespoten
colorruns	=	colorrun
coloscopie	noun	dikke darmonderzoek waarbij men met een endoscoop het darmslijmvlies onderzoekt en zo nodig een biopsie kan nemen
coloscopieën	=	coloscopie
colostrum	noun	de eerste, gelige moedermelk die een baby krijgt die rijk is aan antistoffen en afweercellen
colportage	noun	het colporteren
colportageroman	noun	roman die in afleveringen huis-aan-huis wordt verkocht.
colportageromannetje	=	colportageroman
colportageromannetjes	=	colportageroman
colportageromans	=	colportageroman
colportages	=	colportage
colportagewet	noun	een Nederlandse wet die consumenten beschermt tegen agressieve verkoopmethoden
colportagewetten	=	colportagewet
colporteer	=	colporteren
colporteerde	=	colporteren
colporteerden	=	colporteren
colporteert	=	colporteren
colportere	=	colporteren
colporteren	verb	langs de huizen trachten te verkopen
colporterend	=	colporteren
colporterende	=	colporteren
colporteur	noun	iemand die colporteert
colporteurs	=	colporteur
colporteurtje	=	colporteur
colporteurtjes	=	colporteur
colposcoop	noun	optisch instrument waarmee de baarmoedermond vergroot kan worden waargenomen
colposcoopje	=	colposcoop
colposcoopjes	=	colposcoop
colposcopen	=	colposcoop
colposcopie	noun	onderzoek van de baarmoedermond, waarbij gebruik gemaakt wordt van een colposcoop
cols	=	col
colsjaal	noun	koker van soepel textiel die men om de hals kan dragen Een colsjaal kan verschillende functies hebben: de keel warm houden, de hals minder zichtbaar maken of gewoon versiering.
colsjaals	=	colsjaal
colt	noun	bepaald type revolver van Amerikaanse makelij
coltan	noun	een erts dat de mineralen columbiet en tantaliet bevat
coltje	=	colt
coltjes	=	colt
coltrui	noun	een trui met een col.
coltruien	=	coltrui
coltruitje	=	coltrui
coltruitjes	=	coltrui
colts	=	colt
columbaria	=	columbarium
columbarium	noun	plaats met nissen waarin urnen geplaatst worden
columbariumpje	=	columbarium
columbariumpjes	=	columbarium
columbariums	=	columbarium
columbuskrab	noun	Planes minutus een kleine krab uit de familie Grapsidae, die zeer zelden aanspoelt op de Belgische en de Nederlandse kust
columbuskrabben	=	columbuskrab
columbuskrabbetje	=	columbuskrab
columbuskrabbetjes	=	columbuskrab
column	noun	een kort stukje proza waarin de auteur spits en uitdagend zijn mening ventileert, meestal afgedrukt in een kolom
columnisme	noun	het schrijven van columns
columnist	noun	iemand die een column schrijft
columniste	noun	vrouwelijke stukjes schrijver die een vaste plaats in een krant of tijdschrift heeft
columnisten	=	columnist
columnistes	=	columniste
columnistiek	noun	het schrijven van columns
columnistisch	adj	met betrekking tot het columnisme
columnistische	=	columnistisch
columnistischer	=	columnistisch
columnistischere	=	columnistisch
columnistischers	=	columnistisch
columnistje	=	columnist
columnistjes	=	columnist
columnpje	=	column
columnpjes	=	column
columns	=	column
colère	noun	woede
colères	=	colère
coma	noun	volkomen bewusteloosheid
coma's	=	coma
comaatje	=	coma
comaatjes	=	coma
comadrinken	noun	in korte tijd zo veel drinken, dat men in coma raakt, met name als trend onder jongeren
comadrinkende	=	comadrinken
comadrinker	noun	iemand die zoveel alcohol heeft gedronken dat hij of zij bewusteloos is geraakt
comadrinkers	=	comadrinker
comadrinkertje	=	comadrinker
comadrinkertjes	=	comadrinker
comagezopen	=	comazuipen
comakijken	verb	meerdere afleveringen van een bepaalde televisieserie na elkaar bekijken
comakijkende	=	comakijken
comanche	noun	lid van een indianenvolk uit Noord-Amerika
comanche's	=	comanche
comanches	=	comanche
comapatiënt	noun	patiënt die langdurig diep bewusteloos is
comapatiënten	=	comapatiënt
comapatiëntje	=	comapatiënt
comapatiëntjes	=	comapatiënt
comateus	adj	in volkomen bewusteloosheid
comateust	=	comateus
comateuste	=	comateus
comateuze	=	comateus
comateuzer	=	comateus
comateuzere	=	comateus
comateuzers	=	comateus
comazuip	=	comazuipen
comazuipen	verb	alcohol consumeren totdat men het bewustzijn verliest
comazuipend	=	comazuipen
comazuipende	=	comazuipen
comazuiper	noun	iemand die zoveel alcohol heeft gedronken dat hij of zij bewusteloos is geraakt
comazuipers	=	comazuiper
comazuipertje	=	comazuiper
comazuipertjes	=	comazuiper
combattant	noun	militair, bestemd om aan de strijd deel te nemen
combattanten	=	combattant
combattief	adj	strijdvaardig
combattiefs	=	combattief
combattiefst	=	combattief
combattiefste	=	combattief
combattieve	=	combattief
combattiever	=	combattief
combattievere	=	combattief
combattievers	=	combattief
combi	noun|informal	bundeling van verschillende eenheden of functies in één geheel
combi's	=	combi
combieke	=	combi
combietje	=	combi
combietjes	=	combi
combigroefbij	noun	Lasioglossum intermedium een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
combigroefbijen	=	combigroefbij
combigroefbijtje	=	combigroefbij
combigroefbijtjes	=	combigroefbij
combikaart	noun	een toegangskaart die zowel dient voor een bezoek aan een evenement als voor de reis daarheen met het openbaar vervoer
combikaarten	=	combikaart
combikaartje	=	combikaart
combikaartjes	=	combikaart
combiketel	noun	ketel die voor de verwarming van de woning zorgt en voor het warme water dat uit de kraan komt
combiketels	=	combiketel
combiketeltje	=	combiketel
combiketeltjes	=	combiketel
combikip	noun	kip die gehouden wordt voor zowel de eieren als het vlees
combikippen	=	combikip
combimagnetron	noun	een (hetelucht)oven waarin ook een magnetron verwerkt zit
combimagnetrons	=	combimagnetron
combinatie	noun	het verband tussen begrippen, zaken, etc
combinatief	adj	betrekking hebbend op, berustend op een combinatie als opgevat in de combinatoriek
combinatiefs	=	combinatief
combinatiefst	=	combinatief
combinatiefste	=	combinatief
combinatiekip	noun	kip die gehouden wordt voor zowel de eieren als het vlees
combinatiekippen	=	combinatiekip
combinatieklas	noun	klas in het basisonderwijs waarin leerlingen van twee of meer groepen gezamenlijk onderwijs krijgen
combinatieklassen	=	combinatieklas
combinatieklem	noun	benauwend gevoel dat ontstaat als men teveel dingen tegelijkertijd moet doen
combinatieklemmen	=	combinatieklem
combinatiekorting	noun	heffingskorting voor ouders van een jong kind
combinatiekortingen	=	combinatiekorting
combinatiemogelijkheden	=	combinatiemogelijkheid
combinatiemogelijkheid	noun	de mogelijkheid om verschillende zaken of functies met elkaar te combineren
combinatiepil	noun	tablet waarin twee of meer werkzame stoffen zitten
combinatiepillen	=	combinatiepil
combinatiepilletje	=	combinatiepil
combinatiepilletjes	=	combinatiepil
combinaties	=	combinatie
combinatieslot	noun	een slot dat men kan openen door een bepaalde., geheimgehouden combinatie van cijfers in te voeren
combinatiesloten	=	combinatieslot
combinatieslotje	=	combinatieslot
combinatieslotjes	=	combinatieslot
combinatiespel	noun	een manoeuvre tijdens een teamsport waarbij meerdere spelers betrokken zijn
combinatiespelen	=	combinatiespel
combinatiespellen	=	combinatiespel
combinatietang	noun	werktuig waarmee je zowel op verschillende manieren kan vastknijpen als afknippen
combinatietangen	=	combinatietang
combinatietangetje	=	combinatietang
combinatietangetjes	=	combinatietang
combinatietestament	noun	testament waarbij de langstlevende verschillende keuzes kan maken over de verdeling van de erfenis
combinatietestamenten	=	combinatietestament
combinatietherapie	noun	behandeling waarbij men meerdere medicamenten tegelijkertijd geeft om een beter behandelingsresultaat te krijgen dan men zou bereiken met ieder medicament afzonderlijk
combinatietherapieën	=	combinatietherapie
combinatietje	=	combinatie
combinatietjes	=	combinatie
combinatietonen	=	combinatietoon
combinatietoon	noun	derde toon die meeklinkt bij het ten gehore brengen van twee tonen
combinatietoontje	=	combinatietoon
combinatietoontjes	=	combinatietoon
combinatievaccin	noun	vaccin dat dient ter bescherming tegen 2 of meer ziekteverwekkers
combinatievaccins	=	combinatievaccin
combinatieve	=	combinatief
combinatiever	=	combinatief
combinatievere	=	combinatief
combinatievermogen	noun	het vermogen om te kunnen combineren
combinatievermogens	=	combinatievermogen
combinatievers	=	combinatief
combinatievoetbal	noun	spel waarbij de bal met een hoge freqauentie over kleine afstanden tussen de verschillende spelers wordt gespeeld
combinatoriek	noun	onderdeel van de discrete wiskunde en kansrekening waarin wordt onderzocht welke variaties, permutaties, combinaties de waarden van een eindige verzameling kunnen hebben
combinatorisch	adj	betrekking hebbend op, berustend op een combinatie als opgevat in de combinatoriek
combinatorische	=	combinatorisch
combinatorischer	=	combinatorisch
combinatorischere	=	combinatorisch
combinatorischers	=	combinatorisch
combine	noun	groep wielrenners die tijdens een koers samenwerken om hun meest gevreesde tegenstanders in te halen of voor te blijven
combineer	=	combineren
combineerbaar	adj	te combineren
combineerbaarder	=	combineerbaar
combineerbaardere	=	combineerbaar
combineerbaarders	=	combineerbaar
combineerbaars	=	combineerbaar
combineerbaarst	=	combineerbaar
combineerbaarste	=	combineerbaar
combineerbare	=	combineerbaar
combineerde	=	combineren
combineerden	=	combineren
combineert	=	combineren
combinere	=	combineren
combineren	verb	door elkaar doen
combinerend	=	combineren
combinerende	=	combineren
combines	=	combine
combioven	noun	een elektrische oven gecombineerd met een magnetron in één apparaat
combiovens	=	combioven
combiregeling	noun	regeling waarbij een toegangsbewijs wordt verkocht samen met een vervoersbewijs voor het openbaar vervoer
combiregelingen	=	combiregeling
combiregelingetje	=	combiregeling
combiregelingetjes	=	combiregeling
combistraler	noun	lamp die is gemaakt om een brede oppervlakte tot op een verre afstand te verlichten
combistralers	=	combistraler
combitaks	noun	belasting die iemand moet betalen voor vervoer in een politiebusje als hij of zij is afgevoerd wegens ordeverstoring of openbare dronkenschap
combitaksen	=	combitaks
combo	noun	klein muziekensemble, vaak als begeleiding
combo's	=	combo
combootje	=	combo
combootjes	=	combo
combustibel	adj	brandbaar
combustibele	=	combustibel
combustibels	=	combustibel
combuys	=	kombuis
comeback	noun	terugkomst na een tijdelijke afwezigheid
comebackje	=	comeback
comebackjes	=	comeback
comebacks	=	comeback
comedian	noun	iemand die humoristische voorstellingen maakt
comedians	=	comedian
comedicatie	noun	medicijnen die men gelijktijdig gebruikt naast het genoemde medicament
comedicaties	=	comedicatie
comedo	noun	mee-eter, een verstopte talgklier van de huid
comedonen	=	comedo
comedones	=	comedo
comedy	noun	een filmgenre waarin de nadruk ligt op humor
comedy's	=	comedy
comedyclub	noun	een plek (vaak een nachtclub, cafe, casino, of restaurant) waar mensen luisteren of kijken naar optredens die de nadruk leggen op humor
comedyclubs	=	comedyclub
comedyserie	noun	een komedie in de vorm van een televisieprogramma, georganiseerd in regelmatige afleveringen en uitgezonden op televisie
comedyseries	=	comedyserie
comedyterm	noun	uitdrukking gebruikt in het genre van humorvolle theaterproducties
comedytermen	=	comedyterm
comestibles	noun	fijne eetwaren, delicatessen
comfort	noun	een toestand waarin men zonder onrust, vrees of verlegenheid is
comfortabel	adj	gerieflijk, aangenaam om in te verkeren
comfortabele	=	comfortabel
comfortabeler	=	comfortabel
comfortabelere	=	comfortabel
comfortabelers	=	comfortabel
comfortabels	=	comfortabel
comfortabelst	=	comfortabel
comfortabelste	=	comfortabel
comfortbehandeling	noun	zorg in de laatste levensfase die volledig gericht is op het verminderen van klachten en het verbeteren van de kwaliteit van leven, in plaats van op genezing.
comfortbehandelingen	=	comfortbehandeling
comfortbehandelingetje	=	comfortbehandeling
comfortbehandelingetjes	=	comfortbehandeling
comfortje	=	comfort
comfortjes	=	comfort
comfortkoeling	noun	een installatie voor de regeling van de temperatuur en de vochtigheidsgraad van de lucht in een ruimte
comfortkoelingen	=	comfortkoeling
comfortkoelinkje	=	comfortkoeling
comfortkoelinkjes	=	comfortkoeling
comforts	=	comfort
comfortwater	noun	leidingwater dat niet wordt gebruikt voor eerste levensbehoeften als drinken en hygiëne, maar voor weelde als het sproeien van gazons en vullen van zwembaden
comfortzone	noun	een situatie waarin men zich bekend en prettig voelt
comfortzones	=	comfortzone
comic	noun	stripverhaal
comicje	=	comic
comicjes	=	comic
comics	=	comic
coming-out	noun	uitdrukking die wordt gebruikt voor het moment waarop een homo, lesbienne of biseksueel ervoor kiest om openlijk voor zijn of haar seksuele geaardheid uit te komen
coming-outs	=	coming-out
comitatief	adj	naamval die gezelschap aanduidt
comiteetje	=	comité
comiteetjes	=	comité
comiteit	noun	comité, raad, college, commissie
comiteiten	=	comiteit
comité	noun	groep mensen die iets voorbereidt of organiseert, zoals een herdenking of feest
comitéleden	=	comitélid
comitélid	noun	iemand die deeluitmaakt van een comité.
comitélidje	=	comitélid
comitélidjes	=	comitélid
comités	=	comité
commandant	noun	iemand die commandeert (het commando heeft over een leger of vloot)
commandante	noun	vrouwelijke commandant
commandanten	=	commandant
commandantenmelding	noun	een officiële mededeling, bevel of rapportage die wordt uitgegeven door een persoon met leidinggevend gezag, vaak binnen de militaire, brandweer- of politiediensten
commandantenmeldingen	=	commandantenmelding
commandantenmeldinkje	=	commandantenmelding
commandantenmeldinkjes	=	commandantenmelding
commandantes	=	commandante
commandantje	=	commandant
commandantjes	=	commandant
commandeer	=	commanderen
commandeerde	=	commanderen
commandeerden	=	commanderen
commandeert	=	commanderen
commandere	=	commanderen
commanderen	verb	direct dwingend leiding geven aan
commanderend	=	commanderen
commanderende	=	commanderen
commanderij	noun	landgoed dat door een commandeur van een ridderorde wordt bestuurd
commanderijen	=	commanderij
commandeur	noun	iemand die het bevel voert, gewoonlijk over strijdkrachten
commandeurij	=	commanderij
commandeurs	=	commandeur
commandeurskruis	noun	ereteken dat een commandeur van een ridderorde draagt
commandeurskruisen	=	commandeurskruis
commandeurskruisje	=	commandeurskruis
commandeurskruisjes	=	commandeurskruis
commandeurskruizen	=	commandeurskruis
commandiet	noun	commanditaire vennoot
commandieten	=	commandiet
commanditair	noun	stille vennoot in een commanditaire vennootschap, commanditaris	adj	betrekking hebbend op een of meer commanditarissen
commanditaire	=	commanditair
commanditairen	=	commanditair
commanditairs	=	commanditair
commanditairtje	=	commanditair
commanditaris	noun	stille vennoot in een commanditaire vennootschap
commanditarissen	=	commanditaris
commandite	noun	rechtsvorm voor een bedrijf met meerdere eigenaren die elk iets van waarde inbrengen (arbeid, geld of in natura)
commandites	=	commandite
commando	noun	bevel, leiding
commando's	=	commando
commando-eenheden	=	commando-eenheid
commando-eenheid	noun	eenheid krijgsvolk belast met de bevelvoering
commandoactie	noun	militaire operatie uitgevoerd door mariniers
commandoacties	=	commandoactie
commandobrug	noun	dwars over een schip lopende verhoging, standplaats van de commandant (kapitein)
commandobruggen	=	commandobrug
commandobruggetje	=	commandobrug
commandobruggetjes	=	commandobrug
commandobrugje	=	commandobrug
commandobrugjes	=	commandobrug
commandocentra	=	commandocentrum
commandocentrale	noun	plaats van waaruit bevelen worden gegeven
commandocentrales	=	commandocentrale
commandocentrum	noun	de centrale plaats van waaruit men militaire operaties leidt
commandocentrums	=	commandocentrum
commandocontainer	noun	een mobiel, hightech hoofdkwartier in een container, gebruikt door hulpdiensten en defensie
commandocontainers	=	commandocontainer
commandocontainertje	=	commandocontainer
commandocontainertjes	=	commandocontainer
commandogroep	noun	groep zelfstandig opererende strijders
commandogroepen	=	commandogroep
commandogroepje	=	commandogroep
commandogroepjes	=	commandogroep
commandokamer	noun	ruimte waar leiding wordt gegeven aan mensen in het veld
commandokamers	=	commandokamer
commandomodule	noun	deel van een ruimtevaartuig van waaruit de bemanningsleden het ruimteschip kunnen besturen
commandomodulen	=	commandomodule
commandomodules	=	commandomodule
commandootje	=	commando
commandootjes	=	commando
commandopost	noun	plaats waar de leiding van een (semi) militaire organisatie de strategie bepaalt en bevelen uitvaardigt
commandoposten	=	commandopost
commandoregel	noun	combinatie van horizontaal achter elkaar geplaatste commando's, gebruikt om een bepaald programma te besturen
commandoregels	=	commandoregel
commandoregeltje	=	commandoregel
commandoregeltjes	=	commandoregel
commandostructuren	=	commandostructuur
commandostructuur	noun	een hiërarchische organisatie waarbij leidinggevenden bevelen kunnen uitdelen aan ondergeschikten
commandoteam	noun	groep samenwerkende personen die samen de leiding hebben
commandoteams	=	commandoteam
commandotoren	noun	verhoogd bouwwerk van waaruit een commandant leiding geeft
commandotorens	=	commandotoren
commandotroep	noun	een eenheid militairen die speciaal is getraind om lastige operaties uit te voeren
commandotroepen	noun	eenheden bestaand uit militairen die speciaal zijn getraind om lastige operaties op eigen kracht uit te voeren
commandovlag	noun	vlag op een militair voertuig of vaartuig of aan een mast van een militaire inrichting wanneer daar een vlagofficier aanwezig is die het bevel over een eenheid of over het eskader of flottielje voert
commandovlaggen	=	commandovlag
commandovoering	noun	het leiden van een militaire eenheid
commandovoeringen	=	commandovoering
commandsymbolen	=	commandsymbool
commandsymbool	noun	⌘ een toets op Apple-toetsenborden die vergelijkbaar is met de Control-toets op andere computers en wordt gebruikt in combinatie met andere toetsen voor sneltoetsen
commandsymbooltje	=	commandsymbool
commandsymbooltjes	=	commandsymbool
commemorabel	adj	gedenkwaardig
commemorabele	=	commemorabel
commemorabeler	=	commemorabel
commemorabelere	=	commemorabel
commemorabelers	=	commemorabel
commemorabels	=	commemorabel
commemorabelst	=	commemorabel
commemorabelste	=	commemorabel
commemoratie	noun	gedachtenis, vermelding, herinnering
commemoraties	=	commemoratie
commemoratietje	=	commemoratie
commemoratietjes	=	commemoratie
commemoreer	=	commemoreren
commemoreerde	=	commemoreren
commemoreerden	=	commemoreren
commemoreert	=	commemoreren
commemorere	=	commemoreren
commemoreren	verb	gedenken, vermelden, herinneren aan
commemorerend	=	commemoreren
commensaal	noun	onschadelijke gastkiem (bacterie) bijv. in de darm	adj	betreffende commensalisme, zoals het commensalisme
commensaals	=	commensaal
commensaaltje	=	commensaal
commensaaltjes	=	commensaal
commensale	=	commensaal
commensalen	=	commensaal
commensalisme	noun	het samenleven van organismen waarbij een organisme er voordeel uithaalt en de andere er geen last of voordeel van ondervindt
commensurabel	adj	vergelijkbaar
commensurabele	=	commensurabel
commensurabeler	=	commensurabel
commensurabelere	=	commensurabel
commensurabelers	=	commensurabel
commensurabels	=	commensurabel
commensurabelst	=	commensurabel
commensurabelste	=	commensurabel
comment	noun	commentaar
commentaar	noun	toelichting of verklaring, uitleg
commentaarloos	adj	zonder commentaar, zonder kritiek
commentaarloost	=	commentaarloos
commentaarlooste	=	commentaarloos
commentaarloze	=	commentaarloos
commentaarlozer	=	commentaarloos
commentaarlozere	=	commentaarloos
commentaarlozers	=	commentaarloos
commentaarstem	noun	gesproken toelichting in een film, video of tv-uitzending door iemand die niet in beeld is
commentaarstemmen	=	commentaarstem
commentaartje	=	commentaar
commentaartjes	=	commentaar
commentaren	=	commentaar
commentarieer	=	commentariëren
commentarieerde	=	commentariëren
commentarieerden	=	commentariëren
commentarieert	=	commentariëren
commentariëre	=	commentariëren
commentariëren	verb	van commentaar voorzien
commentariërend	=	commentariëren
commentariërende	=	commentariëren
commentator	noun	iemand die actuele gebeurtenissen van commentaar voorziet in de media
commentatoren	=	commentator
commentators	=	commentator
commentatortje	=	commentator
commentatortjes	=	commentator
commentatrice	noun	vrouwelijke vorm van commentator
commentatrices	=	commentatrice
commentatricetje	=	commentatrice
commentatricetjes	=	commentatrice
commenteer	=	commenteren
commenteerde	=	commenteren
commenteerden	=	commenteren
commenteert	=	commenteren
commentere	=	commenteren
commenteren	verb	van commentaar, opheldering, uitleg voorzien
commenterend	=	commenteren
commenterende	=	commenteren
comments	=	comment
commerce	noun	detailhandel
commercial	noun	een korte geluidsopname of filmpje met als doel om een product te verkopen of onder de aandacht te brengen en via radio of televisie wordt uitgezonden
commercialisatie	noun	het proces waarbij men een product of dienst geschikt maakt om het met winst te kunnen verkopen
commercialisaties	=	commercialisatie
commercialiseer	=	commercialiseren
commercialiseerde	=	commercialiseren
commercialiseerden	=	commercialiseren
commercialiseert	=	commercialiseren
commercialisere	=	commercialiseren
commercialiseren	verb	tot iets puur zakelijks maken
commercialiserend	=	commercialiseren
commercialiserende	=	commercialiseren
commercialisering	noun	het proces van verzakelijking
commercialiseringen	=	commercialisering
commercialiteit	noun	het commercieel zijn
commercialiteiten	=	commercialiteit
commercialmaker	noun	persoon die reclamespots maakt
commercialmakers	=	commercialmaker
commercials	=	commercial
commercie	noun	de verhandeling van goederen en diensten
commercieel	adj	zakelijk, handels-
commercieels	=	commercieel
commercieelst	=	commercieel
commercieelste	=	commercieel
commerciële	=	commercieel
commerciëlen	noun	verzamelterm voor omroeporganisaties met winstoogmerk
commerciëler	=	commercieel
commerciëlere	=	commercieel
commerciëlers	=	commercieel
commerçant	noun	handelaar
commerçanten	=	commerçant
commies	noun	titel van bepaalde ambtenaren of beambten in overheidsdienst in het bijzonder grensbeambte
commiesbroden	=	commiesbrood
commiesbrood	noun	brood voor militairen gebakken in militaire bakkerijen
commiezen	=	commies
commilito	noun	wapenbroeder, strijdmakker
commilito's	=	commilito
commilitootje	=	commilito
comminatoir	adj	met straf bedreigend
comminatoire	=	comminatoir
comminatoirs	=	comminatoir
commiseratie	noun	medelijden
commiseraties	=	commiseratie
commissariaat	noun	ambt van commissaris
commissariaatje	=	commissariaat
commissariaatjes	=	commissariaat
commissariaten	=	commissariaat
commissaris	noun	een persoon die zitting heeft in een commissie van toezicht b.v. iemand die namens de aandeelhouders belast is met het toezicht op en het adviseren van de directie van een onderneming
commissaris-generaal	noun	algemeen commissaris
commissarisje	=	commissaris
commissarisjes	=	commissaris
commissarissen	=	commissaris
commissarissen-generaal	=	commissaris-generaal
commissie	noun	groep personen met een bepaalde opdracht of voor een bepaald doel bijeengeroepen
commissiebasis	noun	werken op commissiebasis betekent dat je inkomen grotendeels of geheel afhankelijk is van je prestaties, zoals het afsluiten van verkopen, in plaats van een vast salaris
commissiebeleid	noun	door een groep officieel aangestelde personen ontwikkeld beleid
commissieboek	noun	boekhoudkundig hulpmiddel dat gebruikt wordt in de handel, met name in zaken waarbij goederen in commissie uit het buitenland worden ontvangen
commissieboeken	=	commissieboek
commissieboekje	=	commissieboek
commissieboekjes	=	commissieboek
commissiegeld	noun	geld dat iemand krijgt voor het aanbrengen van klanten of voor een bemiddeling
commissiegelden	=	commissiegeld
commissiehandel	noun	handel op eigen naam voor rekening van anderen
commissiekamer	noun	kleine vergaderruimte voor een commissie
commissiekamers	=	commissiekamer
commissiekamertje	=	commissiekamer
commissiekamertjes	=	commissiekamer
commissieleden	=	commissielid
commissielid	noun	lid van een commissie
commissielonen	=	commissieloon
commissieloon	noun	een beloning die iemand krijgt om iets te doen voor een ander
commissieloontje	=	commissieloon
commissieloontjes	=	commissieloon
commissierapport	noun	een door een commissie geschreven verslag
commissierapporten	=	commissierapport
commissies	=	commissie
commissietje	=	commissie
commissietjes	=	commissie
commissieverband	noun	in een samenstelling van een commissie; met de leden van een commissie; als een commissie
commissieverbanden	=	commissieverband
commissievergadering	noun	bijeenkomst van een groep mensen met een bepaalde taak in een overheidsorgaan of in het verenigingsleven
commissievergaderingen	=	commissievergadering
commissievoorstel	noun	door een commissie aanbevolen beleid
commissievoorstellen	=	commissievoorstel
commissievoorzitter	noun	iemand die de vergaderingen van een commissie leidt
commissievoorzitters	=	commissievoorzitter
commissiewerk	noun	bestuurlijke activiteit verricht in een commissie
commissiewerken	=	commissiewerk
commissionair	noun	iemand die op eigen naam en tegen betaling voor rekening van een ander overeenkomsten afsluit en daarvoor commissie ontvangt
commissionairs	=	commissionair
commissionering	noun	de keer dat men dingen in een magazijn klaarzet om ze door te verplaatsen naar de definitieve locatie
commissoriaal	adj	met betrekking tot, afkomstig van, onderworpen aan een commissie
commissoriaals	=	commissoriaal
commissoriaalst	=	commissoriaal
commissoriaalste	=	commissoriaal
commissoriale	=	commissoriaal
commissorialer	=	commissoriaal
commissorialere	=	commissoriaal
commissorialers	=	commissoriaal
commissuren	=	commissuur
commissuur	noun	bindweefselachtige verbinding of vereniging van twee weefseldelen
commissuurtje	=	commissuur
commissuurtjes	=	commissuur
commitment	noun	het zich betrokken tonen bij en medeverantwoordelijk voor een bepaald project
commitments	=	commitment
committeer	=	committeren
committeerde	=	committeren
committeerden	=	committeren
committeert	=	committeren
committent	noun	opdrachtgever, volmachtgever
committenten	=	committent
committere	=	committeren
committeren	verb	met een opdracht of volmacht afvaardigen, opdragen, belasten
committerend	=	committeren
committerende	=	committeren
commodaat	noun	bruikleen
commodaten	=	commodaat
commode	noun	een kast met veel laatjes op werkhoogte om een baby aan te kleden
commodes	=	commode
commodetje	=	commode
commodetjes	=	commode
commodificatie	noun	het proces waarbij steeds meer aspecten van het menselijk handelen en de resultaten daarvan worden uitgedrukt in een geldwaarde in plaats van de intrinsieke of inherente waarde
commodificaties	=	commodificatie
commodity	noun	iets wat op grote schaal in onderling verwisselbare eenheden kan worden verhandeld
commodity's	=	commodity
commodore	noun	gezagvoerder op een schip
commodores	=	commodore
commotie	noun	onrust bij een groep mensen
commoties	=	commotie
commotietje	=	commotie
commotietjes	=	commotie
commotio	noun	schudding, gebruikt voor hersenschudding
communaal	adj	gemeenschappelijk
communaals	=	communaal
communaalst	=	communaal
communaalste	=	communaal
communale	=	communaal
communaler	=	communaal
communalere	=	communaal
communalers	=	communaal
communautair	adj	betrekking hebbend op de gemeenschap: in Europa vooral betrekking hebbend op de gemeenschap van staten, in België betrekking hebbend op de verhouding tussen Vlaanderen en Wallonië
communautairder	=	communautair
communautairdere	=	communautair
communautairders	=	communautair
communautaire	=	communautair
communautairs	=	communautair
communautairst	=	communautair
communautairste	=	communautair
communautariseer	=	communautariseren
communautariseerde	=	communautariseren
communautariseerden	=	communautariseren
communautariseert	=	communautariseren
communautarisere	=	communautariseren
communautariseren	verb	tot een communautaire aangelegenheid maken
communautariserend	=	communautariseren
communautariserende	=	communautariseren
communautarisering	noun	overdracht van bevoegdheden van het centrale bestuur aan de Vlaamse, Franse en Duitstalige gemeenschappen en gewesten
communautariseringen	=	communautarisering
communautarisme	noun	ideologie die ervan uitgaat dat sociale structuren zoals het gezin, de buurt en de kerk, de basis vormen voor de onderlinge solidariteit tussen de individuen die daar deel van uitmaken en die daarom gemeenschapszin propageert
communauteit	noun	kloostergemeenschap
communauteiten	=	communauteit
commune	noun	woongemeenschap en leefgemeenschap
communer	=	commuun
communere	=	commuun
communes	=	commune
communetje	=	commune
communetjes	=	commune
communicabel	adj	bereid tot communicatie, openstaand voor een gesprek
communicabele	=	communicabel
communicabeler	=	communicabel
communicabelere	=	communicabel
communicabelers	=	communicabel
communicabels	=	communicabel
communicabelst	=	communicabel
communicabelste	=	communicabel
communicant	noun	iemand die zijn eerste of plechtige communie doet
communicanten	=	communicant
communicantje	=	communicant
communicantjes	=	communicant
communicatie	noun	het uitwisselen van informatie waarbij zender, ontvanger, inhoud en communicatiemedium betrokken zijn
communicatie-effect	noun	het effect dat communicatie heeft op zowel zender als ontvanger
communicatie-effecten	=	communicatie-effect
communicatie-instrument	noun	middel waarmee men (op professionele wijze) een uitwisseling van informatie kan bevorderen
communicatie-instrumenten	=	communicatie-instrument
communicatie-uiting	noun	een waarneembare handeling die gericht is op het uitwisselen van informatie
communicatie-uitingen	=	communicatie-uiting
communicatieactie	noun	handeling gericht op het uitwisselen van informatie
communicatieacties	=	communicatieactie
communicatieadvies	noun	een aanbeveling hoe men informatie kan uitwisselen
communicatieadviezen	=	communicatieadvies
communicatieadviseur	noun	iemand die beroepsmatig bedrijven ondersteunt op het gebied van interne en externe communicatie
communicatieadviseurs	=	communicatieadviseur
communicatieadviseurtje	=	communicatieadviseur
communicatieadviseurtjes	=	communicatieadviseur
communicatieafdeling	noun	deel van een bedrijf of organisatie dat zich bezighoudt met de uitwisseling van informatie met personen en instelling van buiten de organisatie
communicatieafdelingen	=	communicatieafdeling
communicatieapparatuur	noun	toestellen die dienen voor het zenden en ontvangen van berichten
communicatiebedrijf	noun	organisatie die de uitwisseling van informatie mogelijk maakt
communicatiebedrijfje	=	communicatiebedrijf
communicatiebedrijfjes	=	communicatiebedrijf
communicatiebedrijven	=	communicatiebedrijf
communicatiebeleid	noun	plan van aanpak betreffende de informatievoorziening
communicatiebureau	noun	onderneming of deel van een onderneming die de contacten met externe partijen onderhoudt
communicatiebureaus	=	communicatiebureau
communicatiecampagne	noun	project gericht op het verstrekken van informatie
communicatiecampagnes	=	communicatiecampagne
communicatiecentra	=	communicatiecentrum
communicatiecentrum	noun	knooppunt waar alle communicatiekanalen bij elkaar komen
communicatiecentrums	=	communicatiecentrum
communicatiedeskundige	noun	deskundige op het gebied van (massa)communicatiemiddelen
communicatiedeskundigen	=	communicatiedeskundige
communicatiedoel	noun	wat je met informatieoverdracht wilt bereiken
communicatiedoelen	=	communicatiedoel
communicatiedoeltje	=	communicatiedoel
communicatiedoeltjes	=	communicatiedoel
communicatief	adj	betrekking hebbend op communicatie
communicatiefout	noun	fout bij de uitwisseling van informatie
communicatiefouten	=	communicatiefout
communicatiefoutje	=	communicatiefout
communicatiefoutjes	=	communicatiefout
communicatiefs	=	communicatief
communicatiefst	=	communicatief
communicatiefste	=	communicatief
communicatiekanaal	noun	in de informatietheorie een entiteit tussen zender en ontvanger met een bandbreedte via welke het (na bemonstering) mogelijk is een aantal bits per seconde aan informatie over te dragen
communicatiekanaaltje	=	communicatiekanaal
communicatiekanaaltjes	=	communicatiekanaal
communicatiekanalen	=	communicatiekanaal
communicatiekloof	noun	belemmeringen die de uitwisseling van informatie sterk bemoeilijken
communicatiekloven	=	communicatiekloof
communicatiekosten	noun	geld dat men nodig heeft om contact met iemand te hebben
communicatiekunde	noun	leer van de (menselijke) communicatie in al haar vormen en verschillende contexten
communicatielijn	noun	verbindingsmogelijkheid voor het uitwisselen van informatie
communicatielijnen	=	communicatielijn
communicatiemanager	noun	iemand die de contacten tussen een organisatie en de buitenwereld onderhoudt
communicatiemanagers	=	communicatiemanager
communicatiemarkt	noun	vraag en aanbod op het gebied van communicatiemiddelen#:▸ Bij het grote publiek is vooral India bekend als lagelonenland waar Westerse bedrijven hun klantenservice of IT-helpdesk naartoe verhuizen.
communicatiemarkten	=	communicatiemarkt
communicatiemedewerker	noun	iemand die de public-relations van een organisatie regelt
communicatiemedewerkers	=	communicatiemedewerker
communicatiemedia	=	communicatiemedium
communicatiemedium	noun	is een voorziening (vaak apparaat) om een boodschap over een afstand te zenden en/of te ontvangen
communicatiemiddel	noun	een manier om te communiceren
communicatiemiddelen	=	communicatiemiddel
communicatiemiddeltje	=	communicatiemiddel
communicatiemiddeltjes	=	communicatiemiddel
communicatiemodel	noun	een model uit de linguïstiek waarin de relaties tussen zender, bericht en ontvanger schematisch worden voorgesteld
communicatiemodellen	=	communicatiemodel
communicatiemogelijkheden	=	communicatiemogelijkheid
communicatiemogelijkheid	noun	wijze waarop men informatie kan uitwisselen
communicatienetwerk	noun	een groep apparaten en voorzieningen die het contact tussen verschillende personen en groepen personen verzorgt
communicatienetwerken	=	communicatienetwerk
communicatieopleiding	noun	een hbo-opleiding waarin men leert hoe men effectief mensen kan informeren (en daardoor beïnvloeden)
communicatieopleidingen	=	communicatieopleiding
communicatieopleidinkje	=	communicatieopleiding
communicatieopleidinkjes	=	communicatieopleiding
communicatieplan	noun	systematische aanpak om informatie over te dragen aan een doelgroep
communicatieplannen	=	communicatieplan
communicatieplannetje	=	communicatieplan
communicatieplannetjes	=	communicatieplan
communicatieplatform	noun	voorziening die uitwisseling van informatie mogelijk maakt
communicatieplatformen	=	communicatieplatform
communicatieplatforms	=	communicatieplatform
communicatieprobleem	noun	moeilijkheid in de informatieuitwisseling
communicatieprobleempje	=	communicatieprobleem
communicatieprobleempjes	=	communicatieprobleem
communicatieproblemen	=	communicatieprobleem
communicatieproces	noun	verloop van communicatie, wijze waarop communicatie tot stand komt
communicatieprocesje	=	communicatieproces
communicatieprocesjes	=	communicatieproces
communicatieprocessen	=	communicatieproces
communicatieprogramma	noun	project dat erop gericht is mensen te informeren
communicatieprogramma's	=	communicatieprogramma
communicatieprotocol	noun	een set van regels en afspraken voor de representatie van data, signalering, authenticatie en foutdetectie, nodig voor het verzenden van informatie over een communicatiemedium
communicatieprotocollen	=	communicatieprotocol
communicatieprotocolletje	=	communicatieprotocol
communicatieprotocolletjes	=	communicatieprotocol
communicatieprotocols	=	communicatieprotocol
communicaties	=	communicatie
communicatiesatelliet	noun	kunstmaan die voor telecommunicatiedoeleinden worden gebruikt
communicatiesatellieten	=	communicatiesatelliet
communicatiesector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van telecommunicatie
communicatiesectoren	=	communicatiesector
communicatiesectors	=	communicatiesector
communicatiesoftware	noun	computerprogramma waarmee men informatie tussen verschillende computers kan versturen
communicatiespecialist	noun	iemand die beroepsmatig advies geeft over de communicatie van een organisatie of persoon
communicatiespecialisten	=	communicatiespecialist
communicatiestijl	noun	de wijze waarop iemand informatie overbrengt aan anderen
communicatiestijlen	=	communicatiestijl
communicatiestijltje	=	communicatiestijl
communicatiestijltjes	=	communicatiestijl
communicatiestoornis	noun	fout in de communicatie
communicatiestoornisje	=	communicatiestoornis
communicatiestoornisjes	=	communicatiestoornis
communicatiestoornissen	=	communicatiestoornis
communicatiestoring	noun	storing in de communicatieapparatuur; storing in het zenden en ontvangen van informatie
communicatiestoringen	=	communicatiestoring
communicatiestrategie	noun	de wize waarop men communicatiemiddelen inzet om een bepaald doel te bereiken
communicatiestrategieën	=	communicatiestrategie
communicatiesysteem	noun	een systeem voor het beheren van communicatieprocessen
communicatiesysteempje	=	communicatiesysteem
communicatiesysteempjes	=	communicatiesysteem
communicatiesystemen	=	communicatiesysteem
communicatietechniek	noun	een vakgebied dat zich bezighoudt met informatiesystemen, telecommunicatie en computers
communicatietechnieken	=	communicatietechniek
communicatietechniekje	=	communicatietechniek
communicatietechniekjes	=	communicatietechniek
communicatietechnologie	noun	is een vakgebied dat zich bezighoudt met informatiesystemen, telecommunicatie en computers
communicatietechnologieën	=	communicatietechnologie
communicatietrainer	noun	iemand die een individu of een groep mensen traint in sociale vaardigheden
communicatietrainers	=	communicatietrainer
communicatietraining	noun	training op het gebied van intermenselijk contact
communicatietrainingen	=	communicatietraining
communicatietraininkje	=	communicatietraining
communicatietraininkjes	=	communicatietraining
communicatievaardig	adj	effectief kunnen overbrengen van informatie
communicatievaardige	=	communicatievaardig
communicatievaardiger	=	communicatievaardig
communicatievaardigere	=	communicatievaardig
communicatievaardigers	=	communicatievaardig
communicatievaardigs	=	communicatievaardig
communicatievaardigst	=	communicatievaardig
communicatievaardigste	=	communicatievaardig
communicatieve	=	communicatief
communicatiever	=	communicatief
communicatieverbinding	noun	technische voorziening waarmee men informatie van de ene naar de andere persoon of plaats kan sturen
communicatieverbindingen	=	communicatieverbinding
communicatievere	=	communicatief
communicatieverkeer	noun	het heen en weer gaan van berichten
communicatievermogen	noun	het vermogen om te kunnen communiceren
communicatievermogens	=	communicatievermogen
communicatievers	=	communicatief
communicatievorm	noun	de methode die men gebruikt om informatie te ontvangen en te verzenden
communicatievormen	=	communicatievorm
communicatiewetenschap	noun	een wetenschappelijke discipline waarin de menselijke communicatie bestudeert in al haar vormen en verschillende contexten centraal staat
communicatiewetenschappen	=	communicatiewetenschap
communicatiewetenschapper	noun	iemand die beroepsmatig de communicatiewetenschap beoefent
communicatiewetenschappers	=	communicatiewetenschapper
communicator	noun	iemand die uitstekend mensen kan informeren; iemand die uitstekend zijn ideeën kan verwoorden
communicatoren	=	communicator
communicators	=	communicator
communiceer	=	communiceren
communiceerde	=	communiceren
communiceerden	=	communiceren
communiceert	=	communiceren
communicere	=	communiceren
communiceren	verb	ter communie gaan, de heilige communie ontvangen of uitreiken
communicerend	adj	in staat om zaken met elkaar uit te wisselen
communicerende	=	communiceren
communicerends	=	communicerend
communie	noun	de gemeenschap met lichaam en bloed van Jezus Christus in de vorm van brood en wijn in de katholieke kerk
communiebank	noun	knielbank voor het ontvangen van de heilige hostie
communiebanken	=	communiebank
communieer	=	communiëren
communieerde	=	communiëren
communieerden	=	communiëren
communieert	=	communiëren
communiefeest	noun	de vreugdevolle sociale bijeenkomst die gehouden wordt na afloop van de Eerste Heilige Communie, een mis waarbij kinderen voor de eerste keer tot de communie worden toegelaten
communiefeesten	=	communiefeest
communiefeestje	=	communiefeest
communiefeestjes	=	communiefeest
communies	=	communie
communieviering	noun	het vieren van de communie
communievieringen	=	communieviering
communieziel	noun|informal	diepste morele wezen van een persoon, gebruikt in verwijzingen om een uitgesproken belofte of oordeel te versterken
communiezielen	=	communieziel
communiezieltje	=	communieziel
communiezieltjes	=	communieziel
communiqueetje	=	communiqué
communiqueetjes	=	communiqué
communiqué	noun	officiële mededeling
communiqués	=	communiqué
communisme	noun	atheïstische ideologie die gericht is op gemeenschappelijk bezit van productiemiddelen en verbruiksgoederen
communismen	=	communisme
communismetje	=	communisme
communist	noun	aanhanger, voorstander van het communisme
communiste	noun	vrouwelijke voorstander of aanhanger van het communisme
communisten	=	communist
communistencel	noun	een kleine afgesloten groep samenwerkende communisten die in de illegaliteit werken
communistencellen	=	communistencel
communistencelletje	=	communistencel
communistencelletjes	=	communistencel
communistenjacht	noun	jacht op communisten (bij voorbeeld als gebeurd in Amerika)
communistenjachten	=	communistenjacht
communistenjager	noun	iemand die op communisten jaagt vanwege hun ideeën
communistenjagers	=	communistenjager
communistenleider	noun	leider binnen de communistische beweging
communistenleiders	=	communistenleider
communistenvreter	noun|informal	iemand die communisten zo haat dat hij ze wel op kan vreten
communistenvreters	=	communistenvreter
communistenvretertje	=	communistenvreter
communistenvretertjes	=	communistenvreter
communistes	=	communiste
communisties	=	communistisch
communistisch	adj	volgens de leer van het communisme, van de communisten
communistische	=	communistisch
communistischer	=	communistisch
communistischere	=	communistisch
communistischers	=	communistisch
communistischt	=	communistisch
communistischte	=	communistisch
communistje	=	communist
communitarisme	noun	ideologie die ervan uitgaat dat sociale structuren zoals het gezin, de buurt en de kerk, de basis vormen voor de onderlinge solidariteit tussen de individuen en die daarom gemeenschapszin propageert
communiteit	noun	kloostergemeenschap
communiteiten	=	communiteit
community	noun	groep mensen die vanuit een gedeelde belangstelling veel informatie en opvattingen willen uitwisselen
community's	=	community
communiën	=	communie
communiëre	=	communiëren
communiëren	verb	de communie ontvangen
communiërend	=	communiëren
communiërende	=	communiëren
commutatie	noun	verwisseling, omkering, omdraaiing
commutatief	adj	verwisselend, verwisselbaar
commutatiefs	=	commutatief
commutatiefst	=	commutatief
commutatiefste	=	commutatief
commutaties	=	commutatie
commutatietje	=	commutatie
commutatietjes	=	commutatie
commutatieve	=	commutatief
commutatiever	=	commutatief
commutatievere	=	commutatief
commutatievers	=	commutatief
commutativiteit	noun	het commutatief zijn, het verwisselbaar zijn
commutativiteiten	=	commutativiteit
commutator	noun	toestel om de richting van de elektrische stroom in een keten om te keren
commutatoren	=	commutator
commutators	=	commutator
commuteer	=	commuteren
commuteerde	=	commuteren
commuteerden	=	commuteren
commuteert	=	commuteren
commutere	=	commuteren
commuteren	verb	verwisselen, van richting veranderen
commuterend	=	commuteren
commuterende	=	commuteren
commuun	adj	algemeen
comorbide	adj	bijkomend of onderliggend aan de aandoening die iemand heeft
comorbides	=	comorbide
comorbiditeit	noun	Comorbiditeit is het tegelijkertijd hebben van twee of meer stoornissen of aandoeningen bij een patiënt
comorbiditeiten	=	comorbiditeit
comorees	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Comoren
comoreest	=	comorees
comoreeste	=	comorees
comorendrongo	noun	Dicrurus fuscipennis een soort zangvogel uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus.
comorendrongo's	=	comorendrongo
comorendrongootje	=	comorendrongo
comorendrongootjes	=	comorendrongo
comorenlijster	noun	Turdus bewsheri een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
comorenlijsters	=	comorenlijster
comorenlijstertje	=	comorenlijster
comorenlijstertjes	=	comorenlijster
comorenolijfduif	noun	Columba pollenii een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
comorenolijfduifje	=	comorenolijfduif
comorenolijfduifjes	=	comorenolijfduif
comorenolijfduiven	=	comorenolijfduif
comorenpapegaaiduif	noun	Treron griveaudi een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
comorenpapegaaiduifje	=	comorenpapegaaiduif
comorenpapegaaiduifjes	=	comorenpapegaaiduif
comorenpapegaaiduiven	=	comorenpapegaaiduif
comorenrupsvogel	noun	Ceblepyris cucullatus een rupsvogel die endemisch is op de Comoren.
comorenrupsvogels	=	comorenrupsvogel
comorenrupsvogeltje	=	comorenrupsvogel
comorenrupsvogeltjes	=	comorenrupsvogel
comorenvasapapegaai	noun	Coracopsis sibilans een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
comorenvasapapegaaien	=	comorenvasapapegaai
comorenvasapapegaaitje	=	comorenvasapapegaai
comorenvasapapegaaitjes	=	comorenvasapapegaai
comorenvleerhond	noun	Pteropus livingstonii een van de grootste vleerhonden ter wereld.
comorenvleerhonden	=	comorenvleerhond
comorenvleerhondje	=	comorenvleerhond
comorenvleerhondjes	=	comorenvleerhond
comorenwever	noun	Foudia eminentissima een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
comorenwevers	=	comorenwever
comorenwevertje	=	comorenwever
comorenwevertjes	=	comorenwever
comorese	noun	een vrouwelijke inwoner van Comoren, of een vrouw afkomstig uit Comoren
comoresen	=	comorese
comoreser	=	comorees
comoresere	=	comorees
comoresers	=	comorees
comorezen	=	comorees
compact	adj	van geringe omvang, gedrongen, klein
compactcamera	noun	een fotocamera met een vast objectief
compactcamera's	=	compactcamera
compactcameraatje	=	compactcamera
compactcameraatjes	=	compactcamera
compacte	=	compact
compacteer	=	compacteren
compacteerde	=	compacteren
compacteerden	=	compacteren
compacteert	=	compacteren
compacter	=	compact
compactere	=	compact
compacteren	verb	het volume van iets kleiner maken
compacterend	=	compacteren
compacterende	=	compacteren
compacters	=	compact
compactheden	=	compactheid
compactheid	noun	de eigenschap van iets dat het een (relatief) kleine omvang heeft
compactor	noun	machine voor het samenpersen van afval
compactoren	=	compactor
compactors	=	compactor
compactortje	=	compactor
compactortjes	=	compactor
compacts	=	compact
compactst	=	compact
compactste	=	compact
compagnie	noun	onderdeel van een bataljon, bestaande uit ongeveer 100-150 manschappen onderverdeeld in pelotons
compagniecommandant	noun	bevelvoerder van een compagnie
compagniecommandanten	=	compagniecommandant
compagnies	=	compagnie
compagniescommandant	noun	bevelhebber van een compagnie
compagniescommandanten	=	compagniescommandant
compagnietje	=	compagnie
compagnietjes	=	compagnie
compagnieën	=	compagnie
compagnon	noun	metgezel, makker, maat, kompaan, vriend
compagnonnetje	=	compagnon
compagnonnetjes	=	compagnon
compagnons	=	compagnon
compander	noun	apparaat dat signalen comprimeert t.b.v. datatransmissie en dat tevens de omgekeerde actie (expansie) kan verzorgen
companders	=	compander
comparant	noun	iemand die voor een notaris of een rechter verschijnt om iets te regelen of te verklaren
comparante	noun	vrouwelijk persoon die voor een notaris of een rechter verschijnt om iets te regelen of te verklaren
comparanten	=	comparant
comparanteën	=	comparante
comparateur	noun	instrument dat compareert (vergelijkt), een vergelijker
comparateurs	=	comparateur
comparateurtje	=	comparateur
comparateurtjes	=	comparateur
comparatie	noun	vergelijking
comparatief	noun	de vergrotende trap.	adj	vergelijkend
comparatiefje	=	comparatief
comparatiefjes	=	comparatief
comparatiefs	=	comparatief
comparatiefst	=	comparatief
comparatiefste	=	comparatief
comparaties	=	comparatie
comparatieve	=	comparatief
comparatieven	=	comparatief
comparatiever	=	comparatief
comparatievere	=	comparatief
comparatievers	=	comparatief
comparatisme	noun	vergelijkende taal- of literatuurwetenschap
comparatist	noun	beoefenaar van, deskundige op het gebied van de comparatieve taalwetenschap of literatuurwetenschap
comparatisten	=	comparatist
comparatistisch	adj	volgens de methode van de comparatieve taalwetenschap
comparatistische	=	comparatistisch
comparator	noun	apparaat dat compareert (vergelijkt), een vergelijker
compareer	=	compareren
compareerde	=	compareren
compareerden	=	compareren
compareert	=	compareren
comparere	=	compareren
compareren	verb	verschijnen (op een bepaalde plaats)
comparerend	=	compareren
comparerende	=	compareren
comparitie	noun	verschijning van een partij (comparant) voor een notaris of rechtbank
comparities	=	comparitie
compartiment	noun	een afdeling
compartimenteer	=	compartimenteren
compartimenteerde	=	compartimenteren
compartimenteerden	=	compartimenteren
compartimenteert	=	compartimenteren
compartimenten	=	compartiment
compartimentere	=	compartimenteren
compartimenteren	verb	onderverdelen
compartimenterend	=	compartimenteren
compartimenterende	=	compartimenteren
compartimentering	noun	een gebouw verdelen in meerdere goed van elkaar gescheiden ruimten
compartimenteringen	=	compartimentering
compartimenteringsdam	noun	dam die een estuarium onderverdeeld met als doel sluiting van dat estuarium te vereenvoudigen
compartimenteringsdammen	=	compartimenteringsdam
compartimenteringsdammetje	=	compartimenteringsdam
compartimenteringsdammetjes	=	compartimenteringsdam
compartimenteringsdijk	noun	dijk die een polder onderverdeeld met als doel te voorkomen dat bij dijkdoorbraak de hele polder inundeert
compartimenteringsdijken	=	compartimenteringsdijk
compartimenteringsdijkje	=	compartimenteringsdijk
compartimenteringsdijkjes	=	compartimenteringsdijk
compartimenterinkje	=	compartimentering
compartimentje	=	compartiment
compartimentjes	=	compartiment
compartimentsyndroom	noun	een verstoring van de bloedtoevoer door zwelling binnen een compartiment in (meestal een ledemaat van) het lichaam
compascua	=	compascuum
compascuum	noun	weidegrond die gemeenschappelijk is
compascuumpje	=	compascuum
compascuumpjes	=	compascuum
compassie	noun	medelijden
compassies	=	compassie
compatibel	adj	op elkaar aansluitend, met elkaar in overeenstemming te brengen, verenigbaar, samenpassend, uitwisselbaar, aansluitbaar
compatibele	=	compatibel
compatibeler	=	compatibel
compatibelere	=	compatibel
compatibelers	=	compatibel
compatibels	=	compatibel
compatibelst	=	compatibel
compatibelste	=	compatibel
compatibiliteit	noun	het compatibel zijn
compatibiliteiten	=	compatibiliteit
compatriot	noun	landgenoot
compatriotten	=	compatriot
compendia	=	compendium
compendium	noun	samenvattend overzicht of handboek, zowel voor studenten als beroepsbeoefenaars
compendiumpje	=	compendium
compendiumpjes	=	compendium
compendiums	=	compendium
compensabel	adj	voor vergoeding of een vergelijk vatbaar
compensabele	=	compensabel
compensabeler	=	compensabel
compensabelere	=	compensabel
compensabelers	=	compensabel
compensabels	=	compensabel
compensabelst	=	compensabel
compensabelste	=	compensabel
compensatie	noun	iets wat minder is uitgevallen, weer goed (proberen te) maken (met een extra toegift), terug in balans brengen
compensatiebedrag	noun	hoeveelheid geld die iemand krijgt om een nadeel goed te maken
compensatiebedragen	=	compensatiebedrag
compensatiefonds	noun	een hoeveelheid geld waarmee slachtoffers van iets schadeloosgesteld kunnen worden
compensatiefondsen	=	compensatiefonds
compensatiemaatregel	noun	handelingen die er voor moeten zorgen dat de nadelige bijwerkingen van andere maatregelen worden teniet gedaan
compensatiemaatregelen	=	compensatiemaatregel
compensatiemaatregels	=	compensatiemaatregel
compensatiemechanisme	noun	bovenmatige inspanning die onbewust bedoeld is om een ervaren tekortkoming goed te maken
compensatiemechanismen	=	compensatiemechanisme
compensatiemechanismes	=	compensatiemechanisme
compensatieorder	noun	tegenprestatie in ruil voor een handelscontract
compensatieorders	=	compensatieorder
compensatieplan	noun	voorgenomen maatregel die de effecten van een andere maatregel moet herstellen
compensatieplannen	=	compensatieplan
compensatierecht	noun	het recht om een schuld door een erkende tegenschuld te vereffenen
compensatieregeling	noun	afspraken die gemaakt zijn voor het vergoeden van geleden schade
compensatieregelingen	=	compensatieregeling
compensatieregelingetje	=	compensatieregeling
compensatieregelingetjes	=	compensatieregeling
compensaties	=	compensatie
compensatiesamenleving	noun	maatschappij waarbij de overheid personen en bedrijven compenseert die nadeel ondervinden van veranderingen zodat ze zich niet hoeven aan te passen aan die veranderingen
compensatiesamenlevingen	=	compensatiesamenleving
compensatieslinger	noun	slinger waarvan het zwaartepunt zich bij verandering van temperatuur niet verplaatst, doordat hij bestaat uit verschillende metalen
compensatieslingers	=	compensatieslinger
compensatieslingertje	=	compensatieslinger
compensatieslingertjes	=	compensatieslinger
compensatietje	=	compensatie
compensatietjes	=	compensatie
compensatievakantie	noun	vakantie die dient om een tekort aan aandacht, buiten de vakanties om, goed te maken
compensatievakanties	=	compensatievakantie
compensatoir	adj	dienend als of strekkend tot compensatie, compenserend
compensatoirder	=	compensatoir
compensatoirdere	=	compensatoir
compensatoirders	=	compensatoir
compensatoire	=	compensatoir
compensatoirs	=	compensatoir
compensatoirst	=	compensatoir
compensatoirste	=	compensatoir
compensator	noun	apparaat dat in staat is een verandering op te vangen. (te compenseren) Er ontstaat een zodanig regelend effect dat de oorspronkelijke verstoring wordt gecompenseerd en dus verminderd zonder dat er sprake is van terugkoppeling
compensatoren	=	compensator
compensatorisch	adj	betreffende iets dat compenseert, vergoedt of in evenwicht brengt
compensatorische	=	compensatorisch
compensatorischer	=	compensatorisch
compensatorischere	=	compensatorisch
compensatorischers	=	compensatorisch
compensators	=	compensator
compensatortje	=	compensator
compensatortjes	=	compensator
compenseer	=	compenseren
compenseerde	=	compenseren
compenseerden	=	compenseren
compenseeren	=	compenseren
compenseert	=	compenseren
compensere	=	compenseren
compenseren	verb	iets goed (proberen te) maken, terug in balans brengen
compenserend	=	compenseren
compenserende	=	compenseren
competeer	=	competeren
competeerde	=	competeren
competeerden	=	competeren
competeert	=	competeren
competent	adj	bevoegd; bekwaam
competente	=	competent
competenter	=	competent
competentere	=	competent
competenters	=	competent
competentie	noun	een ontwikkelbaar vermogen van mensen waarmee ze in voorkomende situaties adequaat, gemotiveerd, proces- en resultaatgericht kunnen handelen
competentiecentra	=	competentiecentrum
competentiecentrum	noun	organisatie of onderdeel daarvan waar kennis en vaardigheden op een bepaald gebied geconcentreerd zijn
competentiecentrums	=	competentiecentrum
competentiegeschil	noun	onenigheid aangaande de bevoegdheid
competentiegeschillen	=	competentiegeschil
competentiegeschilletje	=	competentiegeschil
competentiegeschilletjes	=	competentiegeschil
competentieontwikkeling	noun	het aanleren van (voor het uitoefenen van een beroep relevante) vaardigheden
competentieontwikkelingen	=	competentieontwikkeling
competenties	=	competentie
competentiestrijd	noun	strijd over wie een bepaalde bevoegdheid heeft
competentiestrijden	=	competentiestrijd
competentiestrijdje	=	competentiestrijd
competentiestrijdjes	=	competentiestrijd
competentietje	=	competentie
competentietjes	=	competentie
competentievraag	noun	vraag wie bevoegd is over een zaak te beslissen
competentievragen	=	competentievraag
competents	=	competent
competentst	=	competent
competentste	=	competent
competere	=	competeren
competeren	verb	rechtmatig toekomen
competerend	=	competeren
competerende	=	competeren
competitie	noun	beter willen zijn dan een ander
competitiedag	noun	dag dat er een bepaalde ronde van een competitie gespeeld wordt
competitiedagen	=	competitiedag
competitiedagje	=	competitiedag
competitiedagjes	=	competitiedag
competitiedebuten	=	competitiedebuut
competitiedebuut	noun	de eerste keer dat een speler speelt in een bepaalde competitie
competitiedoelpunt	noun	een goal die men maakt tijdens een competitiewedstrijd
competitiedoelpunten	=	competitiedoelpunt
competitiedoelpuntje	=	competitiedoelpunt
competitiedoelpuntjes	=	competitiedoelpunt
competitieduel	noun	wedstrijd tussen twee teams als deel van een competitie
competitieduellen	=	competitieduel
competitieduels	=	competitieduel
competitief	adj	gewend aan en in staat om strijd te leveren, concurrerend
competitiefase	noun	deel van een toernooi dat men een hele of halve competitie speelt
competitiefasen	=	competitiefase
competitiefases	=	competitiefase
competitiefs	=	competitief
competitiefst	=	competitief
competitiefste	=	competitief
competitiegoal	noun	doelpunt gemaakt tijdens een wedstrijd die meetelt voor de competitie
competitiegoals	=	competitiegoal
competitiehelft	noun	de eerste of tweede 50% van een competitie
competitiehelften	=	competitiehelft
competitiejaar	noun	periode van 12 maanden waarin een competitie wordt afgerond
competitiejaren	=	competitiejaar
competitieleider	noun	iemand die zorgt voor de regeling en uitvoering van een competitie
competitieleiders	=	competitieleider
competitienederlaag	noun	een wedstrijd die men verliest tijdens een competitie
competitienederlagen	=	competitienederlaag
competitieprogramma	noun	lijst van competitiewedstrijden met de datum en de plaats waar ze gespeeld worden
competitieprogramma's	=	competitieprogramma
competitieronde	noun	de keer dat alle clubs die meedoen aan een competitie allemaal één wedstrijd spelen
competitieronden	=	competitieronde
competitierondes	=	competitieronde
competities	=	competitie
competitieschema	noun	lijst van competitiewedstrijden en de datum en de plaats waar ze gespeeld worden
competitieschema's	=	competitieschema
competitieslot	noun	de afsluiting van een competitie waarbij duidelijk wordt wie de kampioen is
competitiesloten	=	competitieslot
competitiestart	noun	het begin van een reeks wedstrijden tussen verschillende clubs
competitiestarts	=	competitiestart
competitietje	=	competitie
competitietjes	=	competitie
competitietreffen	noun	wedstrijd die wordt gespeeld in het kader van een competitie
competitietreffer	noun	doelpunt tijdens een wedstrijd in een competitie
competitietreffers	=	competitietreffer
competitieve	=	competitief
competitiever	=	competitief
competitieverantwoordelijke	noun	aanspreekpunt binnen het bestuur voor vragen in verband met de competitie
competitieverantwoordelijken	=	competitieverantwoordelijke
competitieverband	noun	gedurende een competitie; in het kader van een competitie
competitieverbanden	=	competitieverband
competitievere	=	competitief
competitieverloop	noun	de voortgang van een competitie
competitieverlopen	=	competitieverloop
competitievers	=	competitief
competitievervalsing	noun	oneerlijke concurrentie in een sportieve strijd over meerdere wedstrijden
competitievervalsingen	=	competitievervalsing
competitievoetbal	noun	voetbal dat gespeeld wordt in competitieverband
competitievorm	noun	de manier waarop wedstrijden, competities en toernooien zijn ingericht
competitievormen	=	competitievorm
competitiewedstrijd	noun	een sportwedstrijd die deel is van competitie (een reeks wedstrijden die samen ook weer één wedstrijd vormen)
competitiewedstrijden	=	competitiewedstrijd
competitiewedstrijdje	=	competitiewedstrijd
competitiewedstrijdjes	=	competitiewedstrijd
competitiewinst	noun	overwinning in een wedstrijd die onderdeel is van een toernooi met speelronden waarin als regel alle deelnemers elkaar zowel in een uit- als een thuiswedstrijd ontmoeten
competitiewinsten	=	competitiewinst
competitiezege	noun	een overwinning van een competitiewedstrijd
competitiezeges	=	competitiezege
competitiviteit	noun	concurrentievermogen
compilatie	noun	het compileren d.w.z. het bijeenbrengen uit verschillende bronnen en tot één geheel maken van stof (die al eerder beschreven is)
compilaties	=	compilatie
compilatietje	=	compilatie
compilatietjes	=	compilatie
compilatiewerk	noun	een publicatie over een bepaald onderwerp dat over dat onderwerp geen nieuwe informatie biedt, maar de reeds bestaande informatie over dat onderwerp bijeenbrengt
compilatiewerken	=	compilatiewerk
compilatiewerkje	=	compilatiewerk
compilatiewerkjes	=	compilatiewerk
compilator	noun	schrijver van compilaties
compilatoren	=	compilator
compilators	=	compilator
compileer	=	compileren
compileerde	=	compileren
compileerden	=	compileren
compileert	=	compileren
compiler	noun	computerprogramma dat een in een brontaal geschreven programma (broncode) vertaalt in een semantisch equivalent programma in een doeltaal (objectcode) (en meestal tegelijk met andere programma´s 'linkt')
compilere	=	compileren
compileren	verb	een opeenstapeling maken, een zo volledig mogelijke verzameling aanleggen, gewoonlijk van geschriften of informatie
compilerend	=	compileren
compilerende	=	compileren
compilers	=	compiler
compleet	adj	volledig, voltallig
compleetheden	=	compleetheid
compleetheid	noun	de mate waarin iets compleet is
compleetheidje	=	compleetheid
compleetheidjes	=	compleetheid
compleets	=	compleet
compleetst	=	compleet
compleetste	=	compleet
complement	noun	aanvulling (ook )
complementair	adj	aanvullend (ook )
complementairder	=	complementair
complementairdere	=	complementair
complementairders	=	complementair
complementaire	=	complementair
complementairs	=	complementair
complementairst	=	complementair
complementairste	=	complementair
complementariteit	noun	het complementair zijn
complementariteiten	=	complementariteit
complementeer	=	complementeren
complementeerde	=	complementeren
complementeerden	=	complementeren
complementeert	=	complementeren
complementen	=	complement
complementere	=	complementeren
complementeren	verb	iets volledig maken
complementerend	=	complementeren
complementerende	=	complementeren
complementsysteem	noun	systeem van factoren dat samen met antistoffen en fagocyten een zeer belangrijke rol speelt bij de afweer tegen micro-organismen.
complementsysteempje	=	complementsysteem
complementsysteempjes	=	complementsysteem
complementsystemen	=	complementsysteem
complet	noun	herenkostuum, pak
complete	=	compleet
completeer	=	completeren
completeerde	=	completeren
completeerden	=	completeren
completeeren	=	completeren
completeert	=	completeren
completen	noun	achtste en laatste getijde van de dag
completer	=	compleet
completere	=	compleet
completeren	verb	volledig maken
completerend	=	completeren
completerende	=	completeren
completering	noun	completering: het volledig te maken; het compleet te maken
completeringen	=	completering
completers	=	compleet
completje	=	complet
completjes	=	complet
complets	=	complet
complex	noun	geheel van bij elkaar liggende gebouwen met dezelfde functie	adj	ingewikkeld, moeilijk, uit veel onderdelen bestaand
complexe	=	complex
complexen	=	complex
complexer	=	complex
complexere	=	complex
complexers	=	complex
complexheden	=	complexheid
complexheid	noun	de mate waarin iets ingewikkeld, samengesteld of complex is
complexie	noun	persoonlijke gesteldheid of geaardheid, gestel, natuur, temperament
complexies	=	complexie
complexiteit	noun	de mate waarin iets complex is
complexiteiten	=	complexiteit
complexiteitstheorie	noun	de studie van de complexiteit en mate van oplosbaarheid van wiskundige vraagstukken binnen het kader van de theoretische informatica
complexiteitstheorietje	=	complexiteitstheorie
complexiteitstheorietjes	=	complexiteitstheorie
complexiteitstheorieën	=	complexiteitstheorie
complexje	=	complex
complexjes	=	complex
complexloos	adj	zonder emotionele of geestelijke last van te krijgen
complexloost	=	complexloos
complexlooste	=	complexloos
complexloze	=	complexloos
complexlozer	=	complexloos
complexlozere	=	complexloos
complexlozers	=	complexloos
complext	=	complex
complexte	=	complex
compliance	noun	het naleven van geldende gedragsregels, wet- en regelgeving binnen een organisatie, ('volgzaamheid')
complianceregeling	noun	het geheel van regels en richtlijnen binnen een organisatie om ervoor te zorgen dat iedereen zich aan de wet houdt.
complianceregelingen	=	complianceregeling
complianceregelingetje	=	complianceregeling
complianceregelingetjes	=	complianceregeling
compliantie	noun	volgzaamheid, slapheid, meegaandheid
complicatie	noun	bijkomende ziekte (verergering)
complicaties	=	complicatie
complicatietje	=	complicatie
complice	noun	medeplichtige
compliceer	=	compliceren
compliceerde	=	compliceren
compliceerden	=	compliceren
compliceert	=	compliceren
complicen	=	complice
complicere	=	compliceren
compliceren	verb	ingewikkeld maken
complicerend	=	compliceren
complicerende	=	compliceren
complices	=	complice
compliciteit	noun	medeplichtigheid
compliment	noun	een lovende of vleiende opmerking
complimenteer	=	complimenteren
complimenteerde	=	complimenteren
complimenteerden	=	complimenteren
complimenteert	=	complimenteren
complimenten	=	compliment
complimentere	=	complimenteren
complimenteren	verb	prijzen met een vleiende opmerking
complimenterend	=	complimenteren
complimenterende	=	complimenteren
complimenteus	adj	geneigd tot complimenteren
complimenteust	=	complimenteus
complimenteuste	=	complimenteus
complimenteuze	=	complimenteus
complimenteuzer	=	complimenteus
complimenteuzere	=	complimenteus
complimenteuzers	=	complimenteus
complimentje	=	compliment
complimentjes	=	compliment
complot	noun	samenwerking van meerdere personen om een bepaald (verboden of slecht) doel te bereiken
complotdenken	noun	het geloof in onbewezen complottheorieën
complotdenker	noun	iemand die gelooft op grond van meestal onvolledige of foute informatie dat een meestal belangrijke gebeurtenis, ontwikkeling of toestand op bijvoorbeeld sociaal, politiek of economisch gebied, toegeschreven kan worden aan een samenzwering (complot)
complotdenkers	=	complotdenker
complotdenkertje	=	complotdenker
complotje	=	complot
complotjes	=	complot
complotteer	=	complotteren
complotteerde	=	complotteren
complotteerden	=	complotteren
complotteert	=	complotteren
complotten	=	complot
complottere	=	complotteren
complotteren	verb	samenspannen
complotterend	=	complotteren
complotterende	=	complotteren
complotteur	noun	iemand die complotteert, een samenzweerder
complotteurs	=	complotteur
complotteurtje	=	complotteur
complotteurtjes	=	complotteur
complottheorie	noun	theorie dat een bepaald gebeuren is veroorzaakt door een gesmeed complot van een almachtige elite, die alles tot in de puntjes heeft voorbereid en alleen het eigen belang dient
complottheorietje	=	complottheorie
complottheorietjes	=	complottheorie
complottheorieën	=	complottheorie
componeer	=	componeren
componeerde	=	componeren
componeerden	=	componeren
componeert	=	componeren
component	noun	bestanddeel, onderdeel, een van de onderling verschillende delen van een geheel
componenten	=	component
componentenanalyse	noun	onderzoek van de fundamentele componenten in een fenomeen
componentenanalysen	=	componentenanalyse
componentenanalyses	=	componentenanalyse
componentenlijm	noun	plakmiddel dat pas plakt als men twee of meer stoffen bij elkaar voegt
componentenlijmen	=	componentenlijm
componentieel	adj	betrekking hebbend op de componenten
componentiële	=	componentieel
componentje	=	component
componentjes	=	component
componere	=	componeren
componeren	verb	een muziekstuk schrijven
componerend	=	componeren
componerende	=	componeren
componist	noun	iemand die muziekstukken schrijft
componiste	noun	Een vrouwelijk persoon die muziek bedenkt, creëert en meestal opschrijft.
componisten	=	componist
componistes	=	componiste
componistje	=	componist
componistjes	=	componist
composer	noun	schrijfmachine met verwisselbare lettertypen, vaak gebruikt om eenvoudig zetsel voor goedkoop drukwerk te maken
composers	=	composer
composersysteem	noun|obsolete	zetsysteem, dat werkt met een magneetband met instructies, die een zetmachine bestuurt
composersysteempje	=	composersysteem
composersysteempjes	=	composersysteem
composersystemen	=	composersysteem
composiet	noun	samengesteldbloemige plant (Compositae of Asteraceae)	adj	samengesteld
composieten	=	composiet
composieten-zeggeroest	noun	Puccinia dioicae een roestschimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
composieten-zeggeroesten	=	composieten-zeggeroest
composieten-zeggeroestje	=	composieten-zeggeroest
composieten-zeggeroestjes	=	composieten-zeggeroest
composietenfamilie	noun	een familie Asteraceae (syn.
composietennysius	noun	Nysius graminicola een wants uit de onderfamilie Orsillinae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae).
composietennysiussen	=	composietennysius
composietensteilkopje	noun	Cryptocephalus hypochaeridis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
composietensteilkopjes	=	composietensteilkopje
composietglansbij	noun	Dufourea minuta een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
composietglansbijen	=	composietglansbij
composietglansbijtje	=	composietglansbij
composietglansbijtjes	=	composietglansbij
composietmateriaal	noun	een samengesteld materiaal dat is opgebouwd uit verschillende componenten
composietmateriaaltje	=	composietmateriaal
composietmateriaaltjes	=	composietmateriaal
composietmaterialen	=	composietmateriaal
composietuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza adenostylidis een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
composietuitbreekkommetjes	=	composietuitbreekkommetje
composita	noun	een geslacht Composita van uitgestorven brachiopoden, dat voorkwam van het Vroeg-carboon tot het Perm
compositie	noun	een muziekstuk, werkstuk van een componist
compositiebal	noun	biljartbal die gemaakt is van kunststof
compositieballen	=	compositiebal
compositiefoto	noun	op basis van beschrijvingen door getuigen gemaakte afbeelding van een onbekend persoon
compositiefoto's	=	compositiefoto
composities	=	compositie
compositietekening	noun	een op basis van beschrijvingen door getuigen gemaakte afbeelding van een onbekend persoon
compositietekeningen	=	compositietekening
compositietje	=	compositie
compositietjes	=	compositie
compositorisch	adj	de compositie betreffend
compositorische	=	compositorisch
compositorischer	=	compositorisch
compositorischere	=	compositorisch
compositorischers	=	compositorisch
compositum	noun	samenstelling: samengesteld woord
compositumpje	=	compositum
compositumpjes	=	compositum
compost	noun	residu dat ontstaat na ontbinding van organisch materiaal (d.w.z. van plantaardige of dierlijke oorsprong)
compostauto	noun	vrachtwagen voor het vervoer van fermenterend organisch afval
compostauto's	=	compostauto
compostbak	noun	bak waarin men organisch afval kan laten verteren
compostbakje	=	compostbak
compostbakjes	=	compostbak
compostbakken	=	compostbak
compostborstelbekertje	noun	Cheilymenia theleboloides een schimmel uit de familie Pyronemataceae.
compostborstelbekertjes	=	compostborstelbekertje
compostbreeksteeltje	noun	Conocybe fuscimarginata een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae.
compostbreeksteeltjes	=	compostbreeksteeltje
compostcollybia	noun	Collybiopsis luxurians een paddenstoel uit de familie Omphalotaceae.
compostcollybia's	=	compostcollybia
compostcollybiaatje	=	compostcollybia
compostcollybiaatjes	=	compostcollybia
compostduizendpoot	noun	Stigmatogaster subterranea een duizendpotige uit de familie Himantariidae
compostduizendpootje	=	compostduizendpoot
compostduizendpootjes	=	compostduizendpoot
compostduizendpoten	=	compostduizendpoot
composteer	=	composteren
composteerbaar	adj	met de mogelijkheid om verteerd te worden tot vruchtbare grond met behulp van micro-organismen zoals bacteriën en schimmels
composteerbaarder	=	composteerbaar
composteerbaardere	=	composteerbaar
composteerbaarders	=	composteerbaar
composteerbaars	=	composteerbaar
composteerbaarst	=	composteerbaar
composteerbaarste	=	composteerbaar
composteerbare	=	composteerbaar
composteerde	=	composteren
composteerden	=	composteren
composteerderslong	noun	vermoedelijk door schimmels veroorzaakte infectie van de luchtwegen
composteerderslongen	=	composteerderslong
composteert	=	composteren
compostere	=	composteren
composteren	verb	tot compost verwerken
composterend	=	composteren
composterende	=	composteren
compostering	noun	proces waarbij groenafval door micro-organismen wordt afgebroken tot compost
composteringen	=	compostering
composteur	noun	zethaak
composteurs	=	composteur
composthoop	noun	hoop verzameld organisch afval dat gecomposteerd wordt door natuurlijke verterings- en afbraakprocessen
composthoopje	=	composthoop
composthoopjes	=	composthoop
composthopen	=	composthoop
compostloper	noun	Perigona nigriceps een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
compostlopers	=	compostloper
compostlopertje	=	compostloper
compostlopertjes	=	compostloper
compostmeester	noun	een persoon bij de (Belgische) gemeente die uitleg geeft over compost en het thuiscomposteren en afvalarm tuinieren promoot.
compostmeesters	=	compostmeester
compostmeestertje	=	compostmeester
compostmeestertjes	=	compostmeester
composttoilet	noun	een toilet waarbij gebruik wordt gemaakt van biologische processen om de uitwerpselen om te zetten in organisch compost
composttoiletten	=	composttoilet
compote	noun	vruchtenmoes, zoete moes van gekookt fruit en suiker minder stevig dan jam
compoteje	=	compote
compotejes	=	compote
compotes	=	compote
compound	noun	mengsel van een kunststof met hulpstoffen zoals weekmaker, stabilisator, kleurmiddel enz
compounddynamo	noun	dynamomachine waarvan de magneten voorzien zijn van twee draadwindingen, een voor serie en een voor parallel
compounddynamo's	=	compounddynamo
compoundje	=	compound
compoundjes	=	compound
compounds	=	compound
comprehensie	noun	bevattingsvermogen, begrip
comprehensief	adj	omvattend, begrijpend
comprehensiefs	=	comprehensief
comprehensiefst	=	comprehensief
comprehensiefste	=	comprehensief
comprehensieve	=	comprehensief
comprehensiever	=	comprehensief
comprehensievere	=	comprehensief
comprehensievers	=	comprehensief
compres	=	kompres
compresseer	=	compresseren
compresseerde	=	compresseren
compresseerden	=	compresseren
compresseert	=	compresseren
compressere	=	compresseren
compresseren	verb	onder druk verdichten
compresserend	=	compresseren
compressibel	adj	samendrukbaar
compressibele	=	compressibel
compressibels	=	compressibel
compressibiliteit	noun	samendrukbaarheid
compressie	noun	samendrukking, samenpersing
compressiemodulus	noun	een materiaalconstante die een aanduiding geeft van de volumeverandering die ontstaat bij een aangelegde hydrostatische spanning
compressiemodulussen	=	compressiemodulus
compressieruimte	noun	bij pompen en verbrandingsmotoren de ruimte die overblijft boven de zuiger als deze in het bovenste dode punt (BDP) staat
compressies	=	compressie
compressieslag	noun	zuigerbeweging in een verbrandingsmotor waardoor het brandbare mengsel boven de zuiger wordt samengeperst (één van de 'takten' in een viertaktmotor of tweetaktmotor)
compressieslagen	=	compressieslag
compressietje	=	compressie
compressieverhouding	noun	de vaste verhouding tussen het slagvolume + de inhoud van de verbrandingskamer enerzijds en het volume van alleen de verbrandingskamer anderzijds
compressieverhoudingen	=	compressieverhouding
compressieverhoudinkje	=	compressieverhouding
compressieverhoudinkjes	=	compressieverhouding
compressor	noun	toestel om gassen samen te persen, gascompressor
compressoren	=	compressor
compressors	=	compressor
compressortje	=	compressor
compressortjes	=	compressor
comprimeer	=	comprimeren
comprimeerde	=	comprimeren
comprimeerden	=	comprimeren
comprimeert	=	comprimeren
comprimeetje	=	comprimé
comprimeetjes	=	comprimé
comprimere	=	comprimeren
comprimeren	verb	samenpersen, compact maken
comprimerend	=	comprimeren
comprimerende	=	comprimeren
comprimé	noun	pil van samengeperst poeder
comprimés	=	comprimé
compromis	noun	overeenkomst waarbij de betrokken partijen concessies doen om tot een voor allen aanvaardbare oplossing te komen
compromisbereidheid	noun	de mate waarin men bereid is de tegenpartij tegemoet te komen in een conflict op een manier die ook voor jezelf acceptabel is; de mate waarin men bereid is water bij de wijn te doen
compromisfiguren	=	compromisfiguur
compromisfiguur	noun	kandidaat zonder extreme opvattingen die voor alle partijen aanvaardbaar is
compromisfiguurtje	=	compromisfiguur
compromisfiguurtjes	=	compromisfiguur
compromisje	=	compromis
compromisjes	=	compromis
compromiskandidaat	noun	iets of iemand die voor velen een acceptabele kandidaat is, maar slecht voor weinigen de ideale kandidaat is
compromiskandidaten	=	compromiskandidaat
compromisloos	adj	zonder compromis
compromisloosheden	=	compromisloosheid
compromisloosheid	noun	het compromisloos zijn
compromisloost	=	compromisloos
compromislooste	=	compromisloos
compromisloze	=	compromisloos
compromislozer	=	compromisloos
compromislozere	=	compromisloos
compromislozers	=	compromisloos
compromismaaltijd	noun	een maaltijd die gedeeltelijk aan verschillende, elkaar uitsluitende eisen voldoet
compromismaaltijden	=	compromismaaltijd
compromismaaltijdje	=	compromismaaltijd
compromismaaltijdjes	=	compromismaaltijd
compromisoplossing	noun	een oplossing die voor velen acceptabel is, maar door slechts weinigen als de ideale wordt gezien
compromisoplossingen	=	compromisoplossing
compromisoplossinkje	=	compromisoplossing
compromisoplossinkjes	=	compromisoplossing
compromissen	=	compromis
compromistekst	noun	een tekst die na onderhandelingen is ontstaan waarbij niemand helemaal zijn zin heeft gekregen maar iedereen wel iets van zijn of haar eisen in terug kan vinden
compromisteksten	=	compromistekst
compromistje	=	compromis
compromistjes	=	compromis
compromisvoorstel	noun	ingebrachte tussenoplossing bij een onderhandeling of discussie die elk van de betrokken partijen deels tegemoet komt
compromisvoorstellen	=	compromisvoorstel
compromittant	adj	geschikt om te compromitteren, compromitterend, bezwarend
compromittante	=	compromittant
compromittanter	=	compromittant
compromittantere	=	compromittant
compromittanters	=	compromittant
compromittants	=	compromittant
compromittantst	=	compromittant
compromittantste	=	compromittant
compromitteer	=	compromitteren
compromitteerde	=	compromitteren
compromitteerden	=	compromitteren
compromitteert	=	compromitteren
compromittere	=	compromitteren
compromitteren	verb	verdacht maken, blameren, in opspraak brengen
compromitterend	adj	van iets of iemand dat het een reputatie vernietigd; verdacht makend
compromitterende	=	compromitteren
compromitterender	=	compromitterend
compromitterendere	=	compromitterend
compromitterenders	=	compromitterend
compromitterends	=	compromitterend
compromitterendst	=	compromitterend
compromitterendste	=	compromitterend
comps	=	compagnie
comptabel	adj	rekenplichtig (verplicht tot rekening en verantwoording over gevoerd financieel beheer)
comptabele	=	comptabel
comptabeler	=	comptabel
comptabelere	=	comptabel
comptabelers	=	comptabel
comptabels	=	comptabel
comptabelst	=	comptabel
comptabelste	=	comptabel
comptabiliteit	noun	verantwoordelijkheid voor de juistheid van geldelijke verrekeningen, rekenplichtigheid
comptabiliteiten	=	comptabiliteit
comptabiliteitswet	noun	wet tot regeling van het beheer en de verantwoording van de overheidsfinanciën
comptabiliteitswetten	=	comptabiliteitswet
comptant	=	contant
comptoir	=	kantoor
comptoneffect	noun	de toename in golflengte door energieverlies dat optreedt als fotonen van röntgen- en gammastraling een interactie (botsing) aangaan met elektronen in een materiaal
comptoneffecten	=	comptoneffect
comptoneffectje	=	comptoneffect
comptoneffectjes	=	comptoneffect
compulsie	noun	dwang, drang, dwanghandeling (ook )
compulsief	adj	dwingend, dwangmatig
compulsiefs	=	compulsief
compulsiefst	=	compulsief
compulsiefste	=	compulsief
compulsies	=	compulsie
compulsietje	=	compulsie
compulsietjes	=	compulsie
compulsieve	=	compulsief
compulsiever	=	compulsief
compulsievere	=	compulsief
compulsievers	=	compulsief
computatie	noun	berekening
computaties	=	computatie
computationeel	adj	met betrekking tot of gebruik van programmeerbare machines die gegevens verwerken
computationeels	=	computationeel
computationeelst	=	computationeel
computationeelste	=	computationeel
computationele	=	computationeel
computationeler	=	computationeel
computationelere	=	computationeel
computationelers	=	computationeel
computer	noun	programmeerbare machine die door een reeks instructies bewerkingen kan uitvoeren
computerafhankelijk	adj	niet zonder het gebruik van computers kunnend
computerafhankelijke	=	computerafhankelijk
computerafhankelijker	=	computerafhankelijk
computerafhankelijkere	=	computerafhankelijk
computerafhankelijkers	=	computerafhankelijk
computerafhankelijks	=	computerafhankelijk
computerafhankelijkst	=	computerafhankelijk
computerafhankelijkste	=	computerafhankelijk
computeragressie	noun	het kwaad en agressief zijn van computergebruikers tegenover hun computer en bijhorende randapparatuur
computeragressies	=	computeragressie
computeranalfabeet	noun	iemand die volkomen hulpeloos is als het om gebruik gaat van aan informatica gerelateerde zaken
computeranalfabeten	=	computeranalfabeet
computeranalfabetisme	noun	het totale gebrek aan kennis op het gebied van de informatica
computeranimatie	noun	film die bestaat uit door de computer gegenereerde beelden
computeranimaties	=	computeranimatie
computerapparaat	noun	elektronisch hulpmiddel dat gegevens verwerkt, opslaat of uitwisselt met behulp van computertechnologie
computerapparaten	=	computerapparaat
computerapparatuur	noun	computer en alle daarmee verbonden apparaten
computerarchitecturen	=	computerarchitectuur
computerarchitectuur	noun	is het concept en de fundamentele operationele structuur van het computersysteem.
computerbank	noun	instelling waar men goedkope computers verkoopt aan mensen die ze anders niet zouden kunnen betalen
computerbanken	=	computerbank
computerbedrijf	noun	een firma die computerhardware maakt en ontwikkeld
computerbedrijfje	=	computerbedrijf
computerbedrijfjes	=	computerbedrijf
computerbedrijven	=	computerbedrijf
computerbeeldscherm	noun	een apparaat dat bewegende beelden kan tonen en kan dienen als randapparaat bij een computer
computerbeeldschermen	=	computerbeeldscherm
computerbestand	noun	verzameling gegevens met een bepaalde naam en van dezelfde soort die logisch en fysiek een eenheid vormen
computerbestanden	=	computerbestand
computerbestandje	=	computerbestand
computerbestandjes	=	computerbestand
computerbeurs	noun	beurs waar computer software en hardware wordt verkocht
computerbeursje	=	computerbeurs
computerbeursjes	=	computerbeurs
computerbeurzen	=	computerbeurs
computerbeveiliging	noun	de activiteit van het inrichten van een computer om die te beschermen tegen bedreigingen als virusaanvallen, DdoS-aanvallen en spam
computerbeveiligingen	=	computerbeveiliging
computerbeveiligingetje	=	computerbeveiliging
computerbeveiligingetjes	=	computerbeveiliging
computerblaadje	=	computerblad
computerblaadjes	=	computerblad
computerblad	noun	tijdschrift over computers en software
computerbladen	=	computerblad
computerbouwer	noun	persoon of organisatie die computersproduceert
computerbouwers	=	computerbouwer
computerbranche	noun	de bedrijfssector die zich met informatica en computers bezig houdt
computerbranches	=	computerbranche
computerbreakdown	noun	instorting van het computersysteem
computerbreakdowns	=	computerbreakdown
computercapaciteit	noun	de hoeveelheid bewerkingen die men kan doen met de beschikbare computers
computercapaciteiten	=	computercapaciteit
computercentra	=	computercentrum
computercentrum	noun	plaats waar krachtige computers of servers staan opgesteld
computercentrums	=	computercentrum
computerchip	noun	een klein stukje halfgeleiderkristal waarop geïntegreerde circuits zijn aangebracht
computerchipje	=	computerchip
computerchipjes	=	computerchip
computerchips	=	computerchip
computercluster	noun	een aantal computers die met elkaar verbonden zijn met een snelle verbinding en die als één computer een berekening uitvoeren
computerclusters	=	computercluster
computerconcern	noun	grote computerbouwer
computerconcerns	=	computerconcern
computerconfiguratie	noun	geheel van apparatuur en programmatuur dat is samengesteld om een computersysteem naar wens te laten werken
computerconfiguraties	=	computerconfiguratie
computercrash	noun	het onbruikbaar worden van een computer, besturingssysteem of computerprogramma waardoor de gebruiker het systeem opnieuw moet opstarten
computercrashes	=	computercrash
computercriminaliteit	noun	ongeoorloofd gebruik van computer(gegevens)
computercrimineel	noun	iemand die computercriminaliteit bedrijft
computercriminelen	=	computercrimineel
computercursus	noun	cursus over de computer
computercursusje	=	computercursus
computercursusjes	=	computercursus
computercursussen	=	computercursus
computerdata	noun	gegevens die in een computerbestand staan; gegevens die door een computer gegenereerd zijn
computerde	=	computeren
computerden	=	computeren
computerdeskundige	noun	persoon die verstand heeft van computers, automatisering en informatie verwerkende systemen
computerdeskundigen	=	computerdeskundige
computere	=	computeren
computeren	verb	gebruikmaken van de computer
computerend	=	computeren
computerende	=	computeren
computerexpert	noun	iemand die verstand heeft van computers, automatisering en informatie verwerkende systemen
computerexperten	=	computerexpert
computerexperts	=	computerexpert
computerfabrikant	noun	bedrjf dat computers bouwt
computerfabrikanten	=	computerfabrikant
computerfirma	noun	bedrijf dat actief is op de markt van computers en software
computerfirma's	=	computerfirma
computerfout	noun	fout die is ontstaan door het gebruik van computers; fout in de software van een computer
computerfouten	=	computerfout
computerfoutje	=	computerfout
computerfoutjes	=	computerfout
computerfraude	noun	alle vormen van fraude waarbij het gebruik van een computersysteem betrokken is
computerfraudes	=	computerfraude
computerfreak	noun	iemand die heel handig is met computers
computerfreakje	=	computerfreak
computerfreakjes	=	computerfreak
computerfreaks	=	computerfreak
computergame	noun	Een spel op de computer
computergamepje	=	computergame
computergamepjes	=	computergame
computergames	=	computergame
computergebied	noun	alles wat betrekking heeft op computerts
computergebieden	=	computergebied
computergebiedje	=	computergebied
computergebiedjes	=	computergebied
computergebruik	noun	het toepassen van computers
computergebruiker	noun	ICT gebruiker; iemand die een computer, een computer of een informatiesysteem gebruikt
computergebruikers	=	computergebruiker
computergebruikertje	=	computergebruiker
computergebruikertjes	=	computergebruiker
computergegeven	noun	een stukje informatie zoals dat in een computer is opgeslagen
computergegevens	=	computergegeven
computergegeventje	=	computergegeven
computergegeventjes	=	computergegeven
computergeheugen	noun	het vermogen van een computer, chip of opslagmedium om gegevens op te slaan en te bewaren voor programma's en gegevens
computergeheugens	=	computergeheugen
computergeneratie	noun	generatie die is opgegroeid in het computertijdperk
computergeneraties	=	computergeneratie
computergeneratietje	=	computergeneratie
computergeneratietjes	=	computergeneratie
computergestuurd	adj	door een computer bestuurd en gecontroleerd
computergestuurde	=	computergestuurd
computergestuurds	=	computergestuurd
computergigant	noun	zeer groot computerbedrijf, zeer grote computerproducent
computergiganten	=	computergigant
computergraphics	noun	is een discipline uit de informatica die zich bezighoudt met weergeven van beelden met behulp van computers
computergrid	noun	een samenstel van aan elkaar gekoppelde computers die samen aan één taak rekenen
computergrids	=	computergrid
computerhandleiding	noun	een (vaak digitale) instructiegids die stap-voor-stap uitlegt hoe u software, hardware of een computersysteem installeert, gebruikt, onderhoudt of problemen oplost.
computerhandleidingen	=	computerhandleiding
computerhandleidinkje	=	computerhandleiding
computerhandleidinkjes	=	computerhandleiding
computerhardware	noun	alle fysieke apparatuur die men gebruikt in en rond een computer
computerinbraak	noun	de keer dat onbevoegden zich toegang verschaffen tot een computersysteem
computerinbraken	=	computerinbraak
computerindustrie	noun	bedrijven die computers en computeronderdelen fabriceren
computerindustrieën	=	computerindustrie
computeringenieur	noun	iemand die een hogere technisch opleiding heeft voltooid op het gebied van programeerbare machine
computeringenieurs	=	computeringenieur
computeriseer	=	computeriseren
computeriseerde	=	computeriseren
computeriseerden	=	computeriseren
computeriseert	=	computeriseren
computerisere	=	computeriseren
computeriseren	verb	geschikt maken voor verwerking door een computer
computeriserend	=	computeriseren
computeriserende	=	computeriseren
computerisering	noun	het computeriseren
computeriseringen	=	computerisering
computerkast	noun	is een omhulsel dat de belangrijkste componenten van een computer bevat
computerkasten	=	computerkast
computerkennis	noun	deskundigheid op het gebied van computers en software
computerkleding	noun	kleding waarin elektronica en sensoren zijn geïntegreerd.
computerkosten	noun	geld dat nodig is voor het gebruik van computers
computerkraak	noun	het zich onbevoegd toegang verschaffen tot het geheugen of de bestanden van een computer
computerkraakje	=	computerkraak
computerkraakjes	=	computerkraak
computerkracht	noun	de hoeveelheid berekeningen die ergens voor nodig zijn; de hoeveelheid berekeningen die een computersysteem kan maken in een bepaalde tijd
computerkrachten	=	computerkracht
computerkraken	verb	het kraken van een computer
computerkrakende	=	computerkraken
computerkraker	noun	iemand die criminele activiteiten met computers uitvoert.
computerkrakers	=	computerkraker
computerkrakertje	=	computerkraker
computerkrakertjes	=	computerkraker
computerkunde	noun	de wetenschap die de werking van computers bestudeert
computerkunst	noun	een vorm van hedendaagse kunst vanaf 1970 in de 20ste eeuw die met behulp van een digitaal proces is gemaakt en waarbij de computer een belangrijke rol speelt
computerkunsten	=	computerkunst
computerles	noun	een les gegeven met de computer als hulpmiddel
computerlesje	=	computerles
computerlesjes	=	computerles
computerlessen	=	computerles
computerliefhebber	noun	iemand die van computers zijn hobby heeft gemaakt
computerliefhebbers	=	computerliefhebber
computerliefhebbertje	=	computerliefhebber
computerliefhebbertjes	=	computerliefhebber
computerlokaal	noun	ruimte in een (school)gebouw waarin computers staan opgesteld
computerlokaaltje	=	computerlokaal
computerlokaaltjes	=	computerlokaal
computerlokalen	=	computerlokaal
computermaker	noun	bedrijf dat computers maakt
computermakers	=	computermaker
computermakertje	=	computermaker
computermakertjes	=	computermaker
computermarkt	noun	plaats waar computers en software worden verkocht
computermarkten	=	computermarkt
computermateriaal	noun	computers en media waarop digitale informatie is opgeslagen
computermaterialen	=	computermateriaal
computermodel	noun	een simulatie waarbij een deel van de werkelijkheid wordt nagebootst met een model in een computerprogramma
computermodellen	=	computermodel
computermodelletje	=	computermodel
computermodelletjes	=	computermodel
computermuis	noun	invoerapparaat voor de computer dat wordt bewogen over een muismat of ander oppervlak om een aanwijzer (muispijl) op een beeldscherm te bewegen
computermuisje	=	computermuis
computermuisjes	=	computermuis
computermuizen	=	computermuis
computermuziek	noun	muziek gecomponeerd met behulp van een computer
computernetwerk	noun	een systeem voor communicatie tussen twee of meer computers, bijvoorbeeld via fysieke elektrische kabels of glasvezelkabels, of als draadloze netwerken
computernetwerken	=	computernetwerk
computernetwerkje	=	computernetwerk
computernetwerkjes	=	computernetwerk
computerneut	noun	computerdeskundige
computerneuten	=	computerneut
computerneutje	=	computerneut
computerneutjes	=	computerneut
computerondersteund	adj	van iets dat men gebruik maakt van een computer(programma)
computerondersteunde	=	computerondersteund
computerondersteunds	=	computerondersteund
computeronderwijs	noun	onderwijs met behulp van computers
computerpark	noun	groep computers die op een plaats staan opgesteld
computerparken	=	computerpark
computerpassie	noun	liefde voor de computer
computerpassies	=	computerpassie
computerpassietje	=	computerpassie
computerpassietjes	=	computerpassie
computerplatform	noun	basis waarop men software kan ontwikkelen voor bepaalde hardware
computerplatformen	=	computerplatform
computerplatformpje	=	computerplatform
computerplatformpjes	=	computerplatform
computerplatforms	=	computerplatform
computerprint	noun	print, met name op ets- of fotopapier, ook als vorm van prentkunst
computerprints	=	computerprint
computerprobleem	noun	moeilijkheden met de automatisering en ICT
computerproblemen	=	computerprobleem
computerprogramma	noun	een programma dat geïnstalleerd en gebruikt kan worden op een computer
computerprogramma's	=	computerprogramma
computerprogrammaatje	=	computerprogramma
computerprogrammaatjes	=	computerprogramma
computerprogrammaturen	=	computerprogrammatuur
computerprogrammatuur	noun	programmatuur geschreven voor een computer (tegenwoordig evident) in tegenstelling tot de programmering voor mechanische apparaten die er b.v. voor zorgt dat er muziek uit een straatorgel komt.
computerprogrammeur	noun	de programmeur schrijft de programma's die op een computer (hopelijk) zullen lopen
computerprogrammeurs	=	computerprogrammeur
computerreserveringssysteem	noun	een computersysteem dat gebruikt wordt voor het registreren van reserveringen, zoals in de reisindustrie (transport en logies)
computerreserveringssystemen	=	computerreserveringssysteem
computerruimte	noun	deel van een gebouw waarin de computers staan opgesteld
computerruimten	=	computerruimte
computerruimtes	=	computerruimte
computers	=	computer
computerschaak	noun	is het bordspel schaken zoals dat gespeeld wordt door computers
computerscherm	noun	Een beeldscherm dat gebruikt wordt als uitvoermedium van een computer.
computerschermen	=	computerscherm
computerschermpje	=	computerscherm
computerschermpjes	=	computerscherm
computersimulatie	noun	een simulatie waarbij een deel van de werkelijkheid wordt nagebootst met een model in een computerprogramma
computersimulaties	=	computersimulatie
computersoftware	noun	software
computerspecialist	noun	iemand die veel kennis heeft van computers
computerspecialisten	=	computerspecialist
computerspel	noun	een spel dat via of met de computer gespeeld wordt
computerspelen	=	computerspel
computerspellen	=	computerspel
computerspelletje	=	computerspel
computerspelletjes	=	computerspel
computerspelverslaafd	adj	met een ziekelijke en onbedwingbare drang tot het spelen van videospellen
computerspelverslaafde	=	computerspelverslaafd
computerspelverslaafder	=	computerspelverslaafd
computerspelverslaafdere	=	computerspelverslaafd
computerspelverslaafders	=	computerspelverslaafd
computerspelverslaafds	=	computerspelverslaafd
computerspelverslaafdst	=	computerspelverslaafd
computerspelverslaafdste	=	computerspelverslaafd
computerstem	noun	een door een computer gegenereerde 'menselijke' stem
computerstemmen	=	computerstem
computerstoring	noun	het tijdelijk niet of slecht functioneren van een computersysteem
computerstoringen	=	computerstoring
computersysteem	noun	het geheel van alle computers en randapparatuur binnen een organisatie
computersysteempje	=	computersysteem
computersysteempjes	=	computersysteem
computersystemen	=	computersysteem
computert	=	computeren
computertaal	noun	de taal waarin computerprogramma's worden geschreven, de programmeertaal
computertaalkunde	noun	onderzoek van natuurlijke talen waarbij programmeerbare machines worden gebruikt
computertaaltje	=	computertaal
computertaaltjes	=	computertaal
computertalen	=	computertaal
computertechniek	noun	alle elektronica die men gebruikt in computers
computertechnieken	=	computertechniek
computertechnologie	noun	techniek die men gebruikt om computers te produceren
computertechnologieën	=	computertechnologie
computerterminal	noun	een apparaat waarmee een computer op afstand interactief te bedienen is
computerterminals	=	computerterminal
computerterminaltje	=	computerterminal
computerterminaltjes	=	computerterminal
computerterminologie	noun	geheel van woorden die vooral worden gebruikt bij het verwerken van gegevens met behulp van machines
computertijd	noun	werktijd van een computer
computertijden	=	computertijd
computertijdperk	noun	periode in de geschiedenis dat computers, automatisering en informatieverwerking een belangrijk onderdeelvan de samenleving zijn
computertijdperken	=	computertijdperk
computertijdschrift	noun	tijdschrift met computernieuws
computertijdschriften	=	computertijdschrift
computertje	=	computer
computertjes	=	computer
computertomografie	noun	een tomografische onderzoeksmethode van het menselijk lichaam m.b.v. röntgenstraling of magnetische resonantie (MRI).
computertomografieën	=	computertomografie
computeruitdraai	noun	met een computer gemaakte papieren afdruk
computeruitdraaien	=	computeruitdraai
computeruitdraaitje	=	computeruitdraai
computeruitdraaitjes	=	computeruitdraai
computervaardigheden	=	computervaardigheid
computervaardigheid	noun	het goed overweg kunnen met computers
computerverbinding	noun	verbinding tussen twee of meer computers
computerverbindingen	=	computerverbinding
computerverbindinkje	=	computerverbinding
computerverbindinkjes	=	computerverbinding
computervertaling	noun	is een vertaling die met een computerprogramma gemaakt is
computervertalingen	=	computervertaling
computerverwerking	noun	het door een computer omzetten van ingevoerde gegevens in gewenste informatie
computerverwerkingen	=	computerverwerking
computervirus	noun	schadelijk computerprogramma dat zich kopieert naar andere programma's en van binnenuit de computer kapotmaakt
computervirusje	=	computervirus
computervirusjes	=	computervirus
computervirussen	=	computervirus
computervredebreuk	noun	met voorbijgaan aan de beveiliging binnendringen in een computer of netwerk
computerwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij computers en automatisering
computerwerelden	=	computerwereld
computerwereldje	=	computerwereld
computerwereldjes	=	computerwereld
computerwetenschap	noun	is de studie en de wetenschap van de theoretische fundamenten van informatie en het rekenen, de theoretische informatica, en de implementatie en toepassing in computersystemen
computerwetenschappen	=	computerwetenschap
computerwetenschapper	noun	iemand die een academische en wetenschappelijke informaticaopleiding heeft voltooid
computerwetenschappers	=	computerwetenschapper
computerwinkel	noun	winkel waar computers, software en computerbenodigdheden worden verkocht
computerwinkels	=	computerwinkel
computerwinkeltje	=	computerwinkel
computerwinkeltjes	=	computerwinkel
computerworm	noun	is een zichzelf vermenigvuldigend computerprogramma.
computerwormen	=	computerworm
computerwormpje	=	computerworm
computerwormpjes	=	computerworm
computerzaak	noun	winkel waar men computerapparatuur en computerbenodigdheden verkoopt
computerzaken	=	computerzaak
comtoir	=	kantoor
comtoise	noun	slingeruurwerk met twee gewichten
comtoises	=	comtoise
comtoor	=	kantoor
comédienne	noun	actrice die speelt in komedies
comédiennes	=	comédienne
conatief	adj	het veroorzaken van handelingen bij de luisteraar
conatiefs	=	conatief
conatiefst	=	conatief
conatiefste	=	conatief
conatieve	=	conatief
conatiever	=	conatief
conatievere	=	conatief
conatievers	=	conatief
concaaf	adj	holrond, met een naar binnen gebogen oppervlak
concaafs	=	concaaf
concaafst	=	concaaf
concaafste	=	concaaf
concatenatie	noun	'het concateneren' d.w.z. een operatie in programmeertalen om twee strings (tekenreeksen) aan elkaar te koppelen door ze achter elkaar te plaatsen
concatenaties	=	concatenatie
concateneer	=	concateneren
concateneerde	=	concateneren
concateneerden	=	concateneren
concateneert	=	concateneren
concatenere	=	concateneren
concateneren	verb	achter elkaar plaatsen
concatenerend	=	concateneren
concatenerende	=	concateneren
concave	=	concaaf
concaver	=	concaaf
concavere	=	concaaf
concavers	=	concaaf
concealer	noun	een cosmeticaproduct dat bedoeld is om puistjes, kleine huidoneffenheden en donkere kringen te camoufleren
concealers	=	concealer
concelebrant	noun	voorganger naast de celebrant
concelebranten	=	concelebrant
concelebratie	noun	het gezamenlijk opdragen van de mis door meer dan één priester
concelebraties	=	concelebratie
concelebreer	=	concelebreren
concelebreerde	=	concelebreren
concelebreerden	=	concelebreren
concelebreert	=	concelebreren
concelebrere	=	concelebreren
concelebreren	verb	gezamenlijk ('con') (de heilige mis) opdragen
concelebrerend	=	concelebreren
concelebrerende	=	concelebreren
concentraat	noun	poeder of een vloeistof, die een of meer stoffen in grote hoeveelheden bevat of zelfs uit de pure vorm bestaat.
concentraten	=	concentraat
concentratie	noun	sterkte van een oplossing
concentratie-kamp	=	concentratiekamp
concentratiebeweging	noun	economisch proces waarbij het aantal zelfstandige bedrijven in een bepaalde sector daalt en de gemiddelde bedrijfsgrootte toeneemt.
concentratiebewegingen	=	concentratiebeweging
concentratiebeweginkje	=	concentratiebeweging
concentratiebeweginkjes	=	concentratiebeweging
concentratiecrisis	noun	het gebrek aan concentratie als gevolg van het steeds afgeleid worden door andere mensen en/of apps op de smartphone
concentratiegebied	noun	gebied waarin iets is geconcentreerd
concentratiegebieden	=	concentratiegebied
concentratiegebiedje	=	concentratiegebied
concentratiegebiedjes	=	concentratiegebied
concentratiekamp	noun	afgesloten terrein met barakken waar machthebbers bepaalde groepen mensen zonder rechtsgang onder dwang van de samenleving afgezonderd houden
concentratiekampen	=	concentratiekamp
concentratiekampje	=	concentratiekamp
concentratiekampjes	=	concentratiekamp
concentratiekampslachtoffer	noun	slachtoffer van de verschrikkingen van een concentratiekamp
concentratiekampslachtoffers	=	concentratiekampslachtoffer
concentratiekampsyndromen	=	concentratiekampsyndroom
concentratiekampsyndroom	noun	psychische ziekte waarbij persoonlijke ervaringen in een concentratiekamp nog als dagelijkse werkelijkheid worden ervaren
concentratiepil	noun	tablet met een stof waardoor je minder snel wordt afgeleid en je aandacht langer bij een onderwerp kan houden
concentratiepillen	=	concentratiepil
concentratieprobleem	noun	het zich slecht op één zaak kunnen richten en daar last van hebben
concentratieprobleempje	=	concentratieprobleem
concentratieprobleempjes	=	concentratieprobleem
concentratieproblemen	=	concentratieprobleem
concentratiepunt	noun	plaats of zaak waaraan men extra veel aandacht geeft
concentratiepunten	=	concentratiepunt
concentraties	=	concentratie
concentratiescholen	=	concentratieschool
concentratieschool	noun	een z.g. zwarte school d.w.z. een school voor migrantenkinderen
concentratieschooltje	=	concentratieschool
concentratieschooltjes	=	concentratieschool
concentratiestoornis	noun	het zich slecht kunnen richten op iets specifieks
concentratiestoornissen	=	concentratiestoornis
concentratietje	=	concentratie
concentratieverlies	noun	vermindering van de aandacht voor één bepaald iets
concentratieverliezen	=	concentratieverlies
concentratievermogen	noun	vermogen om zich tot één onderwerp te kunnen beperken
concentratievermogens	=	concentratievermogen
concentreer	=	concentreren
concentreerde	=	concentreren
concentreerden	=	concentreren
concentreert	=	concentreren
concentrere	=	concentreren
concentreren	verb	centraliseren, op één plek samenbrengen
concentrerend	=	concentreren
concentrerende	=	concentreren
concentrisch	adj	van cirkels of bollen dat ze het zelfde middelpunt hebben (maar niet dezelfde straal)
concentrische	=	concentrisch
concentrischer	=	concentrisch
concentrischere	=	concentrisch
concentrischers	=	concentrisch
concept	noun	een voorlopig ontwerp, een schets van een project
conceptadvies	noun	een eerste schets voor een te geven raad
conceptadviezen	=	conceptadvies
conceptagenda	noun	voorgestelde lijst met activiteiten die men op bepaalde data wil uitvoeren
conceptagenda's	=	conceptagenda
conceptakkoord	noun	voorstel voor een overeenkomst
conceptakkoorden	=	conceptakkoord
conceptalbum	noun	lp of cd gemaakt op basis van één thema
conceptalbums	=	conceptalbum
conceptauto	noun	een prototype of studiemodel voor een te maken automodel
conceptauto's	=	conceptauto
conceptautootje	=	conceptauto
conceptautootjes	=	conceptauto
conceptbegroting	noun	voorstel voor een raming van de te maken uitgaven voor de komende tijd die nog niet is goedgekeurd
conceptbegrotingen	=	conceptbegroting
conceptbeleidsplan	noun	het eerste nog niet definitieve plan van aanpak
conceptbeleidsplannen	=	conceptbeleidsplan
conceptbeleidsplannetje	=	conceptbeleidsplan
conceptbeleidsplannetjes	=	conceptbeleidsplan
conceptbrief	noun	proefversie van een brief, nog niet definitieve brief
conceptbriefje	=	conceptbrief
conceptbriefjes	=	conceptbrief
conceptbrieven	=	conceptbrief
conceptdagvaarding	noun	een voorlopige versie van een dagvaarding die een advocaat opstelt voordat deze officieel door een deurwaarder wordt betekend (officieel overhandigd) aan de tegenpartij.
conceptdagvaardingen	=	conceptdagvaarding
conceptdagvaardinkje	=	conceptdagvaarding
conceptdagvaardinkjes	=	conceptdagvaarding
concepten	=	concept
conceptfase	noun	periode waarin er alleen nog maar aan een voorlopige opzet van een later resultaat wordt gewerkt
conceptfasen	=	conceptfase
conceptfases	=	conceptfase
conceptie	noun	bevruchting
conceptief	adj	wat bevrucht kan worden, bevruchtbaar
conceptiefs	=	conceptief
conceptiefst	=	conceptief
conceptiefste	=	conceptief
concepties	=	conceptie
conceptieve	=	conceptief
conceptiever	=	conceptief
conceptievere	=	conceptief
conceptievers	=	conceptief
conceptjaarrekening	noun	nog niet goedgekeurde versie van een jaarlijks overzicht van ontvangsten en uitgaven van een bedrijf over een heel boekjaar
conceptjaarrekeningen	=	conceptjaarrekening
conceptje	=	concept
conceptjes	=	concept
conceptlijst	noun	voorlopige kandidatenlijst voor een politieke partij voor bepaalde verkiezingen
conceptlijsten	=	conceptlijst
conceptnota	noun	ontwerp voor een document dat later officieel moet worden vastgesteld
conceptnota's	=	conceptnota
conceptnotulen	noun	nog niet goedgekeurd verslag van een vergadering
conceptontwikkeling	noun	een inschatting maken van de te verwachten productkosten, marktacceptatie, ontwerpkaders, ontwerptijd en ontwerpkosten
conceptontwikkelingen	=	conceptontwikkeling
conceptovereenkomst	noun	nog niet bekrachtigde versie van een bindende afspraak waarmee alle partijen instemmen
conceptovereenkomsten	=	conceptovereenkomst
conceptpersbericht	noun	ontwerp van een verklaring om later via de media te verspreiden
conceptpersberichten	=	conceptpersbericht
conceptplan	noun	voorlopig, nog niet goedgekeurd voornemen
conceptplannen	=	conceptplan
conceptprogramma	noun	voorstel voor een serie beleidsvoornemens
conceptprogramma's	=	conceptprogramma
conceptrapport	noun	voorlopig, nog niet goedgekeurd, schriftelijk verslag
conceptrapportage	noun	voorlopig, nog niet goedgekeurde verslaggeving
conceptrapportages	=	conceptrapportage
conceptrapporten	=	conceptrapport
conceptrapportje	=	conceptrapport
conceptrapportjes	=	conceptrapport
conceptregeerakkoord	noun	voorgestelde overeenkomst over het beleid van een (toekomstige) regering
conceptregeerakkoorden	=	conceptregeerakkoord
conceptstore	noun	een winkel waar nieuwe ideeën worden uitgeprobeerd
conceptstores	=	conceptstore
concepttekst	noun	een proefversie van een tekst
conceptteksten	=	concepttekst
conceptualiseer	=	conceptualiseren
conceptualiseerde	=	conceptualiseren
conceptualiseerden	=	conceptualiseren
conceptualiseert	=	conceptualiseren
conceptualisere	=	conceptualiseren
conceptualiseren	verb	iets pogen te beschrijven of te begrijpen in duidelijke beelden of formuleringen
conceptualiserend	=	conceptualiseren
conceptualiserende	=	conceptualiseren
conceptualisering	noun	mentale beeldvorming
conceptualiseringen	=	conceptualisering
conceptualisme	noun	leer die postuleert dat algemene begrippen uitsluitend in de geest bestaan en geen externe of substantiële werkelijkheid bezitten
conceptueel	adj	abstract
conceptueels	=	conceptueel
conceptueelst	=	conceptueel
conceptueelste	=	conceptueel
conceptuele	=	conceptueel
conceptueler	=	conceptueel
conceptuelere	=	conceptueel
conceptuelers	=	conceptueel
conceptverkiezingsprogramma	noun	een voorlopig verkiezingsprogramma
conceptverkiezingsprogramma's	=	conceptverkiezingsprogramma
conceptverklaring	noun	voorlopig document, verklaring of documentopzet die nog niet definitief is.
conceptverklaringen	=	conceptverklaring
conceptverklarinkje	=	conceptverklaring
conceptverklarinkjes	=	conceptverklaring
conceptversie	noun	proefversie
conceptversies	=	conceptversie
conceptverslag	noun	voorlopige, nog niet goedgekeurde beschrijving van een situatie
conceptverslagen	=	conceptverslag
conceptvoorstel	noun	voorlopige, nog niet definitieve suggestie
conceptvoorstellen	=	conceptvoorstel
conceptvorm	noun	in ee nog niet definitieve toestand
conceptvormen	=	conceptvorm
conceptwet	noun	nog niet aangenomen voorstel voor een wet
conceptwetten	=	conceptwet
concern	noun	groot bedrijf dat op zijn beurt bestaat uit een aantal losse bedrijven
concernfinanciering	noun	financiering van een onderneming door de moedermaatschappij
concernfinancieringen	=	concernfinanciering
concernkosten	noun	geld dat een dochteronderneming moet betalen aan het moederbedrijf voor geleverde diensten
concernleiding	noun	de directie van een grote onderneming
concernleidingen	=	concernleiding
concernleidinkje	=	concernleiding
concernleidinkjes	=	concernleiding
concernniveau	noun	op het hiërarchische niveau van het moederbedrijf
concernniveaus	=	concernniveau
concernomzet	noun	de hoeveelheid geld die een grote onderneming ontvangt door verkopen
concernomzetten	=	concernomzet
concernonderdeel	noun	onderneming die een onderdeel is van een concern of consortium en waarvan de aandelen in bezit zijn van de moedermaatschappij
concernonderdelen	=	concernonderdeel
concerns	=	concern
concerntje	=	concern
concerntjes	=	concern
concerntop	noun	de directievan een grote onderneming
concerntoppen	=	concerntop
concernverband	noun	in de relatie met de moedermaatschappij
concernverbanden	=	concernverband
concernverhouding	noun	een afhankelijkheidsrelatie tussen ondernemingen die deel uitmaken van hetzelfde concern.
concernverhoudingen	=	concernverhouding
concernverhoudinkje	=	concernverhouding
concernverhoudinkjes	=	concernverhouding
concert	noun	een muziekuitvoering door een orkest, ensemble, een koor etc.
concertaanbod	noun	alle concerten die op een bepaald moment, in een bepaalde regio of door een specifieke organisatie worden aangeboden aan het publiek
concertagenda	noun	lijst van concerten met vermelding van datum, tijd en plaats van uitvoering; lijst met optredens
concertagenda's	=	concertagenda
concertant	adj	concertante muziek wordt alleen uitgevoerd door musici, instrument(en) en/of stem(men), zoals een concerto, in tegenstelling tot een 'scenische' opvoering, waarbij ook op toneel wordt geacteerd en/of gedanst met gebruik van kostuums en/of decor (zoals in een opera)
concertante	=	concertant
concertants	=	concertant
concertaria	noun	aria als zelfstandig muziekstuk
concertaria's	=	concertaria
concertariaatje	=	concertaria
concertariaatjes	=	concertaria
concertatie	noun	op overeenstemming gericht overleg
concertaties	=	concertatie
concertavond	noun	avond met een muzikale uitvoering
concertavonden	=	concertavond
concertavondje	=	concertavond
concertavondjes	=	concertavond
concertbezoek	noun	het als bezoeker deelnemen aan een muziekuitvoering
concertbezoeken	=	concertbezoek
concertbezoeker	noun	iemand die als luisteraar naar een muziekuitvoering gaat
concertbezoekers	=	concertbezoeker
concertbezoekertje	=	concertbezoeker
concertbezoekertjes	=	concertbezoeker
concertbezoekje	=	concertbezoek
concertbezoekjes	=	concertbezoek
concerteer	=	concerteren
concerteerde	=	concerteren
concerteerden	=	concerteren
concerteert	=	concerteren
concerten	=	concert
concertenreeks	noun	een serie muzikale uitvoeringen
concertenreeksen	=	concertenreeks
concertenreeksje	=	concertenreeks
concertenreeksjes	=	concertenreeks
concertere	=	concerteren
concerteren	verb	het geven van een muzikale uitvoering
concerterend	=	concerteren
concerterende	=	concerteren
concertfilm	noun	een documentairefilm, waarin de focus ligt op een liveconcert van een artiest, met alle backstage-handelingen van dien
concertfilmpje	=	concertfilm
concertfilmpjes	=	concertfilm
concertfilms	=	concertfilm
concertganger	noun	iemand die een muziekuitvoering bezoekt
concertgangers	=	concertganger
concertgebouw	noun	gebouw bestemd voor muziekuitvoeringen Het bestaat hoofdzakelijk uit een of meer zalen met een geschikte omvang en akoestiek
concertgebouwen	=	concertgebouw
concertgebouwtje	=	concertgebouw
concertgebouwtjes	=	concertgebouw
concerthal	noun	concertzaal
concerthallen	=	concerthal
concerti	=	concerto
concertina	noun	een op een trekzak gelijkende kleine, zeshoekige accordeon
concertina's	=	concertina
concertinaboek	noun	boek dat bestaat uit één lange strook papier die in een zigzag- of harmoniemodel is gevouwen, vaak met harde kaften aan de uiteinden
concertinaboeken	=	concertinaboek
concertinaboekje	=	concertinaboek
concertinaboekjes	=	concertinaboek
concertino	noun	klein concert, instrumentaal muziekstuk
concertino's	=	concertino
concertje	=	concert
concertjes	=	concert
concertkaart	noun	toegangsbewijs voor een concert
concertkaarten	=	concertkaart
concertkaartje	=	concertkaart
concertkaartjes	=	concertkaart
concertmeester	noun	aanvoerder van de eerste violen in een orkest, speelt solopartijen, stelt musici aan, dirigeert bij repetities en vervangt soms de dirigent bij uitvoeringen
concertmeesters	=	concertmeester
concertmeestertje	=	concertmeester
concertmeestertjes	=	concertmeester
concerto	noun	een vorm van compositie waarbij verschillende instrumenten en/of instrumentengroepen met elkaar dialogeren of wedijveren
concerto's	=	concerto
concertorganisator	noun	persoon of firma die een concert organiseert
concertorganisatoren	=	concertorganisator
concertorganisators	=	concertorganisator
concertpianist	noun	iemand die muziekuitvoeringen verzorgt door een vleugel te bespelen
concertpianiste	noun	vrouw die muziekuitvoeringen verzorgt door een vleugel te bespelen
concertpianisten	=	concertpianist
concertpianistes	=	concertpianiste
concertpodia	=	concertpodium
concertpodium	noun	verhoging waarop musici zich bevinden als zij in een uitvoering verzorgen#:▸ ,,In de renovatieplannen zou de overkapping zes, zeven meter verder over het veld hangen’’, zegt toenmalig stadiondirecteur Van der Vegt. ,,Mojo waarschuwde dat de concertpodiums dan verder naar het midden zouden moeten opschuiven.
concertpodiums	=	concertpodium
concertpromotor	noun	iemand die reclame maakt voor een muziekuitvoering
concertpromotoren	=	concertpromotor
concertpromotors	=	concertpromotor
concertreeks	noun	een aantal muziekconcerten die samen een geheel vormen
concertreeksen	=	concertreeks
concertreeksje	=	concertreeks
concertreeksjes	=	concertreeks
concertregistratie	noun	opname van een muziekconcert
concertregistraties	=	concertregistratie
concertreis	noun	reis van een musicus of orkest waarbij het geven van concerten het reisdoel is
concertreisje	=	concertreis
concertreisjes	=	concertreis
concertreizen	=	concertreis
concertruimte	noun	zaal voor een muziekuitvoering
concertruimten	=	concertruimte
concertruimtes	=	concertruimte
concertseizoen	noun	deel van het jaar dat er concerten gegeven worden
concertseizoenen	=	concertseizoen
concertserie	noun	een aantal muziekconcerten die samen een geheel vormen
concertseries	=	concertserie
concertstuk	noun	solostuk in vrije vorm, eendelig concert
concertstukje	=	concertstuk
concertstukjes	=	concertstuk
concertstukken	=	concertstuk
concertticket	noun	toegangsbewijs dat recht geeft op het bijwonen van een concert
concerttickets	=	concertticket
concerttour	noun	een rondreis van een artiest of orkest waarbij concerten worden gegeven
concerttournee	noun	reis die muzikanten maken om op te treden
concerttournees	=	concerttournee
concerttours	=	concerttour
concertuitvoering	noun	een concertvorm waarbij alleen de muziek en/of zang van een film of theaterstuk (ballet, opera etc.) wordt uitgevoerd
concertuitvoeringen	=	concertuitvoering
concertvleugel	noun	vleugelpiano, zoals op concerten gebruikt
concertvleugels	=	concertvleugel
concertzaal	noun	ruimte waarin men een concert kan houden
concertzaaltje	=	concertzaal
concertzaaltjes	=	concertzaal
concertzalen	=	concertzaal
concertzender	noun	een radiozender die klassieke muziek, oude muziek, jazz, wereldmuziek, chansons, nieuwe muziek en popmuziek uitzendt
concertzenders	=	concertzender
concessie	noun	toegeving aan wensen of eisen van de tegenpartij met als doel om tot een overeenkomst te komen
concessief	noun	voegwoord waarmee een toegeving wordt uitgedrukt	adj	een toegeving uitdrukkend
concessiefs	=	concessief
concessiefst	=	concessief
concessiefste	=	concessief
concessiegebied	noun	gebied waar men bepaalde, door de overheid verstrekte, rechten heeft met uitsluiting van anderen
concessiegebieden	=	concessiegebied
concessiegebiedje	=	concessiegebied
concessiegebiedjes	=	concessiegebied
concessiehouder	noun	iemand (de houder) die een concessie verkregen heeft
concessiehouders	=	concessiehouder
concessieperiode	noun	periode dat een bepaalde onderneming het alleenrecht heeft om een bepaalde dienst te leveren
concessieperioden	=	concessieperiode
concessieperiodes	=	concessieperiode
concessierecht	noun	het recht, verleent door de overheid, die het gebruik van iets door anderen dan de concessiehouder uitsluit
concessierechten	noun	een vergunning, verleent door de overheid, die het gebruik van iets door anderen dan de concessiehouder uitsluit
concessies	=	concessie
concessiesysteem	noun	overheidsregeling die alleen een beperkt aantal ondernemers voor een bepaald gebied en periode het recht geeft om iets te produceren of te leveren
concessiesystemen	=	concessiesysteem
concessietje	=	concessie
concessietjes	=	concessie
concessieve	=	concessief
concessieven	=	concessief
concessiever	=	concessief
concessievere	=	concessief
concessievers	=	concessief
concessievoorwaarde	noun	vereisten waaraan een bedrijf moet voldoen om voor een bepaalde tijd een alleenrecht te hebben in een bepaalde markt
concessievoorwaarden	=	concessievoorwaarde
concessionaris	noun	concessiehouder
concessionarissen	=	concessionaris
concessioneel	adj	voordelig, met korting
concessioneels	=	concessioneel
concessioneelst	=	concessioneel
concessioneelste	=	concessioneel
concessionele	=	concessioneel
concessioneler	=	concessioneel
concessionelere	=	concessioneel
concessionelers	=	concessioneel
concheren	verb	mengen bij een temperatuur van 80° C van cacaoboter, suiker en andere ingrediënten bij de bereiding van chocola
conchologen	=	concholoog
conchologie	noun	wetenschap die de schelpen van weekdieren bestudeert
concholoog	noun	bestudeert de schelpen van weekdieren
conchoïde	noun	kromme schelpvormige lijn
conchoïden	=	conchoïde
conchoïdes	=	conchoïde
conchyliologen	=	conchylioloog
conchyliologie	noun	leer der schelpen
conchylioloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de leer der schelpen
conchylioloogje	=	conchylioloog
conchylioloogjes	=	conchylioloog
concies	adj	beknopt, kort en scherp geformuleerd
conciest	=	concies
concieste	=	concies
concieze	=	concies
conciezer	=	concies
conciezere	=	concies
conciezers	=	concies
conciliair	adj	een concilie betreffend
conciliairder	=	conciliair
conciliairdere	=	conciliair
conciliairders	=	conciliair
conciliaire	=	conciliair
conciliairs	=	conciliair
conciliairst	=	conciliair
conciliairste	=	conciliair
conciliarisme	noun	beweging binnen de westerse (rooms-katholieke) kerk aan het einde van de 14e eeuw en het begin van de 15e eeuw n.Chr. met de opvatting, dat een algemeen concilie boven de paus staat
conciliatie	noun	verzoening
conciliaties	=	conciliatie
concilie	noun	vergadering van kerkelijke ambtsdragers, voornamelijk bisschoppen, onder leiding van de paus
concilieer	=	conciliëren
concilieerde	=	conciliëren
concilieerden	=	conciliëren
concilieert	=	conciliëren
concilies	=	concilie
conciliën	=	concilie
conciliëre	=	conciliëren
conciliëren	verb	verzoenen, in overeenstemming brengen
conciliërend	=	conciliëren
conciliërende	=	conciliëren
concipieer	=	concipiëren
concipieerde	=	concipiëren
concipieerden	=	concipiëren
concipieert	=	concipiëren
concipiëre	=	concipiëren
concipiëren	verb	verwekken
concipiërend	=	concipiëren
concipiërende	=	concipiëren
conciërge	noun	een huisbewaarder, een toezichthouder in een gebouw
conciërgerie	noun	woning van een concierge
conciërgeries	=	conciërgerie
conciërges	=	conciërge
conciërgetje	=	conciërge
conciërgetjes	=	conciërge
conciërgewoning	noun	woning waar de huismeester woont
conciërgewoningen	=	conciërgewoning
conciërgewoninkje	=	conciërgewoning
conciërgewoninkjes	=	conciërgewoning
conclaaf	noun	een besloten kerkvergadering van kardinalen waarbij een paus gekozen wordt
conclaafje	=	conclaaf
conclaafjes	=	conclaaf
conclave	noun	de plaats waar de kardinalen van de Katholieke Kerk bijeenkomen om de paus te kiezen
conclaven	=	conclaaf
conclaves	=	conclave
concluant	noun	de partij die tijdens een proces de eisen, tegeneisen uiteenzet
concluanten	=	concluant
concludeer	=	concluderen
concludeerde	=	concluderen
concludeerden	=	concluderen
concludeert	=	concluderen
concludent	adj	tot een onbetwistbare conclusie leidend
concludente	=	concludent
concludenter	=	concludent
concludentere	=	concludent
concludenters	=	concludent
concludents	=	concludent
concludentst	=	concludent
concludentste	=	concludent
concludere	=	concluderen
concluderen	verb	tot een eis komen
concluderend	=	concluderen
concluderende	=	concluderen
conclusie	noun	de uitkomst van een denkproces, besluit, gevolgtrekking, bevinding
conclusief	adj	gevolgaanduidend
conclusiefs	=	conclusief
conclusiefst	=	conclusief
conclusiefste	=	conclusief
conclusies	=	conclusie
conclusietje	=	conclusie
conclusietjes	=	conclusie
conclusieve	=	conclusief
conclusiever	=	conclusief
conclusievere	=	conclusief
conclusievers	=	conclusief
concomitant	adj	samengaand, gelijktijdig, vergezellend, accessoir
concomitante	=	concomitant
concomitants	=	concomitant
concomiterend	adj	begeleidend, tegelijkertijd voorkomend
concordaat	noun	overeenkomst tussen een staat en de paus over de rechten van de rooms-katholieke kerk in een land
concordantie	noun	overeenstemming
concordanties	=	concordantie
concordantiën	=	concordantie
concordaten	=	concordaat
concorde	noun|historical	bepaald type passagiersvliegtuig uit de 2e helft van de 20e eeuw dat sneller dan het geluid kon vliegen
concordeer	=	concorderen
concordeerde	=	concorderen
concordeerden	=	concorderen
concordeert	=	concorderen
concordere	=	concorderen
concorderen	verb	overeenstemmen
concorderend	=	concorderen
concorderende	=	concorderen
concordes	=	concorde
concordia	noun	toestand waarin zij die deel zijn van een groter geheel het onderling eens zijn en probleemloos samenwerken
concours	noun	wedstrijd op een bepaald vakgebied, waarbij vaak een jury de prestatie beoordeelt.
concoursen	=	concours
concoursje	=	concours
concoursjes	=	concours
concourstje	=	concours
concourstjes	=	concours
concreet	adj	tastbaar, zeker
concreetheden	=	concreetheid
concreetheid	noun	het heel tastbaar zijn
concreets	=	concreet
concreetst	=	concreet
concreetste	=	concreet
concrete	=	concreet
concreter	=	concreet
concretere	=	concreet
concreters	=	concreet
concretie	noun	een bolvormige of ovale, geïsoleerde vorm uit formaties van afzettingsgesteenten
concreties	=	concretie
concretiseer	=	concretiseren
concretiseerde	=	concretiseren
concretiseerden	=	concretiseren
concretiseert	=	concretiseren
concretisere	=	concretiseren
concretiseren	verb	concreet maken
concretiserend	=	concretiseren
concretiserende	=	concretiseren
concretisering	noun	het concretiseren
concretiseringen	=	concretisering
concubaan	noun	mannelijke partner in een buitenechtelijke samenleving van man en vrouw
concubanen	=	concubaan
concubant	=	concubine
concubinaat	noun	buitenechtelijke samenleving van man en vrouw
concubinaten	=	concubinaat
concubine	noun	vrouw met wie een man in ongehuwde staat (concubinaat) samenleeft
concubinen	=	concubine
concubines	=	concubine
conculega	noun	collega die als concurrent beschouwd wordt, of een medewerker van een concurrerend bedrijf in een zelfde functie
conculega's	=	conculega
conculegaatje	=	conculega
concullega	=	conculega
concurreer	=	concurreren
concurreerde	=	concurreren
concurreerden	=	concurreren
concurreert	=	concurreren
concurrent	adj	gelijkgerechtigd; geen zekerheden en geen bijzondere voorrang hebbend schuldeiser of aandeelhouder	noun	een mededinger, een persoon of onderneming die met andere personen of ondernemingen hetzelfde doel voor ogen hebben, hetzelfde product verkopen of dezelfde wedstrijd winnen
concurrente	noun	vrouwelijke vorm van concurrent
concurrenten	=	concurrent
concurrenter	=	concurrent
concurrentere	=	concurrent
concurrenters	=	concurrent
concurrentes	=	concurrente
concurrentie	noun	het mede-wedijveren om iets, in het bijzonder een vorm van winst, in de situatie zijn dat je de concurrent van iemand bent
concurrentieanalyse	noun	onderzoek naar de kans om de strijd tussen verschillende partijen (om schaarse bronnen of een doel te bereiken dat door zijn aard slechts voor enkelen is weggelegd) te winnen
concurrentieanalysen	=	concurrentieanalyse
concurrentieanalyses	=	concurrentieanalyse
concurrentiebeding	noun	verbod om in handel of bedrijf op zekere wijze werkzaam te zijn, bij overeenkomst opgelegd (vaak opgelegd na overnames)
concurrentiebedingen	=	concurrentiebeding
concurrentiebedingetje	=	concurrentiebeding
concurrentiebedingetjes	=	concurrentiebeding
concurrentiebeleid	noun	staatkundige regelgeving en ingrepen op het gebied van economische mededinging, met als doel, alle vormen van concurrentiebeperkingen op te heffen
concurrentiebeleiden	=	concurrentiebeleid
concurrentiebeleidje	=	concurrentiebeleid
concurrentiebeleidjes	=	concurrentiebeleid
concurrentiedruk	noun	de heftigheid van de strijd om de gunst van de klant tussen verschillende bedrijven die zich op dezelfde markt begeven
concurrentieel	adj	concurrerend
concurrentieels	=	concurrentieel
concurrentieelst	=	concurrentieel
concurrentieelste	=	concurrentieel
concurrentiegevoelig	adj	van iets dat het invloed heeft op de concurrentie positie
concurrentiegevoelige	=	concurrentiegevoelig
concurrentiegevoeliger	=	concurrentiegevoelig
concurrentiegevoeligere	=	concurrentiegevoelig
concurrentiegevoeligers	=	concurrentiegevoelig
concurrentiegevoeligs	=	concurrentiegevoelig
concurrentiegevoeligst	=	concurrentiegevoelig
concurrentiegevoeligste	=	concurrentiegevoelig
concurrentiekracht	noun	de mate waarin iets of iemand op een bepaald gebied iets beter doet in vergelijking met soortgelijke anderen en daardoor verkozen wordt boven een die anderen
concurrentiekrachten	=	concurrentiekracht
concurrentienadeel	noun	iets dat een bedrijf benadeelt in de concurrentiestrijd met andere bedrijven
concurrentienadelen	=	concurrentienadeel
concurrentieoverweging	noun	een strategisch argument waarbij een onderneming rekening houdt met de acties, prijzen of marktpositie van concurrerende bedrijven.
concurrentieoverwegingen	=	concurrentieoverweging
concurrentieoverweginkje	=	concurrentieoverweging
concurrentieoverweginkjes	=	concurrentieoverweging
concurrentiepositie	noun	positie van een bedrijf ten opzichte van andere bedrijven die dezelfde goederen of diensten leveren
concurrentieposities	=	concurrentiepositie
concurrentieprobleem	noun	moeilijkheden die een eerlijke mededinging belemmeren
concurrentieproblemen	=	concurrentieprobleem
concurrentieslag	noun	hevige strijd tussen concurrenten, met name in economisch verband
concurrentieslagen	=	concurrentieslag
concurrentiestrijd	noun	strijd tussen concurrenten
concurrentiestrijden	=	concurrentiestrijd
concurrentieverhouding	noun	verhouding tussen elkaar beconcurrerende marktpartijen
concurrentieverhoudingen	=	concurrentieverhouding
concurrentieverhoudinkje	=	concurrentieverhouding
concurrentieverhoudinkjes	=	concurrentieverhouding
concurrentievermogen	noun	het vermogen van een onderneming om te kunnen wedijveren met andere bedrijven
concurrentievermogens	=	concurrentievermogen
concurrentievervalsing	noun	het leveren van goederen of diensten door personen of instellingen die daarbij geen ondernemersrisico dragen
concurrentievervalsingen	=	concurrentievervalsing
concurrentievoordeel	noun	het voordeel dat ontstaat wanneer een onderneming op een bepaalde markt een product kan aanbieden dat zich op een positieve manier onderscheidt van andere producten
concurrentievoordeeltje	=	concurrentievoordeel
concurrentievoordeeltjes	=	concurrentievoordeel
concurrentievoordelen	=	concurrentievoordeel
concurrentievoorwaarde	noun	de condities waaronder concurrenten op een markt met elkaar wedijveren
concurrentievoorwaarden	=	concurrentievoorwaarde
concurrentiewaakhond	noun	instelling die controleert of de economische mededinging eerlijk gebeurt
concurrentiewaakhonden	=	concurrentiewaakhond
concurrentiezaak	noun	een rechtszaak die gaat over concurrentie, zoals het nastreven van zakelijke doelen door meerdere onafhankelijke partijen, of een juridische strijd die is ontstaan uit concurrentie
concurrentiezaakje	=	concurrentiezaak
concurrentiezaakjes	=	concurrentiezaak
concurrentiezaken	=	concurrentiezaak
concurrentiële	=	concurrentieel
concurrentiëler	=	concurrentieel
concurrentiëlere	=	concurrentieel
concurrentiëlers	=	concurrentieel
concurrentje	=	concurrent
concurrentjes	=	concurrent
concurrents	=	concurrent
concurrentst	=	concurrent
concurrentste	=	concurrent
concurrere	=	concurreren
concurreren	verb	commercieel wedijveren
concurrerend	adj	aantrekkelijk in vergelijking met mededingers
concurrerende	=	concurrerend
concurrerender	=	concurrerend
concurrerendere	=	concurrerend
concurrerenders	=	concurrerend
concurrerends	=	concurrerend
concurrerendst	=	concurrerend
concurrerendste	=	concurrerend
condens	noun	water, uit damp gevormd ten gevolge van afkoeling en/of drukverlaging
condensaat	noun	stof die ontstaat bij het afkoelen en verhogen van de druk van een gas
condensaten	=	condensaat
condensatie	noun	het onder invloed van druk en/of afkoeling vloeibaar worden van een gas of damp
condensatiekern	noun	een zeer fijn, in de lucht zwevend, wateraantrekkend stofdeeltje.
condensatiekernen	=	condensatiekern
condensatiekerntje	=	condensatiekern
condensatiekerntjes	=	condensatiekern
condensatieketel	noun	een ketel waarin extra warmte vrijkomt doordat er condensatie optreedt van de waterdamp in de rookgassen
condensatieketels	=	condensatieketel
condensaties	=	condensatie
condensatiestreep	noun	witte band met condens achter een straalvliegtuig dat ontstaat als de warme lucht uit de motor afkoelt in de ijskoude lucht op grote hoogte
condensatiestreepje	=	condensatiestreep
condensatiestreepjes	=	condensatiestreep
condensatiestrepen	=	condensatiestreep
condensatievermogen	noun	het vermogen dat de grond heeft om het vocht te behouden en de waterdamp uit de lucht te verdichten
condensatievermogens	=	condensatievermogen
condensatievermogentje	=	condensatievermogen
condensatievermogentjes	=	condensatievermogen
condensatiewarmte	noun	hoeveelheid warmte die vrijkomt bij condensatie van massa-eenheid van een damp
condensatiewater	noun	water dat ontstaat door afkoeling van vochtige lucht; water dat ontstaat door afkoeling van stoom
condensator	noun	elektrisch onderdeel dat een hoeveelheid elektrische lading kan opslaan
condensatorcapaciteit	noun	de elektrische capaciteit van een condensator
condensatorcapaciteiten	=	condensatorcapaciteit
condensatorcapaciteitje	=	condensatorcapaciteit
condensatorcapaciteitjes	=	condensatorcapaciteit
condensatoren	=	condensator
condensatorenbatterij	noun	toestel dat zorgt voor cos phi-verbetering
condensatorenbatterijen	=	condensatorenbatterij
condensatorenbatterijtje	=	condensatorenbatterij
condensatorenbatterijtjes	=	condensatorenbatterij
condensators	=	condensator
condensatortje	=	condensator
condensatortjes	=	condensator
condenseer	=	condenseren
condenseerde	=	condenseren
condenseerden	=	condenseren
condenseert	=	condenseren
condensere	=	condenseren
condenseren	verb	overgaan van gasvormige naar vloeibare toestand
condenserend	=	condenseren
condenserende	=	condenseren
condensor	noun	reservoir bij een stoommachine waarin de afgewerkte stoom tot water verdicht wordt
condensors	=	condensor
condensortje	=	condensor
condensortjes	=	condensor
condensspoor	noun	spoor dat ontstaat doordat waterdamp van de uitlaatgassen van vliegtuigmotoren in de koude lucht condenseert op roetdeeltjes in dit uitlaatgas
condensspoortje	=	condensspoor
condensspoortjes	=	condensspoor
condenssporen	=	condensspoor
condensstreep	noun	witte, lijnvormige wolk die ontstaat bij het vliegen met een straalvliegtuig
condensstrepen	=	condensstreep
condensvorming	noun	afzetting van kleine druppeltjes uit de lucht op een oppervlak dat veel kouder is
condensvormingen	=	condensvorming
condenswater	noun	water dat ontstaat door afkoeling van vochtige lucht of stoom
condiment	noun	Voedingsstof, gebruikt om de smaak van eetwaar te verbeteren: kruiden, specerijen, aromaten, sauzen, vruchten, oliën, dressings, marinades, pekelmixen, chutneys of de bekende E-nummers
condimenten	=	condiment
condimentje	=	condiment
condimentjes	=	condiment
conditie	noun	gezondheidstoestand
condities	=	conditie
conditietest	noun	meting van de lichamelijke fitheid
conditietesten	=	conditietest
conditietests	=	conditietest
conditietrainer	noun	sporttrainer die werkt aan de algemene lichamelijke fitheid van een sporter
conditietrainers	=	conditietrainer
conditietraining	noun	gewenning van het lichaam aan belasting zodat het algemene prestatievermogen beter wordt
conditietrainingen	=	conditietraining
conditionalis	noun	de modus waarin een werkwoord gebruikt wordt als gedaan zou worden
conditionalissen	=	conditionalis
conditioneel	adj	voorwaardelijk
conditioneels	=	conditioneel
conditioneelst	=	conditioneel
conditioneelste	=	conditioneel
conditioneer	=	conditioneren
conditioneerde	=	conditioneren
conditioneerden	=	conditioneren
conditioneert	=	conditioneren
conditionele	=	conditioneel
conditioneler	=	conditioneel
conditionelere	=	conditioneel
conditionelers	=	conditioneel
conditioner	noun	crèmespoeling voor de verzorging van het haar
conditionere	=	conditioneren
conditioneren	verb	als voorwaarde stellen, bedingen
conditionerend	=	conditioneren
conditionerende	=	conditioneren
conditionering	noun	leerproces waarbij een organisme zich aanpast aan de omgeving
conditioneringen	=	conditionering
conditioners	=	conditioner
conditioning	noun	klimaat-, temperatuurregeling, luchtbehandeling
conditiën	=	conditie
condoleance	noun	een blijk van medeleven aan de nabestaanden van een overledene
condoleancebezoek	noun	bezoek dat men brengt aan de nabestaanden, voor het betonen van medeleven, na het overlijden van een persoon
condoleancebezoeken	=	condoleancebezoek
condoleancebezoekje	=	condoleancebezoek
condoleancebezoekjes	=	condoleancebezoek
condoleancebrief	noun	brief die men schrijft aan de nabestaanden, voor het betonen van medeleven, na het overlijden van een persoon
condoleancebriefje	=	condoleancebrief
condoleancebriefjes	=	condoleancebrief
condoleancebrieven	=	condoleancebrief
condoleanceregister	noun	boek waarin mensen die bij een overlijden een blijk van medeleven willen geven hun naam kunnen schrijven
condoleanceregisters	=	condoleanceregister
condoleanceregistertje	=	condoleanceregister
condoleanceregistertjes	=	condoleanceregister
condoleances	=	condoleance
condoleancesite	noun	digitaal rouwregister
condoleancesites	=	condoleancesite
condoleancetelegram	noun	telegram als blijk van medeleven aan de nabestaanden van een overledene
condoleancetelegrammen	=	condoleancetelegram
condoleantie	noun	blijk van medeleven aan de nabestaanden van een overledene
condoleantieregister	noun	boek waarin mensen die bij een overlijden een blijk van medeleven willen geven hun naam kunnen schrijven
condoleantieregisters	=	condoleantieregister
condoleantieregistertje	=	condoleantieregister
condoleantieregistertjes	=	condoleantieregister
condoleanties	=	condoleantie
condoleantietje	=	condoleantie
condoleantietjes	=	condoleantie
condoleer	=	condoleren
condoleerde	=	condoleren
condoleerden	=	condoleren
condoleert	=	condoleren
condolere	=	condoleren
condoleren	verb	medeleven tonen bij het overlijden van iemand
condolerend	=	condoleren
condolerende	=	condoleren
condoléance	=	condoleance
condoléanceregister	=	condoleanceregister
condomerie	noun	speciaalzaak waar men condooms en andere seksartikelen verkoopt
condomerieën	=	condomerie
condominium	noun	gemeenschappelijk eigendom
condominiums	=	condominium
condoom	noun	latex omhulsel bedoeld als voorbehoedmiddel bij geslachtsverkeer
condoomautomaat	noun	apparaat waarbij men anoniem en 24 uur per dag condooms kan kopen
condoomautomaatje	=	condoomautomaat
condoomautomaatjes	=	condoomautomaat
condoomautomaten	=	condoomautomaat
condoombedrog	noun	het stiekem afdoen of beschadigen van een condoom tijdens seks waarbij condoom gebruik was afgesproken
condoombomen	=	condoomboom
condoomboom	noun	boom waarin gratis condooms hangen om veilig vrijen te bevorderen
condoomboompje	=	condoomboom
condoomboompjes	=	condoomboom
condoomfabrikant	noun	bedrijf dat condooms maakt
condoomfabrikanten	=	condoomfabrikant
condoomgebruik	noun	het gebruiken van een condoom ter bescherming tegen seksueel overdraagbare aandoeningen en ongewenste zwangerschappen
condoommoeheid	noun	verlangen om weer seks zonder kapotje te hebben
condoompje	=	condoom
condoompjes	=	condoom
condoomplicht	noun	de verplichting om een condoom bij zich te hebben
condooms	=	condoom
condoomschroom	noun	schroom om een condoom te gebruiken
condor	noun	benaming voor sommige roofvogels uit de Amerikaanse tak (Cathartidae) van de gierenfamilie
condors	=	condor
condortje	=	condor
condortjes	=	condor
conductantie	noun	het vermogen van een materiaal om stroom te geleiden gelijk aan het omgekeerde van zijn elektrische weerstand (resistantie) uitgedrukt in de eenheid siemens (S)
conductanties	=	conductantie
conducteur	noun	een medewerker van het openbaar vervoer die reizigers op vervoersbewijzen controleert, de orde dient te bewaren, maar vooral ook servicemedewerker is.
conducteurs	=	conducteur
conducteurtje	=	conducteur
conducteurtjes	=	conducteur
conductie	noun	geleiding
conducties	=	conductie
conductiviteit	noun	eigenschap van een materiaal die gelijk is aan het omgekeerde van zijn elektrische weerstand uitgedrukt in de eenheid siemens (S)
conductor	noun	geleider (voor elektriciteit)
conductoren	=	conductor
conductors	=	conductor
conductrice	=	conducteur
conduite	noun	gedrag
conduites	=	conduite
conduitestaat	noun	lijst met prestaties die iemand in het verleden heeft geleverd
conduitestaten	=	conduitestaat
condyloma	noun	vijgwrat, weke wrat
confabulatie	noun	vormsel van de fantasie, verdichtsel, verzinsel
confabulaties	=	confabulatie
confabuleer	=	confabuleren
confabuleerde	=	confabuleren
confabuleerden	=	confabuleren
confabuleert	=	confabuleren
confabulere	=	confabuleren
confabuleren	verb	onzinnige verhalen opdissen
confabulerend	=	confabuleren
confabulerende	=	confabuleren
confectie	noun	confectiekleding.
confectie-industrie	noun	industrietak waar confectiekleding gemaakt wordt
confectie-industrieën	=	confectie-industrie
confectiebedrijf	noun	onderneming waar confectiekleding gemaakt wordt
confectiebedrijfje	=	confectiebedrijf
confectiebedrijfjes	=	confectiebedrijf
confectiebedrijven	=	confectiebedrijf
confectiekleding	noun	kleding die in bepaalde vaste maten wordt gemaakt en daardoor direct klaar is om gedragen te worden
confectiepak	noun	kostuum gekocht uit voorraad, niet voor één iemand op maat gemaakt is
confectiepakje	=	confectiepak
confectiepakjes	=	confectiepak
confectiepakken	=	confectiepak
confectiepop	noun	commerciële popmuziek
confectiepoppen	=	confectiepop
confecties	=	confectie
confectioneer	=	confectioneren
confectioneerde	=	confectioneren
confectioneerden	=	confectioneren
confectioneert	=	confectioneren
confectionere	=	confectioneren
confectioneren	verb	op industriële wijze maken
confectionerend	=	confectioneren
confectionerende	=	confectioneren
confectioneur	noun	fabrikant van confectie
confectioneurs	=	confectioneur
confectioneurtje	=	confectioneur
confectioneurtjes	=	confectioneur
confederaal	adj	betrekking hebbend op de samenwerking van onafhankelijke staten die samen een staat vormen
confederaals	=	confederaal
confederaalst	=	confederaal
confederaalste	=	confederaal
confederale	=	confederaal
confederaler	=	confederaal
confederalere	=	confederaal
confederalers	=	confederaal
confederalisme	noun	het streven naar een confederatie
confederatie	noun	een samenwerkingsverband tussen soevereine staten die daarbij hun soevereiniteit behouden, een statenbond
confederaties	=	confederatie
confederatietje	=	confederatie
confederatietjes	=	confederatie
confedereer	=	confedereren
confedereerde	=	confedereren
confedereerden	=	confedereren
confedereert	=	confedereren
confederere	=	confedereren
confedereren	verb	een confederatie maken van een aantal staten
confedererend	=	confedereren
confedererende	=	confedereren
confer	intj	kijk ook naar
confereer	=	confereren
confereerde	=	confereren
confereerden	=	confereren
confereert	=	confereren
conference	noun	humoristische monoloog van een cabaretier
conferencecall	noun	online (beeld)vergadering; telefonische vergadering
conferencecalls	=	conferencecall
conferencen	verb	vergaderen
conferencend	=	conferencen
conferencende	=	conferencen
conferences	=	conference
conferencete	=	conferencen
conferencetje	=	conference
conferencetjes	=	conference
conferencier	noun	iemand die liedjes zingt met tussendoor een humoristisch praatje
conferenciers	=	conferencier
conferentie	noun	grote vergadering met verschillende personen, groepen, landen, staten, mogendheden enz
conferentiecentra	=	conferentiecentrum
conferentiecentrum	noun	een gebouw (of complex van gebouwen), dat gelegenheid biedt voor het organiseren van congressen en vaak ook andere grootschalige evenementen
conferentiecentrums	=	conferentiecentrum
conferentieganger	noun	bezoeker van een conferentie
conferentiegangers	=	conferentieganger
conferentieoord	noun	plaats waar men een bijeenkomst kan houden waar men spreekt over een te volgen beleid
conferentieoorden	=	conferentieoord
conferentieruimte	noun	zaal waarin een vergadering met zeer veel deelnemers gehouden kan worden
conferentieruimten	=	conferentieruimte
conferentieruimtes	=	conferentieruimte
conferenties	=	conferentie
conferentietafel	noun	tafel waaraan de deelnemers aan een conferentie plaats nemen.
conferentietafels	=	conferentietafel
conferentietafeltje	=	conferentietafel
conferentietafeltjes	=	conferentietafel
conferentietje	=	conferentie
conferentietjes	=	conferentie
conferentiezaal	noun	grote ruimte in een gebouw, voorzien van zitplaatsen voor een vergadering met veel deelnemers
conferentiezaaltje	=	conferentiezaal
conferentiezaaltjes	=	conferentiezaal
conferentiezalen	=	conferentiezaal
conferere	=	confereren
confereren	verb	vergadering met twee of meer partijen
confererend	=	confereren
confererende	=	confereren
confessie	noun	erkenning iets verkeerd gedaan te hebben meestal in de godsdienstige zin van het woord
confessies	=	confessie
confessionalisme	noun	het vooropstellen van de eenmaal aanvaarde belijdenis in het gehele leven en werken van de kerk
confessioneel	noun	aanhanger van een confessionele partij	adj	overeenkomstig met, of uitgaande van een geloofsbelijdenis
confessioneels	=	confessioneel
confessioneelst	=	confessioneel
confessioneelste	=	confessioneel
confessioneeltje	=	confessioneel
confessionele	=	confessioneel
confessionelen	=	confessioneel
confessioneler	=	confessioneel
confessionelere	=	confessioneel
confessionelers	=	confessioneel
confetti	noun	felgekleurde papiersnippers die tijdens feesten en optochten in de lucht gegooid worden en dan in een wolk neerdwarrelen
confettiballon	noun	een latexballon gevuld met confetti
confettiballonnen	=	confettiballon
confettiballonnetje	=	confettiballon
confettiballonnetjes	=	confettiballon
confettiballons	=	confettiballon
confettikanon	noun	een feestartikel dat beschouwd kan worden als klein vuurwerk
confettikanonnen	=	confettikanon
confident	noun	vertrouweling
confidenten	=	confident
confidentialiteit	noun	het vertrouwelijk informatie kunnen delen zonder dat anderen deze kunnen inzien
confidentie	noun	vertrouwelijke mededeling
confidentieel	adj	vertrouwelijk
confidentieels	=	confidentieel
confidentieelst	=	confidentieel
confidentieelste	=	confidentieel
confidenties	=	confidentie
confidentiële	=	confidentieel
confidentiëler	=	confidentieel
confidentiëlere	=	confidentieel
confidentiëlers	=	confidentieel
confidentiën	=	confidentie
configuratie	noun	samenstel van figuren
configuratiepagina	noun	webpagina of een onderdeel van een programma waar je de instellingen van een softwareprogramma, een besturingssysteem of een apparaat kunt wijzigen en aanpassen, zodat het naar wens functioneert
configuratiepagina's	=	configuratiepagina
configuratiepaginaatje	=	configuratiepagina
configuratiepaginaatjes	=	configuratiepagina
configuraties	=	configuratie
configuratiescherm	noun	onderdeel van een computerprogramma waarin men de instellingen van een apparaat, programma of computer kan veranderen of aanpassen
configuratieschermen	=	configuratiescherm
configuratietje	=	configuratie
configureer	=	configureren
configureerbaar	adj	opbouwbaar en aanpasbaar naar de wensen van de gebruiker
configureerbaarder	=	configureerbaar
configureerbaardere	=	configureerbaar
configureerbaarders	=	configureerbaar
configureerbaars	=	configureerbaar
configureerbaarst	=	configureerbaar
configureerbaarste	=	configureerbaar
configureerbare	=	configureerbaar
configureerde	=	configureren
configureerden	=	configureren
configureert	=	configureren
configurere	=	configureren
configureren	verb	naar eigen behoefte opbouwen uit losse elementen
configurerend	=	configureren
configurerende	=	configureren
confirmatie	noun	bevestiging, bekrachtiging
confirmatief	adj|obsolete	bevestigend, bekrachtigend
confirmaties	=	confirmatie
confirmatieve	=	confirmatief
confirmeer	=	confirmeren
confirmeerde	=	confirmeren
confirmeerden	=	confirmeren
confirmeert	=	confirmeren
confirmere	=	confirmeren
confirmeren	verb	bevestigen, bekrachtigen
confirmerend	=	confirmeren
confirmerende	=	confirmeren
confiscabel	adj	verbeurd verklaard kunnende worden
confiscabele	=	confiscabel
confiscabeler	=	confiscabel
confiscabelere	=	confiscabel
confiscabelers	=	confiscabel
confiscabels	=	confiscabel
confiscabelst	=	confiscabel
confiscabelste	=	confiscabel
confiscatie	noun	een gerechtelijke inbeslagneming
confiscaties	=	confiscatie
confiserie	noun	bedrijf dat snoepgoed maakt
confiseries	=	confiserie
confiseur	noun	banketbakker
confiseurs	=	confiseur
confisqueer	=	confisqueren
confisqueerde	=	confisqueren
confisqueerden	=	confisqueren
confisqueert	=	confisqueren
confisquere	=	confisqueren
confisqueren	verb	van staatswege in beslag nemen
confisquerend	=	confisqueren
confisquerende	=	confisqueren
confit	noun	in vet van ganzen klaar gemaakt vlees
confiteor	noun	schuldbelijdenis aan het begin van een (R.-K.)mis
confiteors	=	confiteor
confits	=	confit
confiture	noun	bepaalde soorten jam
confituren	=	confituur
confitures	=	confiture
confituur	noun	jam te gebruiken als broodbeleg
confituurtje	=	confituur
confituurtjes	=	confituur
conflict	noun	meningsverschil, botsing tussen partijen die onverzoenlijke doelstellingen nastreven
conflictbeheersing	noun	het geheel aan handelingen die ervoor zorgen dat een ruzie geen onaanvaardbaar grote schade veroorzaakt
conflictbeheersingen	=	conflictbeheersing
conflictbemiddelaar	noun	iemand die probeert om strijdende partijen met elkaar te verzoenen
conflictbemiddelaars	=	conflictbemiddelaar
conflictbemiddeling	noun	het door een gesprek komen tot een oplossing voor een conflict
conflictbemiddelingen	=	conflictbemiddeling
conflictdiamant	noun	diamant waarvan de opbrengst wordt gebruikt om een oorlog op gewapend conflict te bekostigen
conflictdiamanten	=	conflictdiamant
conflictdiamantje	=	conflictdiamant
conflicteer	=	conflicteren
conflicteerde	=	conflicteren
conflicteerden	=	conflicteren
conflicteert	=	conflicteren
conflicten	=	conflict
conflictere	=	conflicteren
conflicteren	verb	strijden, botsen, niet samen kunnen gaan
conflicterend	adj	strijdig
conflicterende	=	conflicterend
conflicterender	=	conflicterend
conflicterendere	=	conflicterend
conflicterenders	=	conflicterend
conflicterends	=	conflicterend
conflicterendst	=	conflicterend
conflicterendste	=	conflicterend
conflictgebied	noun	een land of regio waar oorlog wordt gevoerd
conflictgebieden	=	conflictgebied
conflictgebiedje	=	conflictgebied
conflictgebiedjes	=	conflictgebied
conflictgrondstof	noun	grondstof waarvan de opbrengst wordt gebruikt om een oorlog of gewapend conflict te bekostigen; grondstof uit een conflictgebied
conflictgrondstoffen	=	conflictgrondstof
conflicthaard	noun	plaats waar een strijd woedt
conflicthaarden	=	conflicthaard
conflicthantering	noun	manier waarop men met een conflict omgaat
conflicthanteringen	=	conflicthantering
conflictje	=	conflict
conflictjes	=	conflict
conflictmineraal	noun	een mineraal waarvan de delving gepaard gaat met militaire conflicten en mensenrechtenschendingen
conflictmineralen	=	conflictmineraal
conflictmodel	noun	onderhandelingsmethode waarbij men met behulp van harde strijd tot een resultaat komt
conflictmodellen	=	conflictmodel
conflictoplossing	noun	vreedzame beëindiging van een meningsverschil of gevecht
conflictoplossingen	=	conflictoplossing
conflictpreventie	noun	handelingen die gericht zijn op het voorkomen van botsingen tussen mensen en groepen van mensen
conflictpreventies	=	conflictpreventie
conflictpunt	noun	zaak waarover men een meningsverschil heeft
conflictpunten	=	conflictpunt
conflictsituatie	noun	toestand waarin strijd dreigt of al gaande is
conflictsituaties	=	conflictsituatie
conflictstof	noun	zaken waarover men ruzie kan maken
conflictstoffen	=	conflictstof
conflictueus	adj	conflicten veroorzakend, gelegenheid gevend tot conflicten
conflictueust	=	conflictueus
conflictueuste	=	conflictueus
conflictueuze	=	conflictueus
conflictueuzer	=	conflictueus
conflictueuzere	=	conflictueus
conflictueuzers	=	conflictueus
conflictvermijdend	adj	van gedrag dat het gericht is op het behouden van de vrede (en daardoor meningsverschillen verdoezelend)
conflictvermijdende	=	conflictvermijdend
conflictvermijdender	=	conflictvermijdend
conflictvermijdendere	=	conflictvermijdend
conflictvermijdenders	=	conflictvermijdend
conflictvermijdends	=	conflictvermijdend
conflictvermijdendst	=	conflictvermijdend
conflictvermijdendste	=	conflictvermijdend
conflictvrij	adj	een situatie waarin er geen conflicten optreden
conflictvrije	=	conflictvrij
confluent	adj	op één punt samenkomend
confluente	=	confluent
confluents	=	confluent
conform	adj	overeenstemmend	prep	in overeenstemming met, volgens, net zoals
conformatie	noun	opbouw van een molecule, die ontstaat door het draaien van atomen om een enkelvoudige binding
conformaties	=	conformatie
conformatietje	=	conformatie
conformatietjes	=	conformatie
conforme	=	conform
conformeer	noun	een diastereomeer dat slechts in zijn conformatie verschilt van zijn tegenvoeter
conformeerde	=	conformeren
conformeerden	=	conformeren
conformeeren	=	conformeren
conformeert	=	conformeren
conformer	=	conform
conformere	=	conform
conformeren	verb	gelijkvormig maken, naar iets inrichten
conformerend	=	conformeren
conformerende	=	conformeren
conformering	noun	aanpassing aan de geldende normen, waarden, wetten, meningen en dergelijke
conformeringen	=	conformering
conformers	=	conform
conformisme	noun	neiging om zich te schikken naar de heersende opvatting
conformist	noun	aanpassen van zichzelf aan het gedrag en de opvattingen die heersen in een bepaalde groep met als doel geaccepteerd te worden binnen deze groep
conformisten	=	conformist
conformistisch	adj	van iemand dat hij of zij zich aanpast aan de heersende opvattingen
conformistische	=	conformistisch
conformistischer	=	conformistisch
conformistischere	=	conformistisch
conformistischers	=	conformistisch
conformistischt	=	conformistisch
conformistischte	=	conformistisch
conformistje	=	conformist
conformiteit	noun	overeenstemming, overeenkomst, gelijkvormigheid
conformiteiten	=	conformiteit
conformiteitverklaring	noun	officieel document waarin een fabrikant verklaart dat een product voldoet aan alle relevante Europese veiligheids-, gezondheids- en milieu-eisen.
conformiteitverklaringen	=	conformiteitverklaring
conformiteitverklarinkje	=	conformiteitverklaring
conformiteitverklarinkjes	=	conformiteitverklaring
conforms	=	conform
conformst	=	conform
conformste	=	conform
confrater	noun	iemand met hetzelfde beroep die niet voor hetzelfde bedrijf werkt (vooral gebruikt bij pastoors en advocaten)
confraters	=	confrater
confratertje	=	confrater
confrontatie	noun	aanvaring met andere persoon of zware problemen tussen groepen
confrontatiepolitiek	noun	manier van politiek bedrijven die gericht is op het zoeken van tegenstellingen
confrontaties	=	confrontatie
confrontatietje	=	confrontatie
confrontatietjes	=	confrontatie
confronteer	=	confronteren
confronteerde	=	confronteren
confronteerden	=	confronteren
confronteeren	=	confronteren
confronteert	=	confronteren
confrontere	=	confronteren
confronteren	verb	~met: iemand laten zien wat diegene heeft gedaan (en wat diegene liever niet zou willen weten)
confronterend	adj	dat men direct in contact wordt gebracht met iets moeilijks, onaangenaams of ongemakkelijks, zoals ongewenst gedrag of de gevolgen van eigen acties
confronterende	=	confronteren
confronterender	=	confronterend
confronterendere	=	confronterend
confronterenders	=	confronterend
confronterends	=	confronterend
confronterendst	=	confronterend
confronterendste	=	confronterend
confrère	noun	titel voor een collega, met name gangbaar in de advocatuur
confrères	=	confrère
confrérie	noun	genootschap van mannen die zich voor een bepaald doel verenigd hebben
confréries	=	confrérie
confrérieën	=	confrérie
confuciaans	adj	betrekking hebbend op de leer van Confucius
confuciaanse	=	confuciaans
confuciaanser	=	confuciaans
confuciaansere	=	confuciaans
confuciaansers	=	confuciaans
confuciaanst	=	confuciaans
confuciaanste	=	confuciaans
confucianisme	noun	wijsgerige en ethische leer die een grote rol speelt in de Chinese beschaving
confucianistisch	adj	met betrekking tot het confucianisme
confucianistische	=	confucianistisch
confucianistischer	=	confucianistisch
confucianistischere	=	confucianistisch
confucianistischers	=	confucianistisch
confuse	=	confuus
confuser	=	confuus
confusere	=	confuus
confusers	=	confuus
confusie	noun	verwardheid
confusies	=	confusie
confuus	adj	verward
confuust	=	confuus
confuuste	=	confuus
conga	noun	circa 70-75 cm hoge eenvellige trommel, tonvormig en open aan de onderkant, die meestal met de handen wordt bespeeld
conga's	=	conga
congeniaal	adj	gelijke ideeën hebbend
congeniaals	=	congeniaal
congeniaalst	=	congeniaal
congeniaalste	=	congeniaal
congeniale	=	congeniaal
congenialer	=	congeniaal
congenialere	=	congeniaal
congenialers	=	congeniaal
congenialiteit	noun	geestverwantschap
congenitaal	adj	aangeboren
congenitaals	=	congenitaal
congenitaalst	=	congenitaal
congenitaalste	=	congenitaal
congenitale	=	congenitaal
congenitaler	=	congenitaal
congenitalere	=	congenitaal
congenitalers	=	congenitaal
congestie	noun	ophoping van vloeistof bijv. bloed
congestief	adj	met betrekking tot of veroorzaakt door congestie
congestiefs	=	congestief
congestieheffing	noun	een tolheffing in stedelijke gebieden of op drukke wegen om het verkeersaanbod te verminderen, files tegen te gaan en de luchtkwaliteit te verbeteren.
congestieheffingen	=	congestieheffing
congestieheffinkje	=	congestieheffing
congestieheffinkjes	=	congestieheffing
congestieprobleem	noun	moeilijkheid door ophoping die ontstaat door onvoldoende doorstroming
congestieproblemen	=	congestieprobleem
congesties	=	congestie
congestieve	=	congestief
congiopoden	noun	een familie Congiopodidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
conglomeraat	noun	samenklontering van verschillende bedrijven
conglomeraatje	=	conglomeraat
conglomeraatjes	=	conglomeraat
conglomeraten	=	conglomeraat
conglomeratie	noun	groep met elkaar verbonden gebouwen
conglomeraties	=	conglomeratie
conglomereren	verb	samenklonteren
congo-akalat	noun	Sheppardia cyornithopsis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
congo-akalatje	=	congo-akalat
congo-akalatjes	=	congo-akalat
congo-akalats	=	congo-akalat
congo-oeverzwaluw	noun	Riparia congica een zangvogel uit de familie Hirundinidae (Zwaluwen).
congo-oeverzwaluwen	=	congo-oeverzwaluw
congo-oeverzwaluwtje	=	congo-oeverzwaluw
congo-oeverzwaluwtjes	=	congo-oeverzwaluw
congobalsemien	noun	Impatiens niamniamensis een 30-90 cm (soms tot 2 m) hoge, rechtopstaande kruidachtige plant met glazig-vlezige stengels.
congobalsemienen	=	congobalsemien
congodwergtok	noun	Horizocerus granti (Horizocerus hartlaubi granti) een neushoornvogel die voorkomt in Midden-Afrika, in 1895 geldig beschreven door de Duitse vogelkundige Ernst Hartert
congodwergtokje	=	congodwergtok
congodwergtokjes	=	congodwergtok
congodwergtokken	=	congodwergtok
congolees	adj	op Congo betrekking hebbend	noun	inwoner van Congo, of iemand afkomstig uit Congo
congoleesje	=	congolees
congoleesjes	=	congolees
congoleest	=	congolees
congoleeste	=	congolees
congolese	noun	een vrouwelijke inwoner van Congo, of een vrouw afkomstig uit Congo
congolesen	=	congolese
congoleser	=	congolees
congolesere	=	congolees
congolesers	=	congolees
congolezen	=	congolees
congomierenpikker	noun	Parmoptila jamesoni een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
congomierenpikkers	=	congomierenpikker
congomierenpikkertje	=	congomierenpikker
congomierenpikkertjes	=	congomierenpikker
congomiertapuit	noun	Myrmecocichla tholloni een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
congomiertapuiten	=	congomiertapuit
congomiertapuitje	=	congomiertapuit
congomiertapuitjes	=	congomiertapuit
congopapegaai	noun	Poicephalus gulielmi een vogel uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld.
congopapegaaien	=	congopapegaai
congopapegaaitje	=	congopapegaai
congopapegaaitjes	=	congopapegaai
congopauw	noun	Afropavo congensis een hoenderachtige vogel (familie Phasianidae)
congopauwen	=	congopauw
congopauwtje	=	congopauw
congopauwtjes	=	congopauw
congospitsmuis	noun	Congosorex polli een spitsmuis uit het geslacht der congospitsmuizen (Congosorex) die slechts van één exemplaar (het holotype) bekend is, dat in 1955 is gevangen in Kasaï, een van de voormalige provincies van de Democratische Republiek Congo.
congospitsmuisje	=	congospitsmuis
congospitsmuisjes	=	congospitsmuis
congospitsmuizen	noun	Congosorex een zeldzaam Afrikaans geslacht van spitsmuizen uit de onderfamilie Myosoricinae.
congozwaluw	noun	Pseudochelidon eurystomina een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
congozwaluwen	=	congozwaluw
congozwaluwtje	=	congozwaluw
congozwaluwtjes	=	congozwaluw
congregatie	noun	kloostercongregatie
congregaties	=	congregatie
congregationalisme	noun	de leer van de volstrekte zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente (in het protestantisme)
congregatiën	=	congregatie
congres	noun	een grote vergadering van deskundigen op een bepaald vakgebied
congresafgevaardigde	noun	iemand die een groep mensen vertegenwoordigd op een vergadering
congresafgevaardigden	=	congresafgevaardigde
congresbesluit	noun	democratisch genomen besluit tijdens een grote ledenbijeenkomst
congresbesluiten	=	congresbesluit
congresbezoek	noun	het deelnemen aan een congres
congresbezoeken	=	congresbezoek
congresbezoekje	=	congresbezoek
congresbezoekjes	=	congresbezoek
congrescentra	=	congrescentrum
congrescentrum	noun	bouwwerk met meerdere vergaderzalen, bestemd voor vergaderingen en andere bijeenkomsten
congrescentrums	=	congrescentrum
congrescommissie	noun	commissie van een volksvertegenwoordiging
congrescommissies	=	congrescommissie
congresdag	noun	een dag dat een congres wordt gehouden; een van de dagen van een meerdaags congres
congresdagen	=	congresdag
congresdagje	=	congresdag
congresdagjes	=	congresdag
congresganger	noun	bezoeker van een grote bijeenkomst waar deskundigen of betrokkenen over een onderwerp spreken
congresgangers	=	congresganger
congresgangster	noun	vrouw die deelneemt aan een grote bijeenkomst waar deskundigen of betrokkenen over een onderwerp spreken
congresgangsters	=	congresgangster
congresgebouw	noun	gebouw waar een volksvertegenwoordiging vergadert
congresgebouwen	=	congresgebouw
congresgebouwtje	=	congresgebouw
congresgebouwtjes	=	congresgebouw
congreshal	noun	grote ruimte waarin met congressen kan houden
congreshallen	=	congreshal
congresje	=	congres
congresjes	=	congres
congreskrant	noun	publicatie voor congresgangers; publicatie ter gelegenheid van een congres
congreskranten	=	congreskrant
congreskrantje	=	congreskrant
congreskrantjes	=	congreskrant
congresleden	=	congreslid
congresleiding	noun	groep personen, commissie of organisatie die verantwoordelijk is voor de algehele leiding, planning en coördinatie van een congres of een vergelijkbare conferentie
congresleidingen	=	congresleiding
congresleidinkje	=	congresleiding
congresleidinkjes	=	congresleiding
congreslid	noun	iemand die deel uitmaakt van een congres, het wetgevend lichaam van een land
congresruimte	noun	zaal waarin een grote bijeenkomst gehouden kan worden
congresruimten	=	congresruimte
congresruimtes	=	congresruimte
congresseer	=	congresseren
congresseerde	=	congresseren
congresseerden	=	congresseren
congresseert	=	congresseren
congressen	=	congres
congressere	=	congresseren
congresseren	verb	samen met een groep mensen, die een zelfde beroep of belangstelling hebben, over een bepaald onderwerp met elkaar ideeën uitwisselen op een congres
congresserend	=	congresseren
congresserende	=	congresseren
congressist	noun	congresganger
congressisten	=	congressist
congresstuk	noun	teksten die betrekking hebben op de onderwerpen die ter sprake komen op een congres
congresstukken	=	congresstuk
congrestolk	noun	iemand die op grote internationale bijeenkomsten een simultane vertaling verzorgt
congrestolken	=	congrestolk
congresuitspraak	noun	een motie die is aangenomen op een partijcongres
congresuitspraakje	=	congresuitspraak
congresuitspraakjes	=	congresuitspraak
congresuitspraken	=	congresuitspraak
congresvoorzitter	noun	persoon die een landelijke vergadering van een politieke partij leidt
congresvoorzitters	=	congresvoorzitter
congreszaal	noun	ruimte waarin een congres gehouden kan worden
congreszaaltje	=	congreszaal
congreszaaltjes	=	congreszaal
congreszalen	=	congreszaal
congrueer	=	congrueren
congrueerde	=	congrueren
congrueerden	=	congrueren
congrueert	=	congrueren
congruent	adj	overeenstemmend
congruente	=	congruent
congruenter	=	congruent
congruentere	=	congruent
congruenters	=	congruent
congruentie	noun	overeenkomst van woordvormen in syntactisch verband
congruenties	=	congruentie
congruents	=	congruent
congruentst	=	congruent
congruentste	=	congruent
congruere	=	congrueren
congrueren	verb	overeenstemmen
congruerend	=	congrueren
congruerende	=	congrueren
congé	noun	ontslag
congés	=	congé
conifeer	noun	een tot de Coniferae, een groep ruim zeshonderd soorten naaktzadigen behorende houtige plant of boom
conifeertje	=	conifeer
conifeertjes	=	conifeer
coniferen	noun	een orde Coniferae (of bijvoorbeeld in de 23e druk van de Heukels, Coniferales) vormen een groep in het plantenrijk met ruim zeshonderd soorten.
coniferenuil	noun	Lithophane leautieri een nachtvlinder uit de familie van de Noctuidae, de uilen, met een spanwijdte van 39 tot 44 mm.
coniferenuilen	=	coniferenuil
coniferenuiltje	=	coniferenuil
coniferenuiltjes	=	coniferenuil
conisch	adj	de vorm hebbend van een (afgeknotte) kegel
conische	=	conisch
conischer	=	conisch
conischere	=	conisch
conischers	=	conisch
conischt	=	conisch
conischte	=	conisch
conjecturen	=	conjectuur
conjectuur	noun	een gissing waarop een tekstverbetering gebaseerd wordt als de bron corrupt, verminkt of onleesbaar is
conjectuurtje	=	conjectuur
conjectuurtjes	=	conjectuur
conjugaal	adj	betrekking hebbend op het huwelijk
conjugaals	=	conjugaal
conjugaalst	=	conjugaal
conjugaalste	=	conjugaal
conjugale	=	conjugaal
conjugaler	=	conjugaal
conjugalere	=	conjugaal
conjugalers	=	conjugaal
conjugatie	noun	binding
conjugaties	=	conjugatie
conjugatietje	=	conjugatie
conjugatus	adj	gekoppeld
conjugeer	=	conjugeren
conjugeerde	=	conjugeren
conjugeerden	=	conjugeren
conjugeeren	=	conjugeren
conjugeert	=	conjugeren
conjugere	=	conjugeren
conjugeren	verb	de vervoegde vormen van een werkwoord vormen
conjugerend	=	conjugeren
conjugerende	=	conjugeren
conjunct	noun	nevengeschikte woordgroep	adj	samengevoegd
conjuncte	=	conjunct
conjuncten	=	conjunct
conjunctie	noun	verbinding
conjunctief	noun	een werkwoordswijs waarmee men een wens, onzekerheid of mogelijkheid tot uitdrukking kan brengen	adj	zonder bepaalde aspecten uit te sluiten (verbindend)
conjunctiefje	=	conjunctief
conjunctiefs	=	conjunctief
conjunctiefst	=	conjunctief
conjunctiefste	=	conjunctief
conjuncties	=	conjunctie
conjunctieve	=	conjunctief
conjunctieven	=	conjunctief
conjunctiever	=	conjunctief
conjunctievere	=	conjunctief
conjunctievers	=	conjunctief
conjunctiva	noun	oogbindvlies dat de oogbol en de achterzijde van de oogleden bekleedt
conjunctivaatje	=	conjunctiva
conjunctivaatjes	=	conjunctiva
conjunctivae	=	conjunctiva
conjunctivitis	noun	bindvliesontsteking van het oog
conjunctivitissen	=	conjunctivitis
conjuncts	=	conjunct
conjunctureel	adj	de conjunctuur betreffend
conjunctureels	=	conjunctureel
conjunctureelst	=	conjunctureel
conjunctureelste	=	conjunctureel
conjuncturele	=	conjunctureel
conjunctureler	=	conjunctureel
conjuncturelere	=	conjunctureel
conjuncturelers	=	conjunctureel
conjuncturen	=	conjunctuur
conjunctuur	noun	de verandering van het groeipercentage van de economie of de productie op de korte termijn
conjunctuurbarometer	noun	een indicator van de stand van de conjunctuur
conjunctuurbarometers	=	conjunctuurbarometer
conjunctuurbeweging	noun	de verandering van het groeipercentage van de economie of de productie op de korte termijn
conjunctuurbewegingen	=	conjunctuurbeweging
conjunctuurbeweginkje	=	conjunctuurbeweging
conjunctuurbeweginkjes	=	conjunctuurbeweging
conjunctuurdal	noun	periode van laagconjunctuur
conjunctuurdalen	=	conjunctuurdal
conjunctuurgevoelig	adj	afhankelijk van de economische groei op de korte termijn
conjunctuurgevoelige	=	conjunctuurgevoelig
conjunctuurgevoeliger	=	conjunctuurgevoelig
conjunctuurgevoeligere	=	conjunctuurgevoelig
conjunctuurgevoeligers	=	conjunctuurgevoelig
conjunctuurgevoeligheden	=	conjunctuurgevoeligheid
conjunctuurgevoeligheid	noun	het conjunctuurgevoelig zijn
conjunctuurgevoeligs	=	conjunctuurgevoelig
conjunctuurgevoeligst	=	conjunctuurgevoelig
conjunctuurgevoeligste	=	conjunctuurgevoelig
conjunctuurgolf	noun	periode waarin een economische opleving en neergang zijn aan te wijzen
conjunctuurgolven	=	conjunctuurgolf
conjunctuurindex	noun	conjunctuurindicator
conjunctuurindicator	noun	uit verschillende economische indicatoren (werkloosheidsontwikkeling, consumptie e.d.) samengesteld cijfer dat informatie geeft over de stand van de economie op een bepaald moment en over de toekomstige ontwikkeling daarvan
conjunctuurindicatoren	=	conjunctuurindicator
conjunctuurindicators	=	conjunctuurindicator
conjunctuurontwikkeling	noun	vanandering in de stemming van de economie
conjunctuurontwikkelingen	=	conjunctuurontwikkeling
conjunctuurpolitiek	noun	politiek die ten doel heeft sterke schommelingen in de conjunctuur op te vangen
conjunctuurtje	=	conjunctuur
conjunctuurverschijnsel	noun	verschijnsel dat als zodanig bepaald wordt door een bepaalde ontwikkeling van de conjunctuur
conjunctuurverschijnselen	=	conjunctuurverschijnsel
conjunctuurverschijnsels	=	conjunctuurverschijnsel
conjunctuurvertraging	noun	is een fase in de economische cyclus waarin de economische groei afvlakt.
conjunctuurvertragingen	=	conjunctuurvertraging
conjunctuurvertraginkje	=	conjunctuurvertraging
conjunctuurvertraginkjes	=	conjunctuurvertraging
conjunctuurwerkloosheid	noun	een werkloosheid die veroorzaakt wordt door vermindering van de bestedingen
conjuntivitis	noun	een ontsteking van het bindvlies dat de buitenkant van het oogwit en de binnenkant van de oogleden bekleedt
connaisseur	noun	kenner op het gebied van kunst, gastronomie en esthetische smaak
connaisseurs	=	connaisseur
connecteer	=	connecteren
connecteerde	=	connecteren
connecteerden	=	connecteren
connecteert	=	connecteren
connectere	=	connecteren
connecteren	verb	verbinden
connecterend	=	connecteren
connecterende	=	connecteren
connecticutzanger	noun	Oporornis agilis een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers)
connecticutzangers	=	connecticutzanger
connecticutzangertje	=	connecticutzanger
connecticutzangertjes	=	connecticutzanger
connectie	noun	iemand die men kent als deel van een persoonlijk netwerk
connectief	adj	een verbinding vormend, verbindend
connectiefs	=	connectief
connectiefst	=	connectief
connectiefste	=	connectief
connecties	=	connectie
connectietarief	noun	geld dat men moet betalen als men zijn of haar auto heeft verbonden met een laadpaal terwijl de accu van de auto al opgeladen is
connectietariefje	=	connectietarief
connectietariefjes	=	connectietarief
connectietarieven	=	connectietarief
connectietje	=	connectie
connectietjes	=	connectie
connectieve	=	connectief
connectiever	=	connectief
connectievere	=	connectief
connectievers	=	connectief
connectiviteit	noun	de mate waarin iets of iemand verbonden is of kan zijn met anderen
connector	noun	verbindingsstuk (stekker, contrastekker) die een elektrische verbinding tot stand brengt tussen vele adertjes (die ook weer los genomen kan worden)
connectoren	=	connector
connectors	=	connector
connectortje	=	connector
connectortjes	=	connector
connemarapony	noun	een type pony dat al eeuwen in halfwilde staat rondzwerft in Ierland
connemarapony's	=	connemarapony
connemarapony'tje	=	connemarapony
connemarapony'tjes	=	connemarapony
connexie	=	connectie
connexiteit	noun	samenhang, onderlinge relatie, verwantschap
connexiteiten	=	connexiteit
connexiteitje	=	connexiteit
connexiteitjes	=	connexiteit
connoisseur	noun	kenner (in het bijzonder op het gebied van de schone kunsten, gastronomie en/of het gebied van esthetische smaak)
connoisseurs	=	connoisseur
connossement	noun	document waarin beschreven staat welke lading een schip bevat
connossementen	=	connossement
connotatie	noun	de bijklank of gevoelswaarde van een woord of woordgroep, die tot op zekere hoogte los staat van de letterlijke betekenis (denotatie)
connotaties	=	connotatie
connotatietje	=	connotatie
connotatietjes	=	connotatie
connoteer	=	connoteren
connoteerde	=	connoteren
connoteerden	=	connoteren
connoteert	=	connoteren
connotere	=	connoteren
connoteren	verb	naast een betekenis nog een bijbetekenis hebben ??
connoterend	=	connoteren
connoterende	=	connoteren
conopeum	noun	een half uitgeklapte parasol in oude pauselijke kleuren geel en rood als teken dat een kerk de status van basiliek heeft
conopeums	=	conopeum
conquistador	noun	Spaanse veroveraar van Amerika in de 16e eeuw
conquistadores	=	conquistador
conrector	noun	iemand die deel uitmaakt van de directie van een school voor middelbaar onderwijs
conrectoren	=	conrector
conrectors	=	conrector
conrectortje	=	conrector
conrectortjes	=	conrector
conrectrix	noun	Een vrouwelijke conrector
consacreer	=	consacreren
consacreerde	=	consacreren
consacreerden	=	consacreren
consacreert	=	consacreren
consacrere	=	consacreren
consacreren	verb	consecratie verrichten
consacrerend	=	consacreren
consacrerende	=	consacreren
consanguien	adj	bloedverwant
consanguiene	=	consanguien
consanguiens	=	consanguien
consanguiniteit	noun	het hebben van een gemeenschappelijke voorouder bij twee personen
consanguiniteiten	=	consanguiniteit
consanguïen	=	consanguien
consciëntie	noun|formal	geweten
consciëntiedwang	noun	gewetensdwang
consciënties	=	consciëntie
consciëntieus	adj	gewetensvol, nauwgezet, grondig, zorgvuldig
consciëntieusheid	noun	het consciëntieus zijn
consciëntieust	=	consciëntieus
consciëntieuste	=	consciëntieus
consciëntieuze	=	consciëntieus
consciëntieuzer	=	consciëntieus
consciëntieuzere	=	consciëntieus
consciëntieuzers	=	consciëntieus
consciëntiën	=	consciëntie
conscriptie	noun	inschrijving voor de militaire dienst, in Nederland voor het eerst ingesteld in de tijd van Napoleon
conscripties	=	conscriptie
consecratie	noun	wijding door een bisschop
consecraties	=	consecratie
consecrator	noun	iemand die de consecratie verricht
consecratoren	=	consecrator
consecrators	=	consecrator
consecreer	=	consecreren
consecreerde	=	consecreren
consecreerden	=	consecreren
consecreert	=	consecreren
consecrere	=	consecreren
consecreren	verb	inzegenen
consecrerend	=	consecreren
consecrerende	=	consecreren
consecutief	adj	opeenvolgend
consecutiefs	=	consecutief
consecutiefst	=	consecutief
consecutiefste	=	consecutief
consecutieftolk	noun	tolk die tijdens de voordracht van de spreker aantekeningen maakt en op gezette tijden de inhoud van de toespraak in vertaling weergeeft
consecutieftolken	=	consecutieftolk
consecutieftolkje	=	consecutieftolk
consecutieftolkjes	=	consecutieftolk
consecutieve	=	consecutief
consecutiever	=	consecutief
consecutievere	=	consecutief
consecutievers	=	consecutief
consensueel	adj	met wederzijdse toestemming; met wederzijdse instemming
consensueels	=	consensueel
consensueelst	=	consensueel
consensueelste	=	consensueel
consensuele	=	consensueel
consensueler	=	consensueel
consensuelere	=	consensueel
consensuelers	=	consensueel
consensus	noun	overeenstemming binnen een gemeenschap, een groepering
consensusculturen	=	consensuscultuur
consensuscultuur	noun	manier van samenleven die gericht is op het vinden van overeenstemming
consensuscultuurtje	=	consensuscultuur
consensuscultuurtjes	=	consensuscultuur
consensusdemocratie	noun	een vorm van democratie waarbij het bestuur van een organisatie plaatsvindt door middel van consensus
consensusdemocratieën	=	consensusdemocratie
consensusmodel	noun	manier van overleggen waarbij de verschillende partijen proberen een resultaat te behalen waar alle partijen tevreden over kunnen zijn
consensusmodellen	=	consensusmodel
consensuspolitiek	noun	politiek die gericht is op het bereiken van eensgezindheid over (belangrijke) politieke kwesties
consensusrijkswet	noun	een regeling die door twee of meer landen van het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk wordt getroffen
consensusrijkswetten	=	consensusrijkswet
consensuswaarde	noun	waarde waarover de meeste overeenstemming bestaat
consensuswaarden	=	consensuswaarde
consensuswaardes	=	consensuswaarde
consensuswet	noun	een regeling die door twee of meer landen van het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk wordt getroffen
consensuswetten	=	consensuswet
consent	noun	goedkeuring van een voorstel, besluit of handeling van anderen
consentbeginsel	noun	het basisprincipe van de besluitvorming binnen de sociocratie volgens welke een besluit genomen is, wanneer geen van de aanwezigen beargumenteerd en overwegend bezwaar heeft tegen het nemen van het besluit
consentbeginselen	=	consentbeginsel
consentbeginsels	=	consentbeginsel
consenteer	=	consenteren
consenteerde	=	consenteren
consenteerden	=	consenteren
consenteert	=	consenteren
consenten	=	consent
consentere	=	consenteren
consenteren	verb	instemmen met toekomstige gebeurtenissen
consenterend	=	consenteren
consenterende	=	consenteren
consequent	adj	logisch handelend dat overeenkomt met voorafgaande gedachte, toezegging of handeling
consequente	=	consequent
consequenter	=	consequent
consequentere	=	consequent
consequenters	=	consequent
consequentheid	noun	het zich strikt zonder uitzonderingen herhalen
consequentie	noun	een noodzakelijk gevolg
consequentiekosten	noun	geld dat men moet betalen als resultaat van bepaald gedrag
consequenties	=	consequentie
consequentietje	=	consequentie
consequentietjes	=	consequentie
consequents	=	consequent
consequentst	=	consequent
consequentste	=	consequent
conserf	noun	geneeskrachtige stroop
conservatie	noun	het trachten de huidige toestand van iets te handhaven
conservatief	adj	vasthoudend aan het oude en vertrouwde, het nieuwe wantrouwen	noun	iemand met behoudende opvattingen
conservatief-burgerlijk	adj	behoudend en welgesteld
conservatief-burgerlijke	=	conservatief-burgerlijk
conservatief-burgerlijker	=	conservatief-burgerlijk
conservatief-burgerlijkere	=	conservatief-burgerlijk
conservatief-burgerlijkers	=	conservatief-burgerlijk
conservatief-burgerlijks	=	conservatief-burgerlijk
conservatief-burgerlijkst	=	conservatief-burgerlijk
conservatief-burgerlijkste	=	conservatief-burgerlijk
conservatief-democratisch	adj	betrekking hebbend op een democratische, niet autoritaire vorm van het conservatisme
conservatief-democratische	=	conservatief-democratisch
conservatief-democratischer	=	conservatief-democratisch
conservatief-democratischere	=	conservatief-democratisch
conservatief-democratischers	=	conservatief-democratisch
conservatief-liberaal	noun	aanhanger van het conservatief-liberalisme
conservatief-liberaals	=	conservatief-liberaal
conservatief-liberaalst	=	conservatief-liberaal
conservatief-liberaalste	=	conservatief-liberaal
conservatief-liberale	=	conservatief-liberaal
conservatief-liberalen	=	conservatief-liberaal
conservatief-liberaler	=	conservatief-liberaal
conservatief-liberalere	=	conservatief-liberaal
conservatief-liberalers	=	conservatief-liberaal
conservatief-liberalisme	noun	een politieke stroming die elementen bevat van conservatisme en liberalisme, tweede stroming binnen het liberalisme, na het klassiek-liberalisme van de 17e eeuw en voor de opkomst van het sociaalliberalisme eind 19e eeuw
conservatief-nationalistisch	adj	betrekking hebbend op een politieke en ideologische stroming die de eigen nationale cultuur, tradities en soevereiniteit centraal stelt en behoudend is ten aanzien van sociale veranderingen
conservatief-nationalistische	=	conservatief-nationalistisch
conservatief-nationalistischer	=	conservatief-nationalistisch
conservatief-nationalistischere	=	conservatief-nationalistisch
conservatief-nationalistischers	=	conservatief-nationalistisch
conservatiefs	=	conservatief
conservatiefst	=	conservatief
conservatiefste	=	conservatief
conservaties	=	conservatie
conservatieve	=	conservatief
conservatieven	=	conservatief
conservatiever	=	conservatief
conservatievere	=	conservatief
conservatievers	=	conservatief
conservatisme	noun	gehechtheid aan het bestaande, behoudendheid
conservatoir	adj	conservatoir beslag: een beslaglegging op (een deel van) het vermogen van een schuldenaar ter verzekering van de betaling van een onbetaald gebleven vordering nog voordat de rechter uitspraak heeft gedaan over de juistheid van die vordering
conservatoire	=	conservatoir
conservatoirs	=	conservatoir
conservator	noun	bewaarder in musea en bibliotheken belast met de aanschaf van en de zorg voor de collectie
conservatoren	=	conservator
conservatoria	=	conservatorium
conservatorium	noun	een school in het hoger onderwijs waar men zich kan laten opleiden tot professioneel musicus, acteur/actrice of danser(es)
conservatoriumopleiding	noun	onderwijs aan een hogeschool voor muziekonderwijs
conservatoriumopleidingen	=	conservatoriumopleiding
conservatoriumopleidinkje	=	conservatoriumopleiding
conservatoriumopleidinkjes	=	conservatoriumopleiding
conservatoriumpje	=	conservatorium
conservatoriumpjes	=	conservatorium
conservatoriums	=	conservatorium
conservatoriumstudent	noun	iemand die muziek studeert aan een hogeschool
conservatoriumstudenten	=	conservatoriumstudent
conservatoriumstudentje	=	conservatoriumstudent
conservatoriumstudentjes	=	conservatoriumstudent
conservators	=	conservator
conservatortje	=	conservator
conservatrice	=	conservator
conserveer	=	conserveren
conserveerde	=	conserveren
conserveerden	=	conserveren
conserveermiddel	noun	middel ter conservering van voedsel
conserveermiddelen	=	conserveermiddel
conserveermiddeltje	=	conserveermiddel
conserveermiddeltjes	=	conserveermiddel
conserveert	=	conserveren
conserven	noun	ingeblikt voedsel ter bewaring tegen bederf
conservenblik	noun	blik waarin voedsel vrij van lucht wordt bewaard en dat geopend kan worden met een blikopener of met een (meegeleverd) sleuteltje, of door aan een lipje te trekken
conservenblikje	=	conservenblik
conservenblikjes	=	conservenblik
conservenblikken	=	conservenblik
conservenfabriek	noun	een fabriek waar levensmiddelen geconserveerd worden
conservenfabrieken	=	conservenfabriek
conservenfabriekje	=	conservenfabriek
conservenfabriekjes	=	conservenfabriek
conservenfabrikant	noun	bedrijf dat levensmiddelen conserveert
conservenfabrikanten	=	conservenfabrikant
conservenfabrikantje	=	conservenfabrikant
conservenfabrikantjes	=	conservenfabrikant
conservenindustrie	noun	alle fabrieken die voedingsmiddelen conserveren
conservenindustrieën	=	conservenindustrie
conservere	=	conserveren
conserveren	verb	verduurzamen, tegen bederf beschermen
conserverend	adj	gericht op het behoud van iets; bederf remmend
conserverende	=	conserveren
conserverender	=	conserverend
conserverendere	=	conserverend
conserverenders	=	conserverend
conserverends	=	conserverend
conserverendst	=	conserverend
conserverendste	=	conserverend
conservering	noun	het conserveren d.w.z. het trachten de huidige toestand van iets te handhaven, handhaving, behoud, instandhouding
conserveringen	=	conservering
conserveringsmiddel	noun	middel om voedingsstoffen tegen bederf te bewaren
conserveringsmiddelen	=	conserveringsmiddel
conserveringsmiddeltje	=	conserveringsmiddel
conserveringsmiddeltjes	=	conserveringsmiddel
conserveringsprobleem	noun	moeilijkheid in het beschermen van een (kunst)voorwerp tegen veroudering
conserveringsproblemen	=	conserveringsprobleem
conserveringstechniek	noun	methode waarmee men probeert een voorwerp langer bewaarbaar te maken in een toestand die de oorspronkelijke toestand van het voorwerp zo dicht mogelijk benadert
conserveringstechnieken	=	conserveringstechniek
considerabel	adj	van groot belang of grote omvang
considerabele	=	considerabel
considerabeler	=	considerabel
considerabelere	=	considerabel
considerabelers	=	considerabel
considerabels	=	considerabel
considerabelst	=	considerabel
considerabelste	=	considerabel
considerans	noun	de motivatie om in actie te komen
consideransen	=	considerans
consideransje	=	considerans
considerantia	=	considerans
consideratie	noun	het bereid zijn iets mee te nemen in je overweging hoe te handelen
consideraties	=	consideratie
consigliere	noun	persoonlijk (juridisch) adviseur van de (maffia)baas
consiglieri	=	consigliere
consignant	noun	iemand die goederen in consignatie verzendt
consignanten	=	consignant
consignantje	=	consignant
consignantjes	=	consignant
consignatie	noun	het in handen stellen van goederen tot verkoop voor rekening van de afzender
consignatiekas	noun	de kas waarin de gerechtelijke in bewaringgegeven gelden zich bevinden.
consignatiekassen	=	consignatiekas
consignaties	=	consignatie
consigne	noun	opdracht tot een maatregel van orde
consigneer	=	consigneren
consigneerde	=	consigneren
consigneerden	=	consigneren
consigneert	=	consigneren
consignere	=	consigneren
consigneren	verb	in bewaring geven
consignerend	=	consigneren
consignerende	=	consigneren
consignes	=	consigne
consistent	adj	standvastig, betrouwbaar, niet onderhevig aan grillen
consistente	=	consistent
consistenter	=	consistent
consistentere	=	consistent
consistenters	=	consistent
consistentie	noun	het vrij zijn van innerlijke tegenspraak
consistenties	=	consistentie
consistents	=	consistent
consistentst	=	consistent
consistentste	=	consistent
consistentvet	noun	dikvloeibaar smeermiddel voor machinedelen
consistentvetten	=	consistentvet
consistorie	noun	een vergadering van de paus met het college van kardinalen
consistoriekamer	noun	ruimte in een kerkgebouw waarin de kerkenraad vergadert
consistoriekamers	=	consistoriekamer
consistories	=	consistorie
consistorietje	=	consistorie
consistorietjes	=	consistorie
consistorieën	=	consistorie
consistoriën	=	consistorie
consolbaken	noun	een bepaald type radiobaken
consolbakens	=	consolbaken
console	noun	deel van een computer dat de gebruiker in staat stelt om met de computer te communiceren, zoals het toetsenbord en het beeldscherm
consoles	=	console
consoletafel	noun	een ronde tafel met een centrale poot
consoletafels	=	consoletafel
consoletafeltje	=	consoletafel
consoletafeltjes	=	consoletafel
consolidatie	noun	versteviging, versterking
consolidatieproces	noun	het proces waardoor een consolidatie tot stand komt
consolidatieprocessen	=	consolidatieproces
consolidaties	=	consolidatie
consolidatieslag	noun	een golf van fusies en overnames in het bedrijfsleven
consolidatieslagen	=	consolidatieslag
consolideer	=	consolideren
consolideerde	=	consolideren
consolideerden	=	consolideren
consolideert	=	consolideren
consolidere	=	consolideren
consolideren	verb	vast en duurzaam maken
consoliderend	=	consolideren
consoliderende	=	consolideren
consolidering	noun	het omzetten van kortlopende schulden in een lening op lange termijn
consolideringen	=	consolidering
consolsysteem	noun|obsolete	systeem van plaatsbepaling op zee en in de lucht door middel van radiopeiling (door de opkomst van het gps inmiddels )
consolsystemen	=	consolsysteem
consommatie	noun	verbruik
consommeren	verb|obsolete	consumeren
consommerende	=	consommeren
consommé	noun	een geheel ontvette bouillon die helder is gemaakt (en waaraan een bepaalde garnituur is toegevoegd)
consommés	=	consommé
consonant	noun	goed samenklinkende tweeklank (zoals een octaaf)	adj	goed samenklinkend
consonanten	=	consonant
consonantie	noun	gelijkluidendheid, samenklinkendheid
consonanties	=	consonantie
consonantisme	noun	het aan een taal eigen systeem van medeklinkers
consort	noun	persoon die tot dezelfde groep horen, persoon die iemand helpt, persoon die hetzelfde lot deelt
consorten	noun	personen die tot dezelfde groep horen, personen die iemand helpen
consortia	=	consortium
consortium	noun	tijdelijke vereniging van een aantal bedrijven om een bepaald project aan te pakken
consortiumpje	=	consortium
consortiumpjes	=	consortium
consortiums	=	consortium
conspiratie	noun	samenzwering
conspiratief	adj	met betrekking tot een samenzwering, samenzweerderig
conspiratiefs	=	conspiratief
conspiratiefst	=	conspiratief
conspiratiefste	=	conspiratief
conspiraties	=	conspiratie
conspiratieve	=	conspiratief
conspiratiever	=	conspiratief
conspiratievere	=	conspiratief
conspiratievers	=	conspiratief
conspireer	=	conspireren
conspireerde	=	conspireren
conspireerden	=	conspireren
conspireert	=	conspireren
conspirere	=	conspireren
conspireren	verb	samenzweren
conspirerend	=	conspireren
conspirerende	=	conspireren
constant	adj	onveranderlijk, standvastig
constantaan	noun	legering van koper (54%), nikkel (45%) en mangaan (1%) waarvan de elektrische weerstand weinig afhangt van de temperatuur wat wordt gebruikt voor ijkweerstanden, in meettoestellen en in thermokoppels
constante	noun	een grootheid waarvan men aanneemt dat zij niet varieert
constanten	=	constante
constanter	=	constant
constantere	=	constant
constanters	=	constant
constantes	=	constante
constantheid	noun	het op gelijk niveau blijven presteren zonder inzinkingen
constantie	noun	onveranderlijkheid, standvastigheid
constanties	=	constantie
constants	=	constant
constantst	=	constant
constantste	=	constant
constatatie	noun	constatering, vaststelling
constataties	=	constatatie
constateer	=	constateren
constateerbaar	adj	wat men kan constateren, waarneembaar
constateerbaarder	=	constateerbaar
constateerbaardere	=	constateerbaar
constateerbaarders	=	constateerbaar
constateerbaars	=	constateerbaar
constateerbaarst	=	constateerbaar
constateerbaarste	=	constateerbaar
constateerbare	=	constateerbaar
constateerde	=	constateren
constateerden	=	constateren
constateeren	=	constateren
constateert	=	constateren
constatere	=	constateren
constateren	verb	vaststellen
constaterend	=	constateren
constaterende	=	constateren
constatering	noun	het constateren
constateringen	=	constatering
constaterinkje	=	constatering
constaterinkjes	=	constatering
constateur	noun	toestel bestemd om de aankomsttijd van postduiven te registreren bij een wedstrijd, een duivenklok
constateurs	=	constateur
constateurtje	=	constateur
constateurtjes	=	constateur
constellatie	noun	het gehele samenstel van factoren dat invloed op iets of iemand uitoefent
constellaties	=	constellatie
consternatie	noun	een situatie waarin men zich geen raad meer weet
consternatiebureau	noun	consultatiebureau dat een hoop onrust en onzekerheid veroorzaakt
consternatiebureaus	=	consternatiebureau
consternatiebureautje	=	consternatiebureau
consternatiebureautjes	=	consternatiebureau
consternaties	=	consternatie
consternatietje	=	consternatie
consternatietjes	=	consternatie
constipatie	noun	verstopping, harde of uitblijvende ontlasting
constipaties	=	constipatie
constituante	noun	nationale vergadering belast met het maken van een grondwet
constituanten	=	constituante
constitueer	=	constitueren
constitueerde	=	constitueren
constitueerden	=	constitueren
constitueert	=	constitueren
constituent	noun	onderdeel
constituenten	=	constituent
constituere	=	constitueren
constitueren	verb	instellen, vormen, samenstellen
constituerend	=	constitueren
constituerende	=	constitueren
constitutie	noun	gestel, lichamelijke gesteldheid
constitutief	adj	dat wat constitueert (vormt, samenstelt)
constitutiefs	=	constitutief
constitutiefst	=	constitutief
constitutiefste	=	constitutief
constituties	=	constitutie
constitutieve	=	constitutief
constitutiever	=	constitutief
constitutievere	=	constitutief
constitutievers	=	constitutief
constitutioneel	adj	door de lichaamsbouw bepaald
constitutioneels	=	constitutioneel
constitutioneelst	=	constitutioneel
constitutioneelste	=	constitutioneel
constitutionele	=	constitutioneel
constitutioneler	=	constitutioneel
constitutionelere	=	constitutioneel
constitutionelers	=	constitutioneel
constrictor	noun	net gemaakt van supervezels waarmee men afgevuurde projectielen kan vangen en onschadelijk maken
constrictors	=	constrictor
construct	noun	denkbeeld of ontwerp dat zelf weer met behulp van andere theoretische begrippen is samengesteld
constructen	=	construct
constructeur	noun	een ontwerper van apparaten of constructies
constructeurs	=	constructeur
constructeurtje	=	constructeur
constructeurtjes	=	constructeur
constructie	noun	het in elkaar zetten of produceren van iets
constructiebankwerker	noun	bankwerker die metaalconstructies vervaardigt en monteert
constructiebankwerkers	=	constructiebankwerker
constructiebedrijf	noun	onderneming die grote voorwerpen of delen van gebouwen uit metaal in elkaar zet
constructiebedrijfje	=	constructiebedrijf
constructiebedrijfjes	=	constructiebedrijf
constructiebedrijven	=	constructiebedrijf
constructief	adj	opbouwend, vormend, positief
constructiefout	noun	een fout in de constructie
constructiefouten	=	constructiefout
constructiefoutje	=	constructiefout
constructiefoutjes	=	constructiefout
constructiefs	=	constructief
constructiefst	=	constructief
constructiefste	=	constructief
constructieleer	noun	(mechanica) leer van het bouwen van constructies, zoals bruggen, woningen en wolkenkrabbers
constructieleren	=	constructieleer
constructielijm	noun	kleefpasta die geschikt is om een verschillende materialen heel stevig aan elkaar vast te maken
constructielijmen	=	constructielijm
constructiemateriaal	noun	materiaal voor een constructie b.v. bouwmateriaal
constructiematerialen	=	constructiemateriaal
constructiemethode	noun	de manier waarop men iets bouwt uit verschillende onderdelen
constructiemethoden	=	constructiemethode
constructiemethodes	=	constructiemethode
constructieprincipe	noun	algemene wetenswaardigheid, in een bepaald vakgebied
constructieprincipes	=	constructieprincipe
constructieprobleem	noun	moeilijkheid die ontstaan is door een verkeerde manier van bouwen
constructieprobleempje	=	constructieprobleem
constructieprobleempjes	=	constructieprobleem
constructieproblemen	=	constructieprobleem
constructies	=	constructie
constructiestaal	noun	staal in verschillende profielen zoals gebruikt in dragende constructies
constructietekenaar	noun	iemand die werktekeningen vervaardigt
constructietekenaars	=	constructietekenaar
constructietekening	noun	weergave op papier of scherm die aangeeft hoe een bouwwerk uit onderdelen is opgebouwd en wat hun maten en materialen zijn, zodat onder meer de stevigheid van het bouwwerk kan worden beoordeeld
constructietekeningen	=	constructietekening
constructietje	=	constructie
constructietjes	=	constructie
constructieve	=	constructief
constructiever	=	constructief
constructievere	=	constructief
constructievers	=	constructief
constructiewerkplaats	noun	ruimte waarin metaalconstructies worden vervaardigd en gemonteerd
constructiewerkplaatsen	=	constructiewerkplaats
constructionisme	noun	psychologische kennistheorie die stelt dat veel (misschien alle) verschijnselen in de werkelijkheid "sociale constructies" zijn die slechts ervaren worden als werkelijk bestaand en van andere zaken onderscheidbaar, omdat daarover in de samenleving een (vaak impliciete) afspraak is gemaakt
constructivisme	noun	een kunststroming in Rusland in het begin van de 20e eeuw
constructivist	noun	aanhanger, beoefenaar van het constructivisme
constructivisten	=	constructivist
constructivistisch	adj	met betrekking tot het constructivisme
constructivistische	=	constructivistisch
constructivistischer	=	constructivistisch
constructivistischere	=	constructivistisch
constructivistischers	=	constructivistisch
constructivistischt	=	constructivistisch
constructivistischte	=	constructivistisch
construeer	=	construeren
construeerde	=	construeren
construeerden	=	construeren
construeert	=	construeren
construere	=	construeren
construeren	verb	onderdelen tot een werkzaam geheel samenvoegen (ook )
construerend	=	construeren
construerende	=	construeren
consul	noun	gevolmachtigd vertegenwoordiger van een vreemde regering in een land.
consul-generaal	noun	iemand die leiding geeft aan een of meer vertegenwoordigingen van een staat in het buitenland die daar verblijvende burgers van de staat advies en hulp kunnen geven
consulaat	noun	officiële vertegenwoordiging van een staat in het buitenland, voor het behartigen van de belangen van de vertoevende landgenoten, in dat land met minder bevoegdheden dan een ambassade
consulaat-generaal	noun	groot consulaat met een consul-generaal aan het hoofd
consulaatje	=	consulaat
consulaatjes	=	consulaat
consulair	adj	een consul of een consulaat betreffend
consulairder	=	consulair
consulairdere	=	consulair
consulairders	=	consulair
consulaire	=	consulair
consulairs	=	consulair
consulairst	=	consulair
consulairste	=	consulair
consulaten	=	consulaat
consulaten-generaal	=	consulaat-generaal
consulent	noun	een (hopelijk) deskundige raadgever (mannelijk)
consulent-verpleegkundige	noun	ziekenverzorger die door eerdere opleiding en ervaring nu in een ondersteunende rol adviseert over verpleegkundige handelingen en beleid
consulent-verpleegkundigen	=	consulent-verpleegkundige
consulente	noun	een deskundige raadgever (vrouwelijk)
consulenten	=	consulent
consulenten-verpleegkundigen	=	consulent-verpleegkundige
consulentes	=	consulente
consulentje	=	consulent
consulentjes	=	consulent
consulentschap	noun	persoon of organisatie die is ingeteld om adviezen op een bepaald gebied te geven
consulentschappen	=	consulentschap
consulletje	=	consul
consulletjes	=	consul
consuls	=	consul
consuls-generaal	=	consul-generaal
consulsvrouw	noun	de echtgenote van een consul, een hoge magistraat in het Romeinse Rijk
consulsvrouwen	=	consulsvrouw
consult	noun	een adviesgesprek met een arts of rechtsgeleerde
consultancy	noun	bedrijfstak die advies geeft bij de bedrijfsvoering en consultants als raadgevers uitleent
consultancybedrijf	noun	bedrijf dat zich bezig houdt met consultancy
consultancybedrijfje	=	consultancybedrijf
consultancybedrijfjes	=	consultancybedrijf
consultancybedrijven	=	consultancybedrijf
consultancybureau	noun	Een bedrijf waar adviseurs in dienst zijn.
consultancybureaus	=	consultancybureau
consultant	noun	iemand die consult (raad) vraagt
consultanten	=	consultant
consultants	=	consultant
consultantsbureau	noun	bedrijf dat (financiële) adviezen geeft aan andere bedrijven
consultantsbureaus	=	consultantsbureau
consultatie	noun	met betrekking tot het consulteren (raadplegen)
consultatiebureau	noun	bureau voor gratis (gezondheids)advies
consultatiebureaus	=	consultatiebureau
consultatiebureautje	=	consultatiebureau
consultatiebureautjes	=	consultatiebureau
consultatiedocument	noun	officieel verzoek om advies
consultatiedocumenten	=	consultatiedocument
consultatief	adj	betrekking hebbend op een consult b.v. consult verlenend
consultatiefs	=	consultatief
consultatiefst	=	consultatief
consultatiefste	=	consultatief
consultatieronde	noun	keer dat men alle partners in een overleg om hun mening vraagt
consultatieronden	=	consultatieronde
consultatierondes	=	consultatieronde
consultaties	=	consultatie
consultatietje	=	consultatie
consultatieve	=	consultatief
consultatiever	=	consultatief
consultatievere	=	consultatief
consultatievers	=	consultatief
consulteer	=	consulteren
consulteerbaar	adj	met de mogelijkheid om geraadpleegd te worden
consulteerbaarder	=	consulteerbaar
consulteerbaardere	=	consulteerbaar
consulteerbaarders	=	consulteerbaar
consulteerbaars	=	consulteerbaar
consulteerbaarst	=	consulteerbaar
consulteerbaarste	=	consulteerbaar
consulteerbare	=	consulteerbaar
consulteerde	=	consulteren
consulteerden	=	consulteren
consulteert	=	consulteren
consulten	=	consult
consultere	=	consulteren
consulteren	verb	raadplegen, advies vragen
consulterend	=	consulteren
consulterende	=	consulteren
consultering	noun	gelegenheid waarbij om advies wordt gevraagd
consulteringen	=	consultering
consultje	=	consult
consultjes	=	consult
consulverkiezing	noun	de verkiezing waarbij de burgers van het oude Rome stemden op de twee consuls, de hoogste functionarissen binnen de Romeinse Republiek.
consulverkiezingen	=	consulverkiezing
consulverkiezinkje	=	consulverkiezing
consulverkiezinkjes	=	consulverkiezing
consumabel	adj	geschikt of bestemd om geconsumeerd te worden
consumabele	=	consumabel
consumabeler	=	consumabel
consumabelere	=	consumabel
consumabelers	=	consumabel
consumabels	=	consumabel
consumabelst	=	consumabel
consumabelste	=	consumabel
consumander	=	consumanderen
consumanderde	=	consumanderen
consumanderden	=	consumanderen
consumandere	=	consumanderen
consumanderen	verb	anders (meer duurzaam) consumeren
consumanderend	=	consumanderen
consumanderende	=	consumanderen
consumandert	=	consumanderen
consumeer	=	consumeren
consumeerbaar	adj	makkelijk tot je te nemen vooral met betrekking tot voedsel maar in figuurlijke zin ook voor andere zaken zoals bijvoorbeeld kunst
consumeerbaarder	=	consumeerbaar
consumeerbaardere	=	consumeerbaar
consumeerbaarders	=	consumeerbaar
consumeerbaars	=	consumeerbaar
consumeerbaarst	=	consumeerbaar
consumeerbaarste	=	consumeerbaar
consumeerbare	=	consumeerbaar
consumeerde	=	consumeren
consumeerden	=	consumeren
consumeert	=	consumeren
consument	noun	algemene term voor personen, huishoudens die goederen en diensten verbruiken die worden geproduceerd in de economie
consumenten	=	consument
consumentenaankoop	noun	dat wat door de eindgebruiker gekocht wordt
consumentenaankoopje	=	consumentenaankoop
consumentenaankoopjes	=	consumentenaankoop
consumentenaankopen	=	consumentenaankoop
consumentenactie	noun	campagne waarin de gebruikers van een bepaald product worden aangezet om iets te doen
consumentenacties	=	consumentenactie
consumentenbeleid	noun	overheidsbeleid dat betrekking heeft op de positie van consumenten
consumentenbescherming	noun	de juridische bescherming van klanten van bedrijven
consumentenbeschermingen	=	consumentenbescherming
consumentenbesteding	noun	zijn de totale uitgaven van huishoudens en particulieren aan goederen en diensten om in hun behoeften te voorzien.
consumentenbestedingen	=	consumentenbesteding
consumentenbestedinkje	=	consumentenbesteding
consumentenbestedinkjes	=	consumentenbesteding
consumentenbond	noun	vereniging die opkomt voor de belangen van consumenten
consumentenbonden	=	consumentenbond
consumentenboycot	noun	een actie waarbij klanten een bepaald product van een bepaalde fabrikant niet meer kopen om een bepaald, politiek, doel te bereiken
consumentenboycots	=	consumentenboycot
consumentenboycotten	=	consumentenboycot
consumentencampagne	noun	marketingcampagne gericht op particuliere eindgebruikers
consumentencampagnes	=	consumentencampagne
consumentendivisie	noun	deel van een bedrijf dat producten of diensten voor de particuliere eindgebruiker maakt
consumentendivisies	=	consumentendivisie
consumentenelectronica	=	consumentenelektronica
consumentenelektronica	noun	elektronische apparatuur voor huishoudelijk en recreatief gebruik
consumentengedrag	noun	het gedrag van de consument met name t.a.v. aankopen
consumentengids	noun	soort tijdschrift met objectieve informatie over producten en productgroepen
consumentengidsen	=	consumentengids
consumentengoed	noun	product dat door de particuliere eindgebruiker worden gekocht en gebruikt
consumentengoederen	noun	producten die door de particuliere eindgebruiker worden gekocht en gebruikt
consumentengoedje	=	consumentengoed
consumentengoedjes	=	consumentengoed
consumentengroep	noun	een specifiek segment van mensen of huishoudens die goederen en diensten afnemen op basis van gedeelde kenmerken of behoeften
consumentengroepen	=	consumentengroep
consumentengroepje	=	consumentengroep
consumentengroepjes	=	consumentengroep
consumentenindex	noun	vertrouwensindex gebaseerd op de mening van consumenten over de eigen financiële situatie en het economische klimaat
consumentenkrediet	noun	geld dat particulieren kunnen lenen om gebruiksgoederen te kopen
consumentenkredieten	=	consumentenkrediet
consumentenkring	noun	vereniging van consumenten die direct van een groothandel afneemt
consumentenkringen	=	consumentenkring
consumentenkringetje	=	consumentenkring
consumentenkringetjes	=	consumentenkring
consumentenmarkt	noun	markt waarop de consumenten een overheersende positie innemen
consumentenmarkten	=	consumentenmarkt
consumentenombudsman	noun	functionaris die benadeelde consumenten bijstaat
consumentenombudsmannen	=	consumentenombudsman
consumentenomzet	noun	het bedrag dat een partij van een klant ontvangt door de verkoop van een product
consumentenomzetten	=	consumentenomzet
consumentenonderzoek	noun	onderzoek naar de voorkeuren van consumenten
consumentenonderzoeken	=	consumentenonderzoek
consumentenorganisatie	noun	groep mensen die samenwerkt om diensten te verlenen aan en op te komen voor mensen in hun rol als afnemer van producten en diensten
consumentenorganisaties	=	consumentenorganisatie
consumentenpanel	noun	groep consumenten die men om hun mening vraagt; groep consumenten waarvan men het koopgedrag volgt
consumentenpanels	=	consumentenpanel
consumentenpatronen	=	consumentenpatroon
consumentenpatroon	noun	wat consumenten gewoon zijn om te gebruiken
consumentenpatroontje	=	consumentenpatroon
consumentenpatroontjes	=	consumentenpatroon
consumentenprijs	noun	prijs die de consument moet betalen
consumentenprijsindex	noun	prijsindex van de goederen en producten die een gemiddeld huishouden in een bep. periode aanschaft, o.m. gebruikt om de gemiddelde prijsontwikkeling (inflatie of deflatie) over die periode te bepalen
consumentenprijsindexen	=	consumentenprijsindex
consumentenprijsindices	=	consumentenprijsindex
consumentenprijsje	=	consumentenprijs
consumentenprijsjes	=	consumentenprijs
consumentenprijzen	=	consumentenprijs
consumentenproduct	noun	product voor de particuliere eindgebruiker
consumentenproducten	=	consumentenproduct
consumentenprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma waarin aandacht wordt besteed aan consumentenproblemen of productvergelijkingen worden gedaan
consumentenprogramma's	=	consumentenprogramma
consumentenrecht	noun	de wettelijke rechten van een consument; wetgeving die de rechten van een consument beschermen
consumentenrechten	=	consumentenrecht
consumentensoevereiniteit	noun	een concept uit de economische wetenschap waarbij de voorkeuren van consumenten bepalen welke goederen en diensten er geproduceerd en door hen aangeschaft worden
consumentensoevereiniteiten	=	consumentensoevereiniteit
consumentensurplus	noun	het cumulatieve verschil tussen de individuele gebruikswaarde van een consumptiegoed en de marktprijs waarin het wordt uitgedrukt
consumentensurplussen	=	consumentensurplus
consumentenvereniging	noun	vereniging van consumenten die opkomt voor de belangen van consumenten
consumentenverenigingen	=	consumentenvereniging
consumentenverenigingetje	=	consumentenvereniging
consumentenverenigingetjes	=	consumentenvereniging
consumentenverpakking	noun	een verpakking van een product in een kleine, handzame hoeveelheid of portie.
consumentenverpakkingen	=	consumentenverpakking
consumentenverpakkinkje	=	consumentenverpakking
consumentenverpakkinkjes	=	consumentenverpakking
consumentenvertrouwen	noun	het geloof dat de eindgebruikers van een product hebben in de kwaliteit van dat product
consumentenvraag	noun	de hoeveelheid producten waar particuliere eindgebruikers behoefte aan hebben
consumentenvragen	=	consumentenvraag
consumentenvuurwerk	noun	licht vuurwerk dat door leken mag worden gekocht en afgestoken
consumentenvuurwerken	=	consumentenvuurwerk
consumentenwaakhond	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van klanten van winkels
consumentenwaakhonden	=	consumentenwaakhond
consumentenwinkel	noun	plek waar de consument voor productinformatie terecht kan
consumentenwinkels	=	consumentenwinkel
consumentenzaak	noun	alles wat te maken heeft met de omgang met en de rechten van klanten
consumentenzaakje	=	consumentenzaak
consumentenzaakjes	=	consumentenzaak
consumentenzaken	=	consumentenzaak
consumentisme	noun	maatschappelijke beweging die ijvert voor meer rechten en macht voor de consument
consumentje	=	consument
consumentjes	=	consument
consumentloket	noun	digitaal loket waar consumenten terechtkunnen bij de overheid als ze vragen of problemen hebben
consumentloketten	=	consumentloket
consumentvriendelijk	adj	makkelijk en eenvoudig voor de consument
consumentvriendelijke	=	consumentvriendelijk
consumentvriendelijker	=	consumentvriendelijk
consumentvriendelijkere	=	consumentvriendelijk
consumentvriendelijkers	=	consumentvriendelijk
consumentvriendelijks	=	consumentvriendelijk
consumentvriendelijkst	=	consumentvriendelijk
consumentvriendelijkste	=	consumentvriendelijk
consumere	=	consumeren
consumeren	verb	voeding nuttigen
consumerend	=	consumeren
consumerende	=	consumeren
consuminder	=	consuminderen
consuminderaar	noun	iemand die doet aan consuminderen
consuminderaars	=	consuminderaar
consuminderde	=	consuminderen
consuminderden	=	consuminderen
consumindere	=	consuminderen
consuminderen	verb	minder consumeren
consuminderend	=	consuminderen
consuminderende	=	consuminderen
consumindert	=	consuminderen
consummatie	noun	het voltrekken van het huwelijk door geslachtsgemeenschap
consummeer	=	consummeren
consummeerde	=	consummeren
consummeerden	=	consummeren
consummeert	=	consummeren
consummere	=	consummeren
consummeren	verb	volbrengen, voltrekken.
consummerend	=	consummeren
consummerende	=	consummeren
consumptie	noun	iets dat men kan opeten of drinken
consumptie-ei	noun	ei dat bedoeld is om op te eten (en dus niet uit te broeden! of in de industrie te verwerken)
consumptie-eieren	=	consumptie-ei
consumptie-eitje	=	consumptie-ei
consumptie-eitjes	=	consumptie-ei
consumptie-ijs	noun	genotmiddel, bestaande uit een bevroren mengsel van water of melk, suiker of zoetstoffen en smaak- en kleurstoffen waaraan soms ook nog vruchtenpulp is toegevoegd
consumptie-ijsje	=	consumptie-ijs
consumptie-ijsjes	=	consumptie-ijs
consumptieaardappel	noun	aardappel, geteeld om door mensen te worden opgegeten
consumptieaardappelen	=	consumptieaardappel
consumptieaardappels	=	consumptieaardappel
consumptieaardappeltje	=	consumptieaardappel
consumptieaardappeltjes	=	consumptieaardappel
consumptieartikel	noun	artikel dat voor direct gebruik door particuliere consumenten bedoeld is
consumptieartikelen	=	consumptieartikel
consumptieartikels	=	consumptieartikel
consumptiebon	noun	stukje papier met opdruk, gebruikt als betaalmiddel voor drankjes of hapjes in een horecabedrijf of bij een evenement Door het gebruik van bonnen die bezoekers vooraf op een andere plaats kopen, hoeft er aan de bar geen geld te worden gewisseld en kunnen klanten sneller worden bediend; bij ontvangsten kunnen bonnen ook vooraf worden uitgedeeld en helpen dan te voorkomen dat sommigen bezoekers te veel drank gebruiken; bonnen kunnen ook worden gebruikt als een eenvoudig te verstrekken beloning of vergoeding.
consumptiebonnen	=	consumptiebon
consumptiebonnetje	=	consumptiebon
consumptiebonnetjes	=	consumptiebon
consumptiebons	=	consumptiebon
consumptieculturen	=	consumptiecultuur
consumptiecultuur	noun	cultuur die gekenmerkt wordt de nadruk die ligt op (ongebreidelde) consumptie
consumptiecultuurtje	=	consumptiecultuur
consumptiecultuurtjes	=	consumptiecultuur
consumptief	adj	betrekking hebbend op het verbruik van goederen, (op consumptie)
consumptiefs	=	consumptief
consumptiefst	=	consumptief
consumptiefste	=	consumptief
consumptiegedrag	noun	de keuzes die mensen maken bij het kopen van producten
consumptiegoed	noun	tastbaar goed dat geproduceerd wordt om vervolgens door de consument, om haar noodzaak aan dit goed te bevredigen, geconsumeerd te worden
consumptiegoederen	=	consumptiegoed
consumptiegroei	noun	toename van de verkoop van consumptiegoederen
consumptiemaatschappij	noun	samenleving waarin consumptie in plaats van productie de status van iemand bepaalt
consumptiemaatschappijen	=	consumptiemaatschappij
consumptiemaatschappijtje	=	consumptiemaatschappij
consumptieniveau	noun	de hoeveelheid consumptiegoederen die worden gekocht in vergelijking met anderen
consumptieniveaus	=	consumptieniveau
consumptiepatronen	=	consumptiepatroon
consumptiepatroon	noun	kenmerkende samenstelling van het geheel van goederen die personen of huishoudens gewoonlijk gebruikt#:▸ Uit een enquête van LINDA blijkt dat vrouwen burgerlijkheid associëren met bakfietsen, Uggs en prosecco drinken met vriendinnen.
consumptiepatroontje	=	consumptiepatroon
consumptiepatroontjes	=	consumptiepatroon
consumptiepop	noun	commerciële popmuziek
consumptieprostitutie	noun	het toelaten van seksuele handelingen in ruil voor consumptiegoederen
consumptierijst	noun	rijst die geschikt is om door mensen gegeten te worden
consumpties	=	consumptie
consumptietje	=	consumptie
consumptieve	=	consumptief
consumptiever	=	consumptief
consumptievere	=	consumptief
consumptievers	=	consumptief
consumptievis	noun	soort zeedier dat geschikt zijn voor mensen om te eten
consumptievisje	=	consumptievis
consumptievisjes	=	consumptievis
consumptievissen	=	consumptievis
consumptisme	noun	grote drang tot consumeren, consumentisme
contact	noun	een toestand waarbij twee voorwerpen elkaar raken
contactadres	noun	adres van een contactpersoon
contactadresje	=	contactadres
contactadresjes	=	contactadres
contactadressen	=	contactadres
contactadvertentie	noun	advertentie waarbij de plaatser zoekt naar een partner
contactadvertenties	=	contactadvertentie
contactadvertentietje	=	contactadvertentie
contactadvertentietjes	=	contactadvertentie
contactafdruk	noun	niet vergrote afdruk van een fotonegatief
contactafdrukken	=	contactafdruk
contactallergie	noun	overgevoeligheid voor stoffen waarmee de huid in aanraking komt
contactallergieën	=	contactallergie
contactambtenaar	noun	ambtenaar die namens een ambtelijke instantie het contact onderhoudt met een cliënt
contactambtenaars	=	contactambtenaar
contactambtenaartje	=	contactambtenaar
contactambtenaartjes	=	contactambtenaar
contactambtenaren	=	contactambtenaar
contactarm	adj	met weinig sociale contacten
contactarme	=	contactarm
contactarmer	=	contactarm
contactarmere	=	contactarm
contactarmers	=	contactarm
contactarmoede	noun	tekort aan menselijk contact
contactarms	=	contactarm
contactarmst	=	contactarm
contactarmste	=	contactarm
contactbedrijf	noun	onderneming die met dieren heeft gewerkt afkomstig van of bestemd voor een andere onderneming waar een besmettelijke dierziekte is vastgesteld
contactbedrijven	=	contactbedrijf
contactbeperking	noun	verbod op het aantal en de aard van de contacten die men mag hebben gedurende een bepaalde periode
contactbeperkingen	=	contactbeperking
contactberoep	noun	een beroep waarbij de beoefenaar fysiek contact maakt met de klant
contactberoepen	=	contactberoep
contactcenter	noun	afdeling van een bedrijf of organisatie waar men vragen van klanten of burgers beantwoordt
contactcenters	=	contactcenter
contactcentra	=	contactcentrum
contactcentrum	noun	afdeling van een bedrijf of organisatie waar men vragen van klanten of burgers beantwoordt
contactcentrums	=	contactcentrum
contactdag	noun	bijeenkomst waar mensen elkaar kunnen ontmoeten
contactdagen	=	contactdag
contactdagje	=	contactdag
contactdagjes	=	contactdag
contactdocent	noun	docent die een stage begeleidt en beoordeelt
contactdocenten	=	contactdocent
contactdoos	noun	is een aansluitpunt (op het lichtnet) voor afname van elektrische energie met behulp van een stekker
contactdoosje	=	contactdoos
contactdozen	=	contactdoos
contacteczeem	noun	ontsteking van de huid die uitgelokt wordt door een externe stof die het afweersysteem in de huid activeert
contacteczemen	=	contacteczeem
contacteer	=	contacteren
contacteerde	=	contacteren
contacteerden	=	contacteren
contacteert	=	contacteren
contacten	=	contact
contactenonderzoek	noun	inventariseren met wie iemand contract heeft gehad, die personen benaderen en hun gezondheid opvolgen
contactenonderzoeken	=	contactenonderzoek
contactere	=	contacteren
contacteren	verb	contact opnemen met
contacterend	=	contacteren
contacterende	=	contacteren
contactformulier	noun	een formulier dat men moet invullen als men contact opneemt met een bedrijf of organisatie
contactformulieren	=	contactformulier
contactgegeven	noun	stukje informatie dat nodig is om met iets of iemand in contact te komen
contactgegevens	noun	data die je nodig hebt om met iets of iemand in contact te komen
contactgegeventje	=	contactgegeven
contactgegeventjes	=	contactgegeven
contactgeluid	noun	geluidstrillingen die door directe fysieke verbindingen worden overgebracht
contactgeluiden	=	contactgeluid
contactgeluidje	=	contactgeluid
contactgeluidjes	=	contactgeluid
contactgestoord	adj	niet goed in het leggen van intermenselijke contacten
contactgestoorde	=	contactgestoord
contactgestoorder	=	contactgestoord
contactgestoordere	=	contactgestoord
contactgestoorders	=	contactgestoord
contactgestoordheid	noun	het contactgestoord zijn
contactgestoords	=	contactgestoord
contactgestoordst	=	contactgestoord
contactgestoordste	=	contactgestoord
contactgroep	noun	groep mensen die externe contacten onderhoudt
contactgroepen	=	contactgroep
contactgroepje	=	contactgroep
contactgroepjes	=	contactgroep
contactinformatie	noun	data die men nodig heeft om contact met iemand te kunnen opnemen
contactje	=	contact
contactjes	=	contact
contactlegging	noun	het tot stand brengen van een verbinding met een ander persoon, groep of entiteit
contactleggingen	=	contactlegging
contactlegginkje	=	contactlegging
contactlegginkjes	=	contactlegging
contactlens	noun	een zeer kleine kunststof lens die men direct op de oogbol plaatst ter vervanging van een bril
contactlensje	=	contactlens
contactlensjes	=	contactlens
contactlensspecialist	noun	optometrist gespecialiseerd in het aanmeten van contactlenzen
contactlensspecialisten	=	contactlensspecialist
contactlenzen	=	contactlens
contactlieden	=	contactman
contactlijm	noun	kleefstof die op de te verbinden oppervlakken wordt gesmeerd die dan na enige tijd drogen stevig tegen elkaar geduwd worden waarna ze hecht verbonden zijn
contactlijmen	=	contactlijm
contactlijst	noun	opsomming van mensen waarmee men heeft gecommuniceerd
contactlijsten	=	contactlijst
contactloos	adj	zonder aanraking
contactloost	=	contactloos
contactlooste	=	contactloos
contactloze	=	contactloos
contactlozer	=	contactloos
contactlozere	=	contactloos
contactlozers	=	contactloos
contactlui	=	contactman
contactman	noun	iemand die het contact verzorgt tussen twee personen of groepen die elkaar niet fysiek kunnen of mogen treffen
contactmannen	=	contactman
contactmannetje	=	contactman
contactmannetjes	=	contactman
contactmogelijkheden	=	contactmogelijkheid
contactmogelijkheid	noun	mogelijkheid om te kunnen communiceren met een persoon of organisatie
contactmoment	noun	gelegenheid voor een ontmoeting
contactmomenten	=	contactmoment
contactname	noun	de keer dat men contact met iets of iemand opneemt
contactnamen	=	contactname
contactnames	=	contactname
contactonderwijs	noun	onderwijs dat in een onderwijsinstelling gegeven wordt
contactonderzoek	noun	inventariseren met wie iemand contract heeft gehad, die personen benaderen en hun gezondheid opvolgen
contactonderzoeken	=	contactonderzoek
contactopname	noun	de keer dat men met iets of iemand contact opneemt
contactopnamen	=	contactopname
contactopnames	=	contactopname
contactorgaan	noun	koepelorganisatie die er voor zorgt dat de belangen van een bepaalde bevolkingsgroep worden besproken met o.a. de overheid en het bedrijfsleven
contactorganen	=	contactorgaan
contactpagina	noun	onderdeel van een website waarop bezoekers alle benodigde informatie vinden om met de website-eigenaar of het bedrijf in contact te komen
contactpagina's	=	contactpagina
contactpaginaatje	=	contactpagina
contactpaginaatjes	=	contactpagina
contactpersonen	=	contactpersoon
contactpersoon	noun	iemand die het contact verzorgt tussen twee personen of groepen die elkaar niet fysiek kunnen of mogen treffen
contactpersoontje	=	contactpersoon
contactpersoontjes	=	contactpersoon
contactpunt	noun	punt waar een contact tot stand komt
contactpunten	=	contactpunt
contactpuntje	=	contactpunt
contactpuntjes	=	contactpunt
contactsleutel	noun	een sleutel/schakelaar waarmee men een motor kan starten en dus onontbeerlijk is voor het gebruik van het voertuig
contactsleutels	=	contactsleutel
contactsleuteltje	=	contactsleutel
contactsleuteltjes	=	contactsleutel
contactslot	noun	slot dat werkt door onderbreking van de startinrichting van een auto
contactsloten	=	contactslot
contactspeurder	noun	iemand die bij besmetting met een besmettelijke ziekte of infectie nagaat met wie diegene in contact is geweest, zodat de verspreiding van de ziekte/infectie wordt tegengegaan
contactspeurders	=	contactspeurder
contactsport	noun	aanduiding voor typen bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij je het lichaam van je tegenstander aanraakt
contactsporten	=	contactsport
contactstoornis	noun	stoornis die erin bestaat dat men geen of slechts moeizaam contacten kan leggen
contactstoornissen	=	contactstoornis
contacttaal	noun	taal die wordt gebruikt als bevolkingsgroepen die verschillende talen spreken met elkaar communiceren
contacttaaltje	=	contacttaal
contacttaaltjes	=	contacttaal
contacttalen	noun	verzamelnaam voor talen die gebruikt worden op plaatsen waar mensen met verschillende talen elkaar ontmoeten
contacttijd	noun	tijd dat er fysiekcontact is tussen verschillende mensen
contacttijden	=	contacttijd
contacttracing	noun	het proces waarbij de contacten van een met een infectieziekte besmet persoon in kaart worden gebracht om verdere verspreiding te voorkomen
contacttracings	=	contacttracing
contacttracinkje	=	contacttracing
contacttracinkjes	=	contacttracing
contactueel	adj	betrekking hebbend op het maken en onderhouden van menselijke relaties
contactueels	=	contactueel
contactueelst	=	contactueel
contactueelste	=	contactueel
contactuele	=	contactueel
contactueler	=	contactueel
contactuelere	=	contactueel
contactuelers	=	contactueel
contacturen	=	contactuur
contactuur	noun	een uur dat een student les krijgt van een docent; een uur dat een docent lesgeeft aan studenten
contactvader	noun	man die groepen jongeren waartoe zijn zoon had kunnen behoren, aanspreekt op hun gedrag in de openbare ruimte
contactvaders	=	contactvader
contactverbod	noun	verbod om in de buurt te komen van een (bepaald) ander persoon
contactverboden	=	contactverbod
container	noun	(gestandaardiseerde) metalen kist voor het transport van losse goederen
containeradoptant	noun	vrijwilliger die een plaats met afvalcontainers schoonhoudt
containeradoptanten	=	containeradoptant
containerbedrijf	noun	onderneming die zorgt voor het laden en lossen van zeecontainers in een haven
containerbedrijfje	=	containerbedrijf
containerbedrijfjes	=	containerbedrijf
containerbedrijven	=	containerbedrijf
containerbegrip	noun	een begrip zonder scherp afgebakende betekenis waaraan de taalgebruiker zelf nader invulling kan geven en dat zodoende op veel verschillende toestanden, gebeurtenissen of zaken wordt toegepast
containerbegripje	=	containerbegrip
containerbegripjes	=	containerbegrip
containerbegrippen	=	containerbegrip
containerdorp	noun	kleine nederzetting van noodwoningen op basis van zeecontainers
containerdorpen	=	containerdorp
containerdorpje	=	containerdorp
containerdorpjes	=	containerdorp
containerhaven	noun	een haven waar men scheepscontainers kan verwerken
containerhavens	=	containerhaven
containerhaventje	=	containerhaven
containerhaventjes	=	containerhaven
containeriseerde	=	containeriseren
containeriseren	verb	het steeds meer in een container verpakken (voor transport)
containerisering	noun	het containeriseren
containeriseringen	=	containerisering
containerkruiper	noun	iemand die in een glascontainer kruipt op zoek naar flessen met statiegeld
containerkruipers	=	containerkruiper
containerlediging	noun	het legen van een afvalcontainer.
containerledigingen	=	containerlediging
containerledigingetje	=	containerlediging
containerledigingetjes	=	containerlediging
containeroverslag	noun	het verplaatsen van een container van het ene naar het andere vervoersmiddel
containeroverslagbedrijf	noun	bedrijf dat containers van het ene naar het andere vervoersmiddel verplaatst
containeroverslagbedrijfje	=	containeroverslagbedrijf
containeroverslagbedrijfjes	=	containeroverslagbedrijf
containeroverslagbedrijven	=	containeroverslagbedrijf
containeroverslagen	=	containeroverslag
containerpark	noun	plaats waar afval gesorteerd in containers gestort kan worden
containerparken	=	containerpark
containerparkje	=	containerpark
containerparkjes	=	containerpark
containerprijs	noun	de prijs die betaald moet worden voor de huur van een container
containerprijzen	=	containerprijs
containers	=	container
containerscheepje	=	containerschip
containerscheepjes	=	containerschip
containerschepen	=	containerschip
containerschip	noun	schip dat speciaal gebouwd en uitgerust wordt om containers te vervoeren
containersector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het vervoer van goederen met behulp van zeecontainers
containersectoren	=	containersector
containersectors	=	containersector
containerterminal	noun	plaats waar containers van het ene vervoermiddel naar het andere vervoermiddel worden overgeladen
containerterminals	=	containerterminal
containertje	=	container
containertjes	=	container
containertransport	noun	vervoer van goederen met behulp van containers
containertransporten	=	containertransport
containertrein	noun	goederentrein waarop containers worden vervoerd
containertreinen	=	containertrein
containertreintje	=	containertrein
containertreintjes	=	containertrein
containertuintje	noun	klein tuintje rond een afvalcontainer dat voorkomt dat men afval naast de container plaatst
containertuintjes	=	containertuintje
containervaart	noun	scheepvaart met containers
containervaarten	=	containervaart
containervervoer	noun	vervoer van goederen in containers
containerwagen	noun	een goederenwagon of vrachtauto die speciaal is ingericht om zeecontainers te vervoeren
containerwagens	=	containerwagen
containerwoning	noun	woning, gemaakt van een container
containerwoningen	=	containerwoning
containerwoninkje	=	containerwoning
containerwoninkjes	=	containerwoning
containment	noun	indamming
containmentpolitiek	noun	onderdeel van het Amerikaanse buitenlandse beleid, zoals door president Truman in 1947 geformuleerd in de Truman-doctrine en die betrekking had op de houding tegenover de Sovjet-Unie
contaminant	noun	verontreinigende stof
contaminanten	=	contaminant
contaminantje	=	contaminant
contaminantjes	=	contaminant
contaminatie	noun	verontreiniging of besmetting met chemische stof of bacterie
contaminaties	=	contaminatie
contaminatietje	=	contaminatie
contamineer	=	contamineren
contamineerde	=	contamineren
contamineerden	=	contamineren
contamineert	=	contamineren
contaminere	=	contamineren
contamineren	verb	verontreinigen, vervuilen, besmetten
contaminerend	=	contamineren
contaminerende	=	contamineren
contant	adj	in gereed geld, cash	adv	met gereed geld
contante	=	contant
contanten	noun	klinkende munt, kasgeld, cash
contanter	=	contant
contantere	=	contant
contanters	=	contant
contants	=	contant
contantst	=	contant
contantste	=	contant
contemplatie	noun	een beschouwing; overweging
contemplatief	adj	beschouwend, bespiegelend
contemplatiefs	=	contemplatief
contemplatiefst	=	contemplatief
contemplatiefste	=	contemplatief
contemplaties	=	contemplatie
contemplatieve	=	contemplatief
contemplatiever	=	contemplatief
contemplatievere	=	contemplatief
contemplatievers	=	contemplatief
contempleer	=	contempleren
contempleerde	=	contempleren
contempleerden	=	contempleren
contempleert	=	contempleren
contemplere	=	contempleren
contempleren	verb	innerlijk beschouwen, bespiegelen
contemplerend	=	contempleren
contemplerende	=	contempleren
contemporain	adj	behorend tot de periode waarin iets speelt
contemporaine	noun	vrouw die in dezelfde tijd leeft of heeft geleefd
contemporainer	=	contemporain
contemporainere	=	contemporain
contemporainers	=	contemporain
contemporaines	=	contemporaine
contemporains	=	contemporain
contemporainst	=	contemporain
contemporainste	=	contemporain
contemporair	adj	gelijktijdig
contemporairder	=	contemporair
contemporairdere	=	contemporair
contemporairders	=	contemporair
contemporaire	=	contemporair
contemporairs	=	contemporair
contemporairst	=	contemporair
contemporairste	=	contemporair
contenantie	noun	houding, optreden
contenanties	=	contenantie
content	noun	de inhoud van een medium	adj	tevreden
contente	=	content
contentement	noun	tegemoetkoming aan iemands wensen
contenter	=	content
contentere	=	content
contenters	=	content
contentieus	adj	ruzie, onenigheid, discussie veroorzakend; betwistbaar
contentieust	=	contentieus
contentieuste	=	contentieus
contentieuze	=	contentieus
contentieuzer	=	contentieus
contentieuzere	=	contentieus
contentieuzers	=	contentieus
contentmanagement	noun	management (creëren, beheren en publiceren) van content (=inhoud) van een communicatiekanaal
contentmanagementsysteem	noun	een softwaretoepassing, meestal een web-applicatie, die het mogelijk maakt dat mensen eenvoudig, zonder veel technische kennis, documenten en gegevens op internet kunnen publiceren
contentmanagementsysteempje	=	contentmanagementsysteem
contentmanagementsysteempjes	=	contentmanagementsysteem
contentmanagementsystemen	=	contentmanagementsysteem
contentmanager	noun	manager die verantwoordelijk is voor de inhoud van een TV-programma, periodiek etc.
contentmanagers	=	contentmanager
contents	=	content
contentst	=	content
contentste	=	content
contest	noun	wedstrijd in de vorm van een show waarin mensen laten zien wat ze kunnen en een jury beslist wie de beste prestatie heeft geleverd
contestant	noun	iemand die heftig protesteert tegen bestaande structuren
contestanten	=	contestant
contestatie	noun	betwisting
contestaties	=	contestatie
contesteer	=	contesteren
contesteerde	=	contesteren
contesteerden	=	contesteren
contesteert	=	contesteren
contesten	=	contest
contestere	=	contesteren
contesteren	verb	harde oppositie voeren, zich verzetten (tegen bestaande autoritaire structuren)
contesterend	=	contesteren
contesterende	=	contesteren
contests	=	contest
context	noun	verband waarin iets zich voordoet
contextafhankelijk	adj	beïnvloed door lokale omgevingsfactoren
contextafhankelijke	=	contextafhankelijk
contextafhankelijker	=	contextafhankelijk
contextafhankelijkere	=	contextafhankelijk
contextafhankelijkers	=	contextafhankelijk
contextafhankelijks	=	contextafhankelijk
contextafhankelijkst	=	contextafhankelijk
contextafhankelijkste	=	contextafhankelijk
contexten	=	context
contextgebonden	adj	afhankelijk van de tijd en plaats
contextgebondener	=	contextgebonden
contextgebondeners	=	contextgebonden
contextgebondenheid	noun	het contextgebonden zijn
contextgebondens	=	contextgebonden
contextgebondenst	=	contextgebonden
contextgebondenste	=	contextgebonden
contextloos	adj	zonder context, zonder samenhang.
contextloost	=	contextloos
contextlooste	=	contextloos
contextloze	=	contextloos
contextlozer	=	contextloos
contextlozere	=	contextloos
contextlozers	=	contextloos
contextualiseer	=	contextualiseren
contextualiseerde	=	contextualiseren
contextualiseerden	=	contextualiseren
contextualiseert	=	contextualiseren
contextualisere	=	contextualiseren
contextualiseren	verb	aansluiten, aanpassen en rekening houden met de plaats en tijd waarin iets plaatsvindt
contextualiserend	=	contextualiseren
contextualiserende	=	contextualiseren
contextualisering	noun	het aanpassen aan de tijd, plaats en cultuur waarin iets plaatsvindt
contextualiseringen	=	contextualisering
contextueel	adj	de context betreffend, op de context berustend, in de context aanwezig
contextueels	=	contextueel
contextueelst	=	contextueel
contextueelste	=	contextueel
contextuele	=	contextueel
contextueler	=	contextueel
contextuelere	=	contextueel
contextuelers	=	contextueel
conti	=	conto
contigu	adj	een ruimtelijke of tijdsgebonden correlatie hebbend
contigu's	=	contigu
contigue	=	contigu
contiguïteit	noun	het verschijnsel dat als een bepaalde "mentale inhoud" in het verleden vrijwel meteen werd gevolgd door een andere, op een later tijdstip de tweede inhoud meteen ook zal volgen als de eerste inhoud weer verschijnt
continent	noun	een werelddeel	adj	in staat de urine of ontlasting te beheersen
continentaal	adj	behorende tot een werelddeel / behorend tot het vasteland
continentaals	=	continentaal
continentaalst	=	continentaal
continentaalste	=	continentaal
continentale	=	continentaal
continentaler	=	continentaal
continentalere	=	continentaal
continentalers	=	continentaal
continente	=	continent
continenten	=	continent
continenter	=	continent
continentere	=	continent
continenters	=	continent
continentie	noun	het vermogen om de uitscheiding van urine en ontlasting te kunnen beheersen
continenties	=	continentie
continentje	=	continent
continentjes	=	continent
continents	=	continent
continentst	=	continent
continentste	=	continent
continentverschuiving	noun	het geologische verschijnsel waarbij de continenten langzaam bewegen en ten opzichte van elkaar verschuiven
continentverschuivingen	=	continentverschuiving
contingent	noun	verplichte bijdrage in de krijgsmacht, belastingen enz	adj	toevallig, niet noodzakelijk
contingente	=	contingent
contingenteer	=	contingenteren
contingenteerde	=	contingenteren
contingenteerden	=	contingenteren
contingenteert	=	contingenteren
contingenten	=	contingent
contingenter	=	contingent
contingentere	=	contingent
contingenteren	verb	van regeringswege beperken
contingenterend	=	contingenteren
contingenterende	=	contingenteren
contingentering	noun	het contingenteren
contingenteringen	=	contingentering
contingenters	=	contingent
contingentie	noun	toevalligheid
contingenties	=	contingentie
contingentietabel	noun	een tabel waarin de frequentieverdeling of relatieve-frequentieverdeling van combinaties van twee of meer grootheden wordt weergegeven
contingentietabellen	=	contingentietabel
contingentietabelletje	=	contingentietabel
contingentietabelletjes	=	contingentietabel
contingentietheorie	noun	een theorie in de organisatiekunde, waarbij gesteld wordt dat kenmerken van een object van onderzoek afhangen van diverse factoren vanuit de omgeving van het object.
contingentietheorietje	=	contingentietheorie
contingentietheorietjes	=	contingentietheorie
contingentietheorieën	=	contingentietheorie
contingentje	=	contingent
contingentjes	=	contingent
contingents	=	contingent
contingentst	=	contingent
contingentste	=	contingent
continu	adj	voortdurend, zonder onderbreking	adv	voortdurend, zonder onderbreking
continu's	=	continu
continua	=	continuüm
continuant	noun	spraakklank bij de articulatie waarvan de luchtstroom niet wordt onderbroken
continuanten	=	continuant
continuantje	=	continuant
continuantjes	=	continuant
continuatie	noun	voortzetting
continuaties	=	continuatie
continubedrijf	noun	bedrijf waarin met 24-uur per dag en 7 dagen per week doorwerkt
continubedrijfje	=	continubedrijf
continubedrijfjes	=	continubedrijf
continubedrijven	=	continubedrijf
continudienst	noun	ploegendienst in een fabriek waar het productieproces 24 uur per dag doorgaat
continudiensten	=	continudienst
continue	=	continu
continueer	=	continueren
continueerde	=	continueren
continueerden	=	continueren
continueert	=	continueren
continuer	=	continu
continuere	=	continu
continueren	verb	voortzetten
continuerend	=	continueren
continuerende	=	continueren
continuering	noun	doorgaan met wat al begonnen is; doorgaan met wat gestopt was
continueringen	=	continuering
continuers	=	continu
continuo	noun	verkorting van “basso continuo”
continuo's	=	continuo
continuproces	noun	productie die zonder onderbreking verloopt
continuprocessen	=	continuproces
continurooster	noun	een lesschema met een lunchpauze die zó kort is, dat de deelnemers niet naar huis kunnen
continuroosters	=	continurooster
continuïteit	noun	het continu zijn, de voortduring
continuïteiten	=	continuïteit
continuüm	noun	doorlopend, aaneensluitend geheel binnen de scoop waarin wordt waargenomen
continuümmechanica	noun	de tak van de mechanica die de bewegingen van gassen, vloeistoffen en vaste stoffen probeert te verklaren op een geïdealiseerde manier gebruikmakend van het continuümmodel
continuümmechanica's	=	continuümmechanica
continuüms	=	continuüm
conto	noun	rekening
conto's	=	conto
contootje	=	conto
contootjes	=	conto
contour	noun	beschrijving of afbeelding van de buitenzijde van iets zonder details
contouren	=	contour
contourennota	noun	nota waarin toekomstig beleid globaal geschetst wordt
contourennota's	=	contourennota
contourlijn	noun	verzameling van punten waar een functie met twee variabelen een gelijke waarde heeft
contourlijnen	=	contourlijn
contourlijntje	=	contourlijn
contourlijntjes	=	contourlijn
contourtje	=	contour
contourtjes	=	contour
contra	noun	contrarevolutionair	prep	tegen
contra's	=	contra
contra-alt	noun	zangeres met een lage alt
contra-attaque	noun	tegenaanval vanuit de verdediging
contra-attaques	=	contra-attaque
contra-expert	noun	deskundige van de tegenpartij
contra-experten	=	contra-expert
contra-expertise	noun	onderzoek door de tegenpartij
contra-expertisen	=	contra-expertise
contra-expertises	=	contra-expertise
contra-expertje	=	contra-expert
contra-expertjes	=	contra-expert
contra-experts	=	contra-expert
contra-indicatie	noun	een reden om een behandeling of onderzoek niet uit te voeren
contra-indicaties	=	contra-indicatie
contra-indiceer	=	contra-indiceren
contra-indiceerde	=	contra-indiceren
contra-indiceerden	=	contra-indiceren
contra-indiceert	=	contra-indiceren
contra-indicere	=	contra-indiceren
contra-indiceren	verb	een aanwijzing vormen dat iets niet raadzaam is
contra-indicerend	=	contra-indiceren
contra-indicerende	=	contra-indiceren
contra-remonstrant	=	contraremonstrant
contrabande	noun	goederen waarmee smokkelhandel gedreven wordt
contrabandes	=	contrabande
contrabandier	noun	iemand goederen in strijd met de wet naar een andere plaats brengt om ze daar met veel winst te verkopen
contrabandiers	=	contrabandier
contrabandje	=	contrabande
contrabas	noun	het laagstklinkende muziekinstrument van de strijkinstrumenten met een lagere toon dan de bas
contrabasje	=	contrabas
contrabasjes	=	contrabas
contrabassaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
contrabassaxofoons	=	contrabassaxofoon
contrabassaxofoontje	=	contrabassaxofoon
contrabassaxofoontjes	=	contrabassaxofoon
contrabassen	=	contrabas
contrabassist	noun	bespeler van een contrabas
contrabassisten	=	contrabassist
contraboek	noun	controleboek in de boekhouding
contraboeken	=	contraboek
contraboekje	=	contraboek
contraboekjes	=	contraboek
contraceptie	noun	geboortebeperking (door gebruik van voorbehoedmiddelen)
contraceptief	noun	voorbehoedmiddel	adj	de bevruchting (conceptie) tegengaand
contraceptiefs	=	contraceptief
contraceptiefst	=	contraceptief
contraceptiefste	=	contraceptief
contraceptiemiddel	noun	voorbehoedmiddel, contraceptief
contraceptiemiddelen	=	contraceptiemiddel
contraceptiemiddeltje	=	contraceptiemiddel
contraceptiemiddeltjes	=	contraceptiemiddel
contracepties	=	contraceptie
contraceptieve	=	contraceptief
contraceptieven	=	contraceptief
contraceptiever	=	contraceptief
contraceptievere	=	contraceptief
contraceptievers	=	contraceptief
contraceptiva	=	contraceptivum
contraceptivum	noun	voorbehoedmiddel
contraceptivumpje	=	contraceptivum
contraceptivumpjes	=	contraceptivum
contract	noun	een schriftelijk vastgelegde overeenkomst
contractant	noun	partij die een contract aangaat
contractanten	=	contractant
contractarbeid	noun	arbeid die verricht wordt op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst
contractarbeider	noun	iemand die met een tijdelijk arbeidscontract ergens werkt
contractarbeiders	=	contractarbeider
contractbasis	noun	goederen en diensten leveren op basis van een (tijdelijk) contract zonder in dienst te zijn van een organisatie of bedrijf
contractbespreking	noun	het gesprek waarin je met je (toekomstige) werkgever de puntjes op de i zet rondom een nieuwe baan of functiewijziging.
contractbesprekingen	=	contractbespreking
contractbesprekinkje	=	contractbespreking
contractbesprekinkjes	=	contractbespreking
contractbreuk	noun	het niet behoorlijk of niet tijdig nakomen van een aanvaarde verplichting
contractbreuken	=	contractbreuk
contractduur	noun	lengte van de periode waarop een overeenkomst betrekking heeft
contracteer	=	contracteren
contracteerde	=	contracteren
contracteerden	=	contracteren
contracteert	=	contracteren
contracten	=	contract
contractenrecht	noun	alle wetgeving rond het maken en naleven van overeenkomsten
contractere	=	contracteren
contracteren	verb	een contract sluiten met iemand
contracterend	=	contracteren
contracterende	=	contracteren
contractering	noun	het aangaan van een economische relatie d.m.v. een schriftelijke overeenkomst
contracteringen	=	contractering
contractie	noun	samentrekking van orgaan of spieren
contracties	=	contractie
contractietje	=	contractie
contractiliteit	noun	vermogen zich te kunnen samentrekken, samentrekbaarheid
contractiliteiten	=	contractiliteit
contracting	noun	het tegen vooraf vastgestelde voorwaarden uitvoeren van een project door één hoofdaannemer die eventueel zelf onderaannemers inschakelt
contractings	=	contracting
contractjaar	noun	periode van een jaar dat een economische overeenkomst geldigheid heeft
contractjaartje	=	contractjaar
contractjaartjes	=	contractjaar
contractjaren	=	contractjaar
contractje	=	contract
contractjes	=	contract
contractlonen	=	contractloon
contractloon	noun	het loon dat in een contract, in de wet of in de cao van de werkgever is vastgelegd
contractloonstijging	noun	verhoging van het salaris dat geregeld is via een arbeidsovereenkomst
contractloonstijgingen	=	contractloonstijging
contractloonstijginkje	=	contractloonstijging
contractloonstijginkjes	=	contractloonstijging
contractmanager	noun	persoon die alle contractuele verplichtingen van een bedrijf of organisatie beheert
contractmanagers	=	contractmanager
contractonderwijs	noun	onderwijs op contractbasis, gegeven in opdracht van een bedrijf
contractonderzoek	noun	wetenschappelijk onderzoek dat tegen betaling voor een opdrachtgever wordt uitgevoerd
contractonderzoeken	=	contractonderzoek
contractor	noun	een ingehuurde arbeidskracht van een dienstverlenende onderneming of toeleverancier
contractoren	=	contractor
contractors	=	contractor
contractpartij	noun	een van de ondertekenaars van een economische overeenkomst
contractpartijen	=	contractpartij
contractpartner	noun	iemand die bij een contract betrokken is
contractpartners	=	contractpartner
contractperiode	noun	tijdsbesteek waarover een economische overeenkomst geldt
contractperioden	=	contractperiode
contractperiodes	=	contractperiode
contractprijs	noun	prijs zoals deze via een contract is overeengekomen
contractprijzen	=	contractprijs
contractsduur	noun	lengte van de tijdspanne waarover een economische overeenkomst geldt
contractspartij	noun	een van de ondertekenaars van een economische overeenkomst
contractspartijen	=	contractspartij
contractspeler	noun	sporter die een financiële overeenkomst heeft gesloten met een sportclub
contractspelers	=	contractspeler
contractsvrijheden	=	contractsvrijheid
contractsvrijheid	noun	het zelf mogen bepalen met wie en onder welke voorwaarden men wel of geen economische relatie aan gaat
contracttermijn	noun	de periode waarin een contract geldig is en de daarin afgesproken verplichtingen van kracht zijn.
contracttermijnen	=	contracttermijn
contracttermijntje	=	contracttermijn
contracttermijntjes	=	contracttermijn
contractueel	adj	voortvloeiend uit, volgens het contract
contractueels	=	contractueel
contractueelst	=	contractueel
contractueelste	=	contractueel
contractuele	=	contractueel
contractuelen	=	contractueel
contractueler	=	contractueel
contractuelere	=	contractueel
contractuelers	=	contractueel
contracturen	=	contractuur
contractuur	noun	blijvende samentrekking of kramp
contractverlenging	noun	afspraak tussen partijen bij een overeenkomst om een latere einddatum voor de looptijd daarvan af te spreken
contractverlengingen	=	contractverlenging
contractverlenginkje	=	contractverlenging
contractverlenginkjes	=	contractverlenging
contractvoorwaarde	noun	de voorwaarden die in een contract staan en waaronder men een contract aangaat
contractvoorwaarden	=	contractvoorwaarde
contractvrijheden	=	contractvrijheid
contractvrijheid	noun	het zelf mogen bepalen met wie en onder welke voorwaarden men wel of geen economische relatie aan gaat
contractwaarde	noun	de inkomsten die men zou verwerven met een voortzetting van een financiële overeenkomst
contractwaarden	=	contractwaarde
contractwaardes	=	contractwaarde
contracyclisch	adj	betreffende het beleid van de overheid of centrale bank dat de heersende economische conjunctuur tegenwerkt om extremen te dempen
contracyclische	=	contracyclisch
contracyclischer	=	contracyclisch
contracyclischere	=	contracyclisch
contracyclischers	=	contracyclisch
contradans	noun	dans, uitgevoerd door tegenover elkaar geplaatste dansers
contradansen	=	contradans
contradansje	=	contradans
contradansjes	=	contradans
contradictie	noun	tegenstrijdigheid
contradicties	=	contradictie
contradictietje	=	contradictie
contradictio	noun	contradictio in terminis: een tegenstrijdigheid in de woorden, een innerlijke tegenspraak
contradictoir	adj	tegenstrijdig
contradictoirder	=	contradictoir
contradictoirdere	=	contradictoir
contradictoirders	=	contradictoir
contradictoire	=	contradictoir
contradictoirs	=	contradictoir
contradictoirst	=	contradictoir
contradictoirste	=	contradictoir
contradictorisch	adj	tegenstrijdig, contradictoir
contradictorische	=	contradictorisch
contradictorischer	=	contradictorisch
contradictorischere	=	contradictorisch
contradictorischers	=	contradictorisch
contrafact	noun	lied met een nieuwe tekst op een bestaande melodie
contrafacten	=	contrafact
contrafactisch	adj	betreffende het voorstellen van alternatieve uitkomsten voor gebeurtenissen die al hebben plaatsgevonden
contrafactische	=	contrafactisch
contrafactischer	=	contrafactisch
contrafactischere	=	contrafactisch
contrafactischers	=	contrafactisch
contrafactje	=	contrafact
contrafactjes	=	contrafact
contrafagot	noun	fagot waarvan de noten een octaaf lager klinken dan van de gewone fagot
contrafagotten	=	contrafagot
contragewicht	noun	gewicht dat het effect van een ander gewicht opheft
contragewichten	=	contragewicht
contragewichtje	=	contragewicht
contragewichtjes	=	contragewicht
contraheer	=	contraheren
contraheerde	=	contraheren
contraheerden	=	contraheren
contraheert	=	contraheren
contrahere	=	contraheren
contraheren	verb	samentrekken
contraherend	=	contraheren
contraherende	=	contraheren
contrail	noun	condensatiestreep
contrails	=	contrail
contrailtje	=	contrail
contrailtjes	=	contrail
contrair	adj	tegengesteld, tegenstrijdig
contrairder	=	contrair
contrairdere	=	contrair
contrairders	=	contrair
contraire	=	contrair
contrairs	=	contrair
contrairst	=	contrair
contrairste	=	contrair
contralateraal	adj	aan de andere kant liggend ten opzichte van een gezamenlijk referentiepunt
contralateraals	=	contralateraal
contralaterale	=	contralateraal
contramal	noun	mal met tegenovergesteld profiel
contramallen	=	contramal
contramalletje	=	contramal
contramalletjes	=	contramal
contramars	noun	mars in tegengestelde richting
contramarsen	=	contramars
contramarsje	=	contramars
contramarsjes	=	contramars
contramerk	noun	kaartje dat aan de reizigers met een openbaar vervoermiddel, in ruil voor hun oorspronkelijk plaatsbewijs wordt afgegeven
contramerken	=	contramerk
contramerkje	=	contramerk
contramerkjes	=	contramerk
contramine	noun	speculatie op daling van koers
contraminen	=	contramine
contramines	=	contramine
contramineur	noun	speculant à la baisse
contramineurs	=	contramineur
contramineurtje	=	contramineur
contramineurtjes	=	contramineur
contramoer	noun	extra moer die het loswerken van een andere belet
contramoeren	=	contramoer
contramoertje	=	contramoer
contramoertjes	=	contramoer
contraoctaaf	noun	de op één na laagste reeks van twaalf tonen van het toonsysteem, “C 1” tot en met “B 1” (ca. 32 t/m 62 hertz) #:*Een orgel met een klavier voor het contraoctaaf.
contraoctaafje	=	contraoctaaf
contraoctaafjes	=	contraoctaaf
contraoctaven	=	contraoctaaf
contrapen	noun	pen ter beveiliging tegen loswerken, borgpen
contrapennen	=	contrapen
contrapennetje	=	contrapen
contrapennetjes	=	contrapen
contrapositie	noun	redenering uit de klassieke logica waarin het bewijs van het onjuist zijn van het omgekeerde van een bewering resulteert in het bewijs van die bewering
contraposities	=	contrapositie
contrapost	noun	bepaalde houding van een geschilderd of gebeeldhouwd figuur
contraposten	=	contrapost
contrapostje	=	contrapost
contrapostjes	=	contrapost
contraposto	noun	een term uit de beeldende kunst die een bepaalde houding van een geschilderd of gebeeldhouwd figuur beschrijft
contraprestatie	noun	tegenprestatie
contraprestatieregeling	noun	regeling tot 1956, waarbij kunstenaars in ruil voor hun werk een uitkering ontvangen van de overheid
contraprestatieregelingen	=	contraprestatieregeling
contraprestatieregelingetje	=	contraprestatieregeling
contraprestatieregelingetjes	=	contraprestatieregeling
contraprestaties	=	contraprestatie
contraproductief	adj	de productiviteit belemmerend, de gewenste actie tegenwerkend
contraproductiefs	=	contraproductief
contraproductiefst	=	contraproductief
contraproductiefste	=	contraproductief
contraproductieve	=	contraproductief
contraproductiever	=	contraproductief
contraproductievere	=	contraproductief
contraproductievers	=	contraproductief
contraptie	noun	uitvindsel
contrapties	=	contraptie
contrapunt	noun	hiermee wordt in de muziektheorie de leer der meerstemmigheid verstaan
contrapunten	=	contrapunt
contrapuntisch	adj	gecomponeerd of componerend volgens de kunst van het contrapunt
contrapuntische	=	contrapuntisch
contrapuntischer	=	contrapuntisch
contrapuntischere	=	contrapuntisch
contrapuntischers	=	contrapuntisch
contrareformatie	noun	beweging ter bestrijding van een reformatie
contrareformaties	=	contrareformatie
contrareformatorisch	adj	betreffende de katholieke tegenbeweging (ca. 1545-1648) die reageerde op de protestantse Reformatie
contrareformatorische	=	contrareformatorisch
contrareformatorischer	=	contrareformatorisch
contrareformatorischere	=	contrareformatorisch
contrareformatorischers	=	contrareformatorisch
contraremonstrant	noun	Nederlandse calvinist in de 17e eeuw, aanhanger van Gomarus, tegenstander van de remonstranten
contraremonstranten	=	contraremonstrant
contrarevolutie	noun	beweging die een revolutie tracht te keren
contrarevoluties	=	contrarevolutie
contrarevolutietje	=	contrarevolutie
contrarevolutietjes	=	contrarevolutie
contrarevolutionair	noun	iemand die ernaar streeft de gevolgen van een revolutie teniet te doen, een contra	adj	ernaar strevend een revolutie te keren
contrarevolutionairder	=	contrarevolutionair
contrarevolutionairdere	=	contrarevolutionair
contrarevolutionairders	=	contrarevolutionair
contrarevolutionaire	=	contrarevolutionair
contrarevolutionairen	=	contrarevolutionair
contrarevolutionairs	=	contrarevolutionair
contrarevolutionairst	=	contrarevolutionair
contrarevolutionairste	=	contrarevolutionair
contrariant	noun	iemand die contrarieert (dwars ligt), een dwarsligger
contrarianten	=	contrariant
contrarie	adj	dwars, tegendraads	prep	tegenover, tegengesteld
contrarieer	=	contrariëren
contrarieerde	=	contrariëren
contrarieerden	=	contrariëren
contrarieert	=	contrariëren
contrariëre	=	contrariëren
contrariëren	verb	tegenwerken, dwars liggen
contrariërend	=	contrariëren
contrariërende	=	contrariëren
contraseign	noun	medeondertekening van een wet of een Koninklijk Besluit door de minister
contraseigns	=	contraseign
contrasigneer	=	contrasigneren
contrasigneerde	=	contrasigneren
contrasigneerden	=	contrasigneren
contrasigneert	=	contrasigneren
contrasignere	=	contrasigneren
contrasigneren	verb	medeondertekenen
contrasignerend	=	contrasigneren
contrasignerende	=	contrasigneren
contraspionage	noun	bestrijding van de vijandelijke spionage
contraspionagedienst	noun	afdeling van de geheime dienst die de spionage activiteiten van vreemde mogendheden probeert te ontmaskeren en tegen te gaan
contraspionagediensten	=	contraspionagedienst
contrast	noun	opvallende tegenstelling
contrasteer	=	contrasteren
contrasteerde	=	contrasteren
contrasteerden	=	contrasteren
contrasteeren	=	contrasteren
contrasteert	=	contrasteren
contrasteker	noun	contacthuls waarin een stekker gestoken kan worden
contrastekers	=	contrasteker
contrastekertje	=	contrasteker
contrastekertjes	=	contrasteker
contrastekker	noun	contacthuls waarin een stekker gestoken kan worden
contrastekkers	=	contrastekker
contrastekkertje	=	contrastekker
contrastekkertjes	=	contrastekker
contrasten	=	contrast
contrastere	=	contrasteren
contrasteren	verb	een tegenstelling vormen
contrasterend	adj	sterk van elkaar verschillend
contrasterende	=	contrasteren
contrasterender	=	contrasterend
contrasterendere	=	contrasterend
contrasterenders	=	contrasterend
contrasterends	=	contrasterend
contrasterendst	=	contrasterend
contrasterendste	=	contrasterend
contrastje	=	contrast
contrastjes	=	contrast
contrastmiddel	noun	contrast-stof, chemische stof om bijv. bij röntgenonderzoek delen op te laten lichten
contrastmiddelen	=	contrastmiddel
contrastratio	noun	verhouding van lichtintensiteit tussen lichte en donkere delen van een foto, film of afbeelding
contrastratio's	=	contrastratio
contrastregelaar	noun	onderdeel van een beeldscherm waarmee het contrast geregeld kan worden
contrastregelaars	=	contrastregelaar
contrastregelaartje	=	contrastregelaar
contrastregelaartjes	=	contrastregelaar
contrastrijk	adj	met veel opvallende tegenstellingen
contrastrijke	=	contrastrijk
contrastrijker	=	contrastrijk
contrastrijkere	=	contrastrijk
contrastrijkers	=	contrastrijk
contrastrijks	=	contrastrijk
contrastrijkst	=	contrastrijk
contrastrijkste	=	contrastrijk
contrastvloeistof	noun	vloeistof die contrast moet laten ontstaan, bv. op röntgenfoto's
contrastvloeistoffen	=	contrastvloeistof
contratenor	noun	hoogste volwassen mannenstem die overeenkomt met alt bij vrouwen
contratenoren	=	contratenor
contratenors	=	contratenor
contraterreur	noun	terreur ter bestrijding van terreur
contraterrorisme	noun	geheel van overheidsmaatregelen ter bestrijding van terrorisme
contravenieer	=	contraveniëren
contravenieerde	=	contraveniëren
contravenieerden	=	contraveniëren
contravenieert	=	contraveniëren
contraveniëre	=	contraveniëren
contraveniëren	verb|formal	overtreden
contraveniërend	=	contraveniëren
contraveniërende	=	contraveniëren
contraventie	noun	overtreding
contraventies	=	contraventie
contraventionaliseer	=	contraventionaliseren
contraventionaliseerde	=	contraventionaliseren
contraventionaliseerden	=	contraventionaliseren
contraventionaliseert	=	contraventionaliseren
contraventionalisere	=	contraventionaliseren
contraventionaliseren	verb	wanbedrijven die normaal voor een correctionele rechtbank gebracht moeten worden wegens verzachtende omstandigheden verwijzen naar de politierechtbank
contraventionaliserend	=	contraventionaliseren
contraventionaliserende	=	contraventionaliseren
contravleugelslakken	noun	Limacinidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
contrecoeur	adv	met grote tegenzin
contrei	noun|obsolete	door natuurlijke of bestuurlijke grenzen afgebakend grondgebied
contreie	noun	door natuurlijke of bestuurlijke grenzen afgebakend grondgebied
contreien	=	contrei
contribuant	noun	iemand die contributie betaalt of een bijdrage levert
contribuanten	=	contribuant
contribueer	=	contribueren
contribueerde	=	contribueren
contribueerden	=	contribueren
contribueert	=	contribueren
contribuere	=	contribueren
contribueren	verb	bijdragen
contribuerend	=	contribueren
contribuerende	=	contribueren
contributie	noun	een bijdrage die men als lid aan bijvoorbeeld een vereniging betaalt
contributiebetaling	noun	de manier waarop lidmaatschapsgelden worden geheven en geïnd
contributiebetalingen	=	contributiebetaling
contributiegeld	noun	geld dat men betaalt aan een vereniging waarvan men lid is
contributiegelden	=	contributiegeld
contributies	=	contributie
contributieverhoging	noun	verhoging van de hoeveelheid geld dat men moet betalen om lid te zijn van een vereniging of organisatie
contributieverhogingen	=	contributieverhoging
contributieverhoginkje	=	contributieverhoging
contributieverhoginkjes	=	contributieverhoging
controle	noun	toezicht, inspectie, onderzoek, nazien
controleactie	noun	actie van een toezichthoudende organisatie zoals politie en douane bij verdenking van illegale activiteiten
controleacties	=	controleactie
controleafdeling	noun	gedeelte van een bedrijf of organisatie waar men toezicht uitoefent (op bijvoorbeeld de bedrijfsvoering, de producten en de klanten)
controleafdelingen	=	controleafdeling
controleafspraak	noun	bezoek aan een arts of verpleegkundige om het beloop van een aandoening of behandeling te beoordelen en te bespreken
controleafspraken	=	controleafspraak
controleapparaat	noun	organisatie die toezicht uitoefent
controleapparaten	=	controleapparaat
controleapparatuur	noun	toestel waarmee men de kwaliteit van iets kan toetsen
controlearts	noun	medicus die beoordeelt of iemand wel of geen recht op een uitkering heeft; controlerend geneesheer
controleartsen	=	controlearts
controlebeleid	noun	plan van aanpak om iets of iemand te toetsen op naleving van de wetgeving, onderdeel van het handhavingsbeleid
controlebezoek	noun	bezoek dat men aflegt om te zien of iets (nog) goed gaat
controlebezoeken	=	controlebezoek
controlebezoekje	=	controlebezoek
controlebezoekjes	=	controlebezoek
controlecentra	=	controlecentrum
controlecentrum	noun	centrale faciliteit of een softwarecomponent waar de werking en instellingen van een systeem, apparaat of proces worden beheerd, gemonitord en aangepast
controlecentrumpje	=	controlecentrum
controlecentrumpjes	=	controlecentrum
controlecentrums	=	controlecentrum
controlecomiteetje	=	controlecomité
controlecomiteetjes	=	controlecomité
controlecomité	noun	groep mensen die als taak heeft zaken te inspecteren en te controleren
controlecomités	=	controlecomité
controlecommissie	noun	groep mensen die als taak heeft zaken te inspecteren en te controleren
controlecommissies	=	controlecommissie
controledienst	noun	organisatie die checkt of alles wel goed is verlopen
controlediensten	=	controledienst
controledrang	noun	de onbedwingbare neiging om alles te willen regelen, controleren en in bedwang houden
controleer	=	controleren
controleerbaar	adj	vatbaar, geschikt om gecontroleerd te worden
controleerbaarder	=	controleerbaar
controleerbaardere	=	controleerbaar
controleerbaarders	=	controleerbaar
controleerbaarheden	=	controleerbaarheid
controleerbaarheid	noun	het toetsbaar zijn van iets of iemand
controleerbaars	=	controleerbaar
controleerbaarst	=	controleerbaar
controleerbaarste	=	controleerbaar
controleerbare	=	controleerbaar
controleerde	=	controleren
controleerden	=	controleren
controleert	=	controleren
controlefreak	noun	persoon die op een (al te) strikte wijze bekijkt of alles gaat zoals hij of zij denkt dan het zou moeten gaan
controlefreaks	=	controlefreak
controlefunctie	noun	de taak van een organisatie of persoon om te toetsen of iets of iemand goed functioneert
controlefuncties	=	controlefunctie
controlegebied	noun	onderwerpen die door iets of iemand getoetst dienen te worden
controlegebieden	=	controlegebied
controlegroep	noun	de groep mensen in een experiment waarop men de interventie niet toepast, de groep waarop men de interventie wel toepast heet de experimentelegroep
controlegroepen	=	controlegroep
controlegroepje	=	controlegroep
controlegroepjes	=	controlegroep
controlekaart	noun	een persoonsgebonden chipkaart die gebruikt wordt voor persoonsidentificatie
controlekaarten	=	controlekaart
controlekaartje	=	controlekaart
controlekaartjes	=	controlekaart
controlekamer	noun	een ruimte van waaruit machines bestuurd worden
controlekamers	=	controlekamer
controlekamertje	=	controlekamer
controlekamertjes	=	controlekamer
controlekosten	noun	geld dat men besteedt aan het uitvoeren van controles
controlelamp	noun	indicator die een toestand van het systeem geeft waarin deze is opgenomen bijv. aan, uit of storing etc.
controlelampen	=	controlelamp
controlelampje	=	controlelamp
controlelampjes	=	controlelamp
controlelijst	noun	een lijst met onderdelen die een voor een gecontroleerd moeten worden, checklist
controlelijsten	=	controlelijst
controlelijstje	=	controlelijst
controlelijstjes	=	controlelijst
controlemaniak	noun	iemand die niet tot delegeren in staat is en dus een overdreven behoefte heeft om ook over details informatie te krijgen en beslissingen te nemen
controlemaniakken	=	controlemaniak
controlemechanisme	noun	een techniek of mechanisme die iets controleert
controlemechanismen	=	controlemechanisme
controlemechanismes	=	controlemechanisme
controlemiddel	noun	methode om toezicht te houden
controlemiddelen	=	controlemiddel
controlemiddeltje	=	controlemiddel
controlemiddeltjes	=	controlemiddel
controlemogelijkheden	=	controlemogelijkheid
controlemogelijkheid	noun	kans om op iets of op iemand toezicht te houden
controleonderzoek	noun	onderzoek dat er op gericht is om te kijken of een eerder gedane bewering, juist is
controleonderzoeken	=	controleonderzoek
controleopdracht	noun	onderzoek naar de correctheid van iets dat men voor een klant verricht
controleopdrachten	=	controleopdracht
controleorgaan	noun	toezichthoudende organisatie
controleorganen	=	controleorgaan
controleorganisme	noun	toezichthoudende organisatie
controleorganismen	=	controleorganisme
controleorganismes	=	controleorganisme
controlepaneel	noun	een fysiek of virtueel dashboard waarmee men een toestel of machine kan besturen
controlepanelen	=	controlepaneel
controlepost	noun	centrale plaats van waaruit men controle uitoefent
controleposten	=	controlepost
controlepostje	=	controlepost
controleprobleem	noun	iets onvoldoende kunnen beheersen; moeilijkheden met het toezicht op iets
controleprobleempje	=	controleprobleem
controleprobleempjes	=	controleprobleem
controleproblemen	=	controleprobleem
controleprogramma	noun	organisatie die toetst of zaken wel volgens de geldende regels geschieden
controleprogramma's	=	controleprogramma
controlepunt	noun	plaats waar iets gecheckt of gemeten wordt
controlepunten	=	controlepunt
controlepuntje	=	controlepunt
controlepuntjes	=	controlepunt
controleraadpleging	noun	is een vervolgafspraak bij een arts of specialist (meestal in een ziekenhuis) om het verloop van een behandeling, operatie of uw gezondheidstoestand te controleren
controleraadplegingen	=	controleraadpleging
controleraadpleginkje	=	controleraadpleging
controleraadpleginkjes	=	controleraadpleging
controlere	=	controleren
controleregeling	noun	een verzameling van afspraken, procedures en voorschriften die is ontworpen om toezicht te houden, naleving te garanderen of processen te beheersen.
controleregelingen	=	controleregeling
controleregelingetje	=	controleregeling
controleregelingetjes	=	controleregeling
controleren	verb	toezicht houden
controlerend	adj	van een persoon of instantie dat deze iets waarneemt en zo nodig kan ingrijpen in de gebeurtenissen
controlerende	=	controlerend
controlerender	=	controlerend
controlerendere	=	controlerend
controlerenders	=	controlerend
controlerends	=	controlerend
controlerendst	=	controlerend
controlerendste	=	controlerend
controleronde	noun	keer dat men ergens langsgaat om te toetsen of alles nog goed verloopt
controleronden	=	controleronde
controlerondes	=	controleronde
controles	=	controle
controlestation	noun	inrichting waar men iets bestuurt of controleert
controlestations	=	controlestation
controlestroken	=	controlestrook
controlestrook	noun	het afscheurbare deel van een toegangskaartje (zoals voor een evenement, trein of bus) dat bij de controle wordt afgescheurd en aan de gebruiker wordt teruggegeven als bewijs van betaling, terwijl de rest van het kaartje wordt ingenomen
controlestrookje	=	controlestrook
controlestrookjes	=	controlestrook
controlesysteem	noun	een systeem, dat één of andere controle functie uitvoert in bijvoorbeeld in een apparaat, een gebouw, een organisatie, een economie of iets dergelijks
controlesysteempje	=	controlesysteem
controlesysteempjes	=	controlesysteem
controlesystemen	=	controlesysteem
controletaak	noun	de functie die men heeft om te toetsen of alles wel volgens de geldende regels verloopt
controletaken	=	controletaak
controleteam	noun	groep mensen die samen onderzoeken of iets volgens de geldende regels verloopt
controleteams	=	controleteam
controletje	=	controle
controletjes	=	controle
controletoren	noun	torenvormig gebouw van waaruit het (vlieg)verkeer wordt gecontroleerd
controletorens	=	controletoren
controleur	noun	iemand die belast is met de controle
controleurs	=	controleur
controleurtje	=	controleur
controleurtjes	=	controleur
controleuse	noun	vrouw die nagaat of aan gestelde eisen wordt voldaan en maatregelen neemt als dat niet zo is
controleuses	=	controleuse
controleverklaring	noun	formeel document van een onafhankelijke accountant dat zekerheid biedt over de betrouwbaarheid van de jaarrekening van een onderneming.
controleverklaringen	=	controleverklaring
controleverklarinkje	=	controleverklaring
controleverklarinkjes	=	controleverklaring
controleverlies	noun	vermindering van de mogelijkheden om iets of iemand in bedwang te houden
controleverliezen	=	controleverlies
controlevraag	noun	een vraag die wordt gesteld om extra zekerheid over iets te krijgen
controlevraagje	=	controlevraag
controlevraagjes	=	controlevraag
controlevragen	=	controlevraag
controlewerk	noun	arbeid die men moet verrichten om te zien of iets wel goed verloopt
controlewerken	=	controlewerk
controlfreak	noun	iemand die op een overdreven manier alles en iedereen wil beheersen
controlfreaks	=	controlfreak
controller	noun	apparaat waarmee je een computerspel kunt spelen
controllers	=	controller
controllertje	=	controller
controllertjes	=	controller
controverse	noun	onderwerp waarover verschil van mening bestaat en waar dus nog of gedebatteerd kan worden
controversen	=	controverse
controverses	=	controverse
controversetje	=	controverse
controversie	noun	twistpunt
controversieel	adj	onderwerp zijnde van een twist
controversieels	=	controversieel
controversieelst	=	controversieel
controversieelste	=	controversieel
controversies	=	controversie
controversioneel	adj	controversieel
controversioneelst	=	controversioneel
controversioneelste	=	controversioneel
controversionele	=	controversioneel
controversioneler	=	controversioneel
controversionelere	=	controversioneel
controversiële	=	controversieel
controversiëler	=	controversieel
controversiëlere	=	controversieel
controversiëlers	=	controversieel
contrôle	=	controle
contrôleur	=	controleur
contusie	noun	kneuzing
contusies	=	contusie
conté	noun	samengeperste klei of was vermengd met koolstof of een andere kleurstof, in de vorm van vierkante staafjes of potloden gebruikt om mee te tekenen
conus	noun	kegel, kegelvormig voorwerp
conusje	=	conus
conusjes	=	conus
conuskoppeling	noun	wrijvingskoppeling bestaande uit twee kegelvormige vlakken
conuskoppelingen	=	conuskoppeling
conussen	=	conus
convalescent	noun	zieke die herstellende is	adj	herstellend
convalescente	=	convalescent
convalescenten	=	convalescent
convalescenter	=	convalescent
convalescentere	=	convalescent
convalescenters	=	convalescent
convalescentie	noun	periode van herstel
convalescenties	=	convalescentie
convalescents	=	convalescent
convalescentst	=	convalescent
convalescentste	=	convalescent
convectie	noun	overbrenging van warmte door stroming van gas en/of vloeistof
convecties	=	convectie
convectiezone	noun	plaats (in een ster) waar warmte wordt overgedragen door het stromen van gas of vloeistof
convectiezonen	=	convectiezone
convectiezones	=	convectiezone
convector	noun	verwarmingstoestel gebaseerd op het principe van convectie
convectorput	noun	met een rooster overdekte holte in de vloer waarin een verwarmingsradiator zit
convectorputje	=	convectorput
convectorputjes	=	convectorput
convectorputten	=	convectorput
convectors	=	convector
convenabel	adj	passend bij de omstandigheden en de mogelijkheden
convenabele	=	convenabel
convenabeler	=	convenabel
convenabelere	=	convenabel
convenabelers	=	convenabel
convenabels	=	convenabel
convenabelst	=	convenabel
convenabelste	=	convenabel
convenant	noun	een officiële afspraak, een officiële overeenkomst
convenanten	=	convenant
convenantje	=	convenant
convenantjes	=	convenant
convenants	=	convenant
convenieer	=	conveniëren
convenieerde	=	conveniëren
convenieerden	=	conveniëren
convenieert	=	conveniëren
conveniënt	adj	passend, gepast, geschikt
conveniënte	=	conveniënt
conveniënter	=	conveniënt
conveniëntere	=	conveniënt
conveniënters	=	conveniënt
conveniëntie	noun	gepastheid, overeenstemming
conveniënties	=	conveniëntie
conveniënts	=	conveniënt
conveniëntst	=	conveniënt
conveniëntste	=	conveniënt
conveniëre	=	conveniëren
conveniëren	verb	passen, gelegen komen, schikken
conveniërend	=	conveniëren
conveniërende	=	conveniëren
convent	noun	vergadering, samenkomst van kloosterlingen
conventen	=	convent
conventie	noun	internationale overeenkomst
conventies	=	conventie
conventietje	=	conventie
conventietjes	=	conventie
conventikel	noun	buitenkerkelijke godsdienstige bijeenkomst
conventikels	=	conventikel
conventionaliteit	noun	het conventioneel zijn
conventionaliteiten	=	conventionaliteit
conventioneel	adj	wat door het vaste gebruik bepaald is
conventioneels	=	conventioneel
conventioneelst	=	conventioneel
conventioneelste	=	conventioneel
conventionele	=	conventioneel
conventioneler	=	conventioneel
conventionelere	=	conventioneel
conventionelers	=	conventioneel
convergeer	=	convergeren
convergeerde	=	convergeren
convergeerden	=	convergeren
convergeert	=	convergeren
convergent	adj	in één punt samenkomend
convergente	=	convergent
convergenter	=	convergent
convergentere	=	convergent
convergenters	=	convergent
convergentie	noun	het convergeren, het samenkomen in een punt
convergenties	=	convergentie
convergentietje	=	convergentie
convergents	=	convergent
convergentst	=	convergent
convergentste	=	convergent
convergere	=	convergeren
convergeren	verb	zich naar één punt richten (van lijnen, lichtstralen enz.)
convergerend	=	convergeren
convergerende	=	convergeren
convers	noun	een kloosterling die wel de gelofte van de orde waartoe hij behoort, heeft afgelegd doch zonder klerikale wijdingen en met minder verplichtingen ten aanzien van het koorofficie
conversatie	noun	gesprek als onderdeel van de sociale omgang
conversatieopmerking	noun	een beleefde maar weinig inhoudelijke mondelinge uiting waarmee men een neutraal gesprek gaande kan houden
conversatieopmerkingen	=	conversatieopmerking
conversatieopmerkinkje	=	conversatieopmerking
conversatieopmerkinkjes	=	conversatieopmerking
conversaties	=	conversatie
conversatietje	=	conversatie
conversatietonen	=	conversatietoon
conversatietoon	noun	manier van spreken die men gebuikt bij het voeren van een luchtig gesprek
conversatietoontje	=	conversatietoon
conversatietoontjes	=	conversatietoon
conversatiezaal	noun	een zaal die speciaal ingericht is om gesprekken te kunnen voeren
conversatiezaaltje	=	conversatiezaal
conversatiezaaltjes	=	conversatiezaal
conversatiezalen	=	conversatiezaal
converseer	=	converseren
converseerde	=	converseren
converseerden	=	converseren
converseert	=	converseren
conversen	=	convers
conversere	=	converseren
converseren	verb	een gesprek voeren
converserend	=	converseren
converserende	=	converseren
conversie	noun	omzetting
conversiekosten	noun	geld dat het kost om een bepaalde hoeveelheid grondstof te verwerken
conversies	=	conversie
conversiestoornis	noun	psychische stoornis veroorzaakt door acute stress door angst of woede die de persoon niet kan verwerken en die zich kan uiten in verlamming van de ledematen, problemen met gezicht of gehoor, algemene vermindering van de zintuiglijke waarneming en verlies van het spraakvermogen
conversiestoornissen	=	conversiestoornis
conversietje	=	conversie
converteer	=	converteren
converteerbaar	adj	met de mogelijkheid om iets om te zetten in iets anders dat gelijkwaardig is
converteerbaarder	=	converteerbaar
converteerbaardere	=	converteerbaar
converteerbaarders	=	converteerbaar
converteerbaars	=	converteerbaar
converteerbaarst	=	converteerbaar
converteerbaarste	=	converteerbaar
converteerbare	=	converteerbaar
converteerde	=	converteren
converteerden	=	converteren
converteert	=	converteren
converter	noun	omzetter, omvormer
convertere	=	converteren
converteren	verb	omzetten van de ene eenheid in de andere
converterend	=	converteren
converterende	=	converteren
converters	=	converter
convertibel	adj	inwisselbaar, verwisselbaar
convertibele	=	convertibel
convertibeler	=	convertibel
convertibelere	=	convertibel
convertibelers	=	convertibel
convertibels	=	convertibel
convertibelst	=	convertibel
convertibelste	=	convertibel
convertibiliteit	noun	inwisselbaarheid, verwisselbaarheid
convertible	noun	auto waarvan het dak opengeklapt kan worden
convertibles	=	convertible
convertor	noun	toestel waarin een chemische omzetting kan plaatsvinden
convertoren	=	convertor
convertors	=	convertor
convertortje	=	convertor
convertortjes	=	convertor
convex	adj	bolrond, met een gebogen oppervlak
convexe	=	convex
convexer	=	convex
convexere	=	convex
convexers	=	convex
convexiteit	noun	het convex zijn
convexiteiten	=	convexiteit
convexiteitje	=	convexiteit
convexiteitjes	=	convexiteit
convext	=	convex
convexte	=	convex
convict	noun	woongemeenschap voor katholieke priesterstudenten zonder binding aan kloosterregels
convicten	=	convict
convictie	noun	overtuiging
convicties	=	convictie
convictje	=	convict
convictjes	=	convict
convocaat	noun	een oproep tot verschijning bij bijvoorbeeld een vergadering
convocaatje	=	convocaat
convocaatjes	=	convocaat
convocaten	=	convocaat
convocatie	noun	bijeenroeping van een vergadering
convocaties	=	convocatie
convoceer	=	convoceren
convoceerde	=	convoceren
convoceerden	=	convoceren
convoceert	=	convoceren
convocere	=	convoceren
convoceren	verb	voor een vergadering bijeenroepen
convocerend	=	convoceren
convocerende	=	convoceren
convoluten	=	convoluut
convoluut	noun	verzameling handschriften in één band, verzamelband
convoluutje	=	convoluut
convoluutjes	=	convoluut
convooi	=	konvooi
convulsie	noun	onwillekeurige, krampachtige spiersamentrekking; stuip, stuiptrekking, toeval
convulsief	adj	samentrekkend door kramp; krampachtig, stuipachtig
convulsiefs	=	convulsief
convulsiefst	=	convulsief
convulsiefste	=	convulsief
convulsies	=	convulsie
convulsietje	=	convulsie
convulsietjes	=	convulsie
convulsieve	=	convulsief
convulsiever	=	convulsief
convulsievere	=	convulsief
convulsievers	=	convulsief
cookeilander	noun	een inwoner van Cookeilanden, of iemand afkomstig uit Cookeilanden
cookeilanders	=	cookeilander
cookeilands	adj	op Cookeilanden betrekking hebbend
cookeilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Cookeilanden, of een vrouw afkomstig uit Cookeilanden
cookeilandsen	=	cookeilandse
cookeilandser	=	cookeilands
cookeilandsere	=	cookeilands
cookeilandsers	=	cookeilands
cookeilandst	=	cookeilands
cookeilandste	=	cookeilands
cooker	noun	apparaat waarmee men iets kan koken
cookers	=	cooker
cookie	noun	koekje
cookie-instelling	noun	manier waarop een website gegevens van een bezoeker mag verzamelen
cookie-instellingen	=	cookie-instelling
cookiemuren	=	cookiemuur
cookiemuur	noun	software waarmee delen of hele websites niet toegankelijk zijn wanneer een bezoeker geen cookies accepteert
cookies	=	cookie
cookietje	=	cookie
cookiewet	noun	wet die het gebruik van cookies regelt
cookiewetten	=	cookiewet
cool	adj|informal	erg goed
cooldown	noun	het afkoelen van iets of iemand die oververhit is geraakt
cooldowns	=	cooldown
coole	=	cool
cooler	=	cool
coolere	=	cool
coolers	=	cool
coolheden	=	coolheid
coolheid	noun	het cool (gaaf, geweldig, tof) zijn
coolhunt	=	coolhunten
coolhunte	=	coolhunten
coolhunten	verb	marktonderzoek doen naar hypes bij jongeren
coolhuntend	=	coolhunten
coolhuntende	=	coolhunten
coolhunter	noun	iemand die onderzoekt naar de voorkeuren van jongeren
coolhunters	=	coolhunter
coolhunting	noun	het onderzoeken van de voorkeuren van jongeren
coolhuntte	=	coolhunten
coolhuntten	=	coolhunten
coolingdown	noun	het ontspannen na een heftige inspanning
coolingdowns	=	coolingdown
cooljazz	noun	een vorm van jazzmuziek uit de jaren vijftig van de twintigste eeuw die opkwam in reactie op bebop
cools	=	cool
coolst	=	cool
coolste	=	cool
coopertest	noun	test voor de lichamelijke conditie, gebaseerd op afstand die je hardlopend in 12 minuten kunt afleggen
coopertesten	=	coopertest
coopertestje	=	coopertest
coopertestjes	=	coopertest
coopertests	=	coopertest
coorne	=	koren
copafijth	abbrev	de afkorting voor Commercie & Communicatie, Organisatie, Personeel, Administratieve organisatie, Financiën, Informatievoorziening, Juridische zaken, Technologie en Huisvesting, een verzamelterm voor activiteiten die een organisatie moet verrichten die niet het primaire proces zijn
copd	noun	verzamelnaam voor chronische bronchitis en longemfyseem
copernicaans	adj	volgens de opvatting waarbij de planeten net als de aarde om de zon draaien (en niet met de zon om de aarde)
copernicaanse	=	copernicaans
copernicaanser	=	copernicaans
copernicaansere	=	copernicaans
copernicaansers	=	copernicaans
copernicaanst	=	copernicaans
copernicaanste	=	copernicaans
copernicium	noun	scheikundig element met symbool Cn en atoomnummer 112.
coperniciumatomen	=	coperniciumatoom
coperniciumatoom	noun	een atoom van het chemisch element copernicium.
coperniciumatoompje	=	coperniciumatoom
coperniciumatoompjes	=	coperniciumatoom
copie	=	kopie
copieus	adj	rijkelijk, overvloedig, abondant
copieust	=	copieus
copieuste	=	copieus
copieuze	=	copieus
copieuzer	=	copieus
copieuzere	=	copieus
copieuzers	=	copieus
copiloot	noun	In de burgerluchtvaart wordt de eerste officier vaak copiloot of first officer genoemd.
copilootje	=	copiloot
copilootjes	=	copiloot
copiloten	=	copiloot
coping	noun	de manier waarop iemand met problemen en stress omgaat
copingmechanisme	noun	het mechanisme in de omgang met stress
copingmechanismen	=	copingmechanisme
copingmechanismes	=	copingmechanisme
copingstijl	noun	gehanteerde stijl in de omgang met stress
copingstijlen	=	copingstijl
copingstrategie	noun	strategie om met stress om te gaan
copingstrategieën	=	copingstrategie
copiëren	=	kopiëren
coplanair	adj	in hetzelfde vlak liggend
coplanaire	=	coplanair
coplanairs	=	coplanair
copolymeriseer	=	copolymeriseren
copolymeriseerde	=	copolymeriseren
copolymeriseerden	=	copolymeriseren
copolymeriseert	=	copolymeriseren
copolymerisere	=	copolymeriseren
copolymeriseren	verb	een reactie ondergaan waarbij minstens twee verschillende monomeren tot een keten aaneengeregen worden
copolymeriserend	=	copolymeriseren
copolymeriserende	=	copolymeriseren
copresentator	noun	iemand die samen met iemand anders een programma presenteert
copresentatoren	=	copresentator
copresentators	=	copresentator
coprocessor	noun	processor die wordt ingezet ter ondersteuning van de centrale processor
coprocessoren	=	coprocessor
coprocessors	=	coprocessor
coproduceer	=	coproduceren
coproduceerde	=	coproduceren
coproduceerden	=	coproduceren
coproduceert	=	coproduceren
coproducent	noun	persoon die samen met een ander een programma, film, cd of iets dergelijks maakt
coproducenten	=	coproducent
coproducere	=	coproduceren
coproduceren	verb	samen met iemand anders iets maken
coproducerend	=	coproduceren
coproducerende	=	coproduceren
coproductie	noun	een gezamenlijke productie
coproducties	=	coproductie
coproductietje	=	coproductie
coproductietjes	=	coproductie
coprofaag	noun	een organisme dat zich voedt met uitwerpselen
coprofaagje	=	coprofaag
coprofaagjes	=	coprofaag
coprofagen	=	coprofaag
coprofagie	noun	het eten van ontlasting
coprolalie	noun	het dwangmatig gebruiken van vulgaire taal (vloeken, obscene, seksistische of racistische taal)
coproliet	noun	versteende uitwerpselen van een dier
coprolieten	=	coproliet
coprologie	noun	medisch onderzoek van de feces
copromotor	noun	tweede promotor bij een academische promotie
copromotoren	=	copromotor
copromotors	=	copromotor
copula	noun	koppelwerkwoord
copula's	=	copula
copulae	=	copula
copulatie	noun	het copuleren
copulaties	=	copulatie
copuleer	=	copuleren
copuleerde	=	copuleren
copuleerden	=	copuleren
copuleert	=	copuleren
copulere	=	copuleren
copuleren	verb	geslachtsgemeenschap hebben
copulerend	=	copuleren
copulerende	=	copuleren
copy-paste	=	copy-pasten
copy-pasten	verb	op het beeldscherm een deel van een tekst letterlijk overnemen in een andere tekst
copy-pastend	=	copy-pasten
copy-pastende	=	copy-pasten
copy-pastet	=	copy-pasten
copy-pastete	=	copy-pasten
copy-pasteten	=	copy-pasten
copycat	noun	iemand die stomweg het gedrag van een ander kopieert
copycateffect	noun	een psychologisch fenomeen waarbij individuen de handelingen, het gedrag of gebeurtenissen van anderen imiteren, vaak na verspreiding in de media of gebeurtenissen in het echte leven.
copycateffecten	=	copycateffect
copycats	=	copycat
copycenter	noun	bedrijf waar men kopieën kan laten maken
copycenters	=	copycenter
copycentertje	=	copycenter
copycentertjes	=	copycenter
copyright	noun	een exclusief recht tot het reproduceren, publiceren en verkopen van een werk, auteursrecht
copyrightpagina	noun	een deel van een website of ander werk dat informatie over het auteursrecht bevat, meestal met een copyright-vermelding (©), om aan te geven dat de inhoud auteursrechtelijk is beschermd
copyrightpagina's	=	copyrightpagina
copyrightpaginaatje	=	copyrightpagina
copyrightpaginaatjes	=	copyrightpagina
copyrights	=	copyright
copyrightteken	noun	een symbool waarmee wordt aangegeven dat een werk auteursrechtelijk is beschermd
copyrighttekens	=	copyrightteken
copyrighttekentje	=	copyrightteken
copyrighttekentjes	=	copyrightteken
copyshop	noun	winkel waar men fotokopieën kan laten maken; bedrijf dat fotokopieën maakt
copyshops	=	copyshop
copywriter	noun	tekstschrijver voor reclames
copywriters	=	copywriter
copywriting	noun	het schrijven van tekst
coquereldwergmaki	noun	Mirza coquereli is een nachtactieve lemuur uit de familie van de dwergmaki's (Cheirogaleidae).
coquereldwergmaki's	=	coquereldwergmaki
coquereldwergmakietje	=	coquereldwergmaki
coquereldwergmakietjes	=	coquereldwergmaki
coquet	=	koket
coquette	noun	een tegenover het andere geslacht behaagzieke vrouw
coquettes	=	coquette
coquifrankolijn	noun	Campocolinus coqui een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
coquifrankolijnen	=	coquifrankolijn
coquifrankolijntje	=	coquifrankolijn
coquifrankolijntjes	=	coquifrankolijn
coquille	noun	vlees van de sint-jakobsschelp
coquilles	=	coquille
corayawinterkoning	noun	Pheugopedius coraya een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
corayawinterkoningen	=	corayawinterkoning
corayawinterkoninkje	=	corayawinterkoning
corayawinterkoninkjes	=	corayawinterkoning
corbillard	noun	wagen waarmee overledenen vervoerd worden
corbillards	=	corbillard
cordiaal	adj	met betrekking tot het hart
cordiaals	=	cordiaal
cordiaalst	=	cordiaal
cordiaalste	=	cordiaal
cordiale	=	cordiaal
cordialer	=	cordiaal
cordialere	=	cordiaal
cordialers	=	cordiaal
cordiet	noun	een explosieve rookloze stuwstof die vervaardigd wordt door twee hoogexplosieve stoffen te mengen: nitrocellulose en nitroglycerine
cordillera-aratinga	noun	Psittacara frontatus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
cordillera-aratinga's	=	cordillera-aratinga
cordillera-aratingaatje	=	cordillera-aratinga
cordillera-aratingaatjes	=	cordillera-aratinga
cordillera-azulmiervogel	noun	Myrmoderus eowilsoni een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
cordillera-azulmiervogels	=	cordillera-azulmiervogel
cordillera-azulmiervogeltje	=	cordillera-azulmiervogel
cordillera-azulmiervogeltjes	=	cordillera-azulmiervogel
cordoba-canastero	noun	Asthenes sclateri een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
cordoba-canastero's	=	cordoba-canastero
cordoba-canasterootje	=	cordoba-canastero
cordoba-canasterootjes	=	cordoba-canastero
cordoba-tinamoe	noun	Nothoprocta cinerascens een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
cordoba-tinamoes	=	cordoba-tinamoe
cordoba-tinamoetje	=	cordoba-tinamoe
cordoba-tinamoetjes	=	cordoba-tinamoe
cordon	noun	eerste deel van de samenstellingen cordon bleu, cordon rouge en cordon sanitaire waar de Franse uitspraak is gehandhaafd, in alle andere gevallen gebruiken we de Nederlandse uitspraak en de spelling met een k dus kordon.
cordons	=	cordon
corduroy	noun	sterke, geribde stof	adj	gemaakt van sterke, geribde stof
corduroys	=	corduroy
coreapp	noun	programma dat alleen de belangrijkste functionaliteit bevat (naast bijkomende programma's voor specifieke toepassingen)
coreapps	=	coreapp
corebusiness	noun	de kernactiviteit van een bedrijf of organisatie
coreferent	noun	iemand die samen met iemand anders verslag uitbrengt
coreferenten	=	coreferent
coreferentie	noun	het met behulp van verschillende talige middelen verwijzen naar dezelfde referent
coregisseur	noun	assistent van de persoon die de creatieve supervisie voert over uitvoerende kunst
coregisseurs	=	coregisseur
corfiotisch	adj	betreffende het Griekse eiland Korfoe (of Corfu) en alles wat daarmee te maken heeft, zoals de cultuur, mensen of taal
corfiotische	=	corfiotisch
corfiotischer	=	corfiotisch
corfiotischere	=	corfiotisch
corfiotischers	=	corfiotisch
corgi	noun	Engels hondenras
corgi's	=	corgi
coriander	=	koriander
corinthisch	=	korinthisch
corioliseffect	noun	de afbuiging van de baan van een voorwerp dat beweegt in een roterend systeem.
corioliseffecten	=	corioliseffect
corioliseffectje	=	corioliseffect
corioliseffectjes	=	corioliseffect
corioliskracht	noun	denkbeeldige kracht die beschrijft hoe bewegingen bekeken vanuit een ronddraaiend geheel lijken af te buigen
corioliskrachten	=	corioliskracht
cornage	noun	een paardenziekte die bestaat uit de verlamming van een van de stembanden, een aandoening die vooral voorkomt bij grote paarden.
cornagetje	=	cornage
cornagetjes	=	cornage
cornea	noun	het hoornvlies van het oog
cornea's	=	cornea
cornedbeef	noun	gezouten, gekookt en meestal ingeblikt rundvlees
corner	noun	een hoekschop vanuit een van de hoekpunten van een voetbalveld
cornerbal	noun	een vrije trap vanaf de hoek van het veld
corners	=	corner
cornerspecialist	noun	iemand die heel goed is in het nemen van strafcorners bij hockey
cornerspecialisten	=	cornerspecialist
cornertje	=	corner
cornertjes	=	corner
cornervlag	noun	vlag die staat op de hoek van een voetbalveld
cornervlaggen	=	cornervlag
cornet	noun	naar beneden toe smaller wordend doosje van papier of karton, voor bonbons of soortgelijke lekkernijen
cornetje	=	cornet
cornetjes	=	cornet
cornets	=	cornet
cornetten	=	cornet
cornflake	noun	een gezoete, geroosterde maïsvlok
cornflakes	noun	gezoete, geroosterde maisvlokken
corniche	noun	kroonlijst
corniches	=	corniche
cornichon	noun	Cucumis sativus augurk
cornichonnetje	=	cornichon
cornichonnetjes	=	cornichon
cornichons	=	cornichon
cornichontje	=	cornichon
cornichontjes	=	cornichon
cornischtalig	adj	het Cornisch sprekend
cornischtalige	=	cornischtalig
cornischtaligs	=	cornischtalig
cornuyt	=	kornuit
corollaria	=	corollarium
corollarium	noun	toevoegsel, bijvoegsel, aanhangsel, toegift
corollariumpje	=	corollarium
corollariumpjes	=	corollarium
coromandeleend	noun	Nettapus coromandelianus een eend uit de familie van de Anatidae.
coromandeleenden	=	coromandeleend
coromandeleendje	=	coromandeleend
coromandeleendjes	=	coromandeleend
coromandelkoekoek	noun	Clamator coromandus een vogel uit de familie van de koekoeken.
coromandelkoekoeken	=	coromandelkoekoek
coromandelkoekoekje	=	coromandelkoekoek
coromandelkoekoekjes	=	coromandelkoekoek
coromandeloehoe	noun	Bubo coromandus een oehoe uit de familie Strigidae.
coromandeloehoes	=	coromandeloehoe
coromandeloehoetje	=	coromandeloehoe
coromandeloehoetjes	=	coromandeloehoe
corona	noun	krans van licht rond de zon te zien tijdens een volledige zonsverduistering
corona's	=	corona
corona-aanpak	noun	de manier van omgaan met de covid-19 pandepidemie
corona-advies	noun	advies dat er gegeven wordt om besmetting met het coronavirus te voorkomen en/of hoe om te gaan met de situatie van een rondwarend virus
corona-adviezen	=	corona-advies
corona-afstand	noun	de afstand die mensen moesten houden van elkaar tijdens de coronapandemie
corona-afstanden	=	corona-afstand
corona-app	noun	app die waarschuwt als men in de buurt is geweest van mensen met een COVID-19 besmetting
corona-apps	=	corona-app
corona-curve	=	coronacurve
corona-epidemie	noun	een virusepidemie waarbij een coronavirus zich snel verspreidt onder een grote groep van mensen
corona-epidemies	=	corona-epidemie
corona-epidemieën	=	corona-epidemie
corona-expert	noun	persoon die weet over het coronavirus
corona-experts	=	corona-expert
corona-feest	=	coronafeest
corona-impact	noun	de gevolgen die uitbreken van een corona-epidemie heeft op bijvoorbeeld de maatschappij
corona-impacts	=	corona-impact
corona-infectie	noun	infectie met een coronavirus
corona-infecties	=	corona-infectie
corona-informatie	noun	informatie over een coronavirus, zoals de besmettelijkheid, de manier van verspreiding, maar ook welke maatregelen er genomen zijn
corona-ontkenner	noun	persoon die de ernst van de coronapandemie ontkent
corona-ontkenners	=	corona-ontkenner
corona-uitbraak	noun	het plotseling optreden van een door het coronavirus veroorzaakte ziekte
corona-uitbraken	=	corona-uitbraak
coronaal	adj	alsof je het lichaam van voren aankijkt
coronaals	=	coronaal
coronaatje	=	corona
coronaatjes	=	corona
coronababbeltruc	noun	het proberen binnen te dringen in een woning (om te stelen) door het vertellen van een of andere smoes in het kader van het coronavirus
coronababbeltrucs	=	coronababbeltruc
coronaballingschap	noun	persoon die een bepaalde plaats is ontvlucht om een besmetting met het coronavirus te voorkomen
coronaballingschappen	=	coronaballingschap
coronabarometer	noun	indicatie van mogelijke coronamaatregelen van en voor de Belgische overheid
coronabarometers	=	coronabarometer
coronabesmetting	noun	blootstelling aan het coronavirus
coronabesmettingen	=	coronabesmetting
coronabestrijding	noun	het tegengaan van de verspreiding en de ziekteverschijnselen van het coronavirus
coronabestrijdingen	=	coronabestrijding
coronabingo	noun	bingo spelen met als thema corona-uitbraak, bijvoorbeeld met het bekijken van een televisieprogramma
coronablog	noun	een op internet bijgehouden dagboek over de coronapandemie
coronablogje	=	coronablog
coronablogjes	=	coronablog
coronablogs	=	coronablog
coronaboete	noun	een boete die iemand krijgt als die de regels overtreedt ten tijde van de coronacrisis
coronaboetes	=	coronaboete
coronabrandhaard	noun	plaats waar een coronavirus zich snel verspreidt; m.n. gebruikt in verband met de coronapandemie van 2019-2020
coronabrandhaarden	=	coronabrandhaard
coronabrandhaardje	=	coronabrandhaard
coronabrandhaardjes	=	coronabrandhaard
coronaburger	noun	burger die leeft tijdens de coronapandemie
coronaburgers	=	coronaburger
coronaburgertje	=	coronaburger
coronaburgertjes	=	coronaburger
coronacentra	=	coronacentrum
coronacentrum	noun	een opvangcentrum waar coronapatiënten verblijven
coronacentrums	=	coronacentrum
coronacijfer	noun	het aantal mensen dat besmet is met een coronavirus
coronacijfers	=	coronacijfer
coronacrises	=	coronacrisis
coronacrisis	noun	een crisis rondom de uitbraak van een coronavirus
coronacrisisje	=	coronacrisis
coronacrisisjes	=	coronacrisis
coronacrisissen	=	coronacrisis
coronacritici	=	coronacriticus
coronacriticus	noun	persoon die het niet eens is met het te strenge overheidsbeleid tijdens de coronapandemie
coronacurve	noun	een lijngrafiek waarin het aantal besmettingen of doden als gevolg van een coronavirus, m.n. het Covid-19-coronavirus, getoond worden
coronacurven	=	coronacurve
coronacurves	=	coronacurve
coronadagboek	noun	kroniek die mensen bijhouden van hun wel en wee tijdens de coronapandemie
coronadagboeken	=	coronadagboek
coronadagboekje	=	coronadagboek
coronadagboekjes	=	coronadagboek
coronadebat	noun	een debat over het coronavirus en/of de gevolgen en maatregelen hierdoor
coronadebatten	=	coronadebat
coronademonstratie	noun	protestmars of betoging tegen het coronabeleid van de regering tijdens de coronapandemie
coronademonstraties	=	coronademonstratie
coronadip	noun	een emotioneel slechte periode door de coronavirusepidemie
coronadipje	=	coronadip
coronadipjes	=	coronadip
coronadips	=	coronadip
coronadode	noun	iemand die overleden is door besmetting met een coronavirus
coronadoden	=	coronadode
coronadreiger	noun	dreigement door in gezicht van anderen te hoesten of spugen en te zeggen besmet te zijn met het coronavirus
coronadreigers	=	coronadreiger
coronafeest	noun	feest tijdens de coronapandemie waarbij men zich niet houdt aan de afstandsregels
coronafeesten	=	coronafeest
coronafeestje	=	coronafeest
coronafeestjes	=	coronafeest
coronagebied	noun	het gebied waar het coronavirus is uitgebroken
coronagebieden	=	coronagebied
coronagedoe	noun	een geheel van omstandigheden rondom het coronavirus en de coronacrisis
coronagesprek	noun	gesprek over de coronapandemie
coronagesprekje	=	coronagesprek
coronagesprekjes	=	coronagesprek
coronagesprekken	=	coronagesprek
coronageval	noun	iemand die besmet geraakt is met het coronavirus
coronagevallen	=	coronageval
coronagolf	noun	een plotseling groot aantal besmettingen met het coronavirus
coronagolfje	=	coronagolf
coronagolfjes	=	coronagolf
coronagolven	=	coronagolf
coronagraaf	noun	instrument dat gebruikt wordt voor het waarnemen van verschijnselen in de ijle atmosfeer rond de zon
coronagraafje	=	coronagraaf
coronagraafjes	=	coronagraaf
coronagrafen	=	coronagraaf
coronagrap	noun	grappig verhaaltje over de coronapandemie
coronagrapje	=	coronagrap
coronagrapjes	=	coronagrap
coronagrappen	=	coronagrap
coronagriep	noun	de ziekteverschijnselen die men krijgt bij de besmetting met een coronavirus
coronagriepen	=	coronagriep
coronagriepje	=	coronagriep
coronagriepjes	=	coronagriep
coronagroet	noun	veilige manier van begroeten tijdens de coronapandemie
coronagroeten	=	coronagroet
coronagroetje	=	coronagroet
coronagroetjes	=	coronagroet
coronahamsteren	verb	het in (te) grote hoeveelheden inkomen van bepaalde producten omdat men denkt dat er door de coronamaatregelen tekorten zullen ontstaan
coronahamsterend	=	coronahamsteren
coronaherstelbeleid	noun	alle maatregelen die door de politiek genomen worden om de door de coronapandemie ontstane schade te repareren
coronahotel	noun	een hotel dat ingericht is voor de opvang van coronapatiënten
coronahotels	=	coronahotel
coronahysterie	noun	overdreven opwinding over of als gevolg van het coronavirus
coronair	adj	met betrekking tot de kransslagaders van het hart
coronaire	=	coronair
coronairs	=	coronair
coronakapsel	noun	haardracht met lang haar dat er minder goed uitziet doordat bezoek aan de kapper tijdens de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19 niet mogelijk was
coronakapsels	=	coronakapsel
coronakilo	noun	gewichtstoename als gevolg van de afgenomen lichaamsbeweging veroorzaakt door de maatregelen tegen COVID-19
coronakilo's	=	coronakilo
coronakilootje	=	coronakilo
coronakilootjes	=	coronakilo
coronakritisch	adj	met veel kritiek op het beleid tijdens de coronapandemie
coronakritische	=	coronakritisch
coronale	=	coronaal
coronalijer	noun	rotzak #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
coronalijers	=	coronalijer
coronalockdown	noun	periode tijdens de coronapandemie van 2020-21 waarin regionaal of landelijk mensen zo veel mogelijk thuis moeten blijven om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan
coronalockdowns	=	coronalockdown
coronalockdowntje	=	coronalockdown
coronamaatregel	noun	een maatregel die genomen wordt om de verspreiding van het coronavirus te beperken, m.n. tijdens de coronapandemie van 2020-21
coronamaatregelen	=	coronamaatregel
coronamaatregels	=	coronamaatregel
coronamedicijn	noun	een medicijn om een coronavirus te bestrijden
coronamedicijnen	=	coronamedicijn
coronamoe	noun	het genoeg hebben van de situatie als gevolg van het coronavirus en de berichtgeving hierover
coronamonster	noun	het coronavirus beschreven als schrikwekkend wezen
coronamonsters	=	coronamonster
coronamonstertje	=	coronamonster
coronamonstertjes	=	coronamonster
coronanieuws	noun	nieuws over het coronavirus en de ontwikkelingen en maatregelen als gevolg hiervan
coronaopleving	noun	toename van het aantal infecties met het coronavirus na een periode met lage besmettingscijfers
coronaoplevingen	=	coronaopleving
coronaoplevinkje	=	coronaopleving
coronaoplevinkjes	=	coronaopleving
coronapandemie	noun	wereldwijde epidemie veroorzaakt door een coronavirus
coronapandemieën	=	coronapandemie
coronapaniek	noun	paniek rond het uitbreken van een coronavirus en/of de maatschappelijke gevolgen ervan
coronapas	noun	bewijs dat men gevaccineerd of genezen of negatief getest is voor corona waarmee men toestemming krijgt om naar bepaalde evenementen te gaan
coronapaspoort	noun	officieel document dat de houder op reis bij zich heeft om zijn/haar medische situatie ten aanzien van het coronavirus aan te kunnen tonen
coronapaspoorten	=	coronapaspoort
coronapassen	=	coronapas
coronapatiënt	noun	een patiënt die besmet geraakt is en ziek geworden is van een coronavirus
coronapatiënten	=	coronapatiënt
coronapatiëntje	=	coronapatiënt
coronapatiëntjes	=	coronapatiënt
coronaperiode	noun	tijdperk dat voor een belangrijk deel in het teken staat (stond) van het coronavirus
coronaperioden	=	coronaperiode
coronaperiodes	=	coronaperiode
coronaproof	adj	veilig om niet besmet te raken met het coronavirus
coronaproofe	=	coronaproof
coronaproofer	=	coronaproof
coronaproofere	=	coronaproof
coronaproofers	=	coronaproof
coronaproofs	=	coronaproof
coronaproofst	=	coronaproof
coronaproofste	=	coronaproof
coronaprotocol	noun	een protocol dat getroffen wordt om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen
coronaprotocollen	=	coronaprotocol
coronaprotocols	=	coronaprotocol
coronaquarantaine	noun	een quarantaine om de verspreiding van en besmetting door een coronavirus tegen te gaan
coronaquarantaines	=	coronaquarantaine
coronaracer	noun	iemand die voor zijn plezier in een auto heel hard over wegen rijdt die als gevolg van maatregelen tegen verspreiding van covid-19 heel rustig zijn geworden
coronaracers	=	coronaracer
coronaratel	noun	app die waarschuwt als men in de buurt is geweest van mensen met een COVID-19 besmetting
coronaratels	=	coronaratel
coronaregel	noun	voorschriften over hoe men zich tijdens de covid-19 pandemie dient te gedragen
coronaregels	=	coronaregel
coronaregeltje	=	coronaregel
coronaregeltjes	=	coronaregel
coronaregime	noun	verzameling regels die gelden tijdens de covid-19 pandemie
coronaregimes	=	coronaregime
coronareispas	noun	officieel document dat de houder op reis bij zich heeft om zijn/haar medische situatie ten aanzien van het coronavirus aan te kunnen tonen
coronareispassen	=	coronareispas
coronarichtlijn	noun	richtlijn om besmetting met het coronavirus te voorkomen en/of hoe om te gaan met de situatie van een rondwarend virus
coronarichtlijnen	=	coronarichtlijn
coronarisicogebied	noun	regio waar de kans groot is dat je besmet raakt met SARS-CoV-2
coronarisicogebieden	=	coronarisicogebied
coronaruimte	noun	een medische faciliteit die ingericht is voor de opvang van mensen die het coronavirus hebben opgelopen
coronaruimten	=	coronaruimte
coronaruimtes	=	coronaruimte
coronascreening	noun	het bekijken of iemand symptomen heeft die kunnen wijzen op een besmetting met een coronavirus
coronascreenings	=	coronascreening
coronaslachtoffer	noun	iemand die het coronavirus heeft opgelopen
coronaslachtoffers	=	coronaslachtoffer
coronasterfgeval	noun	iemand die is komen te overlijden als gevolg van het besmet geraakt te zijn met een coronavirus
coronasterfgevallen	=	coronasterfgeval
coronasterfte	noun	sterfgevallen als gevolg van besmetting met een coronavirus
coronasterften	=	coronasterfte
coronasterftes	=	coronasterfte
coronasteun	noun	steun die bedrijven ontvingen van de overheid om de corona-epidemie te overbruggen
coronasteunen	=	coronasteun
coronasteuntje	=	coronasteun
coronasteuntjes	=	coronasteun
coronastrategie	noun	plan over hoe men de covid-19-pandemie denkt te kunnen bestrijden
coronastrategieën	=	coronastrategie
coronastress	noun	de stress die mensen ervaren als gevolg van het uitbreken van een corona-epidemie ten tijde van de coronacrisis
coronasuperverspreider	noun	iemand die door diens handelen een coronavirus breed in de samenleving weet te verspreiden en waardoor vele mensen ziek worden
coronasuperverspreiders	=	coronasuperverspreider
coronatalkshow	noun	een televisieprogramma waarbij het hoofdaandeel bestaat uit het praten over het coronavirus en de gevolgen van het uitbreken van de epidemie
coronatalkshows	=	coronatalkshow
coronataskforce	noun	een taskforce om de situatie ronde de coronacrisis aan te pakken
coronataskforces	=	coronataskforce
coronateam	noun	een team van mensen dat een bepaald aspect van de coronacrisis in goede banen probeert te leiden
coronateams	=	coronateam
coronatest	noun	een test om te bepalen of iemand besmet is met het coronavirus
coronatesten	=	coronatest
coronatestje	=	coronatest
coronatestjes	=	coronatest
coronatests	=	coronatest
coronateststraat	noun	een teststraat waarin mensen achtereenvolgens getest worden op een mogelijke besmetting met het coronavirus
coronateststraten	=	coronateststraat
coronatijd	noun	een tijdsperiode waarin een coronavirus veelvuldig rondwaart in een samenleving en er maatregelen getroffen worden om de verspreiding ervan tegen te gaan
coronatijden	=	coronatijd
coronatijdperk	noun	tijdperk dat de COVID-19-pandemie heerste (begin jaren '20 van de 21ste eeuw)
coronatijdperken	=	coronatijdperk
coronatoegangsbewijs	noun	bewijs dat men gevaccineerd of genezen of negatief getest is voor corona waarmee men toestemming krijgt om naar bepaalde evenementen te gaan
coronatoegangsbewijzen	=	coronatoegangsbewijs
coronatrackingapp	noun	een app waarmee bijgehouden kan worden wie bij wie in de buurt is geweest, zodat als iemand besmet blijkt te zijn met het coronavirus iedereen snel op de hoogte is hiervan en maatregelen kan nemen
coronatrackingapps	=	coronatrackingapp
coronavaccin	noun	een vaccin om afweer op te bouwen ter bescherming tegen een coronavirus
coronavaccinatie	noun	inenting tegen COVID-19
coronavaccinaties	=	coronavaccinatie
coronavaccins	=	coronavaccin
coronavakantie	noun	periode dat de scholen gesloten waren tijdens de coronapandemie
coronavakanties	=	coronavakantie
coronavakantietje	=	coronavakantie
coronavakantietjes	=	coronavakantie
coronaverdenking	noun	iemand die bepaalde symptomen heeft, maar waarvan (nog) niet vaststaat of diegene met het coronavirus besmet is
coronaverdenkingen	=	coronaverdenking
coronaversoepeling	noun	het intrekken van een aantal noodmaatregelen tijdens de coronapandemie
coronaversoepelingen	=	coronaversoepeling
coronavideo	noun	een video die gaat over een onderwerp gerelateerd aan of als gevolg van het uitbreken van een coronavirus
coronavideo's	=	coronavideo
coronavirus	noun	benaming voor virussen uit de familie Coronaviridae en meer in het bijzonder de onderfamilie Orthocoronavirinae
coronavirusapp	noun	een applicatie die informatie verstrekt over het coronavirus
coronavirusapps	=	coronavirusapp
coronavirusepidemie	noun	een virusepidemie waarbij een coronavirus zich snel verspreidt onder een grote groep van mensen
coronavirusepidemies	=	coronavirusepidemie
coronavirusepidemieën	=	coronavirusepidemie
coronaviruspandemie	noun	een epidemie van een coronavirus op wereldwijde schaal
coronaviruspandemieën	=	coronaviruspandemie
coronavirussen	noun	benaming gebruikt voor de familie Coronaviridae en de onderfamilie Orthocoronavirinae
coronavirusteam	noun	een team binnen een organisatie die zich bezig houdt met de gevolgen van het uitbreken van het coronavirus
coronavirusteams	=	coronavirusteam
coronavirustest	noun	een test om na te gaan of iemand ziek geworden is van het coronavirus
coronavirustesten	=	coronavirustest
coronavirustestje	=	coronavirustest
coronavirustestjes	=	coronavirustest
coronavirustests	=	coronavirustest
coronavirusuitbraak	noun	het plotseling optreden van het coronavirus
coronavirusuitbraken	=	coronavirusuitbraak
coronavleugel	noun	een heel gebouwdeel van een ziekenhuis dat ingericht is op de behandeling van coronapatiënten
coronavleugels	=	coronavleugel
coronavoucher	noun	een tegoedbon waarmee klanten van een geannuleerde dienst, als gevolg van afgelastingen ten aanzien van de situatie met het coronavirus, op een later moment de dienst alsnog kunnen verkrijgen
coronavouchers	=	coronavoucher
coronavragenboek	noun	een publicatie waarin vele vragen over het coronavirus, de gevolgen en de bestrijding ervan zijn verzameld
coronavragenboeken	=	coronavragenboek
coronavrij	adj	het niet besmet zijn met het coronavirus
coronavrije	=	coronavrij
coronavrijer	=	coronavrij
coronavrijere	=	coronavrij
coronavrijers	=	coronavrij
coronavrijs	=	coronavrij
coronavrijst	=	coronavrij
coronavrijste	=	coronavrij
coronavrijwilliger	noun	iemand die ten tijde van de corona-epidemie als vrijwilliger hulpbehoevende mensen ondersteunt
coronavrijwilligers	=	coronavrijwilliger
coronawandelaar	noun	mensen die ten tijde van het uitbreken van het coronavirus gingen wandelen
coronawandelaars	=	coronawandelaar
coronawappie	noun	iemand die gelooft in een grote samenzwering als verklaring van de problemen rond covid en daar anderen mee lastig valt
coronawappies	=	coronawappie
coronawet	noun	een wet die noodmaatregelen rond de coronapandemie wettelijk regelt
coronawetten	=	coronawet
coronaziekenhuis	noun	een ziekenhuis dat zich volledig richt op de behandeling van mensen die het coronavirus hebben opgelopen.
coronaziekenhuizen	=	coronaziekenhuis
coronaziektekiemenverspreider	noun	persoon die besmet is met het coronavirus en anderen daarmee infecteert
coronaziektekiemenverspreiders	=	coronaziektekiemenverspreider
coronazorg	noun	het geheel aan medische voorzieningen dat ingezet wordt voor de behandeling van mensen die ziek geworden zijn van het coronavirus
coronazorgen	=	coronazorg
coronial	noun	iemand die tijdens of kort na de coronapandemie is geboren
coronials	=	coronial
coronialtje	=	coronial
coronialtjes	=	coronial
corpora	=	corpus
corporaal	adj	tot het corps behorend
corporaals	=	corporaal
corporale	noun	gewijde witte linnen doek waarop in de Katholieke Kerk tijdens de mis de gaven van brood en wijn (kelk en de hostieschaal) worden geplaatst
corporalen	=	corporale
corporate	adj	met betrekking tot de onderneming
corporates	=	corporate
corporatie	noun	belangenorganisatie van werkgevers en werknemers in dezelfde bedrijfstak
corporatief	adj	met betrekking tot een corporatie
corporatiefs	=	corporatief
corporatiefst	=	corporatief
corporatiefste	=	corporatief
corporaties	=	corporatie
corporatietje	=	corporatie
corporatieve	=	corporatief
corporatiever	=	corporatief
corporatievere	=	corporatief
corporatievers	=	corporatief
corporatiewoning	noun	huurwoning die eigendom is van een woningbouwvereniging
corporatiewoningen	=	corporatiewoning
corporatiewoninkje	=	corporatiewoning
corporatiewoninkjes	=	corporatiewoning
corporatisme	noun	ideologie, middenweg tussen marxisme en kapitalisme, die samenwerkende corporaties als basis voor de staat ziet
corporatistisch	adj	met betrekking tot het corporatisme
corporatistische	=	corporatistisch
corporatistischer	=	corporatistisch
corporatistischere	=	corporatistisch
corporatistischers	=	corporatistisch
corporeel	adj	lichamelijk
corporeels	=	corporeel
corporeelst	=	corporeel
corporeelste	=	corporeel
corporele	=	corporeel
corporeler	=	corporeel
corporelere	=	corporeel
corporelers	=	corporeel
corps	noun	besloten, traditionele studentenvereniging
corpsbal	noun	onaangenaam (mannelijk) corpslid dat bekakt praat, zich rumoerig gedraagt en stereotiep corporaal gedrag vertoont
corpsballen	=	corpsbal
corpsballetje	=	corpsbal
corpsballetjes	=	corpsbal
corpsen	=	corps
corpsje	=	corps
corpskapper	noun	iemand die voor een corps als kapper fungeert
corpskappers	=	corpskapper
corpskappertje	=	corpskapper
corpskappertjes	=	corpskapper
corpsleden	=	corpslid
corpslid	noun	student die lid is van een studentenvereniging
corpsstudent	noun	student die lid is van het corps
corpsstudenten	=	corpsstudent
corpsstudentje	=	corpsstudent
corpsstudentjes	=	corpsstudent
corpulent	adj	dik of zwaarlijvig
corpulente	=	corpulent
corpulenter	=	corpulent
corpulentere	=	corpulent
corpulenters	=	corpulent
corpulentie	noun	het te dik zijn van een mens of dier
corpulents	=	corpulent
corpulentst	=	corpulent
corpulentste	=	corpulent
corpus	noun	alle verzamelde werken die bekend zijn op een bepaald gebied
corpusculair	adj	uit kleine lichaampjes bestaand
corpusculairder	=	corpusculair
corpusculairdere	=	corpusculair
corpusculairders	=	corpusculair
corpusculaire	=	corpusculair
corpusculairs	=	corpusculair
corpusculairst	=	corpusculair
corpusculairste	=	corpusculair
corpusje	=	corpus
corpusjes	=	corpus
corpussen	=	corpus
correaal	adj	hoofdelijk aansprakelijk, medeaansprakelijk
correaals	=	correaal
correale	=	correaal
correct	adj	foutloos, goed
correcte	=	correct
correcter	=	correct
correctere	=	correct
correcters	=	correct
correctheden	=	correctheid
correctheid	noun	het correct zijn
correctie	noun	verbetering
correctief	noun	middel om een begane fout te herstellen	adj	ter correctie
correctiefactor	noun	vermenigvuldigingsfactor om de uitkomst van een formule goed aan te passen om de goede uitkomst te krijgen
correctiefactoren	=	correctiefactor
correctiefase	noun	tijdspanne waarin (te hoge) beurskoersen 10% lager liggen dan een vorige top
correctiefasen	=	correctiefase
correctiefases	=	correctiefase
correctiefs	=	correctief
correctiefst	=	correctief
correctiefste	=	correctief
correctielak	noun	lak in een flesje met een kwastje (applictorborstel), of in een correctiepen, die wordt aangewend om spel- en typefouten te verwijderen uit een tekst
correctielakken	=	correctielak
correctiemechanisme	noun	regeling die automatisch zorgt dat een ongewenste situatie verbeterd wordt
correctiemechanismen	=	correctiemechanisme
correctiemechanismes	=	correctiemechanisme
correctiemodel	noun	systematiek hoe men een examen moet beoordelen
correctiemodellen	=	correctiemodel
correctieroller	noun	apparaatje om fouten in teksten te corrigeren bestaande uit een lint dat over de spelfout heen wordt geplakt.
correctierollers	=	correctieroller
correctieronde	noun	een keer dat alle schriftelijke examens (voor een tweede keer) nagekeken en beoordeeld worden
correctieronden	=	correctieronde
correctierondes	=	correctieronde
correcties	=	correctie
correctiesleutel	noun	lijst juiste antwoorden voor het corrigeren van toetsen
correctiesleutels	=	correctiesleutel
correctietape	noun	tape waarmee men getypte tekst kan uitwissen
correctietapes	=	correctietape
correctieteken	noun	teken waarmee een corrector aangeeft dat er een fout zit in de drukproef
correctietekens	=	correctieteken
correctietje	=	correctie
correctietjes	=	correctie
correctietoets	noun	methode om taalbeheersing vast te stellen, waarbij iemand een bepaalde tekst krijgt voorgelegd en de fouten daarin moet verbeteren
correctietoetsen	=	correctietoets
correctieve	=	correctief
correctieven	=	correctief
correctiever	=	correctief
correctievere	=	correctief
correctievers	=	correctief
correctievloeistof	noun	vloeibaar materiaal waarmee men fouten kan afdekken
correctievloeistoffen	=	correctievloeistof
correctiewerk	noun	het corrigeren van het werk van leerlingen
correctiewerken	=	correctiewerk
correctionaliseer	=	correctionaliseren
correctionaliseerde	=	correctionaliseren
correctionaliseerden	=	correctionaliseren
correctionaliseert	=	correctionaliseren
correctionalisere	=	correctionaliseren
correctionaliseren	verb	het doorverwijzen van een beklaagde naar de correctionele rechtbank door de Raadkamer of Kamer van Inbeschuldigingstelling bij verzachtende omstandigheden
correctionaliserend	=	correctionaliseren
correctionaliserende	=	correctionaliseren
correctioneel	adj	ter verbetering dienend
correctioneels	=	correctioneel
correctioneelst	=	correctioneel
correctioneelste	=	correctioneel
correctionele	=	correctioneel
correctioneler	=	correctioneel
correctionelere	=	correctioneel
correctionelers	=	correctioneel
corrector	noun	iemand die drukproeven verbetert
correctoren	=	corrector
correctors	=	corrector
corrects	=	correct
correctst	=	correct
correctste	=	correct
correlaat	noun	wat een samenhang heeft met wat anders
correlaten	=	correlaat
correlatie	noun	samenhang, wederzijdse betrekking
correlatiecoëfficiënt	noun	maat voor de correlatie tussen twee toetsingsgrootheden
correlatiecoëfficiënten	=	correlatiecoëfficiënt
correlatiediagram	noun	een grafische weergave die de samenhang tussen twee variabelen toont
correlatiediagrammen	=	correlatiediagram
correlatiediagrammetje	=	correlatiediagram
correlatiediagrammetjes	=	correlatiediagram
correlatief	noun	antecedent waarop een betrekkingswoord slaat	adj	in correlatie tot elkaar staand, gecorreleerd zijn
correlatiefs	=	correlatief
correlatiefst	=	correlatief
correlatiefste	=	correlatief
correlatiegrafiek	noun	grafische weergave die de relatie tussen twee numerieke variabelen visualiseert
correlatiegrafieken	=	correlatiegrafiek
correlatiegrafiekje	=	correlatiegrafiek
correlatiegrafiekjes	=	correlatiegrafiek
correlaties	=	correlatie
correlatietje	=	correlatie
correlatietjes	=	correlatie
correlatieve	=	correlatief
correlatieven	=	correlatief
correlatiever	=	correlatief
correlatievere	=	correlatief
correlatievers	=	correlatief
correleer	=	correleren
correleerde	=	correleren
correleerden	=	correleren
correleert	=	correleren
correlere	=	correleren
correleren	verb	het hebben van een statistische samenhang tussen twee of meer variabelen
correlerend	=	correleren
correlerende	=	correleren
correnderapieper	noun	Anthus correndera een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
correnderapiepers	=	correnderapieper
correnderapiepertje	=	correnderapieper
correnderapiepertjes	=	correnderapieper
correpetitor	noun	muzikant die koor, zanger of andere muzikant begeleidt bij het instuderen.
correpetitoren	=	correpetitor
correpetitortje	=	correpetitor
correpetitortjes	=	correpetitor
correspondeer	=	corresponderen
correspondeerde	=	corresponderen
correspondeerden	=	corresponderen
correspondeert	=	corresponderen
correspondent	noun	iemand met wie men een briefwisseling onderhoudt
correspondente	noun	een vrouwelijke correspondent
correspondenten	=	correspondent
correspondentes	=	correspondente
correspondentie	noun	het corresponderen
correspondentieadres	noun	adres waarheen men zijn correspondentie laat zenden
correspondentieadressen	=	correspondentieadres
correspondentieboek	noun	een register om post te registreren
correspondentieboeken	=	correspondentieboek
correspondentieboekje	=	correspondentieboek
correspondentieboekjes	=	correspondentieboek
correspondentiekaart	noun	kaartje waarop men enkele mededelingen kan opschrijven en daarna versturen
correspondentiekaarten	=	correspondentiekaart
correspondentiekaartje	=	correspondentiekaart
correspondentiekaartjes	=	correspondentiekaart
correspondentieprincipe	noun	principe dat stipuleert dat bij grote kwantumgetallen de klassieke mechanica geldig is
correspondenties	=	correspondentie
correspondentietheorie	noun	een theorie die stelt dat de waarheid van een bewering afhangt van de relatie van die bewering tot de wereld (=de werkelijkheid)
correspondentietheorietje	=	correspondentietheorie
correspondentietheorietjes	=	correspondentietheorie
correspondentietheorieën	=	correspondentietheorie
correspondentievriend	noun	een vriend waaraan men brieven schrijft
correspondentievrienden	=	correspondentievriend
correspondentievriendje	=	correspondentievriend
correspondentievriendjes	=	correspondentievriend
correspondentje	=	correspondent
correspondentjes	=	correspondent
correspondentschap	noun	het correspondent zijn
correspondentschappen	=	correspondentschap
correspondere	=	corresponderen
corresponderen	verb	~met: overeenstemmen met
corresponderend	adj	van iets dat het gelijk is of past bij iets anders
corresponderende	=	corresponderen
corresponderends	=	corresponderend
corrida	noun	het bevechten van een mannelijk rund door een of meerdere stierenvechters
corrida's	=	corrida
corridor	noun	gang (in een gebouw)
corridors	=	corridor
corrigeer	=	corrigeren
corrigeerbaar	adj	met de mogelijkheid om fouten te verbeteren
corrigeerbaarder	=	corrigeerbaar
corrigeerbaardere	=	corrigeerbaar
corrigeerbaarders	=	corrigeerbaar
corrigeerbaars	=	corrigeerbaar
corrigeerbaarst	=	corrigeerbaar
corrigeerbaarste	=	corrigeerbaar
corrigeerbare	=	corrigeerbaar
corrigeerde	=	corrigeren
corrigeerden	=	corrigeren
corrigeeren	=	corrigeren
corrigeert	=	corrigeren
corrigenda	=	corrigendum
corrigendum	noun	hetgeen verbeterd moet worden
corrigere	=	corrigeren
corrigeren	verb	iets ontdoen van fouten of fouten aanduiden, verbeteren
corrigerend	adj	betrekking hebbend op het rechtzetten van gemaakte fouten
corrigerende	=	corrigeren
corrigerender	=	corrigerend
corrigerendere	=	corrigerend
corrigerenders	=	corrigerend
corrigerends	=	corrigerend
corrigerendst	=	corrigerend
corrigerendste	=	corrigerend
corroboreeschijnpad	noun	Pseudophryne corroboree ondanks de naam een kikker uit de familie Australische fluitkikkers (Myobatrachidae).
corroboreeschijnpadden	=	corroboreeschijnpad
corroboreeschijnpadje	=	corroboreeschijnpad
corroboreeschijnpadjes	=	corroboreeschijnpad
corrodeer	=	corroderen
corrodeerde	=	corroderen
corrodeerden	=	corroderen
corrodeert	=	corroderen
corrodere	=	corroderen
corroderen	verb	inbijten in, aantasten
corroderend	=	corroderen
corroderende	=	corroderen
corrosie	noun	roest, aantasting van een materiaal door elektrochemische reacties
corrosiebestendig	adj	bestand tegen corrosie
corrosiebestendige	=	corrosiebestendig
corrosiebestendiger	=	corrosiebestendig
corrosiebestendigere	=	corrosiebestendig
corrosiebestendigers	=	corrosiebestendig
corrosiebestendigs	=	corrosiebestendig
corrosiebestendigst	=	corrosiebestendig
corrosiebestendigste	=	corrosiebestendig
corrosief	adj	met corrosie gepaard gaand
corrosiefs	=	corrosief
corrosiefst	=	corrosief
corrosiefste	=	corrosief
corrosietest	noun	test waarbij de corrosiebestendigheid van iets wordt gemeten door het bloot te stellen aan extra corrosieve factoren
corrosietesten	=	corrosietest
corrosietestje	=	corrosietest
corrosietestjes	=	corrosietest
corrosietests	=	corrosietest
corrosieve	=	corrosief
corrosiever	=	corrosief
corrosievere	=	corrosief
corrosievers	=	corrosief
corrosijf	=	corrosief
corrumpeer	=	corrumperen
corrumpeerde	=	corrumperen
corrumpeerden	=	corrumperen
corrumpeert	=	corrumperen
corrumpere	=	corrumperen
corrumperen	verb	corrupt maken, aantasten, bederven, omkopen
corrumperend	=	corrumperen
corrumperende	=	corrumperen
corrupt	adj	met behulp van geschenken, geld e.d. over te halen om zijn plicht, partij, of overtuiging te verzaken
corrupte	=	corrupt
corrupter	=	corrupt
corruptere	=	corrupt
corrupters	=	corrupt
corruptie	noun	bedrog vanwege oneerlijkheid, omkoping.
corruptie-index	noun	kengetal dat gebaseerd op een enquête aangeeft hoeveel machtsmisbruik voor persoonlijk gewin in een bepaalde samenleving voorkomt
corruptieaffaire	noun	schandaal over ambtsmisbruik
corruptieaffaires	=	corruptieaffaire
corruptieaffairetje	=	corruptieaffaire
corruptieaffairetjes	=	corruptieaffaire
corruptiebestrijder	noun	iemand die ambtsmisbruik probeert tegen te gaan
corruptiebestrijders	=	corruptiebestrijder
corruptiebestrijding	noun	bestrijding van ambtsmisbruik
corruptiebestrijdingen	=	corruptiebestrijding
corruptiebestrijdinkje	=	corruptiebestrijding
corruptiebestrijdinkjes	=	corruptiebestrijding
corruptief	adj	gekenmerkt door corruptie
corruptiefs	=	corruptief
corruptiefst	=	corruptief
corruptiefste	=	corruptief
corruptieonderzoek	noun	onderzoek naar mogelijk machtsmisbruik door ambtsdrager
corruptieonderzoeken	=	corruptieonderzoek
corruptieperceptie-index	noun	kengetal dat gebaseerd op een enquête aangeeft hoeveel machtsmisbruik voor persoonlijk gewin in een bepaalde samenleving voorkomt
corruptieproces	noun	rechtszaak tegen iemand die verdacht wordt van een ambtsmisbruik
corruptieprocessen	=	corruptieproces
corrupties	=	corruptie
corruptieschandaal	noun	een schandaal dat ontstaat omdat iemand corrupt is gebleken
corruptieschandaaltje	=	corruptieschandaal
corruptieschandaaltjes	=	corruptieschandaal
corruptieschandalen	=	corruptieschandaal
corruptietje	=	corruptie
corruptietjes	=	corruptie
corruptieve	=	corruptief
corruptiever	=	corruptief
corruptievere	=	corruptief
corruptievers	=	corruptief
corruptiewaakhond	noun	instantie die controleert of er geen sprake is van ambtsmisbruk
corruptiewaakhonden	=	corruptiewaakhond
corruptiezaak	noun	een geval van corruptie
corruptiezaakje	=	corruptiezaak
corruptiezaakjes	=	corruptiezaak
corruptiezaken	=	corruptiezaak
corrupts	=	corrupt
corruptst	=	corrupt
corruptste	=	corrupt
corsa	noun	wedren van paarden zonder berijders
corsa's	=	corsa
corsage	noun	een bloemstukje dat ter hoogte van de borst op de kleding wordt gedragen
corsages	=	corsage
corselet	noun	combinatie van korset en bustehouder
corseletje	=	corselet
corseletjes	=	corselet
corselets	=	corselet
corseletten	=	corselet
corset	=	korset
corsetdiertjes	noun	een stam Loricifera van zeer kleine ongewervelde zeediertjes.
corsicaan	noun	een inwoner van Corsica, of iemand afkomstig uit Corsica
corsicaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Corsica
corsicaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Corsica, of een vrouw afkomstig uit Corsica
corsicaansen	=	corsicaanse
corsicaanser	=	corsicaans
corsicaansere	=	corsicaans
corsicaansers	=	corsicaans
corsicaanst	=	corsicaans
corsicaanstalig	adj	de Corsicaanse taal sprekend
corsicaanstalige	=	corsicaanstalig
corsicaanstaligs	=	corsicaanstalig
corsicaanste	=	corsicaans
corsicaantje	=	corsicaan
corsicaantjes	=	corsicaan
corsicanen	=	corsicaan
corso	noun	optocht (met praalwagens)
corso's	=	corso
corsootje	=	corso
corsootjes	=	corso
corsowagen	noun	met bloemen en/of vruchten versierde wagen die deelneemt aan een bloemen- resp. fruitcorso
corsowagens	=	corsowagen
corsowagentje	=	corsowagen
corsowagentjes	=	corsowagen
cortenstaal	noun	een metaallegering, bestaande uit ijzer waaraan koper, fosfor, silicium, nikkel en chroom zijn toegevoegd en een typische bruine kleur heeft
cortex	noun	schors
cortexnecrose	noun	afsterven van weefsel in de schors (cortex) van een orgaan
cortezrog	noun	Beringraja cortezensis een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
cortezroggen	=	cortezrog
cortezroggetje	=	cortezrog
cortezroggetjes	=	cortezrog
cortezrogje	=	cortezrog
cortezrogjes	=	cortezrog
cortezstroomrog	noun	Narcine entemedor een kraakbeenvis, een soort uit de familie van de stroomroggen (Narcinidae) die voorkomt in de kustgebieden van Noord, Midden- en Zuid-Amerika van de Golf van Californië via Mexico tot Peru
cortezstroomroggen	=	cortezstroomrog
cortezstroomroggetje	=	cortezstroomrog
cortezstroomroggetjes	=	cortezstroomrog
cortezstroomrogje	=	cortezstroomrog
cortezstroomrogjes	=	cortezstroomrog
corticaal	adj	met betrekking tot de (hersen)schors
corticaals	=	corticaal
corticaalst	=	corticaal
corticaalste	=	corticaal
corticale	=	corticaal
corticaler	=	corticaal
corticalere	=	corticaal
corticalers	=	corticaal
corticosteron	noun	het primaire hormoon dat door de bijnierschors wordt afgescheiden als reactie op uitdagingen in de omgeving.
corticosteronnen	=	corticosteron
corticosteroïde	noun	bijnierschorshormoon
corticosteroïden	=	corticosteroïde
corticosteroïdes	=	corticosteroïde
corticoïde	noun	een steroïdhormoon dat in de buitenste zone (de cortex of schors) van de bijnieren wordt geproduceerd
corticoïden	=	corticoïde
corticoïdes	=	corticoïde
cortisol	noun	een corticosteroïde, een hormoon dat gemaakt wordt in de bijnierschors uit cholesterol
cortison	noun	een natuurlijk steroïdhormoon dat in de lever snel wordt omgezet in het natuurlijke bijnierschorshormoon hydrocortison (cortisol)
cortisone	noun	een natuurlijk steroïdhormoon dat in de lever snel wordt omgezet in het natuurlijke bijnierschorshormoon hydrocortison (cortisol) het heeft een ontstekingsremmende werking
cortisonen	=	cortison
cortège	noun	stoet, gevolg
cortèges	=	cortège
cortègetje	=	cortège
corvee	noun	herendienst
corveede	=	corveeën
corveeden	=	corveeën
corveedienst	noun	de keer dat men aan de beurt is om huishoudelijk werk te verrichten
corveediensten	=	corveedienst
corveerooster	noun	een overzicht van de tijden waarop personen corvee moeten doen
corveeroosters	=	corveerooster
corvees	=	corvee
corveet	=	corveeën
corveetje	=	corvee
corveetjes	=	corvee
corveeë	=	corveeën
corveeën	verb	corvee vervullen
corveeënd	=	corveeën
corveeënde	=	corveeën
corveeër	noun	iemand die huishoudelijk werk verricht in een kazerne
corveeërs	=	corveeër
coryfee	noun	bekend iemand met goede eigenschappen, uitblinker, een ster, bekende Nederlander, beroemdheid
coryfeetje	=	coryfee
coryfeetjes	=	coryfee
coryfeeën	=	coryfee
coscenarist	noun	iemand die samen met iemand anders een draaiboek van een film schrijft
coscenaristen	=	coscenarist
coschap	noun	het opdoen van medische ervaring door als student in een ziekenhuis te werken (als coassistent)
coschapje	=	coschap
coschappen	=	coschap
coscorobazwaan	noun	Coscoroba coscoroba de kleinste zwanensoort en de enige zwaan van het geslacht Coscoroba.
coscorobazwaantje	=	coscorobazwaan
coscorobazwaantjes	=	coscorobazwaan
coscorobazwanen	=	coscorobazwaan
cosinus	noun	sinus van het complement van een hoek
cosinusintegraal	noun	integraal over een cosinusfunctie
cosinusregel	noun	regel die relatie beschrijft tussen de drie zijden van een driehoek en de cosinus van een van de drie hoeken ofwel: ,!c²=a²+b²-2ab cos γ
cosinusregeltje	=	cosinusregel
cosinussen	=	cosinus
cosmea	noun	Cosmos bipinnatus een eenjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae), afkomstig uit Midden-Amerika.
cosmea's	=	cosmea
cosmetica	noun	verzamelnaam voor middelen die gebruikt worden voor het opmaken van met name het gezicht om schoonheidsredenen
cosmeticabedrijf	noun	organisatie die schoonheidsproducten maakt en verkoopt
cosmeticabedrijfje	=	cosmeticabedrijf
cosmeticabedrijfjes	=	cosmeticabedrijf
cosmeticabedrijven	=	cosmeticabedrijf
cosmeticaconcern	noun	bedrijf dat schoonheidsproducten ontwikkelt, produceert en verkoopt
cosmeticaconcerns	=	cosmeticaconcern
cosmeticalijn	noun	groep schoonheidsproducten geproduceerd door één bedrijf
cosmeticalijnen	=	cosmeticalijn
cosmeticamerk	noun	naam waaronder een bedrijf cosmeticaproducten verkoopt
cosmeticamerken	=	cosmeticamerk
cosmeticaverslaving	noun	het niet kunnen zonder allerlei (overbodige) cosmetische artikelen; hinderlijke en schadelijke passie voor cosmetische artikelen
cosmeticaverslavingen	=	cosmeticaverslaving
cosmeticaverslavinkje	=	cosmeticaverslaving
cosmeticaverslavinkjes	=	cosmeticaverslaving
cosmeticum	noun	schoonheidsmiddel
cosmetiek	noun	kunst om de schoonheid van het lichaam te verbeteren of te behouden
cosmetisch	adj	betrekking hebbend op het verfraaien van het uiterlijk
cosmetische	=	cosmetisch
cosmetischer	=	cosmetisch
cosmetischere	=	cosmetisch
cosmetischers	=	cosmetisch
cosplay	noun	subcultuur en vorm van performance art waarbij de deelnemers gebruikmaken van kostuums en accessoires om een bepaald personage of idee uit te beelden
cosplayde	=	cosplayen
cosplayden	=	cosplayen
cosplaye	=	cosplayen
cosplayen	verb	zich verkleden als een karakter
cosplayend	=	cosplayen
cosplayende	=	cosplayen
cosplayer	noun	iemand die cosplayt; iemand die aan cosplay doet
cosplayers	=	cosplayer
cosplays	=	cosplay
cosplayst	verb	du-vorm tegenwoordige tijd van cosplayen
cosplayt	=	cosplayen
cosponsor	noun	een van de kleinere sponsors naast de belangrijkste hoofdsponsor
cosponsoren	=	cosponsor
cosponsors	=	cosponsor
costa	noun	de voorrand of intredende zijde van de vleugel bij insecten
costa's	=	costa
costaricaguave	noun	Psidium friedrichsthalianum een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae).
costaricaguaven	=	costaricaguave
costaricaguaves	=	costaricaguave
costumier	noun	iemand die kostuums maakt en verhuurt voor feestelijke gelegenheden	adj	gewoonte-
costumiere	=	costumier
costumiers	=	costumier
costumiertje	=	costumier
costumiertjes	=	costumier
costumière	noun	vrouwelijke costumier
costumières	=	costumière
costuum	=	kostuum
cosy	adj	gezellig
cosy's	=	cosy
cosyer	=	cosy
cosyere	=	cosy
cosyers	=	cosy
cosyst	=	cosy
cosyste	=	cosy
cotangens	noun	tangens van het complement van een hoek
cotangensen	=	cotangens
cotangenten	=	cotangens
cotentin-normandisch	noun	benaming voor het Normandisch zoals gesproken door ongeveer 50.000 mensen op het schiereiland Cotentin
coterie	noun	naar de buitenwereld toe besloten gezelschap, onderling gebonden door een gezamenlijke stand, gedeelde ideeën enz. (veelal pejoratief)
coteries	=	coterie
coterietje	=	coterie
coterietjes	=	coterie
coterieën	=	coterie
cothurne	noun	hoge theaterlaars gedragen in de tragedies van het oude Griekse theater
cothurnen	=	cothurne
cotillon	noun	laatste dans van een bal
cotillons	=	cotillon
cotinga	noun	Cotinga een geslacht van tropische vogels van de Nieuwe Wereld uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
cotinga's	noun	Cotingidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
cotingaatje	=	cotinga
cotingaatjes	=	cotinga
cotrainer	noun	oefenmeester die samen met de hoofdtrainer een sporter of sportteam begeleidt
cotrainers	=	cotrainer
cottage	noun	klein, eenvoudig huis op het platteland
cottagecheese	noun	hüttenkäse
cottages	=	cottage
cotyl	noun	eerste bladachtige deel van een plantenkiem
cotylen	=	cotyl
coua	noun	Coua een geslacht van vogels uit de familie koekoeken (Cuculidae).
coua's	=	coua
couaatje	=	coua
couaatjes	=	coua
couch	noun	bank [1] waarop men comfortabel kan zitten of liggen
couche	noun	aardlaag
couches	=	couch
couchette	noun	slaapplaats in een trein, die overdag meestal als zitplaats gebruikt kan worden
couchettes	=	couchette
couchettetje	=	couchette
couchettetjes	=	couchette
couchpotato	noun	iemand die het liefst met een zak chips en een pilsje op de zitbank voor de tv hangt
couchpotato's	=	couchpotato
couchsurf	=	couchsurfen
couchsurfde	=	couchsurfen
couchsurfden	=	couchsurfen
couchsurfe	=	couchsurfen
couchsurfen	verb	reizen waarbij je op de bank van een vooraf onbekende gastheer of gastvrouw slaapt
couchsurfend	=	couchsurfen
couchsurfende	=	couchsurfen
couchsurfing	noun	het tegen lage kosten of gratis overnachten bij mensen die zijn aangesloten bij een gastsysteem
couchsurft	=	couchsurfen
couchsurfte	=	couchsurfen
couchsurften	=	couchsurfen
cougar	noun	benaming voor katachtig roofdier, Puma concolor
cougarcruise	noun	cruise voor cougars (oudere vrouwen die op zoek zijn naar seks met een veel jongere man)
cougarcruises	=	cougarcruise
cougars	=	cougar
coujonneren	=	koeioneren
coulage	noun	verlies door lekken
coulages	=	coulage
coulagetje	=	coulage
coulagetjes	=	coulage
coulance	noun	neiging om bepaalde regels minder streng te toe te passen dan formeel eigenlijk nodig zou zijn
coulances	=	coulance
coulant	adj	niet al te streng
coulante	=	coulant
coulanter	=	coulant
coulantere	=	coulant
coulanters	=	coulant
coulantie	noun	het minder streng toepassen van regels
coulants	=	coulant
coulantst	=	coulant
coulantste	=	coulant
coulis	noun	vrije dikke saus van gepureerd voedsel
coulisse	noun	een onderdeel van een toneeldecor aan de zijkant van het toneel.
coulisselandschap	noun	een landschap met weiden omgeven door houtwallen en heggen
coulisselandschappen	=	coulisselandschap
coulissen	=	coulisse
coulissenlandschap	=	coulisselandschap
coulisses	=	coulisse
couloir	noun	lange smalle gang
couloirs	=	couloir
coulomb	noun	de SI-eenheid van elektrische lading, weergegeven met symbool C
coulombs	=	coulomb
coulombtje	=	coulomb
coulombtjes	=	coulomb
coulrofobie	noun	ziekelijke angst voor clowns
counsel	=	counselen
counselde	=	counselen
counselden	=	counselen
counsele	=	counselen
counselen	verb	op een professionele manier iemand in een gesprek advies geven
counselend	=	counselen
counselende	=	counselen
counseling	noun	een laagdrempelige vorm van (emotionele) hulpverlening
counselor	noun	raadgever, raadsman, adviseur
counselors	=	counselor
counselt	=	counselen
countdown	noun	het terugtellen in afwachting van een gebeurtenis die na het noemen van 1 of bij het noemen van 0 plaatsvindt of begint
countdowns	=	countdown
counter	noun	tegenaanval
counterde	=	counteren
counterden	=	counteren
counterdrugsoperatie	noun	actie van de overheid gericht tegen de productie en de handel van verboden verdovende middelen
counterdrugsoperaties	=	counterdrugsoperatie
countere	=	counteren
counteren	verb	vanuit de verdediging een snelle tegenaanval ondernemen
counterend	=	counteren
counterende	=	counteren
counterpart	noun	tegenhanger
counterpartje	=	counterpart
counterpartjes	=	counterpart
counterparts	=	counterpart
counterploeg	noun	ploeg met een sterke verdediging die vanuit een verdedigende positie plotseling een gevaarlijke aanval kan ontplooien
counterploegen	=	counterploeg
counters	=	counter
countert	=	counteren
countertenor	noun	zeer hoge mannenstem die overeenkomt met alt bij vrouwen
countertenoren	=	countertenor
countertenors	=	countertenor
countertje	=	counter
countertjes	=	counter
countervoetbal	noun	verdedigend voetbal waarbij men, als de kans zich voordoet, plotseling een heel snelle uitval doet
country	noun	countrymuziek
country-and-western	noun	countrymuziek
country-and-westernmuziek	noun	countrymuziek
countryachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van countrymuziek
countryachtige	=	countryachtig
countryachtiger	=	countryachtig
countryachtigere	=	countryachtig
countryachtigers	=	countryachtig
countryachtigs	=	countryachtig
countryachtigst	=	countryachtig
countryachtigste	=	countryachtig
countryclub	noun	gezelligheidsclub buiten de stad waarvan men vaak om deel te nemen lid van moet zijn
countryclubs	=	countryclub
countrydans	=	countrydansen
countrydanse	=	countrydansen
countrydansen	verb	dansen op countrymuziek
countrydansend	=	countrydansen
countrydansende	=	countrydansen
countrydanst	=	countrydansen
countrydanste	=	countrydansen
countrydansten	=	countrydansen
countryhit	noun	countryliedje dat veel succes heeft
countryhitje	=	countryhit
countryhitjes	=	countryhit
countryhits	=	countryhit
countrymuziek	noun	muziek ontstaan in het platteland van de zuidelijke staten van de VS.
countrymuziekje	=	countrymuziek
countrymuziekjes	=	countrymuziek
countrynummer	noun	liedje in de stijl van countrymuziek
countrynummers	=	countrynummer
countrynummertje	=	countrynummer
countrynummertjes	=	countrynummer
countrypop	noun	een vermenging van countrymuziek en popmuziek
countryrock	noun	populaire muziek die een elementen van country en rock-'n-roll bevat
countryster	noun	beroemde countryzanger of zangeres
countrysterren	=	countryster
countryzanger	noun	persoon die country-and-westernliederen zingt
countryzangeres	noun	vrouw die countryliedjes zingt
countryzangeressen	=	countryzangeres
countryzangers	=	countryzanger
county	noun	een bestuurlijk gebied in veel Engelstalige landen
county's	=	county
coup	noun	een illegale (poging tot) afzetting van een regering en de vervanging ervan door een nieuw bewind
coupe	noun	breed glas voor ijs en vruchten
coupeer	=	couperen
coupeerde	=	couperen
coupeerden	=	couperen
coupeert	=	couperen
coupeetje	=	coupé
coupeetjes	=	coupé
coupeje	=	coupe
coupejes	=	coupe
coupel	=	koepel
coupenaad	noun	een driehoekige, ruitvormige plooi die in een punt uitloopt, zodat een sluitende pasvorm van een kledingstuk wordt bereikt die de lichaamscontour volgt
coupenaadje	=	coupenaad
coupenaadjes	=	coupenaad
coupenaden	=	coupenaad
coupere	=	couperen
couperen	verb	het (operatief) verwijderen van uitstekende lichaamsdelen bij een dier, zoals de staart of oren
couperend	=	couperen
couperende	=	couperen
couperose	noun	onschuldige aandoening waarbij bloedvaatjes in het gezicht uitzetten die bij een lichtgekleurde huid van afstand als rossige vlekken zichtbaar zijn
couperoses	=	couperose
coupes	=	coupe
coupeur	noun	kleermaker
coupeurs	=	coupeur
coupeurtje	=	coupeur
coupeurtjes	=	coupeur
coupeuse	noun	naaister
coupeuses	=	coupeuse
coupje	=	coup
coupjes	=	coup
coupleider	noun	leider van een staatsgreep
coupleiders	=	coupleider
couplet	noun	elk van de gelijkvormige afdelingen waaruit een lied bestaat en die vaak door een refrein van elkaar worden gescheiden
coupletje	=	couplet
coupletjes	=	couplet
coupletten	=	couplet
coupon	noun	een papieren strookje dat recht geeft op korting bij aankoop van een product
couponboek	noun	bundel waardebonnen
couponboeken	=	couponboek
couponboekje	=	couponboek
couponboekjes	=	couponboek
couponknipper	noun	aandeelhouder (rentenier) die van effecten leeft
couponknippers	=	couponknipper
couponnetje	=	coupon
couponnetjes	=	coupon
couponrente	noun	percentage rentevergoeding die men ontvangt over de nominale waarde van een obligatie
couponrenten	=	couponrente
couponrentes	=	couponrente
coupons	=	coupon
couppleger	noun	persoon die een staatsgreep pleegt
coupplegers	=	couppleger
couppoging	noun	een poging om een staatsgreep te plegen
couppogingen	=	couppoging
couppoginkje	=	couppoging
couppoginkjes	=	couppoging
coups	=	coup
couptje	=	coup
couptjes	=	coup
coupure	noun	onderbreking in een waterkering
coupuren	=	coupure
coupures	=	coupure
coupuretje	=	coupure
coupé	noun	een gedeelte van een treinrijtuig begrensd door een deur
coupédeur	noun	schuifdeur die een coupé van een trein afsluit
coupédeuren	=	coupédeur
coupédeurtje	=	coupédeur
coupédeurtjes	=	coupédeur
coupés	=	coupé
cour	noun	gerechtshof, hof [2]
courage	noun	moed, kracht
courant	adj	wat gebruikelijk (in omloop) is	noun|obsolete	klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws (die meestal dagelijks verschijnt)
courante	=	courant
couranten	=	courant
couranter	=	courant
courantere	=	courant
couranters	=	courant
courantheid	noun	het courant zijn
courantier	noun|obsolete	krantenmaker
courantiers	=	courantier
courantiertje	=	courantier
courantiertjes	=	courantier
courantje	=	courant
courantjes	=	courant
courants	=	courant
courantst	=	courant
courantste	=	courant
coureur	noun	wielrenner, motor- of autoracer
coureurmotje	noun	Olindia schumacherana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
coureurmotjes	=	coureurmotje
coureurs	=	coureur
coureurtje	=	coureur
coureurtjes	=	coureur
courgette	noun	Cucurbita pepo, een groente uit de komkommerfamilie
courgettes	=	courgette
courgettesoep	noun	warm vloeibaar gerecht gemaakt van de ongerijpte vrucht van de mergpompoen, Cucurbita pepo
courgettesoepen	=	courgettesoep
courgettetje	=	courgette
courgettetjes	=	courgette
cours	=	cour
course	noun	golfbaan van 9 of 18 holes
courses	=	course
courseware	noun	software voor het samenstellen van een computercursus
courtage	noun	beloning die een adviseur of tussenpersoon ontvangt na de verkoop van een product
courtages	=	courtage
courtine	noun	muur tussen twee bastions van een verdedigingsmuur of kasteel
courtines	=	courtine
courtisane	noun	vrouw van lichte zeden die zich in hogere kringen begaf, en die wegens haar beschaafde omgangsvormen en elegantie aan het hof geaccepteerd werd
courtisanes	=	courtisane
courtoisie	noun	hoffelijkheid
courtoisieën	=	courtoisie
couscous	noun	Noord-Afrikaans gerecht met deegwaar van kleine korrels gemaakt van tarwe of gierst geserveerd met vlees of groente
couture	noun	modieuze maatkleding voor vrouwen, meestal haute couture genoemd
couturier	noun	modeontwerper, ontwerper en maker van modieuze kledij
couturiers	=	couturier
couvade	noun	mannenkraambed
couvades	=	couvade
couvert	noun	bestek voor één persoon
couverteer	=	couverteren
couverteerde	=	couverteren
couverteerden	=	couverteren
couverteert	=	couverteren
couverten	=	couvert
couvertere	=	couverteren
couverteren	verb	het automatisch vullen, sluiten, en vouwen van enveloppen zodat ze gepost kunnen worden
couverterend	=	couverteren
couverterende	=	couverteren
couvertje	=	couvert
couvertjes	=	couvert
couverts	=	couvert
couverture	noun	in blokken geperste chocolade met suiker en cacaoboter toegevoegd.
couvertures	=	couverture
couveuse	noun	een medisch apparaat waarin zieke of te vroeg geboren baby's in een gecontroleerde omgeving geobserveerd en verpleegd kunnen worden
couveuseafdeling	noun	afdeling in een ziekenhuis waar men zieke of zwakke pasgeborenen verpleegt
couveuseafdelingen	=	couveuseafdeling
couveusebaby	noun	te vroeg geboren baby die de eerste tijd na de bevalling in de couveuse moet worden verzorgd
couveusebaby's	=	couveusebaby
couveusekind	noun	te vroeg geboren baby die de eerste tijd na de bevalling in de couveuse moet worden verzorgd
couveusekinderen	=	couveusekind
couveusekindje	=	couveusekind
couveusekindjes	=	couveusekind
couveuses	=	couveuse
couveusetje	=	couveuse
couveusetjes	=	couveuse
covalent	adj	een binding tussen atomen hebbend waarin de atomen één of meer gemeenschappelijke elektronenparen hebben
covalente	=	covalent
covalents	=	covalent
covariantie	noun	parameter die bij twee stochastische variabelen aangeeft in welke mate de beide toevalsvariabelen (lineair) met elkaar samenhangen
covariantiematrices	=	covariantiematrix
covariantiematrix	noun	matrix van covarianties
covarianties	=	covariantie
covariatie	noun	een parameter die bij twee toevalsvariabelen aangeeft in welke mate de beide toevalsvariabelen (lineair) met elkaar samenhangen
covariaties	=	covariatie
covenant	=	convenant
cover	noun	omslag van een boek, cd of tijdschrift
cover-up	noun	zorgvuldig geregisseerde operatie om ervoor te zorgen dat iets niet uitlekt
cover-ups	=	cover-up
coverage	noun	aandacht die aan onderwerp wordt besteed
coverages	=	coverage
coverband	noun	een aantal artiesten/muzikanten die gezamenlijk nummers ten gehore brengen die door andere artiesten geschreven en/of gespeeld zijn
coverbanden	=	coverband
coverbandje	=	coverband
coverbandjes	=	coverband
coverbands	=	coverband
coverboy	noun	jongeman, afgebeeld op de omslag van een tijdschrift (, boek, cd of platenhoes)
coverboys	=	coverboy
coverboytje	=	coverboy
coverboytjes	=	coverboy
coverde	=	coveren
coverden	=	coveren
covere	=	coveren
coveren	verb	een coverversie maken van
coverend	=	coveren
coverende	=	coveren
coverfoto	noun	een foto die op de voorkant van een boek of tijdschrift is geplaatst
coverfoto's	=	coverfoto
covergirl	noun	vrouw, afgebeeld op de omslag van een tijdschrift
covergirls	=	covergirl
covering	noun	het coveren
covers	=	cover
coverstory	noun	een verhaal dat op de voorpagina verschijnt
coverstory's	=	coverstory
coverstory'tje	=	coverstory
coverstory'tjes	=	coverstory
covert	=	coveren
covertje	=	cover
covertjes	=	cover
coverversie	noun	versie van een door anderen al eerder uitgevoerd lied of muziekstuk
coverversies	=	coverversie
covid	noun|informal	ziekte die door het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakt wordt, vaak leidend tot luchtwegklachten
covidioot	noun	iemand die tijdens de coronapandemie de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus niet naleeft
covidioten	=	covidioot
covidium	noun	tijdperk dat de COVID-19-pandemie heerste (begin jaren '20 van de 21ste eeuw)
covidziekenhuis	noun	ziekenhuis waar men COVID-19 patiënten behandelt
covidziekenhuizen	=	covidziekenhuis
covoorzitter	noun	persoon die het voorzitterschap deelt met iemand anders
covoorzitters	=	covoorzitter
cowboy	noun	veedrijver/veehoeder, m.n. in het Midden-Westen
cowboyeconomie	noun	benaming voor de ultrakapitalistische Amerikaanse economie, die met name gericht is op het verwerven van individuele welvaart
cowboyeconomieën	=	cowboyeconomie
cowboyfilm	noun	een wildwestfilm waarin cowboys en indianen de hoofdrol spelen
cowboyfilmpje	=	cowboyfilm
cowboyfilmpjes	=	cowboyfilm
cowboyfilms	=	cowboyfilm
cowboyhoed	noun	een hoed met een brede rand gedragen door een Amerikaanse koeiendrijver
cowboyhoeden	=	cowboyhoed
cowboyhoedje	=	cowboyhoed
cowboyhoedjes	=	cowboyhoed
cowboylaars	noun	een laars die lijkt op de laarzen die door Amerikaanse koeiendrijvers gedragen werden
cowboylaarsje	=	cowboylaars
cowboylaarsjes	=	cowboylaars
cowboylaarzen	=	cowboylaars
cowboypak	noun	verkleedkleren waarbij men zich verkleed als Amerikaanse koeiendrijver
cowboypakje	=	cowboypak
cowboypakjes	=	cowboypak
cowboypakken	=	cowboypak
cowboys	=	cowboy
cowboytenue	noun	kleding waarmee iemand zich kan verkleden als Amerikaanse veedrijver
cowboytenues	=	cowboytenue
cowboytenuetje	=	cowboytenue
cowboytenuetjes	=	cowboytenue
cowboytje	=	cowboy
cowboytjes	=	cowboy
cowgirl	noun	koehoedster uit het Wilde Westen of iemand die zich als zodanig heeft verkleed
cowgirls	=	cowgirl
cowperitis	noun	ontsteking van de glandulae Cowperi
cox	noun	bepaald appelras
coxalgie	noun	heuppijn
coxen	=	cox
coxinha	noun	luchtig deeg in gevuld met versnipperde kip en vervolgens gepaneerd en gefrituurd tot hij knapperig is, tegenwoordig meestal in een peervorm
coxinha's	=	coxinha
coxitis	noun	ontsteking van heupgewricht
coyolpalm	noun	Acrocomia aculeata een middelgrote, tot 11 m hoge palm.
coyolpalmen	=	coyolpalm
coyolpalmpje	=	coyolpalm
coyolpalmpjes	=	coyolpalm
coyootje	=	coyote
coyote	noun	bepaald soort zoogdier, Canis latrans, een hondachtige die nauw verwant is aan de wolf (Canis lupus) en voorkomt in een gebied dat zich uitstrekt van Alaska tot Midden-Amerika
coyote's	=	coyote
coyotes	=	coyote
coyotetje	=	coyote
coyotetjes	=	coyote
cozumelsmaragdkolibrie	noun	Cynanthus forficatus een vogel uit de familie Trochilidae en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries)
cozumelsmaragdkolibries	=	cozumelsmaragdkolibrie
cozumelsmaragdkolibrietje	=	cozumelsmaragdkolibrie
cozumelsmaragdkolibrietjes	=	cozumelsmaragdkolibrie
cozumelspotlijster	noun	Toxostoma guttatum een vogelsoort uit de familie Mimidae die voorkomt op het eilandje Cozumel, een eilandje in de Caribische Zee dicht bij het schiereiland Yucátan in Mexico.
cozumelspotlijsters	=	cozumelspotlijster
cozumelspotlijstertje	=	cozumelspotlijster
cozumelspotlijstertjes	=	cozumelspotlijster
cozumelvireo	noun	Vireo bairdi een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
cozumelvireo's	=	cozumelvireo
cozumelvireootje	=	cozumelvireo
cozumelvireootjes	=	cozumelvireo
cozumelwasbeer	noun	Procyon pygmaeus roofdier uit de familie der Procyonidae (kleine beren).
cozumelwasbeertje	=	cozumelwasbeer
cozumelwasbeertjes	=	cozumelwasbeer
cozumelwasberen	=	cozumelwasbeer
cozumelwinterkoning	noun	Troglodytes beani een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
cozumelwinterkoningen	=	cozumelwinterkoning
cozumelwinterkoninkje	=	cozumelwinterkoning
cozumelwinterkoninkjes	=	cozumelwinterkoning
coëfficiënt	noun	een vermenigvuldigingsfactor van een zeker object. (variabele, vector, functie, differentiaalquotiënt etc.)
coëfficiënten	=	coëfficiënt
coëfficiëntje	=	coëfficiënt
coëfficiëntjes	=	coëfficiënt
coënzym	=	co-enzym
coërcitief	adj	bedwingend, dwang inhoudend
coërcitiefs	=	coërcitief
coërcitiefst	=	coërcitief
coërcitiefste	=	coërcitief
coërcitieve	=	coërcitief
coërcitiever	=	coërcitief
coërcitievere	=	coërcitief
coërcitievers	=	coërcitief
coëxistentie	=	co-existentie
coïncideer	=	coïncideren
coïncideerde	=	coïncideren
coïncideerden	=	coïncideren
coïncideeren	=	coïncideren
coïncideert	=	coïncideren
coïncidentie	noun	het toevallig samenvallen van omstandigheden
coïncidenties	=	coïncidentie
coïncidere	=	coïncideren
coïncideren	verb	samenvallen in ruimte of tijd
coïnciderend	=	coïncideren
coïnciderende	=	coïncideren
coïtaal	adj	betrekking hebbend op de paring
coïtaals	=	coïtaal
coïtaalst	=	coïtaal
coïtaalste	=	coïtaal
coïtale	=	coïtaal
coïtaler	=	coïtaal
coïtalere	=	coïtaal
coïtalers	=	coïtaal
coïteer	=	coïteren
coïteerde	=	coïteren
coïteerden	=	coïteren
coïteert	=	coïteren
coïtere	=	coïteren
coïteren	verb|formal	geslachtsgemeenschap hebben
coïterend	=	coïteren
coïterende	=	coïteren
coïtus	noun|formal	seks waarbij de man met zijn penis het lichaam van de partner binnengaat
coöperant	noun	iemand die coöpereert (meewerkt)
coöperanten	=	coöperant
coöperatie	noun	een vorm van samenwerken
coöperatief	adj	op samenwerking gebaseerd
coöperatiefs	=	coöperatief
coöperatiefst	=	coöperatief
coöperatiefste	=	coöperatief
coöperaties	=	coöperatie
coöperatietje	=	coöperatie
coöperatietjes	=	coöperatie
coöperatieve	=	coöperatief
coöperatiever	=	coöperatief
coöperatievere	=	coöperatief
coöperatievers	=	coöperatief
coöpereer	=	coöpereren
coöpereerde	=	coöpereren
coöpereerden	=	coöpereren
coöpereert	=	coöpereren
coöperere	=	coöpereren
coöpereren	verb	samenwerken
coöpererend	=	coöpereren
coöpererende	=	coöpereren
coöptatie	noun	verkiezing van nieuwe leden door de reeds aanwezige leden
coöptaties	=	coöptatie
coöpteer	=	coöpteren
coöpteerde	=	coöpteren
coöpteerden	=	coöpteren
coöpteert	=	coöpteren
coöptere	=	coöpteren
coöpteren	verb	overnemen, adopteren, inlijven
coöpterend	=	coöpteren
coöpterende	=	coöpteren
coördinaat	noun	een getal dat middels een gekozen assenstelsel en oorsprong aangeeft hoever een gegeven punt in de richting van een van de assen van de oorsprong verwijderd is
coördinaatje	=	coördinaat
coördinaatjes	=	coördinaat
coördinaten	=	coördinaat
coördinatenstelsel	noun	stelsel van coördinaten
coördinatenstelsels	=	coördinatenstelsel
coördinatenstelseltje	=	coördinatenstelsel
coördinatenstelseltjes	=	coördinatenstelsel
coördinatensysteem	noun	een systeem om met behulp van coördinaten de positie vast te leggen ten opzichte van een punt of vlak en/of een of meer referentielijnen het assenstelsel
coördinatensysteempje	=	coördinatensysteem
coördinatensysteempjes	=	coördinatensysteem
coördinatensystemen	=	coördinatensysteem
coördinatie	noun	onderlinge afstemming, het coördineren
coördinatiecentra	=	coördinatiecentrum
coördinatiecentrum	noun	plaats waar men zorgt dat verschillende handelingen rond een bepaald onderwerp goed op elkaar zijn afgesteld
coördinatiecentrums	=	coördinatiecentrum
coördinatiecomiteetje	=	coördinatiecomité
coördinatiecomiteetjes	=	coördinatiecomité
coördinatiecomité	noun	groep mensen die de onderlinge samenhang en samenwerking van verschillende personen en organisaties regelt
coördinatiecomités	=	coördinatiecomité
coördinatiecommissie	noun	groep mensen die de onderlinge samenhang en samenwerking regelt
coördinatiecommissies	=	coördinatiecommissie
coördinatief	adj	wat betreft de onderlinge afstemming van de bewegingen
coördinatiefs	=	coördinatief
coördinatiefst	=	coördinatief
coördinatiefste	=	coördinatief
coördinatiegetal	noun	maximale aantal atomen, radicalen of moleculegroepen die rechtstreeks aan een atoom of ion gebonden kunnen worden
coördinatieorgaan	noun	organisatie die de onderlinge samenhang en samenwerking tussen verschillende organisaties regelt
coördinatieorganen	=	coördinatieorgaan
coördinatieprobleem	noun	aandoening waardoor de samenwerking tussen verschillende spieren en spiergroepen niet meer soepel verloopt
coördinatieprobleempje	=	coördinatieprobleem
coördinatieprobleempjes	=	coördinatieprobleem
coördinatieproblemen	=	coördinatieprobleem
coördinatiepunt	noun	centrale plaats waar men de onderlinge samenhang en samenwerking tussen personen en organisaties regelt
coördinatiepunten	=	coördinatiepunt
coördinaties	=	coördinatie
coördinatieteam	noun	groep mensen die samen de samenhang en samenwerking tussen verschillende personen en organisaties regelt
coördinatieteams	=	coördinatieteam
coördinatietje	=	coördinatie
coördinatieve	=	coördinatief
coördinatiever	=	coördinatief
coördinatievere	=	coördinatief
coördinatievermogen	noun	het vermogen om te kunnen coördineren
coördinatievermogens	=	coördinatievermogen
coördinatievers	=	coördinatief
coördinator	noun	iemand die werkzaamheden van anderen op elkaar afstemt
coördinatoren	=	coördinator
coördinators	=	coördinator
coördinatrice	noun	vrouwelijke vorm van coördinator
coördinatrices	=	coördinatrice
coördinatricetje	=	coördinatrice
coördinatricetjes	=	coördinatrice
coördineer	=	coördineren
coördineerde	=	coördineren
coördineerden	=	coördineren
coördineert	=	coördineren
coördinere	=	coördineren
coördineren	verb	zo organiseren dat alles en iedereen goed kan samenwerken
coördinerend	adj	met betrekking op het regelen en organiseren van de samenwerking van een groep mensen of organisaties
coördinerende	=	coördineren
coördinerender	=	coördinerend
coördinerendere	=	coördinerend
coördinerenders	=	coördinerend
coördinerends	=	coördinerend
coördinerendst	=	coördinerend
coördinerendste	=	coördinerend
cp	=	passionist
cpb	noun	overheidsorganisatie die economische prognoses en analyses
cpb-berekening	noun	economische prognose of analyse gemaakt door het CPB
cpb-berekeningen	=	cpb-berekening
cpb-directeur	noun	leidinggevende van het CPB de overheidsinstantie voor het maken van economische prognoses en analyses
cpb-directeuren	=	cpb-directeur
cpb-directeurs	=	cpb-directeur
cpb-directeurtje	=	cpb-directeur
cpb-directeurtjes	=	cpb-directeur
crabappel	noun	een geslacht Malus van ongeveer 30-55 soorten van kleine loofbomen of struiken uit de familie Rosaceae, met uitzondering van de gedomesticeerde appel (Malus domestica)
crabappelen	=	crabappel
crabappels	=	crabappel
crabappeltje	=	crabappel
crabappeltjes	=	crabappel
crack	noun	uitblinker
crackbaby	noun	baby van reeds in de zwangerschap aan crack verslaafde moeder, die dan ook verslaafd ter wereld komt
crackbaby's	=	crackbaby
crackbaby'tje	=	crackbaby
crackbaby'tjes	=	crackbaby
crackdealer	noun	iemand die crack verkoopt
crackdealers	=	crackdealer
cracke	=	cracken
cracken	verb	kraken
crackend	=	cracken
crackende	=	cracken
cracker	noun	een soort biscuit die is ontstaan als vorm van scheepsbeschuit
crackers	=	cracker
crackertje	=	cracker
crackertjes	=	cracker
crackkelder	noun	kelder waar verslaafden crack gebruiken
crackkelders	=	crackkelder
cracks	=	crack
crackt	=	cracken
crackte	=	cracken
crackten	=	cracken
cradle-to-cradle	noun	ontwerpprincipe waarbij men ernaar streeft dat alle grondstoffen die gebruikt worden voor een product volledig gerecycled kunnen worden
craftmarket	noun	markt waar men kunstnijverheidsproducten kan kopen
craftmarkets	=	craftmarket
cranberry	noun	bepaald soort struik Vaccinium macrocarpon uit de heidefamilie Ericaceae
cranberry's	=	cranberry
cranberry'tje	=	cranberry
cranberry'tjes	=	cranberry
cranberrysap	noun	sap van de vrucht van lepeltjesheide Vaccinium macrocarpon
cranberrysappen	=	cranberrysap
crania	=	cranium
craniaal	adj	met betrekking tot de schedel
craniaals	=	craniaal
craniaalst	=	craniaal
craniaalste	=	craniaal
craniale	=	craniaal
cranialer	=	craniaal
cranialere	=	craniaal
cranialers	=	craniaal
cranium	noun	skelet van het hoofd
crank	noun	verbindingsstuk tussen pedaal en trapas van een fiets
cranks	=	crank
crankstel	noun	De cranks en de twee of drie daaraan gemonteerde kettingwielen (voorbladen) vormen tezamen het "crankstel"
crankstellen	=	crankstel
crankstelletje	=	crankstel
crankstelletjes	=	crankstel
crapaud	noun	lage, brede leuningstoel met een dikke vulling uit de 19de eeuw
crapaudje	=	crapaud
crapaudjes	=	crapaud
crapauds	=	crapaud
crapulen	=	crapuul
crapuleus	adj	zeer onbeleefd
crapuleust	=	crapuleus
crapuleuste	=	crapuleus
crapuleuze	=	crapuleus
crapuleuzer	=	crapuleus
crapuleuzere	=	crapuleus
crapuleuzers	=	crapuleus
crapuul	noun	onbeschaafd/vervelend volk
crapuuls	=	crapuul
crapuultje	=	crapuul
crapuultjes	=	crapuul
craqueleer	=	craqueleren
craqueleerde	=	craqueleren
craqueleerden	=	craqueleren
craqueleert	=	craqueleren
craquelere	=	craqueleren
craqueleren	verb	ontstaan van barsten in een olieverfschilderij
craquelerend	=	craqueleren
craquelerende	=	craqueleren
craquelure	noun	barstje in een verf- of vernislaag of in glazuur
craquelures	=	craquelure
craquelé	noun	scheurtjes in materialen die ontstaan door trek-drukcycli
crash	noun	een ernstig verkeersongeluk
crashbestendigheid	noun	het crashbestendig zijn
crashcar	noun	wagentje met reanimatiebenodigdhedencrashcar
crashcars	=	crashcar
crashdetectie	noun	automatisch systeem van bewegingssensoren dat een botsing of ongeval kan herkennen en daarop kan reageren door een signaal naar de hulpdiensten te sturen
crashdetecties	=	crashdetectie
crashdieet	noun	een dieet om heel snel gewicht te verliezen
crashdieetje	=	crashdieet
crashdieetjes	=	crashdieet
crashdiëten	=	crashdieet
crashe	=	crashen
crashen	verb	ernstig verongelukken
crashend	=	crashen
crashende	=	crashen
crashes	=	crash
crashje	=	crash
crashjes	=	crash
crasht	=	crashen
crashte	=	crashen
crashten	=	crashen
crashtender	noun	een speciaal type brandweervoertuig
crashtenders	=	crashtender
crashtest	noun	onderzoek naar wat het effect is van een botsing op de inzittenden van een voertuig
crashtestdummy	noun	een humanoïde met de gemiddelde lengte, gewicht, en lichaamsverhoudingen als een volwassen man die wordt gebruikt om bij een crashtest het effect op het menselijk lichaam te bekijken in geval van een crash
crashtestdummy's	=	crashtestdummy
crashtesten	=	crashtest
crashtests	=	crashtest
crasseur	noun	iemand die die strepen trekt bij (terrein)opmetingen
crasseurs	=	crasseur
crasseurtje	=	crasseur
crasseurtjes	=	crasseur
cravate	noun	lint aan een vaandel waarop bijzondere wapenfeiten van een legeronderdeel staan genoteerd
cravates	=	cravate
craving	noun	het hunkeren
cravings	=	craving
crawl	noun	zwemslag waarbij de armen beurtelings uitgeslagen worden en met de benen een snel op- en neergaande beweging wordt gemaakt
crawlde	=	crawlen
crawlden	=	crawlen
crawle	=	crawlen
crawlen	verb	zwemmen met de crawlslag
crawlend	=	crawlen
crawlende	=	crawlen
crawls	=	crawl
crawlslag	noun	crawl
crawlslagen	=	crawlslag
crawlt	=	crawlen
crayon	noun	staafje van een mengsel van klei met grafiet of andere kleurstof in een omhulsel van hout, geschikt om mee te tekenen
crayons	=	crayon
crayontekening	noun	een afbeelding gemaakt met een (kleur)krijt
crayontekeningen	=	crayontekening
crayontekeningetje	=	crayontekening
crayontekeningetjes	=	crayontekening
crazy	adj	krankzinnig
crazy's	=	crazy
crazyer	=	crazy
crazyere	=	crazy
crazyers	=	crazy
crazyst	=	crazy
crazyste	=	crazy
creamcracker	noun	droge, ongezoete en met boter bereide biscuit
creamcrackers	=	creamcracker
creatie	noun	een schepping, iets totaal nieuw, ontwerp
creatief	adj	scheppend vermogen bezittend, met een scheppende geest	adv	scheppend, op een nieuwe manier
creatiefs	=	creatief
creatiefst	=	creatief
creatiefste	=	creatief
creaties	=	creatie
creatietheorie	noun	de theorie (hypothese) dat God de mens geschapen zou hebben en dat de levende wezens nog steeds zo zijn zoals bij het begin der tijden
creatietheorieën	=	creatietheorie
creatietje	=	creatie
creatieve	=	creatief
creatieveling	noun	iemand die kunstzinnig en origineel is
creatievelingen	=	creatieveling
creatievelingetje	=	creatieveling
creatiever	=	creatief
creatievere	=	creatief
creatievers	=	creatief
creatine	noun	voedingssupplement dat de spieropbouw zou versterken
creatinen	=	creatine
creatines	=	creatine
creatinine	noun	een afbraakproduct van creatinefosfaat in spierweefsel
creatininemie	noun	teveel aan afbraakprodukten (creatinine) in het bloed
creatininen	=	creatinine
creatinines	=	creatinine
creationisme	noun	de opvatting dat het universum en de aarde maar ook alle planten en dieren alsmede de mens hun ontstaan te danken hebben aan een bijzondere scheppingsdaad.
creationist	noun	iemand die gelooft dat de wereld is geschapen door een opperwezen
creationisten	=	creationist
creationistisch	adj	met betrekking tot het creationisme
creationistische	=	creationistisch
creationistischer	=	creationistisch
creationistischere	=	creationistisch
creationistischers	=	creationistisch
creativiteit	noun	gedrevenheid of vaardigheid om iets oorspronkelijks te maken
creativiteiten	=	creativiteit
creator	noun	menselijk of bovennatuurlijk wezen dat iets gemaakt heeft
creatoren	=	creator
creators	=	creator
creaturen	=	creatuur
creatuur	noun	schepsel; iets dat gemaakt is
creatuurlijk	adj	eigen aan een bepaald schepsel
creatuurlijke	=	creatuurlijk
creatuurlijker	=	creatuurlijk
creatuurlijkere	=	creatuurlijk
creatuurlijkers	=	creatuurlijk
creatuurlijks	=	creatuurlijk
creatuurlijkst	=	creatuurlijk
creatuurlijkste	=	creatuurlijk
creatuurtje	=	creatuur
creatuurtjes	=	creatuur
credens	noun	van credenstafel, (buffet)
credensen	=	credens
credenstafel	noun	een tafel waarop de voor een ceremonie of maaltijd bijzonder belangrijke voorwerpen worden geplaatst.
credenstafels	=	credenstafel
credenstafeltje	=	credenstafel
credenstafeltjes	=	credenstafel
credibiliteit	noun	de mate waarin iemand het verdient om geloofd te worden
crediet	=	krediet
credit	noun	vermelde erkenning die iemand krijgt voor een behaald resultaat of zijn bijdrage daaraan
creditboeking	noun	een boeking aan de creditzijde
creditboy	noun	jongere die een slachtoffer met beloftes, chantage of bedreiging overhaalt om op krediet een smartphoneabonnement af te sluiten.
creditboys	=	creditboy
creditcard	noun	een kaart waarmee men op voorschot een betaling kan doen
creditcardbedrijf	noun	onderneming die betalingen op voorschot faciliteert door de uitgave van creditcards
creditcardbedrijven	=	creditcardbedrijf
creditcardbetaling	noun	financiële transactie met behulp van een creditcard
creditcardbetalingen	=	creditcardbetaling
creditcardfraude	noun	diefstal door het misbruiken van een creditcard
creditcardfraudes	=	creditcardfraude
creditcardhouder	noun	een compact alternatief voor de traditionele portemonnee, speciaal ontworpen om pasjes veilig en overzichtelijk op te bergen
creditcardhouders	=	creditcardhouder
creditcardhoudertje	=	creditcardhouder
creditcardhoudertjes	=	creditcardhouder
creditcardje	=	creditcard
creditcardjes	=	creditcard
creditcardmaatschappij	noun	onderneming die elektronisch betaalverkeer met behulp van creditcards aanbiedt
creditcardmaatschappijen	=	creditcardmaatschappij
creditcardnummer	noun	het identificatienummer van een creditcardrekening; nummer van een creditcard
creditcardnummers	=	creditcardnummer
creditcards	=	creditcard
creditcardschuld	noun	schuld die men heeft bij een bank door het gebruik van een creditcard (waarvan de rente meestal onevenredig hoog is)
creditcardschulden	=	creditcardschuld
crediteer	=	crediteren
crediteerde	=	crediteren
crediteerden	=	crediteren
crediteert	=	crediteren
creditere	=	crediteren
crediteren	verb	op iemands rekening als tegoed (credit) bijschrijven
crediterend	=	crediteren
crediterende	=	crediteren
creditering	noun	iemand een bepaalde hoeveelheid geld doen toekomen
crediteringen	=	creditering
crediteur	noun	iemand aan wie iemand iets (meestal geld) verschuldigd is
crediteuren	=	crediteur
crediteurenadministratie	noun	proces waarbij een bedrijf alle inkomende facturen van leveranciers beheert, registreert en op het juiste moment betaalt
crediteurenadministraties	=	crediteurenadministratie
crediteurenboekhouding	noun	het proces binnen je boekhouding dat deze schulden beheert
crediteurenboekhoudingen	=	crediteurenboekhouding
crediteurenboekhoudinkje	=	crediteurenboekhouding
crediteurenboekhoudinkjes	=	crediteurenboekhouding
crediteurs	=	crediteur
crediteurtje	=	crediteur
crediteurtjes	=	crediteur
creditfacturen	=	creditfactuur
creditfactuur	noun	een factuur die een betalingsverplichting van de leverancier aan de klant behelst
creditkaart	noun	een kaart waarmee men op voorschot een betaling kan doen
creditkaarten	=	creditkaart
creditkaartje	=	creditkaart
creditkaartjes	=	creditkaart
creditnota	noun	een op een factuur gelijkend document, dat een betalingsverplichting van de leverancier aan de klant behelst
creditnota's	=	creditnota
creditrente	noun	rente die men ontvangt als men geld heeft uitgeleend
creditrenten	=	creditrente
creditrentes	=	creditrente
credits	=	credit
creditsaldi	=	creditsaldo
creditsaldo	noun	bedrag waarmee de creditzijde de debetzijde overtreft
creditsaldo's	=	creditsaldo
creditzijde	noun	de rechterzijde van een rekening-courant in het grootboek
creditzijden	=	creditzijde
creditzijdes	=	creditzijde
credo	noun	apostolische geloofsbelijdenis
credo's	=	credo
credocard	noun	identificatiekaart voor rooms-katholieken
credocards	=	credocard
credootje	=	credo
cree	noun	inheems volk van 350 duizend mensen die tegenwoordig hoofdzakelijk in Canada en de Amerikaanse staat Montana wonen
creep	noun|informal	eng/griezelig persoon of ander wezen
creeps	=	creep
crematie	noun	de lijkverbranding, de verassing
crematieoven	noun	oven in een crematorium waarin stoffelijke overschotten worden verast
crematieovens	=	crematieoven
crematieplechtigheden	=	crematieplechtigheid
crematieplechtigheid	noun	herdenkingsbijeenkomst voor een overledene bij de crematie van zijn of haar stoffelijk overschot
crematies	=	crematie
crematietje	=	crematie
crematietjes	=	crematie
crematoria	=	crematorium
crematorium	noun	centrum voor lijkverbranding
crematoriumpje	=	crematorium
crematoriumpjes	=	crematorium
crematoriums	=	crematorium
cremeer	=	cremeren
cremeerde	=	cremeren
cremeerden	=	cremeren
cremeert	=	cremeren
cremere	=	cremeren
cremeren	verb	verbranden van een lijk
cremerend	=	cremeren
cremerende	=	cremeren
crenarchaeota	noun	stam van oerbacteriën, Crenarchaeota, waartoe veel thermofielen behoren
crenologie	noun	letterkundig bronnenonderzoek
creolen	=	creool
creoline	noun	dikke teerachtige vloeistof met ontsmettende eigenschappen; mengsel van cresol, olie en pyridine
creolines	=	creoline
creolisering	noun	de versmelting van allerlei cultuurinvloeden
creoliseringen	=	creolisering
creolist	noun	iemand die zich bezighoudt met de studie van pidgin- en creooltalen
creolisten	=	creolist
creolistiek	noun	de wetenschap die pidgin- en creooltalen bestudeert
creolistje	=	creolist
creolistjes	=	creolist
creool	noun	in Latijns-Amerika geboren nazaten van een samensmelting van Afrikaanse slaven en mestiezen (Spaans en Indiaanse vermenging)
creools	noun	pidgin dat zich tot moedertaal heeft ontwikkeld	adj	behorend tot, met betrekking tot creolen
creoolse	=	creools
creoolser	=	creools
creoolsere	=	creools
creoolsers	=	creools
creoolst	=	creools
creoolste	=	creools
creooltaal	noun	een taal die is ontstaan doordat bevolkingsgroepen die twee verschillende talen spraken met elkaar in contact kwamen en een nieuwe taal ontwikkelden
creooltaaltje	=	creooltaal
creooltaaltjes	=	creooltaal
creooltalen	=	creooltaal
creooltje	=	creool
creooltjes	=	creool
creosoot	noun	olieachtige vloeistof (steenkoolteerdistillaat) met conserverende eigenschappen
creosootstruik	noun	Larrea tridentata een bedektzadige plant uit de familie Zygophyllaceae.
creosootstruiken	=	creosootstruik
creosootstruikje	=	creosootstruik
creosootstruikjes	=	creosootstruik
creosoteer	=	creosoteren
creosoteerde	=	creosoteren
creosoteerden	=	creosoteren
creosoteert	=	creosoteren
creosoten	=	creosoot
creosotere	=	creosoteren
creosoteren	verb	met creosoot behandelen
creosoterend	=	creosoteren
creosoterende	=	creosoteren
crepeer	=	creperen
crepeerde	=	creperen
crepeerden	=	creperen
crepeergeval	noun	geval van een noodtoestand zonder uitzicht op verbetering
crepeergevallen	=	crepeergeval
crepeert	=	creperen
crepere	=	creperen
creperen	verb|informal	vergaan van, hevig lijden
creperend	=	creperen
creperende	=	creperen
crepi	noun	soort gevelbepleistering gemaakt van zand en cement met een grilllige structuur
crescendi	=	crescendo
crescendo	noun	deel van een muziekstuk waarin de tonen steeds luider gaan klinken	adv	steeds luider klinkend
crescendo's	=	crescendo
cresol	noun	een groep van 3 verschillende isomeren, waarbij een methylgroep en een hydroxylgroep op een benzeenring gesubstitueerd staan
cresson	noun	Lepidum sativum, een eetbaar kruid en lid van de Kruisbloemfamilie
cresus	=	croesus
cretin	noun	iemand die zich door een aandoening aan de schildklier lichamelijk en geestelijk gebrekkig ontwikkeld heeft
cretinisme	noun	door jodiumgebrek veroorzaakte dwerggroei of geestelijke onderontwikkeling
cretins	=	cretin
cretonne	noun	katoenen stof (met grote patronen bedrukt)
cretonnen	adj	gemaakt van ongekleurd katoen of linnen
cretonnes	=	cretonne
creuse	noun	Japanse oester
creusen	=	creuse
creuses	=	creuse
creutzfeldt-jakob	noun	dodelijke prionziekte waarbij de hersenen worden aangetast en de patiënt toenemend last krijgt van geheugenverlies, onwillekeurige bewegingen en spierkrampen
creutzfeldt-jakob-syndroom	=	creutzfeldt-jakobsyndroom
creutzfeldt-jakobsyndromen	=	creutzfeldt-jakobsyndroom
creutzfeldt-jakobsyndroom	noun	dodelijke prionziekte waarbij de hersenen worden aangetast en de patiënt toenemend last krijgt van geheugenverlies, onwillekeurige bewegingen en spierkrampen
crevasse	noun	verticale splijting van een gletsjer
crevasses	=	crevasse
creveerde	=	creveren
creveren	verb|informal	vergaan van, hevig lijden
crew	noun	bemanning van een schip of vliegtuig
crewcut	noun	haardracht voor mannen van gemillimeterd haar
crewleden	=	crewlid
crewlid	noun	iemand die ergens aanwezig is als deel van de bemanning of als personeelslid
crews	=	crew
creëer	=	creëren
creëerde	=	creëren
creëerden	=	creëren
creëeren	=	creëren
creëert	=	creëren
creëre	=	creëren
creëren	verb	iets nieuws maken, iets scheppen
creërend	=	creëren
creërende	=	creëren
criant	adv	heel erg vervelend
cribellum	noun	structuur op het achterlijf van een aantal spinnen die deze in staat stelt m zeer fijne draadjes te produceren
cribnummer	noun	persoonsgebonden nummer dat gebruikt wordt door overheidsdiensten van de Caribisch Nederland
cribnummers	=	cribnummer
cricket	noun	een uit Engeland afkomstig slagbalspel in de open lucht
cricketbal	noun	harde bal die men gebruikt bij het cricketspel
cricketballen	=	cricketbal
cricketbat	noun	slaghout dat door de slagman gehanteerd wordt bij cricket
cricketbats	=	cricketbat
cricketbond	noun	samenwerkingsverband van alle cricketclubs in een land
cricketbonden	=	cricketbond
crickete	=	cricketen
cricketen	verb	het spel cricket spelen.
cricketend	=	cricketen
cricketende	=	cricketen
cricketer	noun	iemand die cricket speelt
cricketers	=	cricketer
cricketertje	=	cricketer
cricketertjes	=	cricketer
cricketmatch	noun	wedstrijd tussen twee cricketteams
cricketmatchen	=	cricketmatch
cricketmatches	=	cricketmatch
cricketselectie	noun	groep mensen die zijn uitgekozen om deel uit te maken van een cricketteam
cricketselecties	=	cricketselectie
cricketspeler	noun	beoefenaar van de cricketsport
cricketspelers	=	cricketspeler
crickette	=	cricketen
cricketteam	noun	groep cricketspelers die tegen een ander team een wedstrijd speelt
cricketteams	=	cricketteam
cricketten	=	cricketen
cricketveld	noun	sportveld waarop men cricket kan spelen
cricketvelden	=	cricketveld
cricketwedstrijd	noun	wedstrijd tussen twee cricketteams
cricketwedstrijden	=	cricketwedstrijd
crime	noun|figurative	noodzakelijke handeling of ervaring die veel moeite en ergernis geeft
crimefighter	noun	iemand die misdadigers probeert te vangen
crimefighters	=	crimefighter
crimes	=	crime
crimi	abbrev	crimineel
crimiclown	noun	misdadiger die zich op een enge manier geschminkt en gekleed heeft om mensen zodanig te laten schrikken dat men die mensen kan beroven
crimiclowns	=	crimiclown
criminaliseer	=	criminaliseren
criminaliseerde	=	criminaliseren
criminaliseerden	=	criminaliseren
criminaliseert	=	criminaliseren
criminalisere	=	criminaliseren
criminaliseren	verb	in de criminele sfeer plaatsen
criminaliserend	=	criminaliseren
criminaliserende	=	criminaliseren
criminalisering	noun	het bij wet verklaren dat bepaalde handelingen verboden zijn en door de rechter bestraft kunnen worden en dat degene die die handeling verricht een misdadiger is
criminaliseringen	=	criminalisering
criminalist	noun	kenner van het strafrecht
criminalisten	=	criminalist
criminalistiek	noun	wetenschap die het opsporingsonderzoek van de politie en de recherche ondersteunt; forensische wetenschap; forensisch onderzoek
criminaliteit	noun	de misdadigheid, het begaan van misdaden
criminaliteitsbeheersing	noun	alle maatregelen die worden genomen om de criminaliteit te bedwingen
criminaliteitsbeheersingen	=	criminaliteitsbeheersing
criminaliteitsbestrijding	noun	alle maatregelen van de overheid en particulieren om de misdadigheid in een samenleving te beperken
criminaliteitsbestrijdingen	=	criminaliteitsbestrijding
criminaliteitsbestrijdinkje	=	criminaliteitsbestrijding
criminaliteitsbestrijdinkjes	=	criminaliteitsbestrijding
criminaliteitscijfer	noun	een getal dat inzicht geeft over het voorkomen van criminaliteit in een bepaald gebied en tijd
criminaliteitscijfers	=	criminaliteitscijfer
criminaliteitsfonds	noun	fonds waarin geld wordt gestort dat afkomstig is van het afpakbeleid (het door criminele activiteiten verdiende geld van de misdadigers afpakken)
criminaliteitsfondsen	=	criminaliteitsfonds
criminaliteitspreventie	noun	acties gericht op het voorkomen van misdaad
criminaliteitspreventies	=	criminaliteitspreventie
criminaliteitsprobleem	noun	maatschappelijke problemen die ontstaan door misdadigheid
criminaliteitsproblemen	=	criminaliteitsprobleem
criminaliteitsstatistiek	noun	beschrijving van de misdaad in cijfers
criminaliteitsstatistieken	=	criminaliteitsstatistiek
crimineel	adj	met betrekking tot misdaad, misdadig	noun	iemand die de wet breekt
crimineels	=	crimineel
crimineelst	=	crimineel
crimineelste	=	crimineel
crimineeltje	=	crimineel
crimineeltjes	=	crimineel
criminele	=	crimineel
criminelen	=	crimineel
crimineler	=	crimineel
criminelere	=	crimineel
criminelers	=	crimineel
criminogeen	adj	misdaad opwekkend of stimulerend
criminogeens	=	criminogeen
criminogeenst	=	criminogeen
criminogeenste	=	criminogeen
criminogene	=	criminogeen
criminogener	=	criminogeen
criminogenere	=	criminogeen
criminogeners	=	criminogeen
criminologe	noun	vrouwelijke vorm van criminoloog
criminologen	=	criminoloog
criminologes	=	criminologe
criminologie	noun	sociologie van misdaad en misdadigheid
criminologieën	=	criminologie
criminologisch	adj	betrekking hebbend op de criminologie
criminologische	=	criminologisch
criminologischer	=	criminologisch
criminologischere	=	criminologisch
criminologischers	=	criminologisch
criminoloog	noun	beoefenaar van de criminologie
crimitoerisme	noun	toerisme met als specifiek doel het plegen van misdrijven of het bezoeken van locaties die verband houden met criminaliteit
cringe	adj	raar, gênant
cringer	=	cringe
cringers	=	cringe
crinoline	noun	hoepelrok
crinolines	=	crinoline
crises	=	crisis
crisis	noun	een zware noodsituatie waarbij het functioneren van een stelsel ernstig verstoord raakt maar die in principe van voorbijgaande aard zou moeten zijn
crisisachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van crisis
crisisachtige	=	crisisachtig
crisisachtiger	=	crisisachtig
crisisachtigere	=	crisisachtig
crisisachtigers	=	crisisachtig
crisisachtigs	=	crisisachtig
crisisachtigst	=	crisisachtig
crisisachtigste	=	crisisachtig
crisisbeheer	noun	alle maatregelen die gericht zijn op het beperken van de schade veroorzaakt door een crisis
crisisbeheersing	noun	handelingen die worden uitgevoerd om een crisis te beheersen (ook )
crisisbeheersingen	=	crisisbeheersing
crisisbeheersingsoperatie	noun	maatregelen die genomen worden om een noodsituatie het hoofd te bieden
crisisbeheersingsoperaties	=	crisisbeheersingsoperatie
crisisbelasting	noun	eenmalige heffing om een crisis te bestrijden
crisisbelastingen	=	crisisbelasting
crisisberaad	noun	overleg dat nodig is in verband met een acute ernstige situatie
crisisberaadje	=	crisisberaad
crisisberaadjes	=	crisisberaad
crisisberaden	=	crisisberaad
crisisbestendig	adj	mate waarin iets of iemand bestand is tegen onverwachte, plotselinge, bedreigende gebeurtenissen
crisisbestendige	=	crisisbestendig
crisisbestendiger	=	crisisbestendig
crisisbestendigere	=	crisisbestendig
crisisbestendigers	=	crisisbestendig
crisisbestendigs	=	crisisbestendig
crisisbestendigst	=	crisisbestendig
crisisbestendigste	=	crisisbestendig
crisisbestrijding	noun	alle maatregelen die men neemt om de nadelige effecten van een noodsituatie te bestrijden
crisisbestrijdingen	=	crisisbestrijding
crisisbestrijdinkje	=	crisisbestrijding
crisisbestrijdinkjes	=	crisisbestrijding
crisiscel	noun	groep functionarissen die de leiding heeft bij de bestrijding van een ramp
crisiscellen	=	crisiscel
crisiscentra	=	crisiscentrum
crisiscentrum	noun	opvangcentrum voor mensen met persoonlijke problemen
crisiscentrums	=	crisiscentrum
crisiscomiteetje	=	crisiscomité
crisiscomiteetjes	=	crisiscomité
crisiscomité	noun	groep mensen die is aangesteld om een noodsituatie te bestrijden
crisiscomités	=	crisiscomité
crisiscommunicatie	noun	de communicatie in tijden van een crisis
crisiscommunicaties	=	crisiscommunicatie
crisisdienst	noun	organisatie binnen de geestelijke gezondheidszorg die zorgdraagt voor de behandeling van patiënten met acute psychiatrische problematiek
crisisdiensten	=	crisisdienst
crisisdistillatie	noun	wijn destilleren tot biobrandstof als er sprake is van overproductie van wijn
crisisdistillaties	=	crisisdistillatie
crisisdreiging	noun	noodsituatie die in het vooruitzicht is gesteld
crisisdreigingen	=	crisisdreiging
crisisdreiginkje	=	crisisdreiging
crisisdreiginkjes	=	crisisdreiging
crisisgebied	noun	deel van de wereld waar een noodsituatie heerst
crisisgebieden	=	crisisgebied
crisisgebiedje	=	crisisgebied
crisisgebiedjes	=	crisisgebied
crisisgevoel	noun	de angst die men voelt bij een noodtoestand
crisishaard	noun	gebied waar onlusten zijn of een oorlog woedt
crisishaarden	=	crisishaard
crisishaardje	=	crisishaard
crisishaardjes	=	crisishaard
crisishantering	noun	het omgaan met een acuut en groot probleem
crisishanteringen	=	crisishantering
crisisheffing	noun	eenmalige extra belasting die men moest betalen bij zeer hoge inkomst om de economische crisis te kunnen bestrijden
crisisheffingen	=	crisisheffing
crisisheffinkje	=	crisisheffing
crisisheffinkjes	=	crisisheffing
crisishulpverlening	noun	hulpverlening in crisissituaties (ook )
crisishulpverleningen	=	crisishulpverlening
crisisinterventie	noun	ingrijpen bij acute psychische nood
crisisinterventies	=	crisisinterventie
crisisjaar	noun	kalenderjaar waarin sprake is/was van een ernstige noodsituatie
crisisjaren	noun	jaren 30 van de 20e eeuw, toen er een wereldwijde economische depressie was
crisisje	=	crisis
crisisjes	=	crisis
crisiskabinet	noun	kabinet belast met de regering van een land waar een economische of politieke crisis heerst
crisiskabinetje	=	crisiskabinet
crisiskabinetjes	=	crisiskabinet
crisiskabinetten	=	crisiskabinet
crisismaatregel	noun	een drastische handeling die gerechtvaardigd wordt door de ernst van het probleem dat deze handeling probeert op te lossen
crisismaatregelen	=	crisismaatregel
crisismaatregeltje	=	crisismaatregel
crisismaatregeltjes	=	crisismaatregel
crisismanagement	noun	afdeling binnen een organisatie die gericht is op het beheersen van een crisis
crisismanager	noun	manager die tijdelijk aangesteld wordt om een bedrijf dat in een crisis verkeert er weer bovenop te helpen
crisismanagers	=	crisismanager
crisismoment	noun	korte tijdsperiode met grote spanningen of problemen
crisismomenten	=	crisismoment
crisismomentje	=	crisismoment
crisismomentjes	=	crisismoment
crisisnoodopvang	noun	kortdurende opvang van asielzoekers in accommodaties die het Rijk normaal inzet voor burgeropvang bij incidenten, rampen of crises
crisisnoodopvangen	=	crisisnoodopvang
crisisoperatie	noun	geheel snelle en ingrijpende maatregelen om een ernstige noodsituatie tegen te gaan
crisisoperaties	=	crisisoperatie
crisisopname	noun	opname in een kliniek of ziekenhuis bij acute nood
crisisopnamen	=	crisisopname
crisisopnames	=	crisisopname
crisisopnametje	=	crisisopname
crisisopnametjes	=	crisisopname
crisisopvang	noun	tijdelijke opvang in een noodsituatie
crisisopvangen	=	crisisopvang
crisisorganisatieteam	noun	groep samenwerkende mensen die een crisisorganisatie leiden
crisisorganisatieteams	=	crisisorganisatieteam
crisisoverleg	noun	beraadslaging tussen personen die betrokken zijn bij een plotselinge, onverwachte, ernstige bedreiging
crisisoverleggen	=	crisisoverleg
crisisperiode	noun	tijdperk met een groot acuut probleem
crisisperioden	=	crisisperiode
crisisperiodes	=	crisisperiode
crisisplan	noun	plan met maatregelen voor crisissituaties
crisisplannen	=	crisisplan
crisisplannetje	=	crisisplan
crisisplannetjes	=	crisisplan
crisissen	=	crisis
crisissfeer	noun	gespannen stemming binnen een groep die een noodsituatie meemaakt
crisissfeertje	=	crisissfeer
crisissfeertjes	=	crisissfeer
crisissferen	=	crisissfeer
crisissituatie	noun	kritieke situatie
crisissituaties	=	crisissituatie
crisisstaf	noun	alle personen binnen een bedrijf die de leiding hebben in geval van een crisis
crisisstafje	=	crisisstaf
crisisstafjes	=	crisisstaf
crisisstaven	=	crisisstaf
crisisteam	noun	groep van mensen die bij een crisissituatie kunnen helpen
crisisteams	=	crisisteam
crisistijd	noun	periode waarin sprake is van een crisis
crisistijden	=	crisistijd
crisisvergadering	noun	bijeenkomst in verband met een noodsituatie
crisisvergaderingen	=	crisisvergadering
crisiswaarborg	noun	in tijden van crisis een waarborg van de overheid
crisiswaarborgen	=	crisiswaarborg
crisiswet	noun	bijzondere algemene regels die door de overheid zijn vastgesteld voor een beperkte periode om een noodsituatie voortvarend aan te pakken
crisiswetten	=	crisiswet
crisp	noun	aardappelchip, chip zn [1]	adj	knapperig
crisps	=	crisp
crispy	adj	knapperig
crispy's	=	crispy
crispyer	=	crispy
crispyere	=	crispy
crispyers	=	crispy
crispyst	=	crispy
crispyste	=	crispy
cristallitis	noun	ontsteking van ooglens
criteria	=	criterium
criterium	noun	toets, een doorslaggevende reden, maatstaf
criteriumpje	=	criterium
criteriumpjes	=	criterium
criteriums	=	criterium
critica	noun	vrouwelijke vorm van criticus
critica's	=	critica
criticaliteit	noun	een omstandigheid waaronder voldoende neutronen voorhanden zijn om een kernreactie te onderhouden
criticaster	noun	onredelijk strenge recensent
criticasters	=	criticaster
criticastertje	=	criticaster
critici	=	criticus
criticus	noun	iemand die veel kritiek levert
criticusje	=	criticus
criticusjes	=	criticus
critiek	=	kritiek
cro-magnonmens	noun	Homo sapiens een prehistorische vroege moderne mens uit het Laatpaleolithicum, waarvan een groep fossielen is gevonden in de abri van Cro-Magnon bij Les Eyzies in de Dordogne (Frankrijk)
cro-magnonmensen	=	cro-magnonmens
croche	noun	achtste noot (een noot die een achtste deel van een tel omvat)
croches	=	croche
crochet	noun	haakwerk
crochetje	=	crochet
crochetjes	=	crochet
crockerjunglevliegenvanger	noun	Cyornis ruficrissa een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
crockerjunglevliegenvangers	=	crockerjunglevliegenvanger
crockerjunglevliegenvangertje	=	crockerjunglevliegenvanger
crockerjunglevliegenvangertjes	=	crockerjunglevliegenvanger
crocus	=	krokus
crocusvacantie	=	krokusvakantie
croesus	noun	uitzonderlijk rijk persoon
croesussen	=	croesus
croftybom	noun	een fles met een oplossing van natriumhydroxide waarbij aluminium (of een ander onedel metaal) wordt toegevoegd
croftybommen	=	croftybom
crohn	noun	een inflammatoire darmziekte
crohnpatiënt	noun	persoon die lijdt aan de ziekte van Crohn, een chronische ontsteking van de darmen
crohnpatiënten	=	crohnpatiënt
croissant	noun	halvemaanvormig broodje gebakken van bladerdeeg
croissanterie	noun	luxe broodjeszaak die ook halvemaanvormiɡe broodjes van bladerdeeɡ verkoopt
croissanterieën	=	croissanterie
croissantje	=	croissant
croissantjes	=	croissant
croissants	=	croissant
crompouce	noun	gebakje van een kruising tussen een tompouce en een croissant, waarbij de croissant wordt gevuld met vanillebanketbakkersroom en wordt bedekt met (meestal) roze glazuur
crompoucen	=	crompouce
crompouces	=	crompouce
cronut	noun	kruising tussen een donut en een croissant; broodje in de vorm van een donut met de smaak en structuur van een croissant
cronuts	=	cronut
croon	=	croonen
croonde	=	croonen
croonden	=	croonen
croone	=	croonen
croonen	verb	zacht en sentimenteel zingen
croonend	=	croonen
croonende	=	croonen
crooner	noun	een zanger, meestal een man, die een ontspannen en intieme houding heeft en zingt met een zachte, lage stem
crooners	=	crooner
croont	=	croonen
crop	=	croppen
croppe	=	croppen
croppen	verb	op een creatieve manier het formaat van een foto veranderen
croppend	=	croppen
croppende	=	croppen
cropt	=	croppen
cropte	=	croppen
cropten	=	croppen
croque	noun	sandwich-gerecht dat bereid wordt door twee dungesneden sneetjes brood samen met het tussenliggende beleg te roosteren
croque-madame	noun	tosti met daarop een spiegelei
croque-madames	=	croque-madame
croque-monsieur	noun	tosti met ham en kaas
croque-monsieurs	=	croque-monsieur
croque-monsieurtje	=	croque-monsieur
croque-monsieurtjes	=	croque-monsieur
croqueje	=	croque
croquejes	=	croque
croques	=	croque
croquet	noun	spel of sport met als doel een (gras)parcours af te leggen waarbij een bal met een hamer door poortjes geslagen moet worden
croquetje	=	croquet
croquetspel	noun	balspel waarbij deelnemers hamers aan een lange steel gebruiken om een houten bal door een reeks poortjes te slaan
croquetspelen	=	croquetspel
croquetspellen	=	croquetspel
croquetten	=	croquet
croquetwedstrijd	noun	gelegenheid waarbij enkele spelers wedijveren wie als eerste een bal via een reeks poortjes naar een paaltje kan slaan
croquetwedstrijden	=	croquetwedstrijd
cros	=	crossen
cross	noun	wedstrijd door open terrein vol natuurlijke hindernissen
cross-over	noun	het verschijnsel dat twee homologe chromosomen stukken DNA uitwisselen
cross-overs	=	cross-over
crossbaan	noun	onverharde baan waarover men wedstrijden kan houden
crossbanen	=	crossbaan
crosscircuit	noun	groep crosswedstrijden in het kader van een kampioenschap
crosscircuits	=	crosscircuit
crosscountry	noun	wedstrijd met hindernissen over ongebaande paden (met name als vorm van paardensport)
crosscountry's	=	crosscountry
crosscountryskiën	noun	soort langlaufen
crosscultureel	adj	met elementen van verschillende culturen
crosscultureels	=	crosscultureel
crosscultureelst	=	crosscultureel
crosscultureelste	=	crosscultureel
crossculturele	=	crosscultureel
crosscultureler	=	crosscultureel
crossculturelere	=	crosscultureel
crossculturelers	=	crosscultureel
crosscup	noun	een veldloopcriterium in België, dat uit 8 verschillende crossen bestaat, met als opener een estafettewedstrijd
crosscups	=	crosscup
crossdressing	noun	verschijnsel dat mensen bewust kleding dragen die sociaal juist kenmerkend wordt gevonden voor de sekse waartoe ze niet behoren
crosse	=	crossen
crossen	verb	hard rijden, scheuren, ruig rijden
crossend	=	crossen
crossende	=	crossen
crosser	noun	iemand die op een crossfiets of een crossmotor wedstrijden rijdt
crossers	=	crosser
crossertje	=	crosser
crossertjes	=	crosser
crosses	=	cross
crossfiets	noun	stevige fiets met kleine wielen, om wild mee te rijden en allerlei goocheltoeren mee uit te halen
crossfietsen	=	crossfiets
crossfietsje	=	crossfiets
crossfietsjes	=	crossfiets
crossfit	noun	vorm van fitness waarbij men krachttraining, gymnastiek en atletiek combineert
crossing	noun	het crossen
crossing-over	noun	het verschijnsel tijdens de meiose waarbij twee homologe chromosomen stukken DNA uitwisselen, overkruising
crossing-overs	=	crossing-over
crossje	=	cross
crossjes	=	cross
crosslinguïstisch	adj	betreffende onderzoek dat structuren, verwerving of gebruik van twee of meer verschillende talen vergelijkt om overeenkomsten en verschillen te identificeren
crosslinguïstische	=	crosslinguïstisch
crosslinguïstischer	=	crosslinguïstisch
crosslinguïstischere	=	crosslinguïstisch
crosslinguïstischers	=	crosslinguïstisch
crossloop	noun	hardloopwedstrijd over (deels) onverharde wegen
crossloopje	=	crossloop
crossloopjes	=	crossloop
crosslopen	=	crossloop
crossmedia	noun	media-uiting via verschillende media
crossmediaal	adj	met gebruikmaking van verschillende communicatiemedia
crossmediaals	=	crossmediaal
crossmediaalst	=	crossmediaal
crossmediaalste	=	crossmediaal
crossmediale	=	crossmediaal
crossmedialer	=	crossmediaal
crossmedialere	=	crossmediaal
crossmedialers	=	crossmediaal
crossmotor	noun	speciaal geconstrueerde motorfiets die ook geschikt is voor het rijden over oneffen terrein (off the road)
crossmotoren	=	crossmotor
crossmotors	=	crossmotor
crossmotortje	=	crossmotor
crossmotortjes	=	crossmotor
crossrivergorilla	noun	Gorilla gorilla diehli een ondersoort van de westelijke gorilla
crossrivergorilla's	=	crossrivergorilla
crossrivergorillaatje	=	crossrivergorilla
crossrivergorillaatjes	=	crossrivergorilla
crossselling	noun	het verkopen van product(en) die het eerst gekozene product zouden aanvullen
crossterrein	noun	gebied waarop een (motor)crossbaan is gelegen
crossterreinen	=	crossterrein
crossterreintje	=	crossterrein
crossterreintjes	=	crossterrein
crosstrainer	noun	een fitnessapparaat dat is bedoeld om aan de conditie te werken.
crosstrainers	=	crosstrainer
crosswiki	adj	verspreid over meerdere wiki's
crost	=	crossen
croste	=	crossen
crosten	=	crossen
crostini	noun	dun sneetje brood dat bij voorkeur geroosterd wordt boven houtskool en daarna bestreken met een mengsel van fijngewreven kruiden en met grof zeezout bestrooid
crostini's	=	crostini
croton	noun	benaming voor planten uit het geslacht Croton
crotons	=	croton
croupier	noun	spelleider van een casino
croupiers	=	croupier
crouton	noun	stukje geroosterd brood ter grootte van zo'n 1 × 1 × 1 cm, waarvan een handjevol op de soep of door een salade wordt gestrooid om deze smakelijker te maken
croutonnetje	=	crouton
croutonnetjes	=	crouton
croutons	=	crouton
crowdbutching	noun	het samen een koe kopen om deze te slachten en het vlees onderling te verdelen
crowdcontrol	noun	het geheel van middelen en maatregelen van politie en ME om grote menigten in bedwang te houden
crowdfund	=	crowdfunden
crowdfundde	=	crowdfunden
crowdfundden	=	crowdfunden
crowdfunde	=	crowdfunden
crowdfunden	verb	iets financieren met behulp van een grote groep particulieren zonder tussenkomst van een bank of andere financiële instelling
crowdfundend	=	crowdfunden
crowdfundende	=	crowdfunden
crowdfunding	noun	financiering door vele kleine bijdragen van particulieren die meestal een deel van de productie als vergoeding ontvangen
crowdfundingactie	noun	een manier om geld in te zamelen bij een groot aantal mensen (de 'crowd') via een online platform, om zo een project, product of bedrijf te financieren
crowdfundingacties	=	crowdfundingactie
crowdfundingactietje	=	crowdfundingactie
crowdfundingactietjes	=	crowdfundingactie
crowdfundingsactie	noun	een manier om geld in te zamelen bij een groot aantal mensen (de 'crowd') via een online platform, om zo een project, product of bedrijf te financieren
crowdfundingsacties	=	crowdfundingsactie
crowdfundingsactietje	=	crowdfundingsactie
crowdfundingsactietjes	=	crowdfundingsactie
crowdfundingsite	noun	website waarbij particulieren wordt gevraagd een project te financieren
crowdfundingsites	=	crowdfundingsite
crowdfundingsplatform	noun	website van een bedrijf dat crowdfunding fasciliteert
crowdfundingsplatforms	=	crowdfundingsplatform
crowdfundt	=	crowdfunden
crowdmanager	noun	persoon die grote groepen mensen aanstuurt op grote evenementen; manager van mensenmassa's
crowdmanagers	=	crowdmanager
crowdsourcen	verb	gebruikmaken van een grote groep niet vooraf gespecificeerde individuen (professionals, vrijwilligers, geïnteresseerden) voor consultancy, innovatie, beleidsvorming en onderzoek
crowdsourcend	=	crowdsourcen
crowdsourcende	=	crowdsourcen
crowdsourcete	=	crowdsourcen
crowdsourcing	noun	het betrekken van de klanten bij productvorming
crowdsuing	noun	het gerechtelijk aanvechten van een maatschappelijke misstand met behulp van geld van een groep particulieren
crowdsurf	=	crowdsurfen
crowdsurfde	=	crowdsurfen
crowdsurfden	=	crowdsurfen
crowdsurfe	=	crowdsurfen
crowdsurfen	verb	bovenop een dicht publiek duiken en zich door hun handen boven het publiek laten verplaatsen
crowdsurfend	=	crowdsurfen
crowdsurfende	=	crowdsurfen
crowdsurfer	noun	iemand die doet aan crowdsurfen
crowdsurfers	=	crowdsurfer
crowdsurfing	noun	het crowdsurfen
crowdsurft	=	crowdsurfen
crowdsurfte	=	crowdsurfen
crowdsurften	=	crowdsurfen
crowdsurfverbod	noun	verbod om te crowdsurfen (je over de hoofden van het publiek te laten dragen) op een evenement, omdat het gevaarlijk kan zijn voor zowel de surfer als het publiek, wat vaak wordt aangegeven met borden om de veiligheid te waarborgen
crowdsurfverboden	=	crowdsurfverbod
crowdsurfverbodje	=	crowdsurfverbod
crowdsurfverbodjes	=	crowdsurfverbod
crowdtexting	noun	het met een grote groep mensen schrijven aan een tekst
crozetaalscholver	noun	Leucocarbo melanogenis een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers).
crozetaalscholvers	=	crozetaalscholver
crozetaalscholvertje	=	crozetaalscholver
crozetaalscholvertjes	=	crozetaalscholver
croûton	=	crouton
cru	noun	wijnstreek en wijnoogst m.b.t. plaats en jaar	adj	ruw, grof, rauw, hard, ruig
cru's	=	cru
cruces	=	crux
cruciaal	adj	van beslissend of doorslaggevend belang
cruciaals	=	cruciaal
cruciaalst	=	cruciaal
cruciaalste	=	cruciaal
cruciale	=	cruciaal
crucialer	=	cruciaal
crucialere	=	cruciaal
crucialers	=	cruciaal
crucifix	noun	"christendom" beeldhouwwerk bestaande uit Christus aan het kruis
crucifixen	=	crucifix
crucifixje	=	crucifix
crucifixjes	=	crucifix
cruditeit	noun	rauwheid, onverteerbaarheid
cruditeiten	=	cruditeit
crudités	noun	rauwe groenten, meestal in stukjes of reepjes gesneden
crue	=	cru
cruer	=	cru
cruere	=	cru
cruers	=	cru
cruesli	noun	krokante muesli met een suikerlaagje
cruesli's	=	cruesli
cruffin	noun	dunne laagjes van deeg en boter gebakken in een muffinvorm, met een romige vulling
cruffins	=	cruffin
cruijffiaans	adj	op de manier van de bekende voetballer in het bijzonder van zijn taalgebruik (‘raadselachtige, diepzinnig aandoende uitspraken die niet altijd de regels van de logica lijken te volgen, vol van tegenspraken en ingetrapte open deuren’)
cruijffiaanse	=	cruijffiaans
cruijffiaanser	=	cruijffiaans
cruijffiaansere	=	cruijffiaans
cruijffiaansers	=	cruijffiaans
cruijffiaanst	=	cruijffiaans
cruijffiaanste	=	cruijffiaans
cruise	noun	vakantie op een varend schip met uitgebreide voorzieningen voor de passagiers
cruiseboot	noun	een grote boot die speciaal is ontworpen om cruises te maken
cruisebootje	=	cruiseboot
cruisebootjes	=	cruiseboot
cruiseboten	=	cruiseboot
cruisecontrol	noun	een uit de auto-industrie afkomstig middel om de snelheid van een voertuig vast te zetten, zodat men zelf geen gas hoeft te geven
cruisecontrols	=	cruisecontrol
cruisede	=	cruisen
cruiseden	=	cruisen
cruiseje	=	cruise
cruisen	verb	een cruise maken
cruisend	=	cruisen
cruisende	=	cruisen
cruiser	noun	een vervoermiddel waarin je je snel kunt voortbewegen
cruisers	=	cruiser
cruises	=	cruise
cruisescheepje	=	cruiseschip
cruisescheepjes	=	cruiseschip
cruiseschepen	=	cruiseschip
cruiseschip	noun	een passagiersschip dat gebouwd en uitgerust wordt om er cruises mee te maken
cruiset	=	cruisen
cruisete	=	cruisen
cruiseten	=	cruisen
cruiseterminal	noun	aanlegplaats voor grote toeristische passagiersschepen
cruiseterminals	=	cruiseterminal
cruisetoerisme	noun	het maken van een reis (cruise) per cruiseschip
cruisevaart	noun	reisje op zee uitsluitend voor het genoegen van de passagiers met uitgebreide vaak luxe voorzieningen
cruisevaarten	=	cruisevaart
cruisevakantie	noun	vakantiereis gemaakt op een schip dat ook dient als verblijfplaats van de toeristen
cruisevakanties	=	cruisevakantie
cruisevakantietje	=	cruisevakantie
cruisevakantietjes	=	cruisevakantie
crumble	noun	een soort gebak, waarbij fruit wordt gemengd met kruimeldeeg
crumbles	=	crumble
crush	noun	verliefdheid, bevlieging
crushe	=	crushen
crushen	verb	in elkaar drukken
crushend	=	crushen
crushende	=	crushen
crusher	noun	machine die afval, schroot enz. samenperst
crushers	=	crusher
crushertje	=	crusher
crushes	=	crush
crusht	=	crushen
crushte	=	crushen
crushten	=	crushen
cruutje	=	cru
cruutjes	=	cru
crux	noun	een onoplosbaar of moeilijk oplosbaar probleem
cruxen	=	crux
cruxje	=	crux
cruxjes	=	crux
cruzeiro	noun|obsolete	munteenheid van Brazilië tot 1994
cruzeiro's	=	cruzeiro
cryochirurgie	noun	vorm van chirurgie waarbij weefsel, in plaats van door snijden, met behulp van een lancet wordt verwijderd waarbij gebruik wordt gemaakt van extreme kou
cryogeen	adj	kou verwekkend
cryogeens	=	cryogeen
cryogeenst	=	cryogeen
cryogeenste	=	cryogeen
cryogene	=	cryogeen
cryogener	=	cryogeen
cryogenere	=	cryogeen
cryogeners	=	cryogeen
cryogenium	noun	geologisch tijdperk met hevige ijstijden, tweede periode van het neoproterozoïcum, van 720 tot 635 miljoen jaar geleden
cryologen	=	cryoloog
cryologie	noun	wetenschap van het invriezen
cryoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de wetenschap van het invriezen
cryoloogje	=	cryoloog
cryoloogjes	=	cryoloog
cryomatie	noun	een uitvaart waarbij het lijk tot stof wordt verpulverd door toepassing van vriesdrogen
cryomaties	=	cryomatie
cryomeer	=	cryomeren
cryomeerde	=	cryomeren
cryomeerden	=	cryomeren
cryomeert	=	cryomeren
cryomere	=	cryomeren
cryomeren	verb	vriesdrogen van stoffelijk (menselijk) overschot
cryomerend	=	cryomeren
cryomerende	=	cryomeren
cryometer	noun	een thermometrisch instrument waarmee men van een voorwerp de temperatuur bepalen kan die onder kamertemperatuur ligt
cryometers	=	cryometer
cryometertje	=	cryometer
cryometertjes	=	cryometer
cryoscopie	noun	het verschijnsel waarbij de temperatuur waarop een vloeistof vast wordt, daalt als er andere stoffen in opgelost zijn
cryoscopietje	=	cryoscopie
cryoscopietjes	=	cryoscopie
cryoscopieën	=	cryoscopie
cryotherapie	noun	het behandelen van aangedaan weefsel door gebruik te maken van extreem lage temperaturen (onder de -100 °C)
cryotherapieën	=	cryotherapie
crypt	noun	ondergrondse ruimte onder het koor van de kerk
cryptanalyse	noun	uiteenrafeling van geheimschriften en codes
cryptanalysen	=	cryptanalyse
cryptanalyses	=	cryptanalyse
cryptanalysetje	=	cryptanalyse
cryptanalysetjes	=	cryptanalyse
crypte	noun	ondergronds verborgen grafkelder (onder het hoogkoor in kerken)
crypten	=	crypte
cryptes	=	crypte
cryptetje	=	crypte
cryptetjes	=	crypte
cryptisch	adj	met een verborgen betekenis, duister, moeilijk te doorgronden
cryptische	=	cryptisch
cryptischer	=	cryptisch
cryptischere	=	cryptisch
cryptischers	=	cryptisch
cryptischt	=	cryptisch
cryptischte	=	cryptisch
cryptje	=	crypt
cryptjes	=	crypt
crypto	noun	van cryptovaluta
crypto's	=	crypto
crypto-oplosser	noun	iemand die een cryptogram oplost
crypto-oplossers	=	crypto-oplosser
crypto-oplossertje	=	crypto-oplosser
crypto-oplossertjes	=	crypto-oplosser
cryptoanalyse	noun	het proberen te ontcijferen van vercijferde of gecodeerde berichten
cryptoanalysen	=	cryptoanalyse
cryptoanalyses	=	cryptoanalyse
cryptocommunist	noun	iemand die in het geheim communistische opvattingen is toegedaan
cryptocommunisten	=	cryptocommunist
cryptodeal	noun	een deal waarbij cryptogelden betrokken zijn
cryptodeals	=	cryptodeal
cryptodealtje	=	cryptodeal
cryptodealtjes	=	cryptodeal
cryptofascist	noun	iemand die in het geheim fascistische opvattingen heeft
cryptofascisten	=	cryptofascist
cryptofoon	noun	portofoon die vervormde radiogolven uitzendt, zodat men gesprekken minder gemakkelijk kan afluisteren
cryptofoons	=	cryptofoon
cryptogaam	adj	planten die geen bloemen en zaden gebruiken om zich voort te planten
cryptogaams	=	cryptogaam
cryptogame	=	cryptogaam
cryptogamen	=	cryptogaam
cryptogeld	noun	virtueel geld dat niet als wettig betaalmiddel wordt erkent maar waarmee men soms wel producten en diensten kan betalen
cryptogijzeling	noun	het gijzelen van familieleden van een cryptomiljonair waarna voor hun vrijlating een betaling in een cryptomunt wordt geëist
cryptogijzelingen	=	cryptogijzeling
cryptografie	noun	wordt gebruikt om gegevens over te dragen die niet leesbaar mogen zijn door andere partijen
cryptografieën	=	cryptografie
cryptografisch	adj	betrekking hebbend op het lezen en versleutelen van berichten in geheimschrift
cryptografische	=	cryptografisch
cryptogram	noun	een soort puzzel in de vorm van een kruiswoordraadsel waarbij de omschrijvingen een raadsel zijn
cryptogrammaker	noun	iemand die cryptogrampuzzels maakt
cryptogrammakers	=	cryptogrammaker
cryptogrammakertje	=	cryptogrammaker
cryptogrammakertjes	=	cryptogrammaker
cryptogrammen	=	cryptogram
cryptogrammenmaker	noun	iemand die cryptogrampuzzels maakt
cryptogrammenmakers	=	cryptogrammenmaker
cryptogrammenmakertje	=	cryptogrammenmaker
cryptogrammenmakertjes	=	cryptogrammenmaker
cryptogrammetje	=	cryptogram
cryptogrammetjes	=	cryptogram
cryptogrampuzzel	noun	een soort puzzel in de vorm van een kruiswoordraadsel waarbij de omschrijvingen een raadsel zijn
cryptogrampuzzels	=	cryptogrampuzzel
cryptogrampuzzeltje	=	cryptogrampuzzel
cryptogrampuzzeltjes	=	cryptogrampuzzel
cryptohandelaar	noun	handelaar in cryptovaluta
cryptohandelaars	=	cryptohandelaar
cryptohandelaartje	=	cryptohandelaar
cryptohandelaartjes	=	cryptohandelaar
cryptohandelaren	=	cryptohandelaar
cryptokatholiek	noun	iemand die in het geheim katholiek is
cryptokatholieken	=	cryptokatholiek
cryptokoorts	noun	de zeer grote behoefte om geld te steken in cryptomunten
cryptologen	=	cryptoloog
cryptologie	noun	leer van het geheimschrift
cryptoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de versleuteling van informatie
cryptoloogje	=	cryptoloog
cryptoloogjes	=	cryptoloog
cryptomiljonair	noun	iemand die miljonair is geworden door de handel in cryptomunten bij voorbeeld bitcoins
cryptomiljonairs	=	cryptomiljonair
cryptomunt	noun	onofficieel digitaal betaalmiddel
cryptomunten	=	cryptomunt
cryptomuntje	=	cryptomunt
cryptorchisme	noun	aandoening waarbij een of beide testikels wel aanwezig zijn, maar niet niet zijn ingedaald
cryptovaluta	noun	niet officieel erkend betaalmiddel
cryptovaluta's	=	cryptovaluta
cryptozoïcum	noun	geheel van geologische tijdperken zonder goed herkenbare fossielen van meercellige wezens
cryptozoölogie	noun	de leer der fabeldieren
crèche	noun	een oppascentrum voor kinderen
crècheje	=	crèche
crèchejes	=	crèche
crèches	=	crèche
crème	noun	smeersel voor op de huid	adj	roomkleurig
crèmeachtig	adj	een kleur hebbend die lijkt op crème
crèmeachtige	=	crèmeachtig
crèmeachtiger	=	crèmeachtig
crèmeachtigere	=	crèmeachtig
crèmeachtigers	=	crèmeachtig
crèmeachtigs	=	crèmeachtig
crèmeachtigst	=	crèmeachtig
crèmeachtigste	=	crèmeachtig
crèmebuiklijster	noun	Turdus amaurochalinus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
crèmebuiklijsters	=	crèmebuiklijster
crèmebuiklijstertje	=	crèmebuiklijster
crèmebuiklijstertjes	=	crèmebuiklijster
crèmebuikmuggenvanger	noun	Polioptila lactea een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
crèmebuikmuggenvangers	=	crèmebuikmuggenvanger
crèmebuikmuggenvangertje	=	crèmebuikmuggenvanger
crèmebuikmuggenvangertjes	=	crèmebuikmuggenvanger
crèmeke	=	crème
crèmekleurig	adj	met een geel-witte kleur
crèmekleurige	=	crèmekleurig
crèmekleuriger	=	crèmekleurig
crèmekleurigere	=	crèmekleurig
crèmekleurigers	=	crèmekleurig
crèmekleurigs	=	crèmekleurig
crèmekleurigst	=	crèmekleurig
crèmekleurigste	=	crèmekleurig
crèmeoogbuulbuul	noun	Pycnonotus pseudosimplex een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae).
crèmeoogbuulbuuls	=	crèmeoogbuulbuul
crèmeoogbuulbuultje	=	crèmeoogbuulbuul
crèmeoogbuulbuultjes	=	crèmeoogbuulbuul
crèmepaté	noun	vleesproduct gemaakt van gemalen vlees smeuïg gemaakt met room
crèmepatés	=	crèmepaté
crèmepje	=	crème
crèmepjes	=	crème
crèmer	=	crème
crèmere	=	crème
crèmerie	noun	winkel waar men roomijs kan kopen
crèmeries	=	crèmerie
crèmerig	adj	crèmig
crèmerige	=	crèmerig
crèmeriger	=	crèmerig
crèmerigere	=	crèmerig
crèmerigers	=	crèmerig
crèmerigs	=	crèmerig
crèmerigst	=	crèmerig
crèmerigste	=	crèmerig
crèmers	=	crème
crèmerugspecht	noun	Campephilus leucopogon een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
crèmerugspechten	=	crèmerugspecht
crèmerugspechtje	=	crèmerugspecht
crèmerugspechtjes	=	crèmerugspecht
crèmes	=	crème
crèmespoeling	noun	haarverzorging in de vorm van een romige substantie die je na het wassen in het hoofdhaar laat inwerken en dan met water wegspoelt, zodat er een dun laagje op de haren achterblijft waardoor die zachter en soepeler worden
crèmespoelingen	=	crèmespoeling
crèmest	=	crème
crèmeste	=	crème
crèmevleugelwipstaart	noun	Cinclodes albiventris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
crèmevleugelwipstaarten	=	crèmevleugelwipstaart
crèmevleugelwipstaartje	=	crèmevleugelwipstaart
crèmevleugelwipstaartjes	=	crèmevleugelwipstaart
crèmewit	noun	tint wit met RAL-nummer 9001 ( ).	adj	in een tint wit met RAL-nummer 9001 ( ).
crèmewits	=	crèmewit
crèmewitst	=	crèmewit
crèmewitste	=	crèmewit
crèmewitte	=	crèmewit
crèmewitten	=	crèmewit
crèmewitter	=	crèmewit
crèmewittere	=	crèmewit
crèmewitters	=	crèmewit
crémant	noun	mousserende wijn (schuimwijn) uit Frankrijk en andere Franssprekende gebieden
crémants	=	crémant
crêpe	noun	dun pannenkoekje
crêpepapier	noun	zeer dun, vaak felgekleurd papier met een rimpelig oppervlak
crêpepapieren	adj	gemaakt van crêpepapier
crêpepapiertje	=	crêpepapier
crêpepapiertjes	=	crêpepapier
crêperie	noun	restaurant waar ze pannenkoeken serveren
crêperies	=	crêperie
crêpes	=	crêpe
crêpezolen	=	crêpezool
crêpezool	noun	zeer zachte schoenzool gemaakt van de melk van de heveaboom
cs	noun	het belangrijkste treinstation van een stad
cs-gas	noun	traangas, braakgas
cs-gasje	=	cs-gas
cs-gasjes	=	cs-gas
cs-gassen	=	cs-gas
csardas	noun	Hongaarse volksdans
csardassen	=	csardas
css-kleur	noun	elke kleur die gedefinieerd is voor gebruik op webpagina's Er zijn 16.777.216 kleuren omschreven met behulp van drie getalswaarden voor de hoeveelheid rood, groen en blauw, waarvan er eerst 16 en later 140 ook met een naam kunnen worden aangeduid.
css-kleuren	=	css-kleur
ct	noun	afkorting van: "Computed Tomography" (beeldvorming door computertomografie)
ct-scan	noun	een door een CT-scanner samengestelde beeldpresentatie van een reeks opnamen die zijn verkregen door een lichaam of object, laag voor laag en rondom, met röntgenstralen door te lichten
ct-scanner	noun	apparaat voor computertomografie
ct-scanners	=	ct-scanner
ct-scans	=	ct-scan
cuba-amazone	noun	Amazona leucocephalus een papegaaiachtige uit de familie van de papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
cuba-amazonen	=	cuba-amazone
cuba-amazones	=	cuba-amazone
cuba-amazonetje	=	cuba-amazone
cuba-amazonetjes	=	cuba-amazone
cubaan	noun	chemische koolwaterstof C8H8 waarbij de C atomen een kubus vormen
cubaans	adj	op Cuba betrekking hebbend
cubaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Cuba, of een vrouw afkomstig uit Cuba
cubaansen	=	cubaanse
cubaanser	=	cubaans
cubaansere	=	cubaans
cubaansers	=	cubaans
cubaanses	=	cubaanse
cubaanst	=	cubaans
cubaanste	=	cubaans
cubaantje	=	cubaan
cubanen	=	cubaan
cubatroepiaal	noun	Ptiloxena atroviolacea een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
cubatroepiaaltje	=	cubatroepiaal
cubatroepiaaltjes	=	cubatroepiaal
cubatroepialen	=	cubatroepiaal
cubazanger	noun	Setophaga pityophila een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
cubazangers	=	cubazanger
cubazangertje	=	cubazanger
cubazangertjes	=	cubazanger
cuberdon	noun	kegelvormig, paars snoepje uit Gent
cuberdons	=	cuberdon
cue	noun	aanwijzing van de regisseur voor iemand die in beeld iets moet zeggen of doen of voor een verandering van de belichting of het decor
cuede	=	cueën
cueden	=	cueën
cues	=	cue
cuet	=	cueën
cueë	=	cueën
cueën	verb	regieaanwijzingen geven
cueënd	=	cueën
cueënde	=	cueën
cuisine	noun	manier van koken, geheel van zeer verzorgde of voor een kok, instelling of gebied kenmerkende maaltijden en bereidingswijzen
cuisines	=	cuisine
cuisinier	noun	iemand die voor zijn beroep eten klaarmaakt
cuisiniers	=	cuisinier
cuisiniertje	=	cuisinier
cuisiniertjes	=	cuisinier
cuisson	noun	de manier waarop een vis of vlees is bereid
cuissonnetje	=	cuisson
cuissonnetjes	=	cuisson
cuissons	=	cuisson
cuissontje	=	cuisson
cuissontjes	=	cuisson
culdoscopie	noun	medisch onderzoek van de bekkenorganen van de vrouw
culdoscopietje	=	culdoscopie
culdoscopietjes	=	culdoscopie
culdoscopieën	=	culdoscopie
culemborger	noun	een inwoner van Culemborg, of iemand afkomstig uit Culemborg
culemborgers	=	culemborger
culemborgertje	=	culemborger
culemborgertjes	=	culemborger
culemborgs	adj	op Culemborg betrekking hebbend
culemborgse	noun	een vrouwelijke inwoner van Culemborg, of een vrouw afkomstig uit Culemborg
culemborgsen	=	culemborgse
culi	noun	iemand die zich beroepsmatig bezighoudt met het maken van lekkere maaltijden
culi's	=	culi
culinair	adj	met betrekking tot de kookkunst
culinairder	=	culinair
culinairdere	=	culinair
culinairders	=	culinair
culinaire	=	culinair
culinairs	=	culinair
culinairst	=	culinair
culinairste	=	culinair
culminatie	noun	een hemellichaam culmineert als het zijn hoogste punt bereikt in zijn dagelijkse omloop boven de horizon
culminatiepunt	noun	punt van culminatie, hoogste punt, toppunt
culminatiepunten	=	culminatiepunt
culminatiepuntje	=	culminatiepunt
culminatiepuntjes	=	culminatiepunt
culminaties	=	culminatie
culmineer	=	culmineren
culmineerde	=	culmineren
culmineerden	=	culmineren
culmineert	=	culmineren
culminere	=	culmineren
culmineren	verb	uiteindelijk resulteren in
culminerend	=	culmineren
culminerende	=	culmineren
culotte	noun	broek met pijpen die tot net onder de knie komen, zoals die vanaf het eind van de 16e tot het begin van de 19e eeuw door Europese mannen werden gedragen
culottes	=	culotte
culpabiliseer	=	culpabiliseren
culpabiliseerde	=	culpabiliseren
culpabiliseerden	=	culpabiliseren
culpabiliseert	=	culpabiliseren
culpabilisere	=	culpabiliseren
culpabiliseren	verb	iemand beschuldigen of zichzelf schuldig laten voelen
culpabiliserend	=	culpabiliseren
culpabiliserende	=	culpabiliseren
culpoos	adj	door schuld veroorzaakt
culpoost	=	culpoos
culpooste	=	culpoos
culpoze	=	culpoos
culpozer	=	culpoos
culpozere	=	culpoos
culpozers	=	culpoos
cult	noun	subcultuur, levensstijl
cultboek	noun	een boek dat door een groep mensen wordt bewonderd en grote invloed op deze mensen heeft; boek waaromheen een hele cultus is gegroeid
cultboeken	=	cultboek
cultboekje	=	cultboek
cultboekjes	=	cultboek
culten	=	cultus
cultfiguren	=	cultfiguur
cultfiguur	noun	iemand die binnen een bepaalde subcultuur heel erg wordt bewonderd
cultfiguurtje	=	cultfiguur
cultfiguurtjes	=	cultfiguur
cultfilm	noun	film die populair is bij een kleine maar betrokken groep fans
cultfilmpje	=	cultfilm
cultfilmpjes	=	cultfilm
cultfilms	=	cultfilm
cultheld	noun	iemand die bewonderd wordt binnen een kleine subcultuur
culthelden	=	cultheld
cultisch	adj	behorend of betrekking hebbend op de verering van een godheid, voorwerp of idool
cultische	=	cultisch
cultischer	=	cultisch
cultischere	=	cultisch
cultischers	=	cultisch
cultivar	noun	kunstmatig gekweekt ras (meestal planten)
cultivars	=	cultivar
cultivatie	noun	het cultiveren, verbouwing
cultivaties	=	cultivatie
cultivator	noun	landbouwwerktuig om de grond los te maken en het onkruid te bestrijden
cultivatoren	=	cultivator
cultivators	=	cultivator
cultivatortje	=	cultivator
cultivatortjes	=	cultivator
cultiveer	=	cultiveren
cultiveerde	=	cultiveren
cultiveerden	=	cultiveren
cultiveeren	=	cultiveren
cultiveert	=	cultiveren
cultivere	=	cultiveren
cultiveren	verb	in cultuur brengen
cultiverend	=	cultiveren
cultiverende	=	cultiveren
cultivering	noun	het cultiveren
cultiveringen	=	cultivering
cultivéparel	noun	kunstmatig in de oester gekweekte parel
cultivéparelen	=	cultivéparel
cultivéparels	=	cultivéparel
cultje	=	cult
cultklassieker	noun	kunstwerk dat binnen een subcultuur al geruime tijd wordt bewonderd
cultklassiekers	=	cultklassieker
cults	=	cult
cultserie	noun	een televisie- of radioserie die populair is in een bepaalde subcultuur
cultseries	=	cultserie
cultstatus	noun	iets dat of iemand die de status van verering bereikt
cultstatusje	=	cultstatus
cultstatusjes	=	cultstatus
cultstatussen	=	cultstatus
culture	noun	op een voedingsbodem gekweekte micro-organismen van een bepaalde soort
cultureel	adj	met betrekking tot cultuur, met betrekking tot de kunsten
cultureel-historisch	adj	betreffende de geschiedenis van de kunst, cultuur en menselijke samenlevingen
cultureel-historische	=	cultureel-historisch
cultureel-historischer	=	cultureel-historisch
cultureel-historischere	=	cultureel-historisch
cultureel-historischers	=	cultureel-historisch
cultureel-maatschappelijk	adj	zowel cultureel als maatschappelijk
cultureel-maatschappelijke	=	cultureel-maatschappelijk
cultureel-maatschappelijker	=	cultureel-maatschappelijk
cultureel-maatschappelijkere	=	cultureel-maatschappelijk
cultureel-maatschappelijkers	=	cultureel-maatschappelijk
cultureel-maatschappelijks	=	cultureel-maatschappelijk
cultureel-maatschappelijkst	=	cultureel-maatschappelijk
cultureel-maatschappelijkste	=	cultureel-maatschappelijk
cultureels	=	cultureel
cultureelst	=	cultureel
cultureelste	=	cultureel
culturele	=	cultureel
cultureler	=	cultureel
culturelere	=	cultureel
culturelers	=	cultureel
culturen	=	cultuur
cultures	=	culture
cultus	noun	verering van een godheid, godsverering, eredienst
cultusbeeld	noun	beeld dat voorwerp is van godsdienstige verering
cultusbeelden	=	cultusbeeld
cultusbeeldje	=	cultusbeeld
cultusbeeldjes	=	cultusbeeld
cultusje	=	cultus
cultussen	=	cultus
cultuur	noun	het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren, die deze activiteiten een zekere betekenis geven met name kunst en wetenschap
cultuuraanbod	noun	kunstuitingen die beschikbaar zijn voor het publiek
cultuurbarbaar	noun	iemand met weinig benul van culturele zaken en waarden
cultuurbarbaartje	=	cultuurbarbaar
cultuurbarbaartjes	=	cultuurbarbaar
cultuurbarbaren	=	cultuurbarbaar
cultuurbegroting	noun	geld dat in een overheidsbegroting beschikbaar is voor kunstsubsidies
cultuurbegrotingen	=	cultuurbegroting
cultuurbehoud	noun	het onderhoud en de bescherming van cultureel erfgoed
cultuurbeleid	noun	plan van aanpak op het gebied van de culturele sector door een overheid
cultuurbezit	noun	verzamelterm voor zaken die in de tradities van een groep mensen ook een symbolische waarde hebben en daarom met veel aandacht worden vormgegeven of in stand gehouden
cultuurbezoek	noun	het bezoek aan culturele instellingen zoals bijvoorbeeld musea en theatervoorstellingen
cultuurbezoeken	=	cultuurbezoek
cultuurbezoekje	=	cultuurbezoek
cultuurbezoekjes	=	cultuurbezoek
cultuurbotsing	noun	een conforntatie tussen verschillende manieren van leven
cultuurbotsingen	=	cultuurbotsing
cultuurbotsinkje	=	cultuurbotsing
cultuurbotsinkjes	=	cultuurbotsing
cultuurbreuk	noun	plotselinge verandering in de manier waarop mensen gewoon zijn te handelen
cultuurbreuken	=	cultuurbreuk
cultuurbudget	noun	geld dat beschikbaar is voor kunst en kunstuitingen
cultuurbudgets	=	cultuurbudget
cultuurbudgetten	=	cultuurbudget
cultuurcafeetje	=	cultuurcafé
cultuurcafeetjes	=	cultuurcafé
cultuurcafé	noun	gelegenheid waar cultuur liefhebbers kunnen samenkomen
cultuurcafés	=	cultuurcafé
cultuurcentra	=	cultuurcentrum
cultuurcentrum	noun	plaats waar culturele activiteiten plaatsvinden
cultuurcentrumpje	=	cultuurcentrum
cultuurcentrumpjes	=	cultuurcentrum
cultuurcentrums	=	cultuurcentrum
cultuurclash	noun	botsing van culturen
cultuurclashes	=	cultuurclash
cultuurcommissie	noun	groep mensen die zich bezighoudt met de kunsten
cultuurcommissies	=	cultuurcommissie
cultuurcomplex	noun	gebouw waarin meerdere culturele instellingen zijn gevestigd
cultuurcomplexen	=	cultuurcomplex
cultuurcritici	=	cultuurcriticus
cultuurcriticus	noun	iemand die cultuuruitingen kritisch bespreekt
cultuurdebat	noun	discussie over kunst en cultuurpolitiek
cultuurdebatten	=	cultuurdebat
cultuurdepartement	noun	een ministerie van de overheid die zich met het vakgebied van kunst en cultuur bezig houdt
cultuurdepartementen	=	cultuurdepartement
cultuurdrager	noun	iemand die een belangrijke rol speelt in de culturele sector
cultuurdragers	=	cultuurdrager
cultuureducatie	noun	onderwijs over kunst en met name kunstgeschiedenis
cultuureducaties	=	cultuureducatie
cultuurevenement	noun	evenement waarbij verschillende vormen van cultuur worden gepresenteerd of gevierd
cultuurevenementen	=	cultuurevenement
cultuurfestival	noun	bijeenkomst waarin allerlei culturele uitingen centraal staan
cultuurfestivals	=	cultuurfestival
cultuurfilosofen	=	cultuurfilosoof
cultuurfilosofie	noun	vakgebied binnen de filosofie dat de mens in een door mensen veranderende maatschappij bestudeert
cultuurfilosofieën	=	cultuurfilosofie
cultuurfilosofisch	adj	betrekking hebbend op een tak van de filosofie die de wezenlijke aard, betekenis, waarden en ontwikkeling van menselijke cultuur onderzoekt
cultuurfilosofische	=	cultuurfilosofisch
cultuurfilosofischer	=	cultuurfilosofisch
cultuurfilosofischere	=	cultuurfilosofisch
cultuurfilosofischers	=	cultuurfilosofisch
cultuurfilosoof	noun	iemand die filosofeert over het wezen van een menselijke samenleving
cultuurfonds	noun	fonds dat het kapitaal gebruikt voor culturele activiteiten
cultuurfondsen	=	cultuurfonds
cultuurgebied	noun	het gebied waar men een bepaalde cultuur kan aantreffen
cultuurgebieden	=	cultuurgebied
cultuurgebiedje	=	cultuurgebied
cultuurgebiedjes	=	cultuurgebied
cultuurgebonden	adj	van iets dat het onlosmakelijk verbonden is met de gewoonten en gebruiken van een bepaalde groep of samenleving
cultuurgebondener	=	cultuurgebonden
cultuurgebondeners	=	cultuurgebonden
cultuurgebondenheid	noun	het cultuurgebonden zijn
cultuurgebondens	=	cultuurgebonden
cultuurgebondenst	=	cultuurgebonden
cultuurgebondenste	=	cultuurgebonden
cultuurgemeenschap	noun	gemeenschap die opkomt voor bepaalde aspecten van een cultuur
cultuurgemeenschappen	=	cultuurgemeenschap
cultuurgeschiedenis	noun	onderzoek naar een historische periode in zijn geheel met aandacht voor cultuur en sociale instellingen maar niet met politiek, economie of staatsinrichting; cultuur van de beschaving
cultuurgeschiedenissen	=	cultuurgeschiedenis
cultuurgewas	noun	geteeld landbouwgewas
cultuurgewasje	=	cultuurgewas
cultuurgewasjes	=	cultuurgewas
cultuurgewassen	=	cultuurgewas
cultuurgoed	noun	datgene wat in de tradities van een groep mensen een bijzondere waarde heeft en daarom met speciale aandacht wordt vormgegeven of in stand gehouden
cultuurgoederen	=	cultuurgoed
cultuurgrond	noun	door landbouwers ontgonnen grond
cultuurgronden	=	cultuurgrond
cultuurgrondje	=	cultuurgrond
cultuurgrondjes	=	cultuurgrond
cultuurheld	noun	iemand die een belangrijke rol heeft gespeeld aan het begin van een cultuur
cultuurhelden	=	cultuurheld
cultuurheldje	=	cultuurheld
cultuurheldjes	=	cultuurheld
cultuurhistorici	=	cultuurhistoricus
cultuurhistoricus	noun	iemand de de cultuurgeschiedenis bestudeert; iemand die veel wee van de geschiedenis van de levensstijl
cultuurhistorie	noun	waarneembare ontwikkeling van een beschaving of van beschavingen in het algemeen
cultuurhistorisch	adj	vanuit de ontwikkeling die een beschaving doormaakt
cultuurhistorische	=	cultuurhistorisch
cultuurhistorischer	=	cultuurhistorisch
cultuurhistorischere	=	cultuurhistorisch
cultuurhistorischers	=	cultuurhistorisch
cultuurhuis	noun	gebouw met verschillende buurtfuncties; gebouw met culturele functies voor een bepaalde gemeenschap
cultuurhuisje	=	cultuurhuis
cultuurhuisjes	=	cultuurhuis
cultuurhuizen	=	cultuurhuis
cultuurimperialisme	noun	de neiging om eigen kennis en kunst aan andere volken op te dringen
cultuurindustrie	noun	alle bedrijven en organisaties die cultuur producties maken en aanbieden
cultuurindustrieën	=	cultuurindustrie
cultuurkaart	noun	een pas waarbij de houder korting krijgt bij culturele instellingen
cultuurkaarten	=	cultuurkaart
cultuurkloof	noun	schijnbaar onoverbrugbaar verschil in culturele achtergrond tussen mensen(groepen)
cultuurkloven	=	cultuurkloof
cultuurkring	noun	geografisch gebied waarbinnen een zekere homogeniteit van cultuur heerst
cultuurkringen	=	cultuurkring
cultuurkritiek	noun	het commentaar leveren op (een bepaald aspect van) de cultuur
cultuurkritieken	=	cultuurkritiek
cultuurkritisch	adj	betreffende een kritische beschouwing of oordeel over de (hedendaagse) samenleving, haar waarden, normen en uitingen.
cultuurkritische	=	cultuurkritisch
cultuurkritischer	=	cultuurkritisch
cultuurkritischere	=	cultuurkritisch
cultuurkritischers	=	cultuurkritisch
cultuurland	noun	landschap dat sterk door menselijk handelen is beïnvloed
cultuurlanden	=	cultuurland
cultuurlandschap	noun	het landschap dat voornamelijk door de mens is gevormd, vooral in tegenstelling tot natuurlandschap dat zonder menselijke tussenkomst is ontstaan
cultuurlandschapje	=	cultuurlandschap
cultuurlandschapjes	=	cultuurlandschap
cultuurlandschappen	=	cultuurlandschap
cultuurleven	noun	alles en iedereen die betrokken is bij kunst en kunstuitingen
cultuurliefhebber	noun	iemand die veel van kunst houdt
cultuurliefhebbers	=	cultuurliefhebber
cultuurlijk	adj	alles wat betrekking heeft op menselijke activiteiten
cultuurlijke	=	cultuurlijk
cultuurlijker	=	cultuurlijk
cultuurlijkere	=	cultuurlijk
cultuurlijkers	=	cultuurlijk
cultuurlijks	=	cultuurlijk
cultuurlijkst	=	cultuurlijk
cultuurlijkste	=	cultuurlijk
cultuurlockdown	noun	noodmaatregel die vooral culturele activiteiten verbiedt en stillegt
cultuurlockdowns	=	cultuurlockdown
cultuurloos	adj	zonder cultuur, zonder opvoeding of smaak
cultuurloosheid	noun	het cultuurloos zijn
cultuurloost	=	cultuurloos
cultuurlooste	=	cultuurloos
cultuurloze	=	cultuurloos
cultuurlozer	=	cultuurloos
cultuurlozere	=	cultuurloos
cultuurlozers	=	cultuurloos
cultuurmanager	noun	persoon die organisatorische activiteiten verricht in de cultuursector
cultuurmanagers	=	cultuurmanager
cultuurmarxistisch	adj	betreffende een een samenzweringstheorie gaat die veronderstelt dat linkse marxistische ideeën en denkers verantwoordelĳk zouden zĳn voor het ondermĳnen en omverwerpen van de westerse cultuur
cultuurmarxistische	=	cultuurmarxistisch
cultuurmarxistischer	=	cultuurmarxistisch
cultuurmarxistischere	=	cultuurmarxistisch
cultuurmarxistischers	=	cultuurmarxistisch
cultuurminister	noun	een minister in een kabinet die zich bezig houdt met kunst en cultuur
cultuurministers	=	cultuurminister
cultuurministertje	=	cultuurminister
cultuurministertjes	=	cultuurminister
cultuurminnend	adj	van iets of iemand dat hij of zij van kunst houdt
cultuurminnende	=	cultuurminnend
cultuurminnender	=	cultuurminnend
cultuurminnendere	=	cultuurminnend
cultuurminnenders	=	cultuurminnend
cultuurminnends	=	cultuurminnend
cultuurminnendst	=	cultuurminnend
cultuurminnendste	=	cultuurminnend
cultuurmonument	noun	een waardevol stuk cultuur
cultuurmonumenten	=	cultuurmonument
cultuurnota	noun	document waarin cultuurbeleid wordt gepresenteerd
cultuurnota's	=	cultuurnota
cultuuromslag	noun	radicale verandering van normen, waarden en gewoonten
cultuuromslagen	=	cultuuromslag
cultuuroverdracht	noun	overdracht van culturele 'verworvenheden' of waarden
cultuuroverdrachten	=	cultuuroverdracht
cultuurpact	noun	overeenkomst tussen de Belgische politieke partijen om openbare culturele instellingen pluralistisch te doen zijn en dat deze geen gebruikers mogen discrimineren om ideologische, filosofische of politieke redenen
cultuurpacten	=	cultuurpact
cultuurpaleis	noun	zeer groot en indrukwekkend gebouw voor culturele activiteiten
cultuurpaleizen	=	cultuurpaleis
cultuurparagraaf	noun	deel van een beleidsprogramma dat de voornemens beschrijft die betrekking hebben op kunstbeoefening, erfgoed, taal en media
cultuurparagrafen	=	cultuurparagraaf
cultuurparticipatie	noun	actief meedoen aan kunstzinnige activiteiten
cultuurparticipaties	=	cultuurparticipatie
cultuurpaus	noun	iemand met verondersteld groot gezag op het gebied van kunst en wetenschappen
cultuurpausen	=	cultuurpaus
cultuurpausje	=	cultuurpaus
cultuurpausjes	=	cultuurpaus
cultuurpessimisme	noun	twijfel aan de vooruitgang en het vooruitgangsgeloof
cultuurpessimist	noun	iemand die somber gestemd is ten aanzien van de ontwikkeling van de cultuur en de de vooruitgang in het algemeen
cultuurpessimisten	=	cultuurpessimist
cultuurpessimistisch	adj	betreffende een sombere visie die stelt dat de samenleving en haar waarden onomkeerbaar in verval raken
cultuurpessimistische	=	cultuurpessimistisch
cultuurpessimistischer	=	cultuurpessimistisch
cultuurpessimistischere	=	cultuurpessimistisch
cultuurpessimistischers	=	cultuurpessimistisch
cultuurpolitiek	noun	politiek t.a.v. de cultuur	adj	met betrekking tot cultuurpolitiek
cultuurpolitieke	=	cultuurpolitiek
cultuurpolitieker	=	cultuurpolitiek
cultuurpolitiekere	=	cultuurpolitiek
cultuurpolitiekers	=	cultuurpolitiek
cultuurpolitieks	=	cultuurpolitiek
cultuurpolitiekst	=	cultuurpolitiek
cultuurpolitiekste	=	cultuurpolitiek
cultuurprijs	noun	erkenning voor een uitzonderlijke culturele prestatie
cultuurprijzen	=	cultuurprijs
cultuurprogramma	noun	radio- of televisieprogramma over kunst
cultuurprogramma's	=	cultuurprogramma
cultuurprogrammaatje	=	cultuurprogramma
cultuurprogrammaatjes	=	cultuurprogramma
cultuurpsychologen	=	cultuurpsycholoog
cultuurpsycholoog	noun	iemand die psychologisch onderzoek doet naar wat gewoon is een bepaalde menselijke samenleving
cultuurraad	noun	officiële instelling die toeziet op naleving van de normen en waarden die in een bepaalde samenleving gangbaar zijn
cultuurraden	=	cultuurraad
cultuurredactie	noun	groep journalisten die stukken schrijven over culturele onderwerpen
cultuurredacties	=	cultuurredactie
cultuurrelativisme	noun	relativisme t.a.v. de eigen cultuur, het uitgangspunt dat de waarden van de eigen cultuur betrekkelijk zijn en dat men een cultuur niet vanuit een andere zou kunnen beoordelen
cultuurschat	noun	kunstschat die belangrijk is als een symbool van een bepaalde menselijke samenleving
cultuurschatten	=	cultuurschat
cultuurschok	noun	cultuurshock, botsing tussen twee of meer levenswijzen
cultuurschokcursus	noun	een training of voorlichtingssessie bedoeld om mensen voor te bereiden op de psychologische en emotionele impact van het leven en werken in een andere cultuur.
cultuurschokcursusje	=	cultuurschokcursus
cultuurschokcursusjes	=	cultuurschokcursus
cultuurschokcursussen	=	cultuurschokcursus
cultuurschokje	=	cultuurschok
cultuurschokjes	=	cultuurschok
cultuurschokken	=	cultuurschok
cultuursector	noun	deel van de maatschappij, waar de kunst en cultuur wordt geproduceerd, gepresenteerd, gepubliceerd, geconsumeerd en geconserveerd
cultuursectoren	=	cultuursector
cultuursectors	=	cultuursector
cultuursfeer	noun	omgeving van kunstenaars en kunstliefhebbers
cultuurshock	noun	botsing tussen twee of meer levenswijzen
cultuurshockje	=	cultuurshock
cultuurshockjes	=	cultuurshock
cultuurshocks	=	cultuurshock
cultuursociologen	=	cultuursocioloog
cultuursociologie	noun	de betekenis van kunst in een samenleving
cultuursocioloog	noun	iemand die de rol van kunst in een samenleving onderzoekt
cultuursponsoring	noun	financiële ondersteuning van de kunsten
cultuursponsoringen	=	cultuursponsoring
cultuurspreiding	noun	het proces waarbij culturele kenmerken, instellingen, normen en waarden worden verspreid van de ene menselijke samenleving, gemeenschap of generatie naar een andere.
cultuurspreidingen	=	cultuurspreiding
cultuurspreidinkje	=	cultuurspreiding
cultuurspreidinkjes	=	cultuurspreiding
cultuurstad	noun	stad die van groot belang is voor de kunst
cultuurstadje	=	cultuurstad
cultuurstadjes	=	cultuurstad
cultuursteden	=	cultuurstad
cultuurstelsel	noun	het destijds in Nederlands-Indië ingevoerde stelsel waarbij de bevolking verplicht werd om gewassen voor het gouvernement te verbouwen
cultuurstelsels	=	cultuurstelsel
cultuurstrijd	noun	strijd tussen twee of meer groepen die strijden om de culturele dominantie in een bepaalde samenleving
cultuurstrijden	=	cultuurstrijd
cultuurtaal	noun	taal die de standaardtaal is in een gebied waar ook dialecten worden gesproken
cultuurtaaltje	=	cultuurtaal
cultuurtaaltjes	=	cultuurtaal
cultuurtalen	=	cultuurtaal
cultuurtechniek	noun	de techniek die nodig is om grond geschikt te maken voor de landbouw
cultuurtechnieken	=	cultuurtechniek
cultuurtechnisch	adj	betreffende het inrichten, verbeteren en beheren van landelijk gebied met name om het voor de langbouw geschikt te maken
cultuurtechnische	=	cultuurtechnisch
cultuurtechnischer	=	cultuurtechnisch
cultuurtechnischere	=	cultuurtechnisch
cultuurtechnischers	=	cultuurtechnisch
cultuurtempel	noun	groot en indrukwekkend gebouw dat geschikt is voor culturele toepassingen
cultuurtempels	=	cultuurtempel
cultuurtempeltje	=	cultuurtempel
cultuurtempeltjes	=	cultuurtempel
cultuurtje	=	cultuur
cultuurtjes	=	cultuur
cultuurtoerisme	noun	vorm van toerisme waarbij men zich verdiept in de cultuur, en dan vooral de kunst, van een land, gebied of stad
cultuurtuin	noun	grote aangelegde tuin met cultuurgewassen, o.a. bestemd voor het aanplanten van nieuwe gewassen
cultuurtuinen	=	cultuurtuin
cultuuruiting	noun	culturele of kunstzinnige manifestatie
cultuuruitingen	=	cultuuruiting
cultuurverandering	noun	het veranderen van de gewoonten die binnen een groep heersen
cultuurveranderingen	=	cultuurverandering
cultuurveranderingetje	=	cultuurverandering
cultuurveranderingetjes	=	cultuurverandering
cultuurvereniging	noun	een organisatie waarin mensen met een gedeelde interesse in kunst, erfgoed of creativiteit samenkomen.
cultuurverenigingen	=	cultuurvereniging
cultuurverenigingetje	=	cultuurvereniging
cultuurverenigingetjes	=	cultuurvereniging
cultuurvermenging	noun	het proces waarbij elementen uit verschillende culturen samensmelten tot iets nieuws of door elkaar worden gebruikt.
cultuurvermengingen	=	cultuurvermenging
cultuurvermenginkje	=	cultuurvermenging
cultuurvermenginkjes	=	cultuurvermenging
cultuurverrijker	noun	immigrant uit een niet-westers land die maatschappelijk onwenselijk gedrag heeft vertoond
cultuurverrijkers	=	cultuurverrijker
cultuurverschijnsel	noun	opvallend of kenmerkend onderdeel binnen de tradities, opvattingen, waarden en normen van een samenleving
cultuurverschijnselen	=	cultuurverschijnsel
cultuurverschijnsels	=	cultuurverschijnsel
cultuurverschil	noun	verschillen in de eigenaardigheden van verschillende groepen mensen
cultuurverschillen	=	cultuurverschil
cultuurverschilletje	=	cultuurverschil
cultuurverschilletjes	=	cultuurverschil
cultuurvolger	noun	iemand die graag op de hoogte blijft van ontwikkelingen op cultureel gebied
cultuurvolgers	=	cultuurvolger
cultuurvolgertje	=	cultuurvolger
cultuurvolgertjes	=	cultuurvolger
cultuurvolk	noun	volk/bevolkingsgroep met een hoge mate van beschaving
cultuurvolken	=	cultuurvolk
cultuurvolkeren	=	cultuurvolk
cultuurvolkje	=	cultuurvolk
cultuurvolkjes	=	cultuurvolk
cultuurwaarde	noun	de mate waarin iets van cultureel belang is
cultuurwaarden	=	cultuurwaarde
cultuurwaardes	=	cultuurwaarde
cultuurwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de de kunst en andere cultuuruitingen
cultuurwerelden	=	cultuurwereld
cultuurwetenschap	noun	een van de wetenschappen, die bepaalde facetten van de cultuur bestuderen.
cultuurwetenschappen	=	cultuurwetenschap
cultuurwetenschapper	noun	iemand die menselijke gedragingen in samenlevingen onderzoekt
cultuurwetenschappers	=	cultuurwetenschapper
cultuurwethouder	noun	door de gemeenteraad gekozen lid van het dagelijks bestuur van een gemeente dat verantwoordelijk is voor het beleid rond kunst en erfgoed
cultuurwethouders	=	cultuurwethouder
cultuurzender	noun	radio- of televisiezender met voornamelijk culturele- en kunstprogramma's
cultuurzenders	=	cultuurzender
cum-lauderegeling	noun	een speciale vermelding op je diploma.
cum-lauderegelingen	=	cum-lauderegeling
cum-lauderegelingetje	=	cum-lauderegeling
cum-lauderegelingetjes	=	cum-lauderegeling
cumarine	noun	een welriekende organische verbinding, waarvan in de geneeskunde de derivaten als geneesmiddelen gebruikt worden
cumarinen	=	cumarine
cumarines	=	cumarine
cumbia	noun	Zuid-Amerikaanse, Colombiaanse dans
cumi	noun	culturele minderheid
cumi's	=	cumi
cummerband	noun	brede gordel van stof, gedragen bij heren-avondkleding
cummerbandje	=	cummerband
cummerbandjes	=	cummerband
cummerbands	=	cummerband
cummerbund	noun	brede gordel van stof, gedragen bij heren-avondkleding
cummerbundje	=	cummerbund
cummerbundjes	=	cummerbund
cummerbunds	=	cummerbund
cumshot	noun	fragment uit een pornofilm dat de uitstoot van sperma laat zien
cumshots	=	cumshot
cumul	noun	het afleggen van alle vakken van twee academiejaren in één jaar
cumulatie	noun	samenvoeging, opeenhoping, opeenstapeling
cumulatief	adj	opstapelend, gesommeerd over alle bijdragen tot heden
cumulatiefs	=	cumulatief
cumulatiefst	=	cumulatief
cumulatiefste	=	cumulatief
cumulaties	=	cumulatie
cumulatieve	=	cumulatief
cumulatiever	=	cumulatief
cumulatievere	=	cumulatief
cumulatievers	=	cumulatief
cumuleer	=	cumuleren
cumuleerbaar	adj	geschikt om verzameld te worden, geschikt om gestapeld te worden
cumuleerbaarder	=	cumuleerbaar
cumuleerbaardere	=	cumuleerbaar
cumuleerbaarders	=	cumuleerbaar
cumuleerbaars	=	cumuleerbaar
cumuleerbaarst	=	cumuleerbaar
cumuleerbaarste	=	cumuleerbaar
cumuleerbare	=	cumuleerbaar
cumuleerde	=	cumuleren
cumuleerden	=	cumuleren
cumuleert	=	cumuleren
cumulere	=	cumuleren
cumuleren	verb	zich opstapelen, ophopen
cumulerend	=	cumuleren
cumulerende	=	cumuleren
cumuli	=	cumulus
cumulonimbus	noun	grote zware wolk met een lage wolkenbasis maar die zeer hoog en dicht kan zijn.
cumulonimbusje	=	cumulonimbus
cumulonimbusjes	=	cumulonimbus
cumulonimbussen	=	cumulonimbus
cumuls	=	cumul
cumulus	noun	scherp afgelijnde wolken waarvan de basis donkerder, het bovenste deel met halfronde uitwassen wit is
cumulussen	=	cumulus
cumulverbod	noun	het tegelijk parlementslid zijn en een bepaald ander politiek ambt hebben (bv burgemeester of schepen)
cumulverboden	=	cumulverbod
cundinamarcamierpitta	noun	Grallaria kaestneri een zangvogel uit de familie Grallariidae.
cundinamarcamierpitta's	=	cundinamarcamierpitta
cundinamarcamierpittaatje	=	cundinamarcamierpitta
cundinamarcamierpittaatjes	=	cundinamarcamierpitta
cunnilingus	noun	het likken en kussen v.d. vrouwelijke geslachtsdelen
cuntpic	noun	een afbeelding van een vrouwelijk geslachtsdeel
cuntpicje	=	cuntpic
cuntpicjes	=	cuntpic
cuntpics	=	cuntpic
cup	noun	beker die dient als trofee voor de winnaar van een toernooi of concours waarbij meestal steeds de verliezers van wedstrijden afvallen, ook gebruikt aanduiding voor dat evenement
cupcake	noun	klein gebakje, meestal gebakken in een klein papieren of aluminium bakje
cupcakeje	=	cupcake
cupcakejes	=	cupcake
cupcakemama	noun	een thuisblijfmoeder die haar tijd primair wijdt aan de opvoeding en de zorg voor de kinderen en die zorgt, bakt en altijd beschikbaar is
cupcakemama's	=	cupcakemama
cupcakemamaatje	=	cupcakemama
cupcakemamaatjes	=	cupcakemama
cupcakes	=	cupcake
cupduel	noun	wedstrijd tussen twee ploegen of sporters in het kader van een toernooi
cupduellen	=	cupduel
cupduels	=	cupduel
cupfighter	noun	sportteam dat vooral sterk is in toernooien met een knock-outsysteem, met name in bekertoernooien
cupfighters	=	cupfighter
cupfinale	noun	bekerfinale
cupfinales	=	cupfinale
cupido	noun	voorstelling van mythologische hulpje van de god van de liefde (Cupido, ook wel Amor) als een bloot, vlezig knaapje met pijl en boog
cupido's	=	cupido
cupidootje	=	cupido
cupidootjes	=	cupido
cupje	=	cup
cupjes	=	cup
cupmaat	noun	inhoudsmaat van vrouwenborsten.
cupmaatje	=	cupmaat
cupmaatjes	=	cupmaat
cupmaten	=	cupmaat
cuppe	=	cuppen
cuppen	verb	met een bekertje muziek maken
cuppend	=	cuppen
cuppende	=	cuppen
cupping	noun	massage waarbij op de huidgeplaatste glazen kopjes vacuum gezogen worden waardoor de bloedsomloop gestimuleerd zou worden
cupraat	noun	een zout waarin koper in zijn hoogste oxidatietoestand het centrale atoom van een complex anion is
cupraten	=	cupraat
cups	=	cup
cupt	=	cuppen
cupte	=	cuppen
cupten	=	cuppen
cuptoernooi	noun	serie wedstrijden waarbij de winnaar een beker wint
cuptoernooien	=	cuptoernooi
cupuazu	noun	Theobroma grandiflorum een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
cupvoetbal	noun	bekervoetbal
cupwedstrijd	noun	bekerwedstrijd
cupwedstrijden	=	cupwedstrijd
cupwinnaar	noun	iemand die een bekerwedstrijd wint
cupwinnaars	=	cupwinnaar
curabel	adj	geneeslijk
curabele	=	curabel
curabeler	=	curabel
curabelere	=	curabel
curabelers	=	curabel
curabels	=	curabel
curabelst	=	curabel
curabelste	=	curabel
curanda	=	curandus
curandi	=	curandus
curandus	noun	persoon of organisatie die onder curatele is gesteld
curare	noun	verschillende vergiften die door sommige Zuid-Amerikaanse indianenstammen worden bereid uit onder andere een bepaalde liaan Chodondendron tomentosum en andere planten, waaronder Strychnos toxifera, Strychnos guianensis en Sciadotenia toxifera om te worden gebruikt op de punten van (blaas)pijltjes
curares	=	curare
curariseren	noun	chemische stof (curare) die spierverslapping geeft
curatele	noun	rechterlijke maatregel waarbij voor iemand een curator wordt aangesteld die de financiële beslissingen neemt voor deze persoon
curatie	noun	het proces waarbij de verschijnselen van een ziekte, spontaan of door een behandeling verdwijnen, waardoor de gezondheid hersteld wordt
curatief	adj	heilzaam, genezend
curatiefs	=	curatief
curatiefst	=	curatief
curatiefste	=	curatief
curaties	=	curatie
curatieve	=	curatief
curatiever	=	curatief
curatievere	=	curatief
curatievers	=	curatief
curator	noun	iemand die door de rechter is aangewezen om het beheer te voeren over de bezittingen van een natuurlijk persoon of van een rechtspersoon (curatele, faillissement)
curatoren	=	curator
curatoria	=	curatorium
curatorium	noun	college van curatoren
curatoriumpje	=	curatorium
curatoriumpjes	=	curatorium
curatoriums	=	curatorium
curators	=	curator
curatorschap	noun	het curator zijn
curatorschappen	=	curatorschap
curatortje	=	curator
curatrice	noun	vrouw die door de rechter is aangewezen om het beheer te voeren over de bezittingen van een natuurlijk persoon of van een rechtspersoon
curatrices	=	curatrice
curatricetje	=	curatrice
curatricetjes	=	curatrice
curatrix	noun	vrouw die door de rechter is aangewezen om het beheer te voeren over de bezittingen van een natuurlijk persoon of van een rechtspersoon
curaçao	noun	een soort likeur met de smaak van sinaasappel, vaak diepblauw van kleur.
curaçaos	adj	op Curaçao betrekking hebbend
curaçaose	noun	inwoonster van Curaçao
curaçaosen	=	curaçaose
curaçaoser	=	curaçaos
curaçaosere	=	curaçaos
curaçaosers	=	curaçaos
curaçaost	=	curaçaos
curaçaoste	=	curaçaos
curaçaoënaar	noun	inwoner van Curaçao
curaçaoënaars	=	curaçaoënaar
curaçaoënaartje	=	curaçaoënaar
curaçaoënaartjes	=	curaçaoënaar
curaçaoënaren	=	curaçaoënaar
curaçaoër	noun	een inwoner van Curaçao, of iemand afkomstig uit Curaçao
curaçaoërs	=	curaçaoër
curcumine	noun	chemische stof met de formule C₂₁H₂₀O₆
curcuminen	=	curcumine
curcumines	=	curcumine
cureer	=	cureren
cureerde	=	cureren
cureerden	=	cureren
cureert	=	cureren
curere	=	cureren
cureren	verb	genezen
curerend	=	cureren
curerende	=	cureren
curettage	noun	uitkrabbing bijv. om de inhoud van de baarmoeder te verwijderen
curettages	=	curettage
curette	noun	scherpe lepel, gebruikt om de binnenwand van de baarmoeder af te schrapen (te curetteren)
curetteer	=	curetteren
curetteerde	=	curetteren
curetteerden	=	curetteren
curetteert	=	curetteren
curetten	=	curette
curettere	=	curetteren
curetteren	verb	behandelen met een curettage
curetterend	=	curetteren
curetterende	=	curetteren
curettes	=	curette
curie	noun	het bestuursorgaan van de Heilige Stoel ten behoeve van de gehele Rooms-Katholieke Kerk
curiekardinaal	noun	kardinaal bij de pauselijke curie
curiekardinalen	=	curiekardinaal
curies	=	curie
curietemperaturen	=	curietemperatuur
curietemperatuur	noun	de temperatuur waarboven ferromagnetische materialen ophouden een permanent magneetveld om zich heen te bezitten
curieus	adj	verlangend om iets te weten of waar te nemen
curieust	=	curieus
curieuste	=	curieus
curieuze	=	curieus
curieuzeneus	noun	nieuwsgierigaard, nieuwsgierig persoon
curieuzeneuzemosterdpot	noun	iemand die buitengewoon nieuwsgierig is
curieuzeneuzemosterdpotten	=	curieuzeneuzemosterdpot
curieuzeneuzen	=	curieuzeneus
curieuzer	=	curieus
curieuzere	=	curieus
curieuzers	=	curieus
curiosa	=	curiosum
curiosamusea	=	curiosamuseum
curiosamuseum	noun	museum van vreemde, merkwaardige en zeldzame zaken
curiosamuseumpje	=	curiosamuseum
curiosamuseumpjes	=	curiosamuseum
curiosamuseums	=	curiosamuseum
curiositeit	noun	iets merkwaardigs
curiositeiten	=	curiositeit
curiositeitje	=	curiositeit
curiositeitjes	=	curiositeit
curiosum	noun	iets wat vreemd, merkwaardig en zeldzaam is, maar daarom nog niet noodzakelijkerwijs belangrijk of kostbaar
curiosumpje	=	curiosum
curiosumpjes	=	curiosum
curium	noun	een scheikundig element met symbool Cm en atoomnummer 96. Het is een zilverkleurig actinide
curiumatomen	=	curiumatoom
curiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element curium.
curiumatoompje	=	curiumatoom
curiumatoompjes	=	curiumatoom
curling	noun	een precisiesport die lijkt op bowls, jeu de boules en bocce, die op ijs gespeeld wordt gespeeld met zware stenen in plaats van metalen (of plastic) ballen
curlingkind	noun	kind van twee overbeschermende ouders
curlingkinderen	=	curlingkind
curlingkindje	=	curlingkind
curlingkindjes	=	curlingkind
curlingmoeder	noun	overmatig beschermende moeder die elk obstakel voor haar kind weg wil nemen
curlingmoeders	=	curlingmoeder
curlingmoedertje	=	curlingmoeder
curlingmoedertjes	=	curlingmoeder
curlingouder	noun	overmatig beschermende opvoeder die elk obstakel voor diens kind weg wil nemen
curlingouders	=	curlingouder
curlingoudertje	=	curlingouder
curlingoudertjes	=	curlingouder
curlingsteen	noun	een zware granieten schijf waarmee de sport curling wordt gespeeld
curlingsteentje	=	curlingsteen
curlingsteentjes	=	curlingsteen
curlingstenen	=	curlingsteen
curlingvader	noun	overmatig beschermende vader die elk obstakel voor zijn kind weg wil nemen
curlingvaders	=	curlingvader
curlingvadertje	=	curlingvader
curlingvadertjes	=	curlingvader
curricula	=	curriculum
curriculum	noun	plan of schema waarin een leertraject wordt uiteengezet, m.n. in het hoger onderwijs
curry	noun	verzamelnaam voor een aantal uit de Indiase keuken stammende gerechten
curry's	=	curry
curry'tje	=	curry
curryketchup	noun	een kruidige variant van tomatenketchup
curryketchupje	=	curryketchup
curryketchups	=	curryketchup
currysaus	noun	een sterk gekruide saus uit de Indiase keuken
currysausen	=	currysaus
currysausje	=	currysaus
currysausjes	=	currysaus
currysauzen	=	currysaus
curryworst	noun	worst die wordt geserveerd met currysaus, net als de braadworst een typisch Duitse specialiteit
curryworsten	=	curryworst
curryworstje	=	curryworst
curryworstjes	=	curryworst
cursief	adj	een schuingedrukt lettertype
cursiefje	noun	een luchtig deels verhalend, deels beschouwend prozastukje in een dag- of weekblad over alledaagse situaties
cursiefjes	=	cursiefje
cursiefs	=	cursief
cursiefst	=	cursief
cursiefste	=	cursief
cursieve	=	cursief
cursieven	=	cursief
cursiever	=	cursief
cursievere	=	cursief
cursievers	=	cursief
cursist	noun	iemand die een cursus volgt
cursiste	noun	vrouwelijke deelneemster aan een cursus
cursisten	=	cursist
cursistes	=	cursiste
cursistje	=	cursist
cursistjes	=	cursist
cursiveer	=	cursiveren
cursiveerde	=	cursiveren
cursiveerden	=	cursiveren
cursiveert	=	cursiveren
cursivere	=	cursiveren
cursiveren	verb	met schuine letters drukken
cursiverend	=	cursiveren
cursiverende	=	cursiveren
cursivering	noun	weergave in een meer schuin staande variant van een lettertype
cursiveringen	=	cursivering
cursiverinkje	=	cursivering
cursiverinkjes	=	cursivering
cursor	noun	een indicator die beweegt met de bewegingen van de muis en vaak pijlvormig is.
cursoren	=	cursor
cursorisch	adj	vluchtig, oppervlakkig
cursorische	=	cursorisch
cursorischer	=	cursorisch
cursorischere	=	cursorisch
cursorischers	=	cursorisch
cursors	=	cursor
cursortje	=	cursor
cursortjes	=	cursor
cursus	noun	reeks lessen die een afgesloten geheel vormen
cursusaanbod	noun	de opleidingen die door een onderwijsinstelling worden gegeven
cursusboek	noun	boek dat men gebruikt tijdens een opleiding
cursusboeken	=	cursusboek
cursusboekje	=	cursusboek
cursusboekjes	=	cursusboek
cursusdag	noun	dag dat men een opleiding volgt
cursusdagen	=	cursusdag
cursusduur	noun	tijdsverloop waarin een samenhangende reeks lessen over een onderwerp of van een opleiding kan worden gevolgd
cursusgeld	noun	geld dat je moet betalen om een cursus te kunnen volgen
cursusgelden	=	cursusgeld
cursusjaar	noun	periode van 12 maanden waarbinnen een instelling verschillende reeksen lessen aanbiedt
cursusjaren	=	cursusjaar
cursusje	=	cursus
cursusjes	=	cursus
cursusleider	noun	persoon die een opleiding of training verzorgt
cursusleiders	=	cursusleider
cursusleidster	noun	vrouw die een opleiding of training verzorgt
cursusleidsters	=	cursusleidster
cursusmateriaal	noun	boeken en andre zaken die men nodig heeft voor het volgen van onderwijs
cursusmaterialen	=	cursusmateriaal
cursusplaats	noun	mogelijkheid tot deelname aan een cursus
cursusplaatsen	=	cursusplaats
cursusprijs	noun	geld dat je moet betalen om een cursus te kunnen volgen
cursusprogramma	noun	de samenstelling van een cursus
cursusprogramma's	=	cursusprogramma
cursusruimte	noun	vertrek waarin onderwijs gegeven wordt
cursusruimten	=	cursusruimte
cursusruimtes	=	cursusruimte
cursussen	=	cursus
curvaturen	=	curvatuur
curvatuur	noun	kromming
curvatuurtje	=	curvatuur
curvatuurtjes	=	curvatuur
curve	noun	kromme lijn
curven	=	curve
curves	=	curve
curvetje	=	curve
curvimeter	noun	klein meetinstrument waarmee je op een papieren landkaart ongeveer kunt bepalen hoe lang de uitgestippelde route is
curvimeters	=	curvimeter
curvimetertje	=	curvimeter
curvimetertjes	=	curvimeter
curvy	adj	van een vrouw dat ze brede heupen, een smalle taille en relatief grote borsten heeft
curvy's	=	curvy
curvyer	=	curvy
curvyers	=	curvy
curvyst	=	curvy
curvyste	=	curvy
cushingsyndroom	noun	stofwisselingsziekte, vooral bij vrouwen, waarbij ten gevolge van overproductie van bijnierschorshormonen (cortisol) ernstige vetophopingen op de buik en in het gezicht (vollemaansgezicht) optreden
custard	noun	soort Engelse vla, gebonden door eidooiers of ook door eieren (oeufs au Karamel) of custardpoeder of eidooiers en zetmeel
custardappel	noun	Annona reticulata een tot 10 m hoge, in droge tijden bladverliezende, boom waarvan de vruchten eetbaar zijn.
custardappels	=	custardappel
custardappeltje	=	custardappel
custardappeltjes	=	custardappel
custardpoeder	noun	maizena voor het maken van custard
custardpoeders	=	custardpoeder
custardpoedertje	=	custardpoeder
custardpoedertjes	=	custardpoeder
custardpudding	noun	een romig, zoet nagerecht dat wordt gemaakt door melk (of room), suiker en eieren te verhitten totdat het mengsel door de eiwitten dikker wordt (stolt).
custardpuddingen	=	custardpudding
custardpuddinkje	=	custardpudding
custardpuddinkjes	=	custardpudding
custardvla	noun	een mengsel van eieren en melk dat verdikt wordt door het te verwarmen tot 80 °C. In combinatie met vanille en suiker wordt het gebruikt als nagerecht
custardvla's	=	custardvla
custardvlaatje	=	custardvla
custardvlaatjes	=	custardvla
custode	noun	de eerste woorden van een volgende pagina die onderaan de vorige pagina staan gedrukt
custoden	=	custode
custodes	=	custos
customercare	noun	service en dienstverlening aan klanten
customisatie	noun	het aanpassen van een product aan de wensen van een bepaalde gebruiker
customisaties	=	customisatie
customiseer	=	customiseren
customiseerde	=	customiseren
customiseerden	=	customiseren
customiseert	=	customiseren
customisere	=	customiseren
customiseren	verb	het aanpassen van een product (dienst of goed) aan de wensen van een bepaalde gebruiker
customiserend	=	customiseren
customiserende	=	customiseren
customize	=	customizen
customizede	=	customizen
customizeden	=	customizen
customizen	verb	een product of dienst aanpassen aan de individuele eindgebruiker
customizend	=	customizen
customizende	=	customizen
customizet	=	customizen
custommade	adj	op maat gemaakt
custommades	=	custommade
custos	noun	koster, huisbewaarder
cutaan	adj	met betrekking tot de huid
cutaans	=	cutaan
cutaanst	=	cutaan
cutaanste	=	cutaan
cutane	=	cutaan
cutaner	=	cutaan
cutanere	=	cutaan
cutaners	=	cutaan
cute	adj	enig, schattig
cuter	=	cute
cuters	=	cute
cutest	=	cute
cutia	noun	Cutia een geslacht van vogels uit de familie Leiothrichidae.
cutia's	=	cutia
cutiaatje	=	cutia
cutiaatjes	=	cutia
cuticula	noun	het zeer resistente laagje dat een plant beschermt tegen uitdroging, infecties en uv - straling
cuticula's	=	cuticula
cutie	noun	schatje
cuties	=	cutie
cutte	=	kut
cutter	noun	snijwerktuig
cutteren	verb	snijden met een cuttermes
cutterend	=	cutteren
cutterende	=	cutteren
cuttermes	noun	een uitschuifbaar mes dat vaak bij het knutselen wordt gebruikt
cuttermesje	=	cuttermes
cuttermesjes	=	cuttermes
cuttermessen	=	cuttermes
cutters	=	cutter
cutterzuiger	noun	baggervaartuig die de op te baggeren grond stukmaakt met een snijkopschroef
cutterzuigers	=	cutterzuiger
cutterzuigertje	=	cutterzuiger
cutterzuigertjes	=	cutterzuiger
cuvee	noun	wijn die ontstaat door het mengen van verschillende druivenrassen
cuvees	=	cuvee
cuvelage	noun	bekleding van (boor)schachten
cuvelages	=	cuvelage
cuvelagetje	=	cuvelage
cuvelagetjes	=	cuvelage
cuvette	noun	wasbekken, aarden steelpan, aarden schotel
cuvettes	=	cuvette
cuvierhaasmuis	noun	Lagidium viscacia knaagdier dat weliswaar op een konijn lijkt maar in werkelijkheid tot de wolmuizen behoort.
cuvierhaasmuisje	=	cuvierhaasmuis
cuvierhaasmuisjes	=	cuvierhaasmuis
cuvierhaasmuizen	=	cuvierhaasmuis
cuzcodwergspecht	noun	Picumnus subtilis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
cuzcodwergspechten	=	cuzcodwergspecht
cuzcodwergspechtje	=	cuzcodwergspecht
cuzcodwergspechtjes	=	cuzcodwergspecht
cuzcotapaculo	noun	Scytalopus urubambae een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
cuzcotapaculo's	=	cuzcotapaculo
cuzcotapaculootje	=	cuzcotapaculo
cuzcotapaculootjes	=	cuzcotapaculo
cuzcozanger	noun	Myiothlypis chrysogaster een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
cuzcozangers	=	cuzcozanger
cuzcozangertje	=	cuzcozanger
cuzcozangertjes	=	cuzcozanger
cv	noun	centrale verwarming
cv's	=	cv
cv'tje	=	cv
cv'tjes	=	cv
cv-installatie	noun	Het geheel van alle apperatuur nodig voor een centrale verwarming.
cv-installaties	=	cv-installatie
cv-installatietje	=	cv-installatie
cv-installatietjes	=	cv-installatie
cv-ketel	noun	een installatie waarin water verwarmd wordt voor de centrale verwarming (cv) van een woning of gebouw
cv-ketels	=	cv-ketel
cv-keteltje	=	cv-ketel
cv-keteltjes	=	cv-ketel
cv-leiding	noun	buis, meestal van koper, staal of kunststof, die warm water in een gesloten circuit transporteert tussen de cv-ketel en radiatoren of convectoren.
cv-leidingen	=	cv-leiding
cv-leidinkje	=	cv-leiding
cv-leidinkjes	=	cv-leiding
cv-monteur	noun	monteur van centrale verwarmingssystemen
cv-monteurs	=	cv-monteur
cva	noun	verstopping van een bloedvat in de hersenen of bloeding uit een bloedvat bij de hersenen
cva's	=	cva
cvb	noun	college van bestuur
cvba	noun	coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
cvba's	=	cvba
cvi	=	honderdzes
cvii	=	honderdzeven
cviii	=	honderdacht
cvs	noun	chronischevermoeidheidssyndroom
cvs-patiënt	noun	persoon die lijdt aan het chronischevermoeidheidssyndroom
cvs-patiënten	=	cvs-patiënt
cvs-patiëntje	=	cvs-patiënt
cvs-patiëntjes	=	cvs-patiënt
cvt	noun	continu variabele transmissie
cvt's	=	cvt
cwi	noun	Centrum voor Werk en Inkomen, opvolger van het arbeidsbureau, en zelf weer opgevolgd door het UWV
cwi's	=	cwi
cx	=	honderdtien
cxc	=	honderdnegentig
cxci	=	honderdeenennegentig
cxcii	=	honderdtweeënnegentig
cxciii	=	honderddrieënnegentig
cxciv	=	honderdvierennegentig
cxcix	=	honderdnegenennegentig
cxcv	=	honderdvijfennegentig
cxcvi	=	honderdzesennegentig
cxcvii	=	honderdzevenennegentig
cxcviii	=	honderdachtennegentig
cxi	=	honderdelf
cxii	=	honderdtwaalf
cxiii	=	honderddertien
cxiv	=	honderdveertien
cxix	=	honderdnegentien
cxl	=	honderdveertig
cxli	=	honderdeenenveertig
cxlii	=	honderdtweeënveertig
cxliii	=	honderddrieënveertig
cxliv	=	honderdvierenveertig
cxlix	=	honderdnegenenveertig
cxlv	=	honderdvijfenveertig
cxlvi	=	honderdzesenveertig
cxlvii	=	honderdzevenenveertig
cxlviii	=	honderdachtenveertig
cxv	=	honderdvijftien
cxvi	=	honderdzestien
cxvii	=	honderdzeventien
cxviii	=	honderdachttien
cxx	=	honderdtwintig
cxxi	=	honderdeenentwintig
cxxii	=	honderdtweeëntwintig
cxxiii	=	honderddrieëntwintig
cxxiv	=	honderdvierentwintig
cxxix	=	honderdnegenentwintig
cxxv	=	honderdvijfentwintig
cxxvi	=	honderdzesentwintig
cxxvii	=	honderdzevenentwintig
cxxviii	=	honderdachtentwintig
cxxx	=	honderddertig
cxxxi	=	honderdeenendertig
cxxxii	=	honderdtweeëndertig
cxxxiii	=	honderddrieëndertig
cxxxiv	=	honderdvierendertig
cxxxix	=	honderdnegenendertig
cxxxv	=	honderdvijfendertig
cxxxvi	=	honderdzesendertig
cxxxvii	=	honderdzevenendertig
cxxxviii	=	honderdachtendertig
cyaan	noun	helder groenblauwe kleur	adj	de kleur cyaan hebbend
cyaanamide	noun	het amide van blauwzuur (waterstofcyanide) met formule CH₂N₂
cyaanamiden	=	cyaanamide
cyaanamides	=	cyaanamide
cyaanbromide	noun	een gasvormige verbinding van cyaan en broom met de formule CNBr
cyaankali	noun	zeer giftig zout, dat door het maagsap in blauwzuur wordt omgezet
cyaankalipil	noun	zelfmoordpil met kaliumcyanide (KCN)
cyaankalipillen	=	cyaankalipil
cyaankalipilletje	=	cyaankalipil
cyaankalipilletjes	=	cyaankalipil
cyaans	=	cyaan
cyaanst	=	cyaan
cyaanste	=	cyaan
cyaanzuurstofzuren	=	cyaanzuurstofzuur
cyaanzuurstofzuur	noun	een groep isomere verbindingen met als brutoformule CHNO
cyaanzuurstofzuurtje	=	cyaanzuurstofzuur
cyaanzuurstofzuurtjes	=	cyaanzuurstofzuur
cyane	=	cyaan
cyanen	=	cyaan
cyaner	=	cyaan
cyanere	=	cyaan
cyaners	=	cyaan
cyanide	noun	een verbinding die het CN⁻ ion of een -CN functionele groep bevat, cyaanzout
cyaniden	=	cyanide
cyanides	=	cyanide
cyanobacterie	noun	Cyanobacteria bacterie uit een bacteriestam, die net als planten tot fotosynthese in staat zijn en zo overleven
cyanobacterietje	=	cyanobacterie
cyanobacterietjes	=	cyanobacterie
cyanobacteriën	noun	benaming voor de groep Cyanobacteria, waarvan de leden zich met behulp van oxynogene fotosynthese voeden
cyanogeen	noun	het molecuul (CN)₂
cyanose	noun	blauw verkleurde huid meestal als gevolg van een zuurstoftekort
cyanuurzuren	=	cyanuurzuur
cyanuurzuur	noun	een organische verbinding met als brutoformule C₃H₃N₃O₃
cyber	noun	digitale netwerken opgevat als een afzonderlijk terrein voor oorlogsvoering
cyberaanval	noun	aanval uitgevoerd (door hackers) op een informatiesysteem
cyberaanvallen	=	cyberaanval
cyberaanvalletje	=	cyberaanval
cyberaanvalletjes	=	cyberaanval
cyberactie	noun	digitale, offensieve handeling die gericht is op computersystemen, netwerken of data, vaak met als doel schade toe te brengen, informatie te stelen of diensten te verstore
cyberacties	=	cyberactie
cyberactietje	=	cyberactie
cyberactietjes	=	cyberactie
cyberactiviteit	noun	bedrijvigheid via het internet
cyberactiviteiten	=	cyberactiviteit
cyberbabe	noun	virtuele, seksueel aantrekkelijke vrouwfiguur
cyberbabes	=	cyberbabe
cyberbeveiliging	noun	het beleid, de tools en de rollen die verband houden met het beschermen van computersystemen en gegevens tegen onbevoegde toegang of verstoring
cyberbeveiligingen	=	cyberbeveiliging
cyberbeveiligingetje	=	cyberbeveiliging
cyberbeveiligingetjes	=	cyberbeveiliging
cyberbucks	noun	virtueel geld waarmee voor bepaalde diensten op internet betaald wordt
cybercafeetje	=	cybercafé
cybercafeetjes	=	cybercafé
cybercafé	noun	café waarin men toegang heeft tot internet, internetcafé
cybercafés	=	cybercafé
cybercash	noun	virtueel geld waarmee voor bepaalde diensten op internet betaald wordt
cybercharlatan	noun	oplichter op het gebied van de automatisering
cybercharlatans	=	cybercharlatan
cyberchonder	noun	hypochonder die ziektebeelden zoekt op het internet
cyberchonders	=	cyberchonder
cyberchondrie	noun	het opzoeken van ziektebeelden op het internet en dan denken deze ziekten zelf te hebben
cybercrime	noun	criminaliteit met ICT als middel én doelwit zoals identiteitsfraude, hacken, online oplichting
cybercrimebende	noun	misdaadorganisatie die misdaden pleegt via het internet
cybercrimebenden	=	cybercrimebende
cybercrimebendes	=	cybercrimebende
cybercrimebendetje	=	cybercrimebende
cybercrimebendetjes	=	cybercrimebende
cybercrimes	=	cybercrime
cybercrimeteam	noun	groep samenwerkende mensen die internet- en computercriminaliteit bestrijden
cybercrimeteams	=	cybercrimeteam
cybercriminaliteit	noun	criminaliteit gepleegd via de elektronische snelweg (b.v. internet) zoals het kraken van bankrekeningen
cybercrimineel	noun	iemand die misdaden pleegt met behulp van het internet
cybercrimineeltje	=	cybercrimineel
cybercrimineeltjes	=	cybercrimineel
cybercriminelen	=	cybercrimineel
cyberfeminisme	noun	stroming in het feminisme waarvan de deelneemsters het lichaam zelf opnieuw willen samenstellen zoals bij een cyborg (waarbij de mechanische elementen, afgezien van siliconen, hopelijk pas op hoge leeftijd worden aangebracht)
cybergeneratie	noun	generatie die is opgegroeid in het computertijdperk
cybergeneraties	=	cybergeneratie
cybergeneratietje	=	cybergeneratie
cybergeneratietjes	=	cybergeneratie
cyberinsect	noun	bestuurbaar insect met een geïmplanteerde chip dat men kan gebruiken voor onderzoek naar explosieven of chemicaliën
cyberinsecten	=	cyberinsect
cyberinspecteur	noun	politieagent die onderzoek doet naar internetcriminaliteit
cyberinspecteurs	=	cyberinspecteur
cybermisdaad	noun	strafbare feiten gepleegd op- of met behulp van computers en het internet
cybermisdaden	=	cybermisdaad
cybernaut	noun	iemand die via het internet informatie verwerft en communiceert
cybernauten	=	cybernaut
cybernautje	=	cybernaut
cybernautjes	=	cybernaut
cybernetica	noun	wetenschap van de besturing van systemen: controle van en communicatie binnen biologische en mechanische systemen
cybernetici	=	cyberneticus
cyberneticus	noun	iemand die de cybernetica beoefent
cyberneticusje	=	cyberneticus
cyberneticusjes	=	cyberneticus
cybernetisch	adj	betreffende de wetenschap van besturing en communicatie in zowel levende organismen als machines
cybernetische	=	cybernetisch
cybernetischer	=	cybernetisch
cybernetischere	=	cybernetisch
cybernetischers	=	cybernetisch
cyberoorlog	noun	soort oorlogvoering waarbij hackers uit politieke motieven staten aanvallen om te trachten computersystemen te saboteren of te spioneren
cyberoorlogen	=	cyberoorlog
cyberpest	=	cyberpesten
cyberpeste	=	cyberpesten
cyberpesten	verb	online pesten
cyberpestend	=	cyberpesten
cyberpestende	=	cyberpesten
cyberpester	noun	pester die via het internet zijn of haar slachtoffers pest
cyberpesters	=	cyberpester
cyberpestte	=	cyberpesten
cyberpestten	=	cyberpesten
cyberpolitie	noun	politieteam dat onderzoek doet naar internetcriminaliteit
cyberpolitiedienst	noun	politieteam dat onderzoek doet naar internetcriminaliteit
cyberpolitiediensten	=	cyberpolitiedienst
cyberpunk	noun	sciencefictiongenre waarin de samenleving is veranderd in een dystopie en een anarchie met daarnaast nadruk op de volgende thema's: computers, informatietechnologie, hackers, kunstmatige intelligentie en robots
cyberroman	noun	roman die zich afspeelt in de de wereld van computernetwerken (cyberspace)
cyberromannetje	=	cyberroman
cyberromannetjes	=	cyberroman
cyberromans	=	cyberroman
cybers	=	cyber
cybersabotage	noun	inbreken op computers en netwerken om belangrijke werkzaamheden te verstoren
cybersecurity	noun	veiligheid betreffende aan het internet gekoppelde systemen
cyberseks	noun	seks die via het internet plaatsvindt
cybershop	=	cybershoppen
cybershoppe	=	cybershoppen
cybershoppen	verb	shoppen via internet
cybershoppend	=	cybershoppen
cybershoppende	=	cybershoppen
cybershopt	=	cybershoppen
cybershopte	=	cybershoppen
cybershopten	=	cybershoppen
cyberspace	noun	benaming voor de virtuele ruimte in netwerken, (met name internet) gecreëerd door computers
cyberspaces	=	cyberspace
cyberspionage	noun	het inbreken op computers en netwerken van anderen om hun geheime informatie te achterhalen
cyberstalker	noun	iemand die het internet, sociale media, e-mail of andere digitale middelen gebruikt om iemand anders stelselmatig te achtervolgen, lastig te vallen, te bedreigen of in de gaten te houden
cyberstalkers	=	cyberstalker
cyberstalkertje	=	cyberstalker
cyberstalkertjes	=	cyberstalker
cyberstalking	noun	het doelbewust en herhaaldelijk lastigvallen, bespioneren of intimideren van een persoon via digitale middelen, zoals internet, sociale media, e-mail of apps
cyberterreur	noun	terrorisme via het internet, gericht op het verstoren van websites of het internet als geheel
cyberterrorisme	noun	terrorisme via het internet, gericht op het verstoren van websites of het internet als geheel
cyberterrorist	noun	iemand die terreur uitoefent met behulp van het internet
cyberterroristen	=	cyberterrorist
cyberveiligheid	noun	veiligheid in cyberspace, voornamelijk op internet
cyberwar	noun	oorlogvoering via het verstoren of manipuleren van digitale informatiesystemen
cyberwars	=	cyberwar
cyberwereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met informatica en ict
cyberwerelden	=	cyberwereld
cyberwereldje	=	cyberwereld
cyberwereldjes	=	cyberwereld
cybochonder	noun	iemand die op het internet voortdurend naar informatie over ziektebeelden zoekt uit overdreven bezorgdheid om de eigen gezondheid
cybochonders	=	cybochonder
cyborg	noun	kruising tussen mens en machine beschreven in SF-lectuur en diverse films
cyborgfeminisme	noun	feministische stroming die streeft naar afschaffing van de starre grenzen tussen mensen en dieren, organismen en machines, mannen en vrouwen
cyborgje	=	cyborg
cyborgjes	=	cyborg
cyborgs	=	cyborg
cyclaam	noun	een geslacht Cyclamen van vaste planten uit de sleutelbloemfamilie of volgens het APG II-systeem uit de familie Myrsinaceae.
cyclaampje	=	cyclaam
cyclaampjes	=	cyclaam
cycladisch	adj	betrekking hebbend op de Cycladen, een eilandengroep in de Egeïsche Zee
cycladische	=	cycladisch
cycladischer	=	cycladisch
cycladischere	=	cycladisch
cycladischers	=	cycladisch
cyclamaat	noun	kunstmatige zoetstof
cyclamaten	=	cyclamaat
cyclamen	noun	plantengeslacht Cyclamen uit de sleutelbloemfamilie
cyclamens	=	cyclamen
cyclamentje	=	cyclamen
cyclamentjes	=	cyclamen
cycli	=	cyclus
cyclisch	adj	regelmatig terugkerend
cyclische	=	cyclisch
cyclischer	=	cyclisch
cyclischere	=	cyclisch
cyclischers	=	cyclisch
cyclisme	noun	hard fietsen als tak van sport
cyclobal	noun	een balspel op twee wielen waarbij getracht wordt een bal in het doel van de tegenstander te spelen
cyclobalwedstrijd	noun	een wedstrijd in de sport cyclobal
cyclobalwedstrijden	=	cyclobalwedstrijd
cyclocross	noun	wielerwedstrijd over onverharde wegen en paden
cyclocrossen	=	cyclocross
cyclocrosses	=	cyclocross
cyclofosfamide	noun	een kankerremmende stof (cytostaticum).
cyclogram	noun|historical	vereenvoudigde weergave van een steeds terugkerende beweging tijdens het werk; in de eerste helft van de 20e eeuw gebruikt bij onderzoek om werkprocessen te stroomlijnen
cyclogrammen	=	cyclogram
cyclohexaan	noun	een cycloalkaan met als brutoformule C₆H₁₂.
cyclohexanen	=	cyclohexaan
cyclonaal	adj	van de aard van een cycloon
cyclonaals	=	cyclonaal
cyclonale	=	cyclonaal
cyclonen	=	cycloon
cycloon	noun	een lagedrukgebied
cycloontje	=	cycloon
cycloontjes	=	cycloon
cycloop	noun	eenogige reus uit de Griekse mythologie
cycloopje	=	cycloop
cycloopjes	=	cycloop
cyclopen	=	cycloop
cyclopisch	adj	reusachtig
cyclopische	=	cyclopisch
cyclopischer	=	cyclopisch
cyclopischere	=	cyclopisch
cyclopischers	=	cyclopisch
cycloplegie	noun	verlamming van het aanpassingsvermogen van het oog
cyclorama	noun	schilderij dat de achtereenvolgende gebeurtenissen van een tijdvak te zien geeft
cyclorama's	=	cyclorama
cycloramaatje	=	cyclorama
cycloramaatjes	=	cyclorama
cyclosporine	noun	polypeptide dat o.a. wordt gebruikt als een geneesmiddel om afstotingsverschijnselen te onderdrukken na een orgaantransplantatie
cyclosporinen	=	cyclosporine
cyclosporinetje	=	cyclosporine
cyclosporinetjes	=	cyclosporine
cyclostyle	noun	kopieermachine, stencilmachine
cyclostyles	=	cyclostyle
cyclothymie	noun	wisselende stemmingen
cyclotron	noun	magnetische deeltjesversneller met als toepassing o.a. de bestraling van kankerpatiënten
cyclotronnetje	=	cyclotron
cyclotronnetjes	=	cyclotron
cyclotrons	=	cyclotron
cycloïde	noun	kromme, beschreven door een punt van een cirkel die rolt over een rechte lijn
cycloïden	=	cycloïde
cycloïdes	=	cycloïde
cyclus	noun	terugkerende, regelmatige reeks
cyclusje	=	cyclus
cyclusjes	=	cyclus
cyclussen	=	cyclus
cyfer	=	cijfer
cylinder	=	cilinder
cylindrisch	=	cilindrisch
cymus	noun	een wants uit het geslacht Cymus, de onderfamilie Cyminae en de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
cymussen	=	cymus
cynici	=	cynicus
cynicus	noun	aanhanger van de opvattingen van Antisthenes en zijn volgelingen, dat mensen zich niets moeten verbeelden
cynisch	adj	volgens de opvattingen van de Griekse wijsgeer An­tis­the­nes
cynische	=	cynisch
cynischer	=	cynisch
cynischere	=	cynisch
cynischers	=	cynisch
cynischt	=	cynisch
cynischte	=	cynisch
cynisme	noun	wijsgerige school bij de oude Grieken
cynismen	=	cynisme
cynodromen	=	cynodroom
cynodroom	noun	renbaan voor honden
cypergras	noun	een geslacht Cyperus uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
cypergrasje	=	cypergras
cypergrasjes	=	cypergras
cypergrassen	=	cypergras
cypergrassenfamilie	noun	een wereldwijd voorkomende familie Cyperaceae van kruidachtige planten, met een gras- of rusachtig uiterlijk
cypergrassenfamilietje	=	cypergrassenfamilie
cypergrassenfamilietjes	=	cypergrassenfamilie
cypers	adj	met een bepaalde tekening in de vacht, bestaande uit onregelmatig gevormde strepen en langgerekte vlekken dwars op de lengterichting, in verschillende kleuren, vaak bruingrijs
cyperse	=	cypers
cyperzegge	noun	Carex bohemica een overblijvende of eenjarige plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
cyperzeggen	=	cyperzegge
cyperzeggetje	=	cyperzegge
cyperzeggetjes	=	cyperzegge
cypres	=	cipres
cyprioot	noun	een inwoner van Cyprus, of iemand afkomstig uit Cyprus
cyprioten	=	cyprioot
cypriotisch	adj	op Cyprus betrekking hebbend
cypriotische	noun	een vrouwelijke inwoner van Cyprus, of een vrouw afkomstig uit Cyprus
cypriotischen	=	cypriotische
cypriotischer	=	cypriotisch
cypriotischere	=	cypriotisch
cypriotischers	=	cypriotisch
cyprisch	adj	op Cyprus betrekking hebbend
cyprische	noun	een vrouwelijke inwoner van Cyprus, of een vrouw afkomstig uit Cyprus
cyprischen	=	cyprische
cyprischer	=	cyprisch
cyprischere	=	cyprisch
cyprischers	=	cyprisch
cyprusdwergnijlpaard	noun	Hippopotamus minor is een uitgestorven soort van het geslacht Hippopotamus dat op Cyprus leefde tijdens het holoceen.
cyprusdwergnijlpaarden	=	cyprusdwergnijlpaard
cyprusdwergnijlpaardje	=	cyprusdwergnijlpaard
cyprusdwergnijlpaardjes	=	cyprusdwergnijlpaard
cyprusdwergooruil	noun	Otus cyprius een vogel uit de orde van uilen (Strigiformes).
cyprusdwergooruilen	=	cyprusdwergooruil
cyprusdwergooruiltje	=	cyprusdwergooruil
cyprusdwergooruiltjes	=	cyprusdwergooruil
cyprusgrasmus	noun	Curruca melanothorax een zangvogel uit de familie van Sylviidae
cyprusgrasmusje	=	cyprusgrasmus
cyprusgrasmusjes	=	cyprusgrasmus
cyprusgrasmussen	=	cyprusgrasmus
cyprusstekelmuis	noun	Acomys nesiotes een knaagdier uit het geslacht der stekelmuizen (Acomys) dat voorkomt op Cyprus
cyprusstekelmuisje	=	cyprusstekelmuis
cyprusstekelmuisjes	=	cyprusstekelmuis
cyprusstekelmuizen	=	cyprusstekelmuis
cyprustapuit	noun	Oenanthe cypriaca een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
cyprustapuiten	=	cyprustapuit
cyprustapuitje	=	cyprustapuit
cyprustapuitjes	=	cyprustapuit
cyrillisch	adj	betrekking hebbend op het alfabet dat door zes Slavische talen en ook door talen in Azië onder invloed van het Russisch gebruikt wordt
cyrillische	=	cyrillisch
cyrillischer	=	cyrillisch
cyrillischere	=	cyrillisch
cyrillischers	=	cyrillisch
cyste	noun	holte gevuld met vocht
cysteaal	noun	een rondworm
cysteaaltje	noun	aaltje dat aanleiding geeft tot cystevorming bij planten
cysteaaltjes	=	cysteaal
cystealen	=	cysteaal
cysten	=	cyste
cystenier	noun	een autosomaal dominant erfelijke aandoening die voorkomt bij de gedomesticeerde kat
cystenieren	=	cystenier
cystes	=	cyste
cystetje	=	cyste
cystetjes	=	cyste
cysteïne	noun	een proteïnogeen aminozuur
cystine	noun	een geoxideerde dimere vorm van cysteïne
cystinen	=	cystine
cystines	=	cystine
cystisch	adj	met holtes, holte vormend
cystische	=	cystisch
cystischer	=	cystisch
cystischere	=	cystisch
cystischers	=	cystisch
cystitis	noun	blaasontsteking
cystitissen	=	cystitis
cystje	=	cyste
cystjes	=	cyste
cystografie	noun	röntgenonderzoek van de blaas en de urinewegen nadat deze met een contrastvloeistof zijn gevuld
cystografietje	=	cystografie
cystografietjes	=	cystografie
cystografieën	=	cystografie
cystoscoop	noun	instrument om de blaas van binnen te bekijken
cystoscoopje	=	cystoscoop
cystoscoopjes	=	cystoscoop
cystoscopen	=	cystoscoop
cystoscopie	noun	kijkonderzoek van de blaas met de cystoscoop
cystoscopietje	=	cystoscopie
cystoscopietjes	=	cystoscopie
cystoscopieën	=	cystoscopie
cytochemie	noun	tak van de cytologie die zich bezighoudt met chemische processen in cellen
cytochromen	=	cytochroom
cytochroom	noun	giststof die ijzer bevat
cytokine	noun	eiwitten die het afweerreactie van het immuunsysteem reguleren
cytokinen	=	cytokine
cytokines	=	cytokine
cytologen	=	cytoloog
cytologie	noun	celleer, celbiologie
cytologisch	adj	met betrekking tot de cytologie
cytologische	=	cytologisch
cytologischer	=	cytologisch
cytologischere	=	cytologisch
cytologischers	=	cytologisch
cytoloog	noun	wetenschapper van de celleer
cytoloogje	=	cytoloog
cytoloogjes	=	cytoloog
cytolyse	noun	vernietiging van cellen
cytomegalovirus	noun	een virus met het grootste genoom van alle herpesvirussen.
cytomegalovirussen	=	cytomegalovirus
cytopenie	noun	een tekort aan een bepaald celtype
cytopenieën	=	cytopenie
cytoplasma	noun	alle inhoud van een cel behalve de celkern
cytoplasma's	=	cytoplasma
cytosine	noun	een van de vier nucleotiden (stikstofbasen) die men in DNA en RNA kan vinden
cytosinen	=	cytosine
cytosines	=	cytosine
cytoskelet	noun	structuren die samen de cel stevigheid geven
cytoskeletje	=	cytoskelet
cytoskeletjes	=	cytoskelet
cytoskeletten	=	cytoskelet
cytosol	noun	het cytoplasma zonder de daartoe behorende organellen
cytostatica	=	cytostaticum
cytostaticum	noun	geneesmiddel dat celgroei en celdeling remt en veel gebruikt wordt bij kanker
cytotoxisch	adj	giftig voor cellen
cytotoxische	=	cytotoxisch
cytotoxischer	=	cytotoxisch
cytotoxischere	=	cytotoxisch
cytotoxischers	=	cytotoxisch
cécémel	noun	een chocolademelk, geproduceerd door FrieslandCampina in Aalter
cécémels	=	cécémel
côte	noun	kust
côtes	=	côte
d	noun	de vierde letter van het alfabet
d'r	adv	clitische vorm van het onbepaald bijwoord van plaats: ergens.	pron	clitische vorm van haar, accusatief van zij, derde persoon enkelvoud.
d's	=	d
d'tje	=	d
d'tjes	=	d
d-groot	noun	het akkoord d - fis - a, de grote drieklank op de eerste trap van de D-grotetertstoonladder
d-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de D-grotetertstoonladder
d-grootakkoorden	=	d-grootakkoord
d-grootakkoordje	=	d-grootakkoord
d-grootakkoordjes	=	d-grootakkoord
d-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "d" als grondtoon
d-grotetertstoonaarden	=	d-grotetertstoonaard
d-grotetertstoonaardje	=	d-grotetertstoonaard
d-grotetertstoonaardjes	=	d-grotetertstoonaard
d-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met d als grondtoon
d-grotetertstoonladders	=	d-grotetertstoonladder
d-grotetertstoonladdertje	=	d-grotetertstoonladder
d-grotetertstoonladdertjes	=	d-grotetertstoonladder
d-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met "d" als grondtoon
d-grotetertstoonschaaltje	=	d-grotetertstoonschaal
d-grotetertstoonschaaltjes	=	d-grotetertstoonschaal
d-grotetertstoonschalen	=	d-grotetertstoonschaal
d-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met "d" als grondtoon
d-grotetertstoonsoorten	=	d-grotetertstoonsoort
d-grotetertstoonsoortje	=	d-grotetertstoonsoort
d-grotetertstoonsoortjes	=	d-grotetertstoonsoort
d-klein	noun	het akkoord d - f - a, de kleine drieklank op de eerste trap van de d-kleinetertstoonladder
d-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de d-kleinetertstoonladder
d-kleinakkoorden	=	d-kleinakkoord
d-kleinakkoordje	=	d-kleinakkoord
d-kleinakkoordjes	=	d-kleinakkoord
d-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “d” als grondtoon
d-kleinetertstoonaarden	=	d-kleinetertstoonaard
d-kleinetertstoonaardje	=	d-kleinetertstoonaard
d-kleinetertstoonaardjes	=	d-kleinetertstoonaard
d-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “d” als grondtoon
d-kleinetertstoonladders	=	d-kleinetertstoonladder
d-kleinetertstoonladdertje	=	d-kleinetertstoonladder
d-kleinetertstoonladdertjes	=	d-kleinetertstoonladder
d-kleinetertstoonschaal	noun	een mineurtoonladder met “d” als grondtoon
d-kleinetertstoonschaaltje	=	d-kleinetertstoonschaal
d-kleinetertstoonschaaltjes	=	d-kleinetertstoonschaal
d-kleinetertstoonschalen	=	d-kleinetertstoonschaal
d-majeur	noun	het akkoord d - fis - a, de grote drieklank op de eerste trap van de D-grotetertstoonladder
d-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de D-grotetertstoonladder
d-majeurakkoorden	=	d-majeurakkoord
d-majeurakkoordje	=	d-majeurakkoord
d-majeurakkoordjes	=	d-majeurakkoord
d-majeursextakkoord	noun	een in de populaire muziek gebruikelijk akkoord; het wordt gevormd door het D-majeurakkoord plus de grote sext
d-majeursextakkoorden	=	d-majeursextakkoord
d-majeursextakkoordje	=	d-majeursextakkoord
d-majeursextakkoordjes	=	d-majeursextakkoord
d-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “d” als grondtoon
d-majeurtoonaarden	=	d-majeurtoonaard
d-majeurtoonaardje	=	d-majeurtoonaard
d-majeurtoonaardjes	=	d-majeurtoonaard
d-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "d" als grondtoon
d-majeurtoonladders	=	d-majeurtoonladder
d-majeurtoonladdertje	=	d-majeurtoonladder
d-majeurtoonladdertjes	=	d-majeurtoonladder
d-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "d" als grondtoon
d-majeurtoonschaaltje	=	d-majeurtoonschaal
d-majeurtoonschaaltjes	=	d-majeurtoonschaal
d-majeurtoonschalen	=	d-majeurtoonschaal
d-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met "d" als grondtoon
d-majeurtoonsoorten	=	d-majeurtoonsoort
d-majeurtoonsoortje	=	d-majeurtoonsoort
d-majeurtoonsoortjes	=	d-majeurtoonsoort
d-mark	noun	de officiële geldeenheid van de Bondsrepubliek Duitsland van 1948 tot de introductie van de euro in 2002
d-marken	=	d-mark
d-mineur	noun	het akkoord d - f - a, de kleine drieklank op de eerste trap van de d-kleinetertstoonladder
d-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de d-kleinetertstoonladder
d-mineurakkoorden	=	d-mineurakkoord
d-mineurakkoordje	=	d-mineurakkoord
d-mineurakkoordjes	=	d-mineurakkoord
d-mineursextakkoord	noun	in de populaire muziek gebruikelijke sextakkoord dat wordt gevormd door het mineurakkoord plus een grote sext, tonen: d - f - a - b
d-mineursextakkoorden	=	d-mineursextakkoord
d-mineursextakkoordje	=	d-mineursextakkoord
d-mineursextakkoordjes	=	d-mineursextakkoord
d-mineurtoonaard	noun	een kleinetertstoonladder met “d” als grondtoon
d-mineurtoonaarden	=	d-mineurtoonaard
d-mineurtoonaardje	=	d-mineurtoonaard
d-mineurtoonaardjes	=	d-mineurtoonaard
d-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met d als grondtoon
d-mineurtoonladders	=	d-mineurtoonladder
d-mineurtoonladdertje	=	d-mineurtoonladder
d-mineurtoonladdertjes	=	d-mineurtoonladder
d-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “d” als grondtoon
d-mineurtoonschaaltje	=	d-mineurtoonschaal
d-mineurtoonschaaltjes	=	d-mineurtoonschaal
d-mineurtoonschalen	=	d-mineurtoonschaal
d-pion	noun	bij het schaakspel de pionnen die op de d-lijn staan bij het begin van het spel
d-pionnen	=	d-pion
d-pionnetje	=	d-pion
d-pionnetjes	=	d-pion
d-sluiting	noun	verbindingsstuk tussen een kabels, kettingen of ogen in de vorm van een stuk metaal met de vorm van een C, met een staafje dat door beide uiteinden kan worden gestoken en zo een sterke verbinding vormt
d-sluitingen	=	d-sluiting
d-toonladder	noun	een grotetertstoonladder met d als grondtoon
d-toonladders	=	d-toonladder
d-toonladdertje	=	d-toonladder
d-toonladdertjes	=	d-toonladder
d-trein	noun	vroegere internationale exprestrein waarvoor een toeslag verschuldigd was
d-treinen	=	d-trein
da	=	tweehonderdachttien
da's	abbrev	dat is
daad	noun	doelbewust en doelgericht gepleegde handeling, vaak met name in negatieve zin (zoals in het strafrecht)
daadje	=	daad
daadjes	=	daad
daadkracht	noun	het vermogen en de wil om dingen snel en met kracht voor elkaar te krijgen
daadkrachten	=	daadkracht
daadkrachtig	adj	energiek plannen verwezenlijkend
daadkrachtige	=	daadkrachtig
daadkrachtiger	=	daadkrachtig
daadkrachtigere	=	daadkrachtig
daadkrachtigers	=	daadkrachtig
daadkrachtigs	=	daadkrachtig
daadkrachtigst	=	daadkrachtig
daadkrachtigste	=	daadkrachtig
daadloos	adj	zonder daad
daadloosheden	=	daadloosheid
daadloosheid	noun	het daadloos zijn
daadloost	=	daadloos
daadlooste	=	daadloos
daadloze	=	daadloos
daadlozer	=	daadloos
daadlozere	=	daadloos
daadlozers	=	daadloos
daadwerkelijk	adj	ook echt plaats vindend	adv	echt plaats vindend
daadwerkelijke	=	daadwerkelijk
daadwerkelijks	=	daadwerkelijk
daadzaak	noun|obsolete	feit, iets feitelijks
daadzaakje	=	daadzaak
daadzaakjes	=	daadzaak
daadzakelijk	adj	feitelijk
daadzakelijke	=	daadzakelijk
daadzakelijker	=	daadzakelijk
daadzakelijkere	=	daadzakelijk
daadzakelijkers	=	daadzakelijk
daadzakelijks	=	daadzakelijk
daadzakelijkst	=	daadzakelijk
daadzakelijkste	=	daadzakelijk
daadzaken	=	daadzaak
daag	=	dagen
daagde	=	dagen
daagden	=	dagen
daagje	=	dag
daagjes	=	dag
daags	adj	op elke dag, per dag
daagse	=	daags
daagt	=	dagen
daak	noun	drijvend afval op het water
daakje	=	dak
daal	=	dalen
daalde	=	dalen
daalden	=	dalen
daalder	noun	een oude munt ter waarde van ƒ1,50 (30 stuivers)
daalders	=	daalder
daaldertje	=	daalder
daaldertjes	=	daalder
daalt	=	dalen
daar	adv	op een bepaalde plek, op die plek	conj	geeft onderschikkend een reden aan
daaraan	adv	aan dat, aan die
daarachter	adv	vervangt achter dat, achter die
daarachteraan	=	achteraan
daaraf	adv	vervangt *van dat af, *van die af
daarbeneden	adv	beneden dat, beneden die
daarbij	adv	bij dat, bij die
daarbinnen	adv	binnen dat, binnen die
daarboven	adv	boven dat, boven die
daarbovenop	adv	en daarbij opgeteld
daarbovenuit	adv	meer, extra: boven+dat+uit, boven+die+uit
daarbuiten	adv	vervangt *buiten dat, buiten die
daardoor	adv	door dat, door die waarbij de oorzaak van het vervolg is gegeven
daardoorheen	=	doorheen
daarenboven	adv|formal	bovendien
daarentegen	conj	daarmee in tegenspraak
daareven	adv	korte tijd geleden
daargelaten	=	daarlaten
daarginder	adv	daar in de verte
daarginds	adv	op een plaats in de verte
daarheen	adv	aanwijzend veraf: in de richting van + dat
daarin	=	in
daarjegens	adv|obsolete	vervangt *jegens dat, jegens die: ten aanzien van die zaak
daarjuist	adv	heel kort geleden
daarlaat	=	daarlaten
daarlangs	adv	via die weg
daarlate	=	daarlaten
daarlaten	verb	niet in de beschouwing opnemen, uitzonderen
daarlatend	=	daarlaten
daarlatende	=	daarlaten
daarliet	=	daarlaten
daarlieten	=	daarlaten
daarmede	adv	met dat, met die
daarmee	adv	met dat, met die
daarna	=	na
daarnaar	adv	vervangt *naar+ dat, naar + die
daarnaartoe	adv	in die richting
daarnaast	adv	naast dat, naast die
daarnet	adv	een korte tijd geleden
daaro	adv|informal	daar, daarzo
daarom	adv	aanwijzend (ver af) om+dat, om+die: met die reden
daaromheen	adv	eromheen, in het rond, ongeveer, rondom
daaromtrent	adv|formal	over dat onderwerp, met betrekking tot die gegevens
daaronder	adv	vervangt *onder dat, onder die
daaronderdoor	noun	onder het aangeduide door
daaronderdoren	=	daaronderdoor
daaronderuit	=	onderuit
daarop	adv	op dat, op die
daaropvolgend	adj	wat later komt dan wat eerder is genoemd
daaropvolgende	=	daaropvolgend
daaropvolgends	=	daaropvolgend
daarover	adv	over dat, over die
daaroverheen	adv	vervangt over dat heen, over die heen
daarrond	=	rond
daarstraks	adv	een korte tijd geleden
daartegen	=	tegen
daartegenaan	adv	tegen dat genoemde of bedoelde aan
daartegenin	adv	zich tegen dat verzettend
daartegenop	adv	vervangt aanwijzend vnw. : *tegen+dat+op, tegen+die+op
daartegenover	adv	aan de overkant
daartoe	adv	met dat doel, daarom
daartusschen	=	daartussen
daartussen	adv	tussen dat, tussen die
daartussendoor	adv	tussen die twee zaken door
daartussenin	=	tussenin
daartussenuit	=	tussenuit
daaruit	adv	uit dat, uit deze
daarvan	adv	van dat, van die
daarvanaf	=	vanaf
daarvandaan	adv	vervangt *van dat/die vandaan
daarvandoor	=	ervandoor
daarvantussen	=	ervantussen
daarvoor	adv	aanwijzend veraf: voor + dat, voor + die
daarvoorbij	=	voorbij
daarzo	adv	op die plek, versterking van daar
daarzonder	adv	zonder het genoemde of bedoelde (aanwijzend)
daarzoo	=	daarzo
daas	noun	Tabanidae steekvlieg uit een familie van bloedzuigende insecten die behoren tot de orde tweevleugeligen (Diptera)	adj	onwijs, versuft, gedesoriënteerd
daasde	=	dazen
daasden	=	dazen
daasje	=	daas
daasjes	=	daas
daast	=	dazen
daaste	=	daas
dab	noun	een dansbeweging waarin men het hoofd laat zakken terwijl de arm en elleboog opzij omhoog worden geworpen
dabbe	=	dabben
dabben	verb	een dansbeweging maken waarin men het hoofd laat zakken terwijl de arm en elleboog opzij omhoog worden geworpen
dabbend	=	dabben
dabbende	=	dabben
dabber	=	dabberen
dabberde	=	dabberen
dabberden	=	dabberen
dabbere	=	dabberen
dabberen	verb	wroetende of stampende beweging maken op een onvaste bodem
dabberend	=	dabberen
dabberende	=	dabberen
dabbert	=	dabberen
dabde	=	dabben
dabden	=	dabben
dabje	=	dab
dabjes	=	dab
dabs	=	dab
dabt	=	dabben
dacht	=	denken
dachte	=	denken
dachten	=	denken
daciet	noun	vulkanisch stollingsgesteente met een felsische samenstelling
dacieten	=	daciet
daciër	noun	een inwoner van het voormalige rijk Dacië
daciërs	=	daciër
daciërtje	=	daciër
daciërtjes	=	daciër
dactylen	=	dactylus
dactyli	=	dactylus
dactyliotheek	noun	verzameling van kostbare, gesneden edelstenen of afgietsels daarvan
dactyliotheekje	=	dactyliotheek
dactyliotheekjes	=	dactyliotheek
dactyliotheken	=	dactyliotheek
dactylisch	adj	betreffende een ritme of metrum gebaseerd op de dactylus: één beklemtoonde (lange) lettergreep gevolgd door twee onbeklemtoonde (korte) lettergrepen , vergelijkbaar met een driekwartsmaat
dactylische	=	dactylisch
dactylischer	=	dactylisch
dactylischere	=	dactylisch
dactylischers	=	dactylisch
dactylo	noun	iemand die typt
dactylo's	=	dactylo
dactylograaf	noun	typist
dactylograafje	=	dactylograaf
dactylograafjes	=	dactylograaf
dactylografen	=	dactylograaf
dactylografie	noun	het typen
dactylografisch	adj	met een schrijfmachine geschreven
dactylografische	=	dactylografisch
dactylologie	noun	vingerspraak
dactylonomie	noun	het tellen en rekenen met behulp van de vingers
dactyloscoop	noun	iemand die gespecialiseerd is in het onderzoek van vingerafdrukken
dactyloscopeer	=	dactyloscoperen
dactyloscopeerde	=	dactyloscoperen
dactyloscopeerden	=	dactyloscoperen
dactyloscopeert	=	dactyloscoperen
dactyloscopen	=	dactyloscoop
dactyloscopere	=	dactyloscoperen
dactyloscoperen	verb	vingerafdrukken afnemen
dactyloscoperend	=	dactyloscoperen
dactyloscoperende	=	dactyloscoperen
dactyloscopie	noun	onderzoek en leer van de vinger-, hand- en voetafdrukken.
dactyloscopietje	=	dactyloscopie
dactyloscopietjes	=	dactyloscopie
dactyloscopieën	=	dactyloscopie
dactyloscopisch	adj	met betrekking tot de dactyloscopie
dactyloscopische	=	dactyloscopisch
dactyloscopischer	=	dactyloscopisch
dactyloscopischere	=	dactyloscopisch
dactyloscopischers	=	dactyloscopisch
dactyloskopie	=	dactyloscopie
dactylus	noun	een versvoet die bestaat uit een beklemtoonde lettergreep gevolgd door twee onbeklemtoonde lettergrepen
dada	noun	Europese beweging in beeldende kunst, toneel en dichtkunst die zich na de Eerste Wereldoorlog afzette tegen alle culturele conventies van die tijd	intj	dag als begroeting
dadaïsme	noun	kunststroming ontstaan in 1916, die alle betrekking tussen de gedachte en de uitdrukking ervan wilde opheffen
dadaïst	noun	beoefenaar van dada (dadaïsme)
dadaïsten	=	dadaïst
dadaïstisch	adj	met betrekking tot het dadaïsme
dadaïstische	=	dadaïstisch
dadaïstischer	=	dadaïstisch
dadaïstischere	=	dadaïstisch
dadaïstischers	=	dadaïstisch
dadaïstje	=	dadaïst
dadaïstjes	=	dadaïst
daddy-on-the-dancefloorsyndroom	noun	verschijnsel dat ouderen gedrag vertonen dat niet bij hun leeftijd past en jongeren zich daardoor niet meer prettig voelen bij dat gedrag
dadel	noun	zoete bruine vrucht van de dadelpalm, Phoenix dactylifera
dadelfranjehoed	noun	Homophron spadiceum een schimmelsoort behored tot de familie Psathyrellaceae.
dadelfranjehoeden	=	dadelfranjehoed
dadelfranjehoedje	=	dadelfranjehoed
dadelfranjehoedjes	=	dadelfranjehoed
dadelhoning	noun	sap uit de stam van de dadelpalm
dadelhoningen	=	dadelhoning
dadelijk	adv	spoedig, direkt
dadelijke	=	dadelijk
dadelijker	=	dadelijk
dadelijkere	=	dadelijk
dadelijkers	=	dadelijk
dadelijks	=	dadelijk
dadelijkst	=	dadelijk
dadelijkste	=	dadelijk
dadeloos	adj	zonder een daad te stellen
dadeloosheden	=	dadeloosheid
dadeloosheid	noun	het dadeloos zijn
dadeloost	=	dadeloos
dadelooste	=	dadeloos
dadeloze	=	dadeloos
dadelozer	=	dadeloos
dadelozere	=	dadeloos
dadelozers	=	dadeloos
dadelpalm	noun	Phoenix dactylifera palm uit de palmenfamilie (Palmae of Arecaceae).
dadelpalmen	=	dadelpalm
dadelpalmpje	=	dadelpalm
dadels	=	dadel
dadeltje	=	dadel
dadeltjes	=	dadel
dadelwijn	noun	wijn uit gegiste dadelhoning
dadelwijnen	=	dadelwijn
dadelwijntje	=	dadelwijn
dadelwijntjes	=	dadelwijn
daden	=	daad
dadendrang	noun	de zucht om belangrijke dingen te doen
dadenloos	=	dadeloos
dader	noun	iemand die iets (slechts) gedaan heeft
daderanalyse	noun	analyse van een gepleegde misdaad om achter de werkwijze van de dader te komen
daderanalysen	=	daderanalyse
daderanalyses	=	daderanalyse
daderbehandeling	noun	een gespecialiseerde vorm van hulpverlening gericht op personen die een delict hebben gepleegd (zoals seksueel misbruik, huiselijk geweld of geweldsdelicten).
daderbehandelingen	=	daderbehandeling
daderbehandelingetje	=	daderbehandeling
daderbehandelingetjes	=	daderbehandeling
daderes	noun	vrouwelijke dader
daderesje	=	daderes
daderesjes	=	daderes
daderessen	=	daderes
dadergroep	noun	groep mensen waar de daders van een misdaad toe behoren
dadergroepen	=	dadergroep
daderinformatie	noun	kennis over de feiten van een misdrijf die alleen de dader van dat een misdrijf kan hebben
daderkennis	noun	kennis over de feiten van een misdrijf die alleen de dader van dat misdrijf kan hebben
daderprofiel	noun	opsomming van de kenmerken van een mogelijke dader zonder dat men deze al gevonden heeft
daderprofielen	=	daderprofiel
daders	=	dader
daderschap	noun	het schuldig zijn aan een misdaad
dadertherapie	noun	psychotherapie voor iemand die een misdrijf gepleegd heeft, bv. voor incestplegers of mensen die wegens pedoseksualiteit veroordeeld zijn, vooral om de kans op recidive te verkleinen
dadertherapieën	=	dadertherapie
dadertje	=	dader
dadertjes	=	dader
daderwetenschap	noun	kennis over de feiten van een misdrijf die alleen de dader dat een misdrijf kan hebben
daderwetenschappen	=	daderwetenschap
dadfluencer	noun	een vader die actief is op sociale media en daar zijn dagelijkse leven als vader deelt door middel van content
dadfluencers	=	dadfluencer
dadfluencertje	=	dadfluencer
dadfluencertjes	=	dadfluencer
dading	noun	vaststellingsovereenkomst betreffende een vermogensrechtelijk geschil
dadingen	=	dading
dadinkje	=	dading
dadinkjes	=	dading
daeglijckx	=	dagelijks
daelder	=	daalder
daeler	=	daalder
daemon	=	demon
daensisme	noun	Vlaamse progressief katholieke politieke stroming aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw
dafke	adv	nu juist, toch
dag	noun	de aanwezigheid van elektromagnetische straling op de door de zon bestraalde helft van een planeet, en die vooral effecten als opwarming en verlichting veroorzaakt	intj	ontmoetingsgroet
dag-en-nachtevening	noun	een dag waarop de dag en de nacht even lang duren
dag-en-nachteveningen	=	dag-en-nachtevening
dag-nachtritme	noun	een biologisch ritme waarvan de cyclus ongeveer één dag duurt
dag-nachtritmen	=	dag-nachtritme
dag-nachtritmes	=	dag-nachtritme
dagaanbieding	noun	een aanbieding waarbij één product of dienst maximaal 24 uur voor een actieprijs wordt aangeboden
dagaanbiedingen	=	dagaanbieding
dagaanbiedinkje	=	dagaanbieding
dagaanbiedinkjes	=	dagaanbieding
dagaanbod	noun	een productaanbieding die slechts voor één dag geldig is, vaak met grote korting
dagactie	noun	een aanbieding waarbij één product of dienst maximaal 24 uur voor een actieprijs wordt aangeboden
dagacties	=	dagactie
dagactietje	=	dagactie
dagactietjes	=	dagactie
dagactiviteitencentra	=	dagactiviteitencentrum
dagactiviteitencentrum	noun	plaats waar een bepaalde doelgroep overdag (onder begeleiding van een activiteitenbegeleider) bepaalde activiteiten verricht
dagactiviteitencentrums	=	dagactiviteitencentrum
dagafschrift	noun	een lijst met gemaakte betalingen en afschrijvingen van een bepaalde tijd (die langer dan een dag kan zijn) op een bepaalde bankrekening
dagafschriften	=	dagafschrift
dagafstand	noun	de afstand die men in één dag aflegt
dagafstanden	=	dagafstand
dagathenea	=	dagatheneum
dagatheneum	noun|historical	school waar volwassenen overdag voorbereidend wetenschappelijk onderwijs kunnen volgen, zonder verplicht Oudgrieks of Latijn Met de invoering van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) heeft dit woord zijn onderscheidende betekenis verloren.
dagatheneums	=	dagatheneum
dagattractie	noun	een aantrekkelijk punt voor toerisme en recreatie
dagattracties	=	dagattractie
dagattractietje	=	dagattractie
dagattractietjes	=	dagattractie
dagbasis	noun	berekend over een tijdsperiode van een dag
dagbedrag	noun	hoeveelheid geld die iemand per dag ontvangt als uitkering bij een verzekering
dagbedragen	=	dagbedrag
dagbehandeling	noun	medische behandeling, onderzoek of ingreep in een ziekenhuis die langer dan twee uur duurt zonder dat opname of overnachting in het ziekenhuis nodig is
dagbehandelingen	=	dagbehandeling
dagbehandelingetje	=	dagbehandeling
dagbehandelingetjes	=	dagbehandeling
dagbesteding	noun	de tijdsbesteding van iemand op een dag.
dagbestedingen	=	dagbesteding
dagbestedingsproject	noun	een organisatie die zinvolle bezigheden voor een bepaalde doelgroep mogelijk maakt
dagbestedingsprojecten	=	dagbestedingsproject
dagbestedinkje	=	dagbesteding
dagbestedinkjes	=	dagbesteding
dagblaadje	=	dagblad
dagblaadjes	=	dagblad
dagblad	noun	klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws, een krant die iedere dag (behalve zondag) verschijnt
dagbladadvertentie	noun	betaalde aankondiging in een krant
dagbladadvertenties	=	dagbladadvertentie
dagbladconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse krantenbedrijven; bedrijf dat meerdere kranten uitgeeft
dagbladconcerns	=	dagbladconcern
dagbladen	=	dagblad
dagbladenmarkt	noun	vraag en aanbod op het gebied van kranten
dagbladenmarkten	=	dagbladenmarkt
dagbladhandelaar	noun	iemand die kranten verkoopt
dagbladhandelaars	=	dagbladhandelaar
dagbladhandelaartje	=	dagbladhandelaar
dagbladhandelaartjes	=	dagbladhandelaar
dagbladhandelaren	=	dagbladhandelaar
dagbladjournalist	noun	verslaggever die artikelen schrijft voor een krant
dagbladjournalisten	=	dagbladjournalist
dagbladjournalistiek	noun	het schrijven van artikelen in dagbladen
dagbladpers	noun	de kranten die dagelijks uitkomen
dagbladpersen	=	dagbladpers
dagbladuitgever	noun	bedrijf dat een of meer kranten produceert
dagbladuitgevers	=	dagbladuitgever
dagbladunie	noun	samenwerkingsverband dat uitgever is van een aantal al langer bestaande dagbladen met verschillende redacties Het woord komt vooral voor als onderdeel van de naam van zo'n samenwerkingsverband.
dagbladunies	=	dagbladunie
dagbladwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de productie van kranten
dagbladwerelden	=	dagbladwereld
dagbladzegel	noun	een zegel waarmee in de negentiende eeuw middels het zegelrecht belasting werd geheven op dagbladen (!)
dagbladzegels	=	dagbladzegel
dagblind	adj	bij dag of hel licht slecht of niet ziend
dagblinde	=	dagblind
dagblinder	=	dagblind
dagblindere	=	dagblind
dagblinders	=	dagblind
dagblinds	=	dagblind
dagblindst	=	dagblind
dagblindste	=	dagblind
dagbloem	noun	Convolvulus sepium haagwinde, purperwinde
dagbloemen	=	dagbloem
dagboek	noun	een boek waarin men dagelijks zijn wederwaardigheden neerschrijft
dagboekaantekening	noun	een stukje geschreven tekst dat men in een dagboek schrijft
dagboekaantekeningen	=	dagboekaantekening
dagboekachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een dagboek
dagboekachtige	=	dagboekachtig
dagboekachtiger	=	dagboekachtig
dagboekachtigere	=	dagboekachtig
dagboekachtigers	=	dagboekachtig
dagboekachtigs	=	dagboekachtig
dagboekachtigst	=	dagboekachtig
dagboekachtigste	=	dagboekachtig
dagboekanier	noun|humorous	iemand die een dagboek bijhoudt
dagboekaniers	=	dagboekanier
dagboekaniertje	=	dagboekanier
dagboekaniertjes	=	dagboekanier
dagboeken	=	dagboek
dagboekfragment	noun	fragment van een dagboek
dagboekfragmenten	=	dagboekfragment
dagboekje	=	dagboek
dagboekjes	=	dagboek
dagboekkamer	noun	kamer waarin iemand tijdens een reality soap enige privacy heeft
dagboekkamers	=	dagboekkamer
dagboekkamertje	=	dagboekkamer
dagboekkamertjes	=	dagboekkamer
dagboeknotitie	noun	een stukje geschreven tekst of tekening die men in een dagboek schrijft of tekent
dagboeknotities	=	dagboeknotitie
dagboekschrijver	noun	iemand die dagelijks zijn wederwaardigheden in een dagboek neerschrijft
dagboekschrijvers	=	dagboekschrijver
dagbogen	=	dagboog
dagboog	noun	een boog die een hemellichaam tijdens zijn schijnbare beweging langs de hemel beschrijft
dagbouw	noun	een vorm van mijnbouw, waarbij de delfstoffen in een groeve worden afgegraven aan de oppervlakte.
dagburgemeester	noun	de officiële burgemeester in tegenstelling tot de veel informelere nachtburgermeester
dagburgemeesters	=	dagburgemeester
dagcafeetje	=	dagcafé
dagcafé	noun	uitgaansgelegenheid waar men overdag een drankje kan gebruiken
dagcafés	=	dagcafé
dagcentra	=	dagcentrum
dagcentrum	noun	plaats waar mensen die zorg nodig hebben gedurende de dag worden opgevangen
dagcentrums	=	dagcentrum
dagchirurgie	noun	vorm van chirurgie waarbij de patiënt na behandeling op de dag zelf nog naar huis kan, poliklinische chirurgie
dagcijfer	noun	getal dat betrekking heeft op één dag
dagcijfers	=	dagcijfer
dagcijfertje	=	dagcijfer
dagcijfertjes	=	dagcijfer
dagcirkel	noun	schijnbare weg die een hemellichaam van de ene culminatie tot de andere aflegt
dagcirkels	=	dagcirkel
dagcrème	noun	crème die voor overdag wordt aangebracht
dagcrèmes	=	dagcrème
dagcursus	noun	opleiding of reeks lessen die overdag kan worden gevolgd
dagcursussen	=	dagcursus
dagdagelijks	adj	iedere dag voorkomend	adv	iedere dag
dagdagelijkse	=	dagdagelijks
dagdagelijkser	=	dagdagelijks
dagdagelijksere	=	dagdagelijks
dagdagelijksers	=	dagdagelijks
dagdagelijkst	=	dagdagelijks
dagdagelijkste	=	dagdagelijks
dagde	=	daggen
dagdeal	noun	een aanbieding waarbij één product of dienst maximaal 24 uur voor een actieprijs wordt aangeboden
dagdeals	=	dagdeal
dagdealtje	=	dagdeal
dagdealtjes	=	dagdeal
dagdeel	noun	een gedeelte van een dag.
dagdeeltje	=	dagdeel
dagdeeltjes	=	dagdeel
dagdelen	=	dagdeel
dagdetentie	noun	detentie waarbij de gedetineerde alleen overdag in de detentie-inrichting verblijft, ter voorbereiding op re-integratie in de maatschappij
dagdetenties	=	dagdetentie
dagdief	noun	iemand die niets doet in plaats van te werken of zich anderszins nuttig te maken
dagdiefde	=	dagdieven
dagdiefden	=	dagdieven
dagdiefje	=	dagdief
dagdiefjes	=	dagdief
dagdieft	=	dagdieven
dagdienst	noun	het werk dat men overdag doet
dagdiensten	=	dagdienst
dagdier	noun	een dier met een dagactieve levenswijze
dagdieren	=	dagdier
dagdiertje	=	dagdier
dagdiertjes	=	dagdier
dagdieve	=	dagdieven
dagdieven	verb	geen nuttige activiteiten ondernemen
dagdievend	=	dagdieven
dagdievende	=	dagdieven
dagdrome	=	dagdromen
dagdromen	verb	fantaseren over de toekomst
dagdromend	=	dagdromen
dagdromende	=	dagdromen
dagdromer	noun	iemand die aan het dagdromen is
dagdromerij	noun	het overdag dromen; het wakend dromen
dagdromerijen	=	dagdromerij
dagdromerijtje	=	dagdromerij
dagdromerijtjes	=	dagdromerij
dagdromers	=	dagdromer
dagdromertje	=	dagdromer
dagdromertjes	=	dagdromer
dagdroom	noun	een fantasie voorstelling tijdens verlaagd bewustzijn zonder dat men al helemaal slaapt
dagdroomde	=	dagdromen
dagdroomden	=	dagdromen
dagdroomen	=	dagdromen
dagdroomer	=	dagdromer
dagdroompje	=	dagdroom
dagdroomt	=	dagdromen
dage	=	dag
dageesj	noun	punt in een letter die een verscherping aangeeft
dagelijks	adj	iedere dag voorkomend of benodigd	adv	iedere dag
dagelijksch	=	dagelijks
dagelijkse	=	dagelijks
dagelijksheden	=	dagelijksheid
dagelijksheid	noun	zaken van alledag
dagen	verb	dag worden
dagend	=	dagen
dagende	=	dagen
dagenlang	adj	meerdere dagen durend	adv	gedurende meerdere dagen
dagenlange	=	dagenlang
dagenlangs	=	dagenlang
dager	noun	iemand die daagt (eiser in een proces)
dageraad	noun	het aanbreken van de nieuwe dag [3], de tijd net voor zonsopkomst
dageraadje	=	dageraad
dageraadzandbij	noun	Andrena nycthemera een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
dageraadzandbijen	=	dageraadzandbij
dageraadzandbijtje	=	dageraadzandbij
dageraadzandbijtjes	=	dageraadzandbij
dageraden	=	dageraad
dagers	=	dager
dagetappe	noun	deel van een meerdaagse tocht of wedstrijd die één dag duurt
dagetappes	=	dagetappe
dagetappetje	=	dagetappe
dagetappetjes	=	dagetappe
dagexcursie	noun	uitstapje dat één dag duurt
dagexcursies	=	dagexcursie
dagfee	noun	beloning die iemand krijgt voor een dag werken
dagfees	=	dagfee
daggast	noun	iemand die overdag gast is op een (bruilofts)feest
daggasten	=	daggast
dagge	noun	steekwapen, langer dan een mes, maar korter dan een zwaard
daggeld	noun	geld dat binnen een dag verdiend wordt
daggelden	=	daggeld
daggelder	noun|historical	iemand die op het platteland per dag in dienst wordt genomen tegen een op dat moment afgesproken vergoeding
daggelders	=	daggelder
daggemiddelde	noun	gemiddelde hoeveelheid van iets over een bepaalde periode, omgerekend per dag
daggemiddelden	=	daggemiddelde
daggemiddeldes	=	daggemiddelde
daggen	verb	met een voegspijker afstrijken
daggend	=	daggen
daggende	=	daggen
daggerde	=	daggeren
daggeren	verb	met iemand een dans doen waarbij seks wordt nagebootst
daggerend	=	daggeren
daggerende	=	daggeren
daggetje	=	dagge
daggymnasia	=	daggymnasium
daggymnasium	noun|historical	school waar volwassenen overdag voorbereidend wetenschappelijk onderwijs kunnen volgen, met verplicht Oudgrieks en Latijn Met de invoering van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) heeft dit woord zijn onderscheidende betekenis verloren.
daggymnasiums	=	daggymnasium
dagh	=	dag
daghandel	noun	het op dezelfde dag kopen en verkopen van iets (met name van effecten)
daghandelaar	noun	aandelenhandelaar die op het eind van de handelsdag alle effecten weer verkocht heeft
daghandelaars	=	daghandelaar
daghandelaartje	=	daghandelaar
daghandelaartjes	=	daghandelaar
daghandelaren	=	daghandelaar
daghandelcafeetje	=	daghandelcafé
daghandelcafeetjes	=	daghandelcafé
daghandelcafé	noun	gelegenheid waar men kan handelen in effecten waarbij men alle effecten op het einde van de dag weer heeft verkocht
daghandelcafés	=	daghandelcafé
daghit	noun|obsolete	dienstbode die alleen overdag werkt en niet inwoont
daghitje	=	daghit
daghitjes	=	daghit
daghitten	=	daghit
daghulp	noun	plaats waar iemand alleen voor overdag hulp of opvang kan krijgen
daghulpen	=	daghulp
daghulpje	=	daghulp
daghulpjes	=	daghulp
daghuren	=	daghuur
daghuur	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen om iets een dag te mogen gebruiken
dagijzer	noun	een stuk gereedschap met een metalen blad en een handvat dat gebruikt wordt voor het aanbrengen, opvullen en afstrijken van voegspecie in metselwerk of tegelwerk
dagijzers	=	dagijzer
dagijzertje	=	dagijzer
dagijzertjes	=	dagijzer
dagindeling	noun	Het in stukken verdelen van de dag.
dagindelingen	=	dagindeling
dagindelinkje	=	dagindeling
dagindelinkjes	=	dagindeling
daging	noun	het dagen, het dagvaarden
dagingen	=	daging
daginkje	=	daging
daginkjes	=	daging
daginvulling	noun	dagelijkse bezigheden die een dag inhoud geven
daginvullingen	=	daginvulling
dagje	=	dag
dagjes	=	dag
dagjesmens	noun	iemand die een toeristisch reisje maakt zonder overnachting
dagjesmensen	noun	mensen die een toeristisch reisje maakt zonder overnachting
dagjesmensje	=	dagjesmens
dagjesmensjes	=	dagjesmens
dagjestoerist	noun	persoon die een reis van een dag onderneemt
dagjestoeristen	=	dagjestoerist
dagjestoeristje	=	dagjestoerist
dagjestoeristjes	=	dagjestoerist
dagkaart	noun	toegangsbewijs of vervoerbewijs dat één dag geldig is
dagkaarten	=	dagkaart
dagkaartje	=	dagkaart
dagkaartjes	=	dagkaart
dagkalender	noun	kalender met één blad voor elke dag (die vaak ook een spreuk of mop bevat)
dagkalenders	=	dagkalender
dagkant	noun	het binnenvlak van het materiaal dat een opening omsluit
dagkanten	=	dagkant
dagkantje	=	dagkant
dagkantjes	=	dagkant
dagkliniek	noun	kliniek waarin een opname voor een dag plaatsvindt.
dagklinieken	=	dagkliniek
dagkliniekje	=	dagkliniek
dagkliniekjes	=	dagkliniek
dagkoekoeksbloem	noun	Silene dioica een tweejarige of vaste plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
dagkoekoeksbloemen	=	dagkoekoeksbloem
dagkoekoeksbloemetje	=	dagkoekoeksbloem
dagkoekoeksbloemetjes	=	dagkoekoeksbloem
dagkoekoeksbloempje	=	dagkoekoeksbloem
dagkoers	noun	wat men op een bepaalde dag voor iets wenst te betalen
dagkoersen	=	dagkoers
dagkoersje	=	dagkoers
dagkoersjes	=	dagkoers
daglelie	noun	benaming voor plantn uit het geslacht Hemerocallis
dagleliegalmug	noun	Contarinia quinquenotata een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
dagleliegalmuggen	=	dagleliegalmug
dagleliegalmugje	=	dagleliegalmug
dagleliegalmugjes	=	dagleliegalmug
daglelies	noun	een geslacht Hemerocallis van soorten en cultivars.
dagleliën	=	daglelie
daglengte	noun	de tijd die binnen een etmaal verstrijkt tussen het moment waarop het eerste deel van de zon boven de horizon uitkomt (zonsopgang) en het moment waarop het laatste deel van de zon achter de horizon verdwijnt (zonsondergang)
daglengten	=	daglengte
daglengtes	=	daglengte
dagleven	noun	de activiteiten die men onderneemt gedurende dat deel van de dag dat de zon nog niet is ondergegaan
daglicht	noun	licht van de zon dat overdag de wereld verlicht
daglichtlamp	noun	lamp waarvan het licht enigszins op daglicht lijkt
daglichtlampen	=	daglichtlamp
daglichtlampje	=	daglichtlamp
daglichtlampjes	=	daglichtlamp
daglichtopname	noun	bij natuurlijk licht gemaakte foto-opname
daglichtopnamen	=	daglichtopname
daglichtopnames	=	daglichtopname
daglichttoetreding	noun	de hoeveelheid natuurlijk licht die via ramen, deuren of daklichten een gebouw binnenkomt.
daglichttoetredingen	=	daglichttoetreding
daglichttoetredinkje	=	daglichttoetreding
daglichttoetredinkjes	=	daglichttoetreding
daglonen	=	dagloon
dagloner	noun	een arbeider die per dag werd betaald en die met name in de land- en tuinbouw werkte
dagloners	=	dagloner
daglonertje	=	dagloner
daglonertjes	=	dagloner
dagloon	noun	dagloon is de aanduiding voor arbeidsloon dat wordt berekend per dag.
daglooner	=	dagloner
dagloontje	=	dagloon
dagloontjes	=	dagloon
daglycea	=	daglyceum
daglyceum	noun|historical	school waar overdag voorbereidend wetenschappelijk onderwijs wordt gegeven Met de invoering van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) heeft dit woord zijn onderscheidende betekenis verloren.
daglyceums	=	daglyceum
dagmaat	noun	maat van de hoeveelheid land die iemand in een dag kan maaien, ongeveer heen halve hectare, 5000 m²
dagmaatje	=	dagmaat
dagmaatjes	=	dagmaat
dagmarkt	noun	markt waarbij de prijzen van dag tot dag verschillen
dagmarkten	=	dagmarkt
dagmars	noun	afstand, in één dag afgelegd of af te leggen
dagmarsch	=	dagmars
dagmarsen	=	dagmars
dagmarsje	=	dagmars
dagmarsjes	=	dagmars
dagmaten	=	dagmaat
dagmenu	noun	menu dat speciaal voor die dag is bereid in een restaurant
dagmenu's	=	dagmenu
dagmenuutje	=	dagmenu
dagmenuutjes	=	dagmenu
dagmerk	noun	een reglementair teken dat op vaartuigen in bepaalde situaties bij daglicht moet worden getoond
dagmerken	=	dagmerk
dagmerkje	=	dagmerk
dagmerkjes	=	dagmerk
dagobertducktaks	noun	een hoge belasting voor rijke mensen
dagobertducktaksen	=	dagobertducktaks
dagobertducktaksje	=	dagobertducktaks
dagomrekenaar	noun	computerprogramma voor het maken van tijdsberekeningen
dagomrekenaars	=	dagomrekenaar
dagomrekenaartje	=	dagomrekenaar
dagomrekenaartjes	=	dagomrekenaar
dagomzet	noun	de waarde van de op één dag verkochte producten of diensten
dagomzetten	=	dagomzet
dagonderwijs	noun	overdag gegeven onderwijs
dagopbrengst	noun	hoeveelheid geld die men in één dag heeft verdient of ontvangen
dagopbrengsten	=	dagopbrengst
dagopening	noun	ceremoniële start van de (school)dag
dagopeningen	=	dagopening
dagopleiding	noun	opleiding gedurende de daguren
dagopleidingen	=	dagopleiding
dagopleidinkje	=	dagopleiding
dagopleidinkjes	=	dagopleiding
dagopname	noun	een verblijf in een ziekenhuis dat één dag duurt en waarbij de patiënt vóór de nacht weer naar huis gaat
dagopnamen	=	dagopname
dagopnames	=	dagopname
dagopvang	noun	opvang overdag, vooral van kinderen of senioren, in speciaal daarvoor ingerichte ruimtes
dagopvangen	=	dagopvang
dagorde	noun	de agenda van een vergadering of bijeenkomst
dagorden	=	dagorde
dagorder	noun	een bericht met bijzonder nieuws dat aan de verzamelde troepen wordt voorgelezene dag moet uitvoeren
dagorders	=	dagorder
dagordes	=	dagorde
dagpas	noun	toegangsbewijs dat één dag geldig is
dagpasje	=	dagpas
dagpasjes	=	dagpas
dagpassen	=	dagpas
dagpauwogen	=	dagpauwoog
dagpauwoog	noun	bepaalde soort dagvlinder, Aglais io, die in Nederland en België de bekendste soort uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders is
dagpauwoogje	=	dagpauwoog
dagpauwoogjes	=	dagpauwoog
dagplanning	noun	het maken van een schema van welke taken men op welke tijd van de dag doet
dagplanningen	=	dagplanning
dagploeg	noun	groep mensen die overdag werkt, groep mensen die tijdens de kantooruren werkt
dagploegen	=	dagploeg
dagploegje	=	dagploeg
dagploegjes	=	dagploeg
dagprijs	noun	de hoeveelheid geld die men per dag moet betalen om ergens gebruik van te mogen maken
dagprijsje	=	dagprijs
dagprijsjes	=	dagprijs
dagprijzen	=	dagprijs
dagproductie	noun	hoeveelheid goederen of diensten die men in één dag maakt of levert
dagproducties	=	dagproductie
dagprogramma	noun	lijst met alle voorgenomen activiteiten op een dag
dagprogramma's	=	dagprogramma
dagprogrammaatje	=	dagprogramma
dagprogrammaatjes	=	dagprogramma
dagrantsoen	noun	hoeveelheid voeding die per dag voor één persoon beschikbaar is
dagrantsoenen	=	dagrantsoen
dagrantsoentje	=	dagrantsoen
dagrantsoentjes	=	dagrantsoen
dagrapport	noun	verslag over een periode van 24 uur
dagrapporten	=	dagrapport
dagrapportje	=	dagrapport
dagrapportjes	=	dagrapport
dagrecord	noun	uiterste waarde die men op één dag bereikt
dagrecords	=	dagrecord
dagrecreant	noun	toerist die slechts één dag ergens verblijft (en dus niet overnacht)
dagrecreanten	=	dagrecreant
dagrecreantje	=	dagrecreant
dagrecreantjes	=	dagrecreant
dagrecreatie	noun	recreatie die één dag duurt zonder overnachting
dagregister	noun	een boekwerk waarin gebeurtenissen worden bijgehouden
dagregisters	=	dagregister
dagregistertje	=	dagregister
dagregistertjes	=	dagregister
dagreis	noun	de afstand die men in een dag aflegt of kan afleggen
dagreisje	=	dagreis
dagreisjes	=	dagreis
dagreizen	=	dagreis
dagrekenaar	noun	computerprogramma voor het maken van tijdsberekeningen
dagrekenaars	=	dagrekenaar
dagrekenaartje	=	dagrekenaar
dagrekenaartjes	=	dagrekenaar
dagrente	noun	rentepercentage zoals die op een bepaalde dag geldt
dagrenten	=	dagrente
dagrentes	=	dagrente
dagretour	noun	een treinkaartje geldig op één dag waarbij je van plaats A naar plaats B en weer terug naar plaats A kunt reizen
dagretours	=	dagretour
dagretourtje	=	dagretour
dagretourtjes	=	dagretour
dagrijlicht	noun	verlichting op een voertuig die alleen gevoerd mag worden met daglicht.
dagrijlichten	=	dagrijlicht
dagrijlichtje	=	dagrijlicht
dagrijlichtjes	=	dagrijlicht
dagritme	noun	een vast ritme voor mensen hoe een dag ingedeeld is
dagritmen	=	dagritme
dagritmes	=	dagritme
dagrooster	noun	een overzicht van de activiteiten en de tijden waarop die plaatsvinden van een dag
dagroosters	=	dagrooster
dagschema	noun	het programma van alle dingen die men op een dag van plan is te doen
dagschema's	=	dagschema
dagscholen	=	dagschool
dagschone	noun	Convolvulus tricolor een plant uit de windefamilie (Convolvulaceae).
dagschonen	=	dagschone
dagschonetje	=	dagschone
dagschonetjes	=	dagschone
dagschool	noun	school voor dagonderwijs
dagschooltje	=	dagschool
dagschooltjes	=	dagschool
dagschoot	noun	Het deel van het slot dat je met de deurkruk, een draaiknop of een sleutel kan bewegen.
dagschotel	noun	buiten de vaste kaart per dag verschillend, compleet gerecht in restaurants, voor een relatief lage prijs
dagschotels	=	dagschotel
dagschoteltje	=	dagschotel
dagschoteltjes	=	dagschotel
dagschoten	=	dagschoot
dagschuw	adj	daglicht mijdend, het daglicht niet goed kunnen verdragen
dagschuwe	=	dagschuw
dagschuwer	=	dagschuw
dagschuwere	=	dagschuw
dagschuwers	=	dagschuw
dagschuws	=	dagschuw
dagschuwst	=	dagschuw
dagschuwste	=	dagschuw
dagslot	noun	koers of waarde bij het sluiten van de markt op het einde van de dag
dagsloten	=	dagslot
dagslots	=	dagslot
dagsluiting	noun	een bijeenkomst of toespraak om een dag te overdenken en af te sluiten
dagsluitingen	=	dagsluiting
dagstand	noun	klassement van één dag
dagstanden	=	dagstand
dagstrand	noun	strand dat alleen overdag toegankelijk is; strand voor dagrecreatie
dagstranden	=	dagstrand
dagstrandje	=	dagstrand
dagstrandjes	=	dagstrand
dagsucces	noun	winst die men in een eendaagse wedstrijd behaalt
dagsuccesje	=	dagsucces
dagsuccesjes	=	dagsucces
dagsuccessen	=	dagsucces
dagtaak	noun	het werk dat men iedere dag moet doen en dat de volle dag duurt
dagtaken	=	dagtaak
dagtank	noun	tank die voldoende brandstof bevat die een motor in één dag verbruikt
dagtanken	=	dagtank
dagtarief	noun	de hoeveelheid geld die men ontvangt voor een dag werken
dagtarieven	=	dagtarief
dagteekenen	=	dagtekenen
dagteken	=	dagtekenen
dagtekende	=	dagtekenen
dagtekenden	=	dagtekenen
dagtekene	=	dagtekenen
dagtekenen	verb	voorzien van een datum
dagtekenend	=	dagtekenen
dagtekenende	=	dagtekenen
dagtekening	noun	datum (vermeld op een brief, factuur of officieel document)
dagtekeningen	=	dagtekening
dagtekent	=	dagtekenen
dagtekst	noun	inspirerende tekst die men gedurende een dag kan overdenken
dagteksten	=	dagtekst
dagtekstenboek	noun	dagboek dat per dag een selectie van twee bijbelteksten (één uit het Oude en één uit het Nieuwe Testament) en een lied of gedicht bevat, bedoeld om wereldwijd door christenen op dezelfde dag gelezen te worden
dagtekstenboeken	=	dagtekstenboek
dagtekstenboekje	=	dagtekstenboek
dagtekstenboekjes	=	dagtekstenboek
dagtekstje	=	dagtekst
dagtekstjes	=	dagtekst
dagtelevisie	noun	televisieprogramma dat overdag wordt uitgezonden
dagteller	noun	apparaat dat dagtotalen aangeeft, bij voorbeeld de kilometerteller van een auto
dagtellers	=	dagteller
dagtemperaturen	=	dagtemperatuur
dagtemperatuur	noun	temperatuur die overdag bereikt wordt; hoogste temperatuur van de dag
dagtemperatuurtje	=	dagtemperatuur
dagtemperatuurtjes	=	dagtemperatuur
dagticket	noun	kaartje dat één dag geldig is (in vergelijking met een kaartje dat voor een langere periode geldig is)
dagtickets	=	dagticket
dagtocht	noun	Een reis of tocht die één dag duurt.
dagtochten	=	dagtocht
dagtochtje	=	dagtocht
dagtochtjes	=	dagtocht
dagtoerisme	noun	toerisme (van dagjesmensen) dat zich tot slechts één dag beperkt
dagtrip	noun	korte (plezier)reis
dagtripje	=	dagtrip
dagtripjes	=	dagtrip
dagtrips	=	dagtrip
daguawitneklijster	noun	Turdus daguae een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
daguawitneklijsters	=	daguawitneklijster
daguawitneklijstertje	=	daguawitneklijster
daguawitneklijstertjes	=	daguawitneklijster
dagublad	noun	bladeren van Ipomoea aquatica
daguerreotype	noun	primitieve foto in waarbij een gepolijste, met kwikdampen geprepareerde plaat is gebruikt
daguerreotypen	=	daguerreotype
daguerreotypes	=	daguerreotype
daguerreotypie	noun	primitieve manier om foto's te maken waarbij een gepolijste, met kwikdampen geprepareerde plaat werd gebruikt
dagufisi	noun	Acestrorhynchus microlepis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de spilzalmen (Acestrorhynchidae).
dagufisi's	=	dagufisi
daguil	noun	benaming voor verschillende soorten uilen die overdag jagen
daguilen	=	daguil
daguitstap	noun	reis die één dag duurt zonder overnachting
daguitstapje	=	daguitstap
daguitstapjes	=	daguitstap
daguitstappen	=	daguitstap
dagvaard	=	dagvaarden
dagvaardde	=	dagvaarden
dagvaardden	=	dagvaarden
dagvaarde	=	dagvaarden
dagvaarden	verb	voor een rechtszitting oproepen
dagvaardend	=	dagvaarden
dagvaardende	=	dagvaarden
dagvaarding	noun	een schriftelijke oproep om voor een rechtbank te verschijnen
dagvaardingen	=	dagvaarding
dagvaardingsprocedure	noun	rechtszaak volgens burgerlijk recht waarbij een conflict door één van de partijen aan de rechter wordt voorgelegd
dagvaardingsprocedures	=	dagvaardingsprocedure
dagvaardinkje	=	dagvaarding
dagvaardinkjes	=	dagvaarding
dagvaardt	=	dagvaarden
dagvaart	noun	officiële samenkomst van functionarissen uit verschillende plaatsen
dagvaarten	=	dagvaart
dagverblijf	noun	ruimte waar mensen of dieren overdag kunnen verblijven
dagverblijfje	=	dagverblijf
dagverblijfjes	=	dagverblijf
dagverblijven	=	dagverblijf
dagvergoeding	noun	per dag berekende compensatie voor gemaakte kosten of geleden schade
dagvergoedingen	=	dagvergoeding
dagvergoedinkje	=	dagvergoeding
dagvergoedinkjes	=	dagvergoeding
dagverhaal	noun	beschrijving van alle gebeurtenissen en activiteiten van een dag
dagverhaaltje	=	dagverhaal
dagverhaaltjes	=	dagverhaal
dagverhalen	=	dagverhaal
dagverlies	noun	geld dat men op een dag verloren heeft
dagverliesje	=	dagverlies
dagverliesjes	=	dagverlies
dagverliezen	=	dagverlies
dagverpleging	noun	behandeling en verzorging van een patiënt zonder overnachting
dagverplegingen	=	dagverpleging
dagverpleginkje	=	dagverpleging
dagverpleginkjes	=	dagverpleging
dagvers	adj	op de dag van aankoop geoogst of gemaakt, zeer vers
dagverse	=	dagvers
dagverzorging	noun	een vorm van opvang waarbij zorgbehoevende personen overdag naar een zorginstelling gaan voor begeleiding, persoonlijke verzorging en groepsactiviteiten. 's Avonds en 's nachts zijn zij gewoon weer thuis.
dagverzorgingen	=	dagverzorging
dagverzorginkje	=	dagverzorging
dagverzorginkjes	=	dagverzorging
dagvlinder	noun	soort vlinder die dagactief is
dagvlinders	noun	een superfamilie Papilionoidea van vlinders.
dagvlindertje	=	dagvlinder
dagvlindertjes	=	dagvlinder
dagvoorzitter	noun	iemand die een evenement leidt dat één dag duurt zonder inhoudelijk betrokken te zijn
dagvoorzitters	=	dagvoorzitter
dagvullend	adj	iets wat een hele dag duurt.
dagvullende	=	dagvullend
dagvullender	=	dagvullend
dagvullendere	=	dagvullend
dagvullenders	=	dagvullend
dagvullends	=	dagvullend
dagvullendst	=	dagvullend
dagvullendste	=	dagvullend
dagwaarde	noun	de waarde die iets of iemand op een bepaalde dag heeft
dagwaarden	=	dagwaarde
dagwaardes	=	dagwaarde
dagwacht	noun	wacht bij dag
dagwachten	=	dagwacht
dagwand	noun	de oppervlakte grond die een boer met behulp van een os en een ploeg normalerwijze in 1 dag kon ploegen; 1/3 hectare; 3300 m²
dagwanden	=	dagwand
dagwe	noun	soort slang die in Suriname voorkomt
dagwerk	noun	werk dat je de hele dag doet; het dagelijkse werk
dagwerken	=	dagwerk
dagwes	=	dagwe
dagwinde	noun	Ipomoea purpurea een plant uit de windefamilie (Convolvulaceae)
dagwinden	=	dagwinde
dagwindes	=	dagwinde
dagwindetje	=	dagwinde
dagwindetjes	=	dagwinde
dagwinst	noun	overwinning tijdens een eendaagse wedstrijd
dagwinsten	=	dagwinst
dagzaak	noun	horecabedrijf voornamelijk tijdens de daguren geopend is, zoals een lunchroom, koffietentje of ijssalon
dagzaakje	=	dagzaak
dagzaakjes	=	dagzaak
dagzaal	noun	ruimte waarin mensen overdag kunnen verblijven
dagzaaltje	=	dagzaal
dagzaaltjes	=	dagzaal
dagzaken	=	dagzaak
dagzalen	=	dagzaal
dagzege	noun	iemand die de wedstrijd van een bepaalde dag wint in een wedstrijd die meerdere dagen duurt
dagzegen	=	dagzege
dagzeges	=	dagzege
dagziekenhuis	noun	een ziekenhuis waar alleen dagbehandelingen plaatsvinden, met eventueel een beperkte meerdaagse opnamemogelijkheid
dagziekenhuizen	=	dagziekenhuis
dagzijde	noun	de door de zon beschenen zijde van de aarde
dagzijden	=	dagzijde
dagzijdes	=	dagzijde
dagzomen	=	dagzoom
dagzoom	noun	waar een gesteente aan het oppervlak komt
dagzorg	noun	verpleging en verzorging overdag
dagzuster	noun	vrouw die overdag patiënten verzorgt
dagzusters	=	dagzuster
dagzustertje	=	dagzuster
dagzustertjes	=	dagzuster
dahlia	noun	een plantengeslacht uit de composietenfamilie, dat een tiental soorten omvat die wild voorkomen in Mexico als cultivar zijn er duizenden variëteiten
dahlia's	=	dahlia
dahliaatje	=	dahlia
dahliaatjes	=	dahlia
dahliageel	noun	tint geel met RAL-nummer 1033 ( ); een gele kleur zoals die van bloesem van de dahlia	adj	deze kleur hebbend, een kleur geel met RAL-nummer 1033.
dahliageels	=	dahliageel
dahliagele	=	dahliageel
dahoe	noun	bepaald soort tropische boom, Dracontomelon dao, met een rinse vrucht ter grootte van een geweerskogel
dahoes	=	dahoe
dahu	noun	Dahutus een imaginair hoefdier.
dahu's	=	dahu
dahuutje	=	dahu
dahuutjes	=	dahu
daikiri	=	daiquiri
daikon	noun	wortel van een daarvoor geteelde variëteit van de witte rammenas, Raphanus sativus (subsp. longipinnatus)
daikonkers	noun	jong groen van radijspanten, Raphanus sativus (var. longipinnatus), met een pittige en peperachtige geur, vergelijkbaar met tuinkers, in de Oosterse keuken gebruikt in salades en als garnering
daikonkersen	=	daikonkers
daikons	=	daikon
daim	noun	zacht leer
daime	noun	psychoactieve stof die men in Zuid-Amerika gebruikt tijdens religieuze bijeenkomsten
daimes	=	daime
daimethee	noun	psychoactieve thee die men in Zuid-Amerika gebruikt
daimethees	=	daimethee
daimetheeën	=	daimethee
daiquiri	noun	cocktail bestaande uit witte rum, suiker en limoensap
daisy	noun	biscuit met een madeliefje
daisy's	=	daisy
daisyboek	noun	gestructureerd en navigeerbaar luisterboek, speciaal ontworpen voor mensen met een leesbeperking zoals dyslexie of blindheid
daisyboeken	=	daisyboek
daisyboekje	=	daisyboek
daisyboekjes	=	daisyboek
dajak	noun	individu horend tot een van de volkeren in de binnenlanden van het eiland Borneo, dat verdeeld is tussen Indonesië (Kalimantan), Maleisië (Sarawak en Sabah) en Brunei
dajaks	=	dajak
dajan	noun	rabbinaal rechter
dajaniem	=	dajan
dajeine	intj	genoeg!
dajen	noun	rabbinaal rechter
dajenoe	intj	genoeg!
dajonem	=	dajen
dak	noun	het deel dat een gebouw aan de bovenkant bedekt en bescherming biedt tegen het weer
dakakker	noun	tuinbouwbedrijf op het dak van een gebouw
dakakkers	=	dakakker
dakakkertje	=	dakakker
dakakkertjes	=	dakakker
dakantenne	noun	een antenne die op het dak wordt opgesteld
dakantennes	=	dakantenne
dakantennetje	=	dakantenne
dakantennetjes	=	dakantenne
dakappartement	noun	woning die een deel is van een gebouw en vlak onder of op het dak is gelegen
dakappartementen	=	dakappartement
dakappartementje	=	dakappartement
dakappartementjes	=	dakappartement
dakbaan	noun	strook dakbekleding die meestal op rollen wordt aangevoerd
dakbalk	noun	balk die een deel is van de draagconstructie van een dak
dakbalken	=	dakbalk
dakbalkje	=	dakbalk
dakbalkjes	=	dakbalk
dakbanen	=	dakbaan
dakbedekking	noun	een beschermende laag die op een plat of hellend dak wordt aangebracht, om dit waterdicht, sneeuwdicht en tochtvrij te maken, zodat het dak kan beschermen tegen dieren, hitte, wind en zonlicht
dakbedekkingen	=	dakbedekking
dakbedekkinkje	=	dakbedekking
dakbedekkinkjes	=	dakbedekking
dakbeschot	noun	laag planken aan de binnenkant van een dank
dakbeschotten	=	dakbeschot
dakconstructie	noun	constructie van het dak van een gebouw zonder de dakbedekking, sterk genoeg om alle belastingen zoals eigen gewicht, sneeuw, wind te kunnen dragen
dakconstructies	=	dakconstructie
dakdeel	noun	gedeelte van een dakconstructie
dakdekker	noun	iemand die dakconstructies plaatst; en dan met name de rietdekkers
dakdekkers	=	dakdekker
dakdekkersbedrijf	noun	een bedrijf voor dakbedekking
dakdekkersbedrijfje	=	dakdekkersbedrijf
dakdekkersbedrijfjes	=	dakdekkersbedrijf
dakdekkersbedrijven	=	dakdekkersbedrijf
dakdekkertje	=	dakdekker
dakdelen	=	dakdeel
dakdoorvoer	noun	voorziening om doorvoer door een dak mogelijk te maken
dakdoorvoeren	=	dakdoorvoer
daken	=	dak
dakgebint	noun	portaalvormige constructie waarop het dak rust
dakgebinte	noun	portaalvormige constructie waarop het dak rust
dakgebinten	=	dakgebint
dakgoot	noun	een langgerekte bakvormige of halfronde constructie voor het van het dak afvoeren van hemelwater
dakgootje	=	dakgoot
dakgootjes	=	dakgoot
dakgoten	=	dakgoot
dakhaas	noun	iemand die veel op het dak is, een dakdekker
dakhaasje	=	dakhaas
dakhaasjes	=	dakhaas
dakhazen	=	dakhaas
dakherder	noun	persoon die schapen houdt op een dak van een zeer groot gebouw
dakherders	=	dakherder
dakisolatie	noun	het isoleren van het dak van een gebouw
dakisolaties	=	dakisolatie
dakje	noun	alleen verkleinwoord accentteken ^ dat vooral uit het Frans bekend is
dakjes	=	dak
dakkamer	noun	verblijfsruimte helemaal bovenin een gebouw, die daardoor beperkt is in grootte, bereikbaarheid en comfort
dakkamers	=	dakkamer
dakkamertje	=	dakkamer
dakkamertjes	=	dakkamer
dakkapel	noun	een uitbouw van het schuine dakvlak
dakkapellen	=	dakkapel
dakkapelletje	=	dakkapel
dakkapelletjes	=	dakkapel
dakladder	noun	ladder om tegen schuine daken te leggen
dakladders	=	dakladder
dakleer	noun	een bitumen- en teerhoudende dakbedekking
daklei	noun	een dakbedekking bestaande uit individuele overlappende elementen (oorspronkelijk gemaakt van leisteen)
dakleien	=	daklei
dakleitje	=	daklei
dakleitjes	=	daklei
daklekkage	noun	het lekken van water door een dak
daklekkages	=	daklekkage
daklicht	noun	een glazen plafond waardoor het daglicht binnen kan komen
daklichten	=	daklicht
daklichtje	=	daklicht
daklichtjes	=	daklicht
daklijn	noun	bovenkant van het dak
daklijnen	=	daklijn
daklijst	noun	rand die onderlangs een dak loopt; de bovenste afsluiting van een muur langs de dakrand van de gevel
daklijsten	=	daklijst
dakloken	=	daklook
daklook	noun	Sempervivum tectorum vetplant die op de daken van huizen groeit
dakloos	adj	zonder onderkomen of onderdak zijnde
dakloosheid	noun	het dakloos zijn
dakloost	=	dakloos
daklooste	=	dakloos
dakloze	noun	iemand die op de straat leeft, zonder vaste verblijfplaats
daklozen	=	dakloze
daklozencentra	=	daklozencentrum
daklozencentrum	noun	een opvangplek waar daklozen eten kunnen krijgen en/of kunnen overnachten
daklozencentrums	=	daklozencentrum
daklozenkrant	noun	een krant die in verschillende landen op straat wordt verkocht door personen zonder vaste woon- of verblijfplaats
daklozenkranten	=	daklozenkrant
daklozenkrantje	=	daklozenkrant
daklozenkrantjes	=	daklozenkrant
daklozenopvang	noun	een opvangplek waar daklozen eten kunnen krijgen en/of kunnen overnachten
daklozenopvangen	=	daklozenopvang
daklozenprobleem	noun	de kwestie dat er mensen zijn zonder vaste woon- of verblijfplaats en alle problemen die daarbij horen
daklozenproblemen	=	daklozenprobleem
daklozer	=	dakloos
daklozere	=	dakloos
daklozers	=	dakloos
dakluik	noun	een valluik dat toegang geeft tot platte daken
dakluiken	=	dakluik
dakluikje	=	dakluik
dakluikjes	=	dakluik
dakpan	noun	elkaar overlappende stenen of betonnen elementen waarmee een schuin dak lekdicht gedekt wordt
dakpannen	=	dakpan
dakpannetje	=	dakpan
dakpannetjes	=	dakpan
dakpark	noun	park gelegen op het dak van een gebouw
dakparken	=	dakpark
dakplaat	noun	een plaat van bijvoorbeeld hout of beton die het dak dicht maakt
dakplaatje	=	dakplaat
dakplaatjes	=	dakplaat
dakplaten	=	dakplaat
dakraam	noun	een raam gelegen in het dakvlak, meestal uitzetbaar
dakraampje	=	dakraam
dakraampjes	=	dakraam
dakrail	noun	elk van de stangen, in de lengterichting op het dak van een auto aangebracht, dienend om gezamenlijk grote voorwerpen op te kunnen vervoeren
dakrails	=	dakrail
dakramen	=	dakraam
dakrand	noun	zoom net onder het dak, de grens van het dak
dakranden	=	dakrand
dakrandje	=	dakrand
dakreparatie	noun	het repareren van een beschadigd dak
dakreparaties	=	dakreparatie
dakrestaurant	noun	een restaurant gelegen op het dak van een gebouw
dakrestaurantje	=	dakrestaurant
dakrestaurantjes	=	dakrestaurant
dakrestaurants	=	dakrestaurant
dakriet	noun	riet dat men gebruikt voor het dekken van daken
dakruiter	noun	kleine toren die op de nok van een dag is aangebracht
dakruiters	=	dakruiter
dakruitertje	=	dakruiter
dakruitertjes	=	dakruiter
dakschade	noun	beschadiging van het dak
dakschaden	=	dakschade
dakschades	=	dakschade
dakschild	noun	elk der hellende vlakken in een dak die samen de dakvorm bepalen
dakschilden	=	dakschild
dakschildje	=	dakschild
dakschildjes	=	dakschild
dakspaan	noun	een gespleten houten plankje dat overlappend geplaatst samen met vele anderen als dakbedekking wordt toegepast
dakspanen	=	dakspaan
dakspant	noun	een spar, spoor of spant (balk of plank) die van de voet van het dak tot de nok loopt en die het dakbeschot ondersteunt
dakspanten	=	dakspant
dakspantje	=	dakspant
dakspantjes	=	dakspant
dakspar	noun	paal, rechte, dunne stam, vooral als onderdeel van een dak
daksparren	=	dakspar
daksparretje	=	dakspar
daksparretjes	=	dakspar
dakspijker	noun	spijkers die speciaal zijn ontworpen voor het monteren van golfplaten of plaatmateriaal in wanden of daken
dakspijkers	=	dakspijker
dakspoiler	noun	een boven de achterruit bevestigde vleugel die dient om de wegligging van een voertuig te verbeteren
dakspoilers	=	dakspoiler
dakspoilertje	=	dakspoiler
dakspoilertjes	=	dakspoiler
dakstoel	noun	de balkconstructie die een schuin dak ondersteunt
dakstoelen	=	dakstoel
dakstoeltje	=	dakstoel
dakstoeltjes	=	dakstoel
daktaal	noun	taal die sterk lijkt op een andere taal die wordt gesproken binnen hetzelfde gebied maar door een kleiner deel van de bevolking
daktaaltje	=	daktaal
daktaaltjes	=	daktaal
daktalen	=	daktaal
dakterras	noun	deel van het dak waarop je kunt verblijven
dakterrasje	=	dakterras
dakterrasjes	=	dakterras
dakterrassen	=	dakterras
daktuin	noun	tuin aangelegd op het platte deel van een dak
daktuinen	=	daktuin
daktuintje	=	daktuin
daktuintjes	=	daktuin
daktylisch	=	dactylisch
daktylus	=	dactylus
dakvenster	noun	raam dat in een dak zit
dakvensters	=	dakvenster
dakvenstertje	=	dakvenster
dakvenstertjes	=	dakvenster
dakvlak	noun	een (hellend) vlak in een dak samen met andere vlakken bepalend voor de dakvorm
dakvlakje	=	dakvlak
dakvlakjes	=	dakvlak
dakvlakken	=	dakvlak
dakvloer	noun	dragende deel van een plat dak
dakvloeren	=	dakvloer
dakvloertje	=	dakvloer
dakvloertjes	=	dakvloer
dakvoet	noun	het onderste, overstekende deel van een schuin dak
dakvoeten	=	dakvoet
dakvorm	noun	het type dakconstructie
dakvormen	=	dakvorm
dakvormig	adj	vorm van een dak hebbend
dakvormige	=	dakvormig
dakvormiger	=	dakvormig
dakvormigere	=	dakvormig
dakvormigers	=	dakvormig
dakvormigs	=	dakvormig
dakvormigst	=	dakvormig
dakvormigste	=	dakvormig
dakvormpje	=	dakvorm
dakvormpjes	=	dakvorm
dakvorst	noun	de bovenste, scherpe rand van een schuin dak; de nok van een dak
dakvorsten	=	dakvorst
dakvorstje	=	dakvorst
dakvorstjes	=	dakvorst
dakwerk	noun	geheel van onderdelen die samen het dak van een gebouw vormen
dakwerken	=	dakwerk
dakwerker	noun	iemand die daken construeert en waterdicht maakt
dakwerkers	=	dakwerker
dakwerkertje	=	dakwerker
dal	noun	een bepaald soort tegel
dalang	noun	poppenspeler die een wajangvoorstelling verzorgt
dalangs	=	dalang
dalatklauwiertimalia	noun	Pteruthius aeralatus annamensis een (onder)soort endemische zangvogel uit de familie vireo's (Vireonidae).
dalatklauwiertimalia's	=	dalatklauwiertimalia
dalatklauwiertimaliaatje	=	dalatklauwiertimalia
dalatklauwiertimaliaatjes	=	dalatklauwiertimalia
dalatstruikzanger	noun	Locustella idonea een zangvogel uit de familie van de Locustellidae.
dalatstruikzangers	=	dalatstruikzanger
dalatstruikzangertje	=	dalatstruikzanger
dalatstruikzangertjes	=	dalatstruikzanger
dale	=	dalen
dalem	noun	woning van een vorst of aanzienlijk persoon op Java
dalems	=	dalem
dalen	verb	naar beneden gaan
dalend	adj	omlaag bewegend
dalende	=	dalend
dalender	=	dalend
dalendere	=	dalend
dalenders	=	dalend
dalends	=	dalend
dalendst	=	dalend
dalendste	=	dalend
daler	noun	iets of iemand die kleiner, lager of minder wordt
dalers	=	daler
dalet	noun	vierde letter van het alfabet
dalets	=	dalet
dalf	=	dalven
dalfde	=	dalven
dalfden	=	dalven
dalfen	noun	armoedzaaier, bedelaar
dalfonem	=	dalfen
dalft	=	dalven
dalgrond	noun	de zandige ondergrond die vrijkomt wanneer een laag veen geheel is afgegraven, en wanneer die vervolgens wordt vermengd met bonkaarde (de bovenste halve meter van het veen, dat niet geschikt is voor het maken van turf)
dalgronden	=	dalgrond
dalijk	=	dadelijk
daling	noun	het dalen, het lager worden
dalingen	=	daling
dalinkje	=	daling
dalinkjes	=	daling
dalit	noun	persoon in India, Bangladesh, Nepal, Pakistan en Sri Lanka onderaan de maatschappelijke ladder die buiten het kastenstelsel is geplaatst
dalits	=	dalit
dalkom	noun	een kom in een dal
dalkommen	=	dalkom
dalkonschildje	noun	voorbehoedmiddel in de vorm van een plaatje in de baarmoederhals
dalkonschildjes	=	dalkonschildje
dalkruid	noun	Maianthemum bifolium een giftige, vaste plant, die behoort tot de aspergefamilie (Asparagaceae).
dalle	noun	plat, rechthoekig stuk beton, gebruikt als plaveisel
dallen	=	dal
dalles	noun	armoede
dalletje	=	dal
dalletjes	=	dal
dalmaat	noun	hond van het ras dalmatiër
dalmaatje	=	dalmaat
dalmaatjes	=	dalmaat
dalmaten	=	dalmaat
dalmatica	=	dalmatiek
dalmatiek	noun	halflang misgewaad van een diaken
dalmatieken	=	dalmatiek
dalmatiekje	=	dalmatiek
dalmatisch	adj	betreffende de regio Dalmatië aan de Kroatische Adriatische kust en de inheemse cultuur, stijl of taal daarvan
dalmatische	=	dalmatisch
dalmatischer	=	dalmatisch
dalmatischere	=	dalmatisch
dalmatischers	=	dalmatisch
dalmatischt	=	dalmatisch
dalmatischtalig	adj	de Dalmatische taal sprekend
dalmatischtalige	=	dalmatischtalig
dalmatischtaligs	=	dalmatischtalig
dalmatischte	=	dalmatisch
dalmatiëklokje	noun	Campanula portenschlagiana een groenblijvend, overblijvend kruid uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
dalmatiëklokjes	=	dalmatiëklokje
dalmatiër	noun	hoogbening, kortharig, middelgroot en helderwit hondenras met scherp afgetekende zwarte of leverkleurige vlekken
dalmatiërbladroller	noun	Cydia zebeana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
dalmatiërbladrollers	=	dalmatiërbladroller
dalmatiërbladrollertje	=	dalmatiërbladroller
dalmatiërbladrollertjes	=	dalmatiërbladroller
dalmatiërs	=	dalmatiër
dalmatiërtje	=	dalmatiër
dalmatiërtjes	=	dalmatiër
dals	=	dal
dalstation	noun	plaats in het dal waar voertuigen (met name treinen) kunnen stoppen voor het in- en uitstappen van reizigers en het in- en uitladen van goederen
dalstationnetje	=	dalstation
dalstationnetjes	=	dalstation
dalstations	=	dalstation
dalton	noun	geünificeerde atoommassa-eenheid, weergegeven met symbool Da
daltoneffect	noun	verschijnsel dat jongere kinderen uit een gezin vaak in de voetsporen van hun criminele oudere broers en zusters treden
daltoneffecten	=	daltoneffect
daltonisme	noun	gebrek aan het vermogen om kleuren te onderscheiden
daltonist	noun	iemand die kleuren niet of maar beperkt kan zien
daltonisten	=	daltonist
daltononderwijs	noun	individuele onderwijsmethode waarbij de nadruk ligt op keuzevrijheid voor de leerling, samenwerking met anderen en ontwikkeling van zelfstandigheid
daltons	=	dalton
daltonscholen	=	daltonschool
daltonschool	noun	school waar daltononderwijs wordt gegeven
daltonschooltje	=	daltonschool
daltonschooltjes	=	daltonschool
daltonsysteem	noun	onderwijsmethode uitgedacht door Helen Parkhurst (1887-1973) ontwikkeld in de plaats Dalton in de Verenigde Staten
daltonsysteempje	=	daltonsysteem
daltonsysteempjes	=	daltonsysteem
daluren	=	daluur
dalurenkaart	noun	kortingskaart voor het openbaar vervoer die niet geldig is tijdens de spits
dalurenkaarten	=	dalurenkaart
daluur	noun	de tijd dat het rustig is op de weg en in het openbaar vervoer
dalve	=	dalven
dalven	verb	bedelen
dalvend	=	dalven
dalvende	=	dalven
dalver	noun	bedelaar
dalvers	=	dalver
dalvertje	=	dalver
dalwind	noun	een wind die vanuit het dal tegen de berghellingen opwaait
dalwinden	=	dalwind
dam	noun	twee gestapelde schijven
damagazelle	noun	Nanger dama is de grootste bekende gazellesoort en tevens een van de minst talrijke
damagazellen	=	damagazelle
damagazelles	=	damagazelle
damagazelletje	=	damagazelle
damagazelletjes	=	damagazelle
damalijster	noun	Geokichla citrina een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters)
damalijsters	=	damalijster
damalijstertje	=	damalijster
damalijstertjes	=	damalijster
damar	noun	bepaald soort hars afkomstig uit Indonesië, damarhars
damaragierzwaluw	noun	Apus bradfieldi een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
damaragierzwaluwen	=	damaragierzwaluw
damaragierzwaluwtje	=	damaragierzwaluw
damaragierzwaluwtjes	=	damaragierzwaluw
damarakakelaar	noun	Phoeniculus damarensis een vogel uit de familie boomhoppen (Phoeniculidae).
damarakakelaars	=	damarakakelaar
damarakakelaartje	=	damarakakelaar
damarakakelaartjes	=	damarakakelaar
damarastern	noun	Sternula balaenarum een zeevogel uit de familie Laridae (meeuwen) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
damarasternen	=	damarastern
damarasterns	=	damarastern
damarasterntje	=	damarastern
damarasterntjes	=	damarastern
damaratok	noun	Tockus damarensis een neushoornvogel die voorkomt in het Afrotropisch gebied.
damaratokje	=	damaratok
damaratokjes	=	damaratok
damaratokken	=	damaratok
damarhars	noun	een natuurlijke washars met een smeltpunt van 120° die gewonnen wordt uit het hoogstammig hardhout van de familie van de Dipterocarpaceae
damarharsen	=	damarhars
damarpurperspreeuw	noun	Aplonis circumscripta een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
damarpurperspreeuwen	=	damarpurperspreeuw
damarpurperspreeuwtje	=	damarpurperspreeuw
damarpurperspreeuwtjes	=	damarpurperspreeuw
damars	=	damar
damartok	noun	Tockus damarensis een neushoornvogel die voorkomt in het Afrotropisch gebied.
damartokje	=	damartok
damartokjes	=	damartok
damartokken	=	damartok
damarvernis	noun	vernis gemaakt uit damarhars en terpetine
damarvernissen	=	damarvernis
damarvliegenvanger	noun	Ficedula henrici een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
damarvliegenvangers	=	damarvliegenvanger
damarvliegenvangertje	=	damarvliegenvanger
damarvliegenvangertjes	=	damarvliegenvanger
damasceen	noun	een inwoner van Damascus, of iemand afkomstig uit Damascus
damasceens	adj	op Damascus betrekking hebbend
damasceense	noun	een inwoonster van Damascus, of iemand afkomstig uit Damascus
damasceensen	=	damasceense
damasceer	=	damasceren
damasceerde	=	damasceren
damasceerden	=	damasceren
damasceert	=	damasceren
damascenen	=	damasceen
damascener	noun	een inwoner van Damascus, of iemand afkomstig uit Damascus	adj	op Damascus betrekking hebbend
damasceners	=	damascener
damascere	=	damasceren
damasceren	verb	metalen voorwerpen met een bijtende vloeistof bewerken zodat er een tekening op het metaal ontstaat
damascerend	=	damasceren
damascering	noun	een inlegtechniek van metaal in metaal
damast	noun	weeftechniek, waarbij tekeningen aangebracht worden op een achtergrond van dezelfde kleur
damastbloem	noun	Hesperis matronalis een tweejarige plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
damastbloemen	=	damastbloem
damastbloemetje	=	damastbloem
damastbloemetjes	=	damastbloem
damastbloempje	=	damastbloem
damastbloempjes	=	damastbloem
damaste	=	damast
damasten	=	damast
damasts	=	damast
damboek	noun	boek over het damspel en de dammers
damboeken	=	damboek
damboekje	=	damboek
damboekjes	=	damboek
dambograszanger	noun	Cisticola dambo een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
dambograszangers	=	dambograszanger
dambograszangertje	=	dambograszanger
dambograszangertjes	=	dambograszanger
dambord	noun	een bord met honderd afwisselend witte en zwarte vakken waarop het damspel gespeeld wordt
damborden	=	dambord
dambordje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vlinder, Melanargia galathea uit de onderfamilie van de zandoogjes en erebia's (Satyrinae) van de familie Nymphalidae; de rups is groen of grijsgroen
dambordjes	=	dambord
dambordvlieg	noun	Sarcophagidae vlieg die dood materiaal opeet.
dambordvliegen	noun	Sarcophagidae (Oudgrieks σάρξ (sarx) = vlees, φαγεῖν (phagein) = eten) zijn vliegen die dood materiaal opeten.
dambordvliegje	=	dambordvlieg
dambordvliegjes	=	dambordvlieg
dambordwier	noun	Prasiola stipitata een klein groenwier uit de familie Prasiolaceae
dambordwieren	=	dambordwier
dambordwiertje	=	dambordwier
dambordwiertjes	=	dambordwier
dambordzwelhaai	noun	Cephaloscyllium isabellum een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
dambordzwelhaaien	=	dambordzwelhaai
dambordzwelhaaitje	=	dambordzwelhaai
dambordzwelhaaitjes	=	dambordzwelhaai
dambreuk	noun	breuk van een dam
dambreuken	=	dambreuk
damclub	noun	vereniging waarbij de leden damwedstrijden spelen
damclubje	=	damclub
damclubjes	=	damclub
damclubs	=	damclub
damde	=	dammen
damden	=	dammen
dame	noun	beschaafde vrouw
dame-jeanne	noun	donkerglazen bolronde kruik tot 50 liter groot met hals en stop om dranken (wijn, cider, olie) te vervoeren of bewaren; meestal beschermd door een rieten mand
dame-jeanneke	=	dame-jeanne
dame-jeannekes	=	dame-jeanne
dame-jeannes	=	dame-jeanne
damegambiet	noun	een vaak gespeelde opening bij het schaakspel
damegambieten	=	damegambiet
damegambietje	=	damegambiet
damegambietjes	=	damegambiet
dameruil	noun	het slaan van de dame van de tegenpartij waarbij ook de eigen dame verloren gaat zodat het spel doorgaat zonder dat er dames op het bord staan
dameruilen	=	dameruil
dames	=	dame
damesachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van dames
damesachtige	=	damesachtig
damesachtiger	=	damesachtig
damesachtigere	=	damesachtig
damesachtigers	=	damesachtig
damesachtigs	=	damesachtig
damesachtigst	=	damesachtig
damesachtigste	=	damesachtig
damesbediening	noun	vrouwen die drankjes rondbrengen in een uitgaansgelegenheid
damesbedieningen	=	damesbediening
damesbeurs	noun	handelsbeurs met goederen die speciaal gemaakt zijn voor vrouwen
damesbeursje	=	damesbeurs
damesbeursjes	=	damesbeurs
damesbeurzen	=	damesbeurs
damesblaadje	=	damesblad
damesblaadjes	=	damesblad
damesblad	noun	tijdschrift voor vrouwen
damesbladen	=	damesblad
damesboxer	noun	een ruimvallende onderbroek voor vrouwen
damesboxers	=	damesboxer
damesboxertje	=	damesboxer
damesboxertjes	=	damesboxer
damesbroek	noun	wijdere broek gedragen door dames
damesbroeken	=	damesbroek
damesbroekje	=	damesbroek
damesbroekjes	=	damesbroek
damesch	=	dame
damescoupe	noun	geknipte haarvorm voor vrouwen
damescoupeetje	=	damescoupé
damescoupeetjes	=	damescoupé
damescoupeje	=	damescoupe
damescoupejes	=	damescoupe
damescoupes	=	damescoupe
damescoupé	noun	deel van een spoorwagon dat gereserveerd is voor vrouwelijke passagiers
damescoupés	=	damescoupé
damesdubbel	noun	tennisspel waarbij twee vrouwen tegen twee vrouwen spelen
damesdubbels	=	damesdubbel
damesdubbelspel	noun	tennisspel waarbij twee vrouwen tegen twee vrouwen spelen
damesenkel	noun	overgang tussen been en voet bij een vrouw In zeer preutse opvattingen hoorde ook de enkel van een vrouw in het publiek niet zichtbaar te zijn.
damesenkels	=	damesenkel
damesenkelspel	noun	categorie wedstrijden waarbij één speelster het tegen één tegenstandster opneemt
damesenkelspelen	=	damesenkelspel
damesfiets	noun	fiets die geen horizontale stang heeft zodat dames met rokken hier ook op plaats kunnen nemen
damesfietsen	=	damesfiets
damesfietsje	=	damesfiets
damesfietsjes	=	damesfiets
dameshandschoen	noun	een kledingstuk dat speciaal is ontworpen om de hand van een vrouw te bedekken, met afzonderlijke omhulsels voor elke vinger
dameshandschoenen	=	dameshandschoen
dameshandschoentje	=	dameshandschoen
dameshandschoentjes	=	dameshandschoen
dameshandwerk	noun	kunstzinnige textiele werkvormen
dameshandwerkje	=	dameshandwerk
dameshandwerkjes	=	dameshandwerk
dameshoed	noun	hoofddeksel voor vrouwen
dameshoeden	=	dameshoed
dameshoedje	=	dameshoed
dameshoedjes	=	dameshoed
damesjas	noun	kledingstuk voor vrouwen dat gedragen wordt over de andere kleding
damesjasje	=	damesjas
damesjasjes	=	damesjas
damesjassen	=	damesjas
dameskapper	noun	kapper met alleen vrouwelijke klanten
dameskappers	=	dameskapper
dameskappertje	=	dameskapper
dameskappertjes	=	dameskapper
dameskapsalon	noun	zaak waar vrouwen hun haar kunnen laten verzorgen
dameskapsalons	=	dameskapsalon
dameskapster	=	dameskapper
dameskleding	noun	kleding die speciaal voor vrouwen is gemaakt
dameskoor	noun	koor bestaande uit zangeressen
dameskoortje	=	dameskoor
dameskoortjes	=	dameskoor
dameskoren	=	dameskoor
dameskransje	noun	gezellig samenzijn van een groepje dames
dameskransjes	=	dameskransje
damesliefde	noun	lesbische liefde, vrouwelijke homoseksualiteit
damesliefdes	=	damesliefde
damesmantel	noun	wijd vallende, lange jas voor vrouwen
damesmantels	=	damesmantel
damesmanteltje	=	damesmantel
damesmobiel	noun	mobiele telefoon die speciaal voor vrouwen is gemaakt
damesmobielen	=	damesmobiel
damesmobiels	=	damesmobiel
damesmobieltje	=	damesmobiel
damesmobieltjes	=	damesmobiel
damesmode	noun	heersende mode voor dames
damesmodes	=	damesmode
damesonderbroek	noun	een onderbroek die door vrouwen wordt gedragen
damesonderbroeken	=	damesonderbroek
damesonderbroekje	=	damesonderbroek
damesonderbroekjes	=	damesonderbroek
damesondergoed	noun	vrouwenkleding die direct op het lichaam wordt gedragen; vrouwenkleding die onder andere kleding wordt gedragen
damesorkest	noun	orkest bestaande uit vrouwelijke muzikantes
damesorkesten	=	damesorkest
damesorkestje	=	damesorkest
damesorkestjes	=	damesorkest
damespaard	noun	een elegant, rustig paard
damespaarden	=	damespaard
damespaardje	=	damespaard
damespaardjes	=	damespaard
damespistolen	=	damespistool
damespistool	noun	klein handvuurwapen
damespistooltje	=	damespistool
damespistooltjes	=	damespistool
damesportret	noun	afbeelding van een vrouw
damesportretje	=	damesportret
damesportretjes	=	damesportret
damesportretten	=	damesportret
damesroman	noun	roman speciaal geschreven voor vrouwen en behorend tot de triviaalliteratuur; bekende vormen zijn de doktersroman en de bouquetroman
damesromannetje	=	damesroman
damesromannetjes	=	damesroman
damesromans	=	damesroman
damessalon	noun	ruimte waarin alleen dames mogen komen
damessalons	=	damessalon
damessandaal	noun	elegante open schoen voor vrouwen
damessandaaltje	=	damessandaal
damessandaaltjes	=	damessandaal
damessandalen	=	damessandaal
damesschoen	noun	schoen speciaal gemaakt voor vrouwen
damesschoenen	=	damesschoen
damesschoentje	=	damesschoen
damesschoentjes	=	damesschoen
damessjaal	noun	een kledingaccessoire van stof dat door vrouwen om de hals, schouders of het hoofd wordt gedragen
damessjaals	=	damessjaal
damessjaaltje	=	damessjaal
damessjaaltjes	=	damessjaal
damessjalen	=	damessjaal
damestas	noun	speciale handtas voor dames
damestasje	=	damestas
damestasjes	=	damestas
damestassen	=	damestas
damestaxi	noun	taxi's met een vrouwelijke chauffeur bestemd voor vrouwelijke passagiers
damestaxi's	=	damestaxi
damesteam	noun	sportteam met uitsluitend vrouwen
damesteams	=	damesteam
damestoilet	noun	toilet of wc-ruimte voor vrouwen
damestoiletje	=	damestoilet
damestoiletjes	=	damestoilet
damestoiletten	=	damestoilet
damesverband	noun	hulpmiddel om de gevolgen van de maandelijkse menstruatie van vrouwen op hygiënische wijze op te vangen
damesverbanden	=	damesverband
damesverbandje	=	damesverband
damesverbandjes	=	damesverband
damesvoetbal	noun	voetbal beoefend door vrouwen
dameszadel	noun	zadel voor fiets of rijdier dat speciaal voor vrouwen is gemaakt
dameszadels	=	dameszadel
dameszadeltje	=	dameszadel
dameszadeltjes	=	dameszadel
dametje	=	dame
dametjes	=	dame
damevleugel	noun	kant van het schaakspel waar de dame bij het begin van het spel staat
damevleugels	=	damevleugel
damhert	noun	Dama dama evenhoevige uit de familie van de hertachtigen (Cervidae).
damherten	=	damhert
damhertje	=	damhert
damhertjes	=	damhert
damiaatjes	noun	2 kerkklokken van de Oude St.-Bavokerk te Haarlem
damiana	noun	Turnera diffusa een plant die voorkomt in het zuidwesten van Texas in de Verenigde Staten, Het kan worden gerookt of als thee gedronken
damiana's	=	damiana
damkampioen	noun	beoefenaar van de damsport die de wedstrijd om een kampioenschap heeft gewonnen
damkampioenen	=	damkampioen
damkampioenschap	noun	damwedstrijd waarbij de winnaar de titel van kampioen krijgt
damkampioenschappen	=	damkampioenschap
damklok	noun	uurwerk waarmee men de denktijd van dammers reguleert en zo nodig beperkt
damklokken	=	damklok
damlijn	noun	veld 1-5 voor wit en veld 46-50 voor de zwart, het zijn de velden waarop een gewone steen kan promoveren tot dam
damlijnen	=	damlijn
dammar	=	damar
damme	=	dammen
dammen	verb	het damspel spelen	noun	een bordspel
dammend	=	dammen
dammende	=	dammen
dammer	noun	iemand die het damspel speelt
dammers	=	dammer
dammertje	=	dammer
dammertjes	=	dammer
dammetje	=	dam
dammetjes	=	dam
damp	noun	de gasvormige toestand van een stof die bij kamertemperatuur vloeibaar of vast is, de toestand die ontstaan is door verdamping
damp-syndroom	noun	min of meer hypothetische mentale stoornis, bedacht door een Zweedse psychiater en verwant aan ADHD
dampaal	noun	vierkante paal die men gebruikt voor het maken van tijdelijke kistdammen
dampaaltje	=	dampaal
dampaaltjes	=	dampaal
dampalen	=	dampaal
dampartij	noun	een spelletje dammen
dampartijen	=	dampartij
dampbad	noun	toeleiding van damp of uitwaseming van warme geneesmiddelen naar een ziekelijk deel van het lichaam voor inhalatie, huidbehandeling
dampbaden	=	dampbad
dampbadje	=	dampbad
dampbadjes	=	dampbad
dampdicht	adj	geen damp doorlatend
dampdichte	=	dampdicht
dampdichter	=	dampdicht
dampdichtere	=	dampdicht
dampdichters	=	dampdicht
dampdichtheden	=	dampdichtheid
dampdichtheid	noun	het dampdicht zijn
dampdichts	=	dampdicht
dampdichtst	=	dampdicht
dampdichtste	=	dampdicht
dampdode	noun	iemand die is komen te overlijden als gevolg van het roken van elektronische sigaretten
dampdoden	=	dampdode
dampdruk	noun	druk die wordt uitgeoefend door een damp
dampdrukken	=	dampdruk
dampe	=	dampen
dampen	verb	damp, geur produceren
dampend	adj	stoom afscheidend
dampende	=	dampen
dampends	=	dampend
damper	noun	iemand die of iets dat dampt
dampers	=	damper
dampertje	=	damper
dampertjes	=	damper
dampig	adj	lijkend op damp
dampige	=	dampig
dampiger	=	dampig
dampigere	=	dampig
dampigers	=	dampig
dampigheden	=	dampigheid
dampigheid	noun	het dampig zijn
dampigs	=	dampig
dampigst	=	dampig
dampigste	=	dampig
dampje	=	damp
dampjes	=	damp
dampkap	noun	industrieel apparaat voor het afzuigen van schadelijke dampen
dampkapje	=	dampkap
dampkapjes	=	dampkap
dampkappen	=	dampkap
dampkring	noun	een deken van gassen die zich vormt rond een planeet of maan als massa ervan groot genoeg en de temperatuur niet te hoog is
dampkringen	=	dampkring
dampkringetje	=	dampkring
dampkringetjes	=	dampkring
dampkringslucht	noun	lucht zoals die in de dampkring aanwezig is
dampkringsluchten	=	dampkringslucht
dampkringsluchtje	=	dampkringslucht
dampkringsluchtjes	=	dampkringslucht
damplank	noun	plank of plaat als onderdeel van schoeiingen, waterkeringen en damwanden
damplanken	=	damplank
damplankje	=	damplank
damplankjes	=	damplank
dampt	=	dampen
dampte	=	dampen
dampten	=	dampen
dampwinkel	noun	een winkel waar benodigdheden voor een e-sigaret worden verkocht
dampwinkels	=	dampwinkel
dampwinkeltje	=	dampwinkel
dampwinkeltjes	=	dampwinkel
damschijf	noun	een van de witte en zwarte schijven waarmee het damspel gespeeld wordt
damschijfje	=	damschijf
damschijfjes	=	damschijf
damschijven	=	damschijf
damschreeuwer	noun	een persoon die tijdens de Nationale Dodenherdenking (of andere plechtige gelegenheid) op de Dam gaat schreeuwen en daarmee veel onrust oproept
damschreeuwers	=	damschreeuwer
damschreeuwertje	=	damschreeuwer
damschreeuwertjes	=	damschreeuwer
damslag	noun	een slag die je maakt met een dam in het damspel
damslagen	=	damslag
damslaper	noun	jongere die in de jaren zestig van de twintigste eeuw regelmatig sliep op de Dam in Amsterdam
damslapers	=	damslaper
damspel	noun	een bordspel gespeeld op een bord met honderd vlakken met stenen die alleen diagonaal verzet kunnen worden
damspelen	=	damspel
damspellen	=	damspel
damspelletje	=	damspel
damspelletjes	=	damspel
damsport	noun	een bordspel op een bord van 100 vakjes met 20 witte en 20 zwarte damschijven
damsteen	noun	een van de witte of zwarte speelstukken van het damspel
damsteentje	=	damsteen
damstenen	=	damsteen
damt	=	dammen
damvereniging	noun	vereniging van mensen die de damsport beoefenen
damverenigingen	=	damvereniging
damverenigingetje	=	damvereniging
damverenigingetjes	=	damvereniging
damwand	noun	een uit planken of staalprofielen opgebouwde, loodrechte afscheiding van grond en water, die wordt toegepaste bij dammen, bouwputten, kademuren, beschoeiingen enz.
damwanden	=	damwand
damwandje	=	damwand
damwandjes	=	damwand
damwandplank	noun	een, speciaal geprofileerde, ijzeren plank waarmee damwanden worden samengesteld
damwandplanken	=	damwandplank
damwandplankje	=	damwandplank
damwandplankjes	=	damwandplank
dan	adv	op een eerder genoemd tijdstip in de toekomst	conj	na een vergrotende trap van een bijvoeglijk naamwoord of van een bijwoord
danaïde	noun	rond gat in een goot dat dient om de hoeveelheid vloeistof die door de goot stroomt te meten
danaïden	=	danaïde
danaïdenvaatje	=	danaïdenvat
danaïdenvaatjes	=	danaïdenvat
danaïdenvat	noun|figurative	werk dat nooit tot blijvend resultaat leidt, maar eindeloos herhaalde inspanningen vraagt
danaïdenvaten	=	danaïdenvat
danaïdes	=	danaïde
danaïdevat	noun	ronde bak met een rond gat in de bodem om de doorstroom van vloeistof te meten
danaïdevaten	=	danaïdevat
dance	noun	elektronische dansmuziek die meestal niet live gespeeld kan worden
dancebattle	noun	het elkaar uitdagen om te laten zien wie het beste kan dansen
dancebattles	=	dancebattle
dancefeest	noun	massaal evenement waar bezoekers dansen op door een diskjockey gedraaide dancemuziek
dancefeesten	=	dancefeest
dancefeestje	=	dancefeest
dancefeestjes	=	dancefeest
dancefestival	noun	festival met veel dancemuziek
dancefestivals	=	dancefestival
danceformatie	noun	groep mensen die samen een dans uitvoeren
danceformaties	=	danceformatie
dancehall	noun	in de late jaren 1970 op Jamaica ontstane muzieksoort met elementen van reggae, ska en rap
dancehalls	=	dancehall
dancekleding	noun	speciale danskleding voor een bezoek aan een gelegenheid met electronic dance music
dancemuziek	noun	elektronische dansmuziek die meestal niet live gespeeld kan worden
danceparty	noun	massaal evenement waar bezoekers dansen op door een diskjockey gedraaide dancemuziek
danceparty's	=	danceparty
dances	=	dance
dancescene	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het maken en uitvoeren van electronic dance muziek (EDM)
dancescenes	=	dancescene
dancing	noun	een gelegenheid waar men kan dansen
dancings	=	dancing
dancinkje	=	dancing
dancinkjes	=	dancing
dande	noun	een Arubaanse folkloristische traditie bij de jaarwisseling, waarbij muzikanten en zangers, de paranda, met gezongen nieuwjaarswensen langs de huisdeuren trekken
danden	=	dande
dandy	noun	iemand (doorgaans mannelijk) met een overdreven verzorgd uiterlijk
dandy's	=	dandy
dandy'tje	=	dandy
dandy'tjes	=	dandy
dandyachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van dandy
dandyachtige	=	dandyachtig
dandyachtiger	=	dandyachtig
dandyachtigere	=	dandyachtig
dandyachtigers	=	dandyachtig
dandyachtigs	=	dandyachtig
dandyachtigst	=	dandyachtig
dandyachtigste	=	dandyachtig
dandyisme	noun	manieren en kleding van een dandy
dang	noun	lichaamsdeel waarmee insecten als bijen en wespen kunnen steken
dangdut	noun	een Indonesisch popmuziekgenre, ontstaan uit een mix van Indiase filmmuziek, Westerse rock, disco, popmuziek uit het Midden-Oosten en Maleise folkmuziek
danig	adj	in aanmerkelijke mate, buitengewoon	adv	in aanzienlijke mate
danige	=	danig
danigs	=	danig
danio	noun	een geslacht Danio van kleine karpers (Cyprinidae).
danio's	=	danio
danium	noun	een tijdperk uit de aardgeschiedenis
dank	noun	een goede gezindheid jegens iemand voor bewezen diensten
dankbaar	adj	erkentelijk voor ontvangen hulp	adv	erkentelijk voor ontvangen hulp
dankbaarder	=	dankbaar
dankbaardere	=	dankbaar
dankbaarders	=	dankbaar
dankbaarheden	=	dankbaarheid
dankbaarheid	noun	het dankbaar zijn
dankbaarheidje	=	dankbaarheid
dankbaarheidjes	=	dankbaarheid
dankbaars	=	dankbaar
dankbaarst	=	dankbaar
dankbaarste	=	dankbaar
dankbare	=	dankbaar
dankbericht	noun	mededeling waarin men aangeeft dankbaar voor iets te zijn
dankberichten	=	dankbericht
dankbetonen	=	dankbetoon
dankbetoon	noun	uiting van dankbaarheid; blijk van erkentelijkheid
dankbetuiging	noun	Een woord of een gift die men geeft als dank voor iets wat iemand gedaan heeft.
dankbetuigingen	=	dankbetuiging
dankbetuiginkje	=	dankbetuiging
dankbetuiginkjes	=	dankbetuiging
dankbrief	noun	brief waarin men zijn dankbaarheid uit
dankbriefje	=	dankbrief
dankbriefjes	=	dankbrief
dankbrieven	=	dankbrief
dankdag	noun	speciale dag om God ergens voor te bedanken
dankdagen	=	dankdag
dankdienst	noun	kerkdienst waarin men zich dankbaar toont voor iets of iemand
dankdiensten	=	dankdienst
danke	=	danken
danken	verb	erkentelijkheid aan iemand betonen, laten merken dat je blij bent met de aangeboden hulp
dankend	=	danken
dankende	=	danken
dankfeest	noun	feest dat uit dankbaarheid is georganiseerd
dankfeesten	=	dankfeest
dankgebed	noun	een gebed waarin men god dankt
dankgebeden	=	dankgebed
dankgebedje	=	dankgebed
dankgebedjes	=	dankgebed
dankgezegd	=	dankzeggen
danki	intj|informal	uitdrukking van dankbaarheid
dankje	noun	alleen verkleinwoord dankwoord
dankjes	=	dank
dankjewel	noun	informele dankbetuiging	intj|informal	uiting van erkentelijkheid
dankjewels	=	dankjewel
dankjulliewel	adv|informal	uiting van erkentelijkheid tegenover een groep
danklied	noun	een gezongen dankbetuiging
dankliederen	=	danklied
dankliedje	=	danklied
dankliedjes	=	danklied
dankmis	noun	een mis uit dankbaarheid gehouden voor iets goeds dat iemand ontvangen heeft van God
dankmisje	=	dankmis
dankmisjes	=	dankmis
dankmissen	=	dankmis
dankrede	noun	toespraak waarin men iets of iemand bedankt of eert
dankredes	=	dankrede
dankspeech	noun	rede die men houdt om iemand in het openbaar te bedanken
dankspeechen	=	dankspeech
dankspeeches	=	dankspeech
dankspeechje	=	dankspeech
dankspeechjes	=	dankspeech
dankt	=	danken
dankte	=	danken
dankten	=	danken
dankuwel	noun	formele dankbetuiging	intj|formal	uiting van erkentelijkheid
dankuwels	=	dankuwel
dankwoord	noun	korte tekst of toespraak om mensen te bedanken
dankwoorden	=	dankwoord
dankwoordje	=	dankwoord
dankwoordjes	=	dankwoord
dankzeg	=	dankzeggen
dankzegde	=	dankzeggen
dankzegden	=	dankzeggen
dankzegge	=	dankzeggen
dankzeggen	verb	een dankgebed uitspreken
dankzeggend	=	dankzeggen
dankzeggende	=	dankzeggen
dankzegging	noun	een dankbetuiging
dankzeggingen	=	dankzegging
dankzegginkje	=	dankzegging
dankzegginkjes	=	dankzegging
dankzegt	=	dankzeggen
dankzei	=	dankzeggen
dankzeiden	=	dankzeggen
dankzij	prep	door de positieve werking van
danmei	noun	literatuurgenre waarbij een romantische homoseksuele relatie tussen twee mannen wordt beschreven voor een heteroseksueel, vrouwelijk publiek
dannetje	=	dan
dannetjes	=	dan
dans	noun	een verzameling sierlijke bewegingen, meestal op basis van een muzikaal ritme
dansacademie	noun	beroepsonderwijs voor dansers
dansacademies	=	dansacademie
dansact	noun	deel van een voorstelling waarin de artiesten dansen
dansacts	=	dansact
dansant	adj	over of van dans, geschikt voor of gericht op dansen
dansante	=	dansant
dansanter	=	dansant
dansantere	=	dansant
dansanters	=	dansant
dansants	=	dansant
dansantst	=	dansant
dansantste	=	dansant
dansavond	noun	gezellige bijeenkomst in de avond waar je ook kunt dansen
dansavonden	=	dansavond
dansavondje	=	dansavond
dansavondjes	=	dansavond
dansbaar	adj	waar je makkelijk op kunt dansen
dansbaarder	=	dansbaar
dansbaardere	=	dansbaar
dansbaarders	=	dansbaar
dansbaars	=	dansbaar
dansbaarst	=	dansbaar
dansbaarste	=	dansbaar
dansbare	=	dansbaar
dansbathon	noun	sportief dansfestijn
dansbathons	=	dansbathon
dansbeer	noun	een bruine beer die getraind is om op commando dansachtige bewegingen uit te voeren
dansberen	=	dansbeer
dansbeweging	noun	bewegingen van het lichaam die men maakt tijdens het dansen
dansbewegingen	=	dansbeweging
dansbeweginkje	=	dansbeweging
dansbeweginkjes	=	dansbeweging
danscafeetje	=	danscafé
danscafeetjes	=	danscafé
danscafé	noun	een café waar men kan dansen
danscafés	=	danscafé
danscarrière	noun	loopbaan als danser of danseres
danscarrières	=	danscarrière
danscentra	=	danscentrum
danscentrum	noun	uitgaangsgelegenheid waar men kan dansen
danscentrums	=	danscentrum
dansclub	noun	een gelegenheid of vereniging waar mensen samenkomen om te dansen
dansclubje	=	dansclub
dansclubjes	=	dansclub
dansclubs	=	dansclub
danscontest	noun	een strijd van twee of meer personen om uit te maken wie het beste kan dansen
danscontesten	=	danscontest
danscontests	=	danscontest
danscursus	noun	een reeks georganiseerde lessen, vaak gegeven bij een dansschool, waarin deelnemers onder begeleiding van een docent de techniek, passen en ritmes van een specifieke dansstijl leren, zoals stijldansen, salsa, streetdance of ballet.
danscursusje	=	danscursus
danscursusjes	=	danscursus
danscursussen	=	danscursus
dansdocent	noun	iemand die dansles geeft
dansdocenten	=	dansdocent
dansdocentje	=	dansdocent
dansdocentjes	=	dansdocent
dansdop	noun	doppen die op het uiteinde van naaldhakken gezet kunnen worden om de hakken maar ook de vloer waarop gelopen wordt te bechermen
dansdopje	=	dansdop
dansdopjes	=	dansdop
dansdoppen	=	dansdop
danse	=	dansen
dansen	verb	sierlijk en ritmisch bewegen, gewoonlijk op muziek
dansend	adj	aan het dansen zijnde
dansende	=	dansend
dansender	=	dansend
dansendere	=	dansend
dansenders	=	dansend
dansends	=	dansend
dansendst	=	dansend
dansendste	=	dansend
danser	noun	mannelijk persoon die danst
danseres	noun	een vrouwelijk persoon die danst
danseresje	=	danseres
danseresjes	=	danseres
danseressen	=	danseres
dansers	=	danser
dansertje	=	danser
dansertjes	=	danser
danseur	noun	man die geld verdient met voorstellingen waarbij hij sierlijk op muziek beweegt
danseurs	=	danseur
danseuse	noun	vrouw die geld verdient met dansvoorstellingen waarbij zij sierlijk op muziek beweegt
danseuseje	=	danseuse
danseusejes	=	danseuse
danseuses	=	danseuse
danseusetje	=	danseuse
danseusetjes	=	danseuse
dansevenement	noun	op zichzelf staande bijeenkomst waar hoofdzakelijk wordt gedanst, georganiseerd voor een groot aantal bezoekers
dansevenementen	=	dansevenement
dansexpressie	noun	manier van zich uitdrukken door middel van dans
dansexpressies	=	dansexpressie
dansfeest	noun	feest waar gedanst kan worden
dansfeesten	=	dansfeest
dansfeestje	=	dansfeest
dansfeestjes	=	dansfeest
dansfestival	noun	feestelijke bijeenkomst waar gedanst kan worden
dansfestivalletje	=	dansfestival
dansfestivalletjes	=	dansfestival
dansfestivals	=	dansfestival
dansfiguren	=	dansfiguur
dansfiguur	noun	een serie van danspassen en/of bewegingen op muziek die gezamenlijk de choreografie van een dans vormen
dansfiguurtje	=	dansfiguur
dansfiguurtjes	=	dansfiguur
dansfilm	noun	een film met veel dans en muziek
dansfilmpje	=	dansfilm
dansfilmpjes	=	dansfilm
dansfilms	=	dansfilm
dansgelegenheden	=	dansgelegenheid
dansgelegenheid	noun	uitgaansgelegenheid waar men kan dansen
dansgezelschap	noun	een vaste groep van dansers die meerdere keren optredens verzorgt
dansgezelschapje	=	dansgezelschap
dansgezelschapjes	=	dansgezelschap
dansgezelschappen	=	dansgezelschap
dansgroep	noun	een groep mensen die een dansvoorstelling geven
dansgroepen	=	dansgroep
dansgroepje	=	dansgroep
dansgroepjes	=	dansgroep
danshuis	noun	locatie waar men kan dansen
danshuisje	=	danshuis
danshuizen	=	danshuis
dansi	noun	dansfeest
dansi's	=	dansi
dansinstructeur	noun	iemand die andere mensen leert hoe ze moeten dansen
dansinstructeurs	=	dansinstructeur
dansje	=	dans
dansjes	=	dans
dansjuf	noun	een vrouw die danslessen geeft, een vrouwelijke dansleraar
dansjuffen	=	dansjuf
dansjufje	=	dansjuf
dansjufjes	=	dansjuf
danskooi	noun	theatrale decorconstructie, vaak in de vorm van een grote vogelkooi, die in nachtclubs en op evenementen wordt gebruikt om dansers een afgezonderd podium te bieden
danskooien	=	danskooi
danskooitje	=	danskooi
danskooitjes	=	danskooi
danskoord	noun	touw dat men gebruikt bij touwtjespringen
danskoorden	=	danskoord
danskoordje	=	danskoord
danskoordjes	=	danskoord
danskunst	noun	de kunst van het ritmisch en sierlijk bewegen van het lichaam op muziek
danskunsten	=	danskunst
danskunstje	=	danskunst
danskunstjes	=	danskunst
dansleerares	=	danslerares
dansleraar	noun	iemand die op een dansschool dansles geeft, mannelijke vorm van danslerares
dansleraars	=	dansleraar
dansleraren	=	dansleraar
danslerares	noun	vrouw die anderen leert hoe ze sierlijk of expressief kunnen bewegen op muziek, vrouwelijke vorm van dansleraar
dansleraressen	=	danslerares
dansles	noun	onderwijs in dansen gedurende een kortere periode
danslesje	=	dansles
danslesjes	=	dansles
danslessen	=	dansles
danslint	noun	een lang, soepel lint van doorgaans 2 tot 4 meter, bevestigd aan een kort stokje, gebruikt voor sierlijke bewegingen, ritmische gymnastiek en dans
danslinten	=	danslint
danslintje	=	danslint
danslintjes	=	danslint
dansluiting	noun	kroonkurk
dansluitingen	=	dansluiting
dansluitinkje	=	dansluiting
dansluitinkjes	=	dansluiting
dansmaker	noun	persoon die een dans ontwerpt; persoon die de choreografie van een dans ontwerpt
dansmakers	=	dansmaker
dansmanie	noun	rage waarbij mensen veel gaan dansen, vaak een bepaalde stijl
dansmanies	=	dansmanie
dansmanieën	=	dansmanie
dansmarathon	noun	een dansfeest dat heel lang duurt
dansmarathons	=	dansmarathon
dansmarieke	noun	meisje dat in uniform marcheert tijdens de carnavalsfeesten
dansmarieken	=	dansmarieke
dansmariekes	=	dansmarieke
dansmat	noun	elektronisch speel- en trainingsapparaat in de vorm van een platte mat met pijlen erop, bedoeld om op te dansen en te springen op de maat van muziek, waarbij je LED-lampjes volgt en je score behaalt, wat coördinatie, ritme en conditie verbetert
dansmatje	=	dansmat
dansmatjes	=	dansmat
dansmatten	=	dansmat
dansmeester	noun	iemand die mensen leert dansen
dansmeesters	=	dansmeester
dansmeestersviolen	=	dansmeestersviool
dansmeestersviool	noun	klein viersnarig strijkinstrument
dansmeestersviooltje	=	dansmeestersviool
dansmeestersviooltjes	=	dansmeestersviool
dansmeestertje	noun	alleen verkleinwoord zwart vogeltje uit o.a.
dansmeestertjes	=	dansmeester
dansmeisje	noun	jonge vrouw die optreedt als danseres
dansmeisjes	=	dansmeisje
dansmug	noun	insect uit de familie Chironomidae van muggen die over de hele wereld voorkomen, zelfs op Antarctica leven soorten dansmuggen.
dansmuggen	noun	Chironomidae een familie van muggen die over de hele wereld voorkomen, zelfs op Antarctica leven soorten dansmuggen.
dansmuggetje	=	dansmug
dansmuggetjes	=	dansmug
dansmuziek	noun	ritmische muziek waarop men kan dansen
dansmuziekje	=	dansmuziek
dansmuziekjes	=	dansmuziek
dansnummer	noun	muzieknummer waarop men kan dansen
dansnummers	=	dansnummer
dansnummertje	=	dansnummer
dansnummertjes	=	dansnummer
dansopleiding	noun	onderwijs in dansen; school waar men dansles geeft
dansopleidingen	=	dansopleiding
dansopleidinkje	=	dansopleiding
dansopleidinkjes	=	dansopleiding
dansoptreden	noun	uitvoering waarin dans wordt opgevoerd
dansoptredens	=	dansoptreden
dansopvoering	noun	een voorstelling waarin gedanst wordt
dansopvoeringen	=	dansopvoering
dansorgel	noun	een orgel dat vroeger in danszalen of balzalen stond
dansorgels	=	dansorgel
dansorkest	noun	orkest dat dansmuziek speelt
dansorkesten	=	dansorkest
dansorkestje	=	dansorkest
dansorkestjes	=	dansorkest
danspaal	noun	paal gebruikt bij het paaldansen
danspaaltje	=	danspaal
danspaaltjes	=	danspaal
danspaar	noun	twee mensen die samen een dans uitvoeren
danspaartje	=	danspaar
danspaartjes	=	danspaar
danspalen	=	danspaal
dansparen	=	danspaar
danspartij	noun	feestelijke bijeenkomst waar men kan dansen
danspartijen	=	danspartij
danspartijtje	=	danspartij
danspartijtjes	=	danspartij
danspartner	noun	degene met wie men danst
danspartners	=	danspartner
danspas	noun	al dan niet voorgeschreven pas bij het dansen, soms een hele dansfiguur
danspasje	=	danspas
danspasjes	=	danspas
danspassen	=	danspas
dansplaat	noun	cd of grammofoonplaat met muziek om op te dansen
dansplaatje	=	dansplaat
dansplaatjes	=	dansplaat
dansplaten	=	dansplaat
danspop	noun	iemand die eruit ziet als iemand die alleen maar kan dansen
danspoppen	=	danspop
danspoppetje	=	danspop
danspoppetjes	=	danspop
dansproductie	noun	een dansvoorstelling in een schouwburg
dansproducties	=	dansproductie
dansprogramma	noun	een televisieprogramma waarin men danst
dansprogramma's	=	dansprogramma
dansprogrammaatje	=	dansprogramma
dansprogrammaatjes	=	dansprogramma
dansschoen	noun	nette schoen met een gladde zool waarmee men kan dansen
dansschoenen	=	dansschoen
dansschoentje	=	dansschoen
dansschoentjes	=	dansschoen
dansscholen	=	dansschool
dansschool	noun	school(gebouw) waar men dansen kan leren
dansschooltje	=	dansschool
dansschooltjes	=	dansschool
dansscène	noun	deel van een film of toneelstuk waarin de acteurs dansen
dansscènes	=	dansscène
danssector	noun	bedrijfstak die betrokken is bij het dansen
danssectoren	=	danssector
danssectors	=	danssector
dansshow	noun	theatershow met veel dans
dansshows	=	dansshow
danssport	noun	Danssport is dansen als sportactiviteit.
danssporten	=	danssport
dansstijl	noun	een manier van dansen
dansstijlen	=	dansstijl
dansstudio	noun	zaal waarin men kan leren dansen; oefenzaal voor dansers
dansstudio's	=	dansstudio
danst	=	dansen
danstalent	noun	iemand die van nature veel aanleg heeft voor dansen
danstalenten	=	danstalent
danste	=	dansen
danstechnisch	adj	betreffende de technische uitvoering van het dansen
danstechnische	=	danstechnisch
danstechnischer	=	danstechnisch
danstechnischere	=	danstechnisch
danstechnischers	=	danstechnisch
dansten	=	dansen
danstent	noun	een uitgaansgelegenheid waar men kan dansen
danstenten	=	danstent
danstentje	=	danstent
danstentjes	=	danstent
danstheater	noun	een plaats of gebouw waar je naar een dans dansvoorstelling kunt kijken
danstheaters	=	danstheater
danstheatertje	=	danstheater
danstheatertjes	=	danstheater
danstherapie	noun	behandelmethode om door ritmische beweging op muziek lichamelijke klachten te verminderen of tot rust en kalmte te komen
danstherapieën	=	danstherapie
dansvakopleiding	noun	een professionele, intensieve opleiding die dansers opleidt tot uitvoerend podiumdanser, choreograaf of docent.
dansvakopleidingen	=	dansvakopleiding
dansvakopleidinkje	=	dansvakopleiding
dansvakopleidinkjes	=	dansvakopleiding
dansverbod	noun	verbod op publiekelijk dansen
dansverboden	=	dansverbod
dansverbodje	=	dansverbod
dansverbodjes	=	dansverbod
dansvereniging	noun	een vereniging met leden die gezamenlijk dansactiviteiten beoefent, variërend van recreatief stijldansen tot competitieve danssport
dansverenigingen	=	dansvereniging
dansvlieg	noun	insect uit de familie Empididae uit de onderorde van vliegen die leven van andere vliegen.
dansvliegen	noun	Empididae een familie uit de onderorde van vliegen die leven van andere vliegen.
dansvliegje	=	dansvlieg
dansvliegjes	=	dansvlieg
dansvloer	noun	gedeelte van de vloer waarop men danst
dansvloeren	=	dansvloer
dansvloertje	=	dansvloer
dansvloertjes	=	dansvloer
dansvoorstelling	noun	uitvoering van een dansgezelschap
dansvoorstellingen	=	dansvoorstelling
dansvoorstellinkje	=	dansvoorstelling
dansvoorstellinkjes	=	dansvoorstelling
dansvorm	noun	een stijl van dansen
dansvormen	=	dansvorm
danswedstrijd	noun	wedstrijd waarbij de deelnemers proberen om de mooiste tekening te maken en een jury bepaalt wie daarin het beste geslaagd is
danswedstrijden	=	danswedstrijd
danswedstrijdje	=	danswedstrijd
danswedstrijdjes	=	danswedstrijd
danswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het dansen
danswerelden	=	danswereld
danswereldje	=	danswereld
danswereldjes	=	danswereld
danswoede	noun	een (hysterisch ??) ziektebeeld waarbij de zieke een ziekelijke drang om te dansen vertoont die soms eindigt met de dood
danswoedes	=	danswoede
danswoedetje	=	danswoede
danszaal	noun	een grotere ruimte die geschikt is om te dansen en danspartijen te houden
danszaaltje	=	danszaal
danszaaltjes	=	danszaal
danszalen	=	danszaal
dansziekte	noun	een (hysterisch ??) ziektebeeld waarbij de zieke een ziekelijke drang om te dansen vertoont die soms eindigt met de dood
dansziekten	=	dansziekte
dansziektes	=	dansziekte
dansziektetje	=	dansziekte
dansziektetjes	=	dansziekte
dantesk	adj	van iets dat het doet denken aan de werken van Dante
danteske	=	dantesk
dantesker	=	dantesk
danteskere	=	dantesk
danteskers	=	dantesk
dantesks	=	dantesk
danteskst	=	dantesk
danteskste	=	dantesk
daolùm	=	dalem
dapper	adj	geen angst voor gevaar tonend
dapperder	=	dapper
dapperdere	=	dapper
dapperders	=	dapper
dappere	=	dapper
dapperheden	=	dapperheid
dapperheid	noun	het moedig zijn
dapperheidsdiploma	noun	een symbolisch bewijs, vaak uitgereikt aan kinderen na een spannende of pijnlijke medische handeling, zoals bloedprikken, inenting of een ziekenhuisopname
dapperheidsdiploma's	=	dapperheidsdiploma
dapperheidsdiplomaatje	=	dapperheidsdiploma
dapperheidsdiplomaatjes	=	dapperheidsdiploma
dapperheidsmedaille	noun	een medaille voor bewezen dapperheid
dapperheidsmedailles	=	dapperheidsmedaille
dappers	=	dapper
dapperst	=	dapper
dapperste	=	dapper
dar	noun	mannelijke bij
darekh	noun	Alburnus tarichi een straalvinnige vis uit de familie eigenlijke karpers (Cyprinidae) die uitsluitend voorkomt in Turkije.
darekhs	=	darekh
darjeelingspecht	noun	Dendrocopos darjellensis een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
darjeelingspechten	=	darjeelingspecht
darjeelingspechtje	=	darjeelingspecht
darjeelingspechtjes	=	darjeelingspecht
darkcore	noun	een hardere, relatief jonge en duister klinkende versie van de elektronische muziekstijl hardcore
darkroom	noun	donkere ruimte in een seksclub waarin men anonieme seksuele contacten kan aangaan
darkroomcafeetje	=	darkroomcafé
darkroomcafeetjes	=	darkroomcafé
darkroomcafé	noun	een uitgaansgelegenheid voor homofiele mannen waarbij men anonieme seks met elkaar kan hebben in een verduisterde kamer
darkroomcafés	=	darkroomcafé
darkrooms	=	darkroom
darkstore	noun	een ruimte met afgeplakte ramen van waaruit flitsbezorgers online bestelde goederen binnen 10 minuten bij de klant bezorgen met behulp van een elektrische fietsen
darkstores	=	darkstore
darm	noun	onderdeel van het spijsverteringsstelsel tussen de maag en de anus
darmaandoening	noun	aandoening aan de darm(en)
darmaandoeningen	=	darmaandoening
darmaandoeninkje	=	darmaandoening
darmaandoeninkjes	=	darmaandoening
darmactiviteit	noun	activiteit van de darm
darmademhaling	noun	ademhaling via de darmen (bij vissen ?? wat inhoudt dat lucht wordt ingeslikt, waarna de darmen de zuurstof opnemen)
darmademhalingen	=	darmademhaling
darmader	noun	ader die het bloed uit de darmen afvoert
darmaderen	=	darmader
darmaders	=	darmader
darmadertje	=	darmader
darmadertjes	=	darmader
darmafsluiting	noun	belemmering van de doorgang door de darm, door mechanische oorzaken (obstructie) of paralyse
darmafsluitingen	=	darmafsluiting
darmafsluitinkje	=	darmafsluiting
darmafsluitinkjes	=	darmafsluiting
darmbacterie	noun	microbe die zich in het maag-darmkanaal ophoudt
darmbacterietje	=	darmbacterie
darmbacterietjes	=	darmbacterie
darmbacteriën	=	darmbacterie
darmbeen	noun	bovenste platte gedeelte van het heupbeen
darmbeenderen	=	darmbeen
darmbeentje	=	darmbeen
darmbeentjes	=	darmbeen
darmbenen	=	darmbeen
darmbeweging	noun	beweging door peristaltiek in de darmen
darmbewegingen	=	darmbeweging
darmbeweginkje	=	darmbeweging
darmbeweginkjes	=	darmbeweging
darmbloeding	noun	bloeding in het darmkanaal (door scheuring van de bloedvaten)
darmbloedingen	=	darmbloeding
darmbloedinkje	=	darmbloeding
darmbloedinkjes	=	darmbloeding
darmcatarre	noun	oppervlakkige slijmvliesontsteking in de darm
darmcatarres	=	darmcatarre
darmen	=	darm
darmenstelsel	noun	het systeem dat de vertering en opname van voedingsstoffen voor het lichaam verzorgt
darmenstelsels	=	darmenstelsel
darmenstelseltje	=	darmenstelsel
darmenstelseltjes	=	darmenstelsel
darmflora	noun	de micro-organismen in het maag-darmkanaal
darmflora's	=	darmflora
darmgas	noun	door darmbacteriën geproduceerd gas dat tijdens de spijsvertering in het darmkanaal ontstaat
darmgasje	=	darmgas
darmgasjes	=	darmgas
darmgassen	=	darmgas
darminfarct	noun	verstopping van een bloedvat in de darmen, leidend tot het afsterven van darmweefsel
darminfarcten	=	darminfarct
darminfectie	noun	infectie in het maag-darmkanaal
darminfecties	=	darminfectie
darminhoud	noun	het mengsel van darmsappen en verteerd voedsel dat zich in de darmen bevindt
darminhouden	=	darminhoud
darmkanaal	noun	de darm beschouwd als weg voor het voedsel
darmkanaaltje	=	darmkanaal
darmkanaaltjes	=	darmkanaal
darmkanalen	=	darmkanaal
darmkanker	noun	kanker van de darmwand
darmkankers	=	darmkanker
darmklacht	noun	lichamelijke klachten die worden toegeschreven aan het niet goed functioneren van de darmen
darmklachten	=	darmklacht
darmkoliek	noun	een aanval van hevige, krampende pijn, vaak met bewegingsdrang, ten gevolge van torsie of obstructie van de darm
darmkolieken	=	darmkoliek
darmkramp	noun	pijnlijke samentrekking van de darmen
darmkrampen	=	darmkramp
darmkrampje	=	darmkramp
darmkrampjes	=	darmkramp
darmonderzoek	noun	onderzoek naar de vorm of het functioneren van de darmen van één patiënt
darmonderzoeken	=	darmonderzoek
darmontsteking	noun	ontsteking van de darmwand
darmontstekingen	=	darmontsteking
darmontstekinkje	=	darmontsteking
darmontstekinkjes	=	darmontsteking
darmoperatie	noun	operatieve ingreep aan de darmen om een ziekte te genezen
darmoperaties	=	darmoperatie
darmpek	noun	eerste zeer taaie ontlasting van een pasgeboren kind of dier
darmpekje	=	darmpek
darmpekjes	=	darmpek
darmperistaltiek	noun	de peristaltische bewegingen van de darm
darmperistaltieken	=	darmperistaltiek
darmpje	=	darm
darmpjes	=	darm
darmpoliep	noun	een gesteelde, paddenstoelvormige uitpuiling van de mucosa van de darmwand
darmpoliepen	=	darmpoliep
darmpoliepje	=	darmpoliep
darmpoliepjes	=	darmpoliep
darmprobleem	noun	ziekten van de darmen
darmprobleempje	=	darmprobleem
darmprobleempjes	=	darmprobleem
darmproblemen	=	darmprobleem
darmsap	noun	kleurloze vloeistof met enzymen, door het darmslijmvlies afgescheiden, nodig voor de spijsvertering
darmsapje	=	darmsap
darmsapjes	=	darmsap
darmsappen	=	darmsap
darmslijmvlies	noun	slijmvlies in de darm
darmslijmvliezen	=	darmslijmvlies
darmsnaar	noun	snaar, gemaakt uit een dierlijke darm bijv. een schaapsdarm
darmsnaartje	=	darmsnaar
darmsnaartjes	=	darmsnaar
darmsnaren	=	darmsnaar
darmspecialist	noun	iemand die gespecialiseerd is in de darmen en de problemen en ziektes die daar gepaard kunnen gaan
darmspecialisten	=	darmspecialist
darmspecialistje	=	darmspecialist
darmspecialistjes	=	darmspecialist
darmspoeling	noun	spoeling van de darm met een vloeistof
darmspoelingen	=	darmspoeling
darmspoelinkje	=	darmspoeling
darmspoelinkjes	=	darmspoeling
darmstadtium	noun	een scheikundig element en overgangsmetaal met het symbool Ds en het atoomnummer 110
darmstadtiumatomen	=	darmstadtiumatoom
darmstadtiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element darmstadtium.
darmstadtiumatoompje	=	darmstadtiumatoom
darmstadtiumatoompjes	=	darmstadtiumatoom
darmsteen	noun	hard steenachtig klompje in de darmen (gevormd uit onverteerbare stoffen)
darmsteentje	=	darmsteen
darmsteentjes	=	darmsteen
darmstelsel	noun	het systeem dat de vertering en opname van voedingsstoffen voor het lichaam verzorgt
darmstelsels	=	darmstelsel
darmstelseltje	=	darmstelsel
darmstelseltjes	=	darmstelsel
darmstenen	=	darmsteen
darmstoornis	noun	een ziekte of afwijkende functie van de dunne of dikke darm
darmstoornisje	=	darmstoornis
darmstoornisjes	=	darmstoornis
darmstoornissen	=	darmstoornis
darmverkorting	noun	het verkorten van een darm
darmverkortingen	=	darmverkorting
darmverkortinkje	=	darmverkorting
darmverkortinkjes	=	darmverkorting
darmwand	noun	de binnenbekleding van de darm die in direct contact staat met de darminhoud
darmwanden	=	darmwand
darmwandje	=	darmwand
darmwandjes	=	darmwand
darmworm	noun	in het darmkanaal levende parasitaire worm
darmwormen	=	darmworm
darmwormpje	=	darmworm
darmwormpjes	=	darmworm
darmziekte	noun	aandoening van de darmen.
darmziekten	=	darmziekte
darmziektes	=	darmziekte
darren	=	dar
darrenslacht	noun	het afslachten van de darren aan het einde van de zomer
darretje	=	dar
darretjes	=	dar
dars	=	dors
darsjan	noun	schriftuitlegger, prediker, degene die de predikatie houdt
darsjaniem	=	darsjan
darsjen	noun	schriftuitlegger, prediker, degene die de predikatie houdt
darsjonem	=	darsjen
dart	noun	werppijltje bij darts
dartbord	noun	het bord waarna je de pijltjes met darten moet gooien
dartborden	=	dartbord
dartbordje	=	dartbord
dartbordjes	=	dartbord
dartbordstandaard	noun	een draagbaar frame of statief waarop je een dartbord kunt bevestigen zonder gaten in de muur te boren
dartbordstandaarden	=	dartbordstandaard
dartbordstandaardje	=	dartbordstandaard
dartbordstandaardjes	=	dartbordstandaard
dartbordstandaards	=	dartbordstandaard
darte	=	darten
dartel	adj	geneigd zich uitbundig en vrolijk te gedragen
dartelde	=	dartelen
dartelden	=	dartelen
dartele	=	dartel
dartelen	verb	speels en vrolijk heen en weer rennen
dartelend	=	dartelen
dartelende	=	dartelen
darteler	=	dartel
dartelere	=	dartel
dartelers	=	dartel
dartelheden	=	dartelheid
dartelheid	noun	het dartel zijn
dartels	=	dartel
dartelst	=	dartel
dartelste	=	dartel
dartelt	=	dartelen
darten	verb	darts spelen een sport die gespeeld wordt met drie darts (pijltjes) en een dartbord
dartend	=	darten
dartende	=	darten
darter	noun	iemand die de pijltjes werpt bij het darten
darters	=	darter
dartje	=	dart
dartmoorpony	noun	een kleine, van oorsprong Britse pony die nog steeds vrijlopend in het halfwild in het nationaal park Dartmoor voorkomt
dartmoorpony's	=	dartmoorpony
dartmoorpony'tje	=	dartmoorpony
dartmoorpony'tjes	=	dartmoorpony
dartpijl	noun	een klein werppijltje dat wordt gebruikt in de sport darten om vanaf een vaste afstand op een dartbord te gooien
dartpijlen	=	dartpijl
dartpijltje	=	dartpijl
dartpijltjes	=	dartpijl
darts	noun	sport waarbij men met pijltjes werpt naar een in kringen met verschillende waardeaanduidingen verdeeld dartbord
dartsbord	noun	bord gebruikt als doelwit bij darts
dartsborden	=	dartsbord
dartsbordje	=	dartsbord
dartsbordjes	=	dartsbord
dartstandaard	noun	een draagbaar frame of statief waarop je een dartbord kunt bevestigen zonder gaten in de muur te boren
dartstandaarden	=	dartstandaard
dartstandaardje	=	dartstandaard
dartstandaardjes	=	dartstandaard
dartstandaards	=	dartstandaard
dartstoernooi	noun	reeks dartswedstrijden om een titel
dartstoernooien	=	dartstoernooi
dartte	=	darten
dartten	=	darten
darwinisme	noun	evolutieleer die het ontstaan van de soorten verklaart door natuurlijke selectie uit varianten die bij reproductie optreden
darwinist	noun	aanhanger van de opvatting dat evolutie bestaat uit herhaalde vermenigvuldiging waarbij de kopieën grotendeels overeenkomen met het origineel, maar een variatie aan kleine afwijkingen vertonen die verschil maken voor de kans op verdere vermenigvuldiging
darwinisten	=	darwinist
darwinistisch	adj	met betrekking tot het darwinisme
darwinistische	=	darwinistisch
darwinistischer	=	darwinistisch
darwinistischere	=	darwinistisch
darwinistischers	=	darwinistisch
darwintulp	noun	Tulipa oud tulpenras, behorend tot de enkele late tulpen
darwintulpen	=	darwintulp
darwinvink	noun	zangvogel uit een onderfamilie Geospizinae van vogels die voorkomen op de Galapagoseilanden.
darwinvinken	noun	Geospizinae een groepje van een aantal verwante soorten zangvogels die voorkomen op de Galapagoseilanden
darwinvinkje	=	darwinvink
darwinvinkjes	=	darwinvink
das	noun	bepaald soort zoogdier, Meles meles, marterachtig roofdier
dasachtigen	noun	een onderfamilie Melinae van roofdieren uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae).
dash	noun	een liggend streepje: -
dashboard	noun	paneel met instrumenten waarmee een voertuig of installatie kan worden bestuurd of bediend
dashboardcamera	noun	camera die op de voorruit van een auto gemonteerd is en zo beelden van het verkeer en de weg kan vastleggen
dashboardcamera's	=	dashboardcamera
dashboarden	=	dashboard
dashboardje	=	dashboard
dashboardjes	=	dashboard
dashboardkastje	noun	een afsluitbaar vak binnen handbereik van de passagier in een auto
dashboardkastjes	=	dashboardkastje
dashboardklok	noun	cirkelvormig instrument in het instrumentenpaneel van een voertuig
dashboardklokje	=	dashboardklok
dashboardklokjes	=	dashboardklok
dashboardklokken	=	dashboardklok
dashboards	=	dashboard
dashbord	=	dashboard
dashcam	noun	camera die op de voorruit van een auto gemonteerd is en zo beelden van het verkeer en de weg kan vastleggen
dashcammetje	=	dashcam
dashcams	=	dashcam
dashe	=	dashen
dasheje	=	dash
dashejes	=	dash
dashen	verb	wegwezen, wegrennen
dashend	=	dashen
dashende	=	dashen
dashes	=	dash
dashond	noun	hondenras, klein, met lang lijf en korte poten, die speciaal gefokt wordt voor de jacht op dassen
dashonden	=	dashond
dashondje	=	dashond
dashondjes	=	dashond
dasht	=	dashen
dashte	=	dashen
dashten	=	dashen
dasje	=	das
dasjes	=	das
dasknoop	noun	knoop waarmee een stropdas vastzit rond de hals
dasknoopje	=	dasknoop
dasknoopjes	=	dasknoop
dasknopen	=	dasknoop
daslook	noun	Allium ursinum sterk riekende, eetbare plant uit de lookfamilie
daslook-schietwilgroest	noun	Melampsora salicis-albae een paddenstoel uit de familie Melampsoraceae.
daslook-schietwilgroesten	=	daslook-schietwilgroest
daslook-schietwilgroestje	=	daslook-schietwilgroest
daslook-schietwilgroestjes	=	daslook-schietwilgroest
daslookgitje	noun	Portevinia maculata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
daslookgitjes	=	daslookgitje
dassen	noun	informele groep van marterachtige zoogdieren Tot deze groep behoren zo'n 10 soorten in 6 geslachten, die meestal in vier onderfamilies worden ingedeeld: de Taxidiinae (met één soort, de zilverdas uit Noord-Amerika), de Melinae (de 8 soorten Euraziatische dassen, waaronder de Europese das), de Helictidinae met de zonnedassen uit zuidoost Azië en de Mellivorinae (met één nog levende soort, de honingdas uit Afrika en Zuidwest-Azië)
dassenburcht	noun	hol van een das (Meles meles) dat vaak een heel gangenstelsel is
dassenburchten	=	dassenburcht
dassenhaar	noun	haar van een das (marterachtig roofdier)
dassenhaartje	=	dassenhaar
dassenhaartjes	=	dassenhaar
dassenharen	=	dassenhaar
dasspeld	noun	speld die men op een das kan bevestigen als sieraad
dasspelden	=	dasspeld
dasspeldje	=	dasspeld
dat	conj	een voegwoord dat een lijdend-voorwerpszin inluidt	pron	wijst iets aan dat zich in een afstand van de spreker bevindt en onzijdig is (bij een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord wordt hiervoor die gebruikt)
dat-recorder	=	datrecorder
data	noun	gegevens, informatie
data's	=	datum
data-analist	noun	iemand die de structuur van gegevens analyseert (data-analyse bedrijft) en zo tot een goed databaseontwerp kan komen
data-analisten	=	data-analist
data-analyse	noun	het analyseren van de structuur van gegevens om tot een goede beschrijving en een goed databaseontwerp te komen
data-analysen	=	data-analyse
data-analyses	=	data-analyse
data-expert	noun	persoon die zeer bekwaam is in gegevensanalyse en gegevensbeheer
data-experten	=	data-expert
data-expertje	=	data-expert
data-expertjes	=	data-expert
data-experts	=	data-expert
data-uitwisseling	noun	het gestructureerd, elektronisch overdragen van informatie tussen verschillende computersystemen, applicaties of organisaties.
data-uitwisselingen	=	data-uitwisseling
data-uitwisselingetje	=	data-uitwisseling
data-uitwisselingetjes	=	data-uitwisseling
databank	noun	een plaats waar informatie over bepaalde onderwerpen in digitale vorm verzameld, opgeslagen en geconsulteerd kan worden
databanken	=	databank
databankenrecht	noun	de tak van het recht die het intellectueel eigendom van databanken (binnen de Europese Unie) regelt
databankenrechten	=	databankenrecht
databankje	=	databank
databankjes	=	databank
databankrecht	noun	de tak van het recht die het intellectueel eigendom van databanken (binnen de Europese Unie) regelt
databankrechten	=	databankrecht
databanksysteem	noun	een informatiesysteem waar de nadruk ligt op het onderhoud van een grote databank, met name het raadplegen hiervan door onervaren eindgebruikers dient voorop te staan
databanksysteempje	=	databanksysteem
databanksysteempjes	=	databanksysteem
databanksystemen	=	databanksysteem
database	noun	een plaats waar informatie over bepaalde onderwerpen in digitale vorm verzameld, opgeslagen en geconsulteerd kan worden
databaseje	=	database
databases	=	database
databaseserver	noun	een server zn die tot doel heeft om database-verzoeken te kunnen afhandelen
databaseservers	=	databaseserver
databeheer	noun	het onderhouden, bewaren en beschermen van gegevens
databescherming	noun	het beschermen van gegevens tegen ongeoorloofd gebruik
databeschermingen	=	databescherming
databestand	noun	bestand
databestanden	=	databestand
databeveiliging	noun	het beschermen van gegevens tegen ongeoorloofd gebruik
databeveiligingen	=	databeveiliging
databundel	noun	abonnement op een internetverbinding voor de mobiele telefoon
databundels	=	databundel
databus	noun	een bus (= groot aantal lijnen) die het transport van digitale data verzorgt
databusje	=	databus
databusjes	=	databus
databussen	=	databus
datacasting	noun	het verspreiden van digitale data via radio- en tv-zenders
datacastings	=	datacasting
datacenter	noun	een faciliteit waar bedrijfskritische ICT-apparatuur (bijvoorbeeld servers) kan worden ondergebracht.
datacenters	=	datacenter
datacentertje	=	datacenter
datacentertjes	=	datacenter
datacentra	=	datacentrum
datacentrum	noun	een faciliteit waar bedrijfskritische ICT-apparatuur (bijvoorbeeld servers) kan worden ondergebracht
datacentrums	=	datacentrum
datacommunicatie	noun	overdracht van gegevens tussen twee computers of tussen een computer en een randapparaat
datacommunicatielijn	noun	een lijn nodig voor de overdracht van gegevens tussen twee computers of tussen een computer en een randapparaat
datacommunicatielijnen	=	datacommunicatielijn
datacommunicatielijntje	=	datacommunicatielijn
datacommunicatielijntjes	=	datacommunicatielijn
datacommunicaties	=	datacommunicatie
datacompressie	noun	het comprimeren van digitale informatie om zo min mogelijk ruimte van een geheugen te gebruiken
datahandel	noun	het verkopen van verzamelde persoonsgegevens
datahotel	noun	computercentrum dat dient als centrum voor internetverkeer
datahotels	=	datahotel
datajournalist	noun	een journalist die zich bezig houdt met vaak grote hoeveelheden gegevens en de betekenis hiervan
datajournalisten	=	datajournalist
datajournalistiek	noun	de journalistiek die zich bezig houdt met vaak grote hoeveelheden gegevens en de betekenis hiervan
datajournalistje	=	datajournalist
datajournalistjes	=	datajournalist
datakabel	noun	een kabel waardoor o.a. het internetverkeer wordt geleid
datakabels	=	datakabel
datakabeltje	=	datakabel
datakabeltjes	=	datakabel
datalek	noun	het opzettelijk of onopzettelijk vrijgeven van beveiligde informatie aan een onvertrouwd publiek
datalekdienst	noun	een afgebakende tijd waarin iemand beschikbaar moet zijn om problemen rond het lekken van vertrouwelijke informatie te kunnen melden en op te lossen
datalekdiensten	=	datalekdienst
datalekdienstje	=	datalekdienst
datalekdienstjes	=	datalekdienst
datalekje	=	datalek
datalekjes	=	datalek
datalekken	=	datalek
datalimiet	noun	de maximale hoeveelheid gegevens die men via een bepaalde verbinding, zonder extra vergoeding, kan verzenden en ontvangen
datalimieten	=	datalimiet
datalogger	noun	een apparaat dat regelmatig een sensor uitleest en de waarden opslaat ('logt')
datalogie	noun|obsolete	het vakgebied dat zich bezighoudt met elektronische gegevensverwerking
datamining	noun	opdelven van informatie uit verschillende (digitale) bronnen
datanet	noun	netwerk dat vooral geschikt is voor het verzeden van gegevens
datanetten	=	datanet
datanetwerk	noun	datanet
datanetwerken	=	datanetwerk
datanetwerkje	=	datanetwerk
datanetwerkjes	=	datanetwerk
dataopslag	noun	plaats, locatie waar men digitale informatie bewaart
dataopslagen	=	dataopslag
dataoverdracht	noun	het verzenden en ontvangen van gegevens over een communicatiekanaal
dataoverdrachten	=	dataoverdracht
dataplatform	noun	digitale infrastructuur waarop verschillende gebruikers interactie kunnen hebben en informatie kunnen delen
dataplatformen	=	dataplatform
dataplatforms	=	dataplatform
dataprocessing	noun	informatieverwerking
datarecorder	noun	toestel dat gegevens opslaat op een magnetische band of op een ander medium
datarecorders	=	datarecorder
dataretentie	noun	vastlegging van telefoongegevens en internetgegevens, door overheden of door instanties aan wie deze gegevensopslag gedelegeerd is
dataretenties	=	dataretentie
dataroaming	noun	internetverkeer dat men heeft bij een andere telecomaanbieder dan de telecomaanbieder waarbij men een abonnement heeft
dataset	noun	een verzameling van gegevens, meestal gepresenteerd in tabelvorm die door een computer bewerkt kunnen worden
datasets	=	dataset
datasheet	noun	een lijst met de technische specificaties van een bepaald product
datasheets	=	datasheet
dataspecialist	noun	iemand die veel verstand heeft van het werken met grote hoeveelheden gegevens
dataspecialisten	=	dataspecialist
datastromen	=	datastroom
datastroom	noun	de gegevens die ergens aankomen of van ergens verzonden worden
datastroompje	=	datastroom
datastroompjes	=	datastroom
datastructuren	=	datastructuur
datastructuur	noun	manier waarop de elementen van een samengestelde variabele samenhangen
datasysteem	noun	algemene benaming voor een gegevensverwerkend systeem
datasysteempje	=	datasysteem
datasysteempjes	=	datasysteem
datasystemen	=	datasysteem
datatechnici	=	datatechnicus
datatechnicus	noun	iemand die deskundig is op het gebied van informatieverwerking
datatransmissie	noun	het overbrengen van gegevens, meestal digitale informatie b.v. tussen computers en gebruikers
datatransmissiekanaal	noun	een kanaal waarover datatransmissie plaatsvindt
datatransmissiekanaaltje	=	datatransmissiekanaal
datatransmissiekanaaltjes	=	datatransmissiekanaal
datatransmissiekanalen	=	datatransmissiekanaal
datatransmissies	=	datatransmissie
datatransport	noun	het vervoer van gegevens van de ene naar de andere plaats
datatransporten	=	datatransport
datatype	noun	specifiek soort gegevens, zoals integers (geheel), booleans (logisch), reals (zwevendekommagetal), strings (karakters) etc.
datatypes	=	datatype
datatypetje	=	datatype
datatypetjes	=	datatype
datatypist	noun	iemand die m.b.v. een toetsenbord gegevens invoert in een computer
datatypiste	noun	vrouw die met een toetsenbord gegevens voor verdere bewerking invoert in een computersysteem
datatypisten	=	datatypist
datatypistes	=	datatypiste
dataveld	noun	datarubriek
dataverbinding	noun	een digitale verbinding waarmee apparaten (zoals smartphones en computers) gegevens kunnen verzenden en ontvangen via een netwerk, zoals het internet
dataverbindingen	=	dataverbinding
dataverbindinkje	=	dataverbinding
dataverbindinkjes	=	dataverbinding
dataverkeer	noun	het elektronisch verzenden en ontvangen van digitale informatie
dataverkeerrecord	noun	het verwerken van meer dataverkeer dan ooit tevoren
dataverkeerrecords	=	dataverkeerrecord
dataverwerking	noun	de verwerking van informatie
dataverwerkingen	=	dataverwerking
dataverwerkinkje	=	dataverwerking
dataverwerkinkjes	=	dataverwerking
dataverzameling	noun	hoeveelheid informatie die op een systematische wijze is geordend
dataverzamelingen	=	dataverzameling
datavisualisatie	noun	het visueel weergeven van gegevens
datavisualisaties	=	datavisualisatie
datawarehouse	noun	datapakhuis
datawarehouseje	=	datawarehouse
datawarehousejes	=	datawarehouse
datawarehouses	=	datawarehouse
date	noun	afspraakje
dateer	=	dateren
dateerbaar	adj	dat je van iets de datum van kunt bepalen (waarop iets gebeurd is of gemaakt is)
dateerbaarder	=	dateerbaar
dateerbaardere	=	dateerbaar
dateerbaarders	=	dateerbaar
dateerbaars	=	dateerbaar
dateerbaarst	=	dateerbaar
dateerbaarste	=	dateerbaar
dateerbare	=	dateerbaar
dateerde	=	dateren
dateerden	=	dateren
dateert	=	dateren
daten	verb	meerdere dates, afspraakjes maken met iemand
datend	=	daten
datende	=	daten
dater	noun	persoon die een afspraakje heeft met een potentiële geliefde
daterapedrug	noun	verdovende stof die men iemand tijdens een afspraakje heimelijk toedient zodat men die persoon seksueel kan misbruiken"
daterapedrugs	=	daterapedrug
daterapepil	noun	tablet met roesmiddel waardoor je geen weerstand kan bieden tegen gedwongen of opgedrongen seks
daterapepillen	=	daterapepil
datere	=	dateren
dateren	verb	de datum van ontstaan bepalen
daterend	=	dateren
daterende	=	dateren
datering	noun	het dateren
dateringen	=	datering
dateringsmethode	noun	methode van datering
dateringsmethoden	=	dateringsmethode
dateringsmethodes	=	dateringsmethode
daterinkje	=	datering
daters	=	dater
dates	=	date
datet	=	daten
datete	=	daten
dateten	=	daten
datgene	pron	gewoonlijk als antecedent voor een bijzin die zaak (die..) waarbij het gaat over een ding, bij een persoon spreken we van diegene
dathepijp	noun	een beroker waarmee met de mond rook in de kast of korf geblazen kan worden
dathepijpen	=	dathepijp
dathepijpje	=	dathepijp
dathepijpjes	=	dathepijp
dati	noun	vrome jood, orthodoxe jood	adj	vroom, orthodox
datief	noun	derde van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen, voor een meewerkend voorwerp.	adj	door de rechter benoemd, ingesteld of opgedragen
datiefje	=	datief
datiefjes	=	datief
datiefs	=	datief
datieve	=	datief
datieven	=	datief
datiiem	=	dati
dating	noun	het daten
datingapp	noun	computerprogramma waarmee men contact kan leggen met mogelijke toekomstige (seksuele) partners
datingapps	=	datingapp
datingbureau	noun	instelling die mensen, die een partner zoeken, met elkaar in contact kan brengen
datingbureaus	=	datingbureau
datingfraude	noun	bedrog gepleegd op een internetsite waar men contact kan leggen met mogelijke toekomstige (seksuele) partners.
datingfraudes	=	datingfraude
datingfraudeur	noun	iemand die fraude pleegt op een datingsite
datingfraudeurs	=	datingfraudeur
datingprogramma	noun	een programma waar getracht wordt twee mensen (vrijgezellen?) aan elkaar te koppelen voor een date
datingprogramma's	=	datingprogramma
datings	=	dating
datingshow	noun	tv-show om mensen die een partner zoeken met elkaar in contact te brengen
datingshows	=	datingshow
datingsite	noun	internetsite waar mensen die een partner zoeken met elkaar in contact kunnen komen (meestal tegen betaling)
datingsiteje	=	datingsite
datingsitejes	=	datingsite
datingsites	=	datingsite
datje	noun	kleine hoeveelheid weinig opzienbarende informatie
datjes	=	datje
dato	adv	op de dag
datrecorder	noun	toestel dat geluid in hoge kwaliteit digitaal vastlegt op een band magnetiseerbaar materiaal in een cassette
datrecorders	=	datrecorder
datsja	noun	Russisch buitenverblijf
datsja's	=	datsja
dattie	=	dat
datu	noun	Lemaireocereus griseus soort zuilcactus
datu's	=	datu
datum	noun	een tijdsaanduiding die bestaat uit een dag(nummer), een maand en een jaar
datumcode	noun	een cijfermatige aanduiding van een datum in de naam van een bestand
datumcodes	=	datumcode
datumgrens	noun	een denkbeeldige lijn van pool naar pool die geldt als scheidslijn tussen twee opeenvolgende data in de kalender
datumgrenzen	=	datumgrens
datumpje	=	datum
datumpjes	=	datum
datums	=	datum
datumstempel	noun	fysieke datum aanduiding op een poststuk
datumstempels	=	datumstempel
datumuurwerk	noun	een uurwerk dat ook de datum aangeeft
datumuurwerken	=	datumuurwerk
datura	noun	een geslacht van planten uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
datura's	=	datura
datzelfde	pron	verwijst naar iets dat enige tijd daarvoor ook al ter sprake was
dauphin	noun	kroonprins van Frankrijk
dauphins	=	dauphin
dauw	noun	condensatiedruppels gevormd op de grond door afkoeling van vochtige lucht
dauwbraam	noun	Rubus caesius een kruipende, overblijvende plant uit de rozenfamilie (Rosaceae).
dauwbraampje	=	dauwbraam
dauwbraampjes	=	dauwbraam
dauwbramen	=	dauwbraam
dauwde	=	dauwen
dauwden	=	dauwen
dauwdroppel	noun|poetic	elk van de talrijke bolletjes gecondenseerd water die op het koudst van de nacht, net voor zonsopgang, uit de lucht neerslaan op voorwerpen
dauwdroppels	=	dauwdroppel
dauwdroppeltje	=	dauwdroppel
dauwdroppeltjes	=	dauwdroppel
dauwdruppel	noun	elk van de talrijke bolletjes gecondenseerd water die op het koudst van de nacht, net voor zonsopgang, uit de lucht neerslaan op voorwerpen
dauwdruppels	=	dauwdruppel
dauwdruppeltje	=	dauwdruppel
dauwdruppeltjes	=	dauwdruppel
dauwe	=	dauwen
dauwen	verb	ontstaan van condensatie op de grond of de vegetatie
dauwend	=	dauwen
dauwende	=	dauwen
dauwnetel	noun	Galeopsis speciosa een eenjarige plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
dauwnetelen	=	dauwnetel
dauwnetels	=	dauwnetel
dauwneteltje	=	dauwnetel
dauwneteltjes	=	dauwnetel
dauwpunt	noun	de temperatuur waarbij de vochtigheid van de atmosfeer gelijk is aan de verzadigde dampspanning waardoor er condensatie kan gaan optreden
dauwpunten	=	dauwpunt
dauwt	=	dauwen
dauwtrap	=	dauwtrappen
dauwtrappe	=	dauwtrappen
dauwtrappen	verb	op Hemelvaartsdag vroeg opstaan om vervolgens met een groep een wandeling of fietstocht in de natuur te maken
dauwtrappend	=	dauwtrappen
dauwtrappende	=	dauwtrappen
dauwtrapt	=	dauwtrappen
dauwtrapte	=	dauwtrappen
dauwtrapten	=	dauwtrappen
dauwtrip	noun	vroege ochtendwandeling
dauwtrips	=	dauwtrip
dauwworm	noun	larve van de horzel
dauwwormen	=	dauwworm
davar	noun	woord
daver	=	daveren
daverde	=	daveren
daverden	=	daveren
davere	=	daveren
daveren	verb	zich onder voortbrenging van veel lawaai voortbewegen
daverend	adj	groot, heftig, enorm bij lachen en succes
daverende	=	daverend
daverender	=	daverend
daverendere	=	daverend
daverenders	=	daverend
daverends	=	daverend
daverendst	=	daverend
daverendste	=	daverend
davert	=	daveren
davidsster	noun	spiritueel symbool in de vorm van een hexagram, een combinatie van twee gelijkzijdige driehoeken
davidssterren	=	davidsster
davidssterretje	=	davidsster
davidssterretjes	=	davidsster
davidster	noun	een spiritueel symbool in de vorm van een hexagram, een combinatie van twee gelijkzijdige driehoeken
davidsterren	=	davidster
davidsterretje	=	davidster
davidsterretjes	=	davidster
davit	noun	draagstang voor reddingsboot
davits	=	davit
davven	=	davvenen
davvende	=	davvenen
davvenden	=	davvenen
davvene	=	davvenen
davvenen	verb	op joodse wijze bidden
davvenend	=	davvenen
davvenende	=	davvenen
davvent	=	davvenen
davylamp	noun	veiligheidslamp die mijnwerkers waarschuwt bij een te hoge concentratie brandbare en giftige gassen
davylampen	=	davylamp
davylampje	=	davylamp
davylampjes	=	davylamp
dawet	noun	drank gemaakt van gezoete kokosmelk met rijstmeel of maizena, vaak met geraspt ijs en kleurstof, geliefd in Indonesië en Suriname
dayakbergniltava	noun	Cyornis montanus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
dayakbergniltava's	=	dayakbergniltava
dayakbergniltavaatje	=	dayakbergniltava
dayakbergniltavaatjes	=	dayakbergniltava
dayallijster	noun	Copsychus saularis een kleine zangvogel uit de familie van de vliegenvangers (Muscicapidae).
dayallijsters	=	dayallijster
dayallijstertje	=	dayallijster
dayallijstertjes	=	dayallijster
daytraden	verb	daghandel bedrijven
daytradende	=	daytraden
daytrader	noun	effectenhandelaar die effecten op de dag van aankoop weer verkoopt
daytraders	=	daytrader
daytrading	noun	het op dezelfde dag kopen en verkopen van effecten
daze	=	daas
dazen	noun	Tabanidae een familie van bloedzuigende insecten die behoren tot de orde tweevleugeligen (Diptera).	verb	onzin uitkramen
dazend	=	dazen
dazende	=	dazen
dazer	=	daas
dazere	=	daas
dazers	=	daas
dazig	adj	onnozel
dazige	=	dazig
daziger	=	dazig
dazigere	=	dazig
dazigers	=	dazig
dazigs	=	dazig
dazigst	=	dazig
dazigste	=	dazig
db	noun	dagelijks bestuur
db's	=	db
dbc	noun	diagnose-behandelcombinatie een code die gebruikt wordt in de financiering van de gezondheidszorg
dbc's	=	dbc
dc	noun	districtscommissaris
dc's	=	dc
dcc	=	zevenhonderd
dccc	=	achthonderd
dccci	=	achthonderdeen
dcccii	=	achthonderdtwee
dccciii	=	achthonderddrie
dccciv	=	achthonderdvier
dcccix	=	achthonderdnegen
dcccl	=	achthonderdvijftig
dcccli	=	achthonderdeenenvijftig
dccclii	=	achthonderdtweeënvijftig
dcccliii	=	achthonderddrieënvijftig
dcccliv	=	achthonderdvierenvijftig
dccclix	=	achthonderdnegenenvijftig
dccclv	=	achthonderdvijfenvijftig
dccclvi	=	achthonderdzesenvijftig
dccclvii	=	achthonderdzevenenvijftig
dccclviii	=	achthonderdachtenvijftig
dccclx	=	achthonderdzestig
dccclxi	=	achthonderdeenenzestig
dccclxii	=	achthonderdtweeënzestig
dccclxiii	=	achthonderddrieënzestig
dccclxiv	=	achthonderdvierenzestig
dccclxix	=	achthonderdnegenenzestig
dccclxv	=	achthonderdvijfenzestig
dccclxvi	=	achthonderdzesenzestig
dccclxvii	=	achthonderdzevenenzestig
dccclxviii	=	achthonderdachtenzestig
dccclxx	=	achthonderdzeventig
dccclxxi	=	achthonderdeenenzeventig
dccclxxii	=	achthonderdtweeënzeventig
dccclxxiii	=	achthonderddrieënzeventig
dccclxxiv	=	achthonderdvierenzeventig
dccclxxix	=	achthonderdnegenenzeventig
dccclxxv	=	achthonderdvijfenzeventig
dccclxxvi	=	achthonderdzesenzeventig
dccclxxvii	=	achthonderdzevenenzeventig
dccclxxviii	=	achthonderdachtenzeventig
dccclxxx	=	achthonderdtachtig
dccclxxxi	=	achthonderdeenentachtig
dccclxxxii	=	achthonderdtweeëntachtig
dccclxxxiii	=	achthonderddrieëntachtig
dccclxxxiv	=	achthonderdvierentachtig
dccclxxxix	=	achthonderdnegenentachtig
dccclxxxv	=	achthonderdvijfentachtig
dccclxxxvi	=	achthonderdzesentachtig
dccclxxxvii	=	achthonderdzevenentachtig
dccclxxxviii	=	achthonderdachtentachtig
dcccv	=	achthonderdvijf
dcccvi	=	achthonderdzes
dcccvii	=	achthonderdzeven
dcccviii	=	achthonderdacht
dcccx	=	achthonderdtien
dcccxc	=	achthonderdnegentig
dcccxci	=	achthonderdeenennegentig
dcccxcii	=	achthonderdtweeënnegentig
dcccxciii	=	achthonderddrieënnegentig
dcccxciv	=	achthonderdvierennegentig
dcccxcix	=	achthonderdnegenennegentig
dcccxcv	=	achthonderdvijfennegentig
dcccxcvi	=	achthonderdzesennegentig
dcccxcvii	=	achthonderdzevenennegentig
dcccxcviii	=	achthonderdachtennegentig
dcccxi	=	achthonderdelf
dcccxii	=	achthonderdtwaalf
dcccxiii	=	achthonderddertien
dcccxiv	=	achthonderdveertien
dcccxix	=	achthonderdnegentien
dcccxl	=	achthonderdveertig
dcccxli	=	achthonderdeenenveertig
dcccxlii	=	achthonderdtweeënveertig
dcccxliii	=	achthonderddrieënveertig
dcccxliv	=	achthonderdvierenveertig
dcccxlix	=	achthonderdnegenenveertig
dcccxlv	=	achthonderdvijfenveertig
dcccxlvi	=	achthonderdzesenveertig
dcccxlvii	=	achthonderdzevenenveertig
dcccxlviii	=	achthonderdachtenveertig
dcccxv	=	achthonderdvijftien
dcccxvi	=	achthonderdzestien
dcccxvii	=	achthonderdzeventien
dcccxviii	=	achthonderdachttien
dcccxx	=	achthonderdtwintig
dcccxxi	=	achthonderdeenentwintig
dcccxxii	=	achthonderdtweeëntwintig
dcccxxiii	=	achthonderddrieëntwintig
dcccxxiv	=	achthonderdvierentwintig
dcccxxix	=	achthonderdnegenentwintig
dcccxxv	=	achthonderdvijfentwintig
dcccxxvi	=	achthonderdzesentwintig
dcccxxvii	=	achthonderdzevenentwintig
dcccxxviii	=	achthonderdachtentwintig
dcccxxx	=	achthonderddertig
dcccxxxi	=	achthonderdeenendertig
dcccxxxii	=	achthonderdtweeëndertig
dcccxxxiii	=	achthonderddrieëndertig
dcccxxxiv	=	achthonderdvierendertig
dcccxxxix	=	achthonderdnegenendertig
dcccxxxv	=	achthonderdvijfendertig
dcccxxxvi	=	achthonderdzesendertig
dcccxxxvii	=	achthonderdzevenendertig
dcccxxxviii	=	achthonderdachtendertig
dcci	=	zevenhonderdeen
dccii	=	zevenhonderdtwee
dcciii	=	zevenhonderddrie
dcciv	=	zevenhonderdvier
dccix	=	zevenhonderdnegen
dccl	=	zevenhonderdvijftig
dccli	=	zevenhonderdeenenvijftig
dcclii	=	zevenhonderdtweeënvijftig
dccliii	=	zevenhonderddrieënvijftig
dccliv	=	zevenhonderdvierenvijftig
dcclix	=	zevenhonderdnegenenvijftig
dcclv	=	zevenhonderdvijfenvijftig
dcclvi	=	zevenhonderdzesenvijftig
dcclvii	=	zevenhonderdzevenenvijftig
dcclviii	=	zevenhonderdachtenvijftig
dcclx	=	zevenhonderdzestig
dcclxi	=	zevenhonderdeenenzestig
dcclxii	=	zevenhonderdtweeënzestig
dcclxiii	=	zevenhonderddrieënzestig
dcclxiv	=	zevenhonderdvierenzestig
dcclxix	=	zevenhonderdnegenenzestig
dcclxv	=	zevenhonderdvijfenzestig
dcclxvi	=	zevenhonderdzesenzestig
dcclxvii	=	zevenhonderdzevenenzestig
dcclxviii	=	zevenhonderdachtenzestig
dcclxx	=	zevenhonderdzeventig
dcclxxi	=	zevenhonderdeenenzeventig
dcclxxii	=	zevenhonderdtweeënzeventig
dcclxxiii	=	zevenhonderddrieënzeventig
dcclxxiv	=	zevenhonderdvierenzeventig
dcclxxix	=	zevenhonderdnegenenzeventig
dcclxxv	=	zevenhonderdvijfenzeventig
dcclxxvi	=	zevenhonderdzesenzeventig
dcclxxvii	=	zevenhonderdzevenenzeventig
dcclxxviii	=	zevenhonderdachtenzeventig
dcclxxx	=	zevenhonderdtachtig
dcclxxxi	=	zevenhonderdeenentachtig
dcclxxxii	=	zevenhonderdtweeëntachtig
dcclxxxiii	=	zevenhonderddrieëntachtig
dcclxxxiv	=	zevenhonderdvierentachtig
dcclxxxix	=	zevenhonderdnegenentachtig
dcclxxxv	=	zevenhonderdvijfentachtig
dcclxxxvi	=	zevenhonderdzesentachtig
dcclxxxvii	=	zevenhonderdzevenentachtig
dcclxxxviii	=	zevenhonderdachtentachtig
dccv	=	zevenhonderdvijf
dccvi	=	zevenhonderdzes
dccvii	=	zevenhonderdzeven
dccviii	=	zevenhonderdacht
dccx	=	zevenhonderdtien
dccxc	=	zevenhonderdnegentig
dccxci	=	zevenhonderdeenennegentig
dccxcii	=	zevenhonderdtweeënnegentig
dccxciii	=	zevenhonderddrieënnegentig
dccxciv	=	zevenhonderdvierennegentig
dccxcix	=	zevenhonderdnegenennegentig
dccxcv	=	zevenhonderdvijfennegentig
dccxcvi	=	zevenhonderdzesennegentig
dccxcvii	=	zevenhonderdzevenennegentig
dccxcviii	=	zevenhonderdachtennegentig
dccxi	=	zevenhonderdelf
dccxii	=	zevenhonderdtwaalf
dccxiii	=	zevenhonderddertien
dccxiv	=	zevenhonderdveertien
dccxix	=	zevenhonderdnegentien
dccxl	=	zevenhonderdveertig
dccxli	=	zevenhonderdeenenveertig
dccxlii	=	zevenhonderdtweeënveertig
dccxliii	=	zevenhonderddrieënveertig
dccxliv	=	zevenhonderdvierenveertig
dccxlix	=	zevenhonderdnegenenveertig
dccxlv	=	zevenhonderdvijfenveertig
dccxlvi	=	zevenhonderdzesenveertig
dccxlvii	=	zevenhonderdzevenenveertig
dccxlviii	=	zevenhonderdachtenveertig
dccxv	=	zevenhonderdvijftien
dccxvi	=	zevenhonderdzestien
dccxvii	=	zevenhonderdzeventien
dccxviii	=	zevenhonderdachttien
dccxx	=	zevenhonderdtwintig
dccxxi	=	zevenhonderdeenentwintig
dccxxii	=	zevenhonderdtweeëntwintig
dccxxiii	=	zevenhonderddrieëntwintig
dccxxiv	=	zevenhonderdvierentwintig
dccxxix	=	zevenhonderdnegenentwintig
dccxxv	=	zevenhonderdvijfentwintig
dccxxvi	=	zevenhonderdzesentwintig
dccxxvii	=	zevenhonderdzevenentwintig
dccxxviii	=	zevenhonderdachtentwintig
dccxxx	=	zevenhonderddertig
dccxxxi	=	zevenhonderdeenendertig
dccxxxii	=	zevenhonderdtweeëndertig
dccxxxiii	=	zevenhonderddrieëndertig
dccxxxiv	=	zevenhonderdvierendertig
dccxxxix	=	zevenhonderdnegenendertig
dccxxxv	=	zevenhonderdvijfendertig
dccxxxvi	=	zevenhonderdzesendertig
dccxxxvii	=	zevenhonderdzevenendertig
dccxxxviii	=	zevenhonderdachtendertig
dci	=	zeshonderdeen
dcii	=	zeshonderdtwee
dciii	=	zeshonderddrie
dciv	=	zeshonderdvier
dcix	=	zeshonderdnegen
dcl	=	zeshonderdvijftig
dcli	=	zeshonderdeenenvijftig
dclii	=	zeshonderdtweeënvijftig
dcliii	=	zeshonderddrieënvijftig
dcliv	=	zeshonderdvierenvijftig
dclix	=	zeshonderdnegenenvijftig
dclv	=	zeshonderdvijfenvijftig
dclvi	=	zeshonderdzesenvijftig
dclvii	=	zeshonderdzevenenvijftig
dclviii	=	zeshonderdachtenvijftig
dclx	=	zeshonderdzestig
dclxi	=	zeshonderdeenenzestig
dclxii	=	zeshonderdtweeënzestig
dclxiii	=	zeshonderddrieënzestig
dclxiv	=	zeshonderdvierenzestig
dclxix	=	zeshonderdnegenenzestig
dclxv	=	zeshonderdvijfenzestig
dclxvi	=	zeshonderdzesenzestig
dclxvii	=	zeshonderdzevenenzestig
dclxviii	=	zeshonderdachtenzestig
dclxx	=	zeshonderdzeventig
dclxxi	=	zeshonderdeenenzeventig
dclxxii	=	zeshonderdtweeënzeventig
dclxxiii	=	zeshonderddrieënzeventig
dclxxiv	=	zeshonderdvierenzeventig
dclxxix	=	zeshonderdnegenenzeventig
dclxxv	=	zeshonderdvijfenzeventig
dclxxvi	=	zeshonderdzesenzeventig
dclxxvii	=	zeshonderdzevenenzeventig
dclxxviii	=	zeshonderdachtenzeventig
dclxxx	=	zeshonderdtachtig
dclxxxi	=	zeshonderdeenentachtig
dclxxxii	=	zeshonderdtweeëntachtig
dclxxxiii	=	zeshonderddrieëntachtig
dclxxxiv	=	zeshonderdvierentachtig
dclxxxix	=	zeshonderdnegenentachtig
dclxxxv	=	zeshonderdvijfentachtig
dclxxxvi	=	zeshonderdzesentachtig
dclxxxvii	=	zeshonderdzevenentachtig
dclxxxviii	=	zeshonderdachtentachtig
dcv	=	zeshonderdvijf
dcvi	=	zeshonderdzes
dcvii	=	zeshonderdzeven
dcviii	=	zeshonderdacht
dcx	=	zeshonderdtien
dcxc	=	zeshonderdnegentig
dcxci	=	zeshonderdeenennegentig
dcxcii	=	zeshonderdtweeënnegentig
dcxciii	=	zeshonderddrieënnegentig
dcxciv	=	zeshonderdvierennegentig
dcxcix	=	zeshonderdnegenennegentig
dcxcv	=	zeshonderdvijfennegentig
dcxcvi	=	zeshonderdzesennegentig
dcxcvii	=	zeshonderdzevenennegentig
dcxcviii	=	zeshonderdachtennegentig
dcxi	=	zeshonderdelf
dcxii	=	zeshonderdtwaalf
dcxiii	=	zeshonderddertien
dcxiv	=	zeshonderdveertien
dcxix	=	zeshonderdnegentien
dcxl	=	zeshonderdveertig
dcxli	=	zeshonderdeenenveertig
dcxlii	=	zeshonderdtweeënveertig
dcxliii	=	zeshonderddrieënveertig
dcxliv	=	zeshonderdvierenveertig
dcxlix	=	zeshonderdnegenenveertig
dcxlv	=	zeshonderdvijfenveertig
dcxlvi	=	zeshonderdzesenveertig
dcxlvii	=	zeshonderdzevenenveertig
dcxlviii	=	zeshonderdachtenveertig
dcxv	=	zeshonderdvijftien
dcxvi	=	zeshonderdzestien
dcxvii	=	zeshonderdzeventien
dcxviii	=	zeshonderdachttien
dcxx	=	zeshonderdtwintig
dcxxi	=	zeshonderdeenentwintig
dcxxii	=	zeshonderdtweeëntwintig
dcxxiii	=	zeshonderddrieëntwintig
dcxxiv	=	zeshonderdvierentwintig
dcxxix	=	zeshonderdnegenentwintig
dcxxv	=	zeshonderdvijfentwintig
dcxxvi	=	zeshonderdzesentwintig
dcxxvii	=	zeshonderdzevenentwintig
dcxxviii	=	zeshonderdachtentwintig
dcxxx	=	zeshonderddertig
dcxxxi	=	zeshonderdeenendertig
dcxxxii	=	zeshonderdtweeëndertig
dcxxxiii	=	zeshonderddrieëndertig
dcxxxiv	=	zeshonderdvierendertig
dcxxxix	=	zeshonderdnegenendertig
dcxxxv	=	zeshonderdvijfendertig
dcxxxvi	=	zeshonderdzesendertig
dcxxxvii	=	zeshonderdzevenendertig
dcxxxviii	=	zeshonderdachtendertig
dd	adv	per dag
ddt	noun	afkorting van het insectendodende middel dichloordifenyltrichloorethaan
de	article	voorafgaand aan een zelfstandig naamwoord om aan te geven dat het niet om een willekeurig persoon of ding gaat, maar dat duidelijk is om wie of wat het specifiek gaat	prep	van
de-escalatie	noun	getrapte vermindering
de-escalaties	=	de-escalatie
de-escaleer	=	de-escaleren
de-escaleerde	=	de-escaleren
de-escaleerden	=	de-escaleren
de-escaleert	=	de-escaleren
de-escalere	=	de-escaleren
de-escaleren	verb	minder hevig doen worden
de-escalerend	=	de-escaleren
de-escalerende	=	de-escaleren
de-industrialisatie	noun	een proces van sociale en economische verandering die wordt veroorzaakt door de verwijdering of vermindering van de industriële capaciteit of activiteit in een land of regio, vooral van de zware industrie of de verwerkende industrie
de-industrialisaties	=	de-industrialisatie
de-influencer	noun	persoon die op internet mensen afraadt bepaalde (dure, milieuonvriendelijke) producten te kopen
de-influencers	=	de-influencer
de-installeer	=	de-installeren
de-installeerde	=	de-installeren
de-installeerden	=	de-installeren
de-installeert	=	de-installeren
de-installere	=	de-installeren
de-installeren	verb	van een computer verwijderen
de-installerend	=	de-installeren
de-installerende	=	de-installeren
de-ioniseer	=	de-ioniseren
de-ioniseerde	=	de-ioniseren
de-ioniseerden	=	de-ioniseren
de-ioniseert	=	de-ioniseren
de-ionisere	=	de-ioniseren
de-ioniseren	noun	middels een ionenwisselaar water van zijn opgeloste ionen ontdoen
de-ioniserend	=	de-ioniseren
de-ioniserende	=	de-ioniseren
de-woord	noun	zelfstandige naamwoord waarvoor "de" als bepaald lidwoord wordt gebruikt en dat dus een mannelijk en/of vrouwelijk woordgeslacht heeft
de-woorden	=	de-woord
deactivatie	noun	het buiten werking stellen van iets dat eerst nog aan de gang of in beweging was
deactivaties	=	deactivatie
deactiveer	=	deactiveren
deactiveerde	=	deactiveren
deactiveerden	=	deactiveren
deactiveert	=	deactiveren
deactivere	=	deactiveren
deactiveren	verb	uitschakelen, buiten werking stellen, onwerkzaam maken
deactiverend	=	deactiveren
deactiverende	=	deactiveren
deactualiseer	=	deactualiseren
deactualiseerde	=	deactualiseren
deactualiseerden	=	deactualiseren
deactualiseert	=	deactualiseren
deactualisere	=	deactualiseren
deactualiseren	verb	voor dit moment minder belangrijk maken
deactualiserend	=	deactualiseren
deactualiserende	=	deactualiseren
deadline	noun	uiterste datum/tijdstip waarop iets gedaan moet zijn
deadlines	=	deadline
deadlinetje	=	deadline
deadlinetjes	=	deadline
deal	=	dealen
dealaat	adj	niet (langer) over vleugels beschikkend
dealaats	=	dealaat
dealate	=	dealaat
dealbreaker	noun	iets wat er voor zorgt dat een voorgenomen (zakelijke) afspraak niet doorgaat
dealbreakers	=	dealbreaker
dealde	=	dealen
dealden	=	dealen
deale	=	dealen
dealen	verb|informal	~ in: handelen in
dealend	=	dealen
dealende	=	dealen
dealer	noun	verkoper (meestal) van één merk auto's
dealerbedrijf	noun	bedrijf dat producten van één bepaald merk verkoopt
dealerbedrijfje	=	dealerbedrijf
dealerbedrijfjes	=	dealerbedrijf
dealerbedrijven	=	dealerbedrijf
dealerlijst	noun	opsomming van de door of namens de producent binnen een bepaald gebied aangewezen verkopers
dealerlijsten	=	dealerlijst
dealernet	noun	groep bedrijven die producten van een bepaald merk verkopen
dealernetten	=	dealernet
dealernetwerk	noun	groep bedrijven die samen de producten van één merk verkopen en onderhouden
dealernetwerken	=	dealernetwerk
dealers	=	dealer
dealertje	=	dealer
dealertjes	=	dealer
dealmaker	noun	iemand die een overeenkomst kan samenstellen en sluiten
dealmakers	=	dealmaker
deals	=	dealen
dealt	=	dealen
dealtje	=	dealen
dealtjes	=	dealen
deathcam	noun	camera die het verkeer op een gevaarlijke plaats op een autosnelweg filmt
deathcams	=	deathcam
deathmetal	noun	extreme subgenre van heavy metal die in de jaren 1980 in de Verenigde Staten opkwam, gekenmerkt door zwaar vervormd gitaargeluid, diep grommende zang en satanische en horrorteksten
deb	=	debiel
debacle	noun	bijzonder slecht aflopende gebeurtenis
debacles	=	debacle
debacletje	=	debacle
debacletjes	=	debacle
deballoteer	=	deballoteren
deballoteerde	=	deballoteren
deballoteerden	=	deballoteren
deballoteert	=	deballoteren
deballotere	=	deballoteren
deballoteren	verb	iemand bij stemming afwijzen als lid
deballoterend	=	deballoteren
deballoterende	=	deballoteren
debardeur	noun	gebreid, knooploos en mouwloos vest.
debardeurs	=	debardeur
debardeurtje	=	debardeur
debardeurtjes	=	debardeur
debarkeer	=	debarkeren
debarkeerde	=	debarkeren
debarkeerden	=	debarkeren
debarkeert	=	debarkeren
debarkere	=	debarkeren
debarkeren	verb	ontschepen, aan land gaan
debarkerend	=	debarkeren
debarkerende	=	debarkeren
debarrasseer	=	debarrasseren
debarrasseerde	=	debarrasseren
debarrasseerden	=	debarrasseren
debarrasseert	=	debarrasseren
debarrassere	=	debarrasseren
debarrasseren	verb	losmaken, ontdoen van
debarrasserend	=	debarrasseren
debarrasserende	=	debarrasseren
debat	noun	een steekspel van argumenten tussen mensen met verschillende opvattingen
debatavond	noun	een bijeenkomst in de avonduren waarbij mensen met verschillende opvattingen verbaal met elkaar strijden
debatavonden	=	debatavond
debatavondje	=	debatavond
debatavondjes	=	debatavond
debatculturen	=	debatcultuur
debatcultuur	noun	de manier waarop men gewoon is met elkaar te discussiëren
debater	noun	iemand die goed kan discussiëren; strijder met woorden
debaters	=	debater
debatingclub	noun	groepje mensen dat zich oefent in het voeren van debatten
debatingclubs	=	debatingclub
debatje	=	debat
debatjes	=	debat
debatprogramma	noun	radio- of televisie-uitzending waarin mensen met elkaar discussiëren
debatprogramma's	=	debatprogramma
debattant	noun	iemand die iets voor de rechtbank betwist
debattanten	=	debattant
debatteer	=	debatteren
debatteerde	=	debatteren
debatteerden	=	debatteren
debatteert	=	debatteren
debatten	=	debat
debattere	=	debatteren
debatteren	verb	elkaars standpunten met argumenten bestrijden
debatterend	=	debatteren
debatterende	=	debatteren
debatvaardigheden	=	debatvaardigheid
debatvaardigheid	noun	vermogen om op een goede manier een discussie te voeren
debbel	=	debbelen
debbelde	=	debbelen
debbelden	=	debbelen
debbele	=	debbelen
debbelen	verb	door herhaald aanraken bederven
debbelend	=	debbelen
debbelt	=	debbelen
debben	verb|obsolete	tekortschieten
debet	noun	actiefzijde, linkerzijde van de balans met bezittingen en vorderingen
debetboeking	noun	een boeking aan de debetzijde
debetcard	noun	een beveiligde kunststof kaart waarmee van een rekening bedragen worden afgeschreven bij het doen van een betaling of geldopname
debetcards	=	debetcard
debetkaart	noun	een beveiligde kunststof kaart waarmee van een rekening bedragen worden afgeschreven bij het doen van een betaling of geldopname
debetkaarten	=	debetkaart
debetkaartje	=	debetkaart
debetkaartjes	=	debetkaart
debetnota	noun	een op een factuur gelijkende verklaring van een vordering van een verkoper aan een koper
debetnota's	=	debetnota
debetnotaatje	=	debetnota
debetnotaatjes	=	debetnota
debetrente	noun	rente die betaald moet worden over een schuld (negatief saldo)
debetrenten	=	debetrente
debetrentes	=	debetrente
debetsaldi	=	debetsaldo
debetsaldo	noun	totaalbedrag dat men van anderen te goed heeft
debetsaldo's	=	debetsaldo
debetzijde	noun	de linkerzijde van een boekhouding waar o.a. de kostenrekeningen staan
debetzijden	=	debetzijde
debetzijdes	=	debetzijde
debiel	noun	iemand die min of meer zwakzinnig is	adj	in lichte mate zwakzinnig
debiele	=	debiel
debielen	=	debiel
debieler	=	debiel
debielere	=	debiel
debielers	=	debiel
debiels	=	debiel
debielst	=	debiel
debielste	=	debiel
debieltje	=	debiel
debieltjes	=	debiel
debiet	noun	afzet van waren
debieten	=	debiet
debietmeter	noun	instrument om het volume te meten dat per tijdseenheid door een dwarsdoorsnede van een stromende vloeistof of gas gaat
debietmeters	=	debietmeter
debietmetertje	=	debietmeter
debietmetertjes	=	debietmeter
debiliseer	=	debiliseren
debiliseerde	=	debiliseren
debiliseerden	=	debiliseren
debiliseert	=	debiliseren
debilisere	=	debiliseren
debiliseren	verb	zwakker of zwakzinnig worden
debiliserend	=	debiliseren
debiliserende	=	debiliseren
debiliteit	noun	het debiel zijn, de lichte zwakzinnigheid
debiliteiten	=	debiliteit
debit	=	debet
debitant	noun	iemand die debiteert (o.a. slijter van alcoholica en verkoper van loten in een loterij)
debitanten	=	debitant
debitcard	noun	een beveiligde kunststofkaart waarmee van een rekening bedragen worden afgeschreven bij het doen van een betaling of geldopname
debitcards	=	debitcard
debiteer	=	debiteren
debiteerde	=	debiteren
debiteerden	=	debiteren
debiteert	=	debiteren
debitere	=	debiteren
debiteren	verb	een bedrag als vordering (debet) boeken op een rekening; een rekening debiteren met een vordering (debet)
debiterend	=	debiteren
debiterende	=	debiteren
debiteur	noun	iemand die iets (meestal geld) aan iemand anders verschuldigd is
debiteuren	=	debiteur
debiteurenbeheer	noun	het beheer van de debiteurgegevens en analyse van de debiteurenrisico's om zodoende onbetaalde facturen te voorkomen die een negatieve impact op de cashflow van de leverancier hebben en in extreme gevallen tot een faillissement zouden kunnen leiden
debiteurenkaart	noun	overzicht van de bedragen die bij een klant in rekening zijn gebracht en daar weer van zijn ontvangen in een boekjaar of deel daarvan, inclusief de eventuele beginbalansboeking Oorspronkelijk uitgevoerd als een met pen ingevulde tabel op stevig papier, tegenwoordig als tabel op een beeldscherm; het kan ook een overzicht zijn dat een selectie van klanten omvat.
debiteurenkaarten	=	debiteurenkaart
debiteurenrisico	noun	het risico dat een debiteur niet aan zijn verplichtingen kan of wil voldoen
debiteurenrisico's	=	debiteurenrisico
debiteurenrisicootje	=	debiteurenrisico
debiteurenrisicootjes	=	debiteurenrisico
debiteurnummer	noun	identificatienummer van een organisatie of persoon die geld moet betalen
debiteurnummers	=	debiteurnummer
debiteurs	=	debiteur
debiteurtje	=	debiteur
debiteurtjes	=	debiteur
debitrice	noun	vrouwelijke vorm van debiteur
debitrices	=	debitrice
debitricetje	=	debitrice
debitricetjes	=	debitrice
deblokkeer	=	deblokkeren
deblokkeerde	=	deblokkeren
deblokkeerden	=	deblokkeren
deblokkeert	=	deblokkeren
deblokkere	=	deblokkeren
deblokkeren	verb	een blokkering opheffen
deblokkerend	=	deblokkeren
deblokkerende	=	deblokkeren
debrailleer	=	debrailleren
debrailleerde	=	debrailleren
debrailleerden	=	debrailleren
debrailleert	=	debrailleren
debraillere	=	debrailleren
debrailleren	verb	uit brailleschrift in gewoon schrift overbrengen
debraillerend	=	debrailleren
debraillerende	=	debrailleren
debrailleur	noun	iemand die brailleschrift vertaalt in gewoon schrift
debrailleurs	=	debrailleur
debrailleurtje	=	debrailleur
debrailleurtjes	=	debrailleur
debrayeer	=	debrayeren
debrayeerde	=	debrayeren
debrayeerden	=	debrayeren
debrayeert	=	debrayeren
debrayere	=	debrayeren
debrayeren	verb	overgankelijk werkwoord, ook absoluut; debrayeerde, heeft gedebrayeerd
debrayerend	=	debrayeren
debrayerende	=	debrayeren
debrief	=	debriefen
debriefde	=	debriefen
debriefden	=	debriefen
debriefe	=	debriefen
debriefen	verb	na een missie, m.n. een militaire missie, psychologische ondersteuning bieden
debriefend	=	debriefen
debriefende	=	debriefen
debriefing	noun	nabespreking, evaluatie van een uitgevoerde opdracht
debriefings	=	debriefing
debriefinkje	=	debriefing
debriefinkjes	=	debriefing
debrieft	=	debriefen
debriefte	=	debriefen
debrieften	=	debriefen
debruijnpademelon	noun	Thylogale brunii een kangoeroe uit het geslacht der pademelons (Thylogale)
debruijnpademelonnetje	=	debruijnpademelon
debruijnpademelonnetjes	=	debruijnpademelon
debruijnpademelons	=	debruijnpademelon
debudgettering	noun	een bepaalde uitgave, die zou moeten zijn opgenomen, komt niet in de begroting voor, maar wordt op een andere wijze gefinancierd
debug	=	debuggen
debugde	=	debuggen
debugden	=	debuggen
debugge	=	debuggen
debuggen	verb	de fouten ('bugs') uit een computerprogramma halen
debuggend	=	debuggen
debuggende	=	debuggen
debugger	noun	tool gebruikt om een computerprogramma te debuggen
debuggers	=	debugger
debugt	=	debuggen
debunk	=	debunken
debunke	=	debunken
debunken	verb	onzin uit een verhaal verwijderen
debunkend	=	debunken
debunkende	=	debunken
debunkt	=	debunken
debunkte	=	debunken
debunkten	=	debunken
debutant	noun	een mannelijk persoon die voor de eerste maal in het openbaar optreedt, speelt of publiceert
debutante	noun	een vrouwelijk persoon die voor de eerste maal in het openbaar optreedt, speelt of publiceert
debutanten	=	debutant
debutantenbal	noun	dansfeest voor personen die voor het eerst deelnemen aan de uitgaande wereld
debutantenbals	=	debutantenbal
debutantes	=	debutante
debutantetje	=	debutante
debutantetjes	=	debutante
debutantje	=	debutant
debutantjes	=	debutant
debuteer	=	debuteren
debuteerde	=	debuteren
debuteerden	=	debuteren
debuteert	=	debuteren
debuten	=	debuut
debutere	=	debuteren
debuteren	verb	voor de eerste keer in het openbaar optreden, spelen of publiceren
debuterend	=	debuteren
debuterende	=	debuteren
debuut	noun	het eerste publieke optreden van een artiest
debuutalbum	noun	het eerste muziekalbum van een band of artiest
debuutalbumpje	=	debuutalbum
debuutalbumpjes	=	debuutalbum
debuutalbums	=	debuutalbum
debuutbal	noun	dansfeest voor personen die voor het eerst deelnemen aan de uitgaande wereld
debuutballetje	=	debuutbal
debuutballetjes	=	debuutbal
debuutbals	=	debuutbal
debuutbundel	noun	de eerste dichtbundel van een schrijver
debuutbundels	=	debuutbundel
debuutfilm	noun	eerste film die door een filmmaker is gemaakt
debuutfilmpje	=	debuutfilm
debuutfilmpjes	=	debuutfilm
debuutfilms	=	debuutfilm
debuutjaar	noun	eerste jaar dat iets of iemand ergens aan deelneemt
debuutjaren	=	debuutjaar
debuutje	=	debuut
debuutjes	=	debuut
debuutplaat	noun	het eerste album, lp, single of cd die door een muzikant of groep muzikanten is gemaakt
debuutplaatje	=	debuutplaat
debuutplaatjes	=	debuutplaat
debuutplaten	=	debuutplaat
debuutprijs	noun	prijs die verbonden is aan een geslaagd debuut
debuutprijzen	=	debuutprijs
debuutroman	noun	de eerste roman van een schrijver
debuutromannetje	=	debuutroman
debuutromannetjes	=	debuutroman
debuutromans	=	debuutroman
debuutseizoen	noun	het eerste seizoen dat iets of iemand ergens aan meedoet
debuutseizoenen	=	debuutseizoen
debuutsingle	noun	het eerste plaatje van een muzikant waarop één nummer per kant staat
debuutsingles	=	debuutsingle
debâcle	=	debacle
dec	noun	twaalfde en laatste kalendermaand, december
deca-ampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10¹ ampère, 10 ampère of 0,01 kiloampère, weergegeven met symbool daA
deca-ampères	=	deca-ampère
deca-ampèretje	=	deca-ampère
deca-ampèretjes	=	deca-ampère
decaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₁₀H₂₂
decaanfunctie	noun	de functie van decaan
decaantje	=	decaan
decaantjes	=	decaan
decabecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10¹ becquerel, 10 becquerel of 0,01 kilobecquerel, weergegeven met symbool daBq
decabecquerels	=	decabecquerel
decacandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10¹ candela, 10 candela of 0,01 kilocandela, weergegeven met symbool dacd
decacandela's	=	decacandela
decacoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10¹ coulomb, 10 coulomb of 0,01 kilocoulomb, weergegeven met symbool daC
decacoulombje	=	decacoulomb
decacoulombjes	=	decacoulomb
decacoulombs	=	decacoulomb
decacoulombtje	=	decacoulomb
decacoulombtjes	=	decacoulomb
decade	noun	tijdperk met een duur van 10 dagen.
decaden	=	decade
decadent	adj	ontaard, verworden, in verval	noun	kunstenaar wiens werk verschijnselen van een tijdperk van verval vertoont
decadente	=	decadent
decadenten	=	decadent
decadenter	=	decadent
decadentere	=	decadent
decadenters	=	decadent
decadentie	noun	verwildering van zeden
decadenties	=	decadentie
decadentisme	noun	Neiging tot decadentie (in de kunst)
decadents	=	decadent
decadentst	=	decadent
decadentste	=	decadent
decades	=	decade
decadetje	=	decade
decadetjes	=	decade
decaf	noun	cafeïnevrije koffie
decafarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10¹ farad, 10 farad of 0,01 kilofarad, weergegeven met symbool daF
decafaradje	=	decafarad
decafaradjes	=	decafarad
decafarads	=	decafarad
decafeetje	=	decafé
decafeetjes	=	decafé
decafeïne	noun	koffie zonder cafeïne
decafeïné	noun	koffie zonder cafeïne
decafé	noun	cafeïnevrije koffie
decafés	=	decafé
decagram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10¹ gram, 10 gram of 0,01 kilogram, weergegeven met symbool dag
decagrammen	=	decagram
decagrammetje	=	decagram
decagrammetjes	=	decagram
decagray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10¹ gray, 10 gray of 0,01 kilogray, weergegeven met symbool daGy
decagrays	=	decagray
decagraytje	=	decagray
decagraytjes	=	decagray
decahenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10¹ henry, 10 henry of 0,01 kilohenry, weergegeven met symbool daH
decahenry's	=	decahenry
decahenry'tje	=	decahenry
decahenry'tjes	=	decahenry
decahertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10¹ hertz, 10 hertz of 0,01 kilohertz, weergegeven met symbool daHz
decajoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10¹ joule, 10 joule of 0,01 kilojoule, weergegeven met symbool daJ
decajoules	=	decajoule
decakatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10¹ katal, 10 katal of 0,01 kilokatal, weergegeven met symbool dakat
decakatals	=	decakatal
decakelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10¹ kelvin, 10 kelvin of 0,01 kilokelvin, weergegeven met symbool daK
decalage	noun	anders
decalages	=	decalage
decaliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 10 liter, weergegeven met symbool dal, daL of daℓ
decaliters	=	decaliter
decalitertje	=	decaliter
decalitertjes	=	decaliter
decalogen	=	decaloog
decalogus	noun	de tien geboden zoals die in het Oude Testament staan geschreven
decalogussen	=	decalogus
decaloog	noun	de tien geboden zoals die in het Oude Testament staan geschreven
decalumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10¹ lumen, 10 lumen of 0,01 kilolumen, weergegeven met symbool dalm
decalumens	=	decalumen
decalux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10¹ lux, 10 lux of 0,01 kilolux, weergegeven met symbool dalx
decameter	noun	een lengtemaat met een waarde van 10¹ meter, 10 meter of 0,01 kilometer, weergegeven met symbool dam
decameters	=	decameter
decametertje	=	decameter
decametertjes	=	decameter
decamol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10¹ mol, 10 mol of 0,01 kilomol, weergegeven met symbool damol
decamolen	=	decamol
decamooltje	=	decamol
decamooltjes	=	decamol
decanaal	adj	van een decaan of deken, een decanaat
decanaals	=	decanaal
decanaalst	=	decanaal
decanaalste	=	decanaal
decanaat	noun	waardigheid, ambt van decaan of deken
decanale	=	decanaal
decanaler	=	decanaal
decanalere	=	decanaal
decanalers	=	decanaal
decanaten	=	decanaat
decanen	=	decaan
decanewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10¹ newton, 10 newton of 0,01 kilonewton, weergegeven met symbool daN
decanewtonnetje	=	decanewton
decanewtonnetjes	=	decanewton
decanewtons	=	decanewton
decantatie	noun	het decanteren
decantaties	=	decantatie
decanteer	=	decanteren
decanteerde	=	decanteren
decanteerden	=	decanteren
decanteerfles	noun	fles waarin men wijn overschenk tijdens het decanteren van (oude) wijn
decanteerflesje	=	decanteerfles
decanteerflesjes	=	decanteerfles
decanteerflessen	=	decanteerfles
decanteerkaraf	noun	een karaf waarin men wijn uit een fles overschenkt zonder de droesem die op de bodem van de fles is bezonken mee te schenken
decanteerkaraffen	=	decanteerkaraf
decanteerkarafje	=	decanteerkaraf
decanteerkarafjes	=	decanteerkaraf
decanteert	=	decanteren
decantere	=	decanteren
decanteren	verb	het afgieten van een vloeistof nadat de vaste stof in de vloeistof bezonken is
decanterend	=	decanteren
decanterende	=	decanteren
decaohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10¹ ohm, 10 ohm of 0,01 kilo-ohm, weergegeven met symbool daΩ
decaohmpje	=	decaohm
decaohmpjes	=	decaohm
decaohms	=	decaohm
decapascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10¹ pascal, 10 pascal of 0,01 kilopascal, weergegeven met symbool daPa
decapascalletje	=	decapascal
decapascalletjes	=	decapascal
decapascals	=	decapascal
decapeer	=	decaperen
decapeerde	=	decaperen
decapeerden	=	decaperen
decapeert	=	decaperen
decapere	=	decaperen
decaperen	verb	reinigen (door lagen te verwijderen)
decaperend	=	decaperen
decaperende	=	decaperen
decapitatie	noun	afhakken van hoofd of kop
decapitaties	=	decapitatie
decapiteer	=	decapiteren
decapiteerde	=	decapiteren
decapiteerden	=	decapiteren
decapiteert	=	decapiteren
decapitere	=	decapiteren
decapiteren	verb	onthoofden
decapiterend	=	decapiteren
decapiterende	=	decapiteren
decarboxylering	noun	een reactie waarbij een carboxylgroep afsplitst van de rest van het molecuul in de vorm van een koolstofdioxidemolecuul (CO₂)
decarboxyleringen	=	decarboxylering
decare	noun	een oppervlaktemaat ter grootte van duizend vierkante meter, gelijk aan 10 are, weergegeven met symbool daa
decaren	=	decare
decaseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10¹ seconde, 10 seconden of 0,01 kiloseconde, weergegeven met symbool das
decaseconden	=	decaseconde
decasecondes	=	decaseconde
decasiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10¹ siemens, 10 siemens of 0,01 kilosiemens, weergegeven met symbool daS
decasiemensen	=	decasiemens
decasiemensje	=	decasiemens
decasiemensjes	=	decasiemens
decasievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10¹ sievert, 10 sievert of 0,01 kilosievert, weergegeven met symbool daSv
decasievertje	=	decasievert
decasievertjes	=	decasievert
decasieverts	=	decasievert
decasyllabisch	adj	tienlettergrepig
decasyllabische	=	decasyllabisch
decatesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10¹ tesla, 10 tesla of 0,01 kilotesla, weergegeven met symbool daT
decatesla's	=	decatesla
decateslaatje	=	decatesla
decateslaatjes	=	decatesla
decatlon	noun	tienkamp
decatlonnetje	=	decatlon
decatlonnetjes	=	decatlon
decatlons	=	decatlon
decavolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10¹ volt, 10 volt of 0,01 kilovolt, weergegeven met symbool daV
decavoltje	=	decavolt
decavoltjes	=	decavolt
decavolts	=	decavolt
decawatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10¹ watt, 10 watt of 0,01 kilowatt, weergegeven met symbool daW
decawatts	=	decawatt
decaweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10¹ weber, 10 weber of 0,01 kiloweber, weergegeven met symbool daWb
decawebers	=	decaweber
decaëder	noun	regelmatig tienvlak
decaëders	=	decaëder
decaëdertje	=	decaëder
decaëdertjes	=	decaëder
deceleratie	noun	het langzamer voortbewegen dan voorheen; het remmen
deceleraties	=	deceleratie
decelereer	=	decelereren
decelereerde	=	decelereren
decelereerden	=	decelereren
decelereert	=	decelereren
decelerere	=	decelereren
decelereren	verb	verminderen van de snelheid
decelererend	=	decelereren
decelererende	=	decelereren
december	noun	de twaalfde en tevens laatste maand van het jaar
decemberactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand december
decemberacties	=	decemberactie
decemberactietje	=	decemberactie
decemberactietjes	=	decemberactie
decemberavond	noun	een (lange, donkere, koude) avond in de maand december
decemberavonden	=	decemberavond
decemberblues	noun	verlaagd stemmingsniveau in de winter
decembercijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand december
decembercijfers	=	decembercijfer
decembercijfertje	=	decembercijfer
decembercijfertjes	=	decembercijfer
decemberdag	noun	dag in de twaalfde maand van het jaar
decemberdagen	=	decemberdag
decembereditie	noun	uitgave voor de maand december
decemberedities	=	decembereditie
decembereditietje	=	decembereditie
decembereditietjes	=	decembereditie
decembergevoel	noun	de emotie die past bij december (lange avonden, feestverlichting, dennenboom, winter, sinterklaas, kerst, oud- en nieuw)
decembermaand	noun	de 12de en laatste maand van het jaar
decembermaanden	=	decembermaand
decembermiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand december
decembermiddagen	=	decembermiddag
decembermiddagje	=	decembermiddag
decembermiddagjes	=	decembermiddag
decembermorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand december
decembermorgens	=	decembermorgen
decembermorgentje	=	decembermorgen
decembermorgentjes	=	decembermorgen
decembernacht	noun	een van de nachten in de maand december
decembernachten	=	decembernacht
decembernamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand december
decembernamiddagen	=	decembernamiddag
decembernamiddagje	=	decembernamiddag
decembernamiddagjes	=	decembernamiddag
decembernummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 12de maand van het jaar
decembernummers	=	decembernummer
decemberochtend	noun	deel van de dag in de maand december tussen 6.00 en 12.00 uur
decemberochtenden	=	decemberochtend
decemberochtendje	=	decemberochtend
decemberochtendjes	=	decemberochtend
decembers	=	december
decembertemperaturen	=	decembertemperatuur
decembertemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand december
decembertemperatuurtje	=	decembertemperatuur
decembertemperatuurtjes	=	decembertemperatuur
decembertje	=	december
decemberweek	noun	week in de maand december
decemberweekje	=	decemberweek
decemberweekjes	=	decemberweek
decemberweer	noun	het winterweer dat normaal is voor december
decemberweken	=	decemberweek
decemberwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand december
decemberwijnen	=	decemberwijn
decemberwijntje	=	decemberwijn
decemberwijntjes	=	decemberwijn
decemberwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand december
decemberwinden	=	decemberwind
decemberwindje	=	decemberwind
decemberwindjes	=	decemberwind
decemberzegel	noun	speciale postzegel die jaarlijks in de maand december wordt uitgegeven voor het verzenden van kerst- en nieuwjaarskaarten (in de tijd dat mensen elkaar nog zulke kaarten stuurden)
decemberzegels	=	decemberzegel
decemberzon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand december
decemberzonnen	=	decemberzon
decemberzonnetje	=	decemberzon
decemberzonnetjes	=	decemberzon
decennia	=	decennium
decennialang	adv	gedurende tientallen jaren
decennialange	=	decennialang
decennialangs	=	decennialang
decennium	noun	periode van tien jaar
decenniumpje	=	decennium
decenniumpjes	=	decennium
decenniums	=	decennium
decenniën	=	decennium
decent	adj	netjes, fatsoenlijk, eerbaar, keurig
decente	=	decent
decenter	=	decent
decentere	=	decent
decenters	=	decent
decentie	noun	het zich volgens de heersende normen en waarden gedragen
decentraal	adj	niet-centraal
decentraals	=	decentraal
decentraalst	=	decentraal
decentraalste	=	decentraal
decentrale	=	decentraal
decentraler	=	decentraal
decentralere	=	decentraal
decentralers	=	decentraal
decentralisatie	noun	spreiding van bestuurlijke bevoegdheden over een aantal lagere instanties
decentralisatiegedachte	noun	het idee dat men dingen beter op lokaal niveau kan regelen dan op één centraal punt
decentralisatiegedachten	=	decentralisatiegedachte
decentralisatiegedachtes	=	decentralisatiegedachte
decentralisatieproces	noun	ontwikkeling waarbij zaken die eerst op één plaats centraal georganiseerd waren gedelegeerd worden naar het lokale niveau
decentralisatieprocessen	=	decentralisatieproces
decentralisatieprogramma	noun	reeks geplande handelingen die er toe moeten leiden dat wat eerst op één plaats centraal was geregeld, nu op lokaal niveau geregeld wordt
decentralisatieprogramma's	=	decentralisatieprogramma
decentralisaties	=	decentralisatie
decentraliseer	=	decentraliseren
decentraliseerde	=	decentraliseren
decentraliseerden	=	decentraliseren
decentraliseert	=	decentraliseren
decentralisere	=	decentraliseren
decentraliseren	verb	spreiden over een aantal lagere instanties
decentraliserend	=	decentraliseren
decentraliserende	=	decentraliseren
decentralisering	noun	spreiding van bestuurlijke bevoegdheden over een aantal lagere instanties
decentraliseringen	=	decentralisering
decentralisme	noun	systeem waarin niet van hogerhand regelend wordt opgetreden
decentrering	noun	het uit het middelpunt geraken
decents	=	decent
decentst	=	decent
decentste	=	decent
deceptie	noun	dat iets helemaal niet aan je verwachtingen voldoet
decepties	=	deceptie
decharge	noun	kwijting van een bepaalde verantwoordelijkheid vooral in het geval van bestuursleden
dechargeer	=	dechargeren
dechargeerde	=	dechargeren
dechargeerden	=	dechargeren
dechargeert	=	dechargeren
dechargere	=	dechargeren
dechargeren	verb	ontheffen (van een persoon van een bepaalde verantwoordelijkheid)
dechargerend	=	dechargeren
dechargerende	=	dechargeren
decharges	=	decharge
decheance	noun	verval van een schuld of recht louter door het verlopen van de tijd
decheances	=	decheance
deciampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan één tiende ampère, weergegeven met symbool dA
deciampères	=	deciampère
deciampèretje	=	deciampère
deciampèretjes	=	deciampère
decibecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan één tiende becquerel, weergegeven met symbool dBq
decibecquerels	=	decibecquerel
decibel	noun	eenheid met een logaritmische schaal voor geluidsintensiteit
decibellen	=	decibel
decibelmeter	noun	een meetinstrument om het geluidsniveau in decibel te meten
decibelmeters	=	decibelmeter
decibels	=	decibel
decibeltje	=	decibel
decicandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan één tiende candela, weergegeven met symbool dcd
decicandela's	=	decicandela
decicoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan één tiende coulomb, weergegeven met symbool dC
decicoulombje	=	decicoulomb
decicoulombjes	=	decicoulomb
decicoulombs	=	decicoulomb
decicoulombtje	=	decicoulomb
decicoulombtjes	=	decicoulomb
decideer	=	decideren
decideerde	=	decideren
decideerden	=	decideren
decideert	=	decideren
decidere	=	decideren
decideren	verb	beslissen, uitmaken, besluiten
deciderend	=	decideren
deciderende	=	decideren
deciel	noun	een van de in principe 9 kwantielen die de geordende dataset in 10 delen van gelijke grootte verdelen
decielen	=	deciel
decifarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan één tiende farad, weergegeven met symbool dF
decifaradje	=	decifarad
decifaradjes	=	decifarad
decifarads	=	decifarad
decigram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van één tiende gram, weergegeven met symbool dg
decigrammen	=	decigram
decigrammetje	=	decigram
decigrammetjes	=	decigram
decigray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan één tiende gray, weergegeven met symbool dGy
decigrays	=	decigray
decigraytje	=	decigray
decigraytjes	=	decigray
decihenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan één tiende henry, weergegeven met symbool dH
decihenry's	=	decihenry
decihenry'tje	=	decihenry
decihenry'tjes	=	decihenry
decihertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan één tiende hertz, weergegeven met symbool dHz
decijoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan één tiende joule, weergegeven met symbool dJ
decijoules	=	decijoule
decikatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan één tiende katal, weergegeven met symbool dkat
decikatals	=	decikatal
decikelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan één tiende kelvin, weergegeven met symbool dK
deciliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,1 liter, gelijk aan 100 ml, weergegeven met symbool dl, dL of dℓ
deciliters	=	deciliter
decilitertje	=	deciliter
decilitertjes	=	deciliter
deciljard	noun	getal dat overeenkomt met de zevende macht van een miljard ofwel één quintiljoen quintiljard, in cijfers 10⁶³	num	10⁶³, het getal dat overeenkomt met de zevende macht van een miljard, in cijfers een één met drieënzestig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
deciljarden	=	deciljard
deciljoen	noun	een getal gelijk aan 10⁶⁰	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁶⁰).
deciljoenen	=	deciljoen
deciljoenste	adj	nummer deciljoen in een rij
decilumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan één tiende lumen, weergegeven met symbool dlm
decilumens	=	decilumen
decilux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan één tiende lux, weergegeven met symbool dlx
decimaal	noun	elk van de eenheden van het decimale stelsel die kleiner zijn dan één	adj	tientallig
decimaals	=	decimaal
decimaalteken	noun	scheidingsteken tussen gehele getallen en decimalen (in Europa traditioneel de komma in de Angelsaksische landen wordt de punt gebruikt)
decimaaltekens	=	decimaalteken
decimaaltekentje	=	decimaalteken
decimaaltekentjes	=	decimaalteken
decimaaltje	=	decimaal
decimaaltjes	=	decimaal
decimale	=	decimaal
decimalen	=	decimaal
decimatie	noun	het decimeren
decimaties	=	decimatie
decimatietje	=	decimatie
decimatietjes	=	decimatie
decime	noun	de tiende trap van een diatonische toonladder
decimeer	=	decimeren
decimeerde	=	decimeren
decimeerden	=	decimeren
decimeert	=	decimeren
decimen	=	decime
decimere	=	decimeren
decimeren	verb	sterk in aantal terugbrengen, gewoonlijk door afslachting
decimerend	=	decimeren
decimerende	=	decimeren
decimering	noun	10% vermindering in aantal
decimeringen	=	decimering
decimeter	noun	een lengtemaat met een waarde van één tiende meter, weergegeven met symbool dm
decimeters	=	decimeter
decimetertje	=	decimeter
decimetertjes	=	decimeter
decimol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan één tiende mol, weergegeven met symbool dmol
decimolen	=	decimool
decimollen	=	decimol
decimolletje	=	decimol
decimolletjes	=	decimol
decimool	noun	een groepje met een van het gewone patroon afwijkend aantal van tien muzieknoten of rusten
decimooltje	=	decimool
decimooltjes	=	decimool
decinewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan één tiende newton, weergegeven met symbool dN
decinewtons	=	decinewton
deciohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan één tiende ohm, weergegeven met symbool dΩ
deciohmpje	=	deciohm
deciohmpjes	=	deciohm
deciohms	=	deciohm
decipascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan één tiende pascal, weergegeven met symbool dPa
deciseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van één tiende seconde, weergegeven met symbool ds
deciseconden	=	deciseconde
decisecondes	=	deciseconde
decisie	noun	besluit
decisief	adj	beslissend
decisiefs	=	decisief
decisiefst	=	decisief
decisiefste	=	decisief
decisiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan één tiende siemens, weergegeven met symbool dS
decisiemensen	=	decisiemens
decisiemensje	=	decisiemens
decisiemensjes	=	decisiemens
decisies	=	decisie
decisieve	=	decisief
decisiever	=	decisief
decisievere	=	decisief
decisievers	=	decisief
decisievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan één tiende sievert, weergegeven met symbool dSv
decisionmaker	noun	persoon die besluiten neemt in een bedrijf of organisatie
decisionmakers	=	decisionmaker
decitesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan één tiende tesla, weergegeven met symbool dT
decivolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan één tiende volt, weergegeven met symbool dV
decivoltje	=	decivolt
decivoltjes	=	decivolt
decivolts	=	decivolt
deciwatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan één tiende watt, weergegeven met symbool dW
deciwatts	=	deciwatt
deciweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan één tiende weber, weergegeven met symbool dWb
deciwebers	=	deciweber
deck	noun	een stapel speelkaarten, stock
decks	=	deck
declamatie	noun	voordracht, de kunst van (gedichten) voordragen
declamaties	=	declamatie
declamatietje	=	declamatie
declamator	noun	iemand die declameert, een voordrachtskunstenaar
declamatoren	=	declamator
declamatoria	=	declamatorium
declamatorisch	adj	als een declamator
declamatorische	=	declamatorisch
declamatorischer	=	declamatorisch
declamatorischere	=	declamatorisch
declamatorischers	=	declamatorisch
declamatorium	noun	declamatie, voordracht
declamatoriumpje	=	declamatorium
declamatoriumpjes	=	declamatorium
declamatoriums	=	declamatorium
declamators	=	declamator
declameer	=	declameren
declameerde	=	declameren
declameerden	=	declameren
declameert	=	declameren
declamere	=	declameren
declameren	verb	letterkundige werken mondeling voordragen
declamerend	=	declameren
declamerende	=	declameren
declarabel	adj	dat er voor een bepaalde dienst een geldelijke vergoeding kan worden gevraagd
declarabele	=	declarabel
declarabeler	=	declarabel
declarabelere	=	declarabel
declarabelers	=	declarabel
declarabels	=	declarabel
declarabelst	=	declarabel
declarabelste	=	declarabel
declarant	noun	iemand die iets declareert
declarante	noun	vrouw die de in- en uitklaring verzorgt
declaranten	=	declarant
declarantes	=	declarante
declarantetje	=	declarante
declarantetjes	=	declarante
declarantje	=	declarant
declarantjes	=	declarant
declaratie	noun	opgave van gemaakte onkosten en/of honorarium
declaratiebasis	noun	kostenvergoeding op basis van werkelijk gemaakte, bewezen uitgaven, waarbij de medewerker de originele bonnen en facturen moet inleveren voor terugbetaling van deze onkosten
declaratief	adj	verklarend
declaratieformulier	noun	een stuk papier waarop voorgedrukte vragen kunnen worden beantwoord die betrekking hebben op gemaakte onkosten die men terug kan vragen
declaratieformulieren	=	declaratieformulier
declaratiefs	=	declaratief
declaratiefst	=	declaratief
declaratiefste	=	declaratief
declaratiegedrag	noun	de manier waarop men onkostenvergoedingen aanvraagt
declaraties	=	declaratie
declaratiesysteem	noun	methodiek van het indienen van rekeningen
declaratiesystemen	=	declaratiesysteem
declaratietje	=	declaratie
declaratieve	=	declaratief
declaratiever	=	declaratief
declaratievere	=	declaratief
declaratievers	=	declaratief
declaratoir	noun	openbare bekendmaking van een beargumenteerd overheidsbesluit of politiek standpunt	adj	betrekking hebben op een openbare bekendmaking van een politieke eis
declaratoirder	=	declaratoir
declaratoirdere	=	declaratoir
declaratoirders	=	declaratoir
declaratoire	=	declaratoir
declaratoirs	=	declaratoir
declaratoirst	=	declaratoir
declaratoirste	=	declaratoir
declaratoirtje	=	declaratoir
declareer	=	declareren
declareerde	=	declareren
declareerden	=	declareren
declareert	=	declareren
declarere	=	declareren
declareren	verb	een declaratie indienen b.v. t.a.v. gemaakte onkosten, opgeven
declarerend	=	declareren
declarerende	=	declareren
declasseer	=	declasseren
declasseerde	=	declasseren
declasseerden	=	declasseren
declasseert	=	declasseren
declassere	=	declasseren
declasseren	verb	uit een lijst of rangorde schrappen, in een lagere klasse plaatsen, aan lager wal brengen
declasserend	=	declasseren
declasserende	=	declasseren
declassering	noun	het op een lagere plaats gezet worden in een rangorde
declasseringen	=	declassering
declinatie	noun	van een punt op aarde, de hoek tussen het magnetische en het geografische noorden
declinatiecirkel	noun	denkbeeldige halve cirkel aan de sterrenhemel, die door beide polen gaat
declinatiecirkels	=	declinatiecirkel
declinatiecirkeltje	=	declinatiecirkel
declinatiecirkeltjes	=	declinatiecirkel
declinaties	=	declinatie
declinatietje	=	declinatie
declinatietjes	=	declinatie
declineer	=	declineren
declineerde	=	declineren
declineerden	=	declineren
declineert	=	declineren
declinere	=	declineren
declineren	verb	de naamvalsvormen opsommen
declinerend	=	declineren
declinerende	=	declineren
declutter	=	declutteren
declutterde	=	declutteren
declutterden	=	declutteren
decluttere	=	declutteren
declutteren	verb	overbodige zaken verwijderen; rommel verwijderen
declutterend	=	declutteren
declutterende	=	declutteren
decluttert	=	declutteren
decodeer	=	decoderen
decodeerde	=	decoderen
decodeerden	=	decoderen
decodeermachine	noun	een machine om een boodschap die gecodeerd is (in geheimschrift) te decoderen
decodeert	=	decoderen
decoder	noun	apparaat of softwarematige functie die een gecodeerd signaal omzet in een bruikbaar signaal
decodere	=	decoderen
decoderen	verb	uit code overbrengen in gewone taal
decoderend	=	decoderen
decoderende	=	decoderen
decodering	noun	het decoderen
decoderingen	=	decodering
decoders	=	decoder
decoherentie	noun	mechanisme waardoor de coherentie-eigenschappen van bepaalde kwantumtoestanden geheel of gedeeltelijk wordt onderdrukt
decollectioneer	=	decollectioneren
decollectioneerd	=	decollectioneren
decollectioneerde	=	decollectioneren
decollectioneerden	=	decollectioneren
decollectioneert	=	decollectioneren
decollectionere	=	decollectioneren
decollectioneren	verb	stelselmatig afstoten van oude boeken, tijdschriften en andere objecten door bibliotheken en andere instellingen
decollectionerend	=	decollectioneren
decollectiviseer	=	decollectiviseren
decollectiviseerde	=	decollectiviseren
decollectiviseerden	=	decollectiviseren
decollectiviseert	=	decollectiviseren
decollectivisere	=	decollectiviseren
decollectiviseren	verb	tot privé-eigendom maken
decollectiviserend	=	decollectiviseren
decollectiviserende	=	decollectiviseren
decolleteetje	=	decolleté
decolleteetjes	=	decolleté
decolleté	noun	laag uitgesneden halslijn bij vrouwenkleding, zodat de boezem van de vrouw deels zichtbaar is
decolletéportemonnee	noun	antidiefstalportemonnee verwerkt in een bh
decolletéportemonnees	=	decolletéportemonnee
decolletés	=	decolleté
decompensatie	noun	ontoereikende compensatie van een functionele of psychische stoornis
decompensaties	=	decompensatie
decompenseer	=	decompenseren
decompenseerde	=	decompenseren
decompenseerden	=	decompenseren
decompenseert	=	decompenseren
decompensere	=	decompenseren
decompenseren	verb	decompensatie vertonen
decompenserend	=	decompenseren
decompenserende	=	decompenseren
decompileer	=	decompileren
decompileerde	=	decompileren
decompileerden	=	decompileren
decompileert	=	decompileren
decompilere	=	decompileren
decompileren	verb	omzetten in de broncode vanuit machinetaal of bytecode
decompilerend	=	decompileren
decompilerende	=	decompileren
decompliceer	=	decompliceren
decompliceerde	=	decompliceren
decompliceerden	=	decompliceren
decompliceert	=	decompliceren
decomplicere	=	decompliceren
decompliceren	verb	minder ingewikkeld maken
decomplicerend	=	decompliceren
decomplicerende	=	decompliceren
decompositie	noun	ontleding
decomposities	=	decompositie
decompressie	noun	snelle daling van gasdruk
decompressiekamer	noun	ruimte waarin een hogere luchtdruk dan normaal kan worden gerealiseerd
decompressiekamers	=	decompressiekamer
decompressiekamertje	=	decompressiekamer
decompressiekamertjes	=	decompressiekamer
decompressies	=	decompressie
decompressieziekte	noun	een ziektebeeld dat zich kan voordoen bij mensen die, na onder verhoogde luchtdruk te hebben gewerkt, weer in een omgeving met een lagere druk terugkomen, zoals duikers of mensen in een vliegtuig na een snelle decompressie
decompressieziekten	=	decompressieziekte
decompressieziektes	=	decompressieziekte
decomprimeer	=	decomprimeren
decomprimeerde	=	decomprimeren
decomprimeerden	=	decomprimeren
decomprimeert	=	decomprimeren
decomprimere	=	decomprimeren
decomprimeren	verb	van een extra compact dataformaat terugbrengen naar een leesbare versie, unzippen
decomprimerend	=	decomprimeren
decomprimerende	=	decomprimeren
deconcentratie	noun	spreiding van bestuurlijke bevoegdheden over een aantal lagere instanties
deconcentraties	=	deconcentratie
deconfessionaliseer	=	deconfessionaliseren
deconfessionaliseerde	=	deconfessionaliseren
deconfessionaliseerden	=	deconfessionaliseren
deconfessionaliseert	=	deconfessionaliseren
deconfessionalisere	=	deconfessionaliseren
deconfessionaliseren	verb	zich losmaken van een religieuze grondslag
deconfessionaliserend	=	deconfessionaliseren
deconfessionaliserende	=	deconfessionaliseren
deconfessionalisering	noun	bevrijding van de directe invloed van kerkgenootschappen
deconfessionaliseringen	=	deconfessionalisering
deconfiture	noun|formal	mislukking
deconfitures	=	deconfiture
decongestivum	noun	middel dat zwelling vermindert
deconstructie	noun	het helemaal uitelkaar halen van iets (zodat je helemaal kunt zien hoe iets werkt)
deconstructief	adj	op een manier waarop je iets kapot maakt of afbreekt
deconstructiefs	=	deconstructief
deconstructiefst	=	deconstructief
deconstructiefste	=	deconstructief
deconstructies	=	deconstructie
deconstructietje	=	deconstructie
deconstructieve	=	deconstructief
deconstructiever	=	deconstructief
deconstructievere	=	deconstructief
deconstructievers	=	deconstructief
deconstructivisme	noun	stroming in de kunst, filosofie, architectuur en literatuur die ervan uitgaat dat de samenleving verwarrend is en laten dat ook zien in hun werken
deconstructivistisch	adj	betreffende een postmoderne architectuur- en kunststroming (opgekomen rond 1980) die traditionele regels van harmonie, symmetrie en continuïteit doorbreekt.
deconstructivistische	=	deconstructivistisch
deconstructivistischer	=	deconstructivistisch
deconstructivistischere	=	deconstructivistisch
deconstructivistischers	=	deconstructivistisch
deconstrueer	=	deconstrueren
deconstrueerde	=	deconstrueren
deconstrueerden	=	deconstrueren
deconstrueert	=	deconstrueren
deconstruere	=	deconstrueren
deconstrueren	verb	ontleden of vernietigen van een product
deconstruerend	=	deconstrueren
deconstruerende	=	deconstrueren
decontaminatie	noun	verwijderen van ziektekiemen of giftig materiaal zodat ze geen bedreiging voor de gezondheid meer zijn
decontaminaties	=	decontaminatie
decontamineer	=	decontamineren
decontamineerde	=	decontamineren
decontamineerden	=	decontamineren
decontamineert	=	decontamineren
decontaminere	=	decontamineren
decontamineren	verb	ontdoen van contaminaties, het proces waarbij schadelijke stoffen, zoals chemicaliën, micro-organismen of radioactief materiaal, van een object, persoon of oppervlak worden verwijderd.
decontaminerend	=	decontamineren
decontaminerende	=	decontamineren
decor	noun	in een theater of film de achtergrond en zijwanden
decorandi	=	decorandus
decorandus	noun	persoon die een onderscheiding ontvangt
decorateur	noun	iemand die decoraties aanbrengt
decorateurs	=	decorateur
decorateurtje	=	decorateur
decorateurtjes	=	decorateur
decoratie	noun	versiering
decoratief	adj	aangenaam voor het oog, versierend
decoratiefs	=	decoratief
decoratiefst	=	decoratief
decoratiefste	=	decoratief
decoratiemateriaal	noun	producten waarmee men een ruimte kan versieren
decoratiematerialen	=	decoratiemateriaal
decoraties	=	decoratie
decoratieschilder	noun	schilder van versieringen
decoratieschilders	=	decoratieschilder
decoratiestelsel	noun	stelsel van onderscheidingen die aan sommige mensen van verdienste worden toegekend uit naam van de overheid of de koning
decoratiestelsels	=	decoratiestelsel
decoratietje	=	decoratie
decoratietjes	=	decoratie
decoratieve	=	decoratief
decoratieven	=	decoratief
decoratiever	=	decoratief
decoratievere	=	decoratief
decoratievers	=	decoratief
decoratrice	noun	vrouwelijke vorm van decorateur
decoratrices	=	decoratrice
decoratricetje	=	decoratrice
decoratricetjes	=	decoratrice
decorbouw	noun	het maken van de achtergrond voor een toneelstuk, film of voorstelling
decorbouwer	noun	iemand die decors vervaardigt
decorbouwers	=	decorbouwer
decoreer	=	decoreren
decoreerde	=	decoreren
decoreerden	=	decoreren
decoreert	=	decoreren
decorere	=	decoreren
decoreren	verb	methoden en technieken gebruikt om bouwwerken, meubels of andere objecten te verfraaien
decorerend	=	decoreren
decorerende	=	decoreren
decorloos	adj	zonder een decor
decorloost	=	decorloos
decorlooste	=	decorloos
decorloze	=	decorloos
decorlozer	=	decorloos
decorlozere	=	decorloos
decorlozers	=	decorloos
decorontwerp	noun	de creatie van een theatrale omgeving voor voorstellingen en films
decorontwerpen	=	decorontwerp
decorontwerper	noun	iemand die de aankleding van een toneeluitvoering bedenkt
decorontwerpers	=	decorontwerper
decors	=	decor
decorstuk	noun	deel van het decor
decorstukje	=	decorstuk
decorstukjes	=	decorstuk
decorstukken	=	decorstuk
decortje	=	decor
decortjes	=	decor
decorum	noun	de uiterlijke waardigheid
decorumverlies	noun	teloorgang van het gevoel van wat gepast is en wat niet
decorumverliezen	=	decorumverlies
decorwisseling	noun	het verwisselen van de achtergrond; het veranderen van de omgeving waarin iets of iemand zich bevindt
decorwisselingen	=	decorwisseling
decorwisselingetje	=	decorwisseling
decorwisselingetjes	=	decorwisseling
decoupage	noun	filmtechniek waarbij een uitsnede van het beeld scherp zichtbaar is tegen een vagere achtergrond
decoupages	=	decoupage
decoupagetje	=	decoupage
decoupagetjes	=	decoupage
decoupeer	=	decouperen
decoupeerde	=	decouperen
decoupeerden	=	decouperen
decoupeert	=	decouperen
decoupeerzaag	noun	smalle zaag voor het zagen in bochten
decoupeerzaagje	=	decoupeerzaag
decoupeerzaagjes	=	decoupeerzaag
decoupeerzagen	=	decoupeerzaag
decoupere	=	decouperen
decouperen	verb	aan stukken snijden
decouperend	=	decouperen
decouperende	=	decouperen
decreet	noun	verordening van overheidswege zonder inmenging van het parlement, in Nederland noemen we dit een Koninklijk Besluit.
decreetgever	noun	iemand die decreten uitvaardigt
decreetgevers	=	decreetgever
decrescendo	noun	een passage in een muziekstuk waar geleidelijk zachter gespeeld moet worden	adv	in afnemende sterkte
decrescendo's	=	decrescendo
decretaal	adj	zonder inmenging van anderen een bindend besluit uitvaardigen
decretaals	=	decretaal
decretaalst	=	decretaal
decretaalste	=	decretaal
decretale	=	decretaal
decretaler	=	decretaal
decretalere	=	decretaal
decretalers	=	decretaal
decreteer	=	decreteren
decreteerde	=	decreteren
decreteerden	=	decreteren
decreteert	=	decreteren
decreten	=	decreet
decretere	=	decreteren
decreteren	verb	bij decreet vaststellen
decreterend	=	decreteren
decreterende	=	decreteren
decriminaliseer	=	decriminaliseren
decriminaliseerde	=	decriminaliseren
decriminaliseerden	=	decriminaliseren
decriminaliseert	=	decriminaliseren
decriminalisere	=	decriminaliseren
decriminaliseren	verb	iets wat vroeger strafbaar voor de wet was niet meer strafbaar stellen
decriminaliserend	=	decriminaliseren
decriminaliserende	=	decriminaliseren
decriminalisering	noun	bepaald gedrag dat eerder strafbaar was niet meer verbieden
decriminaliseringen	=	decriminalisering
decrypt	=	decrypten
decrypte	=	decrypten
decrypten	verb	decoderen, ontsleutelen
decryptend	=	decrypten
decryptende	=	decrypten
decryptiebevel	noun	bevel van een officier van justitie om een versleuteld bericht te ontgrendelen
decryptiebevelen	=	decryptiebevel
decryptte	=	decrypten
decryptten	=	decrypten
decubitus	noun	doorligwond
decujus	noun	erflater
decujussen	=	decujus
decumul	noun	het niet meer gelijktijdig laten bekleden van verschillende politieke en bestuurlijke functies door dezelfde persoon
decumulatie	noun	decumul
decumulaties	=	decumulatie
decumullen	=	decumul
decumuls	=	decumul
decurio	noun	hoofdman over 10 soldaten in het Romeinse leger (tezamen decuria genoemd)
decurio's	=	decurio
decurion	noun	een lid van de gemeenteraad, ook wel de senaat genoemd in de steden onder de Romeinse administratie
decuriones	=	decurio
decurions	=	decurion
dedaigneus	adj	met een uitgesproken onverschilligheid voor anderen die als onwaardig gezien worden
dedaigneust	=	dedaigneus
dedaigneuste	=	dedaigneus
dedaigneuze	=	dedaigneus
dedaigneuzer	=	dedaigneus
dedaigneuzere	=	dedaigneus
dedaigneuzers	=	dedaigneus
dedain	noun	neerbuigend gebrek aan respect
dede	verb|obsolete	deed, de onvoltooid verleden tijd van doen
deden	=	doen
dedeoso	noun	wake bij een overledene
dedeoso's	=	dedeoso
dedicaceer	=	dedicaceren
dedicaceerde	=	dedicaceren
dedicaceerden	=	dedicaceren
dedicaceert	=	dedicaceren
dedicacere	=	dedicaceren
dedicaceren	verb	een persoonlijke wens of oproep toevoegen aan de handtekening bij het signeren van boek of andere kunstuiting door een auteur of schenker
dedicacerend	=	dedicaceren
dedicacerende	=	dedicaceren
dedicatie	noun	de toewijding van een boek aan iets of iemand
dedicaties	=	dedicatie
dedicatietje	=	dedicatie
dedju	intj|vulgar	verdomme
dedollarisatie	noun	proces waarbij men probeert de dollar steeds minder als betaalmiddel te gebruiken
dedollarisering	noun	proces waarbij men probeert de dollar steeds minder als betaalmiddel te gebruiken
dedoso	noun	vinger
dedoso's	=	dedoso
deduceer	=	deduceren
deduceerde	=	deduceren
deduceerden	=	deduceren
deduceert	=	deduceren
deducere	=	deduceren
deduceren	verb	met behulp van logische regels uit het algemene afleiden
deducerend	=	deduceren
deducerende	=	deduceren
deductie	noun	het deduceren
deductief	adj	gebruik makend van, berustend op deductie
deductiefs	=	deductief
deductiefst	=	deductief
deductiefste	=	deductief
deducties	=	deductie
deductieve	=	deductief
deductiever	=	deductief
deductievere	=	deductief
deductievers	=	deductief
deed	=	doen
deedt	=	doen
deeg	noun	ongebakken kneedbare uitgangsmateriaal voor het bakken van diverse broden en gebak, vervaardigd van meel aangevuld met rijsmiddelen als gist, bakpoederof ei, vloeistoffen als melk of water en smaakstoffen zoals suiker en zout
deegachtig	adj	met de structuur van deeg
deegachtige	=	deegachtig
deegachtiger	=	deegachtig
deegachtigere	=	deegachtig
deegachtigers	=	deegachtig
deegachtigs	=	deegachtig
deegachtigst	=	deegachtig
deegachtigste	=	deegachtig
deegbal	noun	deeg in de vorm van een bal
deegballen	=	deegbal
deegballetje	=	deegbal
deegballetjes	=	deegbal
deeghaak	noun	haak aan een mixer om deeg mee te kneden
deeghaken	=	deeghaak
deegje	=	deeg
deegjes	=	deeg
deegkorst	noun	de korst van deeg
deegkorsten	=	deegkorst
deegkruimel	noun	een kruimel deeg
deegkruimels	=	deegkruimel
deeglap	noun	een plak rauw deeg
deeglappen	=	deeglap
deegrand	noun	de opstaande of afgekapte rand van deeg die rondom een vulling wordt gevormd die vaak dient om de vulling binnenboord te houden tijdens het bakken en te zorgen voor een krokante textuur als afwerking
deegranden	=	deegrand
deegrol	noun	rol waarmee men deeg gelijkmatig plat kan rollen
deegrollen	=	deegrol
deegroller	noun	rol om deeg uit te rollen
deegrollers	=	deegroller
deegrollertje	=	deegroller
deegrollertjes	=	deegroller
deegrolletje	=	deegrol
deegrolletjes	=	deegrol
deegs	=	deeg
deegsnijder	noun	apparaatje om deeg (in reepjes) te snijden
deegsnijders	=	deegsnijder
deegsoort	noun	een type deeg dat vooral geschikt is voor het maken van een bepaald soort deegwaren
deegsoorten	=	deegsoort
deegsoortje	=	deegsoort
deegsoortjes	=	deegsoort
deegwaar	noun	wat is gemaakt van deeg (een mengsel van meel en water)
deegwaren	=	deegwaar
deejay	noun	diskjockey
deejays	=	deejay
deejaytje	=	deejay
deejaytjes	=	deejay
deel	noun	een afsplitsing van een hoeveelheid, maat of gewicht, van een geheel waarbij samenstelling, functies of eigenschappen gelijk zijn of buiten beschouwing blijven (kenmerkend is dat de soortnaam van het geheel en de afgesplitsing gelijk is)
deelachtig	adj	een onderdeel zijn van een groter geheel
deelachtigs	=	deelachtig
deelakkoord	noun	overeenkomst over een gedeelte van de zaken waarover gesproken is
deelakkoorden	=	deelakkoord
deelakkoordje	=	deelakkoord
deelakkoordjes	=	deelakkoord
deelauto	noun	een auto die beschikbaar is voor leden van een organisatie, die dus door de leden van die organisatie gedeeld wordt
deelauto's	=	deelauto
deelautootje	=	deelauto
deelautootjes	=	deelauto
deelbaar	adj	dat iets in delen uit elkaar te halen is
deelbaarder	=	deelbaar
deelbaardere	=	deelbaar
deelbaarders	=	deelbaar
deelbaars	=	deelbaar
deelbaarst	=	deelbaar
deelbaarste	=	deelbaar
deelbakfiets	noun	bakfiets die door meerdere mensen geleend of gehuurd kan worden
deelbakfietsen	=	deelbakfiets
deelbare	=	deelbaar
deelbelang	noun	iets wat van minder belang is
deelbelangen	=	deelbelang
deelbetekenis	noun	elk van de meer specifieke dingen die met een bepaald woord bedoeld kunnen worden
deelbetekenissen	=	deelbetekenis
deelcertificaat	noun	een schriftelijk bewijs van het slagen voor een of meer onderdelen van een cursus, van een vakkenpakket
deelcertificaatje	=	deelcertificaat
deelcertificaten	=	deelcertificaat
deelde	=	delen
deelden	=	delen
deeldienst	noun	een specifieke, afzonderlijke dienst die wordt afgenomen binnen een groter geheel als tegenhanger van een full-service dienstverlening
deeldiensten	=	deeldienst
deeldiscipline	noun	vak als onderdeel van een meer omvangrijke wetenschap
deeldisciplines	=	deeldiscipline
deeleconomie	noun	de economie waarin mensen goederen met elkaar delen en collectief consumeren
deeleconomietje	=	deeleconomie
deeleconomietjes	=	deeleconomie
deeleconomieën	=	deeleconomie
deeleigendom	noun	heerschappij over een waardevol geheel die met een aantal andere personen samen wordt uitgeoefend
deeleindexamen	noun	onderzoek naar kennis of vaardigheden bij het afronden van een opleiding dat slechts betrekking heeft op een beperkt aantal vakken van het vereiste totaal
deeleindexamens	=	deeleindexamen
deelen	=	delen
deelfiets	noun	fiets die door meerdere mensen geleend of gehuurd kan worden
deelfietsen	=	deelfiets
deelgebied	noun	deelonderwerp van een groter kennisgebied
deelgebieden	=	deelgebied
deelgebiedje	=	deelgebied
deelgebiedjes	=	deelgebied
deelgehad	=	deelhebben
deelgemeente	noun	deel van een gemeente
deelgemeenten	=	deelgemeente
deelgemeenteraad	noun	raad van een deelgemeente
deelgemeenteraadje	=	deelgemeenteraad
deelgemeenteraadjes	=	deelgemeenteraad
deelgemeenteraden	=	deelgemeenteraad
deelgemeentes	=	deelgemeente
deelgemeentetje	=	deelgemeente
deelgemeentetjes	=	deelgemeente
deelgenomen	=	deelnemen
deelgenoot	noun	iemand die ergens (geld, zaken, kennis) in meedeelt
deelgenootje	=	deelgenoot
deelgenootjes	=	deelgenoot
deelgenootschap	noun	samenwerking, bond
deelgenootschappen	=	deelgenootschap
deelgenote	=	deelgenoot
deelgenoten	=	deelgenoot
deelgroep	noun	een groep die deel uitmaakt van een grotere groep
deelgroepen	=	deelgroep
deelgroepje	=	deelgroep
deelgroepjes	=	deelgroep
deelhad	=	deelhebben
deelhadden	=	deelhebben
deelhadt	=	deelhebben
deelheb	=	deelhebben
deelhebbe	=	deelhebben
deelhebben	verb	~ aan deel zijn van iets en er mede verantwoordelijk voor zijn
deelhebbend	=	deelhebben
deelhebbende	=	deelhebben
deelhebber	noun	iemand die ergens deel aan heeft, vooral op zakelijk gebied
deelhebbers	=	deelhebber
deelhebt	verb	tweede persoon enkelvoud van deelhebben
deelheeft	verb	tweede persoon (alleen U) en derde persoon enkelvoud van deelhebben
deeling	=	deling
deelinitiatief	noun	verband waarbinnen deelnemers samen gebruik maken van een aanschaft spullen, zodat die beter benut wordt De bedoeling is vaak zowel economisch (geld besparen) als ecologisch (grondstoffen beter benutten).
deelinitiatieven	=	deelinitiatief
deellijn	noun	de deellijn van een hoek is de rechte, die deze hoek in twee gelijke hoeken verdeelt.
deellijnen	=	deellijn
deellijntje	=	deellijn
deellijntjes	=	deellijn
deelmarkt	noun	segment van de totale markt voor een bepaald product, dat anders is dan de rest van die markt
deelmarkten	=	deelmarkt
deelmarktje	=	deelmarkt
deelmarktjes	=	deelmarkt
deelnaamt	=	deelnemen
deelnam	=	deelnemen
deelname	noun	het meedoen
deelnamebewijs	noun	toestemming om ergens aan deel te nemen
deelnamebewijsje	=	deelnamebewijs
deelnamebewijsjes	=	deelnamebewijs
deelnamebewijzen	=	deelnamebewijs
deelnamegeld	noun	geld dat men moet inbrengen om deel te nemen
deelnamegelden	=	deelnamegeld
deelnamegeldje	=	deelnamegeld
deelnamegeldjes	=	deelnamegeld
deelnamekost	noun|obsolete	geld dat men als deelnemer moet betalen
deelnamekosten	noun	geld dat men als deelnemer moet betalen
deelnamen	=	deelnemen
deelnameplicht	noun	de dwang om ergens aan mee te moeten doen
deelnameplichten	=	deelnameplicht
deelnames	=	deelname
deelnametje	=	deelname
deelneem	=	deelnemen
deelneemster	noun	vrouwelijke deelnemer
deelneemsters	=	deelneemster
deelneemstertje	=	deelneemster
deelneemstertjes	=	deelneemster
deelneemt	=	deelnemen
deelneme	=	deelnemen
deelnemen	verb	~ aan: meedoen, meevoelen
deelnemend	adj	deel hebbend aan, onderdeel vormend van een groep die iets doet
deelnemende	=	deelnemen
deelnemends	=	deelnemend
deelnemer	noun	iemand die meedoet aan een wedstrijd of ander evenement
deelnemers	=	deelnemer
deelnemersaantal	noun	aantal personen dat deelneemt aan een bepaalde activiteit
deelnemersaantallen	=	deelnemersaantal
deelnemerschap	noun	het iets of iemand zijn die ergens aan meedoet; het iets of iemand zijn die ergens lid van is
deelnemersformulier	noun	lijst waarop de namen staan van de deelnemers aan een bepaald evenement
deelnemersformulieren	=	deelnemersformulier
deelnemersformuliertje	=	deelnemersformulier
deelnemersformuliertjes	=	deelnemersformulier
deelnemerslijst	noun	lijst met de namen van mensen of organisaties die ergens aan mee doen
deelnemerslijsten	=	deelnemerslijst
deelnemerslijstje	=	deelnemerslijst
deelnemerslijstjes	=	deelnemerslijst
deelnemersraad	noun	overlegorgaan van personen die ergens aan deelnemen, met name een overlegorgaan van een pensioenfonds bestaande uit personen die premie betalen of een pensioen ontvangen
deelnemersraden	=	deelnemersraad
deelnemersveld	noun	de groep deelnemers aan een wedstrijd
deelnemersvelden	=	deelnemersveld
deelnemertje	=	deelnemer
deelnemertjes	=	deelnemer
deelneming	noun	het meedoen
deelnemingen	=	deelneming
deelnemingsvoorwaarde	noun	eisen die aan potentiële deelnemers aan iets worden gesteld
deelnemingsvoorwaarden	=	deelnemingsvoorwaarde
deelnemingsvrijstelling	noun	Nederlandse fiscale regeling waarbij een vennootschap geen belasting hoeft te betalen over de van de dochteronderneming ontvangen dividenden of winstuitkeringen zodat er niet twee keer belasting hoeft te worden betaald
deelnemingsvrijstellingen	=	deelnemingsvrijstelling
deelneminkje	=	deelneming
deelneminkjes	=	deelneming
deelonderwerp	noun	bepaald stuk binnen een geheel dat aandacht krijgt
deelonderwerpen	=	deelonderwerp
deelonderwerpje	=	deelonderwerp
deelonderwerpjes	=	deelonderwerp
deelonderzoek	noun	onderzoek dat deel uitmaakt van een groter onderzoek
deelonderzoeken	=	deelonderzoek
deelopleiding	noun	een studie die je volgt zonder dat je daar je hele werkweek aan kwijt bent, waardoor het ideaal te combineren is met een baan, gezin of andere verplichtingen.
deelopleidingen	=	deelopleiding
deelopleidinkje	=	deelopleiding
deelopleidinkjes	=	deelopleiding
deeloplossing	noun	een oplossing die maar een (klein) deel van het gehele probleem oplost
deeloplossingen	=	deeloplossing
deeloplossinkje	=	deeloplossing
deeloplossinkjes	=	deeloplossing
deelplan	noun	deel van een plan
deelplannen	=	deelplan
deelplannetje	=	deelplan
deelplannetjes	=	deelplan
deelprobleem	noun	een stuk van een groter vraagstuk
deelprobleempje	=	deelprobleem
deelprobleempjes	=	deelprobleem
deelproblemen	=	deelprobleem
deelraad	noun	soort gemeenteraad voor een stadsdeel
deelraadsleden	=	deelraadslid
deelraadslid	noun	iemand die lid is van een deelraad (soort gemeenteraad voor een deel van een grote stad)
deelraadvoorzitter	noun	voorzitter van een deelraad (een soort gemeenteraad van een deel van een grote stad)
deelraadvoorzitters	=	deelraadvoorzitter
deelraden	=	deelraad
deelrapport	noun	een onderdeel van een uitgebreider verslag
deelrapporten	=	deelrapport
deelrapportje	=	deelrapport
deelrapportjes	=	deelrapport
deelregering	noun	het autonome bestuur van een deelstaat in een federale staat
deelregeringen	=	deelregering
deelregio	noun	gebied dat een deel vormt van een groter land
deelregio's	=	deelregio
deelregionen	=	deelregio
deelrepubliek	noun	elk van de republieken die samen een federatie vormen
deelrepublieken	=	deelrepubliek
deelrepubliekje	=	deelrepubliek
deelrepubliekjes	=	deelrepubliek
deelruimte	noun	een deel(verzameling) van een (vector)ruimte
deels	adv	voor een bepaald deel
deelscholen	=	deelschool
deelschool	noun	schooltje binnen een grote scholengemeenschap
deelschooltje	=	deelschool
deelschooltjes	=	deelschool
deelsector	noun	deel van een bedrijfstak
deelsectoren	=	deelsector
deelsectors	=	deelsector
deelsom	noun	een rekenkundig vraagstuk waarin een deling in voorkomt
deelsommen	=	deelsom
deelstaat	noun	een staat die een deel is van een unie.
deelstaatje	=	deelstaat
deelstaatjes	=	deelstaat
deelstaatminister	noun	lid van de regering van een staat die onderdeel is van een federale staat
deelstaatministers	=	deelstaatminister
deelstaatniveau	noun	de bestuurlijke laag van de staat in een federale staat
deelstaatniveaus	=	deelstaatniveau
deelstaatparlement	noun	volksvertegenwoordiging van een land dat deel uitmaakt van een federatie
deelstaatparlementen	=	deelstaatparlement
deelstaatpremier	noun	voorzitter van de ministerraad van een autonoom deel van een land
deelstaatpremiers	=	deelstaatpremier
deelstaatregering	noun	de regering van een van de staten of landen die samen een federatie vormen
deelstaatregeringen	=	deelstaatregering
deelstaatverkiezing	noun	verkiezingen in een land dat deeluitmaakt van een federatie
deelstaatverkiezingen	=	deelstaatverkiezing
deelstaten	=	deelstaat
deelstep	noun	een step die je kunt huren en deelt met andere gebruikers
deelstepje	=	deelstep
deelstepjes	=	deelstep
deelsteppen	=	deelstep
deelsteps	=	deelstep
deelstreep	noun	een lijn die de teller en de noemer van een breuk van elkaar scheidt
deelstreepje	=	deelstreep
deelstreepjes	=	deelstreep
deelstrepen	=	deelstreep
deelstudie	noun	onderzoek dat deel uitmaakt van een groter onderzoek
deelstudies	=	deelstudie
deelt	=	delen
deeltal	noun	getal dat bij een deling gedeeld wordt, teller in een breuk
deeltallen	=	deeltal
deeltaxi	noun	een taxi die je met meerdere andere passagiers deelt
deeltaxi's	=	deeltaxi
deelteeken	=	deelteken
deelteken	noun	het symbool : of ÷ of / om een deling aan te duiden
deeltekens	=	deelteken
deeltekentje	=	deelteken
deeltentamen	noun	tentamen over een deel van de leerstof
deeltentamens	=	deeltentamen
deeltentamentje	=	deeltentamen
deeltentamentjes	=	deeltentamen
deeltentamina	=	deeltentamen
deeltijd	noun	gedeelte van de (werk)tijd die normaal als volledig geldt
deeltijd-vut	noun	het gedeeltelijk uittreden uit het arbeidsproces waarbij men in deeltijd werkt van de VUT-gerechtigde tot de pensioengerechtigde leeftijd.
deeltijdarbeid	noun	werk voor slechts een gedeelte van de gebruikelijke werkweek
deeltijdbaan	noun	betrekking voor minder dan de volledige werktijd
deeltijdbaantje	=	deeltijdbaan
deeltijdbaantjes	=	deeltijdbaan
deeltijdbanen	=	deeltijdbaan
deeltijdbehandeling	noun	behandeling gedurende een deel van de (werk)dag
deeltijdbehandelingen	=	deeltijdbehandeling
deeltijdbehandelingetje	=	deeltijdbehandeling
deeltijdbehandelingetjes	=	deeltijdbehandeling
deeltijdboer	noun	eigenaar van een landbouwbedrijf die een belangrijk deel van zijn inkomen met activiteiten daarbuiten verdient
deeltijdboeren	verb	naast andere inkomstenbronnen ook een landbouwbedrijf hebben
deeltijder	noun	deeltijdwerker
deeltijders	=	deeltijder
deeltijdfunctie	noun	een functie die in deeltijd wordt uitgeoefend d.w.z. met minder dan 36-40 arbeidsuren per week maar wel meer dan 12 uur per week
deeltijdfuncties	=	deeltijdfunctie
deeltijdhoogleraar	noun	persoon die een aanstelling als hoogleraar heeft die minder dan de hele werkweek betreft
deeltijdhoogleraars	=	deeltijdhoogleraar
deeltijdhoogleraren	=	deeltijdhoogleraar
deeltijdontslag	noun	vorm van ontslag waarbij een werknemer voor een deel van de werktijd wordt ontslagen
deeltijdontslagen	=	deeltijdontslag
deeltijdopleiding	noun	een studie die men kan volgen zonder dat men daar de hele werkweek mee bezig is
deeltijdopleidingen	=	deeltijdopleiding
deeltijdopleidinkje	=	deeltijdopleiding
deeltijdopleidinkjes	=	deeltijdopleiding
deeltijdpensioen	noun	pensioen dat men gedeeltelijk laat ingaan
deeltijdpensioenen	=	deeltijdpensioen
deeltijdprinses	noun	luie verwende vrouw die in deeltijd kan werken omdat haar man veel geld verdient
deeltijdprinsesje	=	deeltijdprinses
deeltijdprinsesjes	=	deeltijdprinses
deeltijdprinsessen	=	deeltijdprinses
deeltijdprogramma	noun	een studieprogramma dat in deeltijd wordt uitgevoerd
deeltijdprogrammaatje	=	deeltijdprogramma
deeltijdprogrammaatjes	=	deeltijdprogramma
deeltijds	adj	van een functie dat deze niet de volledige arbeidstijd vult
deeltijdse	=	deeltijds
deeltijdstudie	noun	een studie die men parttime volgt naast andere bezigheden
deeltijdstudies	=	deeltijdstudie
deeltijdvegetariër	noun	iemand die bewust minder vlees eet
deeltijdvegetariërs	=	deeltijdvegetariër
deeltijdwerk	noun	werk waarbij men minder werkt dan het aantal uren per week (32-40 uur) die men fulltime zou doen
deeltijdwerken	verb	het niet in volledige arbeidstijd werkzaam zijn
deeltijdwerkende	=	deeltijdwerken
deeltijdwerker	noun	werknemer die in deeltijd werkt
deeltijdwerkers	=	deeltijdwerker
deeltijdzorg	noun	zorg die gedurende een deel van de dag wordt gegeven
deeltje	noun	alleen verkleinwoord onderdeel van een atoom
deeltjes	=	deel
deeltjesfysica	noun	het werkveld binnen de natuurwetenschap waarin men de elementaire deeltjes bestudeert waaruit alle materie en straling bestaat evenals de interacties tussen deze deeltjes
deeltjesfysica's	=	deeltjesfysica
deeltjesfysici	=	deeltjesfysicus
deeltjesfysicus	noun	iemand die zich bezig houdt met deeltjesfysica
deeltjessnelheden	=	deeltjessnelheid
deeltjessnelheid	noun	snelheid van een deeltje
deeltjessnelheidje	=	deeltjessnelheid
deeltjessnelheidjes	=	deeltjessnelheid
deeltjesstraling	noun	straling bestaande uit een aantal materiedeeltjes
deeltjesstralingen	=	deeltjesstraling
deeltjesstralinkje	=	deeltjesstraling
deeltjesstralinkjes	=	deeltjesstraling
deeltjesversneller	noun	een apparaat waarin geladen elementaire deeltjes tot hoge energieniveaus gebracht worden door ze te versnellen tot snelheden vergelijkbaar met de lichtsnelheid.
deeltjesversnellers	=	deeltjesversneller
deeltjesversnellertje	=	deeltjesversneller
deeltjesversnellertjes	=	deeltjesversneller
deelvak	noun	een keuzevak in de tweede fase van de havo of het vwo dat men kiest naast de algemene vakken en de profielvakken
deelvakken	=	deelvak
deelverzameling	noun	verzameling die een deel van een grotere uitmaakt
deelverzamelingen	=	deelverzameling
deelverzamelingetje	=	deelverzameling
deelverzamelingetjes	=	deelverzameling
deelvraag	noun	Een vraag over een gedeelte van de hoofdvraag.
deelvraagje	=	deelvraag
deelvraagjes	=	deelvraag
deelvragen	=	deelvraag
deelwoord	noun	vorm van het werkwoord die bijvoeglijk en/of in combinatie met een hulpwerkwoord gebruikt wordt
deelwoorden	=	deelwoord
deelwoordje	=	deelwoord
deelwoordjes	=	deelwoord
deelzin	noun	een zin die een deel is van een langere zin vormt
deelzinnen	=	deelzin
deemoed	noun	nederige onderworpenheid
deemoedig	adj	nederig en onderworpen zijn
deemoedige	=	deemoedig
deemoediger	=	deemoedig
deemoedigere	=	deemoedig
deemoedigers	=	deemoedig
deemoedigheden	=	deemoedigheid
deemoedigheid	noun	het bescheiden, nederig de eigen beperkingen erken
deemoedigs	=	deemoedig
deemoedigst	=	deemoedig
deemoedigste	=	deemoedig
deemster	noun	halfdonker, (late) schemering	adj	nog net niet helemaal donker
deemsterde	=	deemsteren
deemsterder	=	deemster
deemsterdere	=	deemster
deemsterders	=	deemster
deemstere	=	deemster
deemsteren	verb	duister worden, schemeren
deemsterend	=	deemsteren
deemsterende	=	deemsteren
deemstering	noun	fase tussen dag en nacht, waarin het niet volledig licht of donker is
deemsteringen	=	deemstering
deemsters	=	deemster
deemsterst	=	deemster
deemsterste	=	deemster
deen	noun	een inwoner van Denemarken
deens	adj	betreffende Denemarken of het Deens
deensch	=	deens
deense	noun	een vrouw uit Denemarken
deensen	=	deense
deenser	=	deens
deensere	=	deens
deensers	=	deens
deenses	=	deense
deenst	=	deens
deenstalig	adj	de Deense taal sprekend
deenstalige	=	deenstalig
deenstaligs	=	deenstalig
deenste	=	deens
deentje	=	deen
deentjes	=	deen
deepfake	noun	techniek voor het samenstellen van menselijke beelden op basis van kunstmatige intelligentie
deepfakeje	=	deepfake
deepfakes	=	deepfake
deepfaketechnologie	noun	de software die gebruikt wordt voor het maken van video's waarin mensen dingen zeggen die ze nooit gezegd hebben
deepfaketechnologieën	=	deepfaketechnologie
deephouse	noun	relatief trage housemuziek met invloeden van jazz en gospel
deeplink	=	deeplinken
deeplinken	verb	via een hyperlink naar een specifieke webpagina of afbeelding gaan van een website; linken naar een subpagina van een website
deeplinkend	=	deeplinken
deeplinkende	=	deeplinken
deeplinkt	=	deeplinken
deeplinkte	=	deeplinken
deeplinkten	=	deeplinken
deer	=	deren
deerde	=	deren
deerden	=	deren
deerlijk	adj	vervelend en/of pijnlijk om aan te zien
deerlijke	=	deerlijk
deerlijker	=	deerlijk
deerlijkere	=	deerlijk
deerlijkers	=	deerlijk
deerlijks	=	deerlijk
deerlijkst	=	deerlijk
deerlijkste	=	deerlijk
deern	noun	jonge, frisse, welvarende vrouw van het platteland
deerne	noun	jong onschuldig meisje
deernen	=	deerne
deernes	=	deerne
deernis	noun	diep medelijden
deernissen	=	deernis
deerniswekkend	adj	van iets of iemand dat het heel zielig is en veel medelijden en medeleven opwekt
deerniswekkende	=	deerniswekkend
deerniswekkender	=	deerniswekkend
deerniswekkendere	=	deerniswekkend
deerniswekkenders	=	deerniswekkend
deerniswekkends	=	deerniswekkend
deerniswekkendst	=	deerniswekkend
deerniswekkendste	=	deerniswekkend
deerns	=	deern
deerntje	=	deern
deerntjes	=	deern
deert	=	deren
dees	=	deze
deesem	=	desem
deet	noun	een insectenwerende organische verbinding: N,N-di-ethylmetatolueenamide
deface	=	defacen
defacen	verb	het ongewild van buitenaf aanpassen van webpagina's door hackers
defacend	=	defacen
defacende	=	defacen
defacet	=	defacen
defacete	=	defacen
defaceten	=	defacen
defaitisme	noun	ongeloof in het eigen succes, moedeloosheid
defaitist	noun	iemand die zich bij voorbaat neerlegt bij een mislukking
defaitiste	=	defaitist
defaitisten	=	defaitist
defaitistisch	adj	geneigd om niets meer te doen omdat men denkt dat alle handelen toch zinloos is
defaitistische	=	defaitistisch
defaitistischer	=	defaitistisch
defaitistischere	=	defaitistisch
defaitistischers	=	defaitistisch
defaitistje	=	defaitist
default	noun	waarde die een parameter heeft als de gebruiker van een programma niet zelf een andere waarde opgeeft
defaults	=	default
defaultwaarde	noun	de inhoud van een variabele als er niets wordt ingevuld
defaultwaarden	=	defaultwaarde
defaultwaardes	=	defaultwaarde
defecatie	noun	stoelgang, het produceren van ontlasting
defecaties	=	defecatie
defecatietje	=	defecatie
defecatietjes	=	defecatie
defeceer	=	defeceren
defeceerde	=	defeceren
defeceerden	=	defeceren
defeceert	=	defeceren
defecere	=	defeceren
defeceren	verb	het via de anus ontdoen van ontlasting (faeces)
defecerend	=	defeceren
defecerende	=	defeceren
defect	noun	storing, beschadiging van een apparaat	adj	kapot, niet werkend
defecte	=	defect
defecten	=	defect
defecter	=	defect
defectere	=	defect
defecters	=	defect
defectief	adj	van iets dat het gebreken vertoont
defectiefs	=	defectief
defectiefst	=	defectief
defectiefste	=	defectief
defectieve	=	defectief
defectieven	=	defectief
defectiever	=	defectief
defectievere	=	defectief
defectievers	=	defectief
defectijf	=	defectief
defectje	=	defect
defectjes	=	defect
defects	=	defect
defectst	=	defect
defectste	=	defect
defendeer	=	defenderen
defendeerde	=	defenderen
defendeerden	=	defenderen
defendeert	=	defenderen
defendere	=	defenderen
defenderen	verb|obsolete	verdedigen
defenderend	=	defenderen
defenderende	=	defenderen
defenestratie	noun	het uit het raam gooien van iets of iemand (vooral als een politiek gemotiveerde daad)
defenestraties	=	defenestratie
defenestratietje	=	defenestratie
defenestreer	=	defenestreren
defenestreerde	=	defenestreren
defenestreerden	=	defenestreren
defenestreert	=	defenestreren
defenestrere	=	defenestreren
defenestreren	verb	uit het raam gooien (vooral als middel om politieke tegenstanders uit de weg te ruimen)
defenestrerend	=	defenestreren
defenestrerende	=	defenestreren
defensie	noun	verdediging, verweer, afweer
defensie-industrie	noun	de wereldwijde industrie en handel, die wapens en militaire goederen en technologie produceert en verkoopt
defensie-industrieën	=	defensie-industrie
defensie-uitgave	noun	geld dat de overheid besteed aan iets dat bijdraagt aan de militaire verdediging van het land
defensie-uitgaven	=	defensie-uitgave
defensieapparaat	noun	alle onderdelen van landmacht, marine en luchtmacht samen
defensieapparaten	=	defensieapparaat
defensieapparatuur	noun	alle toestellen die worden gebruikt door militairen
defensieattaché	noun	diplomaat werkzaam op een ambassade die zich bezighoudt met militaire contacten tussen twee landen
defensieattachés	=	defensieattaché
defensiebedrijf	noun	onderneming die materialen maakt voor het leger
defensiebedrijfje	=	defensiebedrijf
defensiebedrijfjes	=	defensiebedrijf
defensiebedrijven	=	defensiebedrijf
defensiebegroting	noun	deel van de overheidsuitgaven dat aan het leger besteed wordt
defensiebegrotingen	=	defensiebegroting
defensiebeleid	noun	plan van aanpak betreffende de verdediging van een land
defensiebesteding	noun	de financiële middelen die een overheid uitgeeft aan de krijgsmacht en alles wat daarmee samenhangt om de veiligheid en belangen van het land te beschermen.
defensiebestedingen	=	defensiebesteding
defensiebestedinkje	=	defensiebesteding
defensiebestedinkjes	=	defensiebesteding
defensiebezuiniging	noun	het verminderen van de overheidsuitgaven voor de krijgsmacht en het nationale leger.
defensiebezuinigingen	=	defensiebezuiniging
defensiebezuinigingetje	=	defensiebezuiniging
defensiebezuinigingetjes	=	defensiebezuiniging
defensiebudget	noun	geld dat de regering beschikbaar stelt voor het Ministerie van Defensie
defensiebudgetje	=	defensiebudget
defensiebudgetjes	=	defensiebudget
defensiebudgets	=	defensiebudget
defensiebudgetten	=	defensiebudget
defensiecapaciteit	noun	de middelen die een land tot zijn beschikking heeft om zich te verdedigen
defensiecapaciteiten	=	defensiecapaciteit
defensiecommissie	noun	groep mensen die belast is met het vormgeven van het beleid met betrekking tot de nationale veiligheid
defensiecommissies	=	defensiecommissie
defensieconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die actief zijn in de wapenindustrie
defensieconcerns	=	defensieconcern
defensiedeskundige	noun	iemand die verstand heeft van militaire onderwerpen
defensiedeskundigen	=	defensiedeskundige
defensief	noun	verdediging	adj	verdedigend, beschuttend
defensiefs	=	defensief
defensiefst	=	defensief
defensiefste	=	defensief
defensiefunctionaris	noun	iemand die in dienst is van het leger
defensiefunctionarissen	=	defensiefunctionaris
defensiegebied	noun	alles wat te maken heeft met de militaire bescherming van een land
defensiegebieden	=	defensiegebied
defensiegemeenschap	noun	groep landen die een militair heel nauw samenwerken
defensiegemeenschappen	=	defensiegemeenschap
defensiekost	noun|obsolete	geld dat men aan de landsverdediging uitgeeft
defensiekosten	noun	geld dat men aan de landsverdediging uitgeeft
defensiemacht	noun	militaire organisatie die kan zorgen voor de verdediging van een gebied tegen aanvallen van buitenaf
defensiemachten	=	defensiemacht
defensiemarkt	noun	het geheel van omstandigheden die betrekking hebben op de vraag en het aanbod van militaire goederen
defensiemarkten	=	defensiemarkt
defensiemateriaal	noun	benodigdheden voor het leger
defensiematerialen	=	defensiemateriaal
defensiematerieel	noun	de zaken die het leger nodig heeft om te kunnen functioneren
defensiemechanisme	noun	mechanisme waarmee de ziel zich onbewust beschermt tegen trauma’s of onaangename inzichten
defensiemechanismen	=	defensiemechanisme
defensiemechanismes	=	defensiemechanisme
defensieminister	noun	de politiek verantwoordelijke voor het Ministerie van Defensie
defensieministers	=	defensieminister
defensieministertje	=	defensieminister
defensieministertjes	=	defensieminister
defensienota	noun	document waarin het landsbestuur beschrijft wat het gaat doen om het land te verdedigen
defensienota's	=	defensienota
defensieonderzoek	noun	studie betreffende een militair onderwerp; studie betreffende een zaak die van militair belang is
defensieonderzoeken	=	defensieonderzoek
defensieorder	noun	bestelling gedaan door het leger
defensieorders	=	defensieorder
defensieorganisatie	noun	een organisatie die betrokken is met de defensie van een land; de manier waarop de leiding van het leger georganiseerd is
defensieorganisaties	=	defensieorganisatie
defensiepersoneel	noun	alle mensen die bij het leger werken
defensieplan	noun	voorgenomen beleid betreffende de militaire verdediging van een gebied
defensieplannen	=	defensieplan
defensieplannetje	=	defensieplan
defensieplannetjes	=	defensieplan
defensiepolitiek	noun	politiek beleid dat betrekking heeft op de verdediging van een land of groep landen
defensieprogramma	noun	militaire plannen
defensieprogramma's	=	defensieprogramma
defensieraad	noun	groep bestuurders die overleg voeren over militaire aangelegenheden
defensieraden	=	defensieraad
defensies	=	defensie
defensiesamenwerking	noun	militaire coöperatie tussen verschillende landen
defensiesamenwerkingen	=	defensiesamenwerking
defensiesector	noun	bedrijfstak die producten maakt die door het leger gekocht en gebruikt worden
defensiesectoren	=	defensiesector
defensiesectors	=	defensiesector
defensiespecialist	noun	iemand met specifieke deskundigheid op de militaire bescherming van een land tegen vijanden
defensiespecialisten	=	defensiespecialist
defensiestaf	noun	de leiding van de landsverdediging
defensiestaven	=	defensiestaf
defensiestrategie	noun	plannen die dienen om de militaire veiligheid van een land te verhogen
defensiestrategietje	=	defensiestrategie
defensiestrategietjes	=	defensiestrategie
defensiestrategieën	=	defensiestrategie
defensietechnologie	noun	alle technologie die men gebruikt in militaire apparatuur
defensietechnologieën	=	defensietechnologie
defensieterrein	noun	stuk land dat gereserveerd is voor militaire activiteiten
defensieterreinen	=	defensieterrein
defensietop	noun	de leiding van een militaire organisatie
defensietopje	=	defensietop
defensietopjes	=	defensietop
defensietoppen	=	defensietop
defensieve	=	defensief
defensieven	=	defensief
defensiever	=	defensief
defensieverdrag	noun	overeenkomst tussen verschillende landen betreffende de landsverdediging
defensieverdragen	=	defensieverdrag
defensieverdragje	=	defensieverdrag
defensieverdragjes	=	defensieverdrag
defensievere	=	defensief
defensievers	=	defensief
defensiewapen	noun	een wapen dat eigendom is van de overheidsdienst die als taak heeft het land te verdedigen
defensiewapens	=	defensiewapen
defensiewapentje	=	defensiewapen
defensiewapentjes	=	defensiewapen
defensiewoordvoerder	noun	iemand die de pers en het publiek te woord staat namens het ministerie van Defensie
defensiewoordvoerders	=	defensiewoordvoerder
defensiezaak	noun	iets wat te maken heeft met de landsverdediging
defensiezaken	noun	alles wat te maken heeft met de landsverdediging
defensiviteit	noun	het defensief zijn
defibrillatie	noun	elektrische behandeling van hartritmestoornis met een defibrillator
defibrillaties	=	defibrillatie
defibrillator	noun	een apparaat waarmee met behulp van stroomstoten het normale hartritme hersteld kan worden
defibrillatoren	=	defibrillator
defibrillators	=	defibrillator
defibrillatortje	=	defibrillator
defibrillatortjes	=	defibrillator
defibrilleer	=	defibrilleren
defibrilleerde	=	defibrilleren
defibrilleerden	=	defibrilleren
defibrilleert	=	defibrilleren
defibrillere	=	defibrilleren
defibrilleren	verb	met een defibrillator behandelen
defibrillerend	=	defibrilleren
defibrillerende	=	defibrilleren
deficit	noun	gebrek
deficitair	adj	een tekort hebbend
deficitairder	=	deficitair
deficitairdere	=	deficitair
deficitairders	=	deficitair
deficitaire	=	deficitair
deficitairs	=	deficitair
deficitairst	=	deficitair
deficitairste	=	deficitair
deficitje	=	deficit
deficitjes	=	deficit
deficits	=	deficit
deficiënt	adj	tekortschietend
deficiënte	=	deficiënt
deficiënter	=	deficiënt
deficiëntere	=	deficiënt
deficiënters	=	deficiënt
deficiëntie	noun	tekortkoming
deficiënties	=	deficiëntie
deficiëntieziekte	noun	aandoening die ontstaat door een tekort aan nutriënten
deficiëntieziekten	=	deficiëntieziekte
deficiëntieziektes	=	deficiëntieziekte
deficiënts	=	deficiënt
deficiëntst	=	deficiënt
deficiëntste	=	deficiënt
defileer	=	defileren
defileerde	=	defileren
defileerden	=	defileren
defileert	=	defileren
defileetje	=	defilé
defileetjes	=	defilé
defilere	=	defileren
defileren	verb	in een smalle formatie voorbij trekken aan iets of iemand zodat iedereen kan groeten en gegroet kan worden
defilerend	=	defileren
defilerende	=	defileren
defilé	noun	een stoet of optocht die als eerbetoon langstrekt
defilés	=	defilé
definieer	=	definiëren
definieerbaar	adj	kort en duidelijk te beschrijven
definieerbaarder	=	definieerbaar
definieerbaardere	=	definieerbaar
definieerbaarders	=	definieerbaar
definieerbaars	=	definieerbaar
definieerbaarst	=	definieerbaar
definieerbaarste	=	definieerbaar
definieerbare	=	definieerbaar
definieerde	=	definiëren
definieerden	=	definiëren
definieeren	=	definiëren
definieert	=	definiëren
definiet	adj	uitsluitend
definiete	=	definiet
definieter	=	definiet
definietere	=	definiet
definieters	=	definiet
definiets	=	definiet
definietst	=	definiet
definietste	=	definiet
definitie	noun	begripsafbakening, precieze omschrijving of bepaling van de essentiële aard van iets
definitief	adj	voorgoed geldig, onherroepelijk
definitiefs	=	definitief
definitiefst	=	definitief
definitiefste	=	definitief
definitiekwestie	noun	een probleem dat alleen maar afhankelijk is van de definitie die men hanteert van een bepaald fenomeen
definitiekwesties	=	definitiekwestie
definities	=	definitie
definitietje	=	definitie
definitietjes	=	definitie
definitieve	=	definitief
definitieven	=	definitief
definitiever	=	definitief
definitievere	=	definitief
definitievers	=	definitief
definitoria	=	definitorium
definitorium	noun	college van definitoren (monniken belast met besturende taak)
definitoriumpje	=	definitorium
definitoriumpjes	=	definitorium
definitoriums	=	definitorium
definiëre	=	definiëren
definiëren	verb	de aard van iets in een omschrijving vastleggen
definiërend	=	definiëren
definiërende	=	definiëren
definiëring	noun	het definiëren
definiëringen	=	definiëring
deflatie	noun	het vallen van het prijspeil waardoor het geld in waarde toeneemt
deflaties	=	deflatie
deflatiespiraal	noun	een voortdurende deflatie doordat lagere lonen leiden tot prijsverlagingen en lagere prijzen weer tot lagere lonen leiden
deflatiespiraaltje	=	deflatiespiraal
deflatiespiraaltjes	=	deflatiespiraal
deflatiespiralen	=	deflatiespiraal
deflatieverwachting	noun	de verwachting over hoe de deflatie zich in de komende tijd gaat ontwikkelen
deflatieverwachtingen	=	deflatieverwachting
deflatoir	adj	waarde vermeerdering van geld bevorderend; deflatie bevorderend
deflatoirder	=	deflatoir
deflatoirdere	=	deflatoir
deflatoirders	=	deflatoir
deflatoire	=	deflatoir
deflatoirs	=	deflatoir
deflatoirst	=	deflatoir
deflatoirste	=	deflatoir
deflecteer	=	deflecteren
deflecteerde	=	deflecteren
deflecteerden	=	deflecteren
deflecteert	=	deflecteren
deflectere	=	deflecteren
deflecteren	verb	verdwijning van de buigingsuitgangen vertonen
deflecterend	=	deflecteren
deflecterende	=	deflecteren
deflector	noun	installatie om iets af te buigen (te verstoren), spoiler
deflectoren	=	deflector
deflectors	=	deflector
deflexie	noun	verlies van buigingsuitgangen
deflexies	=	deflexie
defloratie	noun	ontmaagding
defloraties	=	defloratie
defloratietje	=	defloratie
defloratietjes	=	defloratie
defloreer	=	defloreren
defloreerde	=	defloreren
defloreerden	=	defloreren
defloreert	=	defloreren
deflorere	=	defloreren
defloreren	verb	ontmaagden
deflorerend	=	defloreren
deflorerende	=	defloreren
deformatie	noun	misvorming, vervorming
deformaties	=	deformatie
deformeer	=	deformeren
deformeerde	=	deformeren
deformeerden	=	deformeren
deformeert	=	deformeren
deformere	=	deformeren
deformeren	verb	vervormen, misvormen
deformerend	=	deformeren
deformerende	=	deformeren
defragmentatie	noun	het ongedaan maken van fragmentatie
defragmentaties	=	defragmentatie
defragmenteer	=	defragmenteren
defragmenteerde	=	defragmenteren
defragmenteerden	=	defragmenteren
defragmenteert	=	defragmenteren
defragmentere	=	defragmenteren
defragmenteren	verb	de fragmentatie op een geheugenschijf ongedaan maken door de aanwezige gegevens te hergroeperen
defragmenterend	=	defragmenteren
defragmenterende	=	defragmenteren
defriend	=	defrienden
defriendde	=	defrienden
defriendden	=	defrienden
defriende	=	defrienden
defrienden	verb	contacten uit een virtuele vriendenlijst verwijderen
defriendend	=	defrienden
defriendende	=	defrienden
defriendt	=	defrienden
deft	adj|obsolete	voornaam, statig
defte	=	deft
defter	=	deft
deftere	=	deft
deftig	adj	met veel statigheid en/of statuur [2], van een hoge sociale status getuigend	adv	in min of meer verregaande mate
deftige	=	deftig
deftiger	=	deftig
deftigere	=	deftig
deftigers	=	deftig
deftigheden	=	deftigheid
deftigheid	noun	het deftig zijn
deftigheidsmanie	noun	al te overdreven neiging om erg netjes te zijn; obsessie met deftig zijn
deftigheidsmanies	=	deftigheidsmanie
deftigheidsmanieën	=	deftigheidsmanie
deftiglijk	adj	op een deftige, statige of waardige manier
deftiglijke	=	deftiglijk
deftiglijker	=	deftiglijk
deftiglijkere	=	deftiglijk
deftiglijkers	=	deftiglijk
deftiglijks	=	deftiglijk
deftiglijkst	=	deftiglijk
deftiglijkste	=	deftiglijk
deftigs	=	deftig
deftigst	=	deftig
deftigste	=	deftig
defungeer	=	defungeren
defungeerde	=	defungeren
defungeerden	=	defungeren
defungeert	=	defungeren
defungere	=	defungeren
defungeren	verb	uit een ambt treden
defungerend	=	defungeren
defungerende	=	defungeren
defusie	noun	proces waarbij een eerdere fusie ongedaan wordt gemaakt
defusies	=	defusie
degaliem	=	degel
dege	=	deeg
degel	noun	rechthoekige plaat waarmee in een hoogdrukpers het papier tegen drukvorm wordt gedrukt om een afdruk te krijgen
degelijk	adj	goed tegen een stootje kunnend, niet snel kapot gaand
degelijke	=	degelijk
degelijker	=	degelijk
degelijkere	=	degelijk
degelijkers	=	degelijk
degelijkheid	noun	het heel betrouwbaar en stevig zijn van iets of iemand
degelijks	=	degelijk
degelijkst	=	degelijk
degelijkste	=	degelijk
degelpers	noun	een drukpers die volgens het hoogdrukprincipe werkt
degelpersen	=	degelpers
degelpersje	=	degelpers
degelpersjes	=	degelpers
degels	=	degel
degen	noun	het zwaarste van de steekwapens gebruikt bij het schermen ww
degene	pron	wijst een antecedent aan vóór de bepalende bijzin. degene = die (persoon) gisteren het woord voerde. degene = die (persoon) mijn gered heeft
degenen	pron	als antecedent van een beperkende bijzin; de personen
degeneratie	noun	ontaarding, verval
degeneratief	adj	afnemen of vermindering van orgaan of functie
degeneratiefs	=	degeneratief
degeneratiefst	=	degeneratief
degeneratiefste	=	degeneratief
degeneraties	=	degeneratie
degeneratieve	=	degeneratief
degeneratiever	=	degeneratief
degeneratievere	=	degeneratief
degeneratievers	=	degeneratief
degeneratieziekte	noun	meestal worden er ziekten onder verstaan die gepaard gaan met een geleidelijk minder worden van een of meer lichaamsfuncties en die dus vaker voorkomen op oudere leeftijd
degeneratieziekten	=	degeneratieziekte
degeneratieziektes	=	degeneratieziekte
degenereer	=	degenereren
degenereerde	=	degenereren
degenereerden	=	degenereren
degenereert	=	degenereren
degenerere	=	degenereren
degenereren	verb	ontaarden
degenererend	=	degenereren
degenererende	=	degenereren
degenkrabben	noun	een familie Limulidae van geleedpotige dieren uit de orde van de zwaardstaarten (Xiphosura).
degens	=	degen
degenslikker	noun	artiest die in staat is een degen in zijn keel te laten verdwijnen
degenslikkers	=	degenslikker
degensnavelkruiplijster	noun	Pomatorhinus ferruginosus een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s)
degensnavelkruiplijsters	=	degensnavelkruiplijster
degensnavelkruiplijstertje	=	degensnavelkruiplijster
degensnavelkruiplijstertjes	=	degensnavelkruiplijster
degentje	=	degen
degentjes	=	degen
deglaceer	=	deglaceren
deglaceerde	=	deglaceren
deglaceerden	=	deglaceren
deglaceert	=	deglaceren
deglacere	=	deglaceren
deglaceren	verb	na het braden de aanbaksels losmaken met vloeistof (om een jus te maken)
deglacerend	=	deglaceren
deglacerende	=	deglaceren
degoe	noun	Octodon degus knaagdier uit Chili.
degoes	noun	een geslacht Octodon van zoogdieren uit de familie van de schijnratten (Octodontidae).
degoetje	=	degoe
degoetjes	=	degoe
degout	noun	iets verschrikkelijks dat veel walging opwekt
degoutant	adj	heel onsmakelijk en vies
degoutante	=	degoutant
degoutanter	=	degoutant
degoutantere	=	degoutant
degoutanters	=	degoutant
degoutants	=	degoutant
degoutantst	=	degoutant
degoutantste	=	degoutant
degouteer	=	degouteren
degouteerde	=	degouteren
degouteerden	=	degouteren
degouteert	=	degouteren
degoutere	=	degouteren
degouteren	verb	afkeer opwekken
degouterend	=	degouteren
degouterende	=	degouteren
degradant	noun	speler of club die degradeert
degradanten	=	degradant
degradantje	=	degradant
degradantjes	=	degradant
degradatie	noun	afbraak, het verloren gaan of abnormaal functioneren van een psychisch, fysiek of anatomisch geheel
degradatieduel	noun	wedstrijd tussen twee teams die bepaalt welke club het volgend seizoen moet spelen in een lagere klasse
degradatieduellen	=	degradatieduel
degradatieduels	=	degradatieduel
degradatiegevaar	noun	de kans dat men als een van de laatsten in een competitie het volgende jaar in een lagere divisie of klasse moet spelen
degradatiegevaren	=	degradatiegevaar
degradatiekandidaat	noun	club die heel laag staat in een competitie en dreigt af te dalen naar een lagere competitie
degradatiekandidaten	=	degradatiekandidaat
degradatieplaats	noun	een van de laagste plaatsen van een klassement die een team verplichten om het volgende seizoen in een lagere klasse te sporten
degradatieplaatsen	=	degradatieplaats
degradatieregeling	noun	systeem waarbij sporters, clubs of teams verplicht afzakken naar een lagere klasse of divisie wanneer zij onvoldoende presteren.
degradatieregelingen	=	degradatieregeling
degradatieregelingetje	=	degradatieregeling
degradatieregelingetjes	=	degradatieregeling
degradaties	=	degradatie
degradatiespoken	=	degradatiespook
degradatiespook	noun	schrikbeeld in een competitie zulke slechte resultaten te boeken, dat men voor het volgende seizoen wordt overgezet naar een minder sterke competitie
degradatiestrijd	noun	sportieve strijd tussen verschillende clubs met de laagste posities in een competitie, met als inzet niet te hoeven degraderen naar een lagere competitie
degradatiestrijden	=	degradatiestrijd
degradatievoetbal	noun	voetbalwedstrijden die beslissen welke voetbalclubs degraderen naar een lagere competitie
degradatiewedstrijd	noun	wedstrijden die bepalen wie gaat degraderen naar een lagere competitie
degradatiewedstrijden	=	degradatiewedstrijd
degradatiezone	noun	groep clubs die onderaan in een competitie staan
degradatiezones	=	degradatiezone
degradeer	=	degraderen
degradeerde	=	degraderen
degradeerden	=	degraderen
degradeert	=	degraderen
degradere	=	degraderen
degraderen	verb	in rang, waardigheid of klasse verlagen
degraderend	=	degraderen
degraderende	=	degraderen
degressie	noun	trapsgewijze geleidelijke afneming
degressief	adj	afnemend
degressiefs	=	degressief
degressiefst	=	degressief
degressiefste	=	degressief
degressies	=	degressie
degressietje	=	degressie
degressietjes	=	degressie
degressieve	=	degressief
degressiever	=	degressief
degressievere	=	degressief
degressievers	=	degressief
degrowth	noun	een politieke en milieubeweging met anti-consumentistische en anti-kapitalistische ideeën
degustatie	noun	proeven, vergelijken en keuren van (exclusieve) dranken en voedingswaren meestal als voorbereiding van een aankoop
degustaties	=	degustatie
degustatietje	=	degustatie
degusteer	=	degusteren
degusteerde	=	degusteren
degusteerden	=	degusteren
degusteert	=	degusteren
degustere	=	degusteren
degusteren	verb	met smaak eten en drinken
degusterend	=	degusteren
degusterende	=	degusteren
dehumaniseer	=	dehumaniseren
dehumaniseerde	=	dehumaniseren
dehumaniseerden	=	dehumaniseren
dehumaniseert	=	dehumaniseren
dehumanisere	=	dehumaniseren
dehumaniseren	verb	beroven van de menselijkheid, van de menselijke waardigheid
dehumaniserend	=	dehumaniseren
dehumaniserende	=	dehumaniseren
dehydratatie	noun	tekort aan vocht in de weefsels, onttrekking van vocht aan de weefsels, uitdroging
dehydrataties	=	dehydratatie
dehydrateer	=	dehydrateren
dehydrateerde	=	dehydrateren
dehydrateerden	=	dehydrateren
dehydrateert	=	dehydrateren
dehydratere	=	dehydrateren
dehydrateren	verb	chemisch gebonden of anderszins opgenomen water verliezen
dehydraterend	=	dehydrateren
dehydraterende	=	dehydrateren
dehydratie	noun	het onttrekken van vocht
dehydraties	=	dehydratie
dehydreer	=	dehydreren
dehydreerde	=	dehydreren
dehydreerden	=	dehydreren
dehydreert	=	dehydreren
dehydrere	=	dehydreren
dehydreren	verb	drogen, droog maken, van vocht ontdoen
dehydrerend	=	dehydreren
dehydrerende	=	dehydreren
deiktisch	adj	direct naar iets wijzend
deiktische	=	deiktisch
deiktischer	=	deiktisch
deiktischere	=	deiktisch
deiktischers	=	deiktisch
dein	=	deinen
deinde	=	deinen
deinden	=	deinen
deine	=	deinen
deinen	verb	golven, rustig op en neer gaan.
deinend	adj	schommelend op de golven
deinende	=	deinen
deinender	=	deinend
deinendere	=	deinend
deinenders	=	deinend
deinends	=	deinend
deinendst	=	deinend
deinendste	=	deinend
deining	noun	een golvende beweging
deiningen	=	deining
deininkje	=	deining
deininkjes	=	deining
deinotherium	noun	Deinotherium uitgestorven slurfdier
deinotheriums	=	deinotherium
deins	=	deinzen
deinsde	=	deinzen
deinsden	=	deinzen
deinst	=	deinzen
deint	=	deinen
deinterlacing	noun	het converteren van interlaced video, zoals analoge televisie signalen of 1080i HDTV signalen, in een niet-interlacete vorm
deinze	=	deinzen
deinzen	verb	van schrik een ontwijkende beweging maken.
deinzend	=	deinzen
deinzende	=	deinzen
deis	=	deizen
deisde	=	deizen
deisden	=	deizen
deist	=	deizen
deize	=	deizen
deizen	verb	zich stil en onopvallend houden
deizend	=	deizen
deizende	=	deizen
deizig	=	dijzig
dejeuneer	=	dejeuneren
dejeuneerde	=	dejeuneren
dejeuneerden	=	dejeuneren
dejeuneert	=	dejeuneren
dejeuner	noun	lunch
dejeunere	=	dejeuneren
dejeuneren	verb	het middagmaal gebruiken
dejeunerend	=	dejeuneren
dejeunerende	=	dejeuneren
dejeuners	=	dejeuner
dejeunertje	=	dejeuner
dejeunertjes	=	dejeuner
dejuridisering	noun	benadering waarbij minder gebruik wordt gemaakt van formele regels en procedures
dejuridiseringen	=	dejuridisering
dek	noun	een verdieping op een schip, scheepsdek
dekaan	=	decaan
dekameter	=	decameter
dekbed	noun	dikke deken, meestal bestaande uit een grote hoes met daarin isolerend materiaal, met de functie om iemand te bedekken en warm te houden tijdens de slaap
dekbedden	=	dekbed
dekbedhoes	noun	een overtrek van textiel die om een dekbed wordt gedaan, om te voorkomen dat het vuil wordt
dekbedhoesje	=	dekbedhoes
dekbedhoesjes	=	dekbedhoes
dekbedhoezen	=	dekbedhoes
dekbedje	=	dekbed
dekbedjes	=	dekbed
dekbedovertrek	noun	soort zak van textiel die om een dekbed wordt gedaan, om te voorkomen dat het dekbed vuil wordt
dekbedovertrekje	=	dekbedovertrek
dekbedovertrekken	=	dekbedovertrek
dekblaadje	=	dekblad
dekblaadjes	=	dekblad
dekblad	noun	een tabaksblad dat aan de buitenkant van een sigaar is gerold
dekbladen	=	dekblad
dekbord	noun	eetbord waarmee men de tafel dekt
dekborden	=	dekbord
dekbordje	=	dekbord
dekbordjes	=	dekbord
deken	noun	voorzitter van de Nederlandse orde van advocaten
dekenaal	adj	van een decaan, deken, decanaat of dekenij
dekenaals	=	dekenaal
dekenaalst	=	dekenaal
dekenaalste	=	dekenaal
dekenaat	noun	het ambt, de waardigheid van deken
dekenale	=	dekenaal
dekenaler	=	dekenaal
dekenalere	=	dekenaal
dekenalers	=	dekenaal
dekenaten	=	dekenaat
dekenij	noun	deel van een bisdom dat meerdere parochies omvat
dekenijen	=	dekenij
dekenkist	noun	een kist met een scharnierende deksel waarin men dekens kan bewaren als men ze in de zomer niet nodig heeft
dekenkisten	=	dekenkist
dekenkistje	=	dekenkist
dekenkistjes	=	dekenkist
dekens	=	deken
dekentje	=	deken
dekentjes	=	deken
dekgeld	noun	geld dat de eigenaar van een mannelijk dier krijgt voor het bevruchten van een vrouwelijk dier
dekgelden	=	dekgeld
dekglaasje	=	dekglas
dekglaasjes	=	dekglas
dekglas	noun	glas dat iets bedekt
dekglazen	=	dekglas
dekhengst	noun	hengst die gebruikt wordt voor het dekken van merries
dekhengsten	=	dekhengst
dekhengstje	=	dekhengst
dekhengstjes	=	dekhengst
dekhuis	noun	afgesloten bouwsel op het dek van een boot
dekhuisje	=	dekhuis
dekhuisjes	=	dekhuis
dekhuizen	=	dekhuis
dekhut	noun	hut op het dek van een schip
dekhutje	=	dekhut
dekhutjes	=	dekhut
dekhutten	=	dekhut
dekje	=	dek
dekjes	=	dek
dekke	=	dekken
dekken	verb	voorzien van een dak
dekkend	=	dekken
dekkende	=	dekken
dekker	noun	iemand die dekt
dekkers	=	dekker
dekkertje	=	dekker
dekkertjes	=	dekker
dekking	noun	het op elkaar passen
dekkingen	=	dekking
dekkingsaankoop	noun	aankoop waardoor men zich vrijwaart tegen een verwacht tekort
dekkingsaankopen	=	dekkingsaankoop
dekkingsfout	noun	fout van een verdediger die de aanvaller van de tegenpartij die hij dekt toch een bal laat aannemen
dekkingsfouten	=	dekkingsfout
dekkingsfoutje	=	dekkingsfout
dekkingsfoutjes	=	dekkingsfout
dekkingsgebied	noun	gebied waar iets geldig is
dekkingsgebieden	=	dekkingsgebied
dekkingsgraad	noun	de mate waarin een maatregel alle zaken of personen bereikt waarvoor die maatregel bedoeld is
dekkingsgraden	=	dekkingsgraad
dekkingspakket	noun	verzameling van de gebeurtenissen waarbij een verzekeringsmaatschappij een uitkering doet
dekkingspakketje	=	dekkingspakket
dekkingspakketjes	=	dekkingspakket
dekkingspakketten	=	dekkingspakket
dekkingspercentage	noun	vermogen van een pensioenfonds gedeeld door de toekomstige verplichtingen van dat pensioenfonds
dekkingspercentages	=	dekkingspercentage
dekkingsplan	noun	voornemen over hoe men uitgaven kan betalen
dekkingsplannen	=	dekkingsplan
dekkingsplannetje	=	dekkingsplan
dekkingsplannetjes	=	dekkingsplan
dekkinkje	=	dekking
dekkinkjes	=	dekking
dekkist	noun	kist op het dek van een schip
dekkisten	=	dekkist
dekkistje	=	dekkist
dekkistjes	=	dekkist
dekkleden	=	dekkleed
dekkleed	noun	een lap stof waarmee de romp van een paard afgedekt wordt
dekkleedje	=	dekkleed
dekkleedjes	=	dekkleed
dekknecht	noun	bemanningslid van lagere rang op het dek van een schip werkt
dekknechten	=	dekknecht
dekknechtje	=	dekknecht
dekknechtjes	=	dekknecht
dekknechts	=	dekknecht
deklaag	noun	bedekkende verflaag
deklaagje	=	deklaag
deklaagjes	=	deklaag
deklading	noun	lading die OP het dek van een schip is geplaatst (in tegenstelling tot onderdeks)
dekladingen	=	deklading
dekladinkje	=	deklading
dekladinkjes	=	deklading
deklagen	=	deklaag
deklanding	noun	landing van een helikopter op het dek van een schip of een vliegtuig op een vliegdekschip
deklandingen	=	deklanding
deklandinkje	=	deklanding
deklandinkjes	=	deklanding
deklandschap	noun	landstreek waarvan de bodem is gevormd door afzettingen bovenop een oudere, oorspronkelijke laag
deklandschappen	=	deklandschap
deklast	noun	op het dek van een boot vervoerde lading
deklasten	=	deklast
deklastje	=	deklast
deklat	noun	de bovenbalk van een (voetbal)doel
deklatteke	=	deklat
deklatten	=	deklat
dekmantel	noun	dat wat de ware aard van iets verhullen moet
dekmantels	=	dekmantel
dekmanteltje	=	dekmantel
dekmanteltjes	=	dekmantel
deknaam	noun	valse naam die men gebruikt om iets of iemand verborgen te houden
deknamen	=	deknaam
dekolonisatie	noun	het staatkundig zelfstandig worden van koloniën
dekolonisatieperiode	noun	tijdsbestek waarin een gekoloniseerd land onafhankelijk wordt
dekolonisatieperiodes	=	dekolonisatieperiode
dekolonisatieproces	noun	ontwikkeling waarbij gekoloniseerde landen onafhankelijk worden
dekolonisatieprocessen	=	dekolonisatieproces
dekolonisaties	=	dekolonisatie
dekoloniseer	=	dekoloniseren
dekoloniseerde	=	dekoloniseren
dekoloniseerden	=	dekoloniseren
dekoloniseert	=	dekoloniseren
dekolonisere	=	dekoloniseren
dekoloniseren	verb	het staatkundig zelfstandig worden van koloniën
dekoloniserend	=	dekoloniseren
dekoloniserende	=	dekoloniseren
dekolonisering	noun	het staatkundig zelfstandig worden van koloniën
dekoloniseringen	=	dekolonisering
dekplaat	noun	een vlak, plat en vrij dun stuk materiaal dat dient als afdekking van iets
dekplaatje	=	dekplaat
dekplaatjes	=	dekplaat
dekplaten	=	dekplaat
dekpunt	noun	de waarde van het argument van een functie waarvoor de functie gelijk is aan het argument
dekpunten	=	dekpunt
dekram	noun	mannelijk schaap dat gebruikt wordt voor het dekken van ooien
dekrammen	=	dekram
dekriet	noun	riet om (een dak) mee te dekken
dekrieten	=	dekriet
dekrietje	=	dekriet
dekrietjes	=	dekriet
dekschaal	noun	schaal met deksel om eten op tafel op te dienen
dekschalen	=	dekschaal
dekschild	noun	van hoorn gemaakte platen die de vleugels van een kever beschermen
dekschilden	=	dekschild
dekschildje	=	dekschild
dekschildjes	=	dekschild
dekschub	noun	schub aan de voet van een bloemkelk
dekschubben	=	dekschub
dekschuit	noun	een eenvoudig vrachtvaartuig met een gesloten en vlak dek, zonder opbouw of aandrijving
dekschuiten	=	dekschuit
dekschuitje	=	dekschuit
dekschuitjes	=	dekschuit
deksel	noun	een voorwerp om een hol open lichaam mee af te dekken
dekseldoos	noun	een verpakking die bestaat uit twee losse delen: een bodem en een deksel die naadloos over elkaar heen vallen
dekseldoosje	=	dekseldoos
dekseldoosjes	=	dekseldoos
dekseldozen	=	dekseldoos
deksels	adj|informal	irritant bn, lastig	adv|informal	erg bw, heel bw, zeer bw
dekselse	=	deksels
dekseltje	=	deksel
dekseltjes	=	deksel
dekservet	noun	een klein tafellaken dat dient om een vies of bevlekt tafelkleed te bedekken, snel een tafel te herdekken, of een vaas of servies op te plaatsen
dekservetje	=	dekservet
dekservetjes	=	dekservet
dekservetten	=	dekservet
dekstation	noun	plek waar een dier wordt gedekt
dekstationnetje	=	dekstation
dekstationnetjes	=	dekstation
dekstations	=	dekstation
deksteen	noun	een steen die iets bedekt of afdekt, met name de horizontale stenen van een hunebed
dekstenen	=	deksteen
dekstier	noun	fokstier
dekstieren	=	dekstier
dekstoel	noun	een opvouwbare, houten ligstoel die op het dek van een passagiersschip staat
dekstoelen	=	dekstoel
dekstoeltje	=	dekstoel
dekstoeltjes	=	dekstoel
dekstro	noun	stro waarmee men gewassen beschermt tegen de vorst
dekstuk	noun	steen die metselwerk bedekt
dekstukken	=	dekstuk
dekt	=	dekken
dekte	=	dekken
dekten	=	dekken
dektijd	noun	periode dat vrouwtjesdieren vruchtbaar zijn
dektijden	=	dektijd
dektijdstip	noun	tijdstip waarop een vrouwtjes (huis)dier vruchtbaar is en dus bevrucht kan worden
dektijdstippen	=	dektijdstip
dekverf	noun	verf die dekt d.w.z. een ondoorzichtige laag oplevert
dekverfje	=	dekverf
dekverfjes	=	dekverf
dekverven	=	dekverf
dekvloer	noun	de gladde bovenlaag van een betonnen vloer
dekvloeren	=	dekvloer
dekzand	noun	kleine korreltjes van gesteente die de wind in ijzige perioden over grote oppervlakten heeft afgezet
dekzanden	=	dekzand
dekzandlandschap	noun	heuvelachtige landstreek waarvan de bodem is gevormd door zand dat bovenop een oudere, oorspronkelijke laag is gedeponeerd
dekzandlandschappen	=	dekzandlandschap
dekzeil	noun	een waterdicht weefsel dat dient om de onderliggende zaken te beschermen
dekzeilen	=	dekzeil
dekzeiltje	=	dekzeil
dekzeiltjes	=	dekzeil
dekzool	noun	bovenste deel van een zool van een schoen of laars waarop de voet rust
dekzwabber	noun	dweil aan een stok waarmee men het dek van een schip kan schoonmaken
dekzwabbers	=	dekzwabber
del	noun	ordinaire vrouw, onkuise vrouw, een meisje van lichte zeden
delaminatie	noun	het loslaten van delen van een laminaat
delamineer	=	delamineren
delamineerde	=	delamineren
delamineerden	=	delamineren
delamineert	=	delamineren
delaminere	=	delamineren
delamineren	verb	het loslaten van delen van een laminaat
delaminerend	=	delamineren
delaminerende	=	delamineren
delcredere	noun	het borg staan (van een commissionair)
dele	=	deel
delegaat	noun	gezant term vooral gebruikt in de rooms-katholieke kerk
delegaten	=	delegaat
delegatie	noun	een klein aantal mensen als vertegenwoordigers van een grote groep, afvaardiging, vertegenwoordigig
delegatieleden	=	delegatielid
delegatieleider	noun	persoon die een afvaardiging leidt
delegatieleiders	=	delegatieleider
delegatielid	noun	persoon die lid is van een afvaardiging
delegaties	=	delegatie
delegatietje	=	delegatie
delegatietjes	=	delegatie
delegeer	=	delegeren
delegeerde	=	delegeren
delegeerden	=	delegeren
delegeert	=	delegeren
delegere	=	delegeren
delegeren	verb	taken en verantwoordelijkheden doorgeven
delegerend	=	delegeren
delegerende	=	delegeren
delegering	noun	het delegeren, de overdracht, het afvaardigen
delegeringen	=	delegering
delegitimeer	=	delegitimeren
delegitimeerde	=	delegitimeren
delegitimeerden	=	delegitimeren
delegitimeert	=	delegitimeren
delegitimere	=	delegitimeren
delegitimeren	verb	iets benoemen als zijnde onwettig
delegitimerend	=	delegitimeren
delegitimerende	=	delegitimeren
delen	verb	samen met een ander gebruiken	noun	gezaagde houten planken
delend	=	delen
delende	=	delen
deler	noun	getal waardoor men een ander getal (het deeltal) deelt, noemer in een breuk
delers	=	deler
delertje	=	deler
delertjes	=	deler
delete	=	deleten
deleten	verb	het verwijderen van bestanden op een elektronisch apparaat
deletend	=	deleten
deletende	=	deleten
deletet	=	deleten
deletete	=	deleten
deleteten	=	deleten
deletetoets	noun	toetsenbordtoets waarmee tekst verwijderd kan worden
deletetoetsen	=	deletetoets
deletie	noun	weglating, uitwissing
deleties	=	deletie
delf	=	delven
delfde	=	delven
delfden	=	delven
delfisch	adj	raadselachtig als de uitspraken van het orakel van Delfi
delfische	=	delfisch
delfischer	=	delfisch
delfischere	=	delfisch
delfischers	=	delfisch
delfstof	noun	waardevolle grondstof die uit de aarde verkregen wordt
delfstoffen	=	delfstof
delfstoffenwinning	noun	de bedrijfstak die zich bezig houdt met het winnen van materialen
delfstoffenwinningen	=	delfstoffenwinning
delfstofje	=	delfstof
delfstofjes	=	delfstof
delfstofkunde	noun	de studie van mineralen, hun voorkomen, ontstaan, eigenschappen en hun metamorfose en rol in de geologie
delfstofwinning	noun	het systematisch onttrekken van stoffen of delfstoffen aan de bodem, voor bijzonder gebruik of verwerking
delfstofwinningen	=	delfstofwinning
delfstofwinninkje	=	delfstofwinning
delfstofwinninkjes	=	delfstofwinning
delft	=	delven
delftenaar	noun	een inwoner van Delft, of iemand afkomstig uit Delft
delftenaars	=	delftenaar
delftenaren	=	delftenaar
delfts	noun	bepaald soort fijn aardewerk
delftse	noun	een vrouwelijke inwoner van Delft, of een vrouw afkomstig uit Delft
delftsen	=	delftse
delg	=	delgen
delgde	=	delgen
delgden	=	delgen
delge	=	delgen
delgen	verb	een schuld uitwissen, tenietdoen, amortiseren
delgend	=	delgen
delgende	=	delgen
delging	noun	het delgen (van schulden)
delgingen	=	delging
delginkje	=	delging
delginkjes	=	delging
delgt	=	delgen
deliberatie	noun	beraadslaging, overleg
deliberatief	adj	betrekking hebbend op deliberatie
deliberatiefs	=	deliberatief
deliberatiefst	=	deliberatief
deliberatiefste	=	deliberatief
deliberaties	=	deliberatie
deliberatieve	=	deliberatief
deliberatiever	=	deliberatief
deliberatievere	=	deliberatief
deliberatievers	=	deliberatief
delibereer	=	delibereren
delibereerde	=	delibereren
delibereerden	=	delibereren
delibereert	=	delibereren
deliberere	=	delibereren
delibereren	verb	beraadslagen
delibererend	=	delibereren
delibererende	=	delibereren
delicaat	adj	gemakkelijk te beschadigen, nauwgezetheid vereisend, pijnlijk
delicaats	=	delicaat
delicaatst	=	delicaat
delicaatste	=	delicaat
delicate	=	delicaat
delicater	=	delicaat
delicatere	=	delicaat
delicaters	=	delicaat
delicatesse	noun	voedsel dat als bijzonder aangenaam van smaak wordt beschouwd en meestal omgeven is met enige exclusiviteit
delicatessen	=	delicatesse
delicatessenhandel	noun	een winkel waar men fijne, luxe exclusieve etenswaren verkoopt
delicatessenhandels	=	delicatessenhandel
delicatessenwinkel	noun	zaak waar men luxe, fijne, exclusieve voedingswaren verkoopt
delicatessenwinkels	=	delicatessenwinkel
delicatessenwinkeltje	=	delicatessenwinkel
delicatessenwinkeltjes	=	delicatessenwinkel
delicatessenzaak	noun	winkel waar men luxe, fijne, exclusieve etenswaren verkoopt
delicatessenzaakje	=	delicatessenzaak
delicatessenzaakjes	=	delicatessenzaak
delicatessenzaken	=	delicatessenzaak
delicieus	adj	zeer verfijnd, smakelijk en kostbaar
delicieust	=	delicieus
delicieuste	=	delicieus
delicieuze	=	delicieus
delicieuzer	=	delicieus
delicieuzere	=	delicieus
delicieuzers	=	delicieus
delict	noun	een gedraging die bij de wet verboden is zowel de ernstige misdaden als de minder ernstige overtredingen
delicten	=	delict
delictgedrag	noun	strafbaar gedrag
delictgevaarlijk	adj	met een kans om een misdaad te plegen
delictgevaarlijke	=	delictgevaarlijk
delictgevaarlijker	=	delictgevaarlijk
delictgevaarlijkere	=	delictgevaarlijk
delictgevaarlijkers	=	delictgevaarlijk
delictgevaarlijks	=	delictgevaarlijk
delictgevaarlijkst	=	delictgevaarlijk
delictgevaarlijkste	=	delictgevaarlijk
delictje	=	delict
delictjes	=	delict
delier	noun	delirium
delieren	=	delier
deliertje	=	delier
deling	noun	een wiskundige bewerking op twee getallen
delingen	=	deling
delingsplan	noun	voornemen om een eenheid in delen te splitsen
delingsplannen	=	delingsplan
delingsplannetje	=	delingsplan
delingsplannetjes	=	delingsplan
delingsring	noun	een ring waarin de vermenigvuldiging een neutraal element heeft en waarin er voor ieder element ongelijk aan 0, het neutrale element voor de optelling, een multiplicatieve inverse bestaat
delingsringen	=	delingsring
delingsringetje	=	delingsring
delingsringetjes	=	delingsring
delinkje	=	deling
delinkjes	=	deling
delinquent	noun	de dader, de schuldige, een bedrijver van een strafbaar feit, misdadiger	adj	een strafbaar feit betreffend
delinquente	=	delinquent
delinquenten	=	delinquent
delinquentenzorg	noun	de verzorging van misdadigers en gevangenen
delinquenter	=	delinquent
delinquentere	=	delinquent
delinquenters	=	delinquent
delinquentie	noun	het plegen van een misdaad
delinquenties	=	delinquentie
delinquentje	=	delinquent
delinquentjes	=	delinquent
delinquents	=	delinquent
delinquentst	=	delinquent
delinquentste	=	delinquent
delirant	adj	lijdende aan een delirium
delirante	=	delirant
deliranter	=	delirant
delirantere	=	delirant
deliranters	=	delirant
delirants	=	delirant
delirantst	=	delirant
delirantste	=	delirant
deliria	=	delirium
delirisch	adj	met betrekking tot een delirium
delirische	=	delirisch
delirischer	=	delirisch
delirischere	=	delirisch
delirischers	=	delirisch
delirium	noun	waanzinnigheid, acuut psychische stoornis ten gevolge van lichamelijke aandoening, vergiftiging of onthouding van middelen
deliriumpje	=	delirium
deliriums	=	delirium
delisting	noun	al de aandelen van een bedrijf van de beurs afhalen en zo ook de beursnotering staken
dellen	=	del
dellerig	adj	als passend bij een prostituee, niet netjes of eerzaam
dellerige	=	dellerig
delleriger	=	dellerig
dellerigere	=	dellerig
dellerigers	=	dellerig
dellerigs	=	dellerig
dellerigst	=	dellerig
dellerigste	=	dellerig
delletje	=	del
delletjes	=	del
delokalisatie	noun	verspreiding van een bindingselektron van een specifiek atoom over het gehele molecule
delokalisaties	=	delokalisatie
delokalisering	noun	het naar een andere plaats gaan
delokaliseringen	=	delokalisering
deloyaal	adj	niet trouw zijnd aan iemand of de groep waartoe iemand behoort
deloyaals	=	deloyaal
deloyaalst	=	deloyaal
deloyaalste	=	deloyaal
deloyale	=	deloyaal
deloyaler	=	deloyaal
deloyalere	=	deloyaal
deloyalers	=	deloyaal
delta	noun	vierde letter van het Griekse alfabet en wiskundige operator
delta's	=	delta
deltaatje	=	delta
deltaatjes	=	delta
deltagebied	noun	driehoekig gebied in een vlak land waar een rivier in de zee uitmondt
deltagebieden	=	deltagebied
deltagebiedje	=	deltagebied
deltagebiedjes	=	deltagebied
deltahoogte	noun	de vereiste hoogte zoals vastgesteld op grond van de Deltawet die van kracht was tussen 1957 en 2005. (ongeveer 12 meter boven NAP voor de Nederlandse dijken aan de Noordzee)
deltahoogten	=	deltahoogte
deltahoogtes	=	deltahoogte
deltahoogtetje	=	deltahoogte
deltahoogtetjes	=	deltahoogte
deltametropolen	=	deltametropool
deltametropool	noun	term die wordt gebruikt voor de ambitie om alle agglomeraties in de Randstad gezamenlijk te laten functioneren als één metropoolregio die kan concurreren met de grootste metropolen in de wereld. (Dit bevat behalve de Randstad ook Almere, Amersfoort en de regio Dordrecht)
deltaplan	noun|figurative	veelomvattend, langdurig plan met een grondige aanpak van een ernstig probleem
deltaplannen	=	deltaplan
deltaplannetje	=	deltaplan
deltaplannetjes	=	deltaplan
deltaproteobacteriën	=	δ-proteobacteriën
deltares	noun	naam van een technologisch instituut in Nederland op het gebied van water, ondergrond en infrastructuur
deltasnaveltiran	noun	Ramphotrigon flammulatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
deltasnaveltirannen	=	deltasnaveltiran
deltasnaveltirannetje	=	deltasnaveltiran
deltasnaveltirannetjes	=	deltasnaveltiran
deltatechnologie	noun	toepassing van wetenschappelijke kennis over beheer van land en water rond riviermondingen
deltatechnologieën	=	deltatechnologie
deltavariant	noun	variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter delta
deltavarianten	=	deltavariant
deltavleugel	noun	driehoekige vleugel
deltavleugels	=	deltavleugel
deltavlieg	=	deltavliegen
deltavliegen	verb	zweefvliegen aan een driehoekige vleugel, meestal start men vanaf een berg
deltavliegend	=	deltavliegen
deltavliegende	=	deltavliegen
deltavlieger	noun	driehoekig, lichtgewicht vliegtoestel
deltavliegers	=	deltavlieger
deltavliegertje	=	deltavlieger
deltavliegertjes	=	deltavlieger
deltavormig	adj	vorm van een delta, driehoek hebbend
deltavormige	=	deltavormig
deltavormiger	=	deltavormig
deltavormigere	=	deltavormig
deltavormigers	=	deltavormig
deltavormigs	=	deltavormig
deltavormigst	=	deltavormig
deltavormigste	=	deltavormig
deltawerk	noun	constructie die het gebied rond een riviermonding tegen overstroming beschermt
deltawerken	=	deltawerk
deltoïde	noun	planaire kromme die ontstaat door een kleine cirkel met straal r te laten wentelen binnenin een grote cirkel met straal R waarbij geldt dat R = 3r
deltoïden	=	deltoïde
deltoïdes	=	deltoïde
delve	=	delven
delven	verb	gravend iets winnen
delvenaar	noun	een inwoner van Delft, of iemand afkomstig uit Delft
delvenaren	=	delvenaar
delvend	=	delven
delvende	=	delven
delver	noun	iemand die delft
delvers	=	delver
delvertje	=	delver
delvertjes	=	delver
delving	noun	het delven
delvingen	=	delving
delvinkje	=	delving
delvinkjes	=	delving
demagnetiseer	=	demagnetiseren
demagnetiseerde	=	demagnetiseren
demagnetiseerden	=	demagnetiseren
demagnetiseert	=	demagnetiseren
demagnetisere	=	demagnetiseren
demagnetiseren	verb	het magnetisme opheffen van
demagnetiserend	=	demagnetiseren
demagnetiserende	=	demagnetiseren
demagogen	=	demagoog
demagogie	noun	het ophitsen van de massa door leugenachtige voorstellingen meestal met een politieke bedoeling
demagogiek	=	demagogie
demagogieën	=	demagogie
demagogisch	adj	als, van een demagoog, een volksmenner
demagogische	=	demagogisch
demagogischer	=	demagogisch
demagogischere	=	demagogisch
demagogischers	=	demagogisch
demagogischt	=	demagogisch
demagogischte	=	demagogisch
demagoog	noun	iemand die de steun van mensenmassa's probeert te verwerven door telkens in te spelen op hun gevoelens
demagoogje	=	demagoog
demalchoeta	noun	van het koninkrijk
demaquillage	noun	het verwijderen van make-up
demaquillages	=	demaquillage
demaquilleer	=	demaquilleren
demaquilleerde	=	demaquilleren
demaquilleerden	=	demaquilleren
demaquilleert	=	demaquilleren
demaquillere	=	demaquilleren
demaquilleren	verb	ontdoen van make-up
demaquillerend	=	demaquilleren
demaquillerende	=	demaquilleren
demarcatie	noun	grensscheiding
demarcatielijn	noun	overeengekomen scheidingslijn tussen twee partijen
demarcatielijnen	=	demarcatielijn
demarcatielijntje	=	demarcatielijn
demarcatielijntjes	=	demarcatielijn
demarcaties	=	demarcatie
demarche	noun	initiatief om verantwoordelijke organisaties een gewenste actie te laten ondernemen, stappen ondernemen
demarches	=	demarche
demarkeren	=	demarqueren
demarqueer	=	demarqueren
demarqueerde	=	demarqueren
demarqueerden	=	demarqueren
demarqueert	=	demarqueren
demarquere	=	demarqueren
demarqueren	verb	met merktekens duidelijk afgrenzen; trekken van een grenslijn
demarquerend	=	demarqueren
demarquerende	=	demarqueren
demarrage	noun	plotselinge versnelling van het tempo om aan mededingers te ontsnappen
demarrages	=	demarrage
demarreer	=	demarreren
demarreerde	=	demarreren
demarreerden	=	demarreren
demarreert	=	demarreren
demarrere	=	demarreren
demarreren	verb	snel wegspringen uit het peloton of kopgroep, plotseling de snelheid verhogen tijdens een wielerwedstrijd
demarrerend	=	demarreren
demarrerende	=	demarreren
demaskeer	=	demaskeren
demaskeerde	=	demaskeren
demaskeerden	=	demaskeren
demaskeert	=	demaskeren
demaskere	=	demaskeren
demaskeren	verb	de ware aard laten zien van iets of iemand
demaskerend	=	demaskeren
demaskerende	=	demaskeren
demasqué	noun	moment dat de (beschamende) waarheid waarheid onthuld wordt
demasqués	=	demasqué
dematerialisatie	noun	vereniging van materie met antimaterie waardoor materie overgaat in energie
dematerialisaties	=	dematerialisatie
dement	adj	psychisch achteruitgegaan waardoor minder goed zaken kunnen onthouden en minder goed kunnen denken
demente	=	dement
dementeer	=	dementeren
dementeerde	=	dementeren
dementeerden	=	dementeren
dementeert	=	dementeren
dementer	=	dement
dementere	=	dement
dementeren	verb	psychisch aftakelen gepaard gaande met o.a. geheugenverlies of zwakzinnigheid
dementerend	=	dementeren
dementerende	=	dementeren
dementers	=	dement
dementheek	noun	een uitleenpunt van materialen voor mensen die met dementie te maken krijgen
dementheken	=	dementheek
dementi	noun	logenstraffing, ontkenning, contradictie
dementi's	=	dementi
dementia	noun	waanzin, krankzinnigheid
dementie	noun	een aandoening van de hersenen waardoor de verstandelijke en cognitieve vermogens verminderen
dementie-epidemie	noun	een epidemie van dementiegevallen
dementie-epidemietje	=	dementie-epidemie
dementie-epidemietjes	=	dementie-epidemie
dementie-epidemieën	=	dementie-epidemie
dementiecafeetje	=	dementiecafé
dementiecafeetjes	=	dementiecafé
dementiecafé	noun	café waar dementen voor hulp terechtkunnen
dementiecafés	=	dementiecafé
dementiegeval	noun	een keer dat dementie voorkomt binnen een bepaalde populatie
dementiegevallen	=	dementiegeval
dementiegevalletje	=	dementiegeval
dementiegevalletjes	=	dementiegeval
dementievriendelijk	adj	bewust rekeninghoudend met de behoeften en beperkingen van mensen met dementie
dementievriendelijke	=	dementievriendelijk
dementievriendelijker	=	dementievriendelijk
dementievriendelijkere	=	dementievriendelijk
dementievriendelijkers	=	dementievriendelijk
dementievriendelijks	=	dementievriendelijk
dementievriendelijkst	=	dementievriendelijk
dementievriendelijkste	=	dementievriendelijk
dementieën	=	dementie
dements	=	dement
dementst	=	dement
dementste	=	dement
demersaal	adj	in de waterlaag vlak boven de bodem zwemmend
demersaals	=	demersaal
demersale	=	demersaal
demi	noun	overjas van dunne stof
demi's	=	demi
demi-john	noun	korffles
demi-johns	=	demi-john
demi-mondaine	noun	vrouw van losse zeden die zich in den demi-monde beweegt
demi-mondaines	=	demi-mondaine
demi-monde	noun	de wereld van de schijnbaar fatsoenlijken
demi-mondes	=	demi-monde
demi-reliëf	noun	beeldwerk dat half naar voren uitspringt
demi-reliëfs	=	demi-reliëf
demi-saison	noun	mantel voor voorjaar en najaar
demi-saisons	=	demi-saison
demi-saisontje	=	demi-saison
demi-sec	adj	half droog, halfzoet
demi-secs	=	demi-sec
demietje	=	demi
demietjes	=	demi
demigender	noun	persoon die zich niet identificeert met één bepaalde genderidentiteit
demigenders	=	demigender
demilitarisatie	noun	een gebied of land ontwapenen
demilitarisaties	=	demilitarisatie
demilitariseer	=	demilitariseren
demilitariseerde	=	demilitariseren
demilitariseerden	=	demilitariseren
demilitariseert	=	demilitariseren
demilitarisere	=	demilitariseren
demilitariseren	verb	ontdoen van alles wat militair is
demilitariserend	=	demilitariseren
demilitariserende	=	demilitariseren
demilitarisering	noun	het ontwapenen van een gebied of land
demilitariseringen	=	demilitarisering
demineralisatie	noun	het demineraliseren
demineralisaties	=	demineralisatie
demineraliseer	=	demineraliseren
demineraliseerde	=	demineraliseren
demineraliseerden	=	demineraliseren
demineraliseert	=	demineraliseren
demineralisere	=	demineraliseren
demineraliseren	verb	van mineralen ontdoen
demineraliserend	=	demineraliseren
demineraliserende	=	demineraliseren
deminutief	=	diminutief
demissie	noun	verlof om uit dienst te treden
demissies	=	demissie
demissionair	adj	formeel ontslag genomen hebbend, maar nog even aanblijvend om de lopende zaken af te handelen
demissionairder	=	demissionair
demissionairdere	=	demissionair
demissionairders	=	demissionair
demissionaire	=	demissionair
demissionairs	=	demissionair
demissionairst	=	demissionair
demissionairste	=	demissionair
demitteren	verb|obsolete	ontslaan [1]
demiurg	noun	openbaar ambt in sommige staten in de Griekse oudheid
demiurgen	=	demiurg
demiwater	noun	verkorting voor gedemineraliseerd water: water waaruit alle zouten die doorgaans in leidingwater in vrij kleine hoeveelheden aanwezig zijn, verwijderd zijn
demiwaters	=	demiwater
demo	noun	het tonen en uitleggen van iets
demo's	=	demo
demobilisant	noun	iemand die demobiliseert
demobilisanten	=	demobilisant
demobilisatie	noun	het tot vredessterkte terugbrengen van een leger
demobilisaties	=	demobilisatie
demobiliseer	=	demobiliseren
demobiliseerde	=	demobiliseren
demobiliseerden	=	demobiliseren
demobiliseert	=	demobiliseren
demobilisere	=	demobiliseren
demobiliseren	verb	tot vredessterkte terugbrengen
demobiliserend	=	demobiliseren
demobiliserende	=	demobiliseren
democraat	noun	aanhanger van de democratie
democraatje	=	democraat
democraatjes	=	democraat
democrate	noun	aanhangster van de democratie
democraten	=	democraat
democrates	=	democrate
democratie	noun	staatsvorm waarin de bevolking, meestal door vertegenwoordigers die zij regelmatig kan kiezen, kan bepalen wat er gebeurt
democratietje	=	democratie
democratietjes	=	democratie
democratieën	=	democratie
democratisch	adj	in overeenstemming met de principes van een democratie
democratisch-socialistisch	adj	betreft een politieke stroming die streeft naar een socialistische economie (collectief beheer van productiemiddelen) via vreedzame, democratische middelen zoals verkiezingen
democratisch-socialistische	=	democratisch-socialistisch
democratisch-socialistischer	=	democratisch-socialistisch
democratisch-socialistischere	=	democratisch-socialistisch
democratisch-socialistischers	=	democratisch-socialistisch
democratische	=	democratisch
democratischer	=	democratisch
democratischere	=	democratisch
democratischers	=	democratisch
democratischt	=	democratisch
democratischte	=	democratisch
democratiseer	=	democratiseren
democratiseerde	=	democratiseren
democratiseerden	=	democratiseren
democratiseert	=	democratiseren
democratisere	=	democratiseren
democratiseren	verb	democratischer worden
democratiserend	=	democratiseren
democratiserende	=	democratiseren
democratisering	noun	het democratiseren
democratiseringen	=	democratisering
democratiseringsbeweging	noun	groep mensen die democratie en medezeggenschap opeisen
democratiseringsbewegingen	=	democratiseringsbeweging
democratiseringsbeweginkje	=	democratiseringsbeweging
democratiseringsbeweginkjes	=	democratiseringsbeweging
democratiseringsgolf	noun	plotselinge toename van medezeggenschap en inspraak in een aanvankelijk autoritaire organisatie of autoritair geleid land
democratiseringsgolfje	=	democratiseringsgolf
democratiseringsgolfjes	=	democratiseringsgolf
democratiseringsgolven	=	democratiseringsgolf
democratiseringsproces	noun	ontwikkeling waarbij een aanvankelijk autoritaire leiding steeds meer medezeggenschap en inspraak toestaat
democratiseringsprocessen	=	democratiseringsproces
democratisme	noun	het streven naar parlementaire democratie
democraturen	=	democratuur
democratuur	noun	een schijndemocratie, een dictatuur in een democratisch jasje
demodeer	=	demoderen
demodeerde	=	demoderen
demodeerden	=	demoderen
demodeert	=	demoderen
demodere	=	demoderen
demoderen	verb	uit de mode raken
demoderend	=	demoderen
demoderende	=	demoderen
demodulatie	noun	het terugwinnen van een analoog signaal uit een digitale (b.v. pulscodegemoduleerde) representatie hiervan -> digitaal-analoog conversie
demodulaties	=	demodulatie
demodulator	noun	apparaat voor het terugwinnen van een analoog signaal uit een digitale (b.v. pulscodegemoduleerde) representatie hiervan -> digitaal-analoog convertor
demodulatoren	=	demodulator
demodulators	=	demodulator
demoduleer	=	demoduleren
demoduleerde	=	demoduleren
demoduleerden	=	demoduleren
demoduleert	=	demoduleren
demodulere	=	demoduleren
demoduleren	verb	het terugwinnen van een analoog signaal uit een digitale (b.v. pulscodegemoduleerde) representatie hiervan -> van digitaal naar analoog converteren
demodulerend	=	demoduleren
demodulerende	=	demoduleren
demograaf	noun	iemand die studie verricht naar de samenstelling van de bevolking naar bijvoorbeeld leeftijd, geslacht, nationaliteit, etniciteit en/of beroep
demografen	=	demograaf
demografie	noun	de studie van alles wat de omvang, samenstelling en spreiding van een bepaalde bevolkingsgroep en de veranderingen hierin betreft
demografietje	=	demografie
demografietjes	=	demografie
demografieën	=	demografie
demografisch	adj	de beschrijving van de bevolking in bepaalde opzichten betreffend of beoefenend
demografische	=	demografisch
demografischer	=	demografisch
demografischere	=	demografisch
demografischers	=	demografisch
demokraat	=	democraat
demokratie	=	democratie
demokratisch	=	democratisch
demologen	=	demoloog
demologie	noun	wetenschap die de samenstelling van de bevolking bestudeert
demoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de demologie
demoloogje	=	demoloog
demoloogjes	=	demoloog
demon	noun	een boze geest of gevallen engel of ander bovennatuurlijk wezen
demoncratie	noun	beschrijving van een situatie waarbij het lijkt dat de duivel de macht heeft in een land
demoncratietje	=	demoncratie
demoncratietjes	=	demoncratie
demoncratieën	=	demoncratie
demonen	=	demon
demonie	noun	bezetenheid
demoniem	noun	naamwoord dat betrekking heeft op een bepaald land of volk
demoniemen	=	demoniem
demoniempje	=	demoniem
demoniempjes	=	demoniem
demonietje	=	demonie
demonietjes	=	demonie
demonieën	=	demonie
demonisch	adj	duivels
demonische	=	demonisch
demonischer	=	demonisch
demonischere	=	demonisch
demonischers	=	demonisch
demoniseer	=	demoniseren
demoniseerde	=	demoniseren
demoniseerden	=	demoniseren
demoniseert	=	demoniseren
demonisere	=	demoniseren
demoniseren	verb	iets of iemand systematisch zeer ongunstig voorstellen
demoniserend	=	demoniseren
demoniserende	=	demoniseren
demonisering	noun	doelbewust negatief afbeelden van een zaak of persoon, met als doel de mening van anderen over het onderwerp te beïnvloeden
demoniseringen	=	demonisering
demoniserinkje	=	demonisering
demoniserinkjes	=	demonisering
demonisme	noun	geloof aan demonen
demonologen	=	demonoloog
demonologie	noun	de tak van de theologie gerelateerd met bovenmenselijke wezens die geen goden zijn, de studie van demonen
demonoloog	noun	iemand die demonen bestudeert
demonoloogje	=	demonoloog
demonoloogjes	=	demonoloog
demons	=	demon
demonstrant	noun	iemand die in een demonstratie zijn standpunt kenbaar maakt of ergens tegen protesteert
demonstrante	noun	vrouw die meedoet aan een betoging
demonstranten	=	demonstrant
demonstrantes	=	demonstrante
demonstrantje	=	demonstrant
demonstrateur	noun	iemand die demonstraties geeft
demonstrateurs	=	demonstrateur
demonstrateurtje	=	demonstrateur
demonstrateurtjes	=	demonstrateur
demonstratie	noun	het tonen en uitleggen van iets
demonstratieaffiche	noun	aanplakbiljet dat wordt meegenomen op een demonstratie
demonstratieaffiches	=	demonstratieaffiche
demonstratiebord	noun	bord waarmee mensen in een protestmars lopen om aan te geven waar ze tegen protesteren
demonstratieborden	=	demonstratiebord
demonstratief	adj	erop gericht om de aandacht te trekken	noun	aanwijzend voornaamwoord (pronomen demonstrativum)
demonstratiefs	=	demonstratief
demonstratiefst	=	demonstratief
demonstratiefste	=	demonstratief
demonstratiemodel	noun	exemplaar van een apparaat dat voor demonstratiedoeleinden wordt gebruikt
demonstratiemodellen	=	demonstratiemodel
demonstratiemodelletje	=	demonstratiemodel
demonstratiemodelletjes	=	demonstratiemodel
demonstratiepartij	noun	wedstrijd tussen twee sporters waarbij het gaat om te laten zien hoe men de sport dient te spelen
demonstratiepartijen	=	demonstratiepartij
demonstratiepartijtje	=	demonstratiepartij
demonstratiepartijtjes	=	demonstratiepartij
demonstratieplek	noun	plaats waar betogers kunnen staan
demonstratieplekje	=	demonstratieplek
demonstratieplekjes	=	demonstratieplek
demonstratieplekken	=	demonstratieplek
demonstratieproject	noun	in tijd begrensd plan waarbij men iets wil aantonen
demonstratieprojecten	=	demonstratieproject
demonstratieprojectje	=	demonstratieproject
demonstratieprojectjes	=	demonstratieproject
demonstraties	=	demonstratie
demonstratiesport	noun	sport op de Olympische Spelen die niet behoort tot het officiële wedstrijdprogramma
demonstratiesporten	=	demonstratiesport
demonstratietje	=	demonstratie
demonstratietjes	=	demonstratie
demonstratietoernooi	noun	toernooi waarbij men het publiek wil laten kennismaken met een bepaalde sport of met bepaalde sporters
demonstratietoernooien	=	demonstratietoernooi
demonstratietoernooitje	=	demonstratietoernooi
demonstratietoernooitjes	=	demonstratietoernooi
demonstratietuin	noun	voorbeeldtuin
demonstratietuinen	=	demonstratietuin
demonstratietuintje	=	demonstratietuin
demonstratietuintjes	=	demonstratietuin
demonstratievak	noun	afgezette plaats waar betogers kunnen staan
demonstratievakje	=	demonstratievak
demonstratievakjes	=	demonstratievak
demonstratievakken	=	demonstratievak
demonstratieve	=	demonstratief
demonstratieven	=	demonstratief
demonstratiever	=	demonstratief
demonstratieverbod	noun	het verbieden om in de openbare ruimte een protestbijeenkomst te houden
demonstratieverboden	=	demonstratieverbod
demonstratievere	=	demonstratief
demonstratievers	=	demonstratief
demonstratievlucht	noun	vlucht waarin de mogelijkheden van een vliegtuig worden getoond
demonstratievluchten	=	demonstratievlucht
demonstratievrijheid	noun	vrijheid om te demonstreren
demonstratiewedstrijd	noun	wedstrijd waarbij men het publiek laat kennismaken met een bepaalde sport of met bepaalde sporters
demonstratiewedstrijden	=	demonstratiewedstrijd
demonstratiewedstrijdje	=	demonstratiewedstrijd
demonstratiewedstrijdjes	=	demonstratiewedstrijd
demonstreer	=	demonstreren
demonstreerbaar	adj	als instructie of voorlichting voor te doen
demonstreerbaarder	=	demonstreerbaar
demonstreerbaardere	=	demonstreerbaar
demonstreerbaarders	=	demonstreerbaar
demonstreerbaars	=	demonstreerbaar
demonstreerbaarst	=	demonstreerbaar
demonstreerbaarste	=	demonstreerbaar
demonstreerbare	=	demonstreerbaar
demonstreerde	=	demonstreren
demonstreerden	=	demonstreren
demonstreeren	=	demonstreren
demonstreert	=	demonstreren
demonstrere	=	demonstreren
demonstreren	verb	iets voordoen of duidelijk laten zien
demonstrerend	=	demonstreren
demonstrerende	=	demonstreren
demontabel	adj	uit elkaar te halen
demontabele	=	demontabel
demontabeler	=	demontabel
demontabelere	=	demontabel
demontabelers	=	demontabel
demontabels	=	demontabel
demontabelst	=	demontabel
demontabelste	=	demontabel
demontage	noun	het demonteren
demontages	=	demontage
demonteer	=	demonteren
demonteerbaar	adj	uit elkaar te halen
demonteerbaarder	=	demonteerbaar
demonteerbaardere	=	demonteerbaar
demonteerbaarders	=	demonteerbaar
demonteerbaars	=	demonteerbaar
demonteerbaarst	=	demonteerbaar
demonteerbaarste	=	demonteerbaar
demonteerbare	=	demonteerbaar
demonteerde	=	demonteren
demonteerden	=	demonteren
demonteert	=	demonteren
demontere	=	demonteren
demonteren	verb	in onderdelen uit elkaar nemen, afbreken
demonterend	=	demonteren
demonterende	=	demonteren
demontering	noun	het demonteren
demonteringen	=	demontering
demoon	noun	demon
demoontje	=	demoon
demoontjes	=	demoon
demootje	=	demo
demootjes	=	demo
demoralisatie	noun	moedeloosheid
demoralisaties	=	demoralisatie
demoralisatietje	=	demoralisatie
demoraliseer	=	demoraliseren
demoraliseerde	=	demoraliseren
demoraliseerden	=	demoraliseren
demoraliseert	=	demoraliseren
demoralisere	=	demoraliseren
demoraliseren	verb	ontmoedigen
demoraliserend	=	demoraliseren
demoraliserende	=	demoraliseren
demoralisering	noun	moedeloosheid
demoraliseringen	=	demoralisering
demoraliserinkje	=	demoralisering
demoscopie	noun	opinieonderzoek
demoscopietje	=	demoscopie
demoscopietjes	=	demoscopie
demoscopieën	=	demoscopie
demotie	noun	verlaging in rang, gaan werken in een lagere functie tegen een lager salaris
demotieregeling	noun	een regeling waarbij een oudere werknemer minder gaat werken of een lichtere functie kiest, zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor de pensioenopbouw.
demotieregelingen	=	demotieregeling
demotieregelingetje	=	demotieregeling
demotieregelingetjes	=	demotieregeling
demoties	=	demotie
demotisch	adj	met betrekking tot een demotie
demotische	=	demotisch
demotischer	=	demotisch
demotischere	=	demotisch
demotischers	=	demotisch
demotivatie	noun	gebrek aan motivatie
demotivaties	=	demotivatie
demotiveer	=	demotiveren
demotiveerde	=	demotiveren
demotiveerden	=	demotiveren
demotiveert	=	demotiveren
demotivere	=	demotiveren
demotiveren	verb	het enthousiasme, de motivatie wegnemen bij
demotiverend	=	demotiveren
demotiverende	=	demotiveren
demotivering	noun	het demotiveren
demoversie	noun	een versie die wordt gebruikt voor een demonstratie
demoversies	=	demoversie
demp	=	dempen
dempe	=	dempen
dempen	verb	dichtgooien met grond of ander vast materiaal
dempend	=	dempen
dempende	=	dempen
demper	noun	toestel om de trek in de kachels of onder ketels te temperen
dempers	=	demper
dempertje	=	demper
dempertjes	=	demper
dempig	adj	benauwd, kortademig, aamborstig met name van paarden
dempige	=	dempig
dempiger	=	dempig
dempigere	=	dempig
dempigers	=	dempig
dempigs	=	dempig
dempigst	=	dempig
dempigste	=	dempig
demping	noun	het dempen
dempingen	=	demping
dempt	=	dempen
dempte	=	dempen
dempten	=	dempen
demulcens	noun	middel om huid, slijmvliezen enz. weker te maken
demulcenten	=	demulcens
demyelinisatie	noun	het verlies van myeline, de stof die als een isolerende laag om veel zenuwvezels aanwezig is en die de geleiding van impulsen door die zenuwvezels versnelt
demystificeer	=	demystificeren
demystificeerde	=	demystificeren
demystificeerden	=	demystificeren
demystificeert	=	demystificeren
demystificere	=	demystificeren
demystificeren	verb	iets helder en duidelijk maken zodat het geheimzinnige ervan verdwijnt
demystificerend	=	demystificeren
demystificerende	=	demystificeren
den	article	accusatief en datief enkelvoud mannelijk en onzijdig (de, het) arch.	noun	hol van roofdier
denappel	noun	houtige vrouwelijke vrucht met schubben van dennenbomen
denappelen	=	denappel
denappels	=	denappel
denappeltje	=	denappel
denappeltjes	=	denappel
denappelvissen	noun	een familie Monocentridae van straalvinnige vissen uit de orde van slijmkopvissen (Beryciformes)
denarii	=	denarius
denarius	noun|historical	naam van een oude, zilveren Romeinse munt
denataliteit	noun	toestand waarin vrouwen gemiddeld niet genoeg kinderen krijgen om de bevolking op den duur even groot te houden
denationalisatie	noun	ontneming van de nationaliteit
denationalisaties	=	denationalisatie
denationaliseer	=	denationaliseren
denationaliseerde	=	denationaliseren
denationaliseerden	=	denationaliseren
denationaliseert	=	denationaliseren
denationalisere	=	denationaliseren
denationaliseren	verb	ontnemen van de nationaliteit
denationaliserend	=	denationaliseren
denationaliserende	=	denationaliseren
denationalisering	noun	ontneming van de nationaliteit
denationaliseringen	=	denationalisering
denaturaliseer	=	denaturaliseren
denaturaliseerde	=	denaturaliseren
denaturaliseerden	=	denaturaliseren
denaturaliseert	=	denaturaliseren
denaturalisere	=	denaturaliseren
denaturaliseren	verb	het staatsburgerschap ontnemen aan
denaturaliserend	=	denaturaliseren
denaturaliserende	=	denaturaliseren
denatureer	=	denatureren
denatureerde	=	denatureren
denatureerden	=	denatureren
denatureert	=	denatureren
denaturere	=	denatureren
denatureren	verb	het voor menselijke consumptie ongeschikt maken
denaturerend	=	denatureren
denaturerende	=	denatureren
denazificatie	noun	zuivering in Duitsland en Oostenrijk na de Tweede Wereldoorlog waarbij deze landen 'gezuiverd' werden van nazi-elementen uitgevoerd door de geallieerden
denazificaties	=	denazificatie
denazificeer	=	denazificeren
denazificeerde	=	denazificeren
denazificeerden	=	denazificeren
denazificeert	=	denazificeren
denazificere	=	denazificeren
denazificeren	verb	ontdoen van de invloed van het in Duitsland voor en tijdens de WO II heersende nationaalsocialisme
denazificerend	=	denazificeren
denazificerende	=	denazificeren
dender	=	denderen
denderde	=	denderen
denderden	=	denderen
dendere	=	denderen
denderen	verb	met dreunend geluid zich voortbewegen of trillen
denderend	adj	zeer goed
denderende	=	denderen
denderender	=	denderend
denderendere	=	denderend
denderenders	=	denderend
denderends	=	denderend
denderendst	=	denderend
denderendste	=	denderend
dendert	=	denderen
dendriet	noun	uitloper van (het cellichaam van) een zenuwcel
dendrieten	=	dendriet
dendrimeer	noun	een chemische verbinding die een structuur heeft als de takken van een boom
dendrimeren	=	dendrimeer
dendritisch	adj	vertakt
dendritische	=	dendritisch
dendrochronologe	noun	iemand van het vrouwelijk geslacht die zich bezighoudt met de studie van jaarringen in het hout van bomen of andere natuurproducten zoals schelpen
dendrochronologen	=	dendrochronoloog
dendrochronologes	=	dendrochronologe
dendrochronologie	noun	de studie van jaarringen in het hout van bomen of andere natuurproducten zoals schelpen
dendrochronologieën	=	dendrochronologie
dendrochronologisch	adj	betrekking hebbend op dendrochronologie
dendrochronologische	=	dendrochronologisch
dendrochronologischer	=	dendrochronologisch
dendrochronologischere	=	dendrochronologisch
dendrochronologischers	=	dendrochronologisch
dendrochronoloog	noun	iemand van het mannelijk geslacht die zich bezighoudt met de studie van jaarringen in het hout van bomen of andere natuurproducten zoals schelpen
dendrofiel	noun	liefhebber van bomen
dendrofielen	=	dendrofiel
dendrogram	noun	schema dat de vorm heeft van een reeks vertakkingen vanuit één oorsprong
dendrogrammen	=	dendrogram
dendrologen	=	dendroloog
dendrologie	noun	de studie van bomen, heesters en andere houtachtige planten
dendroloog	noun	boomkundige
dendroloogje	=	dendroloog
dendroloogjes	=	dendroloog
denen	=	deen
dengue	noun	een besmettelijke tropische ziekte die wordt veroorzaakt door het denguevirus.
dengue-uitbraak	noun	plotselinge toename van het aantal patiënten met knokkelkoorts
dengue-uitbraken	=	dengue-uitbraak
denguebespuiting	noun	bestrijding van een dengueuitbraak door insecticides te spuiten die de muggen doden die de ziekte verspreiden
denguebespuitingen	=	denguebespuiting
denguebestrijding	noun	al het handelen dat gericht is op het stoppen van een epidemie van knokkelkoorts
denguebestrijdingen	=	denguebestrijding
denguebestrijdinkje	=	denguebestrijding
denguebestrijdinkjes	=	denguebestrijding
denguemug	noun	Aedes aegypti steekmug die knokkelkoorts overbrengt
denguemuggen	=	denguemug
denguemugje	=	denguemug
denguemugjes	=	denguemug
denguemuskiet	noun	mug die het knokkelkoortsvirus verspreidt
denguemuskieten	=	denguemuskiet
denguepatiënt	noun	iemand die lijdt aan knokkelkoorts
denguepatiënten	=	denguepatiënt
dengues	=	dengue
denguetje	=	dengue
denguetjes	=	dengue
denguevirus	noun	benaming voor de verwekker van knokkelkoorts, Dengue virus
denguevirussen	=	denguevirus
denial-of-serviceactie	noun	een cyberaanval die tot doel heeft een website, server of online dienst onbruikbaar te maken door deze te overspoelen met een enorme hoeveelheid data, waardoor legitieme gebruikers geen toegang meer hebben
denial-of-serviceacties	=	denial-of-serviceactie
denial-of-serviceactietje	=	denial-of-serviceactie
denial-of-serviceactietjes	=	denial-of-serviceactie
denier	noun	gewichtseenheid van draad in grammen per 9000 m
deniers	=	denier
denieteur	noun	een apparaatje dat bedoeld is om snel nietjes te verwijderen
denieteurs	=	denieteur
denigreer	=	denigreren
denigreerde	=	denigreren
denigreerden	=	denigreren
denigreert	=	denigreren
denigrere	=	denigreren
denigreren	verb	op spottende en laatdunkende wijze bekritiseren
denigrerend	adj	op een kwetsende, kleinerende, vernederende manier
denigrerende	=	denigreren
denigrerender	=	denigrerend
denigrerendere	=	denigrerend
denigrerenders	=	denigrerend
denigrerends	=	denigrerend
denigrerendst	=	denigrerend
denigrerendste	=	denigrerend
denim	adj	zeer sterke katoenen stof die vaak blauw is geverfd
denimcycli	=	denimcyclus
denimcyclus	noun	periode waarin één bepaalde spijkerbroek in de mode is en weer uit de mode raakt
denimcyclussen	=	denimcyclus
denims	=	denim
denisovamens	noun	Homo denisova een uitgestorven mensachtige uit het genus Homo waarvan overblijfselen zijn gevonden in Siberië.
denisovamensen	=	denisovamens
denisovamensje	=	denisovamens
denisovamensjes	=	denisovamens
deniteur	noun	een apparaatje dat bedoeld is om snel nietjes te verwijderen
deniteurs	=	deniteur
denitrificatie	noun	afbraak van nitraten in stikstofgas door bacteriën
denitrificaties	=	denitrificatie
denivelleer	=	denivelleren
denivelleerde	=	denivelleren
denivelleerden	=	denivelleren
denivelleert	=	denivelleren
denivellere	=	denivelleren
denivelleren	verb	op een verschillend peil brengen, een nivellering ongedaan maken
denivellerend	=	denivelleren
denivellerende	=	denivelleren
denivellering	noun	het denivelleren
denivelleringen	=	denivellering
denk	=	denken
denkbaar	adj	wat mogelijk is maar nog niet bewezen is
denkbaarder	=	denkbaar
denkbaardere	=	denkbaar
denkbaarders	=	denkbaar
denkbaars	=	denkbaar
denkbaarst	=	denkbaar
denkbaarste	=	denkbaar
denkbare	=	denkbaar
denkbeeld	noun	een voorstelling die men in gedachte maakt van wat er in de realiteit gebeurt of zou moeten gebeuren
denkbeelden	=	denkbeeld
denkbeeldig	adj	alleen als denkbeeld bestaand, slechts in iemands gedachtenwereld aanwezig
denkbeeldige	=	denkbeeldig
denkbeeldiger	=	denkbeeldig
denkbeeldigere	=	denkbeeldig
denkbeeldigers	=	denkbeeldig
denkbeeldigs	=	denkbeeldig
denkbeeldigst	=	denkbeeldig
denkbeeldigste	=	denkbeeldig
denkbeeldje	=	denkbeeld
denkbeeldjes	=	denkbeeld
denkcollectief	noun	groep waarbinnen bepaalde opvattingen en gedachtepatronen vanzelfsprekend zijn
denkcollectieven	=	denkcollectief
denkdwang	noun	beperking op het ontwikkelen van inzichten die ontstaat door de opvattingen en gedachtepatronen die in een bepaalde groep vanzelfsprekend zijn
denke	=	denken
denkelijk	adj	van iets of iemand dat je het je makkelijk kunt indenken
denkelijke	=	denkelijk
denkelijker	=	denkelijk
denkelijkere	=	denkelijk
denkelijkers	=	denkelijk
denkelijks	=	denkelijk
denkelijkst	=	denkelijk
denkelijkste	=	denkelijk
denken	verb	een oplossing proberen te zoeken, nadenken
denkend	adj	kunnen denken
denkende	=	denken
denkends	=	denkend
denker	noun	iemand die veel nadenkt soms er zelfs zijn beroep van heeft gemaakt
denkers	=	denker
denkertje	=	denker
denkertjes	=	denker
denkfout	noun	fout in het denkproces, onjuiste gedachtegang of redenering
denkfouten	=	denkfout
denkfoutje	=	denkfout
denkfoutjes	=	denkfout
denkgezicht	noun	gelaatsuitdrukking van een persoon die diep aan het nadenken is
denkgezichten	=	denkgezicht
denkgroep	noun	groep van deskundigen die nadenkt over oplossingen voor probleem en daar verslag van uitbrengt
denkgroepen	=	denkgroep
denkhouding	noun	instelling, mentaliteit
denkhoudingen	=	denkhouding
denkhoudinkje	=	denkhouding
denkhoudinkjes	=	denkhouding
denkkader	noun	verzameling van vooroordelen en veronderstellingen die men voor waar aanneemt en het startpunt vormen voor een redenering
denkkaders	=	denkkader
denkkracht	noun	de inspanning die men met de hersenen levert
denkkrachten	=	denkkracht
denkleven	noun	dat deel van het mensenleven dat betrekking heeft op het denken; het geestelijk leven
denklevens	=	denkleven
denklijn	noun	manier van denken
denklijnen	=	denklijn
denklijntje	=	denklijn
denklijntjes	=	denklijn
denkmechanisme	noun	een manier van denken
denkmechanismen	=	denkmechanisme
denkmechanismes	=	denkmechanisme
denkmodel	noun	een manier van denken; een voorstelling gemaakt in de gedachten
denkmodellen	=	denkmodel
denkniveau	noun	de manier van denken die pas bij iemand van een bepaalde leeftijd of bij iemand met een bepaald opleidingsniveau
denkniveaus	=	denkniveau
denkoefening	noun	een gedachtenexperiment waarbij men zich over een bepaalde kwestie een voorstelling probeert te vormen
denkoefeningen	=	denkoefening
denkoefeningetje	=	denkoefening
denkoefeningetjes	=	denkoefening
denkoefeninkje	=	denkoefening
denkoefeninkjes	=	denkoefening
denkpatronen	=	denkpatroon
denkpatroon	noun	een vaste manier van denken
denkpatroontje	=	denkpatroon
denkpatroontjes	=	denkpatroon
denkpauze	noun	een rustpauze die men neemt om te kunnen nadenken voordat men een beslissing neemt of een antwoord geeft
denkpauzen	=	denkpauze
denkpauzes	=	denkpauze
denkpiste	noun	denkpiste is een Belgisch zelfstandig naamwoord verwijzend naar een nieuw voorstel om een probleem op te lossen.
denkpisten	=	denkpiste
denkpistes	=	denkpiste
denkprocedé	noun	de manier waarop men denkend tot conclusies komt
denkprocedés	=	denkprocedé
denkproces	noun	de opeenvolgende denkstappen die leiden van een probleemstelling naar een conclusie
denkprocessen	=	denkproces
denkpsychologie	noun	deel van de algemene psychologie dat het denken onderzoekt
denkraam	noun	verstand, brein
denkraampje	=	denkraam
denkraampjes	=	denkraam
denkramen	=	denkraam
denkrichting	noun	opvattingen van een persoon of van een groep ten aanzien van een bepaalde kwestie
denkrichtingen	=	denkrichting
denkrimpel	noun	een diepe frons in de huid van het voorhoofd tijdens het diep nadenken
denkrimpels	=	denkrimpel
denkrimpeltje	=	denkrimpel
denkrimpeltjes	=	denkrimpel
denkschema	noun	een patroon waarin gedacht wordt
denkschema's	=	denkschema
denkschemaatje	=	denkschema
denkschemaatjes	=	denkschema
denkspel	noun	een spel waarbij je moet nadenken zoals schaken, dammen, go en bridge
denkspelen	=	denkspel
denkspellen	=	denkspel
denkspelletje	=	denkspel
denkspelletjes	=	denkspel
denkspoor	noun	overweging, idee, redenering, mogelijke oplossing
denkspoortje	=	denkspoor
denkspoortjes	=	denkspoor
denksporen	=	denkspoor
denksport	noun	Denksport is een bezigheid waarin mensen zich met elkander meten door middel van een spel waarbij vooral analytisch denken benodigd is.
denksporten	=	denksport
denksportje	=	denksport
denksportjes	=	denksport
denkstap	noun	een stap in een redenering
denkstapje	=	denkstap
denkstapjes	=	denkstap
denkstappen	=	denkstap
denkster	noun	vrouwelijke filosoof
denksters	=	denkster
denkstijl	noun	een bepaalde manier van denken, een bepaalde redeneer methode
denkstijlen	=	denkstijl
denkstijltje	=	denkstijl
denkstijltjes	=	denkstijl
denkstof	noun	iets wat moet aanzetten tot denken
denkstoornis	noun	stoornis met betrekking tot de inhoud van de gedachten of de manier waarop iemand denkt en communiceert
denkstoornisje	=	denkstoornis
denkstoornisjes	=	denkstoornis
denkstoornissen	=	denkstoornis
denkt	=	denken
denktank	noun	een aantal deskundigen dat samen probeert een probleem op te lossen door er meer aandacht voor te vragen
denktankje	=	denktank
denktankjes	=	denktank
denktanks	=	denktank
denktijd	noun	tijd die men heeft om te bedenken welke zet men doet bij een denksport als schaken, dammen en go
denktijden	=	denktijd
denktrant	noun	de globale beschrijving van wat men denkt; manier van denken
denktranten	=	denktrant
denkvermogen	noun	het vermogen om (logisch) te denken en te begrijpen
denkvermogens	=	denkvermogen
denkvorm	noun	manier waarop iemand denkt
denkvormen	=	denkvorm
denkwereld	noun	het beeld dat iemand in zijn of haar gedachten heeft over hoe de wereld functioneert
denkwerelden	=	denkwereld
denkwereldje	=	denkwereld
denkwereldjes	=	denkwereld
denkwerk	noun	tijd en moeite besteed aan bijvoorbeeld het oplossen van problemen of het voorbereiden van een plan
denkwerken	=	denkwerk
denkwijs	noun	manier van denken
denkwijze	noun	manier van denken
denkwijzen	=	denkwijze
denneappel	=	dennenappel
dennen	adj	van dennenhout vervaardigd
dennen-geelschildboktor	noun	Monochamus galloprovincialis een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
dennen-geelschildboktorren	=	dennen-geelschildboktor
dennen-geelschildboktorretje	=	dennen-geelschildboktor
dennen-geelschildboktorretjes	=	dennen-geelschildboktor
dennenaald	=	dennennaald
dennenappel	noun	houtige vrouwelijke vrucht met schubben van dennenbomen
dennenappelbladroller	noun	Gravitarmata margarotana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
dennenappelbladrollers	=	dennenappelbladroller
dennenappelbladrollertje	=	dennenappelbladroller
dennenappelbladrollertjes	=	dennenappelbladroller
dennenappelen	=	dennenappel
dennenappels	=	dennenappel
dennenappeltje	=	dennenappel
dennenappeltjes	=	dennenappel
dennenbandspanner	noun	Pungeleria capreolaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
dennenbandspanners	=	dennenbandspanner
dennenbandspannertje	=	dennenbandspanner
dennenbandspannertjes	=	dennenbandspanner
dennenbasterdsnuittor	noun	een kever Cimberis attelaboides uit de familie Cimberididae.
dennenbasterdsnuittorren	=	dennenbasterdsnuittor
dennenbasterdsnuittorretje	=	dennenbasterdsnuittor
dennenbasterdsnuittorretjes	=	dennenbasterdsnuittor
dennenbladwesp	noun	insect uit de familie Diprionidae van vliesvleugeligen (Hymenoptera) uit de onderorde Symphyta (zaagwespen).
dennenbladwespen	noun	Diprionidae een familie van vliesvleugeligen (Hymenoptera) uit de onderorde Symphyta (zaagwespen).
dennenbladwespje	=	dennenbladwesp
dennenbladwespjes	=	dennenbladwesp
dennenbloedzwam	noun	Stereum sanguinolentum een schimmelsoort uit de familie Stereaceae.
dennenbloedzwammen	=	dennenbloedzwam
dennenbloedzwammetje	=	dennenbloedzwam
dennenbloedzwammetjes	=	dennenbloedzwam
dennenbomen	=	dennenboom
dennenboogbladroller	noun	Acleris abietana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
dennenboogbladrollers	=	dennenboogbladroller
dennenboogbladrollertje	=	dennenboogbladroller
dennenboogbladrollertjes	=	dennenboogbladroller
dennenboom	noun	bepaald soort naaldboom, Pinus sylvestris
dennenboompje	=	dennenboom
dennenboompjes	=	dennenboom
dennenbos	noun	een bos met dennen, een bos met naaldbomen
dennenbosje	=	dennenbos
dennenbosjes	=	dennenbos
dennenbossen	=	dennenbos
dennendidea	noun	Didea intermedia een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
dennendidea's	=	dennendidea
dennendideaatje	=	dennendidea
dennendideaatjes	=	dennendidea
dennendwergspanner	noun	Eupithecia indigata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
dennendwergspanners	=	dennendwergspanner
dennendwergspannertje	=	dennendwergspanner
dennendwergspannertjes	=	dennendwergspanner
denneneekhoorntjesbroden	=	denneneekhoorntjesbrood
denneneekhoorntjesbrood	noun	een eetbare paddenstoel Boletus pinophilus uit de familie Boletaceae.
denneneekhoorntjesbroodje	=	denneneekhoorntjesbrood
denneneekhoorntjesbroodjes	=	denneneekhoorntjesbrood
dennenfamilie	noun	een belangrijke familie Pinaceae van coniferen van meer dan 200 soorten.
dennenfamilietje	=	dennenfamilie
dennenfeetiran	noun	Empidonax affinis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
dennenfeetirannen	=	dennenfeetiran
dennenfeetirannetje	=	dennenfeetiran
dennenfeetirannetjes	=	dennenfeetiran
dennengaasvlieg	noun	Chrysopa dorsalis een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
dennengaasvliegen	=	dennengaasvlieg
dennengaasvliegje	=	dennengaasvlieg
dennengaasvliegjes	=	dennengaasvlieg
dennengeur	noun	lucht die ruikt als een naaldbos Dit kan komen door een of meer naaldbomen in de nabijheid of door een geurstof die wordt toegevoegd om een frisse indruk te geven.
dennengeuren	=	dennengeur
dennenglanszweefvlieg	noun	Callicera rufa een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
dennenglanszweefvliegen	=	dennenglanszweefvlieg
dennenglanszweefvliegje	=	dennenglanszweefvlieg
dennenglanszweefvliegjes	=	dennenglanszweefvlieg
dennengors	noun	Peucaea aestivalis een vogel uit de familie Emberizidae.
dennengorsje	=	dennengors
dennengorsjes	=	dennengors
dennengorzen	=	dennengors
dennengroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6009 ( ) die lijkt op de kleur van een dennenboom	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6009 ( ).
dennengroene	=	dennengroen
dennengroener	=	dennengroen
dennengroenere	=	dennengroen
dennengroeners	=	dennengroen
dennengroens	=	dennengroen
dennengroenst	=	dennengroen
dennengroenste	=	dennengroen
dennenharsviltkelkje	noun	Lachnellula calycina een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
dennenharsviltkelkjes	=	dennenharsviltkelkje
dennenharszwam	noun	Phlebiopsis gigantea een saprofytische schimmel die dennenharszwam veroorzaakt op stronken en stompen van naaldbomen.
dennenharszwammen	=	dennenharszwam
dennenharszwammetje	=	dennenharszwam
dennenharszwammetjes	=	dennenharszwam
dennenheremietwants	noun	Eremocoris abietis een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
dennenheremietwantsen	=	dennenheremietwants
dennenheremietwantsje	=	dennenheremietwants
dennenheremietwantsjes	=	dennenheremietwants
dennenhout	noun	hout afkomstig van de dennenboom Abies
dennenhouten	adj	van dennenhout gemaakt
dennenhoutnematode	noun	Bursaphelenchus xylophilus een rondworm die in dennenbossen voorkomt in Azië, Noord-Amerika, Japan, China, Taiwan en Korea en in 1999 is aangetroffen in Portugal.
dennenhoutnematoden	=	dennenhoutnematode
dennenkaardertje	noun	Lathys humilis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kaardertjes (Dictynidae)
dennenkaardertjes	=	dennenkaardertje
dennenkapoentje	noun	Scymnus suturalis een keversoort uit de familie Coccinellidae.
dennenkapoentjes	=	dennenkapoentje
dennenkegelwants	noun	Gastrodes grossipes een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
dennenkegelwantsen	=	dennenkegelwants
dennenkegelwantsje	=	dennenkegelwants
dennenkegelwantsjes	=	dennenkegelwants
dennenkleefsteelmycena	noun	Mycena epipterygioides een soort schimmel in de familie Mycenaceae.
dennenkleefsteelmycena's	=	dennenkleefsteelmycena
dennenkleefsteelmycenaatje	=	dennenkleefsteelmycena
dennenkleefsteelmycenaatjes	=	dennenkleefsteelmycena
dennenkniptor	noun	Ampedus balteatus een keversoort uit de familie kniptorren (Elateridae).
dennenkniptorren	=	dennenkniptor
dennenkniptorretje	=	dennenkniptor
dennenkniptorretjes	=	dennenkniptor
dennenkogelspin	noun	Theridion pinastri een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).
dennenkogelspinnen	=	dennenkogelspin
dennenkogelspinnetje	=	dennenkogelspin
dennenkogelspinnetjes	=	dennenkogelspin
dennenkomkommerspin	noun	Araniella alpica een vrij algemene spinnensoort uit de familie wielwebspinnen.
dennenkomkommerspinnen	=	dennenkomkommerspin
dennenkomkommerspinnetje	=	dennenkomkommerspin
dennenkomkommerspinnetjes	=	dennenkomkommerspin
dennenlotmot	noun	Exoteleia dodecella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
dennenlotmotje	=	dennenlotmot
dennenlotmotjes	=	dennenlotmot
dennenlotmotten	=	dennenlotmot
dennenlucht	noun	de geur van dennen
dennenluchten	=	dennenlucht
dennenluchtje	=	dennenlucht
dennenluchtjes	=	dennenlucht
dennenmoorder	noun	een paddenstoel Heterobasidion annosum uit de familie Coriolaceae.
dennenmoorders	=	dennenmoorder
dennenmoordertje	=	dennenmoorder
dennenmoordertjes	=	dennenmoorder
dennenmosboorder	noun	Batia internella een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
dennenmosboorders	=	dennenmosboorder
dennenmosboordertje	=	dennenmosboorder
dennenmosboordertjes	=	dennenmosboorder
dennenmycena	noun	Mycena metata een schimmel uit de familie Mycenaceae.
dennenmycena's	=	dennenmycena
dennenmycenaatje	=	dennenmycena
dennenmycenaatjes	=	dennenmycena
dennennaald	noun	het opgerolde naaldvormige blad van een den(nenboom)
dennennaalden	=	dennennaald
dennennaaldje	=	dennennaald
dennennaaldjes	=	dennennaald
dennennaaldspleetlip	noun	Lophodermium pinastri een schimmel behorend tot de familie Rhytismataceae.
dennennaaldspleetlipje	=	dennennaaldspleetlip
dennennaaldspleetlipjes	=	dennennaaldspleetlip
dennennaaldspleetlips	=	dennennaaldspleetlip
dennenoogbladroller	noun	Epinotia rubiginosana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
dennenoogbladrollers	=	dennenoogbladroller
dennenoogbladrollertje	=	dennenoogbladroller
dennenoogbladrollertjes	=	dennenoogbladroller
dennenorchis	noun	bepaald soort orchidee, Goodyera repens
dennenorchissen	=	dennenorchis
dennenpiekhaarkelkje	noun	Hyalopeziza trichodea een schimmel behorend tot de familie Hyaloscyphaceae.
dennenpiekhaarkelkjes	=	dennenpiekhaarkelkje
dennenpijlstaart	noun	Hyloicus pinastri Sphinx pinastri, een donkergrijze nachtvlinder
dennenpijlstaarten	=	dennenpijlstaart
dennenpijlstaartje	=	dennenpijlstaart
dennenpijlstaartjes	=	dennenpijlstaart
dennenplantage	noun	een uitgestrekt stuk grond waarop op grote schaal dennenbomen zijn aangeplant
dennenplantages	=	dennenplantage
dennenprocessierups	noun	Thaumetopoea pityocampa (syn.
dennenprocessierupsen	=	dennenprocessierups
dennenprocessierupsje	=	dennenprocessierups
dennenprocessierupsjes	=	dennenprocessierups
dennenrenspin	noun	Philodromus emarginatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de renspinnen (Philodromidae)
dennenrenspinnen	=	dennenrenspin
dennenrenspinnetje	=	dennenrenspin
dennenrenspinnetjes	=	dennenrenspin
dennenrichelkaak	noun	Gnaphosa montana een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
dennenrichelkaakje	=	dennenrichelkaak
dennenrichelkaakjes	=	dennenrichelkaak
dennenrichelkaken	=	dennenrichelkaak
dennenroetneusje	noun	Parasyrphus annulatus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
dennenroetneusjes	=	dennenroetneusje
dennenrookwants	noun	Rhyparochromus pini een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
dennenrookwantsen	=	dennenrookwants
dennenrookwantsje	=	dennenrookwants
dennenrookwantsjes	=	dennenrookwants
dennenrups	noun	rups die de den als waardplant heeft
dennenrupsen	=	dennenrups
dennenrupsje	=	dennenrups
dennenrupsjes	=	dennenrups
dennensapzweefvlieg	noun	Brachyopa testacea een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
dennensapzweefvliegen	=	dennensapzweefvlieg
dennensapzweefvliegje	=	dennensapzweefvlieg
dennensapzweefvliegjes	=	dennensapzweefvlieg
dennenscheerder	noun	Tomicus piniperda (syn.
dennenscheerders	=	dennenscheerder
dennenschelpzwam	noun	Panellus mitis een paddenstoel uit de familie Mycenaceae.
dennenschelpzwammen	=	dennenschelpzwam
dennenschelpzwammetje	=	dennenschelpzwam
dennenschelpzwammetjes	=	dennenschelpzwam
dennenschildwants	noun	Chlorochroa pinicola een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
dennenschildwantsen	=	dennenschildwants
dennenschildwantsje	=	dennenschildwants
dennenschildwantsjes	=	dennenschildwants
dennenschoorsteentje	noun	Anthostomella formosa een schimmel behorend tot de familie Xylariaceae.
dennenschoorsteentjes	=	dennenschoorsteentje
dennenschorsvlekje	noun	Ascocorticium anomalum een schimmel behorend tot de familie Ascocorticiaceae.
dennenschorsvlekjes	=	dennenschorsvlekje
dennensijs	noun	Spinus pinus een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
dennensijsje	=	dennensijs
dennensijsjes	=	dennensijs
dennensijzen	=	dennensijs
dennenslijmkop	noun	Hygrophorus hypothejus een paddenstoel uit de familie Hygrophoraceae die onder andere in Nederland en België voorkomt.
dennenslijmkopje	=	dennenslijmkop
dennenslijmkopjes	=	dennenslijmkop
dennenslijmkoppen	=	dennenslijmkop
dennenslijmkoppie	=	dennenslijmkop
dennenslijmkoppies	=	dennenslijmkop
dennensmalboktor	noun	Acmaeops marginatus een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
dennensmalboktorren	=	dennensmalboktor
dennensmalboktorretje	=	dennensmalboktor
dennensmalboktorretjes	=	dennensmalboktor
dennenspanner	noun	imago van de dennenspanrups Bupalus piniaria uit de Geometridae, berucht vanwege de erdoor aan dennenbossen toegebrachte schade
dennenspanners	=	dennenspanner
dennenspannertje	=	dennenspanner
dennenspannertjes	=	dennenspanner
dennenspanrups	noun	een spanrups die de den als waardplant heeft
dennenspanrupsen	=	dennenspanrups
dennenspanrupsje	=	dennenspanrups
dennenspanrupsjes	=	dennenspanrups
dennenspinner	noun	Dendrolimus pini een nachtvlinder uit de familie Lasiocampidae
dennenspinners	=	dennenspinner
dennenspinnertje	=	dennenspinner
dennenspinnertjes	=	dennenspinner
dennenspitsbek	noun	Psilota atra een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
dennenspitsbekje	=	dennenspitsbek
dennenspitsbekjes	=	dennenspitsbek
dennenspitsbekken	=	dennenspitsbek
dennenspleetliptrilzwam	noun	Sirotrema translucens een schimmel behorend tot de trilzwammen.
dennenspleetliptrilzwammen	=	dennenspleetliptrilzwam
dennenspleetliptrilzwammetje	=	dennenspleetliptrilzwam
dennenspleetliptrilzwammetjes	=	dennenspleetliptrilzwam
dennensteilkopje	noun	Cryptocephalus pini een soort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
dennensteilkopjes	=	dennensteilkopje
dennenstrekspin	noun	Tetragnatha pinicola een spinnensoort in de taxonomische indeling van de strekspinnen
dennenstrekspinnen	=	dennenstrekspin
dennenstrekspinnetje	=	dennenstrekspin
dennenstrekspinnetjes	=	dennenstrekspin
dennenstrooiselspin	noun	Macrargus carpenteri een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
dennenstrooiselspinnen	=	dennenstrooiselspin
dennenstrooiselspinnetje	=	dennenstrooiselspin
dennenstrooiselspinnetjes	=	dennenstrooiselspin
dennentak	noun	tak van een dennenboom die vaak gebruikt wordt als kerstversiering
dennentakje	=	dennentak
dennentakjes	=	dennentak
dennentakken	=	dennentak
dennenuil	noun	imago van de dennenrups Panolis flammea uit de Noctuidae, berucht vanwege de erdoor aan dennenbossen toegebrachte schade
dennenuilen	=	dennenuil
dennenuiltje	=	dennenuil
dennenuiltjes	=	dennenuil
dennenviltkelkje	noun	Lachnellula subtilissima een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
dennenviltkelkjes	=	dennenviltkelkje
dennenvlamhoed	noun	Gymnopilus penetrans een paddenstoel uit de familie Hymenogastraceae.
dennenvlamhoeden	=	dennenvlamhoed
dennenvlamhoedje	=	dennenvlamhoed
dennenvlamhoedjes	=	dennenvlamhoed
dennenvoetzwam	noun	Phaeolus schweinitzii een schimmel uit de familie Polyporaceae die groeit op of nabij levende naaldbomen of stobben.
dennenvoetzwammen	=	dennenvoetzwam
dennenvoetzwammetje	=	dennenvoetzwam
dennenvoetzwammetjes	=	dennenvoetzwam
dennenwoelmuis	noun	een zoogdier Microtus pinetorum uit de familie van de Cricetidae.
dennenwoelmuisje	=	dennenwoelmuis
dennenwoelmuisjes	=	dennenwoelmuis
dennenwoelmuizen	=	dennenwoelmuis
dennenwolfsklauw	noun	Huperzia selago Lycopodium selago een groenblijvende vaste plant, die sporen vormt.
dennenwolfsklauwen	=	dennenwolfsklauw
dennenwolfsklauwtje	=	dennenwolfsklauw
dennenwolfsklauwtjes	=	dennenwolfsklauw
dennenwoud	noun	een bos met veel dennenbomen, een bos met veel naaldbomen
dennenwouden	=	dennenwoud
dennenzakspin	noun	Clubiona subsultans een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
dennenzakspinnen	=	dennenzakspin
dennenzakspinnetje	=	dennenzakspin
dennenzakspinnetjes	=	dennenzakspin
dennenzanger	noun	Setophaga pinus een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
dennenzangers	=	dennenzanger
dennenzangertje	=	dennenzanger
dennenzangertjes	=	dennenzanger
dennenzwavelkop	noun	Hypholoma capnoides een paddenstoel uit de familie Strophariaceae.
dennenzwavelkopje	=	dennenzwavelkop
dennenzwavelkopjes	=	dennenzwavelkop
dennenzwavelkoppen	=	dennenzwavelkop
dennetje	=	den
dennetjes	=	den
denominaal	adj	van een zelfstandig naamwoord afgeleid
denominaals	=	denominaal
denominale	=	denominaal
denominatie	noun	onderscheiding door naamgeving
denominatief	noun	werkwoord dat van een naamwoord is afgeleid	adj	van een naamwoord afgeleid
denominatiefs	=	denominatief
denominatiefst	=	denominatief
denominatiefste	=	denominatief
denominaties	=	denominatie
denominatietje	=	denominatie
denominatieve	=	denominatief
denominatieven	=	denominatief
denominatiever	=	denominatief
denominatievere	=	denominatief
denominatievers	=	denominatief
denomineer	=	denomineren
denomineerde	=	denomineren
denomineerden	=	denomineren
denomineert	=	denomineren
denominere	=	denomineren
denomineren	verb	een benaming geven, noemen, benoemen
denominerend	=	denomineren
denominerende	=	denomineren
denonceer	=	denonceren
denonceerde	=	denonceren
denonceerden	=	denonceren
denonceert	=	denonceren
denoncere	=	denonceren
denonceren	verb	aangeven, verklikken
denoncerend	=	denonceren
denoncerende	=	denonceren
denotatie	noun	aanduiding, omschrijving
denotatief	adj	aanduidend, omschrijvend
denotatiefs	=	denotatief
denotatiefst	=	denotatief
denotatiefste	=	denotatief
denotaties	=	denotatie
denotatieve	=	denotatief
denotatiever	=	denotatief
denotatievere	=	denotatief
denotatievers	=	denotatief
denoteer	=	denoteren
denoteerde	=	denoteren
denoteerden	=	denoteren
denoteert	=	denoteren
denotere	=	denoteren
denoteren	verb|obsolete	datgene aanduiden wat het voorwerp noemt
denoterend	=	denoteren
denoterende	=	denoteren
densimeter	noun	apparaat om de dichtheid (densiteit) van stoffen te bepalen
densimeters	=	densimeter
densiteit	noun	dichtheid
densiteiten	=	densiteit
densitometer	noun	apparaat om de dichtheid van vloeistoffen of gassen te meten (hetgeen in de praktijk vaak gebeurd door de absorptie van licht in dat medium te meten)
densitometers	=	densitometer
densitometertje	=	densitometer
densitometertjes	=	densitometer
dentaal	noun	medeklinker die met de tong op een bepaald punt tegen de tanden of tandkassen aan gedrukt gevormd wordt	adj	met de tanden gevormd
dentaals	=	dentaal
dentaalst	=	dentaal
dentaalste	=	dentaal
dentale	=	dentaal
dentalen	=	dentaal
dentaler	=	dentaal
dentalere	=	dentaal
dentalers	=	dentaal
denthoefijzerneus	noun	Rhinolophus denti een Afrikaanse vleermuissoort uit de familie der hoefijzerneuzen (Rhinolophidae).
denthoefijzerneusje	=	denthoefijzerneus
denthoefijzerneusjes	=	denthoefijzerneus
denthoefijzerneuzen	=	denthoefijzerneus
dentine	noun	het been waaruit tanden bestaan
dentinen	=	dentine
dentines	=	dentine
dentist	noun	tandheelkundige (zonder artsendiploma)
dentiste	=	dentist
dentisten	=	dentist
dentistje	=	dentist
dentitie	noun	tanden krijgen
denturen	=	dentuur
dentuur	noun	het samenstel van tanden en kiezen dat in de mond van een mens of de bek of muil van een dier kan worden aangetroffen
denuclearisatie	noun	het verwijderen of verminderen van het aantal kernwapens
denuclearisaties	=	denuclearisatie
denuclearisering	noun	verwijdering van alle kernwapens
denucleariseringen	=	denuclearisering
denudatie	noun	ontbloting
denunciateur	noun	iemand die denuncieert, een aanbrenger, informant, verklikker
denunciateurs	=	denunciateur
denunciateurtje	=	denunciateur
denunciateurtjes	=	denunciateur
denunciatie	noun	het aangeven, aangifte
denunciaties	=	denunciatie
denuncieer	=	denunciëren
denuncieerde	=	denunciëren
denuncieerden	=	denunciëren
denuncieert	=	denunciëren
denunciëre	=	denunciëren
denunciëren	verb	verklikken, aanbrengen, aangeven
denunciërend	=	denunciëren
denunciërende	=	denunciëren
deo	noun	een middel dat gebruikt wordt om de geur van transpiratie weg te nemen of te voorkomen
deo's	=	deo
deobus	noun	een spuitbus (aerosol) die deodorant bevat om lichaamsgeur te maskeren of te voorkomen
deobusje	=	deobus
deobusjes	=	deobus
deobussen	=	deobus
deodorans	=	deodorant
deodorant	noun	een middel dat gebruikt wordt om de geur van transpiratie weg te nemen of te voorkomen
deodorantbus	noun	een spuitbus (aerosol) die deodorant bevat om lichaamsgeur te maskeren of te voorkomen
deodorantbusje	=	deodorantbus
deodorantbusjes	=	deodorantbus
deodorantbussen	=	deodorantbus
deodoranten	=	deodorant
deodorantje	=	deodorant
deodorantjes	=	deodorant
deodorantroller	noun	vloeibare deodorant die met een rollend balletje direct op de okselhuid wordt aangebracht, wat zorgt voor een gelijkmatige dekking
deodorantrollers	=	deodorantroller
deodorantrollertje	=	deodorantroller
deodorantrollertjes	=	deodorantroller
deodorants	=	deodorant
deodoriseer	=	deodoriseren
deodoriseerde	=	deodoriseren
deodoriseerden	=	deodoriseren
deodoriseert	=	deodoriseren
deodorisere	=	deodoriseren
deodoriseren	verb	van geuren ontdoen, reukloos maken
deodoriserend	=	deodoriseren
deodoriserende	=	deodoriseren
deontologen	=	deontoloog
deontologie	noun	een ethische stroming, die uitgaat van absolute gedragsregels, vaak, maar niet altijd, gesteld als normen. (plichtethiek)
deontologieën	=	deontologie
deontologisch	adj	met betrekking tot de deontologie
deontologische	=	deontologisch
deontologischer	=	deontologisch
deontologischere	=	deontologisch
deontologischers	=	deontologisch
deontoloog	noun	een filosoof die uitgaat van absolute gedragsregels
deontoloogje	=	deontoloog
deontoloogjes	=	deontoloog
deootje	=	deo
deootjes	=	deo
deoroller	noun	apparaat met een bol aan het einde waarmee men al rollend deodorant kan aanbrengen (m.n. voor gebruik bij de oksels)
deorollers	=	deoroller
deorollertje	=	deoroller
deorollertjes	=	deoroller
dep	=	deppen
depannage	noun	hulp (bij autopanne: takel- en sleephulp)
depannagedienst	noun	de organisatie die hulp verleend wanneer het voertuig pech gekregen heeft
depannagediensten	=	depannagedienst
depannagedienstje	=	depannagedienst
depannagedienstjes	=	depannagedienst
depannages	=	depannage
depanneer	=	depanneren
depanneerde	=	depanneren
depanneerden	=	depanneren
depanneert	=	depanneren
depannere	=	depanneren
depanneren	verb	autopanne verhelpen
depannerend	=	depanneren
depannerende	=	depanneren
depanneur	noun	iemand die zaken herstelt die kapot gegaan zijn
depanneurs	=	depanneur
departement	noun	ministerie
departementaal	adj	van of door een departement (afzonderlijk onderdeel waarin een groter gebied of een grotere organisatie is verdeeld)
departementaals	=	departementaal
departementaalst	=	departementaal
departementaalste	=	departementaal
departementale	=	departementaal
departementaler	=	departementaal
departementalere	=	departementaal
departementalers	=	departementaal
departemente	=	departement
departementen	=	departement
departementje	=	departement
departementjes	=	departement
departementsambtenaar	noun	overheidsdienaar werkzaam op een ministerie
departementsambtenaars	=	departementsambtenaar
departementsambtenaren	=	departementsambtenaar
departementsdirecteur	noun	iemand die de leiding heeft over een afdeling van een organisatie of bedrijf
departementsdirecteuren	=	departementsdirecteur
departementsdirecteurs	=	departementsdirecteur
departementshoofd	noun	persoon die leiding geeft aan een deel van een organisatie of onderneming
departementshoofden	=	departementshoofd
departementsleiding	noun	bestuur van een afdeling van een bedrijf of organisatie
departementsleidingen	=	departementsleiding
departementsleidinkje	=	departementsleiding
departementsleidinkjes	=	departementsleiding
departementsvoorzitter	noun	persoon die leiding geeft aan een afdeling van een organisatie of onderneming
departementsvoorzitters	=	departementsvoorzitter
depenaliseer	=	depenaliseren
depenaliseerde	=	depenaliseren
depenaliseerden	=	depenaliseren
depenaliseert	=	depenaliseren
depenalisere	=	depenaliseren
depenaliseren	verb	een strafbaar feit uit het strafrecht halen
depenaliserend	=	depenaliseren
depenaliserende	=	depenaliseren
dependance	noun	een gebouw of complex van gebouwen, dat organisatorisch bij een ander gebouw hoort en op enige afstand op een andere locatie is gesitueerd
dependanceje	=	dependance
dependancejes	=	dependance
dependances	=	dependance
dependent	adj	afhankelijk
dependente	=	dependent
dependenter	=	dependent
dependentere	=	dependent
dependenters	=	dependent
dependentie	noun	afhankelijkheid
dependenties	=	dependentie
dependentiën	=	dependentie
dependents	=	dependent
dependentst	=	dependent
dependentste	=	dependent
depersonalisatie	noun	psychische ziekte met (wanen en) vervreemding van zichzelf
depersonalisaties	=	depersonalisatie
depersonalisatiestoornis	noun	stoornis waarbij de patiënt het gevoel heeft los te staan van de omgeving, in een droom te leven, achter glas te staan of het eigen lichaam als vreemd ervaart
depersonalisatiestoornissen	=	depersonalisatiestoornis
depersonalisatiesyndromen	=	depersonalisatiesyndroom
depersonalisatiesyndroom	noun	aandoening waarbij iemand zichzelf of het of het eigen lichaam als onwerkelijk ervaart
depersonaliseer	=	depersonaliseren
depersonaliseerde	=	depersonaliseren
depersonaliseerden	=	depersonaliseren
depersonaliseert	=	depersonaliseren
depersonalisere	=	depersonaliseren
depersonaliseren	verb	het onpersoonlijk maken
depersonaliserend	=	depersonaliseren
depersonaliserende	=	depersonaliseren
depigmentatie	noun	verdwijning van kleur (pigment)
depletie	noun	lediging, ontlasten(tekort) van lichaamsvloeistof
depleties	=	depletie
deplorabel	adj	betreurenswaardig, in een slechte staat verkerend
deplorabele	=	deplorabel
deplorabeler	=	deplorabel
deplorabelere	=	deplorabel
deplorabelers	=	deplorabel
deplorabels	=	deplorabel
deplorabelst	=	deplorabel
deplorabelste	=	deplorabel
deployeer	=	deployeren
deployeerde	=	deployeren
deployeerden	=	deployeren
deployeert	=	deployeren
deployere	=	deployeren
deployeren	verb	ontwikkelen, ontvouwen
deployerend	=	deployeren
depodog	noun	afvalbak waarin men de plastic zakjes gevuld met hondenpoep kan deponeren
depodoggen	=	depodog
depodogs	=	depodog
depolarisatie	noun	vermindering van de elektrische lading in een zenuwcel
depolarisaties	=	depolarisatie
depolariseer	=	depolariseren
depolariseerde	=	depolariseren
depolariseerden	=	depolariseren
depolariseert	=	depolariseren
depolarisere	=	depolariseren
depolariseren	verb	verminderen van de elektrische lading in een zenuwcel
depolariserend	=	depolariseren
depolariserende	=	depolariseren
depolitiseer	=	depolitiseren
depolitiseerde	=	depolitiseren
depolitiseerden	=	depolitiseren
depolitiseert	=	depolitiseren
depolitisere	=	depolitiseren
depolitiseren	verb	ontdoen van zijn politieke betekenis
depolitiserend	=	depolitiseren
depolitiserende	=	depolitiseren
depolitisering	noun	het uit een politiek vlak halen
depolitiseringen	=	depolitisering
depollueer	=	depollueren
depollueerde	=	depollueren
depollueerden	=	depollueren
depollueert	=	depollueren
depolluere	=	depollueren
depollueren	verb	iets ontdoen van giftige stoffen
depolluerend	=	depollueren
depolluerende	=	depollueren
deponeer	=	deponeren
deponeerde	=	deponeren
deponeerden	=	deponeren
deponeert	=	deponeren
deponere	=	deponeren
deponeren	verb	weggooien, plaatsen
deponerend	=	deponeren
deponerende	=	deponeren
deponering	noun	het plaatsen van iets op een bepaalde plaats
deponeringen	=	deponering
deponie	noun	een plaats waar afval wordt gestort
deponieën	=	deponie
deportatie	noun	gedwongen verplaatsing naar een andere verblijfplaats
deportatiebeleid	noun	de manier waarop men ongewenste personen uit een land verwijderd
deportatiemachine	noun	informele benaming van de organisatie die ongewenste personen uit een land verwijderd
deportaties	=	deportatie
deporteer	=	deporteren
deporteerde	=	deporteren
deporteerden	=	deporteren
deporteert	=	deporteren
deportere	=	deporteren
deporteren	verb	onder dwang wegvoeren uit een gebied
deporterend	=	deporteren
deporterende	=	deporteren
deposant	noun	iemand die geld heeft staan op een bankrekening
deposanten	=	deposant
depositeur	noun	iemand die geld of goederen in bewaring geeft
depositeurs	=	depositeur
depositeurtje	=	depositeur
depositeurtjes	=	depositeur
depositie	noun	het blijvend iets op een bepaalde plaats brengen
deposities	=	depositie
depositiewaarde	noun	de hoeveelheid van een bepaalde stof die in een bepaald gebied is neergeslagen
depositiewaarden	=	depositiewaarde
depositiewaardes	=	depositiewaarde
deposito	noun	het in bewaring geven (van geld (aan een bank))
deposito's	=	deposito
depositobank	noun	bank die zich ook met deposito's bezig houdt
depositobanken	=	depositobank
depositobankje	=	depositobank
depositobankjes	=	depositobank
depositobewijs	noun	schriftelijk bewijs dat men een banktegoed heeft
depositobewijzen	=	depositobewijs
depositoboek	noun	een zekere grootboekrekening
depositoboeken	=	depositoboek
depositoboekje	=	depositoboek
depositoboekjes	=	depositoboek
depositofaciliteit	noun	mogelijkheid voor banken om overtollige kasreserves tegen een rentevergoeding te stallen bij de centrale bank
depositofaciliteiten	=	depositofaciliteit
depositogarantie	noun	bepaalde garantie die de staat geeft op bij een bank gedeponeerde gelden tot een maximumbedrag
depositogarantieregeling	noun	regeling die een bepaalde bescherming biedt voor de tegoeden van de rekeninghouders als een bank failliet gaat
depositogarantieregelingen	=	depositogarantieregeling
depositogarantieregelingetje	=	depositogarantieregeling
depositogarantieregelingetjes	=	depositogarantieregeling
depositogaranties	=	depositogarantie
depositogarantiestelsel	noun	stelsel met een regeling die een bepaalde bescherming biedt voor de tegoeden van de rekeninghouders als een bank failliet gaat
depositogarantiestelsels	=	depositogarantiestelsel
depositootje	=	deposito
depositootjes	=	deposito
depositorekening	noun	bankrekening waarop men zijn geld voor een bepaalde vaste periode vastzet
depositorekeningen	=	depositorekening
depositorekeningetje	=	depositorekening
depositorekeningetjes	=	depositorekening
depositorente	noun	de rente die men verkrijgt over het in het deposito aanwezige geld
depositorenten	=	depositorente
depositorentes	=	depositorente
depositostorting	noun	het voor langere tijd in bewaring geven van geld of waardepapieren aan een bank
depositostortingen	=	depositostorting
depot	noun	een opslag- of bewaarplaats voor goederen, handelswaar, vervoermiddelen of dieren
depothouder	noun	persoon die een voorraad handelswaren beheert
depothouders	=	depothouder
depothoudster	noun	vrouw die een voorraad handelswaren beheert
depothoudsters	=	depothoudster
depotje	=	depot
depotjes	=	depot
depotmedicijn	noun	medicament dat na éénmalige toediening een langdurige werking heeft
depotmedicijnen	=	depotmedicijn
depotruimte	noun	deel van een gebouw waarin men zaken kan opslaan
depotruimten	=	depotruimte
depotruimtes	=	depotruimte
depots	=	depot
depouilleer	=	depouilleren
depouilleerde	=	depouilleren
depouilleerden	=	depouilleren
depouilleert	=	depouilleren
depouillement	noun	het uitkoken, waardoor de saus wordt wat ze zijn moet, zonder vet, onzuiverheden en schuim, dus glad en zuiver
depouillementen	=	depouillement
depouillere	=	depouilleren
depouilleren	verb	plukken (ontdoen van de veren of de huid)
depouillerend	=	depouilleren
depouillerende	=	depouilleren
deppe	=	deppen
deppen	verb	bevochtigen met een lapje of een depper
deppend	=	deppen
deppende	=	deppen
depper	noun	artefact waarmee men kan deppen
deppers	=	depper
deppertje	=	depper
deppertjes	=	depper
depravatie	noun	perversie, ontaarding
depravaties	=	depravatie
depreciatie	noun	waardevermindering
depreciaties	=	depreciatie
deprecieer	=	depreciëren
deprecieerde	=	depreciëren
deprecieerden	=	depreciëren
deprecieert	=	depreciëren
depreciëre	=	depreciëren
depreciëren	verb	de waarde of koers verlagen van
depreciërend	=	depreciëren
depreciërende	=	depreciëren
depressie	noun	ziekelijke neerslachtigheid
depressieactiviteit	noun	de invloed van een lagedrukgebied
depressieactiviteiten	=	depressieactiviteit
depressief	adj	neerslachtig en lusteloos
depressiefs	=	depressief
depressiefst	=	depressief
depressiefste	=	depressief
depressiegebied	noun	gebied met een lage luchtdruk op zeeniveau in vergelijking met de omgeving
depressiegebieden	=	depressiegebied
depressiegebiedje	=	depressiegebied
depressiegebiedjes	=	depressiegebied
depressiejaar	noun	jaar waarin de economie is gekrompen
depressiejaartje	=	depressiejaar
depressiejaartjes	=	depressiejaar
depressiejaren	=	depressiejaar
depressies	=	depressie
depressietje	=	depressie
depressietjes	=	depressie
depressieve	=	depressief
depressieveling	noun	iemand die depressief is
depressievelingen	=	depressieveling
depressievelingetje	=	depressieveling
depressievelingetjes	=	depressieveling
depressiever	=	depressief
depressievere	=	depressief
depressievers	=	depressief
depressiviteit	noun	het depressief zijn, somber zijn
depressiviteiten	=	depressiviteit
depri	adj	verkorting van depressief
depri's	=	depri
deprimeer	=	deprimeren
deprimeerde	=	deprimeren
deprimeerden	=	deprimeren
deprimeert	=	deprimeren
deprimere	=	deprimeren
deprimeren	verb	somber stemmen
deprimerend	adj	somber makend; depressie veroorzakend
deprimerende	=	deprimeren
deprimerender	=	deprimerend
deprimerendere	=	deprimerend
deprimerenders	=	deprimerend
deprimerends	=	deprimerend
deprimerendst	=	deprimerend
deprimerendste	=	deprimerend
depripil	noun	medicament waar men depressief van kan worden; met name sommige anticonceptiemiddelen
depripillen	=	depripil
deprivatie	noun	een gemis dat leidt tot ziekteverschijnselen
deprivaties	=	deprivatie
deprivatiseer	=	deprivatiseren
deprivatiseerde	=	deprivatiseren
deprivatiseerden	=	deprivatiseren
deprivatiseert	=	deprivatiseren
deprivatisere	=	deprivatiseren
deprivatiseren	verb	iets wat is overgedragen naar particulieren weer terugbrengen onder overheidscontrole
deprivatiserend	=	deprivatiseren
deprivatiserende	=	deprivatiseren
depriveer	=	depriveren
depriveerde	=	depriveren
depriveerden	=	depriveren
depriveert	=	depriveren
deprivere	=	depriveren
depriveren	verb	onthouden (iets niet doen of toestaan)
depriverend	=	depriveren
depriverende	=	depriveren
deprogrammeer	=	deprogrammeren
deprogrammeerde	=	deprogrammeren
deprogrammeerden	=	deprogrammeren
deprogrammeert	=	deprogrammeren
deprogrammere	=	deprogrammeren
deprogrammeren	verb	genezen van de gevolgen van een hersenspoeling
deprogrammerend	=	deprogrammeren
deprogrammerende	=	deprogrammeren
deprogrammering	noun	het deprogrammeren
deprogrammeringen	=	deprogrammering
deprogrammerinkje	=	deprogrammering
deprogrammerinkjes	=	deprogrammering
deprogrammeur	noun	iemand die deprogrammeert
deprogrammeurs	=	deprogrammeur
dept	=	deppen
depte	=	deppen
depten	=	deppen
deputaat	noun	afgevaardigde in de protestantste kerk
deputaatje	=	deputaat
deputaatjes	=	deputaat
deputaatschap	noun	afvaardiging van een protestantse kerk
deputaatschappen	=	deputaatschap
deputaten	=	deputaat
deputatenvergadering	noun	vergadering van afgevaardigden
deputatenvergaderingen	=	deputatenvergadering
deputatenvergaderingetje	=	deputatenvergadering
deputatenvergaderingetjes	=	deputatenvergadering
deputatie	noun	vertegenwoordiging
deputaties	=	deputatie
deputeer	=	deputeren
deputeerde	=	deputeren
deputeerden	=	deputeren
deputeert	=	deputeren
deputeetje	=	deputé
deputeetjes	=	deputé
deputere	=	deputeren
deputeren	verb	afvaardigen
deputerend	=	deputeren
deputerende	=	deputeren
deputé	noun	volksvertegenwoordiger
deputés	=	deputé
depêche	noun	met spoed te bezorgen gewichtige, ambtelijke brief
depêches	=	depêche
depôt	=	depot
der	article	genitief meervoud van de bepaalde lidwoorden de en het; in modern Nederlands meestal vervangen door van plus lidwoord
deraas	noun	predikatie
derailleer	=	derailleren
derailleerde	=	derailleren
derailleerden	=	derailleren
derailleert	=	derailleren
deraillement	noun|figurative	ontwikkeling met een resultaat dat sterk afwijkt van normen of verwachtingen
deraillementen	=	deraillement
deraillere	=	derailleren
derailleren	verb	ontsporen
deraillerend	=	derailleren
deraillerende	=	derailleren
derailleur	noun	versnellingsmechanisme dat de fietsketting aan het achterwiel of de trapas naar een groter of kleiner versnellingsblad leidt (en vice versa) en daardoor de overbrengsverhouding (het verzet) verandert
derailleurs	=	derailleur
derangeer	=	derangeren
derangeerde	=	derangeren
derangeerden	=	derangeren
derangeert	=	derangeren
derangere	=	derangeren
derangeren	verb	storen, hinderen
derangerend	=	derangeren
derangerende	=	derangeren
derboeka	noun	Arabische trom
derboeka's	=	derboeka
derby	noun	een wedstrijd tussen twee clubs uit dezelfde stad, of uit dezelfde regio
derby's	=	derby
derby'tje	=	derby
derby'tjes	=	derby
derby-arassari	noun	Aulacorhynchus derbianus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
derby-arassari's	=	derby-arassari
derby-arassarietje	=	derby-arassari
derby-arassarietjes	=	derby-arassari
derbywolhaarbuidelrat	noun	Caluromys derbianus een opossum uit de familie van de Didelphidae.
derbywolhaarbuidelratje	=	derbywolhaarbuidelrat
derbywolhaarbuidelratjes	=	derbywolhaarbuidelrat
derbywolhaarbuidelratten	=	derbywolhaarbuidelrat
derde	noun	nummer drie in een rij	adj	betrekking hebbend op nummer drie in een rij
derde-eeuwer	noun	iemand die in de derde eeuw heeft geleefd
derde-eeuwers	=	derde-eeuwer
derde-eeuwertje	=	derde-eeuwer
derde-eeuwertjes	=	derde-eeuwer
derde-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 201-300
derde-eeuwse	=	derde-eeuws
derdegeneratieallochtonen	=	derdegeneratieallochtoon
derdegeneratieallochtoon	noun	kinderen van de tweedegeneratieallochtonen, iemand die zelf niet, en beide ouders ook niet, in het buitenland is geboren, maar van wie ten minste één van de grootouders wel in het buitenland is geboren
derdegeneratiepil	noun	anticonceptiepil met een verhoudingsgewijs lage dosering hormonen
derdegeneratiepillen	=	derdegeneratiepil
derdegraads	adj	iets van de derde categorie (er zijn dus ook zaken van de eerstegraads en tweedegraads categorie)
derdegraadsverbranding	noun	Een derdegraadsverbranding (of derdegraads brandwond) is een zeer ernstige, diepe brandwond waarbij de gehele huidlaag – zowel de opperhuid als de lederhuid – is vernietigd.
derdegraadsverbrandingen	=	derdegraadsverbranding
derdegraadsverbrandinkje	=	derdegraadsverbranding
derdegraadsverbrandinkjes	=	derdegraadsverbranding
derdehalf	num	twee en een half
derdehands	adj	iets dat al tweedehands was opnieuw verkopen aan een nieuwe eigenaar; iets dat nu in gebruik is bij de derde eigenaar
derdehandse	=	derdehands
derdejaars	noun	persoon die iets voor het derde jaar doet; met name een student die voor het derde jaar een studie volgt	adj	voor het derde jaar
derdejaarsje	=	derdejaars
derdejaarsjes	=	derdejaars
derdejaarsstudent	noun	iemand die voor het derde jaar een bepaalde studie volgt; student in het derde studiejaar
derdejaarsstudenten	=	derdejaarsstudent
derdeklas	adv	met betrekking tot de derde klasse
derdeklascoupeetje	=	derdeklascoupé
derdeklascoupeetjes	=	derdeklascoupé
derdeklascoupé	noun	een coupé van een trein met minder comfortabele banken dan de tweede klasse en men een lager bedrag voor betaald heeft
derdeklascoupés	=	derdeklascoupé
derdeklasser	noun	club waarvan het hoogste team in de derde klasse speelt
derdeklassers	=	derdeklasser
derdeklassertje	=	derdeklasser
derdeklassertjes	=	derdeklasser
derdeklaswagon	noun	spoorwegrijtuig met weinig comfort voor de reizigers
derdeklaswagonnetje	=	derdeklaswagon
derdeklaswagonnetjes	=	derdeklaswagon
derdeklaswagons	=	derdeklaswagon
derdekwartaalcijfer	noun	financieel resultaat van een bedrijf in de periode juli - september van een jaar
derdekwartaalcijfers	noun	financiële resultaten van een bedrijf in de periode juli - september van een jaar
derdelander	noun	iemand met de nationaliteit van een derde land
derdelanders	=	derdelander
derdemachtsvergelijking	noun	vergelijking waarin de onbekende tot de derde macht voorkomt
derdemachtsvergelijkingen	=	derdemachtsvergelijking
derdemachtsvergelijkinkje	=	derdemachtsvergelijking
derdemachtsvergelijkinkjes	=	derdemachtsvergelijking
derdemachtswortel	noun	getal dat, tot de derde macht verheven, een ander bekend getal geeft
derdemachtswortels	=	derdemachtswortel
derden	=	derde
derdenbeding	noun	overeenkomst, waarbij de bedinger zijnerzijds te presteren belooft, als de belover een bepaalde prestatie jegens een derde levert, op grond waarvan de derde na aanvaarding het recht verkrijgt om de prestatie te vorderen
derdenbedingen	=	derdenbeding
derdenbedingetje	=	derdenbeding
derdenbedingetjes	=	derdenbeding
derdenbeslag	noun	beslag door een schuldeiser op gelden of goederen, verschuldigd of toebehorend aan zijn schuldenaar, maar berustend onder derden
derdenbeslagen	=	derdenbeslag
derdengeldenrekening	noun	Geld op een rekening dat aan derden (andere personen) toebehoort
derdengeldenrekeningen	=	derdengeldenrekening
derdengeldenrekeningetje	=	derdengeldenrekening
derdengeldenrekeningetjes	=	derdengeldenrekening
derdenrekening	noun	aparte rekening van notarissen, deurwaarders en advocaten waarop gelden gestort worden die voor derden bestemd zijn
derdenrekeningen	=	derdenrekening
derdenverklaring	noun	verplichte schriftelijke verklaring van een partij (de 'derde-beslagene', zoals een werkgever of bank) die gelden of goederen onder zich heeft van een schuldenaar.
derdenverklaringen	=	derdenverklaring
derdenverklarinkje	=	derdenverklaring
derdenverklarinkjes	=	derdenverklaring
derdenverzet	noun	rechtsmiddel dat iemand kan aanwenden wanneer hij meent benadeeld te zijn door een vonnis dat tussen andere partijen is uitgesproken
derdenverzetten	=	derdenverzet
derderangs	adj	van inferieure kwaliteit
derderangse	=	derderangs
derderangshotel	noun	hotel van zeer lage kwaliteit
derderangshotelletje	=	derderangshotel
derderangshotelletjes	=	derderangshotel
derderangshotels	=	derderangshotel
derdes	=	derde
derdewereldland	noun	een land dat zich in een schier uitzichtloze staat van onderontwikkeling bevindt
derdewereldlanden	=	derdewereldland
derdewereldlandje	=	derdewereldland
derdewereldlandjes	=	derdewereldland
derdewereldwinkel	noun	winkel waar producten uit de ontwikkelingslanden verkocht worden
derdewereldwinkels	=	derdewereldwinkel
dere	=	deren
derealisatie	noun	een gevoel waarbij de vertrouwde omgeving als vreemd of onwerkelijk wordt ervaren
derealisaties	=	derealisatie
derech	noun	weg, pad
deregulatie	noun	het verminderen van officiële regelingen, wetten en bemoeienissen van overheidswege
deregulaties	=	deregulatie
deregulatietje	=	deregulatie
deregulatietjes	=	deregulatie
dereguleer	=	dereguleren
dereguleerde	=	dereguleren
dereguleerden	=	dereguleren
dereguleert	=	dereguleren
deregulere	=	dereguleren
dereguleren	verb	ingewikkelde regels en procedures van overheidswege vereenvoudigen of schrappen
deregulerend	=	dereguleren
deregulerende	=	dereguleren
deregulering	noun	ingewikkelde regels en procedures van overheidswege vereenvoudigen of schrappen, een typisch neoliberaal stokpaardje
dereguleringen	=	deregulering
deren	verb	schade doen, gewond raken, pijn krijgen
derend	=	deren
derende	=	deren
derf	=	derven
derfde	=	derven
derfden	=	derven
derft	=	derven
dergelijk	pron	van deze soort, overeenkomstig, zodanig, dusdanig, zulk, zo'n
dergelijke	pron	verbogen vorm van dergelijk: van dit soort
dergelijks	pron	partitiefvorm van dergelijk: van dit soort; van dat soort
derhalve	adv	waaruit blijkt dat, om deze reden, dus, daarom
derivaat	noun	een product dat is afgeleid van het basisconcept
derivaatje	=	derivaat
derivaatjes	=	derivaat
derivaten	=	derivaat
derivatenbeurs	noun	beurs waar derivaten worden verhandeld
derivatenbeursje	=	derivatenbeurs
derivatenbeursjes	=	derivatenbeurs
derivatenbeurzen	=	derivatenbeurs
derivatenhandel	noun	in- en verkoop van financiële producten die afgeleid zijn van aandelen zoals bijvoorbeeld opties
derivatenhandels	=	derivatenhandel
derivatenhandeltje	=	derivatenhandel
derivatenhandeltjes	=	derivatenhandel
derivatenmarkt	noun	de handel in derivaten
derivatenmarkten	=	derivatenmarkt
derivatie	noun	afleiding
derivatief	adj	afleidend
derivatiefs	=	derivatief
derivaties	=	derivatie
derivatieve	=	derivatief
deriveren	verb	afleiden
derlui	pron	hun
dermaal	adj	met betrekking tot de huid
dermaals	=	dermaal
dermale	=	dermaal
dermate	adv	~ ... dat: op dusdanige wijze dat
dermatitis	noun	huidontsteking
dermatitissen	=	dermatitis
dermatofyt	noun	benaming voor schimmels die als parasiet op de huid leven en daar ontstekingen kunnen veroorzaken
dermatofytje	=	dermatofyt
dermatofytjes	=	dermatofyt
dermatofytose	noun	huidschimmelziekte
dermatografie	noun	techniek waarbij de huidtherapeut met speciale apparatuur pigmentstoffen in de huid aanbrengt.
dermatografietje	=	dermatografie
dermatografietjes	=	dermatografie
dermatografieën	=	dermatografie
dermatologe	noun	vrouwelijke vorm van dermatoloog
dermatologen	=	dermatoloog
dermatologes	=	dermatologe
dermatologie	noun	een specialisme binnen de geneeskunde dat zich bezighoudt met aandoeningen van de huid, de nagels en het haar, samen huidziekten genoemd
dermatologisch	adj	met betrekking tot de huidziekten
dermatologische	=	dermatologisch
dermatologischer	=	dermatologisch
dermatologischere	=	dermatologisch
dermatologischers	=	dermatologisch
dermatoloog	noun	huidspecialist, specialist binnen de geneeskunde die zich bezighoudt met aandoeningen van de huid, de nagels en het haar, samen huidziekten genoemd
dermatoloogje	=	dermatoloog
dermatoloogjes	=	dermatoloog
dermatomycose	noun	schimmelziekte van de huid
dermatoplastiek	noun	het vervangen van een stuk beschadigde huid om een huidgebrek te verhelpen
dermatoscoop	noun	instrument voor het bestuderen van huidaandoeningen
dermatoscoopje	=	dermatoscoop
dermatoscoopjes	=	dermatoscoop
dermatoscopen	=	dermatoscoop
dermatoscopie	noun	het bestuderen van huidaandoeningen met een dermatoscoop
dermatose	noun	huidziekte
dermis	noun	een laag bindweefsel die onder het epitheel van de huid ligt
dermografie	noun	netelroosschrift, een kras op de huid wordt rood met zwelling en soms jeuk
derny	noun	lichte gangmaakmotor
derny's	=	derny
derogatie	noun	buitenwerkingstelling van een rechtsnorm
derogaties	=	derogatie
derogatietje	=	derogatie
derogatietjes	=	derogatie
derogeer	=	derogeren
derogeerde	=	derogeren
derogeerden	=	derogeren
derogeert	=	derogeren
derogere	=	derogeren
derogeren	verb	buiten werking stellen (van een rechtsnorm)
derogerend	=	derogeren
derogerende	=	derogeren
derrick	noun	boortoren
derricks	=	derrick
derrie	noun	de diepe, donkerkleurige veenlaag
derrière	noun	achterwerk
derrières	=	derrière
derschen	=	dorsen
dertien	num	"13", het getal tussen twaalf en veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 13 is aangeduid
dertiende	adj	nummer dertien in een rij
dertiende-eeuwer	noun	iemand die in de dertiende eeuw heeft geleefd
dertiende-eeuwers	=	dertiende-eeuwer
dertiende-eeuwertje	=	dertiende-eeuwer
dertiende-eeuwertjes	=	dertiende-eeuwer
dertiende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1201-1300
dertiende-eeuwse	=	dertiende-eeuws
dertienden	=	dertiende
dertienduizend	num	13.000
dertienduizendste	adj	nummer dertienduizend in een rij
dertienhoek	noun	meetkundige figuur met dertien hoeken
dertienhoeken	=	dertienhoek
dertienhoekje	=	dertienhoek
dertienhoekjes	=	dertienhoek
dertienhonderdste	adj	nummer dertienhonderd in een rij.
dertienjaarlijks	adj	eens in de 13 jaar plaatsvindend
dertienjaarlijkse	=	dertienjaarlijks
dertienjarig	adj	13 jaren durend
dertienjarige	noun	levend wezen dat 13 jaar oud is of iets dat 13 jaar bestaat
dertienjarigen	=	dertienjarige
dertienjarigs	=	dertienjarig
dertienmaal	adv	bij dertien gelegenheden
dertiens	=	dertien
dertienstreepgrondeekhoorn	noun	Spermophilus tridecemlineatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
dertienstreepgrondeekhoorns	=	dertienstreepgrondeekhoorn
dertienstreepgrondeekhoorntje	=	dertienstreepgrondeekhoorn
dertienstreepgrondeekhoorntjes	=	dertienstreepgrondeekhoorn
dertientje	=	dertien
dertientjes	=	dertien
dertienvlak	noun	ruimtelijke figuur met dertien vlakken
dertienvlakken	=	dertienvlak
dertienvoudig	adj	heel vaak, bij wijze van spreken wel dertienmaal
dertienvoudige	=	dertienvoudig
dertienvoudigs	=	dertienvoudig
dertig	num	"30", het getal tussen negenentwintig en eenendertig, drie maal tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 30 is aangeduid
dertigdaags	adj	om de dertig dagen
dertigdaagse	=	dertigdaags
dertigduizend	num	30.000
dertigduizendste	adj	nummer dertigduizend in een rij
dertiger	noun	iemand tussen de dertig en veertig
dertigers	=	dertiger
dertigersdilemma	noun	depressieve stemming van hoogopgeleide dertigers als ze concluderen dat allerlei idealen, die ze wat betreft hun carrière en hun relaties hadden, niet zijn uitgekomen
dertigersdilemma's	=	dertigersdilemma
dertigersdip	noun	depressieve stemming van hoogopgeleide dertigers als ze concluderen dat allerlei idealen, die ze wat betreft hun carrière en hun relaties hadden, niet zijn uitgekomen
dertigersdipje	=	dertigersdip
dertigersdipjes	=	dertigersdip
dertigersdips	=	dertigersdip
dertigertje	=	dertiger
dertigertjes	=	dertiger
dertighoek	noun	meetkundige figuur met dertig hoeken
dertighoeken	=	dertighoek
dertighoekje	=	dertighoek
dertighoekjes	=	dertighoek
dertigjaarlijks	adj	eens in de 30 jaar plaatsvindend
dertigjaarlijkse	=	dertigjaarlijks
dertigjarig	adj	30 jaren durend
dertigjarige	noun	levend wezen dat 30 jaar oud is of iets dat 30 jaar bestaat
dertigjarigen	=	dertigjarige
dertigjarigs	=	dertigjarig
dertigje	=	dertig
dertigjes	=	dertig
dertigkilometerbord	noun	een verkeersbord dat aangeeft dat je in een bepaalde zone of straat maximaal 30 kilometer per uur mag rijden
dertigkilometerborden	=	dertigkilometerbord
dertigkilometerbordje	=	dertigkilometerbord
dertigkilometerbordjes	=	dertigkilometerbord
dertigmaal	adv	met dertig herhalingen, in dertig gevallen
dertigplusser	noun	iemand die ouder is dan dertig jaar
dertigplussers	=	dertigplusser
dertigplussertje	=	dertigplusser
dertigplussertjes	=	dertigplusser
dertigs	=	dertig
dertigste	adj	nummer dertig in een rij
dertigsten	=	dertigste
dertigtal	noun	een aantal van dertig personen of zaken
dertigtallen	=	dertigtal
dertigtalletje	=	dertigtal
dertigvlak	noun	ruimtelijke figuur met dertig vlakken
dertigvlakken	=	dertigvlak
dertigvoudig	adj	dertig keer; voor de dertigste keer
dertigvoudige	=	dertigvoudig
dertigvoudigs	=	dertigvoudig
derve	=	derven
derven	verb	zonder iets moeten stellen
dervend	=	derven
dervende	=	derven
derving	noun	verlies van inkomsten
dervingen	=	derving
derwaarts	adv	naar die genoemde plaats, daarheen
derwijze	adv	op zodanige manier
derwisj	noun	islamitische soefigeestelijke die de gelofte van armoede heeft afgelegd
derwisje	=	derwisj
derwisjen	=	derwisj
derwisjes	=	derwisj
des	noun	synthetisch preparaat dat gebruikt werd om dreigende miskramen te voorkomen, maar vaak negatieve gevolgen voor het kind heeft	article|obsolete	genitief van de ( )
des-groot	noun	het akkoord des - f - as, de grote drieklank op de eerste trap van de Des-grotetertstoonladder
des-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Des-grotetertstoonladder
des-grootakkoorden	=	des-grootakkoord
des-grootakkoordje	=	des-grootakkoord
des-grootakkoordjes	=	des-grootakkoord
des-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “des” als grondtoon
des-grotetertstoonladders	=	des-grotetertstoonladder
des-grotetertstoonladdertje	=	des-grotetertstoonladder
des-grotetertstoonladdertjes	=	des-grotetertstoonladder
des-hormoon	=	deshormoon
des-klein	noun	het akkoord des - fes - as, de kleine drieklank op de eerste trap van de des-kleinetertstoonladder
des-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de des-kleinetertstoonladder
des-kleinakkoorden	=	des-kleinakkoord
des-kleinakkoordje	=	des-kleinakkoord
des-kleinakkoordjes	=	des-kleinakkoord
des-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “des” als grondtoon
des-kleinetertstoonaarden	=	des-kleinetertstoonaard
des-kleinetertstoonaardje	=	des-kleinetertstoonaard
des-kleinetertstoonaardjes	=	des-kleinetertstoonaard
des-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “des” (= ”cis”) als grondtoon
des-kleinetertstoonladders	=	des-kleinetertstoonladder
des-kleinetertstoonladdertje	=	des-kleinetertstoonladder
des-kleinetertstoonladdertjes	=	des-kleinetertstoonladder
des-majeur	noun	het akkoord des - f - as, de grote drieklank op de eerste trap van de Des-grotetertstoonladder
des-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Des-grotetertstoonladder
des-majeurakkoorden	=	des-majeurakkoord
des-majeurakkoordje	=	des-majeurakkoord
des-majeurakkoordjes	=	des-majeurakkoord
des-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “des” als grondtoon
des-majeurtoonaarden	=	des-majeurtoonaard
des-majeurtoonaardje	=	des-majeurtoonaard
des-majeurtoonaardjes	=	des-majeurtoonaard
des-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "des" als grondtoon
des-majeurtoonladders	=	des-majeurtoonladder
des-majeurtoonladdertje	=	des-majeurtoonladder
des-majeurtoonladdertjes	=	des-majeurtoonladder
des-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "des" als grondtoon
des-majeurtoonschaaltje	=	des-majeurtoonschaal
des-majeurtoonschaaltjes	=	des-majeurtoonschaal
des-majeurtoonschalen	=	des-majeurtoonschaal
des-mineur	noun	het akkoord des - fes - as, de kleine drieklank op de eerste trap van de des-kleinetertstoonladder
des-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de des-kleinetertstoonladder
des-mineurakkoorden	=	des-mineurakkoord
des-mineurakkoordje	=	des-mineurakkoord
des-mineurakkoordjes	=	des-mineurakkoord
des-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “des” (= ”cis”) als grondtoon
des-mineurtoonladders	=	des-mineurtoonladder
des-mineurtoonladdertje	=	des-mineurtoonladder
des-mineurtoonladdertjes	=	des-mineurtoonladder
des-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “des” (= ”cis”) als grondtoon
des-mineurtoonschaaltje	=	des-mineurtoonschaal
des-mineurtoonschaaltjes	=	des-mineurtoonschaal
des-mineurtoonschalen	=	des-mineurtoonschaal
des-toonladder	=	des-grotetertstoonladder
desa	noun	kleine nederzetting en bestuurseenheid op het Indonesische platteland
desa's	=	desa
desaangaande	adv|obsolete	ten aanzien van deze zaak
desacraliseer	=	desacraliseren
desacraliseerde	=	desacraliseren
desacraliseerden	=	desacraliseren
desacraliseert	=	desacraliseren
desacralisere	=	desacraliseren
desacraliseren	verb	niet meer als heilig beschouwen
desacraliserend	=	desacraliseren
desacraliserende	=	desacraliseren
desactiveer	=	desactiveren
desactiveerde	=	desactiveren
desactiveerden	=	desactiveren
desactiveert	=	desactiveren
desactivere	=	desactiveren
desactiveren	verb	inactief maken
desactiverend	=	desactiveren
desactiverende	=	desactiveren
desahoofd	noun	leider van een kleine nederzetting in Indonesië
desahoofden	=	desahoofd
desalniettemin	adv|formal	ondanks het vermelde
desambigueer	=	desambigueren
desambigueerde	=	desambigueren
desambigueerden	=	desambigueren
desambigueert	=	desambigueren
desambiguere	=	desambigueren
desambigueren	verb	eenduidig maken, van zijn dubbelzinnigheid ontdoen
desambiguerend	=	desambigueren
desambiguerende	=	desambigueren
desastreus	adj	rampzalig, catastrofaal, funest, vernietigend
desastreust	=	desastreus
desastreuste	=	desastreus
desastreuze	=	desastreus
desastreuzer	=	desastreus
desastreuzere	=	desastreus
desastreuzers	=	desastreus
desavoueer	=	desavoueren
desavoueerde	=	desavoueren
desavoueerden	=	desavoueren
desavoueert	=	desavoueren
desavouere	=	desavoueren
desavoueren	verb	loochenen, niet erkennen
desavouerend	=	desavoueren
desavouerende	=	desavoueren
desbetreffend	adj	waar het over gaat, daarop betrekking hebbend, betrekking hebbend op iets of iemand wat eerder genoemd is
desbetreffende	=	desbetreffend
desbetreffends	=	desbetreffend
desbewust	adj	het weten wat men doet en zich de betekenis van die handeling realiseren
desbewuste	=	desbewust
desbewusts	=	desbewust
descemetitis	noun	oogaandoening waarbij een bepaalde laag van het hoornvlies ontstoken is
descendant	noun	sterrenbeeld in de dierenriem dat op het tijdstip van de geboorte achter de horizon verdwijnt
descendanten	=	descendant
descendent	noun	afstammeling, nakomeling, telg
descendenten	=	descendent
descriptie	noun	zo nauwkeurig mogelijke beschrijving zonder interpretatie
descriptief	adj	beschrijvend
descriptiefs	=	descriptief
descriptiefst	=	descriptief
descriptiefste	=	descriptief
descripties	=	descriptie
descriptieve	=	descriptief
descriptiever	=	descriptief
descriptievere	=	descriptief
descriptievers	=	descriptief
descriptor	noun	beschrijver
descriptoren	=	descriptor
descriptors	=	descriptor
desdochter	noun	vrouw van wie de moeder tijdens de zwangerschap des (di-ethylstilbestrol) gebruikte
desdochters	=	desdochter
desegregatie	noun	het tenietdoen van de afzondering
desegregaties	=	desegregatie
desem	noun	een zuurdeeg op basis van wilde gisten en bacteriën
desemde	=	desemen
desemden	=	desemen
deseme	=	desemen
desemen	verb	door middel van zuurdeeg gist toevoegen aan deeg om het te doen rijzen
desemend	=	desemen
desemende	=	desemen
desems	=	desem
desemt	=	desemen
desensibilisatie	noun	ongevoelig maken voor een antigeen of allergeen
desensibilisaties	=	desensibilisatie
desensibiliseer	=	desensibiliseren
desensibiliseerde	=	desensibiliseren
desensibiliseerden	=	desensibiliseren
desensibiliseert	=	desensibiliseren
desensibilisere	=	desensibiliseren
desensibiliseren	verb	ongevoelig maken
desensibiliserend	=	desensibiliseren
desensibiliserende	=	desensibiliseren
desensitisatie	noun	psychotherapie voor mensen met angsten en fobieën waarbij de patiënt wordt blootgesteld aan angst opwekkende prikkels van toenemende sterkte
desensitisaties	=	desensitisatie
desertasstormvogel	noun	Pterodroma deserta een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
desertasstormvogels	=	desertasstormvogel
desertasstormvogeltje	=	desertasstormvogel
desertasstormvogeltjes	=	desertasstormvogel
desertastormvogel	noun	Pterodroma deserta een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
desertastormvogels	=	desertastormvogel
desertastormvogeltje	=	desertastormvogel
desertastormvogeltjes	=	desertastormvogel
deserteer	=	deserteren
deserteerde	=	deserteren
deserteerden	=	deserteren
deserteert	=	deserteren
desertere	=	deserteren
deserteren	verb	het leger waarin men dient in de steek laten
deserterend	=	deserteren
deserterende	=	deserteren
deserteur	noun	een militair die uit eigen wil zijn legeronderdeel in de steek laat
deserteurs	=	deserteur
deserteurtje	=	deserteur
deserteurtjes	=	deserteur
desertie	noun	het permanent verlaten van een krijgsmacht zonder toestemming
deserties	=	desertie
desertpak	noun	pak dat verblijf in een zeer hete omgeving mogelijk maakt en verkoeling geeft
desertpakken	=	desertpak
deservitor	noun	waarnemend pastor van een vacante parochie
deservitors	=	deservitor
deses	noun	een met twee halve tonen verlaagde toon "d"
deses-groot	=	deses-grotetertstoonladder
deses-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Deses-grotetertstoonladder
deses-grootakkoorden	=	deses-grootakkoord
deses-grootakkoordje	=	deses-grootakkoord
deses-grootakkoordjes	=	deses-grootakkoord
deses-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “deses” als grondtoon.
deses-grotetertstoonladders	=	deses-grotetertstoonladder
deses-grotetertstoonladdertje	=	deses-grotetertstoonladder
deses-grotetertstoonladdertjes	=	deses-grotetertstoonladder
deses-majeur	noun	afkorting van de “Deses-majeurtoonsoort” of het “Deses-majeurakkoord”
deses-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Deses-grotetertstoonladder
deses-majeurakkoorden	=	deses-majeurakkoord
deses-majeurakkoordje	=	deses-majeurakkoord
deses-majeurakkoordjes	=	deses-majeurakkoord
deses-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "deses" als grondtoon.
deses-majeurtoonladders	=	deses-majeurtoonladder
deses-majeurtoonladdertje	=	deses-majeurtoonladder
deses-majeurtoonladdertjes	=	deses-majeurtoonladder
deses-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "deses" als grondtoon.
deses-majeurtoonschaaltje	=	deses-majeurtoonschaal
deses-majeurtoonschaaltjes	=	deses-majeurtoonschaal
deses-majeurtoonschalen	=	deses-majeurtoonschaal
deses-toonladder	=	deses-grotetertstoonladder
desesje	=	deses
desesjes	=	deses
desessen	=	deses
desgelijks	adv	evenzo, hetzelfde
desgevallend	adv	desnoods, eventueel; indien nodig; in een voorkomend geval
desgevorderd	adv	wanneer dat verlangd wordt
desgevraagd	adv	op het moment dat ernaar gevraagd wordt
desgewenscht	=	desgewenst
desgewenst	adv	indien men dat wenst, als men dat graag wil
deshormonen	=	deshormoon
deshormoon	noun	synthetisch preparaat dat gebruikt werd om dreigende miskramen te voorkomen, maar vaak negatieve gevolgen voor het kind heeft
desiderata	=	desideratum
desideratum	noun	iets wat heel wenselijk is
design	noun	vormgeving van een product vooral als dat extra aandacht heeft gehad
designafdeling	noun	afdeling van een bedrijf waar men zich bezighoudt met de vormgeving van de producten
designafdelingen	=	designafdeling
designafdelinkje	=	designafdeling
designafdelinkjes	=	designafdeling
designatie	noun	aanwijzing (bijv. voor een ambt)
designbaby	noun	baby die is geboren na een embryoselectie bij een ivf-behandeling
designbaby's	=	designbaby
designcentra	=	designcentrum
designcentrum	noun	plaats waar men nieuwe producten vormgeeft
designcentrums	=	designcentrum
designdrug	noun	drug die dezelfde werking heeft als verboden verdovende middelen maar (nog) niet onder de Opiumwet valt
designdrugs	=	designdrug
designeer	=	designeren
designeerde	=	designeren
designeerden	=	designeren
designeert	=	designeren
designer	noun	ontwerper, vormgever
designerbaby	noun	baby die is geboren na een embryoselectie bij een ivf-behandeling
designerbaby's	=	designerbaby
designerdrug	noun	synthetisch vervaardigd middel
designerdrugs	=	designerdrug
designere	=	designeren
designeren	verb|obsolete	aanwijzen voor een ambt
designerend	=	designeren
designerende	=	designeren
designerhond	noun	hond die door middel van fokken voldoet aan de eisen die de ontwerper eraan gesteld heeft
designerhonden	=	designerhond
designerhondje	=	designerhond
designerhondjes	=	designerhond
designerkleding	noun	speciaal ontworpen, dure merkkleiding
designers	=	designer
designertje	=	designer
designervagina	noun	door cosmetische chirurgie aan de schaamlippen aangepaste vulva
designervagina's	=	designervagina
designhotel	noun	luxe hotel waar veel aandacht aan de architectuur en vormgeving is besteed
designhotels	=	designhotel
designprijs	noun	waardering voor het werk van een vormgever
designprijsje	=	designprijs
designprijsjes	=	designprijs
designprijzen	=	designprijs
designproduct	noun	luxe product waarbij het ontwerpen veel aandacht is besteed aan de vormgeving
designproducten	=	designproduct
designproductje	=	designproduct
designproductjes	=	designproduct
designs	=	design
designstoel	noun	een met zorg ontworpen, extra fraaie stoel
designstoelen	=	designstoel
designstoeltje	=	designstoel
designstoeltjes	=	designstoel
designwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de vormgeving van producten
designwinkel	noun	winkel waar men luxe producten met een speciale vormgeving kan kopen
designwinkels	=	designwinkel
desillusie	noun	ontgoocheling, grote teleurstelling
desillusies	=	desillusie
desillusioneer	=	desillusioneren
desillusioneerde	=	desillusioneren
desillusioneerden	=	desillusioneren
desillusioneert	=	desillusioneren
desillusionere	=	desillusioneren
desillusioneren	verb	laten kwijtraken van (al te hoog gespannen) verwachtingen, doen verliezen van hoop
desillusionerend	=	desillusioneren
desillusionerende	=	desillusioneren
desinfectans	noun	ziektekiemdodend middel
desinfectantia	=	desinfectans
desinfecteer	=	desinfecteren
desinfecteerde	=	desinfecteren
desinfecteerden	=	desinfecteren
desinfecteermiddel	noun	stof die ziektekiemen onschadelijk maakt
desinfecteermiddelen	=	desinfecteermiddel
desinfecteert	=	desinfecteren
desinfectere	=	desinfecteren
desinfecteren	verb	ontsmetten
desinfecterend	=	desinfecteren
desinfecterende	=	desinfecteren
desinfectie	noun	ontsmetting
desinfectiemiddel	noun	middel waarmee men ziektekiemen doodt
desinfectiemiddelen	=	desinfectiemiddel
desinfecties	=	desinfectie
desinflatie	noun	een afname van het tempo van prijsstijging, niet te verwarren met deflatie
desinflaties	=	desinflatie
desinformatie	noun	onjuiste of misleidende informatie, die bewust verstrekt wordt om anderen te bedriegen
desinformatiecampagne	noun	campagne die vooral wordt opgezet om desinformatie te verspreiden
desinformatiecampagnes	=	desinformatiecampagne
desintegratie	noun	het uiteenvallen, de uiteenvalling
desintegraties	=	desintegratie
desintegreer	=	desintegreren
desintegreerde	=	desintegreren
desintegreerden	=	desintegreren
desintegreert	=	desintegreren
desintegrere	=	desintegreren
desintegreren	verb	uit elkaar vallen, zijn samenhang verliezen
desintegrerend	=	desintegreren
desintegrerende	=	desintegreren
desinteresse	noun	onverschilligheid
desinvesteer	=	desinvesteren
desinvesteerde	=	desinvesteren
desinvesteerden	=	desinvesteren
desinvesteert	=	desinvesteren
desinvestere	=	desinvesteren
desinvesteren	verb	het van de hand doen van bedrijfsmiddelen
desinvesterend	=	desinvesteren
desinvesterende	=	desinvesteren
desinvestering	noun	het terugtrekken van investeringen uit een bepaald land of economische sector
desinvesteringen	=	desinvestering
desinvesteringsprogramma	noun	plan om investeringen in een bepaald land of bepaalde economische sector terug te trekken
desinvesteringsprogramma's	=	desinvesteringsprogramma
desisteer	=	desisteren
desisteerde	=	desisteren
desisteerden	=	desisteren
desisteert	=	desisteren
desistere	=	desisteren
desisteren	verb	afzien van, afstand doen van
desisterend	=	desisteren
desisterende	=	desisteren
desje	=	des
desjes	=	des
desk	noun	een balie
deskje	=	desk
deskjes	=	desk
deskjet	noun	een printer die vloeibare inkt gebruikt, die op papier 'gesproeid' wordt
deskresearch	noun	het verzamelen van gegevens over een onderwerp uit de media en van internet zonder achter het bureau vandaan te komen
desks	=	desk
desktop	noun	bureaublad
desktopcomputer	noun	computer die op een bureau past
desktopcomputers	=	desktopcomputer
desktopje	=	desktop
desktoppublishing	noun	het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk, meestal bestemd voor publicatie, zoals boeken, tijdschriften, brochures en internetpublicaties, met gebruik van een personal computer (bureaucomputer)
desktops	=	desktop
deskundig	adj	met kennis van zaken
deskundige	noun	iemand die door beroep, studie of ervaring in het bijzonder bevoegd is tot het beoordelen van een zaak of het uitvoeren van een taak vaak van specialistische aard
deskundigen	=	deskundige
deskundigenadvies	noun	advies van een deskundige op een bepaald kennisgebied
deskundigenadviesje	=	deskundigenadvies
deskundigenadviesjes	=	deskundigenadvies
deskundigenadviezen	=	deskundigenadvies
deskundigenbericht	noun	een advies dat wordt uitgebracht in een gerechtelijke procedure indien de rechtbank zelf niet over de deskundigheid beschikt om een bepaald aspect van een voorgelegde procedure te beoordelen
deskundigenberichten	=	deskundigenbericht
deskundigencommissie	noun	groep van mensen die veel kennis hebben over een bepaald onderwerp die een opdracht hebben gekregen om zich over een bepaalde kwestie een oordeel te vormen
deskundigencommissies	=	deskundigencommissie
deskundigenkost	noun|obsolete	vergoeding die men betaalt voor een advies van een deskundige
deskundigenkosten	noun	vergoeding die men betaalt voor een advies van een deskundige
deskundigenrapport	noun	verslag gemaakt door een of meer personen die door beroep, studie of ervaring in het bijzonder bevoegd zijn tot het beoordelen van een zaak of het uitvoeren van een taak vaak van specialistische aard
deskundigenrapporten	=	deskundigenrapport
deskundigenrapportje	=	deskundigenrapport
deskundigenrapportjes	=	deskundigenrapport
deskundigenverhoor	noun	ondervraging in een rechtbank van iemand die over een bepaald onderwerp veel kennis bezit
deskundigenverhoren	=	deskundigenverhoor
deskundigenverklaring	noun	een officieel document, opgesteld door een aangewezen specialist (zoals een arts of psycholoog), waarin wordt bevestigd dat er sprake is van een bepaalde situatie, zoals transgender-identiteit of een medische beperking.
deskundigenverklaringen	=	deskundigenverklaring
deskundigenverklarinkje	=	deskundigenverklaring
deskundigenverklarinkjes	=	deskundigenverklaring
deskundiger	=	deskundig
deskundigere	=	deskundig
deskundigers	=	deskundig
deskundigheden	=	deskundigheid
deskundigheid	noun	het beschikken over kennis van zaken, ervaring en vaardigheid nodig om een taak of functie te vervullen
deskundigheidsbevordering	noun	bijscholing van professionals die al een voltooide opleiding hebben genoten
deskundigheidsbevorderingen	=	deskundigheidsbevordering
deskundigs	=	deskundig
deskundigst	=	deskundig
deskundigste	=	deskundig
deskundologen	=	deskundoloog
deskundologie	noun|humorous	zogenaamde deskundigheid
deskundoloog	noun|humorous	zogenaamd deskundige
deskundoloogje	=	deskundoloog
deskundoloogjes	=	deskundoloog
desloratadine	noun	anti-allergie medicament dat men gebruikt bij hooikoorts en ontstoken ogen of neus
desman	noun	zoogdier uit de onderfamilie Desmaninae uit de familie der mollen (Talpidae).
desmannetje	=	desman
desmannetjes	=	desman
desmans	noun	Desmaninae een onderfamilie uit de familie der mollen (Talpidae).
desmoeder	noun	vrouw die tijdens de zwangerschap Di-ethylstilbestrol heeft voorgeschreven gekregen
desmoeders	=	desmoeder
desniettegenstaande	adv|formal	niettegenstaande die omstandigheid, in weerwil daarvan
desniettemin	adv	ondanks dat; in weerwil daarvan
desnoods	adv	indien nodig, als het niet anders kan
desolaat	adj	verlaten, woest
desolaatheid	noun	het desolaat zijn
desolaats	=	desolaat
desolaatst	=	desolaat
desolaatste	=	desolaat
desolate	=	desolaat
desolater	=	desolaat
desolatere	=	desolaat
desolaters	=	desolaat
desoldeerlitze	noun	een band of draad van gevlochten, dunne draden waarmee gesmolten soldeertin bij het lossolderen kan worden opgezogen
desoldeerlitzedraad	noun	een band of draad van dungevlochten draden waarmee gesmolten soldeertin bij het lossolderen kan worden opgezogen
desoldeerlitzedraadje	=	desoldeerlitzedraad
desoldeerlitzedraadjes	=	desoldeerlitzedraad
desoldeerlitzedraden	=	desoldeerlitzedraad
desoldeerlitzes	=	desoldeerlitze
desoldeerlitzetje	=	desoldeerlitze
desoldeerlitzetjes	=	desoldeerlitze
desolidariseer	=	desolidariseren
desolidariseerde	=	desolidariseren
desolidariseerden	=	desolidariseren
desolidariseert	=	desolidariseren
desolidarisere	=	desolidariseren
desolidariseren	verb	iemand ontheven van de gevolgen van een verbintenis aangegaan door die persoon zelf of door derden
desolidariserend	=	desolidariseren
desolidariserende	=	desolidariseren
desondanks	adv	geeft een tegenstelling aan met het voorafgaande
desorganisatie	noun	chaos
desorganisaties	=	desorganisatie
desorganiseer	=	desorganiseren
desorganiseerde	=	desorganiseren
desorganiseerden	=	desorganiseren
desorganiseert	=	desorganiseren
desorganisere	=	desorganiseren
desorganiseren	verb	samenhang verstoren of teloor doen gaan
desorganiserend	=	desorganiseren
desorganiserende	=	desorganiseren
desoriëntatie	noun	stoornis in de oriëntatie
desoriëntaties	=	desoriëntatie
desoriënteer	=	desoriënteren
desoriënteerde	=	desoriënteren
desoriënteerden	=	desoriënteren
desoriënteert	=	desoriënteren
desoriëntere	=	desoriënteren
desoriënteren	verb	van zijn oriëntatie beroven
desoriënterend	=	desoriënteren
desoriënterende	=	desoriënteren
desorptie	noun	proces waarin een specifieke soort atomen of moleculen wordt losgemaakt uit een vaste stof en daaruit verdwijnt
desorpties	=	desorptie
desoxyribonucleïnezuren	=	desoxyribonucleïnezuur
desoxyribonucleïnezuur	noun	biochemisch macromolecuul dat fungeert als belangrijkste drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen, met uitzondering van RNA-virussen
desperaat	adj	de wanhoop nabij, zonder raad
desperaatheden	=	desperaatheid
desperaatheid	noun	het desperaat zijn
desperaats	=	desperaat
desperaatst	=	desperaat
desperaatste	=	desperaat
desperado	noun	archaïsch Spaans voor bandiet, outlaw, struikrover (letterlijk is een desperado een "wanhopige")
desperado's	=	desperado
desperadospitsmuis	noun	Crocidura desperata insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
desperadospitsmuisje	=	desperadospitsmuis
desperadospitsmuisjes	=	desperadospitsmuis
desperadospitsmuizen	=	desperadospitsmuis
desperate	=	desperaat
desperater	=	desperaat
desperatere	=	desperaat
desperaters	=	desperaat
despereer	=	despereren
despereerde	=	despereren
despereerden	=	despereren
despereert	=	despereren
desperere	=	despereren
despereren	verb	wanhopen
despererend	=	despereren
despererende	=	despereren
despoot	noun	onderdrukkende alleenheerser
despootje	=	despoot
despootjes	=	despoot
despoten	=	despoot
despotisch	adj	passend bij het gedrag van een alleenheerser
despotische	=	despotisch
despotischer	=	despotisch
despotischere	=	despotisch
despotischers	=	despotisch
despotisme	noun	een regeringsvorm waarbij één persoon (de despoot) of een kleine groep personen absolute macht heeft, die naar willekeur kan worden toegepast
desquamatie	noun	vervelling
dessa	=	desa
dessen	=	des
dessert	noun	het (meestal zoete) gerecht waarmee een maaltijd wordt afgesloten
dessertbladen	noun	Malva verticillata een soort uit de kaasjeskruidfamilie.
dessertbord	noun	een doorgaans klein bord dat specifiek is ontworpen om nagerechten te serveren, zoals taart, ijs of fruit
dessertborden	=	dessertbord
dessertbordje	=	dessertbord
dessertbordjes	=	dessertbord
desserten	=	dessert
dessertje	=	dessert
dessertjes	=	dessert
dessertkindje	noun	jongste kind in een gezin dat geboren is toen de andere kinderen al (veel) ouder waren
dessertkindjes	=	dessertkindje
dessertlepel	noun	vrij kleine lepel met lange steel om het dessert te nuttigen
dessertlepels	=	dessertlepel
dessertlepeltje	=	dessertlepel
dessertlepeltjes	=	dessertlepel
desserts	=	dessert
dessertwijn	noun	een zoete wijn die men bij een nagerecht gebruikt
dessertwijnen	=	dessertwijn
dessertwijntje	=	dessertwijn
dessertwijntjes	=	dessertwijn
dessin	noun	combinatie van kleur en patroon die bepalend is voor het uiterlijk van een ontwerp
dessineer	=	dessineren
dessineerde	=	dessineren
dessineerden	=	dessineren
dessineert	=	dessineren
dessinere	=	dessineren
dessineren	verb	van dessins voorzien
dessinerend	=	dessineren
dessinerende	=	dessineren
dessins	=	dessin
dessintje	=	dessin
dessintjes	=	dessin
dessous	noun	damesondergoed
destabilisatie	noun	het destabiliseren
destabilisaties	=	destabilisatie
destabiliseer	=	destabiliseren
destabiliseerde	=	destabiliseren
destabiliseerden	=	destabiliseren
destabiliseert	=	destabiliseren
destabilisere	=	destabiliseren
destabiliseren	verb	zijn stabiliteit verliezen
destabiliserend	=	destabiliseren
destabiliserende	=	destabiliseren
destabilisering	noun	het destabiliseren
destabiliseringen	=	destabilisering
destalinisatie	noun	de afbraak van het stalinisme
destaliniseer	=	destaliniseren
destaliniseerde	=	destaliniseren
destaliniseerden	=	destaliniseren
destaliniseert	=	destaliniseren
destalinisere	=	destaliniseren
destaliniseren	verb	Stalins beleid ombuigen
destaliniserend	=	destaliniseren
destaliniserende	=	destaliniseren
destijds	adj	wat destijds aan de orde was	adv	in die tijd
destijdse	=	destijds
destillaat	noun	product dat resulteert uit het destilleren
destillaten	=	destillaat
destillateur	noun	iemand die (sterke drank) destilleert
destillateurs	=	destillateur
destillateurtje	=	destillateur
destillateurtjes	=	destillateur
destillatie	noun	distillatie
destillaties	=	destillatie
destilleer	=	destilleren
destilleerde	=	destilleren
destilleerden	=	destilleren
destilleerderij	noun	bedrijf waar men door distilleren van alcoholhoudende drank een sterke drank maakt (met een alcoholpercentage van 15 volumeprocent of meer)
destilleerderijen	=	destilleerderij
destilleerderijtje	=	destilleerderij
destilleerderijtjes	=	destilleerderij
destilleerketel	noun	ketel die men nodig heeft om te destilleren
destilleerketels	=	destilleerketel
destilleerkolf	noun	kolf die wordt gebruikt om mee te destilleren
destilleerkolfje	=	destilleerkolf
destilleerkolfjes	=	destilleerkolf
destilleerkolven	=	destilleerkolf
destilleert	=	destilleren
destilleertoestel	noun	toestel dat gebruikt wordt om stoffen te zuiveren of van elkaar te scheiden door verdamping
destilleertoestellen	=	destilleertoestel
destilleertoestelletje	=	destilleertoestel
destilleertoestelletjes	=	destilleertoestel
destillere	=	destilleren
destilleren	verb	een stof zuiveren door onder verwarming te verdampen en de opgevangen dampen weer te condenseren
destillerend	=	destilleren
destillerende	=	destilleren
destinatie	noun	bestemming, reisdoel
destinatief	noun	naamval in het Baskisch die uitdrukt waar een handelinɡ op ɡericht is	adj	de bestemming aangevend
destinatiefs	=	destinatief
destinaties	=	destinatie
destinatieve	=	destinatief
destinatieven	=	destinatief
destineerde	=	destineren
destineren	verb	sturen, zenden naar een bepaalde bestemming
destinerend	=	destineren
destinerende	=	destineren
destroyer	noun	torpedobootjager
destroyers	=	destroyer
destructie	noun	vernietiging
destructiebedrijf	noun	bedrijf dat kadavers en slachtafval vernietigd
destructiebedrijfje	=	destructiebedrijf
destructiebedrijfjes	=	destructiebedrijf
destructiebedrijven	=	destructiebedrijf
destructiecapaciteit	noun	vermogen om dierlijke restmaterialen te verwerken
destructiecapaciteiten	=	destructiecapaciteit
destructief	adj	zware schade aanbrengend
destructiefs	=	destructief
destructiefst	=	destructief
destructiefste	=	destructief
destructiemateriaal	noun	omgebrachte dieren van een veestapel die doodgemaakt zijn en waarvan de kadavers vernietigd worden als maatregel bij een uitbraak van besmettelijke ziekten
destructiematerialen	=	destructiemateriaal
destructies	=	destructie
destructietje	=	destructie
destructieve	=	destructief
destructiever	=	destructief
destructievere	=	destructief
destructievers	=	destructief
destructor	noun	installatie die kadavers verbrandt of er diermeel en vet uit maakt
destructors	=	destructor
destrueer	=	destrueren
destrueerde	=	destrueren
destrueerden	=	destrueren
destrueert	=	destrueren
destruere	=	destrueren
destrueren	verb	vernietigen
destruerend	=	destrueren
destruerende	=	destrueren
desverlangd	adv|formal	wanneer men dat verlangt
deswege	adv|formal	om die reden
deszelfs	pron|obsolete	genitief van dezelfde, hetzelfde: ervan
det	noun	stuk rots
detacheer	=	detacheren
detacheerde	=	detacheren
detacheerden	=	detacheren
detacheert	=	detacheren
detachement	noun	legereenheid die om een bepaalde taak uit te voeren van het groter geheel is afgezonderd
detachementen	=	detachement
detachementscommandant	noun	bevelvoerder van een tijdelijke, van het leger afgezonderde, militaire eenheid
detachementscommandanten	=	detachementscommandant
detachere	=	detacheren
detacheren	verb	tijdelijk elders laten werken
detacherend	=	detacheren
detacherende	=	detacheren
detachering	noun	het tijdelijk elders laten werken
detacheringbasis	noun	Op detacheringbasis werken betekent dat je een vast contract hebt bij een detacheringsbureau, maar tijdelijk werkzaamheden verricht bij een andere organisatie, de opdrachtgever
detacheringbureau	noun	een bedrijf dat mensen in dienst neemt om ze tegen een vergoeding tijdelijk bij andere bedrijven of organisaties te laten werken
detacheringbureaus	=	detacheringbureau
detacheringen	=	detachering
detacheringovereenkomst	noun	bijzonder arbeidscontract tussen opdrachtgever, detacheringsbureau en werknemer
detacheringovereenkomsten	=	detacheringovereenkomst
detacheringsbasis	noun	Op detacheringsbasis werken betekent dat je een vast contract hebt bij een detacheringsbureau, maar tijdelijk werkzaamheden verricht bij een andere organisatie, de opdrachtgever
detacheringsbedrijf	noun	bedrijf dat mensen in dienst heeft die tijdelijk bij een andere bedrijf werken
detacheringsbedrijfje	=	detacheringsbedrijf
detacheringsbedrijven	=	detacheringsbedrijf
detacheringsbureau	noun	een bedrijf dat mensen in dienst neemt om ze tegen een vergoeding tijdelijk bij andere bedrijven of organisaties te laten werken
detacheringsbureaus	=	detacheringsbureau
detacheringsovereenkomst	noun	bijzonder arbeidscontract tussen opdrachtgever, detacheringsbureau en werknemer
detacheringsovereenkomsten	=	detacheringsovereenkomst
detacheringstoelage	noun	geld dat iemand ontvangt ter bestrijding van de onvermijdelijke kosten die voortkomen uit het feit dat iemand buiten zijn standplaats te werk wordt gesteld
detacheringstoelagen	=	detacheringstoelage
detacheringstoelages	=	detacheringstoelage
detacherinkje	=	detachering
detacherinkjes	=	detachering
detacheur	noun	iemand die vlekken verwijdert, een ontvlekker
detacheurs	=	detacheur
detacheurtje	=	detacheur
detacheurtjes	=	detacheur
detail	noun	onderdeel, kleinigheid
detailfoto	noun	foto van een klein onderdeel van een groter geheel
detailfoto's	=	detailfoto
detailhandel	noun	de handel die tastbare producten direct aan consumenten verkoopt
detailhandelaar	noun	een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
detailhandelaars	=	detailhandelaar
detailhandelaartje	=	detailhandelaar
detailhandelaartjes	=	detailhandelaar
detailhandelaren	=	detailhandelaar
detailhandelconcern	noun	bedrijf dat uit verschillende onderdelen bestaat en producten verkoopt aan eindgebruikers
detailhandelconcerns	=	detailhandelconcern
detailhandels	=	detailhandel
detailhandelsbedrijf	noun	bedrijf dat goederen verkoopt aan eindgebruikers
detailhandelsbedrijfje	=	detailhandelsbedrijf
detailhandelsbedrijfjes	=	detailhandelsbedrijf
detailhandelsbedrijven	=	detailhandelsbedrijf
detailhandelsconcern	noun	onderneming met een aantal bedrijven dat producten verkoopt aan eindgebruikers
detailhandelsconcerns	=	detailhandelsconcern
detailhandelsniveau	noun	op het niveau van de verkoop aan eindgebruikers
detailhandelsniveaus	=	detailhandelsniveau
detailhandelsomzet	noun	de waarde van alle producten die worden verkocht aan de eindverbruiker
detailhandelsomzetten	=	detailhandelsomzet
detailhandelszaak	noun	de laatste schakel in de distributieketen, waarbij producten van fabrikanten of groothandelaren bij de eindgebruiker terechtkomen.
detailhandelszaakje	=	detailhandelszaak
detailhandelszaakjes	=	detailhandelszaak
detailhandelszaken	=	detailhandelszaak
detailhandeltje	=	detailhandel
detailhandeltjes	=	detailhandel
detailkaart	noun	kaart (landkaart of plattegrond) waarop informatie van een grotere kaart meer in detail wordt weergegeven
detailkaarten	=	detailkaart
detailkaartje	=	detailkaart
detailkaartjes	=	detailkaart
detailkennis	noun	nauwkeurige kennis over kleine onderdelen van een groter geheel
detailkritiek	noun	kritiek die onderdelen van een zaak betreft (en de hoofdaspecten onberoerd laat)
detailkritieken	=	detailkritiek
detailkwestie	noun	iets kleins dat van minder belang is
detailkwesties	=	detailkwestie
detailleer	=	detailleren
detailleerde	=	detailleren
detailleerden	=	detailleren
detailleert	=	detailleren
detaillere	=	detailleren
detailleren	verb	afwerken door het aanbrengen van kleine onderdelen
detaillerend	=	detailleren
detaillerende	=	detailleren
detaillering	noun	uitwerking van kleine en bijzondere onderdelen
detailleringen	=	detaillering
detaillist	noun	een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
detaillisten	=	detaillist
detaillistisch	adj	met betrekking tot het detaillisme
detaillistische	=	detaillistisch
detaillistischer	=	detaillistisch
detaillistischere	=	detaillistisch
detaillistischers	=	detaillistisch
detaillistje	=	detaillist
detaillistjes	=	detaillist
detailniveau	noun	het niveau dat betrekking heeft op de kleinere details
detailniveaus	=	detailniveau
detailopname	noun	foto van een klein onderdeel van een groter geheel
detailopnamen	=	detailopname
detailopnames	=	detailopname
detailpagina	noun	webpagina waarop alle specifieke informatie over één onderwerp of product wordt gepresenteerd
detailpagina's	=	detailpagina
detailpaginaatje	=	detailpagina
detailpaginaatjes	=	detailpagina
detailplan	noun	een tot in de kleinste bijzonderheden uitgewerkt plan
detailplannen	=	detailplan
detailplannetje	=	detailplan
detailplannetjes	=	detailplan
detailprijs	noun	de prijs van een artikel die klanten betalen bij inkoop in de detailhandel
detailprijzen	=	detailprijs
details	=	detail
detailstudie	noun	studie van de bijzonderheden
detailstudies	=	detailstudie
detailtekening	noun	tekening van een onderdeel op grotere schaal
detailtekeningen	=	detailtekening
detailtje	=	detail
detailtjes	=	detail
detailtracé	noun	deel van het verloop van een bepaalde verbinding waarvoor een verder uitgewerkt ontwerp is gemaakt
detailtracés	=	detailtracé
detecteer	=	detecteren
detecteerbaar	adj	mogelijk instrumenteel waar te nemen
detecteerbaarder	=	detecteerbaar
detecteerbaardere	=	detecteerbaar
detecteerbaarders	=	detecteerbaar
detecteerbaars	=	detecteerbaar
detecteerbaarst	=	detecteerbaar
detecteerbaarste	=	detecteerbaar
detecteerbare	=	detecteerbaar
detecteerde	=	detecteren
detecteerden	=	detecteren
detecteert	=	detecteren
detectere	=	detecteren
detecteren	verb	iets of iemand zoeken en vinden, het bestaan ontdekken van
detecterend	=	detecteren
detecterende	=	detecteren
detectie	noun	opsporing, ontdekking
detectieapparatuur	noun	toestellen die de aanwezigheid van bepaalde zaken kan waarnemen
detectiefje	=	detective
detectiefjes	=	detective
detectielus	noun	koperendraad in het wegdek waarmee men kan waarnemen of er een voertuig passeert
detectielussen	=	detectielus
detectiemethode	noun	manier waarop men de aanwezigheid van een bepaald verschijnsel kan opsporen
detectiemethoden	=	detectiemethode
detectiemethodes	=	detectiemethode
detectiepoort	noun	doorgang met sensoren die signaleren dat er een persoon of specifiek voorwerp als een wapen, explosief, nucleaire product of onbetaalde product doorheen gaat
detectiepoorten	=	detectiepoort
detectiepoortje	=	detectiepoort
detectiepoortjes	=	detectiepoort
detecties	=	detectie
detectiesysteem	noun	systeem waarmee iets kan worden waargenomen of opgemerkt
detectiesystemen	=	detectiesysteem
detectietje	=	detectie
detective	noun	iemand bij de politie die misdaden door speurwerk opheldert
detectiveachtig	adj	lijkend op een detective
detectiveachtige	=	detectiveachtig
detectiveachtiger	=	detectiveachtig
detectiveachtigere	=	detectiveachtig
detectiveachtigers	=	detectiveachtig
detectiveachtigs	=	detectiveachtig
detectiveachtigst	=	detectiveachtig
detectiveachtigste	=	detectiveachtig
detectiveagentschap	noun	bedrijf met speurders die in opdracht van particulieren werken
detectiveagentschapje	=	detectiveagentschap
detectiveagentschapjes	=	detectiveagentschap
detectiveagentschappen	=	detectiveagentschap
detectiveauteur	noun	iemand die verhalen schrijft waarin een speurder misdrijven oplost
detectiveauteurs	=	detectiveauteur
detectivebloed	noun|figurative	talent en gedrevenheid van een speurder die misdrijven tracht op te lossen of bewijsmateriaal te verzamelen, voorgesteld als aangeboren eigenschappen
detectiveboek	noun	gebonden drukwerk met een of meer verhalen over speurders die misdaden trachten op te lossen
detectiveboeken	=	detectiveboek
detectiveboekje	=	detectiveboek
detectiveboekjes	=	detectiveboek
detectivebureau	noun	praktijk van een of meer speurders die in opdracht van particulieren werken
detectivebureaus	=	detectivebureau
detectivebureautje	=	detectivebureau
detectivebureautjes	=	detectivebureau
detectivecamera	noun	apparaat waarmee onopvallend foto's of films gemaakt kunnen worden
detectivecamera's	=	detectivecamera
detectivecameraatje	=	detectivecamera
detectivecameraatjes	=	detectivecamera
detectiveduo	noun	twee speurders die samen trachten misdrijven op te lossen
detectiveduo's	=	detectiveduo
detectivefamilie	noun	groep bloedverwanten met opvallend veel speurders die trachten misdrijven op te lossen
detectivefamilies	=	detectivefamilie
detectivefilm	noun	in bewegende beelden verteld verhaal over een speurder die een misdrijf tracht op te lossen, zoals vertoond op televisie of in de bioscoop
detectivefilmpje	=	detectivefilm
detectivefilmpjes	=	detectivefilm
detectivefilms	=	detectivefilm
detectivefirma	noun	bedrijf met speurders die in opdracht van particulieren werken
detectivefirma's	=	detectivefirma
detectivefirmaatje	=	detectivefirma
detectivefirmaatjes	=	detectivefirma
detectivegenre	noun	type van de speurdersroman (ten opzichte van andere soorten lectuur)
detectivegenres	=	detectivegenre
detectivegeschiedenis	noun|figurative	situatie die als een speurtocht wordt beschreven
detectivegeschiedenisje	=	detectivegeschiedenis
detectivegeschiedenisjes	=	detectivegeschiedenis
detectivegeschiedenissen	=	detectivegeschiedenis
detectivegeslacht	noun	reeks van elkaar afstammende speurders die trachten misdrijven op te lossen
detectivegeslachten	=	detectivegeslacht
detectivegezin	noun	huishouden met kinderen waarvan de kostwinner werkt als speurder die misdrijven oplost of bewijsmateriaal verzamelt
detectivegezinnen	=	detectivegezin
detectivegezinnetje	=	detectivegezin
detectivegezinnetjes	=	detectivegezin
detectivehistorici	=	detectivehistoricus
detectivehistoricus	noun	iemand die de geschiedenis van de misdaadroman bestudeert
detectivehistorie	noun	gebeurtenissen waarbij een detective is ingeschakeld
detectivehistories	=	detectivehistorie
detectivehistorietje	=	detectivehistorie
detectivehistorietjes	=	detectivehistorie
detectivehoorspel	noun	een hoorspel waarin een misdrijf moet worden opgelost
detectivehoorspelen	=	detectivehoorspel
detectivehoorspelletje	=	detectivehoorspel
detectivehoorspelletjes	=	detectivehoorspel
detectiveje	=	detective
detectivejes	=	detective
detectivekantoor	noun	werkplek van een speurder die in opdracht van particulieren werkt
detectivekantoortje	=	detectivekantoor
detectivekantoortjes	=	detectivekantoor
detectivekantoren	=	detectivekantoor
detectivelectuur	noun	genre boeken dat gaat over speurders die misdrijven trachten op te lossen
detectiveliteratuur	noun	de verzameling van alle misdaadromans
detectivenacht	noun	een nacht waarin een televisiezender diverse afleveringen van een of meerdere detectiveseries uitzendt
detectivenachten	=	detectivenacht
detectivenachtje	=	detectivenacht
detectivenachtjes	=	detectivenacht
detectiveopdracht	noun	taak opgedragen aan een speurder naar geheime of misdadige zaken
detectiveopdrachten	=	detectiveopdracht
detectiveopdrachtje	=	detectiveopdracht
detectiveopdrachtjes	=	detectiveopdracht
detectiverapport	noun	onderzoeksverslag van een speurder die beroepsmatig misdrijven oplost of bewijsmateriaal verzamelt
detectiverapporten	=	detectiverapport
detectiverapportje	=	detectiverapport
detectiverapportjes	=	detectiverapport
detectivereeks	noun	opeenvolɡinɡ van boeken of televisieprogramma's waarin terugkerende hoofdpersonen misdrijven oplossen
detectivereeksen	=	detectivereeks
detectivereeksje	=	detectivereeks
detectivereeksjes	=	detectivereeks
detectiveroman	noun	verhaal over een speurder die een misdrijf tracht op te lossen
detectiveromannetje	=	detectiveroman
detectiveromannetjes	=	detectiveroman
detectiveromans	=	detectiveroman
detectives	=	detective
detectiveschrijfster	noun	vrouwelijke auteur van verhalen waarin een speurder misdrijven oplost
detectiveschrijfsters	=	detectiveschrijfster
detectiveschrijver	noun	auteur van verhalen waarin een speurder misdrijven oplost
detectiveschrijvers	=	detectiveschrijver
detectiveserie	noun	reeks boeken of televisieprogramma's waarin terugkerende hoofdpersonen misdrijven oplossen
detectiveseries	=	detectiveserie
detectiveserietje	=	detectiveserie
detectiveserietjes	=	detectiveserie
detectivespel	noun	vrijetijdsbesteding door nabootsing van speurwerk om misdrijven op te lossen
detectivespellen	=	detectivespel
detectivespelletje	=	detectivespel
detectivespelletjes	=	detectivespel
detectivespeurwerk	noun	geheel van onderzoeksactiviteiten uitgevoerd door speurders die bewijsmateriaal verzamelen of misdrijven oplossen
detectivestory	noun	vertelling over een speurder die tracht een misdrijf op te lossen
detectivestory's	=	detectivestory
detectivestory'tje	=	detectivestory
detectivestory'tjes	=	detectivestory
detectivetechniek	noun	werkwijze die kenmerkend is voor beroepsmatig speurwerk om misdrijven op te lossen of bewijsmateriaal te verzamelen
detectivetechnieken	=	detectivetechniek
detectivetechniekje	=	detectivetechniek
detectivetechniekjes	=	detectivetechniek
detectivetje	=	detective
detectivetjes	=	detective
detectiveverhaal	noun	vertelling over een speurder die tracht een misdrijf op te lossen
detectiveverhaaltje	=	detectiveverhaal
detectiveverhaaltjes	=	detectiveverhaal
detectiveverhalen	=	detectiveverhaal
detectivewerk	noun	bezigheid die kenmerkend is voor speurders die bewijsmateriaal verzamelen of misdrijven oplossen
detectivewerken	=	detectivewerk
detector	noun	een onderdeel, een instrument dat wordt toegepast om een informatief signaal af te geven over één of meer technische grootheden (beweging, gas, temperatuur, druk enz.)
detectoren	=	detector
detectors	=	detector
detectortje	=	detector
detectortjes	=	detector
detente	noun	een periode van verminderde spanning in een conflict tussen twee of meer staten
detentes	=	detente
detentie	noun	hechtenis, opsluiting
detentieboot	noun	woonboot die is ingericht als gevangenis voor illegale asielzoekers
detentieboten	=	detentieboot
detentiecentra	=	detentiecentrum
detentiecentrum	noun	tijdelijke huizen van bewaring voor drugskoeriers en illegaal in Nederland verblijvende buitenlanders
detentiecentrums	=	detentiecentrum
detentiekamp	noun	plaats waar mensen tijdelijk gehuisvest zijn zonder dat ze daar weg mogen gaan
detentiekampen	=	detentiekamp
detentieruimte	noun	ruimte waarin een arrestant in hechtenis wordt gehouden
detentieruimten	=	detentieruimte
detentieruimtes	=	detentieruimte
detenties	=	detentie
detergens	noun	geneesmiddel dat zuivert
detergent	noun	synthetisch schoonmaakmiddel
detergenten	=	detergent
detergentia	=	detergens
deterioratie	noun	achteruitgang, aftakeling
deterioraties	=	deterioratie
deterioreer	=	deterioreren
deterioreerde	=	deterioreren
deterioreerden	=	deterioreren
deterioreert	=	deterioreren
deteriorere	=	deterioreren
deterioreren	verb	slechter worden, kwaliteit of niveau verliezen, minder waard worden
deteriorerend	=	deterioreren
determinant	noun	bepalende factor in een ontwikkeling of een toestand
determinanten	=	determinant
determinatie	noun	bepaling, vaststelling, besluit
determinatiecoëfficiënt	noun	een maat voor het deel van de variabiliteit dat wordt verklaard door het statistisch model
determinatiecoëfficiënten	=	determinatiecoëfficiënt
determinatief	adj	bepalend	noun	een hiëroglief die niet wordt uitgesproken, maar die aanduidt wat voor soort woord er bedoeld wordt
determinatiefje	=	determinatief
determinatiefjes	=	determinatief
determinatiefs	=	determinatief
determinatiefst	=	determinatief
determinatiefste	=	determinatief
determinaties	=	determinatie
determinatieve	=	determinatief
determinatieven	=	determinatief
determinatiever	=	determinatief
determinatievere	=	determinatief
determinatievers	=	determinatief
determinator	noun	woord dat samen met een zelfstandig naamwoord een nominale woordgroep vormt
determinatoren	=	determinator
determinators	=	determinator
determinatortje	=	determinator
determinatortjes	=	determinator
determineer	=	determineren
determineerde	=	determineren
determineerden	=	determineren
determineert	=	determineren
determinere	=	determineren
determineren	verb	bepalen, vaststellen
determinerend	=	determineren
determinerende	=	determineren
determinering	noun	het determineren
determineringen	=	determinering
determinisme	noun	levensbeschouwing volgens welke het lot en gedrag van de mens bepaald worden door omstandigheden van buitenaf, waarbij de menselijke wil een ondergeschikte rol speelt
determinist	noun	aanhanger van het determinisme
deterministen	=	determinist
deterministisch	adj	betrekking hebbend op het determinisme
deterministische	=	deterministisch
deterministischer	=	deterministisch
deterministischere	=	deterministisch
deterministischers	=	deterministisch
detestabel	adj	gevoelens van afkeer, minachting of walging oproepend
detestabele	=	detestabel
detestabeler	=	detestabel
detestabelere	=	detestabel
detestabelers	=	detestabel
detestabels	=	detestabel
detestabelst	=	detestabel
detestabelste	=	detestabel
detesteerde	=	detesteren
detesteren	verb	ergens een grote hekel aan hebben
detesterend	=	detesteren
detineer	=	detineren
detineerde	=	detineren
detineerden	=	detineren
detineert	=	detineren
detinere	=	detineren
detineren	verb	iemand van staatswege gevangen houden
detinerend	=	detineren
detinerende	=	detineren
detje	=	det
detjes	=	det
detonatie	noun	ontploffing (waarbij het reactiefront in de explosieve stof zich sneller voort dan de geluidssnelheid in die stof)
detonaties	=	detonatie
detonator	noun	een hulpmiddel om een op zichzelf stabiel explosief, te laten ontploffen
detonatoren	=	detonator
detonators	=	detonator
detonatortje	=	detonator
detoneer	=	detoneren
detoneerde	=	detoneren
detoneerden	=	detoneren
detoneert	=	detoneren
detonere	=	detoneren
detoneren	verb	tot ontploffing brengen
detonerend	=	detoneren
detonerende	=	detoneren
detox	noun	ontgiftingskuur, ontwenningskuur
detoxdieet	noun	een dieet waarbij je kleiwater ervoor zou zorgen dat om giftige stoffen uit je lichaam verwijderd worden
detoxdieetje	=	detoxdieet
detoxdieetjes	=	detoxdieet
detoxdiëten	=	detoxdieet
detoxe	=	detoxen
detoxen	verb	in de natuurgeneeskunde gebezigde term voor het intern reinigen van het lichaam van afvalstoffen of gifstoffen
detoxend	=	detoxen
detoxende	=	detoxen
detoxicatie	noun	het verwijderen van een gif, ontgifting
detoxt	=	detoxen
detoxte	=	detoxen
detoxten	=	detoxen
detriment	noun	schade, nadeel, verlies, vooral in de combinatie: ten detrimente van
detrimente	=	detriment
detrimenten	=	detriment
detten	=	det
deuce	noun	de stand 40 - 40 in een tennisgame
deuces	=	deuce
deug	=	deugen
deugd	noun	iets dat goed is in zedelijk opzicht
deugddoend	adj	genoegen bezorgend, blij makend, een uitgerust of opgeknapt gevoel bezorgend
deugddoende	=	deugddoend
deugddoender	=	deugddoend
deugddoendere	=	deugddoend
deugddoenders	=	deugddoend
deugddoends	=	deugddoend
deugddoendst	=	deugddoend
deugddoendste	=	deugddoend
deugddoener	noun|informal	iets dat plezier verschaft
deugddoeners	=	deugddoener
deugde	=	deugen
deugdelijk	adj	degelijk.	adv	zeker, in hoge mate
deugdelijke	=	deugdelijk
deugdelijker	=	deugdelijk
deugdelijkere	=	deugdelijk
deugdelijkers	=	deugdelijk
deugdelijkheden	=	deugdelijkheid
deugdelijkheid	noun	het van goede kwaliteit zijn; betrouwbaar gebruikt kunnen worden; zonder gebreken of tekortkomingen
deugdelijks	=	deugdelijk
deugdelijkst	=	deugdelijk
deugdelijkste	=	deugdelijk
deugden	=	deugd
deugdenethiek	noun	ethische leer die voor het praktische handelen menselijke deugden, doelen en geluk stelt boven wetten en regels
deugdje	=	deugd
deugdjes	=	deugd
deugdzaam	adj	bereid zich te gedragen in overeenstemming met algemeen aanvaarde waarden
deugdzaamheden	=	deugdzaamheid
deugdzaamheid	noun	het vol met moreel goede eigenschappen zijn
deugdzaams	=	deugdzaam
deugdzaamst	=	deugdzaam
deugdzaamste	=	deugdzaam
deugdzame	=	deugdzaam
deugdzamer	=	deugdzaam
deugdzamere	=	deugdzaam
deugdzamers	=	deugdzaam
deuge	=	deugen
deugel	=	deuvel
deugen	verb	aan eisen van moraliteit of kwaliteit voldoen
deugend	=	deugen
deugende	=	deugen
deugeniet	noun	kind dat (op een leuke manier) speels en ongehoorzaam is
deugenieten	=	deugeniet
deugenietje	=	deugeniet
deugenietjes	=	deugeniet
deuggleuf	noun	vrouw die zich ethisch wil gedragen
deuggleufje	=	deuggleuf
deuggleufjes	=	deuggleuf
deuggleuven	=	deuggleuf
deugkneus	noun	iemand die te nadrukkelijk laat zien dat hij gangbare of linkse opvattingen onderschrijft
deugkneusje	=	deugkneus
deugkneusjes	=	deugkneus
deugkneuzen	=	deugkneus
deugmens	noun	iemand die ermee te koop loopt politiek zeer correct te zijn
deugmensen	=	deugmens
deugmensje	=	deugmens
deugmensjes	=	deugmens
deugniet	noun	ondeugend kind
deugnieten	=	deugniet
deugnieterij	noun	een ondeugende maar wel leuke streek van een jong kind
deugnieterijen	=	deugnieterij
deugnietje	=	deugniet
deugnietjes	=	deugniet
deugpronken	verb	linkse opvattingen of gedragingen laten zien die weinig inspanning kosten in de hoop zo gemakkelijk waardering te oogsten
deugschaamte	noun	schaamte die men voelt om politiek correct te zijn
deugt	=	deugen
deuk	noun	vervorming van het oppervlak van een voorwerp in de vorm van een put of uitholling, meest veroorzaakt door botsing met een ander voorwerp
deukdij	noun	indeuking aan de voorzijde van het bovenbeen
deukdijen	=	deukdij
deuke	=	deuken
deuken	verb	een deuk of deuken maken in iets
deukend	=	deuken
deukende	=	deuken
deukhoed	noun	hoed die van boven ingedrukt is
deukhoeden	=	deukhoed
deukhoedje	=	deukhoed
deukhoedjes	=	deukhoed
deukje	=	deuk
deukjes	=	deuk
deukkopje	noun	Minyriolus pusillus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
deukkopjes	=	deukkopje
deuklipsatermier	noun	Formica pressilabris een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
deuklipsatermieren	=	deuklipsatermier
deuklipsatermiertje	=	deuklipsatermier
deuklipsatermiertjes	=	deuklipsatermier
deukt	=	deuken
deukte	=	deuken
deukten	=	deuken
deun	noun	melodie, meest van een volksliedje, misschien als verkleinwoord nog meer gebruikt
deunen	=	deun
deuntje	noun	alleen verkleinwoord eenvoudig melodietje, een wijsje
deuntjes	=	deun
deur	noun	een afsluiting van een toegang tot een ruimte, gemaakt van hout, metaal of kunststof
deurbel	noun	een instrument waarmee bezoekers aangeven dat ze aan de deur staan
deurbeleid	noun	beleid inzake het toelaten van personen in met name horecagelegenheden
deurbellen	=	deurbel
deurbelletje	=	deurbel
deurbelletjes	=	deurbel
deurbeslag	noun	alle producten en halffabricaten die gebruikt worden om deuren af te hangen, te openen, vast te zetten, te sluiten en op slot te doen
deurbeslagen	=	deurbeslag
deurbogen	=	deurboog
deurboog	noun	doorgang die bovenaan de vorm van een halve cirkel heeft
deurdranger	noun	een mechaniek dat aan de bovenkant van een deur wordt gemonteerd en er voor zorgt dat de deur na opening automatisch sluit
deurdrangers	=	deurdranger
deurdrangertje	=	deurdranger
deurdrangertjes	=	deurdranger
deuren	=	deur
deurenfabriek	noun	bedrijf waar men deuren produceert
deurenfabrieken	=	deurenfabriek
deurenfabriekje	=	deurenfabriek
deurenfabriekjes	=	deurenfabriek
deurgat	noun	opening in een muur die door een deur afgesloten kan worden
deurgaten	=	deurgat
deurgreep	noun	handgreep waarmee een deur geopend kan worden
deurgreepje	=	deurgreep
deurgreepjes	=	deurgreep
deurgrepen	=	deurgreep
deurhanger	noun	een object dat speciaal is ontworpen om aan een deurkruk of -knop te hangen
deurhangers	=	deurhanger
deurhangertje	=	deurhanger
deurhangertjes	=	deurhanger
deurke	=	deur
deurketting	noun	veiligheidsvoorziening waardoor een gedeeltelijk geopende deur niet verder geopend kan worden
deurkettingen	=	deurketting
deurklink	noun	de klink die op een deur is aangebracht en die is bestemd om deze te kunnen openen (en sluiten)
deurklinken	=	deurklink
deurklinkje	=	deurklink
deurklinkjes	=	deurklink
deurklopper	noun	een instrument waarmee bezoekers aangeven dat ze aan de deur staan door een (metalen) klopper tegen de deur(plaat) te slaan
deurkloppers	=	deurklopper
deurkloppertje	=	deurklopper
deurkloppertjes	=	deurklopper
deurknop	noun	een handvat waarmee men een deur kan openen of (af)sluiten
deurknopje	=	deurknop
deurknopjes	=	deurknop
deurknoppen	=	deurknop
deurkozijn	noun	raamwerk waarbinnen een deur open en dicht gaat en waaraan de deur met het hang- en sluitwerk is vastgemaakt
deurkozijnen	=	deurkozijn
deurkruk	noun	handvat dat de grendel van een deur bedient
deurkrukken	=	deurkruk
deurlijst	noun	een lijst die rondom een doorgang geplaatst wordt
deurlijsten	=	deurlijst
deurluik	noun	afsluitbare opening in een deur, vaak ook voorzien van tralies, bestemd om doorheen te kijken, te spreken of voorwerpen aan te reiken
deurluiken	=	deurluik
deurluikje	=	deurluik
deurluikjes	=	deurluik
deurmat	noun	een kleine mat, waarop men bij de deur de schoenen kan afvegen
deurmatje	=	deurmat
deurmatjes	=	deurmat
deurmatmoment	noun	het tijdstip dat bepaalde post wordt bezorgd en op de deurmat valt
deurmatmomenten	=	deurmatmoment
deurmatmomentje	=	deurmatmoment
deurmatmomentjes	=	deurmatmoment
deurmatten	=	deurmat
deuro	noun	door de Europese Centrale Bank uitgegeven digitaal centralebankgeld
deuro's	=	deuro
deurontgrendeling	noun	een deur niet langer op slot laten zijn
deurontgrendelingen	=	deurontgrendeling
deurontgrendelingetje	=	deurontgrendeling
deurontgrendelingetjes	=	deurontgrendeling
deuropener	noun	een apparaat om deuren (op afstand) te ontgrendelen
deuropeners	=	deuropener
deuropening	noun	Een opening in een muur die gesloten kan worden dmv een deur.
deuropeningen	=	deuropening
deuropeningetje	=	deuropening
deuropeningetjes	=	deuropening
deurpaneel	noun	vlak deel van een deur
deurpanelen	=	deurpaneel
deurpomp	noun	meestal hydraulisch mechaniek dat deuren beheerst sluit na openen
deurpompen	=	deurpomp
deurpompje	=	deurpomp
deurpompjes	=	deurpomp
deurpost	noun	een kozijnstijl langs een deur
deurposten	=	deurpost
deurpostje	=	deurpost
deurpostjes	=	deurpost
deurprijs	noun	prijs die men kan winnen door aanwezig te zijn op een bijeenkomst
deurprijzen	=	deurprijs
deursleutel	noun	sleutel waarmee men het slot van een deur kan openen en sluiten
deursleutels	=	deursleutel
deursleuteltje	=	deursleutel
deursleuteltjes	=	deursleutel
deurslot	noun	slot op of van een deur
deursloten	=	deurslot
deurspion	noun	een kijkgaatje in een deur, ook wel judasoog of spionnetje genoemd, waarmee je kunt zien wie er voor de deur staat zonder dat deze persoon weet dat er gekeken wordt
deurspionnen	=	deurspion
deurspionnetje	=	deurspion
deurspionnetjes	=	deurspion
deurstijl	noun	vertikaal deel van het raamwerk waarin een deur wordt afgehangen
deurstijlen	=	deurstijl
deurstijltje	=	deurstijl
deurstop	noun	voorwerp bestemd om te voorkomen dat een open deur te ver openslaat of weer dichtslaat
deurstoppen	=	deurstop
deurstopper	noun	voorwerp bestemd om te voorkomen dat een open deur te ver openslaat of weer dichtslaat
deurstoppers	=	deurstopper
deurtelefoon	noun	een systeem waarmee op afstand kan worden gecontroleerd wie er heeft aangebeld
deurtelefoons	=	deurtelefoon
deurtje	=	deur
deurtjes	=	deur
deurvergrendeling	noun	een deur op slot laten zijn
deurvergrendelingen	=	deurvergrendeling
deurvergrendelingetje	=	deurvergrendeling
deurvergrendelingetjes	=	deurvergrendeling
deurwaarder	noun	gerechtelijk ambtenaar die voornamelijk assisteert bij rechtszaken, exploten en executien doet, verkoopingen houdt, dagvaardingen uitbrengt en beslagen legt
deurwaarders	=	deurwaarder
deurwaardersexploot	noun	aanzegging door de deurwaarder en de akte daarvan
deurwaardersexploten	=	deurwaardersexploot
deurwaarderskosten	noun	vergoeding die men aan een deurwaarder moet betalen als deze een schuld probeert te innen
deurwaardertje	=	deurwaarder
deurwaardertjes	=	deurwaarder
deurwijzer	noun	folder waarin men informatie kan vinden hoe men met verkopers aan de deur kan omgaan
deurwijzers	=	deurwijzer
deutel	noun	platte stop waarmee het bomgat midden op op de bolle kant van een vat wordt afgesloten
deutels	=	deutel
deuterium	noun	een isotoop van waterstof
deuteriumgehalte	noun	de natuurlijke hoeveelheid van de waterstofisotoop deuterium (D of ²H) in een stof, uitgedrukt als een percentage of verhouding van het totale aantal waterstofatomen
deuteron	noun	kern van een zwaar waterstofatoom bestaande uit een proton en een neutron
deuteronen	=	deuteron
deutzia	noun	een geslacht Deutzia van sierheesters (Nederlandse naam: bruidsbloem) uit de hortensiafamilie (Hydrangeaceae).
deutzia's	=	deutzia
deuvekater	noun	soort zoet witbrood
deuvekaters	=	deuvekater
deuvel	noun	houten pin gebruikt voor houtverbindingen
deuvelde	=	deuvelen
deuvelen	verb	voorzien van houten pinnen
deuvelend	=	deuvelen
deuvels	=	deuvel
deuveltje	=	deuvel
deuvik	=	deuviken
deuvike	=	deuviken
deuviken	verb|obsolete	door het uitnemen van een tap of stop vloeistof laten uitstromen
deuvikend	=	deuviken
deuvikende	=	deuviken
deuvikt	=	deuviken
deuvikte	=	deuviken
deuvikten	=	deuviken
deux-chevaux	noun	een buitengewoon vormgegeven, hoog op zijn wielen staande auto van de Franse autofabrikant Citroën
deux-chevauxs	=	deux-chevaux
deux-chevauxtje	=	deux-chevaux
deux-chevauxtjes	=	deux-chevaux
deux-pièces	noun	tweedelig damespakje bestaande uit jasje en rok
deux-piècesje	=	deux-pièces
deux-piècesjes	=	deux-pièces
devaluatie	noun	vermindering in waarde van een munt
devaluaties	=	devaluatie
devalueer	=	devalueren
devalueerde	=	devalueren
devalueerden	=	devalueren
devalueert	=	devalueren
devaluere	=	devalueren
devalueren	verb	verminderen ten opzichte van buitenlands geld
devaluerend	=	devalueren
devaluerende	=	devalueren
devar	noun	woord van
devariem	=	davar
devee	noun	uit de leerschool van
developer	noun	Iemand die iets (vooral software) ontwikkelt
developers	=	developer
development	noun	ontwikkeling
developments	=	development
deventenaar	noun	een inwoner van Deventer, of iemand afkomstig uit Deventer
deventenaars	=	deventenaar
deventenaren	=	deventenaar
deventer	adj	uit Deventer afkomstig, van Deventer, op Deventer betrekking hebbend
deventers	adj	op Deventer betrekking hebbend
deventerse	noun	een vrouwelijke inwoner van Deventer, of een vrouw afkomstig uit Deventer
deventersen	=	deventerse
deverbatief	noun	een woord dat van een werkwoord is afgeleid	adj	van een werkwoord afgeleid of afleidend
deverbatiefs	=	deverbatief
deverbatieve	=	deverbatief
deverbatieven	=	deverbatief
deviant	noun	iemand met een gedragspatroon dat afwijkt van wat maatschappelijk wordt verwacht	adj	afwijkend
deviante	=	deviant
devianten	=	deviant
devianter	=	deviant
deviantere	=	deviant
devianters	=	deviant
deviants	=	deviant
deviantst	=	deviant
deviantste	=	deviant
deviatie	noun	afwijking (in een bepaalde richting)
deviaties	=	deviatie
deviatietabel	noun	overzicht dat voor elke koers laat zien hoeveel de richting die het kompas aangeeft zal afwijken door magnetisme van het schip zelf Deze afwijkingen zijn voor elk schip weer anders; de tabel hoort dus bij een bepaald schip.
deviatietabellen	=	deviatietabel
device	noun	elektronisch apparaat (dat software kan afspelen)
devices	=	device
devieer	=	deviëren
devieerde	=	deviëren
devieerden	=	deviëren
devieert	=	deviëren
devies	noun	woord of korte tekst (bijv. een spreuk) die snel en tegelijkertijd duidelijk een bepaalde boodschap moet overbrengen
deviesje	=	devies
deviezen	=	devies
deviezencommissie	noun	groep functionarissen die toeziet op de invoer, uitvoer en vreemde valuta in Suriname
deviezencommissies	=	deviezencommissie
deviezencontrole	noun	het onderzoek doen naar het in- en uitvoeren van (vreemde)valuta
deviezencontroles	=	deviezencontrole
deviezenhandel	noun	handel in deviezen (vreemde valuta)
deviezeninkomst	noun	inkomst ontvangen in vreemde valuta
deviezeninkomsten	noun	inkomsten die men ontvangt in vreemde valuta
deviezensmokkelaar	noun	iemand op illegale wijze waardepapieren over de landgrens brengt
deviezensmokkelaars	=	deviezensmokkelaar
deviezenspeculatie	noun	het handelen in valuta enkel en alleen om er economisch voordeel uit te behalen
deviezenspeculaties	=	deviezenspeculatie
devil's-holetandkarper	noun	Cyprinodon diabolis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de eierleggende tandkarpers (Cyprinodontidae).
devil's-holetandkarpers	=	devil's-holetandkarper
devil's-holetandkarpertje	=	devil's-holetandkarper
devil's-holetandkarpertjes	=	devil's-holetandkarper
deviëre	=	deviëren
deviëren	verb	afwijken (van een regel, norm, standaard, route, richting etc.)
deviërend	=	deviëren
deviërende	=	deviëren
devolutie	noun	het overdragen van bevoegdheden van een hogere naar een latere overheid
devoluties	=	devolutie
devonen	=	devoon
devonisch	adj	passend bij het geologische tijdperk het devoon (416 - 360 miljoen jaar geleden)
devonische	=	devonisch
devonischer	=	devonisch
devonischere	=	devonisch
devonischers	=	devonisch
devoon	noun	geologisch tijdperk waarin de eerste insecten verschijnen, vierde periode van het era paleozoïcum, van 419 tot 359 miljoen jaar geleden
devoot	adj	met toewijding en eerbied
devoots	=	devoot
devootst	=	devoot
devootste	=	devoot
devote	=	devoot
devoter	=	devoot
devotere	=	devoot
devoters	=	devoot
devotie	noun	een bijzondere verering voor een bepaalde persoon of een heilige
devoties	=	devotie
devotioneel	adj	de devotie (vroomheid) betreffend
devotioneels	=	devotioneel
devotioneelst	=	devotioneel
devotioneelste	=	devotioneel
devotionele	=	devotioneel
devotioneler	=	devotioneel
devotionelere	=	devotioneel
devotionelers	=	devotioneel
dewelke	pron	verwijzend naar een antecedent dat een zin is.
deweysysteem	noun	decimale classificatie in de bibliografie
dewijl	conj|obsolete	geeft onderschikkend een reden aan
dexamethason	noun	zeer krachtige ontstekingsremmer
dexamfetamine	noun	medicament dat gebruikt wordt bij ADHD-patiënten en mensen die last hebben van narcolepsie
dextrine	noun	een groep suikers die uit zetmeel aangemaakt worden met enzymatische synthese mbv amylase of industrieel door reductie met een anorganisch zuur
dextrinelijm	noun	een in water oplosbare lijm gemaakt van afgebroken koolhydraten, van zetmeel
dextrinelijmen	=	dextrinelijm
dextrinelijmpje	=	dextrinelijm
dextrinelijmpjes	=	dextrinelijm
dextrinen	=	dextrine
dextrines	=	dextrine
dextrinetje	=	dextrine
dextrinetjes	=	dextrine
dextrose	noun	de natuurlijke vorm van druivensuiker met formule C₆H₁₂O₆
deze	pron	aanduiding voor dichtbijzijnde dingen, dieren of mensen als daarvan het lidwoord 'de' is
dezelfde	pron	de gelijke identiteit bezittend; meervoud of mannelijk en vrouwelijk enkelvoud, zowel zelfstandig als bijvoeglijk gebruikt (als 'het' het lidwoord zou zijn dan gebruiken we hetzelfde)
dezelfden	=	dezelfde
dezelve	pron|obsolete	dit/de zelfde
dezen	pron	meervoud van personen: deze mensen hier
dezer	pron	genitief van deze
dezerzijds	adv	van mijn of onze kant
dezerzijdsch	=	dezerzijds
dezes	pron|obsolete	genitief en van deze
dezimra	noun	van lofzang
dezulke	pron	een ongeveer gelijke identiteit bezittend
dezulken	pron	van meerdere personen dat ze een ongeveer gelijke identiteit hebben
deïnstalleren	=	de-installeren
deïsme	noun	de theologische positie dat er weliswaar een god of goden bestaan die het universum en de natuurwetten geschapen hebben, maar dat deze bovennatuurlijke actors daarna geen invloed meer uitoefenden op deze schepping
deïsmus	=	deïsme
deïst	noun	aanhanger van het deïsme, een religieus-filosofische opvatting die God als transcendente oorzaak van de natuurwetten beschouwt
deïsten	=	deïst
deïstisch	adj	met betrekking tot het deïsme
deïstische	=	deïstisch
deïstischer	=	deïstisch
deïstischere	=	deïstisch
deïstischers	=	deïstisch
deïstje	=	deïst
df	=	tweehonderddrieëntwintig
dga	noun	iemand die werkt bij een besloten vennootschap (bv) of naamloze vennootschap (nv) in een binnen de vennootschap relatief hoge (vaak de hoogste) bestuurlijke functie, en een groot deel van de aandelen bezit in het bedrijf
dga's	=	dga
dharma	noun	het geheel van de normen en regels van het persoonlijke en sociale gedrag in India
dhimmi	noun	niet-moslim (met name christen of jood) in een islamitisch land voor wie speciale regels geldt/gold maar die de eigen religie mag/mocht blijven aanhangen
dhimmi's	=	dhimmi
dhofarspitsmuis	noun	Crocidura dhofarensis insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
dhofarspitsmuisje	=	dhofarspitsmuis
dhofarspitsmuisjes	=	dhofarspitsmuis
dhofarspitsmuizen	=	dhofarspitsmuis
dhow	noun	traditioneel Arabisch zeilscheepje
dhows	=	dhow
di	noun	dinsdag, de tweede dag van de werkweek
di-ethylether	noun	een organische verbinding met als brutoformule C₄H₁₀O
di-ethylethers	=	di-ethylether
di-ethylstilbestrol	noun	bepaalde organische verbinding met de formule C₁₈H₂₀O₂, die deels de werking van het vrouwelijke hormoon oestrogeen nabootst De stof werd in het derde kwart van de 20e eeuw voorgeschreven aan zwangere vrouwen voor een beter verloop van de zwangerschap, maar het bleek daarvoor niet te werken en juist erg schadelijk te zijn voor zowel de moeders als hun kinderen.
dia	noun	een diafilm, een fotografische film die een positief beeld geeft dat direct goed zichtbaar geprojecteerd kan worden
dia's	=	dia
dia-avond	noun	bijeenkomst in de avond met een voorstelling met lichtbeelden
dia-avonden	=	dia-avond
dia-avondje	=	dia-avond
dia-avondjes	=	dia-avond
diaatje	=	dia
diaatjes	=	dia
diabaas	noun	soort stollingsgesteente bestaande uit plagioklaas, pyroneen, hoornblende en chloriet
diabeet	noun	iemand die diabetes heeft
diabeetje	=	diabeet
diabeetjes	=	diabeet
diabesitas	noun	combinatie van diabetes type 2 en (ernstig) overgewicht
diabete	noun	vrouw die aan suikerziekte lijdt
diabeten	=	diabeet
diabetes	noun	Meestal gebruikt voor diabetes mellitus: een stofwisselingsziekte waarbij het lichaam geen of te weinig insuline produceert en de patiënt dus zelf de hoeveelheid glucose in zijn/haar bloed moet controleren oftewel regelen
diabetesbehandeling	noun	behandeling en begeleiding van patiënten met diabetes mellitus
diabetesbehandelingen	=	diabetesbehandeling
diabetesbehandelingetje	=	diabetesbehandeling
diabetesbehandelingetjes	=	diabetesbehandeling
diabetesmedicijn	noun	geneesmiddel dat men gebruikt bij de behandeling van suikerziekte
diabetesmedicijnen	=	diabetesmedicijn
diabetespatiënt	noun	iemand die diabetes heeft
diabetespatiënten	=	diabetespatiënt
diabetespatiëntje	=	diabetespatiënt
diabetespatiëntjes	=	diabetespatiënt
diabetica	noun	vrouw die aan suikerziekte lijdt
diabetica's	=	diabetica
diabeticae	=	diabetica
diabetici	=	diabeticus
diabeticus	noun	iemand die suikerziekte heeft
diabeticusje	=	diabeticus
diabeticusjes	=	diabeticus
diabetisch	adj	met betrekking tot diabetes of een diabeet
diabetische	=	diabetisch
diabetischer	=	diabetisch
diabetischere	=	diabetisch
diabetischers	=	diabetisch
diabetologen	=	diabetoloog
diabetologie	noun	wetenschap aangaande suikerziekte
diabetoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de wetenschap aangaande suikerziekte
diabetoloogje	=	diabetoloog
diabetoloogjes	=	diabetoloog
diaboliek	noun	de leer van de duivel, alles wat betrekking heeft op de duivel en de hel
diabolisch	adj	duivels
diabolische	=	diabolisch
diabolischer	=	diabolisch
diabolischere	=	diabolisch
diabolischers	=	diabolisch
diaboliseer	=	diaboliseren
diaboliseerde	=	diaboliseren
diaboliseerden	=	diaboliseren
diaboliseert	=	diaboliseren
diabolisere	=	diaboliseren
diaboliseren	verb	iets of iemand systematisch zeer ongunstig voorstellen
diaboliserend	=	diaboliseren
diaboliserende	=	diaboliseren
diabolo	noun	zandlopervormig speelgoed, bestaande uit twee met de toppen verenigde kegels, dat men al heen en weder rollend op een koord tussen twee stokjes in evenwicht probeert te houden daarbij gebruikmakend van het principe van het traagheidsmoment
diabolo's	=	diabolo
diabolootje	=	diabolo
diabolootjes	=	diabolo
diachrone	=	diachroon
diachroner	=	diachroon
diachronere	=	diachroon
diachroners	=	diachroon
diachronie	noun	verloop, voorstelling volgens de historische ontwikkeling
diachronieën	=	diachronie
diachronisch	adj	diachroon
diachronische	=	diachronisch
diachronischer	=	diachronisch
diachronischere	=	diachronisch
diachronischers	=	diachronisch
diachroon	adj	de verschijnselen in hun tijdsvolgordelijke (historische) ontwikkeling beschouwend
diachroons	=	diachroon
diachroonst	=	diachroon
diachroonste	=	diachroon
diaconaal	adj	betrekking hebbend op de diaconie
diaconaals	=	diaconaal
diaconaalst	=	diaconaal
diaconaalste	=	diaconaal
diaconaat	noun	het ambt van diaken
diaconaatje	=	diaconaat
diaconaatjes	=	diaconaat
diaconale	=	diaconaal
diaconaler	=	diaconaal
diaconalere	=	diaconaal
diaconalers	=	diaconaal
diaconaten	=	diaconaat
diacones	noun	verpleegster
diaconesje	=	diacones
diaconesjes	=	diacones
diaconessen	=	diacones
diaconessenhuis	noun	een verpleeghuis of ziekenhuis van protestants-christelijke oorsprong
diaconessenhuisje	=	diaconessenhuis
diaconessenhuisjes	=	diaconessenhuis
diaconessenhuizen	=	diaconessenhuis
diaconie	noun	protestants college van diakenen
diaconiehuis	noun	een tehuis voor een aantal minvermogende mensen vanaf de middeleeuwen in Nederland en België
diaconiehuisje	=	diaconiehuis
diaconiehuisjes	=	diaconiehuis
diaconiehuizen	=	diaconiehuis
diaconietje	=	diaconie
diaconietjes	=	diaconie
diaconieën	=	diaconie
diacope	noun	retorische stijlfiguur waarbij een woord of zinsdeel wordt herhaald, met één of enkele andere woorden ertussen
diacritica	=	diacriticum
diacriticum	noun	een teken dat boven, onder of door een letter gezet wordt en nodig is voor de uitspraak
diadeem	noun	band (met edelstenen versierd) voor om het hoofd
diadeemalethe	noun	Alethe diademata een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (Vliegenvangers) De soort komt voor in westelijk Afrika van Senegal en Gambia tot Togo
diadeemalethes	=	diadeemalethe
diadeemalethetje	=	diadeemalethe
diadeemalethetjes	=	diadeemalethe
diadeemamazone	noun	Amazona diadema een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
diadeemamazonen	=	diadeemamazone
diadeemamazones	=	diadeemamazone
diadeemamazonetje	=	diadeemamazone
diadeemamazonetjes	=	diadeemamazone
diadeembaardkoekoek	noun	Hapaloptila castanea een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
diadeembaardkoekoeken	=	diadeembaardkoekoek
diadeembaardkoekoekje	=	diadeembaardkoekoek
diadeembaardkoekoekjes	=	diadeembaardkoekoek
diadeembaardvogel	noun	Tricholaema diademata een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
diadeembaardvogels	=	diadeembaardvogel
diadeembaardvogeltje	=	diadeembaardvogel
diadeembaardvogeltjes	=	diadeembaardvogel
diadeemfluiter	noun	Pachycephala flavifrons een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
diadeemfluiters	=	diadeemfluiter
diadeemfluitertje	=	diadeemfluiter
diadeemfluitertjes	=	diadeemfluiter
diadeemgierzwaluw	noun	Cypseloides cherriei een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
diadeemgierzwaluwen	=	diadeemgierzwaluw
diadeemgierzwaluwtje	=	diadeemgierzwaluw
diadeemgierzwaluwtjes	=	diadeemgierzwaluw
diadeemhoningeter	noun	Melithreptus lunatus een zangvogel uit de familie der honingeters (Meliphagidae).
diadeemhoningeters	=	diadeemhoningeter
diadeemhoningetertje	=	diadeemhoningeter
diadeemhoningetertjes	=	diadeemhoningeter
diadeemkievietje	=	diadeemkievit
diadeemkievietjes	=	diadeemkievit
diadeemkievit	noun	Vanellus coronatus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
diadeemkieviten	=	diadeemkievit
diadeemkievitje	=	diadeemkievit
diadeemkievitjes	=	diadeemkievit
diadeemlori	noun	Eos histrio een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
diadeemlori's	=	diadeemlori
diadeemlorietje	=	diadeemlori
diadeemlorietjes	=	diadeemlori
diadeemmaansluiper	noun	Melanopareia torquata een zangvogel uit de familie Melanopareiidae.
diadeemmaansluipers	=	diadeemmaansluiper
diadeemmaansluipertje	=	diadeemmaansluiper
diadeemmaansluipertjes	=	diadeemmaansluiper
diadeemmeerkat	noun	Cercopithecus mitis een apensoort uit centraal en oostelijk Afrika, zuidelijk tot in de bergen van Zuid-Afrika
diadeemmeerkatje	=	diadeemmeerkat
diadeemmeerkatjes	=	diadeemmeerkat
diadeemmeerkatten	=	diadeemmeerkat
diadeemmeestimalia	noun	Parayuhina diademata een zangvogel uit de familie Zosteropidae die voorkomt in het Oriëntaals gebied
diadeemmeestimalia's	=	diadeemmeestimalia
diadeemmeestimaliaatje	=	diadeemmeestimalia
diadeemmeestimaliaatjes	=	diadeemmeestimalia
diadeempje	=	diadeem
diadeempjes	=	diadeem
diadeemplevier	noun	Phegornis mitchellii een vogel behorend tot de kieviten en plevieren.
diadeemplevieren	=	diadeemplevier
diadeempleviertje	=	diadeemplevier
diadeempleviertjes	=	diadeemplevier
diadeemroodstaart	noun	Phoenicurus moussieri een zangvogel uit de familie vliegenvangers en het geslacht Phoenicurus (roodstaartjes)
diadeemroodstaarten	=	diadeemroodstaart
diadeemroodstaartje	=	diadeemroodstaart
diadeemroodstaartjes	=	diadeemroodstaart
diadeemschildpad	noun	Hardella thurjii een schildpad uit de familie Geoemydidae.
diadeemschildpadden	=	diadeemschildpad
diadeemschildpadje	=	diadeemschildpad
diadeemschildpadjes	=	diadeemschildpad
diadeemsifaka	noun	Propithecus diadema een dagactieve lemuur uit het geslacht van de sifaka's (Propithecus).
diadeemsifaka's	=	diadeemsifaka
diadeemsifakaatje	=	diadeemsifaka
diadeemsifakaatjes	=	diadeemsifaka
diadeemtangare	noun	Stephanophorus diadematus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
diadeemtangaren	=	diadeemtangare
diadeemtangaretje	=	diadeemtangare
diadeemtangaretjes	=	diadeemtangare
diadeemtapaculo	noun	Scytalopus schulenbergi een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
diadeemtapaculo's	=	diadeemtapaculo
diadeemtapaculootje	=	diadeemtapaculo
diadeemtapaculootjes	=	diadeemtapaculo
diadeemtapuittiran	noun	Silvicultrix diadema een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
diadeemtapuittirannen	=	diadeemtapuittiran
diadeemtapuittirannetje	=	diadeemtapuittiran
diadeemtapuittirannetjes	=	diadeemtapuittiran
diadeemwever	noun	Euplectes diadematus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
diadeemwevers	=	diadeemwever
diadeemwevertje	=	diadeemwever
diadeemwevertjes	=	diadeemwever
diadeemzee-egel	noun	Diadema setosum een zee-egel uit de familie Diadematidae.
diadeemzee-egels	=	diadeemzee-egel
diadeemzee-egeltje	=	diadeemzee-egel
diadeemzee-egeltjes	=	diadeemzee-egel
diademen	=	diadeem
diaetetiek	=	diëtetiek
diafaan	adj	doorschijnend
diafaans	=	diafaan
diafaanst	=	diafaan
diafaanste	=	diafaan
diafane	=	diafaan
diafaner	=	diafaan
diafanere	=	diafaan
diafaners	=	diafaan
diafanoscoop	noun	apparaat om de doorzichtigheid van een lichaam te bepalen
diafanoscopen	=	diafanoscoop
diafilm	noun	een doorzichtige filmstrook met positieve foto's die geprojecteerd kunnen worden
diafilmpje	=	diafilm
diafilmpjes	=	diafilm
diafilms	=	diafilm
diafoon	noun	tweetonige, op perslucht werkende hoorn, gebruikt op lichtschepen, boeien en havenhoofden om waarschuwingssignalen te geven aan de scheepvaart bij mist en slecht zicht, misthoorn
diafoons	=	diafoon
diafora	noun	gebruik van hetzelfde woord kort na elkaar, maar in een heel andere betekenis
diafora's	=	diafora
diaforese	noun	transpiratie, uitwaseming
diafragma	noun	de opening in een lichtdichte laag in of bij een lens om de hoeveelheid door te laten licht te regelen
diafragma's	=	diafragma
diafragmaatje	=	diafragma
diafragmaatjes	=	diafragma
diafragmagetal	noun	verhouding tussen brandpuntsafstand en diafragmaopening (diameter)
diafragmagetallen	=	diafragmagetal
diafragmagetalletje	=	diafragmagetal
diafragmagetalletjes	=	diafragmagetal
diafragmapomp	noun	een type van verdringerspomp waarbij een soepel membraan op en neer wordt bewogen en de vloeistof door de volumeverandering wordt verplaatst
diafragmapompen	=	diafragmapomp
diafragmapompje	=	diafragmapomp
diafragmapompjes	=	diafragmapomp
diafyse	noun	schacht van een pijpbeen
diafysen	=	diafyse
diafyses	=	diafyse
diafysetje	=	diafyse
diafysetjes	=	diafyse
diagenese	noun	steenwording van sedimenten door druk etc.
diagnose	noun	vaststelling van een ziekte
diagnose-behandelingcombinatie	noun	een code in de gezondheidszorg die het geheel van een geleverd zorgproduct omschrijft
diagnose-behandelingcombinaties	=	diagnose-behandelingcombinatie
diagnosebrief	noun	officieel schrijven van een arts met daarin de naam van de ziekte die hij heeft geconstateerd
diagnosebrieven	=	diagnosebrief
diagnosen	=	diagnose
diagnoses	=	diagnose
diagnosetje	=	diagnose
diagnosetjes	=	diagnose
diagnostica	noun	het diagnosticeren (van een ziekte, probleem etc.)
diagnostica's	=	diagnostica
diagnosticeer	=	diagnosticeren
diagnosticeerde	=	diagnosticeren
diagnosticeerden	=	diagnosticeren
diagnosticeert	=	diagnosticeren
diagnosticere	=	diagnosticeren
diagnosticeren	verb	aan de hand van verschijnselen de ziekte bepalen
diagnosticerend	=	diagnosticeren
diagnosticerende	=	diagnosticeren
diagnostici	=	diagnosticus
diagnosticum	noun	middel waarmee men kan vaststellen of een ziekte aanwezig is of niet
diagnosticus	noun	iemand die diagnosticeert, een diagnose stelt
diagnostiek	noun	de leer van het diagnose stellen
diagnostieken	=	diagnostiek
diagnostisch	adj	betrekking hebbend op een diagnose
diagnostische	=	diagnostisch
diagnostischer	=	diagnostisch
diagnostischere	=	diagnostisch
diagnostischers	=	diagnostisch
diagnostiseren	=	diagnosticeren
diagonaal	noun	rechte lijn die twee niet-opeenvolgende hoekpunten van een veelhoek verbindt	adj	schuin lopend vanuit een hoek naar de hoek er schuin tegenover.
diagonaalband	noun	buitenband voor een auto met overdwarse karkasweefseldraden
diagonaalbanden	=	diagonaalband
diagonaalmatrices	=	diagonaalmatrix
diagonaalmatrix	noun	een vierkante matrix waarvan alle elementen buiten de hoofddiagonaal (↘) 0 zijn
diagonaals	=	diagonaal
diagonaalst	=	diagonaal
diagonaalste	=	diagonaal
diagonaaltje	=	diagonaal
diagonaaltjes	=	diagonaal
diagonaalvlak	noun	vlak dat een lichaam over de diagonaal verdeelt
diagonaalvlakje	=	diagonaalvlak
diagonaalvlakjes	=	diagonaalvlak
diagonaalvlakken	=	diagonaalvlak
diagonale	=	diagonaal
diagonalen	=	diagonaal
diagonaler	=	diagonaal
diagonalere	=	diagonaal
diagonalers	=	diagonaal
diagram	noun	een symbolische en grafische voorstelling van een aantal zaken en hun onderling verband
diagrammen	=	diagram
diagrammetje	=	diagram
diagramstand	noun	stand van dam- of schaakstukken zoals getoond in een afbeelding
diagramstanden	=	diagramstand
diagramstelling	noun	stand van dam- of schaakstukken zoals getoond in een afbeelding
diagramstellingen	=	diagramstelling
diaken	noun	rooms-katholiek geestelijke, gerangschikt direct onder een priester, die een priester helpt bij kerkdiensten
diakenen	=	diaken
diakenopleiding	noun	vormingstraject, voornamelijk binnen de Rooms-Katholieke Kerk, dat mannen voorbereidt op de wijding tot permanent diaken.
diakenopleidingen	=	diakenopleiding
diakenopleidinkje	=	diakenopleiding
diakenopleidinkjes	=	diakenopleiding
diakens	=	diaken
diakentje	=	diaken
diakenwijding	noun	sacramentele handeling waardoor iemand de graad van diaken ontvangt
diakenwijdingen	=	diakenwijding
diakenwijdinkje	=	diakenwijding
diakenwijdinkjes	=	diakenwijding
diaklaas	noun	een breuk in een gesteente, waarlangs geen of nauwelijks beweging heeft plaatsgevonden, maar waar het gesteente uit elkaar bewoog dankzij een extensief spanningsregime
diaklaasje	=	diaklaas
diaklaasjes	=	diaklaas
diaklazen	=	diaklaas
diakones	=	diaken
diakriet	noun	een teken dat boven, onder of door een letter gezet wordt en nodig is voor de uitspraak.
diakrieten	=	diakriet
diakrietje	=	diakriet
diakrietjes	=	diakriet
diakritisch	adj	onderscheidend
diakritische	=	diakritisch
dialect	noun	een taalvariëteit met onderscheidende grammaticale, fonologische en andere kenmerken
dialectatlas	noun	verzameling van dialectkaarten
dialectatlassen	=	dialectatlas
dialecten	=	dialect
dialectgeografie	noun	leer van de verspreiding van (taal)dialecten
dialectica	noun	redeneerkunst, met name redeneerwijze die vanaf stellingen via tegenstellingen tot een synthese voert
dialectica's	=	dialectica
dialectici	=	dialecticus
dialecticus	noun	iemand die de dialectiek beoefent
dialectiek	noun	een redeneervorm die door middel van het gebruik van tegenstellingen naar waarheid probeert te zoeken
dialectisch	adj	tot de dialectiek behorend, daarop berustend
dialectische	=	dialectisch
dialectischer	=	dialectisch
dialectischere	=	dialectisch
dialectischers	=	dialectisch
dialectisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit een dialect of gevormd naar een voorbeeld uit een dialect
dialectismen	=	dialectisme
dialectje	=	dialect
dialectjes	=	dialect
dialectkaart	noun	kaart waarop is aangegeven waar een bepaald dialect of taalkundig verschijnsel voorkomt
dialectkaarten	=	dialectkaart
dialectologe	noun	vrouwelijke vorm van dialectoloog
dialectologen	=	dialectoloog
dialectologes	=	dialectologe
dialectologie	noun	de wetenschap die regionale verschillen tussen taalvariëteiten bestudeert
dialectologisch	adj	met betrekking tot de dialectologie
dialectologische	=	dialectologisch
dialectologischer	=	dialectologisch
dialectologischere	=	dialectologisch
dialectologischers	=	dialectologisch
dialectoloog	noun	iemand die regionale verschillen tussen taalvariëteiten bestudeert
dialectoloogje	=	dialectoloog
dialectoloogjes	=	dialectoloog
dialectonderzoek	noun	de wetenschappelijke studie van taalvariëteiten die in specifieke geografische gebieden worden gesproken, waarbij verschillen in uitspraak, woordenschat en grammatica ten opzichte van de standaardtaal centraal staan
dialectonderzoeken	=	dialectonderzoek
dialectpop	noun	popmuziek gezongen in een dialect
dialectwoord	noun	een woord dat eigen is aan een lokale taalvariant
dialectwoorden	=	dialectwoord
dialectwoordenboek	noun	woordenboek met dialectwoorden
dialectwoordenboeken	=	dialectwoordenboek
dialekt	=	dialect
dialer	noun	een computerprogramma dat een modemverbinding laat maken met een duur telefoonnummer
dialers	=	dialer
dialogeer	=	dialogeren
dialogeerde	=	dialogeren
dialogeerden	=	dialogeren
dialogeert	=	dialogeren
dialogen	=	dialoog
dialogere	=	dialogeren
dialogeren	verb|formal	aan een tweegesprek of discussie deelnemen
dialogerend	=	dialogeren
dialogerende	=	dialogeren
dialogisch	adj	in de vorm van een dialoog (tweespraak)
dialogische	=	dialogisch
dialogischer	=	dialogisch
dialogischere	=	dialogisch
dialogischers	=	dialogisch
dialogiseer	=	dialogiseren
dialogiseerde	=	dialogiseren
dialogiseerden	=	dialogiseren
dialogiseert	=	dialogiseren
dialogisere	=	dialogiseren
dialogiseren	verb	in de vorm van een dialoog brengen
dialogiserend	=	dialogiseren
dialogiserende	=	dialogiseren
dialoog	noun	gesprek tussen twee of meer personen
dialoogje	=	dialoog
dialoogjes	=	dialoog
dialoogregisseur	noun	iemand die de regie voert over het proces om stemgeluid toe te voegen aan bijvoorbeeld videomateriaal of computerspellen
dialoogregisseurs	=	dialoogregisseur
dialoogregisseurtje	=	dialoogregisseur
dialoogregisseurtjes	=	dialoogregisseur
dialoogtafel	noun	overleg tussen verschillende vertegenwoordigende organisatie waarbij het vooral de bedoeling is dat men naar elkaars argumenten luisterd
dialoogtafels	=	dialoogtafel
dialoogvenster	noun	venster van een computerprogramma waarin de gebruiker input kan geven die het verdere verloop van het programma beïnvloedt
dialoogvensters	=	dialoogvenster
dialoogvenstertje	=	dialoogvenster
dialoogvenstertjes	=	dialoogvenster
dialoogvorm	noun	de structuur van een gesprek van twee personen
dialoogvormen	=	dialoogvorm
dialysaat	noun	het product dat ontstaat uit de dialyse
dialysaatje	=	dialysaat
dialysaatjes	=	dialysaat
dialysaten	=	dialysaat
dialysator	noun	toestel voor dialyse
dialysatoren	=	dialysator
dialysators	=	dialysator
dialysatortje	=	dialysator
dialysatortjes	=	dialysator
dialyse	noun	bloedzuivering met een kunstnier, nierdialyse, hemodialyse
dialysecentra	=	dialysecentrum
dialysecentrum	noun	locatie waar nierpatiënten gedialyseerd kunnen wroden
dialysecentrums	=	dialysecentrum
dialyseer	=	dialyseren
dialyseerde	=	dialyseren
dialyseerden	=	dialyseren
dialyseert	=	dialyseren
dialysemachine	noun	apparaat dat de nierfunctie, van een patiënt met een verminderde werking van de nieren, kan overnemen
dialysemachines	=	dialysemachine
dialysen	=	dialyse
dialysere	=	dialyseren
dialyseren	verb	door uitspoelen via een membraan zuiveren
dialyserend	=	dialyseren
dialyserende	=	dialyseren
dialyses	=	dialyse
dialysetje	=	dialyse
dialysetjes	=	dialyse
diamagnetisch	adj	de eigenschap bezittend door een magnetisch veld afgestoten te worden doordat alle inwendige spins gepaard zijn
diamagnetische	=	diamagnetisch
diamagnetischer	=	diamagnetisch
diamagnetischere	=	diamagnetisch
diamagnetischers	=	diamagnetisch
diamagnetischt	=	diamagnetisch
diamagnetischte	=	diamagnetisch
diamagnetisme	noun	de eigenschap dat de relatieve permeabiliteit van een materiaal kleiner is dan 1 hetgeen impliceert dat de magnetische veldlijnen liever door vacuüm gaan dan door dit materiaal hetgeen weer betekent dat dit materiaal door magneten wordt afgestoten
diamant	noun	edelsteen gesneden uit het gelijknamige mineraal
diamantair	noun	handelaar en bewerker van diamanten
diamantairs	=	diamantair
diamantastrild	noun	Emblema guttata een klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
diamantastrilden	=	diamantastrild
diamantastrildje	=	diamantastrild
diamantastrildjes	=	diamantastrild
diamantbedrijf	noun	bedrijf dat diamanten bewerkt en verhandelt
diamantbedrijven	=	diamantbedrijf
diamantbeurs	noun	plaats waar diamanten worden ge- en verkocht
diamantbeursje	=	diamantbeurs
diamantbeursjes	=	diamantbeurs
diamantbeurzen	=	diamantbeurs
diamantbewerker	noun	persoon die ruwe diamanten zo bewerkt dat ze in sieraden kunnen worden gebruikt
diamantbewerkers	=	diamantbewerker
diamantboor	noun	van diamant voorziene boor voor harde gesteenten
diamantboortje	=	diamantboor
diamantboortjes	=	diamantboor
diamantboren	=	diamantboor
diamantborsteltje	noun	Acleris cristana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
diamantborsteltjes	=	diamantborsteltje
diamantconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die betrokken zijn bij de winning, verwerking en handel in diamanten
diamantconcerns	=	diamantconcern
diamantduif	noun	Geopelia cuneata een endemische vogelsoort uit Australië, die vaak gehouden wordt als siervogel
diamantduifje	=	diamantduif
diamantduifjes	=	diamantduif
diamantduiven	=	diamantduif
diamanten	adj	uit diamanten samengesteld
diamantgoerami	noun	Trichopodus leerii een straalvinnige uit de familie van de echte goerami's (Osphronemidae).
diamantgoerami's	=	diamantgoerami
diamanthandel	noun	de in- en verkoop van diamanten
diamanthandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep diamanten in- en verkoopt
diamanthandelaars	=	diamanthandelaar
diamanthandelaartje	=	diamanthandelaar
diamanthandelaartjes	=	diamanthandelaar
diamanthandelaren	=	diamanthandelaar
diamanthandels	=	diamanthandel
diamantinasabelvleugel	noun	Campylopterus diamantinensis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
diamantinasabelvleugelen	=	diamantinasabelvleugel
diamantinasabelvleugels	=	diamantinasabelvleugel
diamantinasabelvleugeltje	=	diamantinasabelvleugel
diamantinasabelvleugeltjes	=	diamantinasabelvleugel
diamantinatapaculo	noun	bepaalde bedreigde inheemse vogelsoort in Brazilië, Scytalopus diamantinensis
diamantinatapaculo's	=	diamantinatapaculo
diamantinatapaculootje	=	diamantinatapaculo
diamantinatapaculootjes	=	diamantinatapaculo
diamantindustrie	noun	alle bedrijven die zijn betrokken bij de winning en verwerking van diamanten
diamantindustrieën	=	diamantindustrie
diamantje	=	diamant
diamantjes	=	diamant
diamantkloof	=	diamantkloven
diamantkloven	verb	door klieven een diamant de vorm van een regelmatig kristal geven en waardoor eventuele onzuivere gedeelten worden verwijderd
diamantklovend	=	diamantkloven
diamantklovende	=	diamantkloven
diamantklover	noun	persoon die een grote diamant kan splijten in kleinere diamanten
diamantklovers	=	diamantklover
diamantmarkt	noun	het geheel van vraag en aanbod betreffende diamanten
diamantmarkten	=	diamantmarkt
diamantmijn	noun	plaats waar diamanten gedolven worden
diamantmijnen	=	diamantmijn
diamantmijntje	=	diamantmijn
diamantnaald	noun	grammofoonnaald met een puntje van diamant
diamantnaalden	=	diamantnaald
diamantnaaldje	=	diamantnaald
diamantnaaldjes	=	diamantnaald
diamantnijverheden	=	diamantnijverheid
diamantnijverheid	noun	alle bedrijven die zich bezighouden met de bewerking en verwerking van diamanten
diamantpython	noun	een slang (ondersoort) Morelia spilota spilota uit de familie van de pythons (Pythonidae)
diamantpythons	=	diamantpython
diamantpythontje	=	diamantpython
diamantpythontjes	=	diamantpython
diamantratelslang	noun	Crotalus adamanteus een slang uit de familie adders (Viperidae), onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
diamantratelslangen	=	diamantratelslang
diamantratelslangetje	=	diamantratelslang
diamantratelslangetjes	=	diamantratelslang
diamantregenboogvis	noun	Melanotaenia praecox een tropische zoetwatervis die voorkomt in de Mamberamo rivier op Nieuw-Guinea.
diamantregenboogvisje	=	diamantregenboogvis
diamantregenboogvisjes	=	diamantregenboogvis
diamantregenboogvissen	=	diamantregenboogvis
diamantroof	noun	de keer dat diamanten worden gestolen
diamantroven	=	diamantroof
diamantrugschildpad	noun	Malaclemys terrapin een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae)
diamantrugschildpadden	=	diamantrugschildpad
diamantrugschildpadje	=	diamantrugschildpad
diamantrugschildpadjes	=	diamantrugschildpad
diamantsector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de winning, bewerking in en handel van diamanten
diamantsectoren	=	diamantsector
diamantsectors	=	diamantsector
diamantslijper	noun	iemand die zich toelegt op het bewerken van diamant
diamantslijperij	noun	onderneming waar men ruwe diamanten slijpt
diamantslijperijen	=	diamantslijperij
diamantslijpers	=	diamantslijper
diamantslijpertje	=	diamantslijper
diamantslijpertjes	=	diamantslijper
diamantsmokkel	noun	illegale internationale handel in diamanten
diamantsteur	noun	Acipenser gueldenstaedtii een anadrome vis uit de familie van de steuren (Acipenseridae).
diamantsteuren	=	diamantsteur
diamantsteurtje	=	diamantsteur
diamantsteurtjes	=	diamantsteur
diamantvogels	noun	Pardalotidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
diamantwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de productie van en handel in diamanten
diamantwijk	noun	deel van een stad met veel diamantbedrijven
diamantwijken	=	diamantwijk
diamantwinning	noun	het opgraven van ruwe diamant
diamantwinningen	=	diamantwinning
diamantzalm	noun	Moenkhausia pittieri een straalvinnige vissensoort uit de familie van de karperzalmen (Characidae).
diamantzalmen	=	diamantzalm
diamantzalmpje	=	diamantzalm
diamantzalmpjes	=	diamantzalm
diamantzwart	adj	diep zwart
diamantzwarte	=	diamantzwart
diamantzwarts	=	diamantzwart
diameter	noun	middellijn van een cirkel of bol
diameters	=	diameter
diametertje	=	diameter
diametertjes	=	diameter
diametraal	adj	volgens de diameter (middellijn)
diametraals	=	diametraal
diametraalst	=	diametraal
diametraalste	=	diametraal
diametrale	=	diametraal
diametraler	=	diametraal
diametralere	=	diametraal
diametralers	=	diametraal
diana-uil	noun	Griposia aprilina een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
diana-uilen	=	diana-uil
diana-uiltje	=	diana-uil
diana-uiltjes	=	diana-uil
dianameerkat	noun	Cercopithecus diana een aap van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
dianameerkatje	=	dianameerkat
dianameerkatjes	=	dianameerkat
dianameerkatten	=	dianameerkat
diapason	noun	stemvork
diapasonnetje	=	diapason
diapasonnetjes	=	diapason
diapasons	=	diapason
diapauze	noun	stilstand in de groei en een lage activiteit van de stofwisseling
diaphoresis	noun	zweetafscheiding
diaphragma	=	diafragma
diapositief	noun	een in het kader van een fotografisch procédé ontwikkelde film met een lichtgevoelige laag, die een positief beeld geeft dat direct goed zichtbaar geprojecteerd kan worden zijn t.o.v. de werkelijkheid, dia
diapositiefje	=	diapositief
diapositiefjes	=	diapositief
diapositieven	=	diapositief
diapresentatie	noun	vertoning van dia's
diapresentaties	=	diapresentatie
diaprogramma	noun	een voorstelling waarin men dia's projecteert
diaprogramma's	=	diaprogramma
diaprojectie	noun	het projecteren van dia's met behulp van een diaprojector
diaprojecties	=	diaprojectie
diaprojector	noun	toestel om dia's te projecteren
diaprojectoren	=	diaprojector
diaprojectors	=	diaprojector
diaprojectortje	=	diaprojector
diapsiden	noun	een onderklasse Diapsida van Amniota met twee openingen aan beide zijden in het deel achter de oogkas van hun schedel (zie afbeeldingen).
diarchie	noun	een bestuursvorm waarin twee individuen, de diarchen, de staatshoofden zijn
diarchieën	=	diarchie
diaria	=	diarium
diarium	noun	dagboek
diarree	noun	darmstoornis die dunne ontlasting veroorzaakt
diarreeaanval	noun	plotseling opkomende, heftige diarree
diarreeaanvallen	=	diarreeaanval
diarreetje	=	diarree
diarreetjes	=	diarree
diarreeën	=	diarree
diascherm	noun	scherm waarop men dia's door middel van een diaprojector kan projecteren
diaschermen	=	diascherm
diascoop	noun	toestel om doorzichtige afbeeldingen te projecteren
diascoopje	=	diascoop
diascoopjes	=	diascoop
diascopen	=	diascoop
diascopie	noun	doorlichting
diascopietje	=	diascopie
diascopietjes	=	diascopie
diascopieën	=	diascopie
diascopisch	adj	betreft in technische en wetenschappelijke context naar schaduwbelichting of licht dat door een object heen valt (doortraald licht), in plaats van erop reflecteert
diascopische	=	diascopisch
diascopischer	=	diascopisch
diascopischere	=	diascopisch
diascopischers	=	diascopisch
diashow	noun	presentatie met de computer op een beeldscherm
diashows	=	diashow
diaspoor	noun	een aluminium-zuurstof-hydroxide met de chemische formule AlO(OH)
diaspora	noun	grootschalige verspreiding van een volk over verschillende ver van elkaar af liggende landen
diaspora's	=	diaspora
diasporabeleid	noun	activiteit van een overheid die gericht is op personen die naar het buitenland zijn geëmigreerd of gevlucht
diaspore	noun	deel van een plant dat zich passief verplaatst (bijv. op de wind) en daardoor vermenigvuldiging mogelijk maakt
diasporen	=	diaspore
diaspores	=	diaspore
diastase	noun	enzym dat zetmeel omzet in maltose
diastasen	=	diastase
diastasetje	=	diastase
diastasetjes	=	diastase
diasteem	noun	spleetje tussen de voortanden
diasteempje	=	diasteem
diasteempjes	=	diasteem
diastemen	=	diasteem
diastereomeer	noun	een stero-isomeer dat niet het spiegelbeeld van zijn tegenvoeter(s) is
diastereomeren	=	diastereomeer
diastole	noun	periode tussen twee hartslagen
diastolen	=	diastole
diastoles	=	diastole
diastolisch	adj	met betrekking tot verslapping van hart en bloedvaten
diastolische	=	diastolisch
diastolischer	=	diastolisch
diastolischere	=	diastolisch
diastolischers	=	diastolisch
diatheek	noun	verzameling dia's
diatheken	=	diatheek
diathermaan	adj	warmtestraling doorlatend
diathermaans	=	diathermaan
diathermane	=	diathermaan
diathermie	noun	doorwarming van zieke organen
diathese	noun	vatbaarheid voor een ziekte
diatome	=	diatoom
diatomee	noun	eencellige organisme uit de stam Bacillariophyta, waarvan de leden een extern skelet van kiezel (siliciumdioxide, SiO₂) hebben
diatomeetje	=	diatomee
diatomeetjes	=	diatomee
diatomeeën	noun	stam van eencellige organismen Bacillariophyta, waarvan de leden een extern skelet van kiezel (siliciumdioxide, SiO₂) hebben
diatomeeënaarde	noun	een organogeen sediment dat geheel of voor het grootste deel bestaat uit de skeletjes van eencellige kiezelwieren of diatomeeën.
diatomen	noun	stam van eencellige organismen, Bacillariophyta, waarvan de leden een extern skelet van kiezel (siliciumdioxide, SiO₂) hebben
diatoniek	noun	de voor de westerse muziekleer karakteristieke afwisseling van vijf hele en twee halve toonafstanden in een octaaf
diatonisch	adj	de standaardtreden van hele en halve tonen van de toonladder volgend, zonder incidentele toonverhogingen of toonverlagingen
diatonische	=	diatonisch
diatonischer	=	diatonisch
diatonischere	=	diatonisch
diatonischers	=	diatonisch
diatoom	noun	eencellige organisme uit de stam Bacillariophyta, waarvan de leden een extern skelet van kiezel (siliciumdioxide, SiO₂) hebben	adj	met moleculen die uit twee atomen bestaan
diatooms	=	diatoom
diatribe	noun	kritisch betoog
diatriben	=	diatribe
diatribetje	=	diatribe
diatribetjes	=	diatribe
diaviewer	noun	apparaat om dia's te kunnen kijken zonder ze op een scherm te projecteren
diaviewers	=	diaviewer
diaviewertje	=	diaviewer
diaviewertjes	=	diaviewer
diavoorstelling	noun	lezing of voorstelling waarbij men dia's laat zien
diavoorstellingen	=	diavoorstelling
diazepam	noun	slaapmiddel
diazepammetje	=	diazepam
diazepammetjes	=	diazepam
diazepams	=	diazepam
dibatag	noun	Ammodorcas clarkei De dibatag (Ammodorcas clarkei), soms ook Clarks gazelle of lamagazelle genoemd, is een antilopesoort die alleen voor komt in de Hoorn van Afrika
dibatagje	=	dibatag
dibatagjes	=	dibatag
dibatags	=	dibatag
dibber	=	dibberen
dibberde	=	dibberen
dibberden	=	dibberen
dibbere	=	dibberen
dibberen	verb	spreken
dibberend	=	dibberen
dibberende	=	dibberen
dibbert	=	dibberen
dibbes	noun	aanduiding van een persoon (informeel, positief)
dibbesen	=	dibbes
dibboek	noun	geest van een dode die zich meester maakt van een levend persoon
dibboeken	=	dibboek
dibboeks	=	dibboek
dicasterie	noun	elk van de afdelingen van de Romeinse Curie, het bestuursapparaat van de paus
dicasteries	=	dicasterie
diceratiden	noun	een familie Diceratiidae van straalvinnige vissen uit de orde van vinarmigen (Lophiiformes)
dichloor	noun	met twee chlooratomen
dichloordifenyltrichloorethaan	noun	een organisch chemisch insecticide met als brutoformule C₁₄H₉Cl₅ dat bijzonder schadelijk is voor het milieu
dichloorvos	noun	een insecticide (2,2-dichloorvinyldimethylfosfaat)
dichloorvosje	=	dichloorvos
dichloorvosjes	=	dichloorvos
dichloorvossen	=	dichloorvos
dichotome	=	dichotoom
dichotomer	=	dichotoom
dichotomere	=	dichotoom
dichotomers	=	dichotoom
dichotomie	noun	opdeling in twee elkaar niet-overlappende structuren of begrippen
dichotomieën	=	dichotomie
dichotomisch	adj	met betrekking tot de dichotomie
dichotomische	=	dichotomisch
dichotomischer	=	dichotomisch
dichotomischere	=	dichotomisch
dichotomischers	=	dichotomisch
dichotoom	adj	de opdeling in twee niet-overlappende structuren of begrippen
dichotooms	=	dichotoom
dichotoomst	=	dichotoom
dichotoomste	=	dichotoom
dichroomtrioxide	noun	een groene vaste stof met de formule Cr₂O₃
dicht	noun	dichtkunst	adj	nauw aaneengesloten, zonder veel tussenruimte
dichtader	noun	inspiratie om te dichten, verzen te schrijven
dichtaderen	=	dichtader
dichtaders	=	dichtader
dichtadertje	=	dichtader
dichtbebost	adj	met heel veel bomen, met een heel dicht en donker bos
dichtbeboste	=	dichtbebost
dichtbebosts	=	dichtbebost
dichtbebouwd	adj	van een gebied dat er veel woningen en gebouwen staan
dichtbebouwde	=	dichtbebouwd
dichtbebouwds	=	dichtbebouwd
dichtbegroeid	adj	met een grote hoeveelheid planten per oppervlakte eenheid
dichtbegroeide	=	dichtbegroeid
dichtbegroeids	=	dichtbegroeid
dichtbevolkt	adj	met een relatief groot aantal inwoners in verhouding met het oppervlak
dichtbevolkte	=	dichtbevolkt
dichtbevolkts	=	dichtbevolkt
dichtbij	adj	op heel korte afstand	adv	in de onmiddellijke nabijheid
dichtbije	=	dichtbij
dichtbijgelegen	adj	nabijgelegen
dichtbijgelegens	=	dichtbijgelegen
dichtbijs	=	dichtbij
dichtbijvakantie	noun	een vakantie die men in de buurt van het eigen huis viert zonder het maken van een verre reis
dichtbijvakanties	=	dichtbijvakantie
dichtbijvakantietje	=	dichtbijvakantie
dichtbijvakantietjes	=	dichtbijvakantie
dichtbijzijndst	=	dichtstbijzijnd
dichtbind	=	dichtbinden
dichtbinde	=	dichtbinden
dichtbinden	verb	met een koord of touw afsluiten
dichtbindend	=	dichtbinden
dichtbindende	=	dichtbinden
dichtbindt	=	dichtbinden
dichtblijven	verb	gesloten blijven; afgesloten blijven voor bezoekers
dichtblijvend	=	dichtblijven
dichtbond	=	dichtbinden
dichtbonde	=	dichtbinden
dichtbonden	=	dichtbinden
dichtbondt	=	dichtbinden
dichtbrand	=	dichtbranden
dichtbrandde	=	dichtbranden
dichtbrandden	=	dichtbranden
dichtbrande	=	dichtbranden
dichtbranden	verb	door branden iets afdichten
dichtbrandend	=	dichtbranden
dichtbrandende	=	dichtbranden
dichtbrandt	=	dichtbranden
dichtbundel	noun	verzameling gedichten als een boekwerk uitgegeven
dichtbundels	=	dichtbundel
dichtbundeltje	=	dichtbundel
dichtbundeltjes	=	dichtbundel
dichtdede	=	dichtdoen
dichtdeden	=	dichtdoen
dichtdeed	=	dichtdoen
dichtdeedt	=	dichtdoen
dichtdoe	=	dichtdoen
dichtdoen	verb	sluiten
dichtdoend	=	dichtdoen
dichtdoende	=	dichtdoen
dichtdoet	=	dichtdoen
dichtdraai	=	dichtdraaien
dichtdraaide	=	dichtdraaien
dichtdraaiden	=	dichtdraaien
dichtdraaie	=	dichtdraaien
dichtdraaien	verb	van een kraan dat er geen of minder vloeistof of gas door kan stromen
dichtdraaiend	=	dichtdraaien
dichtdraaiende	=	dichtdraaien
dichtdraait	=	dichtdraaien
dichtdruk	=	dichtdrukken
dichtdrukke	=	dichtdrukken
dichtdrukken	verb	met een drukkende beweging iets afsluiten
dichtdrukkend	=	dichtdrukken
dichtdrukkende	=	dichtdrukken
dichtdrukt	=	dichtdrukken
dichtdrukte	=	dichtdrukken
dichtdrukten	=	dichtdrukken
dichte	=	dicht
dichten	verb	sluiten van een gat, opening
dichtend	=	dichten
dichtende	=	dichten
dichter	noun	iemand die poëtische kunst voortbrengt	adv	op kortere afstand
dichter-zanger	noun	iemand die liederen zingt waar hij zelf de tekst van heeft geschreven
dichter-zangers	=	dichter-zanger
dichterbebost	=	dichtbebost
dichterbeboste	=	dichtbebost
dichterbebosts	=	dichtbebost
dichterbevolkt	=	dichtbevolkt
dichterbevolkte	=	dichtbevolkt
dichterbevolkts	=	dichtbevolkt
dichterbij	=	dichtbij
dichterbije	=	dichtbij
dichterbijgelegen	=	dichtbijgelegen
dichterbijgelegens	=	dichtbijgelegen
dichterbijs	=	dichtbij
dichtere	=	dicht
dichteres	noun	vrouwelijker dichter
dichteresje	=	dichteres
dichteresjes	=	dichteres
dichteressen	=	dichteres
dichterlijk	adj	van een dichter
dichterlijke	=	dichterlijk
dichterlijker	=	dichterlijk
dichterlijkere	=	dichterlijk
dichterlijkers	=	dichterlijk
dichterlijkheden	=	dichterlijkheid
dichterlijkheid	noun	iets wat romantisch of poëtisch is
dichterlijks	=	dichterlijk
dichterlijkst	=	dichterlijk
dichterlijkste	=	dichterlijk
dichters	=	dichter
dichters-zangers	=	dichter-zanger
dichterschap	noun	het dichter zijn
dichterschappen	=	dichterschap
dichtersnarcis	noun	bepaald soort witte narcis Narcissus poeticus
dichtersnarcissen	=	dichtersnarcis
dichtertje	=	dichter
dichtertjes	=	dichter
dichtervorst	noun	zeer groot dichter
dichtervorsten	=	dichtervorst
dichtervorstje	=	dichtervorst
dichtervorstjes	=	dichtervorst
dichtga	=	dichtgaan
dichtgaan	verb	sluiten
dichtgaand	=	dichtgaan
dichtgaande	=	dichtgaan
dichtgaat	=	dichtgaan
dichtgebleven	=	dichtblijven
dichtgebonden	=	dichtbinden
dichtgebrand	=	dichtbranden
dichtgebrande	=	dichtbranden
dichtgedaan	=	dichtdoen
dichtgedane	=	dichtdoen
dichtgedraaid	=	dichtdraaien
dichtgedraaide	=	dichtdraaien
dichtgedrukt	=	dichtdrukken
dichtgegaan	=	dichtgaan
dichtgegooid	=	dichtgooien
dichtgegooide	=	dichtgooien
dichtgegroeid	=	dichtgroeien
dichtgehouden	=	dichthouden
dichtgeklapt	=	dichtklappen
dichtgeklapte	=	dichtklappen
dichtgeklemd	=	dichtklemmen
dichtgeklemde	=	dichtklemmen
dichtgeklikt	=	dichtklikken
dichtgeknepen	=	dichtknijpen
dichtgeknoopt	=	dichtknopen
dichtgeknoopte	=	dichtknopen
dichtgelakt	=	dichtlakken
dichtgelakte	=	dichtlakken
dichtgelijmd	=	dichtlijmen
dichtgelopen	=	dichtlopen
dichtgemaakt	=	dichtmaken
dichtgemaakte	=	dichtmaken
dichtgemetseld	=	dichtmetselen
dichtgenaaid	=	dichtnaaien
dichtgenaaide	=	dichtnaaien
dichtgeplakt	=	dichtplakken
dichtgeplakte	=	dichtplakken
dichtgereden	=	dichtrijden
dichtgeritst	=	dichtritsen
dichtgeschoven	=	dichtschuiven
dichtgeschroefd	=	dichtschroeven
dichtgeschroefde	=	dichtschroeven
dichtgeschroeid	=	dichtschroeien
dichtgeschroeide	=	dichtschroeien
dichtgeslagen	=	dichtslaan
dichtgeslibd	=	dichtslibben
dichtgeslibde	=	dichtslibben
dichtgesmeten	=	dichtsmijten
dichtgesnoerd	=	dichtsnoeren
dichtgesnoerde	=	dichtsnoeren
dichtgespijkerd	=	dichtspijkeren
dichtgespijkerde	=	dichtspijkeren
dichtgesprongen	=	dichtspringen
dichtgestopt	=	dichtstoppen
dichtgestopte	=	dichtstoppen
dichtgetimmerd	=	dichttimmeren
dichtgetimmerde	=	dichttimmeren
dichtgetrokken	=	dichttrekken
dichtgevallen	=	dichtvallen
dichtgevouwen	=	dichtvouwen
dichtgevroren	=	dichtvriezen
dichtgezet	=	dichtzetten
dichtgezeten	=	dichtzitten
dichtging	=	dichtgaan
dichtginge	=	dichtgaan
dichtgingen	=	dichtgaan
dichtgingt	=	dichtgaan
dichtgooi	=	dichtgooien
dichtgooide	=	dichtgooien
dichtgooiden	=	dichtgooien
dichtgooie	=	dichtgooien
dichtgooien	verb	iets met een smijtend, ruw gebaar sluiten of afsluiten
dichtgooiend	=	dichtgooien
dichtgooiende	=	dichtgooien
dichtgooit	=	dichtgooien
dichtgroei	=	dichtgroeien
dichtgroeide	=	dichtgroeien
dichtgroeiden	=	dichtgroeien
dichtgroeie	=	dichtgroeien
dichtgroeien	verb	helemaal volgroeien; volraken met groeiende planten; overwoekerd raken
dichtgroeiend	=	dichtgroeien
dichtgroeiende	=	dichtgroeien
dichtgroeit	=	dichtgroeien
dichtheden	=	dichtheid
dichtheid	noun	compactheid
dichtheidsfunctionaaltheorie	noun	een quantummechanische theorie die ervan uitgaat dat de energieniveaus van een systeem alleen afhangen van de totale elektronendichtheidsverdeling
dichthield	=	dichthouden
dichthielde	=	dichthouden
dichthielden	=	dichthouden
dichthieldt	=	dichthouden
dichthou	=	dichthouden
dichthoud	=	dichthouden
dichthoude	=	dichthouden
dichthouden	verb	zorgen dat iets gesloten blijft
dichthoudend	=	dichthouden
dichthoudende	=	dichthouden
dichthoudt	=	dichthouden
dichting	noun	iets wat ervoor zorgt dat een ruimte afgesloten blijft zodat er niets in- of uit kan gaan
dichtingen	=	dichting
dichtje	=	dicht
dichtjes	=	dicht
dichtklap	=	dichtklappen
dichtklappe	=	dichtklappen
dichtklappen	verb	met een klap sluiten van iets
dichtklappend	=	dichtklappen
dichtklappende	=	dichtklappen
dichtklapt	=	dichtklappen
dichtklapte	=	dichtklappen
dichtklapten	=	dichtklappen
dichtklemmen	verb	met een klem iets dat openstaat dichtmaken
dichtklemmend	=	dichtklemmen
dichtklemmende	=	dichtklemmen
dichtklik	=	dichtklikken
dichtklikke	=	dichtklikken
dichtklikken	verb	met een klikkend geluid iets sluiten
dichtklikkend	=	dichtklikken
dichtklikkende	=	dichtklikken
dichtklikt	=	dichtklikken
dichtklikte	=	dichtklikken
dichtklikten	=	dichtklikken
dichtkneep	=	dichtknijpen
dichtknepen	=	dichtknijpen
dichtknijp	=	dichtknijpen
dichtknijpe	=	dichtknijpen
dichtknijpen	verb	samendrukken tot iets afgesloten raakt
dichtknijpend	=	dichtknijpen
dichtknijpende	=	dichtknijpen
dichtknijpt	=	dichtknijpen
dichtknoop	=	dichtknopen
dichtknoopt	=	dichtknopen
dichtknoopte	=	dichtknopen
dichtknoopten	=	dichtknopen
dichtknope	=	dichtknopen
dichtknopen	verb	dichtmaken door middel van knopen
dichtknopend	=	dichtknopen
dichtknopende	=	dichtknopen
dichtkonst	=	dichtkunst
dichtkunst	noun	het in een min of meer strakke structuur van ritme, maat en klank verwoorden van een gedachte of een verhaal
dichtkunsten	=	dichtkunst
dichtlak	=	dichtlakken
dichtlakke	=	dichtlakken
dichtlakken	verb	met lak afsluiten
dichtlakkend	=	dichtlakken
dichtlakkende	=	dichtlakken
dichtlakt	=	dichtlakken
dichtlakte	=	dichtlakken
dichtlakten	=	dichtlakken
dichtliep	=	dichtlopen
dichtliepe	=	dichtlopen
dichtliepen	=	dichtlopen
dichtliept	=	dichtlopen
dichtlijm	=	dichtlijmen
dichtlijmde	=	dichtlijmen
dichtlijmden	=	dichtlijmen
dichtlijme	=	dichtlijmen
dichtlijmen	verb	met lijm sluiten
dichtlijmend	=	dichtlijmen
dichtlijmende	=	dichtlijmen
dichtlijmt	=	dichtlijmen
dichtloop	=	dichtlopen
dichtloopt	=	dichtlopen
dichtlope	=	dichtlopen
dichtlopen	verb	geheel zwart worden
dichtlopend	=	dichtlopen
dichtlopende	=	dichtlopen
dichtmaak	=	dichtmaken
dichtmaakt	=	dichtmaken
dichtmaakte	=	dichtmaken
dichtmaakten	=	dichtmaken
dichtmaat	noun	maat van de verzen
dichtmake	=	dichtmaken
dichtmaken	verb	een opening afsluiten
dichtmakend	=	dichtmaken
dichtmakende	=	dichtmaken
dichtmaten	=	dichtmaat
dichtmetsel	=	dichtmetselen
dichtmetselde	=	dichtmetselen
dichtmetselden	=	dichtmetselen
dichtmetsele	=	dichtmetselen
dichtmetselen	verb	een opening sluiten met stenen en cement; een opening sluiten met metselwerk
dichtmetselend	=	dichtmetselen
dichtmetselende	=	dichtmetselen
dichtmetselt	=	dichtmetselen
dichtnaai	=	dichtnaaien
dichtnaaide	=	dichtnaaien
dichtnaaiden	=	dichtnaaien
dichtnaaie	=	dichtnaaien
dichtnaaien	verb	met behulp van naald en draad iets sluiten
dichtnaaiend	=	dichtnaaien
dichtnaaiende	=	dichtnaaien
dichtnaait	=	dichtnaaien
dichtplak	=	dichtplakken
dichtplakke	=	dichtplakken
dichtplakken	verb	iets sluiten door het te lijmen
dichtplakkend	=	dichtplakken
dichtplakkende	=	dichtplakken
dichtplakt	=	dichtplakken
dichtplakte	=	dichtplakken
dichtplakten	=	dichtplakken
dichtreden	=	dichtrijden
dichtreed	=	dichtrijden
dichtregel	noun	een regel van een gedicht
dichtregels	=	dichtregel
dichtregeltje	=	dichtregel
dichtregeltjes	=	dichtregel
dichtrij	=	dichtrijden
dichtrijd	=	dichtrijden
dichtrijde	=	dichtrijden
dichtrijden	verb	een achterstand ten opzichte van een tegenstander door rijden verkleinen
dichtrijdend	=	dichtrijden
dichtrijdende	=	dichtrijden
dichtrijdt	=	dichtrijden
dichtrits	=	dichtritsen
dichtritse	=	dichtritsen
dichtritsen	verb	sluiten met behulp van twee rijen in elkaar grijpende metalen of kunststof haakjes die daartoe aan weerskanten van een opening in textiel zijn aangebracht
dichtritsend	=	dichtritsen
dichtritsende	=	dichtritsen
dichtritst	=	dichtritsen
dichtritste	=	dichtritsen
dichtritsten	=	dichtritsen
dichts	=	dicht
dichtschoof	=	dichtschuiven
dichtschoven	=	dichtschuiven
dichtschroef	=	dichtschroeven
dichtschroefde	=	dichtschroeven
dichtschroefden	=	dichtschroeven
dichtschroeft	=	dichtschroeven
dichtschroei	=	dichtschroeien
dichtschroeide	=	dichtschroeien
dichtschroeiden	=	dichtschroeien
dichtschroeie	=	dichtschroeien
dichtschroeien	verb	iets sluiten door het sterk te verhitten
dichtschroeiend	=	dichtschroeien
dichtschroeiende	=	dichtschroeien
dichtschroeit	=	dichtschroeien
dichtschroeve	=	dichtschroeven
dichtschroeven	verb	met schroeven dichtmaken
dichtschroevend	=	dichtschroeven
dichtschroevende	=	dichtschroeven
dichtschuif	=	dichtschuiven
dichtschuift	=	dichtschuiven
dichtschuive	=	dichtschuiven
dichtschuiven	verb	met een schuivende beweging afsluiten
dichtschuivend	=	dichtschuiven
dichtschuivende	=	dichtschuiven
dichtsla	=	dichtslaan
dichtslaan	verb	met een slag dichtgaan
dichtslaand	=	dichtslaan
dichtslaat	=	dichtslaan
dichtslib	=	dichtslibben
dichtslibbe	=	dichtslibben
dichtslibben	verb	afgesloten raken door opeenhoping van afgezet slib
dichtslibbend	=	dichtslibben
dichtslibbende	=	dichtslibben
dichtslibbing	noun	dat een doorgang, geul of buis langzaam nauwer wordt of volledig verstopt raakt door de ophoping van afgezet materiaal.
dichtslibbingen	=	dichtslibbing
dichtslibbinkje	=	dichtslibbing
dichtslibbinkjes	=	dichtslibbing
dichtslibde	=	dichtslibben
dichtslibden	=	dichtslibben
dichtslibt	=	dichtslibben
dichtsloeg	=	dichtslaan
dichtsloege	=	dichtslaan
dichtsloegen	=	dichtslaan
dichtsloegt	=	dichtslaan
dichtsmeet	=	dichtsmijten
dichtsmeten	=	dichtsmijten
dichtsmijt	=	dichtsmijten
dichtsmijte	=	dichtsmijten
dichtsmijten	verb|informal	met een harde klap dichtgooien
dichtsmijtend	=	dichtsmijten
dichtsmijtende	=	dichtsmijten
dichtsnoer	=	dichtsnoeren
dichtsnoerde	=	dichtsnoeren
dichtsnoerden	=	dichtsnoeren
dichtsnoere	=	dichtsnoeren
dichtsnoeren	verb	iets met een touw of koord sluiten
dichtsnoerend	=	dichtsnoeren
dichtsnoerende	=	dichtsnoeren
dichtsnoert	=	dichtsnoeren
dichtspijker	=	dichtspijkeren
dichtspijkerde	=	dichtspijkeren
dichtspijkerden	=	dichtspijkeren
dichtspijkere	=	dichtspijkeren
dichtspijkeren	verb	iets afsluiten door er planken tegenaan te spijkeren
dichtspijkerend	=	dichtspijkeren
dichtspijkerende	=	dichtspijkeren
dichtspijkert	=	dichtspijkeren
dichtspring	=	dichtspringen
dichtspringe	=	dichtspringen
dichtspringen	verb	plotseling, snel dichtgaan
dichtspringend	=	dichtspringen
dichtspringende	=	dichtspringen
dichtspringt	=	dichtspringen
dichtsprong	=	dichtspringen
dichtsprongen	=	dichtspringen
dichtst	=	dicht
dichtstbebost	=	dichtbebost
dichtstbeboste	=	dichtbebost
dichtstbevolkt	adj	van een gebied dat meer inwoners per vierkante km heeft dan ieder ander gebied
dichtstbevolkte	=	dichtstbevolkt
dichtstbevolkts	=	dichtstbevolkt
dichtstbij	=	dichtbij
dichtstbije	=	dichtbij
dichtstbijgelegen	=	dichtbijgelegen
dichtstbijzijnd	adj	het meest in de buurt
dichtstbijzijnde	=	dichtstbijzijnd
dichtstbijzijnds	=	dichtstbijzijnd
dichtstbijzijndst	=	dichtstbijzijnd
dichtste	=	dicht
dichtstijl	noun	in gedichten gebruikelijke stijl
dichtstijlen	=	dichtstijl
dichtstijltje	=	dichtstijl
dichtstijltjes	=	dichtstijl
dichtstop	=	dichtstoppen
dichtstoppe	=	dichtstoppen
dichtstoppen	verb	iets in een holte steken om deze te blokkeren
dichtstoppend	=	dichtstoppen
dichtstoppende	=	dichtstoppen
dichtstopt	=	dichtstoppen
dichtstopte	=	dichtstoppen
dichtstopten	=	dichtstoppen
dichtstuk	noun	tekst die door dichten tot stand is gekomen
dichtstukje	=	dichtstuk
dichtstukjes	=	dichtstuk
dichtstukken	=	dichtstuk
dichtte	=	dichten
dichtten	=	dichten
dichttimmer	=	dichttimmeren
dichttimmerde	=	dichttimmeren
dichttimmerden	=	dichttimmeren
dichttimmere	=	dichttimmeren
dichttimmeren	verb	deuren of ramen met planken afsluiten
dichttimmerend	=	dichttimmeren
dichttimmerende	=	dichttimmeren
dichttimmert	=	dichttimmeren
dichttrek	=	dichttrekken
dichttrekke	=	dichttrekken
dichttrekken	verb	helemaal met wolken of mist bedekt worden
dichttrekkend	=	dichttrekken
dichttrekkende	=	dichttrekken
dichttrekt	=	dichttrekken
dichttrok	=	dichttrekken
dichttrokken	=	dichttrekken
dichtval	=	dichtvallen
dichtvalle	=	dichtvallen
dichtvallen	verb	dichtgaan
dichtvallend	=	dichtvallen
dichtvallende	=	dichtvallen
dichtvalt	=	dichtvallen
dichtviel	=	dichtvallen
dichtvielen	=	dichtvallen
dichtvorm	noun	in de vorm van een gedicht.
dichtvormen	=	dichtvorm
dichtvormpje	=	dichtvorm
dichtvormpjes	=	dichtvorm
dichtvouw	=	dichtvouwen
dichtvouwde	=	dichtvouwen
dichtvouwden	=	dichtvouwen
dichtvouwe	=	dichtvouwen
dichtvouwen	verb	door vouwen iets sluiten of bedekken
dichtvouwend	=	dichtvouwen
dichtvouwende	=	dichtvouwen
dichtvouwt	=	dichtvouwen
dichtvries	=	dichtvriezen
dichtvriest	=	dichtvriezen
dichtvrieze	=	dichtvriezen
dichtvriezen	verb	door vriezen geheel met stevig ijs bedekt raken
dichtvriezend	=	dichtvriezen
dichtvriezende	=	dichtvriezen
dichtvroor	=	dichtvriezen
dichtvroren	=	dichtvriezen
dichtwedstrijd	noun	een wedstrijd waarbij dichters hun gedichten inzenden of voordragen om te strijden tegen elkaar
dichtwedstrijden	=	dichtwedstrijd
dichtwedstrijdje	=	dichtwedstrijd
dichtwedstrijdjes	=	dichtwedstrijd
dichtwerk	noun	een langer gedicht
dichtwerken	=	dichtwerk
dichtwerkje	=	dichtwerk
dichtwerkjes	=	dichtwerk
dichtzat	=	dichtzitten
dichtzaten	=	dichtzitten
dichtzet	=	dichtzetten
dichtzette	=	dichtzetten
dichtzetten	verb	iets sluiten of dichtmaken
dichtzettend	=	dichtzetten
dichtzettende	=	dichtzetten
dichtzit	=	dichtzitten
dichtzitte	=	dichtzitten
dichtzitten	verb	afgesloten zijn
dichtzittend	=	dichtzitten
dichtzittende	=	dichtzitten
dickcissel	noun	Spiza americana een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
dickcissels	=	dickcissel
dickcisseltje	=	dickcissel
dickcisseltjes	=	dickcissel
dickensiaans	adj	op de manier van de Engelse schrijver Charles Dickens (1812 — 1870)
dickensiaanse	=	dickensiaans
dickensiaanser	=	dickensiaans
dickensiaansere	=	dickensiaans
dickensiaansers	=	dickensiaans
dickensiaanst	=	dickensiaans
dickensiaanste	=	dickensiaans
dickpic	noun	een afbeelding van een mannelijk geslachtsdeel
dickpicje	=	dickpic
dickpicjes	=	dickpic
dickpics	=	dickpic
diclofenac	noun	ontstekingsremmer die daardoor werkt als pijnstiller
dicta	=	dictum
dictaat	noun	aantekeningen van wat mondeling werd medegedeeld
dictaatcahier	noun	schrift voor het opschrijven van dictaten
dictaatcahiers	=	dictaatcahier
dictaatje	=	dictaat
dictaatjes	=	dictaat
dictafoon	noun	toestel voor het vastleggen en weergeven van gedicteerde teksten, dicteermachine
dictafoons	=	dictafoon
dictafoontje	=	dictafoon
dictafoontjes	=	dictafoon
dictaten	=	dictaat
dictator	noun	iemand die als enige de macht in een land in handen heeft
dictatoren	=	dictator
dictatoriaal	adj	van, door een dictator
dictatoriaals	=	dictatoriaal
dictatoriaalst	=	dictatoriaal
dictatoriaalste	=	dictatoriaal
dictatoriale	=	dictatoriaal
dictatorialer	=	dictatoriaal
dictatorialere	=	dictatoriaal
dictatorialers	=	dictatoriaal
dictatorisch	adj	zonder inspraak of overleg; zoals past bij het gedrag van een dictator
dictatorische	=	dictatorisch
dictatorischer	=	dictatorisch
dictatorischere	=	dictatorisch
dictatorischers	=	dictatorisch
dictatorischt	=	dictatorisch
dictatorischte	=	dictatorisch
dictators	=	dictator
dictatorschap	noun	het dictator zijn
dictatorschappen	=	dictatorschap
dictatortje	=	dictator
dictatortjes	=	dictator
dictaturen	=	dictatuur
dictatuur	noun	staatsvorm waarbij de macht vrijwel volledig in handen van een of enkele personen ligt
dictatuurtje	=	dictatuur
dictatuurtjes	=	dictatuur
dictee	noun	een tekst die wordt gedicteerd en door andere personen wordt opgeschreven als toets in het correct spellen
dicteecircus	noun	evenement waarbij mensen met elkaar wedijveren om een voorgelezen tekst op te schrijven met zo min mogelijk spelfouten
dicteecircussen	=	dicteecircus
dicteede	=	dicteeën
dicteeden	=	dicteeën
dicteenomade	noun	iemand die het land doortrekt om aan spellingswedstrijden mee te doen
dicteenomaden	=	dicteenomade
dicteer	=	dicteren
dicteerapparaat	noun	toestel dat gesproken woord kan opnemen met als doel dat deze tekst later wordt uitgetypt
dicteerapparaatje	=	dicteerapparaat
dicteerapparaatjes	=	dicteerapparaat
dicteerapparaten	=	dicteerapparaat
dicteerde	=	dicteren
dicteerden	=	dicteren
dicteersnelheden	=	dicteersnelheid
dicteersnelheid	noun	snelheid van voorlezen waarmee het nog mogelijk is het gezegde op te schrijven
dicteert	=	dicteren
dictees	=	dictee
dicteet	=	dicteeën
dicteetje	=	dictee
dicteetjes	=	dictee
dicteewoord	noun	een individueel woord uit een voorgelezen tekst dat opgeschreven moet worden als spellingsoefening
dicteewoorden	=	dicteewoord
dicteewoordje	=	dicteewoord
dicteewoordjes	=	dicteewoord
dicteeë	=	dicteeën
dicteeën	verb	een dictee maken
dicteeënd	=	dicteeën
dicteeënde	=	dicteeën
dictere	=	dicteren
dicteren	verb	zeggen wat een ander moet schrijven
dicterend	=	dicteren
dicterende	=	dicteren
dictie	noun	wijze van uitspreken
dicties	=	dictie
dictionair	=	dictionaire
dictionaire	noun	boek waarin woorden zijn beschreven
dictionaires	=	dictionaire
dictionairetje	=	dictionaire
dictionairetjes	=	dictionaire
dictionnair	=	dictionaire
dictionnaire	=	dictionaire
dictum	noun	het beschikkende gedeelte van de rechterlijke uitspraak (vonnis of arrest) dat de uiteindelijke beslissing van de rechter formuleert en rechtsgevolgen teweegbrengt
dictums	=	dictum
didactici	=	didacticus
didacticus	noun	iemand die zich toelegt op de leer van het lesgeven
didactiek	noun	de kunst van het onderwijzen
didactieken	=	didactiek
didactiekje	=	didactiek
didactisch	adj	onderwijzend, alles wat het leren stimuleert
didactische	=	didactisch
didactischer	=	didactisch
didactischere	=	didactisch
didactischers	=	didactisch
didactischt	=	didactisch
didactischte	=	didactisch
didaxologie	noun	gebied dat zich toespitst op theorievorming en onderzoek met betrekking tot het voorbereiden, uitvoeren en toetsen van instructieactiviteiten
didgeridoo	noun	Australisch, houten blaasinstrument afkomstig van de Aboriginals
didgeridoos	=	didgeridoo
didgeridootje	=	didgeridoo
didymium	noun	scheikundige stof, ontdekt in 1841 en beschouwd als element met symbool Di totdat het in 1885 een mengsel van twee nieuwe elementen, neodymium en praseodymium, bleek te zijn
die	pron|informal	een niet benadrukte vorm van hij, 3e persoon enkelvoud mannelijk
diederikkoekoek	noun	Chrysococcyx caprius een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
diederikkoekoeken	=	diederikkoekoek
diederikkoekoekje	=	diederikkoekoek
diederikkoekoekjes	=	diederikkoekoek
dieen	noun	een organische verbinding met twee dubbele bindingen
dieet	noun	voedingspatroon dat uit gewoonte of als keus wordt aangehouden
dieetadvies	noun	advies welke voeding men het beste kan gebruiken om gezond te worden en te blijven
dieetadviezen	=	dieetadvies
dieetboek	noun	een boek dat gaat over diëten en gezonde voeding
dieetboeken	=	dieetboek
dieetboekje	=	dieetboek
dieetboekjes	=	dieetboek
dieetgoeroe	noun	een leermeester op het gebied van diëten
dieetgoeroes	=	dieetgoeroe
dieetje	=	dieet
dieetjes	=	dieet
dieetkosten	noun	uitgaven die men doet voor speciale, medisch noodzakelijke voeding
dieetmargarine	noun	kunstmatig vettig broodsmeersel met een aangepaste samenstelling waardoor ze gebruikt kan worden door mensen die zich aan een bepaald voedingsvoorschrift moeten houden
dieetmargarines	=	dieetmargarine
dieetpatiënt	noun	persoon die behandeld wordt met een speciaal voedingsadvies
dieetpatiënten	=	dieetpatiënt
dieetpatiëntje	=	dieetpatiënt
dieetpatiëntjes	=	dieetpatiënt
dieetpil	noun	medicament dat het afslankproces zou kunnen versnellen
dieetpillen	=	dieetpil
dieetproduct	noun	voedingsmdiddel dat men mag gebruiken als men een bepaald voedingsvoorschrift moet opvolgen
dieetproducten	=	dieetproduct
dieette	=	diëten
dieetten	=	diëten
dieetvoeding	noun	voeding die speciaal geschikt is voor mensen die een bepaald voedingsvoorschrift moeten volgen
dieetvoedingen	=	dieetvoeding
dieetvoedinkje	=	dieetvoeding
dieetvoedinkjes	=	dieetvoeding
dieetvoorschrift	noun	beperkende regel met betrekking tot het gebruik van voedsel en drank
dieetvoorschriften	=	dieetvoorschrift
dief	noun	iemand die steelt
diefachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebben van een dief
diefachtige	=	diefachtig
diefachtiger	=	diefachtig
diefachtigere	=	diefachtig
diefachtigers	=	diefachtig
diefachtigs	=	diefachtig
diefachtigst	=	diefachtig
diefachtigste	=	diefachtig
diefde	=	dief
diefden	=	dief
diefijzer	noun	voorzieningen in de vorm van spijlen of traliestaven, van vierkante of ronde stalen staven, in de dag van een raamkozijn of voor een keldergat aangebracht, om ongewenste indringers buiten te houden
diefijzers	=	diefijzer
diefje	noun	alleen verkleinwoord bepaalde keversoort, Ptinus fur uit de familie klopkevers (Ptinidae); de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus
diefje-met-verlos	noun	tikspel van kinderen
diefjes	=	dief
diefjesmaat	noun	maat van een dief(je)
diefmier	noun	Solenopsis fugax een insect uit de familie mieren (Formicidae)
diefmieren	=	diefmier
diefmiertje	=	diefmier
diefmiertjes	=	diefmier
diefstal	noun	het zich onrechtmatig toe-eigenen van goederen of andere bezittingen die aan een ander toebehoren
diefstalbeveiliging	noun	technische voorziening die tegengaat dat iets gestolen wordt
diefstalbeveiligingen	=	diefstalbeveiliging
diefstalbeveiligingetje	=	diefstalbeveiliging
diefstalbeveiligingetjes	=	diefstalbeveiliging
diefstallen	=	diefstal
diefstalletje	=	diefstal
diefstalletjes	=	diefstal
dieft	=	dief
diegene	pron	als antecedent van een beperkende bijzin, die persoon
diegenen	pron	als antecedent van een beperkende bijzin die personen
diehard	noun	een doorzetter, iemand die nooit opgeeft	adj	met betrekking tot een diehard
diehards	=	diehard
diek	=	dieken
dieke	=	dieken
dieken	verb	graven, opgraven
diekend	=	dieken
diekende	=	dieken
diekt	=	dieken
diekte	=	dieken
diekten	=	dieken
dien	noun	recht
dienaangaande	adv	wat een eerder genoemde zaak aangaat
dienaar	noun	iemand die in persoonlijke dienst van een meester is
dienaars	=	dienaar
dienaartje	=	dienaar
dienaartjes	=	dienaar
dienaren	=	dienaar
dienares	noun	vrouwelijke knecht; vrouwelijke bediende
dienaresje	=	dienares
dienaresjes	=	dienares
dienaresse	noun	vrouwelijke dienaar
dienaressen	=	dienares
dienaresses	=	dienaresse
dienaressetje	=	dienaresse
dienaressetjes	=	dienaresse
dienbak	noun	bak waarin met eten van de keuken naar de eetkamer brengt
dienbakje	=	dienbak
dienbakjes	=	dienbak
dienbakken	=	dienbak
dienblaadje	=	dienblad
dienblaadjes	=	dienblad
dienblad	noun	plateau om te gebruiken voor het opdienen van vooral eten en drinken
dienbladen	=	dienblad
diende	=	dienen
dienden	=	dienen
diender	noun|obsolete	iemand die een zuiver ondersteunende taak heeft voor een persoon of instantie met meer aanzien
dienders	=	diender
diendertje	=	diender
diendertjes	=	diender
diene	=	dienen
dienen	verb	iemand ~: werken voor; in dienst zijn van
dienend	adj	van een persoon dat hij iets of iemand helpt zonder zelf op de voorgrond te staan
dienende	=	dienen
dienender	=	dienend
dienendere	=	dienend
dienenders	=	dienend
dienends	=	dienend
dienendst	=	dienend
dienendste	=	dienend
dienovereenkomstig	adj	soortgelijk, eender	adv|formal	overeenkomstig het genoemde
dienovereenkomstige	=	dienovereenkomstig
dienovereenkomstigs	=	dienovereenkomstig
diens	pron	genitief van die
dienschaal	noun	schaal voor het opdienen van gerechten
dienschalen	=	dienschaal
dienst	noun	bepaalde vorm van hulpverlening, bijstand of assistentie	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
dienstauto	noun	een auto die gebruikt word voor het werk en tijdens het werk
dienstauto's	=	dienstauto
dienstautootje	=	dienstauto
dienstautootjes	=	dienstauto
dienstbaar	adj	in ondergeschikte betrekking geplaatst
dienstbaarder	=	dienstbaar
dienstbaardere	=	dienstbaar
dienstbaarders	=	dienstbaar
dienstbaarheden	=	dienstbaarheid
dienstbaarheid	noun	het dienstbaar zijn
dienstbaars	=	dienstbaar
dienstbaarst	=	dienstbaar
dienstbaarste	=	dienstbaar
dienstbare	=	dienstbaar
dienstbelang	noun	iets dat noodzakelijk is voor de vervulling van een bepaalde (militaire of ambtelijke) taak
dienstbelangen	=	dienstbelang
dienstbetonen	=	dienstbetoon
dienstbetoon	noun	dienstverlening aan klanten en bezoekers
dienstbetrekking	noun	betrekking in dienst van een werkgever, dienstverband
dienstbetrekkingen	=	dienstbetrekking
dienstbetrekkinkje	=	dienstbetrekking
dienstbetrekkinkjes	=	dienstbetrekking
dienstbevel	noun	instructie, opdracht of order om iets te doen of te laten, die gegeven wordt door een meerdere
dienstbevelen	=	dienstbevel
dienstbode	noun	vrouw die bij een ander in dienst is voor huishoudelijk werk
dienstbodekamer	noun	kamer waarin een dienstbode verblijft
dienstbodekamers	=	dienstbodekamer
dienstbodekamertje	=	dienstbodekamer
dienstbodekamertjes	=	dienstbodekamer
dienstboden	=	dienstbode
dienstbodes	=	dienstbode
dienstbodetje	=	dienstbode
dienstbodetjes	=	dienstbode
dienstboek	noun	boek waarin liturgieën voor speciale gelegenheden zijn opgenomen
dienstboeken	=	dienstboek
dienstboekje	=	dienstboek
dienstboekjes	=	dienstboek
dienstbrief	noun	ambtelijk schrijven
dienstbriefje	=	dienstbrief
dienstbriefjes	=	dienstbrief
dienstbrieven	=	dienstbrief
dienstcontract	noun	een contract waarbij een persoon – de “dienstverlener” – zich ertoe verbindt een specifieke dienst aan een klant te verlenen in ruil voor een betaling.
dienstcontracten	=	dienstcontract
dienstdeden	=	dienstdoen
dienstdeed	=	dienstdoen
dienstdeedt	=	dienstdoen
dienstdoe	=	dienstdoen
dienstdoen	verb	~ als een bepaalde functie vervullen
dienstdoend	adj	in functie zijnde, werkende
dienstdoende	=	dienstdoend
dienstdoends	=	dienstdoend
dienstdoet	=	dienstdoen
dienste	=	dienst
diensten	=	dienst
dienstenaanbod	noun	verzameling van diensten die een bedrijf, organisatie of persoon aanbiedt aan klanten
dienstenbond	noun	vakbond voor mensen die in de diensten sector werken
dienstenbonden	=	dienstenbond
dienstencentra	=	dienstencentrum
dienstencentrum	noun	gebouw van waaruit verschillende diensten worden geleverd
dienstencentrums	=	dienstencentrum
dienstencheque	noun	waardebon waarmee particulieren op een belastingvriendelijke manier huishoudelijke diensten kunnen kopen.
dienstencheques	=	dienstencheque
dienstenchequewerker	noun	iemand die huishoudelijk werk doet voor een particulier die daarvoor betaalt via tegoedbonnen die de overheid subsidieert
dienstenchequewerkers	=	dienstenchequewerker
dienstenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die diensten leveren aan particulieren of andere bedrijven
dienstenconcerns	=	dienstenconcern
diensteneconomie	noun	geheel van bedrijvigheid waarbij de waarde ligt in de verrichte activiteiten zelf en niet in een tastbaar product
diensteneconomieën	=	diensteneconomie
dienstengroep	noun	concern dat bestaat uit verschillende dienstverlenende dochterondernemingen
dienstengroepen	=	dienstengroep
dienstenpakket	noun	het geheel van diensten dat door een bedrijf wordt aangeboden
dienstenpakketten	=	dienstenpakket
dienstensector	noun	de economische activiteit buiten landbouw, industrie of mijnbouw; de tertiaire sector
dienstensectoren	=	dienstensector
dienstensectors	=	dienstensector
dienstensectortje	=	dienstensector
dienstenverkeer	noun	uitwisseling van economische diensten
dienster	noun	vrouw die bedient
diensters	=	dienster
dienstertje	=	dienster
dienstertjes	=	dienster
dienstfiets	noun	fiets voor dienstgebruik
dienstfietsen	=	dienstfiets
dienstfietsje	=	dienstfiets
dienstfietsjes	=	dienstfiets
dienstgedaan	=	dienstdoen
dienstgeheim	noun	het geheim zijn van gegevens en inlichtingen, die door de dienstuitoefenaars niet aan de pers of aan onbevoegden mogen worden verstrekt
dienstgeheimen	=	dienstgeheim
dienstgeweigerd	=	dienstweigeren
diensthond	noun	hond die door de politie wordt gebruikt
diensthonden	=	diensthond
diensthoofd	noun	iemand die leiding geeft aan een zelfstandig deel van een publieke organisatie
diensthoofden	=	diensthoofd
diensthoofdje	=	diensthoofd
diensthoofdjes	=	diensthoofd
diensthuis	noun	huis waar men als ondergeschikte, als slaaf werkzaam is. (in de Bijbel)
diensthuisje	=	diensthuis
diensthuisjes	=	diensthuis
diensthuizen	=	diensthuis
dienstig	adj	bevorderlijk, nuttig
dienstige	=	dienstig
dienstiger	=	dienstig
dienstigere	=	dienstig
dienstigers	=	dienstig
dienstigs	=	dienstig
dienstigst	=	dienstig
dienstigste	=	dienstig
dienstijver	noun	de aandacht die men heeft voor het goed uitvoeren van zijn werk (bijvoorbeeld als militair of politieagent)
dienstingang	noun	ingang die voor het personeel en voor leveranciers bestemd is
dienstingangen	=	dienstingang
dienstjaar	noun	een jaar dat men in een functie werkt
dienstjaren	=	dienstjaar
dienstje	=	dienst
dienstjes	=	dienst
dienstkleding	noun	specifieke kleding die medewerkers dragen tijdens het werk, vaak verstrekt door de werkgever voor herkenbaarheid, representatie of veiligheid
dienstklopper	noun	beambte die te stipt zijn verplichtingen nakomt, overijverige ambtenaar
dienstklopperij	noun	proberen indruk te maken op anderen door overdreven zorgvuldig je taken uit te voeren
dienstklopperijen	=	dienstklopperij
dienstkloppers	=	dienstklopper
dienstknecht	noun	slaaf, iemand die zich teveel door iemand anders de baas laat spelen
dienstknechten	=	dienstknecht
dienstknechtje	=	dienstknecht
dienstknechtjes	=	dienstknecht
dienstkring	noun	gebied waarover men zijn dienst uitoefent
dienstkringen	=	dienstkring
dienstleiding	noun	het gedeelte van een gas-, water- of elektriciteitsleiding dat de hoofdleiding (distributienet in de straat) verbindt met de binnenleiding (na de meter) van een pand.
dienstleidingen	=	dienstleiding
dienstleidinkje	=	dienstleiding
dienstleidinkjes	=	dienstleiding
dienstlift	noun	lift waarmee men goederen en personeel van de ene naar de andere etage kan vervoeren
dienstliften	=	dienstlift
dienstliftje	=	dienstlift
dienstliftjes	=	dienstlift
dienstlijn	noun	telefoonlijn voor dienstgebruik
dienstlijnen	=	dienstlijn
dienstmaagd	noun	dienstbode
dienstmaagden	=	dienstmaagd
dienstmaagdje	=	dienstmaagd
dienstmaagdjes	=	dienstmaagd
dienstmededeling	noun	mededeling die bedoeld is voor de medewerkers en niet voor bezoekers, klanten of reizigers
dienstmededelingen	=	dienstmededeling
dienstmededelinkje	=	dienstmededeling
dienstmededelinkjes	=	dienstmededeling
dienstmeid	noun	een vrouw die een betrekking heeft in huishoudelijk werk
dienstmeiden	=	dienstmeid
dienstmeidje	=	dienstmeid
dienstmeidjes	=	dienstmeid
dienstmeisje	noun	een jonge dienstbode
dienstmeisjes	=	dienstmeisje
dienstnota	noun	mededeling van de directie aan het personeel van een bedrijf of instelling
dienstnota's	=	dienstnota
dienstopdracht	noun	formele opdracht door een werkgever gedaan die door de werknemer niet mag worden geweigerd
dienstopdrachten	=	dienstopdracht
dienstperiode	noun	tijd dat men in loondienst bij iets of iemand is geweest
dienstperioden	=	dienstperiode
dienstperiodes	=	dienstperiode
dienstpet	noun	een hoofddeksel dat deel uitmaakt van een uniform
dienstpetten	=	dienstpet
dienstpistolen	=	dienstpistool
dienstpistool	noun	ambtshalve gedragen pistool
dienstpistooltje	=	dienstpistool
dienstpistooltjes	=	dienstpistool
dienstplicht	noun	verplichting om (tijdelijk) ergens te werken, met name bij de strijdkrachten van een land
dienstplichten	=	dienstplicht
dienstplichtig	adj	van een soldaat dat hij dient wegens zijn plicht als burger en niet als zijn beroep
dienstplichtige	noun	militair die zijn dienstplicht vervult
dienstplichtigen	=	dienstplichtige
dienstplichtigenleger	noun	leger dat dienstplichtigen in dienst heeft
dienstplichtigenlegers	=	dienstplichtigenleger
dienstplichtiger	=	dienstplichtig
dienstplichtigere	=	dienstplichtig
dienstplichtigers	=	dienstplichtig
dienstplichtigs	=	dienstplichtig
dienstplichtigst	=	dienstplichtig
dienstplichtigste	=	dienstplichtig
dienstregeling	noun	regeling van de vertrek- en aankomsttijden van openbaar vervoer
dienstregelingen	=	dienstregeling
dienstregelingetje	=	dienstregeling
dienstregelingetjes	=	dienstregeling
dienstreis	noun	reis die iemand ambtshalve maakt
dienstreisje	=	dienstreis
dienstreisjes	=	dienstreis
dienstreizen	=	dienstreis
dienstrooster	noun	schema waarin staat wie, wat, waar en wanneer doet als arbeid
dienstroosters	=	dienstrooster
dienstroostertje	=	dienstrooster
dienstruimte	noun	ruimte waar het dienstdoende personeel kan verblijven
dienstruimten	=	dienstruimte
dienstruimtes	=	dienstruimte
dienststempel	noun	stempel waarmee munten geslagen worden
dienststempels	=	dienststempel
dienststuk	noun	document dat voor de uitoefening van de ambtenarij verzonden wordt
dienststukken	=	dienststuk
diensttelefonen	=	diensttelefoon
diensttelefoon	noun	een telefoonverbinding die gebruikt kan worden door het dienstdoend personeel of een dienstdoende functionaris
diensttijd	noun	de tijd dat men moet werken of heeft gewerkt
diensttijden	=	diensttijd
dienstuniform	noun	standaardkleding die men hoort te dragen bij het uitoefenen van een bepaalde functie
dienstuniformen	=	dienstuniform
dienstvaardig	adj	bereid en in staat om behulpzaam te zijn
dienstvaardige	=	dienstvaardig
dienstvaardiger	=	dienstvaardig
dienstvaardigere	=	dienstvaardig
dienstvaardigers	=	dienstvaardig
dienstvaardigheden	=	dienstvaardigheid
dienstvaardigheid	noun	de mate waarin iemand bereid is om een ander te helpen
dienstvaardigs	=	dienstvaardig
dienstvaardigst	=	dienstvaardig
dienstvaardigste	=	dienstvaardig
dienstverband	noun	juridische regelingen rond een baan met name over de duur van de baan.
dienstverbanden	=	dienstverband
dienstverhouding	noun	de juridische relatie tussen een werkgever en een werknemer.
dienstverhoudingen	=	dienstverhouding
dienstverhoudinkje	=	dienstverhouding
dienstverhoudinkjes	=	dienstverhouding
dienstverlenend	adj	betrekking hebbend op het ondersteunen van anderen door het verrichten van bepaalde taken
dienstverlenende	=	dienstverlenend
dienstverlenender	=	dienstverlenend
dienstverlenendere	=	dienstverlenend
dienstverlenenders	=	dienstverlenend
dienstverlenends	=	dienstverlenend
dienstverlenendst	=	dienstverlenend
dienstverlenendste	=	dienstverlenend
dienstverlener	noun	verlener van een dienst
dienstverleners	=	dienstverlener
dienstverlening	noun	het leveren van een dienst of pakket van diensten door een persoon, instantie of onderneming aan een andere partij.
dienstverleningen	=	dienstverlening
dienstverleningsaanbod	noun	geheel van diensten die een organisatie, instantie of persoon aanbiedt aan een andere partij, zoals burgers, cliënten of andere organisaties
dienstverleningsbedrijf	noun	bedrijf dat diensten verricht voor andere bedrijven
dienstverleningsbedrijfje	=	dienstverleningsbedrijf
dienstverleningsbedrijfjes	=	dienstverleningsbedrijf
dienstverleningsbedrijven	=	dienstverleningsbedrijf
dienstverleningssector	noun	groep bedrijven die diensten levert (aan andere bedrijven)
dienstverleningssectoren	=	dienstverleningssector
dienstverleningssectors	=	dienstverleningssector
dienstverrichting	noun	het verrichten van werk voor een ander; het leveren van een dienst aan een ander
dienstverrichtingen	=	dienstverrichting
dienstvoorschrift	noun	reglement hoe men tijdens het werk moet handelen
dienstvoorschriften	=	dienstvoorschrift
dienstvrouw	noun	iemand die in loondienst huishoudelijk werk verrichtvrouw die helpt in de huishouding
dienstvrouwen	=	dienstvrouw
dienstwagen	noun	auto die men voor zijn werk gebruikt
dienstwagens	=	dienstwagen
dienstwagentje	=	dienstwagen
dienstwagentjes	=	dienstwagen
dienstwapen	noun	wapen dat een politieagent draagt tijdens de uitoefenening van zijn beroep
dienstwapens	=	dienstwapen
dienstwapentje	=	dienstwapen
dienstwapentjes	=	dienstwapen
dienstweiger	=	dienstweigeren
dienstweigeraar	noun	dienstplichtige die uit principe weigert om aan militaire handelingen deel te nemen
dienstweigeraars	=	dienstweigeraar
dienstweigeraartje	=	dienstweigeraar
dienstweigeraartjes	=	dienstweigeraar
dienstweigerde	=	dienstweigeren
dienstweigerden	=	dienstweigeren
dienstweigere	=	dienstweigeren
dienstweigeren	verb	weigeren aan de plicht te gehoorzamen militaire dienst te verrichten
dienstweigerend	=	dienstweigeren
dienstweigerende	=	dienstweigeren
dienstweigering	noun	het geheel of gedeeltelijk (alleen bezwaar tegen wapens) weigeren om aan de militaire dienstplicht te voldoen
dienstweigeringen	=	dienstweigering
dienstweigert	=	dienstweigeren
dienstwillig	adj	tot dienst bereid
dienstwillige	=	dienstwillig
dienstwilliger	=	dienstwillig
dienstwilligere	=	dienstwillig
dienstwilligers	=	dienstwillig
dienstwilligheid	noun	de bereidheid tot dienst
dienstwilligs	=	dienstwillig
dienstwilligst	=	dienstwillig
dienstwilligste	=	dienstwillig
dienstwisseling	noun	het overdragen van een dienst aan één of meerdere personen die de taken van de dienst overnemen
dienstwisselingen	=	dienstwisseling
dienstwoning	noun	huis of ander verblijf waar iemand moet wonen om zijn werk te kunnen doen
dienstwoningen	=	dienstwoning
dienstwoninkje	=	dienstwoning
dienstwoninkjes	=	dienstwoning
dienstzaak	noun	alles wat te maken heeft met de uitvoering van iemands functie
dienstzaakje	=	dienstzaak
dienstzaakjes	=	dienstzaak
dienstzaken	=	dienstzaak
diensvolgens	adv	en gevolge van die zaak
dient	=	dienen
dientafel	noun	meestal een roltafel vanwaar de ober het eten kan ronddelen
dientafels	=	dientafel
dientafeltje	=	dientafel
dientafeltjes	=	dientafel
dientengevolge	conj	als gevolg van, daardoor
dienvolgens	conj	dientengevolge, dus, derhalve
diep	adj	waar de bodem ver naar beneden is, diepliggend	noun	diep water, vooral gebruikt voor een vaargeul tussen ondiepten
diepbedroefd	adj	heel erg verdrietig
diepbedroefde	=	diepbedroefd
diepbedroefds	=	diepbedroefd
diepblauw	adj	een intens blauwe kleur
diepblauwe	=	diepblauw
diepblauwen	=	diepblauw
diepblauwer	=	diepblauw
diepblauwere	=	diepblauw
diepblauwers	=	diepblauw
diepblauws	=	diepblauw
diepblauwst	=	diepblauw
diepblauwste	=	diepblauw
diepbruin	adj	intens, donker bruin
diepbruine	=	diepbruin
diepbruiner	=	diepbruin
diepbruinere	=	diepbruin
diepbruiners	=	diepbruin
diepbruins	=	diepbruin
diepbruinst	=	diepbruin
diepbruinste	=	diepbruin
diepdruk	noun	druktechniek waarbij de inkt in verdiepingen van de printplaat aanwezig is en later op papier wordt overgebracht
diepdrukken	=	diepdruk
diepduiker	noun	iemand die diep (onderwater) duikt
diepduikers	=	diepduiker
diepduikertje	=	diepduiker
diepduikertjes	=	diepduiker
diepe	=	diep
diepen	verb	diep maken
diepend	=	diepen
diepende	=	diepen
dieper	=	diep
diepere	=	diep
diepergaand	=	diepgaand
diepergaande	=	diepgaand
diepergaands	=	diepgaand
dieperik	noun	het dal, de diepte
dieperiken	=	dieperik
dieperikje	=	dieperik
dieperliggend	adj|figurative	van oorzakelijk belang zonder direct zichtbaar te zijn; van iets dat het ergens aan ten grondslag ligt
dieperliggende	=	dieperliggend
dieperliggends	=	dieperliggend
diepers	=	diep
diepga	=	diepgaan
diepgaan	verb	met een bepaalde diepte in het water liggen
diepgaand	adj	zeer degelijk, grondig
diepgaande	=	diepgaan
diepgaander	=	diepgaand
diepgaandere	=	diepgaand
diepgaanders	=	diepgaand
diepgaands	=	diepgaand
diepgaandst	=	diepgaand
diepgaandste	=	diepgaand
diepgaat	=	diepgaan
diepgang	noun	hoe diep een schip onder water steekt
diepgegaan	=	diepgaan
diepgelovig	adj	heel erg in god geloven
diepgelovige	=	diepgelovig
diepgeloviger	=	diepgelovig
diepgelovigere	=	diepgelovig
diepgelovigers	=	diepgelovig
diepgelovigs	=	diepgelovig
diepgelovigst	=	diepgelovig
diepgelovigste	=	diepgelovig
diepgevroren	=	diepvriezen
diepgeworteld	adj	van iets dat het al lange tijd tot de kern van iemands identiteit hoort
diepgewortelde	=	diepgeworteld
diepgewortelds	=	diepgeworteld
diepgezonken	adj	zedelijk laag gezonken
diepgezonkens	=	diepgezonken
diepging	=	diepgaan
diepgingen	=	diepgaan
diepgravend	adj	van een onderzoek dat het alles onderzoekt totdat er geen onduidelijkheden meer overblijven
diepgravende	=	diepgravend
diepgravender	=	diepgravend
diepgravendere	=	diepgravend
diepgravenders	=	diepgravend
diepgravends	=	diepgravend
diepgravendst	=	diepgravend
diepgravendste	=	diepgravend
diepgroen	adj	met een intense kleur groen
diepgroene	=	diepgroen
diepgroenen	=	diepgroen
diepgroener	=	diepgroen
diepgroenere	=	diepgroen
diepgroeners	=	diepgroen
diepgroens	=	diepgroen
diepgroenst	=	diepgroen
diepgroenste	=	diepgroen
dieping	noun	het dieper maken, het uitdiepen
diepingen	=	dieping
diepje	=	diep
diepjes	=	diep
dieplader	noun	oplegger met een lage laadvloer geschikt voor het vervoer van zware en grote voorwerpen
diepladers	=	dieplader
diepliggend	adj	een grote diepgang hebbend
diepliggende	=	diepliggend
diepliggender	=	diepliggend
diepliggendere	=	diepliggend
diepliggenders	=	diepliggend
diepliggends	=	diepliggend
diepliggendst	=	diepliggend
diepliggendste	=	diepliggend
dieplink	=	dieplinken
dieplinke	=	dieplinken
dieplinken	verb	via een hyperlink rechtstreeks naar een subpagina van een website linken
dieplinkend	=	dieplinken
dieplinkende	=	dieplinken
dieplinkt	=	dieplinken
dieplinkte	=	dieplinken
dieplinkten	=	dieplinken
dieploden	=	dieplood
dieplood	noun|obsolete	staafvormig gewicht aan een touw (loodlijn) om de waterdiepte te peilen, en tevens kan in de vetgemaakte holle onderkant een monster van de bodem worden genomen
dieploodje	=	dieplood
dieploodjes	=	dieplood
diepmenselijk	adj	van iets dat het heel erg te maken heeft met de kern van het menszijn
diepmenselijke	=	diepmenselijk
diepmenselijks	=	diepmenselijk
dieporanje	noun	tint oranje met RAL-nummer 2011 ( ).	adj	in een tint oranje met RAL-nummer 2011 ( ).
dieprode	=	dieprood
dieproden	=	dieprood
dieproder	=	dieprood
dieprodere	=	dieprood
dieproders	=	dieprood
dieprood	adj	met een intense rode kleur
dieproods	=	dieprood
dieproodst	=	dieprood
dieproodste	=	dieprood
dieproze	noun	intense kleur roze	adj	met een intense kleur roze
dieps	=	diep
diepslakken	noun	Bithyniidae een familie van kieuwslakken.
diepsneeuw	noun	verse sneeuw waarin de ski's diep kunnen wegzakken, wat bochten maken belemmert
diepspoeler	noun	toiletpot zonder vlakke schotel
diepspoelers	=	diepspoeler
diepspoelertje	=	diepspoeler
diepst	=	diep
diepste	=	diep
diepstgaande	=	diepgaand
diepstraler	noun	armatuur waarbij de lamp diep in de kap zit, zodat de lichtstralen grotendeels naar beneden vallen
diepstralers	=	diepstraler
diepstralertje	=	diepstraler
diepstralertjes	=	diepstraler
diept	=	diepen
diepte	noun	de mate waarin iets diep is
diepte-interview	noun	een langdurig en diepgaand interview waarin ook de achtergrond van iets of iemand uitvoerig besproken wordt
diepte-interviews	=	diepte-interview
diepte-investering	noun	investering voor de lange termijn
diepte-investeringen	=	diepte-investering
dieptebal	noun	een ver naar voren gespeelde bal
diepteballen	=	dieptebal
diepteballetje	=	dieptebal
diepteballetjes	=	dieptebal
dieptebom	noun	bom die onderwater ontploft en gericht is tegen onderzeeboten
dieptebommen	=	dieptebom
dieptebommetje	=	dieptebom
dieptebommetjes	=	dieptebom
dieptebouw	noun	aanleg van ondergrondse bouwwerken
dieptedruk	noun	druktechniek waarbij de inkt in verdiepingen van de printplaat aanwezig is en later op papier wordt overgebracht
dieptelijn	noun	denkbeeldige lijn die punten van gelijke diepte verenigt
dieptelijnen	=	dieptelijn
dieptemeter	noun	een instrument om de diepte onder water te meten, gebruikt door onderzeeërs en duikers.
dieptemeters	=	dieptemeter
dieptemetertje	=	dieptemeter
dieptemetertjes	=	dieptemeter
diepten	=	diepte
dieptepass	noun	het overspelen van de bal naar een speler van het eigen team over een lange afstand
dieptepasses	=	dieptepass
dieptepassje	=	dieptepass
dieptepassjes	=	dieptepass
diepteperceptie	noun	het waarnemen van de afstand van objecten en het waarnemen van de wereld in drie dimensies, aan de hand van zintuiglijke, normaliter visuele, waarnemingen
dieptepercepties	=	diepteperceptie
dieptepsychologie	noun	psychologie die de invloed van het onbewuste op menselijk gedrag onderzoekt
dieptepunt	noun|figurative	laagste punt (ook )
dieptepunten	=	dieptepunt
dieptepuntje	=	dieptepunt
dieptepuntjes	=	dieptepunt
diepterecord	noun	lager dan ooit eerder is waargenomen
diepterecordje	=	diepterecord
diepterecordjes	=	diepterecord
diepterecords	=	diepterecord
dieptereiniging	noun	een grondige schoonmaak die verder gaat dan het gewone onderhoud.
dieptereinigingen	=	dieptereiniging
dieptereinigingetje	=	dieptereiniging
dieptereinigingetjes	=	dieptereiniging
dieptes	=	diepte
dieptescherpte	noun	de afstand tussen de dichtstbijzijnde en verste punten die acceptabel scherp worden afgebeeld
dieptescherpten	=	dieptescherpte
dieptescherptes	=	dieptescherpte
dieptestructuren	=	dieptestructuur
dieptestructuur	noun	de structuur van iets op de kleinst mogelijke schaal
dieptewater	noun	water uit de diepte van de oceaan
dieptewerking	noun	eigenschap van een platte afbeelding waardoor het lijkt alsof er diepte in zit
dieptewerkingen	=	dieptewerking
dieptragisch	adj	heel erg verdrietig
dieptragische	=	dieptragisch
dieptragischer	=	dieptragisch
dieptragischere	=	dieptragisch
dieptragischers	=	dieptragisch
dieptreurig	adj	heel erg verdrietig
dieptreurige	=	dieptreurig
dieptreurigs	=	dieptreurig
dieptriest	adj	dieptreurig
dieptrieste	=	dieptriest
dieptriestheden	=	dieptriestheid
dieptriestheid	noun	intense treurigheid
dieptriests	=	dieptriest
diepvries	noun	een toestel bedoeld om voedingsmiddelen in bevroren toestand gebracht te bewaren
diepvriesbaby	noun	een baby die zich heeft ontwikkeld uit een ingevroren en opnieuw geïmplanteerd embryo, in het kader van in-vitrofertilisatie
diepvriesbaby's	=	diepvriesbaby
diepvriescel	noun	bedrijfsruimte waarin ingevroren voedingsmiddelen bewaard kunnen worden
diepvriescellen	=	diepvriescel
diepvriesembryo	noun	embryo dat door reageerbuisbevruchting is verkregen en dat onder zeer lage temperatuur (vloeibare stikstof) wordt bewaard
diepvriesembryo's	=	diepvriesembryo
diepvriesembryootje	=	diepvriesembryo
diepvriesembryootjes	=	diepvriesembryo
diepvriesgroente	noun	ingevroren groente
diepvriesgroenten	=	diepvriesgroente
diepvriesgroentes	=	diepvriesgroente
diepvriesje	=	diepvries
diepvriesjes	=	diepvries
diepvrieskast	noun	diepvriezer in de vorm van een kast
diepvrieskasten	=	diepvrieskast
diepvrieskastje	=	diepvrieskast
diepvrieskastjes	=	diepvrieskast
diepvrieskist	noun	diepvriezer met een deksel aan de bovenzijde waarin met voedsel kan bewaren bij een temperatuur van onder de -18 graden Celsius
diepvrieskisten	=	diepvrieskist
diepvrieskistje	=	diepvrieskist
diepvrieskistjes	=	diepvrieskist
diepvriesmaaltijd	noun	diepgevroren kant-en-klaarmaaltijd
diepvriesmaaltijden	=	diepvriesmaaltijd
diepvriespizza	noun	een bijna kant-en-klare pizza die nog bevroren is en na bakken in de oven klaar is om genuttigd te worden
diepvriespizza's	=	diepvriespizza
diepvriespizzaatje	=	diepvriespizza
diepvriespizzaatjes	=	diepvriespizza
diepvriesproduct	noun	ingevroren voeding
diepvriesproducten	=	diepvriesproduct
diepvriest	=	diepvriezen
diepvriesvoedsel	noun	voedsel dat is diepgevroren teneinde het langer houdbaar te maken
diepvrieze	=	diepvriezen
diepvriezen	verb	iets ter bewaring op een temperatuur ver onder het vriespunt wegleggen
diepvriezend	=	diepvriezen
diepvriezende	=	diepvriezen
diepvriezer	noun	een toestel bedoeld om voedingsmiddelen in bevroren toestand gebracht te bewaren
diepvriezers	=	diepvriezer
diepvriezertje	=	diepvriezer
diepvriezertjes	=	diepvriezer
diepvroor	=	diepvriezen
diepvroort	=	diepvriezen
diepvrore	=	diepvriezen
diepvroren	=	diepvriezen
diepwand	noun	een gewapend betonnen damwand, die volgens een bepaalde procedure in de grond is gemaakt
diepwanden	=	diepwand
diepwaterdahlia	noun	Urticina eques een zeeanemonensoort uit de familie Actiniidae.
diepwaterdahlia's	=	diepwaterdahlia
diepwaterdahliaatje	=	diepwaterdahlia
diepwaterdahliaatjes	=	diepwaterdahlia
diepwaterdonderpadden	noun	een familie Abyssocottidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
diepwaterkardinaalbaarzen	noun	een familie Epigonidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
diepwaterkathaai	noun	Apristurus profundorum een vis uit de familie van Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
diepwaterkathaaien	=	diepwaterkathaai
diepwaterkathaaitje	=	diepwaterkathaai
diepwaterkathaaitjes	=	diepwaterkathaai
diepwatermossel	noun	Mytilus galloprovincialis een mariene tweekleppigensoort uit de familie van de Mytilidae.
diepwatermossels	=	diepwatermossel
diepwatermosseltje	=	diepwatermossel
diepwatermosseltjes	=	diepwatermossel
diepwaterplatkopvissen	noun	een familie Bembridae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
diepwatersikkelvinvaalhaai	noun	Hemitriakis abdita een haai uit de familie van de gladde haaien
diepwatersikkelvinvaalhaaien	=	diepwatersikkelvinvaalhaai
diepwatersikkelvinvaalhaaitje	=	diepwatersikkelvinvaalhaai
diepwatersikkelvinvaalhaaitjes	=	diepwatersikkelvinvaalhaai
diepzee	noun	zeer diep gelegen gedeelte van de oceanen
diepzee-armvinnigen	noun	een familie Centrophrynidae van straalvinnige vissen uit de orde van vinarmigen (Lophiiformes)
diepzeeberging	noun	berging in de diepste delen van de oceanen
diepzeebergingen	=	diepzeeberging
diepzeeberginkje	=	diepzeeberging
diepzeeberginkjes	=	diepzeeberging
diepzeebijlvissen	noun	een familie Sternoptychidae van vissen uit de orde van draakvisachtigen (Stomiiformes)
diepzeebodem	noun	aardoppervlak dat zich minstens 200 meter onder het water van de oceaan bevindt Op deze diepte dringt er vrijwel geen zonlicht meer door; er worden soms ook grotere diepten als 500 of 2000 meter als grenswaarde gebruikt.
diepzeebodems	=	diepzeebodem
diepzeeduiken	verb	heel diep (dieper dan ongeveer 40 meter) in zee duiken met behulp van een duikapparaat
diepzeeduikend	=	diepzeeduiken
diepzeeduikende	=	diepzeeduiken
diepzeeduiker	noun	iemand die in zee tot op zeer grote diepte duikt
diepzeeduikers	=	diepzeeduiker
diepzeeduikertje	=	diepzeeduiker
diepzeeduikertjes	=	diepzeeduiker
diepzeeduikster	=	diepzeeduiker
diepzeeharingen	noun	een familie Bathyclupeidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
diepzeehaven	noun	haven die vanuit de zee door grote zeeschepen bereikt kan worden
diepzeehavens	=	diepzeehaven
diepzeehaventje	=	diepzeehaven
diepzeehaventjes	=	diepzeehaven
diepzeehengelvissen	noun	een superfamilie Ceratioidea uit de orde van de zeeduivels (Lophiiformes).
diepzeekabeljauw	noun	Mora moro een straalvinnige vissensoort uit de familie van diepzeekabeljauwen (Moridae).
diepzeekabeljauwen	noun	een familie Moridae in de orde der kabeljauwachtigen (Gadiformes).
diepzeekabeljauwtje	=	diepzeekabeljauw
diepzeekabeljauwtjes	=	diepzeekabeljauw
diepzeekwabben	noun	een kleine orde Ateleopodiformes van straalvinnigen.
diepzeemijnbouw	noun	het delven van mineralen van de bodem van de zee
diepzeeonderzoek	noun	studie van de zee die dieper dan 500 - 1000 meter
diepzeeonderzoeken	=	diepzeeonderzoek
diepzeerog	noun	Bathyraja abyssicola een soort uit de familie Arhynchobatidae.
diepzeeroggen	=	diepzeerog
diepzeeroggetje	=	diepzeerog
diepzeeroggetjes	=	diepzeerog
diepzeerogje	=	diepzeerog
diepzeerogjes	=	diepzeerog
diepzeeroodbaars	noun	Sebastes mentella een straalvinnige vis uit het geslacht Sebastes en behoort derhalve tot de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes).
diepzeeroodbaarsje	=	diepzeeroodbaars
diepzeeroodbaarsjes	=	diepzeeroodbaars
diepzeeroodbaarzen	=	diepzeeroodbaars
diepzeetje	=	diepzee
diepzeetjes	=	diepzee
diepzeevis	noun	vis die leeft in de oceaan
diepzeevissen	noun	een superorde Stenopterygii van straalvinnige vissen
diepzeevisser	noun	iemand die op de oceaan vist
diepzeevissers	=	diepzeevisser
diepzeeën	=	diepzee
diepzinnig	adj	diep denkend over iets, doordringen tot de kern
diepzinnige	=	diepzinnig
diepzinniger	=	diepzinnig
diepzinnigere	=	diepzinnig
diepzinnigers	=	diepzinnig
diepzinnigheden	=	diepzinnigheid
diepzinnigheid	noun	het lang en gedegen over zaken nadenken
diepzinnigs	=	diepzinnig
diepzinnigst	=	diepzinnig
diepzinnigste	=	diepzinnig
diepzwart	adj	heel erg zwart
diepzwarte	=	diepzwart
diepzwarten	=	diepzwart
diepzwarter	=	diepzwart
diepzwartere	=	diepzwart
diepzwarters	=	diepzwart
diepzwarts	=	diepzwart
diepzwartst	=	diepzwart
diepzwartste	=	diepzwart
dier	noun	met zintuigen uitgerust meercellig organisme dat zijn energie verkrijgt uit andere dierlijke of plantaardige organismen	adj	kostbaar
dier-op-dier	adv	de overdracht van iets van het ene dier naar een ander dier
dier-op-dierbesmetting	noun	blootstelling aan iets die van het ene dier op een ander dier overgedragen wordt
dier-op-dierbesmettingen	=	dier-op-dierbesmetting
dier-op-diercontact	noun	de interactie van dieren met andere dieren
dier-op-diercontacten	=	dier-op-diercontact
dier-op-diertransmissie	noun	blootstelling aan een ziektekiem die van het ene dier op een ander dier overgedragen wordt
dier-op-diertransmissies	=	dier-op-diertransmissie
dier-op-mens	adv	de overdracht van iets van een dier naar een mens
dier-op-mensbesmetting	noun	blootstelling aan iets die van een dier op een mens overgedragen wordt
dier-op-mensbesmettingen	=	dier-op-mensbesmetting
dier-op-menscontact	noun	de interactie van dieren met mensen
dier-op-menscontacten	=	dier-op-menscontact
dier-op-menstransmissie	noun	blootstelling aan een ziektekiem die van een dier op een mens overgedragen wordt
dier-op-menstransmissies	=	dier-op-menstransmissie
dierachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een dier
dierachtige	=	dierachtig
dierachtiger	=	dierachtig
dierachtigere	=	dierachtig
dierachtigers	=	dierachtig
dierachtigs	=	dierachtig
dierachtigst	=	dierachtig
dierachtigste	=	dierachtig
dierbaar	adj	waaraan men grote waarde hecht en waarvan je veel houdt
dierbaarder	=	dierbaar
dierbaardere	=	dierbaar
dierbaarders	=	dierbaar
dierbaarheden	=	dierbaarheid
dierbaarheid	noun	het dierbaar zijn
dierbaars	=	dierbaar
dierbaarst	=	dierbaar
dierbaarste	=	dierbaar
dierbare	noun	iemand van wie je veel houdt
dierbaren	=	dierbare
dierbenodigdheden	noun	producten die men nodig heeft voor het verzorgen van dieren
dierbenodigdheid	noun	product dat men nodig heeft voor het verzorgen van een dier
dierbenodigdheidje	=	dierbenodigdheid
dierbenodigdheidjes	=	dierbenodigdheid
diercommunicatie	noun	de communicatie tussen dieren.
diercommunicaties	=	diercommunicatie
dierder	=	dier
dierdere	=	dier
dierders	=	dier
diere	=	dier
dierehuid	=	dierenhuid
dieren	noun	taxonomisch rijk, Animalia waartoe ook de mens toe behoort
dierenactivisme	noun	het zich inzetten voor betere rechten voor de dieren
dierenactivist	noun	iemand die acties voert om het lot van dieren te verbeteren
dierenactivisten	=	dierenactivist
dierenambulance	noun	een auto waarmee zieke en dode dieren vervoerd kunnen worden
dierenambulancen	=	dierenambulance
dierenambulances	=	dierenambulance
dierenarts	noun	arts voor dieren, met name kleine huisdieren
dierenartsassistent	noun	assistent van de dierenarts die o.a. de administratie bijhoudt, de telefoon opneemt en de arts helpt bij operaties en/of injecties
dierenartsassistente	noun	vrouwelijke vorm van dierenartsassistent
dierenartsassistenten	=	dierenartsassistent
dierenartsassistentes	=	dierenartsassistente
dierenartsen	=	dierenarts
dierenartsenpraktijk	noun	ruimte of gebouw waar een of meer dierenartsen werken
dierenartsenpraktijken	=	dierenartsenpraktijk
dierenartsje	=	dierenarts
dierenartsjes	=	dierenarts
dierenartspraktijk	noun	gebouw of ruimte waar een dierenarts werkt
dierenartspraktijken	=	dierenartspraktijk
dierenasiel	noun	onderkomen voor huisdieren die door omstandigheden geen vast onderkomen hebben
dierenasielen	=	dierenasiel
dierenasiels	=	dierenasiel
dierenasieltje	=	dierenasiel
dierenbeademingsapparaat	noun	beademingsmachine, apparaat om een dier kunstmatig te laten ademen
dierenbeademingsapparaten	=	dierenbeademingsapparaat
dierenbericht	noun	een nieuwsbericht over dieren
dierenberichten	=	dierenbericht
dierenberichtje	=	dierenbericht
dierenberichtjes	=	dierenbericht
dierenbeschermer	noun	iemand die probeert dieren te beschermen tegen onheil; behoeder van dieren
dierenbeschermers	=	dierenbeschermer
dierenbeschermertje	=	dierenbeschermer
dierenbeschermertjes	=	dierenbeschermer
dierenbescherming	noun	De term dierenbescherming staat voor alle menselijke inspanningen die ten doel hebben te voorkomen, dat dieren onnodig leed aangedaan wordt.
dierenbeschermingen	=	dierenbescherming
dierenbeschermingsorganisatie	noun	organisatie die zich bezig houdt met dierenbescherming
dierenbeschermingsorganisaties	=	dierenbeschermingsorganisatie
dierenbeschermingsorganisatietje	=	dierenbeschermingsorganisatie
dierenbeschermingsorganisatietjes	=	dierenbeschermingsorganisatie
dierenbeschermster	noun	vrouw die probeert dieren te beschermen tegen onheil; behoedster van dieren
dierenbeschermsters	=	dierenbeschermster
dierenbeschermstertje	=	dierenbeschermster
dierenbeschermstertjes	=	dierenbeschermster
dierenbeul	noun	iemand die dieren met opzet kwelt
dierenbeulen	=	dierenbeul
dierenbeultje	=	dierenbeul
dierenboek	noun	een boek dat gaat over dieren, met name een encyclopedie, gids of een verzameling van afbeeldingen en feiten over dieren
dierenboeken	=	dierenboek
dierenboekje	=	dierenboek
dierenboekjes	=	dierenboek
dierenboerderij	noun	en boerderij die openbaar toegankelijk is en vooral is ingericht voor recreatie en educatie, met name voor kinderen
dierenboerderijen	=	dierenboerderij
dierenboerderijtje	=	dierenboerderij
dierenboerderijtjes	=	dierenboerderij
dierenbos	noun	het sprookjesbos van de serie 'De Fabeltjeskrant'
dierenbossen	=	dierenbos
dierendag	noun	dag die wereldwijd op de agenda staat als een moment waarop extra aandacht wordt besteed aan de dieren, jaarlijks op 4 oktober.
dierendagen	=	dierendag
dierendagje	=	dierendag
dierenecologie	noun	onderzoekt hoe natuurlijke dierenpopulaties functioneren
dierenencyclopedie	noun	publicatie bestaand uit een uitgebreide reeks beschrijvingen van diersoorten
dierenencyclopedieën	=	dierenencyclopedie
dierenepen	=	dierenepos
dierenepos	noun	een heldenverhaal met een dier in de hoofdrol
dierenepossen	=	dierenepos
dierenfabel	noun	fabel waarin dieren (meestal met 'menselijke' eigenschappen) optreden
dierenfabelen	=	dierenfabel
dierenfabels	=	dierenfabel
dierenfabeltje	=	dierenfabel
dierenfabeltjes	=	dierenfabel
dierenfiguren	=	dierenfiguur
dierenfiguur	noun	figuur in de vorm van een dier
dierenfiguurtje	=	dierenfiguur
dierenfiguurtjes	=	dierenfiguur
dierenfilm	noun	natuurdocumentaire over dieren
dierenfilmpje	=	dierenfilm
dierenfilmpjes	=	dierenfilm
dierenfilms	=	dierenfilm
dierenfoto	noun	afbeelding of foto waarop een of meerdere dieren zijn vastgelegd
dierenfoto's	=	dierenfoto
dierenfotootje	=	dierenfoto
dierenfotootjes	=	dierenfoto
dierengeluid	noun	een door een dier voortgebracht geluid
dierengeluiden	=	dierengeluid
dierengeluidje	=	dierengeluid
dierengeluidjes	=	dierengeluid
dierengeneesmiddel	noun	een geneesmiddel specifiek bestemd voor dieren (de mens uitgezonderd)
dierengeneesmiddelen	=	dierengeneesmiddel
dierengeneesmiddeltje	=	dierengeneesmiddel
dierengeneesmiddeltjes	=	dierengeneesmiddel
dierenhaar	noun	een haar van een zoogdier
dierenhaartje	=	dierenhaar
dierenhaartjes	=	dierenhaar
dierenhandel	noun	het inkopen en verkopen van dieren
dierenhandelaar	noun	iemand die huisdieren in- en verkoopt
dierenhandelaars	=	dierenhandelaar
dierenhandelaartje	=	dierenhandelaar
dierenhandelaartjes	=	dierenhandelaar
dierenhandelaren	=	dierenhandelaar
dierenhandels	=	dierenhandel
dierenharen	=	dierenhaar
dierenhok	noun	een kleine, vaak afgesloten verblijfplaats in of bij huis (zoals een konijnenhok of kippenhok) waar dieren veilig kunnen slapen, schuilen of verblijven
dierenhokje	=	dierenhok
dierenhokjes	=	dierenhok
dierenhokken	=	dierenhok
dierenhuid	noun	dierenvel meeestal gebruikt als leer, bont of perkament.
dierenhuiden	=	dierenhuid
dierenhuidje	=	dierenhuid
dierenhuidjes	=	dierenhuid
dierenkliniek	noun	medisch centrum voor (huis)dieren
dierenklinieken	=	dierenkliniek
dierenkliniekje	=	dierenkliniek
dierenkliniekjes	=	dierenkliniek
dierenkooi	noun	een rondom met gaas of rasterwerk afgesloten loop- en/of leefruimte voor dieren
dierenkooien	=	dierenkooi
dierenkooitje	=	dierenkooi
dierenkooitjes	=	dierenkooi
dierenkostuum	noun	een verkleedpak dat eruitziet als een dier
dierenkostuumpje	=	dierenkostuum
dierenkostuumpjes	=	dierenkostuum
dierenkostuums	=	dierenkostuum
dierenleed	noun	het leed van dieren met name het onnodige leed dat door de mens wordt veroorzaakt
dierenleven	noun	de verzameling van alle dieren
dierenlevens	=	dierenleven
dierenliefde	noun	de positieve gevoelens die mensen voor dieren hebben
dierenliefdes	=	dierenliefde
dierenliefhebber	noun	persoon die veel van dieren houdt
dierenliefhebbers	=	dierenliefhebber
dierenmishandeling	noun	de omgang met een dier die nadelig is voor de fysieke en/of psychische gezondheid ervan
dierenmishandelingen	=	dierenmishandeling
dierennaam	noun	de naam die men aan een (huis)dier geeft
dierennamen	=	dierennaam
dierenopvang	noun	opvang van weggelopen of verongelukte dieren
dierenopvangen	=	dierenopvang
dierenpak	noun	een verkleedpak dat eruitziet als een dier
dierenpakje	=	dierenpak
dierenpakjes	=	dierenpak
dierenpakken	=	dierenpak
dierenpark	noun	een park waarin dieren tentoongesteld worden, dierentuin, zoo, diergaarde.
dierenparken	=	dierenpark
dierenparkje	=	dierenpark
dierenparkjes	=	dierenpark
dierenpension	noun	een logeeradres waar men tegen betaling huisdieren voor enkele dagen tot weken onder kan brengen
dierenpensions	=	dierenpension
dierenpoep	noun	poep van dieren
dierenpoepen	=	dierenpoep
dierenpoepje	=	dierenpoep
dierenpoepjes	=	dierenpoep
dierenpolitie	noun	politiedienst die misdaden tegen dieren opspoort
dierenporno	noun	het bekijken van verrichtingen van seksuele handelingen van mensen met dieren
dierenproef	noun	onderzoek gedaan met proefdieren
dierenproeven	=	dierenproef
dierenrecht	noun	het recht waarop dieren hopelijk aanspraak mogen maken
dierenrechten	noun	de rechten welke de dieren hebben
dierenrechtenactivisme	noun	het zich inzetten voor betere rechten voor de dieren
dierenrechtenactivist	noun	iemand die acties voert om het lot van dieren te verbeteren
dierenrechtenactiviste	=	dierenrechtenactivist
dierenrechtenactivisten	=	dierenrechtenactivist
dierenrechtenbeweging	noun	beweging die zich inzet voor betere rechten voor de dieren
dierenrechtenbewegingen	=	dierenrechtenbeweging
dierenrechtenbeweginkje	=	dierenrechtenbeweging
dierenrechtenbeweginkjes	=	dierenrechtenbeweging
dierenrechtenorganisatie	noun	organisatie die toeziet op de naleving van dierenbeschermingswetten
dierenrechtenorganisaties	=	dierenrechtenorganisatie
dierenriem	noun	een ongeveer 20 graden brede zone aan de hemelbol, waarbinnen de schijnbare banen van de zon, de maan en de planeten verlopen
dierenriemen	=	dierenriem
dierenrijk	noun	de verzameling van alle diersoorten
dierenrijken	=	dierenrijk
dierenschedel	noun	de schedel van een dier
dierenschedels	=	dierenschedel
dierenschedeltje	=	dierenschedel
dierenschedeltjes	=	dierenschedel
dierenseks	noun	geslachtsverkeer van beesten
dierenshow	noun	een opvoering waarbij dieren de hoofdrol spelen
dierenshows	=	dierenshow
dierenshowtje	=	dierenshow
dierenshowtjes	=	dierenshow
dierenspeciaalzaak	noun	een onderneming die soms verschillende kleine soorten huisdieren (gezelschapsdieren) verkoopt, en daarnaast voeder ("dierenvoer") en een veelal grote variëteit aan toebehoren zoals kooien, diergeneesmiddelen, halsbanden of speeltjes
dierenspeciaalzaken	=	dierenspeciaalzaak
dierenspoor	noun	serie pootafdrukken van een dier dat zich bewogen heeft in een bepaalde richting
dierensporen	=	dierenspoor
dierentaal	noun	de uitwisseling van informatie tussen dieren onderling
dierentalen	=	dierentaal
dierentehuis	noun	een (tijdelijk) onderkomen voor gezelschapdieren die door omstandigheden geen vast onderkomen hebben.
dierentehuisje	=	dierentehuis
dierentehuisjes	=	dierentehuis
dierentehuizen	=	dierentehuis
dierentemmer	noun	iemand die dieren africht
dierentemmers	=	dierentemmer
dierentemster	=	dierentemmer
dierentolk	noun	iemand die middels intuïtieve communicatie of telepathie subtiele signalen van dieren opvangt, en deze informatie voor een beter begrip vertaalt aan betrokkenen
dierentolken	=	dierentolk
dierentotem	noun	symbool van een persoon of groep in de vorm van een dier
dierentotems	=	dierentotem
dierentransport	noun	vervoer van beesten die door mensen worden gehouden
dierentransporten	=	dierentransport
dierentuin	noun	een verzameling levende, oorspronkelijk wilde dieren die in een vaak parkachtige omgeving in gevangenschap worden gehouden om het publiek de gelegenheid te geven ze te kunnen bekijken
dierentuinen	=	dierentuin
dierentuinkrekel	noun	Gryllodes sigillatus een rechtvleugelig insect uit de familie van de krekels (Gryllidae).
dierentuinkrekels	=	dierentuinkrekel
dierentuinkrekeltje	=	dierentuinkrekel
dierentuinkrekeltjes	=	dierentuinkrekel
dierentuintje	=	dierentuin
dierentuintjes	=	dierentuin
dierenvel	noun	de huid van een dier inclusief de beharing
dierenvellen	=	dierenvel
dierenverblijf	noun	ruimte waarin een dier gehuisvest kan worden
dierenverblijfje	=	dierenverblijf
dierenverblijven	=	dierenverblijf
dierenverzorger	noun	persoon die zorgt voor het welzijn van dieren die in gevangenschap leven
dierenverzorgers	=	dierenverzorger
dierenverzorging	noun	het geheel aan taken gericht op de gezondheid, het welzijn en de leefomgeving van dieren.
dierenverzorgingen	=	dierenverzorging
dierenverzorginkje	=	dierenverzorging
dierenverzorginkjes	=	dierenverzorging
dierenvoeder	noun	voor vee of huisdieren bestemd voedingsmiddel
dierenvoeders	=	dierenvoeder
dierenvoeding	noun	eten dat speciaal geschikt is voor (huis)dieren
dierenvoedingen	=	dierenvoeding
dierenvoedinkje	=	dierenvoeding
dierenvoedinkjes	=	dierenvoeding
dierenvoer	noun	voedsel geschikt of bedoeld voor dieren
dierenvriend	noun	persoon die veel van dieren houdt
dierenvrienden	=	dierenvriend
dierenvriendin	=	dierenvriend
dierenvriendje	=	dierenvriend
dierenvriendjes	=	dierenvriend
dierenwelzijn	noun	het fysieke en gevoelsmatige welzijn van dieren
dierenwelzijnsorganisatie	noun	organisatie die als doel heeft te zorgen voor een optimale leefomgeving voor dieren (die in gevangenschap leven)
dierenwelzijnsorganisaties	=	dierenwelzijnsorganisatie
dierenwelzijnsorganisatietje	=	dierenwelzijnsorganisatie
dierenwelzijnsorganisatietjes	=	dierenwelzijnsorganisatie
dierenwereld	noun	opsomming van alle dieren
dierenwerelden	=	dierenwereld
dierenwinkel	noun	winkel waar huisdieren, hun voeder en middelen voor het houden van dieren verkocht worden
dierenwinkels	=	dierenwinkel
dierenwinkeltje	=	dierenwinkel
dierenwinkeltjes	=	dierenwinkel
dierenzaak	noun	winkel waar men huisdieren verkoopt
dierenzaakje	=	dierenzaak
dierenzaakjes	=	dierenzaak
dierenzaken	=	dierenzaak
dierenziekenhuis	noun	praktijk van een of meer dierenartsen waar uitgebreide medische zorg aan huisdieren kan worden verleend
dierenziekenhuisje	=	dierenziekenhuis
dierenziekenhuisjes	=	dierenziekenhuis
dierenziekenhuizen	=	dierenziekenhuis
dierenziekte	noun	ziektes die speciaal bij dieren voorkomen en niet bij mensen
dierenziekten	=	dierenziekte
dierenziektes	=	dierenziekte
dierepos	=	dierenepos
dierexperiment	noun	experiment uitgevoerd met of op een dier
dierexperimenten	=	dierexperiment
dierexperimentje	=	dierexperiment
dierexperimentjes	=	dierexperiment
dierf	=	derven
dierft	=	durven
diergaarde	noun	een instelling die zich bezighoudt met het verzorgen en kweken van exotische diersoorten en het tonen ervan aan betalend publiek
diergaarden	=	diergaarde
diergaardes	=	diergaarde
diergaardje	=	diergaarde
diergeneeskunde	noun	wetenschap die zich richt op de aard, de oorzaken en de geneesmiddelen van dierziektes
diergeneeskundig	adj	betrekking hebbend op de gezondheidszorg voor dieren
diergeneeskundige	=	diergeneeskundig
diergeneeskundiger	=	diergeneeskundig
diergeneeskundigere	=	diergeneeskundig
diergeneeskundigers	=	diergeneeskundig
diergeneeskundigs	=	diergeneeskundig
diergeneeskundigst	=	diergeneeskundig
diergeneeskundigste	=	diergeneeskundig
diergeneesmiddel	noun	een geneesmiddel specifiek bestemd voor dieren (de mens uitgezonderd)
diergeneesmiddelen	=	diergeneesmiddel
diergeneesmiddeltje	=	diergeneesmiddel
diergeneesmiddeltjes	=	diergeneesmiddel
diergezondheid	noun	het lichamelijk welzijn van een door mensen gehouden dier
diergezondheidsfonds	noun	een fonds waaruit pluimveehouders worden betaald als er op hun erf dieren geruimd moeten worden wegens een ziekte
diergezondheidsfondsen	=	diergezondheidsfonds
diergroep	noun	groep diersoorten
diergroepen	=	diergroep
diergroepje	=	diergroep
diergroepjes	=	diergroep
dierhalve	=	derhalve
dierhouderij	noun	onderneming gespecialiseerd in het houden van vee
dierhouderijen	=	dierhouderij
dierkunde	noun	de wetenschap die de dieren bestudeert
dierkundig	adj	betrekking hebbend op de wetenschap die dieren bestudeert
dierkundige	noun	deskundige op het gebied van de dierkunde
dierkundigen	=	dierkundige
dierkundiger	=	dierkundig
dierkundigere	=	dierkundig
dierkundigers	=	dierkundig
dierkundigs	=	dierkundig
dierkundigst	=	dierkundig
dierkundigste	=	dierkundig
dierlijk	adj	aan het dier eigen
dierlijke	=	dierlijk
dierlijker	=	dierlijk
dierlijkere	=	dierlijk
dierlijkers	=	dierlijk
dierlijkheden	=	dierlijkheid
dierlijkheid	noun	het dierlijk zijn
dierlijks	=	dierlijk
dierlijkst	=	dierlijk
dierlijkste	=	dierlijk
dierluis	noun	benaming voor insecten uit de orde Phthiraptera, die vooral uit kleine parasieten zonder vleugels bestaat
dierluizen	noun	orde Phthiraptera van insecten die zich gespecialiseerd hebben in het parasiteren op andere dieren.
diermeel	noun	veevoer gemaakt van vermalen slachtafval
dieronderzoek	noun	onderzoek bij (proef)dieren
dieronderzoeken	=	dieronderzoek
dieronvriendelijk	adj	van iets dat het niet prettig is voor dieren
dieronvriendelijke	=	dieronvriendelijk
dieronvriendelijker	=	dieronvriendelijk
dieronvriendelijkere	=	dieronvriendelijk
dieronvriendelijkers	=	dieronvriendelijk
dieronvriendelijks	=	dieronvriendelijk
dieronvriendelijkst	=	dieronvriendelijk
dieronvriendelijkste	=	dieronvriendelijk
dierproef	noun	onderzoek gedaan met proefdieren
dierproefje	=	dierproef
dierproefjes	=	dierproef
dierproefvrij	adj	zonder gebruik te maken van proefdieren
dierproefvrije	=	dierproefvrij
dierproefvrijer	=	dierproefvrij
dierproefvrijere	=	dierproefvrij
dierproefvrijers	=	dierproefvrij
dierproefvrijs	=	dierproefvrij
dierproefvrijst	=	dierproefvrij
dierproefvrijste	=	dierproefvrij
dierproeven	=	dierproef
dierpsychologie	noun	psychologie van het dier (met uitzondering van de mens)
dierrechten	noun	Het recht dat een veehouder heeft om een aantal dieren (meestal kippen of varkens) te mogen houden.
dierrijk	=	dierenrijk
diers	=	dier
diersoort	noun	de verzameling individuele dieren die genetisch verwant genoeg zijn dat zij zich onderling kunnen voortplanten
diersoorten	=	diersoort
diersoortje	=	diersoort
diersoortjes	=	diersoort
dierst	=	dier
dierste	=	dier
diertje	=	dier
diertjes	=	dier
dierverzorger	noun	persoon die zorgt voor het welzijn van dieren die in gevangenschap leven
dierverzorgers	=	dierverzorger
dierverzorging	noun	de zorg voor dieren die in gevangenschap leven
dierverzorgingen	=	dierverzorging
dierverzorginkje	=	dierverzorging
dierverzorginkjes	=	dierverzorging
dierverzorgster	noun	vrouw die dieren die in gevangenschap verkeren verzorgt
dierverzorgsters	=	dierverzorgster
dierverzorgstertje	=	dierverzorgster
dierverzorgstertjes	=	dierverzorgster
diervoeder	noun	voer voor dieren
diervoeders	=	diervoeder
diervoedertje	=	diervoeder
diervoedertjes	=	diervoeder
diervoeding	noun	eten dat geschikt is om door dieren te worden opgegeten
diervoedingen	=	diervoeding
diervoedinkje	=	diervoeding
diervoedinkjes	=	diervoeding
diervoer	noun	eten dat geschikt is om door dieren te worden opgegeten
diervormig	adj	vorm van een dier hebbend
diervormige	=	diervormig
diervormiger	=	diervormig
diervormigere	=	diervormig
diervormigers	=	diervormig
diervormigs	=	diervormig
diervormigst	=	diervormig
diervormigste	=	diervormig
diervraat	noun	het aanvreten van gewassen of goederen door dieren, wat schade tot gevolg heeft
diervriendelijk	adj	prettig voor dieren, ook rekening houdend met de belangen van het dier
diervriendelijke	=	diervriendelijk
diervriendelijker	=	diervriendelijk
diervriendelijkere	=	diervriendelijk
diervriendelijkers	=	diervriendelijk
diervriendelijkheden	=	diervriendelijkheid
diervriendelijkheid	noun	iets dat prettig is voor een door mensen gehouden dier
diervriendelijks	=	diervriendelijk
diervriendelijkst	=	diervriendelijk
diervriendelijkste	=	diervriendelijk
dierwelzijn	noun	de gezondheid en het welbevinden van dieren
dierzaamheid	noun	het streven om duurzaam samen te leven met dieren, met de bedoeling hun welzijn te vergroten
dierzelfder	=	diezelfde
dierziekte	noun	ziektes die speciaal bij dieren voorkomen en niet bij mensen
dierziekten	=	dierziekte
dierziektes	=	dierziekte
dies	noun	[B] jaarlijkse feestdag om de oprichting van een (studenten)vereniging of universiteit te vieren	adv|obsolete	met die reden
diesel	noun	motor, aangedreven door gasolie die fijn verdeeld in de cilinders gespoten wordt, waar zij door hoge druk en hoge temperatuur vanzelf ontbrandt
dieselaccijns	noun	belasting die wordt geheven over alle diesel die verkocht wordt
dieselaccijnzen	=	dieselaccijns
dieselauto	noun	een auto met diesel als brandstof
dieselauto's	=	dieselauto
dieselautootje	=	dieselauto
dieselautootjes	=	dieselauto
dieselbrandstof	noun	een aardolieproduct dat gebruikt wordt als brandstof voor dieselmotoren
dieselbrandstoffen	=	dieselbrandstof
dieselbus	noun	bus die wordt aangedreven door een dieselmotor
dieselbusje	=	dieselbus
dieselbusjes	=	dieselbus
dieselbussen	=	dieselbus
dieselde	=	dieselen
dieselden	=	dieselen
diesele	=	dieselen
dieselelektrisch	adj	waarbij elektriciteit wordt opgewekt door een dieselmotor
dieselelektrische	=	dieselelektrisch
dieselen	verb	voortbewegen met behulp van een dieselmotor
dieselend	=	dieselen
dieselende	=	dieselen
dieselgate	noun	wereldwijd schandaal toen bleek dat Volkswagen software in dieselauto's had ingebouwd die milieutesten manipuleerde
dieselgates	=	dieselgate
dieselhybride	noun	voertuig met een diesel- en een elektromotor
dieselhybriden	=	dieselhybride
dieselhybrides	=	dieselhybride
diesellocomotief	noun	een locomotief met een dieselmotor als een energiebron
diesellocomotiefje	=	diesellocomotief
diesellocomotiefjes	=	diesellocomotief
diesellocomotieven	=	diesellocomotief
diesellucht	noun	de geur van diesel
dieselluchten	=	diesellucht
dieselluchtje	=	diesellucht
dieselluchtjes	=	diesellucht
dieselmotor	noun	door gasolie aangedreven motor die fijn verdeeld in de cilinders gespoten wordt, waar zij door hoge druk en hoge temperatuur vanzelf ontbrandt
dieselmotoren	=	dieselmotor
dieselmotors	=	dieselmotor
dieselmotortje	=	dieselmotor
dieselmotortjes	=	dieselmotor
dieselolie	noun	een aardolieproduct dat in aanwezigheid van voldoende zuurstof bij compressie vanzelf tot ontbranding overgaat en daarmee geen ontstekingsmechanisme behoeft
dieselolies	=	dieselolie
dieseloliën	=	dieselolie
dieselprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen voor een liter diesel
dieselprijzen	=	dieselprijs
dieselrijder	noun	iemand die rijdt in een auto met een dieselmotor
dieselrijders	=	dieselrijder
dieselroet	noun	fijn verdeeld zwart stof in de lucht dat ontstaat bij onvolledige verbranding van gasolie en tot gezondheidsschade kan leiden
diesels	=	diesel
dieselschandaal	noun	wereldwijd schandaal toen bleek dat Volkswagen software in dieselauto's had ingebouwd die milieutesten manipuleerde
dieselschandaaltje	=	dieselschandaal
dieselschandaaltjes	=	dieselschandaal
dieselschandalen	=	dieselschandaal
dieselschepen	=	dieselschip
dieselschip	noun	groot vaartuig dat wordt voortbewogen door een verbrandingsmotor op gasolie
dieselt	=	dieselen
dieseltank	noun	opslagplaats voor diesel
dieseltanks	=	dieseltank
dieseltechniek	noun	de werking van een dieselmotor
dieseltje	=	diesel
dieseltjes	=	diesel
dieseltrein	noun	trein met een dieselmotor of (meestal) een dieselelektrische installatie (generator en aandrijving met elektromotor)
dieseltreinen	=	dieseltrein
dieseltreintje	=	dieseltrein
dieseltreintjes	=	dieseltrein
dieselversie	noun	type auto waarin een dieselmotor zit
dieselversies	=	dieselversie
diesviering	noun	viering van een dies natalis
diesvieringen	=	diesviering
diets	adj	in begrijpelijke taal uitgedrukt
dietse	=	diets
dietser	=	diets
dietsere	=	diets
dietsers	=	diets
dietst	=	diets
dietste	=	diets
dieve	=	dief
dievegge	noun	vrouwelijk persoon die steelt
dieveggen	=	dievegge
dievegges	=	dievegge
dieveggetje	=	dievegge
dieveggetjes	=	dievegge
dieven	=	dief
dievenbende	noun	een groep mensen die samen diefstal plegen, meestal herhaaldelijk en georganiseerd
dievenbenden	=	dievenbende
dievenbendes	=	dievenbende
dievenbendetje	=	dievenbende
dievenbendetjes	=	dievenbende
dievend	=	dief
dievende	=	dief
dievengilde	noun	alle dieven tezamen
dievengilden	=	dievengilde
dievengildes	=	dievengilde
dievenhol	noun	verblijfplaats van dieven
dievenholen	=	dievenhol
dievenijzer	noun	voorzieningen in de vorm van spijlen of traliestaven, van vierkante of ronde stalen staven, in de dag van een raamkozijn of voor een keldergat aangebracht, om ongewenste indringers buiten te houden
dievenijzers	=	dievenijzer
dievenketting	noun	reeks verbonden metalen schakels die een deur beletten helemaal open te gaan, zodat je die kunt opendoen zonder dat een onwelkome bezoeker eenvoudig kan binnendringen
dievenkettingen	=	dievenketting
dievenkettinkje	=	dievenketting
dievenkettinkjes	=	dievenketting
dievenklauw	noun	onderdeel van een scharnier om deuren en ramen te beveiligen tegen inbraak
dievenklauwen	=	dievenklauw
dievenklauwtje	=	dievenklauw
dievenklauwtjes	=	dievenklauw
dievenlantaarn	noun	door dieven gebruikte draagbare lamp die slechts naar één kant licht geeft en makkelijk is te dimmen
dievenlantaarns	=	dievenlantaarn
dievenlantaarntje	=	dievenlantaarn
dievenlantaren	noun	kleine handlantaren, heel handig voor criminelen, die slechts naar een kant licht geeft en waarvan men het licht door een schuif of klep kan afsluiten
dievenlantarens	=	dievenlantaren
dieventaal	noun	geheimtaal die misdadigers onder elkaar zouden gebruiken
dieventaaltje	=	dieventaal
dieventaaltjes	=	dieventaal
dieventalen	=	dieventaal
dievenwagen	noun	wagen waarin arrestanten vervoerd worden
dievenwagens	=	dievenwagen
dievenwagentje	=	dievenwagen
dievenwagentjes	=	dievenwagen
dievenweer	noun	zeer slecht weer
dieverij	noun	diefstal
dieverijen	=	dieverij
dieverijtje	=	dieverij
dieverijtjes	=	dieverij
diezelfde	pron	die gelijke identiteit bezittend; meervoud of mannelijk en vrouwelijk enkelvoud, zowel zelfstandig als bijvoeglijk gebruikt
diezelfden	=	datzelfde
difenyl	noun	Verbinding die een witte kristallijne stof vormt en voor verschillende industriële doeleinden wordt gebruikt met formule C₆H₅C₆H₅
diffamatie	noun	laster, belastering
diffamaties	=	diffamatie
diffamatiën	=	diffamatie
diffameer	=	diffameren
diffameerde	=	diffameren
diffameerden	=	diffameren
diffameert	=	diffameren
diffamere	=	diffameren
diffameren	verb	belasteren
diffamerend	=	diffameren
diffamerende	=	diffameren
diffeomorfisme	noun	een onbeperkt continu differentieerbare bijectie met een eveneens onbeperkt continu differentieerbare inverse
different	adj|obsolete	verschillend
differente	=	different
differenter	=	different
differentere	=	different
differenters	=	different
differentiaal	noun	de limiet van een kleine aangroeiing (differentie) van een veranderlijke grootheid
differentiaalbeveiliging	noun	beveiliging die afschakelt indien twee stromen niet even groot zijn
differentiaalbeveiligingen	=	differentiaalbeveiliging
differentiaaldiagnose	noun	wetenschappelijke methode om een ziekte vast te stellen door afweging van verschijnselen die op zichzelf op meerdere ziekten kunnen duiden
differentiaaldiagnosen	=	differentiaaldiagnose
differentiaaldiagnoses	=	differentiaaldiagnose
differentiaalmeetkunde	noun	tak van de wiskunde die gekromde ruimten onderzoekt
differentiaaloperator	noun	deze operator (d/dx), werkt op een functie en heeft als resultaat de afgeleide van die functie
differentiaalquotiënt	noun	quotiënt van twee differentialen
differentiaalquotiënten	=	differentiaalquotiënt
differentiaalrekening	noun	het nagaan van hoe functies veranderen, wanneer er in hun argumenten oneindig kleine (infinitesimale) veranderingen optreden
differentiaalrekeningen	=	differentiaalrekening
differentiaalrekeninkje	=	differentiaalrekening
differentiaalschakelaar	noun	beveiliging die afschakelt indien twee stromen niet even groot zijn
differentiaalschakelaars	=	differentiaalschakelaar
differentiaalschakelaartje	=	differentiaalschakelaar
differentiaalschakelaartjes	=	differentiaalschakelaar
differentiaalthermometer	noun	instrument om zeer kleine temperatuurverschillen te kunnen meten
differentiaalthermometers	=	differentiaalthermometer
differentiaaltje	=	differentiaal
differentiaalvergelijking	noun	vergelijking voor een functie waarin een of meer van de afgeleiden van die functie voorkomen
differentiaalvergelijkingen	=	differentiaalvergelijking
differentiaalvergelijkinkje	=	differentiaalvergelijking
differentiaalvergelijkinkjes	=	differentiaalvergelijking
differentialen	=	differentiaal
differentiatie	noun	ontwikkeling in een bepaalde richting, het zich ontwikkelen van cellen, weefsels etc. tot eenheden met bepaalde eigenschappen en eigen karakter
differentiaties	=	differentiatie
differentiator	noun	toestel die een differentiërende actie uitvoert of een signaal differentieert
differentiatoren	=	differentiator
differentiators	=	differentiator
differentiatortje	=	differentiator
differentiatortjes	=	differentiator
differentie	noun	verschil, onderscheid
differentieel	noun	tandwielconstructie waarmee met één aandrijvende as twee uitgaande assen met verschillende snelheden kunnen worden aangedreven	adj	gerelateerd aan/uitgaand van verschillen of verschillen aanwijzend
differentieelrekening	noun	minder gebruikelijke benaming voor differentiaalrekening
differentieelrekeningen	=	differentieelrekening
differentieelrekeningetje	=	differentieelrekening
differentieelrekeningetjes	=	differentieelrekening
differentieelrekeninkje	=	differentieelrekening
differentieelrekeninkjes	=	differentieelrekening
differentieels	=	differentieel
differentieelschakelaar	noun	een automatisch werkende schakelaar die een elektrische installatie spanningsloos maakt zodra een lekstroom vanaf een bepaalde grootte optreedt
differentieelschakelaars	=	differentieelschakelaar
differentieelst	=	differentieel
differentieelste	=	differentieel
differentieeltje	=	differentieel
differentieeltjes	=	differentieel
differentieer	=	differentiëren
differentieerbaar	adj	vatbaar voor differentiatie
differentieerbaarder	=	differentieerbaar
differentieerbaardere	=	differentieerbaar
differentieerbaarders	=	differentieerbaar
differentieerbaarheid	noun	het differentieerbaar zijn
differentieerbaars	=	differentieerbaar
differentieerbaarst	=	differentieerbaar
differentieerbaarste	=	differentieerbaar
differentieerbare	=	differentieerbaar
differentieerde	=	differentiëren
differentieerden	=	differentiëren
differentieert	=	differentiëren
differentiequotiënt	noun	quotiënt van twee differenties (verschillen)
differentiequotiënten	=	differentiequotiënt
differentiequotiëntje	=	differentiequotiënt
differentiequotiëntjes	=	differentiequotiënt
differenties	=	differentie
differentievergelijking	noun	een relatie, waarmee de elementen van een rij recursief gedefinieerd worden, dat wil zeggen elk element van de rij is een functie van de voorgaande elementen
differentievergelijkingen	=	differentievergelijking
differentievergelijkinkje	=	differentievergelijking
differentievergelijkinkjes	=	differentievergelijking
differentiële	=	differentieel
differentiëlen	=	differentieel
differentiëler	=	differentieel
differentiëlere	=	differentieel
differentiëlers	=	differentieel
differentiëre	=	differentiëren
differentiëren	verb	vanuit een homogeen geheel tot verschillende vormen komen
differentiërend	=	differentiëren
differentiërende	=	differentiëren
differentiëring	noun	het differentiëren
differentiëringen	=	differentiëring
differents	=	different
differentst	=	different
differentste	=	different
difficiel	adj	moeilijk
difficiele	=	difficiel
difficieler	=	difficiel
difficielere	=	difficiel
difficielers	=	difficiel
difficiels	=	difficiel
difficielst	=	difficiel
difficielste	=	difficiel
diffractie	noun	buiging van stralen (golven, ook materiegolven), bv. lichtstralen
diffracties	=	diffractie
diffundeer	=	diffunderen
diffundeerde	=	diffunderen
diffundeerden	=	diffunderen
diffundeert	=	diffunderen
diffundere	=	diffunderen
diffunderen	verb	zich vermengen (m.n. in natuurkundige betekenis, dus van vloeistoffen e.d.)
diffunderend	=	diffunderen
diffunderende	=	diffunderen
diffuse	=	diffuus
diffuser	=	diffuus
diffusere	=	diffuus
diffusers	=	diffuus
diffuseur	noun	diffusor
diffuseurs	=	diffuseur
diffuseurtje	=	diffuseur
diffuseurtjes	=	diffuseur
diffusie	noun	verbreiding (verspreiding) van een aantal deeltjes (in een vloeistof, gas of vaste stof)
diffusiecoëfficiënt	noun	de coëfficiënt in de vergelijking (van Fick) die de diffusie beschrijft met de dimensie [m2/s]
diffusiecoëfficiënten	=	diffusiecoëfficiënt
diffusies	=	diffusie
diffusiesnelheden	=	diffusiesnelheid
diffusiesnelheid	noun	de snelheid van de diffusie
diffusiesnelheidje	=	diffusiesnelheid
diffusiesnelheidjes	=	diffusiesnelheid
diffusionisme	noun	leer van de verspreiding van cultuurelementen en de samenhang van culturen
diffusor	noun	apparaat waar de dynamische druk van een vloeistof omgezet wordt in statische druk
diffusors	=	diffusor
diffusortje	=	diffusor
diffusortjes	=	diffusor
diffuus	adj	zonder scherpe begrenzing
diffuust	=	diffuus
diffuuste	=	diffuus
difosfaat	noun	het oxoanion van pyrofosforzuur, met als brutoformule P₂O₇⁴⁻
difosfaten	=	difosfaat
diftar	noun	een afvalstoffenheffing met een vast en een variabel deel.
difterie	noun	infectieziekte gekenmerkt door een slijmvliesontsteking van onder andere de keel
difterietje	=	difterie
difterieën	=	difterie
difteritis	noun	difterie
difteritissen	=	difteritis
diftong	noun	een foneem dat uit twee klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
diftongeer	=	diftongeren
diftongeerde	=	diftongeren
diftongeerden	=	diftongeren
diftongeert	=	diftongeren
diftongen	=	diftong
diftongere	=	diftongeren
diftongeren	verb	in een tweeklank overgaan
diftongerend	=	diftongeren
diftongerende	=	diftongeren
diftongering	noun	het verschijnsel dat een monoftong overgaat in een diftong
diftongeringen	=	diftongering
diftongetje	=	diftong
diftongetjes	=	diftong
dig	=	diggen
digde	=	diggen
digden	=	diggen
digereer	=	digereren
digereerde	=	digereren
digereerden	=	digereren
digereert	=	digereren
digerere	=	digereren
digereren	verb	verteren
digererend	=	digereren
digererende	=	digereren
digestaat	noun	vergiste biomassa, een restproduct van de biogasproductie
digestaten	=	digestaat
digestie	noun	het proces in het lichaam waardoor het opgenomen voedsel in voedende stof omgezet wordt
digestief	adj	met betrekking tot de spijsvertering	noun	middel dat de spijsvertering bevordert
digestiefje	=	digestief
digestiefjes	=	digestief
digestiefs	=	digestief
digestiefst	=	digestief
digestiefste	=	digestief
digestiekoorts	noun	koorts als gevolg van onvoldoende spijsvertering
digestiekoortsen	=	digestiekoorts
digestiekoortsje	=	digestiekoorts
digestiekoortsjes	=	digestiekoorts
digestieve	=	digestief
digestieven	=	digestief
digestiever	=	digestief
digestievere	=	digestief
digestievers	=	digestief
digge	=	diggen
diggel	noun	scherf
diggelen	noun	aan ~: in stukken gebroken, kapot
diggels	=	diggel
diggeltje	=	diggel
diggeltjes	=	diggel
diggen	verb	snappen, begrijpen
diggend	=	diggen
diggende	=	diggen
digibeet	noun	iemand zonder kennis en vaardigheid om met computers te werken
digibeete	=	digibeet
digibeetje	=	digibeet
digibeetjes	=	digibeet
digibeets	=	digibeet
digibesitas	noun	verslaafd en overmatig gebruik van online media, waaronder sociale media
digibete	=	digibeet
digibeten	=	digibeet
digibord	noun	grote witte plaat waarop wisselende informatie uit een computer of vanaf internet wordt getoond en met de mogelijkheid daar met speciale pen teksten of schetsen aan toe te voegen
digiborden	=	digibord
digid	noun	digitale identificatiecode van een persoon waarmee men toegang krijgt tot belaapde (overheids)diensten
digid's	=	digid
digipedo	noun	op het internet actieve pedofiel
digipedo's	=	digipedo
digipest	=	digipesten
digipeste	=	digipesten
digipesten	verb	op een vervelende manier treiteren en plagen met behulp van het internet
digipestend	=	digipesten
digipestende	=	digipesten
digipestte	=	digipesten
digipestten	=	digipesten
digitaal	adj	gegevens op een telbare manier verwerkend meestal met behulp van een computer
digitaals	=	digitaal
digitaalst	=	digitaal
digitaalste	=	digitaal
digitale	=	digitaal
digitaler	=	digitaal
digitalere	=	digitaal
digitalers	=	digitaal
digitalis	noun	een geslacht Digitalis uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
digitalisatie	noun	toediening van geneesmiddelen bij hartziekten
digitalisaties	=	digitalisatie
digitaliseer	=	digitaliseren
digitaliseerde	=	digitaliseren
digitaliseerden	=	digitaliseren
digitaliseert	=	digitaliseren
digitalisere	=	digitaliseren
digitaliseren	verb	informatie omzetten van analoog naar digitaal
digitaliserend	=	digitaliseren
digitaliserende	=	digitaliseren
digitalisering	noun	het digitaliseren
digitaliseringen	=	digitalisering
digitalissen	=	digitalis
digitenne	noun	een communicatiesysteem dat gebruikt maakt van een kleine antenne voor de ontvangst van digitale radio en televisie
digitennen	=	digitenne
digitennes	=	digitenne
diglossie	noun	het tweetalig zijn
dignitaris	noun	waardigheidsbekleder
dignitarissen	=	dignitaris
digniteit	noun	hoedanigheid van waardig te zijn
digniteiten	=	digniteit
digoxine	noun	een hartglycoside dat uit de bladeren van het vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) wordt geëxtraheerd
digoxinen	=	digoxine
digoxines	=	digoxine
digraaf	noun	een opeenvolging van twee lettertekens die samen één gesproken klank weergeven.
digraafje	=	digraaf
digraafjes	=	digraaf
digrafen	=	digraaf
digressie	noun	afdwaling
digressies	=	digressie
digt	=	diggen
digter	=	dichter
digtkonst	=	dichtkunst
digtkunst	=	dichtkunst
dii	=	vijfhonderdtwee
diii	=	vijfhonderddrie
dij	noun	het deel van het menselijk been tussen heup en knie
dijader	noun	vena femoralis, grote ader die in de lies en het bovenbeen loopt
dijaders	=	dijader
dijbeen	noun	been (bot) in de dij
dijbeenblessure	noun	verwonding, beschadiging of kwetsuur aan de achterzijde van het bovenbeen
dijbeenblessuren	=	dijbeenblessure
dijbeenblessures	=	dijbeenblessure
dijbeenbreuk	noun	breuk in het dijbeen
dijbeenbreuken	=	dijbeenbreuk
dijbeenderen	=	dijbeen
dijbeentje	=	dijbeen
dijbeentjes	=	dijbeen
dijbenen	=	dijbeen
dijbreuk	noun	fractuur van het dijbeen
dijbreuken	=	dijbreuk
dijbreukje	=	dijbreuk
dijbreukjes	=	dijbreuk
dijde	=	dijen
dijden	=	dijen
dije	=	dijen
dijen	verb	toenemen, groeien, tot wasdom komen
dijend	=	dijen
dijende	=	dijen
dijenkletser	noun	grap of iets anders waarom mensen heel hard moeten lachen
dijenkletsers	=	dijenkletser
dijenkletsertje	=	dijenkletser
dijenkletsertjes	=	dijenkletser
dijharst	noun	een stuk vlees uit de dij, dat gebraden (geharst) wordt
dijharsten	=	dijharst
dijharstje	=	dijharst
dijharstjes	=	dijharst
dijk	noun	opgeworpen aarden wal op het land meestal bestemd als waterkering ter directe bescherming van het achterliggende land
dijkage	noun	een door dijken omsloten gebied
dijkages	=	dijkage
dijkagie	=	dijkage
dijkbeslag	noun	buitenbekleding van een dijk
dijkbeslagje	=	dijkbeslag
dijkbesturen	=	dijkbestuur
dijkbestuur	noun	het bestuur van een waterschap, de organisatie verantwoordelijk voor de waterhuishouding in een gebied, waaronder de waterkering, waterlozing etc.
dijkbestuurtje	=	dijkbestuur
dijkbestuurtjes	=	dijkbestuur
dijkbewaking	noun	het bewaken van de dijken bij stormverwachting, om doorbraak te voorkomen
dijkbewakingen	=	dijkbewaking
dijkbewakinkje	=	dijkbewaking
dijkbewakinkjes	=	dijkbewaking
dijkbreuk	noun	het bezwijken van een waterkering, waarbij deze doorbroken wordt
dijkbreuken	=	dijkbreuk
dijkbreukje	=	dijkbreuk
dijkbreukjes	=	dijkbreuk
dijkdoorbraak	noun	het wegspoelen van een dijk door het water waardoor er een gat in de dijk ontstaat
dijkdoorbraakje	=	dijkdoorbraak
dijkdoorbraakjes	=	dijkdoorbraak
dijkdoorbraken	=	dijkdoorbraak
dijkdorp	noun	een uitgestrekt dorp dat zich heeft ontwikkeld langs een dijk
dijkdorpen	=	dijkdorp
dijkdorpje	=	dijkdorp
dijkdorpjes	=	dijkdorp
dijke	=	dijken
dijken	verb	van dijken voorzien
dijkend	=	dijken
dijkende	=	dijken
dijkenglimschoteltje	noun	Lecania atrynioides een korstmossoort uit het geslacht glimschoteltje (Lecania).
dijkenglimschoteltjes	=	dijkenglimschoteltje
dijkenschriftmos	noun	Opegrapha confluens een korstmossoort uit het geslacht Opegrapha.
dijkenschriftmosje	=	dijkenschriftmos
dijkenschriftmosjes	=	dijkenschriftmos
dijkenschriftmossen	=	dijkenschriftmos
dijkensteenschubje	noun	Myriospora smaragdula een korstmossoort uit de familie Acarosporaceae.
dijkensteenschubjes	=	dijkensteenschubje
dijker	noun	benaming voor een jongere die rond 1960 behoorde tot de subcultuur die afwijzend stond tegenover de gevestigde maatschappij en veel interesse had voor brommers, rock en Amerikaanse cultuur
dijkers	=	dijker
dijkgat	noun	gat in een dijk na een dijkdoorbraak
dijkgaten	=	dijkgat
dijkgraaf	noun	voorzitter van het bestuur van een waterschap
dijkgraafje	=	dijkgraaf
dijkgraafjes	=	dijkgraaf
dijkgranietkorst	noun	Lecidea lapicida een korstmossoort uit de familie Lecideaceae.
dijkgranietkorsten	=	dijkgranietkorst
dijkgranietkorstje	=	dijkgranietkorst
dijkgranietkorstjes	=	dijkgranietkorst
dijkgraven	=	dijkgraaf
dijkheemraad	noun	heemraad
dijkheemraden	=	dijkheemraad
dijkhoogte	noun	de hoogte van de dijk
dijkhoogten	=	dijkhoogte
dijkhoogtes	=	dijkhoogte
dijkhorde	noun	gevlochten scherm van ongeveer 13 staken (circa 2,3 m lang en 0,7 m hoog); gebruikt om een dijk in noodgevallen te beschermen
dijkhordes	=	dijkhorde
dijkhuis	noun	een woning gebouwd op of langs een dijk
dijkhuisje	=	dijkhuis
dijkhuisjes	=	dijkhuis
dijkhuizen	=	dijkhuis
dijkje	=	dijk
dijkjes	=	dijk
dijkleger	noun	gezamenlijke arbeiders die lang een dijk worden ingezet als er gevaar voor een doorbraak is
dijklegers	=	dijkleger
dijklegertje	=	dijkleger
dijklichaam	noun	een door mensen aangelegde waterkering
dijklichaampje	=	dijklichaam
dijklichaampjes	=	dijklichaam
dijklichamen	=	dijklichaam
dijkloof	noun	opening tussen de dijen bij slanke personen (met name bij vrouwen)
dijkloven	=	dijkloof
dijkpaadje	=	dijkpad
dijkpaadjes	=	dijkpad
dijkpaal	noun	zware paal zoals men in rijen voor een dijk plaatst om de golfslag te breken
dijkpaaltje	=	dijkpaal
dijkpaaltjes	=	dijkpaal
dijkpad	noun	wandelpad dat op de top van een dijk ligt
dijkpaden	=	dijkpad
dijkpalen	=	dijkpaal
dijkramp	noun	kramp in een dij
dijkrampen	=	dijkramp
dijkrampje	=	dijkramp
dijkrecht	noun	waterstaatsorganisatie in Groningen tot 1848 voorloper van het waterschap
dijkrechten	=	dijkrecht
dijkregt	=	dijkrecht
dijkring	noun	groep dijken onder beheer van één waterschap
dijkringen	=	dijkring
dijkringetje	=	dijkring
dijkringetjes	=	dijkring
dijksbesturen	=	dijksbestuur
dijksbestuur	noun	het bestuur van een waterschap, de organisatie verantwoordelijk voor de waterhuishouding in een gebied, waaronder de waterkering, waterlozing etc.
dijksbestuurtje	=	dijksbestuur
dijksbestuurtjes	=	dijksbestuur
dijkschotelkorst	noun	Glaucomaria rupicola een korstmos uit de familie Lecanoraceae.
dijkschotelkorsten	=	dijkschotelkorst
dijkschotelkorstje	=	dijkschotelkorst
dijkschotelkorstjes	=	dijkschotelkorst
dijkstal	noun	een natuurlijke dam of aanslibbing onder water dicht bij de kant van het land of de dijk
dijkstallen	=	dijkstal
dijkstoel	noun	bestuur van een waterschap, de organisatie verantwoordelijk voor de waterhuishouding in een gebied, waaronder de waterkering en waterlozing
dijkstoelen	=	dijkstoel
dijkstoeltje	=	dijkstoel
dijkstoeltjes	=	dijkstoel
dijkt	=	dijken
dijktafel	noun	register waarin de minimaal vereiste hoogte en afmeting van een dijk is vastgelegd
dijktafels	=	dijktafel
dijkte	=	dijken
dijkten	=	dijken
dijkvak	noun	deel van een waterkering met min of meer gelijke eigenschappen over de hele lengte van dat deel
dijkvakje	=	dijkvak
dijkvakjes	=	dijkvak
dijkvakken	=	dijkvak
dijkval	noun	het verschijnsel waarbij door verdieping van de vooroever, in combinatie met losgepakt zand in de ondergrond, een dijk inzakt en in de stroomgeul verdwijnt
dijkvallen	=	dijkval
dijkverbetering	noun	het sterker en veiliger maken van een door mensen gemaakte waterkering
dijkverbeteringen	=	dijkverbetering
dijkverbod	noun	verbod om welke reden dan ook om op een dijk te komen
dijkverboden	=	dijkverbod
dijkverhoging	noun	het hoger maken van waterkeringen
dijkverhogingen	=	dijkverhoging
dijkverhoginkje	=	dijkverhoging
dijkverhoginkjes	=	dijkverhoging
dijkversterking	noun	versteviging van een door de mens gemaakte waterkering
dijkversterkingen	=	dijkversterking
dijkverzwaring	noun	versterking van een door mensen gemaakte waterkering
dijkverzwaringen	=	dijkverzwaring
dijkviltbraam	noun	Rubus armeniacus een soort uit het geslacht braam (Rubus)
dijkviltbraampje	=	dijkviltbraam
dijkviltbraampjes	=	dijkviltbraam
dijkviltbramen	=	dijkviltbraam
dijkwacht	noun	persoon die zich in tijd van gevaar op de dijk bevindt om gevaarlijke situaties te rapporteren, vaak een vrijwilliger
dijkwachten	=	dijkwacht
dijkwachter	noun	persoon die zich, vaak als vrijwilliger, in tijd van gevaar op de dijk bevindt om gevaarlijke situaties te rapporteren
dijkwachters	=	dijkwachter
dijkweg	noun	een vaak bochtige, smalle weg die bovenop een dijk loopt
dijkwegen	=	dijkweg
dijkweggetje	=	dijkweg
dijkweggetjes	=	dijkweg
dijkwegje	=	dijkweg
dijkwegjes	=	dijkweg
dijkwerker	noun	arbeider die aan een dijk werkt
dijkwerkers	=	dijkwerker
dijkwezen	noun	al wat met betrekking staat tot de dijken en hun bestuur
dijkwoning	noun	huis dat direct op, tegen of direct langs een dijk is gebouwd.
dijkwoningen	=	dijkwoning
dijkwoninkje	=	dijkwoning
dijkwoninkjes	=	dijkwoning
dijkzwelmos	noun	Scytinium teretiusculum een korstmossoort uit de familie Collemataceae.
dijkzwelmosje	=	dijkzwelmos
dijkzwelmosjes	=	dijkzwelmos
dijkzwelmossen	=	dijkzwelmos
dijn	pron|obsolete	van dij, jouw
dijnzig	=	dijzig
dijonmosterd	noun	gladde en relatief scherpe mosterd bedoeld
dijonmosterds	=	dijonmosterd
dijp	=	diep
dijspier	noun	spier aan de achterzijde van het bovenbeen
dijspieren	=	dijspier
dijspiertje	=	dijspier
dijspiertjes	=	dijspier
dijssich	=	dijzig
dijstuk	noun	kippenpoot met de dij
dijstukken	=	dijstuk
dijt	=	dijen
dijtje	=	dij
dijtjes	=	dij
dijzig	adj	nevelig, mistig
dijzige	=	dijzig
dijziger	=	dijzig
dijzigere	=	dijzig
dijzigers	=	dijzig
dijzigs	=	dijzig
dijzigst	=	dijzig
dijzigste	=	dijzig
dik	adj	een naar verhouding grote dwarsdoorsnede hebbend	adv	op dikke wijze
dikachtig	adj	een beetje dik
dikachtige	=	dikachtig
dikachtiger	=	dikachtig
dikachtigere	=	dikachtig
dikachtigers	=	dikachtig
dikachtigs	=	dikachtig
dikachtigst	=	dikachtig
dikachtigste	=	dikachtig
dikbek	noun	dier met een dikke bek (snavel)
dikbekbehangersbij	noun	Megachile genalis een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
dikbekbehangersbijen	=	dikbekbehangersbij
dikbekbehangersbijtje	=	dikbekbehangersbij
dikbekbehangersbijtjes	=	dikbekbehangersbij
dikbekfuten	=	dikbekfuut
dikbekfuut	noun	Podilymbus podiceps een kleine, maar stevig gebouwde fuut met een korte, dikke snavel.
dikbekfuutje	=	dikbekfuut
dikbekfuutjes	=	dikbekfuut
dikbekgors	noun	Piezorina cinerea een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
dikbekgorsje	=	dikbekgors
dikbekgorsjes	=	dikbekgors
dikbekgorzen	noun	een monotypisch geslacht Piezorina van zangvogels uit de familie tangaren Thraupidae
dikbekhoningvogel	noun	Dicaeum agile een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
dikbekhoningvogels	=	dikbekhoningvogel
dikbekhoningvogeltje	=	dikbekhoningvogel
dikbekhoningvogeltjes	=	dikbekhoningvogel
dikbekje	noun	een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren)
dikbekjes	=	dikbek
dikbekken	noun	een geslacht Hesperiphona van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae)
dikbekkraai	noun	Corvus macrorhynchos een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
dikbekkraaien	=	dikbekkraai
dikbekkraaitje	=	dikbekkraai
dikbekkraaitjes	=	dikbekkraai
dikbekmangrovezanger	noun	Gerygone magnirostris een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
dikbekmangrovezangers	=	dikbekmangrovezanger
dikbekmangrovezangertje	=	dikbekmangrovezanger
dikbekmangrovezangertjes	=	dikbekmangrovezanger
dikbekmiervogel	noun	Clytoctantes alixii een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
dikbekmiervogels	noun	een geslacht Clytoctantes van vogels uit de familie Thamnophilidae (miervogels).
dikbekmiervogeltje	=	dikbekmiervogel
dikbekmiervogeltjes	=	dikbekmiervogel
dikbekmus	noun	Passer gongonensis een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
dikbekmusje	=	dikbekmus
dikbekmusjes	=	dikbekmus
dikbekmussen	=	dikbekmus
dikbeknon	noun	Lonchura grandis een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
dikbeknonnen	=	dikbeknon
dikbeknonnetje	=	dikbeknon
dikbeknonnetjes	=	dikbeknon
dikbekorganist	noun	Euphonia laniirostris een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
dikbekorganisten	=	dikbekorganist
dikbekorganistje	=	dikbekorganist
dikbekorganistjes	=	dikbekorganist
dikbekpapegaai	noun	Tanygnathus megalorynchos een papegaai uit het geslacht Tanygnathus die voorkomt in de Filipijnen, Indonesië en Oost-Timor
dikbekpapegaaiduif	noun	Treron curvirostra een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
dikbekpapegaaiduifje	=	dikbekpapegaaiduif
dikbekpapegaaiduifjes	=	dikbekpapegaaiduif
dikbekpapegaaiduiven	=	dikbekpapegaaiduif
dikbekpapegaaien	=	dikbekpapegaai
dikbekpapegaaitje	=	dikbekpapegaai
dikbekpapegaaitjes	=	dikbekpapegaai
dikbekplevier	noun	Charadrius wilsonia een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
dikbekplevieren	=	dikbekplevier
dikbekpleviertje	=	dikbekplevier
dikbekpleviertjes	=	dikbekplevier
dikbekprion	noun	Pachyptila crassirostris een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
dikbekprionen	=	dikbekprion
dikbekprionnetje	=	dikbekprion
dikbekprionnetjes	=	dikbekprion
dikbekpurperspreeuw	noun	Aplonis striata een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
dikbekpurperspreeuwen	=	dikbekpurperspreeuw
dikbekpurperspreeuwtje	=	dikbekpurperspreeuw
dikbekpurperspreeuwtjes	=	dikbekpurperspreeuw
dikbekraaf	noun	Corvus crassirostris een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
dikbekraafje	=	dikbekraaf
dikbekraafjes	=	dikbekraaf
dikbekraven	=	dikbekraaf
dikbekrupsvogel	noun	Coracina caeruleogrisea een vogel uit de familie van de rupsvogels.
dikbekrupsvogels	=	dikbekrupsvogel
dikbekrupsvogeltje	=	dikbekrupsvogel
dikbekrupsvogeltjes	=	dikbekrupsvogel
dikbeksaltator	noun	Saltator fuliginosus een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
dikbeksaltators	=	dikbeksaltator
dikbeksaltatortje	=	dikbeksaltator
dikbeksaltatortjes	=	dikbeksaltator
dikbeksijs	noun	Spinus crassirostris een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
dikbeksijsje	=	dikbeksijs
dikbeksijsjes	=	dikbeksijs
dikbeksijzen	=	dikbeksijs
dikbekstruikgors	noun	Arremon crassirostris een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
dikbekstruikgorsje	=	dikbekstruikgors
dikbekstruikgorsjes	=	dikbekstruikgors
dikbekstruikgorzen	=	dikbekstruikgors
dikbekvireo	noun	Vireo crassirostris een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
dikbekvireo's	=	dikbekvireo
dikbekvireootje	=	dikbekvireo
dikbekvireootjes	=	dikbekvireo
dikbekwever	noun	Amblyospiza albifrons een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
dikbekwevers	=	dikbekwever
dikbekwevertje	=	dikbekwever
dikbekwevertjes	=	dikbekwever
dikbekzaadkraker	noun	bepaald soort gors, Oryzoborus crassirostris, die leeft in Midden- en Zuid-Amerika
dikbekzaadkrakers	=	dikbekzaadkraker
dikbekzaadkrakertje	=	dikbekzaadkraker
dikbekzaadkrakertjes	=	dikbekzaadkraker
dikbil	noun	koe voor de slacht met zware bilspieren
dikbillen	=	dikbil
dikbilletje	=	dikbil
dikbilletjes	=	dikbil
dikborsteltje	noun	Potamothrix hammoniensis een ringworm uit de familie van de Naididae.
dikborsteltjes	=	dikborsteltje
dikbuik	noun	iemand die een dikke buik heeft
dikbuiken	=	dikbuik
dikbuikig	adj	met een dikke buik
dikbuikige	=	dikbuikig
dikbuikiger	=	dikbuikig
dikbuikigere	=	dikbuikig
dikbuikigers	=	dikbuikig
dikbuikigs	=	dikbuikig
dikbuikigst	=	dikbuikig
dikbuikigste	=	dikbuikig
dikbuikje	=	dikbuik
dikbuikjes	=	dikbuik
dikbuiksprinkhaan	noun	Polysarcus denticauda een rechtvleugelig insect uit de familie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae).
dikbuiksprinkhaantje	=	dikbuiksprinkhaan
dikbuiksprinkhaantjes	=	dikbuiksprinkhaan
dikbuiksprinkhanen	=	dikbuiksprinkhaan
dikdijbastvlieg	noun	Solva marginata een vliegensoort uit de familie van de Xylomyidae.
dikdijbastvliegen	=	dikdijbastvlieg
dikdijbastvliegje	=	dikdijbastvlieg
dikdijbastvliegjes	=	dikdijbastvlieg
dikdik	noun	een dier dat behoort tot het genus Madoqua van kleine antilopen
dikdikje	=	dikdik
dikdikjes	=	dikdik
dikdiks	noun	Madoqua Dikdiks, zo genoemd vanwege het geluid dat ze maken als ze gealarmeerd zijn, zijn kleine antilopes van het geslacht Madoqua dat bestaat uit vier soorten.
dikdoener	noun	iemand die doet alsof hij heel belangrijk is
dikdoenerig	adj	opschepperig
dikdoenerige	=	dikdoenerig
dikdoeneriger	=	dikdoenerig
dikdoenerigere	=	dikdoenerig
dikdoenerigers	=	dikdoenerig
dikdoenerigs	=	dikdoenerig
dikdoenerigst	=	dikdoenerig
dikdoenerigste	=	dikdoenerig
dikdoenerij	noun	op een manier praten of handelen waarbij je jezelf belangrijker voordoet dan je eigenlijk bent
dikdoenerijen	=	dikdoenerij
dikdoeners	=	dikdoener
dikgedrukt	adj	de dikkere versie van drukletters in een tekst
dikgedrukte	=	dikgedrukt
dikgedrukter	=	dikgedrukt
dikgedruktere	=	dikgedrukt
dikgedrukters	=	dikgedrukt
dikgedrukts	=	dikgedrukt
dikgedruktst	=	dikgedrukt
dikgedruktste	=	dikgedrukt
dikheden	=	dikheid
dikheid	noun	het heel fors van omvang zijn
dikhoornschaap	noun	Ovis canadensis een wild schaap uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
dikhoornschaapje	=	dikhoornschaap
dikhoornschaapjes	=	dikhoornschaap
dikhoornschapen	=	dikhoornschaap
dikhuid	noun	zoogdier met een dikke huid zoals een olifant, nijlpaard en neushoorn
dikhuiden	=	dikhuid
dikhuidig	adj	dik van huid zoals bij sommige dieren voorkomt
dikhuidige	noun	dier met een dikke huid zoals olifant, nijlpaard en neushoorn
dikhuidigen	=	dikhuidige
dikhuidiger	=	dikhuidig
dikhuidigere	=	dikhuidig
dikhuidigers	=	dikhuidig
dikhuidigs	=	dikhuidig
dikhuidigst	=	dikhuidig
dikhuidigste	=	dikhuidig
dikhuidje	=	dikhuid
dikhuidjes	=	dikhuid
dikje	=	dik
dikke	=	dik
dikkebandenfiets	noun	rijwiel waarvan de wielen een opvallend breed rijvlak hebben De brede banden geven meer grip op de ondergrond.
dikkebandenfietsen	=	dikkebandenfiets
dikkedarmkanker	noun	kwaadaardige aandoening van het laatste deel van het maagdarmkanaal
dikkels	adv	vaak
dikkemanskruid	noun	Pachysandra terminalis een plant die behoort tot de buxusfamilie (Buxaceae).
dikkemanskruiden	=	dikkemanskruid
dikkemanskruidje	=	dikkemanskruid
dikkemanskruidjes	=	dikkemanskruid
dikken	verb	dik of dikker maken
dikkend	=	dikken
dikkende	=	dikken
dikkenek	noun	iemand die goed staat met zichzelf
dikkenekje	=	dikkenek
dikkenekken	=	dikkenek
dikkenekske	=	dikkenek
dikkenekskes	=	dikkenek
dikkentaks	noun	extra heffing voor zeer dikke passagiers die meer dan een stoel in beslag nemen
dikkentaksen	=	dikkentaks
dikker	=	dik
dikkerd	noun	veelal plagerige benaming voor iemand die opvallend dik is
dikkerdje	=	dikkerd
dikkerdjes	=	dikkerd
dikkerds	=	dikkerd
dikkere	=	dik
dikkers	=	dik
dikkes	=	dikwijls
dikketruiendag	noun	dag in de winter waarop mensen worden gestimuleerd een dikke trui aan te trekken zodat de verwarming lager gezet kan worden
dikketruiendagen	=	dikketruiendag
dikkevingerfout	noun	typefout (met grote financiële gevolgen) die ontstaan is doordat men een extra toets heeft ingedrukt
dikkevingerfouten	=	dikkevingerfout
dikkevingerfoutje	=	dikkevingerfout
dikkevingerfoutjes	=	dikkevingerfout
dikkig	adj	een beetje dik, wat dik
dikkige	=	dikkig
dikkiger	=	dikkig
dikkigere	=	dikkig
dikkigers	=	dikkig
dikkigs	=	dikkig
dikkigst	=	dikkig
dikkigste	=	dikkig
dikkop	noun	persoon of dier met een buitengewoon groot hoofd
dikkopbloedbij	noun	Sphecodes monilicornis een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
dikkopbloedbijen	=	dikkopbloedbij
dikkopbloedbijtje	=	dikkopbloedbij
dikkopbloedbijtjes	=	dikkopbloedbij
dikkopje	noun	larve van een kikvorsachtige of salamander
dikkopjes	noun	Hesperiidae een familie van vlinders.
dikkopmos	noun	een geslacht Brachythecium van mossen uit de dikkopmosfamilie (Brachytheciaceae).
dikkopmosfamilie	noun	een familie Brachytheciaceae van mossen uit de orde Hypnales.
dikkopmosfamilies	=	dikkopmosfamilie
dikkopmosfamilietje	=	dikkopmosfamilie
dikkopmosfamilietjes	=	dikkopmosfamilie
dikkopmosje	=	dikkopmos
dikkopmosjes	=	dikkopmos
dikkopmossen	=	dikkopmos
dikkopmot	noun	insect uit de familie Scythrididae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
dikkopmotje	=	dikkopmot
dikkopmotjes	=	dikkopmot
dikkopmotten	noun	Scythrididae een familie van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
dikkoppen	noun	een geslacht Falcunculus van zangvogels uit de familie Falcunculidae.
dikkopschildpad	noun	Caretta caretta een schildpaddensoort uit de familie zeeschildpadden (Cheloniidae).
dikkopschildpadden	=	dikkopschildpad
dikkopschildpadje	=	dikkopschildpad
dikkopschildpadjes	=	dikkopschildpad
dikkopslang	noun	Dipsas indica een slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Dipsadinae
dikkopslangen	=	dikkopslang
dikkopslangetje	=	dikkopslang
dikkopslangetjes	=	dikkopslang
dikkoptiran	noun	Myiarchus stolidus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
dikkoptirannen	=	dikkoptiran
dikkoptirannetje	=	dikkoptiran
dikkoptirannetjes	=	dikkoptiran
dikkopzandgraver	noun	Broscus cephalotes een kever uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
dikkopzandgravers	=	dikkopzandgraver
dikkopzandgravertje	=	dikkopzandgraver
dikkopzandgravertjes	=	dikkopzandgraver
diklipgoerami	noun	Trichogaster labiosa een straalvinnige uit de familie van de echte goerami's (Osphronemidae).
diklipgoerami's	=	diklipgoerami
diklipharder	noun	bepaalde soort vis, Chelon labrosus, die voorkomt langs de kust en monding van rivieren
diklipharders	=	diklipharder
dikliphardertje	=	diklipharder
dikliphardertjes	=	diklipharder
dikmaal	adv	vaak
dikmaals	adv	vaak
dikmakend	adj	eigenschap van iets waar je dikke van wordt of waardoor je dikker lijkt
dikmakende	=	dikmakend
dikmakender	=	dikmakend
dikmakendere	=	dikmakend
dikmakenders	=	dikmakend
dikmakends	=	dikmakend
dikmakendst	=	dikmakend
dikmakendste	=	dikmakend
dikmaker	noun	een voedingsproduct met veel calorieën
dikmakers	=	dikmaker
dikmakertje	=	dikmaker
dikmakertjes	=	dikmaker
diknerfkribbenmos	noun	een soort Cinclidotus danubicus uit het geslacht kribbenmos (Cinclidotus).
diknerfkribbenmosje	=	diknerfkribbenmos
diknerfkribbenmosjes	=	diknerfkribbenmos
diknerfkribbenmossen	=	diknerfkribbenmos
dikoor	noun	aandoening die wordt veroorzaakt door het bof-virus (een paramyxovirus)
dikoren	=	dikoor
dikpootbolkopje	noun	Dicymbium tibiale een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
dikpootbolkopjes	=	dikpootbolkopje
dikpootpanterspin	noun	Alopecosa cuneata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
dikpootpanterspinnen	=	dikpootpanterspin
dikpootpanterspinnetje	=	dikpootpanterspin
dikpootpanterspinnetjes	=	dikpootpanterspin
dikpootspringspin	noun	Sibianor aurocinctus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae)
dikpootspringspinnen	=	dikpootspringspin
dikpootspringspinnetje	=	dikpootspringspin
dikpootspringspinnetjes	=	dikpootspringspin
dikpootwesp	noun	Chalcis sispes een vliesvleugelig insect uit de familie bronswespen (Chalcididae).
dikpootwespen	=	dikpootwesp
dikpootwespje	=	dikpootwesp
dikpootwespjes	=	dikpootwesp
dikrandknikmos	noun	Bryum donianum een mos uit de knikmosfamilie (Bryaceae).
dikrandknikmosje	=	dikrandknikmos
dikrandknikmosjes	=	dikrandknikmos
dikrandknikmossen	=	dikrandknikmos
dikrandtonderzwam	noun	een meerjarige houtzwam Ganoderma australe (syn.: Ganoderma europaeum, Polyporus adspersus, Ganoderma adspersum).
dikrandtonderzwammen	=	dikrandtonderzwam
dikrandtonderzwammetje	=	dikrandtonderzwam
dikrandtonderzwammetjes	=	dikrandtonderzwam
dikrugtong	noun	Microchirus variegatus een straalvinnige vis uit de familie van eigenlijke tongen (Soleidae), orde platvissen (Pleuronectiformes), die voorkomt in het noordoosten en het oosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
dikrugtongen	=	dikrugtong
dikrugtongetje	=	dikrugtong
dikrugtongetjes	=	dikrugtong
diks	=	dik
diksap	noun	ingedikt vruchtensap dat, puur, als zoetmiddel gebruikt wordt of, aangelengd met water, gedronken wordt
diksappen	=	diksap
diksnavel	noun	dier (vogel) met een dikke snavel
diksnavelbessenpikker	noun	Rhamphocharis crassirostris een zangvogel uit de familie Melanocharitidae.
diksnavelbessenpikkers	=	diksnavelbessenpikker
diksnavelbessenpikkertje	=	diksnavelbessenpikker
diksnavelbessenpikkertjes	=	diksnavelbessenpikker
diksnavelbladvogel	noun	Chloropsis sonnerati een vogel uit de familie van de bladvogels
diksnavelbladvogels	=	diksnavelbladvogel
diksnavelbladvogeltje	=	diksnavelbladvogel
diksnavelbladvogeltjes	=	diksnavelbladvogel
diksnavelbuulbuul	noun	Hypsipetes crassirostris een vogel die alleen op de Seychellen voorkomt
diksnavelbuulbuuls	=	diksnavelbuulbuul
diksnavelbuulbuultje	=	diksnavelbuulbuul
diksnavelbuulbuultjes	=	diksnavelbuulbuul
diksnavelfitis	noun	Phylloscopus magnirostris een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
diksnavelfitisje	=	diksnavelfitis
diksnavelfitisjes	=	diksnavelfitis
diksnavelfitissen	=	diksnavelfitis
diksnavelholengraver	noun	Geositta crassirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
diksnavelholengravers	=	diksnavelholengraver
diksnavelholengravertje	=	diksnavelholengraver
diksnavelholengravertjes	=	diksnavelholengraver
diksnavelhoningspeurder	noun	Indicator conirostris een vogel uit de familie Indicatoridae (Honingspeurders).
diksnavelhoningspeurders	=	diksnavelhoningspeurder
diksnavelhoningspeurdertje	=	diksnavelhoningspeurder
diksnavelhoningspeurdertjes	=	diksnavelhoningspeurder
diksnavelkoekoek	noun	Pachycoccyx audeberti een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
diksnavelkoekoeken	=	diksnavelkoekoek
diksnavelkoekoekje	=	diksnavelkoekoek
diksnavelkoekoekjes	=	diksnavelkoekoek
diksnavelkoningstiran	noun	Tyrannus crassirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
diksnavelkoningstirannen	=	diksnavelkoningstiran
diksnavelkoningstirannetje	=	diksnavelkoningstiran
diksnavelkoningstirannetjes	=	diksnavelkoningstiran
diksnavelleeuwerik	noun	Ramphocoris clotbey een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae)
diksnavelleeuweriken	=	diksnavelleeuwerik
diksnavelleeuwerikje	=	diksnavelleeuwerik
diksnavelleeuwerikjes	=	diksnavelleeuwerik
diksnavelmees	noun	mees met een dikke snavel uit de familie Paradoxornithidae en de orde zangvogels.
diksnavelmeesje	=	diksnavelmees
diksnavelmeesjes	=	diksnavelmees
diksnavelmeeuw	noun	Larus pacificus een vogel uit de familie Laridae.
diksnavelmeeuwen	=	diksnavelmeeuw
diksnavelmeeuwtje	=	diksnavelmeeuw
diksnavelmeeuwtjes	=	diksnavelmeeuw
diksnavelmezen	noun	Paradoxornithidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
diksnavelpatrijsduif	noun	Pampusana salamonis een uitgestorven vogel uit de familie van de duiven.
diksnavelpatrijsduifje	=	diksnavelpatrijsduif
diksnavelpatrijsduifjes	=	diksnavelpatrijsduif
diksnavelpatrijsduiven	=	diksnavelpatrijsduif
diksnavelrietzanger	noun	Arundinax aedon een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
diksnavelrietzangers	=	diksnavelrietzanger
diksnavelrietzangertje	=	diksnavelrietzanger
diksnavelrietzangertjes	=	diksnavelrietzanger
diksnavelroodstaartgors	noun	Passerella megarhyncha een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
diksnavelroodstaartgorsje	=	diksnavelroodstaartgors
diksnavelroodstaartgorsjes	=	diksnavelroodstaartgors
diksnavelroodstaartgorzen	=	diksnavelroodstaartgors
diksnavelroodstaartraafkaketoe	noun	Calyptorhynchus banksii macrorhynchus een vogel uit de orde der papegaaiachtigen en de familie der kaketoes.
diksnavelroodstaartraafkaketoes	=	diksnavelroodstaartraafkaketoe
diksnavelroodstaartraafkaketoetje	=	diksnavelroodstaartraafkaketoe
diksnavelroodstaartraafkaketoetjes	=	diksnavelroodstaartraafkaketoe
diksnavels	=	diksnavel
diksnavelsaltator	noun	Saltator maxillosus een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
diksnavelsaltators	=	diksnavelsaltator
diksnavelsaltatortje	=	diksnavelsaltator
diksnavelsaltatortjes	=	diksnavelsaltator
diksnavelspinnenjager	noun	Arachnothera crassirostris een zangvogel uit de familie van de honingzuigers.
diksnavelspinnenjagers	=	diksnavelspinnenjager
diksnavelspinnenjagertje	=	diksnavelspinnenjager
diksnavelspinnenjagertjes	=	diksnavelspinnenjager
diksnaveltje	=	diksnavel
diksnaveltjes	=	diksnavel
diksnaveltodie	noun	Todus subulatus een vogel uit de familie todies (Todidae).
diksnaveltodies	=	diksnaveltodie
diksnaveltodietje	=	diksnaveltodie
diksnaveltodietjes	=	diksnaveltodie
diksnaveltok	noun	Lophoceros pallidirostris een neushoornvogel
diksnaveltokje	=	diksnaveltok
diksnaveltokjes	=	diksnaveltok
diksnaveltokken	=	diksnaveltok
diksnavelzaadkraker	noun	Sporophila funerea een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
diksnavelzaadkrakers	=	diksnavelzaadkraker
diksnavelzaadkrakertje	=	diksnavelzaadkraker
diksnavelzaadkrakertjes	=	diksnavelzaadkraker
diksprietregendaas	noun	Haematopota crassicornis een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
diksprietregendaasje	=	diksprietregendaas
diksprietregendaasjes	=	diksprietregendaas
diksprietregendazen	=	diksprietregendaas
diksprietspringer	noun	Platorchestia platensis een vlokreeftensoort uit de familie van de Talitridae.
diksprietspringers	=	diksprietspringer
diksprietspringertje	=	diksprietspringer
diksprietspringertjes	=	diksprietspringer
diksprietwaterkever	noun	kever uit de familie Noteridae van kevers in de onderorde Adephaga
diksprietwaterkevers	noun	Noteridae een familie van kevers in de onderorde Adephaga.
diksprietwaterkevertje	=	diksprietwaterkever
diksprietwaterkevertjes	=	diksprietwaterkever
diksprietzwemkevertje	noun	Noterus crassicornis een keversoort uit de familie diksprietwaterkevers (Noteridae).
diksprietzwemkevertjes	=	diksprietzwemkevertje
dikst	=	dik
dikstaartbuidelrat	noun	Lutreolina crassicaudata een zoogdier uit de familie van de Didelphidae.
dikstaartbuidelratje	=	dikstaartbuidelrat
dikstaartbuidelratjes	=	dikstaartbuidelrat
dikstaartbuidelratten	=	dikstaartbuidelrat
dikstaartgalago	noun	Otolemur crassicaudatus is een nachtactieve primaat, de grootste soort uit de familie der galago's
dikstaartgalago's	=	dikstaartgalago
dikstaartgalagootje	=	dikstaartgalago
dikstaartgalagootjes	=	dikstaartgalago
dikstaartgekko	noun	Hemitheconyx caudicinctus een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Eublepharidae
dikstaartgekko's	noun	een geslacht Oedura van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Diplodactylidae
dikstaartgekkootje	=	dikstaartgekko
dikstaartgekkootjes	=	dikstaartgekko
dikstaartmuis	noun	Pachyuromys duprasi De dikstaartmuis (Pachyuromys duprasi), ook wel dikstaartgerbil genoemd, is een knaagdier uit de familie Muridae.
dikstaartmuisje	=	dikstaartmuis
dikstaartmuisjes	=	dikstaartmuis
dikstaartmuizen	=	dikstaartmuis
dikstaartschorsgekko	noun	Underwoodisaurus milii een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Carphodactylidae
dikstaartschorsgekko's	=	dikstaartschorsgekko
dikstaartschorsgekkootje	=	dikstaartschorsgekko
dikstaartschorsgekkootjes	=	dikstaartschorsgekko
dikstaartsmalvoetbuidelmuis	noun	Sminthopsis crassicaudata een roofbuideldier dat voorkomt in grote delen van Australië.
dikstaartsmalvoetbuidelmuisje	=	dikstaartsmalvoetbuidelmuis
dikstaartsmalvoetbuidelmuisjes	=	dikstaartsmalvoetbuidelmuis
dikstaartsmalvoetbuidelmuizen	=	dikstaartsmalvoetbuidelmuis
dikste	=	dik
dikt	=	dikken
diktaat	=	dictaat
diktatoriaal	=	dictatoriaal
dikte	noun	dikheid, zwaarlijvigheid
dikten	=	dikte
diktes	=	dikte
diktetje	=	dikte
diktetjes	=	dikte
dikvingergekko's	noun	een geslacht Pachydactylus van hagedissen dat behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
dikvloeibaar	adj	moeilijk stromend, stroperig
dikvloeibaarder	=	dikvloeibaar
dikvloeibaardere	=	dikvloeibaar
dikvloeibaarders	=	dikvloeibaar
dikvloeibaars	=	dikvloeibaar
dikvloeibaarst	=	dikvloeibaar
dikvloeibaarste	=	dikvloeibaar
dikvloeibare	=	dikvloeibaar
dikwandig	adj	van iets dat het een dikke, afsluitende buitenlaag heeft
dikwandige	=	dikwandig
dikwandiger	=	dikwandig
dikwandigere	=	dikwandig
dikwandigers	=	dikwandig
dikwandigs	=	dikwandig
dikwandigst	=	dikwandig
dikwandigste	=	dikwandig
dikwandspoorkogelschieter	noun	bepaald soort schimmel, Pilobolus oedipus uit de familie Pilobolaceae.
dikwandspoorkogelschieters	=	dikwandspoorkogelschieter
dikwandspoorkogelschietertje	=	dikwandspoorkogelschieter
dikwandspoorkogelschietertjes	=	dikwandspoorkogelschieter
dikwerf	adv	dikwijls, vaak
dikwerve	=	dikwerf
dikwerwe	=	dikwerf
dikwijls	adv	vele malen
dikzak	noun	iemand die zwaarlijvig is
dikzakje	=	dikzak
dikzakjes	=	dikzak
dikzakken	=	dikzak
dil	noun	ondiepe gedeelte in weiland, dat bij hoge waterstand onderloopt
dilatatie	noun	verwijding (van wonden, darmen, etc. met een daartoe bestemd instrument)
dilataties	=	dilatatie
dilatatoria	=	dilatatorium
dilatatorium	noun	instrument voor verwijding van openingen
dilatatoriumpje	=	dilatatorium
dilatatoriumpjes	=	dilatatorium
dilatatoriums	=	dilatatorium
dilateer	=	dilateren
dilateerde	=	dilateren
dilateerden	=	dilateren
dilateert	=	dilateren
dilatere	=	dilateren
dilateren	verb	doen uitzetten, wijder maken
dilaterend	=	dilateren
dilaterende	=	dilateren
dilatoir	adj	vertragend, opschortend
dilatoirder	=	dilatoir
dilatoirdere	=	dilatoir
dilatoirders	=	dilatoir
dilatoire	=	dilatoir
dilatoirs	=	dilatoir
dilatoirst	=	dilatoir
dilatoirste	=	dilatoir
dildo	noun	seksspeeltje dat een penis nabootst
dildo's	=	dildo
dildootje	=	dildo
dildootjes	=	dildo
dilemma	noun	moeilijke keuze waarbij iedere keus die je kunt maken voordelen én nadelen heeft
dilemma's	=	dilemma
dilemmaatje	=	dilemma
dilemmaatjes	=	dilemma
dilettant	noun	iemand die een kunst of wetenschap uit liefhebberij beoefent
dilettanten	=	dilettant
dilettanterig	adj	als van, door dilettanten
dilettanterige	=	dilettanterig
dilettanteriger	=	dilettanterig
dilettanterigere	=	dilettanterig
dilettanterigers	=	dilettanterig
dilettanterigs	=	dilettanterig
dilettanterigst	=	dilettanterig
dilettanterigste	=	dilettanterig
dilettantisch	adj	als een dilettant
dilettantische	=	dilettantisch
dilettantischer	=	dilettantisch
dilettantischere	=	dilettantisch
dilettantischers	=	dilettantisch
dilettantischt	=	dilettantisch
dilettantischte	=	dilettantisch
dilettantisme	noun	oppervlakkige beoefening
dilettantistisch	adj	met betrekking tot het dilettantisme
dilettantistische	=	dilettantistisch
dilettantistischer	=	dilettantistisch
dilettantistischere	=	dilettantistisch
dilettantistischers	=	dilettantistisch
dilettantje	=	dilettant
dilettantjes	=	dilettant
diligence	noun	goed geveerde postkoets voor personenvervoer voor het algemene publiek
diligences	=	diligence
diligent	adj	ingespannen om zonder tijd te verliezen tot een goed resultaat te komen
diligente	=	diligent
diligenter	=	diligent
diligentere	=	diligent
diligenters	=	diligent
diligentie	noun	ijver, zorg, toewijding, moeite, inspanning
diligenties	=	diligentie
diligents	=	diligent
diligentst	=	diligent
diligentste	=	diligent
dille	noun	bepaald soort plant Anethum graveolens uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae)
dillen	=	dil
dilletje	=	dil
dilletjes	=	dil
dillezaad	noun	zaad van Anethum graveolens uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae)
dillezaadje	=	dillezaad
dillezaadjes	=	dillezaad
dillezaden	=	dillezaad
diltiazem	noun	een geneesmiddel dat behoort tot de groep calciumantagonisten
dilutie	noun	verdunning (van een oplossing)
diluties	=	dilutie
diluviaal	adj	betrekking hebbend op de vermeende periode van de zondvloed
diluviaals	=	diluviaal
diluviaalst	=	diluviaal
diluviaalste	=	diluviaal
diluviale	=	diluviaal
diluvialer	=	diluviaal
diluvialere	=	diluviaal
diluvialers	=	diluviaal
diluvium	noun	aardlagen afkomstig uit het eerste tijdvak van de periode quartair
dim	=	dimmen
dimbaar	adj	geschikt om op minder dan de volle sterkte te werken
dimbaarder	=	dimbaar
dimbaardere	=	dimbaar
dimbaarders	=	dimbaar
dimbaare	=	dimbaar
dimbaars	=	dimbaar
dimbaarst	=	dimbaar
dimbaarste	=	dimbaar
dimbare	=	dimbaar
dimde	=	dimmen
dimden	=	dimmen
dimeer	noun	tweeledige verbinding van twee moleculen
dimeertje	=	dimeer
dimeertjes	=	dimeer
dimensie	noun	afmeting in een bepaalde richting
dimensieloos	adj	zonder een natuurkundige eenheid te gebruiken
dimensieloze	=	dimensieloos
dimensielozer	=	dimensieloos
dimensielozere	=	dimensieloos
dimensielozers	=	dimensieloos
dimensies	=	dimensie
dimensietje	=	dimensie
dimensionaal	adj	met parameters de vorm en afmetingen van iets vastgelegd
dimensionaals	=	dimensionaal
dimensionaalst	=	dimensionaal
dimensionaalste	=	dimensionaal
dimensionale	=	dimensionaal
dimensionaler	=	dimensionaal
dimensionalere	=	dimensionaal
dimensionalers	=	dimensionaal
dimensionaliteit	noun	het aantal dimensies dat een structuur heeft
dimensionaliteiten	=	dimensionaliteit
dimensioneel	adj	met betrekking tot een dimensie
dimensioneels	=	dimensioneel
dimensioneelst	=	dimensioneel
dimensioneelste	=	dimensioneel
dimensioneer	=	dimensioneren
dimensioneerde	=	dimensioneren
dimensioneerden	=	dimensioneren
dimensioneert	=	dimensioneren
dimensionele	=	dimensioneel
dimensioneler	=	dimensioneel
dimensionelere	=	dimensioneel
dimensionelers	=	dimensioneel
dimensionere	=	dimensioneren
dimensioneren	verb	de dimensie bepalen van
dimensionerend	=	dimensioneren
dimensionerende	=	dimensioneren
dimensionering	noun	het dimensioneren
dimensioneringen	=	dimensionering
dimeren	=	dimeer
dimerisatie	noun	het overgaan in een dimeer
dimerisaties	=	dimerisatie
dimethylether	noun	een gasvormige ether met de formule C₂H₆O
dimethylethers	=	dimethylether
dimethylsulfide	noun	een organische zwavelverbinding met de molecuulformule (CH₃)₂S
dimethylsulfiden	=	dimethylsulfide
dimethylsulfides	=	dimethylsulfide
diminuendo	adv	afnemend in sterkte
diminutief	noun	woord met achtervoegsel om aan te geven dat het als klein of geliefd wordt gezien
diminutiefje	=	diminutief
diminutiefjes	=	diminutief
diminutiefs	=	diminutief
diminutieve	=	diminutief
diminutieven	=	diminutief
dimlicht	noun	de verlichting van een voertuig dat bedoeld is om de weg voor het voertuig te verlichten zonder dat daarbij de bestuurders in tegemoetkomende voertuigen te verblinden.
dimlichten	=	dimlicht
dimlichtje	=	dimlicht
dimlichtjes	=	dimlicht
dimme	=	dimmen
dimmen	verb	de autoverlichting zo schakelen dat tegenliggers niet verblind worden (door over te gaan van groot- op dimlicht)
dimmend	=	dimmen
dimmende	=	dimmen
dimmer	noun	regelaar die dimt (waarmee de lichtsterkte van een lamp continu veranderd kan worden)
dimmers	=	dimmer
dimorf	adj	tweevormig
dimorfe	=	dimorf
dimorfer	=	dimorf
dimorfere	=	dimorf
dimorfers	=	dimorf
dimorfie	noun	twee verschillende verschijningsvormen hebbend
dimorfisme	noun	het dimorf zijn, tweevormigheid
dimorfs	=	dimorf
dimorfst	=	dimorf
dimorfste	=	dimorf
dimorph	=	dimorf
dimschakelaar	noun	schakelaar om het dimlicht in werking te stellen
dimschakelaars	=	dimschakelaar
dimschakelaartje	=	dimschakelaar
dimschakelaartjes	=	dimschakelaar
dimsum	noun	gefrituurde en gestoomde kleine hapjes uit de zuidelijke Chinese keuken
dimsums	=	dimsum
dimt	=	dimmen
din	noun	norm vastgesteld door het Duitse instituut voor normalisatie
dina	noun	wet
dinar	noun	munteenheid in o.a.
dinars	=	dinar
dinch	noun	uitgebreide maaltijd op een tijdstip tussen de lunch en het diner die men gebruikte in een restaurant tijdens de avondlockdown
dinchen	verb	op een laat tijdstip lunchen of op een vroeg tijdstip dineren in een restaurant
dinchend	=	dinchen
dinchte	=	dinchen
dineer	=	dineren
dineerde	=	dineren
dineerden	=	dineren
dineert	=	dineren
diner	noun	warme avondmaaltijd
dinerbon	noun	waardebon waarmee men een in een restaurant genuttigde (avond)maaltijd kan betalen
dinerbonnen	=	dinerbon
dinerbonnetje	=	dinerbon
dinerbonnetjes	=	dinerbon
dinerbons	=	dinerbon
dinerbuffet	noun	een avondmaaltijd die de gasten van een restaurant zelf, aan een buffet, kunnen samenstellen
dinerbuffetten	=	dinerbuffet
dinere	=	dineren
dineren	verb	het diner gebruiken
dinerend	=	dineren
dinerende	=	dineren
dinerpauze	noun	onderbreking van een programma voor de avondmaaltijd
dinerpauzen	=	dinerpauze
dinerpauzes	=	dinerpauze
diners	=	diner
dinertijd	noun	het tijdstip dat men de avondmaaltijd gebruikt
dinertijden	=	dinertijd
dinertje	=	diner
dinertjes	=	diner
ding	noun	voorwerp dat geen dier of mens is
dingdong	noun	deurbel met twee toonhoogten
dingdongs	=	dingdong
dinge	=	dingen
dingen	verb	~ naar: een poging doen iets te verkrijgen, met name een ambt of een bruid
dingend	=	dingen
dingende	=	dingen
dinges	noun	geeft een onbepaald voorwerp of persoon aan, waarvan of van wie men niet op de naam of benaming komt
dingese	=	dingesen
dingesen	verb	plaatsvervanger voor ieder ander willekeurig werkwoord
dingesend	=	dingesen
dingesende	=	dingesen
dingesje	=	dinges
dingest	=	dingesen
dingeste	=	dingesen
dingesten	=	dingesen
dingetje	=	ding
dingetjes	=	ding
dinghy	noun	rubberen boot
dinghy's	=	dinghy
dingo	noun	Canis lupus dingo een verwilderde hondensoort die vooral voorkomt in Australië en vermoedelijk afstamt van de Indische steppewolf (Canis lupus pallipes).
dingo's	=	dingo
dingootje	=	dingo
dingootjes	=	dingo
dings	=	dinges
dingt	=	dingen
diniem	=	dien
dinken	=	denken
dinnetje	noun	verkorte, affectieve vorm van vriendinnetje, vooral door vrouwen onderling gebruikt
dinnetjes	=	dinnetje
dino	noun	dinosaurus
dino's	=	dino
dinoflagellaat	noun	eencellige met een tweetal zweepstaartjes die in water leven, uit de stam Dinoflagellata
dinoflagellata	noun	stam van eencelligen met een tweetal zweepstaartjes die in water leven, Dinoflagellata
dinoflagellaten	noun	stam van eencelligen met een tweetal zweepstaartjes die in water leven, Dinoflagellata
dinolesten	noun	een familie Dinolestidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
dinootje	=	dino
dinosauriër	noun	een lid van een uitgestorven groep van reptielen, waartoe de grootste landdieren behoren die ooit bestaan hebben
dinosauriërs	noun	een diverse groep Dinosauria van reptielen, behorend tot de Archosauria, die stamt uit het mesozoïcum.
dinosauriërtje	=	dinosauriër
dinosaurus	noun	een lid van een uitgestorven groep van reptielen, waartoe de grootste landdieren behoren die ooit bestaan hebben.
dinosaurusje	=	dinosaurus
dinosaurusjes	=	dinosaurus
dinosaurussen	=	dinosaurus
dinsdag	noun	dag van de week die na maandag en voor woensdag komt
dinsdagavond	noun	de latere uren van de dinsdag	adv	op de avond van de dinsdag
dinsdagavonden	=	dinsdagavond
dinsdagavondje	=	dinsdagavond
dinsdagavondjes	=	dinsdagavond
dinsdagdilemma	noun	op een dinsdag geformuleerd dilemma zoals gepubliceerd werd op een Facebookpagina
dinsdagdilemma's	=	dinsdagdilemma
dinsdagen	=	dinsdag
dinsdagje	=	dinsdag
dinsdagjes	=	dinsdag
dinsdagmiddag	noun	de uren van een dinsdag tussen het middaguur en de avond	adv	op de middag van de dinsdag
dinsdagmiddagen	=	dinsdagmiddag
dinsdagmiddagje	=	dinsdagmiddag
dinsdagmiddagjes	=	dinsdagmiddag
dinsdagmorgen	noun	de uren van een dinsdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de morgen van dinsdag	adv	in de morgen van de dinsdag
dinsdagmorgens	=	dinsdagmorgen
dinsdagmorgentje	=	dinsdagmorgen
dinsdagmorgentjes	=	dinsdagmorgen
dinsdagnacht	noun	de nacht van dinsdag op woensdag.	adv	in de nacht van de dinsdag
dinsdagnachten	=	dinsdagnacht
dinsdagnachtje	=	dinsdagnacht
dinsdagnachtjes	=	dinsdagnacht
dinsdagnamiddag	noun	op dinsdag de tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de dinsdagmiddag
dinsdagnamiddagen	=	dinsdagnamiddag
dinsdagnamiddagje	=	dinsdagnamiddag
dinsdagnamiddagjes	=	dinsdagnamiddag
dinsdagochtend	noun	de uren van een dinsdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van dinsdag	adv	in de ochtend van de dinsdag
dinsdagochtenden	=	dinsdagochtend
dinsdagochtendje	=	dinsdagochtend
dinsdagochtendjes	=	dinsdagochtend
dinsdags	adj	op de dinsdag betrekking hebbend	adv	op dinsdagen
dinsdagsavonds	adv	geregeld op de avonden van de dinsdagen
dinsdagsch	=	dinsdags
dinsdagse	=	dinsdags
dinsdagsmiddags	adv	geregeld op de middagen van de dinsdagen
dinsdagsmorgens	adv	geregeld op de ochtenden van de dinsdagen
dinsdagsnachts	adv	geregeld in de nachten van de dinsdagen
dinsdagsochtends	adv	geregeld op de ochtenden van de dinsdagen
dinsdagvoormiddag	noun	op dinsdag de tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de dinsdagmiddag
dinsdagvoormiddagen	=	dinsdagvoormiddag
dinsdagvoormiddagje	=	dinsdagvoormiddag
dinsdagvoormiddagjes	=	dinsdagvoormiddag
diocees	noun	bestuurlijk gebied in de rooms-katholieke Kerk of andere Kerken
diocesaan	adj	van, betreffende een bisdom (diocees)
diocesaans	=	diocesaan
diocesaanst	=	diocesaan
diocesaanste	=	diocesaan
diocesane	=	diocesaan
diocesanen	=	diocesaan
diocesaner	=	diocesaan
diocesanere	=	diocesaan
diocesaners	=	diocesaan
diocese	noun	bisdom
diocesen	=	diocees
diode	noun	elektronenbuis of halfgeleider die de elektriciteit maar in één richting geleidt
dioden	=	diode
diodes	=	diode
diodetje	=	diode
diogenes-syndroom	=	diogenessyndroom
diogenessyndroom	noun	obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis die gepaard gaat met een verregaande veronachtzaming van de persoonlijke en huiselijke hygiëne en ziekelijke verzamelwoede, zonder schaamtegevoelens
dionysisch	adj	extatisch
dionysische	=	dionysisch
dionysischer	=	dionysisch
dionysischere	=	dionysisch
dionysischers	=	dionysisch
dioptrie	noun	eenheid waarin de sterkte van lenzen en spiegels wordt uitgedrukt, het omgekeerde van de brandpuntsafstand: 1/f
dioptrieën	=	dioptrie
dioptrisch	adj	betrekking hebbend op een dioptrie, de lensbreking of spiegeling naar een brandpunt/focus van licht
dioptrische	=	dioptrisch
dioptrischer	=	dioptrisch
dioptrischere	=	dioptrisch
dioptrischers	=	dioptrisch
diorama	noun	een opstelling waarbij voorwerpen zodanig staan opgesteld dat er een indruk van een mogelijke werkelijkheid wordt getoond (bijv. een schildering die bij op- en doorvallend licht bekeken kan worden)
diorama's	=	diorama
dioriet	noun	hard, groen gesteente
diorieten	=	dioriet
dioxide	noun	verbinding met moleculen van twee atomen zuurstof en een atoom van een andere stof
dioxiden	=	dioxide
dioxides	=	dioxide
dioxine	noun	een verzamelnaam voor een groep van organische verbindingen, waaronder enkele zeer giftige, die kunnen ontstaan bij verbranding van materialen die chloor (gechloreerde koolwaterstoffen) bevatten
dioxineaffaire	noun	schandaal waarbij het giftige dioxine in de voedselketen terecht is gekomen
dioxineaffaires	=	dioxineaffaire
dioxinecrises	=	dioxinecrisis
dioxinecrisis	noun	schandaal waarbij het giftige dioxine in de voedselketen terecht is gekomen
dioxinecrisissen	=	dioxinecrisis
dioxinegehalte	noun	de hoeveelheid dioxine per gewichtseenheid product
dioxinegehalten	=	dioxinegehalte
dioxinegehaltes	=	dioxinegehalte
dioxinekip	noun	consumptiekip waarvan het vlees meer dan de toegestane hoeveelheid dioxine bevat
dioxinekippen	=	dioxinekip
dioxinen	=	dioxine
dioxinenorm	noun	het hoogst toegestane dioxinegehalte
dioxinenormen	=	dioxinenorm
dioxines	=	dioxine
dioxineschandaal	noun	schandaal waarbij het giftige dioxine in de voedselketen terecht is gekomen
dioxineschandalen	=	dioxineschandaal
dioxyde	=	dioxide
dip	noun	slechte (emotionele) periode
diphtong	=	diftong
diphtongus	=	diftong
dipje	=	dip
dipjes	=	dip
diplegie	noun	dubbelzijdige verlamming
diplegieën	=	diplegie
diplococci	=	diplococcus
diplococcus	noun	paarsgewijs gerangschikte kokken, diplokokken
diplodocus	noun	een geslacht van uitgestorven zeer grote, plantenetende dinosauriërs, behorend tot de groep van de Diplodocidae, dat leefde tijdens het Laat-jura, ongeveer 150 miljoen jaar geleden, in het gebied van het huidige Noord-Amerika
diplodocusje	=	diplodocus
diplodocusjes	=	diplodocus
diplodocussen	=	diplodocus
diploma	noun	een bewijs van bevoegdheid, bewijs dat je een examen hebt gehaald
diploma's	=	diploma
diploma-inflatie	noun	het minder waard worden van een diploma bijv. omdat bekend wordt dat de eraan gestelde eisen steeds lager worden
diploma-inflaties	=	diploma-inflatie
diploma-uitreiking	noun	gebeurtenis waarbij iemand die succesvol een studie of cursus heeft afgerond een diploma krijgt
diploma-uitreikingen	=	diploma-uitreiking
diploma-uitreikinkje	=	diploma-uitreiking
diploma-uitreikinkjes	=	diploma-uitreiking
diplomaat	noun	iemand die in het buitenland zorgt voor de politieke relaties met zijn eigen land
diplomaatje	=	diploma
diplomaatjes	=	diploma
diplomabank	noun	register waarin behaalde diploma's zijn opgenomen; databank met gegevens over behaalde diploma's
diplomabanken	=	diplomabank
diplomabekostiging	noun	een systeem in het bekostigd onderwijs (zoals het mbo, hbo en wo) waarbij de overheid onderwijsinstellingen gedeeltelijk financiert op basis van het aantal studenten dat succesvol een opleiding afrondt en een diploma behaalt.
diplomabekostigingen	=	diplomabekostiging
diplomabekostigingetje	=	diplomabekostiging
diplomabekostigingetjes	=	diplomabekostiging
diplomabezitter	noun	persoon een die een studie zo succesvol heeft afgesloten dat hij of zij een bewijs heeft gekregen waaruit blijkt hij of zij een examen heeft gehaald
diplomabezitters	=	diplomabezitter
diplomate	noun	vrouwelijke vorm van diplomaat
diplomaten	=	diplomaat
diplomatencorps	noun	de functionarissen die hun staat in een bepaald land vertegenwoordigen
diplomatencorpsen	=	diplomatencorps
diplomatenkoffer	noun	rechthoekige, afsluitbare, niet vervormbare handkoffer voor het bewaren en dragen van documenten
diplomatenkoffers	=	diplomatenkoffer
diplomatenkoffertje	=	diplomatenkoffer
diplomatenkoffertjes	=	diplomatenkoffer
diplomatenopleiding	noun	beroepsopleiding tot vertegenwoordiger van een land in het buitenland
diplomatenopleidingen	=	diplomatenopleiding
diplomatenopleidinkje	=	diplomatenopleiding
diplomatenopleidinkjes	=	diplomatenopleiding
diplomatentaal	noun	voorzichtige, dubbelzinnige taal
diplomatentalen	=	diplomatentaal
diplomatentas	noun	enkele aktetas met ritssluiting en zonder klep
diplomatentasje	=	diplomatentas
diplomatentasjes	=	diplomatentas
diplomatentassen	=	diplomatentas
diplomatenwijk	noun	deel van een stad waarin veel vertegenwoordigers van vreemde mogendheden wonen en werken
diplomatenwijken	=	diplomatenwijk
diplomatenwijkje	=	diplomatenwijk
diplomatenwijkjes	=	diplomatenwijk
diplomates	=	diplomate
diplomatie	noun	de kunst en de kunde van het voeren van overleg tussen twee groepen om daarmee een bepaald doel te bereiken
diplomatiek	adj	betrekking hebbende op de diplomatie	noun	hulpwetenschap van de geschiedschrijving die het ontstaan, de vorm en geschiedenis van oorkonden onderzoekt
diplomatieke	=	diplomatiek
diplomatieker	=	diplomatiek
diplomatiekere	=	diplomatiek
diplomatiekers	=	diplomatiek
diplomatieks	=	diplomatiek
diplomatiekst	=	diplomatiek
diplomatiekste	=	diplomatiek
diplomatisch	adj	behorend tot of zoals in de officiële betrekkingen tussen staten
diplomatische	=	diplomatisch
diplomatischer	=	diplomatisch
diplomatischere	=	diplomatisch
diplomatischers	=	diplomatisch
diplomazwendel	noun	zwendel met diploma's
diplomeer	=	diplomeren
diplomeerde	=	diplomeren
diplomeerden	=	diplomeren
diplomeert	=	diplomeren
diplomere	=	diplomeren
diplomeren	verb	iemand na het halen van een examen, daarvan (tijdens een feestelijke bijeenkomst) een schriftelijk bewijs overhandigen
diplomerend	=	diplomeren
diplomerende	=	diplomeren
diplomering	noun	bijeenkomst aan het einde van een studie waarbij de studenten die het examen hebben gehaald hiervan een bewijsstuk ontvangen
diplomeringen	=	diplomering
diplopie	noun	dubbelzien
diplopieën	=	diplopie
diplosomen	=	diplosoom
diplosoom	noun	geheel van twee dicht bij elkaar liggende centriolen
diplosoompje	=	diplosoom
diplosoompjes	=	diplosoom
diploïd	adj	met twee exemplaren van ieder chromosoom in de celkern (door een bevruchting waarbij twee haploïde geslachtscellen samengaan)
diploïde	adj	in de celkern van elk chromosoom twee exemplaren bevattend, door een bevruchting afkomstig van twee haploïde geslachtscellen
diploïder	=	diploïd
diploïdere	=	diploïd
diploïders	=	diploïd
diploïdes	=	diploïde
diploïds	=	diploïd
diploïdst	=	diploïd
diploïdste	=	diploïd
diploïedst	=	diploïde
diploïedste	=	diploïde
dipluren	noun	een orde Diplura van zeer kleine bodembewonende zespotigen, behorende tot de aan insecten verwante klasse Entognatha
dipmeter	noun	een elektronisch testapparaat waarmee o.a. de resonantiefrequentie van een antenne of resonantiekring kan worden bepaald
dipmeters	=	dipmeter
dipmetertje	=	dipmeter
dipmetertjes	=	dipmeter
dipolen	=	dipool
dipool	noun	component met twee aansluitpunten
dipoolantenne	noun	een antenne die uit twee polen bestaat: een gestrekte draad of staaf, die in het midden via de antennekabel op de zend/ontvangapparatuur is aangesloten
dipoolantennen	=	dipoolantenne
dipoolantennes	=	dipoolantenne
dipoolantennetje	=	dipoolantenne
dipoolantennetjes	=	dipoolantenne
dipooltje	=	dipool
dipooltjes	=	dipool
dippe	=	dippen
dippen	verb	iets even in een vloeistof dopen
dippend	=	dippen
dippende	=	dippen
dipper	noun	iets of iemand die dipt
dippers	=	dipper
dippertje	=	dipper
dippertjes	=	dipper
dips	=	dip
dipsaus	noun	een saus die bedoeld is om voedsel (zoals snacks) in te dippen
dipsausen	=	dipsaus
dipsausje	=	dipsaus
dipsausjes	=	dipsaus
dipsauzen	=	dipsaus
dipstick	noun	stick om ergens in te dopen
dipsticks	=	dipstick
dipt	=	dippen
dipte	=	dippen
dipten	=	dippen
diptiek	noun	tweeluik
diptieken	=	diptiek
diptiekje	=	diptiek
direct	adj	zonder te wachten, zonder iets daartussen	adv	zonder te wachten, zonder omweg
directe	=	direct
directelijk	adj	op een directe manier; zonder tussenkomst van iets of iemand anders
directelijke	=	directelijk
directelijker	=	directelijk
directelijkere	=	directelijk
directelijkers	=	directelijk
directelijks	=	directelijk
directelijkst	=	directelijk
directelijkste	=	directelijk
directer	=	direct
directere	=	direct
directers	=	direct
directeur	noun	baas van een organisatie
directeur-bestuurder	noun	iemand die in het bestuur zit én de dagelijkse leiding van een organisatie heeft
directeur-bestuurders	=	directeur-bestuurder
directeur-geneesheer	noun	arts die directeur is van een ziekenhuis
directeur-geneesheertje	=	directeur-geneesheer
directeur-geneesheertjes	=	directeur-geneesheer
directeur-geneesheren	=	directeur-geneesheer
directeur-generaal	noun	hoge leidinggevende met een brede verantwoordelijkheid
directeuren	=	directeur
directeuren-bestuurders	=	directeur-bestuurder
directeuren-geneesheren	=	directeur-geneesheer
directeuren-generaal	=	directeur-generaal
directeurenoverleg	noun	bijeenkomst van leidinggevenden van bedrijven waarin ze met elkaar overleggen
directeurenoverleggen	=	directeurenoverleg
directeurs	=	directeur
directeurs-bestuurders	=	directeur-bestuurder
directeurs-geneesheren	=	directeur-geneesheer
directeurs-generaal	=	directeur-generaal
directeurschap	noun	het directeur zijn; de functie van directeur
directeurschappen	=	directeurschap
directeursfunctie	noun	leidinggevende positie, ambt of betrekking binnen een bedrijf of organisatie
directeursfuncties	=	directeursfunctie
directeurskamer	noun	werkkamer van de directeur
directeurskamers	=	directeurskamer
directeurskamertje	=	directeurskamer
directeurskamertjes	=	directeurskamer
directeurswoning	noun	dienstwoning voor een leidinggevende van een bedrijf of organisatie
directeurswoningen	=	directeurswoning
directeurswoninkje	=	directeurswoning
directeurswoninkjes	=	directeurswoning
directeurtje	=	directeur
directeurtjes	=	directeur
directheden	=	directheid
directheid	noun	het zonder overbodige omhaal iets communiceren
directie	noun	de leiding van een bedrijf, de directeur en de topmanagers
directieassistent	noun	medewerker die de directie van een bedrijf of organisatie ondersteunt
directieassistente	noun	vrouw die de directie (administrafief) ondersteunt
directieassistenten	=	directieassistent
directieassistentes	=	directieassistente
directiechauffeur	noun	een chauffeur die de auto van een directielid bestuurt.
directiechauffeurs	=	directiechauffeur
directiechauffeurtje	=	directiechauffeur
directiechauffeurtjes	=	directiechauffeur
directiecomiteetje	=	directiecomité
directiecomiteetjes	=	directiecomité
directiecomité	noun	team dat is aangesteld om een onderneming of organisatie te leiden
directiecomités	=	directiecomité
directief	noun	een naamval die de richting waarin de handeling voert weergeeft	adj	sturend
directiefs	=	directief
directiefst	=	directief
directiefste	=	directief
directiefunctie	noun	aanstelling als directeur of als één van de leden van de raad van bestuur van een bedrijf of organisatie
directiefuncties	=	directiefunctie
directiekamer	noun	kamer waar de directie zetelt
directiekamers	=	directiekamer
directiekamertje	=	directiekamer
directiekamertjes	=	directiekamer
directiekantoor	noun	kantoor waar de directie zetelt
directiekantoortje	=	directiekantoor
directiekantoortjes	=	directiekantoor
directiekantoren	=	directiekantoor
directiekeet	noun	keet of gebouwtje waarin de aannemer of opzichter van een uit te voeren werk huist
directiekeetje	=	directiekeet
directieketen	=	directiekeet
directiekosten	noun	uitgaven die men doet voor de leiding van een bedrijf of organisatie
directieleden	=	directielid
directielid	noun	een persoon die deel uitmaakt van een directie, het bestuur van een organisatie.
directielidje	=	directielid
directielidjes	=	directielid
directieniveau	noun	de hoogste hiërarchische laag van een bedrijf of organisatie
directieniveaus	=	directieniveau
directieoverleg	noun	overleg op het hoogste hiërarchische niveau van een bedrijf
directieoverleggen	=	directieoverleg
directieraad	noun	bijeenkomst van de directie
directieraden	=	directieraad
directies	=	directie
directiesecretaresse	noun	secretaresse die voor de directie werkt en het secretariaat leidt
directiesecretaresses	=	directiesecretaresse
directiesecretaris	noun	secretaris bij de directie
directiesecretarissen	=	directiesecretaris
directietafel	noun	vergadertafel van een directie
directietafels	=	directietafel
directieteam	noun	groep mensen die samen de leiding geven aan een bedrijf of organisatie
directieteams	=	directieteam
directietje	=	directie
directieve	=	directief
directieven	=	directief
directiever	=	directief
directievere	=	directief
directievergadering	noun	vergadering van de directie
directievergaderingen	=	directievergadering
directievergaderingetje	=	directievergadering
directievergaderingetjes	=	directievergadering
directievers	=	directief
directievoorzitter	noun	bij bedrijven en organisaties met een meerhoofdig dagelijks bestuur de leider van dat bestuur
directievoorzitters	=	directievoorzitter
directiezetel	noun	stoel waarop een directeur of directielid zit
directiezetels	=	directiezetel
directioneel	adj	van een directie
directioneels	=	directioneel
directioneelst	=	directioneel
directioneelste	=	directioneel
directionele	=	directioneel
directioneler	=	directioneel
directionelere	=	directioneel
directionelers	=	directioneel
directoire	noun	damesonderbroek
directoires	=	directoire
directoiretje	=	directoire
directoiretjes	=	directoire
director	noun	een passief onderdeel van een yagi-antenne dat de antenne een richtwerking geeft
directoraat	noun	een ambtenaar die ambtelijk leiding geeft aan een deel van een ministerie
directoraatje	=	directoraat
directoraten	=	directoraat
directoren	=	director
directoria	=	directorium
directorium	noun	bestuurslichaam
directoriumpje	=	directorium
directoriumpjes	=	directorium
directoriums	=	directorium
directors	=	director
directortje	=	director
directortjes	=	director
directory	noun	een groep van bestanden en/of directory's
directory's	=	directory
directory'tje	=	directory
directory'tjes	=	directory
directrice	noun	vrouwelijke vorm van directeur
directrices	=	directrice
directricetje	=	directrice
directs	=	direct
directst	=	direct
directste	=	direct
dirham	noun	munteenheid van Marokko en enkele Arabische landen
dirhams	=	dirham
dirigeer	=	dirigeren
dirigeerde	=	dirigeren
dirigeerden	=	dirigeren
dirigeerstok	noun	dun staafje dat de leider van een orkest of koor hanteert om aanwijzingen te geven
dirigeerstokje	=	dirigeerstok
dirigeerstokjes	=	dirigeerstok
dirigeerstokken	=	dirigeerstok
dirigeert	=	dirigeren
dirigeerverbod	noun	een verbod om als dirigent op te treden, een sanctie die in Nederland vooral bekend werd na de Tweede Wereldoorlog, toen de Centrale Eereraad voor de Muziek (onder meer) beroemde dirigenten zoals Willem Mengelberg een verbod oplegde vanwege hun pro-Duitse houding of collaboratie tijdens de oorlog
dirigeerverboden	=	dirigeerverbod
dirigeerverbodje	=	dirigeerverbod
dirigeerverbodjes	=	dirigeerverbod
dirigent	noun	een leider van een orkest, koor of ander muziekgezelschap
dirigente	noun	een vrouwelijke dirigent
dirigenten	=	dirigent
dirigentencursus	noun	opleiding tot dirigent
dirigentencursusje	=	dirigentencursus
dirigentencursusjes	=	dirigentencursus
dirigentencursussen	=	dirigentencursus
dirigentes	=	dirigente
dirigentetje	=	dirigente
dirigentetjes	=	dirigente
dirigentje	=	dirigent
dirigentjes	=	dirigent
dirigere	=	dirigeren
dirigeren	verb	leiding geven aan een groep mensen die musiceren
dirigerend	=	dirigeren
dirigerende	=	dirigeren
dirigisme	noun	ideologie die streeft naar een centraal geleide gemeenschap of economie
dirigistisch	adj	sterk leidend
dirigistische	=	dirigistisch
dirigistischer	=	dirigistisch
dirigistischere	=	dirigistisch
dirigistischers	=	dirigistisch
dirk	noun	lijn die vanuit de masttop de giek draagt bij weggenomen zeil
dirkdoos	noun	opgedirkte vrouw
dirkdozen	=	dirkdoos
dirken	=	dirk
dirkje	=	dirk
dirkjes	=	dirk
dirkkraan	noun	eenvoudige hijskraan, met een laadboom bevestigd aan een mast
dirkkraantje	=	dirkkraan
dirkkraantjes	=	dirkkraan
dirkkranen	=	dirkkraan
dirndl	noun	klederdracht voor vrouwen in Oostenrijk en Beieren
dirndljurk	noun	klederdracht uit Beieren en Oostenrijk voor jonge vrouwen
dirndljurken	=	dirndljurk
dirndljurkje	=	dirndljurk
dirndljurkjes	=	dirndljurk
dirndls	=	dirndl
dis	noun	een d die een halve toon verhoogd is
dis-groot	noun	het akkoord dis - fisis - aïs (=dis - g - aïs), de grote drieklank op de eerste trap van de Dis-grotetertstoonladder
dis-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Dis-grotetertstoonladder
dis-grootakkoorden	=	dis-grootakkoord
dis-grootakkoordje	=	dis-grootakkoord
dis-grootakkoordjes	=	dis-grootakkoord
dis-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "dis" als grondtoon
dis-grotetertstoonaarden	=	dis-grotetertstoonaard
dis-grotetertstoonaardje	=	dis-grotetertstoonaard
dis-grotetertstoonaardjes	=	dis-grotetertstoonaard
dis-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met “dis” als grondtoon
dis-grotetertstoonladders	=	dis-grotetertstoonladder
dis-grotetertstoonladdertje	=	dis-grotetertstoonladder
dis-grotetertstoonladdertjes	=	dis-grotetertstoonladder
dis-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met “dis” als grondtoon
dis-grotetertstoonschaaltje	=	dis-grotetertstoonschaal
dis-grotetertstoonschaaltjes	=	dis-grotetertstoonschaal
dis-grotetertstoonschalen	=	dis-grotetertstoonschaal
dis-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met “dis” als grondtoon
dis-grotetertstoonsoorten	=	dis-grotetertstoonsoort
dis-grotetertstoonsoortje	=	dis-grotetertstoonsoort
dis-grotetertstoonsoortjes	=	dis-grotetertstoonsoort
dis-klein	noun	het akkoord dis - fis - ais, de kleine drieklank op de eerste trap van de dis-kleinetertstoonladder
dis-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de dis-kleinetertstoonladder
dis-kleinakkoorden	=	dis-kleinakkoord
dis-kleinakkoordje	=	dis-kleinakkoord
dis-kleinakkoordjes	=	dis-kleinakkoord
dis-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “dis” als grondtoon
dis-kleinetertstoonaarden	=	dis-kleinetertstoonaard
dis-kleinetertstoonaardje	=	dis-kleinetertstoonaard
dis-kleinetertstoonaardjes	=	dis-kleinetertstoonaard
dis-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “dis” als grondtoon
dis-kleinetertstoonladders	=	dis-kleinetertstoonladder
dis-kleinetertstoonladdertje	=	dis-kleinetertstoonladder
dis-kleinetertstoonladdertjes	=	dis-kleinetertstoonladder
dis-majeur	noun	het akkoord dis - fisis - aïs (=dis - g - aïs), de grote drieklank op de eerste trap van de Dis-grotetertstoonladder
dis-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Dis-grotetertstoonladder
dis-majeurakkoorden	=	dis-majeurakkoord
dis-majeurakkoordje	=	dis-majeurakkoord
dis-majeurakkoordjes	=	dis-majeurakkoord
dis-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “dis” als grondtoon
dis-majeurtoonaarden	=	dis-majeurtoonaard
dis-majeurtoonaardje	=	dis-majeurtoonaard
dis-majeurtoonaardjes	=	dis-majeurtoonaard
dis-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "dis" als grondtoon
dis-majeurtoonladders	=	dis-majeurtoonladder
dis-majeurtoonladdertje	=	dis-majeurtoonladder
dis-majeurtoonladdertjes	=	dis-majeurtoonladder
dis-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "dis" als grondtoon
dis-majeurtoonschaaltje	=	dis-majeurtoonschaal
dis-majeurtoonschaaltjes	=	dis-majeurtoonschaal
dis-majeurtoonschalen	=	dis-majeurtoonschaal
dis-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met “dis” als grondtoon
dis-majeurtoonsoorten	=	dis-majeurtoonsoort
dis-majeurtoonsoortje	=	dis-majeurtoonsoort
dis-majeurtoonsoortjes	=	dis-majeurtoonsoort
dis-mineur	noun	het akkoord dis - fis - ais, de kleine drieklank op de eerste trap van de dis-kleinetertstoonladder
dis-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de dis-kleinetertstoonladder
dis-mineurakkoorden	=	dis-mineurakkoord
dis-mineurakkoordje	=	dis-mineurakkoord
dis-mineurakkoordjes	=	dis-mineurakkoord
dis-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “dis” als grondtoon
dis-mineurtoonladders	=	dis-mineurtoonladder
dis-mineurtoonladdertje	=	dis-mineurtoonladder
dis-mineurtoonladdertjes	=	dis-mineurtoonladder
dis-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “dis” als grondtoon
dis-mineurtoonschaaltje	=	dis-mineurtoonschaal
dis-mineurtoonschaaltjes	=	dis-mineurtoonschaal
dis-mineurtoonschalen	=	dis-mineurtoonschaal
dis-toonladder	=	dis-grotetertstoonladder
disabel	=	disabelen
disabelde	=	disabelen
disabelden	=	disabelen
disabele	=	disabelen
disabelen	verb	zorgen dat iets niet meer werkt of actief is
disabelend	=	disabelen
disabelende	=	disabelen
disabelt	=	disabelen
disagio	noun	bedrag dat een munt of waardepapier minder waard is dan het bedrag dat erop aangegeven staat (nominale waarde)
disambiguatie	noun	oplossen van dubbelzinnigheid
disambiguaties	=	disambiguatie
disambiguatietje	=	disambiguatie
disambiguatietjes	=	disambiguatie
disambigueer	=	disambigueren
disambigueerde	=	disambigueren
disambigueerden	=	disambigueren
disambigueert	=	disambigueren
disambiguere	=	disambigueren
disambigueren	verb	het aanpassen van een naar een doorverwijspagina verwijzende link(s) naar de goede pagina('s).
disambiguerend	=	disambigueren
disambiguerende	=	disambigueren
disbalans	noun	een toestand uit het evenwicht
disbalansen	=	disbalans
discant	noun	het rechtergedeelte van het toetsenbord met de hoge tonen van een toetsinstrument
discanten	=	discant
discardverbod	noun	een verbod op het teruggooien van vis (discards), inclusief bijvangst, kleine vissen, of vis die niet onder de quotum valt, en verplicht vissers deze vangst aan land te brengen voor verwerking
discardverboden	=	discardverbod
discardverbodje	=	discardverbod
discardverbodjes	=	discardverbod
disch	=	dis
dischgenoot	=	disgenoot
discipel	noun	een van de volgelingen van Jezus
discipelen	=	discipel
discipels	=	discipel
discipeltje	=	discipel
discipeltjes	=	discipel
disciplinair	adj	de discipline betreffend
disciplinairder	=	disciplinair
disciplinairdere	=	disciplinair
disciplinairders	=	disciplinair
disciplinaire	=	disciplinair
disciplinairs	=	disciplinair
disciplinairst	=	disciplinair
disciplinairste	=	disciplinair
discipline	noun	gehoorzaamheid aan voorschriften, bevelen of regels
disciplineer	=	disciplineren
disciplineerde	=	disciplineren
disciplineerden	=	disciplineren
disciplineert	=	disciplineren
disciplinere	=	disciplineren
disciplineren	verb	zorgen dat iets of iemand zich volgens de wetten en regels gaat gedragen
disciplinerend	=	disciplineren
disciplinerende	=	disciplineren
disciplinering	noun	het dwingen van mensen om zich op een bepaalde manier te gedragen; het aanleren van volgzaamheid en gehoorzaamheid
disciplineringen	=	disciplinering
disciplines	=	discipline
disciplinetje	=	discipline
disclaimer	noun	een korte tekst waarin iemand zijn of haar aansprakelijkheid in een bepaalde risicohoudende aangelegenheid of situatie afwijst of beperkt
disclaimers	=	disclaimer
discman	noun	draagbare cd-speler met koptelefoontje
discmannetje	=	discman
discmannetjes	=	discman
discmans	=	discman
disco	noun	discotheek
disco's	=	disco
disco-oor	noun	aandoening die ontstaat door blootstelling aan te harde muziek en waarbij de patiënt last heeft van oorsuizen
disco-oren	=	disco-oor
discoavond	noun	muziekavond waar men kan dansen op discomuziek
discoavonden	=	discoavond
discobal	noun	ronddraaiend bolvormig voorwerp waarop veel kleine platte spiegeltjes zijn bevestigd die wordt gebruikt in discotheken
discoballen	=	discobal
discobar	noun	café waar opnames van popmuziek worden afgespeeld waar op gedanst kan worden
discobars	=	discobar
discobol	noun	bol bekleed met duizenden kleine spiegelstukjes die licht reflecteren, waardoor er honderden bewegende lichtpuntjes door een ruimte dansen
discobollen	=	discobol
discobolletje	=	discobol
discobolletjes	=	discobol
discobus	noun	bus met een mobiele discotheek waarin een dj plaatjes draait
discobusje	=	discobus
discobusjes	=	discobus
discobussen	=	discobus
discodip	noun	vrolijke, kleine, knapperige suikerbolletjes
discoganger	noun	iemand die een discotheek bezoekt
discogangers	=	discoganger
discogangertje	=	discoganger
discograaf	noun	samensteller van een catalogus van muziekopnamen
discograafje	=	discograaf
discograafjes	=	discograaf
discografen	=	discograaf
discografie	noun	beschrijvend overzicht van grammofoonplaten of cd's van een artiest, in een bepaalde periode enz
discografietje	=	discografie
discografietjes	=	discografie
discografieën	=	discografie
discoid	noun	schijfvormig
discolamp	noun	verzamelnaam voor verschillende soorten lampen die feestelijke lichteffecten creëren, zoals roterende lichtstralen, flitsen en lasers
discolampen	=	discolamp
discolampje	=	discolamp
discolampjes	=	discolamp
discomfort	noun	een ongemakkelijk gevoel
discomforts	=	discomfort
discomuziek	noun	een dansmuziekgenre dat zijn oorsprong vindt in de discotheken
discomuziekje	=	discomuziek
discomuziekjes	=	discomuziek
disconteer	=	disconteren
disconteerde	=	disconteren
disconteerden	=	disconteren
disconteert	=	disconteren
discontere	=	disconteren
disconteren	verb	tegen een zeker disconto te gelde maken van een wissel voor de vervaldatum
disconterend	=	disconteren
disconterende	=	disconteren
discontering	noun	het terugrekenen van kosten en baten van een project naar het startjaar van een project waarbij men rekening houdt met een bepaald rentepercentage (discontovoet)
disconteringen	=	discontering
disconterinkje	=	discontering
disconterinkjes	=	discontering
discontinu	adj	met onderbrekingen, met tussenpozen
discontinu's	=	discontinu
discontinua	=	discontinuüm
discontinue	=	discontinu
discontinuer	=	discontinu
discontinuere	=	discontinu
discontinuers	=	discontinu
discontinuïteit	noun	plaats waar continuïteit ophoudt, een onderbreking
discontinuïteiten	=	discontinuïteit
discontinuüm	noun	een plaats waar een discontinuïteit optreedt
discontinuüms	=	discontinuüm
disconto	noun	korting op een wissel als deze vóór de vervaldag wordt gekocht
disconto's	=	disconto
discontobank	noun	bank die ook wissels disconteert
discontobanken	=	discontobank
discontoverhoging	noun	een verhoging van de basisrente door een Centrale Bank.
discontoverhogingen	=	discontoverhoging
discontoverhoginkje	=	discontoverhoging
discontoverhoginkjes	=	discontoverhoging
discontoverlaging	noun	het verlagen van de discontovoet of discontorente door een centrale bank (zoals de Europese Centrale Bank of De Nederlandsche Bank).
discontoverlagingen	=	discontoverlaging
discontoverlaginkje	=	discontoverlaging
discontoverlaginkjes	=	discontoverlaging
discontovoet	noun	De discontovoet is een percentage waarmee verwachte kosten en baten in de toekomst worden teruggerekend naar het basisjaar van het project.
discontovoeten	=	discontovoet
discootje	=	disco
discootjes	=	disco
discopathie	noun	aandoening van een tussenwervelschijf
discordant	adj	niet-evenwijdig gelaagd
discordante	=	discordant
discordanter	=	discordant
discordantere	=	discordant
discordanters	=	discordant
discordantie	noun	tegenstrijdigheid
discordanties	=	discordantie
discordants	=	discordant
discordantst	=	discordant
discordantste	=	discordant
discotheek	noun	verzameling van veelal uitleenbare muziekopnamen
discotheekbezoeker	noun	bezoeker van een discotheek
discotheekbezoekers	=	discotheekbezoeker
discotheekbezoekertje	=	discotheekbezoeker
discotheekbezoekertjes	=	discotheekbezoeker
discotheekje	=	discotheek
discotheekjes	=	discotheek
discotheken	=	discotheek
discount	noun	kortingwinkel
discounter	noun	bedrijf dat producten met hoge korting verkoopt
discounters	=	discounter
discountketen	noun	supermarktbedrijf met meerdere vestigingen die vooral goedkope producten aanbiedt
discountketens	=	discountketen
discountprijs	noun	sterk verlaagde prijs
discountprijsje	=	discountprijs
discountprijsjes	=	discountprijs
discountprijzen	=	discountprijs
discounts	=	discount
discountzaak	noun	winkel waar men tegen kortingsprijzen, maar met weinig service inkopen kan doen
discountzaken	=	discountzaak
discours	noun	uiteenzetting van opvattingen
discoursanalyse	noun	analyse van vertogen
discoursanalysen	=	discoursanalyse
discoursanalyses	=	discoursanalyse
discoursen	=	discours
discoursje	=	discours
discozwemmen	verb	vermaak waarbij bezoekers van een zwembad zowel kunnen zwemmen als dansen op stampende muziek
discozwemmende	=	discozwemmen
discrediteer	=	discrediteren
discrediteerde	=	discrediteren
discrediteerden	=	discrediteren
discrediteert	=	discrediteren
discreditere	=	discrediteren
discrediteren	verb	iets of iemand belasteren; iemand van zijn goede naam beroven; in diskrediet brengen
discrediterend	=	discrediteren
discrediterende	=	discrediteren
discreet	adj	zonder aandacht te trekken, onopvallend
discreets	=	discreet
discreetst	=	discreet
discreetste	=	discreet
discrepantie	noun	onverwachte onderlinge afwijking
discrepanties	=	discrepantie
discrepantietje	=	discrepantie
discrepantietjes	=	discrepantie
discrete	=	discreet
discreter	=	discreet
discretere	=	discreet
discreters	=	discreet
discretie	noun	bescheidenheid of kiesheid
discreties	=	discretie
discretionair	adj	betreffende de vrijheid om zelfstandig te oordelen of te acteren, goeddunken, toestemming
discretionairder	=	discretionair
discretionairdere	=	discretionair
discretionairders	=	discretionair
discretionaire	=	discretionair
discretionairs	=	discretionair
discretionairst	=	discretionair
discretionairste	=	discretionair
discriminant	noun	een grootheid die belangrijke informatie verschaft over het aantal oplossingen van een vergelijking
discriminantanalyse	noun	berekeningstechniek om van een nieuwe waarneming uit te maken bij welk van een aantal gegeven groepen waarnemingen deze het beste past
discriminantanalysen	=	discriminantanalyse
discriminantanalyses	=	discriminantanalyse
discriminanten	=	discriminant
discriminantje	=	discriminant
discriminatie	noun	vaststelling van een verschil, het maken van onderscheid
discriminatieombudsman	noun	functionaris die mensen steunt die slachtoffer zijn van discriminatie en racisme
discriminatieombudsmannen	=	discriminatieombudsman
discriminaties	=	discriminatie
discriminatietje	=	discriminatie
discriminatietjes	=	discriminatie
discriminatieverbod	noun	veto op ongelijke behandeling van personen op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook
discriminatieverboden	=	discriminatieverbod
discriminatiewet	noun	wetgeving betreffende ongelijke behandeling (wetgeving die ongelijke behandeling verbiedt)
discriminatiewetten	=	discriminatiewet
discriminatiezaak	noun	rechtszaak betreffende een geval van discriminatie
discriminatiezaken	=	discriminatiezaak
discriminatoir	adj	verboden of immoreel onderscheid makend
discriminatoirder	=	discriminatoir
discriminatoirdere	=	discriminatoir
discriminatoirders	=	discriminatoir
discriminatoire	=	discriminatoir
discriminatoirs	=	discriminatoir
discriminatoirst	=	discriminatoir
discriminatoirste	=	discriminatoir
discrimineer	=	discrimineren
discrimineerde	=	discrimineren
discrimineerden	=	discrimineren
discrimineeren	=	discrimineren
discrimineert	=	discrimineren
discriminere	=	discrimineren
discrimineren	verb	maken van onderscheid
discriminerend	adj	onderscheid makend op basis van een persoonskenmerk wanneer dat er niet toe doet, bijvoorbeeld op grond van afkomst, sekse of geloof
discriminerende	=	discrimineren
discriminerender	=	discriminerend
discriminerendere	=	discriminerend
discriminerenders	=	discriminerend
discriminerends	=	discriminerend
discriminerendst	=	discriminerend
discriminerendste	=	discriminerend
disculpatie	noun	verontschuldiging
disculpaties	=	disculpatie
disculpatietje	=	disculpatie
disculpatietjes	=	disculpatie
discursief	adj	redenerend
discursiefs	=	discursief
discursiefst	=	discursief
discursiefste	=	discursief
discursieve	=	discursief
discursiever	=	discursief
discursievere	=	discursief
discursievers	=	discursief
discus	noun	zware werpschijf die gebruikt wordt bij de atletische sport discuswerpen
discusgeworpen	=	discuswerpen
discusje	=	discus
discusjes	=	discus
discussen	=	discus
discussiant	noun	deelnemer aan een discussie
discussianten	=	discussiant
discussie	noun	een gedachtewisseling waarbij doorgaans verschillende meningen worden uitgewisseld
discussieavond	noun	bijeenkomst in de avonduren waar mensen over een bepaald controversieel onderwerp spreken
discussieavonden	=	discussieavond
discussieavondje	=	discussieavond
discussieavondjes	=	discussieavond
discussiebijeenkomst	noun	georganiseerde ontmoeting waar mensen met verschillende opvattingen over een onderwerp met elkaar kunnen praten
discussiebijeenkomsten	=	discussiebijeenkomst
discussieer	=	discussiëren
discussieerde	=	discussiëren
discussieerden	=	discussiëren
discussieert	=	discussiëren
discussiefora	=	discussieforum
discussieforum	noun	ruimte waar men met elkaar over bepaalde onderwerpen kan discussiëren
discussieforums	=	discussieforum
discussiegroep	noun	webstek waar min of meer vaste bezoekers meningen en informatie over een bepaald onderwerp uitwisselen#:▸ Voor de doorbraak van het wereldwijde web vormde usenet, ook bekend als ‘nieuwsgroepen’, een van de belangrijkste onderdelen van internet.
discussiegroepen	=	discussiegroep
discussiegroepje	=	discussiegroep
discussiegroepjes	=	discussiegroep
discussieleider	noun	iemand die een discussie in goede banen probeert te leiden
discussieleiders	=	discussieleider
discussieleidertje	=	discussieleider
discussieleidertjes	=	discussieleider
discussielijst	noun	lijst met discussiepunten
discussielijsten	=	discussielijst
discussielijstje	=	discussielijst
discussielijstjes	=	discussielijst
discussieonderwerp	noun	onderwerp van een twistgesprek
discussieonderwerpen	=	discussieonderwerp
discussieonderwerpje	=	discussieonderwerp
discussieonderwerpjes	=	discussieonderwerp
discussiepagina	noun	een online of offline ruimte waar mensen hun mening en ideeën over een bepaald onderwerp uitwisselen.
discussiepagina's	=	discussiepagina
discussiepaginaatje	=	discussiepagina
discussiepaginaatjes	=	discussiepagina
discussiepartner	noun	andere deelnemer aan een uitwisseling van meningen
discussiepartners	=	discussiepartner
discussieplatform	noun	plaats (op het internet) waar men een twistgesprek kan voeren
discussieplatformen	=	discussieplatform
discussieplatforms	=	discussieplatform
discussieprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma waarin de nadruk ligt op meningen
discussieprogramma's	=	discussieprogramma
discussieprogrammaatje	=	discussieprogramma
discussieprogrammaatjes	=	discussieprogramma
discussiepunt	noun	item waarover men kan discussiëren
discussiepunten	=	discussiepunt
discussiepuntje	=	discussiepunt
discussiepuntjes	=	discussiepunt
discussieronde	noun	rondgang langs alle deelnemers van een debat
discussieronden	=	discussieronde
discussierondes	=	discussieronde
discussies	=	discussie
discussiesite	noun	plaats op het internet waar debatten worden gehouden
discussiesites	=	discussiesite
discussiestuk	noun	document dat is geschreven als steun bij het uitwisselen van meningen om tot een gezamenlijk standpunt te komen
discussiestukje	=	discussiestuk
discussiestukjes	=	discussiestuk
discussiestukken	=	discussiestuk
discussietje	=	discussie
discussietjes	=	discussie
discussiëre	=	discussiëren
discussiëren	verb	van gedachten wisselen, een discussie voeren waarbij de verschillende gesprekspartners verschillende en soms ook tegengestelde meningen hebben
discussiërend	=	discussiëren
discussiërende	=	discussiëren
discustetra	noun	Brachychalcinus orbicularis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de karperzalmen (Characidae).
discustetra's	=	discustetra
discusvis	noun	Symphysodon discus een straalvinnige uit de familie van de cichliden (Cichlidae).
discusvisje	=	discusvis
discusvisjes	=	discusvis
discusvissen	=	discusvis
discuswerp	=	discuswerpen
discuswerpen	verb	met een discus werpen	noun	een atletiekdiscipline waarbij men een discus zo ver mogelijk probeert te werpen
discuswerpend	=	discuswerpen
discuswerpende	=	discuswerpen
discuswerper	noun	iemand die zich inspant om een schijf verder weg te gooien dan anderen
discuswerpers	=	discuswerper
discuswerpertje	=	discuswerper
discuswerpster	noun	atlete die de sport discuswerpen beoefent
discuswerpsters	=	discuswerpster
discutabel	adj	vatbaar voor kritiek
discutabele	=	discutabel
discutabeler	=	discutabel
discutabelere	=	discutabel
discutabelers	=	discutabel
discutabels	=	discutabel
discutabelst	=	discutabel
discutabelste	=	discutabel
discuteer	=	discuteren
discuteerde	=	discuteren
discuteerden	=	discuteren
discuteert	=	discuteren
discutere	=	discuteren
discuteren	verb	van gedachten wisselen, een discussie voeren
discuterend	=	discuteren
discuterende	=	discuteren
disfunctie	noun	storing, ontwrichting in de werking van organen
disfuncties	=	disfunctie
disfunctietje	=	disfunctie
disfunctietjes	=	disfunctie
disfunctioneel	adj	de werking, de functie verstorend
disfunctioneels	=	disfunctioneel
disfunctioneelst	=	disfunctioneel
disfunctioneelste	=	disfunctioneel
disfunctioneer	=	disfunctioneren
disfunctioneerde	=	disfunctioneren
disfunctioneerden	=	disfunctioneren
disfunctioneert	=	disfunctioneren
disfunctionele	=	disfunctioneel
disfunctioneler	=	disfunctioneel
disfunctionelere	=	disfunctioneel
disfunctionelers	=	disfunctioneel
disfunctionere	=	disfunctioneren
disfunctioneren	verb	structureel niet goed (kunnen) werken
disfunctionerend	=	disfunctioneren
disfunctionerende	=	disfunctioneren
disgenoot	noun	iemand waarmee je samen een maaltijd gebruikt
disgenootje	=	disgenoot
disgenootjes	=	disgenoot
disgenote	noun	vrouw waarmee men samen de maaltijd consumeert
disgenoten	=	disgenoot
disgenotes	=	disgenote
disharmonie	noun	ruzie en onrust
disharmonisch	adj	niet met iets of iemand overeenstemmend
disharmonische	=	disharmonisch
disharmonischer	=	disharmonisch
disharmonischere	=	disharmonisch
disharmonischers	=	disharmonisch
disis	noun	een tweemaal met een halve toon verhoogde toon "d"
disisje	=	disis
disisjes	=	disis
disissen	=	disis
disje	=	dis
disjes	=	dis
disjunct	adj	niet samengevoegd, onderling gescheiden
disjuncte	=	disjunct
disjuncter	=	disjunct
disjunctere	=	disjunct
disjuncters	=	disjunct
disjunctie	noun	tegenstelling, scheiding
disjunctief	adj	scheidend, onverenigbaar
disjunctiefs	=	disjunctief
disjunctiefst	=	disjunctief
disjunctiefste	=	disjunctief
disjuncties	=	disjunctie
disjunctieve	=	disjunctief
disjunctiever	=	disjunctief
disjunctievere	=	disjunctief
disjunctievers	=	disjunctief
disjuncts	=	disjunct
disjunctst	=	disjunct
disjunctste	=	disjunct
disk	noun	schijf voor magnetische opslag van computergegevens
diskdrive	noun	deel van een computer dat floppy disks kan lezen en beschrijven
diskdrives	=	diskdrive
disketje	=	diskette
disketjes	=	diskette
diskette	noun	een kleine flexibele magneetschijf waarop data vanuit de computer kan worden geschreven of afgelezen
diskettes	=	diskette
diskettestation	noun	apparaat waarmee men diskettes kan afspelen en opnemen
diskettestationnetje	=	diskettestation
diskettestationnetjes	=	diskettestation
diskettestations	=	diskettestation
diskettetje	=	diskette
diskettetjes	=	diskette
diskje	=	disk
diskjes	=	disk
diskjockey	noun	verzorger van muziek op de radio, in een discotheek of op een danceparty
diskjockeys	=	diskjockey
diskjockeytje	=	diskjockey
diskjockeytjes	=	diskjockey
diskman	=	discman
diskrediet	noun	reputatie dat je onbetrouwbaar bent
disks	=	disk
diskwalificatie	noun	het diskwalificeren, het als ondeugdelijk benoemen
diskwalificaties	=	diskwalificatie
diskwalificatietje	=	diskwalificatie
diskwalificeer	=	diskwalificeren
diskwalificeerde	=	diskwalificeren
diskwalificeerden	=	diskwalificeren
diskwalificeert	=	diskwalificeren
diskwalificere	=	diskwalificeren
diskwalificeren	verb	vaststellen dat aan een noodzakelijke voorwaarde is voldaan om een bepaalde activiteit te mogen uitvoeren of functie te mogen bekleden, uitsluiten van deelname
diskwalificerend	=	diskwalificeren
diskwalificerende	=	diskwalificeren
dislike	=	disliken
dislikebutton	noun	aan te klikken 'knop' op een internetpagina waarbij men kan aangeven iets niet leuk te vinden
dislikebuttons	=	dislikebutton
dislikeknop	noun	aan te klikken 'knop' op een internetpagina waarbij men kan aangeven iets niet leuk te vinden
dislikeknopje	=	dislikeknop
dislikeknopjes	=	dislikeknop
dislikeknoppen	=	dislikeknop
disliken	verb	op sociale media aangeven dat je iets niet leuk vindt
dislikend	=	disliken
dislikende	=	disliken
disliket	=	disliken
dislikete	=	disliken
disliketen	=	disliken
dislocatie	noun	verplaatsing
dislocaties	=	dislocatie
dislokeer	=	dislokeren
dislokeerde	=	dislokeren
dislokeerden	=	dislokeren
dislokeert	=	dislokeren
dislokere	=	dislokeren
dislokeren	verb	een gymnastische manoeuvre waarbij de schouders kort uit en weer in de kom schieten
dislokerend	=	dislokeren
dislokerende	=	dislokeren
disorde	noun	situatie waarbij regelmatige ordening ontbreekt
disordes	=	disorde
dispacheur	noun	iemand die de schade van een schipbreuk berekent
dispacheurs	=	dispacheur
disparaat	adj	verschillend, ongelijk
disparaats	=	disparaat
disparaatst	=	disparaat
disparaatste	=	disparaat
disparate	=	disparaat
disparater	=	disparaat
disparatere	=	disparaat
disparaters	=	disparaat
dispariteit	noun	ongelijkheid, ongelijkwaardigheid.
dispariteiten	=	dispariteit
dispatch	noun	het laden en lossen van vracht; verwerking van een lading
dispatche	=	dispatchen
dispatchen	verb	verladen, verwerken van een lading
dispatchend	=	dispatchen
dispatchende	=	dispatchen
dispatcher	noun	verlader, distributeur
dispatchers	=	dispatcher
dispatches	=	dispatch
dispatching	noun	het vanuit een centrale regelen en controleren van verkeer
dispatcht	=	dispatchen
dispatchte	=	dispatchen
dispatchten	=	dispatchen
dispensaria	=	dispensarium
dispensarium	noun	lokaal voor poliklinische behandeling
dispensariumpje	=	dispensarium
dispensariumpjes	=	dispensarium
dispensariums	=	dispensarium
dispensatie	noun	vrijstelling (ontheffing) van een gebod of voorschrift
dispensatieregeling	noun	regeling waarbij iemand een ontheffing krijgt van een verplichting
dispensatieregelingen	=	dispensatieregeling
dispensaties	=	dispensatie
dispensationalisme	noun	een protestante stroming gesticht door de negentiende-eeuwse Britse prediker John Nelson Darby, waarin de eindtijd, de antichrist en interpretaties van de Openbaring en Daniël centraal staan
dispensatoria	=	dispensatorium
dispensatorium	noun	receptenboek
dispensatoriumpje	=	dispensatorium
dispensatoriumpjes	=	dispensatorium
dispensatoriums	=	dispensatorium
dispenseer	=	dispenseren
dispenseerde	=	dispenseren
dispenseerden	=	dispenseren
dispenseert	=	dispenseren
dispenser	noun	apparaat of ander soort houder waarmee men een kleine afgepaste portie uit een grotere voorraad kan nemen, bijv. tabletten of een vloeistof zoals zeep
dispensere	=	dispenseren
dispenseren	verb	vrijgeven, uitdelen, distribueren
dispenserend	=	dispenseren
dispenserende	=	dispenseren
dispensers	=	dispenser
dispensertje	=	dispenser
dispensertjes	=	dispenser
dispergeer	=	dispergeren
dispergeerbaar	adj	van een tablet dat deze uiteen kan vallen in water
dispergeerbaarder	=	dispergeerbaar
dispergeerbaardere	=	dispergeerbaar
dispergeerbaarders	=	dispergeerbaar
dispergeerbaars	=	dispergeerbaar
dispergeerbaarst	=	dispergeerbaar
dispergeerbaarste	=	dispergeerbaar
dispergeerbare	=	dispergeerbaar
dispergeerde	=	dispergeren
dispergeerden	=	dispergeren
dispergeert	=	dispergeren
dispergere	=	dispergeren
dispergeren	verb	verspreiden, verstrooien
dispergerend	=	dispergeren
dispergerende	=	dispergeren
dispers	adj	fijn verdeeld in een andere stof
disperse	=	dispers
disperser	=	dispers
dispersere	=	dispers
dispersers	=	dispers
dispersie	noun	de verstrooiing, het uiteenwaaieren
dispersief	adj	verstrooiend (ook (van straling))
dispersiefs	=	dispersief
dispersiefst	=	dispersief
dispersiefste	=	dispersief
dispersieve	=	dispersief
dispersiever	=	dispersief
dispersievere	=	dispersief
dispersievers	=	dispersief
disperst	=	dispers
disperste	=	dispers
display	noun	een (elektronisch) apparaat waarop iets afgebeeld wordt.
displays	=	display
displaytje	=	display
displaytjes	=	display
disponeer	=	disponeren
disponeerde	=	disponeren
disponeerden	=	disponeren
disponeert	=	disponeren
disponere	=	disponeren
disponeren	verb	beschikken over
disponerend	=	disponeren
disponerende	=	disponeren
disponibel	adj	beschikbaar
disponibele	=	disponibel
disponibeler	=	disponibel
disponibelere	=	disponibel
disponibelers	=	disponibel
disponibels	=	disponibel
disponibelst	=	disponibel
disponibelste	=	disponibel
dispositie	noun	aanleg, vatbaar zijn voor
dispositief	noun	beschikking in een vonnis	adj	beschikkend
dispositiefs	=	dispositief
dispositiefst	=	dispositief
dispositiefste	=	dispositief
disposities	=	dispositie
dispositieve	=	dispositief
dispositieven	=	dispositief
dispositiever	=	dispositief
dispositievere	=	dispositief
dispositievers	=	dispositief
disproportie	noun	onevenredige verhoudingen
disproporties	=	disproportie
disproportioneel	adj	buiten alle proporties, buitenproportioneel
disproportioneels	=	disproportioneel
disproportioneelst	=	disproportioneel
disproportioneelste	=	disproportioneel
disproportionele	=	disproportioneel
disproportioneler	=	disproportioneel
disproportionelere	=	disproportioneel
disproportionelers	=	disproportioneel
disputabel	adj	betwistbaar
disputabele	=	disputabel
disputabeler	=	disputabel
disputabelere	=	disputabel
disputabelers	=	disputabel
disputabels	=	disputabel
disputabelst	=	disputabel
disputabelste	=	disputabel
disputant	noun	iemand die disputeert
disputanten	=	disputant
disputatie	noun	wetenschappelijke discussie
disputaties	=	disputatie
disputatietje	=	disputatie
disputeer	=	disputeren
disputeerde	=	disputeren
disputeerden	=	disputeren
disputeert	=	disputeren
disputen	=	dispuut
disputere	=	disputeren
disputeren	verb	redetwisten
disputerend	=	disputeren
disputerende	=	disputeren
dispuut	noun	theoretische discussie of debat
dispuutje	=	dispuut
dispuutjes	=	dispuut
disqualificeeren	=	diskwalificeren
disqualificeren	=	diskwalificeren
disregulatie	noun	ontregeling
disregulaties	=	disregulatie
disrespect	noun	teken dat men iemand minacht
disruptie	noun	ontwrichting
disruptief	adj	ontwrichtend, verwoestend
disruptiefs	=	disruptief
disruptiefst	=	disruptief
disruptiefste	=	disruptief
disrupties	=	disruptie
disruptietje	=	disruptie
disruptieve	=	disruptief
disruptiever	=	disruptief
disruptievere	=	disruptief
disruptievers	=	disruptief
diss	noun	indirecte belediging door gebruik van daarvoor geschikt taalgebruik of gedrag
disse	=	dissen
dissectie	noun	scheuring in de wand van een bloedvat
dissecties	=	dissectie
dissectietje	=	dissectie
dissectietjes	=	dissectie
dissectiën	=	dissectie
dissel	noun	een houten of metalen stang voor een voertuig aan weerszijden waarvan trekdieren ingespannen kunnen worden
disselbak	noun	een bak op de dissel van een caravan
disselbakje	=	disselbak
disselbakjes	=	disselbak
disselbakken	=	disselbak
disselbomen	=	disselboom
disselboom	noun	mechanisme om meerdere paarden of andere dieren samen een gespan te laten vormen; door de hefboomwerking kon een jonger dier opgeleerd worden (en kreeg het een langere lastarm)
disselboompje	=	disselboom
disselboompjes	=	disselboom
dissels	=	dissel
disseltje	=	dissel
disseltjes	=	dissel
disseminatie	noun	iets ook naar andere plekken dan de plaats van oorsprong brengen
disseminaties	=	disseminatie
dissemineer	=	dissemineren
dissemineerde	=	dissemineren
dissemineerden	=	dissemineren
dissemineert	=	dissemineren
disseminere	=	dissemineren
dissemineren	verb	uitzaaien
disseminerend	=	dissemineren
disseminerende	=	dissemineren
dissen	verb	een maaltijd opdienen
dissend	=	dissen
dissende	=	dissen
dissenter	noun	andersdenkende
dissenters	=	dissenter
dissertatie	noun	proefschrift om de graad van doctor te verkrijgen
dissertaties	=	dissertatie
dissertatietje	=	dissertatie
disses	=	diss
dissident	noun	andersdenkende binnen dezelfde partij of dezelfde godsdienst	adj	andersdenkend binnen dezelfde politieke partij of binnen dezelfde godsdienst
dissidente	noun	een vrouwelijke dissident
dissidenten	=	dissident
dissidentenbeweging	noun	een georganiseerde groep mensen die zich verzet tegen het officiële beleid of de ideologie van hun land, partij of religie.
dissidentenbewegingen	=	dissidentenbeweging
dissidentenbeweginkje	=	dissidentenbeweging
dissidentenbeweginkjes	=	dissidentenbeweging
dissidenter	=	dissident
dissidentere	=	dissident
dissidenters	=	dissident
dissidentes	=	dissidente
dissidentie	noun	een standpunt dat strijdig is met de heersende opvattingen
dissidenties	=	dissidentie
dissidentje	=	dissident
dissidents	=	dissident
dissidentschap	noun	het zicht verzetten tegen de overheersende opvattingen of beleidslijnen op politiek, religieus of sociaal gebied
dissidentst	=	dissident
dissidentste	=	dissident
dissimilatie	noun	stofwisselingsreactie waarbij organisch weefsel wordt afgebroken en energie vrijkomt
dissimilaties	=	dissimilatie
dissimileer	=	dissimileren
dissimileerde	=	dissimileren
dissimileerden	=	dissimileren
dissimileert	=	dissimileren
dissimilere	=	dissimileren
dissimileren	verb	organisch weefsel afbreken waardoor energie vrijkomt
dissimilerend	=	dissimileren
dissimilerende	=	dissimileren
dissipatie	noun	verlies van energie ontstaan doordat weerstand moet worden overwonnen (-> warmteontwikkeling)
dissipaties	=	dissipatie
dissipeer	=	dissiperen
dissipeerde	=	dissiperen
dissipeerden	=	dissiperen
dissipeert	=	dissiperen
dissipere	=	dissiperen
dissiperen	verb	verspillen, verkwisten, verbruiken
dissiperend	=	dissiperen
dissiperende	=	dissiperen
dissociatie	noun	uiteenval, ontbinding
dissociatief	adj	verband houdend met of betrekking hebbend op dissociatie
dissociatiefs	=	dissociatief
dissociatiefst	=	dissociatief
dissociatiefste	=	dissociatief
dissociaties	=	dissociatie
dissociatieve	=	dissociatief
dissociatiever	=	dissociatief
dissociatievere	=	dissociatief
dissociatievers	=	dissociatief
dissocieer	=	dissociëren
dissocieerde	=	dissociëren
dissocieerden	=	dissociëren
dissocieert	=	dissociëren
dissociëre	=	dissociëren
dissociëren	verb	in kleinere delen uiteenvallen
dissociërend	=	dissociëren
dissociërende	=	dissociëren
dissolutie	noun	proces van uiteen (doen) vallen of oplossen
dissolvant	noun	oplosmiddel
dissolvanten	=	dissolvant
dissonant	noun	een verzameling van niet-harmonierende klanken	adj	wanluidend.
dissonante	=	dissonant
dissonanten	=	dissonant
dissonanter	=	dissonant
dissonantere	=	dissonant
dissonanters	=	dissonant
dissonantie	noun	lelijke klank door het combineren van tonen die niet harmoniëren
dissonanties	=	dissonantie
dissonantje	=	dissonant
dissonantjes	=	dissonant
dissonants	=	dissonant
dissonantst	=	dissonant
dissonantste	=	dissonant
dissoneer	=	dissoneren
dissoneerde	=	dissoneren
dissoneerden	=	dissoneren
dissoneert	=	dissoneren
dissonere	=	dissoneren
dissoneren	verb	een wanklank voorbrengen, een toon voortbrengen die op gespannen voet staat met andere gelijkklinkende tonen
dissonerend	=	dissoneren
dissonerende	=	dissoneren
dist	=	dissen
distaal	adj	verder verwijderd van het middelpunt van het lichaam
distaals	=	distaal
distaalst	=	distaal
distaalste	=	distaal
distale	=	distaal
distaler	=	distaal
distalere	=	distaal
distalers	=	distaal
distanciëren	=	distantiëren
distantie	noun	afstand
distantieer	=	distantiëren
distantieerde	=	distantiëren
distantieerden	=	distantiëren
distantieert	=	distantiëren
distanties	=	distantie
distantiëre	=	distantiëren
distantiëren	verb	zich ~ van: afstand nemen van, beweren niet betrokken of verantwoordelijk te zijn voor iets
distantiërend	=	distantiëren
distantiërende	=	distantiëren
distantiëring	noun	de keer dat men afstand neemt van iets of iemand
distantiëringen	=	distantiëring
diste	=	dissen
distel	noun	bepaald soort plant met stekels aan de bladeren en aan de bloemhoofdjes, Orobanche reticulata
distelaardvlo	noun	Sphaeroderma testaceum een bladkever die tot de tribus Alticini behoort.
distelaardvlooien	=	distelaardvlo
distelaardvlooitje	=	distelaardvlo
distelaardvlooitjes	=	distelaardvlo
distelbehangersbij	noun	Megachile ligniseca een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
distelbehangersbijen	=	distelbehangersbij
distelbehangersbijtje	=	distelbehangersbij
distelbehangersbijtjes	=	distelbehangersbij
distelbladroller	noun	Agapeta hamana een nachtvlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
distelbladrollers	=	distelbladroller
distelbladrollertje	=	distelbladroller
distelbladrollertjes	=	distelbladroller
distelboktor	noun	bepaalde soort tor, Agapanthia villosoviridescens uit de familie Cerambycidae, die in Nederland voorkomt
distelboktorren	=	distelboktor
distelbremraap	noun	Orobanche reticulata een overblijvende plant, die tot de bremraapfamilie (Orobanchaceae) behoort.
distelbremraapje	=	distelbremraap
distelbremraapjes	=	distelbremraap
distelbremrapen	=	distelbremraap
distelgalboorvlieg	noun	Urophora cardui een soort vlieg die algemeen voorkomt in Nederland en België
distelgalboorvliegen	=	distelgalboorvlieg
distelgalboorvliegje	=	distelgalboorvlieg
distelgalboorvliegjes	=	distelgalboorvlieg
distelglimmer	noun	Amara aulica een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
distelglimmers	=	distelglimmer
distelglimmertje	=	distelglimmer
distelglimmertjes	=	distelglimmer
distelhermelijntje	noun	Myelois circumvoluta een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
distelhermelijntjes	=	distelhermelijntje
distelhoofdjesgalmug	noun	Jaapiella cirsiicola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
distelhoofdjesgalmuggen	=	distelhoofdjesgalmug
distelhoofdjesgalmugje	=	distelhoofdjesgalmug
distelhoofdjesgalmugjes	=	distelhoofdjesgalmug
distelkaartmot	noun	Agonopterix subpropinquella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
distelkaartmotje	=	distelkaartmot
distelkaartmotjes	=	distelkaartmot
distelkaartmotten	=	distelkaartmot
distelkleur	noun	de kleur van distels
distelkleurig	adj	de kleur van distels hebbend
distelkleurige	=	distelkleurig
distelkleurigs	=	distelkleurig
distelknoopvlekje	noun	Eucosma cana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
distelknoopvlekjes	=	distelknoopvlekje
distelkokermot	noun	Coleophora peribenanderi een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
distelkokermotje	=	distelkokermot
distelkokermotjes	=	distelkokermot
distelkokermotten	=	distelkokermot
distelpalpmot	noun	palpmot die op distels is gespecialiseerd
distelpalpmotje	=	distelpalpmot
distelpalpmotjes	=	distelpalpmot
distelpalpmotten	=	distelpalpmot
distelroest	noun	Puccinia calcitrapae een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
distelroesten	=	distelroest
distelroestje	=	distelroest
distelroestjes	=	distelroest
distels	noun	een geslacht Carduus van stekelige planten met bloemen in hoofdjes, omgeven door puntige omwindselblaadjes.
distelschildkever	noun	Cassida vibex een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
distelschildkevers	=	distelschildkever
distelschildkevertje	=	distelschildkever
distelschildkevertjes	=	distelschildkever
disteltje	=	distel
disteltjes	=	distel
disteluitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza carduorum een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
disteluitbreekkommetjes	=	disteluitbreekkommetje
distelvink	noun	bepaald soort vogel Carduelis carduelis uit de familie der vinkachtigen
distelvinken	=	distelvink
distelvinkje	=	distelvink
distelvinkjes	=	distelvink
distelvlinder	noun	Vanessa cardui een vlinder uit de onderfamilie Nymphalinae van de familie van de aurelia's (Nymphalidae).
distelvlinders	=	distelvlinder
distelvlindertje	=	distelvlinder
distelvlindertjes	=	distelvlinder
distelzadelmot	noun	Epiblema scutulana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
distelzadelmotje	=	distelzadelmot
distelzadelmotjes	=	distelzadelmot
distelzadelmotten	=	distelzadelmot
distelzandvleugeltje	noun	Scrobipalpa acuminatella een minerende vlinder uit de familie van de tastermotten, de Gelechiidae.
distelzandvleugeltjes	=	distelzandvleugeltje
disten	=	dissen
distensie	noun	uitrekking, overrekking
distensies	=	distensie
distentie	noun	uitrekking
disticha	=	distichon
distichon	noun	tweeregelig vers dat een volledige zin vormt
distichons	=	distichon
distillaat	noun	product wat ontstaat door distillatie (dampvorming product opvangen en dat laten condenseren)
distillaten	=	distillaat
distillateur	noun	iemand die (sterke drank) distilleert
distillateurs	=	distillateur
distillateurtje	=	distillateur
distillateurtjes	=	distillateur
distillatie	noun	het distilleren
distillaties	=	distillatie
distilleer	=	distilleren
distilleerde	=	distilleren
distilleerden	=	distilleren
distilleerderij	noun	bedrijf waar men door distilleren van alcoholhoudende drank een sterke drank maakt (met een alcoholpercentage van 15 volumeprocent of meer)
distilleerderijen	=	distilleerderij
distilleerderijtje	=	distilleerderij
distilleerderijtjes	=	distilleerderij
distilleerketel	noun	een toestel dat gebruikt wordt om stoffen te zuiveren of van elkaar te scheiden door verdamping
distilleerketels	=	distilleerketel
distilleerketeltje	=	distilleerketel
distilleerketeltjes	=	distilleerketel
distilleert	=	distilleren
distilleertoestel	noun	toestel dat gebruikt wordt om stoffen te zuiveren of van elkaar te scheiden door verdamping
distilleertoestellen	=	distilleertoestel
distilleertoestelletje	=	distilleertoestel
distilleertoestelletjes	=	distilleertoestel
distillere	=	distilleren
distilleren	verb	afzonderen van een gezuiverd product door het verhitten van een mengsel en afkoelen van de dampen
distillerend	=	distilleren
distillerende	=	distilleren
distinctie	noun	onderscheiding
distinctiedrift	noun	inspanning om zich van anderen te onderscheiden
distinctiedriften	=	distinctiedrift
distinctief	adj	onderscheidend	noun	onderscheidingsteken dat een rang of graad aanduidt
distinctiefs	=	distinctief
distinctiefst	=	distinctief
distinctiefste	=	distinctief
distincties	=	distinctie
distinctieve	=	distinctief
distinctieven	=	distinctief
distinctiever	=	distinctief
distinctievere	=	distinctief
distinctievers	=	distinctief
distingeer	=	distingeren
distingeerde	=	distingeren
distingeerden	=	distingeren
distingeert	=	distingeren
distingere	=	distingeren
distingeren	verb	onderscheiden, een verschil maken, een onderscheid maken
distingerend	=	distingeren
distingerende	=	distingeren
distorsie	noun	verstuiking, verzwikking
distorsies	=	distorsie
distractie	noun	overdracht van een deel van de opbrengst
distracties	=	distractie
distribueer	=	distribueren
distribueerde	=	distribueren
distribueerden	=	distribueren
distribueert	=	distribueren
distribuere	=	distribueren
distribueren	verb	uitdelen, verspreiden, bezorgen, rondbrengen
distribuerend	=	distribueren
distribuerende	=	distribueren
distributeur	noun	persoon of onderneming die zorgt voor de distributie van goederen van producent naar consument
distributeurs	=	distributeur
distributeurtje	=	distributeur
distributeurtjes	=	distributeur
distributie	noun	verdeling, verspreiding
distributiebedrijf	noun	onderneming die de distributie verzorgt
distributiebedrijfje	=	distributiebedrijf
distributiebedrijfjes	=	distributiebedrijf
distributiebedrijven	=	distributiebedrijf
distributiebeleid	noun	het beleid volgens welke de distributie wordt uitgevoerd
distributiebon	noun	de bon die recht geeft op een hoeveelheid van een artikel in tijden van schaarste, laatstelijk in en na W.O. II, waarin de goederen door de overheid verdeeld werden
distributiebonnen	=	distributiebon
distributiebonnetje	=	distributiebon
distributiebonnetjes	=	distributiebon
distributiebons	=	distributiebon
distributiecentra	=	distributiecentrum
distributiecentrum	noun	plaats vanwaar goederen of producten gedistribueerd worden
distributiecentrums	=	distributiecentrum
distributief	adj	verdelend
distributiefs	=	distributief
distributiefst	=	distributief
distributiefste	=	distributief
distributiekaart	noun	kaart waarmee men een beperkte hoeveelheid schaarse goederen kan kopen voor een bepaalde vooraf vastgestelde prijs
distributiekaarten	=	distributiekaart
distributiekaartje	=	distributiekaart
distributiekaartjes	=	distributiekaart
distributiekanaal	noun	weg waarlangs een product op de markt gebracht wordt
distributiekanaaltje	=	distributiekanaal
distributiekanaaltjes	=	distributiekanaal
distributiekanalen	=	distributiekanaal
distributiekantoor	noun	bedrijf dat zorgdraagt voor de verdeling van een bepaald product over de afnemers
distributiekantoren	=	distributiekantoor
distributieketen	noun	alle bedrijven en organisatie die betrokken zijn bij de verdeling van producten van de producenten naar de consumenten
distributieketens	=	distributieketen
distributiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om goederen van de producent naar de klant te brengen
distributiekosten	noun	geld dat men moet betalen om goederen van de producent naar de klant te brengen
distributieland	noun	een land waar veel goederen naar toegebracht worden om die te vervoeren naar de verschillende eindgebruikers; land met veel logistieke activiteiten
distributielanden	=	distributieland
distributiemethode	noun	de methode die wordt toegepast om de distributie mogelijk te maken
distributiemethodes	=	distributiemethode
distributienet	noun	geheel van bedrijven en organisaties dat zorg voor de verdeling van goederen tussen een bepaalde producent en de verschillende consumenten
distributienetten	=	distributienet
distributienetwerk	noun	is een onderdeel van een netwerk waarover goederen of energie bij de eindgebruiker worden afgeleverd
distributienetwerken	=	distributienetwerk
distributienetwerkje	=	distributienetwerk
distributienetwerkjes	=	distributienetwerk
distributieovereenkomst	noun	afspraak dat een bepaald bedrijf dient als doorverkoper van de producten van een ander bedrijf
distributieovereenkomsten	=	distributieovereenkomst
distributieprobleem	noun	moeilijkheden met de verspreiding van producten naar de afnemers
distributieproblemen	=	distributieprobleem
distributieproces	noun	alle handelingen die nodig zijn om een product van de producent naar de consument te brengen
distributieprocessen	=	distributieproces
distributiepunt	noun	locatie vanwaar goederen verdeelt worden naar de afnemers
distributiepunten	=	distributiepunt
distributieriem	noun	getande kunststof riem die de door de motor opgewekte drijfkracht van de krukas overbrengt op de nokkenas(sen) van een voertuig
distributieriemen	=	distributieriem
distributieriempje	=	distributieriem
distributieriempjes	=	distributieriem
distributies	=	distributie
distributiesector	noun	bedrijven die betrokken zijn bij het transport van goederen en diensten van de producenten naar de consumenten
distributiesectoren	=	distributiesector
distributiesectors	=	distributiesector
distributiestation	noun	plaats waar men iets (zoals bijvoorbeeld gas of elektriciteit) verdeelt voor verschillende bestemmingen
distributiestations	=	distributiestation
distributiesysteem	noun	systeem om (goederen) te verdelen
distributiesysteempje	=	distributiesysteem
distributiesysteempjes	=	distributiesysteem
distributiesystemen	=	distributiesysteem
distributieterrein	noun	gebied waar goederen tijdelijk worden opgeslagen om verdeeld te worden over verschillende bestemmingen
distributieterreinen	=	distributieterrein
distributietje	=	distributie
distributieve	=	distributief
distributiever	=	distributief
distributievere	=	distributief
distributievers	=	distributief
distributievorm	noun	weg waarlangs een product op de markt gebracht wordt
distributievormen	=	distributievorm
district	noun	het gebied met een eigen lokale overheid
districtbewoner	noun	persoon die in een bepaald district woont
districtbewoners	=	districtbewoner
districtchef	noun	leidinggevende bij de politie
districtchefs	=	districtchef
districten	=	district
districtenstelsel	noun	een kiessysteem, waarbij één of meer afgevaardigden in een kiesdistrict worden gekozen
districtenstelsels	=	districtenstelsel
districtje	=	district
districtjes	=	district
districtleider	noun	een bestuurder van een district
districtleiders	=	districtleider
districtsbeker	noun	beker die de kampioen van een district ontvangt als eerbewijs
districtsbekers	=	districtsbeker
districtsbesturen	=	districtsbestuur
districtsbestuur	noun	de overheid van een district
districtsbestuurder	noun	iemand die lid is van een districtsbestuur
districtsbestuurders	=	districtsbestuurder
districtschef	noun	leidinggevende bij de politie
districtschefs	=	districtschef
districtscommandant	noun	bevelvoerder bij de politie
districtscommandanten	=	districtscommandant
districtscommissaris	noun	hoogste gezagsdrager in een district, rechtstreeks ressorterend onderde minister
districtscommissarissen	=	districtscommissaris
districtshoofd	noun	iemand die leiding geeft aan de overheid van een district
districtshoofden	=	districtshoofd
districtskantoor	noun	kantoor dat zaken op het niveau van een district regelt
districtskantoren	=	districtskantoor
districtsniveau	noun	organisatieniveau dat onder dat van een staat of provincie komt
districtsniveaus	=	districtsniveau
districtsraad	noun	raad (van burgers) van een bepaald district die diens belangen behartigt
districtsraadje	=	districtsraad
districtsraadjes	=	districtsraad
districtsraadsleden	=	districtsraadslid
districtsraadslid	noun	iemand die lid is van een volksvertegenwoordiging op districtsniveau
districtsraden	=	districtsraad
districtsrechtbank	noun	rechtbank op districtsniveau
districtsrechtbanken	=	districtsrechtbank
dit	pron	zelfstandig gebruikt
dithyrambe	noun	uitbundig loflied (in het Oude Griekenland op Dionysus, de god van de wijn en de vruchtbaarheid)
dithyramben	=	dithyrambe
dithyrambisch	adj	overdreven wild of razend, verwijzend naar de uitbundige, extatische lofzangen (dithyramben) voor de Griekse god Dionysos, de god van de wijn en vruchtbaarheid
dithyrambische	=	dithyrambisch
dithyrambischer	=	dithyrambisch
dithyrambischere	=	dithyrambisch
dithyrambischers	=	dithyrambisch
ditje	noun	een onbenulligheid
ditjes	=	ditje
ditmaal	adv	bij deze gelegenheid
dito	noun	een bevestiging in alle bijzonderheden	adj	eender, hetzelfde
dito's	=	dito
ditransitief	adj	twee voorwerpen dragend die beide in een passieve constructie in een onderwerp omgezet kunnen worden
ditransitiefs	=	ditransitief
ditransitieve	=	ditransitief
ditto	=	dito
dittografie	noun	het bij vergissing dubbel schrijven van letters enz
dittografietje	=	dittografie
dittografietjes	=	dittografie
dittografieën	=	dittografie
ditzelfde	pron	de gelijke identiteit bezittend; onzijdig enkelvoud, zowel zelfstandig als bijvoeglijk gebruikt
diucagors	noun	Diuca diuca een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
diucagorsje	=	diucagors
diucagorsjes	=	diucagors
diucagorzen	=	diucagors
diurese	noun	afscheiding van urine
diuretica	=	diureticum
diureticum	noun	urinedrijvend middel
diureticumpje	=	diureticum
diuretisch	adj	de urineproductie stimulerend
diuretische	=	diuretisch
diuretischer	=	diuretisch
diuretischere	=	diuretisch
diuretischers	=	diuretisch
diuretischt	=	diuretisch
diuretischte	=	diuretisch
diurnaal	noun	uittreksel uit het brevier
diurnaals	=	diurnaal
diurnalen	=	diurnaal
diurnaliën	=	diurnaal
diurnus	adj	wat overdag plaatsheeft
div	=	vijfhonderdvier
diva	noun	een gevierde zangeres of actrice, een grootheid in het vakgebied
diva's	=	diva
divaatje	=	diva
divaatjes	=	diva
divageerde	=	divageren
divageren	verb	te breedvoerig spreken; te veel en onzinnig spreken
divagerend	=	divageren
divalent	adj	tweewaardig
divalente	=	divalent
divalents	=	divalent
divan	noun	Een rustbank zonder leuning.
divanbed	noun	een rustbank zonder leuning waarop men ook zou kunnen slapen
divanbedden	=	divanbed
divanbedje	=	divanbed
divanbedjes	=	divanbed
divannetje	=	divan
divannetjes	=	divan
divans	=	divan
divergeer	=	divergeren
divergeerde	=	divergeren
divergeerden	=	divergeren
divergeert	=	divergeren
divergent	adj	uiteenlopend, uiteengaand
divergente	=	divergent
divergenter	=	divergent
divergentere	=	divergent
divergenters	=	divergent
divergentie	noun	het divergent zijn
divergenties	=	divergentie
divergentietje	=	divergentie
divergents	=	divergent
divergentst	=	divergent
divergentste	=	divergent
divergere	=	divergeren
divergeren	verb	uiteenwijken, uiteenlopen, uit elkaar gaan
divergerend	=	divergeren
divergerende	=	divergeren
divers	adj	onderling duidelijk verschillend
diverse	pron	verscheidene, verschillende
diversen	noun	dat wat niet onder andere rubrieken valt
diverser	=	divers
diversere	=	divers
diversers	=	divers
diversificatie	noun|formal	verscheidenheid
diversificaties	=	diversificatie
diversificeer	=	diversificeren
diversificeerde	=	diversificeren
diversificeerden	=	diversificeren
diversificeert	=	diversificeren
diversificere	=	diversificeren
diversificeren	verb	spreiding aanbrengen waardoor variatie ontstaat
diversificerend	=	diversificeren
diversificerende	=	diversificeren
diversifieer	=	diversifiëren
diversifieerde	=	diversifiëren
diversifieerden	=	diversifiëren
diversifieert	=	diversifiëren
diversifiëre	=	diversifiëren
diversifiëren	verb	spreiding aanbrengen waardoor variatie ontstaat
diversifiërend	=	diversifiëren
diversifiërende	=	diversifiëren
diversiteit	noun	verscheidenheid
diversiteitbeleid	noun	plan van aanpak om de samenstelling van een groep zo gemengd mogelijk te maken
diversiteiten	=	diversiteit
diversiteitsbeleid	noun	plan van aanpak om de samenstelling van een groep zo gemengd mogelijk te maken
diversiteitsverlof	noun	een zelf gekozen vrije dag als onderdeel van een actief diversiteitsbeleid van een organisatie
diversiteitsverlofje	=	diversiteitsverlof
diversiteitsverlofjes	=	diversiteitsverlof
diversiteitsverloven	=	diversiteitsverlof
diverst	=	divers
diverste	=	divers
diverteer	=	diverteren
diverteerde	=	diverteren
diverteerden	=	diverteren
diverteert	=	diverteren
divertere	=	diverteren
diverteren	verb	iemand op een aangename manier vermaken
diverterend	=	diverteren
diverterende	=	diverteren
diverticulitis	noun	ontsteking van de darmuitstulpingen
divertimento	noun	een compositie voor een solo-instrument of een licht, ontspannend werk zonder de diepgang van een sonate
divertimento's	=	divertimento
divertissement	noun	iets dat alleen maar gericht is op het veroorzaken van plezier
divertissementen	=	divertissement
divestment	noun	het weghalen van investeringen uit een bepaald bedrijf of bedrijfstak (met name het stoppen met investeren in fossiele brandstoffen)
divestments	=	divestment
dividend	noun	uitkering van (een deel van de) winst aan de aandeelhouders van een onderneming
dividendbelasting	noun	directe belasting die door een staat wordt geheven op inkomen in de vorm van dividend
dividendbelastingen	=	dividendbelasting
dividendbeleid	noun	plan van aanpak betreffende de winstuitkering aan de aandeelhouders
dividendbetaling	noun	het geven van een winstuitkering aan de aandeelhouders
dividendbetalingen	=	dividendbetaling
dividenden	=	dividend
dividendinkomst	noun	inkomst die een aandeelhouder ontvangt als er een winstuitkering plaatsvindt
dividendinkomsten	noun	inkomen dat een aandeelhouder ontvangt als er een winstuitkering plaatsvindt
dividendje	=	dividend
dividendjes	=	dividend
dividendloos	adj	zonder dat er dividend wordt uitgekeerd
dividendloost	=	dividendloos
dividendlooste	=	dividendloos
dividendloze	=	dividendloos
dividendlozer	=	dividendloos
dividendlozere	=	dividendloos
dividendlozers	=	dividendloos
dividendrendement	noun	de hoeveelheid geld die men in de vorm van een winstuitkering verdient als rendement op een investering in aandelen
dividendrendementen	=	dividendrendement
dividendstop	noun	het (tijdelijk) niet meer uitbetalen van dividend aan de bezitters van aandelen
dividendstops	=	dividendstop
dividenduitkering	noun	winstuitkering aan de aandeelhouders
dividenduitkeringen	=	dividenduitkering
dividenduitkerinkje	=	dividenduitkering
dividenduitkerinkjes	=	dividenduitkering
dividendverhoging	noun	toename van de winstuitkering aan aandeelhouders
dividendverhogingen	=	dividendverhoging
dividendverhoginkje	=	dividendverhoging
dividendverhoginkjes	=	dividendverhoging
dividendverlaging	noun	beslissing van een beursgenoteerd bedrijf om minder winst uit te keren aan zijn aandeelhouders in vergelijking met voorgaande periodes.
dividendverlagingen	=	dividendverlaging
dividendverlaginkje	=	dividendverlaging
dividendverlaginkjes	=	dividendverlaging
dividivi	noun	Caesalpinia coriaria een boom uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) die van nature voorkomt in Mexico, Midden-Amerika, het noorden van Zuid-Amerika en het Caraïbische gebied
dividivi's	=	dividivi
dividivibomen	=	dividiviboom
dividiviboom	noun	Libidibia coriaria een boom die in het Caraïbische gebied veel voorkomt
dividiviboompje	=	dividiviboom
dividiviboompjes	=	dividiviboom
divien	adj	goddelijk
diviene	=	divien
diviener	=	divien
divienere	=	divien
divieners	=	divien
diviens	=	divien
divienst	=	divien
divienste	=	divien
divinatie	noun	de kunst van het op paranormale wijze voorspellen van de toekomst
diviniteit	noun	goddelijkheid
diviniteiten	=	diviniteit
divisie	noun	legereenheid van 15.000 man, verdeeld in een aantal brigades
divisieclub	noun	sportorganisatie waarvan een ploeg uitkomt in een van de hoogste competities
divisieclubs	=	divisieclub
divisiecommandant	noun	bevelvoerder over een divisie
divisiecommandanten	=	divisiecommandant
divisiedirecteur	noun	hoogste leidinggevende van een onderdeel van een bedrijf
divisiedirecteuren	=	divisiedirecteur
divisiedirecteurs	=	divisiedirecteur
divisiemanager	noun	leidinggevende van een onderdeel van een bedrijf
divisiemanagers	=	divisiemanager
divisies	=	divisie
divisietje	=	divisie
divisietjes	=	divisie
divisionisme	noun	schilderwijze d.m.v. pointilleren (met puntjes schilderen)
divisionist	noun	club die in een bepaalde divisie speelt
divisionisten	=	divisionist
divo	noun	man die veel aandacht besteedt aan zijn uiterlijk
divo's	=	divo
divree	=	devar
diwaterstof	noun	is de belangrijkste enkelvoudige stof van het element waterstof.
diwaterstofcarbonaat	noun	H₂CO₃, verbinding die ontstaat bij het oplossen van koolzuurgas in water; zoals in veel bruisende frisdranken
diwaterstofmonoxide	noun	scheikundige term voor water (H₂O)
diwaterstofmonoxiden	=	diwaterstofmonoxide
diwaterstofmonoxidetje	=	diwaterstofmonoxide
diwaterstofmonoxidetjes	=	diwaterstofmonoxide
diwaterstofoxide	noun	scheikundige term voor water (H₂O).
diwaterstofsulfide	noun	scheikundige term voor de verbinding van twee waterstofatomen en één zwavel atoom (H₂S).
dix	=	vijfhonderdnegen
dixi	noun	verplaatsbaar tijdelijk toilet voor b.v. festivals en bouwplaatsen
dixi's	=	dixi
dixie	=	dixi
dixieland	noun	jazzachtige muziek afkomstig uit het zuiden van de Verenigde Staten
dixielanden	=	dixieland
dixielandmuziek	noun	jazzachtige muziek afkomstig uit het zuiden van de Verenigde Staten
dixielandmuziekje	=	dixielandmuziek
dixit	prep	volgens, aldus
dizuurstof	noun	de twee-atomige moleculaire vorm van het element zuurstof
dizzy	adj	duizelig, tijdelijk minder helder van geest of zeker in de bewegingen
dizzy's	=	dizzy
dizzyer	=	dizzy
dizzyere	=	dizzy
dizzyers	=	dizzy
dizzyst	=	dizzy
dizzyste	=	dizzy
diëgetisch	adj	alles wat binnen de fictieve wereld van een verhaal (film, boek) bestaat en door de personages zelf ervaren of gehoord kan worden, zoals dialogen, geluiden (telefoon, radio) of muziek die uit de actie voortkomt, in tegenstelling tot extradiëgetisch (of non-diëgetisch) geluid, dat alleen door het publiek wordt gehoord, zoals achtergrondmuziek of een voice-over
diëgetische	=	diëgetisch
diëgetischer	=	diëgetisch
diëgetischere	=	diëgetisch
diëgetischers	=	diëgetisch
diëlektrica	=	diëlektricum
diëlektricum	noun	Een diëlektricum is een materiaal waarvan de polarisatie een overheersende rol speelt ten opzichte van elektrische geleiding en magnetisatie.
diëlektrisch	adj	betrekking hebbend op het diëlektricum, de polariserende eigenschappen van een materiaal bij aanwezigheid van een elektrisch veld
diëlektrische	=	diëlektrisch
diëlektrischer	=	diëlektrisch
diëlektrischere	=	diëlektrisch
diëlektrischers	=	diëlektrisch
diënen	=	dieen
diëresis	noun	stijlfiguur waarbij in een woord een onbeklemtoonde klank wordt ingevoerd
diëresisje	=	diëresis
diëresisjes	=	diëresis
diëte	=	diëten
diëten	verb	aan een dieet deelnemen, zich aan een dieet onderwerpen
diëtend	=	diëten
diëtetiek	noun	leer over gezonde voeding en de toepassing van die leer in de gezondheidszorg
diëtetisch	adj	met betrekking tot de diëtetiek (voedingsleer)
diëtetische	=	diëtetisch
diëtetischer	=	diëtetisch
diëtetischere	=	diëtetisch
diëtetischers	=	diëtetisch
diëtist	noun	specialist op het gebied van voeding en voedingspatronen
diëtiste	noun	een vrouwelijke specialist op het gebied van voeding en voedingspatronen
diëtisten	=	diëtist
diëtistenopleiding	noun	leergang die opleidt tot specialist op het gebied van voeding en voedingspatronen
diëtistenopleidingen	=	diëtistenopleiding
diëtistenopleidinkje	=	diëtistenopleiding
diëtistenopleidinkjes	=	diëtistenopleiding
diëtistes	=	diëtiste
diëtistje	=	diëtist
diëtistjes	=	diëtist
dj	noun	verzorger van muziek op de radio, in een discotheek of op een danceparty
dj'de	=	dj'en
dj'den	=	dj'en
dj'e	=	dj'en
dj'en	verb	optreden als disc-jockey
dj'end	=	dj'en
dj'ende	=	dj'en
dj's	=	dj
dj't	=	dj'en
dj'tje	=	dj
dj'tjes	=	dj
dj-cafeetje	=	dj-café
dj-cafeetjes	=	dj-café
dj-café	noun	uitgaansgelegenheid waar je met anderen drankjes kan drinken terwijl een diskjockey voor muziek zorgt
dj-cafés	=	dj-café
djahé	noun	wortelstok van de gemberplant Zingiber officinale
djak	=	djakken
djakke	=	djakken
djakken	verb	hard klappen met een zweep
djakkend	=	djakken
djakkende	=	djakken
djakt	=	djakken
djakte	=	djakken
djakten	=	djakken
djalabib	=	djilbab
djampeamonarch	noun	Symposiachrus everetti een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
djampeamonarchen	=	djampeamonarch
djampeamonarchje	=	djampeamonarch
djampeamonarchjes	=	djampeamonarch
djampeaniltava	noun	Cyornis djampeanus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
djampeaniltava's	=	djampeaniltava
djampeaniltavaatje	=	djampeaniltava
djampeaniltavaatjes	=	djampeaniltava
djati	noun	bepaalde tropische boomsoort, Tectona grandis
djati's	=	djati
djatihout	noun	Tectona grandis hout van de djatiboom
djellaba	noun	een lang, losvallend gewaad met lange mouwen en vaak een soort capuchon, met name gedragen door Marokkanen
djellaba's	=	djellaba
djembee	=	djembeeën
djembeede	=	djembeeën
djembeeden	=	djembeeën
djembeet	=	djembeeën
djembeetje	=	djembé
djembeetjes	=	djembé
djembeeë	=	djembeeën
djembeeën	verb	bespelen van een type West-Afrikaanse trommel
djembeeënd	=	djembeeën
djembeeënde	=	djembeeën
djembé	noun	soort trommel die oorspronkelijk vooral bespeeld werd in West-Afrika
djembés	=	djembé
djembéspeler	noun	persoon die muziek maakt met een djembé
djembéspelers	=	djembéspeler
djembéspelertje	=	djembéspeler
djembéspelertjes	=	djembéspeler
djeroek	noun	boom of plant uit het geslacht Citrus zoals die in Indonesië groeien, bijvoorbeeld Citrus × aurantiifolia en Citrus hystrix
djeroeks	=	djeroek
djiboutiaan	noun	een inwoner van Djibouti, of iemand afkomstig uit Djibouti
djiboutiaans	adj	met betrekking tot of afkomstig van Djibouti
djiboutiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Djibouti, of een vrouw afkomstig uit Djibouti
djiboutiaansen	=	djiboutiaanse
djiboutiaanser	=	djiboutiaans
djiboutiaansere	=	djiboutiaans
djiboutiaansers	=	djiboutiaans
djiboutiaanst	=	djiboutiaans
djiboutiaanste	=	djiboutiaans
djiboutianen	=	djiboutiaan
djiboutifrankolijn	noun	Pternistis ochropectus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
djiboutifrankolijnen	=	djiboutifrankolijn
djiboutifrankolijntje	=	djiboutifrankolijn
djiboutifrankolijntjes	=	djiboutifrankolijn
djilbab	noun	ruime sluier die het lichaam van het hoofd tot de voeten bedekt, door traditionele moslimvrouwen buitenshuis gedragen over andere kleding
djilbabs	=	djilbab
djinn	noun	goed of boos magisch wezen (geest) in de Arabische cultuur
djinns	=	djinn
djoin	=	djoinen
djoinde	=	djoinen
djoinden	=	djoinen
djoine	=	djoinen
djoinen	verb	mee (gaan) doen, aansluiten bij
djoinend	=	djoinen
djoinende	=	djoinen
djoint	=	djoinen
djonko	=	jonk
djork	=	djorken
djorke	=	djorken
djorken	verb	het al of niet opzettelijk laten schokken van een auto door het plotseling laten opkomen van de koppeling
djorkend	=	djorken
djorkende	=	djorken
djorkt	=	djorken
djorkte	=	djorken
djorkten	=	djorken
djus	noun	vruchtensap
djuses	=	djus
dko	noun	deeltijds kunstonderwijs
dl	=	vijfhonderdvijftig
dli	=	vijfhonderdeenenvijftig
dlii	=	vijfhonderdtweeënvijftig
dliii	=	vijfhonderddrieënvijftig
dliv	=	vijfhonderdvierenvijftig
dlix	=	vijfhonderdnegenenvijftig
dlv	=	vijfhonderdvijfenvijftig
dlvi	=	vijfhonderdzesenvijftig
dlvii	=	vijfhonderdzevenenvijftig
dlviii	=	vijfhonderdachtenvijftig
dlx	=	vijfhonderdzestig
dlxi	=	vijfhonderdeenenzestig
dlxii	=	vijfhonderdtweeënzestig
dlxiii	=	vijfhonderddrieënzestig
dlxiv	=	vijfhonderdvierenzestig
dlxix	=	vijfhonderdnegenenzestig
dlxv	=	vijfhonderdvijfenzestig
dlxvi	=	vijfhonderdzesenzestig
dlxvii	=	vijfhonderdzevenenzestig
dlxviii	=	vijfhonderdachtenzestig
dlxx	=	vijfhonderdzeventig
dlxxi	=	vijfhonderdeenenzeventig
dlxxii	=	vijfhonderdtweeënzeventig
dlxxiii	=	vijfhonderddrieënzeventig
dlxxiv	=	vijfhonderdvierenzeventig
dlxxix	=	vijfhonderdnegenenzeventig
dlxxv	=	vijfhonderdvijfenzeventig
dlxxvi	=	vijfhonderdzesenzeventig
dlxxvii	=	vijfhonderdzevenenzeventig
dlxxviii	=	vijfhonderdachtenzeventig
dlxxx	=	vijfhonderdtachtig
dlxxxi	=	vijfhonderdeenentachtig
dlxxxii	=	vijfhonderdtweeëntachtig
dlxxxiii	=	vijfhonderddrieëntachtig
dlxxxiv	=	vijfhonderdvierentachtig
dlxxxix	=	vijfhonderdnegenentachtig
dlxxxv	=	vijfhonderdvijfentachtig
dlxxxvi	=	vijfhonderdzesentachtig
dlxxxvii	=	vijfhonderdzevenentachtig
dlxxxviii	=	vijfhonderdachtentachtig
dna	noun	) hoogmoleculaire verbinding die de basis van de genen en chromosomen vormt
dna's	=	dna
dna-bank	noun	een databank waarin vele DNA-profielen bewaard worden
dna-banken	=	dna-bank
dna-bankje	=	dna-bank
dna-bankjes	=	dna-bank
dna-databank	noun	plaats waar het DNA van veel verschillende organismen wordt bewaard; plaats waar DNA-profielen worden bewaard
dna-databanken	=	dna-databank
dna-gegevens	noun	informatie over het DNA van een organisme of een specimen
dna-materiaal	noun	een stof die de drager is van erfelijke eigenschappen
dna-materialen	=	dna-materiaal
dna-monster	noun	een kleine hoeveelheid DNA die men voor onderzoek gebruikt
dna-monsters	=	dna-monster
dna-onderzoek	noun	het vergelijken van DNA-profielen met elkaar
dna-onderzoeken	=	dna-onderzoek
dna-onderzoeker	noun	persoon die onderzoek doet naar DNA; persoon die DNA gebruikt voor zijn of haar onderzoek
dna-onderzoekers	=	dna-onderzoeker
dna-onderzoekje	=	dna-onderzoek
dna-onderzoekjes	=	dna-onderzoek
dna-profiel	noun	in pieken de DNA-kenmerken weergegeven van een mens of ander wezen
dna-profielen	=	dna-profiel
dna-profieltje	=	dna-profiel
dna-profieltjes	=	dna-profiel
dnb	noun	De Nederlandse Bank de naam van de centrale bank van Nederland
do	noun	een bepaalde toon, die de grondtoon van een melodie aangeeft
do's	=	do
dobbel	=	dobbelen
dobbelaar	noun	iemand die regelmatig met dobbelstenen speelt
dobbelaars	=	dobbelaar
dobbelbeker	noun	een beker waarin je dobbelstenen schudt om ze willekeurig te laten vallen
dobbelbekers	=	dobbelbeker
dobbelbekertje	=	dobbelbeker
dobbelbekertjes	=	dobbelbeker
dobbelde	=	dobbelen
dobbelden	=	dobbelen
dobbele	=	dobbelen
dobbelen	verb	het spelen van een kansspel door het werpen van dobbelstenen, vaak om geld
dobbelend	=	dobbelen
dobbelende	=	dobbelen
dobbelspel	noun	de specifieke keer dat men een spel speelt met dobbelstenen
dobbelspelen	=	dobbelspel
dobbelspellen	=	dobbelspel
dobbelspelletje	=	dobbelspel
dobbelsteen	noun	kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen één tot en met zes
dobbelsteenslang	noun	Natrix tessellata een slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie waterslangen (Natricinae)
dobbelsteenslangen	=	dobbelsteenslang
dobbelsteenslangetje	=	dobbelsteenslang
dobbelsteenslangetjes	=	dobbelsteenslang
dobbelsteensprinkhaan	noun	Tessellana tessellata een rechtvleugelig insect uit de familie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae), onderfamilie Tettigoniinae.
dobbelsteensprinkhaantje	=	dobbelsteensprinkhaan
dobbelsteensprinkhaantjes	=	dobbelsteensprinkhaan
dobbelsteensprinkhanen	=	dobbelsteensprinkhaan
dobbelsteentje	=	dobbelsteen
dobbelsteentjes	=	dobbelsteen
dobbelstenen	=	dobbelsteen
dobbelt	=	dobbelen
dobber	noun	aan de vislijn bevestigd drijvend voorwerp dat onder water verdwijnt bij het vangen van een vis
dobberde	=	dobberen
dobberden	=	dobberen
dobbere	=	dobberen
dobberen	verb	stuurloos op de golven op en neer bewegen
dobberend	=	dobberen
dobberende	=	dobberen
dobbers	=	dobber
dobbert	=	dobberen
dobbertje	=	dobber
dobbertjes	=	dobber
dobermann	noun	bepaald ras van grote honden
dobermannpincher	noun	Duits ras van grote, slanke zwart-bruine honden die vaak als waakhond worden gebruikt
dobermannpinchers	=	dobermannpincher
dobermanns	=	dobermann
dobostaart	noun	goed houdbaar gebak dat bestaat uit zes laagjes biscuitdeeg met daartussen laagjes chocoladecrème en afgedekt met karamelglazuur
dobostaarten	=	dobostaart
doceer	=	doceren
doceerde	=	doceren
doceerden	=	doceren
doceert	=	doceren
docent	noun	iemand die les geeft (bij het voortgezet of hoger onderwijs)
docente	noun	vrouwelijke docent, vrouwelijke leraar, vrouwelijke vorm van docent
docenten	=	docent
docentencorps	=	docentenkorps
docentendeel	noun	een boek of schrift dat bij een onderwijsmethode hoort en de docentenhandleiding bevat
docentendeeltje	=	docentendeel
docentendeeltjes	=	docentendeel
docentendelen	=	docentendeel
docentenhandleiding	noun	een boek of schrift dat bij een onderwijsmethode hoort en waarin staat hoe men de lessen kan invullen
docentenhandleidingen	=	docentenhandleiding
docentenhandleidinkje	=	docentenhandleiding
docentenhandleidinkjes	=	docentenhandleiding
docentenkamer	noun	de ruimte waarin leraren tijdens de pauzes verblijven; ruimte waarin in een schoolgebouw waarin studenten en leerlingen niet mogen komen
docentenkamers	=	docentenkamer
docentenkamertje	=	docentenkamer
docentenkamertjes	=	docentenkamer
docentenkorps	noun	de gezamenlijke docenten van een onderwijsinstelling
docentenkorpsen	=	docentenkorps
docentenopleiding	noun	studie om leraar te worden op een middelbare school
docentenopleidingen	=	docentenopleiding
docentenopleidinkje	=	docentenopleiding
docentenopleidinkjes	=	docentenopleiding
docententeam	noun	groep leraren die samen lesgeven op een middelbare school
docententeams	=	docententeam
docententekort	noun	gebrek aan leraren voor het middelbare onderwijs
docententekorten	=	docententekort
docentenvergadering	noun	vergadering van docenten
docentenvergaderingen	=	docentenvergadering
docentenvergaderingetje	=	docentenvergadering
docentenvergaderingetjes	=	docentenvergadering
docentes	=	docente
docentje	=	docent
docentjes	=	docent
docentschap	noun	wat de functie van docent zoal inhoudt
docentschapje	=	docentschap
docentschapjes	=	docentschap
docentschappen	=	docentschap
docere	=	doceren
doceren	verb	een universitair college verzorgen
docerend	=	doceren
docerende	=	doceren
docetisme	noun	als ketters beschouwde theorieën volgens welke Christus slechts over een schijnlichaam zou beschikken
docetismus	=	docetisme
doch	conj	nevenschikkend voegwoord dat een contrasterend verband uitdrukt (formeler dan maar)
docht	=	dunken
dochte	=	dunken
dochten	=	dunken
dochter	noun	een vrouwelijk kind
dochterbank	noun	bank die deel uitmaakt van een bankconcern
dochterbanken	=	dochterbank
dochterbedrijf	noun	onderneming waarin een andere onderneming (het moederbedrijf) minstens voor de helft de baas is
dochterbedrijfje	=	dochterbedrijf
dochterbedrijfjes	=	dochterbedrijf
dochterbedrijven	=	dochterbedrijf
dochterholding	noun	een onderneming die geheel of gedeeltelijk eigendom is van een andere onderneming, de zogenaamde moedermaatschappij of holding
dochterholdings	=	dochterholding
dochterholdinkje	=	dochterholding
dochterholdinkjes	=	dochterholding
dochterlief	noun|humorous	dochter
dochtermaatschappij	noun	min of mee zelfstandig functionerend bedrijf waarvan de aandelen in bezit zijn van een holding of moedermaatschappij
dochtermaatschappijen	=	dochtermaatschappij
dochtermaatschappijtje	=	dochtermaatschappij
dochtermaatschappijtjes	=	dochtermaatschappij
dochteronderneming	noun	een onderneming die geheel of gedeeltelijk eigendom is van een andere (moeder)onderneming
dochterondernemingen	=	dochteronderneming
dochteronderneminkje	=	dochteronderneming
dochteronderneminkjes	=	dochteronderneming
dochters	noun	genitief van dochter
dochtertaal	noun	een taal die is ontstaan uit een andere taal
dochtertalen	=	dochtertaal
dochtertje	=	dochter
dochtertjes	=	dochter
dochtervennootschap	noun	bedrijf waarvan de aandelen in handen zijn van een ander bedrijf
dochtervennootschappen	=	dochtervennootschap
dociel	adj	volgzaam.
dociele	=	dociel
docieler	=	dociel
docielere	=	dociel
docielers	=	dociel
dociels	=	dociel
docielst	=	dociel
docielste	=	dociel
dociliteit	noun	het dociel (volgzaam) zijn
docimologen	=	docimoloog
docimologie	noun	de waardebepaling of de beoordeling van het didactisch gebeuren en de bewaking van de kwaliteit daarvan
docimoloog	noun	expert in kwaliteitsbewaking van didactische testen, ook wel methodoloog genoemd
docimoloogje	=	docimoloog
docimoloogjes	=	docimoloog
dockingstation	noun	een apparaat waarmee een elektronische verbinding kan worden gemaakt tussen apparaten
dockingstationnetje	=	dockingstation
dockingstationnetjes	=	dockingstation
dockingstations	=	dockingstation
doctor	noun	een academicus die een goedgekeurd proefschrift heeft geschreven
doctoraal	noun	doctoraal examen	adj	betrekking hebbend op, deel uitmakend van de laatste fase van de universitaire studie
doctoraalexamen	noun	examen waarmee men zijn wetenschappelijke opleiding in Nederland afsloot
doctoraalexamens	=	doctoraalexamen
doctoraalexamentje	=	doctoraalexamen
doctoraalexamentjes	=	doctoraalexamen
doctoraalopleiding	noun	wetenschappelijke opleiding voor het doctoraalexamen
doctoraalopleidingen	=	doctoraalopleiding
doctoraalopleidinkje	=	doctoraalopleiding
doctoraalopleidinkjes	=	doctoraalopleiding
doctoraals	=	doctoraal
doctoraalscriptie	noun	verslag van een wetenschappelijk onderzoek dat men doet om af te studeren aan een universiteit
doctoraalscripties	=	doctoraalscriptie
doctoraalst	=	doctoraal
doctoraalste	=	doctoraal
doctoraalstudent	noun	student die zich voorbereidde op het doctoraal
doctoraalstudenten	=	doctoraalstudent
doctoraalstudentje	=	doctoraalstudent
doctoraalstudentjes	=	doctoraalstudent
doctoraalstudie	noun	een onderzoek dat men doet als afronding van een masteropleiding aan een universiteit of hogeschool
doctoraalstudies	=	doctoraalstudie
doctoraat	noun	het hoogste diploma dat aan een universiteit behaald kan worden
doctoraatje	=	doctoraat
doctoraatjes	=	doctoraat
doctoraatsopleiding	noun	universitair traject (derde cyclus) waarin een onderzoeker, vaak een promovendus of doctorandus genoemd, zelfstandig wetenschappelijk onderzoek verricht onder begeleiding van een promotor.
doctoraatsopleidingen	=	doctoraatsopleiding
doctoraatsopleidinkje	=	doctoraatsopleiding
doctoraatsopleidinkjes	=	doctoraatsopleiding
doctorale	=	doctoraal
doctoralen	=	doctoraal
doctoraler	=	doctoraal
doctoralere	=	doctoraal
doctoralers	=	doctoraal
doctoranda	noun	vrouwspersoon die het doctoraal examen heeft gedaan
doctoranda's	=	doctoranda
doctorandae	=	doctoranda
doctorandi	=	doctorandus
doctorandus	noun	iemand die het doctoraal examen heeft gedaan
doctorandusje	=	doctorandus
doctorandussen	=	doctorandus
doctorandustitel	noun	titel die men mag voeren als men afgestudeerd is aan een universiteit
doctorandustitels	=	doctorandustitel
doctoraten	=	doctoraat
doctoreer	=	doctoreren
doctoreerde	=	doctoreren
doctoreerden	=	doctoreren
doctoreert	=	doctoreren
doctoren	=	doctor
doctorere	=	doctoreren
doctoreren	verb	een proefschrift schrijven en verdedigen om de academisch graad van doctor in een bepaalde wetenschap te verkrijgen
doctorerend	=	doctoreren
doctorerende	=	doctoreren
doctores	noun	vrouw die een proefschrift geschreven en succesvol verdedigd heeft
doctoressen	=	doctores
doctors	=	doctor
doctorsbul	noun	officieel stuk waarop staat dat men is gepromoveerd aan een universiteit na het geschreven hebben van een proefschrift
doctorsbullen	=	doctorsbul
doctorsgraad	noun	titel die men behaalt na het promoveren aan een universiteit
doctorsgraadje	=	doctorsgraad
doctorsgraden	=	doctorsgraad
doctorstitel	noun	de officiële titel die iemand mag voeren na het schrijven en het verdedigen van een proefschrift
doctorstitels	=	doctorstitel
doctortje	=	doctor
doctortjes	=	doctor
doctrinair	adj	streng vasthoudend aan eenmaal aanvaarde leerstellingen, leerstellig
doctrinairder	=	doctrinair
doctrinairdere	=	doctrinair
doctrinairders	=	doctrinair
doctrinaire	=	doctrinair
doctrinairs	=	doctrinair
doctrinairst	=	doctrinair
doctrinairste	=	doctrinair
doctrine	noun	een verzameling leerstellingen of dogma's die niet ter discussie staan
doctrines	=	doctrine
doctrinetje	=	doctrine
docu	noun	op feiten gebaseerde film- of videoproductie
docu's	=	docu
docudrama	noun	op de werkelijkheid berustend drama
docudrama's	=	docudrama
docudramaatje	=	docudrama
docudramaatjes	=	docudrama
document	noun	een geschrift met belangrijke gegevens, of waaraan een zekere literaire betekenis wordt toegekend
documentair	adj	op documenten berustend, als document dienend
documentairder	=	documentair
documentairdere	=	documentair
documentairders	=	documentair
documentaire	noun	een op waarheid beruste film
documentairefestival	noun	feestelijke bijeenkomst waar men op waarheid berustende films presenteert
documentairefestivals	=	documentairefestival
documentairefilm	noun	een op feiten gebaseerde film
documentairefilms	=	documentairefilm
documentairemaakster	noun	vrouw die een non-fictie film maakt
documentairemaaksters	=	documentairemaakster
documentairemaker	noun	iemand die een op feiten gebaseerde film maakt waarin hij een beeld tracht te geven van een aspect uit de realiteit
documentairemakers	=	documentairemaker
documentaireprogramma	noun	op feiten gebaseerd radio- of televisieprogramma
documentaireprogramma's	=	documentaireprogramma
documentaires	=	documentaire
documentaireserie	noun	een reeks televisieprogramma's over een waargebeurde geschiedenis
documentaireseries	=	documentaireserie
documentairetje	=	documentaire
documentairetjes	=	documentaire
documentairs	=	documentair
documentairst	=	documentair
documentairste	=	documentair
documentalist	noun	iemand die belast is met het bijhouden van het archief
documentalisten	=	documentalist
documentarist	noun	vervaardiger van documentaire films
documentaristen	=	documentarist
documentatie	noun	geschreven materiaal dat een bepaald onderwerp om- en beschrijft
documentatiecentra	=	documentatiecentrum
documentatiecentrum	noun	instelling die informatie verzamelt en bewaart over een bepaald onderwerp
documentatiecentrums	=	documentatiecentrum
documentatiemap	noun	map met informatie over een bepaald persoon of onderwerp
documentatiemapje	=	documentatiemap
documentatiemapjes	=	documentatiemap
documentatiemappen	=	documentatiemap
documentatiemateriaal	noun	geschreven bronnen waarin men achtergrondinformatie over een bepaald onderwerp kan vinden
documentatiematerialen	=	documentatiemateriaal
documentaties	=	documentatie
documentatiesysteem	noun	een algemene benaming voor een systeem, dat specifieke gegevens opslaat in documenten
documentatiesysteempje	=	documentatiesysteem
documentatiesysteempjes	=	documentatiesysteem
documentatiesystemen	=	documentatiesysteem
documenteer	=	documenteren
documenteerde	=	documenteren
documenteerden	=	documenteren
documenteert	=	documenteren
documenten	=	document
documentere	=	documenteren
documenteren	verb	onderbouwen, staven met documenten
documenterend	=	documenteren
documenterende	=	documenteren
documentje	=	document
documentjes	=	document
documentvernietiger	noun	mechanisch apparaat dat wordt gebruikt om papier in stroken of kleine snippers te snijden
documentvernietigers	=	documentvernietiger
documentvernietigertje	=	documentvernietiger
documentvernietigertjes	=	documentvernietiger
documentwijziging	noun	Een documentwijziging verwijst naar elke aanpassing, toevoeging, verwijdering of verbetering van de inhoud of opmaak van een bestaand bestand.
documentwijzigingen	=	documentwijziging
documentwijzigingetje	=	documentwijziging
documentwijzigingetjes	=	documentwijziging
docusoap	noun	combinatie van documentaire en soap
docusoaperig	adj	op een docusoap gelijkend
docusoaperige	=	docusoaperig
docusoaperiger	=	docusoaperig
docusoaperigere	=	docusoaperig
docusoaperigers	=	docusoaperig
docusoaperigs	=	docusoaperig
docusoaperigst	=	docusoaperig
docusoaperigste	=	docusoaperig
docusoapje	=	docusoap
docusoapjes	=	docusoap
docusoaps	=	docusoap
dodaars	noun	bepaald soort watervogel, Tachybaptus ruficollis, met roodbruine nek
dodaarsje	=	dodaars
dodaarsjes	=	dodaars
dodaarzen	=	dodaars
doddel	=	doddelen
doddelde	=	doddelen
doddelden	=	doddelen
doddele	=	doddelen
doddelen	verb	met een dubbele, dikke of zware tong spreken of zeggen
doddelend	=	doddelen
doddelende	=	doddelen
doddelt	=	doddelen
doddengras	noun	een geslacht Phleum uit de grassenfamilie (Poaceae).
doddengrasje	=	doddengras
doddengrasjes	=	doddengras
doddengrassen	=	doddengras
dodder	noun	Camelina sativa huttentut
dodderig	adj	schattig, snoeperig, lieflijk
dodderige	=	dodderig
dodderiger	=	dodderig
dodderigere	=	dodderig
dodderigers	=	dodderig
dodderigs	=	dodderig
dodderigst	=	dodderig
dodderigste	=	dodderig
dodders	=	dodder
doddertje	=	dodder
doddertjes	=	dodder
doddig	adj	op een zachte manier lief
doddige	=	doddig
doddiger	=	doddig
doddigere	=	doddig
doddigers	=	doddig
doddigs	=	doddig
doddigst	=	doddig
doddigste	=	doddig
dode	noun	iemand die dood is, een gestorvene, overledene, lijk
dodecaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₁₂H₂₆
dodecafonie	noun	een compositietechniek waarbij uitgegaan wordt van twaalf gelijkwaardige tonen binnen een octaaf
dodecafonisch	adj	de dodecafonie betreffend	adv	volgens de theorie van de dodecafonie
dodecafonische	=	dodecafonisch
dodecanen	=	dodecaan
dodecaëder	noun	een regelmatig veelvlak bestaande uit twaalf vijfhoeken
dodecaëders	=	dodecaëder
dodecaëdertje	=	dodecaëder
dodecaëdertjes	=	dodecaëder
dodehoekspiegel	noun	spiegel die dient om de ruimten rond een voertuig die de chauffeur vanuit het voertuig niet kan waarnemen te verkleinen en dan vooral de ruimte rechts van het voertuig
dodehoekspiegels	=	dodehoekspiegel
dodekop	noun	rozerood
dodekoppen	=	dodekop
dodelijk	adj	de dood veroorzakend
dodelijke	=	dodelijk
dodelijker	=	dodelijk
dodelijkere	=	dodelijk
dodelijkers	=	dodelijk
dodelijkheid	noun	het vermogen om te kunnen doden
dodelijks	=	dodelijk
dodelijkst	=	dodelijk
dodelijkste	=	dodelijk
dodeman	noun	veiligheidsfunctie van een apparaat of machine die er voor zorgt dat het apparaat stopt als de bediener van het apparaat onwel wordt
dodemansduim	noun	Alcyonium digitatum een zachte koraalsoort (orde Alcyonacea) uit de familie lederkoralen (Alcyoniidae).
dodemansduimen	=	dodemansduim
dodemansduimpje	=	dodemansduim
dodemansduimpjes	=	dodemansduim
dodemansknop	noun	schakelaar die wordt toegepast bij machines en toestellen waar de aanwezigheid en aandacht van de bediener essentieel is voor de veiligheid; de knop zorgt ervoor dat de machine automatisch uitgeschakeld wordt en tot stilstand komt als de machinist onwel wordt of van de machine valt
dodemansknoppen	=	dodemansknop
dodemansrit	noun	een zeer gevaarlijk tocht met een vervoermiddel op wielen; tocht waarbij mensen overlijden
dodemansritje	=	dodemansrit
dodemansritjes	=	dodemansrit
dodemansritten	=	dodemansrit
dodemansvingers	noun	Oenanthe crocata een giftige, vaste plant die behoort tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
doden	verb	van het leven beroven, vermoorden
dodenaantal	noun	het aantal overleden personen door een bepaalde gebeurtenis
dodenaantallen	=	dodenaantal
dodenakker	noun	plaats waar mensen begraven worden na hun overlijden
dodenakkers	=	dodenakker
dodenakkertje	=	dodenakker
dodenakkertjes	=	dodenakker
dodenboek	noun	een boek waarin de namen van overledenen worden geschreven
dodenboeken	=	dodenboek
dodenboekje	=	dodenboek
dodenboekjes	=	dodenboek
dodencel	noun	gevangeniscel waarin een ter dood veroordeelde verblijft
dodencellen	=	dodencel
dodencelletje	=	dodencel
dodencelletjes	=	dodencel
dodencijfer	noun	aantal mensen die bij een bepaalde gebeurtenis zijn gestorven
dodencijfers	=	dodencijfer
dodend	adj	van iets dat het een levend organisme doodt
dodendans	noun	de (vermeende) dans van De Dood die de levenden naar het hiernamaals brengt
dodendansen	=	dodendans
dodendansje	=	dodendans
dodende	=	doden
dodender	=	dodend
dodendere	=	dodend
dodenders	=	dodend
dodends	=	dodend
dodendst	=	dodend
dodendste	=	dodend
dodengraver	=	doodgraver
dodenherdenking	noun	het herdenken van de doden die vielen in de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder op 4 mei
dodenherdenkingen	=	dodenherdenking
dodenherdenkinkje	=	dodenherdenking
dodenherdenkinkjes	=	dodenherdenking
dodenhuis	noun	huis waar een lijk ligt opgebaard
dodenhuisje	=	dodenhuis
dodenhuisjes	=	dodenhuis
dodenhuizen	=	dodenhuis
dodenkamp	noun	gevangenkamp of concentratiekamp waar mensen worden of werden vermoord
dodenkampen	=	dodenkamp
dodenkampje	=	dodenkamp
dodenkampjes	=	dodenkamp
dodenlijst	noun	opsomming van overledenen of gesneuvelden
dodenlijsten	=	dodenlijst
dodenlijstje	=	dodenlijst
dodenlijstjes	=	dodenlijst
dodenmars	noun	muziekstuk voor een begrafenis of herdenking van de overledenen geschreven als een mars in mineur
dodenmarsen	=	dodenmars
dodenmasker	noun	een afgietsel van het gelaat van een dood persoon, gewoonlijk gemaakt van was of gips
dodenmaskers	=	dodenmasker
dodenmaskertje	=	dodenmasker
dodenmaskertjes	=	dodenmasker
dodenmis	noun	een mis opgedragen voor een overledene
dodenmisje	=	dodenmis
dodenmisjes	=	dodenmis
dodenmissen	=	dodenmis
dodenofficie	noun	erendienst voor een dode
dodenrijk	noun	de plaats waar de overledenen naar toegaan
dodenrijken	=	dodenrijk
dodenrit	noun	een heel gevaarlijke, roekeloze tocht in een vervoermiddel op wielen
dodenritje	=	dodenrit
dodenritjes	=	dodenrit
dodenritten	=	dodenrit
dodens	noun	genitief van doden
dodensprong	noun	koprol in de lucht
dodensprongen	=	dodensprong
dodenstad	noun	grote begraafplaats
dodenstadje	=	dodenstad
dodenstadjes	=	dodenstad
dodensteden	=	dodenstad
dodental	noun	het aantal doden bij een oorlog, ramp of ongeluk
dodentallen	=	dodental
dodentol	noun	het aantal dodelijke slachtoffers bij een ramp of ongeluk
dodentollen	=	dodentol
dodentor	noun	Blaps mortisaga een kever uit de familie zwartlijven (Tenebrionidae).
dodentorren	=	dodentor
dodentorretje	=	dodentor
dodentorretjes	=	dodentor
dodenverering	noun	het aanroepen van en bewijzen van eer aan hen die zijn overleden
dodenvereringen	=	dodenverering
dodenwacht	noun	organisatie die waakt bij de doden
dodenwachten	=	dodenwacht
dodenwagen	noun	wagen waarin een lijk wordt vervoerd
dodenwagens	=	dodenwagen
dodenwagentje	=	dodenwagen
dodenwagentjes	=	dodenwagen
dodenwake	noun	groep mensen die waakt bij een overledene
dodenwaken	=	dodenwake
dodenwakes	=	dodenwake
dodenweg	noun	gevaarlijke verkeersweg, waarop veel dodelijke ongelukken gebeuren
dodenwegen	=	dodenweg
doder	noun	iemand die een levend wezen doodmaakt
dodere	=	dood
doders	=	doder
dodertje	=	doder
dodertjes	=	doder
dodijn	=	dodijnen
dodijnde	=	dodijnen
dodijnden	=	dodijnen
dodijne	=	dodijnen
dodijnen	verb	zacht wiegen en in slaap zingen
dodijnend	=	dodijnen
dodijnende	=	dodijnen
dodijnt	=	dodijnen
doding	noun	het doden
dodingen	=	doding
dodinkje	=	doding
dodinkjes	=	doding
dodo	noun	uitgestorven loopvogel op Mauritius Raphus cucullatus
dodo's	noun	Raphinae een uitgestorven onderfamilie van vogels, die behoren tot de familie van de duiven (Columbidae)
dodootje	=	dodo
dodootjes	=	dodo
doe	=	doen
doe-economie	noun	economie waarbinnen problemen direct daadkrachtig worden aangepakt zonder er alleen maar uitvoering over te discussiëren
doe-economieën	=	doe-economie
doe-het-zelf	noun	een benaming voor een creatieve of constructieve activiteit die door de consument zelf wordt gedaan
doe-het-zelfafdeling	noun	deel van een winkel(keten) dat materialen en gereedschappen verkoopt voor de klusser
doe-het-zelfafdelingen	=	doe-het-zelfafdeling
doe-het-zelfartikel	noun	artikel voor de doe-het-zelver
doe-het-zelfartikelen	=	doe-het-zelfartikel
doe-het-zelfartikels	=	doe-het-zelfartikel
doe-het-zelfartikeltje	=	doe-het-zelfartikel
doe-het-zelfartikeltjes	=	doe-het-zelfartikel
doe-het-zelfdiagnose	noun	het stellen van een medische diagnose zonder raadpleging van een arts
doe-het-zelfdiagnosen	=	doe-het-zelfdiagnose
doe-het-zelfdiagnoses	=	doe-het-zelfdiagnose
doe-het-zelfkassa	noun	plaats waar een klant zonder hulp van personeel kan afrekenen
doe-het-zelfkassa's	=	doe-het-zelfkassa
doe-het-zelfketen	noun	groep bouwmarkten die opereren onder één naam
doe-het-zelfketens	=	doe-het-zelfketen
doe-het-zelfmakelaar	noun	iemand die bemiddelt bij de aan- en verkoop van huizen maar waarbij de klant veel zelf kan doen zodat de makelaarskosten beperkt blijven
doe-het-zelfmakelaars	=	doe-het-zelfmakelaar
doe-het-zelfmakelaren	=	doe-het-zelfmakelaar
doe-het-zelfwinkel	noun	winkel waar men doe-het-zelfartikelen verkoopt
doe-het-zelfwinkels	=	doe-het-zelfwinkel
doe-het-zelfzaak	noun	winkel waar de doe-het-zelver zijn materialen en gereedschappen kan kopen
doe-het-zelfzaken	=	doe-het-zelfzaak
doe-het-zelven	verb	iets zelf construeren in plaats van het over te laten aan mensen die dat als beroep doen
doe-het-zelvend	=	doe-het-zelven
doe-het-zelvende	=	doe-het-zelven
doe-het-zelver	noun	iemand die zelf iets doet of maakt wat anderen laten doen door een vakman
doe-het-zelvers	=	doe-het-zelver
doe-het-zelvertje	=	doe-het-zelver
doe-het-zelvertjes	=	doe-het-zelver
doe-vakantie	noun	een vakantie waarbij men een actief bezig is met een bepaalde activiteit
doe-vakanties	=	doe-vakantie
doe-vakantietje	=	doe-vakantie
doe-vakantietjes	=	doe-vakantie
doeactiviteit	noun	praktische, fysieke bezigheid
doeactiviteiten	=	doeactiviteit
doeblan	noun	inheemse militair
doeblang	noun	inheemse militair
doeblangs	=	doeblang
doeblans	=	doeblan
doeboek	noun	boek dat men kan gebruiken bij het verrichten van een praktische, fysieke activiteit
doeboeken	=	doeboek
doeboekje	=	doeboek
doeboekjes	=	doeboek
doechan	noun	verhoogde ruimte voor de ark in de synagoge
doechen	noun	verhoogde ruimte voor de ark in de synagoge
doechende	=	doechenen
doechenden	=	doechenen
doechene	=	doechenen
doechenen	verb	uitspreken van de priesterzegen door de kohaniem (koheen) in de synagoge
doechenend	=	doechenen
doechenende	=	doechenen
doechent	=	doechenen
doedag	noun	periode van 24 uur waarop de deelnemers een praktische, fysieke activiteit verrichten
doedagen	=	doedag
doedel	noun	doedelzak
doedelde	=	doedelen
doedelden	=	doedelen
doedele	=	doedelen
doedelen	verb	op een doedelzak spelen
doedelend	=	doedelen
doedelende	=	doedelen
doedels	=	doedel
doedelt	=	doedelen
doedeltje	=	doedel
doedeltjes	=	doedel
doedelzak	noun	een rietinstrument waarbij het riet indirect bespeeld wordt via een luchtzak
doedelzakje	=	doedelzak
doedelzakjes	=	doedelzak
doedelzakken	=	doedelzak
doedelzakmuziek	noun	met een doedelzak gemaakte muziek
doedelzakmuziekje	=	doedelzakmuziek
doedelzakpijp	noun	elk van de fluiten die zijn verbonden met een luchtkamer en zo samen een pijpzak vormen
doedelzakpijpen	=	doedelzakpijp
doedelzakspeler	noun	iemand die het muziekinstrument de doedelzak bespeeld
doedelzakspelers	=	doedelzakspeler
doedelzakspelertje	=	doedelzakspeler
doedelzakspelertjes	=	doedelzakspeler
doeding	noun	iets waarmee je bezig kunt zijn
doedingen	=	doeding
doedingetje	=	doeding
doedingetjes	=	doeding
doeg	intj|informal	een begroeting of afscheidsgroet
doei	intj|informal	een begroeting of afscheidsgroet
doeide	=	doeien
doeiden	=	doeien
doeie	=	doeien
doeien	verb	een korte afscheidsgroet geven, afscheid nemen door "doei" te zeggen
doeiend	=	doeien
doeit	=	doeien
doejoeng	=	doejong
doejong	noun	bepaald soort in het water levend zoogdier, Dugong dugon, dat voorkomt langs de kusten van de Indische Oceaan en het zuidwesten van de Stille Oceaan
doejongetje	=	doejong
doejongs	noun	Dugongidae een familie van zeekoeien uit de grote en de Indische Oceaan.
doek	noun	lap stof, bijvoorbeeld voor het poetsen of stof afnemen
doeken	=	doek
doekje	=	doek
doekjes	=	doek
doekoe	noun|informal	geld, poen
doekoen	noun	beoefenaar van de volksgeneeskunde
doekoens	=	doekoen
doekoentje	=	doekoen
doekoes	=	doekoe
doeks	noun	een geslacht Pygathrix van zoogdieren uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae)
doel	noun	het punt waarop men zich richt
doelbewust	adj	met een duidelijk doel voor ogen, opzettelijk
doelbewuste	=	doelbewust
doelbewuster	=	doelbewust
doelbewustere	=	doelbewust
doelbewusters	=	doelbewust
doelbewustheid	noun	de mate waarin iets of iemand gericht is op het bereiken van een bepaald eind resultaat
doelbewusts	=	doelbewust
doelbewustst	=	doelbewust
doelbewustste	=	doelbewust
doelbinding	noun	een kernbeginsel van de AVG (privacywetgeving) dat inhoudt dat persoonsgegevens alleen voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doelen verzameld en verwerkt mogen worden.
doelbindingen	=	doelbinding
doelbindinkje	=	doelbinding
doelbindinkjes	=	doelbinding
doelde	=	doelen
doelden	=	doelen
doele	=	doelen
doeleinde	noun	wat je uiteindelijk wilt bereiken, doel
doeleinden	=	doeleinde
doeleindes	=	doeleinde
doeleindje	=	doeleinde
doeleindjes	=	doeleinde
doelen	verb	~ op: verwijzen naar iets	noun	schietbaan, oefenplaats van de vroegere schutterij
doelend	=	doelen
doelende	=	doelen
doelens	=	doelen
doelentje	=	doelen
doelentjes	=	doelen
doelgebied	noun	rechthoekig deel van een voetbalveld dat dicht bij het doel ligt
doelgebieden	=	doelgebied
doelgebiedje	=	doelgebied
doelgebiedjes	=	doelgebied
doelgemiddelde	noun	totale score van een ploeg over een aantal wedstrijden minus het aantal tegendoelpunten
doelgemiddelden	=	doelgemiddelde
doelgemiddeldes	=	doelgemiddelde
doelgericht	adj	van een actie dat men er een duidelijk doel mee wil en kan bereiken
doelgerichte	=	doelgericht
doelgerichter	=	doelgericht
doelgerichtere	=	doelgericht
doelgerichters	=	doelgericht
doelgerichtheid	noun	de mate waarin men recht op het beoogde resultaat afgaat
doelgerichts	=	doelgericht
doelgerichtst	=	doelgericht
doelgerichtste	=	doelgericht
doelgevaar	noun	de kans om te scoren in een wedstrijd
doelgevaren	=	doelgevaar
doelgroep	noun	groep waarop een initiatief gericht is
doelgroepanalyse	noun	onderzoek naar een deel van een populatie met betrekking tot een bepaald vraagstuk
doelgroepanalysen	=	doelgroepanalyse
doelgroepanalyses	=	doelgroepanalyse
doelgroepen	=	doelgroep
doelgroepenbeleid	noun	een plan van aanpak dat speciaal gericht is op één bepaald deel van de bevolking
doelgroepje	=	doelgroep
doelgroepjes	=	doelgroep
doelhout	noun	de rand van een doel bestaande uit de beide doelpalen aan de zijkant en de lat boven het doel
doelkader	noun	de paal en de lat van het doel bij voetballen
doelkaders	=	doelkader
doelkans	noun	mogelijkheid om te scoren bij een wedstrijd waarbij men een bal voorbij de keeper in een doel moet brengen zoals bij voetbal, handbal en hockey
doelkansen	=	doelkans
doelkansje	=	doelkans
doelkansjes	=	doelkans
doellat	noun	de balk aan de bovenkant van een (voetbal)doel
doellatten	=	doellat
doellieden	=	doelman
doellijn	noun	de lijn die het doel scheidt van de rest van het veld
doellijnbewaking	noun	apparatuur die de doellijn in de gaten houdt zodat men kan controleren of er gescoord is
doellijnbewakingen	=	doellijnbewaking
doellijnbewakinkje	=	doellijnbewaking
doellijnbewakinkjes	=	doellijnbewaking
doellijncamera	noun	camera op de achterlijn die de doellijn filmt zodat men kan controleren of er gescoord is
doellijncamera's	=	doellijncamera
doellijnen	=	doellijn
doellijntechnologie	noun	technologie waarmee gecontroleerd kan worden of een bal de doellijn heeft gepasseerd
doellijntechnologieën	=	doellijntechnologie
doellijntje	=	doellijn
doellijntjes	=	doellijn
doelloos	adj	zonder te weten waartoe iets dient of waar men heen wil
doelloosheden	=	doelloosheid
doelloosheid	noun	het doelloos zijn
doelloost	=	doelloos
doellooste	=	doelloos
doelloze	=	doelloos
doellozer	=	doelloos
doellozere	=	doelloos
doellozers	=	doelloos
doellui	=	doelman
doelman	noun	speler van een sportteam die door zijn doel te verdedigen moet voorkomen dat de tegenstander scoort
doelmannen	=	doelman
doelmannetje	=	doelman
doelmannetjes	=	doelman
doelmap	noun	de map op een opslag medium waar men een bestand in opslaat
doelmappen	=	doelmap
doelmarkt	noun	gedeelte van de markt waar de marketing voor een bepaald product op is gericht
doelmarkten	=	doelmarkt
doelmatig	adj	geschikt voor het doel waarvoor het gemaakt is
doelmatige	=	doelmatig
doelmatiger	=	doelmatig
doelmatigere	=	doelmatig
doelmatigers	=	doelmatig
doelmatigheden	=	doelmatigheid
doelmatigheid	noun	het in overeenstemming zijn met de doelstellingen terwijl de kosten in verhouding staan tot de opbrengsten
doelmatigs	=	doelmatig
doelmatigst	=	doelmatig
doelmatigste	=	doelmatig
doelmond	noun	de opening aan de voorkant van een doel waardoor de bal of puck moet gaan om te scoren
doelmonden	=	doelmond
doelnet	noun	het net dat hangt achter het doel bij voetballen, hockey en ijshockey
doelnetje	=	doelnet
doelnetjes	=	doelnet
doelnetten	=	doelnet
doeloorzaak	noun	een oorzaak die gericht is op een specifiek doel; een doel dat tevens de oorzaak van iets is
doeloorzaakje	=	doeloorzaak
doeloorzaakjes	=	doeloorzaak
doeloorzaken	=	doeloorzaak
doelpaal	noun	paal die een doel begrenst
doelpaaltje	=	doelpaal
doelpaaltjes	=	doelpaal
doelpalen	=	doelpaal
doelpoging	noun	de keer dat men een doelpunt probeert te maken in een wedstrijd door op het doel te schieten
doelpogingen	=	doelpoging
doelpoginkje	=	doelpoging
doelpoginkjes	=	doelpoging
doelpubliek	noun	de groep mensen waarop men zich richt als publiek
doelpublieken	=	doelpubliek
doelpunt	noun	punt dat men bij spelen, met name voetbal, behaalt, wanneer de bal of een ander voorwerp waarmee gespeeld wordt, door het doelvlak van de tegenstander gaat
doelpunten	=	doelpunt
doelpuntenfestijn	noun	wedstrijd met lekker veel goals
doelpuntenfestijnen	=	doelpuntenfestijn
doelpuntenfestijntje	=	doelpuntenfestijn
doelpuntenfestijntjes	=	doelpuntenfestijn
doelpuntenmachientje	=	doelpuntenmachine
doelpuntenmachientjes	=	doelpuntenmachine
doelpuntenmachine	noun	speler of team dat veel doelpunten maakt
doelpuntenmachines	=	doelpuntenmachine
doelpuntenmachinetje	=	doelpuntenmachine
doelpuntenmachinetjes	=	doelpuntenmachine
doelpuntenmaker	noun	sporter die een goal maakt
doelpuntenmakers	=	doelpuntenmaker
doelpuntje	=	doelpunt
doelpuntjes	=	doelpunt
doelpuntloos	adj	zonder een doelpunt
doelpuntloost	=	doelpuntloos
doelpuntlooste	=	doelpuntloos
doelpuntloze	=	doelpuntloos
doelpuntlozer	=	doelpuntloos
doelpuntlozere	=	doelpuntloos
doelpuntlozers	=	doelpuntloos
doelpuntmaker	noun	speler die een goal scoort
doelpuntmakers	=	doelpuntmaker
doelpuntmakertje	=	doelpuntmaker
doelpuntmakertjes	=	doelpuntmaker
doelsaldi	=	doelsaldo
doelsaldo	noun	het aantal gemaakte doelpunten min het aantal doelpunten tegen
doelsaldo's	=	doelsaldo
doelschop	noun	spelhervatting waarbij de verdedigende partij de bal door middel van een schot weer in het spel brengt als de aanvallende partij de bal over de achterlijn heeft gebracht
doelschoppen	=	doelschop
doelstelling	noun	een gewenste situatie die van te voren is vastgesteld waar naar toe gewerkt wordt
doelstellingen	=	doelstelling
doelstellinkje	=	doelstelling
doelstellinkjes	=	doelstelling
doelsturing	noun	beleid waarbij men aangeeft welke resultaten bereikt moeten worden zonder dat men verplichtend voorschrijft hoe men die resultaten moet bereiken
doelt	=	doelen
doeltaal	noun	de taal waarin vanuit de brontaal vertaald wordt
doeltalen	=	doeltaal
doeltje	=	doel
doeltjes	=	doel
doeltrap	noun	spelhervatting waarbij de verdedigende partij de bal door middel van een schot weer in het spel brengt als de aanvallende partij de bal over de achterlijn heeft gebracht
doeltrappen	=	doeltrap
doeltreffend	adj	effectief, nuttig, waarmee het beoogde doel wordt gerealiseerd
doeltreffende	=	doeltreffend
doeltreffender	=	doeltreffend
doeltreffendere	=	doeltreffend
doeltreffenders	=	doeltreffend
doeltreffendheid	noun	de mate waarin de uitkomst van een proces gerealiseerd wordt (onafhankelijk van de kostprijs)
doeltreffends	=	doeltreffend
doeltreffendst	=	doeltreffend
doeltreffendste	=	doeltreffend
doelverdediger	noun	Een doelman, keeper (van het Engelse goalkeeper), goalie of doelwachter is een speler van een sportploeg die moet voorkomen dat de tegenstander een punt scoort.
doelverdedigers	=	doelverdediger
doelverdedigertje	=	doelverdediger
doelverdedigertjes	=	doelverdediger
doelverdedigster	noun	keepster bij een balsport
doelverdedigsters	=	doelverdedigster
doelvlak	noun	vlak opgespannen door de doellat en de doelpalen
doelvlakje	=	doelvlak
doelvlakjes	=	doelvlak
doelvlakken	=	doelvlak
doelvrouw	noun	speelster van een sportteam die door haar doel te verdedigen moet voorkomen dat de tegenstander scoort
doelvrouwe	noun	keepster bij een balsport
doelvrouwen	=	doelvrouw
doelvrouwtje	=	doelvrouw
doelvrouwtjes	=	doelvrouw
doelwachter	noun	speler die bij sporten als voetbal, hockey of handbal de taak heeft om het doel te verdedigen.
doelwachters	=	doelwachter
doelwachtertje	=	doelwachter
doelwachtertjes	=	doelwachter
doelwijziging	noun	het juridisch aanpassen van de statutaire doelstelling van een rechtspersoon (zoals een stichting of BV).
doelwijzigingen	=	doelwijziging
doelwijzigingetje	=	doelwijziging
doelwijzigingetjes	=	doelwijziging
doelwit	noun	het punt waarop men zijn schiettuig richt
doelwitje	=	doelwit
doelwitjes	=	doelwit
doelwitten	=	doelwit
doelzak	noun	taai materiaal in een beschermend hulsel, bedrukt met een of meer doelwitten waar als oefening op kan worden geschoten
doelzakken	=	doelzak
doelzone	noun	marge waarbinnen de wisselkoers van twee munten zich mag bewegen
doelzones	=	doelzone
doem	noun	vloek, oordeel
doembeeld	noun	een voorstelling wat het einde der tijden zou kunnen inhouden
doembeelden	=	doembeeld
doemdacht	=	doemdenken
doemdachte	=	doemdenken
doemdachten	=	doemdenken
doemdag	noun|formal	dag des oordeels
doemdagen	=	doemdag
doemdagje	=	doemdag
doemdagjes	=	doemdag
doemdagklok	noun	een symbolische klok die sinds 1947 wordt bijgehouden en die aangeeft hoe dicht de mensheid zich naar schatting bevindt bij een zelf veroorzaakt einde van de beschaving, gesymboliseerd door twaalf uur middernacht.
doemdagklokken	=	doemdagklok
doemde	=	doemen
doemden	=	doemen
doemdenk	=	doemdenken
doemdenke	=	doemdenken
doemdenken	verb	het hebben van een nogal fatalistische, sombere visie op de toekomst
doemdenkend	=	doemdenken
doemdenkende	=	doemdenken
doemdenker	noun	iemand die voorspelt dat er rampen zullen gebeuren
doemdenkerij	noun	het op een sombere manier denken over de toekomst
doemdenkerijen	=	doemdenkerij
doemdenkers	=	doemdenker
doemdenkertje	=	doemdenker
doemdenkertjes	=	doemdenker
doemdenkt	=	doemdenken
doeme	=	doemen
doemelijk	adj	van iets dat het een slecht lot verdient
doemelijke	=	doemelijk
doemelijker	=	doemelijk
doemelijkere	=	doemelijk
doemelijkers	=	doemelijk
doemelijks	=	doemelijk
doemelijkst	=	doemelijk
doemelijkste	=	doemelijk
doemen	verb	tot een bepaald lot veroordelen
doemend	=	doemen
doemende	=	doemen
doemgedacht	=	doemdenken
doemgedachte	=	doemdenken
doemmuziek	noun	muziekvorm met pessimistische (en nog erger: reële) teksten over het milieu of de beschaving
doemmuziekje	=	doemmuziek
doemmuziekjes	=	doemmuziek
doempalm	noun	waaierpalm
doempalmen	=	doempalm
doempalmpje	=	doempalm
doempalmpjes	=	doempalm
doemprofeet	noun	iemand die sombere voorspellingen doet of rampspoed voorspelt
doemprofeetje	=	doemprofeet
doemprofeetjes	=	doemprofeet
doemprofeten	=	doemprofeet
doemprofetes	=	doemprofeet
doemscenario	noun	een voorspelling die inhoudt dat er iets verschrikkelijks gaat gebeuren
doemscenario's	=	doemscenario
doemscrolde	=	doemscrollen
doemscrollen	verb	van het ene naar het andere negatieve nieuwsbericht op het internet scrollen
doemscrollend	=	doemscrollen
doemsdag	noun|formal	dag des oordeels
doemsdagen	=	doemsdag
doemsdagje	=	doemsdag
doemsdagjes	=	doemsdag
doemsdagscenario	noun	een scenario over hoe het einde der beschaving eruit zou kunnen zien
doemsdagscenario's	=	doemsdagscenario
doemt	=	doemen
doen	verb	een actie ondernemen	noun	het verrichten van een werk
doenbaar	adj	dat het te doen is
doenbaarder	=	doenbaar
doenbaardere	=	doenbaar
doenbaarders	=	doenbaar
doenbaare	=	doenbaar
doenbaars	=	doenbaar
doenbaarst	=	doenbaar
doenbaarste	=	doenbaar
doenbare	=	doenbaar
doend	=	doen
doende	adj	tijdens het doen, tijdens het werken
doender	=	doener
doener	noun	iemand die -bij voorkeur- doet, eerder dan praat of denkt
doenerig	adj	bedrijvig
doenerige	=	doenerig
doeneriger	=	doenerig
doenerigere	=	doenerig
doenerigers	=	doenerig
doenerigs	=	doenerig
doenerigst	=	doenerig
doenerigste	=	doenerig
doeners	=	doener
doenertje	=	doener
doenertjes	=	doener
doeniet	noun	iemand die niets nuttigs doet
doenieten	=	doeniet
doenietje	=	doeniet
doenietjes	=	doeniet
doening	noun	plaats waar men werkt
doeningen	=	doening
doeningske	=	doening
doeningskes	=	doening
doenlijk	adj	niet onmogelijk
doenlijke	=	doenlijk
doenlijker	=	doenlijk
doenlijkere	=	doenlijk
doenlijkers	=	doenlijk
doenlijks	=	doenlijk
doenlijkst	=	doenlijk
doenlijkste	=	doenlijk
doeprikkel	noun	iets wat iemand prikkelt om actief te blijven
doeprikkels	=	doeprikkel
doerak	noun	deugniet
doerakje	=	doerak
doerakjes	=	doerak
doerakken	=	doerak
doeraks	=	doerak
doerian	noun	Durio zibethinus een 20 tot 50 m hoge, groenblijvende boom met uitgespreide takken en een dichte kruin met zeer smakelijke maar stinkende vruchten
doeriannetje	=	doerian
doerians	=	doerian
does	noun	hondensoort, krulhond, kardoes, poedel
doesen	=	does
doesje	=	does
doesjes	=	does
doest	=	does
doeste	=	does
doet	=	doen
doetje	noun	iemand die te gemakkelijk doet wat een ander vraagt zonder kritisch te zijn
doetjes	=	doetje
doevakantie	noun	een vakantie waarbij men een actief bezig is met een bepaalde activiteit
doevakanties	=	doevakantie
doevakantietje	=	doevakantie
doevakantietjes	=	doevakantie
doeze	=	does
doezel	noun	voorwerp om krijt of een dergelijke kleurstof op tekeningen uit te wrijven
doezelaar	noun	een tekeninstrument om iets te verdoezelen, minder scherp te maken
doezelaars	=	doezelaar
doezelaartje	=	doezelaar
doezelaartjes	=	doezelaar
doezelde	=	doezelen
doezelden	=	doezelen
doezele	=	doezelen
doezelen	verb	een stof door middel van een doezelaar dun uitwrijven
doezelend	=	doezelen
doezelende	=	doezelen
doezelig	adj	licht slaperig
doezelige	=	doezelig
doezeliger	=	doezelig
doezeligere	=	doezelig
doezeligers	=	doezelig
doezeligs	=	doezelig
doezeligst	=	doezelig
doezeligste	=	doezelig
doezels	=	doezel
doezelt	=	doezelen
doezen	=	does
doezer	=	does
doezere	=	does
doezers	=	does
dof	adj	zonder weerschijn, zonder glans (van oppervlakten)	noun	slag, stoot
dofbuikgitje	noun	Cheilosia proxima een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
dofbuikgitjes	=	dofbuikgitje
doffe	=	dof
doffelen	verb|obsolete	stevig inpakken, warm aankleden
doffen	verb	slaan, klappen geven
doffend	=	doffen
doffende	=	doffen
doffer	noun	een mannetjesduif
doffere	=	dof
doffers	=	doffer
doffertje	=	doffer
doffertjes	=	doffer
doffig	adj	niet fel of glimmend
doffige	=	doffig
doffiger	=	doffig
doffigere	=	doffig
doffigers	=	doffig
doffigs	=	doffig
doffigst	=	doffig
doffigste	=	doffig
dofgroen	noun	niet glanzend groen	adj	met een groene, niet glanzende kleur
dofgroene	=	dofgroen
dofgroenen	=	dofgroen
dofgroener	=	dofgroen
dofgroenere	=	dofgroen
dofgroeners	=	dofgroen
dofgroens	=	dofgroen
dofgroenst	=	dofgroen
dofgroenste	=	dofgroen
dofheid	noun	het niet glimmend of glanzend zijn
dofje	=	dof
dofjes	=	dof
dofs	=	dof
dofst	=	dof
dofste	=	dof
doft	noun	zitbank in een roeiboot
dofte	=	doffen
doften	=	doft
doftje	=	doft
dog	noun	grote kortharige hond met brede kop
doge	noun	het staatshoofd van een aantal Italiaanse republieken o.a.
dogen	verb	dulden, gedogen
dogend	=	dogen
dogende	=	dogen
doges	=	doge
doggen	=	dog
dogger	noun	het middelste tijdvak van het jura
doggers	=	dogger
doggetje	=	dog
doggetjes	=	dog
dogging	noun	het hebben van seksuele handelingen in de openlucht, zoals in een park of op een afgelegen parkeerplaats, waarbij (anonieme) toeschouwers aanwezig zijn of worden toegelaten.
doggy-bag	noun	verpakking waarin klanten etensresten uit een restaurant mee naar huis kunnen nemen, niet uitsluitend voor de hond
doggy-bags	=	doggy-bag
doggybag	noun	verpakking waarin klanten etensresten uit een restaurant mee naar huis kunnen nemen, niet uitsluitend voor de hond
doggybagje	=	doggybag
doggybagjes	=	doggybag
doggybags	=	doggybag
doggydance	noun	met je hond op muziek dansen
doggydancing	noun	creatieve hondensport waarbij baas en hond ritmische bewegingen en oefeningen uitvoeren op muziek, vaak met het doel een vloeiende 'dansroutine' te vormen.
dogje	=	dog
dogjes	=	dog
dogkar	noun	rijtuig met twee wielen getrokken door één paard
dogkarren	=	dogkar
dogkarretje	=	dogkar
dogkarretjes	=	dogkar
dogla	noun	iemand van gemengd ras
dogla's	=	dogla
dogma	noun	een vastomlijnd geloofsartikel dat aan geen beredenering meer is onderworpen
dogma's	=	dogma
dogmaatje	=	dogma
dogmaatjes	=	dogma
dogmata	=	dogma
dogmatici	=	dogmaticus
dogmaticus	noun	iemand die op een heel rechtlijnige manier een ideologie aanhangt
dogmatiek	noun	vaste uitgangspunten van een geloof
dogmatieken	=	dogmatiek
dogmatiekje	=	dogmatiek
dogmatiekjes	=	dogmatiek
dogmatisch	adj	volgens een dogma, op dogma's gericht
dogmatische	=	dogmatisch
dogmatischer	=	dogmatisch
dogmatischere	=	dogmatisch
dogmatischers	=	dogmatisch
dogmatiseer	=	dogmatiseren
dogmatiseerde	=	dogmatiseren
dogmatiseerden	=	dogmatiseren
dogmatiseert	=	dogmatiseren
dogmatisere	=	dogmatiseren
dogmatiseren	verb	tot dogma verheffen
dogmatiserend	=	dogmatiseren
dogmatiserende	=	dogmatiseren
dogmatisme	noun	overtuiging of houding waarbij iemand niet meer in staat is zijn opinies te herzien op grond van nieuwe informatie en vast blijft houden aan (achterhaalde) dogma's
dogmen	=	dogma
doily	noun	een klein tafellaken dat dient om een vies of bevlekt tafelkleed te bedekken, snel een tafel te herdekken, of een vaas of servies op te plaatsen
doily's	=	doily
doilytje	=	doily
doilytjes	=	doily
dojer	=	dooier
dojo	noun	een zaal waarin men oefent in Japanse zelfverdedigingskunsten of vechtsporten zoals jiujitsu, judo, karate en aikido of waarin zazen beoefend wordt
dojo's	=	dojo
dojootje	=	dojo
dojootjes	=	dojo
dok	noun	onderdeel van een klavecimbelmechaniek waarmee een snaar in trilling wordt gebracht door deze met een plectrum (kiel) opzij te duwen en dan te laten schieten
doka	noun	kamer zonder daglicht waarin foto's kunnen worden ontwikkeld en afgedrukt
doka's	=	doka
dokaatje	=	doka
dokblok	noun	één uit de rij stapelblokken die de kiel van een schip in een droogdok ondersteunen
dokblokje	=	dokblok
dokblokjes	=	dokblok
dokblokken	=	dokblok
doke	=	duiken
doken	=	duiken
dokje	=	dok
dokjes	=	dok
dokke	=	dokken
dokken	verb	met tegenzin betalen
dokkend	=	dokken
dokkende	=	dokken
dokker	noun	zware, klotsende schoen
dokkerde	=	dokkeren
dokkerden	=	dokkeren
dokkere	=	dokkeren
dokkeren	verb	stuiteren over kasseien; geluid maken met wielen over een oneffen weg
dokkerend	=	dokkeren
dokkerende	=	dokkeren
dokkert	=	dokkeren
dokkumer	noun	een inwoner van Dokkum, of iemand afkomstig uit Dokkum
dokkumers	=	dokkumer
dokkums	adj	op Dokkum betrekking hebbend
dokkumse	noun	een vrouwelijke inwoner van Dokkum, of iemand afkomstig hiervan
dokmeester	noun	havenmeester van een dok
dokmeesters	=	dokmeester
dokmeestertje	=	dokmeester
dokmeestertjes	=	dokmeester
doks	noun	bepaald soort watervogel, Cairina moschata
doksaal	noun	een houten of stenen wand die in een kerk het schip scheidt van het priesterkoor
doksaaltje	=	doksaal
doksaaltjes	=	doksaal
doksalen	=	doksaal
doksen	=	doks
doksje	=	doks
dokt	=	dokken
dokte	=	dokken
dokten	=	dokken
dokter	noun	een arts, een geneesheer
dokterbibberregel	noun	regel bij het langebaanschaatsen dat een schaatser op het rechte deel van de baan, waar geen kruising is, niet met zijn schaats over de middellijn mag gaan
dokterde	=	dokteren
dokterden	=	dokteren
doktere	=	dokteren
dokteren	verb	de geneeskunst uitoefenen
dokterend	=	dokteren
dokterende	=	dokteren
dokteres	noun	vrouwelijke arts
dokteresje	=	dokteres
dokteresjes	=	dokteres
dokteressen	=	dokteres
dokters	=	dokter
doktersadvies	noun	advies van een arts
doktersadviezen	=	doktersadvies
doktersafspraak	noun	vooraf geplande ontmoeting met een arts voor consultatie, onderzoek of medische behandeling
doktersafspraken	=	doktersafspraak
doktersassistent	noun	een gediplomeerd helper van een arts
doktersassistente	noun	een gediplomeerde helpster van een arts
doktersassistenten	=	doktersassistent
doktersassistentes	=	doktersassistente
doktersassistentetje	=	doktersassistente
doktersassistentetjes	=	doktersassistente
doktersassistentje	=	doktersassistent
doktersassistentjes	=	doktersassistent
doktersattest	noun	officiële, schriftelijke, medische verklaring van een arts
doktersattesten	=	doktersattest
doktersbehandeling	noun	behandeling van een arts
doktersbehandelingen	=	doktersbehandeling
doktersbehandelingetje	=	doktersbehandeling
doktersbehandelingetjes	=	doktersbehandeling
doktersbezoek	noun	het bezoek van de patiënt aan de dokter
doktersbezoeken	=	doktersbezoek
doktersbezoekje	=	doktersbezoek
doktersbezoekjes	=	doktersbezoek
doktershandschrift	noun|figurative	een zeer slecht leesbaar handschrift
doktershandschriften	=	doktershandschrift
doktershandschriftje	=	doktershandschrift
doktershandschriftjes	=	doktershandschrift
doktersjas	noun	witte jas die een arts ter bescherming over zijn kleding draagt maar ook geschikt is als status symbool
doktersjassen	=	doktersjas
dokterskaart	noun	bewijs dat iemand recht heeft op gratis medische zorg
dokterskaarten	=	dokterskaart
dokterskabinet	noun	consultatieruimte van een arts
dokterskabinetten	=	dokterskabinet
dokterskamer	noun	ruimte waarin een arts patiënten ontvangt
dokterskamers	=	dokterskamer
dokterskliniek	noun	ruimte waarin een arts werkt
doktersklinieken	=	dokterskliniek
dokterskoffer	noun	koffer waarin een arts zijn instrumenten en medicamenten bewaart tijdens een visite
dokterskoffers	=	dokterskoffer
dokterskoffertje	=	dokterskoffer
dokterskoffertjes	=	dokterskoffer
dokterskost	noun|obsolete	geld dat men betaalt voor een bezoek aan de dokter
dokterskosten	noun	geld dat men betaalt voor een bezoek aan de dokter
doktersopleiding	noun	de opleiding om dokter te kunnen worden.
doktersopleidingen	=	doktersopleiding
doktersopleidinkje	=	doktersopleiding
doktersopleidinkjes	=	doktersopleiding
dokterspost	noun	medisch centrum met verschillende huisartsen en doktersassistenten
doktersposten	=	dokterspost
dokterspraktijk	noun	gebouw of ruimte waarin een arts werkt
dokterspraktijken	=	dokterspraktijk
doktersrecept	noun	voorschrift van een arts voor het verkrijgen van geneesmiddelen door de apotheker
doktersrecepten	=	doktersrecept
doktersrekening	noun	de vette rekening die de dokter stuurt (ook na een niet-geslaagde behandeling)
doktersrekeningen	=	doktersrekening
doktersroman	noun	roman waarin een dokter de hoofdrol speelt het behoort tot de triviaalliteratuur
doktersromannetje	=	doktersroman
doktersromannetjes	=	doktersroman
doktersromans	=	doktersroman
dokterstas	noun	een tas waarin de benodigdheden zitten voor een arts om buiten de praktijkruimte zijn werkzaamheden te kunnen verrichten, zoals het toepassen van eerste hulp
dokterstasje	=	dokterstas
dokterstasjes	=	dokterstas
dokterstassen	=	dokterstas
doktersteam	noun	groep samenwerkende artsen
doktersteams	=	doktersteam
doktersverklaring	noun	een verklaring van de dokter omtrent de gezondheid van een patiënt
doktersverklaringen	=	doktersverklaring
doktersverklarinkje	=	doktersverklaring
doktersverklarinkjes	=	doktersverklaring
doktersvisachtigen	noun	een onderorde Acanthuroidei van de orde baarsachtigen (Perciformes).
doktersvissen	noun	een familie Acanthuridae binnen de baarsachtige vissen
doktersvoorschrift	noun	het dwingende advies of bevel van een dokter een recept is een voorbeeld van een doktersvoorschrift
doktersvoorschriften	=	doktersvoorschrift
doktersvoorschriftje	=	doktersvoorschrift
doktersvoorschriftjes	=	doktersvoorschrift
doktersvrouw	noun	echtgenote van een arts
doktersvrouwen	=	doktersvrouw
dokterswoning	noun	een huis dat specifiek is ontworpen als woon- en werkplek voor een arts.
dokterswoningen	=	dokterswoning
dokterswoninkje	=	dokterswoning
dokterswoninkjes	=	dokterswoning
doktert	=	dokteren
doktertje	=	dokter
doktertjes	=	dokter
doktoren	=	dokter
doktores	=	dokter
dokun	noun	gestoomde cassavepudding in bananenbladeren
dokwerker	noun	iemand die in de havens werkt
dokwerkers	=	dokwerker
dol	adj	onzinnig	noun	een metalen pin waarop een roeispaan kan draaien
dolaard	noun	iemand die schijnbaar doelloos rondzwerft
dolaards	=	dolaard
dolappel	noun	Datura stramonium, zeer giftige plant die hallucinogene alkaloïden bevat
dolappels	=	dolappel
dolappeltje	=	dolappel
dolappeltjes	=	dolappel
dolblij	adj	in een uitgelaten bui, heel erg vrolijk van stemming, buitengewoon blij, enorm blij
dolblije	=	dolblij
dolblijs	=	dolblij
dolboord	noun	bovenste rand van een (roei)boot
dolboorden	=	dolboord
dolboordje	=	dolboord
dolby	noun	ruisonderdrukkingssysteem
dolce	noun	deel van een muziekstuk dat zacht vloeiend klinkt	adv	zacht vloeiend, lieflijk
dolde	=	dollen
dolden	=	dollen
doldraai	=	doldraaien
doldraaide	=	doldraaien
doldraaiden	=	doldraaien
doldraaie	=	doldraaien
doldraaien	verb	kapot draaien of laten draaien van een schroefdraad
doldraaiend	=	doldraaien
doldraaiende	=	doldraaien
doldraait	=	doldraaien
doldriest	adj	al te wild of enthousiast
doldrieste	=	doldriest
doldriester	=	doldriest
doldriestere	=	doldriest
doldriesters	=	doldriest
doldriests	=	doldriest
doldriestst	=	doldriest
doldriestste	=	doldriest
doldriftig	adj	te woest, te opgewonden, te verhit
doldriftige	=	doldriftig
doldriftiger	=	doldriftig
doldriftigere	=	doldriftig
doldriftigers	=	doldriftig
doldriftigs	=	doldriftig
doldriftigst	=	doldriftig
doldriftigste	=	doldriftig
doldwaas	adj	uitgelaten lachwekkend
doldwaast	=	doldwaas
doldwaaste	=	doldwaas
doldwaze	=	doldwaas
doldwazer	=	doldwaas
doldwazere	=	doldwaas
doldwazers	=	doldwaas
dole	=	dolen
doleantie	noun	klacht
doleanties	=	doleantie
doleer	=	doleren
doleerde	=	doleren
doleerden	=	doleren
doleert	=	doleren
dolen	verb	doelloos, richtingloos rondlopen, dwalen
dolend	adj	de weg kwijt zijnde
dolende	=	dolend
dolends	=	dolend
dolenthousiast	adj	op een drukke manier heel erg positief gestemd
dolenthousiaste	=	dolenthousiast
dolenthousiasts	=	dolenthousiast
doler	noun	iemand die doolt
dolere	=	doleren
doleren	verb	treuren ?
dolerend	=	doleren
dolerende	=	doleren
dolers	=	doler
dolertje	=	doler
dolertjes	=	doler
dolf	=	delven
dolfijn	noun	middelgrote, in school levende tandwalvis uit de familie Delphinidae, slank met zeer gladde huid, een spitse snuit, een hoge sikkelvormige rugvin en een horizontale staartvin	adj	bijzonder leuk
dolfijnachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een dolfijn
dolfijnachtige	=	dolfijnachtig
dolfijnachtiger	=	dolfijnachtig
dolfijnachtigere	=	dolfijnachtig
dolfijnachtigers	=	dolfijnachtig
dolfijnachtigs	=	dolfijnachtig
dolfijnachtigst	=	dolfijnachtig
dolfijnachtigste	=	dolfijnachtig
dolfijne	=	dolfijn
dolfijnen	noun	Delphinidae een familie van in zee levende walvisachtigen.
dolfijner	=	dolfijn
dolfijnere	=	dolfijn
dolfijners	=	dolfijn
dolfijnmeeuw	noun	Leucophaeus scoresbii een vogel uit de familie Laridae (meeuwen).
dolfijnmeeuwen	=	dolfijnmeeuw
dolfijnmeeuwtje	=	dolfijnmeeuw
dolfijnmeeuwtjes	=	dolfijnmeeuw
dolfijnouder	noun	ouders die vinden dat hun kinderen vooral vrijgelaten moeten worden en zelf spelenderwijs moeten leren en zichzelf ontplooien
dolfijnouders	=	dolfijnouder
dolfijns	=	dolfijn
dolfijnsafari	noun	excusie naar een plaats waar veel dolfijnen zijn
dolfijnsafari's	=	dolfijnsafari
dolfijnst	=	dolfijn
dolfijnste	=	dolfijn
dolfijntje	=	dolfijn
dolfijntjes	=	dolfijn
dolfijnvriendelijk	adj	van een vismethode dat deze niet onnodig dofijnen doodt
dolfijnvriendelijke	=	dolfijnvriendelijk
dolfijnvriendelijker	=	dolfijnvriendelijk
dolfijnvriendelijkere	=	dolfijnvriendelijk
dolfijnvriendelijkers	=	dolfijnvriendelijk
dolfijnvriendelijks	=	dolfijnvriendelijk
dolfijnvriendelijkst	=	dolfijnvriendelijk
dolfijnvriendelijkste	=	dolfijnvriendelijk
dolfinaria	=	dolfinarium
dolfinarium	noun	bassin waarin gedresseerde dolfijnen worden gehouden
dolfinariumpje	=	dolfinarium
dolfinariumpjes	=	dolfinarium
dolfinariums	=	dolfinarium
dolft	=	delven
dolgedraaid	adj	van een persoon: gek en kapot door heel veel nutteloze en zelfs schadelijke activiteit
dolgedraaide	=	doldraaien
dolgedraaider	=	dolgedraaid
dolgedraaidere	=	dolgedraaid
dolgedraaiders	=	dolgedraaid
dolgedraaids	=	dolgedraaid
dolgedraaidst	=	dolgedraaid
dolgedraaidste	=	dolgedraaid
dolgelukkig	adj	heel erg gelukkig
dolgelukkige	=	dolgelukkig
dolgelukkigs	=	dolgelukkig
dolgraag	adv	buitengewoon graag
dolheden	=	dolheid
dolheid	noun	waanzinnige kwaadheid
dolheidje	=	dolheid
dolhuis	noun|obsolete	psychiatrisch ziekenhuis
dolhuisje	=	dolhuis
dolhuisjes	=	dolhuis
dolhuizen	=	dolhuis
dolhuys	=	dolhuis
dolichocefaal	noun	een langschedelige, een persoon die gekenmerkt wordt door een schedel die van voor naar achter lang is in vergelijking met de breedte	adj	langschedelig
dolichocefaals	=	dolichocefaal
dolichocefaalst	=	dolichocefaal
dolichocefaalste	=	dolichocefaal
dolichocefale	=	dolichocefaal
dolichocefalen	=	dolichocefaal
dolichocefaler	=	dolichocefaal
dolichocefalere	=	dolichocefaal
dolichocefalers	=	dolichocefaal
dolik	noun	benaming voor sommige soorten gras uit het geslacht Lolium
doline	noun	depressie in landschap door oplossing van het onderliggende kalksteen
dolinen	=	doline
dolines	=	doline
doling	noun	dwaling, afdwaling
dolingen	=	doling
dolk	noun	kort steekwapen in de vorm van een stevig mes
dolken	=	dolk
dolkje	=	dolk
dolkjes	=	dolk
dolkmes	noun	kort steekwapen
dolkmesje	=	dolkmes
dolkmesjes	=	dolkmes
dolkmessen	=	dolkmes
dolkmuursluiper	noun	Scotophaeus quadripunctatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
dolkmuursluipers	=	dolkmuursluiper
dolkmuursluipertje	=	dolkmuursluiper
dolkmuursluipertjes	=	dolkmuursluiper
dolkneushaai	noun	Isogomphodon oxyrhynchus een vis uit de familie van roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan.
dolkneushaaien	=	dolkneushaai
dolkneushaaitje	=	dolkneushaai
dolkneushaaitjes	=	dolkneushaai
dolkomisch	adj	heel erg grappig
dolkomische	=	dolkomisch
dolkop	noun	wild, woest, roekeloos persoon; zorgeloos persoon
dolkopje	=	dolkop
dolkopjes	=	dolkop
dolkoppen	=	dolkop
dolksnavel	noun	lange, spitse snavel van visetende vogels
dolksnavels	=	dolksnavel
dolksnaveltje	=	dolksnavel
dolksnaveltjes	=	dolksnavel
dolksteek	noun	een aanval met een dolk
dolksteekduif	noun	Gallicolumba luzonica een duif uit het geslacht Gallicolumba, die alleen voorkomt in de Filipijnen.
dolksteekduifje	=	dolksteekduif
dolksteekduifjes	=	dolksteekduif
dolksteekduiven	=	dolksteekduif
dolksteekje	=	dolksteek
dolksteken	=	dolksteek
dolkstoot	noun	een steek met een groot mes
dolkstootje	=	dolkstoot
dolkstootjes	=	dolkstoot
dolkstoten	=	dolkstoot
dolkwesp	noun	een wesp uit de familie Scoliidae.
dolkwespen	noun	een familie Scoliidae binnen de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
dolkwespje	=	dolkwesp
dolkwespjes	=	dolkwesp
dolkwevertje	noun	Obscuriphantes obscurus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
dolkwevertjes	=	dolkwevertje
dollar	noun	naam die verschillende Engelstalige landen zoals Australië, Canada en de VS voor hun nationale munteenheid gebruiken, met als symbool het dollarteken ($)
dollarbelegging	noun	Beleggen in Amerikaanse dollars
dollarbeleggingen	=	dollarbelegging
dollarbelegginkje	=	dollarbelegging
dollarbelegginkjes	=	dollarbelegging
dollarbiljet	noun	papiergeld met de waarde van één of meer dollars
dollarbiljetje	=	dollarbiljet
dollarbiljetjes	=	dollarbiljet
dollarbiljetten	=	dollarbiljet
dollarcent	noun	munt met een waarde van een honderdste dollar
dollarcenten	=	dollarcent
dollarcentje	=	dollarcent
dollarcentjes	=	dollarcent
dollargevoelig	adj	gevoelig voor koersveranderingen van de Amerikaanse dollar
dollargevoelige	=	dollargevoelig
dollargevoeliger	=	dollargevoelig
dollargevoeligere	=	dollargevoelig
dollargevoeligers	=	dollargevoelig
dollargevoeligs	=	dollargevoelig
dollargevoeligst	=	dollargevoelig
dollargevoeligste	=	dollargevoelig
dollarhandelaar	noun	valutahandelaar die Amerikaanse dollars in- en verkoopt tegen andere valuta
dollarhandelaars	=	dollarhandelaar
dollarhandelaartje	=	dollarhandelaar
dollarhandelaartjes	=	dollarhandelaar
dollarhandelaren	=	dollarhandelaar
dollarisatie	noun	het invoeren van de dollar als wettig betaalmiddel in plaats van de oorspronkelijke nationale munt
dollariseer	=	dollariseren
dollariseerde	=	dollariseren
dollariseerden	=	dollariseren
dollariseert	=	dollariseren
dollarisere	=	dollariseren
dollariseren	verb	de nationale munt vervangen door de dollar
dollariserend	=	dollariseren
dollariserende	=	dollariseren
dollarkoers	noun	waarde van de dollar uitgedrukt in andere valuta
dollarkoersen	=	dollarkoers
dollarkoersstijging	noun	dat de Amerikaanse dollar in waarde toeneemt ten opzichte van een andere valuta, zoals de euro.
dollarkoersstijgingen	=	dollarkoersstijging
dollarkoersstijginkje	=	dollarkoersstijging
dollarkoersstijginkjes	=	dollarkoersstijging
dollarlening	noun	een lening waarvan de waarde wordt uitgedrukt in dollars
dollarleningen	=	dollarlening
dollarprijs	noun	de waarde van de dollar uitgedrukt in andere valuta
dollarprijzen	=	dollarprijs
dollars	=	dollar
dollarstijging	noun	dat de dollar meer waard wordt ten opzichte van andere valuta, zoals de euro.
dollarstijgingen	=	dollarstijging
dollarstijginkje	=	dollarstijging
dollarstijginkjes	=	dollarstijging
dollarteken	noun	teken voor de dollar als munteenheid: $
dollartekens	=	dollarteken
dollartekentje	=	dollarteken
dollartekentjes	=	dollarteken
dollartje	=	dollar
dollartjes	=	dollar
dollarvogel	noun	Eurystomus orientalis een soort scharrelaar uit het geslacht Eurystomus.
dollarvogels	=	dollarvogel
dollarvogeltje	=	dollarvogel
dollarvogeltjes	=	dollarvogel
dollarzwakte	noun	zwakke positie van de Amerikaanse dollar tegenover andere valuta
dollarzwakten	=	dollarzwakte
dollarzwaktes	=	dollarzwakte
dollarzwaktetje	=	dollarzwakte
dollarzwaktetjes	=	dollarzwakte
dolle	=	dol
dollekervel	noun	bepaald soort giftige plant, Chaerophyllum temulum
dollekervels	=	dollekervel
dollekoeienziekte	noun	besmettelijke koeienziekte die ook mensen kan treffen
dollekoeienziekten	=	dollekoeienziekte
dollekoeienziektes	=	dollekoeienziekte
dolleman	noun	een wilde woesteling; iemand die zich druk en vreemd gedraagt
dollemannen	=	dolleman
dollemannetje	=	dolleman
dollemannetjes	=	dolleman
dollemanspraat	noun	onzin
dollemanspraatje	=	dollemanspraat
dollemanspraatjes	=	dollemanspraat
dollemansrit	noun	een hele wilde, gevaarlijke, roekeloze snelle rit
dollemansritje	=	dollemansrit
dollemansritjes	=	dollemansrit
dollemansritten	=	dollemansrit
dollen	verb	spelen, stoeien, spotten, gek doen
dollend	=	dollen
dollende	=	dollen
doller	=	dol
dollere	=	dol
dollers	=	dol
dolletje	noun	uitgelaten gedraging, grap, grol
dolletjes	=	dolletje
dollo	noun|slang	mannelijk geslachtsdeel
dollo's	=	dollo
dolly	noun	over rails of banden voortbewegend onderstel voor een camera om shots te kunnen maken terwijl de camera verplaatst
dolly's	=	dolly
dolma	noun	Turks gerecht van met gekruide rijst en andere ingrediënten gevulde druivenbladen
dolma's	=	dolma
dolman	noun	nauwsluitend, rood paradegewaad voorzien van tressen van de Hongaarse huzaren
dolmans	=	dolman
dolmen	noun	een megalithische grafkamer uit de jonge steentijd gelijkend op een hunebed
dolmens	=	dolmen
dolmes	noun	mes met stompe punt waarmee men wormen in de grond kan zoeken
dolmesje	=	dolmes
dolmesjes	=	dolmes
dolmessen	=	dolmes
dolomiet	noun	een carbonatisch mineraal; calcium-magnesium-carbonaat met de formule CaMg(CO₃)₂
dols	=	dol
dolst	=	dol
dolste	=	dol
dolt	=	dollen
dolve	=	delven
dolven	=	delven
dolverliefd	adj	hevig aangetrokken tot een ander waarmee je een nauwe relatie wil hebben
dolverliefde	=	dolverliefd
dolverliefder	=	dolverliefd
dolverliefdere	=	dolverliefd
dolverliefders	=	dolverliefd
dolverliefds	=	dolverliefd
dolverliefdst	=	dolverliefd
dolverliefdste	=	dolverliefd
dolzinnig	adj	heel erg druk en dwaas
dolzinnige	=	dolzinnig
dolzinniger	=	dolzinnig
dolzinnigere	=	dolzinnig
dolzinnigers	=	dolzinnig
dolzinnigs	=	dolzinnig
dolzinnigst	=	dolzinnig
dolzinnigste	=	dolzinnig
dom	noun	kathedraal, de hoofdkerk van een bisdom	adj	van weinig verstand getuigend
domaniaal	adj	in eigendom van een overheid
domaniaals	=	domaniaal
domaniaalst	=	domaniaal
domaniaalste	=	domaniaal
domaniale	=	domaniaal
domanialer	=	domaniaal
domanialere	=	domaniaal
domanialers	=	domaniaal
domatia	=	domatium
domatium	noun	een hol orgaan waarin een plant aan andere organismes, zoals mieren, roofmijten, schimmels mutualistische gastvrijheid biedt
domatiumpje	=	domatium
domatiumpjes	=	domatium
dombo	noun	iemand die traag van begrip is
dombo's	=	dombo
dombootje	=	dombo
dome	=	domen
domein	noun	gebied waarin iets of iemand het voor het zeggen heeft (bijv. staatsdomein)
domeinen	=	domein
domeinextensie	noun	extensie van een domeinnaam
domeinextensies	=	domeinextensie
domeingrond	noun	land waarvan de staat of de heerser eigenaar is
domeingronden	=	domeingrond
domeinkaper	noun	persoon of organisatie die populaire domeinnamen op het internet registreert, al dan niet inbreuk makend op rechten van derden, met het doel om die te verhandelen of extra bezoekers te trekken
domeinkapers	=	domeinkaper
domeinkapertje	=	domeinkaper
domeinkapertjes	=	domeinkaper
domeinkaping	noun	het kapen van een domein (naam) op internet d.w.z. het registreren van een domein, al dan niet inbreuk makend op rechten van derden, met het doel om die te verhandelen of extra bezoekers te trekken
domeinkapingen	=	domeinkaping
domeinland	noun	grond dat in bezit is van de staat of de heerser
domeinlanden	=	domeinland
domeinnaam	noun	naam van een domein
domeinnaampje	=	domeinnaam
domeinnaampjes	=	domeinnaam
domeinnamen	=	domeinnaam
domeinregistratie	noun	het officieel vastleggen en claimen van een unieke naam voor een internetsite
domeinregistraties	=	domeinregistratie
domeinscholen	=	domeinschool
domeinschool	noun	school voor beroepssecundair onderwijs gespecialiseerd in één domein bijvoorbeeld wetenschap en techniek of taal en cultuur
domeinspecifiek	adj	kenmerkend voor een werk- of vakgebied
domeinspecifieke	=	domeinspecifiek
domeinspecifieker	=	domeinspecifiek
domeinspecifiekere	=	domeinspecifiek
domeinspecifiekers	=	domeinspecifiek
domeinspecifieks	=	domeinspecifiek
domeinspecifiekst	=	domeinspecifiek
domeinspecifiekste	=	domeinspecifiek
domeinstelsel	noun	een in de Vroege Middeleeuwen ontstane wijze van exploitatie van landgoederen (hoven, domeinen) op basis van het tweeledig domein
domeinstelsels	=	domeinstelsel
domeinstelseltje	=	domeinstelsel
domeinstelseltjes	=	domeinstelsel
domeintje	=	domein
domeintjes	=	domein
domen	verb	opstijgende nevel of damp vertonen
domend	=	domen
domende	=	domen
domesticatie	noun	de door herhaalde teeltkeuze adaptatie van wilde dieren en planten tot leven in intieme omgang met en ten voordele van de mens
domesticaties	=	domesticatie
domesticeer	=	domesticeren
domesticeerde	=	domesticeren
domesticeerden	=	domesticeren
domesticeert	=	domesticeren
domesticere	=	domesticeren
domesticeren	verb	wilde dieren en planten geschikt maken voor (huishoudelijk) gebruik door mensen
domesticerend	=	domesticeren
domesticerende	=	domesticeren
domestiek	noun	huisknecht, huisbediende, bediende	adj	huiselijk, betrekking hebbend op de huishouding
domestieke	=	domestiek
domestieken	=	domestiek
domestieker	=	domestiek
domestiekere	=	domestiek
domestiekers	=	domestiek
domestieks	=	domestiek
domestiekst	=	domestiek
domestiekste	=	domestiek
domeyn	=	domein
domheden	=	domheid
domheer	noun	geestelijke die lid is van het kapittel van een domkerk
domheertje	=	domheer
domheid	noun	het dom zijn
domheidje	=	domheid
domheren	=	domheer
domibo	noun	informele ontmoeting als afsluiting van de werkweek
domibo's	=	domibo
domicilie	noun	officiële adres waar men woont
domicilieadres	noun	het adres waar men volgens de burgerlijke stand woont
domicilieadressen	=	domicilieadres
domicilieer	=	domiciliëren
domicilieerde	=	domiciliëren
domicilieerden	=	domiciliëren
domicilieert	=	domiciliëren
domicilies	=	domicilie
domiciliën	=	domicilie
domiciliëre	=	domiciliëren
domiciliëren	verb	als wettelijke vaste verblijfplaats kiezen voor
domiciliërend	=	domiciliëren
domiciliërende	=	domiciliëren
domiciliëring	noun	het kiezen van een (wettelijke) verblijfplaats of domicilie in principe het adres, zoals opgegeven bij de burgerlijke stand
domiciliëringen	=	domiciliëring
domig	adj	bezweet in een omgeving die niet erg warm is
domige	=	domig
domigs	=	domig
domina	noun	meesteres (in een sadomasochistische relatie)
domina's	=	domina
dominaatje	=	domina
dominaatjes	=	domina
dominae	=	domina
dominant	noun	hoofdtoon, de toon of een akkoord op de vijfde trede van een toonladder	adj	overheersend.
dominante	=	dominant
dominanten	=	dominant
dominanter	=	dominant
dominantere	=	dominant
dominanters	=	dominant
dominantie	noun	overheersing
dominantje	=	dominant
dominantjes	=	dominant
dominants	=	dominant
dominantseptiemakkoord	noun	een vierklank van een majeurakkoord plus een kleine septiem
dominantseptiemakkoorden	=	dominantseptiemakkoord
dominantseptiemakkoordje	=	dominantseptiemakkoord
dominantseptiemakkoordjes	=	dominantseptiemakkoord
dominantst	=	dominant
dominantste	=	dominant
dominatie	noun	het domineren
dominaties	=	dominatie
dominee	noun	voorganger van een protestantse eredienst
domineeachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een dominee
domineeachtige	=	domineeachtig
domineeachtiger	=	domineeachtig
domineeachtigere	=	domineeachtig
domineeachtigers	=	domineeachtig
domineeachtigs	=	domineeachtig
domineeachtigst	=	domineeachtig
domineeachtigste	=	domineeachtig
domineer	=	domineren
domineerde	=	domineren
domineerden	=	domineren
domineert	=	domineren
dominees	=	dominee
domineesdochter	noun	dochter van een predikant van een protestantse kerk
domineesdochters	=	domineesdochter
domineese	noun	de echtgenote van de dominee
domineesen	=	domineese
domineesgezin	noun	het gezin van een protestantse predikant
domineesgezinnen	=	domineesgezin
domineesgezinnetje	=	domineesgezin
domineesgezinnetjes	=	domineesgezin
domineesvrouw	noun	echtgenote van een protestantse predikant
domineesvrouwen	=	domineesvrouw
domineeszonen	=	domineeszoon
domineeszoon	noun	de zoon van een protestantse prediker
domineeszoons	=	domineeszoon
domineeszoontje	=	domineeszoon
domineeszoontjes	=	domineeszoon
domineetje	=	dominee
domineetjes	=	dominee
dominere	=	domineren
domineren	verb	het meest nadrukkelijk op de voorgrond treden
dominerend	adj	het meest op de voorgrond tredend
dominerende	=	domineren
dominerender	=	dominerend
dominerendere	=	dominerend
dominerenders	=	dominerend
dominerends	=	dominerend
dominerendst	=	dominerend
dominerendste	=	dominerend
dominicaan	noun	kloosterling van de orde van Sint-Dominicus
dominicaans	adj	behorend tot, met betrekking tot de kloosterorde van de heilige Dominicus
dominicaanse	=	dominicaans
dominicaanser	=	dominicaans
dominicaansere	=	dominicaans
dominicaansers	=	dominicaans
dominicaanst	=	dominicaans
dominicaanste	=	dominicaans
dominicaantje	=	dominicaan
dominicaantjes	=	dominicaan
dominicanen	=	dominicaan
dominicanenklooster	noun	instelling voor dominicaner monniken
dominicanenkloosters	=	dominicanenklooster
dominicaner	adj	betrekking hebbend op de orde der dominicanen
dominicanerkardinaal	noun	Paroaria dominicana een zangvogel uit de familie van de Thraupidae.
dominicanerkardinaaltje	=	dominicanerkardinaal
dominicanerkardinaaltjes	=	dominicanerkardinaal
dominicanerkardinalen	=	dominicanerkardinaal
dominicanerwida	noun	Vidua macroura een opvallende vogel met een zeer lange staart, uit de familie van de Viduidae.
dominicanerwida's	=	dominicanerwida
dominicanerwidaatje	=	dominicanerwida
dominicanerwidaatjes	=	dominicanerwida
dominicanes	noun	vrouw die behoort tot de orde van kloosterzusters die in het begin van de 13e eeuw is gesticht door Dominicus Guzmán
dominicanessen	=	dominicanes
dominikanerwida	noun	Vidua macroura een opvallende vogel met een zeer lange staart, uit de familie van de Viduidae.
dominikanerwida's	=	dominikanerwida
dominikanerwidaatje	=	dominikanerwida
dominikanerwidaatjes	=	dominikanerwida
dominion	noun	autonoom deel van het Britse Rijk, deel van het Britse gemenebest
dominions	=	dominion
domino	noun	een spel met stenen die aan twee zijden voorzien zijn van ogen en die aan elkaar gelegd worden
domino's	=	domino
domino-effect	noun	het verschijnsel dat in een rij dominostenen de laatste steen omvalt, met als gevolg dat alle andere stenen ook omvallen
domino-effecten	=	domino-effect
dominoactie	noun	een opeenvolging van gebeurtenissen, vergelijkbaar met het omvallen van dominostenen, waarbij één gebeurtenis de volgende in gang zet
dominoacties	=	dominoactie
dominoactietje	=	dominoactie
dominoactietjes	=	dominoactie
dominobaan	noun	een rij van dominostenen die zo zijn opgesteld dat wanneer de eerste steen omvalt, deze de volgende steen raakt, wat resulteert in een kettingreactie waarbij alle stenen achter elkaar vallen
dominobaantje	=	dominobaan
dominobaantjes	=	dominobaan
dominobanen	=	dominobaan
dominode	=	dominoën
dominoden	=	dominoën
dominokever	noun	Thermophilum sexmaculatum een geslacht uit de familie Coleoptera.
dominokevers	=	dominokever
dominokevertje	=	dominokever
dominokevertjes	=	dominokever
dominomot	noun	insect uit de familie Autostichidae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
dominomotje	=	dominomot
dominomotjes	=	dominomot
dominomotten	noun	Autostichidae een familie van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
dominoot	=	dominoën
dominootje	=	domino
dominootjes	=	domino
dominospel	noun	de zaken die men nodig heeft om domino te kunnen spelen
dominospelen	=	dominospel
dominospellen	=	dominospel
dominosteen	noun	een van de stenen waarmee men domino speelt
dominosteentje	=	dominosteen
dominosteentjes	=	dominosteen
dominostekker	noun	verbindingsstuk dat in één opening van een contactdoos wordt gestoken en zelf meer van dat soort openingen bevat, en zo de mogelijkheid geeft meer lampen of apparaten tegelijk op die ene opening aan te sluiten
dominostekkers	=	dominostekker
dominostenen	=	dominosteen
dominotheorie	noun	theorie die inhoudt dat een gebeurtenis een domino-effect teweeg kan brengen bijv. een domino-revolutie
dominotheorieën	=	dominotheorie
dominoë	=	dominoën
dominoën	verb	een spel spelen met stenen die aan twee zijden een getal weergeven
dominoënd	=	dominoën
dominoënde	=	dominoën
domkapittel	noun	het bestuur van de hoofdkerk van een bisdom
domkapittelen	=	domkapittel
domkapittels	=	domkapittel
domkerk	noun	een kerk waarin een bisschop zetelt
domkerken	=	dom
domkerkje	=	domkerk
domkerkjes	=	domkerk
domkop	noun	iemand die niet erg slim is
domkopje	=	domkop
domkopjes	=	domkop
domkoppen	=	domkop
domme	=	dom
dommekracht	noun	middel om zonder veel moeite of overleg kracht uit te oefenen
dommekrachten	=	dommekracht
dommekrachtje	=	dommekracht
dommel	=	dommelen
dommelde	=	dommelen
dommelden	=	dommelen
dommele	=	dommelen
dommelen	verb	half in slaap zijn
dommelend	=	dommelen
dommelende	=	dommelen
dommelig	adj	slaapverwekkend
dommelige	=	dommelig
dommeliger	=	dommelig
dommeligere	=	dommelig
dommeligers	=	dommelig
dommeligs	=	dommelig
dommeligst	=	dommelig
dommeligste	=	dommelig
dommelijk	adj	in een toestand van halfslaap
dommelijke	=	dommelijk
dommelijker	=	dommelijk
dommelijkere	=	dommelijk
dommelijkers	=	dommelijk
dommelijks	=	dommelijk
dommelijkst	=	dommelijk
dommelijkste	=	dommelijk
dommeling	noun	een toestand van kortdurende lichte slaap
dommelingen	=	dommeling
dommelt	=	dommelen
dommer	=	dom
dommerd	noun	iemand die een beetje dom is (geweest)
dommerdje	=	dommerd
dommerdjes	=	dommerd
dommerds	=	dommerd
dommere	=	dom
dommerik	noun	iemand die niet erg slim is
dommeriken	=	dommerik
dommerikje	=	dommerik
dommerikjes	=	dommerik
dommers	=	dom
dommetje	=	dom
dommetjes	=	dom
dommie	noun	zeer dom persoon
dommies	=	dommie
dommig	adj	een beetje dom, op een niet zo intelligente manier; sloom
dommige	=	dommig
dommiger	=	dommig
dommigere	=	dommig
dommigers	=	dommig
dommigheden	=	dommigheid
dommigheid	noun	domme uitspraak of handeling
dommigs	=	dommig
dommigst	=	dommig
dommigste	=	dommig
domoor	noun	domkop, dommerik, sufferd, iemand die niet intelligent is
domoortje	=	domoor
domoortjes	=	domoor
domoren	=	domoor
domotica	noun	het automatiseren van de woning aan de hand van elektronica
domp	=	dompen
dompe	=	dompen
dompel	=	dompelen
dompelaar	noun	voorwerp of onderdeel dat in een vloeistof wordt ondergedompeld
dompelaars	=	dompelaar
dompelaartje	=	dompelaar
dompelaartjes	=	dompelaar
dompelbad	noun	een koud waterbad bedoeld ter afkoeling van het lichaam of zomaar om het aangename gevoel van het koude water
dompelbaden	=	dompelbad
dompelbadje	=	dompelbad
dompelbadjes	=	dompelbad
dompelde	=	dompelen
dompelden	=	dompelen
dompele	=	dompelen
dompelen	verb	in een vloeistof steken
dompelend	=	dompelen
dompelende	=	dompelen
dompelt	=	dompelen
dompen	verb	opspringen
dompend	=	dompen
dompende	=	dompen
domper	noun|figurative	teleurstelling, iets dat de vreugde uitdooft
domperidon	noun	medicament dat men gebruikt bij misselijkheid
dompers	=	domper
dompertje	=	domper
dompertjes	=	domper
dompig	adj	bedompt
dompige	=	dompig
dompiger	=	dompig
dompigere	=	dompig
dompigers	=	dompig
dompigs	=	dompig
dompigst	=	dompig
dompigste	=	dompig
dompt	=	dompen
dompte	=	dompen
dompten	=	dompen
dompteur	noun	dierentemmer
dompteurs	=	dompteur
dompteurtje	=	dompteur
dompteurtjes	=	dompteur
dompteuse	=	dompteur
doms	=	dom
domst	=	dom
domstad	noun	een stad met een kathedraal (in Nederland wordt meestal Utrecht bedoeld, in Duitsland gaat het meestal over Aken of Keulen)
domste	=	dom
domsteden	=	domstad
domtoren	noun	de toren die bij een kathedraal hoort
domtorens	=	domtoren
domtorentje	=	domtoren
domtorentjes	=	domtoren
domweg	adv	zonder na te denken, wat daardoor ook niet uit te leggen of te begrijpen is
don	noun	een Spaanse, Portugese, Braziliaanse en Italiaanse betiteling, afgeleid van het Latijnse dominus
donaat	noun	Iemand die al zijn bezittingen aan een klooster gegeven heeft en deelneemt aan het kloosterleven, zonder daarvoor eerst de volledige kloostergeloften afgelegd te hebben
donacobius	noun	Donacobius een geslacht van zangvogels uit de familie Donacobiidae.
donacobiusje	=	donacobius
donacobiusjes	=	donacobius
donacobiussen	=	donacobius
donataris	noun	iemand die een gift, of donatie ontvangt
donatarissen	=	donataris
donaten	=	donaat
donateur	noun	iemand die een (financiële) bijdrage levert
donateurs	=	donateur
donateursactie	noun	een manier om geld of andere middelen in te zamelen door middel van giften van donateurs
donateursacties	=	donateursactie
donateursactietje	=	donateursactie
donateursactietjes	=	donateursactie
donateursbestand	noun	lijst met mensen die geld hebben gegeven aan een bepaalde organisatie
donateursbestanden	=	donateursbestand
donateursbestandje	=	donateursbestand
donateursbestandjes	=	donateursbestand
donateursblaadje	=	donateursblad
donateursblaadjes	=	donateursblad
donateursblad	noun	tijdschrift voor personen die een bepaalde organisatie ondersteunen
donateursbladen	=	donateursblad
donateurschap	noun	het donateur zijn
donateurschapje	=	donateurschap
donateurschapjes	=	donateurschap
donateurschappen	=	donateurschap
donateurtje	=	donateur
donateurtjes	=	donateur
donatie	noun	een schenking, een gift
donatiegeld	noun	geld waarmee men een donateur een organisatie ondersteunt; geld dat door donateurs aan een organisatie is geschonken
donatiegelden	=	donatiegeld
donatiepagina	noun	een pagina waarop gevraagd wordt om voor een goed doel een financiële bijdrage te leveren
donatiepagina's	=	donatiepagina
donatiepaginaatje	=	donatiepagina
donatiepaginaatjes	=	donatiepagina
donatieplatform	noun	website die helpt eenvoudig, betrouwbaar en doelmatig geld aan diverse goede doelen te geven
donatieplatformen	=	donatieplatform
donatieplatforms	=	donatieplatform
donaties	=	donatie
donatietje	=	donatie
donatietjes	=	donatie
donatiewebsite	noun	een website waarop mensen iets kunnen doneren aan een ander, aan een goed doel of aan een organisatie
donatiewebsites	=	donatiewebsite
donatisme	noun	schismatische stroming uit de kerkgeschiedenis van de 4e eeuw
donatrice	noun	vrouwelijke vorm van donateur
donatrices	=	donatrice
donatricetje	=	donatrice
donatricetjes	=	donatrice
donaubrasem	noun	Abramis sapa een soort uit de familie van de eigenlijke karpers (Cyprinidae)
donaubrasempje	=	donaubrasem
donaubrasempjes	=	donaubrasem
donaubrasems	=	donaubrasem
donaukamsalamander	noun	Triturus dobrogicus een watersalamander uit de familie echte salamanders of Salamandridae.
donaukamsalamanders	=	donaukamsalamander
donaukamsalamandertje	=	donaukamsalamander
donaukamsalamandertjes	=	donaukamsalamander
donaumoerasslak	noun	Viviparus acerosus een slakkensoort uit de familie van de Viviparidae.
donaumoerasslakje	=	donaumoerasslak
donaumoerasslakjes	=	donaumoerasslak
donaumoerasslakken	=	donaumoerasslak
donauplatworm	noun	Dendrocoelum romanodanubiale een vrij levende platworm (Platyhelminthes).
donauplatwormen	=	donauplatworm
donauplatwormpje	=	donauplatworm
donauplatwormpjes	=	donauplatworm
donauzalm	noun	Hucho hucho zalmsoort die oorspronkelijk uit de Donau afkomstig is
donauzalmen	=	donauzalm
donauzalmpje	=	donauzalm
donauzalmpjes	=	donauzalm
donder	noun	een zeer luid geluid bij onweer
donderaal	noun	bepaald soort langgerekte spoelvormige vis met een donkerbruine grondkleur, een geeloranje buik en zwarte lengtestrepen, Misgurnus fossilis
donderaar	noun	scheidsrechtersfluit met rammelend balletje
donderaars	=	donderaar
donderalen	=	donderaal
donderbaard	noun	Sempervivum tectorum vetplant uit het geslacht Sempervivum
donderbaarden	=	donderbaard
donderbaardje	=	donderbaard
donderbaardjes	=	donderbaard
donderbaerd	=	donderbaard
donderbaert	=	donderbaard
donderblaadje	=	donderblad
donderblaadjes	=	donderblad
donderblad	noun	een plantensoort Sempervivum tectorum uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae).
donderbladen	=	donderblad
donderbladeren	=	donderblad
donderbui	noun	keer dat het onweert
donderbuien	=	donderbui
donderdaags	=	donderdags
donderdaagsch	=	donderdags
donderdag	noun	een dag van de week die na woensdag en voor vrijdag komt
donderdagavond	noun	de latere uren van de donderdag	adv	op de avond van de donderdag
donderdagavonden	=	donderdagavond
donderdagavondje	=	donderdagavond
donderdagavondjes	=	donderdagavond
donderdagen	=	donderdag
donderdagje	=	donderdag
donderdagjes	=	donderdag
donderdagmarkt	noun	op donderdag gehouden markt
donderdagmarkten	=	donderdagmarkt
donderdagmarktje	=	donderdagmarkt
donderdagmarktjes	=	donderdagmarkt
donderdagmiddag	noun	de uren van een donderdag tussen het middaguur en de avond	adv	op de middag van de donderdag
donderdagmiddagborrel	noun	een bijeenkomst op donderdagmiddag om ter afsluiting van de werkweek wat te gebruiken en te communiceren
donderdagmiddagborrels	=	donderdagmiddagborrel
donderdagmiddagen	=	donderdagmiddag
donderdagmiddagje	=	donderdagmiddag
donderdagmiddagjes	=	donderdagmiddag
donderdagmorgen	noun	de uren van een donderdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de morgen van donderdag	adv	in de morgen van de donderdag
donderdagmorgens	=	donderdagmorgen
donderdagmorgentje	=	donderdagmorgen
donderdagmorgentjes	=	donderdagmorgen
donderdagnacht	noun	de nacht van donderdag op vrijdag.	adv	in de nacht van de donderdag
donderdagnachten	=	donderdagnacht
donderdagnachtje	=	donderdagnacht
donderdagnachtjes	=	donderdagnacht
donderdagnamiddag	noun	op donderdag de tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de donderdagmiddag, ongeveer van 15:00 tot 18:00 uur
donderdagnamiddagen	=	donderdagnamiddag
donderdagnamiddagje	=	donderdagnamiddag
donderdagnamiddagjes	=	donderdagnamiddag
donderdagochtend	noun	de uren van een donderdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van donderdag	adv	in de ochtend van de donderdag
donderdagochtenden	=	donderdagochtend
donderdagochtendje	=	donderdagochtend
donderdagochtendjes	=	donderdagochtend
donderdags	adj	op de donderdag betrekking hebbend	adv	op donderdagen
donderdagsavonds	adv	geregeld op de avonden van de donderdagen
donderdagsch	=	donderdags
donderdagse	=	donderdags
donderdagsmiddags	adv	geregeld op de middagen van de donderdagen
donderdagsmorgens	adv	geregeld op de ochtenden van de donderdagen
donderdagsnachts	adv	geregeld in de nachten van de donderdagen
donderdagsochtends	adv	geregeld op de ochtenden van de donderdagen
donderdagvoormiddag	noun	op donderdag de tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de donderdagmiddag
donderdagvoormiddagen	=	donderdagvoormiddag
donderdagvoormiddagje	=	donderdagvoormiddag
donderdagvoormiddagjes	=	donderdagvoormiddag
donderde	=	donderen
donderden	=	donderen
dondere	=	donderen
donderen	verb	het weerklinken van luid gerommel ten gevolge van bliksemontlading
donderend	adj	zeer luid
donderende	=	donderen
donderender	=	donderend
donderendere	=	donderend
donderenders	=	donderend
donderends	=	donderend
donderendst	=	donderend
donderendste	=	donderend
dondergod	noun	opperwezen die onweer veroorzaakt
dondergoden	=	dondergod
dondergodin	=	dondergod
donderjaag	=	donderjagen
donderjaagde	=	donderjagen
donderjaagden	=	donderjagen
donderjaagt	=	donderjagen
donderjage	=	donderjagen
donderjagen	verb	vervelend bezig zijn
donderjagend	=	donderjagen
donderjagende	=	donderjagen
donderkop	noun	donkere onweerswolken
donderkopje	=	donderkop
donderkopjes	=	donderkop
donderkoppen	=	donderkop
donderkruid	noun	Inula conyzae een twee- of meerjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae), die verspreid voorkomt in Europa en vooral te vinden is in grazige plaatsen op kalkhoudende bodems
donderkruiden	=	donderkruid
donderkruidje	=	donderkruid
donderkruidjes	=	donderkruid
donderkruidmineermot	noun	Digitivalva perlepidella een vlinder uit de familie van de koolmotten (Plutellidae).
donderkruidmineermotje	=	donderkruidmineermot
donderkruidmineermotjes	=	donderkruidmineermot
donderkruidmineermotten	=	donderkruidmineermot
donderkruidmot	noun	Atralata albofascialis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
donderkruidmotje	=	donderkruidmot
donderkruidmotjes	=	donderkruidmot
donderkruidmotten	=	donderkruidmot
donderkruidvedermot	noun	Hellinsia carphodactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
donderkruidvedermotje	=	donderkruidvedermot
donderkruidvedermotjes	=	donderkruidvedermot
donderkruidvedermotten	=	donderkruidvedermot
donderpad	noun	kikkervisje
donderpadden	noun	een familie Cottidae van vissen uit de orde der schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes).
donderpadje	=	donderpad
donderpreek	noun	felle, strenge, onvriendelijke toespraak om iemand de les te lezen en waarop soms een straf volgt
donderpreekje	=	donderpreek
donderpreekjes	=	donderpreek
donderpreken	=	donderpreek
donderroe	noun	metalen stang die de bliksem aantrekt en naar de grond afvoert
donderroede	noun	een metalen stang die de bliksem aantrekt en naar de grond afvoert
donderroeden	=	donderroede
donderroedes	=	donderroede
donderroedetje	=	donderroede
donderroedetjes	=	donderroede
donderroes	=	donderroe
donderroetje	=	donderroe
donderroetjes	=	donderroe
donders	adj|informal	lastig, vervelend	adv|vulgar	erg bw, heel bw, zeer bw
donderse	=	donders
donderslag	noun	de luide knal die het inslaan van de bliksem veroorzaakt
donderslagen	=	donderslag
donderslagje	=	donderslag
donderslagjes	=	donderslag
donderslagsken	=	donderslag
donderspeech	noun	felle, boze, beschuldigende toespraak
donderspeechen	=	donderspeech
donderspeeches	=	donderspeech
donderspeechje	=	donderspeech
dondersteen	noun	een lastig, ondeugend persoon
dondersteentje	=	dondersteen
dondersteentjes	=	dondersteen
donderstenen	=	dondersteen
donderstenend	=	dondersteen
donderstenende	=	dondersteen
donderstraal	noun	heel druk en ondeugend kind
donderstraalde	=	donderstraal
donderstraalden	=	donderstraal
donderstraalt	=	donderstraal
donderstraaltje	=	donderstraal
donderstrale	=	donderstraal
donderstralen	=	donderstraal
donderstralend	=	donderstraal
donderstralende	=	donderstraal
dondert	=	donderen
dondertje	=	donder
dondertjes	=	donder
donderwolk	noun	wolk met een lage wolkenbasis maar tot 15 km hoog en dicht kan zijn waaruit zware regenbuien met onweer kunnen ontstaan
donderwolken	=	donderwolk
donderwolkje	=	donderwolk
donderwolkjes	=	donderwolk
donderwolktonen	=	donderwolktoon
donderwolktoon	noun	een boze, vermanende manier van spreken
donderwolktoontje	=	donderwolktoon
donderwolktoontjes	=	donderwolktoon
doneer	=	doneren
doneerbeugel	noun	plastic houder waarin mensen statiegeldflessen en statiegeldblikjes kunnen zetten zodat anderen ze kunnen verzamelen en inleveren om het statiegeld te innen
doneerbeugels	=	doneerbeugel
doneerbeugeltje	=	doneerbeugel
doneerbeugeltjes	=	doneerbeugel
doneerde	=	doneren
doneerden	=	doneren
doneerring	noun	plastic houder waarin mensen statiegeldflessen en statiegeldblikjes kunnen zetten zodat anderen ze kunnen verzamelen en inleveren om het statiegeld te innen
doneerringen	=	doneerring
doneert	=	doneren
donere	=	doneren
doneren	verb	een gift geven
donerend	=	doneren
donerende	=	doneren
dong	noun	munteenheid van Vietnam (eigenlijk Vietnamese dong)
donge	=	dingen
dongel	noun	een stukje hardware dat aangesloten wordt op de pc (bijv. via de usb-poort) fungerend als hardwaresleutel of netwerkontvanger.
dongels	=	dongel
dongeltje	=	dongel
dongeltjes	=	dongel
dongen	=	dingen
dongs	=	dong
dongt	=	dingen
donjon	noun	zwaarste toren in een middeleeuws kasteel
donjonnetje	=	donjon
donjons	=	donjon
donjuan	noun	iemand die veel vrouwen verleidt
donjuanisme	noun	volgens de manier van Don Juan Tenorio, een legendarisch mogelijk fictieve vrouwenversierder die rond 1620 voor het eerst in een boek opduikt
donjuans	=	donjuan
donk	noun	een heuvel bestaande uit dekzand die voorkomt in het laaggelegen rivierengebied en uitsteekt boven de latere sedimenten
donkel	=	donker
donken	=	donk
donker	adj	zonder licht	noun	toestand dat er geen licht is, duisternis
donkerblauw	noun	donkere variant van de kleur blauw ( )	adj	de kleur donkerblauw hebbend ( )
donkerblauwe	=	donkerblauw
donkerblauwer	=	donkerblauw
donkerblauwere	=	donkerblauw
donkerblauwers	=	donkerblauw
donkerblauws	=	donkerblauw
donkerblauwst	=	donkerblauw
donkerblauwste	=	donkerblauw
donkerblond	adj	van haren: (licht) bruin
donkerblonde	=	donkerblond
donkerblonder	=	donkerblond
donkerblondere	=	donkerblond
donkerblonders	=	donkerblond
donkerblonds	=	donkerblond
donkerblondst	=	donkerblond
donkerblondste	=	donkerblond
donkerbruin	adj	bruin met weinig wit bijmenging, volbruin, kastanjebruin
donkerbruine	=	donkerbruin
donkerbruinen	=	donkerbruin
donkerbruiner	=	donkerbruin
donkerbruinere	=	donkerbruin
donkerbruiners	=	donkerbruin
donkerbruins	=	donkerbruin
donkerbruinst	=	donkerbruin
donkerbruinste	=	donkerbruin
donkerbuiklantaarnhaai	noun	Etmopterus spinax een soort doornhaai
donkerbuiklantaarnhaaien	=	donkerbuiklantaarnhaai
donkerbuiklantaarnhaaitje	=	donkerbuiklantaarnhaai
donkerbuiklantaarnhaaitjes	=	donkerbuiklantaarnhaai
donkercyaan	noun	een donkere variant van cyaan	adj	de kleur donkercyaan hebbend
donkercyaans	=	donkercyaan
donkercyane	=	donkercyaan
donkerde	=	donkeren
donkerden	=	donkeren
donkerder	=	donker
donkerdere	=	donker
donkerders	=	donker
donkere	=	donker
donkeren	verb	donker worden
donkerend	=	donkeren
donkerende	=	donkeren
donkergeel	adj	de kleur tussen geel en oranje in, het is geen RAL-kleur
donkergeels	=	donkergeel
donkergeelst	=	donkergeel
donkergeelste	=	donkergeel
donkergele	=	donkergeel
donkergelen	=	donkergeel
donkergeler	=	donkergeel
donkergelere	=	donkergeel
donkergelers	=	donkergeel
donkergetint	adj	met een donkere kleur
donkergetinte	=	donkergetint
donkergetints	=	donkergetint
donkergrijs	noun	een donkere variant van de kleur grijs	adj	de kleur donkergrijs hebbend
donkergrijst	=	donkergrijs
donkergrijste	=	donkergrijs
donkergrijze	=	donkergrijs
donkergrijzen	=	donkergrijs
donkergrijzer	=	donkergrijs
donkergrijzere	=	donkergrijs
donkergrijzers	=	donkergrijs
donkergroen	noun	een donkere variant van de kleur groen	adj	de kleur donkergroen hebbend
donkergroene	=	donkergroen
donkergroenen	=	donkergroen
donkergroener	=	donkergroen
donkergroenere	=	donkergroen
donkergroeners	=	donkergroen
donkergroens	=	donkergroen
donkergroenst	=	donkergroen
donkergroenste	=	donkergroen
donkerhaarplatbek	noun	Heringia pubescens een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
donkerhaarplatbekje	=	donkerhaarplatbek
donkerhaarplatbekjes	=	donkerhaarplatbek
donkerhaarplatbekken	=	donkerhaarplatbek
donkerharig	adj	Veel meisjes uit Iran zijn mooie, donkerharige prinsesjes.
donkerharige	=	donkerharig
donkerhariger	=	donkerharig
donkerharigere	=	donkerharig
donkerharigers	=	donkerharig
donkerharigs	=	donkerharig
donkerharigst	=	donkerharig
donkerharigste	=	donkerharig
donkerheid	noun	het niet of minder verlicht zijn
donkerklauwzandgitje	noun	Cheilosia psilophthalma een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
donkerklauwzandgitjes	=	donkerklauwzandgitje
donkerkleurig	adj	met een donkere kleur; met een tint die weinig licht terugkaatst
donkerkleurige	=	donkerkleurig
donkerkleuriger	=	donkerkleurig
donkerkleurigere	=	donkerkleurig
donkerkleurigers	=	donkerkleurig
donkerkleurigs	=	donkerkleurig
donkerkleurigst	=	donkerkleurig
donkerkleurigste	=	donkerkleurig
donkerkruinmuisspecht	noun	Lepidocolaptes falcinellus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
donkerkruinmuisspechten	=	donkerkruinmuisspecht
donkerkruinmuisspechtje	=	donkerkruinmuisspecht
donkerkruinmuisspechtjes	=	donkerkruinmuisspecht
donkerleigrijs	noun	een grijze kleur, een donkere variant van het leigrijs, de kleur van leien	adj	de kleur donkerleigrijs hebbend
donkerleigrijze	=	donkerleigrijs
donkermagenta	noun	een donkere variant van de kleur magenta/lila	adj	de kleur donkermagenta hebbend
donkerolijfgroen	noun	een donkere variant van olijfgroen	adj	de kleur donkerolijfgroen hebbend
donkerolijfgroene	=	donkerolijfgroen
donkerolijfgroens	=	donkerolijfgroen
donkeroranje	noun	een donkere variant van oranje	adj	de kleur donkeroranje hebbend
donkeroranjes	=	donkeroranje
donkerpaars	adj	paars gemengd met zwart
donkerpaarse	=	donkerpaars
donkerpaarsen	=	donkerpaars
donkerpaarser	=	donkerpaars
donkerpaarsere	=	donkerpaars
donkerpaarsers	=	donkerpaars
donkerpaarst	=	donkerpaars
donkerpaarste	=	donkerpaars
donkerreactie	noun	een of meer van de reeks scheikundige veranderingen waarbij de energie die eerder uit licht is ingevangen wordt opgeslagen in suikers, als onderdeel van de fotosynthese
donkerreacties	=	donkerreactie
donkerreactietje	=	donkerreactie
donkerreactietjes	=	donkerreactie
donkerrode	=	donkerrood
donkerroden	=	donkerrood
donkerroder	=	donkerrood
donkerrodere	=	donkerrood
donkerroders	=	donkerrood
donkerrood	noun	een donkere kleur rood	adj	de donkerrode kleur hebbend
donkerroods	=	donkerrood
donkerroodst	=	donkerrood
donkerroodste	=	donkerrood
donkers	=	donker
donkerst	=	donker
donkerstaalblauw	noun	een donkere variant van de kleur staalblauw	adj	de kleur donkerstaalblauw hebbend
donkerstaalblauwe	=	donkerstaalblauw
donkerstaalblauws	=	donkerstaalblauw
donkerstaartcanastero	noun	Pseudasthenes humicola een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
donkerstaartcanastero's	=	donkerstaartcanastero
donkerstaartcanasterootje	=	donkerstaartcanastero
donkerstaartcanasterootjes	=	donkerstaartcanastero
donkerste	=	donker
donkert	=	donkeren
donkerte	noun	donkere plaats
donkerten	=	donkerte
donkertes	=	donkerte
donkertje	=	donker
donkertjes	=	donker
donkerturkoois	noun	een donkere variant van de kleur turkoois	adj	de kleur donkerturkoois hebbend
donkerturkooizen	=	donkerturkoois
donkervinbarracuda	noun	Sphyraena qenie een straalvinnige vissensoort uit de familie van barracuda's (Sphyraenidae).
donkervinbarracuda's	=	donkervinbarracuda
donkervinbarracudaatje	=	donkervinbarracuda
donkervinbarracudaatjes	=	donkervinbarracuda
donkerviolet	noun	een donkere variant van de kleur violet	adj	de kleur donkerviolet hebbend
donkerviolets	=	donkerviolet
donkerviolette	=	donkerviolet
donkervleugelbladspeurder	noun	Philydor fuscipenne een zangvogel uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
donkervleugelbladspeurders	=	donkervleugelbladspeurder
donkervleugelbladspeurdertje	=	donkervleugelbladspeurder
donkervleugelbladspeurdertjes	=	donkervleugelbladspeurder
donkervleugelholengraver	noun	Geositta saxicolina een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
donkervleugelholengravers	=	donkervleugelholengraver
donkervleugelholengravertje	=	donkervleugelholengraver
donkervleugelholengravertjes	=	donkervleugelholengraver
donkerzalm	noun	een donkere variant van de zalmkleur
donkerzalmkleurig	adj	de kleur donkerzalm hebbend
donkerzalmkleurige	=	donkerzalmkleurig
donkerzalmkleurigs	=	donkerzalmkleurig
donkerzeegroen	noun	een donkere variant van de kleur zeegroen	adj	de kleur donkerzeegroen hebbend
donkerzeegroene	=	donkerzeegroen
donkerzeegroens	=	donkerzeegroen
donkey	noun	kleine stoommachine om als hulpmotor voor pompen en andere werktuigen op een schip
donkeys	=	donkey
donkje	=	donk
donna	noun	respectvolle aanduiding voor een vrouw
donna's	=	donna
donor	noun	gever, bijv. orgaandonor: degene die zijn orgaan afstaat
donoradministratie	noun	registratie van alle giften die een organisatie heeft ontvangen
donorbank	noun	opslagplaats van medische gegevens en afgestaan materiaal van donoren
donorbanken	=	donorbank
donorbankje	=	donorbank
donorbankjes	=	donorbank
donorbloed	noun	bloed dat door bloeddonoren is afgestaan aan een bloedbank voor patiëntenzorg
donorcodicil	noun	kaartje of pasje waarop een donor heeft aangegeven al dan niet bereid te zijn na overlijden organen en weefsels af te staan voor transplantatie
donorcodicillen	=	donorcodicil
donorcodicils	=	donorcodicil
donorconferentie	noun	internationale conferentie waarop geld wordt ingezameld voor een door een ramp getroffen land
donorconferenties	=	donorconferentie
donoren	=	donor
donorenbestand	noun	lijst van mensen die een gift hebben gedaan aan een bepaalde organisatie
donorenbestanden	=	donorenbestand
donorformulier	noun	stuk papier (of virtueel papier) waarop een aantal in te vullen standaard vragen staan betreffende het al of niet ter beschikking stellen van je organen voor medische doeleinden bij een (onverwacht) overlijden
donorformulieren	=	donorformulier
donorgeld	noun	door een donor(land) geschonken geld
donorgelden	=	donorgeld
donorgeldje	=	donorgeld
donorgeldjes	=	donorgeld
donorhart	noun	door een donor afgestaan hart bestemd voor transplantatie
donorharten	=	donorhart
donorhartje	=	donorhart
donorhartjes	=	donorhart
donorhuid	noun	huid van een overleden persoon die zijn huid ter beschikking heeft gesteld voor medische doeleinden
donorhuiden	=	donorhuid
donorinseminatie	noun	kunstmatige inseminatie bij een vrouw met zaad van een gewoonlijk anonieme donor
donorinseminaties	=	donorinseminatie
donorkeuring	noun	de keuring die een donor moet ondergaan om te kijken of deze voldoende gezond is
donorkeuringen	=	donorkeuring
donorkind	noun	kind voortgekomen uit gedoneerd sperma of een eiceldonatie
donorkinderen	=	donorkind
donorkindje	=	donorkind
donorkindjes	=	donorkind
donorland	noun	land dat (ontwikkelings)hulp geeft
donorlanden	=	donorland
donorlandje	=	donorland
donorlandjes	=	donorland
donorlever	noun	lever die door een donor is afgestaan voor transplantatie doeleinden
donorlevers	=	donorlever
donormelk	noun	afgekolfde moedermelk die een moeder afstaat voor een baby van een andere moeder
donormoeder	noun	een vrouw die voor anderen (de wensouders) (al dan niet tegen betaling) een kind draagt en baart, doorgaans een paar dat zelf geen kinderen kan krijgen
donormoeders	=	donormoeder
donormoedertje	=	donormoeder
donormoedertjes	=	donormoeder
donornier	noun	een nier die bij iemand geïmplanteerd wordt die lijdt aan nierfalen en die gegeven wordt door een levende of overleden donor
donornieren	=	donornier
donororgaan	noun	door een donor afgestaan orgaan bestemd voor transplantatie
donororgaantje	=	donororgaan
donororgaantjes	=	donororgaan
donororganen	=	donororgaan
donorpaspoort	noun	verklaring waarin alle genetische gegevens van een verder anonieme donorvader zijn vastgelegd
donorpaspoorten	=	donorpaspoort
donorpaspoortje	=	donorpaspoort
donorpaspoortjes	=	donorpaspoort
donorpoep	noun	ontlasting van een gezonde donor die men gebruikt bij een poeptransplantatie
donorprincipe	noun	het beginsel dat de schrijfwijze van een woord of woordgroep die afwijkt van de officiële spellingsregels gerespecteerd wordt, omdat de betreffende schrijfwijze in de taal van herkomst gebruikelijk is of omdat een instelling of merk voor die spelling heeft gekozen
donorprincipes	=	donorprincipe
donorregister	noun	een register waarin staat of iemand toestemming geeft na het overlijden zijn organen te gebruiken voor transplantatie
donorregisters	=	donorregister
donorregistertje	=	donorregister
donorregistertjes	=	donorregister
donors	=	donor
donorschap	noun	het iemand zijn die een (geldelijke)bijdrage heeft gegeven aan een organisatie
donorstaat	noun	staat die netto bijdraagt (ipv te ontvangen)
donorstaten	=	donorstaat
donorvader	noun	man die sperma heeft afgestaan dat gebruikt is om de eicel te bevruchten waaruit een donorkind is geboren
donorvaders	=	donorvader
donorvadertje	=	donorvader
donorvadertjes	=	donorvader
donorverklaring	noun	een ingevuld en ondertekend formulier (het donorformulier) waarmee iemand zijn wens ten aanzien van orgaan- en weefseldonatie kenbaar heeft gemaakt
donorverklaringen	=	donorverklaring
donorzaad	noun	het sperma afgestaan door een donor (het donorsperma) bestemd voor kunstmatige inseminatie
donorzaden	=	donorzaad
donquichot	noun	een onpraktische idealist
donquichots	=	donquichot
donquichotterie	noun	tot mislukking gedoemd handelen, ingegeven door dwaas idealisme
donquichotteries	=	donquichotterie
donquichotterieën	=	donquichotterie
dons	noun	fijne veren die onder de taaiere buitenveren zitten, vaak gebruikt als vulstof voor kussens, dekbedden en slaapzakken
donsachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van dons
donsachtige	=	donsachtig
donsachtiger	=	donsachtig
donsachtigere	=	donsachtig
donsachtigers	=	donsachtig
donsachtigs	=	donsachtig
donsachtigst	=	donsachtig
donsachtigste	=	donsachtig
donsdek	noun	donsdeken
donsdeken	noun	een dikke met dons gevulde deken meestal bestaande uit 2 aan elkaar genaaide lakens, met de functie om iemand te bedekken en daarmee warm te houden tijdens de slaap
donsdekens	=	donsdeken
donsdekentje	=	donsdeken
donsdekentjes	=	donsdeken
donsdekje	=	donsdek
donsdekjes	=	donsdek
donsdekken	=	donsdek
donsjas	noun	dikke, warme jas gevuld met dons
donsjasje	=	donsjas
donsjasjes	=	donsjas
donsjassen	=	donsjas
donsje	=	dons
donsjes	=	dons
donsnachtschade	noun	Solanum villosum een eenjarige of overblijvende, 10-60 cm hoge plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
donsnachtschaden	=	donsnachtschade
donsnachtschades	=	donsnachtschade
donsnachtschadetje	=	donsnachtschade
donsnachtschadetjes	=	donsnachtschade
donsrugbuulbuul	noun	Euptilotus eutilotus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
donsrugbuulbuuls	=	donsrugbuulbuul
donsrugbuulbuultje	=	donsrugbuulbuul
donsrugbuulbuultjes	=	donsrugbuulbuul
donsspecht	noun	Dryobates pubescens een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
donsspechten	=	donsspecht
donsspechtje	=	donsspecht
donsspechtjes	=	donsspecht
donsstormvogel	noun	Pterodroma mollis een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
donsstormvogels	=	donsstormvogel
donsstormvogeltje	=	donsstormvogel
donsstormvogeltjes	=	donsstormvogel
donst	noun	bloem van meel
donsveder	=	donsveer
donsveer	noun	deel van de huidbekleding van vogels, bestaand uit zachte, uitstaande haartjes aan een kern Donsveren bevinden zich als regel dicht op de huid als warmte-isolatie; ze worden door mensen gebruikt in kussens en dekbedden.
donsveertje	=	donsveer
donsveertjes	=	donsveer
donsveren	=	donsveer
donsvlinder	noun	Euproctis similis een nachtvlinder uit een onderfamilie van de familie van de spinneruilen (Erebidae)
donsvlinders	noun	Lymantriinae een onderfamilie van de familie spinneruilen (Erebidae), met ongeveer 2500 bekende soorten in alle delen van de wereld
donsvlindertje	=	donsvlinder
donsvlindertjes	=	donsvlinder
donsvoetje	noun	een schimmel uit het geslacht Tubaria behorend tot de familie Tubariaceae
donsvoetjes	=	donsvoetje
donszacht	adj	bijna zonder gewicht en gemakkelijk samen te drukken
donszachte	=	donszacht
donszachts	=	donszacht
donut	noun	lekkernij, bestaande uit een ring van gefrituurd deeg met suiker
donutdiagram	noun	een variant van een cirkeldiagram die gegevens weergeeft als segmenten in een ringvorm, met een gat in het midden
donutdiagrammen	=	donutdiagram
donutdiagrammetje	=	donutdiagram
donutdiagrammetjes	=	donutdiagram
donuteconomie	noun	duurzame economie die rekening houdt met de grenzen van de ecologische grenzen en de basisbehoeften van mensen
donuteconomieën	=	donuteconomie
donutfusie	noun	samengaan van de gemeenten rond een stad in een nieuwe groot geheel, waar die stad geen deel van is
donutfusies	=	donutfusie
donutgrafiek	noun	een cirkeldiagram met een open middenruimte
donutgrafieken	=	donutgrafiek
donutgrafiekje	=	donutgrafiek
donutgrafiekjes	=	donutgrafiek
donutje	=	donut
donutkraam	noun	een verplaatsbaar verkooppunt of marktkraam waar verse, zoete donuts worden gebakken en verkocht
donutkraampje	=	donutkraam
donutkraampjes	=	donutkraam
donutkramen	=	donutkraam
donuts	=	donut
donzen	adj	van dons gemaakt, met dons gevuld
donzig	adj	met een fijn los verenkleed bedekt
donzige	=	donzig
donziger	=	donzig
donzigere	=	donzig
donzigers	=	donzig
donzigs	=	donzig
donzigst	=	donzig
donzigste	=	donzig
dood	noun	de toestand nadat het leven is geëindigd	adj	niet meer levend
doodaas	noun	dode vis die men gebruikt voor het vissen op roofvissen
doodaf	adj	heel erg vermoeid
doodangst	=	doodsangst
doodarm	adj	heel erg arm
doodarme	=	doodarm
doodarms	=	doodarm
doodbed	=	doodsbed
doodbedaard	adj	heel erg kalm
doodbedaarde	=	doodbedaard
doodbedaards	=	doodbedaard
doodbeet	=	doodbijten
doodbeten	=	doodbijten
doodbidder	noun	aanspreker
doodbidders	=	doodbidder
doodbiddertje	=	doodbidder
doodbijt	=	doodbijten
doodbijte	=	doodbijten
doodbijten	verb	bijten tot de dood erop volgt
doodbijtend	=	doodbijten
doodbijtende	=	doodbijten
doodbleef	=	doodblijven
doodbleeft	=	doodblijven
doodbleek	=	doodsbleek
doodbleven	=	doodblijven
doodblijf	=	doodblijven
doodblijft	=	doodblijven
doodblijve	=	doodblijven
doodblijven	verb	plotseling en onverwacht overlijden
doodblijvend	=	doodblijven
doodblijvende	=	doodblijven
doodbloed	=	doodbloeden
doodbloedde	=	doodbloeden
doodbloedden	=	doodbloeden
doodbloede	=	doodbloeden
doodbloeden	verb	door massaal bloedverlies het leven verliezen
doodbloedend	=	doodbloeden
doodbloedende	=	doodbloeden
doodbloedt	=	doodbloeden
doodbraaf	adj	heel erg netjes en gezagsgetrouw
doodbraafs	=	doodbraaf
doodbrave	=	doodbraaf
doodde	=	doden
dooddeden	=	dooddoen
dooddeed	=	dooddoen
doodden	=	doden
dooddoe	=	dooddoen
dooddoen	verb	doodmaken, doden, doodslaan, vermoorden
dooddoend	=	dooddoen
dooddoende	=	dooddoen
dooddoener	noun	nietszeggende, algemene opmerking om een discussie voortijdig af te sluiten
dooddoeners	=	dooddoener
dooddoenertje	=	dooddoener
dooddoenertjes	=	dooddoener
dooddoet	=	dooddoen
dooddruk	=	dooddrukken
dooddrukke	=	dooddrukken
dooddrukken	verb	door persen iets of iemand doden
dooddrukkend	=	dooddrukken
dooddrukkende	=	dooddrukken
dooddrukt	=	dooddrukken
dooddrukte	=	dooddrukken
dooddrukten	=	dooddrukken
doode	=	dode
doodeenvoudig	adj	heel erg simpel
doodeenvoudige	=	doodeenvoudig
doodeenvoudiger	=	doodeenvoudig
doodeenvoudigere	=	doodeenvoudig
doodeenvoudigers	=	doodeenvoudig
doodeenvoudigs	=	doodeenvoudig
doodeenvoudigst	=	doodeenvoudig
doodeenvoudigste	=	doodeenvoudig
doodeerlijk	adj	geheel vrij van leugen of bedrog
doodeerlijke	=	doodeerlijk
doodeerlijks	=	doodeerlijk
dooden	=	doden
doodeng	adj	heel erg vreesaanjagend, heel erg gevaarlijk
doodenge	=	doodeng
doodengs	=	doodeng
doodenkel	adj	heel zeldzaam; bijna nooit
doodenkele	=	doodenkel
doodenkels	=	doodenkel
dooderger	=	doodergeren
doodergerde	=	doodergeren
doodergerden	=	doodergeren
doodergere	=	doodergeren
doodergeren	verb	aanhoudend heftige onvrede ervaren
doodergerend	=	doodergeren
doodergerende	=	doodergeren
doodergert	=	doodergeren
doodernstig	adj	heel erg serieus
doodernstige	=	doodernstig
doodernstiger	=	doodernstig
doodernstigere	=	doodernstig
doodernstigers	=	doodernstig
doodernstigs	=	doodernstig
doodernstigst	=	doodernstig
doodernstigste	=	doodernstig
doodga	=	doodgaan
doodgaan	verb	het leven verlaten
doodgaand	=	doodgaan
doodgaande	=	doodgaan
doodgaarne	adv	met veel gretigheid, met grote begeerte
doodgaat	=	doodgaan
doodgebeten	=	doodbijten
doodgebleven	=	doodblijven
doodgebloed	=	doodbloeden
doodgebloede	=	doodbloeden
doodgeboren	adj	bij de geboorte al overleden
doodgeborens	=	doodgeboren
doodgedaan	=	dooddoen
doodgedane	=	dooddoen
doodgedrukt	=	dooddrukken
doodgedrukte	=	dooddrukken
doodgegaan	=	doodgaan
doodgegooid	=	doodgooien
doodgegooide	=	doodgooien
doodgehongerd	=	doodhongeren
doodgehongerde	=	doodhongeren
doodgehouden	=	doodhouden
doodgekapt	=	doodkappen
doodgeknuffeld	=	doodknuffelen
doodgeknuffelde	=	doodknuffelen
doodgeknuppeld	=	doodknuppelen
doodgelachen	=	doodlachen
doodgelacht	=	doodlachen
doodgelegd	=	doodleggen
doodgelegde	=	doodleggen
doodgelegen	=	doodliggen
doodgelopen	=	doodlopen
doodgemaakt	=	doodmaken
doodgemaakte	=	doodmaken
doodgemakkelijk	adj	heel erg eenvoudig te begrijpen of te doen
doodgemakkelijke	=	doodgemakkelijk
doodgemakkelijks	=	doodgemakkelijk
doodgemarteld	=	doodmartelen
doodgemartelde	=	doodmartelen
doodgemoedereerd	adj	heel erg rustig alsof er niets aan de hand is
doodgemoedereerde	=	doodgemoedereerd
doodgemoedereerder	=	doodgemoedereerd
doodgemoedereerdere	=	doodgemoedereerd
doodgemoedereerders	=	doodgemoedereerd
doodgemoedereerds	=	doodgemoedereerd
doodgemoedereerdst	=	doodgemoedereerd
doodgemoedereerdste	=	doodgemoedereerd
doodgepolderd	=	doodpolderen
doodgepolderde	=	doodpolderen
doodgereden	=	doodrijden
doodgeschaamd	=	doodschamen
doodgeschaamde	=	doodschamen
doodgeschopt	=	doodschop
doodgeschoten	=	doodschieten
doodgeschrokken	=	doodschrikken
doodgeslagen	=	doodslaan
doodgespeeld	=	doodspelen
doodgespeelde	=	doodspelen
doodgespoten	=	doodspuiten
doodgestoken	=	doodsteken
doodgetrapt	=	doodtrappen
doodgetrapte	=	doodtrappen
doodgevaarlijk	adj	met heel grote risico's
doodgevaarlijke	=	doodgevaarlijk
doodgevaarlijks	=	doodgevaarlijk
doodgevallen	=	doodvallen
doodgeverfde	adj	al op voorhand algemeen in een toekomstige rol gezien
doodgevochten	=	doodvechten
doodgevroren	=	doodvriezen
doodgewerkt	=	doodwerken
doodgewerkte	=	doodwerken
doodgewicht	noun	de zwaarte van een bewegingloze belasting
doodgewichtanker	noun	een zwaar voorwerp met bevestigingsoog, dat als een eenvoudig anker wordt gebruikt
doodgewichtankers	=	doodgewichtanker
doodgewichtankertje	=	doodgewichtanker
doodgewichtankertjes	=	doodgewichtanker
doodgewichten	=	doodgewicht
doodgewichtje	=	doodgewicht
doodgewichtjes	=	doodgewicht
doodgewone	=	doodgewoon
doodgewoner	=	doodgewoon
doodgewonere	=	doodgewoon
doodgewoners	=	doodgewoon
doodgewoon	adj	heel gewoon
doodgewoons	=	doodgewoon
doodgewoonst	=	doodgewoon
doodgewoonste	=	doodgewoon
doodgezwegen	=	doodzwijgen
doodgeërgerd	=	doodergeren
doodgeërgerde	=	doodergeren
doodging	=	doodgaan
doodginge	=	doodgaan
doodgingen	=	doodgaan
doodgingt	=	doodgaan
doodgoed	noun	verzamelterm voor de kleren waarin iemand wordt begraven	adj	heel erg vriendelijk en eerlijk
doodgoede	=	doodgoed
doodgoeds	=	doodgoed
doodgooi	=	doodgooien
doodgooide	=	doodgooien
doodgooiden	=	doodgooien
doodgooie	=	doodgooien
doodgooien	verb	overstelpen, teveel krijgen
doodgooiend	=	doodgooien
doodgooiende	=	doodgooien
doodgooit	=	doodgooien
doodgraag	adv	met veel gretigheid, met grote begeerte
doodgraver	noun	persoon die een graf graaft
doodgravers	noun	Nicrophorus een geslacht van kevers uit de familie aaskevers.
doodgravertje	=	doodgraver
doodgravertjes	=	doodgraver
doodgriezelig	adj	heel erg eng
doodgriezelige	=	doodgriezelig
doodgriezeliger	=	doodgriezelig
doodgriezeligere	=	doodgriezelig
doodgriezeligers	=	doodgriezelig
doodgriezeligs	=	doodgriezelig
doodgriezeligst	=	doodgriezelig
doodgriezeligste	=	doodgriezelig
doodhield	=	doodhouden
doodhielden	=	doodhouden
doodhonger	=	doodhongeren
doodhongerde	=	doodhongeren
doodhongerden	=	doodhongeren
doodhongere	=	doodhongeren
doodhongeren	verb	zichzelf of een ander zo weinig eten geven dat men sterft
doodhongerend	=	doodhongeren
doodhongerende	=	doodhongeren
doodhongert	=	doodhongeren
doodhou	=	doodhouden
doodhoud	=	doodhouden
doodhoude	=	doodhouden
doodhouden	verb	het doen voorkomen alsof men dood is
doodhoudend	=	doodhouden
doodhoudende	=	doodhouden
doodhoudt	=	doodhouden
doodjammer	adj	heel erg jammer
doodjammere	=	doodjammer
doodjammers	=	doodjammer
doodkalm	adj	heel erg rustig
doodkalme	=	doodkalm
doodkalms	=	doodkalm
doodkap	=	doodkappen
doodkappe	=	doodkappen
doodkappen	verb	iets of iemand doden met een snelle slag met een mes of bijl
doodkappend	=	doodkappen
doodkappende	=	doodkappen
doodkapt	=	doodkappen
doodkapte	=	doodkappen
doodkapten	=	doodkappen
doodkist	noun	een kist waarin de dode begraven of gecremeerd wordt, doodskist
doodkisten	=	doodkist
doodkistje	=	doodkist
doodkistjes	=	doodkist
doodklap	noun	dodelijke slag
doodklappen	=	doodklap
doodklok	=	doodsklok
doodkloppertje	noun	Anobium punctatum gewone houtwormkever
doodkloppertjes	=	doodkloppertje
doodknuffel	=	doodknuffelen
doodknuffelde	=	doodknuffelen
doodknuffelden	=	doodknuffelen
doodknuffele	=	doodknuffelen
doodknuffelen	verb	overdreven koesteren, te veel vertroetelen
doodknuffelend	=	doodknuffelen
doodknuffelende	=	doodknuffelen
doodknuffelt	=	doodknuffelen
doodknuppel	=	doodknuppelen
doodknuppelde	=	doodknuppelen
doodknuppelden	=	doodknuppelen
doodknuppele	=	doodknuppelen
doodknuppelen	verb	iets of iemand doden met een knuppel; iets of iemand doodslaan met een knuppel
doodknuppelend	=	doodknuppelen
doodknuppelende	=	doodknuppelen
doodknuppelt	=	doodknuppelen
doodkoud	adj	zo kil aanvoelend als een lijk
doodkoude	=	doodkoud
doodkouds	=	doodkoud
doodlaagt	=	doodliggen
doodlach	=	doodlachen
doodlache	=	doodlachen
doodlachen	verb|figurative	heel erg hard moeten lachen
doodlachend	=	doodlachen
doodlachende	=	doodlachen
doodlacht	=	doodlachen
doodlachte	=	doodlachen
doodlachten	=	doodlachen
doodlag	=	doodliggen
doodlagen	=	doodliggen
doodle	noun	hond die een kruising is tussen een poedel en een labrador-retriever
doodleg	=	doodleggen
doodlegde	=	doodleggen
doodlegden	=	doodleggen
doodlegge	=	doodleggen
doodleggen	verb	snelbewegende bal afremmen en stilleggen
doodleggend	=	doodleggen
doodleggende	=	doodleggen
doodlegt	=	doodleggen
doodles	=	doodle
doodletje	=	doodle
doodletjes	=	doodle
doodleuk	adv	alsof het normaal is (terwijl het dat helemaal niet is)	adj|obsolete	koud noch warm
doodleuke	=	doodleuk
doodleuks	=	doodleuk
doodliep	=	doodlopen
doodliepe	=	doodlopen
doodliepen	=	doodlopen
doodliept	=	doodlopen
doodlig	=	doodliggen
doodligge	=	doodliggen
doodliggen	verb	op commando onbeweeglijk liggen
doodliggend	=	doodliggen
doodliggende	=	doodliggen
doodligt	=	doodliggen
doodloop	=	doodlopen
doodloopt	=	doodlopen
doodlope	=	doodlopen
doodlopen	verb	van wegen: eindigen, niet verder gaan
doodlopend	adj	weg die geen geen verbinding heeft met een volgende weg, op het einde van de weg kun je niet verder
doodlopende	=	doodlopend
doodlopends	=	doodlopend
doodmaak	=	doodmaken
doodmaakt	=	doodmaken
doodmaakte	=	doodmaken
doodmaakten	=	doodmaken
doodmake	=	doodmaken
doodmaken	verb	doden, ombrengen
doodmakend	=	doodmaken
doodmakende	=	doodmaken
doodmakkelijk	adj	heel erg eenvoudig
doodmakkelijke	=	doodmakkelijk
doodmakkelijks	=	doodmakkelijk
doodmartel	=	doodmartelen
doodmartelde	=	doodmartelen
doodmartelden	=	doodmartelen
doodmartele	=	doodmartelen
doodmartelen	verb	iemand door mishandeling doden
doodmartelend	=	doodmartelen
doodmartelende	=	doodmartelen
doodmartelt	=	doodmartelen
doodmisselijk	adj	heel erg ziek en tot braken geneigd
doodmisselijke	=	doodmisselijk
doodmisselijks	=	doodmisselijk
doodmoe	adj	heel erg vermoeid
doodmoede	=	doodmoe
doodmoes	=	doodmoe
doodmoeë	=	doodmoe
doodnieuwsgierig	adj	heel erg verlangend om iets te weten of waar te nemen
doodnieuwsgierige	=	doodnieuwsgierig
doodnieuwsgieriger	=	doodnieuwsgierig
doodnieuwsgierigere	=	doodnieuwsgierig
doodnieuwsgierigers	=	doodnieuwsgierig
doodnieuwsgierigs	=	doodnieuwsgierig
doodnieuwsgierigst	=	doodnieuwsgierig
doodnieuwsgierigste	=	doodnieuwsgierig
doodnormaal	adj	volstrekt gebruikelijk; niets bijzonders
doodnormaals	=	doodnormaal
doodnormale	=	doodnormaal
doodnuchter	adj	doodkalm
doodnuchtere	=	doodnuchter
doodnuchters	=	doodnuchter
doodongelukkig	adj	heel erg verdrietig en somber
doodongelukkige	=	doodongelukkig
doodongelukkiger	=	doodongelukkig
doodongelukkigere	=	doodongelukkig
doodongelukkigers	=	doodongelukkig
doodongelukkigs	=	doodongelukkig
doodongelukkigst	=	doodongelukkig
doodongelukkigste	=	doodongelukkig
doodongerust	adj	hevig bezorgd dat iemand iets zal overkomen
doodongeruste	=	doodongerust
doodongerusts	=	doodongerust
doodop	adj	zo sterk vermoeid dat men in levensgevaar of althans gevaar voor de gezondheid is
doodpolder	=	doodpolderen
doodpolderde	=	doodpolderen
doodpolderden	=	doodpolderen
doodpoldere	=	doodpolderen
doodpolderen	verb	middels overvloedig overleg en commissiewerk in de doofpot stoppen
doodpolderend	=	doodpolderen
doodpolderende	=	doodpolderen
doodpoldert	=	doodpolderen
doodrede	=	doodrijden
doodreden	=	doodrijden
doodreed	=	doodrijden
doodreedt	=	doodrijden
doodrij	=	doodrijden
doodrijd	=	doodrijden
doodrijde	=	doodrijden
doodrijden	verb	zodanig tegen iemand aanrijden dat die persoon eraan overlijdt
doodrijdend	=	doodrijden
doodrijdende	=	doodrijden
doodrijder	noun	iemand die een dodelijk verkeersongeval veroorzaakt; roekeloze automobilist
doodrijders	=	doodrijder
doodrijdt	=	doodrijden
doods	adj	alsof alles dood is
doodsaai	adj	verschrikkelijk vervelend door eentonigheid
doodsaaie	=	doodsaai
doodsaais	=	doodsaai
doodsadder	noun	Acanthophis antarcticus een cobra-achtige slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae).
doodsadders	noun	een geslacht Acanthophis van zeven soorten slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae).
doodsaddertje	=	doodsadder
doodsaddertjes	=	doodsadder
doodsangst	noun	diepe, aanoudende vrees om uiteindelijk te moeten sterven
doodsangsten	=	doodsangst
doodsangstje	=	doodsangst
doodsbang	adj	zeer bevreesd
doodsbange	=	doodsbang
doodsbangs	=	doodsbang
doodsbed	noun	het bed waarop / waarin iemand gestorven is
doodsbedden	=	doodsbed
doodsbedje	=	doodsbed
doodsbedjes	=	doodsbed
doodsbedreiger	noun	iemand die een ander met de dood bedreigt
doodsbedreigers	=	doodsbedreiger
doodsbedreigertje	=	doodsbedreiger
doodsbedreigertjes	=	doodsbedreiger
doodsbedreiging	noun	de keer dat er gedreigd wordt om iemand te doden
doodsbedreigingen	=	doodsbedreiging
doodsbedreiginkje	=	doodsbedreiging
doodsbedreiginkjes	=	doodsbedreiging
doodsbeenderenbomen	=	doodsbeenderenboom
doodsbeenderenboom	noun	Gymnocladus dioicus een loofboom die inheems is in de Amerikaanse middenwesten en een strook daarbuiten, aan de zuid- en oostkant.
doodsbeenderenboompje	=	doodsbeenderenboom
doodsbeenderenboompjes	=	doodsbeenderenboom
doodsbenauwd	adj	heel erg kortademig
doodsbenauwde	=	doodsbenauwd
doodsbenauwds	=	doodsbenauwd
doodsbericht	noun	melding van het overlijden van een persoon
doodsberichten	=	doodsbericht
doodsbesef	noun	besef van de onvermijdelijk naderende dood
doodsbleek	adj	met een lichte kleur, van het gezicht of huid, vooral als gevolg van ziekte, shock, angst
doodsbleeks	=	doodsbleek
doodsbleke	=	doodsbleek
doodsbrief	noun	schriftelijk bericht aan familie en bekenden waarin een overlijden wordt gemeld
doodsbriefje	=	doodsbrief
doodsbriefjes	=	doodsbrief
doodsbrieven	=	doodsbrief
doodsch	=	doods
doodschaam	=	doodschamen
doodschaamde	=	doodschamen
doodschaamden	=	doodschamen
doodschaamt	=	doodschamen
doodschame	=	doodschamen
doodschamen	verb	sterk beseffen dat je volgens personen die voor jou van belang zijn heel anders had moeten handelen
doodschamend	=	doodschamen
doodschamende	=	doodschamen
doodschiet	=	doodschieten
doodschiete	=	doodschieten
doodschieten	verb	doden met een schiettuig m.n. door een vuurwapen
doodschietend	=	doodschieten
doodschietende	=	doodschieten
doodschoot	=	doodschieten
doodschop	noun	gevaarlijk harde trap met de voet
doodschoppe	=	doodschop
doodschoppen	=	doodschop
doodschoppend	=	doodschop
doodschoppende	=	doodschop
doodschopt	=	doodschop
doodschopte	=	doodschop
doodschopten	=	doodschop
doodschote	=	doodschieten
doodschoten	=	doodschieten
doodschrik	noun	schrik voor of als voor den dood
doodschrikje	=	doodschrik
doodschrikjes	=	doodschrik
doodschrikke	=	doodschrikken
doodschrikken	verb	overlijden door een plotseling optredende angst
doodschrikkend	=	doodschrikken
doodschrikkende	=	doodschrikken
doodschrikt	=	doodschrikken
doodschrok	=	doodschrikken
doodschrokken	=	doodschrikken
doodscommando	noun	bijnaam voor een vernietigingskamp
doodscommando's	=	doodscommando
doodsdreiging	noun	het uiten van een serieuze, concrete of impliciete waarschuwing dat iemand het leven van een ander zal beëindigen of schade zal toebrengen.
doodsdreigingen	=	doodsdreiging
doodsdreiginkje	=	doodsdreiging
doodsdreiginkjes	=	doodsdreiging
doodsdrift	noun	innerlijke dwang tot het zoeken van destructie of de dood
doodsdriften	=	doodsdrift
doodse	=	doods
doodser	=	doods
doodsere	=	doods
doodserieus	adj	heel ernstig, zonder enige humor
doodserieuze	=	doodserieus
doodsers	=	doods
doodseskader	noun	bende die gevormd is om een of meerdere personen te doden Veel doodseskaders zijn militaire of paramilitaire groeperingen en worden door een bepaalde organisatie of regering om politieke redenen gevormd.
doodseskaders	=	doodseskader
doodseskadertje	=	doodseskader
doodseskadertjes	=	doodseskader
doodsgedachte	noun	het denken aan de sterfelijkheid; wens om te sterven
doodsgedachten	=	doodsgedachte
doodsgedachtes	=	doodsgedachte
doodsgevaar	noun	situatie die mogelijk de dood tot gevolg kan hebben
doodsgevaarlijk	adj	levensgevaar met zich meebrengend
doodsgevaarlijke	=	doodsgevaarlijk
doodsgevaarlijks	=	doodsgevaarlijk
doodsgevaren	=	doodsgevaar
doodsheid	noun	saaiheid
doodshemd	noun	wijd uitlopend wit gewaad tot aan de enkels dat een dode draagt als men hem of haar begraaft
doodshemden	=	doodshemd
doodshemdje	=	doodshemd
doodshemdjes	=	doodshemd
doodshoofd	noun	een geraamte van een hoofd
doodshoofdaapje	noun	Saimiri primaat uit een geslacht van zoogdieren uit de familie kapucijnapen, doodshoofdaapjes en klauwaapjes (Cebidae)
doodshoofdaapjes	noun	Saimiri een geslacht van zoogdieren uit de familie kapucijnapen, doodshoofdaapjes en klauwaapjes (Cebidae).
doodshoofden	=	doodshoofd
doodshoofdje	=	doodshoofd
doodshoofdjes	=	doodshoofd
doodshoofdkakkerlak	noun	Blaberus craniifer een insect uit de orde kakkerlakken (Blattodea)
doodshoofdkakkerlakje	=	doodshoofdkakkerlak
doodshoofdkakkerlakjes	=	doodshoofdkakkerlak
doodshoofdkakkerlakken	=	doodshoofdkakkerlak
doodshoofdvlinder	noun	Acherontia atropos een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae).
doodshoofdvlinders	=	doodshoofdvlinder
doodshoofdvlindertje	=	doodshoofdvlinder
doodshoofdvlindertjes	=	doodshoofdvlinder
doodsimpel	adj	heel erg gemakkelijk
doodsimpele	=	doodsimpel
doodsimpels	=	doodsimpel
doodskist	noun	houten kist waarin iemand begraven of gecremeerd wordt
doodskisten	=	doodskist
doodskistje	=	doodskist
doodskistjes	=	doodskist
doodsklap	noun	hele harde klap
doodsklappen	=	doodsklap
doodskleden	=	doodskleed
doodsklederen	=	doodskleed
doodskleed	noun	het kleed waarin een dode gewikkeld wordt
doodskleren	=	doodskleed
doodsklok	noun	klok die men luidt bij een sterfgeval
doodsklokje	=	doodsklok
doodsklokjes	=	doodsklok
doodsklokken	=	doodsklok
doodskop	noun	geraamte van een hoofd
doodskopje	=	doodskop
doodskopjes	=	doodskop
doodskoppen	=	doodskop
doodskopvissen	noun	een familie Callorhinchidae van zeevissen
doodskopzweefvlieg	noun	Myathropa florea een insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae)
doodskopzweefvliegen	=	doodskopzweefvlieg
doodskopzweefvliegje	=	doodskopzweefvlieg
doodskopzweefvliegjes	=	doodskopzweefvlieg
doodskreet	noun	kreet als van iemand die sterft
doodskreetje	=	doodskreet
doodskreetjes	=	doodskreet
doodskreten	=	doodskreet
doodsla	=	doodslaan
doodslaan	verb	met een klap doden
doodslaand	=	doodslaan
doodslaande	=	doodslaan
doodslaat	=	doodslaan
doodslag	noun	het iemand anders opzettelijk, maar zonder voorbedachten rade van het leven beroven
doodslagen	=	doodslag
doodslager	noun	moordenaar
doodslagers	=	doodslager
doodslagertje	=	doodslager
doodslagertjes	=	doodslager
doodslagje	=	doodslag
doodslagjes	=	doodslag
doodsloeg	=	doodslaan
doodsloegen	=	doodslaan
doodsloegt	=	doodslaan
doodsmak	noun	een dodelijke val
doodsmakken	=	doodsmak
doodsmoe	=	doodmoe
doodsmoede	=	doodmoe
doodsnoden	=	doodsnood
doodsnood	noun	in doodsgevaar verkerend en de angst die daarmee gepaard gaat
doodsoorzaak	noun	datgene wat iemands dood veroorzaakt heeft
doodsoorzaken	=	doodsoorzaak
doodspeel	=	doodspelen
doodspeelde	=	doodspelen
doodspeelden	=	doodspelen
doodspeelt	=	doodspelen
doodspele	=	doodspelen
doodspelen	verb	te vaak spelen zodat het niet meer mooi is
doodspelend	=	doodspelen
doodspelende	=	doodspelen
doodspoot	=	doodspuiten
doodspoten	=	doodspuiten
doodspuit	=	doodspuiten
doodspuite	=	doodspuiten
doodspuiten	verb	door spuiten doden
doodspuitend	=	doodspuiten
doodspuitende	=	doodspuiten
doodsreutel	noun	niet meer kunnen slikken of hoesten waardoor speeksel en slijm achteraan in keel blijven hangen, voorafgaand aan een overlijden
doodsschrik	noun	zeer heftige schrik
doodsschrikken	=	doodsschrik
doodssteek	noun	een dodelijke steek met een wapen
doodssteken	=	doodssteek
doodsstraf	=	doodstraf
doodsstrijd	noun	de strijd om leven en dood, vooral tegen de dood.
doodsstrijden	=	doodsstrijd
doodst	=	dood
doodstaakt	=	doodsteken
doodstak	=	doodsteken
doodstaken	=	doodsteken
doodste	=	dood
doodsteek	noun	steek met een scherp werktuig die de dood ten gevolge heeft
doodsteekt	=	doodsteken
doodsteke	=	doodsteken
doodsteken	verb	iemand eenmaal of meermaals steken dat het de dood als gevolg heeft
doodstekend	=	doodsteken
doodstekende	=	doodsteken
doodstijding	noun	een bericht, tijding of mededeling van iemands overlijden.
doodstijdingen	=	doodstijding
doodstijdinkje	=	doodstijding
doodstijdinkjes	=	doodstijding
doodstil	adj	geheel geluidloos, uiterst kalm en rustig
doodstille	=	doodstil
doodstils	=	doodstil
doodstraf	noun	als straf gedood worden
doodstraffen	=	doodstraf
doodstrafje	=	doodstraf
doodstrijd	noun	de laatste, vergeefse strijd die een ernstig zieke patiënt levert om toch maar in leven te blijven
doodstrijden	=	doodstrijd
doodstromen	=	doodstroom
doodstroom	noun	de periode van het getij waarin het verschil tussen hoog- en laagwater minimaal is
doodsuren	=	doodsuur
doodsuur	noun	het uur van iemands dood
doodsverachting	noun	bereidheid om een levensbedreigende actie uit te voeren, te moedig
doodsverlangen	noun	de wens om te sterven
doodsverlangens	=	doodsverlangen
doodsverwensing	noun	een uitspraak of uiting waarbij iemand de hoop of de wens uitspreekt dat een ander (of de spreker zelf) komt te overlijden
doodsverwensingen	=	doodsverwensing
doodsvijand	noun	tegenstander in een strijd op leven en dood
doodsvijanden	=	doodsvijand
doodsvonnis	noun	vonnis waarbij iemand tot de doodstraf wordt veroordeeld
doodsvonnissen	=	doodsvonnis
doodswens	noun	het verlangen om te sterven
doodswensch	=	doodswens
doodswensen	=	doodswens
doodswensje	=	doodswens
doodt	=	doden
doodtij	noun	de periode van het getij waarin het verschil tussen hoog- en laagwater minimaal is
doodtijen	=	doodtij
doodtrap	=	doodtrappen
doodtrappe	=	doodtrappen
doodtrappen	verb	door slaan met de voeten of de hoeven iets of iemand doden
doodtrappend	=	doodtrappen
doodtrappende	=	doodtrappen
doodtrapt	=	doodtrappen
doodtrapte	=	doodtrappen
doodtrapten	=	doodtrappen
doodval	=	doodvallen
doodvalle	=	doodvallen
doodvallen	verb	door een val om het leven komen
doodvallend	=	doodvallen
doodvallende	=	doodvallen
doodvalt	=	doodvallen
doodvecht	=	doodvechten
doodvechte	=	doodvechten
doodvechten	verb	zich ~: vechten tot de dood
doodvechtend	=	doodvechten
doodvechtende	=	doodvechten
doodverf	noun	onderschildering van een schilderij, vaak in één donkere aardkleur en wit, waarmee de lichte en donkere partijen van de voorstelling worden geschetst, of ook wel fotorealistisch worden uitgewerkt
doodverfde	=	doodverven
doodverfden	=	doodverven
doodverfje	=	doodverf
doodverfjes	=	doodverf
doodverft	=	doodverven
doodverklaar	=	doodverklaren
doodverklaard	=	doodverklaren
doodverklaarde	=	doodverklaren
doodverklaarden	=	doodverklaren
doodverklaart	=	doodverklaren
doodverklare	=	doodverklaren
doodverklaren	verb	melden dat iemand is overleden
doodverklarend	=	doodverklaren
doodverklarende	=	doodverklaren
doodverklaring	noun	officiele verklaring dat men is overleden
doodverklaringen	=	doodverklaring
doodverklarinkje	=	doodverklaring
doodverklarinkjes	=	doodverklaring
doodverlegen	adj	heel erg schuchter
doodverlegens	=	doodverlegen
doodvermoeid	adj	extreem vermoeid
doodvermoeide	=	doodvermoeid
doodvermoeids	=	doodvermoeid
doodvermoeiend	adj	heel erg vermoeiend, saai en vervelend
doodvermoeiende	=	doodvermoeiend
doodvermoeiends	=	doodvermoeiend
doodverve	=	doodverven
doodverven	verb	het maken van een onderschildering voor een schilderij, vaak in één donkere kleur en wit, waarmee de lichte en donkere partijen van de voorstelling worden geschetst, of ook wel fotorealistisch worden uitgewerkt
doodvervend	=	doodverven
doodvervende	=	doodverven
doodviel	=	doodvallen
doodviele	=	doodvallen
doodvielen	=	doodvallen
doodvielt	=	doodvallen
doodvocht	=	doodvechten
doodvochten	=	doodvechten
doodvonnis	noun	vonnis waarbij iemand tot de doodstraf wordt veroordeeld
doodvonnisje	=	doodvonnis
doodvonnisjes	=	doodvonnis
doodvonnissen	=	doodvonnis
doodvreter	noun	uitvreter
doodvreters	=	doodvreter
doodvretertje	=	doodvreter
doodvretertjes	=	doodvreter
doodvries	=	doodvriezen
doodvriest	=	doodvriezen
doodvrieze	=	doodvriezen
doodvriezen	verb	omkomen door te veel kou
doodvriezend	=	doodvriezen
doodvriezende	=	doodvriezen
doodvroor	=	doodvriezen
doodvroren	=	doodvriezen
doodwater	noun	bepaalde soort kustwater waarin een klein schip moeilijk vooruitkomt en lastig te besturen is, doordat er een dunne laag zoetwater op het door zout iets zwaardere zeewater ligt en het bootje een golfbeweging in die laag veroorzaakt
doodwerk	=	doodwerken
doodwerke	=	doodwerken
doodwerken	verb	zich erg inspannen met overlijden als gevolg
doodwerkend	=	doodwerken
doodwerkende	=	doodwerken
doodwerkt	=	doodwerken
doodwerkte	=	doodwerken
doodwerkten	=	doodwerken
doodwond	noun	dodelijke wond
doodwonden	=	doodwond
doodzenuwachtig	adj	heel erg nerveus, merkbaar erg gespannen
doodzenuwachtige	=	doodzenuwachtig
doodzenuwachtiger	=	doodzenuwachtig
doodzenuwachtigere	=	doodzenuwachtig
doodzenuwachtigers	=	doodzenuwachtig
doodzenuwachtigs	=	doodzenuwachtig
doodzenuwachtigst	=	doodzenuwachtig
doodzenuwachtigste	=	doodzenuwachtig
doodziek	adj	door een aandoening er zo slecht aan toe zijn dat overlijden dreigt
doodzieke	=	doodziek
doodzieker	=	doodziek
doodziekere	=	doodziek
doodziekers	=	doodziek
doodzieks	=	doodziek
doodziekst	=	doodziek
doodziekste	=	doodziek
doodzonde	noun	bewuste overtreding van de voornaamste door God gestelde regels	adj	heel erg jammer, uiterst betreurenswaardig
doodzonden	=	doodzonde
doodzondes	=	doodzonde
doodzondetje	=	doodzonde
doodzweeg	=	doodzwijgen
doodzwegen	=	doodzwijgen
doodzwijg	=	doodzwijgen
doodzwijge	=	doodzwijgen
doodzwijgen	verb	negeren door er over te zwijgen
doodzwijgend	=	doodzwijgen
doodzwijgende	=	doodzwijgen
doodzwijgt	=	doodzwijgen
doof	adj	niet of minder goed tot horen in staat zijn
doofbaar	adj	goed te doven
doofbaarder	=	doofbaar
doofbaardere	=	doofbaar
doofbaarders	=	doofbaar
doofbaars	=	doofbaar
doofbaarst	=	doofbaar
doofbaarste	=	doofbaar
doofbare	=	doofbaar
doofblind	adj	slecht kunnen horen en slecht kunnen zien
doofblinde	noun	iemand die zowel niet kan horen als niet kan zien
doofblinden	=	doofblinde
doofblinds	=	doofblind
doofde	=	doven
doofden	=	doven
doofheid	noun	het onvermogen geluid waar te nemen
doofpot	noun	pot waarin men in vroeger tijden turven of kolen doofde
doofpotaffaire	noun	misstand die men probeert geheim te houden
doofpotaffaires	=	doofpotaffaire
doofpotbeleid	noun	'beleid' dat er op neer komt dat elke fout van een organisatie in de doofpot belandt
doofpotbeleidje	=	doofpotbeleid
doofpotbeleidjes	=	doofpotbeleid
doofpotje	=	doofpot
doofpotjes	=	doofpot
doofpotoperatie	noun	actie die erop gericht is om iets geheim te houden
doofpotoperaties	=	doofpotoperatie
doofpotpolitiek	noun	politiek waarin fouten in de doofpot worden gestopt, waardoor men daarvan geen rekenschap hoeft af te leggen
doofpotten	verb	in de doofpot stoppen
doofpottende	=	doofpotten
doofs	=	doof
doofst	=	doof
doofste	=	doof
doofstom	adj	niet kunnen horen en niet kunnen spreken
doofstomme	=	doofstom
doofstoms	=	doofstom
dooft	=	doven
doog	=	dogen
doogde	=	dogen
doogden	=	dogen
doogt	=	dogen
dooi	noun	het smelten van ijs, sneeuw of andere bevroren zaken
dooide	=	dooien
dooiden	=	dooien
dooie	adj	niet meer levend	noun	overleden mens of dier, een lijk
dooien	verb	het stijgen van de buitentemperatuur boven het vriespunt waardoor alle ijs en sneeuw begint te smelten
dooiend	=	dooien
dooiende	=	dooien
dooier	noun	het geel gekleurde deel van de binnenkant van een ei
dooiermos	noun	benaming voor geelgekleurde korstmossen uit het geslacht Xanthoria
dooiermosachtigen	noun	een orde Teloschistales van de Lecanoromycetes uit de subklasse Lecanoromycetidae.
dooiermosje	=	dooiermos
dooiermosjes	=	dooiermos
dooiermossen	=	dooiermos
dooiers	=	dooier
dooiertje	=	dooier
dooiertjes	=	dooier
dooierzwam	noun	bepaald soort eetbare paddenstoel met een licht peperachtige smaak, Cantharellus cibarius uit de familie Cantharellaceae
dooierzwammen	=	dooierzwam
dooierzwammetje	=	dooierzwam
dooierzwammetjes	=	dooierzwam
dooievisjesvreter	noun	lijzige, saaie vent; sul; jansalie
dooievisjesvreters	=	dooievisjesvreter
dooievisjesvretertje	=	dooievisjesvreter
dooievisjesvretertjes	=	dooievisjesvreter
dooigrens	noun	de (hoogte)lijn in de bergen waar de dooi begint.
dooigrenzen	=	dooigrens
dooijer	=	dooier
dooimug	noun	Trichocera regelationis een muggensoort uit de familie van de wintermuggen (Trichoceridae).
dooimuggen	=	dooimug
dooimuggetje	=	dooimug
dooimuggetjes	=	dooimug
dooit	=	dooien
dooiwater	noun	water dat ontstaat door smelten van bevroren water (zoals ijs en sneeuw)
dook	=	duiken
dookt	=	duiken
dool	=	dolen
doolde	=	dolen
doolden	=	dolen
doolhof	noun	stelsel van paden of dwaalwegen, zodanig aangelegd dat men daarin moeilijk de weg kan vinden
doolhofelfenbankje	noun	Cerrena unicolor een schimmel behorend tot de familie Cerrenaceae.
doolhofelfenbankjes	=	doolhofelfenbankje
doolhofje	=	doolhof
doolhofjes	=	doolhof
doolhofschijfje	noun	Acarospora privigna een korstmossoort uit de familie Acarosporaceae.
doolhofschijfjes	=	doolhofschijfje
doolhofschriftmos	noun	Graphis inustuloides een korstmossoort uit de familie Graphidaceae.
doolhofschriftmosje	=	doolhofschriftmos
doolhofschriftmosjes	=	doolhofschriftmos
doolhofschriftmossen	=	doolhofschriftmos
doolhofspin	noun	Agelena gracilens een spinnensoort uit de familie trechterspinnen (Agelenidae)
doolhofspinnen	=	doolhofspin
doolhofspinnetje	=	doolhofspin
doolhofspinnetjes	=	doolhofspin
doolhofzwam	noun	Daedalea quercina een schimmel uit de orde van de Polyporales, familie Fomitopsidaceae.
doolhofzwammen	=	doolhofzwam
doolhofzwammetje	=	doolhofzwam
doolhofzwammetjes	=	doolhofzwam
doolhoven	=	doolhof
doolt	=	dolen
dooltocht	noun	tocht waarbij men zoekend zijn weg probeert te vinden
dooltochten	=	dooltocht
doolweg	noun|figurative	een reeks misleidende aanwijzingen, nagelaten om iemand van het juiste spoor weg te leiden
doolwegen	=	doolweg
doom	noun	damp, nevel
doomde	=	domen
doomden	=	domen
doomscrol	=	doomscrollen
doomscrolde	=	doomscrollen
doomscrolden	=	doomscrollen
doomscrolle	=	doomscrollen
doomscrollen	verb	van het ene naar het andere negatieve nieuwsbericht scrollen
doomscrollend	=	doomscrollen
doomscrollende	=	doomscrollen
doomscrolt	=	doomscrollen
doomt	=	domen
doop	noun	plechtige besprenkeling of onderdompeling waarmee iemand tot een kerk gaat behoren en zonden afgewassen worden
doopakte	noun	officieel schriftelijk bewijs dat iemand gedoopt is
doopakten	=	doopakte
doopaktes	=	doopakte
doopboek	noun	register dat voor 1811 door kerkelijke gemeenten werd bijgehouden en waarin de namen van gedoopte kinderen, hun geboorte- en doopdatum, en de namen van hun ouders en getuigen werden genoteerd
doopboeken	=	doopboek
doopboekje	=	doopboek
doopboekjes	=	doopboek
doopceel	noun	uittreksel uit het doopregister
doopceeltje	=	doopceel
doopceeltjes	=	doopceel
doopcelen	=	doopceel
doopceremonie	noun	plechtige bijeenkomst waarbij iemand door besprenkeling met of onderdompeling in water wordt toegelaten tot een kerkgenootschap en waarbij vaak ook de naam bekend gemaakt wordt
doopceremonietje	=	doopceremonie
doopceremonietjes	=	doopceremonie
doopceremonieën	=	doopceremonie
doopen	=	dopen
doopfeest	noun	feest dat gehouden wordt bij de doop van iemand
doopfeesten	=	doopfeest
doopfeestje	=	doopfeest
doopfeestjes	=	doopfeest
doopformule	noun	de woorden die bij het dopen worden gepreveld
doopformules	=	doopformule
doopgetuige	noun|obsolete	iemand die als officiële getuige aanwezig is bij de doop van iemand en toezicht houdt op de religieuze opvoeding van de dopeling
doopgetuigen	=	doopgetuige
doopgids	noun	een handboek het organiseren van een studentendoop
doopgidsen	=	doopgids
doophek	noun	bij katholieken: hek dat de ruimte voor de doop afscheidt van de rest van de kerk
doophekje	=	doophek
doophekjes	=	doophek
doophekken	=	doophek
doopje	=	doop
doopjes	=	doop
doopjurk	noun	jurk waarin een baby gekleed is tijdens de doopplechtigheid
doopjurken	=	doopjurk
doopjurkje	=	doopjurk
doopjurkjes	=	doopjurk
doopkaars	noun	kaars die speciaal gemaakt is voor een doopplechtigheid
doopkaarsen	=	doopkaars
doopkapel	noun	gebouw of deel van een gebouw waar men doopt of gedoopt kan worden
doopkapellen	=	doopkapel
doopkind	noun	kind waarvan men de peetvader of peetmoeder is
doopkinderen	=	doopkind
doopkindje	=	doopkind
doopkindjes	=	doopkind
doopkleden	=	doopkleed
doopklederen	=	doopkleed
doopkleed	noun	jurk die men draagt tijdens of direkt na de doop
doopkleedje	=	doopkleed
doopkleedjes	=	doopkleed
doopkleren	=	doopkleed
doopleden	=	dooplid
dooplid	noun	iemand die door de doop lid is geworden van een kerkgenootschap
doopnaam	noun	de voornaam die een kind krijgt bij de doop.
doopnaampje	=	doopnaam
doopnaampjes	=	doopnaam
doopnamen	=	doopnaam
doopplechtigheden	=	doopplechtigheid
doopplechtigheid	noun	plechtige bijeenkomst waarbij iemand door besprenkeling met of onderdompeling in water wordt toegelaten tot een kerkgenootschap en waarbij vaak ook de naam bekend gemaakt wordt
doopregister	noun	register waarin de namen van de gedoopte kinderen, hun geboortedag en de namen van hun ouders en van de getuigen worden ingeschreven
doopregisters	=	doopregister
doopregistertje	=	doopregister
doopregistertjes	=	doopregister
doopsel	noun	sacrament waarbij door besprenkeling of onderdompeling iemand tot de christelijk kerk wordt toegelaten en zonden afgewassen worden
doopsels	=	doopsel
doopseltje	=	doopsel
doopseltjes	=	doopsel
doopsgezind	adj	behorend tot het kerkgenootschap dat mensen pas doopt op de volwassen leeftijd
doopsgezind-christelijk	adj	behorend tot de Doopsgezinde gemeenschap, een protestants-christelijke stroming die zich kenmerkt door de geloofsdoop van volwassenen, pacifisme (geweldloosheid) en een eenvoudige levensstijl, waarbij de nadruk ligt op persoonlijke geloofsbeleving, gerechtigheid en vrede.
doopsgezind-christelijke	=	doopsgezind-christelijk
doopsgezind-christelijker	=	doopsgezind-christelijk
doopsgezind-christelijkere	=	doopsgezind-christelijk
doopsgezind-christelijkers	=	doopsgezind-christelijk
doopsgezind-christelijks	=	doopsgezind-christelijk
doopsgezind-christelijkst	=	doopsgezind-christelijk
doopsgezind-christelijkste	=	doopsgezind-christelijk
doopsgezinde	=	doopsgezind
doopsgezinder	=	doopsgezind
doopsgezindere	=	doopsgezind
doopsgezinders	=	doopsgezind
doopsgezinds	=	doopsgezind
doopsgezindst	=	doopsgezind
doopsgezindste	=	doopsgezind
doopsuiker	noun	suikergoed, meestal suikerbonen, aangeboden in sommige gebieden aan vrienden en kennissen bij de geboorte van een kind of petekind
doopsuikers	=	doopsuiker
doopsuikertje	=	doopsuiker
doopsuikertjes	=	doopsuiker
doopt	=	dopen
doopte	=	dopen
doopten	=	dopen
doopvaart	noun	eerste reis van een luchtballon of schip na de doop ervan
doopvaarten	=	doopvaart
doopvaartje	=	doopvaart
doopvaartjes	=	doopvaart
doopvont	noun	bekken voor de bediening van de doop en het bewaren van het doopwater in een kerkgebouw
doopvonten	=	doopvont
doopvontje	=	doopvont
doopvontjes	=	doopvont
doopvontschelp	noun	Tridacna gigas een in zee levend tweekleppig weekdier uit de familie Hartschelpen (Cardiidae)
doopvontschelpen	=	doopvontschelp
doopvontschelpje	=	doopvontschelp
doopvontschelpjes	=	doopvontschelp
doopwater	noun	water waarmee iemand gedoopt wordt
door	prep	de handelende persoon bij een lijdende vorm	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord met klemtoon op dóór
dooradem	=	doorademen
doorademd	=	doorademen
doorademde	=	doorademen
doorademden	=	doorademen
doorademe	=	doorademen
doorademen	verb	met een adem doordringen
doorademend	=	doorademen
doorademende	=	doorademen
doorademt	=	doorademen
dooraderd	adj	doortrokken met fijne aders of een fijne tekening
dooraderder	=	dooraderd
dooraderdere	=	dooraderd
dooraderders	=	dooraderd
dooraderds	=	dooraderd
dooraderdst	=	dooraderd
dooraderdste	=	dooraderd
doorat	=	dooreten
dooraten	=	dooreten
doorbak	=	doorbakken
doorbakke	=	doorbakken
doorbakken	verb	niet stoppen met bakken, verdergaan met in een oven of pan verhitten of verhit worden	adj	door en door gebakken waardoor het geheel gelijkmatig is gebakken
doorbakkend	=	doorbakken
doorbakkende	=	doorbakken
doorbakkener	=	doorbakken
doorbakkeners	=	doorbakken
doorbakkens	=	doorbakken
doorbakkenst	=	doorbakken
doorbakkenste	=	doorbakken
doorbakt	=	doorbakken
doorbakte	=	doorbakken
doorbakten	=	doorbakken
doorbeenden	=	doorbenen
doorbeet	=	doorbijten
doorbehandel	=	doorbehandelen
doorbehandeld	=	doorbehandelen
doorbehandelde	=	doorbehandelen
doorbehandelden	=	doorbehandelen
doorbehandele	=	doorbehandelen
doorbehandelen	verb	continueren van een medische behandeling
doorbehandelend	=	doorbehandelen
doorbehandelende	=	doorbehandelen
doorbehandelt	=	doorbehandelen
doorbel	=	doorbellen
doorbelast	=	doorbelasten
doorbelaste	=	doorbelasten
doorbelasten	verb	het doorberekenen van kosten aan de klant
doorbelastend	=	doorbelasten
doorbelastende	=	doorbelasten
doorbelasting	noun	de keer dat een bedrijf kosten doorberekent aan de klant
doorbelastingen	=	doorbelasting
doorbelastte	=	doorbelasten
doorbelastten	=	doorbelasten
doorbelde	=	doorbellen
doorbelden	=	doorbellen
doorbelle	=	doorbellen
doorbellen	verb	doorgaan met telefoneren
doorbellend	=	doorbellen
doorbellende	=	doorbellen
doorbelt	=	doorbellen
doorbenen	verb	met een stevige vaart doorgaan met lopen of stappen
doorbenened	=	doorbenen
doorbereken	=	doorberekenen
doorberekend	=	doorberekenen
doorberekende	=	doorberekenen
doorberekenden	=	doorberekenen
doorberekene	=	doorberekenen
doorberekenen	verb	bepaalde kosten laten meetellen bij het bepalen van de prijs van een product
doorberekenend	=	doorberekenen
doorberekenende	=	doorberekenen
doorberekening	noun	een kostenverhoging in de prijs opnemen
doorberekeningen	=	doorberekening
doorberekent	=	doorberekenen
doorbetaal	=	doorbetalen
doorbetaald	=	doorbetalen
doorbetaalde	=	doorbetalen
doorbetaalden	=	doorbetalen
doorbetaalt	=	doorbetalen
doorbetale	=	doorbetalen
doorbetalen	verb	blijven geld geven
doorbetalend	=	doorbetalen
doorbetalende	=	doorbetalen
doorbetaling	noun	het doorgaan met het betalen van loon ook als de werknemer door ziekte niet kan werken
doorbetalingen	=	doorbetaling
doorbeten	=	doorbijten
doorbijt	=	doorbijten
doorbijte	=	doorbijten
doorbijten	verb	bijtend in tweeën verdelen
doorbijtend	=	doorbijten
doorbijtende	=	doorbijten
doorbijter	noun	iemand die niet snel opgeeft, ook niet als iets moeilijk is
doorbijters	=	doorbijter
doorbijtertje	=	doorbijter
doorbijtertjes	=	doorbijter
doorblaas	=	doorblazen
doorblaast	=	doorblazen
doorblader	=	doorbladeren
doorbladerd	=	doorbladeren
doorbladerde	=	doorbladeren
doorbladerden	=	doorbladeren
doorbladere	=	doorbladeren
doorbladeren	verb	oppervlakkig een boek doorkijken
doorbladerend	=	doorbladeren
doorbladerende	=	doorbladeren
doorbladert	=	doorbladeren
doorblaze	=	doorblazen
doorblazen	verb	schoonmaken door erdoorheen te blazen
doorblazend	=	doorblazen
doorblazende	=	doorblazen
doorblies	=	doorblazen
doorbliezen	=	doorblazen
doorbloed	adj	met bloed doorweekt of doortrokken
doorbloedde	=	doorbloeden
doorbloedden	=	doorbloeden
doorbloede	=	doorbloed
doorbloeden	verb	aanhoudend bloeden
doorbloedend	=	doorbloeden
doorbloedende	=	doorbloeden
doorbloeding	noun	het doorbloeden
doorbloedingen	=	doorbloeding
doorbloedingsstoornis	noun	onvoldoende bloedvoorziening van een bepaald orgaan
doorbloedingsstoornissen	=	doorbloedingsstoornis
doorbloedinkje	=	doorbloeding
doorbloedinkjes	=	doorbloeding
doorbloeds	=	doorbloed
doorbloedt	=	doorbloeden
doorblowen	verb	doorgaan met het roken van een joint
doorblowend	=	doorblowen
doorbogen	=	doorbuigen
doorboog	=	doorbuigen
doorboor	=	doorboren
doorboord	=	doorboren
doorboorde	=	doorboren
doorboorden	=	doorboren
doorboort	=	doorboren
doorbordure	=	doorborduren
doorborduren	verb|figurative	verdergaan met iets dat al eerder bedacht of gemaakt is
doorbordurend	=	doorborduren
doorbordurende	=	doorborduren
doorborduur	=	doorborduren
doorborduurde	=	doorborduren
doorborduurden	=	doorborduren
doorborduurt	=	doorborduren
doorbore	=	doorboren
doorboren	verb	het boren voortzetten.
doorborend	=	doorboren
doorborende	=	doorboren
doorboring	noun	doorgang ontstaan door boren of perforeren
doorboringen	=	doorboring
doorbouw	=	doorbouwen
doorbouwd	=	doorbouwen
doorbouwde	=	doorbouwen
doorbouwden	=	doorbouwen
doorbouwe	=	doorbouwen
doorbouwen	verb	verder gaan met het maken van gebouwen of andere constructies
doorbouwend	=	doorbouwen
doorbouwende	=	doorbouwen
doorbouwt	=	doorbouwen
doorbraaf	adj	door en door braaf
doorbraafs	=	doorbraaf
doorbraak	noun	een plek waar een dijk of dam is doorgeslagen
doorbraakinfectie	noun	infectie met een virus waartegen iemand volledig gevaccineerd is
doorbraakinfecties	=	doorbraakinfectie
doorbraakje	=	doorbraak
doorbraakjes	=	doorbraak
doorbraakregeling	noun	artikel 2:11 van het Burgerlijk Wetboek.
doorbraakregelingen	=	doorbraakregeling
doorbraakregelingetje	=	doorbraakregeling
doorbraakregelingetjes	=	doorbraakregeling
doorbraakt	=	doorbreken
doorbracht	=	doorbrengen
doorbrachte	=	doorbrengen
doorbrachten	=	doorbrengen
doorbrak	=	doorbreken
doorbrake	=	doorbreken
doorbraken	=	doorbreken
doorbrand	=	doorbranden
doorbrandde	=	doorbranden
doorbrandden	=	doorbranden
doorbrande	=	doorbranden
doorbranden	verb	niet stoppen met branden
doorbrandend	=	doorbranden
doorbrandende	=	doorbranden
doorbrandt	=	doorbranden
doorbrave	=	doorbraaf
doorbreek	=	doorbreken
doorbreekt	=	doorbreken
doorbreke	=	doorbreken
doorbreken	verb	in twee stukken uit elkaar laten vallen door met kracht te buigen
doorbrekend	=	doorbreken
doorbrekende	=	doorbreken
doorbreking	noun	de keer dat men met kracht een doorgang maakt of een hindernis opheft
doorbrekingen	=	doorbreking
doorbrekinkje	=	doorbreking
doorbrekinkjes	=	doorbreking
doorbreng	=	doorbrengen
doorbrenge	=	doorbrengen
doorbrengen	verb	een zekere tijd ergens verblijven
doorbrengend	=	doorbrengen
doorbrengende	=	doorbrengen
doorbrengt	=	doorbrengen
doorbroken	=	doorbreken
doorbréken	=	doorbreken
doorbuig	=	doorbuigen
doorbuige	=	doorbuigen
doorbuigen	verb	tot een boog vervormen door een opgelegd gewicht
doorbuigend	=	doorbuigen
doorbuigende	=	doorbuigen
doorbuiging	noun	de mate waarin een materiaal, balk of plaat vervormt (doorbuigt) onder invloed van een belasting, zoals een opgelegd gewicht of krachten.
doorbuigingen	=	doorbuiging
doorbuiginkje	=	doorbuiging
doorbuiginkjes	=	doorbuiging
doorbuigt	=	doorbuigen
doorbákken	=	doorbakken
doorbóren	=	doorboren
doordacht	adj	van iets dat er over is nagedacht
doordachte	=	doordacht
doordachten	=	doordenken
doordachter	=	doordacht
doordachtere	=	doordacht
doordachters	=	doordacht
doordachtheid	noun	de eigenschap van ergens goed over nagedacht te hebben
doordachts	=	doordacht
doordachtst	=	doordacht
doordachtste	=	doordacht
doordat	conj	geeft onderschikkend een oorzaak aan
doordeden	=	doordoen
doordeed	=	doordoen
doordender	=	doordenderen
doordenderde	=	doordenderen
doordenderden	=	doordenderen
doordendere	=	doordenderen
doordenderen	verb	zonder stoppen, met grote snelheid, met veel kracht en lawaai doorgaan
doordenderend	=	doordenderen
doordenderende	=	doordenderen
doordendert	=	doordenderen
doordenk	=	doordenken
doordenke	=	doordenken
doordenken	verb	ergens over blijven denken, ergens aan blijven denken.
doordenkend	=	doordenken
doordenkende	=	doordenken
doordenker	noun	verhaal, mop of raadsel waar je goed over moet nadenken
doordenkers	=	doordenker
doordenkertje	=	doordenker
doordenkertjes	=	doordenker
doordenking	noun	het nog eens goed nadenken over iets
doordenkingen	=	doordenking
doordenkt	=	doordenken
doordesem	=	doordesemen
doordesemd	=	doordesemen
doordesemde	=	doordesemen
doordesemden	=	doordesemen
doordeseme	=	doordesemen
doordesemen	verb	heel intensief mengen; helemaal doordrenken; helemaal vullen
doordesemend	=	doordesemen
doordesemende	=	doordesemen
doordesemt	=	doordesemen
doordeweeks	adj	op een dag die in de werkweek valt: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag	adv	op doordeweekse dagen
doordeweekse	=	doordeweeks
doordeweekser	=	doordeweeks
doordeweeksere	=	doordeweeks
doordeweeksers	=	doordeweeks
doordeweekst	=	doordeweeks
doordeweekste	=	doordeweeks
doordien	conj|obsolete	doordat
doordoe	=	doordoen
doordoen	verb	op een corrupte manier iets doen voor een ander die ook iets voor jou gedaan heeft
doordoend	=	doordoen
doordoende	=	doordoen
doordoet	=	doordoen
doordouw	=	doordouwen
doordouwde	=	doordouwen
doordouwden	=	doordouwen
doordouwe	=	doordouwen
doordouwen	verb	doorgaan en volhouden ondanks hindernissen die men tegenkomt
doordouwend	=	doordouwen
doordouwende	=	doordouwen
doordouwer	noun	iemand die niet opgeeft, maar net zo lang doorgaat totdat hij of zij zijn of haar doel bereikt heeft
doordouwers	=	doordouwer
doordouwertje	=	doordouwer
doordouwertjes	=	doordouwer
doordouwt	=	doordouwen
doordraaf	=	doordraven
doordraafde	=	doordraven
doordraafden	=	doordraven
doordraaft	=	doordraven
doordraai	=	doordraaien
doordraaide	=	doordraaien
doordraaiden	=	doordraaien
doordraaie	=	doordraaien
doordraaien	verb	door blijven gaan met draaien
doordraaiend	=	doordraaien
doordraaiende	=	doordraaien
doordraaier	noun	persoon die al te makkelijk teveel geld uitgeeft
doordraaiers	=	doordraaier
doordraait	=	doordraaien
doordram	=	doordrammen
doordramde	=	doordrammen
doordramden	=	doordrammen
doordramme	=	doordrammen
doordrammen	verb|informal	op een vervelende manier aanhoudend argumenteren en zeuren om je zin door te drijven
doordrammend	=	doordrammen
doordrammende	=	doordrammen
doordrammerig	adj	steeds maar aandringend
doordrammerige	=	doordrammerig
doordrammeriger	=	doordrammerig
doordrammerigere	=	doordrammerig
doordrammerigers	=	doordrammerig
doordrammerigs	=	doordrammerig
doordrammerigst	=	doordrammerig
doordrammerigste	=	doordrammerig
doordramt	=	doordrammen
doordrave	=	doordraven
doordraven	verb	te lang een sterke mening verkondigen
doordravend	=	doordraven
doordravende	=	doordraven
doordreef	=	doordrijven
doordreeft	=	doordrijven
doordrenk	=	doordrenken
doordrenke	=	doordrenken
doordrenken	verb	iets door water of andere vloeistof helemaal laten doortrekken
doordrenkend	=	doordrenken
doordrenkende	=	doordrenken
doordrenkt	=	doordrenken
doordrenkte	=	doordrenken
doordrenkten	=	doordrenken
doordreve	=	doordrijven
doordreven	=	doordrijven
doordrijf	=	doordrijven
doordrijfster	noun	vrouwelijke doordrijver
doordrijfsters	=	doordrijfster
doordrijfstertje	=	doordrijfster
doordrijfstertjes	=	doordrijfster
doordrijft	=	doordrijven
doordrijve	=	doordrijven
doordrijven	verb	tegen de wens of de behoefte van anderen in laten aanvaarden of uitvoeren
doordrijvend	=	doordrijven
doordrijvende	=	doordrijven
doordrijver	noun	iemand die doordrijft
doordrijvers	=	doordrijver
doordrijvertje	=	doordrijver
doordrijvertjes	=	doordrijver
doordring	=	doordringen
doordringbaar	adj	doorgedrongen kunnende worden, penetrabel.
doordringbaarder	=	doordringbaar
doordringbaardere	=	doordringbaar
doordringbaarders	=	doordringbaar
doordringbaars	=	doordringbaar
doordringbaarst	=	doordringbaar
doordringbaarste	=	doordringbaar
doordringbare	=	doordringbaar
doordringe	=	doordringen
doordringen	verb	weten ergens binnen te komen.
doordringend	adj	penetrant, door alles heen gaand, schel
doordringende	=	doordringend
doordringender	=	doordringend
doordringendere	=	doordringend
doordringenders	=	doordringend
doordringends	=	doordringend
doordringendst	=	doordringend
doordringendste	=	doordringend
doordringing	noun	met moeite of weerstand ergens in of doorheen dringen (zoals water dat in de grond trekt)
doordringingen	=	doordringing
doordringinkje	=	doordringing
doordringinkjes	=	doordringing
doordringt	=	doordringen
doordrink	=	doordrinken
doordrinke	=	doordrinken
doordrinken	verb	in een hoog tempo vocht tot zich nemen
doordrinkend	=	doordrinken
doordrinkende	=	doordrinken
doordrinkt	=	doordrinken
doordrong	=	doordringen
doordronge	=	doordringen
doordrongen	=	doordringen
doordrongt	=	doordringen
doordronk	=	doordrinken
doordronken	=	doordrinken
doordruk	noun	met behulp van carbonpapier (geplaatst onder het blad papier waarop men typt of schrijft) verkregen kopie
doordrukje	=	doordruk
doordrukjes	=	doordruk
doordrukke	=	doordrukken
doordrukken	verb	iets ergens doorheen drukken
doordrukkend	=	doordrukken
doordrukkende	=	doordrukken
doordrukstrip	noun	een kunststof verpakking met kleine holten waarin tabletten of capsules per stuk zijn afgesloten met een dun folielaagje
doordrukstripje	=	doordrukstrip
doordrukstripjes	=	doordrukstrip
doordrukstrippen	=	doordrukstrip
doordrukstrips	=	doordrukstrip
doordrukt	=	doordrukken
doordrukte	=	doordrukken
doordrukten	=	doordrukken
doordrukverpakking	noun	een type verpakking waarbij tabletten of capsules per stuk in een plastic of metalen kuiltje zitten.
doordrukverpakkingen	=	doordrukverpakking
doordrukverpakkinkje	=	doordrukverpakking
doordrukverpakkinkjes	=	doordrukverpakking
doordríngen	=	doordringen
doorduw	=	doorduwen
doorduwde	=	doorduwen
doorduwden	=	doorduwen
doorduwe	=	doorduwen
doorduwen	verb|figurative	de eigen mening aan anderen opdringen
doorduwend	=	doorduwen
doorduwende	=	doorduwen
doorduwt	=	doorduwen
dooreen	adv	het een door het andere, wanordelijk
dooreengegooid	=	dooreengooien
dooreengegooide	=	dooreengooien
dooreengelopen	=	dooreenlopen
dooreengemengd	=	dooreenmengen
dooreengemengde	=	dooreenmengen
dooreengeschud	=	dooreenschudden
dooreengeschudde	=	dooreenschudden
dooreenggooid	=	dooreengooien
dooreengooi	=	dooreengooien
dooreengooide	=	dooreengooien
dooreengooiden	=	dooreengooien
dooreengooie	=	dooreengooien
dooreengooien	verb	door elkaar gooien
dooreengooiend	=	dooreengooien
dooreengooiende	=	dooreengooien
dooreengooit	=	dooreengooien
dooreenliep	=	dooreenlopen
dooreenliepe	=	dooreenlopen
dooreenliepen	=	dooreenlopen
dooreenliept	=	dooreenlopen
dooreenloop	=	dooreenlopen
dooreenloopt	=	dooreenlopen
dooreenlope	=	dooreenlopen
dooreenlopen	verb	chaotisch door elkaar
dooreenlopend	=	dooreenlopen
dooreenlopende	=	dooreenlopen
dooreenmeng	=	dooreenmengen
dooreenmengde	=	dooreenmengen
dooreenmengden	=	dooreenmengen
dooreenmenge	=	dooreenmengen
dooreenmengen	verb	door elkaar mengen
dooreenmengend	=	dooreenmengen
dooreenmengende	=	dooreenmengen
dooreenmengt	=	dooreenmengen
dooreenschud	=	dooreenschudden
dooreenschudde	=	dooreenschudden
dooreenschudden	verb	schudden zodat alles goed vermengd is of door elkaar ligt
dooreenschuddend	=	dooreenschudden
dooreenschuddende	=	dooreenschudden
dooreenschudt	=	dooreenschudden
dooreet	=	dooreten
doorete	=	dooreten
dooreten	verb	in een onafgebroken tempo de maaltijd tot je nemen
dooretend	=	dooreten
dooretende	=	dooreten
doorfiets	=	doorfietsen
doorfietse	=	doorfietsen
doorfietsen	verb	zonder te stoppen voortgaan met fietsen
doorfietsend	=	doorfietsen
doorfietsende	=	doorfietsen
doorfietst	=	doorfietsen
doorfietste	=	doorfietsen
doorfietsten	=	doorfietsen
doorga	=	doorgaan
doorgaaft	=	doorgeven
doorgaan	verb	~ met: niet stoppen, blijven
doorgaand	adj	zich verder verplaatsend
doorgaande	=	doorgaan
doorgaands	=	doorgaand
doorgaans	adv	in de meeste gevallen, met weinig uitzonderingen
doorgaat	=	doorgaan
doorgaf	=	doorgeven
doorgane	=	doorgaan
doorgang	noun	opening waar men doorheen kan gaan
doorgangen	=	doorgang
doorgangetje	=	doorgang
doorgangetjes	=	doorgang
doorgangshuis	noun	huis waar mensen maar een korte tijd wonen om dan weer te verhuizen
doorgangshuizen	=	doorgangshuis
doorgangskamp	noun	kamp waar mensen tijdelijk verblijven om daarna naar het definitieve kamp te gaan
doorgangskampen	=	doorgangskamp
doorgangsland	noun	land dat men passeert op weg naar het land van bestemming
doorgangslanden	=	doorgangsland
doorgangsroute	noun	verbinding tussen twee niet direct aan elkaar grenzende gebieden
doorgangsrouten	=	doorgangsroute
doorgangsroutes	=	doorgangsroute
doorgangsverkeer	noun	de verzameling voertuigen die door een bepaalde plaats rijdt op weg naar een andere bestemming
doorgangsweg	noun	een weg door een dorp of wijk, die door het verkeer gebruikt wordt als verbindingsweg naar een andere bestemming
doorgangswegen	=	doorgangsweg
doorgangsweggetje	=	doorgangsweg
doorgangsweggetjes	=	doorgangsweg
doorgangswoning	noun	een tijdelijke, betaalbare woning die door een gemeente of het OCMW wordt verhuurd aan mensen in een acute noodsituatie.
doorgangswoningen	=	doorgangswoning
doorgangswoninkje	=	doorgangswoning
doorgangswoninkjes	=	doorgangswoning
doorgankelijk	adj	in staat zijn om iets te laten passeren
doorgankelijke	=	doorgankelijk
doorgankelijker	=	doorgankelijk
doorgankelijkere	=	doorgankelijk
doorgankelijkers	=	doorgankelijk
doorgankelijks	=	doorgankelijk
doorgankelijkst	=	doorgankelijk
doorgankelijkste	=	doorgankelijk
doorgave	noun	het overhandigen van iets dat men eerder ontvangen heeft
doorgaven	=	doorgeven
doorgaves	=	doorgave
doorgeademd	=	doorademen
doorgeademde	=	doorademen
doorgebakken	=	doorbakken
doorgebeend	=	doorbenen
doorgebeld	=	doorbellen
doorgebelde	=	doorbellen
doorgebeten	=	doorbijten
doorgebladerd	=	doorbladeren
doorgebladerde	=	doorbladeren
doorgeblazen	=	doorblazen
doorgebloed	=	doorbloeden
doorgeblowd	=	doorblowen
doorgebogen	=	doorbuigen
doorgeboord	=	doorboren
doorgeboorde	=	doorboren
doorgeborduurd	=	doorborduren
doorgeborduurde	=	doorborduren
doorgebouwd	=	doorbouwen
doorgebracht	adj	ergens verbleven hebben
doorgebrachte	=	doorgebracht
doorgebrachts	=	doorgebracht
doorgebrand	=	doorbranden
doorgebrande	=	doorbranden
doorgebroken	=	doorbreken
doorgedaan	=	doordoen
doorgedacht	=	doordenken
doorgedachte	=	doordenken
doorgedane	=	doordoen
doorgedenderd	=	doordenderen
doorgedouwd	=	doordouwen
doorgedouwde	=	doordouwen
doorgedraafd	=	doordraven
doorgedraafde	=	doordraven
doorgedraaid	=	doordraaien
doorgedraaide	=	doordraaien
doorgedramd	=	doordrammen
doorgedreven	=	doordrijven
doorgedrongen	=	doordringen
doorgedronken	=	doordrinken
doorgedrukt	=	doordrukken
doorgedrukte	=	doordrukken
doorgeduwd	=	doorduwen
doorgeef	=	doorgeven
doorgeefluik	noun	luik in de muur tussen eetkamer en keuken waardoor men eten van de keuken naar de eetkamer kan brengen
doorgeefluiken	=	doorgeefluik
doorgeefluikje	=	doorgeefluik
doorgeefluikjes	=	doorgeefluik
doorgeeft	=	doorgeven
doorgefietst	=	doorfietsen
doorgefourneerd	adj	uitgeslapen
doorgefourneerde	=	doorgefourneerd
doorgefourneerds	=	doorgefourneerd
doorgegaan	=	doorgaan
doorgegane	=	doorgaan
doorgegeten	=	dooreten
doorgegeven	=	doorgeven
doorgegleden	=	doorglijden
doorgeglipt	=	doorglippen
doorgeglipte	=	doorglippen
doorgegraven	=	doorgraven
doorgegroeid	=	doorgroeien
doorgehaald	=	doorhalen
doorgehaalde	=	doorhalen
doorgehad	=	doorhebben
doorgehakt	=	doorhakken
doorgehakte	=	doorhakken
doorgehangen	=	doorhangen
doorgehold	=	doorhollen
doorgeholpen	=	doorhelpen
doorgejaagd	=	doorjagen
doorgejaagde	=	doorjagen
doorgejakkerd	=	doorjakkeren
doorgekeken	=	doorkijken
doorgekliefd	=	doorklieven
doorgekliefde	=	doorklieven
doorgeklikt	=	doorklikken
doorgeklikte	=	doorklikken
doorgeklonken	=	doorklinken
doorgeknaagd	=	doorknagen
doorgeknipt	=	doorknippen
doorgeknipte	=	doorknippen
doorgekomen	=	doorkomen
doorgekookt	=	doorkoken
doorgekookte	=	doorkoken
doorgekopt	adj	van een bal dat deze met het hoofd doorgespeeld is
doorgekopte	=	doorgekopt
doorgekopts	=	doorgekopt
doorgekozen	=	doorkiezen
doorgekrast	=	doorkrassen
doorgekraste	=	doorkrassen
doorgekregen	=	doorkrijgen
doorgekropen	=	doorkruipen
doorgekruist	=	doorkruisen
doorgekruiste	=	doorkruisen
doorgekweekt	=	doorkweken
doorgeladen	=	doorladen
doorgelaten	=	doorlaten
doorgeleefd	=	doorleven
doorgeleefde	=	doorleven
doorgeleend	=	doorlenen
doorgeleerd	adj	blijk gevend van uitvoerige studie
doorgeleerde	=	doorleren
doorgeleerds	=	doorgeleerd
doorgelegen	=	doorliggen
doorgeleid	=	doorgeleiden
doorgeleidde	=	doorgeleiden
doorgeleidden	=	doorgeleiden
doorgeleide	=	doorgeleiden
doorgeleiden	verb	een persoon ergens doorheen helpen
doorgeleidend	=	doorgeleiden
doorgeleidende	=	doorgeleiden
doorgeleidt	=	doorgeleiden
doorgelekt	=	doorlekken
doorgelekte	=	doorlekken
doorgeleverd	=	doorleveren
doorgelezen	=	doorlezen
doorgelicht	=	doorlichten
doorgelichte	=	doorlichten
doorgelinkt	=	doorlinken
doorgelinkte	=	doorlinken
doorgelopen	=	doorlopen
doorgemaakt	=	doormaken
doorgemaakte	=	doormaken
doorgemaild	=	doormailen
doorgemeten	=	doormeten
doorgemodderd	=	doormodderen
doorgemodderde	=	doormodderen
doorgenomen	=	doornemen
doorgepakt	=	doorpakken
doorgeplaatste	=	doorplaatsen
doorgeploegd	=	doorploegen
doorgeploegde	=	doorploegen
doorgeploeterd	=	doorploeteren
doorgepluisd	=	doorpluizen
doorgepluisde	=	doorpluizen
doorgepompt	=	doorpompen
doorgepraat	=	doorpraten
doorgeprate	=	doorpraten
doorgeprikt	=	doorprikken
doorgeprikte	=	doorprikken
doorgeprocedeerd	=	doorprocederen
doorgereden	=	doorrijden
doorgeredeneerd	=	doorredeneren
doorgeregeerd	=	doorregeren
doorgeregen	=	doorrijgen
doorgeregend	=	doorregenen
doorgereisd	=	doorreizen
doorgereisde	=	doorreizen
doorgerekend	=	doorrekenen
doorgerend	=	doorrennen
doorgeroerd	=	doorroeren
doorgeroerde	=	doorroeren
doorgerold	=	doorrollen
doorgerolde	=	doorrollen
doorgeronkt	=	doorronken
doorgerookt	=	doorroken
doorgerookte	=	doorroken
doorgerot	adj	helemaal aangetast door houtrot
doorgerots	=	doorgerot
doorgerotte	=	doorrotten
doorgeschakeld	=	doorschakelen
doorgeschakelde	=	doorschakelen
doorgeschemerd	=	doorschemeren
doorgeschemerde	=	doorschemeren
doorgeschenen	=	doorschijnen
doorgescheurd	=	doorscheuren
doorgescheurde	=	doorscheuren
doorgeschoten	=	doorschieten
doorgeschoven	=	doorschuiven
doorgeschreven	=	doorschrijven
doorgeseind	=	doorseinen
doorgeseinde	=	doorseinen
doorgesijpeld	=	doorsijpelen
doorgesijpelde	=	doorsijpelen
doorgeslagen	=	doorslaan
doorgeslapen	=	doorslapen
doorgesleept	=	doorslepen
doorgeslepen	=	doorslijpen
doorgesleten	=	doorslijten
doorgeslikt	=	doorslikken
doorgeslikte	=	doorslikken
doorgesluisd	=	doorsluizen
doorgesluisde	=	doorsluizen
doorgesmeerd	=	doorsmeren
doorgesmeerde	=	doorsmeren
doorgesneden	=	doorsnijden
doorgesnuffeld	=	doorsnuffelen
doorgesnuffelde	=	doorsnuffelen
doorgespeeld	=	doorspelen
doorgespeelde	=	doorspelen
doorgespit	=	doorspitten
doorgespoeld	=	doorspoelen
doorgespoelde	=	doorspoelen
doorgesproken	=	doorspreken
doorgestaan	adj	van iets dat men heeft moeten verdragen
doorgestaans	=	doorgestaan
doorgestane	=	doorgestaan
doorgestapt	=	doorstappen
doorgestapte	=	doorstappen
doorgestart	=	doorstarten
doorgestegen	=	doorstijgen
doorgestoken	=	doorsteken
doorgestookt	=	doorstoken
doorgestoomd	=	doorstomen
doorgestoten	=	doorstoten
doorgestraald	=	doorstralen
doorgestraalde	=	doorstralen
doorgestreept	=	doorstrepen
doorgestreepte	=	doorstrepen
doorgestroomd	=	doorstromen
doorgestroomde	=	doorstromen
doorgestudeerd	=	doorstuderen
doorgestuurd	=	doorsturen
doorgestuurde	=	doorsturen
doorgesudderd	=	doorsudderen
doorgetast	=	doortasten
doorgetaste	=	doortasten
doorgeteld	=	doortellen
doorgetikt	=	doortikken
doorgetocht	=	doortochten
doorgetrapt	=	doortrappen
doorgetrapte	=	doortrappen
doorgetrild	=	doortrillen
doorgetrokken	=	doortrekken
doorgevaren	=	doorvaren
doorgeve	=	doorgeven
doorgeven	verb	iets wat men ontvangen heeft aan de volgende persoon geven
doorgevend	=	doorgeven
doorgevende	=	doorgeven
doorgever	noun	iemand die een mededeling van één persoon vertelt aan een ander persoon
doorgevers	=	doorgever
doorgevijld	=	doorvijlen
doorgevlochten	=	doorvlechten
doorgevloeid	=	doorvloeien
doorgevloeide	=	doorvloeien
doorgevlogen	=	doorvliegen
doorgevochten	=	doorvechten
doorgevoeld	=	doorvoelen
doorgevoelde	=	doorvoelen
doorgevoerd	=	doorvoeren
doorgevraagd	=	doorvragen
doorgevreten	=	doorvreten
doorgewaad	=	doorwaden
doorgewaaid	=	doorwaaien
doorgewaakt	=	doorwaken
doorgewade	=	doorwaden
doorgewandeld	=	doorwandelen
doorgewerkt	=	doorwerken
doorgewerkte	=	doorwerken
doorgeweven	=	doorweven
doorgewinterd	adj	ervaren, geroutineerd
doorgewinterde	=	doorwinteren
doorgewinterder	=	doorgewinterd
doorgewinterdere	=	doorgewinterd
doorgewinterders	=	doorgewinterd
doorgewinterds	=	doorgewinterd
doorgewinterdst	=	doorgewinterd
doorgewinterdste	=	doorgewinterd
doorgewoekerd	=	doorwoekeren
doorgewoeld	=	doorwoelen
doorgewoelde	=	doorwoelen
doorgewogen	=	doorwegen
doorgeworsteld	=	doorworstelen
doorgeworstelde	=	doorworstelen
doorgezaagd	=	doorzagen
doorgezaagde	=	doorzagen
doorgezakt	adj	onder een groot gewicht kromgebogen; door eigen zwakte onder een gering gewicht kromgebogen
doorgezakte	=	doorzakken
doorgezakter	=	doorgezakt
doorgezaktere	=	doorgezakt
doorgezakters	=	doorgezakt
doorgezakts	=	doorgezakt
doorgezaktst	=	doorgezakt
doorgezaktste	=	doorgezakt
doorgezeefd	=	doorzeven
doorgezeefde	=	doorzeven
doorgezegen	=	doorzijgen
doorgezet	=	doorzetten
doorgezette	=	doorzetten
doorgezeurd	=	doorzeuren
doorgeziekt	=	doorzieken
doorgezien	=	doorzien
doorgeziene	=	doorzien
doorgezocht	=	doorzoeken
doorgezochte	=	doorzoeken
doorgezonden	=	doorzenden
doorgezwommen	=	doorzwemmen
doorgifte	noun	het verzenden van iets dat men eerder ontvangen heeft
doorgiften	=	doorgifte
doorgiftes	=	doorgifte
doorging	=	doorgaan
doorginge	=	doorgaan
doorgingen	=	doorgaan
doorgingt	=	doorgaan
doorgleden	=	doorglijden
doorgleed	=	doorglijden
doorglij	=	doorglijden
doorglijd	=	doorglijden
doorglijde	=	doorglijden
doorglijden	verb	ergens glijdend doorheen gaan
doorglijdend	=	doorglijden
doorglijdende	=	doorglijden
doorglijdt	=	doorglijden
doorglip	=	doorglippen
doorglippe	=	doorglippen
doorglippen	verb	passeren van wat men eigenlijk had willen of moeten stoppen of tegenhouden
doorglippend	=	doorglippen
doorglippende	=	doorglippen
doorglipt	=	doorglippen
doorglipte	=	doorglippen
doorglipten	=	doorglippen
doorgraaf	=	doorgraven
doorgraaft	=	doorgraven
doorgrave	=	doorgraven
doorgraven	verb	door te graven in tweeën snijden, gravend gaan door
doorgravend	=	doorgraven
doorgravende	=	doorgraven
doorgroef	=	doorgraven
doorgroefd	adj	met veel groeven en rimpels
doorgroefde	=	doorgroefd
doorgroefden	=	doorgroeven
doorgroefder	=	doorgroefd
doorgroefdere	=	doorgroefd
doorgroefders	=	doorgroefd
doorgroefds	=	doorgroefd
doorgroefdst	=	doorgroefd
doorgroefdste	=	doorgroefd
doorgroeft	=	doorgroeven
doorgroei	=	doorgroeien
doorgroeide	=	doorgroeien
doorgroeiden	=	doorgroeien
doorgroeie	=	doorgroeien
doorgroeien	verb	voortgaan met groter worden
doorgroeiend	=	doorgroeien
doorgroeiende	=	doorgroeien
doorgroeimogelijkheden	=	doorgroeimogelijkheid
doorgroeimogelijkheid	noun	het in staat zijn zich verder te kunnen ontwikkelen
doorgroeit	=	doorgroeien
doorgroeve	=	doorgroeven
doorgroeven	verb	diepe voren in een oppervlak veroorzaken
doorgroevend	=	doorgroeven
doorgroevende	=	doorgroeven
doorgrond	=	doorgronden
doorgrondbaar	adj	te doorgronden
doorgrondbaarder	=	doorgrondbaar
doorgrondbaardere	=	doorgrondbaar
doorgrondbaarders	=	doorgrondbaar
doorgrondbaars	=	doorgrondbaar
doorgrondbaarst	=	doorgrondbaar
doorgrondbaarste	=	doorgrondbaar
doorgrondbare	=	doorgrondbaar
doorgrondde	=	doorgronden
doorgrondden	=	doorgronden
doorgronde	=	doorgronden
doorgrondelijk	adj	geheel te begrijpen
doorgrondelijke	=	doorgrondelijk
doorgrondelijker	=	doorgrondelijk
doorgrondelijkere	=	doorgrondelijk
doorgrondelijkers	=	doorgrondelijk
doorgrondelijks	=	doorgrondelijk
doorgrondelijkst	=	doorgrondelijk
doorgrondelijkste	=	doorgrondelijk
doorgronden	verb	tot een grondig begrip van iets of iemand komen
doorgrondend	=	doorgronden
doorgrondende	=	doorgronden
doorgrondt	=	doorgronden
doorgróéven	=	doorgroeven
doorhaal	=	doorhalen
doorhaalde	=	doorhalen
doorhaalden	=	doorhalen
doorhaalt	=	doorhalen
doorhad	=	doorhebben
doorhadde	=	doorhebben
doorhadden	=	doorhebben
doorhadt	=	doorhebben
doorhak	=	doorhakken
doorhakke	=	doorhakken
doorhakken	verb	met een bijl of hak in stukken verdelen
doorhakkend	=	doorhakken
doorhakkende	=	doorhakken
doorhakt	=	doorhakken
doorhakte	=	doorhakken
doorhakten	=	doorhakken
doorhale	=	doorhalen
doorhalen	verb	een streep ergens doorheen zetten
doorhalend	=	doorhalen
doorhalende	=	doorhalen
doorhaling	noun	met een pennenstreek onleesbaar maken van iets
doorhalingen	=	doorhaling
doorhalinkje	=	doorhaling
doorhalinkjes	=	doorhaling
doorhang	=	doorhangen
doorhange	=	doorhangen
doorhangen	verb	door het eigen gewicht doorbuigen of uitzakken
doorhangend	=	doorhangen
doorhangende	=	doorhangen
doorhangt	=	doorhangen
doorheb	=	doorhebben
doorhebbe	=	doorhebben
doorhebben	verb	begrijpen hoe iets is, een raadsel oplossen
doorhebbend	=	doorhebben
doorhebbende	=	doorhebben
doorhebt	verb	tweede persoon enkelvoud van doorhebben
doorheeft	verb	tweede persoon (alleen U) en derde persoon enkelvoud van doorhebben
doorheen	prep	gedurende een periode	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord: geheel door
doorhelp	=	doorhelpen
doorhelpe	=	doorhelpen
doorhelpen	verb	ombrengen, naar de andere wereld helpen
doorhelpend	=	doorhelpen
doorhelpende	=	doorhelpen
doorhelpt	=	doorhelpen
doorhielp	=	doorhelpen
doorhielpe	=	doorhelpen
doorhielpen	=	doorhelpen
doorhielpt	=	doorhelpen
doorhing	=	doorhangen
doorhingen	=	doorhangen
doorhol	=	doorhollen
doorholde	=	doorhollen
doorholden	=	doorhollen
doorholle	=	doorhollen
doorhollen	verb	voortgaan met rennen
doorhollend	=	doorhollen
doorhollende	=	doorhollen
doorholt	=	doorhollen
doorjaag	=	doorjagen
doorjaagde	=	doorjagen
doorjaagden	=	doorjagen
doorjaagt	=	doorjagen
doorjage	=	doorjagen
doorjagen	verb	heel snel iets verbruiken
doorjagend	=	doorjagen
doorjagende	=	doorjagen
doorjager	noun	iemand die veel eet en toch niet dik wordt
doorjagers	=	doorjager
doorjakkeren	verb	zich met grote haast voortbewegen
doorjakkerend	=	doorjakkeren
doorjoeg	=	doorjagen
doorjoegen	=	doorjagen
doorkeek	=	doorkijken
doorkeekt	=	doorkijken
doorkeke	=	doorkijken
doorkeken	=	doorkijken
doorkies	=	doorkiezen
doorkiesnummer	noun	telefoonnummer dat zonder inschakeling van een telefonist gebeld kan worden
doorkiesnummers	=	doorkiesnummer
doorkiessysteem	noun	telefoonsysteem waarbij men zelf de verbinding met een bepaald toestelnummer tot stand kan brengen, zonder tussenkomst van een telefonist(e) door een doorkiesnummer te gebruiken
doorkiessysteempje	=	doorkiessysteem
doorkiessysteempjes	=	doorkiessysteem
doorkiessystemen	=	doorkiessysteem
doorkiest	=	doorkiezen
doorkieze	=	doorkiezen
doorkiezen	verb	het doorkiesnummer bellen
doorkiezend	=	doorkiezen
doorkiezende	=	doorkiezen
doorkijk	noun	gelegenheid of opening om doorheen te kijken
doorkijke	=	doorkijken
doorkijken	verb	vluchtig beoordelen
doorkijkend	=	doorkijken
doorkijkende	=	doorkijken
doorkijkje	=	doorkijk
doorkijkjes	=	doorkijk
doorkijkkopje	noun	Trematocephalus cristatus een spin uit de familie hangmatspinnen
doorkijkkopjes	=	doorkijkkopje
doorkijkt	=	doorkijken
doorklief	=	doorklieven
doorkliefd	=	doorklieven
doorkliefde	=	doorklieven
doorkliefden	=	doorklieven
doorklieft	=	doorklieven
doorklieve	=	doorklieven
doorklieven	verb	snijdend ergens doorheen gaan m.n. van een schip door het water, of een vliegtuig door de lucht
doorklievend	=	doorklieven
doorklievende	=	doorklieven
doorklik	noun	een woord of ander voorwerp dat aanklikbaar is op een webpagina waardoor er naar een andere pagina genavigeerd word
doorklikje	=	doorklik
doorklikjes	=	doorklik
doorklikke	=	doorklikken
doorklikken	verb	een voorwerp op een webpagina aanklikken om naar een andere pagina te navigeren
doorklikkend	=	doorklikken
doorklikkende	=	doorklikken
doorklikt	=	doorklikken
doorklikte	=	doorklikken
doorklikten	=	doorklikken
doorklink	=	doorklinken
doorklinke	=	doorklinken
doorklinken	verb	op een min of meer bedekte manier iets laten merken
doorklinkend	=	doorklinken
doorklinkende	=	doorklinken
doorklinkt	=	doorklinken
doorklonk	=	doorklinken
doorklonken	=	doorklinken
doorklíéven	=	doorklieven
doorknaag	=	doorknagen
doorknaagd	=	doorknagen
doorknaagde	=	doorknagen
doorknaagden	=	doorknagen
doorknaagt	=	doorknagen
doorknage	=	doorknagen
doorknagen	verb	met de tanden iets in twee stukken verdelen
doorknagend	=	doorknagen
doorknagende	=	doorknagen
doorknede	=	doorkneed
doorkneed	adj	de capaciteiten hebbend om een bepaalde functie te kunnen vervullen
doorkneeds	=	doorkneed
doorknip	=	doorknippen
doorknippe	=	doorknippen
doorknippen	verb	door knippen in twee delen verdelen
doorknippend	=	doorknippen
doorknippende	=	doorknippen
doorknipt	=	doorknippen
doorknipte	=	doorknippen
doorknipten	=	doorknippen
doorkoke	=	doorkoken
doorkoken	verb	langere tijd laten koken nadat iets eerst aan de kook is gebracht
doorkokend	=	doorkoken
doorkokende	=	doorkoken
doorkom	=	doorkomen
doorkome	=	doorkomen
doorkomen	verb	zichtbaar worden
doorkomend	=	doorkomen
doorkomende	=	doorkomen
doorkomst	noun	ergens voorbijgaan tijdens een wedstrijd of reis
doorkomsten	=	doorkomst
doorkomt	=	doorkomen
doorkook	=	doorkoken
doorkookt	=	doorkoken
doorkookte	=	doorkoken
doorkookten	=	doorkoken
doorkoos	=	doorkiezen
doorkoost	=	doorkiezen
doorkop	=	doorkoppen
doorkoppe	=	doorkoppen
doorkoppen	verb	bij voetbal spelen van de bal met het hoofd
doorkoppend	=	doorkoppen
doorkoppende	=	doorkoppen
doorkopt	=	doorkoppen
doorkopte	=	doorkoppen
doorkopten	=	doorkoppen
doorkoud	adj	in het geheel op een zeer lage temperatuur
doorkoude	=	doorkoud
doorkouds	=	doorkoud
doorkozen	=	doorkiezen
doorkras	=	doorkrassen
doorkrasse	=	doorkrassen
doorkrassen	verb	met een scherp voorwerp iets wegkrassen; door krassen doorhalen en onleesbaar maken
doorkrassend	=	doorkrassen
doorkrassende	=	doorkrassen
doorkrast	=	doorkrassen
doorkraste	=	doorkrassen
doorkrasten	=	doorkrassen
doorkreeg	=	doorkrijgen
doorkreegt	=	doorkrijgen
doorkrege	=	doorkrijgen
doorkregen	=	doorkrijgen
doorkrijg	=	doorkrijgen
doorkrijge	=	doorkrijgen
doorkrijgen	verb	gaan beseffen dat er iets niet klopt
doorkrijgend	=	doorkrijgen
doorkrijgende	=	doorkrijgen
doorkrijgt	=	doorkrijgen
doorkroop	=	doorkruipen
doorkropen	=	doorkruipen
doorkruip	=	doorkruipen
doorkruipe	=	doorkruipen
doorkruipen	verb	verder kruipen
doorkruipend	=	doorkruipen
doorkruipende	=	doorkruipen
doorkruipt	=	doorkruipen
doorkruis	=	doorkruisen
doorkruise	=	doorkruisen
doorkruisen	verb	geheel door een bepaald gebied heenreizen
doorkruisend	=	doorkruisen
doorkruisende	=	doorkruisen
doorkruising	noun	het teniet doen van iets
doorkruisingen	=	doorkruising
doorkruist	=	doorkruisen
doorkruiste	=	doorkruisen
doorkruisten	=	doorkruisen
doorkwaamt	=	doorkomen
doorkwam	=	doorkomen
doorkwamen	=	doorkomen
doorkweek	=	doorkweken
doorkweekt	=	doorkweken
doorkweekte	=	doorkweken
doorkweekten	=	doorkweken
doorkweke	=	doorkweken
doorkweken	verb	doorgaan met kweken
doorkwekend	=	doorkweken
doorkwekende	=	doorkweken
doorkíjken	=	doorkijken
doorkóken	=	doorkoken
doorlaad	=	doorladen
doorlaadde	=	doorladen
doorlaadden	=	doorladen
doorlaadt	=	doorladen
doorlaagt	=	doorliggen
doorlaat	noun	een plek waar iets doorgelaten wordt
doorlaatbaar	adj	met de mogelijkheid dat iets door een grens heen gaat
doorlaatbaarder	=	doorlaatbaar
doorlaatbaardere	=	doorlaatbaar
doorlaatbaarders	=	doorlaatbaar
doorlaatbaars	=	doorlaatbaar
doorlaatbaarst	=	doorlaatbaar
doorlaatbaarste	=	doorlaatbaar
doorlaatbare	=	doorlaatbaar
doorlaatcaisson	noun	caisson, dat dient als hulpconstructie bij het sluiten van zeegaten met daarin schuiven die als keersluis kunnen dienen om tijdens de sluiting de stroomsnelheid niet te hoog te laten worden
doorlaatcaissons	=	doorlaatcaisson
doorlaatje	=	doorlaat
doorlaatjes	=	doorlaat
doorlade	=	doorladen
doorladen	verb	schietklaar maken door na het laden een kogel van het magazijn in de kamer te brengen
doorladend	=	doorladen
doorladende	=	doorladen
doorlag	=	doorliggen
doorlagen	=	doorliggen
doorlas	=	doorlezen
doorlast	=	doorlezen
doorlate	=	doorlaten
doorlaten	verb	de toegang mogelijk maken
doorlatend	adj	het laten passeren.
doorlatende	=	doorlatend
doorlatender	=	doorlatend
doorlatendere	=	doorlatend
doorlatenders	=	doorlatend
doorlatends	=	doorlatend
doorlatendst	=	doorlatend
doorlatendste	=	doorlatend
doorlating	noun	het laten passeren van iets of iemand
doorlatingen	=	doorlating
doorlaze	=	doorlezen
doorlazen	=	doorlezen
doorleef	=	doorleven
doorleefd	=	doorleven
doorleefde	=	doorleven
doorleefden	=	doorleven
doorleeft	=	doorleven
doorleen	=	doorlenen
doorleende	=	doorlenen
doorleenden	=	doorlenen
doorleent	=	doorlenen
doorleer	=	doorleren
doorleerde	=	doorleren
doorleerden	=	doorleren
doorleert	=	doorleren
doorlees	=	doorlezen
doorleest	=	doorlezen
doorleid	=	doorleiden
doorleidde	=	doorleiden
doorleidden	=	doorleiden
doorleide	=	doorleiden
doorleiden	verb	een persoon ergens doorheen helpen
doorleidend	=	doorleiden
doorleidende	=	doorleiden
doorleidt	=	doorleiden
doorlek	=	doorlekken
doorlekke	=	doorlekken
doorlekken	verb	geleidelijk dwars door het omhullend oppervlak heen stromen
doorlekkend	=	doorlekken
doorlekkende	=	doorlekken
doorlekt	=	doorlekken
doorlekte	=	doorlekken
doorlekten	=	doorlekken
doorlene	=	doorlenen
doorlenen	verb	geld dat men leent van de ene partij uitlenen (tegen een hogere rente) aan een andere partij
doorlenend	=	doorlenen
doorlenende	=	doorlenen
doorlere	=	doorleren
doorleren	verb	doorgaan met onderwijs te volgen (na het behalen van een einddiploma of het verlaten van een school)
doorlerend	=	doorleren
doorlerende	=	doorleren
doorleve	=	doorleven
doorleven	verb	beleven, ervaren
doorlevend	=	doorleven
doorlevende	=	doorleven
doorlever	=	doorleveren
doorleverde	=	doorleveren
doorleverden	=	doorleveren
doorlevere	=	doorleveren
doorleveren	verb	een product kopen bij een partij om het met winst door te verkopen aan een andere partij
doorleverend	=	doorleveren
doorleverende	=	doorleveren
doorlevert	=	doorleveren
doorleze	=	doorlezen
doorlezen	verb	voortgaan met lezen.	adj	veel literatuur gelezen hebbend
doorlezend	=	doorlezen
doorlezende	=	doorlezen
doorlezens	=	doorlezen
doorlicht	=	doorlichten
doorlichte	=	doorlichten
doorlichten	verb	het inwendige van iets onderzoeken door blootstelling aan penetrerende straling, zoals röntgen- of gammastraling
doorlichtend	=	doorlichten
doorlichtende	=	doorlichten
doorlichting	noun	een zeer grondig onderzoek
doorlichtingen	=	doorlichting
doorlichtte	=	doorlichten
doorlichtten	=	doorlichten
doorliep	=	doorlopen
doorliepe	=	doorlopen
doorliepen	=	doorlopen
doorliept	=	doorlopen
doorliet	=	doorlaten
doorliete	=	doorlaten
doorlieten	=	doorlaten
doorlig	=	doorliggen
doorligge	=	doorliggen
doorliggen	verb	wonden krijgen door langdurig in dezelfde positie op bed te liggen
doorliggend	=	doorliggen
doorliggende	=	doorliggen
doorligt	=	doorliggen
doorlink	=	doorlinken
doorlinke	=	doorlinken
doorlinken	verb	een gebruiker naar een andere website laten gaan
doorlinkend	=	doorlinken
doorlinkende	=	doorlinken
doorlinkt	=	doorlinken
doorlinkte	=	doorlinken
doorlinkten	=	doorlinken
doorloop	noun	het in zijn geheel zonder onderbreking doornemen van een toneel- of muziekstuk.
doorloopen	=	doorlopen
doorloopje	=	doorloop
doorloopjes	=	doorloop
doorloopsnelheden	=	doorloopsnelheid
doorloopsnelheid	noun	de tijd die verloopt tussen het begin en het einde van een proces
doorloopt	=	doorlopen
doorlooptijd	noun	tijd tussen het begin en de voltooiing van een proces
doorlooptijden	=	doorlooptijd
doorlope	=	doorlopen
doorlopen	verb	lopen tot men ergens doorheen is
doorlopend	adj	dat iets steeds doorgaat zonder onderbreking
doorlopende	=	doorlopen
doorlopender	=	doorlopend
doorlopendere	=	doorlopend
doorlopenders	=	doorlopend
doorlopends	=	doorlopend
doorlopendst	=	doorlopend
doorlopendste	=	doorlopend
doorlopens	=	doorlopen
doorloper	noun	een type schaats.
doorlopers	=	doorloper
doorlopertje	=	doorloper
doorlopertjes	=	doorloper
doorluchtig	adj	waarvan de roem overal heen uitstraalt, verheven
doorluchtige	=	doorluchtig
doorluchtiger	=	doorluchtig
doorluchtigere	=	doorluchtig
doorluchtigers	=	doorluchtig
doorluchtigheden	=	doorluchtigheid
doorluchtigheid	noun	iets wat doorschijnend is
doorluchtigs	=	doorluchtig
doorluchtigst	=	doorluchtig
doorluchtigste	=	doorluchtig
doorléven	=	doorleven
doormaak	=	doormaken
doormaakt	=	doormaken
doormaakte	=	doormaken
doormaakten	=	doormaken
doormail	=	doormailen
doormailde	=	doormailen
doormailden	=	doormailen
doormaile	=	doormailen
doormailen	verb	opsturen (ven een kopie) via de e-mail; doorsturen van de e-mail
doormailend	=	doormailen
doormailende	=	doormailen
doormailt	=	doormailen
doormake	=	doormaken
doormaken	verb	ondervinden, meemaken
doormakend	=	doormaken
doormakende	=	doormaken
doormarcheer	=	doormarcheren
doormarcheerde	=	doormarcheren
doormarcheerden	=	doormarcheren
doormarcheert	=	doormarcheren
doormarchere	=	doormarcheren
doormarcheren	verb	voortgaan met lopen in een georganiseerde en uniforme ritmische stoet
doormarcherend	=	doormarcheren
doormarcherende	=	doormarcheren
doormars	noun	het doormarcheren
doormarsen	=	doormars
doormarsje	=	doormars
doormarsjes	=	doormars
doormat	=	doormeten
doormaten	=	doormeten
doormeet	=	doormeten
doormete	=	doormeten
doormeten	verb	meten m.b.v. een doorgaande elektrische stroom
doormetend	=	doormeten
doormetende	=	doormeten
doormeter	noun	de diameter van een cirkel.
doormeters	=	doormeter
doormidden	adv	middendoor, in tweeën
doormodder	=	doormodderen
doormodderde	=	doormodderen
doormodderden	=	doormodderen
doormoddere	=	doormodderen
doormodderen	verb	moeizaam, knoeierig doorgaan
doormodderend	=	doormodderen
doormodderende	=	doormodderen
doormoddert	=	doormodderen
doorn	noun	scherp uitsteeksel aan een plant
doornaamt	=	doornemen
doornachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een doorn
doornachtige	=	doornachtig
doornachtiger	=	doornachtig
doornachtigere	=	doornachtig
doornachtigers	=	doornachtig
doornachtigs	=	doornachtig
doornachtigst	=	doornachtig
doornachtigste	=	doornachtig
doornam	=	doornemen
doorname	=	doornemen
doornamen	=	doornemen
doornappel	noun	Datura stramonium, een zeer giftige plant die hallucinogene alkaloïden bevat
doornappelen	=	doornappel
doornappels	=	doornappel
doornappeltje	=	doornappel
doornappeltjes	=	doornappel
doornastrild	noun	Neochmia temporalis een vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
doornastrilden	=	doornastrild
doornastrildje	=	doornastrild
doornastrildjes	=	doornastrild
doornat	adj	doordrenkt met water, helemaal vochtig
doornats	=	doornat
doornatte	=	doornat
doornbos	noun	bosje met doornstruiken
doornbosje	=	doornbos
doornbosjes	=	doornbos
doornbossen	=	doornbos
doorncicade	noun	Centrotus cornutus een halfvleugelig insect uit de familie bochelcicaden (Membracidae)
doorncicades	=	doorncicade
doorncicadetje	=	doorncicade
doorncicadetjes	=	doorncicade
doorneem	=	doornemen
doorneemt	=	doornemen
doorneme	=	doornemen
doornemen	verb	globaal bestuderen of bespreken
doornemend	=	doornemen
doornemende	=	doornemen
doornen	adj	van doornstruiken
doornenhaag	=	doornhaag
doornenkronen	=	doornenkroon
doornenkroon	noun	van doorntakken gevlochten kroon als symbool van het martelaarschap
doornenkroontje	=	doornenkroon
doornenkroontjes	=	doornenkroon
doornhaag	noun	heg van doornstruiken zoals bijvoorbeeld hagedoorns
doornhaai	noun	bepaalde soort vis, Squalus acanthias, die de meest algemeen voorkomende haaiensoort in de Noordzee is
doornhaaiachtigen	noun	een orde Squaliformes van haaien.
doornhaaien	noun	een familie Squalidae van haaien uit de orde doornhaaiachtigen (Squaliformes).
doornhaaitje	=	doornhaai
doornhaaitjes	=	doornhaai
doornhagen	=	doornhaag
doornig	adj	met de eigenschappen van een doorn, met stekende punten
doornige	=	doornig
doorniger	=	doornig
doornigere	=	doornig
doornigers	=	doornig
doornigs	=	doornig
doornigst	=	doornig
doornigste	=	doornig
doorniks	adj	op Doornik betrekking hebbend
doornikse	noun	een vrouwelijke inwoner van Doornik, of een vrouw afkomstig uit Doornik
doorniksen	=	doornikse
doornikser	=	doorniks
doorniksere	=	doorniks
doorniksers	=	doorniks
doornikst	=	doorniks
doornikste	=	doorniks
doornikzaan	noun	iemand die woonachtig is of afkomstig is van Doornik
doornikzanen	=	doornikzaan
doornkaakzandbij	noun	Andrena trimmerana een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
doornkaakzandbijen	=	doornkaakzandbij
doornkaakzandbijtje	=	doornkaakzandbij
doornkaakzandbijtjes	=	doornkaakzandbij
doornkabeljauwen	noun	een familie Bregmacerotidae van straalvinnige vissen uit de orde van kabeljauwachtigen (Gadiformes)
doornkroon	=	doornenkroon
doornkruiper	noun	vogel uit een een familie Atrichornithidae van vogels uit de orde zangvogels.
doornkruipers	noun	Atrichornithidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
doornmeervallen	noun	een familie Doradidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
doornmestkever	noun	Geotrupes spiniger een keversoort uit de familie mesttorren (Geotrupidae).
doornmestkevers	=	doornmestkever
doornmestkevertje	=	doornmestkever
doornmestkevertjes	=	doornmestkever
doornpalpje	noun	Gonatium rubens een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
doornpalpjes	=	doornpalpje
doornrandweekschildpad	noun	Apalone spinifera een middelgrote schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
doornrandweekschildpadden	=	doornrandweekschildpad
doornrandweekschildpadje	=	doornrandweekschildpad
doornrandweekschildpadjes	=	doornrandweekschildpad
doornroggen	noun	een familie Urolophidae van roggen uit de orde Myliobatiformes.
doorns	=	doorn
doornschildpadden	noun	een geslacht Cyclemys van schildpadden uit de familie Geoemydidae.
doornslak	noun	slak met doornachtige uitsteeksels
doornslakje	=	doornslak
doornslakjes	=	doornslak
doornslakken	=	doornslak
doornsnavel	noun	vogel met een snavel met een doorn
doornsnavels	noun	een geslacht Acanthiza van vogels uit de familie Australische zangers (Acanthizidae).
doornsnaveltje	=	doornsnavel
doornsnaveltjes	=	doornsnavel
doornspinnertje	noun	Scythropia crataegella een vlinder uit de familie Scythropiidae.
doornspinnertjes	=	doornspinnertje
doornsprinkhaan	noun	insect uit de familie Tetrigidae van rechtvleugeligen die behoort tot de onderorde van de sprinkhaanachtige kortsprietigen (Caelifera).
doornsprinkhaantje	=	doornsprinkhaan
doornsprinkhaantjes	=	doornsprinkhaan
doornsprinkhanen	noun	Tetrigidae een familie van rechtvleugeligen die behoort tot de onderorde van de sprinkhaanachtige kortsprietigen (Caelifera).
doornstaartagamen	noun	een geslacht Uromastyx van hagedissen uit de familie agamen (Agamidae).
doornstaartboomleguaan	noun	Uracentron azureum een hagedis uit de familie kielstaartleguanen (Tropiduridae)
doornstaartboomleguaantje	=	doornstaartboomleguaan
doornstaartboomleguaantjes	=	doornstaartboomleguaan
doornstaartboomleguanen	=	doornstaartboomleguaan
doornstaartgrondleguaan	noun	Strobilurus torquatus een hagedis uit de familie kielstaartleguaanachtigen (Tropiduridae)
doornstaartgrondleguaantje	=	doornstaartgrondleguaan
doornstaartgrondleguaantjes	=	doornstaartgrondleguaan
doornstaartgrondleguanen	=	doornstaartgrondleguaan
doornstaartrayadito	noun	Aphrastura spinicauda een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
doornstaartrayadito's	=	doornstaartrayadito
doornstaartrayaditootje	=	doornstaartrayadito
doornstaartrayaditootjes	=	doornstaartrayadito
doornstaartskink	noun	Egernia stokesii een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
doornstaartskinken	=	doornstaartskink
doornstaartskinkje	=	doornstaartskink
doornstaartskinkjes	=	doornstaartskink
doornstruik	noun	een houtige plant zonder stam met veel stekelige doornen aan de takken
doornstruiken	=	doornstruik
doornstruikje	=	doornstruik
doornstruikjes	=	doornstruik
doornstruiknachtzwaluw	noun	Caprimulgus donaldsoni een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
doornstruiknachtzwaluwen	=	doornstruiknachtzwaluw
doornstruiknachtzwaluwtje	=	doornstruiknachtzwaluw
doornstruiknachtzwaluwtjes	=	doornstruiknachtzwaluw
doorntje	=	doorn
doorntjes	=	doorn
doornvissen	noun	een orde Stephanoberyciformes van straalvinnige zeevissen.
doornvliegenvanger	noun	Batis orientalis een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
doornvliegenvangers	=	doornvliegenvanger
doornvliegenvangertje	=	doornvliegenvanger
doornvliegenvangertjes	=	doornvliegenvanger
doornvormig	adj	vorm van een doorn hebbend
doornvormige	=	doornvormig
doornvormiger	=	doornvormig
doornvormigere	=	doornvormig
doornvormigers	=	doornvormig
doornvormigs	=	doornvormig
doornvormigst	=	doornvormig
doornvormigste	=	doornvormig
doornzaad	noun	benaming voor planten uit het geslacht Torilis in de schermbloemenfamilie (Apiaceae)
doornzaden	=	doornzaad
doornzeels	adj	op Doornzele betrekking hebbend
doornzeelse	noun	een vrouwelijke inwoner van Doornzele, of een vrouw afkomstig uit Doornzele
doornzeelsen	=	doornzeelse
doornzelenaar	noun	een inwoner van Doornzele, of iemand afkomstig uit Doornzele
doornzelenaren	=	doornzelenaar
doorontwikkel	=	doorontwikkelen
doorontwikkeld	adj	verder gegaan met groei en ontwikkeling; beter geworden; toegenomen in kwaliteit
doorontwikkelde	=	doorontwikkeld
doorontwikkelden	=	doorontwikkelen
doorontwikkelds	=	doorontwikkeld
doorontwikkele	=	doorontwikkelen
doorontwikkelen	verb	doorgaan met iets beter en van hogere kwaliteit te maken; iets in een gewenste richting veranderen
doorontwikkelend	=	doorontwikkelen
doorontwikkelende	=	doorontwikkelen
doorontwikkeling	noun	verbetering; verandering in een gewenste richting
doorontwikkelingen	=	doorontwikkeling
doorontwikkelt	=	doorontwikkelen
doorpak	=	doorpakken
doorpakke	=	doorpakken
doorpakken	verb	doorgaan totdat men het doel bereikt heeft
doorpakkend	=	doorpakken
doorpakkende	=	doorpakken
doorpakt	=	doorpakken
doorpakte	=	doorpakken
doorpakten	=	doorpakken
doorplaats	=	doorplaatsen
doorplaatse	=	doorplaatsen
doorplaatsen	verb	iets of iemand verplaatsen van de ene naar de andere instelling
doorplaatsend	=	doorplaatsen
doorplaatsende	=	doorplaatsen
doorplaatst	=	doorplaatsen
doorplaatste	=	doorplaatsen
doorplaatsten	=	doorplaatsen
doorploeg	=	doorploegen
doorploegd	=	doorploegen
doorploegde	=	doorploegen
doorploegden	=	doorploegen
doorploege	=	doorploegen
doorploegen	verb	voortgaan met ploegen
doorploegend	=	doorploegen
doorploegende	=	doorploegen
doorploegt	=	doorploegen
doorploeteren	verb	met grote moeite doorgaan; verdergaan met zwoegen
doorploeterend	=	doorploeteren
doorploos	=	doorpluizen
doorplozen	=	doorpluizen
doorpluis	=	doorpluizen
doorpluisde	=	doorpluizen
doorpluisden	=	doorpluizen
doorpluist	=	doorpluizen
doorpluize	=	doorpluizen
doorpluizen	verb	verder gaan met het verwijderen van pluizen
doorpluizend	=	doorpluizen
doorpluizende	=	doorpluizen
doorplóégen	=	doorploegen
doorplúízen	=	doorpluizen
doorpomp	=	doorpompen
doorpompe	=	doorpompen
doorpompen	verb	doorgaan met pompen, niet stoppen met pompen
doorpompend	=	doorpompen
doorpompende	=	doorpompen
doorpompt	=	doorpompen
doorpompte	=	doorpompen
doorpompten	=	doorpompen
doorpraat	=	doorpraten
doorpraatte	=	doorpraten
doorpraatten	=	doorpraten
doorprate	=	doorpraten
doorpraten	verb	zonder ophouden doorgaan met praten
doorpratend	=	doorpraten
doorpratende	=	doorpraten
doorprik	=	doorprikken
doorprikke	=	doorprikken
doorprikken	verb	met een speld of naald doorboren
doorprikkend	=	doorprikken
doorprikkende	=	doorprikken
doorprikt	=	doorprikken
doorprikte	=	doorprikken
doorprikten	=	doorprikken
doorprocedeer	=	doorprocederen
doorprocedeerde	=	doorprocederen
doorprocedeerden	=	doorprocederen
doorprocedeert	=	doorprocederen
doorprocedere	=	doorprocederen
doorprocederen	verb	na een uitspraak van een rechter doorgaan met een rechterlijke procedure; in hoger beroep gaan
doorprocederend	=	doorprocederen
doorprocederende	=	doorprocederen
doorrede	=	doorrijden
doorreden	=	doorrijden
doorredeneer	=	doorredeneren
doorredeneerde	=	doorredeneren
doorredeneerden	=	doorredeneren
doorredeneert	=	doorredeneren
doorredenere	=	doorredeneren
doorredeneren	verb	doorgaan met het maken van gevolgtrekkingen; doorgaan met een redenering of betoog
doorredenerend	=	doorredeneren
doorredenerende	=	doorredeneren
doorreed	=	doorrijden
doorreedt	=	doorrijden
doorreeg	=	doorrijgen
doorregeer	=	doorregeren
doorregeerde	=	doorregeren
doorregeerden	=	doorregeren
doorregeert	=	doorregeren
doorregen	adj	ingevoegd in een groter geheel, gemengd maar de afzonderlijke stoffen zijn nog herkenbaar
doorregend	=	doorregenen
doorregende	=	doorregenen
doorregenden	=	doorregenen
doorregene	=	doorregenen
doorregenen	verb	doorgaan met regenen
doorregenend	=	doorregenen
doorregenende	=	doorregenen
doorregener	=	doorregen
doorregeners	=	doorregen
doorregens	=	doorregen
doorregenst	=	doorregen
doorregenste	=	doorregen
doorregent	=	doorregenen
doorregere	=	doorregeren
doorregeren	verb	doorgaan met het besturen van een land; doorgaan met deelnemen aan een regering
doorregerend	=	doorregeren
doorregerende	=	doorregeren
doorreis	noun	ergens komen tijdens een reis naar wat anders
doorreisd	=	doorreizen
doorreisde	=	doorreizen
doorreisden	=	doorreizen
doorreisje	=	doorreis
doorreisjes	=	doorreis
doorreisstation	noun	station waarin een trein stopt en daarna weer doorgaat met zijn reis in dezelfde richting
doorreisstationnetje	=	doorreisstation
doorreisstationnetjes	=	doorreisstation
doorreisstations	=	doorreisstation
doorreist	=	doorreizen
doorreisvisa	=	doorreisvisum
doorreisvisum	noun	een officiële toestemming gedurende een korte tijd in een land verblijven om door te kunnen reizen naar een ander land
doorreisvisums	=	doorreisvisum
doorreize	=	doorreizen
doorreizen	verb	doorgaan met reizen, de reis voortzetten
doorreizend	=	doorreizen
doorreizende	=	doorreizen
doorreken	=	doorrekenen
doorrekende	=	doorrekenen
doorrekenden	=	doorrekenen
doorrekene	=	doorrekenen
doorrekenen	verb	doorgaan met rekenen
doorrekenend	=	doorrekenen
doorrekenende	=	doorrekenen
doorrekening	noun	de keer dat men iets van het begin tot het einde berekent
doorrekeningen	=	doorrekening
doorrekeninkje	=	doorrekening
doorrekent	=	doorrekenen
doorren	=	doorrennen
doorrend	=	doorrennen
doorrende	=	doorrennen
doorrenden	=	doorrennen
doorrenne	=	doorrennen
doorrennen	verb	doorgaan met rennen
doorrennend	=	doorrennen
doorrennende	=	doorrennen
doorrent	=	doorrennen
doorrij	=	doorrijden
doorrijd	=	doorrijden
doorrijde	=	doorrijden
doorrijden	verb	voortgaan met rijden; niet stoppen
doorrijdend	=	doorrijden
doorrijdende	=	doorrijden
doorrijdt	=	doorrijden
doorrijg	=	doorrijgen
doorrijge	=	doorrijgen
doorrijgen	verb	door rijgen doormengen met of doortrekken van, meer in het bijzonder van vlees, waar men spek door rijgt
doorrijgend	=	doorrijgen
doorrijgende	=	doorrijgen
doorrijgt	=	doorrijgen
doorrijhoogte	noun	de maximale hoogte die voertuigen mogen hebben om ergens onderdoor te rijden
doorrijhoogten	=	doorrijhoogte
doorrijhoogtes	=	doorrijhoogte
doorrit	noun	weg waarop men dóór een gebouw of terrein kan rijden
doorritten	=	doorrit
doorroer	=	doorroeren
doorroerde	=	doorroeren
doorroerden	=	doorroeren
doorroere	=	doorroeren
doorroeren	verb	iets mengen door te roeren
doorroerend	=	doorroeren
doorroerende	=	doorroeren
doorroert	=	doorroeren
doorroke	=	doorroken
doorroken	verb	het gebruik van tabak blijven voortzetten
doorrokend	=	doorroken
doorrokende	=	doorroken
doorrol	=	doorrollen
doorrolde	=	doorrollen
doorrolden	=	doorrollen
doorrolle	=	doorrollen
doorrollen	verb	doorgaan met rollen
doorrollend	=	doorrollen
doorrollende	=	doorrollen
doorrolt	=	doorrollen
doorronken	verb	doorgaan met snurken; doorgaan met slapen
doorronkend	=	doorronken
doorrook	=	doorroken
doorrookt	adj	van rook doortrokken
doorrookte	=	doorroken
doorrookten	=	doorroken
doorrookter	=	doorrookt
doorrooktere	=	doorrookt
doorrookters	=	doorrookt
doorrookts	=	doorrookt
doorrooktst	=	doorrookt
doorrooktste	=	doorrookt
doorrot	adj	doorgerot
doorrots	=	doorrot
doorrotte	=	doorrot
doorrotten	verb	door een rottingsproces vergaan
doorrottend	=	doorrotten
doorrottende	=	doorrotten
doorrégenen	=	doorregenen
doorríjgen	=	doorrijgen
doorróken	=	doorroken
doorschakel	=	doorschakelen
doorschakelde	=	doorschakelen
doorschakelden	=	doorschakelen
doorschakeldienst	noun	een telefoondienst waarbij de beller automatisch wordt doorverbonden naar ander telefoonnummer
doorschakeldiensten	=	doorschakeldienst
doorschakele	=	doorschakelen
doorschakelen	verb	doorverbinden naar een ander toestel of telefoonnummer
doorschakelend	=	doorschakelen
doorschakelende	=	doorschakelen
doorschakelt	=	doorschakelen
doorscheen	=	doorschijnen
doorschemer	=	doorschemeren
doorschemerde	=	doorschemeren
doorschemerden	=	doorschemeren
doorschemere	=	doorschemeren
doorschemeren	verb	vaag zichtbaar zijn
doorschemerend	=	doorschemeren
doorschemerende	=	doorschemeren
doorschemert	=	doorschemeren
doorschenen	=	doorschijnen
doorscheur	=	doorscheuren
doorscheurd	=	doorscheuren
doorscheurde	=	doorscheuren
doorscheurden	=	doorscheuren
doorscheure	=	doorscheuren
doorscheuren	verb	in twee of meer delen scheuren
doorscheurend	=	doorscheuren
doorscheurende	=	doorscheuren
doorscheurt	=	doorscheuren
doorschiet	=	doorschieten
doorschiete	=	doorschieten
doorschieten	verb	niet tot stilstand komen
doorschietend	=	doorschieten
doorschietende	=	doorschieten
doorschijn	=	doorschijnen
doorschijne	=	doorschijnen
doorschijnen	verb	met kracht schijnen, zodat het licht zichtbaar is ondanks wat tussen lichtbron en waarnemer bevindt
doorschijnend	adj	waar enig licht doorheen treden kan
doorschijnende	=	doorschijnend
doorschijnender	=	doorschijnend
doorschijnendere	=	doorschijnend
doorschijnenders	=	doorschijnend
doorschijnends	=	doorschijnend
doorschijnendst	=	doorschijnend
doorschijnendste	=	doorschijnend
doorschijnt	=	doorschijnen
doorschoof	=	doorschuiven
doorschooft	=	doorschuiven
doorschoot	=	doorschieten
doorschote	=	doorschieten
doorschoten	=	doorschieten
doorschove	=	doorschuiven
doorschoven	=	doorschuiven
doorschreef	=	doorschrijven
doorschreven	=	doorschrijven
doorschrijf	=	doorschrijven
doorschrijfsysteem	noun	administratiesysteem waarbij in één handeling meerdere formulieren worden beschreven m.b.v. carbon of een modernere variant
doorschrijfsysteempje	=	doorschrijfsysteem
doorschrijfsysteempjes	=	doorschrijfsysteem
doorschrijfsystemen	=	doorschrijfsysteem
doorschrijft	=	doorschrijven
doorschrijve	=	doorschrijven
doorschrijven	verb	verder gaan met schrijven
doorschrijvend	=	doorschrijven
doorschrijvende	=	doorschrijven
doorschuif	=	doorschuiven
doorschuift	=	doorschuiven
doorschuive	=	doorschuiven
doorschuiven	verb	iets aan iemand anders geven wat je eerst zelf gekregen hebt
doorschuivend	=	doorschuiven
doorschuivende	=	doorschuiven
doorsein	=	doorseinen
doorseinde	=	doorseinen
doorseinden	=	doorseinen
doorseine	=	doorseinen
doorseinen	verb	naar een volgend kantoor seinen
doorseinend	=	doorseinen
doorseinende	=	doorseinen
doorseint	=	doorseinen
doorsijpel	=	doorsijpelen
doorsijpeld	=	doorsijpelen
doorsijpelde	=	doorsijpelen
doorsijpelden	=	doorsijpelen
doorsijpele	=	doorsijpelen
doorsijpelen	verb	druppelsgewijze ergens doorheen lekken
doorsijpelend	=	doorsijpelen
doorsijpelende	=	doorsijpelen
doorsijpelt	=	doorsijpelen
doorsla	=	doorslaan
doorslaan	verb	stukgaan zodat de verbinding doorbroken wordt
doorslaand	adj	daverend
doorslaande	=	doorslaand
doorslaap	=	doorslapen
doorslaapt	=	doorslapen
doorslaat	=	doorslaan
doorslag	noun	kopie, gemaakt met speciaal papier onder het toepassen van voldoende druk
doorslagen	=	doorslag
doorslaggevend	adj	de uitslag bepalend, beslissend
doorslaggevende	=	doorslaggevend
doorslaggevender	=	doorslaggevend
doorslaggevendere	=	doorslaggevend
doorslaggevenders	=	doorslaggevend
doorslaggevends	=	doorslaggevend
doorslaggevendst	=	doorslaggevend
doorslaggevendste	=	doorslaggevend
doorslagje	=	doorslag
doorslagjes	=	doorslag
doorslagpapier	noun	dun papier waarop men met carbonpapier een kopie kan maken met een typemachine
doorslagpapieren	=	doorslagpapier
doorslagspanning	noun	de elektrische spanning waarbij een isolator (idem diode en gas) zijn isolerend vermogen verliest en geleidend wordt
doorslagspanningen	=	doorslagspanning
doorslagspanninkje	=	doorslagspanning
doorslagspanninkjes	=	doorslagspanning
doorslagvel	noun	een dun velletje papiertje waarop men met behulp van carbonpapier een kopie kan maken van een te typen document
doorslagvellen	=	doorslagvel
doorslagvelletje	=	doorslagvel
doorslagvelletjes	=	doorslagvel
doorslape	=	doorslapen
doorslapen	verb	het zonder onderbreking door blijven slapen
doorslapend	=	doorslapen
doorslapende	=	doorslapen
doorslecht	adj	uiterst kwaadaardig
doorslechte	=	doorslecht
doorslechts	=	doorslecht
doorsleep	=	doorslijpen
doorsleet	=	doorslijten
doorslepen	verb	doorgaan met trekkend over een water- of grondoppervlak verplaatsen	adj	sluw, geslepen
doorslepend	=	doorslepen
doorsleten	=	doorslijten
doorsliep	=	doorslapen
doorsliepen	=	doorslapen
doorslijp	=	doorslijpen
doorslijpe	=	doorslijpen
doorslijpen	verb	door slijpen in twee of meer stukken delen
doorslijpend	=	doorslijpen
doorslijpende	=	doorslijpen
doorslijpt	=	doorslijpen
doorslijt	=	doorslijten
doorslijte	=	doorslijten
doorslijten	verb	door slijten kapotgaan
doorslijtend	=	doorslijten
doorslijtende	=	doorslijten
doorslik	=	doorslikken
doorslikke	=	doorslikken
doorslikken	verb	door te slikken uit de mondholte verwijderen
doorslikkend	=	doorslikken
doorslikkende	=	doorslikken
doorslikt	=	doorslikken
doorslikte	=	doorslikken
doorslikten	=	doorslikken
doorsloeg	=	doorslaan
doorsloege	=	doorslaan
doorsloegen	=	doorslaan
doorsloegt	=	doorslaan
doorsluis	=	doorsluizen
doorsluisde	=	doorsluizen
doorsluisden	=	doorsluizen
doorsluist	=	doorsluizen
doorsluize	=	doorsluizen
doorsluizen	verb	iets na aannemen en weer doorgeven; vaak op een wat verborgen of geheime manier
doorsluizend	=	doorsluizen
doorsluizende	=	doorsluizen
doorsmeer	=	doorsmeren
doorsmeerde	=	doorsmeren
doorsmeerden	=	doorsmeren
doorsmeert	=	doorsmeren
doorsmere	=	doorsmeren
doorsmeren	verb	een periodieke onderhoudsbeurt geven waarbij de gehele machine wordt gesmeerd
doorsmerend	=	doorsmeren
doorsmerende	=	doorsmeren
doorsmering	noun	het smeren van de diverse delen van een machine met vet en/of olie
doorsnede	noun	vlak waarlangs een lichaam is doorgesneden, doorsnijvlak
doorsneden	=	doorsnede
doorsnedes	=	doorsnede
doorsnee	noun	iets of iemand waarvan de eigenschappen dicht bij het gemiddelde liggen	adj	gemiddeld
doorsnee-belg	noun	de 'gemiddelde' Belg
doorsnee-belgen	=	doorsnee-belg
doorsnee-nederlander	noun	de 'gemiddelde' Nederlander
doorsnee-nederlanders	=	doorsnee-nederlander
doorsnee-surinamer	noun	de 'gemiddelde' Surinamer
doorsnee-surinamers	=	doorsnee-surinamer
doorsneeavond	noun	een avond zoals die meestal verloopt
doorsneeavonden	=	doorsneeavond
doorsneeburger	noun	de 'gemiddelde' burger
doorsneeburgers	=	doorsneeburger
doorsneed	=	doorsnijden
doorsneedag	noun	een dag zoals die meestal verloopt
doorsneedagen	=	doorsneedag
doorsneedagje	=	doorsneedag
doorsneedagjes	=	doorsneedag
doorsneedt	=	doorsnijden
doorsneegezin	noun	het 'gemiddelde' gezin
doorsneegezinnen	=	doorsneegezin
doorsneegezinnetje	=	doorsneegezin
doorsneegezinnetjes	=	doorsneegezin
doorsneekoffie	noun	een 'gemiddelde' soort koffie
doorsneekoffies	=	doorsneekoffie
doorsneemens	noun	de 'gemiddelde' mens
doorsneemensen	=	doorsneemens
doorsneemiddag	noun	een middag zoals die meestal verloopt of zoals er zoveel zijn
doorsneemiddagen	=	doorsneemiddag
doorsneepolitica	noun	de 'gemiddelde' politica
doorsneepolitica's	=	doorsneepolitica
doorsnees	=	doorsnee
doorsneeschrijver	noun	een schrijver zoals er zoveel zijn
doorsneeschrijvers	=	doorsneeschrijver
doorsneetje	=	doorsnede
doorsnij	=	doorsnijden
doorsnijd	=	doorsnijden
doorsnijde	=	doorsnijden
doorsnijden	verb	in twee losse stukken snijden.
doorsnijdend	=	doorsnijden
doorsnijdende	=	doorsnijden
doorsnijding	noun	het doorsnijden, kruisen of intersecteren van iets, vaak gebruikt in geometrische (doorsnede) of infrastructurele context (een weg die een landschap doorsnijdt).
doorsnijdingen	=	doorsnijding
doorsnijdinkje	=	doorsnijding
doorsnijdinkjes	=	doorsnijding
doorsnijdt	=	doorsnijden
doorsnuffel	=	doorsnuffelen
doorsnuffeld	=	doorsnuffelen
doorsnuffelde	=	doorsnuffelen
doorsnuffelden	=	doorsnuffelen
doorsnuffele	=	doorsnuffelen
doorsnuffelen	verb	iets grondig en op een slinkse manier onderzoeken
doorsnuffelend	=	doorsnuffelen
doorsnuffelende	=	doorsnuffelen
doorsnuffelt	=	doorsnuffelen
doorspeel	=	doorspelen
doorspeelde	=	doorspelen
doorspeelden	=	doorspelen
doorspeelt	=	doorspelen
doorspek	=	doorspekken
doorspekke	=	doorspekken
doorspekken	verb	met veel spek er doorheen
doorspekkend	=	doorspekken
doorspekkende	=	doorspekken
doorspekt	=	doorspekken
doorspekte	=	doorspekken
doorspekten	=	doorspekken
doorspele	=	doorspelen
doorspelen	verb	doorgaan met spelen
doorspelend	=	doorspelen
doorspelende	=	doorspelen
doorspit	=	doorspitten
doorspitte	=	doorspitten
doorspitten	verb	Zeer nauwkeurig en arbeidsintensief iets onderzoeken.
doorspittend	=	doorspitten
doorspittende	=	doorspitten
doorspoel	=	doorspoelen
doorspoeld	=	doorspoelen
doorspoelde	=	doorspoelen
doorspoelden	=	doorspoelen
doorspoele	=	doorspoelen
doorspoelen	verb	een vloeistof door iets heen laten stromen, gewoonlijk ter zuivering
doorspoelend	=	doorspoelen
doorspoelende	=	doorspoelen
doorspoelt	=	doorspoelen
doorspraakt	=	doorspreken
doorsprak	=	doorspreken
doorspraken	=	doorspreken
doorspreek	=	doorspreken
doorspreekt	=	doorspreken
doorspreke	=	doorspreken
doorspreken	verb	doorgaan met spreken
doorsprekend	=	doorspreken
doorsprekende	=	doorspreken
doorsta	=	doorstaan
doorstaakt	=	doorsteken
doorstaan	verb	ondanks moeilijkheden er nog goed voorstaan
doorstaand	=	doorstaan
doorstaande	=	doorstaan
doorstaans	=	doorstaan
doorstaat	=	doorstaan
doorstak	=	doorsteken
doorstake	=	doorsteken
doorstaken	=	doorsteken
doorstane	=	doorstaan
doorstap	=	doorstappen
doorstappe	=	doorstappen
doorstappen	verb	flink doorlopen
doorstappend	=	doorstappen
doorstappende	=	doorstappen
doorstapt	=	doorstappen
doorstapte	=	doorstappen
doorstapten	=	doorstappen
doorstart	noun	het afbreken van een al begonnen landing van een vliegtuig
doorstarte	=	doorstarten
doorstarten	verb	doorgaan met starten
doorstartend	=	doorstarten
doorstartende	=	doorstarten
doorstarter	noun	iemand zonder woning die door een scheiding weer als starter op de woningmarkt komt
doorstarters	=	doorstarter
doorstartje	=	doorstart
doorstarts	=	doorstart
doorstartte	=	doorstarten
doorstartten	=	doorstarten
doorsteeg	=	doorstijgen
doorsteegt	=	doorstijgen
doorsteek	noun	plaats waar een dijk doorgestoken is
doorsteekje	=	doorsteek
doorsteekjes	=	doorsteek
doorsteekt	=	doorsteken
doorstege	=	doorstijgen
doorstegen	=	doorstijgen
doorsteke	=	doorsteken
doorsteken	verb	afsnijden, een kortere weg nemen door ergens dwars doorheen te gaan.
doorstekend	=	doorsteken
doorstekende	=	doorsteken
doorstiet	=	doorstoten
doorstieten	=	doorstoten
doorstijg	=	doorstijgen
doorstijge	=	doorstijgen
doorstijgen	verb	voortgaan met groter toenemen
doorstijgend	=	doorstijgen
doorstijgende	=	doorstijgen
doorstijgt	=	doorstijgen
doorstoke	=	doorstoken
doorstoken	verb	voortgaan met stoken
doorstokend	=	doorstoken
doorstokende	=	doorstoken
doorstome	=	doorstomen
doorstomen	verb	doorgaan zonder zich te laten hinderen
doorstomend	=	doorstomen
doorstomende	=	doorstomen
doorstond	=	doorstaan
doorstonde	=	doorstaan
doorstonden	=	doorstaan
doorstondt	=	doorstaan
doorstoof	=	doorstoven
doorstoofd	=	doorstoven
doorstoofde	=	doorstoven
doorstoofden	=	doorstoven
doorstooft	=	doorstoven
doorstook	=	doorstoken
doorstookt	=	doorstoken
doorstookte	=	doorstoken
doorstookten	=	doorstoken
doorstoom	=	doorstomen
doorstoomde	=	doorstomen
doorstoomden	=	doorstomen
doorstoomt	=	doorstomen
doorstoot	=	doorstoten
doorstootte	=	doorstoten
doorstootten	=	doorstoten
doorstote	=	doorstoten
doorstoten	verb	met grote kracht en snelheid ergens een doorheen gaan
doorstotend	=	doorstoten
doorstotende	=	doorstoten
doorstove	=	doorstoven
doorstoven	verb	door stoven van iets doordringen
doorstovend	=	doorstoven
doorstovende	=	doorstoven
doorstraal	=	doorstralen
doorstraalbaar	adj	geschikt om doorgelicht te worden met straling
doorstraalbaarder	=	doorstraalbaar
doorstraalbaardere	=	doorstraalbaar
doorstraalbaarders	=	doorstraalbaar
doorstraalbaars	=	doorstraalbaar
doorstraalbaarst	=	doorstraalbaar
doorstraalbaarste	=	doorstraalbaar
doorstraalbare	=	doorstraalbaar
doorstraald	=	doorstralen
doorstraalde	=	doorstralen
doorstraalden	=	doorstralen
doorstraalt	=	doorstralen
doorstrale	=	doorstralen
doorstralen	verb	met straling vullen of doormeten
doorstralend	=	doorstralen
doorstralende	=	doorstralen
doorstreep	=	doorstrepen
doorstreept	=	doorstrepen
doorstreepte	=	doorstrepen
doorstreepten	=	doorstrepen
doorstrepe	=	doorstrepen
doorstrepen	verb	een lijn (streep) door iets, meestal tekst, trekken
doorstrepend	=	doorstrepen
doorstrepende	=	doorstrepen
doorstrome	=	doorstromen
doorstromen	verb	overɡaan naar een betere positie zoals een hoger schooltype, een duurder huis of een hogere functie
doorstromend	=	doorstromen
doorstromende	=	doorstromen
doorstromer	noun	iemand die van een eerdere woning verhuist naar een nieuwe woning
doorstromers	=	doorstromer
doorstromertje	=	doorstromer
doorstromertjes	=	doorstromer
doorstroming	noun	het doorstromen
doorstromingen	=	doorstroming
doorstromingsbeding	noun	een afspraak, vaak in een huurcontract of een reglement van een woningcorporatie, die huurders helpt of verplicht om te verhuizen naar een andere woning die beter past bij hun huidige situatie
doorstromingsbedingen	=	doorstromingsbeding
doorstromingsbedingetje	=	doorstromingsbeding
doorstromingsbedingetjes	=	doorstromingsbeding
doorstromingsmogelijkheden	=	doorstromingsmogelijkheid
doorstromingsmogelijkheid	noun	kansen die iemand heeft om door te gaan met leren in een vervolgopleiding
doorstrominkje	=	doorstroming
doorstrominkjes	=	doorstroming
doorstroom	=	doorstromen
doorstroombaan	noun	tijdelijke baan bedoeld om werkervaring op te doen en waarna men geacht wordt door te stromen naar serieuzer werk
doorstroombanen	=	doorstroombaan
doorstroomd	=	doorstromen
doorstroomde	=	doorstromen
doorstroomden	=	doorstromen
doorstroomlocatie	noun	locatie waar asielzoekers kunnen verblijven totdat ze naar een permanente plek kunnen doorverhuizen
doorstroomlocaties	=	doorstroomlocatie
doorstroommaster	noun	masteropleiding die een student mag volgen nadat hij of zij de bijbehorende bacheloropleiding heeft afgerond.
doorstroommasters	=	doorstroommaster
doorstroommogelijkheden	=	doorstroommogelijkheid
doorstroommogelijkheid	noun	mogelijkheid om door te stromen
doorstroompool	noun	pool van langdurig werklozen die tijdelijk te werk worden gesteld
doorstroompools	=	doorstroompool
doorstroompooltje	=	doorstroompool
doorstroompooltjes	=	doorstroompool
doorstroomt	=	doorstromen
doorstrépen	=	doorstrepen
doorstudeer	=	doorstuderen
doorstudeerde	=	doorstuderen
doorstudeerden	=	doorstuderen
doorstudeert	=	doorstuderen
doorstudere	=	doorstuderen
doorstuderen	verb	doorgaan met een vervolgstudie met name de studie aan een hogeschool of universiteit voortzetten
doorstuderend	=	doorstuderen
doorstuderende	=	doorstuderen
doorsture	=	doorsturen
doorsturen	verb	iets dat aangestuurd is naar een derde partij zenden
doorsturend	=	doorsturen
doorsturende	=	doorsturen
doorstuur	=	doorsturen
doorstuurde	=	doorsturen
doorstuurden	=	doorsturen
doorstuurt	=	doorsturen
doorsudder	=	doorsudderen
doorsudderde	=	doorsudderen
doorsudderden	=	doorsudderen
doorsuddere	=	doorsudderen
doorsudderen	verb	iets op een laag vuurtje langzaam gaar laten worden
doorsudderend	=	doorsudderen
doorsudderende	=	doorsudderen
doorsuddert	=	doorsudderen
doortast	=	doortasten
doortaste	=	doortasten
doortasten	verb	iets krachtig aanpakken
doortastend	adj	flink aanpakkend
doortastende	=	doortasten
doortastender	=	doortastend
doortastendere	=	doortastend
doortastenders	=	doortastend
doortastendheid	noun	het kunnen en willen uitvoeren en voltooien van een genomen besluit ook als dat niet vanzelf gaat
doortastends	=	doortastend
doortastendst	=	doortastend
doortastendste	=	doortastend
doortastte	=	doortasten
doortastten	=	doortasten
doortel	=	doortellen
doortelde	=	doortellen
doortelden	=	doortellen
doortelle	=	doortellen
doortellen	verb	doorgaan met tellen
doortellend	=	doortellen
doortellende	=	doortellen
doortelt	=	doortellen
doortik	=	doortikken
doortikke	=	doortikken
doortikken	verb	door een stoot iets verder bewegen
doortikkend	=	doortikken
doortikkende	=	doortikken
doortikt	=	doortikken
doortikte	=	doortikken
doortikten	=	doortikken
doortimmerd	adj	nauwgezet, zorgvuldig in elkaar gezet, zonder overgeslagen details
doortimmerde	=	doortimmerd
doortimmerds	=	doortimmerd
doortje	=	door
doortjes	=	door
doortocht	noun	het door een plaats, rivier of gebied trekken zonder dat deze plaats, rivier of dat gebied de reisbestemming is
doortochte	=	doortochten
doortochten	verb	geheel aan de wind, een luchtstroom blootgesteld worden
doortochtend	=	doortochten
doortochtende	=	doortochten
doortochtje	=	doortocht
doortochtte	=	doortochten
doortochtten	=	doortochten
doortrap	=	doortrappen
doortrappe	=	doortrappen
doortrappen	verb	niet stoppen met trappen
doortrappend	=	doortrappen
doortrappende	=	doortrappen
doortrapper	noun	fiets zonder vrijloop waarbij de pedalen blijven draaien als de fiets rijdt deze fietsen hebben meestal ook geen versnellingen of remmen en worden voornamelijk op de wielerbaan gebruikt
doortrappers	=	doortrapper
doortrappertje	=	doortrapper
doortrappertjes	=	doortrapper
doortrapt	adj	slim maar slecht
doortrapte	=	doortrappen
doortrapten	=	doortrappen
doortrapter	=	doortrapt
doortraptere	=	doortrapt
doortrapters	=	doortrapt
doortraptheden	=	doortraptheid
doortraptheid	noun	hoe slecht iemand is
doortrapts	=	doortrapt
doortraptst	=	doortrapt
doortraptste	=	doortrapt
doortrek	=	doortrekken
doortrekke	=	doortrekken
doortrekken	verb	langer maken in dezelfde richting
doortrekkend	=	doortrekken
doortrekkende	=	doortrekken
doortrekking	noun	het verlengen van iets naar een nieuwe bestemming met name van (spoor)wegen
doortrekkingen	=	doortrekking
doortrekkinkje	=	doortrekking
doortrekkinkjes	=	doortrekking
doortrekt	=	doortrekken
doortrillen	verb	als een trilling ergens doorheen gaan
doortrillend	=	doortrillen
doortrok	=	doortrekken
doortrokke	=	doortrekken
doortrokken	=	doortrekken
doortrokt	=	doortrekken
doorvaar	=	doorvaren
doorvaarde	=	doorvaren
doorvaarden	=	doorvaren
doorvaart	noun	het ergens door(heen) kunnen varen
doorvaarten	=	doorvaart
doorvaarthoogte	noun	de ruimte onder een brug of viaduct die voor scheepvaart beschikbaar is
doorvaarthoogten	=	doorvaarthoogte
doorvaarthoogtes	=	doorvaarthoogte
doorvare	=	doorvaren
doorvaren	verb	verder gaan met varen
doorvarend	=	doorvaren
doorvarende	=	doorvaren
doorvecht	=	doorvechten
doorvechte	=	doorvechten
doorvechten	verb	niet stoppen met strijden
doorvechtend	=	doorvechten
doorvechtende	=	doorvechten
doorverbind	=	doorverbinden
doorverbinddienst	noun	onderneming die een beller helpt om telefonisch contact te krijgen met een persoon of organisatie door het nummer daarvan op te zoeken en een verbinding tot stand te brengen; hiervoor moet de beller meestal via een latere telefoonrekening betalen
doorverbinddiensten	=	doorverbinddienst
doorverbinde	=	doorverbinden
doorverbinden	verb	in contact brengen met een volgend persoon, vooral telefonisch
doorverbindend	=	doorverbinden
doorverbindende	=	doorverbinden
doorverbinding	noun	het telefonisch of digitaal in contact brengen van een beller met een andere persoon, afdeling of extern nummer.
doorverbindingen	=	doorverbinding
doorverbindinkje	=	doorverbinding
doorverbindinkjes	=	doorverbinding
doorverbindt	=	doorverbinden
doorverbond	=	doorverbinden
doorverbonde	=	doorverbinden
doorverbonden	=	doorverbinden
doorverbondt	=	doorverbinden
doorvergader	=	doorvergaderen
doorvergaderd	=	doorvergaderen
doorvergaderde	=	doorvergaderen
doorvergaderden	=	doorvergaderen
doorvergadere	=	doorvergaderen
doorvergaderen	verb	doorgaan met een bespreking
doorvergaderend	=	doorvergaderen
doorvergaderende	=	doorvergaderen
doorvergadert	=	doorvergaderen
doorverhure	=	doorverhuren
doorverhuren	verb	verhuren van iets dat men eerst zelf gehuurd of gekocht heeft
doorverhurend	=	doorverhuren
doorverhurende	=	doorverhuren
doorverhuur	=	doorverhuren
doorverhuurd	=	doorverhuren
doorverhuurde	=	doorverhuren
doorverhuurden	=	doorverhuren
doorverhuurt	=	doorverhuren
doorverkocht	=	doorverkopen
doorverkochten	=	doorverkopen
doorverkoop	noun	het doorverkopen
doorverkoopt	=	doorverkopen
doorverkope	=	doorverkopen
doorverkopen	verb	iets verkopen dat onlangs is gekocht
doorverkopend	=	doorverkopen
doorverkopende	=	doorverkopen
doorverkoper	noun	persoon die iets verkoopt wat hij of zij eerder zelf gekocht heeft
doorverkopers	=	doorverkoper
doorvertaal	=	doorvertalen
doorvertaald	=	doorvertalen
doorvertaalde	=	doorvertalen
doorvertaalden	=	doorvertalen
doorvertaalt	=	doorvertalen
doorvertale	=	doorvertalen
doorvertalen	verb|figurative	gegevens die betrekking hebben op een specifiek gebied na aanpassingen toepassen op een andere situatie
doorvertalend	=	doorvertalen
doorvertalende	=	doorvertalen
doorvertel	=	doorvertellen
doorverteld	=	doorvertellen
doorvertelde	=	doorvertellen
doorvertelden	=	doorvertellen
doorvertelle	=	doorvertellen
doorvertellen	verb	iets wat men heeft horen vertellen aan een derde persoon vertellen
doorvertellend	=	doorvertellen
doorvertellende	=	doorvertellen
doorvertelt	=	doorvertellen
doorverwees	=	doorverwijzen
doorverwezen	=	doorverwijzen
doorverwijs	=	doorverwijzen
doorverwijspagina	noun	een pagina om bezoekers door te verwijzen naar de goede pagina als ze per ongeluk op deze pagina terecht zijn gekomen wanneer er twee of meer onderwerpen zijn met dezelfde titel
doorverwijspagina's	=	doorverwijspagina
doorverwijspaginaatje	=	doorverwijspagina
doorverwijspaginaatjes	=	doorverwijspagina
doorverwijst	=	doorverwijzen
doorverwijze	=	doorverwijzen
doorverwijzen	verb	van de ene instantie naar de andere sturen
doorverwijzend	=	doorverwijzen
doorverwijzende	=	doorverwijzen
doorverwijzing	noun	het een patiënt verder sturen (bijvoorbeeld door een huisarts naar een specialist)
doorverwijzingen	=	doorverwijzing
doorverwijzinkje	=	doorverwijzing
doorvijl	=	doorvijlen
doorvijlde	=	doorvijlen
doorvijlden	=	doorvijlen
doorvijle	=	doorvijlen
doorvijlen	verb	door vijlen verbreken, door vijlen stukmaken
doorvijlend	=	doorvijlen
doorvijlende	=	doorvijlen
doorvijlt	=	doorvijlen
doorvlecht	=	doorvlechten
doorvlechte	=	doorvlechten
doorvlechten	verb	voortgaan met vlechten
doorvlechtend	=	doorvlechten
doorvlechtende	=	doorvlechten
doorvlieg	=	doorvliegen
doorvliege	=	doorvliegen
doorvliegen	verb	voortgaan met vliegen
doorvliegend	=	doorvliegen
doorvliegende	=	doorvliegen
doorvliegt	=	doorvliegen
doorvlocht	=	doorvlechten
doorvlochten	=	doorvlechten
doorvloei	=	doorvloeien
doorvloeid	=	doorvloeien
doorvloeide	=	doorvloeien
doorvloeiden	=	doorvloeien
doorvloeie	=	doorvloeien
doorvloeien	verb	voortgaan met vloeien
doorvloeiend	=	doorvloeien
doorvloeiende	=	doorvloeien
doorvloeit	=	doorvloeien
doorvlogen	=	doorvliegen
doorvloog	=	doorvliegen
doorvocht	=	doorvechten
doorvochten	=	doorvechten
doorvoed	adj	verkerende in een goede voedingstoestand
doorvoede	=	doorvoed
doorvoeder	=	doorvoed
doorvoedere	=	doorvoed
doorvoeders	=	doorvoed
doorvoeds	=	doorvoed
doorvoedst	=	doorvoed
doorvoedste	=	doorvoed
doorvoel	=	doorvoelen
doorvoeld	=	doorvoelen
doorvoelde	=	doorvoelen
doorvoelden	=	doorvoelen
doorvoele	=	doorvoelen
doorvoelen	verb	geheel, volkomen voelen
doorvoelend	=	doorvoelen
doorvoelende	=	doorvoelen
doorvoelt	=	doorvoelen
doorvoer	noun	het doorvoeren
doorvoerde	=	doorvoeren
doorvoerden	=	doorvoeren
doorvoere	=	doorvoeren
doorvoeren	verb	voeren door een opening of uitgestrektheid
doorvoerend	=	doorvoeren
doorvoerende	=	doorvoeren
doorvoerhandel	noun	handel die uit doorvoer bestaat
doorvoerhandelaar	noun	iemand die goederen inkoopt en elders weer verkoopt zonder het goed te bewerken
doorvoerhandelaars	=	doorvoerhandelaar
doorvoerhandelaartje	=	doorvoerhandelaar
doorvoerhandelaartjes	=	doorvoerhandelaar
doorvoerhandelaren	=	doorvoerhandelaar
doorvoerhaven	noun	haven vanwaar goederen zonder opslag of bewerking verder getransporteerd worden
doorvoerhavens	=	doorvoerhaven
doorvoerhaventje	=	doorvoerhaven
doorvoerhaventjes	=	doorvoerhaven
doorvoering	noun	het voortetten van een bepaald beleid of handelswijze
doorvoeringen	=	doorvoering
doorvoerland	noun	een land waar goederen naar toegestuurd worden om weer te worden uitgevoerd naar een ander land
doorvoerlanden	=	doorvoerland
doorvoerpunt	noun	plek waar doorvoer plaatsvindt
doorvoerpunten	=	doorvoerpunt
doorvoerrecht	noun	belasting die men moet betalen over goederen die men importeert om ze weer te kunnen expoteren
doorvoerrechten	=	doorvoerrecht
doorvoert	=	doorvoeren
doorvors	=	doorvorsen
doorvorse	=	doorvorsen
doorvorsen	verb	grondig onderzoeken
doorvorsend	=	doorvorsen
doorvorsende	=	doorvorsen
doorvorst	=	doorvorsen
doorvorste	=	doorvorsen
doorvorsten	=	doorvorsen
doorvraag	=	doorvragen
doorvraagde	=	doorvragen
doorvraagden	=	doorvragen
doorvraagdenª	=	doorvragen
doorvraagdeª	=	doorvragen
doorvraagt	=	doorvragen
doorvrage	=	doorvragen
doorvragen	verb	doorgaan met vragen
doorvragend	=	doorvragen
doorvragende	=	doorvragen
doorvrat	=	doorvreten
doorvraten	=	doorvreten
doorvreet	=	doorvreten
doorvrete	=	doorvreten
doorvreten	verb	doorgaan met vreten
doorvretend	=	doorvreten
doorvretende	=	doorvreten
doorvroeg	=	doorvragen
doorvroegen	=	doorvragen
doorwaad	=	doorwaden
doorwaadbaar	adj	geschikt om doorheen te lopen
doorwaadbaarder	=	doorwaadbaar
doorwaadbaardere	=	doorwaadbaar
doorwaadbaarders	=	doorwaadbaar
doorwaadbaars	=	doorwaadbaar
doorwaadbaarst	=	doorwaadbaar
doorwaadbaarste	=	doorwaadbaar
doorwaadbare	=	doorwaadbaar
doorwaadde	=	doorwaden
doorwaadden	=	doorwaden
doorwaadt	=	doorwaden
doorwaai	=	doorwaaien
doorwaaide	=	doorwaaien
doorwaaiden	=	doorwaaien
doorwaaie	=	doorwaaien
doorwaaien	verb	zich laten verfrissen door de wind
doorwaaiend	=	doorwaaien
doorwaaiende	=	doorwaaien
doorwaait	=	doorwaaien
doorwaak	=	doorwaken
doorwaakt	adj	van een nacht dat deze wakend is doorgebracht in plaats van slapend
doorwaakte	=	doorwaken
doorwaakten	=	doorwaken
doorwaakts	=	doorwaakt
doorwade	=	doorwaden
doorwaden	verb	wadend oversteken
doorwadend	=	doorwaden
doorwadende	=	doorwaden
doorwake	=	doorwaken
doorwaken	verb	wakend doorbrengen
doorwakend	=	doorwaken
doorwakende	=	doorwaken
doorwandel	=	doorwandelen
doorwandeld	=	doorwandelen
doorwandelde	=	doorwandelen
doorwandelden	=	doorwandelen
doorwandele	=	doorwandelen
doorwandelen	verb	voort gaan met lopen
doorwandelend	=	doorwandelen
doorwandelende	=	doorwandelen
doorwandelt	=	doorwandelen
doorwas	noun	het groeien van een tweede knol op een aardappel
doorwaskervel	noun	Smyrnium perfoliatum een plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
doorwaskervels	=	doorwaskervel
doorwaskerveltje	=	doorwaskervel
doorwaskerveltjes	=	doorwaskervel
doorwassen	=	doorwas
doorweef	=	doorweven
doorweefde	=	doorweven
doorweefden	=	doorweven
doorweefdet	=	doorweven
doorweeft	=	doorweven
doorweeg	=	doorwegen
doorweegt	=	doorwegen
doorweek	=	doorweken
doorweekt	adj	kletsnat, helemaal van vocht doordrongen
doorweekte	=	doorweekt
doorweekten	=	doorweken
doorweekter	=	doorweekt
doorweektere	=	doorweekt
doorweekters	=	doorweekt
doorweekts	=	doorweekt
doorweektst	=	doorweekt
doorweektste	=	doorweekt
doorwege	=	doorwegen
doorwegen	verb	zwaar wegen, meetellen, van belang zijn
doorwegend	=	doorwegen
doorwegende	=	doorwegen
doorweke	=	doorweken
doorweken	verb	weken tot alles door en door nat is
doorwekend	=	doorweken
doorwekende	=	doorweken
doorwerk	=	doorwerken
doorwerke	=	doorwerken
doorwerken	verb	werken zonder ophouden, werken zonder pauze
doorwerkend	=	doorwerken
doorwerkende	=	doorwerken
doorwerkgever	noun	werkgever die doorwerken na iemands pensionering mogelijk maakt
doorwerkgevers	=	doorwerkgever
doorwerking	noun	het doorwerken
doorwerkingen	=	doorwerking
doorwerkpak	noun	werkkleding die bescherming biedt bij werken in kou
doorwerkpakje	=	doorwerkpak
doorwerkpakjes	=	doorwerkpak
doorwerkpakken	=	doorwerkpak
doorwerkproject	noun	bouwproject met voorzieningen tegen vorst
doorwerkprojecten	=	doorwerkproject
doorwerkt	=	doorwerken
doorwerkte	=	doorwerken
doorwerkten	=	doorwerken
doorweve	=	doorweven
doorweven	verb	voortgaan met weven
doorwevend	=	doorweven
doorwevende	=	doorweven
doorwinter	=	doorwinteren
doorwinterd	adj	ervaren, doorgewinterd
doorwinterde	=	doorwinteren
doorwinterden	=	doorwinteren
doorwinterder	=	doorwinterd
doorwinterdere	=	doorwinterd
doorwinterders	=	doorwinterd
doorwinterds	=	doorwinterd
doorwinterdst	=	doorwinterd
doorwinterdste	=	doorwinterd
doorwintere	=	doorwinteren
doorwinteren	verb	aan de winter blootstellen
doorwinterend	=	doorwinteren
doorwinterende	=	doorwinteren
doorwintert	=	doorwinteren
doorwoei	=	doorwaaien
doorwoeien	=	doorwaaien
doorwoeker	=	doorwoekeren
doorwoekerd	=	doorwoekeren
doorwoekerde	=	doorwoekeren
doorwoekerden	=	doorwoekeren
doorwoekere	=	doorwoekeren
doorwoekeren	verb	verder woekeren
doorwoekerend	=	doorwoekeren
doorwoekerende	=	doorwoekeren
doorwoekert	=	doorwoekeren
doorwoel	=	doorwoelen
doorwoeld	=	doorwoelen
doorwoelde	=	doorwoelen
doorwoelden	=	doorwoelen
doorwoele	=	doorwoelen
doorwoelen	verb	verdergaan met wroeten
doorwoelend	=	doorwoelen
doorwoelende	=	doorwoelen
doorwoelt	=	doorwoelen
doorwogen	=	doorwegen
doorwond	=	doorwonden
doorwondde	=	doorwonden
doorwondden	=	doorwonden
doorwonde	=	doorwonden
doorwonden	verb	doorsteken en zo letsel veroorzakend
doorwondend	=	doorwonden
doorwondende	=	doorwonden
doorwondt	=	doorwonden
doorwoog	=	doorwegen
doorworstel	=	doorworstelen
doorworsteld	=	doorworstelen
doorworstelde	=	doorworstelen
doorworstelden	=	doorworstelen
doorworstele	=	doorworstelen
doorworstelen	verb	met veel moeite iets hebben doorstaan of volbracht, worstelend dringen door
doorworstelend	=	doorworstelen
doorworstelende	=	doorworstelen
doorworstelt	=	doorworstelen
doorwrocht	adj	degelijk, bijna tot volmaaktheid bewerkt
doorwrochte	=	doorwrocht
doorwrochter	=	doorwrocht
doorwrochtere	=	doorwrocht
doorwrochters	=	doorwrocht
doorwrochts	=	doorwrocht
doorwrochtst	=	doorwrocht
doorwrochtste	=	doorwrocht
doorwóélen	=	doorwoelen
doorzaag	=	doorzagen
doorzaagde	=	doorzagen
doorzaagden	=	doorzagen
doorzaagdet	=	doorzagen
doorzaagt	=	doorzagen
doorzag	=	doorzien
doorzage	=	doorzagen
doorzagen	noun	met een zaag in twee stukken verdelen.
doorzagend	=	doorzagen
doorzagende	=	doorzagen
doorzak	=	doorzakken
doorzakke	=	doorzakken
doorzakken	verb	met anderen tot laat veel (alcohol) drinken
doorzakkend	=	doorzakken
doorzakkende	=	doorzakken
doorzakt	=	doorzakken
doorzakte	=	doorzakken
doorzakten	=	doorzakken
doorzeef	=	doorzeven
doorzeefd	=	doorzeven
doorzeefden	=	doorzeven
doorzeeft	=	doorzeven
doorzeeg	=	doorzijgen
doorzeegt	=	doorzijgen
doorzegen	=	doorzijgen
doorzend	=	doorzenden
doorzende	=	doorzenden
doorzenden	verb	iets dat ontvangen is weer verder sturen
doorzendend	=	doorzenden
doorzendende	=	doorzenden
doorzending	noun	iets dat eerst ontvangen is en daarna weer verder gestuurd is
doorzendingen	=	doorzending
doorzendinkje	=	doorzending
doorzendinkjes	=	doorzending
doorzendservice	noun	dienst die een postbedrijf levert waarbij een ontvanger van post deze post ontvangt op het nieuwe adres na een verhuizing
doorzendt	=	doorzenden
doorzet	=	doorzetten
doorzetster	noun	vrouwelijke vorm van doorzetter
doorzetsters	=	doorzetster
doorzetstertje	=	doorzetster
doorzetstertjes	=	doorzetster
doorzette	verb	Het leek erop dat de dooi doorzette en we geen schaatstocht zouden kunnen maken, maar gelukkig keerde de vorst op tijd terug.
doorzetten	verb	volhouden, niet ophouden
doorzettend	=	doorzetten
doorzettende	=	doorzetten
doorzetter	noun	iemand die volhoudt ook als het niet makkelijk gaat
doorzetters	=	doorzetter
doorzettertje	=	doorzetter
doorzettertjes	=	doorzetter
doorzetting	noun	het doorzetten
doorzettingen	=	doorzetting
doorzettingsvermogen	noun	het vermogen om door te kunnen gaan tot een doel bereikt is
doorzettingsvermogens	=	doorzettingsvermogen
doorzettinkje	=	doorzetting
doorzettinkjes	=	doorzetting
doorzeur	=	doorzeuren
doorzeurde	=	doorzeuren
doorzeurden	=	doorzeuren
doorzeure	=	doorzeuren
doorzeuren	verb	blijven bestaan van iets dat vervelend is, iets vervelends niet oplossen
doorzeurend	=	doorzeuren
doorzeurende	=	doorzeuren
doorzeurt	=	doorzeuren
doorzeve	=	doorzeven
doorzeven	verb	door een zeef doen passeren
doorzevend	=	doorzeven
doorzevende	=	doorzeven
doorzicht	noun	het ergens doorheen kunnen kijken
doorzichten	=	doorzicht
doorzichtig	adj	waar licht zo ongehinderd door kan treden dat het zicht erdoor niet belemmerd wordt
doorzichtige	=	doorzichtig
doorzichtiger	=	doorzichtig
doorzichtigere	=	doorzichtig
doorzichtigers	=	doorzichtig
doorzichtigheden	=	doorzichtigheid
doorzichtigheid	noun	de mate waarin iets licht ongehinderd doorlaat
doorzichtigs	=	doorzichtig
doorzichtigst	=	doorzichtig
doorzichtigste	=	doorzichtig
doorzichtkunde	noun	de leer van en kennis over het perspectief
doorzie	=	doorzien
doorziek	=	doorzieken
doorzieke	=	doorzieken
doorzieken	verb	door een ziekte heenkomen door deze te laten uitwerken
doorziekend	=	doorzieken
doorziekende	=	doorzieken
doorziekt	=	doorzieken
doorziekte	=	doorzieken
doorziekten	=	doorzieken
doorzien	verb	vluchtig iets lezen, doornemen
doorziend	=	doorzien
doorziende	=	doorzien
doorziene	=	doorzien
doorziens	=	doorzien
doorziet	=	doorzien
doorzijg	=	doorzijgen
doorzijge	=	doorzijgen
doorzijgen	verb	door een filter of zeef doen lopen
doorzijgend	=	doorzijgen
doorzijgende	=	doorzijgen
doorzijgt	=	doorzijgen
doorzocht	=	doorzoeken
doorzochte	=	doorzoeken
doorzochten	=	doorzoeken
doorzoek	=	doorzoeken
doorzoekbaar	adj	zo gestructureerd dat er makkelijk iets in te vinden is
doorzoekbaarder	=	doorzoekbaar
doorzoekbaardere	=	doorzoekbaar
doorzoekbaarders	=	doorzoekbaar
doorzoekbaars	=	doorzoekbaar
doorzoekbaarst	=	doorzoekbaar
doorzoekbaarste	=	doorzoekbaar
doorzoekbare	=	doorzoekbaar
doorzoeke	=	doorzoeken
doorzoeken	verb	~ naar: voortgaan met zoeken
doorzoekend	=	doorzoeken
doorzoekende	=	doorzoeken
doorzoeking	noun	het zeer grondig onderzoeken van iets; de keer dat men iets zeer grondig onderzoekt
doorzoekingen	=	doorzoeking
doorzoekinkje	=	doorzoeking
doorzoekinkjes	=	doorzoeking
doorzoekt	=	doorzoeken
doorzond	=	doorzenden
doorzonden	=	doorzenden
doorzondt	=	doorzenden
doorzonkamer	noun	kamer waar de zon doorheen kan schijnen
doorzonkamers	=	doorzonkamer
doorzonkamertje	=	doorzonkamer
doorzonkamertjes	=	doorzonkamer
doorzonwoning	noun	woning waar de zon doorheen kan schijnen
doorzonwoningen	=	doorzonwoning
doorzonwoninkje	=	doorzonwoning
doorzonwoninkjes	=	doorzonwoning
doorzwem	=	doorzwemmen
doorzwemme	=	doorzwemmen
doorzwemmen	verb	doorgaan met zwemmen in een bepaalde richting zonder te stoppen
doorzwemmend	=	doorzwemmen
doorzwemmende	=	doorzwemmen
doorzwemt	=	doorzwemmen
doorzwom	=	doorzwemmen
doorzwommen	=	doorzwemmen
doorzwémmen	=	doorzwemmen
doos	noun	een veelal kartonnen balkvormig opslagmiddel
doosachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van doos
doosachtige	=	doosachtig
doosachtiger	=	doosachtig
doosachtigere	=	doosachtig
doosachtigers	=	doosachtig
doosachtigs	=	doosachtig
doosachtigst	=	doosachtig
doosachtigste	=	doosachtig
doosch	=	doods
doosdiagram	noun	grafische weergave van een dataset die de verdeling ervan samenvat met behulp van de vijf-getallensamenvatting: minimum, eerste kwartiel (Q1), mediaan (Q2), derde kwartiel (Q3) en maximum.
doosdiagrammen	=	doosdiagram
doosdiagrammetje	=	doosdiagram
doosdiagrammetjes	=	doosdiagram
doosje	=	doos
doosjes	=	doos
dooskwal	noun	bepaald soort giftige kubuskwal Chironex fleckeri, die voorkomt aan de kusten van Australië en Zuidoost-Azië
dooskwallen	noun	een orde Carybdeida van dieren die zijn ingedeeld in de klasse kubuskwallen (Cubozoa), deel van de stam neteldieren
dooskwalletje	=	dooskwal
dooskwalletjes	=	dooskwal
doosvissen	noun	een familie Aracanidae van straalvinnige vissen uit de orde kogelvisachtigen (Tetraodontiformes).
doosvormig	adj	vorm van een doos hebbend
doosvormige	=	doosvormig
doosvormiger	=	doosvormig
doosvormigere	=	doosvormig
doosvormigers	=	doosvormig
doosvormigs	=	doosvormig
doosvormigst	=	doosvormig
doosvormigste	=	doosvormig
dootje	=	do
dootjes	=	do
dooven	=	doven
doovenetel	=	dovenetel
doowop	noun	een vorm van rhythm-and-blues die gekenmerkt wordt door a capella met een pakkende melodische lijn en een eenvoudige beat met weinig of geen instrumentatie
dop	noun	een stevig omhulsel, ongeveer in de vorm van een halve bol
dopamine	noun	een catecholamine dat fungeert als neurotransmitter (en soms als hormoon) op verschillende plaatsen in het lichaam van mensen en dieren
dopaminen	=	dopamine
dopamines	=	dopamine
dopaminevasten	verb	zich gedurende een bepaalde tijd onthouden van activiteiten die een kortdurend geluksgevoel geven (zoals het gebruiken van suiker en alcohol, het gebruiken van sociale media e.d.)
dope	=	dopen
dopeer	=	doperen
dopeerde	=	doperen
dopeerden	=	doperen
dopeert	=	doperen
dopegebruik	noun	gebruik van verboden stimulerende middelen om sportprestaties te verbeteren
dopeling	noun	iemand die gedoopt wordt
dopelinge	noun	vrouw of meisje dat gedoopt gaat worden of pas gedoopt is
dopelingen	=	dopeling
dopelinges	=	dopelinge
dopelingetje	=	dopeling
dopen	verb	bevochtigen door indompeling in een vloeistof
dopend	=	dopen
dopende	=	dopen
doper	noun	iemand die iemand anders ritueel met water besprenkelt of erin onderdompelt en zodoende tot een geloof toelaat
dopere	=	doperen
doperen	verb	gebruiken of toedienen van verboden prestatie verhogende middelen
doperend	=	doperen
doperende	=	doperen
dopers	=	doper
doperwt	noun	een peulgewas Pisum sativum L. subsp. sativum var. sativum dat behoort tot de vlinderbloemenfamilie.
doperwten	=	doperwt
doperwtenpuree	noun	een puree gemaakt met doperwten
doperwtje	=	doperwt
doperwtjes	=	doperwt
dopes	=	dopen
dopgeld	noun	geld dat iemand ontvangt die werkloos is
dopgelden	=	dopgeld
dophei	noun	een geslacht Erica van planten uit de heidefamilie (Ericaceae).
dopheide	noun	benaming voor planten uit het geslacht Erica in de heidefamilie (Ericaceae)
dopheidehaantje	noun	Altica ericeti een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
dopheidehaantjes	=	dopheidehaantje
dopheidezwerfmot	noun	Xenolechia aethiops een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
dopheidezwerfmotje	=	dopheidezwerfmot
dopheidezwerfmotjes	=	dopheidezwerfmot
dopheidezwerfmotten	=	dopheidezwerfmot
dopheilantaarnspin	noun	Agroeca dentigera een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemzakspinnen (Liocranidae).
dopheilantaarnspinnen	=	dopheilantaarnspin
dopheilantaarnspinnetje	=	dopheilantaarnspin
dopheilantaarnspinnetjes	=	dopheilantaarnspin
dophoed	noun	klein bol hoedje voor dames
dophoeden	=	dophoed
dophoedje	=	dophoed
dophoedjes	=	dophoed
doping	noun	stimulerende (genees)middelen
dopingaffaire	noun	schandaal betreffende het gebruik van verboden stimulerende middelen om betere sportprestaties te leveren
dopingaffaires	=	dopingaffaire
dopingaffairetje	=	dopingaffaire
dopingaffairetjes	=	dopingaffaire
dopingautoriteit	noun	officiële instelling die zich bezighoudt met met de bestrijding van en de controle op het gebruik van verboden prestatieverhogende middelen in de sport
dopingautoriteiten	=	dopingautoriteit
dopingbeleid	noun	plan van aanpak betreffende het illegale gebruik van verboden prestatiebevorderende middelen in de sport
dopingbestrijding	noun	het tegengaan van het gebruik van verboden, prestatieverbeterende middelen in de sport
dopingbestrijdingen	=	dopingbestrijding
dopingbestrijdinkje	=	dopingbestrijding
dopingbestrijdinkjes	=	dopingbestrijding
dopingcommissie	noun	groep personen die belast is met de bestrijding van doping
dopingcommissies	=	dopingcommissie
dopingcontrole	noun	inspectie waarbij wordt nagegaan of een sporter verboden middelen heeft ingenomen om prestaties te verbeteren Een veel voorkomende vorm is het afnemen van een urinestaal na een wedstrijd, maar het kan bijvoorbeeld ook gaan om bloedonderzoek op willekeurige plaatsen en tijden gedurende trainingsperiode.
dopingcontroles	=	dopingcontrole
dopinggebruik	noun	het misbruik van verboden stimulerende middelen in de sport
dopinggeduid	adj	als doping beschouwd
dopinggeduide	=	dopinggeduid
dopinggeduids	=	dopinggeduid
dopinggeval	noun	keer dat iemand verboden prestatieverbeterende middelen heeft gebruikt in de sport
dopinggevallen	=	dopinggeval
dopinggevalletje	=	dopinggeval
dopinggevalletjes	=	dopinggeval
dopinghandel	noun	de inkoop en verkoop van verboden, prestatieverhogende middelen in de sport
dopingjacht	noun	het speuren naar het illegale gebruik van verboden, prestatieverhogende middelen in de sport
dopingjachten	=	dopingjacht
dopinglaboratoria	=	dopinglaboratorium
dopinglaboratorium	noun	laboratorium waar men onderzoek doet naar het gebruik van illegale, prestatieverhogende middelen in de sport
dopinglaboratoriums	=	dopinglaboratorium
dopinglijst	noun	lijst van bij de sport verboden stoffen en methoden
dopinglijsten	=	dopinglijst
dopinglijstje	=	dopinglijst
dopinglijstjes	=	dopinglijst
dopingnetwerk	noun	groep met elkaar samenwerkende personen en organisaties die gebruik van illegale, prestatieverhogende middelen mogelijk maakt
dopingnetwerken	=	dopingnetwerk
dopingonderzoek	noun	onderzoek naar het gerbruik van illegale, prestatieverhogende middelen
dopingonderzoeken	=	dopingonderzoek
dopingovertreding	noun	een overtreding van één of meer bepalingen uit het dopingreglement.
dopingovertredingen	=	dopingovertreding
dopingovertredinkje	=	dopingovertreding
dopingovertredinkjes	=	dopingovertreding
dopingpraktijk	noun	manier waarop in de praktijk illegale, prestatieverhogende middelen gerbuikt worden in de sport
dopingpraktijken	=	dopingpraktijk
dopingprobleem	noun	moeilijkheid die samenhangt met het gebruik van verboden stimulerende middelen in de sport
dopingprobleempje	=	dopingprobleem
dopingprobleempjes	=	dopingprobleem
dopingproblemen	=	dopingprobleem
dopingproces	noun	rechtszaak rond het gebruik van verboden prestatieverhogende middelen in de sport
dopingprocessen	=	dopingproces
dopingreglement	noun	officieel vastgelegde regels betreffende prestatieverhogende middelen in de sport
dopingreglementen	=	dopingreglement
dopingschandaal	noun	affaire betreffende het gebruik van verboden prestatievebrterende middelen in de sport
dopingschandaaltje	=	dopingschandaal
dopingschandaaltjes	=	dopingschandaal
dopingschandalen	=	dopingschandaal
dopingschorsing	noun	uitsluiting van deelname aan een sport wegens het gebruik van verboden prestatieverbeterende middelen
dopingschorsingen	=	dopingschorsing
dopingtest	noun	controle op het verboden gebruik van prestatieverhogende middelen
dopingtesten	=	dopingtest
dopingtests	=	dopingtest
dopingvraagstuk	noun	de problematiek rond het gebruik van verboden prestatieverhogende middelen in de sport
dopingvraagstukken	=	dopingvraagstuk
dopingvrij	adj	zonder het gebruik van verbonden stimulerende middelen
dopingvrije	=	dopingvrij
dopingvrijer	=	dopingvrij
dopingvrijere	=	dopingvrij
dopingvrijers	=	dopingvrij
dopingvrijs	=	dopingvrij
dopingvrijst	=	dopingvrij
dopingvrijste	=	dopingvrij
dopingwet	noun	wetgeving betreffende het gebruik van prestatieverhogende middelen (met name in de sport)
dopingwetten	=	dopingwet
dopingzaak	noun	geval van (vermeend) gebruik van verboden stimulerende middelen in de sport
dopingzaakje	=	dopingzaak
dopingzaakjes	=	dopingzaak
dopingzaken	=	dopingzaak
dopingzondaar	noun	sporter die verboden prestatieverbeterende middelen heeft gebruikt
dopingzondaars	=	dopingzondaar
dopingzondaren	=	dopingzondaar
dopingzondares	=	dopingzondaar
dopje	=	dop
dopjes	=	dop
dopluis	noun	een insect dat lijkt op een bladluis, maar zich kenmerkt door een hard, beschermend schild dat vergroeid is met het lichaam, waardoor het moeilijk te bestrijden is
dopluisje	=	dopluis
dopluisjes	=	dopluis
dopluizen	=	dopluis
dopmaker	noun	persoon die veel gebruikt maar weinig produceert
dopmakers	=	dopmaker
doppe	=	doppen
doppen	verb	het verwijderen van de peulenschillen van erwten, bonen, enzovoort	noun	ogen zn; vooral in de vaste uitdrukking uit zijn doppen kijken
doppend	=	doppen
doppende	=	doppen
dopper	noun	werkloze die een werkloosheidsuitkering krijgt
doppers	=	dopper
doppertje	=	dopper
doppertjes	=	dopper
doppinda	noun	pinda waar de dop nog omheen zit en eerst gepeld moet worden alvorens die kan worden opgegeten
doppinda's	=	doppinda
dopping	noun	het gebruik van stimulerende middelen
dopplereffect	noun	schijnbare frequentieverschuiving als de zender en ontvanger bewegen ten opzichte van elkaar
dopplereffecten	=	dopplereffect
dopplerverschuiving	noun	de verandering in frequentie en golflengte van een golf (geluid of licht) wanneer de bron en de waarnemer ten opzichte van elkaar bewegen.
dopplerverschuivingen	=	dopplerverschuiving
dopplerverschuivinkje	=	dopplerverschuiving
dopplerverschuivinkjes	=	dopplerverschuiving
doppruim	noun	Pappea capensis een boom uit Zuid-Afrika die tot de zeepboomfamilie behoort.
doppruimen	=	doppruim
doppruimpje	=	doppruim
doppruimpjes	=	doppruim
dopsleutel	noun	een sleutel met een vaste of met verwisselbare doppen, om bouten en moeren aan te draaien
dopsleutels	=	dopsleutel
dopsleutelset	noun	handgreep aan een als hefboom werkende steel met een verzameling daaraan te bevestigen doppen in verschillende maten om bouten en moeren los of vast te draaien
dopsleutelsets	=	dopsleutelset
dopsleuteltje	=	dopsleutel
dopsleuteltjes	=	dopsleutel
dopt	=	doppen
dopte	=	doppen
dopten	=	doppen
dor	adj	uitgedroogd door gebrek aan water
dorade	noun	Sparus aurata eetbare witte zeevis
doraden	=	dorade
dorades	=	dorade
dorado	noun	ideale plaats
dorado's	=	dorado
dorcasgazelle	noun	Gazella dorcas evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
dorcasgazellen	=	dorcasgazelle
dorcasgazelles	=	dorcasgazelle
dorcasgazelletje	=	dorcasgazelle
dorcasgazelletjes	=	dorcasgazelle
dorde	=	dorren
dorden	=	dorren
dorder	=	dor
dordere	=	dor
dorders	=	dor
dordts	adj	op Dordrecht betrekking hebbend
dordtse	=	dordts
dordtser	=	dordts
dordtsere	=	dordts
dordtsers	=	dordts
dordtst	=	dordts
dordtste	=	dordts
doren	noun	scherp uitsteeksel aan een plant
dorenhaag	=	doornhaag
dorenkroon	=	doornenkroon
dorens	=	doren
dorentje	=	doren
dorentjes	=	doren
dorheid	noun	het droog en dor zijn
doriaboomkangoeroe	noun	Dendrolagus dorianus een kangoeroe uit het geslacht der boomkangoeroes.
doriaboomkangoeroes	=	doriaboomkangoeroe
doriaboomkangoeroetje	=	doriaboomkangoeroe
doriaboomkangoeroetjes	=	doriaboomkangoeroe
dorisch	noun	de authentieke kerktoonsoort gebaseerd op re	adj	wat betreft de authentieke kerktoonsoort gebaseerd op re
dorische	=	dorisch
dorischer	=	dorisch
dorischere	=	dorisch
dorischers	=	dorisch
dormitoria	=	dormitorium
dormitorium	noun	slaapzaal in een klooster
dormitoriumpje	=	dormitorium
dormitoriumpjes	=	dormitorium
dormitoriums	=	dormitorium
dorp	noun	kleine, permanente nederzetting
dorpbewoner	=	dorpsbewoner
dorpel	noun	het horizontale gedeelte van een kozijn tussen de verticale stijlen
dorpeling	noun	inwoner van een kleine plaats op het platteland
dorpelinge	noun	vrouwelijke inwoner van een kleine plaats op het platteland
dorpelingen	=	dorpeling
dorpelingetje	=	dorpeling
dorpelingetjes	=	dorpeling
dorpels	=	dorpel
dorpeltje	=	dorpel
dorpeltjes	=	dorpel
dorpen	=	dorp
dorpentocht	noun	uitgezette schaatsroute over natuurijs die langs meerdere kleine plaatsen voert
dorpentochten	=	dorpentocht
dorper	noun	inwoner van een dorp of iemand die uit een dorp afkomstig is	adj	behorend tot de stand van dorpsbewoners, die weinig status had
dorpers	adj	behorend tot of passend bij de stand van dorpsbewoners, die weinig status had
dorperse	=	dorpers
dorpertje	=	dorper
dorpje	=	dorp
dorpjes	=	dorp
dorps	adj	op de manier zoals het in een dorp toegaat
dorpsagent	noun	politieagent die werkt in een dorp
dorpsagenten	=	dorpsagent
dorpsagentje	=	dorpsagent
dorpsagentjes	=	dorpsagent
dorpsarts	noun	huisarts die werkt in een dorp
dorpsartsen	=	dorpsarts
dorpsbestaan	noun	het leven in een kleine nederzetting op het platteland
dorpsbesturen	=	dorpsbestuur
dorpsbestuur	noun	groep mensen die leiding geeft aan de overheid van een kleine stad
dorpsbevolking	noun	geheel van de inwoners van een kleine permanente nederzetting
dorpsbevolkingen	=	dorpsbevolking
dorpsbevolkinkje	=	dorpsbevolking
dorpsbevolkinkjes	=	dorpsbevolking
dorpsbewoner	noun	iemand die in een dorp woont
dorpsbewoners	=	dorpsbewoner
dorpsbewonertje	=	dorpsbewoner
dorpsbewonertjes	=	dorpsbewoner
dorpsbewoonster	noun	vrouw die in een dorp woont
dorpsbewoonsters	=	dorpsbewoonster
dorpscafeetje	=	dorpscafé
dorpscafeetjes	=	dorpscafé
dorpscafé	noun	een uitgaansgelegenheid in een dorp waar dorpsbewoners de belangrijkste bezoekers zijn
dorpscafés	=	dorpscafé
dorpscentra	=	dorpscentrum
dorpscentrum	noun	het midden van een dorp (waar meestal de belangrijkste gemeenschapsvoorzieningen gelegen zijn)
dorpscentrumpje	=	dorpscentrum
dorpscentrumpjes	=	dorpscentrum
dorpscentrums	=	dorpscentrum
dorpsch	=	dorps
dorpschool	=	dorpsschool
dorpsdokter	noun	een praktijkhoudend huisarts in een dorp
dorpsdokters	=	dorpsdokter
dorpsdoktertje	=	dorpsdokter
dorpsdoktertjes	=	dorpsdokter
dorpse	=	dorps
dorpseenzaamheid	noun	het gebrek aan sociale contacten zoals men dat kan ervaren als men leeft in een kleine nederzetting op het platteland
dorpser	=	dorps
dorpsere	=	dorps
dorpsers	=	dorps
dorpsfeest	noun	feest georganiseerd voor en door de bewoners van een dorp
dorpsfeesten	=	dorpsfeest
dorpsfeestje	=	dorpsfeest
dorpsfeestjes	=	dorpsfeest
dorpsgek	noun	een figuur die bekend staat als een raar persoon
dorpsgekje	=	dorpsgek
dorpsgekken	=	dorpsgek
dorpsgemeenschap	noun	gemeenschap bestaande uit de inwoners van een dorp
dorpsgemeenschapje	=	dorpsgemeenschap
dorpsgemeenschapjes	=	dorpsgemeenschap
dorpsgemeenschappen	=	dorpsgemeenschap
dorpsgemeente	noun	geloofsgemeenschap waar de leden in één dorp wonen
dorpsgemeenten	=	dorpsgemeente
dorpsgemeentes	=	dorpsgemeente
dorpsgenoot	noun	bewoner van hetzelfde dorp waar je zelf woont
dorpsgenootje	=	dorpsgenoot
dorpsgenootjes	=	dorpsgenoot
dorpsgenote	=	dorpsgenoot
dorpsgenoten	=	dorpsgenoot
dorpsgezicht	noun	het uiterlijk van een dorp; hoe een dorp er uitziet
dorpsgezichten	=	dorpsgezicht
dorpshart	noun	centrum van een dorp
dorpsharten	=	dorpshart
dorpshartje	=	dorpshart
dorpshartjes	=	dorpshart
dorpsherberg	noun	klein, eenvoudig hotel in een dorp; belangrijkste hotel van een dorp
dorpsherbergen	=	dorpsherberg
dorpsherbergje	=	dorpsherberg
dorpsherbergjes	=	dorpsherberg
dorpshond	noun	een hond die leeft in een kleine nederzetting op het platteland en vaak dient om het erf te bewaken
dorpshonden	=	dorpshond
dorpshondje	=	dorpshond
dorpshondjes	=	dorpshond
dorpshoofd	noun	de (informele) leidinggevende van een dorp
dorpshoofden	=	dorpshoofd
dorpshuis	noun	huis in een dorp
dorpshuisje	=	dorpshuis
dorpshuisjes	=	dorpshuis
dorpshuizen	=	dorpshuis
dorpshuwelijk	noun	een huwelijk dat gevierd wordt door het volledige dorp
dorpshuwelijken	=	dorpshuwelijk
dorpshuwelijkje	=	dorpshuwelijk
dorpshuwelijkjes	=	dorpshuwelijk
dorpsjeugd	noun	de jongeren die in dorpen wonen
dorpskapitein	noun	dorpshoofd in Suriname
dorpskapiteinen	=	dorpskapitein
dorpskapiteins	=	dorpskapitein
dorpskerk	noun	een kerkgebouw in een dorp
dorpskerken	=	dorpskerk
dorpskerkje	=	dorpskerk
dorpskerkjes	=	dorpskerk
dorpskern	noun	het centrum van het dorp vaak rond het dorpsplein en de kerk
dorpskernen	=	dorpskern
dorpskind	noun	persoon van jonge leeftijd die leeft in een kleine nederzetting op het platteland
dorpskinderen	=	dorpskind
dorpskindje	=	dorpskind
dorpskindjes	=	dorpskind
dorpskleuterscholen	=	dorpskleuterschool
dorpskleuterschool	noun	schoolgebouw voor kinderen tussen de 4-6 jaar in een kleine gemeenschap op het platteland
dorpskleuterschooltje	=	dorpskleuterschool
dorpskleuterschooltjes	=	dorpskleuterschool
dorpskom	noun	het deel van een dorp waar de meeste gebouwen staan
dorpskommen	=	dorpskom
dorpskrant	noun	plaatselijke krant van een dorp of gemeente
dorpskranten	=	dorpskrant
dorpskrantje	=	dorpskrant
dorpskrantjes	=	dorpskrant
dorpskroeg	noun	café voor dorpsbewoners gelokaliseerd in een dorp
dorpskroegen	=	dorpskroeg
dorpsleiding	noun	groep mensen die het bestuur heeft over een kleine stad of nederzetting
dorpsleidingen	=	dorpsleiding
dorpsleidinkje	=	dorpsleiding
dorpsleidinkjes	=	dorpsleiding
dorpsleven	noun	het bestaan en de activiteiten in een dorp
dorpsmanager	noun	iemand die als aanspreekpunt functioneert in een kleine gemeente
dorpsmanagers	=	dorpsmanager
dorpsmeisje	noun	een jonge vrouw wonend in een dorp of afkomstig uit een dorp
dorpsmeisjes	=	dorpsmeisje
dorpsniveau	noun	op de schaal van een dorp
dorpsniveaus	=	dorpsniveau
dorpsomroeper	noun	een persoon die het nieuws op een luide manier aan alle inwoners van het dorp vertelt
dorpsomroepers	=	dorpsomroeper
dorpsomroepertje	=	dorpsomroeper
dorpsomroepertjes	=	dorpsomroeper
dorpsonderwijzer	noun	leraar aan een basisschool van een dorp
dorpsonderwijzers	=	dorpsonderwijzer
dorpsoudste	noun	iemand die (op grond van zijn leeftijd) een leidende positie heeft in een dorp
dorpsoudsten	=	dorpsoudste
dorpspaap	noun	dorpspastoor
dorpspaapje	=	dorpspaap
dorpspaapjes	=	dorpspaap
dorpspapen	=	dorpspaap
dorpspastoor	noun	priester die de zielzorg voor een kleine plaats op het platteland heeft
dorpspastoors	=	dorpspastoor
dorpspastoortje	=	dorpspastoor
dorpspastoortjes	=	dorpspastoor
dorpsplein	noun	centraal plein in een dorp
dorpspleinen	=	dorpsplein
dorpspleintje	=	dorpsplein
dorpspleintjes	=	dorpsplein
dorpspolitiek	noun	het machtsspel zoals dat gespeeld wordt in een kleine gemeenschap
dorpspomp	noun	plaatselijke (hand)waterpomp in een dorp
dorpspompen	=	dorpspomp
dorpspompje	=	dorpspomp
dorpspompjes	=	dorpspomp
dorpsraad	noun	het bestuur van een dorp
dorpsraden	=	dorpsraad
dorpsrand	noun	de boord of grens van een dorp of dorpsbebouwing
dorpsranden	=	dorpsrand
dorpsrandje	=	dorpsrand
dorpsrandjes	=	dorpsrand
dorpsscholen	=	dorpsschool
dorpsschool	noun	school in een kleine stad of kleine nederzetting
dorpsschooltje	=	dorpsschool
dorpsschooltjes	=	dorpsschool
dorpsslager	noun	winkelier die vlees verkoopt aan de bewoners van een kleine stad of nederzetting
dorpsslagers	=	dorpsslager
dorpsstraat	noun	straat of weg in een dorp, meer in het bijzonder de belangrijkste
dorpsstraatje	=	dorpsstraat
dorpsstraatjes	=	dorpsstraat
dorpsstraten	=	dorpsstraat
dorpst	=	dorps
dorpstamtam	noun	het informele communicatiecircuit van een dorp
dorpstamtams	=	dorpstamtam
dorpste	=	dorps
dorpsuitbreiding	noun	de fysieke vergroting van de bebouwde kom van een dorp, meestal aan de randen, om ruimte te maken voor nieuwe woningen, voorzieningen of bedrijvigheid.
dorpsuitbreidingen	=	dorpsuitbreiding
dorpsuitbreidinkje	=	dorpsuitbreiding
dorpsuitbreidinkjes	=	dorpsuitbreiding
dorpsverbod	noun	een officiële maatregel opgelegd door de burgemeester, officier van justitie, of rechter, die een persoon verbiedt zich in een specifiek dorp te bevinden om ernstige overlast, verstoring van de openbare orde, of strafbare feiten te voorkomen
dorpsverboden	=	dorpsverbod
dorpsverbodje	=	dorpsverbod
dorpsverbodjes	=	dorpsverbod
dorpsvereniging	noun	een organisatie die opkomt voor de belangen van een dorp en zijn inwoners.
dorpsverenigingen	=	dorpsvereniging
dorpsverenigingetje	=	dorpsvereniging
dorpsverenigingetjes	=	dorpsvereniging
dorpsvernieuwing	noun	modernisering van een dorp, een dorp gereedmaken voor de toekomst
dorpsvernieuwingen	=	dorpsvernieuwing
dorpswinkel	noun	kleine winkel in een dorp
dorpswinkels	=	dorpswinkel
dorpswinkeltje	=	dorpswinkel
dorpswinkeltjes	=	dorpswinkel
dorre	=	dor
dorremaand	noun|obsolete	derde maand van het kalenderjaar
dorremaanden	=	dorremaand
dorremaandje	=	dorremaand
dorremaandjes	=	dorremaand
dorren	verb	dor, droog worden
dorrend	=	dorren
dorrende	=	dorren
dorrer	=	dor
dorrere	=	dor
dorrers	=	dor
dors	noun	activiteit waarbij graankorrels worden vrijgemaakt uit aren door daarop te slaan
dorsaal	adj	aan de rugzijde	noun	met de rug van de tong gevormde spraakklank
dorsaals	=	dorsaal
dorsaalst	=	dorsaal
dorsaalste	=	dorsaal
dorsale	=	dorsaal
dorsalen	=	dorsaal
dorsaler	=	dorsaal
dorsalere	=	dorsaal
dorsalers	=	dorsaal
dorsch	=	dors
dorschen	=	dorsen
dorscher	=	dorser
dorschvlegel	=	dorsvlegel
dorschvloer	=	dorsvloer
dorse	=	dorsen
dorsen	verb	door op de geoogste aren te slaan het graan vrijmaken
dorsend	=	dorsen
dorsende	=	dorsen
dorser	noun	persoon, dier of machine die men gebruikt bij het dorsen van graan
dorsers	=	dorser
dorsertje	=	dorser
dorsmachientje	=	dorsmachine
dorsmachientjes	=	dorsmachine
dorsmachine	noun	toestel dat de graankorrels uit de korenaren slaat
dorsmachines	=	dorsmachine
dorsmachinetje	=	dorsmachine
dorsmachinetjes	=	dorsmachine
dorst	noun	behoefte aan drinken, zoals water
dorste	=	dor
dorsten	verb	~ naar een sterke behoefte hebben aan water
dorstend	=	dorsten
dorstende	=	dorsten
dorstig	adj	naar water verlangend
dorstige	=	dorstig
dorstiger	=	dorstig
dorstigere	=	dorstig
dorstigers	=	dorstig
dorstigs	=	dorstig
dorstigst	=	dorstig
dorstigste	=	dorstig
dorstlesser	noun	drank die vooral geschikt is om de dorst te vermindernen bij warm weer
dorstlessers	=	dorstlesser
dorstlessertje	=	dorstlesser
dorstsensor	noun	sensor die detecteert wanneer (oudere) mensen weer wat moeten drinken
dorstsensoren	=	dorstsensor
dorstsensors	=	dorstsensor
dorststaking	noun	het bewust en stelselmatig stoppen met het innemen van water en andere vloeistoffen.
dorststakingen	=	dorststaking
dorststakinkje	=	dorststaking
dorststakinkjes	=	dorststaking
dorstte	=	dorsten
dorstten	=	dorsten
dorsvlegel	noun	een houten landbouwwerktuig om graan te dorsen
dorsvlegels	=	dorsvlegel
dorsvlegeltje	=	dorsvlegel
dorsvlegeltjes	=	dorsvlegel
dorsvloer	noun	vloer waarop gedorst wordt
dorsvloeren	=	dorsvloer
dorsvloertje	=	dorsvloer
dorsvloertjes	=	dorsvloer
dort	=	dorren
dos	noun	beharing op hoofd of rug
doseer	=	doseren
doseerde	=	doseren
doseerden	=	doseren
doseeren	=	doseren
doseerinstallatie	noun	installatie die doseert
doseerinstallaties	=	doseerinstallatie
doseert	=	doseren
dosere	=	doseren
doseren	verb	vaststellen hoeveel ervan gewenst is om een bepaald resultaat te bereiken
doserend	=	doseren
doserende	=	doseren
dosering	noun	verstrekte hoeveelheid
doseringen	=	dosering
doseringsregime	noun	regeling in verband met de toediening van geneesmiddelen
doserinkje	=	dosering
doserinkjes	=	dosering
doses	=	dosis
dosi	noun	baksel van zacht cassavebrood
dosis	noun	hoeveelheid van een geneesmiddel die je per keer moet innemen
dosisje	=	dosis
dosisjes	=	dosis
dosissen	=	dosis
dosje	=	dos
dosjes	=	dos
dosleutel	noun	één van drie, bij de voortekening van een notenbalk behorende aanwijzers, die een lijn voor een bepaalde toon markeren, in dit geval de toon do De overige lijnen zijn daardoor tevens bepaald.
dosleutels	=	dosleutel
dosse	=	dos
dossen	=	dos
dossend	=	dos
dossende	=	dos
dossier	noun	verzameling documenten en andere vastgelegde informatie, bijeengebracht omdat ze voor dezelfde kwestie van belang zijn
dossieraanvraag	noun	de keer dat men uit een archief een dossier aanvraagt
dossieraanvraagje	=	dossieraanvraag
dossieraanvraagjes	=	dossieraanvraag
dossieraanvragen	=	dossieraanvraag
dossierkast	noun	kast waarin men veilig en overzichtelijk documenten kan bewaren
dossierkasten	=	dossierkast
dossierkennis	noun	de vakkennis van een bestuurder
dossierkost	noun|obsolete	geld dat een notaris in rekening brengt voor de administratieve verwerking van een document
dossierkosten	noun	geld dat een notaris in rekening brengt voor de administratieve verwerking van een document
dossiermap	noun	map met losse documenten over een bepaald onderwerp
dossiermapje	=	dossiermap
dossiermapjes	=	dossiermap
dossiermappen	=	dossiermap
dossiernummer	noun	uniek identificatie nummer van een dossier
dossiernummers	=	dossiernummer
dossiernummertje	=	dossiernummer
dossiernummertjes	=	dossiernummer
dossieronderzoek	noun	onderzoek waarbij men (alleen) documenten betrekt
dossieronderzoeken	=	dossieronderzoek
dossiers	=	dossier
dossiertijger	noun	iemand die niet te beroerd is de meest omvangrijke dossiers door te ploegen
dossiertijgers	=	dossiertijger
dossiertje	=	dossier
dossiertjes	=	dossier
dossiervorming	noun	het verzamelen van gegevens en documenten om deze op te slaan in een (medisch) dossier
dossiervormingen	=	dossiervorming
dossiervreter	noun|figurative	fanatiekeling die graag dossiers doorspit
dossiervreters	=	dossiervreter
dossiervretertje	=	dossiervreter
dost	=	dos
doste	=	dos
dosten	=	dos
dot	noun	een pluk vezelig, wollig of donzig materiaal
dotaal	adj	bij het huwelijk (als bruidsschat) ingebracht
dotaals	=	dotaal
dotale	=	dotaal
dotatie	noun	schenking, gift
dotaties	=	dotatie
dotcom	noun	commercieel internet bedrijf waarvan de domeinnaam eindigt met .com (met als uitspraak dotcom)
dotcomachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van een dotcom bedrijf
dotcomachtige	=	dotcomachtig
dotcomachtiger	=	dotcomachtig
dotcomachtigere	=	dotcomachtig
dotcomachtigers	=	dotcomachtig
dotcomachtigs	=	dotcomachtig
dotcomachtigst	=	dotcomachtig
dotcomachtigste	=	dotcomachtig
dotcoms	=	dotcom
doteer	=	doteren
doteerde	=	doteren
doteerden	=	doteren
doteert	=	doteren
dotere	=	doteren
doteren	verb	het inbrengen van 'onzuiverheden' in een materiaal om de materiaaleigenschappen te veranderen
doterend	=	doteren
doterende	=	doteren
dotje	=	dot
dotjes	=	dot
dotskop	noun	zeer dom persoon
dotskopje	=	dotskop
dotskopjes	=	dotskop
dotskoppen	=	dotskop
dotten	=	dot
dotter	noun	plantensoort Caltha palustris met gele bloemen
dotterbehandeling	noun	behandeling waarbij vernauwde bloedvaten (slagaders) door het inbrengen van een ballonnetje verwijd worden. (waarna dit bloedvat vaak wordt open gehouden door het plaatsen van een stent)
dotterbehandelingen	=	dotterbehandeling
dotterbehandelingetje	=	dotterbehandeling
dotterbehandelingetjes	=	dotterbehandeling
dotterbloem	noun	Caltha palustris een plant met vrij grote gele bloemen die veel aan de slootkant voorkomt
dotterbloemen	=	dotterbloem
dotterbloemetje	=	dotterbloem
dotterbloemetjes	=	dotterbloem
dotterbloemoermot	noun	Micropterix calthella een nachtvlinder uit de familie van de oermotten (Micropterigidae).
dotterbloemoermotje	=	dotterbloemoermot
dotterbloemoermotjes	=	dotterbloemoermot
dotterbloemoermotten	=	dotterbloemoermot
dotterbloempje	=	dotterbloem
dotterbloempjes	=	dotterbloem
dotterde	=	dotteren
dotterden	=	dotteren
dottere	=	dotteren
dotteren	verb	door middel van een ballonnetje een vernauwing in een bloedvat opheffen
dotterend	=	dotteren
dotterende	=	dotteren
dotters	=	dotter
dottert	=	dotteren
dottertje	=	dotter
dottertjes	=	dotter
dottie	adj|informal	vies
dottig	adj	schattig, doddig
dottige	=	dottig
dottiger	=	dottig
dottigere	=	dottig
dottigers	=	dottig
dottigs	=	dottig
dottigst	=	dottig
dottigste	=	dottig
dou	pron	shrijfwijze van du
douairière	noun	weduwe van een edelman
douairières	=	douairière
douane	noun	een overheidsdienst die belast is met de controle op het internationaal verkeer van mensen, dieren en goederen
douane-expediteur	noun	persoon of entiteit die verantwoordelijk is voor het verzenden van goederen en het naleven van douanevoorschriften. (douaneaangifte, betaling van rechten en belastingen, en naleving van import- of exportprocedures)
douane-expediteurs	=	douane-expediteur
douane-unie	noun	een geïntegreerde economische samenwerking tussen staten die wordt gekenmerkt door een vrij verkeer van goederen, een uniforme handelspolitiek ten opzichte van derde landen en deling van de opbrengsten van de geheven rechten bij invoer
douane-unies	=	douane-unie
douaneambtenaar	noun	douanier, douanebeambte
douaneambtenaars	=	douaneambtenaar
douaneambtenaartje	=	douaneambtenaar
douaneambtenaartjes	=	douaneambtenaar
douaneambtenaren	=	douaneambtenaar
douanebeambte	noun	beambte werkzaam bij de douane, douanier
douanebeambten	=	douanebeambte
douaneboot	noun	boot in gebruik bij de grensbewaking
douaneboten	=	douaneboot
douanecontrole	noun	de controle die de douane kan uitvoeren op handbagage, ruimbagage, met fouillering en met lijfsvisitatie
douanecontroles	=	douanecontrole
douanedienst	noun	organisatie die de grens van een land beschermt, organisatie die smokkel bestrijdt
douanediensten	=	douanedienst
douaneformaliteit	noun	af te leggen verklaring of inspectie van een documenten als onderdeel van de controle tegen smokkelen als je de legaal de landsgrens overgaat
douaneformaliteiten	=	douaneformaliteit
douaneformulier	noun	document waarop men kan aangeven welke goederen men over een grens wil vervoeren; formulier nodig voor het bepalen van de hoeveelheid invoerrechten die men dient te betalen
douaneformulieren	=	douaneformulier
douanegebied	noun	het gebied waarop douanewetgeving van toepassing is
douanegebieden	=	douanegebied
douanegebiedje	=	douanegebied
douanegebiedjes	=	douanegebied
douaneheffing	noun	geld dat men moet betalen bij de invoer en uitvoer van goederen
douaneheffingen	=	douaneheffing
douaneheffinkje	=	douaneheffing
douaneheffinkjes	=	douaneheffing
douanekantoor	noun	werkruimte voor de ambtenaren die toezicht houden op internationaal verkeer van mensen, dieren en goederen Meestal te vinden bij een lucht- of zeehaven of een grensovergang.
douanekantoortje	=	douanekantoor
douanekantoortjes	=	douanekantoor
douanekantoren	=	douanekantoor
douanelieden	=	douaneman
douanelui	=	douaneman
douaneman	noun	mannelijke ambtenaar die belast is met de controle op het internationaal verkeer van mensen, dieren en goederen
douanemannen	=	douaneman
douanemannetje	=	douaneman
douanemannetjes	=	douaneman
douanen	=	douane
douaneonderzoek	noun	onderzoek verricht door de douane; onderzoek of men aan alle regels voor invoer heeft voldaan
douaneonderzoeken	=	douaneonderzoek
douaneonderzoekje	=	douaneonderzoek
douaneonderzoekjes	=	douaneonderzoek
douanepapier	noun	een papier dat men nodig heeft om de douane te passeren
douanepapieren	=	douanepapier
douanepersoneel	noun	ambtenaren die zorgen voor de controle van mensen en zaken die een landsgrens passeren
douanepost	noun	kantoor van de douane bij een grensovergang waar men personen en goederen controleert die de grens passeren
douaneposten	=	douanepost
douanepostje	=	douanepost
douanepostjes	=	douanepost
douanerecherche	noun	overheidsdienst die belast is met de opsporing van smokkelaars
douanerecherches	=	douanerecherche
douanerecht	noun	belastingen die geheven worden op goederen die in een land worden uitgevoerd of ingevoerd
douanerechten	=	douanerecht
douanes	=	douane
douanetoezicht	noun	het toezicht dat de douane houdt over de invoer van goederen
douanevervoer	noun	goederentransport dat nog onder toezicht van de douane valt
douanewetgeving	noun	geheel van regels betreffende de in- en uitvoer van goederen van binnen het douanegebied naar buiten en andersom
douanezaak	noun	alles wat betrekking heeft met de douane, de overheidsdienst die internationale goederenstromen controleert
douanezaakje	=	douanezaak
douanezaakjes	=	douanezaak
douanezaken	=	douanezaak
douanier	noun	ambtenaar bij de douane, douaneambtenaar, douanebeambte
douaniers	=	douanier
douarie	noun	vermogen dat een man aan zijn echtgenote schonk als inkomstenbron na zijn overlijden
douarieën	=	douarie
double-breasted	adj	met elkaar bedekkende voorpanden en twee rijen knopen
doublechecken	=	dubbelchecken
doubleer	=	doubleren
doubleerde	=	doubleren
doubleerden	=	doubleren
doubleert	=	doubleren
doublere	=	doubleren
doubleren	verb	nogmaals doorlopen, blijven zitten
doublerend	=	doubleren
doublerende	=	doubleren
doublet	noun	dubbel exemplaar van iets
doubletten	=	doublet
doubleur	noun	iemand die hetzelfde schooljaar twee keer doet, m.n. in het basis- en middelbaar onderwijs
doubleurs	=	doubleur
doublure	noun	overbodige herhaling
doublures	=	doublure
doublé	adj	met een dun laagje goud overdekt
doublés	=	doublé
doublést	=	doublé
doubléste	=	doublé
doubléë	=	doublé
doubléër	=	doublé
doubléëre	=	doublé
doubléërs	=	doublé
douceur	noun	klein financieel of niet financieel geschenk
douceurs	=	douceur
douceurtje	=	douceur
douceurtjes	=	douceur
douch	=	douchen
douche	noun	bad [1] in de vorm van een neerwaartse waterstraal die op het lichaam belandt
douchebak	noun	een bak [1] waarin iemand staat tijdens het douchen en waarin het douchewater wordt opgevangen
douchebakken	=	douchebak
douchebeurt	noun	de keer dat men een stortbad neemt
douchebeurten	=	douchebeurt
douchecabine	noun	een kleine ruimte met douche en douchebak waarin men zich kan reinigen
douchecabines	=	douchecabine
douchecel	noun	klein vertrek of deel van een badkamer waarin men zich kan douchen
douchecellen	=	douchecel
douchecelletje	=	douchecel
douchecelletjes	=	douchecel
douchegel	noun	een stroperige vloeistof die gebruikt kan worden voor het wassen van huid en haar
douchegels	=	douchegel
douchegordijn	noun	een waterdicht gordijn van kunststof dat gebruikt kan worden bij het nemen van een douche als de doucheruimte niet in een douchecabine zit en is afgesloten met een deur, om de naastgelegen vloer niet te nat te laten worden
douchegordijnen	=	douchegordijn
douchegordijntje	=	douchegordijn
douchehouder	noun	het onderdeel aan de muur of aan de glijstang waar je de douchekop in vastklikt of schuift
douchehouders	=	douchehouder
douchehoudertje	=	douchehouder
douchehoudertjes	=	douchehouder
doucheje	=	douche
douchejes	=	douche
douchekop	noun	de sproeier van de douche
douchekophouder	noun	het onderdeel aan de muur of aan de glijstang waar je de douchekop in vastklikt of schuift
douchekophouders	=	douchekophouder
douchekophoudertje	=	douchekophouder
douchekophoudertjes	=	douchekophouder
douchekopje	=	douchekop
douchekopjes	=	douchekop
douchekoppen	=	douchekop
douchekraan	noun	een mengkraan waarmee men de hoeveelheid en de temperatuur van het water dat uit de douche komt kan regelen
douchekranen	=	douchekraan
douchelijst	noun	wachtlijst van mensen die zich hebben aangemeld om zich te douchen
douchelijsten	=	douchelijst
douchelijstje	=	douchelijst
douchelijstjes	=	douchelijst
douchen	verb	een douche nemen
douchend	=	douchen
douchende	=	douchen
doucheruimte	noun	badkamer met een stortbad
doucheruimten	=	doucheruimte
doucheruimtes	=	doucheruimte
douches	=	douche
doucheschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen als ze te vaak of te lang douchen omdat dat schadelijk is voor het milieu
doucheschuim	noun	een vloeistof die gebruikt kan worden voor het wassen van huid en haar
doucheschuimpje	=	doucheschuim
doucheschuimpjes	=	doucheschuim
douchestoel	noun	stoel die men kan gebruiken in een douche als men niet meer veilig staande kan douchen
douchestoelen	=	douchestoel
douchestoeltje	=	douchestoel
douchestoeltjes	=	douchestoel
douchetempel	noun	een informele benaming voor een zeer luxe, grote of complete douchecabine, die lijkt op een badhuis of 'tempel' voor het douchen
douchetempels	=	douchetempel
douchetempeltje	=	douchetempel
douchetempeltjes	=	douchetempel
douchetoilet	noun	een toilet dat voorzien is van onderdouche en de bips na ontlasting wordt schoongespoeld
douchetoiletje	=	douchetoilet
douchetoiletjes	=	douchetoilet
douchetoiletten	=	douchetoilet
douchewater	noun	water dat uit de douche komt tijdens het douchen
doucht	=	douchen
douchte	=	douchen
douchten	=	douchen
dougla	=	dogla
douglaseekhoorn	noun	Tamiasciurus douglasii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
douglaseekhoorns	=	douglaseekhoorn
douglaseekhoorntje	=	douglaseekhoorn
douglaseekhoorntjes	=	douglaseekhoorn
douglasspar	noun	Pseudotsuga menziesii een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
douglassparren	=	douglasspar
douglassparretje	=	douglasspar
douglassparretjes	=	douglasspar
doula	noun	vrouw die een zwangere ondersteunt tijdens de bevalling
doula's	=	doula
douteus	adj	onzeker, twijfelachtig
douteuze	=	douteus
douw	noun	een douw krijgen: een berisping krijgen	pron	schrijfwijze van du
douwde	=	douw
douwden	=	douw
douwe	=	douw
douwen	=	douw
douwend	=	douw
douwende	=	douw
douwer	noun	iemand (mannelijk) die douwt
douwers	=	douwer
douwt	=	douw
douwtje	=	douw
douwtjes	=	douw
dove	noun	iemand die niet in staat is te horen
doveman	noun	iemand die niet kan horen
dovemannen	=	doveman
dovemannetje	=	doveman
dovemannetjes	=	doveman
dovemansgesprek	noun	een dialoog tussen mensen die elkaar niet willen of kunnen begrijpen
dovemansgesprekje	=	dovemansgesprek
dovemansgesprekjes	=	dovemansgesprek
dovemansgesprekken	=	dovemansgesprek
dovemansoor	noun	het oor van een dove (man)
dovemansoortje	=	dovemansoor
dovemansoortjes	=	dovemansoor
dovemansoren	noun	oren van iemand die doof is kunnen niets horen
doven	verb	een vlam uit doen gaan
dovend	=	doven
dovende	=	doven
dovenetel	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lamium lipbloemige planten met bladeren die op die van de brandnetel lijken maar die niet branden
dovenetelgraafwants	noun	Tritomegas bicolor een insect uit de familie graafwantsen (Cydnidae).
dovenetelgraafwantsen	=	dovenetelgraafwants
dovenetelgraafwantsje	=	dovenetelgraafwants
dovenetelgraafwantsjes	=	dovenetelgraafwants
dovenetels	=	dovenetel
doveneteltje	=	dovenetel
doveneteltjes	=	dovenetel
dovengemeenschap	noun	gemeenschap van doven
dovengemeenschapje	=	dovengemeenschap
dovengemeenschapjes	=	dovengemeenschap
dovengemeenschappen	=	dovengemeenschap
doveninstituten	=	doveninstituut
doveninstituut	noun	organisatie die mensen die slecht of niet kunnen horen ondersteunt o.a. door het geven van (doven)onderwijs
dovenonderwijs	noun	onderwijs dat is aangepast aan leerlingen die slechthorend zijn
dovenscholen	=	dovenschool
dovenschool	noun	school voor kinderen die niet of slecht kunnen horen door een auditieve beperking
dovenschooltje	=	dovenschool
dovenschooltjes	=	dovenschool
doventaal	noun|informal	taal die mensen die niet of slecht kunnen horen gebruiken om te kunnen communiceren (de meer officiële en wat nettere term hiervoor is gebarentaal)
doventalen	=	doventaal
doventolk	noun	persoon die de gesproken taal kan omzetten naar gebarentaal of geschreven woord
doventolken	=	doventolk
dover	noun	voorwerp waarmee men iets kan doven
dovere	=	doof
dovers	=	doof
dovig	adj	een beetje slechthorend
dovige	=	dovig
doviger	=	dovig
dovigere	=	dovig
dovigers	=	dovig
dovigheden	=	dovigheid
dovigheid	noun	een beetje doof
dovigs	=	dovig
dovigst	=	dovig
dovigste	=	dovig
dow-jonesindex	noun	beursindex van New York, vastgesteld aan de hand van een dertigtal grote ondernemingen
down	adj	gedeprimeerd, neerslachtig	noun	dieptepunt
down-tempo	=	downtempo
downbeat	noun	eerste tel van elke maat	adj	met betrekking tot de eerste tel van elke maat
downbeatje	=	downbeat
downbeatjes	=	downbeat
downbeats	=	downbeat
downdate	noun	relatie met iemand uit een lagere sociale klasse
downdaten	verb	een relatie aangaan met iemand die een (veel) lagere sociale status heeft
downdatend	=	downdaten
downdatende	=	downdaten
downdates	=	downdate
downdatet	=	downdaten
downdatete	=	downdaten
downdateten	=	downdaten
downer	noun	roesmiddel dat verdovend werkt en rust geeft
downers	=	downer
downgeload	=	downloaden
downgrade	noun	overschakeling naar een lager presterend computersysteem
downgradede	=	downgraden
downgradeden	=	downgraden
downgraden	verb	iets kleiner en van minder belang maken
downgradend	=	downgraden
downgradende	=	downgraden
downgrades	=	downgrade
downgradet	=	downgraden
downgrading	noun	het verlagen van iets in niveau, kwaliteit, status, waarde of rang
downgradings	=	downgrading
downgradinkje	=	downgrading
downgradinkjes	=	downgrading
downhill	adj	van de berg af, omlaag
downie	noun	iemand met een erfelijke ziekte die leidt tot specifieke lichamelijke klachten, uiterlijke kenmerken en verstandelijke beperkingen
downies	=	downie
downietje	=	downie
downleren	verb	volgen van een opleiding die eigenlijk te eenvoudig voor iemand is
downlerend	=	downleren
downlerende	=	downleren
download	noun	bestand dat gedownload is of klaar om te worden gedownload
downloadbaar	adj	vanaf het internet naar de eigen computer te kopiëren
downloadbaarder	=	downloadbaar
downloadbaardere	=	downloadbaar
downloadbaarders	=	downloadbaar
downloadbaars	=	downloadbaar
downloadbaarst	=	downloadbaar
downloadbaarste	=	downloadbaar
downloadbare	=	downloadbaar
downloadbelasting	noun	heffing die men moet betalen voor het downloaden van muziek of films
downloadbelastingen	=	downloadbelasting
downloadde	=	downloaden
downloadden	=	downloaden
downloade	=	downloaden
downloaden	verb	een bestand van een computer of server op afstand naar een lokale computer of server overbrengen
downloadend	=	downloaden
downloadende	=	downloaden
downloadheffing	noun	belasting die men moet betalen over internetverkeer
downloadheffingen	=	downloadheffing
downloadheffinkje	=	downloadheffing
downloadheffinkjes	=	downloadheffing
downloadje	=	download
downloadjes	=	download
downloads	=	download
downloadt	=	downloaden
downloadtaks	noun	geld dat men moet betalen over internetverkeer
downloadtaksen	=	downloadtaks
downplay	=	downplayen
downplayde	=	downplayen
downplayden	=	downplayen
downplaye	=	downplayen
downplayen	verb	doen alsof iets of iemand eigenlijk niet zo belangrijk is
downplayend	=	downplayen
downplayende	=	downplayen
downplayt	=	downplayen
downs	=	down
downsize	=	downsizen
downsizede	=	downsizen
downsizeden	=	downsizen
downsizen	verb	kleiner maken
downsizend	=	downsizen
downsizende	=	downsizen
downsizet	=	downsizen
downstream	adj	betrekking hebbend op de industriële verwerking van delf- en grondstoffen, zoals olie
downstreams	=	downstream
downsyndromen	=	downsyndroom
downsyndroom	noun	aangeboren afwijking die gepaard gaat met een verstandelijke beperking, typerende uitwendige kenmerken en bepaalde medische problemen, die veroorzaakt wordt doordat het erfelijk materiaal van chromosoom 21 in drievoud voorkomt (in plaats van in tweevoud)
downtempo	adj	een muziekstijl met elementen uit de dance, hiphop, jazz, reggae en rock
downtempo's	=	downtempo
downtime	noun	de tijd dat iets niet functioneert; de tijd dat iets buitengebruik is; de tijd dat een bepaalde service niet beschikbaar is
downvoot	=	downvoten
downvootte	=	downvoten
downvootten	=	downvoten
downvote	=	downvoten
downvoten	verb	afwijzen in een populariteitspeiling door een tegenstem uit te brengen
downvotend	=	downvoten
dox	=	doxen
doxe	=	doxen
doxen	verb	opzettelijk in het nauw brengen door persoonlijke gegevens te publiceren
doxend	=	doxen
doxing	noun	het openbaren van privégegevens op het internet
doxologie	noun	lofprijzing aan het eind van psalmen, gebeden enz
doxologieën	=	doxologie
doxt	=	doxen
doxte	=	doxen
doxten	=	doxen
doxycycline	noun	bepaald soort antibioticum uit de tetracycline groep
dozen	=	doos
dozer	=	dozeren
dozerde	=	dozeren
dozerden	=	dozeren
dozere	=	dozeren
dozeren	verb	ergens overheen walsen
dozerend	=	dozeren
dozerende	=	dozeren
dozert	=	dozeren
dozijn	noun	een set van twaalf
dozijnen	=	dozijn
dozijntje	=	dozijn
dozijntjes	=	dozijn
doña	noun	adellijke Spaanse dame
doña's	=	doña
doño	noun	baas
doño's	=	doño
dpa	=	decipascal
dpi	noun	dots per inch
dr	=	d'r
dra	adv|formal	spoedig, gauw
draad	noun	in elkaar gesponnen vezels
draadachtig	adj	lijkend op een draad.
draadachtige	=	draadachtig
draadachtiger	=	draadachtig
draadachtigere	=	draadachtig
draadachtigers	=	draadachtig
draadachtigs	=	draadachtig
draadachtigst	=	draadachtig
draadachtigste	=	draadachtig
draadantenne	noun	een vrij opgehangen, elektrisch geleidende draad waarmee radiosignalen kunnen worden uitgezonden en opgevangen
draadantennes	=	draadantenne
draadantennetje	=	draadantenne
draadantennetjes	=	draadantenne
draadbacterie	noun	microbe met celdraden
draadbacterietje	=	draadbacterie
draadbacterietjes	=	draadbacterie
draadbacteriën	=	draadbacterie
draadbekleding	noun	isolerend of beschermend omhulsel van een draad
draadbekledingen	=	draadbekleding
draadbekledinkje	=	draadbekleding
draadbekledinkjes	=	draadbekleding
draadbreuk	noun	het breken van een (elektriciteits)draad
draadbreuken	=	draadbreuk
draadbreukje	=	draadbreuk
draadbreukjes	=	draadbreuk
draadeind	noun	een massieve ronde metalen staaf die over de gehele lengte voorzien is van schroefdraad
draadeinden	=	draadeind
draadeindje	=	draadeind
draadeindjes	=	draadeind
draadereprijs	noun	Veronica filiformis een lage, vaste plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
draadereprijsje	=	draadereprijs
draadereprijsjes	=	draadereprijs
draadereprijzen	=	draadereprijs
draadgentiaan	noun	Cicendia filiformis een plant uit de gentiaanfamilie (Gentianaceae).
draadgentiaantje	=	draadgentiaan
draadgentiaantjes	=	draadgentiaan
draadgentianen	=	draadgentiaan
draadgesneden	=	draadsnijden
draadgierst	noun	Panicum capillare een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie.
draadgiersten	=	draadgierst
draadglaasje	=	draadglas
draadglaasjes	=	draadglas
draadglas	noun	glas dat met een netwerk van metaaldraad gewapend is
draadhooiwagen	noun	Leiobunum rotundum een hooiwagen uit de familie Sclerosomatidae
draadhooiwagens	=	draadhooiwagen
draadhooiwagentje	=	draadhooiwagen
draadhooiwagentjes	=	draadhooiwagen
draadje	=	draad
draadjes	=	draad
draadjesfiets	noun	fiets die zijn stevigheid verkrijgt door tussen de delen gespannen staaldraden
draadjesfietsen	=	draadjesfiets
draadjesfietsje	=	draadjesfiets
draadjesfietsjes	=	draadjesfiets
draadjespeermos	noun	Pohlia flexuosa een mossoort uit de sterrenmosfamilie (Mniaceae).
draadjespeermosje	=	draadjespeermos
draadjespeermosjes	=	draadjespeermos
draadjespeermossen	=	draadjespeermos
draadjesvlees	noun	rundvlees dat men lang heeft laten sudderen en dan een draderige structuur heeft en haast vanzelf uitelkaar valt
draadklaver	noun	Trifolium micranthum een plant met gele bloemen, met een verschillend aantal kroonbladeren, variërend van één tot zeven bladeren.
draadklavers	=	draadklaver
draadklavertje	=	draadklaver
draadklavertjes	=	draadklaver
draadkniptang	noun	tang voor het doorknippen van draad
draadkniptangen	=	draadkniptang
draadknotszwam	noun	Typhula juncea een schimmel behorend tot de familie Typhulaceae.
draadknotszwammen	=	draadknotszwam
draadknotszwammetje	=	draadknotszwam
draadknotszwammetjes	=	draadknotszwam
draadloos	adj	waarbij geen draden nodig zijn voor de overdracht van een signaal
draadloost	=	draadloos
draadlooste	=	draadloos
draadloze	=	draadloos
draadlozer	=	draadloos
draadlozere	=	draadloos
draadlozers	=	draadloos
draadmanakin	noun	Pipra filicauda een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
draadmanakinnetje	=	draadmanakin
draadmanakinnetjes	=	draadmanakin
draadmanakins	=	draadmanakin
draadmand	noun	korf die bestaat uit dunne repen metaal die kruislings met elkaar zijn verbonden
draadmanden	=	draadmand
draadmandje	=	draadmand
draadmandjes	=	draadmand
draadnagel	noun	een uit staaldraad vervaardigd object, aan één zijde gepunt en aan de andere zijde meestal voorzien van een kop, om twee of meer voorwerpen met elkaar te verbinden
draadnagels	=	draadnagel
draadnageltje	=	draadnagel
draadnageltjes	=	draadnagel
draadogen	=	draadoog
draadoog	noun	metalen staaf zn of stift zn[1] met een holle kop in de vorm van een oog of lus, bijvoorbeeld gebruikt in ophangsystemen
draadoogje	=	draadoog
draadoogjes	=	draadoog
draadplastiek	noun	voorwerp van plastische kunst van metaaldraad en andere metalen voorwerpen
draadplastieken	=	draadplastiek
draadrus	noun	Juncus filiformis een overblijvend kruid uit de russenfamilie (Juncaceae).
draadrusje	=	draadrus
draadrusjes	=	draadrus
draadrussen	=	draadrus
draadschaar	noun	kniptang waarmee men dikke metalen draken door kan knippen of kan buigen
draadschaartje	=	draadschaar
draadscharen	=	draadschaar
draadslangen	noun	een geslacht Leptophis van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
draadsneden	=	draadsnijden
draadsneed	=	draadsnijden
draadsnij	=	draadsnijden
draadsnijd	=	draadsnijden
draadsnijde	=	draadsnijden
draadsnijden	verb	het aanbrengen van schroefdraad met een snij-ijzer
draadsnijdend	=	draadsnijden
draadsnijdende	=	draadsnijden
draadsnijdt	=	draadsnijden
draadspanner	noun	een constructie waarmee aan een draad of kabel de gewenste spanning kan worden gegegven.
draadspanners	=	draadspanner
draadspannertje	=	draadspanner
draadspannertjes	=	draadspanner
draadstaartvissen	noun	een familie Stylephoridae van straalvinnige vissen uit de orde van koningsvissen (Lampriformes)
draadsteelmycena	noun	Mycena filopes een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
draadsteelmycena's	=	draadsteelmycena
draadsteelmycenaatje	=	draadsteelmycena
draadsteelmycenaatjes	=	draadsteelmycena
draadstripper	noun	apparaat om de isolatie van draad te strippen
draadstrippers	=	draadstripper
draadtap	noun	een gehard stalen stift met schroefdraad om in een gat binnenschroefdraad te tappen
draadtapje	=	draadtap
draadtapjes	=	draadtap
draadtappen	=	draadtap
draadverbinding	noun	het mechanisch en elektrisch samenvoegen van twee of meer elektrische geleiders (draden) om een betrouwbare stroomdoorgang te garanderen
draadverbindingen	=	draadverbinding
draadverbindinkje	=	draadverbinding
draadverbindinkjes	=	draadverbinding
draadvinijskabeljauwen	noun	een familie Eleginopsidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
draadvinnigen	noun	een familie Polynemidae van baarsachtigen
draadvleugelkolibrie	noun	Lafresnaya lafresnayi een vogel uit de familie der kolibries (Trochilidae).
draadvleugelkolibries	=	draadvleugelkolibrie
draadvleugelkolibrietje	=	draadvleugelkolibrie
draadvleugelkolibrietjes	=	draadvleugelkolibrie
draadvormig	adj	vorm van een draad hebbend
draadvormige	=	draadvormig
draadvormiger	=	draadvormig
draadvormigere	=	draadvormig
draadvormigers	=	draadvormig
draadvormigs	=	draadvormig
draadvormigst	=	draadvormig
draadvormigste	=	draadvormig
draadworm	noun	verwekkers van de tropische ziekte filariasis, kleine rondwormen die infecties bij de mens veroorzaken (bijv.
draadwormen	=	draadworm
draadwormpje	=	draadworm
draadwormpjes	=	draadworm
draadwormslangen	noun	een familie Leptotyphlopidae van slangen
draadzaag	noun	zaag waarvan het snijdende deel bestaat uit in elkaar gevlochten metaaldraden
draadzaagje	=	draadzaag
draadzaagjes	=	draadzaag
draadzagen	=	draadzaag
draadzegge	noun	Carex lasiocarpa een vaste plant uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
draadzeggen	=	draadzegge
draadzeggetje	=	draadzegge
draadzeggetjes	=	draadzegge
draadzeilvissen	noun	een orde Aulopiformes binnen de straalvinnige vissen.
draadzwenkgras	noun	Festuca heterophylla een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
draadzwenkgrasje	=	draadzwenkgras
draadzwenkgrasjes	=	draadzwenkgras
draadzwenkgrassen	=	draadzwenkgras
draaf	=	draven
draafde	=	draven
draafden	=	draven
draaft	=	draven
draag	=	dragen
draagarm	noun	metalen constructie die een verbinding vormt tussen het chassis van een auto en een wiel
draagarmen	=	draagarm
draagarmpje	=	draagarm
draagarmpjes	=	draagarm
draagas	noun	een as die dient voor het dragen van een last
draagasje	=	draagas
draagasjes	=	draagas
draagassen	=	draagas
draagbaar	adj	te dragen, met de mogelijkheid gedragen te worden	noun	een baar waarop iets gedragen kan worden
draagbaarder	=	draagbaar
draagbaardere	=	draagbaar
draagbaarders	=	draagbaar
draagbaarheden	=	draagbaarheid
draagbaarheid	noun	het gemak waarmee een kledingstuk gedragen kan worden
draagbaars	=	draagbaar
draagbaarst	=	draagbaar
draagbaarste	=	draagbaar
draagbaartje	=	draagbaar
draagbaartjes	=	draagbaar
draagbalk	noun	balk die een dragende functie heeft bijv. ter ondersteuning van vloeren of ter ontlasting van kozijnen
draagbalken	=	draagbalk
draagbalkje	=	draagbalk
draagbalkjes	=	draagbalk
draagband	noun	een aan een voorwerp bevestigde band die het gemakkelijker maakt het voorwerp mee te dragen
draagbanden	=	draagband
draagbandje	=	draagband
draagbandjes	=	draagband
draagbare	=	draagbaar
draagbaren	=	draagbaar
draagbed	noun	een draagbaar bedoeld om patiënten te vervoeren die niet ambulant zijn
draagbedden	=	draagbed
draagbedje	=	draagbed
draagbedjes	=	draagbed
draagberrie	noun	een primitief bedje met overlangse handvatten om een gewonde te kunnen dragen (tot aan de ziekenwagen b.v.)
draagberries	=	draagberrie
draagcomfort	noun	het gemak waarmee een kledingstuk of apparaat gedragen kan worden
draagconstructie	noun	constructie die in staat is iets te dragen
draagconstructies	=	draagconstructie
draagdoek	noun	een stuk textiel dat je kunt gebruiken om iets (vaak een jong kind) te dragen
draagdoeken	=	draagdoek
draagdoekje	=	draagdoek
draagdoekjes	=	draagdoek
draaggolf	noun	door een radiozender uitgezonden elektromagnetische golf waarvan de frequentie geschikt is voor het overbruggen van grote afstanden.
draaggolffrequentie	noun	de frequentie, van de door een radiozender uitgezonden elektromagnetische (draag-) golf, die geschikt is voor het overbruggen van grote afstanden
draaggolffrequenties	=	draaggolffrequentie
draaggolffrequentietje	=	draaggolffrequentie
draaggolffrequentietjes	=	draaggolffrequentie
draaggolfje	=	draaggolf
draaggolfjes	=	draaggolf
draaggolven	=	draaggolf
draaghemel	noun	draagbaar baldakijn o.a. ter beschutting van waardigheidsbekleders
draaghemels	=	draaghemel
draaghemeltje	=	draaghemel
draaghemeltjes	=	draaghemel
draagkoets	noun	door mensen gedragen koets
draagkoetsen	=	draagkoets
draagkoetsje	=	draagkoets
draagkorf	noun	een mand met een wand van gaas
draagkorfje	=	draagkorf
draagkorfjes	=	draagkorf
draagkorven	=	draagkorf
draagkracht	noun	het vermogen financiële lasten te kunnen dragen
draagkrachtbeginsel	noun	beginsel om mensen financieel te belasten naar rato van de financiële draagkracht
draagkrachtbeginselen	=	draagkrachtbeginsel
draagkrachtbeginsels	=	draagkrachtbeginsel
draagkrachten	=	draagkracht
draagkrachtig	adj	de kracht hebben om een last te kunnen dragen (m.n. in financieel opzicht)
draagkrachtige	=	draagkrachtig
draagkrachtiger	=	draagkrachtig
draagkrachtigere	=	draagkrachtig
draagkrachtigers	=	draagkrachtig
draagkrachtigs	=	draagkrachtig
draagkrachtigst	=	draagkrachtig
draagkrachtigste	=	draagkrachtig
draagkrachtverhouding	noun	de berekening waarmee bij echtscheiding de kosten van kinderen (kinderalimentatie) worden verdeeld over beide ouders, gebaseerd op hun relatieve financiële draagkracht.
draagkrachtverhoudingen	=	draagkrachtverhouding
draagkrachtverhoudinkje	=	draagkrachtverhouding
draagkrachtverhoudinkjes	=	draagkrachtverhouding
draaglast	noun	dat wat een constructie moet dragen
draaglasten	=	draaglast
draaglijk	adj	wat verdragen kan worden
draaglijke	=	draaglijk
draaglijker	=	draaglijk
draaglijkere	=	draaglijk
draaglijkers	=	draaglijk
draaglijks	=	draaglijk
draaglijkst	=	draaglijk
draaglijkste	=	draaglijk
draagmier	noun	bepaald soort tropische mieren, Atta colombica die gebieden ongeschikt maken voor landbouw
draagmieren	=	draagmier
draagmoeder	noun	vrouw die voor anderen (de wensouders) een kind draagt en baart, doorgaans een paar dat zelf geen kinderen kan krijgen (al dan niet tegen betaling)
draagmoederbank	noun	register waar potentiële draagmoeders zich kunnen laten registreren en waar ze zich kunnen aanbieden om als draagmoeder te functioneren
draagmoederbanken	=	draagmoederbank
draagmoederonderwerp	noun	het thema over het krijgen van een kind met behulp van een draagmoeder
draagmoederonderwerpje	=	draagmoederonderwerp
draagmoeders	=	draagmoeder
draagmoederschap	noun	het baren van een kind dat men afstaat aan anderen die graag ouder willen worden maar zelf geen kinderen kunnen krijgen
draagmoederschappen	=	draagmoederschap
draagmoedertje	=	draagmoeder
draagmoedertjes	=	draagmoeder
draagmuren	=	draagmuur
draagmuur	noun	een muur die een belangrijke functie heeft in het ondersteunen van de daarboven liggende delen van een gebouw
draagmuurtje	=	draagmuur
draagmuurtjes	=	draagmuur
draagplicht	noun	regel die in bepaalde situaties specifieke beschermende kleding voorschrijft; met name het dragen van een helm als men op gemotoriseerde tweewielers rijdt of het verplicht dragen van een mondkapje tijdens een epidemie
draagplichten	=	draagplicht
draagplichtovereenkomst	noun	afspraak tussen mensen die samen een schuld aangaan, bijvoorbeeld voor een huis, over hoe die schuld onderling verdeeld wordt In plaats van de wettelijke standaardverdeling van evenredige schuld, kan met een draagplichtovereenkomst een andere verhouding worden vastgelegd, bijvoorbeeld om een ongelijkmatige inleg van eigen geld te compenseren.
draagplichtovereenkomsten	=	draagplichtovereenkomst
draagraket	noun	buisvormig projectiel dat een nuttige lading de ruimte in brengt, maar zelf weer terugvalt op de aarde
draagraketten	=	draagraket
draagriem	noun	een riem die iets draagt
draagriemen	=	draagriem
draagriempje	=	draagriem
draagriempjes	=	draagriem
draagster	noun	een vrouwelijke drager
draagsters	=	draagster
draagstertje	=	draagster
draagstertjes	=	draagster
draagstoel	noun	stoel met draagbalken waardoor men zittend vervoerd kan worden, vaak ook voorzien van een dak en wanden met gordijnen
draagstoelen	=	draagstoel
draagstoeltje	=	draagstoel
draagstoeltjes	=	draagstoel
draagstok	noun	een houten staaf die over de schouder wordt gedragen en aan beide uiteinden een even zware last heeft hangen
draagstokje	=	draagstok
draagstokjes	=	draagstok
draagstokken	=	draagstok
draagt	=	dragen
draagtas	noun	tas met handvatten of schouderband die men kan dragen
draagtasje	=	draagtas
draagtasjes	=	draagtas
draagtassen	=	draagtas
draagteken	noun	zichtbaar symbool voor op je kleding dat aangeeft wat je doet, hebt gedaan of waar je bij hoort
draagtekens	=	draagteken
draagtijd	noun	de tijd dat een vrouwelijk dier gewoonlijk zwanger is
draagtijden	=	draagtijd
draagtijdje	=	draagtijd
draagtijdjes	=	draagtijd
draagvermogen	noun	de massa die een bepaalde structuur kan dragen zonder in te storten
draagvermogens	=	draagvermogen
draagvlak	noun	een vlak waarop een last gedragen wordt
draagvlakje	=	draagvlak
draagvlakjes	=	draagvlak
draagvlakken	=	draagvlak
draagvleugel	noun	een van beide vleugels, aangebracht onder een boot die deze bij voldoende vaarsnelheid uit het water omhoog duwen
draagvleugels	=	draagvleugel
draagvleugeltje	=	draagvleugel
draagvleugeltjes	=	draagvleugel
draagwijdte	noun	van een vuurwapen: hoever de kogel geschoten kan worden
draagwijdten	=	draagwijdte
draagwijdtes	=	draagwijdte
draagzak	noun	Een zak op de rug of op de buik gedragen voor het dragen van een baby.
draagzakje	=	draagzak
draagzakjes	=	draagzak
draagzakken	=	draagzak
draagzeel	noun	band over de schouder waarmee je iets zwaars kan dragen
draagzelen	=	draagzeel
draai	noun	omwenteling
draai-inversieas	noun	een puntsymmetrie die bestaat uit de combinatie van een draaiing om de as en een inversie door de oorsprong
draai-inversieasje	=	draai-inversieas
draai-inversieasjes	=	draai-inversieas
draai-inversieassen	=	draai-inversieas
draai-kiepraam	noun	raam dat zowel om een horizontale- als om een verticale as kan draaien
draai-kiepramen	=	draai-kiepraam
draaibaar	adj	de mogelijkheid hebbende om te kunnen draaien
draaibaarder	=	draaibaar
draaibaardere	=	draaibaar
draaibaarders	=	draaibaar
draaibaars	=	draaibaar
draaibaarst	=	draaibaar
draaibaarste	=	draaibaar
draaibank	noun	een machine die een ingeklemd werkstuk ronddraait zodat dit met beitels en boren kan worden bewerkt
draaibanken	=	draaibank
draaibankje	=	draaibank
draaibankjes	=	draaibank
draaibare	=	draaibaar
draaibeitel	noun	beitel voor gebruik op een draaibank
draaibeitels	=	draaibeitel
draaibeiteltje	=	draaibeitel
draaibeiteltjes	=	draaibeitel
draaibeweging	noun	een beweging in de vorm van een draai.
draaibewegingen	=	draaibeweging
draaibeweginkje	=	draaibeweging
draaibeweginkjes	=	draaibeweging
draaiboek	noun	regieaanwijzingen voor het maken van een film
draaiboeken	=	draaiboek
draaiboekje	=	draaiboek
draaiboekjes	=	draaiboek
draaibomen	=	draaiboom
draaiboom	noun	deel van de afsluiting van een weiland
draaiboompje	=	draaiboom
draaiboompjes	=	draaiboom
draaibrug	noun	een brug die wegdraait op een verticale as in het midden van de brug, om de scheepvaart door te laten
draaibruggen	=	draaibrug
draaibruggetje	=	draaibrug
draaibruggetjes	=	draaibrug
draaibrugje	=	draaibrug
draaibrugjes	=	draaibrug
draaicirkel	noun	de doorsnede van de scherpste bocht die een voertuig kan maken
draaicirkels	=	draaicirkel
draaicirkeltje	=	draaicirkel
draaidag	noun	dag dat men opnames maakt voor een film of televisieprogramma
draaidagen	=	draaidag
draaidagje	=	draaidag
draaidagjes	=	draaidag
draaide	=	draaien
draaiden	noun	bepaald soort groenblijvende conifeer, Pinus contorta uit de dennenfamilie (Pinaceae), een veel voorkomende boom in het westen van de Verenigde Staten en Canada met vier geografisch afgebakende ondersoorten
draaidennen	=	draaiden
draaidennetje	=	draaiden
draaideur	noun	constructie van drie of vier deurbladen die rondom een gezamenlijke verticale as kunnen draaien, ter vervanging van een gewone deur m.n. gebruikt in winkels, ziekenhuizen enz
draaideurconstructie	noun	een bouwkundige samenstelling van materialen om een draaideur te laten functioneren
draaideurconstructies	=	draaideurconstructie
draaideurcrimineel	noun	iemand die ook na meerdere strafrechtelijke veroordelingen steeds opnieuw de fout blijft ingaan
draaideurcrimineeltje	=	draaideurcrimineel
draaideurcrimineeltjes	=	draaideurcrimineel
draaideurcriminelen	=	draaideurcrimineel
draaideurdocent	noun	leraar met een tijdelijk contract die geen uitzicht heeft op een vaste aanstelling en na twee jaar weer ontslagen wordt
draaideurdocenten	=	draaideurdocent
draaideureffect	noun	het verschijnsel dat iemand die net ontslagen is uit een zorginstelling weer op korte termijn wordt opgenomen
draaideureffecten	=	draaideureffect
draaideuren	=	draaideur
draaideurpatiënt	noun	persoon die nadat hij of zij ontslagen is snel weer wordt opgenomen in een (psychiatrisch)ziekenhuis
draaideurpatiënten	=	draaideurpatiënt
draaideurpatiëntje	=	draaideurpatiënt
draaideurpatiëntjes	=	draaideurpatiënt
draaideurtje	=	draaideur
draaideurtjes	=	draaideur
draaidop	noun	een sluiting van een fles die je door draaien open en dicht kunt maken
draaidopje	=	draaidop
draaidopjes	=	draaidop
draaidoppen	=	draaidop
draaiduizeligheid	noun	een vorm van duizeligheid waarbij een gevoel van draaien of tollen wordt ervaren terwijl het lichaam die bewegingen feitelijk niet maakt
draaie	=	draaien
draaien	verb	om een middelpunt bewegen
draaiend	adj	het aan het draaien zijn
draaiende	=	draaiend
draaiender	=	draaiend
draaiendere	=	draaiend
draaienders	=	draaiend
draaiends	=	draaiend
draaiendst	=	draaiend
draaiendste	=	draaiend
draaier	noun	iemand die met een draaibank werkt
draaierig	adj	het gevoel hebbende dat je draait dat past bij draaiduizeligheid
draaierige	=	draaierig
draaieriger	=	draaierig
draaierigere	=	draaierig
draaierigers	=	draaierig
draaierigheden	=	draaierigheid
draaierigheid	noun	het gevoel dat de wereld om iemand heen draait; gevoel dat men zijn evenwicht verlies
draaierigs	=	draaierig
draaierigst	=	draaierig
draaierigste	=	draaierig
draaierij	noun	plaats waar men met een frees metalen onderdelen maakt en bewerkt
draaierijen	=	draaierij
draaierijtje	=	draaierij
draaierijtjes	=	draaierij
draaiers	=	draaier
draaiertje	=	draaier
draaiertjes	=	draaier
draaigatje	noun	alleen verkleinwoord Tapinoma mier van een geslacht van mierensoorten die behoort tot de onderfamilie der geurmieren, waarvan een aantal ook in Nederland voorkomt.
draaigatjes	noun	Tapinoma een geslacht van mierensoorten die behoort tot de onderfamilie der geurmieren, waarvan een aantal ook in Nederland voorkomt.
draaihals	noun	benaming voor vogels uit de onderfamilie Jynginae
draaihalsje	=	draaihals
draaihalskikkers	noun	Phrynomerinae een onderfamilie van kikkers uit de familie smalbekkikkers (Microhylidae)
draaihalzen	=	draaihals
draaihek	noun	draaiend hek dat personen een voor een in één richting doorlaat
draaihekje	=	draaihek
draaihekken	=	draaihek
draaihoek	noun	mate van rotatie, hoeveel graden iets rond een as heeft bewogen
draaihoeken	=	draaihoek
draaiing	noun	het draaien of gedraaid zitten
draaiingen	=	draaiing
draaiinkje	=	draaiing
draaiinkjes	=	draaiing
draaiknop	noun	knop waaraan men kan draaien om een gewenste functie te realiseren
draaiknopje	=	draaiknop
draaiknopjes	=	draaiknop
draaiknoppen	=	draaiknop
draaikolk	noun	een slurfvormige draaiing, met name in een watermassa
draaikolken	=	draaikolk
draaikolkje	=	draaikolk
draaikolkjes	=	draaikolk
draaikolkschijfhoren	noun	Anisus vortex een slakkensoort uit de familie van de Planorbidae.
draaikolkschijfhorens	=	draaikolkschijfhoren
draaikolkschijfhorentje	=	draaikolkschijfhoren
draaikolkschijfhorentjes	=	draaikolkschijfhoren
draaikont	noun|informal	iemand die voortdurend van mening verandert, draaier, weerhaan, wiebelkont
draaikonten	=	draaikont
draaikonterij	noun	het steeds weer iets anders zeggen omdat men de waarheid niet wilt of durft te vertellen
draaikonterijen	=	draaikonterij
draaikontje	=	draaikont
draaikontjes	=	draaikont
draaikruis	noun	systeem dat dient voor toegangscontrole.
draaikruisje	=	draaikruis
draaikruisjes	=	draaikruis
draaikruizen	=	draaikruis
draaikruk	noun	eenvoudig zitmeubel zonder leuning dat kan draaien om een verticale as
draaikrukken	=	draaikruk
draailier	noun	een strijkinstrument, met een strijkwiel dat bourdonsnaren en één of twee melodiesnaren in trilling brengt, en met tangenten/toetsen om de toonhoogte te bepalen
draailieren	=	draailier
draailiertje	=	draailier
draailiertjes	=	draailier
draailoos	adj	het gevoel zijn evenwicht te verliezen
draaimolen	noun	een kermisattractie die bestaat uit een ronddraaiend geheel van een plateau met daarop zittoestellen en een overkapping
draaimolens	=	draaimolen
draaimolentje	=	draaimolen
draaimolentjes	=	draaimolen
draaiorgel	noun	een mechanisch bediend of automatisch spelend orgel, meestal op straat spelend
draaiorgels	=	draaiorgel
draaiorgeltje	=	draaiorgel
draaiorgeltjes	=	draaiorgel
draaipunt	noun	punt waaromheen draaiing plaatsvindt of zou kunnen plaatsvinden, spil zn [2]
draaipunten	=	draaipunt
draaipuntje	=	draaipunt
draaipuntjes	=	draaipunt
draairaam	noun	een raam dat scharniert aan één zijde (links, rechts, boven of onder) en om een verticale of horizontale as draait, vergelijkbaar met een deur, om te openen en te ventileren
draairaampje	=	draairaam
draairaampjes	=	draairaam
draairamen	=	draairaam
draairichting	noun	de richting waarin iets of iemand draait
draairichtingen	=	draairichting
draaischakelaar	noun	is een schakelaar die tussen verschillende verbindingen kan schakelen doordat eraan gedraaid wordt
draaischakelaars	=	draaischakelaar
draaischakelaartje	=	draaischakelaar
draaischakelaartjes	=	draaischakelaar
draaischijf	noun	schijf die kan draaien
draaischijfje	=	draaischijf
draaischijfjes	=	draaischijf
draaischijfmotor	noun	viertaktmotor waarbij de kleppen zijn vervangen door een draaischijf
draaischijfmotoren	=	draaischijfmotor
draaischijfmotors	=	draaischijfmotor
draaischijfmotortje	=	draaischijfmotor
draaischijfmotortjes	=	draaischijfmotor
draaischijftoestel	noun	telefoon of ander apparaat waarop een draaischijf aanwezig is om keuzes te maken
draaischijftoestellen	=	draaischijftoestel
draaischijftoestelletje	=	draaischijftoestel
draaischijftoestelletjes	=	draaischijftoestel
draaischijven	=	draaischijf
draaislot	noun	een afsluitingsmechanisme dat men kan openen en sluiten door het ronddraaien van een passende sleutel
draaisloten	=	draaislot
draaisnelheden	=	draaisnelheid
draaisnelheid	noun	de snelheid waarmee iets ronddraait; de keren per minuut dat iets helemaal ronddraait; het aantal radialen per seconde dat een voorwerp ronddraait
draaispiegelas	noun	een puntsymmetrie waarvan de elementen bestaan uit de combinatie van een draaiing om een as en een spiegeling door een vlak loodrecht daarop
draaispiegelasje	=	draaispiegelas
draaispiegelasjes	=	draaispiegelas
draaispiegelassen	=	draaispiegelas
draaispil	noun	windas
draaispillen	=	draaispil
draaispilletje	=	draaispil
draaispilletjes	=	draaispil
draaispoelmeter	noun	een analoog elektrisch meetinstrument dat afhankelijk van de grootte van een aangelegde stroom door een spoel die in een magneetveld kan draaien een bepaalde wijzeruitslag geeft
draaispoelmeters	=	draaispoelmeter
draaispoelmetertje	=	draaispoelmeter
draaispoelmetertjes	=	draaispoelmeter
draaistoel	noun	zitmeubel voor één persoon, waarvan de zitting om een verticale as kan draaien vooral in gebruik in kantoren
draaistoelen	=	draaistoel
draaistoeltje	=	draaistoel
draaistoeltjes	=	draaistoel
draaistromen	=	draaistroom
draaistroom	noun	driefasige elektrische wisselstroom, waarvan de fasen 120 graden ten opzichte van elkaar zijn verschoven
draaistroommotor	noun	is meestal een driefasige elektromotor maar kan ook enkelfasig zijn.
draaistroommotoren	=	draaistroommotor
draaistroommotors	=	draaistroommotor
draaistroompje	=	draaistroom
draaistroompjes	=	draaistroom
draait	=	draaien
draaitafel	noun	platenspeler, grammofoon, pick-up
draaitafels	=	draaitafel
draaitafeltje	=	draaitafel
draaitafeltjes	=	draaitafel
draaitje	=	draai
draaitjes	=	draai
draaitol	noun	speelgoed dat op zijn punt kan draaien
draaitollen	=	draaitol
draaitrap	noun	een spiraalvormige trap
draaitrapje	=	draaitrap
draaitrapjes	=	draaitrap
draaitrappen	=	draaitrap
draaiuren	noun	tijdsduur waarin de productie doorgaat
draaiuur	noun	uur waarin een productie plaatvindt
draaiveld	noun	een ronddraaiend (magnetisch veld) b.v. in de statorholte van een wisselstroommotor. (meestal van constante grootte dat met constante hoeksnelheid om het middelpunt draait)
draaivelden	=	draaiveld
draaiveldje	=	draaiveld
draaiveldjes	=	draaiveld
draaiventiel	noun	deel van een blaasinstrument
draaiventielen	=	draaiventiel
draaiwerk	noun	apparaaat of mechaniek dat ervoor zorgt dat iets kan draaien
draaiwerken	=	draaiwerk
draaiziekte	noun	ziekte van hersenen en ruggenmerg bij schapen
draak	noun	afschrikwekkend fabeldier, voorgesteld als een gevleugeld, vuurspuwend reptielachtig wezen met spitse tong en lange staart
draakachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een draak
draakachtige	=	draakachtig
draakachtiger	=	draakachtig
draakachtigere	=	draakachtig
draakachtigers	=	draakachtig
draakachtigs	=	draakachtig
draakachtigst	=	draakachtig
draakachtigste	=	draakachtig
draakje	=	draak
draakjes	=	draak
draakvis	noun	vis uit een orde Chimaeriformes van kraakbeenvissen
draakvisachtigen	noun	een orde Stomiiformes van straalvinnige diepzeevissen.
draakvisje	=	draakvis
draakvisjes	=	draakvis
draakvissen	noun	een orde Chimaeriformes van kraakbeenvissen die de enige orde vormt van de onderklasse zeekatten of Holocephali (niet te verwarren met de inktvis-achtige zeekatten, die behoren tot de weekdieren, een heel andere stam).
draal	=	dralen
draalde	=	dralen
draalden	=	dralen
draalt	=	dralen
drab	noun	vaste deeltjes als vervuiling in een vloeistof
drabbe	noun	vaste deeltjes als vervuiling in een vloeistof
drabben	=	draven
drabbig	adj	met drab
drabbige	=	drabbig
drabbiger	=	drabbig
drabbigere	=	drabbig
drabbigers	=	drabbig
drabbigs	=	drabbig
drabbigst	=	drabbig
drabbigste	=	drabbig
drabje	=	drab
drabjes	=	drab
drachma	noun|obsolete	een oude gewichtsmaat ter grootte van ongeveer 3,9 gram
drachmaatje	=	drachma
drachmaatjes	=	drachma
drachmas	=	drachma
drachme	noun	Griekse munt
drachmen	=	drachme
drachmes	=	drachme
dracht	noun	kleding (die traditioneel in een streek gedragen wordt)
drachten	=	dracht
drachtig	adj	zwanger
drachtige	=	drachtig
drachtiger	=	drachtig
drachtigere	=	drachtig
drachtigers	=	drachtig
drachtigs	=	drachtig
drachtigst	=	drachtig
drachtigste	=	drachtig
drachtje	=	dracht
drachtjes	=	dracht
drachtpauze	noun	een periode waarin de hoeveelheid beschikbare nectar vermindert en het volk gedeeltelijk werkloos wordt
drachtpauzes	=	drachtpauze
drachtpauzetje	=	drachtpauze
drachtpauzetjes	=	drachtpauze
draconisch	adj	nietsontziend streng
draconische	=	draconisch
draconischer	=	draconisch
draconischere	=	draconisch
draconischers	=	draconisch
draden	=	draad
draderig	adj	de vorm van draadjes hebbend of vol draden zitten
draderige	=	draderig
draderiger	=	draderig
draderigere	=	draderig
draderigers	=	draderig
draderigs	=	draderig
draderigst	=	draderig
draderigste	=	draderig
dradu	noun	Coryphaena hippurus goudmakreel
dradu's	=	dradu
draey	=	dra
draf	noun	gang van paard, en andere viervoeters, sneller dan de stap maar langzamer dan de galop
draffen	=	draf
drafje	=	draf
drafjes	=	draf
drafsport	noun	een vorm van paardensport waarbij een paard een karretje (sulky) trekt waarop de pikeur zit
drafsporten	=	drafsport
drafsportje	=	drafsport
drafsportjes	=	drafsport
drag-and-drop	adj	functionaliteit waarmee men met een muisklik een programma of bestand kan selecteren en naar elders in het computersysteem kan verplaatsen
drage	=	dragen
dragee	noun	tablet (van een geneesmiddel) met een coating in de vorm van een suikerlaagje
dragees	=	dragee
drageetje	=	dragee
drageetjes	=	dragee
dragelijk	adj	van iets dat het niet leuk, maar toch ook niet rampzalig is
dragelijke	=	dragelijk
dragelijker	=	dragelijk
dragelijkere	=	dragelijk
dragelijkers	=	dragelijk
dragelijks	=	dragelijk
dragelijkst	=	dragelijk
dragelijkste	=	dragelijk
dragen	verb	al van de vloer houdend vervoeren
dragend	adj	van iets of iemand dat hij een belangrijke steun is
dragende	=	dragen
dragends	=	dragend
drager	noun	een persoon die (letterlijk) draagt
dragermateriaal	noun	materiaal waarop iets anders bevestigd, gesmeerd of gespoten kan worden; materiaal dat dient als ondergrond
dragermaterialen	=	dragermateriaal
dragers	=	drager
dragerschap	noun	een persoon die een ziekte kan overdragen zonder zelf ziek te zijn
dragerschappen	=	dragerschap
dragerschapstest	noun	onderzoek om te zien of men een erfelijke eigenschap heeft voor het krijgen van een ziekte zonder dat men daar zelf symptomen van heeft
dragerschapstesten	=	dragerschapstest
dragerschapstestje	=	dragerschapstest
dragerschapstestjes	=	dragerschapstest
dragerschapstests	=	dragerschapstest
dragertje	=	drager
dragertjes	=	drager
dragline	noun	verrijdbare graafmachine op rupsbanden waarbij het graven gebeurt met een over de grond slepende trekschop of trekemmer
draglines	=	dragline
dragoman	noun	een vertaler, tolk of gids die in de 18de en 19de eeuw in dienst was van het Ottomaanse Rijk en landen waar Arabisch, Turks en Perzisch gesproken werd
dragomannen	=	dragoman
dragon	noun	bepaald soort vaste plant Artemisia dracunculus uit de composietenfamilie (Asteraceae)
dragonazijn	noun	azijn gekruid met dragon
dragonazijnen	=	dragonazijn
dragonder	noun	lichte cavalerist met de bewapening van een infanterist
dragonderdooiermos	noun	een korstmossoort Xanthomendoza huculica uit de familie Teloschistaceae.
dragonderdooiermosje	=	dragonderdooiermos
dragonderdooiermosjes	=	dragonderdooiermos
dragonderdooiermossen	=	dragonderdooiermos
dragonders	=	dragonder
dragondertje	=	dragonder
dragoniet	noun	bergkristal, bergglas, kwarts, rotskristal
dragonnetje	=	dragon
dragons	=	dragon
dragqueen	noun	mannen die zich voor openbare optredens op glamoureuze wijze als vrouwen kleden
dragqueens	=	dragqueen
dragrace	noun	een tak van motor- en autosport waarbij twee coureurs vanuit stilstand tegen elkaar rijden over een korte afstand van meestal 1/4 (402 m) of 1/8 mijl (201 m)
dragracer	noun	motor of auto die speciaal geschikt is gemaakt voor korte sprintjes
dragracers	=	dragracer
dragraces	=	dragrace
dragracewedstrijd	noun	serie sprintjes met motoren of auto's waarbij de winnaar doorgaat naar een volgende ronde
dragracewedstrijden	=	dragracewedstrijd
drain	noun	ondergrondse afvoerbuis van waterdoorlatend materiaal die drassigheid tegengaat
drainage	noun	vochtafvoering
drainages	=	drainage
drainagesysteem	noun	serie voorzieningen die samen zorgen voor de afvoer van een teveel aan water
drainagesystemen	=	drainagesysteem
draineer	=	draineren
draineerbuis	noun	speciale waterdoorlatende afvoerbuis voor het verwijderen van overtollig water
draineerbuisje	=	draineerbuis
draineerbuisjes	=	draineerbuis
draineerbuizen	=	draineerbuis
draineerde	=	draineren
draineerden	=	draineren
draineert	=	draineren
drainere	=	draineren
draineren	verb	de afvloei van water bevorderen
drainerend	=	draineren
drainerende	=	draineren
drains	=	drain
draintje	=	drain
draintjes	=	drain
drainwater	noun	overvloedig water dat wegstroomt
drakar	noun	vikingschip
drakars	=	drakar
draken	=	draak
drakenbloed	noun	het bloed van een draak
drakenbloedbomen	=	drakenbloedboom
drakenbloedboom	noun	Dracaena draco een plant die van nature voorkomt op de Canarische eilanden, Kaapverdië en Madeira.
drakenbloedboompje	=	drakenbloedboom
drakenbloedboompjes	=	drakenbloedboom
drakendans	noun	een dans binnen de Chinese cultuur waarbij een rij van mensen een lange Chinese draak uitbeeldt
drakendansen	=	drakendans
drakenkop	noun	Gobioides broussonnetii een vis behorend tot de orde van de baarsachtigen
drakenkoppen	=	drakenkop
drakensbergprinia	noun	Prinia hypoxantha een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
drakensbergprinia's	=	drakensbergprinia
drakensbergpriniaatje	=	drakensbergprinia
drakensbergpriniaatjes	=	drakensbergprinia
drakenwortel	noun	Dracunculus vulgaris een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
drakenwortels	=	drakenwortel
drakenworteltje	=	drakenwortel
drakenworteltjes	=	drakenwortel
drakerig	adj	van iets dat het heel overdreven en lelijk is
drakerige	=	drakerig
drakeriger	=	drakerig
drakerigere	=	drakerig
drakerigers	=	drakerig
drakerigs	=	drakerig
drakerigst	=	drakerig
drakerigste	=	drakerig
drale	=	dralen
dralen	verb	besluiteloos tijd verdoen
dralend	=	dralen
dralende	=	dralen
draler	noun	iemand die twijfelt en treuzelt
dralers	=	draler
dram	noun	munteenheid officieel bekend als Armeense dram en die alleen daarom uniek naar Armenië verwijst omdat de naam 'dram' bij geen enkele andere valuta in de wereld gebruikt wordt
drama	noun	een droevige of aangrijpende gebeurtenis
drama's	=	drama
dramaatje	=	drama
dramaatjes	=	drama
dramademocratie	noun	politiek systeem waarin machthebbers hun legitimiteit ontlenen aan hun optreden in crisissituaties die door de media worden opgeblazen
dramademocratieën	=	dramademocratie
dramafilm	noun	speelfilm met de ontwikkeling van een drama tot onderwerp
dramafilmpje	=	dramafilm
dramafilmpjes	=	dramafilm
dramafilms	=	dramafilm
dramales	noun	een les waarin men leert toneelspelen
dramalessen	=	dramales
dramaproductie	noun	productie van een speciaal voor de televisie geschreven drama
dramaproducties	=	dramaproductie
dramaqueen	noun	iemand die zich vreselijk aanstelt; iemand die veel misbaar maakt
dramaqueens	=	dramaqueen
dramareeks	noun	serie rampzalige gebeurtenissen
dramareeksen	=	dramareeks
dramaserie	noun	een gedramatiseerde fictiereeks voor op televisie met menselijke relaties als onderwerp
dramaseries	=	dramaserie
dramatherapie	noun	psychotherapie waarbij toneelspelen als middel tot ontplooiing wordt gebruikt
dramatherapieën	=	dramatherapie
dramatici	=	dramaticus
dramaticus	noun	schrijver van drama's, toneelschrijver
dramatiek	noun	literair genre dat gebruikt wordt om toneelstukken, boeken, films, televisieprogramma's en andere vormen van fictie te karakteriseren waarin bepaalde persoonlijke ontwikkelingen van een of meer personages centraal staan
dramatisch	adj	op drama betrekking hebben
dramatische	=	dramatisch
dramatischer	=	dramatisch
dramatischere	=	dramatisch
dramatischers	=	dramatisch
dramatiseer	=	dramatiseren
dramatiseerde	=	dramatiseren
dramatiseerden	=	dramatiseren
dramatiseert	=	dramatiseren
dramatisere	=	dramatiseren
dramatiseren	verb	aan een gebeurtenis (op overdreven wijze) de vorm van een drama geven
dramatiserend	=	dramatiseren
dramatiserende	=	dramatiseren
dramatisering	noun	iets op een theatrale, overdreven, wijdlopige manier voorstellen of uitbeelden
dramatiseringen	=	dramatisering
dramatologen	=	dramatoloog
dramatologie	noun	wetenschap die de toneelkunst bestudeert
dramatoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de wetenschap die de toneelkunst bestudeert
dramatoloogje	=	dramatoloog
dramatoloogjes	=	dramatoloog
dramaturg	noun	toneelschrijver of toneelschrijfster
dramaturge	noun	vrouwelijke vorm van dramaturg
dramaturgen	=	dramaturg
dramaturges	=	dramaturge
dramaturgie	noun	de leer van de dramatische kunst
dramaturgisch	adj	met betrekking tot de dramaturgie
dramaturgische	=	dramaturgisch
dramaturgischer	=	dramaturgisch
dramaturgischere	=	dramaturgisch
dramaturgischers	=	dramaturgisch
dramaturgje	=	dramaturg
drambrander	noun	iemand die rum stookt uit suikerafval
drambranders	=	drambrander
drambuie	noun	bepaald soort Schotse likeur
drambuies	=	drambuie
dramde	=	drammen
dramden	=	drammen
dramme	=	drammen
drammen	verb	aandringen, aanhoudend zeuren, zaniken, zeiken, je zin proberen te krijgen op een vervelende manier
drammend	=	drammen
drammende	=	drammen
drammerig	adj	dwingerig
drammerige	=	drammerig
drammeriger	=	drammerig
drammerigere	=	drammerig
drammerigers	=	drammerig
drammerigheden	=	drammerigheid
drammerigheid	noun	de mate waarin iemand zijn mening wil doordrijven
drammerigs	=	drammerig
drammerigst	=	drammerig
drammerigste	=	drammerig
drams	=	dram
dramt	=	drammen
drang	noun	innerlijke neiging om iets te doen
drangen	=	drang
dranger	noun	van deurdranger
drangers	=	dranger
drangetje	=	drang
dranghek	noun	hek om publiek op afstand te houden
dranghekje	=	dranghek
dranghekjes	=	dranghek
dranghekken	=	dranghek
drangwater	noun	grondwater dat uit de bodem komt opborrelen
drank	noun	te drinken vloeistof om de dorst te lessen
drankautomaat	noun	apparaat waaruit men, na het inwerpen van voldoende geld, zelf flesjes (fris)drank kan pakken
drankautomaatje	=	drankautomaat
drankautomaatjes	=	drankautomaat
drankautomaten	=	drankautomaat
drankbestrijding	noun	alle activiteiten die beogen alcoholmisbruik tegen te gaan
drankbestrijdingen	=	drankbestrijding
drankbestrijdinkje	=	drankbestrijding
drankbestrijdinkjes	=	drankbestrijding
drankblik	noun	cilindervormige, luchtdichte metalen verpakking (meestal aluminium of vertind staal) die wordt gebruikt voor dranken zoals frisdrank en bier
drankblikje	=	drankblik
drankblikjes	=	drankblik
drankblikken	=	drankblik
drankcamera	noun	camera waarmee men kan controleren of er in een supermarkt alcoholische dranken aan jongeren worden verkocht
drankcamera's	=	drankcamera
drankcontainer	noun	opslagmiddel of vat dat wordt gebruikt om dranken, zoals water, koffie of frisdrank, in grote hoeveelheden te bewaren en te vervoeren
drankcontainers	=	drankcontainer
drankcontainertje	=	drankcontainer
drankcontainertjes	=	drankcontainer
dranken	=	drank
drankenautomaat	noun	apparaat waaruit men, na het inwerpen van voldoende geld, zelf flesjes (fris)drank kan pakken
drankenautomaten	=	drankenautomaat
drankenconcern	noun	bedrijf dat een samenvoeging is van meerdere bedrijven die (alcoholische) dranken produceren en verkopen
drankenconcerns	=	drankenconcern
drankendivisie	noun	deel van een bedrijf dat (alcoholische) dranken produceert
drankendivisies	=	drankendivisie
drankenfabrikant	noun	bedrijf dat (alcoholische) dranken produceert; persoon die (alcoholische) dranken produceert
drankenfabrikanten	=	drankenfabrikant
drankengigant	noun	zeer groot bedrijf dat (alcoholische) dranken produceert
drankengiganten	=	drankengigant
drankengroothandel	noun	bedrijf dat dranken koopt van drankenproducenten en deze weer verkoopt aan winkels
drankengroothandels	=	drankengroothandel
drankenhandel	noun	bedrijf dat dranken aan de eindgebruiker verkoopt
drankenhandels	=	drankenhandel
drankenindustrie	noun	bedrijfstak die op indutriele schaal (alcoholische) dranken produceert
drankenindustrieën	=	drankenindustrie
drankenkaart	noun	drukwerk waarop men kan lezen welke dranken men kan bestellen in een horecagelegenheid
drankenkaarten	=	drankenkaart
drankenpallet	noun	een pallet die standaard gebruikt wordt voor de opslag en vervoer van dranken
drankenpalletje	=	drankenpallet
drankenpalletjes	=	drankenpallet
drankenpallets	=	drankenpallet
drankenpalletten	=	drankenpallet
drankenproducent	noun	bedrijf dat dranken fabriceert; persoon die dranken fabriceert
drankenproducenten	=	drankenproducent
drankensector	noun	alle bedrijven die (alcoholische)drankjes produceren en verkopen
drankensectoren	=	drankensector
drankensectors	=	drankensector
drankenzaak	noun	winkel waar men alcoholische dranken verkoopt
drankenzaakje	=	drankenzaak
drankenzaakjes	=	drankenzaak
drankenzaken	=	drankenzaak
drankfles	noun	fles waarin een drinkbare vloeistof bewaart kan worden
drankflesje	=	drankfles
drankflesjes	=	drankfles
drankflessen	=	drankfles
drankgebruik	noun	het (overmatig veel) drinken van alcoholische dranken
drankgelag	noun	gebeuren waarbij mensen gemeenschappelijk veel of te veel alcohol gebruiken
drankgelagen	=	drankgelag
drankhandel	noun	bedrijf dat (alcoholische) dranken in- en verkoopt
drankhandelaar	noun	iemand die (sterke) drank mag verkopen
drankhandelaars	=	drankhandelaar
drankhandelaartje	=	drankhandelaar
drankhandelaartjes	=	drankhandelaar
drankhandelaren	=	drankhandelaar
drankhandels	=	drankhandel
drankhandeltje	=	drankhandel
drankhandeltjes	=	drankhandel
drankhangen	verb	in comfortabele kleren, bijvoorbeeld ondergoed, op de bank luieren met snacks en drank
drankhangend	=	drankhangen
drankhangende	=	drankhangen
drankhok	noun	een plek waar jongeren samenkomen voor gezelligheid en alcoholgebruik
drankhokje	=	drankhok
drankhokjes	=	drankhok
drankhokken	=	drankhok
drankhonk	noun	een plek waar jongeren samenkomen voor gezelligheid en alcoholgebruik
drankhonken	=	drankhonk
drankhonkje	=	drankhonk
drankhonkjes	=	drankhonk
drankje	noun	alleen verkleinwoord glaasje drank (die vaak het distillatieproduct van alcohol bevat)
drankjes	=	drank
drankkaart	noun	drukwerk waarop men kan lezen welke dranken men kan bestellen in een horecagelegenheid
drankkaarten	=	drankkaart
drankkarton	noun	verpakking voor vloeibare levensmiddelen gemaakt van gelamineerd papier
drankkartonnetje	=	drankkarton
drankkartonnetjes	=	drankkarton
drankkartons	=	drankkarton
drankkast	noun	een meubelstuk waarin wijn en andere sterke drank wordt bewaard
drankkasten	=	drankkast
drankkastje	=	drankkast
drankkastjes	=	drankkast
drankkeet	noun	niet-commerciële ruimte waar jongeren goedkoop alcohol kunnen nuttigen (voordat ze naar een uitgaansgelegenheid gaan)
drankketen	=	drankkeet
dranklokaal	noun	horecagelegenheid waar hoofdzakelijk alcoholische dranken worden geschonken voor directe consumptie ter plaatse
dranklokaaltje	=	dranklokaal
dranklokaaltjes	=	dranklokaal
dranklokalen	=	dranklokaal
dranklucht	noun	de geur van alcohol bevattende dranken
drankluchten	=	dranklucht
drankluchtje	=	dranklucht
drankluchtjes	=	dranklucht
drankmisbruik	noun	het gebruiken van alcohol op een manier die nadelig is voor de drinker of zijn omgeving
drankorgel	noun|informal	iemand die constant dronken is
drankorgels	=	drankorgel
drankorgeltje	=	drankorgel
drankorgeltjes	=	drankorgel
drankperiode	noun	levensfase met overmatig drankgebruik
drankperioden	=	drankperiode
drankperiodes	=	drankperiode
drankprobleem	noun	zoveel alcohol drinken dat er schade ontstaat voor jezelf of anderen
drankprobleempje	=	drankprobleem
drankprobleempjes	=	drankprobleem
drankproblemen	=	drankprobleem
drankreclame	noun	reclame voor (alcoholische) dranken; commerciële propaganda voor (alcoholische) dranken
drankreclames	=	drankreclame
dranksmokkelaar	noun	iemand die op illegale wijze alcoholhoudende drank over de grens brengt
dranksmokkelaars	=	dranksmokkelaar
dranksmokkelaartje	=	dranksmokkelaar
dranksmokkelaartjes	=	dranksmokkelaar
dranktafel	noun	een meubelstuk met poten, bedoeld om drankflessen op te zetten
dranktafels	=	dranktafel
dranktafeltje	=	dranktafel
dranktafeltjes	=	dranktafel
drankverbod	noun	een verbod op de verkoop en het gebruik van alcohol
drankverboden	=	drankverbod
drankverbruik	noun	de hoeveelheid (alcoholische) dranken die genuttigd worden
drankvergunning	noun	officiële toestemming om alcoholische dranken te verkopen
drankvergunningen	=	drankvergunning
drankverkoop	noun	het verkopen van alcoholische dranken aan consumenten
drankverkopen	=	drankverkoop
drankverpakking	noun	een omhulsel dat speciaal is ontworpen om vloeibare voedingsmiddelen (zoals water, frisdrank, melk, sap of alcohol) in te bewaren, te beschermen en te vervoeren.
drankverpakkingen	=	drankverpakking
drankverpakkinkje	=	drankverpakking
drankverpakkinkjes	=	drankverpakking
drankweercomiteetje	=	drankweercomité
drankweercomiteetjes	=	drankweercomité
drankweercomité	noun	groep mensen die probeert het gebruik van alcoholische dranken te beperken
drankweercomités	=	drankweercomité
drankwet	noun	wet die het gebruik en de verkoop van alcoholhoudende dranken reguleert
drankwetten	=	drankwet
drankwinkel	noun	een winkel waar men alcoholische dranken verkoopt
drankwinkels	=	drankwinkel
drankwinkeltje	=	drankwinkel
drankwinkeltjes	=	drankwinkel
drankzucht	noun	een ziekelijk verlangen naar alcoholische dranken
drankzuchtig	adj	aan alcohol verslaafd
drankzuchtige	=	drankzuchtig
drankzuchtiger	=	drankzuchtig
drankzuchtigere	=	drankzuchtig
drankzuchtigers	=	drankzuchtig
drankzuchtigs	=	drankzuchtig
drankzuchtigst	=	drankzuchtig
drankzuchtigste	=	drankzuchtig
drapage	noun	soort jurk
drapages	=	drapage
drapeer	=	draperen
drapeerde	=	draperen
drapeerden	=	draperen
drapeert	=	draperen
drapere	=	draperen
draperen	verb	iets mooi ergens omheen of overheen leggen
draperend	=	draperen
draperende	=	draperen
draperie	noun	hangende stoffen die dienen als versiering
draperieken	=	draperie
draperietje	=	draperie
draperietjes	=	draperie
draperieën	=	draperie
drapering	noun	een stof die men om en over een voorwerp legt als versiering
draperingen	=	drapering
dras	adj	moerassig, zompig
drasj	noun	homiletische, verhalende uitleg van een Bijbeltekst
drasja	noun	predikatie
drasjot	=	drasja
drasland	noun	moerassig of kwelderachtig gebied
draslanden	=	drasland
draslandje	=	drasland
drasse	=	dras
drasser	=	dras
drassere	=	dras
drassers	=	dras
drassig	adj	eigenschap van grond: slap en vochtig dus moerassig
drassige	=	drassig
drassiger	=	drassig
drassigere	=	drassig
drassigers	=	drassig
drassigs	=	drassig
drassigst	=	drassig
drassigste	=	drassig
drast	=	dras
draste	=	dras
drastisch	adj	doelgericht zeer ingrijpend
drastische	=	drastisch
drastischer	=	drastisch
drastischere	=	drastisch
drastischers	=	drastisch
drave	=	draven
draven	verb	in draf gaan
dravend	=	draven
dravende	=	draven
draver	noun	paard dat kan draven in een draverij
draverij	noun	een wedstrijd met paarden in draf voor een wagentje
draverijen	=	draverij
draverijtje	=	draverij
draverijtjes	=	draverij
dravers	=	draver
dravertje	=	draver
dravertjes	=	draver
dravik	noun	naam voor grassen uit het geslacht Bromus uit de grassenfamilie (Poaceae)
draviken	=	dravik
dravikje	=	dravik
dravikjes	=	dravik
draw	noun	onbeslist geëindigde wedstrijd
drawback	noun	nadelige omstandigheid
drawbacks	=	drawback
draws	=	draw
dread	noun	draad
dreadlock	noun	dikke streng van vervilte, samengevlochten haren (als onderdeel van een kapsel dat uit zulke strengen bestaat), vooral bij rastafari's
dreadlockje	=	dreadlock
dreadlocks	noun	kapsel dat bestaat uit bundels vervilt haar, dat op een natuurlijke wijze kan ontstaan wanneer krullend haar gedurende enige tijd niet wordt gekamd
dreads	noun	bundels vervilt krullend haar
dreamteam	noun	hele goede ploeg met alleen maar supersterren
dreamteams	=	dreamteam
drecheer	=	drecheren
drecheerde	=	drecheren
drecheerden	=	drecheren
drecheert	=	drecheren
drechere	=	drecheren
drecheren	verb	iets recht maken; repareren; iets weer goed maken
drecherend	=	drecheren
drecherende	=	drecheren
drecht	noun	overvaart, doorwaadbare plaats
drechten	=	drecht
dredging	noun	het verwijderen van zand, slib, afval en andere materialen van de bodem van waterwegen (rivieren, havens, meren) met behulp van gespecialiseerde schepen (baggermolens).
dreef	noun	een weg waarlangs men vroeger een kudde vee van het dorp naar het open veld dreef
dreefje	=	dreef
dreefjes	=	dreef
dreeft	=	drijven
dreet	=	drijten
dreg	noun	driearmig werpanker of een lange stok met een haak om iemand of iets uit het water te halen
dregde	=	dreggen
dregden	=	dreggen
dregge	=	dreggen
dreggen	verb	met een baggerbeugel zoeken naar drenkelingen of zaken die in het water gevallen zijn
dreggend	=	dreggen
dreggende	=	dreggen
dregje	=	dreg
dregjes	=	dreg
dregt	=	dreggen
dreidel	noun	een vierzijdig tolletje waarmee tegenwoordig vooral kinderen spelen.
dreidels	=	dreidel
dreideltje	=	dreidel
dreideltjes	=	dreidel
dreig	=	dreigen
dreigbrief	noun	brief waarin een persoon, doorgaans de geadresseerde, wordt bedreigd.
dreigbriefje	=	dreigbrief
dreigbriefjes	=	dreigbrief
dreigbrieven	=	dreigbrief
dreigculturen	=	dreigcultuur
dreigcultuur	noun	cultuur waarin men vaak dreigementen uit naar andersdenkenden
dreigcultuurtje	=	dreigcultuur
dreigcultuurtjes	=	dreigcultuur
dreigde	=	dreigen
dreigden	=	dreigen
dreige	=	dreigen
dreigement	noun	woorden waarmee je iemand bang probeert te maken om een gewenst doel te bereiken
dreigementen	=	dreigement
dreigementje	=	dreigement
dreigementjes	=	dreigement
dreigen	verb	een bestraffende handeling in het vooruitzicht stellen
dreigend	adj	angst oproepend voor iets dat gaat gebeuren
dreigende	=	dreigend
dreigender	=	dreigend
dreigendere	=	dreigend
dreigenders	=	dreigend
dreigends	=	dreigend
dreigendst	=	dreigend
dreigendste	=	dreigend
dreiger	noun	iemand die ergens mee dreigt
dreigers	=	dreiger
dreigertje	=	dreiger
dreigertjes	=	dreiger
dreiggedrag	noun	een aanvallende verdedigingshouding die dieren tonen bij een confrontatie met een vijand of concurrent
dreighen	=	dreigen
dreiging	noun	een vervelende gebeurtenis die in het vooruitzicht is gesteld
dreigingen	=	dreiging
dreigingsanalyse	noun	beoordeling van de gevaren die iets of iemand bedreigen
dreigingsanalysen	=	dreigingsanalyse
dreigingsanalyses	=	dreigingsanalyse
dreigingsbeeld	noun	inschatting van het gevaar (van terrorisme) dat dreigt
dreigingsbeelden	=	dreigingsbeeld
dreigingsniveau	noun	een schaal om aan te geven hoe groot de kans is op een gevaarlijke situatie
dreigingsniveaus	=	dreigingsniveau
dreiginkje	=	dreiging
dreiginkjes	=	dreiging
dreigmail	noun	een e-mail waarin een persoon of organisatie een bedreiging ontvangt
dreigmails	=	dreigmail
dreigmailtje	=	dreigmail
dreigmailtjes	=	dreigmail
dreigmiddel	noun	zaak waarmee men een ander kan bedreigen
dreigmiddelen	=	dreigmiddel
dreigt	=	dreigen
dreigtelefoontje	noun	kort telefoongesprek waarin een bedreiging wordt geuit
dreigtelefoontjes	=	dreigtelefoontje
dreijgen	=	dreigen
dreijghen	=	dreigen
drein	=	dreinen
dreinde	=	dreinen
dreinden	=	dreinen
dreine	=	dreinen
dreinen	verb	zeurderig huilen
dreinend	=	dreinen
dreinende	=	dreinen
dreinerig	adj	op een plagende manier
dreinerige	=	dreinerig
dreineriger	=	dreinerig
dreinerigere	=	dreinerig
dreinerigers	=	dreinerig
dreinerigs	=	dreinerig
dreinerigst	=	dreinerig
dreinerigste	=	dreinerig
dreint	=	dreinen
drejdel	noun	draaitolletje waarmee spelletjes worden gespeeld op Chanoeka
drejdels	=	drejdel
drek	noun	mest, uitwerpselen, viezigheid
drekje	=	drek
drekjes	=	drek
drekkerig	adj	heel erg modderig, met veel afval
drekkerige	=	drekkerig
drekkeriger	=	drekkerig
drekkerigere	=	drekkerig
drekkerigers	=	drekkerig
drekkerigs	=	drekkerig
drekkerigst	=	drekkerig
drekkerigste	=	drekkerig
drekkig	adj	vui, smerig, van lage kwaliteit, lijkend op stront
drekkige	=	drekkig
drekkiger	=	drekkig
drekkigere	=	drekkig
drekkigers	=	drekkig
drekkigs	=	drekkig
drekkigst	=	drekkig
drekkigste	=	drekkig
drekvlieg	noun	insect uit de familie Scathophagidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
drekvliegen	noun	Scathophagidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
drekvliegje	=	drekvlieg
drekvliegjes	=	drekvlieg
dremmen	verb|obsolete	pogen om iets te snel te doen of gedaan te krijgen
dremmend	=	dremmen
dremmende	=	dremmen
drempel	noun	onderdorpel van een kozijn
drempelbedrag	noun	laagste of hoogste hoeveelheid geld waarbij een regeling nog geldig is; grenswaarde betreffende inkomen of vermogen
drempelbedragen	=	drempelbedrag
drempelbedragje	=	drempelbedrag
drempelbedragjes	=	drempelbedrag
drempelkost	noun|obsolete	uitgaven die een onderneming minimaal moet doen voordat zij inkomsten gaat krijgen
drempelkosten	noun	uitgaven die een onderneming minimaal moet doen voordat zij inkomsten gaat krijgen
drempelloos	adj	zonder een drempel
drempelloost	=	drempelloos
drempellooste	=	drempelloos
drempelloze	=	drempelloos
drempellozer	=	drempelloos
drempellozere	=	drempelloos
drempellozers	=	drempelloos
drempels	=	drempel
drempeltje	=	drempel
drempeltjes	=	drempel
drempelverhogend	adj	van iets dat het ervoor zorgt dat men ergens minder gemakkelijk gebruik van maakt
drempelverhogende	=	drempelverhogend
drempelverhogender	=	drempelverhogend
drempelverhogendere	=	drempelverhogend
drempelverhogenders	=	drempelverhogend
drempelverhogends	=	drempelverhogend
drempelverhogendst	=	drempelverhogend
drempelverhogendste	=	drempelverhogend
drempelverlagend	adj	weerstanden en obstakels wegnemend
drempelverlagende	=	drempelverlagend
drempelverlagender	=	drempelverlagend
drempelverlagendere	=	drempelverlagend
drempelverlagenders	=	drempelverlagend
drempelverlagends	=	drempelverlagend
drempelverlagendst	=	drempelverlagend
drempelverlagendste	=	drempelverlagend
drempelverlaging	noun	betekent in algemene zin het toegankelijker of makkelijker maken van iets door belemmeringen, eisen of drempels weg te nemen.
drempelverlagingen	=	drempelverlaging
drempelverlaginkje	=	drempelverlaging
drempelverlaginkjes	=	drempelverlaging
drempelvrees	noun	aarzeling, angst om ergens binnen te gaan of iets te ondernemen
drempelwaarde	noun	laagste waarde waarop een bepaalde reactie volgt; waarde die een boven- of ondergrens aangeeft
drempelwaarden	=	drempelwaarde
drempelwaardes	=	drempelwaarde
drenk	=	drenken
drenkbak	noun	bak waaruit het vee kan drinken
drenkbakje	=	drenkbak
drenkbakjes	=	drenkbak
drenkbakken	=	drenkbak
drenke	=	drenken
drenkeling	noun	iemand die te water geraakt en dreigt te verdrinken
drenkelinge	noun	vrouw die dreigt te verdrinken of als verdronken is
drenkelingen	=	drenkeling
drenkelingendetectiesysteem	noun	systeem in zwembaden om de aanwezigheid van drenkelingen te detecteren
drenkelingendetectiesystemen	=	drenkelingendetectiesysteem
drenkelinges	=	drenkelinge
drenkelingetje	=	drenkeling
drenkelingetjes	=	drenkeling
drenken	verb	laten doortrekken met een vloeistof
drenkend	=	drenken
drenkende	=	drenken
drenkplaats	noun	geschikte plek om rijdieren of vee te laten drinken
drenkplaatsen	=	drenkplaats
drenkt	=	drenken
drenkte	=	drenken
drenkten	=	drenken
drens	=	drenzen
drensde	=	drenzen
drensden	=	drenzen
drenst	=	drenzen
drent	noun	een inwoner van Drenthe, of iemand afkomstig uit Drenthe
drentel	=	drentelen
drentelde	=	drentelen
drentelden	=	drentelen
drentele	=	drentelen
drentelen	verb	langzaam, aarzelend en doelloos rondlopen
drentelend	=	drentelen
drentelende	=	drentelen
drentelt	=	drentelen
drenten	=	drent
drentenaar	noun	een inwoner van Drenthe, of iemand afkomstig uit Drenthe
drentenaars	=	drentenaar
drentenaartje	=	drentenaar
drentenaartjes	=	drentenaar
drentenaren	=	drentenaar
drentenier	=	drentenieren
drentenierde	=	drentenieren
drentenierden	=	drentenieren
drenteniere	=	drentenieren
drentenieren	verb	na beëindiging van de loopbaan op het platteland gaan wonen, al dan niet in Drenthe
drentenierend	=	drentenieren
drentenierende	=	drentenieren
drenteniert	=	drentenieren
drenth	=	drent
drentje	=	drent
drentjes	=	drent
drents	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Drenthe
drentsch	=	drents
drentse	noun	een inwoonster van Drenthe, of een vrouw afkomstig uit Drenthe
drentsen	=	drentse
drentser	=	drents
drentsere	=	drents
drentsers	=	drents
drentst	=	drents
drentste	=	drents
drenze	=	drenzen
drenzen	verb	aanhoudend huilerig zeuren
drenzend	=	drenzen
drenzende	=	drenzen
drenzerig	adj	geneigd tot drenzen
drenzerige	=	drenzerig
drenzeriger	=	drenzerig
drenzerigere	=	drenzerig
drenzerigers	=	drenzerig
drenzerigs	=	drenzerig
drenzerigst	=	drenzerig
drenzerigste	=	drenzerig
dreps	noun	bepaalde eenjarige of tweejarige plant, Bromus secalinus die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae) De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen.
drerrie	noun	aanspreekvorm voor een jonge, mannelijke vriend
drerries	=	drerrie
drerrietje	=	drerrie
dressboy	noun	standaard waarop men zonder kreuken een mannenpak kan hangen
dressboys	=	dressboy
dresscode	noun	sociale code die aangeeft elke soort kleding geschikt is
dresscodes	=	dresscode
dresseer	=	dresseren
dresseerde	=	dresseren
dresseerden	=	dresseren
dresseerhamer	noun	hamer om af te werken
dresseerhamers	=	dresseerhamer
dresseerhamertje	=	dresseerhamer
dresseerhamertjes	=	dresseerhamer
dresseerlijn	noun	lijn waaraan men dieren bij het dresseren vasthoudt
dresseerlijnen	=	dresseerlijn
dresseerlijntje	=	dresseerlijn
dresseerlijntjes	=	dresseerlijn
dresseerplank	noun	plank om zetsel te dresseren (recht maken, gelijk maken)
dresseerplanken	=	dresseerplank
dresseert	=	dresseren
dressere	=	dresseren
dresseren	verb	dieren africhten, kunstjes leren, tot gehoorzaamheid dwingen
dresserend	=	dresseren
dresserende	=	dresseren
dresseur	noun	iemand die dresseert (dieren africht, voor aflevering opmaakt)
dresseurs	=	dresseur
dresseurtje	=	dresseur
dresseurtjes	=	dresseur
dresseuse	noun	vrouwelijke vorm van dresseur
dresseuses	=	dresseuse
dresseusetje	=	dresseuse
dresseusetjes	=	dresseuse
dressing	noun	een soort saus, die meestal bestaat uit een combinatie van olie, water, citroensap of azijn en kruiden; saus, slasaus, vinaigrette
dressings	=	dressing
dressinkje	=	dressing
dressinkjes	=	dressing
dresskini	noun	jurkachtige badkleding voor vrouwen
dresskini's	=	dresskini
dresskinietje	=	dresskini
dresskinietjes	=	dresskini
dressman	noun	man die kleding showt tijdens een modeshow
dressmannen	=	dressman
dressoir	noun	lage brede kast [1], meestal met lades, die doorgaans in de woonkamer tegen de muur wordt geplaatst
dressoirs	=	dressoir
dressoirtje	=	dressoir
dressoirtjes	=	dressoir
dressuren	=	dressuur
dressuur	noun	het africhten.
dressuuramazone	noun	een vrouwelijke ruiter die haar paard zo goed heeft afgericht dat het precies de kunstige figuren rijdt die zij wil
dressuuramazones	=	dressuuramazone
dressuurpaard	noun	paard dat zo is afgericht dat het heel precies bepaalde figuren kan rijden
dressuurpaarden	=	dressuurpaard
dressuurpaardje	=	dressuurpaard
dressuurpaardjes	=	dressuurpaard
dressuurproef	noun	optreden van een dressuurpaard en dressuurruiter tijdens een dressuurwedstrijd waarbij men speciale kunstzinnige figuren rijdt
dressuurproeven	=	dressuurproef
dressuurruiter	noun	een ruiter die zijn paard zo goed heeft afgericht dat het precies de kunstige figuren rijdt die hij wil
dressuurruiters	=	dressuurruiter
dressuurruitertje	=	dressuurruiter
dressuurruitertjes	=	dressuurruiter
dressuursport	noun	hippische sport waarbij een ruiter een paard kuntige figuren laat rijden
dressuursporten	=	dressuursport
drete	=	drijten
dreten	=	drijten
drets	=	dretsen
dretse	=	dretsen
dretsen	verb	spatten, rondvliegen
dretsend	=	dretsen
dretsende	=	dretsen
dretst	=	dretsen
dretste	=	dretsen
dretsten	=	dretsen
dreum	noun	een onregelmatigheid aan een draad, waarschijnlijk een afhangende vezel
dreumel	noun	stuk touw
dreumels	=	dreumel
dreumeltje	=	dreumel
dreumeltjes	=	dreumel
dreumen	=	dreum
dreumes	noun	een klein kind in de leeftijdscategorie tussen een baby en een kleuter in
dreumesen	=	dreumes
dreumesje	=	dreumes
dreumesjes	=	dreumes
dreun	noun	een luid laag geluid
dreunde	=	dreunen
dreunden	=	dreunen
dreune	=	dreunen
dreunen	verb	hard geluid
dreunend	adj	hevig kloppend
dreunende	=	dreunen
dreunender	=	dreunend
dreunendere	=	dreunend
dreunenders	=	dreunend
dreunends	=	dreunend
dreunendst	=	dreunend
dreunendste	=	dreunend
dreunt	=	dreunen
dreuntje	=	dreun
dreuntjes	=	dreun
dreutel	noun	klein kind
dreutelde	=	dreutelen
dreutelden	=	dreutelen
dreutele	=	dreutelen
dreutelen	verb	te langzaam, zonder richting voortgaan
dreutelend	=	dreutelen
dreutelende	=	dreutelen
dreutels	=	dreutel
dreutelt	=	dreutelen
dreuteltje	=	dreutel
dreuteltjes	=	dreutel
dreuzel	noun	iemand die niet kan toveren en ook niet weet dat magie bestaat in de boeken en films van Harry Potter.
dreuzels	=	dreuzel
dreuzeltje	=	dreuzel
dreuzeltjes	=	dreuzel
dreve	=	drijven
drevel	noun	een stalen pen met holle punt die gebruikt wordt om draadnagels (spijkers) iets in het hout te verzinken
drevelde	=	drevelen
drevelden	=	drevelen
drevele	=	drevelen
drevelen	verb	met kleine snelle pasjes lopen
drevelend	=	drevelen
drevelende	=	drevelen
drevels	=	drevel
drevelt	=	drevelen
dreveltje	=	drevel
dreveltjes	=	drevel
dreven	=	drijven
dreygen	=	dreigen
dreyghen	=	dreigen
dribbel	noun	beweging waarbij men, lopend, de bal bij zich houdt
dribbelaar	noun	een voetballer die meerdere tegenstanders kan passeren zonder de bal over te spelen naar medespelers
dribbelaars	=	dribbelaar
dribbelaartje	=	dribbelaar
dribbelaartjes	=	dribbelaar
dribbelde	=	dribbelen
dribbelden	=	dribbelen
dribbele	=	dribbelen
dribbelen	verb	met kleine passen lopen
dribbelend	=	dribbelen
dribbelende	=	dribbelen
dribbels	=	dribbel
dribbelt	=	dribbelen
dribbeltje	=	dribbel
dribbeltjes	=	dribbel
drie	num	"3", het getal tussen twee en vier	noun	het cijfer 3
drie-eenheden	=	drie-eenheid
drie-eenheid	noun	drie zaken of personen samen als ondeelbaar geheel voorgesteld
drie-enig	adj	drie en tevens een
drie-enige	=	drie-enig
drie-enigheden	=	drie-enigheid
drie-enigheid	noun	het drie-enig zijn, de eenheid van drie onderdelen
drie-enigs	=	drie-enig
drie-in-de-pan	noun	kleine pannenkoekjes (met krenten of rozijnen), met drie tegelijk gebakken
drie-in-de-pannen	=	drie-in-de-pan
drie-in-de-pannetje	=	drie-in-de-pan
drie-in-de-pannetjes	=	drie-in-de-pan
drie-urenbloem	noun	Hibiscus trionum een 10-60 cm hoge, kruipende tot rechtopstaande eenjarige plant met borstelig behaarde twijgen.
drie-urenbloemen	=	drie-urenbloem
drie-urenbloemetje	=	drie-urenbloem
drie-urenbloemetjes	=	drie-urenbloem
drie-urenbloempje	=	drie-urenbloem
drie-urenbloempjes	=	drie-urenbloem
driearmig	adj	drie armen hebbend
driearmige	=	driearmig
driearmigs	=	driearmig
drieatomig	adj	bestaande uit drie atomen
drieatomige	=	drieatomig
drieatomigs	=	drieatomig
driebaansweg	noun	weg met drie rijstroken per rijrichting
driebaanswegen	=	driebaansweg
driebak	noun	een versnellingsbak met vier versnellingen
driebakken	=	driebak
driebandanemoonvis	noun	Amphiprion ocellaris een tropische zoutwatervis die voorkomt bij koraalriffen en boven zandgrond van 1 tot 18 meter diepte.
driebandanemoonvisje	=	driebandanemoonvis
driebandanemoonvisjes	=	driebandanemoonvis
driebandanemoonvissen	=	driebandanemoonvis
driebanddoradito	noun	Pseudocolopteryx dinelliana een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
driebanddoradito's	=	driebanddoradito
driebanddoraditootje	=	driebanddoradito
driebanddoraditootjes	=	driebanddoradito
driebanden	verb	spelen van het biljartspel waarbij men pas scoort indien met de gespeelde bal minstens driemaal een band is geraakt voordat deze de tweede aanspeelbal raakt	noun	biljartspel waarbij men pas scoort indien met de gespeelde bal minstens driemaal een band is geraakt voordat deze de tweede aanspeelbal raakt
driebandende	=	driebanden
driebandgordeldier	noun	Tolypeutes tricinctus buideldier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
driebandgordeldieren	=	driebandgordeldier
driebandgordeldiertje	=	driebandgordeldier
driebandgordeldiertjes	=	driebandgordeldier
driebandkever	noun	Trogoderma angustum een keversoort uit de familie spektorren (Dermestidae).
driebandkevers	=	driebandkever
driebandkevertje	=	driebandkever
driebandkevertjes	=	driebandkever
driebandkoraalvlinder	noun	Chaetodon trifasciatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van koraalvlinders (Chaetodontidae).
driebandkoraalvlinders	=	driebandkoraalvlinder
driebandkoraalvlindertje	=	driebandkoraalvlinder
driebandkoraalvlindertjes	=	driebandkoraalvlinder
driebandplevier	noun	Charadrius tricollaris een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
driebandplevieren	=	driebandplevier
driebandpleviertje	=	driebandplevier
driebandpleviertjes	=	driebandplevier
driebandrenvogel	noun	Rhinoptilus cinctus een vogel uit de familie Glareolidae (renvogels en vorkstaartplevieren).
driebandrenvogels	=	driebandrenvogel
driebandrenvogeltje	=	driebandrenvogel
driebandrenvogeltjes	=	driebandrenvogel
driebandtijger	noun	Nephrotoma crocata een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
driebandtijgers	=	driebandtijger
driebandtijgertje	=	driebandtijger
driebandtijgertjes	=	driebandtijger
driebandzanger	noun	Basileuterus trifasciatus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
driebandzangers	=	driebandzanger
driebandzangertje	=	driebandzanger
driebandzangertjes	=	driebandzanger
driebenig	adj	met drie benen
driebenige	=	driebenig
driebenigs	=	driebenig
drieblaadje	=	drieblad
drieblaadjes	=	drieblad
drieblad	noun	een bepaalde vorm in maaswerk waarbij drie overlappende cirkels met ieder een spitsbogig einde in een driehoek gelegen zijn en open zijn aan de kant waar ze elkaar raken
driebladen	=	drieblad
driebladvaleriaan	noun	Valeriana officinalis een kruidachtige soort uit het geslacht valeriaan (Valeriana).
driebladvaleriaantje	=	driebladvaleriaan
driebladvaleriaantjes	=	driebladvaleriaan
driebladvalerianen	=	driebladvaleriaan
driebladvetkruid	noun	Sedum sarmentosum een vaste plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae)
driebladvetkruiden	=	driebladvetkruid
driebladvetkruidje	=	driebladvetkruid
driebladvetkruidjes	=	driebladvetkruid
driebladvleermuis	noun	Triaenops persicus vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Oude Wereld (Hipposideridae).
driebladvleermuisje	=	driebladvleermuis
driebladvleermuisjes	=	driebladvleermuis
driebladvleermuizen	=	driebladvleermuis
driecijferig	adj	van een getal dat het bestaat uit drie cijfers
driecijferige	=	driecijferig
driecijferigs	=	driecijferig
driecilinder	noun	een motor of voertuig met driecilinders
driecilinders	=	driecilinder
driecilindertje	=	driecilinder
driedaags	adj	dat iets wat drie dagen duurt
driedaagse	=	driedaags
driedekker	noun	vliegtuig met drie vleugels
driedekkers	=	driedekker
driedekkertje	=	driedekker
driedekkertjes	=	driedekker
driedelig	adj	bestaande uit drie onderdelen
driedelige	=	driedelig
driedeligs	=	driedelig
driedeling	noun	verdeling in drie categorieën
driedelingen	=	driedeling
driedeur	noun	auto met drie deuren, namelijk twee aan de zijkanten en een tot aan het dak doorlopende achterklep die 'derde deur' wordt genoemd
driedeurs	adj	met drie deuren	noun	voertuig met twee portieren en een achterklep
driedik	adj	met drie lagen
driedikke	=	driedik
driediks	=	driedik
driedimensionaal	adj	met drie afmetingen, hoogte, breedte en diepte
driedimensionaals	=	driedimensionaal
driedimensionaalst	=	driedimensionaal
driedimensionaalste	=	driedimensionaal
driedimensionale	=	driedimensionaal
driedimensionaler	=	driedimensionaal
driedimensionalere	=	driedimensionaal
driedimensionalers	=	driedimensionaal
driedimensionaliteit	noun	het hebben van een ruimtelijke struktuur
driedimensionaliteiten	=	driedimensionaliteit
driedimensioneel	adj	hoogte, breedte en diepte hebbend
driedimensioneels	=	driedimensioneel
driedimensioneelst	=	driedimensioneel
driedimensioneelste	=	driedimensioneel
driedimensionele	=	driedimensioneel
driedimensioneler	=	driedimensioneel
driedimensionelere	=	driedimensioneel
driedimensionelers	=	driedimensioneel
driedistel	noun	Carlina vulgaris een monocarpische, tweejarige plant die behoort tot de composietenfamilie Asteraceae
driedistelkaartmot	noun	Agonopterix nanatella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
driedistelkaartmotje	=	driedistelkaartmot
driedistelkaartmotjes	=	driedistelkaartmot
driedistelkaartmotten	=	driedistelkaartmot
driedistelpalpmot	noun	Metzneria aestivella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
driedistelpalpmotje	=	driedistelpalpmot
driedistelpalpmotjes	=	driedistelpalpmot
driedistelpalpmotten	=	driedistelpalpmot
driedistels	=	driedistel
driedisteltje	=	driedistel
driedisteltjes	=	driedistel
driedubbel	adj	in drievoud (dus niet driemaal dubbel = zesvoud)
driedubbele	=	driedubbel
driedubbels	=	driedubbel
drieduizendste	adj	nummer drieduizend in een rij
driefasenspanning	noun	is elektrische energie in de vorm van drie gelijktijdig opgewekte wisselspanningen die ten opzichte van elkaar 120° in fase verschoven zijn
driefasenspanningen	=	driefasenspanning
driefasentransformator	noun	feitelijk drie gekoppelde transformatoren, waarvan de drie primaire en secundaire wikkelingen op één magnetiseerbare kern zijn aangebracht
driefasentransformatoren	=	driefasentransformator
driefasentransformators	=	driefasentransformator
driefasentransformatortje	=	driefasentransformator
driefasentransformatortjes	=	driefasentransformator
driefasig	adj	van wisselstroom: met drie fasen
driefasige	=	driefasig
driefasigs	=	driefasig
drieg	=	driegen
driegangendiner	noun	een avondmaaltijd met voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht
driegangendiners	=	driegangendiner
driegangendinertje	=	driegangendiner
driegangendinertjes	=	driegangendiner
driegangenmenu	noun	een avondmaaltijd waarbij men een voorgerecht, een hoofdgerecht en een nagerecht kan kiezen
driegangenmenu's	=	driegangenmenu
driegangenmenuutje	=	driegangenmenu
driegangenmenuutjes	=	driegangenmenu
driegde	=	driegen
driegden	=	driegen
driege	=	driegen
driegen	verb	met wijde steken vastnaaien
driegend	=	driegen
driegende	=	driegen
driegeneratievakantie	noun	vakantie waarin kinderen, ouders en grootouders samen op vakantie gaan
driegeneratievakanties	=	driegeneratievakantie
driegeslacht	noun	drie levende personen die van hetzelfde geslacht zijn en in rechte lijn van elkaar afstammen, en daarmee van drie generaties zijn
driegeslachten	=	driegeslacht
driegesprek	noun	overleg tussen drie partijen
driegesprekje	=	driegesprek
driegesprekjes	=	driegesprek
driegesprekken	=	driegesprek
driegestreept	adj	aanduiding voor het octaaf tussen 1046 en 1976 Hz, waarbinnen de frequentie van de A precies 1760 Hz is en dat de hoogste noten bevat die een sopraan kan zingen
driegestreepte	=	driegestreept
driegestreepts	=	driegestreept
driegt	=	driegen
driehoek	noun	tweedimensionale geometrische vorm, bestaande uit 3 hoeken en 3 zijden
driehoeken	=	driehoek
driehoekhangmatspin	noun	Saaristoa firma een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
driehoekhangmatspinnen	=	driehoekhangmatspin
driehoekhangmatspinnetje	=	driehoekhangmatspin
driehoekhangmatspinnetjes	=	driehoekhangmatspin
driehoekig	adj	de vorm van een driehoek hebbend
driehoekige	=	driehoekig
driehoekiger	=	driehoekig
driehoekigere	=	driehoekig
driehoekigers	=	driehoekig
driehoekigs	=	driehoekig
driehoekigst	=	driehoekig
driehoekigste	=	driehoekig
driehoekje	=	driehoek
driehoekjes	=	driehoek
driehoekkapoentje	noun	Scymnus interruptus een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
driehoekkapoentjes	=	driehoekkapoentje
driehoekselfje	noun	Meligramma triangulifera een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
driehoekselfjes	=	driehoekselfje
driehoeksmeting	noun	meetmethode die gebruikmaakt van het feit dat een driehoek volledig bepaald is als één zijde (de basis) en de aanliggende hoeken bekend zijn
driehoeksmetingen	=	driehoeksmeting
driehoeksmossel	noun	kleine tweekleppige zoetwaterschelp, oorspronkelijk uit het bekken van de Kaspische Zee, Dreissena polymorpha
driehoeksmosselen	=	driehoeksmossel
driehoeksmossels	=	driehoeksmossel
driehoeksmosseltje	=	driehoeksmossel
driehoeksmosseltjes	=	driehoeksmossel
driehoeksoverleg	noun	overleg waar drie partijen bij betrokken zijn; met name het overleg tussen de burgemeester, hoofd van de politie en hoofdofficier van justitie bij problemen die de openbare orde betreffen
driehoeksoverleggen	=	driehoeksoverleg
driehoeksrelatie	noun	een liefdesrelatie met drie partners
driehoeksrelaties	=	driehoeksrelatie
driehoekstoernooi	noun	toernooi waar men een halve competitie speelt met drie teams
driehoekstoernooien	=	driehoekstoernooi
driehoekstornooi	noun	toernooi waar men een halve competitie speelt met drie teams
driehoekstornooien	=	driehoekstornooi
driehoeksvaren	noun	een geslacht Gymnocarpium van zeven soorten varens uit de familie Cystopteridaceae, waarvan er drie in Europa voorkomen.
driehoeksvarens	=	driehoeksvaren
driehoeksvarentje	=	driehoeksvaren
driehoeksvarentjes	=	driehoeksvaren
driehoeksverhouding	noun	verhouding waarbij drie mensen zijn betrokken
driehoeksverhoudingen	=	driehoeksverhouding
driehoeksverhoudinkje	=	driehoeksverhouding
driehoeksverhoudinkjes	=	driehoeksverhouding
driehoekswebspin	noun	Hyptiotes paradoxus een spinnensoort uit de familie wielwebkaardespinnen.
driehoekswebspinnen	=	driehoekswebspin
driehoekswebspinnetje	=	driehoekswebspin
driehoekswebspinnetjes	=	driehoekswebspin
driehoekuil	noun	Xestia triangulum een nachtvlinder die behoort tot de Uilvlinders en komt in heel Europa voor
driehoekuilen	=	driehoekuil
driehoekuiltje	=	driehoekuil
driehoekuiltjes	=	driehoekuil
driehonderd	num	"300", het getal tussen tweehonderdnegenennegentig en driehonderdeen, drie maal honderd	noun	dat wat in een (rang)ordening met 300 is aangeduid
driehonderdacht	num	"308", het getal tussen driehonderdzeven en driehonderdnegen, driehonderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 308 is aangeduid
driehonderdachten	=	driehonderdacht
driehonderdachtendertig	num	"338", het getal tussen driehonderdzevenendertig en driehonderdnegenendertig, driehonderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 338 is aangeduid
driehonderdachtendertigje	=	driehonderdachtendertig
driehonderdachtendertigjes	=	driehonderdachtendertig
driehonderdachtendertigs	=	driehonderdachtendertig
driehonderdachtennegentig	num	"398", het getal tussen driehonderdzevenennegentig en driehonderdnegenennegentig, driehonderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 398 is aangeduid
driehonderdachtennegentigje	=	driehonderdachtennegentig
driehonderdachtennegentigjes	=	driehonderdachtennegentig
driehonderdachtennegentigs	=	driehonderdachtennegentig
driehonderdachtentachtig	num	"388", het getal tussen driehonderdzevenentachtig en driehonderdnegenentachtig, driehonderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 388 is aangeduid
driehonderdachtentachtigje	=	driehonderdachtentachtig
driehonderdachtentachtigjes	=	driehonderdachtentachtig
driehonderdachtentachtigs	=	driehonderdachtentachtig
driehonderdachtentwintig	num	"328", het getal tussen driehonderdzevenentwintig en driehonderdnegenentwintig, driehonderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 328 is aangeduid
driehonderdachtentwintigje	=	driehonderdachtentwintig
driehonderdachtentwintigjes	=	driehonderdachtentwintig
driehonderdachtentwintigs	=	driehonderdachtentwintig
driehonderdachtenveertig	num	"348", het getal tussen driehonderdzevenenveertig en driehonderdnegenenveertig, driehonderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 348 is aangeduid
driehonderdachtenveertigje	=	driehonderdachtenveertig
driehonderdachtenveertigjes	=	driehonderdachtenveertig
driehonderdachtenveertigs	=	driehonderdachtenveertig
driehonderdachtenvijftig	num	"358", het getal tussen driehonderdzevenenvijftig en driehonderdnegenenvijftig, driehonderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 358 is aangeduid
driehonderdachtenvijftigje	=	driehonderdachtenvijftig
driehonderdachtenvijftigjes	=	driehonderdachtenvijftig
driehonderdachtenvijftigs	=	driehonderdachtenvijftig
driehonderdachtenzestig	num	"368", het getal tussen driehonderdzevenenzestig en driehonderdnegenenzestig, driehonderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 368 is aangeduid
driehonderdachtenzestigje	=	driehonderdachtenzestig
driehonderdachtenzestigjes	=	driehonderdachtenzestig
driehonderdachtenzestigs	=	driehonderdachtenzestig
driehonderdachtenzeventig	num	"378", het getal tussen driehonderdzevenenzeventig en driehonderdnegenenzeventig, driehonderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 378 is aangeduid
driehonderdachtenzeventigje	=	driehonderdachtenzeventig
driehonderdachtenzeventigjes	=	driehonderdachtenzeventig
driehonderdachtenzeventigs	=	driehonderdachtenzeventig
driehonderdachtje	=	driehonderdacht
driehonderdachtjes	=	driehonderdacht
driehonderdachttien	num	"318", het getal tussen driehonderdzeventien en driehonderdnegentien, driehonderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 318 is aangeduid
driehonderdachttiens	=	driehonderdachttien
driehonderdachttientje	=	driehonderdachttien
driehonderdachttientjes	=	driehonderdachttien
driehonderddertien	num	"313", het getal tussen driehonderdtwaalf en driehonderdveertien, driehonderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 313 is aangeduid
driehonderddertiens	=	driehonderddertien
driehonderddertientje	=	driehonderddertien
driehonderddertientjes	=	driehonderddertien
driehonderddertig	num	"330", het getal tussen driehonderdnegenentwintig en driehonderdeenendertig, driehonderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 330 is aangeduid
driehonderddertigje	=	driehonderddertig
driehonderddertigjes	=	driehonderddertig
driehonderddertigs	=	driehonderddertig
driehonderddrie	num	"303", het getal tussen driehonderdtwee en driehonderdvier, driehonderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 303 is aangeduid
driehonderddries	=	driehonderddrie
driehonderddrietje	=	driehonderddrie
driehonderddrietjes	=	driehonderddrie
driehonderddrieëndertig	num	"333", het getal tussen driehonderdtweeëndertig en driehonderdvierendertig, driehonderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 333 is aangeduid
driehonderddrieëndertigje	=	driehonderddrieëndertig
driehonderddrieëndertigjes	=	driehonderddrieëndertig
driehonderddrieëndertigs	=	driehonderddrieëndertig
driehonderddrieënnegentig	num	"393", het getal tussen driehonderdtweeënnegentig en driehonderdvierennegentig, driehonderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 393 is aangeduid
driehonderddrieënnegentigje	=	driehonderddrieënnegentig
driehonderddrieënnegentigjes	=	driehonderddrieënnegentig
driehonderddrieënnegentigs	=	driehonderddrieënnegentig
driehonderddrieëntachtig	num	"383", het getal tussen driehonderdtweeëntachtig en driehonderdvierentachtig, driehonderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 383 is aangeduid
driehonderddrieëntachtigje	=	driehonderddrieëntachtig
driehonderddrieëntachtigjes	=	driehonderddrieëntachtig
driehonderddrieëntachtigs	=	driehonderddrieëntachtig
driehonderddrieëntwintig	num	"323", het getal tussen driehonderdtweeëntwintig en driehonderdvierentwintig, driehonderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 323 is aangeduid
driehonderddrieëntwintigje	=	driehonderddrieëntwintig
driehonderddrieëntwintigjes	=	driehonderddrieëntwintig
driehonderddrieëntwintigs	=	driehonderddrieëntwintig
driehonderddrieënveertig	num	"343", het getal tussen driehonderdtweeënveertig en driehonderdvierenveertig, driehonderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 343 is aangeduid
driehonderddrieënveertigje	=	driehonderddrieënveertig
driehonderddrieënveertigjes	=	driehonderddrieënveertig
driehonderddrieënveertigs	=	driehonderddrieënveertig
driehonderddrieënvijftig	num	"353", het getal tussen driehonderdtweeënvijftig en driehonderdvierenvijftig, driehonderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 353 is aangeduid
driehonderddrieënvijftigje	=	driehonderddrieënvijftig
driehonderddrieënvijftigjes	=	driehonderddrieënvijftig
driehonderddrieënvijftigs	=	driehonderddrieënvijftig
driehonderddrieënzestig	num	"363", het getal tussen driehonderdtweeënzestig en driehonderdvierenzestig, driehonderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 363 is aangeduid
driehonderddrieënzestigje	=	driehonderddrieënzestig
driehonderddrieënzestigjes	=	driehonderddrieënzestig
driehonderddrieënzestigs	=	driehonderddrieënzestig
driehonderddrieënzeventig	num	"373", het getal tussen driehonderdtweeënzeventig en driehonderdvierenzeventig, driehonderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 373 is aangeduid
driehonderddrieënzeventigje	=	driehonderddrieënzeventig
driehonderddrieënzeventigjes	=	driehonderddrieënzeventig
driehonderddrieënzeventigs	=	driehonderddrieënzeventig
driehonderdduizend	num	300.000
driehonderdduizendste	adj	nummer driehonderdduizend in een rij
driehonderdeen	num	"301", het getal tussen driehonderd en driehonderdtwee, driehonderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 301 is aangeduid
driehonderdeenendertig	num	"331", het getal tussen driehonderddertig en driehonderdtweeëndertig, driehonderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 331 is aangeduid
driehonderdeenendertigje	=	driehonderdeenendertig
driehonderdeenendertigjes	=	driehonderdeenendertig
driehonderdeenendertigs	=	driehonderdeenendertig
driehonderdeenennegentig	num	"391", het getal tussen driehonderdnegentig en driehonderdtweeënnegentig, driehonderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 391 is aangeduid
driehonderdeenennegentigje	=	driehonderdeenennegentig
driehonderdeenennegentigjes	=	driehonderdeenennegentig
driehonderdeenennegentigs	=	driehonderdeenennegentig
driehonderdeenentachtig	num	"381", het getal tussen driehonderdtachtig en driehonderdtweeëntachtig, driehonderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 381 is aangeduid
driehonderdeenentachtigje	=	driehonderdeenentachtig
driehonderdeenentachtigjes	=	driehonderdeenentachtig
driehonderdeenentachtigs	=	driehonderdeenentachtig
driehonderdeenentwintig	num	"321", het getal tussen driehonderdtwintig en driehonderdtweeëntwintig, driehonderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 321 is aangeduid
driehonderdeenentwintigje	=	driehonderdeenentwintig
driehonderdeenentwintigjes	=	driehonderdeenentwintig
driehonderdeenentwintigs	=	driehonderdeenentwintig
driehonderdeenenveertig	num	"341", het getal tussen driehonderdveertig en driehonderdtweeënveertig, driehonderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 341 is aangeduid
driehonderdeenenveertigje	=	driehonderdeenenveertig
driehonderdeenenveertigjes	=	driehonderdeenenveertig
driehonderdeenenveertigs	=	driehonderdeenenveertig
driehonderdeenenvijftig	num	"351", het getal tussen driehonderdvijftig en driehonderdtweeënvijftig, driehonderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 351 is aangeduid
driehonderdeenenvijftigje	=	driehonderdeenenvijftig
driehonderdeenenvijftigjes	=	driehonderdeenenvijftig
driehonderdeenenvijftigs	=	driehonderdeenenvijftig
driehonderdeenenzestig	num	"361", het getal tussen driehonderdzestig en driehonderdtweeënzestig, driehonderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 361 is aangeduid
driehonderdeenenzestigje	=	driehonderdeenenzestig
driehonderdeenenzestigjes	=	driehonderdeenenzestig
driehonderdeenenzestigs	=	driehonderdeenenzestig
driehonderdeenenzeventig	num	"371", het getal tussen driehonderdzeventig en driehonderdtweeënzeventig, driehonderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 371 is aangeduid
driehonderdeenenzeventigje	=	driehonderdeenenzeventig
driehonderdeenenzeventigjes	=	driehonderdeenenzeventig
driehonderdeenenzeventigs	=	driehonderdeenenzeventig
driehonderdeens	=	driehonderdeen
driehonderdeentje	=	driehonderdeen
driehonderdeentjes	=	driehonderdeen
driehonderdeerste	adj	nummer driehonderdeen in een rij.
driehonderdelf	num	"311", het getal tussen driehonderdtien en driehonderdtwaalf, driehonderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 311 is aangeduid
driehonderdelfje	=	driehonderdelf
driehonderdelfjes	=	driehonderdelf
driehonderdelfs	=	driehonderdelf
driehonderdenacht	num	"308", langere vorm van driehonderdacht, driehonderd plus acht
driehonderdenachtendertig	num	"338", langere vorm van driehonderdachtendertig, driehonderd plus achtendertig
driehonderdenachtennegentig	num	"398", langere vorm van driehonderdachtennegentig, driehonderd plus achtennegentig
driehonderdenachtentachtig	num	"388", langere vorm van driehonderdachtentachtig, driehonderd plus achtentachtig
driehonderdenachtentwintig	num	"328", langere vorm van driehonderdachtentwintig, driehonderd plus achtentwintig
driehonderdenachtenveertig	num	"348", langere vorm van driehonderdachtenveertig, driehonderd plus achtenveertig
driehonderdenachtenvijftig	num	"358", langere vorm van driehonderdachtenvijftig, driehonderd plus achtenvijftig
driehonderdenachtenzestig	num	"368", langere vorm van driehonderdachtenzestig, driehonderd plus achtenzestig
driehonderdenachtenzeventig	num	"378", langere vorm van driehonderdachtenzeventig, driehonderd plus achtenzeventig
driehonderdenachttien	num	"318", langere vorm van driehonderdachttien, driehonderd plus achttien
driehonderdendertien	num	"313", langere vorm van driehonderddertien, driehonderd plus dertien
driehonderdendertig	num	"330", langere vorm van driehonderddertig, driehonderd plus dertig
driehonderdendrie	num	"303", langere vorm van driehonderddrie, driehonderd plus drie
driehonderdendrieëndertig	num	"333", langere vorm van driehonderddrieëndertig, driehonderd plus drieëndertig
driehonderdendrieënnegentig	num	"393", langere vorm van driehonderddrieënnegentig, driehonderd plus drieënnegentig
driehonderdendrieëntachtig	num	"383", langere vorm van driehonderddrieëntachtig, driehonderd plus drieëntachtig
driehonderdendrieëntwintig	num	"323", langere vorm van driehonderddrieëntwintig, driehonderd plus drieëntwintig
driehonderdendrieënveertig	num	"343", langere vorm van driehonderddrieënveertig, driehonderd plus drieënveertig
driehonderdendrieënvijftig	num	"353", langere vorm van driehonderddrieënvijftig, driehonderd plus drieënvijftig
driehonderdendrieënzestig	num	"363", langere vorm van driehonderddrieënzestig, driehonderd plus drieënzestig
driehonderdendrieënzeventig	num	"373", langere vorm van driehonderddrieënzeventig, driehonderd plus drieënzeventig
driehonderdeneen	num	"301", langere vorm van driehonderdeen, driehonderd plus een
driehonderdeneenendertig	num	"331", langere vorm van driehonderdeenendertig, driehonderd plus eenendertig
driehonderdeneenennegentig	num	"391", langere vorm van driehonderdeenennegentig, driehonderd plus eenennegentig
driehonderdeneenentachtig	num	"381", langere vorm van driehonderdeenentachtig, driehonderd plus eenentachtig
driehonderdeneenentwintig	num	"321", langere vorm van driehonderdeenentwintig, driehonderd plus eenentwintig
driehonderdeneenenveertig	num	"341", langere vorm van driehonderdeenenveertig, driehonderd plus eenenveertig
driehonderdeneenenvijftig	num	"351", langere vorm van driehonderdeenenvijftig, driehonderd plus eenenvijftig
driehonderdeneenenzestig	num	"361", langere vorm van driehonderdeenenzestig, driehonderd plus eenenzestig
driehonderdeneenenzeventig	num	"371", langere vorm van driehonderdeenenzeventig, driehonderd plus eenenzeventig
driehonderdeneerste	adj	nummer driehonderdeen in een rij.
driehonderdenelf	num	"311", langere vorm van driehonderdelf, driehonderd plus elf
driehonderdennegen	num	"309", langere vorm van driehonderdnegen, driehonderd plus negen
driehonderdennegenendertig	num	"339", langere vorm van driehonderdnegenendertig, driehonderd plus negenendertig
driehonderdennegenennegentig	num	"399", langere vorm van driehonderdnegenennegentig, driehonderd plus negenennegentig
driehonderdennegenentachtig	num	"389", langere vorm van driehonderdnegenentachtig, driehonderd plus negenentachtig
driehonderdennegenentwintig	num	"329", langere vorm van driehonderdnegenentwintig, driehonderd plus negenentwintig
driehonderdennegenenveertig	num	"349", langere vorm van driehonderdnegenenveertig, driehonderd plus negenenveertig
driehonderdennegenenvijftig	num	"359", langere vorm van driehonderdnegenenvijftig, driehonderd plus negenenvijftig
driehonderdennegenenzestig	num	"369", langere vorm van driehonderdnegenenzestig, driehonderd plus negenenzestig
driehonderdennegenenzeventig	num	"379", langere vorm van driehonderdnegenenzeventig, driehonderd plus negenenzeventig
driehonderdennegentien	num	"319", langere vorm van driehonderdnegentien, driehonderd plus negentien
driehonderdennegentig	num	"390", langere vorm van driehonderdnegentig, driehonderd plus negentig
driehonderdentachtig	num	"380", langere vorm van driehonderdtachtig, driehonderd plus tachtig
driehonderdentien	num	"310", langere vorm van driehonderdtien, driehonderd plus tien
driehonderdentwaalf	num	"312", langere vorm van driehonderdtwaalf, driehonderd plus twaalf
driehonderdentwee	num	"302", langere vorm van driehonderdtwee, driehonderd plus twee
driehonderdentweede	adj	nummer driehonderdtwee in een rij.
driehonderdentweeëndertig	num	"332", langere vorm van driehonderdtweeëndertig, driehonderd plus tweeëndertig
driehonderdentweeënnegentig	num	"392", langere vorm van driehonderdtweeënnegentig, driehonderd plus tweeënnegentig
driehonderdentweeëntachtig	num	"382", langere vorm van driehonderdtweeëntachtig, driehonderd plus tweeëntachtig
driehonderdentweeëntwintig	num	"322", langere vorm van driehonderdtweeëntwintig, driehonderd plus tweeëntwintig
driehonderdentweeënveertig	num	"342", langere vorm van driehonderdtweeënveertig, driehonderd plus tweeënveertig
driehonderdentweeënvijftig	num	"352", langere vorm van driehonderdtweeënvijftig, driehonderd plus tweeënvijftig
driehonderdentweeënzestig	num	"362", langere vorm van driehonderdtweeënzestig, driehonderd plus tweeënzestig
driehonderdentweeënzeventig	num	"372", langere vorm van driehonderdtweeënzeventig, driehonderd plus tweeënzeventig
driehonderdentwintig	num	"320", langere vorm van driehonderdtwintig, driehonderd plus twintig
driehonderdenveertien	num	"314", langere vorm van driehonderdveertien, driehonderd plus veertien
driehonderdenveertig	num	"340", langere vorm van driehonderdveertig, driehonderd plus veertig
driehonderdenvier	num	"304", langere vorm van driehonderdvier, driehonderd plus vier
driehonderdenvierendertig	num	"334", langere vorm van driehonderdvierendertig, driehonderd plus vierendertig
driehonderdenvierennegentig	num	"394", langere vorm van driehonderdvierennegentig, driehonderd plus vierennegentig
driehonderdenvierentachtig	num	"384", langere vorm van driehonderdvierentachtig, driehonderd plus vierentachtig
driehonderdenvierentwintig	num	"324", langere vorm van driehonderdvierentwintig, driehonderd plus vierentwintig
driehonderdenvierenveertig	num	"344", langere vorm van driehonderdvierenveertig, driehonderd plus vierenveertig
driehonderdenvierenvijftig	num	"354", langere vorm van driehonderdvierenvijftig, driehonderd plus vierenvijftig
driehonderdenvierenzestig	num	"364", langere vorm van driehonderdvierenzestig, driehonderd plus vierenzestig
driehonderdenvierenzeventig	num	"374", langere vorm van driehonderdvierenzeventig, driehonderd plus vierenzeventig
driehonderdenvijf	num	"305", langere vorm van driehonderdvijf, driehonderd plus vijf
driehonderdenvijfendertig	num	"335", langere vorm van driehonderdvijfendertig, driehonderd plus vijfendertig
driehonderdenvijfennegentig	num	"395", langere vorm van driehonderdvijfennegentig, driehonderd plus vijfennegentig
driehonderdenvijfentachtig	num	"385", langere vorm van driehonderdvijfentachtig, driehonderd plus vijfentachtig
driehonderdenvijfentwintig	num	"325", langere vorm van driehonderdvijfentwintig, driehonderd plus vijfentwintig
driehonderdenvijfenveertig	num	"345", langere vorm van driehonderdvijfenveertig, driehonderd plus vijfenveertig
driehonderdenvijfenvijftig	num	"355", langere vorm van driehonderdvijfenvijftig, driehonderd plus vijfenvijftig
driehonderdenvijfenzestig	num	"365", langere vorm van driehonderdvijfenzestig, driehonderd plus vijfenzestig
driehonderdenvijfenzeventig	num	"375", langere vorm van driehonderdvijfenzeventig, driehonderd plus vijfenzeventig
driehonderdenvijftien	num	"315", langere vorm van driehonderdvijftien, driehonderd plus vijftien
driehonderdenvijftig	num	"350", langere vorm van driehonderdvijftig, driehonderd plus vijftig
driehonderdenzes	num	"306", langere vorm van driehonderdzes, driehonderd plus zes
driehonderdenzesendertig	num	"336", langere vorm van driehonderdzesendertig, driehonderd plus zesendertig
driehonderdenzesennegentig	num	"396", langere vorm van driehonderdzesennegentig, driehonderd plus zesennegentig
driehonderdenzesentachtig	num	"386", langere vorm van driehonderdzesentachtig, driehonderd plus zesentachtig
driehonderdenzesentwintig	num	"326", langere vorm van driehonderdzesentwintig, driehonderd plus zesentwintig
driehonderdenzesenveertig	num	"346", langere vorm van driehonderdzesenveertig, driehonderd plus zesenveertig
driehonderdenzesenvijftig	num	"356", langere vorm van driehonderdzesenvijftig, driehonderd plus zesenvijftig
driehonderdenzesenzestig	num	"366", langere vorm van driehonderdzesenzestig, driehonderd plus zesenzestig
driehonderdenzesenzeventig	num	"376", langere vorm van driehonderdzesenzeventig, driehonderd plus zesenzeventig
driehonderdenzestien	num	"316", langere vorm van driehonderdzestien, driehonderd plus zestien
driehonderdenzestig	num	"360", langere vorm van driehonderdzestig, driehonderd plus zestig
driehonderdenzeven	num	"307", langere vorm van driehonderdzeven, driehonderd plus zeven
driehonderdenzevenendertig	num	"337", langere vorm van driehonderdzevenendertig, driehonderd plus zevenendertig
driehonderdenzevenennegentig	num	"397", langere vorm van driehonderdzevenennegentig, driehonderd plus zevenennegentig
driehonderdenzevenentachtig	num	"387", langere vorm van driehonderdzevenentachtig, driehonderd plus zevenentachtig
driehonderdenzevenentwintig	num	"327", langere vorm van driehonderdzevenentwintig, driehonderd plus zevenentwintig
driehonderdenzevenenveertig	num	"347", langere vorm van driehonderdzevenenveertig, driehonderd plus zevenenveertig
driehonderdenzevenenvijftig	num	"357", langere vorm van driehonderdzevenenvijftig, driehonderd plus zevenenvijftig
driehonderdenzevenenzestig	num	"367", langere vorm van driehonderdzevenenzestig, driehonderd plus zevenenzestig
driehonderdenzevenenzeventig	num	"377", langere vorm van driehonderdzevenenzeventig, driehonderd plus zevenenzeventig
driehonderdenzeventien	num	"317", langere vorm van driehonderdzeventien, driehonderd plus zeventien
driehonderdenzeventig	num	"370", langere vorm van driehonderdzeventig, driehonderd plus zeventig
driehonderdje	=	driehonderd
driehonderdjes	=	driehonderd
driehonderdnegen	num	"309", het getal tussen driehonderdacht en driehonderdtien, driehonderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 309 is aangeduid
driehonderdnegenendertig	num	"339", het getal tussen driehonderdachtendertig en driehonderdveertig, driehonderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 339 is aangeduid
driehonderdnegenendertigje	=	driehonderdnegenendertig
driehonderdnegenendertigjes	=	driehonderdnegenendertig
driehonderdnegenendertigs	=	driehonderdnegenendertig
driehonderdnegenennegentig	num	"399", het getal tussen driehonderdachtennegentig en vierhonderd, driehonderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 399 is aangeduid
driehonderdnegenennegentigje	=	driehonderdnegenennegentig
driehonderdnegenennegentigjes	=	driehonderdnegenennegentig
driehonderdnegenennegentigs	=	driehonderdnegenennegentig
driehonderdnegenentachtig	num	"389", het getal tussen driehonderdachtentachtig en driehonderdnegentig, driehonderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 389 is aangeduid
driehonderdnegenentachtigje	=	driehonderdnegenentachtig
driehonderdnegenentachtigjes	=	driehonderdnegenentachtig
driehonderdnegenentachtigs	=	driehonderdnegenentachtig
driehonderdnegenentwintig	num	"329", het getal tussen driehonderdachtentwintig en driehonderddertig, driehonderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 329 is aangeduid
driehonderdnegenentwintigje	=	driehonderdnegenentwintig
driehonderdnegenentwintigjes	=	driehonderdnegenentwintig
driehonderdnegenentwintigs	=	driehonderdnegenentwintig
driehonderdnegenenveertig	num	"349", het getal tussen driehonderdachtenveertig en driehonderdvijftig, driehonderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 349 is aangeduid
driehonderdnegenenveertigje	=	driehonderdnegenenveertig
driehonderdnegenenveertigjes	=	driehonderdnegenenveertig
driehonderdnegenenveertigs	=	driehonderdnegenenveertig
driehonderdnegenenvijftig	num	"359", het getal tussen driehonderdachtenvijftig en driehonderdzestig, driehonderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 359 is aangeduid
driehonderdnegenenvijftigje	=	driehonderdnegenenvijftig
driehonderdnegenenvijftigjes	=	driehonderdnegenenvijftig
driehonderdnegenenvijftigs	=	driehonderdnegenenvijftig
driehonderdnegenenzestig	num	"369", het getal tussen driehonderdachtenzestig en driehonderdzeventig, driehonderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 369 is aangeduid
driehonderdnegenenzestigje	=	driehonderdnegenenzestig
driehonderdnegenenzestigjes	=	driehonderdnegenenzestig
driehonderdnegenenzestigs	=	driehonderdnegenenzestig
driehonderdnegenenzeventig	num	"379", het getal tussen driehonderdachtenzeventig en driehonderdtachtig, driehonderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 379 is aangeduid
driehonderdnegenenzeventigje	=	driehonderdnegenenzeventig
driehonderdnegenenzeventigjes	=	driehonderdnegenenzeventig
driehonderdnegenenzeventigs	=	driehonderdnegenenzeventig
driehonderdnegens	=	driehonderdnegen
driehonderdnegentien	num	"319", het getal tussen driehonderdachttien en driehonderdtwintig, driehonderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 319 is aangeduid
driehonderdnegentiens	=	driehonderdnegentien
driehonderdnegentientje	=	driehonderdnegentien
driehonderdnegentientjes	=	driehonderdnegentien
driehonderdnegentig	num	"390", het getal tussen driehonderdnegenentachtig en driehonderdeenennegentig, driehonderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 390 is aangeduid
driehonderdnegentigje	=	driehonderdnegentig
driehonderdnegentigjes	=	driehonderdnegentig
driehonderdnegentigs	=	driehonderdnegentig
driehonderdnegentje	=	driehonderdnegen
driehonderdnegentjes	=	driehonderdnegen
driehonderds	=	driehonderd
driehonderdste	adj	nummer driehonderd in een rij
driehonderdtachtig	num	"380", het getal tussen driehonderdnegenenzeventig en driehonderdeenentachtig, driehonderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 380 is aangeduid
driehonderdtachtigje	=	driehonderdtachtig
driehonderdtachtigjes	=	driehonderdtachtig
driehonderdtachtigs	=	driehonderdtachtig
driehonderdtien	num	"310", het getal tussen driehonderdnegen en driehonderdelf, driehonderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 310 is aangeduid
driehonderdtiens	=	driehonderdtien
driehonderdtientje	=	driehonderdtien
driehonderdtientjes	=	driehonderdtien
driehonderdtwaalf	num	"312", het getal tussen driehonderdelf en driehonderddertien, driehonderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 312 is aangeduid
driehonderdtwaalfje	=	driehonderdtwaalf
driehonderdtwaalfjes	=	driehonderdtwaalf
driehonderdtwaalfs	=	driehonderdtwaalf
driehonderdtwee	num	"302", het getal tussen driehonderdeen en driehonderddrie, driehonderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 302 is aangeduid
driehonderdtweede	adj	nummer driehonderdtwee in een rij.
driehonderdtwees	=	driehonderdtwee
driehonderdtweetje	=	driehonderdtwee
driehonderdtweetjes	=	driehonderdtwee
driehonderdtweeëndertig	num	"332", het getal tussen driehonderdeenendertig en driehonderddrieëndertig, driehonderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 332 is aangeduid
driehonderdtweeëndertigje	=	driehonderdtweeëndertig
driehonderdtweeëndertigjes	=	driehonderdtweeëndertig
driehonderdtweeëndertigs	=	driehonderdtweeëndertig
driehonderdtweeënnegentig	num	"392", het getal tussen driehonderdeenennegentig en driehonderddrieënnegentig, driehonderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 392 is aangeduid
driehonderdtweeënnegentigje	=	driehonderdtweeënnegentig
driehonderdtweeënnegentigjes	=	driehonderdtweeënnegentig
driehonderdtweeënnegentigs	=	driehonderdtweeënnegentig
driehonderdtweeëntachtig	num	"382", het getal tussen driehonderdeenentachtig en driehonderddrieëntachtig, driehonderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 382 is aangeduid
driehonderdtweeëntachtigje	=	driehonderdtweeëntachtig
driehonderdtweeëntachtigjes	=	driehonderdtweeëntachtig
driehonderdtweeëntachtigs	=	driehonderdtweeëntachtig
driehonderdtweeëntwintig	num	"322", het getal tussen driehonderdeenentwintig en driehonderddrieëntwintig, driehonderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 322 is aangeduid
driehonderdtweeëntwintigje	=	driehonderdtweeëntwintig
driehonderdtweeëntwintigjes	=	driehonderdtweeëntwintig
driehonderdtweeëntwintigs	=	driehonderdtweeëntwintig
driehonderdtweeënveertig	num	"342", het getal tussen driehonderdeenenveertig en driehonderddrieënveertig, driehonderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 342 is aangeduid
driehonderdtweeënveertigje	=	driehonderdtweeënveertig
driehonderdtweeënveertigjes	=	driehonderdtweeënveertig
driehonderdtweeënveertigs	=	driehonderdtweeënveertig
driehonderdtweeënvijftig	num	"352", het getal tussen driehonderdeenenvijftig en driehonderddrieënvijftig, driehonderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 352 is aangeduid
driehonderdtweeënvijftigje	=	driehonderdtweeënvijftig
driehonderdtweeënvijftigjes	=	driehonderdtweeënvijftig
driehonderdtweeënvijftigs	=	driehonderdtweeënvijftig
driehonderdtweeënzestig	num	"362", het getal tussen driehonderdeenenzestig en driehonderddrieënzestig, driehonderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 362 is aangeduid
driehonderdtweeënzestigje	=	driehonderdtweeënzestig
driehonderdtweeënzestigjes	=	driehonderdtweeënzestig
driehonderdtweeënzestigs	=	driehonderdtweeënzestig
driehonderdtweeënzeventig	num	"372", het getal tussen driehonderdeenenzeventig en driehonderddrieënzeventig, driehonderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 372 is aangeduid
driehonderdtweeënzeventigje	=	driehonderdtweeënzeventig
driehonderdtweeënzeventigjes	=	driehonderdtweeënzeventig
driehonderdtweeënzeventigs	=	driehonderdtweeënzeventig
driehonderdtwintig	num	"320", het getal tussen driehonderdnegentien en driehonderdeenentwintig, driehonderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 320 is aangeduid
driehonderdtwintigje	=	driehonderdtwintig
driehonderdtwintigjes	=	driehonderdtwintig
driehonderdtwintigs	=	driehonderdtwintig
driehonderdveertien	num	"314", het getal tussen driehonderddertien en driehonderdvijftien, driehonderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 314 is aangeduid
driehonderdveertiens	=	driehonderdveertien
driehonderdveertientje	=	driehonderdveertien
driehonderdveertientjes	=	driehonderdveertien
driehonderdveertig	num	"340", het getal tussen driehonderdnegenendertig en driehonderdeenenveertig, driehonderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 340 is aangeduid
driehonderdveertigje	=	driehonderdveertig
driehonderdveertigjes	=	driehonderdveertig
driehonderdveertigs	=	driehonderdveertig
driehonderdvier	num	"304", het getal tussen driehonderddrie en driehonderdvijf, driehonderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 304 is aangeduid
driehonderdvierendertig	num	"334", het getal tussen driehonderddrieëndertig en driehonderdvijfendertig, driehonderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 334 is aangeduid
driehonderdvierendertigje	=	driehonderdvierendertig
driehonderdvierendertigjes	=	driehonderdvierendertig
driehonderdvierendertigs	=	driehonderdvierendertig
driehonderdvierennegentig	num	"394", het getal tussen driehonderddrieënnegentig en driehonderdvijfennegentig, driehonderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 394 is aangeduid
driehonderdvierennegentigje	=	driehonderdvierennegentig
driehonderdvierennegentigjes	=	driehonderdvierennegentig
driehonderdvierennegentigs	=	driehonderdvierennegentig
driehonderdvierentachtig	num	"384", het getal tussen driehonderddrieëntachtig en driehonderdvijfentachtig, driehonderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 384 is aangeduid
driehonderdvierentachtigje	=	driehonderdvierentachtig
driehonderdvierentachtigjes	=	driehonderdvierentachtig
driehonderdvierentachtigs	=	driehonderdvierentachtig
driehonderdvierentwintig	num	"324", het getal tussen driehonderddrieëntwintig en driehonderdvijfentwintig, driehonderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 324 is aangeduid
driehonderdvierentwintigje	=	driehonderdvierentwintig
driehonderdvierentwintigjes	=	driehonderdvierentwintig
driehonderdvierentwintigs	=	driehonderdvierentwintig
driehonderdvierenveertig	num	"344", het getal tussen driehonderddrieënveertig en driehonderdvijfenveertig, driehonderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 344 is aangeduid
driehonderdvierenveertigje	=	driehonderdvierenveertig
driehonderdvierenveertigjes	=	driehonderdvierenveertig
driehonderdvierenveertigs	=	driehonderdvierenveertig
driehonderdvierenvijftig	num	"354", het getal tussen driehonderddrieënvijftig en driehonderdvijfenvijftig, driehonderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 354 is aangeduid
driehonderdvierenvijftigje	=	driehonderdvierenvijftig
driehonderdvierenvijftigjes	=	driehonderdvierenvijftig
driehonderdvierenvijftigs	=	driehonderdvierenvijftig
driehonderdvierenzestig	num	"364", het getal tussen driehonderddrieënzestig en driehonderdvijfenzestig, driehonderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 364 is aangeduid
driehonderdvierenzestigje	=	driehonderdvierenzestig
driehonderdvierenzestigjes	=	driehonderdvierenzestig
driehonderdvierenzestigs	=	driehonderdvierenzestig
driehonderdvierenzeventig	num	"374", het getal tussen driehonderddrieënzeventig en driehonderdvijfenzeventig, driehonderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 374 is aangeduid
driehonderdvierenzeventigje	=	driehonderdvierenzeventig
driehonderdvierenzeventigjes	=	driehonderdvierenzeventig
driehonderdvierenzeventigs	=	driehonderdvierenzeventig
driehonderdviers	=	driehonderdvier
driehonderdviertje	=	driehonderdvier
driehonderdviertjes	=	driehonderdvier
driehonderdvijf	num	"305", het getal tussen driehonderdvier en driehonderdzes, driehonderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 305 is aangeduid
driehonderdvijfendertig	num	"335", het getal tussen driehonderdvierendertig en driehonderdzesendertig, driehonderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 335 is aangeduid
driehonderdvijfendertigje	=	driehonderdvijfendertig
driehonderdvijfendertigjes	=	driehonderdvijfendertig
driehonderdvijfendertigs	=	driehonderdvijfendertig
driehonderdvijfennegentig	num	"395", het getal tussen driehonderdvierennegentig en driehonderdzesennegentig, driehonderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 395 is aangeduid
driehonderdvijfennegentigje	=	driehonderdvijfennegentig
driehonderdvijfennegentigjes	=	driehonderdvijfennegentig
driehonderdvijfennegentigs	=	driehonderdvijfennegentig
driehonderdvijfentachtig	num	"385", het getal tussen driehonderdvierentachtig en driehonderdzesentachtig, driehonderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 385 is aangeduid
driehonderdvijfentachtigje	=	driehonderdvijfentachtig
driehonderdvijfentachtigjes	=	driehonderdvijfentachtig
driehonderdvijfentachtigs	=	driehonderdvijfentachtig
driehonderdvijfentwintig	num	"325", het getal tussen driehonderdvierentwintig en driehonderdzesentwintig, driehonderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 325 is aangeduid
driehonderdvijfentwintigje	=	driehonderdvijfentwintig
driehonderdvijfentwintigjes	=	driehonderdvijfentwintig
driehonderdvijfentwintigs	=	driehonderdvijfentwintig
driehonderdvijfenveertig	num	"345", het getal tussen driehonderdvierenveertig en driehonderdzesenveertig, driehonderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 345 is aangeduid
driehonderdvijfenveertigje	=	driehonderdvijfenveertig
driehonderdvijfenveertigjes	=	driehonderdvijfenveertig
driehonderdvijfenveertigs	=	driehonderdvijfenveertig
driehonderdvijfenvijftig	num	"355", het getal tussen driehonderdvierenvijftig en driehonderdzesenvijftig, driehonderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 355 is aangeduid
driehonderdvijfenvijftigje	=	driehonderdvijfenvijftig
driehonderdvijfenvijftigjes	=	driehonderdvijfenvijftig
driehonderdvijfenvijftigs	=	driehonderdvijfenvijftig
driehonderdvijfenzestig	num	"365", het getal tussen driehonderdvierenzestig en driehonderdzesenzestig, driehonderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 365 is aangeduid
driehonderdvijfenzestigje	=	driehonderdvijfenzestig
driehonderdvijfenzestigjes	=	driehonderdvijfenzestig
driehonderdvijfenzestigs	=	driehonderdvijfenzestig
driehonderdvijfenzeventig	num	"375", het getal tussen driehonderdvierenzeventig en driehonderdzesenzeventig, driehonderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 375 is aangeduid
driehonderdvijfenzeventigje	=	driehonderdvijfenzeventig
driehonderdvijfenzeventigjes	=	driehonderdvijfenzeventig
driehonderdvijfenzeventigs	=	driehonderdvijfenzeventig
driehonderdvijfje	=	driehonderdvijf
driehonderdvijfjes	=	driehonderdvijf
driehonderdvijfs	=	driehonderdvijf
driehonderdvijftien	num	"315", het getal tussen driehonderdveertien en driehonderdzestien, driehonderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 315 is aangeduid
driehonderdvijftiens	=	driehonderdvijftien
driehonderdvijftientje	=	driehonderdvijftien
driehonderdvijftientjes	=	driehonderdvijftien
driehonderdvijftig	num	"350", het getal tussen driehonderdnegenenveertig en driehonderdeenenvijftig, driehonderd plus vijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 350 is aangeduid
driehonderdvijftigje	=	driehonderdvijftig
driehonderdvijftigjes	=	driehonderdvijftig
driehonderdvijftigs	=	driehonderdvijftig
driehonderdzes	num	"306", het getal tussen driehonderdvijf en driehonderdzeven, driehonderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 306 is aangeduid
driehonderdzesendertig	num	"336", het getal tussen driehonderdvijfendertig en driehonderdzevenendertig, driehonderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 336 is aangeduid
driehonderdzesendertigje	=	driehonderdzesendertig
driehonderdzesendertigjes	=	driehonderdzesendertig
driehonderdzesendertigs	=	driehonderdzesendertig
driehonderdzesennegentig	num	"396", het getal tussen driehonderdvijfennegentig en driehonderdzevenennegentig, driehonderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 396 is aangeduid
driehonderdzesennegentigje	=	driehonderdzesennegentig
driehonderdzesennegentigjes	=	driehonderdzesennegentig
driehonderdzesennegentigs	=	driehonderdzesennegentig
driehonderdzesentachtig	num	"386", het getal tussen driehonderdvijfentachtig en driehonderdzevenentachtig, driehonderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 386 is aangeduid
driehonderdzesentachtigje	=	driehonderdzesentachtig
driehonderdzesentachtigjes	=	driehonderdzesentachtig
driehonderdzesentachtigs	=	driehonderdzesentachtig
driehonderdzesentwintig	num	"326", het getal tussen driehonderdvijfentwintig en driehonderdzevenentwintig, driehonderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 326 is aangeduid
driehonderdzesentwintigje	=	driehonderdzesentwintig
driehonderdzesentwintigjes	=	driehonderdzesentwintig
driehonderdzesentwintigs	=	driehonderdzesentwintig
driehonderdzesenveertig	num	"346", het getal tussen driehonderdvijfenveertig en driehonderdzevenenveertig, driehonderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 346 is aangeduid
driehonderdzesenveertigje	=	driehonderdzesenveertig
driehonderdzesenveertigjes	=	driehonderdzesenveertig
driehonderdzesenveertigs	=	driehonderdzesenveertig
driehonderdzesenvijftig	num	"356", het getal tussen driehonderdvijfenvijftig en driehonderdzevenenvijftig, driehonderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 356 is aangeduid
driehonderdzesenvijftigje	=	driehonderdzesenvijftig
driehonderdzesenvijftigjes	=	driehonderdzesenvijftig
driehonderdzesenvijftigs	=	driehonderdzesenvijftig
driehonderdzesenzestig	num	"366", het getal tussen driehonderdvijfenzestig en driehonderdzevenenzestig, driehonderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 366 is aangeduid
driehonderdzesenzestigje	=	driehonderdzesenzestig
driehonderdzesenzestigjes	=	driehonderdzesenzestig
driehonderdzesenzestigs	=	driehonderdzesenzestig
driehonderdzesenzeventig	num	"376", het getal tussen driehonderdvijfenzeventig en driehonderdzevenenzeventig, driehonderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 376 is aangeduid
driehonderdzesenzeventigje	=	driehonderdzesenzeventig
driehonderdzesenzeventigjes	=	driehonderdzesenzeventig
driehonderdzesenzeventigs	=	driehonderdzesenzeventig
driehonderdzesje	=	driehonderdzes
driehonderdzesjes	=	driehonderdzes
driehonderdzessen	=	driehonderdzes
driehonderdzestien	num	"316", het getal tussen driehonderdvijftien en driehonderdzeventien, driehonderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 316 is aangeduid
driehonderdzestiens	=	driehonderdzestien
driehonderdzestientje	=	driehonderdzestien
driehonderdzestientjes	=	driehonderdzestien
driehonderdzestig	num	"360", het getal tussen driehonderdnegenenvijftig en driehonderdeenenzestig, driehonderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 360 is aangeduid
driehonderdzestigje	=	driehonderdzestig
driehonderdzestigjes	=	driehonderdzestig
driehonderdzestigs	=	driehonderdzestig
driehonderdzeven	num	"307", het getal tussen driehonderdzes en driehonderdacht, driehonderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 307 is aangeduid
driehonderdzevenendertig	num	"337", het getal tussen driehonderdzesendertig en driehonderdachtendertig, driehonderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 337 is aangeduid
driehonderdzevenendertigje	=	driehonderdzevenendertig
driehonderdzevenendertigjes	=	driehonderdzevenendertig
driehonderdzevenendertigs	=	driehonderdzevenendertig
driehonderdzevenennegentig	num	"397", het getal tussen driehonderdzesennegentig en driehonderdachtennegentig, driehonderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 397 is aangeduid
driehonderdzevenennegentigje	=	driehonderdzevenennegentig
driehonderdzevenennegentigjes	=	driehonderdzevenennegentig
driehonderdzevenennegentigs	=	driehonderdzevenennegentig
driehonderdzevenentachtig	num	"387", het getal tussen driehonderdzesentachtig en driehonderdachtentachtig, driehonderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 387 is aangeduid
driehonderdzevenentachtigje	=	driehonderdzevenentachtig
driehonderdzevenentachtigjes	=	driehonderdzevenentachtig
driehonderdzevenentachtigs	=	driehonderdzevenentachtig
driehonderdzevenentwintig	num	"327", het getal tussen driehonderdzesentwintig en driehonderdachtentwintig, driehonderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 327 is aangeduid
driehonderdzevenentwintigje	=	driehonderdzevenentwintig
driehonderdzevenentwintigjes	=	driehonderdzevenentwintig
driehonderdzevenentwintigs	=	driehonderdzevenentwintig
driehonderdzevenenveertig	num	"347", het getal tussen driehonderdzesenveertig en driehonderdachtenveertig, driehonderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 347 is aangeduid
driehonderdzevenenveertigje	=	driehonderdzevenenveertig
driehonderdzevenenveertigjes	=	driehonderdzevenenveertig
driehonderdzevenenveertigs	=	driehonderdzevenenveertig
driehonderdzevenenvijftig	num	"357", het getal tussen driehonderdzesenvijftig en driehonderdachtenvijftig, driehonderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 357 is aangeduid
driehonderdzevenenvijftigje	=	driehonderdzevenenvijftig
driehonderdzevenenvijftigjes	=	driehonderdzevenenvijftig
driehonderdzevenenvijftigs	=	driehonderdzevenenvijftig
driehonderdzevenenzestig	num	"367", het getal tussen driehonderdzesenzestig en driehonderdachtenzestig, driehonderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 367 is aangeduid
driehonderdzevenenzestigje	=	driehonderdzevenenzestig
driehonderdzevenenzestigjes	=	driehonderdzevenenzestig
driehonderdzevenenzestigs	=	driehonderdzevenenzestig
driehonderdzevenenzeventig	num	"377", het getal tussen driehonderdzesenzeventig en driehonderdachtenzeventig, driehonderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 377 is aangeduid
driehonderdzevenenzeventigje	=	driehonderdzevenenzeventig
driehonderdzevenenzeventigjes	=	driehonderdzevenenzeventig
driehonderdzevenenzeventigs	=	driehonderdzevenenzeventig
driehonderdzevens	=	driehonderdzeven
driehonderdzeventien	num	"317", het getal tussen driehonderdzestien en driehonderdachttien, driehonderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 317 is aangeduid
driehonderdzeventiens	=	driehonderdzeventien
driehonderdzeventientje	=	driehonderdzeventien
driehonderdzeventientjes	=	driehonderdzeventien
driehonderdzeventig	num	"370", het getal tussen driehonderdnegenenzestig en driehonderdeenenzeventig, driehonderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 370 is aangeduid
driehonderdzeventigje	=	driehonderdzeventig
driehonderdzeventigjes	=	driehonderdzeventig
driehonderdzeventigs	=	driehonderdzeventig
driehonderdzeventje	=	driehonderdzeven
driehonderdzeventjes	=	driehonderdzeven
driehoofdig	adj	met drie hoofden
driehoofdige	=	driehoofdig
driehoofdigs	=	driehoofdig
driehoog	adv	op de derde etage
driehoog-achter	adv	op driehoog wonend in het achterhuis
driehoornmestkever	noun	Typhaeus typhoeus een kever uit de familie van de mesttorren (Geotrupidae).
driehoornmestkevers	=	driehoornmestkever
driehoornmestkevertje	=	driehoornmestkever
driehoornmestkevertjes	=	driehoornmestkever
driejaarlijks	adj	eens in de 3 jaar plaatsvindend
driejaarlijkse	=	driejaarlijks
driejarenplan	noun	plan waarvan de uitvoering drie jaar kost; plan voor de komende drie jaar
driejarenplannen	=	driejarenplan
driejarenplannetje	=	driejarenplan
driejarenplannetjes	=	driejarenplan
driejarig	adj	3 jaren durend
driejarige	noun	levend wezen dat 3 jaar oud is of iets dat 3 jaar bestaat
driejarigen	=	driejarige
driejarigs	=	driejarig
driejarigst	=	driejarig
driekamerappartement	noun	een driekamerwoning in een groter gebouw
driekamerappartementen	=	driekamerappartement
driekamerappartementje	=	driekamerappartement
driekamerappartementjes	=	driekamerappartement
driekamerflat	noun	flat met drie kamers (een woonkamer en twee slaapkamers)
driekamerflatje	=	driekamerflat
driekamerflatjes	=	driekamerflat
driekamerflats	=	driekamerflat
driekamerwoning	noun	woning met drie kamers
driekamerwoningen	=	driekamerwoning
driekamerwoninkje	=	driekamerwoning
driekamerwoninkjes	=	driekamerwoning
driekant	noun	vorm met drie zijdes	adj	een driehoekige vorm hebbend
driekante	=	driekant
driekanten	=	driekant
driekantig	adj	drie kanten hebbend
driekantige	=	driekantig
driekantigs	=	driekantig
driekants	=	driekant
driekielaardschildpad	noun	Melanochelys tricarinata een schildpad uit de familie Geoemydidae.
driekielaardschildpadden	=	driekielaardschildpad
driekielaardschildpadje	=	driekielaardschildpad
driekielaardschildpadjes	=	driekielaardschildpad
driekielstraalschildpad	noun	Geoclemys hamiltonii een schildpad uit de familie Geoemydidae.
driekielstraalschildpadden	=	driekielstraalschildpad
driekielstraalschildpadje	=	driekielstraalschildpad
driekielstraalschildpadjes	=	driekielstraalschildpad
driekielwaterschildpad	noun	Mauremys mutica een schildpad uit de familie Geoemydidae.
driekielwaterschildpadden	=	driekielwaterschildpad
driekielwaterschildpadje	=	driekielwaterschildpad
driekielwaterschildpadjes	=	driekielwaterschildpad
drieklank	noun	een foneem dat uit drie klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
drieklanken	=	drieklank
drieklankje	=	drieklank
drieklankjes	=	drieklank
drieklapper	noun	een serie van drie overwinningen; een serie van drie doelpunten
drieklappers	=	drieklapper
drieklauwdubbelkopje	noun	Diplocephalus permixtus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
drieklauwdubbelkopjes	=	drieklauwdubbelkopje
drieklauwen	noun	een geslacht Trionyx van schildpadden uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
driekleur	noun	met drie kleuren
driekleurbuulbuul	noun	Pycnonotus tricolor een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae)
driekleurbuulbuuls	=	driekleurbuulbuul
driekleurbuulbuultje	=	driekleurbuulbuul
driekleurbuulbuultjes	=	driekleurbuulbuul
driekleuren	=	driekleur
driekleurennon	noun	Lonchura malacca een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
driekleurennonnen	=	driekleurennon
driekleurennonnetje	=	driekleurennon
driekleurennonnetjes	=	driekleurennon
driekleurenvliegenvanger	noun	Ficedula zanthopygia een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
driekleurenvliegenvangers	=	driekleurenvliegenvanger
driekleurenvliegenvangertje	=	driekleurenvliegenvanger
driekleurenvliegenvangertjes	=	driekleurenvliegenvanger
driekleurhechtschijfvleermuis	noun	Thyroptera tricolor De driekleurhechtschijfvleermuis (Thyroptera tricolor) is een zoogdier uit de familie van de hechtschijfvleermuizen (Thyropteridae).
driekleurhechtschijfvleermuisje	=	driekleurhechtschijfvleermuis
driekleurhechtschijfvleermuisjes	=	driekleurhechtschijfvleermuis
driekleurhechtschijfvleermuizen	=	driekleurhechtschijfvleermuis
driekleurig	adj	met drie kleuren
driekleurige	=	driekleurig
driekleuriger	=	driekleurig
driekleurigs	=	driekleurig
driekleurigst	=	driekleurig
driekleurnon	noun	Lonchura malacca een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
driekleurnonnen	=	driekleurnon
driekleurnonnetje	=	driekleurnon
driekleurnonnetjes	=	driekleurnon
driekleurtje	=	driekleur
driekleurtjes	=	driekleur
driekleurtroepiaal	noun	Agelaius tricolor een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
driekleurtroepiaaltje	=	driekleurtroepiaal
driekleurtroepiaaltjes	=	driekleurtroepiaal
driekleurtroepialen	=	driekleurtroepiaal
driekleurwever	noun	Ploceus tricolor een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
driekleurwevers	=	driekleurwever
driekleurwevertje	=	driekleurwever
driekleurwevertjes	=	driekleurwever
driekoningenavond	noun	de avond van 5 of 6 januari
driekoningenavonden	=	driekoningenavond
driekoningenbroden	=	driekoningenbrood
driekoningenbrood	noun	koek met een boon erin, gebakken voor het driekoningenfeest
driekoningendag	noun	christelijke feestdag op 6 januari waarbij de komst van de Wijzen uit het Oosten bij het Christuskind wordt herdacht
driekoningendagen	=	driekoningendag
driekoningenfeest	noun	christelijke feestdag op 6 januari waarbij de komst van de Wijzen uit het Oosten bij het Christuskind wordt herdacht
driekoningenfeesten	=	driekoningenfeest
driekoningenkoek	noun	koek met een boon erin, gebakken voor het driekoningenfeest
driekoningenkoeken	=	driekoningenkoek
driekoningenkoekje	=	driekoningenkoek
driekoningenkoekjes	=	driekoningenkoek
driekoningentaart	noun	een taart die gebakken wordt naar aanleiding van het driekoningenfeest en waarin een voorwerp zoals een boon, muntstuk of een porseleinen beeldje is verstopt.
driekoningentaarten	=	driekoningentaart
driekoningentaartje	=	driekoningentaart
driekoningentaartjes	=	driekoningentaart
driekoppig	adj	met drie (bemannings)leden
driekoppige	=	driekoppig
driekoppigs	=	driekoppig
driekwart	noun	drie vierde deel	num	drie vierde deel (¾)
driekwartbroek	noun	broek die tot onder de knie maar ruim boven de enkels reikt
driekwartbroeken	=	driekwartbroek
driekwartbroekje	=	driekwartbroek
driekwartbroekjes	=	driekwartbroek
driekwarte	=	driekwart
driekwarten	=	driekwart
driekwartje	=	driekwart
driekwartjes	=	driekwart
driekwarts	=	driekwart
driekwartsmaat	noun	muziek met 3 tellen in een maat
driekwartsmaatje	=	driekwartsmaat
driekwartsmaatjes	=	driekwartsmaat
driekwartsmaten	=	driekwartsmaat
drielandenpunt	noun	plek waar de grenzen van drie landen elkaar treffen
drielandenpunten	=	drielandenpunt
drieledig	adj	uit drie onderdelen bestaand
drieledige	=	drieledig
drieledigs	=	drieledig
drielegsel	noun	een legsel van drie eieren
drielegsels	=	drielegsel
drielegseltje	=	drielegsel
drielegseltjes	=	drielegsel
drielelklokvogel	noun	Procnias tricarunculata een vogel uit de familie Cotingidae (Cotinga’s)
drielelklokvogels	=	drielelklokvogel
drielelklokvogeltje	=	drielelklokvogel
drielelklokvogeltjes	=	drielelklokvogel
drielettergrepig	adj	bestaande uit drie lettergrepen
drielettergrepige	=	drielettergrepig
drielettergrepigs	=	drielettergrepig
drielijnuil	noun	Charanyca trigrammica een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
drielijnuilen	=	drielijnuil
drielijnuiltje	=	drielijnuil
drielijnuiltjes	=	drielijnuil
drieling	noun	meerling van drie stuks, drie uit één zwangerschap of dracht geboren kinderen of jongen
drielingen	=	drieling
drielingetje	=	drieling
drielingetjes	=	drieling
drielingstorm	noun	drie verschillende stormen die binnen enkele dagen tijd vlak achter elkaar overtrekken
drielingstormen	=	drielingstorm
drielobbig	adj	met drie in elkaar grijpende bogen
drielobbige	=	drielobbig
drielobbigs	=	drielobbig
drieluik	noun	schilderstuk dat uit drie onderling verbonden panelen bestaat
drieluiken	=	drieluik
drieluikje	=	drieluik
drieluikjes	=	drieluik
driemaal	adv	in drie gevallen
driemaandelijks	adj	zich om de drie maanden herhalend
driemaandelijkse	=	driemaandelijks
driemaands	adj	iedere drie maanden; om de drie maanden; een periode van drie maanden omvattend; betreffende een kwartaal
driemaandse	=	driemaands
driemalig	adj	drie malen te gebruiken
driemalige	=	driemalig
driemaligs	=	driemalig
drieman	noun	lid van een driemanschap
driemannen	=	drieman
driemanschap	noun	politiek leiderschap dat uit drie gelijkwaardige personen bestaat
driemanschapje	=	driemanschap
driemanschapjes	=	driemanschap
driemanschappen	=	driemanschap
driemaster	noun	zeilschip met drie masten
driemasters	=	driemaster
driemastertje	=	driemaster
driemastertjes	=	driemaster
driemastschoener	noun	type langsgetuigd zeilschip met drie masten, meestal gebruikt voor de zeevaart
driemastschoeners	=	driemastschoener
drienaald-geitenogen	=	drienaald-geitenoog
drienaald-geitenoog	noun	Aegilops triuncialis een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
drienerfmuren	=	drienerfmuur
drienerfmuur	noun	Moehringia trinervia een eenjarige- of tweejarige plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
drienerfmuurtje	=	drienerfmuur
drienerfmuurtjes	=	drienerfmuur
drieogig	adj	met drie ogen of gaten
drieogige	=	drieogig
drieogigs	=	drieogig
drieouder-ivf	noun	ivf behandeling waar drie personen bij betrokken zijn: de toekomstige moeder, de toekomstige vader en een vrouwelijke eiceldonor.
drieouder-ivf's	=	drieouder-ivf
drieouderschap	noun	het verwekken van kinderen met behulp van het genetisch materiaal van drie personen (een man en twee vrouwen)
drieouderschappen	=	drieouderschap
driepartijenovereenkomst	noun	overeenkomst tussen drie partijen
driepartijenovereenkomsten	=	driepartijenovereenkomst
driepas	noun	gotisch geometrisch motief in maaswerk, gevormd door drie elkaar rakende cirkels (passen) die een klaverbladvormig patroon creëren, en die gebruikt wordt in vensters, nissen of friezen
driepassen	=	driepas
driepersoons	adj	bedoeld voor drie personen
driepikkel	noun	stoeltje op drie poten
driepikkels	=	driepikkel
driepikkeltje	=	driepikkel
driepikkeltjes	=	driepikkel
driepoot	noun	stoeltje op drie poten
driepootje	=	driepoot
driepootjes	=	driepoot
driepootvis	noun	Bathypterois grallator een straalvinnige vissensoort uit de familie van netoogvissen (Ipnopidae).
driepootvisje	=	driepootvis
driepootvisjes	=	driepootvis
driepootvissen	noun	een familie Triacanthodidae van straalvinnige vissen uit de orde van kogelvisachtigen (Tetraodontiformes)
driepoten	=	driepoot
driepotig	adj	met drie poten
driepotige	=	driepotig
driepotigs	=	driepotig
driepunter	noun	rake worp van grote afstand bij basketbal waarvoor men drie punten krijgt
driepunters	=	driepunter
driepunthangmatspin	noun	Saaristoa abnormis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
driepunthangmatspinnen	=	driepunthangmatspin
driepunthangmatspinnetje	=	driepunthangmatspin
driepunthangmatspinnetjes	=	driepunthangmatspin
driepuntsblinker	noun	Heliophanus tribulosus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
driepuntsblinkers	=	driepuntsblinker
driepuntsblinkertje	=	driepuntsblinker
driepuntsblinkertjes	=	driepuntsblinker
driepuntsgarnaaltje	noun	Philocheras trispinosus een garnalensoort uit de familie van de Crangonidae.
driepuntsgarnaaltjes	=	driepuntsgarnaaltje
driepuntspoging	noun	een poging in het basketbal waarbij een speler probeert te scoren van buiten de driepuntslijn
driepuntspogingen	=	driepuntspoging
driepuntspoginkje	=	driepuntspoging
driepuntspoginkjes	=	driepuntspoging
driepuntspringspin	noun	Pellenes tripunctatus een spinnensoort uit de familie springspinnen (Salticidae).
driepuntspringspinnen	=	driepuntspringspin
driepuntspringspinnetje	=	driepuntspringspin
driepuntspringspinnetjes	=	driepuntspringspin
drieregelig	adj	van een tekst dat deze drie regels bevat
drieregelige	=	drieregelig
drieregeligs	=	drieregelig
dries	noun	braakliggend akkerland
driesen	=	dries
drieslag	noun	een onregelmatige gang van een paard
drieslagen	=	drieslag
driespaak	noun	wiel met drie spaken
driespaken	=	driespaak
driespan	noun	de drie trekdieren die een wagen of koets trekken
driespannen	=	driespan
driesprong	noun	plaats waar drie wegen samenkomen
driesprongen	=	driesprong
driesprongetje	=	driesprong
driesprongetjes	=	driesprong
driest	adj	wild en woest, met ongefundeerde moed
driestal	noun	krukje met drie poten
driestallen	=	driestal
driestalletje	=	driestal
driestalletjes	=	driestal
driestappenplan	noun	een voorgenomen actie die bestaat uit drie fasen
driestappenplannen	=	driestappenplan
driestar	noun	kort opstel in een krant geschreven door de redactie zonder opschrift maar met drie sterretjes erboven
driestarren	=	driestar
drieste	=	driest
driestekelvissen	noun	een familie Triacanthidae van straalvinnige vissen uit de orde van kogelvisachtigen (Tetraodontiformes)
driestemmig	adj	voor of met drie stemmen
driestemmige	=	driestemmig
driestemmigs	=	driestemmig
driester	=	driest
driestere	=	driest
driesterrenhotel	noun	middenklasse hotel
driesterrenhotelletje	=	driesterrenhotel
driesterrenhotelletjes	=	driesterrenhotel
driesterrenhotels	=	driesterrenhotel
driesterrenrestaurant	noun	een heel goed restaurant waarvan er maar enkelen in Nederland zijn
driesterrenrestaurantje	=	driesterrenrestaurant
driesterrenrestaurantjes	=	driesterrenrestaurant
driesterrenrestaurants	=	driesterrenrestaurant
driesters	=	driest
driestheden	=	driestheid
driestheid	noun	het wild, woest en overmoedig zijn
driestreepboa	noun	Lichanura trivirgata een slang uit de familie reuzenslangen (Boidae)
driestreepboa's	=	driestreepboa
driestreepboaatje	=	driestreepboa
driestreepboaatjes	=	driestreepboa
driestreepboomgors	noun	Microspingus trifasciatus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
driestreepboomgorsje	=	driestreepboomgors
driestreepboomgorsjes	=	driestreepboomgors
driestreepboomgorzen	=	driestreepboomgors
driestreepdoosschildpad	noun	Cuora trifasciata een schildpad uit de familie Geoemydidae.
driestreepdoosschildpadden	=	driestreepdoosschildpad
driestreepdoosschildpadje	=	driestreepdoosschildpad
driestreepdoosschildpadjes	=	driestreepdoosschildpad
driestreepsalamander	noun	Eurycea guttolineata een amfibie uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
driestreepsalamanders	=	driestreepsalamander
driestreepsalamandertje	=	driestreepsalamander
driestreepsalamandertjes	=	driestreepsalamander
driestreepsigaar	noun	Sigara semistriata een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
driestreepsigaartje	=	driestreepsigaar
driestreepsigaartjes	=	driestreepsigaar
driestreepsigaren	=	driestreepsigaar
driestreepspin	noun	Mangora acalypha een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen.
driestreepspinnen	=	driestreepspin
driestreepspinnetje	=	driestreepspin
driestreepspinnetjes	=	driestreepspin
driestreepzanger	noun	Basileuterus tristriatus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
driestreepzangers	=	driestreepzanger
driestreepzangertje	=	driestreepzanger
driestreepzangertjes	=	driestreepzanger
driestrepentiran	noun	Conopias trivirgatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
driestrepentirannen	=	driestrepentiran
driestrepentirannetje	=	driestrepentiran
driestrepentirannetjes	=	driestrepentiran
driestromenland	noun	gebied waar drie rivieren doorheen stromen
driestromenlanden	=	driestromenland
driests	=	driest
driestst	=	driest
driestste	=	driest
driestuiverroman	noun	zeer goedkoop uitgegeven boekje behorende tot de triviaalliteratuur
driestuiverromannetje	=	driestuiverroman
driestuiverromannetjes	=	driestuiverroman
driestuiverromans	=	driestuiverroman
drietal	noun	welgeteld drie
drietalig	adj	met drie talen
drietalige	=	drietalig
drietaligs	=	drietalig
drietallen	=	drietal
drietalletje	=	drietal
drietalletjes	=	drietal
drietallig	adj	in drie stappen een volledige verandering doormakend
drietallige	=	drietallig
drietalligs	=	drietallig
drietand	noun	wapen in de vorm van een vork of staf met drie tanden, het attribuut van Poseidon (Neptunus)
drietandbladneusvleermuis	noun	Asellia tridens vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Oude Wereld (Hipposideridae).
drietandbladneusvleermuisje	=	drietandbladneusvleermuis
drietandbladneusvleermuisjes	=	drietandbladneusvleermuis
drietandbladneusvleermuizen	=	drietandbladneusvleermuis
drietanden	=	drietand
drietandhooiwagen	noun	Oligolophus tridens een hooiwagen uit de familie echte hooiwagens (Phalangiidae)
drietandhooiwagens	=	drietandhooiwagen
drietandhooiwagentje	=	drietandhooiwagen
drietandhooiwagentjes	=	drietandhooiwagen
drietandje	=	drietand
drietandjes	=	drietand
drietandkoekoekspinnendoder	noun	Evagetes gibbulus een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
drietandkoekoekspinnendoders	=	drietandkoekoekspinnendoder
drietandkoekoekspinnendodertje	=	drietandkoekoekspinnendoder
drietandkoekoekspinnendodertjes	=	drietandkoekoekspinnendoder
drietandvissen	noun	een familie Triodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van kogelvisachtigen (Tetraodontiformes)
drietandvlakjesmot	noun	Catoptria falsella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
drietandvlakjesmotje	=	drietandvlakjesmot
drietandvlakjesmotjes	=	drietandvlakjesmot
drietandvlakjesmotten	=	drietandvlakjesmot
drietandzandspinnendoder	noun	Arachnospila fumipennis een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
drietandzandspinnendoders	=	drietandzandspinnendoder
drietandzandspinnendodertje	=	drietandzandspinnendoder
drietandzandspinnendodertjes	=	drietandzandspinnendoder
drieteendiksnavelmees	noun	Cholornis paradoxus een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen)
drieteendiksnavelmeesje	=	drieteendiksnavelmees
drieteendiksnavelmeesjes	=	drieteendiksnavelmees
drieteendiksnavelmezen	=	drieteendiksnavelmees
drieteenglansvogel	noun	Jacamaralcyon tridactyla een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels)
drieteenglansvogels	=	drieteenglansvogel
drieteenglansvogeltje	=	drieteenglansvogel
drieteenglansvogeltjes	=	drieteenglansvogel
drieteenmeeuw	noun	Rissa tridactyla een vogel uit de familie van de meeuwen die algemeen voorkomt langs de kusten van het noordelijk halfrond.
drieteenmeeuwen	=	drieteenmeeuw
drieteenmeeuwtje	=	drieteenmeeuw
drieteenmeeuwtjes	=	drieteenmeeuw
drieteensalangaan	noun	Aerodramus papuensis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
drieteensalangaantje	=	drieteensalangaan
drieteensalangaantjes	=	drieteensalangaan
drieteensalanganen	=	drieteensalangaan
drieteenspecht	noun	Picoides tridactylus een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
drieteenspechten	=	drieteenspecht
drieteenspechtje	=	drieteenspecht
drieteenspechtjes	=	drieteenspecht
drieteenstrandloper	noun	Calidris alba een vogel uit de familie van snipachtigen (Scolopacidae).
drieteenstrandlopers	=	drieteenstrandloper
drieteenstrandlopertje	=	drieteenstrandloper
drieteenstrandlopertjes	=	drieteenstrandloper
drietje	=	drie
drietjes	=	drie
drietongetje	noun	Centromerus persimilis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
drietongetjes	=	drietongetje
drietonig	adj	van iets dat deze drie geluidstonen kan voortbrengen
drietonige	=	drietonig
drietonigs	=	drietonig
drietrapsraket	noun	een raket waarbij achtereenvolgens de voortstuwing door drie raketten wordt verzorgd waarbij de eerder gebruikte raket wordt afgestoten
drietrapsraketten	=	drietrapsraket
drieversnellingsnaaf	noun	naaf in het achterwiel van een fiets die de mogelijkheid biedt in drie verschillende versnellingen te rijden
drieversnellingsnaven	=	drieversnellingsnaaf
drievinslijmvissen	noun	een familie Tripterygiidae van kleine, baarsachtige vissen.
drievlak	noun	lichaam gevormd door drie elkaar snijdende platte vlakken
drievlakje	=	drievlak
drievlakjes	=	drievlak
drievlakken	=	drievlak
drievlekdwergspanner	noun	Eupithecia trisignaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
drievlekdwergspanners	=	drievlekdwergspanner
drievlekdwergspannertje	=	drievlekdwergspanner
drievlekdwergspannertjes	=	drievlekdwergspanner
drievlekkenjuffertje	noun	Stegastes planifrons een straalvinnige vissensoort uit de familie van rifbaarzen en koraaljuffertjes (Pomacentridae).
drievlekkenjuffertjes	=	drievlekkenjuffertje
drievlekrouwzwever	noun	Anthrax trifasciatus een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
drievlekrouwzwevers	=	drievlekrouwzwever
drievlekrouwzwevertje	=	drievlekrouwzwever
drievlekrouwzwevertjes	=	drievlekrouwzwever
drievlekspanner	noun	Stegania trimaculata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners
drievlekspanners	=	drievlekspanner
drievlekspannertje	=	drievlekspanner
drievlekspannertjes	=	drievlekspanner
drievlekwielwebspin	noun	Araneus triguttatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wielwebspinnen (Araneidae)
drievlekwielwebspinnen	=	drievlekwielwebspin
drievlekwielwebspinnetje	=	drievlekwielwebspin
drievlekwielwebspinnetjes	=	drievlekwielwebspin
drievoet	noun	statief met drie poten
drievoeten	=	drievoet
drievoetje	=	drievoet
drievoetjes	=	drievoet
drievoud	noun	aantal dat driemaal zo groot is als het genoemde of bedoelde aantal	adj	drievoudig
drievoude	=	drievoud
drievouden	=	drievoud
drievoudig	adj	driemaal dezelfde groep of binding bezittend
drievoudige	=	drievoudig
drievoudigs	=	drievoudig
drievoudje	=	drievoud
drievoudjes	=	drievoud
drievouds	=	drievoud
drievuldigheidszondag	noun	de zondag na Pinksteren waarop het feest van de Heilige Drievuldigheid wordt gevierd
driewaardig	adj	de valentie 3 hebbend
driewaardige	=	driewaardig
driewaardigs	=	driewaardig
drieweeks	adj	drie weken durend
drieweekse	=	drieweeks
driewegsysteem	noun	geluidsweergavesysteem waarbij hoge, lage en middentonen gescheiden worden
driewegsysteempje	=	driewegsysteem
driewegsysteempjes	=	driewegsysteem
driewegsystemen	=	driewegsysteem
driewekelijks	adj	zich om de drie weken herhalend
driewekelijkse	=	driewekelijks
driewerf	adv	driemaal herhaald
driewieler	noun	voertuig op drie wielen
driewielers	=	driewieler
driewielertje	=	driewieler
driewielertjes	=	driewieler
driewielig	adj	van een voertuig dat het drie wielen heeft
driewielige	=	driewielig
driewieligs	=	driewielig
driezen	=	dries
driezijdig	adj	met, of aan drie kanten, belangen, partijen etc
driezijdige	=	driezijdig
driezijdigs	=	driezijdig
driezitsbank	noun	bank die gemaakt is om er met drie personen op te zitten
driezitsbanken	=	driezitsbank
driezitsbankje	=	driezitsbank
driezitsbankjes	=	driezitsbank
drieëenheid	=	drie-eenheid
drieën	num	datief van drie: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels
drieëndertig	num	"33", het getal tussen tweeëndertig en vierendertig, dertig plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 33 is aangeduid
drieëndertighoek	noun	meetkundige figuur met drieëndertig hoeken
drieëndertighoeken	=	drieëndertighoek
drieëndertigjarig	adj	33 jaren durend
drieëndertigjarige	noun	levend wezen dat 33 jaar oud is of iets dat 33 jaar bestaat
drieëndertigjarigen	=	drieëndertigjarige
drieëndertigjarigs	=	drieëndertigjarig
drieëndertigje	=	drieëndertig
drieëndertigjes	=	drieëndertig
drieëndertigs	=	drieëndertig
drieëndertigste	adj	nummer drieëndertig in een rij.
drieënhalf	num	de breuk 3½; drie en een half
drieënhalfs	=	drieënhalf
drieënhalve	=	drieënhalf
drieënnegentig	num	"93", het getal tussen tweeënnegentig en vierennegentig, negentig plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 93 is aangeduid
drieënnegentigjarig	adj	93 jaren durend
drieënnegentigjarige	noun	levend wezen dat 93 jaar oud is of iets dat 93 jaar bestaat
drieënnegentigjarigen	=	drieënnegentigjarige
drieënnegentigjarigs	=	drieënnegentigjarig
drieënnegentigje	=	drieënnegentig
drieënnegentigjes	=	drieënnegentig
drieënnegentigs	=	drieënnegentig
drieënnegentigste	adj	nummer drieënnegentig in een rij.
drieëntachtig	num	"83", het getal tussen tweeëntachtig en vierentachtig, tachtig plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 83 is aangeduid
drieëntachtigjarig	adj	83 jaren durend
drieëntachtigjarige	noun	levend wezen dat 83 jaar oud is of iets dat 83 jaar bestaat
drieëntachtigjarigen	=	drieëntachtigjarige
drieëntachtigjarigs	=	drieëntachtigjarig
drieëntachtigje	=	drieëntachtig
drieëntachtigjes	=	drieëntachtig
drieëntachtigs	=	drieëntachtig
drieëntachtigste	adj	nummer drieëntachtig in een rij.
drieëntwintig	num	"23", het getal tussen tweeëntwintig en vierentwintig, twintig plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 23 is aangeduid
drieëntwintigjarig	adj	23 jaren durend
drieëntwintigjarige	noun	levend wezen dat 23 jaar oud is of iets dat 23 jaar bestaat
drieëntwintigjarigen	=	drieëntwintigjarige
drieëntwintigjarigs	=	drieëntwintigjarig
drieëntwintigje	=	drieëntwintig
drieëntwintigjes	=	drieëntwintig
drieëntwintigs	=	drieëntwintig
drieëntwintigste	adj	nummer drieëntwintig in een rij.
drieënveertig	num	"43", het getal tussen tweeënveertig en vierenveertig, veertig plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 43 is aangeduid
drieënveertigjarig	adj	43 jaren durend
drieënveertigjarige	noun	levend wezen dat 43 jaar oud is of iets dat 43 jaar bestaat
drieënveertigjarigen	=	drieënveertigjarige
drieënveertigjarigs	=	drieënveertigjarig
drieënveertigje	=	drieënveertig
drieënveertigjes	=	drieënveertig
drieënveertigs	=	drieënveertig
drieënveertigste	adj	nummer drieënveertig in een rij.
drieënvijftig	num	"53", het getal tussen tweeënvijftig en vierenvijftig, vijftig plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 53 is aangeduid
drieënvijftigjarig	adj	53 jaren durend
drieënvijftigjarige	noun	levend wezen dat 53 jaar oud is of iets dat 53 jaar bestaat
drieënvijftigjarigen	=	drieënvijftigjarige
drieënvijftigjarigs	=	drieënvijftigjarig
drieënvijftigje	=	drieënvijftig
drieënvijftigjes	=	drieënvijftig
drieënvijftigs	=	drieënvijftig
drieënvijftigste	adj	nummer drieënvijftig in een rij.
drieënzestig	num	"63", het getal tussen tweeënzestig en vierenzestig, zestig plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 63 is aangeduid
drieënzestigduizend	num	63.000
drieënzestigjarig	adj	63 jaren durend
drieënzestigjarige	noun	levend wezen dat 63 jaar oud is of iets dat 63 jaar bestaat
drieënzestigjarigen	=	drieënzestigjarige
drieënzestigjarigs	=	drieënzestigjarig
drieënzestigje	=	drieënzestig
drieënzestigjes	=	drieënzestig
drieënzestigs	=	drieënzestig
drieënzestigste	adj	nummer drieënzestig in een rij.
drieënzeventig	num	"73", het getal tussen tweeënzeventig en vierenzeventig, zeventig plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 73 is aangeduid
drieënzeventigjarig	adj	73 jaren durend
drieënzeventigjarige	noun	levend wezen dat 73 jaar oud is of iets dat 73 jaar bestaat
drieënzeventigjarigen	=	drieënzeventigjarige
drieënzeventigjarigs	=	drieënzeventigjarig
drieënzeventigje	=	drieënzeventig
drieënzeventigjes	=	drieënzeventig
drieënzeventigs	=	drieënzeventig
drieënzeventigste	adj	nummer drieënzeventig in een rij.
drieër	=	drie
drieërlei	adj	alleen attributief van drie soorten
drift	noun	sterke en plotselinge opwelling van woede, bijv. agressiedrift
driftaanval	noun	plotseling opkomende, onbeheerste woede aanval
driftaanvallen	=	driftaanval
driftaanvalletje	=	driftaanval
driftaanvalletjes	=	driftaanval
driftbevrediging	noun	de bevrediging van een (instinctieve) drift
driftbevredigingen	=	driftbevrediging
driftbevredigingetje	=	driftbevrediging
driftbevredigingetjes	=	driftbevrediging
driftbui	noun	heftige aanval van woede
driftbuien	=	driftbui
driftbuitje	=	driftbui
driftbuitjes	=	driftbui
drifte	=	driften
driften	verb	drijven
driftend	=	driften
driftende	=	driften
drifter	noun	iemand die door hem gemerkte vogels houdt in de vrije natuur
drifters	=	drifter
driftig	adj	in hoge mate prikkelbaar, opvliegend	adv	wild, snel, verwoed
driftige	=	driftig
driftiger	=	driftig
driftigere	=	driftig
driftigers	=	driftig
driftigs	=	driftig
driftigst	=	driftig
driftigste	=	driftig
driftje	=	drift
driftjes	=	drift
driftkikker	noun|informal	driftig persoon
driftkikkers	=	driftkikker
driftkikkertje	=	driftkikker
driftkikkertjes	=	driftkikker
driftkop	noun|informal	iemand die driftig van karakter is
driftkopje	=	driftkop
driftkopjes	=	driftkop
driftkoppen	=	driftkop
driftleven	noun	primaire sterke, instinctieve impulsen, verlangens en emoties, vaak onbewust en krachtig, zoals seksuele driften, agressie, met een onstuitbare drang naar zelfbehoud of wraak
driftlevens	=	driftleven
driftsneeuw	noun	fijne, reeds gevallen sneeuw die door de wind van de grond opwaait en elders weer wordt afgezet
driftstromen	=	driftstroom
driftstroom	noun	een stroom die veroorzaakt wordt door wind dat het water meesleept
driftstroompje	=	driftstroom
driftstroompjes	=	driftstroom
driftte	=	driften
driftten	=	driften
drij	=	drie
drijf	=	drijven
drijfanker	noun	drijvend toestel om het afdrijven te verminderen
drijfankers	=	drijfanker
drijfankertje	=	drijfanker
drijfankertjes	=	drijfanker
drijfas	noun	as die een instrument of deel ervan aandrijft, een aandrijfas
drijfasje	=	drijfas
drijfasjes	=	drijfas
drijfassen	=	drijfas
drijfbaar	adj	van iets dat het kan drijven in water
drijfbaarder	=	drijfbaar
drijfbaardere	=	drijfbaar
drijfbaarders	=	drijfbaar
drijfbaars	=	drijfbaar
drijfbaarst	=	drijfbaar
drijfbaarste	=	drijfbaar
drijfbaken	noun	op het wateroppervlak rustende constructie met een paal die bovenaan een teken heeft als markering voor de scheepvaart
drijfbakens	=	drijfbaken
drijfbare	=	drijfbaar
drijfgas	noun	gas dat in spuitbussen gebruikt wordt om de inhoud onder druk te zetten
drijfgasje	=	drijfgas
drijfgasjes	=	drijfgas
drijfgassen	=	drijfgas
drijfhorens	noun	Rissoidae een grote familie van relatief kleine zeeslakken met een operculum.
drijfhout	noun	uit zee aangespoeld hout
drijfijs	noun	drijvende stukken ijs
drijfjacht	noun	jacht waarbij het wild eerst in de richting van de jagers wordt gedreven
drijfjachten	=	drijfjacht
drijfjachtje	=	drijfjacht
drijfjachtjes	=	drijfjacht
drijfkracht	noun	de kracht die ervoor zorgt dat iets voorwaarts gaat
drijfkrachten	=	drijfkracht
drijflaag	noun	laag materiaal dat op het water drijft
drijflaagje	=	drijflaag
drijflaagjes	=	drijflaag
drijflagen	=	drijflaag
drijfmest	noun	vloeibaar mengsel van de uitwerpselen van vee
drijfmestvlieg	noun	Hydrotaea aenescens een vliegensoort uit de familie van de echte vliegen (Muscidae).
drijfmestvliegen	=	drijfmestvlieg
drijfmestvliegje	=	drijfmestvlieg
drijfmestvliegjes	=	drijfmestvlieg
drijfnat	adj	heel erg nat
drijfnats	=	drijfnat
drijfnatte	=	drijfnat
drijfnet	noun	een visnet dat als een gordijn rechtop in het water staat, met aan de bovenkant boeien en aan de onderkant gewichten.
drijfnetten	=	drijfnet
drijfnetvisser	noun	iemand die vis vangt met een raster van touw dat als een gordijn aan drijvers in het water hangt
drijfnetvissers	=	drijfnetvisser
drijfriem	noun	cirkelvormige strook van sterk maar soepel materiaal die de beweging van een motor overbrengt op een aan te drijven machine
drijfriemen	=	drijfriem
drijfriempje	=	drijfriem
drijfriempjes	=	drijfriem
drijfsijs	noun|humorous	eend of andere watervogel
drijfsijsje	=	drijfsijs
drijfsijsjes	=	drijfsijs
drijfsijzen	=	drijfsijs
drijfstang	noun	een onderdeel in een machine dat de rechtlijnige beweging van de zuiger omzet naar de draaiende beweging van de krukas
drijfstangen	=	drijfstang
drijfstangetje	=	drijfstang
drijfstangetjes	=	drijfstang
drijft	=	drijven
drijftil	noun	drijvend eilandje, meestal in een voedselrijke veenplas gelegen, dat bestaat uit aaneengegroeide planten op een basis van losgeslagen plantendelen
drijftillen	=	drijftil
drijftilletje	=	drijftil
drijftilletjes	=	drijftil
drijftiltroepiaal	noun	Agelasticus xanthophthalmus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
drijftiltroepiaaltje	=	drijftiltroepiaal
drijftiltroepiaaltjes	=	drijftiltroepiaal
drijftiltroepialen	=	drijftiltroepiaal
drijftol	noun	een tol die men heel snel kan laten ronddraaien met behulp van een zweepje
drijftollen	=	drijftol
drijftolletje	=	drijftol
drijftolletjes	=	drijftol
drijfveer	noun	een veer die onder spanning gezet de energie levert voor de beweging van een mechaniek
drijfveertje	=	drijfveer
drijfveertjes	=	drijfveer
drijfveren	=	drijfveer
drijfvermogen	noun	de mate waarin een voorwerp is staat is bij te dragen tot het drijvend houden van iets
drijfvermogens	=	drijfvermogen
drijfwerk	noun	gedreven metaal
drijfwerken	=	drijfwerk
drijfwiel	noun	wielen die voor de aandrijving van een voertuig zorgen
drijfwielen	=	drijfwiel
drijfwieltje	=	drijfwiel
drijfwieltjes	=	drijfwiel
drijfzand	noun	bodem bestaand uit heel kleine korreltjes vergruisd gesteente, verzadigd met zoveel water dat alles wat zwaar is er in wegzakt
drijt	=	drijten
drijte	=	drijten
drijten	verb|obsolete	zijn behoefte doen
drijtend	=	drijten
drijtende	=	drijten
drijve	=	drijven
drijven	verb	op het oppervlak van een vloeistof (voornamelijk water) rusten
drijvend	adj	op water steunend door de opwaartse druk daarvan (kan met dezelfde betekenis worden gebruikt bij andere onvaste stoffen dan water)
drijvende	=	drijvend
drijvends	=	drijvend
drijver	noun	een voorwerp dat als functie heeft iets drijvende te houden
drijverij	noun	het mensen dwingen om iets te doen of te laten
drijverijen	=	drijverij
drijvers	=	drijver
drijvertje	=	drijver
drijvertjes	=	drijver
dril	noun	stevige gekeperde stof
drilboor	noun	zeer zware klopboor
drilboortje	=	drilboor
drilboortjes	=	drilboor
drilboren	=	drilboor
drilde	=	drillen
drilden	=	drillen
drill	noun	subgenre van rap afkomstig uit Chicago, bekend om gewelddadige teksten
drille	=	drillen
drillen	verb	schudden, trillen	noun	Mandrillus een geslacht uit de Afrikaanse regenwouden behorende tot de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae)
drillend	=	drillen
drillende	=	drillen
drillrap	noun	omstreeks 2010 opgekomen subgenre binnen de rap, waarbij de tekst voornamelijk gaat over het rauwe straatleven van jonge criminelen en waarin vaak geweld wordt verheerlijkt
drillrapper	noun	beoefenaar van het muziekgenre drillrap
drillrappers	=	drillrapper
drillrappertje	=	drillrapper
drillrappertjes	=	drillrapper
drilmeester	noun	iemand die beroepsmatig mensen begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
drilmeesters	=	drilmeester
drilmeestertje	=	drilmeester
drilmeestertjes	=	drilmeester
drilpudding	noun	een pudding van gelatine
drilpuddingen	=	drilpudding
drilpuddinkje	=	drilpudding
drilpuddinkjes	=	drilpudding
drilt	=	drillen
dring	=	dringen
dringe	=	dringen
dringen	verb	met het gehele lijf duwen
dringend	adj	geen uitstel duldend want heel belangrijk
dringende	=	dringend
dringender	=	dringend
dringendere	=	dringend
dringenders	=	dringend
dringendheid	noun	het op korte termijn noodzakelijk zijn
dringends	=	dringend
dringendst	=	dringend
dringendste	=	dringend
dringt	=	dringen
drink	noun	gelegenheid waarbij genodigden elkaar informeel ontmoeten en een of meer glazen met onverwarmde dranken krijgen aangeboden; oorspronkelijk ging het hierbij om alcoholische dranken
drinkbaar	adj	veilig in te nemen of te nuttigen
drinkbaarder	=	drinkbaar
drinkbaardere	=	drinkbaar
drinkbaarders	=	drinkbaar
drinkbaars	=	drinkbaar
drinkbaarst	=	drinkbaar
drinkbaarste	=	drinkbaar
drinkbak	noun	Een bak waaruit een dier kan drinken.
drinkbakje	=	drinkbak
drinkbakjes	=	drinkbak
drinkbakken	=	drinkbak
drinkbare	=	drinkbaar
drinkbeker	noun	een beker waaruit gedronken kan worden
drinkbekers	=	drinkbeker
drinkbekertje	=	drinkbeker
drinkbekertjes	=	drinkbeker
drinkbus	noun	drinkfles voor sporters tijdens het sporten
drinkbusje	=	drinkbus
drinkbusjes	=	drinkbus
drinkbussen	=	drinkbus
drinke	=	drinken
drinkeboer	noun	iemand die veel alcoholische dranken drinkt vooral in vrolijke gezelschappen
drinkeboers	=	drinkeboer
drinkeboertje	=	drinkeboer
drinkeboertjes	=	drinkeboer
drinkebroer	noun	iemand die veel alcoholische dranken drinkt vooral in vrolijke gezelschappen
drinkebroers	=	drinkebroer
drinkebroertje	=	drinkebroer
drinkebroertjes	=	drinkebroer
drinken	verb	een vloeistof (bijvoorbeeld drinkwater) via de mond innemen	noun	vloeistof die men kan gebruiken voor inname
drinkend	=	drinken
drinkende	=	drinken
drinker	noun	iemand die (te veel) alcohol drinkt
drinkers	=	drinker
drinkersbaas	noun	persoon die teveel alcohol drinkt
drinkersbaasje	=	drinkersbaas
drinkersbaasjes	=	drinkersbaas
drinkersbazen	=	drinkersbaas
drinkertje	=	drinker
drinkertjes	=	drinker
drinkfles	noun	een fles waar men rechtstreeks uit kan drinken dus zonder gebruikt te maken van een glas of beker
drinkflesje	=	drinkfles
drinkflesjes	=	drinkfles
drinkflessen	=	drinkfles
drinkfontein	noun	aangelegde plek waar water uit spuit zodat het kan worden gedronken
drinkfonteinen	=	drinkfontein
drinkfonteintje	=	drinkfontein
drinkfonteintjes	=	drinkfontein
drinkgedrag	noun	de manier waarop men alcoholische dranken nuttigt
drinkgelag	noun	bijeenkomst waar men zich voornamelijk bezighoudt met het drinken van grote hoeveelheden alcohol eventueel gepaard gaande met het aanheffen van drinkliederen
drinkgelagen	=	drinkgelag
drinkgeld	noun	klein bedrag als onverplichte blijk van waardering voor bewezen diensten
drinkgelden	=	drinkgeld
drinkgeldje	=	drinkgeld
drinkgeldjes	=	drinkgeld
drinkgelegenheden	=	drinkgelegenheid
drinkgelegenheid	noun	plaats waar men, tegen betaling, iets te drinken kan kopen en gebruiken
drinkgerei	noun	tafelgerei om mee te drinken (drinkglazen, koppen e.d.)
drinkgewoonte	noun	de vaste manier waarop men alcoholische dranken gebruikt
drinkgewoonten	=	drinkgewoonte
drinkgewoontes	=	drinkgewoonte
drinkglaasje	=	drinkglas
drinkglaasjes	=	drinkglas
drinkglas	noun	een glas waaruit gedronken wordt.
drinkglazen	=	drinkglas
drinkhoorn	noun	de hoorn van een dier die gebruikt wordt om uit te drinken
drinkhoornen	=	drinkhoorn
drinkhoorns	=	drinkhoorn
drinkhoorntje	=	drinkhoorn
drinkhoorntjes	=	drinkhoorn
drinkje	=	drink
drinkjes	=	drink
drinklied	noun	lied over het drinken en gezongen bij een drinkgelag
drinkliederen	=	drinklied
drinkliedje	=	drinklied
drinkliedjes	=	drinklied
drinkontbijt	noun	ontbijt bestaande uit een combinatie van een zuivel- en een vruchtendrank met voedingsvezels voor wie geen zin heeft om te kauwen
drinkontbijten	=	drinkontbijt
drinkontbijtje	=	drinkontbijt
drinkontbijtjes	=	drinkontbijt
drinkpakjeshouder	noun	hard, meestal plastic huls waar je een klein drankkarton in kunt schuiven
drinkpakjeshouders	=	drinkpakjeshouder
drinkpakjeshoudertje	=	drinkpakjeshouder
drinkpakjeshoudertjes	=	drinkpakjeshouder
drinkpartij	noun	de keer dat men (samen met anderen) (grote hoeveelheden) (alcoholische) dranken drinkt
drinkpartijen	=	drinkpartij
drinkpartijtje	=	drinkpartij
drinkpartijtjes	=	drinkpartij
drinkpiraterij	noun	drank gebruiken in een een horecagelegenheid en daarna weggaan zonder te betalen
drinkplaats	noun	een plaats waar dieren kunnen drinken
drinkplaatsen	=	drinkplaats
drinkplaatsje	=	drinkplaats
drinkplaatsjes	=	drinkplaats
drinks	=	drink
drinkschaal	noun	beker of schaal waaruit men kan drinken
drinkschaaltje	=	drinkschaal
drinkschaaltjes	=	drinkschaal
drinkschalen	=	drinkschaal
drinkstaking	noun	een vorm van protest of wilsverklaring waarbij iemand bewust weigert om vocht of vloeistoffen in te nemen.
drinkstakingen	=	drinkstaking
drinkstakinkje	=	drinkstaking
drinkstakinkjes	=	drinkstaking
drinkster	noun	vrouw alcohol gebruikt
drinksters	=	drinkster
drinkstertje	=	drinkster
drinkstertjes	=	drinkster
drinkt	=	drinken
drinktempo	noun	snelheid waarmee iemand (alcoholische dranken) drinkt
drinktijd	noun	tijdstip dat men drinkt
drinktijden	=	drinktijd
drinkuit	noun	een zilveren of glazen beker die geen voet bezat.
drinkvermogen	noun	de hoeveelheid alcoholische dranken die iemand kan drinken, wat problematisch kan worden bij overmatig of zwaar drinken
drinkvermogens	=	drinkvermogen
drinkwaar	noun	verkoopbaar product dat men kan drinken
drinkwaren	=	drinkwaar
drinkwater	noun	water dat geschikt is om gedronken te worden
drinkwaterbassin	noun	een kunstmatig aangelegde poel voor de opslag van water bestemd voor gebruik als drinkwater
drinkwaterbassins	=	drinkwaterbassin
drinkwaterbedrijf	noun	bedrijf dat zorgt voor de drinkwatervoorziening in een bepaald gebied
drinkwaterbedrijfje	=	drinkwaterbedrijf
drinkwaterbedrijfjes	=	drinkwaterbedrijf
drinkwaterbedrijven	=	drinkwaterbedrijf
drinkwaterbereiding	noun	het proces waarbij grondwater of oppervlaktewater door waterbedrijven wordt gezuiverd tot schoon en veilig drinkwater.
drinkwaterbereidingen	=	drinkwaterbereiding
drinkwaterbereidinkje	=	drinkwaterbereiding
drinkwaterbereidinkjes	=	drinkwaterbereiding
drinkwateren	=	drinkwater
drinkwaterinstallatie	noun	geheel van toestellen en leidingen die zorgen voor de distributie van drinkwater
drinkwaterinstallaties	=	drinkwaterinstallatie
drinkwaterleiding	noun	buis waardoor drinkbaar water stroomt
drinkwaterleidingen	=	drinkwaterleiding
drinkwaterleidinkje	=	drinkwaterleiding
drinkwaterleidinkjes	=	drinkwaterleiding
drinkwaternorm	noun	lijst met eisen waaraan drinkwater moet voldoen
drinkwaternormen	=	drinkwaternorm
drinkwaterprobleem	noun	het tekort aan veilig drinkbaar water
drinkwaterproblemen	=	drinkwaterprobleem
drinkwaters	=	drinkwater
drinkwaterstation	noun	plaats waar zuiver en veilig water verkrijgbaar is
drinkwaterstations	=	drinkwaterstation
drinkwatersysteem	noun	alle voorzieningen die zorgen voor de productie en distributie van drinkwater
drinkwatersystemen	=	drinkwatersysteem
drinkwatertje	=	drinkwater
drinkwatertjes	=	drinkwater
drinkwaterverbruik	noun	de hoeveelheid drinkwater die wordt afgenomen bij drinkwaterbedrijven
drinkwatervoorziening	noun	het geheel van maatregelen en voorzieningen die ervoor zorgen dat er voldoende schoon water beschikbaar is voor menselijke consumptie
drinkwatervoorzieningen	=	drinkwatervoorziening
drinkwaterwinning	noun	het winnen van water dat geschikt is om er door zuivering drinkwater van te maken
drinkwaterwinningen	=	drinkwaterwinning
drinkwaterzuivering	noun	het op professionele wijze zuiveren en reinigen van water, zodat dit gedronken kan worden
drinkwaterzuiveringen	=	drinkwaterzuivering
drinkyoghurt	noun	Een op melk gebaseerde drank, dikker dan melk maar dunner dan yoghurt, vaak gezoet
drinkyoghurts	=	drinkyoghurt
dripsysteem	noun	irrigatiesysteem dat relatief zuinig is met water waarbij de gewassen druppel voor druppel uit een slang bevloeid worden
dripsysteempje	=	dripsysteem
dripsysteempjes	=	dripsysteem
dripsystemen	=	dripsysteem
drishti	noun	fixatie van iemands blik op verschillende focuspunten
drishti's	=	drishti
drive	noun	snelle, horizontale slag die laag over het net gespeeld wordt
drive-in	noun	een voorziening zoals een bank, restaurant, bioscoop of zelfs een kerk waar iemand letterlijk met een auto doorheen kan rijden om bediend te worden
drive-inbioscoop	noun	een bioscoop waar men met de auto naar binnen rijdt en zittende in de auto de film bekijkt
drive-inbioscopen	=	drive-inbioscoop
drive-incoffeeshop	noun	een coffeeshop waar men met de auto langs rijdt en zonder uit te stappen de drugs koopt
drive-incoffeeshops	=	drive-incoffeeshop
drive-inrestaurant	noun	een restaurant waar je de maaltijd gebruikt in je eigen auto
drive-inrestaurantje	=	drive-inrestaurant
drive-inrestaurantjes	=	drive-inrestaurant
drive-inrestaurants	=	drive-inrestaurant
drive-ins	=	drive-in
drive-inshow	noun	een diskjockey die zijn eigen apparatuur meeneemt naar de plaats waar hij of zij muziek gaat draaien
drive-inshows	=	drive-inshow
drive-insupermarkt	noun	boodschappen worden thuis online besteld en kunnen dan opgepikt worden bij een supermarkt door met de auto door het ophaalpunt te rijden
drive-insupermarkten	=	drive-insupermarkt
drive-inwoning	noun	eengezinswoningen met inpandige garage op de begane grond en de woonruimte op de eerste en volgende verdiepingen
drive-inwoningen	=	drive-inwoning
drive-inwoninkje	=	drive-inwoning
drive-inwoninkjes	=	drive-inwoning
drive-thrucambio	noun	geldwisselkantoor waarbij de klant de auto niet hoeft te verlaten
drive-thrucambio's	=	drive-thrucambio
driver	noun	stuk software dat een verbinding legt tussen de hardware en het besturingssysteem
drivers	=	driver
drives	=	drive
droch	=	drog
droedel	noun	tijdverdrijf waarbij creatief omgegaan wordt met woorden, letters, en tekeningen
droedelde	=	droedelen
droedelden	=	droedelen
droedele	=	droedelen
droedelen	verb	een simpel tekeningetje maken dat pas begrijpelijk is na een grappige verklaring
droedelend	=	droedelen
droedelende	=	droedelen
droedels	=	droedel
droedelt	=	droedelen
droedeltje	=	droedel
droedeltjes	=	droedel
droef	adj	treurig stemmend, verdrietig makend
droefenis	noun	trieste, verdrietige stemming
droefenissen	=	droefenis
droefgeestig	adj	een trieste stemming met zich dragend
droefgeestige	=	droefgeestig
droefgeestiger	=	droefgeestig
droefgeestigere	=	droefgeestig
droefgeestigers	=	droefgeestig
droefgeestigheden	=	droefgeestigheid
droefgeestigheid	noun	het depressief en weinig levenslustig zijn
droefgeestigs	=	droefgeestig
droefgeestigst	=	droefgeestig
droefgeestigste	=	droefgeestig
droefheden	=	droefheid
droefheid	noun	de mate van droef zijn
droefs	=	droef
droefst	=	droef
droefste	=	droef
droeftoeter	noun	iemand die droevig is, depressieveling
droeftoeters	=	droeftoeter
droeftoetertje	=	droeftoeter
droeftoetertjes	=	droeftoeter
droeg	=	dragen
droege	=	dragen
droegen	=	dragen
droegt	=	dragen
droes	noun	duivel
droesem	noun	drab die in wijn achterblijft na de fermentatie
droesempje	=	droesem
droesempjes	=	droesem
droesems	=	droesem
droesje	=	droes
droeve	=	droef
droevenis	=	droefenis
droever	=	droef
droevere	=	droef
droevers	=	droef
droevig	adj	verdriet hebbend	adv	treurig
droevige	=	droevig
droeviger	=	droevig
droevigere	=	droevig
droevigers	=	droevig
droevigs	=	droevig
droevigst	=	droevig
droevigste	=	droevig
droezen	=	droes
droezig	adj	van een persoon dat deze kortademig, verkouden of lusteloos is
droezige	=	droezig
droeziger	=	droezig
droezigere	=	droezig
droezigers	=	droezig
droezigs	=	droezig
droezigst	=	droezig
droezigste	=	droezig
drog	noun	bedrog
drogbeeld	noun	bedrieglijk beeld, illusie
drogbeelden	=	drogbeeld
droge	=	droog
droge-ladingschip	=	drogeladingschip
drogeer	=	drogeren
drogeerde	=	drogeren
drogeerden	=	drogeren
drogeert	=	drogeren
drogeladingscheepje	=	drogeladingschip
drogeladingscheepjes	=	drogeladingschip
drogeladingschepen	=	drogeladingschip
drogeladingschip	noun	een schip dat gebouwd is om droge ladingen te vervoeren
drogen	verb	vocht laten of doen verdampen
drogend	=	drogen
drogende	=	drogen
droger	noun	een toestel dat natte voorwerpen, bijvoorbeeld wasgoed droogmaakt
drogere	=	droog
drogeren	verb	het iemand toedienen van drugs of doping
drogerend	=	drogeren
drogerende	=	drogeren
drogerij	noun	plaats waar men de was kan drogen
drogerijen	=	drogerij
drogering	noun	de keer dat men verdovende middelen toedient of toegediend krijgt
drogeringen	=	drogering
drogers	=	droger
drogertje	=	droger
drogertjes	=	droger
drogestofgehalte	noun	percentage van een stof dat overblijft als men al het water verwijderd heeft
drogestofgehalten	=	drogestofgehalte
drogestofgehaltes	=	drogestofgehalte
drogetijd	noun	periode van het jaar dat er geen of weinig regen valt
drogetijden	=	drogetijd
drogh	=	drog
droging	noun	een behandeling die iets uitdroogt
drogingen	=	droging
droginkje	=	droging
droginkjes	=	droging
drogist	noun	detaillist die allerlei artikelen voor lichaamsverzorging verkoopt in zijn drogisterij
drogisten	=	drogist
drogisterij	noun	winkel van een drogist
drogisterijartikel	noun	producten die men gebruikt voor de persoonlijke verzorging en medicamenten die men zonder recept kan kopen
drogisterijartikelen	=	drogisterijartikel
drogisterijartikels	=	drogisterijartikel
drogisterijen	=	drogisterij
drogisterijketen	noun	groep, nauw met elkaar samenwerkende, drogisterijen
drogisterijketens	=	drogisterijketen
drogisterijtje	=	drogisterij
drogisterijtjes	=	drogisterij
drogje	=	drog
drogjes	=	drog
drogman	noun	een vertaler, tolk of gids die in de 18de en 19de eeuw in dienst was van het Ottomaanse Rijk en landen waar Arabisch, Turks en Perzisch gesproken werd
drogmans	=	drogman
drogreden	noun	een reden of redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt
drogredenen	=	drogreden
drogredenering	noun	een spitsvondige redenering die niet klopt
drogredeneringen	=	drogredenering
drogredentje	=	drogreden
drogredentjes	=	drogreden
drol	noun	uitwerpsel, ontlasting
drolemoji	noun	plaatje van een uitwerpsel dat als symbool in tekst kan worden gebruikt
drolemoji's	=	drolemoji
drollen	=	drol
drolletje	noun	alleen verkleinwoord klein, mollig kind
drolletjes	=	drol
drollig	adj	op een aandoenlijke manier grappig
drollige	=	drollig
drolliger	=	drollig
drolligere	=	drollig
drolligers	=	drollig
drolligs	=	drollig
drolligst	=	drollig
drolligste	=	drollig
drom	noun	een grote groep dringende mensen
dromde	=	drommen
dromden	=	drommen
drome	=	dromen
dromedaris	noun	Camelus dromedarius, herkauwer uit Afrika met vetbult op de rug
dromedarisje	=	dromedaris
dromedarisjes	=	dromedaris
dromedarisluis	noun	Tuberolachnus salignus een luis in de familie Aphididae.
dromedarisluisje	=	dromedarisluis
dromedarisluisjes	=	dromedarisluis
dromedarisluizen	=	dromedarisluis
dromedarissen	=	dromedaris
dromen	verb	ervaren van een reeks van gebeurtenissen of beelden, terwijl je slaapt
dromend	=	dromen
dromende	=	dromen
dromenland	noun	het gefantaseerde land waar je tijdens je dromen bent
dromenrijk	noun	een sprookjesachtige fantasiewereld
dromenrijken	=	dromenrijk
dromenvanger	noun	iets of iemand die probeert dromen te verwezenlijken
dromenvangers	=	dromenvanger
dromer	noun	een persoon (man) die droomt.
dromerig	adj	geneigd tot dagdromen en mijmeren
dromerige	=	dromerig
dromeriger	=	dromerig
dromerigere	=	dromerig
dromerigers	=	dromerig
dromerigs	=	dromerig
dromerigst	=	dromerig
dromerigste	=	dromerig
dromerij	noun	waarvan men droomt, maar niet op de werkelijkheid is gebaseerd
dromerijen	=	dromerij
dromerijtje	=	dromerij
dromerijtjes	=	dromerij
dromers	=	dromer
dromertje	=	dromer
dromertjes	=	dromer
dromme	=	drommen
drommel	noun	duivel	intj|vulgar	uitroep van boze verontwaardiging
drommels	adj|informal	ergerlijk, irritant bn, vervelend	adv|informal	versterkende bepaling bij hetgeen meteen erna volgt
drommelse	=	drommels
drommelser	=	drommels
drommelsere	=	drommels
drommelsers	=	drommels
drommelst	=	drommels
drommelste	=	drommels
drommen	verb	dringen van een grote groep mensen
drommend	=	drommen
drommende	=	drommen
dromt	=	drommen
drone	noun	op afstand bestuurbaar luchtvaartuig
droneaanval	noun	aanval van een doel met een drone
droneaanvallen	=	droneaanval
droneclub	noun	groep Europese landen die zich inzet voor de ontwikkeling en het gebruik van kleien onbemande helicopters
droneclubs	=	droneclub
dronen	verb	bombarderen met behulp van een klein onbemand vliegtuig
dronend	=	dronen
drones	=	drone
dronetje	=	drone
dronetjes	=	drone
drong	=	dringen
dronge	=	dringen
drongen	=	dringen
drongenaar	noun	een inwoner van Drongen, of iemand afkomstig uit Drongen
drongenaren	=	drongenaar
drongens	adj	op Drongen betrekking hebbend
drongense	noun	een vrouwelijke inwoner van Drongen, of een vrouw afkomstig uit Drongen
drongensen	=	drongense
drongo	noun	een soort zangvogel uit de familie van de drongo's
drongo's	noun	Dicruridae een familie van vogels uit de orde zangvogels
drongootje	=	drongo
drongootjes	=	drongo
drongovliegenvangers	noun	een geslacht Melaenornis van zangvogels uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae) die in het Nederlands drongovliegenvangers worden genoemd omdat ze vaak egaal zwart van kleur zijn en ook qua houding op een Drongo lijken
drongt	=	dringen
dronist	noun	iemand die een onbemand vliegtuigje op afstand bestuurt
dronisten	=	dronist
dronk	noun	het drinken
dronkaard	noun	iemand die bij herhaling zwaar dronken is
dronkaardje	=	dronkaard
dronkaards	=	dronkaard
dronke	=	drinken
dronkelap	=	dronkenlap
dronkeman	=	dronkenman
dronkemansmoed	=	dronkenmansmoed
dronken	adj	onder invloed van te veel alcohol
dronkener	=	dronken
dronkeners	=	dronken
dronkenlap	noun	iemand die vaak te veel alcohol drinkt, man die dikwijls beschonken is
dronkenlapje	=	dronkenlap
dronkenlappen	=	dronkenlap
dronkenlieden	=	dronkenman
dronkenlui	=	dronkenman
dronkenman	noun	iemand die zich vreemd gedraagt doordat hij te veel alcohol op heeft
dronkenmannen	=	dronkenman
dronkenmannetje	=	dronkenman
dronkenmannetjes	=	dronkenman
dronkenmansmoed	noun	durf die iemand krijgt na het drinken van alcoholische drank
dronkenmanspraat	noun	het onzinnige dingen zeggen zoals past bij iemand die teveel alcohol heeft gedronken
dronkens	=	dronken
dronkenschap	noun	het zwaar onder invloed van alcohol zijn
dronkenschapje	=	dronkenschap
dronkenschapjes	=	dronkenschap
dronkenschappen	=	dronkenschap
dronkenst	=	dronken
dronkenste	=	dronken
dronkje	=	dronk
dronkt	=	drinken
droog	adj	geen of zeer weinig vocht bevattend
droogautomaat	noun	een toestel om de kleding die uit de wasmachine komt te drogen
droogautomaatje	=	droogautomaat
droogautomaatjes	=	droogautomaat
droogautomaten	=	droogautomaat
droogbloeier	noun	Colchicum ×byzantinum een plant uit de herfsttijloosfamilie (Colchicaceae).
droogbloeiers	=	droogbloeier
droogbloeiertje	=	droogbloeier
droogbloeiertjes	=	droogbloeier
droogbloem	noun	gedroogde bloem die dient als versiering
droogbloemen	=	droogbloem
droogbloemetje	=	droogbloem
droogbloemetjes	=	droogbloem
droogbloempje	=	droogbloem
droogbloempjes	=	droogbloem
droogboeket	noun	sierlijke bundel van gedroogde bloemen
droogboeketje	=	droogboeket
droogboeketjes	=	droogboeket
droogboeketten	=	droogboeket
droogbossabelvleugel	noun	Campylopterus calcirupicola een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
droogbossabelvleugelen	=	droogbossabelvleugel
droogbossabelvleugels	=	droogbossabelvleugel
droogbossabelvleugeltje	=	droogbossabelvleugel
droogbossabelvleugeltjes	=	droogbossabelvleugel
droogde	=	drogen
droogden	=	drogen
droogdep	=	droogdeppen
droogdeppe	=	droogdeppen
droogdeppen	verb	iets droogmaken door met een lapje of een depper ergens tegenaan te drukken
droogdeppend	=	droogdeppen
droogdeppende	=	droogdeppen
droogdept	=	droogdeppen
droogdepte	=	droogdeppen
droogdepten	=	droogdeppen
droogdoek	noun	een doek waarmee men kan afdrogen
droogdoeken	=	droogdoek
droogdoekje	=	droogdoek
droogdoekjes	=	droogdoek
droogdok	noun	een afsluitbaar gedeelte van een scheepswerf of een drijvende (ponton-)constructie waarmee, door het in- of uitlaten van water, schepen voor inspectie, onderhoud en reparatie kunnen worden drooggezet
droogdokje	=	droogdok
droogdokjes	=	droogdok
droogdokken	=	droogdok
drooggedept	=	droogdeppen
drooggehouden	=	drooghouden
drooggekookt	=	droogkoken
drooggelegd	=	droogleggen
drooggelegde	=	droogleggen
drooggelopen	=	drooglopen
drooggemaakt	=	droogmaken
drooggemaakte	=	droogmaken
drooggemalen	=	droogmalen
drooggestaan	=	droogstaan
drooggevallen	adj	niet langer door water bedekt
drooggewicht	noun	het gewicht van een motorfiets of auto zonder vloeistoffen
drooggewichten	=	drooggewicht
drooggezet	=	droogzetten
drooggezette	=	droogzetten
drooggezwierd	=	droogzwieren
drooggezwierde	=	droogzwieren
drooggezwommen	=	droogzwemmen
droogheid	noun	een situatie met een laag vochtgehalte
drooghield	=	drooghouden
drooghielden	=	drooghouden
drooghieldt	=	drooghouden
drooghou	=	drooghouden
drooghoud	=	drooghouden
drooghoude	=	drooghouden
drooghouden	verb	zorgen dat iets niet nat wordt
drooghoudend	=	drooghouden
drooghoudende	=	drooghouden
drooghoudt	=	drooghouden
droogijs	noun	in vlokken uitgekristalliseerde vaste stof (meestal koolzuur) die bij kamertemperatuur direct verdampt zonder eerst over te gaan in de vloeistof fase
droogijsbom	noun	bom die koolzuursneeuw bevat en die door toevoeging van water ontploft; bom met koozuursneeuw
droogijsbommen	=	droogijsbom
droogje	noun	iets wat droog is
droogjes	adv	op een droge, saaie, ongeëmotioneerde manier (iets zeggen)
droogkamer	noun	ruimte die dient om de daarin opgeslagen voorwerpen door verdampen te ontdoen van water
droogkamers	=	droogkamer
droogkamertje	=	droogkamer
droogkamertjes	=	droogkamer
droogkap	noun	een kap die over het hoofd wordt gezet om het sneller te drogen met warme lucht
droogkapje	=	droogkap
droogkapjes	=	droogkap
droogkappen	=	droogkap
droogkast	noun	een toestel om de kleding die uit de wasmachine komt te drogen
droogkasten	=	droogkast
droogkastje	=	droogkast
droogkastjes	=	droogkast
droogkloot	noun|informal	saai, humorloos of zuur iemand, vooral gezegd van mannen
droogklootje	=	droogkloot
droogkloten	=	droogkloot
droogkoke	=	droogkoken
droogkoken	verb	doorgaan met verwarmen terwijl al het kookwater al verdampt is
droogkokend	adj	met de eigenschap dat het droog kan worden gekookt
droogkokende	=	droogkoken
droogkokends	=	droogkokend
droogkoker	noun	apparaat waarmee men kan droogkoken
droogkokers	=	droogkoker
droogkomiek	noun	iemand die komische dingen zegt zonder uit de gewone spreektoon te vallen	adj	komische dingen zeggend zonder uit de gewone spreektoon te vallen
droogkomieke	=	droogkomiek
droogkomieken	=	droogkomiek
droogkomieker	=	droogkomiek
droogkomiekere	=	droogkomiek
droogkomiekers	=	droogkomiek
droogkomieks	=	droogkomiek
droogkomiekst	=	droogkomiek
droogkomiekste	=	droogkomiek
droogkomisch	adj	humoristisch op een ironische of sarcastische manier
droogkomische	=	droogkomisch
droogkomischer	=	droogkomisch
droogkomischere	=	droogkomisch
droogkomischers	=	droogkomisch
droogkook	=	droogkoken
droogkookt	=	droogkoken
droogkookte	=	droogkoken
droogkookten	=	droogkoken
droogkuis	noun	stomerij, chemische reiniging
droogleg	=	droogleggen
drooglegde	=	droogleggen
drooglegden	=	droogleggen
drooglegge	=	droogleggen
droogleggen	verb	door bemaling tot land maken
droogleggend	=	droogleggen
droogleggende	=	droogleggen
drooglegging	noun	het droogmaken van een bepaald gebied door het water weg te pompen
droogleggingen	=	drooglegging
drooglegginkje	=	drooglegging
drooglegginkjes	=	drooglegging
drooglegt	=	droogleggen
droogliep	=	drooglopen
droogliepen	=	drooglopen
drooglijn	noun	draad waaraan je gewassen kleren kan laten drogen
drooglijnen	=	drooglijn
drooglijntje	=	drooglijn
drooglijntjes	=	drooglijn
droogloop	noun	een overdekte gang tussen twee gebouwen
droogloopje	=	droogloop
droogloopjes	=	droogloop
droogloopt	=	drooglopen
drooglope	=	drooglopen
drooglopen	verb	droog komen te staan bij eb
drooglopend	=	drooglopen
drooglopende	=	drooglopen
droogmaak	=	droogmaken
droogmaakt	=	droogmaken
droogmaakte	=	droogmaken
droogmaakten	=	droogmaken
droogmaal	=	droogmalen
droogmaalde	=	droogmalen
droogmaalden	=	droogmalen
droogmaalt	=	droogmalen
droogmake	=	droogmaken
droogmaken	verb	afdrogen, drogen
droogmakend	=	droogmaken
droogmakende	=	droogmaken
droogmakerij	noun	polder ontstaan door het water uit een meer of plas weg te pompen
droogmakerijen	=	droogmakerij
droogmakerijtje	=	droogmakerij
droogmakerijtjes	=	droogmakerij
droogmaking	noun	het verwijderen van het water van een ondergelopen terrein
droogmakingen	=	droogmaking
droogmakinkje	=	droogmaking
droogmakinkjes	=	droogmaking
droogmale	=	droogmalen
droogmalen	verb	door malen (uitpompen) droogmaken
droogmalend	=	droogmalen
droogmalende	=	droogmalen
droogmolen	noun	een inklapbaar, parapluvormig wasrek dat met een grondanker in de tuin wordt geplaatst om wasgoed op een milieuvriendelijke manier aan de lucht te drogen
droogmolens	=	droogmolen
droogmolentje	=	droogmolen
droogmolentjes	=	droogmolen
droogneuker	noun	iemand die vrijt zonder seksueel contact
droogneukers	=	droogneuker
droogneukertje	=	droogneuker
droogneukertjes	=	droogneuker
droogoven	noun	een besloten ruimte die verhit wordt om er voorwerpen in te drogen
droogovens	=	droogoven
droogoventje	=	droogoven
droogoventjes	=	droogoven
droogplaats	noun	plek die gebruikt wordt om er iets te drogen
droogplaatsen	=	droogplaats
droogproces	noun	alle handelingen die nodig zijn om ergens water of een andere vloeistof uit te verwijderen
droogprocessen	=	droogproces
droogpruim	noun	een saai persoon
droogpruimen	verb	eten zonder voldoende vocht in de mond
droogrek	noun	constructie met horizontale spijlen bestemd om door verdamping het vocht uit voorwerpen te verwijderen, door ze op deze spijlen te leggen of ze ervanaf te laten hangen
droogrekje	=	droogrek
droogrekjes	=	droogrek
droogrekken	=	droogrek
droogs	=	droog
droogschuren	=	droogschuur
droogschuur	noun	een grote opslagruimte waar iets dat vochtig is kan drogen
droogschuurtje	=	droogschuur
droogschuurtjes	=	droogschuur
droogsel	noun	dat wat door drogen ontstaan is
droogsels	=	droogsel
droogshampoo	noun	middel dat overtollig talg absorbeert bij de haaraanzet
droogshampoos	=	droogshampoo
droogski	=	droogskiën
droogskiede	=	droogskiën
droogskieden	=	droogskiën
droogskiet	=	droogskiën
droogskië	=	droogskiën
droogskiën	verb	je als oefening of vermaak op ski's verplaatsen over een kunstmatige ondergrond
droogskiënd	=	droogskiën
droogst	=	droog
droogsta	=	droogstaan
droogstaan	verb	geen water meer hebben
droogstaand	=	droogstaan
droogstaande	=	droogstaan
droogstaat	=	droogstaan
droogste	=	droog
droogstolp	noun	een glazen kom met deksel die een poeder bevat om iets chemisch te drogen
droogstolpen	=	droogstolp
droogstolpje	=	droogstolp
droogstolpjes	=	droogstolp
droogstond	=	droogstaan
droogstonden	=	droogstaan
droogstoppel	noun	een saai, vervelend, schijnheilig en fantasieloos persoon (oftewel een typische Hollandse koopman)
droogstoppels	=	droogstoppel
droogstoppeltje	=	droogstoppel
droogstoppeltjes	=	droogstoppel
droogt	=	drogen
droogte	noun	lange periode zonder of met minder neerslag
droogtecommissie	noun	overlegcommissie bij geval van droogte die bespreekt wat te doen en onderling afstemming regelt
droogtecommissies	=	droogtecommissie
droogtegevoelig	adj	gemakkelijk verdrogend
droogtegevoelige	=	droogtegevoelig
droogtegevoeliger	=	droogtegevoelig
droogtegevoeligere	=	droogtegevoelig
droogtegevoeligers	=	droogtegevoelig
droogtegevoeligs	=	droogtegevoelig
droogtegevoeligst	=	droogtegevoelig
droogtegevoeligste	=	droogtegevoelig
droogten	=	droogte
droogteperiode	noun	een periode van ten minste 20 dagen zonder meetbare neerslag
droogteperioden	=	droogteperiode
droogteperiodes	=	droogteperiode
droogteperiodetje	=	droogteperiode
droogteperiodetjes	=	droogteperiode
droogtes	=	droogte
droogteschade	noun	schade die wordt veroorzaakt door tekort aan water of vocht
droogteschaden	=	droogteschade
droogteschades	=	droogteschade
droogtestrekspin	noun	Tetragnatha obtusa een spin uit de familie strekspinnen (Tetragnathidae) die in het palearctisch gebied wordt gevonden
droogtestrekspinnen	=	droogtestrekspin
droogtestrekspinnetje	=	droogtestrekspin
droogtestrekspinnetjes	=	droogtestrekspin
droogtijd	noun	tijd die nodig is om iets droog te maken
droogtijden	=	droogtijd
droogtrommel	noun	een toestel om de kleding die uit de wasmachine komt te drogen
droogtrommels	=	droogtrommel
droogtrommeltje	=	droogtrommel
droogtrommeltjes	=	droogtrommel
droogval	=	droogvallen
droogvalle	=	droogvallen
droogvallen	verb	bij het inzetten van eb droog komen te liggen
droogvallend	=	droogvallen
droogvallende	=	droogvallen
droogvalt	=	droogvallen
droogviel	=	droogvallen
droogvielen	=	droogvallen
droogvoer	noun	voedsel in de vorm van gedroogde vlokken
droogweg	adv	op een neutrale toon
droogzet	=	droogzetten
droogzette	=	droogzetten
droogzetten	verb	alcoholische drank ontzeggen
droogzettend	=	droogzetten
droogzettende	=	droogzetten
droogzolder	noun	zolderverdieping waarop men iets te drogen legt
droogzolders	=	droogzolder
droogzoldertje	=	droogzolder
droogzoldertjes	=	droogzolder
droogzwem	=	droogzwemmen
droogzwemme	=	droogzwemmen
droogzwemmen	verb	zwembewegingen maken op het droge
droogzwemmend	=	droogzwemmen
droogzwemmende	=	droogzwemmen
droogzwemt	=	droogzwemmen
droogzwier	=	droogzwieren
droogzwierde	=	droogzwieren
droogzwierden	=	droogzwieren
droogzwierder	noun	centrifuge
droogzwierders	=	droogzwierder
droogzwierdertje	=	droogzwierder
droogzwierdertjes	=	droogzwierder
droogzwiere	=	droogzwieren
droogzwieren	verb	na wassen in een trommel met gaatjes snel laten ronddraaien om te drogen
droogzwierend	=	droogzwieren
droogzwierende	=	droogzwieren
droogzwiert	=	droogzwieren
droogzwom	=	droogzwemmen
droogzwommen	=	droogzwemmen
droom	noun	beelden die men ziet wanneer men slaapt
droomachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van een droom
droomachtige	=	droomachtig
droomachtiger	=	droomachtig
droomachtigere	=	droomachtig
droomachtigers	=	droomachtig
droomachtigs	=	droomachtig
droomachtigst	=	droomachtig
droomachtigste	=	droomachtig
droomauto	noun	een auto om van te dromen, een geweldige auto
droomauto's	=	droomauto
droomautootje	=	droomauto
droomautootjes	=	droomauto
droombaan	noun	een baan die jij heel leuk vindt
droombaantje	=	droombaan
droombaantjes	=	droombaan
droombanen	=	droombaan
droombeeld	noun	de gedachte dat iemand helemaal perfect is
droombeelden	=	droombeeld
droombeeldje	=	droombeeld
droombeeldjes	=	droombeeld
droomboek	noun	boek waarin mensen hun toekomstdromen beschrijven
droomboeken	=	droomboek
droomcarrière	noun	een hele mooie loopbaan
droomcarrières	=	droomcarrière
droomcarrièretje	=	droomcarrière
droomcarrièretjes	=	droomcarrière
droomclub	noun	een hele goede sportclub waar men graag voor zou willen sporten
droomclubs	=	droomclub
droomde	=	dromen
droomdebuten	=	droomdebuut
droomdebuut	noun	een uitzonderlijk goed eerste publieke optreden
droomden	=	dromen
droomduider	noun	iemand die beweert de betekenis van dromen te kunnen uitleggen
droomduiders	=	droomduider
droomduiding	noun	het interpreteren van dromen om inzicht te krijgen in onbewuste emoties, verlangens en dagelijkse ervaringen.
droomduidingen	=	droomduiding
droomduidinkje	=	droomduiding
droomduidinkjes	=	droomduiding
droomen	=	dromen
droomer	=	dromer
droomerig	=	dromerig
droomfabriek	noun|figurative	bioscoop plaats waar men mensen laat dromen en geloven in illusies
droomfabrieken	=	droomfabriek
droomfabriekje	=	droomfabriek
droomfabriekjes	=	droomfabriek
droomfinale	noun	een hele mooie afsluitende wedstrijd
droomfinales	=	droomfinale
droomgedachte	noun	waar men tijdens de droom aan denkt
droomgedachten	=	droomgedachte
droomgedachtes	=	droomgedachte
droomgezicht	noun	beeld dat men in zijn dromen heeft gezien; iets waarvan men droomt maar nooit werkelijkheid zal worden
droomgezichten	=	droomgezicht
droomhuis	noun	een huis om van de dromen, een prachtig huis
droomhuisje	=	droomhuis
droomhuisjes	=	droomhuis
droomhuizen	=	droomhuis
droomhuwelijk	noun	een geweldig huwelijk zoals alleen maar in droomen voorkomt
droomhuwelijken	=	droomhuwelijk
droomjob	noun	een hele fijn baan die je heel graag wilt hebben
droomjobs	=	droomjob
droomkans	noun	een hele mooie gelegenheid waar je eigenlijk niet op durfde te hopen
droomkansen	=	droomkans
droomkasteel	noun|figurative	een heel mooi, maar niet te verwerkelijken toekomstbeeld
droomkasteeltje	=	droomkasteel
droomkasteeltjes	=	droomkasteel
droomkastelen	=	droomkasteel
droomklus	noun	een project dat je heel graag zou willen doen maar waarvan je dacht dat je het nooit zou mogen doen
droomklusje	=	droomklus
droomklusjes	=	droomklus
droomklussen	=	droomklus
droomland	noun	een fantasieland
droomlanden	=	droomland
droomlandje	=	droomland
droomlandjes	=	droomland
droomlandschap	noun	een landschap dat zo mooi is dat het uit een droom lijkt te komen
droomlandschapje	=	droomlandschap
droomlandschapjes	=	droomlandschap
droomlandschappen	=	droomlandschap
droomleven	noun	een leven dat als ideaal of bijzonder aantrekkelijk is
droomlevens	=	droomleven
droomlieden	=	droomman
droomloos	adj	zonder dromen
droomloost	=	droomloos
droomlooste	=	droomloos
droomloze	=	droomloos
droomlozer	=	droomloos
droomlozere	=	droomloos
droomlozers	=	droomloos
droomlui	=	droomman
droomman	noun	een man om van te dromen, geen perfecte man
droommannen	=	droomman
droommannetje	=	droomman
droommannetjes	=	droomman
droompaleis	noun	zeer fraai onderkomen waar men normaal alleen maar van kan dromen
droompaleizen	=	droompaleis
droompje	=	droom
droompjes	=	droom
droomprins	noun	ideaal geachte mannelijke levenspartner
droomprinsen	=	droomprins
droomprinses	=	droomprins
droomprinsje	=	droomprins
droomprinsjes	=	droomprins
droomproject	noun	een heel mooie of winstgevende onderneming
droomprojecten	=	droomproject
droomreis	noun	de ideale reis waarvan je droomt, de ideale vakantie
droomreisje	=	droomreis
droomreisjes	=	droomreis
droomreizen	=	droomreis
droomscenario	noun	het mooiste draaiboek dat je je maar kunt voorstellen
droomscenario's	=	droomscenario
droomscenariootje	=	droomscenario
droomscenariootjes	=	droomscenario
droomstad	noun	een heel mooie stad
droomstadje	=	droomstad
droomstadjes	=	droomstad
droomstart	noun	een heel goed begin
droomstarts	=	droomstart
droomsteden	=	droomstad
droomster	noun	vrouw die droomt, vrouw die regelmatig droomt
droomsters	=	droomster
droomstertje	=	droomster
droomstertjes	=	droomster
droomt	=	dromen
droomtijd	noun	heel korte duur waarin een sportprestatie is geleverd
droomtijden	=	droomtijd
droomtoestand	noun	een geestestoestand die lijkt op die van iemand die aan het dromen is
droomtoestanden	=	droomtoestand
droomuitlegging	noun	het duiden van de betekenis van de dromen die iemand heeft
droomuitleggingen	=	droomuitlegging
droomuitlegginkje	=	droomuitlegging
droomuitlegginkjes	=	droomuitlegging
droomvakantie	noun	een hele fijne vakantie
droomvakanties	=	droomvakantie
droomvakantietje	=	droomvakantie
droomvakantietjes	=	droomvakantie
droomvrouw	noun	een vrouw om van de te dromen, een geweldige vrouw
droomvrouwen	=	droomvrouw
droomvrouwtje	=	droomvrouw
droomvrouwtjes	=	droomvrouw
droomwens	noun	iets wat je heel graag zou willen maar waarvan je weet dat het (haast) onmogelijk is
droomwensen	=	droomwens
droomwereld	noun	alleen in een droom bestaande wereld
droomwerelden	=	droomwereld
droomwereldje	=	droomwereld
droomwereldjes	=	droomwereld
droon	=	dronen
droonde	=	dronen
droonden	=	dronen
droont	=	dronen
droontje	=	drone
droop	=	druipen
droopt	=	druipen
droos	=	drozen
droosde	=	drozen
droosden	=	drozen
droosje	noun	predikatie
droosjes	=	droosje
droost	=	drozen
drop	noun	zwart gekleurd snoepgoed gemaakt van o.a. zoethoutextract, bindmiddel, suiker. (jap: Vlaams).
drop-out	noun	iemand die buiten de boot valt, iemand die zich min of meer buiten de maatschappij stelt
drop-outs	=	drop-out
dropdown	noun	een item dat op een computerscherm zichtbaar wordt beneden het kopje waarop men klikt
dropdownmenu	noun	een keuzelijst die zichtbaar wordt na het klikken op een kopje
dropdownmenu's	=	dropdownmenu
dropdownmenuutje	=	dropdownmenu
dropdownmenuutjes	=	dropdownmenu
dropdowns	=	dropdown
drope	=	druipen
dropen	=	druipen
dropje	=	drop
dropjes	=	drop
dropkick	noun	zeer hard trappen tegen een net opstuiterende bal
dropkicks	=	dropkick
droplul	noun|informal	sullig, dom persoon
droplullen	=	droplul
droplulletje	=	droplul
droplulletjes	=	droplul
dropnetel	noun	Agastache foeniculum een muntachtig kruid waarvan de bladeren naar anijs smaken.
dropnetelen	=	dropnetel
dropnetels	=	dropnetel
dropneteltje	=	dropnetel
dropneteltjes	=	dropnetel
droppannenkoek	noun	pannenkoek met dropsmaak
droppannenkoeken	=	droppannenkoek
droppannenkoekje	=	droppannenkoek
droppannenkoekjes	=	droppannenkoek
droppe	=	droppen
droppel	noun	kleine hoeveelheid vloeistof die niet in contact is met een andere vloeistof
droppelde	=	droppelen
droppelden	=	droppelen
droppele	=	droppelen
droppelen	verb	druppelen
droppelend	=	droppelen
droppelende	=	droppelen
droppels	=	droppel
droppelsgewijs	adj	druppelsgewijs
droppelsgewijze	=	droppelsgewijs
droppelt	=	droppelen
droppeltje	=	droppel
droppeltjes	=	droppel
droppen	verb	druppen, druppelen
droppend	=	droppen
droppende	=	droppen
droppie	=	drop
dropping	noun	uit een vliegtuig werpen van bepaalde goederen, bijvoorbeeld medicijnen of voedsel, in gebieden die (door welke reden dan ook) over land moeilijk bereikbaar zijn
droppingen	=	dropping
droppings	=	dropping
droppingterrein	noun	plaats waar men goederen laat landen vanuit een vliegtuig
droppingterreinen	=	droppingterrein
droppingterreintje	=	droppingterrein
droppingterreintjes	=	droppingterrein
droppinkje	=	dropping
dropplant	noun	een geslacht Agastache uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) en bestaat uit 22 soorten overblijvende aromatische planten.
dropplanten	=	dropplant
dropplantje	=	dropplant
dropplantjes	=	dropplant
drops	=	drop
dropshot	noun	een bal bij tennissen die heel zachtjes over het net gaat en weinig stuitert, zodat als de tegenstander te ver naar achteren staat hij die bal niet kan retourneren
dropshotje	=	dropshot
dropshotjes	=	dropshot
dropshots	=	dropshot
dropt	=	droppen
dropte	=	droppen
dropten	=	droppen
dropveter	noun	snoepgoed dat bestaat uit een snoer drop
dropveters	=	dropveter
dropwater	noun	oplossing van drop in water gebruikt als snoepgoed en als hoestdrankje
dropwatertje	=	dropwater
dropwatertjes	=	dropwater
dropzone	noun	gebied waarbinnen landende parachutisten of afgeworpen lading met parachutes terecht moeten komen
dropzones	=	dropzone
dros	=	drossen
drosometer	noun	vochtigheidsmeter die de hoeveelheid dauw meet
drosometers	=	drosometer
drosometertje	=	drosometer
drosometertjes	=	drosometer
drososcoop	noun	vochtigheidsmeter die de hoeveelheid dauw meet
drososcoopje	=	drososcoop
drososcoopjes	=	drososcoop
drososcopen	=	drososcoop
drossaard	noun	drost
drossaards	=	drossaard
drosse	=	drossen
drossen	verb	vluchten, deserteren, verdwijnen
drossend	=	drossen
drossende	=	drossen
drost	noun	historische titel, aanklager in dienst van landheer
droste	=	drossen
droste-effect	noun	eigenlijk eindeloze herhaling die ontstaat als een afbeelding een verkleinde versie van zichzelf bevat
droste-effecten	=	droste-effect
drosten	=	drost
drostje	=	drost
droze	=	drozen
drozen	verb	suffen, soezen, dutten
drozend	=	drozen
drozende	=	drozen
drug	noun	stimulerend, verdovend of hallucinerend middel
drugbaron	noun	belangrijke, machtige en leidinggevende handelaar in verboden verdovende middelen
drugbaronnen	=	drugbaron
drugbaronnetje	=	drugbaron
drugbaronnetjes	=	drugbaron
drugbarons	=	drugbaron
drugbeleid	noun	beleid m.b.t. in principe illegale drugs
drugbende	noun	criminele organisatie die zorgt voor de illegale handel in verboden verdovende middelen
drugbenden	=	drugbende
drugbendes	=	drugbende
drugbestrijding	noun	het geheel van maatregelen en acties die gericht zijn op het tegengaan van de productie, de handel en het gebruik van verboden verdovende middelen.
drugbestrijdingen	=	drugbestrijding
drugbestrijdinkje	=	drugbestrijding
drugbestrijdinkjes	=	drugbestrijding
drugcriminaliteit	noun	misdaad samenhangend met de handel en het gebruik van illegale drugs
drugdealer	noun	iemand die in illegale drugs handelt
drugdealers	=	drugdealer
drugdealertje	=	drugdealer
drugdealertjes	=	drugdealer
druggebruik	noun	het innemen van illegale, verdovende middelen
druggebruiker	noun	iemand die illegale, verdovende middelen inneemt
druggebruikers	=	druggebruiker
drughandel	noun	de min of meer georganiseerde koop en verkoop van illegale drugs (bijvoorbeeld heroïne, cocaïne, opium en hasjiesj) zonder toestemming van de verantwoordelijke autoriteiten
drughond	noun	hond die getraind is om illegale verdovende middelen op te sporen
drughonden	=	drughond
drughulpverlening	noun	hulpverlening t.a.v. drugs o.a. voorlichting en opvang
drughulpverleningen	=	drughulpverlening
drugje	=	drug
drugjes	=	drug
drugkartel	noun	grote, wijdvertakte organisatie van producenten en handelaars in verdovende middelen
drugkartels	=	drugkartel
drugpreventie	noun	verzameling van alle maatregelen die genomen worden om het gebruik van illegale, verdovende middelen te voorkomen of te beperken
drugpreventies	=	drugpreventie
drugprobleem	noun	alle moeilijkheden die ontstaan door het gebruik van en de handel in illegale drugs
drugprobleempje	=	drugprobleem
drugprobleempjes	=	drugprobleem
drugproblematiek	noun	verzamelnaam voor alle moeilijkheden die ontstaan rond het gebruik, productie en handel in verboden, verdovende middelen
drugproblematieken	=	drugproblematiek
drugproblemen	=	drugprobleem
drugrunner	noun	iemand die potentiële klanten opvangt en begeleidt naar een drugshandelaar
drugrunners	=	drugrunner
drugrunnertje	=	drugrunner
drugrunnertjes	=	drugrunner
drugs	=	drug
drugsaanpak	noun	het bestrijden van gebruik, productie en handel in verboden, verdovende middelen
drugsaanpakken	=	drugsaanpak
drugsactie	noun	activiteit gericht tegen de verkoop en handel in drugs de daarmee samenhangende criminaliteit
drugsacties	=	drugsactie
drugsaddict	noun	iemand die verslaafd is aan drugs
drugsaddicts	=	drugsaddict
drugsafval	noun	afval dat vrijkomt bij de productie van verboden, verdovende middelen
drugsafvalput	noun	plaats waar men drugsafval illegaal heeft gedumpt
drugsafvalputje	=	drugsafvalput
drugsafvalputjes	=	drugsafvalput
drugsafvalputten	=	drugsafvalput
drugsbaas	noun	crimineel die leiding geeft aan een drugsbende
drugsbaasje	=	drugsbaas
drugsbaasjes	=	drugsbaas
drugsbaron	noun	belangrijke, machtige en leidinggevende handelaar in verboden verdovende middelen
drugsbaronnen	=	drugsbaron
drugsbaronnetje	=	drugsbaron
drugsbaronnetjes	=	drugsbaron
drugsbarons	=	drugsbaron
drugsbazen	=	drugsbaas
drugsbeleid	noun	beleid m.b.t. in principe illegale drugs
drugsbende	noun	criminele organisatie die zorgt voor de illegale handel in verboden verdovende middelen
drugsbenden	=	drugsbende
drugsbendes	=	drugsbende
drugsbestrijding	noun	het tegengaan van het gebruik, de handel en de productie van verboden verdovende middelen
drugsbestrijdingen	=	drugsbestrijding
drugsbestrijdingsorganisatie	noun	overheidsdienst die belast is met het tegengaan van handel, productie en gebruik van verboden, verdovende middelen
drugsbestrijdingsorganisaties	=	drugsbestrijdingsorganisatie
drugsbestrijdinkje	=	drugsbestrijding
drugsbestrijdinkjes	=	drugsbestrijding
drugsbezit	noun	het in het bezit hebben van drugs.
drugsbrigade	noun	onderdeel van de politie dat belast is met de bestrijding van handel en productie van verboden, verdovende middelen
drugsbrigaden	=	drugsbrigade
drugsbrigades	=	drugsbrigade
drugsbuurt	noun	deel van een stad met veel drugsoverlast
drugsbuurten	=	drugsbuurt
drugsbuurtje	=	drugsbuurt
drugsbuurtjes	=	drugsbuurt
drugscafeetje	=	drugscafé
drugscafeetjes	=	drugscafé
drugscafé	noun	café waar drugs verhandeld worden
drugscafés	=	drugscafé
drugscene	noun	milieu van gebruikers van illegale verdovende middelen
drugscenes	=	drugscene
drugscentra	=	drugscentrum
drugscentrum	noun	plaats of loatie met veel activiteiten die te maken hebben met de productie en handel in illegale verdovende middelen
drugscentrums	=	drugscentrum
drugscircuit	noun	alles en iedereen die te maken heeft met verboden verdovende middelen; iedereen in het besloten drugswereldje
drugscircuits	=	drugscircuit
drugscommissariaat	noun	organisatie die de bestrijding van drugshandel coördineert
drugsconflict	noun	ruzie tussen verschillende drugscriminelen
drugsconflicten	=	drugsconflict
drugsconflictje	=	drugsconflict
drugsconflictjes	=	drugsconflict
drugsconsumptie	noun	het gebruik van verboden, verdovende middelen
drugscontainer	noun	zeecontainer of vrachtwagencontainer die wordt gebruikt om grote hoeveelheden drugs (vaak cocaïne) te smokkelen
drugscontainers	=	drugscontainer
drugscontainertje	=	drugscontainer
drugscontainertjes	=	drugscontainer
drugscontrole	noun	controle of ergens wel of geen verboden verdovende middelen aanwezig zijn
drugscontroles	=	drugscontrole
drugscriminaliteit	noun	misdaad samenhangend met de handel en het gebruik van illegale drugs
drugscrimineel	noun	misdadiger die de Opiumwet overtreedt
drugscriminelen	=	drugscrimineel
drugsdeal	noun	overeenkomst betreffende de koop en verkoop van drugs
drugsdealer	noun	handelaar in drugs
drugsdealers	=	drugsdealer
drugsdealertje	=	drugsdealer
drugsdealertjes	=	drugsdealer
drugsdeals	=	drugsdeal
drugsdebat	noun	discussie over de juridische status van verboden, verdovende middelen
drugsdebatten	=	drugsdebat
drugsdelict	noun	een delict gerelateerd aan drugshandel of drugsgebruik
drugsdelicten	=	drugsdelict
drugsdode	noun	iemand die overleden is aan het gebruik van drugs
drugsdoden	=	drugsdode
drugsdumping	noun	het illegaal storten van drugsafval
drugsdumpingen	=	drugsdumping
drugsgebruik	noun	het innemen van illegale, verdovende middelen
drugsgebruiker	noun	iemand die illegale, verdovende middelen inneemt
drugsgebruikers	=	drugsgebruiker
drugsgebruikertje	=	drugsgebruiker
drugsgeld	noun	geld dat verdiend is met drugshandel
drugsgelden	=	drugsgeld
drugsgeweld	noun	geweld dat gerelateerd is aan drugscriminaliteit
drugshandel	noun	de min of meer georganiseerde koop en verkoop van illegale drugs (bijvoorbeeld heroïne, cocaïne, opium en hasjiesj) zonder toestemming van de verantwoordelijke autoriteiten
drugshandelaar	noun	iemand die zich bezig houdt met drugshandel
drugshandelaars	=	drugshandelaar
drugshandelaartje	=	drugshandelaar
drugshandelaartjes	=	drugshandelaar
drugshandelaren	=	drugshandelaar
drugshandeltje	=	drugshandel
drugshandeltjes	=	drugshandel
drugshol	noun	ongure plaats waar verdovende middelen worden gebruikt
drugsholen	=	drugshol
drugshond	noun	hond die getraind is om illegale verdovende middelen op te sporen
drugshonden	=	drugshond
drugskartel	noun	grote, wijdvertakte organisatie van drugsproducenten en -handelaren
drugskartels	=	drugskartel
drugskikker	noun	drugsverslaafde
drugskikkers	=	drugskikker
drugskikkertje	=	drugskikker
drugskikkertjes	=	drugskikker
drugskoerier	noun	smokkelaar van drugs
drugskoeriers	=	drugskoerier
drugskoeriertje	=	drugskoerier
drugskoeriertjes	=	drugskoerier
drugslab	noun	drugslaboratorium
drugslabs	=	drugslab
drugslijn	noun	route waarlangs drugs worden gesmokkeld
drugslijnen	=	drugslijn
drugslijntje	=	drugslijn
drugslijntjes	=	drugslijn
drugslozing	noun	het illegaal storten van vloeibaar drugsafval
drugslozingen	=	drugslozing
drugslozingsput	noun	plaats waar men vloeibaar, illegaal drugsafval heeft gestort
drugslozingsputje	=	drugslozingsput
drugslozingsputjes	=	drugslozingsput
drugslozingsputten	=	drugslozingsput
drugsmaffia	noun	de georganiseerde misdaad die zich richt op de handel in verboden verdovende middelen
drugsmaffia's	=	drugsmaffia
drugsmarkt	noun	vraag en aanbod van verboden, verdovende middelen
drugsmarkten	=	drugsmarkt
drugsmilieu	noun	omgeving waarin verboden verdovende middelen worden verhandelt en gebruikt
drugsmilieus	=	drugsmilieu
drugsmisbruik	noun	overmatige inname of toediening van roesmiddelen
drugsmisdrijf	noun	criminele handeling die verband houdt met de productie van en handel in illegale verdovende middelen
drugsmisdrijven	=	drugsmisdrijf
drugsmoeder	noun	vrouw die al tijdens de zwangerschap aan drugs verslaafd was en daarom een (reeds verslaafde) drugsbaby op de wereld bracht
drugsmoeders	=	drugsmoeder
drugsmoedertje	=	drugsmoeder
drugsmoedertjes	=	drugsmoeder
drugsmokkel	noun	vorm van criminaliteit waarbij men verboden verdovende middelen de grens overbrengt
drugsmokkelaar	noun	crimineel die illegale verdovende middelen over een landsgrens transporteert of laat transporteren
drugsmokkelaars	=	drugsmokkelaar
drugsmokkels	=	drugsmokkel
drugsnetwerk	noun	organisatie die zorgt voor de productie, verspreiding en verkoop van verboden verdovende middelen
drugsnetwerken	=	drugsnetwerk
drugsonderzoek	noun	onderzoek door de politie naar de handel en productie van verboden, verdovende middelen
drugsonderzoeken	=	drugsonderzoek
drugsonderzoeker	noun	wetenschapper die onderzoek doet naar de werking en samenstelling van verdovende middelen
drugsonderzoekers	=	drugsonderzoeker
drugsoorlog	noun	strijd tussen verschillende criminele organisaties die in verboden verdovende middelen handelen
drugsoorlogen	=	drugsoorlog
drugsoverlast	noun	hinder die men ervaart door gebruik van verboden verdovende middelen en de handel aarin
drugspand	noun	gebouw waar in drugs gehandeld wordt
drugspanden	=	drugspand
drugspandje	=	drugspand
drugspandjes	=	drugspand
drugsplukker	noun	iemand die duikt om waterdicht verpakte drugs te verwijderen van de bodem van een smokkelschip
drugsplukkers	=	drugsplukker
drugspreventie	noun	verzameling van alle maatregelen die genomen worden om het gebruik van illegale, verdovende middelen te voorkomen of te beperken
drugspreventies	=	drugspreventie
drugsprobleem	noun	alle moeilijkheden die ontstaan door het gebruik en verkoop van verboden verdovende middelen
drugsprobleempje	=	drugsprobleem
drugsprobleempjes	=	drugsprobleem
drugsproblematiek	noun	alle moeilijkheden rond de productie van, handel in en gebruik van verboden, verdovende middelen
drugsproblematieken	=	drugsproblematiek
drugsproblemen	=	drugsprobleem
drugsproces	noun	een rechtszaak betreffende de productie en handel in verboden verdovende middelen
drugsprocessen	=	drugsproces
drugsproductie	noun	het maken van verboden, verdovende middelen
drugsproducties	=	drugsproductie
drugspsychose	noun	ernstige psychiatrische afwijking met wanen en hallucinaties die veroorzaakt is door verboden, verdovende middelen
drugspsychosen	=	drugspsychose
drugspsychoses	=	drugspsychose
drugsrunner	noun	iemand die potentiële klanten opvangt en begeleidt naar een drugshandelaar
drugsrunners	=	drugsrunner
drugsrunnertje	=	drugsrunner
drugsrunnertjes	=	drugsrunner
drugsruzie	noun	conflict (tussen criminelen) betreffende de handel in verboden, verdovende middelen
drugsruzies	=	drugsruzie
drugsscene	noun	het milieu waarin drugs worden verhandeld en gebruikt
drugsscenes	=	drugsscene
drugsscenetje	=	drugsscene
drugsscenetjes	=	drugsscene
drugssmokkel	noun	het illegaal over de grens brengen van drugs
drugssmokkelaar	noun	crimineel die illegale verdovende middelen over een landsgrens transporteert of laat transporteren
drugssmokkelaars	=	drugssmokkelaar
drugssmokkels	=	drugssmokkel
drugsspuit	noun	injectiespuit waarmee men verdovende middelen toedient
drugsspuiten	=	drugsspuit
drugsspuiter	noun	iemand die zichzelf door een injectie in een ader een vloeistof toedient met een verdovend of opwekkend middel
drugsspuiters	=	drugsspuiter
drugsspuitje	=	drugsspuit
drugsspuitjes	=	drugsspuit
drugsstaat	noun	Een staat waarin de fabricage en handel in drugs een belangrijk deel van de economische activiteiten omvat en waarin de onder- en bovenwereld steeds meer vervlochten raken.
drugsstaatje	=	drugsstaat
drugsstaatjes	=	drugsstaat
drugsstaten	=	drugsstaat
drugssticker	noun	een plakplaatje met een QR-code die leidt naar een webwinkel voor drugs
drugssyndicaat	noun	criminele organisatie die verboden, verdovende middelen produceert en verkoopt
drugssyndicaten	=	drugssyndicaat
drugsteam	noun	team van deskundigen die zich op één of andere wijze met drugsgerelateerde problematiek bezig houdt
drugsteampje	=	drugsteam
drugsteampjes	=	drugsteam
drugstest	noun	een onderzoek waarmee kan worden vastgesteld of een persoon drugs heeft gebruikt
drugstesten	=	drugstest
drugstests	=	drugstest
drugstoerisme	noun	het reizen naar een ander land van een drugstoerist om daar drugs te kopen
drugstoerist	noun	iemand die naar een plek reist om daar drugs te kopen en gebruiken
drugstoeristen	=	drugstoerist
drugstoeristje	=	drugstoerist
drugstoeristjes	=	drugstoerist
drugstore	noun	drogisterij
drugstores	=	drugstore
drugstransactie	noun	het betalen van een geldbedrag voor het verkrijgen van verbonden, verdovende middelen
drugstransacties	=	drugstransactie
drugstransport	noun	het (internationale) vervoer van verboden verdovende middelen
drugstransporten	=	drugstransport
drugstransportje	=	drugstransport
drugstransportjes	=	drugstransport
drugsvangst	noun	de keer dat de politie of douane illegale verdovende middelen vindt en zorgt dat deze niet verhandeld kunnen worden
drugsvangsten	=	drugsvangst
drugsverbod	noun	regel die het gebruik van verdovende middelen strafbaar maakt
drugsverboden	=	drugsverbod
drugsverdachte	noun	iemand waarvan de overheid denkt dat hij of zij misdaden heeft gepleegd met betrekking tot illegale, verdovende middelen, maar die (nog) niet veroordeeld is door de rechter
drugsverdachten	=	drugsverdachte
drugsverkeer	noun	het transport van illegale verdovende middelen
drugsverkoop	noun	het leveren van verboden, verdovende middelen tegen een financiële vergoeding
drugsverkopen	=	drugsverkoop
drugsverleden	noun	een periode in iemands verleden waarbij verboden, verdovende middelen een rol speelden
drugsverledens	=	drugsverleden
drugsverslaafd	adj	verslaafd zijnde aan drugs
drugsverslaafde	noun	iemand die verslaafd is aan drugs
drugsverslaafden	=	drugsverslaafde
drugsverslaafder	=	drugsverslaafd
drugsverslaafdere	=	drugsverslaafd
drugsverslaafders	=	drugsverslaafd
drugsverslaafds	=	drugsverslaafd
drugsverslaafdst	=	drugsverslaafd
drugsverslaafdste	=	drugsverslaafd
drugsverslaving	noun	toestand waarin iemand niet meer zonder het gebruik van illegale verdovende middelen kan
drugsverslavingen	=	drugsverslaving
drugsvoorlichting	noun	informatieverstrekking over (de gevaren van) verboden, verdovende middelen
drugsvrij	adj	een plaats of gebied waar geen drugs gebruikt of verhandeld worden
drugsvrije	=	drugsvrij
drugsvrijer	=	drugsvrij
drugsvrijere	=	drugsvrij
drugsvrijers	=	drugsvrij
drugsvrijs	=	drugsvrij
drugsvrijst	=	drugsvrij
drugsvrijste	=	drugsvrij
drugswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de handel en productie van verboden, verdovende middelen
drugswerelden	=	drugswereld
drugswereldje	=	drugswereld
drugswereldjes	=	drugswereld
drugswet	noun	wetten die de handel, het bezit en het gebruik van verdovende middelen regelen of strafbaar stellen
drugswetgeving	noun	regels en wetten die betrekking hebben op het strafbaar stellen van productie, handel en gebruik van verboden, verdovende middelen
drugswetgevingen	=	drugswetgeving
drugswetten	=	drugswet
drugswijk	noun	deel van een stad waarin drugsbendes een grote invloed hebben
drugswijken	=	drugswijk
drugswijkje	=	drugswijk
drugswijkjes	=	drugswijk
drugszaak	noun	een aan drugs gerelateerde situatie
drugszaakje	=	drugszaak
drugszaakjes	=	drugszaak
drugszaken	=	drugszaak
drugtoerisme	noun	het reizen naar een ander land van een drugstoerist om daar drugs te kopen
drugverslaafde	noun	iemand die een dwingende behoefte heeft dagelijks een bepaald roesmiddel te gebruiken
drugverslaafden	=	drugverslaafde
druif	noun	bepaalde plantensoort Vitis vinifera
druifhyacint	noun	een geslacht Muscari van eenzaadlobbige planten.
druifhyacinten	=	druifhyacint
druifhyacintje	=	druifhyacint
druifhyacintjes	=	druifhyacint
druifje	=	druif
druifjes	=	druif
druifkruid	noun	Dysphania botrys een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
druifkruiden	=	druifkruid
druifkruidje	=	druifkruid
druifkruidjes	=	druifkruid
druifluis	noun	Daktulosphaira vitifoliae (synoniemen: Phylloxera vastatrix, Viteus vitifoliae) een bladluizensoort uit de familie Phylloxeridae
druifluisje	=	druifluis
druifluisjes	=	druifluis
druifluizen	=	druifluis
druifmosdiertje	noun	Walkeria uva een mosdiertjessoort uit de familie van de Walkeriidae.
druifmosdiertjes	=	druifmosdiertje
druifvormig	adj	vorm van een druif hebbend
druifvormige	=	druifvormig
druifvormiger	=	druifvormig
druifvormigere	=	druifvormig
druifvormigers	=	druifvormig
druifvormigs	=	druifvormig
druifvormigst	=	druifvormig
druifvormigste	=	druifvormig
druil	noun	de achterste mast op een loggergetuigd schip
druilde	=	druilen
druilden	=	druilen
druile	=	druilen
druilen	verb	in halfslapende toestand, op lusteloze wijze zijn, soezen, suffen
druilend	=	druilen
druilende	=	druilen
druilerig	adj	lusteloos
druilerige	=	druilerig
druileriger	=	druilerig
druilerigere	=	druilerig
druilerigers	=	druilerig
druilerigheden	=	druilerigheid
druilerigheid	noun	het druilerig zijn
druilerigs	=	druilerig
druilerigst	=	druilerig
druilerigste	=	druilerig
druilig	adj	van personen: lusteloos, stil, somber
druilige	=	druilig
druiliger	=	druilig
druiligere	=	druilig
druiligers	=	druilig
druiligs	=	druilig
druiligst	=	druilig
druiligste	=	druilig
druilmast	noun	de achterste mast op een loggergetuigd schip
druilmasten	=	druilmast
druilmastje	=	druilmast
druilmastjes	=	druilmast
druiloor	noun	sufferd, sukkel, uilskuiken, idioot
druiloorde	=	druiloren
druiloorden	=	druiloren
druiloort	=	druiloren
druiloortje	=	druiloor
druiloortjes	=	druiloor
druilore	=	druiloren
druiloren	verb	lusteloos, lijzig of suffig zijn of handelen
druilorend	=	druiloren
druilorende	=	druiloren
druilorig	adj	zoals past bij een sufferd of sukkel
druilorige	=	druilorig
druiloriger	=	druilorig
druilorigere	=	druilorig
druilorigers	=	druilorig
druilorigs	=	druilorig
druilorigst	=	druilorig
druilorigste	=	druilorig
druilregen	noun	druilerige, niet-doorzettende regen
druilregens	=	druilregen
druilregentje	=	druilregen
druilregentjes	=	druilregen
druilt	=	druilen
druiltje	=	druil
druiltjes	=	druil
druilzeil	noun	het zeil aan de achterste mast op een loggergetuigd schip
druilzeilen	=	druilzeil
druilzeiltje	=	druilzeil
druilzeiltjes	=	druilzeil
druip	=	druipen
druipbad	noun	douche, stortbad
druipbaden	=	druipbad
druipe	=	druipen
druipen	verb	het vallen van druppels
druipend	adj	dat ergens vloeistof vanaf druppelt
druipende	=	druipend
druipends	=	druipend
druiper	noun	geslachtziekte veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhea
druiperig	adj	bedekt met een vloeistof die druppels vormt
druiperige	=	druiperig
druiperiger	=	druiperig
druiperigere	=	druiperig
druiperigers	=	druiperig
druiperigs	=	druiperig
druiperigst	=	druiperig
druiperigste	=	druiperig
druipers	=	druiper
druipertje	=	druiper
druipertjes	=	druiper
druipkaars	noun	een kaars waarbij het smeltende kaarsvet langs de kaars druipt, waardoor een laag gestold kaarsvet de vorm van de kaars bepaalt
druipkaarsen	=	druipkaars
druipkaarsje	=	druipkaars
druipkaarsjes	=	druipkaars
druiplijst	noun	van onderen holle lijst die ervoor zorgt dat regenwater niet op delen van een bouwwerk drupt
druiplijsten	=	druiplijst
druiplijstje	=	druiplijst
druiplijstjes	=	druiplijst
druipnat	adj	zo nat dat het water er vanaf drupt, heel erg nat, door en door nat, nat tot op het bot
druipnats	=	druipnat
druipnatte	=	druipnat
druipneus	noun	een neus waar druppels neusvocht vanaf vallen
druipneusje	=	druipneus
druipneusjes	=	druipneus
druipneuzen	=	druipneus
druiprek	noun	rek waar de vaat na het afwassen kan uitlekken voordat men het met de vaatdoek afdroogt
druiprekje	=	druiprek
druiprekjes	=	druiprek
druiprekken	=	druiprek
druipsnor	noun	snor waarvan de punten tot schuin onder de mondhoeken hangen
druipsnorren	=	druipsnor
druipsnorretje	=	druipsnor
druipsnorretjes	=	druipsnor
druipsteen	noun	steen ontstaan door druppelend kalkrijk water
druipsteengrot	noun	grot ontstaan in (kalkhoudend) gesteente met afzettingen door druppelend, koolzuurhoudendwater
druipsteengrotten	=	druipsteengrot
druipstenen	=	druipsteen
druipt	=	druipen
druipzakpijp	noun	Didemnum lahillei een zakpijpensoort uit de familie van de Didemnidae.
druipzakpijpen	=	druipzakpijp
druipzakpijpje	=	druipzakpijp
druipzakpijpjes	=	druipzakpijp
druis	=	druisen
druischen	=	druisen
druise	=	druisen
druisen	verb|obsolete	continu een hoop lawaai maken
druisend	=	druisen
druisende	=	druisen
druist	=	druisen
druiste	=	druisen
druisten	=	druisen
druistig	adj	op een wilde, energieke wijze
druistige	=	druistig
druistiger	=	druistig
druistigere	=	druistig
druistigers	=	druistig
druistigs	=	druistig
druistigst	=	druistig
druistigste	=	druistig
druivelaar	noun	klimplant die de druif als vrucht voortbrengt
druivelaars	=	druivelaar
druivelaartje	=	druivelaar
druivelaartjes	=	druivelaar
druiven	=	druif
druivenblaadje	=	druivenblad
druivenblaadjes	=	druivenblad
druivenblad	noun	blad van een wijnstok, blad van een druivenplant
druivenbladen	=	druivenblad
druivenbladeren	=	druivenblad
druivenbladroller	noun	Lobesia botrana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
druivenbladrollers	=	druivenbladroller
druivenbladrollertje	=	druivenbladroller
druivenbladrollertjes	=	druivenbladroller
druivenblaren	=	druivenblad
druivendopluis	noun	Pulvinaria vitis een schildluis die behoort tot de wollige dopluizen.
druivendopluisje	=	druivendopluis
druivendopluisjes	=	druivendopluis
druivendopluizen	=	druivendopluis
druivenmijt	noun	Eriophyes vitis een aantasting aan de bladeren van de plant van de druif.
druivenmijten	=	druivenmijt
druivenmijtje	=	druivenmijt
druivenmijtjes	=	druivenmijt
druivennat	noun	wijn
druivenoogst	noun	de rijpe druiven die men kan plukken in een wijngaard of druivenkwekerij; opbrengst van een wijngaard of druivenkwekerij
druivenoogsten	=	druivenoogst
druivenpit	noun	pit van een druif
druivenpitje	=	druivenpit
druivenpitjes	=	druivenpit
druivenpitolie	noun	spijsolie vervaardigd door het uitpersen van druivenpitten uit de vruchtjes van de wijnrank, Vitis vinifera
druivenpitolies	=	druivenpitolie
druivenpitoliën	=	druivenpitolie
druivenpitten	=	druivenpit
druivenplukker	noun	iemand die druiven plukt als tijdelijk werk
druivenplukkers	=	druivenplukker
druivenplukkertje	=	druivenplukker
druivenplukkertjes	=	druivenplukker
druivenras	noun	categorie van druivelaars met omschreven erfelijke eigenschappen, vaak gekweekt om die kenmerkende eigenschappen in stand te houden of te benadrukken
druivenrassen	=	druivenras
druivensap	noun	een vruchtensap die uit druiven bereid is
druivensapje	=	druivensap
druivensapjes	=	druivensap
druivensappen	=	druivensap
druivensnijder	noun	een klein keukenhulpmiddel dat speciaal is ontworpen om druiven, cherrytomaatjes en olijven snel en veilig in de lengte in kwartjes te snijden
druivensnijders	=	druivensnijder
druivensnijdertje	=	druivensnijder
druivensnijdertjes	=	druivensnijder
druivensoort	noun	elk onderscheiden ras van de wijnstok en de vruchten daarvan
druivensoorten	=	druivensoort
druivensuiker	noun	suiker die in planten en bij onze spijsvertering uit zetmeel wordt gevormd, glucose
druivensuikers	=	druivensuiker
druivensuikertje	=	druivensuiker
druivensuikertjes	=	druivensuiker
druiventeelt	noun	het verbouwen van druiven
druiventeelten	=	druiventeelt
druiventros	noun	groep dicht bij elkaar groeiende druiven met een gemeenschappelijke steel; bundel druiven
druiventrosinktvlekje	noun	Cheirospora botryospora een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
druiventrosinktvlekjes	=	druiventrosinktvlekje
druiventrosje	=	druiventros
druiventrosjes	=	druiventros
druiventrossen	=	druiventros
druivenziekte	noun	ziekte van de bladeren van druiven, vaak een schimmelinfectie
druk	adj	weinig tijd hebbend	noun	pressie, kracht die over een oppervlakte uitgeoefend wordt
drukautomaat	noun	apparaat aan een geiser dat de gastoevoer opent als een warmwaterkraan open wordt gedraaid
drukautomaatje	=	drukautomaat
drukautomaatjes	=	drukautomaat
drukautomaten	=	drukautomaat
drukbereden	adj	met veel verkeer
drukberedens	=	drukbereden
drukbevaren	adj	met veel scheepvaartverkeer
drukbevarens	=	drukbevaren
drukbevolkt	adj	met een grote bevolkingsdichtheid; met veel mensen per oppervlakte eenheid
drukbevolkte	=	drukbevolkt
drukbevolkts	=	drukbevolkt
drukbezet	adj	van een persoon dat deze persoon een volle agenda heeft en weinig tijd over heeft
drukbezets	=	drukbezet
drukbezette	=	drukbezet
drukbezocht	adj	door veel mensen bezocht
drukbezochte	=	drukbezocht
drukbezochts	=	drukbezocht
drukcabine	noun	luchtdicht verblijf waarin de luchtdruk geschikt is voor menselijk verblijf
drukcabines	=	drukcabine
drukdoend	adj	heel actief aan het werk zijnd
drukdoende	=	drukdoend
drukdoends	=	drukdoend
drukdoenerij	noun	opgewonden handelingen die passen bij iemand die zichzelf heel erg belangrijk vindt
drukdoenerijen	=	drukdoenerij
drukfeil	noun	drukfout
drukfeilen	=	drukfeil
drukfeiltje	=	drukfeil
drukfout	noun	druktechnische fout die tijdens het drukken van tekst of illustraties ontstaat
drukfouten	=	drukfout
drukfoutje	=	drukfout
drukfoutjes	=	drukfout
drukgang	noun	keer dat men een stuk papier door de drukpers haalt tijdens een meerkleurendruk
drukgangen	=	drukgang
drukgebied	noun	gebied met gelijke luchtdruk
drukgebieden	=	drukgebied
drukgevoelig	adj	dat iets of iemand beïnvloed wordt door er druk op uit te oefenen
drukgevoelige	=	drukgevoelig
drukgevoeliger	=	drukgevoelig
drukgevoeligere	=	drukgevoelig
drukgevoeligers	=	drukgevoelig
drukgevoeligs	=	drukgevoelig
drukgevoeligst	=	drukgevoelig
drukgevoeligste	=	drukgevoelig
drukgolf	noun	een zeer plotselinge, zeer grote toename van de luchtdruk meestal veroorzaakt door een explosie of een voorwerp dat de geluidsbarrière doorbreekt
drukgolven	=	drukgolf
drukgradiënt	noun	gradiënt van de druk
drukgradiënten	=	drukgradiënt
drukgradiëntkracht	noun	is de kracht verantwoordelijk voor de versnelling van deeltjes lucht of water van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied in de atmosfeer of zee, waardoor wind of stroming ontstaat.
drukgradiëntkrachten	=	drukgradiëntkracht
drukgradiëntkrachtje	=	drukgradiëntkracht
drukgradiëntkrachtjes	=	drukgradiëntkracht
drukinkt	noun	inkt die geschikt is voor gebruik in een drukpers; ze moet waterafstotend en taaivloeibaar zijn
drukinkten	=	drukinkt
drukjacht	noun	verboden jachtmethode waarbij het wild door een hond in de richting van de jager wordt opgejaagd
drukje	=	druk
drukjes	=	druk
drukke	=	druk
drukken	verb	duwend kracht uitoefenen op
drukkend	=	drukken
drukker	noun	een persoon die afdrukken maakt
drukkere	=	druk
drukkerij	noun	een werkplaats voor typografische werkzaamheden, met name het drukken met behulp van een drukpers
drukkerijconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse drukkerijen
drukkerijconcerns	=	drukkerijconcern
drukkerijen	=	drukkerij
drukkerijtje	=	drukkerij
drukkerijtjes	=	drukkerij
drukkers	=	drukker
drukkersmerk	noun	merkteken, door drukkers en/of uitgevers als firmateken in hun uitgaven aangebracht
drukkersmerken	=	drukkersmerk
drukkersmerkje	=	drukkersmerk
drukkersmerkjes	=	drukkersmerk
drukkerstroost	noun	oplosmiddel waarmee het zetmateriaal wordt/werd gereinigd
drukkertje	=	drukker
drukkertjes	=	drukker
drukketel	noun	ketel waarin een flinke druk kan heersen
drukketels	=	drukketel
drukketeltje	=	drukketel
drukketeltjes	=	drukketel
drukketreinentoeslag	noun	prijsverhoging die reizigers moeten betalen als zij de trein nemen tijdens spitsuren op drukke trajecten
drukketreinentoeslagen	=	drukketreinentoeslag
drukking	noun	grootte van de druk
drukkingen	=	drukking
drukkingsgroep	noun	een groep mensen die stelselmatig invloed probeert uit te oefenen op beleidsmakers en bij bestuursorganen
drukkingsgroepen	=	drukkingsgroep
drukkingsgroepje	=	drukkingsgroep
drukkingsgroepjes	=	drukkingsgroep
drukkingspunt	noun	het geometrisch zwaartepunt van het deel van een lichaam dat in een vloeistof is ondergedompeld
drukkingspunten	=	drukkingspunt
drukkingspuntje	=	drukkingspunt
drukkingspuntjes	=	drukkingspunt
drukkinkje	=	drukking
drukkinkjes	=	drukking
drukklaar	adj	van kopij dat deze gereed is om zonder verdere correctie gedrukt te worden
drukklaarder	=	drukklaar
drukklaardere	=	drukklaar
drukklaarders	=	drukklaar
drukklaars	=	drukklaar
drukklaarst	=	drukklaar
drukklaarste	=	drukklaar
drukklare	=	drukklaar
drukknoop	noun	knoop waarvan de twee delen op elkaar gedrukt vast aan elkaar blijven zitten
drukknoopje	=	drukknoop
drukknoopjes	=	drukknoop
drukknop	noun	een knop weer terug veert na indrukken en weer loslaten
drukknopen	=	drukknoop
drukknopje	=	drukknop
drukknopjes	=	drukknop
drukknoppen	=	drukknop
drukkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het laten drukken van drukwerk
drukkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het laten drukken van drukwerk
drukkunst	noun	techniek om afbeeldingen op papier of een ander materiaal aan te brengen
drukkunsten	=	drukkunst
druklamp	noun	een gaslamp met een gloeikous die brandt op vloeibare brandstof die onder druk wordt vergast
druklampen	=	druklamp
druklampje	=	druklamp
druklampjes	=	druklamp
drukletter	noun	een letter los geschreven en dus niet in verbonden schrift
drukletters	=	drukletter
druklettertje	=	drukletter
druklettertjes	=	drukletter
drukloos	adj	zonder druk
drukloost	=	drukloos
druklooste	=	drukloos
drukloze	=	drukloos
druklozer	=	drukloos
druklozere	=	drukloos
druklozers	=	drukloos
drukmeter	noun	meetinstrument waarmee men de druk van een vloeistof of gas kan bepalen
drukmeters	=	drukmeter
drukmetertje	=	drukmeter
drukmetertjes	=	drukmeter
drukmiddel	noun	middel waarmee men probeert een ander tot iets te dwingen
drukmiddelen	=	drukmiddel
drukmiddeltje	=	drukmiddel
drukmiddeltjes	=	drukmiddel
drukpak	noun	luchtdicht pak dat men moet dragen als men in een omgeving moet werken met sterk verlaagde luchtdruk
drukpakje	=	drukpak
drukpakjes	=	drukpak
drukpakken	=	drukpak
drukpan	noun	pan die men hermetisch kan afsluiten tijdens het koken zodat de temperatuur hoger dan 100 ᵒC kan worden en het eten sneller gaar is
drukpannen	=	drukpan
drukpannetje	=	drukpan
drukpannetjes	=	drukpan
drukpatronen	=	drukpatroon
drukpatroon	noun	vaker voorkomende ontwikkeling van gebieden met hoge en lage luchtdruk in relatie met elkaar
drukpatroontje	=	drukpatroon
drukpatroontjes	=	drukpatroon
drukpers	noun	een machine waarmee men papier kan voorzien van tekst of afbeeldingen
drukpersen	=	drukpers
drukpersje	=	drukpers
drukpersjes	=	drukpers
drukplaat	noun	plaat met vaste letters om mee te drukken
drukplaatje	=	drukplaat
drukplaatjes	=	drukplaat
drukplaten	=	drukplaat
drukplek	noun	slecht genezende zweren die ontstaan door verhoogde druk op en slechtere doorbloeding van de huid
drukplekje	=	drukplek
drukplekjes	=	drukplek
drukplekken	=	drukplek
drukprocedé	noun	de techniek waarmee men een drukwerk drukt in een drukkerij
drukprocedés	=	drukprocedé
drukproces	noun	alle handelingen die nodig zijn voor het maken van drukwerk
drukprocessen	=	drukproces
drukproef	noun	een proefexemplaar dat nog gecorrigeerd dient te worden door de corrector of de auteur
drukproefje	=	drukproef
drukproefjes	=	drukproef
drukproeven	=	drukproef
drukpunt	noun	punt van het lichaam waar druk op wordt uitgeoefend
drukpunten	=	drukpunt
drukpuntje	=	drukpunt
drukpuntjes	=	drukpunt
drukregelaar	noun	instrument dat een druk regelt
drukregelaars	=	drukregelaar
drukregelaartje	=	drukregelaar
drukregelaartjes	=	drukregelaar
drukring	noun	ring om een pakking
drukringen	=	drukring
drukrol	noun	cilinder waarmee men drukinkt op papier overbrengt
drukrollen	=	drukrol
drukrolletje	=	drukrol
drukrolletjes	=	drukrol
druks	=	druk
drukschakelaar	noun	drukknop, drukknopschakelaar is een terugverende schakelaar die verbinding maakt of breekt als hij ingedrukt wordt
drukschakelaars	=	drukschakelaar
drukschakelaartje	=	drukschakelaar
drukschakelaartjes	=	drukschakelaar
druksel	noun	een afbeelding die gemaakt is met behulp van een drukpers
druksels	=	druksel
drukseltje	=	druksel
drukseltjes	=	druksel
druksignaal	noun	signaal dat wordt gegenereerd in een druksensor
druksignaaltje	=	druksignaal
druksignaaltjes	=	druksignaal
druksignalen	=	druksignaal
druksmering	noun	smering die plaatsvindt onder een druk van ten minste enige atmosfeer
druksmeringen	=	druksmering
druksmerinkje	=	druksmering
druksmerinkjes	=	druksmering
drukst	=	druk
drukste	=	druk
drukstijging	noun	een toename van de uitgeoefende kracht per oppervlakte-eenheid binnen een gas, vloeistof of op een vast oppervlak.
drukstijgingen	=	drukstijging
drukstijginkje	=	drukstijging
drukstijginkjes	=	drukstijging
druksysteem	noun	elk van de verschillende manieren om teksten en afbeeldingen te vermenigvuldigen door ze met inkt op papier te persen
druksystemen	=	druksysteem
drukt	=	drukken
druktank	noun	een afgesloten ruimte waarvan de inhoud onder een verhoogde druk gebracht is
druktanks	=	druktank
drukte	noun	het hebben van veel activiteit van verkeer, mensen
druktebarometer	noun	een website, scherm of bord waarop aangegeven wordt hoe druk het ergens is
druktebarometers	=	druktebarometer
druktechniek	noun	elk van de technieken van het boek- en plaatdrukken
druktechnieken	=	druktechniek
druktechnisch	adj	betrekking hebbend op druktechniek
druktechnische	=	druktechnisch
druktechnischer	=	druktechnisch
druktechnischere	=	druktechnisch
druktechnischers	=	druktechnisch
druktemaker	noun	iemand die veel drukte maakt
druktemakerij	noun	het maken van (onnodige) drukte
druktemakers	=	druktemaker
druktemakertje	=	druktemaker
druktemakertjes	=	druktemaker
drukten	=	drukken
druktoets	noun	knopje dat verbinding maakt bij indrukken en bij loslaten weer terugspringt
druktoetsen	=	druktoets
druktoetsje	=	druktoets
druktoetsjes	=	druktoets
drukval	noun	het verminderen van druk in een leiding als gevolg van afstand, wrijving, viscositeit, turbulentie en de vorm van de buis
drukvallen	=	drukval
drukvalletje	=	druk
drukvalletjes	=	drukval
drukvat	noun	afgesloten ruimte, waarin zich een gas of vloeistof bevindt met een druk, die afwijkt van de omgevingsdruk
drukvaten	=	drukvat
drukvel	noun	een vel papier dat men in één keer bedrukt
drukvellen	=	drukvel
drukvelletje	=	drukvel
drukvelletjes	=	drukvel
drukverband	noun	een verband dat zorgt voor extra druk op het onderliggend weefsel
drukverbanden	=	drukverband
drukverbandje	=	drukverband
drukverbandjes	=	drukverband
drukverbod	noun	een strafbaar feit waarbij iemand via een publicatie de wet overtreedt, zoals bij laster (smaad/laster), haatzaaien, of racisme, ondanks de vrijheid van meningsuiting, die inhoudt dat de overheid publicaties niet vooraf mag censureren.
drukverboden	=	drukverbod
drukverbodje	=	drukverbod
drukverbodjes	=	drukverbod
drukverhoging	noun	de toename van kracht die wordt uitgeoefend op een bepaald oppervlak of in een afgesloten ruimte
drukverhogingen	=	drukverhoging
drukverhoginkje	=	drukverhoging
drukverhoginkjes	=	drukverhoging
drukverlaging	noun	het verminderen van de kracht (druk) die op een oppervlak, in een systeem of op een materiaal wordt uitgeoefend.
drukverlagingen	=	drukverlaging
drukverlaginkje	=	drukverlaging
drukverlaginkjes	=	drukverlaging
drukverschil	noun	drukgradiënt tussen twee verschillende ruimtes
drukverschillen	=	drukverschil
drukverschilletje	=	drukverschil
drukverschilletjes	=	drukverschil
drukvorm	noun	iets dat als één geheel wordt gedrukt
drukvormen	=	drukvorm
drukvormpje	=	drukvorm
drukvormpjes	=	drukvorm
drukwerk	noun	papier gevuld door een printer of een drukpers
drukwerken	=	drukwerk
drukwerkje	=	drukwerk
drukwerkjes	=	drukwerk
drukzin	noun	het vermogen van een organisme om aanraking of druk waar te nemen
drukzinnen	=	drukzin
drukzintuig	noun	zintuig in de huid dat druk op de huid kan signaleren
drukzintuigen	=	drukzintuig
drukzintuigje	=	drukzintuig
drukzintuigjes	=	drukzintuig
drum	noun	vat vooral van vloeistoffen als olie, olievat
drum-'n-bass	noun	een dancegenre dat in de jaren negentig opkwam en begin 21e eeuw nog steeds populariteit geniet gekenmerkt door ritmisch slagwerk (drum) en het gebruik van lage tonen (bass)
drumband	noun	een band met voornamelijk trommels die vooral optreden tijdens optochten
drumbands	=	drumband
drumcomputer	noun	computer die drumritmes voortbrengt
drumcomputers	=	drumcomputer
drumcomputertje	=	drumcomputer
drumcomputertjes	=	drumcomputer
drumde	=	drummen
drumden	=	drummen
drumme	=	drummen
drummen	verb	drums bespelen
drummend	=	drummen
drummende	=	drummen
drummer	noun	iemand die (beroepshalve) slagwerk speelt
drummers	=	drummer
drummertje	=	drummer
drummertjes	=	drummer
drummetje	=	drum
drummetjes	=	drum
drums	=	drum
drumsoli	=	drumsolo
drumsolo	noun	een instrumentale solo die wordt gespeeld op een drumstel
drumsolo's	=	drumsolo
drumstel	noun	Een muziekinstrument behorend tot het slagwerk bestaande uit een aantal trommels en bekkens
drumstellen	=	drumstel
drumstelletje	=	drumstel
drumstelletjes	=	drumstel
drumster	noun	vrouw die een drumstel bespeelt
drumsters	=	drumster
drumstertje	=	drumster
drumstertjes	=	drumster
drumstick	noun	gekruid boutje van gevogelte (meestal kip)
drumstickje	=	drumstick
drumstickjes	=	drumstick
drumsticks	=	drumstick
drumstok	noun	een staf om sommige soorten slagwerk mee te bespelen
drumstokken	=	drumstok
drumt	=	drummen
drumwerk	noun	de drumpartij in een muziekstuk
drup	noun	druppel
drupje	=	drup
drupjes	=	drup
druppe	=	druppen
druppel	noun	een kleine hoeveelheid vloeistof die niet in contact is met een andere vloeistof
druppelaar	noun	flesje of buisje om een vloeistof druppelsgewijze te doseren
druppelaars	=	druppelaar
druppelaartje	=	druppelaar
druppelaartjes	=	druppelaar
druppelastrild	noun	een vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
druppelastrilden	noun	een monotypisch geslacht Clytospiza van zangvogels uit de familie prachtvinken (Estrildidae)
druppelastrildje	=	druppelastrild
druppelastrildjes	=	druppelastrild
druppelbergtangare	noun	Anisognathus lacrymosus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
druppelbergtangaren	=	druppelbergtangare
druppelbergtangaretje	=	druppelbergtangare
druppelbergtangaretjes	=	druppelbergtangare
druppelde	=	druppelen
druppelden	=	druppelen
druppele	=	druppelen
druppelen	verb	in druppels neervallen
druppelend	=	druppelen
druppelende	=	druppelen
druppelkolibrie	noun	Taphrospilus hypostictus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
druppelkolibries	=	druppelkolibrie
druppelkolibrietje	=	druppelkolibrie
druppelkolibrietjes	=	druppelkolibrie
druppelkorst	noun	een geslacht Fellhanera van korstmossen behorend tot de familie Byssolomataceae.
druppelkorsten	=	druppelkorst
druppelkorstje	=	druppelkorst
druppelkorstjes	=	druppelkorst
druppelmuisspecht	noun	Xiphorhynchus elegans een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
druppelmuisspechten	=	druppelmuisspecht
druppelmuisspechtje	=	druppelmuisspecht
druppelmuisspechtjes	=	druppelmuisspecht
druppelparasolzwam	noun	een schimmel Chamaemyces fracidus (syn.: Ditiola pezizaeformi) behorend tot de familie Agaricaceae.
druppelparasolzwammen	=	druppelparasolzwam
druppelparasolzwammetje	=	druppelparasolzwam
druppelparasolzwammetjes	=	druppelparasolzwam
druppels	=	druppel
druppelschildpad	noun	Clemmys guttata een reptiel uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
druppelschildpadden	=	druppelschildpad
druppelschildpadje	=	druppelschildpad
druppelschildpadjes	=	druppelschildpad
druppelsgewijs	adj	per druppel, een voor een
druppelsgewijze	=	druppelsgewijs
druppelsmering	noun	smering door regelmatig olie te druppelen
druppelt	=	druppelen
druppeltangare	noun	Ixothraupis punctata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
druppeltangaren	=	druppeltangare
druppeltangaretje	=	druppeltangare
druppeltangaretjes	=	druppeltangare
druppeltapaculo	noun	Psilorhamphus guttatus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
druppeltapaculo's	=	druppeltapaculo
druppeltapaculootje	=	druppeltapaculo
druppeltapaculootjes	=	druppeltapaculo
druppeltje	=	druppel
druppeltjes	=	druppel
druppelvorm	noun	de vorm van een vallende waterdruppel
druppelvormen	=	druppelvorm
druppelvormig	adj	vorm van een druppel hebbend
druppelvormige	=	druppelvormig
druppelvormiger	=	druppelvormig
druppelvormigere	=	druppelvormig
druppelvormigers	=	druppelvormig
druppelvormigs	=	druppelvormig
druppelvormigst	=	druppelvormig
druppelvormigste	=	druppelvormig
druppen	verb	druipen, druppelen
druppend	=	druppen
druppende	=	druppen
druppie	=	drup
drupt	=	druppen
drupte	=	druppen
drupten	=	druppen
druus	noun	lid van een religieuze gemeenschap die ontstaan is als een van de vele mystieke stromingen in de middeleeuwse sjiitische islam
druze	=	druus
druzen	=	druus
druïde	noun	priester bij de oude Kelten in Gallië en Brittannië, die zich naast religieuze zaken ook met magie bezighield
druïden	=	druïde
druïdes	=	druïde
dry	adj	droog, niet zoet
dry's	=	dry
dryade	noun	mythologisch, vrouwelijk wezen dat in een bos of boom leeft
dryaden	=	dryade
dryades	=	dryade
dryasmeerkat	noun	Cercopithecus dryas is een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
dryasmeerkatje	=	dryasmeerkat
dryasmeerkatjes	=	dryasmeerkat
dryasmeerkatten	=	dryasmeerkat
dt-fout	noun	een spelfout die optreedt op het einde van vervoegde Nederlandse werkwoorden.
dt-fouten	=	dt-fout
dt-foutje	=	dt-fout
dt-regel	noun	spellingsregel die bepaalt wanneer er aan het einde van een werkwoordsvorm een d een t of een dt moet worden geschreven
dt-regels	=	dt-regel
dtp	noun	afkorting difterie, kinkhoest, polio
dtp'er	noun	iemand die beroepsmatig werkt met desktoppublishingsoftware
dtp'ers	=	dtp'er
du	pron|obsolete	tweede persoon enkelvoud informeel
duaal	adj	tweeledig
duaals	=	duaal
duaalst	=	duaal
duaalste	=	duaal
duale	=	duaal
dualer	=	duaal
dualere	=	duaal
dualers	=	duaal
duales	=	dualis
dualis	noun	tweevoud als getal tussen enkelvoud en meervoud bij de verbuigingen in sommige talen
dualisering	noun	splitsing in twee delen: verdubbeling in twee delen
dualiseringen	=	dualisering
dualisme	noun	het aannemen van twee tegenover of onafhankelijk naast elkaar staande beginselen ter verklaring van de werkelijkheid
dualissen	=	dualis
dualist	noun	iemand die alleen maar in zwart en wit denkt zonder rekening te houden met grijstinten
dualisten	=	dualist
dualistisch	adj	de scheiding tussen de wetgevende en uitvoerende macht binnen een bestuurslaag
dualistische	=	dualistisch
dualistischer	=	dualistisch
dualistischere	=	dualistisch
dualistischers	=	dualistisch
dualiteit	noun	het duaal zijn, de tweeslachtigheid
dualiteiten	=	dualiteit
dualiteitje	=	dualiteit
duatleet	noun	sporter die deelneemt aan een wedstrijd die bestaat uit hardlopen en wielrennen
duatleten	=	duatleet
duatlon	noun	snelheidswedstrijd die bestaat uit hardlopen (run), wielrennen (bike) en weer hardlopen (run)
duatlons	=	duatlon
dub	noun	een extra geluid dat ingebracht wordt in een bestaand geluidsfragment
dubbe	=	dubben
dubbel	noun	persoon die in bepaalde scènes een acteur vervangt	adj	tweemaal zoveel
dubbel-cd	noun	muziekalbum dat bestaat uit twee cd's
dubbel-cd's	=	dubbel-cd
dubbel-lp	noun	een muziekalbum dat bestaat uit twee langspeelplaten met een totale speelduur van ongeveer anderhalf uur
dubbel-lp's	=	dubbel-lp
dubbelaar	noun	iemand die twee draden samenvoegt tot één draad
dubbelaars	=	dubbelaar
dubbelagent	noun	spion of informant die voor twee partijen werkt
dubbelagente	=	dubbelagent
dubbelagenten	=	dubbelagent
dubbelagentje	=	dubbelagent
dubbelagentjes	=	dubbelagent
dubbelalbum	noun	muziekalbum bestaande uit twee CD's of twee langspeelplaten
dubbelalbums	=	dubbelalbum
dubbelbaans	adj	met twee door een middenberm gescheiden weghelften
dubbelbandarassari	noun	Pteroglossus pluricinctus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
dubbelbandarassari's	=	dubbelbandarassari
dubbelbandarassarietje	=	dubbelbandarassari
dubbelbandarassarietjes	=	dubbelbandarassari
dubbelbandbaardkoekoek	noun	Hypnelus bicinctus een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
dubbelbandbaardkoekoeken	=	dubbelbandbaardkoekoek
dubbelbandbaardkoekoekje	=	dubbelbandbaardkoekoek
dubbelbandbaardkoekoekjes	=	dubbelbandbaardkoekoek
dubbelbanddwergtiran	noun	Lophotriccus vitiosus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
dubbelbanddwergtirannen	=	dubbelbanddwergtiran
dubbelbanddwergtirannetje	=	dubbelbanddwergtiran
dubbelbanddwergtirannetjes	=	dubbelbanddwergtiran
dubbelbandplevier	noun	Charadrius bicinctus een waadvogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
dubbelbandplevieren	=	dubbelbandplevier
dubbelbandpleviertje	=	dubbelbandplevier
dubbelbandpleviertjes	=	dubbelbandplevier
dubbelbandrenvogel	noun	Rhinoptilus africanus een vogel uit de familie Glareolidae (renvogels en vorkstaartplevieren).
dubbelbandrenvogels	=	dubbelbandrenvogel
dubbelbandrenvogeltje	=	dubbelbandrenvogel
dubbelbandrenvogeltjes	=	dubbelbandrenvogel
dubbelbandzandhoen	noun	Pterocles bicinctus een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae)
dubbelbandzandhoenderen	=	dubbelbandzandhoen
dubbelbandzandhoenders	=	dubbelbandzandhoen
dubbelbandzandhoendertje	=	dubbelbandzandhoen
dubbelbandzandhoendertjes	=	dubbelbandzandhoen
dubbelbandzandhoenen	=	dubbelbandzandhoen
dubbelbandzandhoentje	=	dubbelbandzandhoen
dubbelbandzandhoentjes	=	dubbelbandzandhoen
dubbelbandzanger	noun	Myiothlypis bivittata een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
dubbelbandzangers	=	dubbelbandzanger
dubbelbandzangertje	=	dubbelbandzanger
dubbelbandzangertjes	=	dubbelbandzanger
dubbelbed	noun	bed geschikt voor twee volwassenen
dubbelbedden	=	dubbelbed
dubbelbesluit	noun	een besluit met twee met elkaar samenhangende elementen
dubbelbesluiten	=	dubbelbesluit
dubbelblaadje	=	dubbelblad
dubbelblaadjes	=	dubbelblad
dubbelblad	noun	blad dat dwars op de lengterichting door midden is gevouwen
dubbelbladen	=	dubbelblad
dubbelblind	adj	zonder medeweten van de zieke en de arts bijv. bij onderzoek nieuw geneesmiddel
dubbelblinde	=	dubbelblind
dubbelblinds	=	dubbelblind
dubbelbloed	noun	persoon van gemengd ras
dubbelbloeden	=	dubbelbloed
dubbelbloedje	=	dubbelbloed
dubbelbloedjes	=	dubbelbloed
dubbelbol	adj	met twee bolle kanten, lensvormig
dubbelbolle	=	dubbelbol
dubbelbols	=	dubbelbol
dubbelborstelrietslakvlieg	noun	Tetanocera arrogans een vliegensoort uit de familie van de slakkendoders (Sciomyzidae).
dubbelborstelrietslakvliegen	=	dubbelborstelrietslakvlieg
dubbelborstelrietslakvliegje	=	dubbelborstelrietslakvlieg
dubbelborstelrietslakvliegjes	=	dubbelborstelrietslakvlieg
dubbelbreking	noun	het verschijnsel dat een op een materiaal invallende lichtbundel wordt gesplitst in twee bundels die een verschillend pad volgen, en die verschillende polarisatie hebben
dubbelbrekingen	=	dubbelbreking
dubbelcabine	noun	een cabine met een achterbank voor passagiers in een vrachtauto, bestelauto of pick-up
dubbelcabines	=	dubbelcabine
dubbelcheck	=	dubbelchecken
dubbelchecke	=	dubbelchecken
dubbelchecken	verb	een tweede keer controleren
dubbelcheckend	=	dubbelchecken
dubbelcheckende	=	dubbelchecken
dubbelcheckt	=	dubbelchecken
dubbelcheckte	=	dubbelchecken
dubbelcheckten	=	dubbelchecken
dubbelcijferig	adj	in twee cijfers uitgedrukt
dubbelcijferige	=	dubbelcijferig
dubbelcijferigs	=	dubbelcijferig
dubbelconcert	noun	een muziekstuk waarbij twee solisten een dialoog voeren met een begeleidend orkest
dubbelconcerten	=	dubbelconcert
dubbelconcerti	=	dubbelconcerto
dubbelconcertje	=	dubbelconcert
dubbelconcertjes	=	dubbelconcert
dubbelconcerto	noun	een concerto waarbij twee solisten een dialoog voeren met het begeleidend orkest
dubbelconcerto's	=	dubbelconcerto
dubbelde	=	dubbelen
dubbeldekker	noun	een vliegtuig met twee evenwijdige vleugels boven elkaar
dubbeldekkers	=	dubbeldekker
dubbeldekkertje	=	dubbeldekker
dubbeldekkertjes	=	dubbeldekker
dubbeldekking	noun	dat een teef tijdens één loopsheid door twee verschillende reuen wordt gedekt
dubbeldekkingen	=	dubbeldekking
dubbeldekkinkje	=	dubbeldekking
dubbeldekkinkjes	=	dubbeldekking
dubbeldeks	adj	met twee dekken; met twee lagen
dubbeldeksbus	noun	bus met twee niveaus waarin passagiers vervoerd kunnen worden
dubbeldeksbussen	=	dubbeldeksbus
dubbeldekse	=	dubbeldeks
dubbeldeksrijtuig	noun	een treinrijtuig met boven elkaar liggende reizigerscompartimenten
dubbeldeksrijtuigen	=	dubbeldeksrijtuig
dubbeldekstrein	noun	trein met twee boven elkaar liggende dekken waarin de reizigerscompartimenten aanwezig zijn
dubbeldekstreinen	=	dubbeldekstrein
dubbeldekstreintje	=	dubbeldekstrein
dubbeldekstreintjes	=	dubbeldekstrein
dubbeldeksweg	noun	weg met twee boven elkaar liggende dekken waarop kan worden gereden
dubbeldekswegen	=	dubbeldeksweg
dubbelden	=	dubbelen
dubbeldik	adj	extra dik; tweemaal zo dik als normaal
dubbeldikke	=	dubbeldik
dubbeldiks	=	dubbeldik
dubbeldip	=	dubbeldippen
dubbeldippen	verb	iets tweemaal in iets dippen
dubbeldippend	=	dubbeldippen
dubbeldippende	=	dubbeldippen
dubbeldipper	noun	iemand die een chipje, zoutje, snack of dergelijke gedipt heeft in een saus, vervolgens deze in zijn mond steekt en afhapt en vervolgens het restant opnieuw in de saus dipt
dubbeldippers	=	dubbeldipper
dubbeldippertje	=	dubbeldipper
dubbeldippertjes	=	dubbeldipper
dubbeldipt	=	dubbeldippen
dubbeldipte	=	dubbeldippen
dubbeldipten	=	dubbeldippen
dubbeldoelkoe	noun	runderen die zowel voor het vlees als de melk worden gehouden
dubbeldoelkoeien	=	dubbeldoelkoe
dubbeldoornwespbij	noun	Nomada femoralis een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
dubbeldoornwespbijen	=	dubbeldoornwespbij
dubbeldoornwespbijtje	=	dubbeldoornwespbij
dubbeldoornwespbijtjes	=	dubbeldoornwespbij
dubbeldraads	adj	met dubbele (of twee) draden
dubbeldraadse	=	dubbeldraads
dubbeldrank	noun	frisdrank die bestaat uit een mengsel van twee drankjes
dubbeldranken	=	dubbeldrank
dubbele	=	dubbel
dubbelelpee	noun	een muziekalbum dat bestaat uit twee langspeelplaten met een totale speelduur van ongeveer anderhalf uur
dubbelelpees	=	dubbelelpee
dubbelen	verb	een dubbelspel spelen
dubbelend	=	dubbelen
dubbelende	=	dubbelen
dubbelepettenprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan als iemand twee of meer functies heeft waarbij men tegengestelde belangen moet behartigen
dubbelepettenproblemen	=	dubbelepettenprobleem
dubbelepunt	noun	een leesteken gevormd door twee boven elkaar geplaatste punten.
dubbelepunten	=	dubbelepunt
dubbelfinale	noun	laatste, beslissende wedstrijd bij een tenniswedstrijd waarbij men met zijn tweeën speelt tegen twee tegenstanders
dubbelfinales	=	dubbelfinale
dubbelfout	noun	tweemaal achtereen een verkeerde opslag doen tijdens een tenniswedstrijd waardoor de tegenpartij een punt krijgt
dubbelfouten	=	dubbelfout
dubbelfoutje	=	dubbelfout
dubbelfoutjes	=	dubbelfout
dubbelfunctie	noun	het hebben van twee ambten of banen tegelijkertijd
dubbelfuncties	=	dubbelfunctie
dubbelganger	noun	iemand die sprekend op een ander lijkt
dubbelgangerbundelzwam	noun	Pholiota limonella een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
dubbelgangerbundelzwammen	=	dubbelgangerbundelzwam
dubbelgangerbundelzwammetje	=	dubbelgangerbundelzwam
dubbelgangerbundelzwammetjes	=	dubbelgangerbundelzwam
dubbelgangers	=	dubbelganger
dubbelgangertje	=	dubbelganger
dubbelgangertjes	=	dubbelganger
dubbelgangerwimperzwam	noun	een schimmel Scutellinia crinita behorend tot de familie Pyronemataceae.
dubbelgangerwimperzwammen	=	dubbelgangerwimperzwam
dubbelgangerwimperzwammetje	=	dubbelgangerwimperzwam
dubbelgangerwimperzwammetjes	=	dubbelgangerwimperzwam
dubbelgangster	noun	vrouwelijke dubbelganger
dubbelgangsters	=	dubbelgangster
dubbelgangstertje	=	dubbelgangster
dubbelgangstertjes	=	dubbelgangster
dubbelgebeid	adj	op een dubbele hoeveelheid bessen gedistilleerd
dubbelgebeide	noun	jenever die dubbel gebeid is
dubbelgebeiden	=	dubbelgebeide
dubbelgebeids	=	dubbelgebeid
dubbelgeklapt	=	dubbelklappen
dubbelgeslagen	=	dubbelslaan
dubbelgevouwen	=	dubbelvouwen
dubbelgezien	=	dubbelzien
dubbelglas	noun	glas bestaande uit twee glasplaten met een luchtlaag daar tussenin waardoor het een warmte isolerende werking heeft
dubbelgreep	noun	techniek waarbij twee of meerdere snaren van een snaarinstrument tegelijk worden bespeeld
dubbelgreepje	=	dubbelgreep
dubbelgreepjes	=	dubbelgreep
dubbelgrepen	=	dubbelgreep
dubbelhandig	adj	met twee handen, met name een slag bij tennis die men met twee handen aan het racket slaat
dubbelhandige	=	dubbelhandig
dubbelhandigs	=	dubbelhandig
dubbelhangmatspin	noun	Frontinellina frutetorum een spin uit de familie hangmatspinnen.
dubbelhangmatspinnen	=	dubbelhangmatspin
dubbelhangmatspinnetje	=	dubbelhangmatspin
dubbelhangmatspinnetjes	=	dubbelhangmatspin
dubbelhard	adj	heel erg stevig, onder meer door een herhaalde bewerking
dubbelharde	=	dubbelhard
dubbelhards	=	dubbelhard
dubbelhartig	adj	met twee tegengestelde karakters
dubbelhartige	=	dubbelhartig
dubbelhartiger	=	dubbelhartig
dubbelhartigere	=	dubbelhartig
dubbelhartigers	=	dubbelhartig
dubbelhartigheden	=	dubbelhartigheid
dubbelhartigheid	noun	het twee tegengestelde dingen tegelijk vinden
dubbelhartigs	=	dubbelhartig
dubbelhartigst	=	dubbelhartig
dubbelhartigste	=	dubbelhartig
dubbelheden	=	dubbelheid
dubbelheid	noun	het twee (tegengestelde) dingen tegelijk zijn of willen
dubbelhoekbandspanner	noun	Euphyia biangulata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
dubbelhoekbandspanners	=	dubbelhoekbandspanner
dubbelhoekbandspannertje	=	dubbelhoekbandspanner
dubbelhoekbandspannertjes	=	dubbelhoekbandspanner
dubbeling	noun	het in tweevoud voorkomen
dubbelingen	=	dubbeling
dubbelinterview	noun	vraaggesprek waarin twee personen tegelijkertijd geïnterviewd worden
dubbelinterviews	=	dubbelinterview
dubbelkelk	noun	Helminthotheca echioides een eenjarige plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
dubbelkelkbladroller	noun	Cochylis molliculana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
dubbelkelkbladrollers	=	dubbelkelkbladroller
dubbelkelkbladrollertje	=	dubbelkelkbladroller
dubbelkelkbladrollertjes	=	dubbelkelkbladroller
dubbelkelken	=	dubbelkelk
dubbelkelkje	=	dubbelkelk
dubbelkelkjes	=	dubbelkelk
dubbelkelkwinde	noun	een geslachtsnaam Calystegia die erop wijst dat er een 'dubbele kelk' is.
dubbelkelkwinden	=	dubbelkelkwinde
dubbelkelkwindes	=	dubbelkelkwinde
dubbelkelkwindetje	=	dubbelkelkwinde
dubbelkelkwindetjes	=	dubbelkelkwinde
dubbelklap	=	dubbelklappen
dubbelklappe	=	dubbelklappen
dubbelklappen	verb	heel snel, met grote kracht heel ver doorbuigen
dubbelklappend	=	dubbelklappen
dubbelklappende	=	dubbelklappen
dubbelklapt	=	dubbelklappen
dubbelklapte	=	dubbelklappen
dubbelklapten	=	dubbelklappen
dubbelklik	=	dubbelklikken
dubbelklikke	=	dubbelklikken
dubbelklikken	verb	twee keer, snel achterelkaar, met de muisknop op iets klikken
dubbelklikkend	=	dubbelklikken
dubbelklikkende	=	dubbelklikken
dubbelklikt	=	dubbelklikken
dubbelklikte	=	dubbelklikken
dubbelklikten	=	dubbelklikken
dubbelknotsje	noun	Theonina cornix een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
dubbelknotsjes	=	dubbelknotsje
dubbelkoe	noun	runderen die zowel voor het vlees als de melk worden gehouden
dubbelkoeien	=	dubbelkoe
dubbelkraagmaansluiper	noun	Melanopareia bitorquata een zangvogel uit de familie Melanopareiidae
dubbelkraagmaansluipers	=	dubbelkraagmaansluiper
dubbelkraagmaansluipertje	=	dubbelkraagmaansluiper
dubbelkraagmaansluipertjes	=	dubbelkraagmaansluiper
dubbelkruis	noun	een tweevoudige verhoging van een muziektoon (symbool: ×, of ##)
dubbelkruisen	=	dubbelkruis
dubbelkruisje	=	dubbelkruis
dubbelkruisjes	=	dubbelkruis
dubbelkruizen	=	dubbelkruis
dubbelleven	noun	naast het openbare leven ook een geheim leven hebben
dubbellevens	=	dubbelleven
dubbellezer	noun	iemand die twee kranten leest
dubbellezers	=	dubbellezer
dubbellijnenmakreel	noun	Grammatorcynus bilineatus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
dubbellijnenmakreeltje	=	dubbellijnenmakreel
dubbellijnenmakreeltjes	=	dubbellijnenmakreel
dubbellijnenmakrelen	=	dubbellijnenmakreel
dubbelloof	noun	Blechnum spicant op vochtige, beschaduwde plaatsen groeiende varenplant met leerachtige, kale bladen van tweeërlei vorm
dubbellooffamilie	noun	een wereldwijd verspreide familie Blechnaceae van varens met negen tot elf geslachten en 240 tot 250 soorten.
dubbellooffamilietje	=	dubbellooffamilie
dubbelloop	noun	vuurwapen met twee lopen waarmee men kort na elkaar twee keer kan schieten
dubbelloops	adj	twee lopen hebbend
dubbelloopse	=	dubbelloops
dubbelloopsgeweer	noun	geweer met twee lopen zodat men snel achter elkaar twee schoten kan lossen
dubbelloopsgeweren	=	dubbelloopsgeweer
dubbellopen	=	dubbelloop
dubbelloven	=	dubbelloof
dubbelmandaat	noun	gelijktijdig lidmaatschap van twee bestuurslichamen
dubbelmandaten	=	dubbelmandaat
dubbelmol	noun	een tweevoudige verlaging van een muziektoon (symbool: ♭♭)
dubbelmollen	=	dubbelmol
dubbelmolletje	=	dubbelmol
dubbelmolletjes	=	dubbelmol
dubbelnummer	noun	een nummer van een tijdschrift dat komt in de plaats van twee reguliere uitgaven
dubbelnummers	=	dubbelnummer
dubbelogen	=	dubbeloog
dubbeloog	noun	Ypthima asterope een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (aurelia's).
dubbeloogje	=	dubbeloog
dubbeloogjes	=	dubbeloog
dubbeloogvijgpapegaai	noun	Cyclopsitta diophthalma een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
dubbeloogvijgpapegaaien	=	dubbeloogvijgpapegaai
dubbeloogvijgpapegaaitje	=	dubbeloogvijgpapegaai
dubbeloogvijgpapegaaitjes	=	dubbeloogvijgpapegaai
dubbelop	adv	heel erg veel, twee keer zoveel als nodig is, eens zo veel
dubbelpartner	noun	partner bij het dubbelspel
dubbelpartners	=	dubbelpartner
dubbelpijl-uil	noun	Graphiphora augur een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
dubbelpijl-uilen	=	dubbelpijl-uil
dubbelpijl-uiltje	=	dubbelpijl-uil
dubbelpijl-uiltjes	=	dubbelpijl-uil
dubbelpion	noun	twee pionnen van dezelfde speler die achter elkaar op één lijn staan (doordat met een van die pionnen is geslagen)
dubbelpionnen	=	dubbelpion
dubbelportret	noun	portret van twee personen
dubbelportretten	=	dubbelportret
dubbelpunt	noun	punt waar een kromme zichzelf doorsnijdt of raakt
dubbelpunten	=	dubbelpunt
dubbelpuntje	=	dubbelpunt
dubbelpuntjes	=	dubbelpunt
dubbelriet	noun	twee rietbladen op het mondstuk van een blaasinstrument
dubbelrieten	=	dubbelriet
dubbelrietinstrument	noun	een instrument waarvan het geluid voortgebracht wordt door een dubbelgevouwen riet onder druk te zetten
dubbelrietinstrumenten	=	dubbelrietinstrument
dubbelrietinstrumentje	=	dubbelrietinstrument
dubbelrietinstrumentjes	=	dubbelrietinstrument
dubbelrol	noun	het hebben van twee rollen / het hebben van twee functies
dubbelrollen	=	dubbelrol
dubbelrondig	adj	met betrekking tot twee rondes
dubbelrondige	=	dubbelrondig
dubbelrondigs	=	dubbelrondig
dubbels	=	dubbel
dubbelschaak	noun	het schaak zetten van de koning met twee stukken
dubbelschaakje	=	dubbelschaak
dubbelschaakjes	=	dubbelschaak
dubbelsierkopje	noun	Walckenaeria cucullata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
dubbelsierkopjes	=	dubbelsierkopje
dubbelsla	=	dubbelslaan
dubbelslaan	verb	in tweeën buigen
dubbelslaand	=	dubbelslaan
dubbelslaande	=	dubbelslaan
dubbelslaat	=	dubbelslaan
dubbelslachtig	adj	dubbelzinnig, verwarrend
dubbelslachtige	=	dubbelslachtig
dubbelslachtiger	=	dubbelslachtig
dubbelslachtigere	=	dubbelslachtig
dubbelslachtigers	=	dubbelslachtig
dubbelslachtigs	=	dubbelslachtig
dubbelslachtigst	=	dubbelslachtig
dubbelslachtigste	=	dubbelslachtig
dubbelslag	noun	van een munt dat hij tweemaal geslagen is
dubbelslagen	=	dubbelslag
dubbelsloeg	=	dubbelslaan
dubbelsloegen	=	dubbelslaan
dubbelspaat	noun	zuivere vorm van calciet
dubbelspecialist	noun	tennisser die gespecialiseerd is in het dubbelspel waarbij 2 tennissers spelen tegen 2 andere tenissers
dubbelspecialiste	noun	tennissterr die gespecialiseerd is in het dubbelspel waarbij 2 tennissers spelen tegen 2 andere tenissers
dubbelspecialisten	=	dubbelspecialist
dubbelspecialistes	=	dubbelspecialiste
dubbelspel	noun	partij van twee tegen twee
dubbelspelen	=	dubbelspel
dubbelspeler	noun	tennisser die gespecialiseerd is in het dubbelspel
dubbelspelers	=	dubbelspeler
dubbelspellen	=	dubbelspel
dubbelspelpartner	noun	partner waarmee men samen een dubbelspel speelt
dubbelspelpartners	=	dubbelspelpartner
dubbelspion	noun	iemand die gelijktijdig voor twee partijen spioneert
dubbelspionne	=	dubbelspion
dubbelspionnen	=	dubbelspion
dubbelspoor	noun	spoorbaan met een dubbel stel rails waardoor het verkeer in de ene en de andere richting gescheiden en veilig kan verlopen
dubbelspoortje	=	dubbelspoor
dubbelspoortjes	=	dubbelspoor
dubbelsporen	=	dubbelspoor
dubbelster	noun	twee sterren die om elkaar heen bewegen
dubbelsterren	=	dubbelster
dubbelsterretje	=	dubbelster
dubbelsterretjes	=	dubbelster
dubbelstipparelmoervlinder	noun	Brenthis hecate een vlinder uit de familie Nymphalidae (Aurelia's), onderfamilie Heliconiinae.
dubbelstipparelmoervlinders	=	dubbelstipparelmoervlinder
dubbelstipparelmoervlindertje	=	dubbelstipparelmoervlinder
dubbelstipparelmoervlindertjes	=	dubbelstipparelmoervlinder
dubbelstipsnuituil	noun	Hypena obsitalis een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
dubbelstipsnuituilen	=	dubbelstipsnuituil
dubbelstipsnuituiltje	=	dubbelstipsnuituil
dubbelstipsnuituiltjes	=	dubbelstipsnuituil
dubbelstipvoorjaarsuil	noun	Anorthoa munda een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae)
dubbelstipvoorjaarsuilen	=	dubbelstipvoorjaarsuil
dubbelstipvoorjaarsuiltje	=	dubbelstipvoorjaarsuil
dubbelstipvoorjaarsuiltjes	=	dubbelstipvoorjaarsuil
dubbelstreepsnoerworm	noun	Siphonenteron bilineatum een soort in de taxonomische indeling van de snoerwormen (Nemertea).
dubbelstreepsnoerwormen	=	dubbelstreepsnoerworm
dubbelstreepsnoerwormpje	=	dubbelstreepsnoerworm
dubbelstreepsnoerwormpjes	=	dubbelstreepsnoerworm
dubbelsuite	noun	verblijf in een hotel voor twee personen bestaande uit twee of meer met elkaar verbonden kamers
dubbelsuites	=	dubbelsuite
dubbelsuitetje	=	dubbelsuite
dubbelsuitetjes	=	dubbelsuite
dubbelt	=	dubbelen
dubbeltandbaardvogel	noun	Lybius bidentatus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
dubbeltandbaardvogels	=	dubbeltandbaardvogel
dubbeltandbaardvogeltje	=	dubbeltandbaardvogel
dubbeltandbaardvogeltjes	=	dubbeltandbaardvogel
dubbeltandmos	noun	een geslacht Didymodon uit de kleimosfamilie (Pottiaceae).
dubbeltandmosje	=	dubbeltandmos
dubbeltandmosjes	=	dubbeltandmos
dubbeltandmossen	=	dubbeltandmos
dubbeltelling	noun	de keer dat één zaak of persoon als twee afzonderlijke zaken of personen wordt meegeteld in een telling
dubbeltellingen	=	dubbeltelling
dubbeltentoonstelling	noun	tentoonstelling met werken van twee verschillende kunstenaars
dubbeltentoonstellingen	=	dubbeltentoonstelling
dubbeltitel	noun	de overwinning in een tennistoernooi bij het dubbelspel
dubbeltitels	=	dubbeltitel
dubbeltje	noun	alleen verkleinwoord twee stuiver, gebruikt om de waarde van twee stuivers ofwel een tiende van een munteenheid aan te duiden
dubbeltjes	=	dubbel
dubbeltjesgaas	noun	gaas gemaakt van dun ijzerdraad (ongeveer 0,7 mm dik) met mazen van ongeveer 13 mm
dubbeltjesschelp	noun	Lucinella divaricata een tweekleppigensoort uit de familie van de Lucinidae.
dubbeltjesschelpen	=	dubbeltjesschelp
dubbeltjesschelpje	=	dubbeltjesschelp
dubbeltjesschelpjes	=	dubbeltjesschelp
dubbeltjeswerk	noun	marktsituatie met kleine koersverschillen
dubbeltoernooi	noun	tennistoernooi waarbij koppels tegen elkaar spelen
dubbeltoernooien	=	dubbeltoernooi
dubbeltoernooitje	=	dubbeltoernooi
dubbeltoernooitjes	=	dubbeltoernooi
dubbeltongig	adj	in zijn spreken vals, onbetrouwbaar, dubbelhartig
dubbeltongige	=	dubbeltongig
dubbeltongiger	=	dubbeltongig
dubbeltongigere	=	dubbeltongig
dubbeltongigers	=	dubbeltongig
dubbeltongigs	=	dubbeltongig
dubbeltongigst	=	dubbeltongig
dubbeltongigste	=	dubbeltongig
dubbeltwee	noun	roeiwedstrijd waarbij twee roeiers ieder met twee roeiriemen roeien per boot
dubbeltweeën	=	dubbeltwee
dubbeluren	=	dubbeluur
dubbeluur	noun	een les die de lengte heeft van twee normale lesuren
dubbelverdiener	noun	persoon die inkomen uit meer dan een bron verwerft
dubbelverdieners	=	dubbelverdiener
dubbelverhouding	noun	quotiënt van twee verhoudingen
dubbelverhoudingen	=	dubbelverhouding
dubbelverhoudinkje	=	dubbelverhouding
dubbelverhoudinkjes	=	dubbelverhouding
dubbelvier	noun	wedstrijdsport waarbij vierroeiers in één roeiboot zitten en waarbij iedere roeier de beschikking heeft over twee roeiriemen
dubbelvieren	=	dubbelvier
dubbelvouw	=	dubbelvouwen
dubbelvouwde	=	dubbelvouwen
dubbelvouwden	=	dubbelvouwen
dubbelvouwe	=	dubbelvouwen
dubbelvouwen	verb	iets doormidden buigen en de twee helften samendrukken zodat ze op elkaar komen te liggen
dubbelvouwend	=	dubbelvouwen
dubbelvouwende	=	dubbelvouwen
dubbelvouwt	=	dubbelvouwen
dubbelwandig	adj	met een wand die uit twee lagen bestaat
dubbelwandige	=	dubbelwandig
dubbelwandigs	=	dubbelwandig
dubbelwerkend	adj	aan beide kanten van de zuiger arbeid verrichtend
dubbelwerkende	=	dubbelwerkend
dubbelwerkends	=	dubbelwerkend
dubbelzag	=	dubbelzien
dubbelzagen	=	dubbelzien
dubbelzakdrager	noun	Diplodoma laichartingella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
dubbelzakdragers	=	dubbelzakdrager
dubbelzakdragertje	=	dubbelzakdrager
dubbelzakdragertjes	=	dubbelzakdrager
dubbelzie	=	dubbelzien
dubbelzien	noun	een voorwerp tweemaal zien, diplopie
dubbelziend	=	dubbelzien
dubbelziet	=	dubbelzien
dubbelzijdig	adj	aan de voor en achter zijde
dubbelzijdige	=	dubbelzijdig
dubbelzijdiger	=	dubbelzijdig
dubbelzijdigere	=	dubbelzijdig
dubbelzijdigers	=	dubbelzijdig
dubbelzijdigs	=	dubbelzijdig
dubbelzijdigst	=	dubbelzijdig
dubbelzijdigste	=	dubbelzijdig
dubbelzinnig	adj	met meerdere betekenissen, wat je op meer manieren kunt uitleggen (waarvan één betekenis soms erotische geladen is), vaak grappig bedoeld.
dubbelzinnige	=	dubbelzinnig
dubbelzinniger	=	dubbelzinnig
dubbelzinnigere	=	dubbelzinnig
dubbelzinnigers	=	dubbelzinnig
dubbelzinnigheden	=	dubbelzinnigheid
dubbelzinnigheid	noun	iets dat op meerdere manieren te interpreteren is
dubbelzinnigheidje	=	dubbelzinnigheid
dubbelzinnigheidjes	=	dubbelzinnigheid
dubbelzinnigs	=	dubbelzinnig
dubbelzinnigst	=	dubbelzinnig
dubbelzinnigste	=	dubbelzinnig
dubbelzout	noun	stof die bestaat uit moleculen met twee verschillende positieve ionen en een negatief ion of twee verschillende negatieve ionen en een positief ion	adj	extra zout smakend
dubbelzoute	=	dubbelzout
dubbelzouten	=	dubbelzout
dubbelzouts	=	dubbelzout
dubbelzuigermotor	noun|obsolete	tweetaktmotor met twee zuigers, waarvan er één de in- en uitlaatpoorten bedient en de ander de spoelpoort
dubbelzuigermotoren	=	dubbelzuigermotor
dubbelzuigermotors	=	dubbelzuigermotor
dubbelzuigermotortje	=	dubbelzuigermotor
dubbelzuigermotortjes	=	dubbelzuigermotor
dubben	verb	twijfelend overwegen
dubbend	=	dubben
dubbende	=	dubben
dubbing	noun	originele taal van een film vervangen door een andere taal
dubde	=	dubben
dubden	=	dubben
dubieus	adj	twijfelachtig
dubieust	=	dubieus
dubieuste	=	dubieus
dubieuze	=	dubieus
dubieuzer	=	dubieus
dubieuzere	=	dubieus
dubieuzers	=	dubieus
dubio	noun	ernstige twijfel, kwestie waar je over piekert
dubio's	=	dubio
dubje	=	dub
dubjes	=	dub
dublinclaimant	noun	asielzoeker van wie vermoed wordt dat hij of zij niet direct in een bepaald EU-land ingereisd is maar via een ander EU-land, waar hij of zij krachtens het Verdrag van Dublin asiel zou moeten vragen
dublinclaimanten	=	dublinclaimant
dublinner	noun	een inwoner van Dublin, of iemand afkomstig uit Dublin
dublinners	=	dublinner
dublins	adj	op Dublin betrekking hebbend
dublinse	noun	een vrouwelijke inwoner van Dublin, of een vrouw afkomstig uit Dublin
dublinsen	=	dublinse
dubloen	noun	oude Spaanse gouden munt
dubloenen	=	dubloen
dubnium	noun	een scheikundig element en vermoedelijk grijs of zilverkleurig overgangsmetaal met het symbool Db en het atoomnummer 105
dubniumatomen	=	dubniumatoom
dubniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element dubnium.
dubniumatoompje	=	dubniumatoom
dubniumatoompjes	=	dubniumatoom
dubs	=	dub
dubsmash	=	dubsmashen
dubsmashe	=	dubsmashen
dubsmashen	verb	het playbacken van bekende quotes uit films, muziek en andere media, waarbij iemand zichzelf filmt
dubsmashend	=	dubsmashen
dubsmashende	=	dubsmashen
dubsmasht	=	dubsmashen
dubsmashte	=	dubsmashen
dubsmashten	=	dubsmashen
dubstep	noun	een subgenre van elektronische dansmuziek dat eind jaren negentig is ontstaan in Engeland
dubt	=	dubben
ducaat	=	dukaat
ducdalf	=	dukdalf
duce	noun	fascistische regeringsleider Mussolini in Italië
ducht	=	duchten
duchte	=	duchten
duchten	verb	vrezen, bang zijn voor
duchtend	=	duchten
duchtende	=	duchten
duchtig	adj	grondig, met kracht, met volle inzet, niet te onderschatten
duchtige	=	duchtig
duchtiger	=	duchtig
duchtigere	=	duchtig
duchtigers	=	duchtig
duchtigs	=	duchtig
duchtigst	=	duchtig
duchtigste	=	duchtig
duchtte	=	duchten
duchtten	=	duchten
duck	noun	amfibievoertuig
duckface	noun	afbeelding van een persoon die de lippen tuit
duckfaces	=	duckface
ducks	=	duck
ducttape	noun	een zeer stevig, zelfklevend en waterdicht soort plakband op textielbasis
ducttapes	=	ducttape
ductus	noun	afvoerbuis, kanaal
duediligenceonderzoek	noun	onderzoek van de boekhouding van een bedrijf vooral toegepast bij fusies en overnames
duediligenceonderzoeken	=	duediligenceonderzoek
duel	noun	een gevecht tussen twee personen, gewoonlijk onder bepaalde regels
duelleer	=	duelleren
duelleerde	=	duelleren
duelleerden	=	duelleren
duelleeren	=	duelleren
duelleert	=	duelleren
duellen	=	duel
duellere	=	duelleren
duelleren	verb	een tweegevecht houden
duellerend	=	duelleren
duellerende	=	duelleren
duelletje	=	duel
duelletjes	=	duel
duellist	noun	een van de twee partijen in een tweestrijd
duellisten	=	duellist
duels	=	duel
duenna	noun|obsolete	oude tante
duenna's	=	duenna
duennaatje	=	duenna
duennaatjes	=	duenna
duet	noun	een muziekstuk voor twee uitvoerders (instrumenten of stemmen)
duetje	=	duet
duetjes	=	duet
duetten	=	duet
duf	adj	saai, doods
duff	=	dof
duffe	=	duf
duffel	noun	een zware, ruwe, wollen stof die oorspronkelijk in het Zuid-Nederlandse Duffel werd vervaardigd
duffelcoat	noun	een jas van duffel die oorspronkelijk ontworpen was voor Engelse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog met een sluiting met langwerpige houten knopen
duffelcoatje	=	duffelcoat
duffelcoatjes	=	duffelcoat
duffelcoats	=	duffelcoat
duffelen	verb|obsolete	stevig inpakken, warm aankleden
duffels	adj	van duffel gemaakt
duffelse	=	duffels
duffeltje	=	duffel
duffeltjes	=	duffel
duffer	=	duf
duffere	=	duf
duffers	=	duf
dufheid	noun	een gevoel waarbij men zich futloos of uitgedoofd voelt
dufs	=	duf
dufst	=	duf
dufste	=	duf
dug-out	noun	in de grond uitgegraven ruimte met overkapping aan de zijkant van het veld waarin de reservespelers en vaak ook de coach verblijven
dug-outs	=	dug-out
duh	intj	blijk dat je iets wel heel vanzelfsprekend vindt
duid	=	duiden
duida-elenia	noun	Elaenia dayi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
duida-elenia's	=	duida-elenia
duida-eleniaatje	=	duida-elenia
duida-eleniaatjes	=	duida-elenia
duidagrasgors	noun	Emberizoides duidae een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
duidagrasgorsje	=	duidagrasgors
duidagrasgorsjes	=	duidagrasgors
duidagrasgorzen	=	duidagrasgors
duidamuisspecht	noun	Lepidocolaptes duidae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
duidamuisspechten	=	duidamuisspecht
duidamuisspechtje	=	duidamuisspecht
duidamuisspechtjes	=	duidamuisspecht
duidde	=	duiden
duidden	=	duiden
duide	=	duiden
duidelijk	adj	niet mis te verstaan	adv	verhelderend, uitleggend
duidelijke	=	duidelijk
duidelijker	=	duidelijk
duidelijkere	=	duidelijk
duidelijkers	=	duidelijk
duidelijkheden	=	duidelijkheid
duidelijkheid	noun	het evident en vanzelfsprekend zijn
duidelijkheidshalve	adv	voor de duidelijkheid
duidelijks	=	duidelijk
duidelijkst	=	duidelijk
duidelijkste	=	duidelijk
duiden	verb	uitleggen, verklaren, begrijpelijk maken
duidend	=	duiden
duidende	=	duiden
duider	noun	iemand die uitlegt wat de diepere betekenis van iets is
duiders	=	duider
duiding	noun	het hechten van een bepaalde betekenis aan iets
duidingen	=	duiding
duidingsprogramma	noun	een televisieprogramma waar dieper wordt ingegaan op een aantal items uit de actualiteit.
duidingsprogramma's	=	duidingsprogramma
duidingsprogrammaatje	=	duidingsprogramma
duidingsprogrammaatjes	=	duidingsprogramma
duidinkje	=	duiding
duidinkjes	=	duiding
duidt	=	duiden
duif	noun	benaming voor vogels uit de familie Columbidae die een koerend geluid maken
duifachtig	adj	lijkend of of eigenschappen hebbend van een duif
duifachtige	=	duifachtig
duifachtigen	noun	een orde Columbiformes van vogels met meer dan 300 soorten.
duifachtiger	=	duifachtig
duifachtigere	=	duifachtig
duifachtigers	=	duifachtig
duifachtigs	=	duifachtig
duifachtigst	=	duifachtig
duifachtigste	=	duifachtig
duifblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5014 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5014 ( ).
duifblauwe	=	duifblauw
duifblauws	=	duifblauw
duifgrijs	noun	bepaalde diepgrauwe tint	adj	in een bepaalde diepgrauwe tint
duifgrijst	=	duifgrijs
duifgrijste	=	duifgrijs
duifgrijze	=	duifgrijs
duifgrijzen	=	duifgrijs
duifgrijzer	=	duifgrijs
duifgrijzere	=	duifgrijs
duifgrijzers	=	duifgrijs
duifje	noun	geliefde, schattebout
duifjes	=	duif
duifkikkerbek	noun	Batrachostomus harterti een vogel uit de familie Podargidae (kikkerbekken).
duifkikkerbekje	=	duifkikkerbek
duifkikkerbekjes	=	duifkikkerbek
duifkikkerbekken	=	duifkikkerbek
duifkruid	noun	Scabiosa columbaria een vaste plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
duifkruidbladroller	noun	Rhopobota stagnana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
duifkruidbladrollers	=	duifkruidbladroller
duifkruidbladrollertje	=	duifkruidbladroller
duifkruidbladrollertjes	=	duifkruidbladroller
duifkruiden	=	duifkruid
duifkruidje	=	duifkruid
duifkruidjes	=	duifkruid
duifkruidmineermot	noun	Phyllonorycter scabiosella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
duifkruidmineermotje	=	duifkruidmineermot
duifkruidmineermotjes	=	duifkruidmineermot
duifkruidmineermotten	=	duifkruidmineermot
duifkruidwaaiermot	noun	Alucita grammodactyla een vlinder uit de familie waaiermotten (Alucitidae).
duifkruidwaaiermotje	=	duifkruidwaaiermot
duifkruidwaaiermotjes	=	duifkruidwaaiermot
duifkruidwaaiermotten	=	duifkruidwaaiermot
duifmot	noun	Swammerdamia pyrella een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae).
duifmotje	=	duifmot
duifmotjes	=	duifmot
duifmotten	=	duifmot
duifprion	noun	Pachyptila turtur een zeevogel uit de familie stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
duifprionen	=	duifprion
duifprionnetje	=	duifprion
duifprionnetjes	=	duifprion
duifzeekoet	noun	Cepphus columba een vogel uit de familie van alken (Alcidae).
duifzeekoeten	=	duifzeekoet
duifzeekoetje	=	duifzeekoet
duifzeekoetjes	=	duifzeekoet
duig	noun	plank van de wand van een vat of ton
duigen	=	duig
duigje	=	duig
duik	noun	een sprong waarbij men zich -meest ondersteboven- onder water begeeft
duikboot	noun	vaartuig dat onder het wateroppervlak kan varen
duikbootbemanning	noun	de zeelieden die varen in een onderzeeboot
duikbootbemanningen	=	duikbootbemanning
duikbootjager	noun	schip dat onderzeeboten kan opsporen en onschadelijk maken
duikbootjagers	=	duikbootjager
duikbootje	=	duikboot
duikbootjes	=	duikboot
duikbootoorlog	noun	oorlog waarin duikboten een belangrijke rol spelen
duikbootoorlogen	=	duikbootoorlog
duikbootoorlogje	=	duikbootoorlog
duikbootoorlogjes	=	duikbootoorlog
duikboten	=	duikboot
duikbril	noun	een bril gebruikt bij het snorkelen en duiken, onderdeel van een snorkeluitrusting of duikuitrusting
duikbrillen	=	duikbril
duikbrilletje	=	duikbril
duikbrilletjes	=	duikbril
duikcilinder	noun	een duikfles.
duikcilinders	=	duikcilinder
duikcilindertje	=	duikcilinder
duikcilindertjes	=	duikcilinder
duikclub	noun	club waarvan de leden zich met duiken bezighouden
duikclubs	=	duikclub
duikcomputer	noun	een apparaat dat de tijd en diepte van een duik meet en op basis van een decompressie-algoritme een veilige duiktijd en bijbehorend opstijgmoment bepaald, onderdeel van een duikuitrusting.
duikcomputers	=	duikcomputer
duikcomputertje	=	duikcomputer
duikcomputertjes	=	duikcomputer
duikdag	noun	een dag dat men kan duiken
duikdagen	=	duikdag
duike	=	duiken
duikeend	noun	een van de 17 soorten uit de onderfamilie Anatinae.
duikeenden	noun	Aythyinae groep bestaande uit 17 soorten uit de onderfamilie Anatinae.
duikeendje	=	duikeend
duikeendjes	=	duikeend
duikel	=	duikelen
duikelaar	noun	speeltuigje met een verzwaarde voet dat omvergeworpen zichzelf weer in rechte stand terugbrengt
duikelaars	=	duikelaar
duikelaartje	=	duikelaar
duikelaartjes	=	duikelaar
duikelde	=	duikelen
duikelden	=	duikelen
duikele	=	duikelen
duikelen	verb	over de kop rollen
duikelend	=	duikelen
duikelende	=	duikelen
duikeling	noun	een grote val naar beneden
duikelingen	=	duikeling
duikelingetje	=	duikeling
duikelingetjes	=	duikeling
duikelt	=	duikelen
duiken	verb	het zich onder water voortbewegen (van bijvoorbeeld duikboten) of zwemmen (van mensen)
duikend	verb	met het hoofd vooruit snel naar beneden gaand
duikende	=	duiken
duikends	=	duikend
duiker	noun	iemand die voor beroep of plezier zich onder de waterspiegel begeeft, het duiken, kikvorsman
duikerarts	noun	arts, gespecialiseerd in problemen die zich kunnen voordoen bij het duiken
duikerartsen	=	duikerarts
duikerartsje	=	duikerarts
duikerartsjes	=	duikerarts
duikerbok	noun	Sylvicapra grimmia Afrikaanse antilopesoort, behorende tot de onderfamilie der duikers Cephalophinae
duikerbokje	=	duikerbok
duikerbokjes	=	duikerbok
duikerbokken	=	duikerbok
duikerklok	noun	klokvormig toestel waarin men zonder duikuitrusting onder water kan verblijven
duikerklokje	=	duikerklok
duikerklokjes	=	duikerklok
duikerklokken	=	duikerklok
duikermot	noun	Acentria ephemerella een nachtvlinder uit de familie van de grasmotten, de Crambidae.
duikermotje	=	duikermot
duikermotjes	=	duikermot
duikermotten	=	duikermot
duikerpak	noun	het pak dat een duiker beschermt tegen koude onder water en dat hem voorziet van ademlucht
duikerpakje	=	duikerpak
duikerpakjes	=	duikerpak
duikerpakken	=	duikerpak
duikers	noun	Cephalophinae een onderfamilie van antilopen uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
duikersluis	noun	inlaat die in de waterkering is gelegen die bedoeld is om (vers) water in de polder te laten
duikersluizen	=	duikersluis
duikerspak	noun	het pak dat een duiker beschermt tegen koude onder water en dat hem voorziet van ademlucht
duikerspakje	=	duikerspak
duikerspakjes	=	duikerspak
duikerspakken	=	duikerspak
duikersziekte	noun	ziekte veroorzaakt door het uit oplossing uitwijken van stikstofbelletjes in het bloed bij decompressie
duikersziekten	=	duikersziekte
duikersziektes	=	duikersziekte
duikertje	=	duiker
duikertjes	=	duiker
duikerwants	noun	insect uit de familie Corixidae van aquatische insecten in de orde Hemiptera en de onderorde van de Heteroptera (wantsen).
duikerwantsen	noun	een familie Corixidae van aquatische insecten in de orde Hemiptera en de onderorde van de Heteroptera (wantsen).
duikerwantsje	=	duikerwants
duikerwantsjes	=	duikerwants
duikfles	noun	een fles bedoeld om mee te duiken, meestal gevuld met perslucht, onderdeel van de duikuitrusting.
duikflesje	=	duikfles
duikflesjes	=	duikfles
duikflessen	=	duikfles
duikhandschoen	noun	een handschoen die een duiker draagt als onderdeel van zijn duikuitrusting tijdens het duiken.
duikhandschoenen	=	duikhandschoen
duikhandschoentje	=	duikhandschoen
duikhandschoentjes	=	duikhandschoen
duikhorloge	noun	een waterdicht horloge bestemd voor het duiken, onderdeel van de duikuitrusting.
duikhorloges	=	duikhorloge
duikhorlogetje	=	duikhorloge
duikhorlogetjes	=	duikhorloge
duiking	noun	de keer dat men duikt
duikingen	=	duiking
duikinkje	=	duiking
duikinkjes	=	duiking
duikje	=	duik
duikjes	=	duik
duikklok	noun	een ruimte waarin mensen zonder duikuitrusting onder water kunnen blijven
duikklokje	=	duikklok
duikklokjes	=	duikklok
duikklokken	=	duikklok
duiklaars	noun	soort laars, onderdeel van duikuitrusting
duiklaarsje	=	duiklaars
duiklaarsjes	=	duiklaars
duiklaarzen	=	duiklaars
duiklamp	noun	waterdichte lamp gebruikt door duikers, onderdeel van de duikuitrusting.
duiklampen	=	duiklamp
duiklampje	=	duiklamp
duiklampjes	=	duiklamp
duikles	noun	onderricht in het onder water zwemmen met name als er gebruik gemaakt wordt van hulpmiddelen zoals een snorkel of duikflessen
duiklesje	=	duikles
duiklesjes	=	duikles
duiklessen	=	duikles
duiklood	noun	het lood dat een duiker of snorkelaar bij het duiken/snorkelen, onderdeel van snorkeluitrusting of duikuitrusting.
duikmasker	noun	een masker gebruikt bij het duiken.
duikmaskers	=	duikmasker
duikmaskertje	=	duikmasker
duikmaskertjes	=	duikmasker
duikmes	noun	een mes bestemd voor het duiken om onder water zichzelf te kunnen bevrijden als men vast komt zitten, onderdeel duikuitrusting.
duikmesje	=	duikmes
duikmesjes	=	duikmes
duikmessen	=	duikmes
duikopleiding	noun	een cursus waarin je leert duiken
duikopleidingen	=	duikopleiding
duikpak	noun	een pak dat een duiker draagt tijdens het duiken, onderdeel van zijn duikuitrusting, en beschermt tegen kou en druk.
duikpakje	=	duikpak
duikpakjes	=	duikpak
duikpakken	=	duikpak
duikplank	noun	springplank in een zwembad om vanaf te duiken.
duikplanken	=	duikplank
duikplankje	=	duikplank
duikplankjes	=	duikplank
duikploeg	noun	groep duikers en hun helpers
duikploegen	=	duikploeg
duikploegje	=	duikploeg
duikploegjes	=	duikploeg
duikscholen	=	duikschool
duikschool	noun	instituut waar men duiklessen geeft
duikschooltje	=	duikschool
duiksport	noun	als tijdverdrijf langduriger en diep onder water verblijven en zwemmen
duiksporten	=	duiksport
duiksprong	noun	hoogtesprong waarbij men voorwaarts of opzij springt met de armen boven het hoofd gestrekt.
duiksprongen	=	duiksprong
duiksprongetje	=	duiksprong
duiksprongetjes	=	duiksprong
duikster	noun	vrouwelijke vorm van duiker
duiksters	=	duikster
duikstertje	=	duikster
duikstertjes	=	duikster
duikt	=	duiken
duiktabel	noun	een tabel waar een duiker nultijden en decompressiestops op kan aflezen.
duiktabellen	=	duiktabel
duiktabelletje	=	duiktabel
duiktabelletjes	=	duiktabel
duikteam	noun	team dat duikt
duikteams	=	duikteam
duiktoerisme	noun	vorm van toerisme waarbij het duiken centraal staat
duiktoren	noun	hoge stellage vanwaar men in het water duikt
duiktorens	=	duiktoren
duiktorentje	=	duiktoren
duiktorentjes	=	duiktoren
duiktuig	noun	een vaartuig dat zich op grote diepte onder water begeven kan
duiktuigen	=	duiktuig
duiktuigje	=	duiktuig
duiktuigjes	=	duiktuig
duikuitrusting	noun	de uitrusting die gebruikt wordt in de duiksport voor het duiken.
duikuitrustingen	=	duikuitrusting
duikuitrustinkje	=	duikuitrusting
duikuitrustinkjes	=	duikuitrusting
duikvakantie	noun	Vakantie waarbij duiken de belangrijkste activiteit is.
duikvakanties	=	duikvakantie
duikvakantietje	=	duikvakantie
duikvakantietjes	=	duikvakantie
duikvlucht	noun	steil naar beneden gerichte vliegbeweging
duikvluchten	=	duikvlucht
duim	noun	eerste, kortste en dikste vinger, gelegen naast de wijsvinger, met twee geledingen, die zowel naast als tegenover de andere vingers geplaatst kan worden
duimafdruk	noun	afdruk van een duim al of niet met inkt vaak gebruikt als identificatie of als juridisch bewijsmiddel in een rechtszaak
duimafdrukje	=	duimafdruk
duimafdrukjes	=	duimafdruk
duimafdrukken	=	duimafdruk
duimbreed	noun	de breedte van een duim hebbend ongeveer 2,5 cm
duimde	=	duimen
duimden	=	duimen
duimdik	adj	iets wat zo dik als een duim is; heel dik
duimdikke	=	duimdik
duimdiks	=	duimdik
duime	=	duimen
duimel	=	duimelen
duimelde	=	duimelen
duimelden	=	duimelen
duimele	=	duimelen
duimelen	verb|obsolete	een duimafdruk maken, (al of niet met de duim) indrukken, (met nadruk) aanraken
duimelend	=	duimelen
duimelende	=	duimelen
duimeling	noun	naam van de duim gebruikt in kinderversjes
duimelingen	=	duimeling
duimelot	noun	bijnaam voor de duim
duimelotten	=	duimelot
duimelt	=	duimelen
duimen	verb	voortdurend herhaald handgebaar bedoeld om geluk te brengen (zie Duimen op Wikipedia)
duimend	=	duimen
duimende	=	duimen
duimendik	adj	heel erg dik
duimendikke	=	duimendik
duimendikker	=	duimendik
duimendikkere	=	duimendik
duimendikkers	=	duimendik
duimendiks	=	duimendik
duimendikst	=	duimendik
duimendikste	=	duimendik
duimendraaien	verb	niets doen en zich daarbij vervelen
duimendraaiende	=	duimendraaien
duimendraaier	noun	iemand die niets nuttigs uitvoert
duimendraaiers	=	duimendraaier
duimendraaiertje	=	duimendraaier
duimendraaiertjes	=	duimendraaier
duimgeneratie	noun	mensen geboren tussen 1990 en 2005 die bedreven waren in het bedienen van elektronische apparatuur met de duimen
duimgeneraties	=	duimgeneratie
duimnagel	noun	het hoornen gedeelte van de eerste vinger van de hand
duimnagels	=	duimnagel
duimpalpje	noun	Gongylidiellum murcidum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
duimpalpjes	=	duimpalpje
duimpie	noun	uitgesproken als uiting van waardering
duimpies	=	duimpie
duimpje	=	duim
duimpjes	=	duim
duimregeling	noun	regeling waarbij de leerlingen één extra onvoldoende mogen hebben voor een niet-kernvak bij het eindexamen
duimregelingen	=	duimregeling
duimschroef	noun	martelwerktuig waarbij men de duim knelt in een schroef met als doel bij iemand een bekentenis af te dwingen
duimschroeven	=	duimschroef
duimspijker	noun	een korte spijker of speld met een zeer brede kop, waardoor hij met de hand in een zachte ondergrond te drukken is
duimspijkers	=	duimspijker
duimspijkertje	=	duimspijker
duimspijkertjes	=	duimspijker
duimstruweelbraam	noun	een soort Rubus griesiae uit het geslacht braam (Rubus).
duimstruweelbraampje	=	duimstruweelbraam
duimstruweelbraampjes	=	duimstruweelbraam
duimstruweelbramen	=	duimstruweelbraam
duimt	=	duimen
duimtelefoon	noun	kleine gsm met het formaat van ongeveer een duim
duimtelefoons	=	duimtelefoon
duimzuigen	verb	op de duim sabbelen vooral gedaan door baby's en jonge kinderen
duimzuigend	=	duimzuigen
duimzuigende	=	duimzuigen
duimzuiger	noun	iemand die duimt
duimzuigerij	noun	langdurig in de mond houden van de dikste vinger, zoals sommige kleine kinderen veel doen
duimzuigerijen	=	duimzuigerij
duimzuigers	=	duimzuiger
duimzuigertje	=	duimzuiger
duimzuigertjes	=	duimzuiger
duin	noun	een zandheuvel aan de kust
duinaardrupsendoder	noun	Podalonia luffii een vliesvleugelig insect uit de familie van de langsteelgraafwespen (Sphecidae).
duinaardrupsendoders	=	duinaardrupsendoder
duinaardrupsendodertje	=	duinaardrupsendoder
duinaardrupsendodertjes	=	duinaardrupsendoder
duinachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een duin
duinachtige	=	duinachtig
duinachtiger	=	duinachtig
duinachtigere	=	duinachtig
duinachtigers	=	duinachtig
duinachtigs	=	duinachtig
duinachtigst	=	duinachtig
duinachtigste	=	duinachtig
duinafslag	noun	verschijnsel dat na een harde storm en hoge zee een flink deel van de duinen kan afslaan
duinaveruit	noun	Artemisia campestris subsp. maritima een overblijvende plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
duinaveruiten	=	duinaveruit
duinbaardmier	noun	Formica clara een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
duinbaardmieren	=	duinbaardmier
duinbaardmiertje	=	duinbaardmier
duinbaardmiertjes	=	duinbaardmier
duinbaardmos	noun	Usnea wasmuthii een korstmossoort uit de familie Parmeliaceae.
duinbaardmosje	=	duinbaardmos
duinbaardmosjes	=	duinbaardmos
duinbaardmossen	=	duinbaardmos
duinballonkopje	noun	Parapelecopsis nemoralioides een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
duinballonkopjes	=	duinballonkopje
duinbekermos	noun	een korstmossoort Cladonia pocillum (syn.: Cladonia pyxidata) uit de familie Cladoniaceae.
duinbekermosje	=	duinbekermos
duinbekermosjes	=	duinbekermos
duinbekermossen	=	duinbekermos
duinbloemweekschildkever	noun	Dolichosoma een keversoort uit de familie van de bloemweekschilden (Melyridae)
duinbloemweekschildkevers	=	duinbloemweekschildkever
duinbloemweekschildkevertje	=	duinbloemweekschildkever
duinbloemweekschildkevertjes	=	duinbloemweekschildkever
duinbollenzweefvlieg	noun	Eumerus sabulonum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
duinbollenzweefvliegen	=	duinbollenzweefvlieg
duinbollenzweefvliegje	=	duinbollenzweefvlieg
duinbollenzweefvliegjes	=	duinbollenzweefvlieg
duinbosrussula	noun	Russula cessans een schimmel behorend tot de familie Russulaceae.
duinbosrussula's	=	duinbosrussula
duinbosrussulaatje	=	duinbosrussula
duinbosrussulaatjes	=	duinbosrussula
duinbreeksteeltje	noun	Conocybe dunensis een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae.
duinbreeksteeltjes	=	duinbreeksteeltje
duindaalder	noun	Diploschistes muscorum een korstmossoort uit de familie Graphidaceae.
duindaalders	=	duindaalder
duindaaldertje	=	duindaalder
duindaaldertjes	=	duindaalder
duindennenzwam	noun	Diplomitoporus flavescens een schimmel behorend tot de familie Polyporaceae.
duindennenzwammen	=	duindennenzwam
duindennenzwammetje	=	duindennenzwam
duindennenzwammetjes	=	duindennenzwam
duindoorn	noun	Hippophae rhamnoides in de duinen groeiende heester
duindoornbes	noun	oranjerode vruchtjes van de duindoorn Hippophae rhamnoides
duindoornbessen	=	duindoornbes
duindoornboorvlieg	noun	Rhagoletis batava een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
duindoornboorvliegen	=	duindoornboorvlieg
duindoornboorvliegje	=	duindoornboorvlieg
duindoornboorvliegjes	=	duindoornboorvlieg
duindoornfamilie	noun	een familie Elaeagnaceae van tweezaadlobbige, vaak doornige struiken en bomen.
duindoornfamilies	=	duindoornfamilie
duindoornfamilietje	=	duindoornfamilie
duindoornfamilietjes	=	duindoornfamilie
duindoornmijt	noun	Aceria hippophaena een mijt in de familie Eriophyidae.
duindoornmijten	=	duindoornmijt
duindoornmijtje	=	duindoornmijt
duindoornmijtjes	=	duindoornmijt
duindoornpalpmot	noun	Gelechia hippophaella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
duindoornpalpmotje	=	duindoornpalpmot
duindoornpalpmotjes	=	duindoornpalpmot
duindoornpalpmotten	=	duindoornpalpmot
duindoorns	=	duindoorn
duindoorntje	=	duindoorn
duindoornvuurzwam	noun	Fomitiporia hippophaeicola een zwam in de familie Hymenochaetaceae.
duindoornvuurzwammen	=	duindoornvuurzwam
duindoornvuurzwammetje	=	duindoornvuurzwam
duindoornvuurzwammetjes	=	duindoornvuurzwam
duindoren	=	duindoorn
duindravik	noun	Bromus hordeaceus subsp. thominei een eenjarige plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
duindraviken	=	duindravik
duindravikje	=	duindravik
duindravikjes	=	duindravik
duinen	=	duin
duinenrij	noun	een doorlopende serie duinen die samen een zweewering vormen
duinenrijen	=	duinenrij
duinenrijtje	=	duinenrij
duinenrijtjes	=	duinenrij
duinfakkelgras	noun	Koeleria albescensa een vaste plant uit de grassenfamilie.
duinfakkelgrasje	=	duinfakkelgras
duinfakkelgrasjes	=	duinfakkelgras
duinfakkelgrassen	=	duinfakkelgras
duinfranjehoed	noun	Psathyrella ammophila een schimmel behorend tot de familie Psathyrellaceae.
duinfranjehoeden	=	duinfranjehoed
duinfranjehoedje	=	duinfranjehoed
duinfranjehoedjes	=	duinfranjehoed
duingazelle	noun	Gazella leptoceros De duingazelle of duingazel , ook wel bekend als de zandgazelle of zandgazel, is een gazellensoort die zich aangepast heeft aan de extreme leefomstandigheden van de woestijn.
duingazellen	=	duingazelle
duingazelles	=	duingazelle
duingazelletje	=	duingazelle
duingazelletjes	=	duingazelle
duingebied	noun	kustlandschap met zandheuvels
duingebieden	=	duingebied
duingebiedje	=	duingebied
duingebiedjes	=	duingebied
duingentiaan	noun	Gentianella uliginosa een eenjarige plant uit de gentiaanfamilie (Gentianaceae).
duingentiaantje	=	duingentiaan
duingentiaantjes	=	duingentiaan
duingentianen	=	duingentiaan
duingras	noun	gras dat in de duinen groeit Ammophila arenaria
duingrasmot	noun	Thisanotia chrysonuchella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
duingrasmotje	=	duingrasmot
duingrasmotjes	=	duingrasmot
duingrasmotten	=	duingrasmot
duingrassen	=	duingras
duingravertje	noun	Dyschirius obscurus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
duingravertjes	=	duingravertje
duingroefbij	noun	Lasioglossum tarsatum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
duingroefbijen	=	duingroefbij
duingroefbijtje	=	duingroefbij
duingroefbijtjes	=	duingroefbij
duingrond	noun	de grondsoort die men in de duinen vindt
duingronden	=	duingrond
duinhalmklimmer	noun	Ophonus cordatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
duinhalmklimmers	=	duinhalmklimmer
duinhalmklimmertje	=	duinhalmklimmer
duinhalmklimmertjes	=	duinhalmklimmer
duinhalmuiltje	noun	Litoligia literosa een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
duinhalmuiltjes	=	duinhalmuiltje
duinheidedwerg	noun	Chamaesyrphus lusitanicus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
duinheidedwergen	=	duinheidedwerg
duinheidedwergje	=	duinheidedwerg
duinheidedwergjes	=	duinheidedwerg
duinkaalkopje	noun	Deconica pratensis een schimmel uit de familie Strophariaceae.
duinkaalkopjes	=	duinkaalkopje
duinkampoot	noun	Zelotes electus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
duinkampootje	=	duinkampoot
duinkampootjes	=	duinkampoot
duinkampoten	=	duinkampoot
duinkegelbij	noun	Coelioxys mandibularis een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
duinkegelbijen	=	duinkegelbij
duinkegelbijtje	=	duinkegelbij
duinkegelbijtjes	=	duinkegelbij
duinkerkenaar	noun	iemand die woonachtig is of afkomstig is van Duinkerke
duinkerkenaars	=	duinkerkenaar
duinkerkenaren	=	duinkerkenaar
duinknikker	noun	Pyrenula chlorospila een korstmossoort behorend tot de familie Pyrenulaceae.
duinknikkers	=	duinknikker
duinknikkertje	=	duinknikker
duinknikkertjes	=	duinknikker
duinknoopjeskorst	noun	Bacidia bagliettoana een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
duinknoopjeskorsten	=	duinknoopjeskorst
duinknoopjeskorstje	=	duinknoopjeskorst
duinknoopjeskorstjes	=	duinknoopjeskorst
duinkoekoekspinnendoder	noun	Evagetes littoralis een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
duinkoekoekspinnendoders	=	duinkoekoekspinnendoder
duinkoekoekspinnendodertje	=	duinkoekoekspinnendoder
duinkoekoekspinnendodertjes	=	duinkoekoekspinnendoder
duinkrabspin	noun	Psammitis ninnii een spinnensoort uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
duinkrabspinnen	=	duinkrabspin
duinkrabspinnetje	=	duinkrabspin
duinkrabspinnetjes	=	duinkrabspin
duinkronkelbladmos	noun	Tortella flavovirens een mos uit de kleimosfamilie (Pottiaceae).
duinkronkelbladmosje	=	duinkronkelbladmos
duinkronkelbladmosjes	=	duinkronkelbladmos
duinkronkelbladmossen	=	duinkronkelbladmos
duinkruiskruid	noun	Jacobaea vulgaris subsp. dunensis een in de regel tweejarige plant met gele bloempjes uit het geslacht Jacobaea (Jacobskruid).
duinkruiskruiden	=	duinkruiskruid
duinkruiskruidje	=	duinkruiskruid
duinlandschap	noun	een landschap dat gedomineerd wordt door duinen, in Nederland bij de Noordzee
duinlandschapje	=	duinlandschap
duinlandschapjes	=	duinlandschap
duinlandschappen	=	duinlandschap
duinlangbaardgras	noun	Vulpia ciliata subsp. ambigua een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
duinlantaarnspin	noun	Agroeca lusatica een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemzakspinnen (Liocranidae).
duinlantaarnspinnen	=	duinlantaarnspin
duinlantaarnspinnetje	=	duinlantaarnspin
duinlantaarnspinnetjes	=	duinlantaarnspin
duinlapsnuitkever	noun	Otiorhynchus atroapterus een soort uit de familie van de snuitkevers (Curculionidae).
duinlapsnuitkevers	=	duinlapsnuitkever
duinlapsnuitkevertje	=	duinlapsnuitkever
duinlapsnuitkevertjes	=	duinlapsnuitkever
duinleermos	noun	Peltigera ponojensis een korstmossoort uit de familie Peltigeraceae.
duinleermosje	=	duinleermos
duinleermosjes	=	duinleermos
duinleermossen	=	duinleermos
duinloper	noun	Masoreus wetterhallii een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
duinlopers	=	duinloper
duinlopertje	=	duinloper
duinlopertjes	=	duinloper
duinmaskerbij	noun	Hylaeus spilotus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
duinmaskerbijen	=	duinmaskerbij
duinmaskerbijtje	=	duinmaskerbij
duinmaskerbijtjes	=	duinmaskerbij
duinmeer	noun	een meer gelegen in de duinen
duinmeren	=	duinmeer
duinmorielje	noun	een sponsachtige eetbare zakjeszwam Morchella dunensis behorend tot de familie Morchellaceae.
duinmorieljes	=	duinmorielje
duinmosklokje	noun	Galerina uncialis een paddenstoel uit de familie Hymenogastraceae.
duinmosklokjes	=	duinmosklokje
duinmosmot	noun	Aphomia zelleri een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
duinmosmotje	=	duinmosmot
duinmosmotjes	=	duinmosmot
duinmosmotten	=	duinmosmot
duinmostrechtertje	noun	Arrhenia lilacinicolor een schimmel behoren tot de familie Hygrophoraceae.
duinmostrechtertjes	=	duinmostrechtertje
duinmostrechterzwam	noun	Clitocybe barbularum een schimmel in de orde Agaricales.
duinmostrechterzwammen	=	duinmostrechterzwam
duinmostrechterzwammetje	=	duinmostrechterzwam
duinmostrechterzwammetjes	=	duinmostrechterzwam
duinmuntvlinder	noun	Pyrausta ostrinalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
duinmuntvlinders	=	duinmuntvlinder
duinmuntvlindertje	=	duinmuntvlinder
duinmuntvlindertjes	=	duinmuntvlinder
duinovergang	noun	plaats waar men van het strand over de duinen naar het achtergelegen binnenland kan gaan
duinovergangen	=	duinovergang
duinpaadje	=	duinpad
duinpaadjes	=	duinpad
duinpad	noun	een pad in de duinen dat vaak met schelpen is verhard
duinpaden	=	duinpad
duinpadje	=	duinpad
duinpadjes	=	duinpad
duinpan	noun	dal in de duinen
duinpannen	=	duinpan
duinpannetje	=	duinpan
duinpannetjes	=	duinpan
duinparasolzwam	noun	Lepiota erminea een plaatjeszwam in de familie Agaricaceae.
duinparasolzwammen	=	duinparasolzwam
duinparasolzwammetje	=	duinparasolzwam
duinparasolzwammetjes	=	duinparasolzwam
duinparelmoervlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Fabriciana niobe, uit de onderfamilie Heliconiinae, die nu ook in Nederland voorkomt.
duinparelmoervlinders	=	duinparelmoervlinder
duinparelmot	noun	Glyphipterix equitella een vlinder uit de familie parelmotten (Glyphipterigidae).
duinparelmotje	=	duinparelmot
duinparelmotjes	=	duinparelmot
duinparelmotten	=	duinparelmot
duinpieper	noun	Anthus campestris een zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten (Motacillidae)
duinpiepers	=	duinpieper
duinpiepertje	=	duinpieper
duinpiepertjes	=	duinpieper
duinpriemkever	noun	Bembidion pallidipenne een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
duinpriemkevers	=	duinpriemkever
duinpriemkevertje	=	duinpriemkever
duinpriemkevertjes	=	duinpriemkever
duinrand	noun	grens waar duin in strand overgaat
duinranden	=	duinrand
duinrenspin	noun	Thanatus striatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de renspinnen (Philodromidae)
duinrenspinnen	=	duinrenspin
duinrenspinnetje	=	duinrenspin
duinrenspinnetjes	=	duinrenspin
duinreservaat	noun	natuurreservaat bestaande uit een duinlandschap
duinreservaten	=	duinreservaat
duinriet	noun	Calamagrostis epigejos een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae).
duinrieten	=	duinriet
duinrietje	=	duinriet
duinrietjes	=	duinriet
duinrietmineermot	noun	Elachista bisulcella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
duinrietmineermotje	=	duinrietmineermot
duinrietmineermotjes	=	duinrietmineermot
duinrietmineermotten	=	duinrietmineermot
duinrietroest	noun	Puccinia pygmaea een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
duinrietroesten	=	duinrietroest
duinrietroestje	=	duinrietroest
duinrietroestjes	=	duinrietroest
duinrietstipschoteltje	noun	Pseudohelotium alaunae een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
duinrietstipschoteltjes	=	duinrietstipschoteltje
duinrijpmos	noun	Physconia perisidiosa een korstmos uit de familie Physciaceae.
duinrijpmosje	=	duinrijpmos
duinrijpmosjes	=	duinrijpmos
duinrijpmossen	=	duinrijpmos
duinroodpootglimmer	noun	Amara lucida een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
duinroodpootglimmers	=	duinroodpootglimmer
duinroodpootglimmertje	=	duinroodpootglimmer
duinroodpootglimmertjes	=	duinroodpootglimmer
duinroos	noun	Rosa pimpinellifolia Rosa spinosissima plant die groei in de droge graslanden in de kustduinen
duinroosje	=	duinroos
duinroosjes	=	duinroos
duinrotslijster	noun	Monticola imerina een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
duinrotslijsters	=	duinrotslijster
duinrotslijstertje	=	duinrotslijster
duinrotslijstertjes	=	duinrotslijster
duinrouwzwever	noun	Hemipenthes morio een vlieg uit de familie wolzwevers (Bombyliidae).
duinrouwzwevers	=	duinrouwzwever
duinrouwzwevertje	=	duinrouwzwever
duinrouwzwevertjes	=	duinrouwzwever
duinrozen	=	duinroos
duinrus	noun	Juncus anceps een eenzaadlobbige plant behorend tot de familie Juncaceae.
duinrusje	=	duinrus
duinrusjes	=	duinrus
duinrussen	=	duinrus
duinsabelsprinkhaan	noun	Platycleis albopunctata een insect uit de sprinkhanenfamilie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae)
duinsabelsprinkhaantje	=	duinsabelsprinkhaan
duinsabelsprinkhaantjes	=	duinsabelsprinkhaan
duinsabelsprinkhanen	=	duinsabelsprinkhaan
duinschorsloper	noun	Philorhizus crucifer een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
duinschorslopers	=	duinschorsloper
duinschorslopertje	=	duinschorsloper
duinschorslopertjes	=	duinschorsloper
duinsilenekokermot	noun	Coleophora galbulipennella een nachtvlinder uit de familie van de zakmotten.
duinsilenekokermotje	=	duinsilenekokermot
duinsilenekokermotjes	=	duinsilenekokermot
duinsilenekokermotten	=	duinsilenekokermot
duinslak	noun	slak (Cepaea nemoralis) uit de familie Helicidae
duinslakken	=	duinslak
duinslakkenkraker	noun	Licinus depressus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
duinslakkenkrakers	=	duinslakkenkraker
duinslakkenkrakertje	=	duinslakkenkraker
duinslakkenkrakertjes	=	duinslakkenkraker
duinsnavelmos	noun	Rhynchostegium megapolitanum een mossoort behorend tot de familie Brachytheciaceae.
duinsnavelmosje	=	duinsnavelmos
duinsnavelmosjes	=	duinsnavelmos
duinsnavelmossen	=	duinsnavelmos
duinspinnendoder	noun	Aporinellus sexmaculatus een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
duinspinnendoders	=	duinspinnendoder
duinspinnendodertje	=	duinspinnendoder
duinspinnendodertjes	=	duinspinnendoder
duinspleetvezelkop	noun	Pseudosperma arenicola een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
duinspleetvezelkopje	=	duinspleetvezelkop
duinspleetvezelkopjes	=	duinspleetvezelkop
duinspleetvezelkoppen	=	duinspleetvezelkop
duinsterretje	noun	Syntrichia ruralis een mos uit de familie Pottiaceae.
duinsterretjes	=	duinsterretje
duinsterretjesmosschijfje	noun	Lamprospora tortulae-ruralis een paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
duinsterretjesmosschijfjes	=	duinsterretjesmosschijfje
duinsterretjesschijfje	noun	Octospora neerlandica een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
duinsterretjesschijfjes	=	duinsterretjesschijfje
duinstinkzwam	noun	Phallus hadriani een paddenstoel uit de familie Phallaceae.
duinstinkzwammen	=	duinstinkzwam
duinstinkzwammetje	=	duinstinkzwam
duinstinkzwammetjes	=	duinstinkzwam
duintaailing	noun	Marasmius epodius een schimmel behorend tot de familie Marasmiaceae.
duintaailingen	=	duintaailing
duintaailinkje	=	duintaailing
duintaailinkjes	=	duintaailing
duintandklauw	noun	Calathus mollis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
duintandklauwen	=	duintandklauw
duintandklauwtje	=	duintandklauw
duintandklauwtjes	=	duintandklauw
duinteunisbloem	noun	Oenothera oakesiana een tweejarige plant uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
duinteunisbloemen	=	duinteunisbloem
duinteunisbloemetje	=	duinteunisbloem
duinteunisbloemetjes	=	duinteunisbloem
duintje	=	duin
duintjes	=	duin
duintolletje	noun	Paralaoma servilis een slakkensoort uit de familie van de Punctidae.
duintolletjes	=	duintolletje
duintop	noun	Het bovenste gedeelte van een duin dat meestal onbegroeid is.
duintopje	=	duintop
duintopjes	=	duintop
duintoppen	=	duintop
duintrapmos	noun	Lophozia excisa een mos die behoort tot de levermossen.
duintrapmosje	=	duintrapmos
duintrapmosjes	=	duintrapmos
duintrapmossen	=	duintrapmos
duinvaalhoed	noun	Hebeloma psammophilum een schimmel behorend tot de familie Hymenogastraceae.
duinvaalhoeden	=	duinvaalhoed
duinvaalhoedje	=	duinvaalhoed
duinvaalhoedjes	=	duinvaalhoed
duinvallei	noun	een laagte tussen de duinen
duinvalleien	=	duinvallei
duinvalleitje	=	duinvallei
duinvalleitjes	=	duinvallei
duinvedermot	noun	Porrittia galactodactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
duinvedermotje	=	duinvedermot
duinvedermotjes	=	duinvedermot
duinvedermotten	=	duinvedermot
duinveldridderzwam	noun	Melanoleuca cinereifolia een paddenstoel uit de familie Tricholomataceae.
duinveldridderzwammen	=	duinveldridderzwam
duinveldridderzwammetje	=	duinveldridderzwam
duinveldridderzwammetjes	=	duinveldridderzwam
duinvezelkop	noun	een paddenstoel van het geslacht Inocybe uit de familie Inocybaceae
duinvezelkopje	=	duinvezelkop
duinvezelkopjes	=	duinvezelkop
duinvezelkoppen	=	duinvezelkop
duinvilla	noun	Villa modesta een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
duinvilla's	=	duinvilla
duinvillaatje	=	duinvilla
duinvillaatjes	=	duinvilla
duinviltkop	noun	Mallocybe heimii een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
duinviltkopje	=	duinviltkop
duinviltkopjes	=	duinviltkop
duinviltkoppen	=	duinviltkop
duinviolen	=	duinviool
duinviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
duinviooltje	noun	bepaald soort overblijvende plant, Viola curtisii uit de viooltjesfamilie (Violaceae), die voornamelijk voorkomt in de duinen De tot 25 cm hoge plant heeft lichtblauwe bloemen.
duinviooltjes	=	duinviooltje
duinviooltjesmot	noun	Pancalia nodosella een vlinder uit de familie prachtmotten (Cosmopterigidae).
duinviooltjesmotje	=	duinviooltjesmot
duinviooltjesmotjes	=	duinviooltjesmot
duinviooltjesmotten	=	duinviooltjesmot
duinvlekje	noun	Arthonia ligniaria een korstmossoort uit het geslacht vlekje (Arthonia).
duinvlekjes	=	duinvlekje
duinvlekplaat	noun	Panaeolus dunensis een schimmel behorend bij de familie Galeropsidaceae.
duinvlekplaatje	=	duinvlekplaat
duinvlekplaatjes	=	duinvlekplaat
duinvlekplaten	=	duinvlekplaat
duinvogelmuren	=	duinvogelmuur
duinvogelmuur	noun	Stellaria pallida een eenjarige plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
duinvogelmuurtje	=	duinvogelmuur
duinvogelmuurtjes	=	duinvogelmuur
duinvoorkopje	noun	Bolyphantes luteolus een spinnensoort uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
duinvoorkopjes	=	duinvoorkopje
duinwasplaat	noun	Hygrocybe conicoides een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
duinwasplaatje	=	duinwasplaat
duinwasplaatjes	=	duinwasplaat
duinwasplaten	=	duinwasplaat
duinwater	noun	drinkwater dat wordt opgepompt vanuit de duinen
duinwateren	=	duinwater
duinwaterleiding	noun	drinkwatervoorziening waarbij water in de duinen wordt gezuiverd en via waterleidingen naar een stad wordt getransporteerd
duinwaterleidingen	=	duinwaterleiding
duinwaterleidinkje	=	duinwaterleiding
duinwaterleidinkjes	=	duinwaterleiding
duinwaters	=	duinwater
duinwatertje	=	duinwater
duinwatertjes	=	duinwater
duinwespenorchis	noun	een ondersoort Epipactis helleborine subsp. neerlandica een Europese orchidee van het geslacht Epipactis (wespenorchis)
duinwespenorchissen	=	duinwespenorchis
duinwolfspin	noun	Pardosa monticola een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae)
duinwolfspinnen	=	duinwolfspin
duinwolfspinnetje	=	duinwolfspin
duinwolfspinnetjes	=	duinwolfspin
duinwoning	noun	huis dat gebouwd is in of direct grenst aan een duinlandschap.
duinwoningen	=	duinwoning
duinwoninkje	=	duinwoning
duinwoninkjes	=	duinwoning
duinworteluil	noun	Agrotis ripae een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
duinworteluilen	=	duinworteluil
duinworteluiltje	=	duinworteluil
duinworteluiltjes	=	duinworteluil
duinzand	noun	zand met sterk afgeronde zandkorrels zoals men dat in de duinen kan vinden
duinzeggemineermot	noun	Elachista biatomella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
duinzeggemineermotje	=	duinzeggemineermot
duinzeggemineermotjes	=	duinzeggemineermot
duinzeggemineermotten	=	duinzeggemineermot
duinzijdebij	noun	Colletes fodiens een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
duinzijdebijen	=	duinzijdebij
duinzijdebijtje	=	duinzijdebij
duinzijdebijtjes	=	duinzijdebij
duinzomerkorst	noun	Vezdaea aestivalis een korstmossoort uit de familie Vezdaeaceae.
duinzomerkorsten	=	duinzomerkorst
duinzomerkorstje	=	duinzomerkorst
duinzomerkorstjes	=	duinzomerkorst
duinzwartlijf	noun	Phylan gibbus een keversoort uit de familie van de zwartlijven (Tenebrionidae).
duinzwartlijfje	=	duinzwartlijf
duinzwartlijfjes	=	duinzwartlijf
duinzwartlijven	=	duinzwartlijf
duinzwelmos	noun	Scytinium gelatinosum een korstmossoort uit de familie Collemataceae.
duinzwelmosje	=	duinzwelmos
duinzwelmosjes	=	duinzwelmos
duinzwelmossen	=	duinzwelmos
duinzwenkgras	noun	Festuca arenaria een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
duinzwenkgrassen	=	duinzwenkgras
duist	noun	/ Alopecurus myosuroides eenjarige of tweejarige plant uit de grassenfamilie
duister	adj	in weinig of geen licht badend	noun	een donkere of schemerachtige toestand
duisterde	=	duisteren
duisterden	=	duisteren
duisterder	=	duister
duisterdere	=	duister
duisterders	=	duister
duistere	=	duister
duisteren	verb	donkerder worden; minder verlicht raken
duisterend	=	duisteren
duisterende	=	duisteren
duisterheden	=	duisterheid
duisterheid	noun	de donkerte; de afwezigheid van licht
duisternis	noun	een toestand van weinig of geen verlichting
duisternissen	=	duisternis
duisters	=	duister
duisterst	=	duister
duisterste	=	duister
duistert	=	duisteren
duit	noun	een Nederlandse munt van vóór het begin van de negentiende eeuw, een honderdzestigste deel van een gulden
duiten	=	duit
duitendief	noun	gierigaard, vrek; iemand die zich ook niet het kleinste voordeeltje laat ontsnappen
duitendiefje	=	duitendief
duitendiefjes	=	duitendief
duitendieven	=	duitendief
duitje	=	duit
duitjes	=	duit
duits	adj	betreffende Duitsland of het Duits
duits-impressionistisch	adj	betreft de 19e-eeuwse kunststroming in Duitsland (o.a.
duits-impressionistische	=	duits-impressionistisch
duits-impressionistischer	=	duits-impressionistisch
duits-impressionistischere	=	duits-impressionistisch
duits-impressionistischers	=	duits-impressionistisch
duitsch	=	duits
duitse	noun	een vrouw van Duitse komaf
duitsen	=	duitse
duitser	noun	een inwoner van Duitsland
duitsere	=	duits
duitsers	=	duitser
duitsertje	=	duitser
duitsertjes	=	duitser
duitssprekend	adj	het Duits als omgangstaal hebbend
duitssprekende	=	duitssprekend
duitssprekends	=	duitssprekend
duitst	=	duits
duitstalig	adj	Duits als moedertaal hebbend
duitstalige	=	duitstalig
duitstaligs	=	duitstalig
duitste	=	duits
duiveboon	=	duivenboon
duivekater	noun	soort zoet witbrood; gekruid kerstbrood uit de Zaanstreek	intj|vulgar	om ergernis uit te drukken
duivekaters	adj	passend bij de duivel	adv	in hoge mate
duivekaterse	=	duivekaters
duivekervel	=	duivenkervel
duivel	noun	de personificatie van het kwaad
duivel-doet-al	noun	manusje-van-alles, duvel-doet-al
duivel-doet-allen	=	duivel-doet-al
duivel-doet-als	=	duivel-doet-al
duivelachtig	adj	als een duivel of als van een duivel
duivelachtige	=	duivelachtig
duivelachtiger	=	duivelachtig
duivelachtigere	=	duivelachtig
duivelachtigers	=	duivelachtig
duivelachtigs	=	duivelachtig
duivelachtigst	=	duivelachtig
duivelachtigste	=	duivelachtig
duivelarij	noun	zwarte kunst
duivelarijen	=	duivelarij
duivelde	=	duivelen
duivelden	=	duivelen
duivele	=	duivelen
duivelen	verb	bewerken met een grote trommel met tanden die een weefsel losser maakt en van pluizen ontdoet
duivelend	=	duivelen
duivelende	=	duivelen
duivelin	noun	een vrouwelijke duivel
duivelinnen	=	duivelin
duivelinnetje	=	duivelin
duivelinnetjes	=	duivelin
duivels	adj	als een duivel	adv|informal	in hoge mate
duivels-doet-al	=	duivel-doet-al
duivelsbroden	=	duivelsbrood
duivelsbrood	noun	paddenstoelen
duivelsbroodrussula	noun	een vrij algemeen voorkomende paddenstoel Russula sardonia (syn.: Russula drimeia, Russula chrysodacryon en Russula emeticiformis) uit de familie Russulaceae.
duivelsbroodrussula's	=	duivelsbroodrussula
duivelsbroodrussulaatje	=	duivelsbroodrussula
duivelsbroodrussulaatjes	=	duivelsbroodrussula
duivelsch	=	duivels
duivelsdozijn	noun	dertiental, gebruikt als standaardhoeveelheid
duivelsdozijnen	=	duivelsdozijn
duivelsdozijntje	=	duivelsdozijn
duivelsdozijntjes	=	duivelsdozijn
duivelsdrek	noun	Ferula assa-foetida gomhars van een Aziatische plant
duivelse	=	duivels
duivelseiland	noun	noordelijkste van de Îles du Salut voor de kust van Frans-Guyana waarop ooit politieke gevangenen waren vastgezet
duivelser	=	duivels
duivelsere	=	duivels
duivelsers	=	duivels
duivelskermis	noun	wanorde waaraan kwaadwillenden genoegen beleven
duivelskermissen	=	duivelskermis
duivelskind	noun	een zeer slecht mens dat een kind van de duivel zou zijn
duivelskinderen	=	duivelskind
duivelskop	noun	kop van de mythische figuur 'duivel'
duivelskopje	=	duivelskop
duivelskopjes	=	duivelskop
duivelskoppen	=	duivelskop
duivelskunst	noun	zwarte kunst
duivelskunsten	=	duivelskunst
duivelskunstenaar	noun	iemand die iets uitzonderlijk goed kan / iemand die alles kan
duivelskunstenaars	=	duivelskunstenaar
duivelslantaarnhaai	noun	Etmopterus lucifer een vis uit de familie Etmopteridae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
duivelslantaarnhaaien	=	duivelslantaarnhaai
duivelslantaarnhaaitje	=	duivelslantaarnhaai
duivelslantaarnhaaitjes	=	duivelslantaarnhaai
duivelsnaaigaren	noun	Cuscuta epithymum een woekerplant met zeer lange, dunne, door elkaar groeiende stengels uit de windefamilie (Convolvulaceae) (vroeger de warkruidfamilie (Cuscutaceae)).
duivelsnaaigarens	=	duivelsnaaigaren
duivelsnachtzwaluw	noun	Eurostopodus diabolicus een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
duivelsnachtzwaluwen	=	duivelsnachtzwaluw
duivelsnachtzwaluwtje	=	duivelsnachtzwaluw
duivelsnachtzwaluwtjes	=	duivelsnachtzwaluw
duivelspact	noun	een samenwerkingsovereenkomst met de vijand
duivelspacten	=	duivelspact
duivelspenning	noun	geldstuk dat, hoe vaak ook uitgegeven, telkens tot den eigenaar terugkeert
duivelspenningen	=	duivelspenning
duivelspenninkje	=	duivelspenning
duivelspenninkjes	=	duivelspenning
duivelsroggen	noun	een familie Mobulidae van grote roggen, die net als de adelaarsroggen voorkomen in het open water van de oceaan in tropische en subtropische gebieden
duivelst	=	duivels
duivelste	=	duivels
duivelswerk	noun	iets dat zo slecht is dat het wel het werk van de duivel moet zijn
duivelswerken	=	duivelswerk
duivelt	=	duivelen
duiveltje	=	duivel
duiveltje-in-een-doosje	noun	afgesloten kistje waaruit door een springveer opeens een figuur te voorschijn komt
duiveltje-uit-een-doosje	noun	afgesloten kistje waaruit door een springveer opeens een figuur te voorschijn komt
duiveltjes	=	duivel
duiveltjeskermis	noun	toestand waarbij het regent op een plaats waar gelijktijdig de zon schijnt
duiveluitbanner	noun	persoon die de duivel wegjaagt uit een persoon die door de duivel bezeten zou zijn
duiveluitbanners	=	duiveluitbanner
duiveluitdrijving	noun	het wegjagen van een 'kwade geest' uit iemand die door deze 'kwade geest' bezeten zou zijn
duiveluitdrijvingen	=	duiveluitdrijving
duiven	noun	Columbidae een familie van meestal middelgrote, compact gebouwde vogels met volle, ronde borst en kleine kop.
duivenbonen	=	duivenboon
duivenboon	noun	kleine soort tuinboon, Vicia faba
duivenboontje	=	duivenboon
duivenboontjes	=	duivenboon
duivencontainer	noun	speciaal type transportmiddel of mand dat wordt gebruikt in de duivensport om postduiven te vervoeren naar een lossingsplaats
duivencontainers	=	duivencontainer
duivencontainertje	=	duivencontainer
duivencontainertjes	=	duivencontainer
duivenei	noun	het ei van een duif, vaak gebruikt als maat om aan te geven hoe groot iets is; ongeveer 4x3 cm (lengte x breedte)
duiveneieren	=	duivenei
duiveneitje	=	duivenei
duiveneitjes	=	duivenei
duivenhok	noun	hok waar duiven in kunnen worden gehouden
duivenhokje	=	duivenhok
duivenhokjes	=	duivenhok
duivenhokken	=	duivenhok
duivenkervel	noun	benaming voor kruidachtige planten uit het geslacht Fumaria, met medische toepassing in het bijzonder 'gewone duivenkervel' (Fumaria officinalis)
duivenkot	noun	duivenhok voor meerdere duiven
duivenkoten	=	duivenkot
duivenkotten	=	duivenkot
duivenliefhebber	noun	iemand die duiven houdt al hobby
duivenliefhebbers	=	duivenliefhebber
duivenmelk	noun	een melkachtige substantie die in de krop van duiven wordt geproduceerd nadat de jongen uit het ei zijn gekropen
duivenmelker	noun	iemand die duiven kweekt
duivenmelkers	=	duivenmelker
duivenmelkertje	=	duivenmelker
duivenmelkertjes	=	duivenmelker
duivenpoep	noun	de ontlasting van duiven
duivenpost	noun	het verzenden van briefjes door middel van postduiven
duivensport	noun	een sport die bestaat uit het racen met speciaal gefokte duiven in wed(strijd)vluchten
duivensportvereniging	noun	lokale club waar duivenhouders (duivenmelkers) samen wedstrijdvluchten organiseren en kennis uitwisselen.
duivensportverenigingen	=	duivensportvereniging
duivensportverenigingetje	=	duivensportvereniging
duivensportverenigingetjes	=	duivensportvereniging
duiventil	noun	een duivenhok op een paal of boven een gebouw uitstekend
duiventillen	=	duiventil
duiventilletje	=	duiventil
duiventilletjes	=	duiventil
duiventilprincipe	noun	principe in de wiskunde dat stelt dat als n duiven in een duiventil met m hokjes geplaatst worden, waarbij n>m, dat er dan minstens één hokje is waar meer dan één duif in zit
duiventilprincipes	=	duiventilprincipe
duivenvereniging	noun	is een club of vereniging waar de duivensport wordt beoefend en georganiseerd.
duivenverenigingen	=	duivenvereniging
duivenverenigingetje	=	duivenvereniging
duivenverenigingetjes	=	duivenvereniging
duivenwedstrijd	noun	wedstrijd waarbij het de bedoeling is dat postduiven vanaf een bepaalde locatie weer zo snel mogelijk naar hun eigenaar vliegen
duivenwedstrijden	=	duivenwedstrijd
duiver	noun	mannetje van de duif, Columbidae
duivers	=	duiver
duivertje	=	duiver
duivertjes	=	duiver
duivin	noun	vogel uit familie Columbidae, waarvan het vrouwelijke geslacht benadrukt wordt
duivinnen	=	duivin
duivinnetje	=	duivin
duivinnetjes	=	duivin
duizel	=	duizelen
duizelde	=	duizelen
duizelden	=	duizelen
duizele	=	duizelen
duizelen	verb	het gevoel van evenwicht en helderheid van geest doen verliezen
duizelend	=	duizelen
duizelende	=	duizelen
duizelig	adj	een gevoel waarbij alles lijkt rond te draaien en het gevoel voor evenwicht verstoord is
duizelige	=	duizelig
duizeliger	=	duizelig
duizeligere	=	duizelig
duizeligers	=	duizelig
duizeligheden	=	duizeligheid
duizeligheid	noun	het gevoel zijn evenwicht te verliezen
duizeligmakend	adj	wat duizelig maakt
duizeligmakende	=	duizeligmakend
duizeligmakender	=	duizeligmakend
duizeligmakendere	=	duizeligmakend
duizeligmakenders	=	duizeligmakend
duizeligmakends	=	duizeligmakend
duizeligmakendst	=	duizeligmakend
duizeligmakendste	=	duizeligmakend
duizeligs	=	duizelig
duizeligst	=	duizelig
duizeligste	=	duizelig
duizeling	noun	aanval van lichte duizeligheid
duizelingen	=	duizeling
duizelingetje	=	duizeling
duizelingetjes	=	duizeling
duizelingwekkend	adj	waar ze duizelig van wordt
duizelingwekkende	=	duizelingwekkend
duizelingwekkender	=	duizelingwekkend
duizelingwekkendere	=	duizelingwekkend
duizelingwekkenders	=	duizelingwekkend
duizelingwekkends	=	duizelingwekkend
duizelingwekkendst	=	duizelingwekkend
duizelingwekkendste	=	duizelingwekkend
duizelt	=	duizelen
duizen	=	duizend
duizend	noun	het getal 1000	num	10 x 100, de derde macht van tien, in Arabische cijfers 1000, in Romeinse cijfers M.
duizend-en-een	num	een heel groot aantal
duizend-en-één	=	duizend-en-een
duizendblaadje	=	duizendblad
duizendblad	noun	een of meer samengesteldbloemige planten van het geslacht Achillea in het bijzonder Achillea millefolium
duizendbladblindwants	noun	een wantsensoort Megalocoleus molliculus uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
duizendbladblindwantsen	=	duizendbladblindwants
duizendbladblindwantsje	=	duizendbladblindwants
duizendbladblindwantsjes	=	duizendbladblindwants
duizendbladdwergspanner	noun	Eupithecia millefoliata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
duizendbladdwergspanners	=	duizendbladdwergspanner
duizendbladdwergspannertje	=	duizendbladdwergspanner
duizendbladdwergspannertjes	=	duizendbladdwergspanner
duizendbladen	=	duizendblad
duizendbladgalmug	noun	Rhopalomyia millefolii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
duizendbladgalmuggen	=	duizendbladgalmug
duizendbladgalmugje	=	duizendbladgalmug
duizendbladgalmugjes	=	duizendbladgalmug
duizendbladkokermot	noun	Coleophora argentula een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
duizendbladkokermotje	=	duizendbladkokermot
duizendbladkokermotjes	=	duizendbladkokermot
duizendbladkokermotten	=	duizendbladkokermot
duizendbladooglapmot	noun	Bucculatrix cristatella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
duizendbladooglapmotje	=	duizendbladooglapmot
duizendbladooglapmotjes	=	duizendbladooglapmot
duizendbladooglapmotten	=	duizendbladooglapmot
duizendbladzadelmot	noun	Epiblema graphana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
duizendbladzadelmotje	=	duizendbladzadelmot
duizendbladzadelmotjes	=	duizendbladzadelmot
duizendbladzadelmotten	=	duizendbladzadelmot
duizenddingendoek	noun|figurative	snelle en gemakkelijke oplossing voor uiteenlopende problemen
duizenddingendoeken	=	duizenddingendoek
duizenddingendoekje	noun	alleen verkleinwoord rechthoekig stuk weefsel uit stevige, water absorberende kunststofvezels; gebruikt om oppervlakken met vocht te reinigen
duizenddingendoekjes	=	duizenddingendoekje
duizenden	num	een niet nader bepaald getal in de orde van 2.000 tot 10.000
duizendguldenkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Centaurium ongeveer vijftig soorten kruidachtige, een- of tweejarige planten uit de gentiaanfamilie
duizendguldenkruidvedermot	noun	Stenoptilia zophodactylus een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
duizendguldenkruidvedermotje	=	duizendguldenkruidvedermot
duizendguldenkruidvedermotjes	=	duizendguldenkruidvedermot
duizendguldenkruidvedermotten	=	duizendguldenkruidvedermot
duizendhoek	noun	meetkundige figuur met duizend hoeken
duizendhoeken	=	duizendhoek
duizendjarig	adj	1000 jaar durend
duizendjarige	=	duizendjarig
duizendjarigs	=	duizendjarig
duizendje	noun	bankbiljet met de waarde van 1.000 eenheden in een bepaalde valuta, meestal: 1.000 frank of 1.000 gulden
duizendjes	=	duizend
duizendknoop	noun	benaming voor planten uit het geslacht Persicaria uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
duizendknoopboegsprietmot	noun	Monochroa hornigi een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
duizendknoopboegsprietmotje	=	duizendknoopboegsprietmot
duizendknoopboegsprietmotjes	=	duizendknoopboegsprietmot
duizendknoopboegsprietmotten	=	duizendknoopboegsprietmot
duizendknoopfamilie	noun	een familie Polygonaceae van tweezaadlobbige planten.
duizendknoopfamilietje	=	duizendknoopfamilie
duizendknoopfamilietjes	=	duizendknoopfamilie
duizendknoopfonteinkruid	noun	Potamogeton polygonifolius een vaste waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae)
duizendknoopfonteinkruiden	=	duizendknoopfonteinkruid
duizendknoophaantje	noun	Gastrophysa polygoni een soort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
duizendknoophaantjes	=	duizendknoophaantje
duizendknoopje	=	duizendknoop
duizendknoopmeeldauw	noun	een echte meeldauw Erysiphe polygoni uit de familie Erysiphaceae.
duizendknoopmeeldauwtje	=	duizendknoopmeeldauw
duizendknoopmeeldauwtjes	=	duizendknoopmeeldauw
duizendknooppage	noun	Satyrium ledereri een vlinder uit de familie Lycaenidae.
duizendknooppages	=	duizendknooppage
duizendknopen	=	duizendknoop
duizendkoppig	adj	van een massa dat het uit heel veel mensen bestaat
duizendkoppige	=	duizendkoppig
duizendkoppigs	=	duizendkoppig
duizendmaal	adv	duizend keren
duizendpoot	noun	geleedpotig dier met een groot aantal poten uit de klasse Chilopoda
duizendpootje	=	duizendpoot
duizendpootjes	=	duizendpoot
duizendpoten	noun	Chilopoda een klasse van geleedpotigen behorende tot de duizendpotigen of veelpotigen (Myriapoda), waartoe ook de miljoenpoten behoren.
duizendpotigen	noun	een onderstam Myriapoda van kruipende, geleedpotige dieren.
duizendschonen	=	duizendschoon
duizendschoon	noun	bepaald soort plant, Dianthus barbatus uit het geslacht van de anjers Ook wel gebruikt voor de koekoeksbloem en de klokjesgentiaan.
duizendste	adj	nummer duizend in een rij
duizendsten	=	duizendste
duizendtal	noun	aantal van duizend personen of zaken
duizendtallen	=	duizendtal
duizendtalletje	=	duizendtal
duizendtalletjes	=	duizendtal
duizendvoud	noun	veelvoud van duizend	adj	duizendvoudig
duizendvoude	=	duizendvoud
duizendvouden	=	duizendvoud
duizendvoudig	adj	heel vaak, bij wijze van spreken wel duizendmaal
duizendvoudige	=	duizendvoudig
duizendvoudigs	=	duizendvoudig
duizendvoudje	=	duizendvoud
duizendvoudjes	=	duizendvoud
duizendvouds	=	duizendvoud
duizendwerf	adv|figurative	duizend keer; heel vaak
duizig	=	dijzig
dukaat	noun	oude munt, vaak van goud maar ook van zilver die vroeger in Europa gebruikt werd
dukaatje	=	dukaat
dukaten	=	dukaat
dukaton	noun	zilveren munt met een waarde van 63 stuivers uit de 16de tot 18de eeuw
dukatons	=	dukaton
dukdalf	noun	een in het water geplaatst stelsel van zware palen dat dient om schepen aan vast te leggen of ter bescherming van bruggen en sluizen
dukdalfje	=	dukdalf
dukdalfjes	=	dukdalf
dukdalven	=	dukdalf
dukkels	adv	vaak
dul	noun	knop op een vlaggenstok	adj|obsolete	dwaas, zot
dulciaan	noun	een dubbelrietinstrument met dubbele boring uit de renaissance
dulcianen	=	dulciaan
dulcinea	noun	de onbereikbare beminde
dulcinea's	=	dulcinea
duld	=	dulden
duldbaar	adj	wat men kan accepteren, tolereren of toestaan
duldbaarder	=	duldbaar
duldbaardere	=	duldbaar
duldbaarders	=	duldbaar
duldbaars	=	duldbaar
duldbaarst	=	duldbaar
duldbaarste	=	duldbaar
duldbare	=	duldbaar
duldde	=	dulden
duldden	=	dulden
dulde	=	dulden
duldelijk	adj	wat men kan verdragen of dulden
duldelijke	=	duldelijk
duldelijker	=	duldelijk
duldelijkere	=	duldelijk
duldelijkers	=	duldelijk
duldelijks	=	duldelijk
duldelijkst	=	duldelijk
duldelijkste	=	duldelijk
duldeloos	adj	niet te dulden, niet te verdragen
duldeloost	=	duldeloos
duldelooste	=	duldeloos
duldeloze	=	duldeloos
duldelozer	=	duldeloos
duldelozere	=	duldeloos
duldelozers	=	duldeloos
dulden	verb	bereid zijn iets ongestraft te laten
duldend	=	dulden
duldende	=	dulden
duldt	=	dulden
dulia	noun	de onderdanigheid van engelen en heiligen t.o.v. god in de Hemel
dulle	=	dul
dullen	=	dul
duller	=	dul
dullere	=	dul
dulletje	=	dul
dulletjes	=	dul
dulse	noun	Palmaria palmata eetbare zeewiersoort met donkerrode bladeren die na bakken (5 minuten in wat (sesam)olie) de smaak van spek heeft.
dulses	=	dulse
dulsetje	=	dulse
dulsetjes	=	dulse
dumbbell	noun	een korte staaf (halter), met een vast gewicht, of waar losse gewichten aan kunnen worden bevestigd dat gebruikt wordt bij krachttraining
dumbbells	=	dumbbell
dumbphone	noun	mobiele telefoon die alleen geschikt is voor bellen en sms'n
dumbphones	=	dumbphone
dumdum	noun	geluidnabootsing van een ritmische drum of basgitaar
dumdumkogel	noun	een kogel die fragmenteert of uitzet bij het treffen van het lichaam en daardoor gevaarlijke, moeilijk te genezen wonden teweegbrengt
dumdumkogels	=	dumdumkogel
dumdums	=	dumdum
dummy	noun	nabootsing van een bepaald voorwerp, iets dat er op moet lijken
dummy's	=	dummy
dummy'tje	=	dummy
dummy'tjes	=	dummy
dump	noun	depot van legergoederen
dumpe	=	dumpen
dumpen	verb	onder de gangbare prijs verkopen.
dumpend	=	dumpen
dumpende	=	dumpen
dumper	noun	kleine kiepwagen gebruikt bij grondverzet en mijnbouw
dumpers	=	dumper
dumping	noun	het verkopen van goederen (in het buitenland) onder de kostprijs
dumpingen	=	dumping
dumpingpraktijk	noun	de praktijk om overtollige producten tegen een lage prijs te verkopen vaak zelfs onder de kostprijs
dumpingpraktijken	noun	oneerlijke concurrentie door overtollige producten tegen een lage prijs in het buitenland te verkopen
dumpingsyndroom	noun	syndroom dat ontstaat ten gevolge van versnelde maaglediging
dumpkind	noun	kind van twee werkende ouders dat ergens gedumpt wordt omdat er geen plaats is op de kinderopvang
dumpkinderen	=	dumpkind
dumpkindje	=	dumpkind
dumpkindjes	=	dumpkind
dumpplaats	noun	plek die gebruikt wordt om er materiaal te dumpen (te storten, te lozen, of weg te werpen)
dumpplaatsen	=	dumpplaats
dumpprijs	noun	van producten dat ze tegen een zeer lage prijs worden verkocht
dumpprijsje	=	dumpprijs
dumpprijsjes	=	dumpprijs
dumpprijzen	=	dumpprijs
dumps	=	dump
dumpstore	noun	winkel die overtollige artikelen (bijv. uit het leger) verkoopt
dumpstores	=	dumpstore
dumpstoretje	=	dumpstore
dumpstoretjes	=	dumpstore
dumpsuper	noun	supermarkt waar tegen zeer gereduceerde prijzen restpartijen worden verkocht
dumpsupermarkt	noun	supermarkt waar tegen zeer gereduceerde prijzen restpartijen worden verkocht
dumpsupermarkten	=	dumpsupermarkt
dumpsupers	=	dumpsuper
dumpt	=	dumpen
dumpte	=	dumpen
dumpten	=	dumpen
dumpzaak	noun	een winkel waar men overtollig legermaterieel verkoopt
dumpzaken	=	dumpzaak
dun	adj	slechts weinig vet bevattend, mager [1], schraal
dunbekbabbelaar	noun	Argya longirostris een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
dunbekbabbelaars	=	dunbekbabbelaar
dunbekbabbelaartje	=	dunbekbabbelaar
dunbekbabbelaartjes	=	dunbekbabbelaar
dunbekbladspeurder	noun	Clibanornis rectirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
dunbekbladspeurders	=	dunbekbladspeurder
dunbekbladspeurdertje	=	dunbekbladspeurder
dunbekbladspeurdertjes	=	dunbekbladspeurder
dunbekkanarie	noun	Crithagra citrinelloides een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
dunbekkanaries	=	dunbekkanarie
dunbekkanarietje	=	dunbekkanarie
dunbekkanarietjes	=	dunbekkanarie
dunbekmeeuw	noun	Chroicocephalus genei een zeevogel uit de familie Laridae.
dunbekmeeuwen	=	dunbekmeeuw
dunbekmeeuwtje	=	dunbekmeeuw
dunbekmeeuwtjes	=	dunbekmeeuw
dunbekpijlstormvogel	noun	Ardenna tenuirostris de meest voorkomende zeevogelsoort in de Australische wateren en een van de weinige soorten die men op commerciële basis vangt.
dunbekpijlstormvogels	=	dunbekpijlstormvogel
dunbekpijlstormvogeltje	=	dunbekpijlstormvogel
dunbekpijlstormvogeltjes	=	dunbekpijlstormvogel
dunbekprion	noun	Pachyptila belcheri een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
dunbekprionen	=	dunbekprion
dunbekprionnetje	=	dunbekprion
dunbekprionnetjes	=	dunbekprion
dunbektroepiaal	noun	Quiscalus palustris een uitgestorven zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
dunbektroepiaaltje	=	dunbektroepiaal
dunbektroepiaaltjes	=	dunbektroepiaal
dunbektroepialen	=	dunbektroepiaal
dunbekwever	noun	Ploceus pelzelni een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
dunbekwevers	=	dunbekwever
dunbekwevertje	=	dunbekwever
dunbekwevertjes	=	dunbekwever
dunbekwulp	noun	Numenius tenuirostris een waarschijnlijk uitgestorven vogel uit de familie van snipachtigen (Scolopacidae)
dunbekwulpen	=	dunbekwulp
dunbekwulpje	=	dunbekwulp
dunbekwulpjes	=	dunbekwulp
dunbevolkt	adj	dat er in verhouding met het oppervlak van een gebied maar weinig mensen wonen
dunbevolkte	=	dunbevolkt
dunbevolkter	=	dunbevolkt
dunbevolktere	=	dunbevolkt
dunbevolkters	=	dunbevolkt
dunbevolkts	=	dunbevolkt
dunbevolktst	=	dunbevolkt
dunbevolktste	=	dunbevolkt
dunch	noun	uitgebreide maaltijd op een tijdstip tussen de lunch en het diner die men gebruikte in een restaurant tijdens de avondlockdown
dunchen	verb	in een restaurant gebruiken van een uitgebreide maaltijd tussen lunch en diner in tijdens de avondlockdown
dunchend	=	dunchen
dunches	=	dunch
dunchte	=	dunchen
dunde	=	dunnen
dunden	=	dunnen
dundoek	noun	dunne stof gebruikt voor vlaggen
dundoeken	=	dundoek
dundoekje	=	dundoek
dundoekjes	=	dundoek
dundruk	noun	drukwerk op zeer dun maar stevig papier
dundrukken	=	dundruk
dungesneden	adj	in dunne plakken gesneden
dungezaaid	adj	niet veel voorkomend, gering in aantal
dungezaaide	=	dungezaaid
dungezaaider	=	dungezaaid
dungezaaidere	=	dungezaaid
dungezaaiders	=	dungezaaid
dungezaaids	=	dungezaaid
dungezaaidst	=	dungezaaid
dungezaaidste	=	dungezaaid
dunheid	noun	het mager zijn
dunk	noun	mening, opinie (tot de waardering van een persoon of zaak)
dunke	=	dunken
dunkelflaute	noun	weer waarbij er nauwelijks wind of zonneschijn is, zodat de terugval in de energieopwekking uit een van deze bronnen niet kan worden opgevangen door de andere
dunkelflauten	=	dunkelflaute
dunkelflautes	=	dunkelflaute
dunken	verb	voorkomen (het oordeel zijn van), als mening hebben
dunkend	=	dunken
dunkende	=	dunken
dunkje	=	dunk
dunks	=	dunk
dunkt	=	dunken
dunkte	=	dunken
dunkten	=	dunken
dunlipharder	noun	bepaalde soort vis, Chelon ramada, die vooral voorkomt in zee en brak water, af en toe wordt hij in het zoete water van de Benelux aangetroffen
dunlipharders	=	dunlipharder
dunne	noun	iemand met een magere gestalte
dunnen	verb	dun of dunner worden
dunnend	=	dunnen
dunnende	=	dunnen
dunner	=	dun
dunnere	=	dun
dunners	=	dun
dunnetjes	adv	dun, gering, matig
duns	=	dun
dunschaal	noun	Abra sp. een schelpdier uit de Semelidae met een dunne, tere schelp
dunschaaltje	=	dunschaal
dunschaaltjes	=	dunschaal
dunschalen	noun	een familie Semelidae van tweekleppige schelpsoorten die behoort tot de orde der Cardiida.
dunschiller	noun	gebruiksvoorwerp: een mesje waarmee men aardappels, komkommers, etc zeer gemakkelijk dun kan schillen
dunschillers	=	dunschiller
dunschillertje	=	dunschiller
dunschillertjes	=	dunschiller
dunsel	noun	kleine jonge planten die worden uitgetrokken bij het uitdunnen van een nieuwe aanplant
dunsels	=	dunsel
dunsnavelbrilvogel	noun	Zosterops tenuirostris een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
dunsnavelbrilvogels	=	dunsnavelbrilvogel
dunsnavelbrilvogeltje	=	dunsnavelbrilvogel
dunsnavelbrilvogeltjes	=	dunsnavelbrilvogel
dunsnavelbuulbuul	noun	Stelgidillas gracilirostris een zangvogel uit de familie van de buulbuuls en het monotypische geslacht Stelgidillas.
dunsnavelbuulbuuls	=	dunsnavelbuulbuul
dunsnavelbuulbuultje	=	dunsnavelbuulbuul
dunsnavelbuulbuultjes	=	dunsnavelbuulbuul
dunsnavelfitis	noun	Phylloscopus tytleri een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
dunsnavelfitisje	=	dunsnavelfitis
dunsnavelfitisjes	=	dunsnavelfitis
dunsnavelfitissen	=	dunsnavelfitis
dunsnavelgier	noun	Gyps tenuirostris een gierensoort uit de familie havikachtigen (Accipitridae).
dunsnavelgieren	=	dunsnavelgier
dunsnavelgiertje	=	dunsnavelgier
dunsnavelgiertjes	=	dunsnavelgier
dunsnavelholengraver	noun	Geositta tenuirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
dunsnavelholengravers	=	dunsnavelholengraver
dunsnavelholengravertje	=	dunsnavelholengraver
dunsnavelholengravertjes	=	dunsnavelholengraver
dunsnavelinezia	noun	Inezia tenuirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
dunsnavelinezia's	=	dunsnavelinezia
dunsnavelineziaatje	=	dunsnavelinezia
dunsnavelineziaatjes	=	dunsnavelinezia
dunsnavelmiersluiper	noun	Formicivora iheringi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
dunsnavelmiersluipers	=	dunsnavelmiersluiper
dunsnavelmiersluipertje	=	dunsnavelmiersluiper
dunsnavelmiersluipertjes	=	dunsnavelmiersluiper
dunsnavelwielewaal	noun	Oriolus tenuirostris een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
dunsnavelwielewaaltje	=	dunsnavelwielewaal
dunsnavelwielewaaltjes	=	dunsnavelwielewaal
dunsnavelwielewalen	=	dunsnavelwielewaal
dunsnavelwinterkoning	noun	Hylorchilus sumichrasti een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
dunsnavelwinterkoningen	=	dunsnavelwinterkoning
dunsnavelwinterkoninkje	=	dunsnavelwinterkoning
dunsnavelwinterkoninkjes	=	dunsnavelwinterkoning
dunst	=	dun
dunstaart	noun	Parapholis strigosa een eenjarige plant, die tot de grassenfamilie (Poaceae) behoort.
dunstaarten	=	dunstaart
dunstaartje	=	dunstaart
dunstaartjes	=	dunstaart
dunste	=	dun
dunt	=	dunnen
dunte	noun	hoe kort de kortste afstand door iets heen is
dunten	=	dunte
duntes	=	dunte
dunvingergekko	noun	Stenodactylus sthenodactylus een gekko uit de familie Gekkonidae
dunvingergekko's	noun	een geslacht Stenodactylus van hagedissen die behoren tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
dunvingergekkootje	=	dunvingergekko
dunvingergekkootjes	=	dunvingergekko
dunvlerkspanner	noun	Lycia hirtaria een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
dunvlerkspanners	=	dunvlerkspanner
dunvlerkspannertje	=	dunvlerkspanner
dunvlerkspannertjes	=	dunvlerkspanner
duo	noun	twee personen die samen optreden of iets verrichten
duo's	=	duo
duoaankondiging	noun	Vooraankondiging termijnoverschrijding (Inburgering) door de Dienst Uitvoering Onderwijs
duoaankondigingen	=	duoaankondiging
duoaankondigingetje	=	duoaankondiging
duoaankondigingetjes	=	duoaankondiging
duobaan	noun	betrekking die door twee deeltijdwerkers samen wordt uitgeoefend
duobaantje	=	duobaan
duobaantjes	=	duobaan
duobak	noun	afvalbak met twee gescheiden compartimenten zodat men afval kan scheiden in GFT- en restafval
duobakken	=	duobak
duobanen	=	duobaan
duoblok	noun	watercloset met daaraan vastgekoppeld waterreservoir
duoblokje	=	duoblok
duoblokjes	=	duoblok
duoblokken	=	duoblok
duodeciljard	noun	het getal 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁷⁵).
duodeciljarden	=	duodeciljard
duodeciljoen	noun	aantal dat overeenkomt met de achtste macht van een miljard, 10⁷²	num	10⁷², het getal dat overeenkomt met de achtste macht van een miljard, in cijfers een één met tweeënzeventig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
duodeciljoenen	=	duodeciljoen
duodecimaal	adj	twaalftallig, rekenend met veelvouden en machten van 12
duodecimaals	=	duodecimaal
duodecimale	=	duodecimaal
duodecime	noun	de twaalfde trap van een diatonische toonladder
duodecimen	=	duodecime
duodecimo	noun	traditioneel papierformaat van 24 bladzijden gesneden, verkregen door één vel in twaalven te vouwen
duodecimo's	=	duodecimo
duodecimootje	=	duodecimo
duodecimootjes	=	duodecimo
duodenum	noun	twaalfvingerige darm
duodenums	=	duodenum
duolegaat	noun	in België een formule waarbij in een testament de ene begunstigde, doorgaans een vereniging zonder winstoogmerk (vzw) een legaat krijgt op voorwaarde dat hij de successierechten van de andere begunstigde (doorgaans een particulier persoon) betaalt
duolegaten	=	duolegaat
duolen	=	duool
duominister	noun	een minister die samen met een andere minister de baas is op een departement
duoministers	=	duominister
duoministertje	=	duominister
duoministertjes	=	duominister
duomoeder	noun	vrouw die samen met de biologische moeder kinderen grootbrent
duomoeders	=	duomoeder
duomoedertje	=	duomoeder
duomoedertjes	=	duomoeder
duool	noun	een tweetal muzieknoten of rusten op een plaats waar het gewone patroon, driedelig is.
duooltje	=	duool
duooltjes	=	duool
duootje	=	duo
duootjes	=	duo
duopak	noun	verpakking waarin twee gelijke verpakkingen zitten
duopakje	=	duopak
duopakjes	=	duopak
duopakken	=	duopak
duopartner	noun	collega met wie men een duobaan heeft
duopartners	=	duopartner
duopartnertje	=	duopartner
duopartnertjes	=	duopartner
duopassagier	noun	iemand die achterop de scooter, brom- of motorfiets meerijdt
duopassagiers	=	duopassagier
duopassagiertje	=	duopassagier
duopassagiertjes	=	duopassagier
duopolie	noun	marktsituatie waarbij er slechts twee aanbieders zijn
duopolies	=	duopolie
duopoliën	=	duopolie
duopresentatie	noun	het presenteren van een programma door twee personen
duopresentaties	=	duopresentatie
duorijder	noun	passagier op een bromfiets of motor die achter de bestuurder zit
duorijders	=	duorijder
duoscoot	noun	scootmobiel waarbij twee personen naast elkaar kunnen zitten
duoscootmobiel	noun	scootmobiel waarbij twee personen naast elkaar kunnen zitten
duoscootmobielen	=	duoscootmobiel
duoscoots	=	duoscoot
duoticket	noun	een toegangsbewijs voor twee voorstellingen of evenementen
duotickets	=	duoticket
duotone	noun	drukwerk waarbij twee kleuren inkt worden gebruikt
duotoon	adj	tweekleurig
duotoons	=	duotoon
duovigintiljard	num	getal gelijk aan 10¹³⁵ volgens de lange schaal
duovigintiljoen	num	getal gelijk aan 10¹³² op de lange schaal
duozadel	noun	het tweede zadel of het achterste gedeelte van een buddyseat, voor een passagier op een gemotoriseerde tweewieler
duozadels	=	duozadel
duozadeltje	=	duozadel
duozadeltjes	=	duozadel
duozit	noun	een zadel op een bromfiets, motor of scooter geschikt voor de berijder en een passagier
duozitje	=	duozit
duozitjes	=	duozit
duozits	=	duozit
duozitten	=	duozit
dupe	noun	benadeelde door andermans opzet of nalaten
dupeer	=	duperen
dupeerde	=	duperen
dupeerden	=	duperen
dupeeren	=	duperen
dupeert	=	duperen
dupere	=	duperen
duperen	verb	de dupe doen worden, de sigaar doen zijn, iemand nadeel bezorgen
duperend	=	duperen
duperende	=	duperen
dupes	=	dupe
dupilumab	noun	middel dat men gebruikt bij astma
duplex	noun	een woning, hetzij een eengezinswoning of een woning in een meergezinshuis, die tijdelijk gesplitst is in twee deelwoningen	adj	in twee richtingen werkend
duplexen	=	duplex
duplexwoning	noun	kleine eengezinswoning, gebouwd in tijden van woningnood na de Tweede Wereldoorlog, bedoeld om later, samen met een soortgelijke woning één grote woning te vormen
duplexwoningen	=	duplexwoning
duplexwoninkje	=	duplexwoning
duplexwoninkjes	=	duplexwoning
duplicaat	noun	een identiek tweede exemplaar van iets
duplicaatje	=	duplicaat
duplicaatjes	=	duplicaat
duplicaten	=	duplicaat
duplicatie	noun	het dupliceren, verdubbeling
duplicaties	=	duplicatie
duplicator	noun	apparaat voor het vervaardigen van duplicaten
duplicatoren	=	duplicator
duplicators	=	duplicator
duplicatortje	=	duplicator
duplicatortjes	=	duplicator
dupliceer	=	dupliceren
dupliceerde	=	dupliceren
dupliceerden	=	dupliceren
dupliceert	=	dupliceren
duplicere	=	dupliceren
dupliceren	verb	op een repliek antwoorden, van dupliek dienen
duplicerend	=	dupliceren
duplicerende	=	dupliceren
dupliek	noun	het laatste woord van de gedaagde in een civiele rechtszaak
duplieken	=	dupliek
duplo	noun	aan elkaar klemmende felgekleurde blokjes waarmee jonge kinderen iets kunnen maken
duplo's	=	duplo
duplolamp	noun	lamp met twee gloeidraden die afzonderlijk ingeschakeld kunnen worden
duplolampen	=	duplolamp
duplolampje	=	duplolamp
duplolampjes	=	duplolamp
duponcheliamot	noun	Duponchelia fovealis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
duponcheliamotje	=	duponcheliamot
duponcheliamotjes	=	duponcheliamot
duponcheliamotten	=	duponcheliamot
duppie	noun|informal	muntstuk met een waarde van 10 cent
duppies	=	duppie
dur	noun	majeur
duraal	adj	met betrekking tot het harde hersenvlies (dura mater)
duraals	=	duraal
durale	=	duraal
duralex	noun	gehard glas	adj	gemaakt van gehard glas
duraluminium	noun	extra sterke aluminiumlegering opgebouwd uit de elementen aluminium, koper, mangaan en magnesium die veel bij vliegtuigconstructies gebruikt wordt
duratex	noun	uit cellulose gemaakte kunststof
duratief	noun	een voortdurende handeling	adj	voortdurend
duratiefs	=	duratief
duratiefst	=	duratief
duratiefste	=	duratief
duratieve	=	duratief
duratieven	=	duratief
duratiever	=	duratief
duratievere	=	duratief
duratievers	=	duratief
dure	=	duur
duren	verb	een bepaalde tijd in beslag nemen
durend	adj	dat het in de vermelde tijd doorgaat
durende	=	durend
durends	=	durend
durf	noun	het vermogen om moed te tonen
durfal	noun	iemand die alles durft
durfallen	=	durfal
durfalletje	=	durfal
durfalletjes	=	durfal
durfals	=	durfal
durfde	=	durven
durfden	=	durven
durfinvesteerder	noun	persoon of bedrijf dat risicovolle investeringen doet
durfinvesteerders	=	durfinvesteerder
durfkapitaal	noun	geld geïnvesteerd in (vaak startende) ondernemingen waar het potentieel voor winst of verlies groot is
durfkapitalen	=	durfkapitaal
durfkapitalist	noun	iemand die een gewaagde speculatie aandurft
durfkapitalisten	=	durfkapitalist
durft	=	durven
durioen	=	doerian
duro	noun	na 1864 naam voor de Spaanse munt van 5 peseta
duro's	=	duro
durotank	noun	cilindervormige (water)tank gemaakt van plastic
durotanks	=	durotank
durtoonladder	noun	grotetertstoonladder, majeurtoonladder
durtoonladders	=	durtoonladder
durtoonladdertje	=	durtoonladder
durtoonladdertjes	=	durtoonladder
durum	noun	Triticum durum enige tetraploïde tarwesoort die nog veel wordt verbouwd, geschikt voor het maken van pastas
durums	=	durum
durumtarwe	noun	Triticum durum harde tarwesoort met een grote en harde korrel
durumtarwes	=	durumtarwe
durve	=	durven
durven	verb	de moed hebben om iets gewaagds te doen
durvend	=	durven
durvende	=	durven
durver	noun	iemand die niet bang is om wat te doen, iemand met lef
durvers	=	durver
durvertje	=	durver
durvertjes	=	durver
dus	conj	om die reden, daarom (signaalwoord)
dusdanig	adv	als antecedent: in die mate dat	pron	als antecedent: met die eigenschappen dat
dusdanige	=	dusdanig
dusdanigs	=	dusdanig
dusdoende	adv	op die manier
dushi	noun	schatje	adj	aangenaam, leuk, mooi
dushi's	=	dushi
dushietje	=	dushi
dushietjes	=	dushi
dusteken	noun	een teken bestaande uit drie stippen in een opwaarts gerichte driehoek geplaatst
dustekens	=	dusteken
dustekentje	=	dusteken
dustekentjes	=	dusteken
duster	noun	ochtendjas voor vrouwen
dusters	=	duster
dusver	adv	tot ~: tot op dit moment
dusverre	adv	tot ~: tot op dit moment
dut	noun	een korte en lichte slaap, veelal midden op de dag i.p.v. zoals gebruikelijk 's nachts
dutje	noun	alleen verkleinwoord korte periode van slaap
dutjes	=	dut
dutjestaks	noun	een financiële bijdrage die ouders moeten betalen, zodat hun kinderen op school een dutje kunnen doen
dutjestaksen	=	dutjestaks
duts	noun	sukkel, onnozel persoon
dutsachtig	adj	onnozel
dutsachtige	=	dutsachtig
dutsachtiger	=	dutsachtig
dutsachtigere	=	dutsachtig
dutsachtigers	=	dutsachtig
dutsachtigs	=	dutsachtig
dutsachtigst	=	dutsachtig
dutsachtigste	=	dutsachtig
dutseke	=	duts
dutsen	=	duts
dutsje	=	duts
dutsjes	=	duts
dutske	=	duts
dutten	=	dut
duur	noun	benodigd tijdbestek	adj	van iets dat je wilt kopen, dat je er veel geld voor moet betalen
duurbaar	adj	dierbaar, geliefd
duurbaarder	=	duurbaar
duurbaardere	=	duurbaar
duurbaarders	=	duurbaar
duurbaars	=	duurbaar
duurbaarst	=	duurbaar
duurbaarste	=	duurbaar
duurbare	=	duurbaar
duurbetaald	adj	van iets dat veel geld heeft gekost; van iemand dat die veel geld heeft ontvangen
duurbetaalde	=	duurbetaald
duurbetaalds	=	duurbetaald
duurde	=	duren
duurden	=	duren
duurder	=	duur
duurdere	=	duur
duurders	=	duur
duuren	=	duren
duurkoop	adj	iets wat heel veel geld kost en dan met name een product waarvan de prijs / kwaliteit verhouding zeer ongunstig is
duurloop	noun	een loop over een grote afstand als training om het uithoudingsvermogen te verbeteren
duurloopje	=	duurloop
duurloopjes	=	duurloop
duurlopen	=	duurloop
duurrecord	noun	iets langer doen dan men ooit eerder heeft gedaan; iets dat langer is doorgegaan dan ooit tevoren
duurrecords	=	duurrecord
duurs	=	duur
duursport	noun	sport waarbij men langdurig (meer dan 30 minuten) een lichamelijke inspanning verricht; sport met het accent op het uithoudingsvermogen van een sporter
duursporten	=	duursport
duursporter	noun	sporter die vooral een goed uithoudingsvermogen heeft; beoefenaar van een duursport
duursporters	=	duursporter
duurst	=	duur
duurste	=	duur
duurt	=	duren
duurte	noun	het fenomeen dat iets duur (niet goedkoop) is
duurten	=	duurte
duurtes	=	duurte
duurtijd	noun	de tijd dat iets duurt
duurtijden	=	duurtijd
duurvermogen	noun	de lichamelijke inspanning die een sporter langdurig kan verrichten
duurvermogens	=	duurvermogen
duurzaam	adj	lang meegaand, met een uitwerking die ook op de lange termijn aanhoudt
duurzaamheid	noun	het vermogen lang mee te gaan
duurzaamheidbeleid	noun	voorgenomen activiteiten die gericht zijn op vermindering van grondstoffen- en energiegebruik
duurzaamheidsambtenaar	noun	ambtnaar die betrokken is met duurzame ontwikkeling
duurzaamheidsambtenaars	=	duurzaamheidsambtenaar
duurzaamheidsambtenaren	=	duurzaamheidsambtenaar
duurzaamheidsbeleid	noun	het beleid t.a.v. de duurzaamheid
duurzaamheidsbeleidje	=	duurzaamheidsbeleid
duurzaamheidsbeleidjes	=	duurzaamheidsbeleid
duurzaamheidsconcept	noun	een schets van een project of filosofie betreffende producten of diensten die niet leiden tot uitputting van schaarse grondstoffen of vervuiling van de leefomgeving
duurzaamheidsconcepten	=	duurzaamheidsconcept
duurzaamheidsgedachte	noun	de overweging dat men rekening moet houden met de impact van een handeling op de omgeving en de toekomst
duurzaamheidsgedachten	=	duurzaamheidsgedachte
duurzaamheidsgedachtes	=	duurzaamheidsgedachte
duurzaamheidsklasse	noun	een classificatie die gebruikt wordt als aanduiding voor de duurzaamheid van een materiaal
duurzaamheidsklassen	=	duurzaamheidsklasse
duurzaamheidsklassetje	=	duurzaamheidsklasse
duurzaamheidsklassetjes	=	duurzaamheidsklasse
duurzaamheidsverklaring	noun	een officieel document waarin een organisatie rapporteert over haar prestaties, doelen en beleid op het gebied van milieu, sociale aspecten en behoorlijk bestuur (Environmental, Social, and Governance - ESG).
duurzaamheidsverklaringen	=	duurzaamheidsverklaring
duurzaamheidsverklarinkje	=	duurzaamheidsverklaring
duurzaamheidsverklarinkjes	=	duurzaamheidsverklaring
duurzaams	=	duurzaam
duurzaamst	=	duurzaam
duurzaamste	=	duurzaam
duurzame	=	duurzaam
duurzamer	=	duurzaam
duurzamere	=	duurzaam
duurzamers	=	duurzaam
duve	=	duiven
duvel	noun	een gewestelijke vorm van duivel of satan
duvelde	=	duvelen
duvelden	=	duvelen
duvele	=	duvelen
duvelen	verb|informal	last veroorzaken
duvelend	=	duvelen
duvelende	=	duvelen
duvelke	noun	kolomkacheltje, een klein maar krachtig kacheltje
duvels	adj	als een duvel	adv	In hoge mate
duvelse	=	duvels
duvelser	=	duvels
duvelsere	=	duvels
duvelsers	=	duvels
duvelst	=	duvels
duvelste	=	duvels
duvelstoejager	noun	iemand die voor allerlei klusjes gebruikt kan worden
duvelstoejagers	=	duvelstoejager
duvelstoejagertje	=	duvelstoejager
duvelstoejagertjes	=	duvelstoejager
duvelt	=	duvelen
duveltje	=	duvel
duveltjes	=	duvel
duw	noun	een zet, een stoot
duwbak	noun	het bijna vierkante bakvormige vaartuig dat door middel van een duwboot voortgedreven wordt
duwbakken	=	duwbak
duwboot	noun	een schip dat zelf geen lading vervoert, maar als aandrijving werkt voor een aantal bijna vierkante stalen bakken met lading
duwbootje	=	duwboot
duwbootjes	=	duwboot
duwboten	=	duwboot
duwde	=	duwen
duwden	=	duwen
duwe	=	duwen
duwel	=	duel
duwen	verb	door druk uit te oefenen doen voortbewegen
duwend	=	duwen
duwende	=	duwen
duwer	noun	iets dat of iemand die duwt
duwers	=	duwer
duwertje	=	duwer
duwertjes	=	duwer
duwfout	noun	overtreding bij een sport die bestaat uit het onreglementair duwen van een tegenstander
duwfouten	=	duwfout
duwfoutje	=	duwfout
duwfoutjes	=	duwfout
duwstel	noun	combinatie van een duwboot en een of meer duwbakken
duwstellen	=	duwstel
duwt	=	duwen
duwtje	=	duw
duwtjes	=	duw
duwvaart	noun	binnenvaart waarbij een gemotoriseerd schip één of meer met lading gevulde schepen zonder motor voortduwt
duwvaarten	=	duwvaart
duwwerk	noun	geduw
duwwerken	=	duwwerk
duwwerkje	=	duwwerk
duwwerkjes	=	duwwerk
duysich	=	dijzig
duytsch	=	duits
dv	=	vijfhonderdvijf
dvd	noun	de afkorting voor digital versatile disc, een rond plat medium voor opslag van digitale video en data
dvd's	=	dvd
dvd'tje	=	dvd
dvd'tjes	=	dvd
dvd-box	noun	de plastic beschermdoos waarin een enkele dvd meestal wordt opgeborgen
dvd-boxen	=	dvd-box
dvd-boxje	=	dvd-box
dvd-boxjes	=	dvd-box
dvd-recorder	noun	een apparaat waarmee men dvd's kan opnemen en afspelen
dvd-recorders	=	dvd-recorder
dvd-speler	noun	apparaat om dvd-films af te spelen
dvd-spelers	=	dvd-speler
dvd-spelertje	=	dvd-speler
dvd-spelertjes	=	dvd-speler
dvi	=	vijfhonderdzes
dvii	=	vijfhonderdzeven
dviii	=	vijfhonderdacht
dwaal	=	dwalen
dwaalde	=	dwalen
dwaalden	=	dwalen
dwaalgast	noun	vogel of ander vliegend dier dat slechts zelden, vaak door verdwalen, in een gebied aangetroffen wordt
dwaalgasten	=	dwaalgast
dwaalgastje	=	dwaalgast
dwaalleer	noun	een leer die afwijkt van de officiële of orthodoxe leer
dwaalleren	=	dwaalleer
dwaallicht	noun	in het volksgeloof een (blauwachtig) lichtje boven moerassen, poelen en kerkhoven
dwaallichten	=	dwaallicht
dwaallichtje	=	dwaallicht
dwaallichtjes	=	dwaallicht
dwaalligt	=	dwaallicht
dwaalspoor	noun	een reeks misleidende aanwijzingen nagelaten om iemand van het juiste spoor weg te leiden
dwaalspoortje	=	dwaalspoor
dwaalspoortjes	=	dwaalspoor
dwaalsporen	=	dwaalspoor
dwaalt	=	dwalen
dwaaltocht	noun	reis waarbij je je niet gericht naar een bestemming verplaatst, maar omzwervingen maakt om de weg te vinden
dwaaltochten	=	dwaaltocht
dwaaltochtje	=	dwaaltocht
dwaaltochtjes	=	dwaaltocht
dwaaltuin	noun|obsolete	doolhof; tuin met verrassingen en verwarrende gangen
dwaaltuinen	=	dwaaltuin
dwaaltuintje	=	dwaaltuin
dwaaltuintjes	=	dwaaltuin
dwaalweg	noun	een weg die lijkt naar het beoogde doel te leiden maar tot verdwalen leidt
dwaalwegen	=	dwaalweg
dwaalwetenschap	noun	betreft fenomenen en misinterpretaties die in de loop van de wetenschapsgeschiedenis voor verbazing, misleiding en hevige discussies gezorgd hebben
dwaalwetenschappen	=	dwaalwetenschap
dwaas	noun	iemand die onverstandig denkt en/of handelt	adj	onverstandig, gek
dwaasheden	=	dwaasheid
dwaasheid	noun	de toestand van dwaas zijn
dwaasheidje	=	dwaasheid
dwaashoofd	noun	een dom persoon
dwaashoofden	=	dwaashoofd
dwaasje	=	dwaas
dwaasjes	=	dwaas
dwaaskop	noun	iemand die niet goed nadenkt voordat hij dingen doet; een onverantwoordelijk persoon
dwaaskopje	=	dwaaskop
dwaaskopjes	=	dwaaskop
dwaaskoppen	=	dwaaskop
dwaast	=	dwaas
dwaaste	=	dwaas
dwaellicht	=	dwaallicht
dwaepen	=	dwepen
dwale	=	dwalen
dwalen	verb	zonder kennis van waar men is rondbewegen
dwalend	adj	van iets of iemand dat hij rondgaat zonder goed te weten waarnaartoe
dwalende	=	dwalen
dwalends	=	dwalend
dwaling	noun	verkeerde opvatting
dwalingen	=	dwaling
dwalinkje	=	dwaling
dwalinkjes	=	dwaling
dwang	noun	het uitoefenen van macht om iemand tegen diens wil iets te laten doen of laten
dwangactie	noun	handeling die iemand herhaaldelijk uitvoert vanuit een dwangmatige gedachte of drang, vaak om angst te verminderen of een gevoel van controle te krijgen, en die tijdrovend is en het dagelijks leven beïnvloedt
dwangacties	=	dwangactie
dwangactietje	=	dwangactie
dwangactietjes	=	dwangactie
dwangarbeid	noun	werk dat door gevangenen onder dwang gedaan moet worden
dwangarbeider	noun	gevangene die gedwongen wordt arbeid te verrichten
dwangarbeiders	=	dwangarbeider
dwangarbeiderskamp	noun	kamp waarin dwangarbeiders dwangarbeid moeten verrichten
dwangarbeiderskampen	=	dwangarbeiderskamp
dwangarbeidertje	=	dwangarbeider
dwangarbeidertjes	=	dwangarbeider
dwangarbeidster	=	dwangarbeider
dwangbeeld	noun	beelden en voorstellingen die zich ongewild aan je blijven opdringen
dwangbeelden	=	dwangbeeld
dwangbehandeling	noun	wettige, verplichte behandeling van een patiënt tegen de wil van de patiënt zelf
dwangbehandelingen	=	dwangbehandeling
dwangbehandelingetje	=	dwangbehandeling
dwangbehandelingetjes	=	dwangbehandeling
dwangbevel	noun	een namens de overheid uitgevaardigd schriftelijk bevel, gericht aan een persoon of rechtspersoon.
dwangbevelen	=	dwangbevel
dwangbuis	noun	een kledingstuk dat de drager bewegingsvrijheid van de armen en handen ontneemt
dwangbuisje	=	dwangbuis
dwangbuisjes	=	dwangbuis
dwangbuizen	=	dwangbuis
dwanggedachte	noun	een gedachte die zich op een hinderlijke manier steeds opdringt en die je dus niet kunt onderdrukken
dwanggedachten	=	dwanggedachte
dwanggedachtes	=	dwanggedachte
dwanglicentie	noun	door de overheid gedwongen openbaarmaking van het recept hoe men een bepaald medicament kan maken als met die bekendmaking het algemeen belang is gediend
dwanglicenties	=	dwanglicentie
dwangmaatregel	noun	een maatregel die de betroffen personen weinig keus laat
dwangmaatregelen	=	dwangmaatregel
dwangmaatregels	=	dwangmaatregel
dwangmaatregeltje	=	dwangmaatregel
dwangmaatregeltjes	=	dwangmaatregel
dwangmatig	adj	van binnenuit opgedrongen, zich tegen iemands wil onweerstaanbaar voordoend
dwangmatige	=	dwangmatig
dwangmatiger	=	dwangmatig
dwangmatigere	=	dwangmatig
dwangmatigers	=	dwangmatig
dwangmatigs	=	dwangmatig
dwangmatigst	=	dwangmatig
dwangmatigste	=	dwangmatig
dwangmedicatie	noun	medicatie die tegen de wil van een patiënt zelf, kan of moet worden gegeven
dwangmedicaties	=	dwangmedicatie
dwangmiddel	noun	middelen die gebruikt mogen worden in een strafzaak zonder dat de verdachte dat wil
dwangmiddelen	=	dwangmiddel
dwangmiddeltje	=	dwangmiddel
dwangmiddeltjes	=	dwangmiddel
dwangnagel	noun	aandoening waarbij de zijkant van het verharde plaatje keratine op een vinger of teen weer de huid ingroeit in plaats van eroverheen
dwangnagels	=	dwangnagel
dwangneurose	noun	zenuwziekte waarbij de lijder gedwongen bepaalde handelingen verricht
dwangneurosen	=	dwangneurose
dwangneuroses	=	dwangneurose
dwangneurotisch	adj	betrekking hebbend op een dwangneurose
dwangneurotische	=	dwangneurotisch
dwangneurotischer	=	dwangneurotisch
dwangneurotischere	=	dwangneurotisch
dwangneurotischers	=	dwangneurotisch
dwangopname	noun	verplichte opname in een instelling tegen de wil van de patiënt in
dwangopnamen	=	dwangopname
dwangopnames	=	dwangopname
dwangpositie	noun	situatie waarin men gedwongen wordt iets te doen dat men eigenlijk niet wil doen
dwangposities	=	dwangpositie
dwangscheiding	noun	een vorm van scheiding waarbij een relatie of huwelijk onder druk, tegen de wil van (een van) de partners, of door externe omstandigheden wordt beëindigd.
dwangscheidingen	=	dwangscheiding
dwangscheidinkje	=	dwangscheiding
dwangscheidinkjes	=	dwangscheiding
dwangsom	noun	een geldstraf als middel om het voldoen aan een gerechtelijke of bestuurlijke beslissing af te dwingen
dwangsombeschikking	noun	overheidsbesluit dat iemand opdraagt om aan een wettelijke eis te voldoen of anders een boete te betalen die zeker zo kostbaar is
dwangsombeschikkingen	=	dwangsombeschikking
dwangsombeschikkinkje	=	dwangsombeschikking
dwangsombeschikkinkjes	=	dwangsombeschikking
dwangsommen	=	dwangsom
dwangsommetje	=	dwangsom
dwangsommetjes	=	dwangsom
dwangstoornis	noun	psychische stoornis die gekenmerkt wordt door dwanggedachten en dwanghandelingen
dwangstoornisje	=	dwangstoornis
dwangstoornisjes	=	dwangstoornis
dwangstoornissen	=	dwangstoornis
dwangverpleging	noun	verplichte verpleging van een psychiatrisch patiënt, ook als deze patiënt weigert behandeld te worden
dwangverplegingen	=	dwangverpleging
dwangverpleginkje	=	dwangverpleging
dwangverpleginkjes	=	dwangverpleging
dwangvoeding	noun	voeding die onder dwang wordt toegediend
dwangvoedingen	=	dwangvoeding
dwangvoedinkje	=	dwangvoeding
dwangvoedinkjes	=	dwangvoeding
dwangvoorstelling	noun	een beeld dat zich regelmatig en ongewenst aan iemand opdringt
dwangvoorstellingen	=	dwangvoorstelling
dwarrel	=	dwarrelen
dwarrelde	=	dwarrelen
dwarrelden	=	dwarrelen
dwarrele	=	dwarrelen
dwarrelen	verb	zijdelings heen en weer schommelend door de lucht afdalen
dwarrelend	=	dwarrelen
dwarrelende	=	dwarrelen
dwarreling	noun	onregelmatige beweging door de lucht
dwarrelingen	=	dwarreling
dwarrelt	=	dwarrelen
dwars	adj	in de breedterichting	adv	in de breedterichting
dwarsarm	noun	een draagarm die haaks op een muur of ander bevestigingspunt staat
dwarsarmen	=	dwarsarm
dwarsarmpje	=	dwarsarm
dwarsarmpjes	=	dwarsarm
dwarsbalk	noun	balk dwars op de richting van het geheel
dwarsbalken	=	dwarsbalk
dwarsbalkje	=	dwarsbalk
dwarsbalkjes	=	dwarsbalk
dwarsbanddwergspanner	noun	Eupithecia subumbrata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
dwarsbanddwergspanners	=	dwarsbanddwergspanner
dwarsbanddwergspannertje	=	dwarsbanddwergspanner
dwarsbanddwergspannertjes	=	dwarsbanddwergspanner
dwarsbandwaterroofkever	noun	Hydaticus transversalis een keversoort uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae).
dwarsbandwaterroofkevers	=	dwarsbandwaterroofkever
dwarsbandwaterroofkevertje	=	dwarsbandwaterroofkever
dwarsbandwaterroofkevertjes	=	dwarsbandwaterroofkever
dwarsbeuk	noun	deel van een kerk tussen het koor en het schip dat dwars op de lengteas staat
dwarsbeuken	=	dwarsbeuk
dwarsbeukje	=	dwarsbeuk
dwarsbeukjes	=	dwarsbeuk
dwarsbome	=	dwarsbomen
dwarsbomen	verb	tegenwerken, moeilijkheden geven
dwarsbomend	=	dwarsbomen
dwarsbomende	=	dwarsbomen
dwarsbomer	noun	iemand die ervoor zorgt dat een overeenkomst niet gesloten kan worden
dwarsbomers	=	dwarsbomer
dwarsbomertje	=	dwarsbomer
dwarsbomertjes	=	dwarsbomer
dwarsboom	noun	een stuk hout in zijdelingse richting aangebracht
dwarsboomde	=	dwarsbomen
dwarsboomden	=	dwarsbomen
dwarsboompje	=	dwarsboom
dwarsboompjes	=	dwarsboom
dwarsboomt	=	dwarsbomen
dwarsdoorsnede	noun	vlak dat je kunt zien als je iets doorsnijdt loodrecht op de lengteas en dat dus normaliter verborgen blijft
dwarsdoorsneden	=	dwarsdoorsnede
dwarsdoorsnedes	=	dwarsdoorsnee
dwarsdoorsnee	noun	vlak dat je kunt zien als je iets doorsnijdt loodrecht op de lengteas en dat dus normaliter verborgen blijft
dwarsdraads	adj	dwars op de draad
dwarsdraadse	=	dwarsdraads
dwarsdraadser	=	dwarsdraads
dwarsdraadsere	=	dwarsdraads
dwarsdraadsers	=	dwarsdraads
dwarsdraadst	=	dwarsdraads
dwarsdraadste	=	dwarsdraads
dwarse	=	dwars
dwarsen	verb	haaks doorkruisen om de overzijde te bereiken
dwarsend	=	dwarsen
dwarsende	=	dwarsen
dwarser	=	dwars
dwarsere	=	dwars
dwarsers	=	dwars
dwarsfluit	noun	een blaasinstrument dat dwars op de lippen geblazen wordt
dwarsfluiten	=	dwarsfluit
dwarsfluitje	=	dwarsfluit
dwarsfluitjes	=	dwarsfluit
dwarsgelegen	=	dwarsliggen
dwarsgestreept	adj	met overdwars lopende strepen
dwarsgestreepte	=	dwarsgestreept
dwarsgestreepter	=	dwarsgestreept
dwarsgestreeptere	=	dwarsgestreept
dwarsgestreepters	=	dwarsgestreept
dwarsgestreepts	=	dwarsgestreept
dwarsgestreeptst	=	dwarsgestreept
dwarsgestreeptste	=	dwarsgestreept
dwarsgetuigd	adj	met vierkante, rechthoekige of trapezumvormige zeilen die aan ra’s zijn bevestigd.
dwarsgetuigde	=	dwarsgetuigd
dwarsgetuigds	=	dwarsgetuigd
dwarsgezeten	=	dwarszitten
dwarsheid	noun	het radicaal anders dan anderen zijn en zich niet aan die anderen willen aanpassen
dwarshoofd	noun	een buitengewoon eigenwijs persoon
dwarshoofden	=	dwarshoofd
dwarshoofdje	=	dwarshoofd
dwarshoofdjes	=	dwarshoofd
dwarshout	noun	langwerpig houten onderdeel dat haaks op de lengte of bewegingsrichting van een groter geheel is bevestigd
dwarshouten	=	dwarshout
dwarshoutje	=	dwarshout
dwarshoutjes	=	dwarshout
dwarskop	noun	eigenwijs en onhandelbaar persoon
dwarskopje	=	dwarskop
dwarskopjes	=	dwarskop
dwarskoppen	=	dwarskop
dwarskracht	noun	kracht die dwars staat op een bepaalde richting
dwarskrachtcompensatie	noun	systeem in een platenspeler dat een tegenkracht uitoefent op de arm om de bij het afspelen optredende dwarskracht te compenseren
dwarskrachtcompensaties	=	dwarskrachtcompensatie
dwarskrachten	=	dwarskracht
dwarslaesie	noun	een onderbreking van de zenuwen in de rug, waardoor iemand in meer of mindere mate verlamd raakt
dwarslaesiepatiënt	noun	iemand die verlamd is door een onderbreking van de zenuwen in de rug
dwarslaesiepatiënten	=	dwarslaesiepatiënt
dwarslaesies	=	dwarslaesie
dwarslag	=	dwarsliggen
dwarslage	=	dwarsliggen
dwarslagen	=	dwarsliggen
dwarslagt	=	dwarsliggen
dwarslig	=	dwarsliggen
dwarsligge	=	dwarsliggen
dwarsliggen	verb	in dwarse richting liggen
dwarsliggend	=	dwarsliggen
dwarsliggende	=	dwarsliggen
dwarsligger	noun	iemand die niet bereid is tot medewerking, die zich overal tegen verzet
dwarsliggerij	noun	het zich overal tegen verzetten; het nooit ergens aan willen meewerken
dwarsliggerijen	=	dwarsliggerij
dwarsliggers	=	dwarsligger
dwarsliggertje	=	dwarsligger
dwarsligging	noun	als de baby dwars in de buik in plaats van in de lengte.
dwarsliggingen	=	dwarsligging
dwarsligginkje	=	dwarsligging
dwarsligginkjes	=	dwarsligging
dwarsligt	=	dwarsliggen
dwarsraai	noun	meetlijn dwars op de kust of as van de rivier
dwarsraaien	=	dwarsraai
dwarsraaitje	=	dwarsraai
dwarsraaitjes	=	dwarsraai
dwarsregel	noun	een regel (houten lat of rib) die dwars is aangebracht
dwarsregels	=	dwarsregel
dwarsregeltje	=	dwarsregel
dwarsregeltjes	=	dwarsregel
dwarsregeltransformator	noun	transformator die de fasehoek tussen de in- en uitgaande spanning verandert
dwarsregeltransformatoren	=	dwarsregeltransformator
dwarsregeltransformators	=	dwarsregeltransformator
dwarsregeltransformatortje	=	dwarsregeltransformator
dwarsregeltransformatortjes	=	dwarsregeltransformator
dwarsrichting	noun	een richting die dwars ligt op iets anders
dwarsrichtingen	=	dwarsrichting
dwarsscheeps	adj	in de richting die dwars staat op de lengteas van het schip
dwarsscheepse	=	dwarsscheeps
dwarsschepen	=	dwarsschip
dwarsschip	noun	deel van een kerk tussen het koor en het schip dat dwars op de lengteas staat
dwarsstang	noun	een stang die twee zaken aan weerszijden van een structuur met elkaar verbindt
dwarsstangen	=	dwarsstang
dwarsstraat	noun	straat of steeg die dwars op een grotere hoofdstraat uitkomt
dwarsstraatje	=	dwarsstraat
dwarsstraatjes	=	dwarsstraat
dwarsstraten	=	dwarsstraat
dwarsstreephaakbladroller	noun	Ancylis achatana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
dwarsstreephaakbladrollers	=	dwarsstreephaakbladroller
dwarsstreephaakbladrollertje	=	dwarsstreephaakbladroller
dwarsstreephaakbladrollertjes	=	dwarsstreephaakbladroller
dwarst	=	dwars
dwarste	=	dwars
dwarsten	=	dwarsen
dwarsverbinding	noun	een verbindingsstuk dwars op de lengterichting van een constructie
dwarsverbindingen	=	dwarsverbinding
dwarsverbindinkje	=	dwarsverbinding
dwarsverbindinkjes	=	dwarsverbinding
dwarsvlek-wespenboktor	noun	Xylotrechus arvicola een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
dwarsvlek-wespenboktorren	=	dwarsvlek-wespenboktor
dwarsvlek-wespenboktorretje	=	dwarsvlek-wespenboktor
dwarsvlek-wespenboktorretjes	=	dwarsvlek-wespenboktor
dwarsvlekschorsloper	noun	Philorhizus sigma een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
dwarsvlekschorslopers	=	dwarsvlekschorsloper
dwarsvlekschorslopertje	=	dwarsvlekschorsloper
dwarsvlekschorslopertjes	=	dwarsvlekschorsloper
dwarsvoor	adv	dwars voor de boeg
dwarsweg	noun	een weg die dwars op één of meerdere wegen staat
dwarswegen	=	dwarsweg
dwarsweggetje	=	dwarsweg
dwarsweggetjes	=	dwarsweg
dwarswegje	=	dwarsweg
dwarswegjes	=	dwarsweg
dwarszat	=	dwarszitten
dwarszate	=	dwarszitten
dwarszaten	=	dwarszitten
dwarszee	noun	een golf die tegen de zijkant van een schip aanrolt
dwarszeeën	=	dwarszee
dwarszit	=	dwarszitten
dwarszitte	=	dwarszitten
dwarszitten	verb	een bron van wrok, zorg of angst zijn
dwarszittend	=	dwarszitten
dwarszittende	=	dwarszitten
dwaselijk	adv	op een vreemde, gekke, dwaze manier zoals past bij een dwaas
dwaze	=	dwaas
dwazen	=	dwaas
dwazer	=	dwaas
dwazere	=	dwaas
dwazerik	noun	iemand die dwaas is
dwazeriken	=	dwazerik
dwazerikje	=	dwazerik
dwazerikjes	=	dwazerik
dwazers	=	dwaas
dwazin	=	dwaas
dweep	=	dwepen
dweepster	noun	vrouw die iemand op een overdreven manier bewondert
dweepsters	=	dweepster
dweept	=	dwepen
dweepte	=	dwepen
dweepten	=	dwepen
dweepziek	adj	van een persoon dat hij of zij iemand of iets op een ziekelijke, overdreven manier vereert en bewondert
dweepzieke	=	dweepziek
dweepzieker	=	dweepziek
dweepziekere	=	dweepziek
dweepziekers	=	dweepziek
dweepzieks	=	dweepziek
dweepziekst	=	dweepziek
dweepziekste	=	dweepziek
dweepzucht	noun	ziekelijke geestdrift
dweepzuchtig	adj	verslaafd aan dwepen
dweepzuchtige	=	dweepzuchtig
dweepzuchtiger	=	dweepzuchtig
dweepzuchtigere	=	dweepzuchtig
dweepzuchtigers	=	dweepzuchtig
dweepzuchtigs	=	dweepzuchtig
dweepzuchtigst	=	dweepzuchtig
dweepzuchtigste	=	dweepzuchtig
dweil	noun	een stuk weefsel in natte vorm gebruikt om een gladde vloer te reinigen
dweilde	=	dweilen
dweilden	=	dweilen
dweile	=	dweilen
dweilen	verb	met behulp van een dweil reinigen
dweilend	=	dweilen
dweilende	=	dweilen
dweilorkest	noun	informele carnavaleske blaaskapel bestaande uit blazers en slagwerkers
dweilorkesten	=	dweilorkest
dweilorkestje	=	dweilorkest
dweilorkestjes	=	dweilorkest
dweilpauze	noun	periode in een schaatswedstrijd die men gebruikt om het ijs weer glad te maken
dweilpauzen	=	dweilpauze
dweilpauzes	=	dweilpauze
dweilrobot	noun	een slim, autonoom apparaat dat zelfstandig harde vloeren dweilt met behulp van een waterreservoir en een microvezeldoek of roterende moppen
dweilrobotje	=	dweilrobot
dweilrobotjes	=	dweilrobot
dweilrobots	=	dweilrobot
dweilt	=	dweilen
dweiltje	=	dweil
dweiltjes	=	dweil
dwelm	noun	dwaas, gek, sufferd
dwelmen	=	dwelm
dwelmpje	=	dwelm
dwelmpjes	=	dwelm
dwepe	=	dwepen
dwepen	verb	~ met ergens overdreven gek op zijn, een te grote aantrekking tot iets voelen en dat te duidelijk laten merken
dwepend	=	dwepen
dwepende	=	dwepen
dweper	noun	iemand die dweept (een overspannen bewondering voor een ideaal koestert of een overspannen aanhanger is van een idee)
dweperig	adj	geneigd tot dwepen
dweperige	=	dweperig
dweperiger	=	dweperig
dweperigere	=	dweperig
dweperigers	=	dweperig
dweperigs	=	dweperig
dweperigst	=	dweperig
dweperigste	=	dweperig
dweperij	noun	overdreven ingenomenheid met iets
dweperijen	=	dweperij
dwepers	=	dweper
dwepertje	=	dweper
dwepertjes	=	dweper
dwerg	noun	mensachtig wezen dat corpulent is, een baard heeft en een muts draagt, en erg kort van stuk is
dwerg-dennensnuittorretje	noun	Brachonyx pineti een keversoort uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
dwerg-dennensnuittorretjes	=	dwerg-dennensnuittorretje
dwerg-drijfhorentje	noun	Pusillina inconspicua een slakkensoort uit de familie van de Rissoidae.
dwerg-drijfhorentjes	=	dwerg-drijfhorentje
dwergaalscholver	noun	Microcarbo pygmaeus een vogel uit de orde van Suliformes
dwergaalscholvers	=	dwergaalscholver
dwergaalscholvertje	=	dwergaalscholver
dwergaalscholvertjes	=	dwergaalscholver
dwergaarvissen	noun	een familie Phallostethidae van straalvinnige vissen uit de orde van koornaarvisachtigen (Atheriniformes)
dwergaaskever	noun	insect uit de familie Agyrtidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
dwergaaskevers	noun	Agyrtidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
dwergaaskevertje	=	dwergaaskever
dwergaaskevertjes	=	dwergaaskever
dwergachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van eendwerg, klein, kleiner dan normaal
dwergachtige	=	dwergachtig
dwergachtiger	=	dwergachtig
dwergachtigere	=	dwergachtig
dwergachtigers	=	dwergachtig
dwergachtigs	=	dwergachtig
dwergachtigst	=	dwergachtig
dwergachtigste	=	dwergachtig
dwergalk	noun	Aethia pusilla een vogel uit de familie van alken (Alcidae)
dwergalken	=	dwergalk
dwergalkje	=	dwergalk
dwergalkjes	=	dwergalk
dwerganaconda	noun	Eunectes notaeus een waterminnende wurgslang uit de familie reuzenslangen (Boidae)
dwerganaconda's	=	dwerganaconda
dwerganacondaatje	=	dwerganaconda
dwerganacondaatjes	=	dwerganaconda
dwergantiloopje	=	dwergantilope
dwergantiloopjes	=	dwergantilope
dwergantilope	noun	Neotragus pygmaeus evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
dwergantilopen	=	dwergantilope
dwergantilopes	=	dwergantilope
dwergara	noun	Ara severus een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
dwergara's	=	dwergara
dwergaraatje	=	dwergara
dwergaraatjes	=	dwergara
dwergarend	noun	Hieraaetus pennatus een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae)
dwergarenden	=	dwergarend
dwergarendje	=	dwergarend
dwergarendjes	=	dwergarend
dwergauto	noun	een heel kleine auto
dwergauto's	=	dwergauto
dwergautootje	=	dwergauto
dwergautootjes	=	dwergauto
dwergbaardagame	noun	Pogona henrylawsoni een hagedis uit de familie agamen (Agamidae)
dwergbaardagamen	=	dwergbaardagame
dwergbaardagametje	=	dwergbaardagame
dwergbaardagametjes	=	dwergbaardagame
dwergbaarzen	noun	een familie Badidae van vissen uit de orde baarsachtigen.
dwergbergbrilvogel	noun	Heleia squamifrons een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
dwergbergbrilvogels	=	dwergbergbrilvogel
dwergbergbrilvogeltje	=	dwergbergbrilvogel
dwergbergbrilvogeltjes	=	dwergbergbrilvogel
dwergberk	noun	Betula nana een plant uit de berkenfamilie (Betulaceae) die voorkomt in de noordelijke streken van het noordelijk halfrond.
dwergberken	=	dwergberk
dwergberkje	=	dwergberk
dwergberkjes	=	dwergberk
dwergbijeneter	noun	Merops pusillus een algemene standvogel in sub-Saharisch Afrika
dwergbijeneters	=	dwergbijeneter
dwergbijenetertje	=	dwergbijeneter
dwergbijenetertjes	=	dwergbijeneter
dwergbladroller	noun	een vlinder van het geslacht Pammene uit de familie bladrollers (Tortricidae)
dwergbladrollers	=	dwergbladroller
dwergbladrollertje	=	dwergbladroller
dwergbladrollertjes	=	dwergbladroller
dwergblauwtje	noun	Cupido minimus een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
dwergblauwtjes	=	dwergblauwtje
dwergbloem	noun	Centunculus minimus een overblijvende plant uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae), inheems in Europa, die vooral voorkomt op natte, open plaatsen
dwergbloemen	=	dwergbloem
dwergbloemetje	=	dwergbloem
dwergbloemetjes	=	dwergbloem
dwergbloempje	=	dwergbloem
dwergbloempjes	=	dwergbloem
dwergboa's	noun	een familie Tropidophiidae van slangen
dwergbolk	noun	bepaald soort vis, Trisopterus minutus, uit de familie van kabeljauwen (Gadidae), in de orde van kabeljauwachtigen (Gadiformes)
dwergbolken	=	dwergbolk
dwergboomklever	noun	Sitta pygmaea een zangvogel uit het geslacht sitta.
dwergboomklevers	=	dwergboomklever
dwergboomklevertje	=	dwergboomklever
dwergboomklevertjes	=	dwergboomklever
dwergbootsmannetje	noun	Plea minutissima een vogel uit de familie dwergbootsmannetjes (Pleidae).
dwergbootsmannetjes	=	dwergbootsmannetje
dwergborstelbekertje	noun	Lasiobolus papillatus een paddenstoel uit de familie Ascodesmidaceae.
dwergborstelbekertjes	=	dwergborstelbekertje
dwergboterbloem	noun	Ranunculus pygmaeus een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die te vinden is in het noordpoolgebied en in de alpiene zone van de Europese en Noord-Amerikaanse hooggebergtes
dwergboterbloemen	=	dwergboterbloem
dwergboterbloemetje	=	dwergboterbloem
dwergboterbloemetjes	=	dwergboterbloem
dwergboterbloempje	=	dwergboterbloem
dwergboterbloempjes	=	dwergboterbloem
dwergbuidelmarter	noun	Dasyurus hallucatus een roofbuideldier uit het geslacht der buidelmarters (Dasyurus)
dwergbuidelmarters	=	dwergbuidelmarter
dwergbuidelmartertje	=	dwergbuidelmarter
dwergbuidelmartertjes	=	dwergbuidelmarter
dwergbuidelmuis	noun	zoogdier uit de familie Burramyidae van buideldieren uit de superfamilie Phalangeroidea, die ook de koeskoezen omvat.
dwergbuidelmuisje	=	dwergbuidelmuis
dwergbuidelmuisjes	=	dwergbuidelmuis
dwergbuidelmuizen	noun	Burramyidae een familie van buideldieren uit de superfamilie Phalangeroidea, die ook de koeskoezen omvat.
dwergbultkopje	noun	Glyphesis cottonae een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
dwergbultkopjes	=	dwergbultkopje
dwergbuulbuul	noun	Eurillas gracilis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
dwergbuulbuuls	=	dwergbuulbuul
dwergbuulbuultje	=	dwergbuulbuul
dwergbuulbuultjes	=	dwergbuulbuul
dwergcelschoorsteentje	noun	Anthostomella arenaria een schimmel behorend tot de familie Xylariaceae.
dwergcelschoorsteentjes	=	dwergcelschoorsteentje
dwergcelspinnen	noun	Oonopidae een familie van spinnen bestaande uit 617 soorten in 76 geslachten
dwergcicade	noun	insect uit de familie Cicadellidae van insecten die behoren tot de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha).
dwergcicaden	noun	Cicadellidae een familie van insecten die behoren tot de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha).
dwergcicades	=	dwergcicade
dwergcicadetje	=	dwergcicade
dwergcicadetjes	=	dwergcicade
dwergcollybia	noun	een schimmel Collybia cirrhata behorend tot de familie Tricholomataceae.
dwergcollybia's	=	dwergcollybia
dwergcollybiaatje	=	dwergcollybia
dwergcollybiaatjes	=	dwergcollybia
dwergcymus	noun	Cymus claviculus een wants uit de onderfamilie Cyminae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
dwergcymussen	=	dwergcymus
dwergdadelpalm	noun	Phoenix roebelenii een rechtopstaande, tot 2,5 m hoge palm.
dwergdadelpalmen	=	dwergdadelpalm
dwergdadelpalmpje	=	dwergdadelpalm
dwergdadelpalmpjes	=	dwergdadelpalm
dwergdikbekje	noun	Sporophila minuta een zangvogel uit de familie tangaren (Thraupidae).
dwergdikbekjes	=	dwergdikbekje
dwergdikkopje	noun	Thymelicus acteon een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
dwergdikkopjes	=	dwergdikkopje
dwergdraakvis	noun	Neoharriotta pumila een vis uit de familie langneusdraakvissen.
dwergdraakvisje	=	dwergdraakvis
dwergdraakvisjes	=	dwergdraakvis
dwergdraakvissen	=	dwergdraakvis
dwergdrijfhorentje	noun	Pusillina inconspicua een slakkensoort uit de familie van de Rissoidae.
dwergdrijfhorentjes	=	dwergdrijfhorentje
dwergduif	noun	Columbina minuta een vogel uit de familie Columbidae (Duiven).
dwergduifje	=	dwergduif
dwergduifjes	=	dwergduif
dwergduiven	=	dwergduif
dwergeik	noun	eik die niet hoger wordt dan 2 meter
dwergeiken	=	dwergeik
dwergeikje	=	dwergeik
dwergeikjes	=	dwergeik
dwergekstertje	noun	Lepidopygia nana een heel klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
dwergekstertjes	=	dwergekstertje
dwergen	=	dwerg
dwergerwtenmossel	noun	Odhneripisidium moitessierianum een minuscule, in zoet water levende tweekleppigensoort uit de familie van de Sphaeriidae.
dwergerwtenmossels	=	dwergerwtenmossel
dwergerwtenmosseltje	=	dwergerwtenmossel
dwergerwtenmosseltjes	=	dwergerwtenmossel
dwergfluithaas	noun	Ochotona pusilla haasachtige uit de familie der fluithazen (Ochotonidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Peter Simon Pallas in 1769.
dwergfluithaasje	=	dwergfluithaas
dwergfluithaasjes	=	dwergfluithaas
dwergfluithazen	=	dwergfluithaas
dwerggaasvlieg	noun	insect uit de familie Coniopterygidae van netvleugeligen (Neuroptera).
dwerggaasvliegen	noun	Coniopterygidae een familie van netvleugeligen (Neuroptera).
dwerggaasvliegje	=	dwerggaasvlieg
dwerggaasvliegjes	=	dwerggaasvlieg
dwerggalago	noun	Galagoides demidovii een soort van het geslacht dwerggalago's (Galagoides).
dwerggalago's	=	dwerggalago
dwerggalagootje	=	dwerggalago
dwerggalagootjes	=	dwerggalago
dwerggalerij	noun	een open arcade vlak onder de dakrand van een kerkgebouw
dwerggalerijen	=	dwerggalerij
dwerggalerijtje	=	dwerggalerij
dwerggalerijtjes	=	dwerggalerij
dwerggans	noun	Anser erythropus een vrij zeldzame Euraziatische gans die wat kleiner is dan de kolgans
dwerggansje	=	dwerggans
dwerggansjes	=	dwerggans
dwergganzen	=	dwerggans
dwerggaspeldoorn	noun	Ulex minor een soort uit het geslacht Ulex.
dwerggaspeldoorns	=	dwerggaspeldoorn
dwerggaspeldoorntje	=	dwerggaspeldoorn
dwerggaspeldoorntjes	=	dwerggaspeldoorn
dwerggekko	noun	een gekko uit het geslacht Lygodactylus van hagedissen dat behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
dwerggekko's	noun	een geslacht Lygodactylus van hagedissen dat behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
dwerggierzwaluw	noun	Tachornis furcata een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
dwerggierzwaluwen	=	dwerggierzwaluw
dwerggierzwaluwtje	=	dwerggierzwaluw
dwerggierzwaluwtjes	=	dwerggierzwaluw
dwergglimmer	noun	Amara tibialis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
dwergglimmers	=	dwergglimmer
dwergglimmertje	=	dwergglimmer
dwergglimmertjes	=	dwergglimmer
dwerggoerami	noun	Trichogaster lalius een populaire tropische aquariumvis uit Zuid-Azië.
dwerggoerami's	=	dwerggoerami
dwerggoffer	noun	Thomomys umbrinus knaagdier uit de familie van de goffers (Geomyidae).
dwerggoffers	=	dwerggoffer
dwerggoffertje	=	dwerggoffer
dwerggoffertjes	=	dwerggoffer
dwerggordeldier	noun	Zaedyus pichiy een Argentijnse soort van de gordeldieren.
dwerggordeldieren	=	dwerggordeldier
dwerggordeldiertje	=	dwerggordeldier
dwerggordeldiertjes	=	dwerggordeldier
dwerggors	noun	Emberiza pusilla een als dwaalgast in West-Europa voorkomend lid van de gorzenfamilie
dwerggorsje	=	dwerggors
dwerggorsjes	=	dwerggors
dwerggorzen	=	dwerggors
dwerggras	noun	Mibora minima een eenjarige plant uit de grassenfamilie.
dwerggrasje	=	dwerggras
dwerggrasjes	=	dwerggras
dwerggrassen	=	dwerggras
dwerggrasvogel	noun	Poodytes gramineus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
dwerggrasvogels	=	dwerggrasvogel
dwerggrasvogeltje	=	dwerggrasvogel
dwerggrasvogeltjes	=	dwerggrasvogel
dwerggraszanger	noun	Cisticola ayresii een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
dwerggraszangers	=	dwerggraszanger
dwerggraszangertje	=	dwerggraszanger
dwerggraszangertjes	=	dwerggraszanger
dwerggravertje	noun	Dyschirius globosus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
dwerggravertjes	=	dwerggravertje
dwerggriend	noun	Feresa attenuata een walvis uit de familie der dolfijnen (Delphinidae).
dwerggrienden	=	dwerggriend
dwerggriendje	=	dwerggriend
dwerggriendjes	=	dwerggriend
dwerggroefbij	noun	Lasioglossum pygmaeum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
dwerggroefbijen	=	dwerggroefbij
dwerggroefbijtje	=	dwerggroefbij
dwerggroefbijtjes	=	dwerggroefbij
dwerggroei	noun	afnemen in omvang en ontwikkeling
dwerggrondeekhoorn	noun	Spermophilus pygmaeus knaagdier uit de familie der eekhoorns (Sciuridae).
dwerggrondeekhoorns	=	dwerggrondeekhoorn
dwerggrondeekhoorntje	=	dwerggrondeekhoorn
dwerggrondeekhoorntjes	=	dwerggrondeekhoorn
dwerghaai	noun	Euprotomicrus bispinatus een vis uit de familie van valse doornhaaien (Dalatiidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
dwerghaaien	=	dwerghaai
dwerghaaitje	=	dwerghaai
dwerghaaitjes	=	dwerghaai
dwerghaaregel	noun	Hylomys parvus insecteneter uit de familie van de egels (Erinaceidae).
dwerghaaregels	=	dwerghaaregel
dwerghaaregeltje	=	dwerghaaregel
dwerghaaregeltjes	=	dwerghaaregel
dwerghaarmuts	noun	een soort Orthotrichum pumilum uit het geslacht haarmuts (Orthotrichum).
dwerghaarmutsen	=	dwerghaarmuts
dwerghaarmutsje	=	dwerghaarmuts
dwerghaarmutsjes	=	dwerghaarmuts
dwerghamster	noun	kleine hamster
dwerghamsters	=	dwerghamster
dwerghamstertje	=	dwerghamster
dwerghamstertjes	=	dwerghamster
dwerghaver	noun	een geslacht Aira uit de grassenfamilie (Poaceae).
dwerghavers	=	dwerghaver
dwerghavertje	=	dwerghaver
dwerghavertjes	=	dwerghaver
dwergheidelibel	noun	Sympetrum haritonovi een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
dwergheidelibellen	=	dwergheidelibel
dwergheidelibelletje	=	dwergheidelibel
dwergheidelibelletjes	=	dwergheidelibel
dwergheremietkolibrie	noun	Phaethornis idaliae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
dwergheremietkolibries	=	dwergheremietkolibrie
dwergheremietkolibrietje	=	dwergheremietkolibrie
dwergheremietkolibrietjes	=	dwergheremietkolibrie
dwerghert	noun	zoogdier uit de familie Tragulidae van evenhoevigen die voorkomt in Centraal-Afrika en Zuidoost-Azië.
dwergherten	noun	Tragulidae een familie van evenhoevigen die voorkomt in Centraal-Afrika en Zuidoost-Azië.
dwerghertenzwam	noun	Pluteus nanus een schimmel behorend tot de familie Pluteaceae.
dwerghertenzwammen	=	dwerghertenzwam
dwerghertenzwammetje	=	dwerghertenzwam
dwerghertenzwammetjes	=	dwerghertenzwam
dwerghertje	=	dwerghert
dwerghertjes	=	dwerghert
dwerghoningbij	noun	Apis florea een bijensoort uit het geslacht honingbijen (Apis).
dwerghoningbijen	=	dwerghoningbij
dwerghoningbijtje	=	dwerghoningbij
dwerghoningbijtjes	=	dwerghoningbij
dwerghoningeter	noun	kleine vogel die honing eet
dwerghoningeters	noun	een geslacht Myzomela van zangvogels uit de familie honingeters (Meliphagidae).
dwerghoningetertje	=	dwerghoningeter
dwerghoningetertjes	=	dwerghoningeter
dwerghoningspeurder	noun	Prodotiscus insignis een vogel uit de familie Indicatoridae (honingspeurders).
dwerghoningspeurders	=	dwerghoningspeurder
dwerghoningspeurdertje	=	dwerghoningspeurder
dwerghoningspeurdertjes	=	dwerghoningspeurder
dwerghoningvogel	noun	Dicaeum pygmaeum een vogelsoort uit de familie van de dicaeidae (bastaardhoningvogels).
dwerghoningvogels	=	dwerghoningvogel
dwerghoningvogeltje	=	dwerghoningvogel
dwerghoningvogeltjes	=	dwerghoningvogel
dwerghoningzuiger	noun	Leptocoma minima een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
dwerghoningzuigers	=	dwerghoningzuiger
dwerghoningzuigertje	=	dwerghoningzuiger
dwerghoningzuigertjes	=	dwerghoningzuiger
dwerghoutkever	noun	insect uit de familie Cerylonidae van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
dwerghoutkevers	noun	Cerylonidae een familie van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
dwerghoutkevertje	=	dwerghoutkever
dwerghoutkevertjes	=	dwerghoutkever
dwerghuismoeder	noun	Panemeria tenebrata een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae), die vooral vliegt bij zonnig weer.
dwerghuismoeders	=	dwerghuismoeder
dwerghuismoedertje	=	dwerghuismoeder
dwerghuismoedertjes	=	dwerghuismoeder
dwerghutia	noun	Mesocapromys nanus knaagdier uit de familie van de hutia's (Capromyidae).
dwerghutia's	=	dwerghutia
dwerghutiaatje	=	dwerghutia
dwerghutiaatjes	=	dwerghutia
dwergijsvogel	noun	kleine soort ijsvogel
dwergijsvogels	noun	een geslacht Ispidina van vogels uit de familie ijsvogels (Alcedinidae)
dwergijsvogeltje	=	dwergijsvogel
dwergijsvogeltjes	=	dwergijsvogel
dwergin	=	dwerg
dwergjacana	noun	Microparra capensis een vogel behorend tot de jacana's.
dwergjacana's	=	dwergjacana
dwergjacanaatje	=	dwergjacana
dwergjacanaatjes	=	dwergjacana
dwergje	=	dwerg
dwergjes	=	dwerg
dwergjuffer	noun	Nehalennia speciosa een libellensoort uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae), onderorde juffers (Zygoptera).
dwergjufferduif	noun	Ptilinopus nainus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
dwergjufferduifje	=	dwergjufferduif
dwergjufferduifjes	=	dwergjufferduif
dwergjufferduiven	=	dwergjufferduif
dwergjuffers	noun	Nehalennia een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae)
dwergjuffertje	=	dwergjuffer
dwergjuffertjes	=	dwergjuffer
dwergkameleon	noun	Bradypodion pumilum een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
dwergkameleonnetje	=	dwergkameleon
dwergkameleonnetjes	=	dwergkameleon
dwergkameleons	=	dwergkameleon
dwergkasuaris	noun	Casuarius bennetti een vogel uit het geslacht van de kasuarissen en de familie van de Casuariidae (kasuarissen en emoes).
dwergkasuarisje	=	dwergkasuaris
dwergkasuarisjes	=	dwergkasuaris
dwergkasuarissen	=	dwergkasuaris
dwergkathaai	noun	Scyliorhinus torrei een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
dwergkathaaien	=	dwergkathaai
dwergkathaaitje	=	dwergkathaai
dwergkathaaitjes	=	dwergkathaai
dwergkees	noun	kleine keeshond
dwergkeesje	=	dwergkees
dwergkeesjes	=	dwergkees
dwergkers	noun	Hornungia petraea een eenjarige planten uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
dwergkersen	=	dwergkers
dwergkersje	=	dwergkers
dwergkersjes	=	dwergkers
dwergkezen	=	dwergkees
dwergklauwkikkers	noun	Hymenochirus een geslacht van kikkers uit de familie tongloze kikkers (Pipidae).
dwergkniptor	noun	insect uit de familie Throscidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
dwergkniptorren	noun	Throscidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
dwergkniptorretje	=	dwergkniptor
dwergkniptorretjes	=	dwergkniptor
dwergknotszwam	noun	Clavaria pulvinaris een schimmel behorend tot de familie clavariaceae.
dwergknotszwammen	=	dwergknotszwam
dwergknotszwammetje	=	dwergknotszwam
dwergknotszwammetjes	=	dwergknotszwam
dwergkoekoek	noun	Coccycua pumila een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
dwergkoekoeken	=	dwergkoekoek
dwergkoekoekje	=	dwergkoekoek
dwergkoekoekjes	=	dwergkoekoek
dwergkogelspinnen	noun	Anapidae een familie van spinnen.
dwergkolibrie	noun	Mellisuga minima een vogel uit de familie van de kolibries (Trochilidae).
dwergkolibries	=	dwergkolibrie
dwergkolibrietje	=	dwergkolibrie
dwergkolibrietjes	=	dwergkolibrie
dwergkonijn	noun	Brachylagus idahoensis een Noord-Amerikaans zoogdier en behoort tot het monotypische geslacht Brachylagus.
dwergkonijnen	=	dwergkonijn
dwergkonijntje	=	dwergkonijn
dwergkonijntjes	=	dwergkonijn
dwergkorfslak	noun	Vertigo (Vertigo) pygmaea een op het land levende kleine longslak uit de familie van de Vertiginidae
dwergkorfslakje	=	dwergkorfslak
dwergkorfslakjes	=	dwergkorfslak
dwergkorfslakken	=	dwergkorfslak
dwergkroos	noun	Lemna minuta een overblijvende waterplant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
dwergkroosje	=	dwergkroos
dwergkroosjes	=	dwergkroos
dwergkrozen	=	dwergkroos
dwergkruiper	noun	Harpalus pumilus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
dwergkruipers	=	dwergkruiper
dwergkruipertje	=	dwergkruiper
dwergkruipertjes	=	dwergkruiper
dwergkruiplijster	noun	een zangvogel uit het geslacht Napothera van de familie Pellorneidae
dwergkruiplijsters	noun	een geslacht Rimator van zangvogels uit de familie van de Pellorneidae.
dwergkruiplijstertje	=	dwergkruiplijster
dwergkruiplijstertjes	=	dwergkruiplijster
dwergkustworm	noun	Tubificoides brownae een ringworm uit de familie van de Naididae.
dwergkustwormen	=	dwergkustworm
dwergkustwormpje	=	dwergkustworm
dwergkustwormpjes	=	dwergkustworm
dwergkwastjesbloem	noun	Soldanella minima een vaste plant uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae) die endemisch is in de oostelijke Alpen.
dwergkwastjesbloemen	=	dwergkwastjesbloem
dwergkwastjesbloemetje	=	dwergkwastjesbloem
dwergkwastjesbloemetjes	=	dwergkwastjesbloem
dwergkwastjesbloempje	=	dwergkwastjesbloem
dwergkwastjesbloempjes	=	dwergkwastjesbloem
dwerglangsprietmot	noun	Cauchas fibulella een dagactieve nachtvlinder uit de familie Adelidae, de langsprietmotten.
dwerglangsprietmotje	=	dwerglangsprietmot
dwerglangsprietmotjes	=	dwerglangsprietmot
dwerglangsprietmotten	=	dwerglangsprietmot
dwerglederkop	noun	Philemon meyeri een zangvogel uit de familie van de honingeters.
dwerglederkopje	=	dwerglederkop
dwerglederkopjes	=	dwerglederkop
dwerglederkoppen	=	dwerglederkop
dwergleemhoed	noun	Agrocybe pusiola een paddenstoel uit de familie Strophariaceae.
dwergleemhoeden	=	dwergleemhoed
dwergleemhoedje	=	dwergleemhoed
dwergleemhoedjes	=	dwergleemhoed
dwerglepelmot	noun	Tinagma ocnerostomella een vlinder uit de familie lepelmotten (Douglasiidae).
dwerglepelmotje	=	dwerglepelmot
dwerglepelmotjes	=	dwerglepelmot
dwerglepelmotten	=	dwerglepelmot
dwerglijster	noun	Catharus ustulatus een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
dwerglijsters	noun	een geslacht Catharus van zangvogels uit de familie Turdidae (lijsters).
dwerglijstertje	=	dwerglijster
dwerglijstertjes	=	dwerglijster
dwerglis	noun	Iris pumila een plant uit de lissenfamilie (Iridaceae).
dwerglisje	=	dwerglis
dwerglisjes	=	dwerglis
dwerglissen	=	dwerglis
dwerglori	noun	Parvipsitta pusilla een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
dwerglori's	=	dwerglori
dwerglorietje	=	dwerglori
dwerglorietjes	=	dwerglori
dwergmaki	noun	zoogdier uit de familie Cheirogaleidae van primaten uit Madagaskar.
dwergmaki's	noun	Cheirogaleidae De dwergmaki's (Cheirogaleidae) zijn een familie van primaten uit Madagaskar.
dwergmakietje	=	dwergmaki
dwergmakietjes	=	dwergmaki
dwergmangoest	noun	Helogale parvula roofdier uit de familie der mangoesten (Herpestidae).
dwergmangoesten	=	dwergmangoest
dwergmangoestje	=	dwergmangoest
dwergmangoestjes	=	dwergmangoest
dwergmarmersalamander	noun	Triturus pygmaeus een watersalamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
dwergmarmersalamanders	=	dwergmarmersalamander
dwergmarmersalamandertje	=	dwergmarmersalamander
dwergmarmersalamandertjes	=	dwergmarmersalamander
dwergmaskerwever	noun	Ploceus luteolus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten)
dwergmaskerwevers	=	dwergmaskerwever
dwergmaskerwevertje	=	dwergmaskerwever
dwergmaskerwevertjes	=	dwergmaskerwever
dwergmeeldraadgalwesp	noun	Neuroterus politus een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
dwergmeeldraadgalwespen	=	dwergmeeldraadgalwesp
dwergmeeldraadgalwespje	=	dwergmeeldraadgalwesp
dwergmeeldraadgalwespjes	=	dwergmeeldraadgalwesp
dwergmeerkat	noun	Miopithecus talapoin de kleinste soort van het geslacht dwergmeerkatten (Miopithecus).
dwergmeerkatje	=	dwergmeerkat
dwergmeerkatjes	=	dwergmeerkat
dwergmeerkatten	noun	Miopithecus een geslacht van de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
dwergmeerval	noun	Otocinclus affinis een kleine (zo'n 5 cm) algenetende harnasmeerval.
dwergmeervallen	noun	een familie Scoloplacidae van straalvinnige vissen uit de orde van de meervalachtigen (Siluriformes)
dwergmeervalletje	=	dwergmeerval
dwergmeervalletjes	=	dwergmeerval
dwergmees	noun	Aegithalos exilis een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae).
dwergmeesastrild	noun	Pholidornis rushiae een soort uit het monotypische geslacht Pholidornis uit de familie Hyliidae
dwergmeesastrilden	=	dwergmeesastrild
dwergmeesastrildje	=	dwergmeesastrild
dwergmeesastrildjes	=	dwergmeesastrild
dwergmeesje	=	dwergmees
dwergmeesjes	=	dwergmees
dwergmeeuw	noun	Hydrocoloeus minutus een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae).
dwergmeeuwen	=	dwergmeeuw
dwergmeeuwtje	=	dwergmeeuw
dwergmeeuwtjes	=	dwergmeeuw
dwergmestkevertje	noun	Oxyomus sylvestris een keversoort uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae).
dwergmestkevertjes	=	dwergmestkevertje
dwergmezen	=	dwergmees
dwergmiereneter	noun	Cyclopes tridactyla de enige levende soort uit de familie dwergmiereneters (Cyclopedidae).
dwergmiereneters	noun	Cyclopedidae een familie van miereneters die voorkomt in Midden- en Zuid-Amerika.
dwergmierenetertje	=	dwergmiereneter
dwergmierenetertjes	=	dwergmiereneter
dwergmiersluiper	noun	Myrmotherula brachyura een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
dwergmiersluipers	=	dwergmiersluiper
dwergmiersluipertje	=	dwergmiersluiper
dwergmiersluipertjes	=	dwergmiersluiper
dwergmineermot	noun	insect uit de familie Nepticulidae van vlinders in de superfamilie Nepticuloidea.
dwergmineermotje	=	dwergmineermot
dwergmineermotjes	=	dwergmineermot
dwergmineermotten	noun	Nepticulidae een familie van vlinders in de superfamilie Nepticuloidea.
dwergmispel	noun	een geslacht Cotoneaster uit de rozenfamilie (Rosaceae).
dwergmispelen	=	dwergmispel
dwergmispels	=	dwergmispel
dwergmispeltje	=	dwergmispel
dwergmispeltjes	=	dwergmispel
dwergmollisia	noun	Mollisia cinerella een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
dwergmollisia's	=	dwergmollisia
dwergmollisiaatje	=	dwergmollisia
dwergmollisiaatjes	=	dwergmollisia
dwergmoswants	noun	Drymus pumilio een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
dwergmoswantsen	=	dwergmoswants
dwergmoswantsje	=	dwergmoswants
dwergmoswantsjes	=	dwergmoswants
dwergmuis	noun	kleinste soort knaagdier van Europa, Micromys minutus
dwergmuisje	=	dwergmuis
dwergmuisjes	=	dwergmuis
dwergmuismaki	noun	Microcebus murinus een lemur uit het geslacht der muismaki's (Microcebus).
dwergmuismaki's	=	dwergmuismaki
dwergmuismakietje	=	dwergmuismaki
dwergmuismakietjes	=	dwergmuismaki
dwergmuizen	=	dwergmuis
dwergnachtzwaluw	noun	vogel uit het geslacht Aegotheles van de familie Aegothelidae en de orde van de Aegotheliformes
dwergnachtzwaluwen	noun	Aegothelidae de enige familie van vogels uit de orde van de Aegotheliformes.
dwergnachtzwaluwtje	=	dwergnachtzwaluw
dwergnachtzwaluwtjes	=	dwergnachtzwaluw
dwergnetwants	noun	Campylosteira verna een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
dwergnetwantsen	=	dwergnetwants
dwergnetwantsje	=	dwergnetwants
dwergnetwantsjes	=	dwergnetwants
dwergnijlpaard	noun	Hexaprotodon liberiensis Het dwergnijlpaard (Hexaprotodon liberiensis of Choeropsis liberiensis) is een van de twee levende soorten nijlpaarden.
dwergnijlpaarden	=	dwergnijlpaard
dwergnijlpaardje	=	dwergnijlpaard
dwergnijlpaardjes	=	dwergnijlpaard
dwergolifant	noun	kleine olifant
dwergolifanten	=	dwergolifant
dwergolifantje	=	dwergolifant
dwergolifantjes	=	dwergolifant
dwergooruil	noun	Otus scops een vogel uit de orde van de uilen (Strigiformes).
dwergooruilen	=	dwergooruil
dwergooruiltje	=	dwergooruil
dwergooruiltjes	=	dwergooruil
dwergotter	noun	kleinklauwotter
dwergotters	=	dwergotter
dwergotterspitsmuis	noun	bepaald soort deels in het water levend zoogdier, Micropotamogale lamottei De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Heim de Balsac in 1954
dwergotterspitsmuisje	=	dwergotterspitsmuis
dwergotterspitsmuisjes	=	dwergotterspitsmuis
dwergotterspitsmuizen	=	dwergotterspitsmuis
dwergottertje	=	dwergotter
dwergottertjes	=	dwergotter
dwergpapegaaien	noun	Agapornis een geslacht van papegaaiachtigen uit de familie van de papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae).
dwergpapyrus	noun	bepaald soort cypergras, Cyperus haspan, dat ook in Suriname voorkomt
dwergparelmoervlinder	noun	Melitaea asteria een vlinder uit de familie Nymphalidae (aurelia's).
dwergparelmoervlinders	=	dwergparelmoervlinder
dwergparelmoervlindertje	=	dwergparelmoervlinder
dwergparelmoervlindertjes	=	dwergparelmoervlinder
dwergparelmos	noun	Weissia rostellata een mos in de familie Pottiaceae.
dwergparelmosje	=	dwergparelmos
dwergparelmosjes	=	dwergparelmos
dwergparelmossen	=	dwergparelmos
dwergpatrijs	noun	kleine patrijssoort uit de familie fazantachtigen (Phasianidae) en het geslacht Perdicula
dwergpatrijsje	=	dwergpatrijs
dwergpatrijsjes	=	dwergpatrijs
dwergpatrijzen	=	dwergpatrijs
dwergpilkever	noun	insect uit de familie Limnichidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
dwergpilkevers	noun	Limnichidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
dwergpilkevertje	=	dwergpilkever
dwergpilkevertjes	=	dwergpilkever
dwergpinguïn	noun	Eudyptula minor de kleinste pinguïnsoort.
dwergpinguïnnetje	=	dwergpinguïn
dwergpinguïnnetjes	=	dwergpinguïn
dwergpinguïns	=	dwergpinguïn
dwergpinguïntje	=	dwergpinguïn
dwergpinguïntjes	=	dwergpinguïn
dwergplaneet	noun	Rond en massief hemellichaam dat in een vaste baan om een ster heen draait, maar niet voldoende eigen massa heeft om een planeet te kunnen worden genoemd
dwergplaneetje	=	dwergplaneet
dwergplaneetjes	=	dwergplaneet
dwergplaneten	=	dwergplaneet
dwergplevier	noun	Charadrius melodus een vogel van Noord-Amerika, die broedt in het binnenland en overwintert langs de kusten van de Verenigde Staten en Mexico.
dwergplevieren	=	dwergplevier
dwergpleviertje	=	dwergplevier
dwergpleviertjes	=	dwergplevier
dwergpoederdonsklauwier	noun	Dryoscopus pringlii een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
dwergpoederdonsklauwieren	=	dwergpoederdonsklauwier
dwergpoederdonsklauwiertje	=	dwergpoederdonsklauwier
dwergpoederdonsklauwiertjes	=	dwergpoederdonsklauwier
dwergpofadder	noun	Bitis peringueyi een giftige slang uit de familie adders (Viperidae)
dwergpofadders	=	dwergpofadder
dwergpofaddertje	=	dwergpofadder
dwergpofaddertjes	=	dwergpofadder
dwergpotvis	noun	Kogia breviceps een tandwalvis uit de familie der dwergpotvissen (Kogiidae).
dwergpotvisje	=	dwergpotvis
dwergpotvisjes	=	dwergpotvis
dwergpotvissen	noun	Kogiidae een familie van walvissen.
dwergpuntje	noun	Punctum pygmaeum een slakkensoort uit de familie van de Punctidae.
dwergpuntjes	=	dwergpuntje
dwergpython	noun	Bothrochilus boa een slang uit de familie pythons (Pythonidae)
dwergpythons	=	dwergpython
dwergpythontje	=	dwergpython
dwergpythontjes	=	dwergpython
dwergratelslangen	noun	een geslacht Sistrurus van slangen uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
dwergrenmuis	noun	Gerbillus amoenus knaagdier uit de familie van de Muridae.
dwergrenmuisje	=	dwergrenmuis
dwergrenmuisjes	=	dwergrenmuis
dwergrenmuizen	=	dwergrenmuis
dwergroest	noun	Puccinia hordei een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae en vrijwel uitsluitend gerst en een aantal grassoorten aantast.
dwergroesten	=	dwergroest
dwergroestje	=	dwergroest
dwergroestjes	=	dwergroest
dwergrotskangoeroe	noun	Petrogale concinna een kangoeroe uit het geslacht der rotskangoeroes (Petrogale).
dwergrotskangoeroes	=	dwergrotskangoeroe
dwergrotskangoeroetje	=	dwergrotskangoeroe
dwergrotskangoeroetjes	=	dwergrotskangoeroe
dwergrugvinkathaai	noun	Eridacnis radcliffei een vissensoort uit de familie van de rugvinkathaaien (Proscylliidae).
dwergrugvinkathaaien	=	dwergrugvinkathaai
dwergrugvinkathaaitje	=	dwergrugvinkathaai
dwergrugvinkathaaitjes	=	dwergrugvinkathaai
dwergrupsvogel	noun	Lalage fimbriata een vogel uit de familie van de rupsvogels uit Zuidoost-Azië
dwergrupsvogels	=	dwergrupsvogel
dwergrupsvogeltje	=	dwergrupsvogel
dwergrupsvogeltjes	=	dwergrupsvogel
dwergrus	noun	Juncus pygmaeus een eenjarige plant uit de russenfamilie (Juncaceae).
dwergrusje	=	dwergrus
dwergrusjes	=	dwergrus
dwergrussen	=	dwergrus
dwergsaffraangors	noun	Sicalis columbiana een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
dwergsaffraangorsje	=	dwergsaffraangors
dwergsaffraangorsjes	=	dwergsaffraangors
dwergsaffraangorzen	=	dwergsaffraangors
dwergschorskever	noun	insect uit de familie Laemophloeidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
dwergschorskevers	noun	Laemophloeidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
dwergschorskevertje	=	dwergschorskever
dwergschorskevertjes	=	dwergschorskever
dwergschubmier	noun	Plagiolepis taurica een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
dwergschubmieren	=	dwergschubmier
dwergschubmiertje	=	dwergschubmier
dwergschubmiertjes	=	dwergschubmier
dwergsiamang	noun	Hylobates klossii behoort tot de superfamilie van de mensapen (Hominoidea) en de familie van de gibbons (Hylobatidae).
dwergsiamangetje	=	dwergsiamang
dwergsiamangetjes	=	dwergsiamang
dwergsiamangs	=	dwergsiamang
dwergsikkelmot	noun	Borkhausenia fuscescens een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
dwergsikkelmotje	=	dwergsikkelmot
dwergsikkelmotjes	=	dwergsikkelmot
dwergsikkelmotten	=	dwergsikkelmot
dwergsirenen	noun	Pseudobranchus een geslacht van salamanders uit de familie sirenen (Sirenidae).
dwergskinken	noun	een geslacht Ablepharus van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae)
dwergslaapmuis	noun	zoogdier uit de familie Platacanthomyidae van knaagdieren uit Zuid- en Zuidoost-Azië met slechts twee levende soorten in twee geslachten.
dwergslaapmuisje	=	dwergslaapmuis
dwergslaapmuisjes	=	dwergslaapmuis
dwergslaapmuizen	noun	Platacanthomyidae een familie van knaagdieren uit Zuid- en Zuidoost-Azië met slechts twee levende soorten in twee geslachten.
dwergslangen	noun	een geslacht Eirenis van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
dwergsleutelbloem	noun	Primula minima een plant uit de sleutelbloemfamilie.
dwergsleutelbloemen	=	dwergsleutelbloem
dwergsleutelbloemetje	=	dwergsleutelbloem
dwergsleutelbloemetjes	=	dwergsleutelbloem
dwergsnavelmos	noun	Rhynchostegiella tenella een mossoort behorend tot de familie Brachytheciaceae.
dwergsnavelmosje	=	dwergsnavelmos
dwergsnavelmosjes	=	dwergsnavelmos
dwergsnavelmossen	=	dwergsnavelmos
dwergspanner	noun	een nachtvlindersoort (vooral uit het geslacht Eupithecia) van de familie van de spanners, de Geometridae
dwergspanners	=	dwergspanner
dwergspannertje	=	dwergspanner
dwergspannertjes	=	dwergspanner
dwergspecht	noun	vogel uit de onderfamilie Picumninae binnen de orde van de spechtvogels en de familie van de spechten.
dwergspechten	noun	Picumninae een onderfamilie binnen de orde van de spechtvogels en de familie van de spechten.
dwergspechtje	=	dwergspecht
dwergspechtjes	=	dwergspecht
dwergsperwer	noun	Accipitridae een roofvogel
dwergsperwers	=	dwergsperwer
dwergsperwertje	=	dwergsperwer
dwergsperwertjes	=	dwergsperwer
dwergspieshert	noun	Mazama chunyi evenhoevige uit de familie van de hertachtigen (Cervidae).
dwergspiesherten	=	dwergspieshert
dwergspieshertje	=	dwergspieshert
dwergspieshertjes	=	dwergspieshert
dwergspitsmuis	noun	Sorex minutus insecteneter in de familie van spitsmuizen
dwergspitsmuisje	=	dwergspitsmuis
dwergspitsmuisjes	=	dwergspitsmuis
dwergspitsmuizen	=	dwergspitsmuis
dwergspookdier	noun	Tarsius pumilus primaat uit de familie van de Tarsius (spookdiertjes).
dwergspookdieren	=	dwergspookdier
dwergspookdiertje	=	dwergspookdier
dwergspookdiertjes	=	dwergspookdier
dwergstaat	noun	zeer kleine staat
dwergstaatje	=	dwergstaat
dwergstaatjes	=	dwergstaat
dwergstaten	=	dwergstaat
dwergstegodont	noun	Stegodon sompoensis slurfdier (orde Proboscidea) uit de familie der Stegodontidae die in het Pleistoceen op het eiland Celebes in Indonesië leefde.
dwergstegodonten	=	dwergstegodont
dwergstegodontje	=	dwergstegodont
dwergstegodontjes	=	dwergstegodont
dwergstekelstaart	noun	Spartonoica maluroides een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
dwergstekelstaarteekhoorn	noun	Anomalurus pusillus knaagdier uit de familie van de stekelstaarteekhoorns (Anomaluridae).
dwergstekelstaarteekhoorns	=	dwergstekelstaarteekhoorn
dwergstekelstaarteekhoorntje	=	dwergstekelstaarteekhoorn
dwergstekelstaarteekhoorntjes	=	dwergstekelstaarteekhoorn
dwergstekelstaarten	=	dwergstekelstaart
dwergstekelstaartje	=	dwergstekelstaart
dwergstekelstaartjes	=	dwergstekelstaart
dwergster	noun	ster die weinig licht uitstraalt
dwergstern	noun	Sternula albifrons een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini)
dwergsternen	=	dwergstern
dwergsterns	=	dwergstern
dwergsterntje	=	dwergstern
dwergsterntjes	=	dwergstern
dwergsterren	=	dwergster
dwergsterretje	=	dwergster
dwergstipspanner	noun	Idaea fuscovenosa een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
dwergstipspanners	=	dwergstipspanner
dwergstipspannertje	=	dwergstipspanner
dwergstipspannertjes	=	dwergstipspanner
dwergstormvogeltje	noun	Hydrobates microsoma een vogel uit de familie der Hydrobatidae (Noordelijke stormvogeltjes).
dwergstormvogeltjes	=	dwergstormvogeltje
dwergtarbot	noun	Phrynorhombus norvegicus een straalvinnige vissensoort uit de familie van tarbotachtigen (Scophthalmidae).
dwergtarbotje	=	dwergtarbot
dwergtarbotjes	=	dwergtarbot
dwergtarbotten	=	dwergtarbot
dwergtarwe	noun	Triticum compactum een tarwesoort met een zeer dicht geschakelde aar, waardoor de tarwekorrels zeer dicht op elkaar zitten.
dwergtarwes	=	dwergtarwe
dwergtinamoe	noun	Taoniscus nanus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
dwergtinamoes	=	dwergtinamoe
dwergtinamoetje	=	dwergtinamoe
dwergtinamoetjes	=	dwergtinamoe
dwergtiran	noun	een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen)
dwergtiranmanakin	noun	Tyranneutes stolzmanni een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
dwergtiranmanakinnetje	=	dwergtiranmanakin
dwergtiranmanakinnetjes	=	dwergtiranmanakin
dwergtiranmanakins	=	dwergtiranmanakin
dwergtirannen	noun	een geslacht Atalotriccus van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae).
dwergtirannetje	=	dwergtiran
dwergtirannetjes	=	dwergtiran
dwergtjiftjaf	noun	Phylloscopus neglectus een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
dwergtjiftjaffen	=	dwergtjiftjaf
dwergtjiftjafje	=	dwergtjiftjaf
dwergtjiftjafjes	=	dwergtjiftjaf
dwergtjiftjafs	=	dwergtjiftjaf
dwergtok	noun	Lophoceros camurus een neushoornvogel die voorkomt in het Afrotropisch gebied
dwergtokje	=	dwergtok
dwergtokjes	=	dwergtok
dwergtokken	=	dwergtok
dwergtong	noun	Buglossidium luteum een straalvinnige vis uit de familie van eigenlijke tongen (Soleidae) en behoort derhalve tot de orde van platvissen (Pleuronectiformes).
dwergtongen	=	dwergtong
dwergtongetje	=	dwergtong
dwergtongetjes	=	dwergtong
dwergtonijn	noun	Euthynnus alletteratus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
dwergtonijnen	noun	een geslacht Euthynnus van vissen in de familie van de makrelen (Scombridae)
dwergtonijntje	=	dwergtonijn
dwergtonijntjes	=	dwergtonijn
dwergtoonhaai	noun	Mustelus minicanis een haai uit de familie van de gladde haaien
dwergtoonhaaien	=	dwergtoonhaai
dwergtoonhaaitje	=	dwergtoonhaai
dwergtoonhaaitjes	=	dwergtoonhaai
dwerguil	noun	Glaucidium passerinum kleine Europese uil met een wippende staart
dwerguilen	noun	een geslacht Glaucidium van vogels uit de familie uilen (Strigidae)
dwerguiltje	=	dwerguil
dwerguiltjes	=	dwerguil
dwergvaalhoed	noun	Hebeloma birrus een zeldzame paddenstoel uit de familie Hymenogastraceae.
dwergvaalhoeden	=	dwergvaalhoed
dwergvaalhoedje	=	dwergvaalhoed
dwergvaalhoedjes	=	dwergvaalhoed
dwergvaraan	noun	Varanus storri een hagedis uit de familie varanen en het subgenus Odatria
dwergvaraantje	=	dwergvaraan
dwergvaraantjes	=	dwergvaraan
dwergvaranen	=	dwergvaraan
dwergvedermos	noun	een soort Fissidens exilis uit het geslacht vedermos (Fissidens).
dwergvedermosje	=	dwergvedermos
dwergvedermosjes	=	dwergvedermos
dwergvedermossen	=	dwergvedermos
dwergvedermot	noun	Adaina microdactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
dwergvedermotje	=	dwergvedermot
dwergvedermotjes	=	dwergvedermot
dwergvedermotten	=	dwergvedermot
dwergvezelkop	noun	Inocybe squarrosa een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
dwergvezelkopje	=	dwergvezelkop
dwergvezelkopjes	=	dwergvezelkop
dwergvezelkoppen	=	dwergvezelkop
dwergvezelkoppie	=	dwergvezelkop
dwergvezelkoppies	=	dwergvezelkop
dwergviltkruid	noun	Filago minima (syn.
dwergviltkruiden	=	dwergviltkruid
dwergviltkruidje	=	dwergviltkruid
dwergviltkruidjes	=	dwergviltkruid
dwergvinvis	noun	Balaenoptera acutorostrata een in zee levend zoogdier dat hoort tot de suborde van baleinwalvissen met een gemiddelde lengte van 7 tot 7,5 meter, met een maximum van 9 tot 11 meter voor vrouwtjes en 9 tot 10 meter voor mannetjes.
dwergvinvisje	=	dwergvinvis
dwergvinvisjes	=	dwergvinvis
dwergvinvissen	=	dwergvinvis
dwergvireo	noun	Vireo nelsoni een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
dwergvireo's	=	dwergvireo
dwergvireootje	=	dwergvireo
dwergvireootjes	=	dwergvireo
dwergvlas	noun	Radiola linoides een eenjarige plant, die behoort tot de vlasfamilie (Linaceae).
dwergvleermuis	noun	benaming voor handvleugeligen uit het geslacht Pipistrellus, vaak gebruikt voor de gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus
dwergvleermuisparkiet	noun	Loriculus pusillus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
dwergvleermuisparkieten	=	dwergvleermuisparkiet
dwergvleermuisparkietje	=	dwergvleermuisparkiet
dwergvleermuisparkietjes	=	dwergvleermuisparkiet
dwergvleermuizen	noun	een geslacht Pipistrellus van vleermuizen uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae).
dwergvliegenpikker	noun	Phyllomyias griseiceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
dwergvliegenpikkers	=	dwergvliegenpikker
dwergvliegenpikkertje	=	dwergvliegenpikker
dwergvliegenpikkertjes	=	dwergvliegenpikker
dwergvliegenvanger	noun	Ficedula hodgsoni een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
dwergvliegenvangers	=	dwergvliegenvanger
dwergvliegenvangertje	=	dwergvliegenvanger
dwergvliegenvangertjes	=	dwergvliegenvanger
dwergvolk	noun	volk bestaande uit kleine mensen
dwergvolken	=	dwergvolk
dwergvolkeren	=	dwergvolk
dwergvolkje	=	dwergvolk
dwergvolkjes	=	dwergvolk
dwergvorkstaart	noun	Enicurus velatus een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers die voorkomt op Sumatra en Java.
dwergvorkstaarten	=	dwergvorkstaart
dwergvorkstaartje	=	dwergvorkstaart
dwergvorkstaartjes	=	dwergvorkstaart
dwergvrouwenmantel	noun	Alchemilla erythropoda een kleine soort vrouwenmantel, een geslacht uit de rozenfamilie (Rosaceae).
dwergvrouwenmantels	=	dwergvrouwenmantel
dwergvrouwenmanteltje	=	dwergvrouwenmantel
dwergvrouwenmanteltjes	=	dwergvrouwenmantel
dwergvuurmier	noun	Wasmannia auropunctata een kleine (ongeveer 1,5 mm groot) mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
dwergvuurmieren	=	dwergvuurmier
dwergvuurmiertje	=	dwergvuurmier
dwergvuurmiertjes	=	dwergvuurmier
dwergwalvis	noun	Caperea marginata de kleinste baleinwalvis.
dwergwalvisje	=	dwergwalvis
dwergwalvisjes	=	dwergwalvis
dwergwalvissen	=	dwergwalvis
dwergwatertor	noun	Hydroporus planus een keversoort uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae).
dwergwatertorren	=	dwergwatertor
dwergwatertorretje	=	dwergwatertor
dwergwatertorretjes	=	dwergwatertor
dwergwerpen	verb	het zo ver mogelijk gooien van een klein mens als wedstrijd
dwergwerpend	=	dwergwerpen
dwergwerpende	=	dwergwerpen
dwergwieltje	noun	Marasmius bulliardii een plaatjeszwam uit de familie Marasmiaceae.
dwergwieltjes	=	dwergwieltje
dwergwolzwever	noun	Phthiria pulicaria een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
dwergwolzwevers	=	dwergwolzwever
dwergwolzwevertje	=	dwergwolzwever
dwergwolzwevertjes	=	dwergwolzwever
dwergwratjesmos	noun	Cololejeunea minutissima een levermossoort uit de familie Lejeuneaceae.
dwergwratjesmosje	=	dwergwratjesmos
dwergwratjesmosjes	=	dwergwratjesmos
dwergwratjesmossen	=	dwergwratjesmos
dwergzaadmier	noun	Tetramorium simillimum een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
dwergzaadmieren	=	dwergzaadmier
dwergzaadmiertje	=	dwergzaadmier
dwergzaadmiertjes	=	dwergzaadmier
dwergzaagstaartkathaai	noun	Galeus schultzi een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
dwergzaagstaartkathaaien	=	dwergzaagstaartkathaai
dwergzaagstaartkathaaitje	=	dwergzaagstaartkathaai
dwergzaagstaartkathaaitjes	=	dwergzaagstaartkathaai
dwergzaagvis	noun	Pristis clavata een zaagvis uit de familie Pristidae.
dwergzaagvisje	=	dwergzaagvis
dwergzaagvisjes	=	dwergzaagvis
dwergzaagvissen	=	dwergzaagvis
dwergzakdrager	noun	Reisseronia tarnierella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
dwergzakdragers	=	dwergzakdrager
dwergzakdragertje	=	dwergzakdrager
dwergzakdragertjes	=	dwergzakdrager
dwergzandbij	noun	Andrena Bij van een geslacht van vliesvleugelige insecten uit de familie Andrenidae
dwergzeebaarzen	noun	een familie Pseudochromidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
dwergzeedonderpad	noun	Micrenophrys lilljeborgii een straalvinnige vissensoort uit de familie van donderpadden (Cottidae).
dwergzeedonderpadden	=	dwergzeedonderpad
dwergzeedonderpadje	=	dwergzeedonderpad
dwergzeedonderpadjes	=	dwergzeedonderpad
dwergzeepkruid	noun	Saponaria pumila een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
dwergzeepkruiden	=	dwergzeepkruid
dwergzeepkruidje	=	dwergzeepkruid
dwergzeepkruidjes	=	dwergzeepkruid
dwergzeeschildpadden	noun	een geslacht Lepidochelys van schildpadden uit de familie zeeschildpadden (Cheloniidae).
dwergzegge	noun	Carex oederi subsp. oederi een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae) en wordt vaak verward met de geelgroene zegge.
dwergzeggen	=	dwergzegge
dwergzeggetje	=	dwergzegge
dwergzeggetjes	=	dwergzegge
dwergzijdeaapje	noun	Cebuella pygmaea een klauwapensoort van het geslacht Cebuella uit Zuid-Amerika
dwergzijdeaapjes	noun	een geslacht Cebuella van zoogdieren uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
dwergzijker	noun	Molgula complanata een zakpijpensoort uit de familie van de Molgulidae.
dwergzijkers	=	dwergzijker
dwergzijkertje	=	dwergzijker
dwergzijkertjes	=	dwergzijker
dwergzonnebaarzen	noun	een familie Elassomatidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
dwergzonneroosje	noun	Fumana procumbens een overblijvende plant, die behoort tot de zonneroosjesfamilie (Cistaceae).
dwergzonneroosjes	=	dwergzonneroosje
dwergzwelghaai	noun	Centrophorus atromarginatus een vis uit de familie van zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
dwergzwelghaaien	=	dwergzwelghaai
dwergzwelghaaitje	=	dwergzwelghaai
dwergzwelghaaitjes	=	dwergzwelghaai
dwergzwijn	noun	Sus salvanius is een zwijnensoort
dwergzwijnen	=	dwergzwijn
dwergzwijntje	=	dwergzwijn
dwergzwijntjes	=	dwergzwijn
dwing	=	dwingen
dwinge	=	dwingen
dwingeland	noun	iemand die op een hinderlijke manier de baas speelt of probeert te spelen
dwingelanden	=	dwingeland
dwingelandij	noun	acties om je eigen zin te willen doordrijven
dwingelandijen	=	dwingelandij
dwingelandijtje	=	dwingelandij
dwingelandijtjes	=	dwingelandij
dwingelandje	=	dwingeland
dwingelandjes	=	dwingeland
dwingen	verb	iemand zonder rekening te houden met zijn wil iets opleggen
dwingend	adj	door dwang en drang
dwingende	=	dwingend
dwingender	=	dwingend
dwingendere	=	dwingend
dwingenders	=	dwingend
dwingendrechtelijk	adj	betrekking hebbend op wettelijke regels waar partijen bij een overeenkomst niet van mogen afwijken, zelfs niet als ze het er allebei over eens zijn
dwingendrechtelijke	=	dwingendrechtelijk
dwingendrechtelijker	=	dwingendrechtelijk
dwingendrechtelijkere	=	dwingendrechtelijk
dwingendrechtelijkers	=	dwingendrechtelijk
dwingendrechtelijks	=	dwingendrechtelijk
dwingendrechtelijkst	=	dwingendrechtelijk
dwingendrechtelijkste	=	dwingendrechtelijk
dwingends	=	dwingend
dwingendst	=	dwingend
dwingendste	=	dwingend
dwinger	noun	iemand die zijn wil oplegt aan een ander
dwingerig	adj	met een houding waardoor het lijkt dat iemand geen keus krijgt
dwingerige	=	dwingerig
dwingeriger	=	dwingerig
dwingerigere	=	dwingerig
dwingerigers	=	dwingerig
dwingerigs	=	dwingerig
dwingerigst	=	dwingerig
dwingerigste	=	dwingerig
dwingers	=	dwinger
dwingertje	=	dwinger
dwingertjes	=	dwinger
dwingt	=	dwingen
dwong	=	dwingen
dwonge	=	dwingen
dwongen	=	dwingen
dwongt	=	dwingen
dx	=	vijfhonderdtien
dxc	=	vijfhonderdnegentig
dxci	=	vijfhonderdeenennegentig
dxcii	=	vijfhonderdtweeënnegentig
dxciii	=	vijfhonderddrieënnegentig
dxciv	=	vijfhonderdvierennegentig
dxcix	=	vijfhonderdnegenennegentig
dxcv	=	vijfhonderdvijfennegentig
dxcvi	=	vijfhonderdzesennegentig
dxcvii	=	vijfhonderdzevenennegentig
dxcviii	=	vijfhonderdachtennegentig
dxi	=	vijfhonderdelf
dxii	=	vijfhonderdtwaalf
dxiii	=	vijfhonderddertien
dxiv	=	vijfhonderdveertien
dxix	=	vijfhonderdnegentien
dxl	=	vijfhonderdveertig
dxli	=	vijfhonderdeenenveertig
dxlii	=	vijfhonderdtweeënveertig
dxliii	=	vijfhonderddrieënveertig
dxliv	=	vijfhonderdvierenveertig
dxlix	=	vijfhonderdnegenenveertig
dxlv	=	vijfhonderdvijfenveertig
dxlvi	=	vijfhonderdzesenveertig
dxlvii	=	vijfhonderdzevenenveertig
dxlviii	=	vijfhonderdachtenveertig
dxv	=	vijfhonderdvijftien
dxvi	=	vijfhonderdzestien
dxvii	=	vijfhonderdzeventien
dxviii	=	vijfhonderdachttien
dxx	=	vijfhonderdtwintig
dxxi	=	vijfhonderdeenentwintig
dxxii	=	vijfhonderdtweeëntwintig
dxxiii	=	vijfhonderddrieëntwintig
dxxiv	=	vijfhonderdvierentwintig
dxxix	=	vijfhonderdnegenentwintig
dxxv	=	vijfhonderdvijfentwintig
dxxvi	=	vijfhonderdzesentwintig
dxxvii	=	vijfhonderdzevenentwintig
dxxviii	=	vijfhonderdachtentwintig
dxxx	=	vijfhonderddertig
dxxxi	=	vijfhonderdeenendertig
dxxxii	=	vijfhonderdtweeëndertig
dxxxiii	=	vijfhonderddrieëndertig
dxxxiv	=	vijfhonderdvierendertig
dxxxix	=	vijfhonderdnegenendertig
dxxxv	=	vijfhonderdvijfendertig
dxxxvi	=	vijfhonderdzesendertig
dxxxvii	=	vijfhonderdzevenendertig
dxxxviii	=	vijfhonderdachtendertig
dyade	noun	twee zaken of personen die bij elkaar horen
dyades	=	dyade
dyadisch	adj	met betrekking tot een dyade
dyadische	=	dyadisch
dyadischer	=	dyadisch
dyadischere	=	dyadisch
dyadischers	=	dyadisch
dyas	noun	naam in Midden-Europa voor gesteenten uit het perm, van 302 tot 251 miljoen jaar geleden
dyaulmonarch	noun	Myiagra cervinicolor een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
dyaulmonarchen	=	dyaulmonarch
dyaulmonarchje	=	dyaulmonarch
dyaulmonarchjes	=	dyaulmonarch
dybowskihert	noun	Cervus nippon mantchuricus Het Dybowskihert (Cervus nippon mantchuricus; syn.
dybowskiherten	=	dybowskihert
dybowskihertje	=	dybowskihert
dybowskihertjes	=	dybowskihert
dynamica	noun	leer van de bewegingsverschijnselen
dynamiek	noun	bewogenheid, vaart
dynamieken	=	dynamiek
dynamiet	noun	springstof waarin nitroglycerine door een poreuze stof (infusoriënaarde) wordt vastgehouden
dynamisch	adj	de dynamica betreffend
dynamische	=	dynamisch
dynamischer	=	dynamisch
dynamischere	=	dynamisch
dynamischers	=	dynamisch
dynamischt	=	dynamisch
dynamischte	=	dynamisch
dynamiseer	=	dynamiseren
dynamiseerde	=	dynamiseren
dynamiseerden	=	dynamiseren
dynamiseert	=	dynamiseren
dynamisere	=	dynamiseren
dynamiseren	verb	levendiger maken, in beweging brengen
dynamiserend	=	dynamiseren
dynamiserende	=	dynamiseren
dynamisering	noun	het (weer) in beweging krijgen van iets, het (weer) levendiger maken van iets
dynamiseringen	=	dynamisering
dynamisme	noun	wijsgerig stelsel volgens welk de essentie van de stof in kracht of vermogen bestaat
dynamiteer	=	dynamiteren
dynamiteerde	=	dynamiteren
dynamiteerden	=	dynamiteren
dynamiteert	=	dynamiteren
dynamitere	=	dynamiteren
dynamiteren	verb	met explosieven vernietigen
dynamiterend	=	dynamiteren
dynamiterende	=	dynamiteren
dynamo	noun	een machine die mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omzet in elektrische energie
dynamo's	=	dynamo
dynamometer	noun	meetinstrument om het arbeidsvermogen van een machine te bepalen
dynamometers	=	dynamometer
dynamometertje	=	dynamometer
dynamometertjes	=	dynamometer
dynamootje	=	dynamo
dynamootjes	=	dynamo
dynamotor	noun	machine waarin generator (dynamo) en motor zijn gecombineerd
dynamotoren	=	dynamotor
dynamotors	=	dynamotor
dynamotortje	=	dynamotor
dynamotortjes	=	dynamotor
dynast	noun	heerser
dynasten	=	dynast
dynastie	noun	uitgebreide familie, inclusief aangetrouwde familie, die over twee of meer generaties invloed of macht heeft uitgeoefend, meestal in een land
dynastiek	adj	betrekking hebbend op een erfelijke heerser
dynastieke	=	dynastiek
dynastieker	=	dynastiek
dynastiekere	=	dynastiek
dynastiekers	=	dynastiek
dynastieks	=	dynastiek
dynastiekst	=	dynastiek
dynastiekste	=	dynastiek
dynastietje	=	dynastie
dynastieën	=	dynastie
dyne	noun	eenheid van kracht in het C(entimeter)-G(ram)-S(econde)-eenhedenstelsel, gedefinieerd als de kracht die aan een massa van één gram een versnelling geeft van één cm per seconde kwadraat
dynes	=	dyne
dynode	noun	is een van een reeks elektroden in een fotomultiplicator (PMT) die zich tussen de kathode en de anode bevinden
dyogo	noun	bierfles met een inhoud van 1 liter
dyogo's	=	dyogo
dyogofles	noun	bierfles met een inhoud van 1 liter
dyogoflessen	=	dyogofles
dyompofutu	noun	Surinaams kinderspel
dysartrie	noun	spraakstoornis die betrekking heeft op de articulatie van de gesproken taal
dyscalculie	noun	een leerstoornis op het gebied van rekenen
dyscalculisch	adj	niet in staat om goed te kunnen rekenen of met getallen te kunnen omgaan
dyscalculische	=	dyscalculisch
dyscalculischer	=	dyscalculisch
dyscalculischere	=	dyscalculisch
dyscalculischers	=	dyscalculisch
dyscrasie	noun	gestoorde gezondheid
dyscratisch	adj	met betrekking tot dyscrasie
dyscratische	=	dyscratisch
dysenterie	noun	besmettelijke darmontsteking, buikloop met bloedontlasting (bloeddiarree)
dysenterieën	=	dysenterie
dysergie	noun	verstoorde werking van organen
dysfagie	noun	slikstoornis
dysfagieën	=	dysfagie
dysfasie	noun	een ontwikkelingsstoornis bij kinderen, waarbij het kind meer begrijpt van wat anderen zeggen dan het zelf kan zeggen, zonder dat er sprake is van verstandelijke handicap of emotionele stoornis
dysfemisme	noun	het vervangen van een woord of uitdrukking door een grover, vulgairder of beledigender alternatief met verder identieke betekenis, veelal met als doel te shockeren of veel indruk te maken
dysfemismen	=	dysfemisme
dysfemismetje	=	dysfemisme
dysfemismetjes	=	dysfemisme
dysfonie	noun	stoornis in de stemvorming
dysfonietje	=	dysfonie
dysfonietjes	=	dysfonie
dysforie	noun	sombere stemming, somber gevoel
dysforieën	=	dysforie
dysfunctie	noun	gestoorde werking
dysgenesie	noun	gebrekkige aanleg of ontwikkeling
dysgeusie	noun	een smaakstoornis
dysgnosie	noun	defect in het denkvermogen
dysgnosietje	=	dysgnosie
dysgnosietjes	=	dysgnosie
dysgrammatisch	adj	betrekking hebbend op een taalontwikkelingsstoornis waarbij het vermogen om correcte zinnen te vormen is aangetast.
dysgrammatische	=	dysgrammatisch
dysgrammatischer	=	dysgrammatisch
dysgrammatischere	=	dysgrammatisch
dysgrammatischers	=	dysgrammatisch
dyskinesie	noun	bewegingsstoornis
dyskinesieën	=	dyskinesie
dyslect	noun	iemand die veel moeite heeft met het (leren) lezen en spellen
dyslecten	=	dyslect
dyslectici	=	dyslecticus
dyslecticus	noun	iemand die woordblindheid of dyslexie heeft
dyslectisch	adj	woordblind
dyslectische	=	dyslectisch
dyslectischer	=	dyslectisch
dyslectischere	=	dyslectisch
dyslectischers	=	dyslectisch
dyslexie	noun	het onvermogen om woorden, waarvan men wel de letters ziet, in hun betekenis te vatten
dyslexieonderzoek	noun	onderzoek naar het verschijnsel dyslexie
dyslexieonderzoeken	=	dyslexieonderzoek
dyslexieverklaring	noun	een officieel document, afgegeven door een bevoegde psycholoog of orthopedagoog, dat bevestigt dat uit onderzoek is gebleken dat er sprake is van de officiële diagnose dyslexie.
dyslexieverklaringen	=	dyslexieverklaring
dyslexieverklarinkje	=	dyslexieverklaring
dyslexieverklarinkjes	=	dyslexieverklaring
dysmature	=	dysmatuur
dysmatuur	adj	een verminderde groei vertonend in de baarmoeder
dysmatuurder	=	dysmatuur
dysmatuurdere	=	dysmatuur
dysmatuurders	=	dysmatuur
dysmatuurs	=	dysmatuur
dysmatuurst	=	dysmatuur
dysmatuurste	=	dysmatuur
dysmelie	noun	niet-harmoniërende verbinding van zinsdelen of woordfuncties
dysmelietje	=	dysmelie
dysmelietjes	=	dysmelie
dysmelieën	=	dysmelie
dysmennorroe	noun	pijnlijke maandstonden (menstruatie)
dysmenorroe	noun	pijn voor en tijdens de menstruatie
dysmetrie	noun	onvermogen om afstanden te schatten
dysmorfie	noun	misvorming
dysmorfietje	=	dysmorfie
dysmorfietjes	=	dysmorfie
dysmorfieën	=	dysmorfie
dysorthografie	noun	niet goed kunnen spellen bij iemand met een normale intelligentie en schoolopleiding
dyspareunie	noun	paringspijn, pijn bij het vrijen
dyspepsie	noun	gestoorde spijsvertering
dyspepsieën	=	dyspepsie
dyspeptisch	adj	de dyspepsie betreffend
dyspeptische	=	dyspeptisch
dysplasie	noun	ongewone ontwikkeling, misvorming, abnormale vorming en groei van weefsel
dysplasieën	=	dysplasie
dyspneu	noun	bemoeilijkte ademhaling
dyspnoe	=	dyspneu
dyspraxie	noun	ontwikkelingsstoornis, bij het correct verwerken van informatie door de hersenen, die leidt tot problemen bij het plannen en coördineren van motorische handelingen
dyspraxieën	=	dyspraxie
dysprosium	noun	scheikundig element met symbool Dy en atoomnummer 66. Het is een zilvergrijs lanthanide
dysprosiumatomen	=	dysprosiumatoom
dysprosiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element dysprosium.
dysprosiumatoompje	=	dysprosiumatoom
dysprosiumatoompjes	=	dysprosiumatoom
dysteleologie	noun	filosofie leer van de ondoelmatigheid, niet-doelgerichtheid (zo genoemd door Haeckel, 1834-1919)
dystheïsme	noun	de theologische positie dat er een god is, en dat deze de auteur is van het kwaad
dysthym	adj	met betrekking tot dysthymie
dysthyme	=	dysthym
dysthymie	noun	een minimaal twee jaar durende lichte vorm van depressie die zich kenmerkt door een gebrek aan plezier en genoegen in het leven
dysthyms	=	dysthym
dystonie	noun	stoornis in de spierspanning
dystonieën	=	dystonie
dystopie	noun	samenleving met louter negatieve eigenschappen waarin men beslist niet zou willen leven
dystopietje	=	dystopie
dystopietjes	=	dystopie
dystopieën	=	dystopie
dystopisch	adj	met de eigenschappen van een dystopie: negatief utopisch
dystopische	=	dystopisch
dystopischer	=	dystopisch
dystopischere	=	dystopisch
dystopischers	=	dystopisch
dystopischt	=	dystopisch
dystopischte	=	dystopisch
dystrofie	noun	voedingsstoornis, groeistoornis van organen, degeneratie van organen, cellen, weefsels
dystrofieën	=	dystrofie
dystrofine	noun	eiwit in spiercellen dat ontbreekt bij patiënten met de ziekte van Duchenne
dystrofisch	adj	in slechte conditie verkerend door voedingsstoornis
dystrofische	=	dystrofisch
dystrofischer	=	dystrofisch
dystrofischere	=	dystrofisch
dystrofischers	=	dystrofisch
dysurie	noun	moeite met de urinelozing
dyugudyugu	noun	gedoe, onrust, reuring, drukte
dyugudyugu's	=	dyugudyugu
dyul	noun	Surinaams kinderspel
dyzig	=	dijzig
dzekshim	noun	legering uit zeven en meer metalen (waaronder koper) die in Tibet wordt gebruikt voor het gieten van standbeelden, klokken en rituele voorwerpen
dé	article	bij uitstek de, schrijfwijze voor de wanneer dit met veel nadruk wordt uitgesproken
débouché	noun	afzetgebied
débouchés	=	débouché
décharge	noun	het ontlasten van een persoon van een bepaalde verantwoordelijkheid, zijnde een takenpakket, functie, ambt of verplichtingen.
décharges	=	décharge
déchéance	=	decheance
dédain	=	dedain
défaitisme	=	defaitisme
défaitist	=	defaitist
défaitiste	=	defaitist
défaitistisch	=	defaitistisch
dégénéreetje	=	dégénéré
dégénéreetjes	=	dégénéré
dégénéré	noun	gedegenereerd persoon
dégénérée	noun	vrouwelijke vorm van dégénéré
dégénérées	=	dégénérée
dégénéréetje	=	dégénérée
dégénéréetjes	=	dégénérée
dégénérés	=	dégénéré
déjà-vugevoel	noun	het gevoel dat men de huidige omstandigheden al eens eerder beleefd heeft
déjà-vugevoelens	=	déjà-vugevoel
délégueetje	=	délégué
délégueetjes	=	délégué
délégué	noun	afgevaardigde, gedelegeerde
déléguée	noun	vrouwelijke vorm van délégué
déléguées	=	déléguée
déléguéetje	=	déléguée
déléguéetjes	=	déléguée
délégués	=	délégué
dépositaire	noun	aan wie men in bewaring geeft
dépositaires	=	dépositaire
dérailleur	=	derailleur
dóén	verb	doen (als dit in de zin bijzondere nadruk krijgt om de tegenstelling met een ander zinsdeel of een eerdere uitspraak aan te geven)	intj	aanvaard het aanbod, pak de kans (stellige aanbeveling om een mogelijkheid te benutten)
dóórbakken	=	doorbakken
dóórboren	=	doorboren
dóórbreken	=	doorbreken
dóórdenken	=	doordenken
dóórdringen	=	doordringen
dóórgaan	=	doorgaan
dóórkijken	=	doorkijken
dóórklieven	=	doorklieven
dóórkoken	=	doorkoken
dóórleven	=	doorleven
dóórploegen	=	doorploegen
dóórpluizen	=	doorpluizen
dóórregenen	=	doorregenen
dóórrijgen	=	doorrijgen
dóórroken	=	doorroken
dóórsijpelen	=	doorsijpelen
dóórstrepen	=	doorstrepen
dóórstromen	=	doorstromen
dóórtasten	=	doortasten
dóórwoelen	=	doorwoelen
dóórzagen	=	doorzagen
dóórzien	=	doorzien
dóórzwemmen	=	doorzwemmen
döner	noun	schapen-, rund-, lams- of kalfsvlees dat geroosterd wordt door het rond te draaien aan een verticaal bevestigde spies
döners	=	döner
dürüm	noun	het serveren van een maaltijd met deeg
e	noun	de vijfde letter van het alfabet
e's	=	e
e'tje	=	e
e'tjes	=	e
e-bakfiets	noun	bakfiets die wordt aangedreven door een elektrische motor
e-bakfietsen	=	e-bakfiets
e-banking	noun	het elektronisch bankieren
e-bike	noun	een fiets met een elektrische motor
e-bikeje	=	e-bike
e-bikejes	=	e-bike
e-bikes	=	e-bike
e-boek	noun	digitaal bestand van een boek dat op een scherm van een e-reader, tablet, smartphone of computer wordt gelezen
e-boeken	=	e-boek
e-boekje	=	e-boek
e-boekjes	=	e-boek
e-book	noun	digitaal bestand van een boek dat op een scherm van een e-reader, tablet, smartphone of computer wordt gelezen
e-books	=	e-book
e-bromfiets	noun	bromfiets met een elektrische motor met een vermogen van 4 kW of minder en een maximumsnelheid van minder van 45 km per uur
e-bromfietsen	=	e-bromfiets
e-bromfietsje	=	e-bromfiets
e-bromfietsjes	=	e-bromfiets
e-brommer	noun	bromfiets met een elektrische motor van maximaal 4 kW en een maximale snelheid van 45 km per uur
e-brommers	=	e-brommer
e-brommobiel	noun	elektrische auto met een maximumsnelheid van 45 km per uur
e-brommobielen	=	e-brommobiel
e-brommobieltje	=	e-brommobiel
e-brommobieltjes	=	e-brommobiel
e-business	noun	handel via elektronische weg, met name internet
e-businessconsultant	noun	consultant voor e-business
e-businessconsultants	=	e-businessconsultant
e-card	noun	elektronische wenskaart die wordt verzonden via internet
e-cards	=	e-card
e-cash	noun	elektronisch betaalmiddel voor internet
e-commerce	noun	handel via elektronische weg, met name internet
e-culturen	=	e-cultuur
e-cultuur	noun	subvorm van cultuur zoals die voortkomt uit het gebruik van ICT en digitale media
e-cultuurtje	=	e-cultuur
e-cultuurtjes	=	e-cultuur
e-deelbakfiets	noun	bakfiets met elektromotor die door meerdere mensen geleend of gehuurd kan worden
e-deelbakfietsen	=	e-deelbakfiets
e-fiets	noun	fiets met een elktrische hulpmotor
e-fietsen	=	e-fiets
e-fietsje	=	e-fiets
e-fietsjes	=	e-fiets
e-fuel	noun	synthetsiche brandstof voor voertuigen met een benzine- of dieselmotor
e-fuels	=	e-fuel
e-governance	noun	het besturen of beheren van een land / staat of organisatie, met behulp van informatie- en communicatietechnologie
e-government	noun	het gebruik van informatie- en communicatietechnologie door de overheid om informatie en diensten aan burgers, bedrijven etc. ter beschikking te stellen
e-governments	=	e-government
e-groot	noun	het akkoord e - gis - b, de grote drieklank op de eerste trap van de E-grotetertstoonladder
e-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de E-grotetertstoonladder
e-grootakkoorden	=	e-grootakkoord
e-grootakkoordje	=	e-grootakkoord
e-grootakkoordjes	=	e-grootakkoord
e-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "e" als grondtoon
e-grotetertstoonaarden	=	e-grotetertstoonaard
e-grotetertstoonaardje	=	e-grotetertstoonaard
e-grotetertstoonaardjes	=	e-grotetertstoonaard
e-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met "e" als grondtoon
e-grotetertstoonladders	=	e-grotetertstoonladder
e-grotetertstoonladdertje	=	e-grotetertstoonladder
e-grotetertstoonladdertjes	=	e-grotetertstoonladder
e-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met "e" als grondtoon
e-grotetertstoonschaaltje	=	e-grotetertstoonschaal
e-grotetertstoonschaaltjes	=	e-grotetertstoonschaal
e-grotetertstoonschalen	=	e-grotetertstoonschaal
e-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met "e" als grondtoon
e-grotetertstoonsoorten	=	e-grotetertstoonsoort
e-grotetertstoonsoortje	=	e-grotetertstoonsoort
e-grotetertstoonsoortjes	=	e-grotetertstoonsoort
e-handel	noun	handel via elektronische weg, met name internet
e-handtekening	noun	digitaal waarmerk waarmee kan worden vastgesteld dat een document of transactie echt van een bepaald afkomstig is
e-handtekeningen	=	e-handtekening
e-health	noun	internettoepassing die men gebruikt in de medische zorg
e-huurbakfiets	noun	bakfiets met elektromotor die gehuurd kan worden
e-huurbakfietsen	=	e-huurbakfiets
e-id	noun	elektronisch identiteitsbewijs in de vorm van een pasje met een chip
e-id's	=	e-id
e-kaart	noun	felicitatie die men iemand naar iemand stuurt via het internet
e-kaarten	=	e-kaart
e-kaartje	=	e-kaart
e-kaartjes	=	e-kaart
e-keur	noun	merkteken voor de typegoedkeuring van een auto-onderdeel
e-keuren	=	e-keur
e-kleding	noun	als onderdeel van de 'e-girl/e-boy' subcultuur (online mode)
e-klein	noun	het akkoord e - g - b, de kleine drieklank op de eerste trap van de e-kleinetertstoonladder
e-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de e-kleinetertstoonladder
e-kleinakkoorden	=	e-kleinakkoord
e-kleinakkoordje	=	e-kleinakkoord
e-kleinakkoordjes	=	e-kleinakkoord
e-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “e” als grondtoon
e-kleinetertstoonaarden	=	e-kleinetertstoonaard
e-kleinetertstoonaardje	=	e-kleinetertstoonaard
e-kleinetertstoonaardjes	=	e-kleinetertstoonaard
e-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “e” als grondtoon
e-kleinetertstoonladders	=	e-kleinetertstoonladder
e-kleinetertstoonladdertje	=	e-kleinetertstoonladder
e-kleinetertstoonladdertjes	=	e-kleinetertstoonladder
e-kleinetertstoonschaal	noun	een mineurtoonladder met “e” als grondtoon
e-kleinetertstoonschaaltje	=	e-kleinetertstoonschaal
e-kleinetertstoonschaaltjes	=	e-kleinetertstoonschaal
e-kleinetertstoonschalen	=	e-kleinetertstoonschaal
e-krant	noun	dagblad of tijdschrift met edities die op internet of e-reader verschijnen
e-kranten	=	e-krant
e-learning	noun	onderwijs via het internet
e-loket	noun	mogelijkheid om contact te maken met een (officiële) instantie via het internet
e-loketten	=	e-loket
e-mail	noun	systeem voor het verzenden van berichten via een computernetwerk
e-mailaccount	noun	inschrijving bij een e-mailprovider zodat men elektronische post kan ontvangen en versturen
e-mailaccounts	=	e-mailaccount
e-mailactie	noun	een marketingcampagne om ontvangers tot actie aan te zetten, een automatische e-mail die getriggerd wordt door een gebeurtenis
e-mailacties	=	e-mailactie
e-mailactietje	=	e-mailactie
e-mailactietjes	=	e-mailactie
e-mailadres	noun	adres voor het ontvangen en verzenden van e-mail (digitaal, elektronisch postverkeer), bestaande uit een combinatie van gebruikersnaam en domeinnaam, die door het at-sign (apenstaartje) gescheiden worden
e-mailadresje	=	e-mailadres
e-mailadresjes	=	e-mailadres
e-mailadressen	=	e-mailadres
e-mailbericht	noun	mededeling die men via de elektronische post verstuurt
e-mailberichten	=	e-mailbericht
e-mailberichtje	=	e-mailbericht
e-mailberichtjes	=	e-mailbericht
e-mailbevestiging	noun	digitaal bericht dat dient als bewijs of controle
e-mailbevestigingen	=	e-mailbevestiging
e-mailbevestigingetje	=	e-mailbevestiging
e-mailbevestigingetjes	=	e-mailbevestiging
e-mailcontact	noun	communicatie met behulp van elektronische post
e-mailcontacten	=	e-mailcontact
e-mailde	=	e-mailen
e-mailden	=	e-mailen
e-maile	=	e-mailen
e-mailen	verb	per e-mail verzenden
e-mailend	=	e-mailen
e-mailende	=	e-mailen
e-mailing	noun	elektronisch bericht dat men naar alle contacten stuurt die op een mailinglijst staan
e-mailings	=	e-mailing
e-mailmarketing	noun	een vorm van direct marketing die e-mail gebruikt om commerciële of fondsenwervende boodschappen naar een doelgroep te sturen
e-mails	=	e-mail
e-mailsysteem	noun	een systematiek om e-mails te versturen, of de verzorging hiervan te regelen
e-mailsysteempje	=	e-mailsysteem
e-mailsysteempjes	=	e-mailsysteem
e-mailsystemen	=	e-mailsysteem
e-mailt	=	e-mailen
e-mailtje	=	e-mail
e-mailtjes	=	e-mail
e-mailverkeer	noun	de stroom van alle e-mailberichten die verstuurd worden
e-mailvirus	noun	een computervirus dat verspreid wordt via een e-mail
e-mailvirussen	=	e-mailvirus
e-mailwisseling	noun	het heen en weer sturen van e-mailberichten tussen twee of meer personen.
e-mailwisselingen	=	e-mailwisseling
e-mailwisselingetje	=	e-mailwisseling
e-mailwisselingetjes	=	e-mailwisseling
e-majeur	noun	het akkoord e - gis - b, de grote drieklank op de eerste trap van de E-grotetertstoonladder
e-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de E-grotetertstoonladder
e-majeurakkoorden	=	e-majeurakkoord
e-majeurakkoordje	=	e-majeurakkoord
e-majeurakkoordjes	=	e-majeurakkoord
e-majeursextakkoord	noun	een in de populaire muziek gebruikelijk akkoord; het wordt gevormd door het E-majeurakkoord plus de grote sext
e-majeursextakkoorden	=	e-majeursextakkoord
e-majeursextakkoordje	=	e-majeursextakkoord
e-majeursextakkoordjes	=	e-majeursextakkoord
e-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “e” als grondtoon
e-majeurtoonaarden	=	e-majeurtoonaard
e-majeurtoonaardje	=	e-majeurtoonaard
e-majeurtoonaardjes	=	e-majeurtoonaard
e-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "e" als grondtoon
e-majeurtoonladders	=	e-majeurtoonladder
e-majeurtoonladdertje	=	e-majeurtoonladder
e-majeurtoonladdertjes	=	e-majeurtoonladder
e-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "e" als grondtoon
e-majeurtoonschaaltje	=	e-majeurtoonschaal
e-majeurtoonschaaltjes	=	e-majeurtoonschaal
e-majeurtoonschalen	=	e-majeurtoonschaal
e-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met "e" als grondtoon
e-majeurtoonsoorten	=	e-majeurtoonsoort
e-majeurtoonsoortje	=	e-majeurtoonsoort
e-majeurtoonsoortjes	=	e-majeurtoonsoort
e-mineur	noun	het akkoord e - g - b, de kleine drieklank op de eerste trap van de e-kleinetertstoonladder
e-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de e-kleinetertstoonladder
e-mineurakkoorden	=	e-mineurakkoord
e-mineurakkoordje	=	e-mineurakkoord
e-mineurakkoordjes	=	e-mineurakkoord
e-mineursextakkoord	noun	in de populaire muziek gebruikelijke sextakkoord dat wordt gevormd door het mineurakkoord plus een grote sext, tonen: e - g - b - cis
e-mineursextakkoorden	=	e-mineursextakkoord
e-mineursextakkoordje	=	e-mineursextakkoord
e-mineursextakkoordjes	=	e-mineursextakkoord
e-mineurtoonaard	noun	een kleinetertstoonladder met “e” als grondtoon
e-mineurtoonaarden	=	e-mineurtoonaard
e-mineurtoonaardje	=	e-mineurtoonaard
e-mineurtoonaardjes	=	e-mineurtoonaard
e-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “e” als grondtoon
e-mineurtoonladders	=	e-mineurtoonladder
e-mineurtoonladdertje	=	e-mineurtoonladder
e-mineurtoonladdertjes	=	e-mineurtoonladder
e-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “e” als grondtoon
e-mineurtoonschaaltje	=	e-mineurtoonschaal
e-mineurtoonschaaltjes	=	e-mineurtoonschaal
e-mineurtoonschalen	=	e-mineurtoonschaal
e-motor	noun	elektrische motorfiets
e-motoren	=	e-motor
e-motorfiets	noun	motorfiets met een elektrische aandrijving
e-motorfietsen	=	e-motorfiets
e-motors	=	e-motor
e-motorscooter	noun	scooter met een elektrische motor die niet krachtiger is dan 4 kW en niet sneller kan gaan dan 45 km per uur
e-motorscooters	=	e-motorscooter
e-motorscootertje	=	e-motorscooter
e-motorscootertjes	=	e-motorscooter
e-nummer	noun	van de Europese Unie afkomstige code waarmee additieven in voedingsmiddelen worden aangeduid
e-nummers	=	e-nummer
e-nummertje	=	e-nummer
e-nummertjes	=	e-nummer
e-peritief	noun	bijeenkomst via een beeldverbinding waarbij de deelnemers een drankje nuttigen
e-peritiefde	=	e-peritieven
e-peritiefden	=	e-peritieven
e-peritiefje	=	e-peritief
e-peritiefjes	=	e-peritief
e-peritieft	=	e-peritieven
e-peritieve	=	e-peritieven
e-peritieven	verb	deelnemen aan een virtuele borrel, deelnemen aan een beeldborrel
e-peritievend	=	e-peritieven
e-peritievende	=	e-peritieven
e-peuk	noun	een elektronische inhalator die het roken van tabak simuleert
e-peuken	=	e-peuk
e-pion	noun	een pion op de lijn die "e" genoemd wordt
e-pionnen	=	e-pion
e-pionnetje	=	e-pion
e-pionnetjes	=	e-pion
e-post	noun	e-mail
e-reader	noun	apparaat waarmee men elektronische uitgaven kan lezen met behulp van een e-ink scherm
e-readers	=	e-reader
e-reading	noun	lezen op een e-reader (een draagbaar, elektronisch apparaat dat speciaal is ontworpen voor het lezen van digitale boeken, tijdschriften en documenten (e-books).
e-rechtbank	noun	adviesorgaan dat relatief goedkoop en snel een oordeel velt over een bepaalde, eenvoudige civiele zaak
e-rechtbanken	=	e-rechtbank
e-rijder	noun	bestuurder van een voertuig met een elektrische aandrijving
e-rijders	=	e-rijder
e-rijdertje	=	e-rijder
e-rijdertjes	=	e-rijder
e-roke	=	e-roken
e-roken	verb	gebruiken van een e-sigaret
e-rokend	=	e-roken
e-rokende	=	e-roken
e-rook	=	e-roken
e-rookt	=	e-roken
e-rookte	=	e-roken
e-rookten	=	e-roken
e-scooter	noun	scooter met een elektromotor
e-scooters	=	e-scooter
e-shop	noun	website via welke men producten kan kopen
e-shops	=	e-shop
e-sigaret	noun	een elektronische inhalator die het roken van tabak simuleert
e-sigaretje	=	e-sigaret
e-sigaretjes	=	e-sigaret
e-sigaretten	=	e-sigaret
e-snorfiets	noun	vervoermiddel dat volledig door een elektrische motor wordt aangedreven en een maximumsnelheid heeft van 25 kilometer per uur
e-snorfietsen	=	e-snorfiets
e-snorfietsje	=	e-snorfiets
e-snorfietsjes	=	e-snorfiets
e-step	noun	elektrisch aangedreven step
e-steppen	verb	zich op een e-step voortbewegen
e-steppende	=	e-steppen
e-steps	=	e-step
e-ticket	noun	een elektronisch ticket dat wordt verzonden via internet
e-tickets	=	e-ticket
e-toonladder	noun	een grotetertstoonladder met e als grondtoon
e-toonladders	=	e-toonladder
e-toonladdertje	=	e-toonladder
e-toonladdertjes	=	e-toonladder
e-tox	=	e-toxen
e-toxe	=	e-toxen
e-toxen	verb	afkicken van een e-mailverslaving
e-toxend	=	e-toxen
e-toxende	=	e-toxen
e-toxt	=	e-toxen
e-toxte	=	e-toxen
e-toxten	=	e-toxen
e-vakantie	noun	periode dat men 'vrijaf' neemt van sociale media en e-mailverkeer
e-vakanties	=	e-vakantie
e-wagen	noun	auto die wort aangedreven door een elektromotor
e-wagens	=	e-wagen
e-wagentje	=	e-wagen
e-wagentjes	=	e-wagen
e-waste	noun	afval bestaande uit elektronische apparatuur
e-woord	noun|informal	het woord excuus dat men als een taboewoord beschouwd
e-woorden	=	e-woord
e-zine	noun	op internet gepubliceerd of per e-mail verzonden tijdschrift
e-zines	=	e-zine
ea	=	tweehonderdvierendertig
earlyaccessprogramma	noun	programma waarbij mensen in een vroegtijdig stadium al gebruik kunnen maken van een nog niet uitontwikkeld product
earlyaccessprogramma's	=	earlyaccessprogramma
earlyaccessstudie	noun	onderzoek naar de werking van een behandeling voordat deze behandeling regulier wordt toegepast
earlyaccessstudies	=	earlyaccessstudie
easy	adj	niet moeilijk, waar weinig moeite en inspanning voor vereist is
eau-de-colognefles	noun	een fles waarin een reukwater, zoals eau de cologne, bewaard wordt
eau-de-cologneflesje	=	eau-de-colognefles
eau-de-cologneflesjes	=	eau-de-colognefles
eau-de-cologneflessen	=	eau-de-colognefles
eau-de-colognegeur	noun	zeer frisse, licht zoete reuk
eau-de-colognegeuren	=	eau-de-colognegeur
eb	noun	een getijde waarbij het water van de zee zakt, in tegenstelling tot vloed, waarbij het water stijgt
eba	noun	Begië: afkorting eenmansvennootschap met beperkte aansprakelijkheid
eba's	=	eba
ebbe	noun	eb
ebben	verb	geleidelijk wegvloeien, met name onder invloed van de getijden	noun	het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot één uit een aantal tropische soorten uit het geslacht Diospyros (familie Ebenaceae)
ebbend	=	ebben
ebbende	=	ebben
ebbendwerghoningeter	noun	Myzomela pammelaena een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
ebbendwerghoningeters	=	ebbendwerghoningeter
ebbendwerghoningetertje	=	ebbendwerghoningeter
ebbendwerghoningetertjes	=	ebbendwerghoningeter
ebbenhout	noun	het zwarte en zware hout van een ebbenboom, behorende tot een aantal tropische soorten uit het geslacht Diospyros (familie Ebenaceae)
ebbenhouten	adj	gemaakt van zwart gekleurd hardhout
ebbes	=	ebbe
ebbetje	=	ebbe
ebde	=	ebben
ebden	=	ebben
ebdeur	noun	een sluisdeur die bij eb het binnenwater tegenhoudt, komt meestal voor als puntdeur in combinatie met een vloeddeur
ebdeuren	=	ebdeur
ebdeurtje	=	ebdeur
ebdeurtjes	=	ebdeur
ebenist	noun	iemand die luxe meubelen maakt (van ebbenhout)
ebenisten	=	ebenist
ebi	noun	gevangenis met zware bewaking voor uitzonderlijk gevaarlijke criminelen
ebi's	=	ebi
ebit	noun	inkomsten van een onderneming voor aftrek van rente en belasting; genormaliseerde bedrijfswinst
ebita	noun	winst voor aftrek van renten, belastingen en afschrijvingen van immateriële activa
ebitda	noun	inkomsten voor aftrek van rente, belastingen, afschrijvingen op activa en afschrijvingen op leningen en goodwill
ebn	noun	Energie Beheer Nederland bedrijf dat betrokken is bij het opsporen, winnen en opslaan van aardgas en aardolie
ebo	noun	eenvoudig beroepsonderwijs in Suriname
ebola	noun	zeer besmettelijke, tropische virusziekte die met inwendige bloedingen gepaard gaat.
ebolabed	noun	ziekenkamer die speciaal geschikt is voor de behandeling van patiënten met zeer ernstige en besmettelijke aandoeningen
ebolabedden	=	ebolabed
ebolavirus	noun	benaming voor het geslacht Ebolavirus uit de familie van de filovirussen Filoviridae, dat de dodelijke ziekte ebola veroorzaakt
ebolavirusje	=	ebolavirus
ebolavirusjes	=	ebolavirus
ebolavirussen	=	ebolavirus
eboniet	noun	hard gevulkaniseerd rubber, zwart van kleur
ebonietje	=	eboniet
ebonietjes	=	eboniet
ebstand	noun	de laagste stand van een water dat onderhevig is aan eb en vloed
ebstanden	=	ebstand
ebstromen	=	ebstroom
ebstroom	noun	de waterstroom die van de kust afgaat als het laagwater wordt en 3-4 uur na hoogwater maximaal is
ebstroompje	=	ebstroom
ebstroompjes	=	ebstroom
ebt	=	ebben
ebtl	noun	asiezoekerscentrum voor overlast veroorzakende asielzoekers
ebtl's	=	ebtl
ebullioscoop	noun	toestel tot bepaling van het moleculair gewicht d.m.v. kookpuntsverhoging, ebullioscopie
ebullioscoopje	=	ebullioscoop
ebullioscoopjes	=	ebullioscoop
ebullioscopen	=	ebullioscoop
ebullioscopie	noun	één van de colligatieve verschijnselen, is het verschijnsel dat de temperatuur waarbij een bepaalde hoeveelheid vloeistof kookt, stijgt als er andere stoffen in opgelost zijn
ebullioscopieën	=	ebullioscopie
ebvba	noun	eenpersoons besloten vennootschap
ebvba's	=	ebvba
ec	=	tweehonderdzesendertig
ecall	noun	een noodoproepsysteem dat verplicht aanwezig moet zijn in nieuwe Europese voertuigen
ecalls	=	ecall
ecarteer	=	ecarteren
ecarteerde	=	ecarteren
ecarteerden	=	ecarteren
ecarteert	=	ecarteren
ecartere	=	ecarteren
ecarteren	verb|formal	verwijderen, terzijde schuiven
ecarterend	=	ecarteren
ecarterende	=	ecarteren
ecarteur	noun	wondhaak (een ding om een wond open te houden zodat men erbij kan)
ecarteurs	=	ecarteur
ecarteurtje	=	ecarteur
ecarteurtjes	=	ecarteur
ecarté	noun	bepaald kaartspel dat door 2 personen met 32 kaarten wordt gespeeld
ecce-homo	noun	beeld van Jezus Christus met doornenkroon
ecce-homo's	=	ecce-homo
ecce-homootje	=	ecce-homo
ecce-homootjes	=	ecce-homo
ecchymose	noun	blauwe plek; kleinvlekkige bloeding in de huid of in een slijmvlies
ecchymosen	=	ecchymose
ecchymoses	=	ecchymose
ecclesia	noun	kerk
ecclesia's	=	ecclesia
ecclesiae	=	ecclesia
ecclesiastisch	adj	kerkelijk
ecclesiastische	=	ecclesiastisch
ecclesiastischer	=	ecclesiastisch
ecclesiastischere	=	ecclesiastisch
ecclesiastischers	=	ecclesiastisch
ecclesiologen	=	ecclesioloog
ecclesiologie	noun	het theologisch nadenken over het begrip Kerk
ecclesioloog	noun	theoloog die nadenkt over het begrip Kerk
ecclesioloogje	=	ecclesioloog
ecclesioloogjes	=	ecclesioloog
echad	adj	eniɡ, een, enkel
echappement	noun	een onderdeel van een mechanisch uurwerk dat de drijfkracht van de energiebron (veer of gewicht) gedoseerd (sprongsgewijze) doorgeeft aan het gaande werk
echappementen	=	echappement
echec	noun	iets wat misloopt, mislukt
echecje	=	echec
echecs	=	echec
echel	noun	Hirudo verbana bloedzuiger
echelle	noun	toepassing van een tweede tralie met meer gespreide groeven in optische instrumenten om licht preciezer naar golflengte te scheiden
echelles	=	echelle
echelon	noun	militaire formatie waarbij de verschillende onderdelen evenwijdig maar niet op één lijn zijn opgesteld
echelonneer	=	echelonneren
echelonneerde	=	echelonneren
echelonneerden	=	echelonneren
echelonneert	=	echelonneren
echelonnere	=	echelonneren
echelonneren	verb	opstellen in opeenvolgende rijen
echelonnerend	=	echelonneren
echelonnerende	=	echelonneren
echelons	=	echelon
echels	=	echel
echeltje	=	echel
echeltjes	=	echel
echo	noun	een hoorbare terugkaatsing van een gemaakt geluid
echo's	=	echo
echode	=	echoën
echoden	=	echoën
echofoon	noun	instrument dat de aanwezigheid van objecten onder water kan vaststellen door het produceren van een trilling waarvan de looptijd van de echo wordt gemeten (radar)
echofoons	=	echofoon
echofoontje	=	echofoon
echofoontjes	=	echofoon
echograaf	noun	apparaat waarmee beeld (of foto) van organen gemaakt kan worden via geluidsgolven die worden teruggekaatst
echograafje	=	echograaf
echograafjes	=	echograaf
echografen	=	echograaf
echografie	noun	beeld (of foto) van organen dat gemaakt wordt via geluidsgolven die worden teruggekaatst
echografieën	=	echografie
echografisch	adj	de echografie betreffend
echografische	=	echografisch
echografischer	=	echografisch
echografischere	=	echografisch
echografischers	=	echografisch
echokamer	noun	het principe dat je eigen ideeën bevestigd worden als je je enkel omringt door mensen die op dezelfde manier denken als jij
echokamers	=	echokamer
echolalie	noun	het dwangmatig herhalen van woorden of zinnen, zonder de betekenis ervan daadwerkelijk te doorgronden
echolocatie	noun	het lokaliseren m.b.v. de opgevangen echo van uitgezonden ultrasoon geluid
echolocaties	=	echolocatie
echoloden	=	echolood
echolood	noun	een instrument dat dient om vanaf het water middels de weerkaatsing van geluidsgolven de waterdiepte te bepalen
echoloodje	=	echolood
echoloodjes	=	echolood
echoot	=	echoën
echootje	=	echo
echootjes	=	echo
echopeiling	noun	techniek om de plaats van objecten onder water vast te stellen met behulp van teruggekaatst ultrasoon geluid
echopeilingen	=	echopeiling
echoput	noun	een ronde, diepe waterput waarin men een echo kan horen als men erin roept
echoputje	=	echoput
echoputjes	=	echoput
echoputten	=	echoput
echoscoop	noun	apparaat waarmee beeld (of foto) van organen gemaakt kan worden via geluidsgolven die worden teruggekaatst
echoscoopje	=	echoscoop
echoscoopjes	=	echoscoop
echoscopen	=	echoscoop
echoscopie	noun	beeld (of foto) van organen dat gemaakt wordt via geluidsgolven die worden teruggekaatst
echoscopieën	=	echoscopie
echoscopisch	adj	met betrekking tot de echoscopie
echoscopische	=	echoscopisch
echoscopischer	=	echoscopisch
echoscopischere	=	echoscopisch
echoscopischers	=	echoscopisch
echoë	=	echoën
echoën	verb	het opnieuw hoorbaar zijn van een geluid door weerkaatsing van de geluidsgolven
echoënd	=	echoën
echoënde	=	echoën
echt	adv	heus	noun	de huwelijkse staat
echt-walstrospanner	noun	Phibalapteryx virgata een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spanners.
echt-walstrospanners	=	echt-walstrospanner
echt-walstrospannertje	=	echt-walstrospanner
echt-walstrospannertjes	=	echt-walstrospanner
echtbreek	=	echtbreken
echtbreekster	noun	vrouw die een scheiding aanvraagt; getrouwde vrouw die een liefdesrelatie aangaat met een andere man of vrouw
echtbreeksters	=	echtbreekster
echtbreekstertje	=	echtbreekster
echtbreken	verb	het verbreken van de huwelijksband
echtbrekend	=	echtbreken
echtbrekende	=	echtbreken
echtbreker	noun	iemand die een seksuele relatie aangaat met iemand anders dan de huwelijkspartner; overspel pleger
echtbrekers	=	echtbreker
echtbrekertje	=	echtbreker
echtbreuk	noun	het verbreken van een huwelijksband
echtbreuken	=	echtbreuk
echte	=	echt
echtelieden	noun	mensen die met elkaar getrouwd zijn
echtelijk	adj|formal	betrekking hebbend op het huwelijk en/of een echtpaar
echtelijke	=	echtelijk
echtelijker	=	echtelijk
echtelijkere	=	echtelijk
echtelijkers	=	echtelijk
echtelijks	=	echtelijk
echtelijkst	=	echtelijk
echtelijkste	=	echtelijk
echteloos	adj	zonder in de wettelijke echt te zijn verbonden, in zonde levend
echteloost	=	echteloos
echtelooste	=	echteloos
echteloze	=	echteloos
echtelozer	=	echteloos
echtelozere	=	echteloos
echtelozers	=	echteloos
echten	verb	de legitimiteit van een kind bij de trouwerij erkennen
echtend	=	echten
echtende	=	echten
echter	conj	een beperkende tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) beperkt
echtere	=	echt
echters	=	echt
echtgenoot	noun	een mannelijke huwelijkspartner
echtgenoote	=	echtgenote
echtgenootje	=	echtgenoot
echtgenootjes	=	echtgenoot
echtgenote	noun	vrouw waarmee je getrouwd bent
echtgenoten	=	echtgenoot
echtgenotes	=	echtgenote
echtgescheiden	adj	uit de de huwelijkse staat gescheiden
echtheden	=	echtheid
echtheid	noun	het echte, authentieke karakter van iets
echtheidscertificaat	noun	document dat bedoeld is als bewijs voor de herkomst van een product
echtheidscertificaten	=	echtheidscertificaat
echtheidskenmerk	noun	kenmerk dat wordt aangebracht op een waardepapier (zoals papiergeld) of op een document, om de authenticiteit hiervan te garanderen en vervalsing tegen te gaan
echtheidskenmerken	=	echtheidskenmerk
echtheidskenmerkje	=	echtheidskenmerk
echtheidskenmerkjes	=	echtheidskenmerk
echtpaar	noun	twee mensen die met elkaar getrouwd zijn
echtpaartje	=	echtpaar
echtpaartjes	=	echtpaar
echtparen	=	echtpaar
echts	=	echt
echtscheiding	noun	formele verbreking van een huwelijksband
echtscheidingen	=	echtscheiding
echtscheidingsbemiddeling	noun	bemiddeling bij een echtscheiding
echtscheidingsbemiddelingen	=	echtscheidingsbemiddeling
echtscheidingsperikelen	noun	de problemen en verwikkelingen die met het beëindigen van een huwelijk gepaard gaan
echtscheidingsprocedure	noun	wettelijke procedure die nodig is voor het ontbinden van een huwelijk
echtscheidingsprocedures	=	echtscheidingsprocedure
echtscheidingsproces	noun	rechtszaak waarin het ontbinden van een huwelijk wordt geregeld
echtscheidingsprocessen	=	echtscheidingsproces
echtscheidingsregeling	noun	bindende afspraken die men maakt bij het ontbinden van een huwelijk
echtscheidingsregelingen	=	echtscheidingsregeling
echtscheidingszaak	noun	rechtszaak over het ontbinden van een huwelijk
echtscheidingszaken	=	echtscheidingszaak
echtscheidinkje	=	echtscheiding
echtscheidinkjes	=	echtscheiding
echtst	=	echt
echtste	=	echt
echtte	=	echten
echtten	=	echten
echtverbintenis	noun	burgerlijk huwelijk
echtverbintenissen	=	echtverbintenis
echtvereniging	noun	wettelijk omschreven band die twee mensen die met elkaar een paar of een gezin willen vormen kunnen aangaan
echtverenigingen	=	echtvereniging
echtverenigingetje	=	echtvereniging
echtverenigingetjes	=	echtvereniging
echtverklaring	noun	verklaring van echtheid
echtverklaringen	=	echtverklaring
eclair	noun	langwerpig soesje met laag chocolade of glazuur en een slagroom vulling
eclairs	=	eclair
eclairtje	=	eclair
eclairtjes	=	eclair
eclampsie	noun	stuipen of toevallen tijdens zwangerschap
eclatant	adj	duidelijk in het oog springend, niet over het hoofd te zien
eclatante	=	eclatant
eclatanter	=	eclatant
eclatantere	=	eclatant
eclatanters	=	eclatant
eclatants	=	eclatant
eclatantst	=	eclatant
eclatantste	=	eclatant
eclectici	=	eclecticus
eclecticisme	noun	een nieuwe filosofische stroming die is gebaseerd op diverse oudere filosofische stromingen
eclecticus	noun	iemand die onderdelen uit verschillende bronnen gebruikt
eclectisch	adj	het beste uitkiezend
eclectische	=	eclectisch
eclectischer	=	eclectisch
eclectischere	=	eclectisch
eclectischers	=	eclectisch
eclectischt	=	eclectisch
eclectischte	=	eclectisch
eclectisme	noun	eclecticisme
eclips	noun	het verschijnsel waarbij een ster en twee of meer andere hemellichamen in één lijn komen te staan, waardoor de schaduw van het ene hemellichaam het andere verduistert
eclipsbril	noun	een bril die de ogen beschermt bij het kijken naar de zon
eclipsbrillen	=	eclipsbril
eclipsbrilletje	=	eclipsbril
eclipsbrilletjes	=	eclipsbril
eclipsen	=	eclips
eclipsexpeditie	noun	onderzoekstocht naar een zonsverduistering
eclipsexpedities	=	eclipsexpeditie
eclipsexpeditietje	=	eclipsexpeditie
eclipsexpeditietjes	=	eclipsexpeditie
eclipsje	=	eclips
eclipsjes	=	eclips
eclipskleden	=	eclipskleed
eclipskleed	noun	het onopvallende verenkleed (in de winter) van sommige vogelsoorten waarin de mannetjes, die de rest van het jaar erg opvallen, lijken op de vrouwtjes.
eclipskleedje	=	eclipskleed
eclipskleedjes	=	eclipskleed
ecliptica	noun	de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen, in werkelijkheid dus de aardbaan
ecliptica's	=	ecliptica
eclipticaatje	=	ecliptica
ecloge	noun	herdersdicht
ecloge's	=	ecloge
eclogen	=	ecloge
ecoaardappel	noun	aardappel die gekweekt is op een milieuvriendelijke manier zonder het gebruik van gif
ecoaardappelen	=	ecoaardappel
ecoaardappels	=	ecoaardappel
ecobalans	noun	afweging van de voor- en nadelen van een product voor het milieu
ecobalansen	=	ecobalans
ecobalansje	=	ecobalans
ecobalansjes	=	ecobalans
ecobeker	noun	herbuikbare beker; een alternatief voor wegwerpbekers die worden gebruikt bij evenementen
ecobekers	=	ecobeker
ecobekertje	=	ecobeker
ecobekertjes	=	ecobeker
ecobelasting	noun	belastingheffing op milieuonvriendelijke handelingen of voorzieningen
ecobelastingen	=	ecobelasting
ecobelastinkje	=	ecobelasting
ecobelastinkjes	=	ecobelasting
ecoboer	noun	boer die ecologisch zou moeten produceren
ecoboeren	=	ecoboer
ecoboertje	=	ecoboer
ecoboertjes	=	ecoboer
ecobonus	noun	financiële vergoeding of korting die iemand ontvang als hij of zij een product koopt dat extra milieuvriendelijk is
ecobonussen	=	ecobonus
ecocentrisme	noun	wereldbeeld dat niet de mens (antropocentrisme) maar het ecosysteem in het centrum der dingen plaatst
ecocheque	noun	waardebon die een werkgever belastingvrij aan een werknemer kan schenken en die men kan gebruiken voor het kopen van duurzame, milieuvriendelijke producten of diensten
ecocheques	=	ecocheque
ecocide	noun	verlies van vrede en voorspoed in een gebied door ernstige verstoring van de natuurlijke kringlopen
ecociden	=	ecocide
ecocides	=	ecocide
ecocidetje	=	ecocide
ecocraat	noun	hoge milieuambtenaar
ecocraten	=	ecocraat
ecodesign	noun	een vorm van eco-efficiënt werken waarbij milieugerichte productontwikkeling centraal staat
ecodesigns	=	ecodesign
ecodrug	noun	direct uit de natuur afkomstige stof met hallucinogene werking, bijvoorbeeld paddenstoelen (paddo's)
ecodrugje	=	ecodrug
ecodrugjes	=	ecodrug
ecodrugs	=	ecodrug
ecoduct	noun	een dierenpassage, met name over wegen en andere kunstmatige obstakels
ecoducten	=	ecoduct
ecoductje	=	ecoduct
ecoductjes	=	ecoduct
ecoduiker	noun	tunnel onder een (spoor)weg voor het doorlaten van water en wilde dieren
ecoduikers	=	ecoduiker
ecofact	noun	een object dat wel in aanraking met de mens is geweest, maar niet door de mens is vervaardigd
ecofacten	=	ecofact
ecofactje	=	ecofact
ecofactjes	=	ecofact
ecofeminisme	noun	sociale en politieke stroming die ecologisme en feminisme met elkaar verbindt
ecofilosofie	noun	filosofisch vakgebied dat zich bezighoudt met de relatie tussen mens en milieu
ecofilosofietje	=	ecofilosofie
ecofilosofietjes	=	ecofilosofie
ecofilosofieën	=	ecofilosofie
ecofobie	noun	afkeer van de eigencultuur
ecofysiologen	=	ecofysioloog
ecofysiologie	noun	fysiologie van een biologische levensgemeenschap
ecofysioloog	noun	fysioloog die een biologische levensgemeenschap bestudeert
ecofysioloogje	=	ecofysioloog
ecofysioloogjes	=	ecofysioloog
ecoheffing	noun	belastingheffing op milieuonvriendelijke handelingen of voorzieningen
ecoheffingen	=	ecoheffing
ecoheffinkje	=	ecoheffing
ecoheffinkjes	=	ecoheffing
ecoline	noun	wateroplosbare kleurstof
ecolint	noun	groen lint dat natuurgebieden met elkaar verbindt
ecolinten	=	ecolint
ecolintje	=	ecolint
ecolintjes	=	ecolint
ecologe	noun	vrouwelijke vorm van ecoloog
ecologen	=	ecoloog
ecologes	=	ecologe
ecologie	noun	de tak van wetenschap die het samenspel tussen organismen onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeert
ecologieën	=	ecologie
ecologisch	adj	betrekking hebbend op de ecologie
ecologische	=	ecologisch
ecologischer	=	ecologisch
ecologischere	=	ecologisch
ecologischers	=	ecologisch
ecologischte	=	ecologisch
ecologiseer	=	ecologiseren
ecologiseerde	=	ecologiseren
ecologiseerden	=	ecologiseren
ecologiseert	=	ecologiseren
ecologisere	=	ecologiseren
ecologiseren	verb	ecologischer (milieuvriendelijker) maken
ecologiserend	=	ecologiseren
ecologiserende	=	ecologiseren
ecologisme	noun	ideologie die de ecologie voorop stelt
ecologist	noun	milieuactivist
ecologisten	=	ecologist
ecologistisch	adj	van, betreffende, voortkomend uit het ecologisme
ecologistische	=	ecologistisch
ecologistischer	=	ecologistisch
ecologistischere	=	ecologistisch
ecologistischers	=	ecologistisch
ecologistje	=	ecologist
ecolonomie	noun	manier van denken die ecologie en economie probeert te combineren
ecoloog	noun	een wetenschapper die het samenspel tussen organismen onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeert
ecoloogje	=	ecoloog
ecoloogjes	=	ecoloog
ecomodernisme	noun	stroming die moderne technieken wil gebruiken om het milieu én de welvaart te behouden
econologen	=	econoloog
econologie	noun	ecologisch verantwoorde economie
econoloog	noun	econoom die zich bezig houdt met ecologisch verantwoorde economie
econoloogje	=	econoloog
econoloogjes	=	econoloog
economaat	noun	afdeling die zorgdraagt voor de financiën
economaten	=	economaat
econome	noun	vrouw die de economie beoefent
economen	=	econoom
economenblaadje	=	economenblad
economenblaadjes	=	economenblad
economenblad	noun	vakblad voor economen waarin artikelen over de economie gepubliceerd worden
economenbladen	=	economenblad
economenvakblaadje	=	economenvakblad
economenvakblaadjes	=	economenvakblad
economenvakblad	noun	wetenschappelijk tijdschrift voor economen met artikelen over economische onderwerpen
economenvakbladen	=	economenvakblad
economes	=	econome
econometrie	noun	behandeling van onderdelen uit de economie met wiskundige methoden
econometrieën	=	econometrie
econometrisch	adj	met betrekking tot de econometrie
econometrische	=	econometrisch
econometrischer	=	econometrisch
econometrischere	=	econometrisch
econometrischers	=	econometrisch
econometrist	noun	beoefenaar der econometrie
econometristen	=	econometrist
econometristje	=	econometrist
econometristjes	=	econometrist
economie	noun	de leer die zich bezighoudt met de voortbrenging en verdeling van schaarse goederen en diensten
economieboek	noun	een schoolboek waarin de economie van de wereld wordt behandeld.
economieboeken	=	economieboek
economieboekje	=	economieboek
economieboekjes	=	economieboek
economiejournalist	noun	verslaggever die over economische onderwerpen schrijft
economiejournalisten	=	economiejournalist
economiekatern	noun	apart deel van een krant waarin economische onderwerpen worden besproken
economiekaternen	=	economiekatern
economieleraar	noun	een leraar die les geeft in de economie van de wereld.
economieleraars	=	economieleraar
economieleraartje	=	economieleraar
economieleraartjes	=	economieleraar
economieleraren	=	economieleraar
economielerares	noun	een lerares die les geeft in de economie van de wereld.
economieleraresje	=	economielerares
economieleraresjes	=	economielerares
economieleraressen	=	economielerares
economieles	noun	een schoolvak waarin de economie van de wereld wordt behandeld.
economielesje	=	economieles
economielesjes	=	economieles
economielessen	=	economieles
economielokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin de economie van de wereld wordt behandeld.
economielokaaltje	=	economielokaal
economielokaaltjes	=	economielokaal
economielokalen	=	economielokaal
economieminister	noun	minister die leiding geeft aan een Ministerie van Economische Zaken
economieministers	=	economieminister
economieonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak economie.
economiepagina	noun	pagina van een publicatie met informatie over (bedrijfs)economische onderwerpen
economiepagina's	=	economiepagina
economiepaginaatje	=	economiepagina
economiepaginaatjes	=	economiepagina
economieprofessor	noun	hoogleraar aan de economische faculteit van een universiteit
economieprofessoren	=	economieprofessor
economieprofessors	=	economieprofessor
economiestudent	noun	iemand die studeert aan de economische faculteit van een universiteit
economiestudenten	=	economiestudent
economietje	=	economie
economietjes	=	economie
economieën	=	economie
economisch	adj	betreffende economie
economisch-historisch	adj	betreffende de studie van hoe menselijke samenlevingen door de eeuwen heen hun levensonderhoud organiseerden, van ruilhandel tot complexe systemen, en hoe economische factoren welvaart, beschaving en maatschappelijke structuren beïnvloedden, waarbij zowel historische data als economische theorieën worden toegepast
economisch-historische	=	economisch-historisch
economisch-historischer	=	economisch-historisch
economisch-historischere	=	economisch-historisch
economisch-historischers	=	economisch-historisch
economisch-statistisch	adj	betrekking hebbend op het kwantitatief meten, analyseren en interpreteren van economische processen en data, zoals BBP, inflatie en werkloosheid, om economische relaties te verklaren en beleid te evalueren
economisch-statistische	=	economisch-statistisch
economisch-statistischer	=	economisch-statistisch
economisch-statistischere	=	economisch-statistisch
economisch-statistischers	=	economisch-statistisch
economische	=	economisch
economischer	=	economisch
economischere	=	economisch
economischers	=	economisch
economischt	=	economisch
economischte	=	economisch
economiseer	=	economiseren
economiseerde	=	economiseren
economiseerden	=	economiseren
economiseert	=	economiseren
economisere	=	economiseren
economiseren	verb	uitsparen, bezuinigen
economiserend	=	economiseren
economiserende	=	economiseren
economisering	noun	het economiseren
economiseringen	=	economisering
economisme	noun	herleiding van alle maatschappelijke problemen tot economische kwesties
economist	noun	iemand die zich bezighoudt met het bestuderen van de economie
economisten	=	economist
economyclass	noun	de allergoedkoopste manier van vervoer die luchtvaartmaatschappijen kennen
economyclasssyndromen	=	economyclasssyndroom
economyclasssyndroom	noun	trombose in met name de benen als gevolg van het te lang in dezelfde houding zitten, zoals het geval is op langeafstandsvluchten
econoom	noun	deskundige op het gebied van de economie, die economische gegevens bestudeert en economisch beleid aandraagt
econoompje	=	econoom
econoompjes	=	econoom
ecopartij	noun	politieke partij met ecologische doelstellingen
ecopartijen	=	ecopartij
ecopartijtje	=	ecopartij
ecopartijtjes	=	ecopartij
ecopassage	noun	door mensen gemaakte oversteekvoorziening voor wild
ecopassages	=	ecopassage
ecoplanologie	noun	milieuplanning
ecopopulisme	noun	door het gebruik maken van populisme aandacht vragen voor het milieu en voor klimaatverandering, waarbij er op demagogische wijze ingespeeld wordt op angsten, emoties en vooroordelen
ecoprofiel	noun	afweging van de voor- en nadelen van een product voor het milieu
ecoprofielen	=	ecoprofiel
ecoprofieltje	=	ecoprofiel
ecoprofieltjes	=	ecoprofiel
ecorexia	noun	neiging om zo obsessief met het milieu bezig te zijn dat men daardoor klachten ondervindt
ecoroman	noun	fictief verhaal dat milieuproblematiek als onderwerk heeft; ecologische roman
ecoromannetje	=	ecoroman
ecoromannetjes	=	ecoroman
ecoromans	=	ecoroman
ecoscore	noun	label dat aangeeft hoe milieuvriendelijk een product is of zou zijn
ecoscores	=	ecoscore
ecosocialisme	noun	ideologie binnen het socialisme die elementen van het marxisme, ecologisme en andersglobalisme combineert en het kapitalistische systeem als de oorzaak van armoede, oorlog en milieuproblematiek beschouwt
ecostromen	=	ecostroom
ecostroom	noun	elektrische stroom die op een milieuverantwoorde manier is opgewekt
ecosysteem	noun	het geheel van alle organismen in een bepaald gebied, hun onderlinge wisselwerkingen en hun leefomgeving
ecosysteempje	=	ecosysteem
ecosysteempjes	=	ecosysteem
ecosystemen	=	ecosysteem
ecotainment	noun	milieuvriendelijk entertainment
ecotaks	noun	heffing op producten die schadelijk zijn voor het milieu
ecotaksen	=	ecotaks
ecotaksje	=	ecotaks
ecotaksjes	=	ecotaks
ecoterrorist	noun	iemand die dreiging van milieurampen gebruikt om de eigen opvattingen op een ondemocratische of zelfs gewelddadige manier aan een samenleving op te leggen
ecoterroristen	=	ecoterrorist
ecotoerisme	noun	toerisme naar natuurgebieden en/of op ecologisch verantwoorde wijze
ecotoerist	noun	een persoon die aan ecotoerisme doet
ecotoeristen	=	ecotoerist
ecotoeristisch	adj	een plaats die veel ecotoeristen aantrekt
ecotoeristische	=	ecotoeristisch
ecotoeristischer	=	ecotoeristisch
ecotoeristischere	=	ecotoeristisch
ecotoeristischers	=	ecotoeristisch
ecotoeristje	=	ecotoerist
ecotoeristjes	=	ecotoerist
ecotoop	noun	het kleinste, ecologisch nog onderscheidbare gebied in een ecologisch classificatiesysteem van landschappen
ecotoopje	=	ecotoop
ecotoopjes	=	ecotoop
ecotopen	=	ecotoop
ecotoxicologie	noun	bestudering van de ecologische effecten van milieugevaarlijke stoffen
ecotrend	noun	de mode om steeds milieuvriendelijkere producten te maken en te gebruiken
ecotrends	=	ecotrend
ecotype	noun	door de omgeving bepaalde vorm van een biotype
ecotypen	=	ecotype
ecotypes	=	ecotype
ecotypetje	=	ecotype
ecotypetjes	=	ecotype
ecovergoeding	noun	een financiële tegemoetkoming voor landbouwers die milieuvriendelijke activiteiten uitvoeren die verder gaan dan de wettelijke basisnormen
ecovergoedingen	=	ecovergoeding
ecovergoedinkje	=	ecovergoeding
ecovergoedinkjes	=	ecovergoeding
ecoviaduct	noun	door mensen gebouwde oversteekplaats voor wild
ecoviaducten	=	ecoviaduct
ecovoeding	noun	voedsel dat is geproduceerd met minimale belasting voor het milieu, waarbij rekening wordt gehouden met het hele ecosysteem en de natuurlijke levenscyclus.
ecovoedingen	=	ecovoeding
ecovoedinkje	=	ecovoeding
ecovoedinkjes	=	ecovoeding
ecovriendelijk	adj	wat de leefomgeving en de natuur spaart
ecovriendelijke	=	ecovriendelijk
ecovriendelijker	=	ecovriendelijk
ecovriendelijkere	=	ecovriendelijk
ecovriendelijkers	=	ecovriendelijk
ecovriendelijks	=	ecovriendelijk
ecovriendelijkst	=	ecovriendelijk
ecovriendelijkste	=	ecovriendelijk
ecozone	noun	een van de gebieden die de aarde verdelen in acht biogeografische zones, waarin de flora en fauna, relatief gezien, belangrijke ecologische overeenkomsten vertonen
ecozones	=	ecozone
ecrasiet	noun	ontplofbare stof
ecrin	noun	juwelenkistje
ecrins	=	ecrin
ecru	noun	de kleur die zijden en linnen stoffen hebben in ongebleekte staat	adj	crèmekleurig
ecru's	=	ecru
ecrue	=	ecru
ecrukleur	noun	de kleur die zijden en linnen stoffen hebben in ongebleekte staat
ecrukleurig	adj	de kleur ecru hebbend
ecrukleurige	=	ecrukleurig
ecrukleurigs	=	ecrukleurig
ecs	noun	European Committee for Standardization
ecstasy	noun	opwekkend roesmiddel met 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) in tabletvorm, vooral gebruikt bij dancefeesten
ecstasy'tje	=	ecstasy
ecstasy'tjes	=	ecstasy
ect	noun	behandeling bij depressies bestaande uit het kunstmatig opwekken van epileptische aanvallen met behulp van elektrische ontladingen
ect's	=	ect
ectasium	noun	geologisch tijdperk, tweede periode van het mesoproterozoïcum, van 1,4 tot 1,2 miljard jaar geleden
ectoderm	noun	buitenste laag van het kiemvlies van de vrucht in het moederlichaam waaruit zich o.a. de huid en het zenuwstelsel ontwikkelen
ectodermen	=	ectoderm
ectodermpje	=	ectoderm
ectodermpjes	=	ectoderm
ectopie	noun	ligging op een abnormale plaats (van een orgaan of een foetus)
ectopietje	=	ectopie
ectopietjes	=	ectopie
ectopieën	=	ectopie
ectopisch	adj	buiten zijn normale ligging
ectoplasma	noun	buitenste laagje van het protoplasma bij amoeben en sommige cellen
ectoplasma's	=	ectoplasma
ectoplastisch	adj	betrekking hebbend op ectoplasma
ectoplastische	=	ectoplastisch
ectoplastischer	=	ectoplastisch
ectoplastischere	=	ectoplastisch
ectoplastischers	=	ectoplastisch
ecu	noun	fictieve munt, voorloper van de euro t.e.m. 1 januari 1999, waarvan de waarde gebaseerd was op de gewogen gemiddelde waarde van de valuta's van de lidstaten van de Europese Unie, m.u.v.
ecu's	=	ecu
ecuadoraan	noun	een inwoner van Ecuador, of iemand afkomstig uit Ecuador
ecuadoraans	adj	op Ecuador betrekking hebbend
ecuadoraanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Ecuador, of een vrouw afkomstig uit Ecuador
ecuadoraansen	=	ecuadoraanse
ecuadoraanser	=	ecuadoraans
ecuadoraansere	=	ecuadoraans
ecuadoraansers	=	ecuadoraans
ecuadoraanst	=	ecuadoraans
ecuadoraanste	=	ecuadoraans
ecuadoraantje	=	ecuadoraan
ecuadoranen	=	ecuadoraan
ecuadoraratinga	noun	Psittacara erythrogenys een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
ecuadoraratinga's	=	ecuadoraratinga
ecuadoraratingaatje	=	ecuadoraratinga
ecuadoraratingaatjes	=	ecuadoraratinga
ecuadorbergnimf	noun	Oreotrochilus chimborazo een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
ecuadorbergnimfen	=	ecuadorbergnimf
ecuadorbergnimfje	=	ecuadorbergnimf
ecuadorbergnimfjes	=	ecuadorbergnimf
ecuadordikbekje	noun	Amaurospiza aequatorialis een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
ecuadordikbekjes	=	ecuadordikbekje
ecuadordwergspecht	noun	Picumnus sclateri een vogel uit de familie Picidae (spechten).
ecuadordwergspechten	=	ecuadordwergspecht
ecuadordwergspechtje	=	ecuadordwergspecht
ecuadordwergspechtjes	=	ecuadordwergspecht
ecuadoreksterstaart	noun	Phlogophilus hemileucurus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
ecuadoreksterstaarten	=	ecuadoreksterstaart
ecuadoreksterstaartje	=	ecuadoreksterstaart
ecuadoreksterstaartjes	=	ecuadoreksterstaart
ecuadorelenia	noun	Myiopagis subplacens een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
ecuadorelenia's	=	ecuadorelenia
ecuadoreleniaatje	=	ecuadorelenia
ecuadoreleniaatjes	=	ecuadorelenia
ecuadoriaan	noun	iemand afkomstig uit Ecuador
ecuadorianen	=	ecuadoriaan
ecuadorlijster	noun	Turdus maculirostris een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
ecuadorlijsters	=	ecuadorlijster
ecuadorlijstertje	=	ecuadorlijster
ecuadorlijstertjes	=	ecuadorlijster
ecuadorlooftiran	noun	Phylloscartes gualaquizae een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
ecuadorlooftirannen	=	ecuadorlooftiran
ecuadorlooftirannetje	=	ecuadorlooftiran
ecuadorlooftirannetjes	=	ecuadorlooftiran
ecuadornachtzwaluw	noun	Nyctidromus anthonyi een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
ecuadornachtzwaluwen	=	ecuadornachtzwaluw
ecuadornachtzwaluwtje	=	ecuadornachtzwaluw
ecuadornachtzwaluwtjes	=	ecuadornachtzwaluw
ecuadoropossummuis	noun	Caenolestes fuliginosus een opossummuis die voorkomt in de Andes van het uiterste noorden van Peru, door Ecuador en Colombia tot net over de grens van Venezuela.
ecuadoropossummuisje	=	ecuadoropossummuis
ecuadoropossummuisjes	=	ecuadoropossummuis
ecuadoropossummuizen	=	ecuadoropossummuis
ecuadorparasolvogel	noun	Cephalopterus penduliger een zangvogel uit de familie Cotingidae (Cotinga's).
ecuadorparasolvogels	=	ecuadorparasolvogel
ecuadorparasolvogeltje	=	ecuadorparasolvogel
ecuadorparasolvogeltjes	=	ecuadorparasolvogel
ecuadorral	noun	Rallus aequatorialis een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
ecuadorrallen	=	ecuadorral
ecuadorralletje	=	ecuadorral
ecuadorralletjes	=	ecuadorral
ecuadortrogon	noun	Trogon mesurus een vogel uit de familie Trogonidae.
ecuadortrogonnetje	=	ecuadortrogon
ecuadortrogonnetjes	=	ecuadortrogon
ecuadortrogons	=	ecuadortrogon
ecuadorvisrat	noun	Anotomys leander knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
ecuadorvisratje	=	ecuadorvisrat
ecuadorvisratjes	=	ecuadorvisrat
ecuadorvisratten	=	ecuadorvisrat
eczeem	noun	oppervlakkige vaak jeukende huidontsteking die gepaard gaat met schilfers, bulten, kloofjes en korstjes; meestal veroorzaakt door een allergische reactie
eczeempje	=	eczeem
eczema	noun	jeukende ontsteking van de huid
eczema's	=	eczema
eczemata	=	eczeem
eczemen	=	eczeem
ed	=	tweehonderdzevenendertig
edammer	noun	ronde, bolvormige kaas uit Edam
edammers	=	edammer
edammertje	=	edammer
edammertjes	=	edammer
ede	=	eed
edel	adj	hele goede eigenschappen hebbend
edelachtbaar	adj	een titel gegeven aan diegenen die het ambt van rechter bekleden
edelachtbaars	=	edelachtbaar
edelachtbare	=	edelachtbaar
edele	noun	iemand van adel, een adellijk persoon
edelen	=	edele
edeler	=	edel
edelere	=	edel
edelers	=	edel
edelfigurant	noun	figurant die herkenbaar in beeld komt in een film
edelfiguranten	=	edelfigurant
edelfigurantje	=	edelfigurant
edelfigurantjes	=	edelfigurant
edelgas	noun	de naam voor elk element uit de achtste chemische reeks van het periodiek systeem.
edelgasconfiguratie	noun	een toestand van de elektronenconfiguratie van een atoom of een ion, waarbij de elektronen in de buitenste elektronenschil de configuratie van de elektronen van een edelgas hebben
edelgasconfiguraties	=	edelgasconfiguratie
edelgasje	=	edelgas
edelgasjes	=	edelgas
edelgassen	=	edelgas
edelgesteente	noun	delfstof die zich onderscheidt door hardheid, glans en zeldzaamheid
edelgesteenten	=	edelgesteente
edelgesteentes	=	edelgesteente
edelheden	=	edelheid
edelheid	noun	het nobel zijn
edelheit	=	edelheid
edelhert	noun	Cervus elaphus, een Europese hertensoort
edelherten	=	edelhert
edelherthorzel	noun	Cephenemyia auribarbis een vliegensoort uit de familie van de horzels (Oestridae).
edelherthorzels	=	edelherthorzel
edelherthorzeltje	=	edelherthorzel
edelherthorzeltjes	=	edelherthorzel
edelhertje	=	edelhert
edelhertjes	=	edelhert
edellieden	=	edelman
edellui	=	edelman
edelman	noun	iemand die tot de adel behoort
edelmannen	=	edelman
edelmannetje	=	edelman
edelmetaal	noun	een metaal dat niet licht aan corrosie of oxidatie ten prooi valt
edelmetaaltje	=	edelmetaal
edelmetaaltjes	=	edelmetaal
edelmetalen	=	edelmetaal
edelmoedig	adj	onbaatzuchtig, niet op eigen voordeel uit zijn
edelmoedige	=	edelmoedig
edelmoediger	=	edelmoedig
edelmoedigere	=	edelmoedig
edelmoedigers	=	edelmoedig
edelmoedigheden	=	edelmoedigheid
edelmoedigheid	noun	een geesteshouding die adel toont
edelmoedigs	=	edelmoedig
edelmoedigst	=	edelmoedig
edelmoedigste	=	edelmoedig
edelpapegaai	noun	Eclectus roratus een opmerkelijke vogelsoort omdat het mannetje en het vrouwtje verschillend gekleurd zijn, dit in tegenstelling tot de meeste andere papegaaiensoorten.
edelpapegaaien	noun	Eclectus een geslacht uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
edelpapegaaitje	=	edelpapegaai
edelpapegaaitjes	=	edelpapegaai
edels	=	edel
edelsmeden	=	edelsmid
edelsmeedkunst	noun	de kunst van het bewerken van edelmetalen.
edelsmeedkunsten	=	edelsmeedkunst
edelsmid	noun	iemand die edele metalen bewerkt
edelsmidje	=	edelsmid
edelsmidjes	=	edelsmid
edelspar	noun	Abies procera een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
edelsparren	=	edelspar
edelsparretje	=	edelspar
edelsparretjes	=	edelspar
edelst	=	edel
edelstaal	noun	roestvrijstaal dat een roestvrij en redelijk zuurbestendig product van hoge kwaliteit oplevert geschikt voor b.v. sieraden, pannen, bestek etc.
edelstaaltje	=	edelstaal
edelstaaltjes	=	edelstaal
edelstalen	=	edelstaal
edelste	=	edel
edelsteen	noun	een stuk van een zeldzame, harde, kostbare en glanzende steensoort, een stuk edelgesteente bijvoorbeeld diamant
edelsteenanemonen	=	edelsteenanemoon
edelsteenanemoon	noun	Aulactinia verrucosa een zeeanemonensoort uit de familie Actiniidae.
edelsteenanemoontje	=	edelsteenanemoon
edelsteenanemoontjes	=	edelsteenanemoon
edelsteentje	=	edelsteen
edelsteentjes	=	edelsteen
edelstenen	=	edelsteen
edelvalk	noun	roofvogel behorend tot een van de vier soorten van het subgenus Hierofalco
edelvalken	=	edelvalk
edelvalkje	=	edelvalk
edelvalkjes	=	edelvalk
edelvrouw	noun	een adellijke dame
edelvrouwen	=	edelvrouw
edelvrouwtje	=	edelvrouw
edelvrouwtjes	=	edelvrouw
edelweiss	noun	Leontopodium alpinum een plant witte, stervormige bloem uit de composietenfamilie (Asteraceae).
edelweissen	=	edelweiss
edelweissje	=	edelweiss
edelweissjes	=	edelweiss
edelzanger	noun	Crithagra leucopygia een vinkensoort uit de familie Fringillidae
edelzangers	=	edelzanger
edelzangertje	=	edelzanger
edelzangertjes	=	edelzanger
eden	noun	een lustoord
edens	=	eden
ediacara	noun|obsolete	geologisch tijdperk, derde en laatste periode van het neoproterozoïcum, van 635 tot 541 miljoen jaar geleden
ediacarium	noun	geologisch tijdperk, derde en laatste periode van het neoproterozoïcum, van 635 tot 541 miljoen jaar geleden
edict	noun	een belangrijk besluit uitgevaardigd door een vorst
edicten	=	edict
edictje	=	edict
edictjes	=	edict
ediem	=	eed
edik	noun	azijn-achtige vloeistof gemaakt door kruiden, groente of fruit in natuurazijn met wijn te laten trekken.
ediken	=	edik
edikje	=	edik
edikjes	=	edik
edikken	=	edik
edison	noun	Nederlandse muziekprijs voor grammofoonplaten en cd's die vernoemd is naar Thomas Edison de uitvinder van de fonograaf
edisons	=	edison
edit-a-thon	noun	een evenement waarbij een groep mensen samen op Wikipedia (of andere wiki) gaan werken aan bijvoorbeeld het schrijven van artikelen
edit-a-thonnetje	=	edit-a-thon
edit-a-thonnetjes	=	edit-a-thon
edit-a-thons	=	edit-a-thon
editeer	=	editeren
editeerbaar	adj	te bewerken
editeerbaarder	=	editeerbaar
editeerbaardere	=	editeerbaar
editeerbaarders	=	editeerbaar
editeerbaars	=	editeerbaar
editeerbaarst	=	editeerbaar
editeerbaarste	=	editeerbaar
editeerbare	=	editeerbaar
editeerde	=	editeren
editeerden	=	editeren
editeert	=	editeren
editere	=	editeren
editeren	verb	een tekst of drukwerk zodanig verzorgen en bewerken dat het uitgegeven kan worden
editerend	=	editeren
editerende	=	editeren
editeur	noun	uitgever
editeurs	=	editeur
editeurtje	=	editeur
editeurtjes	=	editeur
editie	noun	uitgave, druk van een boek, krant of ander informatiemedium
edities	=	editie
editietje	=	editie
editietjes	=	editie
editiewetenschap	noun	wetenschap die zich bezig houdt met het op verantwoorde wijze uitgeven van teksten uit het verleden
editor	noun	iemand die teksten beeld- en/of geluidsmateriaal bewerkt en opmaakt
editoriaal	noun	een stukje geschreven door de hoofdredacteur van een tijdschrift
editorialen	=	editoriaal
editors	=	editor
editortje	=	editor
edmigazelle	noun	Gazella cuvieri evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
edmigazellen	=	edmigazelle
edmigazelles	=	edmigazelle
edmigazelletje	=	edmigazelle
edmigazelletjes	=	edmigazelle
edoch	conj	tegenwerping, introduceert een zin(sdeel) dat het voorgaande zin(sdeel) tegenspreekt of er mee contrasteert
edomiet	noun	lid van het volk en inwoner van het gebied Edom-2 (11×: Deut. 23:8, 1 Sam. 21:8 +, 1 Kon. 11:14 +, 2 Kon. 16:6, Ps. 52:2, 2 Kron. 25:14 +)
edomieten	=	edomiet
edublog	noun	educatieve weblog
edublogde	=	edubloggen
edublogden	=	edubloggen
edublogge	=	edubloggen
edubloggen	verb	op het web geregeld artikelen over onderwijskundige onderwerpen maken die als een reeks worden gepresenteerd
edubloggend	=	edubloggen
edubloggende	=	edubloggen
edublogger	noun	persoon die een educatieve blog bijhoudt
edubloggers	=	edublogger
edublogs	=	edublog
edublogt	=	edubloggen
educatie	noun	onderwijs en opvoeding
educatiecentra	=	educatiecentrum
educatiecentrum	noun	instelling voor onderwijs over een speciaal onderwerp of voor een speciale doelgroep
educatiecentrums	=	educatiecentrum
educatief	adj	opvoedkundig, opvoedend, vormend
educatiefs	=	educatief
educatiefst	=	educatief
educatiefste	=	educatief
educaties	=	educatie
educatietje	=	educatie
educatieve	=	educatief
educatiever	=	educatief
educatievere	=	educatief
educatievers	=	educatief
educt	noun	product dat uit een grondstof wordt gewonnen
educten	=	educt
edukatie	=	educatie
edutainment	noun	onderwijsvorm die vermaak combineert met leren
edwardiaans	adj	met betrekking tot het tijdperk van de regering (1901 - 1910) van koning Eduard VII in het Verenigd Koninkrijk
edwardiaanse	=	edwardiaans
edwardiaanser	=	edwardiaans
edwardiaansere	=	edwardiaans
edwardiaansers	=	edwardiaans
edwardiaanst	=	edwardiaans
edwardiaanste	=	edwardiaans
ee	=	tweehonderdachtendertig
eed	noun	een plechtige verzekering dat men de waarheid spreekt of een belofte zal nakomen
eedaflegging	noun	de keer dat men een plechtige gelofte aflegt bij het aanvaarden van een ambt
eedafleggingen	=	eedaflegging
eedaflegginkje	=	eedaflegging
eedaflegginkjes	=	eedaflegging
eedbreuk	noun	het niet nakomen van een plechtig gedane belofte
eedbreuken	=	eedbreuk
eedbreukje	=	eedbreuk
eedbreukjes	=	eedbreuk
eedformule	noun	vaste bewoording van een gelofte of eed
eedformules	=	eedformule
eedgenoot	noun	iemand die zich met een eed heeft verbonden aan anderen; lid van een eedgenootschap
eedgenoten	=	eedgenoot
eedje	=	eed
eedjes	=	eed
eedsaflegging	noun	de plechtige handeling waarbij iemand een ambtseed of gelofte aflegt bij het aanvaarden van een functie of als getuige in een rechtszaak.
eedsafleggingen	=	eedsaflegging
eedsaflegginkje	=	eedsaflegging
eedsaflegginkjes	=	eedsaflegging
eedsformule	noun	vaste bewoording van een gelofte of eed
eedsformules	=	eedsformule
eeg	noun	elektro-encefalogram
eeg's	=	eeg
eeg-onderzoek	noun	een onderzoek dat gedaan wordt met behulp van elektro-encefalogram
eeg-onderzoeken	=	eeg-onderzoek
eeg-onderzoekje	=	eeg-onderzoek
eeg-onderzoekjes	=	eeg-onderzoek
eeg-scan	noun	een scan die gemaakt wordt met behulp van elektro-encefalogram
eeg-scans	=	eeg-scan
eega	noun|formal	of echtgenoot of echtgenote
eega's	=	eega
eegaatje	=	eega
eegaatjes	=	eega
eegade	noun|obsolete	persoon met wie je een huwelijk hebt gesloten
eegaden	=	eegade
eek	noun	eikenschors, eertijds gebruikt als looimiddel
eekhoorn	noun	benaming voor knaagdieren uit de familie Sciuridae
eekhoornboomkikker	noun	Dryophytes squirellus een kikker uit de familie boomkikkers (Hylidae).
eekhoornboomkikkers	=	eekhoornboomkikker
eekhoornboomkikkertje	=	eekhoornboomkikker
eekhoornboomkikkertjes	=	eekhoornboomkikker
eekhoornen	=	eekhoorn
eekhoorngras	noun	Vulpia bromoides een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae)
eekhoorngrasje	=	eekhoorngras
eekhoorngrasjes	=	eekhoorngras
eekhoorngrassen	=	eekhoorngras
eekhoornkeutel	noun	ontlasting van een eekhoorn
eekhoornkeutels	=	eekhoornkeutel
eekhoornkeuteltje	=	eekhoornkeutel
eekhoornkeuteltjes	=	eekhoornkeutel
eekhoornkoekoek	noun	Piaya cayana een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
eekhoornkoekoeken	=	eekhoornkoekoek
eekhoornkoekoekje	=	eekhoornkoekoek
eekhoornkoekoekjes	=	eekhoornkoekoek
eekhoornmarmot	noun	benaming voor soorten knaagdieren uit de onderfamilie Xerinae De naam wordt soms gekoppeld aan een bepaald geslacht of geslachtengroep binnen de onderfamilie, maar verschillende publicaties maken hierin uiteenlopende keuzes.
eekhoornmarmotten	=	eekhoornmarmot
eekhoornpoep	noun	ontlasting van eekhoorns
eekhoorns	noun	Sciuridae een familie van knaagdieren met 51 geslachten en 278 soorten, waarvan er elf in Europa voorkomen (zie: Europese soorten).
eekhoorntje	=	eekhoorn
eekhoorntjes	=	eekhoorn
eekhoorntjesbrood	noun	Boletus edulis, een eetbare paddenstoel
eekhoornvlinder	noun	een nachtvlinder Stauropus fagi uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae).
eekhoornvlinders	=	eekhoornvlinder
eekhoornvlindertje	=	eekhoornvlinder
eekhoornvlindertjes	=	eekhoornvlinder
eekhoren	noun	Sciurus vulgaris, een klein knaagdier met lange pluimige staart dat vooral in bomen leeft
eekhorens	=	eekhoren
eekhorentje	=	eekhoren
eekhorentjes	=	eekhoren
eekje	=	eek
eekschiller	noun	iemand die voor zijn beroep de bast van eiken schilt
eekschillers	=	eekschiller
eekschillertje	=	eekschiller
eekschillertjes	=	eekschiller
eelt	noun	harde verdikking van de opperhuid ontstaan als reactie op belasting, vooral op de voeten en de handen
eelterig	adj	met eelt bedekt; met een verdikte, harde huid bedekt
eelterige	=	eelterig
eelteriger	=	eelterig
eelterigere	=	eelterig
eelterigers	=	eelterig
eelterigs	=	eelterig
eelterigst	=	eelterig
eelterigste	=	eelterig
eeltig	adj	lijkend op eelt
eeltige	=	eeltig
eeltiger	=	eeltig
eeltigere	=	eeltig
eeltigers	=	eeltig
eeltigs	=	eeltig
eeltigst	=	eeltig
eeltigste	=	eeltig
eeltje	=	eelt
eeltjes	=	eelt
eeltrasp	noun	verzorging gebruiksvoorwerp om (overtollig) eelt van je voeten af te schrapen
eeltraspen	=	eeltrasp
eeltraspje	=	eeltrasp
eeltraspjes	=	eeltrasp
eeltschaaf	noun	verzorgingsgebruiksvoorwerp om (overtollig) eelt van je voeten af te schrapen
eeltschaafje	=	eeltschaaf
eeltschaafjes	=	eeltschaaf
eeltschaven	=	eeltschaaf
eeltslak	noun	Lithoglyphus naticoides een in zoetwater levende slakkensoort uit de familie van de Hydrobiidae.
eeltslakje	=	eeltslak
eeltslakjes	=	eeltslak
eeltslakken	=	eeltslak
eemien	noun	eerste deel van het laatpleistoceen in Noordwest-Europa, van 126.000 tot 116.000 jaar geleden, een warmere tijdsnede tussen de twee meest recente ijstijden: het saalien ervoor en het weichselien erna
een	num	"1", het kleinste gehele getal, het getal tussen nul en twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 1 is aangeduid
een-na-laatst	adj	nog één te gaan
een-na-laatste	=	een-na-laatst
een-op-een	adv	spreken van twee personen met elkaar
een-op-eenbegeleiding	noun	een intensieve, individuele ondersteuningsvorm waarbij één begeleider, leraar of coach zich volledig richt op één persoon (leerling, cliënt of werknemer).
een-op-eenbegeleidingen	=	een-op-eenbegeleiding
een-op-eenbegeleidinkje	=	een-op-eenbegeleiding
een-op-eenbegeleidinkjes	=	een-op-eenbegeleiding
een-op-eenrelatie	noun	directe samenhang tussen twee verschijnselen, met name met uitsluiting van een samenhang met andere factoren en verschijnselen
een-op-eenrelaties	=	een-op-eenrelatie
een-op-eenrelatietje	=	een-op-eenrelatie
een-op-eenrelatietjes	=	een-op-eenrelatie
een-twee-drie	adv	in vlotte stappen achter elkaar uitgevoerd
een-tweetje	noun	een passeerbeweging waarbij een tegenstander met behulp van een medespeler omspeeld wordt
een-tweetjes	=	een-tweetje
eenaderig	adj	van een kabel dat deze maar één ader heeft
eenaderige	=	eenaderig
eenaderigs	=	eenaderig
eenakter	noun	een toneelstuk, of een opera, dat maar uit één enkele akte (of bedrijf) bestaat
eenakters	=	eenakter
eenaktertje	=	eenakter
eenaktertjes	=	eenakter
eenarm	noun	iets of iemand met één arm
eenarmen	=	eenarm
eenarmig	adj	in het bezit van (slechts) één arm
eenarmige	=	eenarmig
eenarmigs	=	eenarmig
eenbaansweg	noun	een weg met twee rijstroken
eenbaanswegen	=	eenbaansweg
eenbandanemoonvis	noun	Amphiprion melanopus een anemoonvis die voorkomt in Indonesië, Melanesië, Micronesië, Zuidoost-Polynesië en in het Groot Barrièrerif
eenbandanemoonvisje	=	eenbandanemoonvis
eenbandanemoonvisjes	=	eenbandanemoonvis
eenbandanemoonvissen	=	eenbandanemoonvis
eenbenig	adj	slechts over één been beschikkend
eenbenige	=	eenbenig
eenbenigs	=	eenbenig
eenbes	noun	Paris quadrifolia een eenzaadlobbige, vaste plant, die behoort tot de eenbesfamilie (Melanthiaceae)
eenbesfamilie	noun	een familie Melanthiaceae van eenzaadlobbige, bloemplanten.
eenbesfamilies	=	eenbesfamilie
eenbesfamilietje	=	eenbesfamilie
eenbesfamilietjes	=	eenbesfamilie
eenbesje	=	eenbes
eenbesjes	=	eenbes
eenbessen	=	eenbes
eenblaadje	=	eenblad
eenblaadjes	=	eenblad
eenblad	noun	Malaxis monophyllos een orchidee die van nature voorkomt in Europa.
eenbladen	=	eenblad
eenbladeren	=	eenblad
eenbladig	adj	met één blad; bestaande uit één bladzijde
eenbladige	=	eenbladig
eenbladigs	=	eenbladig
eenblaren	=	eenblad
eenbrauw	noun	wenkbrauw bestaande uit twee samengegroeide wenkbrauwen
eenbrauwen	=	eenbrauw
eenbrauwtje	=	eenbrauw
eenbrauwtjes	=	eenbrauw
eencellig	adj	uit één cel bestaand
eencellige	=	eencellig
eencelligs	=	eencellig
eencilinder	noun	verbrandingsmotor met één zuiger in een huls
eencilinders	=	eencilinder
eencylinder	=	eencilinder
eend	noun	benaming voor veel watervogels uit de familie Anatidae
eendaags	adj	van iets dat het één dag duurt of een geldigheid heeft van één dag
eendaagse	=	eendaags
eendachtig	adj	lijkend op een eend
eendachtige	=	eendachtig
eendachtiger	=	eendachtig
eendachtigere	=	eendachtig
eendachtigers	=	eendachtig
eendachtigs	=	eendachtig
eendachtigst	=	eendachtig
eendachtigste	=	eendachtig
eendagsbloem	noun	Tradescantia virginiana een vaste plant uit de commelinafamilie.
eendagsbloemen	=	eendagsbloem
eendagsbloemetje	=	eendagsbloem
eendagsbloemetjes	=	eendagsbloem
eendagsbloempje	=	eendagsbloem
eendagsbloempjes	=	eendagsbloem
eendagskuiken	noun	kuiken dat 1 dag oud is
eendagskuikens	=	eendagskuiken
eendagskuikentje	=	eendagskuiken
eendagskuikentjes	=	eendagskuiken
eendagsmosschijfje	noun	Octospora bridei een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
eendagsmosschijfjes	=	eendagsmosschijfje
eendagstoerisme	noun	toerisme dat zich tot slechts één dag beperkt
eendagstoerist	noun	dagrecreant
eendagstoeristen	=	eendagstoerist
eendagsvlieg	noun	insect uit de orde Ephemeroptera dat na het larvenstadium uit het water te zijn gekomen nog slechts korte tijd blijft leven
eendagsvliegen	=	eendagsvlieg
eendagsvliegje	=	eendagsvlieg
eendagsvliegjes	=	eendagsvlieg
eendagswedstrijd	noun	wedstrijd die niet langer dan één dag duurt
eendagswedstrijden	=	eendagswedstrijd
eendagswedstrijdje	=	eendagswedstrijd
eendagswedstrijdjes	=	eendagswedstrijd
eendekker	noun	vliegtuig met één stel draagvlakken
eendekkers	=	eendekker
eendekkertje	=	eendekker
eendekkertjes	=	eendekker
eendekooi	=	eendenkooi
eendekroos	=	eendenkroos
eendekuiken	=	eendenkuiken
eendelig	adj	uit één deel bestaand
eendelige	=	eendelig
eendeligs	=	eendelig
eendelijk	adj	eenzaam en alleen
eendelijke	=	eendelijk
eendelijker	=	eendelijk
eendelijkere	=	eendelijk
eendelijkers	=	eendelijk
eendelijks	=	eendelijk
eendelijkst	=	eendelijk
eendelijkste	=	eendelijk
eenden	noun	algemene naam voor een aantal soorten vogels uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
eendenbek	noun	de snavel van een eend
eendenbekje	=	eendenbek
eendenbekken	=	eendenbek
eendenbekkikker	noun	Triprion petasatus een kikker uit de familie boomkikkers (Hylidae) en het monotypische geslacht Triprion
eendenbekkikkers	=	eendenbekkikker
eendenbekkikkertje	=	eendenbekkikker
eendenbekkikkertjes	=	eendenbekkikker
eendenbloedzuiger	noun	Theromyzon tessulatum een bloedzuiger behorend tot de familie Glossiphoniidae.
eendenbloedzuigers	=	eendenbloedzuiger
eendenbloedzuigertje	=	eendenbloedzuiger
eendenbloedzuigertjes	=	eendenbloedzuiger
eendenborst	noun	borststuk van een eend, m.n. als gerecht
eendenborsten	=	eendenborst
eendenborstfilet	noun	vlees afkomstig van de borst van een eend waarvan huid, veren en botten zijn verwijderd
eendenborstfilets	=	eendenborstfilet
eendenborstje	=	eendenborst
eendenborstjes	=	eendenborst
eendenbout	noun	vlees van een eendenpoot met het bot (en de huid)
eendenbouten	=	eendenbout
eendenboutje	=	eendenbout
eendenboutjes	=	eendenbout
eendenei	noun	ei gelegd door een eend
eendeneieren	=	eendenei
eendenfilet	noun	stuk vlees van een eend waarvan botten, huid en veren zijn verwijderd
eendenfilets	=	eendenfilet
eendenhok	noun	een veilig en droog onderkomen waar eenden 's nachts kunnen slapen en schuilen
eendenhokje	=	eendenhok
eendenhokjes	=	eendenhok
eendenhokken	=	eendenhok
eendenjacht	noun	het jagen op wilde eenden
eendenjachten	=	eendenjacht
eendenjachtje	=	eendenjacht
eendenjachtjes	=	eendenjacht
eendenkom	noun	vijver met (tamme) eenden
eendenkommen	=	eendenkom
eendenkont	noun	de kont van een eend
eendenkonten	=	eendenkont
eendenkontje	=	eendenkont
eendenkontjes	=	eendenkont
eendenkooi	noun	een plaats ingericht voor het vangen van eenden
eendenkooien	=	eendenkooi
eendenkooitje	=	eendenkooi
eendenkroos	noun	een geslacht Lemna van vrij op het water drijvende waterplanten uit de aronskelkfamilie (Araceae).
eendenkroosje	=	eendenkroos
eendenkroosjes	=	eendenkroos
eendenkuiken	noun	pas uit het ei gekropen watervogel behorend tot de familie Anatidae
eendenkuikens	=	eendenkuiken
eendenkuikentje	=	eendenkuiken
eendenkuikentjes	=	eendenkuiken
eendenlever	noun	orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een watervogel uit de familie eendachtigen Anatidae, na het slachten vaak gegeten als delicatesse
eendenlevers	=	eendenlever
eendenlevertje	=	eendenlever
eendenlevertjes	=	eendenlever
eendenmossel	noun	kreeftachtige uit de familie Lepadidae van rankpootkreeften (Cirripedia), die op hun beurt deel uitmaken van de kreeftachtigen.
eendenmosselen	noun	Lepadidae een familie van rankpotigen (Cirripedia), die op hun beurt deel uitmaken van de kreeftachtigen.
eendenmossels	=	eendenmossel
eendenmosseltje	=	eendenmossel
eendennaam	noun	naam voor een individuele eend die als huisdier wordt gehouden
eendennaampje	=	eendennaam
eendennaampjes	=	eendennaam
eendennamen	=	eendennaam
eendenpak	noun	een grappig verkleedpak in de vorm van een eend, vaak felgeel van kleur
eendenpakje	=	eendenpak
eendenpakjes	=	eendenpak
eendenpakken	=	eendenpak
eendenpaté	noun	stevig, smeerbaar, gemalen vlees van de lever van een eend
eendenpatés	=	eendenpaté
eendenpoep	noun	poep van eenden
eendenpoepen	=	eendenpoep
eendenpoepje	=	eendenpoep
eendenpoepjes	=	eendenpoep
eendenpoot	noun	eendenbout
eendenpootje	=	eendenpoot
eendenpootjes	=	eendenpoot
eendenpoten	=	eendenpoot
eendensoort	noun	de vele verschillende soorten watervogels binnen de familie van de eendachtigen (Anatidae), die kenmerkend zijn door hun brede snavel en waggelende gang, en omvat zowel de wilde eend als tamme rassen
eendensoorten	=	eendensoort
eendensoortje	=	eendensoort
eendensoortjes	=	eendensoort
eendenvet	noun	het eetbare vet van een eend
eendenvijver	noun	vijver waarin (tamme) eenden zwemmen
eendenvijvers	=	eendenvijver
eendenvijvertje	=	eendenvijver
eendenvijvertjes	=	eendenvijver
eendenwak	noun	open stuk in een ijsvlak, waar eenden zwemmen omdat het water daar niet is bevroren of waar het water niet is bevroren doordat er eenden zwemmen
eendenwakken	=	eendenwak
eender	adj	er sterk op gelijkend
eendere	=	eender
eenders	=	eender
eendimensionaal	adj	met één parameter waarmee de vorm en afmetingen van iets worden vastgelegd
eendimensionaals	=	eendimensionaal
eendimensionaalst	=	eendimensionaal
eendimensionaalste	=	eendimensionaal
eendimensionale	=	eendimensionaal
eendimensionaler	=	eendimensionaal
eendimensionalere	=	eendimensionaal
eendimensionalers	=	eendimensionaal
eendje	=	eend
eendjes	=	eend
eendoornveenwants	noun	Pachybrachius fracticollis een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
eendoornveenwantsen	=	eendoornveenwants
eendoornveenwantsje	=	eendoornveenwants
eendoornveenwantsjes	=	eendoornveenwants
eendoornwespbij	noun	Nomada moeschleri een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
eendoornwespbijen	=	eendoornwespbij
eendoornwespbijtje	=	eendoornwespbij
eendoornwespbijtjes	=	eendoornwespbij
eendracht	noun	het samenwerken of samenleven zonder geschillen
eendrachtelijk	adj	zonder geschillen
eendrachtelijke	=	eendrachtelijk
eendrachtelijker	=	eendrachtelijk
eendrachtelijkere	=	eendrachtelijk
eendrachtelijkers	=	eendrachtelijk
eendrachtelijks	=	eendrachtelijk
eendrachtelijkst	=	eendrachtelijk
eendrachtelijkste	=	eendrachtelijk
eendrachtig	adj	samen met één doel en zonder ruzie
eendrachtige	=	eendrachtig
eendrachtiger	=	eendrachtig
eendrachtigere	=	eendrachtig
eendrachtigers	=	eendrachtig
eendrachtiglijk	adj	zonder geschillen
eendrachtiglijke	=	eendrachtiglijk
eendrachtiglijker	=	eendrachtiglijk
eendrachtiglijkere	=	eendrachtiglijk
eendrachtiglijkers	=	eendrachtiglijk
eendrachtiglijks	=	eendrachtiglijk
eendrachtiglijkst	=	eendrachtiglijk
eendrachtiglijkste	=	eendrachtiglijk
eendrachtigs	=	eendrachtig
eendrachtigst	=	eendrachtig
eendrachtigste	=	eendrachtig
eendragt	=	eendracht
eenduidig	adj	zonder twijfel, wat maar op één manier is uit te leggen, wat maar op één manier is te duiden	adv	zonder andere mogelijk uitleg
eenduidige	=	eenduidig
eenduidiger	=	eenduidig
eenduidigere	=	eenduidig
eenduidigers	=	eenduidig
eenduidigheden	=	eenduidigheid
eenduidigheid	noun	slechts voor één uitleg vatbaar
eenduidigs	=	eenduidig
eenduidigst	=	eenduidig
eenduidigste	=	eenduidig
eenduizend	num	1000
eendvogel	noun	benaming voor watervogels uit de orde Anseriformes, met zwemvliezen tussen de drie voorste tenen
eendvogels	noun	orde Anseriformes, watervogels verdeeld over drie families en 168 soorten
eendvogeltje	=	eendvogel
eene	adj|obsolete	schrijfwijze voor ene	article|obsolete	schrijfwijze voor ene
eenechsins	=	enigszins
eeneiig	adj	uit een enkele eicel voortgekomen
eeneiige	=	eeneiig
eeneiigs	=	eeneiig
eenen	noun|obsolete	schrijfwijze voor enen	adj|obsolete	schrijfwijze voor enen
eenendertig	num	"31", het getal tussen dertig en tweeëndertig, dertig plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 31 is aangeduid
eenendertigde	=	eenendertigen
eenendertigden	=	eenendertigen
eenendertige	=	eenendertigen
eenendertigen	verb	het gelijknamige kaartspel spelen
eenendertigend	=	eenendertigen
eenendertigende	=	eenendertigen
eenendertigjarig	adj	31 jaren durend
eenendertigjarige	noun	levend wezen dat 31 jaar oud is of iets dat 31 jaar bestaat
eenendertigjarigen	=	eenendertigjarige
eenendertigjarigs	=	eenendertigjarig
eenendertigje	=	eenendertig
eenendertigjes	=	eenendertig
eenendertigs	=	eenendertig
eenendertigste	adj	nummer eenendertig in een rij.
eenendertigt	=	eenendertigen
eenenhalf	num	hoeveelheid precies tussen 1 en 2
eenennegentig	num	"91", het getal tussen negentig en tweeënnegentig, negentig plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 91 is aangeduid
eenennegentigjarig	adj	91 jaren durend
eenennegentigjarige	noun	levend wezen dat 91 jaar oud is of iets dat 91 jaar bestaat
eenennegentigjarigen	=	eenennegentigjarige
eenennegentigjarigs	=	eenennegentigjarig
eenennegentigje	=	eenennegentig
eenennegentigjes	=	eenennegentig
eenennegentigs	=	eenennegentig
eenennegentigste	adj	nummer eenennegentig in een rij.
eenentachtig	num	"81", het getal tussen tachtig en tweeëntachtig, tachtig plus een of negen maal negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 81 is aangeduid
eenentachtigjarig	adj	81 jaren durend
eenentachtigjarige	noun	levend wezen dat 81 jaar oud is of iets dat 81 jaar bestaat
eenentachtigjarigen	=	eenentachtigjarige
eenentachtigjarigs	=	eenentachtigjarig
eenentachtigje	=	eenentachtig
eenentachtigjes	=	eenentachtig
eenentachtigs	=	eenentachtig
eenentachtigste	adj	nummer eenentachtig in een rij.
eenentwintig	num	"21", het getal tussen twintig en tweeëntwintig, twintig plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 21 is aangeduid
eenentwintigde	=	eenentwintigen
eenentwintigden	=	eenentwintigen
eenentwintigduizend	num	21.000
eenentwintige	=	eenentwintigen
eenentwintigen	verb	kaartspel waarbij men door kaarten bij te vragen zo dicht mogelijk bij de 21 punten moet zien te komen
eenentwintigend	=	eenentwintigen
eenentwintigende	=	eenentwintigen
eenentwintighoek	noun	meetkundige figuur met eenentwintig hoeken
eenentwintighoeken	=	eenentwintighoek
eenentwintigjarig	adj	21 jaren durend
eenentwintigjarige	noun	levend wezen dat 21 jaar oud is of iets dat 21 jaar bestaat
eenentwintigjarigen	=	eenentwintigjarige
eenentwintigjarigs	=	eenentwintigjarig
eenentwintigje	=	eenentwintig
eenentwintigjes	=	eenentwintig
eenentwintigs	=	eenentwintig
eenentwintigste	adj	nummer eenentwintig in een rij
eenentwintigste-eeuwer	noun	iemand die in de eenentwintigste eeuw heeft geleefd
eenentwintigste-eeuwers	=	eenentwintigste-eeuwer
eenentwintigste-eeuwertje	=	eenentwintigste-eeuwer
eenentwintigste-eeuwertjes	=	eenentwintigste-eeuwer
eenentwintigste-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 2001-2100
eenentwintigste-eeuwse	=	eenentwintigste-eeuws
eenentwintigt	=	eenentwintigen
eenenveertig	num	"41", het getal tussen veertig en tweeënveertig, veertig plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 41 is aangeduid
eenenveertigjarig	adj	41 jaren durend
eenenveertigjarige	noun	levend wezen dat 41 jaar oud is of iets dat 41 jaar bestaat
eenenveertigjarigen	=	eenenveertigjarige
eenenveertigjarigs	=	eenenveertigjarig
eenenveertigje	=	eenenveertig
eenenveertigjes	=	eenenveertig
eenenveertigs	=	eenenveertig
eenenveertigste	adj	nummer eenenveertig in een rij.
eenenvijftig	num	"51", het getal tussen vijftig en tweeënvijftig, vijftig plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 51 is aangeduid
eenenvijftigjarig	adj	51 jaren durend
eenenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 51 jaar oud is of iets dat 51 jaar bestaat
eenenvijftigjarigen	=	eenenvijftigjarige
eenenvijftigjarigs	=	eenenvijftigjarig
eenenvijftigje	=	eenenvijftig
eenenvijftigjes	=	eenenvijftig
eenenvijftigs	=	eenenvijftig
eenenvijftigste	adj	nummer eenenvijftig in een rij.
eenenzestig	num	"61", het getal tussen zestig en tweeënzestig, zestig plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 61 is aangeduid
eenenzestigjarig	adj	61 jaren durend
eenenzestigjarige	noun	levend wezen dat 61 jaar oud is of iets dat 61 jaar bestaat
eenenzestigjarigen	=	eenenzestigjarige
eenenzestigjarigs	=	eenenzestigjarig
eenenzestigje	=	eenenzestig
eenenzestigjes	=	eenenzestig
eenenzestigs	=	eenenzestig
eenenzestigste	adj	nummer eenenzestig in een rij.
eenenzeventig	num	"71", het getal tussen zeventig en tweeënzeventig, zeventig plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 71 is aangeduid
eenenzeventigjarig	adj	71 jaren durend
eenenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 71 jaar oud is of iets dat 71 jaar bestaat
eenenzeventigjarigen	=	eenenzeventigjarige
eenenzeventigjarigs	=	eenenzeventigjarig
eenenzeventigje	=	eenenzeventig
eenenzeventigjes	=	eenenzeventig
eenenzeventigs	=	eenenzeventig
eenenzeventigste	adj	nummer eenenzeventig in een rij.
eener	article	schrijfwijze voor ener
eenerzijds	=	enerzijds
eeneuromunt	noun	een metalen munt met een waarde van honderd eurocent
eeneuromunten	=	eeneuromunt
eeneuromuntje	=	eeneuromunt
eeneuromuntjes	=	eeneuromunt
eeneurostuk	noun	munt met een waarde van honderd eurocent
eeneurostukje	=	eeneurostuk
eeneurostukjes	=	eeneurostuk
eeneurostukken	=	eeneurostuk
eenfasesynchroonmotor	noun	motor met de eigenschap dat het toerental bepaald wordt door de frequentie van het wisselstroomnet (en onafhankelijk is van de belasting) en daarom vooral gebruikt werd voor elektrische klokken
eenfasesynchroonmotoren	=	eenfasesynchroonmotor
eenfasesynchroonmotors	=	eenfasesynchroonmotor
eenfasesynchroonmotortje	=	eenfasesynchroonmotor
eenfasesynchroonmotortjes	=	eenfasesynchroonmotor
eengemaakt	adj	tot één geheel samengevoegd
eengemaakte	=	eengemaakt
eengemaakts	=	eengemaakt
eengestreept	adj	aanduiding voor het octaaf tussen 261 en 494 Hz, waarbinnen de frequentie van de A precies 440 Hz is en dat bij een piano in het midden van het klavier is te vinden
eengestreepte	=	eengestreept
eengestreepts	=	eengestreept
eengeworden	=	eenworden
eengezinshuis	noun	woning die gebouwd is om bewoond te worden door ouders en de kinderen van die ouders
eengezinshuisje	=	eengezinshuis
eengezinshuisjes	=	eengezinshuis
eengezinshuizen	=	eengezinshuis
eengezinswoning	noun	een huis dat geschikt is om met één gezin in te wonen
eengezinswoningen	=	eengezinswoning
eengezinswoninkje	=	eengezinswoning
eengezinswoninkjes	=	eengezinswoning
eengodendom	noun	geloof aan één god in plaats van vele goden
eengodendommen	=	eengodendom
eenhandig	adj	met gebruikmaking van één hand
eenhandige	=	eenhandig
eenhandigs	=	eenhandig
eenheden	=	eenheid
eenheid	noun	een bij elkaar horend geheel (systeem) met kenmerkende eigenschappen
eenheidje	=	eenheid
eenheidjes	=	eenheid
eenheidsbeweging	noun	politieke of maatschappelijke groepering die streeft naar de samensmelting van meerdere facties of partijen tot één grote, centrale beweging.
eenheidsbewegingen	=	eenheidsbeweging
eenheidsbeweginkje	=	eenheidsbeweging
eenheidsbeweginkjes	=	eenheidsbeweging
eenheidscel	noun	zich eindeloos in drie dimensies herhalende volume-eenheid waaruit men een kristalrooster opgebouwd kan denken
eenheidscellen	=	eenheidscel
eenheidsfront	noun	strijd gevoerd door alle arbeiders tegen de bourgeoisie ongeacht of ze wel of niet communist zijn
eenheidsfronten	=	eenheidsfront
eenheidsgedachte	noun	de idee dat iets dat nu nog verdeeld is eigenlijk tot een eenheid gesmeed zou moeten worden
eenheidsgedachten	=	eenheidsgedachte
eenheidsgedachtes	=	eenheidsgedachte
eenheidsklasse	noun	sport waarbij de deelnemers gebruik maken van hetzelfde materiaal zodat alleen de vaardigheid van de sporters de uitslag van de wedstrijd bepaalt met name bij zeilwedstrijden
eenheidsklassen	=	eenheidsklasse
eenheidsmarkt	noun	gemeenschappelijke markt van een economische unie
eenheidsmarkten	=	eenheidsmarkt
eenheidsmatrices	=	eenheidsmatrix
eenheidsmatrix	noun	een matrix waarvan alle diagonale elementen 1 zijn en alle andere 0
eenheidsmunt	noun	Munteenheid die in meerdere landen wordt gebruikt
eenheidsmunten	=	eenheidsmunt
eenheidsmuntje	=	eenheidsmunt
eenheidsmuntjes	=	eenheidsmunt
eenheidspartij	noun	politieke partij die een voorstander is van nationale eenheid
eenheidspartijen	=	eenheidspartij
eenheidspartijtje	=	eenheidspartij
eenheidspartijtjes	=	eenheidspartij
eenheidsprijs	noun	één prijs die geldt voor verschillende producten
eenheidsprijsje	=	eenheidsprijs
eenheidsprijsjes	=	eenheidsprijs
eenheidsprijzen	=	eenheidsprijs
eenheidsregering	noun	regering die gesteund wordt door alle grote politieke partijen van een land; regering van nationale eenheid
eenheidsregeringen	=	eenheidsregering
eenheidsstaat	noun	staat waarvan de macht uitsluitend bij een centrale overheid ligt
eenheidsstaten	=	eenheidsstaat
eenheidstaal	noun	gestandaardiseerde taal die in het hele land wordt gebruikt
eenheidstalen	=	eenheidstaal
eenheidsvector	noun	een vector, waarvan de norm (grootte) gelijk is aan 1
eenheidsvectoren	=	eenheidsvector
eenheidsworst	noun	allemaal (vrijwel) hetzelfde zijn
eenheidsworsten	=	eenheidsworst
eenheidsworstje	=	eenheidsworst
eenheidsworstjes	=	eenheidsworst
eenhelmig	adj	met één meeldraad
eenhelmige	=	eenhelmig
eenhelmigs	=	eenhelmig
eenhoek	noun	hypothetische figuur met maar één enkele hoek
eenhoeken	=	eenhoek
eenhoevig	adj	tot de zoogdieren behorend die één hoef aan elke poot hebben
eenhoevige	=	eenhoevig
eenhoevigs	=	eenhoevig
eenhonderd	num	"100", langere vorm van honderd, tien maal tien
eenhonderdacht	num	"108", langere vorm van honderdacht, honderd plus acht
eenhonderdachtendertig	num	"138", langere vorm van honderdachtendertig, honderd plus achtendertig
eenhonderdachtennegentig	num	"198", langere vorm van honderdachtennegentig, honderd plus achtennegentig
eenhonderdachtentachtig	num	"188", langere vorm van honderdachtentachtig, honderd plus achtentachtig
eenhonderdachtentwintig	num	"128", langere vorm van honderdachtentwintig, honderd plus achtentwintig
eenhonderdachtenveertig	num	"148", langere vorm van honderdachtenveertig, honderd plus achtenveertig
eenhonderdachtenvijftig	num	"158", langere vorm van honderdachtenvijftig, honderd plus achtenvijftig
eenhonderdachtenzestig	num	"168", langere vorm van honderdachtenzestig, honderd plus achtenzestig
eenhonderdachtenzeventig	num	"178", langere vorm van honderdachtenzeventig, honderd plus achtenzeventig
eenhonderdachttien	num	"118", langere vorm van honderdachttien, honderd plus achttien
eenhonderddertien	num	"113", langere vorm van honderddertien, honderd plus dertien
eenhonderddertig	num	"130", langere vorm van honderddertig, honderd plus dertig
eenhonderddrie	num	"103", langere vorm van honderddrie, honderd plus drie
eenhonderddrieëndertig	num	"133", langere vorm van honderddrieëndertig, honderd plus drieëndertig
eenhonderddrieënnegentig	num	"193", langere vorm van honderddrieënnegentig, honderd plus drieënnegentig
eenhonderddrieëntachtig	num	"183", langere vorm van honderddrieëntachtig, honderd plus drieëntachtig
eenhonderddrieëntwintig	num	"123", langere vorm van honderddrieëntwintig, honderd plus drieëntwintig
eenhonderddrieënveertig	num	"143", langere vorm van honderddrieënveertig, honderd plus drieënveertig
eenhonderddrieënvijftig	num	"153", langere vorm van honderddrieënvijftig, honderd plus drieënvijftig
eenhonderddrieënzestig	num	"163", langere vorm van honderddrieënzestig, honderd plus drieënzestig
eenhonderddrieënzeventig	num	"173", langere vorm van honderddrieënzeventig, honderd plus drieënzeventig
eenhonderdeen	num	"101", langere vorm van honderdeen, honderd plus een
eenhonderdeenendertig	num	"131", langere vorm van honderdeenendertig, honderd plus eenendertig
eenhonderdeenennegentig	num	"191", langere vorm van honderdeenennegentig, honderd plus eenennegentig
eenhonderdeenentachtig	num	"181", langere vorm van honderdeenentachtig, honderd plus eenentachtig
eenhonderdeenentwintig	num	"121", langere vorm van honderdeenentwintig, honderd plus eenentwintig
eenhonderdeenenveertig	num	"141", langere vorm van honderdeenenveertig, honderd plus eenenveertig
eenhonderdeenenvijftig	num	"151", langere vorm van honderdeenenvijftig, honderd plus eenenvijftig
eenhonderdeenenzestig	num	"161", langere vorm van honderdeenenzestig, honderd plus eenenzestig
eenhonderdeenenzeventig	num	"171", langere vorm van honderdeenenzeventig, honderd plus eenenzeventig
eenhonderdelf	num	"111", langere vorm van honderdelf, honderd plus elf
eenhonderdenacht	num	"108", langere vorm van honderdacht, honderd plus acht
eenhonderdenachtendertig	num	"138", langere vorm van honderdachtendertig, honderd plus achtendertig
eenhonderdenachtennegentig	num	"198", langere vorm van honderdachtennegentig, honderd plus achtennegentig
eenhonderdenachtentachtig	num	"188", langere vorm van honderdachtentachtig, honderd plus achtentachtig
eenhonderdenachtentwintig	num	"128", langere vorm van honderdachtentwintig, honderd plus achtentwintig
eenhonderdenachtenveertig	num	"148", langere vorm van honderdachtenveertig, honderd plus achtenveertig
eenhonderdenachtenvijftig	num	"158", langere vorm van honderdachtenvijftig, honderd plus achtenvijftig
eenhonderdenachtenzestig	num	"168", langere vorm van honderdachtenzestig, honderd plus achtenzestig
eenhonderdenachtenzeventig	num	"178", langere vorm van honderdachtenzeventig, honderd plus achtenzeventig
eenhonderdenachttien	num	"118", langere vorm van honderdachttien, honderd plus achttien
eenhonderdendertien	num	"113", langere vorm van honderddertien, honderd plus dertien
eenhonderdendertig	num	"130", langere vorm van honderddertig, honderd plus dertig
eenhonderdendrie	num	"103", langere vorm van honderddrie, honderd plus drie
eenhonderdendrieëndertig	num	"133", langere vorm van honderddrieëndertig, honderd plus drieëndertig
eenhonderdendrieënnegentig	num	"193", langere vorm van honderddrieënnegentig, honderd plus drieënnegentig
eenhonderdendrieëntachtig	num	"183", langere vorm van honderddrieëntachtig, honderd plus drieëntachtig
eenhonderdendrieëntwintig	num	"123", langere vorm van honderddrieëntwintig, honderd plus drieëntwintig
eenhonderdendrieënveertig	num	"143", langere vorm van honderddrieënveertig, honderd plus drieënveertig
eenhonderdendrieënvijftig	num	"153", langere vorm van honderddrieënvijftig, honderd plus drieënvijftig
eenhonderdendrieënzestig	num	"163", langere vorm van honderddrieënzestig, honderd plus drieënzestig
eenhonderdendrieënzeventig	num	"173", langere vorm van honderddrieënzeventig, honderd plus drieënzeventig
eenhonderdeneen	num	"101", langere vorm van honderdeen, honderd plus een
eenhonderdeneenendertig	num	"131", langere vorm van honderdeenendertig, honderd plus eenendertig
eenhonderdeneenennegentig	num	"191", langere vorm van honderdeenennegentig, honderd plus eenennegentig
eenhonderdeneenentachtig	num	"181", langere vorm van honderdeenentachtig, honderd plus eenentachtig
eenhonderdeneenentwintig	num	"121", langere vorm van honderdeenentwintig, honderd plus eenentwintig
eenhonderdeneenenveertig	num	"141", langere vorm van honderdeenenveertig, honderd plus eenenveertig
eenhonderdeneenenvijftig	num	"151", langere vorm van honderdeenenvijftig, honderd plus eenenvijftig
eenhonderdeneenenzestig	num	"161", langere vorm van honderdeenenzestig, honderd plus eenenzestig
eenhonderdeneenenzeventig	num	"171", langere vorm van honderdeenenzeventig, honderd plus eenenzeventig
eenhonderdenelf	num	"111", langere vorm van honderdelf, honderd plus elf
eenhonderdennegen	num	"109", langere vorm van honderdnegen, honderd plus negen
eenhonderdennegenendertig	num	"139", langere vorm van honderdnegenendertig, honderd plus negenendertig
eenhonderdennegenennegentig	num	"199", langere vorm van honderdnegenennegentig, honderd plus negenennegentig
eenhonderdennegenentachtig	num	"189", langere vorm van honderdnegenentachtig, honderd plus negenentachtig
eenhonderdennegenentwintig	num	"129", langere vorm van honderdnegenentwintig, honderd plus negenentwintig
eenhonderdennegenenveertig	num	"149", langere vorm van honderdnegenenveertig, honderd plus negenenveertig
eenhonderdennegenenvijftig	num	"159", langere vorm van honderdnegenenvijftig, honderd plus negenenvijftig
eenhonderdennegenenzestig	num	"169", langere vorm van honderdnegenenzestig, honderd plus negenenzestig
eenhonderdennegenenzeventig	num	"179", langere vorm van honderdnegenenzeventig, honderd plus negenenzeventig
eenhonderdennegentien	num	"119", langere vorm van honderdnegentien, honderd plus negentien
eenhonderdennegentig	num	"190", langere vorm van honderdnegentig, honderd plus negentig
eenhonderdentachtig	num	"180", langere vorm van honderdtachtig, honderd plus tachtig
eenhonderdentien	num	"110", langere vorm van honderdtien, honderd plus tien
eenhonderdentwaalf	num	"112", langere vorm van honderdtwaalf, honderd plus twaalf
eenhonderdentwee	num	"102", langere vorm van honderdtwee, honderd plus twee
eenhonderdentweeëndertig	num	"132", langere vorm van honderdtweeëndertig, honderd plus tweeëndertig
eenhonderdentweeënnegentig	num	"192", langere vorm van honderdtweeënnegentig, honderd plus tweeënnegentig
eenhonderdentweeëntachtig	num	"182", langere vorm van honderdtweeëntachtig, honderd plus tweeëntachtig
eenhonderdentweeëntwintig	num	"122", langere vorm van honderdtweeëntwintig, honderd plus tweeëntwintig
eenhonderdentweeënveertig	num	"142", langere vorm van honderdtweeënveertig, honderd plus tweeënveertig
eenhonderdentweeënvijftig	num	"152", langere vorm van honderdtweeënvijftig, honderd plus tweeënvijftig
eenhonderdentweeënzestig	num	"162", langere vorm van honderdtweeënzestig, honderd plus tweeënzestig
eenhonderdentweeënzeventig	num	"172", langere vorm van honderdtweeënzeventig, honderd plus tweeënzeventig
eenhonderdentwintig	num	"120", langere vorm van honderdtwintig, honderd plus twintig
eenhonderdenveertien	num	"114", langere vorm van honderdveertien, honderd plus veertien
eenhonderdenveertig	num	"140", langere vorm van honderdveertig, honderd plus veertig
eenhonderdenvier	num	"104", langere vorm van honderdvier, honderd plus vier
eenhonderdenvierendertig	num	"134", langere vorm van honderdvierendertig, honderd plus vierendertig
eenhonderdenvierennegentig	num	"194", langere vorm van honderdvierennegentig, honderd plus vierennegentig
eenhonderdenvierentachtig	num	"184", langere vorm van honderdvierentachtig, honderd plus vierentachtig
eenhonderdenvierentwintig	num	"124", langere vorm van honderdvierentwintig, honderd plus vierentwintig
eenhonderdenvierenveertig	num	"144", langere vorm van honderdvierenveertig, honderd plus vierenveertig
eenhonderdenvierenvijftig	num	"154", langere vorm van honderdvierenvijftig, honderd plus vierenvijftig
eenhonderdenvierenzestig	num	"164", langere vorm van honderdvierenzestig, honderd plus vierenzestig
eenhonderdenvierenzeventig	num	"174", langere vorm van honderdvierenzeventig, honderd plus vierenzeventig
eenhonderdenvijf	num	"105", langere vorm van honderdvijf, honderd plus vijf
eenhonderdenvijfendertig	num	"135", langere vorm van honderdvijfendertig, honderd plus vijfendertig
eenhonderdenvijfennegentig	num	"195", langere vorm van honderdvijfennegentig, honderd plus vijfennegentig
eenhonderdenvijfentachtig	num	"185", langere vorm van honderdvijfentachtig, honderd plus vijfentachtig
eenhonderdenvijfentwintig	num	"125", langere vorm van honderdvijfentwintig, honderd plus vijfentwintig
eenhonderdenvijfenveertig	num	"145", langere vorm van honderdvijfenveertig, honderd plus vijfenveertig
eenhonderdenvijfenvijftig	num	"155", langere vorm van honderdvijfenvijftig, honderd plus vijfenvijftig
eenhonderdenvijfenzestig	num	"165", langere vorm van honderdvijfenzestig, honderd plus vijfenzestig
eenhonderdenvijfenzeventig	num	"175", langere vorm van honderdvijfenzeventig, honderd plus vijfenzeventig
eenhonderdenvijftien	num	"115", langere vorm van honderdvijftien, honderd plus vijftien
eenhonderdenvijftig	num	"150", langere vorm van honderdvijftig, honderd plus vijftig
eenhonderdenzes	num	"106", langere vorm van honderdzes, honderd plus zes
eenhonderdenzesendertig	num	"136", langere vorm van honderdzesendertig, honderd plus zesendertig
eenhonderdenzesennegentig	num	"196", langere vorm van honderdzesennegentig, honderd plus zesennegentig
eenhonderdenzesentachtig	num	"186", langere vorm van honderdzesentachtig, honderd plus zesentachtig
eenhonderdenzesentwintig	num	"126", langere vorm van honderdzesentwintig, honderd plus zesentwintig
eenhonderdenzesenveertig	num	"146", langere vorm van honderdzesenveertig, honderd plus zesenveertig
eenhonderdenzesenvijftig	num	"156", langere vorm van honderdzesenvijftig, honderd plus zesenvijftig
eenhonderdenzesenzestig	num	"166", langere vorm van honderdzesenzestig, honderd plus zesenzestig
eenhonderdenzesenzeventig	num	"176", langere vorm van honderdzesenzeventig, honderd plus zesenzeventig
eenhonderdenzestien	num	"116", langere vorm van honderdzestien, honderd plus zestien
eenhonderdenzestig	num	"160", langere vorm van honderdzestig, honderd plus zestig
eenhonderdenzeven	num	"107", langere vorm van honderdzeven, honderd plus zeven
eenhonderdenzevenendertig	num	"137", langere vorm van honderdzevenendertig, honderd plus zevenendertig
eenhonderdenzevenennegentig	num	"197", langere vorm van honderdzevenennegentig, honderd plus zevenennegentig
eenhonderdenzevenentachtig	num	"187", langere vorm van honderdzevenentachtig, honderd plus zevenentachtig
eenhonderdenzevenentwintig	num	"127", langere vorm van honderdzevenentwintig, honderd plus zevenentwintig
eenhonderdenzevenenveertig	num	"147", langere vorm van honderdzevenenveertig, honderd plus zevenenveertig
eenhonderdenzevenenvijftig	num	"157", langere vorm van honderdzevenenvijftig, honderd plus zevenenvijftig
eenhonderdenzevenenzestig	num	"167", langere vorm van honderdzevenenzestig, honderd plus zevenenzestig
eenhonderdenzevenenzeventig	num	"177", langere vorm van honderdzevenenzeventig, honderd plus zevenenzeventig
eenhonderdenzeventien	num	"117", langere vorm van honderdzeventien, honderd plus zeventien
eenhonderdenzeventig	num	"170", langere vorm van honderdzeventig, honderd plus zeventig
eenhonderdnegen	num	"109", langere vorm van honderdnegen, honderd plus negen
eenhonderdnegenendertig	num	"139", langere vorm van honderdnegenendertig, honderd plus negenendertig
eenhonderdnegenennegentig	num	"199", langere vorm van honderdnegenennegentig, honderd plus negenennegentig
eenhonderdnegenentachtig	num	"189", langere vorm van honderdnegenentachtig, honderd plus negenentachtig
eenhonderdnegenentwintig	num	"129", langere vorm van honderdnegenentwintig, honderd plus negenentwintig
eenhonderdnegenenveertig	num	"149", langere vorm van honderdnegenenveertig, honderd plus negenenveertig
eenhonderdnegenenvijftig	num	"159", langere vorm van honderdnegenenvijftig, honderd plus negenenvijftig
eenhonderdnegenenzestig	num	"169", langere vorm van honderdnegenenzestig, honderd plus negenenzestig
eenhonderdnegenenzeventig	num	"179", langere vorm van honderdnegenenzeventig, honderd plus negenenzeventig
eenhonderdnegentien	num	"119", langere vorm van honderdnegentien, honderd plus negentien
eenhonderdnegentig	num	"190", langere vorm van honderdnegentig, honderd plus negentig
eenhonderdtachtig	num	"180", langere vorm van honderdtachtig, honderd plus tachtig
eenhonderdtien	num	"110", langere vorm van honderdtien, honderd plus tien
eenhonderdtwaalf	num	"112", langere vorm van honderdtwaalf, honderd plus twaalf
eenhonderdtwee	num	"102", langere vorm van honderdtwee, honderd plus twee
eenhonderdtweeëndertig	num	"132", langere vorm van honderdtweeëndertig, honderd plus tweeëndertig
eenhonderdtweeënnegentig	num	"192", langere vorm van honderdtweeënnegentig, honderd plus tweeënnegentig
eenhonderdtweeëntachtig	num	"182", langere vorm van honderdtweeëntachtig, honderd plus tweeëntachtig
eenhonderdtweeëntwintig	num	"122", langere vorm van honderdtweeëntwintig, honderd plus tweeëntwintig
eenhonderdtweeënveertig	num	"142", langere vorm van honderdtweeënveertig, honderd plus tweeënveertig
eenhonderdtweeënvijftig	num	"152", langere vorm van honderdtweeënvijftig, honderd plus tweeënvijftig
eenhonderdtweeënzestig	num	"162", langere vorm van honderdtweeënzestig, honderd plus tweeënzestig
eenhonderdtweeënzeventig	num	"172", langere vorm van honderdtweeënzeventig, honderd plus tweeënzeventig
eenhonderdtwintig	num	"120", langere vorm van honderdtwintig, honderd plus twintig
eenhonderdveertien	num	"114", langere vorm van honderdveertien, honderd plus veertien
eenhonderdveertig	num	"140", langere vorm van honderdveertig, honderd plus veertig
eenhonderdvier	num	"104", langere vorm van honderdvier, honderd plus vier
eenhonderdvierendertig	num	"134", langere vorm van honderdvierendertig, honderd plus vierendertig
eenhonderdvierennegentig	num	"194", langere vorm van honderdvierennegentig, honderd plus vierennegentig
eenhonderdvierentachtig	num	"184", langere vorm van honderdvierentachtig, honderd plus vierentachtig
eenhonderdvierentwintig	num	"124", langere vorm van honderdvierentwintig, honderd plus vierentwintig
eenhonderdvierenveertig	num	"144", langere vorm van honderdvierenveertig, honderd plus vierenveertig
eenhonderdvierenvijftig	num	"154", langere vorm van honderdvierenvijftig, honderd plus vierenvijftig
eenhonderdvierenzestig	num	"164", langere vorm van honderdvierenzestig, honderd plus vierenzestig
eenhonderdvierenzeventig	num	"174", langere vorm van honderdvierenzeventig, honderd plus vierenzeventig
eenhonderdvijf	num	"105", langere vorm van honderdvijf, honderd plus vijf
eenhonderdvijfendertig	num	"135", langere vorm van honderdvijfendertig, honderd plus vijfendertig
eenhonderdvijfennegentig	num	"195", langere vorm van honderdvijfennegentig, honderd plus vijfennegentig
eenhonderdvijfentachtig	num	"185", langere vorm van honderdvijfentachtig, honderd plus vijfentachtig
eenhonderdvijfentwintig	num	"125", langere vorm van honderdvijfentwintig, honderd plus vijfentwintig
eenhonderdvijfenveertig	num	"145", langere vorm van honderdvijfenveertig, honderd plus vijfenveertig
eenhonderdvijfenvijftig	num	"155", langere vorm van honderdvijfenvijftig, honderd plus vijfenvijftig
eenhonderdvijfenzestig	num	"165", langere vorm van honderdvijfenzestig, honderd plus vijfenzestig
eenhonderdvijfenzeventig	num	"175", langere vorm van honderdvijfenzeventig, honderd plus vijfenzeventig
eenhonderdvijftien	num	"115", langere vorm van honderdvijftien, honderd plus vijftien
eenhonderdvijftig	num	"150", langere vorm van honderdvijftig, honderd plus vijftig
eenhonderdzes	num	"106", langere vorm van honderdzes, honderd plus zes
eenhonderdzesendertig	num	"136", langere vorm van honderdzesendertig, honderd plus zesendertig
eenhonderdzesennegentig	num	"196", langere vorm van honderdzesennegentig, honderd plus zesennegentig
eenhonderdzesentachtig	num	"186", langere vorm van honderdzesentachtig, honderd plus zesentachtig
eenhonderdzesentwintig	num	"126", langere vorm van honderdzesentwintig, honderd plus zesentwintig
eenhonderdzesenveertig	num	"146", langere vorm van honderdzesenveertig, honderd plus zesenveertig
eenhonderdzesenvijftig	num	"156", langere vorm van honderdzesenvijftig, honderd plus zesenvijftig
eenhonderdzesenzestig	num	"166", langere vorm van honderdzesenzestig, honderd plus zesenzestig
eenhonderdzesenzeventig	num	"176", langere vorm van honderdzesenzeventig, honderd plus zesenzeventig
eenhonderdzestien	num	"116", langere vorm van honderdzestien, honderd plus zestien
eenhonderdzestig	num	"160", langere vorm van honderdzestig, honderd plus zestig
eenhonderdzeven	num	"107", langere vorm van honderdzeven, honderd plus zeven
eenhonderdzevenendertig	num	"137", langere vorm van honderdzevenendertig, honderd plus zevenendertig
eenhonderdzevenennegentig	num	"197", langere vorm van honderdzevenennegentig, honderd plus zevenennegentig
eenhonderdzevenentachtig	num	"187", langere vorm van honderdzevenentachtig, honderd plus zevenentachtig
eenhonderdzevenentwintig	num	"127", langere vorm van honderdzevenentwintig, honderd plus zevenentwintig
eenhonderdzevenenveertig	num	"147", langere vorm van honderdzevenenveertig, honderd plus zevenenveertig
eenhonderdzevenenvijftig	num	"157", langere vorm van honderdzevenenvijftig, honderd plus zevenenvijftig
eenhonderdzevenenzestig	num	"167", langere vorm van honderdzevenenzestig, honderd plus zevenenzestig
eenhonderdzevenenzeventig	num	"177", langere vorm van honderdzevenenzeventig, honderd plus zevenenzeventig
eenhonderdzeventien	num	"117", langere vorm van honderdzeventien, honderd plus zeventien
eenhonderdzeventig	num	"170", langere vorm van honderdzeventig, honderd plus zeventig
eenhoofdig	adj	met één leidinggevende; met één heerser
eenhoofdige	=	eenhoofdig
eenhoofdigs	=	eenhoofdig
eenhoog	adv	op de eerste verdieping
eenhoorn	noun	fabelachtig, paardachtig wezen met een gedraaide hoorn op het hoofd
eenhoornen	=	eenhoorn
eenhoornmestkever	noun	Copris lunaris een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae).
eenhoornmestkevers	=	eenhoornmestkever
eenhoornmestkevertje	=	eenhoornmestkever
eenhoornmestkevertjes	=	eenhoornmestkever
eenhoorns	=	eenhoorn
eenhoorntje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort spin, Walckenaeria unicornis uit de familie van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
eenhoorntjes	=	eenhoorn
eenhoornvis	noun	Naso brevirostris een straalvinnige vissensoort uit de familie van doktersvissen (Acanthuridae).
eenhoornvisje	=	eenhoornvis
eenhoornvisjes	=	eenhoornvis
eenhoornvissen	=	eenhoornvis
eenhoren	noun	minder gangbare schrijfwijze voor eenhoorn
eenhorens	=	eenhoren
eenhorentje	=	eenhoren
eenhorentjes	=	eenhoren
eenhuizig	adj	met mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant
eenhuizige	=	eenhuizig
eenhuizigs	=	eenhuizig
eenichsins	=	enigszins
eenichsints	=	enigszins
eenieder	pron	ieder persoon afzonderlijk
eenieders	pron	genitief van eenieder
eenig	=	enig
eenige	=	enige
eenigerlei	=	enigerlei
eenighsints	=	enigszins
eenighszins	=	enigszins
eenigsins	=	enigszins
eenigsints	=	enigszins
eenigst	=	enigst
eenigszins	=	enigszins
eenigzins	=	enigszins
eenjarig	adj	één jaar durend
eenjarige	noun	levend wezen dat 1 jaar oud is of iets dat 1 jaar bestaat
eenjarigen	=	eenjarige
eenjarigs	=	eenjarig
eenkaaksalen	noun	een familie Monognathidae van straalvinnige vissen uit de orde van alen (Saccopharyngiformes)
eenkamerappartement	noun	een eenkamerwoning in een groter gebouw
eenkamerappartementen	=	eenkamerappartement
eenkamerappartementje	=	eenkamerappartement
eenkamerappartementjes	=	eenkamerappartement
eenkamerflat	noun	appartement in een flatgebouw bestaande uit één kamer
eenkamerflatje	=	eenkamerflat
eenkamerflatjes	=	eenkamerflat
eenkamerflats	=	eenkamerflat
eenkamerwoning	noun	een woning met slechts een kamer waarin ook de keuken is, wel is er een aparte badkamer.
eenkamerwoningen	=	eenkamerwoning
eenkamerwoninkje	=	eenkamerwoning
eenkamerwoninkjes	=	eenkamerwoning
eenkennig	adj	bang voor vreemden, contact met onbekenden vermijdend
eenkennige	=	eenkennig
eenkenniger	=	eenkennig
eenkennigere	=	eenkennig
eenkennigers	=	eenkennig
eenkennigs	=	eenkennig
eenkennigst	=	eenkennig
eenkennigste	=	eenkennig
eenkindbeleid	noun	bepaling dat ieder koppel maar één kind mag krijgen met als doel een te snelle stijging van de bevolking tegen te gaan
eenkindpolitiek	noun	bepaling dat ieder koppel maar één kind mag krijgen met als doel een te snelle stijging van de bevolking tegen te gaan
eenklank	noun	verschillende tonen met dezelfde toonhoogte
eenklanken	=	eenklank
eenkleurig	adj	één kleur hebbend
eenkleurige	=	eenkleurig
eenkleurigs	=	eenkleurig
eenkoppig	adj	bestaande uit één persoon
eenkoppige	=	eenkoppig
eenkoppigs	=	eenkoppig
eenkopsverpakking	noun	een product of ingrediënt dat precies is afgemeten voor één consumptie of portie.
eenkopsverpakkingen	=	eenkopsverpakking
eenkopsverpakkinkje	=	eenkopsverpakking
eenkopsverpakkinkjes	=	eenkopsverpakking
eenkoren	noun	Triticum monococcum een diploïde tarwesoort met wilde en gecultiveerde varianten.
eenkristal	noun	een kristal dat dusdanig volmaakt is dat het bij diffractie één enkel diffractiepatroon vertoont
eenkristallen	=	eenkristal
eenkristalletje	=	eenkristal
eenkristalletjes	=	eenkristal
eenlaags	adj	uit één laag bestaand
eenlaagse	=	eenlaags
eenlettergreperigheden	=	eenlettergreperigheid
eenlettergreperigheid	noun	taalgebruik waarbij men alleen maar zeer korte woorden gebruikt
eenlettergrepig	adj	uit een enkele lettergreep bestaand
eenlettergrepige	=	eenlettergrepig
eenlettergrepigs	=	eenlettergrepig
eenling	noun	eenzelvig persoon, iemand die niet tot een groep behoort
eenlingen	=	eenling
eenlingetje	=	eenling
eenlingetjes	=	eenling
eenlobbig	adj	één zaadlob hebbend
eenlobbige	=	eenlobbig
eenlobbigs	=	eenlobbig
eenmaal	adv	een enkele keer
eenmaker	noun	persoon die mensen en volkeren verenigt tot één groep of natie
eenmakers	=	eenmaker
eenmaking	noun	verschillende zaken tot één geheel samenvoegen
eenmakingen	=	eenmaking
eenmakinkje	=	eenmaking
eenmakinkjes	=	eenmaking
eenmalig	adj	wat één keer gebeurt of is te gebruiken
eenmalige	=	eenmalig
eenmaligs	=	eenmalig
eenmansactie	noun	iets wat één persoon bewust alleen heeft ondernomen
eenmansacties	=	eenmansactie
eenmansactietje	=	eenmansactie
eenmansactietjes	=	eenmansactie
eenmansband	noun	muzikant die gelijktijdig meerdere instrumenten bespeelt
eenmansbandje	=	eenmansband
eenmansbandjes	=	eenmansband
eenmansbands	=	eenmansband
eenmansbedrijf	noun	bedrijfsvorm waarbij één persoon in alle opzichten verantwoordelijk is voor de onderneming
eenmansbedrijfje	=	eenmansbedrijf
eenmansbedrijfjes	=	eenmansbedrijf
eenmansbedrijven	=	eenmansbedrijf
eenmanscel	noun	gevangeniscel voor één persoon
eenmanscellen	=	eenmanscel
eenmanscelletje	=	eenmanscel
eenmanscelletjes	=	eenmanscel
eenmansfractie	noun	iemand die namens zijn partij als eenling binnen een volksvertegenwoordiging meedoet
eenmansfracties	=	eenmansfractie
eenmansfractietje	=	eenmansfractie
eenmansfractietjes	=	eenmansfractie
eenmansjury	noun	persoon die als eenling een bindend oordeel geeft
eenmansoorlog	noun|figurative	fel en langdurig conflict waarbij iemand het zonder medestanders opneemt tegen meerdere tegenstanders of één veel sterkere tegenstander
eenmansoorlogen	=	eenmansoorlog
eenmansoorlogje	=	eenmansoorlog
eenmansoorlogjes	=	eenmansoorlog
eenmansorkest	noun	één muzikant die tegelijkertijd verschillende instrumenten bespeelt
eenmansorkesten	=	eenmansorkest
eenmansorkestje	=	eenmansorkest
eenmansorkestjes	=	eenmansorkest
eenmanspartij	noun	politieke partij die slechts uit één persoon bestaat
eenmanspartijen	=	eenmanspartij
eenmansruimtecapsule	noun	toestel voor verblijf buiten de dampkring dat maar plaats heeft voor één astronaut
eenmansruimtecapsules	=	eenmansruimtecapsule
eenmansruimtecapsuletje	=	eenmansruimtecapsule
eenmansruimtecapsuletjes	=	eenmansruimtecapsule
eenmansvoorstelling	noun	theatervoorstelling door één toneelspeler of cabaretier
eenmansvoorstellingen	=	eenmansvoorstelling
eenmansvoorstellinkje	=	eenmansvoorstelling
eenmansvoorstellinkjes	=	eenmansvoorstelling
eenmanszaak	noun	bedrijfsvorm waarbij één persoon in alle opzichten verantwoordelijk is voor de onderneming, en wel rechtstreeks, niet als eigenaar/bestuurder van een besloten vennootschap (bv)
eenmanszaakje	=	eenmanszaak
eenmanszaakjes	=	eenmanszaak
eenmanszaken	=	eenmanszaak
eenmanszeilboot	noun	door één persoon bediend vaartuig dat wordt voortgestuwd door de druk van de wind tegen een of meer opgehouden vlakken van stevig textiel
eenmanszeilboten	=	eenmanszeilboot
eenmeifeest	noun	feest dat gehouden wordt ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid
eenmeifeesten	=	eenmeifeest
eenmeifeestje	=	eenmeifeest
eenmeifeestjes	=	eenmeifeest
eenmotorig	adj	één motor hebbend
eenmotorige	=	eenmotorig
eenmotorigs	=	eenmotorig
eennachtsijs	noun	een dunne laag ijs gevormd na de vorst van een enkele nacht
eennervig	adj	met maar één middel- of hoofdnerf
eennervige	=	eennervig
eennervigs	=	eennervig
eenogen	=	eenoog
eenogig	adj	in het bezit van (slechts) één oog
eenogige	=	eenogig
eenogigs	=	eenogig
eenoog	noun	persoon of dier met één oog
eenoogje	=	eenoog
eenoogjes	=	eenoog
eenoogkreeftjes	noun	Copepoda een groep kleine kreeftachtigen.
eenoudergezin	noun	een gezin met slechts één ouder
eenoudergezinnen	=	eenoudergezin
eenoudergezinnetje	=	eenoudergezin
eenoudergezinnetjes	=	eenoudergezin
eenpansgerecht	noun	gerecht dat in één pan bereid is
eenpansgerechten	=	eenpansgerecht
eenpansgerechtje	=	eenpansgerecht
eenpansmaaltijd	noun	een complete maar eenvoudige maaltijd waarvoor men maar één pan nodig heeft om te bereiden
eenpansmaaltijden	=	eenpansmaaltijd
eenpansmaaltijdje	=	eenpansmaaltijd
eenpansmaaltijdjes	=	eenpansmaaltijd
eenparig	adj	in eensgezindheid	adv	op eenparige wijze
eenparige	=	eenparig
eenpariger	=	eenparig
eenparigere	=	eenparig
eenparigers	=	eenparig
eenparigheid	noun	het eenparig zijn (bijv. van een beweging)
eenpariglijk	adj	gelijkvormig zonder afwijkingen
eenpariglijke	=	eenpariglijk
eenpariglijker	=	eenpariglijk
eenpariglijkere	=	eenpariglijk
eenpariglijkers	=	eenpariglijk
eenpariglijks	=	eenpariglijk
eenpariglijkst	=	eenpariglijk
eenpariglijkste	=	eenpariglijk
eenparigs	=	eenparig
eenparigst	=	eenparig
eenparigste	=	eenparig
eenpartijstaat	noun	een stelsel waarbij er in een land maar één politieke partij is toegestaan
eenpartijstaten	=	eenpartijstaat
eenpartijstelsel	noun	een parlement waarin slechts één politieke partij gezeteld is.
eenpartijstelsels	=	eenpartijstelsel
eenpartijstelseltje	=	eenpartijstelsel
eenpartijstelseltjes	=	eenpartijstelsel
eenpersoons	adj	bedoeld voor één persoon
eenpersoonsbed	noun	bed dat geschikt is voor één volwassen persoon; slaapplaats voor één persoon
eenpersoonsbedden	=	eenpersoonsbed
eenpersoonsbedje	=	eenpersoonsbed
eenpersoonsbedjes	=	eenpersoonsbed
eenpersoonshuishouden	noun	een huishouden bestaande uit één persoon
eenpersoonshuishoudens	=	eenpersoonshuishouden
eenpersoonshuishoudentje	=	eenpersoonshuishouden
eenpersoonshuishoudentjes	=	eenpersoonshuishouden
eenpersoonskamer	noun	kamer voor het verblijf van één persoon (bijvoorbeeld in een hotel of ziekenhuis)
eenpersoonskamers	=	eenpersoonskamer
eenpersoonskamertje	=	eenpersoonskamer
eenpersoonskamertjes	=	eenpersoonskamer
eenpersoonstent	noun	een tent die geschikt is voor één persoon
eenpersoonstenten	=	eenpersoonstent
eenpersoonstentje	=	eenpersoonstent
eenpersoonstentjes	=	eenpersoonstent
eenpersoonszaak	noun	bedrijfsvorm waarbij één persoon in alle opzichten verantwoordelijk is voor de onderneming, en wel rechtstreeks, niet als eigenaar/bestuurder van een besloten vennootschap (bv)
eenpersoonszaakje	=	eenpersoonszaak
eenpersoonszaakjes	=	eenpersoonszaak
eenpersoonszaken	=	eenpersoonszaak
eenpitter	noun	eenmanszaak
eenpitters	=	eenpitter
eenpittertje	=	eenpitter
eenpittertjes	=	eenpitter
eenpoot	noun	statief met één poot, een vaak inschuifbare eenbenige ondersteuning voor een camera of ander instrument
eenpootje	=	eenpoot
eenpootjes	=	eenpoot
eenpoten	=	eenpoot
eenrichtingsstraat	noun	straat waarin het verkeer zich maar in één richting kan of mag bewegen
eenrichtingsstraatje	=	eenrichtingsstraat
eenrichtingsstraatjes	=	eenrichtingsstraat
eenrichtingsstraten	=	eenrichtingsstraat
eenrichtingsverkeer	noun	iets (mn verkeer) wat maar een kant op mag of gaat
eenrichtingsweg	noun	weg waarop de bestuurders in één richting rijden
eenrichtingswegen	=	eenrichtingsweg
eenrichtingverkeer	noun	stroom voertuigen of voetgangers die maar één kant op kan of mag gaan
eenruiter	noun	bak met een broeiraam waar één ruit in zit
eenruiters	=	eenruiter
eens	adv	eenmaal	adj	alleen predicatief: het ~ zijn/worden over tot een vergelijk komen
eensdaags	adv	op een zekere dag in de toekomst
eensdeels	adv	aan de ene kant, voor een bepaald deel
eensdenkend	adj	op dezelfde wijze denkend
eensdenkende	=	eensdenkend
eensdenkender	=	eensdenkend
eensdenkendere	=	eensdenkend
eensdenkenders	=	eensdenkend
eensdenkends	=	eensdenkend
eensdenkendst	=	eensdenkend
eensdenkendste	=	eensdenkend
eensgezind	adj	dezelfde mening en doel hebbend
eensgezinde	=	eensgezind
eensgezinder	=	eensgezind
eensgezindere	=	eensgezind
eensgezinders	=	eensgezind
eensgezindheid	noun	zonder onenigheid dezelfde denkbeelden en plannen koesteren
eensgezinds	=	eensgezind
eensgezindst	=	eensgezind
eensgezindste	=	eensgezind
eensklaps	adv	plotseling, in een keer zonder geleidelijke overgang
eenslachtig	adj	van een bloem dat die alleen mannelijke of alleen vrouwelijke voortplantingsorganen heeft
eenslachtige	=	eenslachtig
eenslachtiger	=	eenslachtig
eenslachtigere	=	eenslachtig
eenslachtigers	=	eenslachtig
eenslachtigs	=	eenslachtig
eenslachtigst	=	eenslachtig
eenslachtigste	=	eenslachtig
eensluidend	adj	een gelijke inhoud hebbend
eensluidende	=	eensluidend
eensluidender	=	eensluidend
eensluidendere	=	eensluidend
eensluidenders	=	eensluidend
eensluidends	=	eensluidend
eensluidendst	=	eensluidend
eensluidendste	=	eensluidend
eenspan	noun	rijtuig getrokken door één paard of ander trekdier
eenspannen	=	eenspan
eenspannetje	=	eenspan
eenspannetjes	=	eenspan
eensporig	adj	met slechts één (geluids)spoor
eensporige	=	eensporig
eensporigs	=	eensporig
eenstaartje	noun	insect uit de familie Drepanidae van vlinders in de superfamilie Drepanoidea.
eenstaartjes	noun	Drepanidae een familie van vlinders in de superfamilie Drepanoidea.
eenstemmig	adj	uit een enkele melodielijn bestaande
eenstemmige	=	eenstemmig
eenstemmiger	=	eenstemmig
eenstemmigere	=	eenstemmig
eenstemmigers	=	eenstemmig
eenstemmigheden	=	eenstemmigheid
eenstemmigheid	noun	bij een beslissing dat iedereen het met die beslissing eens is
eenstemmigs	=	eenstemmig
eenstemmigst	=	eenstemmig
eenstemmigste	=	eenstemmig
eensterrenhotel	noun	zeer eenvoudig familiehotel
eensterrenhotels	=	eensterrenhotel
eenstipdikkopmot	noun	Scythris empetrella een vlinder uit de familie dikkopmotten (Scythrididae).
eenstipdikkopmotje	=	eenstipdikkopmot
eenstipdikkopmotjes	=	eenstipdikkopmot
eenstipdikkopmotten	=	eenstipdikkopmot
eenstipgrasuil	noun	Mythimna unipuncta een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
eenstipgrasuilen	=	eenstipgrasuil
eenstipgrasuiltje	=	eenstipgrasuil
eenstipgrasuiltjes	=	eenstipgrasuil
eenstipslakkenspoormot	noun	Phyllocnistis unipunctella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
eenstipslakkenspoormotje	=	eenstipslakkenspoormot
eenstipslakkenspoormotjes	=	eenstipslakkenspoormot
eenstipslakkenspoormotten	=	eenstipslakkenspoormot
eenstreepgrasuil	noun	Mythimna conigera een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
eenstreepgrasuilen	=	eenstreepgrasuil
eenstreepgrasuiltje	=	eenstreepgrasuil
eenstreepgrasuiltjes	=	eenstreepgrasuil
eenstreepsteltmug	noun	een tweevleugelige Limonia flavipes uit de familie steltmuggen (Limoniidae).
eenstreepsteltmuggen	=	eenstreepsteltmug
eenstreepsteltmuggetje	=	eenstreepsteltmug
eenstreepsteltmuggetjes	=	eenstreepsteltmug
eentalig	adj	met maar één taal
eentalige	=	eentalig
eentaligheid	noun	het eentalig zijn
eentaligs	=	eentalig
eentandzandspinnendoder	noun	Arachnospila spissa een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
eentandzandspinnendoders	=	eentandzandspinnendoder
eentandzandspinnendodertje	=	eentandzandspinnendoder
eentandzandspinnendodertjes	=	eentandzandspinnendoder
eenterm	noun	een polynoom dat slechts uit één term bestaat
eentermen	=	eenterm
eentermpje	=	eenterm
eentermpjes	=	eenterm
eentje	noun	in je eentje: alleen zonder dat er andere mensen bij zijn
eentjes	=	een
eentonig	adj	saai doordat het telkens hetzelfde is
eentonige	=	eentonig
eentoniger	=	eentonig
eentonigere	=	eentonig
eentonigers	=	eentonig
eentonigheden	=	eentonigheid
eentonigheid	noun	het zonder enig variatie of spanning zijn
eentonigs	=	eentonig
eentonigst	=	eentonig
eentonigste	=	eentonig
eenuursvak	noun	een vak dat gedurende één lesuur per schoolweek wordt gegeven
eenuursvakken	=	eenuursvak
eenverdiener	noun	een kostwinner die geheel alleen voor een gezin het inkomen moet opbrengen
eenverdieners	=	eenverdiener
eenvinkathaai	noun	Pentanchus profundicolus een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
eenvinkathaaien	=	eenvinkathaai
eenvinkathaaitje	=	eenvinkathaai
eenvinkathaaitjes	=	eenvinkathaai
eenvinsluimerrog	noun	Narke capensis een sluimerrog die leeft in kustwateren bij Zuid-Afrika, speciaal in de hartvormige baaien aan de kust van de Kaapprovincie
eenvinsluimerroggen	=	eenvinsluimerrog
eenvinsluimerroggetje	=	eenvinsluimerrog
eenvinsluimerroggetjes	=	eenvinsluimerrog
eenvinsluimerrogje	=	eenvinsluimerrog
eenvinsluimerrogjes	=	eenvinsluimerrog
eenvlekrolklavermineermot	noun	Trifurcula cryptella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
eenvlekrolklavermineermotje	=	eenvlekrolklavermineermot
eenvlekrolklavermineermotjes	=	eenvlekrolklavermineermot
eenvlekrolklavermineermotten	=	eenvlekrolklavermineermot
eenvormig	adj	er net zo uitziend, met dezelfde opbouw
eenvormige	=	eenvormig
eenvormiger	=	eenvormig
eenvormigere	=	eenvormig
eenvormigers	=	eenvormig
eenvormigheden	=	eenvormigheid
eenvormigheid	noun	het dezelfde vorm of hetzelfde uiterlijk hebben; de mate waarin zaken of personen dezelfde vorm of hetzelfde uiterlijk hebben
eenvormigs	=	eenvormig
eenvormigst	=	eenvormig
eenvormigste	=	eenvormig
eenvoud	noun	afwezigheid van pracht en praal
eenvoudig	adj	niet ingewikkeld; heel gemakkelijk; uit één stuk
eenvoudige	=	eenvoudig
eenvoudiger	=	eenvoudig
eenvoudigere	=	eenvoudig
eenvoudigers	=	eenvoudig
eenvoudigheden	=	eenvoudigheid
eenvoudigheid	noun	het eenvoudig zijn, de eenvoud
eenvoudigheidshalve	adv	vanwege de eenvoud, uit eenvoud
eenvoudiglijk	adj	op een simpele ongekunstelde manier
eenvoudiglijke	=	eenvoudiglijk
eenvoudiglijker	=	eenvoudiglijk
eenvoudiglijkere	=	eenvoudiglijk
eenvoudiglijkers	=	eenvoudiglijk
eenvoudiglijks	=	eenvoudiglijk
eenvoudiglijkst	=	eenvoudiglijk
eenvoudiglijkste	=	eenvoudiglijk
eenvoudigs	=	eenvoudig
eenvoudigst	=	eenvoudig
eenvoudigste	=	eenvoudig
eenvoudigweg	adv	eenvoudig, gewoon, helemaal, kortweg, gewoonweg
eenvrouwsactie	noun	handeling door één vrouw uitgevoerd
eenvrouwsacties	=	eenvrouwsactie
eenvrouwsactietje	=	eenvrouwsactie
eenvrouwsactietjes	=	eenvrouwsactie
eenwaardig	adj	de waarde één hebbend
eenwaardige	=	eenwaardig
eenwaardigs	=	eenwaardig
eenwerd	=	eenworden
eenwerden	=	eenworden
eenwerdt	=	eenworden
eenwerf	adv	een enkele keer
eenwieler	noun	een fiets met één wiel vooral gebruikt voor acrobatiek
eenwielers	=	eenwieler
eenwielertje	=	eenwieler
eenwielertjes	=	eenwieler
eenwinter	noun	paard of koe van één winter oud; eenjarig veulen of kalf
eenwinters	=	eenwinter
eenword	=	eenworden
eenworden	verb	twee of meer zaken die zich verenigen tot één, integreren, samensmelten
eenwordend	=	eenworden
eenwordende	=	eenworden
eenwording	noun	ontwikkeling tot één geheel, samengaan van verschillende landen, groepen of organisaties tot één land, groep of organisatie
eenwordingen	=	eenwording
eenwordinkje	=	eenwording
eenwordinkjes	=	eenwording
eenwordt	=	eenworden
eenzaadlobbig	adj	waarvan de kiem één zaadlob heeft
eenzaadlobbige	noun	plant die eenzaadlobbig is
eenzaadlobbigen	noun	een omvangrijke groep Monocotyledones van planten.
eenzaadlobbigs	=	eenzaadlobbig
eenzaam	adj	gebrek aan gezelschap ondervindend
eenzaamheden	=	eenzaamheid
eenzaamheid	noun	de hoedanigheid van het eenzaam zijn
eenzaamheidsvirus	noun	beeldspraak voor de situatie waarin mensen door bepaalde omstandigheden minder contact hebben met elkaar waardoor mensen eenzaam kunnen worden
eenzaamheidsvirusje	=	eenzaamheidsvirus
eenzaamheidsvirusjes	=	eenzaamheidsvirus
eenzaamheidsvirussen	=	eenzaamheidsvirus
eenzaams	=	eenzaam
eenzaamst	=	eenzaam
eenzaamste	=	eenzaam
eenzaat	noun	kluizenaar, heremiet
eenzaatje	=	eenzaat
eenzaatjes	=	eenzaat
eenzame	=	eenzaam
eenzamer	=	eenzaam
eenzamere	=	eenzaam
eenzamers	=	eenzaam
eenzaten	=	eenzaat
eenzelfde	pron	een vergelijkbare of overeenkomstige identiteit bezittend
eenzelvig	adj	in zichzelf gekeerd; alleen door zichzelf begrepen
eenzelvige	=	eenzelvig
eenzelviger	=	eenzelvig
eenzelvigere	=	eenzelvig
eenzelvigers	=	eenzelvig
eenzelvigheid	noun	het gelijk aan elkaar zijn van verschillende zaken; identiteit
eenzelvigheidskaart	noun|obsolete	officieel document dat ondubbelzinnig vastlegt wie je bent, afgedrukt op een klein stuk karton of kunststof
eenzelvigheidskaarten	=	eenzelvigheidskaart
eenzelvigs	=	eenzelvig
eenzelvigst	=	eenzelvig
eenzelvigste	=	eenzelvig
eenzijdig	adj	met of aan één kant, belang, partij etc; waarbij geen andere(n) betrokken zijn, of buiten beschouwing blijven
eenzijdige	=	eenzijdig
eenzijdiger	=	eenzijdig
eenzijdigere	=	eenzijdig
eenzijdigers	=	eenzijdig
eenzijdigheden	=	eenzijdigheid
eenzijdigheid	noun	de mate waarin iets maar van een kant bezien wordt
eenzijdigs	=	eenzijdig
eenzijdigst	=	eenzijdig
eenzijdigste	=	eenzijdig
eer	noun	aanzien, roem	conj|formal	voordat
eer-eergister	adv	de dag drie dagen geleden
eer-eergisteren	adv	de dag drie dagen geleden
eerbaar	adj	wat eer heeft
eerbaarder	=	eerbaar
eerbaardere	=	eerbaar
eerbaarders	=	eerbaar
eerbaarheden	=	eerbaarheid
eerbaarheid	noun	kuisheid en reinheid op seksueel gebied (met name van de vrouw)
eerbaars	=	eerbaar
eerbaarst	=	eerbaar
eerbaarste	=	eerbaar
eerbare	=	eerbaar
eerbejag	noun	het najagen van roem voor zichzelf
eerbetonen	=	eerbetoon
eerbetoon	noun	blijk van verering dat aan iemand wordt getoond
eerbetoontje	=	eerbetoon
eerbetoontjes	=	eerbetoon
eerbetuiging	noun	teken dat men gewaardeerd wordt
eerbetuigingen	=	eerbetuiging
eerbetuiginkje	=	eerbetuiging
eerbetuiginkjes	=	eerbetuiging
eerbewijs	noun	een teken waarmee de gever duidelijk maakt iets of iemand te bewonderen of diegene dankbaar te zijn
eerbewijsje	=	eerbewijs
eerbewijsjes	=	eerbewijs
eerbewijzen	=	eerbewijs
eerbied	noun	een gevoel van bewondering
eerbiedig	adj	eerbied koesterend of daarvan blijk gevend
eerbiedigde	=	eerbiedigen
eerbiedigden	=	eerbiedigen
eerbiedige	=	eerbiedigen
eerbiedigen	verb	respecteren
eerbiedigend	=	eerbiedigen
eerbiedigende	=	eerbiedigen
eerbiediger	=	eerbiedig
eerbiedigere	=	eerbiedig
eerbiedigers	=	eerbiedig
eerbiedigheden	=	eerbiedigheid
eerbiedigheid	noun	het eerbiedig zijn
eerbiediging	noun	het respecteren van iets; het rekening houden met iets; het erkennen van het bestaan van iets
eerbiedigingen	=	eerbiediging
eerbiedigingetje	=	eerbiediging
eerbiedigingetjes	=	eerbiediging
eerbiediglijk	adj	met veel eerbied
eerbiediglijke	=	eerbiediglijk
eerbiediglijker	=	eerbiediglijk
eerbiediglijkere	=	eerbiediglijk
eerbiediglijkers	=	eerbiediglijk
eerbiediglijks	=	eerbiediglijk
eerbiediglijkst	=	eerbiediglijk
eerbiediglijkste	=	eerbiediglijk
eerbiedigs	=	eerbiedig
eerbiedigst	=	eerbiedig
eerbiedigste	=	eerbiedig
eerbiedigt	=	eerbiedigen
eerbiedloos	adj	zonder eerbied, zonder achting
eerbiedloost	=	eerbiedloos
eerbiedlooste	=	eerbiedloos
eerbiedloze	=	eerbiedloos
eerbiedlozer	=	eerbiedloos
eerbiedlozere	=	eerbiedloos
eerbiedlozers	=	eerbiedloos
eerbiedwaardig	adj	van een persoon dat hij respect heeft verdiend
eerbiedwaardige	=	eerbiedwaardig
eerbiedwaardiger	=	eerbiedwaardig
eerbiedwaardigere	=	eerbiedwaardig
eerbiedwaardigers	=	eerbiedwaardig
eerbiedwaardigheden	=	eerbiedwaardigheid
eerbiedwaardigheid	noun	het waard zijn om respect te ontvangen
eerbiedwaardigs	=	eerbiedwaardig
eerbiedwaardigst	=	eerbiedwaardig
eerbiedwaardigste	=	eerbiedwaardig
eerdaags	adv	binnenkort.
eerdappel	=	aardappel
eerdat	conj	geeft een tijdstip aan voor hetwelk iets anders plaatsheeft
eerde	=	eren
eerden	=	eren
eerder	adv	vroeger in de tijd	adj	van vroegere datum
eerdere	=	eer
eerdergenoemd	adj	eerder genoemd
eerdergenoemde	=	eerdergenoemd
eerdergenoemds	=	eerdergenoemd
eerders	=	eerder
eerdertje	=	eerder
eere	=	ere
eereburger	=	ereburger
eeredienst	=	eredienst
eereergister	adv	de dag drie dagen geleden
eereergisteren	adv	de dag drie dagen geleden
eerelid	=	erelid
eereloon	=	ereloon
eeren	=	eren
eereschuld	=	ereschuld
eergerelateerd	adj	met betrekking tot de 'eer'
eergerelateerde	=	eergerelateerd
eergerelateerder	=	eergerelateerd
eergerelateerdere	=	eergerelateerd
eergerelateerders	=	eergerelateerd
eergerelateerds	=	eergerelateerd
eergerelateerdst	=	eergerelateerd
eergerelateerdste	=	eergerelateerd
eergevoel	noun	het autonome gevoel van wat je moreel verplicht bent om te doen en te laten
eergierig	adj	begerig naar eer, eerzuchtig
eergierige	=	eergierig
eergierigs	=	eergierig
eergister	adv	de voorlaatste dag die voltooid is
eergisteravond	adv	de avond vóór de gisternacht
eergisteren	adv	de voorlaatste dag die voltooid is
eergisternacht	adv	de nacht van twee dagen geleden
eerherstel	noun	officiële erkenning dat eerdere aantasting van iemands eer ongegrond was
eerherstellen	=	eerherstel
eerlang	adv|formal	binnenkort
eerlijk	adj	vrij van leugen en bedrog	adv	op een gepaste, eervolle wijze
eerlijke	=	eerlijk
eerlijker	=	eerlijk
eerlijkere	=	eerlijk
eerlijkers	=	eerlijk
eerlijkheid	noun	het vertellen van de waarheid
eerlijkheidshalve	adv	vanwege de eerlijkheid, uit eerlijkheid
eerlijks	=	eerlijk
eerlijkst	=	eerlijk
eerlijkste	=	eerlijk
eerloos	adj	zonder eergevoel
eerloosheden	=	eerloosheid
eerloosheid	noun	het eerloos zijn
eerloost	=	eerloos
eerlooste	=	eerloos
eerloze	=	eerloos
eerlozer	=	eerloos
eerlozere	=	eerloos
eerlozers	=	eerloos
eermetaal	noun	medaille die iemand kan winnen bij een wedstrijd
eermoord	noun	een gewoonterechtelijk fenomeen waarbij een familie of stam de verloren gegane zedelijke eer meent te kunnen herstellen door het plegen van moord op degene die schuldig bevonden wordt aan het eerverlies
eermoorden	=	eermoord
eerroof	noun	het bezoedelen van iemands goede naam door laster of kwaadsprekerij waarvan men weet dat deze onwaar is
eerroofje	=	eerroof
eerroofjes	=	eerroof
eerroven	=	eerroof
eerrover	noun	iemand die de goede naam van iemand beschadigd
eerrovers	=	eerrover
eerrovertje	=	eerrover
eerrovertjes	=	eerrover
eers	=	eerder
eershalve	adv	als bewijs van eer
eerst	adv	voordat iets anders gebeurt
eerstaangewezen	adj	de meest geschikte
eerstaangewezens	=	eerstaangewezen
eerstaangewezenste	=	eerstaangewezen
eerstaanwezend	adj	als eerste verantwoordelijk onder de aanwezigen
eerstaanwezende	=	eerstaanwezend
eerstaanwezends	=	eerstaanwezend
eerstdaags	adv	binnenkort
eerste	adj	nummer één in een rij, reeks e.d.	noun	nummer één in een volgorde
eerste-eeuwer	noun	iemand die in de eerste eeuw heeft geleefd
eerste-eeuwers	=	eerste-eeuwer
eerste-eeuwertje	=	eerste-eeuwer
eerste-eeuwertjes	=	eerste-eeuwer
eerste-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1-100
eerste-eeuwse	=	eerste-eeuws
eerste-ordesysteem	noun	een systeem waarvan in de differentiaalvergelijking hoogstens eerste afgeleiden voorkomen
eerste-ordesysteempje	=	eerste-ordesysteem
eerste-ordesysteempjes	=	eerste-ordesysteem
eerste-ordesystemen	=	eerste-ordesysteem
eerste-uitgiftegesprek	noun	gesprek dat een apotheekmedewerker voert met een patiënt als deze voor de eerste keer een bepaald medicament ontvangt waarbij met name wordt gesproken over mogelijke bijwerkingen
eerste-uitgiftegesprekken	=	eerste-uitgiftegesprek
eerstecommunicant	noun	persoon die voor het eerst de communie ontvangt in een rooms-katholieke kerk
eerstecommunicanten	=	eerstecommunicant
eerstecommunicantje	=	eerstecommunicant
eerstecommunicantjes	=	eerstecommunicant
eerstedagsmelding	noun	de verplichting voor een werkgever om een nieuwe werknemer uiterlijk de werkdag vóór aanvang van de werkzaamheden aan te melden bij de Belastingdienst.
eerstedagsmeldingen	=	eerstedagsmelding
eerstedagsmeldinkje	=	eerstedagsmelding
eerstedagsmeldinkjes	=	eerstedagsmelding
eerstedivisieclub	noun	sportclub waarvan het beste team speelt in de eerste divisie
eerstedivisieclubje	=	eerstedivisieclub
eerstedivisieclubjes	=	eerstedivisieclub
eerstedivisieclubs	=	eerstedivisieclub
eerstedivisionist	noun	team dat in de eerste divisie speelt
eerstedivisionisten	=	eerstedivisionist
eerstegeneratieallochtonen	=	eerstegeneratieallochtoon
eerstegeneratieallochtoon	noun	iemand die in het buitenland is geboren en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren
eerstegraads	adj	iets van de eerste categorie
eerstegraadsbevoegdheden	=	eerstegraadsbevoegdheid
eerstegraadsbevoegdheid	noun	onderwijsbevoegdheid voor de hogere klassen van het middelbaar onderwijs
eerstegraadsleraar	noun	iemand met een masteropleiding en een onderwijsbevoegdheid die lesgeeft op een middelbare school
eerstegraadsleraars	=	eerstegraadsleraar
eerstegraadsleraartje	=	eerstegraadsleraar
eerstegraadsleraartjes	=	eerstegraadsleraar
eerstegraadsleraren	=	eerstegraadsleraar
eerstehands	adj	direct verkregen
eerstehandse	=	eerstehands
eerstehulppost	noun	plaats waar gewonden, geblesseerde of zieken in eerste instantie behandeld worden
eerstehulpposten	=	eerstehulppost
eerstehulpverlener	noun	iemand die de initiële zorg verleent bij ongelukken, trauma's en blessures
eerstehulpverleners	=	eerstehulpverlener
eerstehulpverlening	noun	de eerste verzorging van gewonden, zieken en mensen met een blessure
eerstehulpverleningen	=	eerstehulpverlening
eerstejaars	noun	studenten die dat leerjaar met de studie begonnen zijn	adj	het eerste jaar betreffend
eerstejaarsje	=	eerstejaars
eerstejaarsjes	=	eerstejaars
eerstejaarsstudent	noun	een student die in het eerste jaar van zijn studie zit
eerstejaarsstudenten	=	eerstejaarsstudent
eerstejaarsstudentje	=	eerstejaarsstudent
eerstejaarsstudentjes	=	eerstejaarsstudent
eerstejaarsvak	noun	vak dat in het eerste jaar van een studie wordt gegeven
eerstejaarsvakken	=	eerstejaarsvak
eerstekeuzebehandeling	noun	medische of psychologische behandeling die volgens de huidige richtlijnen het beste werkt, het veiligst is en de minste bijwerkingen heeft voor een specifieke aandoening.
eerstekeuzebehandelingen	=	eerstekeuzebehandeling
eerstekeuzebehandelingetje	=	eerstekeuzebehandeling
eerstekeuzebehandelingetjes	=	eerstekeuzebehandeling
eersteklas	adv	met betrekking tot de eerste klasse
eersteklascoupeetje	=	eersteklascoupé
eersteklascoupeetjes	=	eersteklascoupé
eersteklascoupé	noun	een coupé van een trein met meestal ruimere stoelen en meer beenruimte dan de tweede klasse en men een hoger bedrag voor betaald heeft
eersteklascoupés	=	eersteklascoupé
eersteklassencompetitie	noun	groep wedstrijden die gespeeld worden tussen teams van de hoogste klasse in een bepaalde sport
eersteklassencompetities	=	eersteklassencompetitie
eersteklassenkampioen	noun	team dat de competitie van de hoofdklasse in een bepaalde tak van sport heeft gewonnen
eersteklassenkampioenen	=	eersteklassenkampioen
eersteklassenteam	noun	groep personen die samen in de hoofdklasse spelen
eersteklassenteams	=	eersteklassenteam
eersteklassenvereniging	noun	een sportclub waarvan een team in de hoofdklasse speelt
eersteklassenverenigingen	=	eersteklassenvereniging
eersteklassenverenigingetje	=	eersteklassenvereniging
eersteklassenverenigingetjes	=	eersteklassenvereniging
eersteklasser	noun	een club, vereniging of team dat in de hoofdklasse speelt
eersteklassers	=	eersteklasser
eersteklassertje	=	eersteklasser
eersteklassertjes	=	eersteklasser
eerstekwartaalcijfer	noun	een financieel resultaat van een bedrijf in de periode januari - maart van een jaar
eerstekwartaalcijfers	noun	financiële resultaten van een bedrijf in de periode januari - maart van een jaar
eerstelijns	adj	betrekking hebbend op de zorg die direct toegankelijk is voor alle patiënten
eerstelijnsbehandeling	noun	de eerste, vaak standaardtherapie die wordt ingezet bij een nieuw vastgestelde aandoening of ziekte (zoals kanker) met als doel genezing of het terugdringen van de symptomen.
eerstelijnsbehandelingen	=	eerstelijnsbehandeling
eerstelijnsbehandelingetje	=	eerstelijnsbehandeling
eerstelijnsbehandelingetjes	=	eerstelijnsbehandeling
eerstelijnsgezondheidszorg	noun	dat deel van de gezondheidszorg waar patiënten direct, zonder verwijzing hulp kunnen vragen bij gezondheidsklachten
eerstelijnszorg	noun	de medische zorg die direct toegankelijk is voor patiënten
eersteling	noun	het eerste werk van een kunstenaar
eerstelingen	=	eersteling
eerstelingetje	=	eersteling
eerstelingetjes	=	eersteling
eersteministerportefeuille	noun	portefeuille van de eerste minister
eersteministerportefeuilles	=	eersteministerportefeuille
eersten	=	eerste
eerstens	adv	om te beginnen, als belangrijkste
eersteordesysteem	noun	een systeem wiens gedrag kan worden beschreven door een differentiaalvergelijking van de eerste orde
eersteordesysteempje	=	eersteordesysteem
eersteordesysteempjes	=	eersteordesysteem
eersteordesystemen	=	eersteordesysteem
eersterangs	adj	van de hoogste kwaliteit zijnde
eerstes	=	eerste
eerstesteenlegging	noun	de ceremoniële start van de bouw van een bouwwerk
eerstesteenleggingen	=	eerstesteenlegging
eerstesteenlegginkje	=	eerstesteenlegging
eerstesteenlegginkjes	=	eerstesteenlegging
eerstewereldland	noun|obsolete	een relatief rijk land dat lid was van de NAVO en sterk geïndustrialiseerd en kapitalistisch was
eerstewereldlanden	=	eerstewereldland
eerstgeboorterecht	noun	de rechten van het oudste kind
eerstgeboorterechten	=	eerstgeboorterecht
eerstgeboren	adj	van een persoon dat deze de eerste nakomeling is van iemand
eerstgeborene	noun	iemands eerste kind
eerstgeborenen	=	eerstgeborene
eerstgeborens	=	eerstgeboren
eerstgenoemd	adj	wie of wat als eerste voorkomt in een opsomming
eerstgenoemde	noun	persoon of organisatie die als eerste voorkomt in een opsomming
eerstgenoemden	=	eerstgenoemde
eerstgenoemds	=	eerstgenoemd
eerstkomend	adj	de volgende gevolgd door een beschrijving van een periode of gebeurtenis
eerstkomende	=	eerstkomend
eerstkomends	=	eerstkomend
eerstverantwoordelijk	adj	binnen een organisatie bij uitstek beslissingen nemend
eerstverantwoordelijke	noun	de persoon die in eerste instantie de verplichting heeft dat iets goed verloopt
eerstverantwoordelijken	=	eerstverantwoordelijke
eerstverantwoordelijks	=	eerstverantwoordelijk
eerstvolgend	adj	de eerste die ergens na komt
eerstvolgende	=	eerstvolgend
eerstvolgenden	adj	meervoud van het zelfstandig gebruikte eerstvolgende bn
eerstvolgends	=	eerstvolgend
eert	=	eren
eertappel	=	aardappel
eertijds	adv	in de genoemde periode van het verleden
eertje	=	eer
eertjes	=	eer
eerverleden	adj	voorafgaand aan verleden; twee periodes in het verleden
eerverledens	=	eerverleden
eervol	adj	roem brengend, aanzien verschaffend
eervolle	=	eervol
eervoller	=	eervol
eervollere	=	eervol
eervollers	=	eervol
eervols	=	eervol
eervolst	=	eervol
eervolste	=	eervol
eerwaard	adj	een aanspreekvorm vooral gebruikt voor de lagere geestelijkheid, zoals paters, zusters etc
eerwaarde	noun	een persoon die vanwege zijn positie in een religieuze gemeenschap geëerd is
eerwaarden	=	eerwaarde
eerwaardig	adj	respect verdienend (vaak door ouderdom)
eerwaardige	=	eerwaardig
eerwaardiger	=	eerwaardig
eerwaardigere	=	eerwaardig
eerwaardigers	=	eerwaardig
eerwaardigheid	noun	het eerwaardig zijn
eerwaardigs	=	eerwaardig
eerwaardigst	=	eerwaardig
eerwaardigste	=	eerwaardig
eerwaards	=	eerwaard
eerwijl	adv	periode van het verleden
eerwraak	noun	uit het gewoonterecht voortvloeiend recht en (gevoeld) plicht om de familie-eer te zuiveren door moord op de schender of degene die schuldig bevonden wordt aan het eerverlies van diens familie
eerwraken	=	eerwraak
eerzaam	adj	wat geëerd dient te worden
eerzaamheden	=	eerzaamheid
eerzaamheid	noun	het achtenswaardig maar ook een beetje kleinburgerlijk zijn
eerzaams	=	eerzaam
eerzaamst	=	eerzaam
eerzaamste	=	eerzaam
eerzame	=	eerzaam
eerzamer	=	eerzaam
eerzamere	=	eerzaam
eerzamers	=	eerzaam
eerzucht	noun	verlangen naar eer of roem
eerzuchtig	adj	verlangend naar eer en roem
eerzuchtige	noun	iemand die ernaar verlangt geëerd te worden
eerzuchtigen	=	eerzuchtige
eerzuchtiger	=	eerzuchtig
eerzuchtigere	=	eerzuchtig
eerzuchtigers	=	eerzuchtig
eerzuchtigs	=	eerzuchtig
eerzuchtigst	=	eerzuchtig
eerzuchtigste	=	eerzuchtig
eest	noun	droogoven, zoals deze gebruikt wordt voor het drogen van groenmout
eeste	=	eesten
eesten	verb	een onderdeel van het moutingsproces, waarbij groenmout, meestal ontstaan uit gerst, bij hogere temperatuur worden gedroogd
eestend	=	eesten
eestende	=	eesten
eestje	=	eest
eestjes	=	eest
eestte	=	eesten
eestten	=	eesten
eet	=	eten
eetafspraak	noun	afspraak voor een ontmoeting waarbij men samen een maaltijd gebruikt
eetafspraakje	=	eetafspraak
eetafspraakjes	=	eetafspraak
eetafspraken	=	eetafspraak
eetappel	noun	vrucht van de appelboom, Malus domestica, geteeld om door mensen te worden opgegeten
eetappelen	=	eetappel
eetappels	=	eetappel
eetappeltje	=	eetappel
eetappeltjes	=	eetappel
eetbaar	adj	geschikt om gegeten te worden
eetbaar-nestsalangaan	noun	Aerodramus fuciphagus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen)
eetbaar-nestsalangaantje	=	eetbaar-nestsalangaan
eetbaar-nestsalangaantjes	=	eetbaar-nestsalangaan
eetbaar-nestsalanganen	=	eetbaar-nestsalangaan
eetbaarder	=	eetbaar
eetbaardere	=	eetbaar
eetbaarders	=	eetbaar
eetbaars	=	eetbaar
eetbaarst	=	eetbaar
eetbaarste	=	eetbaar
eetbak	noun	een bak waarin voedsel voor dieren wordt gedaan
eetbakje	=	eetbak
eetbakjes	=	eetbak
eetbakken	=	eetbak
eetbare	=	eetbaar
eetblik	noun	metalen bakje om eten in mee te nemen
eetblikje	=	eetblik
eetblikjes	=	eetblik
eetblikken	=	eetblik
eetbord	noun	een type servies, vaak van porselein of keramiek, dat dient als onderlegger voor het serveren en eten van voedsel tijdens een maaltijd
eetborden	=	eetbord
eetbordje	=	eetbord
eetbordjes	=	eetbord
eetbui	noun	een moment waarop mensen ineens een grote hoeveelheid eten tot zich nemen
eetbuien	=	eetbui
eetbuistoornis	noun	eetstoornis waarbij men binnen korte tijd zoveel eet dat men er ziek van wordt
eetbuistoornissen	=	eetbuistoornis
eetcafeetje	=	eetcafé
eetcafeetjes	=	eetcafé
eetcafé	noun	een café waar ook maaltijden verkregen kunnen worden
eetcafés	=	eetcafé
eetclub	noun	een groep mensen die met een gedeelde interesse in koken en eten regelmatig samen maaltijden nuttigt
eetclubje	=	eetclub
eetclubjes	=	eetclub
eetclubs	=	eetclub
eetculturen	=	eetcultuur
eetcultuur	noun	alle gewoonten met betrekking tot de kookkunst
eetcultuurtje	=	eetcultuur
eetcultuurtjes	=	eetcultuur
eetfestijn	noun	een feestelijke maaltijd
eetfestijnen	=	eetfestijn
eetfestijntje	=	eetfestijn
eetfestijntjes	=	eetfestijn
eetgedeelte	noun	deel van een ruimte waar men de maaltijd kan gebruiken
eetgedeelten	=	eetgedeelte
eetgedeeltes	=	eetgedeelte
eetgedrag	noun	de manier waarop en wat men eet
eetgelegenheden	=	eetgelegenheid
eetgelegenheid	noun	plaats waar mensen tegen betaling kunnen eten
eetgerei	noun	voorwerpen die men gebruikt bij het nuttigen van de maaltijd
eetgewoonte	noun	de normale manier waarop men eet
eetgewoonten	=	eetgewoonte
eetgewoontes	=	eetgewoonte
eetgezelschap	noun	groep mensen die samen de maaltijd gebruikt
eetgezelschapje	=	eetgezelschap
eetgezelschapjes	=	eetgezelschap
eetgezelschappen	=	eetgezelschap
eetgids	noun	een gids waarin je kunt lezen in welke restaurants je goed kunt eten
eetgidsen	=	eetgids
eethoek	noun	plaats waar men kan eten
eethoeken	=	eethoek
eethoekje	=	eethoek
eethoekjes	=	eethoek
eethuis	noun	een naar verhouding eenvoudige gelegenheid waar men iets eten kan
eethuisje	=	eethuis
eethuisjes	=	eethuis
eethuizen	=	eethuis
eetkamer	noun	een kamer waar maaltijden worden genuttigd
eetkamerameublement	noun	een complete set meubels voor de eetkamer, die doorgaans bestaat uit een eettafel met een set bijpassende stoelen
eetkamerameublementen	=	eetkamerameublement
eetkamerameublementje	=	eetkamerameublement
eetkamerameublementjes	=	eetkamerameublement
eetkamermeubilair	noun	verzamelterm voor de grotere voorwerpen zoals stoelen, tafels en kasten voor de inrichting van een vertrek dat bedoeld is voor het eten van maaltijden
eetkamers	=	eetkamer
eetkamerstoel	noun	stoel die men gebruikt om aan een eetkamertafel te zitten
eetkamerstoelen	=	eetkamerstoel
eetkamerstoeltje	=	eetkamerstoel
eetkamerstoeltjes	=	eetkamerstoel
eetkamertafel	noun	tafel in de eetkamer.
eetkamertafels	=	eetkamertafel
eetkamertafeltje	=	eetkamertafel
eetkamertafeltjes	=	eetkamertafel
eetkamertje	=	eetkamer
eetkamertjes	=	eetkamer
eetketel	noun	grote pan om zeer grote hoeveelheden in te koken
eetketels	=	eetketel
eetketeltje	=	eetketel
eetketeltjes	=	eetketel
eetkeuken	noun	een keuken waarin men niet alleen maar het eten klaarmaakt maar ook opeet
eetkeukens	=	eetkeuken
eetkeukentje	=	eetkeuken
eetkeukentjes	=	eetkeuken
eetlepel	noun	bestek gemaakt van metaal
eetlepels	=	eetlepel
eetlepeltje	=	eetlepel
eetlepeltjes	=	eetlepel
eetlust	noun	de behoefte om voedsel tot zich te nemen
eetlusten	=	eetlust
eetlustopwekkend	adj	van iets dat het de zin in eten bevordert, stimuleert of verhoogt
eetlustopwekkende	=	eetlustopwekkend
eetlustopwekkender	=	eetlustopwekkend
eetlustopwekkendere	=	eetlustopwekkend
eetlustopwekkenders	=	eetlustopwekkend
eetlustopwekkends	=	eetlustopwekkend
eetlustopwekkendst	=	eetlustopwekkend
eetlustopwekkendste	=	eetlustopwekkend
eetlustremmer	noun	geneesmiddel dat de eetlust moet temperen
eetlustremmers	=	eetlustremmer
eetmaal	noun	vrij formele bijeenkomst waarbij men een gezamelijke maaltijd nuttigt
eetmalen	=	eetmaal
eetmoment	noun	keer dat men een maaltijd tot zich neemt; het tijdstip dat men een maaltijd tot zich neemt
eetmomenten	=	eetmoment
eetpatronen	=	eetpatroon
eetpatroon	noun	de aard van de voeding die men tot zich neemt
eetpatroontje	=	eetpatroon
eetpatroontjes	=	eetpatroon
eetpauze	noun	rusttijd tijdens het werken geschikt op de maaltijd te gebruiken
eetpauzen	=	eetpauze
eetpauzes	=	eetpauze
eetpeer	noun	peer die je direct kunt eten zonder te koken of te stoven
eetperen	=	eetpeer
eetpiraat	noun	iemand die in een restaurant gaat eten terwijl hij weet dat hij de rekening niet kan of wil betalen
eetpiraatje	=	eetpiraat
eetpiraten	=	eetpiraat
eetprobleem	noun	ongezond eetgedrag (teveel, te weinig, of wat betreft de kwaliteit van het eten)
eetprobleempje	=	eetprobleem
eetprobleempjes	=	eetprobleem
eetproblemen	=	eetprobleem
eetruimte	noun	deel van een gebouw waar men kan eten
eetruimten	=	eetruimte
eetruimtes	=	eetruimte
eets	noun	boom
eetservies	noun	een verzamelnaam voor al het vaatwerk, zoals borden, schalen en kopjes, dat wordt gebruikt bij het eten
eetserviesje	=	eetservies
eetserviesjes	=	eetservies
eetserviezen	=	eetservies
eetstal	noun	eenvoudige eetgelegenheid in de openlucht
eetstallen	=	eetstal
eetstalletje	=	eetstal
eetstalletjes	=	eetstal
eetstoel	noun	een stoel die gebruikt wordt aan een eettafel, vaak in een eetkamer of eetkeuken
eetstoelen	=	eetstoel
eetstoeltje	=	eetstoel
eetstoeltjes	=	eetstoel
eetstok	noun	de minder gebruikelijke benaming voor eetstokje
eetstokje	noun	het traditionele eetgerei bestaande uit twee dunne stokjes van ca. 26 cm. dat met name in de Oostaziatische landen China, Japan, Korea, Taiwan en Korea, bij het verplaatsen van stukken vlees, vis en groenten van de schotels en het consumeren van vast voedsel, zoals rijst en noedels, gebruikt wordt.
eetstokjes	=	eetstok
eetstokken	=	eetstok
eetstoornis	noun	bepaalde stoornis in het eetgedrag (zoals te veel of juist te weinig eten tot zich nemen), over het algemeen met een psychische oorzaak
eetstoornisje	=	eetstoornis
eetstoornisjes	=	eetstoornis
eetstoornissen	=	eetstoornis
eettafel	noun	een meubelstuk dat bestaat uit een horizontaal blad dat ondersteund wordt door een onderstel, met meestal vier poten.
eettafels	=	eettafel
eettafeltje	=	eettafel
eettafeltjes	=	eettafel
eettent	noun	een tent waarin men kan eten
eettenten	=	eettent
eettentje	=	eettent
eettentjes	=	eettent
eettijd	noun	het tijdstip of de periode waarop men eet
eettijden	=	eettijd
eettijdje	=	eettijd
eettijdjes	=	eettijd
eetverslaafde	noun	iemand die het niet laten kan om meer te eten dan gezond voor hem is
eetverslaafden	=	eetverslaafde
eetverslaving	noun	dwangmatige neiging tot eten
eetverslavingen	=	eetverslaving
eetwaar	noun	goederen die men kan eten
eetwagen	noun	motorvoertuig met een mobiele keuken om eten en drinken te bereiden en te verkopen
eetwagens	=	eetwagen
eetwaren	=	eetwaar
eetwolf	noun	persoon die veel eet
eetwolfje	=	eetwolf
eetwolfjes	=	eetwolf
eetwolven	=	eetwolf
eetzaal	noun	een ruimte bedoeld voor het gezamenlijk nuttigen van maaltijden
eetzaaltje	=	eetzaal
eetzaaltjes	=	eetzaal
eetzalen	=	eetzaal
eetziekte	noun	aandoening gekenmerkt door eetbuien, vasten en braken
eetziekten	=	eetziekte
eetziektes	=	eetziekte
eeuw	noun	een periode van 100 jaar
eeuweling	noun	iets of iemand die 100 jaar bestaat
eeuwelinge	=	eeuweling
eeuwelingen	=	eeuweling
eeuwen	=	eeuw
eeuwenlang	adj	gedurende heel lange tijd in het algemeen (zonder dat het moet gaan over honderden jaren)
eeuwenlange	=	eeuwenlang
eeuwenlangs	=	eeuwenlang
eeuwenoud	adj	honderden jaren oud
eeuwenoude	=	eeuwenoud
eeuwenouds	=	eeuwenoud
eeuwfeest	noun	een feestelijke herdenking naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van iets
eeuwfeesten	=	eeuwfeest
eeuwfeestje	=	eeuwfeest
eeuwfeestjes	=	eeuwfeest
eeuwig	adj	voortdurend, zonder einde	adv	voortdurend, zonder einde
eeuwigdurend	adj	waaraan geen einde zal komen
eeuwigdurende	=	eeuwigdurend
eeuwigdurends	=	eeuwigdurend
eeuwige	=	eeuwig
eeuwigen	=	eeuwig
eeuwiger	=	eeuwig
eeuwigere	=	eeuwig
eeuwigers	=	eeuwig
eeuwigheden	=	eeuwigheid
eeuwigheid	noun	de oneindige tijd die nog zal komen
eeuwigheidje	=	eeuwigheid
eeuwigheidjes	=	eeuwigheid
eeuwigheidswaarde	noun	een tijdloos, blijvend belang
eeuwigheidswaarden	=	eeuwigheidswaarde
eeuwigheidswaardes	=	eeuwigheidswaarde
eeuwiglijk	adj	zonder begin of einde
eeuwiglijke	=	eeuwiglijk
eeuwiglijker	=	eeuwiglijk
eeuwiglijkere	=	eeuwiglijk
eeuwiglijkers	=	eeuwiglijk
eeuwiglijks	=	eeuwiglijk
eeuwiglijkst	=	eeuwiglijk
eeuwiglijkste	=	eeuwiglijk
eeuwigs	=	eeuwig
eeuwigst	=	eeuwig
eeuwigste	=	eeuwig
eeuwling	=	eeuweling
eeuwoverzicht	noun	een samenvattend overzicht over een eeuw, gegeven in de media zoals televisieprogramma's tegen het einde van een eeuw.
eeuwoverzichten	=	eeuwoverzicht
eeuwoverzichtje	=	eeuwoverzicht
eeuwoverzichtjes	=	eeuwoverzicht
eeuwtje	=	eeuw
eeuwtjes	=	eeuw
eeuwwende	noun	de overgang van de ene naar de andere eeuw
eeuwwenden	=	eeuwwende
eeuwwendes	=	eeuwwende
eeuwwisseling	noun	overgang van de ene eeuw in de volgende in de jaartelling
eeuwwisselingen	=	eeuwwisseling
eeuwwisselingetje	=	eeuwwisseling
eeuwwisselingetjes	=	eeuwwisseling
ef	=	tweehonderdnegenendertig
efa	noun	inhoudsmaat voor droge waar, omstreeks veertig liter; een efa is gelijk aan een bat voor natte waar en een tiende chomer volgens Ez. 45:10-11, en tien omer volgens Ex. 16:36 (40×: Ex. 16:36, Lev. 5:11 +, Num. 5:15 +, Deut. 25:14 +, Recht. 6:19, 1 Sam. 1:24 +, Jes. 5:10, Ez. 45:10 +, Am. 8:5, Mi. 6:10, Zach. 5:6 +, Spr. 20:10, Rt. 2:17)
efedra	noun	plant Ephedra distachya waaruit efedrine wordt gewonnen
efedra's	=	efedra
efedraatje	=	efedra
efedraatjes	=	efedra
efedrine	noun	een plantenextract afkomstig van de plant Ephedra distachya die stimulerend werkt en toegepast wordt in de behandeling van astma, hooikoorts, bronchitis en verkoudheid
efedrinen	=	efedrine
efedrines	=	efedrine
efemeer	adj	van korte duur
efemeerder	=	efemeer
efemeerdere	=	efemeer
efemeerders	=	efemeer
efemeers	=	efemeer
efemeerst	=	efemeer
efemeerste	=	efemeer
efemera	noun	verzamelterm voor drukwerk dat eenmalig wordt gebruikt
efemere	=	efemeer
efemeride	noun	eendagsvlieg
efemeriden	=	efemeride
efemerisch	adj	met betrekking tot efemeer
efemerische	=	efemerisch
efemerischer	=	efemerisch
efemerischere	=	efemerisch
efemerischers	=	efemerisch
effe	adv	even
effect	noun	uitwerking, invloed, het gevolg van een handeling of gebeurtenis
effectbal	noun	een bal die zich niet alleen maar voortbeweegt met een bepaalde snelheid en richting maar ook nog draait om zijn eigen as en hierdoor een moeilijk in te schatten baan volgt
effectballen	=	effectbal
effectballetje	=	effectbal
effectballetjes	=	effectbal
effectbejag	noun	het streven naar het maken van zoveel mogelijk indruk
effecten	=	effect
effectenbank	noun	een bank die handelt in aandelen en obligaties
effectenbanken	=	effectenbank
effectenbedrijf	noun	bedrijf dat handelt in aandelen en obligaties
effectenbedrijfje	=	effectenbedrijf
effectenbedrijfjes	=	effectenbedrijf
effectenbedrijven	=	effectenbedrijf
effectenbeheer	noun	het handelen in aandelen en obligaties die eigendom zijn van derden
effectenbemiddelaar	noun	makelaar in de aan- en verkoop van aandelen en effecten
effectenbemiddelaars	=	effectenbemiddelaar
effectenbeurs	noun	beurs voor de handel in effecten (obligaties en aandelen)
effectenbeursje	=	effectenbeurs
effectenbeurzen	=	effectenbeurs
effectenbranche	noun	bedrijfstak die de handel in aandelen en obligaties regelt
effectenbranches	=	effectenbranche
effectenhandel	noun	koop en verkoop van waardepapieren als aandelen, obligaties, termijncontracten en opties
effectenhandelaar	noun	iemand die effecten in- en verkoopt
effectenhandelaars	=	effectenhandelaar
effectenhandelaarster	noun	vrouwelijke vorm van effectenhandelaar
effectenhandelaarsters	=	effectenhandelaarster
effectenhandelaarstertje	=	effectenhandelaarster
effectenhandelaarstertjes	=	effectenhandelaarster
effectenhandelaartje	=	effectenhandelaar
effectenhandelaartjes	=	effectenhandelaar
effectenhandelaren	=	effectenhandelaar
effectenhandels	=	effectenhandel
effectenhandeltje	=	effectenhandel
effectenhandeltjes	=	effectenhandel
effectenhuis	noun	bedrijf dat de handel in aandelen en effecten verzorgt voor klanten
effectenhuizen	=	effectenhuis
effectenkantoor	noun	bedrijf dat voor klanten handelt in obligaties en aandelen
effectenkantoren	=	effectenkantoor
effectenkoersen	noun	prijs waarvoor aandelen en obligaties worden verkocht
effectenmakelaar	noun	iemand die voor zijn beroep potentiële kopers en verkopers van aandelen en obligaties samenbrengt zodat een transactie tot stand gebracht kan worden
effectenmakelaars	=	effectenmakelaar
effectenmakelaren	=	effectenmakelaar
effectenmarkt	noun	vraag en aanbod van effecten op een bepaald moment
effectenmarkten	=	effectenmarkt
effectennoteering	=	effectennotering
effectennotering	noun	geregistreerde koers waartegen waardepapieren als obligaties aandelen en opties op een bepaald tijdstip worden verhandeld
effectennoteringen	=	effectennotering
effectennoterinkje	=	effectennotering
effectennoterinkjes	=	effectennotering
effectenportefeuille	noun	lijst van de waardepapieren die een investeerder in bezit heeft
effectenportefeuilles	=	effectenportefeuille
effectenrecht	noun	de wetgeving rond de handel in aandelen
effectenrechten	=	effectenrecht
effectenrekening	noun	bankrekening waarmee men financiële transacties met aandelen en obligaties betaalt en waarop men dividend ontvangt
effectenrekeningen	=	effectenrekening
effectentypisch	adj	betrekking hebbend op het specifieke toezicht op integer gedrag binnen de effectenmarkten.
effectentypische	=	effectentypisch
effectentypischer	=	effectentypisch
effectentypischere	=	effectentypisch
effectentypischers	=	effectentypisch
effectief	adj	doeltreffend, efficiënt	adv	op effectieve wijze
effectiefs	=	effectief
effectiefst	=	effectief
effectiefste	=	effectief
effectieve	=	effectief
effectieven	=	effectief
effectiever	=	effectief
effectievere	=	effectief
effectievers	=	effectief
effectiviteit	noun	het effectief zijn, de mate waarin de doelen worden behaald
effectiviteiten	=	effectiviteit
effectje	=	effect
effectjes	=	effect
effector	noun	iets wat een effect (actie of afremming) kan veroorzaken
effectoren	=	effector
effectors	=	effector
effectortje	=	effector
effectortjes	=	effector
effectrapportage	noun	verslaggeving over de resultaten en gevolgen van beleid
effectrapportages	=	effectrapportage
effectueer	=	effectueren
effectueerde	=	effectueren
effectueerden	=	effectueren
effectueert	=	effectueren
effectuere	=	effectueren
effectueren	verb	een plan of afspraak werkelijkheid laten worden
effectuerend	=	effectueren
effectuerende	=	effectueren
effectvol	adj	met veel effect
effectvolle	=	effectvol
effectvoller	=	effectvol
effectvollere	=	effectvol
effectvollers	=	effectvol
effectvols	=	effectvol
effectvolst	=	effectvol
effectvolste	=	effectvol
effen	adj	glad van oppervlak
effenaan	adv	geleidelijk, geregeld
effenaf	adv	onomwonden, vlakaf, ronduit
effenbinding	noun	eenvoudigste en stevigste manier om een weefsel te maken waarbij elke inslagdraad steeds wisselend onder of boven een kettingdraad loopt en de daaropvolgende inslagdraad telkens net aan de andere kant van elke kettingdraad loopt#:▸ ⧖ Het oplichten der even draden en 't laten liggen der oneven, en omgekeerd, geeft als verband tusschen ketting en inslag, dus aan het goed, de z.g. linnenbinding, ook effenbinding genoemd of plat weefsel (in geval van zijde de tafbinding, terwijl men vroeger nog van lakenbinding sprak).
effenbindingen	=	effenbinding
effende	=	effenen
effenden	=	effenen
effene	=	effenen
effenen	verb	gelijk of vlak maken
effenend	=	effenen
effenende	=	effenen
effener	=	effen
effeners	=	effen
effenheden	=	effenheid
effenheid	noun	de gladheid van een oppervlak
effening	noun	gelijkmaking
effeningen	=	effening
effens	=	effen
effenst	=	effen
effent	=	effenen
effentjes	=	eventjes
efferent	adj	wegvoerend
efferente	=	efferent
efferents	=	efferent
effetjes	=	eventjes
efficiency	noun	het efficiënt zijn, de doelmatigheid
efficiencyoperatie	noun	groep handelingen die erop gericht is om de doelmatigheid van een organisatie of bedrijf te verhogen
efficiencyoperaties	=	efficiencyoperatie
efficiencyoverweging	noun	doelmatigheid als de basis van een keuze of beslissing.
efficiencyoverwegingen	=	efficiencyoverweging
efficiencyoverweginkje	=	efficiencyoverweging
efficiencyoverweginkjes	=	efficiencyoverweging
efficiencyslag	noun	een verbetering van de doelmatigheid
efficiencyslagen	=	efficiencyslag
efficiencyverbetering	noun	toename van de doelmatigheid
efficiencyverbeteringen	=	efficiencyverbetering
efficiencywinst	noun	toename in de doelmatigheid
efficiencywinsten	=	efficiencywinst
efficiënt	adj	veel nuttig effect hebbend in verhouding tot de gedane moeite
efficiënte	=	efficiënt
efficiënter	=	efficiënt
efficiëntere	=	efficiënt
efficiënters	=	efficiënt
efficiëntie	noun	de mate waarin nuttig gebruik gemaakt wordt van het beschikbare bij een bepaald proces
efficiëntieverbetering	noun	toename van de doelmatigheid
efficiëntieverbeteringen	=	efficiëntieverbetering
efficiëntiewinst	noun	hogere opbrengst uit gelijk blijvende middelen (in tegenstelling tot hogere opbrengst door groei)
efficiëntiewinsten	=	efficiëntiewinst
efficiënts	=	efficiënt
efficiëntst	=	efficiënt
efficiëntste	=	efficiënt
effies	=	eventjes
effigie	noun	voorstelling van een bepaalde persoon in de vorm van een beeld of afbeelding
effluent	noun	gezuiverd afvalwater dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie verlaat
effusie	noun	het doorsijpelen van vloeistof naar lichaamsholte of weefsel
effusief	adj	op uitstroming betrekking hebbend
effusiefs	=	effusief
effusieve	=	effusief
efkes	=	eventjes
efod	noun	liturgisch gewaad, een soort schort, van een deelnemer aan de eredienst, met name een priester; ook wel gewaad van een godheid; in vertalingen ook: priesterschort, priestergewaad (49×: Ex. 25:7 +, Lev. 8:7, Recht. 8:27 +, 1 Sam. 2:18 +, 2 Sam. 6:14, Hos. 3:4, 1 Kron. 15:27)
efods	=	efod
eg	noun	werktuig dat gebruikt wordt voor het zaaiklaar maken van de grond door het maken van kleine geultjes
eg-landbouwsubsidie	noun	landbouwsubsidie afkomstig van de Europese Gemeenschap
eg-landbouwsubsidies	=	eg-landbouwsubsidie
eg-subsidie	noun	subsidie afkomstig van de Europese Gemeenschap
eg-subsidies	=	eg-subsidie
eg-verband	noun|historical	gezamenlijk optreden van de lidstaten van de Europese Gemeenschap (in 1958 gevormd samenwerkingsverband dat in 1993 opging in de EU)
egaal	adj	effen, eenkleurig
egaals	=	egaal
egaalst	=	egaal
egaalste	=	egaal
egaalvlakbladroller	noun	Grapholita gemmiferana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
egaalvlakbladrollers	=	egaalvlakbladroller
egaalvlakbladrollertje	=	egaalvlakbladroller
egaalvlakbladrollertjes	=	egaalvlakbladroller
egale	=	egaal
egaler	=	egaal
egalere	=	egaal
egalers	=	egaal
egalisatie	noun	het egaliseren
egalisaties	=	egalisatie
egaliseer	=	egaliseren
egaliseerde	=	egaliseren
egaliseerden	=	egaliseren
egaliseert	=	egaliseren
egalisere	=	egaliseren
egaliseren	verb	gelijk maken, gladmaken
egaliserend	=	egaliseren
egaliserende	=	egaliseren
egalitair	adj	algemene maatschappelijke gelijkheid willend of voorstaand
egalitairder	=	egalitair
egalitairdere	=	egalitair
egalitairders	=	egalitair
egalitaire	=	egalitair
egalitairs	=	egalitair
egalitairst	=	egalitair
egalitairste	=	egalitair
egalitarisme	noun	gedachte dat een bepaalde vorm van gelijkheid (politiek, sociaal, van mogelijkheden) van mensen moet prevaleren
egard	noun	heel veel beleefdheid
egards	=	egard
egde	=	eggen
egden	=	eggen
egeisch	=	egeïsch
egel	noun	bepaald soort zoogdier, Erinaceus europaeus, vooral bekend om zijn stekelvacht en zijn gewoonte om zich bij gevaar op te rollen De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.
egelantier	noun	Rosa rubiginosa roosachtige heester met stevige, hakig tot sikkelvormig gebogen stekels, beklierde, naar appels of wijn geurende blaadjes, witte tot felroze bloemen en scharlakenrode rozenbottels
egelantieren	=	egelantier
egelantiers	=	egelantier
egelantiertje	=	egelantier
egelbabbelaar	noun	Turdoides nipalensis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
egelbabbelaars	=	egelbabbelaar
egelbabbelaartje	=	egelbabbelaar
egelbabbelaartjes	=	egelbabbelaar
egelboterbloem	noun	Ranunculus flammula een plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
egelboterbloemen	=	egelboterbloem
egelboterbloemetje	=	egelboterbloem
egelboterbloemetjes	=	egelboterbloem
egelboterbloempje	=	egelboterbloem
egelboterbloempjes	=	egelboterbloem
egelgalwesp	noun	Andricus grossulariae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
egelgalwespen	=	egelgalwesp
egelgalwespje	=	egelgalwesp
egelgalwespjes	=	egelgalwesp
egelpoep	noun	ontlasting van een egel
egels	noun	Erinaceidae een familie van zoogdieren uit de orde der insecteneters (Eulipotyphla).
egelskop	noun	Sparganium erectum plant met stekelige, knotsvormige vruchten
egelskopboorder	noun	Globia sparganii een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
egelskopboorders	=	egelskopboorder
egelskopboordertje	=	egelskopboorder
egelskopboordertjes	=	egelskopboorder
egelskopfamilie	noun	Sparganiaceae een plantenfamilie in de eenzaadlobbigen.
egelskopfamilietje	=	egelskopfamilie
egelskopfamilietjes	=	egelskopfamilie
egelskopje	=	egelskop
egelskopkever	noun	Donacia sparganii een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
egelskopkevers	=	egelskopkever
egelskopkevertje	=	egelskopkever
egelskopkevertjes	=	egelskopkever
egelskopmot	noun	Nymphula nitidulata een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
egelskopmotje	=	egelskopmot
egelskopmotjes	=	egelskopmot
egelskopmotten	=	egelskopmot
egelskoppen	=	egelskop
egelslak	noun	Acanthodoris pilosa een slakkensoort uit de familie van de sterslakken (Onchidorididae).
egelslakje	=	egelslak
egelslakjes	=	egelslak
egelslakken	=	egelslak
egelstelling	noun	rondom door de vijand ingesloten stelling met weerstand en actieve verdedigingsmiddelen naar alle open zijden
egelstellingen	=	egelstelling
egeltje	noun	alleen verkleinwoord Hispa atra een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
egeltjes	=	egel
egelvis	noun	benaming voor tropische vissen met stekels die zichzelf kunnen opblazen uit de familie Diodontidae
egelvisje	=	egelvis
egelvissen	noun	een familie Diodontidae van beenvissen uit de orde van kogelvisachtigen (Tetraodontiformes) (onderorde: Tetraodontoidae).
egelwegel	noun	een doorgangetje voor egels tussen twee tuinen
egelwegels	=	egelwegel
egelwegslak	noun	Arion intermedius een slakkensoort uit de familie van de wegslakken (Arionidae).
egelwegslakje	=	egelwegslak
egelwegslakjes	=	egelwegslak
egelwegslakken	=	egelwegslak
egelzwammetje	noun	Phaeomarasmius erinaceus een schimmel behorend tot de familie Tubariaceae.
egelzwammetjes	=	egelzwammetje
egeïsch	adj	met betrekking tot de Egeïsche Zee
egeïsche	=	egeïsch
egeïscher	=	egeïsch
egeïschere	=	egeïsch
egeïschers	=	egeïsch
eggassie	=	gassie
egge	noun	eg
eggen	verb	de grond bewerken met een eg, waarbij kleine geultjes gemaakt worden om daarna te zaaien
eggend	=	eggen
eggende	=	eggen
egges	=	egge
eggetje	=	egge
eggetjes	=	egge
egghead	noun	onpraktische intellectueel
eggheads	=	egghead
eghelentier	=	egelantier
egje	=	eg
egjes	=	eg
eglantier	noun	roosachtige heester met korte en ongelijke stekels, Rosa rubiginosa
eglantieren	=	eglantier
eglantiers	=	eglantier
ego	noun	gevoel van eigenwaarde
ego's	=	ego
egocentriciteit	noun	het vooral op zichzelf en het eigenbelang gericht zijn
egocentriciteiten	=	egocentriciteit
egocentrisch	adj	egoïstisch, alles in dienst stellen van het eigen voordeel
egocentrische	=	egocentrisch
egocentrischer	=	egocentrisch
egocentrischere	=	egocentrisch
egocentrischers	=	egocentrisch
egocentrisme	noun	het zien van alles vanuit het eigen ego
egocratie	noun	samenleving waarin eigenbelang en egoïsme belangrijker zijn dan solidariteit en gemeenschapszin
egodocument	noun	een verzamelnaam voor autobiografische teksten zoals memoires, dagboeken, brieven, reisverslagen, bekeringsverslagen die veelal in de ik-vorm staan
egodocumenten	=	egodocument
egodocumentje	=	egodocument
egodocumentjes	=	egodocument
egofictie	noun	een literair genre waarin een auteur eigen ervaringen, herinneringen en gevoelens als uitgangspunt neemt, maar deze bewust aanvult, vervormt of verrijkt met verzonnen elementen
egoglossy	noun	tijdschrift met veel foto's rond één bekend persoon
egoglossy's	=	egoglossy
egomaan	noun	iemand die voortdurend met zichzelf bezig is	adj	voortdurend met zichzelf bezig
egomaantje	=	egomaan
egomaantjes	=	egomaan
egomane	=	egomaan
egomanen	=	egomaan
egomaner	=	egomaan
egomanere	=	egomaan
egootje	=	ego
egootjes	=	ego
egosurf	=	egosurfen
egosurfde	=	egosurfen
egosurfden	=	egosurfen
egosurfe	=	egosurfen
egosurfen	verb	met de eigen naam als zoekterm informatie zoeken op het internet
egosurfend	=	egosurfen
egosurfende	=	egosurfen
egosurft	=	egosurfen
egosurfte	=	egosurfen
egosurften	=	egosurfen
egotisme	noun	te overdreven geneigd zijn om over zichzelf te spreken, zelfingenomenheid
egotrip	noun	activiteit hoofdzakelijk ter vergroting van het ego van de eigen (zelfingenomen) persoon
egotripje	=	egotrip
egotripjes	=	egotrip
egotrippe	=	egotrippen
egotrippen	verb	iets doen waarbij je jezelf te belangrijk vindt
egotrippend	=	egotrippen
egotrippende	=	egotrippen
egotripper	noun	zelfingenomen redelijk verwaande kwast
egotripperij	noun	het egotrippen
egotripperijen	=	egotripperij
egotrippers	=	egotripper
egotrippertje	=	egotripper
egotrippertjes	=	egotripper
egotrips	=	egotrip
egotript	=	egotrippen
egotripte	=	egotrippen
egotripten	=	egotrippen
egoïsme	noun	het uitsluitend op eigen belangen en gewin uit zijn
egoïsmus	=	egoïsme
egoïst	noun	een zelfzuchtig persoon
egoïste	noun	zelfzuchtige vrouw
egoïsten	=	egoïst
egoïstes	=	egoïste
egoïstisch	adj	zelfzuchtig, gefocust op eigen voordeel
egoïstische	=	egoïstisch
egoïstischer	=	egoïstisch
egoïstischere	=	egoïstisch
egoïstischers	=	egoïstisch
egoïstischt	=	egoïstisch
egoïstischte	=	egoïstisch
egoïstje	=	egoïst
egoïstjes	=	egoïst
egt	=	eggen
egyptenaar	noun	iemand die in Egypte woont of daar vandaan komt
egyptenaars	=	egyptenaar
egyptenaartje	=	egyptenaar
egyptenaartjes	=	egyptenaar
egyptenaren	=	egyptenaar
egyptenares	=	egyptenaar
egyptisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Egypte
egyptische	noun	een vrouwelijke inwoner van Egypte, of een vrouw afkomstig uit Egypte
egyptischen	=	egyptische
egyptischer	=	egyptisch
egyptischere	=	egyptisch
egyptischers	=	egyptisch
egyptischt	=	egyptisch
egyptischtalig	adj	de Egyptische taal sprekend
egyptischtalige	=	egyptischtalig
egyptischtaligs	=	egyptischtalig
egyptischte	=	egyptisch
egyptologe	noun	vrouwelijke vorm van egyptoloog
egyptologen	=	egyptoloog
egyptologes	=	egyptologe
egyptologie	noun	de studie van de taal, cultuur en geschiedenis van het Oude Egypte
egyptoloog	noun	iemand die zich wijdt aan de studie van de Egyptische oudheden
egyptoloogje	=	egyptoloog
egyptoloogjes	=	egyptoloog
eh	intj	een uiting die enige aarzeling aangeeft
ehbo	noun	spoedeisende hulpverlening bij slachtoffers; hulp die door leken geboden kan worden in afwachting van professionele eerstehulpverleners, zoals de ambulancezorgverlening
ehbo'er	noun	iemand met een EHBO-diploma
ehbo'ers	=	ehbo'er
ehbo'ertje	=	ehbo'er
ehbo's	=	ehbo
ehbo-cursus	noun	het onderwijs in hoe men EHBO dient toe te passen
ehbo-cursusje	=	ehbo-cursus
ehbo-cursusjes	=	ehbo-cursus
ehbo-cursussen	=	ehbo-cursus
ehbo-diploma	noun	bewijs dat men met goed gevolg een EHBO-cursus heeft gevolgd
ehbo-diploma's	=	ehbo-diploma
ehbo-doos	noun	verbanddoos
ehbo-dozen	=	ehbo-doos
ehbo-instructeur	noun	iemand die EHBO-cursussen geeft en les geeft in hoe men EHBO dient toe te passen
ehbo-instructeurs	=	ehbo-instructeur
ehbo-instructeurtje	=	ehbo-instructeur
ehbo-instructeurtjes	=	ehbo-instructeur
ehbo-kaart	noun	kaart met medische gegevens die van belang kunnen zijn voor een EHBO'er
ehbo-kaarten	=	ehbo-kaart
ehbo-kaartje	=	ehbo-kaart
ehbo-kaartjes	=	ehbo-kaart
ehbo-koffer	noun	een koffer die materialen voor de eerste hulp bij ongelukken bevat
ehbo-koffers	=	ehbo-koffer
ehbo-koffertje	=	ehbo-koffer
ehbo-koffertjes	=	ehbo-koffer
ehbo-post	noun	plaats waar men gewonden eerste hulp kan verlenen; plaats waar mensen met een medisch probleem de eerste hulp kunnen ontvangen
ehbo-posten	=	ehbo-post
ehbo-postje	=	ehbo-post
ehbo-postjes	=	ehbo-post
ehbo-spullen	noun	hulpmiddelen die men nodig heeft bij de eerste behandeling van ongelukken
ehbo-vereniging	noun	is een lokale organisatie die als doel heeft om burgers op te leiden tot Eerste Hulp Bij Ongevallen (EHBO)-verlener.
ehbo-verenigingen	=	ehbo-vereniging
ehbo-verenigingetje	=	ehbo-vereniging
ehbo-verenigingetjes	=	ehbo-vereniging
ehf	noun	Extremely High Frequency
ehh	=	eh
ehm	intj	uiting die tijd om na te denken invult, voorafgaand aan een reactie of voortzetting daarvan
ei	noun	betekenissen geordend van meest gangbaar naar meest omvattend	intj|obsolete	uitroep van verbazing oei, o!
ei's	=	ei
ei'tje	=	ei
ei'tjes	=	ei
eiaomonarch	noun	Pomarea fluxa een uitgestorven zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
eiaomonarchen	=	eiaomonarch
eiaomonarchje	=	eiaomonarch
eiaomonarchjes	=	eiaomonarch
eiber	noun	bepaald soort grote trekvogel, Ciconia ciconia
eibers	=	eiber
eibertje	=	eiber
eibertjes	=	eiber
eibofobie	noun	angst voor palindromen
eicel	noun	vrouwelijke geslachtscel, ovum
eiceldonatie	noun	de door een donor voor reageerbuisbevruchting afgestane eicellen
eiceldonaties	=	eiceldonatie
eicellen	=	eicel
eicelletje	=	eicel
eid	noun	elektronisch identiteitsbewijs met behulp van een pasje met een chip
eid's	=	eid
eideling	noun	deling van een eicel; celdeling
eidelingen	=	eideling
eider	noun	Somateria mollissima van eidereend
eiderdons	noun	het dons (uit het nest) van de eidereend m.n. gebruikt als vulling van een kussen
eidereend	noun	bepaald soort zeevogel, Somateria mollissima, leverancier van het dons in dekbedden en kussens
eidereenden	noun	een geslacht Somateria van vogels uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
eidereendje	=	eidereend
eidereendjes	=	eidereend
eiders	noun	een onderfamilie Merginae van voornamelijk in of nabij de zee levende eenden uit de familie Anatidae, de familie der eenden, ganzen en zwanen.
eidertje	=	eider
eidetiek	noun	vermogen om iets wat je gezien hebt weer precies zoals je het ervaren hebt weer voor de geest te halen
eidetisch	adj	betrekking hebbend op de visuele vermogens
eidetische	=	eidetisch
eidetischer	=	eidetisch
eidetischere	=	eidetisch
eidetischers	=	eidetisch
eidetischt	=	eidetisch
eidetischte	=	eidetisch
eidofoor	noun	grootbeeldprojector van televisie
eidofoortje	=	eidofoor
eidofoortjes	=	eidofoor
eidoforen	=	eidofoor
eidograaf	noun	een geavanceerd mechanisch tekeninstrument dat een getrouwe, geschaalde reproductie van een tekening produceert, gebaseerd op het principe van gelijkvormigheid
eidograafje	=	eidograaf
eidograafjes	=	eidograaf
eidografen	=	eidograaf
eidooier	noun	het binnenste, gele deel, van een ei
eidooiers	=	eidooier
eidooiertje	=	eidooier
eidooiertjes	=	eidooier
eierautomaat	noun	onbemande zelfbedieningsautomaat waar je direct bij de boer verse eieren kunt kopen
eierautomaatje	=	eierautomaat
eierautomaatjes	=	eierautomaat
eierautomaten	=	eierautomaat
eierbal	noun	snack bestaande uit een heel of half gepeld, hard gekookt ei in ragout, gepaneerd en gefrituurd
eierballen	=	eierbal
eierballetje	=	eierbal
eierballetjes	=	eierbal
eierbeker	noun	dop waarin men een gekookt ei kan neerzetten op tafel
eierbekers	=	eierbeker
eierbekertje	=	eierbeker
eierbekertjes	=	eierbeker
eierbier	noun	drank gemaakt met warm bier en geklopte eieren
eierboer	noun	boer of koopman die eieren levert
eierboeren	=	eierboer
eierboertje	=	eierboer
eierboertjes	=	eierboer
eierboor	noun	voorwerp om een gaatje in eieren te prikken, gebruikt om te voorkomen dat ze barsten tijdens het koken of voor het uitblazen van eieren die als versiering gebruikt worden
eierboortje	=	eierboor
eierboortjes	=	eierboor
eierboren	=	eierboor
eierdans	noun|figurative	vervelende toestand waaruit je alleen door een heel behendige uitvlucht kan ontsnappen
eierdansen	=	eierdans
eierdooier	noun	gele binnenste van een ei
eierdooiers	=	eierdooier
eierdooiertje	=	eierdooier
eierdooiertjes	=	eierdooier
eierdoos	noun	kartonnen of geschuimd kunststoffen doos met holtes om eieren in te verpakken zonder dat deze elkaar raken
eierdoosje	=	eierdoos
eierdoosjes	=	eierdoos
eierdop	noun	eierschaal
eierdopje	=	eierdop
eierdopjes	=	eierdop
eierdopmot	noun	Argyroploce externa een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
eierdopmotje	=	eierdopmot
eierdopmotjes	=	eierdopmot
eierdopmotten	=	eierdopmot
eierdoppen	=	eierdop
eierdozen	=	eierdoos
eieren	=	ei
eiergerecht	noun	een gerecht waarbij eieren het hoofdingrediënt zijn
eiergerechten	=	eiergerecht
eiergerechtje	=	eiergerecht
eiergerechtjes	=	eiergerecht
eierhandel	noun	de handel in eieren
eierhandelaar	noun	iemand die handelt in eieren
eierhandelaars	=	eierhandelaar
eierhandelaarster	noun	vrouw die eieren verkoopt
eierhandelaarsters	=	eierhandelaarster
eierhandelaartje	=	eierhandelaar
eierhandelaartjes	=	eierhandelaar
eierhandelaren	=	eierhandelaar
eierhandels	=	eierhandel
eierhouder	noun	dop waarin men een gekookt ei kan neerzetten op tafel
eierhouders	=	eierhouder
eierhoudertje	=	eierhouder
eierhoudertjes	=	eierhouder
eierklutser	noun	een keukengerei waarmee handmatig bijvoorbeeld eieren worden geklutst voor een omelet, of slagroom stijf geklopt
eierklutsers	=	eierklutser
eierkoek	noun	een goudgele luchtige ronde koek die vlak van onderen en bol van boven is met een doorsnede van 10-20 centimeter
eierkoeken	=	eierkoek
eierkoekje	=	eierkoek
eierkoekjes	=	eierkoek
eierkoekske	=	eierkoek
eierkoker	noun	een klein keukenapparaat om eieren mee te koken door middel van stoom, waardoor ze precies op de gewenste hardheid (zacht, medium of hard) worden bereid
eierkokers	=	eierkoker
eierkokertje	=	eierkoker
eierkokertjes	=	eierkoker
eierkolen	noun	in de vorm van eieren samengeperst kolengruis
eierkool	noun	een briket die bestaat uit met pek samengeperste fijnkolen en kolenstof
eierkooltje	=	eierkool
eierkrans	noun	vrouwelijk orgaan dat de onbevruchte eicellen bevat
eierkransen	=	eierkrans
eierleggend	adj	waarbij de voortplanting van het dier plaatsvindt door eieren te leggen
eierleggende	=	eierleggend
eierleggends	=	eierleggend
eierlepel	noun	klein lepeltje, vaak gemaakt van plastic of keramiek, dat specifiek bedoeld is voor het eten van gekookte eieren.
eierlepels	=	eierlepel
eierlepeltje	=	eierlepel
eierlepeltjes	=	eierlepel
eierlevendbarend	adj	waarbij de voortplanting van het dier plaatsvindt door middel van eieren die in het lichaam van de moeder worden bevrucht en uitgebroed
eierlevendbarende	=	eierlevendbarend
eierlevendbarender	=	eierlevendbarend
eierlevendbarendere	=	eierlevendbarend
eierlevendbarenders	=	eierlevendbarend
eierlevendbarendheid	noun	vorm van voortplanting van een dier waarbij eieren in het lichaam van de moeder worden bevrucht en uitgebroed
eierlevendbarends	=	eierlevendbarend
eierlevendbarendst	=	eierlevendbarend
eierlevendbarendste	=	eierlevendbarend
eierlijst	noun	een motief in een ornament vaak gebeeldhouwd en uitgehouwen in hout, steen of pleisterwerk bestaande uit een ei-vormig object afgewisseld met een element in de vorm van een pijl of anker
eierlijsten	=	eierlijst
eierlijstje	=	eierlijst
eierlijstjes	=	eierlijst
eierlikeur	noun	romige, gele alcoholische drank
eierlikeuren	=	eierlikeur
eierlikeurtje	=	eierlikeur
eierlikeurtjes	=	eierlikeur
eiermarkt	noun	de handel in eieren
eiermarkten	=	eiermarkt
eiermarktje	=	eiermarkt
eiermarktjes	=	eiermarkt
eiermijn	noun	veiling voor eieren
eiermijnen	=	eiermijn
eierpan	noun	steelpan, vaak met verdeelde bakjes, die speciaal is ontworpen om eieren te bakken, maar ook geschikt is voor andere gerechten zoals pannenkoekjes of burgers
eierpannen	=	eierpan
eierpannetje	=	eierpan
eierpannetjes	=	eierpan
eierpasta	noun	pasta bereid met ei, in tegenstelling tot Italiaanse pasta
eierpasta's	=	eierpasta
eierplant	noun	Solanum melongena, plant uit de nachtschadefamilie
eierplanten	=	eierplant
eierpoeder	noun	poeder gemaakt van gedroogde eieren
eierpoeders	=	eierpoeder
eierprikker	noun	voorwerp om een gaatje in eieren te prikken om te voorkomen dat ze barsten tijdens het koken
eierprikkers	=	eierprikker
eierprikkertje	=	eierprikker
eierprikkertjes	=	eierprikker
eierrek	noun	een speciaal opbergvak in de ijskast voor eieren
eierrekje	=	eierrek
eierrekjes	=	eierrek
eierrekken	=	eierrek
eierring	noun	een rond keukenhulpmiddel waarmee je een ei in een perfecte cirkelvorm kunt bakken
eierringen	=	eierring
eierringtje	=	eierring
eierringtjes	=	eierring
eiersalaadje	=	eiersalade
eiersalaadjes	=	eiersalade
eiersalade	noun	koud gerecht dat bestaat uit o.a. hardgekookte eieren en mayonaise
eiersalades	=	eiersalade
eiersaladetje	=	eiersalade
eiersaladetjes	=	eiersalade
eierschaal	noun	De meestal harde buitenkant van een ei.
eierschaaltje	=	eierschaal
eierschaaltjes	=	eierschaal
eierschalen	=	eierschaal
eierscheider	noun	apparaatje om het geel en het wit van een ei te scheiden
eierscheiders	=	eierscheider
eierscheidertje	=	eierscheider
eierscheidertjes	=	eierscheider
eierschelp	noun	Gastrana fragilis een tweekleppigensoort uit de familie van de platschelpen (Tellinidae).
eierschelpen	=	eierschelp
eierschelpje	=	eierschelp
eierschelpjes	=	eierschelp
eierschil	noun	de meestal harde buitenkant van een ei
eierschillen	=	eierschil
eierschilletje	=	eierschil
eierschilletjes	=	eierschil
eiersector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie van en handel in kippeneieren
eiersectoren	=	eiersector
eiersectors	=	eiersector
eiersnijder	noun	een huishoudelijk apparaatje om een hardgekookt ei mee in plakjes te snijden
eiersnijders	=	eiersnijder
eiersnijdertje	=	eiersnijder
eiersnijdertjes	=	eiersnijder
eierspiraal	noun	een spiraalvormig keukenhulpmiddel voor het stijlvol en georganiseerd bewaren van eieren op het aanrecht of in de koelkast
eierspiraaltje	=	eierspiraal
eierspiraaltjes	=	eierspiraal
eierspiralen	=	eierspiraal
eiersplitser	noun	apparaatje om het eigeel en eiwit in een ei te scheiden
eiersplitsers	=	eiersplitser
eiersplitsertje	=	eiersplitser
eiersplitsertjes	=	eiersplitser
eierstok	noun	deel van het geslachtsorgaan van de vrouw waar onbevruchte eicellen bewaard worden
eierstokje	=	eierstok
eierstokjes	=	eierstok
eierstokkanker	noun	is een kwaadaardige aandoening van de eierstok
eierstokken	=	eierstok
eierstokweefsel	noun	een stukje ovarium bestaande uit verschillende celtypen
eierstokweefsels	=	eierstokweefsel
eierstruif	noun	inhoud van een ei
eierstruifje	=	eierstruif
eierstruifjes	=	eierstruif
eierstruiven	=	eierstruif
eiertikker	noun	handig keukenhulpmiddel om eenvoudig en netjes de bovenkant van een gekookt of rauw ei te verwijderen
eiertikkers	=	eiertikker
eiertikkertje	=	eiertikker
eiertikkertjes	=	eiertikker
eiertjes	=	ei
eierverfmolen	noun	mechanisch hulpmiddel waarmee je een (paas)ei kunt inklemmen om het gemakkelijk rondom te beschilderen zonder vieze vingers te krijgen
eierverfmolens	=	eierverfmolen
eierverfmolentje	=	eierverfmolen
eierverfmolentjes	=	eierverfmolen
eiervreter	noun|informal	dier dat het legsel van andere dieren als voedsel gebruikt
eiervreters	=	eiervreter
eiervretertje	=	eiervreter
eiervretertjes	=	eiervreter
eierwarmer	noun	stoffen mutsje waarmee men een gekookt ei warm kan houden
eierwarmers	=	eierwarmer
eierwarmertje	=	eierwarmer
eierwarmertjes	=	eierwarmer
eierwekker	noun	wekker die men gebruikt bij het koken van eieren
eierwekkers	=	eierwekker
eierwekkertje	=	eierwekker
eierwekkertjes	=	eierwekker
eiffeltoren	noun	toren die lijkt op de Eiffeltoren van Parijs
eiffeltorens	=	eiffeltoren
eiffeltorentje	=	eiffeltoren
eiffeltorentjes	=	eiffeltoren
eig	=	eigenlijk
eigeel	noun	de gele eidooier die in het midden van het ei zit	adj	zo geel als een eidooier
eigeels	=	eigeel
eigeelst	=	eigeel
eigeelste	=	eigeel
eigeeltje	=	eigeel
eigele	=	eigeel
eigelen	=	eigeel
eigeler	=	eigeel
eigelere	=	eigeel
eigelers	=	eigeel
eigen	adj	op zichzelf betrekking hebbend, van jezelf
eigen-schuld-dikke-bultprincipe	noun	principe dat men zelf moet opdraaien voor de (gezondheids)kosten die door risicovol gedrag ontstaan
eigen-schuld-dikke-bultprincipes	=	eigen-schuld-dikke-bultprincipe
eigenaar	noun	iemand die iets in eigendom heeft
eigenaardig	adj	afwijkend van wat normaal is
eigenaardige	=	eigenaardig
eigenaardiger	=	eigenaardig
eigenaardigere	=	eigenaardig
eigenaardigers	=	eigenaardig
eigenaardigheden	=	eigenaardigheid
eigenaardigheid	noun	een bijzondere hoedanigheid
eigenaardigheidje	=	eigenaardigheid
eigenaardigheidjes	=	eigenaardigheid
eigenaardigs	=	eigenaardig
eigenaardigst	=	eigenaardig
eigenaardigste	=	eigenaardig
eigenaars	=	eigenaar
eigenaarschap	noun	de hoedanigheid van bezitter hebben; het bezitter zijn van iets
eigenaarsfamilie	noun	groep bloedverwanten die samen eigenaar zijn van een bedrijf
eigenaarsfamilies	=	eigenaarsfamilie
eigenaarsgroep	noun	groep van mensen die samen een bedrijf bezitten
eigenaarsgroepen	=	eigenaarsgroep
eigenaarsgroepje	=	eigenaarsgroep
eigenaarsgroepjes	=	eigenaarsgroep
eigenaarspagina	noun	startpagina of hoofdpagina van een website, die door de eigenaar is bedoeld als de toegangspoort tot de site
eigenaarspagina's	=	eigenaarspagina
eigenaarspaginaatje	=	eigenaarspagina
eigenaarspaginaatjes	=	eigenaarspagina
eigenaarsvereniging	noun	organisatie waarvan de leden samen eigenaar van iets zijn
eigenaarsverenigingen	=	eigenaarsvereniging
eigenaartje	=	eigenaar
eigenaartjes	=	eigenaar
eigenaren	=	eigenaar
eigenarenonderhoud	noun	onderhoud dat door de eigenaar van een object gedaan moet worden om dat object in goede staat te houden
eigenarenvereniging	noun	organisatie waarvan de leden samen eigenaar van iets zijn
eigenarenverenigingen	=	eigenarenvereniging
eigenares	noun	een vrouwelijke eigenaar
eigenaresje	=	eigenares
eigenaresjes	=	eigenares
eigenaresse	noun	een vrouwelijke eigenaar
eigenaressen	=	eigenares
eigenaresses	=	eigenaresse
eigenaressetje	=	eigenaresse
eigenaressetjes	=	eigenaresse
eigenbaat	noun	het vooral of uitsluitend zoeken van eigen voordeel, egoïsme
eigenbelang	noun	het eigen voordeel, het belang dat degene die een handeling verricht daar zelf bij heeft
eigenbelangen	=	eigenbelang
eigenbeweging	noun	de werkelijke verplaatsing van een ster aan de hemel ten opzichte van andere, verder weg gelegen achtergrondsterren
eigenbewegingen	=	eigenbeweging
eigenbeweginkje	=	eigenbeweging
eigenbeweginkjes	=	eigenbeweging
eigenbijdrageregeling	noun	het systeem waarin is vastgelegd dat u voor bepaalde zorg of voorzieningen een deel van de kosten zelf moet betalen.
eigenbijdrageregelingen	=	eigenbijdrageregeling
eigenbijdrageregelingetje	=	eigenbijdrageregeling
eigenbijdrageregelingetjes	=	eigenbijdrageregeling
eigende	=	eigenen
eigenden	=	eigenen
eigendom	noun	zaak die men zijn eigen mag noemen, bezit
eigendommelijk	adj|obsolete	uniek voor iets of iemand
eigendommelijke	=	eigendommelijk
eigendommelijker	=	eigendommelijk
eigendommelijkere	=	eigendommelijk
eigendommelijkers	=	eigendommelijk
eigendommelijks	=	eigendommelijk
eigendommelijkst	=	eigendommelijk
eigendommelijkste	=	eigendommelijk
eigendommen	=	eigendom
eigendommetje	=	eigendom
eigendommetjes	=	eigendom
eigendomsakte	noun	officieel document dat aangeeft wie de eigenaar van iets is
eigendomsakten	=	eigendomsakte
eigendomsaktes	=	eigendomsakte
eigendomsbeker	noun	sporttrofee in de vorm van een beker die de winnaar in zijn bezit mag houden
eigendomsbekers	=	eigendomsbeker
eigendomsbewijs	noun	officieel stuk waarmee men kan aantonen eigenaar van iets te zijn
eigendomsbewijsje	=	eigendomsbewijs
eigendomsbewijsjes	=	eigendomsbewijs
eigendomsbewijzen	=	eigendomsbewijs
eigendomsgrond	noun	perceel dat in privaat bezit is
eigendomsgronden	=	eigendomsgrond
eigendomsoverdracht	noun	overdracht van het eigendom van de ene naar de andere persoon bijvoorbeeld na verkoop van een goed
eigendomsoverdrachten	=	eigendomsoverdracht
eigendomsperceel	noun	stuk land dat in particulier bezit is
eigendomspercelen	=	eigendomsperceel
eigendomsrecht	noun	zakelijk recht dat aan de eigenaar de volheid van bevoegdheden verleent om rechtstreeks het goed ervan te gebruiken, hiervan het genot te hebben en erover te beschikken
eigendomsrechten	=	eigendomsrecht
eigendomsstructuren	=	eigendomsstructuur
eigendomsstructuur	noun	de manier waarop het eigendom van iets juridisch is geregeld tussen de verschillende eigenaren
eigendomsterrein	noun	stuk grond dat in bezit is van een particulier
eigendomsterreinen	=	eigendomsterrein
eigendomstrofee	noun	teken dat men een wedstrijd gewonnen heeft en dat men in zijn bezit mag houden
eigendomstrofees	=	eigendomstrofee
eigendomstrofeeën	=	eigendomstrofee
eigendomsverdeling	noun	de manier hoe het eigendom van iets is verdeelt tussen de verschillende eigenaren
eigendomsverdelingen	=	eigendomsverdeling
eigendomsverhouding	noun	de verdeling van de eigendomsrechten tussen de verschillende eigenaren van een bepaald goed
eigendomsverhoudingen	=	eigendomsverhouding
eigendomsverhoudinkje	=	eigendomsverhouding
eigendomsverhoudinkjes	=	eigendomsverhouding
eigendomswoning	noun	een woning waarvan de bewoner tevens de juridische eigenaar is.
eigendomswoningen	=	eigendomswoning
eigendomswoninkje	=	eigendomswoning
eigendomswoninkjes	=	eigendomswoning
eigendunk	noun	overdreven hoge opvatting van eigen mogelijkheden
eigendunkelijk	adj	naar eigen goeddunken, zonder overleg	adv	op een wijze die naar eigen goeddunken, zonder overleg verloopt
eigendunkelijke	=	eigendunkelijk
eigendunkelijker	=	eigendunkelijk
eigendunkelijkere	=	eigendunkelijk
eigendunkelijkers	=	eigendunkelijk
eigendunkelijks	=	eigendunkelijk
eigendunkelijkst	=	eigendunkelijk
eigendunkelijkste	=	eigendunkelijk
eigene	noun	datgene wat typerend is
eigenen	verb	zich ~ tot geschikt zijn voor iets, zich lenen voor
eigenend	=	eigenen
eigenende	=	eigenen
eigener	=	eigen
eigenere	=	eigen
eigeners	=	eigen
eigenfrequentie	noun	een van de frequenties waarmee een systeem zal gaan trillen als het vanuit een evenwichtspositie wordt bewogen en vervolgens wordt losgelaten
eigenfrequenties	=	eigenfrequentie
eigenfunctie	noun	een functie die met een vaste waarde , de z.g. eigenwaarde op zichzelf wordt afgebeeld
eigenfuncties	=	eigenfunctie
eigenfunctietje	=	eigenfunctie
eigenfunctietjes	=	eigenfunctie
eigengebakken	adj|informal	zelf gebakken
eigengebakkens	=	eigengebakken
eigengemaakt	adj	door iemand zelf gemaakt dus niet door iets of iemand anders
eigengemaakte	=	eigengemaakt
eigengemaakts	=	eigengemaakt
eigengerechtig	adj	geheel naar eigen oordeel en op eigen gezag te werk gaand
eigengerechtige	=	eigengerechtig
eigengerechtiger	=	eigengerechtig
eigengerechtigere	=	eigengerechtig
eigengerechtigers	=	eigengerechtig
eigengerechtigheden	=	eigengerechtigheid
eigengerechtigheid	noun	het geheel naar eigen oordeel en op eigen gezag te werk gaand
eigengerechtigs	=	eigengerechtig
eigengerechtigst	=	eigengerechtig
eigengerechtigste	=	eigengerechtig
eigengerede	=	eigengereed
eigengereder	=	eigengereed
eigengeredere	=	eigengereed
eigengereders	=	eigengereed
eigengereed	adj	eigengereid
eigengereeds	=	eigengereed
eigengereedst	=	eigengereed
eigengereedste	=	eigengereed
eigengereid	adj	eigenwijs
eigengereide	=	eigengereid
eigengereider	=	eigengereid
eigengereidere	=	eigengereid
eigengereiders	=	eigengereid
eigengereidheden	=	eigengereidheid
eigengereidheid	noun	zijn eigen gang gaan zonder zich veel aan te trekken van andere mensen
eigengereids	=	eigengereid
eigengereidst	=	eigengereid
eigengereidste	=	eigengereid
eigenhandig	adj	zelf gemaakt of gedaan hebbend dus met je eigen handen
eigenhandige	=	eigenhandig
eigenhandiger	=	eigenhandig
eigenhandigere	=	eigenhandig
eigenhandigers	=	eigenhandig
eigenhandigs	=	eigenhandig
eigenhandigst	=	eigenhandig
eigenhandigste	=	eigenhandig
eigenheden	=	eigenheid
eigenheid	noun	dat wat iemand niet gemeenschappelijk heeft met anderen maar kenmerkend is voor die persoon zelf
eigenheidje	=	eigenheid
eigenheidjes	=	eigenheid
eigenheimer	noun	aardappel die veel op de Zeeuwse klei geteeld wordt
eigenheimers	=	eigenheimer
eigenheimertje	=	eigenheimer
eigenheimertjes	=	eigenheimer
eigenliefde	noun	liefde voor zichzelf
eigenliefdes	=	eigenliefde
eigenlijk	adj	oorspronkelijk.	adv	als ik er nu nog eens over nadenk
eigenlijke	=	eigenlijk
eigenlijker	=	eigenlijk
eigenlijkere	=	eigenlijk
eigenlijkers	=	eigenlijk
eigenlijks	=	eigenlijk
eigenlijkst	=	eigenlijk
eigenlijkste	=	eigenlijk
eigenmachtig	adj	op eigen gezag zonder tussenkomst van het bevoegd gezag
eigenmachtige	=	eigenmachtig
eigenmachtiger	=	eigenmachtig
eigenmachtigere	=	eigenmachtig
eigenmachtigers	=	eigenmachtig
eigenmachtigheden	=	eigenmachtigheid
eigenmachtigheid	noun	het zelfstandig zonder overleg handelen; iets dat men zonder overleg doet
eigenmachtigs	=	eigenmachtig
eigenmachtigst	=	eigenmachtig
eigenmachtigste	=	eigenmachtig
eigennaam	noun	een naam waardoor men een mens, dier of ding zich van andere van dezelfde soort onderscheidt
eigennaampje	=	eigennaam
eigennaampjes	=	eigennaam
eigennaamsvorm	noun	een naamvalsvorm van een eigennaam.
eigennaamsvormen	=	eigennaamsvorm
eigennaamsvormpje	=	eigennaamsvorm
eigennaamsvormpjes	=	eigennaamsvorm
eigennamen	=	eigennaam
eigenpijper	noun	iemand met een hoge eigendunk, egotripper
eigenpijpers	=	eigenpijper
eigenrichting	noun	veroordeling en bestraffing zonder inbreng van een rechter of wettelijke grondslag
eigenrichtingen	=	eigenrichting
eigenrisicodrager	noun	werkgever die op grond van de Nederlandse Wet Eigen Risicodragen Ziektewet ervoor kiest om de Ziektewetuitkering zelf te betalen aan werknemers voor wie hij geen plicht tot loondoorbetaling bij ziekte heeft
eigenrisicodragers	=	eigenrisicodrager
eigens	=	eigen
eigenschap	noun	een gegeven karakteristiek die eigen is aan een bepaalde persoon of zaak
eigenschapje	=	eigenschap
eigenschapjes	=	eigenschap
eigenschappen	=	eigenschap
eigensoortig	adj	apart, een eigen, afzonderlijke soort vormend
eigensoortige	=	eigensoortig
eigensoortiger	=	eigensoortig
eigensoortigere	=	eigensoortig
eigensoortigers	=	eigensoortig
eigensoortigs	=	eigensoortig
eigensoortigst	=	eigensoortig
eigensoortigste	=	eigensoortig
eigenst	=	eigen
eigenstandig	adj	naar eigen inzicht
eigenstandige	=	eigenstandig
eigenstandiger	=	eigenstandig
eigenstandigere	=	eigenstandig
eigenstandigers	=	eigenstandig
eigenstandigs	=	eigenstandig
eigenstandigst	=	eigenstandig
eigenstandigste	=	eigenstandig
eigenste	=	eigen
eigent	=	eigenen
eigentijds	adj	behorend tot de periode waarin iets speelt, contemporain
eigentijdsch	=	eigentijds
eigentijdse	=	eigentijds
eigentijdser	=	eigentijds
eigentijdsere	=	eigentijds
eigentijdsers	=	eigentijds
eigentijdst	=	eigentijds
eigentijdste	=	eigentijds
eigenvector	noun	een bijzondere vector ontstaan door een afbeelding op zichzelf
eigenvectoren	=	eigenvector
eigenwaan	noun	eigendunk
eigenwaarde	noun	het gevoel zelf iets waard te zijn
eigenwaarden	=	eigenwaarde
eigenwaardes	=	eigenwaarde
eigenwaardetje	=	eigenwaarde
eigenwijs	adj	overtuigd zijn van het eigen gelijk
eigenwijsheden	=	eigenwijsheid
eigenwijsheid	noun	overmatig veel vertrouwen hebben in eigen kennis zonder open te staan voor raad of advies van anderen
eigenwijst	=	eigenwijs
eigenwijste	=	eigenwijs
eigenwijze	=	eigenwijs
eigenwijzer	=	eigenwijs
eigenwijzere	=	eigenwijs
eigenwijzers	=	eigenwijs
eigenwillig	adj	een sterke eigen wil bezittend
eigenwillige	=	eigenwillig
eigenwilliger	=	eigenwillig
eigenwilligere	=	eigenwillig
eigenwilligers	=	eigenwillig
eigenwilligs	=	eigenwillig
eigenwilligst	=	eigenwillig
eigenwilligste	=	eigenwillig
eigenwoningbezit	noun	het verschijnsel dat de bewoner van een huis ook de eigenaar van dat huis is
eigenwoningforfait	noun	bedrag dat wordt opgeteld bij het belastbaar inkomen als men eigenaar is van een woning
eigenwoningforfaits	=	eigenwoningforfait
eigenzinnig	adj	van een persoon dat die persoon dingen op zijn eigen manier doet ook als die afwijken van de andere mensen
eigenzinnige	=	eigenzinnig
eigenzinniger	=	eigenzinnig
eigenzinnigere	=	eigenzinnig
eigenzinnigers	=	eigenzinnig
eigenzinnigheden	=	eigenzinnigheid
eigenzinnigheid	noun	volgens de eigen mening zonder te luisteren naar adviezen van anderen
eigenzinnigs	=	eigenzinnig
eigenzinnigst	=	eigenzinnig
eigenzinnigste	=	eigenzinnig
eigerecht	noun	een gerecht waarbij eieren het hoofdingrediënt zijn
eigerechten	=	eigerecht
eigerechtje	=	eigerecht
eigerechtjes	=	eigerecht
eiglk	=	eigenlijk
eihoofd	noun	hoofd dat lijkt op een ei, iemand met een hoofd dat lijkt op een ei
eihoofden	=	eihoofd
eihoofdje	=	eihoofd
eihoofdjes	=	eihoofd
eijland	=	eiland
eijlandt	=	eiland
eijlant	=	eiland
eik	noun	benaming voor loofbomen uit het geslacht Quercus
eikeboom	=	eikenboom
eikel	noun	vrucht van de eikenboom
eikelaar	noun	eik, eikenboom
eikelaars	=	eikelaar
eikelbekertje	noun	Ciboria batschiana een schimmel behorend tot de familie Sclerotiniaceae.
eikelbekertjes	=	eikelbekertje
eikelboorder	noun	Curculio glandium een snuitkever die sterk verwant is met de hazelnootboorder.
eikelboorders	=	eikelboorder
eikelboordertje	=	eikelboorder
eikelboordertjes	=	eikelboorder
eikelde	=	eikelen
eikelden	=	eikelen
eikeldopzwam	noun	Hymenoscyphus fructigenus een paddenstoel uit de familie Helotiaceae.
eikeldopzwammen	=	eikeldopzwam
eikeldopzwammetje	=	eikeldopzwam
eikeldopzwammetjes	=	eikeldopzwam
eikele	=	eikelen
eikelen	verb|informal	vervelend doen
eikelend	=	eikelen
eikelende	=	eikelen
eikelig	adj	vervelend gedrag (van mannen)
eikelige	=	eikelig
eikeliger	=	eikelig
eikeligere	=	eikelig
eikeligers	=	eikelig
eikeligs	=	eikelig
eikeligst	=	eikelig
eikeligste	=	eikelig
eikelmuis	noun	Eliomys quercinus een slaapmuis met kaneelbruine vacht
eikelmuisje	=	eikelmuis
eikelmuisjes	=	eikelmuis
eikelmuizen	noun	een geslacht Eliomys van zoogdieren uit de familie van de slaapmuizen (Gliridae)
eikelontsteking	noun	infectie van het slijmvlies dat de top van de penis beschermt
eikelontstekingen	=	eikelontsteking
eikels	noun	een van de vier Duitse kleuren in het kaartspel
eikelspecht	noun	Melanerpes formicivorus een vogel uit de familie spechten (Picidae).
eikelspechten	=	eikelspecht
eikelspechtje	=	eikelspecht
eikelspechtjes	=	eikelspecht
eikelt	=	eikelen
eikeltje	=	eikel
eikeltjes	=	eikel
eikelvormig	adj	vorm van een eikel hebbend
eikelvormige	=	eikelvormig
eikelvormiger	=	eikelvormig
eikelvormigere	=	eikelvormig
eikelvormigers	=	eikelvormig
eikelvormigs	=	eikelvormig
eikelvormigst	=	eikelvormig
eikelvormigste	=	eikelvormig
eikelwormen	noun	een klasse Enteropneusta van wormvormige dieren die in een marien milieu leven.
eiken	adj	vervaardigd van het hout van de eik
eiken-bloesemboktor	noun	Cortodera humeralis een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
eiken-bloesemboktorren	=	eiken-bloesemboktor
eiken-bloesemboktorretje	=	eiken-bloesemboktor
eiken-bloesemboktorretjes	=	eiken-bloesemboktor
eiken-orvlinder	noun	Cymatophorina diluta een nachtvlinder die behoort tot de eenstaartjes, de Drepanidae.
eiken-orvlinders	=	eiken-orvlinder
eiken-orvlindertje	=	eiken-orvlinder
eiken-orvlindertjes	=	eiken-orvlinder
eiken-ruigsprietboktor	noun	Exocentrus adspersus een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
eiken-ruigsprietboktorren	=	eiken-ruigsprietboktor
eiken-ruigsprietboktorretje	=	eiken-ruigsprietboktor
eiken-ruigsprietboktorretjes	=	eiken-ruigsprietboktor
eikenaardvlo	noun	Altica quercetorum een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
eikenaardvlooien	=	eikenaardvlo
eikenaardvlooitje	=	eikenaardvlo
eikenaardvlooitjes	=	eikenaardvlo
eikenballonnetje	noun	Amphisphaeria bufonia een schimmel behorend tot de familie Amphisphaeriaceae.
eikenballonnetjes	=	eikenballonnetje
eikenbaststeltmot	noun	Spulerina simploniella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
eikenbaststeltmotje	=	eikenbaststeltmot
eikenbaststeltmotjes	=	eikenbaststeltmot
eikenbaststeltmotten	=	eikenbaststeltmot
eikenbinnenlobgalmug	noun	Macrodiplosis roboris een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
eikenbinnenlobgalmuggen	=	eikenbinnenlobgalmug
eikenbinnenlobgalmuggetjes	=	eikenbinnenlobgalmug
eikenbinnenlobgalmugje	=	eikenbinnenlobgalmug
eikenblaadje	=	eikenblad
eikenblaadjes	=	eikenblad
eikenblaargalmug	noun	Polystepha malpighii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
eikenblaargalmuggen	=	eikenblaargalmug
eikenblaargalmugje	=	eikenblaargalmug
eikenblaargalmugjes	=	eikenblaargalmug
eikenblad	noun	Quercus blad van een eikenboom
eikenbladen	=	eikenblad
eikenbladeren	=	eikenblad
eikenbladrolkever	noun	Attelabus nitens een keversoort uit de familie bladrolkevers (Attelabidae).
eikenbladrolkevers	=	eikenbladrolkever
eikenbladrolkevertje	=	eikenbladrolkever
eikenbladrolkevertjes	=	eikenbladrolkever
eikenbladroller	noun	Tortrix viridana een lichtgroene microvlinder met spits toelopende voorvleugels.
eikenbladrollers	=	eikenbladroller
eikenbladrollertje	=	eikenbladroller
eikenbladrollertjes	=	eikenbladroller
eikenbladsla	noun	Lactuca sativa variëteit van sla waarvan de bladeren de vorm van een blad van de Amerikaanse eik hebben
eikenbladspin	noun	Aculepeira ceropegia een spin uit de familie van de wielwebspinnen (Araneidae).
eikenbladspinnen	=	eikenbladspin
eikenbladspinnetje	=	eikenbladspin
eikenbladspinnetjes	=	eikenbladspin
eikenbladstipje	noun	Guignardia punctoidea een schimmel uit de familie Botryosphaeriaceae.
eikenbladstipjes	=	eikenbladstipje
eikenbladstromabekertje	noun	Pycnopeziza pachyderma een schimmel behorend tot de familie Sclerotiniaceae.
eikenbladstromabekertjes	=	eikenbladstromabekertje
eikenbladstromakelkje	noun	Rutstroemia sydowiana een paddenstoel uit de familie Rutstroemiaceae.
eikenbladstromakelkjes	=	eikenbladstromakelkje
eikenbladvlo	noun	Trioza remota een bladvlo behorend tot de familie Triozidae.
eikenbladvlooien	=	eikenbladvlo
eikenbladvlooitje	=	eikenbladvlo
eikenbladvlooitjes	=	eikenbladvlo
eikenblaren	=	eikenblad
eikenbloedzwam	noun	Stereum gausapatum een schimmel behorend tot de familie Stereaceae.
eikenbloedzwammen	=	eikenbloedzwam
eikenbloedzwammetje	=	eikenbloedzwam
eikenbloedzwammetjes	=	eikenbloedzwam
eikenboktor	noun	Cerambyx scopolii een kever uit de familie boktorren (Cerambycidae).
eikenboktorren	=	eikenboktor
eikenboktorretje	=	eikenboktor
eikenboktorretjes	=	eikenboktor
eikenbomen	=	eikenboom
eikenboogbladroller	noun	Acleris quercinana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
eikenboogbladrollers	=	eikenboogbladroller
eikenboogbladrollertje	=	eikenboogbladroller
eikenboogbladrollertjes	=	eikenboogbladroller
eikenboom	noun	loofboom uit het geslacht Quercus
eikenboompje	=	eikenboom
eikenboompjes	=	eikenboom
eikenborstel	noun	borstel bestemd voor het poetsen van eikenhouten oppervlakken
eikenborstels	=	eikenborstel
eikenborsteltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort Europese vlinder, Psoricoptera gibbosella uit de familie tastermotten (Gelechiidae); de wetenschappelijke naam is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1839 door Philipp Christoph Zeller
eikenborsteltjes	=	eikenborsteltje
eikenbos	noun	een bos waarin vooral eiken staan
eikenbosje	=	eikenbos
eikenbosjes	=	eikenbos
eikenbossen	=	eikenbos
eikenbuitenlobgalmug	noun	Macrodiplosis pustularis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
eikenbuitenlobgalmuggen	=	eikenbuitenlobgalmug
eikenbuitenlobgalmuggetjes	=	eikenbuitenlobgalmug
eikenbuitenlobgalmugje	=	eikenbuitenlobgalmug
eikendwergbladroller	noun	Pammene albuginana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
eikendwergbladrollers	=	eikendwergbladroller
eikendwergbladrollertje	=	eikendwergbladroller
eikendwergbladrollertjes	=	eikendwergbladroller
eikendwergspanner	noun	Eupithecia dodoneata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
eikendwergspanners	=	eikendwergspanner
eikendwergspannertje	=	eikendwergspanner
eikendwergspannertjes	=	eikendwergspanner
eikengaatjesgalmug	noun	Arnoldiola libera een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
eikengaatjesgalmuggen	=	eikengaatjesgalmug
eikengaatjesgalmugje	=	eikengaatjesgalmug
eikengaatjesgalmugjes	=	eikengaatjesgalmug
eikengaffeltandmos	noun	Dicranum fuscescens een plant uit de familie Dicranaceae.
eikengaffeltandmosje	=	eikengaffeltandmos
eikengaffeltandmosjes	=	eikengaffeltandmos
eikengaffeltandmossen	=	eikengaffeltandmos
eikengalboorder	noun	Curculio villosus een keversoort uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
eikengalboorders	=	eikengalboorder
eikengalboordertje	=	eikengalboorder
eikengalboordertjes	=	eikengalboorder
eikengalwesp	noun	bepaald soort insect, Cynips quercusfolii
eikengalwespen	=	eikengalwesp
eikengebladerte	noun	de bladeren van een of meer eikenbomen
eikenhakhout	noun	laag eikenbos, waarvan de stammetjes regelmatig, eens in de 10 tot 15 jaar, laag bij de grond worden afgezaagd of -gekapt
eikenhout	noun	hout afkomstig van de eik waar veel meubels van gemaakt zijn
eikenhouten	adj	gemaakt van het hout van een eik (Quercus)
eikenhoutje	=	eikenhout
eikenhoutjes	=	eikenhout
eikenkernhoutkever	noun	Platypus cylindrus een keversoort uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
eikenkernhoutkevers	=	eikenkernhoutkever
eikenkernhoutkevertje	=	eikenkernhoutkever
eikenkernhoutkevertjes	=	eikenkernhoutkever
eikenknikkertje	noun	Dendrostoma leiphaemia een schimmel hehorend tot de orde Diaporthales.
eikenknikkertjes	=	eikenknikkertje
eikenkronen	=	eikenkroon
eikenkronkelstafje	noun	Coccomyces tumidus een schimmel behorend tot de familie Rhytismataceae.
eikenkronkelstafjes	=	eikenkronkelstafje
eikenkroon	noun	Luxemburgse orde
eikenlaan	noun	weg die aan beide zijden geflankeerd wordt door eiken
eikenlaantje	=	eikenlaan
eikenlaantjes	=	eikenlaan
eikenlanen	=	eikenlaan
eikenlichtmot	noun	Phycita roborella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
eikenlichtmotje	=	eikenlichtmot
eikenlichtmotjes	=	eikenlichtmot
eikenlichtmotten	=	eikenlichtmot
eikenloof	noun	het gebladerte van een eikenboom
eikenmeeldauw	noun	een meeldauw Erysiphe alphitoides (teleomorf), (syn.Microsphaera alphitoides (anamorf)), die behoort tot de familie Erysiphaceae.
eikenmeeldauwtje	=	eikenmeeldauw
eikenmeeldauwtjes	=	eikenmeeldauw
eikenmineerwesp	noun	Profenusa pygmaea een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
eikenmineerwespen	=	eikenmineerwesp
eikenmineerwespje	=	eikenmineerwesp
eikenmineerwespjes	=	eikenmineerwesp
eikenmos	noun	een korstmossoort Evernia prunastri (syn.: Evernia herinii) uit de familie Parmeliaceae (schildmosachtigen).
eikenmosje	=	eikenmos
eikenmosjes	=	eikenmos
eikenmossen	=	eikenmos
eikennapjesgal	noun	Neuroterus laeviusculus gal veroorzaakt door de galwesp Neuroterus laeviusculus voorkomend op de bladeren van de zomereik
eikennapjesgallen	=	eikennapjesgal
eikennapjesgalletje	=	eikennapjesgal
eikennapjesgalletjes	=	eikennapjesgal
eikenooglapmot	noun	Bucculatrix ulmella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
eikenooglapmotje	=	eikenooglapmot
eikenooglapmotjes	=	eikenooglapmot
eikenooglapmotten	=	eikenooglapmot
eikenoogspanner	noun	Cyclophora porata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
eikenoogspanners	=	eikenoogspanner
eikenoogspannertje	=	eikenoogspanner
eikenoogspannertjes	=	eikenoogspanner
eikenpage	noun	Favonius quercus een vlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
eikenpages	=	eikenpage
eikenpalpmot	noun	Stenolechia gemmella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
eikenpalpmotje	=	eikenpalpmot
eikenpalpmotjes	=	eikenpalpmot
eikenpalpmotten	=	eikenpalpmot
eikenpijlstaart	noun	Marumba quercus een vlinder uit de familie van de pijlstaarten.
eikenpijlstaarten	=	eikenpijlstaart
eikenpijlstaartje	=	eikenpijlstaart
eikenpijlstaartjes	=	eikenpijlstaart
eikenprachtkever	noun	Agrilus biguttatus een kever uit de familie prachtkevers (Buprestidae)
eikenprachtkevers	=	eikenprachtkever
eikenprachtkevertje	=	eikenprachtkever
eikenprachtkevertjes	=	eikenprachtkever
eikenprocessierups	noun	larve van de eikenprocessievlinder Thaumetopoea processionea, een plaaginsect waarvan de rups voor de mens gevaarlijke brandharen heeft
eikenprocessierupsbestrijder	noun	iemand die probeert de eikenprocessierups te bestrijden en de overlast die dit diertje veroorzaakt aan te pakken
eikenprocessierupsbestrijders	=	eikenprocessierupsbestrijder
eikenprocessierupsbestrijdertje	=	eikenprocessierupsbestrijder
eikenprocessierupsbestrijdertjes	=	eikenprocessierupsbestrijder
eikenprocessierupsen	=	eikenprocessierups
eikenprocessierupsjeukpiek	noun	het moment in het jaar wanneer mensen het meeste last hebben van de haartjes van de eikenprocessierups die jeuk veroorzaken
eikenprocessierupsjeukpieken	=	eikenprocessierupsjeukpiek
eikenpurpermot	noun	Dyseriocrania subpurpurella een dagactieve nachtvlinder uit de familie Eriocraniidae.
eikenpurpermotje	=	eikenpurpermot
eikenpurpermotjes	=	eikenpurpermot
eikenpurpermotten	=	eikenpurpermot
eikenschiller	noun	iemand die voor zijn beroep de bast van eiken schilt
eikenschillers	=	eikenschiller
eikenschillertje	=	eikenschiller
eikenschillertjes	=	eikenschiller
eikenschors	noun	boomschors van een eikenboom
eikenschorsen	=	eikenschors
eikenschorsschijfje	noun	Diatrypella quercina een schimmel behorend tot de familie Diatrypaceae.
eikenschorsschijfjes	=	eikenschorsschijfje
eikenspintkever	noun	Scolytus intricatus een kever uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
eikenspintkevers	=	eikenspintkever
eikenspintkevertje	=	eikenspintkever
eikenspintkevertjes	=	eikenspintkever
eikenspitsbek	noun	Psilota anthracina een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
eikenspitsbekje	=	eikenspitsbek
eikenspitsbekjes	=	eikenspitsbek
eikenspitsbekken	=	eikenspitsbek
eikenspitskopmot	noun	Ypsolopha alpella een vlinder uit de familie Ypsolophidae.
eikenspitskopmotje	=	eikenspitskopmot
eikenspitskopmotjes	=	eikenspitskopmot
eikenspitskopmotten	=	eikenspitskopmot
eikenspringkever	noun	Orchestes quercus een kever uit de familie van de snuitkevers (Curculionidae)
eikenspringkevers	=	eikenspringkever
eikenspringkevertje	=	eikenspringkever
eikenspringkevertjes	=	eikenspringkever
eikenspringspin	noun	Ballus chalybeius een spinnensoort uit de familie springspinnen (Salticidae).
eikenspringspinnen	=	eikenspringspin
eikenspringspinnetje	=	eikenspringspin
eikenspringspinnetjes	=	eikenspringspin
eikenstam	noun	een rechtop gaande houten schacht van een eikenboom
eikenstamjager	noun	Choerades marginata een vlieg uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
eikenstamjagers	=	eikenstamjager
eikenstamjagertje	=	eikenstamjager
eikenstamjagertjes	=	eikenstamjager
eikenstammen	=	eikenstam
eikenstammetje	=	eikenstam
eikenstammetjes	=	eikenstam
eikensteltmot	noun	Caloptilia robustella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
eikensteltmotje	=	eikensteltmot
eikensteltmotjes	=	eikensteltmot
eikensteltmotten	=	eikensteltmot
eikentak	noun	houtig deel van een loofboom uit het geslacht Quercus dat bladeren verbindt met de stam; boomtak met eikenbladeren of eikels
eikentakje	=	eikentak
eikentakjes	=	eikentak
eikentakken	=	eikentak
eikentakstromakelkje	noun	Rutstroemia firma een paddenstoel uit de familie Rutstroemiaceae.
eikentakstromakelkjes	=	eikentakstromakelkje
eikentandvlinder	noun	Peridea anceps een nachtvlinder uit de familie Notodontidae, de tandvlinders.
eikentandvlinders	=	eikentandvlinder
eikentandvlindertje	=	eikentandvlinder
eikentandvlindertjes	=	eikentandvlinder
eikentopgalmug	noun	Arnoldiola quercus een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
eikentopgalmuggen	=	eikentopgalmug
eikentopgalmugje	=	eikentopgalmug
eikentopgalmugjes	=	eikentopgalmug
eikentopgalwesp	noun	Andricus corruptrix een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
eikentopgalwespen	=	eikentopgalwesp
eikentopgalwespje	=	eikentopgalwesp
eikentopgalwespjes	=	eikentopgalwesp
eikentopspinselmot	noun	Acrobasis consociella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
eikentopspinselmotje	=	eikentopspinselmot
eikentopspinselmotjes	=	eikentopspinselmot
eikentopspinselmotten	=	eikentopspinselmot
eikentrilzwam	noun	een wijdverbreide schimmelsoort Exidia glandulosa (syn.: Exidia truncata) die tot de familie Auriculariaceae behoort.
eikentrilzwammen	=	eikentrilzwam
eikentrilzwammetje	=	eikentrilzwam
eikentrilzwammetjes	=	eikentrilzwam
eikenuiltje	noun	Dryobotodes eremita een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
eikenuiltjes	=	eikenuiltje
eikenvaren	=	eikvaren
eikenvoorjaarsuil	noun	Orthosia miniosa een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
eikenvoorjaarsuilen	=	eikenvoorjaarsuil
eikenvoorjaarsuiltje	=	eikenvoorjaarsuil
eikenvoorjaarsuiltjes	=	eikenvoorjaarsuil
eikenvouwmot	noun	een vlindersoort uit de familie mineermotten (Gracillariidae)
eikenvouwmotje	=	eikenvouwmot
eikenvouwmotjes	=	eikenvouwmot
eikenvouwmotten	=	eikenvouwmot
eikenvuurzwam	noun	Fomitiporia robusta een schimmel behorend tot de familie Hymenochaetaceae.
eikenvuurzwammen	=	eikenvuurzwam
eikenvuurzwammetje	=	eikenvuurzwam
eikenvuurzwammetjes	=	eikenvuurzwam
eikenweerschijnzwam	noun	Inonotus dryadeus een schimmel behorend tot de familie Hymenochaetaceae.
eikenweerschijnzwammen	=	eikenweerschijnzwam
eikenweerschijnzwammetje	=	eikenweerschijnzwam
eikenweerschijnzwammetjes	=	eikenweerschijnzwam
eikenweeskind	noun	bepaalde soort vlinder, Catocala promissa. behorend tot de familie Erebidae, die soms ook in België en Nederland voorkomt.
eikenweeskinderen	=	eikenweeskind
eikenwespenboktor	noun	Xylotrechus antilope een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
eikenwespenboktorren	=	eikenwespenboktor
eikenwespenboktorretje	=	eikenwespenboktor
eikenwespenboktorretjes	=	eikenwespenboktor
eikenwespvlinder	noun	Synanthedon vespiformis een vlinder uit de familie wesp- of glasvlinders (Sesiidae).
eikenwespvlinders	=	eikenwespvlinder
eikenwespvlindertje	=	eikenwespvlinder
eikenwespvlindertjes	=	eikenwespvlinder
eikenwondgalwesp	noun	Andricus quercuscorticis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
eikenwondgalwespen	=	eikenwondgalwesp
eikenwondgalwespje	=	eikenwondgalwesp
eikenwondgalwespjes	=	eikenwondgalwesp
eikenzakspin	noun	Clubiona brevipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
eikenzakspinnen	=	eikenzakspin
eikenzakspinnetje	=	eikenzakspin
eikenzakspinnetjes	=	eikenzakspin
eikenzandbij	noun	Andrena ferox een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
eikenzandbijen	=	eikenzandbij
eikenzandbijtje	=	eikenzandbij
eikenzandbijtjes	=	eikenzandbij
eikenzilvervlekmot	noun	Heliozela sericiella een vlinder uit de familie zilvervlekmotten (Heliozelidae).
eikenzilvervlekmotje	=	eikenzilvervlekmot
eikenzilvervlekmotjes	=	eikenzilvervlekmot
eikenzilvervlekmotten	=	eikenzilvervlekmot
eiker	noun	bepaald type vrachtschip
eikers	=	eiker
eikertje	=	eiker
eikertjes	=	eiker
eikevaren	=	eikvaren
eikhaas	noun	eetbare zwam Grifola frondosa waarvan ook medicijnen worden vervaardigd
eikhaasje	=	eikhaas
eikhaasjes	=	eikhaas
eikhazen	=	eikhaas
eikje	=	eik
eikjes	=	eik
eikpad	noun	Anaxyrus quercicus een kikker uit de familie padden (Bufonidae).
eikpadden	=	eikpad
eikpadje	=	eikpad
eikpadjes	=	eikpad
eikvaren	noun	een geslacht Polypodium van zo'n 150 tot 180 soorten varens die over de hele wereld voorkomen, maar vooral in tropische gebieden.
eikvarenfamilie	noun	een familie Polypodiaceae van varens.
eikvarenfamilies	=	eikvarenfamilie
eikvarenfamilietje	=	eikvarenfamilie
eikvarenfamilietjes	=	eikvarenfamilie
eikvarenroest	noun	Milesina dieteliana een schimmel behorend tot de familie Milesinaceae.
eikvarenroesten	=	eikvarenroest
eikvarenroestje	=	eikvarenroest
eikvarenroestjes	=	eikvarenroest
eikvarens	=	eikvaren
eikvarentje	=	eikvaren
eikvarentjes	=	eikvaren
eilaas	intj	helaas, ach, jammer
eiland	noun	een stuk land dat omringd is door water
eilandbarbeel	noun	Puntius oligolepis een vis die voorkomt in de wateren bij de eilanden Koh-Yao en Koh-Yao-Noi in Thailand die ongeveer 4 centimeter lang wordt
eilandbarbeeltje	=	eilandbarbeel
eilandbarbeeltjes	=	eilandbarbeel
eilandbarbelen	=	eilandbarbeel
eilandbesturen	=	eilandbestuur
eilandbestuur	noun	bestuur van een eiland
eilandbestuurtje	=	eilandbestuur
eilandbestuurtjes	=	eilandbestuur
eilandbevolking	noun	geheel van de bewoners van een stuk land dat omringd is door water
eilandbevolkingen	=	eilandbevolking
eilandbevolkinkje	=	eilandbevolking
eilandbevolkinkjes	=	eilandbevolking
eilandbewoner	noun	iemand die op een eiland woont
eilandbewoners	=	eilandbewoner
eilandbewonertje	=	eilandbewoner
eilandbewoonster	=	eilandbewoner
eilandbogen	=	eilandboog
eilandboog	noun	een rij grotendeels vulkanische eilanden, die gevormd is door de werking van platentektoniek.
eilandboogje	=	eilandboog
eilandboogjes	=	eilandboog
eilandculturen	=	eilandcultuur
eilandcultuur	noun	bepaalde eigen cultuur van eilandbewoners
eilandcultuurtje	=	eilandcultuur
eilandcultuurtjes	=	eilandcultuur
eilandeconomie	noun	geheel van productie, handelsverkeer en diensten in een geheel door water omgeven gebied
eilandeconomieën	=	eilandeconomie
eilandelijk	adj	betrekking hebbend op een (bepaald) eiland
eilandelijke	=	eilandelijk
eilandelijker	=	eilandelijk
eilandelijkere	=	eilandelijk
eilandelijkers	=	eilandelijk
eilandelijks	=	eilandelijk
eilandelijkst	=	eilandelijk
eilandelijkste	=	eilandelijk
eilanden	=	eiland
eilandengroep	noun	groep bij elkaar liggende eilanden
eilandengroepen	=	eilandengroep
eilandengroepje	=	eilandengroep
eilandengroepjes	=	eilandengroep
eilandenrijk	noun	natie die bestaat uit verschillende eilanden
eilandenrijken	=	eilandenrijk
eilandenrijkje	=	eilandenrijk
eilandenrijkjes	=	eilandenrijk
eilandenstaat	noun	een voornamelijk uit eilanden bestaande staat
eilandenstaatje	=	eilandenstaat
eilandenstaatjes	=	eilandenstaat
eilandenstaten	=	eilandenstaat
eilandenzee	noun	zee waarin zich veel eilanden bevinden
eilandenzeeën	=	eilandenzee
eilander	noun	iemand die op een eiland woont
eilanders	=	eilander
eilandertje	=	eilander
eilandertjes	=	eilander
eilandfluiter	noun	Pachycephala phaionota een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
eilandfluiters	=	eilandfluiter
eilandfluitertje	=	eilandfluiter
eilandfluitertjes	=	eilandfluiter
eilandgebied	noun	een bestuurlijke eenheid in de voormalige Nederlandse Antillen, vergelijkbaar met een Nederlandse gemeente, maar met aanzienlijk meer autonomie
eilandgebieden	=	eilandgebied
eilandheidelibel	noun	Sympetrum nigrifemur een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
eilandheidelibellen	=	eilandheidelibel
eilandheidelibelletje	=	eilandheidelibel
eilandheidelibelletjes	=	eilandheidelibel
eilandhoppen	verb	van het ene naar het andere vakantie-eiland trekken
eilandhoppende	=	eilandhoppen
eilandje	=	eiland
eilandjes	=	eiland
eilandlanspuntslang	noun	Bothrops insularis een slang uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
eilandlanspuntslangen	=	eilandlanspuntslang
eilandlanspuntslangetje	=	eilandlanspuntslang
eilandlanspuntslangetjes	=	eilandlanspuntslang
eilandmakreel	noun	Rastrelliger faughni een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
eilandmakreeltje	=	eilandmakreel
eilandmakreeltjes	=	eilandmakreel
eilandmakrelen	=	eilandmakreel
eilandmeisje	noun	jonge vrouw die geboren is op een eiland / jonge vrouw die woont op een eiland
eilandmeisjes	=	eilandmeisje
eilandmerel	noun	Turdus poliocephalus een algemeen in bossen voorkomende lijster die voorkomt in een uitgestrekt gebied dat reikt van de Filipijnen door geheel Zuidoost-Azië en Melanesië tot aan het eiland Samoa.
eilandmerels	=	eilandmerel
eilandmereltje	=	eilandmerel
eilandmereltjes	=	eilandmerel
eilandnachthagedis	noun	Xantusia riversiana een hagedis uit de familie nachthagedissen (Xantusiidae)
eilandnachthagedisje	=	eilandnachthagedis
eilandnachthagedisjes	=	eilandnachthagedis
eilandnachthagedissen	=	eilandnachthagedis
eilandpleister	noun	is een grote, steriele pleister met een absorberend wondkussen dat niet aan de wond hecht en omgeven is door een kleefrand
eilandpleisters	=	eilandpleister
eilandpleistertje	=	eilandpleister
eilandpleistertjes	=	eilandpleister
eilandraad	noun	volksvertegenwoordiging op een van de eilanden van Caribisch - Nederland of van de voormalige Nederlandse Anrillen
eilandraadsleden	=	eilandraadslid
eilandraadslid	noun	persoon die lid is de volksvertegenwoordiger van een eiland van Caribisch Nederland
eilandraden	=	eilandraad
eilandsambtenaar	noun	iemand die een functie heeft bij de overheid van een Caribisch - Nederlands eiland
eilandsambtenaars	=	eilandsambtenaar
eilandsambtenaren	=	eilandsambtenaar
eilandsbesluit	noun	besluit genomen door de eilandsraad van een eiland van Caribisch - Nederland
eilandsbesluiten	=	eilandsbesluit
eilandsbesturen	=	eilandsbestuur
eilandsbestuur	noun	de overheid van een eiland
eilandsecretaris	noun	ambtenaar die een functie heeft op een eiland van Caribisch - Nederland die vergelijkbaar is met die van gemeentescretaris is Europees - Nederland
eilandsecretarissen	=	eilandsecretaris
eilandskind	noun	kind waarvan beide ouders op één van de eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint-Maarten, Sint-Eustatius of Saba is geboren
eilandskinderen	=	eilandskind
eilandsontvanger	noun	de belastingontvanger in Aruba en Bonaire
eilandsontvangers	=	eilandsontvanger
eilandsraad	noun	raad voor de advisering van een eilandbestuur
eilandsraadje	=	eilandsraad
eilandsraadjes	=	eilandsraad
eilandsraadleden	=	eilandsraadlid
eilandsraadlid	noun	persoon die lid is de volksvertegenwoordiger van een eiland van Caribisch-Nederland
eilandsraadsvergadering	noun	bijeenkomst van de eilandsraad; de volksvertegenwoordiging van Curaçao, Aruba of Sint-Maarten
eilandsraadsvergaderingen	=	eilandsraadsvergadering
eilandsraden	=	eilandsraad
eilandssecretaris	noun	ambtenaar die een functie heeft op een eiland van de Nederlandse Antillen die vergelijkbaar is met die van gemeentescretaris is Europees - Nederland
eilandssecretarissen	=	eilandssecretaris
eilandstaat	noun	soeverein gebied dat geheel door zee wordt omringd
eilandstaatje	=	eilandstaat
eilandstaatjes	=	eilandstaat
eilandstaten	=	eilandstaat
eilandstruikgaai	noun	Aphelocoma insularis een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
eilandstruikgaaien	=	eilandstruikgaai
eilandstruikgaaitje	=	eilandstruikgaai
eilandstruikgaaitjes	=	eilandstruikgaai
eilandsverordening	noun	een algemeen verbindend voorschrift in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
eilandsverordeningen	=	eilandsverordening
eilandt	=	eiland
eilandvos	noun	Urocyon littoralis een bedreigde hondachtige uit het geslacht der grijze vossen (Urocyon).
eilandvosje	=	eilandvos
eilandvosjes	=	eilandvos
eilandvossen	=	eilandvos
eileider	noun	deel van de geslachtsorganen van de vrouw
eileiderontsteking	noun	een ontsteking van de eileiders, vaak veroorzaakt door een bacterie die via de vagina en baarmoeder naar binnen reist.
eileiderontstekingen	=	eileiderontsteking
eileiderontstekinkje	=	eileiderontsteking
eileiderontstekinkjes	=	eileiderontsteking
eileiders	=	eileider
eileidertje	=	eileider
eileidertjes	=	eileider
eiloof	noun	Hedera helix klimop
eimengsel	noun	mengsel van eieren
eimengsels	=	eimengsel
eimengseltje	=	eimengsel
eimengseltjes	=	eimengsel
eind	noun	een afstand van beperkte lengte
eindadvies	noun	afsluitende aanbeveling
eindadviezen	=	eindadvies
eindafrekening	noun	laatste rekening waarin alle verschuldigde bedragen worden verrekend
eindafrekeningen	=	eindafrekening
eindbalans	noun	het resultaat dat men op het einde van een periode heeft behaald
eindbalansen	=	eindbalans
eindbedrag	noun	totaal bedrag dat op het eind wordt gehaald
eindbedragen	=	eindbedrag
eindbedragje	=	eindbedrag
eindbedragjes	=	eindbedrag
eindbeeld	noun	wat het uiteindelijk het doel is
eindbeelden	=	eindbeeld
eindbeoordeling	noun	een toetsing op het eind van een periode of proces
eindbeoordelingen	=	eindbeoordeling
eindbereiding	noun	de laatste fase in het proces van het klaarmaken van een product, waarbij het product gereed wordt gemaakt voor consumptie, gebruik of verkoop.
eindbereidingen	=	eindbereiding
eindbereidinkje	=	eindbereiding
eindbereidinkjes	=	eindbereiding
eindberging	noun	plaats waar men radioactief afval definitief kan opbergen totdat het niet meer gevaarlijk is
eindbergingen	=	eindberging
eindbeslissing	noun	het laatste, definitieve oordeel
eindbeslissingen	=	eindbeslissing
eindbestemming	noun	de plaats waar men uiteindelijk naar toereist
eindbestemmingen	=	eindbestemming
eindbestemminkje	=	eindbestemming
eindbod	noun	het laatste bod in een onderhandeling
eindcijfer	noun	uiteindelijke cijfer dat het resultaat is van een voltooide berekening of een beoordeling
eindcijfers	=	eindcijfer
eindconclusie	noun	de definitieve uitkomst van een onderzoek
eindconclusies	=	eindconclusie
eindcontrole	noun	laatste, definitieve inspectie
eindcontroles	=	eindcontrole
einddata	=	einddatum
einddatum	noun	dag waarop iets stopt of voltooid is Dit kan de laatste dag van een serie dagen zijn ("tot en met"), of de dag daarop ("tot").
einddatums	=	einddatum
eindde	=	eind
eindden	=	eind
einddiploma	noun	bewijs dat men een opleiding met goed gevolg heeft voltooid
einddiploma's	=	einddiploma
einddoel	noun	dat wat je uiteindelijk wilt bereiken
einddoelen	=	einddoel
einde	noun	het punt in ruimte of tijd waar iets ophoudt
eindejaar	noun	laatste deel van het jaar
eindejaaractie	noun	campagne of bedrijvigheid tijdens de laatste dagen van het jaar
eindejaaracties	=	eindejaaractie
eindejaaractietje	=	eindejaaractie
eindejaaractietjes	=	eindejaaractie
eindejaarfeest	=	eindejaarsfeest
eindejaarperiode	noun	de dagen rond 31 december
eindejaarperioden	=	eindejaarperiode
eindejaarperiodes	=	eindejaarperiode
eindejaars	noun	student in het laatste studiejaar, laatstejaarsstudent
eindejaarsaanbieding	noun	speciale verkooppromotie met kortingen die rond de jaarwisseling wordt aangeboden door winkels
eindejaarsaanbiedingen	=	eindejaarsaanbieding
eindejaarsaanbiedinkje	=	eindejaarsaanbieding
eindejaarsaanbiedinkjes	=	eindejaarsaanbieding
eindejaarsactie	noun	campagne of bedrijvigheid tijdens de laatste dagen van het jaar
eindejaarsacties	=	eindejaarsactie
eindejaarsbonus	noun	een extra beloning (die werknemers krijgen) vlak voor de jaarwisseling
eindejaarsbonussen	=	eindejaarsbonus
eindejaarsconference	noun	voorstelling door een cabaretier, gegeven of uitgezonden die op oudejaarsavond
eindejaarsconferences	=	eindejaarsconference
eindejaarsconferencetje	=	eindejaarsconference
eindejaarsconferencetjes	=	eindejaarsconference
eindejaarsdiner	noun	een feestelijke maaltijd georganiseerd als afsluiting van het jaar, vaak georganiseerd door een bedrijf of vereniging.
eindejaarsdiners	=	eindejaarsdiner
eindejaarsfeest	noun	feest dat men gedurende de laatste dagen van het jaar viert
eindejaarsfeesten	=	eindejaarsfeest
eindejaarsfeestje	=	eindejaarsfeest
eindejaarsfeestjes	=	eindejaarsfeest
eindejaarsgeschenk	noun	cadeau dat men vlak voor de jaarwisseling geeft of ontvangt
eindejaarsgeschenken	=	eindejaarsgeschenk
eindejaarsgeschenkje	=	eindejaarsgeschenk
eindejaarsgeschenkjes	=	eindejaarsgeschenk
eindejaarsje	=	eindejaars
eindejaarsjes	=	eindejaars
eindejaarsperiode	noun	laatste dagen van het jaar
eindejaarsperioden	=	eindejaarsperiode
eindejaarsperiodes	=	eindejaarsperiode
eindejaarspremie	noun	een premie die werknemers op het einde van het jaar krijgen
eindejaarspremies	=	eindejaarspremie
eindejaarspremietje	=	eindejaarspremie
eindejaarspremietjes	=	eindejaarspremie
eindejaarsrally	noun	snelle algehele stijging van de koersen op een aandelenbeurs
eindejaarsrally's	=	eindejaarsrally
eindejaarsuitkering	noun	extra salaris dat je aan het einde van het jaar ontvangt
eindejaarsuitkeringen	=	eindejaarsuitkering
eindejaartje	=	eindejaar
eindejaren	=	eindejaar
eindelijk	adv	na een (te) lange tijd
eindeloopbaan	noun	moment dat men stopt met werken
eindeloopbaanregeling	noun	financiële regelingen die oudere werknemers in staat stellen om minder te gaan werken
eindeloopbaanregelingen	=	eindeloopbaanregeling
eindeloopbanen	=	eindeloopbaan
eindeloos	adj	waaraan geen einde komt of althans schijnt te komen
eindeloosheden	=	eindeloosheid
eindeloosheid	noun	het eindeloos zijn
eindeloost	=	eindeloos
eindelooste	=	eindeloos
eindeloze	=	eindeloos
eindelozer	=	eindeloos
eindelozere	=	eindeloos
eindelozers	=	eindeloos
einden	=	eind
eindend	=	eind
eindende	=	eind
einder	noun	de denkbeeldige scheidingslijn waar het aardoppervlak en de lucht elkaar lijken te raken
eindereeks	noun	product dat men niet meer produceert en nog niet verkocht heeft
eindereeksen	=	eindereeks
eindereeksje	=	eindereeks
eindereeksjes	=	eindereeks
einders	=	einder
eindes	=	einde
eindevaluatie	noun	beoordeling van iets of iemand aan het slot van een bepaalde periode of bij het bereiken van een bepaald eindpunt
eindevaluaties	=	eindevaluatie
eindexamen	noun	het examen aan het eind van een cursus of studie
eindexamencijfer	noun	cijfer dat men krijgt als beoordeling van een examen op het einde van een middelbare schoolopleiding
eindexamencijfers	=	eindexamencijfer
eindexamenjaar	noun	het schooljaar waarin men het eindexamen van de middelbare school doet
eindexamenjaren	=	eindexamenjaar
eindexamenkandidaat	noun	een leerling op een middelbare school die in dat schooljaar examen moet doen
eindexamenkandidaatje	=	eindexamenkandidaat
eindexamenkandidaatjes	=	eindexamenkandidaat
eindexamenkandidate	noun	meisje of vrouw die deelneemt aan het afsluitende examen van een middelbareschoolopleiding
eindexamenkandidaten	=	eindexamenkandidaat
eindexamenkandidates	=	eindexamenkandidate
eindexamenklachtenlijn	noun	telefoonverbinding die men kan gebruiken voor het doorgeven van klachten over een eindexamen
eindexamenklachtenlijnen	=	eindexamenklachtenlijn
eindexamenklas	noun	groep van leerlingen die in dit schooljaar eindexamen gaat doen en dus de oudste groep van de school zijn
eindexamenklasje	=	eindexamenklas
eindexamenklasjes	=	eindexamenklas
eindexamenklassen	=	eindexamenklas
eindexamenprogramma	noun	tijdschema van toetsen en examens rond een afsluitend examen op een middelbare school
eindexamenprogramma's	=	eindexamenprogramma
eindexamens	=	eindexamen
eindexamentje	=	eindexamen
eindexamentjes	=	eindexamen
eindexamenvak	noun	schoolvak waar men met goed gevolg het eindexamen moet afleggen om het einddiploma te kunnen ontvangen
eindexamenvakken	=	eindexamenvak
eindexamina	=	eindexamen
eindfase	noun	laatste deel van een proces
eindfasen	=	eindfase
eindfases	=	eindfase
eindfeest	noun	feest ter afsluiting van een evenement of andere gebeurtenis
eindfeesten	=	eindfeest
eindfeestje	=	eindfeest
eindfeestjes	=	eindfeest
eindgebruiker	noun	iemand die een product of dienst gebruikt voor zichzelf en dus niet voor de productie van een ander product of dienst
eindgebruikers	=	eindgebruiker
eindgebruikster	=	eindgebruiker
eindgeneriek	noun	de namenlijst aan het eind van een film of televisieprogramma, de aftiteling
eindgenerieken	=	eindgeneriek
eindgesprek	noun	een afsluitend gesprek
eindgesprekje	=	eindgesprek
eindgesprekjes	=	eindgesprek
eindgesprekken	=	eindgesprek
eindgroep	noun	de laatste (hoogste) groep in het basisonderwijs
eindgroepen	=	eindgroep
eindgroepje	=	eindgroep
eindgroepjes	=	eindgroep
eindhalte	noun	de laatste stopplaats van een bus- of tramlijn
eindhalten	=	eindhalte
eindhaltes	=	eindhalte
eindheffing	noun	loonbelasting die door de werkgever wordt betaald
eindheffingen	=	eindheffing
eindheffinkje	=	eindheffing
eindheffinkjes	=	eindheffing
eindhovenaar	noun	een inwoner van Eindhoven, of iemand afkomstig uit Eindhoven
eindhovenaars	=	eindhovenaar
eindhovenaren	=	eindhovenaar
eindhovens	adj	op Eindhoven betrekking hebbend
eindhovense	noun	een vrouwelijke inwoner van Eindhoven, of een vrouw afkomstig uit Eindhoven
eindhovensen	=	eindhovense
eindhovenser	=	eindhovens
eindhovensere	=	eindhovens
eindhovensers	=	eindhovens
eindhovenst	=	eindhovens
eindhovenste	=	eindhovens
eindig	adj	een einde hebbende
eindigde	=	eindigen
eindigden	=	eindigen
eindige	=	eindigen
eindigen	verb	iets tot een besluit voeren
eindigend	=	eindigen
eindigende	=	eindigen
eindiger	=	eindig
eindigere	=	eindig
eindigers	=	eindig
eindigheden	=	eindigheid
eindigheid	noun	het feit dat iets een einde heeft, met name dat het leven tijdelijk is
eindiging	noun	het tot een einde komen
eindigingen	=	eindiging
eindigingetje	=	eindiging
eindigingetjes	=	eindiging
eindigs	=	eindig
eindigst	=	eindig
eindigste	=	eindig
eindigt	=	eindigen
eindjaar	noun	het laatste jaar van een periode
eindjaren	=	eindjaar
eindje	=	eind
eindjes	=	eind
eindkapitaal	noun	het uiteindelijke bedrag dat men met een lijfrentepolis bij elkaar spaart (bestaande uit de inleg en de opgebouwde rente)
eindkapitalen	=	eindkapitaal
eindklassement	noun	lijst van deelnemers op rangorde van prestatie op het einde van de wedstrijd
eindklassementen	=	eindklassement
eindklassementje	=	eindklassement
eindklassementjes	=	eindklassement
eindklassering	noun	de plaats die men op het einde van een seizoen of wedstrijd inneemt op een ranglijst
eindklasseringen	=	eindklassering
eindklemtonen	=	eindklemtoon
eindklemtoon	noun	nadruk op de laatste lettergreep
eindlid	noun	laatste deel van een poot, arm, vinger of teen
eindlijst	noun	laatste schoolrapport
eindlijsten	=	eindlijst
eindlonen	=	eindloon
eindloon	noun	laatst verdiende salaris
eindloonpensioen	noun	pensioen waarvan de hoogte is gebaseerd op het eindloon
eindloonpensioenen	=	eindloonpensioen
eindloonregeling	noun	pensioenregeling waarbij de hoogte van de pensioenuitkering afhangt van het laatste (en meestal hoogste) salaris dat men heeft ontvangen
eindloonregelingen	=	eindloonregeling
eindloonstelsel	noun	systeem ter bepaling van de hoogte van het pensioen waarbij wordt uitgegaan van het laatst verdiende loon
eindloonstelsels	=	eindloonstelsel
eindloonsysteem	noun	eindloonstelsel d.w.z. vaste uitkeringsregeling waarbij de hoogte van het pensioen afhankelijk is van het laatst verdiende loon
eindloonsysteempje	=	eindloonsysteem
eindloonsysteempjes	=	eindloonsysteem
eindloonsystemen	=	eindloonsysteem
eindmaat	noun	een blokje metaal van nauwkeurig bekende afmetingen, dat bij metingen van metaalwerkstukken wordt gebruikt
eindmaatblok	noun	een blok metaal van nauwkeurig bekende afmetingen, dat bij metingen van metaalwerkstukken wordt gebruikt
eindmaatblokje	=	eindmaatblok
eindmaatblokjes	=	eindmaatblok
eindmaatblokken	=	eindmaatblok
eindmaatje	=	eindmaat
eindmaatjes	=	eindmaat
eindmaten	=	eindmaat
eindmeet	noun	streep op de grond die het einde van een wedstrijdbaan aanduidt
eindmeten	=	eindmeet
eindmix	noun	het eindresultaat van het bewerken, mixen en monteren van geluidsopnames
eindmixen	=	eindmix
eindmontage	noun	laatste afwerking voordat iets gebruikt kan worden
eindmontages	=	eindmontage
eindniveau	noun	de hoeveelheid kennis en de mate van vaardigheid die op het eind van een opleiding is verkregen
eindniveaus	=	eindniveau
eindnoot	noun	noot aan het einde van een tekst
eindnootje	=	eindnoot
eindnootjes	=	eindnoot
eindnoten	=	eindnoot
eindnotering	noun	prijsnotering aan het eind van de beurstijd, slotkoers, slotnotering
eindnoteringen	=	eindnotering
eindnoterinkje	=	eindnotering
eindnoterinkjes	=	eindnotering
eindoffensief	noun	de finale aanvallende actie in een oorlogsconflict
eindoffensiefje	=	eindoffensief
eindoffensiefjes	=	eindoffensief
eindoffensieven	=	eindoffensief
eindoordeel	noun	het laatste oordeel door Christus over de doden voordat de wereld ten ondergaat
eindoordelen	=	eindoordeel
eindoorzaak	noun	laatste uit een reeks feiten die samen tot een bepaald gevolg te leiden
eindoorzaken	=	eindoorzaak
eindoplossing	noun	een oplossing die een probleem definitief voor eens en voor altijd oplost
eindoplossingen	=	eindoplossing
eindoverwinning	noun	de laatste, finale, uiteindelijke overwinning; overwinning op het einde van een toernooi of serie wedstrijden
eindoverwinningen	=	eindoverwinning
eindpaal	noun	een stok die het einde van een wedstrijd aangeeft
eindpaaltje	=	eindpaal
eindpaaltjes	=	eindpaal
eindpalen	=	eindpaal
eindpresentatie	noun	afsluitende voordracht, meestal waarin de resultaten van een project of onderzoek worden toegelicht aan een publiek
eindpresentaties	=	eindpresentatie
eindprijs	noun	de uiteindelijke prijs die men in een toernooi of competitie kan winnen
eindprijzen	=	eindprijs
eindproduct	noun	een product dan niet verder bewerkt hoeft te worden
eindproducten	=	eindproduct
eindproductje	=	eindproduct
eindproductjes	=	eindproduct
eindpunt	noun	het punt waar iets eindigt
eindpunten	=	eindpunt
eindpuntje	=	eindpunt
eindpuntjes	=	eindpunt
eindpuntvoorziening	noun	gebouwtje op het eindpunt van een of meerdere buslijnen waar buschauffeurs pauze kunnen houden
eindrangschikking	noun	het eindklassement bij een toernooi of serie wedstrijden
eindrangschikkingen	=	eindrangschikking
eindrangschikkinkje	=	eindrangschikking
eindrangschikkinkjes	=	eindrangschikking
eindrapport	noun	eindverslag
eindrapportage	noun	eindverslag van een onderzoek
eindrapportages	=	eindrapportage
eindrapporten	=	eindrapport
eindrapportje	=	eindrapport
eindrapportjes	=	eindrapport
eindredacteur	noun	een redacteur die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de inhoud van een uitgave
eindredacteuren	=	eindredacteur
eindredacteurs	=	eindredacteur
eindredacteurtje	=	eindredacteur
eindredacteurtjes	=	eindredacteur
eindredactie	noun	de laatste controle op een te publiceren werk, degenen die deze laatse controle uitvoeren
eindredactie's	=	eindredactie
eindredacties	=	eindredactie
eindredactietje	=	eindredactie
eindregie	noun	de laatste bewerking van een radio- of televisieprogramma voordat deze wordt uitgezonden
eindregies	=	eindregie
eindregieën	=	eindregie
eindreiniging	noun	grondige reiniging waardoor iets na tijdelijk gebruik weer netjes beschikbaar is voor de volgende gebruiker
eindreinigingen	=	eindreiniging
eindrekening	noun	de laatste, afsluitende rekening waarin eerdere betalingen zijn verwerkt
eindrekeningen	=	eindrekening
eindresultaat	noun	het uiteindelijke gevolg van een aantal handelingen of gebeurtenissen
eindresultaatje	=	eindresultaat
eindresultaatjes	=	eindresultaat
eindresultaten	=	eindresultaat
eindrijm	noun	gelijke beklemtoonde lettergreep op het einde van twee of meer versregels
eindrijmen	=	eindrijm
eindronde	noun	een confrontatie tussen teams met als doel een kampioen, of vergelijkbare beslissing, te bepalen na een reguliere competitie
eindronden	=	eindronde
eindrondes	=	eindronde
eindsalaris	noun	het hoogst mogelijke loon dat iemand in een bepaalde functie kan verdienen
eindsalarissen	=	eindsalaris
eindschikking	noun	een uiteindelijke regeling waarmee beide partijen genoegen nemen
eindschikkingen	=	eindschikking
eindschikkinkje	=	eindschikking
eindschikkinkjes	=	eindschikking
eindschoonmaak	noun	grondige reiniging waardoor iets na tijdelijk gebruik weer netjes beschikbaar is voor de volgende gebruiker
eindschoonmaken	=	eindschoonmaak
eindschot	noun	spurt op het einde van een wedstrijd tot aan de finish
eindschoten	=	eindschot
eindschotten	=	eindschot
eindscore	noun	in punten uitgedrukt eindresultaat
eindscores	=	eindscore
eindscriptie	noun	geschreven verslag over een onderzoek dat men gedaan heeft ter voltooiing van een studie
eindscripties	=	eindscriptie
eindscène	noun	het laatste deel van een film of toneelstuk
eindscènes	=	eindscène
eindscènetje	=	eindscène
eindscènetjes	=	eindscène
eindselectie	noun	groep of verzameling die is overgebleven na een voltooid selectieproces
eindselecties	=	eindselectie
eindsignaal	noun	een signaal dat het einde van iets aangeeft
eindsignaaltje	=	eindsignaal
eindsignaaltjes	=	eindsignaal
eindsignalen	=	eindsignaal
eindsituatie	noun	positie die het resultaat is van een voltooid proces
eindsituaties	=	eindsituatie
eindsom	noun	het eindresultaat van een berekening als met alle factoren rekening is gehouden
eindsommen	=	eindsom
eindsommetje	=	eindsom
eindsommetjes	=	eindsom
eindspeeltje	=	eindspel
eindspel	noun	laatste deel van een spel m.n. bij dammen, schaken
eindspelen	=	eindspel
eindspellen	=	eindspel
eindspeltje	=	eindspel
eindsprint	noun	een versnelling aan het einde van een wedstrijd
eindsprinten	=	eindsprint
eindsprintje	=	eindsprint
eindsprintjes	=	eindsprint
eindsprints	=	eindsprint
eindspurt	noun	een versnelling op het einde van een project om het te voltooien
eindspurten	=	eindspurt
eindspurtje	=	eindspurt
eindspurtjes	=	eindspurt
eindspurts	=	eindspurt
eindstadia	=	eindstadium
eindstadium	noun	het laatste deel van een proces voor de voltooiing / laatste fase
eindstadiums	=	eindstadium
eindstand	noun	bij een wedstrijd: hoeveel punten de verschillende teams op het einde van de wedstrijd hebben
eindstanden	=	eindstand
eindstandig	adj	bij vissen een bepaalde stand van de bek, waarbij de bek naar voren wijst
eindstandige	=	eindstandig
eindstandiger	=	eindstandig
eindstandigere	=	eindstandig
eindstation	noun	de bestemming van een tram of trein
eindstations	=	eindstation
eindstemming	noun	de laatste peiling van de mening in een democratische organisatie voordat iets als een besluit wordt aangenomen
eindstemmingen	=	eindstemming
eindstreep	noun	streep op de grond die het einde van een wedstrijdbaan aanduidt
eindstreepje	=	eindstreep
eindstreepjes	=	eindstreep
eindstrepen	=	eindstreep
eindstrijd	noun	de laatste en beslissende wedstrijd
eindstrijden	=	eindstrijd
eindstuk	noun	laatste deel
eindstukje	=	eindstuk
eindstukjes	=	eindstuk
eindstukken	=	eindstuk
eindt	=	eind
eindtekst	noun	definitieve tekst die ontstaan is na een redactieproces en/ of onderhandelingsproces
eindteksten	=	eindtekst
eindterm	noun	beschreven resultaat dat als doel van een ontwikkeling of opleiding
eindtermen	noun	beknopte omschrijvingen van de kennis, inzichten en vaardigheden waarover een leerling of student aan het eind van een opleiding minimaal zou moeten beschikken
eindtijd	noun	het einde van de geschiedenis waarbij de wereld vergaat
eindtijdbeweging	noun	een religieuze groepering waarin de overtuiging centraal staat dat de mensheid zich in de allerlaatste fase van de geschiedenis bevindt, vlak voor het einde van de wereld en de wederkomst van Jezus.
eindtijdbewegingen	=	eindtijdbeweging
eindtijdbeweginkje	=	eindtijdbeweging
eindtijdbeweginkjes	=	eindtijdbeweging
eindtijden	=	eindtijd
eindtoernooi	noun	een reeks wedstrijden, die volgen op de voorrondes, waarin bepaald wordt wie de kampioenstitel wint
eindtoernooien	=	eindtoernooi
eindtoestand	noun	uiteindelijke, stabiele, laatste toestand van een (ziekte)proces
eindtoestanden	=	eindtoestand
eindtoets	noun	een laatste examen of toetsing (op de lagere school)
eindtoetsen	=	eindtoets
eindtotaal	noun	het resultaat als met alle deelresultaten op het einde bij elkaar optelt
eindtotalen	=	eindtotaal
eindtune	noun	het deuntje op het einde van een programma
eindtunes	=	eindtune
eindtunetje	=	eindtune
eindtunetjes	=	eindtune
einduitkomst	noun	resultaat dat op het einde van een proces wordt bereikt
einduitkomsten	=	einduitkomst
einduitslag	noun	het definitieve resultaat van een wedstrijd of verkiezing
einduitslagen	=	einduitslag
einduren	=	einduur
einduur	noun	tijdstip waarop iets stopt
eindverantwoordelijk	adj	van een persoon dat ze verantwoordelijk is voor het eindresultaat
eindverantwoordelijke	noun	iemand die aanspreekbaar is op de kwaliteit van het eindresultaat van een project
eindverantwoordelijken	=	eindverantwoordelijke
eindverantwoordelijker	=	eindverantwoordelijk
eindverantwoordelijkere	=	eindverantwoordelijk
eindverantwoordelijkers	=	eindverantwoordelijk
eindverantwoordelijkheden	=	eindverantwoordelijkheid
eindverantwoordelijkheid	noun	de uiteindelijke aansprakelijkheid; de verantwoordelijkheid die men niet kan afschuiven op iets of iemand anders
eindverantwoordelijkheiden	=	eindverantwoordelijkheid
eindverantwoordelijks	=	eindverantwoordelijk
eindverantwoordelijkst	=	eindverantwoordelijk
eindverantwoordelijkste	=	eindverantwoordelijk
eindverantwoording	noun	de uiteindelijke verantwoording
eindverantwoordingen	=	eindverantwoording
eindverantwoordinkje	=	eindverantwoording
eindverantwoordinkjes	=	eindverantwoording
eindverbruiker	noun	consument of bedrijf die een bepaald product afneemt zonder het verder te verhandelen
eindverbruikers	=	eindverbruiker
eindversie	noun	definitieve, laatste vorm van een product; de vorm waaraan geen veranderingen meer zullen plaatsvinden
eindversies	=	eindversie
eindverslag	noun	afsluitend schriftelijk verslag van een onderzoek
eindverslagen	=	eindverslag
eindverslagje	=	eindverslag
eindvonnis	noun	vonnis waarvoor geen verder hoger beroep meer mogelijk is
eindvonnisje	=	eindvonnis
eindvonnissen	=	eindvonnis
eindvoorstel	noun	laatste aanbod in een onderhandeling
eindvoorstellen	=	eindvoorstel
eindweegs	noun	een grote afstand
eindwerk	noun	thesis, scriptie voor het behalen van mastergraad
eindwerken	=	eindwerk
eindwerkje	=	eindwerk
eindwerkjes	=	eindwerk
eindwinnaar	noun	het team of de sporter die op het einde van een reeks wedstrijden de overwinnar is
eindwinnaars	=	eindwinnaar
eindzege	noun	overwinning op het einde van een toernooi of serie wedstrijden
eindzeges	=	eindzege
einstein	noun	een mol fotonen.
einsteinium	noun	scheikundig element met symbool Es en atoomnummer 99. Het is vermoedelijk een grijs of zilverwit actinide
einsteiniumatomen	=	einsteiniumatoom
einsteiniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element einsteinium.
einsteiniumatoompje	=	einsteiniumatoom
einsteiniumatoompjes	=	einsteiniumatoom
einsteinring	noun	een ring van licht die aan de hemel te zien is met een goede telescoop, zoals de Hubble Ruimtetelescoop die wordt veroorzaakt door een zwaartekrachtlens
einsteinringen	=	einsteinring
einsteinringetje	=	einsteinring
einsteinringetjes	=	einsteinring
einsteins	=	einstein
einsteintje	=	einstein
einsteintjes	=	einstein
einze	noun	hengsel, handvat, oor
einzelgänger	noun	iemand die veel alleen is en doet
einzelgängers	=	einzelgänger
einzelgängertje	=	einzelgänger
einzen	=	einze
eiopa	noun	EU organisatie die toezicht houdt op verzekeringsmaatschappijen en pensioenfondsen
eipoeder	noun	product gemaakt van eieren dat bestaat uit gedroogde en gemalen eieren
eipoeders	=	eipoeder
eirond	adj	met de vorm van een ei
eironde	=	eirond
eironder	=	eirond
eirondere	=	eirond
eironders	=	eirond
eironds	=	eirond
eirondst	=	eirond
eirondste	=	eirond
eis	noun	een dwingende vraag, een noodzakelijke voorwaarde voor iets
eisalaadje	=	eisalade
eisalaadjes	=	eisalade
eisalade	noun	koud gerecht dat o.a. hardgekookte eieren en mayonaise bevat
eisalades	=	eisalade
eisaladetje	=	eisalade
eisaladetjes	=	eisalade
eisbaar	adj	van iets dat je het kunt afdwingen
eisbaarder	=	eisbaar
eisbaardere	=	eisbaar
eisbaarders	=	eisbaar
eisbaars	=	eisbaar
eisbaarst	=	eisbaar
eisbaarste	=	eisbaar
eisbare	=	eisbaar
eisch	=	eis
eischaal	noun	de harde buitenkant van een ei
eischaaltje	=	eischaal
eischaaltjes	=	eischaal
eischalen	=	eischaal
eischen	=	eisen
eischer	=	eiser
eise	=	eisen
eisen	verb	zeer dringend vragen, vaak met een sanctie op het niet beantwoorden ervan
eisend	adj	vragend op een dwingende manier; nodig hebbend
eisende	=	eisen
eisends	=	eisend
eisenpakket	noun	een opsomming van alle kwaliteiten waaraan iets of iemand moet voldoen
eisenpakketje	=	eisenpakket
eisenpakketjes	=	eisenpakket
eisenpakketten	=	eisenpakket
eiser	noun	de naam die in het burgerlijk procesrecht aan een procespartij wordt gegeven die een civiele procedure begint
eiseres	noun	vrouwelijke eiser
eiseressen	=	eiseres
eisers	=	eiser
eisertje	=	eiser
eisertjes	=	eiser
eisje	=	eis
eisjediesj	noun	gehuwde vrouw
eisjes	=	eis
eisprong	noun	het tijdstip dat de eicel door de eierstok wordt afgestoten
eisprongen	=	eisprong
eist	=	eisen
eiste	=	eisen
eisten	=	eisen
eitand	noun	hard uitsteeksel dat bij reptielen en vogels in het ei aan de bovenkant van de bek of snavel groeit als hulpmiddel om de eierschaal te doorbreken en na het uitkomen van het ei weer verdwijnt
eitanden	=	eitand
eitandje	=	eitand
eitempera	noun	een verfsoort bestaande uit een ei-emulsie en een pigment
eitje	intj	dat is zo gedaan, eenvoudig
eitjes	=	ei
eitjesinvriesparty	noun	feestelijke bijeenkomst waarin voorlichting wordt gegeven over het invriezen van eicellen
eitjesinvriesparty's	=	eitjesinvriesparty
eitse	noun	raad, advies
eitses	=	eitse
eivlies	noun	schaalvlies dat het wit van het ei omvat
eivliezen	=	eivlies
eivol	adj	heel erg vol, te vol
eivolle	=	eivol
eivols	=	eivol
eivorm	noun	de vorm van een ei
eivormen	=	eivorm
eivormig	adj	met de vorm van een ei
eivormige	=	eivormig
eivormiger	=	eivormig
eivormigere	=	eivormig
eivormigers	=	eivormig
eivormigs	=	eivormig
eivormigst	=	eivormig
eivormigste	=	eivormig
eivormpje	=	eivorm
eivormpjes	=	eivorm
eiwit	noun	het deel van een ei waarin de dooier ligt
eiwitarm	adj	van voedsel dat het weinig proteïne bevat
eiwitarme	=	eiwitarm
eiwitarmer	=	eiwitarm
eiwitarmere	=	eiwitarm
eiwitarmers	=	eiwitarm
eiwitarms	=	eiwitarm
eiwitarmst	=	eiwitarm
eiwitarmste	=	eiwitarm
eiwitconversie	noun	overschakeling van dierlijke naar (meer) plantaardige eiwitten als voeding
eiwitconversies	=	eiwitconversie
eiwitgehalte	noun	de hoeveelheid eiwit die in een voedingsproduct aanwezig is
eiwitgehalten	=	eiwitgehalte
eiwitgehaltes	=	eiwitgehalte
eiwithormonen	=	eiwithormoon
eiwithormoon	noun	eiwit dat functioneert als een signaalstof in een organisme
eiwithoudend	adj	eiwit bevattend
eiwithoudende	=	eiwithoudend
eiwithoudender	=	eiwithoudend
eiwithoudendere	=	eiwithoudend
eiwithoudenders	=	eiwithoudend
eiwithoudends	=	eiwithoudend
eiwithoudendst	=	eiwithoudend
eiwithoudendste	=	eiwithoudend
eiwitje	=	eiwit
eiwitjes	=	eiwit
eiwitmantel	noun	buitenwand rond het genetisch materiaal van een virus, opgebouwd uit eiwitstructuren (capsomeren) die bestaan uit door het virus zelf gemaakte eiwitten.
eiwitmantels	=	eiwitmantel
eiwitmanteltje	=	eiwitmantel
eiwitmanteltjes	=	eiwitmantel
eiwitrijk	adj	veel eiwitten bevattend
eiwitrijke	=	eiwitrijk
eiwitrijker	=	eiwitrijk
eiwitrijkere	=	eiwitrijk
eiwitrijkers	=	eiwitrijk
eiwitrijks	=	eiwitrijk
eiwitrijkst	=	eiwitrijk
eiwitrijkste	=	eiwitrijk
eiwitsamenstelling	noun	mate waarin verschillende proteïnen aanwezig zijn (in voedsel)
eiwitsamenstellingen	=	eiwitsamenstelling
eiwitsynthese	noun	de productie van eiwitten in een organisme
eiwitsynthesen	=	eiwitsynthese
eiwitsyntheses	=	eiwitsynthese
eiwitten	=	eiwit
eiwittransitie	noun	de overgang van dierlijke naar plantaardige eiwitbronnen voor de menselijke consumptie
eiwittransities	=	eiwittransitie
ejaculaat	noun	wat bij ejaculeren wordt uitgeworpen: witte afscheiding uit prostaat of g-spot, na seksuele prikkeling
ejaculaten	=	ejaculaat
ejaculatie	noun	zaadlozing bij de man
ejaculaties	=	ejaculatie
ejaculatietje	=	ejaculatie
ejaculeer	=	ejaculeren
ejaculeerde	=	ejaculeren
ejaculeerden	=	ejaculeren
ejaculeeren	=	ejaculeren
ejaculeert	=	ejaculeren
ejaculere	=	ejaculeren
ejaculeren	verb	sperma uitwerpen
ejaculerend	=	ejaculeren
ejaculerende	=	ejaculeren
ejecteer	=	ejecteren
ejecteerde	=	ejecteren
ejecteerden	=	ejecteren
ejecteert	=	ejecteren
ejectere	=	ejecteren
ejecteren	verb	uitwerpen, uitstorten, uitstoten
ejecterend	=	ejecteren
ejecterende	=	ejecteren
ejecteur	noun	apparaat dat ejecteert (uitwerpt)
ejecteurs	=	ejecteur
ejecteurtje	=	ejecteur
ejecteurtjes	=	ejecteur
ejectie	noun	uitstoting, met name van bloed door het hart
ejectief	noun	medeklinker die gevormd wordt door mondholte en stembanden af te sluiten en vervolgens in een keer te openen met als effect een klapzoengeluid
ejectiefje	=	ejectief
ejectiefjes	=	ejectief
ejectiefractie	noun	hoeveelheid vloeistof die bij bijv. 1 hart(pomp)slag weggepompt wordt
ejecties	=	ejectie
ejectieven	=	ejectief
ejn	noun	oog
ek	noun	een kampioenschap waarin de besten van Europa het tegen elkaar opnemen.
ek's	=	ek
ek'tje	=	ek
ek'tjes	=	ek
eken	verb	schors van een eikenstam afhalen om te gebruiken als grondstof	adj	gemaakt uit het hout van een eik (Quercus)
eko-keurmerk	noun	keurmerk voor levensmiddelen dat een ecologisch verantwoord productieproces zou waarborgen
ekpyrotisch	adj	met betrekking tot ekpyrosis
ekpyrotische	=	ekpyrotisch
ekpyrotischer	=	ekpyrotisch
ekpyrotischere	=	ekpyrotisch
ekpyrotischers	=	ekpyrotisch
ekroniet	noun	inwoner van Ekron (Joz. 13:3, 1 Sam. 5:10)
ekronieten	=	ekroniet
eksamen	=	examen
ekster	noun	bepaald soort zwartwitte kraaiachtige vogel, Pica pica, met een lange staart
eksterbabbelaar	noun	Turdoides bicolor een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
eksterbabbelaars	=	eksterbabbelaar
eksterbabbelaartje	=	eksterbabbelaar
eksterbabbelaartjes	=	eksterbabbelaar
eksterbekarde	noun	Pachyramphus albogriseus een zangvogel uit de familie Tityridae.
eksterbekardes	=	eksterbekarde
eksterbekardetje	=	eksterbekarde
eksterbekardetjes	=	eksterbekarde
ekstergaai	noun	Calocitta formosa een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
ekstergaaien	noun	een voormalig geslacht Calocitta van zangvogels uit de familie kraaien (Corvidae).
ekstergaaitje	=	ekstergaai
ekstergaaitjes	=	ekstergaai
ekstergans	noun	Anseranas semipalmata een watervogel uit een monotypisch geslacht uit de eveneens monotypische familie eksterganzen (Anseranatidae).
ekstergansje	=	ekstergans
ekstergansjes	=	ekstergans
eksterganzen	noun	Anseranatidae een familie van vogels uit de orde eendvogels.
eksterhoningeter	noun	Certhionyx variegatus een honingeter uit het (sinds 2008) monotypisch geslacht Certhionyx van zangvogels uit de familie honingeters (Meliphagidae)
eksterhoningeters	=	eksterhoningeter
eksterhoningetertje	=	eksterhoningeter
eksterhoningetertjes	=	eksterhoningeter
eksterklauwier	noun	Urolestes melanoleucus een zangvogel uit de familie klauwieren (Laniidae)
eksterklauwieren	=	eksterklauwier
eksterklauwiertje	=	eksterklauwier
eksterklauwiertjes	=	eksterklauwier
eksterlijster	noun	Geokichla wardii een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
eksterlijsters	=	eksterlijster
eksterlijstertje	=	eksterlijster
eksterlijstertjes	=	eksterlijster
eksterogen	=	eksteroog
eksteroog	noun	een vaak pijnlijke, naar binnen groeiende eeltplek (verdikking van de huid)
eksteroogje	=	eksteroog
eksteroogjes	=	eksteroog
eksters	=	ekster
ekstersibia	noun	Heterophasia melanoleuca een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
ekstersibia's	=	ekstersibia
ekstersibiaatje	=	ekstersibia
ekstersibiaatjes	=	ekstersibia
ekstertangare	noun	Cissopis leverianus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
ekstertangaren	=	ekstertangare
ekstertangaretje	=	ekstertangare
ekstertangaretjes	=	ekstertangare
ekstertje	=	ekster
ekstertjes	=	ekster
ekstervliegenvanger	noun	Ficedula westermanni een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
ekstervliegenvangers	=	ekstervliegenvanger
ekstervliegenvangertje	=	ekstervliegenvanger
ekstervliegenvangertjes	=	ekstervliegenvanger
ekwator	=	equator
el	noun	inhoudsmaat overeenkomend met de inhoud van een eetlepel gewoonlijk 15 ml
el-oroparkiet	noun	Pyrrhura orcesi een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
el-oroparkieten	=	el-oroparkiet
el-oroparkietje	=	el-oroparkiet
el-oroparkietjes	=	el-oroparkiet
elaboratie	noun	een zorgvuldige of moeizame bearbeiding en vervolmaking van een werk
elaboraties	=	elaboratie
elamitischtalig	adj	de Elamitische taal sprekend
elamitischtalige	=	elamitischtalig
elamitischtaligs	=	elamitischtalig
elan	noun	animo, enthousiasme om iets te doen en/of te verwezenlijken
eland	noun	Alces alces, een groot hert uit de poolstreken met een opvallend groot en breed vertakt gewei
elandantiloopje	=	elandantilope
elandantiloopjes	=	elandantilope
elandantilope	noun	Taurotragus oryx een grote Afrikaanse antilope.
elandantilopen	=	elandantilope
elandantilopes	=	elandantilope
elanden	=	eland
elandjacht	noun	achtervolgen van bepaalde grote herten, Alces alces, uit de poolstreken
elandjachten	=	elandjacht
elandje	=	eland
elandjes	=	eland
elandtest	noun	test waarbij een auto plotseling moet uitwijken voor een obstakel (en dan niet mag omslaan)
elandtesten	=	elandtest
elandtests	=	elandtest
elans	=	elan
elastaan	noun	een kunstvezel die zich van andere kunstvezels onderscheidt door zijn grote elastische rekbaarheid
elasticiteit	noun	De bekwaamheid van een materiaal om terug te keren naar de originele staat na vervorming
elasticiteiten	=	elasticiteit
elastiek	noun	een rekbaar soort rubber
elastieke	=	elastiek
elastieken	adj	van elastiek gemaakt
elastiekje	=	elastiek
elastiekjes	=	elastiek
elastieks	=	elastiek
elastiekspringen	verb	vastgebonden aan een uit rubber draden gevlochten koord van grote hoogte naar beneden springen
elastisch	adj	rekbaar
elastische	=	elastisch
elastischer	=	elastisch
elastischere	=	elastisch
elastischers	=	elastisch
elastischt	=	elastisch
elastischte	=	elastisch
elastomeer	noun	een polymeer met rubberachtige eigenschappen
elastomeren	=	elastomeer
elatie	noun	vervoering
elatief	noun	absolute superlatief
elaties	=	elatie
elatieven	=	elatief
elco	noun	elektrolytische condensator
elco's	=	elco
elcootje	=	elco
elcootjes	=	elco
elder	noun	uier
elders	adv	ergens anders, in een andere plaats, op een andere plaats
eldorado	noun	een paradijs
eldorado's	=	eldorado
eldoradootje	=	eldorado
eldoradootjes	=	eldorado
elect	noun	gekozen, maar nog niet gewijde bisschop
electen	=	elect
electie	noun	verkiezing
electief	adj	verkozen, voorkeur hebbend
electiefs	=	electief
electiefst	=	electief
electiefste	=	electief
electies	=	electie
electieve	=	electief
electiever	=	electief
electievere	=	electief
electievers	=	electief
electoraal	adj	betrekking hebbend op verkiezingen
electoraals	=	electoraal
electoraalst	=	electoraal
electoraalste	=	electoraal
electoraat	noun	geheel van personen die stemmen of kunnen stemmen bij een verkiezing
electorale	=	electoraal
electoraler	=	electoraal
electoralere	=	electoraal
electoralers	=	electoraal
electoralisme	noun	streven van politici om door beloften kiezers te winnen
electoraten	=	electoraat
electricien	=	elektricien
electriciteit	=	elektriciteit
electrificatie	=	elektrificatie
electrisch	=	elektrisch
electro	noun	elektronische muziek met duidelijke inbreng van drumcomputers
electro-encefalogram	=	elektro-encefalogram
electro-encephalogram	=	elektro-encefalogram
electrocardiogram	=	elektrocardiogram
electroclash	noun	een muziekstroming binnen de housemuziek die eind jaren 1990 is ontstaan en is gebaseerd op de muziek van de jaren 1970 en 1980, maar met een ironische, postmoderne draai
electrocuteeren	=	elektrocuteren
electrocuteren	=	elektrocuteren
electrocutie	=	elektrocutie
electrodynamica	=	elektrodynamica
electrodynamisch	=	elektrodynamisch
electrolyse	=	elektrolyse
electromagneet	=	elektromagneet
electromagnetisch	=	elektromagnetisch
electromagnetisme	=	elektromagnetisme
electromotor	=	elektromotor
electron	=	elektron
electronenbuis	=	elektronenbuis
electronica	=	elektronica
electronisch	=	elektronisch
electronvolt	=	elektronvolt
electrostatica	=	elektrostatica
electrostatisch	=	elektrostatisch
electrotechniek	=	elektrotechniek
electrotechnisch	=	elektrotechnisch
electroëncefalogram	=	elektro-encefalogram
electroëncephalogram	=	elektro-encefalogram
electrum	=	elektrum
electuaria	=	electuarium
electuarium	noun	in een potje verkochte geneesmiddelen, bestaande uit een mengsel van honig, verdikte suiker etc., die men als het ware likkend kan innemen, likkepot
electuariumpje	=	electuarium
electuariumpjes	=	electuarium
electuariums	=	electuarium
elefantiasis	noun	olifantsziekte, knobbelmelaatsheid
elegant	adj	een prettige uitstraling hebbend door de subtiele afwerking	adv	op elegante wijze
elegante	=	elegant
eleganter	=	elegant
elegantere	=	elegant
eleganters	=	elegant
elegantie	noun	het elegant zijn, de bevalligheid
eleganties	=	elegantie
elegants	=	elegant
elegantst	=	elegant
elegantste	=	elegant
elegie	noun	treurdicht
elegieën	=	elegie
elegisch	adj	met een treurige, depressieve toon
elegische	=	elegisch
elegischer	=	elegisch
elegischere	=	elegisch
elegischers	=	elegisch
elektra	noun	de elektriciteitsaansluitingen van en in een huis of ander gebouw
elektracomplex	noun	overdreven liefde van een dochter voor haar vader, gepaard gaand met jaloersheid tegenover de moeder
elektracomplexen	=	elektracomplex
elektramonteur	noun	monteur die elektrische installaties aanlegt
elektramonteurs	=	elektramonteur
elektricien	noun	vakman die elektrische installaties aanlegt en onderhoudt
elektriciens	=	elektricien
elektriciensuitrusting	noun	de gereedschappen en apparaten die een monteur van elektrische installaties gebruikt tijdens zijn werkzaamheden
elektriciensuitrustingen	=	elektriciensuitrusting
elektriciteit	noun	de verzameling verschijnselen die met elektrische lading van doen hebben
elektriciteitsaansluiting	noun	een punt waar men elektriciteit kan afnemen
elektriciteitsaansluitingen	=	elektriciteitsaansluiting
elektriciteitsaansluitinkje	=	elektriciteitsaansluiting
elektriciteitsaansluitinkjes	=	elektriciteitsaansluiting
elektriciteitsbedrijf	noun	bedrijf dat zorg draagt voor de opwekking en distributie van elektrische energie
elektriciteitsbedrijfje	=	elektriciteitsbedrijf
elektriciteitsbedrijfjes	=	elektriciteitsbedrijf
elektriciteitsbedrijven	=	elektriciteitsbedrijf
elektriciteitsbehoefte	noun	de vraag naar elektrische energie
elektriciteitsbehoeften	=	elektriciteitsbehoefte
elektriciteitsbehoeftes	=	elektriciteitsbehoefte
elektriciteitsbeurs	noun	organisatie waar men elektrische energie verhandelt; organisatie waar door vraag en aanbod de prijs van elektrische energie wordt bepaalt
elektriciteitsbeursje	=	elektriciteitsbeurs
elektriciteitsbeursjes	=	elektriciteitsbeurs
elektriciteitsbeurzen	=	elektriciteitsbeurs
elektriciteitscabine	noun	een gebouwtje dat een of meer transformatoren herbergt om hoogspanning om te zetten naar laagspanning voor levering aan huishoudens en bedrijven
elektriciteitscabines	=	elektriciteitscabine
elektriciteitscentrale	noun	een krachtcentale waar elektriciteit wordt opgewekt
elektriciteitscentrales	=	elektriciteitscentrale
elektriciteitscentraletje	=	elektriciteitscentrale
elektriciteitscrises	=	elektriciteitscrisis
elektriciteitscrisis	noun	plotseling tekort in de beschikbaarheid van elektrische energie
elektriciteitscrisisje	=	elektriciteitscrisis
elektriciteitscrisisjes	=	elektriciteitscrisis
elektriciteitscrisissen	=	elektriciteitscrisis
elektriciteitsdistributie	noun	verdeling van elektrische energie van producent naar eindgebruiker
elektriciteitsdistributies	=	elektriciteitsdistributie
elektriciteitsdraad	noun	de diverse draden waarlangs de stroom wordt getransporteerd
elektriciteitsdraadje	=	elektriciteitsdraad
elektriciteitsdraadjes	=	elektriciteitsdraad
elektriciteitsdraden	=	elektriciteitsdraad
elektriciteitsfacturen	=	elektriciteitsfactuur
elektriciteitsfactuur	noun	een overzicht van de verbruikte elektriciteit en hoeveel dat kost
elektriciteitsfactuurtje	=	elektriciteitsfactuur
elektriciteitsfactuurtjes	=	elektriciteitsfactuur
elektriciteitsgebruik	noun	de hoeveelheid stroom die men heeft afgenomen van het elektriciteitsnet
elektriciteitsinstallatie	noun	alle elektrische apparatuur en hun verbindingen in een bepaald gebouw of toestel
elektriciteitsinstallaties	=	elektriciteitsinstallatie
elektriciteitskabel	noun	gewapende en geïsoleerde kabel met stroomdraden
elektriciteitskabels	=	elektriciteitskabel
elektriciteitskabeltje	=	elektriciteitskabel
elektriciteitskabeltjes	=	elektriciteitskabel
elektriciteitskast	noun	een ruimte waarin de elektriciteit van het net door het huis wordt verdeeld
elektriciteitskasten	=	elektriciteitskast
elektriciteitskastje	=	elektriciteitskast
elektriciteitskastjes	=	elektriciteitskast
elektriciteitskost	noun|obsolete	uitgaven die men doet voor stroomverbruik
elektriciteitskosten	noun	uitgaven die men doet voor stroomverbruik
elektriciteitsleer	noun	leer die zich bezig houdt met aan elektriciteit (en magnetisme) gerelateerde zaken
elektriciteitsleiding	noun	de diverse leidingen waarlangs de stroom wordt getransporteerd
elektriciteitsleidingen	=	elektriciteitsleiding
elektriciteitsleidinkje	=	elektriciteitsleiding
elektriciteitsleidinkjes	=	elektriciteitsleiding
elektriciteitsleverancier	noun	een bedrijf dat aan zijn klanten elektriciteit levert
elektriciteitsleveranciers	=	elektriciteitsleverancier
elektriciteitsleveranciertje	=	elektriciteitsleverancier
elektriciteitsleveranciertjes	=	elektriciteitsleverancier
elektriciteitsmaatschappij	noun	een bedrijf dat aan zijn klanten elektriciteit levert
elektriciteitsmaatschappijen	=	elektriciteitsmaatschappij
elektriciteitsmaatschappijtje	=	elektriciteitsmaatschappij
elektriciteitsmaatschappijtjes	=	elektriciteitsmaatschappij
elektriciteitsmarkt	noun	vraag en aanbod van stroom
elektriciteitsmarkten	=	elektriciteitsmarkt
elektriciteitsmarktje	=	elektriciteitsmarkt
elektriciteitsmarktjes	=	elektriciteitsmarkt
elektriciteitsmast	noun	mast die in het landschap wordt geplaatst en waaraan de (hoogspannings)leidingen hangen
elektriciteitsmasten	=	elektriciteitsmast
elektriciteitsmastje	=	elektriciteitsmast
elektriciteitsmastjes	=	elektriciteitsmast
elektriciteitsmeter	noun	een toestel dat het elektriciteitsverbruik van een huishouden of bedrijf meet
elektriciteitsmeters	=	elektriciteitsmeter
elektriciteitsmetertje	=	elektriciteitsmeter
elektriciteitsmetertjes	=	elektriciteitsmeter
elektriciteitsnet	noun	netwerk van leidingen en kabels waardoor de elektriciteit wordt gedistribueerd
elektriciteitsnetje	=	elektriciteitsnet
elektriciteitsnetjes	=	elektriciteitsnet
elektriciteitsnetten	=	elektriciteitsnet
elektriciteitsnetwerk	noun	het geheel van elektrische leidingen waarlangs elektrische energie gedistribueerd wordt
elektriciteitsnetwerken	=	elektriciteitsnetwerk
elektriciteitsnetwerkje	=	elektriciteitsnetwerk
elektriciteitsnetwerkjes	=	elektriciteitsnetwerk
elektriciteitsonderbreking	noun	de tijdelijke en onbedoelde uitval van de elektriciteitsvoorziening.
elektriciteitsonderbrekingen	=	elektriciteitsonderbreking
elektriciteitsonderbrekinkje	=	elektriciteitsonderbreking
elektriciteitsonderbrekinkjes	=	elektriciteitsonderbreking
elektriciteitsopwekking	noun	het omzetten van energiebronnen in elektrische stroom
elektriciteitsopwekkingen	=	elektriciteitsopwekking
elektriciteitsopwekkinkje	=	elektriciteitsopwekking
elektriciteitsopwekkinkjes	=	elektriciteitsopwekking
elektriciteitspaal	noun	paal om elektriciteitsdraden aan te bevestigen
elektriciteitspalen	=	elektriciteitspaal
elektriciteitspanne	noun	een onbedoelde onderbreking in de voorziening van elektrische energie
elektriciteitspannes	=	elektriciteitspanne
elektriciteitsprijs	noun	tarief dat voor het gebruik van stroom moet worden betaald
elektriciteitsprijzen	=	elektriciteitsprijs
elektriciteitsproducent	noun	bedrijf dat elektriciteit produceert
elektriciteitsproducenten	=	elektriciteitsproducent
elektriciteitsproductie	noun	het produceren van elektriciteit
elektriciteitsproductiemaatschappij	noun	maatschappij die elektriciteit produceert
elektriciteitsproductiemaatschappijen	=	elektriciteitsproductiemaatschappij
elektriciteitsproducties	=	elektriciteitsproductie
elektriciteitsrekening	noun	de factuur die de geleverde prestaties t.a.v. generatie en transport van elektriciteit specificeert
elektriciteitsrekeningen	=	elektriciteitsrekening
elektriciteitsrekeningetje	=	elektriciteitsrekening
elektriciteitsrekeningetjes	=	elektriciteitsrekening
elektriciteitssector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie en distributie van elektrische energie
elektriciteitssectoren	=	elektriciteitssector
elektriciteitssectors	=	elektriciteitssector
elektriciteitssnoer	noun	elektrische draad met isolerende en beschermende laag
elektriciteitssnoeren	=	elektriciteitssnoer
elektriciteitssnoertje	=	elektriciteitssnoer
elektriciteitssnoertjes	=	elektriciteitssnoer
elektriciteitsstoring	noun	storing waardoor tijdelijk geen elektriciteit beschikbaar is
elektriciteitsstoringen	=	elektriciteitsstoring
elektriciteitsstorinkje	=	elektriciteitsstoring
elektriciteitsstorinkjes	=	elektriciteitsstoring
elektriciteitstarief	noun	geld dat een gebruiker van elektrische energie moet betalen per gebruikte eenheid stroom
elektriciteitstarieven	=	elektriciteitstarief
elektriciteitsverbruik	noun	het verbruik aan elektriciteit in een bepaalde periode (uitgedrukt in b.v. kilowattuur)
elektriciteitsvoorziening	noun	een maatregel om in elektriciteit te voorzien
elektriciteitsvoorzieningen	=	elektriciteitsvoorziening
elektriciteitswerk	noun	aanleg of vernieuwing van de stroomvoorziening in een gebouw
elektriciteitswerken	noun	bedrijf dat stroom opwekt en levert aan andere bedrijven en particulieren
elektriciteitswet	noun	wet waarin alles geregeld wordt wat met gas en elektriciteit te maken heeft
elektriciteitswetten	=	elektriciteitswet
elektriciteitswinkel	noun	winkel waar men alle mogelijk materiaal voor elektrische installaties etc. kan krijgen
elektriciteitswinkels	=	elektriciteitswinkel
elektriciteitswinkeltje	=	elektriciteitswinkel
elektriciteitswinkeltjes	=	elektriciteitswinkel
elektriek	adj	veroorzaakt of werkend door elektrische stroom	noun	aanduiding voor verschijnselen en toepassingen van elektrische stroom en lading
elektrieke	=	elektriek
elektrieker	noun	iemand die zorgt voor aanleg en onderhoud van een elektrische installatie
elektriekere	=	elektriek
elektriekers	=	elektrieker
elektrieks	=	elektriek
elektriekst	=	elektriek
elektriekste	=	elektriek
elektrificatie	noun	invoering van een elektriciteitsnet in een bepaald gebied
elektrificaties	=	elektrificatie
elektrificeer	=	elektrificeren
elektrificeerde	=	elektrificeren
elektrificeerden	=	elektrificeren
elektrificeert	=	elektrificeren
elektrificere	=	elektrificeren
elektrificeren	verb	voorzien van een elektrische installatie en met name van een elektrische aandrijving
elektrificerend	=	elektrificeren
elektrificerende	=	elektrificeren
elektrificering	noun	vervangen van een energiebron door een elektrische energiebron
elektrificeringen	=	elektrificering
elektrifikatie	=	elektrificatie
elektrisch	adj	door middel van elektriciteit
elektrische	=	elektrisch
elektrischer	=	elektrisch
elektrischere	=	elektrisch
elektrischers	=	elektrisch
elektriseer	=	elektriseren
elektriseerde	=	elektriseren
elektriseerden	=	elektriseren
elektriseermachientje	=	elektriseermachine
elektriseermachientjes	=	elektriseermachine
elektriseermachine	noun	is een apparaat waarin statische elektriciteit wordt opgewekt door middel van wrijving of influentie
elektriseermachines	=	elektriseermachine
elektriseermachinetje	=	elektriseermachine
elektriseermachinetjes	=	elektriseermachine
elektriseert	=	elektriseren
elektrisere	=	elektriseren
elektriseren	verb	krijgen van een elektrische prikkel
elektriserend	=	elektriseren
elektriserende	=	elektriseren
elektro	noun	elektronica
elektro-encefalograaf	noun	apparaat voor het maken van een elektro-encefalogram (eeg)
elektro-encefalografen	=	elektro-encefalograaf
elektro-encefalogram	noun	een hersenfilm: registratie van de elektrische activiteit van de hersenen
elektro-encefalogrammen	=	elektro-encefalogram
elektro-encefalogrammetje	=	elektro-encefalogram
elektro-encefalogrammetjes	=	elektro-encefalogram
elektro-oven	noun	oven die d.m.v. elektriciteit verhit wordt
elektro-ovens	=	elektro-oven
elektro-oventje	=	elektro-oven
elektro-oventjes	=	elektro-oven
elektroakoestisch	adj	betrekking hebbend op de akoestische eigenschappen van elektrische muziekinstrumenten
elektroakoestische	=	elektroakoestisch
elektroakoestischer	=	elektroakoestisch
elektroakoestischere	=	elektroakoestisch
elektroakoestischers	=	elektroakoestisch
elektroanalyse	noun	chemische analyse door galvanische ontleding
elektroanalysen	=	elektroanalyse
elektroanalyses	=	elektroanalyse
elektrobiologie	noun	studie van elektrische verschijnselen in biologische systemen
elektrobioscopie	noun	Het vaststellen van de dood door middel van een elektrische stroom die, drie uur na het intreden hiervan, de spieren niet meer doet samentrekken
elektrocardiograaf	noun	apparaat dat de hartslag grafisch registreert
elektrocardiografen	=	elektrocardiograaf
elektrocardiografie	noun	onderzoek van de elektrische activiteit van het hart
elektrocardiografieën	=	elektrocardiografie
elektrocardiogram	noun	registratie van de elektrische activiteit van de hartspier
elektrocardiogrammen	=	elektrocardiogram
elektrocardiogrammetje	=	elektrocardiogram
elektrocardiogrammetjes	=	elektrocardiogram
elektrocaustiek	noun	het wegbranden van weefsel
elektrochemie	noun	leer van de samenhang tussen chemische en elektrische verschijnselen
elektrochemisch	adj	van, of met betrekking tot de elektrochemie
elektrochemische	=	elektrochemisch
elektrochemischer	=	elektrochemisch
elektrochemischere	=	elektrochemisch
elektrochemischers	=	elektrochemisch
elektrocoagulatie	noun	het coaguleren van weefsel met elektrische stroom
elektrocoagulatietje	=	elektrocoagulatie
elektrocoagulatietjes	=	elektrocoagulatie
elektroconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse elektrofabrikanten
elektroconcerns	=	elektroconcern
elektroculturen	=	elektrocultuur
elektrocultuur	noun	het bevorderen van den plantengroei d.m.v. elektriciteit
elektrocuteer	=	elektrocuteren
elektrocuteerde	=	elektrocuteren
elektrocuteerden	=	elektrocuteren
elektrocuteert	=	elektrocuteren
elektrocutere	=	elektrocuteren
elektrocuteren	verb	doden of ter dood brengen door elektrische stroom
elektrocuterend	=	elektrocuteren
elektrocuterende	=	elektrocuteren
elektrocutie	noun	dood door middel van elektrische stroom
elektrocuties	=	elektrocutie
elektrode	noun	een stuk materiaal dat alleen elektronische geleiding kent en dat dient om een stroom door een eletrolyt of een vacuüm te voeren
elektroden	=	elektrode
elektrodes	=	elektrode
elektrodetje	=	elektrode
elektrodetjes	=	elektrode
elektrodialyse	noun	dialyse met gebruikmaking van een elektrisch potentiaalverschil
elektrodynamica	noun	leer van de samenhang tussen elektrische en magnetische verschijnselen
elektrodynamisch	adj	betrekking hebbend op of gepaard gaand met de wisselwerking tussen elektrische en magnetische velden (dus met betrekking tot de elektrodynamica)
elektrodynamische	=	elektrodynamisch
elektrodynamischer	=	elektrodynamisch
elektrodynamischere	=	elektrodynamisch
elektrodynamischers	=	elektrodynamisch
elektrodynamometer	noun	meetinstrument voor de grootte van een elektrische stroom
elektrodynamometers	=	elektrodynamometer
elektrodynamometertje	=	elektrodynamometer
elektrodynamometertjes	=	elektrodynamometer
elektrofiel	noun|humorous	iemand met een voorkeur voor elektrisch aangedreven voertuigen	adj	positief geladen en daardoor geneigd te reageren met het vrije elektronenpaar van een molecuul of gedeelte daarvan dat een negatieve lading heeft
elektrofiele	=	elektrofiel
elektrofielen	=	elektrofiel
elektrofiels	=	elektrofiel
elektrofiets	noun	fiets die gelijktijdig wordt aangedreven door pedalen en een elektomotor (wordt meestal "elektrische fiets" genoemd.)
elektrofietsen	=	elektrofiets
elektrofietsje	=	elektrofiets
elektrofietsjes	=	elektrofiets
elektrofonen	=	elektrofoon
elektrofoon	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die met elektronische middelen tonen/geluiden voortbrengen
elektrofoontje	=	elektrofoon
elektrofoontjes	=	elektrofoon
elektrofoor	noun	Een voorloper van de elektriseermachine, gebruikt om statische elektriciteit te verzamelen.
elektrofoortje	=	elektrofoor
elektrofoortjes	=	elektrofoor
elektroforen	=	elektrofoor
elektroforese	noun	verplaatsing van elektrisch geladen deeltjes d.m.v. een uitwendig elektrisch veld
elektroforetisch	adj	betrekking hebbend op of d.m.v. elektroforese
elektroforetische	=	elektroforetisch
elektrofysiologie	noun	studie van de elektrische eigenschappen van cellen en weefsels
elektrofysiologisch	adj	met betrekking tot elektrische verschijnselen in levend weefsel
elektrofysiologische	=	elektrofysiologisch
elektrofysiologischer	=	elektrofysiologisch
elektrofysiologischere	=	elektrofysiologisch
elektrofysiologischers	=	elektrofysiologisch
elektrohydraulisch	adj	betrekking hebbend op systemen die hydraulische kracht (vloeistofdruk) combineren met elektrische bediening of aandrijving
elektrohydraulische	=	elektrohydraulisch
elektrohydraulischer	=	elektrohydraulisch
elektrohydraulischere	=	elektrohydraulisch
elektrohydraulischers	=	elektrohydraulisch
elektrokinetisch	adj	betrekking hebbend op de verplaatsing van elektrische spanning
elektrokinetische	=	elektrokinetisch
elektroluminescentie	noun	luminescentie veroorzaakt door elektriciteit
elektrolyse	noun	ontleding van chemische verbindingen in haar bestanddelen door middel van elektriciteit
elektrolyses	=	elektrolyse
elektrolyt	noun	chemische verbinding die in waterige oplossing in ionen wordt gesplitst
elektrolyten	=	elektrolyt
elektrolytisch	adj	betrekking hebbend op elektrolyse, waarbij gebruikgemaakt wordt van elektrolyse
elektrolytische	=	elektrolytisch
elektrolytischer	=	elektrolytisch
elektrolytischere	=	elektrolytisch
elektrolytischers	=	elektrolytisch
elektromagneet	noun	een magneet waarvan het veld door een elektrische stroom veroorzaakt wordt
elektromagneetje	=	elektromagneet
elektromagneetjes	=	elektromagneet
elektromagneten	=	elektromagneet
elektromagnetisch	adj	betrekking hebbend op het elektromagnetisch veld
elektromagnetische	=	elektromagnetisch
elektromagnetischer	=	elektromagnetisch
elektromagnetischere	=	elektromagnetisch
elektromagnetischers	=	elektromagnetisch
elektromagnetisme	noun	de fysica van het elektromagnetische veld: een vectorveld dat heel de ruimte beslaat en bestaat uit een component, het elektrisch veld en een ander component het magnetisch veld genaamd
elektromecanicien	noun	iemand die zowel de mechanica als de elektriciteit van een machine kan onderhouden
elektromecaniciens	=	elektromecanicien
elektromechanica	noun	leer van de omzetting van elektrische energie in mechanische en omgekeerd
elektromechanisch	adj	met betrekking tot een mechaniek dat door elektrische stroom kan worden beïnvloedt
elektromechanische	=	elektromechanisch
elektromechanischer	=	elektromechanisch
elektromechanischere	=	elektromechanisch
elektromechanischers	=	elektromechanisch
elektrometallurgie	noun	toepassing van de werking van elektriciteit bij het afscheiden van metalen uit hun ertsen en het zuiveren van die metalen
elektrometer	noun	meetinstrument voor elektrische ladingen en stroompjes
elektrometers	=	elektrometer
elektrometertje	=	elektrometer
elektrometertjes	=	elektrometer
elektromonteur	noun	vakman op gebied van elektriciteit
elektromonteurs	=	elektromonteur
elektromotor	noun	is een machine die elektrische energie omzet in mechanische energie in de vorm van een draaiende beweging
elektromotoren	=	elektromotor
elektromotorisch	adj	voortgebracht door een elektromotor of elektrische beweegkracht voornamelijk gebruikt samen met het woord 'kracht': De elektromotorische kracht (EMK) is de historisch gegroeide, verouderde naam voor de oorsprong- of bronspanning van een galvanisch element of de theoretische waarde van de inductiespanning bij elektromotoren en generatoren of algemeen iedere spanningsbron
elektromotorische	=	elektromotorisch
elektromotorischer	=	elektromotorisch
elektromotorischere	=	elektromotorisch
elektromotorischers	=	elektromotorisch
elektromotors	=	elektromotor
elektromotortje	=	elektromotor
elektromotortjes	=	elektromotor
elektromyograaf	noun	meetinstrument dat de elektrische activiteit van spieren registreert
elektromyograafje	=	elektromyograaf
elektromyograafjes	=	elektromyograaf
elektromyografen	=	elektromyograaf
elektromyografie	noun	registratie van de actiepotentialen van spieren d.m.v. in de spieren gestoken naaldjes hetgeen een elektromyogram oplevert
elektromyografietje	=	elektromyografie
elektromyografietjes	=	elektromyografie
elektromyografieën	=	elektromyografie
elektromyogram	noun	het met behulp van elektromyografie gemaakte overzicht van de actiepotentialen van spieren
elektromyogrammen	=	elektromyogram
elektromyogrammetje	=	elektromyogram
elektromyogrammetjes	=	elektromyogram
elektron	noun	elk van de buiten de kern van het atoom gelegen elementaire deeltjes, het lichtste deeltje met een elektrische negatieve lading
elektronegatief	adj	met betrekking tot het hebben van een negatieve elektrische lading
elektronegatiefs	=	elektronegatief
elektronegatiefst	=	elektronegatief
elektronegatiefste	=	elektronegatief
elektronegatieve	=	elektronegatief
elektronegatiever	=	elektronegatief
elektronegatievere	=	elektronegatief
elektronegatievers	=	elektronegatief
elektronen	=	elektron
elektronenbuis	noun	dit is de oudste elektronische component.
elektronenbuisje	=	elektronenbuis
elektronenbuisjes	=	elektronenbuis
elektronenbuizen	=	elektronenbuis
elektronenconfiguratie	noun	duidt aan hoe de elektronen over de diverse schillen verdeeld zijn
elektronenconfiguraties	=	elektronenconfiguratie
elektronendiffractie	noun	is het afbuigingsverschijnsel dat optreedt wanneer elektronen als golven interactie vertonen met atomen
elektronendiffracties	=	elektronendiffractie
elektronenflitser	noun	apparaat om een vast te leggen beeld te verlichten met elektronisch opgewekt flitslicht
elektronenflitsers	=	elektronenflitser
elektronenflitsertje	=	elektronenflitser
elektronenflitsertjes	=	elektronenflitser
elektronengaatje	=	elektronengat
elektronengaatjes	=	elektronengat
elektronengat	noun	is het ontbreken van een elektron uit een anders volledig volle valentieband
elektronengaten	=	elektronengat
elektronenmicroscoop	noun	Apparaat dat gebruikmaakt van een elektronenbundel, waardoor erg grote resoluties bereikt kunnen worden
elektronenmicroscoopje	=	elektronenmicroscoop
elektronenmicroscoopjes	=	elektronenmicroscoop
elektronenmicroscopen	=	elektronenmicroscoop
elektronenschil	noun	groep van elektronen binnen een atoom met eenzelfde energieniveau, die zich daarom in een schematische voorstelling op een vergelijkbare afstand van de atoomkern bewegen
elektronenschillen	=	elektronenschil
elektronenstraal	noun	een stroom vrije elektronen in een vacuüm
elektronenstralen	=	elektronenstraal
elektronentheorie	noun	theorie ter verklaring van elektrische verschijnselen
elektronentheorieën	=	elektronentheorie
elektronica	noun	de tak van elektrotechniek die zich bezighoudt met het gedrag van elektronen in de vrije ruimte of vaste stof hetgeen leidt tot actieve componenten zoals elektronenbuizen en transistors of in niet-lineaire componenten zoals b.v. diodes
elektronica-expert	noun	iemand die verstand heeft van elektronische apparaten
elektronica-experten	=	elektronica-expert
elektronica-expertje	=	elektronica-expert
elektronica-expertjes	=	elektronica-expert
elektronica-experts	=	elektronica-expert
elektronica-industrie	noun	industrietak waar elektronische apparaten worden vervaardigd
elektronica-industrietje	=	elektronica-industrie
elektronica-industrietjes	=	elektronica-industrie
elektronica-industrieën	=	elektronica-industrie
elektronicabedrijf	noun	onderneming waarin elektronische toestellen gemaakt worden
elektronicabedrijfje	=	elektronicabedrijf
elektronicabedrijfjes	=	elektronicabedrijf
elektronicabedrijven	=	elektronicabedrijf
elektronicabeurs	noun	tentoonstelling waar nieuwe elektronische apparatuur wordt getoond
elektronicabeurzen	=	elektronicabeurs
elektronicabranche	noun	bedrijfstak waarin elektronische toestellen gemaakt en verhandeld worden
elektronicabranches	=	elektronicabranche
elektronicaconcern	noun	groot bedrijf dat elektronische producten produceert en verkoopt
elektronicaconcerns	=	elektronicaconcern
elektronicafabrikant	noun	onderneming die elektronische artikelen produceert
elektronicafabrikanten	=	elektronicafabrikant
elektronicafreak	noun	iemand die als hobby veel elektronische apparaten koopt of maakt
elektronicafreaks	=	elektronicafreak
elektronicagigant	noun	zeer groot bedrijf dat elektronische apparatuur produceert en verkoopt
elektronicagiganten	=	elektronicagigant
elektronicaketen	noun	bedrijf dat meerdere winkels bezit die onder één naam elektronische artikelen verkoopt
elektronicaketens	=	elektronicaketen
elektronicaproducent	noun	bedrijf waarin elektronische toestellen worden gemaakt
elektronicaproducenten	=	elektronicaproducent
elektronicareus	noun	zeer grote onderneming die elektronische apparaten produceert
elektronicareuzen	=	elektronicareus
elektronicasector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie van elektronische apparatuur
elektronicasectoren	=	elektronicasector
elektronicasectors	=	elektronicasector
elektronicawarenhuis	noun	een warenhuis dat zich richt op het verkopen van elektronica
elektronicawarenhuizen	=	elektronicawarenhuis
elektronicawinkel	noun	winkel waar men elektronische apparatuur kan kopen
elektronicawinkels	=	elektronicawinkel
elektronicawinkeltje	=	elektronicawinkel
elektronicawinkeltjes	=	elektronicawinkel
elektronicazaak	noun	winkel waarin men elektronische apparatuur kan kopen
elektronicazaakje	=	elektronicazaak
elektronicazaakjes	=	elektronicazaak
elektronicazaken	=	elektronicazaak
elektronici	=	elektronicus
elektronicus	noun	iemand die zich beroepsmatig bezig houdt met de electronica
elektronisch	adj	functionerend middels geregelde elektrische stromen
elektronische	=	elektronisch
elektronischer	=	elektronisch
elektronischere	=	elektronisch
elektronischers	=	elektronisch
elektronischt	=	elektronisch
elektronischte	=	elektronisch
elektronnetje	=	elektron
elektronspin	noun	snelle, draaiende beweging om een as van het elektron
elektronspinnen	=	elektronspin
elektronspinnetje	=	elektronspin
elektronspinnetjes	=	elektronspin
elektronspinresonantie	noun	een spectroscopische techniek waarmee men ongepaarde elektronen in een specimen kan onderzoeken
elektrontje	=	elektron
elektronvolt	noun	hoeveelheid energie die een vrij bewegend elektron krijgt bij het doorlopen van een potentiaalverschil van één volt
elektronvolts	=	elektronvolt
elektropeuk	noun	een elektronische inhalator die het roken van tabak simuleert
elektropeuken	=	elektropeuk
elektropneumatisch	adj	werkend door (d.m.v. ventielen) elektrisch aangestuurde luchtdruk
elektropneumatische	=	elektropneumatisch
elektropop	noun	met synthesizers en andere elektronica gemaakte popmuziek, vooral in de jaren tachtig van de twintigste eeuw
elektropositief	adj	met betrekking tot het hebben van een positieve elektrische lading
elektropositiefs	=	elektropositief
elektropositiefst	=	elektropositief
elektropositiefste	=	elektropositief
elektropositieve	=	elektropositief
elektropositiever	=	elektropositief
elektropositievere	=	elektropositief
elektropositievers	=	elektropositief
elektroschokwapen	noun	een wapen waarmee elektrische schokken kunnen worden toegediend
elektroschokwapens	=	elektroschokwapen
elektroscoop	noun	toestel om aanwezigheid van elektrische lading aan te tonen
elektroscoopje	=	elektroscoop
elektroscoopjes	=	elektroscoop
elektroscopen	=	elektroscoop
elektroshock	noun	door een elektrische stroomstoot die door de schedel geleid wordt, opgewekte shock, als behandeling van een psychische stoornis
elektroshockje	=	elektroshock
elektroshockjes	=	elektroshock
elektroshocks	=	elektroshock
elektroshocktherapie	noun	een behandeling van patiënten waarbij door middel van het opwekken van een epileptisch insult, uitgelokt door een stroomstoot door het hoofd, getracht wordt bepaalde psychiatrische aandoeningen te behandelen
elektroshocktherapieën	=	elektroshocktherapie
elektrostatica	noun	leer van de elektrische ladingen in rust d.w.z. zonder stroming
elektrostatisch	adj	betrekking hebbend op de elektrostatica
elektrostatische	=	elektrostatisch
elektrostatischer	=	elektrostatisch
elektrostatischere	=	elektrostatisch
elektrostatischers	=	elektrostatisch
elektrotechnici	=	elektrotechnicus
elektrotechnicus	noun	beoefenaar van de elektrotechniek
elektrotechniek	noun	de studie en praktische toepassing van alles wat met elektriciteit en elektromagnetisme te maken heeft en waarvan maar een heel klein onderdeel vormt
elektrotechnieken	=	elektrotechniek
elektrotechnisch	adj	op de elektrotechniek betrekking hebbend of ermee in verband staand
elektrotechnische	=	elektrotechnisch
elektrotechnischer	=	elektrotechnisch
elektrotechnischere	=	elektrotechnisch
elektrotechnischers	=	elektrotechnisch
elektrotherapie	noun	toepassing van de elektriciteit in de praktische geneeskunde
elektrotherapieën	=	elektrotherapie
elektrovalentie	noun	de grootte van de lading van een ion, oftewel het aantal elektronen dat een atoom opneemt of afstaat om een stabiele edelgasconfiguratie (octet of 18 elektronen) te bereiken
elektroventiel	noun	elektromagnetisch ventiel dat wordt aangestuurd door al dan niet een spanning aan te leggen
elektroventielen	=	elektroventiel
elektrowinkel	noun	zaak waar men elektrische apparatuur kan kopen
elektrowinkels	=	elektrowinkel
elektrowinkeltje	=	elektrowinkel
elektrowinkeltjes	=	elektrowinkel
elektrum	noun	legering van goud en zilver
element	noun	de naam voor een stof die via de scheikunde niet meer in verschillende substanties te splitsen is, zo'n stof bestaat louter uit één type van atomen
elementair	adj	de beginselen of grondslagen betreffend of omvattend
elementairder	=	elementair
elementairdere	=	elementair
elementairders	=	elementair
elementaire	=	elementair
elementairs	=	elementair
elementairst	=	elementair
elementairste	=	elementair
elementaristisch	adj	met betrekking tot het elementarisme
elementaristische	=	elementaristisch
elementaristischer	=	elementaristisch
elementaristischere	=	elementaristisch
elementaristischers	=	elementaristisch
elementen	=	element
elementje	=	element
elementjes	=	element
elemihars	noun	oliehoudend hars gewonnen uit bomen van het geslacht Canarium
elemiharsen	=	elemihars
elenia	noun	een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen)
elenia's	noun	een geslacht Elaenia van vogels uit de familie tirannen (Tyrannidae).
eleniaatje	=	elenia
eleniaatjes	=	elenia
elepaio	noun	een vogelsoort uit het geslacht Chasiempis uit de familie monarchen (Monarchidae)
elepaio's	noun	een geslacht Chasiempis van zangvogels uit de familie monarchen (Monarchidae)
elepaiootje	=	elepaio
elepaiootjes	=	elepaio
elevatie	noun	verheffing
elevatiehoek	noun	hoek van een lijn met haar horizontale projectie dus elevatie
elevatiehoeken	=	elevatiehoek
elevaties	=	elevatie
elevator	noun	los-, hijs- of zuiginrichting voor steenkolen, ertsen, zand, meel, erwten, graan
elevatorbak	noun	vaartuig (bak), meestal zonder aandrijving, geschikt om grond te transporteren
elevatorbakje	=	elevatorbak
elevatorbakjes	=	elevatorbak
elevatorbakken	=	elevatorbak
elevatoren	=	elevator
elevatoria	=	elevatorium
elevatorium	noun	heftang
elevatoriumpje	=	elevatorium
elevatoriumpjes	=	elevatorium
elevatorpitch	noun	uiterst beknopt maar indringend pleidooi om mensen te overtuigen om ergens in te investeren of het te steunen
elevatorpitches	=	elevatorpitch
elevators	=	elevator
eleveer	=	eleveren
eleveerde	=	eleveren
eleveerden	=	eleveren
eleveert	=	eleveren
elevere	=	eleveren
eleveren	verb	verheffen
eleverend	=	eleveren
eleverende	=	eleveren
elf	num	11, het getal tussen tien en twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 11 is aangeduid
elfdaags	adj	elf etmalen durend
elfdaagse	=	elfdaags
elfdaalstalig	adj	de Elfdaalse taal sprekend
elfdaalstalige	=	elfdaalstalig
elfdaalstaligs	=	elfdaalstalig
elfde	adj	nummer elf in een rij
elfde-eeuwer	noun	iemand die in de elfde eeuw heeft geleefd
elfde-eeuwers	=	elfde-eeuwer
elfde-eeuwertje	=	elfde-eeuwer
elfde-eeuwertjes	=	elfde-eeuwer
elfde-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1001-1100
elfde-eeuwse	=	elfde-eeuws
elfdelig	adj	bestaande uit vier afzonderlijke voorwerpen
elfdelige	=	elfdelig
elfdeligs	=	elfdelig
elfden	=	elfde
elfder	=	elf
elfduizend	num	11.000
elfduizendste	adj	nummer elfduizend in een rij
elfen	=	elf
elfenastrild	noun	Estrilda erythronotos een relatief klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Afrika
elfenastrilden	=	elfenastrild
elfenastrildje	=	elfenastrild
elfenastrildjes	=	elfenastrild
elfenbankje	noun	Een paddestoel die op stronken en takken van loofbomen groeit in een typische dakpan vorm
elfenbankjes	=	elfenbankje
elfenbankjesmot	noun	Morophaga choragella een vlinder uit de familie Tineidae, de echte motten.
elfenbankjesmotje	=	elfenbankjesmot
elfenbankjesmotjes	=	elfenbankjesmot
elfenbankjesmotten	=	elfenbankjesmot
elfenbloempje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort plant, Epimedium alpinum uit de Berberisfamilie (Berberidaceae), in Nederland voorkomend als stinsenplant
elfenbloempjes	=	elfenbloempje
elfenbos	noun	fictief sprookjesbos waar de elfen wonen
elfenbosje	=	elfenbos
elfenbosjes	=	elfenbos
elfenbossen	=	elfenbos
elfendans	noun	lieflijke dans uitgevoerd door sprookjes figuren met vleugels; de elfen
elfendansen	=	elfendans
elfendertig	num|informal	om een willekeurig getal aan te duiden, kan aangeven dat het dan ook teveel is of dat het aantal niet echt ter zake doet
elfendertigst	adj|informal	in vaste verbindingen als "op z'n elfendertigst": op een omslachtige of tijdrovende manier
elfenhalf	num	aantal precies tussen elf en twaalf, 11½
elfenhalve	=	elfenhalf
elfenkoningin	noun	de koningin van vrouwelijke, vleugeldragende, mythische wezens
elfenkoninginnen	=	elfenkoningin
elfenstern	noun	Sternula nereis een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
elfensternen	=	elfenstern
elfensterns	=	elfenstern
elfensterntje	=	elfenstern
elfensterntjes	=	elfenstern
elfenwasplaat	noun	Hygrocybe ceracea een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
elfenwasplaatje	=	elfenwasplaat
elfenwasplaatjes	=	elfenwasplaat
elfenwasplaten	=	elfenwasplaat
elfenwoud	noun	woud waarin men elfen vermoedt
elfenwouden	=	elfenwoud
elfenwoudje	=	elfenwoud
elfenwoudjes	=	elfenwoud
elfenwoudtapaculo	noun	Scytalopus altirostris een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
elfenwoudtapaculo's	=	elfenwoudtapaculo
elfenwoudtapaculootje	=	elfenwoudtapaculo
elfenwoudtapaculootjes	=	elfenwoudtapaculo
elfhoek	noun	figuur met elf hoeken
elfhoeken	=	elfhoek
elfhoekje	=	elfhoek
elfhoekjes	=	elfhoek
elfhonderdste	adj	nummer elfhonderd in een rij.
elfin	=	elf
elfjaarlijks	adj	eens in de 11 jaar plaatsvindend
elfjaarlijkse	=	elfjaarlijks
elfjarig	adj	11 jaren durend
elfjarige	noun	levend wezen dat 11 jaar oud is of iets dat 11 jaar bestaat
elfjarigen	=	elfjarige
elfjarigs	=	elfjarig
elfje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor vogels uit de familie Maluridae met 28 soorten die leven op het Australische continent
elfjes	noun	Maluridae een familie van zangvogels uit het Australische continent.
elfjuliviering	noun	feest van de Vlaamse gemeenschap in België als herdenking van de Guldensporenslag
elfjulivieringen	=	elfjuliviering
elfjulivierinkje	=	elfjuliviering
elfjulivierinkjes	=	elfjuliviering
elfkoppig	adj	met elf hoofden
elfkoppige	=	elfkoppig
elfkoppigs	=	elfkoppig
elfmaal	adv	met elf herhalingen, in elf gevallen
elfmeter	noun	een directe vrije trap vanaf de strafschopstip in het voetbal
elfmeters	=	elfmeter
elfmeterschop	noun	direkte vrije trap vanaf de elfmeterstip voor het doel van de tegenstander
elfmeterschopje	=	elfmeterschop
elfmeterschopjes	=	elfmeterschop
elfmeterschoppen	=	elfmeterschop
elfmeterstip	noun	de witte stip op het voetbalveld vanwaar een strafschop wordt genomen
elfmeterstipje	=	elfmeterstip
elfmeterstipjes	=	elfmeterstip
elfmeterstippen	=	elfmeterstip
elfmetertrap	noun	een directe vrije trap vanaf de strafschopstip in het voetbal.
elfmetertrappen	=	elfmetertrap
elfmonarchen	noun	Erythrocercidae een familie van zangvogels.
elfproef	noun	methode om te controleren of een registratienummer correct kan zijn met behulp van een controle cijfer
elfproeven	=	elfproef
elfrank	noun	benaming voor een veelvoorkomend soort plant, Solanum dulcamara uit de nachtschadefamilie
elfranken	=	elfrank
elfrankje	=	elfrank
elfrankjes	=	elfrank
elfstedencomiteetje	=	elfstedencomité
elfstedencomiteetjes	=	elfstedencomité
elfstedencomité	noun	groep mensen die de Elfstedentocht organiseert en bepaalt of deze wel of niet doorgaat
elfstedencomités	=	elfstedencomité
elfstedenkoorts	noun	enthousiasme voorafgaand aan of in afwachting van een mogelijke Elfstedentocht
elfstedenkoortsje	=	elfstedenkoorts
elfstedenstad	noun	elk van de elf steden waarlangs de Elfstedentocht gaat
elfstedenstadje	=	elfstedenstad
elfstedenstadjes	=	elfstedenstad
elfstedensteden	=	elfstedenstad
elfstedenvereniging	noun	de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden.
elfstedenverenigingen	=	elfstedenvereniging
elfstedenverenigingetje	=	elfstedenvereniging
elfstedenverenigingetjes	=	elfstedenvereniging
elft	noun	haringachtige, die paait in de bovenloop van rivieren en beken en ooit inheems was in de Benelux, Alosa alosa
elftal	noun	sportploeg die uit elf spelers bestaat, in het bijzonder een voetbalploeg
elftalfoto	noun	foto van een sportteam samen met verzorgers, trainers en reservespelers
elftalfoto's	=	elftalfoto
elftalleider	noun	iemand die leiding geeft aan een sportploeg met 11 spelers
elftalleiders	=	elftalleider
elftallen	=	elftal
elftalletje	=	elftal
elftalletjes	=	elftal
elften	=	elft
elftje	=	elft
elftjes	=	elft
elfuurtje	noun	maaltijd waarbij men koffie met wat lekkers gebruikt om een uur of elf 's-morgens
elfuurtjes	=	elfuurtje
elfvlak	noun	ruimtelijke figuur met elf vlakken
elfvlakken	=	elfvlak
elfvliegenvanger	noun	Stenostira scita een vogel de voorkomt in zuidelijk Afrika en in het Zuid-Afikaans Feevlieëvanger heet
elfvliegenvangers	=	elfvliegenvanger
elfvliegenvangertje	=	elfvliegenvanger
elfvliegenvangertjes	=	elfvliegenvanger
elfvoudig	adj	elf keer zoveel, elf keer zo groot
elfvoudige	=	elfvoudig
elfvoudigs	=	elfvoudig
elger	noun	een hark waarmee men probeert palingen te vangen
elgers	=	elger
elgertje	=	elger
elgertjes	=	elger
elgonfrankolijn	noun	Scleroptila elgonensis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
elgonfrankolijnen	=	elgonfrankolijn
elgonfrankolijntje	=	elgonfrankolijn
elgonfrankolijntjes	=	elgonfrankolijn
elhierroreuzenhagedis	noun	Gallotia simonyi een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
elhierroreuzenhagedisje	=	elhierroreuzenhagedis
elhierroreuzenhagedisjes	=	elhierroreuzenhagedis
elhierroreuzenhagedissen	=	elhierroreuzenhagedis
elideer	=	elideren
elideerde	=	elideren
elideerden	=	elideren
elideert	=	elideren
elidere	=	elideren
elideren	verb	overslaan, schrappen, weglaten, omitteren
eliderend	=	elideren
eliminatie	noun	verwijdering of wegwerking
eliminatiebank	noun	databank met DNA-profielen van politieagenten om hun sporen snel te kunnen herkennen bij onderzoek naar een plaats delict
eliminatiebanken	=	eliminatiebank
eliminatiedieet	noun	een dieet dat gebruikt wordt om uit te zoeken voor welk voedsel iets of iemand allergisch is
eliminatiedieetje	=	eliminatiedieet
eliminatiedieetjes	=	eliminatiedieet
eliminatiediëten	=	eliminatiedieet
eliminaties	=	eliminatie
eliminatietje	=	eliminatie
eliminatietjes	=	eliminatie
elimineer	=	elimineren
elimineerde	=	elimineren
elimineerden	=	elimineren
elimineert	=	elimineren
eliminere	=	elimineren
elimineren	verb	verwijderen uit de vergelijking
eliminerend	=	elimineren
eliminerende	=	elimineren
eliminering	noun	het verwijderen, afschaffen of stoppen met iets
elimineringen	=	eliminering
elisie	noun	weglating van een klinker of lettergreep uit een woord vanwege het metrum
elisies	=	elisie
elitair	adj	eigen aan of specifiek voor een elite
elitairder	=	elitair
elitairdere	=	elitair
elitairders	=	elitair
elitaire	=	elitair
elitairisme	noun	neiging alleen oog te hebben voor de belangen van een kleine groep
elitairs	=	elitair
elitairst	=	elitair
elitairste	=	elitair
elitarisme	noun	de opvatting dat een elite binnen een groep de meeste inspraak moet hebben in die zaken waarin zij het meest serieus wordt genomen en dat alleen deze elite geschikt is om te regeren
elite	noun	kleine, besloten groep van vooraanstaande, bevoorrechte mensen met buitengewone privileges en soms buitengewone kwalificaties waardoor zij op een bepaald vlak de hoogste positie innemen
eliteclub	noun	een besloten vereniging alleen voor de allerrijksten
eliteclubje	=	eliteclub
eliteclubs	=	eliteclub
elitecubjes	=	eliteclub
eliteculturen	=	elitecultuur
elitecultuur	noun	cultuuruiting die alleen geschikt is voor de sociaaleconomische bovenlaag van de bevolking
elitecultuurtje	=	elitecultuur
elitecultuurtjes	=	elitecultuur
elitegroep	noun	groep bestaande uit de belangrijkste en bekwaamste mensen in een bepaalde categorie
elitegroepen	=	elitegroep
elitegroepje	=	elitegroep
elitegroepjes	=	elitegroep
elitekorps	noun	een groep speciaal getrainde militairen
elitekorpsen	=	elitekorps
eliteovervaller	noun	zeer kundige rover
eliteovervallers	=	eliteovervaller
elites	=	elite
elitescholen	=	eliteschool
eliteschool	noun	school waar het allerbeste onderwijs wordt gegeven
elitesport	noun	sport die alleen kan worden beoefend door de rijkste en machtigste mensen
elitesporten	=	elitesport
elitetheorie	noun	een theorie die stelt dat in de staat de sleutelposities worden ingenomen door een machtselite en dat dit ook het geval is binnen een parlementaire democratie waar de macht ligt bij de leiding van de grote partijen
elitetheorietje	=	elitetheorie
elitetheorietjes	=	elitetheorie
elitetheorieën	=	elitetheorie
elitetroep	noun	deel van het leger dat bestaat uit militairen met een speciale, uitgebreide opleiding
elitetroepen	noun	deel van het leger dat bestaat uit militairen met een speciale, uitgebreide opleiding
elitezaad	noun	bevruchte kiemen van planten die zelf weer directe nakomelingen zijn van de eerste planten van een nieuwe variëteit die een kweker ontwikkeld heeft
elitezaden	=	elitezaad
elitisme	noun	situaties waarin een zelfbenoemde elite conspireert om zich extra voorrechten toe te dienen
elixer	noun	een ingedikt, stroperig aftreksel van kruiden of planten
elixers	=	elixer
elixertje	=	elixer
elixertjes	=	elixer
elixir	noun	een ingedikt, stroperig aftreksel van kruiden of planten dat vaak alcohol bevat
elixirs	=	elixir
elixirtje	=	elixir
elizabethaans	adj	volgens de Engelse stijl in cultuur en architectuur die opgang deed gedurende de regeringsperiode van Elizabeth I 1551 tot 1603
elizabethaanse	=	elizabethaans
elizabethaanser	=	elizabethaans
elizabethaansere	=	elizabethaans
elizabethaansers	=	elizabethaans
elizabethaanst	=	elizabethaans
elizabethaanste	=	elizabethaans
elk	pron	alle afzonderlijk
elkaar	pron	als wederzijds lijdend voorwerp
elkaars	pron	genitief van elkaar
elkander	pron	drukt uit dat van twee of meer personen ieder op zijn eigen manier tegenover de ander handelt
elkanders	pron	genitief van elkander
elke	pron	verbogen vorm van elk
elkeen	pron	iedere persoon
elken	=	elke
ellebogen	=	elleboog
ellebogenwerk	noun|figurative	dringen om voorrang te krijgen op mededingers; op slinkse wijze proberen voorrang te krijgen op mededingers
ellebogenwerken	=	ellebogenwerk
elleboog	noun	gewricht in het midden van de arm dat de bovenarm met de onderarm verbind
elleboogbeschermer	noun	een hulpmiddel dat over de elleboog wordt gedragen om het gewricht en de omliggende huid te beschermen tegen impact, wrijving of blessures
elleboogbeschermers	=	elleboogbeschermer
elleboogbeschermertje	=	elleboogbeschermer
elleboogbeschermertjes	=	elleboogbeschermer
elleboogje	=	elleboog
elleboogjes	=	elleboog
elleboogplooi	noun	de buigzijde van de elleboog
elleboogplooien	=	elleboogplooi
elleboogstoot	noun	stoot of klap uitgedeeld met de harde punt van de elleboog
elleboogstootje	=	elleboogstoot
elleboogstootjes	=	elleboogstoot
elleboogstoten	=	elleboogstoot
ellen	=	el
ellenboog	=	elleboog
ellende	noun	beklagenswaardige (armoedige enz.) omstandigheden die zorgen voor lijden en verdriet
ellendeling	noun	verachtelijk, slecht mens
ellendelingen	=	ellendeling
ellendelingetje	=	ellendeling
ellendelingetjes	=	ellendeling
ellenden	=	ellende
ellendes	=	ellende
ellendetje	=	ellende
ellendig	adj	erg onaangenaam
ellendige	=	ellendig
ellendiger	=	ellendig
ellendigere	=	ellendig
ellendigers	=	ellendig
ellendigheden	=	ellendigheid
ellendigheid	noun	Het vervelende, rampzalige, akelige, beroerde.
ellendigheidje	=	ellendigheid
ellendigheidjes	=	ellendigheid
ellendigs	=	ellendig
ellendigst	=	ellendig
ellendigste	=	ellendig
ellenlang	adj	buitengewoon en meestal vervelend lang
ellenlange	=	ellenlang
ellenlangs	=	ellenlang
ellens	noun	ruw bewerkte lange stukken hout uit Scandinavië
ellepijp	noun	een van de twee beenderen in de onderarm
ellepijpen	=	ellepijp
ellepijpje	=	ellepijp
ellepijpjes	=	ellepijp
elletje	=	el
elletjes	=	el
elliottoepaja	noun	Anathana ellioti een zoogdier uit de familie van de echte toepaja's (Tupaiidae).
elliottoepaja's	=	elliottoepaja
elliottoepajaatje	=	elliottoepaja
elliottoepajaatjes	=	elliottoepaja
ellips	noun	is een twee-dimensionale figuur die wordt gevormd door alle punten waarvoor de som van de afstanden tot twee gekozen punten, een vaste waarde heeft
ellipsen	=	ellips
ellipsje	=	ellips
ellipsjes	=	ellips
ellipsograaf	noun	toestel voor het tekenen van ellipsen (rondgaande figuren bestaande uit alle punten waarvan de som van de afstanden tot twee gekozen punten dezelfde waarde heeft)
ellipsografen	=	ellipsograaf
ellipsoïde	noun	lichaam dat ontstaat door het wentelen van een ellips om een van haar assen
ellipsoïden	=	ellipsoïde
ellipsoïdes	=	ellipsoïde
ellipspasser	noun	toestel voor het tekenen van ellipsen (rondgaande figuren bestaande uit alle punten waarvan de som van de afstanden tot twee gekozen punten dezelfde waarde heeft)
ellipspassers	=	ellipspasser
ellipsvormig	adj	vorm van een ellips hebbend
ellipsvormige	=	ellipsvormig
ellipsvormiger	=	ellipsvormig
ellipsvormigere	=	ellipsvormig
ellipsvormigers	=	ellipsvormig
ellipsvormigs	=	ellipsvormig
ellipsvormigst	=	ellipsvormig
ellipsvormigste	=	ellipsvormig
elliptisch	adj	ellipsvormig, langwerpig rond
elliptische	=	elliptisch
elliptischer	=	elliptisch
elliptischere	=	elliptisch
elliptischers	=	elliptisch
elliptischt	=	elliptisch
elliptischte	=	elliptisch
elmsvuren	=	elmsvuur
elmsvuur	noun	zwakke lichtpluimen van elektrostatische ontladingen, bij onweerachtige atmosfeer waargenomen aan de toppen van masten en andere puntige voorwerpen
elo	noun	elorating; getal dat aangeeft hoe sterk een schaker, dammer of gospeler is
elo's	=	elo
elocutie	noun	welbespraaktheid, welsprekendheid
eloel	noun	zesde maand van het joodse jaar, in augustus-september (Neh. 6:15); twaalfde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
eloge	noun	een prozaïsche lofrede, niet op rijm
eloges	=	eloge
elogia	=	elogium
elogium	noun	een prozaïsche lofrede, niet op rijm
elogiums	=	elogium
elongatie	noun	hoek tussen de zon en een planeet (of een ander object dat rond de zon cirkelt) gezien vanaf de aarde
elongaties	=	elongatie
elootje	=	elo
elootjes	=	elo
eloquent	adj	welbespraakt, welsprekend
eloquente	=	eloquent
eloquenter	=	eloquent
eloquentere	=	eloquent
eloquenters	=	eloquent
eloquentie	noun	welbespraaktheid, welsprekendheid
eloquents	=	eloquent
eloquentst	=	eloquent
eloquentste	=	eloquent
elorating	noun	classificatiesysteem dat de sterkte van schakers bepaalt op grond van de onderlinge resultaten
eloratings	=	elorating
elp	noun	hard wit materiaal gemaakt van de slagtanden van olifanten
elpee	noun	grammofoonplaat met doorsede van 30 cm, een speelduur van maximaal 30 minuten aan één zijde, die afgespeeld wordt met een snelheid van 33 1/3 toeren per minuut
elpees	=	elpee
elpeetje	=	elpee
elpeetjes	=	elpee
elpen	adj	van ivoor	noun|obsolete	glanzend wit tandbeen van olifanten
elpenbeen	noun	ivoor
elpenbeenen	=	elpenbenen
elpenbenen	adj	van elpenbeen (ivoor)
elrits	noun	Phoxinus phoxinus een in de Benelux inheemse karperachtige vis.
elritsen	=	elrits
elritsje	=	elrits
els	noun	benaming voor loofbomen uit het geslacht Alnus in de berkenfamilie (Betulaceae)
elsbes	noun	Sorbus torminalis een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae).
elsbesje	=	elsbes
elsbesjes	=	elsbes
elsbessen	=	elsbes
elsje	=	els
elsjes	=	els
elstar	noun	appelras met zoetzure appels
elstars	=	elstar
elstenaar	noun	een inwoner van Elst, of iemand afkomstig uit Elst
elstenaren	=	elstenaar
elster	adj	op Elst betrekking hebbend
elsts	adj	op Elst betrekking hebbend
elstse	noun	een vrouwelijke inwoner van Elst, of een vrouw afkomstig uit Elst
elstsen	=	elstse
elueer	=	elueren
elueerde	=	elueren
elueerden	=	elueren
elueert	=	elueren
eluens	noun	de bewegende fase in een chromatografisch proces, die het te analyseren of te scheiden monster over de drager en/of door een scheidingskolom (de stationaire fase) verplaatst
eluensen	=	eluens
eluere	=	elueren
elueren	verb	door doorspoelen met een oplosmiddel een oplosbare stof verwijderen of scheiden
eluerend	=	elueren
eluerende	=	elueren
elul	noun	zesde maand van het joodse jaar, in augustus-september (Neh. 6:15); twaalfde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
elusief	adj	aan de grip ontsnappend
elusiefs	=	elusief
elusiefst	=	elusief
elusiefste	=	elusief
elusieve	=	elusief
elusiever	=	elusief
elusievere	=	elusief
elusievers	=	elusief
elutie	noun	uitspoeling van een stof uit een andere stof met een geschikt oplosmiddel
eluties	=	elutie
elutietje	=	elutie
elutietjes	=	elutie
elve	=	elf
elven	noun	datief van elf; bij tijdsaanduidingen na voorzetsels
elvenschot	noun	jicht
elvenschotje	=	elvenschot
elvenschotjes	=	elvenschot
elysia	=	elysium
elysisch	adj	idyllisch, vreedzaam, gelukzalig
elysische	=	elysisch
elysischer	=	elysisch
elysischere	=	elysisch
elysischers	=	elysisch
elysium	noun|figurative	plaats waar het verrukkelijk is om te verblijven
elysiums	=	elysium
elytra	=	elytron
elytron	noun	voorvleugel van kevers en andere insecten
elytronen	=	elytron
elytronnetje	=	elytron
elytronnetjes	=	elytron
elzasser	noun	wijn uit de streek tussen de Franse steden Straatsburg en Mulhouse
elzasserduits	noun	Elzassisch, de verzamelnaam van de Alemannische dialecten die in de Elzas worden gesproken
elzasserin	noun	een vrouwelijke inwoner van Elzas, of een vrouw afkomstig uit Elzas
elzasserinnen	=	elzasserin
elzassers	=	elzasser
elzassertje	=	elzasser
elzassertjes	=	elzasser
elzassisch	noun	een verzameling Alemannische dialecten die in de Elzas (Frankrijk) gesproken worden	adj	verwant aan of met betrekking tot het Elzasgebied
elzassische	=	elzassisch
elzen	adj	vervaardigd van het hout van een els
elzenblaasmijnmot	noun	Phyllonorycter stettinensis een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
elzenblaasmijnmotje	=	elzenblaasmijnmot
elzenblaasmijnmotjes	=	elzenblaasmijnmot
elzenblaasmijnmotten	=	elzenblaasmijnmot
elzenbladvlo	noun	Psylla alni een bladvlo uit de familie Psyllidae.
elzenbladvlooien	=	elzenbladvlo
elzenbladvlooitje	=	elzenbladvlo
elzenbladvlooitjes	=	elzenbladvlo
elzenbladwesp	noun	Craesus septentrionalis een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
elzenbladwespen	=	elzenbladwesp
elzenbladwespje	=	elzenbladwesp
elzenbladwespjes	=	elzenbladwesp
elzenboktor	noun	Poecilium alni een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
elzenboktorren	=	elzenboktor
elzenboktorretje	=	elzenboktor
elzenboktorretjes	=	elzenboktor
elzenbos	noun	bos met elzen Alnus
elzenbosje	=	elzenbos
elzenbosjes	=	elzenbos
elzenbossen	=	elzenbos
elzenfeetiran	noun	Empidonax alnorum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
elzenfeetirannen	=	elzenfeetiran
elzenfeetirannetje	=	elzenfeetiran
elzenfeetirannetjes	=	elzenfeetiran
elzenhaag	noun	haag die bestaat uit dicht bij elkaar geplante elzen
elzenhaagje	=	elzenhaag
elzenhaagjes	=	elzenhaag
elzenhaantje	noun	bepaalde keversoort, Agelastica alni, die behoort tot de familie van de bladhaantjes (Chrysomelidae) en vooral het lover van de els aanvreet
elzenhaantjes	=	elzenhaantje
elzenhagen	=	elzenhaag
elzenhout	noun	hout afkomstig van een els Alnus
elzenkatje	noun	bloeiwijze van de els die lijkt op de staart van een kat
elzenkatjes	=	elzenkatje
elzenkatjesmummiekelkje	noun	een paddenstoel Ciboria amentacea uit de familie Sclerotiniaceae.
elzenkatjesmummiekelkjes	=	elzenkatjesmummiekelkje
elzenkokermot	noun	Coleophora alnifoliae een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
elzenkokermotje	=	elzenkokermot
elzenkokermotjes	=	elzenkokermot
elzenkokermotten	=	elzenkokermot
elzenkrulzomen	=	elzenkrulzoom
elzenkrulzoom	noun	Paxillus filamentosus een paddenstoel die in de nabijheid van elzen groeit.
elzenkrulzoompje	=	elzenkrulzoom
elzenkrulzoompjes	=	elzenkrulzoom
elzenlaan	noun	weg omgeven met elzenbomen
elzenlaantje	=	elzenlaan
elzenlaantjes	=	elzenlaan
elzenlanen	=	elzenlaan
elzenmineerwesp	noun	Fenusa dohrnii een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
elzenmineerwespen	=	elzenmineerwesp
elzenmineerwespje	=	elzenmineerwesp
elzenmineerwespjes	=	elzenmineerwesp
elzenmos	noun	een levermossensoort Pallavicinia lyellii uit het geslacht Pallavicinia.
elzenmosje	=	elzenmos
elzenmosjes	=	elzenmos
elzenmossen	=	elzenmos
elzennerfhoekmijt	noun	Eriophyes inangulis een spin uit de familie Eriophyidae en werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Nalepa in 1919.
elzennerfhoekmijten	=	elzennerfhoekmijt
elzennerfhoekmijtje	=	elzennerfhoekmijt
elzennerfhoekmijtjes	=	elzennerfhoekmijt
elzennetwants	noun	Physatocheila costata een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
elzennetwantsen	=	elzennetwants
elzennetwantsje	=	elzennetwants
elzennetwantsjes	=	elzennetwants
elzenoogbladroller	noun	Epinotia immundana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
elzenoogbladrollers	=	elzenoogbladroller
elzenoogbladrollertje	=	elzenoogbladroller
elzenoogbladrollertjes	=	elzenoogbladroller
elzenooglapmot	noun	Bucculatrix cidarella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
elzenooglapmotje	=	elzenooglapmot
elzenooglapmotjes	=	elzenooglapmot
elzenooglapmotten	=	elzenooglapmot
elzenperforeerzwam	noun	Alnecium auctum een schimmel behorend tot de orde Diaporthales.
elzenperforeerzwammen	=	elzenperforeerzwam
elzenperforeerzwammetje	=	elzenperforeerzwam
elzenperforeerzwammetjes	=	elzenperforeerzwam
elzenpropjeswants	noun	Oxycarenus modestus een wants uit de onderfamilie Oxycareninae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
elzenpropjeswantsen	=	elzenpropjeswants
elzenpropjeswantsje	=	elzenpropjeswants
elzenpropjeswantsjes	=	elzenpropjeswants
elzenpropmollisia	noun	Mollisia amenticola een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
elzenpropmollisia's	=	elzenpropmollisia
elzenpropmollisiaatje	=	elzenpropmollisia
elzenpropmollisiaatjes	=	elzenpropmollisia
elzenpropmummiekelkje	noun	Ciboria viridifusca een paddenstoel uit de familie Sclerotiniaceae.
elzenpropmummiekelkjes	=	elzenpropmummiekelkje
elzenpropschoteltje	noun	Calycina alniella een paddenstoel uit de familie Pezizellaceae.
elzenpropschoteltjes	=	elzenpropschoteltje
elzenridderwants	noun	Arocatus roeselii een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae)
elzenridderwantsen	=	elzenridderwants
elzenridderwantsje	=	elzenridderwants
elzenridderwantsjes	=	elzenridderwants
elzenschijfmineerwesp	noun	Heterarthrus vagans een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
elzenschijfmineerwespen	=	elzenschijfmineerwesp
elzenschijfmineerwespje	=	elzenschijfmineerwesp
elzenschijfmineerwespjes	=	elzenschijfmineerwesp
elzenschorsschijfje	noun	Diatrypella verruciformis een schimmel behorend tot de familie Diatrypaceae.
elzenschorsschijfjes	=	elzenschorsschijfje
elzenschorszwam	noun	Peniophora erikssonii een paddenstoel uit de familie Peniophoraceae.
elzenschorszwammen	=	elzenschorszwam
elzenschorszwammetje	=	elzenschorszwam
elzenschorszwammetjes	=	elzenschorszwam
elzensmalsnuit	noun	Kleidocerys privignus een wants uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae) en is voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Géza Horváth in 1894
elzensmalsnuiten	=	elzensmalsnuit
elzensmalsnuitje	=	elzensmalsnuit
elzensmalsnuitjes	=	elzensmalsnuit
elzensnuitkever	noun	Cryptorhynchus lapathi een kever uit de familie Curculionidae.
elzensnuitkevers	=	elzensnuitkever
elzensnuitkevertje	=	elzensnuitkever
elzensnuitkevertjes	=	elzensnuitkever
elzenspannertje	noun	Hydrelia sylvata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
elzenspannertjes	=	elzenspannertje
elzenstromakelkje	noun	Rutstroemia conformata een paddenstoel uit de familie Rutstroemiaceae.
elzenstromakelkjes	=	elzenstromakelkje
elzenuil	noun	Acronicta alni een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
elzenuilen	=	elzenuil
elzenuiltje	=	elzenuil
elzenuiltjes	=	elzenuil
elzenuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza foliicola een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
elzenuitbreekkommetjes	=	elzenuitbreekkommetje
elzenvezelkop	noun	Inocybe alnea een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
elzenvezelkopje	=	elzenvezelkop
elzenvezelkopjes	=	elzenvezelkop
elzenvezelkoppen	=	elzenvezelkop
elzenvezelkoppie	=	elzenvezelkop
elzenvezelkoppies	=	elzenvezelkop
elzenviltmijt	noun	Acalitus brevitarsus een eriophyid mijt die op sommige soorten els koepelvormige, blaarachtige zwellingen veroorzaakt, bekend als gallen
elzenviltmijten	=	elzenviltmijt
elzenviltmijtje	=	elzenviltmijt
elzenviltmijtjes	=	elzenviltmijt
elzenvlag	noun	Taphrina alni een paddenstoel uit de familie Taphrinaceae.
elzenvlaggen	=	elzenvlag
elzenvlaggetje	=	elzenvlag
elzenvlaggetjes	=	elzenvlag
elzenvlagje	=	elzenvlag
elzenvlagjes	=	elzenvlag
elzenvlieg	noun	Sialis lutaria een insect uit de familie elzenvliegen (Sialidae) van de orde grootvleugeligen (Megaloptera).
elzenvliegen	noun	Sialidae een familie van insecten die behoren tot de orde grootvleugeligen (Megaloptera) en zijn een familie van vliegende insecten.
elzenvliegje	=	elzenvlieg
elzenvliegjes	=	elzenvlieg
elzenweerschijnzwam	noun	Mensularia radiata een schimmel behorend tot de familie Hymenochaetaceae.
elzenweerschijnzwammen	=	elzenweerschijnzwam
elzenweerschijnzwammetje	=	elzenweerschijnzwam
elzenweerschijnzwammetjes	=	elzenweerschijnzwam
elzenwespvlinder	noun	Synanthedon spheciformis een nachtvlinder uit de familie Sesiidae, de wespvlinders.
elzenwespvlinders	=	elzenwespvlinder
elzenwespvlindertje	=	elzenwespvlinder
elzenwespvlindertjes	=	elzenwespvlinder
elzenwratmijt	noun	Eriophyes laevis een galmijt die kleine, puistjesachtige gallen maakt op de bladeren van elzen.
elzenwratmijten	=	elzenwratmijt
elzenwratmijtje	=	elzenwratmijt
elzenwratmijtjes	=	elzenwratmijt
elzenzaadvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus seminis-alni een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
elzenzaadvlieskelkjes	=	elzenzaadvlieskelkje
elzenzegge	noun	Carex elongata een overblijvend kruid dat behoort behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
elzenzeggen	=	elzenzegge
elzenzeggetje	=	elzenzegge
elzenzeggetjes	=	elzenzegge
elzenzilvervlekmot	noun	Heliozela resplendella een vlinder uit de familie zilvervlekmotten (Heliozelidae).
elzenzilvervlekmotje	=	elzenzilvervlekmot
elzenzilvervlekmotjes	=	elzenzilvervlekmot
elzenzilvervlekmotten	=	elzenzilvervlekmot
elzevier	noun	benaming voor een klassiek type schreefletters
elzeviers	=	elzevier
email	noun	ondoorzichtige, glasachtige dunne deklaag, aangebracht op metaal of keramische voorwerpen
emailleer	=	emailleren
emailleerde	=	emailleren
emailleerden	=	emailleren
emailleeroven	noun	oven om voorwerpen in te emailleren
emailleerovens	=	emailleeroven
emailleeroventje	=	emailleeroven
emailleeroventjes	=	emailleeroven
emailleert	=	emailleren
emaillen	adj	van metaal, voorzien van een ɡlasachtiɡe beschermlaaɡ
emaillere	=	emailleren
emailleren	verb	met email bedekken
emaillerend	=	emailleren
emaillerende	=	emailleren
emailleur	noun	iemand die emailleert
emailleurs	=	emailleur
emailleurtje	=	emailleur
emailleurtjes	=	emailleur
emails	=	email
emailtje	=	email
emanatie	noun	iets dat door een lichaam uitgezonden of uitgewasemd wordt
emanaties	=	emanatie
emanatietheorie	noun	leer volgens welke licht en andere stralingen bestaan uit weggeslingerde kleine deeltjes
emanatietheorietje	=	emanatietheorie
emanatietheorietjes	=	emanatietheorie
emanatietheorieën	=	emanatietheorie
emanatietje	=	emanatie
emanatietjes	=	emanatie
emancipatie	noun	streven naar gelijkgerechtigdheid, zelfstandigheid, eerlijker maatschappelijke verhoudingen
emancipatieactiviteit	noun	activiteit die erop gericht is een achtergestelde groep meer gelijke rechten te geven
emancipatieactiviteiten	=	emancipatieactiviteit
emancipatiebeleid	noun	een plan van aanpak dat als doel heeft een achterstandssituatie van een bepaalde bevolkingsgroep op te heffen
emancipatiebeweging	noun	organisatie die opkomt voor de gelijke rechten van een achtergestelde groep
emancipatiebewegingen	=	emancipatiebeweging
emancipatiebeweginkje	=	emancipatiebeweging
emancipatiebeweginkjes	=	emancipatiebeweging
emancipatiedoelstelling	noun	het doel dat men wil bereiken als emancipatie beweging
emancipatiedoelstellingen	=	emancipatiedoelstelling
emancipatiegedachte	noun	het idee dat een achtergestelde groep mensen gelijke rechten moet krijgen
emancipatiegedachten	=	emancipatiegedachte
emancipatiegedachtes	=	emancipatiegedachte
emancipatiegolf	noun	plotselinge aandacht voor de achterstandspositie van een bepaalde bevolkingsgroep en het streven om deze achterstand teniet te doen
emancipatiegolfje	=	emancipatiegolf
emancipatiegolfjes	=	emancipatiegolf
emancipatiegolven	=	emancipatiegolf
emancipatiegroepering	noun	een organisatie of beweging die streeft naar gelijkberechtiging en zelfstandigheid voor een achtergestelde groep in de samenleving, door middel van acties en belangenbehartiging op juridisch, politiek, economisch en sociaal gebied
emancipatiegroeperingen	=	emancipatiegroepering
emancipatiegroeperinkje	=	emancipatiegroepering
emancipatiegroeperinkjes	=	emancipatiegroepering
emancipatieproces	noun	de ontwikkeling dat een achtergestelde bevolkingsgroep gelijke rechten krijgt
emancipatieprocessen	=	emancipatieproces
emancipatieraad	noun	groep mensen die een overheid heeft benoemd om advies te geven over het tegengaan van discriminatie Deze raden bestonden in Nederland vooral in het laatste kwart van de 20e eeuw en waren meestal gericht op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
emancipatieraden	=	emancipatieraad
emancipaties	=	emancipatie
emancipatiestrijd	noun	conflict over gelijke rechten voor een achtergestelde groep
emancipatiestrijden	=	emancipatiestrijd
emancipatiewerk	noun	activiteiten en beleid gericht op het bevorderen van gelijke rechten, kansen en mogelijkheden voor groepen of individuen die achtergesteld zijn of worden, zodat zij volledige participatie in de samenleving kunnen bereiken
emancipatiezaak	noun	een kwestie die te maken hebben met gelijke rechten voor iedereen
emancipatiezaken	noun	onderwerpen die te maken hebben met gelijke rechten voor vrouwen
emancipatoir	adj	het doel hebbend om de emancipatie te bevorderen
emancipatoirder	=	emancipatoir
emancipatoirdere	=	emancipatoir
emancipatoirders	=	emancipatoir
emancipatoire	=	emancipatoir
emancipatoirs	=	emancipatoir
emancipatoirst	=	emancipatoir
emancipatoirste	=	emancipatoir
emancipator	noun	persoon die opkomst voor de gelijke behandeling van achtergestelde groepen
emancipatoren	=	emancipator
emancipatorisch	adj	betrekking hebbend op emancipatie / emancipatie bevorderend
emancipatorische	=	emancipatorisch
emancipatorischer	=	emancipatorisch
emancipatorischere	=	emancipatorisch
emancipatorischers	=	emancipatorisch
emancipators	=	emancipator
emancipatrice	noun	vrouwelijke vorm van emancipator
emancipatrices	=	emancipatrice
emancipatricetje	=	emancipatrice
emancipatricetjes	=	emancipatrice
emancipeer	=	emanciperen
emancipeerde	=	emanciperen
emancipeerden	=	emanciperen
emancipeert	=	emanciperen
emancipere	=	emanciperen
emanciperen	verb	bevrijden van sociale, politieke, wettelijke enz. belemmeringen
emanciperend	=	emanciperen
emanciperende	=	emanciperen
emaneer	=	emaneren
emaneerde	=	emaneren
emaneerden	=	emaneren
emaneert	=	emaneren
emanere	=	emaneren
emaneren	verb	voortvloeien, voortkomen uit
emanerend	=	emaneren
emanerende	=	emaneren
emasculatie	noun	castratie, ontmanning
emballage	noun	verpakking, het verpakken
emballageapparaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
emballageapparaatje	=	emballageapparaat
emballageapparaatjes	=	emballageapparaat
emballageapparaten	=	emballageapparaat
emballageautomaat	noun	apparaat waar je lege drankverpakkingen kunt inleveren om het statiegeld terug te krijgen
emballageautomaatje	=	emballageautomaat
emballageautomaatjes	=	emballageautomaat
emballageautomaten	=	emballageautomaat
emballagemachine	noun	een apparaat dat lege statiegeldflessen en blikjes automatisch inneemt, controleert en verwerkt
emballagemachines	=	emballagemachine
emballagemachinetje	=	emballagemachine
emballagemachinetjes	=	emballagemachine
emballagen	=	emballage
emballages	=	emballage
emballagetje	=	emballage
emballeer	=	emballeren
emballeerde	=	emballeren
emballeerden	=	emballeren
emballeert	=	emballeren
emballere	=	emballeren
emballeren	verb	inpakken op grote schaal
emballerend	=	emballeren
emballerende	=	emballeren
emballeur	noun	iemand die emballeert, een inpakker
emballeurs	=	emballeur
emballeurtje	=	emballeur
emballeurtjes	=	emballeur
embargo	noun	beslaglegging op schepen
embargo's	=	embargo
embargootje	=	embargo
embargootjes	=	embargo
embarkeer	=	embarkeren
embarkeerde	=	embarkeren
embarkeerden	=	embarkeren
embarkeert	=	embarkeren
embarkere	=	embarkeren
embarkeren	verb	aan boord van een vaartuig gaan
embarkerend	=	embarkeren
embarkerende	=	embarkeren
embed	=	embedden
embedde	=	embedden
embedded	adj	onder bescherming van maar ook gecontroleerd door iets of iemand; onder de hoede van iets of iemand; van binnenuit; ergens deel van uitmakend
embedden	verb	media op een andere website dan de oorspronkelijke toegankelijk maken
embeddend	=	embedden
embeddende	=	embedden
embedt	=	embedden
embeteren	=	ambeteren
embleem	noun	een concrete figuur waarmee een abstract begrip zoals een godheid, een ideaal, een gevoel enz. wordt verbeeld
embleempje	=	embleem
embleempjes	=	embleem
emblema	noun	kleine prent met een symbolische afbeelding met een opschrift en een verklarend onderschrift
emblema's	=	emblema
emblemata	=	emblema
emblematisch	adj	symbolisch, zinnebeeldig
emblematische	=	emblematisch
emblematischer	=	emblematisch
emblematischere	=	emblematisch
emblematischers	=	emblematisch
emblemen	=	embleem
embolie	noun	een plotselinge afsluiting van een slagader of een haarvat door een van een andere plaats afkomstige, met de bloedstroom meegesleepte obstructie, een embolus of embool genoemd
embolietje	=	embolie
embolieën	=	embolie
embolisch	adj	veroorzaakt door embolie
embolische	=	embolisch
embolischer	=	embolisch
embolischere	=	embolisch
embolischers	=	embolisch
embolisme	noun	toevoeging in een gebed
embolismen	=	embolisme
embolismetje	=	embolisme
embolismetjes	=	embolisme
embonpoint	noun|formal	buikje
embonpoints	=	embonpoint
embouchure	noun	capaciteit om op een mondstuk te blazen
embouchures	=	embouchure
embryo	noun	een organisme in het eerste ontwikkelingsstadium na de bevruchting
embryo's	=	embryo
embryocel	noun	een cel van een levend wezen in het eerste stadium van de ontwikkeling
embryocellen	=	embryocel
embryogenese	noun	beschrijft de stadia die een bevruchte eicel doorloopt tot het de foetale fase heeft bereikt
embryologe	noun	vrouwelijke vorm van embryoloog
embryologen	=	embryoloog
embryologes	=	embryologe
embryologie	noun	de wetenschap die zich met het ongeboren leven bezighoudt
embryologisch	adj	met betrekking tot de embryologie
embryologische	=	embryologisch
embryologischer	=	embryologisch
embryologischere	=	embryologisch
embryologischers	=	embryologisch
embryoloog	noun	iemand die zich toelegt op de studie van het embryo
embryonaal	adj	in een beginfase verkerend
embryonaals	=	embryonaal
embryonaalst	=	embryonaal
embryonaalste	=	embryonaal
embryonale	=	embryonaal
embryonaler	=	embryonaal
embryonalere	=	embryonaal
embryonalers	=	embryonaal
embryootje	=	embryo
embryootjes	=	embryo
embryoselectie	noun	genetische diagnostiek bij nog niet geïmplanteerde embryo's waarbij men embryo's met een afwijking niet terugplaatst tijdens een IVF-procedure
embryoselecties	=	embryoselectie
embryotransplantatie	noun	bevruchting van een eicel buiten het lichaam waarna het embryo teruggeplaatst wordt in de baarmoeder van een andere vrouw dan die de eicel heeft geleverd
embryotransplantaties	=	embryotransplantatie
embryowet	noun	wetgeving rond het gebruik van menselijke embryo's in wetenschappelijk onderzoek
embryowetten	=	embryowet
embuia	noun	een Zuid-Amerikaanse boomsoort Ocotea porosa die decoratief hardhout levert
embêteren	=	ambeteren
emc	noun	maatregelen tegen ongewenste invloed van elektrische apparaten op de werking van elektronica in de omgeving
emder	noun	een inwoner van Emmen, of iemand afkomstig uit Emmen
emders	=	emder
emeiboszanger	noun	Phylloscopus emeiensis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
emeiboszangers	=	emeiboszanger
emeiboszangertje	=	emeiboszanger
emeiboszangertjes	=	emeiboszanger
emek	noun	dal, vallei
emelt	noun	benaming voor de larve van de langpootmug
emelten	=	emelt
emeltje	=	emelt
emeltjes	=	emelt
emendatie	noun	het door vergelijking van de beste nog voorhanden teksten komen tot een verbeterde uitgave van een tekst, verbetering
emendaties	=	emendatie
emendeer	=	emenderen
emendeerde	=	emenderen
emendeerden	=	emenderen
emendeert	=	emenderen
emendere	=	emenderen
emenderen	verb	verbeteringen aanbrengen in
emenderend	=	emenderen
emenderende	=	emenderen
emer	noun	emmer
emerald	noun	groene edelsteen van beril
emeralden	adj	uit emerald samengesteld
emeraldhoningzuiger	noun	Nectarinia famosa een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
emeraldhoningzuigers	=	emeraldhoningzuiger
emeraldhoningzuigertje	=	emeraldhoningzuiger
emeraldhoningzuigertjes	=	emeraldhoningzuiger
emeraldspreeuw	noun	Lamprotornis iris een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
emeraldspreeuwen	=	emeraldspreeuw
emeraldspreeuwtje	=	emeraldspreeuw
emeraldspreeuwtjes	=	emeraldspreeuw
emergent	adj	de ontwikkeling van complexe georganiseerde systemen, die bepaalde eigenschappen vertonen die niet herleidbaar zijn tot eigenschappen van hun samenstellende delen
emergente	=	emergent
emergenter	=	emergent
emergentere	=	emergent
emergenters	=	emergent
emergents	=	emergent
emergentst	=	emergent
emergentste	=	emergent
emeritaat	noun	de toestand van een persoon die zijn functie als hoogleraar of predikant, na goede vervulling, heeft neergelegd
emeritaten	=	emeritaat
emeriti	=	emeritus
emeritus	noun	van een hoogleraar of geestelijke dat deze, na goede vervulling van zijn ambt, zijn functie heeft neergelegd (zijn emeritaat heeft)	adj	rustend
emeritus-hoogleraar	noun	gepensioneerde ('uitgediende) hoogleraar
emeritus-hoogleraars	=	emeritus-hoogleraar
emeritus-hoogleraren	=	emeritus-hoogleraar
emesis	noun	braken
emet	noun	waarheid, betrouwbaarheid
emeticum	noun	braakmiddel
emfase	noun	nadruk bij het spreken
emfatisch	adj	met (te grote) nadruk
emfatische	=	emfatisch
emfatischer	=	emfatisch
emfatischere	=	emfatisch
emfatischers	=	emfatisch
emfaze	=	emfase
emfyseem	noun	een longziekte waarbij de longen sterker uitgerekt zijn dan normaal terwijl de interne microstructuur ervan, in de vorm van de longblaasjes en de fijne tussenschotjes daartussen, deels verloren is gegaan
emfysemen	=	emfyseem
emigrant	noun	landverhuizer die zijn land verlaat om zich ergens anders te vestigen
emigrante	noun	vrouw die naar een ander land verhuist
emigranten	=	emigrant
emigrantenvereniging	noun	vereniging van emigranten
emigrantenverenigingen	=	emigrantenvereniging
emigrantes	=	emigrante
emigrantje	=	emigrant
emigrantjes	=	emigrant
emigratie	noun	migratie naar het buitenland
emigratiebeleid	noun	beleid van een land om actief het vertrek van de eigen burgers naar een ander land te bevorderen
emigratiedienst	noun	overheidsdienst die zich bezig houdt met emigratie
emigratiegolf	noun	massale emigratie in een betrekkelijk kort tijdsbestek
emigratiegolven	=	emigratiegolf
emigratieland	noun	land met een hogere emigratie dan immigratie
emigratielanden	=	emigratieland
emigratielandje	=	emigratieland
emigratielandjes	=	emigratieland
emigraties	=	emigratie
emigratiestromen	=	emigratiestroom
emigratiestroom	noun	de groep mensen die het land verlaten om in een andere land te gaan wonen
emigratiestroompje	=	emigratiestroom
emigratiestroompjes	=	emigratiestroom
emigreer	=	emigreren
emigreerde	=	emigreren
emigreerden	=	emigreren
emigreert	=	emigreren
emigrere	=	emigreren
emigreren	verb	naar het buitenland verhuizen
emigrerend	=	emigreren
emigrerende	=	emigreren
emiliaans	adj	betrekking hebbend op de historische gebied Emilia in het noorden van Italië
emiliaanse	=	emiliaans
emiliaanser	=	emiliaans
emiliaansere	=	emiliaans
emiliaansers	=	emiliaans
emiliaanst	=	emiliaans
emiliaanstalig	adj	de Emiliaanse taal sprekend
emiliaanstalige	=	emiliaanstalig
emiliaanstaligs	=	emiliaanstalig
emiliaanste	=	emiliaans
eminent	adj	beter dan anderen
eminente	=	eminent
eminenter	=	eminent
eminentere	=	eminent
eminenters	=	eminent
eminentie	noun	het eminent zijn, de voortreffelijkheid
eminenties	=	eminentie
eminentiën	=	eminentie
eminents	=	eminent
eminentst	=	eminent
eminentste	=	eminent
eminhamsterrat	noun	Cricetomys emini knaagdier die in het wild in Afrika
eminhamsterratje	=	eminhamsterrat
eminhamsterratjes	=	eminhamsterrat
eminhamsterratten	=	eminhamsterrat
eminiazanger	noun	Eminia lepida een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
eminiazangers	=	eminiazanger
eminiazangertje	=	eminiazanger
eminiazangertjes	=	eminiazanger
emir	noun	Arabisch vorst
emiraat	noun	gebied dat bestuurd wordt door een emir
emiraatje	=	emiraat
emiraatjes	=	emiraat
emiraten	=	emiraat
emirs	=	emir
emirtje	=	emir
emirtjes	=	emir
emissie	noun	eerste uitgifte van effecten (obligaties, aandelen e.d)
emissiearm	adj	met weinig uitstoot van schadelijke stoffen
emissiearme	=	emissiearm
emissiearmer	=	emissiearm
emissiearmere	=	emissiearm
emissiearmers	=	emissiearm
emissiearms	=	emissiearm
emissiearmst	=	emissiearm
emissiearmste	=	emissiearm
emissiehandel	noun	handel tussen bedrijven of landen in emissierechten
emissiehandeltje	=	emissiehandel
emissiekorting	noun	de korting die bij een emissie wordt gegeven voor het verkrijgen van een aandeel zodat niet het volledige bedrag hoeft te worden gestort maar b.v. slechts 95%
emissielijn	noun	een smal gebied in het spectrum waarin een voorwerp extra licht of andere elektromagnetische straling uitzendt
emissielijnen	=	emissielijn
emissielijntje	=	emissielijn
emissielijntjes	=	emissielijn
emissiemarkt	noun	markt in nieuwe effecten
emissiemarkten	=	emissiemarkt
emissienorm	noun	norm voor de maximaal toelaatbare emissie
emissienormen	=	emissienorm
emissieprijs	noun	de hoeveelheid geld dat een bedrijf moet betalen om CO₂ te mogen uitstoten
emissieprijzen	=	emissieprijs
emissierecht	noun	het recht om een hoeveelheid CO₂ (of ander gas) uit te stoten
emissierechten	=	emissierecht
emissierechtje	=	emissierecht
emissierechtjes	=	emissierecht
emissiereductie	noun	vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen
emissiereducties	=	emissiereductie
emissies	=	emissie
emissieschandaal	noun	schandaal dat ontstond toen bekend werd dat Volkswagen sjoemelsoftware had geïnstalleerd in dieselauto's waarmee men emissietesten kon vervalsen
emissieschandaaltje	=	emissieschandaal
emissieschandaaltjes	=	emissieschandaal
emissieschandalen	=	emissieschandaal
emissiespectrum	noun	spectrum van de door een stof uitgezonden frequenties
emissietheorie	noun	theorie volgens welke licht uit uitgezonden deeltjes bestaat
emissietheorieën	=	emissietheorie
emissietje	=	emissie
emissiezone	noun	een gebied waar een voertuig niet langer mag komen omdat deze daar als te vervuilend wordt gezien
emissiezones	=	emissiezone
emitteer	=	emitteren
emitteerde	=	emitteren
emitteerden	=	emitteren
emitteert	=	emitteren
emittent	noun	uitgever van aandelen of andere waardepapieren
emittenten	=	emittent
emittentje	=	emittent
emitter	noun	een van de drie electroden van een transistor
emittere	=	emitteren
emitteren	verb	in omloop brengen, uitgeven, uitzenden
emitterend	=	emitteren
emitterende	=	emitteren
emitters	=	emitter
emmaüsganger	noun	elk van de twee volgelingen van Jezus die tijdens een tocht van Jeruzalem naar Emmaüs hem na zijn opstanding ontmoetten
emmaüsgangers	noun	bepaalde afbeelding van de ontmoeting van Jezus na zijn opstanding met twee van zijn volgelingen die op weg waren van Jeruzalem naar Emmaüs
emmelichtiden	noun	een familie Emmelichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
emmenaar	noun	een inwoner van Emmen, of iemand afkomstig uit Emmen
emmenaars	=	emmenaar
emmenaartje	=	emmenaar
emmenaartjes	=	emmenaar
emmenaren	=	emmenaar
emmens	adj	op Emmen betrekking hebbend
emmense	noun	een vrouwelijke inwoner van Emmen, of een vrouw afkomstig uit Emmen
emmensen	=	emmense
emmentaler	noun	een soort Zwitserse gatenkaas
emmentalers	=	emmentaler
emmer	noun	buisvormig taps toelopend vat (met hengsel), waarin men vloeistoffen of vaste stoffen kan verplaatsen
emmerde	=	emmeren
emmerden	=	emmeren
emmere	=	emmeren
emmeren	verb|informal	zaniken, zeiken, zeuren
emmerend	=	emmeren
emmerende	=	emmeren
emmers	=	emmer
emmert	=	emmeren
emmertarwe	noun	Triticum dicoccum (syn: Triticum turgidum (subsp. dicoccon)) een tetraploïde tarwesoort, met wilde en gecultiveerde varianten.
emmertje	=	emmer
emmertjes	=	emmer
emmerzeil	noun	een trapeziumvormig zeil aan de voorste mast op een logger
emmerzeilen	=	emmerzeil
emmerzeiltje	=	emmerzeil
emmerzeiltjes	=	emmerzeil
emmes	adj	waar, prettig, leuk, fijn
emmese	=	emmes
emmetropie	noun	het bezit van een normaal gezichtsvermogen
emmoene	noun	trouw, vertrouwen, geloof
emmoenes	=	emmoene
emo	noun	iemand die overdreven gevoelig reageert
emo's	=	emo
emocore	noun	genre van harde, snelle punkrock die de persoonlijke gevoelens van de muzikanten heftig laat horen en zien
emocratie	noun	samenleving of democratie waarin emoties belangrijker worden geacht dan feiten
emocratietje	=	emocratie
emocratietjes	=	emocratie
emocratieën	=	emocratie
emoe	noun	bepaalde soort drietenige vogel Dromaius novaehollandiae uit Australië
emoena	noun	trouw, vertrouwen, geloof
emoenot	=	emoena
emoes	=	emoe
emoetje	=	emoe
emoetjes	=	emoe
emoji	noun	ideogrammen die worden gebruikt in Japanse elektronische berichten en webpagina's
emoji's	=	emoji
emojibaby	noun	in een foto van een baby het gezicht van de baby afplakken met een emoji vanwege privacy
emojibaby's	=	emojibaby
emokapsel	noun	kapsel met rood of zwart haar waarbij de ponny één oog geheel of gedeeltelijk bedekt
emokapsels	=	emokapsel
emolliens	noun	middel om huid, slijmvliezen enz. weker te maken
emolument	noun|obsolete	extra inkomen uit een officiële functie dat niet geregeld is
emolumenten	noun	bijkomende verdiensten
emolumentje	=	emolument
emolumentjes	=	emolument
emoriet	noun	lid van een oorspronkelijke bevolkingsgroep van Kanaän-2, voortgekomen uit Kanaän-1, de vierde zoon van Cham-1; 'de Amorieten' is soms aanduiding van alle Kanaänieten (87×: Gen. 10:16 +, Ex. 3:8 +, Num. 13:29 +, Deut. 1:4 +, Joz. 2:10 +, Recht. 1:34 +, 1 Sam. 7:14, 2 Sam. 21:2, 1 Kon. 4:19 +, 2 Kon. 21:11, Ez. 16:3 +, Am. 2:9 +, Ps. 135:11 +, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 1 Kron. 1:14, 2 Kron. 8:7)
emorieten	=	emoriet
emoticon	noun	weergave van emoties door middel van een afbeelding, een teken of een combinatie van lees- en lettertekens
emoticons	=	emoticon
emotie	noun	hevig gevoel, sterke gemoedsbeweging
emotiedemocratie	noun	democratie waar emoties centraal staan
emotiedemocratieën	=	emotiedemocratie
emotief	adj	van personen: tot gemoedsbeweging geneigd; voor emoties zeer ontvankelijk; emotioneel
emotiefs	=	emotief
emotiefst	=	emotief
emotiefste	=	emotief
emotieloos	adj	zonder gevoelens
emotieloosheden	=	emotieloosheid
emotieloosheid	noun	het ontbreken van emoties
emotieloost	=	emotieloos
emotielooste	=	emotieloos
emotieloze	=	emotieloos
emotielozer	=	emotieloos
emotielozere	=	emotieloos
emotielozers	=	emotieloos
emotiemarketing	noun	marketing waarbij men probeert een bepaald merk met een bepaalde emotie te associëren
emotiemarketingen	=	emotiemarketing
emoties	=	emotie
emotietje	=	emotie
emotietjes	=	emotie
emotieve	=	emotief
emotiever	=	emotief
emotievere	=	emotief
emotievers	=	emotief
emotievol	adj	met veel emotie
emotievolle	=	emotievol
emotievoller	=	emotievol
emotievollere	=	emotievol
emotievollers	=	emotievol
emotievols	=	emotievol
emotievolst	=	emotievol
emotievolste	=	emotievol
emotionaliteit	noun	het emotioneel geraakt zijn; het gevoelsmatig ergens bij betrokken zijn
emotionaliteiten	=	emotionaliteit
emotioneel	adj	zeer vatbaar voor gevoelens
emotioneels	=	emotioneel
emotioneelst	=	emotioneel
emotioneelste	=	emotioneel
emotioneer	=	emotioneren
emotioneerde	=	emotioneren
emotioneerden	=	emotioneren
emotioneert	=	emotioneren
emotionele	=	emotioneel
emotioneler	=	emotioneel
emotionelere	=	emotioneel
emotionelers	=	emotioneel
emotionere	=	emotioneren
emotioneren	verb	sterk op het gemoed werken
emotionerend	=	emotioneren
emotionerende	=	emotioneren
emotivisme	noun	theorie dat morele uitspraken berusten op subjectieve voorkeuren en daarom niet verifieerbaar zijn
emp	noun	elektromagnetisch verschijnsel dat zo groot is dat er schade kan worden veroorzaakt in elektrische apparatuur, met name als een kernexplosie de oorzaak is
emp's	=	emp
empaná	noun	gevulde deegwaar die gebakken of gefrituurd wordt
empaná's	=	empaná
empathie	noun	inlevingsvermogen, de kunde of vaardigheid van het invoelen/inleven in een ander
empathisch	adj	met empathie
empathische	=	empathisch
empathischer	=	empathisch
empathischere	=	empathisch
empathischers	=	empathisch
empathischt	=	empathisch
empathischte	=	empathisch
emphase	=	emfase
empingmosdiertje	noun	Schizomavella linearis een mosdiertjessoort uit de familie van de Bitectiporidae.
empingmosdiertjes	=	empingmosdiertje
empire	noun	stijl van het eerste Franse keizerrijk (1804–1815)
empiretje	=	empire
empirici	=	empiricus
empiricus	noun	wetenschapper die zijn kennis baseert op waarnemingen
empiricusje	=	empiricus
empirie	noun	kennis door ondervinding verkregen
empirisch	adj	wat op ervaring of proefneming berust, proefondervindelijk
empirische	=	empirisch
empirischer	=	empirisch
empirischere	=	empirisch
empirischers	=	empirisch
empirischt	=	empirisch
empirischte	=	empirisch
empirisme	noun	leer dat zintuiglijke waarneming de enige bron is van alle kennis
empirismen	=	empirisme
empirist	noun	aanhanger van het empirisme
empiristen	=	empirist
empiristisch	adj	betrekking hebbend op de leer die ervan uitgaat dat kennis ontstaat door waarneming
empiristische	=	empiristisch
empiristischer	=	empiristisch
empiristischere	=	empiristisch
empiristischers	=	empiristisch
emplacement	noun	een terrein met een bepaalde bestemming
emplacementen	=	emplacement
emplacementje	=	emplacement
emplacementjes	=	emplacement
emplooi	noun	betaald werk
emplooien	=	emplooi
emplooitje	=	emplooi
emplooitjes	=	emplooi
employability	noun	brede inzetbaarheid van werknemers
employee	noun	vrouwelijke vorm van employé
employees	=	employee
employeetje	=	employé
employeetjes	=	employé
employé	noun	werknemer
employés	=	employé
emporia	=	emporium
emporium	noun	stapelplaats
emporiumpje	=	emporium
emporiumpjes	=	emporium
emporiums	=	emporium
empower	=	empoweren
empowerde	=	empoweren
empowerden	=	empoweren
empowere	=	empoweren
empoweren	verb	persoon meer zelfvertrouwen geven; persoon in staat stellen optimaal van zijn of haar talenten gebruik te maken
empowerend	=	empoweren
empowerende	=	empoweren
empowerment	noun	het een persoon in staat stellen zijn eigen leven vorm te geven
empowert	=	empoweren
emptynestsyndromen	=	emptynestsyndroom
emptynestsyndroom	noun	psychosociale problemen die sommige ouders ervaren als de kinderen het ouderlijk huis verlaten om zelfstandig te gaan wonen
empyeem	noun	etterophoping in een van nature bestaande lichaamsholte
empyeempje	=	empyeem
empyeempjes	=	empyeem
empyema	=	empyeem
empyemen	=	empyeem
ems	noun	EnergieManagementSysteem
emulatie	noun	nabootsing van een computersysteem op een andere computer
emulaties	=	emulatie
emulator	noun	software of hardware die een ander type computer nabootst
emulatoren	=	emulator
emulators	=	emulator
emulatortje	=	emulator
emulatortjes	=	emulator
emuleer	=	emuleren
emuleerde	=	emuleren
emuleerden	=	emuleren
emuleert	=	emuleren
emulere	=	emuleren
emuleren	verb	een computersysteem nabootsen in een andere omgeving
emulerend	=	emuleren
emulerende	=	emuleren
emulgator	noun	stof die helpt bij het mengen van twee stoffen die normaal gesproken niet of moeilijk mengbaar zijn zodat hiervan een emulsie kan worden gemaakt
emulgatoren	=	emulgator
emulgators	=	emulgator
emulgatortje	=	emulgator
emulgeer	=	emulgeren
emulgeerde	=	emulgeren
emulgeerden	=	emulgeren
emulgeert	=	emulgeren
emulgere	=	emulgeren
emulgeren	verb	een melkachtige oplossing (emulsie) vormen
emulgerend	=	emulgeren
emulgerende	=	emulgeren
emulsie	noun	een mengsel waarin niet-oplosbare stoffen in uiterst fijne druppeltjes verdeeld blijven zweven
emulsies	=	emulsie
emulsietje	=	emulsie
emulsietjes	=	emulsie
emulsieverf	noun	een verf waarbij de vluchtige stof meestal water is, met de verschillende niet-vluchtige substanties in een emulsie als het bindmiddel
emulsieverfje	=	emulsieverf
emulsieverfjes	=	emulsieverf
emulsieverven	=	emulsieverf
en	conj	wordt gebruikt om zinsdelen of begrippen aan elkaar toe te voegen	prep	in
en-enrekening	noun	bank- of girorekening die op twee namen is gesteld en waar voor elke transactie waarbij geld wordt opgenomen beide rekeninghouders moeten tekenen
en-enrekeningen	=	en-enrekening
en-ofrekening	noun	bank- of girorekening die op twee namen is gesteld en als zodanig door beide personen apart kan worden gebruikt (zonder de expliciete toestemming van de andere rekeninghouder)#:▸ Om het jou of de eigen partner makkelijker te maken de financiën - mede - te beheren, is een en-ofrekening handig.
en-ofrekeningen	=	en-ofrekening
enakiet	noun	volk van reuzen dat bij de komst van de Israëlieten in Kanaän-2 woont, met name rondom Hebron-1 (9×: Deut. 1:28 +, Joz. 11:21 +)
enakieten	=	enakiet
enakskind	noun	zeer lang persoon
enakskinderen	=	enakskind
enallage	noun	stijlfiguur, waarbij de auteur een (bijvoeglijk naam)woord grammaticaal bij een bepaald woord laat horen, terwijl het inhoudelijk beter bij een ander woord in de zin past
enamel	noun	email
enantheem	noun	uitslag op de slijmvliezen
enanthemen	=	enantheem
enantiomeer	noun	een stereo-isomeer dat het spiegelbeeld is van zijn tegenvoeter
enantiomeren	=	enantiomeer
enantiomorf	adj	elkaars spiegelbeeld vormend
enantiomorfe	=	enantiomorf
enantiomorfer	=	enantiomorf
enantiomorfere	=	enantiomorf
enantiomorfers	=	enantiomorf
enantiomorfs	=	enantiomorf
enantiomorfst	=	enantiomorf
enantiomorfste	=	enantiomorf
encadreer	=	encadreren
encadreerband	noun	band gebruikt om in te lijsten in plaats van een lijst
encadreerbanden	=	encadreerband
encadreerbandje	=	encadreerband
encadreerbandjes	=	encadreerband
encadreerde	=	encadreren
encadreerden	=	encadreren
encadreert	=	encadreren
encadrere	=	encadreren
encadreren	verb	inlijsten
encadrerend	=	encadreren
encadrerende	=	encadreren
encanailleer	=	encanailleren
encanailleerde	=	encanailleren
encanailleerden	=	encanailleren
encanailleert	=	encanailleren
encanaillere	=	encanailleren
encanailleren	verb	zich ~: zich inlaten met
encanaillerend	=	encanailleren
encanaillerende	=	encanailleren
encefalitis	noun	hersenontsteking
encefalitisje	=	encefalitis
encefalitissen	=	encefalitis
encefalografie	noun	het maken van röntgenfoto's van het hersenoppervlak
encefalogram	noun	een hersenfilm: registratie van de elektrische activiteit van de hersenen
encefalogrammen	=	encefalogram
encefalogrammetje	=	encefalogram
encefalogrammetjes	=	encefalogram
encefalomyelitis	noun	ontsteking van ruggenmerg (myelitis) en/of hersenen (encefalitis)
encefalopathie	noun	hersenziekte
encefalopathieën	=	encefalopathie
encephalitis	noun	encefalitis
enchilada	noun	gevulde, opgerolde en gebakken Mexicaanse tortilla, traditioneel geserveerd met guacamole en/of een pittige saus
enchilada's	=	enchilada
enclaafje	=	enclave
enclaafjes	=	enclave
enclave	noun	stuk grond dat door vreemd grondgebied is ingesloten
enclaves	=	enclave
enclavetje	=	enclave
enclavetjes	=	enclave
enclavist	noun	iemand die vanuit een enclave op omliggend terrein stroopt
enclavisten	=	enclavist
enclavistje	=	enclavist
enclavistjes	=	enclavist
enclise	noun	het verschijnsel dat een - meestal onbeklemtoond - woord wordt uitgesproken als vormde het een deel van het woord dat ervoor komt
enclises	=	enclise
enclisis	noun	verschijnsel dat een - meestal onbeklemtoond - woord wordt uitgesproken als vormde het een deel van het woord dat ervoor komt
enclisissen	=	enclisis
enclitisch	adj	uitgesproken als vormde het een deel van het woord dat ervoor komt
enclitische	=	enclitisch
enclitischer	=	enclitisch
enclitischere	=	enclitisch
enclitischers	=	enclitisch
encodeer	=	encoderen
encodeerde	=	encoderen
encodeerden	=	encoderen
encodeert	=	encoderen
encodere	=	encoderen
encoderen	verb	coderen van een direkt bruikbaar signaal in een gecodeerd signaal
encoderend	=	encoderen
encoderende	=	encoderen
encratisme	noun	benaming voor vroeg-christelijke ketterse sekten die extreem ascetische levensopvattingen huldigden
encrypteer	=	encrypteren
encrypteerde	=	encrypteren
encrypteerden	=	encrypteren
encrypteert	=	encrypteren
encryptere	=	encrypteren
encrypteren	verb	voor iedereen leesbare gegevens omzetten in een signaal dat alleen door de bevoegden is te lezen
encrypterend	=	encrypteren
encrypterende	=	encrypteren
encryptie	noun	codering van informatie
encrypties	=	encryptie
encycliek	noun	een brief van de paus aan alle katholieke gelovigen
encyclieken	=	encycliek
encycliekje	=	encycliek
encycliekjes	=	encycliek
encyclopedie	noun	gestructureerde en geschreven verzameling van menselijke kennis, in boekvorm of digitaal
encyclopedies	=	encyclopedie
encyclopedietje	=	encyclopedie
encyclopedietjes	=	encyclopedie
encyclopedieën	=	encyclopedie
encyclopedisch	adj	zoals je in een algemeen naslagwerk zou kunnen aantreffen
encyclopedische	=	encyclopedisch
encyclopedischer	=	encyclopedisch
encyclopedischere	=	encyclopedisch
encyclopedischers	=	encyclopedisch
encyclopedist	noun	medewerker aan het samenstellen van een encyclopedie
encyclopediste	=	encyclopedist
encyclopedisten	=	encyclopedist
end	noun	uiterste deel, daar waar iets ophoudt
end-to-endbeveiliging	noun	een beveiliging waarbij versleutelde berichten pas bij de ontvanger ontcijferd worden en dus op geen enkel moment van hun transport gelezen kunnen worden
end-to-endbeveiligingen	=	end-to-endbeveiliging
end-to-endbeveiligingetje	=	end-to-endbeveiliging
end-to-endbeveiligingetjes	=	end-to-endbeveiliging
ende	=	en
endeem	noun	het verschijnsel dat een soort (of een ander taxon, zoals geslacht of familie) van nature uitsluitend voorkomt in één geografisch afgegrensd gebied, zoals eilanden, geïsoleerde gebergten, meren of riviersystemen
endeldarm	noun	laatste deel van het spijsverteringskanaal vlak voor de anus
endeldarmen	=	endeldarm
endeldarmpje	=	endeldarm
endeldarmpjes	=	endeldarm
endemen	=	endeem
endemie	noun	het continu voorkomen van een besmettelijke ziekte onder een bepaald deel van de bevolking, zonder dat de ziekte zich verder verspreidt
endemieën	=	endemie
endemisch	adj	van nature alleen in een specifiek gebied voorkomend
endemische	=	endemisch
endemischer	=	endemisch
endemischere	=	endemisch
endemischers	=	endemisch
endemisme	noun	het verschijnsel waarbij een organisme van nature uitsluitend voorkomt in één gebied
endemismen	=	endemisme
endemismes	=	endemisme
enden	=	end
endivie	=	andijvie
endje	=	end
endjes	=	end
endocarditis	noun	ontsteking van de hartwand
endocarditissen	=	endocarditis
endocentrisch	adj	betrekking hebbend op een taalkundig begrip waarbij de samenstelling een hoofd bevat dat de betekenis en grammaticale eigenschappen van het geheel bepaalt.
endocentrische	=	endocentrisch
endocentrischer	=	endocentrisch
endocentrischere	=	endocentrisch
endocentrischers	=	endocentrisch
endocrien	adj	met inwendige afscheiding in de bloedstroom, hormonaal
endocriene	=	endocrien
endocriener	=	endocrien
endocrienere	=	endocrien
endocrieners	=	endocrien
endocriens	=	endocrien
endocrienst	=	endocrien
endocrienste	=	endocrien
endocrinologe	noun	vrouwelijke vorm van endocrinoloog
endocrinologen	=	endocrinoloog
endocrinologes	=	endocrinologe
endocrinologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de afscheidingen van klieren in het lichaam
endocrinologisch	adj	betrekking hebbend op de endocrinologie, de medische specialisatie die zich richt op hormonen, hormoonklieren en stofwisselingsziekten
endocrinologische	=	endocrinologisch
endocrinologischer	=	endocrinologisch
endocrinologischere	=	endocrinologisch
endocrinologischers	=	endocrinologisch
endocrinoloog	noun	een wetenschapper die zich bezig houdt met de endocrinologie
endocrinoloogje	=	endocrinoloog
endocrinoloogjes	=	endocrinoloog
endodermis	noun	binnenste laag van de schors
endodermisje	=	endodermis
endodontologen	=	endodontoloog
endodontologie	noun	de wetenschap die zich bezig houdt met het behandelen van het doorbloede weefsel in het binnenste van de tand
endodontoloog	noun	tandarts een tandarts met bijzondere kennis en vaardigheid op het gebied van de endodontologie
endodontoloogje	=	endodontoloog
endodontoloogjes	=	endodontoloog
endofiet	=	endofyt
endofyt	noun	benaming voor een schimmel die in planten leeft
endofyten	=	endofyt
endogamie	noun	gewoonte of norm in een groep dat een huwelijkspartners elkaar binnen die groep vinden
endogeen	adj	van binnen uit
endogeene	=	endogeen
endogeens	=	endogeen
endogeenst	=	endogeen
endogeenste	=	endogeen
endogene	=	endogeen
endogener	=	endogeen
endogenere	=	endogeen
endogeners	=	endogeen
endoglossisch	adj	betrekking hebbend op een taalsituatie waarin een inheemse of lokale taal wordt gebruikt als officiële taal, onderwijstaal of lingua franca binnen een gemeenschap
endoglossische	=	endoglossisch
endoglossischer	=	endoglossisch
endoglossischere	=	endoglossisch
endoglossischers	=	endoglossisch
endometriose	noun	baarmoederslijmvlies buiten baarmoeder
endometriosen	=	endometriose
endometrioses	=	endometriose
endometrium	noun	slijmvlies in de baarmoeder dat tijdens de menstruatie wordt afgestoten
endometriumcarcinomen	=	endometriumcarcinoom
endometriumcarcinoom	noun	kanker uitgaande van het slijmvlies van de baarmoeder
endomorfisme	noun	een morfisme (of een homomorfisme) van een wiskundig object op zichzelf, dat de structuur van dat object behoudt
endoniem	noun	een topografische naam in de taal die in de desbetreffende plaats wordt gesproken
endoniemen	=	endoniem
endoniempje	=	endoniem
endoniempjes	=	endoniem
endoparasiet	noun	een organisme dat binnenin een ander organisme leeft en dat andere organisme schade berokkent
endoparasieten	=	endoparasiet
endoreïsch	adj	zonder uitgang naar een zee of oceaan
endoreïsche	=	endoreïsch
endorfine	noun	een door het lichaam aangemaakte morfineachtige stof
endorfinen	=	endorfine
endorfines	=	endorfine
endoscoop	noun	optisch instrument waarmee het inwendige van organen kan worden onderzocht
endoscoopje	=	endoscoop
endoscoopjes	=	endoscoop
endoscopen	=	endoscoop
endoscopie	noun	onderzoek van lichaamsholten of inwendige kanalen met een endoscoop
endoscopieën	=	endoscopie
endoscopisch	adj	betreffende een minimaal-invasieve medische procedure waarbij een arts met een flexibele slang (endoscoop) met een cameraatje in het lichaam kijkt.
endoscopische	=	endoscopisch
endoscopischer	=	endoscopisch
endoscopischere	=	endoscopisch
endoscopischers	=	endoscopisch
endosomatisch	adj	betrekking hebbend op processen, krachten of structuren die zich binnen de fysieke grenzen van het organisme bevinden
endosomatische	=	endosomatisch
endosomatischer	=	endosomatisch
endosomatischere	=	endosomatisch
endosomatischers	=	endosomatisch
endossant	noun	iemand die iets endosseert
endossanten	=	endossant
endossantje	=	endossant
endossantjes	=	endossant
endosseer	=	endosseren
endosseerde	=	endosseren
endosseerden	=	endosseren
endosseert	=	endosseren
endossere	=	endosseren
endosseren	verb	een wissel of ander stuk aan een ander overdragen door op de rugzijde te ondertekenen en te dagtekenen
endosserend	=	endosseren
endosserende	=	endosseren
endossering	noun	het endosseren
endosseringen	=	endossering
endotheel	noun	inwendig bekledingsweefsel van bloed- en lymfvaten
endothelen	=	endotheel
endotherm	adj	waarbij warmte opgenomen wordt
endotherme	=	endotherm
endothermer	=	endotherm
endothermere	=	endotherm
endothermers	=	endotherm
endotherms	=	endotherm
endothermst	=	endotherm
endothermste	=	endotherm
endotoxisch	adj	met betrekking tot gifstoffen uit afgestorven bacteriën
enduro	noun	tak van de motorsport die zich in het terrein afspeelt; een soort langeafstandsmotorcross
ene	article	benadrukte vorm van een gebruikt voor een persoonsnaam om aan te geven dat die niet bekend is; soms licht misprijzend bedoeld	adj	gebruikt in tegenstelling tot ander
enechsijns	=	enigszins
enechsins	=	enigszins
enegessins	=	enigszins
enema	noun	lavement, klysma, klisteer
enema's	=	enema
enen	num	datief oude verbogen vorm van één, voornamelijk gebruikt bij tijdsaanduidingen na voorzetsels	article|obsolete	datief van het lidwoord een bij een mannelijk of onzijdig woord
ener	article|obsolete	van een (genitief van het lidwoord een bij een vrouwelijk woord)
energetica	noun	een aan het einde van de 19e eeuw uitgewerkte natuurwetenschappelijke theorie, volgens welke alle natuurverschijnselen volledig te beschrijven zouden zijn in termen van energie en energietransformatie
energetisch	adj	met betrekking tot arbeid of energie
energetische	=	energetisch
energetischer	=	energetisch
energetischere	=	energetisch
energetischers	=	energetisch
energie	noun	het (fysiek) vermogen waarmee arbeid kan worden verricht
energie-infrastructuren	=	energie-infrastructuur
energie-infrastructuur	noun	het totaal van onroerende voorzieningen voor de opwekking en transport van energie
energie-uit-afvalcentrale	noun	energiecentrale die warmte en elektriciteit produceert door afval te verbranden
energie-uit-afvalcentrales	=	energie-uit-afvalcentrale
energieadviseur	noun	deskundige die personen of organisaties leert hoe zij energie kunnen besparen.
energieadviseurs	=	energieadviseur
energieakkoord	noun	een overeenstemming tussen verschillende partijen over de energievoorziening in een land
energieakkoorden	=	energieakkoord
energieakkoordje	=	energieakkoord
energieakkoordjes	=	energieakkoord
energiearm	adj	weinig energie verbruikend
energiearme	=	energiearm
energiearmer	=	energiearm
energiearmere	=	energiearm
energiearmers	=	energiearm
energiearmoede	noun	armoede door de hoge kosten van energie
energiearms	=	energiearm
energiearmst	=	energiearm
energiearmste	=	energiearm
energieaudit	noun	onderzoek naar het actuele energieverbruik en besparingsmogelijkheden van een bedrijf of een huishouden
energieaudits	=	energieaudit
energiebalans	noun	het verschil tussen gebruikte energie en de energie die in voeding zit
energiebalansen	=	energiebalans
energiebedrijf	noun	bedrijf waarin energie wordt opgewekt
energiebedrijfje	=	energiebedrijf
energiebedrijfjes	=	energiebedrijf
energiebedrijven	=	energiebedrijf
energiebeheer	noun	alle maatregelen die erop gericht zijn om energie doelmatiger te gebruiken
energiebehoefte	noun	de hoeveelheid arbeidsvermogen die iets of iemand nodig heeft om te functioneren
energiebehoeften	=	energiebehoefte
energiebehoeftes	=	energiebehoefte
energiebelasting	noun	belasting op energie (elektriciteit en aardgas)
energiebelastingen	=	energiebelasting
energiebeleid	noun	plannen die de overheid of andere organisatie maakt op het gebied van energieproductie en energieverbruik
energiebesparend	adj	van iets dat het zorgt dat men minder energie nodig heeft voor hetzelfde resultaat
energiebesparende	=	energiebesparend
energiebesparender	=	energiebesparend
energiebesparendere	=	energiebesparend
energiebesparenders	=	energiebesparend
energiebesparends	=	energiebesparend
energiebesparendst	=	energiebesparend
energiebesparendste	=	energiebesparend
energiebesparing	noun	besparing op het verbruik van energie
energiebesparingen	=	energiebesparing
energiebesparinkje	=	energiebesparing
energiebesparinkjes	=	energiebesparing
energiebevoorrading	noun	het continu beschikbaar hebben van voldoende energiebronnen (zoals gas, elektriciteit, olie) om aan de vraag te voldoen.
energiebevoorradingen	=	energiebevoorrading
energiebevoorradinkje	=	energiebevoorrading
energiebevoorradinkjes	=	energiebevoorrading
energiebewust	adj	efficiënt met brandstoffen, warmte of stroom omgaand; weinig energie verbruikend
energiebewuste	=	energiebewust
energiebewuster	=	energiebewust
energiebewustere	=	energiebewust
energiebewusters	=	energiebewust
energiebewusts	=	energiebewust
energiebewustst	=	energiebewust
energiebewustste	=	energiebewust
energieboswachter	noun	iemand die toeziet op de biodiversiteit bij zonneparken
energieboswachters	=	energieboswachter
energiebranche	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie en distributie van gas en stroom
energiebranches	=	energiebranche
energiebron	noun	De oorspronkelijke leverancier van de energie.
energiebronnen	=	energiebron
energiebronnetje	=	energiebron
energiebronnetjes	=	energiebron
energiecampagne	noun	een campagne waarbij men mensen bewust kan maken van de energietransitie en aan gedrag dat leidt tot besparen op energiekosten
energiecampagnes	=	energiecampagne
energiecampagnetje	=	energiecampagne
energiecampagnetjes	=	energiecampagne
energiecentrale	noun	installatie die primair het opwekken van elektrische energie verzorgt en daarnaast ook nog vaak warmte
energiecentrales	=	energiecentrale
energiecentraletje	=	energiecentrale
energieconcern	noun	groot bedrijf dat energie produceert en verkooop
energieconcerns	=	energieconcern
energieconsumptie	noun	de hoeveelheid arbeidsvermogen dat men verbruikt
energieconsumpties	=	energieconsumptie
energiecrises	=	energiecrisis
energiecrisis	noun	kritieke toestand door een te beperkte beschikbaarheid van energiebronnen
energiecrisissen	=	energiecrisis
energiedeskundige	noun	iemand die veel kennis heeft op het gebied van de energievoorziening
energiedeskundigen	=	energiedeskundige
energiedichtheden	=	energiedichtheid
energiedichtheid	noun	de hoeveelheid energie per massa- of volume-eenheid, opgeslagen in een stof
energiedistributie	noun	het transport en de verdeling van de geproduceerde energie
energiedistributies	=	energiedistributie
energiedrager	noun	medium waarin energie is opgeslagen, stof die men kan omzetten voor het opwekken van bruikbare energie
energiedragers	=	energiedrager
energiedrank	noun	drankje dat een zeer stimulerende werking heeft
energiedranken	=	energiedrank
energiedrankje	=	energiedrank
energiedrankjes	=	energiedrank
energiefacturen	=	energiefactuur
energiefactuur	noun	de factuur voor de verbruikte hoeveelheid energie.
energiefactuurtje	=	energiefactuur
energiefactuurtjes	=	energiefactuur
energiegebied	noun	alles wat betrekking heeft op energieopwekking en energieverbruik
energiegebieden	=	energiegebied
energiegebiedje	=	energiegebied
energiegebiedjes	=	energiegebied
energiegebruik	noun	het gebruik van energie
energiegigant	noun	zeer grote onderneming die gas en elektriciteit levert aan de eindgebruikers
energiegiganten	=	energiegigant
energiegroep	noun	groep bedrijven, organisaties of personen die zich gezamenlijk bezighouden met zaken die de energievoorziening betreffen
energiegroepen	=	energiegroep
energiehandelaar	noun	iemand of een bedrijf dat handelt in energie (olie, gas en elektriciteit)
energiehandelaars	=	energiehandelaar
energiehandelaartje	=	energiehandelaar
energiehandelaartjes	=	energiehandelaar
energiehandelaren	=	energiehandelaar
energieheffing	noun	belasting die geheven wordt over het gebruik van diverse soorten energie
energieheffingen	=	energieheffing
energieheffinkje	=	energieheffing
energieheffinkjes	=	energieheffing
energieholding	noun	een moedermaatschappij die aandelen bezit in verschillende dochterondernemingen die actief zijn in de energiesector
energieholdings	=	energieholding
energieholdinkje	=	energieholding
energieholdinkjes	=	energieholding
energiehuishouding	noun	dat deel van de stofwisseling waarbij voeding wordt omgezet in voor het lichaam bruikbare energie
energiehuishoudingen	=	energiehuishouding
energiehuishoudinkje	=	energiehuishouding
energiehuishoudinkjes	=	energiehuishouding
energiek	adj	vol persoonlijke energie
energieke	=	energiek
energieker	=	energiek
energiekere	=	energiek
energiekers	=	energiek
energieknooppunt	noun	plaats waar men energie van verschillende producenten verdeelt over meerdere eindgebruikers
energieknooppunten	=	energieknooppunt
energiekost	noun|obsolete	uitgaven die men moet maken om aan de nodige energie te komen
energiekosten	noun	uitgaven die men moet maken om aan de nodige energie te komen
energieks	=	energiek
energiekst	=	energiek
energiekste	=	energiek
energielabel	noun	een maatstaf voor de consument om te zien hoe zuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het aangekochte product is
energielabels	=	energielabel
energielabeltje	=	energielabel
energielabeltjes	=	energielabel
energielek	noun	het verloren gaan van energie.
energielekje	=	energielek
energielekjes	=	energielek
energielekken	=	energielek
energieleverancier	noun	een bedrijf dat aan klanten energie (elektriciteit en gas) levert
energieleveranciers	=	energieleverancier
energieleveranciertje	=	energieleverancier
energieleveranciertjes	=	energieleverancier
energielevering	noun	de verstrekking van gas en elektriciteit aan eindgebruikers
energieleveringen	=	energielevering
energielogo	noun	beeltenis die op een makkelijk herkenbare manier aangeeft hoeveel voedingswaarde een voedingsproduct per portie bevat
energielogo's	=	energielogo
energielogootje	=	energielogo
energielogootjes	=	energielogo
energieloos	adj	zonder fut
energieloost	=	energieloos
energielooste	=	energieloos
energieloze	=	energieloos
energielozer	=	energieloos
energielozere	=	energieloos
energielozers	=	energieloos
energiemaatschappij	noun	een bedrijf dat aan zijn klanten energie (elektriciteit en gas) levert
energiemaatschappijen	=	energiemaatschappij
energiemaatschappijtje	=	energiemaatschappij
energiemaatschappijtjes	=	energiemaatschappij
energiemarkt	noun	de markt van het (ver)handelen van energie en de grondstoffen daarvoor
energiemarkten	=	energiemarkt
energiemix	noun	mengsel van primaire energiebronnen die men gebruikt om aan de energie behoefte te voldoen
energiemixen	=	energiemix
energienet	noun	netwerk dat dient voor de distributie van gas, stroom en warmte
energienetten	=	energienet
energieneutraal	adj	geen energie nodig hebbend uit niet-duurzame bronnen
energieneutraals	=	energieneutraal
energieneutraalst	=	energieneutraal
energieneutraalste	=	energieneutraal
energieneutrale	=	energieneutraal
energieneutraler	=	energieneutraal
energieneutralere	=	energieneutraal
energieneutralers	=	energieneutraal
energieniveau	noun	de hoeveelheid inspanning die iets of iemand verricht of kan verrichten
energieniveaus	=	energieniveau
energienota	noun	factuur voor het gas- en elektriciteitsverbruik
energienota's	=	energienota
energieomzetting	noun	Het proces waarbij één vorm van energie overgaat in een andere vorm van energie.
energieomzettingen	=	energieomzetting
energieopname	noun	het opnemen van energie door een levenswezen of een apparaat
energieopnamen	=	energieopname
energieopnames	=	energieopname
energieopslag	noun	opslag van energie
energieopslagen	=	energieopslag
energieopslagtechniek	noun	technieken die worden gebruikt om vraag en aanbod van elektriciteit in een elektriciteitsnetwerk te balanceren
energieopslagtechnieken	=	energieopslagtechniek
energieopwekking	noun	het produceren van energie in een bruikbare vorm (zoals warmte en elektriciteit)
energieopwekkingen	=	energieopwekking
energieopwekkinkje	=	energieopwekking
energieopwekkinkjes	=	energieopwekking
energiepakket	noun	quantum, een hoeveelheid energie die als één geheel afgeleverd wordt
energiepakketje	=	energiepakket
energiepakketjes	=	energiepakket
energiepakketten	=	energiepakket
energieplan	noun	voornemens rond de toekomstige energievoorziening
energieplannen	=	energieplan
energieplannetje	=	energieplan
energieplannetjes	=	energieplan
energiepluswoning	noun	een woning die meer elektriciteit opwekt dan dat er in de woning verbruikt wordt
energiepluswoningen	=	energiepluswoning
energiepolitiek	noun	energiebeleid, waarin naast vraag en aanbod ook politieke verhoudingen een rol spelen
energiepremie	noun	geld dat mensen kunnen ontvangen als ze hun huis energiezuiniger maken
energiepremies	=	energiepremie
energieprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen voor brandstoffen, elektriciteit en warmte
energieprijzen	=	energieprijs
energieprobleem	noun	moeilijkheden met de energievoorziening
energieprobleempje	=	energieprobleem
energieprobleempjes	=	energieprobleem
energieproblemen	=	energieprobleem
energieproducent	noun	een bedrijf dat energie [3] produceert
energieproducenten	=	energieproducent
energieproductie	noun	de productie van elektrische energie uit primaire energiebronnen
energieproducties	=	energieproductie
energieproject	noun	een aantal handelingen betreffende de energieproductie die men in een bepaalde tijd denkt te kunnen voltooien
energieprojecten	=	energieproject
energieprojectje	=	energieproject
energieprojectjes	=	energieproject
energierekening	noun	de factuur voor de verbruikte hoeveelheid energie.
energierekeningen	=	energierekening
energierekeningetje	=	energierekening
energierekeningetjes	=	energierekening
energiereus	noun	zeer groot bedrijf dat handelt in energiedragers en elektriciteitn
energiereuzen	=	energiereus
energierijk	adj	met veel energie
energierijke	=	energierijk
energierijker	=	energierijk
energierijkere	=	energierijk
energierijkers	=	energierijk
energierijks	=	energierijk
energierijkst	=	energierijk
energierijkste	=	energierijk
energieschaarste	noun	een tekort aan energiebronnen
energieschaarsten	=	energieschaarste
energieschaarstes	=	energieschaarste
energieschild	noun	een bescherming door middel van een krachtveld
energieschilden	=	energieschild
energiesector	noun	bedrijfstak die zorgdraagt voor productie, transport en handel in energie en brandstoffen
energiesectoren	=	energiesector
energiesectors	=	energiesector
energiesnoeier	noun	iemand die tips geeft op het gebied van energiebesparing
energiesnoeiers	=	energiesnoeier
energiestofwisseling	noun	dat deel van de stofwisseling dat zorgt voor de energievoorziening van een organisme
energiestofwisselingen	=	energiestofwisseling
energiestofwisselingetje	=	energiestofwisseling
energiestofwisselingetjes	=	energiestofwisseling
energiestoot	noun	plotselinge impuls van kracht en vitaliteit
energiestootje	=	energiestoot
energiestootjes	=	energiestoot
energiestoten	=	energiestoot
energiesysteem	noun	alles wat er voor zorgt dat energie geproduceerd en gedistribueerd wordt
energiesysteempje	=	energiesysteem
energiesysteempjes	=	energiesysteem
energiesystemen	=	energiesysteem
energietaks	noun	belasting die men moet betalen bij het gebruik van energie
energietaksen	=	energietaks
energietechniek	noun	is de tak van de techniek die zich bezighoudt met energiesystemen, en dan speciaal de opwekking, transport en distributie van energie zoals elektrische energie, energieomzetting en elektromechanische machines.
energietechnieken	=	energietechniek
energietechnologie	noun	systematische en praktische toepassing van wetenschappelijke kennis op het gebied van energieproductie
energietechnologieën	=	energietechnologie
energietekort	noun	gebrek aan energie; situatie waarbij de vraag naar energie groter is dan het aanbod
energietekorten	=	energietekort
energietoerisme	noun	het in de winter op vakantie gaan naar een warm land om hoge energiekosten voor verwarming te vermijden
energietoeslag	noun	geld dat mensen met een gering inkomen ontvangen om een deel van de energiekosten te kunnen betalen
energietoeslagen	=	energietoeslag
energietoevoer	noun	de levering van energie
energietoevoeren	=	energietoevoer
energietransitie	noun	overgang naar een situatie waarin de energievoorziening structureel anders van aard en vorm is dan in het huidige energiesysteem
energietransities	=	energietransitie
energietransport	noun	vervoer van energie van producent naar eindgebruiker
energietransporten	=	energietransport
energieveld	noun	veld
energievelden	=	energieveld
energieverbruik	noun	de hoeveelheid energie die een apparaat of levend wezen nodig heeft
energieverlies	noun	verlies van arbeidsvermogen
energieverliezen	=	energieverlies
energieverslindend	adj	van iets dat het heel veel energie kost zonder dat er veel nut van te verwachten is
energieverslindende	=	energieverslindend
energieverslindender	=	energieverslindend
energieverslindendere	=	energieverslindend
energieverslindenders	=	energieverslindend
energieverslindends	=	energieverslindend
energieverslindendst	=	energieverslindend
energieverslindendste	=	energieverslindend
energieverslinder	noun	apparaat dat ongemerkt, veel energie verbruikt
energieverslinders	=	energieverslinder
energieverspillend	adj	het verspillen van energie op een niet nuttige manier
energieverspillende	=	energieverspillend
energieverspillender	=	energieverspillend
energieverspillendere	=	energieverspillend
energieverspillenders	=	energieverspillend
energieverspillends	=	energieverspillend
energieverspillendst	=	energieverspillend
energieverspillendste	=	energieverspillend
energieverspilling	noun	verbruik van energie zonder dat men er voordeel van heeft
energieverspillingen	=	energieverspilling
energievlieger	noun	vlieger waarmee men windenergie kan oogsten
energievliegers	=	energievlieger
energievoorraad	noun	hoeveelheid brandstof of arbeidsvermogen die men tot zijn beschikking heeft
energievoorraadje	=	energievoorraad
energievoorraadjes	=	energievoorraad
energievoorraden	=	energievoorraad
energievoorziening	noun	alle maatregelen die genomen zijn om voldoende energie (elektriciteit, brandstof) beschikbaar te hebben en te houden
energievoorzieningen	=	energievoorziening
energievraag	noun	de behoefte aan energie (kolen, olie, aardgas, elektriciteit e.d.)
energievragen	=	energievraag
energievretend	adj|figurative	van iets dat het heel vermoeiend is
energievretende	=	energievretend
energievretender	=	energievretend
energievretendere	=	energievretend
energievretenders	=	energievretend
energievretends	=	energievretend
energievretendst	=	energievretend
energievretendste	=	energievretend
energievreter	noun	apparaat dat zeer veel stroom gebruikt
energievreters	=	energievreter
energievretertje	=	energievreter
energievretertjes	=	energievreter
energiewaakhond	noun	instelling die toezicht houdt op energiebedrijven
energiewaakhonden	=	energiewaakhond
energieweerbericht	noun	weersvoorspelling die aangeeft hoeveel duurzame energie gewonnen kan worden door windturbines en zonnepanelen
energieweerberichten	=	energieweerbericht
energiewereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de energieproductie en -consumptie
energiewerelden	=	energiewereld
energiewinning	noun	energieopwekking uit fossiele en niet-fossiele bronnen
energiewinningen	=	energiewinning
energiewoning	noun	verzamelnaam voor zeer energiezuinige huizen die hun eigen energie opwekken of nauwelijks energie verbruiken
energiewoningen	=	energiewoning
energiewoninkje	=	energiewoning
energiewoninkjes	=	energiewoning
energiezaak	noun	alle bedrijven uit de energiesector; alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie en distributie van energie
energiezaakje	=	energiezaak
energiezaakjes	=	energiezaak
energiezaken	=	energiezaak
energiezuinig	adj	efficiënt met brandstoffen, warmte of stroom omgaand; weinig energie verbruikend
energiezuinige	=	energiezuinig
energiezuiniger	=	energiezuinig
energiezuinigere	=	energiezuinig
energiezuinigers	=	energiezuinig
energiezuinigheden	=	energiezuinigheid
energiezuinigheid	noun	het zuinig zijn met het verbruik van energie; spaarzaamheid op het gebied van energieverbruik
energiezuinigs	=	energiezuinig
energiezuinigst	=	energiezuinig
energiezuinigste	=	energiezuinig
energieën	=	energie
energydrank	noun	frisdrank met een hoog gehalte aan cafeïne
energydranken	=	energydrank
energydrink	noun	een frisdrankje met een hoog gehalte aan cafeïne
energydrinks	=	energydrink
enerlei	adj	van één enkele aard, hetzelfde
enervatie	noun	het wegnemen of verzwakken van de werking van een zenuw
enervaties	=	enervatie
enervatietje	=	enervatie
enervatietjes	=	enervatie
enerveer	=	enerveren
enerveerde	=	enerveren
enerveerden	=	enerveren
enerveeren	=	enerveren
enerveert	=	enerveren
enervere	=	enerveren
enerveren	verb	op de zenuwen werken
enerverend	adj	spannend, opwindend, op de zenuwen werkend
enerverende	=	enerverend
enerverender	=	enerverend
enerverendere	=	enerverend
enerverenders	=	enerverend
enerverends	=	enerverend
enerverendst	=	enerverend
enerverendste	=	enerverend
enerzijds	adv	aan de ene kant
enfilade	noun	reeks van kamers die direct met elkaar zijn verbonden in een doorgaande lijn
enfilades	=	enfilade
enfin	adv	kort samengevat; wordt gebruikt om een lang verhaal voortijdig af te sluiten en een conclusie te geven
eng	adj	angst veroorzakend	noun	het symbool en de letter ŋ en de bijbehorende klank
engageer	=	engageren
engageerde	=	engageren
engageerden	=	engageren
engageert	=	engageren
engagement	noun	het belang hechten aan en/of betrokken zijn bij een maatschappelijke kwestie
engagementen	=	engagement
engagementje	=	engagement
engagementjes	=	engagement
engagementsverklaring	noun	formeel document waarin partijen (zoals school en ouders, of werkgever en werknemer) wederzijdse afspraken en inzet vastleggen om een bepaald doel te bereiken, zoals verhoogde betrokkenheid of samenwerking
engagementsverklaringen	=	engagementsverklaring
engagementsverklarinkje	=	engagementsverklaring
engagementsverklarinkjes	=	engagementsverklaring
engagere	=	engageren
engageren	verb	contracteren, een verplichting aangaan
engagerend	=	engageren
engagerende	=	engageren
engbloem	noun	een geslacht Vincetoxicum dat in het Cronquist-systeem tot de zijdeplantfamilie (Asclepiadaceae) wordt gerekend.
engbloemen	=	engbloem
engbloemetje	=	engbloem
engbloemetjes	=	engbloem
engbloemgalmug	noun	Contarinia asclepiadis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
engbloemgalmuggen	=	engbloemgalmug
engbloemgalmugje	=	engbloemgalmug
engbloemgalmugjes	=	engbloemgalmug
engbloempje	=	engbloem
engbloempjes	=	engbloem
engde	=	engte
enge	=	eng
engel	noun	geestelijk hemels wezen dat God dient en bemiddelt tussen God en mens
engelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van engel
engelachtige	=	engelachtig
engelachtiger	=	engelachtig
engelachtigere	=	engelachtig
engelachtigers	=	engelachtig
engelachtigs	=	engelachtig
engelachtigst	=	engelachtig
engelachtigste	=	engelachtig
engeland	noun	een van de delen van het Verenigd Koninkrijk, gelegen op het eiland Groot-Brittannië in het noordwesten van Europa
engelandvaarder	noun	erenaam voor mannen en vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945), na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten op 15 mei 1940 en vóór de geallieerde invasie in Normandië op 6 juni 1944 (D-Day), uit bezet gebied wisten te ontsnappen met de bedoeling zich in Engeland of ander geallieerd gebied bij de geallieerde strijdkrachten aan te sluiten om actief aan de strijd tegen de vijand (Duitsland, Italië, Japan) deel te nemen
engelandvaarders	=	engelandvaarder
engelandvaarster	=	engelandvaarder
engelbewaarder	noun	een beschermer in de vorm van een hemels wezen, bewaarengel, beschermengel, wachtengel
engelbewaarders	=	engelbewaarder
engelbewaardertje	=	engelbewaarder
engelbewaardertjes	=	engelbewaarder
engelen	=	engel
engelenbak	noun	de hoogstgelegen en goedkoopste zitplaatsen in een schouwburg of operagebouw
engelenbakje	=	engelenbak
engelenbakken	=	engelenbak
engelengeduld	noun	groot vermogen om langdurig geduld te tonen
engelengezicht	noun	gelaat als van een hemelse boodschapper
engelengezichten	=	engelengezicht
engelengezichtje	=	engelengezicht
engelengezichtjes	=	engelengezicht
engelenhaar	noun	het haar van een engel, of haar dat zo zacht en blond is dat het van een engel zou kunnen zijn
engelenkoor	noun	een koor van engelen
engelenkoortje	=	engelenkoor
engelenkoortjes	=	engelenkoor
engelenkoren	=	engelenkoor
engelenmaker	noun	man of vrouw die kinderen zo slecht verzorgd dat deze kinderen vroegtijdig overlijden
engelenmakers	=	engelenmaker
engelin	noun	vrouwelijke engel
engelinnen	=	engelin
engelinnetje	=	engelin
engelinsecten	noun	een orde Zoraptera van insecten.
engelrein	adj	moreel helemaal zuiver, vrij van alle zondigheid
engelreine	=	engelrein
engelreins	=	engelrein
engels	noun	gewicht voor het meten van zilver en goud overeenkomend met 1,538 gram
engels-grasroest	noun	Uromyces armeriae een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
engels-grasroesten	=	engels-grasroest
engels-grasroestje	=	engels-grasroest
engels-grasroestjes	=	engels-grasroest
engelsch	=	engels
engelschman	=	engelsman
engelschone	=	engelschoon
engelschoon	adj|poetic	zeer mooi
engelschoons	=	engelschoon
engelse	noun	een vrouwelijke inwoner van Engeland, of een vrouw afkomstig uit Engeland
engelsebol	noun	cake gemaakt met veel eieren
engelsen	=	engelsman
engelser	=	engels
engelsere	=	engels
engelsers	=	engels
engelsje	=	engels
engelsman	noun	iemand die in Engeland woont
engelsmannen	=	engelsman
engelsmannetje	=	engelsman
engelsmannetjes	=	engelsman
engelssprekend	adj	het Engels als omgangstaal hebbend
engelssprekende	=	engelssprekend
engelssprekends	=	engelssprekend
engelst	=	engels
engelstalig	adj	van een persoon dat hij de Engelse taal machtig is
engelstalige	=	engelstalig
engelstaligs	=	engelstalig
engelste	=	engels
engeltje	=	engel
engeltjes	=	engel
engeltjesmaakster	noun	vrouw die een abortus verricht
engeltjesmaaksters	=	engeltjesmaakster
engelwortel	noun	een geslacht Angelica van kruidachtige, overblijvende kruiden uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae).
engelwortelen	=	engelwortel
engelwortelpuntkogeltje	noun	Mycosphaerella rubella een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
engelwortelpuntkogeltjes	=	engelwortelpuntkogeltje
engelwortels	=	engelwortel
engelworteltje	=	engelwortel
engelworteltjes	=	engelwortel
engen	=	eng
enger	=	eng
engerd	noun	akelig persoon
engerdje	=	engerd
engerdjes	=	engerd
engerds	=	engerd
engere	=	eng
engerling	noun	benaming voor de larve van de meikever, ook gebruikt voor larven van andere kevers als de junikever en Johanneskever
engerlingen	=	engerling
engerlingetje	=	engerling
engerlingetjes	=	engerling
engers	=	eng
engganobeo	noun	Gracula enganensis een vogelsoort die behoort tot de spreeuwachtigen (Sturnidae).
engganobeo's	=	engganobeo
engganobeootje	=	engganobeo
engganobeootjes	=	engganobeo
engganobrilvogel	noun	Zosterops simplex salvadorii een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
engganobrilvogels	=	engganobrilvogel
engganobrilvogeltje	=	engganobrilvogel
engganobrilvogeltjes	=	engganobrilvogel
engganodwergooruil	noun	Otus enganensis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
engganodwergooruilen	=	engganodwergooruil
engganodwergooruiltje	=	engganodwergooruil
engganodwergooruiltjes	=	engganodwergooruil
engganokoekoeksduif	noun	Macropygia cinnamomea een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
engganokoekoeksduifje	=	engganokoekoeksduif
engganokoekoeksduifjes	=	engganokoekoeksduif
engganokoekoeksduiven	=	engganokoekoeksduif
engganolijster	noun	Geokichla leucolaema een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
engganolijsters	=	engganolijster
engganolijstertje	=	engganolijster
engganolijstertjes	=	engganolijster
engganomuskaatduif	noun	Ducula oenothorax een vogel uit de familie der Columbidae (duiven en tortelduiven).
engganomuskaatduifje	=	engganomuskaatduif
engganomuskaatduifjes	=	engganomuskaatduif
engganomuskaatduiven	=	engganomuskaatduif
engganorat	noun	Rattus enganus rat die voorkomt op Enggano, een eiland ten zuidwesten van Sumatra.
engganoratje	=	engganorat
engganoratjes	=	engganorat
engganoratten	=	engganorat
enggeestig	adj	alleen maar kunnen denken vanuit de eigen positie
enggeestige	=	enggeestig
enggeestiger	=	enggeestig
enggeestigere	=	enggeestig
enggeestigers	=	enggeestig
enggeestigs	=	enggeestig
enggeestigst	=	enggeestig
enggeestigste	=	enggeestig
enghartig	adj	benepen, gierig
enghartige	=	enghartig
enghartiger	=	enghartig
enghartigere	=	enghartig
enghartigers	=	enghartig
enghartigs	=	enghartig
enghartigst	=	enghartig
enghartigste	=	enghartig
engheden	=	engheid
engheid	noun	het griezelig zijn; de mate van griezelig zijn
enghels	=	engels
engine	noun	motor, machine
engineering	noun	toepassen van kennis om systemen te produceren
engines	=	engine
engobe	noun	vuurvast laagje van klei ter versiering aangebracht op aardewerk of keramiek
engoben	=	engobe
engobes	=	engobe
engs	=	eng
engst	=	eng
engste	=	eng
engte	noun	nauwe doorgang
engten	=	engte
engtes	=	engte
engtetje	=	engte
engtetjes	=	engte
engtevrees	noun	fobie voor afgesloten ruimten
enharmonie	noun	het kunnen wisselen van aanduiding van (nagenoeg gelijke) neventonen, die van verschillende stamtonen zijn afgeleid.
enharmonisch	adj	het verschillend kunnen benoemen van een muziektoon.
enharmonische	=	enharmonisch
enharmonischer	=	enharmonisch
enharmonischere	=	enharmonisch
enharmonischers	=	enharmonisch
enichsens	=	enigszins
enichsins	=	enigszins
enichssyns	=	enigszins
enig	adj	leuk, aardig, schattig	pron	een kleine mate
enige	noun	degene die uniek is in een bepaald opzicht	pron	een vrij klein aantal
enigen	=	enige
eniger	=	enig
enigere	=	enig
enigerlei	pron	welke manier dan ook
enigermate	adv	een beetje
enigers	=	enig
enigerwijs	adv	op de een of andere manier
enigerwijze	adv	op de een of andere manier
eniggeboren	adj	de enige persoon die geboren is uit twee bepaalde ouders
eniggeborens	=	eniggeboren
enigheden	=	enigheid
enigheid	noun	datgene waar men het met elkaar eens kan zijn
enigheidje	=	enigheid
enigheidjes	=	enigheid
enigma	noun	raadsel
enigma's	=	enigma
enigmaatje	=	enigma
enigmaatjes	=	enigma
enigmata	=	enigma
enigmatisch	adj	raadselachtig
enigmatische	=	enigmatisch
enigmatischer	=	enigmatisch
enigmatischere	=	enigmatisch
enigmatischers	=	enigmatisch
enigmatischt	=	enigmatisch
enigmatischte	=	enigmatisch
enigs	=	enig
enigsints	=	enigszins
enigst	adj	waarvan er maar één is
enigste	=	enigst
enigsten	=	enigst
enigszins	adv	in beperkte mate, een beetje
enjambement	noun	het doorlopen van een zin over twee (of eventueel meer) versregels
enjambementen	=	enjambement
enk	noun	akkergronden bij een nederzetting die door eeuwenlange bemesting een hoogte in het landschap vormen
enkel	pron	weinig, een paar	noun	gewricht dat de voet met het been verbindt
enkelband	noun	een gewrichtsband van de enkel
enkelbanden	=	enkelband
enkelbandje	=	enkelband
enkelbandjes	=	enkelband
enkelblad	noun	los blad, dat niet deel is van een dubbelblad
enkelbladen	=	enkelblad
enkelblessure	noun	een beschadiging van het enkelgewricht door een ongeluk of overmatige belasting
enkelblessuren	=	enkelblessure
enkelblessures	=	enkelblessure
enkelbreuk	noun	breuk van een van de botten die het enkelgewricht betreffen
enkelbreuken	=	enkelbreuk
enkelcijferig	adj	bestaande uit 1 cijfer
enkelcijferige	=	enkelcijferig
enkelcijferigs	=	enkelcijferig
enkeldaks	adj	met een afscheiding aan de bovenzijde die uit maar één laag bestaat
enkeldakse	=	enkeldaks
enkele	pron	een onbepaald, meestal klein aantal
enkele-bandzweefvlieg	noun	Epistrophe eligans een insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae)
enkele-bandzweefvliegen	=	enkele-bandzweefvlieg
enkele-bandzweefvliegje	=	enkele-bandzweefvlieg
enkele-bandzweefvliegjes	=	enkele-bandzweefvlieg
enkelen	pron	een niet al te groot aantal personen
enkelgewricht	noun	gewricht tussen de voet en het onderbeen
enkelgewrichten	=	enkelgewricht
enkelgewrichtje	=	enkelgewricht
enkelgewrichtjes	=	enkelgewricht
enkelglas	noun	ruit in een raam dat maar uit één laag bestaat
enkeling	noun	één individu, één persoon
enkelingen	=	enkeling
enkelingetje	=	enkeling
enkelingetjes	=	enkeling
enkellang	adj	kleding die de benen tot aan de enkels bedekt
enkellange	=	enkellang
enkellangs	=	enkellang
enkelnucleotide	adj	met de omvang van één bouwsteen voor DNA of RNA, bestaand uit een nucleobase, een pentose en 1 tot 3 fosfaatgroepen
enkeloperatie	noun	chirurgische ingreep aan het enkelgewricht
enkeloperaties	=	enkeloperatie
enkelpartij	noun	tennis of badminton wedstrijd waarbij twee solospelers tegen elkaar spelen
enkelpartijen	=	enkelpartij
enkelriet	noun	een enkelvoudig riet op het mondstuk van een blaasinstrument
enkelrieten	=	enkelriet
enkelrietinstrument	noun	een instrument waarvan het geluid voortgebracht wordt door een enkelvoudig strookje riet onder druk te zetten
enkelrietinstrumenten	=	enkelrietinstrument
enkelrietinstrumentje	=	enkelrietinstrument
enkelrietinstrumentjes	=	enkelrietinstrument
enkelrietje	=	enkelriet
enkelrietjes	=	enkelriet
enkels	=	enkel
enkelsok	noun	korte kous die niet boven het enkelgewricht komt en die vaak gedragen word in lage schoenen; in de 21e eeuw vooral gebruikt voor sokken die niet boven de rand van een lage schoen uitkomen
enkelsokje	=	enkelsok
enkelsokjes	=	enkelsok
enkelsokken	=	enkelsok
enkelspeelster	=	enkelspeler
enkelspel	noun	bij tennis en tafeltennis als één persoon tegen één persoon speelt
enkelspelen	=	enkelspel
enkelspeler	noun	tennisser die in zijn eentje speelt tegen één tegenstander
enkelspelers	=	enkelspeler
enkelspelertje	=	enkelspeler
enkelspellen	=	enkelspel
enkelspelpartij	noun	tennis- of badmintonwedstrijd waarbij twee solospelers tegen elkaar spelen
enkelspelpartijen	=	enkelspelpartij
enkelspoor	noun	spoorbaan met één stel rails
enkelspoortje	=	enkelspoor
enkelspoortjes	=	enkelspoor
enkelsporen	=	enkelspoor
enkelsporig	adj	één paar rails hebbend
enkelsporige	=	enkelsporig
enkelsporigs	=	enkelsporig
enkelstrooksrotonde	noun	een veilige, overzichtelijke kruispuntvorm met één rijstrook op de rotonde en bij alle toe- en afritten, vaak zonder voorsorteervakken
enkelstrooksrotondes	=	enkelstrooksrotonde
enkelstrooksrotondetje	=	enkelstrooksrotonde
enkelstrooksrotondetjes	=	enkelstrooksrotonde
enkeltje	noun	een kaartje voor een reis van A naar B maar niet voor de reis terug van B naar A
enkeltjes	=	enkel
enkelvoud	noun	een woord dat in die vorm naar één voorwerp of mens verwijst of dat aanduidt dat slechts één persoon de handeling uitvoert
enkelvouden	=	enkelvoud
enkelvoudig	adj	Slechts uit één mens, dier of ding bestaand.
enkelvoudige	=	enkelvoudig
enkelvoudiger	=	enkelvoudig
enkelvoudigere	=	enkelvoudig
enkelvoudigers	=	enkelvoudig
enkelvoudigs	=	enkelvoudig
enkelvoudigst	=	enkelvoudig
enkelvoudigste	=	enkelvoudig
enkelvoudsvorm	noun	woord zoals het eruit ziet als het gaat om één persoon of exemplaar, in tegenstelling tot het meervoud
enkelvoudsvormen	=	enkelvoudsvorm
enkelwandig	adj	met een wand die uit één laag bestaat
enkelwandige	=	enkelwandig
enkelwandigs	=	enkelwandig
enkelzijdig	adj	aan één zijde
enkelzijdige	=	enkelzijdig
enkelzijdigs	=	enkelzijdig
enken	=	enk
enkhuizenaar	noun	een inwoner van Enkhuizen, of iemand afkomstig uit Enkhuizen
enkhuizenaars	=	enkhuizenaar
enkhuizenaartje	=	enkhuizenaar
enkhuizenaartjes	=	enkhuizenaar
enkhuizens	adj	op Enkhuizen betrekking hebbend
enkhuizense	noun	een vrouwelijke inwoner van Enkhuizen, of een vrouw afkomstig uit Enkhuizen
enkhuizensen	=	enkhuizense
enkhuizer	noun	een inwoner van Enkhuizen, of iemand afkomstig uit Enkhuizen	adj	op Enkhuizen betrekking hebbend
enkhuizers	=	enkhuizer
enne	conj	aaneenschakelend voegwoord en
enneagram	noun	een negenpuntig sterveelhoek waarmee men het karakter van een persoon zou kunnen worden ingedeeld
enneagrammen	=	enneagram
enneh	=	en
ennui	noun	existentiële verveling
enoplosiden	noun	een familie Enoplosidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
enorm	adj	buitensporig groot	adv	heel erg
enorme	=	enorm
enormer	=	enorm
enormere	=	enorm
enormers	=	enorm
enormiteit	noun	blunder
enormiteiten	=	enormiteit
enorms	=	enorm
enormst	=	enorm
enormste	=	enorm
enquête	noun	een onderzoek door meerdere mensen een vragenlijst te laten beantwoorden
enquêtebureau	noun	bedrijf dat vragenlijstonderzoek doet voor opdrachtgevers
enquêtebureaus	=	enquêtebureau
enquêtecommissie	noun	groep mensen die een onderzoek naar een bepaalde zaak doet door betrokkenen te ondervragen; met name een groep parlementariërs die personen onder ede kunnen horen
enquêtecommissies	=	enquêtecommissie
enquêteer	=	enquêteren
enquêteerde	=	enquêteren
enquêteerden	=	enquêteren
enquêteert	=	enquêteren
enquêteformulier	noun	papier met voorbedrukte vragen dat men gebruikt bij een enquête
enquêteformulieren	=	enquêteformulier
enquêteformuliertje	=	enquêteformulier
enquêteformuliertjes	=	enquêteformulier
enquêteonderzoek	noun	onderzoek met behulp van een vragenlijst
enquêteonderzoeken	=	enquêteonderzoek
enquêterapport	noun	verslag van een ondervraging door een enquêtecommissie
enquêterapporten	=	enquêterapport
enquêterapportje	=	enquêterapport
enquêterapportjes	=	enquêterapport
enquêtere	=	enquêteren
enquêterecht	noun	het recht om een ondervraging onder ede te voeren
enquêterechten	=	enquêterecht
enquêteren	verb	door middel van een enquête ondervragen (over bepaalde meningen etc.)
enquêterend	=	enquêteren
enquêterende	=	enquêteren
enquêtering	noun	de keer dat men in het kader van een (wetenschappelijk) onderzoek een steekproef uit een populatie over een bepaald onderwerp bevraagt
enquêteringen	=	enquêtering
enquêtes	=	enquête
enquêtetje	=	enquête
enquêtetjes	=	enquête
enquêteur	noun	iemand die enquêteert
enquêteurs	=	enquêteur
enquêteurtje	=	enquêteur
enquêteurtjes	=	enquêteur
enquêtevraag	noun	vraag die onderdeel uitmaakt van een opiniepeiling
enquêtevraagje	=	enquêtevraag
enquêtevraagjes	=	enquêtevraag
enquêtevragen	=	enquêtevraag
ensceneer	=	ensceneren
ensceneerde	=	ensceneren
ensceneerden	=	ensceneren
ensceneert	=	ensceneren
enscenere	=	ensceneren
ensceneren	verb	vormgeven en organiseren van een opvoering in een theater, een foto of een film
enscenerend	=	ensceneren
enscenerende	=	ensceneren
enscenering	noun	vormgeving van een toneelstuk, opera of film
ensceneringen	=	enscenering
enscenerinkje	=	enscenering
enschedees	adj	op Enschede betrekking hebbend
enschedese	noun	een vrouwelijke inwoner van Enschede, of een vrouw afkomstig uit Enschede
enschedesen	=	enschedese
enschedeër	noun	een inwoner van Enschede, of iemand afkomstig uit Enschede
enschedeërs	=	enschedeër
enscèneeren	=	ensceneren
ensemble	noun	toneelgezelschap of muziekgezelschap
ensembleculturen	=	ensemblecultuur
ensemblecultuur	noun	de cultuur van muziekensembles
ensembles	=	ensemble
ensembletje	=	ensemble
ensembletjes	=	ensemble
ent	noun	tak, zodanig op een plant gehecht dat ze daarop verder kan groeien
entameer	=	entameren
entameerde	=	entameren
entameerden	=	entameren
entameert	=	entameren
entamere	=	entameren
entameren	verb	beginnen met iets
entamerend	=	entameren
entamerende	=	entameren
entamoebe	noun	eencellige parasiet uit het geslacht Entamoeba, waarvan de meeste soorten leven in de ingewanden van dieren
entamoeben	noun	geslacht Entamoeba, waarvan de meeste soorten leven in de ingewanden van dieren
entartet	adj	in strijd met de culturele opvattingen en smaak van de nazi's
entartete	=	entartet
entarteter	=	entartet
entartetere	=	entartet
entarteters	=	entartet
entartets	=	entartet
entartetst	=	entartet
entartetste	=	entartet
ente	=	enten
enten	verb	een stukje weefsel van de ene boom inplanteren in een andere
entend	=	enten
entende	=	enten
entente	noun	bondgenootschap
ententes	=	entente
enter	noun	eenjarig dier
enteraal	adj	via het gastro-intestinaal stelsel (maag-darmkanaal) (spijsverteringsstelsel)
enteraals	=	enteraal
enterale	=	enteraal
enterde	=	enteren
enterden	=	enteren
entere	=	enteren
enteren	verb	aan boord gaan en overnemen
enterend	=	enteren
enterende	=	enteren
enterhaak	noun	een haak met vier ankerklauwen en een lang touw waarmee aanvallers zich aan een vijandelijk schip kunnen vastmaken
enterhaken	=	enterhaak
enteric-coated	adj	van een mantel voorzien, bedekken van pillen met een laagje suiker zodat ze langzamer afgebroken worden in de darm
entering	noun	het enteren
enteringen	=	entering
enteritis	noun	ontsteking van de ingewanden
enternet	noun	stevig net van touwen langs de railing van een schip dat het geënterd worden belet
enternetje	=	enternet
enternetjes	=	enternet
enternetten	=	enternet
enterocolitis	noun	ontsteking van zowel de dikke als de dunne darm
enterohepatisch	adj	met betrekking tot dunne darm en lever
enterokok	noun	bacterie die normaal in de menselijke darm voorkomt en onschadelijk is, maar bij mensen met verminderde afweer ernstige problemen kan veroorzaken
enterokokje	=	enterokok
enterokokjes	=	enterokok
enterokokken	=	enterokok
enterovirus	noun	bepaald soort RNA-virus dat maagdarmklachten kan veroorzaken
enterovirussen	=	enterovirus
enterprise	noun	onderneming
enterprise-architecturen	=	enterprise-architectuur
enterprise-architectuur	noun	de ordening van organisaties en de factoren die de ontwikkeling hiervan bepalen
enterprises	=	enterprise
enters	=	enter
entert	=	enteren
entertain	=	entertainen
entertainde	=	entertainen
entertainden	=	entertainen
entertaine	=	entertainen
entertainen	verb	publiek vermaken
entertainend	=	entertainen
entertainende	=	entertainen
entertainer	noun	artiest die het publiek met liedjes, grapjes en verhalen vermaakt
entertainers	=	entertainer
entertainertje	=	entertainer
entertainertjes	=	entertainer
entertainment	noun	activiteiten waarmee het publiek plezierig beziggehouden wordt
entertainmentbedrijf	noun	bedrijf dat programma's maakt om grote groepen mensen te vermaken
entertainmentbedrijven	=	entertainmentbedrijf
entertainmentbranche	noun	de bedrijfstak die zich bezig houdt met entertainment
entertainmentbranches	=	entertainmentbranche
entertainmentcafeetje	=	entertainmentcafé
entertainmentcafeetjes	=	entertainmentcafé
entertainmentcafé	noun	uitgaaansgelegenheid met liveoptredens
entertainmentcafés	=	entertainmentcafé
entertainmentconcern	noun	een grote onderneming die zorgdraagt voor o.a. theatervoorstellingen
entertainmentconcerns	=	entertainmentconcern
entertainmentgigant	noun	zeer groot bedrijf waar producties worden gemaakt waar het publiek zich mee kan vermaken
entertainmentgiganten	=	entertainmentgigant
entertainmentindustrie	noun	alle bedrijven die diensten en producten produceren die dienen als vermaak voor de klanten
entertainmentindustrieën	=	entertainmentindustrie
entertaint	=	entertainen
entertje	=	enter
entertjes	=	enter
entertoets	noun	de toets van een tekstverwerker-, rekenmachine-, computertoetsenbord etc. waarmee de invoer van data op een nieuwe regel wordt voortgezet, danwel voor verwerking wordt vrijgegeven
entertoetsen	=	entertoets
entertoetsje	=	entertoets
entertoetsjes	=	entertoets
enthalpie	noun	toestandsgrootheid in de thermodynamica samenhangend met de hoeveelheid warmte
enthousiasme	noun	geestdrift, het geheel van iets vervuld zijn
enthousiasmeer	=	enthousiasmeren
enthousiasmeerde	=	enthousiasmeren
enthousiasmeerden	=	enthousiasmeren
enthousiasmeert	=	enthousiasmeren
enthousiasmere	=	enthousiasmeren
enthousiasmeren	verb	stimuleren, activeren, motiveren
enthousiasmerend	adj	stimulerend, activerend, motiverend
enthousiasmerende	=	enthousiasmerend
enthousiasmerends	=	enthousiasmerend
enthousiast	noun	iemand die over iets of iemand geestdriftig is (vaak gebruikt als tweede deel van een samengesteld begrip)	adj	hartstochtelijk, met geestdrift
enthousiaste	=	enthousiast
enthousiasteling	noun	persoon die heel geestdriftig en hartstochtelijk is (over iets of iemand)
enthousiastelingen	=	enthousiasteling
enthousiasten	=	enthousiast
enthousiaster	=	enthousiast
enthousiastere	=	enthousiast
enthousiasters	=	enthousiast
enthousiastje	=	enthousiast
enthousiastjes	=	enthousiast
enthousiasts	=	enthousiast
enthousiastst	=	enthousiast
enthousiastste	=	enthousiast
enthymeem	noun	deductief retorisch syllogisme in het werk van Aristoteles
entierfunctie	noun	het grootste gehele getal kleiner of gelijk aan een reëel getal x
entierfuncties	=	entierfunctie
enting	noun	het laten groeien van een plant of boom op de stam van een andere boom
entingen	=	enting
entiteit	noun	Een unieke individuele eenheid van bestaan.
entiteiten	=	entiteit
entiteitje	=	entiteit
entiteitjes	=	entiteit
entje	=	ent
entjes	=	ent
entmes	noun	mes dat een tuinier gebruikt bij het maken van enten
entmesje	=	entmes
entmesjes	=	entmes
entmessen	=	entmes
entnaald	noun	metalen of plastieken voorwerp waarmee kleine hoeveelheden biologisch materiaal overgebracht worden in een voedingsbodem
entnaalden	=	entnaald
entnaaldje	=	entnaald
entnaaldjes	=	entnaald
entoderm	noun	binnenste laag van het kiemvlies van de vrucht in het moederlichaam waaruit vegetatieve organen (zoals darm, spieren, grote klieren) ontstaan
entodermen	=	entoderm
entodermpje	=	entoderm
entodermpjes	=	entoderm
entogen	=	entoog
entomofaag	noun	een insecteneter	adj	insectenetend.
entomofaagje	=	entomofaag
entomofaagjes	=	entomofaag
entomofaags	=	entomofaag
entomofage	=	entomofaag
entomofagen	=	entomofaag
entomofagie	noun	het eten van insecten
entomograaf	noun	beschrijver van insecten
entomograafje	=	entomograaf
entomograafjes	=	entomograaf
entomografen	=	entomograaf
entomografie	noun	beschrijving van insecten
entomografietje	=	entomografie
entomografietjes	=	entomografie
entomografieën	=	entomografie
entomologe	noun	beoefenaarster van de entomologie, de studie van insecten.
entomologen	=	entomologe
entomologetje	=	entomologe
entomologetjes	=	entomologe
entomologie	noun	wetenschap die insecten bestudeert
entomologisch	adj	met betrekking tot de entomologie
entomologische	=	entomologisch
entomologischer	=	entomologisch
entomologischere	=	entomologisch
entomologischers	=	entomologisch
entomoloog	noun	beoefenaar van de entomologie, de studie van insecten.
entomoloogje	=	entomoloog
entomoloogjes	=	entomoloog
entoog	noun	een oogje dat wordt gebruikt in de microbiologie om bacterieculturen te bemonsteren en op voedingsbodems te enten
entourage	noun	personen in de omgeving, hofhouding van een belangrijk persoon
entourages	=	entourage
entr'acte	noun	de muziek die wordt gespeeld tussen twee akten of bedrijven van een theaterstuk, opera, ballet etc.
entr'acten	=	entr'acte
entr'actes	=	entr'acte
entr'actetje	=	entr'acte
entr'actetjes	=	entr'acte
entradas	noun	begin
entraineer	=	entraineren
entraineerde	=	entraineren
entraineerden	=	entraineren
entraineert	=	entraineren
entrainere	=	entraineren
entraineren	verb	meeslepen
entrainerend	=	entraineren
entrainerende	=	entraineren
entraineuse	noun	iemand die entraineert, een animeermeisje
entraineuses	=	entraineuse
entraineusetje	=	entraineuse
entraineusetjes	=	entraineuse
entrecote	noun	stuk rundvlees van tussen de ribben lijkend op biefstuk.
entrecoteje	=	entrecote
entrecotejes	=	entrecote
entrecotes	=	entrecote
entrecôte	=	entrecote
entree	noun	ingang van een gebouw
entreebedrag	noun	geld dat men moet betalen om ergens naar binnen te gaan
entreebedragen	=	entreebedrag
entreebewijs	noun	iets waarmee men kan aantonen dat men het recht heeft om binnen te gaan
entreebewijsje	=	entreebewijs
entreebewijsjes	=	entreebewijs
entreebewijzen	=	entreebewijs
entreegebouw	noun	gebouw dat dient als ingang
entreegebouwen	=	entreegebouw
entreegeld	noun	geld dat je moet betalen om ergens (voorstelling, wedstrijd, tentoonstelling) binnen te mogen gaan / geld dat je moet betalen voor een toegangskaartje
entreegelden	=	entreegeld
entreehal	noun	ruimte direct na de ingang van een gebouw, waar bezoekers in eerste instantie ontvangen kunnen worden
entreehallen	=	entreehal
entreehalletje	=	entreehal
entreehalletjes	=	entreehal
entreekosten	noun	geld dat men moet betalen om ergens naar binnen te mogen gaan; geld dat men moet betalen om iets te mogen bezoeken
entreeprijs	noun	bedrag dat men moet betalen om ergens naar binnen te gaan; bedrag dat men moet betalen om iets te bezoeken
entreeprijzen	=	entreeprijs
entrees	=	entree
entreeticket	noun	bewijs dat men ergens binnen mag gaan
entreeticketje	=	entreeticket
entreeticketjes	=	entreeticket
entreetickets	=	entreeticket
entreetje	=	entree
entreetjes	=	entree
entreeverbod	noun	een officiële uitsluiting van een persoon uit een bepaalde locatie (zoals een horecagelegenheid, winkel, casino) of van een activiteit (zoals gokken), opgelegd door de eigenaar, de rechter, of de persoon zelf (zelfuitsluiting) om overlast, crimineel gedrag, of gokverslaving te voorkomen
entreeverboden	=	entreeverbod
entreeverbodje	=	entreeverbod
entreeverbodjes	=	entreeverbod
entremets	noun	klein gerecht dat tussen twee echte gangen van een maaltijd wordt geserveerd
entremetstje	=	entremets
entremetstjes	=	entremets
entrepot	noun	een verzegelde opslagplaats, meestal een grote loods, een pakhuis of ook een koel- en vrieshuis, waar aangevoerde goederen uit het buitenland onder douanetoezicht opgeslagen worden waarvan de bestemming, met name verbruik in binnen- of buitenland, mogelijk nog niet vaststaat, de lading is entre of "tussen" herkomst en bestemming
entrepots	=	entrepot
entrepreneur	noun	iemand die een zakelijke activiteit onderneemt
entrepreneurs	=	entrepreneur
entresol	noun	een zelfdragende constructie die geplaatst wordt tussen twee etagevloeren die veel wordt toegepast in een hoge ruimte voor het creëren van extra vloeroppervlakte
entresols	=	entresol
entrijs	noun	takje of scheut bestemd om in een stam of tak van van een andere plant te worden gestoken en daar verder te groeien
entrijzen	=	entrijs
entropie	noun	een getal evenredig met de logaritme van het aantal realiseringmogelijkheden, ook wel gedefinieerd als de reversibele warmte gedeeld door de temperatuur
entropietje	=	entropie
entropietjes	=	entropie
entropieën	=	entropie
entstof	noun	een middel dat bij een persoon (of dier) een immuunrespons opwekt zonder hem ziek te maken, maar wel bescherming geeft tegen een of meer ziekten
entstoffen	=	entstof
entte	=	enten
entten	=	enten
entwas	noun	materiaal dat gebruikt wordt om de openingen tussen de ent en het hout van de stam te dichten
entwassen	=	entwas
enumeratie	noun	opsomming
enumeratief	adj	opsommend
enumeratiefs	=	enumeratief
enumeraties	=	enumeratie
enumeratietje	=	enumeratie
enumeratietjes	=	enumeratie
enumeratieve	=	enumeratief
enumereer	=	enumereren
enumereerde	=	enumereren
enumereerden	=	enumereren
enumereert	=	enumereren
enumerere	=	enumereren
enumereren	verb	opsommen
enumererend	=	enumereren
enumererende	=	enumereren
enuntiatief	adj	verduidelijkend
enuntiatiefs	=	enuntiatief
enuntiatiefst	=	enuntiatief
enuntiatiefste	=	enuntiatief
enuntiatieve	=	enuntiatief
enuntiatiever	=	enuntiatief
enuntiatievere	=	enuntiatief
enuntiatievers	=	enuntiatief
enurese	noun	enuresis, onwillekeurige urinelozing
enuresis	noun	het bedwateren, het onwillekeurig urineverlies
envelop	noun	papieren omslag voor brieven
envelopje	=	envelop
envelopjes	=	envelop
enveloppe	noun	papieren omslag voor brieven
enveloppeer	=	envelopperen
enveloppeerde	=	envelopperen
enveloppeerden	=	envelopperen
enveloppeert	=	envelopperen
enveloppen	=	enveloppe
enveloppenfinanciering	noun	beschikbaarstelling van geld in de vorm van een vast totaalbedrag waarbinnen de ontvanger zelf de precieze besteding bepaalt
enveloppenfinancieringen	=	enveloppenfinanciering
enveloppere	=	envelopperen
envelopperen	verb	omhullen van een brief met een briefomslag
envelopperend	=	envelopperen
envelopperende	=	envelopperen
enveloppetje	=	enveloppe
enveloppetjes	=	envelop
envergure	noun	relatieve grootsheid, wijdsheid of omvang
envergures	=	envergure
environment	noun	omgeving
environments	=	environment
envoi	noun	aanhef van de slotstrofe, zoals die traditioneel in een rederijkersgedicht voorkomt
envois	=	envoi
enzoverder	adv	enzovoort enzoverder: aanduiding van het feit dat een verdere opsomming overbodig geacht wordt; versterking van enzovoort
enzovoort	intj	aanduiding van het feit dat een verdere opsomming overbodig geacht wordt
enzovoorts	intj	een aanduiding van het feit dat een verdere opsomming overbodig geacht wordt
enzym	noun	een organisch molecuul dat biologische reacties mogelijk maakt of versnelt zonder daarbij zelf verbruikt te worden of van samenstelling te veranderen
enzymatisch	adj	met betrekking tot een enzym
enzymatische	=	enzymatisch
enzymatischer	=	enzymatisch
enzymatischere	=	enzymatisch
enzymatischers	=	enzymatisch
enzymen	=	enzym
enzymologen	=	enzymoloog
enzymologie	noun	leer van de enzymen
enzymoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met enzymen
enzymoloogje	=	enzymoloog
enzymoloogjes	=	enzymoloog
enzympje	=	enzym
enzympjes	=	enzym
enzymstoornis	noun	een stoornis in de aanmaak van één of meer enzymen
eo	conj	en/of, gebruikt bij een en-ofrekening om aan te geven dat de personen tussen wier namen eo staat zowel afzonderlijk als gezamenlijk deze rekening kunnen gebruiken
eoarchaïcum	noun	geologisch tijdperk, eerste era van het archaïcum, van 4 tot 3,6 miljard jaar geleden
eoarcheïcum	noun	geologisch tijdperk, eerste era van het archaïcum, van 4 tot 3,6 miljard jaar geleden
eoceen	noun	geologisch tijdperk waarin de hoefdieren en walvissen zich sterk ontwikkelden, tweede tijdvak van de periode paleogeen, van 56 tot 34 miljoen jaar geleden	adj	uit het eoceen, of met betrekking tot dat tijdperk
eoceens	=	eoceen
eocene	=	eoceen
eoe-index	noun	was een beursindex van de optiebeurzen in EU-landen, tegenwoordige naam is AEX
eog	noun	meting van het kleine spanningsverschil tussen het hoornvlies en het netvlies
eog's	=	eog
eoliet	noun	onbewerkt stuk steen dat men in de prehistorie als gereedschap gebruikte
eolieten	=	eoliet
eolisch	adj	door de wind veroorzaakt	noun	de kerktoonsoort gebaseerd op a
eolische	=	eolisch
eolischer	=	eolisch
eolischere	=	eolisch
eolischers	=	eolisch
eolithicum	noun|obsolete	veronderstelde vroegste periode van de steentijd, waarin nauwelijks bewerkte stenen, "eolieten", als werktuig werden gebruikt
eolusharp	noun	kist waarover snaren zijn gespannen die geluid produceren als ze onder invloed van de wind gaan trillen
eolusharpen	=	eolusharp
eon	noun	grootste tijdperken waarin de geschiedenis van de aarde ingedeeld wordt
eonen	=	eon
eonnetje	=	eon
eoontje	=	eon
eosine	noun	een zure negatief geladen roze/rode kleurstof.
eosinetje	=	eosine
eosinetjes	=	eosine
eosinofilie	noun	toename van het aantal eosinofiele (zich kleurend met zure kleurstoffen) cellen in het bloed
eozoïcum	noun	geologisch tijdperk waarin de eerste meercellige levensvormen ontstonden
ep	noun	extended play, een muziekuitgave die korter is dan een album en langer dan een single
ep's	=	ep
ep'tje	=	ep
ep'tjes	=	ep
epacta	noun	aantal dagen dat op 1 januari is verstreken sinds de voorgaande nieuwe maan Deze waarde wordt gebruikt om het verschil tussen het maanjaar en het zonnejaar op te lossen, bijvoorbeeld bij het berekening van de paasdatum.
epacten	=	epacta
epanafoor	noun	stijlfiguur waarbij twee of meer overeenkomstige zinnen beginnen met een herhaling van dezelfde woorden
epanaforen	=	epanafoor
epanalepsis	noun	stijlfiguur waarbij de eerste woorden van een zin of zinsdeel ook aan het einde van diezelfde zin of zinsdeel worden herhaald, met andere woorden ertussen
epanodos	noun	stijlfiguur waarbij woorden of zinsdelen uit een zin worden herhaald in omgekeerde volgorde om nadruk te leggen of iets te verduidelijken
epanorthosis	noun	stijlfiguur waarbij een spreker of schrijver een eerder uitgesproken woord of frase vervangt door een krachtiger, nadrukkelijker of passender woord of frase, vaak met een versterkend effect
epateer	=	epateren
epateerde	=	epateren
epateerden	=	epateren
epateert	=	epateren
epatere	=	epateren
epateren	verb	overdonderen, verstomd doen staan
epaterend	=	epateren
epaterende	=	epateren
epaulet	noun	een versiering met kwastjes die op de beide schouders van een jas of overhemd wordt gedragen
epaulethaai	noun	Hemiscyllium ocellatum een vis uit de familie van epaulethaaien en bamboehaaien (Hemiscylliidae), orde bakerhaaien (Orectolobiformes)
epaulethaaien	=	epaulethaai
epaulethaaitje	=	epaulethaai
epaulethaaitjes	=	epaulethaai
epauletje	=	epaulet
epauletjes	=	epaulet
epauletoeverlibel	noun	Orthetrum chrysostigma een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
epauletoeverlibellen	=	epauletoeverlibel
epauletoeverlibelletje	=	epauletoeverlibel
epauletoeverlibelletjes	=	epauletoeverlibel
epaulets	=	epaulet
epauletspreeuw	noun	bepaald soort vogel, Agelaius phoeniceus uit de familie troepialen, een zeer algemene en veel bestudeerde vogel in Noord-Amerika
epauletspreeuwen	=	epauletspreeuw
epauletspreeuwtje	=	epauletspreeuw
epauletspreeuwtjes	=	epauletspreeuw
epauletten	=	epaulet
epauletverfdrupje	noun	Oxycera nigricornis een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
epauletverfdrupjes	=	epauletverfdrupje
epd	noun	een softwaretoepassing waarbij medische patiëntengegevens in digitale vorm bewaard en beschikbaar gemaakt worden
epd's	=	epd
epdm	noun	Ethyleen Propyleen Dieen Monomeer, een synthetische rubber of elastomeer
epen	=	epos
epenthese	noun	inlassing van een of meer extra klanken binnenin een woord of samenstelling, waarvoor geen etymologische reden is
epenthesen	=	epenthese
epentheses	=	epenthesis
epenthesis	noun	insertie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordmidden
epenthetisch	adj	in een woord ingelast
epenthetische	=	epenthetisch
epenthetischer	=	epenthetisch
epenthetischere	=	epenthetisch
epenthetischers	=	epenthetisch
ephemeer	=	efemeer
ephemera	=	efemera
epi	noun|informal	ingreep tijdens een bevalling, waarbij de schaamspleet wordt vergroot door de bilnaad in te knippen
epi's	=	epi
epibreer	=	epibreren
epibreerde	=	epibreren
epibreerden	=	epibreren
epibreert	=	epibreren
epibrere	=	epibreren
epibreren	verb	een niet nader aan te geven bezigheid verrichten waarvan men de indruk wekt dat ze erg belangrijk is
epibrerend	=	epibreren
epibrerende	=	epibreren
epicentra	=	epicentrum
epicentrum	noun	het punt op het aardoppervlak loodrecht boven de haard van de aardbeving
epicentrumpje	=	epicentrum
epicentrums	=	epicentrum
epicondylitis	noun	ontsteking van een knobbel aan een gewrichtsuitsteeksel
epicrises	=	epicrisis
epicrisis	noun	eindoordeel over een ziektegeval
epicrisissen	=	epicrisis
epicurisch	adj	van of volgens Epicurus en diens opvattingen
epicurische	=	epicurisch
epicurischer	=	epicurisch
epicurischere	=	epicurisch
epicurischers	=	epicurisch
epicurisme	noun	leer van Epicurus
epicurist	noun	volgeling van Epicurus, die leerde dat het geluk van personen het hoogste goed in het menselijk leven is
epicuristen	=	epicurist
epicuristisch	adj	als een epicurist
epicuristische	=	epicuristisch
epicuristischer	=	epicuristisch
epicuristischere	=	epicuristisch
epicuristischers	=	epicuristisch
epicycloïde	noun	kromme beschreven door een punt op de omtrek van een cirkel die langs de buitenomtrek van een andere cirkel rolt
epicycloïden	=	epicycloïde
epicycloïdes	=	epicycloïde
epicycloïdetje	=	epicycloïde
epicycloïdetjes	=	epicycloïde
epicykel	noun	een hulpcirkel om de schijnbare beweging van de planeten aan het uitspansel te kunnen verklaren
epidemie	noun	besmettelijke ziekte die zich snel verspreidt onder een groep van mensen
epidemiecontrole	noun	het vaststellen of iemand besmet is geraakt met een ziekte tijdens een epidemie
epidemiecontroles	=	epidemiecontrole
epidemies	=	epidemie
epidemietje	=	epidemie
epidemietjes	=	epidemie
epidemieën	=	epidemie
epidemiologe	=	epidemioloog
epidemiologen	=	epidemioloog
epidemiologie	noun	leer van de epidemieën
epidemiologisch	adj	met betrekking tot verspreiding van ziekten onder (delen) van de bevolking
epidemiologische	=	epidemiologisch
epidemiologischer	=	epidemiologisch
epidemiologischere	=	epidemiologisch
epidemiologischers	=	epidemiologisch
epidemioloog	noun	iemand die zich bezig houdt met epidemieën
epidemioloogje	=	epidemioloog
epidemioloogjes	=	epidemioloog
epidemisch	adj	van de aard van een epidemie
epidemische	=	epidemisch
epidemischer	=	epidemisch
epidemischere	=	epidemisch
epidemischers	=	epidemisch
epidermaal	adj	behorend tot de opperhuid
epidermes	=	epidermis
epidermis	noun	opperhuid
epidermissen	=	epidermis
epidermitis	noun	ontsteking van de opperhuid
epidermitisje	=	epidermitis
epidermitisjes	=	epidermitis
epidermolyse	noun	het loslaten van de opperhuid
epidiascoop	noun	projectielantaarn geschikt als episcoop (een projector voor ondoorzichtige plaatjes) en als diascoop voor dia's
epidiascoopje	=	epidiascoop
epidiascoopjes	=	epidiascoop
epidiascopen	=	epidiascoop
epidiaskoop	=	epidiascoop
epididymitis	noun	ontsteking van de bijbal
epididymitissen	=	epididymitis
epiduraal	adj	buiten het harde hersenvlies en de ruimte aan de buitenzijde van het harde ruggenmergvlies
epiduraals	=	epiduraal
epidurale	=	epiduraal
epiek	noun	verzamelnaam voor producten van verhalende literatuur, zowel in poëzie als in proza, waarbij de nadruk ligt op de beschrijving van een (groot) gebeuren
epifanie	noun	godsverschijning
epifanietje	=	epifanie
epifanietjes	=	epifanie
epifanieën	=	epifanie
epifenomeen	noun	nevenverschijnsel
epifenomeentje	=	epifenomeen
epifenomeentjes	=	epifenomeen
epifenomenalisme	noun	stroming in de filosofie en psychologie die ervan uitgaat dat geestelijke verschijnselen slechts epifenomenen (nevenverschijnselen) zijn van fysische verschijnselen
epifenomenen	=	epifenomeen
epifiet	=	epifyt
epifoor	noun	doelbewuste herhaling van hetzelfde woord aan het eind van twee of meer opeenvolgende versregels of zinnen
epifoortje	=	epifoor
epifoortjes	=	epifoor
epiforen	=	epifoor
epifysair	adj	met betrekking tot de groeischijf (epifyse)
epifysaire	=	epifysair
epifysairs	=	epifysair
epifyse	noun	een klier die onderdeel is van de epithalamus en melatonine uitscheidt
epifysen	=	epifyse
epifyses	=	epifyse
epifysetje	=	epifyse
epifysetjes	=	epifyse
epifysiolyse	noun	het loslaten van het uiteinde van een pijpbeen ter hoogte van de groeischijf
epifysiolysetje	=	epifysiolyse
epifysiolysetjes	=	epifysiolyse
epifyt	noun	plant die op andere planten groeit zonder daaraan voedsel te onttrekken, gastplant
epifyten	=	epifyt
epifytisch	adj	als een epifyt
epifytische	=	epifytisch
epifytischer	=	epifytisch
epifytischere	=	epifytisch
epifytischers	=	epifytisch
epigastralgie	noun	pijn in de bovenbuik
epigastria	=	epigastrium
epigastrisch	adj	met betrekking tot de bovenbuik
epigastrium	noun	bovenbuik
epigastriumpje	=	epigastrium
epigastriumpjes	=	epigastrium
epigenetica	noun	het vakgebied binnen de genetica dat de invloed bestudeert van de omkeerbare erfelijke veranderingen in de genexpressie die optreden zonder wijzigingen in de sequentie (volgorde van de basenparen) van het DNA in de celkern
epigenetisch	adj	betreft de studie over hoe omgevingsfactoren zoals voeding, stress en leefstijl de werking van genen beïnvloeden zonder de DNA-code zelf te wijzigen
epigenetische	=	epigenetisch
epigenetischer	=	epigenetisch
epigenetischere	=	epigenetisch
epigenetischers	=	epigenetisch
epiglottes	=	epiglottis
epiglottis	noun	strotklepje, dat bij het slikken de luchtpijp afsluit
epigonen	=	epigoon
epigonisme	noun	werkzaamheid als epigoon of van de epigonen
epigoon	noun	iemand die op het gebied van kunsten en wetenschappen de grote voorgangers navolgt en geen eigen nieuwe ideeën heeft
epigoontje	=	epigoon
epigoontjes	=	epigoon
epigraaf	noun	opschrift op monumenten
epigraafje	=	epigraaf
epigraafjes	=	epigraaf
epigrafen	=	epigraaf
epigrafie	noun	leer van de opschriften
epigrafieën	=	epigrafie
epigrafisch	adj	betrekking hebbend op opschriften
epigrafische	=	epigrafisch
epigrafologie	noun	de studie van inscripties
epigram	noun	zeer kort gedicht dat een afgesloten, meestal hekelende of schertsende, gedachte inhoudt
epigrammatisch	adj	van de aard van een epigram
epigrammatische	=	epigrammatisch
epigrammatischer	=	epigrammatisch
epigrammatischere	=	epigrammatisch
epigrammatischers	=	epigrammatisch
epigrammen	=	epigram
epigrammetje	=	epigram
epigrammetjes	=	epigram
epigraphie	=	epigrafie
epikritisch	adj	in staat zeer kleine verschillen in temperatuur, pijn, tastgevoelens e.d. waar te nemen
epikritische	=	epikritisch
epikritischer	=	epikritisch
epikritischere	=	epikritisch
epikritischers	=	epikritisch
epilatie	noun	ontharing
epilaties	=	epilatie
epilatietje	=	epilatie
epilatietjes	=	epilatie
epilator	noun	apparaat om te epileren
epilatoren	=	epilator
epilators	=	epilator
epilatortje	=	epilator
epilatortjes	=	epilator
epileer	=	epileren
epileerapparaat	noun	werktuig om te ontharen
epileerapparaatje	=	epileerapparaat
epileerapparaatjes	=	epileerapparaat
epileerapparaten	=	epileerapparaat
epileerde	=	epileren
epileerden	=	epileren
epileeren	=	epileren
epileerschaar	noun	getande schaar om te ontharen
epileerschaartje	=	epileerschaar
epileerschaartjes	=	epileerschaar
epileerscharen	=	epileerschaar
epileert	=	epileren
epilepsie	noun	vallende ziekte, toevallen die hun oorsprong hebben in de hersenen
epilepsieaanval	noun	plotselinge aanval van bewusteloosheid vaak samengaand met trekkingen van de spieren
epilepsieaanvallen	=	epilepsieaanval
epilepsiebestrijding	noun	het geheel van medische behandelingen, zorg en maatregelen die erop gericht zijn epileptische aanvallen te voorkomen, te verminderen of te stoppen.
epilepsiebestrijdingen	=	epilepsiebestrijding
epilepsiebestrijdinkje	=	epilepsiebestrijding
epilepsiebestrijdinkjes	=	epilepsiebestrijding
epilepsiehond	noun	hond die een epilepsiepatiënt bijstaat
epilepsiehonden	=	epilepsiehond
epilepsiepatiënt	noun	persoon een neurologische aandoening heeft die gepaard gaat met insulten
epilepsiepatiënten	=	epilepsiepatiënt
epilepsiepatiëntje	=	epilepsiepatiënt
epilepsiepatiëntjes	=	epilepsiepatiënt
epileptica	noun	vrouw met een aandoening aan de hersenschors die leidt tot aanvallen waarbij de waarneming of bewegingen ernstig verstoord zijn
epileptica's	=	epileptica
epileptici	=	epilepticus
epilepticus	noun	iemand met een aandoening aan de hersenschors die leidt tot aanvallen waarbij de waarneming of bewegingen ernstig verstoord zijn
epileptisch	adj	behorend tot epilepsie
epileptische	=	epileptisch
epileptischer	=	epileptisch
epileptischere	=	epileptisch
epileptischers	=	epileptisch
epilere	=	epileren
epileren	verb	ontharen (met een pincet, was, hars of een (elektrisch) epileerapparaat dat met kleine pincetjes of tangetjes automatisch haartjes uittrekt)
epilerend	=	epileren
epilerende	=	epileren
epilogen	=	epiloog
epiloog	noun	een naschrift toegevoegd aan een boek of film, nawoord, narede
epiloogje	=	epiloog
epiloogjes	=	epiloog
epimorfisme	noun	surjectief homomorfisme
epineus	adj|formal	netelig, hachelijk, vol moeilijkheden
epineust	=	epineus
epineuste	=	epineus
epineuze	=	epineus
epineuzer	=	epineus
epineuzere	=	epineus
epineuzers	=	epineus
epipalaeolithicum	noun	epipaleolithicum (in de vóór 1955 gangbare schrijfwijze)
epipaleolithicum	noun	periode in de steentijd, waarin de overgang naar landbouw en veeteelt plaatsvindt
epiparasiet	noun	parasitaire plant die haar koolhydraten niet zelf aanmaakt, maar via een schimmel verkrijgt van een andere plant
epiparasieten	=	epiparasiet
epiparasietje	=	epiparasiet
epiparasietjes	=	epiparasiet
epiparasitair	adj	als een epiparasiet
epiparasitairder	=	epiparasitair
epiparasitairdere	=	epiparasitair
epiparasitairders	=	epiparasitair
epiparasitaire	=	epiparasitair
epiparasitairs	=	epiparasitair
epiparasitairst	=	epiparasitair
epiparasitairste	=	epiparasitair
episch	adj	van de aard van de epiek (verhalend dichten), tot de epiek behorend
epische	=	episch
epischer	=	episch
epischere	=	episch
epischers	=	episch
episcoop	noun	toestel om ondoorzichtige afbeeldingen te projecteren
episcoopje	=	episcoop
episcoopjes	=	episcoop
episcopaal	adj	bisschoppelijk
episcopaals	=	episcopaal
episcopaalst	=	episcopaal
episcopaalste	=	episcopaal
episcopaat	noun	bisschoppelijke waardigheid
episcopale	=	episcopaal
episcopaler	=	episcopaal
episcopalere	=	episcopaal
episcopalers	=	episcopaal
episcopalisme	noun	systeem van kerkbestuur waarbij de bisschoppen (in concilie vergaderd) het hoogste gezag bezitten
episcopaten	=	episcopaat
episcopen	=	episcoop
episcopie	noun	het projecteren van ondoorschijnende afbeeldingen
episiotomie	noun	verwijding van de schede-ingang bij de vrouw door inknippen
episkoop	=	episcoop
episode	noun	op zichzelf staande gebeurtenis
episoden	=	episode
episodes	=	episode
episodetje	=	episode
episodetjes	=	episode
episodisch	adj	van de aard van, op de wijze van een episode
episodische	=	episodisch
episodischer	=	episodisch
episodischere	=	episodisch
episodischers	=	episodisch
epistasie	noun	niet-allele interactie (interactie tussen genen op verschillende loci)
epistaxis	noun	neusbloeding
epistel	noun	een (formele) brief, een zendbrief
epistels	=	epistel
episteltje	=	epistel
episteltjes	=	epistel
epistemisch	adj	betrekking hebbend op kennis
epistemische	=	epistemisch
epistemischer	=	epistemisch
epistemischere	=	epistemisch
epistemischers	=	epistemisch
epistemologen	=	epistemoloog
epistemologie	noun	wetenschap van de wetenschappen, kennisleer, kennistheorie
epistemologisch	adj	met betrekking tot de epistemologie
epistemologische	=	epistemologisch
epistemologischer	=	epistemologisch
epistemologischere	=	epistemologisch
epistemologischers	=	epistemologisch
epistemoloog	noun	wetenschapper van de wetenschappen
epistemoloogje	=	epistemoloog
epistemoloogjes	=	epistemoloog
epistolair	adj	met betrekking tot (het schrijven van) een epistel
epistolaire	=	epistolair
epistolairs	=	epistolair
epistrofe	noun	een stijlfiguur waarbij hetzelfde woord of dezelfde woordgroep aan het einde van opeenvolgende zinnen of zinsdelen wordt herhaald
epitaaf	noun	grafschrift
epitaafje	=	epitaaf
epitaafjes	=	epitaaf
epitafen	=	epitaaf
epitestosteron	noun	hormoon dat in het lichaam tegelijk met testosteron wordt geproduceerd en dat door sporters wordt ingenomen om het gebruik van testosteron als doping te maskeren
epitheel	noun	dekweefsel, bovenste laag van de huid en slijmvliezen
epithelen	=	epitheel
epitheliaal	adj	het epitheel betreffend
epitheliaals	=	epitheliaal
epitheliale	=	epitheliaal
epitheliomen	=	epithelioom
epithelioom	noun	een gezwel van de huid dat van het dekweefsel uitgaat
epithelioompje	=	epithelioom
epithelioompjes	=	epithelioom
epithese	noun	insertie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordeinde
epithesen	=	epithese
epitheta	=	epitheton
epitheton	noun	bijvoeglijk naamwoord of bijvoeglijke bepaling
epithetonnetje	=	epitheton
epithetonnetjes	=	epitheton
epitome	noun	uittreksel
epitome's	=	epitome
epitomeetje	=	epitome
epitomeetjes	=	epitome
epizeuxes	=	epizeuxis
epizeuxis	noun	stijlfiguur waarbij een woord of zin direct achter elkaar herhaald wordt, zonder onderbreking
epizoën	noun	insecten die op of in de huid van dieren leven
epje	noun	kleine plastic recipiënt met aanhangend dekseltje
epjes	=	epje
epjesvlot	noun	een kunststof houder voor epjes
epjesvlotten	=	epjesvlot
epo	noun	in de nieren gevormd hormoon dat de vorming van rode bloedcellen bevordert, ook wel toegediend als doping
epochaal	adj	het begin van een nieuw tijdperk aanduidend; met eigenschappen die zo sterk verschillen van het voorgaande dat ze het begin van een volgende periode markeren
epochaals	=	epochaal
epochaalst	=	epochaal
epochaalste	=	epochaal
epochale	=	epochaal
epochaler	=	epochaal
epochalere	=	epochaal
epochalers	=	epochaal
epoche	noun	tijdvak, tijdperk, epoque
epochen	=	epoche
epocontrole	noun	onderzoek om vast te stellen dat een sporter geen toegevoegd of kunstmatig opgewekt erytropoëtine gebruikt om zijn prestaties te verbeteren
epocontroles	=	epocontrole
epogen	noun	deel van het dna dat zorgt voor de aanmaak van erytropoëtine
epogenen	=	epogen
eponiem	noun	woord dat gevormd is op basis van een eigennaam van een persoon
eponieme	=	eponiem
eponiemen	=	eponiem
eponiemenwoordenboek	noun	woordenboek met woorden gevormd op basis van een eigennaam
eponiemenwoordenboeken	=	eponiemenwoordenboek
eponiempje	=	eponiem
eponiempjes	=	eponiem
eponiems	=	eponiem
epopee	noun|obsolete	dichtwerk over de daden van grote helden
epopeeën	=	epopee
epoque	noun	tijdperk van een of meer kenmerkende gebeurtenissen of personen
epoques	=	epoque
epos	noun	een verhaal of verhalend gedicht dat een historische of legendarische figuur beschrijft: heldendicht
eposje	=	epos
eposjes	=	epos
epossen	=	epos
epotest	noun	meting waarbij men controleert of iemand wel of geen epo heeft gebruikt
epotesten	=	epotest
epotestje	=	epotest
epotestjes	=	epotest
epotests	=	epotest
epoxy	noun	een epoxide-polymeer opgebouwd uit 2 koolstofatomen (C) en 1 zuurstofatoom (O) in een ringvormige structuur
epoxy's	=	epoxy
epoxyhars	noun	kunsthars dat veel wordt gebruikt als tweecomponentenlijm
epoxyharsen	=	epoxyhars
epoxylaag	noun	een laag epoxykunststof
epoxylaagje	=	epoxylaag
epoxylaagjes	=	epoxylaag
epoxylagen	=	epoxylaag
epoxylijm	noun	een tweecomponentenlijm
epoxylijmen	=	epoxylijm
epoxylijmpje	=	epoxylijm
epoxylijmpjes	=	epoxylijm
epoxyplamuur	noun	een tweekomponentenplamuur op basis van epoxy
epoxyproduct	noun	product dat gebaseerd is op epoxy of epoxy bevat
epoxyteer	noun	mengsel van epoxy en bitumen
eppe	noun	Apium graveolens selderie
eppedwergspanner	noun	Eupithecia selinata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
eppedwergspanners	=	eppedwergspanner
eppedwergspannertje	=	eppedwergspanner
eppedwergspannertjes	=	eppedwergspanner
eppes	pron	iets
epsilon	noun	ε, vijfde letter uit het Griekse alfabet
epsilonnetje	=	epsilon
epsilonproteobacteriën	=	ε-proteobacteriën
epsilons	=	epsilon
epsilonvariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter epsilon
epsilonvarianten	=	epsilonvariant
epuratie	noun	zuivering, de bestraffing van collaborateurs uit de Tweede Wereldoorlog
epuraties	=	epuratie
epuratietje	=	epuratie
epuratietjes	=	epuratie
eq	noun	een index voor emotionele intelligentie, gemeten als de mate waarin iemand emoties aanvoelt, begrijpt, verwerkt en reguleert
eq's	=	eq
equaliser	=	equalizer
equalizer	noun	een geluidstechnisch apparaat dat een of meer frequentiegebieden (banden) van het signaal versterkt of verzwakt, opdat de balans tussen de banden, en dus het timbre, naar wens kan worden aangepast
equalizers	=	equalizer
equatie	noun	vergelijking
equaties	=	equatie
equator	noun	de denkbeeldige scheidslijn tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond op aarde of op de hemelglobe
equatoren	=	equator
equatoriaal	noun	astronomische kijker, draaibaar om twee assen	adj	van of bij de evenaar
equatoriaal-guinees	adj	op Equatoriaal-Guinea betrekking hebbend
equatoriaal-guineese	noun	een vrouwelijke inwoner van Equatoriaal-Guinea, of een vrouw afkomstig uit Equatoriaal-Guinea
equatoriaal-guineesen	=	equatoriaal-guineese
equatoriaal-guineest	=	equatoriaal-guinees
equatoriaal-guineeste	=	equatoriaal-guinees
equatoriaal-guineeër	noun	een inwoner van Equatoriaal-Guinea, of iemand afkomstig uit Equatoriaal-Guinea
equatoriaal-guineeërs	=	equatoriaal-guineeër
equatoriaal-guinese	=	equatoriaal-guinees
equatoriaal-guineser	=	equatoriaal-guinees
equatoriaal-guinesere	=	equatoriaal-guinees
equatoriaal-guinesers	=	equatoriaal-guinees
equatoriaals	=	equatoriaal
equatoriaalst	=	equatoriaal
equatoriaalste	=	equatoriaal
equatoriale	=	equatoriaal
equatorialen	=	equatoriaal
equatorialer	=	equatoriaal
equatorialere	=	equatoriaal
equatorialers	=	equatoriaal
equatorrog	noun	Raja equatorialis een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
equatorroggen	=	equatorrog
equatorroggetje	=	equatorrog
equatorroggetjes	=	equatorrog
equatorrogje	=	equatorrog
equatorrogjes	=	equatorrog
equators	=	equator
equidistant	adj	op gelijke afstand gelegen
equidistante	=	equidistant
equidistanter	=	equidistant
equidistantere	=	equidistant
equidistanters	=	equidistant
equidistants	=	equidistant
equidistantst	=	equidistant
equidistantste	=	equidistant
equilibria	=	equilibrium
equilibrium	noun	toestand waarin tegengestelde krachten of ontwikkelingen niet tot veranderingen leiden omdat zij elkaars werking precies opheffen
equilibriumpje	=	equilibrium
equilibriumpjes	=	equilibrium
equilibriums	=	equilibrium
equinoctiaal	adj	betrekking hebbend op de evenaar
equinoctiaals	=	equinoctiaal
equinoctiaalst	=	equinoctiaal
equinoctiaalste	=	equinoctiaal
equinoctiale	=	equinoctiaal
equinoctialer	=	equinoctiaal
equinoctialere	=	equinoctiaal
equinoctialers	=	equinoctiaal
equinox	noun	het moment dat de zon het denkbeeldige vlak van de evenaar in zuidelijke of noordelijke richting passeert, de nacht duurt dan evenlang als de dag (nachtevening)
equinoxen	=	equinox
equipage	noun	bemanning op een schip, beneden de rang van officier
equipages	=	equipage
equipagie	=	equipage
equipartitie	noun	gelijkmatige verdeling, gelijke verdeling
equipartitiebeginsel	noun	principe uit de de statistische thermodynamica dat stelt dat in thermisch evenwicht bij temperatuur T elke vrijheidsgraad gemiddeld dezelfde energie scriptstyle ⟨E⟩ heeft: ⟨E⟩=1/2k_BT met k_B = de constante van Boltzmann
equipartities	=	equipartitie
equipartitietje	=	equipartitie
equipartitietjes	=	equipartitie
equipe	noun	team, elftal, sportploeg inclusief het benodigde hulppersoneel zoals trainers, begeleiders en verzorgers
equipeer	=	equiperen
equipeerde	=	equiperen
equipeerden	=	equiperen
equipeert	=	equiperen
equipeje	=	equipe
equipejes	=	equipe
equipeleider	noun	iemand die bij internationale wedstrijden leiding geeft aan een sportploeg zonder zelf deel te nemen
equipeleiders	=	equipeleider
equipere	=	equiperen
equiperen	verb	voorzien van de nodige middelen om een taak te kunnen vervullen
equiperend	=	equiperen
equiperende	=	equiperen
equipes	=	equipe
equipetje	=	equipe
equipetjes	=	equipe
equipment	noun	apparatuur, uitrusting
equipments	=	equipment
equipotentiaalvlak	noun	vlak waarbij in elk punt dezelfde potentiaal aanwezig is
equipotentiaalvlakje	=	equipotentiaalvlak
equipotentiaalvlakjes	=	equipotentiaalvlak
equipotentiaalvlakken	=	equipotentiaalvlak
equivalent	noun	iets gelijkwaardigs	adj	gelijkwaardig.
equivalente	=	equivalent
equivalenten	=	equivalent
equivalenter	=	equivalent
equivalentere	=	equivalent
equivalenters	=	equivalent
equivalentie	noun	gelijkwaardigheid
equivalentieprincipe	noun	principe dat stelt dat trage massa uit de eerste wet van Newton equivalent (gelijk) is aan de zware massa uit diens gravitatiewet
equivalentieprincipes	=	equivalentieprincipe
equivalenties	=	equivalentie
equivalentje	=	equivalent
equivalentjes	=	equivalent
equivalents	=	equivalent
equivalentst	=	equivalent
equivalentste	=	equivalent
equivoque	noun	stijlfiguur waarbij een woord door een woordspeling twee betekenissen heeft, vaak met komisch effect	adj|obsolete	dubbelzinnig
equivoquer	=	equivoque
equivoquere	=	equivoque
equivoques	=	equivoque
er	adv	onbepaald bijwoord van plaats: ergens
era	noun	een bijzonder lange tijd.
era's	=	era
eraan	adv	vervangt *aan het, *aan ze
erachter	adv	vervangt achter dat, achter die, achter dit, achter deze
erachteraan	adv	vervangt *achter hem aan, *achter ze aan
eradicatie	noun	het uitroeien van een infectieziekte; bestrijden van een epidemie
eradicaties	=	eradicatie
eraf	adv	vervangt *van het af, *van ze af
erasmiaans	adj	vernoemd naar Erasmus
erasmiaanse	=	erasmiaans
erasmiaanser	=	erasmiaans
erasmiaansere	=	erasmiaans
erasmiaansers	=	erasmiaans
erasmiaanst	=	erasmiaans
erasmiaanste	=	erasmiaans
erasmusstudent	noun	een student die meedoet aan het internationale uitwisselingsprogramma voor studenten van de Europese Unie
erasmusstudenten	=	erasmusstudent
erbarm	=	erbarmen
erbarmd	=	erbarmen
erbarmde	=	erbarmen
erbarmden	=	erbarmen
erbarme	=	erbarmen
erbarmelijk	adj	zeer gebrekkig	adv	in bedenkelijke mate
erbarmelijke	=	erbarmelijk
erbarmelijker	=	erbarmelijk
erbarmelijkere	=	erbarmelijk
erbarmelijkers	=	erbarmelijk
erbarmelijks	=	erbarmelijk
erbarmelijkst	=	erbarmelijk
erbarmelijkste	=	erbarmelijk
erbarmen	verb	medelijden hebben met iemand	noun	medeleven met de pijn of het ongeluk van een ander
erbarmend	=	erbarmen
erbarmende	=	erbarmen
erbarmt	=	erbarmen
erbij	adv	vervangt bij het of bij ze
erbinnen	adv	vervangt *binnen het
erbium	noun	een scheikundig element en zilverwit lanthanide met het symbool Er en het atoomnummer 68
erbiumatomen	=	erbiumatoom
erbiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element erbium.
erbiumatoompje	=	erbiumatoom
erbiumatoompjes	=	erbiumatoom
erboven	adv	vervangt *boven het
erbovenop	adv	op de top
erbovenuit	=	bovenuit
erbuiten	adv	vervangt *buiten het, buiten ze
erdoor	adv	met het genoemde als oorzaak
erdoorheen	=	doorheen
ere	noun	dorsvloer
ereambt	noun	een eervolle, onbetaalde functie
ereambten	=	ereambt
erebaan	noun	arbeid waar men heel trots op is dat men ze mag verrichten, ook als men er minder geld mee verdient
erebaantje	=	erebaan
erebaantjes	=	erebaan
erebanen	=	erebaan
erebegraafplaats	noun	begraafplaats voor gesneuvelde militairen
erebegraafplaatsen	=	erebegraafplaats
erebia	noun	soort vlinder behorende tot het geslacht Erebia, uit de familie Nymphalidae, waarvan een aantal in de Benelux voorkomen
erebia's	=	erebia
ereblijk	noun	teken van eer en dankbaarheid
ereblijken	=	ereblijk
erebogen	=	ereboog
ereboog	noun	boog opgericht ter ere van een persoon of roemrijk feit
ereboogje	=	ereboog
ereboogjes	=	ereboog
ereburger	noun	een onderscheiding die verleend kan worden door een land, stad of gemeente vanwege bijzondere verdiensten
ereburgers	=	ereburger
ereburgerschap	noun	een onderscheiding die verleend kan worden door een land, stad of gemeente vanwege bijzondere verdiensten
ereburgerschappen	=	ereburgerschap
erecode	noun	geheel van ongeschreven regels over hetgeen in een bepaalde kring als al of niet geoorloofd geldt
erecodes	=	erecode
erecomiteetje	=	erecomité
erecomiteetjes	=	erecomité
erecomité	noun	een groep mensen die de feestelijkheden ter ere van iemand organiseren
erecomités	=	erecomité
ereconsul	noun	gevolmachtigd vertegenwoordiger van een vreemde regering in een land die daarvoor geen salaris ontvangt
ereconsuls	=	ereconsul
erectie	noun	oprichting van het mannelijk lid, meestal door seksuele opwinding
erectiel	adj	in staat tot erectie
erectiele	=	erectiel
erectieler	=	erectiel
erectielere	=	erectiel
erectielers	=	erectiel
erectiels	=	erectiel
erectielst	=	erectiel
erectielste	=	erectiel
erectiemiddel	noun	middel dat de erectie bij mannen stimuleert
erectiemiddelen	=	erectiemiddel
erectiepil	noun	een pil die mannen in staat stelt (makkelijker) een erectie te verkrijgen
erectiepillen	=	erectiepil
erectiepilletje	=	erectiepil
erectiepilletjes	=	erectiepil
erecties	=	erectie
erectiestoornis	noun	het onvermogen om een erectie van de penis te verkrijgen of te behouden die voldoende is om goede geslachtsgemeenschap te kunnen hebben
erectiestoornisje	=	erectiestoornis
erectiestoornissen	=	erectiestoornis
erectietje	=	erectie
eredame	noun	een vrouw die tweede of derde is geworden tijdens een miss-verkiezing
eredames	=	eredame
eredegen	noun	een degen dat iemand draagt als teken van zijn waardigheid
eredegens	=	eredegen
eredienst	noun	een religieuze ceremonie, kerkdienst
erediensten	=	eredienst
eredienstje	=	eredienst
eredienstjes	=	eredienst
erediploma	noun	een diploma dat iemand krijgt als teken van respect zonder dat die persoon een examen heeft afgelegd
erediploma's	=	erediploma
eredirecteur	noun	iemand die als teken van respect de titel directeur heeft maar niet functioneert als hoofd van een onderneming
eredirecteuren	=	eredirecteur
eredirecteurs	=	eredirecteur
eredivisie	noun	hoogste klasse binnen een sport binnen één land
eredivisieclub	noun	sportclub waarvan een team speelt in de hoogste klasse
eredivisieclubje	=	eredivisieclub
eredivisieclubjes	=	eredivisieclub
eredivisieclubs	=	eredivisieclub
eredivisieduel	noun	een wedstrijd in de competitie van de hoogste klasse binnen een sport binnen één land
eredivisieduellen	=	eredivisieduel
eredivisieduels	=	eredivisieduel
eredivisies	=	eredivisie
eredivisieteam	noun	een sportteam dat speelt in de hoogste landelijke competitie van een bepaalde sport een land
eredivisieteams	=	eredivisieteam
eredivisievoetbal	noun	het voetbal zoals men dat speelt in de hoogste klasse van een land
eredivisionist	noun	team dat speelt in de hoogste landelijke competitie van een bepaalde sport
eredivisionisten	=	eredivisionist
eredoctor	noun	een persoon die de doctorstitel uitgereikt krijgt op basis van een verdienste
eredoctoraat	noun	is een doctoraat dat wordt verleend aan personen die een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd in de wetenschap, zonder dat daarover verslag is gelegd in een proefschrift
eredoctoraatje	=	eredoctoraat
eredoctoraten	=	eredoctoraat
eredoctoren	=	eredoctor
eredoctors	=	eredoctor
erefunctie	noun	rol in een organisatie die iemand hoofdzakelijk krijgt toegekend als blijk van waardering Als regel gaat het om rollen die weinig inspanning vragen en die geen geldelijke beloning opleveren.
erefuncties	=	erefunctie
eregalerij	noun	exclusief overzicht van beroemde personen
eregalerijen	=	eregalerij
eregalerijtje	=	eregalerij
eregalerijtjes	=	eregalerij
eregast	noun	belangrijk persoon die als gast met extra grote eer wordt ontvangen en door zijn komst ook extra eer geeft aan de bijeenkomst
eregasten	=	eregast
eregastje	=	eregast
eregastjes	=	eregast
eregeld	noun	geld dat hoort bij een prijs
eregelden	=	eregeld
erehaag	noun	twee rijen mensen die opgesteld staan om iemand, die tussen deze twee rijen moet lopen, hulde en respect te tonen
erehagen	=	erehaag
ereis	adv	eens
erejury	noun	een groep beroemde, maar niet noodzakelijk vakbekwame mensen die kiest wie de beste is en de prijs verdient
erejury's	=	erejury
ereklasse	noun	de hoogste competitie (van een bepaalde sport in een bepaald land); hoogste divisie
ereklassen	=	ereklasse
erekrans	noun	een (virtuele) krans die iemand ontvangt als erkenning voor een zeer goede (SPORT)prestatie die hij heeft geleverd
erekransen	=	erekrans
erekruis	noun	kruisvormig herdenkingsteken op een begraafplaats
erekruisen	=	erekruis
erekruisje	=	erekruis
erekruisjes	=	erekruis
erekruizen	=	erekruis
erekwestie	noun	zaak die bepalend is voor de goede naam van iemand
erekwesties	=	erekwestie
ereleden	=	erelid
erelid	noun	iemand die als eerbewijs een bijzondere status heeft in een vereniging
erelidje	=	erelid
erelidmaatschap	noun	een lidmaatschap van een vereniging dat men iemand ontvangt als teken van respect zonder dat deze persoon daarvoor contributie betaalt of deelneemt aan de activiteiten van de vereniging
erelidmaatschapje	=	erelidmaatschap
erelidmaatschapjes	=	erelidmaatschap
erelidmaatschappen	=	erelidmaatschap
erelijst	noun	lijst met overwinningen van een sporter
erelijsten	=	erelijst
erelijstje	=	erelijst
erelijstjes	=	erelijst
erelint	noun	ereteken, huldeblijk in de vorm van een lint
erelinten	=	erelint
erelintje	=	erelint
erelintjes	=	erelint
ereloge	noun	speciale afgezonderde plaatsen voor de belangrijkste gasten bij een optreden
ereloges	=	ereloge
erelonen	=	ereloon
ereloon	noun	een honorarium
ereloonsupplement	noun	de extra kosten die iemand betaalt voor een arts boven op diens honorarium, omdat de betreffende patiënt in een eenpersoonskamer ligt
ereloonsupplementen	=	ereloonsupplement
ereloonsupplementje	=	ereloonsupplement
ereloontje	=	ereloon
ereloontjes	=	ereloon
eremedaille	noun	medaille die iemand van de staat krijgt omdat die persoon een bijzondere prestatie heeft geleverd
eremedailles	=	eremedaille
eremetaal	noun	de gouden, zilveren en bronzen medailles behaald tijdens wedstrijden
eremetalen	=	eremetaal
eremiet	noun	heremiet
eremieten	=	eremiet
eremietje	=	eremiet
eremietjes	=	eremiet
eremis	noun	mis ter herdenking van overledenen
eremissen	=	eremis
eremologie	noun	woestijnkunde
eremomela	noun	Eremomela een geslacht van zangvogels uit de familie Cisticolidae.
eremomela's	=	eremomela
eremomelaatje	=	eremomela
eremomelaatjes	=	eremomela
eremoord	noun	extreme vorm van eergerelateerd geweld
eremoorden	=	eremoord
eren	verb	iemands prijzenswaardigheid in het daglicht stellen
erenaam	noun	een onofficiële naam die iemand heeft gekregen als eerbetoon voor prestaties die hij of zij heeft geleverd
erenamen	=	erenaam
erend	=	eren
erende	=	eren
ereorde	noun	ridderorde die mensen ontvangen die een belangrijke bijdrage aan de samenleving hebben geleverd
ereorden	=	ereorde
ereordes	=	ereorde
erepalm	noun	een ereteken voor een geboekte overwinning
erepalmen	=	erepalm
erepalmpje	=	erepalm
erepalmpjes	=	erepalm
erepark	noun	deel van een begraafplaats waar belangrijke personen begraven liggen
ereparken	=	erepark
ereparkje	=	erepark
ereparkjes	=	erepark
erepenning	noun	onderscheiding in de vorm van een munt die men al of niet aan een ketting of lint kan dragen
erepenningen	=	erepenning
erepenninkje	=	erepenning
ereplaats	noun	een belangrijke, voorname plaats
ereplaatsen	=	ereplaats
ereplaatsje	=	ereplaats
ereplaatsjes	=	ereplaats
ereplak	noun	de gouden, zilveren en bronzen medailles behaald tijdens wedstrijden
ereplakken	=	ereplak
ereplicht	noun	iets waartoe men zich door zijn eergevoel verplicht acht
ereplichten	=	ereplicht
erepodia	=	erepodium
erepodium	noun	een verhoging waarop de eerste drie van een wedstrijd staan bij het uitreiken van de medailles, hierbij staat de winnaar in het midden op de hoogste trede
erepodiumpje	=	erepodium
erepodiumpjes	=	erepodium
erepodiums	=	erepodium
erepoort	noun	een poort die ter ere van een persoon of gebeurtenis is opgericht
erepoorten	=	erepoort
erepost	noun	een eervolle maar onbezoldigde functie
ereposten	=	erepost
erepostje	=	erepost
erepostjes	=	erepost
ereprijs	noun	een groot geslacht Veronica van planten.
ereprijsje	=	ereprijs
ereprijsvedermot	noun	Stenoptilia pterodactyla een nachtvlinder uit de familie Pterophoridae, de vedermotten.
ereprijsvedermotje	=	ereprijsvedermot
ereprijsvedermotjes	=	ereprijsvedermot
ereprijsvedermotten	=	ereprijsvedermot
ereprijszandbij	noun	Andrena labiata een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
ereprijszandbijen	=	ereprijszandbij
ereprijszandbijtje	=	ereprijszandbij
ereprijszandbijtjes	=	ereprijszandbij
ereprijzen	=	ereprijs
ereronde	noun	een extra rondje dat een sporter aflegt om zich te laten toejuichen door het publiek
ereronden	=	ereronde
ererondes	=	ereronde
ererondje	=	ereronde
ererondjes	=	ereronde
eresabel	noun	een van de hoogste Nederlandse militaire onderscheidingen voor dapperheid
eresabels	=	eresabel
eresaluten	=	eresaluut
eresaluut	noun	het in het openbaar iemand huldigen, bedanken of gedenken
eresaluutje	=	eresaluut
eresaluutjes	=	eresaluut
ereschavot	noun	een verhoging waarop de eerste drie van een wedstrijd staan bij het uitreiken van de medailles, hierbij staat de winnaar in het midden op de hoogste trede
ereschavotje	=	ereschavot
ereschavotjes	=	ereschavot
ereschavotten	=	ereschavot
ereschuld	noun	morele verplichting waaraan iemand wil of moet voldoen omdat het anders zijn eer aantast
ereschulden	=	ereschuld
ereteken	noun	teken van verdienste dat minder hoog is aangeschreven dan een ridderorde
eretekenen	=	ereteken
eretekens	=	ereteken
ereterras	noun	plaats waar de eregasten bij een evenement als toeschouwer kunnen plaatsnemen
ereterrassen	=	ereterras
erethisme	noun	prikkelbaarheid, overgevoeligheid
eretitel	noun	een niet officiële maar wel veel eer gevende titel
eretitels	=	eretitel
eretiteltje	=	eretitel
eretiteltjes	=	eretitel
eretribune	noun	het deel van de tribune met de beste en duurste plaatsen
eretribunes	=	eretribune
erets	noun	land
ereunen	noun	een familie Ereuniidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
erev	noun	avond (namelijk vooravond), dag ervoor
ereveld	noun	een begraafplaats waar lichamen van overleden personen worden begraven die zijn gestorven voor hun vaderland of die zich op bijzondere wijze voor hun vaderland hebben ingezet
erevelden	=	ereveld
ereveldje	=	ereveld
ereveldjes	=	ereveld
erevoorzitter	noun	persoon met de titel van voorzitter als teken van respect voor die persoon, maar die niet functioneert als voorzitter
erevoorzitters	=	erevoorzitter
erewacht	noun	een groep mensen die eerbiedig op een rij stilstaan als eerbewijs voor iets of iemand
erewachten	=	erewacht
erewijn	noun	wijn die men iemand als geschenk geeft
erewijnen	=	erewijn
erewoord	noun	belofte waarbij men zijn eer op het spel zet
erewoorden	=	erewoord
erewraak	noun	wraak omdat de eer van de familie zou zijn aangetast
erezaak	noun	een zaak waarmee de eer is gemoeid, maar die vaak verder niet zo heel belangrijk is
erezaakje	=	erezaak
erezaakjes	=	erezaak
erezaken	=	erezaak
erezuil	noun	een pilaar die is opgericht om iets of iemand te danken en te herinneren
erezuilen	=	erezuil
erezuiltje	=	erezuil
erf	noun	het grondgebied direct rond een boerderij
erfafscheiding	noun	constructie die de grens aangeeft tussen twee terreinen
erfafscheidingen	=	erfafscheiding
erfafscheidinkje	=	erfafscheiding
erfafscheidinkjes	=	erfafscheiding
erfbaar	adj	door te geven aan de volgende generatie
erfbaarder	=	erfbaar
erfbaardere	=	erfbaar
erfbaarders	=	erfbaar
erfbaars	=	erfbaar
erfbaarst	=	erfbaar
erfbaarste	=	erfbaar
erfbare	=	erfbaar
erfde	=	erven
erfdeel	noun	stuk van de erfenis zoals dat aan een bepaalde erfgenaam toekomt
erfdeeltje	=	erfdeel
erfdeeltjes	=	erfdeel
erfdelen	=	erfdeel
erfden	=	erven
erfdienstbaarheden	=	erfdienstbaarheid
erfdienstbaarheid	noun	een last waarmee een onroerend goed, het dienend of lijdend erf, ten behoeve van een ander onroerend goed, het heersend erf, is bezwaard
erfdochter	noun	dochter die een belangrijke erfenis van haar ouders kan verwachten
erfdochters	=	erfdochter
erfelijk	adj	wat op genetische wijze door nazaten verkregen kan worden
erfelijke	=	erfelijk
erfelijker	=	erfelijk
erfelijkere	=	erfelijk
erfelijkers	=	erfelijk
erfelijkheden	=	erfelijkheid
erfelijkheid	noun	overdracht van zichtbare of onzichtbare eigenschappen van een generatie van een organisme naar de volgende generatie
erfelijkheidsarts	noun	medicus die gespecialiseerd is in het opsporen en voorlichting geven over erfelijke aandoeningen
erfelijkheidsartsen	=	erfelijkheidsarts
erfelijkheidsleer	noun	wetenschap die de overerving van eigenschappen van de ene naar de volgende generatie onderzoekt
erfelijkheidsonderzoek	noun	onderzoek naar de aanwezigheid van bepaalde erfelijke eigenschappen
erfelijkheidsonderzoeken	=	erfelijkheidsonderzoek
erfelijks	=	erfelijk
erfelijkst	=	erfelijk
erfelijkste	=	erfelijk
erfenis	noun	het geheel aan bezittingen en schulden dat door de erflater bij zijn overlijden wordt nagelaten aan de erfgenamen
erfenisgeschil	noun	meningsverschil of ruzie over afwikkeling of verdeling van een nalatenschap (erfenis) waarvoor onderling (nog) geen compromis of andere oplossing is gevonden of waarover door de rechter moet worden beslist
erfenisgeschillen	=	erfenisgeschil
erfenisgeschilletje	=	erfenisgeschil
erfenisgeschilletjes	=	erfenisgeschil
erfenisje	=	erfenis
erfenisjes	=	erfenis
erfeniskwestie	noun	iets dat betrekking heeft met een nalatenschap
erfeniskwesties	=	erfeniskwestie
erfenissen	=	erfenis
erffactor	noun	een discrete eenheid van erfelijk materiaal, waarmee organismen erfelijke eigenschappen doorgeven aan hun nageslacht
erffactoren	=	erffactor
erfgemeenschap	noun	groep personen of een organisatie die samen recht hebben op een erfenis; de groep erfgenamen
erfgemeenschapje	=	erfgemeenschap
erfgemeenschapjes	=	erfgemeenschap
erfgemeenschappen	=	erfgemeenschap
erfgenaam	noun	persoon die bij wet of testament is aangewezen als erfgenaam en daarom bij overlijden door erfopvolging een nalatenschap (erfenis) geheel, of samen met anderen gedeeltelijk, verkrijgt
erfgenaampje	=	erfgenaam
erfgenaampjes	=	erfgenaam
erfgename	noun	een vrouwelijk persoon die recht heeft op de nalatenschap van een overleden persoon
erfgenamen	=	erfgenaam
erfgenames	=	erfgename
erfgenametje	=	erfgename
erfgenametjes	=	erfgename
erfgerechtigd	adj	met aanspraak op een nalatenschap
erfgerechtigde	noun	iemand die recht heeft op een nalatenschap
erfgerechtigden	=	erfgerechtigde
erfgerechtigds	=	erfgerechtigd
erfgoed	noun	bezit dat bij erfenis overgaat
erfgoederen	=	erfgoed
erfgoedje	=	erfgoed
erfgoedjes	=	erfgoed
erfgoedtoerisme	noun	vorm van toerisme, gericht op het culturele erfgoed van een plaats
erfgrens	noun	scheidingslijn tussen twee stukken land die horen bij een gebouw of boerderij
erfgrenzen	=	erfgrens
erfgrond	noun	grond die iemand gekregen heeft van zijn voorouders
erfgronden	=	erfgrond
erfhuis	noun	huis dat deel uitmaakt van een erfenis van een overleden persoon
erfhuizen	=	erfhuis
erfje	=	erf
erfjes	=	erf
erfkraan	noun	de ene waterkraan voor een of meer woningen die niet binnen maar buiten de woning uitmondt
erfkraantje	=	erfkraan
erfkranen	=	erfkraan
erfland	noun	gebieden waarover een vorst als erfopvolger over regeert
erflanden	=	erfland
erflater	noun	iemand die enig bezit als erfenis nalaat
erflaters	=	erflater
erflating	noun	erven van bezittingen aan de nazaten van de overleden erflater
erflatingen	=	erflating
erfoom	noun	oom waarvan men denkt te zullen gaan erven als hij gestorven is
erfooms	=	erfoom
erfopvolger	noun	persoon die op basis van bloedverwantschap aanspraak kan maken op een titel als de houder van die titel overlijdt of is overleden
erfopvolgers	=	erfopvolger
erfopvolging	noun	regeling voor de overgang van de nalatenschap van een erflater, zijnde diens goederen, rechten en verplichtingen, bij overlijden
erfopvolgingen	=	erfopvolging
erfopvolginkje	=	erfopvolging
erfopvolginkjes	=	erfopvolging
erfpacht	noun	pacht waarvan de duur niet aan het leven van de pachter verbonden is en die op diens erfgenamen overgaat
erfpachtcanon	noun	vast bedrag dat jaarlijks voor een erfpacht betaald moet worden
erfpachtcanons	=	erfpachtcanon
erfpachtcontract	noun	een zakelijk recht dat de erfpachter de bevoegdheid geeft een anders onroerende zaak te houden en te gebruiken tegen betaling van een canon
erfpachtcontracten	=	erfpachtcontract
erfpachten	=	erfpacht
erfpachtgrond	noun	grond die de erfpachter mag houden en gebruiken maar die niet het eigendom is van de erfpachter
erfpachtgronden	=	erfpachtgrond
erfpachtherziening	noun	herziening van de voorwaarden en het bedrag dat periodiek (b.v. om de vijftig jaar) plaatsvindt
erfpachtherzieningen	=	erfpachtherziening
erfpachtkwestie	noun	zaak die betrekking heeft op het verschijnsel erfpacht
erfpachtkwesties	=	erfpachtkwestie
erfpachtovereenkomst	noun	regeling waarbij men zeer langdurig gebruik mag maken van het stuk land van een ander
erfpachtovereenkomsten	=	erfpachtovereenkomst
erfprincipe	noun	methodiek hoe een erfenis verdeeld moet worden
erfprincipes	=	erfprincipe
erfprins	noun	verwijst naar het Duitse gebruik van de erfopvolging van een soeverein of standesherrlichen vorstenhuis met aan het hoofd een prins of Agnat, ofwel de (volgens de Lex Salica in direct patrilineaire verband staande, met het recht van eerstgeborene) oudste mannelijke verwant, veelal de zoon van de heersende vorst
erfprinsen	=	erfprins
erfprinses	noun	vrouw die als eerste in aanmerking komt om een adellijke titel over te nemen van de huidige titelhouder
erfprinsesje	=	erfprinses
erfprinsesjes	=	erfprinses
erfprinsessen	=	erfprinses
erfprinsje	=	erfprins
erfprinsjes	=	erfprins
erfrecht	noun	het samenstel van regels dat de vererving regelt
erfrechtelijk	adj	volgens het erfrecht
erfrechtelijke	=	erfrechtelijk
erfrechtelijker	=	erfrechtelijk
erfrechtelijkere	=	erfrechtelijk
erfrechtelijkers	=	erfrechtelijk
erfrechtelijks	=	erfrechtelijk
erfrechtelijkst	=	erfrechtelijk
erfrechtelijkste	=	erfrechtelijk
erfrechten	=	erfrecht
erfrente	noun	een vaste rente die men moet blijven betalen ook als de oorspronkelijke ontvanger is overleden
erfrenten	=	erfrente
erfrentes	=	erfrente
erfscheiding	noun	de fysieke markering (zoals een schutting, hekwerk, haag of muur) die de grens aangeeft tussen twee percelen grond, of tussen een perceel en openbare grond.
erfscheidingen	=	erfscheiding
erfscheidinkje	=	erfscheiding
erfscheidinkjes	=	erfscheiding
erfschuld	noun	de zondige natuur van de mens die we van Adam hebben geërfd
erfschulden	=	erfschuld
erfstadhouder	noun	de benaming voor de functie die bekleed werd door de stadhouders van de gewesten Holland en Zeeland vanaf 1674, Friesland vanaf 1675, en de laatste twee stadhouders van alle gewesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden vanaf 1747
erfstadhouders	=	erfstadhouder
erfstuk	noun	een veelal kostbaar goed van van generatie op generatie door vererving overgegeven wordt
erfstukje	=	erfstuk
erfstukjes	=	erfstuk
erfstukken	=	erfstuk
erft	=	erven
erftante	noun	een (rijke, kinderloze, ongehuwde) tante waarvan men denkt te kunnen erven als ze overlijdt
erftantes	=	erftante
erftwist	noun	een geschil over een nalatenschap
erftwisten	=	erftwist
erfvijand	noun	iets of iemand die sinds heel lange tijd dé grote vijand is
erfvijanden	=	erfvijand
erfvredebreuk	noun	het zich wederrechtelijk toegang verschaffen tot een erf
erfvredebreuken	=	erfvredebreuk
erfwet	noun	wettelijke regeling betreffende het verdelen van de bezittingen en titels van een overledene; wet die de nalatenschap regelt
erfwetten	=	erfwet
erfwoning	noun	eenvoudige woning die gelegen is op het erf van een grotere andere woning
erfwoningen	=	erfwoning
erfwoninkje	=	erfwoning
erfwoninkjes	=	erfwoning
erfwoord	noun	overgeërfd inheems woord, enkelvoudig onderdeel van de woordenschat van een taal dat daar altijd onderdeel van is geweest en dus niet het resultaat is van woordvorming in die taal of ontlening uit een andere taal
erfwoorden	=	erfwoord
erfwoordje	=	erfwoord
erfwoordjes	=	erfwoord
erfzonde	noun	schending van Gods regels door de eerste mens Adam als last die op ieder mens rust; kader om de natuur van de mens te begrijpen
erfzonden	=	erfzonde
erfzondes	=	erfzonde
erg	noun	het zich bewust zijn van iets; alleen voorkomend in de vaste uitdrukking geen erg hebben in	adj	verschrikkelijk, deerniswekkend, hevig, bar, heftig
ergatief	adj	met betrekking tot talen of syntactische constructies waarin een ergatieve naamval voorkomt	noun	de handelende persoon, agens
ergatiefje	=	ergatief
ergatiefjes	=	ergatief
ergatiefs	=	ergatief
ergatiefst	=	ergatief
ergatiefste	=	ergatief
ergatieve	=	ergatief
ergatieven	=	ergatief
ergatiever	=	ergatief
ergatievere	=	ergatief
ergatievers	=	ergatief
ergdenkend	adj	gevoelens van verdenking koesterend
ergdenkende	=	ergdenkend
ergdenkender	=	ergdenkend
ergdenkendere	=	ergdenkend
ergdenkenders	=	ergdenkend
ergdenkends	=	ergdenkend
ergdenkendst	=	ergdenkend
ergdenkendste	=	ergdenkend
erge	=	erg
ergen	=	erg
ergens	adv	in/op een (onbepaalde) plaats
erger	=	erg
ergerde	=	ergeren
ergerden	=	ergeren
ergere	=	erg
ergeren	verb	gevoelens van onvrede veroorzaken
ergerend	=	ergeren
ergerende	=	ergeren
ergerlijk	adv	ergernis wekkend.
ergerlijke	=	ergerlijk
ergerlijker	=	ergerlijk
ergerlijkere	=	ergerlijk
ergerlijkers	=	ergerlijk
ergerlijkheden	=	ergerlijkheid
ergerlijkheid	noun	de mate waarin iets of iemand irritant is
ergerlijks	=	ergerlijk
ergerlijkst	=	ergerlijk
ergerlijkste	=	ergerlijk
ergernis	noun	een zaak die gevoelens van onvrede oproept
ergernisje	=	ergernis
ergernisjes	=	ergernis
ergernissen	=	ergernis
ergernissenstrijd	noun	ruzie die ontstaat door gevoelens van onvrede
ergernissenstrijden	=	ergernissenstrijd
ergernissenstrijdje	=	ergernissenstrijd
ergernissenstrijdjes	=	ergernissenstrijd
ergerniswekkend	adj	van iets dat het irritatie kan opwekken
ergerniswekkende	=	ergerniswekkend
ergerniswekkender	=	ergerniswekkend
ergerniswekkendere	=	ergerniswekkend
ergerniswekkenders	=	ergerniswekkend
ergerniswekkends	=	ergerniswekkend
ergerniswekkendst	=	ergerniswekkend
ergerniswekkendste	=	ergerniswekkend
ergers	=	erg
ergert	=	ergeren
ergheden	=	ergheid
ergheid	noun	iets dat heel vervelend of gevaarlijk is; de mate waarin iets vervelend of gevaarlijk is
ergo	noun	gevolgtrekking	adv	daaruit volgt, dus
ergo's	=	ergo
ergocalciferol	noun	vitamine D2 een synthetische vitamine D die vaak wordt voorgeschreven bij vitamine D-deficiëntie
ergocentrisch	adj	met betrekking tot het werk
ergocentrische	=	ergocentrisch
ergograaf	noun	toestel om lichamelijke inspanningen te registreren
ergograafje	=	ergograaf
ergograafjes	=	ergograaf
ergografen	=	ergograaf
ergogram	noun	grafische weergave van verrichte krachtsinspanning
ergogrammen	=	ergogram
ergometer	noun	meetinstrument om lichamelijke inspanningen te meten
ergometers	=	ergometer
ergometrie	noun	meting van de arbeid die een lichaam kan verrichten
ergon	noun	stof die invloed uitoefent op de levensprocessen
ergonen	=	ergon
ergonomen	=	ergonoom
ergonomie	noun	wetenschap die de aanpassing van de werkomstandigheden aan de mens bestudeert
ergonomisch	adj	betrekking hebbend op de ergonomie
ergonomische	=	ergonomisch
ergonomischer	=	ergonomisch
ergonomischere	=	ergonomisch
ergonomischers	=	ergonomisch
ergonoom	noun	deskundige in de ergonomie
ergonoompje	=	ergonoom
ergonoompjes	=	ergonoom
ergospirometer	noun	apparaat dat de longfunctie tijdens inspanning kan meten
ergospirometers	=	ergospirometer
ergostaat	noun	toestel om gehandicapte te helpen bij spierarbeid
ergostaten	=	ergostaat
ergosterol	noun	stof die m.b.v. ultraviolet licht wordt omgezet in vitamine D
ergotamine	noun	een alkaloïde met een vasoconstrictieve werking dat gebruikt wordt als aanvalscouperend antimigrainemiddel en een van de uitgangsstoffen voor lsd
ergotaminen	=	ergotamine
ergotamines	=	ergotamine
ergotherapeut	noun	beoefenaar van de ergotherapie
ergotherapeuten	=	ergotherapeut
ergotherapie	noun	therapie om door arbeid en oefening bepaalde (spier)functies te versterken
ergotherapieën	=	ergotherapie
ergotine	noun	alkaloïde in moederkoren
ergotisme	noun	kriebelziekte
ergotroop	adj	werken bevorderend, de activiteit opvoerend
ergotroops	=	ergotroop
ergotrope	=	ergotroop
ergs	=	erg
ergst	=	erg
ergste	noun	iets dat slechter is dan alle andere dingen
erheen	adv	persoonlijk: in de richting van + het
erica	noun	benaming voor planten uit het geslacht Erica van heideplanten
erica's	=	erica
ericabij	noun	Megachile analis een bij uit de onderfamilie Megachilidae, de behangersbijen
ericabijen	=	ericabij
ericabijtje	=	ericabij
ericabijtjes	=	ericabij
ericofonen	=	ericofoon
ericofoon	noun	rechtopstaand telefoontoestel
ericofoons	=	ericofoon
erin	=	in
eritrees	adj	met betrekking tot of afkomstig van Eritrea
eritreest	=	eritrees
eritreeste	=	eritrees
eritreeër	noun	een inwoner van Eritrea, of iemand afkomstig uit Eritrea
eritreeërs	=	eritreeër
eritrese	noun	een vrouwelijke inwoner van Eritrea, of een vrouw afkomstig uit Eritrea
eritresen	=	eritrese
eritreser	=	eritrees
eritresere	=	eritrees
eritresers	=	eritrees
eritreër	noun	een inwoner van Eritrea, of iemand afkomstig uit Eritrea
eritreërs	=	eritreër
erjegens	adv|obsolete	vervangt *jegens+het, jegens+ze: ten aanzien ervan
erken	=	erkennen
erkend	adj	algemeen als zodanig bekend of beschouwd
erkende	=	erkennen
erkenden	=	erkennen
erkender	=	erkend
erkendere	=	erkend
erkenders	=	erkend
erkends	=	erkend
erkendst	=	erkend
erkendste	=	erkend
erkenne	=	erkennen
erkennen	verb	inzien, toegeven`
erkennend	=	erkennen
erkennende	=	erkennen
erkenner	noun	man die een kind accepteert als zijnde zijn eigen kind
erkenners	=	erkenner
erkenning	noun	een bevestiging van de juistheid of geldigheid van iets
erkenningen	=	erkenning
erkenningsvoorwaarde	noun	eisen waaraan een organisatie moet voldoen om (door de overheid) geaccepteerd te worden
erkenningsvoorwaarden	=	erkenningsvoorwaarde
erkenningvoorwaarde	noun	vereisten waaraan een organisatie moet voldoen om door de overheid erkend en geaccepteerd te worden
erkenningvoorwaarden	=	erkenningvoorwaarde
erkenninkje	=	erkenning
erkent	=	erkennen
erkentelijk	adj	iemand dankbaar zijn omdat hij je geholpen heeft of iets goeds voor je gedaan heeft.
erkentelijke	=	erkentelijk
erkentelijker	=	erkentelijk
erkentelijkere	=	erkentelijk
erkentelijkers	=	erkentelijk
erkentelijkheid	noun	het dankbaar en erkentelijk zijn voor wat men gekregen heeft
erkentelijks	=	erkentelijk
erkentelijkst	=	erkentelijk
erkentelijkste	=	erkentelijk
erkentenis	noun	het erkennen: het besef of getuigenis van het bestaan, de waarheid of juistheid van iets
erkentenisje	=	erkentenis
erkentenissen	=	erkentenis
erker	noun	uitbouw aan een gevel waardoor een kamer boven de straat of tuin uitspringt, vaak met veel ramen zodat er meer licht in de kamer valt
erkerraam	noun	raam in een kleine uitbouw van een gebouw
erkerraampje	=	erkerraam
erkerraampjes	=	erkerraam
erkerramen	=	erkerraam
erkers	=	erker
erkertje	=	erker
erkertjes	=	erker
erlang	noun	eenheid van dichtheid van telefoonverkeer
erlangd	=	erlangen
erlangde	=	erlangen
erlangden	=	erlangen
erlange	=	erlangen
erlangen	verb	door eigen inspanning kunnen beschikken over
erlangend	=	erlangen
erlangende	=	erlangen
erlangetje	=	erlang
erlangetjes	=	erlang
erlangs	adv	langs het genoemde of bedoelde
erlangt	=	erlangen
erlenmeyer	noun	stuk laboratoriumglaswerk in de vorm van een kegelvormige fles met een cilindrische hals
erlenmeyers	=	erlenmeyer
erlenmeyertje	=	erlenmeyer
erlenmeyertjes	=	erlenmeyer
ermede	adv	formeel en verouderd (zie: ermee)
ermee	adv	vervangt met het
ermitage	noun	hut van een kluizenaar
ermitages	=	ermitage
erna	adv	later dan een eerder genoemd moment
ernaar	adv	vervangt *naar+ het, naar + ze
ernaartoe	adv	in een bepaalde richting
ernaast	adv	vervangt *naast het
ernevens	adv	ernaast, naast het genoemde
ernst	noun	stemming waarin men de dingen in hun wezenlijke waarde wil zien
ernstig	adj	zonder grappen en serieus
ernstige	=	ernstig
ernstiger	=	ernstig
ernstigere	=	ernstig
ernstigers	=	ernstig
ernstiglijk	adj	op een serieuze manier
ernstiglijke	=	ernstiglijk
ernstiglijker	=	ernstiglijk
ernstiglijkere	=	ernstiglijk
ernstiglijkers	=	ernstiglijk
ernstiglijks	=	ernstiglijk
ernstiglijkst	=	ernstiglijk
ernstiglijkste	=	ernstiglijk
ernstigs	=	ernstig
ernstigst	=	ernstig
ernstigste	=	ernstig
erodeer	=	eroderen
erodeerde	=	eroderen
erodeerden	=	eroderen
erodeert	=	eroderen
erodere	=	eroderen
eroderen	verb	door de schurende werking van wind of water afslijten
eroderend	=	eroderen
eroderende	=	eroderen
eroef	=	eroev
eroesien	noun	verloving, eerste deel van joodse huwelijksceremonie
eroev	noun	omheining van een woongebied waarbinnen het op sjabbat geoorloofd is om voorwerpen te dragen
eroeviem	=	eroev
eroevien	=	eroev
erogeen	adj	gevoelig voor erotische prikkels
erogeens	=	erogeen
erogeenst	=	erogeen
erogeenste	=	erogeen
erogene	=	erogeen
erogener	=	erogeen
erogenere	=	erogeen
erogeners	=	erogeen
erom	adv	persoonlijk *om+het, *om+ze: om de reden
eromheen	adv	om het genoemde of bedoelde heen
eromtrent	adv|formal	aangaande het onderwerp, daarover
eronder	adv	vervangt *onder het
eronderdoor	=	onderdoor
eronderuit	adv	onder het genoemde of bedoelde uit
erop	adv	vervangt *op het
eropaan	adv	een richting aangevend
eropaf	adv	actief naar iets toegaan
eropin	adv	de richting van een activiteit aangevend
eropna	adv	o.a. gebruikt in eropna houden
eropuit	adv	actief een doel nastrevend
eros	noun	het verlangen naar lichamelijke liefde tegenover agape (naastenliefde) en philia (vriendschap)
eroscentra	=	eroscentrum
eroscentrum	noun	locatie waar men prostituees kan bezoeken
eroscentrums	=	eroscentrum
erosie	noun	oppervlakkige beschadiging, oppervlakkige slijmvlieszweer
erosiebasis	noun	laagste peil tot waar een rivier de bodem in het stroomgebied door geleidelijk wegspoelen van grond kan verlagen; dit is gelijk aan de diepte van de geul waarmee de rivier in een ander water uitmondt
erosiebestrijding	noun	het geheel van maatregelen en technieken om het verlies van de vruchtbare bovenste bodemlaag door wind of water te voorkomen, beperken of stoppen.
erosiebestrijdingen	=	erosiebestrijding
erosiebestrijdinkje	=	erosiebestrijding
erosiebestrijdinkjes	=	erosiebestrijding
erosief	adj	gepaard gaand met een weefselbeschadiging
erosiefs	=	erosief
erosiefst	=	erosief
erosiefste	=	erosief
erosieproces	noun	reeks gebeurtenissen die leiden tot afslijting van land en rotsen
erosieprocessen	=	erosieproces
erosies	=	erosie
erosieve	=	erosief
erosiever	=	erosief
erosievere	=	erosief
erosievers	=	erosief
erotica	noun	kunst die nadrukkelijk seksuele activiteiten laat zien
erotiek	noun	alles wat maar met seks te maken heeft
erotisch	adj	seksuele spanning veroorzakend
erotische	=	erotisch
erotischer	=	erotisch
erotischere	=	erotisch
erotischers	=	erotisch
erotischt	=	erotisch
erotischte	=	erotisch
erotiseer	=	erotiseren
erotiseerde	=	erotiseren
erotiseerden	=	erotiseren
erotiseert	=	erotiseren
erotisere	=	erotiseren
erotiseren	verb	stimuleren van seksuele gevoelens
erotiserend	=	erotiseren
erotiserende	=	erotiseren
erotogeen	adj	erogeen
erotogeens	=	erotogeen
erotogeenst	=	erotogeen
erotogeenste	=	erotogeen
erotogene	=	erotogeen
erotogener	=	erotogeen
erotogenere	=	erotogeen
erotogeners	=	erotogeen
erotograaf	noun	schrijver van erotische verhalen, gedichten e.d
erotograafje	=	erotograaf
erotograafjes	=	erotograaf
erotografen	=	erotograaf
erotomaan	noun	persoon die te zeer geobsedeerd is door erotische verlangens
erotomanen	=	erotomaan
erotomanie	noun	psychische aandoening waarbij iemand zich inbeeldt dat een ander verliefd op hem of haar is terwijl daarvan in werkelijkheid geen sprake is
erover	adv	boven dit (heen)
eroverheen	adv	vervangt *over het heen, *over ze heen
errata	=	erratum
erratisch	adj	zwervend
erratische	=	erratisch
erratischer	=	erratisch
erratischere	=	erratisch
erratischers	=	erratisch
erratum	noun	zetfout in drukwerk
erreg	=	erg
erromangomerel	noun	Turdus pritzbueri een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
erromangomerels	=	erromangomerel
erromangomereltje	=	erromangomerel
erromangomereltjes	=	erromangomerel
errond	adv	rond+het, rond+ze
error	noun	melding van een computerprogramma dat het niet naar behoren werkt
errorfunctie	noun	een speciale functie in de wiskunde, die belangrijke toepassingen heeft binnen de kansrekening en de natuurkunde
errors	=	error
errug	=	erg
ersatz	noun	middel om het oorspronkelijke te vervangen
ert	=	erwt
ertegen	=	tegen
ertegenaan	adv	vervangt persoonlijk vnw. : *tegen+het+aan, tegen+ze+aan: vlak bij in de buurt
ertegenin	adv	vervangt persoonlijk vnw. : *tegen+het+in, tegen+ze+in: de andere kant op
ertegenop	adv	vervangt persoonlijk vnw. : *tegen+het+op, tegen+ze+op: iets beklimmend
ertegenover	adv	tegenover het genoemde of bedoelde
ertoe	adv	ertoe doen: van belang zijn
erts	noun	steen die een (economisch rendabel) winbaar metaal bevat
ertsader	noun	smalle laag steen die een (economisch rendabel) winbaar metaal bevat
ertsaderen	=	ertsader
ertsaders	=	ertsader
ertsen	=	erts
ertsmineraal	noun	mineraal dat een verbinding (b.v. een oxide) vormt van een economisch interessant metaal
ertsmineraaltje	=	ertsmineraal
ertsmineraaltjes	=	ertsmineraal
ertsmineralen	=	ertsmineraal
ertsvracht	noun	hoeveelheid te vervoeren gesteente waaruit men metaal kan winnen
ertsvrachten	=	ertsvracht
ertsvrachtje	=	ertsvracht
ertsvrachtjes	=	ertsvracht
ertussen	adv	vervangt *tussen het, *tussen ze
ertussendoor	adv	tussen het aangeduide of bedoelde door
ertussenin	adv	tussen twee extremen in
ertussenuit	=	tussenuit
ertveldenaar	noun	Inwoner van Ertvelde
ertveldenaars	=	ertveldenaar
ertvelds	adj	op Ertvelde betrekking hebbend
ertveldse	noun	een vrouwelijke inwoner van Ertvelde, of een vrouw afkomstig uit Ertvelde
ertveldsen	=	ertveldse
eructatio	noun	oprisping
erudiet	adj	een uitgebreide kennis hebbend
erudiete	=	erudiet
erudieter	=	erudiet
erudietere	=	erudiet
erudieters	=	erudiet
erudiets	=	erudiet
erudietst	=	erudiet
erudietste	=	erudiet
eruditie	noun	uitgebreide, brede kennis
eruit	adv	vervangt: *uit het, *uit ze
eruitgezien	=	eruitzien
eruitgeziene	=	eruitzien
eruitzaagt	=	eruitzien
eruitzag	=	eruitzien
eruitzage	=	eruitzien
eruitzagen	=	eruitzien
eruitzie	=	eruitzien
eruitzien	verb	het aanschijn hebben
eruitziend	=	eruitzien
eruitziende	=	eruitzien
eruitziet	=	eruitzien
eruptie	noun	plotselinge, felle uiting
eruptief	adj	door uitbarsting (van een vulkaan) gevormd
eruptiefs	=	eruptief
eruptiefst	=	eruptief
eruptiefste	=	eruptief
erupties	=	eruptie
eruptietje	=	eruptie
eruptieve	=	eruptief
eruptiever	=	eruptief
eruptievere	=	eruptief
eruptievers	=	eruptief
ervaar	=	ervaren
ervaarbaar	adj	te beleven, door eigen ondervinding mee te maken
ervaarbaarder	=	ervaarbaar
ervaarbaardere	=	ervaarbaar
ervaarbaarders	=	ervaarbaar
ervaarbaars	=	ervaarbaar
ervaarbaarst	=	ervaarbaar
ervaarbaarste	=	ervaarbaar
ervaarbare	=	ervaarbaar
ervaard	=	ervaren
ervaarde	=	ervaren
ervaarden	=	ervaren
ervaart	=	ervaren
ervan	adv	vervangt *van het
ervanaf	adv	vervangt *van het vanaf
ervandaan	adv	vervangt *van het vandaan
ervandoor	adv	onvindbaar weg
ervantussen	adv|informal	ervandoor
ervanuit	adv	voortkomend uit het genoemde, daaruit voortvloeiend
ervare	=	ervaren
ervaren	verb	iets beleven, doormaken, ondervinden	adj	bekwaam door ondervinding
ervarend	=	ervaren
ervarende	=	ervaren
ervarene	noun	persoon die iets eerder heeft meegemaakt of vaker heeft gedaan	adj|obsolete	verbogen vorm van de stellende trap van ervaren
ervarenen	=	ervarene
ervarener	=	ervaren
ervareners	=	ervaren
ervarenheid	noun	de mate waarin men iets al eerder heeft gedaan of meegemaakt; het uit ondervinding geleerd hebben
ervarens	=	ervaren
ervarenst	=	ervaren
ervarenste	=	ervaren
ervaring	noun	een vorm van kennis; iets door ondervinding geleerd hebben
ervaringen	=	ervaring
ervaringsbewijs	noun	officiëel document waarop staat welke werkervaring iemand heeft; vooral van belang voor mensen zonder erkende diploma's
ervaringsbewijzen	=	ervaringsbewijs
ervaringsdeskundige	noun	iemand die een bepaald iets heeft meegemaakt en door deze ervaring deskundige op dit gebied genoemd kan worden
ervaringsdeskundigen	=	ervaringsdeskundige
ervaringsdeskundigheden	=	ervaringsdeskundigheid
ervaringsdeskundigheid	noun	kennis en kunde die is ontstaan door praktische uitvoering van een bepaalde handeling of doordat men iets heeft meegemaakt
ervaringseconomie	noun	samenleving waarbij vooral de productbeleving van belang is
ervaringseconomieën	=	ervaringseconomie
ervaringsfeit	noun	iets wat men door ervaring als een werkelijkheid erkent
ervaringsfeiten	=	ervaringsfeit
ervaringsfeitje	=	ervaringsfeit
ervaringsgegeven	noun	iets dat men heeft geleerd door eigen ervaring
ervaringsgegevens	=	ervaringsgegeven
ervaringsgegeventje	=	ervaringsgegeven
ervaringsgegeventjes	=	ervaringsgegeven
ervaringskennis	noun	dat wat men door ondervinding in de praktijk heeft geleerd
ervaringsleer	noun	kennis en opvattingen die je ontwikkelt door wat je zelf doet en meemaakt
ervaringsmarketing	noun	reclame en productvoorlichting die vooral gericht is op de productbeleving
ervaringstuin	noun	tuin bij verpleeghuizen die dienen om patiënten van die inrichtingen zintuigelijk te prikkelen
ervaringstuinen	=	ervaringstuin
ervaringsuitwisseling	noun	het proces waarbij mensen hun persoonlijke ervaringen, kennis en inzichten over een specifiek onderwerp of praktijksituatie met elkaar delen
ervaringsuitwisselingen	=	ervaringsuitwisseling
ervaringsuitwisselingetje	=	ervaringsuitwisseling
ervaringsuitwisselingetjes	=	ervaringsuitwisseling
ervaringswereld	noun	alles wat men door eigen ondervinding heeft ervaren
ervaringswerelden	=	ervaringswereld
ervaringswereldje	=	ervaringswereld
ervaringswereldjes	=	ervaringswereld
ervarinkje	=	ervaring
ervarinkjes	=	ervaring
erve	=	erven
erven	verb	de eigendommen van een overledene, meestal een familielid, rechtens verkrijgen	noun	erfgenamen (meervoud van erve in een sinds de 19e eeuw niet meer gangbare betekenis)
ervend	=	erven
ervende	=	erven
erving	noun	het erven
ervingen	=	erving
ervoer	=	ervaren
ervoere	=	ervaren
ervoeren	=	ervaren
ervoert	=	ervaren
ervoor	adv	persoonlijk: vervangt *voor+het, *voor+ze
ervoorbij	=	voorbij
erwt	noun	Pisum sativum een eenjarige plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) waarvan de peulvrucht eetbaar is.
erwten	=	erwt
erwtenbed	noun	deel van een (moes)tuin waar erwten groeien
erwtenbedden	=	erwtenbed
erwtenbladroller	noun	Cydia nigricana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
erwtenbladrollers	=	erwtenbladroller
erwtenbladrollertje	=	erwtenbladroller
erwtenbladrollertjes	=	erwtenbladroller
erwtenboompje	noun	Caragana arborescens een soort peulvrucht afkomstig uit Siberië en delen van China en het naburige Mongolië en Kazachstan.
erwtenboompjes	=	erwtenboompje
erwtengalmug	noun	Contarinia pisi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
erwtengalmuggen	=	erwtengalmug
erwtengalmuggetje	=	erwtengalmug
erwtengalmuggetjes	=	erwtengalmug
erwtenkever	noun	Bruchus pisorum een kever uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
erwtenkevers	=	erwtenkever
erwtenkevertje	=	erwtenkever
erwtenkevertjes	=	erwtenkever
erwtenkrabbetje	noun	Pinnotheres pisum een kleine krab uit de familie Pinnotheridae, die algemeen voorkomt als commensaal in tweekleppigen voor de Belgische en de Nederlandse kust.
erwtenkrabbetjes	noun	Pinnotheridae een familie uit de infraorde krabben (Brachyura).
erwtenpuntkogeltje	noun	Didymella pinodes een schimmel behorend tot de familie Dothideomycetes.
erwtenpuntkogeltjes	=	erwtenpuntkogeltje
erwtenpuree	noun	een brij gemaakt van fijngestampte erwten
erwtenpurees	=	erwtenpuree
erwtenschieter	noun	speelgoedpistool, bestaande uit een buis waardoor erwten of kleine voorwerpen worden geblazen
erwtenschieters	=	erwtenschieter
erwtenschietertje	=	erwtenschieter
erwtenschietertjes	=	erwtenschieter
erwtensoep	noun	een groenige, lobbige soep vervaardigd van (groene) erwten
erwtensoepen	=	erwtensoep
erwtensoepje	=	erwtensoep
erwtensoepjes	=	erwtensoep
erwtenteller	noun	iemand die gierig is
erwtentellers	=	erwtenteller
erwtentopbladroller	noun	Cnephasia communana een nachtvlinder uit de familie bladrollers, de Tortricidae.
erwtentopbladrollers	=	erwtentopbladroller
erwtentopbladrollertje	=	erwtentopbladroller
erwtentopbladrollertjes	=	erwtentopbladroller
erwtenuil	noun	Ceramica pisi een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
erwtenuilen	=	erwtenuil
erwtenuiltje	=	erwtenuil
erwtenuiltjes	=	erwtenuil
erwtenwikke	noun	Vicia pisiformis een overblijvende plant uit het geslacht wikke (Vicia) van de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
erwtje	=	erwt
erwtjes	=	erwt
erysipelas	noun	acute ontsteking van de diepe lagen van de huid (dermis) en het onderhuidse weefsel (subcutis)
erytheem	noun	roodheid van de huid
erythema	=	erytheem
erythemen	=	erytheem
erythrasma	noun	blijvende huidinfectie
erythrofobie	noun	een extreme en irrationele angst om (in het bijzijn van anderen) te blozen
erytroblast	noun	cel, betrokken bij het ontstaan van de erytrocyt
erytroblasten	=	erytroblast
erytroblastje	=	erytroblast
erytroblastjes	=	erytroblast
erytrocyt	noun	rood bloedlichaampje
erytrocyten	=	erytrocyt
erytrofobie	noun	bang zijn om te blozen, bloosangst
erytrogeen	adj	rode bloedlichaampjes vormend
erytrogeens	=	erytrogeen
erytrogene	=	erytrogeen
erytromycine	noun	antibioticum dat gebruikt wordt tegen luchtweginfecties (zoals de veteranenziekte)
erytropoëse	noun	de vorming van rode bloedlichaampjes
erytropoëtine	noun	hormoon dat door de nieren wordt geproduceerd en dat de vorming van rode bloedcellen bevordert
erytropoëtinen	=	erytropoëtine
erytropoëtines	=	erytropoëtine
erytropoëtisch	adj	betrekking hebbend op de vorming van rode bloedcellen (erytropoëse) in het beenmerg.
erytropoëtische	=	erytropoëtisch
erytropoëtischer	=	erytropoëtisch
erytropoëtischere	=	erytropoëtisch
erytropoëtischers	=	erytropoëtisch
es	noun	met een halve toon verlaagde toon "e"
es-groot	noun	het akkoord es - g - bes, de grote drieklank op de eerste trap van de Es-grotetertstoonladder
es-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Es-grotetertstoonladder
es-grootakkoorden	=	es-grootakkoord
es-grootakkoordje	=	es-grootakkoord
es-grootakkoordjes	=	es-grootakkoord
es-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “es” als grondtoon
es-grotetertstoonladders	=	es-grotetertstoonladder
es-grotetertstoonladdertje	=	es-grotetertstoonladder
es-grotetertstoonladdertjes	=	es-grotetertstoonladder
es-klein	noun	het akkoord es - ges - bes, de kleine drieklank op de eerste trap van de es-kleinetertstoonladder
es-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de es-kleinetertstoonladder
es-kleinakkoorden	=	es-kleinakkoord
es-kleinakkoordje	=	es-kleinakkoord
es-kleinakkoordjes	=	es-kleinakkoord
es-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “es” als grondtoon
es-kleinetertstoonaarden	=	es-kleinetertstoonaard
es-kleinetertstoonaardje	=	es-kleinetertstoonaard
es-kleinetertstoonaardjes	=	es-kleinetertstoonaard
es-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “es” als grondtoon
es-kleinetertstoonladders	=	es-kleinetertstoonladder
es-kleinetertstoonladdertje	=	es-kleinetertstoonladder
es-kleinetertstoonladdertjes	=	es-kleinetertstoonladder
es-majeur	noun	het akkoord es - g - bes, de grote drieklank op de eerste trap van de Es-grotetertstoonladder
es-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Es-grotetertstoonladder
es-majeurakkoorden	=	es-majeurakkoord
es-majeurakkoordje	=	es-majeurakkoord
es-majeurakkoordjes	=	es-majeurakkoord
es-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “es” als grondtoon
es-majeurtoonaarden	=	es-majeurtoonaard
es-majeurtoonaardje	=	es-majeurtoonaard
es-majeurtoonaardjes	=	es-majeurtoonaard
es-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "es" als grondtoon
es-majeurtoonladders	=	es-majeurtoonladder
es-majeurtoonladdertje	=	es-majeurtoonladder
es-majeurtoonladdertjes	=	es-majeurtoonladder
es-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "es" als grondtoon
es-majeurtoonschaaltje	=	es-majeurtoonschaal
es-majeurtoonschaaltjes	=	es-majeurtoonschaal
es-majeurtoonschalen	=	es-majeurtoonschaal
es-mineur	noun	het akkoord es - ges - bes, de kleine drieklank op de eerste trap van de es-kleinetertstoonladder
es-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de es-kleinetertstoonladder
es-mineurakkoorden	=	es-mineurakkoord
es-mineurakkoordje	=	es-mineurakkoord
es-mineurakkoordjes	=	es-mineurakkoord
es-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “es” als grondtoon
es-mineurtoonladders	=	es-mineurtoonladder
es-mineurtoonladdertje	=	es-mineurtoonladder
es-mineurtoonladdertjes	=	es-mineurtoonladder
es-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “es” als grondtoon
es-mineurtoonschaaltje	=	es-mineurtoonschaal
es-mineurtoonschaaltjes	=	es-mineurtoonschaal
es-mineurtoonschalen	=	es-mineurtoonschaal
es-toonladder	=	es-majeurtoonladder
esa	noun	European Space Agency, het Europees Ruimteagentschap
esbattement	noun	evenement, gebeurtenis
esbattementen	=	esbattement
esc	noun	afkorting voor de escapetoets op het computertoetsenbord die oorspronkelijk was bedoeld om een lopende opdracht af te breken
escadrille	noun	klein eskader gevechtsvliegtuigen
escadrilles	=	escadrille
escalatie	noun	het van stap tot stap ernstiger worden van een conflictsituatie
escalaties	=	escalatie
escalatietje	=	escalatie
escaleer	=	escaleren
escaleerde	=	escaleren
escaleerden	=	escaleren
escaleert	=	escaleren
escalere	=	escaleren
escaleren	verb	stapsgewijs toenemen in omvang, intensiteit, uit de hand lopen
escalerend	=	escaleren
escalerende	=	escaleren
escalope	noun	dunne lap vlees als eenmansportie
escalopeje	=	escalope
escalopejes	=	escalope
escalopes	=	escalope
escapade	noun	dwaze (jongens)streek
escapades	=	escapade
escapadetje	=	escapade
escapadetjes	=	escapade
escape	noun	toets op een computertoetsenbord oorspronkelijk bedoeld om een lopende opdracht af te breken; vaak ook tegelijk met een andere toets op het toetsenbord ingedrukt om een bepaalde opdracht aan een computer te geven
escaperoom	noun	ruimte waarin een groep mensen wordt opgesloten en waaruit ze zich kunnen bevrijden door raadsels op te lossen
escaperoompje	=	escaperoom
escaperoompjes	=	escaperoom
escaperooms	=	escaperoom
escapes	=	escape
escapisme	noun	de neiging om zich aan taken, verantwoordelijkheden en/of verplichtingen te onttrekken
escapist	noun	iemand die uit het gewone dagelijkse leven wil ontsnappen
escapisten	=	escapist
escapistisch	adj	betrekking hebbend op het escapisme
escapistische	=	escapistisch
escapistischer	=	escapistisch
escapistischere	=	escapistisch
escapistischers	=	escapistisch
escargot	noun	eetbare wijngaardslak
escargotje	=	escargot
escargotjes	=	escargot
escargots	=	escargot
esch	=	es
eschatologen	=	eschatoloog
eschatologie	noun	leer over het einde van de wereld en het laatste oordeel
eschatologieën	=	eschatologie
eschatologisch	adj	betreffende het einde van de wereld
eschatologische	=	eschatologisch
eschatologischer	=	eschatologisch
eschatologischere	=	eschatologisch
eschatologischers	=	eschatologisch
eschatoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de leer van het einde van de wereld en het laatste oordeel
eschatoloogje	=	eschatoloog
eschatoloogjes	=	eschatoloog
escort	noun	persoon die gezelschap en/of begeleiding (vaak met seksuele handelingen) tegen betaling levert.
escortboy	noun	jonge mannelijke sekswerker die zijn (vaak mannelijke) klanten thuis bezoekt of bij activiteiten vergezelt
escortboys	=	escortboy
escortbranche	noun	bedrijfstak die gezelschap en/of begeleiding (vaak met seksuele handelingen) tegen betaling levert
escortbranches	=	escortbranche
escortbureau	noun	bedrijf dat bemiddelt tussen klanten en escortmeisjes
escortbureaus	=	escortbureau
escortdame	noun	vrouw die als escort optreedt
escortdames	=	escortdame
escortdametje	=	escortdame
escortdametjes	=	escortdame
escorte	noun	groep personen die met iemand meegaan om hem te beschermen of als eerbetoon
escorteer	=	escorteren
escorteerde	=	escorteren
escorteerden	=	escorteren
escorteert	=	escorteren
escortere	=	escorteren
escorteren	verb	begeleiden voor de veiligheid of als eerbewijs
escorterend	=	escorteren
escorterende	=	escorteren
escortes	=	escorte
escortgirl	noun	jonge gezelschapsdame die ook seksuele handelingen aanbiedt
escortgirls	=	escortgirl
escortje	=	escort
escortjes	=	escort
escortmeisje	noun	jonge gezelschapsdame die ook seksuele handelingen aanbiedt
escortmeisjes	=	escortmeisje
escorts	=	escort
escortservice	noun	bemiddelingsbureau voor gezelschapsdames die ook seksuele handelingen verrichten
escortservices	=	escortservice
escudo	noun	naam voor munteenheid
escudo's	=	escudo
escudo-eilandluiaard	noun	Bradypus pygmaeus een drievingerige luiaard.
escudo-eilandluiaardje	=	escudo-eilandluiaard
escudo-eilandluiaardjes	=	escudo-eilandluiaard
escudo-eilandluiaards	=	escudo-eilandluiaard
esculaap	noun	staf met een daaromheen kronkelende slang, embleem van de geneeskundigen
esculaapje	=	esculaap
esculaapjes	=	esculaap
esculaapslang	noun	Zamenis longissimus een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
esculaapslangen	=	esculaapslang
esculaapslangetje	=	esculaapslang
esculaapslangetjes	=	esculaapslang
esculapen	=	esculaap
esdoorn	noun	een geslacht Acer van loofbomen en heesters.	adj	gemaakt uit hout van bomen uit het geslacht (Acer)
esdoornblaadje	=	esdoornblad
esdoornblaadjes	=	esdoornblad
esdoornblad	noun	Acer blad van een boom of heester uit het geslacht Acer; nationale symbool van Canada
esdoornbladen	=	esdoornblad
esdoornbladeren	=	esdoornblad
esdoornbladplooigalmug	noun	Dasineura irregularis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
esdoornbladplooigalmuggen	=	esdoornbladplooigalmug
esdoornbladplooigalmugje	=	esdoornbladplooigalmug
esdoornbladplooigalmugjes	=	esdoornbladplooigalmug
esdoornbladroller	noun	Cydia inquinatana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
esdoornbladrollers	=	esdoornbladroller
esdoornbladrollertje	=	esdoornbladroller
esdoornbladrollertjes	=	esdoornbladroller
esdoornblaren	=	esdoornblad
esdoornblokspanner	noun	Nothocasis sertata een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
esdoornblokspanners	=	esdoornblokspanner
esdoornblokspannertje	=	esdoornblokspanner
esdoornblokspannertjes	=	esdoornblokspanner
esdoornboogbladroller	noun	Acleris sparsana een vlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
esdoornboogbladrollers	=	esdoornboogbladroller
esdoornboogbladrollertje	=	esdoornboogbladroller
esdoornboogbladrollertjes	=	esdoornboogbladroller
esdoorndwergspanner	noun	Eupithecia inturbata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
esdoorndwergspanners	=	esdoorndwergspanner
esdoorndwergspannertje	=	esdoorndwergspanner
esdoorndwergspannertjes	=	esdoorndwergspanner
esdoornen	=	esdoorn
esdoornfranjekelkje	noun	Lachnum rhytismatis een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
esdoornfranjekelkjes	=	esdoornfranjekelkje
esdoorngalwesp	noun	Pediaspis aceris een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
esdoorngalwespen	=	esdoorngalwesp
esdoorngalwespje	=	esdoorngalwesp
esdoorngalwespjes	=	esdoorngalwesp
esdoornganzenvoet	noun	Chenopodiastrum hybridum een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Caryophyllaceae).
esdoornganzenvoeten	=	esdoornganzenvoet
esdoornganzenvoetje	=	esdoornganzenvoet
esdoornganzenvoetjes	=	esdoornganzenvoet
esdoorngroefjesgalmug	noun	Drisina glutinosa een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
esdoorngroefjesgalmuggen	=	esdoorngroefjesgalmug
esdoorngroefjesgalmuggetjes	=	esdoorngroefjesgalmug
esdoorngroefjesgalmugje	=	esdoorngroefjesgalmug
esdoornhoornmijt	noun	Aceria macrorhyncha een mijt behorend tot de familie Eriophyidae
esdoornhoornmijten	=	esdoornhoornmijt
esdoornhoornmijtje	=	esdoornhoornmijt
esdoornhoornmijtjes	=	esdoornhoornmijt
esdoornhoutknotszwam	noun	Xylaria longipes een paddenstoel uit de familie Xylariaceae.
esdoornhoutknotszwammen	=	esdoornhoutknotszwam
esdoornhoutknotszwammetje	=	esdoornhoutknotszwam
esdoornhoutknotszwammetjes	=	esdoornhoutknotszwam
esdoornknobbelmijt	noun	Aceria cephalonea een dier dat rode bobbeltjes (gallen) veroorzaakt op de bladeren van de esdoorn.
esdoornknobbelmijten	=	esdoornknobbelmijt
esdoornknobbelmijtje	=	esdoornknobbelmijt
esdoornknobbelmijtjes	=	esdoornknobbelmijt
esdoornkruikje	noun	Splanchnonema pupula een paddenstoel uit de familie Pleomassariaceae.
esdoornkruikjes	=	esdoornkruikje
esdoornmeeldauw	noun	een echte meeldauwschimmel Sawadaea tulasnei behorend tot de familie Erysiphaceae.
esdoornmeeldauwtje	=	esdoornmeeldauw
esdoornmeeldauwtjes	=	esdoornmeeldauw
esdoornnerfhoekmijt	noun	Aceria macrochela een spin uit de familie van de Eriophyidae en voor het eerst wetenschappelijk beschreven werd in 1891 door Nalepa
esdoornnerfhoekmijten	=	esdoornnerfhoekmijt
esdoornnerfhoekmijtje	=	esdoornnerfhoekmijt
esdoornnerfhoekmijtjes	=	esdoornnerfhoekmijt
esdoornpiekhaarkelkje	noun	Hyalopeziza ciliata een schimmel behorend tot de familie Hyaloscyphaceae.
esdoornpiekhaarkelkjes	=	esdoornpiekhaarkelkje
esdoornpuntkogeltje	noun	Mycosphaerella latebrosa een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
esdoornpuntkogeltjes	=	esdoornpuntkogeltje
esdoorns	=	esdoorn
esdoornschorsbekertje	noun	Pezicula acericola een schimmel behorend tot de familie Dermateaceae.
esdoornschorsbekertjes	=	esdoornschorsbekertje
esdoornsiroop	noun	een zoete stroop gemaakt van het sap van de esdoorn
esdoornsiroopje	=	esdoornsiroop
esdoornsiroopjes	=	esdoornsiroop
esdoornsiropen	=	esdoornsiroop
esdoornsnavelkogeltje	noun	Gnomonia cerastis een schimmel behorend tot de familie Gnomoniaceae.
esdoornsnavelkogeltjes	=	esdoornsnavelkogeltje
esdoornstam	noun	deel van een esdoorn tussen de wortels en de kruin
esdoornstammen	=	esdoornstam
esdoornstammetje	=	esdoornstam
esdoornstammetjes	=	esdoornstam
esdoorntandvlinder	noun	Ptilodon cucullina een nachtvlinder uit de familie Notodontidae, de tandvlinders
esdoorntandvlinders	=	esdoorntandvlinder
esdoorntandvlindertje	=	esdoorntandvlinder
esdoorntandvlindertjes	=	esdoorntandvlinder
esdoorntje	=	esdoorn
esdoorntjes	=	esdoorn
esdoornuitbreekkogeltje	noun	Diaporthe niessliana een schimmel behorend tot de familie Diaporthaceae.
esdoornuitbreekkogeltjes	=	esdoornuitbreekkogeltje
esdoornuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza petiolaris een schimmel behorend tot de familie Ploettnerulaceae.
esdoornuitbreekkommetjes	=	esdoornuitbreekkommetje
esdoornviltmijt	noun	Aceria macrocheluserinea een mijt behorend tot de familie van der Galmijten (Eriophyidae).
esdoornviltmijten	=	esdoornviltmijt
esdoornviltmijtje	=	esdoornviltmijt
esdoornviltmijtjes	=	esdoornviltmijt
esdoornvlekkenzwam	noun	Rhytisma acerinum een schimmel die zwarte vlekken veroorzaakt op het esdoornblad In de vlekken komen in het begin stromata, vlechtwerken van schimmeldraden, voor.
esdoornvlekkenzwammen	=	esdoornvlekkenzwam
esdoornvlekkenzwammetje	=	esdoornvlekkenzwam
esdoornvlekkenzwammetjes	=	esdoornvlekkenzwam
esdoornvruchtmineermot	noun	Ectoedemia decentella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
esdoornvruchtmineermotje	=	esdoornvruchtmineermot
esdoornvruchtmineermotjes	=	esdoornvruchtmineermot
esdoornvruchtmineermotten	=	esdoornvruchtmineermot
esdoren	noun	benaming voor bomen en heesters uit het geslacht Acer
esdorens	=	esdoren
esdorentje	=	esdoren
esdorentjes	=	esdoren
eses	noun	een met twee halve tonen verlaagde toon "e"
eses-groot	=	eses-grotetertstoonladder
eses-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Eses-grotetertstoonladder
eses-grootakkoorden	=	eses-grootakkoord
eses-grootakkoordje	=	eses-grootakkoord
eses-grootakkoordjes	=	eses-grootakkoord
eses-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “eses” als grondtoon.
eses-grotetertstoonladders	=	eses-grotetertstoonladder
eses-grotetertstoonladdertje	=	eses-grotetertstoonladder
eses-grotetertstoonladdertjes	=	eses-grotetertstoonladder
eses-majeur	noun	afkorting van de “Eses-majeurtoonsoort” of het “Eses-majeurakkoord”
eses-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Eses-grotetertstoonladder
eses-majeurakkoorden	=	eses-majeurakkoord
eses-majeurakkoordje	=	eses-majeurakkoord
eses-majeurakkoordjes	=	eses-majeurakkoord
eses-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "eses" als grondtoon.
eses-majeurtoonladders	=	eses-majeurtoonladder
eses-majeurtoonladdertje	=	eses-majeurtoonladder
eses-majeurtoonladdertjes	=	eses-majeurtoonladder
eses-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "eses" als grondtoon.
eses-majeurtoonschaaltje	=	eses-majeurtoonschaal
eses-majeurtoonschaaltjes	=	eses-majeurtoonschaal
eses-majeurtoonschalen	=	eses-majeurtoonschaal
eses-toonladder	=	eses-grotetertstoonladder
esesje	=	eses
esesjes	=	eses
esessen	=	eses
esf	=	eurovisiesongfestival
esje	=	es
esjes	=	es
esjet	noun	vrouw van
eskader	noun	een groep oorlogsschepen die onder hetzelfde commando staat en zelfstandig kan opereren, maar te klein is om een vloot genoemd te worden
eskaders	=	eskader
eskadertje	=	eskader
eskadertjes	=	eskader
eskadron	noun	een kleine tactische eenheid bij de cavalerie (tegenwoordig gemechaniseerd of gemotoriseerd) of Koninklijke Marechaussee bestaande uit 3 of 4 peletons (totaal ongeveer 150 ruiters) met een ritmeester aan het hoofd
eskadrons	=	eskadron
eskimo	noun	dikke glad geweven wollen stof voor warme jassen
eskimo's	=	eskimo
eskimohut	noun	een traditionele, meestal ronde behuizing van de Inuit die vervaardigd is van stevige sneeuwblokken
eskimohutje	=	eskimohut
eskimohutjes	=	eskimohut
eskimohutten	=	eskimohut
eskimokus	noun	begroeting waarbij het puntje van de neus tegen de neus van een ander wordt gedrukt
eskimokusje	=	eskimokus
eskimokusjes	=	eskimokus
eskimokussen	=	eskimokus
eskimootje	=	eskimo
eskimootjes	=	eskimo
eskimowulp	noun	Numenius borealis een soort wulp die kritiek bedreigd wordt en waarschijnlijk is uitgestorven.
eskimowulpen	=	eskimowulp
eskimowulpje	=	eskimowulp
eskimowulpjes	=	eskimowulp
esloken	=	eslook
eslook	noun	Allium oschaninii een plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae)
eslookje	=	eslook
eslookjes	=	eslook
eslooks	=	eslook
esma	noun	cocktail van espresso, koffilikeur en wodka en ijsblokjes
esma's	=	esma
esmaatje	=	esma
esmaatjes	=	esma
esmeraldasboself	noun	Chaetocercus berlepschi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
esmeraldasboselfen	=	esmeraldasboself
esmeraldasboselfje	=	esmeraldasboself
esmeraldasboselfjes	=	esmeraldasboself
esmeraldasboselven	=	esmeraldasboself
esmeraldasmiervogel	noun	Sipia nigricauda een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
esmeraldasmiervogels	=	esmeraldasmiervogel
esmeraldasmiervogeltje	=	esmeraldasmiervogel
esmeraldasmiervogeltjes	=	esmeraldasmiervogel
esnoga	noun	synagoge van Portugees-Israëlitische gemeente, met name die in Amsterdam
esoterie	noun	het occulte, wat slechts door ingewijden doorgrond kan worden
esoterieën	=	esoterie
esoterisch	adj	met betrekking tot de esoterie; alleen bestemd voor ingewijden
esoterische	=	esoterisch
esoterischer	=	esoterisch
esoterischere	=	esoterisch
esoterischers	=	esoterisch
esoterisme	noun	het occulte, wat slechts door ingewijden doorgrond kan worden
esoterismen	=	esoterisme
esotropie	noun	scheelzien met de oogassen naar elkaar toe staand, ofwel 'strabismus convergens'
esp	noun	bepaald soort loofboom, Populus tremula, een populier die inheems is in de Benelux, tot 35 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie (Salicaceae)
espada	noun	iemand die in een ritueel evenement met een zwaard een stier bevecht
espada's	=	espada
espadrille	noun	linnen schoen met een zool gemaakt van touw
espadrilles	=	espadrille
espagnolet	noun	spanjolet
espagnoletten	=	espagnolet
esparcette	noun	Onobrychis viciifolia een vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
esparcetteblauwtje	noun	Polyommatus thersites een vlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
esparcetteblauwtjes	=	esparcetteblauwtje
esparto	noun	Macrochloa tenacissima Stipa tenacissima Lygeum spartum gras voorkomend in Noord-Afrika en Spanje, waarvan de stugge draadvormige bladeren al eeuwen worden gebruikt in vlechtwerk bijv. voor sandalen en manden
espartogras	noun	Macrochloa tenacissima Stipa tenacissima Lygeum spartum gras voorkomend in Noord-Afrika en Spanje, waarvan de stugge draadvormige bladeren al eeuwen worden gebruikt in vlechtwerk bijv. voor sandalen en manden
espartograssen	=	espartogras
españolagrondvink	noun	Geospiza conirostris een van de zogenaamde darwinvinken, zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
españolagrondvinken	=	españolagrondvink
españolagrondvinkje	=	españolagrondvink
españolagrondvinkjes	=	españolagrondvink
españolaspotlijster	noun	Mimus macdonaldi een vogelsoort uit de familie mimidae.
españolaspotlijsters	=	españolaspotlijster
españolaspotlijstertje	=	españolaspotlijster
españolaspotlijstertjes	=	españolaspotlijster
espen	adj	gemaakt uit hout afkomstig van de ratelpopulier
espenblaadje	=	espenblad
espenblaadjes	=	espenblad
espenblad	noun	blad van een ratelpopulier bekend van de uitdrukking 'trillen als een espenblad'
espenbladen	=	espenblad
espenbladeren	=	espenblad
espenbladsteelmineermot	noun	Ectoedemia argyropeza een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
espenbladsteelmineermotje	=	espenbladsteelmineermot
espenbladsteelmineermotjes	=	espenbladsteelmineermot
espenbladsteelmineermotten	=	espenbladsteelmineermot
espenblaren	=	espenblad
espenhout	noun	hout van de ratelpopulier (Populus tremula) waarvan men klompen of lucifers maakt
espenvuurzwam	noun	Phellinus tremulae een schimmel behorend tot de familie Hymenochaetaceae.
espenvuurzwammen	=	espenvuurzwam
espenvuurzwammetje	=	espenvuurzwam
espenvuurzwammetjes	=	espenvuurzwam
esperantisch	adj	gerelateerd aan de internationale kunsttaal Esperanto
esperantische	=	esperantisch
esperantischer	=	esperantisch
esperantischere	=	esperantisch
esperantischers	=	esperantisch
esperantist	noun	spreker van het Esperanto
esperantiste	noun	vrouwelijke vorm van esperantist
esperantisten	=	esperantist
esperantistes	=	esperantiste
esperanto	adj	gerelateerd aan de internationale kunsttaal Esperanto
esperantologe	noun	vrouwelijke vorm van esperantoloog
esperantologen	=	esperantoloog
esperantologes	=	esperantologe
esperantologie	noun	de filologie van de kunsttaal Esperanto
esperantologisch	adj	met betrekking tot de esperantologie
esperantologische	=	esperantologisch
esperantologischer	=	esperantologisch
esperantologischere	=	esperantologisch
esperantologischers	=	esperantologisch
esperantoloog	noun	een taalkundige die de esperantologie beoefent
esperantoloogje	=	esperantoloog
esperantoloogjes	=	esperantoloog
esperantotalig	adj	Esperanto sprekend
esperantotalige	=	esperantotalig
esperantotaligs	=	esperantotalig
esperiamot	noun	Esperia sulphurella een dagactieve nachtvlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
esperiamotje	=	esperiamot
esperiamotjes	=	esperiamot
esperiamotten	=	esperiamot
espje	=	esp
esplanade	noun	grote vlakke ruimte voor een gebouw geschikt voor grote groepen wandelende mensen
esplanaden	=	esplanade
esplanades	=	esplanade
espresso	noun	geconcentreerde koffie, gebrouwen door het stuwen van heet (niet-kokend) water onder hoge druk door fijngemalen koffie
espresso's	=	espresso
espresso-martini	noun	cocktail van espresso, koffielikeur, wodka en ijsblokjes
espresso-martini's	=	espresso-martini
espresso-martinietje	=	espresso-martini
espresso-martinietjes	=	espresso-martini
espressoapparaat	noun	machine waarmee men espressokoffie kan zetten
espressoapparaatje	=	espressoapparaat
espressoapparaatjes	=	espressoapparaat
espressoapparaten	=	espressoapparaat
espressobar	noun	koffiehuis, koffiebar, coffeeshop (maar daar wordt tegenwoordig meer een gelegenheid mee bedoeld waar men softdrugs kan kopen)
espressobarretje	=	espressobar
espressobarretjes	=	espressobar
espressobars	=	espressobar
espressokoffie	noun	geconcentreerde koffie, gebrouwen door het stuwen van heet (niet-kokend) water onder hoge druk door fijngemalen koffie
espressokoffies	=	espressokoffie
espressomachine	noun	koffiezetapparaat waarmee espresso en andere op espresso gebaseerde koffie gezet kan worden
espressomachines	=	espressomachine
espressomachinetje	=	espressomachine
espressomachinetjes	=	espressomachine
espressootje	=	espresso
espressootjes	=	espresso
esprit	noun	geestigheid, spitsvondigheid
espritje	=	esprit
espritjes	=	esprit
esrb	noun	onderdeel van de Europese Centrale Bank dat belast is met toezicht op het financiële systeem van de EU
esree	num	tien
esreg	noun	bepaalde citrusvrucht; een van de vier soorten planten (arbaä miniem) in de plantenbundel die wordt gebruikt op Soekot
esregs	=	esreg
esrogem	=	esreg
essaai	noun	onderzoek naar het gehalte van edele metalen in een legering
essaaieren	=	essayeren
essaieeren	=	essayeren
essaieren	=	essayeren
essaieur	=	essayeur
essay	noun	opstel, een beschouwende prozatekst of een artikel voor krant of tijdschrift, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen.
essaybundel	noun	een boek waarin opstellen zijn opgenomen
essaybundels	=	essaybundel
essaybundeltje	=	essaybundel
essaybundeltjes	=	essaybundel
essayeer	=	essayeren
essayeerde	=	essayeren
essayeerden	=	essayeren
essayeeren	=	essayeren
essayeert	=	essayeren
essayere	=	essayeren
essayeren	verb	het zilver- of goudgehalte van een voorwerp, munt of erts onderzoeken
essayerend	=	essayeren
essayerende	=	essayeren
essayeur	noun	iemand die essayeert (controleur van het gehalte van goud- en zilverwerken en munten)
essayeurs	=	essayeur
essayeurtje	=	essayeur
essayeuse	noun|historical	medewerkster van een kledingzaak die klanten helpt bij het passen een op maat maken van jurken
essayeuses	=	essayeuse
essayeusetje	=	essayeuse
essayeusetjes	=	essayeuse
essaygate	noun	ophef die ontstond toen men het Boekenweekessay niet langer een essay wilde noemen omdat dat woord essay lezers zou afschrikken
essaygates	=	essaygate
essayist	noun	de schrijver van een essay, een literaire tekst die in dienst staat van het leveren van een overtuigend betoog, zij het zonder dat er sprake is van een expliciet gegeven wetenschappelijke verantwoording
essayiste	noun	vrouwelijke vorm van essayist
essayisten	=	essayist
essayistes	=	essayiste
essayistiek	noun	het schrijven van beschouwende proza teksten
essayistisch	adj	betrekking hebbend op de activiteiten van een essayist (steunend op subjectieve inzichten, schetsmatig, gebaseerd op impressies)
essayistische	=	essayistisch
essayistischer	=	essayistisch
essayistischere	=	essayistisch
essayistischers	=	essayistisch
essayprijs	noun	prijs die men krijgt als erkenning voor het schrijven van een zeer goede beschouwende prozatekst
essayprijsvraag	noun	competitie waarbij deelnemers een opstel schrijven en indienen, en de winnende inzending(en) worden beloond met een prijs
essayprijsvraagje	=	essayprijsvraag
essayprijsvraagjes	=	essayprijsvraag
essayprijsvragen	=	essayprijsvraag
essayprijzen	=	essayprijs
essays	=	essay
essaytje	=	essay
essaytjes	=	essay
esseen	noun	lid van een bepaalde groepering binnen het jodendom van 2de eeuw v.C. tot 1ste eeuw n.C., waarvan de belangrijkste groep woonde in het woestijngebied bij de Dode Zee
esseens	adj	van of betreffende de essenen
esseense	=	esseens
essen	adj	gemaakt van het hout van de es
essenbladnerfgalmug	noun	Dasineura fraxini een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
essenbladnerfgalmuggen	=	essenbladnerfgalmug
essenbladnerfgalmugje	=	essenbladnerfgalmug
essenbladnerfgalmugjes	=	essenbladnerfgalmug
essenbladplooigalmug	noun	Dasineura acrophila een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
essenbladplooigalmuggen	=	essenbladplooigalmug
essenbladplooigalmugje	=	essenbladplooigalmug
essenbladplooigalmugjes	=	essenbladplooigalmug
essenbladpokgalmug	noun	Dasineura fraxinea een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
essenbladpokgalmuggen	=	essenbladpokgalmug
essenbladpokgalmugje	=	essenbladpokgalmug
essenbladpokgalmugjes	=	essenbladpokgalmug
essenbloesemmijt	noun	Aceria fraxinivora een galmijt behorend tot de familie Eriophyidae
essenbloesemmijten	=	essenbloesemmijt
essenbloesemmijtje	=	essenbloesemmijt
essenbloesemmijtjes	=	essenbloesemmijt
essenbomen	=	essenboom
essenboom	noun	Fraxinus excelsior een soort loofboom
essenboompje	=	essenboom
essenboompjes	=	essenboom
essenbos	noun	soort bos met loofbomen van de soort Fraxinus excelsior
essenbosje	=	essenbos
essenbosjes	=	essenbos
essenbossen	=	essenbos
essence	noun	sterk geconcentreerd aromatisch aftreksel van geurstoffen of smaakstoffen
essencen	=	essence
essences	=	essence
essendwergboktor	noun	Tetrops starkii een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
essendwergboktorren	=	essendwergboktor
essendwergboktorretje	=	essendwergboktor
essendwergboktorretjes	=	essendwergboktor
essenen	noun	niet in de Bijbel genoemde joodse groepering van 2de eeuw v.C. tot 1ste eeuw n.C., waarvan de belangrijkste groep woonde in het woestijngebied bij de Dode Zee
essengouduil	noun	Atethmia centrago een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
essengouduilen	=	essengouduil
essengouduiltje	=	essengouduil
essengouduiltjes	=	essengouduil
essenhout	noun	hout dat afkomstig is van een es Fraxinus excelsior
essenhouten	adj	gemaakt van het hout van een es
essenkogelzwam	noun	Hypoxylon fraxinophilum een schimmel behorend tot de familie Hypoxylaceae.
essenkogelzwammen	=	essenkogelzwam
essenkogelzwammetje	=	essenkogelzwam
essenkogelzwammetjes	=	essenkogelzwam
essenmineermot	noun	Zelleria hepariella een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae).
essenmineermotje	=	essenmineermot
essenmineermotjes	=	essenmineermot
essenmineermotten	=	essenmineermot
essenmot	noun	Prays fraxinella een vlinder uit de familie Praydidae.
essenmotje	=	essenmot
essenmotjes	=	essenmot
essenmotten	=	essenmot
essenpage	noun	Laeosopis roboris een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
essenpages	=	essenpage
essenpokzwammetje	noun	Tympanopsis confertula een schimmel behorend tot de familie Scortechiniaceae.
essenpokzwammetjes	=	essenpokzwammetje
essenschijfzwam	noun	Sclerencoelia fraxinicola een schimmel behorend tot de familie Sclerotiniaceae.
essenschijfzwammen	=	essenschijfzwam
essenschijfzwammetje	=	essenschijfzwam
essenschijfzwammetjes	=	essenschijfzwam
essenschorszwam	noun	Peniophora limitata een schimmel behorend tot de familie Peniophoraceae.
essenschorszwammen	=	essenschorszwam
essenschorszwammetje	=	essenschorszwam
essenschorszwammetjes	=	essenschorszwam
essenspanner	noun	Ennomos fuscantaria een vlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
essenspanners	=	essenspanner
essenspannertje	=	essenspanner
essenspannertjes	=	essenspanner
essentialia	noun	wezenlijke kenmerken
essentialisme	noun	richting binnen de filosofie en de kunst volgens welke verschijnselen een essentie hebben
essentie	noun	het meeste belangrijke
essentieel	adj	zeer belangrijk
essentieels	=	essentieel
essentieelst	=	essentieel
essentieelste	=	essentieel
essenties	=	essentie
essentiële	=	essentieel
essentiëler	=	essentieel
essentiëlere	=	essentieel
essentiëlers	=	essentieel
essenvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus albidus een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
essenvlieskelkjes	=	essenvlieskelkje
essenzwam	noun	Vanderbylia fraxinea een schimmel behorend tot de familie Polyporaceae.
essenzwammen	=	essenzwam
essenzwammetje	=	essenzwam
essenzwammetjes	=	essenzwam
essief	noun	naamval die gelijkheid aanduidt
est	noun	iemand afkomstig uit Estland
establishment	noun	de gevestigde orde
establishmentje	=	establishment
establishmentjes	=	establishment
establishments	=	establishment
estafette	noun	wedstrijd tussen verschillende teams waarbij leden van een team achtereenvolgens een deel van de totaalafstand afleggen
estafetteactie	noun	actie die bestaat uit een aantal elkaar opvolgende deelacties
estafetteacties	=	estafetteactie
estafettedienst	noun	dienst met renboden die ieder een deel van het traject afleggen
estafettediensten	=	estafettedienst
estafetteloop	noun	hardloopwedstrijd in de vorm van een estafette waarbij een stokje van het ene teamlid naar het andere moet worden overgedragen
estafetteloopje	=	estafetteloop
estafetteloopjes	=	estafetteloop
estafettelopen	=	estafetteloop
estafetten	=	estafette
estafetteploeg	noun	team sporters die samen in een wedstrijd optreden waarbij ieder lid een deel van de af te leggen afstand voor zijn of haar rekening neemt
estafetteploegen	=	estafetteploeg
estafetteploegje	=	estafetteploeg
estafetteploegjes	=	estafetteploeg
estafetteroman	noun	roman waaraan verschillende schrijvers na elkaar een bijdrage leveren
estafetteromannetje	=	estafetteroman
estafetteromannetjes	=	estafetteroman
estafetteromans	=	estafetteroman
estafettes	=	estafette
estafettestaking	noun	korte stakingen binnen een bedrijf of bedrijfstak die op elkaar aansluiten
estafettestakingen	=	estafettestaking
estafettestakinkje	=	estafettestaking
estafettestakinkjes	=	estafettestaking
estafettestok	noun	stokje dat deelnemers aan een aflossingswedstrijd aan elkaar doorgeven bij de aflossintg
estafettestokje	=	estafettestok
estafettestokjes	=	estafettestok
estafettestokken	=	estafettestok
estafettetje	=	estafette
estaminet	noun	eenvoudige herberg of kroeg
estaminetje	=	estaminet
estaminets	=	estaminet
estateplanning	noun	het regelen van de financiën tijdens iemands leven op zo'n manier dat na diens overlijden de nabestaanden zo min mogelijk uit de nalatenschap hoeven af te dragen aan de fiscus
estateplanningen	=	estateplanning
estelada	noun	de vlag van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging, een variant van de officiële Catalaanse vlag (senyera) met een ster erin, die het streven naar zelfbeschikking en afscheiding van Spanje symboliseert
estellabergnimf	noun	Oreotrochilus estella een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
estellabergnimfen	=	estellabergnimf
estellabergnimfje	=	estellabergnimf
estellabergnimfjes	=	estellabergnimf
esten	=	est
ester	noun	een koolstofverbinding met de functionele groep -C(=O)-O-C-
esters	=	ester
estertje	=	ester
estertjes	=	ester
estheet	noun	voor schoonheid en kunst gevoelig persoon
estheetje	=	estheet
esthesiologie	noun	leer van de zintuigen en de gewaarwordingen
estheten	=	estheet
esthetica	noun	het filosofisch discours over het wezen van kunst of het wezen van schoonheid
esthetici	=	estheticus
estheticisme	noun	levensbeschouwing waarin het esthetische een overwegende plaats inneemt
estheticus	noun	iemand die de leer betreffende de schoonheid heeft bestudeerd; een liefhebber van schoonheid
esthetiek	noun	de ethiek van de kunst, ook wel kunstgevoel genoemd
esthetieke	=	esthetiek
esthetieken	=	esthetiek
esthetieker	=	esthetiek
esthetiekere	=	esthetiek
esthetiekers	=	esthetiek
esthetieks	=	esthetiek
esthetiekst	=	esthetiek
esthetiekste	=	esthetiek
esthetisch	adj	betrekking hebben op de waardering van het schone
esthetische	=	esthetisch
esthetischer	=	esthetisch
esthetischere	=	esthetisch
esthetischers	=	esthetisch
esthetischt	=	esthetisch
esthetischte	=	esthetisch
esthetisering	noun	het iets overdreven mooi en aantrekkelijk maken
esthetiseringen	=	esthetisering
estisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Estland
estische	noun	een vrouwelijke inwoner van Estland, of een vrouw afkomstig uit Estland
estischen	=	estische
estischer	=	estisch
estischere	=	estisch
estischers	=	estisch
estischt	=	estisch
estischtalig	adj	de Estische taal sprekend
estischtalige	=	estischtalig
estischtaligs	=	estischtalig
estischte	=	estisch
estje	=	est
estjes	=	est
estlander	noun	een inwoner van Estland, of iemand afkomstig uit Estland
estlanders	=	estlander
estlands	adj	met betrekking tot Estland
estlandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Estland, of een vrouw afkomstig uit Estland
estlandsen	=	estlandse
estlandser	=	estlands
estlandsere	=	estlands
estlandsers	=	estlands
estlandst	=	estlands
estlandste	=	estlands
estrade	noun	kleine verhoging in een grotere ruimte dat men kan betreden via een trapje
estraden	=	estrade
estrades	=	estrade
estragon	noun	aromatisch keukenkruid met een verfijnde, peperachtige anijssmaak.
estragons	=	estragon
estrik	noun|obsolete	gebakken en geglazuurde vloertegel
estriken	=	estrik
estrogeen	noun	een vrouwelijk hormoon
estrogenen	=	estrogeen
ests	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Estland
estse	noun	een vrouwelijke inwoner van Estland, of een vrouw afkomstig uit Estland
estsen	=	estse
estser	=	ests
estsere	=	ests
estsers	=	ests
estst	=	ests
estste	=	ests
estuaria	=	estuarium
estuarium	noun	door getijdenstromen trechtervormig verwijde riviermond
estuariumpje	=	estuarium
estuariumpjes	=	estuarium
estuariums	=	estuarium
estuariën	=	estuarium
et	conj	en
etablissement	noun	een bedrijf vaak een hotel, restaurant, café of andere uitgaangsgelegenheid
etablissementen	=	etablissement
etablissementje	=	etablissement
etablissementjes	=	etablissement
etage	noun	verdieping
etagebed	noun	twee slaapplaatsen waarvan de een gelegen is boven de andere
etagebedden	=	etagebed
etagebedje	=	etagebed
etagebedjes	=	etagebed
etagemosfamilie	noun	een familie Hylocomiaceae uit de orde Hypnales.
etagemosfamilies	=	etagemosfamilie
etagemosfamilietje	=	etagemosfamilie
etagemosfamilietjes	=	etagemosfamilie
etages	=	etage
etagetje	=	etage
etagetjes	=	etage
etagewoning	noun	een woning die niet op de begane grond ligt
etagewoningen	=	etagewoning
etagewoninkje	=	etagewoning
etagewoninkjes	=	etagewoning
etagère	noun	Schotelrek.
etagères	=	etagère
etagèretje	=	etagère
etagèretjes	=	etagère
etalage	noun	een met glazen ramen uitgevoerde ruimte aan de straatkant van een winkel waarin koopwaren uitgestald worden
etalageartikel	noun	een artikel op Wikipedia dat zo goed is dat dit erkent wordt door de gebruikersgemeenschap
etalageartikelen	=	etalageartikel
etalageartikeltje	=	etalageartikel
etalageartikeltjes	=	etalageartikel
etalagebenen	noun	een symptoom van aderverkalking
etalagepop	noun	pop waaraan kledingstukken enz. geëtaleerd worden
etalagepopje	=	etalagepop
etalagepoppen	=	etalagepop
etalagepoppetje	=	etalagepop
etalagepoppetjes	=	etalagepop
etalageraam	noun	groot raam aan de straatkant van een winkel waarachter de te verkopen goederen staan uitgestald
etalageraampje	=	etalageraam
etalageraampjes	=	etalageraam
etalageramen	=	etalageraam
etalageruit	noun	grote glazen plaat aan de straatkant van een winkel waarachter de te verkopen goederen staan uitgestald
etalageruiten	=	etalageruit
etalageruitje	=	etalageruit
etalageruitjes	=	etalageruit
etalages	=	etalage
etalagesamenleving	noun	samenleving waarin veel mensen uitgebreid hun gevoelsleven in de openbaarheid brengen
etalagetje	=	etalage
etalagetjes	=	etalage
etalagist	noun	iemand die een etalage van een winkel inrecht
etalagisten	=	etalagist
etaleer	=	etaleren
etaleerde	=	etaleren
etaleerden	=	etaleren
etaleert	=	etaleren
etalere	=	etaleren
etaleren	verb	uitstallen, tentoonspreiden
etalerend	=	etaleren
etalerende	=	etaleren
etaleur	noun	iemand belast met het inrichten van etalages
etaleurs	=	etaleur
etaleurtje	=	etaleur
etaleurtjes	=	etaleur
etaniem	noun	zevende maand van het jaar, in september-oktober; oude benaming, later tisjri (1 Kon. 8:2)
etanim	noun	zevende maand van het jaar, in september-oktober; oude benaming, later tisjri (1 Kon. 8:2)
etappe	noun	een deel van een meerdaagse wedstrijd waarbij elke etappe een wedstrijd op zich is
etappekoers	noun	meerdaagse wedstrijd die bestaat uit meerdere dagkoersen
etappekoersen	=	etappekoers
etappekoersje	=	etappekoers
etappekoersjes	=	etappekoers
etappen	=	etappe
etappeoverwinning	noun	overwinning in een dagkoers die onderdeel is van een meerdaagse koers
etappeoverwinningen	=	etappeoverwinning
etappeplaats	noun	plaats waar een etappe eindigt of begint
etappeplaatsen	=	etappeplaats
etappes	=	etappe
etappetje	=	etappe
etappetjes	=	etappe
etappewedstrijd	noun	wielerwedstrijd die bestaat uit verschillende dagwedstrijden
etappewedstrijden	=	etappewedstrijd
etappewedstrijdje	=	etappewedstrijd
etappewedstrijdjes	=	etappewedstrijd
etappewinnaar	noun	iemand die een dagkoers wint in een meerdaagse wedstrijd
etappewinnaars	=	etappewinnaar
etappewinst	noun	het winnen van een dagkoers die deel uitmaakt van een meerdaagse etappekoers
etappewinsten	=	etappewinst
etappezege	noun	wielrenner die een dagkoers die deel uitmaakt van een meerdaagse wedstrijd heeft gewonnen
etappezeges	=	etappezege
etatisering	noun	ontwikkeling of streven waarbij de overheid een overheersende invloed krijgt
etatisme	noun	opvatting dat de overheid de samenleving moet sturen in de door haar gewenste richting
etcs	noun	afkorting van European Train Control System, "Europees treinbesturingssysteem"
ete	=	eten
eten	verb	het nuttigen van voedsel	noun	dat wat iemand tot zich neemt om diens metabolisme in werking te houden
etend	=	eten
etende	=	eten
etensbak	noun	een bak waar het eten voor een dier in zit
etensbakje	=	etensbak
etensbakjes	=	etensbak
etensbakken	=	etensbak
etensblik	noun	metalen bakje om eten in mee te nemen
etensblikje	=	etensblik
etensblikjes	=	etensblik
etensblikken	=	etensblik
etensgeur	noun	wat je kunt ruiken als voedsel gekookt of gebakken is of wordt
etensgeuren	=	etensgeur
etensgeurtje	=	etensgeur
etensgeurtjes	=	etensgeur
etenskast	noun	een kast waarin men eten kan bewaren
etenskasten	=	etenskast
etenskastje	=	etenskast
etenskastjes	=	etenskast
etenslucht	noun	de geur van eten
etensluchten	=	etenslucht
etensluchtje	=	etenslucht
etensluchtjes	=	etenslucht
etensproduct	noun	een product dat bestemd is om opgegeten te worden
etensproducten	=	etensproduct
etensrest	noun	overgebleven voedsel van een maaltijd
etensresten	=	etensrest
etensrestje	=	etensrest
etensrestjes	=	etensrest
etenstijd	noun	het moment waarop er (gebruikelijkerwijs) gegeten wordt
etenstijden	=	etenstijd
etenstijdje	=	etenstijd
etenstijdjes	=	etenstijd
etensuren	=	etensuur
etensuur	noun	het tijdstip dat men gewoonlijk de maaltijd gebruikt
etenswaar	noun	voedsel voor mensen
etenswaren	=	etenswaar
etentje	noun	alleen verkleinwoord vrij informele bijeenkomst waarbij men een gezamenlijke maaltijd nuttigt
etentjes	=	eten
eter	noun	iemand die aan het eten is
eterij	noun	plaats waar je eten kunt kopen en opeten
eterijen	=	eterij
eterijtje	=	eterij
eterniet	noun	met asbestvezels versterkt cement, gebruikt als bouwmateriaal vervaardigd door de firma Eternit
eternieten	adj	van eterniet vervaardigd
eters	=	eter
etertje	=	eter
etertjes	=	eter
etgras	noun	het verse jonge gras dat opkomt na het maaien
etgrassen	=	etgras
etgroen	noun	gras dat op een weide groeit waarvan al eerder in het jaar het hooi is geoogst
etgroenen	=	etgroen
ethaan	noun	gasvormige koolwaterstof met de formule C₂H₆
ethaankraker	noun	fabriek of laboratoriumopstelling waarin ethaan omgezet wordt in ethyleen/etheen en waterstof als bijproduct vrijkomt
ethaankrakers	=	ethaankraker
ethanen	=	ethaan
ethanol	noun	een chemische verbinding met twee koolstofatomen en een alcoholgroep
etheen	noun	onverzadigde koolwaterstof met als brutoformule C₂H₄
etheenglycol	noun	alcohol met als brutoformule C₂H₆O₂
etheenglycolen	=	etheenglycol
etheenoxide	noun	gas met een kleine, ringvormige structuur bestaande uit 2 koolstofatomen en 1 zuurstofatoom
etheenoxides	=	etheenoxide
ether	noun	een organische verbinding met de functionele groep R-O-R'
etherdiscipline	noun	gehoorzaamheid aan voorschriften, bevelen of regels betreffende de radiocommunicatie; correct gebruik van draadloze communicatie
etherdisciplines	=	etherdiscipline
etherfrequentie	noun	frequenties in het elektromagnetische spectrum waarmee men radio- en televisieprogramma's kan uitzenden
etherfrequenties	=	etherfrequentie
etherisch	adj	snel vervliegend
etherische	=	etherisch
etherischer	=	etherisch
etherischere	=	etherisch
etherischers	=	etherisch
ethernet	noun	een netwerkstandaard waarmee computers in een LAN met elkaar communiceren
etherpiraat	noun	radio- of televisiezender die zonder zendvergunning of toestemming uitzendt, vaak op regionale schaal vanuit geïmproviseerde studio's
etherpiraten	=	etherpiraat
ethers	=	ether
ethervervuiling	noun	verschijnsel dat er veel inhoudelijk slechte radioprogramma's en televisieprogramma's worden uitgezonden
ethica	noun	de leer die gaat over het menselijk handelen betreffende goed en kwaad
ethica's	=	ethica
ethici	=	ethicus
ethicus	noun	iemand die zich (beroepsmatig) met ethiek bezig houdt
ethiek	noun	een praktische wijsbegeerte die zich bezighoudt met wat goed en kwaad is
ethieken	=	ethiek
ethiekje	=	ethiek
ethiekjes	=	ethiek
ethiopisch	adj	op Ethiopië betrekking hebbend
ethiopische	noun	een vrouwelijke inwoner van Ethiopië, of een vrouw afkomstig uit Ethiopië
ethiopischen	=	ethiopische
ethiopischer	=	ethiopisch
ethiopischere	=	ethiopisch
ethiopischers	=	ethiopisch
ethiopiër	noun	een inwoner van Ethiopië, of iemand afkomstig uit Ethiopië
ethiopiërs	=	ethiopiër
ethiopiërtje	=	ethiopiër
ethisch	adj	tot de ethiek behorend of daarop betrekking hebbend
ethische	=	ethisch
ethischer	=	ethisch
ethischere	=	ethisch
ethischers	=	ethisch
ethischt	=	ethisch
ethischte	=	ethisch
ethnisch	=	etnisch
ethnologe	=	etnologe
ethnoloog	=	etnoloog
ethologe	noun	vrouwelijke vorm van etholoog
ethologen	=	etholoog
ethologes	=	ethologe
ethologie	noun	een wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen en onderzoeken van gedrag, gedragsleer
ethologieën	=	ethologie
etholoog	noun	iemand die zich bezighoudt met de studie van het gedrag van dieren (en dus ook mensen)
etholoogje	=	etholoog
etholoogjes	=	etholoog
ethos	noun	moraal, morele houding, motivatie
ethyl	noun	koolwaterstofgroep C₂H₅ of -CH₂CH₃
ethylalcohol	noun	de alcohol die in alcoholische dranken zit
ethylalcoholen	=	ethylalcohol
ethyleen	noun	koolwaterstof met als brutoformule C₂H₄
ethylenen	=	ethyleen
etiket	noun	stuk papier met informatie dat ergens opgeplakt zit
etiketje	=	etiket
etiketjes	=	etiket
etiketkind	noun	kind dat door het stellen van een (psychiatrische) diagnose gestigmatiseerd is
etiketkinderen	=	etiketkind
etiketkindje	=	etiketkind
etiketkindjes	=	etiketkind
etiketteer	=	etiketteren
etiketteerde	=	etiketteren
etiketteerden	=	etiketteren
etiketteert	=	etiketteren
etiketten	=	etiket
etikettere	=	etiketteren
etiketteren	verb	voorzien van een etiket
etiketterend	=	etiketteren
etiketterende	=	etiketteren
etikettering	noun	het voorzien van een product met productinformatie
etiketteringen	=	etikettering
etiologen	=	etioloog
etiologie	noun	onderdeel van de pathologie dat zich bezighoudt met de oorzaken van ziekten
etiologieën	=	etiologie
etiologisch	adj	met betrekking tot de etiologie
etiologische	=	etiologisch
etiologischer	=	etiologisch
etiologischere	=	etiologisch
etiologischers	=	etiologisch
etioloog	noun	wetenschapper die zich bezighoudt met de oorzaken van ziekten
etioloogje	=	etioloog
etioloogjes	=	etioloog
etiquette	noun	geheel van cultuurgebonden beleefdheidsregels en omgangsvormen
etiquetteboek	noun	boek waarin staat hoe men zich dient te gedragen volgens de cultuurgebonden beleefdheidsregels en de omgangsvormen
etiquetteboeken	=	etiquetteboek
etiquetteboekje	=	etiquetteboek
etiquetteboekjes	=	etiquetteboek
etiquettedeskundige	noun	iemand die deskundig is op het gebied van etiquette
etiquettedeskundigen	=	etiquettedeskundige
etiquettekwestie	noun	een zaak de betrekking heeft op de goede omgangsvormen
etiquettekwesties	=	etiquettekwestie
etiquettekwestietje	=	etiquettekwestie
etiquettekwestietjes	=	etiquettekwestie
etiquetteregel	noun	een regel van de etiquette
etiquetteregels	=	etiquetteregel
etiquetteregeltje	=	etiquetteregel
etiquetteregeltjes	=	etiquetteregel
etje	=	ette
etmaal	noun	tijdseenheid bestaande uit 24 uren
etmaaltje	=	etmaal
etmaaltjes	=	etmaal
etmalen	=	etmaal
etnicisme	noun	neiging aan een bepaalde etnische groep een aantal collectief geachte kenmerken toe te schrijven
etniciteit	noun	een etnische identiteit
etniciteiten	=	etniciteit
etniciteitje	=	etniciteit
etniciteitjes	=	etniciteit
etnie	noun	van etniciteit
etnieën	=	etnie
etnisch	adj	betrekking hebbend op een volk of volkeren
etnische	=	etnisch
etnischer	=	etnisch
etnischere	=	etnisch
etnischers	=	etnisch
etnischt	=	etnisch
etnischte	=	etnisch
etnocentrisch	adj	betrekking hebbend op het etnocentrisme
etnocentrische	=	etnocentrisch
etnocentrischer	=	etnocentrisch
etnocentrischere	=	etnocentrisch
etnocentrischers	=	etnocentrisch
etnocentrisme	noun	neiging om de sociale groep waartoe men behoort als enige referentiepunt te beschouwen bij de beoordeling van andere
etnocide	noun	het bewust vernietigen van een cultuur, cultuurmoord
etnocides	=	etnocide
etnocidetje	=	etnocide
etnocidetjes	=	etnocide
etnodating	noun	dating waarbij mensen met een verschillende culturele achtergrond worden samengebracht
etnofaulisme	noun	een discriminerend scheldwoord voor iemand van een andere etnische herkomst of een buitenlander (woorden als bleekscheet, roetmop of roodhuid worden hiertoe gerekend)
etnofaulismen	=	etnofaulisme
etnofaulismetje	=	etnofaulisme
etnofaulismetjes	=	etnofaulisme
etnofobie	noun	angst voor allochtone bevolkingsgroepen
etnograaf	noun	deskundige op het gebied van de etnografie
etnograafje	=	etnograaf
etnograafjes	=	etnograaf
etnografe	noun	vrouwelijke vorm van etnograaf
etnografen	=	etnograaf
etnografes	=	etnografe
etnografie	noun	beschrijvende volkenkunde
etnografieën	=	etnografie
etnografisch	adj	betrekking hebbend op de beschrijving van volkeren
etnografische	=	etnografisch
etnografischer	=	etnografisch
etnografischere	=	etnografisch
etnografischers	=	etnografisch
etnologe	noun	vrouwelijke vorm van etnoloog
etnologen	=	etnoloog
etnologes	=	etnologe
etnologie	noun	vergelijkende en verklarende volkenkunde
etnologieën	=	etnologie
etnologisch	adj	betrekking hebbend op de etnologie
etnologische	=	etnologisch
etnologischer	=	etnologisch
etnologischere	=	etnologisch
etnologischers	=	etnologisch
etnoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de etnologie
etnoloogje	=	etnoloog
etnoloogjes	=	etnoloog
etnopolitiek	noun	overheidsbeleid dat bewust verschil maakt tussen bevolkingsgroepen met een verschillende geschiedenis	adj	voortkomend uit de opvatting dat afstamming van een groep met een gedeelde geschiedenis een belangrijke rol hoort te spelen in de inrichting van de samenleving
etnopolitieke	=	etnopolitiek
etnopolitieks	=	etnopolitiek
etnoreligieus	adj	uitgaand van geloof dat sterk verband houdt met horen tot een bepaald volk
etnoreligieuze	=	etnoreligieus
eto	noun	eenvoudig technisch onderwijs
etrog	noun	bepaalde citrusvrucht; een van de vier soorten planten (arbaä miniem) in de plantenbundel die wordt gebruikt op Soekot
etrogiem	=	etrog
etruscisch	=	etruskisch
etruskisch	adj	betrekking hebbend op Etrusken of de taal etruskisch
etruskische	=	etruskisch
etruskischer	=	etruskisch
etruskischere	=	etruskisch
etruskischers	=	etruskisch
etruskischtalig	adj	de Etruskische taal sprekend
etruskischtalige	=	etruskischtalig
etruskischtaligs	=	etruskischtalig
ets	noun	afbeelding gemaakt met behulp van inbijting van zuur
etsbergs	noun	een behoudende Limburgse taal die gesproken wordt in de dorpen Etsberg, Aan de Berg en Röthenbach in Limburg
etsdruk	noun	afdruk van een ets
etsdrukje	=	etsdruk
etsdrukjes	=	etsdruk
etsdrukken	=	etsdruk
etse	=	etsen
etsen	verb	een ets maken
etsend	=	etsen
etsende	=	etsen
etser	noun	kunstenaar die etsen maakt
etsers	=	etser
etsertje	=	etser
etsgrond	noun	waslaagje op een koperenplaat waarin men met een etsnaald een tekening kan maken
etsgronden	=	etsgrond
etsi	noun	Europees Telecommunicatie en Standaardisatie Instituut
etsiem	=	eets
etsje	=	ets
etsjes	=	ets
etskunst	noun	de kunde van het hoe te etsen; de kunst van het etsen
etskunsten	=	etskunst
etsnaald	noun	stalen stift met scherpe punt om in zacht materiaal een tekening te kerven die in een etstechniek kan worden afgedrukt
etsnaalden	=	etsnaald
etsnaaldje	=	etsnaald
etsnaaldjes	=	etsnaald
etspers	noun	een stuk gereedschap dat wordt gebruikt bij het etsen om de etsplaat af te drukken op papier
etspersen	=	etspers
etsplaat	noun	metalen plaat waarop men met een droge naald een tekening maakt die later afgedrukt kan worden
etsplaatje	=	etsplaat
etsplaatjes	=	etsplaat
etsplaten	=	etsplaat
etst	=	etsen
etste	=	etsen
etsten	=	etsen
etswerk	noun	tekening gemaakt door etsen op een etsplaat
etswerken	=	etswerk
ette	noun	iemand uit Drenthe die voor dat gewest een zekere overheidsfunctie vervulde
ettelijk	pron	een vrij groot aantal
ettelijke	pron	verbogen vorm van ettelijk, verscheidene, tamelijk veel, enkele
etten	=	ette
ettend	=	ette
ettende	=	ette
etter	noun	wittig vocht met witte bloedlichaampjes en bacteriën dat bij een ontsteking afgescheiden wordt
etterachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van etter
etterachtige	=	etterachtig
etterachtiger	=	etterachtig
etterachtigere	=	etterachtig
etterachtigers	=	etterachtig
etterachtigs	=	etterachtig
etterachtigst	=	etterachtig
etterachtigste	=	etterachtig
etterbak	noun	erg vervelend persoon
etterbakje	=	etterbak
etterbakjes	=	etterbak
etterbakken	=	etterbak
etterbuil	noun	zwelling die etter bevat
etterbuilen	=	etterbuil
etterbuiltje	=	etterbuil
etterbuiltjes	=	etterbuil
etterde	=	etteren
etterden	=	etteren
ettere	=	etteren
etteren	verb	het bij sommige ontstekingen afscheiden van een geelgroen wondvocht (etter)
etterend	adj	van een wond dat deze geïnfecteerd is en pus produceert
etterende	=	etteren
etterender	=	etterend
etterendere	=	etterend
etterenders	=	etterend
etterends	=	etterend
etterendst	=	etterend
etterendste	=	etterend
etterig	adj	lijkend op etter, etter bevattend met name van wonden en zweren
etterige	=	etterig
etteriger	=	etterig
etterigere	=	etterig
etterigers	=	etterig
etterigs	=	etterig
etterigst	=	etterig
etterigste	=	etterig
etters	=	etter
ettert	=	etteren
ettertje	=	etter
ettertjes	=	etter
etude	noun	stuk om muziek te leren spelen
etudes	=	etude
etudetje	=	etude
etudetjes	=	etude
etui	noun	hoes om voorwerpen in te stoppen
etuis	=	etui
etuitje	=	etui
etuitjes	=	etui
etymologe	=	etymoloog
etymologen	=	etymoloog
etymologica	=	etymologicon
etymologicon	noun	etymologisch woordenboek
etymologiconnetje	=	etymologicon
etymologiconnetjes	=	etymologicon
etymologicons	=	etymologicon
etymologie	noun	woordherkomst, woordafleiding; de geschiedenis van een woord
etymologietje	=	etymologie
etymologietjes	=	etymologie
etymologieën	=	etymologie
etymologisch	adj	betrekking hebbend op de afleiding en de oorsprong van woorden
etymologische	=	etymologisch
etymologischer	=	etymologisch
etymologischere	=	etymologisch
etymologischers	=	etymologisch
etymologischt	=	etymologisch
etymologischte	=	etymologisch
etymoloog	noun	deskundige op het gebied van de etymologie
etymoloogje	=	etymoloog
etymoloogjes	=	etymoloog
eu	noun	Europese Unie, voortgekomen uit de EG
eu-bondgenoot	noun	staat, organisatie of persoon die jou steunt of waarmee je samenwerkt bij een kwesties die met de Europese Unie te maken hebben
eu-bondgenoten	=	eu-bondgenoot
eu-brede	=	eu-breed
eu-breed	adj	geldend voor alle landen van de Europese Unie
eu-breeds	=	eu-breed
eu-burger	noun	een persoon met de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie
eu-burgers	=	eu-burger
eu-commissaris	noun	belangrijke functie bij de Europese Commissie
eu-commissarissen	=	eu-commissaris
eu-formaat	noun	vorm van een bestand dat standaard is in alle landen van de Europese Unie
eu-inwoner	noun	iemand die woonachtig is in één van de lidstaten van de Europese Unie
eu-inwoners	=	eu-inwoner
eu-land	noun	land dat lid is van de Europese Unie; lidstaat van de Europese Unie
eu-landen	=	eu-land
eu-lidstaat	noun	staat die lid is van de EU
eu-lidstaten	=	eu-lidstaat
eu-richtlijn	noun	richtlijn uitgevaardigd door de EU bestemd voor de lidstaten
eu-richtlijnen	=	eu-richtlijn
eu-richtlijntje	=	eu-richtlijn
eu-richtlijntjes	=	eu-richtlijn
eu-subsidie	noun	subsidie afkomstig van de Europese Unie
eu-subsidies	=	eu-subsidie
eu-toetreding	noun	het proces waarbij een nieuwe staat lid wordt van de Europese Unie (EU).
eu-toetredingen	=	eu-toetreding
eu-toetredinkje	=	eu-toetreding
eu-toetredinkjes	=	eu-toetreding
eu-uitbreiding	noun	het proces waarbij nieuwe landen toetreden tot de Europese Unie (EU), gericht op het bevorderen van stabiliteit, vrede en welvaart in Europa.
eu-uitbreidingen	=	eu-uitbreiding
eu-uitbreidinkje	=	eu-uitbreiding
eu-uitbreidinkjes	=	eu-uitbreiding
eu-verband	noun	gezamenlijk optreden van de lidstaten van de Europese Unie
eu-verdrag	noun	het op 7 februari 1992 ondertekende verdrag bij de oprichting van de Europese Unie (officieel het Verdrag betreffende de Europese Unie)
eu-verdragen	=	eu-verdrag
eu-voorzitterschap	noun	bij toerbeurt uitgevoerde rol van een lidstaat om gedurende een half jaar de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie voor te bereiden en te leiden
eu-voorzitterschappen	=	eu-voorzitterschap
eubiotiek	noun	de kunst en kunde om een lang, gelukkig en gezond leven te leiden
eucalyptus	noun	een geslacht Eucalyptus uit de mirtefamilie (Myrtaceae).
eucalyptushaantje	noun	Smicrornis brevirostris een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
eucalyptushaantjes	=	eucalyptushaantje
eucalyptusplantage	noun	een plantage waar de, oorspronkelijk uit Australië afkomstige, eucalyptusbomen op grote schaal worden gekweekt, nu ook in veel andere landen uitsluitend met het oog op commerciële exploitatie
eucalyptussen	=	eucalyptus
eucharistie	noun	sacrament, ingesteld tijdens het Laatste Avondmaal, waardoor Jezus' lichaam en bloed en zijn kruisoffer tegenwoordig worden gesteld
eucharistietje	=	eucharistie
eucharistieviering	noun	mis, de katholieke eredienst waarin het sacrament van de eucharistie wordt gevierd
eucharistievieringen	=	eucharistieviering
eucharistievierinkje	=	eucharistieviering
eucharistieën	=	eucharistie
eucharistisch	adj	betrekking hebbend op de eucharistie
eucharistische	=	eucharistisch
eucharistischer	=	eucharistisch
eucharistischere	=	eucharistisch
eucharistischers	=	eucharistisch
euclidisch	adj	meetkunde op basis van 5 klassieke axioma's, geschikt voor ruimtes die niet gekromd zijn
euclidische	=	euclidisch
eufemisme	noun	het gebruik van een alternatief woord of alternatieve uitdrukking voor iets in de taboesfeer om een sterkere variant, die te grof of vulgair zou overkomen, te vervangen door een minder confronterende bewoording voor hetzelfde
eufemismen	=	eufemisme
eufemismes	=	eufemisme
eufemismetje	=	eufemisme
eufemismetjes	=	eufemisme
eufemistisch	adj	op een manier die niet zo pijnlijk, maar ook minder duidelijk overkomt
eufemistische	=	eufemistisch
eufemistischer	=	eufemistisch
eufemistischere	=	eufemistisch
eufemistischers	=	eufemistisch
eufonia	=	eufonium
eufonie	noun	een mooie klank hebben
eufonisch	adj	welluidend
eufonische	=	eufonisch
eufonischer	=	eufonisch
eufonischere	=	eufonisch
eufonischers	=	eufonisch
eufonium	noun	een koperblaasinstrument uit de tubafamilie
eufoniumpje	=	eufonium
eufoniumpjes	=	eufonium
eufoniums	=	eufonium
eufoor	adj	opgewekt
eufoorder	=	eufoor
eufoordere	=	eufoor
eufoorders	=	eufoor
eufoors	=	eufoor
eufoorst	=	eufoor
eufoorste	=	eufoor
eufore	=	eufoor
euforie	noun	verhoogd gevoel van welzijn; gevoel van zeer groot welbehagen; gevoel van zich wel te bevinden; ook kunstmatig opgewekt door het gebruik van opium enz., en bij sommige ziektetoestanden bestaand
euforisch	adj	zeer opgewekt, zeer uitgelaten.
euforische	=	euforisch
euforischer	=	euforisch
euforischere	=	euforisch
euforischers	=	euforisch
eufraatdrieklauw	noun	Rafetus euphraticus een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
eufraatdrieklauwen	=	eufraatdrieklauw
eufraatdrieklauwtje	=	eufraatdrieklauw
eufraatdrieklauwtjes	=	eufraatdrieklauw
eugenese	noun	poging om de genetische eigenschappen van een individu of soort te verbeteren
eugenetica	noun	het onderzoek naar het verbeteren van de genetische samenstelling van een populatie (al dan niet van mensen)
eugeneticus	noun	deskundige in de eugenetica
eugenetisch	adj	betrekking hebbend op de eugenetica
eugenetische	=	eugenetisch
eugenetischer	=	eugenetisch
eugenetischere	=	eugenetisch
eugenetischers	=	eugenetisch
euh	intj	een stopwoordje dat onzekerheid of nadenken aanduidt
euhm	intj	uiting die tijd om na te denken invult, voorafgaand aan een reactie of voortzetting daarvan
euhs	=	euh
eukaryoot	noun	levensvorm met cellen die een celkern hebben	adj	met cellen die een celkern hebben
eukaryootje	=	eukaryoot
eukaryoots	=	eukaryoot
eukaryootst	=	eukaryoot
eukaryootste	=	eukaryoot
eukaryote	=	eukaryoot
eukaryoten	noun	een van de drie taxonomische domeinen, Eukaryota
eukaryoter	=	eukaryoot
eukaryotere	=	eukaryoot
eukaryoters	=	eukaryoot
eukaryotisch	adj	betrekking hebbend op een organisme bestaat uit cellen met een echte celkern (nucleus) waarin het DNA is opgeslagen.
eukaryotische	=	eukaryotisch
eukaryotischer	=	eukaryotisch
eukaryotischere	=	eukaryotisch
eukaryotischers	=	eukaryotisch
eulachon	noun	Thaleichthys pacificus een straalvinnige vis uit de familie van spieringen (Osmeridae) en behoort tot de orde van spieringachtigen (Osmeriformes)
eulachons	=	eulachon
eulerdiagram	noun	schema waarin verzamelingen hun relaties als cirkels naast of binnen elkaar worden weergegeven Het verschil met een venndiagram is dat een eulerdiagram niet de mogelijke, maar de feitelijk voorkomende relaties aangeeft
eulerdiagrammen	=	eulerdiagram
eulerschijf	noun	een draaiende cirkelvormige schijf die vibrerend tot stilstand komt
eulerschijfje	=	eulerschijf
eulerschijfjes	=	eulerschijf
eulerschijven	=	eulerschijf
eulogie	noun	loflied
eulogietje	=	eulogie
eulogietjes	=	eulogie
eulogieën	=	eulogie
eungellahoningeter	noun	Bolemoreus hindwoodi een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
eungellahoningeters	=	eungellahoningeter
eungellahoningetertje	=	eungellahoningeter
eungellahoningetertjes	=	eungellahoningeter
eunjer	noun	naam voor planten uit het geslacht Equisetum	adj|obsolete	slim op een boosaardige of ondeugende manier
eunjere	=	eunjer
eunjers	=	eunjer
eunjertje	=	eunjer
eunuch	noun	gecastreerde bewaker van een harem
eunuchen	=	eunuch
eunuchje	=	eunuch
eunuuk	=	eunuch
euouae	noun	ezelsbruggetje van seaculōrum Āmen
euphoor	=	eufoor
euphorie	=	euforie
euphorisch	=	euforisch
euraziaat	noun	iemand met zowel Europese als Aziatische voorouders
euraziaten	=	euraziaat
euraziatisch	adj	op Eurazië betrekking hebbend
euraziatische	noun	een vrouwelijke inwoner van Eurazië, of een vrouw afkomstig uit Eurazië
euraziatischen	=	euraziatische
euraziatischer	=	euraziatisch
euraziatischere	=	euraziatisch
euraziatischers	=	euraziatisch
euregio	noun	een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van gebieden die liggen in de Europese Unie
euregio's	=	euregio
euregionaal	adj	betrekking hebbend op een regio waarin twee Eurolanden aan elkaar grenzen
euregionaals	=	euregionaal
euregionaalst	=	euregionaal
euregionaalste	=	euregionaal
euregionale	=	euregionaal
euregionaler	=	euregionaal
euregionalere	=	euregionaal
euregionalers	=	euregionaal
eureka	intj	ik heb het gevonden!, het kwartje is gevallen!
eurie	=	euro
eurish	noun	een kunststaal ontwikkeld voor Europa, ook bekend als Europees Engels
euritmie	noun	een expressieve danskunst, die in het begin van de twintigste eeuw (circa 1908 - 1925) in Duitsland en Zwitserland in de kringen rond Rudolf Steiner ontstond
euro	noun	de munt en munteenheid van de eurozone, waarvan het symbool het euroteken (€) is
euro's	=	euro
euro-atlantisch	adj	betrekking hebbend op de samenwerking van landen en regio's rond de Noord-Atlantische Oceaan, specifiek de verbinding tussen Europa en Noord-Amerika (VS en Canada)
euro-atlantische	=	euro-atlantisch
euro-atlantischer	=	euro-atlantisch
euro-atlantischere	=	euro-atlantisch
euro-atlantischers	=	euro-atlantisch
euro-obligatie	noun	een door de Europese autoriteiten in plaats van die van de lidstaten uitgegeven obligatie
euro-obligaties	=	euro-obligatie
euroafronding	noun	het aanpassen van een geldbedrag aan de dichtstbijzijnde, makkelijk handelbare eenheid, meestal om het gebruik van 1 en 2 eurocent muntjes te verminderen.
euroafrondingen	=	euroafronding
euroafrondinkje	=	euroafronding
euroafrondinkjes	=	euroafronding
eurobank	noun	de centrale bank van de Economische en Monetaire Unie wiens voornaamste taak het behouden van de prijsstabiliteit in de eurozone is
eurobankbiljet	noun	een bankbiljet waarvan de waarde is uitgedrukt in de Europese munteenheid euro
eurobankbiljetje	=	eurobankbiljet
eurobankbiljetjes	=	eurobankbiljet
eurobankbiljetten	=	eurobankbiljet
eurobanken	=	eurobank
eurobankje	=	eurobank
eurobankjes	=	eurobank
eurobiljet	noun	een bankbiljet waarvan de waarde is uitgedrukt in de Europese munteenheid euro
eurobiljetje	=	eurobiljet
eurobiljetjes	=	eurobiljet
eurobiljetten	=	eurobiljet
eurocafeetje	=	eurocafé
eurocafeetjes	=	eurocafé
eurocafé	noun	uitgaansgelegenheid waar men voor 1 euro een drankje kon krijgen
eurocafés	=	eurocafé
eurocent	noun	een honderdste deel van een euro
eurocenten	=	eurocent
eurocentje	=	eurocent
eurocentjes	=	eurocent
eurocentrisch	adj	Europa in het middelpunt stellend; gezien vanuit Europa
eurocentrische	=	eurocentrisch
eurocentrischer	=	eurocentrisch
eurocentrischere	=	eurocentrisch
eurocentrischers	=	eurocentrisch
eurocentrisme	noun	neiging om de Europese cultuur als maatstaf voor alles te beschouwen
eurocheque	noun	een betaalcheque die door Europese kredietinstellingen erkend wordt
eurochequeje	=	eurocheque
eurochequejes	=	eurocheque
eurocheques	=	eurocheque
eurochipper	noun	chipper waarmee in euro’s kan worden betaald
eurochippers	=	eurochipper
eurocitytrein	noun	sneltrein tussen een aantal grote Europese steden
eurocitytreinen	=	eurocitytrein
eurocitytreintje	=	eurocitytrein
eurocitytreintjes	=	eurocitytrein
eurocommissaris	noun	lid van de Europese Commissie
eurocommissarissen	=	eurocommissaris
eurocommunisme	noun	het niet strikt op Rusland gerichte communisme in Europese landen die niet tot het Warschaupact behoren
eurocraat	noun	informele, oorspronkelijk schertsende benaming voor een ambtenaar van de diensten van instellingen van de Europese Unie, zoals de Europese Commissie, de Europese Raad, het Europees Parlement en het Europees Hof van Justitie
eurocraten	=	eurocraat
eurocratie	noun	het gehele ambtelijke apparaat dat zich met de Europese eenwording bezighoudt
eurocratieën	=	eurocratie
eurocrises	=	eurocrisis
eurocrisis	noun	een crisis in Europa
eurocrisisje	=	eurocrisis
eurocrisisjes	=	eurocrisis
eurocrisissen	=	eurocrisis
eurodollar	noun	een in Amerikaanse dollar weergegeven deposito-eenheid met een looptijd tot zes maanden ondergebracht bij banken buiten de Verenigde Staten
eurodollars	=	eurodollar
eurodollartje	=	eurodollar
eurodollartjes	=	eurodollar
eurofiel	noun	aanhanger van de Europese eenwording
eurofiele	=	eurofiel
eurofielen	=	eurofiel
eurofieler	=	eurofiel
eurofielere	=	eurofiel
eurofielers	=	eurofiel
eurofiels	=	eurofiel
eurofielst	=	eurofiel
eurofielste	=	eurofiel
eurofieltje	=	eurofiel
eurofieltjes	=	eurofiel
eurofobe	=	eurofoob
eurofoben	=	eurofoob
eurofoob	noun	iemand die angst heeft voor de Europese Unie or er althans een sterke afkeer van heeft	adj	sterk tegen de Europese Unie gekeerd
eurofoobs	=	eurofoob
euroforie	noun	verhoogd gevoel van welzijn tot ongebreideld optimisme t.o.v. de Europese eenwording
eurogebied	noun	naam voor alle landen van de Europese Unie die de euro als munt hebben
eurogebieden	=	eurogebied
eurogebiedje	=	eurogebied
eurogebiedjes	=	eurogebied
eurogeld	noun	papier- en muntgeld met een waarde uitgedrukt in Euro's
eurogelden	=	eurogeld
eurogroep	noun	naam van de groep ministeris van financiën van eurolanden die samen het fiscaal en economisch beleid coördineren met als doel het functioneren van de Economische en Monetaire Unie zeker te stellen
eurogroepen	=	eurogroep
eurokit	noun	een verzamelalbum voor alle typen euromunten
eurokits	=	eurokit
euroklonen	=	eurokloon
eurokloon	noun	internationale hulptaal (kunsttaal), waarvan de woordenschat geheel is afgeleid van die van bestaande Europese talen
eurokloontje	=	eurokloon
eurokloontjes	=	eurokloon
eurokoers	noun	de waarde van de euro uitgedrukt in andere valuta
eurokoersen	=	eurokoers
eurokotter	noun	modern type vissersschip, kleiner dan 24 meter en met minder dan 300 PK vermogen, dat wordt gebruikt voor de visserij met sleepnetten zoals boomkor
eurokotters	=	eurokotter
eurokottertje	=	eurokotter
eurokottertjes	=	eurokotter
eurokritisch	adj	betrekking hebbend op een kritische houding ten opzichte van de Europese Unie (EU) en het integratieproces
eurokritische	=	eurokritisch
eurokritischer	=	eurokritisch
eurokritischere	=	eurokritisch
eurokritischers	=	eurokritisch
euroland	noun	een land dat de euro als munteenheid heeft
eurolanden	=	euroland
eurolandje	=	euroland
eurolandjes	=	euroland
euroloodvrij	adj	betreffende benzine waarin geen lood aan toegevoegd is
euroloodvrije	=	euroloodvrij
euroloodvrijs	=	euroloodvrij
euromarkt	noun	gemeenschappelijke markt die bestaat binnen de gezamenlijke landen van de Europese Unie
euromarkten	=	euromarkt
euromunt	noun	een munt ter waarde van een euro
euromunten	=	euromunt
euromuntje	=	euromunt
euromuntjes	=	euromunt
euronet	noun	Europees telecommunicatienet voor datatransmissie
euronetten	=	euronet
euronorm	noun	internationale standaard die voor Europa is vastgesteld
euronormen	=	euronorm
eurootje	=	euro
eurootjes	=	euro
europabeker	noun	een van de belangrijkste Europese voetbalbekers voor clubs, zoals de Champions League (voorheen Europacup I), de Europa League (voorheen UEFA Cup/Europacup II), of de Conference League, die jaarlijks door de UEFA worden georganiseerd voor de beste clubs van het continent
europabekers	=	europabeker
europabekertje	=	europabeker
europabekertjes	=	europabeker
europacupfinale	noun	laatste wedstrijd van het Europacuptoernooi waarvan de winnaar de Europacuptitel ontvangt
europacupfinales	=	europacupfinale
europallet	noun	een type standaardpallet dat standaard in Europa gebruikt wordt en een formaat heeft van 800 bij 1200 millimeter
europalletje	=	europallet
europalletjes	=	europallet
europallets	=	europallet
europalletten	=	europallet
europarlementsleden	=	europarlementslid
europarlementslid	noun	iemand die lid is van het Europees Parlement
europas	noun	betaalpas die men in de Europese Unie kan gebruiken
europassen	=	europas
europeaan	noun	bewoner van het Europese continent of iemand die daarvan afkomstig is
europeaans	adj	op Europa betrekking hebbend
europeaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Europa, of een vrouw afkomstig uit Europa
europeaansen	=	europeaanse
europeaanser	=	europeaans
europeaansere	=	europeaans
europeaansers	=	europeaans
europeaanst	=	europeaans
europeaanste	=	europeaans
europeaantje	=	europeaan
europeaantjes	=	europeaan
europeanen	=	europeaan
europees	adj	afkomstig van of betreffend het continent Europa of de EU
europeesch	=	europees
europeesje	=	europees
europeesrechtelijk	adj	volgens de Europese wetgeving zoals deze in de EU geldt
europeesrechtelijke	=	europeesrechtelijk
europeesrechtelijker	=	europeesrechtelijk
europeesrechtelijkere	=	europeesrechtelijk
europeesrechtelijkers	=	europeesrechtelijk
europeesrechtelijks	=	europeesrechtelijk
europeesrechtelijkst	=	europeesrechtelijk
europeesrechtelijkste	=	europeesrechtelijk
europeest	=	europees
europeeste	=	europees
europeeër	noun	een inwoner van Europa, of iemand afkomstig uit Europa
europeeërs	=	europeeër
europese	noun	een vrouwelijke inwoner van Europa, of een vrouw afkomstig uit Europa
europesen	=	europese
europeser	=	europees
europesere	=	europees
europesers	=	europees
europezen	=	europees
europide	adj	van een bevolking dat deze van Europese of Kaukasische origine zou zijn
europider	=	europide
europidere	=	europide
europiders	=	europide
europides	=	europide
europium	noun	scheikundig element met symbool Eu en atoomnummer 63. Het is een zilverwit lanthanide
europiumatomen	=	europiumatoom
europiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element europium.
europiumatoompje	=	europiumatoom
europiumatoompjes	=	europiumatoom
europop	noun	Europese popmuziek die zich eind jaren 70 van de twintigste eeuw ontwikkelde
europrijs	noun	prijs uitgedrukt in euro's
europrijzen	=	europrijs
europroject	noun	een bedrijf dat projecten realiseert in Europa
europrojecten	=	europroject
europrojectje	=	europroject
europrojectjes	=	europroject
euroreferenda	=	euroreferendum
euroreferendum	noun	volksraadpleging over iets dat betrekking heeft op de Europese Unie
euroreferendums	=	euroreferendum
euroscepsis	noun	argwaan ten opzichte van de Europese Unie en de eenwording van Europa
eurosceptici	=	euroscepticus
euroscepticus	noun	iemand die buitengewoon kritisch is ten aanzien van Europa of de munteenheid euro
euroscepticusje	=	euroscepticus
euroscepticusjes	=	euroscepticus
euroscepticussen	=	euroscepticus
eurosceptisch	adj	met veel wantrouwen naar de Europese Unie
eurosceptische	=	eurosceptisch
eurosceptischer	=	eurosceptisch
eurosceptischere	=	eurosceptisch
eurosceptischers	=	eurosceptisch
eurosclerose	noun	ziekelijke verharding tot gering enthousiasme in de jaren zeventig en tachtig t.o.v. de Europese eenwording
euroteken	noun	teken (€) horend bij de euromunt geïnspireerd door de Griekse letter epsilon en verwijzend naar de eerste letter van het woord Europa.
eurotekens	=	euroteken
eurotekentje	=	euroteken
eurotekentjes	=	euroteken
euroton	noun	bedrag van honderdduizend euro, ton in euro's
eurotonnen	=	euroton
eurotonnetje	=	euroton
eurotonnetjes	=	euroton
eurotop	noun	ontmoeting van de regeringsleiders van de lidstaten van de Europese Unie
eurotoppen	=	eurotop
euroverpakking	noun	een voorverpakking waarop het nominale gewicht of volume van een product staat vermeld, vergezeld van een kleine gestileerde 'e'.
euroverpakkingen	=	euroverpakking
euroverpakkinkje	=	euroverpakking
euroverpakkinkjes	=	euroverpakking
eurovignet	noun	een certificaat dat verplicht is in Nederland, Luxemburg, Denemarken en Zweden voor vrachtwagens met een gewicht van 12.000 kilogram of meer die gebruikmaken van autosnelwegen.
eurovignetten	=	eurovignet
eurovisiesongfestival	noun	een jaarlijkse presentatie en competitie van liedjes dat wordt uitgezonden op televisie door heel Europa
eurovisiesongfestivals	=	eurovisiesongfestival
eurowees	noun	kind dat door de ouders in een West-Europees land wordt achtergelaten omdat in het eigen land het toekomstperspectief zeer slecht is
euroweesje	=	eurowees
euroweesjes	=	eurowees
eurowezen	=	eurowees
eurozeloot	noun	iemand die het belang van Europa als geheel belangrijker vindt dan dat van het eigen land
eurozeloten	=	eurozeloot
eurozondaar	noun	lid van de Europese Unie dat zich niet aan de regels houdt
eurozondaars	=	eurozondaar
eurozondaren	=	eurozondaar
eurozone	noun	verzamelnaam voor alle landen van de Europese Unie die de euro als munt hebben
eurozones	=	eurozone
euryarchaeota	noun	stam van oerbacteriën, Euryarchaeota, waartoe veel halofielen behoren
euryhalien	adj	in staat om een grote verscheidenheid aan zoutconcentraties te leven
euryhaliene	=	euryhalien
euryhaliener	=	euryhalien
euryhalienere	=	euryhalien
euryhalieners	=	euryhalien
euryhaliens	=	euryhalien
euryhalienst	=	euryhalien
euryhalienste	=	euryhalien
eusociaal	adj	betrekking hebbend op een sociale samenlevingsvorm die gekarakteriseerd wordt door overlappende generaties, coöperatieve broedzorg en gespecialiseerde reproductieve en non-reproductieve kasten
eusociaals	=	eusociaal
eusociale	=	eusociaal
eutecticum	noun	mengsel van twee stoffen in zo'n verhouding dat beide bij dezelfde temperatuur samen stollen of smelten
eutectisch	adj	met betrekking tot het eutecticum
eutectische	=	eutectisch
eutectischer	=	eutectisch
eutectischere	=	eutectisch
eutectischers	=	eutectisch
euthanaseer	=	euthanaseren
euthanaseerde	=	euthanaseren
euthanaseerden	=	euthanaseren
euthanaseert	=	euthanaseren
euthanasere	=	euthanaseren
euthanaseren	verb	op een snelle pijnloze manier doden van dieren anders dan voor de slacht
euthanaserend	=	euthanaseren
euthanaserende	=	euthanaseren
euthanasia	=	euthanasie
euthanasie	noun	het leven van een patiënt op een waardige wijze beëindigen met medicijnen, op verzoek van de patiënt en uitgevoerd door een arts.
euthanasiebehandeling	noun	het op uitdrukkelijk verzoek van een patiënt door een arts opzettelijk beëindigen van het leven bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden.
euthanasiebehandelingen	=	euthanasiebehandeling
euthanasiebehandelingetje	=	euthanasiebehandeling
euthanasiebehandelingetjes	=	euthanasiebehandeling
euthanasiebeleid	noun	de manier waarop men omgaat met levensbeëindiging op verzoek van de patiënt
euthanasiedebat	noun	discussie over hoe levensbeëindiging op verzoek van de patiënt geregeld dient te worden
euthanasiedebatten	=	euthanasiedebat
euthanasiediscussie	noun	debat over hoe levensbeëindiging op verzoek van de patiënt geregeld moet worden
euthanasiediscussies	=	euthanasiediscussie
euthanasiegeval	noun	keer dat het leven actief wordt beëindigd van een patiënt die daarom heeft verzocht
euthanasiegevallen	=	euthanasiegeval
euthanasiemachine	noun	handig apparaat waarmee men zelf het beëindigen van het eigen leven kan initiëren
euthanasiemachines	=	euthanasiemachine
euthanasiemachinetje	=	euthanasiemachine
euthanasiemachinetjes	=	euthanasiemachine
euthanasiepil	noun	'pil' waarmee het leven van een patiënt beëindigd kan worden (waarbij moet worden opgemerkt dat in de praktijk hier vaak heel veel van nodig zijn)
euthanasiepillen	=	euthanasiepil
euthanasiepilletje	=	euthanasiepil
euthanasiepilletjes	=	euthanasiepil
euthanasiepraktijk	noun	de manier waarop een verzoek tot levensbeëindiging wordt uitgevoerd
euthanasiepraktijken	=	euthanasiepraktijk
euthanasieregeling	noun	wettelijke regelgeving rond de levensbeëindiging op verzoek van de patiënt zelf
euthanasieregelingen	=	euthanasieregeling
euthanasieregelingetje	=	euthanasieregeling
euthanasieregelingetjes	=	euthanasieregeling
euthanasievereniging	noun	vereniging die zich tot doel stelt euthanasie wettelijk toelaatbaar te maken en hulp te bieden bij de uitvoering
euthanasieverenigingen	=	euthanasievereniging
euthanasieverklaring	noun	verklaring waarbij iemand vastlegt dat hij niet verder wil leven in een toestand van ondraaglijk lijden, of in een toestand die geen of nauwelijks uitzicht biedt op terugkeer tot een redelijke en waardige staat
euthanasieverklaringen	=	euthanasieverklaring
euthanasieverklarinkje	=	euthanasieverklaring
euthanasieverklarinkjes	=	euthanasieverklaring
euthanasieverzoek	noun	een, meestal schriftelijk, verzoek van de patiënt aan de arts om in bepaalde omstandigheden euthanasie te plegen
euthanasieverzoeken	=	euthanasieverzoek
euthanasievraag	noun	verzoek van een patiënt voor actieve levensbeëindiging
euthanasievragen	=	euthanasievraag
euthanasiewens	noun	verzoek van een patiënt tot actieve levensbeëindiging
euthanasiewensen	=	euthanasiewens
euthanasiewet	noun	wet die de euthanasie zou moeten regelen
euthanasiewetgeving	noun	wetgeving met betrekking tot de euthanasie
euthanasiewetgevingen	=	euthanasiewetgeving
euthanasiewetten	=	euthanasiewet
euthanasiezaak	noun	rechtszaak rond een bepaalde keer dat euthanasie is uitgevoerd
euthanasiezaken	=	euthanasiezaak
euthanasist	noun	iemand die euthanasie heeft of wil ondergaan ??
euthanasisten	=	euthanasist
euthaniseren	=	euthanaseren
eutrofie	noun	voedselrijkdom
eutrofieën	=	eutrofie
eutrofiëring	noun	de overmatige vergroting van de voedselrijkdom met name in water
eutrofiëringen	=	eutrofiëring
euvel	noun	mankement, storing, kwaal, gebrek	adj	slecht, verkeerd, ongunstig
euveldaad	noun	een verboden, onwettige, criminele handeling
euveldaden	=	euveldaad
euvele	=	euvel
euvelen	=	euvel
euveler	=	euvel
euvelere	=	euvel
euvelers	=	euvel
euvelmoed	noun	kwaadwilligheid, boosheid
euvels	=	euvel
euvelst	=	euvel
euvelste	=	euvel
euveltje	=	euvel
euveltjes	=	euvel
euzie	noun	de over de muur overhangende dakrand waar geen dakgoot aan vast zit
euzies	=	euzie
eva	noun	vrouw die wordt beschouwd als de eerste van een afstammingsreeks
eva's	=	eva
evaatje	=	eva
evaatjes	=	eva
evacuatie	noun	het weghalen van de burgerbevolking in verband met een bepaalde dreiging
evacuatiebevel	noun	opdracht om een bepaald gebied te verlaten (omdat het daar onveilig is of wordt)
evacuatiebevelen	=	evacuatiebevel
evacuatiegebied	noun	gebied dat door de bewoners verlaten moet worden i.v.m. een dreigend gevaar
evacuatiegebieden	=	evacuatiegebied
evacuatiegebiedje	=	evacuatiegebied
evacuatiegebiedjes	=	evacuatiegebied
evacuatiekosten	noun	de hoeveelheid geld die het kost om te vluchten uit een noodsituatie
evacuatieoefening	noun	test om te zien of ontruimingsplannen ook in de praktijk werken
evacuatieoefeningen	=	evacuatieoefening
evacuatieplan	noun	plan van aanpak voor een ontruiming van een gebied
evacuatieplannen	=	evacuatieplan
evacuatieplannetje	=	evacuatieplan
evacuatieplannetjes	=	evacuatieplan
evacuaties	=	evacuatie
evacuee	noun	vrouwspersoon die door de ontruiming van een gebied naar een andere plaats moest gaan
evacueer	=	evacueren
evacueerde	=	evacueren
evacueerden	=	evacueren
evacueert	=	evacueren
evacuees	=	evacuee
evacueetje	=	evacué
evacueetjes	=	evacué
evacuere	=	evacueren
evacueren	verb	iets of iemand in veiligheid brengen i.v.m. een noodsituatie
evacuerend	=	evacueren
evacuerende	=	evacueren
evacué	noun	iemand die door de ontruiming van een gebied naar een andere plaats moest gaan
evacués	=	evacué
evaluatie	noun	bespreking en beoordeling van de gang van zaken
evaluatiecommissie	noun	team mensen die kijken of iets naar verwachting heeft gefunctioneerd; team dat een evaluatie verricht
evaluatiecommissies	=	evaluatiecommissie
evaluatief	adj	van of met betrekking tot de evaluatie, beoordelend, waarderend
evaluatiefs	=	evaluatief
evaluatiefst	=	evaluatief
evaluatiefste	=	evaluatief
evaluatiegesprek	noun	gesprek waarin men kijkt naar de zaken die goed zijn gegaan en de zaken die minder goed zijn gegaan
evaluatiegesprekje	=	evaluatiegesprek
evaluatiegesprekjes	=	evaluatiegesprek
evaluatiegesprekken	=	evaluatiegesprek
evaluatiemoment	noun	korte tijdsperiode waarin beoordeelt of iets nog goed gaat en wat er verbeterd kan worden
evaluatiemomenten	=	evaluatiemoment
evaluatieonderzoek	noun	onderzoek naar wat goed gegaan is en wat minder goed gegaan is
evaluatieonderzoeken	=	evaluatieonderzoek
evaluatierapport	noun	schriftelijke verslag van een beoordelingsonderzoek
evaluatierapporten	=	evaluatierapport
evaluatierapportje	=	evaluatierapport
evaluatierapportjes	=	evaluatierapport
evaluatieronde	noun	een volledig proces waarin men onderzoek wat goed gegaan is en wat minder goed gegaan is met als doel een proces te verbeteren
evaluatieronden	=	evaluatieronde
evaluatierondes	=	evaluatieronde
evaluaties	=	evaluatie
evaluatietje	=	evaluatie
evaluatieve	=	evaluatief
evaluatiever	=	evaluatief
evaluatievere	=	evaluatief
evaluatievers	=	evaluatief
evaluator	noun	iemand die een beoordeling uitvoert
evaluatoren	=	evaluator
evaluators	=	evaluator
evalueer	=	evalueren
evalueerde	=	evalueren
evalueerden	=	evalueren
evalueert	=	evalueren
evaluere	=	evalueren
evalueren	verb	Het schatten van het belang en de betekenis van een zaak.
evaluerend	=	evalueren
evaluerende	=	evalueren
evangeliaria	=	evangeliarium
evangeliarium	noun	liturgisch boek dat de volledige tekst van de vier evangeliën bevat
evangeliariumpje	=	evangeliarium
evangeliariumpjes	=	evangeliarium
evangeliariums	=	evangeliarium
evangelicalisme	noun	orthodox-christelijke stroming die gekenmerkt wordt door persoonlijke geloofservaring en inzet voor evangelisatie, die vooral in Groot- Brittannië en de Verenigde Staten veel aanhangers heeft
evangelie	noun	de blijde boodschap die het christendom predikt
evangelieboek	noun	liturgisch boek met de teksten van de evangeliën zoals deze tijdens de rooms katholieke mis worden voorgelezen
evangelieboeken	=	evangelieboek
evangelieboekje	=	evangelieboek
evangelieboekjes	=	evangelieboek
evangelieprediking	noun	het openlijk verkondigen van het 'goede nieuws' over Jezus Christus.
evangeliepredikingen	=	evangelieprediking
evangeliepredikinkje	=	evangelieprediking
evangeliepredikinkjes	=	evangelieprediking
evangelies	=	evangelie
evangelieverkondiging	noun	het bekendmaken of uitdragen van de 'blijde boodschap' (het evangelie) over Jezus Christus.
evangelieverkondigingen	=	evangelieverkondiging
evangelieverkondigingetje	=	evangelieverkondiging
evangelieverkondigingetjes	=	evangelieverkondiging
evangelisatie	noun	verbreiding van het evangelie onder ongelovigen of andersdenkenden
evangelisaties	=	evangelisatie
evangelisch	adj	in overeenstemming met het Evangelie en minder gericht op kerkelijke dogma's en tradities
evangelisch-luthers	adj	luthers
evangelisch-lutherse	=	evangelisch-luthers
evangelisch-lutherser	=	evangelisch-luthers
evangelisch-luthersere	=	evangelisch-luthers
evangelisch-luthersers	=	evangelisch-luthers
evangelisch-lutherst	=	evangelisch-luthers
evangelisch-lutherste	=	evangelisch-luthers
evangelische	=	evangelisch
evangelischer	=	evangelisch
evangelischere	=	evangelisch
evangelischers	=	evangelisch
evangeliseer	=	evangeliseren
evangeliseerde	=	evangeliseren
evangeliseerden	=	evangeliseren
evangeliseert	=	evangeliseren
evangelisere	=	evangeliseren
evangeliseren	verb	het evangelie verkondigen aan of verbreiden onder
evangeliserend	=	evangeliseren
evangeliserende	=	evangeliseren
evangelisme	noun	verkondiging van het evangelie
evangelist	noun	volgeling van Jesus die het verhaal van zijn leven en sterven op schrift gesteld heeft
evangeliste	noun	vrouw die het christelijke geloof verkondigd, vooral aan niet-gelovigen
evangelisten	=	evangelist
evangelistes	=	evangeliste
evangelistje	=	evangelist
evangelistjes	=	evangelist
evangeliën	=	evangelie
evaporatie	noun	verdamping, uitdamping, uitwaseming
evaporaties	=	evaporatie
evaporator	noun	instrument dat evaporeert, een verdamper
evaporatoren	=	evaporator
evaporators	=	evaporator
evaporatortje	=	evaporator
evaporatortjes	=	evaporator
evaporeer	=	evaporeren
evaporeerde	=	evaporeren
evaporeerden	=	evaporeren
evaporeert	=	evaporeren
evaporere	=	evaporeren
evaporeren	verb	verdampen (b.v. het concentreren van vloeistoffen door verdampen)
evaporerend	=	evaporeren
evaporerende	=	evaporeren
evasie	noun	ontsnapping
evasief	adj	ontwijkend
evasiefs	=	evasief
evasiefst	=	evasief
evasiefste	=	evasief
evasies	=	evasie
evasieve	=	evasief
evasiever	=	evasief
evasievere	=	evasief
evasievers	=	evasief
even	adv	zonder moeite of met slechts weinig moeite	adj	deelbaar door twee (d.w.z. met een ander rond [3] getal als uitkomst)
evenaar	noun	denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
evenaarbaar	adj	de mogelijkheid om even goed te worden, de mogelijkheid om op gelijke hoogte te komen
evenaarbaarder	=	evenaarbaar
evenaarbaardere	=	evenaarbaar
evenaarbaarders	=	evenaarbaar
evenaarbaars	=	evenaarbaar
evenaarbaarst	=	evenaarbaar
evenaarbaarste	=	evenaarbaar
evenaarbare	=	evenaarbaar
evenaarde	=	evenaren
evenaarden	=	evenaren
evenaarmierpitta	noun	Grallaria saturata een zangvogel uit de familie Grallariidae.
evenaarmierpitta's	=	evenaarmierpitta
evenaarmierpittaatje	=	evenaarmierpitta
evenaarmierpittaatjes	=	evenaarmierpitta
evenaars	=	evenaar
evenaart	=	evenaren
evenals	conj	net zo als
evenare	=	evenaren
evenaren	verb	op gelijke hoogte komen, een even grote prestatie leveren
evenarend	=	evenaren
evenarende	=	evenaren
evenaring	noun	het leveren van een gelijke (top)prestatie
evenaringen	=	evenaring
evenbeeld	noun	iets dat sprekend op iets of iemand gelijkt
evenbeelden	=	evenbeeld
evenbeeldje	=	evenbeeld
evenbeeldjes	=	evenbeeld
eveneens	adv	ook, op dezelfde manier
evenement	noun	belangrijke gebeurtenis met een georganiseerd karakter
evenementen	=	evenement
evenementenambulance	noun	een professionele ambulance die wordt ingezet bij publieksevenementen zoals festivals, concerten en sportwedstrijden zodat er snel medische hulp geboden kan worden
evenementenambulances	=	evenementenambulance
evenementenbeleid	noun	plan van aanpak betreffende het organiseren van gebeurtenissen waar veel mensen aan deelnemen
evenementenbureau	noun	bedrijf dat bijeenkomsten voor grote groepen mensen organiseert
evenementenbureaus	=	evenementenbureau
evenementenbureautje	=	evenementenbureau
evenementenbureautjes	=	evenementenbureau
evenementencentra	=	evenementencentrum
evenementencentrum	noun	locatie waar men bijeenkomsten voor grote groepen mensen kan organiseren
evenementencentrums	=	evenementencentrum
evenementencomplex	noun	groep gebouwen waar men gebeurtenissen kan organiseren waar veel mensen naartoe komen
evenementencomplexen	=	evenementencomplex
evenementendekking	noun	een financiële bescherming die de gemaakte kosten en eventuele schade dekt wanneer een georganiseerd evenement onverwachts moet worden geannuleerd, onderbroken of verplaatst.
evenementendekkingen	=	evenementendekking
evenementendekkinkje	=	evenementendekking
evenementendekkinkjes	=	evenementendekking
evenementenhal	noun	een grote multifunctionele ruimte waar sportevenementen, concerten, en beurzen gehouden kunnen worden
evenementenhallen	=	evenementenhal
evenementenhalletje	=	evenementenhal
evenementenhalletjes	=	evenementenhal
evenementenkalender	noun	tijdsschema waarop men kan zien welke evenementen wanneer plaatsvinden
evenementenkalenders	=	evenementenkalender
evenementenplein	noun	plein dat geschikt is voor het organiseren van bijeenkomsten waar veel mensen op af komen
evenementenpleinen	=	evenementenplein
evenemententerrein	noun	gebied waar een grote bijeenkomst wordt gehouden
evenemententerreinen	=	evenemententerrein
evenemententerreintje	=	evenemententerrein
evenemententerreintjes	=	evenemententerrein
evenementenvuurwerk	noun	zeer zwaar, professioneel vuurwerk
evenementenvuurwerken	=	evenementenvuurwerk
evenementje	=	evenement
evenementjes	=	evenement
evener	=	even
eveners	=	even
evengoed	adv	toch
evenhoevig	adj	vooral lopend op twee tenen van elke voet, waarvan de nagels zijn uitgegroeid tot hoeven; behorend tot de zoogdieren uit de orde Artiodactyla
evenhoevige	noun	benaming voor een dier uit de orde Artiodactyla, zoogdieren met twee of vier tenen met hoeven
evenhoevigen	noun	een orde Artiodactyla van zoogdieren met een even aantal tenen met hoeven
evenhoevigs	=	evenhoevig
evening	noun	het evenen
eveningen	=	evening
evenknie	noun	iets of iemands gelijke
evenknietje	=	evenknie
evenknieën	=	evenknie
evenmaand	noun|obsolete	negende maand van het kalenderjaar
evenmaanden	=	evenmaand
evenmaandje	=	evenmaand
evenmaandjes	=	evenmaand
evenmatig	adj	steeds overal hetzelfde, zonder onregelmatigheden, zonder uitschieters
evenmatige	=	evenmatig
evenmatiger	=	evenmatig
evenmatigere	=	evenmatig
evenmatigers	=	evenmatig
evenmatigs	=	evenmatig
evenmatigst	=	evenmatig
evenmatigste	=	evenmatig
evenmin	adv	ook niet
evennaaste	noun	iemand die gelijk(waardig) is aan jezelf
evennaasten	=	evennaaste
evennachtslijn	noun	is een denkbeeldige lijn op het aardoppervlak in de vorm van een grootcirkel midden tussen de polen.
evennachtslijnen	=	evennachtslijn
evennachtslijntje	=	evennachtslijn
evennachtslijntjes	=	evennachtslijn
evenredig	adj	in gelijkblijvende verhouding
evenredige	=	evenredig
evenrediger	=	evenredig
evenredigere	=	evenredig
evenredigers	=	evenredig
evenredigheden	=	evenredigheid
evenredigheid	noun	een onderling gelijke verhouding
evenredigheidsbeginsel	noun	beginsel volgens hetwelk er altijd sprake moet zijn van proportionaliteit
evenredigheidsbeginselen	=	evenredigheidsbeginsel
evenredigheidsbeginsels	=	evenredigheidsbeginsel
evenrediglijk	adj	in gelijke verhoudingen
evenrediglijke	=	evenrediglijk
evenrediglijker	=	evenrediglijk
evenrediglijkere	=	evenrediglijk
evenrediglijkers	=	evenrediglijk
evenrediglijks	=	evenrediglijk
evenrediglijkst	=	evenrediglijk
evenrediglijkste	=	evenrediglijk
evenredigs	=	evenredig
evenredigst	=	evenredig
evenredigste	=	evenredig
evens	=	even
evenst	=	even
evenste	=	even
event	noun	grote georganiseerde gebeurtenis
eventing	noun	een discipline in de paardensport, voorheen 'military' genoemd, bestaande uit de onderdelen dressuur, terreinproef en het rijden van een springparcours
eventjes	adv	in weinig tijd of met weinig inspanning
eventmanager	noun	organisator van een evenement, reis, feest e.d.
eventmanagers	=	eventmanager
events	=	event
eventualiteit	noun	iets dat onwaarschijnlijk is maar mogelijk toch zou kunnen gebeuren
eventualiteiten	=	eventualiteit
eventueel	adj	mogelijk, iets wat zou kunnen zijn maar niet noodzakelijk zo is	adv	in een voorkomend geval, misschien, als het nodig is
eventueels	=	eventueel
eventueelst	=	eventueel
eventueelste	=	eventueel
eventuele	=	eventueel
eventueler	=	eventueel
eventuelere	=	eventueel
eventuelers	=	eventueel
evenveel	adj	in gelijke hoeveelheid	adv	van gelijke betekenis, op hetzelfde neerkomend
evenveeltjespan	noun	een koekenpan-achtige pan met uithollingen in de bodem die lijken op zandvormpjes en wordt gebruikt voor het maken van koekjes
evenveeltjespannen	=	evenveeltjespan
evenvele	=	evenveel
evenvelen	=	evenveel
evenwaardig	adj	van gelijke waarde; van gelijk belang
evenwaardige	=	evenwaardig
evenwaardiger	=	evenwaardig
evenwaardigere	=	evenwaardig
evenwaardigers	=	evenwaardig
evenwaardigs	=	evenwaardig
evenwaardigst	=	evenwaardig
evenwaardigste	=	evenwaardig
evenwel	adv	luidt een beperking of (schijnbare) tegenstelling in
evenwicht	noun	toestand waarin het gewicht aan beide zijden van een balans gelijk is
evenwichten	=	evenwicht
evenwichtig	adj	in gelijke balans zijnd
evenwichtige	=	evenwichtig
evenwichtiger	=	evenwichtig
evenwichtigere	=	evenwichtig
evenwichtigers	=	evenwichtig
evenwichtigheid	noun	het evenwichtig zijn
evenwichtigs	=	evenwichtig
evenwichtigst	=	evenwichtig
evenwichtigste	=	evenwichtig
evenwichtje	=	evenwicht
evenwichtsbalk	noun	een turntoestel dat bij het damesturnen wordt gebruikt
evenwichtsbalken	=	evenwichtsbalk
evenwichtsbalkje	=	evenwichtsbalk
evenwichtsbalkjes	=	evenwichtsbalk
evenwichtsconstante	noun	geeft bij een chemische reactie aan in welke richting een reactie verloopt
evenwichtsgevoel	noun	het vermogen van een organisme om lineaire versnelling en rotatie van zijn hoofd (of kop) waar te nemen
evenwichtsimplantaat	noun	een implantaat dat een mens moet helpen om het evenwicht weer terug te vinden
evenwichtsimplantaatje	=	evenwichtsimplantaat
evenwichtsimplantaatjes	=	evenwichtsimplantaat
evenwichtsimplantaten	=	evenwichtsimplantaat
evenwichtskunst	noun	vertoning van lichaamsbeheersing die bestaat uit bewust ingenomen posities en houdingen die bij het publiek de verwachting oproepen dat iets of iemand uit balans raakt en valt
evenwichtskunsten	=	evenwichtskunst
evenwichtskunstenaar	noun	iemand die op een heel kunstige manier zijn evenwicht kan bewaren
evenwichtskunstenaars	=	evenwichtskunstenaar
evenwichtskunstenaartje	=	evenwichtskunstenaar
evenwichtskunstenaartjes	=	evenwichtskunstenaar
evenwichtsmigraine	noun	draaiduizeligheid bij patiënten die migraine hebben (gehad)
evenwichtsmigraines	=	evenwichtsmigraine
evenwichtsoefening	noun	oefening bij het turnen waarbij de sporter het lichaam in evenwicht dient te houden
evenwichtsoefeningen	=	evenwichtsoefening
evenwichtsorgaan	noun	halfcirkelvormige kanalen in het binnenoor die van belang zijn voor het waarnemen van de ruimtelijke positie door een dier
evenwichtsorganen	=	evenwichtsorgaan
evenwichtssituatie	noun	situatie waarbij verschillende krachten en trends elkaar opheffen
evenwichtssituaties	=	evenwichtssituatie
evenwichtsstoornis	noun	stoornis in het evenwichtsgevoel
evenwichtsstoornissen	=	evenwichtsstoornis
evenwichtssysteem	noun	het systeem van mens of dier dat zorgt draagt voor het evenwicht
evenwichtssysteempje	=	evenwichtssysteem
evenwichtssysteempjes	=	evenwichtssysteem
evenwichtssystemen	=	evenwichtssysteem
evenwichtstoestand	noun	toestand van evenwicht
evenwichtstoestanden	=	evenwichtstoestand
evenwichtsverlies	noun	het kwijt raken van het evenwicht
evenwichtsverliezen	=	evenwichtsverlies
evenwijdig	adj	in alle punten even ver in loodrechte zin verwijderd zijnde
evenwijdige	=	evenwijdig
evenwijdiger	=	evenwijdig
evenwijdigere	=	evenwijdig
evenwijdigers	=	evenwijdig
evenwijdigheid	noun	parallelle ligging of verloop
evenwijdigs	=	evenwijdig
evenwijdigst	=	evenwijdig
evenwijdigste	=	evenwijdig
evenwoord	noun	woord met dezelfde betekenis als een ander woord
evenwoorden	=	evenwoord
evenwoordje	=	evenwoord
evenzeer	adv	in dezelfde mate
evenzo	adv|formal	op dezelfde wijze
evenzogoed	adv	ook, net zo goed
evenzoo	=	evenzo
evenzoveel	num	gelijk in getal aan het voorheen genoemde
evenzovele	num	gelijk in getal aan het voorheen genoemde
evenzovelen	=	evenzoveel
ever	noun	in het wild levende voorouder van het varken Sus scrofa
everdoek	noun	soort van licht zeildoek (voor het afdekken van boten)
everdoeken	=	everdoek
everdoekje	=	everdoek
everdoekjes	=	everdoek
evergemmenaar	noun	een inwoner van Evergem, of iemand afkomstig uit Evergem
evergemmenaren	=	evergemmenaar
evergemnaar	noun	Inwoner van Evergem
evergemnaars	=	evergemnaar
evergems	adj	op Evergem betrekking hebbend
evergemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Evergem, of een vrouw afkomstig uit Evergem
evergemsen	=	evergemse
evergreen	noun	lied, boek enz. dat dat door de jaren heen zijn populariteit behoudt	adj	eeuwig groen blijvend
evergreens	=	evergreen
everlipvis	noun	Lachnolaimus maximus een lipvis die voorkomt in de Caraïben, de kustwateren van Zuid-Florida, en het tropische westelijk deel van de Atlantische Oceaan.
everlipvisje	=	everlipvis
everlipvisjes	=	everlipvis
everlipvissen	=	everlipvis
evers	=	ever
eversmanndwerghamster	noun	Allocricetulus eversmanni knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
eversmanndwerghamsters	=	eversmanndwerghamster
eversmanndwerghamstertje	=	eversmanndwerghamster
eversmanndwerghamstertjes	=	eversmanndwerghamster
evertje	=	ever
evertjes	=	ever
evervis	noun	Capros aper een straalvinnige vis uit de familie van de evervissen (Caproidae), orde baarsachtigen (Perciformes), en de enige soort in het geslacht Capros.
evervisje	=	evervis
evervisjes	=	evervis
evervissen	noun	een kleine familie Caproidae van zoutwatervissen, bestaande uit twee geslachten met in totaal twaalf beschreven soorten.
everzwijn	noun	wild varken Sus scrofa, de voorouder van het varken
everzwijnen	=	everzwijn
everzwijnpopulatie	noun	een groep van everzwijnen die niet in tijd of plaats van elkaar gescheiden zijn en dus (theoretisch) met elkaar kunnen voortplanten
everzwijnpopulaties	=	everzwijnpopulatie
everzwijntje	=	everzwijn
everzwijntjes	=	everzwijn
evident	adj	zeer duidelijk, klaarblijkelijk, in 't oog springend
evidente	=	evident
evidenter	=	evident
evidentere	=	evident
evidenters	=	evident
evidentie	noun	het evident zijn, de grote duidelijkheid, de klaarblijkelijkheid
evidenties	=	evidentie
evidents	=	evident
evidentst	=	evident
evidentste	=	evident
evocatie	noun	de oproeping (van gevoelens en/of beelden)
evocatief	adj	iets met woorden of klanken heel beeldend kunnen beschrijven
evocatiefs	=	evocatief
evocatiefst	=	evocatief
evocatiefste	=	evocatief
evocaties	=	evocatie
evocatieve	=	evocatief
evocatiever	=	evocatief
evocatievere	=	evocatief
evocatievers	=	evocatief
evoceer	=	evoceren
evoceerde	=	evoceren
evoceerden	=	evoceren
evoceert	=	evoceren
evocere	=	evoceren
evoceren	verb	de fantasie prikkelen, beeld oproepend
evocerend	=	evoceren
evocerende	=	evoceren
evoh	noun	acroniem van etheen-vinylalcohol, een flexibele, transparante glimmende folie
evoh's	=	evoh
evolueer	=	evolueren
evolueerde	=	evolueren
evolueerden	=	evolueren
evolueert	=	evolueren
evoluere	=	evolueren
evolueren	verb	aan een proces van geleidelijke veranderingen onderhevig zijn
evoluerend	=	evolueren
evoluerende	=	evolueren
evolute	noun	de meetkundige plaats (verzameling) van alle plaatselijke krommingsmiddelpunten van die kromme
evolutie	noun	ontwikkeling, verandering#:▸ De ontdekking zou sterrenkundigen een compleet nieuwe kijk bieden op de bouw en evolutie van het zonnestelsel.
evolutiebiologe	=	evolutiebioloog
evolutiebiologen	=	evolutiebioloog
evolutiebioloog	noun	houdt zich bezig met het bestuderen van de evolutie van soorten
evolutief	adj	zich geleidelijk ontwikkelend, binnen een geleidelijke verandering
evolutiefs	=	evolutief
evolutiefst	=	evolutief
evolutiefste	=	evolutief
evolutiegedachte	noun	het idee dat alles in ontwikkeling is
evolutiegedachten	=	evolutiegedachte
evolutiegedachtes	=	evolutiegedachte
evolutieleer	noun	de natuurwetenschappelijke verklaring voor de evolutie van het leven en voor de verscheidenheid aan soorten op Aarde
evolutieproces	noun	de ontwikkeling van iets of iemand
evolutieprocessen	=	evolutieproces
evoluties	=	evolutie
evolutietheorie	noun	theorie over de stapsgewijze ontwikkeling van het leven in al zijn verscheidenheid voor het eerst gepostuleerd door Charles Darwin
evolutietheorietje	=	evolutietheorie
evolutietheorietjes	=	evolutietheorie
evolutietheorieën	=	evolutietheorie
evolutietje	=	evolutie
evolutietjes	=	evolutie
evolutieve	=	evolutief
evolutiever	=	evolutief
evolutievere	=	evolutief
evolutievers	=	evolutief
evolutionair	adj	op een geleidelijke manier
evolutionairder	=	evolutionair
evolutionairdere	=	evolutionair
evolutionairders	=	evolutionair
evolutionaire	=	evolutionair
evolutionairs	=	evolutionair
evolutionairst	=	evolutionair
evolutionairste	=	evolutionair
evolutionist	noun	aanhanger van de evolutieleer
evolutionisten	=	evolutionist
evolutionistisch	adj	als een evolutionist
evolutionistische	=	evolutionistisch
evolutionistischer	=	evolutionistisch
evolutionistischere	=	evolutionistisch
evolutionistischers	=	evolutionistisch
evoqueer	=	evoqueren
evoqueerde	=	evoqueren
evoqueerden	=	evoqueren
evoqueert	=	evoqueren
evoquere	=	evoqueren
evoqueren	verb	voor de geest roepen
evoquerend	=	evoqueren
evoquerende	=	evoqueren
evorskwoelmuis	noun	Microtus evoronensis knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
evorskwoelmuisje	=	evorskwoelmuis
evorskwoelmuisjes	=	evorskwoelmuis
evorskwoelmuizen	=	evorskwoelmuis
ewa	intj|informal	hallo
ex	noun	voormalige echtgenoot of geliefde	adj	niet inbegrepen, zonder
ex-aanvoerder	noun	iemand die vroeger de leider was, maar nu niet meer
ex-aanvoerders	=	ex-aanvoerder
ex-agent	noun	iemand die vroeger agent was, maar nu niet meer
ex-agenten	=	ex-agent
ex-asielzoeker	noun	iemand die vroeger asielzoeker was, maar nu niet meer
ex-asielzoekers	=	ex-asielzoeker
ex-baas	noun	iemand die vroeger de baas was, maar nu niet meer
ex-baasje	=	ex-baas
ex-baasjes	=	ex-baas
ex-bazen	=	ex-baas
ex-cathedraonderwijs	noun	onderwijs waarbij de studenten alleen toehoorder zijn
ex-commandant	noun	iemand die vroeger commandant was
ex-commandanten	=	ex-commandant
ex-communist	noun	iemand die communist is geweest
ex-communisten	=	ex-communist
ex-directeur	noun	voormalig directeur
ex-directeuren	=	ex-directeur
ex-directeurs	=	ex-directeur
ex-directeurtje	=	ex-directeur
ex-directeurtjes	=	ex-directeur
ex-geliefde	noun	iemand waarmee men vroeger een liefdesrelatie had maar nu niet meer
ex-geliefden	=	ex-geliefde
ex-gevangene	noun	iemand die vroeger gevangen heeft gezeten in een gevangenis maar nu niet meer
ex-gevangenen	=	ex-gevangene
ex-hoofd	noun	voormalige leidinggevende, vroegere chef
ex-hoofden	=	ex-hoofd
ex-journalist	noun	iemand die vroeger verslaggever was, maar nu niet meer
ex-journalisten	=	ex-journalist
ex-kamerleden	=	ex-kamerlid
ex-kamerlid	noun	iemand die vroeger volksvertegenwoordiger was, maar nu niet meer
ex-kankerpatiënt	noun	iemand die vroeger kanker heeft gehad maar nu genezen is verklaard; voormalig kankerpatiënt
ex-kankerpatiënten	=	ex-kankerpatiënt
ex-katholiek	noun	iemand die vroeger het katholieke geloof aanhing/lid was van de katholieke kerk maar nu niet meer
ex-katholieken	=	ex-katholiek
ex-koning	noun	iemand die vroeger koning is geweest maar is afgetreden; voormalig koning
ex-koningen	=	ex-koning
ex-leraar	noun	iemand die vroeger een leerkracht was maar nu niet meer
ex-leraars	=	ex-leraar
ex-leraren	=	ex-leraar
ex-man	noun	een man die waarmee je vroeger getrouwd was
ex-mannen	=	ex-man
ex-mannetje	=	ex-man
ex-mannetjes	=	ex-man
ex-marinier	noun	iemand die vroeger marinier is geweest, maar dat niet meer is (een term die door mariniers zelf niet wordt gehanteerd want volgens henzelf is men marinier voor het leven)
ex-mariniers	=	ex-marinier
ex-nazi	noun	iemand die vroeger Hitlers opvattingen heeft uitgedragen, meer in het bijzonder: iemand die lid is geweest van zijn partij, de NSDAP
ex-nazi's	=	ex-nazi
ex-patiënt	noun	persoon een ziekte heeft gehad maar daar nu van genezen is
ex-patiënten	=	ex-patiënt
ex-patiëntje	=	ex-patiënt
ex-patiëntjes	=	ex-patiënt
ex-president	noun	iemand die voorheen president was
ex-presidenten	=	ex-president
ex-presidentje	=	ex-president
ex-student	noun	iemand die enige tijd een opleiding heeft gevolgd aan een instelling voor hoger onderwijs
ex-studenten	=	ex-student
ex-toplieden	=	ex-topman
ex-toplui	=	ex-topman
ex-topman	noun	iemand die voorheen topman was
ex-topmannen	=	ex-topman
ex-topmannetje	=	ex-topman
ex-topmannetjes	=	ex-topman
ex-vriend	noun	man waarmee je vroeger een (heel) vriendschappelijke relatie had, maar nu niet meer
ex-vrienden	=	ex-vriend
ex-vriendin	noun	vrouw waarmee je vroeger een (heel) vriendschappelijke relatie had, maar nu niet meer
ex-vriendinnen	=	ex-vriendin
ex-vriendinnetje	=	ex-vriendin
ex-vriendinnetjes	=	ex-vriendin
ex-vriendje	=	ex-vriend
ex-vriendjes	=	ex-vriend
ex-vrouw	noun	een vrouw waarmee je vroeger getrouwd was
ex-vrouwen	=	ex-vrouw
ex-vrouwtje	=	ex-vrouw
ex-vrouwtjes	=	ex-vrouw
ex-winnaar	noun	iemand die in het verleden iets gewonnen heeft
ex-winnaars	=	ex-winnaar
exa-ampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10¹⁸ ampère of 1.000.000.000.000.000 kiloampère, weergegeven met symbool EA
exa-ampères	=	exa-ampère
exa-ampèretje	=	exa-ampère
exa-ampèretjes	=	exa-ampère
exa-elektronvolt	noun	de energie die een vrij bewegend elektron krijgt bij het doorlopen van een potentiaalverschil van 10¹⁸ volt
exa-elektronvolts	=	exa-elektronvolt
exabecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10¹⁸ becquerel of 1.000.000.000.000.000 kilobecquerel, weergegeven met symbool EBq
exabecquerels	=	exabecquerel
exabyte	noun	1.000.000.000.000.000.000 bytes ofwel 1000 petabyte, weergegeven met symbool EB
exabyteje	=	exabyte
exabytejes	=	exabyte
exabytes	=	exabyte
exacandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10¹⁸ candela of 1.000.000.000.000.000 kilocandela, weergegeven met symbool Ecd
exacandela's	=	exacandela
exacerbatie	noun	een plotselinge verergering van een ziekte
exacerbaties	=	exacerbatie
exacerbeer	=	exacerberen
exacerbeerde	=	exacerberen
exacerbeerden	=	exacerberen
exacerbeert	=	exacerberen
exacerbere	=	exacerberen
exacerberen	verb	verergeren
exacerberend	=	exacerberen
exacerberende	=	exacerberen
exacoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10¹⁸ coulomb of 1.000.000.000.000.000 kilocoulomb, weergegeven met symbool EC
exacoulombje	=	exacoulomb
exacoulombjes	=	exacoulomb
exacoulombs	=	exacoulomb
exacoulombtje	=	exacoulomb
exacoulombtjes	=	exacoulomb
exact	adj	zonder benadering, precies vastgesteld
exacte	=	exact
exacter	=	exact
exactere	=	exact
exacters	=	exact
exactheden	=	exactheid
exactheid	noun	het heel precies goed zijn van iets
exacts	=	exact
exactst	=	exact
exactste	=	exact
exafaraadje	=	exafarad
exafaraadjes	=	exafarad
exafarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10¹⁸ farad of 1.000.000.000.000.000 kilofarad, weergegeven met symbool EF
exafaradje	=	exafarad
exafaradjes	=	exafarad
exafarads	=	exafarad
exagram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10¹⁸ gram of 1.000.000.000.000.000 kilogram, weergegeven met symbool Eg
exagrammen	=	exagram
exagrammetje	=	exagram
exagrammetjes	=	exagram
exagray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10¹⁸ gray of 1.000.000.000.000.000 kilogray, weergegeven met symbool EGy
exagrays	=	exagray
exagraytje	=	exagray
exagraytjes	=	exagray
exahenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10¹⁸ henry of 1.000.000.000.000.000 kilohenry, weergegeven met symbool EH
exahenry's	=	exahenry
exahenry'tje	=	exahenry
exahenry'tjes	=	exahenry
exahertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10¹⁸ hertz of 1.000.000.000.000.000 kilohertz, weergegeven met symbool EHz
exajoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10¹⁸ joule of 1.000.000.000.000.000 kilojoule, weergegeven met symbool EJ
exajoules	=	exajoule
exakatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10¹⁸ katal of 1.000.000.000.000.000 kilokatal, weergegeven met symbool Ekat
exakatals	=	exakatal
exakelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10¹⁸ kelvin of 1.000.000.000.000.000 kilokelvin, weergegeven met symbool EK
exaliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 1.000.000.000.000.000.000 liter, weergegeven met symbool Zl, ZL of Zℓ
exaliters	=	exaliter
exalitertje	=	exaliter
exalitertjes	=	exaliter
exaltatie	noun	geestvervoering
exaltaties	=	exaltatie
exalteer	=	exalteren
exalteerde	=	exalteren
exalteerden	=	exalteren
exalteeren	=	exalteren
exalteert	=	exalteren
exaltere	=	exalteren
exalteren	verb	enthousiast of uitbundig over iets raken, in geestvervoering raken
exalterend	=	exalteren
exalterende	=	exalteren
exalumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10¹⁸ lumen of 1.000.000.000.000.000 kilolumen, weergegeven met symbool Elm
exalumens	=	exalumen
exalux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10¹⁸ lux of 1.000.000.000.000.000 kilolux, weergegeven met symbool Elx
examen	noun	onderzoek naar de kennis of vaardigheden van iemand door middel van ondervraging of opgedragen verrichtingen
examenbetwisting	noun	het aanvechten van de resultaat van een examen
examenbetwistingen	=	examenbetwisting
examencijfer	noun	getal dat aangeeft hoe goed men een examen heeft gemaakt
examencijfers	=	examencijfer
examencommissie	noun	orgaan dat verantwoordelijk is voor het juiste verloop van examens
examencommissies	=	examencommissie
examendag	noun	dag dat men een examen aflegt
examendagen	=	examendag
examendata	=	examendatum
examendatum	noun	vastgestelde dag waarop je kan laten zien dat je over bepaalde kennis of vaardigheden beschikt, meestal aan het eind van een opleiding of als onderdeel van een toelatingsprocedure
examendatums	=	examendatum
exameneis	noun	voorwaarde waaraan een kandidaat moet voldoen om een examen te kunnen halen
exameneisen	=	exameneis
examenfraude	noun	het opzettelijk beïnvloeden van (delen van) het examenproces met het doel een ander resultaat te verkrijgen uit het examen
examenfraudeperikel	noun	een moeilijke toestand als gevolg van examenfraude
examenfraudeperikelen	=	examenfraudeperikel
examenfraudeperikeltje	=	examenfraudeperikel
examenfraudeperikeltjes	=	examenfraudeperikel
examenfraudes	=	examenfraude
examengeld	noun	geld dat men moet betalen om aan een examen te kunnen deelnemen
examengelden	=	examengeld
exameninstituten	=	exameninstituut
exameninstituut	noun	bedrijf of organisatie die examens afneemt
examenjaar	noun	jaar waarin men een (eind)examen aflegt
examenjaren	=	examenjaar
examenkandidaat	noun	iemand die de studie voltooid heeft en nu zijn examen gaat doen
examenkandidaatje	=	examenkandidaat
examenkandidaatjes	=	examenkandidaat
examenkandidaten	=	examenkandidaat
examenklas	noun	een klas leerlingen op een middelbare school die in dat schooljaar examen moeten doen
examenklasje	=	examenklas
examenklasjes	=	examenklas
examenklassen	=	examenklas
examenleerling	noun	een leerling op een middelbare school die in dat schooljaar examen moet doen
examenleerlingen	=	examenleerling
examenlokaal	noun	ruimte in een gebouw die speciaal is ingericht voor het afnemen van examens
examenlokalen	=	examenlokaal
examenonderdeel	noun	deel van een examen dat uit meerdere onderdelen bestaat
examenonderdelen	=	examenonderdeel
examenperiode	noun	periode van het jaar dat (eind)examens worden afgenomen
examenperioden	=	examenperiode
examenperiodes	=	examenperiode
examenprocedure	noun	de manier waarop een examen wordt afgenomen
examenprocedures	=	examenprocedure
examenprogramma	noun	kennis en vaardigheden die leerlingen moeten beheersen om hun examen te kunnen halen
examenprogramma's	=	examenprogramma
examenreglement	noun	tekst waarin precies staat hoe een examen wordt afgenomen en beoordeelt
examenreglementen	=	examenreglement
examenresultaat	noun	uitkomst van een examen uitgedrukt in cijfers of in wel of niet slagen
examenresultaatje	=	examenresultaat
examenresultaatjes	=	examenresultaat
examenresultaten	=	examenresultaat
examenrooster	noun	overzicht van examens met tijden en plaatsen waarop die worden gehouden
examenroosters	=	examenrooster
examens	=	examen
examenstof	noun	de stof die men moet bestuderen voor een bepaald examen
examenstoffen	=	examenstof
examenstress	noun	de stress die bij het voorbereiden voor en het maken van examens kan komen kijken
examentijd	noun	de tijd van het jaar dat vele examens gehouden worden
examentijden	=	examentijd
examentje	=	examen
examentjes	=	examen
examenvak	noun	een schoolvak van de middelbare school waarin men examen kan of moet doen
examenvakken	=	examenvak
examenvoorbereiding	noun	specifieke training in het maken van een examen
examenvoorbereidingen	=	examenvoorbereiding
examenvraag	noun	een vraag die op een examen wordt gesteld
examenvragen	=	examenvraag
examenvrees	noun	angst voor of bij een examen
examenwerk	noun	wat leerlingen hebben gemaakt als examenopdracht
examenwerken	=	examenwerk
examenzaal	noun	grote ruimte binnen een gebouw waarin een examen wordt afgenomen
examenzaaltje	=	examenzaal
examenzaaltjes	=	examenzaal
examenzalen	=	examenzaal
exameter	noun	een lengtemaat met een waarde van 10¹⁸ meter of 1.000.000.000.000.000.000 kilometer, weergegeven met symbool Em
exameters	=	exameter
exametertje	=	exameter
exametertjes	=	exameter
examina	=	examen
examinanda	=	examinandus
examinandi	=	examinandus
examinandus	noun	degene die geëxamineerd moet worden
examinatie	noun	het examineren, het onderzoek
examinaties	=	examinatie
examinator	noun	iemand die examineert, ondervraagt
examinatoren	=	examinator
examinators	=	examinator
examinatortje	=	examinator
examinatortjes	=	examinator
examinatrice	noun	vrouw die nagaat of iemand vereiste kennis en vaardigheden heeft door het stellen van vragen en het laten uitvoeren van taken
examinatrices	=	examinatrice
examinatricetje	=	examinatrice
examinatricetjes	=	examinatrice
examineer	=	examineren
examineerde	=	examineren
examineerden	=	examineren
examineert	=	examineren
examinere	=	examineren
examineren	verb	aan een examen onderwerpen
examinerend	=	examineren
examinerende	=	examineren
examinering	noun	het afnemen van een eindtoets
examineringen	=	examinering
examol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10¹⁸ mol of 1.000.000.000.000.000 kilomol, weergegeven met symbool Emol
examolen	=	examol
exanewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10¹⁸ newton of 1.000.000.000.000.000 kilonewton, weergegeven met symbool EN
exanewtons	=	exanewton
exantheem	noun	huiduitslag
exanthemen	=	exantheem
exaohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10¹⁸ ohm of 1.000.000.000.000.000 kilo-ohm, weergegeven met symbool EΩ
exaohmpje	=	exaohm
exaohmpjes	=	exaohm
exaohms	=	exaohm
exapascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10¹⁸ pascal of 1.000.000.000.000.000 kilopascal, weergegeven met symbool EPa
exaseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10¹⁸ seconde of 1.000.000.000.000.000 kiloseconden, weergegeven met symbool Es
exaseconden	=	exaseconde
exasecondes	=	exaseconde
exasiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10¹⁸ siemens of 1.000.000.000.000.000 kilosiemens, weergegeven met symbool ES
exasiemensen	=	exasiemens
exasiemensje	=	exasiemens
exasiemensjes	=	exasiemens
exasievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10¹⁸ sievert of 1.000.000.000.000.000 kilosievert, weergegeven met symbool ESv
exatesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10¹⁸ tesla of 1.000.000.000.000.000 kilotesla, weergegeven met symbool ET
exavolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10¹⁸ volt of 1.000.000.000.000.000 kilovolt, weergegeven met symbool EV
exavoltje	=	exavolt
exavoltjes	=	exavolt
exavolts	=	exavolt
exawatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10¹⁸ watt of 1.000.000.000.000.000 kilowatt, weergegeven met symbool EW
exawatts	=	exawatt
exaweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10¹⁸ weber of 1.000.000.000.000.000 kiloweber, weergegeven met symbool EWb
exawebers	=	exaweber
exbibyte	noun	1024⁶ bytes, oftewel 2⁶⁰ bytes, weergegeven met symbool EiB
exbibyteje	=	exbibyte
exbibytejes	=	exbibyte
exbibytes	=	exbibyte
excasso	noun	het betalen van rekeningen
excasso's	=	excasso
excavateur	noun	graafmachine
excavateurs	=	excavateur
excavateurtje	=	excavateur
excavateurtjes	=	excavateur
excavatie	noun	uitgraving
excavaties	=	excavatie
excedent	noun	wat boven een bepaalde waarde komst
excedenten	=	excedent
excelleer	=	excelleren
excelleerde	=	excelleren
excelleerden	=	excelleren
excelleert	=	excelleren
excellent	adj	van de beste kwaliteit, zich in hoge mate onderscheidend
excellente	=	excellent
excellenter	=	excellent
excellentere	=	excellent
excellenters	=	excellent
excellentie	noun	het excellent zijn, de uitmuntendheid, voortreffelijkheid
excellentieprogramma	noun	onderwijsprogramma voor opvallend getalenteerde leerlingen als uitbreiding van de reguliere lesstof, dat buiten reguliere schooltijden wordt aangeboden of waarbij school gemist kan worden
excellentieprogramma's	=	excellentieprogramma
excellenties	=	excellentie
excellents	=	excellent
excellentst	=	excellent
excellentste	=	excellent
excellere	=	excelleren
excelleren	verb	heel erg goed in iets zijn / heel veel beter zijn dan anderen / overal bovenuit steken
excellerend	=	excelleren
excellerende	=	excelleren
excelsior	adv	steeds hoger
excenter	noun	excentrische cirkel
excenters	=	excenter
excentriciteit	noun	neiging om zich (volgens algemeen aanvaarde normen) op opvallende of grillige wijze te gedragen
excentriciteiten	=	excentriciteit
excentriek	noun	schijf die zich om een punt buiten haar middelpunt beweegt	adj	zonderling, buitenissig
excentrieke	=	excentriek
excentriekeling	noun	iemand die een ongewoon, vreemd, abnormaal of onbehoorlijk gedrag vertoont
excentriekelingen	=	excentriekeling
excentriekelingetje	=	excentriekeling
excentrieken	=	excentriek
excentrieker	=	excentriek
excentriekere	=	excentriek
excentriekers	=	excentriek
excentrieks	=	excentriek
excentriekst	=	excentriek
excentriekste	=	excentriek
excentrisch	adj	buiten het middelpunt gelegen
excentrische	=	excentrisch
excentrischer	=	excentrisch
excentrischere	=	excentrisch
excentrischers	=	excentrisch
exceptie	noun	uitzondering, (uitvlucht, uitsluiting ??)
exceptief	adj	een uitzondering makend
exceptiefs	=	exceptief
excepties	=	exceptie
exceptieve	=	exceptief
exceptionalisme	noun	beredeneerde aanspraak op de status van uitzonderlijkheid
exceptioneel	adj	uitzonderlijk
exceptioneels	=	exceptioneel
exceptioneelst	=	exceptioneel
exceptioneelste	=	exceptioneel
exceptionele	=	exceptioneel
exceptioneler	=	exceptioneel
exceptionelere	=	exceptioneel
exceptionelers	=	exceptioneel
excerpeer	=	excerperen
excerpeerde	=	excerperen
excerpeerden	=	excerperen
excerpeert	=	excerperen
excerpere	=	excerperen
excerperen	verb	maken van een uittreksel of samenvatting
excerperend	=	excerperen
excerperende	=	excerperen
excerpt	noun	een beknopte beschrijving van een inhoud
excerpten	=	excerpt
excerptje	=	excerpt
excerptjes	=	excerpt
exces	noun	iets dat grensoverschrijdend is en daardoor niet toegestaan is
excesje	=	exces
excesjes	=	exces
excessen	=	exces
excessief	adj	overdreven
excessiefs	=	excessief
excessiefst	=	excessief
excessiefste	=	excessief
excessieve	=	excessief
excessiever	=	excessief
excessievere	=	excessief
excessievers	=	excessief
excipiens	noun	bestanddeel van een geneesmiddel
excisie	noun	uitsnijding
excisies	=	excisie
excisietje	=	excisie
excisietjes	=	excisie
excitatie	noun	opgewondenheid
excitaties	=	excitatie
exciteer	=	exciteren
exciteerde	=	exciteren
exciteerden	=	exciteren
exciteert	=	exciteren
exciter	noun	middel om een geluidssignaal helderder te laten klinken (in de vorm van een apparaat of een aanvullend computerprogramma)
excitere	=	exciteren
exciteren	verb	in een aangeslagen toestand, een van hogere energie brengen
exciterend	=	exciteren
exciterende	=	exciteren
exciters	=	exciter
exciton	noun	een gebonden elektron-gatpaar in een halfgeleider
excitonen	=	exciton
exclamatie	noun	uitroep
exclamatief	adj|obsolete	uitroepend
exclamaties	=	exclamatie
exclamatieteken	noun	leesteken dat uitdrukt dat de zin een uitroep, bevel of uitdrukking van verbazing is.
exclamatietekens	=	exclamatieteken
exclamatietekentje	=	exclamatieteken
exclamatietekentjes	=	exclamatieteken
exclamatieve	=	exclamatief
exclameer	=	exclameren
exclameerde	=	exclameren
exclameerden	=	exclameren
exclameert	=	exclameren
exclamere	=	exclameren
exclameren	verb	uitroepen
exclamerend	=	exclameren
exclamerende	=	exclameren
exclave	noun	gebied op het vasteland dat helemaal buiten de staatkundige eenheid ligt waar het toe behoort
exclaves	=	exclave
exclusie	noun	uitsluiting
exclusief	adj	wat andere mogelijkheden uitsluit, iets uitsluitend	prep	zonder
exclusiefs	=	exclusief
exclusiefst	=	exclusief
exclusiefste	=	exclusief
exclusies	=	exclusie
exclusieve	=	exclusief
exclusiever	=	exclusief
exclusievere	=	exclusief
exclusievers	=	exclusief
exclusivisme	noun	stelsel van uitsluiting, van afzondering
exclusivistisch	adj	met betrekking tot het exclusivisme
exclusivistische	=	exclusivistisch
exclusivistischer	=	exclusivistisch
exclusivistischere	=	exclusivistisch
exclusivistischers	=	exclusivistisch
exclusiviteit	noun	iets met een sfeer van luxe en uitgelezenheid omdat het niet voor iedereen geschikt is
exclusiviteiten	=	exclusiviteit
exclusiviteitje	=	exclusiviteit
exclusiviteitjes	=	exclusiviteit
exclusiviteitscontract	noun	overeenkomst dat een bepaald persoon of bedrijf alleen maar zaken doet met één bepaald ander bedrijf, dus een feitelijk monopolie verwerft
exclusiviteitscontracten	=	exclusiviteitscontract
excommunicatie	noun	uitsluiting van de sacramenten of de kerkgemeenschap
excommunicaties	=	excommunicatie
excommuniceer	=	excommuniceren
excommuniceerde	=	excommuniceren
excommuniceerden	=	excommuniceren
excommuniceert	=	excommuniceren
excommunicere	=	excommuniceren
excommuniceren	verb	het in de kerkban doen van een persoon.
excommunicerend	=	excommuniceren
excommunicerende	=	excommuniceren
exconisatie	noun	gynaecologische ingreep waarbij een kegelvormig stuk weefsel van de baarmoedermond wordt verwijderd voor diagnostiek of als behandeling
exconisaties	=	exconisatie
excreet	noun	uitscheidingsproduct
excreetje	=	excreet
excreetjes	=	excreet
excrement	noun	de naam voor de onverteerde resten van het voedsel die met geregelde tussenpozen als uitwerpselen via de anus (aars) uit de darm naar de buitenwereld worden verwijderd (defecatie)
excrementen	=	excrement
excreten	=	excreet
excretie	noun	uitscheiding (van voor een lichaam of cel onbruikbare stoffen)
excreties	=	excretie
excurs	noun	passage in een tekst die geen betrekking heeft op het hoofdonderwerp
excursen	=	excurs
excursie	noun	een uitstapje door een groep mensen, meestal met educatieve of amuserende doeleinden
excursies	=	excursie
excursietje	=	excursie
excursietjes	=	excursie
excusabel	adj	te verontschuldigen
excusabele	=	excusabel
excusabeler	=	excusabel
excusabelere	=	excusabel
excusabelers	=	excusabel
excusabels	=	excusabel
excusabelst	=	excusabel
excusabelste	=	excusabel
excuseer	=	excuseren
excuseerde	=	excuseren
excuseerden	=	excuseren
excuseert	=	excuseren
excusen	=	excuus
excusere	=	excuseren
excuseren	verb	een verontschuldiging (excuus) uiten
excuserend	=	excuseren
excuserende	=	excuseren
excuses	=	excuus
excuus	noun	het spijt uiten dat je iets fout gedaan hebt
excuus-truus	=	excuustruus
excuusbrief	noun	brief waarin iemand schrijft dat hij ergens spijt van heeft en zijn excuses aanbiedt
excuusbriefje	=	excuusbrief
excuusbriefjes	=	excuusbrief
excuusbrieven	=	excuusbrief
excuusje	=	excuus
excuusjes	=	excuus
excuustruus	noun|informal	vrouw die vooral in een functie is benoemd om de schijn van seksisme te vermijden
excuustruusje	=	excuustruus
excuustruusjes	=	excuustruus
excuustruzen	=	excuustruus
executant	noun	uitvoerder
executanten	=	executant
executeer	=	executeren
executeerde	=	executeren
executeerden	=	executeren
executeert	=	executeren
executere	=	executeren
executeren	verb	uitvoeren van een vonnis, tenuitvoerbrengen, voltrekken
executerend	=	executeren
executerende	=	executeren
executeur	noun	uitvoerder van een gerechtelijk vonnis
executeuren	=	executeur
executeurs	=	executeur
executie	noun	uitvoering van een vonnis, tenuitvoerbrenging
executief	adj	uitvoerend
executiefs	=	executief
executiefst	=	executief
executiefste	=	executief
executiekamer	noun	kamer waarin een terdoodveroordeelde wordt geëxecuteerd
executiekamers	=	executiekamer
executiekamertje	=	executiekamer
executiekamertjes	=	executiekamer
executiepeloton	noun	een peloton dat een executie uitvoert, een vuurpeloton
executiepelotons	=	executiepeloton
executieplaats	noun	locatie waar men een doodsvonnis voltrekt
executieplaatsen	=	executieplaats
executies	=	executie
executiesnelheden	=	executiesnelheid
executiesnelheid	noun	snelheid waarmee een proces wordt uitgevoerd
executieve	=	executief
executiever	=	executief
executievere	=	executief
executieverkoop	noun	gedwongen verkoop van iemands roerende of onroerende zaken op last van een schuldeiser
executieverkopen	=	executieverkoop
executievers	=	executief
executiewaarde	noun	geschatte waarde van goederen bij mogelijke executieverkoop
executiewaarden	=	executiewaarde
executiewaardes	=	executiewaarde
executoir	adj	uitvoerbaar, invorderbaar
executoire	=	executoir
executoirs	=	executoir
executoriaal	adj	ingevolge rechterlijk vonnis uitvoerbaar
executoriaals	=	executoriaal
executoriaalst	=	executoriaal
executoriaalste	=	executoriaal
executoriale	=	executoriaal
executorialer	=	executoriaal
executorialere	=	executoriaal
executorialers	=	executoriaal
exegeet	noun	verklaarder van een (religieus) geschrift b.v. een Bijbelverklaarder, iemand die aan exegese doet
exegese	noun	tekstuitleg, in het bijzonder van Bijbelse teksten
exegesen	=	exegese
exegeses	=	exegese
exegete	=	exegeet
exegeten	=	exegeet
exegetisch	adj	de bijbel uitleggend
exegetische	=	exegetisch
exegetischer	=	exegetisch
exegetischere	=	exegetisch
exegetischers	=	exegetisch
exempel	noun	voorbeeld
exempelen	=	exempel
exempels	=	exempel
exemplaar	noun	een individueel voorbeeld ergens van
exemplaartje	=	exemplaar
exemplaartjes	=	exemplaar
exemplair	adj	kunnen dienst doen als een goed voorbeeld
exemplairder	=	exemplair
exemplairdere	=	exemplair
exemplairders	=	exemplair
exemplaire	=	exemplair
exemplairs	=	exemplair
exemplairst	=	exemplair
exemplairste	=	exemplair
exemplaren	=	exemplaar
exemplarisch	adj	representatief.
exemplarische	=	exemplarisch
exemplarischer	=	exemplarisch
exemplarischere	=	exemplarisch
exemplarischers	=	exemplarisch
exemplarischt	=	exemplarisch
exemplarischte	=	exemplarisch
exen	=	ex
exequatur	noun	machtiging om een arbitraal vonnis uit te voeren
exequaturs	=	exequatur
exerceer	=	exerceren
exerceerde	=	exerceren
exerceerden	=	exerceren
exerceert	=	exerceren
exercere	=	exerceren
exerceren	verb	het oefenen in het uitvoeren van bepaalde militaire bewegingen en commando's
exercerend	=	exerceren
exercerende	=	exerceren
exercitie	noun	oefening in wapenomgang, marcheren etc. van militairen
exercities	=	exercitie
exercitieveld	noun	oefenveld waarop militairen leren marcheren
exercitievelden	=	exercitieveld
exercitieveldje	=	exercitieveld
exercitieveldjes	=	exercitieveld
exercitiën	=	exercitie
exfiltrant	noun	ex-crimineel die de politie wil helpen
exfiltranten	=	exfiltrant
exfiltrantje	=	exfiltrant
exfiltrantjes	=	exfiltrant
exfoliatie	noun	afschilfering, vervelling
exfolieer	=	exfoliëren
exfolieerde	=	exfoliëren
exfolieerden	=	exfoliëren
exfolieert	=	exfoliëren
exfoliëre	=	exfoliëren
exfoliëren	verb	verwijderen van bladeren
exfoliërend	=	exfoliëren
exhauster	noun	afzuigapparaat
exhausters	=	exhauster
exhaustertje	=	exhauster
exhaustertjes	=	exhauster
exhaustief	adj	zonder overgebleven lacunes/weglatingen
exhaustiefs	=	exhaustief
exhaustiefst	=	exhaustief
exhaustiefste	=	exhaustief
exhaustieve	=	exhaustief
exhaustiever	=	exhaustief
exhaustievere	=	exhaustief
exhaustievers	=	exhaustief
exhaustor	noun	afzuiginstallatie
exhaustors	=	exhaustor
exhaustortje	=	exhaustor
exhaustortjes	=	exhaustor
exhibeer	=	exhiberen
exhibeerde	=	exhiberen
exhibeerden	=	exhiberen
exhibeert	=	exhiberen
exhibere	=	exhiberen
exhiberen	verb	tentoonstellen, uitstallen
exhiberend	=	exhiberen
exhiberende	=	exhiberen
exhibita	=	exhibitum
exhibitie	noun	tentoonstelling
exhibities	=	exhibitie
exhibitionisme	noun	psychische stoornis gekenmerkt door het ontlenen van seksuele opwinding aan het vertonen van de geslachtsdelen aan onbekenden
exhibitionist	noun	iemand die het exhibitionisme praktiseert
exhibitionisten	=	exhibitionist
exhibitionistisch	adj	van de aard van of betrekking hebbend op het exhibitionisme of een exhibitionist
exhibitionistische	=	exhibitionistisch
exhibitionistischer	=	exhibitionistisch
exhibitionistischere	=	exhibitionistisch
exhibitionistischers	=	exhibitionistisch
exhibitionistje	=	exhibitionist
exhibitionistjes	=	exhibitionist
exhibitum	noun	bewijsstuk dat men heeft overlegd
exhortatie	noun	aansporing, aanmaning
exhortatief	adj	aansporend, aanmanend
exhortatiefs	=	exhortatief
exhortaties	=	exhortatie
exhortatieve	=	exhortatief
exhorteer	=	exhorteren
exhorteerde	=	exhorteren
exhorteerden	=	exhorteren
exhorteert	=	exhorteren
exhortere	=	exhorteren
exhorteren	verb	aanmanen, aansporen
exhorterend	=	exhorteren
exhorterende	=	exhorteren
exhumatie	noun	opgraving van een lijk
exhumaties	=	exhumatie
exil	noun	ballingschap
exils	=	exil
existeer	=	existeren
existeerde	=	existeren
existeerden	=	existeren
existeert	=	existeren
existent	adj	bestaand
existente	=	existent
existenter	=	existent
existentere	=	existent
existenters	=	existent
existentialisme	noun	moderne filosofie waarin de nadruk valt op het individu en zijn existentie
existentialist	noun	aanhanger van het existentialisme
existentialisten	=	existentialist
existentialistisch	adj	met betrekking tot het existentialisme of een existentialist
existentialistische	=	existentialistisch
existentialistischer	=	existentialistisch
existentialistischere	=	existentialistisch
existentialistischers	=	existentialistisch
existentie	noun	het bestaan
existentieel	adj	betrekking hebbend op, beschouwd uit een oogpunt van het bestaan (de existentie)
existentieels	=	existentieel
existentieelst	=	existentieel
existentieelste	=	existentieel
existentiefilosofie	noun	een 20e-eeuwse filosofische en literaire stroming die individuele vrijheid, verantwoordelijkheid en subjectiviteit vooropstelt
existentiefilosofieën	=	existentiefilosofie
existentiekwantor	noun	Kort gezegd betekent dit begrip: 'Er bestaat een x (waarvoor geldt): ...'
existentiekwantoren	=	existentiekwantor
existentiekwantortje	=	existentiekwantor
existentiekwantortjes	=	existentiekwantor
existenties	=	existentie
existentiestelling	noun	een stelling die begint met de woorden 'er bestaat ..', of meer in het algemeen 'voor alle x, y , ... bestaat er ...'.
existentiestellingen	=	existentiestelling
existentiestellinkje	=	existentiestelling
existentiestellinkjes	=	existentiestelling
existentiële	=	existentieel
existentiëler	=	existentieel
existentiëlere	=	existentieel
existentiëlers	=	existentieel
existents	=	existent
existentst	=	existent
existentste	=	existent
existere	=	existeren
existeren	verb	bestaan; er zijn
existerend	=	existeren
existerende	=	existeren
exit	noun	verlaten van het toneel door een acteur	adv	verlaat het toneel
exitgesprek	noun	gesprek met iemand die een functie neerlegt; gesprek met iemand die ontslag krijgt of heeft genomen
exitgesprekken	=	exitgesprek
exitpoll	noun	peiling van het stemgedrag van de kiezers tijdens de dag van de verkiezingen zelf: mensen die hebben gestemd wordt bij de uitgang van het stembureau gevraagd voor wie ze hebben gestemd
exitpolls	=	exitpoll
exitprogramma	noun	een procedure om met iets te kunnen stoppen
exitprogramma's	=	exitprogramma
exitprogrammaatje	=	exitprogramma
exitprogrammaatjes	=	exitprogramma
exits	=	exit
exitstrategie	noun	een strategie bedoeld om te gebruiken als het fout gaat en/of om weg te komen uit een situatie
exitstrategieën	=	exitstrategie
exje	=	ex
exjes	=	ex
exobiologen	=	exobioloog
exobiologie	noun	onderzoek naar mogelijk leven buiten de aarde
exobioloog	noun	onderzoeker naar mogelijk leven buiten de aarde
exobioloogje	=	exobioloog
exobioloogjes	=	exobioloog
exocentrisch	adj	betrekking hebbend op een een samenstelling of woordgroep die geen intern 'hoofd' heeft dat de betekenis bepaalt.
exocentrische	=	exocentrisch
exocentrischer	=	exocentrisch
exocentrischere	=	exocentrisch
exocentrischers	=	exocentrisch
exocrien	adj	afscheidend door middel van een afvoerbuis
exocriene	=	exocrien
exocriens	=	exocrien
exodus	noun	uittocht van een grote groep mensen met als doel niet meer terug te komen
exodusje	=	exodus
exodussen	=	exodus
exoftalmie	noun	uitpuiling van het oog
exogamie	noun	gewoonte om buiten de stam te huwen, of: de gewoonte of regel, binnen een cultuur of maatschappij, om te trouwen met iemand van buiten de eigen groep (gezin, familie, clan)
exogeen	adj	door oorzaken van buitenaf
exogeene	=	exogeen
exogeens	=	exogeen
exogeenst	=	exogeen
exogeenste	=	exogeen
exogene	=	exogeen
exogener	=	exogeen
exogenere	=	exogeen
exogeners	=	exogeen
exoglossisch	adj	betrekking hebbend op een taalsituatie waarin een geïmporteerde koloniale taal wordt gebruikt
exoglossische	=	exoglossisch
exoglossischer	=	exoglossisch
exoglossischere	=	exoglossisch
exoglossischers	=	exoglossisch
exon	noun	een deel van het pre-mRNA dat de kern verlaat en dus getranscribeerd wordt
exonen	=	exon
exoneratiebeding	noun	een beding waarmee getracht wordt een wettelijke verplichting tot schadevergoeding, ontstaan door een toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad, uit te sluiten of te beperken
exoneratiebedingen	=	exoneratiebeding
exoneratiebedingetje	=	exoneratiebeding
exoneratiebedingetjes	=	exoneratiebeding
exonereer	=	exonereren
exonereerde	=	exonereren
exonereerden	=	exonereren
exonereert	=	exonereren
exonerere	=	exonereren
exonereren	verb	stellen dat men niet verantwoordelijk is voor de gepleegde misdaad
exonererend	=	exonereren
exonererende	=	exonereren
exoniem	noun	een topografische naam in een andere taal dan de plaatselijke taal
exoniemen	=	exoniem
exoniempje	=	exoniem
exoniempjes	=	exoniem
exonnetje	=	exon
exonnetjes	=	exon
exons	=	exon
exoot	noun	een organisme dat zich heeft gevestigd in een land waar het oorspronkelijk niet vandaan komt
exootje	=	exoot
exootjes	=	exoot
exoplaneet	noun	een planeet in een baan rond een andere ster dan de zon
exoplaneetje	=	exoplaneet
exoplaneetjes	=	exoplaneet
exoplaneten	=	exoplaneet
exorbitant	adj	voorbij alle grenzen gaand, buiten de baan geraakt
exorbitante	=	exorbitant
exorbitanter	=	exorbitant
exorbitantere	=	exorbitant
exorbitanters	=	exorbitant
exorbitants	=	exorbitant
exorbitantst	=	exorbitant
exorbitantste	=	exorbitant
exorciseer	=	exorciseren
exorciseerde	=	exorciseren
exorciseerden	=	exorciseren
exorciseert	=	exorciseren
exorcisere	=	exorciseren
exorciseren	verb	de duivel of geesten uitbannen bij een bezetene
exorciserend	=	exorciseren
exorcisme	noun	duiveluitdrijving, duiveluitbanning
exorcismen	=	exorcisme
exorcismes	=	exorcisme
exorcist	noun	iemand (vaak geestelijke) die het exorcisme of de duivelsbezwering uitoefent, duivelbanner
exorcisten	=	exorcist
exordia	=	exordium
exordium	noun	begin, inleiding die voorkomt bij betoogteksten
exordiums	=	exordium
exosfeer	noun	de luchtzone boven 1000 km
exosferen	=	exosfeer
exoskelet	noun	een uitwendig (kunstmatig) skelet
exoskeletten	=	exoskelet
exosomatisch	adj	betrekking hebbend op processen, krachten of structuren die zich buiten de fysieke grenzen van het organisme bevinden
exosomatische	=	exosomatisch
exosomatischer	=	exosomatisch
exosomatischere	=	exosomatisch
exosomatischers	=	exosomatisch
exoten	=	exoot
exoterisch	adj	begrijpelijk voor iedereen, ook voor oningewijden
exoterische	=	exoterisch
exoterischer	=	exoterisch
exoterischere	=	exoterisch
exoterischers	=	exoterisch
exotherm	adj	waarbij warmte vrijkomt
exotherme	=	exotherm
exothermer	=	exotherm
exothermere	=	exotherm
exothermers	=	exotherm
exotherms	=	exotherm
exothermst	=	exotherm
exothermste	=	exotherm
exotiek	noun	het geheel van zaken dat vreemde, ongewone en uitheemse sfeer veroorzaakt
exotisch	adj	vanuit verre vreemde landen, uitheems
exotische	=	exotisch
exotischer	=	exotisch
exotischere	=	exotisch
exotischers	=	exotisch
exotischt	=	exotisch
exotischte	=	exotisch
exotisme	noun	voorkeur voor het vreemde, cultus van het exotische
expandeer	=	expanderen
expandeerde	=	expanderen
expandeerden	=	expanderen
expandeert	=	expanderen
expander	noun	uitrekker
expandere	=	expanderen
expanderen	verb	in volume toenemen, zich uitbreiden
expanderend	=	expanderen
expanderende	=	expanderen
expanders	=	expander
expansie	noun	uitzetting, uitbreiding, vergroting, extensie
expansiebeleid	noun	beleid gericht op het vergroten van de afzetmarkt, van een bedrijf, van grondgebied of van macht
expansiedrang	noun	de onbedwingbare neiging om zijn invloed te vergroten
expansiedrift	noun	streven naar expansie
expansiedriften	=	expansiedrift
expansief	adj	betrekking hebbend op expansie
expansiefs	=	expansief
expansiefst	=	expansief
expansiefste	=	expansief
expansieklep	noun	klep die opent als de druk een bepaalde waarde te boven gaat
expansieklepje	=	expansieklep
expansieklepjes	=	expansieklep
expansiekleppen	=	expansieklep
expansiepijp	noun	uitlaat speciaal voor tweetaktmotoren
expansiepijpen	=	expansiepijp
expansiepolitiek	noun	streven naar uitbreiding van grondgebied of macht
expansies	=	expansie
expansieturbine	noun	turbine waarmee gas, dat een hoge druk heeft, wordt omgezet in mechanische energie
expansieturbines	=	expansieturbine
expansievaatje	=	expansievat
expansievaatjes	=	expansievat
expansievat	noun	vat waarin een overschot aan vloeistof, dat door expansie (uitzetting, drukverhoging) ontstaat, kan worden opgevangen
expansievaten	=	expansievat
expansieve	=	expansief
expansiever	=	expansief
expansievere	=	expansief
expansievers	=	expansief
expansiezucht	noun	onbedwingbare drang om te expanderen (zich uit te breiden)
expansiezuchten	=	expansiezucht
expansiezuchtje	=	expansiezucht
expansiezuchtjes	=	expansiezucht
expansionisme	noun	streven naar expansie
expansionistisch	adj	van de aard van het expansionisme of een expansionist
expansionistische	=	expansionistisch
expansionistischer	=	expansionistisch
expansionistischere	=	expansionistisch
expansionistischers	=	expansionistisch
expat	noun	iemand die tijdelijk in een land verblijft met een andere cultuur dan die waarmee hij is opgegroeid, het zijn dus geen immigranten
expatje	=	expat
expatjes	=	expat
expatmanager	noun	persoon die de tewerkstelling van buitenlandse medewerkers organiseert en begeleidt
expatmanagers	=	expatmanager
expatriate	noun	iemand die tijdelijk in een land verblijft met een andere cultuur dan die waarmee hij is opgegroeid, het zijn dus geen immigranten
expatriates	=	expatriate
expats	=	expat
expectatief	adj|formal	afwachtend
expectatiefs	=	expectatief
expectatiefst	=	expectatief
expectatiefste	=	expectatief
expectatieve	=	expectatief
expectatiever	=	expectatief
expectatievere	=	expectatief
expectatievers	=	expectatief
expectorans	noun	geneesmiddel dat het ophoesten bevordert
expedieer	=	expediëren
expedieerde	=	expediëren
expedieerden	=	expediëren
expedieert	=	expediëren
expediteur	noun	iemand die goederen expedieert (verzendt)
expediteuren	=	expediteur
expediteurs	=	expediteur
expediteurtje	=	expediteur
expediteurtjes	=	expediteur
expeditie	noun	verzending van goederen
expeditiebedrijf	noun	bedrijf dat goederen vervoert naar eindgebruiker
expeditiebedrijfje	=	expeditiebedrijf
expeditiebedrijfjes	=	expeditiebedrijf
expeditiebedrijven	=	expeditiebedrijf
expeditieknooppunt	noun	plaats waar goederen gereedgemaakt worden voor verdere distributie
expeditieknooppunten	=	expeditieknooppunt
expeditieleden	=	expeditielid
expeditieleger	noun	een leger dat op grote afstand van het vaderland actief is
expeditielegers	=	expeditieleger
expeditielegertje	=	expeditieleger
expeditielegertjes	=	expeditieleger
expeditieleider	noun	persoon die de eindverantwoordelijkheid heeft voor een goed verloop van een onderzoekstocht
expeditieleiders	=	expeditieleider
expeditielid	noun	iemand die deelneemt aan een onderzoekstocht
expedities	=	expeditie
expeditieschepen	=	expeditieschip
expeditieschip	noun	schip waarmee men een wetenschappelijke ontdekkingstocht maakt
expeditieteam	noun	een team dat op expeditie is/gaat/ging
expeditieteampje	=	expeditieteam
expeditieteampjes	=	expeditieteam
expeditieteams	=	expeditieteam
expeditietje	=	expeditie
expeditionair	adj	betrekking hebbend op of behorend tot een expeditie
expeditionairder	=	expeditionair
expeditionairdere	=	expeditionair
expeditionairders	=	expeditionair
expeditionaire	=	expeditionair
expeditionairs	=	expeditionair
expeditionairst	=	expeditionair
expeditionairste	=	expeditionair
expeditrice	noun	vrouwelijke vorm van expediteur
expeditrices	=	expeditrice
expeditricetje	=	expeditrice
expeditricetjes	=	expeditrice
expediënt	noun	middel om een lastig probleem op te lossen
expediënten	=	expediënt
expediëre	=	expediëren
expediëren	verb	afzenden, verzenden, versturen
expediërend	=	expediëren
expediërende	=	expediëren
expensief	adj	van iets dat je wilt kopen, dat je er veel geld voor moet betalen
expensiefs	=	expensief
expensiefst	=	expensief
expensiefste	=	expensief
expensieve	=	expensief
expensiever	=	expensief
expensievere	=	expensief
expensievers	=	expensief
experiment	noun	proef, uitprobeersel
experimentator	noun	iemand die experimenteert
experimentatoren	=	experimentator
experimentators	=	experimentator
experimentatortje	=	experimentator
experimentatortjes	=	experimentator
experimenteel	adj	gemaakt om te experimenteren, met betrekking tot een proefneming
experimenteels	=	experimenteel
experimenteelst	=	experimenteel
experimenteelste	=	experimenteel
experimenteer	=	experimenteren
experimenteerde	=	experimenteren
experimenteerden	=	experimenteren
experimenteerdrift	noun	de zucht om nieuwe dingen uit te proberen
experimenteerdriften	=	experimenteerdrift
experimenteerfase	noun	tijdsperiode dat men iets nog aan het uitproberen is
experimenteerfasen	=	experimenteerfase
experimenteerfases	=	experimenteerfase
experimenteerlust	noun	het plezier dat men heeft om nieuwe dingen uit te proberen
experimenteerlusten	=	experimenteerlust
experimenteert	=	experimenteren
experimenteerzucht	noun	sterke neiging om nieuwe dingen uit te proberen
experimentele	=	experimenteel
experimenteler	=	experimenteel
experimentelere	=	experimenteel
experimentelers	=	experimenteel
experimenten	=	experiment
experimentere	=	experimenteren
experimenteren	verb	iets uitproberen, een proef nemen, een experiment uitvoeren
experimenterend	=	experimenteren
experimenterende	=	experimenteren
experimentje	=	experiment
experimentjes	=	experiment
expert	noun	iemand die bijzonder goed bekend is met een bepaald onderwerp
experten	=	expert
expertenpanel	noun	een panel waarin experts zitting hebben
expertenpanels	=	expertenpanel
expertenpaneltje	=	expertenpanel
expertenpaneltjes	=	expertenpanel
expertgroep	noun	groep met deskundigen die een advies uitbrengt
expertgroepen	=	expertgroep
expertise	noun	deskundigheid
expertisebureau	noun	bedrijf met een deskundigheid op een bepaald gebied
expertisebureaus	=	expertisebureau
expertisebureautje	=	expertisebureau
expertisebureautjes	=	expertisebureau
expertisecentra	=	expertisecentrum
expertisecentrum	noun	organisatie die veel kennis heeft verzamelt op een bepaald kennisgebied
expertisecentrums	=	expertisecentrum
expertisen	=	expertise
expertiserapport	noun	verslag gemaakt door deskundigen
expertiserapporten	=	expertiserapport
expertises	=	expertise
expertje	=	expert
expertjes	=	expert
expertocratie	noun	staatsinrichting, waarbij de experts een hoofdrol spelen
expertocratieën	=	expertocratie
experts	=	expert
expertsysteem	noun	een computersysteem dat specifieke kennis van menselijke experts representeert en gebruikt om een probleem binnen een bepaald gebied op te lossen
expertsysteempje	=	expertsysteem
expertsysteempjes	=	expertsysteem
expertsystemen	=	expertsysteem
expiratie	noun	uitademing
expiratiedata	=	expiratiedatum
expiratiedatum	noun	de datum waarop een overeenkomst of de geldigheid van iets afloopt
expiratiedatums	=	expiratiedatum
expiraties	=	expiratie
expireer	=	expireren
expireerde	=	expireren
expireerden	=	expireren
expireert	=	expireren
expirere	=	expireren
expireren	verb	uitademen
expirerend	=	expireren
expirerende	=	expireren
explainer	noun	video waarin de makers iets uitleggen
explainers	=	explainer
expletie	noun	aanvulling
expletief	adj	aanvullend
expletiefs	=	expletief
expletiefst	=	expletief
expletiefste	=	expletief
expleties	=	expletie
expletieve	=	expletief
expletieven	=	expletief
expletiever	=	expletief
expletievere	=	expletief
expletievers	=	expletief
explicateur	noun	iemand die expliceert (uitleg geeft, zoals bv. vroeger bij een stomme film)
explicateurs	=	explicateur
explicateurtje	=	explicateur
explicateurtjes	=	explicateur
explicatie	noun	uitleg, toelichting
explicaties	=	explicatie
explicatrice	noun	vrouwelijke vorm van explicateur vrouwelijke vorm van explicator
explicatrices	=	explicatrice
explicatricetje	=	explicatrice
explicatricetjes	=	explicatrice
expliceer	=	expliceren
expliceerde	=	expliceren
expliceerden	=	expliceren
expliceert	=	expliceren
explicere	=	expliceren
expliceren	verb	uitleggen
explicerend	=	expliceren
explicerende	=	expliceren
expliciet	adj	uitdrukkelijk vermeld of erbij geschreven
expliciete	=	expliciet
explicieter	=	expliciet
explicietere	=	expliciet
explicieters	=	expliciet
expliciets	=	expliciet
explicietst	=	expliciet
explicietste	=	expliciet
expliciteer	=	expliciteren
expliciteerde	=	expliciteren
expliciteerden	=	expliciteren
expliciteert	=	expliciteren
explicitere	=	expliciteren
expliciteren	verb	duidelijk maken, verhelderen
expliciterend	=	expliciteren
expliciterende	=	expliciteren
expliqueer	=	expliqueren
expliqueerde	=	expliqueren
expliqueerden	=	expliqueren
expliqueert	=	expliqueren
expliquere	=	expliqueren
expliqueren	verb	uitleggen
expliquerend	=	expliqueren
expliquerende	=	expliqueren
explodeer	=	exploderen
explodeerde	=	exploderen
explodeerden	=	exploderen
explodeert	=	exploderen
explodere	=	exploderen
exploderen	verb	door een scheikundige of natuurkundige reactie bijzonder snel en met een grote kracht uiteenspatten
exploderend	=	exploderen
exploderende	=	exploderen
exploit	noun	een fout in een computerprogramma die het mogelijk maakt dat onbevoegden een computer kunnen misbruiken
exploitabel	adj	wat winstgevend gemaakt kan worden
exploitabele	=	exploitabel
exploitabeler	=	exploitabel
exploitabelere	=	exploitabel
exploitabelers	=	exploitabel
exploitabels	=	exploitabel
exploitabelst	=	exploitabel
exploitabelste	=	exploitabel
exploitant	noun	iemand die voor de baat een bepaalde instelling beheert
exploitanten	=	exploitant
exploitantje	=	exploitant
exploitantjes	=	exploitant
exploitatie	noun	het met winst draaiende houden
exploitatiebegroting	noun	beschrijving van de verwachte in- en uitgaven
exploitatiebegrotingen	=	exploitatiebegroting
exploitatiebijdrage	noun	de subsidie die een bedrijf ontvangt bij het uitbaten van een verliesgevende bezigheid
exploitatiebijdragen	=	exploitatiebijdrage
exploitatiebijdrages	=	exploitatiebijdrage
exploitatiekolonie	noun	gebied dat vanuit een ander land wordt bestuurd om mensen in dat andere land rijker te maken
exploitatiekolonies	=	exploitatiekolonie
exploitatiekoloniën	=	exploitatiekolonie
exploitatiekost	noun	steeds terugkerende uitgaven voor de gewone bedrijfsvoering
exploitatiekosten	noun	steeds terugkerende uitgaven voor de gewone bedrijfsvoering
exploitatiemaatschappij	noun	onderneming die onroerend goed verhuurt of op een andere economisch profijtelijke wijze gebruikt
exploitatiemaatschappijen	=	exploitatiemaatschappij
exploitatieovereenkomst	noun	contract over hoe een bedrijf iets mag ontginnen of gebruiken
exploitatieovereenkomsten	=	exploitatieovereenkomst
exploitatieprobleem	noun	problemen in de bedrijfsvoering van een onderneming
exploitatieproblemen	=	exploitatieprobleem
exploitaties	=	exploitatie
exploitatiesubsidie	noun	bedrag dat een onderneming krijgt van een overheid bij het uitvoeren van niet winstgevende ondernemingen
exploitatiesubsidies	=	exploitatiesubsidie
exploitatietekort	noun	iets draaiende houden met geldelijk verlies
exploitatietekorten	=	exploitatietekort
exploitatietekortje	=	exploitatietekort
exploitatietekortjes	=	exploitatietekort
exploitatietje	=	exploitatie
exploitatietjes	=	exploitatie
exploitatievergunning	noun	toestemming om een bepaalde economische zaak draaiende te houden
exploitatievergunningen	=	exploitatievergunning
exploiteer	=	exploiteren
exploiteerbaar	adj	financieel rendabel
exploiteerbaarder	=	exploiteerbaar
exploiteerbaardere	=	exploiteerbaar
exploiteerbaarders	=	exploiteerbaar
exploiteerbaars	=	exploiteerbaar
exploiteerbaarst	=	exploiteerbaar
exploiteerbaarste	=	exploiteerbaar
exploiteerbare	=	exploiteerbaar
exploiteerde	=	exploiteren
exploiteerden	=	exploiteren
exploiteert	=	exploiteren
exploiten	=	exploit
exploitere	=	exploiteren
exploiteren	verb	draaiende houden met winst
exploiterend	=	exploiteren
exploiterende	=	exploiteren
exploitje	=	exploit
exploits	=	exploit
exploot	noun	aanzegging door de deurwaarder en de akte daarvan
explorateur	noun	iemand die exploreert
explorateurs	=	explorateur
explorateurtje	=	explorateur
explorateurtjes	=	explorateur
exploratie	noun	verkenning van onbekend gebied
exploratief	adj	betrekking hebbend op, verband houdend met exploratie (van terreinen of landstreken), onderzoekend, verkennend, opsporend
exploratiefase	noun	periode dat men iets globaal verkent
exploratiefasen	=	exploratiefase
exploratiefases	=	exploratiefase
exploratiefs	=	exploratief
exploratiefst	=	exploratief
exploratiefste	=	exploratief
exploratiekost	noun|obsolete	uitgaven die men maakt om iets te verkennen; uitgaven die men maakt om delfstoffen op te sporen
exploratiekosten	noun	uitgaven die men maakt om iets te verkennen; uitgaven die men maakt om delfstoffen op te sporen
exploraties	=	exploratie
exploratietje	=	exploratie
exploratieve	=	exploratief
exploratiever	=	exploratief
exploratievere	=	exploratief
exploratievers	=	exploratief
explorator	noun	iemand die exploreert
explorators	=	explorator
exploratortje	=	explorator
exploratortjes	=	explorator
exploratrice	noun	vrouwelijke vorm van explorateur vrouwelijke vorm van explorator
exploratrices	=	exploratrice
exploratricetje	=	exploratrice
exploratricetjes	=	exploratrice
exploreer	=	exploreren
exploreerde	=	exploreren
exploreerden	=	exploreren
exploreert	=	exploreren
explorere	=	exploreren
exploreren	verb	een onbekend gebied verkennen
explorerend	=	exploreren
explorerende	=	exploreren
explosie	noun	het barsten van een onder druk staande gastank, of een heftige chemische reactie waarbij plotseling zeer grote gasdruk ontstaat.
explosief	adj	ontplofbaar	noun	ontplofbare stof of voorwerp
explosiefs	=	explosief
explosiefst	=	explosief
explosiefste	=	explosief
explosiegevaar	noun	kans op een gevaarlijke explosie
explosiegevaren	=	explosiegevaar
explosieluik	noun	een metalen plaat met daarin een rechthoek of vierkant waarvan drie zijden zodanig ingegroefd of ingestanst zijn dat de plaat losbreekt en als een deurtje openvouwt wanneer aan een zijde van de plaat een te grote luchtdruk ontstaat
explosieluiken	=	explosieluik
explosieluikje	=	explosieluik
explosieluikjes	=	explosieluik
explosiemotor	noun	motor die werkt door ontploffing van gasmengsels
explosiemotoren	=	explosiemotor
explosiemotors	=	explosiemotor
explosiemotortje	=	explosiemotor
explosiemotortjes	=	explosiemotor
explosies	=	explosie
explosietje	=	explosie
explosietjes	=	explosie
explosieve	=	explosief
explosieven	=	explosief
explosievenexpert	noun	deskundige op het gebied van ontplofbare stoffen
explosievenexperten	=	explosievenexpert
explosievenexperts	=	explosievenexpert
explosievenopruimingsdienst	noun	instelling dat gespecialiseerd is in het onschadelijk maken van onontplofte ontplofbare stoffen
explosievenopruimingsdiensten	=	explosievenopruimingsdienst
explosiever	=	explosief
explosievere	=	explosief
explosievers	=	explosief
explosiviteit	noun	de mate waarin iets of iemand tot uitbarsting kan komen
explosiviteiten	=	explosiviteit
exploten	=	exploot
expo	noun	verkorting van expositie
expo's	=	expo
expohal	noun	grote hal waar exposities en evenementen gehouden kunnen worden
expohallen	=	expohal
exponent	noun	het aantal malen dat het grondtal in een machtsverheffing met zichzelf vermenigvuldigd wordt om het resultaat te verkrijgen
exponenten	=	exponent
exponentieel	adj	betrekking hebbend op exponenten
exponentieels	=	exponentieel
exponentieelst	=	exponentieel
exponentieelste	=	exponentieel
exponentiële	=	exponentieel
exponentiëler	=	exponentieel
exponentiëlere	=	exponentieel
exponentiëlers	=	exponentieel
expootje	=	expo
expootjes	=	expo
export	noun	de uitvoer van goederen naar het buitenland
exportaandeel	noun	deel van de totale uitvoer van goederen naar het buitenland
exportaandelen	=	exportaandeel
exportartikel	noun	artikel dat bestemd is voor uitvoer
exportartikelen	=	exportartikel
exportartikels	=	exportartikel
exportartikeltje	=	exportartikel
exportartikeltjes	=	exportartikel
exportbedrijf	noun	bedrijf dat veel producten verkoopt in het buitenland
exportbedrijfje	=	exportbedrijf
exportbedrijfjes	=	exportbedrijf
exportbedrijven	=	exportbedrijf
exportbeleid	noun	plan van aanpak betreffende de uitvoer van goederen en diensten
exportbeperking	noun	belemmering in de aard en hoeveelheid goederen en diensten die uitgevoerd mag worden
exportbeperkingen	=	exportbeperking
exportbevordering	noun	het stimuleren van de uitvoer van goederen en diensten naar het buitenland
exportbevorderingen	=	exportbevordering
exportcijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de uitvoer van goederen en diensten naar het buitenland
exportcijfers	=	exportcijfer
exporteconomie	noun	deel van het bedrijfsleven dat exporteert; land dat meer exporteert dan importeert; een land met een positieve handelsbalans
exporteconomieën	=	exporteconomie
exporteer	=	exporteren
exporteerde	=	exporteren
exporteerden	=	exporteren
exporteert	=	exporteren
exporten	=	export
exportere	=	exporteren
exporteren	verb	goederen naar het buitenland uitvoeren
exporterend	=	exporteren
exporterende	=	exporteren
exporteur	noun	iemand die goederen exporteert
exporteurs	=	exporteur
exporteurtje	=	exporteur
exporteurtjes	=	exporteur
exportfinanciering	noun	het financiële dienstverlening die uitvoer van goederen en diensten mogelijk maakt
exportgas	noun	gas dat naar het buitenland uitgevoerd wordt
exportgassen	=	exportgas
exportgericht	adj	met uitvoer als doel; toegespitst op de uitvoer
exportgerichte	=	exportgericht
exportgerichter	=	exportgericht
exportgerichtere	=	exportgericht
exportgerichters	=	exportgericht
exportgerichts	=	exportgericht
exportgerichtst	=	exportgericht
exportgerichtste	=	exportgericht
exportgroei	noun	toename van de uitvoer van goederen en diensten naar het buitenland
exportgroep	noun	groep producten die naar het buitenland worden uitgevoerd
exportgroepen	=	exportgroep
exporthandel	noun	het verkopen van goederen en diensten in het buitenland
exportheffing	noun	een specifieke vorm van invoerrechten (of douanerechten) die wordt opgelegd op landbouwproducten die van buiten de Europese Unie (EU) worden ingevoerd.
exportheffingen	=	exportheffing
exportheffinkje	=	exportheffing
exportheffinkjes	=	exportheffing
exportindustrie	noun	fabrieken die goederen produceren die in het buitenland worden verkocht
exportindustrieën	=	exportindustrie
exportje	=	export
exportjes	=	export
exportkampioen	noun	het kampioen zijn in het exporteren naar het buitenland
exportkampioenen	=	exportkampioen
exportkampioentje	=	exportkampioen
exportkampioentjes	=	exportkampioen
exportkrediet	noun	leningen die door de staat worden gegarandeerd om uitvoer van goederen en diensten minder risicovol te maken
exportkredieten	=	exportkrediet
exportkredietgarantie	noun	kredietgarantie voor te exporteren zaken
exportkredietgaranties	=	exportkredietgarantie
exportkredietverzekering	noun	verzekering op leningen aan het buitenland om uitvoer van goederen en diensten minder risicovol te maken
exportkredietverzekeringen	=	exportkredietverzekering
exportkredietverzekeringetje	=	exportkredietverzekering
exportkredietverzekeringetjes	=	exportkredietverzekering
exportland	noun	land dat veel goederen en diensten exporteert
exportlanden	=	exportland
exportmanager	noun	werknemer die zich bezighoudt met de verkoop van producten van een bedrijf in het buitenland
exportmanagers	=	exportmanager
exportmarkt	noun	de buitenlandse afnemers aan wie men die goederen en diensten kan verkopen
exportmarkten	=	exportmarkt
exportpositie	noun	de mate waarin men concurrerend kan produceren voor de internationale markt
exportposities	=	exportpositie
exportprijs	noun	de hoeveelheid geld die men voor exportgoederen moet betalen
exportprijsje	=	exportprijs
exportprijsjes	=	exportprijs
exportprijzen	=	exportprijs
exportproduct	noun	iets dat men met succes verkoopt in het buitenland
exportproducten	=	exportproduct
exportquota	=	exportquotum
exportquotum	noun	hoeveelheid die men mag exporteren
exportquotums	=	exportquotum
exportregel	noun	wettelijke eisen die aan de uitvoer van goederen en diensten worden gesteld
exportregels	=	exportregel
exportregeltje	=	exportregel
exportregeltjes	=	exportregel
exportsector	noun	de bedrijven die zich vooral richten op de productie van zaken die men in het buitenland verkoopt
exportsectoren	=	exportsector
exportsectors	=	exportsector
exportsteun	noun	hulp van de overheid aan bedrijven die producten uitvoeren
exportstijging	noun	dat de totale waarde of het volume van goederen en diensten die een land naar het buitenland verkoopt, toeneemt.
exportstijgingen	=	exportstijging
exportstijginkje	=	exportstijging
exportstijginkjes	=	exportstijging
exportstop	noun	het stoppen van de export van bepaalde producten naar bepaalde landen
exportstops	=	exportstop
exportsubsidie	noun	geld dat de overheid uitgeeft met het doel de export te stimuleren
exportsubsidies	=	exportsubsidie
exportsucces	noun	het winstgevend zaken verkopen in het buitenland
exportsuccessen	=	exportsucces
exportverbod	noun	het verbieden om iets uit te voeren naar een bepaald buitenland
exportverboden	=	exportverbod
exportvergunning	noun	officiële toestemming om iets te mogen uitvoeren
exportvergunningen	=	exportvergunning
exportvolume	noun	de hoeveelheden die uitgevoerd worden
exportvolumen	=	exportvolume
exportvolumes	=	exportvolume
exportwaarde	noun	de in geld uitgedrukte waarde van de uitvoer
exportwaarden	=	exportwaarde
exportwaardes	=	exportwaarde
exposant	noun	iemand die exposeert, een deelnemer aan een tentoonstelling
exposanten	=	exposant
exposeer	=	exposeren
exposeerde	=	exposeren
exposeerden	=	exposeren
exposeert	=	exposeren
exposeetje	=	exposé
exposeetjes	=	exposé
exposere	=	exposeren
exposeren	verb	iets laten zien aan bezoekers van een expositie
exposerend	=	exposeren
exposerende	=	exposeren
expositie	noun	een uitstalling van voorwerpen om door het grote publiek bekeken te worden
expositieruimte	noun	een gebouw of een ruimte waar exposities of evenementen kunnen worden gehouden
expositieruimten	=	expositieruimte
expositieruimtes	=	expositieruimte
expositieruimtetje	=	expositieruimte
expositieruimtetjes	=	expositieruimte
exposities	=	expositie
expositietje	=	expositie
expositietjes	=	expositie
expositiezaal	noun	een zaal die geschikt is voor het houden van tentoonstellingen
expositiezaaltje	=	expositiezaal
expositiezaaltjes	=	expositiezaal
expositiezalen	=	expositiezaal
exposure	noun	aandacht in de media voor iets of iemand
exposures	=	exposure
exposé	noun	betoog waarin iets helemaal wordt uitgelegd
exposés	=	exposé
expres	noun	verkorte vorm van exprestrein	adv	met opzet
expresbrief	noun	een poststuk dat men met grote spoed bezorgt
expresbrieven	=	expresbrief
expresje	=	expres
expresjes	=	expres
express	=	expres
expresse	=	expres
expresseer	=	expresseren
expresseerde	=	expresseren
expresseerden	=	expresseren
expresseert	=	expresseren
expresselijk	adj	met opzet; bepaaldelijk voor een bepaalde gelegenheid
expresselijke	=	expresselijk
expresselijker	=	expresselijk
expresselijkere	=	expresselijk
expresselijkers	=	expresselijk
expresselijks	=	expresselijk
expresselijkst	=	expresselijk
expresselijkste	=	expresselijk
expressen	=	expres
expressere	=	expresseren
expresseren	verb	uitdrukken
expresserend	=	expresseren
expresserende	=	expresseren
expressie	noun	uitdrukking van het gezicht
expressief	adj	veel expressie hebbend
expressiefs	=	expressief
expressiefst	=	expressief
expressiefste	=	expressief
expressieloos	adj	zonder uitdrukking op het gelaat
expressieloost	=	expressieloos
expressielooste	=	expressieloos
expressieloze	=	expressieloos
expressielozer	=	expressieloos
expressielozere	=	expressieloos
expressielozers	=	expressieloos
expressies	=	expressie
expressietje	=	expressie
expressievak	noun	onderwijsvak dat een artistieke uitdrukkingsvorm zou moeten stimuleren
expressievakken	=	expressievak
expressieve	=	expressief
expressiever	=	expressief
expressievere	=	expressief
expressievers	=	expressief
expressievorm	noun	manier waarop men zich op een creatieve, artistieke wijze kan uiten
expressievormen	=	expressievorm
expressionisme	noun	kunststroming waarbij men tracht het wezen der dingen uit te drukken met verwaarlozing van de objectieve vormen
expressionist	noun	aanhanger van het expressionisme
expressionisten	=	expressionist
expressionistisch	adj	met betrekking tot het expressionisme of een expressionist
expressionistische	=	expressionistisch
expressionistischer	=	expressionistisch
expressionistischere	=	expressionistisch
expressionistischers	=	expressionistisch
expressionistischt	=	expressionistisch
expressionistischte	=	expressionistisch
expressiviteit	noun	het vermogen om innerlijke gevoelens te uiten, het expressief zijn
expressiviteiten	=	expressiviteit
exprestrein	noun	sneltrein (voor de wat langere trajecten)
exprestreinen	=	exprestrein
exprestreintje	=	exprestrein
exprestreintjes	=	exprestrein
expresweg	noun	een weg die veel maar niet alle kenmerken heeft van een autosnelweg
expreswegen	=	expresweg
expulsie	noun	verwijdering uit iets
expulsies	=	expulsie
exquis	adj	van een zeldzaam goede kwaliteit
exquise	=	exquis
exquiser	=	exquis
exquisere	=	exquis
exquisers	=	exquis
exquisiet	adj	uitgelezen
exquisiete	=	exquisiet
exquisieter	=	exquisiet
exquisietere	=	exquisiet
exquisieters	=	exquisiet
exquisiets	=	exquisiet
exquisietst	=	exquisiet
exquisietste	=	exquisiet
exquist	=	exquis
exquiste	=	exquis
exsecratie	noun	ontwijding
exsecraties	=	exsecratie
exsecratietje	=	exsecratie
exsecratietjes	=	exsecratie
exsiccator	noun	toestel waarmee vaste stoffen gedroogd worden
exsiccatoren	=	exsiccator
exsiccators	=	exsiccator
exsiccatortje	=	exsiccator
exsiccatortjes	=	exsiccator
exster	=	ekster
exsudaat	noun	ontstekingsvocht
exsudaatje	=	exsudaat
exsudaten	=	exsudaat
extase	noun	een toestand van buiten zichzelf zijn door verrukking
extasen	=	extase
extases	=	extase
extasetje	=	extase
extasetjes	=	extase
extatisch	adj	uitzinnig, verrukt
extatische	=	extatisch
extatischer	=	extatisch
extatischere	=	extatisch
extatischers	=	extatisch
extemporeer	=	extemporeren
extemporeerde	=	extemporeren
extemporeerden	=	extemporeren
extemporeert	=	extemporeren
extemporere	=	extemporeren
extemporeren	verb	improviseren
extemporerend	=	extemporeren
extemporerende	=	extemporeren
extendeer	=	extenderen
extendeerde	=	extenderen
extendeerden	=	extenderen
extendeert	=	extenderen
extendere	=	extenderen
extenderen	verb	uitstrekken (vooral )
extenderend	=	extenderen
extenderende	=	extenderen
extensie	noun	het strekken van ledematen, strekking
extensief	adj	zich (ver) uitstrekkend
extensiefs	=	extensief
extensiefst	=	extensief
extensiefste	=	extensief
extensies	=	extensie
extensietje	=	extensie
extensieve	=	extensief
extensiever	=	extensief
extensievere	=	extensief
extensievers	=	extensief
extensivering	noun	minder intensief gebruiken van iets; minder dieren per hectare
extensiveringen	=	extensivering
exter	=	ekster
exterieur	noun	de buitenkant van een gebouw	adj	uitwendig.
exterieurder	=	exterieur
exterieurdere	=	exterieur
exterieurders	=	exterieur
exterieure	=	exterieur
exterieuren	=	exterieur
exterieurs	=	exterieur
exterieurst	=	exterieur
exterieurste	=	exterieur
exterieurtje	=	exterieur
exterieurtjes	=	exterieur
extern	adj	van buiten afkomstig
externaat	noun	meerdaagse activiteit voor kinderen waar de kinderen niet overnachten
externaliteit	noun	niet gecompenseerde, door derden gemaakte kosten of geleden schade als gevolg van een economische activiteit
externaliteiten	=	externaliteit
externaten	=	externaat
externe	noun	iemand die ingehuurd is vanuit een ander bedrijf
externen	=	externe
externer	=	extern
externere	=	extern
externers	=	extern
externs	=	extern
externst	=	extern
externste	=	extern
exterritoriaal	adj	buiten het staatsgebied vallend
exterritoriaals	=	exterritoriaal
exterritoriaalst	=	exterritoriaal
exterritoriaalste	=	exterritoriaal
exterritoriale	=	exterritoriaal
exterritorialer	=	exterritoriaal
exterritorialere	=	exterritoriaal
exterritorialers	=	exterritoriaal
exterritorialiteit	noun	volkenrechtelijk beginsel waardoor bepaalde personen (staatshoofden, regeringsleiders, of ministers van Buitenlandse Zaken) in een vreemd land niet onderworpen zijn aan het gezag in dat land (diplomatieke immuniteit genieten)
exterritorialiteiten	=	exterritorialiteit
extincteur	noun	brandblusser
extincteurs	=	extincteur
extincteurtje	=	extincteur
extincteurtjes	=	extincteur
extinctie	noun	uitroeiing, vernietiging, het uitsterven
extinctief	adj	vernietigend
extinctiefs	=	extinctief
extinctiefst	=	extinctief
extinctiefste	=	extinctief
extincties	=	extinctie
extinctieve	=	extinctief
extinctiever	=	extinctief
extinctievere	=	extinctief
extinctievers	=	extinctief
extirpatie	noun	het extirperen, de uitroeiing, de vernietiging
extirpaties	=	extirpatie
extirpator	noun	landbouwwerktuig om de grond los te woelen en onkruid te verdelgen
extirpatoren	=	extirpator
extirpators	=	extirpator
extirpatortje	=	extirpator
extirpatortjes	=	extirpator
extirpeer	=	extirperen
extirpeerde	=	extirperen
extirpeerden	=	extirperen
extirpeert	=	extirperen
extirpere	=	extirperen
extirperen	verb	uitroeien, rooien
extirperend	=	extirperen
extirperende	=	extirperen
extra	adj	bijkomend	noun	hetgeen men erbij krijgt
extra's	=	extra
extra-ordinair	=	extraordinair
extra-uterien	adj	buitenbaarmoederlijk
extra-uteriene	=	extra-uterien
extra-uteriener	=	extra-uterien
extra-uterienere	=	extra-uterien
extra-uterieners	=	extra-uterien
extra-uteriens	=	extra-uterien
extra-uterienst	=	extra-uterien
extra-uterienste	=	extra-uterien
extraatje	=	extra
extraatjes	=	extra
extracellulair	adj	buiten de cel gelegen
extracellulairder	=	extracellulair
extracellulairdere	=	extracellulair
extracellulairders	=	extracellulair
extracellulaire	=	extracellulair
extracellulairs	=	extracellulair
extracellulairst	=	extracellulair
extracellulairste	=	extracellulair
extracorporaal	adj	buiten het lichaam
extract	noun	ingedikt aftreksel
extracten	=	extract
extractie	noun	uittrekking
extractief	adj	met betrekking tot extractie
extractiefs	=	extractief
extracties	=	extractie
extractietje	=	extractie
extractietjes	=	extractie
extractieve	=	extractief
extradiëgetisch	adj	betreft geluid in een film, dat alleen door het publiek wordt gehoord, zoals achtergrondmuziek of een voice-over
extradiëgetische	=	extradiëgetisch
extradiëgetischer	=	extradiëgetisch
extradiëgetischere	=	extradiëgetisch
extradiëgetischers	=	extradiëgetisch
extragalactisch	adj	buiten het melkwegstelsel gelegen
extragalactische	=	extragalactisch
extraheer	=	extraheren
extraheerde	=	extraheren
extraheerden	=	extraheren
extraheert	=	extraheren
extrahere	=	extraheren
extraheren	verb	vaste bestanddelen van iets oplossen door blootstelling aan een geschikt oplosmiddel
extraherend	=	extraheren
extraherende	=	extraheren
extralegaal	adj	verder gaand dan wat wettelijk geregeld is i.v.m. lonen, werkomstandigheden, pensioenen e.d
extralegaals	=	extralegaal
extralegaalst	=	extralegaal
extralegaalste	=	extralegaal
extralegale	=	extralegaal
extralegaler	=	extralegaal
extralegalere	=	extralegaal
extralegalers	=	extralegaal
extrametrisch	adj	buiten het heersende ritme
extrametrische	=	extrametrisch
extrametrischer	=	extrametrisch
extrametrischere	=	extrametrisch
extrametrischers	=	extrametrisch
extramuraal	adj	buiten het gebouw plaatshebbend
extramuraals	=	extramuraal
extramuraalst	=	extramuraal
extramuraalste	=	extramuraal
extramurale	=	extramuraal
extramuraler	=	extramuraal
extramuralere	=	extramuraal
extramuralers	=	extramuraal
extranei	=	extraneus
extranet	noun	een computernetwerk van een organisatie, onderdeel van het intranet van die organisatie dat beschikbaar is voor anderen buiten de organisatie, dat gebruik maakt van de protocollen van het internet.
extranetje	=	extranet
extranetjes	=	extranet
extranetten	=	extranet
extraneus	noun	iemand die aan een universiteit of hogeschool examens kan afleggen maar geen hoorcolleges of practica mag volgen of begeleiding ontvangt
extraordinair	adj	duidelijk verschillend van wat gebruikelijk is, met een bijzondere status
extraordinairder	=	extraordinair
extraordinairdere	=	extraordinair
extraordinairders	=	extraordinair
extraordinaire	=	extraordinair
extraordinairs	=	extraordinair
extraordinairst	=	extraordinair
extraordinairste	=	extraordinair
extraparlementair	adj	van een regering of bestuur dat er geen leden van de volksvertegenwoordiging zitting in hebben
extraparlementairder	=	extraparlementair
extraparlementairdere	=	extraparlementair
extraparlementairders	=	extraparlementair
extraparlementaire	=	extraparlementair
extraparlementairs	=	extraparlementair
extraparlementairst	=	extraparlementair
extraparlementairste	=	extraparlementair
extrapiramidaal	adj	buiten de piramidebaan (motorische zenuwbanen)
extrapolatie	noun	het extrapoleren
extrapolaties	=	extrapolatie
extrapoleer	=	extrapoleren
extrapoleerde	=	extrapoleren
extrapoleerden	=	extrapoleren
extrapoleert	=	extrapoleren
extrapolere	=	extrapoleren
extrapoleren	verb	uit bekende termen van een reeks (een benadering van) daarbuiten gelegen termen berekenen
extrapolerend	=	extrapoleren
extrapolerende	=	extrapoleren
extrarenaal	adj	buiten de nier
extrarenaals	=	extrarenaal
extrarenale	=	extrarenaal
extrasystole	noun	ontijdige hartsamentrekking
extrasystolen	=	extrasystole
extrasystoles	=	extrasystole
extraterraan	noun	buitenaards wezen
extraterraantje	=	extraterraan
extraterraantjes	=	extraterraan
extraterranen	=	extraterraan
extraterritoriaal	adj	buiten het staatsgebied vallend
extraterritoriaals	=	extraterritoriaal
extraterritoriaalst	=	extraterritoriaal
extraterritoriaalste	=	extraterritoriaal
extraterritoriale	=	extraterritoriaal
extraterritorialer	=	extraterritoriaal
extraterritorialere	=	extraterritoriaal
extraterritorialers	=	extraterritoriaal
extravagant	adj	ver buiten het alledaagse vallend
extravagante	=	extravagant
extravaganter	=	extravagant
extravagantere	=	extravagant
extravaganters	=	extravagant
extravagantie	noun	buitensporigheid
extravaganties	=	extravagantie
extravagants	=	extravagant
extravagantst	=	extravagant
extravagantste	=	extravagant
extravasaal	adj	extravasculair (buiten de bloedvaten)
extravasaat	noun	Bij verwonding van een bloedvat uitgestort bloed in het omliggende weefsel
extravasaatje	=	extravasaat
extravasaatjes	=	extravasaat
extravasaten	=	extravasaat
extravasatie	noun	vochtuitstorting
extravaseren	verb	buiten de vaten treden
extraversie	noun	aandacht die naar buiten gericht is
extraversies	=	extraversie
extravert	adj	naar buiten gericht
extraverte	=	extravert
extraverten	=	extravert
extraverter	=	extravert
extravertere	=	extravert
extraverters	=	extravert
extravertheden	=	extravertheid
extravertheid	noun	sterke gerichtheid op wisselwerking met personen in je omgeving
extravertje	=	extravert
extraverts	=	extravert
extravertst	=	extravert
extravertste	=	extravert
extrawettelijk	adj	boven wettelijk; buiten de wet om
extrawettelijke	=	extrawettelijk
extrawettelijker	=	extrawettelijk
extrawettelijkere	=	extrawettelijk
extrawettelijkers	=	extrawettelijk
extrawettelijks	=	extrawettelijk
extrawettelijkst	=	extrawettelijk
extrawettelijkste	=	extrawettelijk
extreem	noun	het uiterste	adj	uiterst, uitzonderlijk
extreemlinks	noun	een verzamelnaam voor politieke overtuigingen die zich aan de uiterste linkerzijde van het politieke spectrum bevinden	adj	met politieke overtuigingen die zich aan de uiterste linkerzijde van het politieke spectrum bevinden
extreemlinkse	=	extreemlinks
extreemnationalistisch	adj	betrekking hebbend op een radicale ideologie die het eigen land of volk als superieur beschouwt en agressief nastreeft om nationale belangen ten koste van anderen te laten prevaleren
extreemnationalistische	=	extreemnationalistisch
extreemnationalistischer	=	extreemnationalistisch
extreemnationalistischere	=	extreemnationalistisch
extreemnationalistischers	=	extreemnationalistisch
extreemrechts	noun	politieke stroming die uiterst behoudend is en zich in het bijzonder kenmerkt door extreem nationalisme, autoritaire tendensen en neiging tot nativisme	adj	uiterst behoudend
extreemrechtse	=	extreemrechts
extreems	=	extreem
extreemst	=	extreem
extreemste	=	extreem
extreme	=	extreem
extremeenstalig	adj	de Extremeense taal sprekend
extremeenstalige	=	extremeenstalig
extremeenstaligs	=	extremeenstalig
extremen	=	extreem
extremer	=	extreem
extremere	=	extreem
extremers	=	extreem
extremisme	noun	het gaan, het voeren tot het uiterste op (politiek) gebied
extremist	noun	iemand met radicale, extremistische standpunten, een aanhanger van een ideologie die ver van het politieke of maatschappelijke centrum ligt
extremisten	=	extremist
extremistisch	adj	van de aard van extremisme
extremistische	=	extremistisch
extremistischer	=	extremistisch
extremistischere	=	extremistisch
extremistischers	=	extremistisch
extremistje	=	extremist
extremiteit	noun	een van de ledematen
extremiteiten	=	extremiteit
extremiteitje	=	extremiteit
extremofiel	noun	organisme dat leeft in extreme omstandigheden zoals grote hitte of koude
extremofielen	=	extremofiel
extremofieltje	=	extremofiel
extremofieltjes	=	extremofiel
extrinsiek	adj	tot het uiterlijke behorend, niet wezenlijk
extrinsieke	=	extrinsiek
extrinsieker	=	extrinsiek
extrinsiekere	=	extrinsiek
extrinsiekers	=	extrinsiek
extrinsieks	=	extrinsiek
extrinsiekst	=	extrinsiek
extrinsiekste	=	extrinsiek
extrovert	adj	de mate waarin iemand naar buiten gekeerd is
extroverte	=	extrovert
extroverter	=	extrovert
extrovertere	=	extrovert
extroverters	=	extrovert
extroverts	=	extrovert
extrovertst	=	extrovert
extrovertste	=	extrovert
extrudeer	=	extruderen
extrudeerde	=	extruderen
extrudeerden	=	extruderen
extrudeert	=	extruderen
extrudere	=	extruderen
extruderen	verb	een vormgevingstechniek waarbij een vervormbaar materiaal door een matrijs geperst wordt
extruderend	=	extruderen
extruderende	=	extruderen
extrusie	noun	iets maken of produceren door het door een matrijs te persen
extrusies	=	extrusie
extrême	noun	hoogste graad
extrêmes	=	extrême
exuberant	adj	in zeer ruime mate aanwezig
exuberante	=	exuberant
exuberanter	=	exuberant
exuberantere	=	exuberant
exuberanters	=	exuberant
exuberantie	noun	het exuberant zijn, de overdadigheid
exuberanties	=	exuberantie
exuberants	=	exuberant
exuberantst	=	exuberant
exuberantste	=	exuberant
eyecatcher	noun	iets dat veel aandacht trekt; iets dat in het oog springt
eyecatchers	=	eyecatcher
eyeliner	noun	vloeibaar make-up-product om lijnen rondom, boven of onder de ogen aan te brengen
eyeliners	=	eyeliner
eyeopener	noun	ervaring die er voor zorgt dat je ineens iets begrijpt
eyeopeners	=	eyeopener
eyeopenertje	=	eyeopener
eyeopenertjes	=	eyeopener
eyetracking	noun	een onderzoeksmethode en technologie waarmee iemands oogbewegingen, oogposities en blikrichting exact worden geregistreerd.
eyetrackings	=	eyetracking
eyland	=	eiland
eylandt	=	eiland
eylant	=	eiland
eyo	intj	uitroep om iemands aandacht te trekken
eyremeergrassluiper	noun	Amytornis goyderi een zangvogel uit de familie Maluridae (elfjes).
eyremeergrassluipers	=	eyremeergrassluiper
eyremeergrassluipertje	=	eyremeergrassluiper
eyremeergrassluipertjes	=	eyremeergrassluiper
ezafe	noun	een constructie in talen als het Perzisch of Koerdisch waarbij twee woorden met een tussen-i of tussen-e verbonden worden om een bezitsrelatie aan te duiden
ezafes	=	ezafe
ezel	noun	bepaald paardachtig zoogdier, Equus asinus, met lange oren dat zeer eigenwijs is
ezelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van ezel
ezelachtige	=	ezelachtig
ezelachtiger	=	ezelachtig
ezelachtigere	=	ezelachtig
ezelachtigers	=	ezelachtig
ezelachtigs	=	ezelachtig
ezelachtigst	=	ezelachtig
ezelachtigste	=	ezelachtig
ezelarij	noun	een domme handeling, zoals je die van een ezel kan verwachten
ezelarijen	=	ezelarij
ezelde	=	ezelen
ezelden	=	ezelen
ezele	=	ezelen
ezelen	verb	uitschelden
ezelend	=	ezelen
ezelende	=	ezelen
ezelhaas	noun	Lepus alleni haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
ezelhaasje	=	ezelhaas
ezelhaasjes	=	ezelhaas
ezelhazen	=	ezelhaas
ezelin	noun	vrouwelijke ezel
ezelinnen	=	ezelin
ezelinnetje	=	ezelin
ezelinnetjes	=	ezelin
ezelkar	noun	kleine wagen getrokken door een ezel
ezelkarren	=	ezelkar
ezelkarretje	=	ezelkar
ezelkarretjes	=	ezelkar
ezelpoep	noun	uitwerpselen van ezels
ezelpoepen	=	ezelpoep
ezelpoepje	=	ezelpoep
ezelpoepjes	=	ezelpoep
ezels	=	ezel
ezelsbank	noun	strafbank op school
ezelsbanken	=	ezelsbank
ezelsbankje	=	ezelsbank
ezelsbankjes	=	ezelsbank
ezelsbord	noun	bord dat iemand zelf moet dragen en waarop staat welke stommiteit die persoon heeft begaan
ezelsborden	=	ezelsbord
ezelsbordje	=	ezelsbord
ezelsbordjes	=	ezelsbord
ezelsbrug	noun	hulpmiddel om iets te onthouden: eenvoudig te onthouden beeld of tekst die in verband wordt gebracht met iets dat je anders gemakkelijk zou vergeten
ezelsbruggen	=	ezelsbrug
ezelsbruggetje	=	ezelsbrug
ezelsbruggetjes	=	ezelsbrug
ezelsbrugje	=	ezelsbrug
ezelsbrugjes	=	ezelsbrug
ezelsdom	adj	van een ernstig gebrek aan verstand getuigend
ezelsdomme	=	ezelsdom
ezelsdommer	=	ezelsdom
ezelsdommere	=	ezelsdom
ezelsdommers	=	ezelsdom
ezelsdoms	=	ezelsdom
ezelsdomst	=	ezelsdom
ezelsdomste	=	ezelsdom
ezelskar	noun	een boerenwagen getrokken door een ezel
ezelskarren	=	ezelskar
ezelskarretje	=	ezelskar
ezelskarretjes	=	ezelskar
ezelskop	noun	het hoofd van een ezel
ezelskopje	=	ezelskop
ezelskopjes	=	ezelskop
ezelskoppen	=	ezelskop
ezelslast	noun	chomer, een inhoudsmaat in de Bijbel
ezelslasten	=	ezelslast
ezelsoor	noun	oor van een ezel
ezelsoortje	=	ezelsoor
ezelsoortjes	=	ezelsoor
ezelsoren	=	ezelsoor
ezelspinguïn	noun	Pygoscelis papua een middelgrote pinguïn uit de familie Spheniscidae
ezelspinguïnnetje	=	ezelspinguïn
ezelspinguïnnetjes	=	ezelspinguïn
ezelspinguïns	=	ezelspinguïn
ezelspinguïntje	=	ezelspinguïn
ezelspootje	noun	Cladonia zopfii een korstmossoort uit de familie Cladoniaceae.
ezelspootjes	=	ezelspootje
ezelsrug	noun	de rug van een ezel
ezelsruggen	=	ezelsrug
ezelsrugje	=	ezelsrug
ezelsrugjes	=	ezelsrug
ezelsstamp	noun	schop, zoals een ezel die met zijn achterpoten geeft
ezelsstampen	=	ezelsstamp
ezelstamboek	noun	officiële registratie van ezels en hun stamboom, beheerd door een erkende organisatie zoals de Vereniging het Nederlands Ezelstamboek
ezelstamboeken	=	ezelstamboek
ezelstamboekje	=	ezelstamboek
ezelstamboekjes	=	ezelstamboek
ezelsvel	noun	het vel van een ezel
ezelsvellen	=	ezelsvel
ezelsveulen	noun	jong van een ezel
ezelsveulens	=	ezelsveulen
ezelsveulentje	=	ezelsveulen
ezelsveulentjes	=	ezelsveulen
ezelt	=	ezelen
ezeltje	=	ezel
ezeltjes	=	ezel
ezelwagen	noun	een wagen of kar die door een ezel wordt voortgetrokken
ezelwagens	=	ezelwagen
ezelwagentje	=	ezelwagen
ezelwagentjes	=	ezelwagen
ezrat	noun	hof van; hulp voor
ezrot	=	ezrat
eïs	noun	een met een halve toon verhoogde toon "e"
eïs-groot	noun	in theorie: de toonladder in Eïs grote terts of de grote drieklank op de eerste trap van die toonsoort
eïs-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Eïs-grotetertstoonladder
eïs-grootakkoorden	=	eïs-grootakkoord
eïs-grootakkoordje	=	eïs-grootakkoord
eïs-grootakkoordjes	=	eïs-grootakkoord
eïs-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "eïs" als grondtoon
eïs-grotetertstoonaarden	=	eïs-grotetertstoonaard
eïs-grotetertstoonaardje	=	eïs-grotetertstoonaard
eïs-grotetertstoonaardjes	=	eïs-grotetertstoonaard
eïs-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-grotetertstoonladders	=	eïs-grotetertstoonladder
eïs-grotetertstoonladdertje	=	eïs-grotetertstoonladder
eïs-grotetertstoonladdertjes	=	eïs-grotetertstoonladder
eïs-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-grotetertstoonschaaltje	=	eïs-grotetertstoonschaal
eïs-grotetertstoonschaaltjes	=	eïs-grotetertstoonschaal
eïs-grotetertstoonschalen	=	eïs-grotetertstoonschaal
eïs-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-grotetertstoonsoorten	=	eïs-grotetertstoonsoort
eïs-grotetertstoonsoortje	=	eïs-grotetertstoonsoort
eïs-grotetertstoonsoortjes	=	eïs-grotetertstoonsoort
eïs-klein	noun	in theorie: de toonladder in eïs kleine terts of de kleine drieklank op de eerste trap van die toonsoort
eïs-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de eïs-kleinetertstoonladder
eïs-kleinakkoorden	=	eïs-kleinakkoord
eïs-kleinakkoordje	=	eïs-kleinakkoord
eïs-kleinakkoordjes	=	eïs-kleinakkoord
eïs-kleinetertstoonaard	noun	een (ongebruikelijke) mineurtoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-kleinetertstoonaarden	=	eïs-kleinetertstoonaard
eïs-kleinetertstoonaardje	=	eïs-kleinetertstoonaard
eïs-kleinetertstoonaardjes	=	eïs-kleinetertstoonaard
eïs-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-kleinetertstoonladders	=	eïs-kleinetertstoonladder
eïs-kleinetertstoonladdertje	=	eïs-kleinetertstoonladder
eïs-kleinetertstoonladdertjes	=	eïs-kleinetertstoonladder
eïs-majeur	noun	afkorting van de “Eïs-majeurtoonsoort” of het “Eïs-majeurakkoord”
eïs-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Eïs-grotetertstoonladder
eïs-majeurakkoorden	=	eïs-majeurakkoord
eïs-majeurakkoordje	=	eïs-majeurakkoord
eïs-majeurakkoordjes	=	eïs-majeurakkoord
eïs-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-majeurtoonaarden	=	eïs-majeurtoonaard
eïs-majeurtoonaardje	=	eïs-majeurtoonaard
eïs-majeurtoonaardjes	=	eïs-majeurtoonaard
eïs-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "eïs" als grondtoon
eïs-majeurtoonladders	=	eïs-majeurtoonladder
eïs-majeurtoonladdertje	=	eïs-majeurtoonladder
eïs-majeurtoonladdertjes	=	eïs-majeurtoonladder
eïs-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "eïs" als grondtoon
eïs-majeurtoonschaaltje	=	eïs-majeurtoonschaal
eïs-majeurtoonschaaltjes	=	eïs-majeurtoonschaal
eïs-majeurtoonschalen	=	eïs-majeurtoonschaal
eïs-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-majeurtoonsoorten	=	eïs-majeurtoonsoort
eïs-majeurtoonsoortje	=	eïs-majeurtoonsoort
eïs-majeurtoonsoortjes	=	eïs-majeurtoonsoort
eïs-mineur	noun	in theorie: de toonladder in eïs kleine terts of de kleine drieklank op de eerste trap van die toonsoort
eïs-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de eïs-kleinetertstoonladder
eïs-mineurakkoorden	=	eïs-mineurakkoord
eïs-mineurakkoordje	=	eïs-mineurakkoord
eïs-mineurakkoordjes	=	eïs-mineurakkoord
eïs-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-mineurtoonladders	=	eïs-mineurtoonladder
eïs-mineurtoonladdertje	=	eïs-mineurtoonladder
eïs-mineurtoonladdertjes	=	eïs-mineurtoonladder
eïs-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “eïs” als grondtoon
eïs-mineurtoonschaaltje	=	eïs-mineurtoonschaal
eïs-mineurtoonschaaltjes	=	eïs-mineurtoonschaal
eïs-mineurtoonschalen	=	eïs-mineurtoonschaal
eïs-toonladder	=	eïs-grotetertstoonladder
eïsis	noun	een tweemaal met een halve toon verhoogde toon "e”
eïsisje	=	eïsis
eïsisjes	=	eïsis
eïsissen	=	eïsis
eïsje	=	eïs
eïsjes	=	eïs
eïssen	=	eïs
f	noun	de zesde letter van het alfabet
f'en	=	f
f'je	=	f
f'jes	=	f
f's	=	f
f-groot	noun	het akkoord f - a - c, de grote drieklank op de eerste trap van de F-grotetertstoonladder
f-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de F-grotetertstoonladder
f-grootakkoorden	=	f-grootakkoord
f-grootakkoordje	=	f-grootakkoord
f-grootakkoordjes	=	f-grootakkoord
f-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "f" als grondtoon
f-grotetertstoonaarden	=	f-grotetertstoonaard
f-grotetertstoonaardje	=	f-grotetertstoonaard
f-grotetertstoonaardjes	=	f-grotetertstoonaard
f-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met "f" als grondtoon
f-grotetertstoonladders	=	f-grotetertstoonladder
f-grotetertstoonladdertje	=	f-grotetertstoonladder
f-grotetertstoonladdertjes	=	f-grotetertstoonladder
f-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met "f" als grondtoon
f-grotetertstoonschaaltje	=	f-grotetertstoonschaal
f-grotetertstoonschaaltjes	=	f-grotetertstoonschaal
f-grotetertstoonschalen	=	f-grotetertstoonschaal
f-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met "f" als grondtoon
f-grotetertstoonsoorten	=	f-grotetertstoonsoort
f-grotetertstoonsoortje	=	f-grotetertstoonsoort
f-grotetertstoonsoortjes	=	f-grotetertstoonsoort
f-klein	noun	het akkoord f - as - c, de kleine drieklank op de eerste trap van de f-kleinetertstoonladder
f-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de f-kleinetertstoonladder
f-kleinakkoorden	=	f-kleinakkoord
f-kleinakkoordje	=	f-kleinakkoord
f-kleinakkoordjes	=	f-kleinakkoord
f-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “f” als grondtoon
f-kleinetertstoonaarden	=	f-kleinetertstoonaard
f-kleinetertstoonaardje	=	f-kleinetertstoonaard
f-kleinetertstoonaardjes	=	f-kleinetertstoonaard
f-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “f” als grondtoon
f-kleinetertstoonladders	=	f-kleinetertstoonladder
f-kleinetertstoonladdertje	=	f-kleinetertstoonladder
f-kleinetertstoonladdertjes	=	f-kleinetertstoonladder
f-kleinetertstoonschaal	noun	een mineurtoonladder met “f” als grondtoon
f-kleinetertstoonschaaltje	=	f-kleinetertstoonschaal
f-kleinetertstoonschaaltjes	=	f-kleinetertstoonschaal
f-kleinetertstoonschalen	=	f-kleinetertstoonschaal
f-majeur	noun	het akkoord f - a - c, de grote drieklank op de eerste trap van de F-grotetertstoonladder
f-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de F-grotetertstoonladder
f-majeurakkoorden	=	f-majeurakkoord
f-majeurakkoordje	=	f-majeurakkoord
f-majeurakkoordjes	=	f-majeurakkoord
f-majeursextakkoord	noun	een in de populaire muziek gebruikelijk akkoord; het wordt gevormd door het F-majeurakkoord plus de grote sext
f-majeursextakkoorden	=	f-majeursextakkoord
f-majeursextakkoordje	=	f-majeursextakkoord
f-majeursextakkoordjes	=	f-majeursextakkoord
f-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “f” als grondtoon
f-majeurtoonaarden	=	f-majeurtoonaard
f-majeurtoonaardje	=	f-majeurtoonaard
f-majeurtoonaardjes	=	f-majeurtoonaard
f-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "f" als grondtoon
f-majeurtoonladders	=	f-majeurtoonladder
f-majeurtoonladdertje	=	f-majeurtoonladder
f-majeurtoonladdertjes	=	f-majeurtoonladder
f-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "f" als grondtoon
f-majeurtoonschaaltje	=	f-majeurtoonschaal
f-majeurtoonschaaltjes	=	f-majeurtoonschaal
f-majeurtoonschalen	=	f-majeurtoonschaal
f-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met "f" als grondtoon
f-majeurtoonsoorten	=	f-majeurtoonsoort
f-majeurtoonsoortje	=	f-majeurtoonsoort
f-majeurtoonsoortjes	=	f-majeurtoonsoort
f-mineur	noun	het akkoord f - as - c, de kleine drieklank op de eerste trap van de f-kleinetertstoonladder
f-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de f-kleinetertstoonladder
f-mineurakkoorden	=	f-mineurakkoord
f-mineurakkoordje	=	f-mineurakkoord
f-mineurakkoordjes	=	f-mineurakkoord
f-mineursextakkoord	noun	in de populaire muziek gebruikelijke sextakkoord dat wordt gevormd door het mineurakkoord plus een grote sext, tonen: f - as - c - d
f-mineursextakkoorden	=	f-mineursextakkoord
f-mineursextakkoordje	=	f-mineursextakkoord
f-mineursextakkoordjes	=	f-mineursextakkoord
f-mineurtoonaard	noun	een kleinetertstoonladder met “f” als grondtoon
f-mineurtoonaarden	=	f-mineurtoonaard
f-mineurtoonaardje	=	f-mineurtoonaard
f-mineurtoonaardjes	=	f-mineurtoonaard
f-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “f” als grondtoon
f-mineurtoonladders	=	f-mineurtoonladder
f-mineurtoonladdertje	=	f-mineurtoonladder
f-mineurtoonladdertjes	=	f-mineurtoonladder
f-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “f” als grondtoon
f-mineurtoonschaaltje	=	f-mineurtoonschaal
f-mineurtoonschaaltjes	=	f-mineurtoonschaal
f-mineurtoonschalen	=	f-mineurtoonschaal
f-pion	noun	bij het schaakspel de pionnen die op de f-lijn staan bij het begin van het spel
f-pionnen	=	f-pion
f-pionnetje	=	f-pion
f-pionnetjes	=	f-pion
f-sleutel	noun	één van drie, bij de voortekening van een notenbalk behorende aanwijzers, die een lijn voor een bepaalde toon markeren, in dit geval de toon 'f' De overige lijnen zijn daardoor tevens bepaald.
f-sleutels	=	f-sleutel
f-sleuteltje	=	f-sleutel
f-sleuteltjes	=	f-sleutel
f-toonladder	noun	een grotetertstoonladder met f als grondtoon
f-toonladders	=	f-toonladder
f-toonladdertje	=	f-toonladder
f-toonladdertjes	=	f-toonladder
fa	noun	een bepaalde muzieknoot
fa's	=	fa
faag	noun	virus dat bacteriën infecteert
faal	=	falen
faalangst	noun	angst om te falen
faalangsten	=	faalangst
faalangstig	adj	lijdend aan faalangst
faalangstige	noun	iemand die bang is om te falen
faalangstigen	=	faalangstige
faalangstiger	=	faalangstig
faalangstigere	=	faalangstig
faalangstigers	=	faalangstig
faalangstigs	=	faalangstig
faalangstigst	=	faalangstig
faalangstigste	=	faalangstig
faalde	=	falen
faalden	=	falen
faalgebied	noun	deel van de mogelijke uitkomsten dat als ongewenst wordt gezien (bij een proces waarbij toeval een rol speelt)
faalgebieden	=	faalgebied
faalkans	noun	de waarschijnlijkheid dat iets mislukt
faalkansen	=	faalkans
faalkost	noun|obsolete	uitgaven die men moet doen als er fouten zijn gemaakt in de ontwerpfase
faalkosten	noun	uitgaven die men moet doen als er fouten zijn gemaakt in de ontwerpfase
faalrisico	noun	gevaar dat iets fout gaat met ernstige gevolgen
faalrisico's	=	faalrisico
faalt	=	falen
faam	noun	reputatie
faas	noun	een der herautstukken; een horizontale band die het middelste derde deel van het veld van het wapen beslaat
faasje	=	faas
faasjes	=	faas
faatje	=	fa
faatjes	=	fa
fabel	noun	een kort moraliserend verhaal met dieren of zaken als handelende personen
fabelachtig	adj	ongeloofwaardig
fabelachtige	=	fabelachtig
fabelachtiger	=	fabelachtig
fabelachtigere	=	fabelachtig
fabelachtigers	=	fabelachtig
fabelachtigs	=	fabelachtig
fabelachtigst	=	fabelachtig
fabelachtigste	=	fabelachtig
fabeldichter	noun	schrijver die moraliserende dierenverhalen schrijft
fabeldichters	=	fabeldichter
fabeldichtertje	=	fabeldichter
fabeldichtertjes	=	fabeldichter
fabeldier	noun	fictief wezen dat in de loop der geschiedenis uit de verbeelding van de mensheid is ontsproten
fabeldieren	=	fabeldier
fabeldiertje	=	fabeldier
fabeldiertjes	=	fabeldier
fabelen	=	fabel
fabelleer	noun	mythologie
fabelleertje	=	fabelleer
fabelleertjes	=	fabelleer
fabels	=	fabel
fabeltastisch	adj|informal	van iets dat het buitengewoon goed, geweldig of fantastisch is
fabeltastische	=	fabeltastisch
fabeltastischer	=	fabeltastisch
fabeltastischere	=	fabeltastisch
fabeltastischers	=	fabeltastisch
fabeltje	=	fabel
fabeltjes	=	fabel
fabeltjesfuik	noun	de parallelle werkelijkheid van complotdenkers die op sociale media door algoritmes steeds meer berichten te zien krijgen over complotten en hier steeds meer in gaan geloven
fabeltjesfuiken	=	fabeltjesfuik
fabergé-ei	noun	elk van de ongeveer 70 juwelen in de vorm van een paasei, gemaakt door Peter Carl Fabergé voor het Russische vorstenhuis
fabergé-eieren	=	fabergé-ei
fabiden	noun	de naam die in de 23e druk van de Heukels gebruikt wordt voor een groep planten.
fabrica	noun	'kerksieraden', sieraden van de synagoge
fabricaat	noun	een product gemaakt door een fabriek
fabricaatje	=	fabricaat
fabricaatjes	=	fabricaat
fabricage	noun	machinale productie in een fabriek
fabricagefout	noun	defect in een product dat ontstaan is door een fout in het productieproces
fabricagefouten	=	fabricagefout
fabricagefoutje	=	fabricagefout
fabricagefoutjes	=	fabricagefout
fabricagehal	noun	hal waar het een en ander in elkaar wordt gezet
fabricagehallen	=	fabricagehal
fabricagehalletje	=	fabricagehal
fabricagehalletjes	=	fabricagehal
fabricageproces	noun	het geheel van handelingen dat nodig is om iets in een fabriek te maken
fabricageprocessen	=	fabricageproces
fabricages	=	fabricage
fabricaten	=	fabricaat
fabricatie	noun	het vervaardigen van producten; aanmaak, vervaardiging, bewerking door een fabriek
fabriceer	=	fabriceren
fabriceerde	=	fabriceren
fabriceerden	=	fabriceren
fabriceert	=	fabriceren
fabricere	=	fabriceren
fabriceren	verb	een product door middel van werktuigen bewerken of vervaardigen
fabricerend	=	fabriceren
fabricerende	=	fabriceren
fabriek	noun	plaats waar op industriële schaal productie bedreven wordt
fabrieke	=	fabrieken
fabrieken	verb	tot stand brengen
fabriekend	=	fabrieken
fabriekende	=	fabrieken
fabriekje	=	fabriek
fabriekjes	=	fabriek
fabrieksaardappel	noun	aardappel die men als grondstof gebruikt in fabrieken; aardappel die dient als grondstof voor aardappelzetmeel
fabrieksaardappelen	=	fabrieksaardappel
fabrieksaardappels	=	fabrieksaardappel
fabrieksaardappeltje	=	fabrieksaardappel
fabrieksaardappeltjes	=	fabrieksaardappel
fabrieksarbeid	noun	werk dat door arbeiders in een fabriek wordt gedaan
fabrieksarbeider	noun	arbeider in een fabriek
fabrieksarbeiders	=	fabrieksarbeider
fabrieksarbeidertje	=	fabrieksarbeider
fabrieksarbeidertjes	=	fabrieksarbeider
fabrieksarbeidster	noun	vrouwelijke vorm van fabrieksarbeider
fabrieksarbeidsters	=	fabrieksarbeidster
fabrieksarbeidstertje	=	fabrieksarbeidster
fabrieksarbeidstertjes	=	fabrieksarbeidster
fabriekscomplex	noun	groep gebouwen die samen een fabriek vormen
fabriekscomplexen	=	fabriekscomplex
fabriekscomplexje	=	fabriekscomplex
fabrieksdirecteur	noun	iemand die leiding geeft aan een bedrijfsvestiging waar producten in serie worden gemaakt
fabrieksdirecteuren	=	fabrieksdirecteur
fabrieksdirecteurs	=	fabrieksdirecteur
fabrieksfout	noun	product dat niet goed gemaakt is
fabrieksfouten	=	fabrieksfout
fabrieksfoutje	=	fabrieksfout
fabrieksfoutjes	=	fabrieksfout
fabrieksgarantie	noun	door de producent verleend recht op gratis reparatie of een vervangend product als iets kapot gaat binnen de garantieperiode
fabrieksgaranties	=	fabrieksgarantie
fabrieksgebouw	noun	gebouw waarin een fabriek is gevestigd
fabrieksgebouwen	=	fabrieksgebouw
fabrieksgebouwtje	=	fabrieksgebouw
fabrieksgebouwtjes	=	fabrieksgebouw
fabrieksgoederen	noun	producten die gemaakt worden in een fabriek
fabriekshal	noun	grote ruimte waarin goederen worden geproduceerd die deel uitmaakt van een fabriek
fabriekshallen	=	fabriekshal
fabriekshalletje	=	fabriekshal
fabriekshalletjes	=	fabriekshal
fabrieksloods	noun	grote (opslag)ruimte die hoort bij een fabriek
fabrieksloodsen	=	fabrieksloods
fabrieksloodsje	=	fabrieksloods
fabrieksloodsjes	=	fabrieksloods
fabrieksmatig	adj	massaal in een fabriek geproduceerd
fabrieksmatige	=	fabrieksmatig
fabrieksmatiger	=	fabrieksmatig
fabrieksmatigere	=	fabrieksmatig
fabrieksmatigers	=	fabrieksmatig
fabrieksmatigs	=	fabrieksmatig
fabrieksmatigst	=	fabrieksmatig
fabrieksmatigste	=	fabrieksmatig
fabrieksnieuw	adj	nog helemaal ongebruikt, in perfecte staat
fabrieksnieuwe	=	fabrieksnieuw
fabrieksnieuws	=	fabrieksnieuw
fabrieksopgave	noun	gegevens over een product zoals deze verstrekt worden door de fabrikant
fabrieksopgaven	=	fabrieksopgave
fabrieksopgaves	=	fabrieksopgave
fabriekspand	noun	gebouw waarin een fabriek is gevestigd
fabriekspanden	=	fabriekspand
fabriekspandje	=	fabriekspand
fabriekspandjes	=	fabriekspand
fabriekspersoneel	noun	de werknemers die in een fabriek werken
fabriekspoort	noun	gecombineerde in- en uitgang van een fabrieksterrein
fabriekspoorten	=	fabriekspoort
fabriekspoortje	=	fabriekspoort
fabriekspoortjes	=	fabriekspoort
fabrieksrestant	noun	restant van een fabrieksproduct
fabrieksrestanten	=	fabrieksrestant
fabrieksrijder	noun	motorrijder die een fabrieksmotorfiets tot zijn beschikking krijgt
fabrieksrijders	=	fabrieksrijder
fabrieksrijdertje	=	fabrieksrijder
fabrieksrollade	noun	een rollade die in een vleesfabriek gemaakt
fabrieksrollades	=	fabrieksrollade
fabrieksrolladetje	=	fabrieksrollade
fabrieksrolladetjes	=	fabrieksrollade
fabrieksruimte	noun	hal van een fabrieksgebouw waarin producten worden gemaakt
fabrieksruimten	=	fabrieksruimte
fabrieksruimtes	=	fabrieksruimte
fabrieksschoorsteen	noun	hoge, vrijstaande, ronde schoorsteen die hoort bij een fabriekscomplex waar ze gebruikt werden voor steenkolen gestookte stoommachines
fabrieksschoorsteentje	=	fabrieksschoorsteen
fabrieksschoorsteentjes	=	fabrieksschoorsteen
fabrieksschoorstenen	=	fabrieksschoorsteen
fabriekssirene	noun	luide toeter die de het begin en en einde van een werkdag aangeeft van een fabriek
fabriekssirenen	=	fabriekssirene
fabriekssirenes	=	fabriekssirene
fabriekssluiting	noun	het staken van de productie door een fabriek
fabriekssluitingen	=	fabriekssluiting
fabrieksstad	noun	stad waarin veel fabrieken zijn gevestigd
fabrieksstadje	=	fabrieksstad
fabrieksstadjes	=	fabrieksstad
fabriekssteden	=	fabrieksstad
fabrieksteam	noun	een raceteam dat verbonden is aan de producent van de motor of racewagen die men gebruikt
fabrieksteampje	=	fabrieksteam
fabrieksteams	=	fabrieksteam
fabrieksterrein	noun	stuk grond waarop één of meer fabrieken gebouwd zijn
fabrieksterreinen	=	fabrieksterrein
fabrieksterreintje	=	fabrieksterrein
fabrieksterreintjes	=	fabrieksterrein
fabriekswerk	noun	het werk dat verricht wordt in een fabriek
fabriekswerken	=	fabriekswerk
fabriekt	=	fabrieken
fabriekte	=	fabrieken
fabriekten	=	fabrieken
fabrikaat	=	fabricaat
fabrikant	noun	een eigenaar of ondernemer van een fabriek.
fabrikanten	=	fabrikant
fabrikantje	=	fabrikant
fabrikantjes	=	fabrikant
fabrikeer	=	fabrikeren
fabrikeerde	=	fabrikeren
fabrikeerden	=	fabrikeren
fabrikeert	=	fabrikeren
fabrikere	=	fabrikeren
fabrikeren	verb	in elkaar zetten
fabrikerend	=	fabrikeren
fabrikerende	=	fabrikeren
fabulant	noun	fantast
fabulanten	=	fabulant
fabulantje	=	fabulant
fabulantjes	=	fabulant
fabuleer	=	fabuleren
fabuleerde	=	fabuleren
fabuleerden	=	fabuleren
fabuleert	=	fabuleren
fabulere	=	fabuleren
fabuleren	verb	verzinsels vertellen en wel zodanig dat men er zelf in gaat geloven (-> Münchhausen)
fabulerend	=	fabuleren
fabulerende	=	fabuleren
fabuleus	adj	zo heel erg groot, goed en bijzonder dat er veel over verteld wordt maar misschien ook niet helemaal waar is
fabuleust	=	fabuleus
fabuleuste	=	fabuleus
fabuleuze	=	fabuleus
fabuleuzer	=	fabuleus
fabuleuzere	=	fabuleus
fabuleuzers	=	fabuleus
face-off	noun	het begin van een ijshockeywedstrijd of een herstart van de ijshockeywedstrijd waarbij de scheidsrechter de puck weer in het spel brengt.
face-offs	=	face-off
face-à-main	noun|obsolete	een soort bril met aan een zijde een stokje of handvat, met name gebruikt door dames
face-à-mains	=	face-à-main
facebook	=	facebooken
facebookaccount	noun	inschrijving op de wereldwijd veel gebruikte netwerksite voor het onderhouden van sociale contacten
facebookaccounts	=	facebookaccount
facebookactie	noun	een promotionele activiteit, zoals een wedstrijd of weggeefactie, die een bedrijf of instelling organiseert op Facebook om de betrokkenheid van fans te vergroten, nieuwe volgers aan te trekken en naamsbekendheid te vergroten
facebookacties	=	facebookactie
facebookactietje	=	facebookactie
facebookactietjes	=	facebookactie
facebooke	=	facebooken
facebooken	verb	de socialenetwerksite Facebook gebruiken
facebookend	=	facebooken
facebookende	=	facebooken
facebooker	noun	gebruiker van Facebook
facebookers	=	facebooker
facebookfeestje	noun	een feestje georganiseerd via Facebook
facebookfeestjes	=	facebookfeestje
facebookpagina	noun	publicatie van een bedrijf of organisatie op de wereldwijd veel gebruikte netwerksite voor het onderhouden van sociale contacten
facebookpagina's	=	facebookpagina
facebookprofiel	noun	(internet), (media) de manier waarop iemand zich presenteert op een wereldwijd veel gebruikte netwerksite voor het onderhouden van sociale contacten
facebookprofielen	=	facebookprofiel
facebookt	=	facebooken
facebookte	=	facebooken
facebookten	=	facebooken
facebookvoyeur	noun	iemand die wel de statusupdates van Faceboekvrienden bekijkt maar zelf geen posts plaatst
facebookvoyeurs	=	facebookvoyeur
facebookvoyeurtje	=	facebookvoyeur
facebookvoyeurtjes	=	facebookvoyeur
facebookvriend	noun	iemand die op Facebook als "vriend" gemarkeerd staat, maar in het echte leven je vaak niet kent en niet een echte vriend is
facebookvrienden	=	facebookvriend
facebookvriendin	=	facebookvriend
facebookvriendje	=	facebookvriend
facebookvriendjes	=	facebookvriend
facekini	noun	gezichtsmasker dat tegen de zon beschermt
facekini's	=	facekini
facekinietje	=	facekini
facekinietjes	=	facekini
facelift	noun	cosmetische ingreep van de chirurgie ter verfraaiing van het gezicht
facelifte	=	faceliften
faceliften	verb	door kosmetische chirurgie ontdoen van rimpels en vetweefsel in het gelaat
faceliftend	=	faceliften
faceliftende	=	faceliften
faceliftje	=	facelift
faceliftjes	=	facelift
facelifts	=	facelift
faceliftte	=	faceliften
faceliftten	=	faceliften
facepalm	noun	een fysiek gebaar, waarbij met een hand delen van het gezicht bedekt worden
facet	noun	platgeslepen oppervak van een metaal, glas of gesteente
facetime	=	facetimen
facetimede	=	facetimen
facetimeden	=	facetimen
facetimen	verb	gebruik maken van FaceTime, een programma van Apple voor videotelefonie
facetimend	=	facetimen
facetimende	=	facetimen
facetimet	=	facetimen
facetje	=	facet
facetjes	=	facet
facetogen	=	facetoog
facetoog	noun	een oog voorzien van een groot aantal naast elkaar gelegen lenzen, de facetten
facetoogje	=	facetoog
facetoogjes	=	facetoog
facetteer	=	facetteren
facetteerde	=	facetteren
facetteerden	=	facetteren
facetteert	=	facetteren
facetten	=	facet
facettere	=	facetteren
facetteren	verb	kleine, platte en gepolijste vlakken (facetten) in een precies geometrisch patroon op een hard materiaal aanbrengen
facetterend	=	facetteren
facetterende	=	facetteren
faciaal	adj	met betrekking tot het aangezicht
faciaals	=	faciaal
faciale	=	faciaal
facialisparese	noun	plotselinge eenzijdige verlamming van de aangezichtsspieren
facialisparesen	=	facialisparese
facie	noun	gezicht
faciel	adj	inschikkelijk, gedwee
faciele	=	faciel
facieler	=	faciel
facielere	=	faciel
facielers	=	faciel
faciels	=	faciel
facielst	=	faciel
facielste	=	faciel
facies	=	facie
facietje	=	facie
facietjes	=	facie
facilitair	adj	ondersteunende voorzieningen verschaffend
facilitairder	=	facilitair
facilitairdere	=	facilitair
facilitairders	=	facilitair
facilitaire	=	facilitair
facilitairs	=	facilitair
facilitairst	=	facilitair
facilitairste	=	facilitair
facilitator	noun	persoon, groep of instelling die iets faciliteert
facilitatoren	=	facilitator
facilitators	=	facilitator
facilitatortje	=	facilitator
facilitatortjes	=	facilitator
faciliteer	=	faciliteren
faciliteerde	=	faciliteren
faciliteerden	=	faciliteren
faciliteert	=	faciliteren
faciliteit	noun	een voorziening, hulpmiddel
faciliteiten	=	faciliteit
faciliteitengemeente	noun	een Belgische gemeente gelegen in een eentalig gebied waarvan grondwettelijk is vastgelegd dat ze gemeentelijke diensten, als burgers daar om vragen, ook in een andere taal moet aanbieden dan in de officiële taal van het taalgebied, waarin de gemeente ligt
faciliteitengemeenten	=	faciliteitengemeente
faciliteitengemeentes	=	faciliteitengemeente
faciliteitje	=	faciliteit
faciliteitjes	=	faciliteit
facilitere	=	faciliteren
faciliteren	verb	technische hulp, voorzieningen aanbieden, beschikbaar stellen, ondersteunen
faciliterend	=	faciliteren
faciliterende	=	faciliteren
facilitering	noun	het ervoor zorgen dat iets mogelijk is; het ervoor zorgen dat iets gedaan kan worden; het iets vergemakkelijken
faciliteringen	=	facilitering
facit	noun	het resultaat van een (be)werking of berekening
facits	=	facit
facoscoop	noun	apparaat waarmee men de ooglens onderzoekt
facoscoopje	=	facoscoop
facoscoopjes	=	facoscoop
facoscopen	=	facoscoop
facsimile	noun	nauwkeurige nabootsing, reproductie
facsimile's	=	facsimile
facsimile-uitgave	noun	tekstuitgave in de vorm van een fotografische afbeelding van handschrift of oude druk
facsimile-uitgaven	=	facsimile-uitgave
facsimile-uitgavetje	=	facsimile-uitgave
facsimile-uitgavetjes	=	facsimile-uitgave
facsimileetje	=	facsimile
facsimileetjes	=	facsimile
facta	=	factum
factcheck	=	factchecken
factchecke	=	factchecken
factchecken	verb	controleren van binnengekomen berichten op juistheid en het daaruit filteren van onjuistheden
factcheckend	=	factchecken
factcheckende	=	factchecken
factchecker	noun	iemand die controleert of gedane beweringen feitelijk juist zijn
factcheckers	=	factchecker
factchecking	noun	controleren op feitelijke onjuistheden
factcheckredactie	noun	redactie van een nieuwsorganisatie die er op gericht is om binnengekomen berichten te controleren op juistheid en onjuiste berichten eruit te filteren
factcheckredacties	=	factcheckredactie
factcheckt	=	factchecken
factcheckte	=	factchecken
factcheckten	=	factchecken
facteur	noun	iemand die poststukken bij de geadresseerde bezorgt
facteureke	=	facteur
facteurs	=	facteur
facteurtje	=	facteur
factfinding	noun	het proces van het achterhalen van de feitelijke toedracht van een situatie of geschil, vaak door het verzamelen van informatie via gerichte vragen
factfindings	=	factfinding
factfindinkje	=	factfinding
factfindinkjes	=	factfinding
factie	noun	agerende politieke groepering (partij binnen een partij)
facties	=	factie
factietje	=	factie
factionboek	noun	een boek dat een mix is van feiten en fictie
factionboeken	=	factionboek
factionboekje	=	factionboek
factionboekjes	=	factionboek
factisch	adj	met betrekking tot de feiten
factische	=	factisch
factischer	=	factisch
factischere	=	factisch
factischers	=	factisch
factitief	noun	werkwoorden die uitdrukken dat het onderwerp de handeling niet zelf uitvoert maar dit door anderen laat doen	adj	veroorzakend werkwoord
factitiefs	=	factitief
factitiefst	=	factitief
factitiefste	=	factitief
factitieve	=	factitief
factitieven	=	factitief
factitiever	=	factitief
factitievere	=	factitief
factitievers	=	factitief
factiën	=	factie
factoor	noun	tussenpersoon, handelaar, vertegenwoordiger, factor
factoortje	=	factoor
factoortjes	=	factoor
factor	noun	meewerkende oorzaak, katalysator
factoranalyse	noun	berekeningstechniek die voor een groot aantal geobserveerde variabelen een kleiner aantal achterliggende variabelen identificeert
factoranalysen	=	factoranalyse
factoranalyses	=	factoranalyse
factoreerde	=	factoreren
factoren	=	factor
factoreren	verb	fungeren als factor (zaakgelastigde)
factorij	noun	een nederzetting in een ander land die fungeerde als steunpunt voor overzeese handel.
factorijen	=	factorij
factorijtje	=	factorij
factorijtjes	=	factorij
factoring	noun	het overdragen van de facturatie en het debiteurenrisico van een bedrijf aan een daarin gespecialiseerd bedrijf dat daarvoor een vergoeding ontvangt
factors	=	factor
factortje	=	factor
factortjes	=	factor
factoryoutlet	noun	fabriekswinkel
factotum	noun	iemand die vele kleine karweitjes kan opknappen
factotumpje	=	factotum
factotums	=	factotum
factsheet	noun	tekst met een opsomming van een aantal objectieve feiten
factsheets	=	factsheet
factueel	adj	berustend op de werkelijkheid, berustend op feiten
factueels	=	factueel
factueelst	=	factueel
factueelste	=	factueel
factuele	=	factueel
factueler	=	factueel
factuelere	=	factueel
factuelers	=	factueel
factum	noun	feit of handeling
facturatie	noun	het opmaken van een rekening
facturatiegegeven	noun	een stukje informatie dat de facturatie betreft
facturatiegegevens	=	facturatiegegeven
facturaties	=	facturatie
factureer	=	factureren
factureerbaar	adj	in rekening te brengen, waar je geld voor kunt vragen
factureerbaarder	=	factureerbaar
factureerbaardere	=	factureerbaar
factureerbaarders	=	factureerbaar
factureerbaars	=	factureerbaar
factureerbaarst	=	factureerbaar
factureerbaarste	=	factureerbaar
factureerbare	=	factureerbaar
factureerde	=	factureren
factureerden	=	factureren
factureert	=	factureren
facturen	=	factuur
facturere	=	factureren
factureren	verb	een factuur opmaken van, op een factuur vermelden
facturerend	=	factureren
facturerende	=	factureren
facturering	noun	het opmaken van een rekening
factureringen	=	facturering
facturist	noun	iemand die met het opmaken van de facturen is belast
facturisten	=	facturist
factuur	noun	document met een beschrijving van goederen die een bedrijf (aan een ander bedrijf) geleverd heeft en de daarmee gepaard gaande kosten
factuuradres	noun	postadres waarnaar men de rekening moet sturen
factuuradressen	=	factuuradres
factuurbasis	noun	boekhoudkundig principe waarbij uitgaven en inkomsten worden geregistreerd op de datum van facturering
factuurfraude	noun	fraude op basis van een factuur een een vals bankrekeningnummer
factuurfraudes	=	factuurfraude
factuurgegeven	noun	een stukje informatie dat op een rekening vermeld staat of moet staan
factuurgegevens	noun	alle noodzakelijke gegevens die op een rekening vermeld staan
factuurgegeventje	=	factuurgegeven
factuurgegeventjes	=	factuurgegeven
factuurnummer	noun	het identificatienummer van een te betalen rekening
factuurnummers	=	factuurnummer
factuurtje	=	factuur
factuurtjes	=	factuur
facultair	adj	betrekking hebbend op een studierichting van een universiteit
facultairder	=	facultair
facultairdere	=	facultair
facultairders	=	facultair
facultaire	=	facultair
facultairs	=	facultair
facultairst	=	facultair
facultairste	=	facultair
facultatief	adj	onverplicht of vrijwillig
facultatiefs	=	facultatief
facultatiefst	=	facultatief
facultatiefste	=	facultatief
facultatieve	=	facultatief
facultatiever	=	facultatief
facultatievere	=	facultatief
facultatievers	=	facultatief
faculteit	noun	elk van de hoofdafdelingen van een universiteit of hogeschool
faculteiten	=	faculteit
faculteitje	=	faculteit
faculteitsbesturen	=	faculteitsbestuur
faculteitsbestuur	noun	de leiding van een afdeling van een universiteit
faculteitsgebouw	noun	gebouw waarin een afdeling van een universiteit is gehuisvest
faculteitsgebouwen	=	faculteitsgebouw
faculteitskring	noun	vereniging van studenten die aan eenzelfde faculteit studeren
faculteitskringen	=	faculteitskring
faculteitsraad	noun	medezeggenschapsorgaan van studenten en personeel bij een hoofdafdeling van universiteit of hogeschool
faculteitsraden	=	faculteitsraad
faculteitsvereniging	noun	vereniging waar studenten die studeren aan één bepaalde hoofdafdeling van een universiteit lid van kunnen zijn
faculteitsverenigingen	=	faculteitsvereniging
fade	noun	geleidelijk verandering van geluidssterkte of belichting	adj	zonder aantrekkingskracht of overtuiging
fade-out	noun	een manipulatie voor geluidsopnamen waarbij het geluid van het laatste deel van de opname geleidelijk verzwakt wordt tot absolute stilte
fade-outs	=	fade-out
fadede	=	faden
fadeden	=	faden
faden	verb	langzaam zwakker, minder luid of minder duidelijk worden; langzaam laten verdwijnen
fadend	=	faden
fadende	=	faden
fadet	=	faden
fading	noun	verschijnsel dat de sterkte van ontvangst van elektromagnetische golven plotseling wegzakt en daarna weer terugkomt
fadings	=	fading
fado	noun	droevige muziek uit Portugal / levenslied uit Portugal met gitaar begeleiding
fado's	=	fado
fadozangeres	noun	vrouwelijke zanger van Portugese volksmuziek
fadozangeressen	=	fadozangeres
fadsen	=	fatsen
faecaal	=	fecaal
faeces	=	feces
faeröerder	noun	een inwoner van Faeröer, of iemand afkomstig uit Faeröer
faeröerders	=	faeröerder
faeröers	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Faeröer
faeröerse	noun	een vrouwelijke inwoner van Faeröer, of een vrouw afkomstig uit Faeröer
faeröersen	=	faeröerse
faeröerser	=	faeröers
faeröersere	=	faeröers
faeröersers	=	faeröers
faeröerst	=	faeröers
faeröerstalig	adj	de Faeröerse taal sprekend
faeröerstalige	=	faeröerstalig
faeröerstaligs	=	faeröerstalig
faeröerste	=	faeröers
fagen	=	faag
fagocyt	noun	wit bloedlichaampje dat bacteriën en stukjes afgestorven weefsel in zich kan opnemen en verteren door middel van omsluiting (fagocytose)
fagocyten	=	fagocyt
fagocytose	noun	vernietiging door een cel van schadelijke bestanddelen die in het levend weefsel zijn binnengedrongen
fagot	noun	een houten blaasinstrument met dubbelriet
fagotje	=	fagot
fagotjes	=	fagot
fagotten	=	fagot
fagottist	noun	iemand die de fagot bespeelt
fagottiste	noun	vrouw die de fagot bespeelt
fagottisten	=	fagottist
fagottistes	=	fagottiste
fagottistje	=	fagottist
fagottistjes	=	fagottist
fahrenheit	noun	naam van een temperatuurschaal
faience	noun	wit geglazuurd en beschilderd aardewerk, oorspronkelijk uit Faenza (Italië)
faiences	=	faience
fail	noun|informal	opvallende mislukking
failleer	=	failleren
failleerde	=	failleren
failleerden	=	failleren
failleert	=	failleren
faillere	=	failleren
failleren	verb	van een persoon of organisatie dat deze zijn financiële verplichtingen niet meer kan nakomen; bankroet gaan
faillerend	=	failleren
faillerende	=	failleren
failliet	adj	in staat van faillissement
failliete	=	failliet
faillieten	=	failliet
faillieter	=	failliet
faillietere	=	failliet
faillieters	=	failliet
failliets	=	failliet
faillietst	=	failliet
faillietste	=	failliet
faillietverklaring	noun	door de rechter bekrachtigde verklaring dat een persoon of bedrijf niet meer in staat is zijn of haar schulden te betalen
faillietverklaringen	=	faillietverklaring
faillietverklarinkje	=	faillietverklaring
faillietverklarinkjes	=	faillietverklaring
faillissement	noun	de toestand van iemand die, blijkens rechterlijk onderzoek, niet in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen
faillissementen	=	faillissement
faillissementje	=	faillissement
faillissementjes	=	faillissement
faillissementsaanvraag	noun	officieel verzoek bij een rechtbank om het gehele vermogen van een bedrijf of rechtspersoon te gelde te maken om de schuldeisers geheel of gedeeltelijk te kunnen betalen
faillissementsaanvragen	=	faillissementsaanvraag
faillissementscurator	noun	persoon die de bezittingen van een failliet persoon of bedrijf beheert met als doel de schuldeisers maximaal te compenseren
faillissementscuratoren	=	faillissementscurator
faillissementscurators	=	faillissementscurator
faillissementsfraude	noun	fraude in geval van een faillissement
faillissementsfraudes	=	faillissementsfraude
faillissementsprocedure	noun	de gang van zaken rond een persoon of organisatie die zijn of haar schulden niet meer kan betalen
faillissementsprocedures	=	faillissementsprocedure
faillissementsrecht	noun	alle wettelijke regelingen rond de situatie dat een persoon of organisatie niet meer in staat is zijn of haar schulden te betalen
faillissementsrechtbank	noun	rechtbank waar schuldeisers zich kunnen melden als een bedrijf failliet is verklaard
faillissementsrechtbanken	=	faillissementsrechtbank
faillissementsrechten	=	faillissementsrecht
faillissementsrechter	noun	rechter die zich bezighoudt met bedrijven en personen die hun financiële verplichtingen niet meer kunnen nakomen
faillissementsrechters	=	faillissementsrechter
faillissementsverkoop	noun	verkoop van de bezittingen van een failliet gegaan bedrijf met de bedoeling om de schuldeisers te betalen
faillissementswet	noun	wet die bepaalt hoe men moet omgaan met een bedrijf dat zijn financiële verplichtingen niet meer kan nakomen
faillissementswetgeving	noun	alle wetgeving die betrekking heeft op rechtspersonen die hun schulden niet kunnen betalen
faillissementswetgevingen	=	faillissementswetgeving
faillissementswetten	=	faillissementswet
fails	=	fail
failsafe	adj	niet leidend tot een minder veilige werking in geval van fouten, gebreken en verstoringen
fair	adj	eerlijk , sportief
fairder	=	fair
fairdere	=	fair
fairders	=	fair
faire	=	fair
fairfokhond	noun	legaal gefokte rashond
fairfokhonden	=	fairfokhond
fairfokkeurmerk	noun	keurmerk dat een rashond op een goede, eerlijke manier is gefokt
fairfokkeurmerken	=	fairfokkeurmerk
fairs	=	fair
fairst	=	fair
fairste	=	fair
fairtradechocolade	noun	chocolade verkregen door eerlijke handel en een eerlijke beloning voor de cacaoboeren
fairtradechocolades	=	fairtradechocolade
fairtradelabel	noun	keurmerk betreffende internationale handel die gericht is op een duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden
fairtradelabels	=	fairtradelabel
fairway	noun	golfbaan gelegen tussen de tee en de green
fairways	=	fairway
faisant	=	fazant
faiseuse	noun	vrouwelijke modeontwerpster
faiseuses	=	faiseuse
faixa	noun	lange, smalle doek waarmee de twee delen van de Torarol bijeengehouden worden
faixes	=	faixa
faja	adj|informal	brutaal, ongepast
faka	=	fawaka
fakbar	noun	een café dat wordt geëxploiteerd door een of meer studentenkringen
fakbars	=	fakbar
fake	noun	bedrog, namaak, vervalsing	adj	onecht, niet gemeend, nagemaakt
fakeboy	noun	iemand die zich voordoet als een loverboy om te onderzoeken hoe makkelijk meisjes te verleiden zijn
fakeboys	=	fakeboy
faken	verb	simuleren, in scene zetten
fakend	=	faken
fakende	=	faken
fakenieuws	noun	bewust verspreid onwaar nieuws om de mening van iemand te manipuleren
fakes	=	fake
faket	=	faken
fakete	=	faken
faketen	=	faken
faketeraan	noun	man die zich voordoet als een veteraan maar dat niet is
faketeraantje	=	faketeraan
faketeraantjes	=	faketeraan
faketeranen	=	faketeraan
fakir	noun	soefistische en soms ook hindoeïstische asceet die vooral voorkomt in India
fakirs	=	fakir
fakirtje	=	fakir
fakirtjes	=	fakir
fakkel	noun	staaf of stok die aan de bovenkant in een brandbare stof gedrenkt is, brandend zorgt het voor verlichting
fakkeldraagster	noun	vrouw die een (brandende) fakkeldraagt
fakkeldraagsters	=	fakkeldraagster
fakkeldrager	noun	iemand die een brandende toorts draagt; met name de toorts die van de olympische vlam
fakkeldragers	=	fakkeldrager
fakkeldragertje	=	fakkeldrager
fakkeldragertjes	=	fakkeldrager
fakkelgras	noun	een geslacht Koeleria uit de grassenfamilie (Poaceae).
fakkelgrasje	=	fakkelgras
fakkelgrasjes	=	fakkelgras
fakkelgrassen	=	fakkelgras
fakkellicht	noun	licht dat afkomstig is van een brandende toorts
fakkellichten	=	fakkellicht
fakkeloptocht	noun	een nachtelijke optocht van een groep fakkelsdragende mensen
fakkeloptochten	=	fakkeloptocht
fakkels	=	fakkel
fakkeltje	=	fakkel
fakkeltjes	=	fakkel
fakkeltocht	noun	optocht van een aantal mensen die een brandende toorts dragen
fakkeltochten	=	fakkeltocht
fakkeltochtje	=	fakkeltocht
fakkeltochtjes	=	fakkeltocht
fakteur	=	facteur
falafel	noun	van oorsprong Libanees vegetarisch gerecht van fijngemaakte, tot balletjes gedraaide en vervolgens gefrituurde (gemalen) kikkererwten en/of tuinbonen, uien en kruiden, gewoonlijk in een broodje
falafels	=	falafel
falafeltje	=	falafel
falafeltjes	=	falafel
falafelzaak	noun	een restaurant of snackbar waar je falafel kunt kopen, een gerecht uit het Midden-Oosten dat bestaat uit gefrituurde balletjes van kikkererwten en/of tuinbonen met kruiden#
falafelzaakje	=	falafelzaak
falafelzaakjes	=	falafelzaak
falafelzaken	=	falafelzaak
falange	noun	een antieke gevechtsformatie, vooral gebruikt door de Grieken (o.a.
falange's	=	falange
falanges	=	falange
falangisme	noun	fascistische ideologie, o.a. in Spanje en Libanon
falangist	noun	iemand die een aanhanger is van het falangisme (Spanje en Libanon) een conservatieve christelijke ideologie die fascistoïde trekken heeft
falangisten	=	falangist
falangistenregime	noun	regering met een conservatieve christelijke ideologie die fascistoïde trekken heeft
falangistenregimes	=	falangistenregime
falanx	noun	rechthoekige gesloten formatie van zware infanterie, veel gebruikt door de Grieken in de klassieke oudheid
falanxen	=	falanx
falanxje	=	falanx
falanxjes	=	falanx
falasha	noun	Ethiopische jood
falasha's	=	falasha
falasja	noun	Ethiopische jood
falasja's	=	falasja
falbala	noun	geplooide of geschulpte strook ter versiering van kledingstukken
falbala's	=	falbala
falderappes	noun	slecht volk
falderappesen	=	falderappes
faldistoria	=	faldistorium
faldistorium	noun	een verplaatsbare X-vormige vouwstoel met armleggers en zonder rugleuning gebruikt door de bisschop, bisschopsstoel
faldistoriumpje	=	faldistorium
faldistoriumpjes	=	faldistorium
fale	=	falen
falen	verb	het doel dat men zich gesteld had niet bereiken
falend	adj	helemaal verkeerd gegaan
falende	=	falen
falends	=	falend
faleristiek	noun	wetenschap die de vorm en de geschiedenis van de ridderorden én andere onderscheidingen bestudeert
falie	noun	gezicht, smoel
faliekant	adj	uitermate verkeerd
faliekante	=	faliekant
faliekanter	=	faliekant
faliekantere	=	faliekant
faliekanters	=	faliekant
faliekants	=	faliekant
faliekantst	=	faliekant
faliekantste	=	faliekant
falies	=	falie
falietje	=	falie
falietjes	=	falie
falikant	=	faliekant
faling	noun	faillissement
falingen	=	faling
falinkje	=	faling
falinkjes	=	faling
falklandbooteend	noun	Tachyeres brachypterus een eend uit de familie Anatidae.
falklandbooteenden	=	falklandbooteend
falklandbooteendje	=	falklandbooteend
falklandbooteendjes	=	falklandbooteend
falklandcaracara	noun	Phalcoboenus australis een roofvogel uit de familie van de Falconidae (valkachtigen).
falklandcaracara's	=	falklandcaracara
falklandcaracaraatje	=	falklandcaracara
falklandcaracaraatjes	=	falklandcaracara
falklandeilander	noun	een inwoner van de Falklandeilanden, of iemand afkomstig uit de Falklandeilanden
falklandeilanders	=	falklandeilander
falklandeilands	adj	op de Falklandeilanden betrekking hebbend
falklandeilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Falklandeilanden, of een vrouw afkomstig uit de Falklandeilanden
falklandeilandsen	=	falklandeilandse
falklandeilandser	=	falklandeilands
falklandeilandsere	=	falklandeilands
falklandeilandsers	=	falklandeilands
falklandeilandst	=	falklandeilands
falklandeilandste	=	falklandeilands
falklandplevier	noun	Charadrius falklandicus een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
falklandplevieren	=	falklandplevier
falklandpleviertje	=	falklandplevier
falklandpleviertjes	=	falklandplevier
falklandwolf	noun	Dusicyon australis De falklandwolf (Dusicyon australis), ook wel warrah genoemd, is een uitgestorven zoogdier dat behoort tot de hondachtigen en voor het laatst werd waargenomen in 1876.
falklandwolfje	=	falklandwolf
falklandwolfjes	=	falklandwolf
falklandwolven	=	falklandwolf
falkonet	noun	valk; het kleinste kaliber kanon
falkonetten	=	falkonet
fall-out	noun	aanduiding voor het stralingsgevaar dat wordt gevormd door neerdalend stof dat in de minuten tot dagen na een kernexplosie in de atmosfeer of aan het aardoppervlak als radioactief stof neerdaalt rond het explosiepunt of (door verspreiding in de lucht en op de wind) ver daarvandaan
fall-outs	=	fall-out
fallectomie	noun	amputatie van de penis
fallectomietje	=	fallectomie
fallectomietjes	=	fallectomie
fallectomieën	=	fallectomie
fallisch	adj	met betrekking tot het mannelijk lid
fallische	=	fallisch
fallischer	=	fallisch
fallischere	=	fallisch
fallischers	=	fallisch
fallisme	noun	het geheel van opvattingen en gebruiken in verband met de verering van het mannelijk geslachtsdeel
fallocratie	noun	maatschappelijke overheersing van mannen en mannelijke eigenschappen
fallocratieën	=	fallocratie
fallout	=	fall-out
fallus	noun	het mannelijk lid in erectie
fallusdienst	noun	eredienst met het mannelijk lid in erectie als religieus symbool
fallusje	=	fallus
fallusjes	=	fallus
fallussen	=	fallus
fallussymbolen	=	fallussymbool
fallussymbool	noun	afbeelding van het mannelijk lid in erectie als religieus symbool
fallussymbooltje	=	fallussymbool
fallussymbooltjes	=	fallussymbool
falsaris	noun	iemand die valsheid in geschrifte pleegt
falsarisje	=	falsaris
falsarisjes	=	falsaris
falsarissen	=	falsaris
falset	noun	het hoogste register van de menselijke stem, waarbij alleen de randen van de stembanden bij de trilling betrokken zijn
falsetje	=	falset
falsetstem	noun	een manier van zingen waarbij hoge noten kunnen worden 'bereikt'
falsetstemmen	=	falsetstem
falsetstemmetje	=	falsetstem
falsetstemmetjes	=	falsetstem
falsetten	=	falset
falsificatie	noun	vervalsing
falsificaties	=	falsificatie
falsificeer	=	falsificeren
falsificeerbaar	adj	dat iets te toetsen is: de toetsing kan óók aantonen dat de te toetsen veronderstelling onjuist is
falsificeerbaarder	=	falsificeerbaar
falsificeerbaardere	=	falsificeerbaar
falsificeerbaarders	=	falsificeerbaar
falsificeerbaars	=	falsificeerbaar
falsificeerbaarst	=	falsificeerbaar
falsificeerbaarste	=	falsificeerbaar
falsificeerbare	=	falsificeerbaar
falsificeerde	=	falsificeren
falsificeerden	=	falsificeren
falsificeert	=	falsificeren
falsificere	=	falsificeren
falsificeren	verb	de onjuistheid van een theorie of uitspraak aantonen
falsificerend	=	falsificeren
falsificerende	=	falsificeren
falsifieer	=	falsifiëren
falsifieerbaar	adj	openstaand voor ontkrachting
falsifieerbaarder	=	falsifieerbaar
falsifieerbaardere	=	falsifieerbaar
falsifieerbaarders	=	falsifieerbaar
falsifieerbaars	=	falsifieerbaar
falsifieerbaarst	=	falsifieerbaar
falsifieerbaarste	=	falsifieerbaar
falsifieerbare	=	falsifieerbaar
falsifieerde	=	falsifiëren
falsifieerden	=	falsifiëren
falsifieert	=	falsifiëren
falsifiëre	=	falsifiëren
falsifiëren	verb	de ongeldigheid van een theorie (proefondervindelijk) aantonen
falsifiërend	=	falsifiëren
falsifiërende	=	falsifiëren
fameus	adj	beroemd
fameust	=	fameus
fameuste	=	fameus
fameuze	=	fameus
fameuzer	=	fameus
fameuzere	=	fameus
fameuzers	=	fameus
familiaal	adj	gemoedelijk, de familie betreffend
familiaals	=	familiaal
familiaalst	=	familiaal
familiaalste	=	familiaal
familiaar	adj	familiair, gemeenzaam
familiaarder	=	familiaar
familiaardere	=	familiaar
familiaarders	=	familiaar
familiaars	=	familiaar
familiaarst	=	familiaar
familiaarste	=	familiaar
familiair	adj	informeel
familiairder	=	familiair
familiairdere	=	familiair
familiairders	=	familiair
familiaire	=	familiair
familiairs	=	familiair
familiairst	=	familiair
familiairste	=	familiair
familiale	=	familiaal
familialer	=	familiaal
familialere	=	familiaal
familialers	=	familiaal
familiare	=	familiaar
familiariseer	=	familiariseren
familiariseerde	=	familiariseren
familiariseerden	=	familiariseren
familiariseert	=	familiariseren
familiarisere	=	familiariseren
familiariseren	verb	vertrouwd raken met iets of iemand; wennen aan iets of iemand
familiariserend	=	familiariseren
familiariserende	=	familiariseren
familiariteit	noun	ongedwongen omgang
familiariteiten	=	familiariteit
familie	noun	groep mensen met (bloed)verwantschap door een gemeenschappelijke oorsprong
familie-eer	noun	de goede naam van een groep bloedverwanten
familie-etentje	noun	feestelijke maaltijd die men samen met meerdere leden van de familie nuttigt
familie-etentjes	=	familie-etentje
familie-uitbreiding	noun	gebeurtenis waarbij een gezin groter wordt, meestal door de geboorte van een baby.
familie-uitbreidingen	=	familie-uitbreiding
familie-uitbreidinkje	=	familie-uitbreiding
familie-uitbreidinkjes	=	familie-uitbreiding
familie-uitje	noun	een feestelijk tochtje dat men met bloedverwanten maakt
familie-uitjes	=	familie-uitje
familie-uitstap	noun	een feestelijk tochtje dat men met bloedverwanten maakt
familie-uitstapje	=	familie-uitstap
familie-uitstapjes	=	familie-uitstap
familie-uitstappen	=	familie-uitstap
familieaangelegenheden	=	familieaangelegenheid
familieaangelegenheid	noun	een kwestie die betrekking heeft op een aantal bloedverwanten
familieachtergrond	noun	de eigenschappen van de bloedverwanten van iemand
familieachtergronden	=	familieachtergrond
familiealbum	noun	een boekwerk waarin afbeeldingen en teksten voorkomen die betrekking hebben op een familie(geschiedenis)
familiealbums	=	familiealbum
familiearchief	noun	verzameling documenten die zijn gemaakt en/of ontvangen door een groep bloedverwanten
familiearchieven	=	familiearchief
familieauto	noun	de veilige, ruime auto voor het gehele gezin
familieauto's	=	familieauto
familieautootje	=	familieauto
familieautootjes	=	familieauto
familieband	noun	de hechtheid van familierelaties
familiebanden	=	familieband
familiebedrijf	noun	een bedrijf dat eigendom is van familieleden waarin vooral familieleden werken, of dat wordt overgeërfd in de familie
familiebedrijfje	=	familiebedrijf
familiebedrijfjes	=	familiebedrijf
familiebedrijven	=	familiebedrijf
familieberaad	noun	overleg door leden van de familie
familieberaadje	=	familieberaad
familieberaadjes	=	familieberaad
familieberaden	=	familieberaad
familiebericht	noun	bericht in een krant waarin de nabestaanden het overlijden van iemand mededelen
familieberichten	=	familiebericht
familieberichtje	=	familiebericht
familieberichtjes	=	familiebericht
familiebespreking	noun	een overleg waar de hele of een groot deel van de familie bij aanwezig is
familiebesprekingen	=	familiebespreking
familiebesprekinkje	=	familiebespreking
familiebesprekinkjes	=	familiebespreking
familiebetrekking	noun	relatie tussen verschillende familieleden
familiebetrekkingen	=	familiebetrekking
familiebetrekkinkje	=	familiebetrekking
familiebetrekkinkjes	=	familiebetrekking
familiebezit	noun	iets waar een familie (al generaties lang) eigenaar van is
familiebezoek	noun	visite van familie; het afleggen van een visite bij een familielid
familiebezoeken	=	familiebezoek
familiebezoekje	=	familiebezoek
familiebezoekjes	=	familiebezoek
familiebijbel	noun	bijbel die in gebruik is bij een gezin
familiebijbels	=	familiebijbel
familiebijbeltje	=	familiebijbel
familiebijbeltjes	=	familiebijbel
familiebijeenkomst	noun	samenkomst van mensen die een bloedband met elkaar hebben of door een huwelijk met elkaar verbonden zijn
familiebijeenkomsten	=	familiebijeenkomst
familiebijeenkomstje	=	familiebijeenkomst
familieblaadje	=	familieblad
familieblaadjes	=	familieblad
familieblad	noun	tijdschrift voor alle leden van een gezin
familiebladen	=	familieblad
familieboek	noun	officieel document met persoonsgegevens van een gezin
familieboeken	=	familieboek
familieboekje	=	familieboek
familieboekjes	=	familieboek
familieboerderij	noun	een boerderij die in het bezit is van (meerdere generaties van) een familie
familieboerderijen	=	familieboerderij
familiebomen	=	familieboom
familieboom	noun	de afstammingsreeks van een taxonomische familie
familieboompje	=	familieboom
familieboompjes	=	familieboom
familiecamping	noun	een kampeerplaats speciaal geschikt voor families met (kleine) kinderen
familiecampings	=	familiecamping
familieclan	noun	groep bloedverwanten en hun partners waarvan de leden zeer nauw met elkaar samenleven en samen optreden
familieclans	=	familieclan
familiecommissie	noun	groep van familieleden van patiënten die in een verpleeghuis zijn opgenomen waarmee overlegd wordt over praktische zaken die voor de bewoners van belang zijn
familiecommissies	=	familiecommissie
familiecommissietje	=	familiecommissie
familiecommissietjes	=	familiecommissie
familieconcern	noun	groep zelfstandige bedrijven die in het bezit is van een familie
familieconcerns	=	familieconcern
familieconflict	noun	ruzie tussen de leden van een familie over een kwestie die de familie betreft
familieconflicten	=	familieconflict
familiedag	noun	bijeenkomst van de leden van een familie
familiedagen	=	familiedag
familiedagje	=	familiedag
familiedagjes	=	familiedag
familiediner	noun	een avondmaaltijd met de hele familie
familiediners	=	familiediner
familiedinertje	=	familiediner
familiedinertjes	=	familiediner
familiedrama	noun	een ingrijpende gebeurtenis in familieverband
familiedrama's	=	familiedrama
familiedramaatje	=	familiedrama
familiedramaatjes	=	familiedrama
familiefeest	noun	een feest dat samen met familie gevierd wordt
familiefeesten	=	familiefeest
familiefeestje	=	familiefeest
familiefeestjes	=	familiefeest
familiefilm	noun	film geschikt om door het hele gezin te worden bekeken, de film gaat vaak over gebeurtenissen in een familie
familiefilmpje	=	familiefilm
familiefilmpjes	=	familiefilm
familiefilms	=	familiefilm
familiefortuin	noun	het materiële rijkdom van een familie
familiefortuinen	=	familiefortuin
familiefoto	noun	foto van een familie waarop meestal meerdere generaties staan afgebeeld
familiefoto's	=	familiefoto
familiefotootje	=	familiefoto
familiefotootjes	=	familiefoto
familiegebeuren	noun	activiteit waar leden van een gezin samen aan deelnemen
familiegeheim	noun	een geheim dat door de leden van een familie bewaard wordt
familiegeheimen	=	familiegeheim
familiegeheimpje	=	familiegeheim
familiegeheimpjes	=	familiegeheim
familiegelijkenis	noun	zaken waarin leden van een familie op elkaar lijken
familiegelijkenissen	=	familiegelijkenis
familiegeschiedenis	noun	verhaal waarbij de verschillende leden van een familie een rol spelen
familiegeschiedenisje	=	familiegeschiedenis
familiegeschiedenisjes	=	familiegeschiedenis
familiegeschiedenissen	=	familiegeschiedenis
familiegevoel	noun	warme, emotionele verbondenheid zoals familieleden die met elkaar kunnen voelen
familiegoed	noun	gebouw dat in het bezit van een familie is
familiegoederen	=	familiegoed
familiegraf	noun	graf waarin meerdere leden van één familie begraven zijn
familiegraven	=	familiegraf
familiegroep	noun	groep mensen met een gemeenschappelijke afstamming of partnerschap die als een groep samen optreden
familiegroepen	=	familiegroep
familiegroepje	=	familiegroep
familiegroepjes	=	familiegroep
familiehereniging	noun	het weer bij elkaar brengen van familie- en gezinsleden die eerder van elkaar gescheiden zijn geraakt
familieherenigingen	=	familiehereniging
familieherenigingetje	=	familiehereniging
familieherenigingetjes	=	familiehereniging
familiehoofd	noun	hij of zij die gezien wordt als de leider van een familie of gezin
familiehoofden	=	familiehoofd
familiehotel	noun	hotel dat vooral berekend is op het verblijf van gezinnen op vakantie
familiehotelletje	=	familiehotel
familiehotelletjes	=	familiehotel
familiehotels	=	familiehotel
familiehuis	noun	huis dat (al meerdere generaties) in bezit is van een bepaalde familie
familiehuisje	=	familiehuis
familiehuisjes	=	familiehuis
familiehuizen	=	familiehuis
familiehulp	noun	professionele hulp aan families en gezinnen
familiehulpen	=	familiehulp
familiejuweel	noun	een waardevol sierraad dat al lange tijd in het bezit is van een groep bloedverwanten
familiejuwelen	=	familiejuweel
familiekamer	noun	onderdeel van een rechtbank of gerechtshof dat echtscheidingen afhandelt en andere zaken op het terrein van familierecht
familiekamers	=	familiekamer
familiekapitaal	noun	geld waar een familie (al generaties lang) eigenaar van is
familiekapitaaltje	=	familiekapitaal
familiekapitaaltjes	=	familiekapitaal
familiekapitalen	=	familiekapitaal
familiekasteel	noun	kasteel dat (al meerdere generaties) eigendom is van een familie
familiekasteeltje	=	familiekasteel
familiekasteeltjes	=	familiekasteel
familiekastelen	=	familiekasteel
familiekomedie	noun	humoristische film over een familie gemaakt voor alle leeftijden
familiekomedies	=	familiekomedie
familiekomedietje	=	familiekomedie
familiekomedietjes	=	familiekomedie
familiekring	noun	groep van naaste familieleden; leden van een gezin
familiekringen	=	familiekring
familiekringetje	=	familiekring
familiekringetjes	=	familiekring
familiekroniek	noun	boekwerk waarin de gebeurtenissen die plaatsvinden in een familie zijn opgetekend
familiekronieken	=	familiekroniek
familiekroniekje	=	familiekroniek
familiekroniekjes	=	familiekroniek
familiekunde	noun	een discipline van de geschiedkunde die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam
familiekwaal	noun	ziekte die bij veel leden van een familie voorkomt
familiekwaaltje	=	familiekwaal
familiekwaaltjes	=	familiekwaal
familiekwalen	=	familiekwaal
familieleden	=	familielid
familieleven	noun	het gedeelte van iemands leven dat betrekking heeft op zijn of haar gezin en andere bloedverwanten
familielevens	=	familieleven
familieleventje	=	familieleven
familieleventjes	=	familieleven
familielid	noun	persoon beschouwd in zijn verhouding tot degenen met wie hij een familie uitmaakt
familielidje	=	familielid
familielidjes	=	familielid
familielijn	noun	de voortgang van een familienaam door de generaties heen
familielijnen	=	familielijn
familiemaaltijd	noun	een maaltijd die gezamenlijk door familieleden wordt gegeten
familiemaaltijden	=	familiemaaltijd
familieman	noun	een man die zeer betrokken is bij zijn gezin en familie
familiemannen	=	familieman
familiemusical	noun	theatervoorstelling met veel muziek gemaakt voor alle leeftijd en daardoor speciaal geschikt om door een gehele familie bezocht te worden
familiemusicals	=	familiemusical
familienaam	noun	naam die van generatie op generatie en indien gewenst door het huwelijk overgedragen wordt
familienaampje	=	familienaam
familienaampjes	=	familienaam
familienamen	=	familienaam
familieomstandigheden	noun	zaken die spelen in de privésfeer
familieomstandigheid	noun	iets bijzonders in de familie
familieomstandigheidje	=	familieomstandigheid
familieomstandigheidjes	=	familieomstandigheid
familieonderneming	noun	bedrijf dat in het bezit is van een familie
familieondernemingen	=	familieonderneming
familiepark	noun	pretpark dat geschikt is voor alle leeftijden en dus zeer geschikt is om door families bezocht te worden
familieparken	=	familiepark
familieparkje	=	familiepark
familieparkjes	=	familiepark
familiepension	noun	eenvoudig hotel dat ook geschikt is voor een verblijf met (kleine) kinderen
familiepensionnetje	=	familiepension
familiepensionnetjes	=	familiepension
familiepensions	=	familiepension
familieportret	noun	afbeelding van meerdere familieleden
familieportretje	=	familieportret
familieportretjes	=	familieportret
familieportretten	=	familieportret
familiepraktijk	noun	dienstverlenend bedrijf dat speciaal gericht op dienstverlening aan gezinnen en families met kinderen
familiepraktijken	=	familiepraktijk
familiepraktijkje	=	familiepraktijk
familiepraktijkjes	=	familiepraktijk
familieprobleem	noun	problemen in of met de familie, problemen in de thuissituatie
familieprobleempje	=	familieprobleem
familieprobleempjes	=	familieprobleem
familieproblemen	=	familieprobleem
familieprogramma	noun	een televisie-, radio-, of theaterprogramma dat speciaal voor gezinnen wordt gemaakt
familieprogramma's	=	familieprogramma
familieprogrammaatje	=	familieprogramma
familieprogrammaatjes	=	familieprogramma
familieraad	noun	vergadering waarin beslissingen betreffende de familie of het familiebedrijf worden genomen
familieraadje	=	familieraad
familieraadjes	=	familieraad
familieraden	=	familieraad
familierecept	noun	een voorschrift voor de bereiding van een gerecht dat binnen een familie van generatie op generatie wordt doorgegeven
familierecepten	=	familierecept
familierechercheur	noun	vertrouwensagent die de familie van slachtoffers bijstaat
familierechercheurs	=	familierechercheur
familierecht	noun	civielrechtelijk rechtsgebied dat zich bezighoudt met afstamming, adoptie, huwelijk en echtscheiding en andere zaken in verband met de hoedanigheid, familiebetrekkingen en bevoegdheden van personen.
familierechtelijk	adj	betrekking hebbend op het familierecht
familierechtelijke	=	familierechtelijk
familierechtelijker	=	familierechtelijk
familierechtelijkere	=	familierechtelijk
familierechtelijkers	=	familierechtelijk
familierechtelijks	=	familierechtelijk
familierechtelijkst	=	familierechtelijk
familierechtelijkste	=	familierechtelijk
familierechten	=	familierecht
familierechter	noun	rechter die uitspraken doet in rechtszaken die betrekking hebben op het familierecht
familierechters	=	familierechter
familierecord	noun	het beste resultaat dat ooit in een groep bloedverwanten is behaald
familierecordje	=	familierecord
familierecordjes	=	familierecord
familierecords	=	familierecord
familieregering	noun	regering door een kleine groep mensen die horen tot één familie
familieregeringen	=	familieregering
familierelatie	noun	verwantschapsband, familieband
familierelaties	=	familierelatie
familierestaurant	noun	een eetgelegenheid speciaal geschikt om met de hele familie te kunnen eten
familierestaurantje	=	familierestaurant
familierestaurantjes	=	familierestaurant
familierestaurants	=	familierestaurant
familiereünie	noun	feestelijke bijeenkomst waar familieleden elkaar na een periode van scheiding weer ontmoeten
familiereünies	=	familiereünie
familiereünietje	=	familiereünie
familiereünietjes	=	familiereünie
familieroman	noun	roman die de geschiedenis van een familie of gezin tot onderwerp heeft
familieromannetje	=	familieroman
familieromannetjes	=	familieroman
familieromans	=	familieroman
familieruzie	noun	een conflict in een groep bloedverwanten
familieruzies	=	familieruzie
familieruzietje	=	familieruzie
familieruzietjes	=	familieruzie
families	=	familie
familiesaga	noun	een heldhaftige familiegeschiedenis
familiesaga's	=	familiesaga
familiesage	noun	verhaal over een familie
familiesagen	=	familiesage
familiesfeer	noun	alles wat gebeurt in de context van een familie en de familieleden
familiesfeertje	=	familiesfeer
familiesfeertjes	=	familiesfeer
familiesferen	=	familiesfeer
familiespel	noun	een spel dat door jong en oud gespeeld kan worden en zo heel geschikt is om in een gezin of familie te spelen
familiespelen	=	familiespel
familiespellen	=	familiespel
familiesport	noun	sport waaraan meerdere leden van een gezin of familie deelnemen of hebben deelgenomen
familiesporten	=	familiesport
familiestichting	noun	organisatie zonder winstoogmerk die opgericht is en geleid wordt door één of meer leden van één familie
familiestichtingen	=	familiestichting
familiestructuren	=	familiestructuur
familiestructuur	noun	de manier waarop een familie of gezin tot een samengesteld geheel is opgebouwd
familiestuk	noun	een (waardevol) voorwerp dat al lange tijd in het bezit is van een familie
familiestukken	=	familiestuk
familiesysteem	noun	de verhoudingen tussen de verschillende leden van een gezin
familiesysteempje	=	familiesysteem
familiesysteempjes	=	familiesysteem
familiesystemen	=	familiesysteem
familietak	noun	deel van een familie dat een bepaalde gemeenschappelijke voorouder heeft
familietakken	=	familietak
familietherapeute	noun	iemand die leden van een familie helpt als er sprake is van verstoorde onderlinge relaties
familietherapeutes	=	familietherapeute
familietherapie	noun	een tak van psychotherapie , die werkt met families en koppels met een intieme relatie om verandering en ontwikkeling te begeleiden
familietherapieën	=	familietherapie
familietje	=	familie
familietjes	=	familie
familietraditie	noun	een al langer bestaande gewoonte binnen een groep van bloedverwanten
familietradities	=	familietraditie
familietragedie	noun	een noodlottige gebeurtenis betreffende een familie of gezin
familietragedies	=	familietragedie
familietragediën	=	familietragedie
familietrek	noun	een eigenschap die kenmerkend is voor leden van een familie
familietrekje	=	familietrek
familietrekjes	=	familietrek
familietrekken	=	familietrek
familietwist	noun	ruzie binnen een familie; ruzie tussen de verschillende leden van een familie
familietwisten	=	familietwist
familievakantie	noun	een vakantie samen met alle leden van een gezin
familievakanties	=	familievakantie
familievakantietje	=	familievakantie
familievakantietjes	=	familievakantie
familieverband	noun	de gemeenschap van bloedverwanten
familieverbanden	=	familieverband
familievereniging	noun	sportvereniging waar jong en oud lid van kan zijn; sportvereniging waar hele families lid van zijn
familieverenigingen	=	familievereniging
familieverenigingetje	=	familievereniging
familieverenigingetjes	=	familievereniging
familieverhaal	noun	een geschiedenis van bloedverwanten over meerdere generaties
familieverhalen	=	familieverhaal
familieverhouding	noun	relatie tussen de leden van een groep bloedverwanten
familieverhoudingen	=	familieverhouding
familieverhoudinkje	=	familieverhouding
familieverhoudinkjes	=	familieverhouding
familieverleden	noun	dat wat vroeger gebeurd is in een groep bloedverwanten
familieverledens	=	familieverleden
familievermogen	noun	de in geld uitgedrukte bezittingen van een familie
familievermogens	=	familievermogen
familievete	noun	langdurig bestaande ruzie binnen een groep bloedverwanten
familieveten	=	familievete
familievetes	=	familievete
familievriend	noun	iemand die vriend is van meerdere bloedverwanten
familievrienden	=	familievriend
familiewagen	noun	auto geschikt voor een gezin met kinderen
familiewagens	=	familiewagen
familiewagentje	=	familiewagen
familiewagentjes	=	familiewagen
familiewapen	noun	het onderscheidende kleur- en vormrijk beeldmerk van een familie of persoon, uitgebeeld op een wapenschild
familiewapenen	=	familiewapen
familiewapens	=	familiewapen
familiewapentje	=	familiewapen
familiewapentjes	=	familiewapen
familiewoning	noun	een zelfstandige, extra woonruimte op het erf van een bestaande woning, bedoeld voor de huisvesting van familieleden (zoals ouders of kinderen)
familiewoningen	=	familiewoning
familiewoninkje	=	familiewoning
familiewoninkjes	=	familiewoning
familiezaak	noun	een kwestie die de familie aangaat
familiezaakje	=	familiezaak
familiezaakjes	=	familiezaak
familiezaken	=	familiezaak
familiezender	noun	radio- of televisiezender met populaire amusementsprogramma's voor alle leeftijden
familiezenders	=	familiezender
familieziek	adj	iemand die te veel aandacht heeft voor zaken die de familie betreffen
familiezieke	=	familieziek
familiezieker	=	familieziek
familieziekere	=	familieziek
familieziekers	=	familieziek
familiezieks	=	familieziek
familieziekst	=	familieziek
familieziekste	=	familieziek
familiezilver	noun	zilveren voorwerpen die al enkele generaties in het bezit zijn van een familie
familiezin	noun	het saamhorigheidsgevoel dat men voelt bij familiebanden
famiri	noun|informal	geheel van mensen waaraan je nauw verwant bent
famiri's	=	famiri
famping	noun	kampeerplaats afgestemd op gezinsleden en verwanten die samen een festival bezoeken
fampings	=	famping
fan	noun	een enthousiaste aanhanger
fanaal	noun|figurative	zeer duidelijk teken dat de richting aangeeft
fanaaltje	=	fanaal
fanaaltjes	=	fanaal
fanaat	noun	een persoon met een grote inzet of liefde tot een bepaalde zaak	adj	fanatiek
fanaatje	=	fanaat
fanaatjes	=	fanaat
fanactie	noun	een activiteit zijn die supporters of liefhebbers organiseren om hun favoriete artiest, sportclub of een bepaald ideaal te steunen
fanacties	=	fanactie
fanactietje	=	fanactie
fanactietjes	=	fanactie
fanalen	=	fanaal
fanaloka	noun	Fossa fossana een roofdier uit de familie der Madagaskarcivetkatten (Eupleridae).
fanaloka's	=	fanaloka
fanalokaatje	=	fanaloka
fanalokaatjes	=	fanaloka
fanate	=	fanaat
fanaten	=	fanaat
fanater	=	fanaat
fanatere	=	fanaat
fanatica	noun	vrouw die een te vurig ijveraar voor een ideaal is
fanatica's	=	fanatica
fanatici	=	fanaticus
fanaticus	noun	een te vurig ijveraar voor een ideaal
fanatiek	adj	met een grote inzet of liefde tot een bepaalde zaak
fanatieke	=	fanatiek
fanatiekeling	noun	iemand die te enthousiast voor iets is
fanatiekelingen	=	fanatiekeling
fanatieker	=	fanatiek
fanatiekere	=	fanatiek
fanatiekers	=	fanatiek
fanatieks	=	fanatiek
fanatiekst	=	fanatiek
fanatiekste	=	fanatiek
fanatisch	adj	op een heel uitgesproken, extreme, fanatieke manier
fanatische	=	fanatisch
fanatischer	=	fanatisch
fanatischere	=	fanatisch
fanatischers	=	fanatisch
fanatisme	noun	al te felle hartstochtelijke ijver voor iets
fanboek	noun	gebundelde of digitaal verzamelde en geordende fanmail
fanboeken	=	fanboek
fanboy	noun	jonge man die een grote fan is van iets of iemand
fanboys	=	fanboy
fancard	noun	identiteitsbewijs voor supporters in België van een voetbalclub die men nodig heeft om kaarten voor voetbalwedstrijden te kunnen kopen.
fancardje	=	fancard
fancardjes	=	fancard
fancards	=	fancard
fanclub	noun	een vereniging van fans
fanclubdag	noun	dag waarop de leden van een fanclub of supportersclub elkaar ontmoeten
fanclubdagen	=	fanclubdag
fanclubje	=	fanclub
fanclubjes	=	fanclub
fanclubs	=	fanclub
fancy	adj	luxe en modieus
fancy's	=	fancy
fancyde	=	fancyen
fancyen	verb	iemand heel leuk en aardig vinden
fancyend	=	fancyen
fancyer	=	fancy
fancyere	=	fancy
fancyers	=	fancy
fancyst	=	fancy
fancyste	=	fancy
fandag	noun	een evenement dat één dag duurt voor de supporters van een artiest of sportclub
fandagen	=	fandag
fandango	noun	levendige Spaanse of Spaans-Amerikaanse volksdans in ¾ maat
fandango's	=	fandango
fandom	noun	een subcultuur die wordt gevormd door de gemeenschap van fans die een gemeenschappelijke interesse delen in een cultureel fenomeen
fanel	noun|obsolete	flanel
fanellen	adj|obsolete	flanellen; van f(l)anel vervaardigd
fanellens	=	fanellen
fanerofyt	noun	een houtige, overblijvende plant (boom of struik), waarvan de overwinteringsorganen (de knoppen) zich meer dan 50 cm boven het maaiveld (niveau van de bodem) bevinden
fanerofyten	=	fanerofyt
fanerogaam	noun	zaadplant
fanerogaampje	=	fanerogaam
fanerogaampjes	=	fanerogaam
fanerogamen	=	fanerogaam
fanerozoïcum	noun	geologisch tijdperk, laatste eon vanaf ongeveer 541 miljoen jaar geleden, gekenmerkt door een grote verscheidenheid van meercellig leven
fanfare	noun	een marcherend koperblaasorkest, fanfarekorps
fanfarekorps	noun	muziekkorps met koperen blaasinstrumenten, saxofoons en slagwerk die vrolijke muziek maakt
fanfarekorpsen	=	fanfarekorps
fanfarekorpsje	=	fanfarekorps
fanfarekorpsjes	=	fanfarekorps
fanfaren	=	fanfare
fanfareorkest	noun	een orkest met voornamelijk blaasinstrumenten en slagwerk
fanfareorkesten	=	fanfareorkest
fanfares	=	fanfare
fanfaretje	=	fanfare
fanfaretjes	=	fanfare
fanfic	noun	genre van verhalen die liefhebbers van succesvolle boeken of films zelf bedenken over bekende personages daaruit
fanfics	=	fanfic
fanfictie	noun	boeken geschreven door fans over bepaalde bekende personages uit succesvolle boeken
fanfiction	noun	boeken geschreven door fans van bepaalde bekende personages uit succesvolle boeken
fangirl	noun	jonge vrouw die een grote fan is van iets of iemand
fangirls	=	fangirl
fanion	noun	klein vlaggetje gebruikt als identificatie in plaats van het vaandel, bijvoorbeeld bij oefeningen
fanionnetje	=	fanion
fanionnetjes	=	fanion
fanions	=	fanion
fanmail	noun	van fans ontvangen correspondentie
fanmails	=	fanmail
fannetje	=	fan
fannetjes	=	fan
fanovana-newtonia	noun	Newtonia fanovanae een endemische vogelsoort uit de familie vanga's (Vangidae), een familie van zangvogels die alleen op Madagaskar voorkomt
fanovana-newtonia's	=	fanovana-newtonia
fanovana-newtoniaatje	=	fanovana-newtonia
fanovana-newtoniaatjes	=	fanovana-newtonia
fanpagina	noun	informatieve webpagina van en voor de enthousiaste aanhangers van iets of iemand
fanpagina's	=	fanpagina
fanpaginaatje	=	fanpagina
fanpaginaatjes	=	fanpagina
fans	=	fan
fanshop	noun	winkel waar men artikelen aan bewonderaars verkoopt die betrekking hebben op de bewonderde
fanshops	=	fanshop
fansite	noun	website waarop liefhebbers van iets of iemand met elkaar communiceren over hun idool
fansites	=	fansite
fantacake	noun	soort taart afkomstig uit Duitsland, gemaakt uit een beslag van bloem, eieren, suiker en Fanta versierd met glazuur of een laagje zure room en mandarijn
fantacakeje	=	fantacake
fantacakejes	=	fantacake
fantacakes	=	fantacake
fantaisie	=	fantasie
fantaisistisch	adj	verzonnen
fantaisistische	=	fantaisistisch
fantaisistischer	=	fantaisistisch
fantaisistischere	=	fantaisistisch
fantaisistischers	=	fantaisistisch
fantaseer	=	fantaseren
fantaseerde	=	fantaseren
fantaseerden	=	fantaseren
fantaseert	=	fantaseren
fantasere	=	fantaseren
fantaseren	verb	dagdromen, dingen verzinnen die (nog) niet waar zijn
fantaserend	=	fantaseren
fantaserende	=	fantaseren
fantasia	noun	muziekvorm met een betrekkelijk vrije structuur
fantasia's	=	fantasia
fantasie	noun	vermogen om nieuwe gedachten te kunnen vormen, mogelijk niet altijd op waarheid berust
fantasiebeeld	noun	een aan de verbeelding ontsproten voorstelling
fantasiebeelden	=	fantasiebeeld
fantasiebeeldje	=	fantasiebeeld
fantasiebeeldjes	=	fantasiebeeld
fantasiedier	noun	Verzonnen 'dieren'
fantasiedieren	=	fantasiedier
fantasiediertje	=	fantasiedier
fantasiediertjes	=	fantasiedier
fantasiefiguren	=	fantasiefiguur
fantasiefiguur	noun	een personage dat is bedacht en niet in de werkelijkheid bestaat, vaak voorkomend in verhalen, films, mythen of sprookjes
fantasiefiguurtje	=	fantasiefiguur
fantasiefiguurtjes	=	fantasiefiguur
fantasiekostuum	noun	een kledingstuk of outfit dat is ontworpen om een personage, wezen of idee uit de verbeelding, fictie, mythologie, folklore, of historische, fantastische of futuristische concepten uit te beelden
fantasiekostuumpje	=	fantasiekostuum
fantasiekostuumpjes	=	fantasiekostuum
fantasiekostuums	=	fantasiekostuum
fantasielandschap	noun	een verzonnen, niet in het echt bestaand landschap
fantasielandschappen	=	fantasielandschap
fantasieloos	adj	zonder fantasie, zonder voorstellingsvermogen
fantasieloosheden	=	fantasieloosheid
fantasieloosheid	noun	het fantasieloos zijn
fantasieloost	=	fantasieloos
fantasielooste	=	fantasieloos
fantasieloze	=	fantasieloos
fantasielozer	=	fantasieloos
fantasielozere	=	fantasieloos
fantasielozers	=	fantasieloos
fantasienaam	noun	een verzonnen niet officieel geregistreerde naam
fantasienamen	=	fantasienaam
fantasierijk	adj	met veel verbeeldingskracht
fantasierijke	=	fantasierijk
fantasierijker	=	fantasierijk
fantasierijkere	=	fantasierijk
fantasierijkers	=	fantasierijk
fantasierijks	=	fantasierijk
fantasierijkst	=	fantasierijk
fantasierijkste	=	fantasierijk
fantasietje	=	fantasie
fantasietjes	=	fantasie
fantasievol	adj	met veel fantasie
fantasievolle	=	fantasievol
fantasievoller	=	fantasievol
fantasievollere	=	fantasievol
fantasievollers	=	fantasievol
fantasievols	=	fantasievol
fantasievolst	=	fantasievol
fantasievolste	=	fantasievol
fantasiewereld	noun	de wereld waarin fantasie als werkelijkheid ervaren wordt
fantasiewerelden	=	fantasiewereld
fantasiewereldje	=	fantasiewereld
fantasiewereldjes	=	fantasiewereld
fantasiewoord	noun	een woord dat niet in het officiële woordenboek staat en door iemand zelf is bedacht
fantasiewoorden	=	fantasiewoord
fantasiewoordje	=	fantasiewoord
fantasiewoordjes	=	fantasiewoord
fantasieën	=	fantasie
fantasmagorie	noun	geheel van door optische middelen tevoorschijn gebrachte figuren in een donker vertrek
fantasmagorieën	=	fantasmagorie
fantasmagorisch	adj	met betrekking tot een fantasmagorie
fantasmagorische	=	fantasmagorisch
fantasmagorischer	=	fantasmagorisch
fantasmagorischere	=	fantasmagorisch
fantasmagorischers	=	fantasmagorisch
fantasmatisch	adj	met betrekking tot een fantasma
fantasmatische	=	fantasmatisch
fantasmatischer	=	fantasmatisch
fantasmatischere	=	fantasmatisch
fantasmatischers	=	fantasmatisch
fantasme	noun	een bedenksel dat niet overeenkomt met de realiteit
fantasmen	=	fantasme
fantast	noun	een persoon met een abnormaal ontwikkelde fantasie
fantaste	noun	een vrouw met een abnormaal ontwikkelde fantasie
fantasten	=	fantast
fantastes	=	fantaste
fantastiek	noun	een subgenre van literaire werken die worden gekenmerkt door de ambigue presentatie van ogenschijnlijk bovennatuurlijke krachten
fantastisch	adj	geweldig en groots, maar misschien gedeeltelijk verzonnen
fantastische	=	fantastisch
fantastischer	=	fantastisch
fantastischere	=	fantastisch
fantastischers	=	fantastisch
fantastischt	=	fantastisch
fantastischte	=	fantastisch
fantastje	=	fantast
fantastjes	=	fantast
fantasy	noun	genre dat zich kenmerkt door onwerkelijke gebeurtenissen, verzonnen wezens, imaginaire werelden, magie en bovennatuurlijke elementen
fantasyboek	noun	boek dat zich afspeelt in een sprookjesachtige, verzonnen wereld
fantasyboeken	=	fantasyboek
fantasyfilm	noun	film gesitueerd in een niet bestaande, imaginaire wereld
fantasyfilmpje	=	fantasyfilm
fantasyfilmpjes	=	fantasyfilm
fantasyfilms	=	fantasyfilm
fantasyroman	noun	roman over een gefantaseerde wereld (vaak in het verleden, vaak ook met bovennatuurlijke elementen)
fantasyromannetje	=	fantasyroman
fantasyromannetjes	=	fantasyroman
fantasyromans	=	fantasyroman
fanteekamzwaluw	noun	Psalidoprocne obscura een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
fanteekamzwaluwen	=	fanteekamzwaluw
fanteekamzwaluwtje	=	fanteekamzwaluw
fanteekamzwaluwtjes	=	fanteekamzwaluw
fantidrongo	noun	Dicrurus atacus een zangvogel uit de familie van de drongo's.
fantidrongo's	=	fantidrongo
fantidrongootje	=	fantidrongo
fantidrongootjes	=	fantidrongo
fantivliegenvanger	noun	Muscicapa epulata een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
fantivliegenvangers	=	fantivliegenvanger
fantivliegenvangertje	=	fantivliegenvanger
fantivliegenvangertjes	=	fantivliegenvanger
fantomen	=	fantoom
fantoom	noun	spook, droombeeld
fantoomgeluid	noun	gesuis en gepiep dat iemand met tinnitus hoort
fantoomgeluiden	=	fantoomgeluid
fantoomledemaat	noun	een lichaamsdeel dat, meestal na amputatie, niet meer aanwezig is maar desondanks bij de betreffende persoon gevoelssensaties teweegbrengt alsof het er wel is
fantoomledemaatje	=	fantoomledemaat
fantoomledemaatjes	=	fantoomledemaat
fantoomledematen	=	fantoomledemaat
fantoompijn	noun	pijn in een geamputeerd- of gevoelloos lichaamsdeel
fantoompijnen	=	fantoompijn
fantoompijntje	=	fantoompijn
fantoompijntjes	=	fantoompijn
fantoompje	=	fantoom
fantoompjes	=	fantoom
fantoomterreur	noun	fictive terreurdreiging
fantosmie	noun	aandoening waardoor je een geur ruikt terwijl die er niet is
faq	noun	veelgestelde vragen
faq's	=	faq
faq-lijst	noun	lijst van veel gestelde vragen (met de antwoorden)
faq-lijsten	=	faq-lijst
faq-lijstje	=	faq-lijst
faq-lijstjes	=	faq-lijst
faq-pagina	noun	een pagina van meestal een website waarop vragen met bijbehorende antwoorden verzameld zijn
faq-pagina's	=	faq-pagina
farad	noun	de SI-eenheid van elektrische capaciteit, weergegeven met symbool F
faradisch	adj	met betrekking tot de farad, de eenheid van elektrische capaciteit
faradische	=	faradisch
faradischer	=	faradisch
faradischere	=	faradisch
faradischers	=	faradisch
faradje	=	farad
faradjes	=	farad
farads	=	farad
farao	noun	titel van de koning van Egypte, ook gebruikt als eigennaam; de enige farao's die in het OT bij hun eigen naam worden genoemd, zijn Chofra, Necho, Sisak en Tirhaka (274×: Gen. 12:15 +, Ex. 1:11 +, Deut. 6:21 +, 1 Sam. 2:27 +, 1 Kon. 3:1 +, 2 Kon. 17:7 +, Jes. 19:11 +, Jer. 25:19 +, Ez. 17:17 +, Ps. 135:9 +, Hoogl. 1:9, Neh. 9:10, 1 Kron. 4:18, 2 Kron. 8:11; ook 5× in NT)
farao's	=	farao
faraomier	noun	Monomorium kleine, uit Egypte afkomstige, allesetende mier uit een geslacht van mieren uit de onderfamilie knoopmieren (Myrmicinae)
faraomieren	noun	geslacht van mieren Monomorium uit de onderfamilie knoopmieren (Myrmicinae)
faraomiertje	=	faraomier
faraomiertjes	=	faraomier
faraonisch	adj	met betrekking tot een farao
faraonische	=	faraonisch
faraonischer	=	faraonisch
faraonischere	=	faraonisch
faraonischers	=	faraonisch
faraootje	=	farao
faraootjes	=	farao
faraoslang	noun	een opvallend chemisch experiment waarbij een vaste stof bij verhitting in een lange, kronkelende, schuimachtige 'slang' van as verandert
faraoslangen	=	faraoslang
faraoslangetje	=	faraoslang
faraoslangetjes	=	faraoslang
farasangazelle	noun	Gazella arabica evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
farasangazellen	=	farasangazelle
farasangazelles	=	farasangazelle
farasangazelletje	=	farasangazelle
farasangazelletjes	=	farasangazelle
farbrengen	noun	bijeenkomst van Lubavitcher chassidiem chassied, onder meer jaarlijkse herdenking van het overlijden van de stichter van hun beweging, rabbi Sjneoer Zalman van Ljadi
farbrengens	=	farbrengen
farce	noun|figurative	belachelijke of misleidende gang van zaken
farceer	=	farceren
farceerde	=	farceren
farceerden	=	farceren
farceert	=	farceren
farcen	=	farce
farcere	=	farceren
farceren	verb	iets vullen
farcerend	=	farceren
farcerende	=	farceren
farces	=	farce
farceur	noun	iemand die onzin uitkraamt
farceurs	=	farceur
farde	noun	klapper, map met losse papieren, tekenmap
farden	=	farde
fardes	=	farde
farfalle	noun	pasta met de vorm van een vlinderdas
farfalle's	=	farfalle
farfalles	=	farfalle
farizees	adj	als (bij) een farizeeër, schijnheilig
farizeest	=	farizees
farizeeste	=	farizees
farizeeën	noun	religieuze en politieke joodse groepering van de 2de eeuw v.C. tot de 1ste eeuw n.C. Zij stonden in een aantal opzichten tegenover de sadduceeën.
farizeeër	noun	lid van een bepaalde joodse secte in de tijd van Jezus
farizeeërs	=	farizeeër
farizeeërtje	=	farizeeër
farizeeërtjes	=	farizeeër
farizese	=	farizees
farizeser	=	farizees
farizesere	=	farizees
farizesers	=	farizees
farizeïsch	adj	van de farizeeën
farizeïsche	=	farizeïsch
farizeïscher	=	farizeïsch
farizeïschere	=	farizeïsch
farizeïschers	=	farizeïsch
farizeïsme	noun	het zich gedragen als een farizeeër (een huichelaar)
farm	noun	grootschalig particulier landbouwbedrijf, meestal gebruikt voor boerderijen in het buitenland of boerderijen met ongewone producten.
farm-to-table	noun	gebruik van streekgebonden producten
farma	noun	farmacie, farmaciebranche
farma-industrie	noun	bedrijf dat op grote schaal medicijnen produceert en ontwikkelt
farma-industrieën	=	farma-industrie
farmabedrijf	noun	een bedrijf actief in de medische sector
farmabedrijfje	=	farmabedrijf
farmabedrijfjes	=	farmabedrijf
farmabedrijven	=	farmabedrijf
farmaca	=	farmacon
farmaceut	noun	iemand die beroepsmatig geneesmiddelen bereidt en verkoopt
farmaceuten	=	farmaceut
farmaceutica	noun	chemicaliën die men gebruikt als geneesmiddel
farmaceutisch	adj	uit de farmacie, met betrekking tot de productie van geneesmiddelen
farmaceutische	=	farmaceutisch
farmaceutischer	=	farmaceutisch
farmaceutischere	=	farmaceutisch
farmaceutischers	=	farmaceutisch
farmacie	noun	de kunst van de bereiding van geneesmiddelen
farmaciebedrijf	noun	bedrijf dat geneesmiddelen produceert
farmaciebedrijfje	=	farmaciebedrijf
farmaciebedrijfjes	=	farmaciebedrijf
farmaciebedrijven	=	farmaciebedrijf
farmacieconcern	noun	zeer grote producent van geneesmiddelen
farmacieconcerns	=	farmacieconcern
farmaciegigant	noun	zeer groot bedrijf dat geneesmiddelen ontwikkelt en produceert
farmaciegiganten	=	farmaciegigant
farmaciereus	noun	zeer groot bedrijf dat geneesmiddelen produceert
farmaciereuzen	=	farmaciereus
farmacieën	=	farmacie
farmacodynamie	noun	leer van de werking van geneesmiddelen op een levend wezen
farmacokineticum	noun	leer van de werking van geneesmiddelen in het lichaam
farmacologen	=	farmacoloog
farmacologie	noun	de wetenschap van het bestuderen van de wisselwerking tussen farmaca met de menselijke fysiologische processen.
farmacologisch	adj	betreffende de farmacologie
farmacologische	=	farmacologisch
farmacologischer	=	farmacologisch
farmacologischere	=	farmacologisch
farmacologischers	=	farmacologisch
farmacoloog	noun	beoefenaar farmacologie, de studie naar de effecten van geneesmiddelen of andere stoffen op het lichaam.
farmacoloogje	=	farmacoloog
farmacoloogjes	=	farmacoloog
farmacon	noun	synthetisch geneesmiddel
farmaconcern	noun	een bedrijf in de medische sector dat bestaat uit meerdere losse bedrijven
farmaconcerns	=	farmaconcern
farmacopee	noun	officieel handboek met voorschriften voor de analyse of bereiding van geneesmiddelen
farmacopees	=	farmacopee
farmacopsychologie	noun	studie van de werking van geneesmiddelen op de menselijke geest
farmacotherapeutisch	adj	met betrekking tot de farmacotherapie
farmacotherapeutische	=	farmacotherapeutisch
farmacotherapeutischer	=	farmacotherapeutisch
farmacotherapeutischere	=	farmacotherapeutisch
farmacotherapeutischers	=	farmacotherapeutisch
farmacotherapie	noun	medische behandeling met behulp van medicamenten
farmacotherapieën	=	farmacotherapie
farmareus	noun	een zeer groot bedrijf dat medicijnen maakt
farmareuzen	=	farmareus
farmatak	noun	deel van een bedrijf dat medicijnen maakt
farmatakken	=	farmatak
farmer	noun	eigenaar of pachter van een grootschalig landbouwbedrijf, meestal gebruikt voor boeren in het buitenland
farmers	=	farmer
farmersalaadje	=	farmersalade
farmersalaadjes	=	farmersalade
farmersalade	noun	een salade op basis van een yoghurtsaus met selderij, wortel en meer.
farmersalades	=	farmersalade
farmersaladetje	=	farmersalade
farmersaladetjes	=	farmersalade
farmpje	=	farm
farms	=	farm
faro	noun	zwaar Belgisch bier met een zoetige smaak
faro's	=	faro
farootje	=	faro
farootjes	=	faro
faryngaal	noun	een medeklinker die wordt gearticuleerd met de achterkant van de tong tegen de farynx
faryngalen	=	faryngaal
faryngectomie	noun	operatieve verwijdering in de keelholte
faryngectomieën	=	faryngectomie
faryngitis	noun	keelontsteking
farynx	noun	het deel van het spijsverteringsstelsel direct na de mond vlak voor de slokdarm
farynxen	=	farynx
farynxje	=	farynx
farynxjes	=	farynx
fasant	=	fazant
fasces	noun	een roedenbundel met bijl, een oud Romeins symbool van het gezag van de hogere magistraten
fascia	noun	een bijzonder bindweefsel dat een vlies vormt rond spieren, botten, gewrichten en lichaamsholtes en ondersteuning en bescherming geeft aan die lichaamsdelen en structuur aan het lichaam
fasciae	=	fascia
fasciculair	adj	bundelsgewijs, bundelvormig (van bijv. spiervezels)
fasciculaire	=	fasciculair
fasciculairs	=	fasciculair
fasciculatie	noun	spiertrillen
fasciitis	noun	ontsteking van het bindweefselvlies
fascikel	noun	een aflevering van een boek of tijdschrift
fascikels	=	fascikel
fascinatie	noun	intense en voortdurende aandacht voor bepaalde zaak; hevige interesse voor iets
fascinaties	=	fascinatie
fascine	noun	op maat gemaakte bundel van rijshout of takken om aarden wallen, dijken of oevers te versterken of om water te dempen
fascineer	=	fascineren
fascineerde	=	fascineren
fascineerden	=	fascineren
fascineert	=	fascineren
fascinen	=	fascine
fascinere	=	fascineren
fascineren	verb	iemands aandacht vasthouden
fascinerend	adj	de aandacht opeisend
fascinerende	=	fascinerend
fascinerender	=	fascinerend
fascinerendere	=	fascinerend
fascinerenders	=	fascinerend
fascinerends	=	fascinerend
fascinerendst	=	fascinerend
fascinerendste	=	fascinerend
fascines	=	fascine
fascisme	noun	ideologie, berustende op nationalistische, autoritaire en corporatieve beginselen
fascismes	=	fascisme
fascismetje	=	fascisme
fascist	noun	oorspronkelijk: een aanhanger van Mussolini's politieke beweging in het Italië van de jaren 1920 tot 1945
fasciste	noun	aanhangster van Mussolini's politieke beweging in het Italië van de jaren 1920 tot 1945
fascisten	=	fascist
fascistengroet	noun	groet gebruikelijk bij de fascisten met een schuin omhoog opgeheven stijve rechterarm
fascistengroeten	=	fascistengroet
fascistengroetje	=	fascistengroet
fascistengroetjes	=	fascistengroet
fascistenleider	noun	leider van een autoritaire, nationalistische, anticommunistische politieke groepering
fascistenleiders	=	fascistenleider
fascistes	=	fasciste
fascistetje	=	fasciste
fascistetjes	=	fasciste
fascisties	=	fascistisch
fascistisch	adj	van het fascisme
fascistische	=	fascistisch
fascistischer	=	fascistisch
fascistischere	=	fascistisch
fascistischers	=	fascistisch
fascistischt	=	fascistisch
fascistischte	=	fascistisch
fascistje	=	fascist
fascistjes	=	fascist
fascistoïde	adj	lijkend op fascisme
fascistoïder	=	fascistoïde
fascistoïdere	=	fascistoïde
fascistoïders	=	fascistoïde
fascistoïdes	=	fascistoïde
fascistoïedst	=	fascistoïde
fascistoïedste	=	fascistoïde
fasciën	=	fascia
fase	noun	periode als onderdeel van een langere ontwikkeling
fasedraad	noun	de draad die samen met de z.g. 'nuldraad', de stroom van en naar de aangesloten apparatuur brengt, in een schema meestal aangeduid met de letter L
fasedraadje	=	fasedraad
fasedraadjes	=	fasedraad
fasedraden	=	fasedraad
faseer	=	faseren
faseerde	=	faseren
faseerden	=	faseren
faseert	=	faseren
fasegewijs	adj	in fasen
fasegewijze	=	fasegewijs
fasehoek	noun	de faseverschuiving tussen spanning en stroom bij wisselstroom (in een ideaal geval nul graden)
fasehoeken	=	fasehoek
fasemodulatie	noun	is een modulatietechniek waarbij de fasehoek van de draaggolf door het modulerend signaal gemoduleerd wordt.
fasemodulaties	=	fasemodulatie
fasemodulatietje	=	fasemodulatie
fasen	=	fase
faseovergang	noun	overgang (van een stof) van de ene fase in een andere
faseovergangen	=	faseovergang
faseovergangetje	=	faseovergang
faseovergangetjes	=	faseovergang
faser	noun	een fictief energiestraalwapen
fasere	=	faseren
faseren	verb	in fasen onderverdelen, spreiden
faserend	=	faseren
faserende	=	faseren
fasering	noun	het in fasen onderverdelen (van een plan, project, e.d.)
faseringen	=	fasering
fasers	=	faser
fasertje	=	faser
fasertjes	=	faser
faseruimte	noun	een ruimte van alle mogelijke combinaties van plaats en impuls (of snelheid) van een mechanisch systeem
faseruimten	=	faseruimte
faseruimtes	=	faseruimte
fases	=	fase
fasespanning	noun	de spanning tussen één fase van een installatie of voeding en de neutrale geleider (de nul)
fasespanningen	=	fasespanning
fasetje	=	fase
fasetjes	=	fase
faseverschuiving	noun	verschuiving van de fase van een golf
faseverschuivingen	=	faseverschuiving
faseverschuivinkje	=	faseverschuiving
faseverschuivinkjes	=	faseverschuiving
fashion	noun	mode
fashionable	adj	goed passend bij de heersende mode; volgens de laatste mode
fashionables	=	fashionable
fashionablest	=	fashionable
fashionableste	=	fashionable
fashionblog	noun	weblog over mode
fashionblogde	=	fashionbloggen
fashionblogden	=	fashionbloggen
fashionblogge	=	fashionbloggen
fashionbloggen	verb	een blog bijhouden over mode
fashionbloggend	=	fashionbloggen
fashionbloggende	=	fashionbloggen
fashionblogger	noun	iemand die regelmatig op een website schrijft over mode
fashionbloggers	=	fashionblogger
fashionbloggertje	=	fashionblogger
fashionbloggertjes	=	fashionblogger
fashionblogs	=	fashionblog
fashionblogt	=	fashionbloggen
fashioncafeetje	=	fashioncafé
fashioncafeetjes	=	fashioncafé
fashioncafé	noun	plaats in een modewinkel waar men een kopje koffie kan drinken tijdens het winkelen
fashioncafés	=	fashioncafé
fashionista	noun	vrouw die zeer geïnteresseerd is in kleding en mode
fashionista's	=	fashionista
fashiorexia	noun	het zoveel geld uitgeven aan modeartikelen dat er geen geld meer is voor voldoende voeding
fasleutel	noun	één van drie, bij de voortekening van een notenbalk behorende aanwijzers, die een lijn voor een bepaalde toon markeren, in dit geval de toon fa De overige lijnen zijn daardoor tevens bepaald.
fasleutels	=	fasleutel
fasor	noun	een voorstelling van een sinusvormige functie waarvan de amplitude (A), de hoekfrequentie (ω), en de fase (φ) constant zijn, d.w.z. niet veranderen in de tijd.
fasoren	=	fasor
fastback	noun	auto waarbij de achterkant van de auto bestaat uit een schuin aflopend vlak van dak tot bumper
fastbacks	=	fastback
fastfood	noun	verzamelnaam voor snel bereid en geserveerd voedsel
fastfoodindustrie	noun	de industrie die fastfood produceert
fastfoodindustrietje	=	fastfoodindustrie
fastfoodindustrieën	=	fastfoodindustrie
fastfoodketen	noun	bedrijf dat groep gelijkvormige fastfoodrestaurants exploiteert
fastfoodketens	=	fastfoodketen
fastfoodlonen	=	fastfoodloon
fastfoodloon	noun	het loon dat aan werknemers wordt betaald in de fastfoodsector
fastfoodloontje	=	fastfoodloon
fastfoodloontjes	=	fastfoodloon
fastfoodrestaurant	noun	een eetgelegendheid waar een snelle bediening gewaarborgd is
fastfoodrestaurantje	=	fastfoodrestaurant
fastfoodrestaurantjes	=	fastfoodrestaurant
fastfoodrestaurants	=	fastfoodrestaurant
fastfoodsector	noun	het geheel van bedrijven dat fastfoodproducten verkoopt
fastfoodsectortje	=	fastfoodsector
fastueus	adj	pralend, pronkend, weelderig
fastueust	=	fastueus
fastueuste	=	fastueus
fastueuze	=	fastueus
fastueuzer	=	fastueus
fastueuzere	=	fastueus
fastueuzers	=	fastueus
fasyong	noun	kleine braadworst
fat	noun|obsolete	modegek, iemand die buitensporige aandacht aan zijn uiterlijk besteedt
fata	noun	beleefde gebeurtenissen
fataal	adj	leidend tot een ongelukkig lot, het einde, de dood
fataals	=	fataal
fataalst	=	fataal
fataalste	=	fataal
fatahbeweging	noun	de grootste seculiere en nationalistische politieke partij van Palestina, in 1959 opgericht door onder meer Yasser Arafat.
fatale	=	fataal
fataler	=	fataal
fatalere	=	fataal
fatalers	=	fataal
fatalisme	noun	het geloof aan of de leer van een onvermijdelijk voorbeschikt noodlot
fatalist	noun	iemand die overtuigd is van de machteloosheid van de mens tegenover het noodlot en dit noodlot dus gelaten kan aanvaarden
fatalisten	=	fatalist
fatalistisch	adj	betrekking hebbend op de neiging je neer te leggen bij het onvermijdelijk geachte noodlot
fatalistische	=	fatalistisch
fatalistischer	=	fatalistisch
fatalistischere	=	fatalistisch
fatalistischers	=	fatalistisch
fataliteit	noun	noodlottigheid
fataliteiten	=	fataliteit
fatbike	noun	een (elektrische) fiets met zeer dikke banden
fatbikes	=	fatbike
fatisch	adj	de woordvormen in de zin betreffend
fatische	=	fatisch
fatischer	=	fatisch
fatischere	=	fatisch
fatischers	=	fatisch
fatje	=	fat
fatjes	=	fat
fatkini	noun	zwemkleding voor vrouwen met overgewicht; foto van een vrouw met overgewicht die een bikini draagt
fatkini's	=	fatkini
fatoe	noun|slang	grap	adv|slang	grappig
fatoes	=	fatoe
fatoetje	=	fatoe
fatoetjes	=	fatoe
fats	noun	strook die onderaan een zeil wordt vastgemaakt om meer wind te vangen
fatsen	verb	zonder toestemming afwezig zijn bij lessen op school
fatshaming	noun	mensen belasteren en beledigen die overgewicht hebben
fatsoen	noun	goede manieren
fatsoeneer	=	fatsoeneren
fatsoeneerde	=	fatsoeneren
fatsoeneerden	=	fatsoeneren
fatsoeneert	=	fatsoeneren
fatsoenen	=	fatsoen
fatsoenere	=	fatsoeneren
fatsoeneren	verb	iets of iemand netjes maken / in orde brengen
fatsoenerend	=	fatsoeneren
fatsoenerende	=	fatsoeneren
fatsoenering	noun	geheel van handelingen om een gewenste behoorlijke toestand te bereiken, zodat iets of iemand er weer netjes uitziet of gedrag aan traditionele normen voldoet
fatsoeneringen	=	fatsoenering
fatsoenlijk	adj	voldoend aan algemeen bestaande verwachtingen
fatsoenlijke	=	fatsoenlijk
fatsoenlijker	=	fatsoenlijk
fatsoenlijkere	=	fatsoenlijk
fatsoenlijkers	=	fatsoenlijk
fatsoenlijkheden	=	fatsoenlijkheid
fatsoenlijkheid	noun	wellevend gedrag; iets dat getuigd van wellevendheid
fatsoenlijks	=	fatsoenlijk
fatsoenlijkst	=	fatsoenlijk
fatsoenlijkste	=	fatsoenlijk
fatsoenshalve	adv	uit fatsoen, om het fatsoenlijk te houden
fatsoensmens	noun	iemand die heel beleefd is; iemand die heel fatsoenlijk is; iemand die een beetje burgerlijk en bekrompen is
fatsoensmensen	=	fatsoensmens
fatsoensnorm	noun	regels hoe men zich dient te gedragen
fatsoensnormen	=	fatsoensnorm
fatsoensrakker	noun	iemand die zijn normen en waarden aan anderen wil opleggen
fatsoensrakkers	=	fatsoensrakker
fatsoensrakkertje	=	fatsoensrakker
fatsoensregel	noun	traditionele informele norm voor passend gedrag in een samenleving
fatsoensregels	=	fatsoensregel
fatsoentje	=	fatsoen
fatsoentjes	=	fatsoen
fatten	=	fat
fatterig	adj	zoals een dandy doet, verwijfd
fatterige	=	fatterig
fatteriger	=	fatterig
fatterigere	=	fatterig
fatterigers	=	fatterig
fatterigheden	=	fatterigheid
fatterigheid	noun	man die al te veel om zijn uiterlijk geeft; iemand die te zeer met zichzelf is ingenomen
fatterigs	=	fatterig
fatterigst	=	fatterig
fatterigste	=	fatterig
fattig	adj	zich als een fat gedragend, fatterig
fattige	=	fattig
fattigs	=	fattig
fatu-hivamonarch	noun	Pomarea whitneyi een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
fatu-hivamonarchen	=	fatu-hivamonarch
fatuhivamonarch	noun	Pomarea whitneyi een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
fatuhivamonarchen	=	fatuhivamonarch
fatuhivamonarchje	=	fatuhivamonarch
fatuhivamonarchjes	=	fatuhivamonarch
fatum	noun	het lot dat een mens treft en waarop geen invloed is uit te oefenen
fatwa	noun	door een islamitisch rechtsgeleerde geformuleerd juridisch advies, decreet of vonnis
fatwa's	=	fatwa
fatwaatje	=	fatwa
fatwaatjes	=	fatwa
faun	noun	bosgod en veldgod van de Romeinen
fauna	noun	het geheel aan dieren in een gebied
fauna's	=	fauna
faunabeheer	noun	het beheer van de stand van de in het wild levende dieren in een bepaald gebied
faunabeheerder	noun	iemand die toezicht houdt op de wilde dieren die in een bepaald gebied leven
faunabeheerders	=	faunabeheerder
faunaverbinding	noun	een fysieke verbinding of een reeks voorzieningen die natuurgebieden met elkaar verbindt, waardoor dieren zich veilig kunnen verplaatsen.
faunaverbindingen	=	faunaverbinding
faunaverbindinkje	=	faunaverbinding
faunaverbindinkjes	=	faunaverbinding
faunawet	noun	wet die de bescherming van wilde dieren regelt; deel van de flora- en faunawet
faunawetje	=	faunawet
faunawetjes	=	faunawet
faunawetten	=	faunawet
faunen	=	faun
fauntje	=	faun
fauntjes	=	faun
faustiaans	adj	in een toestand waarin men zijn ziel is kwijtgeraakt door te ver te gaan in een bepaald streven
faustiaanse	=	faustiaans
faustiaanser	=	faustiaans
faustiaansere	=	faustiaans
faustiaansers	=	faustiaans
faustiaanst	=	faustiaans
faustiaanste	=	faustiaans
fauteuil	noun	luxe uitvoering van een stoel met een groter zitvlak en leuningen
fauteuils	=	fauteuil
fauteuiltje	=	fauteuil
fauteuiltjes	=	fauteuil
fauvisme	noun	richting in de Franse schilderkunst, ca. 1905-'10, die streefde naar het gebruik van de pure kleur in zijn uiterste consequentie
fauvist	noun	schilder die in de stijl van het fauvisme schildert, een stroming die zich kenmerkt door het gebruik van felle ongemengde kleuren
fauvisten	=	fauvist
fauvistisch	adj	met betrekking tot het fauvisme of een fauvist
fauvistische	=	fauvistisch
fauvistischer	=	fauvistisch
fauvistischere	=	fauvistisch
fauvistischers	=	fauvistisch
fauxbordon	=	fauxbourdon
fauxbourdon	noun	muziekstijl uit de renaissance waarin een van de stemmen in parallelle intervallen, zoals onderseksten en onderkwarten, gevolgd wordt, wat de illusie van een bourdon oplevert
fauxbourdons	=	fauxbourdon
favela	noun	Braziliaanse sloppenwijk
favela's	=	favela
faveur	noun	nut, voordeel, gunst
faveure	=	faveur
faveuren	=	faveur
faveurs	=	faveur
faveurtje	=	faveur
faveurtjes	=	faveur
favicon	noun	een pictogram dat geassocieerd is met een website
favicons	=	favicon
favicontje	=	favicon
favicontjes	=	favicon
favo	adj	het meest prettige
favo's	=	favo
favorabel	adj	gunstig, voordelig
favorabele	=	favorabel
favorabeler	=	favorabel
favorabelere	=	favorabel
favorabelers	=	favorabel
favorabels	=	favorabel
favorabelst	=	favorabel
favorabelste	=	favorabel
favoriet	adj	het meest prettige	noun	persoon die je beter vindt dan de anderen; persoon de geprefereerd wordt boven anderen
favoriete	=	favoriet
favorieten	=	favoriet
favorietenrol	noun	het door velen gezien worden als grootste kanshebber op de overwinning met alle gevolgen die daarbij horen
favorietenrollen	=	favorietenrol
favorieter	=	favoriet
favorietere	=	favoriet
favorieters	=	favoriet
favorietje	=	favoriet
favorietjes	=	favoriet
favoriets	=	favoriet
favorietst	=	favoriet
favorietste	=	favoriet
favoriseer	=	favoriseren
favoriseerde	=	favoriseren
favoriseerden	=	favoriseren
favoriseert	=	favoriseren
favorisere	=	favoriseren
favoriseren	verb	begunstigen, bevoordelen
favoriserend	=	favoriseren
favoriserende	=	favoriseren
favoritisme	noun	bepaalde mensen voortrekken; op een oneerlijke, onwettige manier mensen gunsten geven
fawaka	intj|informal	hoe gaat het?
fax	noun	een apparaat waarmee documenten per telefoon verzonden kunnen worden, faxtoestel
faxapparaat	noun	toestel waarmee men afbeeldingen kan verzenden, ontvangen en afdrukken via de telefoonlijn
faxapparaatje	=	faxapparaat
faxapparaatjes	=	faxapparaat
faxapparaten	=	faxapparaat
faxapparatuur	noun	de toestellen die nodig zijn om via een telefoonverbinding een replica op afstand te maken van een afbeelding
faxbericht	noun	afbeelding die met een faxapparaat via de telefoon is verzonden
faxberichten	=	faxbericht
faxe	=	faxen
faxen	verb	versturen per fax
faxend	=	faxen
faxende	=	faxen
faxje	=	fax
faxjes	=	fax
faxkosten	noun	uitgaven die men doet voor het verzenden van een fax
faxnummer	noun	telefoonnummer waarmee je verbinding kan krijgen met een faxapparaat
faxnummers	=	faxnummer
faxnummertje	=	faxnummer
faxpost	noun|obsolete	het versturen van post met behulp van een telefoonlijn en een faxmachine
faxt	=	faxen
faxte	=	faxen
faxten	=	faxen
faxverbinding	noun	telefonische verbinding tussen twee faxapparaten (of een faxapparaat en een computer) waarmee gescande documenten—tekst en afbeeldingen—via een analoog telefoonsignaal worden verstuurd.
faxverbindingen	=	faxverbinding
faxverbindinkje	=	faxverbinding
faxverbindinkjes	=	faxverbinding
faxverkeer	noun	alle met de fax verstuurde berichten
faya	adj|informal	brutaal, ongepast
fazant	noun	bepaald soort kleurrijke vogel, Phasianus colchicus
fazantachtigen	noun	Phasianidae een familie kleurrijke vogels.
fazantduif	noun	Otidiphaps nobilis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
fazantduifje	=	fazantduif
fazantduifjes	=	fazantduif
fazantduiven	=	fazantduif
fazanten	=	fazant
fazantenbes	noun	Leycesteria formosa een struik, die als sierplant wordt gebruikt.
fazantenbesje	=	fazantenbes
fazantenbesjes	=	fazantenbes
fazantenbessen	=	fazantenbes
fazantenhaan	noun	mannelijke fazant
fazantenhaantje	=	fazantenhaan
fazantenhaantjes	=	fazantenhaan
fazantenhanen	=	fazantenhaan
fazantenhen	noun	wijfje van een fazant
fazantenhennen	=	fazantenhen
fazantenhennetje	=	fazantenhen
fazantenhennetjes	=	fazantenhen
fazantje	=	fazant
fazantjes	=	fazant
fazantkoekoek	noun	Dromococcyx phasianellus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
fazantkoekoeken	=	fazantkoekoek
fazantkoekoekje	=	fazantkoekoek
fazantkoekoekjes	=	fazantkoekoek
fazantspoorkoekoek	noun	Centropus phasianinus een koekoek die net als de andere spoorkoekoeken geen broedparasiet is, maar zelf een nest bouwt en de eigen eieren uitbroedt.
fazantspoorkoekoeken	=	fazantspoorkoekoek
fazantspoorkoekoekje	=	fazantspoorkoekoek
fazantspoorkoekoekjes	=	fazantspoorkoekoek
fazen	=	faas
façade	noun	de zichtbare buitenmuur van een gebouw, specifiek die aan de voorkant
façaden	=	façade
façades	=	façade
façadetje	=	façade
façadetjes	=	façade
faëton	noun	lichte, open, vierwielige wagen die getrokken wordt door twee paarden
faëtons	=	faëton
fb	=	tweehonderdeenenvijftig
fbi	noun	nationale recherche van de Verenigde Staten van Amerika
fc	noun	sportclub waar men voetbal kan spelen
fc's	=	fc
fcc	noun	Federal Communications Commission
fd	=	tweehonderddrieënvijftig
fe	=	tweehonderdvierenvijftig
fea-adder	noun	Azemiops feae een slang uit de familie adders (Viperidae)
fea-adders	=	fea-adder
fea-addertje	=	fea-adder
fea-addertjes	=	fea-adder
feature	noun	een eigenschap van een product dat het onderscheidt van soortgelijke producten
features	=	feature
featuretje	=	feature
featuretjes	=	feature
feauteaufuck	=	fotofuck
feb	noun	tweede kalendermaand, februari
febr	noun	tweede kalendermaand, februari
febriel	adj	met koorts gepaard gaand, koortsig
febriele	=	febriel
febrieler	=	febriel
febrielere	=	febriel
febrielers	=	febriel
febriels	=	febriel
febrielst	=	febriel
febrielste	=	febriel
februari	noun	de tweede maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender
februari's	=	februari
februari-editie	noun	uitgave voor de maand februari
februari-edities	=	februari-editie
februari-editietje	=	februari-editie
februari-editietjes	=	februari-editie
februariactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand februari
februariacties	=	februariactie
februariactietje	=	februariactie
februariactietjes	=	februariactie
februariavond	noun	een avond in februari
februariavonden	=	februariavond
februaricijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand februari
februaricijfers	=	februaricijfer
februaricijfertje	=	februaricijfer
februaricijfertjes	=	februaricijfer
februaridag	noun	dag in de tweede maand van het jaar
februaridagen	=	februaridag
februarimaand	noun	de tweede maand van het jaar
februarimaanden	=	februarimaand
februarimiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand februari
februarimiddagen	=	februarimiddag
februarimiddagje	=	februarimiddag
februarimiddagjes	=	februarimiddag
februarimorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand februari
februarimorgens	=	februarimorgen
februarimorgentje	=	februarimorgen
februarimorgentjes	=	februarimorgen
februarinacht	noun	een van de lange nachten in de maand februari
februarinachten	=	februarinacht
februarinamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand februari
februarinamiddagen	=	februarinamiddag
februarinamiddagje	=	februarinamiddag
februarinamiddagjes	=	februarinamiddag
februarinummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 2de maand van het jaar
februarinummers	=	februarinummer
februariochtend	noun	deel van de dag in de maand januari tussen 6.00 en 12.00 uur
februariochtenden	=	februariochtend
februariochtendje	=	februariochtend
februariochtendjes	=	februariochtend
februariroden	=	februarirood
februarirood	noun	Taeniopteryx nebulosa een steenvlieg uit de familie van de vroege steenvliegen (Taeniopterygidae)
februariroodje	=	februarirood
februariroodjes	=	februarirood
februaristaking	noun	staking in de maand februari
februaristakingen	=	februaristaking
februaristakinkje	=	februaristaking
februaristakinkjes	=	februaristaking
februaritemperaturen	=	februaritemperatuur
februaritemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand februari
februaritemperatuurtje	=	februaritemperatuur
februaritemperatuurtjes	=	februaritemperatuur
februariweek	noun	week in de maand februari
februariweekje	=	februariweek
februariweekjes	=	februariweek
februariweer	noun	het winterweer zoals dat normaal is voor februari
februariweken	=	februariweek
februariwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand februari
februariwijnen	=	februariwijn
februariwijntje	=	februariwijn
februariwijntjes	=	februariwijn
februariwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand februari
februariwinden	=	februariwind
februariwindje	=	februariwind
februariwindjes	=	februariwind
februarizon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand februari
februarizonnen	=	februarizon
februarizonnetje	=	februarizon
februarizonnetjes	=	februarizon
fecaal	adj	met betrekking tot de ontlasting
fecaals	=	fecaal
fecale	=	fecaal
fecaliën	noun	resten van de spijsvertering die zijn uitgepoept
feces	noun	ontlasting
fecesbank	noun	opslagplaats voor poep die gebruikt kan worden voor poeptransplantaties
fecesbanken	=	fecesbank
fecundatie	noun	bevruchting
fecundaties	=	fecundatie
fed	=	federatie
fedajien	noun	islamitische zelfmoordterrorist, islamitische martelaar
federaal	adj	van, betreffende een federatie
federaals	=	federaal
federaalst	=	federaal
federaalste	=	federaal
federale	=	federaal
federaler	=	federaal
federalere	=	federaal
federalers	=	federaal
federaliseer	=	federaliseren
federaliseerde	=	federaliseren
federaliseerden	=	federaliseren
federaliseert	=	federaliseren
federalisere	=	federaliseren
federaliseren	verb	tot een federatie omvormen
federaliserend	=	federaliseren
federaliserende	=	federaliseren
federalisering	noun	ontwikkeling tot een verbond van staten die hun zelfstandigheid behouden, maar erkennen dat het verbond de hoogste zeggenschap heeft
federaliseringen	=	federalisering
federalisme	noun	het streven naar een vorm van federatie
federalismen	=	federalisme
federalismetje	=	federalisme
federalismetjes	=	federalisme
federalist	noun	aanhanger van het federalisme
federalisten	=	federalist
federalistisch	adj	met betrekking tot het federalisme of een federalist
federalistische	=	federalistisch
federalistischer	=	federalistisch
federalistischere	=	federalistisch
federalistischers	=	federalistisch
federatie	noun	een verbond van samenwerkende staten of lichamen die hun zelfstandigheid behouden
federatiebesturen	=	federatiebestuur
federatiebestuur	noun	de overkoepelende leiding van een vereniging van organisaties
federatief	adj	van de aard, op de grondslag van een federatie
federatiefs	=	federatief
federatiefst	=	federatief
federatiefste	=	federatief
federatieraad	noun	raadgevend orgaan van een federatie
federatieraden	=	federatieraad
federaties	=	federatie
federatietje	=	federatie
federatietjes	=	federatie
federatieve	=	federatief
federatiever	=	federatief
federatievere	=	federatief
federatievers	=	federatief
federatievoorzitter	noun	de leider van het bestuur van een samenwerking tussen verschillende organisaties
federatievoorzitters	=	federatievoorzitter
federeer	=	federeren
federeerde	=	federeren
federeerden	=	federeren
federeert	=	federeren
federere	=	federeren
federeren	verb	een federatie gaan vormen
federerend	=	federeren
federerende	=	federeren
fee	noun	vrouwelijk wezen in sprookjes met bovennatuurlijke krachten
feedback	noun	terugkoppeling [2]
feedbackmoment	noun	tijdstip of korte periode die gebruikt wordt om te horen hoe iets gegaan is; moment van een terugkoppeling
feedbackmomenten	=	feedbackmoment
feeder	noun	iets dat zorgt voor de toevoer van grondstoffen, onderdelen of geld
feeders	=	feeder
feeks	noun	een lastige en venijnige vrouw
feeksen	=	feeks
feeksje	=	feeks
feeksjes	=	feeks
feelgoodfilm	noun	een romantische film waarin de afloop goed is en waardoor je een fijn gevoel krijgt
feelgoodfilms	=	feelgoodfilm
feeling	noun	vermogen om iets goed aan te voelen, om zich zonder redeneren te gedragen op de manier die het best bij de situatie past
fees	=	fee
feest	noun	vermakelijke en vreugdevolle sociale bijeenkomst
feestartikel	noun	product voor eenmalig gebruik op een feest
feestartikelen	=	feestartikel
feestartikelenwinkel	noun	winkel waar men producten voor eenmalig gebruik op een feest kan kopen
feestartikelenwinkels	=	feestartikelenwinkel
feestartikelenwinkeltje	=	feestartikelenwinkel
feestartikelenwinkeltjes	=	feestartikelenwinkel
feestartikels	=	feestartikel
feestavond	noun	een avond waarop er feest gevierd wordt
feestavonden	=	feestavond
feestavondje	=	feestavond
feestavondjes	=	feestavond
feestballon	noun	een opblaasbaar object dat wordt gebruikt als versiering of speelgoed tijdens feestelijke gelegenheden
feestballonnen	=	feestballon
feestballonnetje	=	feestballon
feestballonnetjes	=	feestballon
feestband	noun	een muziekgroep die vrolijke, feestelijke muziek maakt op feesten en partijen
feestbandje	=	feestband
feestbandjes	=	feestband
feestbands	=	feestband
feestbeest	noun|informal	iemand die (te) veel van feesten houdt
feestbeesten	=	feestbeest
feestbeestje	=	feestbeest
feestbeestjes	=	feestbeest
feestbezoek	noun	mensen die deelnemen aan een feest
feestboek	noun	boek dat herinneringen aan een feest vastlegt, bijvoorbeeld in de vorm van foto's, liederen en verhaaltjes
feestboeken	=	feestboek
feestboekje	=	feestboek
feestboekjes	=	feestboek
feestbus	noun	een bus die speciaal is omgebouwd tot een rijdende evenementenlocatie
feestbusje	=	feestbus
feestbusjes	=	feestbus
feestbussen	=	feestbus
feestcafeetje	=	feestcafé
feestcafeetjes	=	feestcafé
feestcafé	noun	een uitgaansgelegenheid die zeer geschikt is voor het houden van feeten
feestcafés	=	feestcafé
feestcomiteetje	=	feestcomité
feestcomiteetjes	=	feestcomité
feestcomité	noun	groep mensen die als taak heeft een feest te organiseren
feestcomités	=	feestcomité
feestcommissie	noun	groep mensen die een feest organiseert
feestcommissies	=	feestcommissie
feestdag	noun	dag waarop feest gevierd wordt
feestdagen	=	feestdag
feestdagenstress	noun	vervelende spanning rond de feestdagen
feestdagje	=	feestdag
feestdagjes	=	feestdag
feestdata	=	feestdatum
feestdatum	noun	dag dat men feest viert
feestdatums	=	feestdatum
feestdecoratie	noun	de verzamelnaam voor alle decoratieve items die worden gebruikt om een ruimte of locatie feestelijk aan te kleden
feestdecoraties	=	feestdecoratie
feestdecoratietje	=	feestdecoratie
feestdecoratietjes	=	feestdecoratie
feestdiner	noun	een uitgebreide avondmaaltijd als deel van een feestelijke bijeenkomst
feestdiners	=	feestdiner
feestdinertje	=	feestdiner
feestdinertjes	=	feestdiner
feestdis	noun	een feestelijke maaltijd
feestdissen	=	feestdis
feeste	=	feesten
feestelijk	adj	als bij een feest
feestelijke	=	feestelijk
feestelijker	=	feestelijk
feestelijkere	=	feestelijk
feestelijkers	=	feestelijk
feestelijkheden	=	feestelijkheid
feestelijkheid	noun	een bijeenkomst om iets fijns te vieren
feestelijkheidje	=	feestelijkheid
feestelijks	=	feestelijk
feestelijkst	=	feestelijk
feestelijkste	=	feestelijk
feesteling	noun	iemand die meedoet aan een vermakelijke en vreugdevolle sociale bijeenkomst
feestelingen	=	feesteling
feestelingetje	=	feesteling
feestelingetjes	=	feesteling
feesten	verb	een feestje vieren
feestend	adj	bezig met feesten
feestende	=	feestend
feestends	=	feestend
feestganger	noun	iemand die naar een feest gaat
feestgangers	=	feestganger
feestgangertje	=	feestganger
feestgangertjes	=	feestganger
feestgast	noun	iemand die te gast is op een feest
feestgasten	=	feestgast
feestgastje	=	feestgast
feestgastjes	=	feestgast
feestgedruis	noun	het rumoer dat door feestvierders veroorzaakt wordt
feestgedruisch	=	feestgedruis
feestgeluid	noun	het lawaai dat men tijdens een feest maakt
feestgeluiden	=	feestgeluid
feestgeschenk	noun	een cadeau dat gegeven wordt ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis of viering
feestgeschenken	=	feestgeschenk
feestgeschenkje	=	feestgeschenk
feestgeschenkjes	=	feestgeschenk
feestgevierd	=	feestvieren
feestgevoel	noun	de vrolijke, opgewekte stemming die heerst tijdens een bijeenkomst naar aanleiding van een heugelijke gebeurtenis
feestgewaad	noun	deftige, feestelijke kleding
feestgewaden	=	feestgewaad
feestgewoel	noun	de drukke bewegingen van een feestende massa
feestgordijn	noun	feestelijke decoratie gemaakt van smalle, glimmende stroken plastic of folie
feestgordijnen	=	feestgordijn
feestgordijntje	=	feestgordijn
feestgordijntjes	=	feestgordijn
feesthoed	noun	kleurrijk hoedje dat je draagt op een feest
feesthoeden	=	feesthoed
feesthoedje	=	feesthoed
feesthoedjes	=	feesthoed
feestjaar	noun	een jaar waarin men iets op een feestelijke wijze herdenkt
feestjaren	=	feestjaar
feestje	=	feest
feestjes	=	feest
feestjurk	noun	een mooie jurk vooral geschikt om er mee naar een feest te gaan
feestjurken	=	feestjurk
feestjurkje	=	feestjurk
feestjurkjes	=	feestjurk
feestkleding	noun	mooie kleding die men tijdens een feest draagt
feestkostuum	noun	een formeel of feestelijk kledingstuk, vaak een pak, dat gedragen wordt bij speciale gelegenheden zoals feesten, bruiloften of andere formele evenementen
feestkostuumpje	=	feestkostuum
feestkostuumpjes	=	feestkostuum
feestkostuums	=	feestkostuum
feestkronen	=	feestkroon
feestkroon	noun	een feestelijk hoofdsieraad dat meestal door de jarige wordt gedragen om extra in het middelpunt te staan
feestkroontje	=	feestkroon
feestkroontjes	=	feestkroon
feestlamp	noun	verzamelnaam voor verschillende soorten lampen die feestelijke lichteffecten creëren, zoals roterende lichtstralen, flitsen en lasers
feestlampen	=	feestlamp
feestlampje	=	feestlamp
feestlampjes	=	feestlamp
feestlied	noun	ter gelegenheid van een feest gemaakt of gezongen lied
feestliederen	=	feestlied
feestliedje	=	feestlied
feestliedjes	=	feestlied
feestmaal	noun	uitgebreide maaltijd ter gelegenheid van een feest
feestmaaltijd	noun	een extra lekkere, uitgebreide maaltijd die men met meerdere mensen gebruikt als een feestelijke gebeurtenis
feestmaaltijden	=	feestmaaltijd
feestmaaltje	=	feestmaal
feestmaaltjes	=	feestmaal
feestmaand	noun	een periode van ongeveer 30 dagen waarin men iets op een feestelijke wijze viert
feestmaanden	=	feestmaand
feestmalen	=	feestmaal
feestmars	noun	feestelijke marsmuziek die klinkt bij een heugelijke gebeurtenis
feestmarsen	=	feestmars
feestmenu	noun	zorgvuldig gekozen opeenvolging van gerechten voor een maaltijd bij een bijzondere gelegenheid of viering
feestmenu's	=	feestmenu
feestmenuutje	=	feestmenu
feestmenuutjes	=	feestmenu
feestmiddag	noun	middag dat men een heugelijke gebeurtenis viert
feestmiddagen	=	feestmiddag
feestmiddagje	=	feestmiddag
feestmiddagjes	=	feestmiddag
feestmuts	noun	vaak kegelvormig hoofddeksel dat men draagt ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis
feestmutsen	=	feestmuts
feestmutsje	=	feestmuts
feestmutsjes	=	feestmuts
feestmuziek	noun	vrolijke, opgewekte muziek die men maakt of ten gehore brengt op een feest
feestneus	noun	een grappig masker voor de neus dat je kunt dragen op een feest
feestneusje	=	feestneus
feestneusjes	=	feestneus
feestneuzen	=	feestneus
feestnummer	noun	iemand die graag feest
feestnummers	=	feestnummer
feestpak	noun	een formeel of feestelijk kledingstuk, vaak een pak, dat gedragen wordt bij speciale gelegenheden zoals feesten, bruiloften of andere formele evenementen
feestpakje	=	feestpak
feestpakjes	=	feestpak
feestpakken	=	feestpak
feestpakket	noun	een kant-en-klare verzameling feestartikelen, samengesteld om gemakkelijk een feest of themafeest aan te kleden
feestpakketje	=	feestpakket
feestpakketjes	=	feestpakket
feestpakketten	=	feestpakket
feestperiode	noun	deel van het jaar met veel feesten
feestperioden	=	feestperiode
feestperiodes	=	feestperiode
feestpop	noun	een groot, vaak opblaasbaar figuur dat in een tuin of voor een huis wordt geplaatst om een bijzondere mijlpaal te vieren.
feestpopje	=	feestpop
feestpopjes	=	feestpop
feestpoppen	=	feestpop
feestprogramma	noun	tijdschema met de verschillende onderdelen van een feestelijke bijeenkomst
feestprogramma's	=	feestprogramma
feestprogrammaatje	=	feestprogramma
feestprogrammaatjes	=	feestprogramma
feestrede	noun	een toespraak ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis
feestredes	=	feestrede
feestroes	noun	een toestand van veranderd bewustzijn die kan voorkomen bij het beleven van een heel heugelijke gebeurtenis
feestroezen	=	feestroes
feestrol	noun	optreden in een toneelstuk door een acteur ter viering van diens jubileum of verjaardag
feestrollen	noun	chameesj megilot
feestrolletje	=	feestrol
feestrolletjes	=	feestrol
feestruimte	noun	plaats waar men een feestelijke gebeurtenis kan vieren
feestruimten	=	feestruimte
feestruimtes	=	feestruimte
feestrumoer	noun	het lawaai dat men tijdens een feest maakt
feestsfeer	noun	een vrolijke, feestelijke stemming
feestsfeertje	=	feestsfeer
feestsfeertjes	=	feestsfeer
feestsferen	=	feestsfeer
feestslinger	noun	een vorm van decoratie die bestaat uit een lange reeks versieringen aan een touw of lint, bedoeld om een feestelijke sfeer te creëren
feestslingers	=	feestslinger
feestslingertje	=	feestslinger
feestslingertjes	=	feestslinger
feeststemming	noun	de gemoedstoestand die past bij een feestelijke gebeurtenis
feeststemmingen	=	feeststemming
feeststemminkje	=	feeststemming
feeststemminkjes	=	feeststemming
feesttafel	noun	tafel waaraan de bezoekers van een feest kunnen plaatsnemen om te praten, te drinken en te eten
feesttafels	=	feesttafel
feesttafeltje	=	feesttafel
feesttafeltjes	=	feesttafel
feestte	=	feesten
feestten	=	feesten
feesttent	noun	een tent die ontworpen is voor gebruik tijdens een feest of een evenement
feesttenten	=	feesttent
feesttentje	=	feesttent
feesttentjes	=	feesttent
feestterrein	noun	gebied waar een groot feest gevierd wordt
feestterreinen	=	feestterrein
feestterreintje	=	feestterrein
feestterreintjes	=	feestterrein
feesttoeter	noun	een feestartikel dat geluid maakt wanneer je erop blaast
feesttoeters	=	feesttoeter
feesttoetertje	=	feesttoeter
feesttoetertjes	=	feesttoeter
feestvarken	noun	de persoon waarvoor het feest gevierd wordt
feestvarkens	=	feestvarken
feestvarkentje	=	feestvarken
feestvarkentjes	=	feestvarken
feestverlichting	noun	verlichting die men gebruikt als versiering bij een feest
feestverlichtingen	=	feestverlichting
feestversiering	noun	de verzamelnaam voor alle decoratieve items die worden gebruikt om een ruimte of locatie feestelijk aan te kleden
feestversieringen	=	feestversiering
feestversierinkje	=	feestversiering
feestversierinkjes	=	feestversiering
feestvier	=	feestvieren
feestvierde	=	feestvieren
feestvierden	=	feestvieren
feestvierder	noun	deelnemer aan een feest
feestvierders	=	feestvierder
feestviere	=	feestvieren
feestvieren	verb	deelnemen aan een feest en uiting geven aan feestvreugde
feestvierend	=	feestvieren
feestvierende	=	feestvieren
feestviering	noun	de keer dat men een feest viert
feestvieringen	=	feestviering
feestvierster	noun	vrouw die meedoet aan een feest
feestviersters	=	feestvierster
feestviert	=	feestvieren
feestvlag	noun	een verzamelnaam voor decoratieve vlaggen die worden gebruikt om een feestelijke gebeurtenis aan te duiden of op te luisteren.
feestvlaggen	=	feestvlag
feestvlaggetje	=	feestvlag
feestvlaggetjes	=	feestvlag
feestvreugde	noun	feestelijke uiting van vreugde
feestvreugden	=	feestvreugde
feestvreugdes	=	feestvreugde
feestweek	noun	een week waarin men feest viert; een week die men gebruikt om feest te vieren
feestweekeinde	noun	weekend waarin men een feest viert
feestweekeinden	=	feestweekeinde
feestweekeindes	=	feestweekeinde
feestweekeindje	=	feestweekeinde
feestweekeindjes	=	feestweekeinde
feestweekend	noun	weekeinde waarin men een feest viert
feestweekenden	=	feestweekend
feestweekendje	=	feestweekend
feestweekendjes	=	feestweekend
feestweekends	=	feestweekend
feestweekje	=	feestweek
feestweken	=	feestweek
feestwinkel	noun	winkel waarin men feestartikelen kan kopen
feestwinkels	=	feestwinkel
feestzaal	noun	een zaal die geschikt is voor het houden van feesten
feestzaaltje	=	feestzaal
feestzaaltjes	=	feestzaal
feestzalen	=	feestzaal
feetiran	noun	Empidonax een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen)
feetirannen	=	feetiran
feetirannetje	=	feetiran
feetirannetjes	=	feetiran
feetje	=	fee
feetjes	=	fee
feex	=	feeks
feezwaluw	noun	Petrochelidon ariel een vogel uit de familie zwaluwen (Hirundinidae).
feezwaluwen	=	feezwaluw
feezwaluwtje	=	feezwaluw
feezwaluwtjes	=	feezwaluw
feeën	=	fee
feeënastrild	noun	Estrilda charmosyna een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
feeënastrilden	=	feeënastrild
feeënastrildje	=	feeënastrild
feeënastrildjes	=	feeënastrild
feeënbaarzen	noun	een familie Grammatidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
feeënhoningzuiger	noun	Cinnyris pulchellus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
feeënhoningzuigers	=	feeënhoningzuiger
feeënhoningzuigertje	=	feeënhoningzuiger
feeënhoningzuigertjes	=	feeënhoningzuiger
feeënland	noun	het imaginaire sprookjesland waar feeën leven
feeënlanden	=	feeënland
feeënlandje	=	feeënland
feeënlandjes	=	feeënland
feeënzanger	noun	Myiothlypis fraseri een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
feeënzangers	=	feeënzanger
feeënzangertje	=	feeënzanger
feeënzangertjes	=	feeënzanger
feeërie	noun	toneelvoorstelling gebaseerd op een sprookje
feeëriek	adj	sprookjesachtig mooi
feeërieke	=	feeëriek
feeërieker	=	feeëriek
feeëriekere	=	feeëriek
feeëriekers	=	feeëriek
feeërieks	=	feeëriek
feeëriekst	=	feeëriek
feeëriekste	=	feeëriek
feeëries	=	feeërie
feeërietje	=	feeërie
feeërietjes	=	feeërie
feeërieën	=	feeërie
feil	=	feilen
feilbaar	adj	de mogelijkheid hebbend om fouten te maken
feilbaarder	=	feilbaar
feilbaardere	=	feilbaar
feilbaarders	=	feilbaar
feilbaarheden	=	feilbaarheid
feilbaarheid	noun	het verschijnsel dat men fouten kan maken
feilbaars	=	feilbaar
feilbaarst	=	feilbaar
feilbaarste	=	feilbaar
feilbare	=	feilbaar
feilde	=	feilen
feilden	=	feilen
feile	=	feilen
feilen	verb	falen
feilend	=	feilen
feilende	=	feilen
feilloos	adj	perfect, zonder fouten
feilloosheden	=	feilloosheid
feilloosheid	noun	het feilloos zijn
feilloost	=	feilloos
feillooste	=	feilloos
feilloze	=	feilloos
feillozer	=	feilloos
feillozere	=	feilloos
feillozers	=	feilloos
feilt	=	feilen
feiltje	=	feilen
feiltjes	=	feilen
feit	noun	een gebeurtenis of omstandigheid die werkelijk gebeurd is
feite	=	feit
feitelijk	adj	zo niet op papier dan toch wel in werkelijkheid	adv	zo niet op papier dan toch wel in werkelijkheid
feitelijke	=	feitelijk
feitelijker	=	feitelijk
feitelijkere	=	feitelijk
feitelijkers	=	feitelijk
feitelijkheden	=	feitelijkheid
feitelijkheid	noun	iets dat gebaseerd is op feiten; iets waarvan de werkelijkheid bewezen is
feitelijks	=	feitelijk
feitelijkst	=	feitelijk
feitelijkste	=	feitelijk
feiten	=	feit
feitencomplex	noun	de groep voor de rechterlijke oordeelsvorming relevante feiten
feitencomplexen	=	feitencomplex
feitencontrole	noun	controle of gedane beweringen in overeenstemming zijn met de feiten
feitencontroles	=	feitencontrole
feitencontroletje	=	feitencontrole
feitencontroletjes	=	feitencontrole
feitenkennis	noun	het weten van feitelijke gegevens
feitenmateriaal	noun	alle feiten die worden aangedragen in een discussie of rechtszaak
feitenmaterialen	=	feitenmateriaal
feitenonderzoek	noun	onderzoek naar hoe iets echt gegaan is zonder daar conclusies of meningen aan toe te voegen
feitenonderzoeken	=	feitenonderzoek
feitenoverzicht	noun	opsomming van de omstandigheden en gebeurtenissen zoals deze werkelijk gebeurd zijn
feitenoverzichten	=	feitenoverzicht
feitenoverzichtje	=	feitenoverzicht
feitenoverzichtjes	=	feitenoverzicht
feitenrelaas	noun	beschrijving van de toedracht in de vorm van een zakelijke opsomming van gebeurtenissen en omstandigheden
feitenrelazen	=	feitenrelaas
feitenresistent	adj	ongevoelig voor feiten die een mening ontkrachten of tegenspreken
feitenresistente	=	feitenresistent
feitenresistenter	=	feitenresistent
feitenresistentere	=	feitenresistent
feitenresistenters	=	feitenresistent
feitenresistentie	noun	het vermogen om zich niet door feiten te laten beïnvloeden
feitenresistents	=	feitenresistent
feitenresistentst	=	feitenresistent
feitenresistentste	=	feitenresistent
feitenvrij	adj	van een persoon dat hij of zij zijn mening niet laat beïnvloeden door feiten
feitenvrije	=	feitenvrij
feitenvrijer	=	feitenvrij
feitenvrijere	=	feitenvrij
feitenvrijers	=	feitenvrij
feitenvrijs	=	feitenvrij
feitenvrijst	=	feitenvrij
feitenvrijste	=	feitenvrij
feitje	=	feit
feitjes	=	feit
fel	adj	hevig, scherp
felbegeerd	adj	van iets dat men het heel graag wil hebben of krijgen
felbegeerde	=	felbegeerd
felbegeerds	=	felbegeerd
felbevochten	adj	waar heftig voor gestreden is
felbevochtens	=	felbevochten
felblauw	adj	heel helder blauw
felblauwe	=	felblauw
felblauwen	=	felblauw
felblauwer	=	felblauw
felblauwere	=	felblauw
felblauwers	=	felblauw
felblauws	=	felblauw
felblauwst	=	felblauw
felblauwste	=	felblauw
feldspaat	=	veldspaat
feldspaath	=	veldspaat
felfie	noun	selfie van een boer met zijn boerderij
felfies	=	felfie
felgeel	adj	helder, fluoriserend geel
felgeels	=	felgeel
felgeelst	=	felgeel
felgeelste	=	felgeel
felgekleurd	adj	voorzien van felle, opvallende kleuren
felgekleurde	=	felgekleurd
felgekleurds	=	felgekleurd
felgele	=	felgeel
felgelen	=	felgeel
felgeler	=	felgeel
felgelere	=	felgeel
felgelers	=	felgeel
felgroen	adj	intens groene kleur
felgroene	=	felgroen
felgroenen	=	felgroen
felgroener	=	felgroen
felgroenere	=	felgroen
felgroeners	=	felgroen
felgroens	=	felgroen
felgroenst	=	felgroen
felgroenste	=	felgroen
felheden	=	felheid
felheid	noun	het heel fel en levendig zijn
felicitatie	noun	gelukwens
felicitatieboodschap	noun	bericht waarin men iets of iemand gelukwenst met een gebeurtenis of bereikt resultaat
felicitatieboodschappen	=	felicitatieboodschap
felicitatiebrief	noun	brief waarin men iemand met iets gelukwenst
felicitatiebriefje	=	felicitatiebrief
felicitatiebriefjes	=	felicitatiebrief
felicitatiebrieven	=	felicitatiebrief
felicitatieregister	noun	lijst met namen en gelukswensen
felicitatieregisters	=	felicitatieregister
felicitaties	=	felicitatie
felicitatietelegram	noun	telegram waarmee men iemand gelukwenst met een bepaalde gebeurtenis of bereikt resultaat
felicitatietelegrammen	=	felicitatietelegram
felicitatietje	=	felicitatie
feliciteer	=	feliciteren
feliciteerde	=	feliciteren
feliciteerden	=	feliciteren
feliciteert	=	feliciteren
felicitere	=	feliciteren
feliciteren	verb	iemand gelukwensen met een behaald resultaat
feliciterend	=	feliciteren
feliciterende	=	feliciteren
felien	adj	katachtig
feliene	=	felien
feliener	=	felien
felienere	=	felien
felieners	=	felien
feliens	=	felien
felienst	=	felien
felienste	=	felien
fellaga	noun	verzetsstrijder tegen het Franse bestuur over Noord-Afrika in de periode van 1920 tot 1962
fellaga's	=	fellaga
fellah	noun	kleine Egyptische boer
fellahs	=	fellah
fellatie	noun	het seksueel stimuleren van een man door het in de mond nemen van de penis
fellatio	noun	het stimuleren van de penis met de mond, tong of keel
fellatio's	=	fellatio
felle	=	fel
feller	=	fel
fellere	=	fel
fellers	=	fel
fellogeen	noun	cambium waarbij lagen kurk naar buiten toe worden aangemaakt dat zo de scheuren in de epidermis afdekt die ontstaan door de diktegroei
fellow	noun	iemands gelijke, lid van een genootschap
fellows	=	fellow
feloek	noun	een zeilvaartuig zonder verdek, sterk gelijkend op de Arabische dhow
feloeken	=	feloek
feloeks	=	feloek
felomstreden	adj	waar grote onenigheid over bestaat
felomstredens	=	felomstreden
felonie	noun	schending van een plechtige belofte
feloranje	adj	heel opvallende kleur oranje, vaak voor veiligheidsdoeleinden gebruikt, bijvoorbeeld RAL-kleur 2010
feloranjes	=	feloranje
felrealistisch	adj	eufemistische term uit de jaren 60, gebruikt voor films, boeken of beelden die pornografisch zijn, of voor zeer expliciete, gruwelijke weergaven van oorlogsgeweld
felrealistische	=	felrealistisch
felrealistischer	=	felrealistisch
felrealistischere	=	felrealistisch
felrealistischers	=	felrealistisch
felrode	=	felrood
felroden	=	felrood
felroder	=	felrood
felrodere	=	felrood
felroders	=	felrood
felrood	adj	opvallend rood
felroods	=	felrood
felroodst	=	felrood
felroodste	=	felrood
felroze	adj	helder roze
felrozes	=	felroze
fels	noun	omgebogen rand aan een metalen plaat
felse	=	felsen
felsen	verb	omvouwen en vastslaan
felsend	=	felsen
felsende	=	felsen
felsijzer	noun	werktuig gebruikt bij het maken van felsnaden
felsijzers	=	felsijzer
felsijzertje	=	felsijzer
felsijzertjes	=	felsijzer
felsisch	adj	rijk aan silica of silicahoudende mineralen
felsische	=	felsisch
felsischer	=	felsisch
felsischere	=	felsisch
felsischers	=	felsisch
felst	=	fel
felste	=	fel
felsten	=	felsen
felstgekleurd	=	felgekleurd
felstgekleurde	=	felgekleurd
felverlicht	adj	beschenen met veel (lamp)licht
felverlichte	=	felverlicht
felverlichts	=	felverlicht
fembot	noun	een koele, zakelijke, zelfstandige vrouw
fembots	=	fembot
femboy	noun	jonge man of non-binair individu dat vrouwelijke kenmerken vertoont
femboys	=	femboy
femel	noun	kwezel
femelaar	noun	iemand die zoetsappige en zeurderige verhaaltjes vertelt
femelaars	=	femelaar
femelaarster	noun	vrouw die die zoetsappige en zeurderige verhaaltjes vertelt
femelaarsters	=	femelaarster
femelaartje	=	femelaar
femelaartjes	=	femelaar
femelaren	=	femelaar
femelarij	noun	huichelarij
femelarijen	=	femelarij
femelde	=	femelen
femelden	=	femelen
femele	=	femelen
femelen	verb	zoetsappige en zeurderige praatjes houden
femelend	=	femelen
femelende	=	femelen
femelkont	noun|informal	iemand die altijd femelt, een femelaar, zemelaar
femelkonten	=	femelkont
femelkontje	=	femelkont
femelkontjes	=	femelkont
femels	=	femel
femelt	=	femelen
femicide	noun	moord op een vrouw vanwege haar geslacht, in het bijzonder als er vrouwenhaat of seksualiteit bij betrokken is
femiciden	=	femicide
femicides	=	femicide
femicidetje	=	femicide
femiman	noun	mannelijk model dat vrouwelijke kleding showt; androgyne man
femimannen	=	femiman
femimen	=	femiman
feminicide	noun	bewust doden van vrouwen of meisjes omdat ze vrouw of meisje zijn, moord uit vrouwenhaat
feminiciden	=	feminicide
feminicides	=	feminicide
feminicidetje	=	feminicide
feminien	adj	met eigenschappen die aan vrouwen worden toegeschreven
feminiene	=	feminien
feminiener	=	feminien
feminienere	=	feminien
feminieners	=	feminien
feminiens	=	feminien
feminienst	=	feminien
feminienste	=	feminien
femininisatie	noun	het femininiseren
femininisaties	=	femininisatie
feminisatie	noun	ontwikkeling waarbij vrouwen of vrouwelijke eigenschappen een steeds grotere rol gaan spelen
feminiseer	=	feminiseren
feminiseerde	=	feminiseren
feminiseerden	=	feminiseren
feminiseert	=	feminiseren
feminisere	=	feminiseren
feminiseren	verb	vrouwvriendelijk worden
feminiserend	=	feminiseren
feminiserende	=	feminiseren
feminisering	noun	toename van vrouwen en het vrouwelijke in een samenleving
feminiseringen	=	feminisering
feminisme	noun	streven naar het opheffen van de achterstelling van vrouwen en vrouwelijke eigenschappen door een gelijkwaardige behandeling van mannen en vrouwen
feminismeverslaggever	noun	journalist die schrijft over de feministsiche beweging
feminismeverslaggevers	=	feminismeverslaggever
feminist	noun	persoon die opkomt voor de gelijke rechten van vrouwen en mannen.
feministe	noun	vrouw die streeft naar gelijke rechten voor vrouwen
feministen	=	feminist
feministenkwestie	noun	zaken die betrekking hebben op feministen
feministenkwesties	=	feministenkwestie
feministenkwestietje	=	feministenkwestie
feministenkwestietjes	=	feministenkwestie
feministes	=	feministe
feministies	=	feministisch
feministisch	adj	betreffende het feminisme
feministische	=	feministisch
feministischer	=	feministisch
feministischere	=	feministisch
feministischers	=	feministisch
feministischt	=	feministisch
feministischte	=	feministisch
feministje	=	feminist
feministjes	=	feminist
femora	=	femur
femoralis	adj	met betrekking tot het dijbeen
femto-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10⁻¹⁵ ohm of 0,000.000.000.001 milliohm, weergegeven met symbool fΩ
femto-ohmpje	=	femto-ohm
femto-ohmpjes	=	femto-ohm
femto-ohms	=	femto-ohm
femtoampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10⁻¹⁵ ampère of 0,000.000.000.001 milliampère, weergegeven met symbool fA
femtoampères	=	femtoampère
femtoampèretje	=	femtoampère
femtoampèretjes	=	femtoampère
femtobecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10⁻¹⁵ becquerel of 0,000.000.000.001 millibecquerel, weergegeven met symbool fBq
femtobecquerels	=	femtobecquerel
femtocandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10⁻¹⁵ candela of 0,000.000.000.001 millicandela, weergegeven met symbool fcd
femtocandela's	=	femtocandela
femtocoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10⁻¹⁵ coulomb of 0,000.000.000.001 millicoulomb, weergegeven met symbool fC
femtocoulombs	=	femtocoulomb
femtocoulombtje	=	femtocoulomb
femtocoulombtjes	=	femtocoulomb
femtofarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10⁻¹⁵ farad of 0,000.000.000.001 millifarad, weergegeven met symbool fF
femtofaradje	=	femtofarad
femtofaradjes	=	femtofarad
femtofarads	=	femtofarad
femtogram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10⁻¹⁵ gram of 0,000.000.000.001 milligram, weergegeven met symbool fg
femtogrammen	=	femtogram
femtogrammetje	=	femtogram
femtogrammetjes	=	femtogram
femtogray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10⁻¹⁵ gray of 0,000.000.000.001 milligray, weergegeven met symbool fGy
femtograys	=	femtogray
femtograytje	=	femtogray
femtograytjes	=	femtogray
femtohenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10⁻¹⁵ henry of 0,000.000.000.001 millihenry, weergegeven met symbool fH
femtohenry's	=	femtohenry
femtohenry'tje	=	femtohenry
femtohenry'tjes	=	femtohenry
femtohertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10⁻¹⁵ hertz of 0,000.000.000.001 millihertz, weergegeven met symbool fHz
femtojoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10⁻¹⁵ joule of 0,000.000.000.001 millijoule, weergegeven met symbool fJ
femtojoules	=	femtojoule
femtokatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10⁻¹⁵ katal of 0,000.000.000.001 millikatal, weergegeven met symbool fkat
femtokatals	=	femtokatal
femtokelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10⁻¹⁵ kelvin of 0,000.000.000.001 millikelvin, weergegeven met symbool fK
femtoliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,000.000.000.000.001 liter, weergegeven met symbool fl, fL of fℓ
femtoliters	=	femtoliter
femtolitertje	=	femtoliter
femtolitertjes	=	femtoliter
femtolumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10⁻¹⁵ lumen of 0,000.000.000.001 millilumen, weergegeven met symbool flm
femtolumens	=	femtolumen
femtolux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10⁻¹⁵ lux of 0,000.000.000.001 millilux, weergegeven met symbool flx
femtometer	noun	een lengtemaat met een waarde van 10⁻¹⁵ meter of 0,000.000.000.001 millimeter, weergegeven met symbool fm
femtometers	=	femtometer
femtometertje	=	femtometer
femtometertjes	=	femtometer
femtomol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10⁻¹⁵ mol of 0,000.000.000.001 millimol, weergegeven met symbool fmol
femtomolen	=	femtomol
femtonewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10⁻¹⁵ newton of 0,000.000.000.001 millinewton, weergegeven met symbool fN
femtonewtons	=	femtonewton
femtopascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10⁻¹⁵ pascal of 0,000.000.000.001 millipascal, weergegeven met symbool fPa
femtoseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10⁻¹⁵ seconde of 0,000.000.000.001 milliseconde, weergegeven met symbool fs
femtoseconden	=	femtoseconde
femtosecondes	=	femtoseconde
femtosiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10⁻¹⁵ siemens of 0,000.000.000.001 millisiemens, weergegeven met symbool fS
femtosiemensen	=	femtosiemens
femtosiemensje	=	femtosiemens
femtosiemensjes	=	femtosiemens
femtosievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10⁻¹⁵ sievert of 0,000.000.000.001 millisievert, weergegeven met symbool fSv
femtotesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10⁻¹⁵ tesla of 0,000.000.000.001 millitesla, weergegeven met symbool fT
femtovolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10⁻¹⁵ volt of 0,000.000.000.001 millivolt, weergegeven met symbool fV
femtovoltje	=	femtovolt
femtovoltjes	=	femtovolt
femtovolts	=	femtovolt
femtowatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10⁻¹⁵ watt of 0,000.000.000.001 milliwatt, weergegeven met symbool fW
femtowatts	=	femtowatt
femtoweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10⁻¹⁵ weber of 0,000.000.000.001 milliweber, weergegeven met symbool fWb
femtowebers	=	femtoweber
femur	noun	dijbeen
femuren	=	femur
fenakistiscoop	noun|historical	ronddraaiende kartonnen schijf met om het midden een reeks afbeeldingen die opeenvolgende fasen van een animatie tonen
fenakistiscopen	=	fenakistiscoop
fender	noun	stootkussen op of stootgordel aan een schip
fenders	=	fender
fenegriek	noun	vlinderbloemige, sterk riekende plant Trigonella foenum-graecum
fenegriekblaadje	=	fenegriekblad
fenegriekblaadjes	=	fenegriekblad
fenegriekblad	noun	bladen van de plant Trigonella foenum-graecum
fenegriekbladeren	=	fenegriekblad
fenegriekzaad	noun	zaden van de plant Trigonella foenum-graecum
fenegriekzaadje	=	fenegriekzaad
fenegriekzaadjes	=	fenegriekzaad
fenegriekzaden	=	fenegriekzaad
fenelzine	noun	een antidepressivum van de groep monoamine-oxydaseremmers (MAO)
fenelzinen	=	fenelzine
fenicisch	adj	op Fenicië betrekking hebbend
fenicische	noun	een vrouwelijke inwoner van Fenicië, of iemand afkomstig hiervan
fenicischer	=	fenicisch
fenicischere	=	fenicisch
fenicischers	=	fenicisch
fenicischtalig	adj	de Fenicische taal sprekend
fenicischtalige	=	fenicischtalig
fenicischtaligs	=	fenicischtalig
feniciër	noun	een inwoner van Fenicië, land van het oude Azië, of iemand afkomstig uit dit land
feniciërs	=	feniciër
feniciërtje	=	feniciër
feniks	noun	fabeldier, een vogel die zich om de vijf eeuwen verbrandde en dan verjongd uit zijn as verrees
feniksen	=	feniks
feniksje	=	feniks
fennek	noun	Vulpes zerda een vos die voorkomt in de woestijnen van Afrika en het Arabisch Schiereiland.
fenneken	=	fennek
fennekje	=	fennek
fennekjes	=	fennek
fenneks	=	fennek
fenol	noun	een uit steenkolenteer verkregen organische verbinding (C₆H₅OH) bestaande uit een benzeenring waarvan één waterstofatoom is gesubstitueerd door een hydroxylgroep (OH)
fenolen	=	fenol
fenologen	=	fenoloog
fenologie	noun	leer van de jaarlijks terugkerende natuurverschijnselen
fenoloog	noun	iemand die jaarlijks terugkerende natuurverschijnselen bestudeert
fenoloogje	=	fenoloog
fenoloogjes	=	fenoloog
fenomeen	noun	een verschijnsel
fenomeentje	=	fenomeen
fenomeentjes	=	fenomeen
fenomenaal	adj	verbluffend, verbazingwekkend, buitengewoon
fenomenaals	=	fenomenaal
fenomenaalst	=	fenomenaal
fenomenaalste	=	fenomenaal
fenomenale	=	fenomenaal
fenomenaler	=	fenomenaal
fenomenalere	=	fenomenaal
fenomenalers	=	fenomenaal
fenomenalisme	noun	opvatting dat de mens slechts de uiterlijke verschijningsvormen, de eigenschappen van de dingen kan kennen, en niet het wezen ervan
fenomenen	=	fenomeen
fenomenografie	noun	beschrijving van de natuurverschijnselen
fenomenografieën	=	fenomenografie
fenomenologen	=	fenomenoloog
fenomenologie	noun	de leer die wil trachten zonder enig vooroordeel de dingen te leren kennen zoals zij zich voordoen
fenomenologietje	=	fenomenologie
fenomenologieën	=	fenomenologie
fenomenologisch	adj	betrekking hebbend op de fenomenologie
fenomenologische	=	fenomenologisch
fenomenologischer	=	fenomenologisch
fenomenologischere	=	fenomenologisch
fenomenologischers	=	fenomenologisch
fenomenoloog	noun	filosoof die wil trachten zonder enig vooroordeel de dingen te leren kennen zoals zij zich voordoen
fenomenoloogje	=	fenomenoloog
fenomenoloogjes	=	fenomenoloog
fenothiazine	noun	een basismolecule voor vele derivaten, die een wijd toepassingsveld hebben in de geneesmiddelenindustrie
fenothiazinen	=	fenothiazine
fenotype	noun	het aanzicht van een organisme
fenotypen	=	fenotype
fenotypes	=	fenotype
fent	noun	fentanyl
fentanyl	noun	morfinomimeticum, een stof met een werking analoog aan die van morfine
fenyl	noun	een arylgroep die bestaat uit een benzeenring waarvan één waterstofatoom is verwijderd
fenylalanine	noun	C₉H₁₁NO₂; een essentieel aminozuur, nodig voor diverse biochemische processen; een van de twintig natuurlijk voorkomende aminozuren
fenylalaninen	=	fenylalanine
fenylalanines	=	fenylalanine
fenylbutazon	noun	een pijnstillend, ontstekingsremmend en koortswerend middel uit de NSAID-groep
fenyletheen	noun	vloeibare koolwaterstof
fenyletheentje	=	fenyletheen
fenyletheentjes	=	fenyletheen
fenylethenen	=	fenyletheen
feochromocytomen	=	feochromocytoom
feochromocytoom	noun	tumor van de chromaffiene cellen
feodaal	adj	tot het leenstelsel behorend
feodaals	=	feodaal
feodaalst	=	feodaal
feodaalste	=	feodaal
feodale	=	feodaal
feodaler	=	feodaal
feodalere	=	feodaal
feodalers	=	feodaal
feodalisme	noun	leenstelsel
feodaliteit	noun	leenstelsel, feodalisme
feodaliteiten	=	feodaliteit
fep	=	feppen
feppe	=	feppen
feppen	verb|obsolete	drinken van alcoholische drank, zuipen, lurken
feppend	=	feppen
feppende	=	feppen
fept	=	feppen
fepte	=	feppen
fepten	=	feppen
ferm	adj	krachtig, kracht tonend
fermate	noun	teken dat het metrum even ingehouden wordt
fermateetje	=	fermate
fermateetjes	=	fermate
fermaten	=	fermate
ferme	=	ferm
ferment	noun	stof waarin gistcellen zitten, zodat contact met die stof gisting kan veroorzaken
fermentatie	noun	gisting
fermentatieproces	noun	een gecontroleerd gistings- of rottingsproces in een zuurstofarme omgeving
fermentatieprocessen	=	fermentatieproces
fermentaties	=	fermentatie
fermentatietje	=	fermentatie
fermentatietjes	=	fermentatie
fermenteer	=	fermenteren
fermenteerde	=	fermenteren
fermenteerden	=	fermenteren
fermenteert	=	fermenteren
fermenten	=	ferment
fermentere	=	fermenteren
fermenteren	verb	zuurstofloos (anaeroob) omzetten van biologische materialen door bacteriën, celculturen of schimmels
fermenterend	=	fermenteren
fermenterende	=	fermenteren
fermer	=	ferm
fermere	=	ferm
fermers	=	ferm
fermeteit	noun	fermiteit, flinkheid
fermeteiten	=	fermeteit
fermetje	=	fermette
fermetjes	=	fermette
fermette	noun	moderne woning gebouwd in een stijl die doet denken aan een traditionele boerderij
fermettes	=	fermette
fermheden	=	fermheid
fermheid	noun	het sterk, flink en moedig zijn
fermion	noun	een elementair deeltje met een halftallige spin [1]
fermionen	=	fermion
fermiteit	noun	flinkheid
fermiteiten	=	fermiteit
fermium	noun	scheikundig element met symbool Fm en atoomnummer 100.
fermiumatomen	=	fermiumatoom
fermiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element fermium.
fermiumatoompje	=	fermiumatoom
fermiumatoompjes	=	fermiumatoom
fermoor	noun	beitel, hakbeitel
fermoortje	=	fermoor
fermoortjes	=	fermoor
fermoren	=	fermoor
ferms	=	ferm
fermst	=	ferm
fermste	=	ferm
fernico	noun	legering van ijzer (Fe), nikkel (Ni) en kobalt (Co)
ferociteit	noun	wildheid, woestheid
feromonen	=	feromoon
feromoon	noun	lokstof die door een bepaald dier wordt uitgescheiden en een reactie teweegbrengt bij andere dieren van dezelfde soort
ferrarees	noun	een taal, eerder een dialect, die in en rond de Italiaanse stad Ferrara gesproken wordt
ferriet	noun	de benaming voor een α-ijzer, met een percentage C-atomen in zijn octaedrische holten (max. 10%).
ferrietantenne	noun	een sterk richtinggevoelige ontvangantenne voor de lagere radiofrequenties (lange- en middengolf) bestaande uit een spoel met een langwerpige kern van ferrietmateriaal.
ferrietantennen	=	ferrietantenne
ferrietantennes	=	ferrietantenne
ferrietantennetje	=	ferrietantenne
ferrietantennetjes	=	ferrietantenne
ferriprief	adj	gekenmerkt door ijzergebrek
ferrofluïda	=	ferrofluïdum
ferrofluïdum	noun	vloeistof waarin uiterst kleine magnetische deeltjes zijn opgelost, zodat die aangetrokken wordt door een magnetisch veld
ferromagnetisch	adj	een spontane magnetisatie bezittend als gevolg van de parallelle uitrichting van individuele spins
ferromagnetische	=	ferromagnetisch
ferromagnetischer	=	ferromagnetisch
ferromagnetischere	=	ferromagnetisch
ferromagnetischers	=	ferromagnetisch
ferromagnetischt	=	ferromagnetisch
ferromagnetischte	=	ferromagnetisch
ferromagnetisme	noun	treedt op in materialen die ongepaarde spins bevatten waartussen een wisselwerking bestaat die ertoe leidt dat de atomaire magnetische momenten zich evenwijdig aan elkaar richten.
ferrometaal	noun	ijzer of staal
ferrometalen	=	ferrometaal
ferrosilicium	noun	legering die bestaat uit ijzer en 15 à 90% silicium.
ferry	noun	een schip dat speciaal gebouwd en uitgerust is om in een veerdienst ingelegd te worden
ferry's	=	ferry
ferry'tje	=	ferry
ferry'tjes	=	ferry
ferryboot	noun	een speciaal gebouwd en uitgerust schip om in een veerdienst ingelegd te worden
ferrybootje	=	ferryboot
ferrybootjes	=	ferryboot
ferryboten	=	ferryboot
fertiel	adj	in staat om vruchtbare nakomelingen te krijgen
fertiele	=	fertiel
fertieler	=	fertiel
fertielere	=	fertiel
fertielers	=	fertiel
fertiels	=	fertiel
fertielst	=	fertiel
fertielste	=	fertiel
fertilisatie	noun	bij geslachtelijke voortplanting het proces van de samensmelting van twee haploïde gameten, zoals een zaadcel en een eicel, dat leidt tot samensmelting van de mannelijke en de vrouwelijke kern (karyogamie) en tot de vorming van een diploïde zygote en eventueel uiteindelijk de ontwikkeling van een embryo
fertilisaties	=	fertilisatie
fertilisatietje	=	fertilisatie
fertiliteit	noun	het vermogen vrucht te dragen
fertiliteiten	=	fertiliteit
fertiliteitsbehandeling	noun	een medische ingreep die wordt toegepast wanneer natuurlijk zwanger worden niet of moeilijk lukt, met als doel de kans op een zwangerschap te vergroten.
fertiliteitsbehandelingen	=	fertiliteitsbehandeling
fertiliteitsbehandelingetje	=	fertiliteitsbehandeling
fertiliteitsbehandelingetjes	=	fertiliteitsbehandeling
fertiliteitsfraude	noun	medisch wangedrag waarbij een arts of andere medewerker zonder toestemming of medeweten van de wensouders eigen zaad of niet-anoniem zaad gebruikt bij een vruchtbaarheidsbehandeling
fertiliteitsfraudes	=	fertiliteitsfraude
ferula	noun	een geslacht Ferula van bloeiende planten uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
ferula's	=	ferula
fervent	adj	fanatiek, overtuigd
fervente	=	fervent
ferventer	=	fervent
ferventere	=	fervent
ferventers	=	fervent
fervents	=	fervent
ferventst	=	fervent
ferventste	=	fervent
fes	noun	met een halve toon verlaagde toon "f"
fes-groot	=	fes-grotetertstoonladder
fes-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Fes-grotetertstoonladder
fes-grootakkoorden	=	fes-grootakkoord
fes-grootakkoordje	=	fes-grootakkoord
fes-grootakkoordjes	=	fes-grootakkoord
fes-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “fes” als grondtoon
fes-grotetertstoonladders	=	fes-grotetertstoonladder
fes-grotetertstoonladdertje	=	fes-grotetertstoonladder
fes-grotetertstoonladdertjes	=	fes-grotetertstoonladder
fes-klein	=	fes-kleinetertstoonaard
fes-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de (ongebruikelijke) fes-kleinetertstoonladder
fes-kleinakkoorden	=	fes-kleinakkoord
fes-kleinakkoordje	=	fes-kleinakkoord
fes-kleinakkoordjes	=	fes-kleinakkoord
fes-kleinetertstoonaard	noun	een (ongebruikelijke) mineurtoonladder met “fes” als grondtoon
fes-kleinetertstoonaarden	=	fes-kleinetertstoonaard
fes-kleinetertstoonaardje	=	fes-kleinetertstoonaard
fes-kleinetertstoonaardjes	=	fes-kleinetertstoonaard
fes-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “fes” (= "e") als grondtoon
fes-kleinetertstoonladders	=	fes-kleinetertstoonladder
fes-kleinetertstoonladdertje	=	fes-kleinetertstoonladder
fes-kleinetertstoonladdertjes	=	fes-kleinetertstoonladder
fes-majeur	noun	afkorting van de “Fes-majeurtoonsoort” of het “Fes-majeurakkoord”
fes-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Fes-grotetertstoonladder
fes-majeurakkoorden	=	fes-majeurakkoord
fes-majeurakkoordje	=	fes-majeurakkoord
fes-majeurakkoordjes	=	fes-majeurakkoord
fes-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “fes” als grondtoon
fes-majeurtoonaarden	=	fes-majeurtoonaard
fes-majeurtoonaardje	=	fes-majeurtoonaard
fes-majeurtoonaardjes	=	fes-majeurtoonaard
fes-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "fes" als grondtoon
fes-majeurtoonladders	=	fes-majeurtoonladder
fes-majeurtoonladdertje	=	fes-majeurtoonladder
fes-majeurtoonladdertjes	=	fes-majeurtoonladder
fes-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "fes" als grondtoon
fes-majeurtoonschaaltje	=	fes-majeurtoonschaal
fes-majeurtoonschaaltjes	=	fes-majeurtoonschaal
fes-majeurtoonschalen	=	fes-majeurtoonschaal
fes-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de (ongebruikelijke) fes-kleinetertstoonladder
fes-mineurakkoorden	=	fes-mineurakkoord
fes-mineurakkoordje	=	fes-mineurakkoord
fes-mineurakkoordjes	=	fes-mineurakkoord
fes-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “fes” (= “e”) als grondtoon
fes-mineurtoonladders	=	fes-mineurtoonladder
fes-mineurtoonladdertje	=	fes-mineurtoonladder
fes-mineurtoonladdertjes	=	fes-mineurtoonladder
fes-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “fes” (= “e”) als grondtoon
fes-mineurtoonschaaltje	=	fes-mineurtoonschaal
fes-mineurtoonschaaltjes	=	fes-mineurtoonschaal
fes-mineurtoonschalen	=	fes-mineurtoonschaal
fes-toonladder	=	fes-grotetertstoonladder
feses	noun	een tweemaal met een halve toon verlaagde toon "f"
fesesje	=	feses
fesesjes	=	feses
fesessen	=	feses
fesje	=	fes
fesjes	=	fes
fessen	=	fes
festas	noun	feestdagen
festeren	=	fêteren
festijn	noun	feest
festijnen	=	festijn
festival	noun	een reeks optredens
festivaladvocaat	noun	advocaat die festivalgangers zo nodig bijstaat op een festival
festivaladvocaten	=	festivaladvocaat
festivaldag	noun	geheel van de onderdelen van een feestelijk evenement die op dezelfde datum plaatsvinden
festivaldagen	=	festivaldag
festivaldirecteur	noun	iemand die leiding geeft aan de organisatie van een festival
festivaldirecteuren	=	festivaldirecteur
festivaldirecteurs	=	festivaldirecteur
festivaldirectie	noun	de leiding van het bedrijf dat een festival organiseert
festivaldirecties	=	festivaldirectie
festivalganger	noun	bezoeker van een feestelijk evenement
festivalgangers	=	festivalganger
festivalgangertje	=	festivalganger
festivalgangertjes	=	festivalganger
festivalleiding	noun	het managementteam, de organisatie of de artistieke leiding die verantwoordelijk is voor de planning, inhoudelijke keuzes en uitvoering van een festival
festivalleidingen	=	festivalleiding
festivalleidinkje	=	festivalleiding
festivalleidinkjes	=	festivalleiding
festivalletje	=	festival
festivalletjes	=	festival
festivallocatie	noun	plaats waar een feestelijk evenement wordt gehouden
festivallocaties	=	festivallocatie
festivalorganisatie	noun	bedrijf dat een feestelijke bijeenkomst organiseert
festivalorganisaties	=	festivalorganisatie
festivalorganisator	noun	bedrijf dat een grote feestelijke bijeenkomst regelt
festivalorganisatoren	=	festivalorganisator
festivalorganisators	=	festivalorganisator
festivalprogramma	noun	tijdschema voor een feestelijke bijeenkomst
festivalprogramma's	=	festivalprogramma
festivalpubliek	noun	de groep mensen die een feestelijk evenement bezoeken
festivalpublieken	=	festivalpubliek
festivals	=	festival
festivalseizoen	noun	deel van het jaar dat geschikt is voor het organiseren van grootscheepse feestelijke evenementen
festivalseizoenen	=	festivalseizoen
festivalsfeer	noun	de stemming die meestal heerst op festivals
festivalsferen	=	festivalsfeer
festivalstad	noun	stad waarin grootscheepse, feestelijke evenementen worden georganiseerd
festivalsteden	=	festivalstad
festivalterrein	noun	plaats waar een feestelijke bijeenkomst voor grote groepen mensen in de open lucht wordt gehouden
festivalterreinen	=	festivalterrein
festivalterreintje	=	festivalterrein
festivalterreintjes	=	festivalterrein
festivaltrein	noun	trein die mensen naar een festival brengt en terug
festivaltreinen	=	festivaltrein
festivaltreintje	=	festivaltrein
festivaltreintjes	=	festivaltrein
festivaluta	noun	munten en bonnen waarmee men op een festivalterrein kan betalen
festivaluta's	=	festivaluta
festivalvakantie	noun	een vakantie waarbij men een muziekfestival bezoekt; festival bezoek als vakantie
festivalvakanties	=	festivalvakantie
festivalvakantietje	=	festivalvakantie
festivalvakantietjes	=	festivalvakantie
festivalweide	noun	een groot grasveld waarop een feestelijke bijeenkomst wordt gehouden
festivalweiden	=	festivalweide
festivalweides	=	festivalweide
festiviteit	noun	feest, fuif
festiviteiten	=	festiviteit
festiviteitje	=	festiviteit
festiviteitjes	=	festiviteit
festoen	noun	guirlande van groen en bloesems of vruchten
festoenen	=	festoen
festoentje	=	festoen
festoentjes	=	festoen
feston	noun	bloemvormige versiersels aan een gebouw
festonnetje	=	feston
festonnetjes	=	feston
festons	=	feston
fet	noun	de afkorting voor Field-Effect Transistor, "veldeffect-transistor"
fet's	=	fet
fet'tje	=	fet
fet'tjes	=	fet
feta	noun	soort schapenkaas uit Griekenland
feta's	=	feta
fetakaas	noun	een Griekse ongerijpte schapenkaas die behoort tot een familie van witte kazen waartoe ook bijvoorbeeld beyaz peynir (Turkije), sirene (Bulgarije) en telemea (Roemenië) behoren
fetakazen	=	fetakaas
fetichisme	=	fetisjisme
fetichismus	=	fetisjisme
fetischisme	=	fetisjisme
fetischismus	=	fetisjisme
fetisj	noun	voorwerp van afgodische verering waaraan magische eigenschappen toegeschreven worden
fetisjdienst	noun	fetisjisme
fetisjdiensten	=	fetisjdienst
fetisje	=	fetisj
fetisjen	=	fetisj
fetisjes	=	fetisj
fetisjisme	noun	verering van fetisjen
fetisjismen	=	fetisjisme
fetisjist	noun	iemand die een fetisj vereert.
fetisjisten	=	fetisjist
fetisjistisch	adj	betrekking hebbend op het fetisjisme of een fetisjist
fetisjistische	=	fetisjistisch
fetisjistischer	=	fetisjistisch
fetisjistischere	=	fetisjistisch
fetisjistischers	=	fetisjistisch
fetisjistischt	=	fetisjistisch
fetisjistischte	=	fetisjistisch
fetisjistje	=	fetisjist
fetisjistjes	=	fetisjist
fetisjzaak	noun	winkel met seksartikelen gericht op erotische fantasieën
fetisjzaken	=	fetisjzaak
feudaal	adj	betrekking hebbend op het leenstelsel
feudaals	=	feudaal
feudaalst	=	feudaal
feudaalste	=	feudaal
feudale	=	feudaal
feudaler	=	feudaal
feudalere	=	feudaal
feudalers	=	feudaal
feuilletee	noun	bladerdeeg
feuilleteedeeg	noun	bladerdeeg
feuilleteedeegje	=	feuilleteedeeg
feuilleteedeegjes	=	feuilleteedeeg
feuilleteedegen	=	feuilleteedeeg
feuilleteerde	=	feuilleteren
feuilletees	=	feuilletee
feuilleteren	verb	doorbladeren
feuilleterend	=	feuilleteren
feuilleterende	=	feuilleteren
feuilleton	noun	vervolgverhaal in een krant of tijdschrift, dan wel op de radio of televisie
feuilletonnetje	=	feuilleton
feuilletonnetjes	=	feuilleton
feuilletons	=	feuilleton
feuilletonvorm	noun	manier van publiceren waarbij men een roman als een vervolgverhaal publiceert
feuilletonvormen	=	feuilletonvorm
feut	noun|informal	eerstejaars bij een studentenvereniging
feuten	=	feut
feutje	=	feut
feutjes	=	feut
fever	=	feveren
feverde	=	feveren
feverden	=	feveren
fevere	=	feveren
feveren	verb	heel hard rijden of racen op de openbare weg
feverend	=	feveren
feverende	=	feveren
fevert	=	feveren
feyenoorder	noun	een supporter van de voetbalclub Feyenoord
feyenoorders	=	feyenoorder
feyenoordertje	=	feyenoorder
feyenoordertjes	=	feyenoorder
feyl	=	feilen
fez	noun	bepaald soort hoed met een Turkse oorsprong
fezel	=	fezelen
fezelde	=	fezelen
fezelden	=	fezelen
fezele	=	fezelen
fezelen	verb	spreken met gedempte stem
fezelend	=	fezelen
fezelende	=	fezelen
fezelt	=	fezelen
fezje	=	fez
fezjes	=	fez
fezzen	=	fez
ff	=	tweehonderdvijfenvijftig
fi	noun	21e letter van het Griekse alfabet: hoofdletter Φ, onderkast φ, als klank vergelijkbaar met f	intj|obsolete	uitroep van afkeuring of afkeer
fi's	=	fi
fiacre	noun|historical	soort van vierwielige huurkoets, voortgetrokken door meestal twee paarden
fiacres	=	fiacre
fiancee	noun	vrouw met wie je officieel hebt afgesproken te gaan trouwen
fiancees	=	fiancee
fianceetje	=	fiancé
fianceetjes	=	fiancé
fiancé	noun	iemand met wie je officieel hebt afgesproken te gaan trouwen
fiancée	=	fiancee
fiancés	=	fiancé
fiasco	noun	grote mislukking
fiasco's	=	fiasco
fiascootje	=	fiasco
fiascootjes	=	fiasco
fiat	noun	korte mededeling waarmee iemand die daartoe bevoegd is, instemt met een verzoek of voorstel	intj|obsolete	uitroep om instemming met een verzoek of voorstel uit te spreken
fiatgeld	noun	geld dat zijn waarde niet ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is (intrinsieke waarde zoals bij goud en zilver), maar aan het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden.
fiatgelden	=	fiatgeld
fiatgeldje	=	fiatgeld
fiatgeldjes	=	fiatgeld
fiatje	=	fiat
fiatjes	=	fiat
fiats	=	fiat
fiatteer	=	fiatteren
fiatteerde	=	fiatteren
fiatteerden	=	fiatteren
fiatteert	=	fiatteren
fiattere	=	fiatteren
fiatteren	verb	goedkeuren
fiatterend	=	fiatteren
fiatterende	=	fiatteren
fiatteur	noun	iemand die fiatteert
fiatteurs	=	fiatteur
fiatteurtje	=	fiatteur
fiatteurtjes	=	fiatteur
fiber	noun	vezel, (een lang, dun filament waarvan de lengte ten minste drie keer groter is dan de doorsnede)
fiberglas	noun	materiaal gemaakt van glasvezels
fibergroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6039 ( )	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6039 ( )
fibergroene	=	fibergroen
fibergroenen	=	fibergroen
fibergroener	=	fibergroen
fibergroenere	=	fibergroen
fibergroeners	=	fibergroen
fibergroens	=	fibergroen
fibergroenst	=	fibergroen
fibergroenste	=	fibergroen
fibers	=	fiber
fiberscoop	noun	vezeloptisch instrument, gebruikt bij inwendig medisch onderzoek
fiberscoopje	=	fiberscoop
fiberscoopjes	=	fiberscoop
fiberscopen	=	fiberscoop
fibreus	adj	vezelachtig, bindweefselachtig
fibreust	=	fibreus
fibreuste	=	fibreus
fibreuze	=	fibreus
fibreuzer	=	fibreus
fibreuzere	=	fibreus
fibreuzers	=	fibreus
fibril	noun	cel of weefsel dat zich gedraagt als een vezel
fibrillatie	noun	samentrekking van afzonderlijke spiervezels en een vorm van hartritmestoornis
fibrillaties	=	fibrillatie
fibrilleer	=	fibrilleren
fibrilleerde	=	fibrilleren
fibrilleerden	=	fibrilleren
fibrilleert	=	fibrilleren
fibrillen	=	fibril
fibrillere	=	fibrilleren
fibrilleren	verb	onregelmatig samentrekken (van telkens andere bundels van de hartspier)
fibrillerend	=	fibrilleren
fibrillerende	=	fibrilleren
fibrine	noun	onoplosbaar eiwit in het bloedplasma, gevormd tijdens de bloedstolling uit fibrinogeen en trombine
fibrinen	=	fibrine
fibrines	=	fibrine
fibrinogeen	noun	een plasma-eiwit dat door trombine in fibrine kan worden omgezet
fibrinogeentje	=	fibrinogeen
fibrinogeentjes	=	fibrinogeen
fibrinogenen	=	fibrinogeen
fibrinolyse	noun	afbraak van bloedstolsels
fibrinolytisch	adj	wat eiwit in gestold bloed oplost, fibrine afbrekend
fibrinolytische	=	fibrinolytisch
fibrinolytischer	=	fibrinolytisch
fibrinolytischere	=	fibrinolytisch
fibrinolytischers	=	fibrinolytisch
fibroadenomen	=	fibroadenoom
fibroadenoom	noun	goedaardige tumor van bindweefsel- en kliercellen
fibroblast	noun	cel, betrokken bij het ontstaan van bindweefsel
fibroblasten	=	fibroblast
fibroblastje	=	fibroblast
fibroblastjes	=	fibroblast
fibromen	=	fibroom
fibromyalgie	noun	ziekte gekenmerkt door spierpijn en drukpijnlijke punten verspreid over het lichaam
fibroom	noun	goedaardig gezwel van het bindweefsel
fibroompje	=	fibroom
fibroompjes	=	fibroom
fibrose	noun	woekering van bindweefsel
fibrosen	=	fibrose
fibroses	=	fibrose
fibrosetje	=	fibrose
fibrosetjes	=	fibrose
fibrositis	noun	ontsteking van het bindweefsel
fibula	noun	speld om kleren bij elkaar te houden
fibula's	=	fibula
fibulae	=	fibula
fiche	noun	geld vervangend (plastic) schijfje dat geld vervangt bij spelen
fichen	=	fiche
fiches	=	fiche
fichier	noun	registratie van gegevens volgens een vast model op kartonnen kaartjes ("fiches") die netjes gesorteerd in bijpassende bakken worden bewaard
fichiers	=	fichier
fichu	noun	driehoekig gevouwen doek zoals vrouwen die in de 18e en 19e eeuw om de hals droegen
fichu's	=	fichu
fichuutje	=	fichu
fichuutjes	=	fichu
fictie	noun	niet op werkelijkheid berustende voorstelling die men als uitgangspunt aanneemt
fictieboek	noun	een boek met een verzonnen, niet echt gebeurd verhaal
fictieboeken	=	fictieboek
fictief	adj	niet werkelijk bestaand maar ter wille van een beschouwing verondersteld, verzonnen
fictiefilm	noun	film over een verzonnen, niet echt gebeurde gebeurtenis
fictiefilmpje	=	fictiefilm
fictiefilmpjes	=	fictiefilm
fictiefilms	=	fictiefilm
fictiefs	=	fictief
fictiefst	=	fictief
fictiefste	=	fictief
ficties	=	fictie
fictieve	=	fictief
fictiever	=	fictief
fictievere	=	fictief
fictievers	=	fictief
fiction	noun	verzamelterm voor boeken, teksten en andere publicaties die over een verzonnen onderwerp gaan
fictionaliseer	=	fictionaliseren
fictionaliseerde	=	fictionaliseren
fictionaliseerden	=	fictionaliseren
fictionaliseert	=	fictionaliseren
fictionalisere	=	fictionaliseren
fictionaliseren	verb	een waargebeurde geschiedenis vermengen en aanvullen met veel verzonnen elementen
fictionaliserend	=	fictionaliseren
fictionaliserende	=	fictionaliseren
fictioneel	adj	met betrekking tot fictie, verzonnen
fictioneels	=	fictioneel
fictioneelst	=	fictioneel
fictioneelste	=	fictioneel
fictionele	=	fictioneel
fictioneler	=	fictioneel
fictionelere	=	fictioneel
fictionelers	=	fictioneel
ficus	noun	botanische naam van een geslacht (genus) in de moerbeifamilie de Ficus Elastica wordt vaak als kamerplant gehouden
ficusje	=	ficus
ficusjes	=	ficus
ficussen	=	ficus
fideel	adj	trouwhartig
fideels	=	fideel
fideelst	=	fideel
fideelste	=	fideel
fidele	=	fideel
fideler	=	fideel
fidelere	=	fideel
fidelers	=	fideel
fideliteit	noun	trouw, getrouwheid
fideliteiten	=	fideliteit
fideï-commis	noun	erfstelling over de hand: een goed of beschikking waarvan in een testament is vastgelegd dat daarover niet in een volgend testament kan worden beschikt, maar dat het een aangewezen erfgenaam moet toevallen
fideï-commissaris	noun	De bezitter van een goed of beschikking waarvan in een testament is vastgelegd dat daarover niet in een volgend testament kan worden beschikt, maar dat het een aangewezen erfgenaam moet toevallen, een fideï-commissair erfgenaam
fideï-commissarissen	=	fideï-commissaris
fideï-commissen	=	fideï-commis
fideïsme	noun	opvatting dat religieuze waarheden niet beredeneerd kunnen worden, maar geloofd moeten worden
fidgeten	verb	voortdurend bewegen met als doel gewicht te verliezen
fidgetspinner	noun	speeltje dat kan draaien en in de hand wordt gebruikt
fidgetspinners	=	fidgetspinner
fidgette	=	fidgeten
fidgettend	=	fidgeten
fiduciair	adj	op vertrouwen berustend
fiduciairder	=	fiduciair
fiduciairdere	=	fiduciair
fiduciairders	=	fiduciair
fiduciaire	=	fiduciair
fiduciairs	=	fiduciair
fiduciairst	=	fiduciair
fiduciairste	=	fiduciair
fiducie	noun	gevoel dat iets of iemand zeker aan verwachtingen zal voldoen
fiedel	noun	viool
fiedelde	=	fiedelen
fiedelden	=	fiedelen
fiedele	=	fiedelen
fiedelen	verb	op een volkse, zigeunerachtige manier vioolspelen
fiedelend	=	fiedelen
fiedelende	=	fiedelen
fiedels	=	fiedel
fiedelt	=	fiedelen
fiedeltje	=	fiedel
fiedeltjes	=	fiedel
fief	=	vief
fiel	=	fielt
field	=	fielden
fieldde	=	fielden
fieldden	=	fielden
fielde	=	fielden
fielden	verb	als ploeg een verdedigende beurt hebben, waarbij de spelers verspreid over het veld opgesteld proberen de bal te vangen en te verhinderen dat de tegenstander scoort
fieldend	=	fielden
fieldende	=	fielden
fielder	noun	veldspeler (in een honkbalteam of cricketteam)
fielders	=	fielder
fieldt	=	fielden
fieldwork	noun	onderzoek naar de leefwijze van een groep mensen in een bepaald gebied door daar zelf heen te gaan en gegevens te verzamelen
fielt	noun	verdorven iemand, schoft [B], schurk
fielten	=	fielt
fielterig	adj	zoals past bij een schoft of schavuit
fielterige	=	fielterig
fielteriger	=	fielterig
fielterigere	=	fielterig
fielterigers	=	fielterig
fielterigs	=	fielterig
fielterigst	=	fielterig
fielterigste	=	fielterig
fielterij	noun	schelmerij, schelmenstreek, schurkenstreek, boevenstreek
fielterijen	=	fielterij
fieltig	adj	zoals bij iemand met een slecht karakter
fieltige	=	fieltig
fieltiger	=	fieltig
fieltigere	=	fieltig
fieltigers	=	fieltig
fieltigs	=	fieltig
fieltigst	=	fieltig
fieltigste	=	fieltig
fieltje	=	fielt
fiep	noun	zeer sterke preoccupatie in een beperkt interessegebied bij een persoon met autisme
fiepen	=	fiep
fier	adj	trots
fierder	=	fier
fierdere	=	fier
fierders	=	fier
fiere	=	fier
fierheden	=	fierheid
fierheid	noun	merkbaar gevoel dat je respect verdient om wat je bent of doet
fierljep	=	fierljeppen
fierljeppe	=	fierljeppen
fierljeppen	verb	overbruggen van een zo groot mogelijke afstand met behulp van een polsstok	noun	sport waarbij een atleet probeert met behulp van een polsstok een zo groot mogelijke afstand te overbruggen
fierljeppend	=	fierljeppen
fierljeppende	=	fierljeppen
fierljept	=	fierljeppen
fierljepte	=	fierljeppen
fierljepten	=	fierljeppen
fiers	=	fier
fierst	=	fier
fierste	=	fier
fiertel	noun	draagbaar
fiertels	=	fiertel
fieteldans	noun	zenuwziekte
fieteldansen	=	fieteldans
fietjebal	noun	tafelvoetbal
fiets	noun	tweewielig vervoermiddel dat door middel van spierkracht middels pedalen wordt voortbewogen
fietsaanleunbeugel	noun	een vast, robuust metalen of betonnen object op straat, bedoeld om een fiets stabiel tegenaan te zetten en met een slot aan het frame vast te maken
fietsaanleunbeugels	=	fietsaanleunbeugel
fietsaanleunbeugeltje	=	fietsaanleunbeugel
fietsaanleunbeugeltjes	=	fietsaanleunbeugel
fietsaccessoire	noun	aanvullend attribuut voor een fiets
fietsaccessoires	=	fietsaccessoire
fietsafstand	noun	afstand die wordt afgelegd tussen twee punten als men de fietsroutes volgt
fietsafstanden	=	fietsafstand
fietsafstandje	=	fietsafstand
fietsafstandjes	=	fietsafstand
fietsaftrek	noun	aftrekpost voor woon-werkverkeer per fiets
fietsaftrekje	=	fietsaftrek
fietsaftrekjes	=	fietsaftrek
fietsaftrekken	=	fietsaftrek
fietsairbag	noun	airbag aan de voorkant van een auto die dient om een fietser tijdens een botsing te beschermen
fietsairbags	=	fietsairbag
fietsbal	noun	balspel waarbij men de bal met het voorwiel van een fiets voortbeweegt
fietsband	noun	een binnen- of buitenband voor een fiets
fietsbanden	=	fietsband
fietsbandje	=	fietsband
fietsbandjes	=	fietsband
fietsbel	noun	bel bestemd voor een fiets
fietsbelde	=	fietsbellen
fietsbelden	=	fietsbellen
fietsbeleid	noun	beleid gericht op het reguleren van het fietsen
fietsbelle	=	fietsbellen
fietsbellen	verb	bellen met de fietsbel
fietsbellend	=	fietsbellen
fietsbellende	=	fietsbellen
fietsbelletje	=	fietsbel
fietsbelletjes	=	fietsbel
fietsbelt	=	fietsbellen
fietsbeugel	noun	vast, robuust metalen of betonnen object op straat, bedoeld om een fiets stabiel tegenaan te zetten en met een slot aan het frame vast te maken
fietsbeugels	=	fietsbeugel
fietsbeugeltje	=	fietsbeugel
fietsbeugeltjes	=	fietsbeugel
fietsbibliotheek	noun	een uitleeninitiatief, vergelijkbaar met een bibliotheek, waarbij kinderen tweedehands kinderfietsen kunnen lenen tegen een betaalbaar tarief, wat hergebruik stimuleert en kinderen de kans geeft een passende fiets te vinden
fietsbibliotheekje	=	fietsbibliotheek
fietsbibliotheekjes	=	fietsbibliotheek
fietsbibliotheken	=	fietsbibliotheek
fietsbieb	noun	een uitleeninitiatief, vergelijkbaar met een bibliotheek, waarbij kinderen tweedehands kinderfietsen kunnen lenen tegen een betaalbaar tarief, wat hergebruik stimuleert en kinderen de kans geeft een passende fiets te vinden.
fietsbiebs	=	fietsbieb
fietsblog	noun	weblog door een fietser
fietsblogger	noun	iemand die een fietsblog bijhoudt
fietsbloggers	=	fietsblogger
fietsbloggertje	=	fietsblogger
fietsbloggertjes	=	fietsblogger
fietsblogs	=	fietsblog
fietsblok	noun	een van beton gemaakt blok met een gleuf waarin met het voorwiel van een fiets kan stallen
fietsblokken	=	fietsblok
fietsbord	noun	verkeersbord dat aangeeft dat een weg of deel van een weg een verplicht fietspad is
fietsborden	=	fietsbord
fietsbordje	=	fietsbord
fietsbordjes	=	fietsbord
fietsbroek	noun	strakke korte broek speciaal gemaakt om mee te fietsen vaak met een zeemleren versterking in het kruis.
fietsbroeken	=	fietsbroek
fietsbroekje	=	fietsbroek
fietsbroekjes	=	fietsbroek
fietsbrug	noun	een brug voor fietsers
fietsbruggen	=	fietsbrug
fietsbruggetje	=	fietsbrug
fietsbruggetjes	=	fietsbrug
fietsbrugje	=	fietsbrug
fietsbrugjes	=	fietsbrug
fietsbus	noun	touringcar die tevens fietsen naar de vakantiebestemming vervoert
fietsbusje	=	fietsbus
fietsbusjes	=	fietsbus
fietsbussen	=	fietsbus
fietscafeetje	=	fietscafé
fietscafeetjes	=	fietscafé
fietscafé	noun	café speciaal geschikt voor fietsers
fietscafés	=	fietscafé
fietsclub	noun	sportclub met sporters die fietsen of wielrennen
fietsclubje	=	fietsclub
fietsclubjes	=	fietsclub
fietsclubs	=	fietsclub
fietscomputer	noun	op een fiets gemonteerd apparaatje dat de afgelegde afstand en de (gemiddelde) snelheid registreert en die op een beeldscherm weergeeft
fietscomputers	=	fietscomputer
fietscomputertje	=	fietscomputer
fietscomputertjes	=	fietscomputer
fietscros	=	fietscrossen
fietscross	noun	wedstrijd op ruw terrein met een crossfiets
fietscrosse	=	fietscrossen
fietscrossen	verb	een fietscross houden
fietscrossend	=	fietscrossen
fietscrossende	=	fietscrossen
fietscrosses	=	fietscross
fietscrossje	=	fietscross
fietscrossjes	=	fietscross
fietscrost	=	fietscrossen
fietscroste	=	fietscrossen
fietscrosten	=	fietscrossen
fietsculturen	=	fietscultuur
fietscultuur	noun	een cultuur gevormd rond het fietsen
fietsdag	noun	dag dat men fietst
fietsdagen	=	fietsdag
fietsdagje	=	fietsdag
fietsdagjes	=	fietsdag
fietsdiefstal	noun	het verschijnsel dat fietsen gestolen worden
fietsdiefstallen	=	fietsdiefstal
fietsdiefstalletje	=	fietsdiefstal
fietsdiefstalletjes	=	fietsdiefstal
fietsdrager	noun	apparaat dat het mogelijk maakt fietsen mee te nemen met de auto
fietsdragers	=	fietsdrager
fietsdragertje	=	fietsdrager
fietsdragertjes	=	fietsdrager
fietsdynamo	noun	wisselstroomdynamo bestemd voor de fietsverlichting
fietsdynamo's	=	fietsdynamo
fietsdynamootje	=	fietsdynamo
fietsdynamootjes	=	fietsdynamo
fietse	=	fietsen
fietseling	noun|humorous	verplaatsing per rijwiel
fietselingen	=	fietseling
fietsen	verb	op een fiets rijden
fietsenberging	noun	een overdekte en doorgaans afsluitbare ruimte waarin fietsen veilig, droog en geordend gestald worden.
fietsenbergingen	=	fietsenberging
fietsenberginkje	=	fietsenberging
fietsenberginkjes	=	fietsenberging
fietsend	=	fietsen
fietsende	=	fietsen
fietsendief	noun	een ploert die fietsen steelt
fietsendiefje	=	fietsendief
fietsendiefjes	=	fietsendief
fietsendiefstal	noun	de keer dat een fiets wordt gestolen
fietsendiefstallen	=	fietsendiefstal
fietsendieven	=	fietsendief
fietsendrager	noun	apparaat dat het mogelijk maakt fietsen mee te nemen met de auto
fietsendragers	=	fietsendrager
fietsendragertje	=	fietsendrager
fietsendragertjes	=	fietsendrager
fietsenfabriek	noun	fabriek waar fietsen worden gemaakt
fietsenfabrieken	=	fietsenfabriek
fietsenfabriekje	=	fietsenfabriek
fietsenfabriekjes	=	fietsenfabriek
fietsenfabrikant	noun	bedrijf dat rijwielen maakt
fietsenfabrikanten	=	fietsenfabrikant
fietsenhandel	noun	een bedrijf dat handelt in fietsen
fietsenhandelaar	noun	iemand of een bedrijf dat fietsen en fietsaccessoires in- en verkoopt
fietsenhandelaars	=	fietsenhandelaar
fietsenhandelaartje	=	fietsenhandelaar
fietsenhandelaartjes	=	fietsenhandelaar
fietsenhandelaren	=	fietsenhandelaar
fietsenhandels	=	fietsenhandel
fietsenhandeltje	=	fietsenhandel
fietsenhandeltjes	=	fietsenhandel
fietsenhok	noun	een overdekte gelegenheid om fietsen te parkeren (stallen)
fietsenhokje	=	fietsenhok
fietsenhokjes	=	fietsenhok
fietsenhokken	=	fietsenhok
fietsenkelder	noun	ondergrondse ruimte in een gebouw waar men fietsen kan stallen
fietsenkelders	=	fietsenkelder
fietsenmaakster	noun	vrouwelijke fietsenmaker; vrouw die fietsen repareert
fietsenmaaksters	=	fietsenmaakster
fietsenmaker	noun	een persoon die fietsen verkoopt en repareert
fietsenmakers	=	fietsenmaker
fietsenmakertje	=	fietsenmaker
fietsenmakertjes	=	fietsenmaker
fietsenplan	noun	een plan waarmee men het gebruik van de fiets als vervoermiddel wil bevorderen
fietsenplannen	=	fietsenplan
fietsenrek	noun	rek om fietsen te parkeren
fietsenrekje	=	fietsenrek
fietsenrekjes	=	fietsenrek
fietsenrekken	=	fietsenrek
fietsenrekkie	noun|figurative	gebit waarin enkele tanden ontbreken
fietsenrekkies	=	fietsenrekkie
fietsenrekkietje	=	fietsenrekkie
fietsenrekkietjes	=	fietsenrekkie
fietsenreparateur	noun	een persoon die fietsen verkoopt en repareert
fietsenreparateurs	=	fietsenreparateur
fietsenreparateurtje	=	fietsenreparateur
fietsenreparateurtjes	=	fietsenreparateur
fietsenstalling	noun	een tijdelijke (soms overdekte) bewaarplaats voor één of meer fietsen
fietsenstallingen	=	fietsenstalling
fietsenstallinkje	=	fietsenstalling
fietsenstallinkjes	=	fietsenstalling
fietsenwinkel	noun	winkel waar men fietsen, accessoires en fietsonderdelen verkoopt
fietsenwinkels	=	fietsenwinkel
fietsenwinkeltje	=	fietsenwinkel
fietsenwinkeltjes	=	fietsenwinkel
fietsenzaak	noun	winkel waar men fietsen kan kopen
fietsenzaken	=	fietsenzaak
fietser	noun	iemand die met een fiets rijdt
fietsergometer	noun	apparaat waar men de fietsprestaties van een persoon kan bepalen
fietsergometers	=	fietsergometer
fietsergometertje	=	fietsergometer
fietsergometertjes	=	fietsergometer
fietsers	=	fietser
fietsersairbag	noun	airbag aan de voorkant van een auto die dient om een fietser tijdens een botsing te beschermen
fietsersairbags	=	fietsersairbag
fietsersbond	noun	vereniging van fietsers die opkomt voor de belangen van fietsers
fietsersbonden	=	fietsersbond
fietsersbrug	noun	brug die speciaal gemaakt is voor fietsverkeer
fietsersbruggen	=	fietsersbrug
fietserstunnel	noun	een tunnel die uitsluitend bestemd is voor fietsers en voetgangers
fietserstunnels	=	fietserstunnel
fietserstunneltje	=	fietserstunnel
fietserstunneltjes	=	fietserstunnel
fietsertje	=	fietser
fietsertjes	=	fietser
fietsfabriek	noun	fabriek waar men fietsen maakt
fietsfabrieken	=	fietsfabriek
fietsfabriekje	=	fietsfabriek
fietsfabriekjes	=	fietsfabriek
fietsflat	noun	fietsenstalling van enkele verdiepingen boven elkaar
fietsflatje	=	fietsflat
fietsflatjes	=	fietsflat
fietsflats	=	fietsflat
fietsframe	noun	het frame van de fiets waaraan de wielen en het stuur etc. zijn bevestigd
fietsframepje	=	fietsframe
fietsframepjes	=	fietsframe
fietsframes	=	fietsframe
fietsgarage	noun	overdekte en vaak afsluitbare ruimte die specifiek bedoeld is voor het veilig en droog parkeren van fietsen
fietsgarages	=	fietsgarage
fietsgaragetje	=	fietsgarage
fietsgaragetjes	=	fietsgarage
fietsgebied	noun	stuk land dat specifiek geschikt is gemaakt om te kunnen fietsen
fietsgebieden	=	fietsgebied
fietsgebiedje	=	fietsgebied
fietsgebiedjes	=	fietsgebied
fietsgebruik	noun	het toepassen van de fiets als vervoersmiddel
fietshandelaar	noun	iemand of een bedrijf dat fietsen en fietsaccessoires in- en verkoopt
fietshandelaars	=	fietshandelaar
fietshandelaartje	=	fietshandelaar
fietshandelaartjes	=	fietshandelaar
fietshandelaren	=	fietshandelaar
fietshelm	noun	helm die het hoofd van een fietser zou moeten beschermen bij een ongeluk
fietshelmen	=	fietshelm
fietshelmpje	=	fietshelm
fietshelmpjes	=	fietshelm
fietshok	noun	een hok bestemd om fietsen in te bergen
fietshokje	=	fietshok
fietshokjes	=	fietshok
fietshokken	=	fietshok
fietsindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie van fietsen
fietsindustrieën	=	fietsindustrie
fietsinfrastructuren	=	fietsinfrastructuur
fietsinfrastructuur	noun	infrastructuur aangelegd voor gebruik met de fiets
fietsje	=	fiets
fietsjes	=	fiets
fietsjongen	noun	iemand die boodschappen rondbrengt op een fiets
fietsjongens	=	fietsjongen
fietsjongetje	=	fietsjongen
fietsjongetjes	=	fietsjongen
fietskaart	noun	gedetailleerde wegenkaart waarop vooral de fietspaden zijn aangegeven
fietskaarten	=	fietskaart
fietskaartje	=	fietskaart
fietskaartjes	=	fietskaart
fietskader	noun	fietsframe
fietskaders	=	fietskader
fietskadertje	=	fietskader
fietskadertjes	=	fietskader
fietskampeer	=	fietskamperen
fietskampeerde	=	fietskamperen
fietskampeerden	=	fietskamperen
fietskampeert	=	fietskamperen
fietskampere	=	fietskamperen
fietskamperen	verb	een meerdaagse fietstocht maken waarbij men overnacht in een tent
fietskamperend	=	fietskamperen
fietskamperende	=	fietskamperen
fietskar	noun	aanhangwagentje achter een fiets
fietskarren	=	fietskar
fietskarretje	=	fietskar
fietskarretjes	=	fietskar
fietsketting	noun	onderdeel van de kettingaandrijving van een fiets voor de energieoverdracht van de trapas naar het achterwiel via een systeem van ketting en tandwielen
fietskettingen	=	fietsketting
fietskettinkje	=	fietsketting
fietskettinkjes	=	fietsketting
fietskleding	noun	kleding geschikt voor op de fiets (b.v. jacquet en hoge hoed)
fietsklem	noun	klem voor het stallen van een fiets
fietsklemmen	=	fietsklem
fietsklemmetje	=	fietsklem
fietsklemmetjes	=	fietsklem
fietskluis	noun	afsluitbare bergruimte, waarin (tegen betaling) een fiets kan worden gestald
fietskluisje	=	fietskluis
fietskluisjes	=	fietskluis
fietskluizen	=	fietskluis
fietsknooppunt	noun	een kruispunt van fietspaden
fietsknooppunten	=	fietsknooppunt
fietsknooppuntennetwerk	noun	een netwerk van verschillende fietsroutes die via knooppunten (meestal kruispunten van fietspaden) met elkaar verbonden zijn
fietsknooppuntennetwerken	=	fietsknooppuntennetwerk
fietsknooppuntennetwerkje	=	fietsknooppuntennetwerk
fietsknooppuntennetwerkjes	=	fietsknooppuntennetwerk
fietsknooppuntje	=	fietsknooppunt
fietsknooppuntjes	=	fietsknooppunt
fietskoerier	noun	iemand die beroepshalve dingen rondbrengt op de fiets
fietskoeriers	=	fietskoerier
fietskoeriertje	=	fietskoerier
fietskoeriertjes	=	fietskoerier
fietskrat	noun	een open bak of kist die op de voordrager of bagagedrager van een fiets wordt gemonteerd om spullen zoals boodschappen, schooltassen of sporttassen gemakkelijk te vervoeren
fietskratje	=	fietskrat
fietskratjes	=	fietskrat
fietskratten	=	fietskrat
fietslamp	noun	verlichting voor een fiets
fietslampen	=	fietslamp
fietslampje	=	fietslamp
fietslampjes	=	fietslamp
fietsland	noun	een land waar veel mensen fietsen
fietslanden	=	fietsland
fietslandje	=	fietsland
fietslengte	noun	afstand ter lengte van een fiets
fietslengten	=	fietslengte
fietslengtes	=	fietslengte
fietslengtetje	=	fietslengte
fietslengtetjes	=	fietslengte
fietsles	noun	les gegeven aan mensen die nog niet kunnen fietsen b.v. in het kader van een inburgeringscursus voor allochtonen
fietslesje	=	fietsles
fietslesjes	=	fietsles
fietslessen	=	fietsles
fietslicht	noun	deel van de verlichting op een fiets
fietslichten	=	fietslicht
fietsmaker	noun	persoon die fietsen herstelt en verkoopt
fietsmakers	=	fietsmaker
fietsmand	noun	mand voor op de fiets om spullen mee te nemen
fietsmanden	=	fietsmand
fietsmandje	=	fietsmand
fietsmandjes	=	fietsmand
fietsmerk	noun	naam van de onderneming die de fiets heeft geproduceerd
fietsmerken	=	fietsmerk
fietsnet	noun	verzameling van met elkaar samenhangende fietsroutes
fietsnetje	=	fietsnet
fietsnetjes	=	fietsnet
fietsnetten	=	fietsnet
fietsnetwerk	noun	een netwerk van verschillende fietsroutes die via knooppunten (meestal kruispunten van fietspaden) met elkaar verbonden zijn
fietsnetwerken	=	fietsnetwerk
fietsnietje	noun	hekje waaraan men een fiets kan vastmaken met een hangslot
fietsnietjes	=	fietsnietje
fietsonderdeel	noun	deel van een triatlon waarin men fietst
fietsonderdelen	=	fietsonderdeel
fietsongeluk	noun	verkeersongeval waarbij een fietser is betrokken
fietsongelukje	=	fietsongeluk
fietsongelukjes	=	fietsongeluk
fietsongelukken	=	fietsongeluk
fietsongeval	noun	ongeval waar een fietser bij is betrokken
fietsongevallen	=	fietsongeval
fietsongevalletje	=	fietsongeval
fietsongevalletjes	=	fietsongeval
fietsonvriendelijk	adj	geen rekening houdend met en onaangepast aan de behoeften van mensen die fietsen
fietsonvriendelijke	=	fietsonvriendelijk
fietsonvriendelijker	=	fietsonvriendelijk
fietsonvriendelijkere	=	fietsonvriendelijk
fietsonvriendelijkers	=	fietsonvriendelijk
fietsonvriendelijks	=	fietsonvriendelijk
fietsonvriendelijkst	=	fietsonvriendelijk
fietsonvriendelijkste	=	fietsonvriendelijk
fietsopstelstroken	=	fietsopstelstrook
fietsopstelstrook	noun	een gemarkeerd gebied van het wegdek die bedoeld is voor fietsers om te gaan staan bij rood licht wanneer zij een weg of kruispunt willen oversteken
fietsoversteekplaats	noun	speciaal gemarkeerd deel van de weg waar fietsers kunnen oversteken
fietsoversteekplaatsen	=	fietsoversteekplaats
fietsoversteekplaatsje	=	fietsoversteekplaats
fietsoversteekplaatsjes	=	fietsoversteekplaats
fietspaadje	=	fietspad
fietspaadjes	=	fietspad
fietspad	noun	een weggedeelte of vrijliggend pad dat is gereserveerd voor het gebruik door fietsers en snorfietsers
fietspaden	=	fietspad
fietspadennet	noun	een serie met elkaar verbonden fietspaden
fietspadennetten	=	fietspadennet
fietspadje	=	fietspad
fietspadjes	=	fietspad
fietsparcours	noun	een bij een fietswedstrijd te volgen route
fietsparcoursen	=	fietsparcours
fietsparkeren	noun	stalling van fietsen in de openbare ruimte
fietspedaal	noun	onderdeel van een fiets waarop de berijder met een van zijn voeten duwt om vooruit te komen
fietspedaaltje	=	fietspedaal
fietspedaaltjes	=	fietspedaal
fietspedalen	=	fietspedaal
fietspet	noun	hoofddeksel met klep die men draagt bij het fietsen
fietspetje	=	fietspet
fietspetjes	=	fietspet
fietspetten	=	fietspet
fietsplaat	noun	jaarlijkse provinciale fietsbelasting
fietsplaatje	=	fietsplaat
fietsplaatjes	=	fietsplaat
fietsplan	noun	een aantal voorgenomen maatregelen om het fietsgebruik te stimuleren
fietsplannen	=	fietsplan
fietsplannetje	=	fietsplan
fietsplannetjes	=	fietsplan
fietsplaten	=	fietsplaat
fietsplezier	noun	het genoegen dat men beleeft aan het fietsen
fietspolo	noun	teamsport net als polo maar waar de paarden vervangen zijn door fietsen
fietspomp	noun	pomp voor het oppompen van fietsbanden
fietspompen	=	fietspomp
fietspompje	=	fietspomp
fietspompjes	=	fietspomp
fietspont	noun	een pont voor fietsers en wandelaars
fietsponten	=	fietspont
fietspontje	=	fietspont
fietspontjes	=	fietspont
fietsprovincie	noun	een provincie die speciaal geschikt is voor het maken van fietstochten
fietsprovincies	=	fietsprovincie
fietspunt	noun	een voorziening in stations ter bevordering van het fietsverkeer
fietspunten	=	fietspunt
fietspuntje	=	fietspunt
fietspuntjes	=	fietspunt
fietsreflector	noun	een reflector voor op een fiets
fietsreflectoren	=	fietsreflector
fietsreflectors	=	fietsreflector
fietsreflectortje	=	fietsreflector
fietsreflectortjes	=	fietsreflector
fietsregistratie	noun	registratie van de gegevens van een fiets, zoals framenummer, eigenaar, diens postcode enz., als hulpmiddel bij de bestrijding van fietsendiefstal
fietsregistraties	=	fietsregistratie
fietsreis	noun	een vakantie waarbij fietsen de belangrijkste activiteit is
fietsreisje	=	fietsreis
fietsreisjes	=	fietsreis
fietsreizen	=	fietsreis
fietsrek	noun	rek om fietsen te parkeren
fietsrekje	=	fietsrek
fietsrekjes	=	fietsrek
fietsrekken	=	fietsrek
fietsrit	noun	een tochtje met een rijwiel
fietsritje	=	fietsrit
fietsritjes	=	fietsrit
fietsritten	=	fietsrit
fietsrotonde	noun	een rotonde voor fietsers
fietsrotonden	=	fietsrotonde
fietsrotondes	=	fietsrotonde
fietsrotondetje	=	fietsrotonde
fietsrotondetjes	=	fietsrotonde
fietsroute	noun	een route die heel geschikt is om te fietsen
fietsrouten	=	fietsroute
fietsroutenetwerk	noun	een netwerk van verschillende fietsroutes die via knooppunten (meestal kruispunten van fietspaden) met elkaar verbonden zijn
fietsroutenetwerken	=	fietsroutenetwerk
fietsroutenetwerkje	=	fietsroutenetwerk
fietsroutenetwerkjes	=	fietsroutenetwerk
fietsroutes	=	fietsroute
fietsroutetje	=	fietsroute
fietsslachtoffer	noun	fietser die bij een verkeersongeval is betrokken
fietsslachtoffers	=	fietsslachtoffer
fietsslachtoffertje	=	fietsslachtoffer
fietsslachtoffertjes	=	fietsslachtoffer
fietssleutel	noun	sleuteltje van een fietsslot
fietssleutels	=	fietssleutel
fietssleuteltje	=	fietssleutel
fietssleuteltjes	=	fietssleutel
fietsslot	noun	slot van een fiets
fietssloten	=	fietsslot
fietsslotje	=	fietsslot
fietsslotjes	=	fietsslot
fietsslotpaal	noun	verankerde voorziening met een oog waaraan men het fietsslot (b.v. kettingslot) kan bevestigen
fietsslotpalen	=	fietsslotpaal
fietssnelweg	noun	een fietspad dat een voorrangsroute vormt voor langeafstandsfietsers
fietssnelwegen	=	fietssnelweg
fietssnelweggetje	=	fietssnelweg
fietssnelweggetjes	=	fietssnelweg
fietssnelwegje	=	fietssnelweg
fietssport	noun	is een verzamelnaam voor alle sporten waarbij gebruik wordt gemaakt van een fiets
fietssporten	=	fietssport
fietsstad	noun	stad waar men vaak de fiets gebruikt
fietsstadje	=	fietsstad
fietsstadjes	=	fietsstad
fietsstalling	noun	een plaats, vaak overdekt, waar je tijdelijk een fiets kunt parkeren
fietsstallingen	=	fietsstalling
fietsstallinkje	=	fietsstalling
fietsstallinkjes	=	fietsstalling
fietsstandaard	noun	een fietsonderdeel dat er voor zorgt dat hij in stilstand overeind blijft staan
fietsstandaarden	=	fietsstandaard
fietsstandaards	=	fietsstandaard
fietssteden	=	fietsstad
fietsster	noun	vrouw die een rijwiel gebruikt
fietssters	=	fietsster
fietsstertje	=	fietsster
fietsstertjes	=	fietsster
fietssticker	noun	zelfklevend label dat specifiek is ontworpen voor gebruik op fietsen
fietsstickers	=	fietssticker
fietsstickertje	=	fietssticker
fietsstickertjes	=	fietssticker
fietsstraat	noun	een straat waarop fietsers oververtegenwoordigd zijn en waarop auto's zich aan fietsers moeten aanpassen
fietsstraatje	=	fietsstraat
fietsstraatjes	=	fietsstraat
fietsstraten	=	fietsstraat
fietsstroken	=	fietsstrook
fietsstrook	noun	'rijstrook' voor fietsers die door een streep is afgescheiden van de rijbaan
fietsstrookje	=	fietsstrook
fietsstrookjes	=	fietsstrook
fietssturen	=	fietsstuur
fietsstuur	noun	stuur van een fiets
fietsstuurtje	=	fietsstuur
fietsstuurtjes	=	fietsstuur
fietssuggestiestroken	=	fietssuggestiestrook
fietssuggestiestrook	noun	deel van de rijbaan alleen gemarkeerd door onderbroken strepen of kleurverschil, maar zonder afbeelding van een fiets; om aan te geven dat deze strook wel bestemd is voor fietsers maar ook door andere voertuigen benut kan worden
fietst	=	fietsen
fietstas	noun	tas die aan een fiets is of kan worden bevestigd
fietstasje	=	fietstas
fietstasjes	=	fietstas
fietstassen	=	fietstas
fietstaxi	noun	fiets (meestal op meer dan twee wielen) met de mogelijkheid om comfortabel passagiers te vervoeren met inbegrip van de fietser die men kan huren voor het afleggen van het gewenste traject (meestal in de stad)
fietstaxi's	=	fietstaxi
fietstaxietje	=	fietstaxi
fietstaxietjes	=	fietstaxi
fietste	=	fietsen
fietstechniek	noun	het geheel aan kennis, ervaring en reflexen dat nodig is om goed te kunnen fietsen
fietstechnieken	=	fietstechniek
fietstechniekje	=	fietstechniek
fietstechniekjes	=	fietstechniek
fietstegel	noun	rijwieltegel
fietstegels	=	fietstegel
fietstegeltje	=	fietstegel
fietstegeltjes	=	fietstegel
fietsten	=	fietsen
fietstest	noun	een test waarbij men de fysieke belastbaarheid van het lichaam en vooral het hart kan onderzoeken
fietstesten	=	fietstest
fietstestje	=	fietstest
fietstestjes	=	fietstest
fietsthema	noun	onderwerp betreffende het fietsen en de wielersport
fietsthema's	=	fietsthema
fietsthemata	=	fietsthema
fietstocht	noun	een tocht gemaakt op de fiets
fietstochten	=	fietstocht
fietstochtje	=	fietstocht
fietstochtjes	=	fietstocht
fietstoerisme	noun	toerisme op de fiets
fietstoerist	noun	beoefenaar van fietstoerisme
fietstoeristen	=	fietstoerist
fietstoeristje	=	fietstoerist
fietstoeristjes	=	fietstoerist
fietstransferia	=	fietstransferium
fietstransferium	noun	uitgebreide fietsenstalling bij een knooppunt voor openbaar vervoer waardoor fietsers gemakkelijk kunnen overstappen
fietstrommel	noun	overdekte, afsluitbare fietsenstalling, waarin (tegen betaling) een fiets kan worden gestald
fietstrommels	=	fietstrommel
fietstrommeltje	=	fietstrommel
fietstrommeltjes	=	fietstrommel
fietstunnel	noun	een tunnel die uitsluitend bestemd is voor fietsers en voetgangers
fietstunnels	=	fietstunnel
fietstunneltje	=	fietstunnel
fietstunneltjes	=	fietstunnel
fietsvaardigheden	=	fietsvaardigheid
fietsvaardigheid	noun	de vaardigheid die benodigd is om te kunnen fietsen
fietsvakantie	noun	vorm van vakantie waarbij men per fiets reist
fietsvakanties	=	fietsvakantie
fietsvakantietje	=	fietsvakantie
fietsvakantietjes	=	fietsvakantie
fietsveer	noun	een veerpont voor fietsers en wandelaars
fietsveertje	=	fietsveer
fietsveertjes	=	fietsveer
fietsventiel	noun	ventiel dat wordt gebruikt om de luchtband van een fiets met lucht op te pompen en op spanning te houden
fietsventieldopje	noun	een dopje dat op een fietsventiel gedraaid wordt, zodat er geen zand en dergelijke in het ventiel kan komen
fietsventieldopjes	=	fietsventieldopje
fietsventielen	=	fietsventiel
fietsverbinding	noun	weg of fietspad dat kan dienen om van de ene naar de andere plaats te fietsten
fietsverbindingen	=	fietsverbinding
fietsverbindinkje	=	fietsverbinding
fietsverbindinkjes	=	fietsverbinding
fietsverbod	noun	een verbod ergens te fietsen
fietsveren	=	fietsveer
fietsvergoeding	noun	een (vaak belastingvrije) vergoeding van de werkgever voor werknemers die met de fiets naar het werk komen, bedoeld om duurzame mobiliteit te stimuleren.
fietsvergoedingen	=	fietsvergoeding
fietsvergoedinkje	=	fietsvergoeding
fietsvergoedinkjes	=	fietsvergoeding
fietsverhuur	noun	een bedrijf dat fietsen verhuurt
fietsverkeer	noun	verkeer dat wordt gevormd door fietsers
fietsverlichting	noun	een systeem bestaande uit voorlicht (koplamp), achterlicht, dynamo en bedrading of verlichting met een batterij
fietsverlichtingen	=	fietsverlichting
fietsverlichtinkje	=	fietsverlichting
fietsverlichtinkjes	=	fietsverlichting
fietsvierdaagse	noun	evenement bestaande uit vier dagen recreatief fietsen
fietsvierdaagsen	=	fietsvierdaagse
fietsvierdaagses	=	fietsvierdaagse
fietsvriendelijk	adj	rekening houdend met en aangepast aan de behoeften van mensen die fietsen
fietsvriendelijke	=	fietsvriendelijk
fietsvriendelijker	=	fietsvriendelijk
fietsvriendelijkere	=	fietsvriendelijk
fietsvriendelijkers	=	fietsvriendelijk
fietsvriendelijks	=	fietsvriendelijk
fietsvriendelijkst	=	fietsvriendelijk
fietsvriendelijkste	=	fietsvriendelijk
fietswedstrijd	noun	een competitieve sportieve gebeurtenis waarbij deelnemers op de fiets proberen elkaar te verslaan om als eerste te finishen, vaak over een bepaalde afstand of aantal rondes
fietswedstrijden	=	fietswedstrijd
fietswedstrijdje	=	fietswedstrijd
fietswedstrijdjes	=	fietswedstrijd
fietsweek	noun	een week waarin zaken rond het fietsen worden georganiseerd
fietsweekje	=	fietsweek
fietsweekjes	=	fietsweek
fietsweg	noun	wegen die geschikt zijn om overheen te fietsen
fietswegen	=	fietsweg
fietswegenwacht	noun	een hulpdienst voor fietsers met pech
fietswegenwachten	=	fietswegenwacht
fietswegenwachtje	=	fietswegenwacht
fietswegenwachtjes	=	fietswegenwacht
fietsweken	=	fietsweek
fietswiel	noun	een wiel van een fiets
fietswielen	=	fietswiel
fietswieltje	=	fietswiel
fietswieltjes	=	fietswiel
fietswinkel	noun	winkel waar men fietsen en fietsbenodigdheden kan kopen
fietswinkels	=	fietswinkel
fietszadel	noun	het zitgedeelte van een fiets
fietszadels	=	fietszadel
fietszadeltje	=	fietszadel
fietszadeltjes	=	fietszadel
fietszitje	noun	zitje voor kleine kinderen, aan het stuur gehangen of achter op de bagagedrager bevestigd
fietszitjes	=	fietszitje
fietszoektocht	noun	speurtocht met een fiets
fietszoektochten	=	fietszoektocht
fietszoektochtje	=	fietszoektocht
fietszoektochtjes	=	fietszoektocht
fifo	noun	logistiek principe dat wat er als eerste bij komt, er als eerste weer uit gaat
fifties	noun	jaren 1950 tot en met 1959
fiftyfifty	adv	half-om-half; ieder 50 procent; gelijk verdeeld
fiftyfiftyverdeling	noun	een verdeling in twee gelijke delen
fiftyfiftyverdelingen	=	fiftyfiftyverdeling
figaro	noun	iemand die kapsels verzorgt
figaro's	=	figaro
fightingspirit	noun	wilskracht om een zwaar gevecht te voeren
figurant	noun	acteur die een zwijgende of onbetekenende rol vervult
figurante	noun	vrouwelijke vorm van figurant, iemand die geen echte rol heeft maar toch zichtbaar/hoorbaar aanwezig is in een film, tv-film, reclamespot of toneelstuk.
figuranten	=	figurant
figurantenrol	noun	een onbeduidende rol in een film of toneelstuk
figurantenrollen	=	figurantenrol
figurantenrolletje	=	figurantenrol
figurantenrolletjes	=	figurantenrol
figurantes	=	figurante
figurantetje	=	figurante
figurantetjes	=	figurante
figurantje	=	figurant
figurantjes	=	figurant
figuratie	noun	versiering van het hoofdthema, bv. toonladder- en akkoordfiguren
figuratief	adj	verband hebbend met de zichtbare werkelijkheid
figuratiefs	=	figuratief
figuratiefst	=	figuratief
figuratiefste	=	figuratief
figuraties	=	figuratie
figuratieve	=	figuratief
figuratiever	=	figuratief
figuratievere	=	figuratief
figuratievers	=	figuratief
figureer	=	figureren
figureerde	=	figureren
figureerden	=	figureren
figureert	=	figureren
figuren	=	figuur
figurere	=	figureren
figureren	verb	een rol vervullen
figurerend	=	figureren
figurerende	=	figureren
figurisme	noun	de leer dat de verhalen van het Oude Testament als voorafbeeldingen van de gebeurtenissen uit het Nieuwe Testament zijn te beschouwen
figuur	noun	afbeelding (illustratie, foto of tekening) bij een verhaal
figuurlijk	adj	via verbeelding
figuurlijke	=	figuurlijk
figuurlijker	=	figuurlijk
figuurlijkere	=	figuurlijk
figuurlijkers	=	figuurlijk
figuurlijks	=	figuurlijk
figuurlijkst	=	figuurlijk
figuurlijkste	=	figuurlijk
figuurtje	=	figuur
figuurtjes	=	figuur
figuurzaag	noun	een heel fijn zaagje in de vorm van een dun zaagblad dat verticaal wordt gespannen in een lange horizontale beugel
figuurzaagde	=	figuurzagen
figuurzaagden	=	figuurzagen
figuurzaagje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort hydroïdpoliep, Dynamena pumila uit de familie Sertulariidae; werd in 1758 voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Carl Linnaeus
figuurzaagjes	=	figuurzaag
figuurzaagt	=	figuurzagen
figuurzage	=	figuurzagen
figuurzagen	verb	figuren uit dun hout zagen met een figuurzaag
figuurzagend	=	figuurzagen
figuurzagende	=	figuurzagen
fijfel	noun	bepaald soort kleine dwarsfluit, vaak gebruikt bij tamboerkorpsen
fijfelde	=	fijfelen
fijfelden	=	fijfelen
fijfele	=	fijfelen
fijfelen	verb	spelen op een blaasinstrument
fijfelend	=	fijfelen
fijfelende	=	fijfelen
fijfels	=	fijfel
fijfelt	=	fijfelen
fijfer	noun	bepaald soort kleine dwarsfluit, vaak gebruikt bij tamboerkorpsen
fijfers	=	fijfer
fiji-apenkopvleermuis	noun	Mirimiri acrodonta een vleermuis die voorkomt op Fiji.
fiji-apenkopvleermuisje	=	fiji-apenkopvleermuis
fiji-apenkopvleermuisjes	=	fiji-apenkopvleermuis
fiji-apenkopvleermuizen	=	fiji-apenkopvleermuis
fiji-dollar	=	fijidollar
fijibrilvogel	noun	Zosterops explorator een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
fijibrilvogels	=	fijibrilvogel
fijibrilvogeltje	=	fijibrilvogel
fijibrilvogeltjes	=	fijibrilvogel
fijidollar	noun	munteenheid van Fiji met de ISO 4217-code: FJD
fijidollars	=	fijidollar
fijidollartjes	=	fijidollar
fijifluiter	noun	een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters) en het geslacht Pachycephala (fluiters) die endemisch is in Fiji
fijifluiters	=	fijifluiter
fijifluitertje	=	fijifluiter
fijifluitertjes	=	fijifluiter
fijihavik	noun	Accipiter rufitorques een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
fijihaviken	=	fijihavik
fijihavikje	=	fijihavik
fijihavikjes	=	fijihavik
fijihoningeter	noun	een zangvogel het geslacht Foulehaio van de familie Meliphagidae (honingeters).
fijihoningeters	=	fijihoningeter
fijihoningetertje	=	fijihoningeter
fijihoningetertjes	=	fijihoningeter
fijikikker	noun	Cornufer vitiensis een kikker uit de familie Ceratobatrachidae
fijikikkers	=	fijikikker
fijikikkertje	=	fijikikker
fijikikkertjes	=	fijikikker
fijiklauwiermonarch	noun	Clytorhynchus vitiensis een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
fijiklauwiermonarchen	=	fijiklauwiermonarch
fijiklauwiermonarchje	=	fijiklauwiermonarch
fijiklauwiermonarchjes	=	fijiklauwiermonarch
fijileguaan	noun	Brachylophus fasciatus een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae)
fijileguaantje	=	fijileguaan
fijileguaantjes	=	fijileguaan
fijileguanen	=	fijileguaan
fijimerel	noun	Turdus ruficeps een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
fijimerels	=	fijimerel
fijimereltje	=	fijimerel
fijimereltjes	=	fijimerel
fijipapegaaiamadine	noun	Erythrura pealii een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
fijipapegaaiamadines	=	fijipapegaaiamadine
fijipapegaaiamadinetje	=	fijipapegaaiamadine
fijipapegaaiamadinetjes	=	fijipapegaaiamadine
fijiral	noun	Hypotaenidia poeciloptera een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
fijirallen	=	fijiral
fijiralletje	=	fijiral
fijiralletjes	=	fijiral
fijisch	adj	op Fiji betrekking hebbend
fijische	noun	een vrouwelijke inwoner van Fiji, of een vrouw afkomstig uit Fiji
fijischen	=	fijische
fijischer	=	fijisch
fijischere	=	fijisch
fijischers	=	fijisch
fijischtalig	adj	de Fijische taal sprekend
fijischtalige	=	fijischtalig
fijischtaligs	=	fijischtalig
fijispitsvogel	noun	Artamus mentalis een zangvogel uit de familie Artamidae (spitsvogels).
fijispitsvogels	=	fijispitsvogel
fijispitsvogeltje	=	fijispitsvogel
fijispitsvogeltjes	=	fijispitsvogel
fijistern	noun	Onychoprion lunatus een zeevogel uit de familie Laridae (meeuwen) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
fijisternen	=	fijistern
fijisterns	=	fijistern
fijisterntje	=	fijistern
fijisterntjes	=	fijistern
fijistruikzanger	noun	Horornis ruficapilla een zangvogel uit de familie Cettiidae.
fijistruikzangers	=	fijistruikzanger
fijistruikzangertje	=	fijistruikzanger
fijistruikzangertjes	=	fijistruikzanger
fijiwaaierstaart	noun	Rhipidura layardi een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
fijiwaaierstaarten	=	fijiwaaierstaart
fijiwaaierstaartje	=	fijiwaaierstaart
fijiwaaierstaartjes	=	fijiwaaierstaart
fijizanger	noun	Cincloramphus rufus een bedreigde endemische zangvogel uit de familie Locustellidae.
fijizangers	=	fijizanger
fijizangertje	=	fijizanger
fijizangertjes	=	fijizanger
fijiër	noun	een inwoner van Fiji, of iemand afkomstig uit Fiji
fijiërs	=	fijiër
fijn	adj	van geringe dikte
fijnbankwerker	noun	iemand die precisiewerk (bijv. instrumenten) op een draaibank maakt
fijnbankwerkers	=	fijnbankwerker
fijnbesnaard	adj	met een subtiel gevoelsleven
fijnbesnaarde	=	fijnbesnaard
fijnbesnaarder	=	fijnbesnaard
fijnbesnaardere	=	fijnbesnaard
fijnbesnaarders	=	fijnbesnaard
fijnbesnaardheid	noun	het fijnbesnaard zijn
fijnbesnaards	=	fijnbesnaard
fijnbesnaardst	=	fijnbesnaard
fijnbesnaardste	=	fijnbesnaard
fijnbesneden	adj	met een heel fijn mesje gemaakt
fijnbesnedens	=	fijnbesneden
fijne	noun	het precieze, het alles omvattende
fijnen	=	fijne
fijner	=	fijn
fijnere	=	fijn
fijners	=	fijn
fijngebouwd	adj	van personen: met een slanke en sierlijke lichaamsbouw
fijngebouwde	=	fijngebouwd
fijngebouwds	=	fijngebouwd
fijngehakt	adj	dat iets in heel kleine stukje is gehakt
fijngehakte	=	fijngehakt
fijngehakter	=	fijngehakt
fijngehaktere	=	fijngehakt
fijngehakters	=	fijngehakt
fijngehakts	=	fijngehakt
fijngehaktst	=	fijngehakt
fijngehaktste	=	fijngehakt
fijngekauwd	=	fijnkauwen
fijngekauwde	=	fijnkauwen
fijngeknepen	=	fijnknijpen
fijngeknipt	=	fijnknippen
fijngemaakt	=	fijnmaken
fijngemaakte	=	fijnmaken
fijngemalen	=	fijnmalen
fijngescheurd	=	fijnscheuren
fijngescheurde	=	fijnscheuren
fijngeslagen	=	fijnslaan
fijngesneden	=	fijnsnijden
fijngestampt	=	fijnstampen
fijngestampte	=	fijnstampen
fijngetrapt	=	fijntrappen
fijngetrapte	=	fijntrappen
fijngevoelig	adj	kies maar zeer kwetsbaar
fijngevoelige	=	fijngevoelig
fijngevoeliger	=	fijngevoelig
fijngevoeligere	=	fijngevoelig
fijngevoeligers	=	fijngevoelig
fijngevoeligheden	=	fijngevoeligheid
fijngevoeligheid	noun	iets dat getuigd van een delicaat gevoelsleven
fijngevoeligs	=	fijngevoelig
fijngevoeligst	=	fijngevoelig
fijngevoeligste	=	fijngevoelig
fijngewreven	=	fijnwrijven
fijngoed	noun	fijn linnengoed dat speciale zorg vereist
fijnhak	=	fijnhakken
fijnhakke	=	fijnhakken
fijnhakken	verb	in heel kleine stukjes maken met een bijltje
fijnhakkend	=	fijnhakken
fijnhakkende	=	fijnhakken
fijnhakt	=	fijnhakken
fijnhakte	=	fijnhakken
fijnhakten	=	fijnhakken
fijnheden	=	fijnheid
fijnheid	noun	lieflijk, zacht en teder
fijnkauw	=	fijnkauwen
fijnkauwde	=	fijnkauwen
fijnkauwden	=	fijnkauwen
fijnkauwe	=	fijnkauwen
fijnkauwen	verb	met de kiezen of andere monddelen tot kleine delen vermalen
fijnkauwend	=	fijnkauwen
fijnkauwende	=	fijnkauwen
fijnkauwt	=	fijnkauwen
fijnkneep	=	fijnknijpen
fijnknepen	=	fijnknijpen
fijnknijp	=	fijnknijpen
fijnknijpe	=	fijnknijpen
fijnknijpen	verb	door knijpen fijnmaken
fijnknijpend	=	fijnknijpen
fijnknijpende	=	fijnknijpen
fijnknijpt	=	fijnknijpen
fijnknip	=	fijnknippen
fijnknippe	=	fijnknippen
fijnknippen	verb	in heel kleine stukjes maken met een schaar
fijnknippend	=	fijnknippen
fijnknippende	=	fijnknippen
fijnknipt	=	fijnknippen
fijnknipte	=	fijnknippen
fijnknipten	=	fijnknippen
fijnkorrelknikmos	noun	Bryum gemmiferum een mos uit de familie Bryaceae.
fijnkorrelknikmosje	=	fijnkorrelknikmos
fijnkorrelknikmosjes	=	fijnkorrelknikmos
fijnkorrelknikmossen	=	fijnkorrelknikmos
fijnkost	noun	fijne vleeswaren, zoals gebruikt voor broodbeleg
fijnkosten	=	fijnkost
fijnmaak	=	fijnmaken
fijnmaakt	=	fijnmaken
fijnmaakte	=	fijnmaken
fijnmaakten	=	fijnmaken
fijnmaal	=	fijnmalen
fijnmaalde	=	fijnmalen
fijnmaalden	=	fijnmalen
fijnmaalt	=	fijnmalen
fijnmake	=	fijnmaken
fijnmaken	verb	in heel kleine stukjes maken met wat voor middel dan ook
fijnmakend	=	fijnmaken
fijnmakende	=	fijnmaken
fijnmale	=	fijnmalen
fijnmalen	verb	in heel kleine stukjes maken door te malen
fijnmalend	=	fijnmalen
fijnmalende	=	fijnmalen
fijnmazig	adj	van gaas of textiel: nauwe mazen hebbend
fijnmazige	=	fijnmazig
fijnmaziger	=	fijnmazig
fijnmazigere	=	fijnmazig
fijnmazigers	=	fijnmazig
fijnmazigs	=	fijnmazig
fijnmazigst	=	fijnmazig
fijnmazigste	=	fijnmazig
fijnmotorisch	adj	betrekking hebbend op de fijne motoriek waarbij precisie belangrijker is dan kracht
fijnmotorische	=	fijnmotorisch
fijnmotorischer	=	fijnmotorisch
fijnmotorischere	=	fijnmotorisch
fijnmotorischers	=	fijnmotorisch
fijnproefster	=	fijnproever
fijnproever	noun	iemand die de smaak of stijl van een onderwerp waardeert met grote precisie.
fijnproevers	=	fijnproever
fijnproevertje	=	fijnproever
fijnproevertjes	=	fijnproever
fijns	=	fijn
fijnscheur	=	fijnscheuren
fijnscheurde	=	fijnscheuren
fijnscheurden	=	fijnscheuren
fijnscheure	=	fijnscheuren
fijnscheuren	verb	in heel kleine stukjes maken door te scheuren
fijnscheurend	=	fijnscheuren
fijnscheurende	=	fijnscheuren
fijnscheurt	=	fijnscheuren
fijnschilder	noun	maker van geschilderde kunstwerken
fijnschilders	=	fijnschilder
fijnsla	=	fijnslaan
fijnslaan	verb	fijnmaken door te slaan
fijnslaand	=	fijnslaan
fijnslaande	=	fijnslaan
fijnslaat	=	fijnslaan
fijnsloeg	=	fijnslaan
fijnsloegen	=	fijnslaan
fijnsneden	=	fijnsnijden
fijnsneed	=	fijnsnijden
fijnsnij	=	fijnsnijden
fijnsnijd	=	fijnsnijden
fijnsnijde	=	fijnsnijden
fijnsnijden	verb	in heel kleine stukjes maken met een mes
fijnsnijdend	=	fijnsnijden
fijnsnijdende	=	fijnsnijden
fijnsnijdt	=	fijnsnijden
fijnspar	noun	bepaald soort naaldboom die men vaak gebruikt als kerstboom, Picea abies
fijnspar-prunusroest	noun	Thekopsora areolatum een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
fijnspar-prunusroesten	=	fijnspar-prunusroest
fijnspar-prunusroestje	=	fijnspar-prunusroest
fijnspar-prunusroestjes	=	fijnspar-prunusroest
fijnspardwergspanner	noun	Eupithecia tantillaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
fijnspardwergspanners	=	fijnspardwergspanner
fijnspardwergspannertje	=	fijnspardwergspanner
fijnspardwergspannertjes	=	fijnspardwergspanner
fijnsparkegelmot	noun	Assara terebrella een vlinder uit de familie snuitmotten, de Pyralidae.
fijnsparkegelmotje	=	fijnsparkegelmot
fijnsparkegelmotjes	=	fijnsparkegelmot
fijnsparkegelmotten	=	fijnsparkegelmot
fijnsparpedaalmot	noun	Argyresthia glabratella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
fijnsparpedaalmotje	=	fijnsparpedaalmot
fijnsparpedaalmotjes	=	fijnsparpedaalmot
fijnsparpedaalmotten	=	fijnsparpedaalmot
fijnsparren	=	fijnspar
fijnst	=	fijn
fijnstaartboself	noun	Microstilbon burmeisteri een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
fijnstaartboselfen	=	fijnstaartboself
fijnstaartboselfje	=	fijnstaartboself
fijnstaartboselfjes	=	fijnstaartboself
fijnstaartboselven	=	fijnstaartboself
fijnstamp	=	fijnstampen
fijnstampe	=	fijnstampen
fijnstampen	verb	in heel kleine stukjes maken door er op te stampen
fijnstampend	=	fijnstampen
fijnstampende	=	fijnstampen
fijnstampt	=	fijnstampen
fijnstampte	=	fijnstampen
fijnstampten	=	fijnstampen
fijnste	=	fijn
fijnstof	noun	zeer fijne deeltjes in de lucht die vooral afkomstig zijn van niet gefilterde (diesel)uitlaatgassen en tabaksrook
fijnstofconcentratie	noun	hoeveelheid kleine deeltjes stof in de lucht (in verhouding tot de moleculen die in schone lucht zitten)
fijnstofconcentraties	=	fijnstofconcentratie
fijnstoffelijk	adj	verwijst meestal naar het etherische, energetische of spirituele lichaam, een onzichtbare laag die gevoelens en zielenergie bevat, los van het fysieke lichaam, vaak geassocieerd met aura's, chakra's en het astrale lichaam in spirituele en parapsychologische contexten
fijnstoffelijke	=	fijnstoffelijk
fijnstoffelijker	=	fijnstoffelijk
fijnstoffelijkere	=	fijnstoffelijk
fijnstoffelijkers	=	fijnstoffelijk
fijnstoffelijks	=	fijnstoffelijk
fijnstoffelijkst	=	fijnstoffelijk
fijnstoffelijkste	=	fijnstoffelijk
fijnstofflitspaal	noun	paal met een camera waarmee men te veel vervuilende auto's fotografeert
fijnstofflitspalen	=	fijnstofflitspaal
fijnstofgehalte	noun	het hoeveelheid fijnstof die in een kubieke meter lucht aanwezig is
fijnstofgehalten	=	fijnstofgehalte
fijnstofgehaltes	=	fijnstofgehalte
fijnstofprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan door fijnstof
fijnstofproblemen	=	fijnstofprobleem
fijnstofwolk	noun	een gedeelte van de lucht waarin zich een grote concentratie fijnstof bevindt
fijnstofwolken	=	fijnstofwolk
fijnstofwolkje	=	fijnstofwolk
fijnstofwolkjes	=	fijnstofwolk
fijnstraal	noun	een geslacht Erigeron van circa 200 soorten een- en tweejarige planten uit de familie Asteraceae.
fijnstraaltje	=	fijnstraal
fijnstraaltjes	=	fijnstraal
fijnstralen	=	fijnstraal
fijnstreepmierklauwier	noun	Thamnophilus tenuepunctatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
fijnstreepmierklauwieren	=	fijnstreepmierklauwier
fijnstreepmierklauwiertje	=	fijnstreepmierklauwier
fijnstreepmierklauwiertjes	=	fijnstreepmierklauwier
fijnstreepspecht	noun	Campethera taeniolaema een vogel uit het geslacht Campethera van de familie spechten (Picidae).
fijnstreepspechten	=	fijnstreepspecht
fijnstreepspechtje	=	fijnstreepspecht
fijnstreepspechtjes	=	fijnstreepspecht
fijntandhaai	noun	Carcharhinus isodon een haai uit de familie van de requiemhaaien
fijntandhaaien	=	fijntandhaai
fijntandhaaitje	=	fijntandhaai
fijntandhaaitjes	=	fijntandhaai
fijnte	noun	het zeer zuiver zijn van edele metalen of edelstenen
fijnten	=	fijnte
fijntes	=	fijnte
fijntje	noun	iemand die gelovig is, iemand die (te) streng in geloofszaken is
fijntjes	adv	op een fijne, subtiele wijze
fijntrap	=	fijntrappen
fijntrappe	=	fijntrappen
fijntrappen	verb	in heel kleine stukjes maken door er op te trappen
fijntrappend	=	fijntrappen
fijntrappende	=	fijntrappen
fijntrapt	=	fijntrappen
fijntrapte	=	fijntrappen
fijntrapten	=	fijntrappen
fijnwreef	=	fijnwrijven
fijnwreven	=	fijnwrijven
fijnwrijf	=	fijnwrijven
fijnwrijft	=	fijnwrijven
fijnwrijve	=	fijnwrijven
fijnwrijven	verb	in heel kleine stukjes maken door te wrijven
fijnwrijvend	=	fijnwrijven
fijnwrijvende	=	fijnwrijven
fijnzinnig	adj	iemand met een subtiel gevoelsleven
fijnzinnige	=	fijnzinnig
fijnzinniger	=	fijnzinnig
fijnzinnigere	=	fijnzinnig
fijnzinnigers	=	fijnzinnig
fijnzinnigs	=	fijnzinnig
fijnzinnigst	=	fijnzinnig
fijnzinnigste	=	fijnzinnig
fijt	noun	verergering van een nagelriemontsteking (paronychia) naar een ontsteking van de gehele vinger
fik	noun	verbranding met vuur
fikfak	=	fikfakken
fikfakke	=	fikfakken
fikfakken	verb	verliefd zitten praten of verliefd aanraken
fikfakkend	=	fikfakken
fikfakkende	=	fikfakken
fikfakt	=	fikfakken
fikfakte	=	fikfakken
fikfakten	=	fikfakken
fikje	=	fik
fikjes	=	fik
fikken	=	fik
fikkie	=	fik
fiks	adj	groot, krachtig
fikse	=	fiks
fiksen	verb	in orde maken / voor elkaar krijgen / oplossen van problemen
fiksend	=	fiksen
fiksende	=	fiksen
fikser	=	fiks
fiksere	=	fiks
fiksers	=	fiks
fiksheden	=	fiksheid
fiksheid	noun	het stoer, krachtig en flink zijn
fikst	=	fiks
fikste	=	fiksen
fiksten	=	fiksen
filament	noun	vezel, dunne draad
filamenten	=	filament
filamentje	=	filament
filamentjes	=	filament
filantroop	noun	iemand die andere, met name arme mensen probeert te helpen
filantrope	noun	vrouwelijke vorm van filantroop
filantropen	=	filantroop
filantropes	=	filantrope
filantropie	noun	onzelfzuchtige menslievendheid
filantropisch	adj	betrekking hebbend op een menslievend, goed doel
filantropische	=	filantropisch
filantropischer	=	filantropisch
filantropischere	=	filantropisch
filantropischers	=	filantropisch
filariasis	noun	ziekte veroorzaakt door een infectie met de tropische draadworm Wuchereria bancrofti of Brugia malayi en kan leiden tot olifantsziekte
filatelie	noun	stelselmatige studie van postzegels
filatelist	noun	iemand die postzegels verzamelt als liefhebberij
filatelisten	=	filatelist
filatelistisch	adj	betreffende de filatelie of een filatelist
filatelistische	=	filatelistisch
filatelistischer	=	filatelistisch
filatelistischere	=	filatelistisch
filatelistischers	=	filatelistisch
filatelistje	=	filatelist
file	noun	lange rij met stilstaande of langzaam voortbewegende voertuigen of personen
file-informatie	noun	informatie over aanwezige files op de weg
filebestrijding	noun	alle maatregelen die erop gericht zijn om vertragingen in het autoverkeer tegen te gaan
filebestrijdingen	=	filebestrijding
filebestrijdinkje	=	filebestrijding
filebestrijdinkjes	=	filebestrijding
filedruk	noun	een maat van drukte op het autosnelwegennet en uitgedrukt in kilometerminuten (kmmin)
fileer	=	fileren
fileerde	=	fileren
fileerden	=	fileren
fileerder	noun	iemand die vis ontdoet van graten en ingewanden
fileerders	=	fileerder
fileerdertje	=	fileerder
fileerdertjes	=	fileerder
fileermes	noun	een mes met een lang, dun lemmet geschikt voor het verwijderen van de graten van een vis en het in dunne plakken snijden van vlees
fileermesje	=	fileermes
fileermesjes	=	fileermes
fileermessen	=	fileermes
fileert	=	fileren
filefuik	noun	door de politie veroorzaakte file die dient om voortvluchtige criminelen aan te houden
filefuiken	=	filefuik
filegeparkeerd	=	fileparkeren
filegolf	noun	onregelmatig autoverkeer veroorzaakt door een onverwacht maneuver of overreactie op een verzadigde weg
filegolven	=	filegolf
fileheffing	noun	een financiële heffing die door de overheid wordt opgelegd aan automobilisten om het gebruik van de auto tijdens drukke tijden (de spits) te ontmoedigen
fileheffingen	=	fileheffing
fileheffinkje	=	fileheffing
fileheffinkjes	=	fileheffing
fileknelpunt	noun	plaats waar veel verkeersopstoppingen ontstaan
fileknelpunten	=	fileknelpunt
fileknelpuntje	=	fileknelpunt
fileknelpuntjes	=	fileknelpunt
fileleed	noun	nadeel veroorzaakt doordat reizigers vanwege files veel oponthoud hebben
filemelding	noun	vermelding van een file, bijvoorbeeld op radio, televisie of internet
filemeldingen	=	filemelding
filemeldinkje	=	filemelding
filemeldinkjes	=	filemelding
fileparkeer	=	fileparkeren
fileparkeerde	=	fileparkeren
fileparkeerden	=	fileparkeren
fileparkeert	=	fileparkeren
fileparkere	=	fileparkeren
fileparkeren	verb	de auto parkeren in de ruimte tussen twee achter elkaar staande auto's
fileparkerend	=	fileparkeren
fileparkerende	=	fileparkeren
fileprobleem	noun	moeilijkheden in de verkeersdoorstroming waardoor files ontstaan
fileprobleempje	=	fileprobleem
fileprobleempjes	=	fileprobleem
fileproblematiek	noun	het geheel van problemen ten aanzien van en als gevolg van files
fileproblematieken	=	fileproblematiek
fileproblemen	=	fileprobleem
filere	=	fileren
fileren	verb	vis of vlees ontdoen van graten of botten / het schoonmaken van vis of vlees
filerend	=	fileren
filerende	=	fileren
filerijden	verb	zeer langzaam vooruitkomen in een verkeersopstopping
filerijdend	=	filerijden
filerijdende	=	filerijden
files	=	file
filesluiper	noun	iemand die door steeds van rijbaan te wisselen probeert voor te dringen in een file
filesluipers	=	filesluiper
filesluipertje	=	filesluiper
filesluipertjes	=	filesluiper
filesysteem	noun	een systematiek om bestanden te archiveren
filesysteempje	=	filesysteem
filesysteempjes	=	filesysteem
filesystemen	=	filesysteem
filet	noun	stuk vlees of vis waaruit de beenderen en de huid en veren zijn verwijderd, soms wordt een specifiek stuk vlees van het dier bedoeld
filetje	=	file
filetjes	=	file
filets	=	filet
fileventiel	noun	mogelijkheid voor automobilisten om de autosnelweg te verlaten door over de vluchtstrook te rijden naar de volgende afslag; hierdoor kan de verkeersdrukte zo afnemen van de file oplost
fileventielen	=	fileventiel
filevorming	noun	het ontstaan van opstoppingen in het verkeer
filevormingen	=	filevorming
filevrij	adj	zonder verkeersopstoppingen; zonder oponthoud
filevrije	=	filevrij
filevrijer	=	filevrij
filevrijere	=	filevrij
filevrijers	=	filevrij
filevrijs	=	filevrij
filevrijst	=	filevrij
filevrijste	=	filevrij
filharmonie	noun	groot orkest met blazers, strijkers en slagwerk dat doorgaans klassieke muziek ten gehore brengt
filharmonieën	=	filharmonie
filharmonisch	adj	van een orkest dat er veel verschillende instrumenten in harmonie samenspelen
filharmonische	=	filharmonisch
filiaal	noun	elk van de vestigingen die niet de hoofdvestiging is	adj	van kinderen en ouders tegenover elkaar
filiaalchef	noun	diegene die de leiding heeft over een filiaal van een winkelketen of van een grootwinkelbedrijf.
filiaalchefje	=	filiaalchef
filiaalchefjes	=	filiaalchef
filiaalchefs	=	filiaalchef
filiaalhouder	noun	diegene die de leiding heeft over een filiaal van een winkelketen of van een grootwinkelbedrijf.
filiaalhouders	=	filiaalhouder
filiaalhoudertje	=	filiaalhouder
filiaalhoudertjes	=	filiaalhouder
filiaalleider	noun	leidinggevende van een lokale vestiging van een bedrijf of organisatie
filiaalleiders	=	filiaalleider
filiaalmanager	noun	diegene die de leiding heeft over een filiaal van een winkelketen of van een grootwinkelbedrijf.
filiaalmanagers	=	filiaalmanager
filiaalmanagertje	=	filiaalmanager
filiaalmanagertjes	=	filiaalmanager
filiaals	=	filiaal
filiaaltje	=	filiaal
filiaaltjes	=	filiaal
filiale	=	filiaal
filialen	=	filiaal
filiatie	noun	afstammingsverwantschap in rechte lijn
filiaties	=	filiatie
filibuster	noun	zeer langdurige toespraak als tactiek om het nemen van een besluit te vertragen of onmogelijk te maken
filibusterde	=	filibusteren
filibusterden	=	filibusteren
filibustere	=	filibusteren
filibusteren	verb	houden van een zeer lange redevoering om een door de spreker ongewenst geachte beslissing te blokkeren
filibusterend	=	filibusteren
filibusterende	=	filibusteren
filibustering	noun	het extreem lang rekken van redevoeringen, met het doel een wetsvoorstel te vertragen of blokkeren
filibusters	=	filibuster
filibustert	=	filibusteren
filigraan	noun	goud-, zilver- of glaswerk gemaakt met sierlijk gekronkelde draden en fijne korreltjes
filigraanwerk	noun	versiersel van gouden of zilveren gekronkelde draden en fijne korreltjes
filigram	noun	een gedeelte van papier dat opzettelijk dunner, dikker of allebei is gemaakt, dat zichtbaar wordt bij doorvallend licht
filigrammen	=	filigram
filigrein	noun	filigraan
filioque	noun	opvatting dat de Heilige Geest zowel van God als Jezus uitgaat, die aanleiding werd voor het schisma tussen de oosters-orthodoxen en de rooms-katholieken
filipijn	noun	een inwoner van Filipijnen, of iemand afkomstig uit Filipijnen
filipijnen	=	filipijn
filipijns	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit de Filipijnen
filipijnse	noun	een vrouwelijke inwoner van Filipijnen, of een vrouw afkomstig uit Filipijnen
filipijnsen	=	filipijnse
filipijnser	=	filipijns
filipijnsere	=	filipijns
filipijnsers	=	filipijns
filipijnst	=	filipijns
filipijnste	=	filipijns
filipijntje	=	filipijn
filipijntjes	=	filipijn
filippica	noun	felle rede om iets of iemand te bestrijden
filippica's	=	filippica
filippine	noun	amandel met dubbele pit
filippines	=	filippine
filister	noun	ploert
filisters	=	filister
filistijn	noun	persoon die tot een barbaarse destructieve groep behoort; een materialistisch ingestelde cultuurbarbaar
filistijnen	noun	personen die tot een barbaarse destructieve groep behoren
filistijntje	=	filistijn
filistijntjes	=	filistijn
film	noun	een dunne laag
filmaanbod	noun	de films die beschikbaar zijn voor consumenten om bekeken te worden
filmacademie	noun	school waar men kan leren om films te maken
filmacademies	=	filmacademie
filmacteur	noun	acteur die in films optreedt
filmacteurs	=	filmacteur
filmacteurtje	=	filmacteur
filmacteurtjes	=	filmacteur
filmactrice	noun	vrouwelijke vorm van filmacteur
filmactrices	=	filmactrice
filmactricetje	=	filmactrice
filmactricetjes	=	filmactrice
filmapparatuur	noun	alle apparaten en toestellen die men nodig heeft voor het vastleggen van bewegend beeld en het geluid dat daar bij hoort
filmarchief	noun	al of niet virtuele locatie waar men filmopnamen bewaart
filmarchieven	=	filmarchief
filmavond	noun	een avond waarin men (samen met anderen) film(s) bekijkt
filmavonden	=	filmavond
filmavondje	=	filmavond
filmavondjes	=	filmavond
filmbedrijf	noun	bedrijf dat films opneemt
filmbedrijfje	=	filmbedrijf
filmbedrijfjes	=	filmbedrijf
filmbedrijven	=	filmbedrijf
filmbeeld	noun	elk van de beelden die samen een film vormen
filmbeelden	=	filmbeeld
filmbeeldje	=	filmbeeld
filmbeeldjes	=	filmbeeld
filmbespreking	noun	een kritische analyse en beoordeling van een film.
filmbesprekingen	=	filmbespreking
filmbesprekinkje	=	filmbespreking
filmbesprekinkjes	=	filmbespreking
filmbewerking	noun	een film die gemaakt is op basis van een eerder bestaand verhaal
filmbewerkingen	=	filmbewerking
filmbezoek	noun	de keer dat men naar een bioscoop gaat om een speelfilm te bekijken
filmbezoeken	=	filmbezoek
filmbezoekje	=	filmbezoek
filmbezoekjes	=	filmbezoek
filmblaadje	=	filmblad
filmblaadjes	=	filmblad
filmblad	noun	tijdschrift waarin men films bespreekt
filmbladen	=	filmblad
filmblik	noun	ronde metalen doos waarin een (brandbare) film bewaard en vervoerd kan worden
filmblikje	=	filmblik
filmblikjes	=	filmblik
filmblikken	=	filmblik
filmbranche	noun	alle bedrijven, organisaties en personen die betrokken zijn bij de productie en distributie van (speel)films
filmbranches	=	filmbranche
filmcamera	noun	een toestel om snel opeenvolgende beelden vast te leggen op een lichtgevoelig medium (film) zodat ze later opnieuw bekeken kunnen worden
filmcamera's	=	filmcamera
filmcameraatje	=	filmcamera
filmcameraatjes	=	filmcamera
filmcarrière	noun	loopbaan in de filmindustrie
filmcarrières	=	filmcarrière
filmcensuren	=	filmcensuur
filmcensuur	noun	toezicht van een commissie op eventuele aanstootgevendheid van uitgebrachte films
filmcensuurtje	=	filmcensuur
filmcensuurtjes	=	filmcensuur
filmclub	noun	organisatie die filmvoorstellingen voor leden organiseert
filmclubje	=	filmclub
filmclubjes	=	filmclub
filmclubs	=	filmclub
filmcoated	adj	met een doorschijnend omhulsel
filmcomponist	noun	iemand die muziek schrijft voor een (speel)film
filmcomponisten	=	filmcomponist
filmconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse filmstudio's
filmconcerns	=	filmconcern
filmcontract	noun	zakelijke overeenkomst betreffende de productie van een (speel)film
filmcontracten	=	filmcontract
filmcontractje	=	filmcontract
filmcontractjes	=	filmcontract
filmcoulisse	noun	decor voor filmopnames
filmcoulissen	=	filmcoulisse
filmcoulisses	=	filmcoulisse
filmcrew	noun	groep mensen die samen een film maken; de groep mensen die achter de camera staan bij het maken van een film
filmcrews	=	filmcrew
filmcritici	=	filmcriticus
filmcriticus	noun	iemand die beroepshalve films beoordeelt
filmcriticusje	=	filmcriticus
filmcriticusjes	=	filmcriticus
filmculturen	=	filmcultuur
filmcultuur	noun	in een samenleving bestaande traditie van het maken en waarderen van cinema
filmdag	noun	dag dat men filmopnames maakt
filmdagen	=	filmdag
filmdagje	=	filmdag
filmdagjes	=	filmdag
filmde	=	filmen
filmdebuten	=	filmdebuut
filmdebuut	noun	de eerste keer dat men een rol heeft in een (speel)film; een eerste optreden in een film
filmdecor	noun	de achtergrond die men gebruikt voor het maken van een film; plaats waar men een film maakt
filmdecors	=	filmdecor
filmden	=	filmen
filmdistributeur	noun	bedrijf dat ervoor zorg dat (speel)films gedraaid kunnen worden in verschillende bioscopen
filmdistributeurs	=	filmdistributeur
filmdistributie	noun	het gehele proces dat ervoor nodig is om een (speel)film te vertonen aan een publiek
filmdistributies	=	filmdistributie
filmdiva	noun	een gevierde, vrouwelijke filmster
filmdiva's	=	filmdiva
filmdivisie	noun	deel van een bedrijf dat films produceert
filmdivisies	=	filmdivisie
filmdoek	noun	stuk textiel waarop een film geprojecteerd wordt
filmdoeken	=	filmdoek
filmdoekje	=	filmdoek
filmdoekjes	=	filmdoek
filmdrama	noun	een filmgenre waarin de kijker veel te zien krijgt over persoonlijke ontwikkelingen van één of meerdere hoofdpersonen
filmdrama's	=	filmdrama
filmdramaatje	=	filmdrama
filmdramaatjes	=	filmdrama
filme	=	filmen
filmeditie	noun	uitgave van een drukwerk met betrekking tot een gemaakte film
filmedities	=	filmeditie
filmeditietje	=	filmeditie
filmeditietjes	=	filmeditie
filmeditor	noun	iemand die beeldmateriaal bewerkt en opmaakt
filmen	verb	bewegende beelden opnemen en vastleggen
filmend	=	filmen
filmende	=	filmen
filmer	noun	iemand die films maakt (regisseert of produceert)
filmers	=	filmer
filmertje	=	filmer
filmertjes	=	filmer
filmervaring	noun	de hoeveelheid ondervinding die men heeft opgedaan in het maken van films; die hoeveelheid ondervinding die men heeft opgedaan in het acteren in een film
filmervaringen	=	filmervaring
filmervarinkje	=	filmervaring
filmervarinkjes	=	filmervaring
filmevenement	noun	evenement waar men films presenteert en draait
filmevenementen	=	filmevenement
filmfabriek	noun	bedrijf waar men filmsopneemt
filmfabrieken	=	filmfabriek
filmfabriekje	=	filmfabriek
filmfabriekjes	=	filmfabriek
filmfan	noun	iemand die een groot liefhebber is van films
filmfans	=	filmfan
filmfeest	noun	feestelijke bijeenkomst die betrekking heeft op (speel)films
filmfeesten	=	filmfeest
filmfestival	noun	feestelijk evenement waarbij het tonen van films centraal staat
filmfestivalletje	=	filmfestival
filmfestivalletjes	=	filmfestival
filmfestivals	=	filmfestival
filmfonds	noun	organisatie die financiële ondersteuning biedt bij de totstandkoming en distributie van speelfilms, korte films, animaties en documentaires
filmfondsen	=	filmfonds
filmfragment	noun	een gedeelte van een film
filmfragmenten	=	filmfragment
filmfragmentje	=	filmfragment
filmfragmentjes	=	filmfragment
filmfreak	noun	iemand die een abnormaal grote fan en kenner is van films
filmfreaks	=	filmfreak
filmgebied	noun	alles wat verband heeft met (speel)films
filmgebieden	=	filmgebied
filmgebiedje	=	filmgebied
filmgebiedjes	=	filmgebied
filmgenre	noun	een groep van films met hetzelfde thema
filmgenres	=	filmgenre
filmgeschiedenis	noun	het verleden van de film en de filmproductie
filmgeschiedenissen	=	filmgeschiedenis
filmheld	noun	een heldhaftige rol in een (speel)film
filmhelden	=	filmheld
filmhistorici	=	filmhistoricus
filmhistoricus	noun	persoon die de geschiedenis van de filmkunst bestudeert
filmhistorisch	adj	betreffende de geschiedenis van de (speel)film en de filmindustrie
filmhistorische	=	filmhistorisch
filmhistorischer	=	filmhistorisch
filmhistorischere	=	filmhistorisch
filmhistorischers	=	filmhistorisch
filmhit	noun	een succesvolle, populaire, veel bezochte film
filmhits	=	filmhit
filmhuis	noun	Alternatieve bioscoop voor kleinere films met vaak een artistiek karakter.
filmhuisje	=	filmhuis
filmhuisjes	=	filmhuis
filmhuizen	=	filmhuis
filmindustrie	noun	bedrijfstak die films produceert
filmindustrieën	=	filmindustrie
filminstituten	=	filminstituut
filminstituut	noun	organisatie gericht op de filmkunst
filmisch	adj	lijkend op een film, heel beeldend, afwisselend en vlot een verhaal vertellen zoals ook in een film gebruikelijk is
filmische	=	filmisch
filmischer	=	filmisch
filmischere	=	filmisch
filmischers	=	filmisch
filmjaar	noun	alles wat er in een jaar is gebeurd met betrekking tot de filmkunst
filmjaren	=	filmjaar
filmjournaal	noun	een gefilmd overzicht van actuele gebeurtenissen dat tot de opkomst van de televisie regelmatig als voorprogramma in de bioscoop werd vertoond
filmjournaals	=	filmjournaal
filmjournaaltje	=	filmjournaal
filmjournaaltjes	=	filmjournaal
filmjournalen	=	filmjournaal
filmjournalist	noun	verslaggever over zaken die betrekking hebben op (speel)films
filmjournalisten	=	filmjournalist
filmkanaal	noun	televisiekanaal waarop uitsluitend speelfilms worden uitgezonden
filmkanaaltje	=	filmkanaal
filmkanaaltjes	=	filmkanaal
filmkanalen	=	filmkanaal
filmkeuring	noun	onderzoek van films door de censuur op eventuele aanstootgevendheid
filmkeuringen	=	filmkeuring
filmkeurinkje	=	filmkeuring
filmkeurinkjes	=	filmkeuring
filmkijker	noun	iemand die naar een (speel)film kijkt
filmkijkers	=	filmkijker
filmkijkertje	=	filmkijker
filmkijkertjes	=	filmkijker
filmklapper	noun	beschrijfbaar bordje met een aan een kant scharnierende bovenrand; het wordt aan het begin van een opname in beeld gebracht met een neerklappende beweging van de bovenrand zodat beeld en geluid bij de montage gemakkelijker te synchroniseren zijn
filmklappers	=	filmklapper
filmklappertje	=	filmklapper
filmklappertjes	=	filmklapper
filmklassieker	noun	zeer bekende, oude film
filmklassiekers	=	filmklassieker
filmkopie	noun	duplicaat van de originele film
filmkopieën	=	filmkopie
filmkunst	noun	kunstvorm die gebruikt maak van het verfilmen als medium
filmkunsten	=	filmkunst
filmkunstje	=	filmkunst
filmkunstjes	=	filmkunst
filmlaag	noun	een (zeer) dunne laag materiaal die op een voorwerp is aangebracht
filmlaagje	=	filmlaag
filmlaagjes	=	filmlaag
filmlagen	=	filmlaag
filmlegende	noun	film of filmster waar men nog vaak over praat
filmlegenden	=	filmlegende
filmlegendes	=	filmlegende
filmliefhebber	noun	persoon die graag naar (speel)films kijkt; persoon die kan genieten van (speel)films
filmliefhebbers	=	filmliefhebber
filmlocatie	noun	plaats waar een film opgenomen wordt
filmlocaties	=	filmlocatie
filmmaakster	noun	regisseuse van een een (speel)film
filmmaaksters	=	filmmaakster
filmmaakstertje	=	filmmaakster
filmmaatschappij	noun	bedrijf of onderneming die bioscoopfilms maakt
filmmaatschappijen	=	filmmaatschappij
filmmaatschappijtje	=	filmmaatschappij
filmmaatschappijtjes	=	filmmaatschappij
filmmagazine	noun	tijdschrijft met artikelen over bioscoopfilms en alles wat daar betrekking op heeft
filmmagazines	=	filmmagazine
filmmaken	noun	het produceren van een bioscoopfilm; de kunst van het maken van een film
filmmaker	noun	de persoon die de artistieke verantwoordelijkheid heeft voor het gehele productieproces van een film
filmmakers	=	filmmaker
filmmakertje	=	filmmaker
filmmakertjes	=	filmmaker
filmmanager	noun	zakelijk leider bij een filmproductie
filmmanagers	=	filmmanager
filmmarkt	noun	geheel van vraag en aanbod naar bioscoopfilms
filmmarkten	=	filmmarkt
filmmateriaal	noun	alle fotografisch vastgelegde beelden
filmmaterialen	=	filmmateriaal
filmmusea	=	filmmuseum
filmmuseum	noun	museum voor de filmkunst
filmmuseumpje	=	filmmuseum
filmmuseumpjes	=	filmmuseum
filmmuseums	=	filmmuseum
filmmusical	noun	een filmgenre waarin zang, muziek en dans een speciale rol spelen en verweven zijn met het verhaal
filmmusicals	=	filmmusical
filmmuziek	noun	muziek die tijdens films gespeeld wordt om de sfeer van de film en de emoties van de acteurs te versterken
filmmuzieken	=	filmmuziek
filmmuziekje	=	filmmuziek
filmmuziekjes	=	filmmuziek
filmnet	noun	netwerk dat films aanbiedt
filmnetje	=	filmnet
filmnetjes	=	filmnet
filmnetten	=	filmnet
filmograaf	noun	apparaat dat een dunne laag van een substantie op een substraat kan aanbrengen
filmograafje	=	filmograaf
filmograafjes	=	filmograaf
filmografen	=	filmograaf
filmografie	noun	lijst van films die waaraan een bepaalde persoon, bijvoorbeeld als regisseur of acteur, heeft bijgedragen of die in een bepaald collectief als een studio of zelfs een land tot stand zijn gekomen
filmografietje	=	filmografie
filmografietjes	=	filmografie
filmografieën	=	filmografie
filmologen	=	filmoloog
filmologie	noun	leer van de film, theoretische cinematografie
filmoloog	noun	theoreticus van de cinematografie
filmoloogje	=	filmoloog
filmoloogjes	=	filmoloog
filmonderscheiding	noun	prijs of erkenning die men krijgt voor het maken van een zeer goede film
filmonderscheidingen	=	filmonderscheiding
filmopleiding	noun	een onderwijsinstelling (MBO, HBO, WO) waar je leert hoe je films en audiovisuele content maakt, van theorie (geschiedenis, scenario) tot praktijk (regie, camera, montage, geluid)
filmopleidingen	=	filmopleiding
filmopleidinkje	=	filmopleiding
filmopleidinkjes	=	filmopleiding
filmopname	noun	bewegend beeld dat is vastgelegd met een filmcamera
filmopnamen	=	filmopname
filmopnames	=	filmopname
filmpagina	noun	een webpagina die informatie over films bevat
filmpagina's	=	filmpagina
filmpaginaatje	=	filmpagina
filmpaginaatjes	=	filmpagina
filmpers	noun	alle journalistieke activiteiten die bioscoopfilms als onderwerp hebben
filmpersonage	noun	een fictief persoon die voorkomt in een film
filmpersonages	=	filmpersonage
filmpionier	noun	iemand die als een van de eersten experimenteerde met het maken van films
filmpioniers	=	filmpionier
filmpioniertje	=	filmpionier
filmpioniertjes	=	filmpionier
filmpje	=	film
filmpjes	=	film
filmploeg	noun	groep van mensen die direct betrokken is bij filmopnames
filmploegen	=	filmploeg
filmploegje	=	filmploeg
filmploegjes	=	filmploeg
filmportret	noun	een film die het leven van een persoon beschrijft; gefilmde levensbeschrijving
filmportretje	=	filmportret
filmportretjes	=	filmportret
filmportretten	=	filmportret
filmposter	noun	een speciaal soort reclameaffiche die gebruikt wordt in de filmindustrie ter promotie van een film of televisieserie
filmposters	=	filmposter
filmpremière	noun	de feestelijke eerste keer dat een film voor een publiek wordt vertoont
filmpremières	=	filmpremière
filmprijs	noun	een buitengewone erkenning voor de kwaliteit van een film, regisseur, acteur of script uitgereikt door de filmindustrie of een filmfestival
filmprijzen	=	filmprijs
filmproducent	noun	iemand die de niet-artistieke leiding heeft van een filmproject
filmproducente	noun	vrouwelijke vorm van filmproducent
filmproducenten	=	filmproducent
filmproducentes	=	filmproducente
filmproducentetje	=	filmproducente
filmproducentje	=	filmproducent
filmproducer	noun	iemand die de niet-artistieke leiding heeft bij de productie van een film
filmproducers	=	filmproducer
filmproductie	noun	geheel van de werkzaamheden om een of meer films te maken
filmproductiebedrijf	noun	bedrijf dat de zakelijke kant van de productie van een film organiseert
filmproductiebedrijven	=	filmproductiebedrijf
filmproducties	=	filmproductie
filmprogramma	noun	speciaal radio- of televisieprogramma dat gaat over films
filmprogramma's	=	filmprogramma
filmprogrammaatje	=	filmprogramma
filmprogrammaatjes	=	filmprogramma
filmproject	noun	in tijd begrensde serie handelingen die betrekking hebben op de productie van een film
filmprojecten	=	filmproject
filmprojectje	=	filmproject
filmprojectjes	=	filmproject
filmprojector	noun	apparaat voor het vertonen van films
filmprojectoren	=	filmprojector
filmprojectors	=	filmprojector
filmpubliek	noun	de groep mensen die een film bekijken
filmpublieken	=	filmpubliek
filmquiz	noun	wedstrijd waarbij deelnemers zoveel mogelijk vragen over speelfilms correct moeten beantwoorden
filmquizje	=	filmquiz
filmquizjes	=	filmquiz
filmquizzen	=	filmquiz
filmrecensent	noun	journalist die films bespreekt en beoordeelt
filmrecensenten	=	filmrecensent
filmrecht	noun	rechtspraak, wet- en regelgeving die bepalend zijn voor het functioneren van de filmindustrie
filmrechten	noun	geheel van intellectueel eigendom of licenties daarop dat nodig is om een bestaand verhaal te kunnen verfilmen
filmredacteur	noun	journalist die over films schrijft
filmredacteuren	=	filmredacteur
filmredacteurs	=	filmredacteur
filmregisseur	noun	artistiek leider die verantwoordelijk is voor de totale uitvoering van een filmproject
filmregisseurs	=	filmregisseur
filmregisseurtje	=	filmregisseur
filmregisseurtjes	=	filmregisseur
filmregisseuse	noun	vrouwelijke vorm van filmregisseur
filmregisseuses	=	filmregisseuse
filmregisseusetje	=	filmregisseuse
filmrelease	noun	het voor het publiek beschikbaar maken van een film, in de bioscoop, online, op video of DVD
filmreleases	=	filmrelease
filmrol	noun	rol die een filmspeler in een film heeft
filmrollen	=	filmrol
filmrolletje	=	filmrol
filmrolletjes	=	filmrol
filmrubriek	noun	deel van een tijdschrift, krant of programma waarin films worden besproken
filmrubrieken	=	filmrubriek
films	=	film
filmscenario	noun	tekst die een film in woorden beschrijft; tekst die aangeeft hoe een bepaalde film gemaakt moet worden
filmscenario's	=	filmscenario
filmschema	noun	het overzicht van tijden en zalen waarop films in een bioscoop draaien
filmschema's	=	filmschema
filmschemaatje	=	filmschema
filmschemaatjes	=	filmschema
filmscholen	=	filmschool
filmschool	noun	school waar men leert hoe men films moet maken
filmscore	noun	muziek die als bestanddeel van een speelfilm of andere videoproductie is te horen
filmscores	=	filmscore
filmscript	noun	tekst waarin staat hoe men een bepaalde film gemaakt moet worden; blauwdruk van een film
filmscripts	=	filmscript
filmscène	noun	een deel van een film (vaak op één plaats, met één actie en met dezelfde groep acteurs)
filmscènes	=	filmscène
filmsector	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het maken van (speel)films
filmsectoren	=	filmsector
filmsectors	=	filmsector
filmserie	noun	aantal bij elkaar horende films
filmseries	=	filmserie
filmset	noun	locatie of studio waar voor korte of langere tijd een filmcrew komt en waar wordt gewerkt aan een film of televisieprogramma.
filmsetje	=	filmset
filmsetjes	=	filmset
filmsets	=	filmset
filmspeler	noun	iemand die in films speelt, een filmacteur
filmspelers	=	filmspeler
filmspelertje	=	filmspeler
filmspelertjes	=	filmspeler
filmstad	noun	stad waar bioscoopfilms worden gemaakt; stad met veel activiteiten die gerelateerd zijn aan bioscoopfilms
filmsteden	=	filmstad
filmstem	noun	een stem die men kan horen in een film
filmstemmen	=	filmstem
filmster	noun	beroemde filmactrice of -acteur
filmsterren	=	filmster
filmsterretje	=	filmster
filmsterretjes	=	filmster
filmsters	=	filmster
filmstertje	=	filmster
filmstertjes	=	filmster
filmstijl	noun	manier waarop men een film maakt
filmstijlen	=	filmstijl
filmstudio	noun	een ruimte die ingericht is om films te maken
filmstudio's	=	filmstudio
filmstudiootje	=	filmstudio
filmstudiootjes	=	filmstudio
filmsucces	noun	heel populaire en veelbekeken film
filmsuccesje	=	filmsucces
filmsuccesjes	=	filmsucces
filmsuccessen	=	filmsucces
filmt	=	filmen
filmtalent	noun	iemand die veel aanleg heeft voor het maken van films
filmtalenten	=	filmtalent
filmtape	noun	plakband waarmee filmstroken aan elkaar werden gehecht
filmtapes	=	filmtape
filmtechniek	noun	de manier waarop men een film maakt
filmtechnieken	=	filmtechniek
filmtheater	noun	gebouw waarin films voor het publiek vertoond worden
filmtheaters	=	filmtheater
filmtheatertje	=	filmtheater
filmtheatertjes	=	filmtheater
filmtijdschrift	noun	magazine met artikelen over bioscoopfilms
filmtijdschriften	=	filmtijdschrift
filmtip	noun	advies om een bepaalde film te gaan bekijken
filmtips	=	filmtip
filmtitel	noun	naam of opschrift van een film
filmtitels	=	filmtitel
filmvak	noun	alles wat met het beroepsmatig produceren van films te maken heeft
filmvakken	=	filmvak
filmverhaal	noun	een verhaal dat verteld wordt met behulp van een film; de plot van een film
filmverhaaltje	=	filmverhaal
filmverhaaltjes	=	filmverhaal
filmverhalen	=	filmverhaal
filmversie	noun	de uitvoering van een verhaal als een film
filmversies	=	filmversie
filmvertoning	noun	de keer dat men een film draait voor publiek
filmvertoningen	=	filmvertoning
filmvertoninkje	=	filmvertoning
filmvertoninkjes	=	filmvertoning
filmvoorstelling	noun	de keer dat een film wordt gedraaid voor publiek
filmvoorstellingen	=	filmvoorstelling
filmweek	noun	filmfestival dat één week duurt
filmweken	=	filmweek
filmwereld	noun	alles wat omgaat bij de productie en distributie van films en de cultuur die erom heen hangt
filmwerelden	=	filmwereld
filmwereldje	=	filmwereld
filmwereldjes	=	filmwereld
filmwerk	noun	het maken van een film; heT werk van een cameraman
filmwerken	=	filmwerk
filmwerkje	=	filmwerk
filmwerkjes	=	filmwerk
filmzaak	noun	filmtheater dat zich richt op het vertonen van artistieke, niet-commerciële films
filmzaakje	=	filmzaak
filmzaakjes	=	filmzaak
filmzaal	noun	zaal waarin films vertoond kunnen worden
filmzaaltje	=	filmzaal
filmzaaltjes	=	filmzaal
filmzaken	=	filmzaak
filmzalen	=	filmzaal
filmzon	noun	krachtige lamp die men gebruikt bij het maken van een film
filmzonnen	=	filmzon
filodeeg	noun	dun deeg dat in grote vellen kant-en-klaar, diepgevroren, gekocht kan worden
filodegen	=	filodeeg
filograaf	noun	handtekeningenverzamelaar
filograafje	=	filograaf
filograafjes	=	filograaf
filografen	=	filograaf
filografie	noun	het verzamelen van handtekeningen van bekende personen
filografietje	=	filografie
filografietjes	=	filografie
filografieën	=	filografie
filologe	noun	vrouwelijke vorm van filoloog
filologen	=	filoloog
filologes	=	filologe
filologetje	=	filologe
filologie	noun	studie van de taal- en letterkunde van volkeren door middel van geschriften in samenhang met de cultuurgeschiedenis van dit volk
filologisch	adj	betrekking hebbend op de filologie
filologische	=	filologisch
filologischer	=	filologisch
filologischere	=	filologisch
filologischers	=	filologisch
filoloog	noun	iemand die zich specialiseert in de studie van de taal en de cultuur van een mensengemeenschap
filoloogje	=	filoloog
filoloogjes	=	filoloog
filosemitisch	adj	met een positieve houding, bewondering of sympathie voor het Joodse volk, de Joodse cultuur of het Jodendom
filosemitische	=	filosemitisch
filosemitischer	=	filosemitisch
filosemitischere	=	filosemitisch
filosemitischers	=	filosemitisch
filosemitisme	noun	joodsgezindheid
filosofe	noun	vrouwelijke vorm van filosoof
filosofeer	=	filosoferen
filosofeerde	=	filosoferen
filosofeerden	=	filosoferen
filosofeert	=	filosoferen
filosofen	=	filosoof
filosofenprobleem	noun	een synchronisatieprobleem allereerst in 1965 door Edsger Dijkstra geformuleerd
filosofenprobleempje	=	filosofenprobleem
filosofenprobleempjes	=	filosofenprobleem
filosofenproblemen	=	filosofenprobleem
filosofere	=	filosoferen
filosoferen	verb	op een filosofische manier redeneren
filosoferend	=	filosoferen
filosoferende	=	filosoferen
filosofes	=	filosofe
filosofie	noun	de oudste theoretische discipline die het verlangen heeft en streeft naar kennis en wijsheid
filosofieboek	noun	boek dat fundamentele en algemene vragen over bijvoorbeeld bestaan, kennis en waarden onderzoekt, vaak door middel van een rationeel en kritisch onderzoek
filosofieboeken	=	filosofieboek
filosofieboekje	=	filosofieboek
filosofieboekjes	=	filosofieboek
filosofiegeschiedenis	noun	geschiedenis van de filosofie ofwel: het geheel van theorieën en doctrines die door de eeuwen heen door denkers werden geformuleerd
filosofiegeschiedenissen	=	filosofiegeschiedenis
filosofieles	noun	een schooluur dat besteed wordt aan wijsbegeerte
filosofielessen	=	filosofieles
filosofiestudent	noun	iemand die wijsbegeerte studeert aan een universiteit
filosofiestudenten	=	filosofiestudent
filosofietje	=	filosofie
filosofietjes	=	filosofie
filosofieën	=	filosofie
filosofisch	adj	wat verband houdt met de filosofie
filosofische	=	filosofisch
filosofischer	=	filosofisch
filosofischere	=	filosofisch
filosofischers	=	filosofisch
filosofischt	=	filosofisch
filosofischte	=	filosofisch
filosoof	noun	iemand die de filosofie beoefent
filosoofje	=	filosoof
filosoofjes	=	filosoof
filter	noun	een poreus voorwerp waar water of gassen doorheen kunnen om gezuiverd te worden
filterafstelling	noun	afstelling van een filter
filterbed	noun	bak met zand of grint waarin men water zuivert
filterbedden	=	filterbed
filterbedje	=	filterbed
filterbedjes	=	filterbed
filterberekening	noun	berekening van een filter
filterberekeningen	=	filterberekening
filterberekeningetje	=	filterberekening
filterberekeningetjes	=	filterberekening
filterblokkade	noun	wegversperring door een actie van vrachtwagens- of taxichauffeurs waarbij alleen personenauto's nog kunnen passeren
filterblokkades	=	filterblokkade
filterbubbel	noun	met name op het internet dat gebruikers van sociale media op basis van hun profielen vooral/alleen gefilterde informatie gesuggereerd krijgen
filterbubbels	=	filterbubbel
filterbubbeltje	=	filterbubbel
filterbubbeltjes	=	filterbubbel
filterde	=	filteren
filterden	=	filteren
filtere	=	filteren
filteren	verb	door een filter tevoorschijn doen komen
filterend	=	filteren
filterende	=	filteren
filtering	noun	proces van selecteren door een filter
filteringen	=	filtering
filterinlaat	noun	de plek waar vloeistof of lucht een filter binnengaat om gefilterd te worden
filterinlaatje	=	filterinlaat
filterinlaatjes	=	filterinlaat
filterinlaten	=	filterinlaat
filterkaars	noun	hulsvormig filter voor zuivering van drinkwater op kleine schaal
filterkaarsen	=	filterkaars
filterkaarsje	=	filterkaars
filterkaarsjes	=	filterkaars
filterkoffie	noun	gefiltreerde koffie
filterkoffies	=	filterkoffie
filterkoffietje	=	filterkoffie
filterkoffietjes	=	filterkoffie
filterloos	adj	zonder een filter
filterloze	=	filterloos
filterpers	noun	een toestel om vaste stof en vloeistof te scheiden
filterpersen	=	filterpers
filters	=	filter
filtersigaret	noun	sigaret met een filter in het mondstuk
filtersigaretje	=	filtersigaret
filtersigaretjes	=	filtersigaret
filtersigaretten	=	filtersigaret
filtersoftware	noun	software om de toegang tot ongewenste internetpagina's te verhinderen
filtersysteem	noun	aantal toestellen die samen een vloeistof ontdoen van bepaalde stoffen
filtersystemen	=	filtersysteem
filtert	=	filteren
filtertje	=	filter
filtertjes	=	filter
filterzakje	noun	een papieren filter dat met gemalen koffiebonen gevuld kan worden voor het maken van koffie
filterzakjes	=	filterzakje
filtraat	noun	vocht dat resultaat is van filtreren
filtraten	=	filtraat
filtratie	noun	filtering
filtraties	=	filtratie
filtratietje	=	filtratie
filtratietjes	=	filtratie
filtreer	=	filtreren
filtreerbaar	adj	te filtreren door middel van een filter dat de vloeistof doorlaat en de vaste bestanddelen tegenhoud iets is filtreerbaar als het met de vloeistof meeloopt
filtreerbaarder	=	filtreerbaar
filtreerbaardere	=	filtreerbaar
filtreerbaarders	=	filtreerbaar
filtreerbaars	=	filtreerbaar
filtreerbaarst	=	filtreerbaar
filtreerbaarste	=	filtreerbaar
filtreerbare	=	filtreerbaar
filtreerde	=	filtreren
filtreerden	=	filtreren
filtreeren	=	filtreren
filtreert	=	filtreren
filtrere	=	filtreren
filtreren	verb	door middel van een filter zuiveren of afscheiden
filtrerend	=	filtreren
filtrerende	=	filtreren
filtrum	noun	verticale groef op de bovenlip
filtrums	=	filtrum
fin	noun	een inwoner van Finland, of iemand afkomstig uit Finland
fin-de-siècleachtig	adj	met eigenschappen van de periode op het einde van de 19de-eeuw
fin-de-siècleachtige	=	fin-de-siècleachtig
fin-de-siècleachtiger	=	fin-de-siècleachtig
fin-de-siècleachtigere	=	fin-de-siècleachtig
fin-de-siècleachtigers	=	fin-de-siècleachtig
fin-de-siècleachtigs	=	fin-de-siècleachtig
fin-de-siècleachtigst	=	fin-de-siècleachtig
fin-de-siècleachtigste	=	fin-de-siècleachtig
fin-de-sièclegevoel	noun	een gevoel alsof men zich aan het einde van een tijdperk bevindt
finaal	adj	uiteindelijk	adv	algeheel, compleet
finaals	=	finaal
finaalst	=	finaal
finaalste	=	finaal
finale	noun	de beslissende wedstrijd in een toernooi, dikwijls tussen de laatste twee deelnemers of teams
finaledag	noun	de laatste dag van een toernooi, waarop de laatste en beslissende wedstrijden worden gespeeld; de dag van de finale
finaledagen	=	finaledag
finaledagje	=	finaledag
finaledagjes	=	finaledag
finalen	=	finaal
finalepartij	noun	afsluitende wedstrijd tussen twee partijen waarbij de winnaar zich kampioen mag noemen
finalepartijen	=	finalepartij
finalepartijtje	=	finalepartij
finalepartijtjes	=	finalepartij
finaleplaats	noun	het recht om te mogen spelen of uitkomen in de finale van een toernooi
finaleplaatsen	=	finaleplaats
finalepoule	noun	groep van sporters of teams die het tegen elkaar opnemen om te bepalen wie de kampioen wordt
finalepoules	=	finalepoule
finaler	=	finaal
finalere	=	finaal
finaleronde	noun	laatste deel van een toernooi of competitie waarin de beslissing valt wie de winnaar is
finaleronden	=	finaleronde
finalerondes	=	finaleronde
finalers	=	finaal
finales	=	finale
finaletje	=	finale
finaletjes	=	finale
finalewedstrijd	noun	de laatste wedstrijd van een toernooi waarin bepaald wordt wie de winnaar van het toernooi is
finalewedstrijden	=	finalewedstrijd
finaleweek	noun	week waarin de finale van een wedstrijd plaatsvindt
finaleweken	=	finaleweek
finalis	noun	de grondtoon van een toonsoort, de eerste trap van en toonladder
finalisatie	noun	afsluiting, voltooiing
finalisaties	=	finalisatie
finaliseer	=	finaliseren
finaliseerde	=	finaliseren
finaliseerden	=	finaliseren
finaliseert	=	finaliseren
finalisere	=	finaliseren
finaliseren	verb	iets dat bijna klaar is afmaken
finaliserend	=	finaliseren
finaliserende	=	finaliseren
finalisering	noun	voltooiing
finaliseringen	=	finalisering
finalisme	noun	het beoordelen van een historische gebeurtenis op basis van kennis over de afloop
finalissen	=	finalis
finalist	noun	een deelnemer aan de slotwedstrijd/partij van een toernooi of kampioenschap
finaliste	noun	deelneemster die na het afvallen van andere deelnemers in de voorronden mee mag doen aan de laatste fase waarin de uiteindelijke winnares wordt bepaald
finalisten	=	finalist
finalistes	=	finaliste
finalistisch	adj	doelgericht
finalistische	=	finalistisch
finalistischer	=	finalistisch
finalistischere	=	finalistisch
finalistischers	=	finalistisch
finalistje	=	finalist
finalistjes	=	finalist
finaliteit	noun	doelstelling
finaliteiten	=	finaliteit
financehouse	noun	financieringsmaatschappij
financieel	adj	met betrekking tot geld, geldelijk
financieel-economisch	adj	zowel de reële economie als de financiële wereld betreffende
financieel-economische	=	financieel-economisch
financieel-economischer	=	financieel-economisch
financieel-economischere	=	financieel-economisch
financieel-economischers	=	financieel-economisch
financieel-technisch	adj	de toepassing van technologie om financiële diensten en processen te verbeteren, te stroomlijnen en toegankelijker te maken
financieel-technische	=	financieel-technisch
financieel-technischer	=	financieel-technisch
financieel-technischere	=	financieel-technisch
financieel-technischers	=	financieel-technisch
financieels	=	financieel
financieelst	=	financieel
financieelste	=	financieel
financier	noun	iemand die geld ter beschikking stelt voor bepaalde activiteiten
financierbaar	adj	de eigenschap dat het geld dat er voor nodig is beschikbaar is
financierbaarder	=	financierbaar
financierbaardere	=	financierbaar
financierbaarders	=	financierbaar
financierbaarheden	=	financierbaarheid
financierbaarheid	noun	de eigenschap dat het geld dat er voor nodig is beschikbaar is
financierbaars	=	financierbaar
financierbaarst	=	financierbaar
financierbaarste	=	financierbaar
financierbare	=	financierbaar
financierde	=	financieren
financierden	=	financieren
financierder	noun	persoon of organisatie die zorgt voor de benodigde geldelijke middelen
financierders	=	financierder
financierdertje	=	financierder
financiere	=	financieren
financieren	verb	voorzien van de benodigde geldmiddelen.
financierend	=	financieren
financierende	=	financieren
financiering	noun	het leveren van kapitaal om zo een bepaalde activiteit te bekostigen, het financieren
financieringen	=	financiering
financieringsbank	noun	bank die de geldelijke middelen beschikbaar stelt voor het uitvoeren van bepaalde economische activiteiten; een bank die leningen verschaft voor het uitvoeren van bepaalde economische activiteiten
financieringsbanken	=	financieringsbank
financieringsbehoefte	noun	de hoeveelheid geld die men moet lenen voor het uitvoeren van bepaalde economische activiteiten
financieringsbehoeften	=	financieringsbehoefte
financieringsbehoeftes	=	financieringsbehoefte
financieringsbron	noun	persoon of organisatie die zorgt voor de benodigde geldmiddelen
financieringsbronnen	=	financieringsbron
financieringsconstructie	noun	de manier waarop men geld heeft verkregen om een bepaalde activiteit te kunnen uitvoeren
financieringsconstructies	=	financieringsconstructie
financieringsfonds	noun	beleggingsfonds dat de geldelijke middelen levert om bepaalde activiteiten en ondernemingen mogelijk te maken
financieringsfondsen	=	financieringsfonds
financieringsinstelling	noun	organisatie die kredieten verleent aan bedrijven
financieringsinstellingen	=	financieringsinstelling
financieringskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor een lening
financieringskosten	noun	geld dat men moet betalen voor een lening
financieringslast	noun	de kosten die nodig zijn om iets te financieren.
financieringslasten	=	financieringslast
financieringslastje	=	financieringslast
financieringslastjes	=	financieringslast
financieringsmaatschappij	noun	financiële instelling die leningen verstrekt
financieringsmaatschappijen	=	financieringsmaatschappij
financieringsmodel	noun	manir waarop een project van geldmiddelen wordt voorzien
financieringsmodellen	=	financieringsmodel
financieringsovereenkomst	noun	overeenkomst betreffende de voorwaarden voor een lening of investering
financieringsovereenkomsten	=	financieringsovereenkomst
financieringspakket	noun	de verschillende financiële middelen die nodig zijn om een zaak mogelijk te maken
financieringspakketje	=	financieringspakket
financieringspakketjes	=	financieringspakket
financieringspakketten	=	financieringspakket
financieringsplan	noun	voornemens hoe men bepaalde zaken denkt te voorzien van voldoende geldelijke middelen
financieringsplannen	=	financieringsplan
financieringsplannetje	=	financieringsplan
financieringsplannetjes	=	financieringsplan
financieringsprobleem	noun	onvoldoende krediet of leningen kunnen krijgen
financieringsprobleempje	=	financieringsprobleem
financieringsprobleempjes	=	financieringsprobleem
financieringsproblemen	=	financieringsprobleem
financieringsprogramma	noun	serie maatregelen die zorgt voor voldoende financiële middelen om iets te bewerkstelligen
financieringsprogramma's	=	financieringsprogramma
financieringsregeling	noun	manier waarop men financiële middelen beschikbaar stelt voor het opzetten van bepaalde activiteiten
financieringsregelingen	=	financieringsregeling
financieringsregelingetje	=	financieringsregeling
financieringsregelingetjes	=	financieringsregeling
financieringsronde	noun	de keer dat men geld ophaalt voor een bepaalde activiteit
financieringsronden	=	financieringsronde
financieringsrondes	=	financieringsronde
financieringsstelsel	noun	de gehele organisatie van de betaling van een bepaalde activiteit
financieringsstelsels	=	financieringsstelsel
financieringsstromen	=	financieringsstroom
financieringsstroom	noun	beweging van geldmiddelen waardoor bepaalde activiteiten mogelijk worden (wie betaalt wie en waarvoor?)
financieringsstroompje	=	financieringsstroom
financieringsstroompjes	=	financieringsstroom
financieringsstructuren	=	financieringsstructuur
financieringsstructuur	noun	de organisatie van een systeem dat een activiteit van geldelijke middelen voorziet
financieringssysteem	noun	de manier waarop iets men iets bekostigt
financieringssystemen	=	financieringssysteem
financieringstekort	noun	alles wat de staat meer uitgeeft dan dat ze ontvangt en waardoor dus de staatsschuld toeneemt
financieringstekorten	=	financieringstekort
financieringstekortje	=	financieringstekort
financieringstekortjes	=	financieringstekort
financieringsvorm	noun	manier waarop een project wordt voorzien van de nodige geldelijke middelen
financieringsvormen	=	financieringsvorm
financieringswet	noun	Belgische wet die betrekking heeft op de verdeling van de overheidsfinanciën tussen de verschillende landsdelen
financieringswetten	=	financieringswet
financierinkje	=	financiering
financierinkjes	=	financiering
financiers	=	financier
financiert	=	financieren
financiertje	=	financier
financies	noun	alternatieve schrijfwijze van financiën
financiële	=	financieel
financiëler	=	financieel
financiëlere	=	financieel
financiëlers	=	financieel
financiën	noun	geldmiddelen van een persoon of instelling
financiëndepartement	noun	een ministerie van een overheid dat verantwoordelijk is voor de financiën van de overheid
financiëndepartementen	=	financiëndepartement
financiënminister	noun	een minister in een kabinet die verantwoordelijk is voor de financiën van de overheid
financiënministers	=	financiënminister
finasteride	noun	medicament dat gebruikt wordt bij aandoeningen van de prostaat en bij kaalheid
fine	noun	einde
fineer	noun	dunne plaatjes van fijn hout die met lijm op meubels van eenvoudig hout wordt bevestigd
fineerblaadje	=	fineerblad
fineerblaadjes	=	fineerblad
fineerblad	noun	een blad van fineer
fineerbladen	=	fineerblad
fineerde	=	fineren
fineerden	=	fineren
fineerder	noun	ambachtsman die hout bekleedt met een dun laagje kostbaar hout
fineerders	=	fineerder
fineerhout	noun	dun gezaagd hout, waarmee men objecten bedekt
fineerhoutje	=	fineerhout
fineerhoutjes	=	fineerhout
fineert	=	fineren
fineertje	=	fineer
fineertjes	=	fineer
fineerzaag	noun	een zaag om fineerblaadjes te zagen
fineerzaagje	=	fineerzaag
fineerzaagjes	=	fineerzaag
fineerzagen	=	fineerzaag
fineliner	noun	viltstift met een heel fijne, smalle punt
fineliners	=	fineliner
finere	=	fineren
fineren	verb	met fineer bekleden
finerend	=	fineren
finerende	=	fineren
finesse	noun	laatste belangrijke detail (vooral in: tot in de finesses)
finesses	=	finesse
finetune	=	finetunen
finetunede	=	finetunen
finetuneden	=	finetunen
finetunen	verb	met kleine aanpassingen iets zo goed mogelijk maken
finetunend	=	finetunen
finetunende	=	finetunen
finetunet	=	finetunen
finetuning	noun	het precies afstellen van iets of iemand; de laatste nauwkeurige aanpassing van iets of iemand
finetunings	=	finetuning
finfluencer	noun	iemand die, voornamelijk door de eigen aanhang op sociale media via internet een doelgroep beïnvloedt op het vlak van beleggingsadviezen
finfluencers	=	finfluencer
fingeer	=	fingeren
fingeerde	=	fingeren
fingeerden	=	fingeren
fingeert	=	fingeren
fingere	=	fingeren
fingeren	verb	voorwenden
fingerend	=	fingeren
fingerende	=	fingeren
fingerfood	noun	eten dat men met de vingers kan eten
fingerspitzengefühl	noun	goed ontwikkeld gevoel of vaardigheid om een (delicate) situatie juist in te schatten en erin op te treden
fingerspitzengevoel	noun	goed ontwikkeld gevoel of vaardigheid om een (delicate) situatie juist in te schatten en erin op te treden
finish	noun	het passeren van de eindstreep van een racewedstrijd
finishdoek	noun	spandoek dat aangeeft waar het einde van de race zich bevindt
finishdoeken	=	finishdoek
finishe	=	finishen
finishen	verb	de eindstreep van een racewedstrijd passeren
finishend	=	finishen
finishende	=	finishen
finishes	=	finish
finishfoto	noun	foto die gemaakt wordt als de winnaar van een snelheidswedstrijd over de eindstreep gaat
finishfoto's	=	finishfoto
finishlijn	noun	lijn die aangeeft waar het einde van de race zich bevindt
finishlijnen	=	finishlijn
finishplaats	noun	plaats waar de finish van een wedstrijd of etappe is
finishplaatsen	=	finishplaats
finisht	=	finishen
finishte	=	finishen
finishten	=	finishen
finishvlag	noun	geblokte vlag die het einde van een race markeert
finishvlaggen	=	finishvlag
finishvlaggetje	=	finishvlag
finishvlaggetjes	=	finishvlag
finishvlagje	=	finishvlag
finishvlagjes	=	finishvlag
finissage	noun	feestelijke afsluiting van een tentoonstelling of expositie
finissages	=	finissage
finito	adj|informal	afgelopen, voorbij	intj|informal	afgelopen!, basta!
finlaysonklappereekhoorn	noun	Callosciurus finlaysonii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
finlaysonklappereekhoorns	=	finlaysonklappereekhoorn
finlaysonklappereekhoorntje	=	finlaysonklappereekhoorn
finlaysonklappereekhoorntjes	=	finlaysonklappereekhoorn
finnen	=	fin
finnetje	=	fin
finnetjes	=	fin
finnjol	noun	bepaald type eenmanszeilboot
finnjollen	=	finnjol
finoegrisch	=	fins-oegrisch
finoegristiek	noun	wetenschap die zich bezighoudt met de Fins-Oegrische talen zoals Fins en Hongaars.
fins	adj	betreffende Finland of het Fins
fins-oegrisch	noun	een taal binnen de Oeralische taalfamilie	adj	behorend tot een taalgroep binnen de Oeralische taalfamilie, waartoe o.a. het Fins, Estisch en Hongaars behoren.
fins-oegrische	=	fins-oegrisch
fins-oegrischer	=	fins-oegrisch
fins-oegrischere	=	fins-oegrisch
fins-oegrischers	=	fins-oegrisch
finsch	=	fins
finse	noun	een inwoonster van Finland, of een vrouw afkomstig uit Finland
finsen	=	finse
finser	=	fins
finsere	=	fins
finsers	=	fins
finst	=	fins
finstalig	adj	de Finse taal sprekend
finstalige	=	finstalig
finstaligs	=	finstalig
finste	=	fins
fint	noun	bepaald soort gestipte reuzenharing Alosa fallax die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan en de daarin uitkomende riviermondingen
finten	=	fint
fintje	=	fint
fintjes	=	fint
fiolen	=	fiool
fiool	noun	een medicijnflesje
fiooltje	=	fiool
fiooltjes	=	fiool
fioringras	noun	Agrostis stolonifera een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae).
fioringrasje	=	fioringras
fioringrasjes	=	fioringras
fioringrassen	=	fioringras
fipronil	noun	een insecticide en acaricide uit de groep van de fenylpyrazolen
fipronilcrisis	noun	publiek schandaal in de zomer van 2017, toen aan het licht kwam dat in de pluimveehouderij het verboden middel fipronil was gebruikt
fipronilei	noun	een ei dat (mogelijk) besmet is met fipronil
fipronileieren	=	fipronilei
fipronileitje	=	fipronilei
fipronileitjes	=	fipronilei
fipronilzaak	noun	de rechtszaak rond fipronil of het fipronilschandaal
fipronilzaken	=	fipronilzaak
firewall	noun	hardware of software die een computer of netwerk beschermt tegen misbruik van buitenaf
firewalls	=	firewall
firewire	noun	een aansluitbus voor aansluiting van randapparatuur en camera's op een computer
firi	noun|slang	gevoel, emotie
firma	noun	een handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn
firma's	=	firma
firmaatje	=	firma
firmaatjes	=	firma
firmament	noun|formal	hemel
firmamenten	=	firmament
firmanaam	noun	de naam van een bedrijf
firmanamen	=	firmanaam
firmant	noun	mede-eigenaar van een onderneming
firmante	noun	mede-eigenaresse van een onderneming
firmanten	=	firmant
firmantes	=	firmante
firmatje	=	firma
firmware	noun	software die in de hardware ingeprogrammeerd is
firn	noun	een grofkorrelige substantie ontstaan uit sneeuw en ijs, van waaruit gletsjers ontspringen
first-pass	noun	de eerste hindernis
first-passes	=	first-pass
first-passje	=	first-pass
first-passjes	=	first-pass
fis	noun	een met een halve toon verhoogde toon "f"
fis-groot	noun	het akkoord fis - aïs - cis, de grote drieklank op de eerste trap van de Fis-grotetertstoonladder
fis-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Fis-grotetertstoonladder
fis-grootakkoorden	=	fis-grootakkoord
fis-grootakkoordje	=	fis-grootakkoord
fis-grootakkoordjes	=	fis-grootakkoord
fis-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "fis" als grondtoon
fis-grotetertstoonaarden	=	fis-grotetertstoonaard
fis-grotetertstoonaardje	=	fis-grotetertstoonaard
fis-grotetertstoonaardjes	=	fis-grotetertstoonaard
fis-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met “fis” als grondtoon
fis-grotetertstoonladders	=	fis-grotetertstoonladder
fis-grotetertstoonladdertje	=	fis-grotetertstoonladder
fis-grotetertstoonladdertjes	=	fis-grotetertstoonladder
fis-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met “fis” als grondtoon
fis-grotetertstoonschaaltje	=	fis-grotetertstoonschaal
fis-grotetertstoonschaaltjes	=	fis-grotetertstoonschaal
fis-grotetertstoonschalen	=	fis-grotetertstoonschaal
fis-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met “fis” als grondtoon
fis-grotetertstoonsoorten	=	fis-grotetertstoonsoort
fis-grotetertstoonsoortje	=	fis-grotetertstoonsoort
fis-grotetertstoonsoortjes	=	fis-grotetertstoonsoort
fis-klein	noun	het akkoord fis - a - cis, de kleine drieklank op de eerste trap van de fis-kleinetertstoonladder
fis-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de fis-kleinetertstoonladder
fis-kleinakkoorden	=	fis-kleinakkoord
fis-kleinakkoordje	=	fis-kleinakkoord
fis-kleinakkoordjes	=	fis-kleinakkoord
fis-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “fis” als grondtoon
fis-kleinetertstoonaarden	=	fis-kleinetertstoonaard
fis-kleinetertstoonaardje	=	fis-kleinetertstoonaard
fis-kleinetertstoonaardjes	=	fis-kleinetertstoonaard
fis-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “fis” als grondtoon
fis-kleinetertstoonladders	=	fis-kleinetertstoonladder
fis-kleinetertstoonladdertje	=	fis-kleinetertstoonladder
fis-kleinetertstoonladdertjes	=	fis-kleinetertstoonladder
fis-majeur	noun	het akkoord fis - aïs - cis, de grote drieklank op de eerste trap van de Fis-grotetertstoonladder
fis-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Fïs-grotetertstoonladder
fis-majeurakkoorden	=	fis-majeurakkoord
fis-majeurakkoordje	=	fis-majeurakkoord
fis-majeurakkoordjes	=	fis-majeurakkoord
fis-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “fis” als grondtoon
fis-majeurtoonaarden	=	fis-majeurtoonaard
fis-majeurtoonaardje	=	fis-majeurtoonaard
fis-majeurtoonaardjes	=	fis-majeurtoonaard
fis-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "fis" als grondtoon
fis-majeurtoonladders	=	fis-majeurtoonladder
fis-majeurtoonladdertje	=	fis-majeurtoonladder
fis-majeurtoonladdertjes	=	fis-majeurtoonladder
fis-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "fis" als grondtoon
fis-majeurtoonschaaltje	=	fis-majeurtoonschaal
fis-majeurtoonschaaltjes	=	fis-majeurtoonschaal
fis-majeurtoonschalen	=	fis-majeurtoonschaal
fis-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met “fis” als grondtoon
fis-majeurtoonsoorten	=	fis-majeurtoonsoort
fis-majeurtoonsoortje	=	fis-majeurtoonsoort
fis-majeurtoonsoortjes	=	fis-majeurtoonsoort
fis-mineur	noun	het akkoord fis - a - cis, de kleine drieklank op de eerste trap van de fis-kleinetertstoonladder
fis-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de fis-kleinetertstoonladder
fis-mineurakkoorden	=	fis-mineurakkoord
fis-mineurakkoordje	=	fis-mineurakkoord
fis-mineurakkoordjes	=	fis-mineurakkoord
fis-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “fis” als grondtoon
fis-mineurtoonladders	=	fis-mineurtoonladder
fis-mineurtoonladdertje	=	fis-mineurtoonladder
fis-mineurtoonladdertjes	=	fis-mineurtoonladder
fis-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “fis” als grondtoon
fis-mineurtoonschaaltje	=	fis-mineurtoonschaal
fis-mineurtoonschaaltjes	=	fis-mineurtoonschaal
fis-mineurtoonschalen	=	fis-mineurtoonschaal
fis-toonladder	=	fis-grotetertstoonladder
fiscaal	noun	openbare aanklager bij bepaalde rechtbanken	adj	de belastingen betreffend
fiscaals	=	fiscaal
fiscaalse	=	fiscaal
fiscaalspecialistisch	adj	betreffende een persoon of organisatie die veel kennis bezit van het belastingssysteem
fiscaalspecialistische	=	fiscaalspecialistisch
fiscaalspecialistischer	=	fiscaalspecialistisch
fiscaalspecialistischere	=	fiscaalspecialistisch
fiscaalspecialistischers	=	fiscaalspecialistisch
fiscaalst	=	fiscaal
fiscaalste	=	fiscaal
fiscaaltje	=	fiscaal
fiscaalvriendelijk	adj	dat men door bepaalde omstandigheden over iets minder belasting hoeft te betalen wat anders meestal wel belastbaar is
fiscaalvriendelijke	=	fiscaalvriendelijk
fiscaalvriendelijker	=	fiscaalvriendelijk
fiscaalvriendelijkere	=	fiscaalvriendelijk
fiscaalvriendelijkers	=	fiscaalvriendelijk
fiscaalvriendelijks	=	fiscaalvriendelijk
fiscaalvriendelijkst	=	fiscaalvriendelijk
fiscaalvriendelijkste	=	fiscaalvriendelijk
fiscael	=	fiscaal
fiscale	=	fiscaal
fiscalen	=	fiscaal
fiscaler	=	fiscaal
fiscalere	=	fiscaal
fiscalers	=	fiscaal
fiscalisering	noun	het omzetten van een stelsel dat gefinancierd wordt door middel van een eigen bijdrage, naar een stelsel dat gefinancierd wordt uit de algemene middelen van de overheid
fiscaliseringen	=	fiscalisering
fiscalist	noun	deskundige op het gebied van de belastingwetgeving
fiscalisten	=	fiscalist
fiscaliteit	noun	alles wat betrekking heeft op het betalen van de belastingen
fiscaliteiten	=	fiscaliteit
fiscus	noun	een overheidsorgaan dat de heffing en inning van belasting voor een staat verzorgt
fiscussen	=	fiscus
fisheye	noun	lens die door korte brandpuntsafstand een beeldhoek van meer dan 180° heeft
fisheyes	=	fisheye
fishstick	noun	rechthoekig staafje gefileerde, gepaneerde vis om te bakken of frituren
fishsticks	=	fishstick
fisis	noun	een tweemaal met een halve toon verhoogde toon "f"
fisis-klein	=	fisis-kleinetertstoonaard
fisis-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de fisis-kleinetertstoonladder
fisis-kleinakkoorden	=	fisis-kleinakkoord
fisis-kleinakkoordje	=	fisis-kleinakkoord
fisis-kleinakkoordjes	=	fisis-kleinakkoord
fisis-kleinetertstoonaard	noun	een (ongebruikelijke) mineurtoonladder met “fisis” als grondtoon
fisis-kleinetertstoonaarden	=	fisis-kleinetertstoonaard
fisis-kleinetertstoonaardje	=	fisis-kleinetertstoonaard
fisis-kleinetertstoonaardjes	=	fisis-kleinetertstoonaard
fisis-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “fisis” als grondtoon
fisis-kleinetertstoonladders	=	fisis-kleinetertstoonladder
fisis-kleinetertstoonladdertje	=	fisis-kleinetertstoonladder
fisis-kleinetertstoonladdertjes	=	fisis-kleinetertstoonladder
fisis-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de fisis-kleinetertstoonladder
fisis-mineurakkoorden	=	fisis-mineurakkoord
fisis-mineurakkoordje	=	fisis-mineurakkoord
fisis-mineurakkoordjes	=	fisis-mineurakkoord
fisis-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “fisis” als grondtoon
fisis-mineurtoonladders	=	fisis-mineurtoonladder
fisis-mineurtoonladdertje	=	fisis-mineurtoonladder
fisis-mineurtoonladdertjes	=	fisis-mineurtoonladder
fisis-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “fisis” als grondtoon
fisis-mineurtoonschaaltje	=	fisis-mineurtoonschaal
fisis-mineurtoonschaaltjes	=	fisis-mineurtoonschaal
fisis-mineurtoonschalen	=	fisis-mineurtoonschaal
fisis-toonladder	=	fisis-kleinetertstoonaard
fisisje	=	fisis
fisisjes	=	fisis
fisissen	=	fisis
fisj	noun	vis
fisje	=	fis
fisjes	=	fis
fiskaal	noun	een zangvogel uit de familie Malaconotidae (bosklauwieren, tsjagra's en fiskalen)
fiskaals	=	fiskaal
fiskaalst	=	fiskaal
fiskaaltje	=	fiskaal
fiskaaltjes	=	fiskaal
fiskale	=	fiskaal
fiskalen	noun	een geslacht Laniarius van zangvogels uit de familie Malaconotidae (bosklauwieren).
fiskaler	=	fiskaal
fiskalist	=	fiscalist
fiskaliteit	=	fiscaliteit
fissa	noun	feest
fissa's	=	fissa
fissaatje	=	fissa
fissaatjes	=	fissa
fissen	=	fis
fissuren	=	fissuur
fissuur	noun	een spleet, een kloof
fissuurtje	=	fissuur
fissuurtjes	=	fissuur
fistel	noun	een kanaalvormige zweer
fistels	=	fistel
fisteltje	=	fistel
fisteltjes	=	fistel
fit	noun	meethaak met een vaste en een verschuifbare tong, fithaak	adj	in goede lichamelijke conditie
fitboy	noun	jongeman die er alles aandoet om een gespierd en getraind lichaam te krijgen
fitboys	=	fitboy
fitfluencen	verb	op het internet publiceren van voedings- en sportadviezen
fitfluencend	=	fitfluencen
fitfluencer	noun	persoon die op het internet publiceert over gezond eten en bewegen
fitfluencers	=	fitfluencer
fitgirl	noun	jonge vrouw die er alles aandoet om een gespierd en getraind lichaam te krijgen
fitgirls	=	fitgirl
fitheden	=	fitheid
fitheid	noun	de lichamelijke en geestelijke conditie van iemand
fitis	noun	Phylloscopus trochilus zangvogel uit de familie Phylloscopidae met groenig verenkleed en melodieuze zang
fitisje	=	fitis
fitisjes	=	fitis
fitissen	=	fitis
fitnes	=	fitnessen
fitness	noun	conditie- of krachttraining, meestal in een sportzaal
fitnessapparaat	noun	oefenapparaat dat gebruikt wordt om de conditie te verbeteren
fitnessapparaatje	=	fitnessapparaat
fitnessapparaatjes	=	fitnessapparaat
fitnessapparaten	=	fitnessapparaat
fitnessapparatuur	noun	toestellen die men gebruikt om te fitnessen
fitnesscentra	=	fitnesscentrum
fitnesscentrum	noun	inrichting voor het op peil houden van de lichamelijke conditie met behulp van fitnessapparatuur
fitnesscentrums	=	fitnesscentrum
fitnessclub	noun	organisatie waarvan de leden binnenshuis kunnen sporten op fitnesstoestellen
fitnessclubje	=	fitnessclub
fitnessclubjes	=	fitnessclub
fitnessclubs	=	fitnessclub
fitnesse	=	fitnessen
fitnessen	verb	sporten in een sportschool
fitnessend	=	fitnessen
fitnessende	=	fitnessen
fitnessprogramma	noun	aantal samenhangende maatregelen die dienen om de conditie te verhogen
fitnessprogramma's	=	fitnessprogramma
fitnessrage	noun	plotselinge populariteit van een bepaalde oefening om de lichamelijke conditie te verbeteren
fitnessrages	=	fitnessrage
fitnessruimte	noun	ruimte waarin men fitness kan beoefenen
fitnessruimten	=	fitnessruimte
fitnessruimtes	=	fitnessruimte
fitnessstudio	noun	instituut waar men lichamelijke oefeningen kan doen op fitnessapparaten
fitnessstudio's	=	fitnessstudio
fitnesstoestel	noun	apparaat dat men voor fitness nodig denkt te hebben
fitnesstoestellen	=	fitnesstoestel
fitnesstracker	noun	apparaat waarmee men de hartslag, het aantal afgelde stappen e.d. kan meten tijdens sporten
fitnesstrackers	=	fitnesstracker
fitnesstrackertje	=	fitnesstracker
fitnesstrackertjes	=	fitnesstracker
fitnesstraining	noun	training die erop gericht is de algemene conditie te verbeteren
fitnesstrainingen	=	fitnesstraining
fitnesstraininkje	=	fitnesstraining
fitnesstraininkjes	=	fitnesstraining
fitnesszaak	noun	plek waar mensen sporten met behulp van fitnessapparatuur om hun conditie te verbeteren, spieren te trainen of af te vallen.
fitnesszaakje	=	fitnesszaak
fitnesszaakjes	=	fitnesszaak
fitnesszaal	noun	zaal (in een sportschool) waar men fitness oefeningen kan uitvoeren
fitnesszaaltje	=	fitnesszaal
fitnesszaaltjes	=	fitnesszaal
fitnesszaken	=	fitnesszaak
fitnesszalen	=	fitnesszaal
fitnest	=	fitnessen
fitneste	=	fitnessen
fitnesten	=	fitnessen
fits	noun	pen [4] van een scharnier	adj|obsolete	fel, venijnig, snel, herhaaldelijk
fitse	=	fits
fitsen	=	fits
fitst	=	fit
fitste	=	fit
fitte	=	fit
fitten	verb	in elkaar passen, pasklaar maken
fittend	=	fitten
fittende	=	fitten
fitter	noun	iemand die fit (buisleidingen, kranen enz. aanbrengt)
fittere	=	fit
fitterij	noun	werkplaats van een fitter
fitterijen	=	fitterij
fitters	=	fitter
fittertje	=	fitter
fittertjes	=	fitter
fittie	noun|informal	felle onenigheid
fitties	=	fittie
fittietje	=	fittie
fitting	noun	houder van een gloeilamp (bajonetfitting, schroeffitting)
fittingen	=	fitting
fittings	=	fitting
fittinkje	=	fitting
fittinkjes	=	fitting
fitzroyschildpad	noun	Rheodytes leukops een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae), en is de enige soort uit het geslacht Rheodytes.
fitzroyschildpadden	=	fitzroyschildpad
fitzroyschildpadje	=	fitzroyschildpad
fitzroyschildpadjes	=	fitzroyschildpad
fix	=	fixen
fixatie	noun	het fixeren, het vastzetten, het vasthechten
fixatief	noun	middel om iets vast te zetten, fixeermiddel
fixaties	=	fixatie
fixatietje	=	fixatie
fixatietjes	=	fixatie
fixatieven	=	fixatief
fixe	=	fixen
fixeer	noun	zout (natriumthiosulfaat of ammoniumthiosulfaat) voor het fixeren van foto's, een fixeerzout
fixeerbad	noun	een schaal met fixeervloeistof die er voor zorgt dat het ontwikkelproces van een foto stopt
fixeerbaden	=	fixeerbad
fixeerbadje	=	fixeerbad
fixeerbadjes	=	fixeerbad
fixeerde	=	fixeren
fixeerden	=	fixeren
fixeert	=	fixeren
fixeerzout	noun	zout om een fotografische afbeelding te fixeren.
fixeerzouten	=	fixeerzout
fixeerzoutje	=	fixeerzout
fixeerzoutjes	=	fixeerzout
fixen	verb	voor elkaar krijgen
fixend	=	fixen
fixende	=	fixen
fixere	=	fixeren
fixeren	verb	de blik onafwendbaar op iets richten
fixerend	=	fixeren
fixerende	=	fixeren
fixes	=	fixen
fixie	noun	racefiets zonder remmen of versnellingen
fixies	=	fixie
fiximelding	noun	een melding die via de app of website Fixi wordt gedaan aan de gemeente over een probleem of ongemak in de openbare ruimte.
fiximeldingen	=	fiximelding
fiximeldinkje	=	fiximelding
fiximeldinkjes	=	fiximelding
fixt	=	fixen
fixte	=	fixen
fixten	=	fixen
fiësta	noun	Spaans- of Latijns-Amerikaans feest
fiësta's	=	fiësta
fjord	noun	een bepaald type van inham in een bergachtige kust, gekenmerkt door steile wanden die door gletsjerwerking zijn uitgesleten
fjorden	=	fjord
fjordje	=	fjord
fjordjes	=	fjord
fjordlandkuifpinguïn	noun	Eudyptes pachyrhynchus een pinguïnsoort die voorkomt in Nieuw-Zeeland.
fjordlandkuifpinguïnnetje	=	fjordlandkuifpinguïn
fjordlandkuifpinguïnnetjes	=	fjordlandkuifpinguïn
fjordlandkuifpinguïns	=	fjordlandkuifpinguïn
fjordlandkuifpinguïntje	=	fjordlandkuifpinguïn
fjordlandkuifpinguïntjes	=	fjordlandkuifpinguïn
fl	=	gulden
flabbergasted	adj|informal	heel erg verbaasd
flaccidus	adj	slap
flacon	noun	klein flesje met vaak een lange hals en een sierlijk voorkomen
flaconnetje	=	flacon
flaconnetjes	=	flacon
flacons	=	flacon
fladder	=	fladderen
fladderaar	noun|informal	benaming voor vogels die wat onbeholpen vliegen doordat ze nog jong zijn of niet zo vaak vliegen
fladderaars	=	fladderaar
fladderaarster	=	fladderaar
fladderaartje	=	fladderaar
fladderak	noun	likeurachtige drank die wordt gemaakt met onder andere citroen en kaneel
fladderakken	=	fladderak
fladderde	=	fladderen
fladderden	=	fladderen
fladdere	=	fladderen
fladderen	verb	flutter, vorm van hartritme, waarbij de boezems of kamers zich zeer snel ritmisch samentrekken
fladderend	adj	losjes heen en weer bewegend als de vleugels van een vlinder
fladderende	=	fladderen
fladderends	=	fladderend
fladderiep	noun	Ulmus laevis een boom die behoort tot de iepenfamilie (Ulmaceae).
fladderiepen	=	fladderiep
fladderiepje	=	fladderiep
fladderiepjes	=	fladderiep
fladdert	=	fladderen
flagel	noun	zweephaar, zweepstaart
flagellant	noun	iemand die zichzelf geselt uit boetedoening
flagellanten	=	flagellant
flagellantisme	noun	geseling als prikkel van de geslachtsdrift
flagellatie	noun	geseling, met name als zelfkastijding
flagellaties	=	flagellatie
flagellen	=	flagel
flagelleren	verb	geselen, met name als zelfkastijding
flagelletje	=	flagel
flageolet	noun	fluit die een octaaf hoger klinkt dan de dwarsfluit
flageolets	=	flageolet
flageoletten	=	flageolet
flageolettonen	=	flageolettoon
flageolettoon	noun	hoge toon veroorzaakt door lichte aanraking van een snaar in de rustpunten van de trilling
flageolettoontje	=	flageolettoon
flageolettoontjes	=	flageolettoon
flagrant	adj	overduidelijk, vaak met een schokkend bijeffect
flagrante	=	flagrant
flagranter	=	flagrant
flagrantere	=	flagrant
flagranters	=	flagrant
flagrants	=	flagrant
flagrantst	=	flagrant
flagrantste	=	flagrant
flagstone	noun	platte, vaak roodkleurige tuintegel van natuurlijk gekloofde natuursteen
flagstones	=	flagstone
flair	noun	aanleg, talent
flakka	noun	designerdrug die zeer verslavend is, angstige hallucinatie en agressief gedrag veroorzaakt
flakker	=	flakkeren
flakkerde	=	flakkeren
flakkerden	=	flakkeren
flakkere	=	flakkeren
flakkeren	verb	onrustig branden met grote en dan weer kleine vlammen, die niet altijd op dezelfde plaats zijn
flakkerend	adj	op een onregelmatige manier branden en lichtgeven
flakkerende	=	flakkeren
flakkerends	=	flakkerend
flakkert	=	flakkeren
flambard	noun	slappe vilten hoed met brede rand, flaphoed
flambards	=	flambard
flambeer	=	flamberen
flambeerde	=	flamberen
flambeerden	=	flamberen
flambeert	=	flamberen
flambeeuw	noun|obsolete	staak met aan één uiteinde brandbaar materiaal dat wordt aangestoken om als lichtbron te dienen Oorspronkelijk zat aan het uiteinde een takkenbundel, later werd dit vervangen door een kaars in een lantaarn
flambeeuwen	=	flambeeuw
flambeeuwtje	=	flambeeuw
flambeeuwtjes	=	flambeeuw
flambere	=	flamberen
flamberen	verb	restanten van de haren of veren van vogels of dieren wegschroeien
flamberend	=	flamberen
flamberende	=	flamberen
flambouw	noun	een in brandbare stof gedrenkte stok die gebruikt wordt als buitenverlichting
flambouwen	=	flambouw
flambouwtje	=	flambouw
flambouwtjes	=	flambouw
flamboyant	noun	Delonix regia een een tot 15 m hoge boom met een brede, schermvormige kroon uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).	adj	vurig, hartstochtelijk
flamboyante	=	flamboyant
flamboyanten	=	flamboyant
flamboyanter	=	flamboyant
flamboyantere	=	flamboyant
flamboyanters	=	flamboyant
flamboyants	=	flamboyant
flamboyantst	=	flamboyant
flamboyantste	=	flamboyant
flamenco	noun	Zuid-Spaanse zigeunerdans
flamencogitaar	noun	akoestische gitaar voor flamencomuziek, gekenmerkt door een heldere klank en voorzien van een slagplaat ('golpeador') waarop de gitarist als ritmische accenten de karakteristieke golpes kan kloppen
flamencogitaartje	=	flamencogitaar
flamencogitaartjes	=	flamencogitaar
flamencogitaren	=	flamencogitaar
flamencogitarist	noun	gitaarspeler die Spaanse flamencomuziek speelt
flamencogitaristen	=	flamencogitarist
flamencojurk	noun	jurk die gedragen wordt door een flamencozangeres of flamencodanseres
flamencojurken	=	flamencojurk
flamencojurkje	=	flamencojurk
flamencojurkjes	=	flamencojurk
flamencorok	noun	wijde, fel gekleurde rok die gedragen wordt door een flamencodanseres
flamencorokken	=	flamencorok
flamencozanger	noun	persoon die Spaanse flamencoliederen ten gehore brengt
flamencozangers	=	flamencozanger
flamingant	noun	iemand die opkomt voor de emancipatie van het Vlaamse volk in België
flaminganten	=	flamingant
flamingantisch	adj	met betrekking tot het flamingantisme
flamingantische	=	flamingantisch
flamingantischer	=	flamingantisch
flamingantischere	=	flamingantisch
flamingantischers	=	flamingantisch
flamingantisme	noun	de Vlaamse beweging
flamingo	noun	bepaald soort roze reigerachtige waadvogel met een haakvormige snavel uit de familie Phoenicopteridae
flamingo's	noun	Phoenicopteridae een familie van grote, steltpotige waadvogels.
flamingoachtigen	noun	een orde Phoenicopteriformes, grote, steltpotige waadvogels met een lange hals, haakvormige snavel en roze verenkleed De orde heeft één familie de flamingo's (Phoenicopteridae) met zes soorten.
flamingootje	=	flamingo
flamingootjes	=	flamingo
flamingopak	noun	verkleedpak of kostuum in de vorm van een flamingo
flamingopakje	=	flamingopak
flamingopakjes	=	flamingopak
flamingopakken	=	flamingopak
flamingoplant	noun	Anthurium scherzerianum een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
flamingoplanten	=	flamingoplant
flamingoplantje	=	flamingoplant
flamingoplantjes	=	flamingoplant
flamoes	noun	vrouwelijk geslachtsorgaan, meestal alleen de uitwendige delen aanduidend
flamoesje	=	flamoes
flamoesjes	=	flamoes
flamoezen	=	flamoes
flan	noun	nagerecht gemaakt uit in melk geklopte eieren en meel, met toevoegingen voor de smaak
flandricisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Vlaams of gevormd naar Vlaams voorbeeld
flandricismen	=	flandricisme
flandrien	noun	een aanvalslustige, stoere, sterke wielrenner die kan afzien juist als alles tegenzit
flandriens	=	flandrien
flaneer	=	flaneren
flaneerboulevard	noun	wandelweg langs een meer of zee waar men is om naar mensen te kijken en zelf gezien te worden
flaneerboulevardje	=	flaneerboulevard
flaneerboulevardjes	=	flaneerboulevard
flaneerboulevards	=	flaneerboulevard
flaneerde	=	flaneren
flaneerden	=	flaneren
flaneert	=	flaneren
flanel	noun	een textielsoort van los gesponnen garen, gewoonlijk van geruwde wollen of katoenen stof, maar ook wel van kunstvezels vervaardigd
flanelbord	noun	een met flanel (geruwd textiel) bespannen demonstratiebord, dat lichte voorwerpen, aan de achterzijde met flanel beplakt, vasthoudt
flanelborden	=	flanelbord
flanelbordje	=	flanelbord
flanelbordjes	=	flanelbord
flanellen	adj	alleen attributief van flanel vervaardigd
flanelletje	=	flanel
flanelletjes	=	flanel
flanelsteek	noun	bepaalde kruissteek voor naden
flanelsteken	=	flanelsteek
flanere	=	flaneren
flaneren	verb	rondwandelen om te zien en gezien te worden
flanerend	=	flaneren
flanerende	=	flaneren
flaneur	noun	elegante slenteraar of wandelaar
flaneurs	=	flaneur
flaneurtje	=	flaneur
flank	noun	zijkant van een samenhangend geheel
flankeer	=	flankeren
flankeerde	=	flankeren
flankeerden	=	flankeren
flankeert	=	flankeren
flanken	=	flank
flanker	=	flankeren
flankerde	=	flankeren
flankerden	=	flankeren
flankere	=	flankeren
flankeren	verb	aan de beide zijkanten staan
flankerend	adj	flankerend beleid: plannen die als ondersteuning dienen voor andere voornemens; plannen die de nadelige gevolgen van andere beleid moet opvangen; aanvullend beleid
flankerende	=	flankeren
flankerends	=	flankerend
flankering	noun	een versterking van iets, een aanvulling op iets
flankeringen	=	flankering
flankert	=	flankeren
flankeur	noun	soldaat die als verkenner aan de zijde van een legermacht marcheert
flankeurs	=	flankeur
flankje	=	flank
flankjes	=	flank
flankspeler	noun	speler van een sportteam die aan de zijkanten van het veld staat opgesteld
flankspelers	=	flankspeler
flans	=	flan
flanse	=	flansen
flansen	verb	slordig in elkaar zetten.
flansend	=	flansen
flansende	=	flansen
flanst	=	flansen
flanste	=	flansen
flansten	=	flansen
flap	noun	korte snelle beweging of het geluid dat een vlak van soepel materiaal bij zo'n beweging maakt	intj	doffe geluid zoals dat ontstaat bij een snelle, korte beweging van een soepel vlak
flap-over	noun	bord met grote bladen papier (flaps) waarop men kan schrijven en die achterovergeslagen kunnen worden
flap-overs	=	flap-over
flapdrol	noun	vent van niets, slappeling
flapdrollen	=	flapdrol
flapdrolletje	=	flapdrol
flapdrolletjes	=	flapdrol
flaphoed	noun	vilthoed met brede, slappe rand
flaphoeden	=	flaphoed
flaphoedje	=	flaphoed
flaphoedjes	=	flaphoed
flapje	=	flap
flapjes	=	flap
flapkan	noun	drinkkan met klapdeksel
flapkannen	=	flapkan
flapkannetje	=	flapkan
flapkannetjes	=	flapkan
flapmadam	noun	waardeloze, onbenullige vrouw
flapmadammen	=	flapmadam
flapmadammetje	=	flapmadam
flapmadammetjes	=	flapmadam
flapmadams	=	flapmadam
flapoor	noun	zeer groot, uitstaand oor
flapoortje	=	flapoor
flapoortjes	=	flapoor
flapoperatie	noun	operatie waarbij het tandvlees wordt losgemaakt van de kaak om het kaakbot schoon te maken
flapoperaties	=	flapoperatie
flapoperatietje	=	flapoperatie
flapoperatietjes	=	flapoperatie
flaporen	=	flapoor
flappe	=	flappen
flappen	verb	met een ruk gooien, smijten
flappend	=	flappen
flappende	=	flappen
flappentap	noun|humorous	apparaat waarmee men met een betaalkaart geld kan opnemen, een geldautomaat
flappentapje	=	flappentap
flappentapjes	=	flappentap
flappentappen	=	flappentap
flappentappende	=	flappentap
flapper	noun	iets of iemand dat of die flapt
flapperde	=	flapperen
flapperden	=	flapperen
flappere	=	flapperen
flapperen	verb	een klapperend geluid maken door het snel heen en weer gaan, bv. van een zeil door de wind, klapperen
flapperend	=	flapperen
flapperende	=	flapperen
flappers	=	flapper
flappert	=	flapperen
flappertje	=	flapper
flappertjes	=	flapper
flaps	=	flap
flapschoen	noun	schoen met een verlengde neus, zoals sommige clowns dragen
flapschoenen	=	flapschoen
flapschoentje	=	flapschoen
flapschoentjes	=	flapschoen
flapsnuitvaalhaai	noun	Scylliogaleus quecketti een haai uit de familie van de gladde haaien
flapsnuitvaalhaaien	=	flapsnuitvaalhaai
flapsnuitvaalhaaitje	=	flapsnuitvaalhaai
flapsnuitvaalhaaitjes	=	flapsnuitvaalhaai
flapt	=	flappen
flapte	=	flappen
flaptekst	noun	tekst op een flap (van een boek)
flapteksten	=	flaptekst
flaptekstje	=	flaptekst
flaptekstjes	=	flaptekst
flapten	=	flappen
flapuit	noun	iemand die zonder nadenken zijn gedachten uitspreekt
flapuiten	=	flapuit
flapuitje	=	flapuit
flapuitjes	=	flapuit
flapuits	=	flapuit
flard	noun	onregelmatig afgescheurd of afgebroken stuk
flarden	=	flard
flardje	=	flard
flardjes	=	flard
flare	noun	fakkel die wordt afgeschoten vanuit een vliegtuig dat het doelwit van een hittezoekende raket is om deze van richting te doen veranderen
flares	=	flare
flarf	=	flarfen
flarfe	=	flarfen
flarfen	verb	gedichten maken uit de resultaten van zoekmachine op internet of een voor een ander doel ontstane verzameling zinnen
flarfend	=	flarfen
flarfende	=	flarfen
flarft	=	flarfen
flarfte	=	flarfen
flarften	=	flarfen
flash	noun	flits
flashback	noun	een passage over het verleden dat is ingebed in een grote verhaal
flashbackje	=	flashback
flashbackjes	=	flashback
flashbacks	=	flashback
flashbericht	noun	kort nieuwsbericht met een zeer recente, belangrijke gebeurtenis
flashberichten	=	flashbericht
flashdrive	noun	apparaat in bezit van flashgeheugen t.b.v. gegevensopslag dat een harde schijf kan vervangen
flashdrives	=	flashdrive
flashe	=	flashen
flashen	verb	Het tonen van delen van het lichaam op een manier die een seksuele lading heeft
flashend	=	flashen
flashende	=	flashen
flashes	=	flash
flashgeheugen	noun	snel toegankelijk en goedkoop in- of extern opslagmedium zonder mechanische onderdelen o.m. aanwezig in de USB-stick
flashgeheugens	=	flashgeheugen
flashgeheugentje	=	flashgeheugen
flashlight	noun	een draagbare lichtbron met een geconcentreerde straal
flashlights	=	flashlight
flashmob	noun	een (grote) groep mensen die plotseling op een openbare plek samenkomt, iets ongebruikelijks doet en daarna weer snel uiteenvalt.
flashmobje	=	flashmob
flashmobjes	=	flashmob
flashmobs	=	flashmob
flasht	=	flashen
flashte	=	flashen
flashten	=	flashen
flashy	adj	flitsend op een hippe manier
flashy's	=	flashy
flashyer	=	flashy
flashyere	=	flashy
flashyers	=	flashy
flashyst	=	flashy
flashyste	=	flashy
flat	noun	gebouw met een aantal opeengestapelde woonlagen (etages zn)
flatbewoner	noun	persoon die in een flatgebouw woont
flatbewoners	=	flatbewoner
flatbuurt	noun	een gedeelte van een stad of dorp met veel hoogbouw
flatbuurten	=	flatbuurt
flatbuurtje	=	flatbuurt
flatbuurtjes	=	flatbuurt
flatcomiteetje	=	flatcomité
flatcomiteetjes	=	flatcomité
flatcomité	noun	groep bewoners van een flat die een bepaalde doelstelling hebben die betrekking heeft op het wonen in die flat
flatcomités	=	flatcomité
flatcomplex	noun	flatgebouw met meerdere woningen
flatcomplexen	=	flatcomplex
flater	noun	ernstige, eenvoudig te voorkomen fout
flaterde	=	flateren
flaterden	=	flateren
flatere	=	flateren
flateren	verb	iets doms doen
flaterend	=	flateren
flaterende	=	flateren
flaters	=	flater
flatert	=	flateren
flatertje	=	flater
flatertjes	=	flater
flatgebouw	noun	Hoogbouw voor gelijkvloerse woningen.
flatgebouwen	=	flatgebouw
flatgebouwtje	=	flatgebouw
flatgebouwtjes	=	flatgebouw
flati	=	flatus
flatje	=	flat
flatjes	=	flat
flats	=	flat
flatscreen	noun	een televisie- of computerscherm met een vlak kijkoppervlak.
flatscreen-tv	noun	plat beeldscherm voor het tonen van televisieprogramma's
flatscreen-tv's	=	flatscreen-tv
flatscreens	=	flatscreen
flatscreentelevisie	noun	een televisie met een plat (LCD- of plasma)scherm
flatscreentelevisies	=	flatscreentelevisie
flatteer	=	flatteren
flatteerde	=	flatteren
flatteerden	=	flatteren
flatteert	=	flatteren
flatten	=	flat
flattere	=	flatteren
flatteren	verb	iets mooier doen voorstellen of lijken dan het in werkelijkheid is
flatterend	=	flatteren
flatterende	=	flatteren
flatteus	adj	het uiterlijk gunstig beïnvloedend
flatteust	=	flatteus
flatteuste	=	flatteus
flatteuze	=	flatteus
flatteuzer	=	flatteus
flatteuzere	=	flatteus
flatteuzers	=	flatteus
flatulent	adj	veelvuldig scheten moeten laten
flatulente	=	flatulent
flatulenter	=	flatulent
flatulentere	=	flatulent
flatulenters	=	flatulent
flatulentie	noun	opgeblazenheid, een gasophoping in de darmen
flatulenties	=	flatulentie
flatulents	=	flatulent
flatulentst	=	flatulent
flatulentste	=	flatulent
flatus	noun	het ontsnappen van opgehoopte gassen; wind
flatusje	=	flatus
flatusjes	=	flatus
flatussen	=	flatus
flatverbod	noun	verbod om een bepaald gebouw of deel daarvan te betreden
flatverboden	=	flatverbod
flatverbodje	=	flatverbod
flatverbodjes	=	flatverbod
flatwijk	noun	Een wijk of buurt van een stad waarin veel woonhoogbouw is.
flatwijken	=	flatwijk
flatwijkje	=	flatwijk
flatwijkjes	=	flatwijk
flatwoning	noun	woning die gelegen is op één bouwlaag van een gebouw met meerdere bouwlagen
flatwoningen	=	flatwoning
flatwoninkje	=	flatwoning
flatwoninkjes	=	flatwoning
flauw	adj	zonder smaak, meestal door een gebrek aan zout
flauwe	=	flauw
flauwekul	noun|informal	iets wat in geen enkel opzicht zinvol is of iets van nut of betekenis heeft
flauwekulletje	=	flauwekul
flauwekulletjes	=	flauwekul
flauwelijk	adj	op een flauwe manier
flauwelijke	=	flauwelijk
flauwelijker	=	flauwelijk
flauwelijkere	=	flauwelijk
flauwelijkers	=	flauwelijk
flauwelijks	=	flauwelijk
flauwelijkst	=	flauwelijk
flauwelijkste	=	flauwelijk
flauwer	=	flauw
flauwerd	noun	iemand die bang is voor alles en niets durft
flauwerdje	=	flauwerd
flauwerdjes	=	flauwerd
flauwerds	=	flauwerd
flauwere	=	flauw
flauwerik	noun	iemand die slap is; iemand die niet sterk is; iemand die flauwe grapjes maakt; iemand die iets verklapt
flauweriken	=	flauwerik
flauwerikje	=	flauwerik
flauwerikjes	=	flauwerik
flauwers	=	flauw
flauwgevallen	=	flauwvallen
flauwheden	=	flauwheid
flauwheid	noun	een niet al te leuk grapjes
flauwiteit	noun	iets flauws, pietluttigs of onbenulligs
flauwiteiten	=	flauwiteit
flauwiteitje	=	flauwiteit
flauwiteitjes	=	flauwiteit
flauws	=	flauw
flauwst	=	flauw
flauwste	=	flauw
flauwte	noun	aanval van kortdurende bewusteloosheid
flauwten	=	flauwte
flauwtes	=	flauwte
flauwtetje	=	flauwte
flauwtetjes	=	flauwte
flauwtjes	adv	iets doen op een niet al te krachtige manier
flauwval	=	flauwvallen
flauwvalle	=	flauwvallen
flauwvallen	verb	door hitte of gebrek aan frisse licht het bewustzijn verliezen
flauwvallend	=	flauwvallen
flauwvallende	=	flauwvallen
flauwvalt	=	flauwvallen
flauwviel	=	flauwvallen
flauwviele	=	flauwvallen
flauwvielen	=	flauwvallen
flauwvielt	=	flauwvallen
flavonoïde	noun	organische en stikstofvrije verbinding met een typisch basisskelet die wijdverbreid is in het plantenrijk
flavonoïden	=	flavonoïde
flavonoïdes	=	flavonoïde
flebitis	noun	aderontsteking
flebitissen	=	flebitis
flebografie	noun	een foto van de aders
flebografietje	=	flebografie
flebografietjes	=	flebografie
flebografieën	=	flebografie
flebologen	=	fleboloog
flebologie	noun	leer van de aderen en de ziekten daarvan
fleboloog	noun	specialist van de aderen en de ziekten daarvan
fleboloogje	=	fleboloog
fleboloogjes	=	fleboloog
flecteer	=	flecteren
flecteerde	=	flecteren
flecteerden	=	flecteren
flecteert	=	flecteren
flectere	=	flecteren
flecteren	verb	verbuigen, vervoegen
flecterend	=	flecteren
flecterende	=	flecteren
flectie	=	flexie
fledderen	=	fladderen
fleece	noun	kledingstuk van geruwde kunstvezels dat het bovenlichaam bedekt	adj	gemaakt van geruwde kunstvezels
fleecedeken	noun	deken gemaakt van polyethyleentereftalaat (PET) garens
fleecedekens	=	fleecedeken
fleecedekentje	=	fleecedeken
fleecedekentjes	=	fleecedeken
fleeces	=	fleece
fleecetrui	noun	warme trui gemaakt van gerecycled plastic
fleecetruien	=	fleecetrui
fleecetruitje	=	fleecetrui
fleecetruitjes	=	fleecetrui
fleem	=	flemen
fleemde	=	flemen
fleemden	=	flemen
fleemkous	noun	een slijmerd
fleemkousen	=	fleemkous
fleemkousje	=	fleemkous
fleemkousjes	=	fleemkous
fleemt	=	flemen
fleemtaal	noun	de manier van spreken die hoort bij vleien, slijmen of flemen
fleemtong	noun	iemand die zonder het te menen heel vriendelijke of lovende woorden spreekt
fleemtongen	=	fleemtong
fleer	noun	krachtige slag om iemand te straffen
fleerde	=	fleren
fleerden	=	fleren
fleert	=	fleren
fleetrace	=	fleetracen
fleetracen	verb	met het gehele deelnemersveld een wedstrijd varen
fleetracend	=	fleetracen
fleetracende	=	fleetracen
fleetracet	=	fleetracen
fleetracete	=	fleetracen
fleetraceten	=	fleetracen
flegma	noun	onverstoorbaarheid
flegmatici	=	flegmaticus
flegmaticus	noun	iemand die flegmatiek is
flegmatiek	adj	onverstoorbaar kalm
flegmatieke	=	flegmatiek
flegmatieker	=	flegmatiek
flegmatiekere	=	flegmatiek
flegmatiekers	=	flegmatiek
flegmatieks	=	flegmatiek
flegmatiekst	=	flegmatiek
flegmatiekste	=	flegmatiek
flegmatisch	adj	rustig, traag reagerend
flegmatische	=	flegmatisch
flegmatischer	=	flegmatisch
flegmatischere	=	flegmatisch
flegmatischers	=	flegmatisch
flegmone	noun	een in de breedte uitbreidende, maar moeilijk te begrenzen weefselontsteking die gepaard gaat met ettervorming
flegmonen	=	flegmone
fleisjik	adj	bereid met vlees, apart te houden van melkspijzen
fleisjike	=	fleisjik
fleme	=	flemen
flemen	verb	overdreven lief tegen iemand doen
flemend	=	flemen
flemende	=	flemen
flemer	noun	iemand die andere mensen te veel vleit
flemerig	adj	op een gemaakte, overdreven manier vriendelijk of vleiend
flemerige	=	flemerig
flemeriger	=	flemerig
flemerigere	=	flemerig
flemerigers	=	flemerig
flemerigs	=	flemerig
flemerigst	=	flemerig
flemerigste	=	flemerig
flemerij	noun	tot eigen voordeel iemand overmatig en ongemeend loven en prijzen
flemerijen	=	flemerij
flemerijtje	=	flemerij
flemerijtjes	=	flemerij
flemers	=	flemer
flens	noun	een opstaande en vaak vlakke rand of kraag, bijvoorbeeld aan het uiteinde van een buis of pijp om een lekdichte verbinding met een andere pijp of een afdichting mogelijk te maken
flensde	=	flenzen
flensden	=	flenzen
flense	=	flensen
flensen	verb|vulgar	vrijen, neuken
flensend	=	flensen
flensende	=	flensen
flensje	noun	dun soort pannenkoekje dat zowel als hoofdgerecht en als nagerecht gegeten wordt
flensjes	=	flens
flenst	=	flensen
flenste	=	flensen
flensten	=	flensen
flenter	noun	klein schijfje, reepje of plakje
flenters	=	flenter
flentertje	=	flenter
flentertjes	=	flenter
flenze	=	flenzen
flenzen	verb	vlug overnemen zonder behoorlijk te bergen
flenzend	=	flenzen
flenzende	=	flenzen
fler	=	fleer
flere	=	fleren
flerecijn	noun	jicht of reumatische pijnen van met name het heupgewricht
fleren	verb	zonder haast of doel rondlopen
flerend	=	fleren
flerende	=	fleren
flerovium	noun	scheikundig element met symbool Fl en atoomnummer 114.
fleroviumatomen	=	fleroviumatoom
fleroviumatoom	noun	een atoom van het chemisch element flerovium.
fleroviumatoompje	=	fleroviumatoom
fleroviumatoompjes	=	fleroviumatoom
fles	noun	een langgerekt, cilindrisch en meestal van glas vervaardigd vat met een nauwe hals die met een dop of kurk af te sluiten is
flesachtig	adj	op een fles gelijkend
flesachtige	=	flesachtig
flesachtiger	=	flesachtig
flesachtigere	=	flesachtig
flesachtigers	=	flesachtig
flesachtigs	=	flesachtig
flesachtigst	=	flesachtig
flesachtigste	=	flesachtig
flesch	=	fles
flesdop	noun	een voorwerp dat dient om een fles of pot af te sluiten
flesdopje	=	flesdop
flesdopjes	=	flesdop
flesdoppen	=	flesdop
flesje	=	fles
flesjes	=	fles
flesjesroestmos	noun	Frullania tamarisci een levermos in de familie Jubulaceae.
flesjesroestmosje	=	flesjesroestmos
flesjesroestmosjes	=	flesjesroestmos
flesjesroestmossen	=	flesjesroestmos
fleskalebas	noun	Lagenaria siceraria een eenjarige, eenhuizige, kruipende of klimmende, kruidachtige plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
fleskalebasje	=	fleskalebas
fleskalebasjes	=	fleskalebas
fleskalebassen	=	fleskalebas
flesopener	noun	instrumentje om afgesloten flessen met een metalen afsluiting te openen of een kroonkurk te verwijderen
flesopeners	=	flesopener
flesse	=	flessen
flessen	verb	bedriegen, oplichten
flessenactie	noun	een inzamelingsactie waarbij statiegeldflessen en -blikjes worden ingezameld en het ingezamelde statiegeld wordt gedoneerd aan een goed doel
flessenacties	=	flessenactie
flessenactietje	=	flessenactie
flessenactietjes	=	flessenactie
flessenautomaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
flessenautomaatje	=	flessenautomaat
flessenautomaatjes	=	flessenautomaat
flessenautomaten	=	flessenautomaat
flessenbier	noun	bier dat in flesjes wordt verkocht
flessenbieren	=	flessenbier
flessenbon	noun	strookje dat je krijgt na het inleveren van flessen en blikjes bij een statiegeldautomaat met daarop het totaalbedrag aan statiegeld en een streepjescode waarmee je dat bij het afrekenen vergoed kunt krijgen
flessenbonnen	=	flessenbon
flessenbonnetje	=	flessenbon
flessenbonnetjes	=	flessenbon
flessenbons	=	flessenbon
flessend	=	flessen
flessende	=	flessen
flessendoos	noun	speciaal ontworpen kartonnen verpakking om flessen (zoals wijn, bier of sap) veilig te transporteren of cadeau te geven
flessendoosje	=	flessendoos
flessendoosjes	=	flessendoos
flessendop	noun	een voorwerp dat dient om een fles of pot af te sluiten
flessendopje	=	flessendop
flessendopjes	=	flessendop
flessendoppen	=	flessendop
flessendozen	=	flessendoos
flessendrager	noun	drager of een krat ontworpen om meerdere flessen makkelijk en veilig tegelijk te vervoeren
flessendragers	=	flessendrager
flessendragertje	=	flessendrager
flessendragertjes	=	flessendrager
flessengas	noun	in stalen flessen geleverd gecomprimeerd gas
flessengassen	=	flessengas
flessengeld	noun	geld dat men betaalt bij aankoop van goederen in een fles en dat men terugkrijgt als men de fles weer inlevert
flessenglas	noun	glas dat geschikt is voor het maken van flessen
flessengroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6007 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6007 ( ).
flessengroene	=	flessengroen
flessengroenen	=	flessengroen
flessengroener	=	flessengroen
flessengroenere	=	flessengroen
flessengroeners	=	flessengroen
flessengroens	=	flessengroen
flessengroenst	=	flessengroen
flessengroenste	=	flessengroen
flessenhals	noun	knelpunt in infrastructuur / nauwe doorgang
flessenhalsje	=	flessenhals
flessenhalzen	=	flessenhals
flessenhouder	noun	voorwerp met uitsparingen om een of meer flessen in te zetten, zodat ze in de gewenste stand op hun plaats blijven
flessenhouders	=	flessenhouder
flessenhoudertje	=	flessenhouder
flessenhoudertjes	=	flessenhouder
flessenkind	noun	kind dat als baby geen borstvoeding heeft gekregen maar voeding uit de fles; kind dat als baby flesvoeding heeft gekregen
flessenkinderen	=	flessenkind
flessenkindje	=	flessenkind
flessenkindjes	=	flessenkind
flessenlikker	noun	langwerpig voorwerp waarmee de restanten van bepaalde dikkere vloeistoffen als bijvoorbeeld yoghurt uit een fles kunnen worden gehaald
flessenlikkers	=	flessenlikker
flessenlikkertje	=	flessenlikker
flessenmelk	noun	melk die afgepast in flessen verkocht wordt
flessenmelken	=	flessenmelk
flessenopener	noun	hulpmiddel voor het openen van flessen; hulpmiddel voor het verwijderen van kroonkurken
flessenopeners	=	flessenopener
flessenpost	noun	brief verstuurd in een afgesloten fles die in het water is gegooid
flessenrek	noun	meubel voor het opbergen van flessen
flessenrekje	=	flessenrek
flessenrekjes	=	flessenrek
flessenrekken	=	flessenrek
flessenscheepje	noun	miniatuur scheepsmodel dat in een glazen fles is gemaakt, waarbij de onderdelen door de smalle hals naar binnen zijn gebracht en daar in elkaar zijn gezet
flessenscheepjes	=	flessenscheepje
flessenschraper	noun	een stuk keukengerei om dikkere vloeistoffen uit een fles of pak te halen, spatelom dikkere vloeistoffen uit een fles of pak te halen
flessenschrapers	=	flessenschraper
flessenschrapertje	=	flessenschraper
flessenschrapertjes	=	flessenschraper
flessenstopper	noun	een handig hulpmiddel om een geopende fles — meestal wijn — weer luchtdicht af te sluiten
flessenstoppers	=	flessenstopper
flessenstoppertje	=	flessenstopper
flessenstoppertjes	=	flessenstopper
flessentrekker	noun	iemand die mensen geld afhandig maakt door ze te bedriegen
flessentrekkerij	noun	vorm van bedrog, waarbij iemand zich een dienst laat verlenen, wetende dat hij niet zal (kunnen) betalen, oplichterij
flessentrekkerijen	=	flessentrekkerij
flessentrekkerijtje	=	flessentrekkerij
flessentrekkerijtjes	=	flessentrekkerij
flessentrekkers	=	flessentrekker
flessentrekkertje	=	flessentrekker
flessentrekkertjes	=	flessentrekker
flessenverzamelaar	noun	iemand die weggegooide flessen bij elkaar zoekt om het statiegeld daarvan te innen
flessenverzamelaars	=	flessenverzamelaar
flessenwater	noun	water dat is gebotteld, meestal gebruikt als drinkwater
flessenwaters	=	flessenwater
flessenwatertje	=	flessenwater
flessenwatertjes	=	flessenwater
flest	=	flessen
fleste	=	flessen
flesten	=	flessen
flesvoeding	noun	vloeibare voeding die met behulp van een fles met een daarop bevestigde zuigspeen wordt toegediend (zuigfles), meestal bedoeld voor een baby
flesvoedingen	=	flesvoeding
flesvoedinkje	=	flesvoeding
flesvoedinkjes	=	flesvoeding
fleswater	noun	drinkwater dat in flessen is gebotteld
flets	adj	een vale kleur hebbend
fletse	=	flets
fletser	=	flets
fletsere	=	flets
fletsers	=	flets
fletsheid	noun	het zonder heldere kleuren zijn
fletst	=	flets
fletste	=	flets
fleur	noun	lijn met aan de ene kant dobber, haakje en aas die aan de andere kant opgerold om een klosje aan het topje van de hengel is vastgemaakt, zodat de lijn eerst afrolt en dus wat meegeeft als een snoek in het aas bijt
fleurde	=	fleuren
fleurden	=	fleuren
fleure	=	fleuren
fleuren	verb	schaatsen rijden op een zwierige manier
fleurend	=	fleuren
fleurende	=	fleuren
fleurig	adj	als een bloem
fleurige	=	fleurig
fleuriger	=	fleurig
fleurigere	=	fleurig
fleurigers	=	fleurig
fleurigs	=	fleurig
fleurigst	=	fleurig
fleurigste	=	fleurig
fleuris	noun	longvliesontsteking, pleuritis
fleurissen	=	fleuris
fleurt	=	fleuren
fleurtje	=	fleur
fleurtjes	=	fleur
flevolander	noun	een inwoner van Flevoland, of iemand afkomstig uit Flevoland
flevolanders	=	flevolander
flevolands	adj	op Flevoland betrekking hebbend
flevolandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Flevoland, of een vrouw afkomstig uit Flevoland
flevolandsen	=	flevolandse
flevolandser	=	flevolands
flevolandsere	=	flevolands
flevolandsers	=	flevolands
flevolandst	=	flevolands
flevolandste	=	flevolands
flex	adj	heel mooi, heel goed	noun	toestel om harde materialen te gladder te maken of door te zagen met een snel ronddraaiende schijf die haaks op een motor is gemonteerd
flexanist	noun	iemand die voornamelijk plantaardige producten consumeert, maar soms nog iets dierlijks gebruikt
flexanisten	=	flexanist
flexanistje	=	flexanist
flexanistjes	=	flexanist
flexbus	noun	busdienst met kleine bussen in dunbevolkte gebieden, waarvoor passagiers vooraf moeten reserveren omdat de bus anders niet rijdt
flexbusje	=	flexbus
flexbusjes	=	flexbus
flexbussen	=	flexbus
flexcontract	noun	arbeidscontract dat niet voor onbepaalde duur of via een CAO wordt afgesloten vaak met de mogelijkheid de werknemer terstond te dumpen
flexcontracten	=	flexcontract
flexcontractje	=	flexcontract
flexcontractjes	=	flexcontract
flexe	=	flex
flexen	verb	werken zonder vast contract, flexwerken
flexend	=	flexen
flexende	=	flexen
flexflitser	noun	mobiele flitspaal die flexibel kan worden ingezet
flexflitsers	=	flexflitser
flexfuelwagen	noun	auto die kan rijden op een mengsel van benzine en ethanol
flexfuelwagens	=	flexfuelwagen
flexi-job	noun	dienstverband voor nevenwerkzaamheden in horeca of detailhandel Voor dit soort werk gelden gunstiger regels bij de heffing van belasting.
flexi-jobs	=	flexi-job
flexibel	adj	het vermogen hebbend gebogen te worden
flexibele	=	flexibel
flexibeler	=	flexibel
flexibelere	=	flexibel
flexibelers	=	flexibel
flexibels	=	flexibel
flexibelst	=	flexibel
flexibelste	=	flexibel
flexibiliseer	=	flexibiliseren
flexibiliseerde	=	flexibiliseren
flexibiliseerden	=	flexibiliseren
flexibiliseert	=	flexibiliseren
flexibilisere	=	flexibiliseren
flexibiliseren	verb	het flexibel maken of worden
flexibiliserend	=	flexibiliseren
flexibiliserende	=	flexibiliseren
flexibilisering	noun	een keer dat er iets wordt geflexibiliseerd
flexibiliseringen	=	flexibilisering
flexibiliteit	noun	het gemakkelijk kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden
flexibiliteiten	=	flexibiliteit
flexie	noun	een buiging, een buigbeweging in een gewricht door de buigspieren
flexies	=	flexie
flexietje	=	flexie
flexietjes	=	flexie
flexiseksueel	adj	afwisselend homo- en heteroseksuele contacten hebbend; flexibel in de seksuele voorkeur
flexiseksueels	=	flexiseksueel
flexiseksueelst	=	flexiseksueel
flexiseksueelste	=	flexiseksueel
flexiseksuele	=	flexiseksueel
flexiseksuelen	=	flexiseksueel
flexiseksueler	=	flexiseksueel
flexiseksuelere	=	flexiseksueel
flexiseksuelers	=	flexiseksueel
flexitarisch	adj	een semi-vegetarisch voedingspatroon hebbend waarbij men een of meerdere dagen per week geen vlees eet
flexitarische	=	flexitarisch
flexitarischer	=	flexitarisch
flexitarischere	=	flexitarisch
flexitarischers	=	flexitarisch
flexitariër	noun	iemand die minimaal drie keer per week geen vlees bij de warme maaltijd eet
flexitariërs	=	flexitariër
flexitariërtje	=	flexitariër
flexitariërtjes	=	flexitariër
flexivoor	noun	iemand die niet altijd vegetarisch eet; iemand die niet altijd vlees eet
flexivoren	=	flexivoor
flexje	=	flex
flexjes	=	flex
flexkracht	noun	flexwerker
flexkrachten	=	flexkracht
flexkrachtje	=	flexkracht
flexkrachtjes	=	flexkracht
flexografie	noun	hoogdruktechniek waarmee men drukt op elastisch materiaal
flexplek	noun	wisselende werkplaats; flexibele werkplek
flexplekken	=	flexplek
flext	=	flexen
flexte	=	flexen
flexten	=	flexen
flexuren	=	flexuur
flexuur	noun	kromming in de richting loodrecht op zijn lange as
flexverslaving	noun	de verslaving van ondernemingen om gebruik te maken van flexibele arbeid waardoor ze niet meer goed zonder kunnen functioneren
flexverslavingen	=	flexverslaving
flexvrijwilliger	noun	vrijwilliger is flexibel op afroep beschikbaar is
flexvrijwilligers	=	flexvrijwilliger
flexvrijwilligertje	=	flexvrijwilliger
flexvrijwilligertjes	=	flexvrijwilliger
flexwerk	noun	werk op flexibele basis
flexwerken	verb	werken zonder vast contract
flexwerkend	=	flexwerken
flexwerkende	=	flexwerken
flexwerker	noun	een werknemer met een voor de werkgever flexibel arbeidscontract, een uitzendkracht, gedetacheerde, seizoensarbeider of freelancer
flexwerkers	=	flexwerker
flexwerkershypotheek	noun	lening voor een woning die kan worden afgesloten door iemand die geen vaste baan heeft
flexwerkershypotheken	=	flexwerkershypotheek
flexwerkje	=	flexwerk
flexwerkjes	=	flexwerk
flexwet	noun	Wet flexibiliteit en zekerheid: wet die gaat over het regelen van flexibele arbeidscontracten
flexwetten	=	flexwet
flexwoning	noun	verplaatsbare, modulaire woning die tijdelijk op een bepaalde plek staat.
flexwoningen	=	flexwoning
flexwoninkje	=	flexwoning
flexwoninkjes	=	flexwoning
flibustier	noun	piraat, vaak van Franse herkomst, in het Caraïbisch gebied rond 1700
flibustiers	=	flibustier
flierefluit	=	flierefluiten
flierefluite	=	flierefluiten
flierefluiten	verb	er vrolijk op los leven
flierefluitend	=	flierefluiten
flierefluitende	=	flierefluiten
flierefluiter	noun	vrolijk en/of oppervlakkig persoon die zich niets aantrekt van normen en waarden
flierefluiters	=	flierefluiter
flierefluitertje	=	flierefluiter
flierefluitte	=	flierefluiten
flierefluitten	=	flierefluiten
flight	noun	het achterste deel van een dartpijl
flightcase	noun	zware koffer voor het vervoer van kwetsbare apparatuur
flightcases	=	flightcase
flightrecorder	noun	toestel dat de vluchtgegevens registreert
flightrecorders	=	flightrecorder
flights	=	flight
flightsimulator	noun	vliegsimulator
flightsimulatoren	=	flightsimulator
flightsimulators	=	flightsimulator
flik	noun|informal	persoon die belast is met hulpverlening en met de handhaving van de openbare orde en veiligheid
flik-flak	=	flikflak
flikflak	noun	handstandoverslag achterwaarts
flikflakje	=	flikflak
flikflakken	=	flikflak
flikflaks	=	flikflak
flikflooi	=	flikflooien
flikflooide	=	flikflooien
flikflooiden	=	flikflooien
flikflooie	=	flikflooien
flikflooien	verb	kruiperig vleien
flikflooiend	=	flikflooien
flikflooiende	=	flikflooien
flikflooit	=	flikflooien
flikje	noun	platte, van boven afgeronde schijfjes chocola Oorspronkelijk ging het om besuikerde schijfjes, naderhand kwamen er ook flikjes die niet waren besuikerd en die ook een andere vorm konden hebben.
flikjes	=	flik
flikke	=	flikken
flikken	verb|informal	handig klaarspelen
flikkend	=	flikken
flikkende	=	flikken
flikker	noun	gemene/vervelende man, klootzak
flikkerde	=	flikkeren
flikkerden	=	flikkeren
flikkere	=	flikkeren
flikkeren	verb	afwisselend meer en minder of helemaal geen licht geven of terugkaatsen
flikkerend	=	flikkeren
flikkerig	adj	onrustig, afwisselend helder licht gevend
flikkerige	=	flikkerig
flikkeriger	=	flikkerig
flikkerigere	=	flikkerig
flikkerigers	=	flikkerig
flikkerigs	=	flikkerig
flikkerigst	=	flikkerig
flikkerigste	=	flikkerig
flikkering	noun	levendige, glinsterende terugkaatsing van licht
flikkeringen	=	flikkering
flikkeringetje	=	flikkering
flikkeringetjes	=	flikkering
flikkers	=	flikker
flikkerster	noun	vorm van vuurwerk dat gekleurde vonken afgeeft en veel door kinderen wordt gebruikt
flikkersterren	=	flikkerster
flikkersterretje	=	flikkerster
flikkersterretjes	=	flikkerster
flikkert	=	flikkeren
flikkertje	=	flikker
flikkertjes	=	flikker
flikt	=	flikken
flikte	=	flikken
flikten	=	flikken
flink	adj	groot en/of stevig, krachtig van lichaamsbouw	adv	in hoge mate, veel, snel
flinke	=	flink
flinken	=	flink
flinker	=	flink
flinkerd	noun	een kind dat heel moedig is
flinkerdje	=	flinkerd
flinkerdjes	=	flinkerd
flinkerds	=	flinkerd
flinkere	=	flink
flinkers	=	flink
flinkheden	=	flinkheid
flinkheid	noun	het moedig en doortastend zijn
flinkje	=	flink
flinks	=	flink
flinkst	=	flink
flinkste	=	flink
flint	noun	keisteen (een gesteente dat vaak in klompen in kalksteen wordt aangetroffen en meestal bruin of grijs van kleur is)
flinten	=	flint
flinter	noun	zeer dun stukje van een groter stuk
flinterdun	adj	heel erg dun
flinterdunne	=	flinterdun
flinterduns	=	flinterdun
flinterig	adj	heel erg dun
flinterige	=	flinterig
flinteriger	=	flinterig
flinterigere	=	flinterig
flinterigers	=	flinterig
flinterigs	=	flinterig
flinterigst	=	flinterig
flinterigste	=	flinterig
flinters	=	flinter
flintertje	=	flinter
flintertjes	=	flinter
flintglas	noun	een glassoort met een hoog gehalte aan loodoxide met daardoor een relatief hoge brekingsindex van 1,7...1,9
flip	noun	aandeel Philips
flip-flop	=	flipflop
flip-over	noun	bord met grote bladen papier (flaps) waarop men kan schrijven en die achterovergeslagen kunnen worden
flip-overs	=	flip-over
flipchart	noun	presentatiebord met grote vellen papier die je kunt omslaan, vergelijkbaar met een groot notitieblok op een standaard
flipcharts	=	flipchart
flipflop	noun	schakeling die op een signaal reageert door van de ene in de andere stand te springen, één van de meest elementaire digitale elektronische schakelingen	intj	om een omslag aan te geven
flipflopje	=	flipflop
flipflopjes	=	flipflop
flipflops	=	flipflop
flippe	=	flip
flippen	=	flip
flippend	=	flip
flippende	=	flip
flipper	noun	aan elke voet vastgemaakt zwemvlies waarmee iemand zich onder water zwemmend kan voortbewegen
flipperautomaat	noun	flipperkast
flipperautomaten	=	flipperautomaat
flipperde	=	flipperen
flipperden	=	flipperen
flippere	=	flipperen
flipperen	verb	op een flipperkast spelen
flipperend	=	flipperen
flipperende	=	flipperen
flipperfanaat	noun	persoon die (te) vaak en (te) serieus met een flipperkast speelt
flipperfanaatje	=	flipperfanaat
flipperfanaatjes	=	flipperfanaat
flipperfanaten	=	flipperfanaat
flipperkast	noun	met knoppen bedienbare elektromechanische speelmachine waarop met behulp van een bal zoveel mogelijk punten gescoord moet worden
flipperkastcommunicatie	noun	communicatie die snel op en neer gaat en die alle kanten op kan gaan
flipperkastcommunicaties	=	flipperkastcommunicatie
flipperkasten	=	flipperkast
flipperkastje	=	flipperkast
flipperkastjes	=	flipperkast
flippers	=	flipper
flippert	=	flipperen
flippertje	=	flipper
flippertjes	=	flipper
flippo	noun	bedrukte plastic schijfjes die in 1995 in zakken chips opdoken en een enorme rage werden
flippo's	=	flippo
flipt	=	flip
flipte	=	flip
flipten	=	flip
flirt	noun	vrijblijvend gedrag waarmee je de indruk wekt dat je een ander erotisch aantrekkelijk vindt
flirtcoupeetje	=	flirtcoupé
flirtcoupeetjes	=	flirtcoupé
flirtcoupé	noun	trein- of metrowagons waar vrijgezellen een partner kunnen zoeken en vinden
flirtcoupés	=	flirtcoupé
flirte	=	flirten
flirten	verb	vrijblijvend een ander of elkaar het hof maken
flirtend	=	flirten
flirtende	=	flirten
flirterig	adj	betrekking hebbend op het versieren van een seksuele partner
flirterige	=	flirterig
flirteriger	=	flirterig
flirterigere	=	flirterig
flirterigers	=	flirterig
flirterigs	=	flirterig
flirterigst	=	flirterig
flirterigste	=	flirterig
flirtje	=	flirt
flirtjes	=	flirt
flirts	=	flirt
flirtte	=	flirten
flirtten	=	flirten
flirtwagon	noun	trein- of metrowagons waar vrijgezellen een partner kunnen zoeken en vinden
flirtwagons	=	flirtwagon
flit	noun	bepaald soort insecticide
flits	noun	een korte uitbarsting van licht of een ander elektromagnetisch verschijnsel
flitsactie	noun	een kortdurende snelle handeling
flitsacties	=	flitsactie
flitsactietje	=	flitsactie
flitsactietjes	=	flitsactie
flitsapparaat	noun	apparaat dat een korte krachtige lichtflits produceert zodat een goed belichte foto gemaakt kan worden
flitsapparaten	=	flitsapparaat
flitsbezorgen	verb	zeer snel afleveren van bestelde goederen bij de consument
flitsbezorgend	=	flitsbezorgen
flitsbezorger	noun	een online supermarkt met bezorgdienst, waarbij boodschappen binnen een kort tijdsbestek worden geleverd
flitsbezorgers	=	flitsbezorger
flitsbezorgertje	=	flitsbezorger
flitsbezorgertjes	=	flitsbezorger
flitsbezorging	noun	besteldienst die zeer snel bestelde producten bij de klant kan afleveren
flitsbezorgingen	=	flitsbezorging
flitsbezorginkje	=	flitsbezorging
flitsbezorginkjes	=	flitsbezorging
flitscontainer	noun	een mobiele, verplaatsbare flitspaal, vaak vermomd als een (vuil)container, die door het Openbaar Ministerie wordt ingezet om snelheidsovertredingen te registreren
flitscontainers	=	flitscontainer
flitscontainertje	=	flitscontainer
flitscontainertjes	=	flitscontainer
flitse	=	flitsen
flitsen	verb	een flits veroorzaken, maken of gebruiken
flitsend	adj	buitengewoon aantrekkelijk uitgevoerd, vlot en opvallend
flitsende	=	flitsend
flitsender	=	flitsend
flitsendere	=	flitsend
flitsenders	=	flitsend
flitsends	=	flitsend
flitsendst	=	flitsend
flitsendste	=	flitsend
flitser	noun	apparaat dat snelheidsovertredingen in het verkeer of het door een rood verkeerslicht rijden vaststelt door middel radar en fotografie (waarvoor flitslicht nodig is).
flitsers	=	flitser
flitsertje	=	flitser
flitsertjes	=	flitser
flitsfaillissement	noun	voortzetting van een bedrijf, zeer snel na een bankroet De snelle voortzetting van een bedrijf kan als voordeel hebben dat dat meer oplevert dan een gewone langdurige procedure, maar het nadeel is het voor sommige schuldeisers veel minder gunstig is dan voor andere: het bedrijf lijkt gewoon door te gaan, terwijl banen verdwijnen of vorderingen onbetaald blijven.
flitsfaillissementen	=	flitsfaillissement
flitsgeheugen	noun	snel toegankelijk en goedkoop in- of extern opslagmedium zonder mechanische onderdelen o.m. aanwezig in fotocamera´s
flitsgeheugens	=	flitsgeheugen
flitshandel	noun	zeer snelle beurshandel met behulp van computerprogramma's en snelle dataverbindingen
flitshandelaar	noun	effectenhandelaar die door middel van geautomatiseerde systemen binnen een secondes in- en verkoopt
flitshandelaars	=	flitshandelaar
flitshandelaartje	=	flitshandelaar
flitshandelaartjes	=	flitshandelaar
flitshandelaren	=	flitshandelaar
flitsherinnering	noun	zeer levendige herinnering aan een omstandigheid waaronder iemand voor het eerst kennisneemt van een schokkende publieke gebeurtenis
flitsherinneringen	=	flitsherinnering
flitsherinneringetje	=	flitsherinnering
flitsherinneringetjes	=	flitsherinnering
flitshuwelijk	noun	een huwelijksceremonie die slechts 10 minuten duurt en weinig geld kost
flitshuwelijken	=	flitshuwelijk
flitsinformatie	noun	informatie over de positie van flitspalen
flitsje	=	flits
flitsjes	=	flits
flitskapitaal	noun	grote bedragen die gebruikt worden voor kort lopende transacties (van enkele minuten tot enkele dagen)
flitskapitalen	=	flitskapitaal
flitskast	noun	apparaat dat snelheidsovertredingen in het verkeer of het door een rood verkeerslicht rijden vaststelt door middel radar en fotografie (waarvoor flitslicht nodig is).
flitskasten	=	flitskast
flitskastje	=	flitskast
flitskastjes	=	flitskast
flitslamp	noun	lamp voor het opwekken van flitslicht, tegenwoordig meestal elektronisch uitgevoerd, vroeger magnesium
flitslampen	=	flitslamp
flitslampje	=	flitslamp
flitslampjes	=	flitslamp
flitslicht	noun	een kortdurend, fel licht (dat men gebruikt bij het maken van foto's)
flitslichten	=	flitslicht
flitslichtje	=	flitslicht
flitslichtjes	=	flitslicht
flitsmacht	noun	strijdmacht die snel inzetbaar is
flitsmachten	=	flitsmacht
flitsmenigte	noun	grote groep mensen die ergens met elkaar afspreken voor het uitvoeren van een ludieke actie en daarna ook snel weer uit elkaar gaan
flitsmenigten	=	flitsmenigte
flitsmenigtes	=	flitsmenigte
flitspaal	noun	apparaat dat snelheidsovertredingen in het verkeer of het door een rood verkeerslicht rijden vaststelt door middel van radar en fotografie (waarvoor flitslicht nodig is).
flitspaaltje	=	flitspaal
flitspaaltjes	=	flitspaal
flitspalen	=	flitspaal
flitsscheiding	noun	snelle echtscheiding
flitsscheidingen	=	flitsscheiding
flitsscheidinkje	=	flitsscheiding
flitsscheidinkjes	=	flitsscheiding
flitst	=	flitsen
flitste	=	flitsen
flitsten	=	flitsen
flitstoestel	noun	apparaat dat een korte krachtige lichtflits produceert om het maken van foto's in donkere omstandigheden mogelijk te maken
flitstoestellen	=	flitstoestel
flitstoestelletje	=	flitstoestel
flitstoestelletjes	=	flitstoestel
flitstrein	noun	hogesnelheidstrein (tot 300 km/uur)
flitstreinen	=	flitstrein
flitstreintje	=	flitstrein
flitstreintjes	=	flitstrein
flitswoning	noun	een compacte, tijdelijke woning die erg snel kan worden gebouwd en geplaatst.
flitswoningen	=	flitswoning
flitswoninkje	=	flitswoning
flitswoninkjes	=	flitswoning
flitte	=	flitten
flitten	verb	insecten doden met behulp van een flitspuit
flittend	=	flitten
flittende	=	flitten
float	=	floaten
floate	=	floaten
floatel	noun	drijvend hotel, oftewel een accommodatieschip, dat gebruikt wordt voor zowel toeristische doeleinden als voor tijdelijke huisvesting van mensen
floatelletje	=	floatel
floatelletjes	=	floatel
floatels	=	floatel
floaten	verb	tot rust komen door zich op zeer zout water te laten drijven
floatend	=	floaten
floatende	=	floaten
floater	noun	een klein, zwevend vlekje, draadje of sliertje in het gezichtsveld
floaters	=	floater
floatte	=	floaten
floatten	=	floaten
flobert	noun	licht achterladend geweer, geschikt voor gebruik binnenshuis en het bestrijden van plaagdieren
flobertje	=	flobert
flobertjes	=	flobert
floberts	=	flobert
flocculator	noun	toestel voor het verwijderen van mechanische verontreinigingen uit water
flocculatoren	=	flocculator
flocculators	=	flocculator
flocculatortje	=	flocculator
flocculatortjes	=	flocculator
floche	noun|informal	bundeltje strengen van textiel als versiering, vooral gebruikt voor de kwast die een kind op een draaimolen moet grijpen om een gratis ritje te krijgen
floches	=	floche
flodder	noun	oefenpatroon waarbij wel kruit tot ontbranding komt maar geen kogel wordt afgeschoten
flodderbonen	=	flodderboon
flodderboon	noun	tuinboon
flodderbroek	noun	wijde broek
flodderbroeken	=	flodderbroek
flodderde	=	flodderen
flodderden	=	flodderen
floddere	=	flodderen
flodderen	verb	lubberen, te ruim zitten
flodderend	=	flodderen
flodderende	=	flodderen
flodderig	adj	vooral van lappen stof dat deze los bewegen
flodderige	=	flodderig
flodderiger	=	flodderig
flodderigere	=	flodderig
flodderigers	=	flodderig
flodderigs	=	flodderig
flodderigst	=	flodderig
flodderigste	=	flodderig
flodderjurk	noun	jurk van dunne slappe stof
flodderjurken	=	flodderjurk
flodderjurkje	=	flodderjurk
flodderjurkjes	=	flodderjurk
floddermadam	noun	vrouw die zich met goedkope make-up en sieraden als dame wil voordoen
floddermadammen	=	floddermadam
floddermadams	=	floddermadam
floddermuts	noun	vrouwenmuts die over het oorijzer wordt gedragen
floddermutsen	=	floddermuts
floddermutsje	=	floddermuts
floddermutsjes	=	floddermuts
flodders	=	flodder
floddert	=	flodderen
floddertje	=	flodder
floddertjes	=	flodder
floep	noun	opeens beginnende korte snelle beweging	intj	beschrijft een opeens beginnende korte snelle beweging
floepe	=	floepen
floepen	verb	zich schielijk uitschietend bewegen
floepend	=	floepen
floepende	=	floepen
floepje	=	floep
floepjes	=	floep
floept	=	floepen
floepte	=	floepen
floepten	=	floepen
floer	noun	zachte, fijngeweven stof, waarbij rechtopstaande pluizen van zijde of katoen met de kettingdraden zijn meegeweven en afgesneden
floeren	adj	van floer
floers	noun	een zwarte doorzichtige stof die vooral als teken van rouw wordt gebruikt
floersen	=	floers
floersje	=	floers
floersjes	=	floers
flogiston	noun|obsolete	stof die de brandbaarheid van materialen veroorzaakt
flonker	=	flonkeren
flonkerde	=	flonkeren
flonkerden	=	flonkeren
flonkere	=	flonkeren
flonkeren	verb	op een levendige, onrustige, beweeglijke manier licht uitzenden of weerkaatsen
flonkerend	adj	op een wisselende manier helder licht weerkaatsend of producerend
flonkerende	=	flonkeren
flonkerender	=	flonkerend
flonkerendere	=	flonkerend
flonkerenders	=	flonkerend
flonkerends	=	flonkerend
flonkerendst	=	flonkerend
flonkerendste	=	flonkerend
flonkering	noun	levendige, glinsterende terugkaatsing van licht
flonkeringen	=	flonkering
flonkert	=	flonkeren
flooding	noun	gedragstherapie die tracht angsten uit te laten doven door een mens of dier overmatig en langdurig bloot te stellen aan waar hij angstig voor is
floodings	=	flooding
floodlight	noun	lampen die dienen om een toneel of voetbalveld egaal te verlichten
floodlights	=	floodlight
floorball	noun	balsport die veel weg heeft van ijshockey op verhard terrein in plaats van ijs
floormanager	noun	bij film, tv, iemand die de gang van zaken op de werkvloer regelt
floormanagers	=	floormanager
floormanagertje	=	floormanager
floormanagertjes	=	floormanager
floorshow	noun	stripteaseshow
floorshows	=	floorshow
floot	=	fluiten
flop	noun	mislukking, fiasco
flopje	=	flop
flopjes	=	flop
flopkip	noun	een kip die meer tijd zou hebben gehad om te groeien dan de plofkip maar waarvan de levensomstandigheden eigenlijk nauwelijks beter zijn
flopkippen	=	flopkip
floppen	=	flop
floppy	noun	een verwisselbaar opslagmedium voor informatie dat vooral aan het eind van de 20e eeuw veel werd gebruikt in computers
floppy's	=	floppy
floppy'tje	=	floppy
floppy'tjes	=	floppy
floppydisk	noun|obsolete	opslagmedium voor computer bestanden bestaande uit een slap plastic schijfje in een beschermhoes
floppydiskje	=	floppydisk
floppydisks	=	floppydisk
flops	=	flop
flor	noun	laagje schimmel op wijn
flora	noun	het plantenrijk in een bepaalde streek of periode
flora's	=	flora
floraal	adj	gerelateerd aan, lijkend op bloemen
floraals	=	floraal
floraalst	=	floraal
floraalste	=	floraal
florale	=	floraal
floraler	=	floraal
floralere	=	floraal
floralers	=	floraal
floraliën	noun	bloemen- en plantententoonstelling
florarijk	noun	een van de 6 grote geografische eenheden van planten
florarijken	=	florarijk
florarijkje	=	florarijk
florarijkjes	=	florarijk
floreanaspotlijster	noun	Mimus trifasciatus een vogel uit de familie der spotlijsters (Mimidae).
floreanaspotlijsters	=	floreanaspotlijster
floreanaspotlijstertje	=	floreanaspotlijster
floreanaspotlijstertjes	=	floreanaspotlijster
floreer	=	floreren
floreerde	=	floreren
floreerden	=	floreren
floreert	=	floreren
florere	=	floreren
floreren	verb	tot volle ontplooiing gekomen zijn, een bloeiperiode doormaken
florerend	adj	van iets of iemand dat hij zich goed ontwikkeld, dat hij gezond is, dat het goed gaat
florerende	=	floreren
florerender	=	florerend
florerendere	=	florerend
florerenders	=	florerend
florerends	=	florerend
florerendst	=	florerend
florerendste	=	florerend
floresbergbrilvogel	noun	Heleia superciliaris een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
floresbergbrilvogels	=	floresbergbrilvogel
floresbergbrilvogeltje	=	floresbergbrilvogel
floresbergbrilvogeltjes	=	floresbergbrilvogel
floresboszanger	noun	Phylloscopus floresianus een endemische vogelsoort op Flores uit de familie van de Phylloscopidae.
floresboszangers	=	floresboszanger
floresboszangertje	=	floresboszanger
floresboszangertjes	=	floresboszanger
floresbrilvogel	noun	Heleia crassirostris een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
floresbrilvogels	=	floresbrilvogel
floresbrilvogeltje	=	floresbrilvogel
floresbrilvogeltjes	=	floresbrilvogel
floresdikstaartspitsmuis	noun	Suncus mertensi insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
floresdikstaartspitsmuisje	=	floresdikstaartspitsmuis
floresdikstaartspitsmuisjes	=	floresdikstaartspitsmuis
floresdikstaartspitsmuizen	=	floresdikstaartspitsmuis
floresdwergooruil	noun	Otus alfredi een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
floresdwergooruilen	=	floresdwergooruil
floresdwergooruiltje	=	floresdwergooruil
floresdwergooruiltjes	=	floresdwergooruil
floreshoningvogel	noun	Dicaeum rhodopygiale een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
floreshoningvogels	=	floreshoningvogel
floreshoningvogeltje	=	floreshoningvogel
floreshoningvogeltjes	=	floreshoningvogel
floresjunglevliegenvanger	noun	Cyornis oscillans een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
floresjunglevliegenvangers	=	floresjunglevliegenvanger
floresjunglevliegenvangertje	=	floresjunglevliegenvanger
floresjunglevliegenvangertjes	=	floresjunglevliegenvanger
floreskortvleugel	noun	Brachypteryx floris een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
floreskortvleugels	=	floreskortvleugel
floreskortvleugeltje	=	floreskortvleugel
floreskortvleugeltjes	=	floreskortvleugel
floreskraai	noun	Corvus florensis een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
floreskraaien	=	floreskraai
floreskraaitje	=	floreskraai
floreskraaitjes	=	floreskraai
floreskuifarend	noun	Nisaetus floris een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (Havikachtigen).
floreskuifarenden	=	floreskuifarend
floreskuifarendje	=	floreskuifarend
floreskuifarendjes	=	floreskuifarend
floresmenievogel	noun	Pericrocotus lansbergei een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
floresmenievogels	=	floresmenievogel
floresmenievogeltje	=	floresmenievogel
floresmenievogeltjes	=	floresmenievogel
floresmens	noun	Homo floresiensis een uitgestorven mensensoort, die tot minstens vijftigduizend jaar (50 ka) geleden leefde op het Indonesische eiland Flores
floresmensen	=	floresmens
floresmensje	=	floresmens
floresmensjes	=	floresmens
florespapegaaiduif	noun	Treron floris een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
florespapegaaiduifje	=	florespapegaaiduif
florespapegaaiduifjes	=	florespapegaaiduif
florespapegaaiduiven	=	florespapegaaiduif
floresregenbooglori	noun	Trichoglossus weberi een lori die oorspronkelijk alleen voorkomt op het eiland Flores.
floresregenbooglori's	=	floresregenbooglori
floresregenbooglorietje	=	floresregenbooglori
floresregenbooglorietjes	=	floresregenbooglori
floresvleermuisparkiet	noun	Loriculus flosculus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
floresvleermuisparkieten	=	floresvleermuisparkiet
floresvleermuisparkietje	=	floresvleermuisparkiet
floresvleermuisparkietjes	=	floresvleermuisparkiet
floreswaaierstaart	noun	Rhipidura diluta een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
floreswaaierstaarten	=	floreswaaierstaart
floreswaaierstaartje	=	floreswaaierstaart
floreswaaierstaartjes	=	floreswaaierstaart
floreszeehoningzuiger	noun	Cinnyris teysmanni een vogelsoort uit de familie van de Nectariniidae.
floreszeehoningzuigers	=	floreszeehoningzuiger
floreszeehoningzuigertje	=	floreszeehoningzuiger
floreszeehoningzuigertjes	=	floreszeehoningzuiger
floreszeekoekoeksduif	noun	Macropygia macassariensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
floreszeekoekoeksduifje	=	floreszeekoekoeksduif
floreszeekoekoeksduifjes	=	floreszeekoekoeksduif
floreszeekoekoeksduiven	=	floreszeekoekoeksduif
floret	noun	een soort grove zijde
floretje	=	floret
floretjes	=	floret
floretten	=	floret
floretzij	noun|obsolete	zijde die is gemaakt van de harde kern van een cocon
floretzijde	noun|obsolete	zijde die is gemaakt van de harde kern van een cocon
floretzijdes	=	floretzij
florida-uil	noun	Spodoptera exigua een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
florida-uilen	=	florida-uil
florida-uiltje	=	florida-uil
florida-uiltjes	=	florida-uil
floridadoosschildpad	noun	een schildpad (ondersoort) Terrapene carolina bauri uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
floridadoosschildpadden	=	floridadoosschildpad
floridadoosschildpadje	=	floridadoosschildpad
floridadoosschildpadjes	=	floridadoosschildpad
floridakonijn	noun	Sylvilagus floridanus Het Floridakonijn of oostelijke katoenstaart (Sylvilagus floridanus) is een haasachtige uit het geslacht der katoenstaartkonijnen (Sylvilagus).
floridakonijnen	=	floridakonijn
floridakonijntje	=	floridakonijn
floridakonijntjes	=	floridakonijn
floridamuis	noun	Podomys floridanus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
floridamuisje	=	floridamuis
floridamuisjes	=	floridamuis
floridamuizen	=	floridamuis
floridapanter	noun	bepaald soort zoogdier, Puma concolor couguar, een met uitsterven bedreigde ondersoort van de poema die voorkomt in het zuiden van de staat Florida Anders dan de naam doet vermoeden betreft het echter geen panter maar een ondersoort van de poema.
floridapanters	=	floridapanter
floridapantertje	=	floridapanter
floridapantertjes	=	floridapanter
floridarivierkreeft	noun	Procambarus alleni een zoetwaterkreeft die 10 tot 12 cm groot wordt.
floridarivierkreeften	=	floridarivierkreeft
floridarivierkreeftje	=	floridarivierkreeft
floridarivierkreeftjes	=	floridarivierkreeft
floridasidderrog	noun	Torpedo andersoni een vissensoort uit de familie van de sidderroggen (Torpedinidae).
floridasidderroggen	=	floridasidderrog
floridasidderrogje	=	floridasidderrog
floridasidderrogjes	=	floridasidderrog
floridasierschildpad	noun	een schildpad Pseudemys concinna floridana uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
floridasierschildpadden	=	floridasierschildpad
floridasierschildpadje	=	floridasierschildpad
floridasierschildpadjes	=	floridasierschildpad
floridastruikgaai	noun	Aphelocoma coerulescens een zangvogel uit de familie van de kraaiachtigen (Corvidae) die voorkomt in de Noord-Amerikaanse staat Florida
floridastruikgaaien	=	floridastruikgaai
floridastruikgaaitje	=	floridastruikgaai
floridastruikgaaitjes	=	floridastruikgaai
floridatandkarper	noun	Jordanella floridae een straalvinnige vissensoort uit de familie van de eierleggende tandkarpers (Cyprinodontidae).
floridatandkarpers	=	floridatandkarper
floridatandkarpertje	=	floridatandkarper
floridatandkarpertjes	=	floridatandkarper
floridatoonhaai	noun	Mustelus norrisi een haai uit de familie van de gladde haaien
floridatoonhaaien	=	floridatoonhaai
floridatoonhaaitje	=	floridatoonhaai
floridatoonhaaitjes	=	floridatoonhaai
floridawater	noun	Surinaams reukwater op basis van water, alcohol en reuk- en kleurstoffen
floridawaterrat	noun	Neofiber alleni een zoogdier uit de familie van de Cricetidae.
floridawaterratje	=	floridawaterrat
floridawaterratjes	=	floridawaterrat
floridawaterratten	=	floridawaterrat
floridawormhagedis	noun	Rhineura floridana een wormhagedis uit de familie Rhineuridae
floridawormhagedisje	=	floridawormhagedis
floridawormhagedisjes	=	floridawormhagedis
floridawormhagedissen	=	floridawormhagedis
floridazandskink	noun	Plestiodon reynoldsi een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
floridazandskinken	=	floridazandskink
floridazandskinkje	=	floridazandskink
floridazandskinkjes	=	floridazandskink
florijn	noun	betaalmiddel uit Florence dat later in heel Europa is gebruikt
florijnen	=	florijn
florijnteken	noun	het valutateken voor de voormalige Nederlandse gulden en enkele daaraan gerelateerde munteenheden, waarvan enkele nog bestaan
florijntekens	=	florijnteken
florijntekentje	=	florijnteken
florijntekentjes	=	florijnteken
florijntje	=	florijn
florin	noun	munteenheid van Aruba (eigenlijk Arubaanse florin) ingevoerd nadat Aruba in 1986 de status aparte binnen het Koninkrijk der Nederlanden kreeg
florins	=	florin
florissant	adj	welvarend
florissante	=	florissant
florissanter	=	florissant
florissantere	=	florissant
florissanters	=	florissant
florissants	=	florissant
florissantst	=	florissant
florissantste	=	florissant
florist	noun	iemand die bloemen kweekt of verkoopt
floristen	=	florist
floristiek	noun	leer van de verspreiding en de status van de verschillende plantensoorten in een bepaald gebied
floristisch	adj	betrekking hebbend op de floristiek of een florist
floristische	=	floristisch
floristischer	=	floristisch
floristischere	=	floristisch
floristischers	=	floristisch
floristje	=	florist
flors	noun	scheet
flort	noun	scheet
flos	noun	tandzijde te gebruiken om de tussenruimtes van tanden en kiezen te reinigen
flosdraad	noun	een zijden draad waarmee men de ruimte tussen de tanden reinigt
flosdraadje	=	flosdraad
flosdraadjes	=	flosdraad
flosdraden	=	flosdraad
flosje	=	flos
flosjes	=	flos
floss	noun	draadje waarmee men de ruimte tussen de tanden kan reinigen
flosse	=	flossen
flossen	verb	de ruimte tussen twee tanden reinigen met flosdraad
flossend	=	flossen
flossende	=	flossen
flost	=	flossen
floste	=	flossen
flosten	=	flossen
floszijde	noun	zijde waarmee men kan flossen
floszijden	=	floszijde
floszijdes	=	floszijde
floszijdetje	=	floszijde
floszijdetjes	=	floszijde
flotatie	noun	methode om mengsels van poedervormige stoffen in zijn componenten te scheiden
flotaties	=	flotatie
flote	=	fluiten
flotel	noun	drijvend hotel, oftewel een accommodatieschip, dat gebruikt wordt voor zowel toeristische doeleinden als voor tijdelijke huisvesting van mensen
flotelletje	=	flotel
flotelletjes	=	flotel
flotels	=	flotel
floten	=	fluiten
floteren	verb	scheiden door blazen
flottielje	noun	een aantal lichte oorlogsvaartuigen
flottieljes	=	flottielje
flottille	=	flottielje
flou	adj	vervloeiend, zacht, vaag
flouw	noun	soort vissersnet
flouwen	=	flouw
flow	noun	doorgaand ritme
flowchart	noun	een schematische voorstelling van een proces
flowcharts	=	flowchart
flowerpower	noun	jeugdcultuur uit de jaren 1960 en vroege jaren 1970 afkomstig uit de VS
flowerpowertijd	noun	eind jaren 1960 waarin flowerpower een bekende jeugdcultuur was
flows	=	flow
flox	noun	benaming voor planten uit het geslacht Phlox sierplanten met overwegend rode maar ook roze, witte, oranje, violette en blauwe bloemen
floxen	=	flox
floëem	noun	het levende gedeelte van de vaatbundels in planten
floëempje	=	floëem
floëempjes	=	floëem
floëmen	=	floëem
fluckx	=	fluks
fluctuatie	noun	schommeling
fluctuaties	=	fluctuatie
fluctuatietje	=	fluctuatie
fluctuatietjes	=	fluctuatie
fluctueer	=	fluctueren
fluctueerde	=	fluctueren
fluctueerden	=	fluctueren
fluctueert	=	fluctueren
fluctuere	=	fluctueren
fluctueren	verb	onregelmatig variëren (binnen bepaalde grenzen), schommelen
fluctuerend	=	fluctueren
fluctuerende	=	fluctueren
fluf	=	fluffen
fluffe	=	fluffen
fluffen	verb	met aandacht en zachtheid een aangename behandeling geven
fluffend	=	fluffen
fluffy	adj	als dons, heel licht, zacht en luchtig
fluffy's	=	fluffy
fluffyer	=	fluffy
fluffyere	=	fluffy
fluffyers	=	fluffy
fluffyst	=	fluffy
fluffyste	=	fluffy
fluft	=	fluffen
flufte	=	fluffen
fluften	=	fluffen
fluim	noun	vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
fluimde	=	fluimen
fluimden	=	fluimen
fluime	=	fluimen
fluimen	verb	klodders spuug verspreiden
fluimend	=	fluimen
fluimende	=	fluimen
fluimpje	=	fluim
fluimpjes	=	fluim
fluimt	=	fluimen
fluister	=	fluisteren
fluisteraar	noun	iemand die zachtjes praat
fluisteraars	=	fluisteraar
fluisteraartje	=	fluisteraar
fluisterbehang	noun	geluiddempend behang
fluistercampagne	noun	stiekeme, mondelinge ondergrondse propaganda en roddels
fluistercampagnes	=	fluistercampagne
fluisterde	=	fluisteren
fluisterden	=	fluisteren
fluistere	=	fluisteren
fluisteren	verb	spreken met gedempte stem
fluisterend	adj	zacht en heimelijk praten
fluisterende	=	fluisteren
fluisterender	=	fluisterend
fluisterendere	=	fluisterend
fluisterenders	=	fluisterend
fluisterends	=	fluisterend
fluisterendst	=	fluisterend
fluisterendste	=	fluisterend
fluisterfiets	noun	fiets met een hulpmotor die heel weinig geluid maakt
fluisterfietsen	=	fluisterfiets
fluisterfietsje	=	fluisterfiets
fluisterfietsjes	=	fluisterfiets
fluistergesprek	noun	een gesprek dat met zeer zachte stem wordt gevoerd
fluistergesprekje	=	fluistergesprek
fluistergesprekjes	=	fluistergesprek
fluistergesprekken	=	fluistergesprek
fluistering	noun	een zacht geluid
fluisteringen	=	fluistering
fluistersolden	noun	opruiming en uitverkoop buiten de reguliere periode die toegestaan is als men er geen openlijke reclame voor maakt; uitverkoop in de sperperiode
fluisterstem	noun	opzettelijk zacht klinkende spraak
fluisterstemmen	=	fluisterstem
fluistert	=	fluisteren
fluistertonen	=	fluistertoon
fluistertoon	noun	het zachtjes praten
fluistertoontje	=	fluistertoon
fluistertoontjes	=	fluistertoon
fluit	noun	buisvormig blaasinstrument
fluitbekvissen	noun	een familie Fistulariidae van straalvinnige vissen uit de orde van zeenaaldachtigen (Syngnathiformes)
fluitconcert	noun	een luidruchtig en langdurig gefluit op de vingers door een menigte als teken van afkeuring
fluitconcerten	=	fluitconcert
fluitconcertje	=	fluitconcert
fluitconcertjes	=	fluitconcert
fluite	=	fluiten
fluiteend	noun	bepaald soort watervogel, Anas penelope, een middelgrote grondeleend uit het noorden van Europa en Azië, die 's winters ook in groten getale in Nederland voorkomt
fluiteenden	=	fluiteend
fluiteendje	=	fluiteend
fluitekruid	=	fluitenkruid
fluiten	verb	een fluit bespelen
fluitend	adj	van een geluid dat het lijkt op het geluid van een fluit
fluitende	=	fluiten
fluitender	=	fluitend
fluitendere	=	fluitend
fluitenders	=	fluitend
fluitends	=	fluitend
fluitendst	=	fluitend
fluitendste	=	fluitend
fluitenkruid	noun	bepaald soort plant, Anthriscus sylvestris uit de schermbloemenfamilie
fluitenkruidbij	noun	Andrena proxima een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
fluitenkruidbijen	=	fluitenkruidbij
fluitenkruidbijtje	=	fluitenkruidbij
fluitenkruidbijtjes	=	fluitenkruidbij
fluiter	noun	iemand die fluit of op een fluit blaast
fluiters	noun	een geslacht Pachycephala van zangvogels uit de familie van de dikkoppen en fluiters (Pachycephalidae).
fluitertje	=	fluiter
fluitertjes	=	fluiter
fluitgekko	noun	Ptenopus garrulus een hagedis die behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
fluitgekko's	=	fluitgekko
fluitgekkootje	=	fluitgekko
fluitgekkootjes	=	fluitgekko
fluitglas	noun	een hoog en smal, taps toelopend wijnglas dat vaak voorzien was van versieringen die met behulp van diamantgravure aangebracht waren
fluitglazen	=	fluitglas
fluitgraszanger	noun	Cisticola lateralis een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld
fluitgraszangers	=	fluitgraszanger
fluitgraszangertje	=	fluitgraszanger
fluitgraszangertjes	=	fluitgraszanger
fluithaas	noun	Ochotona individu uit het enige nog levende geslacht van de familie Ochotonidae behorend tot de haasachtigen (Lagomorpha).
fluithazen	noun	Ochotona het enige nog levende geslacht van de familie Ochotonidae behorende tot de haasachtigen (Lagomorpha).
fluithoningeter	noun	Gavicalis virescens een zangvogel uit de familie honingeters (Meliphagidae).
fluithoningeters	=	fluithoningeter
fluithoningetertje	=	fluithoningeter
fluithoningetertjes	=	fluithoningeter
fluitist	noun	musicus die een fluit bespeelt
fluitiste	noun	Een fluitspeelster
fluitisten	=	fluitist
fluitistes	=	fluitiste
fluitistetje	=	fluitiste
fluitistetjes	=	fluitiste
fluitistje	=	fluitist
fluitistjes	=	fluitist
fluitje	=	fluit
fluitjes	=	fluit
fluitketel	noun	waterketel met een stoomfluit in de dop die ter waarschuwing fluit als het water kookt
fluitketels	=	fluitketel
fluitketeltje	=	fluitketel
fluitketeltjes	=	fluitketel
fluitkikkers	noun	Leptodactylidae een familie van kikkers.
fluitles	noun	een les waarin men leert muziek te maken met een fluit
fluitlesje	=	fluitles
fluitlesjes	=	fluitles
fluitlessen	=	fluitles
fluitneushoornvogel	noun	Bycanistes fistulator een neushoornvogel die voorkomt in West-Afrika.
fluitneushoornvogels	=	fluitneushoornvogel
fluitneushoornvogeltje	=	fluitneushoornvogel
fluitneushoornvogeltjes	=	fluitneushoornvogel
fluitoreoica	noun	Ornorectes cristatus een soort vogel uit een geslacht dat is afgesplitst uit het geslacht pitohui
fluitoreoica's	=	fluitoreoica
fluitoreoicaatje	=	fluitoreoica
fluitoreoicaatjes	=	fluitoreoica
fluitregister	noun	het hoogste stemregister van de menselijke stem
fluitregisters	=	fluitregister
fluitregistertje	=	fluitregister
fluitregistertjes	=	fluitregister
fluitreiger	noun	Syrigma sibilatrix een vogel uit de familie Ardeidae (Reigers).
fluitreigers	=	fluitreiger
fluitreigertje	=	fluitreiger
fluitreigertjes	=	fluitreiger
fluitscheepje	=	fluitschip
fluitscheepjes	=	fluitschip
fluitschepen	=	fluitschip
fluitschip	noun	een Hollands scheepstype uit de de 17e en 18e eeuw .
fluitsignaal	noun	luid, kortdurend geluidssignaal dat men met een fluit geeft
fluitsignalen	=	fluitsignaal
fluitspel	noun	het muziek maken met een fluit; de keer dat men op een fluit speelt
fluitspelen	=	fluitspel
fluitspeler	noun	iemand die op de fluit speelt
fluitspelers	=	fluitspeler
fluitspelertje	=	fluitspeler
fluitspelertjes	=	fluitspeler
fluittonen	=	fluittoon
fluittoon	noun	een hoog, hoorbaar geluid dat lijkt op dat van een fluit
fluittoontje	=	fluittoon
fluittoontjes	=	fluittoon
fluitwinterkoning	noun	Microcerculus ustulatus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
fluitwinterkoningen	=	fluitwinterkoning
fluitwinterkoninkje	=	fluitwinterkoning
fluitwinterkoninkjes	=	fluitwinterkoning
fluitzwaan	noun	Cygnus columbianus zwaan die voorkomt in Noord-Amerika.
fluitzwaantje	=	fluitzwaan
fluitzwaantjes	=	fluitzwaan
fluitzwanen	=	fluitzwaan
fluks	adj	heel snel zonder aarzelen
fluksch	=	fluks
flukse	=	fluks
flukser	=	fluks
fluksere	=	fluks
fluksers	=	fluks
flukst	=	fluks
flukste	=	fluks
flukx	=	fluks
fluo	noun	kleur die lijkt op te lichten door een versterkte weerkaatsing van invallend licht
fluo's	=	fluo
fluoactie	noun	campagne, vaak gericht op zichtbaarheid in het verkeer, waarbij het dragen van fluorescerende (fluo) kleding wordt gestimuleerd, vooral om kinderen en andere verkeersdeelnemers beter zichtbaar te maken in het donker of bij slecht weer
fluoacties	=	fluoactie
fluoactietje	=	fluoactie
fluoactietjes	=	fluoactie
fluogeel	noun	fluorescerend geel	adj	een fluorescerend gele kleur hebbend
fluogeels	=	fluogeel
fluogeelst	=	fluogeel
fluogeelste	=	fluogeel
fluogele	=	fluogeel
fluogelen	=	fluogeel
fluogeler	=	fluogeel
fluogelere	=	fluogeel
fluogelers	=	fluogeel
fluohes	noun	een kort jasje met een felle, fluorescerende kleur
fluohesje	=	fluohes
fluohesjes	=	fluohes
fluohessen	=	fluohes
fluojas	noun	jas met een felle, fluorescerende kleur
fluojasje	=	fluojas
fluojasjes	=	fluojas
fluojassen	=	fluojas
fluootje	=	fluo
fluootjes	=	fluo
fluor	noun	een chemisch element met symbool F en atoomnummer 9 en een geelgroen halogeen
fluoratomen	=	fluoratoom
fluoratoom	noun	een atoom van het chemisch element fluor.
fluoratoompje	=	fluoratoom
fluoratoompjes	=	fluoratoom
fluorbehandeling	noun	het toedienen van fluor om cariës te voorkomen
fluorbehandelingen	=	fluorbehandeling
fluorbehandelingetje	=	fluorbehandeling
fluorbehandelingetjes	=	fluorbehandeling
fluoresceer	=	fluoresceren
fluoresceerde	=	fluoresceren
fluoresceerden	=	fluoresceren
fluoresceert	=	fluoresceren
fluorescent	adj	fluorescerend
fluorescente	=	fluorescent
fluorescenter	=	fluorescent
fluorescentere	=	fluorescent
fluorescenters	=	fluorescent
fluorescentie	noun	het uitzenden van licht waarbij een elektron een foton absorbeert, in een aangeslagen toestand belandt en vervolgens terugvalt naar de grondtoestand onder uitzending van een foton van lagere energie
fluorescentielamp	noun	is een lamp die licht geeft door het oplichten van een fluorescerende laag onder invloed van ultraviolette stralen die opgewekt worden door gasontlading in de lamp.
fluorescentielampen	=	fluorescentielamp
fluorescentiemicroscopie	noun	is een techniek die in biologisch en medisch onderzoek wordt gebruikt waarbij fluorescerende kleurstoffen worden gebruikt die oplichten als ze worden bestraald met licht van een kortere golflengte
fluorescenties	=	fluorescentie
fluorescents	=	fluorescent
fluorescentst	=	fluorescent
fluorescentste	=	fluorescent
fluorescere	=	fluoresceren
fluoresceren	verb	van een stof na beschenen te zijn met electromagnetische straling van een hogere frequentie later licht uitzenden met een eigen en lagere frequentie
fluorescerend	adj	licht uitstralend (door terugvallen naar de grondtoestand van een atoom)
fluorescerende	=	fluoresceren
fluorescerender	=	fluorescerend
fluorescerendere	=	fluorescerend
fluorescerenders	=	fluorescerend
fluorescerends	=	fluorescerend
fluorescerendst	=	fluorescerend
fluorescerendste	=	fluorescerend
fluorescoop	noun	toestel waarin men het effect van ultraviolette bestraling kan waarnemen
fluorescoopje	=	fluorescoop
fluorescoopjes	=	fluorescoop
fluorescopen	=	fluorescoop
fluorhoudend	adj	het element fluor bevattend
fluorhoudende	=	fluorhoudend
fluorhoudender	=	fluorhoudend
fluorhoudendere	=	fluorhoudend
fluorhoudenders	=	fluorhoudend
fluorhoudends	=	fluorhoudend
fluorhoudendst	=	fluorhoudend
fluorhoudendste	=	fluorhoudend
fluoride	noun	een verbinding van fluor waarin dit element het oxidatiegetal -1 bezit
fluorideer	=	fluorideren
fluorideerde	=	fluorideren
fluorideerden	=	fluorideren
fluorideert	=	fluorideren
fluoriden	=	fluoride
fluoridere	=	fluorideren
fluorideren	verb	fluoride toevoegen gewoonlijk aan drinkwater
fluoriderend	=	fluorideren
fluoriderende	=	fluorideren
fluorides	=	fluoride
fluoroscopie	noun	het visualiseren van röntgenbeelden met een fluorescoop
fluorouracil	noun	medicament dat gebruikt wordt als cytostaticum en als middel bij verschillende huidziekten
fluortablet	noun	fluoridehoudend tablet ter voorkoming van cariës
fluortabletje	=	fluortablet
fluortabletjes	=	fluortablet
fluortabletten	=	fluortablet
fluorwaterstof	noun	chemische stof bestaande uit één fluor en één waterstof atoom
fluorwaterstoffen	=	fluorwaterstof
fluostift	noun	een viltstift waarmee men stukken tekst aan de hand van kleuren doet opvallen
fluostiften	=	fluostift
fluostiftje	=	fluostift
fluostiftjes	=	fluostift
fluovest	noun	een vest gemaakt van een felle, fluorescerende stof
fluovesten	=	fluovest
fluovestje	=	fluovest
fluovestjes	=	fluovest
fluoxetine	noun	een antidepressivum
flurona	noun	gelijktijdige infectie met het griep- én het coronavirus
flus	adv|obsolete	met een zo klein mogelijk verschil in tijd
flut	noun	slappe thee	adj|informal	waardeloos, beneden de maat, ondermaats
flutten	=	flut
fluviatiel	adj	op rivieren betrekking hebbend, rivier-
fluviatiele	=	fluviatiel
fluviatieler	=	fluviatiel
fluviatielere	=	fluviatiel
fluviatielers	=	fluviatiel
fluviatiels	=	fluviatiel
fluviatielst	=	fluviatiel
fluviatielste	=	fluviatiel
fluvioglaciaal	adj	op smeltwater betrekking hebbend
fluvioglaciaals	=	fluvioglaciaal
fluvioglaciale	=	fluvioglaciaal
fluweel	noun	een zachte, fijngeweven stof, waarbij rechtopstaande pluizen, de zg. pool van zijde of katoen met de kettingdraden zijn meegeweven en afgesneden
fluweelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van fluweel
fluweelachtige	=	fluweelachtig
fluweelachtiger	=	fluweelachtig
fluweelachtigere	=	fluweelachtig
fluweelachtigers	=	fluweelachtig
fluweelachtigs	=	fluweelachtig
fluweelachtigst	=	fluweelachtig
fluweelachtigste	=	fluweelachtig
fluweelasitie	noun	Philepitta castanea een zangvogel uit de familie Eurylaimidae.
fluweelasities	=	fluweelasitie
fluweelasitietje	=	fluweelasitie
fluweelasitietjes	=	fluweelasitie
fluweelblaadje	=	fluweelblad
fluweelblaadjes	=	fluweelblad
fluweelblad	noun	Abutilon theophrasti een eenjarige plant die behoort tot de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
fluweelbladen	=	fluweelblad
fluweelbladeren	=	fluweelblad
fluweelblaren	=	fluweelblad
fluweelboleet	noun	een eetbare paddenstoel Xerocomus subtomentosus (basioniem: Boletus subtomentosus) uit de familie Boletaceae.
fluweelboleetje	=	fluweelboleet
fluweelboleetjes	=	fluweelboleet
fluweelboleten	=	fluweelboleet
fluweelbomen	=	fluweelboom
fluweelbonen	=	fluweelboon
fluweelboom	noun	bepaald soort plant, Rhus typhina uit de pruikenboomfamilie Anacardiaceae
fluweelboompje	=	fluweelboom
fluweelboompjes	=	fluweelboom
fluweelboon	noun	Mucuna pruriens een snelgroeiende, peuldragende, tropische klimplant, waarvan de zaden gebruikt worden in de ayurvedische geneeskunst.
fluweelboontje	=	fluweelboon
fluweelboontjes	=	fluweelboon
fluweelcotinga	noun	Phoenicircus nigricollis een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
fluweelcotinga's	=	fluweelcotinga
fluweelcotingaatje	=	fluweelcotinga
fluweelcotingaatjes	=	fluweelcotinga
fluweelelfenbankje	noun	Trametes pubescens een schimmel behorend tot de familie Polyporaceae.
fluweelelfenbankjes	=	fluweelelfenbankje
fluweelgras	noun	bepaalde grassoort Digitaria horizontalis die ook in Suriname voorkomt
fluweelhoningzuiger	noun	Leptocoma aspasia een soort honingzuiger.
fluweelhoningzuigers	=	fluweelhoningzuiger
fluweelhoningzuigertje	=	fluweelhoningzuiger
fluweelhoningzuigertjes	=	fluweelhoningzuiger
fluweelijshaai	noun	Zameus squamulosus een vis uit de familie van sluimer- of ijshaaien (Somniosidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
fluweelijshaaien	=	fluweelijshaai
fluweelijshaaitje	=	fluweelijshaai
fluweelijshaaitjes	=	fluweelijshaai
fluweelkaptangare	noun	Catamblyrhynchus diadema een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren) met slechts 1 soort.
fluweelkaptangaren	=	fluweelkaptangare
fluweelkaptangaretje	=	fluweelkaptangare
fluweelkaptangaretjes	=	fluweelkaptangare
fluweelleemhoed	noun	Agrocybe putaminum een paddenstoel uit de familie Strophariaceae.
fluweelleemhoeden	=	fluweelleemhoed
fluweelleemhoedje	=	fluweelleemhoed
fluweelleemhoedjes	=	fluweelleemhoed
fluweellijster	noun	Turdus serranus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
fluweellijsters	=	fluweellijster
fluweellijstertje	=	fluweellijster
fluweellijstertjes	=	fluweellijster
fluweelmanakin	noun	Lepidothrix velutina een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
fluweelmanakinnetje	=	fluweelmanakin
fluweelmanakinnetjes	=	fluweelmanakin
fluweelmanakins	=	fluweelmanakin
fluweelmijt	noun	Trombidium holosericeum een spinachtig dier uit de familie van de fluweelmijten
fluweelmijten	noun	Trombidiidae een familie binnen de orde (Prostigmata).
fluweelmijtje	=	fluweelmijt
fluweelmijtjes	=	fluweelmijt
fluweelmoortiran	noun	Knipolegus nigerrimus een zangvogel uit de familie der tirannen (Tyrannidae)
fluweelmoortirannen	=	fluweelmoortiran
fluweelmoortirannetje	=	fluweelmoortiran
fluweelmoortirannetjes	=	fluweelmoortiran
fluweelmos	noun	Brachythecium velutinum een bladmos uit het geslacht dikkopmos (Brachythecium).
fluweelmosje	=	fluweelmos
fluweelmosjes	=	fluweelmos
fluweelmossen	=	fluweelmos
fluweelpalpmot	noun	Acompsia cinerella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
fluweelpalpmotje	=	fluweelpalpmot
fluweelpalpmotjes	=	fluweelpalpmot
fluweelpalpmotten	=	fluweelpalpmot
fluweelpootje	noun	bepaald soort klein eetbaar zwammetje met een opvallend oranje glanzend kleverige hoed, Flammulina velutipes, dat bij voorkeur groeit op dood hout, maar ook op wondplekken, in de Japanse keuken bekend onder de naam enokitake of winterpaddenstoel
fluweelpootjes	=	fluweelpootje
fluweelslakken	noun	geslacht Elysia van slakken uit de familie van de Plakobranchidae
fluweelspinnen	noun	Eresidae een familie van spinnen.
fluweeltangare	noun	Ramphocelus carbo, een in Suriname veel voorkomende zangvogel waarvan het mannetje een fluwelen, rode kleur heeft
fluweeltangares	=	fluweeltangare
fluweeltje	=	fluweel
fluweeltjes	=	fluweel
fluweelwever	noun	Ploceus nigerrimus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
fluweelwevers	=	fluweelwever
fluweelwevertje	=	fluweelwever
fluweelwevertjes	=	fluweelwever
fluweelwidavink	noun	Euplectes capensis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
fluweelwidavinken	=	fluweelwidavink
fluweelwidavinkje	=	fluweelwidavink
fluweelwidavinkjes	=	fluweelwidavink
fluweelwormen	noun	een stam Onychophora van dieren die behoren tot de ongewervelden.
fluweelzacht	adj	bijzonder zacht, zo zacht als fluweel
fluweelzachte	=	fluweelzacht
fluweelzachter	=	fluweelzacht
fluweelzachtere	=	fluweelzacht
fluweelzachters	=	fluweelzacht
fluweelzachts	=	fluweelzacht
fluweelzachtst	=	fluweelzacht
fluweelzachtste	=	fluweelzacht
fluwelen	adj	van fluweel vervaardigd
fluwelig	adj	de zachtheid en warmte van fluweel hebbend
fluwelige	=	fluwelig
fluweliger	=	fluwelig
fluweligere	=	fluwelig
fluweligers	=	fluwelig
fluweligs	=	fluwelig
fluweligst	=	fluwelig
fluweligste	=	fluwelig
fluwijn	noun	hoes waarin een zak past met zacht materiaal, waarop je prettiger zit of waarop je je hoofd kunt leggen als je gaat liggen
fluwijnen	=	fluwijn
fluwijntje	=	fluwijn
fluwijntjes	=	fluwijn
flux	noun	stroom, stroming, vloed	adv|obsolete	tot in de 19e eeuw voorkomende schrijfwijze van fluks
fluxdichtheden	=	fluxdichtheid
fluxdichtheid	noun	stroomdichtheid, dichtheid van de flux (hier altijd per oppervlak)
fluxen	=	flux
fluxer	=	flux
fluxje	=	flux
fluxt	=	flux
fluxverwijderaar	noun	oplosmiddel dat overtollige flux na het solderen verwijdert
fluxverwijderaars	=	fluxverwijderaar
fluxverwijderaartje	=	fluxverwijderaar
fluxverwijderaartjes	=	fluxverwijderaar
fluym	=	fluim
fluyme	=	fluim
fluïda	=	fluïdum
fluïde	adj	vloeibaar
fluïder	=	fluïde
fluïdere	=	fluïde
fluïders	=	fluïde
fluïdes	=	fluïde
fluïditeit	noun	vloeibaarheid
fluïditeiten	=	fluïditeit
fluïdum	noun	magnetische uitstraling
fluïedst	=	fluïde
fluïedste	=	fluïde
fly	adj|slang	met een aantrekkelijk uiterlijk
fly-drivevakantie	noun	vakantie waarbij men men een vliegtuig naar de bestemming vliegt en vandaar met een huurauto verder reist
fly-drivevakanties	=	fly-drivevakantie
fly-drivevakantietje	=	fly-drivevakantie
fly-drivevakantietjes	=	fly-drivevakantie
fly-over	noun	een vidaduct ter voorkoming van een gelijkvloerse kruising
fly-overs	=	fly-over
flyer	noun	een biljet dat meestal op straat verspreid wordt en dat reclame- of informatieve tekst bevat
flyeractie	noun	het verspreiden van kleine, gedrukte briefjes (flyers) om een boodschap te communiceren, zoals reclame voor een evenement, product of dienst
flyeracties	=	flyeractie
flyeractietje	=	flyeractie
flyeractietjes	=	flyeractie
flyerde	=	flyeren
flyerden	=	flyeren
flyere	=	flyeren
flyeren	verb	uitdelen van folders op straat om aandacht voor een bepaalde zaak te krijgen
flyerend	=	flyeren
flyerende	=	flyeren
flyers	=	flyer
flyert	=	flyeren
flyertje	=	flyer
flyertjes	=	flyer
flysch	noun	sedimentaire gesteentelagen
flywaterrat	noun	Leptomys signatus knaagdier uit het geslacht Leptomys dat voorkomt op Nieuw-Guinea.
flywaterratje	=	flywaterrat
flywaterratjes	=	flywaterrat
flywaterratten	=	flywaterrat
fm	noun	frequentiemodulatie
fnazel	noun|obsolete	vezel, spriet
fnazelde	=	fnazelen
fnazelden	=	fnazelen
fnazele	=	fnazelen
fnazelen	verb|obsolete	uitlopen in afzonderlijke vezels
fnazelend	=	fnazelen
fnazelende	=	fnazelen
fnazels	=	fnazel
fnazelt	=	fnazelen
fnazeltje	=	fnazel
fnazeltjes	=	fnazel
fniesen	verb|obsolete	niesen
fniezen	=	niezen
fnuik	=	fnuiken
fnuike	=	fnuiken
fnuiken	verb	verminderen, saboteren
fnuikend	adj	zeer schadelijk
fnuikende	=	fnuiken
fnuikender	=	fnuikend
fnuikendere	=	fnuikend
fnuikenders	=	fnuikend
fnuikends	=	fnuikend
fnuikendst	=	fnuikend
fnuikendste	=	fnuikend
fnuikt	=	fnuiken
fnuikte	=	fnuiken
fnuikten	=	fnuiken
foambak	noun	doos gemaakt van isolerend kunststofschuim waarin men bijvoorbeeld warme maaltijden kan verpakken
foambakken	=	foambak
fobie	noun	een ziekelijke vrees
fobies	=	fobie
fobietje	=	fobie
fobietjes	=	fobie
fobieën	=	fobie
fobisch	adj	op een ziekelijke manier angstig
fobische	=	fobisch
fobischer	=	fobisch
fobischere	=	fobisch
fobischers	=	fobisch
focaccia	noun	plat Italiaans brood
focaccia's	=	focaccia
focomelie	noun	aangeboren ziekte waardoor iemand wordt geboren met afwezige of onderontwikkelde ledematen
focus	noun	brandpunt, punt waarop de meeste aandacht is gericht
focusgroep	noun	kleine groep mensen waaraan men op een gestructureerde wijze een bepaalde kwestie voorlegt
focusgroepen	=	focusgroep
focusje	=	focus
focusjes	=	focus
focusse	=	focussen
focussen	verb	richten op één punt, concentreren
focussend	=	focussen
focussende	=	focussen
focust	=	focussen
focuste	=	focussen
focusten	=	focussen
fod	noun	benaming voor de hervormde federale ministeries in België
fod's	=	fod
foedraal	noun	passend gemaakte doos, overtrek of hoes
foedraaltje	=	foedraal
foedraaltjes	=	foedraal
foedralen	=	foedraal
foef	noun|vulgar	vagina
foefel	=	foefelen
foefelde	=	foefelen
foefelden	=	foefelen
foefele	=	foefelen
foefelen	verb	foefelen is een Belgisch werkwoord dat naar - meestal bewust - knoeien of frauderen verwijst.
foefelend	=	foefelen
foefelende	=	foefelen
foefelt	=	foefelen
foefen	=	foef
foefje	=	foef
foefjes	=	foef
foefke	=	foef
foefkop	noun	onaangenaam persoon
foefkoppen	=	foefkop
foei	intj	uitroep van afkeer
foeigesprek	noun	een gesprek van een politieman met een verdachte waarbij op indringende wijze de verdachte wordt toegesproken
foeigesprekje	=	foeigesprek
foeigesprekjes	=	foeigesprek
foeigesprekken	=	foeigesprek
foeilelijk	adj	bijzonder lelijk
foeilelijke	=	foeilelijk
foeilelijker	=	foeilelijk
foeilelijkere	=	foeilelijk
foeilelijkers	=	foeilelijk
foeilelijks	=	foeilelijk
foeilelijkst	=	foeilelijk
foeilelijkste	=	foeilelijk
foek	=	foeken
foeke	=	foeken
foeken	verb	door duwen of trekken vouwen gaan vertonen
foekend	=	foeken
foekepot	noun	bus die is afgesloten met een strak gespannen vlies waardoor een riet steekt, waarmee je een brommend geluid kunt maken door langs het riet te wrijven
foekepotten	=	foekepot
foeker	=	foekeren
foekerde	=	foekeren
foekerden	=	foekeren
foekere	=	foekeren
foekeren	verb	in het openbaar (als straatmuzikant) muziek maken, in de hoop zo wat geld in te zamelen
foekerend	=	foekeren
foekert	=	foekeren
foekt	=	foeken
foekte	=	foeken
foekten	=	foeken
foelie	noun	Myristica fragrans een specerij bestaande uit het omhulsel van de muskaatnoot
foeliede	=	foeliën
foelieden	=	foeliën
foelies	=	foelie
foeliet	=	foeliën
foelië	=	foeliën
foeliën	verb	met een dun laagje metaal bedekken
foeliënd	=	foeliën
foerage	noun	voer en stro voor paarden en vee
foerageer	=	foerageren
foerageerde	=	foerageren
foerageerden	=	foerageren
foerageergebied	noun	plaats waar dieren voeding kunnen vinden
foerageergebieden	=	foerageergebied
foerageergebiedje	=	foerageergebied
foerageergebiedjes	=	foerageergebied
foerageert	=	foerageren
foeragere	=	foerageren
foerageren	verb	voer, levensmiddelen halen (verzamelen)
foeragerend	=	foerageren
foeragerende	=	foerageren
foeragering	noun	plaats waar men de benodigde eerste levensbehoeften (met name voeding) ontvangt
foerageringen	=	foeragering
foerages	=	foerage
foerageur	noun	iemand die foerageert (voedsel verzamelt)
foerageurs	=	foerageur
foerageurtje	=	foerageur
foerageurtjes	=	foerageur
foergon	noun	wagen voor het vervoer van bagage
foergons	=	foergon
foerier	noun	een onderofficier die de taak heeft om de uitrusting, met name de uniformen, te verdelen en de voorraden te bewaren
foeriers	=	foerier
foeriertje	=	foerier
foeriertjes	=	foerier
foert	intj	uitdrukking die aangeeft dat je je ergens niet (meer) mee bezig wil houden
foertformatie	noun	de formatie van een regering waarbij men er op uit is om de formatie te laten mislukken
foertformaties	=	foertformatie
foetaal	adj	met betrekking tot het ongeboren kind
foetaals	=	foetaal
foetaalst	=	foetaal
foetaalste	=	foetaal
foetale	=	foetaal
foetaler	=	foetaal
foetalere	=	foetaal
foetalers	=	foetaal
foetatie	noun	het zwanger worden, het ontstaan van zwangerschap
foetaties	=	foetatie
foetel	=	foetelen
foetelde	=	foetelen
foetelden	=	foetelen
foetele	=	foetelen
foetelen	verb	bedriegen, valsspelen
foetelend	=	foetelen
foetelende	=	foetelen
foetelt	=	foetelen
foeter	=	foeteren
foeteraar	noun	iemand die altijd boos is en dat uit met schelden, vloeken en commanderen
foeteraars	=	foeteraar
foeterde	=	foeteren
foeterden	=	foeteren
foetere	=	foeteren
foeteren	verb	iemand met protesten en scheldwoorden overladen.
foeterend	=	foeteren
foeterende	=	foeteren
foetert	=	foeteren
foetoplacentaal	adj	met betrekking tot ongeboren kind en moederkoek
foetotoxisch	adj	schadelijk voor het ongeboren kind
foetotoxische	=	foetotoxisch
foetotoxischer	=	foetotoxisch
foetotoxischere	=	foetotoxisch
foetotoxischers	=	foetotoxisch
foetsie	noun	afvalbak	adv	niet vindbaar op de verwachte plek, kwijt
foetsies	=	foetsie
foetus	noun	een nog niet voldragen menselijke of dierlijke vrucht dat in de baarmoeder verblijft
foetushouding	noun	de houding zoals het ongeboren kind in de baarmoeder ligt
foetushoudingen	=	foetushouding
foetushoudinkje	=	foetushouding
foetushoudinkjes	=	foetushouding
foetusje	=	foetus
foetusjes	=	foetus
foetussen	=	foetus
foeyonghai	noun	Chinees rijstgerecht met een omelet en tomatensaus
foezel	noun	slechte jenever
foezelde	=	foezelen
foezelden	=	foezelen
foezele	=	foezelen
foezelen	verb	frauderen
foezelend	=	foezelen
foezelende	=	foezelen
foezelig	adj	bedrieglijk, oneerlijk
foezelige	=	foezelig
foezeliger	=	foezelig
foezeligere	=	foezelig
foezeligers	=	foezelig
foezeligs	=	foezelig
foezeligst	=	foezelig
foezeligste	=	foezelig
foezels	=	foezel
foezelt	=	foezelen
foil	noun	soort windsurfplank waarbij de plank geheel uit het water wordt getild
foilboard	noun	surfplank met een hydrofoil eronder, een soort draagvleugel die het board uit het water tilt zodra er snelheid wordt gemaakt.
foilboardje	=	foilboard
foilboardjes	=	foilboard
foilboards	=	foilboard
foils	=	foil
fok	noun	driehoekig zeil bevestigd aan de voorstag, het fokzeil
fokbedrijf	noun	bedrijf waar men huisdieren en vee vermeerdert en selecteert
fokbedrijven	=	fokbedrijf
fokdier	noun	dier gedacht om mee te fokken
fokdieren	=	fokdier
fokdiertje	=	fokdier
fokdiertjes	=	fokdier
fokhengst	noun	hengst om mee te fokken
fokhengsten	=	fokhengst
fokje	=	fok
fokjes	=	fok
fokke	=	fokken
fokkeleuver	=	fokkenleuver
fokkemaat	=	fokkenmaat
fokkemast	=	fokkenmast
fokken	verb	dieren houden om ze te laten voortplanten
fokkend	=	fokken
fokkende	=	fokken
fokkenist	noun	persoon die de fok bedient
fokkenisten	=	fokkenist
fokkenistje	=	fokkenist
fokkenistjes	=	fokkenist
fokkenleuver	noun	clip waarmee de fok aan de stag waaraan deze gehesen kan worden wordt vastgemaakt in de zeilvaart
fokkenleuvers	=	fokkenleuver
fokkenleuvertje	=	fokkenleuver
fokkenleuvertjes	=	fokkenleuver
fokkenmaat	noun	persoon die de fok bedient
fokkenmaatje	=	fokkenmaat
fokkenmaatjes	=	fokkenmaat
fokkenmaats	=	fokkenmaat
fokkenmast	noun	voorste mast van een driemastschip
fokkenmasten	=	fokkenmast
fokkenmastje	=	fokkenmast
fokkenmastjes	=	fokkenmast
fokkenmaten	=	fokkenmaat
fokkenschoot	noun	lijn waarmee de fok bediend kan worden
fokkenschootje	=	fokkenschoot
fokkenschootjes	=	fokkenschoot
fokkenschootrail	noun	langsscheeps geplaatste rail waarover een slede loopt met daaraan het leioog of leiblok van de fok bevestigd in de zeilvaart
fokkenschootrails	=	fokkenschootrail
fokkenschootrailtje	=	fokkenschootrail
fokkenschootrailtjes	=	fokkenschootrail
fokkenschoten	=	fokkenschoot
fokkenstag	noun	bij een kottertuig de stag waaraan de fok gehesen kan worden
fokkenstagen	=	fokkenstag
fokkenstagje	=	fokkenstag
fokkenstagjes	=	fokkenstag
fokkenval	noun	lijn waarmee het fokzeil kan worden gehesen
fokkenvallen	=	fokkenval
fokkenvalletje	=	fokkenval
fokkenvalletjes	=	fokkenval
fokker	noun	iemand die (als beroep of uit liefhebberij) dieren houdt met de bedoeling hun voortplanting zo te laten verlopen dat hun nageslacht bepaalde erfelijke eigenschappen zal vertonen
fokkerij	noun	bedrijfsmatige verwekking van dieren
fokkerijen	=	fokkerij
fokkerijtje	=	fokkerij
fokkerijtjes	=	fokkerij
fokkers	=	fokker
fokkert	=	fokker
fokkertje	=	fokker
fokkertjes	=	fokker
fokkertoestel	noun	vliegtuig dat door de fabrikant Fokker is gemaakt
fokkertoestellen	=	fokkertoestel
fokkeschoot	=	fokkenschoot
fokkeschootrail	=	fokkenschootrail
fokkestag	=	fokkenstag
fokkeval	=	fokkenval
fokking	adj|vulgar	verdomd, vervloekt	adv	heel erg
fokmateriaal	noun	dieren die men heeft geselecteerd voor het maken van een volgende generatie; dieren die men gebruikt voor de voortplanting
fokmaterialen	=	fokmateriaal
fokmethode	noun	methode van fokken
fokmethodes	=	fokmethode
fokmethodetje	=	fokmethode
fokmethodetjes	=	fokmethode
fokop	adj	slecht, naar, belazerd
fokpaard	noun	paard om mee te fokken
fokpaarden	=	fokpaard
fokpremie	noun	premie op het fokken van bepaalde dieren
fokpremies	=	fokpremie
fokpremietje	=	fokpremie
fokpremietjes	=	fokpremie
fokprogramma	noun	programma voor het fokken van dieren
fokprogramma's	=	fokprogramma
fokprogrammaatje	=	fokprogramma
fokprogrammaatjes	=	fokprogramma
fokroller	noun	rolrifsysteem voor een zeilboot, dat het mogelijk maakt om de fok (het voorseil) snel en eenvoudig op te rollen rond de voorstag, zonder dat het zeil helemaal naar beneden gehaald hoeft te worden
fokrollers	=	fokroller
fokrollertje	=	fokroller
fokrollertjes	=	fokroller
foks	noun	goud
fokschaap	noun	schaap om mee te fokken
fokschaapje	=	fokschaap
fokschaapjes	=	fokschaap
fokschapen	=	fokschaap
foksia	noun	Fuchsia fuchsia
foksia's	=	foksia
fokstag	noun	bij een kottertuig de stag waaraan de fok gehesen kan worden
fokstagen	=	fokstag
fokstagje	=	fokstag
fokstagjes	=	fokstag
fokstation	noun	plaats waar fokdieren bij elkaar gebracht worden om te fokken
fokstationnetje	=	fokstation
fokstationnetjes	=	fokstation
fokstations	=	fokstation
fokster	noun	vrouw die dieren fokt
foksters	=	fokster
fokstier	noun	stier die speciaal gebruikt wordt om te fokken
fokstieren	=	fokstier
fokstiertje	=	fokstier
fokstiertjes	=	fokstier
fokt	=	fokken
fokte	=	fokken
fokten	=	fokken
fokvee	noun	vee dat gehouden wordt voor de fokkerij
fokverbod	noun	een wettelijk verbod om bepaalde dieren te kweken
fokverboden	=	fokverbod
fokvereniging	noun	een organisatie van fokkers en liefhebbers die zich richt op het in stand houden, verbeteren en promoten van een specifiek dierenras.
fokverenigingen	=	fokvereniging
fokverenigingetje	=	fokvereniging
fokverenigingetjes	=	fokvereniging
fokzeil	noun	driehoekig zeil bevestigd aan de voorstag, de fok
fokzeilen	=	fokzeil
fokzeiltje	=	fokzeil
fokzeiltjes	=	fokzeil
fokzeug	noun	vrouwelijk varken dat men houdt om biggetjes te laten baren
fokzeugen	=	fokzeug
folder	noun	een blad met informatie of reclame
folderaar	noun	iemand die folders rondbrengt of uitdeelt
folderaars	=	folderaar
folderde	=	folderen
folderden	=	folderen
foldere	=	folderen
folderen	verb	door het aanbieden van folders mensen aanspreken met het doel een bepaalde boodschap te verspreiden
folderend	=	folderen
folderende	=	folderen
foldermateriaal	noun	voorlichtingsmateriaal dat bestaat uit een bedrukt vel papier dat een aantal keren gevouwen is
foldermaterialen	=	foldermateriaal
folders	=	folder
foldert	=	folderen
foldertje	=	folder
foldertjes	=	folder
foliant	noun	boek gedrukt op folio-formaat, het is een aanduiding geworden voor ieder groot, dik en zwaar boek
folianten	=	foliant
foliantje	=	foliant
folie	noun	dun en buigzaam vel van een metaal of kunststof
folieballon	noun	een duurzame, glanzende ballon gemaakt van metaalfolie (vaak Mylar), die gevuld met helium wekenlang kan zweven
folieballonnen	=	folieballon
folieballonnetje	=	folieballon
folieballonnetjes	=	folieballon
foliede	=	foliën
folieden	=	foliën
folieer	=	foliëren
folieerde	=	foliëren
folieerden	=	foliëren
folieert	=	foliëren
foliegordijn	noun	feestelijke decoratie gemaakt van smalle, glimmende stroken plastic of folie
foliegordijnen	=	foliegordijn
foliegordijntje	=	foliegordijn
foliegordijntjes	=	foliegordijn
foliehouder	noun	een voorwerp waarin een rol aluminium- of huishoudfolie afrolbaar ingeklemd kan worden
foliehouders	=	foliehouder
foliehoudertje	=	foliehouder
foliehoudertjes	=	foliehouder
folies	=	folie
foliet	=	foliën
folietje	=	folie
folietjes	=	folie
folio	noun	blad papier ter grootte van een half vel (210 × 330 mm)
folio's	=	folio
foliootje	=	folio
foliootjes	=	folio
foliumzuur	noun	in wateroplosbaar vitamine dat o.a. wordt voorgeschreven aan zwangeren ter preventie van geboorteafwijkingen
folivoor	noun	dier dat zich voedt met de blaadjes van planten en bomen
folivoren	=	folivoor
folië	=	foliën
foliën	verb	met een folie bedekken
foliënd	=	foliën
foliënde	=	foliën
foliëre	=	foliëren
foliëren	verb	bladen van een boek of geschrift voorzien van een bladnummer
foliërend	=	foliëren
foliërende	=	foliëren
folk	noun	muziekstijl gebaseerd op de volksmuziek van de Britse Eilanden en Noord-Amerika
folkbal	noun	dansfeest met folkmuziek
folkbals	=	folkbal
folkdag	noun	een dag die in het teken staat van de folkmuziek
folkdagen	=	folkdag
folkdagje	=	folkdag
folkdagjes	=	folkdag
folkfestival	noun	feestelijke bijeenkomst waar men kan luisteren naar moderne, Engelstalige volksmuziek
folkfestivals	=	folkfestival
folkgitaar	noun	snaarinstrument dat veel in folkmuziek wordt gebruikt
folkgitaartje	=	folkgitaar
folkgitaartjes	=	folkgitaar
folkgitaren	=	folkgitaar
folkgroep	noun	muziek band die aangepaste volksmuziek speelt
folkgroepen	=	folkgroep
folkgroepje	=	folkgroep
folkgroepjes	=	folkgroep
folkjazz	noun	muziekstijl met kenmerken van jazz en folk
folklore	noun	alle traditionele cultuuruitingen van een volk, d.i. traditionele gebruiken, verhalen, gezegdes, vormen van bijgeloof, dansen en andere kunstvormen van een bepaalde volksgroep
folklores	=	folklore
folklorist	noun	iemand die de volkskunst bestudeert
folkloristen	=	folklorist
folkloristisch	adj	betreffende de traditionele cultuur in een bepaalde gemeenschap
folkloristische	=	folkloristisch
folkloristischer	=	folkloristisch
folkloristischere	=	folkloristisch
folkloristischers	=	folkloristisch
folkmetal	noun	muziekstijl met kenmerken van metal en folk
folkmuziek	noun	volksmuziek
folkmuziekje	=	folkmuziek
folkpunk	noun	muziekstijl met kenmerken van folk en punk
folkpunks	=	folkpunk
folkrock	noun	een muziekgenre in de populaire muziek waarbij folk en rock-'n-roll met elkaar gecombineerd worden
folkrockgroep	noun	muziekband die muziek speelt die een mengeling is van rock'n'roll en folk
folkrockgroepen	=	folkrockgroep
folkrockgroepje	=	folkrockgroep
folkrockgroepjes	=	folkrockgroep
folktrio	noun	groep van drie muzikanten die op volksmuziek gebaseerde popmuziek maken
folktrio's	=	folktrio
folktriootje	=	folktrio
folktriootjes	=	folktrio
folky	adj	met eigenschappen van folkmuziek
folky's	=	folky
folkyer	=	folky
folkyere	=	folky
folkyers	=	folky
folkyst	=	folky
folkyste	=	folky
folkzanger	noun	zanger die Engelstalige volksmuziek maakt
folkzangeres	noun	vrouwelijke zanger die liedjes zingt die gebaseerd zijn op volksmuziek
folkzangeressen	=	folkzangeres
folkzangers	=	folkzanger
folkzangertje	=	folkzanger
folkzangertjes	=	folkzanger
folliculair	adj	betreffende de follikels
folliculairder	=	folliculair
folliculairdere	=	folliculair
folliculairders	=	folliculair
folliculaire	=	folliculair
folliculairs	=	folliculair
folliculairst	=	folliculair
folliculairste	=	folliculair
folliculitis	noun	een ontsteking van de haarzakjes
follikel	noun	zakje, klierlobje, huidkliertje of met vocht gevulde, blaasvormige verhevenheid in het slijmvlies
follikels	=	follikel
follikeltje	=	follikel
follow-up	noun	vervolg (bespreking, onderzoek etc.)
follow-upje	=	follow-up
follow-upjes	=	follow-up
follow-ups	=	follow-up
folly	noun	kunstzinnig bouwwerk met alleen een decoratieve functie
folly's	=	folly
folter	=	folteren
folteraar	noun	iemand die andere mensen of dieren expres extra veel pijn doet
folteraars	=	folteraar
foltercel	noun	kleine ruimte waar een gevangene wordt gemarteld
foltercellen	=	foltercel
folterde	=	folteren
folterden	=	folteren
foltere	=	folteren
folteren	verb	een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen
folterend	=	folteren
folterende	=	folteren
foltering	noun	een handeling waarmee het slachtoffer ernstige psychische of lichamelijke pijn wordt toegebracht
folteringen	=	foltering
folteringetje	=	foltering
folteringetjes	=	foltering
folterinkje	=	foltering
folterkamer	noun	ruimte in een gebouw die ingericht is om mensen te martelen
folterkamers	=	folterkamer
folterpaal	noun	paal waaraan men werd vastgebonden alvorens te worden gefolterd
folterpaaltje	=	folterpaal
folterpaaltjes	=	folterpaal
folterpalen	=	folterpaal
foltert	=	folteren
foltertuig	noun	apparatuur waarmee men mensen of dieren kan martelen
foltertuigen	=	foltertuig
fomenteer	=	fomenteren
fomenteerde	=	fomenteren
fomenteerden	=	fomenteren
fomenteert	=	fomenteren
fomentere	=	fomenteren
fomenteren	verb	stoven
fomenterend	=	fomenteren
fomenterende	=	fomenteren
fomiet	noun	voorwerp, materiaal of oppervlak dat ziekteverwekker kan overdragen tussen besmette wezens Een levend wezen dat zelf niet besmet raakt, maar een ziektekiem via huid of vacht overdraagt kan ook als een fomiet worden beschouwd.
fomieten	=	fomiet
fomo	noun	dwangmatige zorg dat je misschien iets misloopt als je niet voortdurend contact onderhoudt met anderen
fomo's	=	fomo
fonceer	=	fonceren
fonceerde	=	fonceren
fonceerden	=	fonceren
fonceert	=	fonceren
foncere	=	fonceren
fonceren	verb	bekleden met deeg om iets makkelijker te kunnen serveren en/of de inhoud tegen oververhitting te beschermen
foncerend	=	fonceren
foncerende	=	fonceren
fond	noun	achtergrond, met name van bekleding, behang, op een schilderij of afbeelding etc.
fondament	noun	fundament, basis, grondslag
fondamenten	=	fondament
fondant	noun	een soort suikergoed (mengsel van suiker, water en blanke stroop) dat in de mond wegsmelt
fondanten	adj	van suikergoed gemaakt
fondantje	=	fondant
fondantjes	=	fondant
fondants	=	fondant
fondement	noun|obsolete	deel van een gebouw dat vooraf in de grond wordt aangelegd als ondersteuning van het geheel
fondementen	=	fondement
fondje	=	fond
fondjes	=	fond
fonds	noun	een voor een bepaald doel vastgelegd kapitaal, ('potje')
fondsbeheerder	noun	persoon of organisatie die een kapitaal aanwendt om winst te maken
fondsbeheerders	=	fondsbeheerder
fondsbesturen	=	fondsbestuur
fondsbestuur	noun	de leiding van een organisatie die kapitaal vergaart en beheert voor een bepaald doel
fondsbode	noun	de bode die het geld kwam ophalen voor een bepaald fonds
fondsboden	=	fondsbode
fondsbodes	=	fondsbode
fondsbodetje	=	fondsbode
fondsbodetjes	=	fondsbode
fondscatalogi	=	fondscatalogus
fondscatalogus	noun	lijst van uitgaven van een uitgeverij
fondscatalogussen	=	fondscatalogus
fondsdokter	noun	dokter die met een ziekenfonds zaken doet
fondsdokters	=	fondsdokter
fondsen	=	fonds
fondsenhandel	noun	handel in effecten
fondsenhandeltje	=	fondsenhandel
fondsenhandeltjes	=	fondsenhandel
fondsenwerver	noun	persoon die of bedrijf dat zich professioneel bezighoudt met fondsenwerving
fondsenwervers	=	fondsenwerver
fondsenwerving	noun	het bijeenbrengen van geld voor een bepaald doel
fondsenwervingen	=	fondsenwerving
fondsgelden	noun	het kapitaal van een fonds
fondsje	=	fonds
fondsjes	=	fonds
fondslijst	noun	kleine fondscatalogus van een uitgeverij
fondslijsten	=	fondslijst
fondsmanager	noun	iemand die een kapitaal beheert dat voor een bepaald doel bij elkaar is gebracht
fondsmanagers	=	fondsmanager
fondspatiënt	noun	patiënt die voor rekening van een ziekenfonds behandeld wordt
fondspatiënten	=	fondspatiënt
fondspatiëntje	=	fondspatiënt
fondspatiëntjes	=	fondspatiënt
fondsredacteur	noun	redacteur die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van een uitgeversfonds
fondsredacteuren	=	fondsredacteur
fondsredacteurtje	=	fondsredacteur
fondsredacteurtjes	=	fondsredacteur
fondstitel	noun	titel van een werk uit een uitgeversfonds
fondstitels	=	fondstitel
fondstiteltje	=	fondstitel
fondstiteltjes	=	fondstitel
fondsveiling	noun	veiling van restoplagen van uitgaven van één of meer uitgeverijen
fondsveilingen	=	fondsveiling
fondsvermogen	noun	het kapitaal dat een organisatie heeft vergaart voor een bepaald doel
fondsvermogens	=	fondsvermogen
fondswerving	noun	het bijeenbrengen van geld voor een bepaald doel
fondswervingen	=	fondswerving
fondu	=	fonduen
fondude	=	fonduen
fonduden	=	fonduen
fondue	noun	traditioneel Zwitsers gerecht van gesmolten kaas waarin stukjes brood worden gedoopt.
fonduen	verb	als fondue eten of bereiden
fonduend	=	fonduen
fonduende	=	fonduen
fondues	=	fondue
fondueset	noun	apparaat waarmee je een (kaas)fondue kunt klaarmaken
fonduesets	=	fondueset
fonduut	=	fonduen
foneem	noun	een individuele spraakklank met een betekenisonderscheidende functie (i.t.t. een allofoon) #:*/b/ en /d/ zijn fonemen in het Nederlands omdat de woorden "bak" en "dak" een verschillende betekenis hebben.
foneempje	=	foneem
foneempjes	=	foneem
foneer	=	foneren
foneerde	=	foneren
foneerden	=	foneren
foneert	=	foneren
fonematisch	adj	verwijst naar het gebruik van fonemen, de kleinste klankeenheden in een taal die betekenis kunnen veranderen
fonematische	=	fonematisch
fonematischer	=	fonematisch
fonematischere	=	fonematisch
fonematischers	=	fonematisch
fonemen	=	foneem
fonemisch	adj	met betrekking tot een foneem
fonemische	=	fonemisch
fonemischer	=	fonemisch
fonemischere	=	fonemisch
fonemischers	=	fonemisch
fonen	=	foon
fonere	=	foneren
foneren	verb	geluid voortbrengen d.m.v. stembandtrillingen
fonerend	=	foneren
fonerende	=	foneren
fonetica	noun	het onderdeel van de taalkunde dat de fysiologische, natuurkundige en waarneembare aspecten van spraak bestudeert
fonetica's	=	fonetica
fonetici	=	foneticus
foneticus	noun	specialist op het gebied van de uitspraak van klanken en woorden (de fonetica)
fonetiek	noun	het onderdeel van de taalwetenschap dat zich bezighoudt met de bestudering van alle fysiologische, fysische en perceptieve aspecten van spraakklanken
fonetisch	adj	uitspraakgericht
fonetische	=	fonetisch
fonetischer	=	fonetisch
fonetischere	=	fonetisch
fonetischers	=	fonetisch
fonetograaf	noun	instrument om iemands stemomvang te bepalen
fonetograafje	=	fonetograaf
fonetograafjes	=	fonetograaf
fonetografen	=	fonetograaf
foniostaalvink	noun	Vidua camerunensis een vogel uit de familie van de Viduidae.
foniostaalvinken	=	foniostaalvink
foniostaalvinkje	=	foniostaalvink
foniostaalvinkjes	=	foniostaalvink
fonisch	adj	betrekking hebbend op de klanken van de spraak
fonische	=	fonisch
fonischer	=	fonisch
fonischere	=	fonisch
fonischers	=	fonisch
fonkel	=	fonkelen
fonkelde	=	fonkelen
fonkelden	=	fonkelen
fonkele	=	fonkelen
fonkelen	verb	lichtflitsjes afgeven, door weerkaatsing of het oplichten van vonken
fonkelend	adj	helder stralend
fonkelende	=	fonkelen
fonkelender	=	fonkelend
fonkelendere	=	fonkelend
fonkelenders	=	fonkelend
fonkelends	=	fonkelend
fonkelendst	=	fonkelend
fonkelendste	=	fonkelend
fonkeling	noun	een kleine, kortdurende, herhalende, felle lichtreflectie met name bij sieraden, kroonluchters en ogen
fonkelingen	=	fonkeling
fonkelingetje	=	fonkeling
fonkelingetjes	=	fonkeling
fonkelnagelnieuw	adj	volstrekt nieuw
fonkelnagelnieuwe	=	fonkelnagelnieuw
fonkelnagelnieuws	=	fonkelnagelnieuw
fonkelnieuw	adj	zeer nieuw, zodat het nog de glans heeft van iets dat nog niet gebruikt is
fonkelnieuwe	=	fonkelnieuw
fonkelnieuws	=	fonkelnieuw
fonkelt	=	fonkelen
fonofoor	noun	zeer gevoelige microfoon
fonofoortje	=	fonofoor
fonofoortjes	=	fonofoor
fonoforen	=	fonofoor
fonofotografie	noun	onderzoek van klanken d.m.v. de fotografie
fonograaf	noun	toestel om geluiden mee te registreren met behulp van een wasrol, voorloper van de grammofoon
fonograafje	=	fonograaf
fonograafjes	=	fonograaf
fonografen	=	fonograaf
fonografie	noun	het registreren van geluiden
fonografietje	=	fonografie
fonografietjes	=	fonografie
fonografieën	=	fonografie
fonografisch	adj	geluidregistrerend
fonografische	=	fonografisch
fonografischer	=	fonografisch
fonografischere	=	fonografisch
fonografischers	=	fonografisch
fonogram	noun	een visuele weergave van klanken
fonogrammen	=	fonogram
fonogrammetje	=	fonogram
fonogrammetjes	=	fonogram
fonola	noun	toestel dat een op een rol vastgelegd muziekstuk automatisch afspeelt op een piano Oorspronkelijk ging het om een voorzetapparaat, later kwamen er ook ingebouwde varianten; al voor de Tweede Wereldoorlog maakte de opmars van de platenspeler een einde aan de populariteit van dit toestel.
fonola's	=	fonola
fonoliet	noun	soort groengrijs uitvloeiingsgesteente
fonologen	=	fonoloog
fonologie	noun	de wetenschap die het functioneren van klanken in talen bestudeert
fonologieën	=	fonologie
fonologisch	adj	betrekking hebbend op de uitspraak van woorden en zinnen; betrekking hebbend op de fonologie
fonologische	=	fonologisch
fonologischer	=	fonologisch
fonologischere	=	fonologisch
fonologischers	=	fonologisch
fonoloog	noun	een persoon die fonologie gestudeerd heeft
fonoloogje	=	fonoloog
fonoloogjes	=	fonoloog
fonoscoop	noun	instrument voor het waarnemen van geluiden
fonoscoopje	=	fonoscoop
fonoscoopjes	=	fonoscoop
fonoscopen	=	fonoscoop
fonotaxis	noun	een tak van de fonologie die zich bezighoudt met de toegestane combinaties van fonemen in een taal
fonotheek	noun	bibliotheek voor geluidsdragers
fonotheken	=	fonotheek
font	noun	lettertype, karakterset
fontanel	noun	nog niet verbeende plek in de schedel van een baby
fontanellen	=	fontanel
fontanelletje	=	fontanel
fontanelletjes	=	fontanel
fontein	noun	kunstmatige bron, aangelegd om water omhoog te spuiten
fonteine	=	fontein
fonteinen	=	fontein
fonteinkruid	noun	een geslacht Potamogeton van waterplanten uit de fonteinkruidfamilie.
fonteinkruidfamilie	noun	een familie Potamogetonaceae van eenzaadlobbige waterplanten.
fonteinkruidfamilies	=	fonteinkruidfamilie
fonteinkruidfamilietje	=	fonteinkruidfamilie
fonteinkruidfamilietjes	=	fonteinkruidfamilie
fonteinkruidje	=	fonteinkruid
fonteinkruidjes	=	fonteinkruid
fonteintje	=	fontein
fonteintjes	=	fontein
fonteinwater	noun	water dat opwelt uit een natuurlijke bron
fonts	=	font
foodblog	noun	een weblog over voeding
foodblogde	=	foodbloggen
foodblogden	=	foodbloggen
foodblogge	=	foodbloggen
foodbloggen	verb	het bijhouden van een blog over voeding en kookkunst
foodbloggend	=	foodbloggen
foodbloggende	=	foodbloggen
foodblogger	noun	iemand die een weblog over voedsel bijhoudt
foodbloggers	=	foodblogger
foodbloggertje	=	foodblogger
foodbloggertjes	=	foodblogger
foodblogs	=	foodblog
foodblogt	=	foodbloggen
foodie	noun	iemand die (overdreven) veel bezig is met voeding
foodiebag	noun	bakje waarin men overgebleven resten van een restaurantmaalijd mee naar huis kan nemen
foodiebags	=	foodiebag
foodies	=	foodie
foodkraam	noun	een kraam waar etenswaren worden verkocht en vaak te vinden is op een (week)markt of ander evenement
foodkraampje	=	foodkraam
foodkraampjes	=	foodkraam
foodkramen	=	foodkraam
foodprocessor	noun	keukenmachine, keukenrobot
foodprocessoren	=	foodprocessor
foodprocessors	=	foodprocessor
foodsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van detailhandel die voedsel verkopen
foodsectoren	=	foodsector
foodsectors	=	foodsector
foodtrendwatcher	noun	iemand die voedingstrends signaleert daarover schrijft
foodtrendwatchers	=	foodtrendwatcher
foodtruck	noun	een gemotoriseerd mini-eetcafe waar straatvoedsel bereid en verkocht wordt tegen relatief lage prijzen; mobiele keuken
foodtruckje	=	foodtruck
foodtruckjes	=	foodtruck
foodtruckonderneming	noun	bedrijf dat één of meer foodtrucks exploiteert
foodtruckondernemingen	=	foodtruckonderneming
foodtruckonderneminkje	=	foodtruckonderneming
foodtruckonderneminkjes	=	foodtruckonderneming
foodtrucks	=	foodtruck
foodtruckwalhalla	noun	gebied waar veel foodtruckondernemingen gevestigd zijn
foodtruckwalhalla's	=	foodtruckwalhalla
foodtruckwalhallaatje	=	foodtruckwalhalla
foodtruckwalhallaatjes	=	foodtruckwalhalla
foodtruckwoestijn	noun	gebied met weinig of geen foodtrucks
foodtruckwoestijnen	=	foodtruckwoestijn
foodtruckwoestijntje	=	foodtruckwoestijn
foodtruckwoestijntjes	=	foodtruckwoestijn
foodybag	noun	zak of doosje waar men restanten van een restaurantmaaltijd in kan laten doen om mee te nemen naar huis
foodybags	=	foodybag
fooi	noun	een gift in de vorm van geld
fooien	=	fooi
fooienpot	noun	spaarpot waar alle fooien in gestopt worden die werknemers ontvangen en waarvan het geld voor een gemeenschappelijk doel wordt besteed
fooienpotje	=	fooienpot
fooienpotjes	=	fooienpot
fooienpotten	=	fooienpot
fooitje	=	fooi
fooitjes	=	fooi
foolproof	adj	bestand tegen ondeskundig, dom of foutief gebruik
foolproofs	=	foolproof
foon	noun	klanksegment, eenheid van geluid
foons	=	foon
foontje	=	foon
foontjes	=	foon
foor	noun	kermis
foorkramer	noun	een kermisexploitant
foorkramers	=	foorkramer
foorkramertje	=	foorkramer
foorkramertjes	=	foorkramer
foortje	=	foor
foortjes	=	foor
footballclub	noun	Engels naam voor een voetbalclub; vaak afgekort tot FC in de naam van een voetbalclub
footballclubs	=	footballclub
footballspeler	noun	persoon die American football speelt
footballspelers	=	footballspeler
footloose	adj	los, vrij
fop	noun	geheel van handelingen waardoor je iemand als grap bewust misleidt
fopduik	noun	opzettelijke en opzichtige val bedoeld om een onterechte beslissing van de scheidsrechter uit te lokken
fopduiken	=	fopduik
fopduikje	=	fopduik
fopduikjes	=	fopduik
fopelfenbankje	noun	Lenzites betulinus een schimmel behorend tot de familie Polyporaceae.
fopelfenbankjes	=	fopelfenbankje
fopje	=	fop
fopjes	=	fop
foppe	=	foppen
foppen	verb	beetnemen
foppend	=	foppen
foppende	=	foppen
fopper	noun	iemand die anderen voor de mal houdt
fopperij	noun	iets waarmee je iemand probeert te foppen, te bedriegen of beet te nemen
fopperijen	=	fopperij
fopperijtje	=	fopperij
fopperijtjes	=	fopperij
foppers	=	fopper
foppertje	=	fopper
foppertjes	=	fopper
fopspeen	noun	een speen zonder fles die bedoeld is om de zuigbehoefte van baby's te bevredigen zonder ze voedsel of drinken te geven
fopspeentje	=	fopspeen
fopspeentjes	=	fopspeen
fopspenen	=	fopspeen
fopt	=	foppen
foptandzwam	noun	Xylodon radula een schimmel behorend tot de familie Schizoporaceae.
foptandzwammen	=	foptandzwam
foptandzwammetje	=	foptandzwam
foptandzwammetjes	=	foptandzwam
fopte	=	foppen
fopten	=	foppen
fopvuurwerk	noun	vuurwerk uit de lichtere categorie (F1) dat speciaal is ontworpen om veilig te worden gebruikt door kinderen onder toezicht van een volwassene
fopzwam	noun	Laccaria laccata gewone fopzwam
fopzwammen	noun	een geslacht Laccaria van schimmels behorend tot de familie Hydnangiaceae.
fopzwammetje	=	fopzwam
fopzwammetjes	=	fopzwam
fora	=	forum
foramen	noun	opening in een bot of ander weefsel, vaak als doorgang voor zenuwen, bloedvaten of spieren
foramina	=	foramen
foraminifeer	noun	Foraminifera eukaryoot eencellig organisme met een uitwendig kalkskelet
foraminiferen	=	foraminifeer
forceer	=	forceren
forceerde	=	forceren
forceerden	=	forceren
forceeren	=	forceren
forceert	=	forceren
forceps	noun	tang
forcepsen	=	forceps
forcere	=	forceren
forceren	verb	een beslissing afdwingen
forcerend	=	forceren
forcerende	=	forceren
forcing	noun	met inspanning uitgeoefende kracht of druk
forcings	=	forcing
forcinkje	=	forcing
forcinkjes	=	forcing
fordisme	noun	productiemodel dat gekenmerkt wordt door standaardisatie en massaproductie
fordismen	=	fordisme
forechecking	noun	een tactische term uit het ijshockey.
forehand	noun	slag bij het tennisspel waarbij de palm van de hand naar het net is gekeerd
forehands	=	forehand
forel	noun	benaming voor zalmachtige zoetwatervissen uit de geslachten Salmo, Salvelinus en Oncorhynchus
forelbaars	noun	Micropterus salmoides een grote vertegenwoordiger van de familie van de zonnebaarzen (Centrarchidae).
forelbaarsje	=	forelbaars
forelbaarsjes	=	forelbaars
forelbaarzen	=	forelbaars
forellen	=	forel
forellenkwekerij	noun	een kwekerij van forellen
forellenkwekerijen	=	forellenkwekerij
forellenkwekerijtje	=	forellenkwekerij
forellenkwekerijtjes	=	forellenkwekerij
forelletje	=	forel
forelletjes	=	forel
forelzalmen	noun	een familie Erythrinidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
foren	=	foor
forens	noun	iemand die dagelijks heen en weer reist tussen de woongemeente en de werkgemeente
forensde	=	forenzen
forensden	=	forenzen
forensen	=	forens
forensenbelasting	noun	gemeentelijke belasting voor mensen die niet wonen in een bepaalde gemeente maar daar wel meer dan 90 overnachtingen per jaar hebben gehouden
forensenbelastingen	=	forensenbelasting
forensentaks	noun	gemeentelijke belasting voor mensen die niet wonen in een bepaalde gemeente maar daar wel meer dan 90 overnachtingen per jaar hebben gehouden
forensentaksen	=	forensentaks
forensentrein	noun	lokale pendeltrein voor woon- werkverkeer
forensentreinen	=	forensentrein
forensentreintje	=	forensentrein
forensentreintjes	=	forensentrein
forensenwoning	noun	een woning (zoals een recreatiewoning, appartement of tweede huis) die door de eigenaar niet als hoofdverblijf wordt gebruikt, maar wél meer dan 90 dagen per jaar beschikbaar wordt gehouden.
forensenwoningen	=	forensenwoning
forensenwoninkje	=	forensenwoning
forensenwoninkjes	=	forensenwoning
forensisch	adj	betrekking hebbend op justitie
forensische	=	forensisch
forensischer	=	forensisch
forensischere	=	forensisch
forensischers	=	forensisch
forensje	=	forens
forensjes	=	forens
forenst	=	forenzen
forenze	=	forenzen
forenzen	verb	heen en weer reizen tussen woon- en werkplek als forens
forenzend	=	forenzen
forenzende	=	forenzen
forenzentaks	noun	gemeentelijke belasting voor mensen die niet wonen in een bepaalde gemeente maar daar wel meer dan 90 overnachtingen per jaar hebben gehouden hoofdverblijf is gelegen
forenzentaksen	=	forenzentaks
forenzenwoning	noun	een woning (zoals een recreatiewoning, appartement of tweede huis) die door de eigenaar niet als hoofdverblijf wordt gebruikt, maar wél meer dan 90 dagen per jaar beschikbaar wordt gehouden.
forenzenwoningen	=	forenzenwoning
forenzenwoninkje	=	forenzenwoning
forenzenwoninkjes	=	forenzenwoning
forese	noun	transport
foretisch	adj	betrekking hebbend op of d.m.v. forese
foretische	=	foretisch
forez-streepvaren	noun	Asplenium foreziense een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
forez-streepvarens	=	forez-streepvaren
forez-streepvarentje	=	forez-streepvaren
forez-streepvarentjes	=	forez-streepvaren
forfait	noun	term in het Nederlands belastingrecht die wordt gebruikt om aan te duiden dat in een bepaald geval niet de werkelijke situatie, maar een veronderstelde situatie de heffingsgrondslag vormt voor belasting
forfaitair	adj	te voldoen als vastgesteld bedrag of in vaste termijnen
forfaitairder	=	forfaitair
forfaitairdere	=	forfaitair
forfaitairders	=	forfaitair
forfaitaire	=	forfaitair
forfaitairs	=	forfaitair
forfaitairst	=	forfaitair
forfaitairste	=	forfaitair
forfaitje	=	forfait
forfaitjes	=	forfait
forfaits	=	forfait
forint	noun	munteenheid officieel bekend als Hongaarse forint en die alleen daarom uniek naar Hongarije verwijst omdat 'forint' bij geen enkele andere valuta in de wereld gebruikt wordt
forinten	=	forint
form	noun	vorm
formaat	noun	grootte
formaatje	=	formaat
formaatjes	=	formaat
formaldehyde	noun	gas met de formule H₂CO gebruikt voor de synthese van kunststoffen en desinfectie
formaline	noun	een oplossing van 37% formaldehyde in water dat wordt gebruikt als desinfectiemiddel
formalisatie	noun	ontwikkeling waarbij steeds meer aan voorschriften wordt voldaan
formalisaties	=	formalisatie
formaliseer	=	formaliseren
formaliseerde	=	formaliseren
formaliseerden	=	formaliseren
formaliseert	=	formaliseren
formalisere	=	formaliseren
formaliseren	verb	officieel maken volgens duidelijke regels
formaliserend	=	formaliseren
formaliserende	=	formaliseren
formalisering	noun	de keer dat men iets heel precies formuleert en vastlegt
formaliseringen	=	formalisering
formalisme	noun	stroming met sterke nadruk op de uiterlijke vorm
formalismen	=	formalisme
formalismes	=	formalisme
formalismetje	=	formalisme
formalist	noun	iemand die zich angstvallig houdt aan regels en voorschriften
formalisten	=	formalist
formalistisch	adj	van mensen dat ze zich vooral laten leiden door officiële regels
formalistische	=	formalistisch
formalistischer	=	formalistisch
formalistischere	=	formalistisch
formalistischers	=	formalistisch
formalistje	=	formalist
formaliteit	noun	een uiterlijke vorm die men bij een handeling in acht neemt
formaliteiten	=	formaliteit
formaliteitje	=	formaliteit
formaliteitjes	=	formaliteit
formant	noun	een resonantie (een significante smalle piek) op een bepaalde frequentie
formanten	=	formant
formantje	=	formant
formantjes	=	formant
format	noun	een bepaalde opzet en vorm van presentatie (in de media)
formaten	=	formaat
formateur	noun	iemand die formeert (vormt), een samensteller
formateuren	=	formateur
formateurs	=	formateur
formateurtje	=	formateur
formateurtjes	=	formateur
formatie	noun	vorming, het formeren
formatie-uitbreiding	noun	vergroten van de totale personeelscapaciteit (formatie) van een organisatie, afdeling of project.
formatie-uitbreidingen	=	formatie-uitbreiding
formatie-uitbreidinkje	=	formatie-uitbreiding
formatie-uitbreidinkjes	=	formatie-uitbreiding
formatieberaad	noun	overleg door verschillende politieke partijen over een te vormen regering
formatieberaadje	=	formatieberaad
formatieberaadjes	=	formatieberaad
formatieberaden	=	formatieberaad
formatiebespreking	noun	het politieke overleg na verkiezingen waarbij beoogde coalitiepartijen onderhandelen over de vorming van een nieuw bestuur.
formatiebesprekingen	=	formatiebespreking
formatiebesprekinkje	=	formatiebespreking
formatiebesprekinkjes	=	formatiebespreking
formatiebudget	noun	budget benodigd voor de formatie van iets
formatiebudgetje	=	formatiebudget
formatiebudgetjes	=	formatiebudget
formatiebudgets	=	formatiebudget
formatiebudgetsysteem	noun	declaratiestelsel voor het onderwijs waarbij het bekostigingsbedrag wordt bepaald door de feitelijke hoogte van de salarissen
formatiebudgetsysteempje	=	formatiebudgetsysteem
formatiebudgetsysteempjes	=	formatiebudgetsysteem
formatiebudgetsystemen	=	formatiebudgetsysteem
formatiebudgetten	=	formatiebudget
formatief	adj	formerend, opbouwend
formatiefs	=	formatief
formatiefst	=	formatief
formatiefste	=	formatief
formatiemoeheid	noun	verschijnsel dat partijen en/of burgers een kabinets- of collegeformatie beu raken als die naar hun idee te lang duurt
formatieopdracht	noun	opdracht gegeven door het staatshoofd om een coalitieregering te vormen
formatieopdrachten	=	formatieopdracht
formatieperiode	noun	tijd die men nodig heeft om een coalitieregering te vormen na verkiezingen van een volksvertegenwoordiging
formatieperioden	=	formatieperiode
formatieperiodes	=	formatieperiode
formatieplaats	noun	officiële arbeidsplaats binnen een organisatie
formatieplaatsen	=	formatieplaats
formatieplan	noun	voornemen over hoe een kabinetsformatie zou kunnen voorlopen
formatieplannen	=	formatieplan
formatieplannetje	=	formatieplan
formatieplannetjes	=	formatieplan
formatiepoging	noun	de keer dat men een coalitieregering probeert samen te stellen
formatiepogingen	=	formatiepoging
formatiepoginkje	=	formatiepoging
formatiepoginkjes	=	formatiepoging
formatieproces	noun	alle gebeurtenissen rond de vorming van een coalitieregering
formatieprocessen	=	formatieproces
formatieronde	noun	een afgerond onderdeel van een kabinetsformatie
formatieronden	=	formatieronde
formatierondes	=	formatieronde
formaties	=	formatie
formatietje	=	formatie
formatieve	=	formatief
formatiever	=	formatief
formatievere	=	formatief
formatievers	=	formatief
formatievliegen	verb	in een bepaald patroon vliegen van verschillende vogels of vliegtuigen
formatievliegend	=	formatievliegen
formatievliegende	=	formatievliegen
formatievlucht	noun	een groep vliegtuigen die ten opzichte van elkaar in een bepaald patroon vliegen
formatievluchten	=	formatievlucht
formatievluchtje	=	formatievlucht
formatievluchtjes	=	formatievlucht
formatje	=	format
formatjes	=	format
formatrice	noun	vrouwelijke vorm van formateur
formatrices	=	formatrice
formatricetje	=	formatrice
formatricetjes	=	formatrice
formats	=	format
formatteer	=	formatteren
formatteerde	=	formatteren
formatteerden	=	formatteren
formatteert	=	formatteren
formattere	=	formatteren
formatteren	verb	van een format voorzien
formatterend	=	formatteren
formatterende	=	formatteren
formatverandering	noun	een wijziging in het format
formatveranderingen	=	formatverandering
formatveranderingetje	=	formatverandering
formatveranderingetjes	=	formatverandering
formeel	adj	met inachtneming van strikte omgangsvormen	adv	in alle vorm
formeel-juridisch	adj	betreffende het formele recht of het procesrecht, omvat de regels die bepalen hoe een juridische procedure gevoerd moet worden en hoe materiële rechten worden gehandhaafd
formeel-juridische	=	formeel-juridisch
formeel-juridischer	=	formeel-juridisch
formeel-juridischere	=	formeel-juridisch
formeel-juridischers	=	formeel-juridisch
formeels	=	formeel
formeelst	=	formeel
formeelste	=	formeel
formeeltje	=	formeel
formeeltjes	=	formeel
formeer	=	formeren
formeerde	=	formeren
formeerden	=	formeren
formeert	=	formeren
formele	=	formeel
formelen	=	formeel
formeler	=	formeel
formelere	=	formeel
formelers	=	formeel
formere	=	formeren
formeren	verb	vormen, samenstellen
formerend	=	formeren
formerende	=	formeren
formering	noun	het oprichten en samenstellen van iets
formeringen	=	formering
formiaat	noun	een ester of zout afgeleid van mierenzuur
formiaten	=	formiaat
formica	noun	heel harde, gladde kunststof van vezels versterkt met melaminehars, vaak gebruikt voor gemakkelijk schoon te houden tafelbladen	adj	van met melaminehars versterkte vezels
formicatafel	noun	tafel gemaakt van formica
formicatafels	=	formicatafel
formicatafeltje	=	formicatafel
formicatafeltjes	=	formicatafel
formicivoor	noun	mierenetend dier	adj	met betrekking tot een mierenetend dier
formicivoors	=	formicivoor
formicivore	=	formicivoor
formicivoren	=	formicivoor
formicofilie	noun	seksueel opgewonden raken van kleine insecten en ongewervelden zoals slakken, die over het lichaam kunnen kruipen
formidabel	adj	heel groot
formidabele	=	formidabel
formidabeler	=	formidabel
formidabelere	=	formidabel
formidabelers	=	formidabel
formidabels	=	formidabel
formidabelst	=	formidabel
formidabelste	=	formidabel
formol	noun	oplossing van 37% formaldehyde in water
formosablauwstaart	noun	Tarsiger formosanus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
formosablauwstaarten	=	formosablauwstaart
formosablauwstaartje	=	formosablauwstaart
formosablauwstaartjes	=	formosablauwstaart
formulair	adj	van de aard van, betrekking hebbend op formules
formulairder	=	formulair
formulairdere	=	formulair
formulairders	=	formulair
formulaire	=	formulair
formulairs	=	formulair
formulairst	=	formulair
formulairste	=	formulair
formularia	=	formularium
formularium	noun	een bondige samenvatting van medicamenteuze adviezen bij een ziekte of indicatie, waarover tussen zorgverleners overeenstemming bestaat
formulariumpje	=	formularium
formulariumpjes	=	formularium
formulariums	=	formularium
formulaïsch	adj	van iets dat het is opgebouwd volgens een vaste formule, patroon of conventie.
formulaïsche	=	formulaïsch
formulaïscher	=	formulaïsch
formulaïschere	=	formulaïsch
formulaïschers	=	formulaïsch
formule	noun	opzet, werkwijze, plan van aanpak
formuleboek	noun	boek dat speciaal is ontworpen om een verzameling formules te bevatten, vaak georganiseerd per onderwerp of symbool, met uitleg en soms bijbehorende tekeningen
formuleboeken	=	formuleboek
formuleboekje	=	formuleboek
formuleboekjes	=	formuleboek
formulecafeetje	=	formulecafé
formulecafeetjes	=	formulecafé
formulecafé	noun	uitgaansgelegenheid die volgens een bepaald standaard stramien is ingericht
formulecafés	=	formulecafé
formuleer	=	formuleren
formuleerbaar	adj	in woorden te beschrijven
formuleerbaarder	=	formuleerbaar
formuleerbaardere	=	formuleerbaar
formuleerbaarders	=	formuleerbaar
formuleerbaars	=	formuleerbaar
formuleerbaarst	=	formuleerbaar
formuleerbaarste	=	formuleerbaar
formuleerbare	=	formuleerbaar
formuleerde	=	formuleren
formuleerden	=	formuleren
formuleert	=	formuleren
formulefilm	noun	clichématig gemaakte film volgens een vaste formule
formulefilms	=	formulefilm
formulere	=	formuleren
formuleren	verb	in woorden omzetten
formulerend	=	formuleren
formulerende	=	formuleren
formulering	noun	vorm waarin men iets uitdrukt
formuleringen	=	formulering
formuleringetje	=	formulering
formulerinkje	=	formulering
formulerinkjes	=	formulering
formules	=	formule
formuletje	=	formule
formuletjes	=	formule
formulewagen	noun	een open raceauto die voldoet aan bepaalde voorwaarden die horen bij een bepaalde klasse
formulewagens	=	formulewagen
formulier	noun	een stuk papier waarop voorgedrukte vragen kunnen worden beantwoord
formulieren	=	formulier
formulierenbrigade	noun	Instelling die mensen helpt bij het aanvragen van voorzieningen waar ze recht op hebben
formulierenbrigaden	=	formulierenbrigade
formulierenbrigades	=	formulierenbrigade
formuliergebed	noun	een gebed dat altijd dezelfde bewoording heeft
formuliergebeden	=	formuliergebed
formuliergebedje	=	formuliergebed
formuliergebedjes	=	formuliergebed
formuliertje	=	formulier
formuliertjes	=	formulier
fornuis	noun	kooktoestel, een combinatie kookplaat en oven
fornuisje	=	fornuis
fornuisjes	=	fornuis
fornuispit	noun	Een brander van een fornuis waarop men pannen en waterketels kan zetten.
fornuispitje	=	fornuispit
fornuispitjes	=	fornuispit
fornuispitten	=	fornuispit
fornuizen	=	fornuis
foronomie	noun	bewegingsleer (van vaste en vloeibare lichamen)
fors	adj	groot in omvang
forsa	noun	kracht, sterkte
forsch	=	fors
forse	=	fors
forser	=	fors
forsere	=	fors
forsers	=	fors
forsgebouwd	adj	van mensen dat ze groot, sterk en dik zijn
forsgebouwde	=	forsgebouwd
forsgebouwder	=	forsgebouwd
forsgebouwds	=	forsgebouwd
forsgebouwst	=	forsgebouwd
forsheid	noun	het groot zijn
forsig	adj	met grote kracht en inzet
forsige	=	forsig
forsiger	=	forsig
forsigere	=	forsig
forsigers	=	forsig
forsigs	=	forsig
forsigst	=	forsig
forsigste	=	forsig
forst	=	fors
forste	=	fors
forsythia	noun	een geslacht Forsythia van struiken uit de olijffamilie.
forsythia's	=	forsythia
fort	noun	bouwwerk om de eigen positie te versterken
forte	noun	deel van een muziekstuk dat hard hoort te klinken	adv	hard, met veel volume
forteiland	noun	een eiland waarop een fort is gebouwd
forteilanden	=	forteiland
forteilandje	=	forteiland
forteilandjes	=	forteiland
forten	=	fort
fortepiano	noun	vroege versie van de piano uit de 18e eeuw en vroege 19e eeuw.
fortepiano's	=	fortepiano
forti	=	forto
fortificatie	noun	het fortificeren
fortificaties	=	fortificatie
fortificeer	=	fortificeren
fortificeerde	=	fortificeren
fortificeerden	=	fortificeren
fortificeert	=	fortificeren
fortificere	=	fortificeren
fortificeren	verb	voorzien van vestingwerken
fortificerend	=	fortificeren
fortificerende	=	fortificeren
fortissimi	=	fortissimo
fortissimo	noun	zeer luid gespeelde passage	adv	zeer luid, zeer krachtig
fortissimo's	=	fortissimo
fortje	=	fort
fortjes	=	fort
fortnight	noun|obsolete	14 dagen
fortnights	=	fortnight
forto	noun	iets dat krachtig en luid gespeeld dient te worden
forto's	=	forto
fortuin	noun	het goede geluk
fortuinen	=	fortuin
fortuinlijk	adj	door stom geluk begunstigd
fortuinlijke	=	fortuinlijk
fortuinlijker	=	fortuinlijk
fortuinlijkere	=	fortuinlijk
fortuinlijkers	=	fortuinlijk
fortuinlijks	=	fortuinlijk
fortuinlijkst	=	fortuinlijk
fortuinlijkste	=	fortuinlijk
fortuintje	=	fortuin
fortuintjes	=	fortuin
fortuinzoeker	noun	iemand die op zoek is naar een mogelijkheid om snel rijk te worden
fortuinzoekers	=	fortuinzoeker
fortuinzoekster	noun	vrouw die op zoek is naar een mogelijkheid om snel rijk te worden
fortuinzoeksters	=	fortuinzoekster
fortunistisch	adj	met betrekking tot het fortunisme
fortunistische	=	fortunistisch
fortunistischer	=	fortunistisch
fortunistischere	=	fortunistisch
fortunistischers	=	fortunistisch
fortuynisme	noun	tegen de gevestigde politieke orde gerichte, tevens voor een streng immigratiebeleid en tegen de islamisering pleitende politiek van Pim Fortuyn en zijn aanhangers
forum	noun	plein in het centrum van een Romeinse stad dat als markt dienstdeed
forumavond	noun	bijeenkomst in de avonduren waar men een bepaalde zaak bespreekt
forumavonden	=	forumavond
forumbijeenkomst	noun	bijeenkomst waar men een discussie voert
forumbijeenkomsten	=	forumbijeenkomst
forumdiscussie	noun	bijeenkomst met publiek en meerdere sprekers die onder leiding van een gespreksleider met elkaar van gedachten wisselen
forumdiscussies	=	forumdiscussie
forumleden	=	forumlid
forumlid	noun	een deelnemer aan een discussie
forumpje	=	forum
forumpjes	=	forum
forums	=	forum
forumtheorie	noun	een theorie die denkt een oplossing te bieden voor het probleem dat het in de sociale wetenschappen welhaast onmogelijk is om vast te stellen wat waarheid is
forumtheorietje	=	forumtheorie
forumtheorietjes	=	forumtheorie
forumtheorieën	=	forumtheorie
forward	noun	voorhoedespeler bij balspelen
forwardde	=	forwarden
forwardden	=	forwarden
forwarde	=	forwarden
forwarden	verb	doorsturen van een ontvangen bericht naar iemand anders
forwardend	=	forwarden
forwardende	=	forwarden
forwardt	=	forwarden
fosburyflop	noun	techniek bij het hoogspringen waarbij men ruggelings over de lat gaat
fosburyflops	=	fosburyflop
fosfaan	=	fosfine
fosfaat	noun	een zout van een van de vormen van fosforzuur
fosfaatbelasting	noun	belasting van het milieu door (te veel) fosfaat
fosfaatbelastingen	=	fosfaatbelasting
fosfaatcrises	=	fosfaatcrisis
fosfaatcrisis	noun	crisis die ontstaat door een (wereldwijd) gebrek aan fosfaat
fosfaatcrisisje	=	fosfaatcrisis
fosfaatcrisisjes	=	fosfaatcrisis
fosfaatcrisissen	=	fosfaatcrisis
fosfaaterts	noun	erts waaruit fosfaat wordt gewonnen
fosfaatertsen	=	fosfaaterts
fosfaatgehalte	noun	de hoeveelheid fosfaat die per eenheid van volume of gewicht aanwezig is
fosfaatgehalten	=	fosfaatgehalte
fosfaatgehaltes	=	fosfaatgehalte
fosfaatmeststof	noun	een kunstmatige mest met een hoog fosfaat gehalte
fosfaatmeststoffen	=	fosfaatmeststof
fosfaatmijn	noun	mijn waar fosfaat gedolven wordt
fosfaatmijnen	=	fosfaatmijn
fosfaatverbruik	noun	het verbruik van fosfaat
fosfaatvrij	adj	zonder fosfaten
fosfaatvrije	=	fosfaatvrij
fosfaatvrijer	=	fosfaatvrij
fosfaatvrijere	=	fosfaatvrij
fosfaatvrijers	=	fosfaatvrij
fosfaatvrijs	=	fosfaatvrij
fosfaatvrijst	=	fosfaatvrij
fosfaatvrijste	=	fosfaatvrij
fosfatase	noun	enzym dat een fosfaatgroep van een molecuul afbreekt
fosfatases	=	fosfatase
fosfaten	=	fosfaat
fosfide	noun	een verbinding van fosfor waarin dit element het oxidatiegetal -3 heeft
fosfiden	=	fosfide
fosfides	=	fosfide
fosfine	noun	bepaalde verbinding van fosfor met waterstof, PH₃, een kleurloos, stinkend, brandbaar en giftig gas
fosfinen	=	fosfine
fosfines	=	fosfine
fosfor	noun	met symbool P en atoomnummer 15. Het is een niet-metaal dat in verschillende kleuren kan voorkomen waarvan rood en wit het bekendst zijn
fosforatomen	=	fosforatoom
fosforatoom	noun	een atoom van het chemisch element fosfor.
fosforatoompje	=	fosforatoom
fosforatoompjes	=	fosforatoom
fosforbom	noun	witte fosfor bevattende brandbom
fosforbommen	=	fosforbom
fosforbommetje	=	fosforbom
fosforbommetjes	=	fosforbom
fosforbrons	noun	legering van koper, tin (3,5 tot 10%) en een kleine hoeveelheid fosfor (< 1%)
fosforesceer	=	fosforesceren
fosforesceerde	=	fosforesceren
fosforesceerden	=	fosforesceren
fosforesceert	=	fosforesceren
fosforescent	adj	fosforescerend
fosforescente	=	fosforescent
fosforescenter	=	fosforescent
fosforescentere	=	fosforescent
fosforescenters	=	fosforescent
fosforescentie	noun	het vrij langdurig afgeven van licht nadat een systeem vanuit een geëxciteerde toestand in een andere, stabielere, geëxciteerde toestand geconverteerd is
fosforescenties	=	fosforescentie
fosforescents	=	fosforescent
fosforescentst	=	fosforescent
fosforescentste	=	fosforescent
fosforescere	=	fosforesceren
fosforesceren	verb	langdurig licht afgeven na belichting door het bestaan van een langlevende aangeslagen toestand
fosforescerend	=	fosforesceren
fosforescerende	=	fosforesceren
fosforgranaat	noun	projectiel dat men gebruikt om een rookgordijn aan te leggen
fosforgranaten	=	fosforgranaat
fosforigzuren	=	fosforigzuur
fosforigzuur	noun	verbinding met één zuurstofatoom minder dan fosforzuur dus H₃PO₃
fosforisch	adj	betrekking hebbend op fosfor (in het duister oplichtend)
fosforische	=	fosforisch
fosforischer	=	fosforisch
fosforischere	=	fosforisch
fosforischers	=	fosforisch
fosformeststof	noun	kunstmatige mest met een hoog fosfaat gehalte
fosformeststoffen	=	fosformeststof
fosforwaterstof	=	fosfine
fosforworm	noun	Microscolex phosphoreus een ringwormensoort die voor het eerst werd beschreven in 1837 door Dugès.
fosforwormen	=	fosforworm
fosforwormpje	=	fosforworm
fosforwormpjes	=	fosforworm
fosforzuren	=	fosforzuur
fosforzuur	noun	verbinding van fosfor, waterstof en zuurstof, een zwak anorganisch zuur, met als brutoformule H₃PO₄
fosgeen	noun	giftig gas met de molecuulformule COCl₂
fossa	noun	gracht, kanaal, holte, groeve
fossa's	=	fossa
fossiel	adj	tot fossiel geworden	noun	overblijfsel of afdruk in gesteenten van levensvormen uit het verleden
fossiele	=	fossiel
fossielen	=	fossiel
fossielenjager	noun	iemand die zoekt naar versteende overblijfselen van overleden planten of dieren
fossielenjagers	=	fossielenjager
fossieler	=	fossiel
fossielere	=	fossiel
fossielers	=	fossiel
fossiels	=	fossiel
fossielst	=	fossiel
fossielste	=	fossiel
fossieltje	=	fossiel
fossieltjes	=	fossiel
fossielvrij	adj	iets dat geen fossiele brandstoffen verbruikt en dus geen broeikasgassen uitstoot
fossielvrije	=	fossielvrij
fossielvrijer	=	fossielvrij
fossielvrijere	=	fossielvrij
fossielvrijers	=	fossielvrij
fossielvrijs	=	fossielvrij
fossielvrijst	=	fossielvrij
fossielvrijste	=	fossielvrij
fossiliseer	=	fossiliseren
fossiliseerde	=	fossiliseren
fossiliseerden	=	fossiliseren
fossiliseert	=	fossiliseren
fossilisere	=	fossiliseren
fossiliseren	verb	tot fossiel worden; conserveren in gesteente
fossiliserend	=	fossiliseren
fossiliserende	=	fossiliseren
fossiliën	=	fossiel
fosterparent	noun	iemand die kinderen in arme landen te ondersteunt door gebruik te maken van een organisatie die daarbij ook directe communicatie tussen sponsor en ontvanger verzorgt
fosterparents	=	fosterparent
fotisme	noun	kleur- of lichtgewaarwording, die door geluidstrillingen veroorzaakt wordt
fotismen	=	fotisme
fotismetje	=	fotisme
fotismetjes	=	fotisme
foto	noun	fotografische opname
foto's	=	foto
foto-elektrisch	adj	door licht elektriciteit teweegbrengend
foto-elektrische	=	foto-elektrisch
foto-elektrochemie	noun	tak van wetenschap die zich bezighoudt met de chemische processen die zich aan een - meest halfgeleidende - elektrode afspelen wanneer deze blootgesteld wordt aan licht
foto-element	noun	door lichtwerking stroom leverend element zoals een zonnepaneel
foto-elementen	=	foto-element
foto-expo	noun	een uitstalling van foto's om door het grote publiek bekeken te worden
foto-expo's	=	foto-expo
foto-opname	noun	fotografische opname
foto-opnamen	=	foto-opname
foto-opnames	=	foto-opname
foto-update	noun	een of meer nieuwe fotografische opnamen, getoond om de voortgang van een bepaalde ontwikkeling te illustreren
foto-updates	=	foto-update
fotoacademie	noun	school waar men zich kan scholen tot beroepsfotograaf
fotoacademies	=	fotoacademie
fotoactie	noun	activiteit waarbij de deelnemers foto's maken
fotoacties	=	fotoactie
fotoactietje	=	fotoactie
fotoactietjes	=	fotoactie
fotoafdeling	noun	deel van een winkel of warenhuis waar men fotoartikelen kan kopen
fotoafdelingen	=	fotoafdeling
fotoafdelinkje	=	fotoafdeling
fotoafdelinkjes	=	fotoafdeling
fotoagentschap	noun	bedrijf waaraan fotografen verbonden zijn
fotoagentschappen	=	fotoagentschap
fotoakoestisch	adj	betreffende een proces waarbij lichtenergie (meestal laser) wordt geabsorbeerd door een materiaal, wat resulteert in het ontstaan van geluidsgolven of mechanische druk.
fotoakoestische	=	fotoakoestisch
fotoakoestischer	=	fotoakoestisch
fotoakoestischere	=	fotoakoestisch
fotoakoestischers	=	fotoakoestisch
fotoalbum	noun	traditioneel een boekwerkje waarin foto's geplakt kunnen worden, tegenwoordig vaak gedigitaliseerd
fotoalbumpje	=	fotoalbum
fotoalbumpjes	=	fotoalbum
fotoalbums	=	fotoalbum
fotoapparaat	noun	apparaat waarmee men een foto kan maken
fotoapparaatje	=	fotoapparaat
fotoapparaatjes	=	fotoapparaat
fotoapparaten	=	fotoapparaat
fotoapparatuur	noun	alle zaken die men nodig heeft voor het maken van foto's
fotoarchief	noun	geordende verzameling foto's
fotoarchieven	=	fotoarchief
fotoautomaat	noun	apparaat dat na het inwerpen van een geldstuk foto's maakt van de ervoor staande persoon
fotoautomaatje	=	fotoautomaat
fotoautomaatjes	=	fotoautomaat
fotoautomaten	=	fotoautomaat
fotobacterie	noun	lichtproducerende bacterie
fotobacterietje	=	fotobacterie
fotobacterietjes	=	fotobacterie
fotobacteriën	=	fotobacterie
fotobewerking	noun	het aanpassen of verbeteren van digitale afbeeldingen met software om aspecten zoals kleur, contrast, belichting te wijzigen, details te verscherpen, elementen toe te voegen/verwijderen (beeldmanipulatie), of een artistieke stijl te creëren
fotobewerkingen	=	fotobewerking
fotobewerkingsprogramma	noun	software om digitale afbeeldingen te verbeteren, aan te passen, of artistiek te manipuleren, door functies als bijsnijden, kleuren aanpassen (contrast, helderheid), filters toepassen, objecten verwijderen, of zelfs complete composities te maken.
fotobewerkingsprogramma's	=	fotobewerkingsprogramma
fotobewerkingsprogrammaatje	=	fotobewerkingsprogramma
fotobewerkingsprogrammaatjes	=	fotobewerkingsprogramma
fotobijlage	noun	een of meer foto's die bij een ander document of stuk tekst als aanhangsel zijn toegevoegd
fotobijlages	=	fotobijlage
fotobijschrift	noun	titel en beschrijving van een foto
fotobijschriften	=	fotobijschrift
fotoblaadje	=	fotoblad
fotoblaadjes	=	fotoblad
fotoblad	noun	tijdschrift met veel foto's
fotobladen	=	fotoblad
fotoblog	noun	weblog met veel foto's
fotoblogger	noun	iemand die een fotoblog bijhoudt
fotobloggers	=	fotoblogger
fotoblogs	=	fotoblog
fotoboek	noun	een boek waarin vooral foto's staan afgedrukt
fotoboeken	=	fotoboek
fotoboekje	=	fotoboek
fotoboekjes	=	fotoboek
fotobom	noun	een door iemand anders verpeste of verziekte selfie of andere foto
fotobomde	=	fotobommen
fotobomden	=	fotobommen
fotobomme	=	fotobommen
fotobommen	verb	een foto of selfie van iemand verpesten door op een vreemde manier zichtbaar te zijn op de achtergrond
fotobommend	=	fotobommen
fotobommende	=	fotobommen
fotobommetje	=	fotobom
fotobommetjes	=	fotobom
fotobomt	=	fotobommen
fotobureau	noun	bedrijf dat foto's aanbiedt
fotobureaus	=	fotobureau
fotocamera	noun	een toestel om mee te fotograferen
fotocamera's	=	fotocamera
fotocameraatje	=	fotocamera
fotocameraatjes	=	fotocamera
fotocel	noun	sensor waarmee een lichtsignaal omgezet wordt in een elektrische stroom; een elektronenbuis voor stralingsdetectie
fotocellen	=	fotocel
fotocelletje	=	fotocel
fotocelletjes	=	fotocel
fotochemie	noun	leer van de inwerking van het licht op chemische processen
fotochemisch	adj	(met betrekking tot elektromagnetische straling met name in het waarneembare deel van het spectrum (licht)): een chemische reactie veroorzakend
fotochemische	=	fotochemisch
fotochemischer	=	fotochemisch
fotochemischere	=	fotochemisch
fotochemischers	=	fotochemisch
fotochromisch	adj	bij blootstelling aan zonlicht donker wordend
fotochromische	=	fotochromisch
fotochromischer	=	fotochromisch
fotochromischere	=	fotochromisch
fotochromischers	=	fotochromisch
fotoclub	noun	een vereniging of groep mensen, vaak amateurs, die fotografie als hobby hebben en samenkomen om kennis en ervaringen uit te wisselen, elkaars werk te tonen en zich zo verder te bekwamen in de fotografie
fotoclubje	=	fotoclub
fotoclubjes	=	fotoclub
fotoclubs	=	fotoclub
fotocollage	noun	kunstwerk dat gemaakt is van verschillende foto's
fotocollages	=	fotocollage
fotocollectie	noun	verzameling foto's
fotocollecties	=	fotocollectie
fotoconfrontatie	noun	onderzoeksmethode waarbij een getuige een foto van een verdachte moet herkennen uit een groep foto's
fotoconfrontaties	=	fotoconfrontatie
fotocopie	=	fotokopie
fotodienst	noun	persdienst die zich toelegt op het maken en verspreiden van fotografisch materiaal
fotodiensten	=	fotodienst
fotodienstje	=	fotodienst
fotodienstjes	=	fotodienst
fotodiode	noun	diode die gevoelig is voor licht
fotodioden	=	fotodiode
fotodiodes	=	fotodiode
fotodoos	noun	doos waarin met oude foto's bewaart heeft
fotodoosje	=	fotodoos
fotodoosjes	=	fotodoos
fotodozen	=	fotodoos
fotodynamisch	adj	met betrekking tot, of met de eigenschap een toxische reactie op licht te versterken of te induceren (zoals bij de vernietiging van kankercellen die gekleurd zijn met een lichtgevoelige kleurstof) in een levend systeem
fotodynamische	=	fotodynamisch
fotodynamischer	=	fotodynamisch
fotodynamischere	=	fotodynamisch
fotodynamischers	=	fotodynamisch
fotofestival	noun	feestelijke bijeenkomst over foto's en fotografen
fotofestivals	=	fotofestival
fotofinish	noun	fotografische techniek voor het bepalen van de volgorde waarin de deelnemers over de eindstreep gaan
fotofinishes	=	fotofinish
fotofobie	noun	lichtschuwheid
fotofuck	noun	een digitale foto die op een bedrieglijke manier is bewerkt
fotofucke	=	fotofucken
fotofucken	verb	een digitale foto manipuleren met een computerprogramma
fotofuckend	=	fotofucken
fotofuckende	=	fotofucken
fotofuckje	=	fotofuck
fotofuckjes	=	fotofuck
fotofucks	=	fotofuck
fotofuckt	=	fotofucken
fotofuckte	=	fotofucken
fotofuckten	=	fotofucken
fotogalerie	noun	expositie van foto's waar men ook foto's kan kopen
fotogaleries	=	fotogalerie
fotogalerieën	=	fotogalerie
fotogalerij	noun	uitstalling van een serie bij elkaar passende foto's
fotogalerijen	=	fotogalerij
fotogeniek	adj	op foto's een voordelige indruk makend
fotogenieke	=	fotogeniek
fotogenieker	=	fotogeniek
fotogeniekere	=	fotogeniek
fotogeniekers	=	fotogeniek
fotogenieks	=	fotogeniek
fotogeniekst	=	fotogeniek
fotogeniekste	=	fotogeniek
fotogeschiedenis	noun	de geschiedenis van de fotografie
fotogeschiedenissen	=	fotogeschiedenis
fotograaf	noun	iemand die foto's maakt
fotograafje	=	fotograaf
fotograafjes	=	fotograaf
fotografe	noun	vrouwelijke vorm van fotograaf, iemand die (in het bijzonder beroepshalve) foto's maakt met een fototoestel
fotografeer	=	fotograferen
fotografeerde	=	fotograferen
fotografeerden	=	fotograferen
fotografeert	=	fotograferen
fotografen	=	fotograaf
fotografere	=	fotograferen
fotograferen	verb	een afbeelding maken door de projectie van beeld op een lichtgevoelige laag
fotograferend	=	fotograferen
fotograferende	=	fotograferen
fotografes	=	fotografe
fotografie	noun	de kunst om door chemische inwerking van licht op een gevoelige plaat afbeeldingen te maken
fotografieconcern	noun	bedrijf dat fotobenodigdheden maakt
fotografieconcerns	=	fotografieconcern
fotografiemusea	=	fotografiemuseum
fotografiemuseum	noun	gebouw met een tentoonstelling met zaken die betrekking hebben op foto's, fotografen en alle andere zaken die te maken hebben met fotografie
fotografiemuseums	=	fotografiemuseum
fotografieopleiding	noun	een gestructureerd leertraject dat bedoeld is om je de technische, creatieve en zakelijke vaardigheden bij te brengen die nodig zijn om als professioneel fotograaf aan de slag te gaan of je fotografiehobby naar een hoger niveau te tillen.
fotografieopleidingen	=	fotografieopleiding
fotografieopleidinkje	=	fotografieopleiding
fotografieopleidinkjes	=	fotografieopleiding
fotografietje	=	fotografie
fotografietjes	=	fotografie
fotografieën	=	fotografie
fotografisch	adj	betrekking hebbend op de fotografie
fotografische	=	fotografisch
fotografischer	=	fotografisch
fotografischere	=	fotografisch
fotografischers	=	fotografisch
fotogram	noun	afbeelding op lichtgevoelig papier, waarbij geen camera of objectief gebruikt wordt
fotogrammen	=	fotogram
fotogrammetje	=	fotogram
fotogrammetjes	=	fotogram
fotogrammetrisch	adj	door fotogrammetrie bepaald
fotogrammetrische	=	fotogrammetrisch
fotogrammetrischer	=	fotogrammetrisch
fotogrammetrischere	=	fotogrammetrisch
fotogrammetrischers	=	fotogrammetrisch
fotohandel	noun	een winkel waar men foto artikelen kan kopen, of de winkel van een fotograaf
fotohandelaar	noun	iemand of een bedrijf dat fototoestellen en fotoaccessoires verkoopt, vaak kan men er ook foto's laten maken
fotohandelaars	=	fotohandelaar
fotohandelaartje	=	fotohandelaar
fotohandelaartjes	=	fotohandelaar
fotohandelaren	=	fotohandelaar
fotohandels	=	fotohandel
fotoheliograaf	noun	toestel voor het fotograferen van de zon
fotojournalist	noun	een verslaggever die persfoto's maakt
fotojournaliste	noun	vrouw die met foto's het nieuws verslaat
fotojournalisten	=	fotojournalist
fotojournalistes	=	fotojournaliste
fotojournalistiek	noun	verslaggeving met behulp van beeldmateriaal	adj	betrekking hebbend op de verslaggeving met behulp van beeldmateriaal
fotojournalistieke	=	fotojournalistiek
fotojournalistieks	=	fotojournalistiek
fotokaart	noun	ansichtkaart waarop een foto is afgedrukt als afbeelding
fotokaarten	=	fotokaart
fotokaartje	=	fotokaart
fotokaartjes	=	fotokaart
fotokeuze	noun	selectie van foto's
fotokeuzen	=	fotokeuze
fotokeuzes	=	fotokeuze
fotokopie	noun	fotografisch gemaakte kopie
fotokopieer	=	fotokopiëren
fotokopieerapparaat	noun	toestel dat iets wat op papier staat precies zo op een ander vel papier afdrukt
fotokopieerapparaatje	=	fotokopieerapparaat
fotokopieerapparaatjes	=	fotokopieerapparaat
fotokopieerapparaten	=	fotokopieerapparaat
fotokopieerde	=	fotokopiëren
fotokopieerden	=	fotokopiëren
fotokopieermachientje	=	fotokopieermachine
fotokopieermachientjes	=	fotokopieermachine
fotokopieermachine	noun	een apparaat om duplicaten te maken van een papieren document
fotokopieermachines	=	fotokopieermachine
fotokopieermachinetje	=	fotokopieermachine
fotokopieermachinetjes	=	fotokopieermachine
fotokopieert	=	fotokopiëren
fotokopietje	=	fotokopie
fotokopietjes	=	fotokopie
fotokopieën	=	fotokopie
fotokopiëre	=	fotokopiëren
fotokopiëren	verb	een fotokopie maken van iets
fotokopiërend	=	fotokopiëren
fotokopiërende	=	fotokopiëren
fotolab	noun	een ruimte of bedrijf waar men foto's kan ontwikkelen, afdrukken of anderszins bewerken
fotolabje	=	fotolab
fotolabjes	=	fotolab
fotolabs	=	fotolab
fotolak	noun	een lichtgevoelige lak die zich verhardt onder belichting
fotolakje	=	fotolak
fotolakjes	=	fotolak
fotolakken	=	fotolak
fotolamp	noun	zeer felle lamp om bij te lichten bij het maken van foto-opnamen
fotolampen	=	fotolamp
fotolampje	=	fotolamp
fotolampjes	=	fotolamp
fotolijst	noun	Een opstaande rand rond een foto vaak met mogelijkheid om op een vlak oppervlak neer te zetten
fotolijsten	=	fotolijst
fotolijstje	=	fotolijst
fotolijstjes	=	fotolijst
fotolithografie	noun	methode voor de vervaardiging van afbeeldingen (oorspronkelijk op steen) langs fotografische weg
fotolithografieën	=	fotolithografie
fotoluminescentie	noun	het uitstralen van licht door voorwerpen die van tevoren aan licht blootgesteld zijn geweest
fotolyse	noun	chemisch afbraakproces onder invloed van licht
fotolysen	=	fotolyse
fotolyses	=	fotolyse
fotolysetje	=	fotolyse
fotolysetjes	=	fotolyse
fotomap	noun	map met foto's
fotomapje	=	fotomap
fotomapjes	=	fotomap
fotomappen	=	fotomap
fotomateriaal	noun	alle foto's die men voor een bepaald doel kan gebruiken
fotomaterialen	=	fotomateriaal
fotomechanisch	adj	met zowel fotografische alsmede mechanische werkwijzen (drukken) om een afbeelding te creëren
fotomechanische	=	fotomechanisch
fotomechanischer	=	fotomechanisch
fotomechanischere	=	fotomechanisch
fotomechanischers	=	fotomechanisch
fotometrie	noun	het meten van lichtsterkte
fotometrisch	adj	betreffende de wetenschap en techniek van het meten van zichtbaar licht, specifiek de intensiteit, helderheid en verspreiding zoals waargenomen door het menselijk oog
fotometrische	=	fotometrisch
fotometrischer	=	fotometrisch
fotometrischere	=	fotometrisch
fotometrischers	=	fotometrisch
fotomodel	noun	iemand die poseert als model voor een fotograaf
fotomodellen	=	fotomodel
fotomodelletje	=	fotomodel
fotomodelletjes	=	fotomodel
fotomontage	noun	afbeelding waarin meerdere fotografische opnamen of delen daarvan onopvallend tot één geheel zijn gecombineerd
fotomontages	=	fotomontage
fotomultiplicator	noun	een elektronenbuis waarmee zeer zwakke lichtsignalen of zelfs individuele fotonen (d.m.v. beeldversterking) kunnen worden gemeten
fotomultiplicators	=	fotomultiplicator
fotomusea	=	fotomuseum
fotomuseum	noun	een museum voor foto's en fotografen
fotomuseumpje	=	fotomuseum
fotomuseumpjes	=	fotomuseum
fotomuseums	=	fotomuseum
foton	noun	een elementair deeltje waaruit elektromagnetische straling is samengesteld
fotonegatief	noun	het negatief van een fotografisch beeld	adj	lichtschuw
fotonegatiefs	=	fotonegatief
fotonegatieve	=	fotonegatief
fotonegatieven	=	fotonegatief
fotonen	=	foton
fotonisch	adj	van, betrekking hebbend op fotonen
fotonische	=	fotonisch
fotonischer	=	fotonisch
fotonischere	=	fotonisch
fotonischers	=	fotonisch
fotonnetje	=	foton
fotonnetjes	=	foton
fotontje	=	foton
fotootje	=	foto
fotootjes	=	foto
fotopaal	noun	paal langs de weg voor het fotograferen van kentekenplaten bij verkeersovertredingen (te hoge snelheid)
fotopaaltje	=	fotopaal
fotopaaltjes	=	fotopaal
fotopagina	noun	bladzijde vol met foto's
fotopagina's	=	fotopagina
fotopalen	=	fotopaal
fotopapier	noun	glanzend papier waarop men foto's kan afdrukken
fotopapieren	=	fotopapier
fotoperiodiciteit	noun	het verschijnsel dat planten en dieren voor hun levensverrichtingen afhankelijk zijn van een bepaalde hoeveelheid zonlicht per etmaal
fotoperiodiciteiten	=	fotoperiodiciteit
fotopersbureau	noun	bedrijf dat nieuwsfoto's maakt en verkoopt
fotopersbureaus	=	fotopersbureau
fotoportret	noun	foto waarop het gezicht van een persoon of meer personen is afgebeeld
fotoportretje	=	fotoportret
fotoportretjes	=	fotoportret
fotoportretten	=	fotoportret
fotoprijs	noun	eerbewijs voor een fotograaf die een heel mooie foto heeft gemaakt
fotoprijzen	=	fotoprijs
fotoproject	noun	in de tijd afgeronde handeling met foto's
fotoprojecten	=	fotoproject
fotorealistisch	adj	van een afbeelding, tekening, schilderij of digitale render die zo nauwkeurig is gemaakt dat het nauwelijks van een echte foto te onderscheiden is
fotorealistische	=	fotorealistisch
fotorealistischer	=	fotorealistisch
fotorealistischere	=	fotorealistisch
fotorealistischers	=	fotorealistisch
fotoreceptor	noun	orgaan of sensor dat bij prikkeling door licht een gewaarwording of elektrisch signaal doet ontstaan
fotoreceptoren	=	fotoreceptor
fotoreceptors	=	fotoreceptor
fotoreceptortje	=	fotoreceptor
fotoreceptortjes	=	fotoreceptor
fotoredacteur	noun	journalist die bepaalt welke foto's in een krant of tijdschrift worden opgenomen
fotoredacteuren	=	fotoredacteur
fotoredacteurs	=	fotoredacteur
fotoredactie	noun	groep redacteuren die bepaalt welke foto's in een tijdschrift of krant worden geplaatst
fotoredacties	=	fotoredactie
fotorek	noun	decoratief wandrek dat speciaal is ontworpen om foto’s, kaarten en andere kleine herinneringen op een stijlvolle en flexibele manier tentoon te stellen
fotorekje	=	fotorek
fotorekjes	=	fotorek
fotorekken	=	fotorek
fotoreportage	noun	verslag bestaande uit foto's
fotoreportages	=	fotoreportage
fotorespiratie	noun	de reactie bij fotosynthese waarbij rubisco zuurstof bindt in plaats van CO₂
fotorol	noun	een lichtdichte cassette met daarin een spoeltje met een strip waarop lichtgevoelig materiaal is aangebracht
fotorollen	=	fotorol
fotorolletje	=	fotorol
fotorolletjes	=	fotorol
fotoroman	noun	roman bestaande uit foto's met tekst als bij een stripverhaal maar dan met foto's i.p.v. tekeningen
fotoromannetje	=	fotoroman
fotoromannetjes	=	fotoroman
fotoromans	=	fotoroman
fotosafari	noun	uitstapje waarbij men foto's probeert te maken van wilde dieren
fotosafari's	=	fotosafari
fotoscoop	noun	lichtmeter
fotoscoopje	=	fotoscoop
fotoscoopjes	=	fotoscoop
fotoscopen	=	fotoscoop
fotosensibilisatie	noun	het overgevoelig worden voor licht
fotosensibiliteit	noun	overgevoeligheid voor licht
fotoserie	noun	groep foto's met een zekere samenhang
fotoseries	=	fotoserie
fotosessie	noun	sessie (aaneengesloten tijdsperiode) waarin een serie foto's wordt gemaakt.
fotosessies	=	fotosessie
fotosfeer	noun	lichtgevende buitenkant van een ster
fotosferen	=	fotosfeer
fotoshoot	noun	een activiteit waarbij met als doel het maken van foto's
fotoshootje	=	fotoshoot
fotoshoots	=	fotoshoot
fotoshop	=	fotoshoppen
fotoshoppe	=	fotoshoppen
fotoshoppen	verb	bewerken van foto's en ander digitaal beeldmateriaal via de computer
fotoshoppend	=	fotoshoppen
fotoshoppende	=	fotoshoppen
fotoshopsessie	noun	bijeenkomst waarbij men foto's bewerkt
fotoshopsessies	=	fotoshopsessie
fotoshopt	=	fotoshoppen
fotoshopte	=	fotoshoppen
fotoshopten	=	fotoshoppen
fotosnijder	noun	apparaat voor het op maat snijden van foto's
fotosnijders	=	fotosnijder
fotosnijdertje	=	fotosnijder
fotosnijdertjes	=	fotosnijder
fotostudent	noun	iemand die onderwijs volgt op het gebied van fotografie
fotostudenten	=	fotostudent
fotostudio	noun	werkplaats van een fotograaf
fotostudio's	=	fotostudio
fotostudiootje	=	fotostudio
fotosynthese	noun	proces waarbij organismen energie uit zonlicht omzetten in chemische energie
fotosynthesen	=	fotosynthese
fotosyntheses	=	fotosynthese
fotosynthetisch	adj	samenhangend met de fotosynthese
fotosynthetische	=	fotosynthetisch
fotosynthetischer	=	fotosynthetisch
fotosynthetischere	=	fotosynthetisch
fotosynthetischers	=	fotosynthetisch
fotosysteem	noun	is in staat om lichtenergie om te zetten in chemische bindingen.
fotosysteempje	=	fotosysteem
fotosysteempjes	=	fotosysteem
fotosystemen	=	fotosysteem
fototas	noun	een tas waarin men een fotocamera, extra lenzen en andere fotobenodigdheden kan bergen
fototasje	=	fototas
fototasjes	=	fototas
fototassen	=	fototas
fototaxis	noun	groeibeweging van de planten onder invloed van licht
fototechnisch	adj	zich toeleggend op de technische aspecten van de fotografie
fototechnische	=	fototechnisch
fototechnischer	=	fototechnisch
fototechnischere	=	fototechnisch
fototechnischers	=	fototechnisch
fototentoonstelling	noun	een uitstalling van foto's om door het grote publiek bekeken te worden
fototentoonstellingen	=	fototentoonstelling
fototoestel	noun	een toestel om mee te fotograferen
fototoestellen	=	fototoestel
fototoestelletje	=	fototoestel
fototoestelletjes	=	fototoestel
fototransistor	noun	transistor die gevoelig is voor licht
fototransistors	=	fototransistor
fototransistortje	=	fototransistor
fototransistortjes	=	fototransistor
fototroop	adj	aan fototropie onderhevig d.w.z. veranderend onder invloed van licht
fototroops	=	fototroop
fototroopst	=	fototroop
fototroopste	=	fototroop
fototrope	=	fototroop
fototroper	=	fototroop
fototropere	=	fototroop
fototropers	=	fototroop
fototropie	noun	eigenschap van planten dat ze naar het licht toe groeien (of voor wat betreft de wortels: van het licht af)
fototropieën	=	fototropie
fotoverbod	noun	verbod op het maken of publiceren van foto's (en video's), vaak vanwege privacy (AVG), portretrecht (toestemming nodig voor herkenbare personen), of auteursrecht (maker heeft controle)
fotoverboden	=	fotoverbod
fotoverbodje	=	fotoverbod
fotoverbodjes	=	fotoverbod
fotoverslag	noun	een verslag van een gebeurtenis gemaakt met foto's
fotoverslagen	=	fotoverslag
fotoverzameling	noun	groep foto's die men in de loop van elkaar bij elkaar heeft gebracht
fotoverzamelingen	=	fotoverzameling
fotoverzamelingetje	=	fotoverzameling
fotoverzamelingetjes	=	fotoverzameling
fotovoltaïsch	adj	met betrekking tot het opwekken van stroom m.b.v. licht
fotovoltaïsche	=	fotovoltaïsch
fotoweblog	noun	weblog met veel foto's
fotoweblogs	=	fotoweblog
fotowedstrijd	noun	competitie waarbij de mooiste foto's een prijs krijgen
fotowedstrijden	=	fotowedstrijd
fotowedstrijdje	=	fotowedstrijd
fotowedstrijdjes	=	fotowedstrijd
fotowerk	noun	een kunstwerk dat gemaakt is door een fotograaf
fotowerken	=	fotowerk
fotowerkje	=	fotowerk
fotowerkjes	=	fotowerk
fotozaak	noun	een winkel waar men foto artikelen kan kopen, of de winkel van een fotograaf
fotozaakje	=	fotozaak
fotozaakjes	=	fotozaak
fotozaken	=	fotozaak
fotozetten	verb	met fotografische technieken een drukvorm maken
fotozettend	=	fotozetten
fotozettende	=	fotozetten
fouilleer	=	fouilleren
fouilleerde	=	fouilleren
fouilleerden	=	fouilleren
fouilleert	=	fouilleren
fouillere	=	fouilleren
fouilleren	verb	iemand aftasten of er iets op het lijf gedragen wordt
fouillerend	=	fouilleren
fouillerende	=	fouilleren
fouillering	noun	de doorzoeking van iemands kleren of zakken
fouilleringen	=	fouillering
foulard	noun	kleed dat de bekleding van een bank, fauteuil of bed bedekt om die te beschermen of uit het zicht te houden
foulards	=	foulard
foundation	noun	damesondergoed
foundations	=	foundation
fourageren	=	foerageren
fourgon	=	foergon
fourier-transformatie	=	fouriertransformatie
fourieranalyse	noun	een wiskundige techniek om functies van reële variabelen uit te drukken als een lineaire combinatie van functies, die afkomstig zijn uit een collectie standaardfuncties.
fouriertransformatie	noun	een lineaire integraaltransformatie die een functie afbeeldt op een andere functie
fouriertransformaties	=	fouriertransformatie
fouriertransformatietje	=	fouriertransformatie
fourneer	=	fourneren
fourneerde	=	fourneren
fourneerden	=	fourneren
fourneert	=	fourneren
fournere	=	fourneren
fourneren	verb	iemand of iets voorzien van geld
fournerend	=	fourneren
fournerende	=	fourneren
fournisseur	noun	leverancier
fournisseurs	=	fournisseur
fournisseurtje	=	fournisseur
fournisseurtjes	=	fournisseur
fournituren	noun	kleine benodigdheden voor het afwerken van kleren, zoals knopen, band, voering, zijde enz
fourniturenwinkel	noun	een winkel waar naaibenodigdheden te koop zijn
fourniturenwinkels	=	fourniturenwinkel
fourniturenwinkeltje	=	fourniturenwinkel
fourniturenwinkeltjes	=	fourniturenwinkel
fourniturenzaak	noun	een winkel waar naaibenodigdheden te koop zijn
fourniturenzaakje	=	fourniturenzaak
fourniturenzaakjes	=	fourniturenzaak
fourniturenzaken	=	fourniturenzaak
fournituur	noun	benodigdheid voor het afwerken van kleren, zoals een knoop, band, voering, zijde enz
fourwheeldrive	noun	voertuig waarvan alle vier wielen door de motor worden aangedreven, hierdoor is het voertuig geschikt om te rijden over onverharde of slecht verharde wegen
fourwheeldriveje	=	fourwheeldrive
fourwheeldrivejes	=	fourwheeldrive
fourwheeldrives	=	fourwheeldrive
fout	adj	foutief, incorrect bn, niet goed, onjuist, verkeerd bn	noun	vergissing, onjuistheid
foute	=	fout
fouten	=	fout
foutenculturen	=	foutencultuur
foutencultuur	noun	de manier waarop personen in een organisatie omgaan met fouten en vergissingen
foutencultuurtje	=	foutencultuur
foutencultuurtjes	=	foutencultuur
foutenfestival	noun	een opeenstapeling van een enorm grote hoeveelheid fouten, blunders en missers
foutenfestivals	=	foutenfestival
foutenlast	noun	nadeel dat men ervaart door het begaan van fouten, missers en blunders
foutenlasten	=	foutenlast
foutenmarge	noun	mate van onzekerheid bij de uitslag van een steekproef, statistische meting enzovoort
foutenmarges	=	foutenmarge
foutenmargetje	=	foutenmarge
foutenpercentage	noun	het aantal fouten per 100 exemplaren
foutenpercentages	=	foutenpercentage
fouter	=	fout
foutere	=	fout
fouters	=	fout
foutesmoelenboek	noun	boek vol met foute smoelen
foutesmoelenboeken	=	foutesmoelenboek
foutgebied	noun	deel van het speelveld buiten de twee lijnen die van het thuishonk door het eerste en derde honk lopen
foutgebieden	=	foutgebied
foutgeparkeerd	=	foutparkeren
foutgeparkeerde	=	foutparkeren
foutgevoelig	adj	van iets dat er gemakkelijk relevantie vergissingen mee gemaakt kunnen worden
foutgevoelige	=	foutgevoelig
foutgevoeliger	=	foutgevoelig
foutgevoeligere	=	foutgevoelig
foutgevoeligers	=	foutgevoelig
foutgevoeligs	=	foutgevoelig
foutgevoeligst	=	foutgevoelig
foutgevoeligste	=	foutgevoelig
foutief	adj	op onjuiste wijze uitgevoerd
foutiefs	=	foutief
foutiefst	=	foutief
foutiefste	=	foutief
foutieve	=	foutief
foutievelijk	adj	op een incorrecte manier
foutievelijke	=	foutievelijk
foutievelijker	=	foutievelijk
foutievelijkere	=	foutievelijk
foutievelijkers	=	foutievelijk
foutievelijks	=	foutievelijk
foutievelijkst	=	foutievelijk
foutievelijkste	=	foutievelijk
foutiever	=	foutief
foutievere	=	foutief
foutievers	=	foutief
foutje	=	fout
foutjes	=	fout
foutlijn	noun	elke van beide haaks op elkaar staande lijnen die vanaf de thuisplaat langs het eerste en het derde honk lopen
foutlijnen	=	foutlijn
foutlocatie	noun	precieze onderdeel dat niet goed werkt waardoor een groter geheel niet functioneert
foutlocaties	=	foutlocatie
foutloos	adj	zonder fouten, zonder misslagen
foutloosheden	=	foutloosheid
foutloosheid	noun	het foutloos zijn
foutloost	=	foutloos
foutlooste	=	foutloos
foutloze	=	foutloos
foutlozer	=	foutloos
foutlozere	=	foutloos
foutlozers	=	foutloos
foutmarge	noun	mate van onzekerheid bij de uitslag van een steekproef, statistische meting enzovoort
foutmarges	=	foutmarge
foutmargetje	=	foutmarge
foutmelding	noun	een bericht dat gegeven wordt door een computer of ander apparaat wanneer zich een onverwachte situatie voordoet
foutmeldingen	=	foutmelding
foutmeldinkje	=	foutmelding
foutmeldinkjes	=	foutmelding
foutnegatief	adj	een resultaat hebbend dat ten onrechte negatief is
foutnegatiefs	=	foutnegatief
foutnegatieve	=	foutnegatief
foutparkeer	=	foutparkeren
foutparkeerde	=	foutparkeren
foutparkeerden	=	foutparkeren
foutparkeerder	noun	persoon die zijn auto op een plaats heeft gezet waarop dat verboden is
foutparkeerders	=	foutparkeerder
foutparkeert	=	foutparkeren
foutparkere	=	foutparkeren
foutparkeren	verb	op een verboden plaats parkeren
foutparkerend	=	foutparkeren
foutparkerende	=	foutparkeren
foutplaatslokalisatie	noun	het lokaliseren van een fout in het elektriciteitsnet
foutplaatslokalisaties	=	foutplaatslokalisatie
foutplaatslokalisatietje	=	foutplaatslokalisatie
foutplaatslokalisatietjes	=	foutplaatslokalisatie
foutpositief	adj	een resultaat hebbend dat ten onrechte positief is
foutpositiefs	=	foutpositief
foutpositieve	=	foutpositief
fouts	=	fout
foutspanning	noun	potentiaalverschil door kortsluiting
foutspanningen	=	foutspanning
foutst	=	fout
foutste	=	fout
foutstromen	=	foutstroom
foutstroom	noun	elektriciteit die gaat lopen doordat iets onbedoeld onder spanning is gezet
fouttolerantie	noun	de mate waarin een systeem in staat is fouten op te vangen
fouttoleranties	=	fouttolerantie
foveauxaalscholver	noun	Leucocarbo stewarti een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers).
foveauxaalscholvers	=	foveauxaalscholver
foveauxaalscholvertje	=	foveauxaalscholver
foveauxaalscholvertjes	=	foveauxaalscholver
fowrudoti	noun	een parasitaire plant uit Suriname
fox	noun|informal	hond behorend tot een ras dat oorspronkelijk gekweekt is voor de jacht op vossen
foxen	=	fox
foxje	=	fox
foxjes	=	fox
foxterriër	noun	naam voor twee verschillende hondenrassen: de gladharige foxterriër en de draadharige foxterriër, rassen speciaal gekweekt voor de vossenjacht
foxterriërs	=	foxterriër
foxtrot	noun	stijldans in vierkwartsmaat
foxtrotje	=	foxtrot
foxtrotjes	=	foxtrot
foxtrots	=	foxtrot
foxtrotte	=	foxtrotten
foxtrotten	verb	de foxtrot dansen
foxtrottend	=	foxtrotten
foxtrottende	=	foxtrotten
foxy	adj	sluw
foxy's	=	foxy
foxyer	=	foxy
foxyere	=	foxy
foxyers	=	foxy
foxyst	=	foxy
foxyste	=	foxy
foyer	noun	verzamelplaats, zaal voor de verpozing (bijvoorbeeld in een hotel of schouwburg)
foyers	=	foyer
foyertje	=	foyer
foyertjes	=	foyer
fraai	adj	van opvallende mooie kwaliteit
fraaie	=	fraai
fraaier	=	fraai
fraaiere	=	fraai
fraaiers	=	fraai
fraaiheden	=	fraaiheid
fraaiheid	noun	de schoonheid en de pracht
fraaij	=	fraai
fraais	=	fraai
fraaist	=	fraai
fraaiste	=	fraai
fraaisteelmycena	noun	Mycena inclinata een paddenstoel uit de familie Mycenaceae.
fraaisteelmycena's	=	fraaisteelmycena
fraaisteelmycenaatje	=	fraaisteelmycena
fraaisteelmycenaatjes	=	fraaisteelmycena
fraas	noun	middenrif van sommige dieren
frack	=	fracken
fracke	=	fracken
fracken	verb	met water onder hoge druk en met chemische middelen de ondergrond breken zodat men meer olie en gas kan winnen uit de bodem
frackend	=	fracken
frackende	=	fracken
fracking	noun	een techniek om moeilijk bereikbaar aardgas of olie uit diepe rotslagen (zoals schalie) te winnen.
frackt	=	fracken
frackte	=	fracken
frackten	=	fracken
fractaal	noun	een wiskundige figuur waarvan de maat bij schaalvergroting verandert met een niet-gehele macht van de schaal	adj	betrekking hebbend op fractalen
fractaals	=	fractaal
fractaaltje	=	fractaal
fractaaltjes	=	fractaal
fractal	noun	patroon dat bij steeds verdere vergroting altijd weer opgebouwd blijkt uit varianten van zichzelf
fractale	=	fractaal
fractalen	=	fractaal
fractals	=	fractal
fractaltje	=	fractal
fractaltjes	=	fractal
fractie	noun	breuk, deel van een geheel, klein deel
fractieassistent	noun	persoon die volksvertegenwoordigers ondersteunt in hun politieke werk
fractieassistenten	=	fractieassistent
fractieberaad	noun	overleg door leden van de een politieke fractie
fractieberaadje	=	fractieberaad
fractieberaadjes	=	fractieberaad
fractieberaden	=	fractieberaad
fractiebesturen	=	fractiebestuur
fractiebestuur	noun	groep die leiding geeft aan een groep volksvertegenwoordigers van één politieke partij
fractiecommissie	noun	geheel van personen die in een politieke groep binnen een volksvertegenwoordiging zijn aangewezen om zich met bepaalde onderwerpen bezig te houden Een fractiecommissie bestaat hoofdzakelijk uit partijgenoten die samen in de dezelfde volksvertegenwoordiging zitten, maar ook fractiemedewerkers en geestverwanten die niet in de volkstegenwoordiging zijn gekozen kunnen soms tot een fractiecommissie behoren.
fractiecommissies	=	fractiecommissie
fractiediscipline	noun	het vermogen van een fractie van een politieke partij om haar leden het beleid van het partijleiderschap te laten ondersteunen
fractiedisciplines	=	fractiediscipline
fractiedwang	noun	het vermogen van een fractie van een politieke partij om haar leden het beleid van het partijleiderschap te laten ondersteunen
fractiegenoot	noun	iemand die tot dezelfde politieke groepering binnen een volksvertegenwoordiging behoort
fractiegenote	noun	vrouw die tot dezelfde politieke groepering binnen een volksvertegenwoordiging behoort
fractiegenoten	=	fractiegenoot
fractiegenotes	=	fractiegenote
fractiekamer	noun	kamer waarin de gekozen volksvertegenwoordigers van één bepaalde politieke partij bijeenkomen en vergaderen
fractiekamers	=	fractiekamer
fractieleden	=	fractielid
fractieleider	noun	de voorzitter van de vertegenwoordigers van een politieke partij
fractieleiders	=	fractieleider
fractieleiderschap	noun	de leider van een groep volksvertegenwoordigers die lid zijn van één politieke partij
fractieleiderschappen	=	fractieleiderschap
fractieleidertje	=	fractieleider
fractieleidertjes	=	fractieleider
fractieleiding	noun	de persoon of de groep van personen die die leiding heeft over een groep volksvertegenwoordigers van een bepaalde politieke partij in een parlement, gemeenteraad of ander gekozen orgaan.
fractieleidingen	=	fractieleiding
fractieleidinkje	=	fractieleiding
fractieleidinkjes	=	fractieleiding
fractieleidster	noun	vrouw die een aantal volksvertegenwoordigers van een zelfde partij aanvoert
fractieleidsters	=	fractieleidster
fractielid	noun	iemand die deel uitmaakt van een bepaalde politieke groep binnen een volksvertegenwoordiging
fractiemedewerker	noun	iemand die in dienst is van een groep volksvertegenwoordigers die lid zijn van één partij
fractiemedewerkers	=	fractiemedewerker
fractieoverleg	noun	overleg tussen volksvertegenwoordigers die lid zijn van één politieke partij
fractieoverleggen	=	fractieoverleg
fracties	=	fractie
fractiesecretaris	noun	lid van het bestuur van een fractie in een volksvertegenwoordiging
fractiesecretarissen	=	fractiesecretaris
fractiespecialist	noun	volksvertegenwoordiger die namens een politieke groepering voor bepaalde onderwerpen bij uitstek als woordvoerder optreedt
fractiespecialisten	=	fractiespecialist
fractiestandpunt	noun	de mening van een politieke partij over een bepaalde kwestie die ter sprake komt in een volksvertegenwoordiging
fractiestandpunten	=	fractiestandpunt
fractietje	=	fractie
fractietjes	=	fractie
fractietop	noun	bestuur van een fractie van een politieke partij in een volksvertegenwoordiging
fractietoppen	=	fractietop
fractievergadering	noun	besloten bijeenkomst van de leden van een politieke groepering in een bepaalde volksvertegenwoordiging om over het gezamenlijk optreden te overleggen
fractievergaderingen	=	fractievergadering
fractievoorlichter	noun	persoon die aan de pers uitlegt wat het standpunt van de fractie van een partij in een volksvertegenwoordiging is
fractievoorlichters	=	fractievoorlichter
fractievoorzitster	noun	vrouwelijke leider van een fractie van een politieke partij in een volksvertegenwoordiging
fractievoorzitsters	=	fractievoorzitster
fractievoorzitter	noun	de voorzitter van een fractie van een politieke partij in het parlement.
fractievoorzitters	=	fractievoorzitter
fractievoorzitterschap	noun	het voorzitter zijn van een politieke partij in een volksvertegenwoordiging
fractievoorzitterschappen	=	fractievoorzitterschap
fractievoorzittertje	=	fractievoorzitter
fractievoorzittertjes	=	fractievoorzitter
fractieweekeinde	noun	bijeenkomst van een fractie van een politieke partij gedurende een weekend
fractieweekeinden	=	fractieweekeinde
fractieweekeindes	=	fractieweekeinde
fractieweekeindje	=	fractieweekeinde
fractieweekeindjes	=	fractieweekeinde
fractieweekend	noun	bijeenkomst van een fractie van een politieke partij gedurende een weekeind
fractieweekenden	=	fractieweekend
fractieweekendje	=	fractieweekend
fractieweekendjes	=	fractieweekend
fractieweekends	=	fractieweekend
fractiewoordvoerder	noun	volksvertegenwoordiger die namens een politieke groepering is aangewezen om het gezamenlijke standpunt uit te dragen
fractiewoordvoerders	=	fractiewoordvoerder
fractioneel	adj	slechts door een fractie of breuk weer te geven, gebroken
fractioneels	=	fractioneel
fractioneelst	=	fractioneel
fractioneelste	=	fractioneel
fractioneer	=	fractioneren
fractioneerde	=	fractioneren
fractioneerden	=	fractioneren
fractioneert	=	fractioneren
fractionele	=	fractioneel
fractioneler	=	fractioneel
fractionelere	=	fractioneel
fractionelers	=	fractioneel
fractionere	=	fractioneren
fractioneren	verb	in fracties verdelen
fractionerend	=	fractioneren
fractionerende	=	fractioneren
fractionering	noun	het fractioneren
fractioneringen	=	fractionering
fracturen	=	fractuur
fractuur	noun	een botbreuk
fractuurtje	=	fractuur
fractuurtjes	=	fractuur
fraei	=	fraai
fraeij	=	fraai
fragiel	adj	kwetsbaar, breekbaar
fragiele	=	fragiel
fragiele-x-syndromen	=	fragiele-x-syndroom
fragiele-x-syndroom	noun	met name bij mannen optredende erfelijke ontwikkelingsstoornis als gevolg van een afwijking in het X-chromosoom die leidt tot een verstandelijke handicap in combinatie met specifieke gedragskenmerken, zoals een zwakke concentratie, impulsiviteit en hyperactiviteit
fragieler	=	fragiel
fragielere	=	fragiel
fragielers	=	fragiel
fragiels	=	fragiel
fragielst	=	fragiel
fragielste	=	fragiel
fragiliteit	noun	het kwetsbaar en breekbaar zijn van iets of iemand
fragiliteiten	=	fragiliteit
fragment	noun	een gedeelte.
fragmentair	adj	uit fragmenten bestaand; niet samenhangend, geen aaneengesloten geheel vormend
fragmentairder	=	fragmentair
fragmentairdere	=	fragmentair
fragmentairders	=	fragmentair
fragmentaire	=	fragmentair
fragmentairs	=	fragmentair
fragmentairst	=	fragmentair
fragmentairste	=	fragmentair
fragmentarisch	adj	incompleet, uit onsamenhangende brokstukken bestaand
fragmentarische	=	fragmentarisch
fragmentarischer	=	fragmentarisch
fragmentarischere	=	fragmentarisch
fragmentarischers	=	fragmentarisch
fragmentarischt	=	fragmentarisch
fragmentarischte	=	fragmentarisch
fragmentarisme	noun	neiging tot, hang naar fragmentatie
fragmentarismen	=	fragmentarisme
fragmentatie	noun	versplintering
fragmentatiebom	noun	bom die in scherven uiteenspat bij een ontploffing
fragmentatiebommen	=	fragmentatiebom
fragmentatiebommetje	=	fragmentatiebom
fragmentatiebommetjes	=	fragmentatiebom
fragmentaties	=	fragmentatie
fragmenteer	=	fragmenteren
fragmenteerde	=	fragmenteren
fragmenteerden	=	fragmenteren
fragmenteert	=	fragmenteren
fragmenten	=	fragment
fragmentere	=	fragmenteren
fragmenteren	verb	in kleine brokstukken uiteen doen vallen
fragmenterend	=	fragmenteren
fragmenterende	=	fragmenteren
fragmentje	=	fragment
fragmentjes	=	fragment
frak	noun	rokjas
frakje	=	frak
frakjes	=	frak
frakken	=	frak
fraksken	=	frak
framboos	noun	Rubus idaeus, struik uit de familie der Rosaceeën
framboosje	=	framboos
framboosjes	=	framboos
framboosrode	=	framboosrood
framboosroest	noun	Phragmidium rubi-idaei een schimmel behorend tot de familie Phragmidiaceae.
framboosroesten	=	framboosroest
framboosroestje	=	framboosroest
framboosroestjes	=	framboosroest
framboosrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3027 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3027 ( ).
framboosroods	=	framboosrood
frambozen	=	framboos
frambozenazijn	noun	azijn waarin frambozen getrokken zijn
frambozenazijnen	=	frambozenazijn
frambozenfranjekelkje	noun	Brunnipila clandestina een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
frambozenfranjekelkjes	=	frambozenfranjekelkje
frambozengelei	noun	een jam waarin frambozen zijn verwerkt
frambozengeleien	=	frambozengelei
frambozengeleitje	=	frambozengelei
frambozengeleitjes	=	frambozengelei
frambozenglasvlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Pennisetia hylaeiformis, uit de familie Sesiidae, die in Nederland voorkomt
frambozenglasvlinders	=	frambozenglasvlinder
frambozenkever	noun	Byturus tomentosus een kever die behoort tot de familie Byturidae
frambozenkevers	noun	Byturidae een familie van kevers.
frambozenkevertje	=	frambozenkever
frambozenkevertjes	=	frambozenkever
frambozenpalpmot	noun	Argolamprotes micella een nachtvlinder uit de familie Gelechiidae, de tastermotten.
frambozenpalpmotje	=	frambozenpalpmot
frambozenpalpmotjes	=	frambozenpalpmot
frambozenpalpmotten	=	frambozenpalpmot
frambozenrode	=	frambozenrood
frambozenroden	=	frambozenrood
frambozenroder	=	frambozenrood
frambozenrodere	=	frambozenrood
frambozenroders	=	frambozenrood
frambozenrood	adj	met de rode kleur van frambozen
frambozenroods	=	frambozenrood
frambozenroodst	=	frambozenrood
frambozenroodste	=	frambozenrood
frambozenscheutboorder	noun	Lampronia corticella een nachtvlinder uit de familie yuccamotten (Prodoxidae).
frambozenscheutboorders	=	frambozenscheutboorder
frambozenscheutboordertje	=	frambozenscheutboorder
frambozenscheutboordertjes	=	frambozenscheutboorder
frambozenschorsgalmug	noun	Resseliella theobaldi een galmug, waarvan de larven onder de bast van de framboos leven.
frambozenschorsgalmuggen	=	frambozenschorsgalmug
frambozenschorsgalmugje	=	frambozenschorsgalmug
frambozenschorsgalmugjes	=	frambozenschorsgalmug
frambozensouffleetje	=	frambozensoufflé
frambozensouffleetjes	=	frambozensoufflé
frambozensoufflé	noun	luchtig ovengerecht met frambozen
frambozensoufflés	=	frambozensoufflé
frambozentakgalmug	noun	Lasioptera rubi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
frambozentakgalmuggen	=	frambozentakgalmug
frambozentakgalmugje	=	frambozentakgalmug
frambozentakgalmugjes	=	frambozentakgalmug
frambozenuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza rubi een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
frambozenuitbreekkommetjes	=	frambozenuitbreekkommetje
frambozenwespvlinder	noun	een nachtvlinder Pennisetia hylaeiformis uit de familie Sesiidae (wespvlinders).
frambozenwespvlinders	=	frambozenwespvlinder
frambozenwespvlindertje	=	frambozenwespvlinder
frambozenwespvlindertjes	=	frambozenwespvlinder
frambozerood	=	frambozenrood
frame	noun	dragende constructie, raamwerk
framede	=	framen
frameden	=	framen
framen	verb	een eenzijdig beeld van iets of iemand geven door het gebruik van een versimpelde beschrijving
framend	=	framen
framende	=	framen
framenummer	noun	een unieke identificatiecode die in het frame van een tweewielig voertuig geslagen is
framenummers	=	framenummer
framepje	=	frame
framepjes	=	frame
frames	=	frame
frameset	noun	het raamwerk van deelpagina's die te zien is op een internetpagina
framesets	=	frameset
framet	=	framen
framework	noun	raamwerk van bouwstenen voor het maken van websites, applicaties en programma's
frameworks	=	framework
framilie	noun	vrienden die als familie voor je zijn
framing	noun	de verzameling vooroordelen die media, mensen en groepen gebruiken voor hun beeldvorming en communicatie
framings	=	framing
framinkje	=	framing
framinkjes	=	framing
franc	noun	frank, munteenheid in verschillende Franstalige landen
franc-tireur	noun	niet onder militair commando staande strijdende burger
franchepane	noun	Plumeria Balinese bloem
franchepanes	=	franchepane
franchepanetje	=	franchepane
franchise	noun	een methode van zakendoen waarbij een ondernemer (de franchisenemer) een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) die de franchisenemer het recht geeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam te exploiteren
franchisebedrag	noun	deel van een salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd
franchisebedragen	=	franchisebedrag
franchisede	=	franchisen
franchiseden	=	franchisen
franchiseformule	noun	bedrijfsmodel voor een zelfstandige onderneming volgens het gestandaardiseerde stramien van de overkoepelende organisatie
franchiseformules	=	franchiseformule
franchisegever	noun	bedrijf dat een ander bedrijf, tegen een vergoeding, toestemming geeft om een bepaald bedrijfsconcept te exploiteren
franchisegevers	=	franchisegever
franchisehouder	noun	iemand die een bedrijf heeft met het bedrijfsconcept van een ander bedrijf
franchisehouders	=	franchisehouder
franchiseketen	noun	groep zelfstandige ondernemers die een bedrijf hebben met een gemeenschappelijk bedrijfsmodel
franchiseketens	=	franchiseketen
franchisen	verb	zakendoen waarbij een ondernemer (de franchisenemer) een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) die de franchisenemer het recht geeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam te exploiteren
franchisend	=	franchisen
franchisende	=	franchisen
franchisenemer	noun	een ondernemer die een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) en zo het recht heeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam te exploiteren
franchisenemers	=	franchisenemer
franchiseorganisatie	noun	de eigenaar van een handelsnaam die een ondernemer het recht geeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam te exploiteren
franchiseorganisaties	=	franchiseorganisatie
franchiseovereenkomst	noun	overeenkomst tussen een zelfstandig ondernemer en het bedrijf dat een bepaalde bedrijfsformule exploiteert
franchiseovereenkomsten	=	franchiseovereenkomst
franchises	=	franchise
franchisesysteem	noun	de systematiek van zakendoen, waarbij een bedrijf onder een bekende handelsnaam opereert
franchisesysteempje	=	franchisesysteem
franchisesysteempjes	=	franchisesysteem
franchisesystemen	=	franchisesysteem
franchiset	=	franchisen
franchisevestiging	noun	vestiging van een zelfstandig bedrijf dat het bedrijfsmodel hanteert van een ander bedrijf
franchisevestigingen	=	franchisevestiging
franchisevestigingetje	=	franchisevestiging
franchisevestigingetjes	=	franchisevestiging
franchising	noun	een methode van zakendoen waarbij een ondernemer (de franchisenemer) een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) die de franchisenemer het recht geeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam als zelfstandige te exploiteren
francijn	=	fransijn
franciscaan	noun	kloosterling van de (bedel)orde van de heilige Franciscus van Assisi
franciscaans	adj	betrekking hebbend op de orde van Sint-Franciscus
franciscaanse	=	franciscaans
franciscaanser	=	franciscaans
franciscaansere	=	franciscaans
franciscaansers	=	franciscaans
franciscaanst	=	franciscaans
franciscaanste	=	franciscaans
franciscanen	=	franciscaan
franciscanenklooster	noun	klooster voor de minderbroede3rs
franciscanenkloosters	=	franciscanenklooster
franciscaner	adj	betrekking hebbend op de orde der franciscanen, betrekking hebbend op de orde der minderbroeders
franciscaners	=	franciscaner
franciscanes	noun	kloosterlinge van derde orde van Sint-Franciscus (Franciscanessen ontplooien meestal wereldlijke activiteiten, zoals in zorg en onderwijs)
franciscanessen	=	franciscanes
franciskaan	=	franciscaan
franciskaner	=	franciscaner
francium	noun	een scheikundig element met symbool Fr en atoomnummer 87. Het is een donkergrijs metalliek alkalimetaal
franciumatomen	=	franciumatoom
franciumatoom	noun	een atoom van het chemisch element francium.
franciumatoompje	=	franciumatoom
franciumatoompjes	=	franciumatoom
francje	=	franc
francjes	=	franc
franco	adv	met betaling van de verzendkosten door de afzender
francofiel	noun	liefhebber van al wat Frans is	adj	een voorliefde hebbend voor alles wat Frans
francofiele	=	francofiel
francofielen	=	francofiel
francofieler	=	francofiel
francofielere	=	francofiel
francofielers	=	francofiel
francofiels	=	francofiel
francofielst	=	francofiel
francofielste	=	francofiel
francofone	=	francofoon
francofoner	=	francofoon
francofonere	=	francofoon
francofoners	=	francofoon
francofonie	noun	het Franstalig zijn
francofoon	adj	Franstalig
francofoons	=	francofoon
francofoonst	=	francofoon
francofoonste	=	francofoon
francoprovençaalstalig	adj	de Francoprovençaalse taal sprekend
francoprovençaalstalige	=	francoprovençaalstalig
francoprovençaalstaligs	=	francoprovençaalstalig
francs	=	franc
francs-tireurs	=	franc-tireur
franctje	=	franc
franctjes	=	franc
franeker	noun	een inwoner van Franeker, of iemand afkomstig uit Franeker	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Franeker
franekers	adj	op Franeker betrekking hebbend
franekerse	noun	een vrouwelijke inwoner van Franeker, of een vrouw afkomstig uit Franeker
franekersen	=	franekerse
franekertje	=	franeker
franekertjes	=	franeker
frangipane	noun	een beslag op basis van boter, suiker, gemalen amandelen, eieren en bloem
frangipanes	=	frangipane
franje	noun	reeks afhangende draden die ter versiering aan de rand van een kleed of kledingstuk gehangen worden
franje-amazilia	noun	Chionomesa fimbriata een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
franje-amazilia's	=	franje-amazilia
franje-amaziliaatje	=	franje-amazilia
franje-amaziliaatjes	=	franje-amazilia
franjeaap	noun	Colobini lid van een geslachtengroep van Afrikaanse primaten uit de familie apen van de Oude Wereld
franjeaapje	=	franjeaap
franjeaapjes	=	franjeaap
franjeapen	noun	Colobini een geslachtengroep van Afrikaanse primaten uit de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
franjebakerhaai	noun	Eucrossorhinus dasypogon een vis uit de familie van de wobbegongs (Orectolobidae) en behoort derhalve tot de orde van bakerhaaien (Orectolobiformes).
franjebakerhaaien	=	franjebakerhaai
franjebakerhaaitje	=	franjebakerhaai
franjebakerhaaitjes	=	franjebakerhaai
franjegaasvlieg	noun	Chrysopidia (Chrysotropia) ciliata een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
franjegaasvliegen	=	franjegaasvlieg
franjegaasvliegje	=	franjegaasvlieg
franjegaasvliegjes	=	franjegaasvlieg
franjegentiaan	noun	Gentianopsis ciliata een tweejarige of vaste plant, die behoort tot de gentiaanfamilie (Gentianaceae).
franjegentiaantje	=	franjegentiaan
franjegentiaantjes	=	franjegentiaan
franjegentianen	=	franjegentiaan
franjehaai	noun	Chlamydoselachus anguineus een primitieve haai uit de familie Chlamydoselachidae (franjehaaien) en het geslacht Chlamydoselachus.
franjehaaien	noun	een familie Chlamydoselachidae van grauwe haaien.
franjehaaitje	=	franjehaai
franjehaaitjes	=	franjehaai
franjehoed	noun	een paddenstoel uit de familie Psathyrellaceae
franjehoeden	=	franjehoed
franjehoedje	=	franjehoed
franjehoedjes	=	franjehoed
franjekaalkopje	noun	Deconica crobula een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
franjekaalkopjes	=	franjekaalkopje
franjelipvleermuis	noun	Trachops cirrhosus vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
franjelipvleermuisje	=	franjelipvleermuis
franjelipvleermuisjes	=	franjelipvleermuis
franjelipvleermuizen	=	franjelipvleermuis
franjeloos	adj	zonder onnodige poespas, zonder onnodige opsmuk
franjeloost	=	franjeloos
franjelooste	=	franjeloos
franjeloze	=	franjeloos
franjelozer	=	franjeloos
franjelozere	=	franjeloos
franjelozers	=	franjeloos
franjepoot	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Phalaropus binnen de familie van de strandlopers en snippen Scolopacidae.
franjepootje	=	franjepoot
franjepootjes	=	franjepoot
franjeporia	noun	een schimmel Ceriporiopsis mucida behorend tot de familie Meruliaceae.
franjeporia's	=	franjeporia
franjeporiaatje	=	franjeporia
franjeporiaatjes	=	franjeporia
franjeporiezwam	noun	Polyporus tuberaster een schimmelsoort uit de familie Polyporaceae.
franjeporiezwammen	=	franjeporiezwam
franjeporiezwammetje	=	franjeporiezwam
franjeporiezwammetjes	=	franjeporiezwam
franjepoten	noun	Phalaropodinae een onderfamilie van de strandlopers en snippen (Scolopacidae) uit de vogels waarvan de grauwe franjepoot de bekendste soort is.
franjerokje	noun	Blackfordia virginica een hydroïdpoliep uit de familie Blackfordiidae.
franjerokjes	=	franjerokje
franjes	=	franje
franjestaart	noun	Myotis nattereri een vleermuis uit de familie der gladneuzen.
franjestaarten	noun	een groep van primitieve, ongevleugelde insecten waaronder de zilvervisjes (Zygentoma) en rotsspringers (Microcoryphia) vallen.
franjestaartje	=	franjestaart
franjestaartjes	=	franjestaart
franjeteenhagedis	noun	Acanthodactylus erythrurus een hagedis uit de familie van de echte hagedissen, de Lacertidae
franjeteenhagedisje	=	franjeteenhagedis
franjeteenhagedisjes	=	franjeteenhagedis
franjeteenhagedissen	=	franjeteenhagedis
franjeteenleguanen	noun	een geslacht Uma van hagedissen uit de familie Phrynosomatidae
franjetenen	noun	een geslacht Acanthodactylus van hagedissen die behoren tot de familie echte hagedissen (Lacertidae)
franjetje	=	franje
franjetjes	=	franje
franjevezelkop	noun	Inocybe appendiculata een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
franjevezelkopje	=	franjevezelkop
franjevezelkopjes	=	franjevezelkop
franjevezelkoppen	=	franjevezelkop
franjevezelkoppie	=	franjevezelkop
franjevezelkoppies	=	franjevezelkop
franjevlekplaat	noun	Panaeolus papilionaceus een schimmel behorend tot de familie Galeropsidaceae.
franjevlekplaatje	=	franjevlekplaat
franjevlekplaatjes	=	franjevlekplaat
franjevlekplaten	=	franjevlekplaat
franjevloksteeltje	noun	Flammulaster muricatus een schimmel behorend tot de familie Tubariaceae.
franjevloksteeltjes	=	franjevloksteeltje
frank	noun	naam voor verschillende munteenheden die onder andere in Burundi, de Comoren, Congo, Djibouti, Guinee, Rwanda en Zwitserland gebruikt worden, en voorheen in België en Frankrijk gebruikt werden	adj	stoutmoedig.
franke	=	frank
frankeer	=	frankeren
frankeerde	=	frankeren
frankeerden	=	frankeren
frankeerkosten	noun	uitgaven voor postzegels
frankeermachientje	=	frankeermachine
frankeermachientjes	=	frankeermachine
frankeermachine	noun	een apparaat dat poststukken van frankering voorziet door er een frankeerstempel op te zetten in plaats van een postzegel
frankeermachines	=	frankeermachine
frankeermachinetje	=	frankeermachine
frankeermachinetjes	=	frankeermachine
frankeert	=	frankeren
frankeerzegel	noun	postzegel
frankeerzegels	=	frankeerzegel
franken	=	frank
franker	=	frank
frankere	=	frank
frankeren	verb	porto betalen als afzender door een postzegel op het poststuk te plakken
frankerend	=	frankeren
frankerende	=	frankeren
frankering	noun	het aanhechten van een betalingsbewijs aan een brief door middel van een postzegel of stempel
frankeringen	=	frankering
frankers	=	frank
frankisch	adj	van de Franken
frankische	=	frankisch
frankischer	=	frankisch
frankischere	=	frankisch
frankischers	=	frankisch
frankischt	=	frankisch
frankischte	=	frankisch
frankje	=	frank
frankjes	=	frank
franklingrondeekhoorn	noun	Spermophilus franklinii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
franklingrondeekhoorns	=	franklingrondeekhoorn
franklingrondeekhoorntje	=	franklingrondeekhoorn
franklingrondeekhoorntjes	=	franklingrondeekhoorn
frankolijn	noun	een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae)
frankolijnen	noun	Francolinus een geslacht van vogels uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
frankolijntje	=	frankolijn
frankolijntjes	=	frankolijn
franks	=	frank
frankske	=	frank
frankskes	=	frank
frankst	=	frank
frankste	=	frank
franquetvleerhond	noun	Epomops franqueti een soort vleerhond die voorkomt in Afrika van Ivoorkust tot in Soedan en zuidelijk tot in Zambia
franquetvleerhonden	=	franquetvleerhond
franquetvleerhondje	=	franquetvleerhond
franquetvleerhondjes	=	franquetvleerhond
frans	adj	betreffende Frankrijk of het Frans
frans-guyaan	noun	een inwoner van Frans-Guyana, of iemand afkomstig uit Frans-Guyana
frans-guyaans	adj	op Frans-Guyana betrekking hebbend
frans-guyaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Frans-Guyana, of een vrouw afkomstig uit Frans-Guyana
frans-guyaansen	=	frans-guyaanse
frans-guyaanser	=	frans-guyaans
frans-guyaansere	=	frans-guyaans
frans-guyaansers	=	frans-guyaans
frans-guyaanst	=	frans-guyaans
frans-guyaanste	=	frans-guyaans
frans-guyanees	noun	een inwoner van Frans-Guyana, of iemand afkomstig uit Frans-Guyana	adj	op Frans-Guyana betrekking hebbend
frans-guyaneest	=	frans-guyanees
frans-guyaneeste	=	frans-guyanees
frans-guyanen	=	frans-guyaan
frans-guyanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Frans-Guyana, of een vrouw afkomstig uit Frans-Guyana
frans-guyanesen	=	frans-guyanese
frans-guyaneser	=	frans-guyanees
frans-guyanesere	=	frans-guyanees
frans-guyanesers	=	frans-guyanees
frans-guyanezen	=	frans-guyanees
frans-impressionistisch	adj	betreffende een kunststroming die draait om het vastleggen van een vluchtige momentopname (de 'impressie') van het dagelijks leven, vaak geschilderd in de buitenlucht (en plein air).
frans-impressionistische	=	frans-impressionistisch
frans-impressionistischer	=	frans-impressionistisch
frans-impressionistischere	=	frans-impressionistisch
frans-impressionistischers	=	frans-impressionistisch
frans-polynesisch	adj	op Frans-Polynesië betrekking hebbend
frans-polynesische	noun	een vrouwelijke inwoner van Frans-Polynesië, of een vrouw afkomstig uit Frans-Polynesië
frans-polynesischen	=	frans-polynesische
frans-polynesischer	=	frans-polynesisch
frans-polynesischere	=	frans-polynesisch
frans-polynesischers	=	frans-polynesisch
frans-polynesiër	noun	een inwoner van Frans-Polynesië, of iemand afkomstig uit Frans-Polynesië
frans-polynesiërs	=	frans-polynesiër
frans-zwitsers	adj	betrekking hebbend op iets dat zowel Frans als Zwitsers is
frans-zwitserse	=	frans-zwitsers
frans-zwitserser	=	frans-zwitsers
frans-zwitsersere	=	frans-zwitsers
frans-zwitsersers	=	frans-zwitsers
frans-zwitserst	=	frans-zwitsers
frans-zwitserste	=	frans-zwitsers
fransch	=	frans
franse	=	frans
fransen	noun	de inwoners van Frankrijk
franser	=	frans
fransere	=	frans
fransers	=	frans
fransijn	noun|obsolete	dunne, bewerkte dierenhuid als materiaal om op te schrijven
fransijnen	=	fransijn
fransje	noun	klein stokbroodje
fransjes	=	fransje
franskiljon	noun	elitaire bewoner van Vlaanderen en Brussel die het Frans hanteerden als primaire taal
franskiljonnetje	=	franskiljon
franskiljons	=	franskiljon
fransman	noun	oogstarbeider die in de zomer in Frankrijk gaat werken
fransmanbirambi	noun	Averrhoa carambola is een tropische plant uit de klaverzuringfamilie Oxalidaceae en wiens gele vrucht, die doorgesneden de vorm van een ster heeft, zuur tot zoetzuur smaakt
fransmanbirambi's	=	fransmanbirambi
fransmannen	=	fransman
fransmannetje	=	fransman
fransmannetjes	=	fransman
fransmans	=	fransman
fransoos	noun	minachtende benaming voor iemand met de Franse nationaliteit
fransoosje	=	fransoos
fransoosjes	=	fransoos
fransozen	=	fransoos
fransozendakje	noun	het ^ teken dat boven zekere klinkers gezet wordt
fransozendakjes	=	fransozendakje
franst	=	frans
franstalig	adj	de Franse taal sprekend
franstalige	=	franstalig
franstaligs	=	franstalig
franste	=	frans
française	noun	een vrouw uit Frankrijk
françaises	=	française
françaisetje	=	française
françaisetjes	=	française
frappant	adj	opvallend, opmerkelijk, treffend
frappante	=	frappant
frappanter	=	frappant
frappantere	=	frappant
frappanters	=	frappant
frappants	=	frappant
frappantst	=	frappant
frappantste	=	frappant
frappe	noun	verassend onderdeel van een boodschap waardoor de strekking nog meer opvalt, het punt waar het op aankomt
frappeer	=	frapperen
frappeerde	=	frapperen
frappeerden	=	frapperen
frappeert	=	frapperen
frappen	=	frappe
frappere	=	frapperen
frapperen	verb	opvallen, verbazen
frapperend	=	frapperen
frapperende	=	frapperen
frappuccino	noun	met ijs gekoelde cappuccino, vaak met slagroom erop
frappuccino's	=	frappuccino
frappuccinobeker	noun	de specifieke beker waarin de Frappuccino, een koude en gemixte koffiedrank van Starbucks, wordt geserveerd
frappuccinobekers	=	frappuccinobeker
frappuccinobekertje	=	frappuccinobeker
frappuccinobekertjes	=	frappuccinobeker
frappuccinomachine	noun	een apparaat dat dranken zoals de Frappuccino van Starbucks bereidt, meestal door het mengen van een basis (koffie of room) met ijs en andere ingrediënten tot een romige, ijskoude drank
frappuccinomachines	=	frappuccinomachine
frappuccinomachinetje	=	frappuccinomachine
frappuccinomachinetjes	=	frappuccinomachine
frappuccinomaker	noun	een apparaat dat dranken zoals de Frappuccino van Starbucks bereidt, meestal door het mengen van een basis (koffie of room) met ijs en andere ingrediënten tot een romige, ijskoude drank
frappuccinomakers	=	frappuccinomaker
frappuccinomakertje	=	frappuccinomaker
frappuccinomakertjes	=	frappuccinomaker
frappuccinorecept	noun	bereidingsvoorschrift voor het maken van een ijscappuccino
frappuccinorecepten	=	frappuccinorecept
frappuccinoreceptje	=	frappuccinorecept
frappuccinoreceptjes	=	frappuccinorecept
frappuccinoschuim	noun	het schuim op een Frappuccino dat ontstaat door het blenden van ijs en ingrediënten zoals koffie, melk, siroop en slagroom, waardoor een dikke, koude drank met een rijke, schuimende textuur ontstaat
frase	noun	een aantal woorden die een begrip uitdrukken, vaak een zinsdeel, soms een hele zin
fraseer	=	fraseren
fraseerde	=	fraseren
fraseerden	=	fraseren
fraseert	=	fraseren
frasen	=	frase
fraseologie	noun	geheel van gezegden, uitdrukkingen en idioom in een taal en de bestudering daarvan
fraseologieën	=	fraseologie
frasere	=	fraseren
fraseren	verb	in frasen onderverdelen (met name gezegd van zinnen)
fraserend	=	fraseren
fraserende	=	fraseren
frasering	noun	het in frasen onderverdelen, met name gezegd van het articuleren van afzonderlijke muzikale zinnen in een muziekstuk, dat hierdoor als geheel beter moet klinken
fraseringen	=	frasering
fraserspar	noun	Abies fraseri een boom die behoort tot de dennenfamilie (Pinaceae).
frasersparren	=	fraserspar
frasersparretje	=	fraserspar
frasersparretjes	=	fraserspar
frases	=	frase
frasetje	=	frase
frasetjes	=	frase
frater	noun	bepaald soort vogel, Linaria flavirostris, uit de vinkenfamilie
fraterniteit	noun	het zijn van een broer of het zijn als een broer, verbroedering
fraterniteiten	=	fraterniteit
fraters	=	frater
fraterscholen	=	fraterschool
fraterschool	noun	school waaraan fraters onderwijzen
fraterschooltje	=	fraterschool
fraterschooltjes	=	fraterschool
fratertje	=	frater
fratertjes	=	frater
fratricide	noun	broedermoord
fratriciden	=	fratricide
fratricides	=	fratricide
fratricidetje	=	fratricide
fratricidetjes	=	fratricide
frats	noun	Dwaze streek, bevlieging
fratsen	=	frats
fratsje	=	frats
fratsjes	=	frats
fraude	noun	bedrog of gesjoemel door valsheid in geschrifte
fraudeaanpak	noun	het bestrijden van bedrog en gesjoemel
fraudeaanpakken	=	fraudeaanpak
fraudebedrag	noun	hoeveelheid geld dat door bedrog en zwendel is verkregen
fraudebedragen	=	fraudebedrag
fraudebeleid	noun	alle voorgenomen maatregelen die erop gericht zijn om bedrog en zwendel te voorkomen en te ontdekken
fraudebestendig	adj	bestand tegen fraude
fraudebestendige	=	fraudebestendig
fraudebestendiger	=	fraudebestendig
fraudebestendigere	=	fraudebestendig
fraudebestendigers	=	fraudebestendig
fraudebestendigheid	noun	mate waarin iets bestand is tegen bedrog en zwendel
fraudebestendigs	=	fraudebestendig
fraudebestendigst	=	fraudebestendig
fraudebestendigste	=	fraudebestendig
fraudebestrijding	noun	tegengaan van gesjoemel en bedrog
fraudebestrijdingen	=	fraudebestrijding
fraudebestrijdinkje	=	fraudebestrijding
fraudebestrijdinkjes	=	fraudebestrijding
fraudebureau	noun	organisatie belast met het voorkomen en opsporen van bedrog en zwendel
fraudebureaus	=	fraudebureau
fraudeclaim	noun	beschuldiging dat er bedrog is gepleegd
fraudeclaims	=	fraudeclaim
fraudeer	=	frauderen
fraudeerde	=	frauderen
fraudeerden	=	frauderen
fraudeert	=	frauderen
fraudegeval	noun	de keer dat bedrog is gepleegd
fraudegevallen	=	fraudegeval
fraudegevalletje	=	fraudegeval
fraudegevalletjes	=	fraudegeval
fraudegevoelig	adj	makkelijk te vervalsen
fraudegevoelige	=	fraudegevoelig
fraudegevoeliger	=	fraudegevoelig
fraudegevoeligere	=	fraudegevoelig
fraudegevoeligers	=	fraudegevoelig
fraudegevoeligheden	=	fraudegevoeligheid
fraudegevoeligheid	noun	de eigenschap van een reling dat deze makkelijk oneigenlijk te gebruiken valt
fraudegevoeligs	=	fraudegevoelig
fraudegevoeligst	=	fraudegevoelig
fraudegevoeligste	=	fraudegevoelig
fraudekamer	noun	rechtbank die zich in het bijzonder met fraude bezig houdt
fraudekamers	=	fraudekamer
fraudekamertje	=	fraudekamer
fraudekamertjes	=	fraudekamer
fraudemelding	noun	melding van gepleegde fraude waarbij de melder hoopt dat daar iets mee gebeurt
fraudemeldingen	=	fraudemelding
fraudemeldinkje	=	fraudemelding
fraudemeldinkjes	=	fraudemelding
fraudeofficier	noun	officier van justitie die zich bezighoudt met zaken betreffende zwendel en bedrog
fraudeofficieren	=	fraudeofficier
fraudeofficiers	=	fraudeofficier
fraudeonderzoek	noun	onderzoek naar bedrog in de schriftelijke weergave van bepaalde zaken
fraudeonderzoeken	=	fraudeonderzoek
fraudeonderzoekje	=	fraudeonderzoek
fraudeonderzoekjes	=	fraudeonderzoek
fraudepreventie	noun	het voorkomen van zwendel en bedrog
fraudepreventies	=	fraudepreventie
fraudeprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan door gesjoemel en bedrog
fraudeprobleempje	=	fraudeprobleem
fraudeprobleempjes	=	fraudeprobleem
fraudeproblemen	=	fraudeprobleem
fraudeproces	noun	rechtszaak betreffende zwendel en bedrog
fraudeprocessen	=	fraudeproces
fraudere	=	frauderen
frauderen	verb	fraude plegen, oneerlijk handelen
frauderend	=	frauderen
frauderende	=	frauderen
fraudes	=	fraude
fraudeschandaal	noun	zaak betreffende zwendel en bedrog waarover met grote verontwaardiging gesproken wordt
fraudeschandalen	=	fraudeschandaal
fraudeteam	noun	groep rechercheurs, gespecialiseerd in het oplossen van fraude
fraudeteams	=	fraudeteam
fraudetje	=	fraude
fraudeur	noun	iemand die fraude pleegt
fraudeurs	=	fraudeur
fraudeurtje	=	fraudeur
fraudeurtjes	=	fraudeur
fraudezaak	noun	een m.n. juridische zaak waarbij fraude een rol speelt
fraudezaakje	=	fraudezaak
fraudezaakjes	=	fraudezaak
fraudezaken	=	fraudezaak
frauduleus	adj	bedrog gebruikend, met bedrog (fraude) gepaard gaand
frauduleust	=	frauduleus
frauduleuste	=	frauduleus
frauduleuze	=	frauduleus
frauduleuzer	=	frauduleus
frauduleuzere	=	frauduleus
frauduleuzers	=	frauduleus
fraunhoferlijn	noun	een spectraallijn waarin een voorwerp of chemische stof opgestraald licht of andere elektromagnetische straling absorbeert, en niet reflecteert of doorlaat
fraunhoferlijnen	=	fraunhoferlijn
fraunhoferlijntje	=	fraunhoferlijn
fraunhoferlijntjes	=	fraunhoferlijn
frazel	=	frazelen
frazelde	=	frazelen
frazelden	=	frazelen
frazele	=	frazelen
frazelen	verb	onverstaanbaar murmelen, geluidjes maken, zacht prevelen
frazelend	=	frazelen
frazelende	=	frazelen
frazelt	=	frazelen
fraîcheur	noun	frisse smaak
freak	=	freaken
freake	=	freaken
freaken	verb	gek of vreemd doen in het algemeen; uit je dak gaan
freakend	=	freaken
freakende	=	freaken
freakje	=	freaken
freakjes	=	freaken
freaks	=	freaken
freakshow	noun	een show van mensen met een afwijkend uiterlijk
freakshows	=	freakshow
freakt	=	freaken
freakte	=	freaken
freakten	=	freaken
freaky	adj	bizar, als een freak
freaky's	=	freaky
freakyer	=	freaky
freakyere	=	freaky
freakyers	=	freaky
freakyst	=	freaky
freakyste	=	freaky
freatisch	adj	m.b.t. de grondwaterspiegel van onafgesloten grondwater
freatische	=	freatisch
freatischer	=	freatisch
freatischere	=	freatisch
freatischers	=	freatisch
frederiksbloem	noun	Asclepias curassavica een plant uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae).
frederiksbloemen	=	frederiksbloem
frederiksbloemetje	=	frederiksbloem
frederiksbloemetjes	=	frederiksbloem
frederiksbloempje	=	frederiksbloem
frederiksbloempjes	=	frederiksbloem
freebee	noun	klein geschenk dat wordt uitgedeeld als middel om iets aan te prijzen
freebees	=	freebee
freefight	noun	gevecht met weinig of geen spelregels; gevecht waarin alles is toegestaan
freefighten	verb	een multidisciplinaire vechtsport die zich richt op het combineren van technieken uit verschillende vechtkunsten (en vechtsporten) zoals worstelen (grappling), judo, karate, kungfu, kickboksen, thaiboksen, boksen en jiujitsu
freefightend	=	freefighten
freefightende	=	freefighten
freefights	=	freefight
freefloating	noun	een systeem van huurvoertuigen waarbij er geen vaste ophaalplaats en parkeerplaats is	adj	zonder vaste parkeer- of ophaalplek; vrij rondbewegend
freefloatingmodel	noun	huursysteem van voertuigen waarbij er geen vaste ophaal- of terugbrengplaatsen zijn
freefloatingmodellen	=	freefloatingmodel
freefloatingsysteem	noun	huursysteem van voertuigen waarbij er geen vaste ophaal- of terugbrengplaatsen zijn
freefloatingsystemen	=	freefloatingsysteem
freeganisme	noun	een levensstijl van mensen die zich tegen de verspilling in de consumptiemaatschappij keren en die leven van alles dat over is: bruikbaar voedsel, kleding en meubels
freeganist	noun	iemand die uit ideologische motieven probeert te leven zonder nieuwe aankopen te doen, om zo verspilling tegen te gaan
freejazz	noun	een avant-gardistische muziekstijl binnen de jazzmuziek die zijn oorsprong vindt in de jaren 1950 en 1960
freekeh	noun	graanproduct gemaakt van geroosterde groene tarwe
freelance	adj	onafhankelijk werkend, zonder vast arbeidscontract
freelancebasis	noun	als zelfstandige diensten aanbieden aan anderen; arbeidverrichten zonder arbeidscontract
freelancejournalist	noun	een verslaggever die geen vaste aanstelling heeft bij een krant of tijdschrift
freelancejournalisten	=	freelancejournalist
freelancen	verb	werken zonder een duurzaam arbeidscontract; werken als zzp'er
freelancend	=	freelancen
freelancende	=	freelancen
freelancer	noun	iemand die op freelancebasis werkt, d.w.z. geen vast dienstverband heeft maar zelfstandig werkt voor een of meer opdrachtgevers
freelancers	=	freelancer
freelancet	=	freelancen
freelancete	=	freelancen
freelanceten	=	freelancen
freelancewerk	noun	betaald werk dat men verricht zonder dat er sprake is van een arbeidscontract
freelancewerken	=	freelancewerk
freeride	noun	skiën naast de geprepareerde pistes
freeriden	verb	buiten een vaste piste skiën, skaten e.d
freeridende	=	freeriden
freerun	=	freerunnen
freerunde	=	freerunnen
freerunden	=	freerunnen
freerunne	=	freerunnen
freerunnen	verb	als vermaak proberen waarbij deelnemers zich hardlopend op acrobatische manier voorbij obstakels in een stedelijke omgeving verplaatsen
freerunnend	=	freerunnen
freerunnende	=	freerunnen
freerunt	=	freerunnen
frees	noun	machine die door frezen (met een ronddraaiende beitel) materiaal verwijdert
freesbank	noun	werkbank om aan te frezen
freesbanken	=	freesbank
freesbankje	=	freesbank
freesbankjes	=	freesbank
freesblad	noun	ronde schijf met uitsteeksels die bij het ronddraaien materiaal wegschrapen, als onderdeel van een machine om verspaningen te maken of grond te bewerken
freesbladen	=	freesblad
freesde	=	frezen
freesden	=	frezen
freesje	=	frees
freesjes	=	frees
freesmachientje	=	freesmachine
freesmachientjes	=	freesmachine
freesmachine	noun	machine waarmee men kan frezen
freesmachines	=	freesmachine
freesmachinetje	=	freesmachine
freesmachinetjes	=	freesmachine
freest	=	frezen
freestyle	noun	sportbeoefening waarbij de deelnemers iedere gewenste stijl of methode mogen gebruiken o.a. van toepassing bij snowboarden, skiën, skateboarden, BMX en kajakken	adj	improviserend
freestylede	=	freestylen
freestyleden	=	freestylen
freestylen	verb	op een vrije, improviserende en kunstzinnige manier iets doen (met name bij rappen of sporten)
freestylend	=	freestylen
freestylende	=	freestylen
freestyleskiën	verb	vorm van skiën waarbij men acrobatische sprongen maakt
freestylet	=	freestylen
freeware	noun	gratis software die echter wel volledig beschermd is door auteursrechten
freewheel	noun	mechanisme dat de aandrijfas van een wiel (en daarmee dus het vervoermiddel) loskoppelt van de aandrijving zodra de aandrijfas sneller draait dan de aandrijving
freewheelde	=	freewheelen
freewheelden	=	freewheelen
freewheele	=	freewheelen
freewheelen	verb	fietsen zonder te trappen (bij een heuvel af rijden of als men al voldoende vaart heeft)
freewheelend	=	freewheelen
freewheelende	=	freewheelen
freewheels	=	freewheel
freewheelt	=	freewheelen
freeze	noun	een keer dat iemand helemaal stil valt en niet meer beweegt; stokstijf stilstaan
freezer	noun	een toestel waarmee men zaken kan invriezen, m.n. op korte termijn bederfelijke etenswaren
freezers	=	freezer
freezes	=	freeze
fregat	noun	oorlogsschip
fregatje	=	fregat
fregatjes	=	fregat
fregatkapitein	noun	militaire rang overeenkomend met die van luitenant-kolonel
fregatkapiteinen	=	fregatkapitein
fregatkapiteins	=	fregatkapitein
fregatten	=	fregat
fregatvogel	noun	grote zeevogels uit de familie Fregatidae en de orde van de Suliformes
fregatvogels	noun	Fregatidae een familie van grote zeevogels uit de orde van de Suliformes
fregatvogeltje	=	fregatvogel
fregatvogeltjes	=	fregatvogel
freinetonderwijs	noun	vorm van basisonderwijs geïnspireerd op de ideeën van Celestin Freinet
freinetscholen	=	freinetschool
freinetschool	noun	basisonderwijs volgens het gedachtegoed en de praktijk van de Franse onderwijzer en pedagoog Célestin Freinet (1896-1966)
freinetschooltje	=	freinetschool
freinetschooltjes	=	freinetschool
freira	noun	Pterodroma madeira een tot de stormvogels en pijlstormvogels behorende vogel.
freira's	=	freira
freiraatje	=	freira
freiraatjes	=	freira
frenesie	noun	bezetenheid, razernij
frenetiek	adj	bezeten
frenetieke	=	frenetiek
frenetieker	=	frenetiek
frenetiekere	=	frenetiek
frenetiekers	=	frenetiek
frenetieks	=	frenetiek
frenetiekst	=	frenetiek
frenetiekste	=	frenetiek
frenologen	=	frenoloog
frenologie	noun	leer volgens welke men uit de vorm van de schedel het bezit van bepaalde eigenschappen zou kunnen afleiden
frenoloog	noun|obsolete	beoefenaar van de frenologie
frenoloogje	=	frenoloog
frenoloogjes	=	frenoloog
freon	noun	een verzamelnaam voor een groep van chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk's) die vooral in koelsystemen en spuitbussen gebruikt werden
freonen	=	freon
freons	=	freon
frequent	adj	vaak voorkomend
frequentatief	noun	werkwoord dat wordt gevormd door aan de stam van een ander werkwoord het achtervoegsel '-el' of '-er' toe te voegen en zo herhaling van dat andere werkwoord uitdrukt	adj	een herhaling uitdrukkend; "als van een frequentatief"
frequentatiefs	=	frequentatief
frequentatiefst	=	frequentatief
frequentatiefste	=	frequentatief
frequentatieve	=	frequentatief
frequentatieven	=	frequentatief
frequentatiever	=	frequentatief
frequentatievere	=	frequentatief
frequentatievers	=	frequentatief
frequente	=	frequent
frequenteer	=	frequenteren
frequenteerde	=	frequenteren
frequenteerden	=	frequenteren
frequenteert	=	frequenteren
frequenter	=	frequent
frequentere	=	frequent
frequenteren	verb	vaak bezoeken
frequenterend	=	frequenteren
frequenterende	=	frequenteren
frequenters	=	frequent
frequentie	noun	aantal keren of herhalingen per tijdseenheid
frequentieband	noun	deel van het frequentiespectrum, bestemd voor bepaalde soorten radioverkeer
frequentiebanden	=	frequentieband
frequentiebereik	noun	het gebied tussen de laagst en de hoogst bereikbare frequentie van een apparaat
frequentiedomein	noun	'in het frequentiedomein' betekent dat de waarde van een signaal (of functie) wordt beschouwd na afbeelding met de fourier- of laplacetransformatie
frequentiedomeinen	=	frequentiedomein
frequentiegebied	noun	gebied tussen een hoogste en laagste frequentie
frequentiegebieden	=	frequentiegebied
frequentiegebiedje	=	frequentiegebied
frequentiegebiedjes	=	frequentiegebied
frequentiemeter	noun	een instrument om de frequentie van wisselspanningen, uitgedrukt in hertz, te bepalen
frequentiemeters	=	frequentiemeter
frequentiemetertje	=	frequentiemeter
frequentiemetertjes	=	frequentiemeter
frequentiemodulatie	noun	modulatie van trillingsgolven waarbij de frequentie van de draaggolf (binnen bepaalde grenzen) gevarieerd wordt terwijl de amplitude daarvan ongewijzigd blijft of in ieder geval geen informatie bevat, FM
frequentiemodulaties	=	frequentiemodulatie
frequentiemodulatietje	=	frequentiemodulatie
frequentieregelaar	noun	voorziening om de frequentie van een signaal in te stellen op een gewenste waarde
frequentieregelaars	=	frequentieregelaar
frequentieregelaartje	=	frequentieregelaar
frequentieregelaartjes	=	frequentieregelaar
frequentieruimte	noun	deel van het elektromagnetisch spectrum
frequentieruimten	=	frequentieruimte
frequentieruimtes	=	frequentieruimte
frequenties	=	frequentie
frequentiespectra	=	frequentiespectrum
frequentiespectrum	noun	de representatie van een signaal als functie van de frequentie (in de signaaltheorie)
frequentiespectrums	=	frequentiespectrum
frequentieteller	noun	een instrument om de frequentie van wisselspanningen, uitgedrukt in hertz, te bepalen
frequentietellers	=	frequentieteller
frequentietellertje	=	frequentieteller
frequentietellertjes	=	frequentieteller
frequentietje	=	frequentie
frequentietjes	=	frequentie
frequentieveiling	noun	de keer dat het gebruiksrecht van bepaalde radiofrequenties bij opbod wordt verkocht
frequentieveilingen	=	frequentieveiling
frequentieverdeling	noun	een samenvattend overzicht van frequenties in de waargenomen data
frequentieverdelingen	=	frequentieverdeling
frequentieverhouding	noun	de verhouding tussen de trillingsgetallen (frequenties) van twee verschillende tonen.
frequentieverhoudingen	=	frequentieverhouding
frequentieverhoudinkje	=	frequentieverhouding
frequentieverhoudinkjes	=	frequentieverhouding
frequentieverspringing	noun	is een techniek waarbij een radioverbinding schijnbaar willekeurig gekozen frequenties gebruikt binnen een vastgelegde frequentiebreedte
frequentieverspringingen	=	frequentieverspringing
frequentiewoord	noun	term waarmee in een uitspraak wordt uitgedrukt hoe vaak iets gebeurt
frequentiewoorden	=	frequentiewoord
frequents	=	frequent
frequentst	=	frequent
frequentste	=	frequent
freschi	=	fresco
fresco	noun	muurschildering met waterverf op een verse laag kalk
fresco's	=	fresco
frescootje	=	fresco
frescootjes	=	fresco
fresia	noun	benaming voor planten uit het geslacht Freesia uit de lissenfamilie, vaak gebruikt om de bloem aan te duiden wanneer die als snijbloem wordt gebruikt
fresia's	=	fresia
fresiaatje	=	fresia
fresiaatjes	=	fresia
fresjer	noun	snoeper
fresjers	=	fresjer
fret	noun	bepaald soort klein marterachtig zoogdier, Mustela putorius furo
fretboor	noun	handboortje
fretboortje	=	fretboor
fretboortjes	=	fretboor
fretboren	=	fretboor
fretje	=	fret
fretjes	=	fret
fretkat	noun	Cryptoprocta ferox het grootste inheemse roofdier op het Afrikaanse eiland Madagaskar.
fretkatje	=	fretkat
fretkatjes	=	fretkat
fretkatten	noun	een geslacht Cryptoprocta van zoogdieren uit de familie van de madagaskarcivetkatten (Eupleridae)
fretloos	adj	zonder frets (bij een snaarinstrument.
fretloost	=	fretloos
fretlooste	=	fretloos
fretloze	=	fretloos
fretlozer	=	fretloos
fretlozere	=	fretloos
fretlozers	=	fretloos
frets	=	fret
frette	=	fretten
fretteer	=	fretteren
fretteerde	=	fretteren
fretteerden	=	fretteren
fretteert	=	fretteren
fretten	verb	jagen met behulp van een fret Mustela putorius furo
frettend	=	fretten
frettende	=	fretten
frettere	=	fretteren
fretteren	verb	jagen met een fret en een hond
fretterend	=	fretteren
fretterende	=	fretteren
freud	noun	aanhanger van Freud
freudiaan	noun	aanhanger van Sigmund Freud
freudiaans	adj	volgens de leer van Sigmund Freud of zoals men vindt in diens geschriften en leerstellingen
freudiaanse	=	freudiaans
freudiaanser	=	freudiaans
freudiaansere	=	freudiaans
freudiaansers	=	freudiaans
freudiaanst	=	freudiaans
freudiaanste	=	freudiaans
freudianen	=	freudiaan
freudianisme	noun	leer van Freud, die er onder meer van uitgaat dat bepaald gedrag iets prijsgeeft over het onderbewuste
freudianismetje	=	freudianisme
freudianismetjes	=	freudianisme
freuds	=	freud
freule	noun	is een aanspreekvorm voor ongetrouwde vrouwelijke edelen.
freules	=	freule
freuletje	=	freule
freuletjes	=	freule
frexit	noun	de eventuele uittreding van Frankrijk uit de EU
freze	=	frezen
frezen	verb	een verspanende bewerking uitvoeren met behulp van een roterend gereedschap, de frees
frezend	=	frezen
frezende	=	frezen
frezer	noun	iemand die freest voor zijn beroep
frezers	=	frezer
frezertje	=	frezer
frezertjes	=	frezer
fricandeau	noun	een vleeswaar vervaardigd van mager kalfs- of varkensvlees (van het achtereind)
fricandeaus	=	fricandeau
fricandon	noun	een gerecht bestaande uit gehakt dat in een oven is gebakken
fricandons	=	fricandon
fricassee	noun	gerecht bestaande uit vlees, vis, kip e.d. dat gestoofd is in een saus of ragout
fricassees	=	fricassee
fricasseetje	=	fricassee
fricasseetjes	=	fricassee
fricatief	noun	een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
fricatiefje	=	fricatief
fricatiefjes	=	fricatief
fricatiefs	=	fricatief
fricatieve	=	fricatief
fricatieven	=	fricatief
frictie	noun	het verschijnsel waarbij een weerstandskracht kan ontstaan wanneer twee oppervlakken langs elkaar schuiven, terwijl ze tegen elkaar aan gedrukt worden
frictiekost	noun|obsolete	uitgaven die men moet doen om tot een bezuiniging te komen
frictiekosten	noun	uitgaven die men moet doen om tot een bezuiniging te komen
fricties	=	frictie
frictiewerkloosheid	noun	de werkloosheid die ontstaat door het verdwijnen van werk terwijl er al een onvervulde vacature is.
friemel	=	friemelen
friemelaar	noun	iemand die continu doelloos met zijn vingers aan het bewegen is
friemelaars	=	friemelaar
friemelde	=	friemelen
friemelden	=	friemelen
friemele	=	friemelen
friemelen	verb	onrustig en zonder doel met vingers en handen bewegen
friemelend	=	friemelen
friemelende	=	friemelen
friemelhaat	noun	hekel hebben aan het friemelen van (met name) anderen
friemelt	=	friemelen
friendzone	noun	relatievorm waarbij de een een vriendschapsrelatie wil en de ander een liefdesrelatie
friendzonede	=	friendzonen
friendzonen	verb	iemand die een liefdesrelatie met je wil hebben behandelen als een gewone vriend of vriendin
friendzonend	=	friendzonen
friendzones	=	friendzone
fries	noun	verticaal vlak als rand onder het dak
friesch	=	fries
friese	noun	een vrouwelijke inwoner van Friesland, of een vrouw afkomstig uit Friesland
friesen	=	friese
frieser	=	fries
friesere	=	fries
friesers	=	fries
friesje	=	fries
friesjes	=	fries
friest	=	fries
friestalig	adj	de Friese taal sprekend
friestalige	=	friestalig
friestaligs	=	friestalig
frieste	=	fries
friet	noun	de benaming voor een gerecht van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')
frietautomaat	noun	volautomatische verkoopmachine die op elk gewenst moment (vaak 24/7) verse friet bakt en serveert, meestal binnen 90 tot 120 seconden
frietautomaatje	=	frietautomaat
frietautomaatjes	=	frietautomaat
frietautomaten	=	frietautomaat
frietboer	noun	iemand die friet bakt en verkoopt
frietboeren	=	frietboer
frietboertje	=	frietboer
frietboertjes	=	frietboer
frietchinees	noun	iemand van oosterse afkomst die een patatzaak runt
frietchinezen	=	frietchinees
frietei	noun	snack vervaardigd van (gekookt) ei dat in kleine stukjes is gehakt en vervolgens met ragout wordt vermengd.
frieteieren	=	frietei
frieteitje	=	frietei
frieteitjes	=	frietei
frieten	=	friet
frietje	=	friet
frietjes	=	friet
frietkar	noun	een mobiele snackbar, vaak een aanhanger of foodtruck, die op locatie friet en snacks bakt en serveert
frietkarren	=	frietkar
frietkarretje	=	frietkar
frietkarretjes	=	frietkar
frietketel	noun	het vat met vet waar de frieten in worden gefrituurd
frietketels	=	frietketel
frietketeltje	=	frietketel
frietketeltjes	=	frietketel
frietkot	noun	eetgelegenheid waar vooral frieten verkocht worden, waarbij men voor de friet nog de keuze heeft uit diverse sauzen
frietkotcultuur	noun	de cultuur rond het maken en eten van friet, inclusief het hebben van een wijdverspreidheid aan frietkotten en de ambacht van het frieten bakken
frietkoten	=	frietkot
frietkotje	=	frietkot
frietkotjes	=	frietkot
frietkotten	=	frietkot
frietkraam	noun	eetgelegenheid waar vooral frieten (en soms ook andere snacks) verkocht worden, waarbij men voor de friet nog de keuze heeft uit diverse sauzen
frietkraampje	=	frietkraam
frietkraampjes	=	frietkraam
frietkramen	=	frietkraam
frietmachine	noun	volautomatische verkoopmachine die op elk gewenst moment (vaak 24/7) verse friet bakt en serveert, meestal binnen 90 tot 120 seconden
frietmachines	=	frietmachine
frietmachinetje	=	frietmachine
frietmachinetjes	=	frietmachine
frietpan	noun	huishoudelijk apparaat gebruikt om in hete olie bepaalde gerechten te frituren
frietpannen	=	frietpan
frietpannetje	=	frietpan
frietpannetjes	=	frietpan
frietpers	noun	apparaat waarmee men uit aardappelen frietjes kan snijden
frietpersen	=	frietpers
frietpersje	=	frietpers
frietpersjes	=	frietpers
frietpot	noun	huishoudelijk apparaat gebruikt om in hete olie bepaalde gerechten te frituren
frietpotten	=	frietpot
frietsaus	noun	een saus die lijkt op mayonaise, maar vaak minder vet/olie bevat
frietsausen	=	frietsaus
frietsausje	=	frietsaus
frietsausjes	=	frietsaus
frietsauzen	=	frietsaus
frietsnijder	noun	apparaat waarmee men uit aardappelen frietjes kan snijden
frietsnijders	=	frietsnijder
frietsnijdertje	=	frietsnijder
frietsnijdertjes	=	frietsnijder
frietsnijmachine	noun	keukenhulpmiddel om uit aardappelen frietjes te snijden
frietsnijmachines	=	frietsnijmachine
frietsnijmachinetje	=	frietsnijmachine
frietsnijmachinetjes	=	frietsnijmachine
friettent	noun	Een snackbar, friettent, snelbuffet, frituur of friture is een eetgelegenheid waar men voornamelijk snacks (bijvoorbeeld friet, kroketten, frikandellen) kan kopen en nuttigen.
friettenten	=	friettent
friettentje	=	friettent
friettentjes	=	friettent
frietvet	noun	frituurvet
frietvetten	=	frietvet
frietvorkje	noun	klein vorkje dat het frietkot verschaft om de frieten te kunnen consumeren zonder vette vingers te krijgen
frietvorkjes	=	frietvorkje
frietwagen	noun	een mobiele snackbar, vaak een aanhanger of foodtruck, die op locatie friet en snacks bakt en serveert
frietwagens	=	frietwagen
frietwagentje	=	frietwagen
frietwagentjes	=	frietwagen
frietzaak	noun	gelegenheid waar men friet en andere vette snacks kan kopen
frietzaakje	=	frietzaak
frietzaakjes	=	frietzaak
frietzak	noun	puntzak waarin frietjes (en frituurvet) worden geserveerd
frietzakbekermos	noun	Cladonia humilis een soort korstmos uit het geslacht Cladonia
frietzakbekermosje	=	frietzakbekermos
frietzakbekermosjes	=	frietzakbekermos
frietzakbekermossen	=	frietzakbekermos
frietzaken	=	frietzaak
frietzakhouder	noun	standaard die speciaal is ontworpen om puntzakken met friet of andere snacks stabiel rechtop te houden
frietzakhouders	=	frietzakhouder
frietzakhoudertje	=	frietzakhouder
frietzakhoudertjes	=	frietzakhouder
frietzakje	=	frietzak
frietzakjes	=	frietzak
frietzakken	=	frietzak
friezen	=	fries
friezin	noun	een vrouwelijke inwoner van Friesland, of een vrouw afkomstig uit Friesland
friezinnen	=	friezin
friezinnetje	=	friezin
friezinnetjes	=	friezin
frigidaire	noun	toestel waarmee men etenswaren kan koelen of koel houden
frigidaires	=	frigidaire
frigide	adj	seksueel ongevoelig
frigider	=	frigide
frigidere	=	frigide
frigiders	=	frigide
frigides	=	frigide
frigiditeit	noun	geslachtelijke koelheid
frigiditeiten	=	frigiditeit
frigiedst	=	frigide
frigiedste	=	frigide
frigo	noun	ruimte die gekoeld kan worden voor het bewaren van voedsel en andere bederfelijke waar
frigo's	=	frigo
frigobox	noun	een draagbare geïsoleerde kist die met koelelementen gekoeld kan worden en dient om eten en drinken koel te houden tijdens een buitenactiviteit
frigoboxen	=	frigobox
frigoboxtoerisme	noun	toerisme waarbij men zijn eten zelf meebrengt van huis; toerisme waarbij men weinig uitgeeft
frigoboxtoerist	noun	eendagstoerist die geen bestedingen doet in de plaatselijke middenstand of horeca
frigoboxtoeristen	=	frigoboxtoerist
frigootje	=	frigo
frigootjes	=	frigo
frijn	=	frijnen
frijnde	=	frijnen
frijnden	=	frijnen
frijne	=	frijnen
frijnen	verb	voorzien van smalle evenwijdige groefjes
frijnend	=	frijnen
frijnende	=	frijnen
frijnt	=	frijnen
frik	noun	een bekrompen schoolmeester
frikadel	noun	een ronde, compacte gehaktbal met bepaalde kruiden
frikadellen	=	frikadel
frikadelletje	=	frikadel
frikadelletjes	=	frikadel
frikandel	noun	een langwerpige, donkergekleurde worst die warm gefrituurd wordt gegeten
frikandelbroodje	noun	hartige lekkernij bestaand uit bladerdeeg gevuld met gefrituurd vlees en curry
frikandelbroodjes	=	frikandelbroodje
frikandellen	=	frikandel
frikandellentent	noun	snackbar of kraam die vooral bekend staat vanwege de worstvormige gekruide gehakt die er verkrijgbaar is, ook wel gebruikt met de bijbetekenis van eetgelegenheid met bescheiden culinaire pretenties
frikandellententen	=	frikandellentent
frikandelletje	=	frikandel
frikandelletjes	=	frikandel
frikje	=	frik
frikjes	=	frik
frikken	=	frik
frikkerig	adj	zich als een frik gedragend
frikkerige	=	frikkerig
frikkeriger	=	frikkerig
frikkerigere	=	frikkerig
frikkerigers	=	frikkerig
frikkerigs	=	frikkerig
frikkerigst	=	frikkerig
frikkerigste	=	frikkerig
frips	=	fris
fris	adj	schoon, zuiver, prettig ruikend
frisbee	noun	plastic ronde schijf die je naar elkaar overgooit
frisbeede	=	frisbeeën
frisbeeden	=	frisbeeën
frisbees	=	frisbee
frisbeet	=	frisbeeën
frisbeetje	=	frisbee
frisbeetjes	=	frisbee
frisbeeë	=	frisbeeën
frisbeeën	verb	een platte plastic schijf naar elkaar overgooien als tijdverdrijf of als sport
frisbeeënd	=	frisbeeën
frisbeeënde	=	frisbeeën
frisch	=	fris
frisco	noun	portie roomijs op een stokje
frisco's	=	frisco
frisdrank	noun	verfrissende drank zonder alcohol, in enge zin een koolzuurhoudende limonade, in ruime zin ook zonder koolzuur
frisdrankautomaat	noun	een automaat die, na betaling, gekoelde frisdrank in blikjes of flesjes verkoopt
frisdrankautomaatje	=	frisdrankautomaat
frisdrankautomaatjes	=	frisdrankautomaat
frisdrankautomaten	=	frisdrankautomaat
frisdrankblik	noun	metalen blikje waarin frisdrank verpakt zit en waaruit men de frisdrank kan drinken
frisdrankblikje	=	frisdrankblik
frisdrankblikjes	=	frisdrankblik
frisdrankblikken	=	frisdrankblik
frisdrankconcern	noun	groot bedrijf dat frisdranken produceert en verkoopt
frisdrankconcerns	=	frisdrankconcern
frisdranken	=	frisdrank
frisdrankenfabriek	noun	bedrijf dat frisdranken produceert
frisdrankenfabrieken	=	frisdrankenfabriek
frisdrankenfabriekje	=	frisdrankenfabriek
frisdrankenfabriekjes	=	frisdrankenfabriek
frisdrankengigant	noun	zeer groot bedrijf dat frisdranken produceert en verkoopt
frisdrankengiganten	=	frisdrankengigant
frisdrankenindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie van niet-alcoholische koolzuurhoudende dranken
frisdrankenindustrieën	=	frisdrankenindustrie
frisdrankfabrikant	noun	bedrijf dat niet-alcoholische koolzuurhoudende dranken produceert
frisdrankfabrikanten	=	frisdrankfabrikant
frisdrankfles	noun	fles waarin frisdrank verkocht wordt
frisdrankflesje	=	frisdrankfles
frisdrankflesjes	=	frisdrankfles
frisdrankflessen	=	frisdrankfles
frisdrankgigant	noun	zeer grote bedrijf dat frisdranken produceert
frisdrankgiganten	=	frisdrankgigant
frisdrankje	=	frisdrank
frisdrankjes	=	frisdrank
frisdrankproducent	noun	bedrijf dat niet-alcoholische, koolzuurhoudende dranken maakt
frisdrankproducenten	=	frisdrankproducent
frisee	noun	Cichorium intybus ssp. sla met gekrulde bladeren
friseer	=	friseren
friseerde	=	friseren
friseerden	=	friseren
friseerijzer	noun	tang waarmee men stijl haar kan laten krullen
friseerijzers	=	friseerijzer
friseert	=	friseren
friseertang	noun	ijzer waarmee men stijl haar kan laten krullen
friseertangen	=	friseertang
friseertangetje	=	friseertang
friseertangetjes	=	friseertang
frisere	=	friseren
friseren	verb	doen krullen
friserend	=	friseren
friserende	=	friseren
friseur	noun|formal	iemand die friseert (krullen aanbrengt), een kapper
friseurs	=	friseur
friseurtje	=	friseur
friseurtjes	=	friseur
frisgewassen	adj	recent gewassen en fris ruikend
frisgewassens	=	frisgewassen
frisgroen	adj	helder lichtgroen
frisgroene	=	frisgroen
frisgroenen	=	frisgroen
frisgroener	=	frisgroen
frisgroenere	=	frisgroen
frisgroeners	=	frisgroen
frisgroens	=	frisgroen
frisgroenst	=	frisgroen
frisgroenste	=	frisgroen
frisheden	=	frisheid
frisheid	noun	jong, nieuw en nog niet vervallen of vermoeid
frisici	=	frisicus
frisicus	noun	deskundige van de Friese taalkunde
frisicusje	=	frisicus
frisicusjes	=	frisicus
frisisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Fries of gevormd naar Fries voorbeeld
frisismen	=	frisisme
frisist	noun	deskundige van de Friese taalkunde
frisisten	=	frisist
frisistiek	noun	Friese taal- en letterkunde
frisje	=	fris
frisjes	adv	net iets koeler dan prettig is
frisket	noun	stevig stuk papier dat dient om het te bedrukken papier te fixeren en te beschermen tegen vuil
frisketten	=	frisket
frisling	noun	jong van een everzwijn
frislingen	=	frisling
frislingetje	=	frisling
frislingetjes	=	frisling
frisse	=	fris
frissen	verb	in een open haard omzetten in smeedijzer of staal
frisser	=	fris
frissere	=	fris
frissers	=	fris
frist	=	fris
friste	=	fris
frisuren	=	frisuur
frisuur	noun	kapsel
frites	noun	gerecht vervaardigd van in reepjes gesneden aardappel gebakken in olie
fritessaus	noun	een saus die lijkt op mayonaise, maar vaak minder vet/olie bevat
fritessausen	=	fritessaus
fritessausje	=	fritessaus
fritessausjes	=	fritessaus
fritessauzen	=	fritessaus
friteuse	noun	een huishoudtoestel dat gebruikt wordt om in olie bepaalde gerechten te frituren
friteusen	=	friteuse
friteuses	=	friteuse
friteusetje	=	friteuse
friteusetjes	=	friteuse
frittata	noun	gevulde omelet
frittata's	=	frittata
friture	noun	een zaak waar men gefrituurde zaken verkoopt.
frituren	verb	bereiden door middel van onderdompeling in hete olie of vet
friturend	=	frituren
friturende	=	frituren
fritures	=	friture
frituretje	=	friture
friturist	noun	iemand die een frituur uitbaat
frituristen	=	friturist
frituur	noun	een zaak waar men gefrituurde zaken verkoopt
frituurde	=	frituren
frituurden	=	frituren
frituurolie	noun	vettige vloeistof waarin na verhitting ondergedompeld voedsel kan worden gebakken Frituurolie is van plantaardige herkomst, frituurvet kan ook van dieren afkomstig zijn.
frituurolies	=	frituurolie
frituuroliën	=	frituurolie
frituurpan	noun	huishoudelijk apparaat gebruikt om in hete olie bepaalde gerechten te frituren
frituurpannen	=	frituurpan
frituurpannetje	=	frituurpan
frituurpannetjes	=	frituurpan
frituurt	=	frituren
frituurtje	=	frituur
frituurtjes	=	frituur
frituuruitbater	noun	iemand die een frituur uitbaat
frituuruitbaters	=	frituuruitbater
frituurvet	noun	vloeibaar vet om voedsel in te frituren
frituurvetcontainer	noun	een inzamelpunt, vaak een speciale gele kliko of ondergrondse container, die bedoeld is voor het apart inleveren van gebruikt frituurvet en bakolie.
frituurvetcontainers	=	frituurvetcontainer
frituurvetcontainertje	=	frituurvetcontainer
frituurvetcontainertjes	=	frituurvetcontainer
frituurvetje	=	frituurvet
frituurvetten	=	frituurvet
fritvlieg	noun	Oscinella frit een vlieg, waarvan de 3 tot 4 mm lange, min of meer doorzichtige, witte, pootloze larve aan plantendelen van grasachtigen vreet
fritvliegen	=	fritvlieg
fritvliegje	=	fritvlieg
fritvliegjes	=	fritvlieg
friulaanstalig	adj	de Friulaanse taal sprekend
friulaanstalige	=	friulaanstalig
friulaanstaligs	=	friulaanstalig
friulischtalig	adj	het Friulisch sprekend
friulischtalige	=	friulischtalig
friulischtaligs	=	friulischtalig
frivole	=	frivool
frivoler	=	frivool
frivolere	=	frivool
frivolers	=	frivool
frivoliteit	noun	lichtzinnigheid
frivoliteiten	=	frivoliteit
frivoliteitje	=	frivoliteit
frivoliteitjes	=	frivoliteit
frivolité	noun	een handwerktechniek, waarbij op kant lijkend weefsel wordt vervaardigd
frivolités	=	frivolité
frivool	adj	lichtzinnig
frivools	=	frivool
frivoolst	=	frivool
frivoolste	=	frivool
froem	adj	vroom
froeme	=	froem
froemer	=	froem
froemere	=	froem
froemst	=	froem
froemste	=	froem
froisseer	=	froisseren
froisseerde	=	froisseren
froisseerden	=	froisseren
froisseert	=	froisseren
froissere	=	froisseren
froisseren	verb	een beetje kwetsen, licht krenken
froisserend	=	froisseren
frok	noun|historical	gewaad dat over alle andere kleding wordt gedragen
frokje	=	frok
frokjes	=	frok
frokken	=	frok
from	adj	vroom
fromme	=	from
frommel	=	frommelen
frommelde	=	frommelen
frommelden	=	frommelen
frommele	=	frommelen
frommelen	verb	met de vingers kreukelen
frommelend	=	frommelen
frommelende	=	frommelen
frommelig	adj	op een rommelige manier
frommelige	=	frommelig
frommeliger	=	frommelig
frommeligere	=	frommelig
frommeligers	=	frommelig
frommeligs	=	frommelig
frommeligst	=	frommelig
frommeligste	=	frommelig
frommelt	=	frommelen
frommer	=	from
frommere	=	from
fromst	=	from
fromste	=	from
frondeel	noun	deel van het hoofdstel voor het hoofd en boven de ogen
frondeeltje	=	frondeel
frondeeltjes	=	frondeel
frondelen	=	frondeel
frons	noun	een aandoening van keel, luchtpijp en krop veroorzaakt door een ééncellige parasiet (Trichomonas gallinae)
fronse	=	fronsen
fronsel	=	fronselen
fronselde	=	fronselen
fronselden	=	fronselen
fronsele	=	fronselen
fronselen	verb	frommelen, kreukels maken, rimpels maken
fronselend	=	fronselen
fronselende	=	fronselen
fronselt	=	fronselen
fronsen	verb	de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen
fronsend	adj	boos en/of verbaasd de wenkbrauwen naar elkaar toe bewegend
fronsende	=	fronsen
fronsender	=	fronsend
fronsendere	=	fronsend
fronsenders	=	fronsend
fronsends	=	fronsend
fronsendst	=	fronsend
fronsendste	=	fronsend
fronsje	=	frons
fronsjes	=	frons
fronst	=	fronsen
fronste	=	fronsen
fronsten	=	fronsen
front	noun	voorkant, voorzijde
frontaal	adj	met betrekking tot de voorkant van iets
frontaals	=	frontaal
frontaalst	=	frontaal
frontaalste	=	frontaal
frontaanval	noun	tegen het front van een leger gerichte aanval
frontaanvallen	=	frontaanval
frontale	=	frontaal
frontaler	=	frontaal
frontalere	=	frontaal
frontalers	=	frontaal
frontbericht	noun	bericht van het front
frontberichten	=	frontbericht
frontbeweging	noun	een beweging van Vlaamse intellectuelen die ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het IJzerfront.
frontbewegingen	=	frontbeweging
frontbeweginkje	=	frontbeweging
frontbeweginkjes	=	frontbeweging
frontbui	noun	elk van de buien die gelijktijdig langs een bepaalde lijn optreden
frontbuien	=	frontbui
frontbuitje	=	frontbui
frontbuitjes	=	frontbui
fronten	=	front
frontend	noun	deel van een applicatie dat voor de gebruiker zichtbaar is als hij ermee communiceert, met name de gebruikersinterface (een command-line-interface of een grafische gebruikersomgeving (GUI))
frontends	=	frontend
frontgebied	noun	terrein waar twee legers met elkaar vechten; plaats waar tijdens een oorlog gevochten wordt
frontgebieden	=	frontgebied
frontgebiedje	=	frontgebied
frontgebiedjes	=	frontgebied
frontispice	noun	decoratie rond de belangrijkste ingang van een gebouw
frontispices	=	frontispice
frontispies	noun	gevel aan de voorkant van een gebouw
frontispiesen	=	frontispies
frontje	=	front
frontjes	=	front
frontlieden	=	frontman
frontlijn	noun	de lijn waarlangs gevochten wordt in een frontoorlog
frontlijnen	=	frontlijn
frontlijnstaat	noun	een land dat aan het front van een strijd of oorlog ligt
frontlijnstaatje	=	frontlijnstaat
frontlijnstaatjes	=	frontlijnstaat
frontlijnstaten	=	frontlijnstaat
frontlinie	noun	de voorste gevechtslinie
frontlinies	=	frontlinie
frontloading	noun	het vervroegen van activiteiten, kosten of opbrengsten naar de beginfase van een project, contract of tijdsperiode.
frontlui	=	frontman
frontman	noun	leider van een popgroep
frontmannen	=	frontman
frontmannetje	=	frontman
frontmannetjes	=	frontman
frontmuren	=	frontmuur
frontmuur	noun	voormuur
frontmuurtje	=	frontmuur
frontmuurtjes	=	frontmuur
frontoffice	noun	deel van een dienstverlenend bedrijf waar men direct contact heeft met de klant
frontoffices	=	frontoffice
fronton	noun	driehoekige gevelbekleding in de classicistische bouwstijl als bekroning van raam, deur of gevel
frontonnetje	=	fronton
frontonnetjes	=	fronton
frontons	=	fronton
frontpage	noun	webpagina die door de eigenaar bedoeld als toegangspoort van de website
frontpages	=	frontpage
frontpagina	noun	voorpagina van een krant of tijdschrift
frontpagina's	=	frontpagina
frontpaneel	noun	paneel met bedienknoppen aan de voorkant van een toestel
frontpaneeltje	=	frontpaneel
frontpaneeltjes	=	frontpaneel
frontpanelen	=	frontpaneel
frontrunning	noun	praktijk waarbij een effectenhandelaar eerst zelf positie inneemt voordat hij een groter order voor een klant uitvoert
frontsoldaat	noun	militair die zelf aan een gevecht deelneemt
frontsoldaatje	=	frontsoldaat
frontsoldaatjes	=	frontsoldaat
frontsoldaten	=	frontsoldaat
frontspoiler	noun	onderdeel aangebracht onder de bumper aan de voorkant van snelle auto's, dat bij hoge snelheden de luchtstroom onder de auto door vermindert en zo de wielen steviger op het wegdek drukt
frontspoilers	=	frontspoiler
frontstore	noun	door de politie opgezet nepbedrijf, als val voor criminelen
frontstores	=	frontstore
frontstoretje	=	frontstore
frontstoretjes	=	frontstore
frontstuk	noun	frondeel
frontstukje	=	frontstuk
frontstukjes	=	frontstuk
frontstukken	=	frontstuk
frontstuurcabine	noun	cabine die vóór of boven de vooras is geplaatst
frontstuurcabines	=	frontstuurcabine
frontvorming	noun	het ontstaan van meteorologische fronten
frontvormingen	=	frontvorming
fronzen	=	frons
fropskottel	noun	een zoete groene drank met prik/bubbels uit het boek De GVR van Roald Dahl
frosecco	noun	soort cocktail met daarin prosecco, ijsblokjes die in de blender gegaan zijn en een smaak (bv sap van bepaalde vruchten)
frosecco's	=	frosecco
froseccootje	=	frosecco
froseccootjes	=	frosecco
froseetje	=	frosé
froseetjes	=	frosé
frosé	noun	slurrie van bevroren rosé
frosés	=	frosé
frot	=	frotten
frottage	noun	wrijving
frottages	=	frottage
frotte	=	frotten
frotteer	=	frotteren
frotteerde	=	frotteren
frotteerden	=	frotteren
frotteert	=	frotteren
frotten	verb	klungelen en frummelen met name door met de handen ergens aan te zitten
frottend	=	frotten
frottende	=	frotten
frottere	=	frotteren
frotteren	verb	wrijven
frotterend	=	frotteren
frotterende	=	frotteren
frotteuse	noun	wrijfster
frotteuses	=	frotteuse
frotteusetje	=	frotteuse
frotteusetjes	=	frotteuse
froufrou	noun	koekje, krokant wafeltje met vanillecrème.
froufrous	=	froufrou
froufroutje	=	froufrou
froufroutjes	=	froufrou
fructivoor	noun	dier dat voornamelijk vruchten eet
fructivoren	=	fructivoor
fructose	noun	bepaalde suiker die veel in zoete vruchten voorkomt
frugaal	adj	sober, karig, eenvoudig, schraal
frugaals	=	frugaal
frugaalst	=	frugaal
frugaalste	=	frugaal
frugale	=	frugaal
frugaler	=	frugaal
frugalere	=	frugaal
frugalers	=	frugaal
frugivoor	noun	dier dat voornamelijk vruchten eet
frugivoortje	=	frugivoor
frugivoortjes	=	frugivoor
frugivoren	=	frugivoor
fruit	noun	voedsel dat bestaat uit eetbare vruchten echter let op!
fruitafval	noun	het organische afval dat uit vrij komt bij bereiden van fruit
fruitareaal	noun	geheel van oppervlakten waar bomen of struiken voor hun vruchten worden verbouwd
fruitarealen	=	fruitareaal
fruitarisch	adj	als of voor fruitariërs.
fruitarische	=	fruitarisch
fruitarischer	=	fruitarisch
fruitarischere	=	fruitarisch
fruitarischers	=	fruitarisch
fruitarisme	noun	het zich uitsluitend voeden met fruit en andere eetbare voortbrengselen van planten, die geoogst kunnen worden zonder de desbetreffende plant te doden of te beschadigen.
fruitariër	noun	iemand die zich uitsluitend voedt met fruit en andere eetbare voortbrengselen van planten, die geoogst kunnen worden zonder de desbetreffende plant te doden of te beschadigen.
fruitariërs	=	fruitariër
fruitariërtje	=	fruitariër
fruitariërtjes	=	fruitariër
fruitautomaat	noun	een gokautomaat waar je geld in moet gooien, heeft drie of meer rollen met verschillende afbeeldingen en een startknop of hendel om de rollen te laten draaien, er wordt winst uitkeerd als twee of meer dezelfde afbeeldingen op één rij verschijnen
fruitautomaatje	=	fruitautomaat
fruitautomaatjes	=	fruitautomaat
fruitautomaten	=	fruitautomaat
fruitbelevingscentra	=	fruitbelevingscentrum
fruitbelevingscentrum	noun	attractie waar de bezoeker op een aanschouwelijke manier wat meer over de fruitteelt kan leren
fruitbelevingscentrums	=	fruitbelevingscentrum
fruitbier	noun	bier waarbij aan het einde van het brouwproces een bepaald soort fruit wordt toegevoegd dat mee moet gisten
fruitbieren	=	fruitbier
fruitbiertje	=	fruitbier
fruitbiertjes	=	fruitbier
fruitboer	noun	persoon die professioneel fruit (zoals appels, peren, kersen, bessen) verbouwt, kweekt en oogst, meestal met als doel de verkoop ervan aan de markt, groothandel of consument
fruitboeren	=	fruitboer
fruitboertje	=	fruitboer
fruitboertjes	=	fruitboer
fruitbomen	=	fruitboom
fruitboom	noun	om de vruchten geteeld gewas met een stam en takken
fruitboomdwergspanner	noun	Eupithecia insigniata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
fruitboomdwergspanners	=	fruitboomdwergspanner
fruitboomdwergspannertje	=	fruitboomdwergspanner
fruitboomdwergspannertjes	=	fruitboomdwergspanner
fruitboomkokermot	noun	Coleophora hemerobiella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
fruitboomkokermotje	=	fruitboomkokermot
fruitboomkokermotjes	=	fruitboomkokermot
fruitboomkokermotten	=	fruitboomkokermot
fruitboompje	=	fruitboom
fruitboompjes	=	fruitboom
fruitconsumptie	noun	het eten van fruit
fruitconsumpties	=	fruitconsumptie
fruitcorso	noun	optocht met met fruit versierde praalwagens (in Tiel)
fruitcorso's	=	fruitcorso
fruitdrank	noun	een gezoete drank bereid uit fruit
fruitdranken	=	fruitdrank
fruitdrankje	=	fruitdrank
fruitdrankjes	=	fruitdrank
fruitdwergbladroller	noun	Pammene argyrana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
fruitdwergbladrollers	=	fruitdwergbladroller
fruitdwergbladrollertje	=	fruitdwergbladroller
fruitdwergbladrollertjes	=	fruitdwergbladroller
fruite	=	fruiten
fruiten	verb	lichtbruin bakken van met name ui of groente
fruitend	=	fruiten
fruitende	=	fruiten
fruithandel	noun	winkel of distributiebedrijf dat vruchten verkoopt
fruithandelaar	noun	iemand die vruchten inkoopt en weer aan anderen verkoopt
fruithandelaars	=	fruithandelaar
fruithandelaartje	=	fruithandelaar
fruithandelaartjes	=	fruithandelaar
fruithandelaren	=	fruithandelaar
fruithandels	=	fruithandel
fruithapje	noun	fruit fijngeprakt.
fruithapjes	=	fruithapje
fruitig	adj	met de smaak van vruchten
fruitige	=	fruitig
fruitiger	=	fruitig
fruitigere	=	fruitig
fruitigers	=	fruitig
fruitigs	=	fruitig
fruitigst	=	fruitig
fruitigste	=	fruitig
fruitisme	noun	extreme vorm van vegetarisme waarbij alleen boomvruchten en noten mogen worden gegeten
fruitkist	noun	vrij grote stevige rechthoekige doos voor opslag of vervoer van fruit
fruitkisten	=	fruitkist
fruitkistje	=	fruitkist
fruitkistjes	=	fruitkist
fruitkorf	noun	een mand gevuld met vruchten
fruitkorfje	=	fruitkorf
fruitkorfjes	=	fruitkorf
fruitkorven	=	fruitkorf
fruitkraam	noun	verplaatsbare tent waar fruit verkocht wordt
fruitkraampje	=	fruitkraam
fruitkraampjes	=	fruitkraam
fruitkramen	=	fruitkraam
fruitkweker	noun	persoon die professioneel fruit (zoals appels, peren, kersen, bessen) verbouwt, kweekt en oogst, meestal met als doel de verkoop ervan aan de markt, groothandel of consument
fruitkwekers	=	fruitkweker
fruitkwekertje	=	fruitkweker
fruitkwekertjes	=	fruitkweker
fruitlul	noun	man die een seksuele voorkeur voor mannen heeft
fruitlullen	=	fruitlul
fruitlulletje	=	fruitlul
fruitlulletjes	=	fruitlul
fruitmachine	noun	apparaat om gokspelletjes mee te spelen
fruitmachines	=	fruitmachine
fruitmachinetje	=	fruitmachine
fruitmachinetjes	=	fruitmachine
fruitmand	noun	een van riet gemaakte fruitschaal, vaak als een geschenk aan een zieke gegeven
fruitmanden	=	fruitmand
fruitmandje	=	fruitmand
fruitmandjes	=	fruitmand
fruitmarkt	noun	plaats waar men fruit verhandelt
fruitmarkten	=	fruitmarkt
fruitmes	noun	een klein mesje dat men gebruikt voor het schillen en schoonmaken van fruit
fruitmesje	=	fruitmes
fruitmesjes	=	fruitmes
fruitmessen	=	fruitmes
fruitmot	noun	Cydia pomonella een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
fruitmotje	=	fruitmot
fruitmotjes	=	fruitmot
fruitmotten	=	fruitmot
fruitmuren	=	fruitmuur
fruitmuur	noun	muur op het zuiden die de teelt van bepaalde fruitsoorten ook in koudere streken mogelijk maakt
fruitmuurtje	=	fruitmuur
fruitmuurtjes	=	fruitmuur
fruitpalpmot	noun	Recurvaria nanella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
fruitpalpmotje	=	fruitpalpmot
fruitpalpmotjes	=	fruitpalpmot
fruitpalpmotten	=	fruitpalpmot
fruitpap	noun	babyvoeding gemaakt van geprakt fruit
fruitpapje	=	fruitpap
fruitpapjes	=	fruitpap
fruitpappen	=	fruitpap
fruitpers	noun	apparaat waarmee men het sap uit fruit kan persen
fruitpersen	=	fruitpers
fruitpersje	=	fruitpers
fruitpersjes	=	fruitpers
fruitpluk	noun	het plukken van gerijpt fruit
fruitplukker	noun	iemand die vruchten oogst van de bomen of struiken
fruitplukkers	=	fruitplukker
fruitplukkertje	=	fruitplukker
fruitplukkertjes	=	fruitplukker
fruitsalaadje	=	fruitsalade
fruitsalaadjes	=	fruitsalade
fruitsalade	noun	koude schotel met verschillende soorten fruit
fruitsalades	=	fruitsalade
fruitsaladetje	=	fruitsalade
fruitsaladetjes	=	fruitsalade
fruitsap	noun	sap gewonnen uit fruit
fruitsapje	=	fruitsap
fruitsapjes	=	fruitsap
fruitsappen	=	fruitsap
fruitsaté	noun	gerecht gemaakt van verschillende stukjes van diverse fruitsoorten die op een stokje zijn geprikt
fruitsatés	=	fruitsaté
fruitschaal	noun	meestal ronde bak om vruchten in te serveren of te bewaren
fruitschaaltje	=	fruitschaal
fruitschaaltjes	=	fruitschaal
fruitschalen	=	fruitschaal
fruitsector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie en de verkoop van fruit
fruitsectoren	=	fruitsector
fruitsectors	=	fruitsector
fruitsla	noun	een koud gerecht met diverse soorten fruit meestal gebruikt als desert of bij het ontbijt
fruitslaatje	=	fruitsla
fruitslaatjes	=	fruitsla
fruitsoort	noun	een eetbare vrucht van een plant
fruitsoorten	=	fruitsoort
fruitsoortje	=	fruitsoort
fruitsoortjes	=	fruitsoort
fruitte	=	fruiten
fruitteelt	noun	de tak van tuinbouw die zich bezighoudt met het telen van fruit
fruitteelten	=	fruitteelt
fruitteler	noun	iemand die fruitteelt
fruittelers	=	fruitteler
fruitten	=	fruiten
fruittest	noun	uitlekbakje waardoor het vocht van (al dan niet gewassen) fruit kan uitlekken en het fruit langer houdbaar blijft
fruittesten	=	fruittest
fruittestje	=	fruittest
fruittestjes	=	fruittest
fruittuin	noun	een stuk land waarop de fruitteler fruit teelt
fruittuinen	=	fruittuin
fruittuintje	=	fruittuin
fruittuintjes	=	fruittuin
fruitveiling	noun	plaats waar men fruit bij opbod verkoopt
fruitveilingen	=	fruitveiling
fruitverkoper	noun	iemand die (op straat of op de markt) fruit verkoopt
fruitverkopers	=	fruitverkoper
fruitvlieg	noun	Drosophilidae insect uit een familie van vliegen met grote diversiteit die voorkomen over de hele wereld.
fruitvliegen	=	fruitvlieg
fruitvliegje	=	fruitvlieg
fruitvliegjes	=	fruitvlieg
fruitwal	noun	muur op het zuiden die de teelt van bepaalde fruitsoorten ook in koudere streken mogelijk maakt
fruitwallen	=	fruitwal
fruitwalletje	=	fruitwal
fruitwalletjes	=	fruitwal
frul	noun	klein, nietig iets
frullen	=	frul
frulletje	=	frul
frulletjes	=	frul
frummel	=	frummelen
frummelde	=	frummelen
frummelden	=	frummelen
frummele	=	frummelen
frummelen	verb	met je vingers ergens aanzitten zonder er iets nuttigs mee te doen
frummelend	=	frummelen
frummelende	=	frummelen
frummelt	=	frummelen
frunk	noun	kofferbak aan de voorkant van een elektrische auto op de plaats waar in auto's met een verbrandingsmotor de motor geplaatst is
frunkje	=	frunk
frunkjes	=	frunk
frunks	=	frunk
frunnik	=	frunniken
frunnike	=	frunniken
frunniken	verb	iets prettigs doen met kleine niet al te planmatige bewegingen van de vingers
frunnikend	=	frunniken
frunnikende	=	frunniken
frunnikt	=	frunniken
frunnikte	=	frunniken
frunnikten	=	frunniken
frust	noun	onzeker persoon die nooit bereikt wat hij wil en zich daar weer over opwindt
frusten	=	frust
frusti	noun	onzeker persoon die nooit bereikt wat hij wil en zich daar weer over opwindt
frusti's	=	frusti
frusto	noun	onzeker persoon die nooit bereikt wat hij wil en zich daar weer over opwindt
frusto's	=	frusto
frustraat	noun	iemand die gefrustreerd is
frustraatje	=	frustraat
frustraatjes	=	frustraat
frustraten	=	frustraat
frustratie	noun	een gevoel van ongenoegen omdat verwachte voortgang uitblijft
frustraties	=	frustratie
frustratietje	=	frustratie
frustratietjes	=	frustratie
frustratietolerantie	noun	het vermogen om met teleurstellingen om te kunnen gaan
frustreer	=	frustreren
frustreerde	=	frustreren
frustreerden	=	frustreren
frustreert	=	frustreren
frustrere	=	frustreren
frustreren	verb	belemmeren in de verwezenlijking van zijn verwachtingen of behoeften
frustrerend	adj	van iets waarvan de verwachtingen in het geheel niet zijn uitgekomen
frustrerende	=	frustreren
frustrerender	=	frustrerend
frustrerendere	=	frustrerend
frustrerenders	=	frustrerend
frustrerends	=	frustrerend
frustrerendst	=	frustrerend
frustrerendste	=	frustrerend
frut	=	frutten
frutje	noun	kleine hoeveelheid
frutjes	=	frutje
frutsel	noun	een overbodige toevoeging of versiering van weinig waarde
frutselaar	noun	iemand die knutselt, peutert of klungelt aan iets, vaak zonder veel resultaat of kunde
frutselaars	=	frutselaar
frutselaartje	=	frutselaar
frutselaartjes	=	frutselaar
frutselde	=	frutselen
frutselden	=	frutselen
frutsele	=	frutselen
frutselen	verb	met de handen aan iets heel kleins werken vaak op een niet al te nette wijze
frutselend	=	frutselen
frutselende	=	frutselen
frutsels	=	frutsel
frutselt	=	frutselen
frutseltje	=	frutsel
frutseltjes	=	frutsel
frutte	=	frutten
frutten	verb	boenen, schuren
fruttend	=	frutten
fruttende	=	frutten
frygisch	noun	de kerktoonsoort gebaseerd op e	adj	wat betreft de kerktoonsoort gebaseerd op e
frygische	=	frygisch
frygischer	=	frygisch
frygischere	=	frygisch
frygischers	=	frygisch
frygischtalig	adj	de Frygische taal sprekend
frygischtalige	=	frygischtalig
frygischtaligs	=	frygischtalig
frère	noun	aanspreekvorm voor een monnik
frères	=	frère
frêle	adj	van iemand dat hij of zij fijngebouwd is
frêler	=	frêle
frêlere	=	frêle
frêlers	=	frêle
frêles	=	frêle
frêlest	=	frêle
frêleste	=	frêle
fröbel	=	fröbelen
fröbelde	=	fröbelen
fröbelden	=	fröbelen
fröbele	=	fröbelen
fröbelen	verb	onderwijs ontvangen op een kleuterschool of kinderdagverblijf
fröbelend	=	fröbelen
fröbelende	=	fröbelen
fröbelonderwijs	noun	onderwijsmethode voor kinderen jonger dan zes jaar o.a. door middel van het spelen met voorwerpen
fröbelscholen	=	fröbelschool
fröbelschool	noun	kleuterschool
fröbelschooltje	=	fröbelschool
fröbelschooltjes	=	fröbelschool
fröbelster	noun	een driedimensionale kerstdecoratie gemaakt van papier die op een bepaalde manier gevouwen is
fröbelsterren	=	fröbelster
fröbelsterretje	=	fröbelster
fröbelt	=	fröbelen
ftaalzuren	=	ftaalzuur
ftaalzuur	noun	ieder van de drie benzeendicarbonzuren
ftaalzuurtje	=	ftaalzuur
ftalaat	noun	een zout afgeleid van een ftaalzuur
ftalaten	=	ftalaat
fte	noun	eenheid waarin personeelssterkte kan worden uitgedrukt in aantallen voltijdsbanen
fte's	=	fte
fte'tje	=	fte
ftisis	noun	ernstige ziekte door besmetting met bepaalde bacterieën, tuberculose
ftp	=	ftp'en
ftp'de	=	ftp'en
ftp'den	=	ftp'en
ftp'e	=	ftp'en
ftp'en	verb	via het internet uitwisselen van computerbestanden
ftp'end	=	ftp'en
ftp'ende	=	ftp'en
ftp't	=	ftp'en
fuchsia	noun	benaming voor planten uit het geslacht Fuchsia in de teunisbloemfamilie
fuchsia's	=	fuchsia
fuchsiakleurig	adj	de kleur fuchsia hebbend
fuchsiakleurige	=	fuchsiakleurig
fuchsiakleuriger	=	fuchsiakleurig
fuchsiakleurigere	=	fuchsiakleurig
fuchsiakleurigers	=	fuchsiakleurig
fuchsiakleurigs	=	fuchsiakleurig
fuchsiakleurigst	=	fuchsiakleurig
fuchsiakleurigste	=	fuchsiakleurig
fuck	intj|vulgar	kreet waarmee schrik, ontzetting en/of ergernis wordt uitgedrukt
fuckboy	noun	jongen die met meerdere meisjes seks heeft
fuckboy's	=	fuckboy
fuckboys	=	fuckboy
fuckboytje	=	fuckboy
fuckboytjes	=	fuckboy
fucke	=	fucken
fucken	verb	niet eerlijk tegen iemand zijn, oplichten
fuckend	=	fucken
fuckende	=	fucken
fucks	=	fuck
fuckt	=	fucken
fuckte	=	fucken
fuckten	=	fucken
fuga	noun	meerstemmig muziekstuk met veelvuldige herhaling van het hoofdthema
fuga's	=	fuga
fugaatje	=	fuga
fugaatjes	=	fuga
fugatisch	adj	als een fuga
fugatische	=	fugatisch
fugatischer	=	fugatisch
fugatischere	=	fugatisch
fugatischers	=	fugatisch
fuif	noun	vrolijk besloten feest
fuifbeest	noun	iemand die (te) vaak en (te) heftig feestviert
fuifbeesten	=	fuifbeest
fuifde	=	fuiven
fuifden	=	fuiven
fuifje	=	fuif
fuifjes	=	fuif
fuifnummer	noun	iemand die graag en veel feestviert
fuifnummers	=	fuifnummer
fuifnummertje	=	fuifnummer
fuift	=	fuiven
fuik	noun	een langwerpig, korfvormig visnet dat in een punt toelopend is
fuiken	=	fuik
fuikhorens	noun	Nassariidae een familie van slakken die behoren tot de orde der Neogastropoda
fuikje	=	fuik
fuikjes	=	fuik
fuive	=	fuiven
fuiven	verb	enthousiast feestvieren
fuivend	=	fuiven
fuivende	=	fuiven
fujara	noun	een groot model blokfluit uit Slowakije
fujara's	=	fujara
fujaraatje	=	fujara
fujaraatjes	=	fujara
fujikers	noun	Prunus incisa een heester van het geslacht prunus (subg.
fujikersen	=	fujikers
fujikersje	=	fujikers
fujikersjes	=	fujikers
full-time	=	fulltime
fullereen	noun	een lid van een klasse van allotropen van het element koolstof met een holle moleculaire structuur
fullerenen	=	fullereen
fulleride	noun	een verbinding waarin een fullereen als oxidator optreedt
fulleriden	=	fulleride
fullerides	=	fulleride
fulltime	adj	voor de volle werktijd (ongeveer 36 uur per week)
fulltime-betrekking	noun	een dienstverband waarbij een werknemer een volledige werkweek maakt.
fulltime-betrekkingen	=	fulltime-betrekking
fulltime-betrekkinkje	=	fulltime-betrekking
fulltime-betrekkinkjes	=	fulltime-betrekking
fulltime-equivalent	noun	banen met een volledige werkweek, als je de werktijd daarnaar omrekent (eenheid om de omvang van een organisatie of aanstelling uit te drukken)
fulltime-equivalenten	=	fulltime-equivalent
fulltimebaan	noun	een baan waarbij volle aantal uren van een volle werkweek gewerkt wordt
fulltimebaantje	=	fulltimebaan
fulltimebaantjes	=	fulltimebaan
fulltimebanen	=	fulltimebaan
fulltimebasis	noun	een volledige werkweek (van 36-40 uur) als grondslag
fulltimebetrekking	noun	een dienstverband waarbij een werknemer een volledige werkweek maakt.
fulltimebetrekkingen	=	fulltimebetrekking
fulltimebetrekkinkje	=	fulltimebetrekking
fulltimebetrekkinkjes	=	fulltimebetrekking
fulltimejob	noun	voltijdbaan
fulltimejobs	=	fulltimejob
fulltimemoeder	noun	vrouw die 36 uur per week besteedt aan het verzorgen van de kinderen en het huishouden
fulltimemoeders	=	fulltimemoeder
fulltimemoedertje	=	fulltimemoeder
fulltimemoedertjes	=	fulltimemoeder
fulltimer	noun	iemand die een volledige baan heeft van gemiddeld 32-uur of meer per week
fulltimers	=	fulltimer
fulltimes	=	fulltime
fulminaat	noun	zout van knalzuur
fulminaatje	=	fulminaat
fulminaatjes	=	fulminaat
fulminant	adj	razend of woedend
fulminante	=	fulminant
fulminanter	=	fulminant
fulminantere	=	fulminant
fulminanters	=	fulminant
fulminants	=	fulminant
fulminantst	=	fulminant
fulminantste	=	fulminant
fulminaten	=	fulminaat
fulminator	noun	iemand die fulmineert
fulminatoren	=	fulminator
fulminators	=	fulminator
fulminatortje	=	fulminator
fulminatortjes	=	fulminator
fulmineer	=	fulmineren
fulmineerde	=	fulmineren
fulmineerden	=	fulmineren
fulmineert	=	fulmineren
fulminere	=	fulmineren
fulmineren	verb	razen, tekeergaan, tieren
fulminerend	=	fulmineren
fulminerende	=	fulmineren
fulp	noun	langharig fluweel
fulpen	adj	van langharig fluweel gemaakt
fulveen	noun	een lid van de groep koolwaterstoffen met dezelfde brutoformule als benzeen, namelijk C₆H₆
fulveentje	=	fulveen
fulveentjes	=	fulveen
fulvenen	=	fulveen
fulvetta	noun	Fulvetta een geslacht van zangvogels uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
fulvetta's	=	fulvetta
fulvettaatje	=	fulvetta
fulvettaatjes	=	fulvetta
fumarole	noun	damp- en gasbron in vulkanische streken
fumarolen	=	fumarole
fumet	noun	een zeer krachtige bouillon van zeedieren
fumets	=	fumet
fumoir	noun	ruimte waar roken is toegestaan; rooksalon in een theater
fumoirs	=	fumoir
fun	noun	oorzaak of toestand van vrolijkheid
funchi	noun	pap van sorghummeel, in de Cariben veelal gemaakt van mais
functie	noun	doel of taak binnen een geheel van een systeem of apparaat
functie-eis	noun	aan een sollicitant gestelde eis voor een functie, bijvoorbeeld met betrekking tot opleiding en ervaring
functie-eisen	=	functie-eis
functie-eisje	=	functie-eis
functie-eisjes	=	functie-eis
functie-inhoud	noun	geheel van de afzonderlijke taken en verantwoordelijkheden die bij een bepaalde positie in een organisatie horen
functie-inhouden	=	functie-inhoud
functieaanduiding	noun	indicatie op een overzicht van de functies die aanwezig zijn
functieaanduidingen	=	functieaanduiding
functieaanduidinkje	=	functieaanduiding
functieaanduidinkjes	=	functieaanduiding
functieanalyse	noun	analyse van de taken en verantwoordelijkheden van een functie en bepaling van de waarde ervan in een bedrijf of informatiesysteem
functieanalysen	=	functieanalyse
functieanalyses	=	functieanalyse
functiebeoordeling	noun	beoordeling van de kwaliteit van een functie
functiebeoordelingen	=	functiebeoordeling
functiebeperking	noun	een beperking die iemand heeft voor het uitvoeren van een functie
functiebeperkingen	=	functiebeperking
functiebeschrijving	noun	beschrijving van wat een functie inhoudt
functiebeschrijvingen	=	functiebeschrijving
functieboek	noun	een verzameling van functiebeschrijvingen voor de meest voorkomende functies binnen een branche, inclusief een indeling in salarisschalen
functieboeken	=	functieboek
functieboekje	=	functieboek
functieboekjes	=	functieboek
functieclassificatie	noun	het ordenen van functies in een rangordening, op basis van de relatieve zwaarte van de functie o.a. t.b.v. het vaststellen van een adequate beloning
functieclassificaties	=	functieclassificatie
functiecompositie	noun	de constructie van een nieuwe functie uit twee of meer functies, door het na elkaar uitvoeren daarvan.
functiecomposities	=	functiecompositie
functiedifferentiatie	noun	één beroep verdelen in verschillende subberoepen
functiedifferentiaties	=	functiedifferentiatie
functiegenerator	noun	subroutine van een programma die als resultaat weer een nieuwe subroutine geeft
functiegeneratoren	=	functiegenerator
functiegeneratortje	=	functiegenerator
functiegeneratortjes	=	functiegenerator
functieleer	noun	leer van de functies (in het bijzonder de differentieerbare functies van complexe getallen)
functieleertje	=	functieleer
functieleertjes	=	functieleer
functieleren	=	functieleer
functielonen	=	functieloon
functieloon	noun	Het loon op basis van de functiewaardering, zonder daarbij de werkelijk geleverde prestatie te betrekken
functieloontje	=	functieloon
functieloontjes	=	functieloon
functieloos	adj	zonder functie
functieloost	=	functieloos
functielooste	=	functieloos
functieloze	=	functieloos
functielozer	=	functieloos
functielozere	=	functieloos
functielozers	=	functieloos
functiemenging	noun	het combineren van verschillende functies – zoals wonen, werken, winkelen, recreatie en groen – in hetzelfde gebied of gebouw.
functiemengingen	=	functiemenging
functiemenginkje	=	functiemenging
functiemenginkjes	=	functiemenging
functienaam	noun	de titel die hoort bij een bepaalde functie of beroep
functienamen	=	functienaam
functieniveau	noun	de waardering van een bepaalde functie in vergelijking met andere functies op een waarderingsschaal
functieniveaus	=	functieniveau
functieomschrijving	noun	omschrijving van iemands taak of functie en zijn bevoegdheden
functieomschrijvingen	=	functieomschrijving
functieonderzoek	noun	onderzoek naar het functioneren van iets of iemand
functieonderzoeken	=	functieonderzoek
functieprofiel	noun	eenduidige beschrijving van het takenpakket van een medewerker of een groep medewerkers
functieprofielen	=	functieprofiel
functiepsychologie	noun	psychologie van waarnemen, denken, voelen en willen
functies	=	functie
functiescheiding	noun	het verdelen van taken en verantwoordelijkheden over verschillende personen om risico's op fraude, fouten en misbruik te verkleinen.
functiescheidingen	=	functiescheiding
functiescheidinkje	=	functiescheiding
functiescheidinkjes	=	functiescheiding
functiestoornis	noun	stoornis in een functie (van de afzonderlijke intellectuele functies)
functiestoornissen	=	functiestoornis
functietest	noun	test waarbij wordt gekeken of of het testobject goed, volgens de specificaties en wensen, functioneert
functietesten	=	functietest
functietestje	=	functietest
functietestjes	=	functietest
functietests	=	functietest
functietheorie	noun	leer van de functies (in het bijzonder de differentieerbare functies van complexe getallen)
functietheorietje	=	functietheorie
functietheorietjes	=	functietheorie
functietheorieën	=	functietheorie
functietitel	noun	de naam van een positie in een bedrijf of organisatie
functietitels	=	functietitel
functietje	=	functie
functietjes	=	functie
functietoets	noun	toets op een toetsenbord waaraan men een functie kan toewijzen die bij activeren van de toets wordt uitgevoerd
functietoetsen	=	functietoets
functieverandering	noun	verandering van de taak of rol binnen een groter geheel
functieveranderingen	=	functieverandering
functieveranderingetje	=	functieverandering
functieveranderingetjes	=	functieverandering
functieverlies	noun	vermindering van de functionaliteit van een orgaan
functieverliezen	=	functieverlies
functievervulling	noun	het uitoefenen van een functie
functievervullingen	=	functievervulling
functiewaardering	noun	het onderzoeken en vaststellen van de zwaarte en soms de dienovereenkomstige honorering van een functie
functiewaarderingen	=	functiewaardering
functiewaarderingssysteem	noun	methode om een functie in een organisatie te plaatsen op een loonschaal
functiewaarderingssystemen	=	functiewaarderingssysteem
functiewijziging	noun	het krijgen van een andere taak van een werknemer binnen een organisatie, wat vaak een verandering in taken, verantwoordelijkheden en soms arbeidsvoorwaarden (zoals salaris) inhoudt.
functiewijzigingen	=	functiewijziging
functiewijzigingetje	=	functiewijziging
functiewijzigingetjes	=	functiewijziging
functiewoord	noun	woord met weinig inhoudelijke betekenis dat dient om de uitdrukking van bepaalde betrekkingen in grammaticaal verband mogelijk te maken, zoals lidwoorden, voorzetsels enz.
functiewoorden	=	functiewoord
functiewoordje	=	functiewoord
functiewoordjes	=	functiewoord
functionaal	noun	een functie waarvan de argumenten en/of de waarde ook functies zijn
functionaalanalyse	noun	discipline die zich bezighoudt met de studie van vectorruimten en operatoren, die op deze vectorruimten inwerken
functionaalanalysen	=	functionaalanalyse
functionaalanalyses	=	functionaalanalyse
functionaaltje	=	functionaal
functionaaltjes	=	functionaal
functionalen	=	functionaal
functionalisme	noun	bouwstijl waarbij het doel van een gebouw zijn vorm bepaalt
functionalist	noun	iemand die vooral gericht is op de doelmatigheid van iets
functionalisten	=	functionalist
functionalistisch	adj	betrekking hebbend op het functionalisme of een functionalist
functionalistische	=	functionalistisch
functionalistischer	=	functionalistisch
functionalistischere	=	functionalistisch
functionalistischers	=	functionalistisch
functionaliteit	noun	geschiktheid voor een bepaalde toepassing
functionaliteiten	=	functionaliteit
functionaliteitje	=	functionaliteit
functionaris	noun	iemand die een (openbare) functie vervult
functionarisje	=	functionaris
functionarissen	=	functionaris
functioneel	adj	geschikt voor een bepaalde functie
functioneels	=	functioneel
functioneelst	=	functioneel
functioneelste	=	functioneel
functioneer	=	functioneren
functioneerde	=	functioneren
functioneerden	=	functioneren
functioneert	=	functioneren
functionele	=	functioneel
functioneler	=	functioneel
functionelere	=	functioneel
functionelers	=	functioneel
functionere	=	functioneren
functioneren	verb	~ als een bepaalde functie vervullen
functionerend	adj	in staat zijnde een bepaalde taak te vervullen
functionerende	=	functionerend
functionerender	=	functionerend
functionerendere	=	functionerend
functionerenders	=	functionerend
functionerends	=	functionerend
functionerendst	=	functionerend
functionerendste	=	functionerend
functionering	noun	het functioneren
functioneringen	=	functionering
functioneringsgesprek	noun	een dialoog waarin het wederzijds functioneren van de werknemer en diens leidinggevende besproken wordt
functioneringsgesprekje	=	functioneringsgesprek
functioneringsgesprekjes	=	functioneringsgesprek
functioneringsgesprekken	=	functioneringsgesprek
functionerinkje	=	functionering
functionerinkjes	=	functionering
fundament	noun	de basis waarop een huis wordt gebouwd
fundamentalisme	noun	het teruggrijpen op normen en waarden zoals deze oorspronkelijk het meest bekend en vaak ook algemeen gebruikelijk waren
fundamentalismen	=	fundamentalisme
fundamentalismetje	=	fundamentalisme
fundamentalist	noun	aanhanger van het fundamentalisme
fundamentalisten	=	fundamentalist
fundamentalistisch	adj	van of op de wijze van de fundamentalisten
fundamentalistische	=	fundamentalistisch
fundamentalistischer	=	fundamentalistisch
fundamentalistischere	=	fundamentalistisch
fundamentalistischers	=	fundamentalistisch
fundamentalistje	=	fundamentalist
fundamentalistjes	=	fundamentalist
fundamenteel	adj	aan de basis staande
fundamenteels	=	fundamenteel
fundamenteelst	=	fundamenteel
fundamenteelste	=	fundamenteel
fundamentele	=	fundamenteel
fundamenteler	=	fundamenteel
fundamentelere	=	fundamenteel
fundamentelers	=	fundamenteel
fundamenten	=	fundament
fundamentje	=	fundament
fundamentjes	=	fundament
fundamentsteen	noun|historical	blokken van hard materiaal om in de grond een constructie te maken waarop een bouwwerk wordt gebouwd
fundamentstenen	=	fundamentsteen
fundatie	noun	stichting (die een fonds beheert)
fundaties	=	fundatie
fundatiën	=	fundatie
fundeer	=	funderen
fundeerde	=	funderen
fundeerden	=	funderen
fundeert	=	funderen
fundere	=	funderen
funderen	verb	een fundering aanbrengen
funderend	adj	van iets dat het dient als basis voor de rest
funderende	=	funderen
funderends	=	funderend
fundering	noun	het gedeelte van een gebouw dat het eigen gewicht van het gebouw plus de krachten die op het gebouw werken naar de draagkrachtige ondergrond overbrengt
funderingen	=	fundering
funderingsonderzoek	noun	onderzoek naar de draagkracht en de staat van de constructie waarop een gebouw staat
funderingsonderzoeken	=	funderingsonderzoek
funderingspaal	noun	heipaal die diep de grond in geboord of geslagen wordt om een stevig fundament te zijn voor de bouwwerken die men er bovenop wil maken
funderingspaaltje	=	funderingspaal
funderingspaaltjes	=	funderingspaal
funderingspalen	=	funderingspaal
funderingsprobleem	noun	moeilijkheden met het fundament van een gebouw
funderingsproblemen	=	funderingsprobleem
funderingswerker	noun	bouwvakker die de fundering van een gebouw aanbrengt
funderingswerkers	=	funderingswerker
funderingswerkzaamheden	=	funderingswerkzaamheid
funderingswerkzaamheid	noun	een werkzaamheid aan de fundering van een gebouw
funderinkje	=	fundering
funderinkjes	=	fundering
fundi	noun	iemand van de politieke strekking die fundamentele, principiële strijdpunten tracht te realiseren
fundi's	=	fundi
fundietje	=	fundi
fundietjes	=	fundi
funding	noun	de Engelse term voor financiering, het bijeenbrengen of verstrekken van geld voor een specifiek doel, project of organisatie.
fundoscopie	noun	medisch onderzoek van het netvlies met behulp van een oogspiegel
fundraiser	noun	persoon die geld probeert te werven voor een bepaald goed doel
fundraisers	=	fundraiser
fundraising	noun	inzameling van financiële middelen voor een bepaald doel, vaak zonder het leveren van een financiële tegenprestatie
fundraisings	=	fundraising
fundus	noun	bovenste deel van de baarmoeder of koepel van de maag (fundus gastricus)
fundussen	=	fundus
funerair	adj	betrekking hebbend op begrafenis (en rouw)
funerairder	=	funerair
funerairdere	=	funerair
funerairders	=	funerair
funeraire	=	funerair
funerairs	=	funerair
funerairst	=	funerair
funerairste	=	funerair
funeraria	=	funerarium
funerarium	noun	een al dan niet openbaar gebouw waar overledenen opgebaard kunnen worden
funerariumpje	=	funerarium
funerariumpjes	=	funerarium
funerariums	=	funerarium
funest	adj	fataal, noodlottig, verderfelijk, rampzalig, desastreus, heilloos
funeste	=	funest
funester	=	funest
funestere	=	funest
funesters	=	funest
funests	=	funest
funestst	=	funest
funestste	=	funest
fungeer	=	fungeren
fungeerde	=	fungeren
fungeerden	=	fungeren
fungeert	=	fungeren
fungere	=	fungeren
fungeren	verb	~ als een bepaalde functie vervullen
fungerend	=	fungeren
fungerende	=	fungeren
fungi	=	fungus
fungicide	noun	stof die schimmels doodt
fungiciden	=	fungicide
fungicides	=	fungicide
fungistatisch	adj	schimmelwerend
fungistatische	=	fungistatisch
fungus	noun	schimmel zn, zwam zn
funiculaire	noun	schuin gebouwde kabelspoorweg tegen een berghelling
funiculaires	=	funiculaire
funk	noun	uit rhythm-and-blues voortgekomen dansmuziekgenre, m.n. gekenmerkt door staccato samenspel tussen percussie, baslijnen, slaggitaren en blaasinstrumenten en het benadrukken van de eerste noot van de maat door de ritmesectie
funkband	noun	muziekgroep die funkmuziek speelt
funkbandje	=	funkband
funkbandjes	=	funkband
funkbands	=	funkband
funkbas	noun	soort basgitaar
funkbassen	=	funkbas
funkrock	noun	een muziekgenre waarin elementen van funk en rock worden samengesmolten
funky	adj	lijkend op funk, een genre binnen de rhythm-and-blues
funky's	=	funky
funkyer	=	funky
funkyere	=	funky
funkyers	=	funky
funkyst	=	funky
funkyste	=	funky
funshop	=	funshoppen
funshoppe	=	funshoppen
funshoppen	verb	winkelen als vermaak
funshoppend	=	funshoppen
funshoppende	=	funshoppen
funshopt	=	funshoppen
funshopte	=	funshoppen
funshopten	=	funshoppen
furbyfluisteraar	noun	iemand die een boosaardige Furby (elektronisch speelgoedbeest) weer vriendelijk maakt
furbyfluisteraars	=	furbyfluisteraar
furbyfluisteraartje	=	furbyfluisteraar
furbyfluisteraartjes	=	furbyfluisteraar
furcula	noun	in twee punten uitlopende staart bij springstaarten (Collembola)
furcula's	=	furcula
furculae	=	furcula
furie	noun	een zeer boze vrouw
furies	=	furie
furieus	adj	verhit van woede
furieust	=	furieus
furieuste	=	furieus
furieuze	=	furieus
furieuzer	=	furieus
furieuzere	=	furieus
furieuzers	=	furieus
furievleermuis	noun	zoodier uit de kleine familie Furipteridae van Latijns-Amerikaanse vleermuizen.
furievleermuisje	=	furievleermuis
furievleermuisjes	=	furievleermuis
furievleermuizen	noun	Furipteridae een kleine familie van Latijns-Amerikaanse vleermuizen.
furiositeit	noun	het furieus (woedend) zijn
furiën	=	furie
furore	noun	groot succes
furunculose	noun	steenpuistziekte
furunkel	noun	steenpuist
furunkels	=	furunkel
fusarium	noun	benaming voor parasiterende schimmels uit het geslacht Fusarium, die giftige stoffen zoals fumonisine produceren
fusariumpje	=	fusarium
fusariumpjes	=	fusarium
fuscabaardman	noun	Umbrina ronchus een straalvinnige vissensoort uit de familie van ombervissen (Sciaenidae).
fuscabaardmannen	=	fuscabaardman
fuscabaardmannetje	=	fuscabaardman
fuscabaardmannetjes	=	fuscabaardman
fusee	noun	scharnier van het autovoorwiel
fuseer	=	fuseren
fuseerde	=	fuseren
fuseerden	=	fuseren
fuseert	=	fuseren
fusees	=	fusee
fuselier	noun	vroegere, met een geweer bewapende infanterist
fuseliers	noun	een familie Caesionidae van baarsachtige vissen.
fuseliertje	=	fuselier
fusere	=	fuseren
fuseren	verb	het samengaan, eenwoorden van instellingen of bedrijven
fuserend	=	fuseren
fuserende	=	fuseren
fusering	noun	het samenvoegen van twee zaken tot één nieuwe zaak
fuseringen	=	fusering
fusie	noun	het samenvoegen van meerdere delen tot één geheel
fusiebedrijf	noun	bedrijf dat is ontstaan door het samengaan van verschillende andere bedrijven
fusiebedrijven	=	fusiebedrijf
fusiebesluit	noun	beslissing dat twee organisaties of bedrijven samengaan
fusiebesluiten	=	fusiebesluit
fusiebespreking	noun	een formeel overleg tussen twee of meer organisaties of bedrijven waarin wordt gesproken over een fusie.
fusiebesprekingen	=	fusiebespreking
fusiebesprekinkje	=	fusiebespreking
fusiebesprekinkjes	=	fusiebespreking
fusieclub	noun	een sportclub die ontstaan is door de fusie van twee of meer andere sportclubs
fusieclubje	=	fusieclub
fusieclubjes	=	fusieclub
fusieclubs	=	fusieclub
fusiegemeente	noun	door samenvoeging van verschillende gemeenten of leefgemeenschappen ontstane gemeente
fusiegemeenten	=	fusiegemeente
fusiegemeentes	=	fusiegemeente
fusiegemeentetje	=	fusiegemeente
fusiegemeentetjes	=	fusiegemeente
fusiegolf	noun	plotselinge toename van het aantal organisaties of bedrijven die met elkaar fuseren
fusiegolven	=	fusiegolf
fusiekerk	noun	kerkgenootschap dat is ontstaan uit een fusie van afzonderlijke kerken
fusiekerken	=	fusiekerk
fusiekoorts	noun	de al te sterke neiging van organisaties of bedrijven om te fuseren met anderen
fusiekost	noun|obsolete	uitgaven die men maakt als twee bedrijven of organisaties samengaan
fusiekosten	noun	uitgaven die men maakt als twee bedrijven of organisaties samengaan
fusiekrant	noun	een krant die is ontstaan door het samengaan van twee of meer andere kranten
fusiekranten	=	fusiekrant
fusiemaatschappij	noun	onderneming die ontstaan is uit het samengaan van twee of meer andere ondernemingen
fusiemaatschappijen	=	fusiemaatschappij
fusiemaatschappijtje	=	fusiemaatschappij
fusiemaatschappijtjes	=	fusiemaatschappij
fusieonderhandeling	noun	overleg tussen twee of meer organisaties of ondernemingen over een mogelijk samengaan
fusieonderhandelingen	=	fusieonderhandeling
fusieonderzoek	noun	onderzoek naar kernfusie
fusieonderzoeken	=	fusieonderzoek
fusiepartner	noun	bedrijf of organisatie waarmee men nu één bedrijf of organisatie vormt
fusiepartners	=	fusiepartner
fusieplan	noun	het plan om twee of meer organisaties te verenigen tot één organisatie
fusieplannen	=	fusieplan
fusieplannetje	=	fusieplan
fusieplannetjes	=	fusieplan
fusieploeg	noun	sportploeg die ontstaat door het samengaan van twee of meer oorspronkelijke sportploegen
fusieploegen	=	fusieploeg
fusiepoging	noun	de keer dat twee organisaties of ondernemingen proberen samen te gaan in één organisatie of bedrijf
fusiepogingen	=	fusiepoging
fusiepoginkje	=	fusiepoging
fusiepoginkjes	=	fusiepoging
fusieproces	noun	de gang van zaken die moet leiden tot het samengaan van twee organisaties of bedrijven tot één organisatie of bedrijf
fusieprocessen	=	fusieproces
fusieproject	noun	project waarbij men meerdere zaken of organisaties verenigt tot één zaak of organisatie
fusieprojecten	=	fusieproject
fusieprojectje	=	fusieproject
fusieprojectjes	=	fusieproject
fusiereactor	noun	energiecentrale waar energie wordt opgewekt door het laten samensmelten van lichte atoom kernen
fusiereactoren	=	fusiereactor
fusiereactors	=	fusiereactor
fusieregeling	noun	de fiscale regels rondom het samengaan of overnemen van bedrijven.
fusieregelingen	=	fusieregeling
fusieregelingetje	=	fusieregeling
fusieregelingetjes	=	fusieregeling
fusies	=	fusie
fusiescholen	=	fusieschool
fusieschool	noun	school ontstaan uit een fusie van afzonderlijke scholen
fusieschooltje	=	fusieschool
fusieschooltjes	=	fusieschool
fusietje	=	fusie
fusietjes	=	fusie
fusieverbod	noun	het verbieden van het samengaan van twee bedrijven of organisaties tot één bedrijf of organisatie
fusieverboden	=	fusieverbod
fusievoorstel	noun	suggestie om twee of meer bedrijven of organisaties samen te voegen tot een bedrijf of organisatie
fusievoorstellen	=	fusievoorstel
fusieziekenhuis	noun	ziekenhuis dat het resultaat is van een fusie, waarbij twee of meer ziekenhuizen hun middelen, personeel en activa juridisch en praktisch samenvoegen tot één nieuwe, grotere organisatie
fusieziekenhuisje	=	fusieziekenhuis
fusieziekenhuisjes	=	fusieziekenhuis
fusieziekenhuizen	=	fusieziekenhuis
fusillade	noun	doodstraf door geweervuur
fusillades	=	fusillade
fusilleer	=	fusilleren
fusilleerde	=	fusilleren
fusilleerden	=	fusilleren
fusilleert	=	fusilleren
fusillere	=	fusilleren
fusilleren	verb	executeren voor een vuurpeloton
fusillerend	=	fusilleren
fusillerende	=	fusilleren
fusilli	noun	pasta in de vorm van een spiraal, pasta in de vorm van een wokkel
fusilli's	=	fusilli
fusion	noun	gemengde stijl, ontwikkeld uit onderdelen van twee of meer andere stijlen
fusioneer	=	fusioneren
fusioneerde	=	fusioneren
fusioneerden	=	fusioneren
fusioneert	=	fusioneren
fusionere	=	fusioneren
fusioneren	verb	samensmelten, fuseren, een fusie aangaan
fusionerend	=	fusioneren
fusionerende	=	fusioneren
fusionrestaurant	noun	restaurant waarbij men recepten en ingrediënten uit verschillende keukens met elkaar combineert
fusionrestaurants	=	fusionrestaurant
fust	noun	verzamelnaam voor vaten waarin alcoholische dranken bewaard worden
fustage	noun	voorwerpen om goederen in te transporteren
fustages	=	fustage
fusten	=	fust
fustje	=	fust
fustjes	=	fust
fut	noun	de benodigde energie en zin ergens voor
futa	noun	van futanari
futa's	=	futa
futanari	noun	een genre van hentai met gynomorfische intersekse of hermafrodiete karakters, beschikkende over een penis
futen	noun	orde Podicipediformes van watervogels van meren en plassen bestaand uit maar één familie, Podicipedidae, met 23 soorten, waarvan er drie zijn uitgestorven.
futiel	adj	nietig, onbeduidend, armzalig
futiele	=	futiel
futieler	=	futiel
futielere	=	futiel
futielers	=	futiel
futiels	=	futiel
futielst	=	futiel
futielste	=	futiel
futiliteit	noun	kleinigheid, iets onbelangrijks
futiliteiten	=	futiliteit
futiliteitje	=	futiliteit
futiliteitjes	=	futiliteit
futloos	adj	geen energie en fut hebben
futloosheden	=	futloosheid
futloosheid	noun	het futloos zijn
futloost	=	futloos
futlooste	=	futloos
futloze	=	futloos
futlozer	=	futloos
futlozere	=	futloos
futlozers	=	futloos
futon	noun	dunne, oprolbare, Japanse matras
futons	=	futon
futsal	noun	sinds 2002 de officiële benaming voor zaalvoetbal
futsalteam	noun	zaalvoetbalteam
futsalteams	=	futsalteam
futsel	=	futselen
futselaar	noun	prutser, knoeier, beunhaas
futselaars	=	futselaar
futselaartje	=	futselaar
futselaartjes	=	futselaar
futselde	=	futselen
futselden	=	futselen
futsele	=	futselen
futselen	verb	met de handen aan iets heel kleins werken vaak op een niet al te nette wijze
futselend	=	futselen
futselende	=	futselen
futselt	=	futselen
futura	=	futurum
future	noun	contract op basis van de waarde die bepaalde goederen, effecten of valuta op een bepaald moment in de toekomst zullen hebben
futureproof	adj	op de toekomst berekend
futureproofs	=	futureproof
futures	=	future
futurisme	noun	antitraditionele kunststroming van 1909 tot 1914, ontstaan uit het kubisme
futurist	noun	iemand die zich waagt aan toekomstvoorspellingen
futuristen	=	futurist
futuristisch	adj	moderner dan het heden, hoe het er misschien in de toekomst uit zal zien
futuristische	=	futuristisch
futuristischer	=	futuristisch
futuristischere	=	futuristisch
futuristischers	=	futuristisch
futuristischt	=	futuristisch
futuristischte	=	futuristisch
futurologen	=	futuroloog
futurologie	noun	leer van het op de toekomst gerichte denken
futurologisch	adj	betrekking hebbend op de futurologie (toekomstige ontwikkelingen)
futurologische	=	futurologisch
futurologischer	=	futurologisch
futurologischere	=	futurologisch
futurologischers	=	futurologisch
futuroloog	noun	wetenschapper die denkt wat te kunnen zeggen over de toekomst
futuroloogje	=	futuroloog
futuroloogjes	=	futuroloog
futurum	noun	aanduiding voor handelingen die zich in de toekomst afspelen en voor de vorm die het werkwoord krijgt als de handeling die het uitdrukt zich in de toekomst afspeelt
futurums	=	futurum
fuut	noun	benaming voor vogels uit de orde Podicipediformes
fuutje	=	fuut
fuutjes	=	fuut
fuutkoeten	noun	Heliornithidae een kleine vogelfamilie die een aantal zwemvogels omvat die het midden lijken te houden tussen een fuut en een koet.
fuzzy	adj	niet scherp, niet helder
fuzzy's	=	fuzzy
fuzzyer	=	fuzzy
fuzzyere	=	fuzzy
fuzzyers	=	fuzzy
fuzzyst	=	fuzzy
fuzzyste	=	fuzzy
fygitaal	adj	mix van werkelijk (fysiek) en virtueel (digitaal)
fygitaals	=	fygitaal
fygitaalst	=	fygitaal
fygitaalste	=	fygitaal
fygitale	=	fygitaal
fygitaler	=	fygitaal
fygitalere	=	fygitaal
fygitalers	=	fygitaal
fyi	abbrev	de afkorting voor for your information, ter uwer informatie, aangeboden omdat het mogelijk nuttig of interessant zou kunnen zijn zonder dat de afzender hoeft te reageren
fyla	=	fylum
fyletisch	adj	met betrekking tot de afstamming
fyletische	=	fyletisch
fylogenese	noun	de studie van de afstammingsgeschiedenis van een groep organismen
fylogenetisch	adj	de fylogenese betreffend
fylogenetische	=	fylogenetisch
fylogenetischer	=	fylogenetisch
fylogenetischere	=	fylogenetisch
fylogenetischers	=	fylogenetisch
fylum	noun	taxonomische rang in de taxonomische hiërarchie ook wel stam genoemd een graad lager dan een rijk een graad hoger dan een klasse
fynbosvechtkwartel	noun	Turnix hottentottus een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
fynbosvechtkwartels	=	fynbosvechtkwartel
fynbosvechtkwarteltje	=	fynbosvechtkwartel
fynbosvechtkwarteltjes	=	fynbosvechtkwartel
fynproever	=	fijnproever
fyofyo	noun	het boze oog
fyofyo's	=	fyofyo
fyra-debacle	noun	de problemen en daardoor mislukking van de hogesnelheidslijn Amsterdam-Brussel in 2012-2013
fysiatrisch	adj	betrekking hebbend op de fysiatrie
fysiatrische	=	fysiatrisch
fysiatrischer	=	fysiatrisch
fysiatrischere	=	fysiatrisch
fysiatrischers	=	fysiatrisch
fysica	noun	de wetenschap van de materie en de bestudering van het gedrag en de interactie in ruimte en tijd
fysica's	=	fysica
fysicaatje	=	fysica
fysicalisme	noun	filosofische beschouwing die alleen zinvol acht wat met fysische middelen en methoden vastgesteld kan worden
fysici	=	fysicus
fysicochemisch	adj	met betrekking tot de natuurkundige aspecten van de scheikunde
fysicochemische	=	fysicochemisch
fysicochemischer	=	fysicochemisch
fysicochemischere	=	fysicochemisch
fysicochemischers	=	fysicochemisch
fysicus	noun	wetenschapper die de fysica of natuurkunde beoefent.
fysicusje	=	fysicus
fysiek	adj	betrekking hebbend op de stoffelijke natuur of op de natuurlijke gesteldheid van het lichaam
fysieke	=	fysiek
fysieker	=	fysiek
fysiekere	=	fysiek
fysiekers	=	fysiek
fysieks	=	fysiek
fysiekst	=	fysiek
fysiekste	=	fysiek
fysio	noun	verkorting voor fysiotherapie: het trainen en oefenen van het lichaam
fysio's	=	fysio
fysiocraat	noun	aanhanger van de leer van de natuurkracht
fysiocraten	=	fysiocraat
fysiocratie	noun	het vermogen van de natuur
fysiocratisch	adj	van, betreffende het fysiocratisme of een fysiocraat
fysiocratische	=	fysiocratisch
fysiocratischer	=	fysiocratisch
fysiocratischere	=	fysiocratisch
fysiocratischers	=	fysiocratisch
fysiocratisme	noun	richting in de economie, volgens welke de rijkdom van een volk bestaat in bodem en landbouw
fysiogenie	noun	ontwikkelingsgeschiedenis van de functies in levende lichamen
fysiognomie	noun	oude, pseudowetenschappelijke leer die stelde dat iemands persoonlijkheid aan gelaatsuitdrukkingen en overige uiterlijke karakteristieken af te lezen zou zijn
fysiognomiek	noun	gelaatkunde
fysiognomieën	=	fysiognomie
fysiografie	noun	natuurbeschrijving
fysiografietje	=	fysiografie
fysiografietjes	=	fysiografie
fysiografieën	=	fysiografie
fysiologe	noun	vrouwelijke vorm van fysioloog
fysiologen	=	fysioloog
fysiologes	=	fysiologe
fysiologie	noun	de wetenschap die de levensverrichtingen (zoals de stofwisseling) van organismen bestudeert.
fysiologieën	=	fysiologie
fysiologisch	adj	door de natuur bepaald, de natuurlijke verrichtingen van levende wezens of hun organen betreffend
fysiologische	=	fysiologisch
fysiologischer	=	fysiologisch
fysiologischere	=	fysiologisch
fysiologischers	=	fysiologisch
fysioloog	noun	beoefenaar fysiologie, iemand die de levensverrichtingen (zoals de stofwisseling) van organismen bestudeert
fysioloogje	=	fysioloog
fysioloogjes	=	fysioloog
fysionomie	noun	de kunst om aan het uiterlijk van een mens zijn persoonlijkheid af te lezen
fysionomieën	=	fysionomie
fysionomisch	adj	betreffende de leer of kunde is die stelt dat het karakter, de persoonlijkheid of de innerlijke aard van een mens kan worden afgelezen aan zijn uiterlijke verschijning, met name de gelaatstrekken
fysionomische	=	fysionomisch
fysionomischer	=	fysionomisch
fysionomischere	=	fysionomisch
fysionomischers	=	fysionomisch
fysioplastisch	adj	steunend op het waargenomen beeld
fysioplastische	=	fysioplastisch
fysiotechnicus	noun	technicus die therapeutische instrumenten of onderdelen vervaardigt
fysiotherapeut	noun	iemand die patiënten met verschillende lichamelijke klachten oefeningen laat doen die onder de noemer fysiotherapie vallen
fysiotherapeute	noun	vrouwelijke vorm van fysiotherapeut
fysiotherapeuten	=	fysiotherapeut
fysiotherapeutes	=	fysiotherapeute
fysiotherapeutisch	adj	betrekking hebbend op een paramedische behandelwijze gericht op het herstellen, verbeteren en behouden van het menselijk bewegingsapparaat.
fysiotherapeutische	=	fysiotherapeutisch
fysiotherapeutischer	=	fysiotherapeutisch
fysiotherapeutischere	=	fysiotherapeutisch
fysiotherapeutischers	=	fysiotherapeutisch
fysiotherapeutje	=	fysiotherapeut
fysiotherapeutjes	=	fysiotherapeut
fysiotherapie	noun	therapie gericht op voorkomen of verbeteren van afwijkingen in het beenderenstelsel, de gewrichten en de spieren d.m.v. oefentherapie en massage en fysiotechniek vaak in het kader van revalidatie
fysiotherapieën	=	fysiotherapie
fysisch	adj	betrekking hebbend op de 'natuur' of 'natuurkundig'
fysische	=	fysisch
fysischer	=	fysisch
fysischere	=	fysisch
fysischers	=	fysisch
fyto-oestrogeen	noun	plantaardige, op oestrogeen lijkende stof, die onder andere wordt toegevoegd aan voedingssupplementen om problemen van vrouwen in de overgang te bestrijden
fyto-oestrogenen	=	fyto-oestrogeen
fytochemie	noun	leer van de chemische processen in planten
fytocide	noun	plantenverdelgingsmiddel
fytociden	=	fytocide
fytocides	=	fytocide
fytocidetje	=	fytocide
fytocidetjes	=	fytocide
fytofaag	noun	planteneter
fytofaagje	=	fytofaag
fytofaagjes	=	fytofaag
fytofagen	=	fytofaag
fytoftora	noun	plantenziekte veroorzaakt door de waterschimmel Phytophthora infestans, waar vooral aardappelplanten, maar bijvoorbeeld ook tomatenplanten gevoelig voor zijn
fytografie	noun	beschrijvende plantkunde
fytografietje	=	fytografie
fytografietjes	=	fytografie
fytologen	=	fytoloog
fytologie	noun	botanie
fytoloog	noun	plantkundige
fytoloogje	=	fytoloog
fytoloogjes	=	fytoloog
fytopathologie	noun	leer van de ziekten van de planten
fytopathologieën	=	fytopathologie
fytopatholoog	noun	iemand die de fytopathologie beoefent
fytoplankton	noun	plantaardig plankton
fytosanitair	adj	de gezondheid van planten betreffend
fytosanitairder	=	fytosanitair
fytosanitairdere	=	fytosanitair
fytosanitairders	=	fytosanitair
fytosanitaire	=	fytosanitair
fytosanitairs	=	fytosanitair
fytosanitairst	=	fytosanitair
fytosanitairste	=	fytosanitair
fytotherapie	noun	medische behandeling met planten
fytotherapieën	=	fytotherapie
fäh	noun	bont van de grijze eekhoorn
fétichisme	=	fetisjisme
fêteer	=	fêteren
fêteerde	=	fêteren
fêteerden	=	fêteren
fêteert	=	fêteren
fêtere	=	fêteren
fêteren	verb	op een feestelijke wijze iemand eren; iemand in het zonnetje zetten; iemand verwennen
fêterend	=	fêteren
fêterende	=	fêteren
fóéteren	=	foeteren
föhn	noun	een toestel dat een warme luchtstroom voortbrengt voor het drogen en opmaken van het kapsel, een haarföhn
föhnde	=	föhnen
föhnden	=	föhnen
föhne	=	föhnen
föhnen	verb	met een föhn drogen
föhnend	=	föhnen
föhnende	=	föhnen
föhnhouder	noun	een handig accessoire dat speciaal is ontworpen om een föhn (haardroger) veilig en binnen handbereik op te bergen
föhnhouders	=	föhnhouder
föhnhoudertje	=	föhnhouder
föhnhoudertjes	=	föhnhouder
föhns	=	föhn
föhnt	=	föhnen
föhntje	=	föhn
föhntjes	=	föhn
g	noun	de zevende letter van het alfabet
g's	=	g
g'tje	=	g
g'tjes	=	g
g-groot	noun	het akkoord g - b - d, de grote drieklank op de eerste trap van de G-grotetertstoonladder
g-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de G-grotetertstoonladder
g-grootakkoorden	=	g-grootakkoord
g-grootakkoordje	=	g-grootakkoord
g-grootakkoordjes	=	g-grootakkoord
g-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "g" als grondtoon
g-grotetertstoonaarden	=	g-grotetertstoonaard
g-grotetertstoonaardje	=	g-grotetertstoonaard
g-grotetertstoonaardjes	=	g-grotetertstoonaard
g-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met "g" als grondtoon
g-grotetertstoonladders	=	g-grotetertstoonladder
g-grotetertstoonladdertje	=	g-grotetertstoonladder
g-grotetertstoonladdertjes	=	g-grotetertstoonladder
g-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met "g" als grondtoon
g-grotetertstoonschaaltje	=	g-grotetertstoonschaal
g-grotetertstoonschaaltjes	=	g-grotetertstoonschaal
g-grotetertstoonschalen	=	g-grotetertstoonschaal
g-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met "g" als grondtoon
g-grotetertstoonsoorten	=	g-grotetertstoonsoort
g-grotetertstoonsoortje	=	g-grotetertstoonsoort
g-grotetertstoonsoortjes	=	g-grotetertstoonsoort
g-klein	noun	het akkoord g - bes - d, de kleine drieklank op de eerste trap van de g-kleinetertstoonladder
g-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de g-kleinetertstoonladder
g-kleinakkoorden	=	g-kleinakkoord
g-kleinakkoordje	=	g-kleinakkoord
g-kleinakkoordjes	=	g-kleinakkoord
g-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “g” als grondtoon
g-kleinetertstoonaarden	=	g-kleinetertstoonaard
g-kleinetertstoonaardje	=	g-kleinetertstoonaard
g-kleinetertstoonaardjes	=	g-kleinetertstoonaard
g-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “g” als grondtoon
g-kleinetertstoonladders	=	g-kleinetertstoonladder
g-kleinetertstoonladdertje	=	g-kleinetertstoonladder
g-kleinetertstoonladdertjes	=	g-kleinetertstoonladder
g-kleinetertstoonschaal	noun	een mineurtoonladder met “g” als grondtoon
g-kleinetertstoonschaaltje	=	g-kleinetertstoonschaal
g-kleinetertstoonschaaltjes	=	g-kleinetertstoonschaal
g-kleinetertstoonschalen	=	g-kleinetertstoonschaal
g-kracht	noun	ervaren aanzienlijke versnelling, zoals in een raceauto, straaljager of kermisattractie, in vergelijking met een vrije val
g-krachten	=	g-kracht
g-majeur	noun	het akkoord g - b - d, de grote drieklank op de eerste trap van de G-grotetertstoonladder
g-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de G-grotetertstoonladder
g-majeurakkoorden	=	g-majeurakkoord
g-majeurakkoordje	=	g-majeurakkoord
g-majeurakkoordjes	=	g-majeurakkoord
g-majeursextakkoord	noun	een in de populaire muziek gebruikelijk akkoord; het wordt gevormd door het G-majeurakkoord plus de grote sext
g-majeursextakkoorden	=	g-majeursextakkoord
g-majeursextakkoordje	=	g-majeursextakkoord
g-majeursextakkoordjes	=	g-majeursextakkoord
g-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “g” als grondtoon
g-majeurtoonaarden	=	g-majeurtoonaard
g-majeurtoonaardje	=	g-majeurtoonaard
g-majeurtoonaardjes	=	g-majeurtoonaard
g-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "g" als grondtoon
g-majeurtoonladders	=	g-majeurtoonladder
g-majeurtoonladdertje	=	g-majeurtoonladder
g-majeurtoonladdertjes	=	g-majeurtoonladder
g-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "g" als grondtoon
g-majeurtoonschaaltje	=	g-majeurtoonschaal
g-majeurtoonschaaltjes	=	g-majeurtoonschaal
g-majeurtoonschalen	=	g-majeurtoonschaal
g-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met "g" als grondtoon
g-majeurtoonsoorten	=	g-majeurtoonsoort
g-majeurtoonsoortje	=	g-majeurtoonsoort
g-majeurtoonsoortjes	=	g-majeurtoonsoort
g-mineur	noun	het akkoord g - bes - d, de kleine drieklank op de eerste trap van de g-kleinetertstoonladder
g-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de g-kleinetertstoonladder
g-mineurakkoorden	=	g-mineurakkoord
g-mineurakkoordje	=	g-mineurakkoord
g-mineurakkoordjes	=	g-mineurakkoord
g-mineursextakkoord	noun	in de populaire muziek gebruikelijke sextakkoord dat wordt gevormd door het mineurakkoord plus een grote sext, tonen: g - bes - d - e
g-mineursextakkoorden	=	g-mineursextakkoord
g-mineursextakkoordje	=	g-mineursextakkoord
g-mineursextakkoordjes	=	g-mineursextakkoord
g-mineurtoonaard	noun	een kleinetertstoonladder met “g” als grondtoon
g-mineurtoonaarden	=	g-mineurtoonaard
g-mineurtoonaardje	=	g-mineurtoonaard
g-mineurtoonaardjes	=	g-mineurtoonaard
g-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “g” als grondtoon
g-mineurtoonladders	=	g-mineurtoonladder
g-mineurtoonladdertje	=	g-mineurtoonladder
g-mineurtoonladdertjes	=	g-mineurtoonladder
g-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “g” als grondtoon
g-mineurtoonschaaltje	=	g-mineurtoonschaal
g-mineurtoonschaaltjes	=	g-mineurtoonschaal
g-mineurtoonschalen	=	g-mineurtoonschaal
g-pion	noun	bij het schaakspel de pionnen die op de g-lijn staan bij het begin van het spel
g-pionnen	=	g-pion
g-pionnetje	=	g-pion
g-pionnetjes	=	g-pion
g-pions	=	g-pion
g-plek	noun	vooralsnog onbewezen erogene zone van de vrouw, die bij prikkeling ejaculaat zou produceren
g-plekken	=	g-plek
g-sleutel	noun	één van drie, bij de voortekening van een notenbalk behorende aanwijzers, die een lijn voor een bepaalde toon markeren, in dit geval de toon 'g'.
g-sleutels	=	g-sleutel
g-sleuteltje	=	g-sleutel
g-sleuteltjes	=	g-sleutel
g-spot	noun	een vooralsnog onbewezen erogene zone van de vrouw, die bij prikkeling ejaculaat zou produceren
g-spotje	=	g-spot
g-spotjes	=	g-spot
g-spots	=	g-spot
g-string	noun	een stringtanga met een ultrasmalle strook stof of koord om het middel en door de bilspleet strings die uitsluitend bestaan uit elastische koordjes
g-strings	=	g-string
g-toonladder	=	g-grotetertstoonladder
ga	=	gaan
gaaf	adj	zonder beschadiging
gaafheden	=	gaafheid
gaafheid	noun	het mooi en zonder beschadiging zijn
gaafje	=	gave
gaafs	=	gaaf
gaafst	=	gaaf
gaafste	=	gaaf
gaaft	=	geven
gaai	noun	middelgrote, gewoonlijk vrij kleurrijke zangvogel met een vrij lange staart, uit het geslacht Garrulus van de kraaienfamilie (Corvidae) en in het bijzonder de soort Garrulus glandarius
gaaibol	noun	een spel waarbij op een houten baan van 12 tot 15 meter die eindigt in een schuin oplopend bord met een schijfvormige bol naar een aantal klossen, de gaaien, gespeeld wordt
gaaibolder	noun	een speler van gaaibol
gaaibolders	=	gaaibolder
gaaiboldertje	=	gaaibolder
gaaiboldertjes	=	gaaibolder
gaaibollen	verb	gaaibol spelen
gaaibollend	=	gaaibollen
gaaibollende	=	gaaibollen
gaaibolletje	=	gaaibol
gaaibolletjes	=	gaaibol
gaaibolling	noun	wedstrijd waarbij de deelnemers met bolvormige schijven negen houten klossen aan het andere einde van een 15 tot 20 meter lange baan omver moeten rollen
gaaibollingen	=	gaaibolling
gaaie	=	gaai
gaaien	=	gaai
gaaier	=	gaai
gaaiere	=	gaai
gaaiers	=	gaai
gaaike	=	gaai
gaais	=	gaai
gaaischiet	=	gaaischieten
gaaischieten	verb	sport waarbij men moet proberen een houten vogel vaan een hoge paal te schieten met een hand- of kruisboog
gaaischietend	=	gaaischieten
gaaischietende	=	gaaischieten
gaaist	=	gaai
gaaiste	=	gaai
gaaitje	=	gaai
gaaitjes	=	gaai
gaal	noun	spleet die ontstaat in een gobelin daar waar verschillende kleurvlakken tegen elkaar liggen
gaalderij	=	galerij
gaaltje	=	gaal
gaaltjes	=	gaal
gaan	verb	zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af
gaand	=	gaan
gaande	prep	gedurende het verloop van
gaanderij	noun	overdekte zuilengang die aan één kant open is, galerij
gaanderijen	=	gaanderij
gaanderijtje	=	gaanderij
gaanderijtjes	=	gaanderij
gaandeweg	adv	geleidelijk aan, bijna ongemerkt
gaanpad	noun	pad om op te lopen of te wandelen
gaanpaden	=	gaanpad
gaans	adv	als men te voet gaat
gaap	noun	opensperren van de kaken wanneer men slaap heeft; kan worden gezien als teken dat iemand weinig belangstelling heeft
gaapje	=	gaap
gaapjes	=	gaap
gaapsnaas	noun|obsolete	nieuwsgierig persoon
gaapsnaasje	=	gaapsnaas
gaapsnaasjes	=	gaapsnaas
gaapt	=	gapen
gaapte	=	gapen
gaapten	=	gapen
gaapworm	noun	bepaald soort parasitaire nematode die de luchtpijp van zekere vogels infecteert, Syngamus trachea
gaapwormen	=	gaapworm
gaapwormpje	=	gaapworm
gaapwormpjes	=	gaapworm
gaapziekte	noun	vogelziekte veroorzaakt door een worm
gaar	adj	lang genoeg gekookt zodat het eetklaar is
gaarbak	noun	bak waarin men eten warm houdt
gaarbakje	=	gaarbak
gaarbakjes	=	gaarbak
gaarbakken	verb	bakken tot iets gaar is
gaard	noun	/? bij een kaag: de kabels waarmee de spriet in de vaarrichting gehouden wordt
gaarde	noun	bij een kaag: de kabels waarmee de spriet in de vaarrichting gehouden wordt
gaarden	=	gaard
gaardenier	noun|obsolete	tuinman, hovenier
gaardeniers	=	gaardenier
gaarder	=	gaar
gaarderboek	noun	register dat door waterschappen werd gebruikt om belastingen te innen
gaarderboeken	=	gaarderboek
gaarderboekje	=	gaarderboek
gaarderboekjes	=	gaarderboek
gaardere	=	gaar
gaarders	=	gaar
gaardertje	=	gaar
gaardertjes	=	gaar
gaardje	=	gaard
gaardjes	=	gaard
gaargekookt	=	gaarkoken
gaargekookte	=	gaarkoken
gaarheid	noun	van voedsel: de mate waarin gekookt, gebakken of gestoofd is
gaarkeuken	noun	een instelling die in tijden van honger en gebrek tracht door het beschikbaar stellen van gratis voedsel de nood te lenigen
gaarkeukens	=	gaarkeuken
gaarkeukentje	=	gaarkeuken
gaarkeukentjes	=	gaarkeuken
gaarkoke	=	gaarkoken
gaarkoken	verb	door in kokend water te verhitten zacht en beter eetbaar maken van voedsel
gaarkokend	=	gaarkoken
gaarkokende	=	gaarkoken
gaarkook	=	gaarkoken
gaarkookt	=	gaarkoken
gaarkookte	=	gaarkoken
gaarkookten	=	gaarkoken
gaarne	adv	graag
gaars	=	gaar
gaarst	=	gaar
gaarste	=	gaar
gaart	=	garen
gaas	noun	een uit dunne gevlochten metalen draadjes gemaakte mat
gaasje	=	gaas
gaasjes	=	gaas
gaastel	=	gestel
gaasverpakking	noun	omhulsel van een product dat bestaat uit gaas
gaasverpakkingen	=	gaasverpakking
gaasvlieg	noun	Chrysopidae Vlieg met transparante vleugels uit een familie van insecten uit de orde netvleugeligen (Neuroptera)
gaasvliegen	noun	Chrysopidae een familie van insecten uit de orde netvleugeligen (Neuroptera)
gaasvliegje	=	gaasvlieg
gaasvliegjes	=	gaasvlieg
gaat	=	gaan
gaatje	=	gat
gaatjes	=	gat
gabai	noun	penningmeester, bestuurder
gabardine	noun	gladde, waterdichte stof	adj	gemaakt van de stof gabardine
gabardinebroek	noun	een broek gemaakt van een gladde, waterdichte stof
gabardinebroeken	=	gabardinebroek
gabardinebroekje	=	gabardinebroek
gabardinebroekjes	=	gabardinebroek
gabardines	=	gabardine
gabardinetje	=	gabardine
gabardinetjes	=	gabardine
gabarhavik	noun	Micronisus gabar een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae) en het monotypische geslacht Micronisus.
gabarhaviken	=	gabarhavik
gabarhavikje	=	gabarhavik
gabarhavikjes	=	gabarhavik
gabarit	noun	de aanduiding voor de maximale afmetingen die een trein of ander voertuig in de hoogte en breedte mag hebben
gabarits	=	gabarit
gabaïem	=	gabai
gabbe	noun	penningmeester, bestuurder
gabber	noun|informal	/ mannelijk persoon met wie men door persoonlijke voorkeur veel samen doet
gabberhouse	noun	housemuziek die bestaat uit een dreunende mechanische beat, snelle bassdrums vergezeld van snerpende basslines en rap- en zangsamples
gabberhouses	=	gabberhouse
gabbers	=	gabber
gabbertje	=	gabber
gabbertjes	=	gabber
gabbes	=	gabbe
gabboëm	=	gabbe
gabela-akalat	noun	Sheppardia gabela een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
gabela-akalatje	=	gabela-akalat
gabela-akalatjes	=	gabela-akalat
gabela-akalats	=	gabela-akalat
gabelafiskaal	noun	Laniarius amboimensis een endemische zangvogel uit de familie Malaconotidae die alleen voorkomt in een klein gebied in West-Angola
gabelafiskaaltje	=	gabelafiskaal
gabelafiskaaltjes	=	gabelafiskaal
gabelafiskalen	=	gabelafiskaal
gabelaklauwier	noun	Prionops gabela een vogel uit de familie der prionopidae (Helmklauwieren).
gabelaklauwieren	=	gabelaklauwier
gabelaklauwiertje	=	gabelaklauwier
gabelaklauwiertjes	=	gabelaklauwier
gabonadder	noun	Bitis gabonica een giftige slang uit de familie adders (Viperidae)
gabonadders	=	gabonadder
gabonaddertje	=	gabonadder
gabonaddertjes	=	gabonadder
gabondwergdikstaartspitsmuis	noun	Suncus remyi insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
gabondwergdikstaartspitsmuisje	=	gabondwergdikstaartspitsmuis
gabondwergdikstaartspitsmuisjes	=	gabondwergdikstaartspitsmuis
gabondwergdikstaartspitsmuizen	=	gabondwergdikstaartspitsmuis
gabonees	noun	een inwoner van Gabon, of iemand afkomstig uit Gabon	adj	op Gabon betrekking hebbend
gaboneest	=	gabonees
gaboneeste	=	gabonees
gabonese	noun	een vrouwelijke inwoner van Gabon, of een vrouw afkomstig uit Gabon
gabonesen	=	gabonese
gaboneser	=	gabonees
gabonesere	=	gabonees
gabonesers	=	gabonees
gabonezen	=	gabonees
gabonmees	noun	Melaniparus funereus een zangvogel uit de familie Paridae (mezen)
gabonmeesje	=	gabonmees
gabonmeesjes	=	gabonmees
gabonmezen	=	gabonmees
gabonnachtzwaluw	noun	Caprimulgus fossii een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
gabonnachtzwaluwen	=	gabonnachtzwaluw
gabonnachtzwaluwtje	=	gabonnachtzwaluw
gabonnachtzwaluwtjes	=	gabonnachtzwaluw
gabonpalmlijster	noun	Cichladusa ruficauda een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
gabonpalmlijsters	=	gabonpalmlijster
gabonpalmlijstertje	=	gabonpalmlijster
gabonpalmlijstertjes	=	gabonpalmlijster
gabonparadijsmonarch	noun	Terpsiphone rufocinerea een zangvogel uit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae.
gabonparadijsmonarchen	=	gabonparadijsmonarch
gabonparadijsmonarchje	=	gabonparadijsmonarch
gabonparadijsmonarchjes	=	gabonparadijsmonarch
gabonpoederdonsklauwier	noun	Dryoscopus angolensis een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
gabonpoederdonsklauwieren	=	gabonpoederdonsklauwier
gabonpoederdonsklauwiertje	=	gabonpoederdonsklauwier
gabonpoederdonsklauwiertjes	=	gabonpoederdonsklauwier
gabonrupsvogel	noun	Lobotos oriolinus een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
gabonrupsvogels	=	gabonrupsvogel
gabonrupsvogeltje	=	gabonrupsvogel
gabonrupsvogeltjes	=	gabonrupsvogel
gabonspecht	noun	Dendropicos gabonensis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
gabonspechten	=	gabonspecht
gabonspechtje	=	gabonspecht
gabonspechtjes	=	gabonspecht
gabonspoorkoekoek	noun	Centropus anselli een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
gabonspoorkoekoeken	=	gabonspoorkoekoek
gabonspoorkoekoekje	=	gabonspoorkoekoek
gabonspoorkoekoekjes	=	gabonspoorkoekoek
gabonstruikzanger	noun	Bradypterus grandis een zangvogel uit de familie Locustellidae.
gabonstruikzangers	=	gabonstruikzanger
gabonstruikzangertje	=	gabonstruikzanger
gabonstruikzangertjes	=	gabonstruikzanger
gabonvliegenvanger	noun	Batis minima een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
gabonvliegenvangers	=	gabonvliegenvanger
gabonvliegenvangertje	=	gabonvliegenvanger
gabonvliegenvangertjes	=	gabonvliegenvanger
gabonzwaluw	noun	Petrochelidon fuliginosa een vogel uit de familie van de zwaluwen.
gabonzwaluwen	=	gabonzwaluw
gabonzwaluwtje	=	gabonzwaluw
gabonzwaluwtjes	=	gabonzwaluw
gade	noun|formal	echtgenoot, echtgenote
gadegeslagen	=	gadeslaan
gadeloos	adj	zonder weerga, geweldig
gadeloost	=	gadeloos
gadelooste	=	gadeloos
gadeloze	=	gadeloos
gadelozer	=	gadeloos
gadelozere	=	gadeloos
gadelozers	=	gadeloos
gaden	=	gade
gader	adv	gezamenlijk, verenigd
gaderen	=	garen
gadesla	=	gadeslaan
gadeslaan	verb	geruime tijd bekijken
gadeslaand	=	gadeslaan
gadeslaande	=	gadeslaan
gadeslaat	=	gadeslaan
gadesloeg	=	gadeslaan
gadesloege	=	gadeslaan
gadesloegen	=	gadeslaan
gadesloegt	=	gadeslaan
gadetje	=	gade
gadget	noun	klein apparaat, gereedschap of ander voorwerp voor een specifieke vaak nutteloze taak
gadgetje	=	gadget
gadgetjes	=	gadget
gadgets	=	gadget
gading	noun	genoegen, plezier, behoefte
gadingen	=	gading
gadinkje	=	gading
gado-gado	=	gadogado
gadodede	noun	Commelinaceae een sappig, onbehaard kruid met hemelsblauwe bloempjes, een moeilijk uitroeibaar onkruid
gadogado	noun	Indonesisch gerecht uit licht gekookte of gestoomde groenten met pindasaus
gadol	adj	groot
gadolinium	noun	een scheikundig element met symbool Gd en atoomnummer 64. Het is een zilverwit lanthanide
gadoliniumatomen	=	gadoliniumatoom
gadoliniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element gadolinium.
gadoliniumatoompje	=	gadoliniumatoom
gadoliniumatoompjes	=	gadoliniumatoom
gadotyo	noun	bepaald soort vogel, Troglodytes aedon, uit de familie winterkoningen
gadotyo's	=	gadotyo
gadver	intj|vulgar	om walging uit te drukken
gadverdamme	intj|vulgar	een uitroep die vooral afkeuring en/of walging over iets vies of onpasselijks uitdrukt
gaei	=	gaai
gaelderij	=	galerij
gaelderije	=	galerij
gaelisch	adj	van of behorend tot de Keltische bewoners van Schotland, Ierland en het eiland Man
gaelische	=	gaelisch
gaelischer	=	gaelisch
gaelischere	=	gaelisch
gaelischers	=	gaelisch
gaerne	=	gaarne
gaey	=	gaai
gaf	=	geven
gaffe	noun	ernstige fout die gemakkelijk was te vermijden
gaffel	noun	meer of minder van de mast schuin omhoog uitstaand rondhout, om de bovenkant van een zeil (het bovenlijk) uit te houden
gaffelaar	noun	een traditioneel Brabants vissersschip / beurtschip met een grote mast en een klein bezaansmastje
gaffelaartje	=	gaffelaar
gaffelaartjes	=	gaffelaar
gaffelantiloopje	=	gaffelantilope
gaffelantiloopjes	=	gaffelantilope
gaffelantilope	noun	zoogdier uit de familie Antilocapridae van de evenhoevigen waarvan sinds de laatste ijstijd slechts één soort over is: de gaffelbok (Antilocapra americana).
gaffelantilopen	noun	Antilocapridae een familie van de evenhoevigen waarvan sinds de laatste ijstijd slechts één soort over is: de gaffelbok (Antilocapra americana).
gaffelantilopes	=	gaffelantilope
gaffelaren	=	gaffelaar
gaffelbok	noun	bepaald soort zoogdier, Antilocapra americana, afkomstig van de grasvlakten en woestijnen van Noord-Amerika, de laatste nog levende vertegenwoordiger van de familie der gaffelantilopen (Antilocapridae) Niet nauw verwant aan de veel grotere groep der antilopen uit Afrika, Arabië en Azië, die tot de holhoornigen (Bovidae) behoren.
gaffelbokje	=	gaffelbok
gaffelbokjes	=	gaffelbok
gaffelbokken	=	gaffelbok
gaffelde	=	gaffelen
gaffelden	=	gaffelen
gaffele	=	gaffelen
gaffelen	verb|informal	smullen
gaffelend	=	gaffelen
gaffelende	=	gaffelen
gaffelhoorntje	noun	Calocera furcata een schimmel behorend tot de familie Dacrymycetaceae.
gaffelhoorntjes	=	gaffelhoorntje
gaffelkabeljauw	noun	Phycis blennoides een straalvinnige vissensoort uit de familie van Oost-Atlantische gaffelkabeljauwen (Phycidae).
gaffelkabeljauwen	=	gaffelkabeljauw
gaffelkabeljauwtje	=	gaffelkabeljauw
gaffelkabeljauwtjes	=	gaffelkabeljauw
gaffellibel	noun	Ophiogomphus cecilia een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de rombouten (Gomphidae).
gaffellibellen	noun	Ophiogomphus een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de rombouten (Gomphidae)
gaffellibelletje	=	gaffellibel
gaffellibelletjes	=	gaffellibel
gaffelmakreel	noun	Trachinotus ovatus een straalvinnige vis uit de familie van horsmakrelen (Carangidae) en behoort tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
gaffelmakreeltje	=	gaffelmakreel
gaffelmakreeltjes	=	gaffelmakreel
gaffelmakrelen	=	gaffelmakreel
gaffels	=	gaffel
gaffelschoener	noun	gaffelgetuigde schoener
gaffelschoeners	=	gaffelschoener
gaffelschoenertje	=	gaffelschoener
gaffelschoenertjes	=	gaffelschoener
gaffelsilene	noun	Silene dichotoma een eenjarige, soms tweejarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
gaffelsilenen	=	gaffelsilene
gaffelsilenes	=	gaffelsilene
gaffelsilenetje	=	gaffelsilene
gaffelsilenetjes	=	gaffelsilene
gaffelt	=	gaffelen
gaffeltand	noun	persoon wiens voorste boventanden erg vooruitsteken
gaffeltanden	=	gaffeltand
gaffeltandje	=	gaffeltand
gaffeltandjes	=	gaffeltand
gaffeltandmos	noun	Dicranum scoparium mos uit de familie van de Dicranaceae.
gaffeltandmosfamilie	noun	een familie Dicranaceae van haploïde mossen uit de orde Dicranales.
gaffeltandmosje	=	gaffeltandmos
gaffeltandmosjes	=	gaffeltandmos
gaffeltandmoskommetje	noun	Bryoscyphus dicrani een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
gaffeltandmoskommetjes	=	gaffeltandmoskommetje
gaffeltandmossen	=	gaffeltandmos
gaffeltje	=	gaffel
gaffeltjes	=	gaffel
gaffeltopzeil	noun	driehoekig zeil dat aan de tussen de gaffel en de mast gevoerd kan worden (boven de gaffel)
gaffeltopzeilen	=	gaffeltopzeil
gaffeltopzeiltje	=	gaffeltopzeil
gaffeltopzeiltjes	=	gaffeltopzeil
gaffeltuig	noun	tuigage met een gaffel aan de bovenzijde van het grootzeil
gaffeltuigen	=	gaffeltuig
gaffeltuigje	=	gaffeltuig
gaffeltuigjes	=	gaffeltuig
gaffelvormig	adj	vorm van een gaffel hebbend
gaffelvormige	=	gaffelvormig
gaffelvormiger	=	gaffelvormig
gaffelvormigere	=	gaffelvormig
gaffelvormigers	=	gaffelvormig
gaffelvormigs	=	gaffelvormig
gaffelvormigst	=	gaffelvormig
gaffelvormigste	=	gaffelvormig
gaffelwaterjuffer	noun	Coenagrion scitulum een libellensoort uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae), onderorde juffers (Zygoptera).
gaffelwaterjuffers	=	gaffelwaterjuffer
gaffelwaterjuffertje	=	gaffelwaterjuffer
gaffelwaterjuffertjes	=	gaffelwaterjuffer
gaffelzeil	noun	een trapeziumvormig zeil dat aan de bovenkant uitgehouden wordt door een gaffel
gaffelzeilen	=	gaffelzeil
gaffelzeiltje	=	gaffelzeil
gaffelzeiltjes	=	gaffelzeil
gaffer	noun	term uit de filmwereld voor (hoofd-)belichter, licht technicus en/of (hoofd-)elektriciën, de gaffer moet verantwooding afleggen aan de cameraman of de Director of Photography (ook wel DoP of DP).
gaffers	=	gaffer
gaffertape	noun	een sterk soort waterbestendig, breed plakband gemaakt van een vernette stof voorzien van een kunststoflaag, dat zich gemakkelijk laat scheuren en ontworpen is om bij verwijdering geen verf los te trekken of lijmsporen na te laten.
gaffes	=	gaffe
gag	noun	grap in een film of stripverhaal
gaga	adj	door ouderdom traag van begrip en niet tot een verstandige reactie in staat
gagaoezischtalig	adj	de Gagaoezische taal sprekend
gagaoezischtalige	=	gagaoezischtalig
gagaoezischtaligs	=	gagaoezischtalig
gage	noun	het loon dat iemand krijgt voor het verrichte werk m.n. bij artiesten
gagel	noun	bepaald soort heester met gele katjes, Myrica gale
gagelbladroller	noun	Clepsis senecionana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
gagelbladrollers	=	gagelbladroller
gagelbladrollertje	=	gagelbladroller
gagelbladrollertjes	=	gagelbladroller
gageldwergbladroller	noun	Pammene luedersiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
gageldwergbladrollers	=	gageldwergbladroller
gageldwergbladrollertje	=	gageldwergbladroller
gageldwergbladrollertjes	=	gageldwergbladroller
gagelfamilie	noun	een familie Myricaceae van bomen en heesters.
gagelfamilies	=	gagelfamilie
gagelfamilietje	=	gagelfamilie
gagelfamilietjes	=	gagelfamilie
gageloogbladroller	noun	Epinotia caprana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
gageloogbladrollers	=	gageloogbladroller
gageloogbladrollertje	=	gageloogbladroller
gageloogbladrollertjes	=	gageloogbladroller
gagels	=	gagel
gageluil	noun	Lithophane lamda een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
gageluilen	=	gageluil
gageluiltje	=	gageluil
gageluiltjes	=	gageluil
gages	=	gage
gageslagen	=	gaslaan
gaggel	=	gaggelen
gaggelde	=	gaggelen
gaggelden	=	gaggelen
gaggele	=	gaggelen
gaggelen	verb	snateren, kwaken van ganzen
gaggelend	=	gaggelen
gaggelende	=	gaggelen
gaggelt	=	gaggelen
gagje	=	gag
gagjes	=	gag
gags	=	gag
gaine	noun	elastische buikgordel
gaines	=	gaine
gajes	noun|informal	geboefte, tuig, slecht volk, geteisem
gajong	noun	Indisch schepemmertje
gajongs	=	gajong
gak	=	gakken
gakke	=	gakken
gakken	verb	het geluid dat ganzen maken
gakkend	=	gakken
gakkende	=	gakken
gakt	=	gakken
gakte	=	gakken
gakten	=	gakken
gal	noun	door luchtinsluiting gevormd holletje in (giet-) materiaal
gala	noun	een feestelijke gelegenheid waar de heren in rokkostuum of smoking en de dames in avondjurk verschijnen
gala's	=	gala
galaatje	=	gala
galaatjes	=	gala
galabal	noun	deftig dansfeest
galabals	=	galabal
galachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van gal
galachtige	=	galachtig
galachtiger	=	galachtig
galachtigere	=	galachtig
galachtigers	=	galachtig
galachtigs	=	galachtig
galachtigst	=	galachtig
galachtigste	=	galachtig
galaconcert	noun	extra feestelijke en deftige muziekuitvoering
galaconcerten	=	galaconcert
galactiet	noun	uit caseïne gemaakte half doorschijnende semisynthetische kunststof	adj	gemaakt van galactiet
galactieten	=	galactiet
galactisch	adj	de Melkweg betreffend
galactische	=	galactisch
galactischer	=	galactisch
galactischere	=	galactisch
galactischers	=	galactisch
galactorroë	noun	melkvloed
galactose	noun	deel van melksuiker
galadiner	noun	zeer officiële en feestelijke avondmaaltijd
galadiners	=	galadiner
galadinertje	=	galadiner
galadinertjes	=	galadiner
galafeest	noun	chique, officieel feest
galafeesten	=	galafeest
galago	noun	Galago een geslacht van zoogdieren uit de familie van de Galagidae (Galago's)
galago's	noun	een familie Galagidae van de kleine, nachtactieve orde primaten (Primates), die voorkomen op het Afrikaanse continent.
galagootje	=	galago
galagootjes	=	galago
galajurk	noun	een chique jurk voor feesten, avondjurk
galajurken	=	galajurk
galajurkje	=	galajurk
galajurkjes	=	galajurk
galakleding	noun	deftige, feestelijke kleding geschikt om mee naar een gala te gaan
galant	adj	erg vriendelijk en beleefd
galante	=	galant
galanten	=	galant
galanter	=	galant
galantere	=	galant
galanterie	noun	hoffelijkheid
galanterietje	=	galanterie
galanterietjes	=	galanterie
galanterieën	=	galanterie
galanters	=	galant
galantine	noun	koud vleesgerecht in gelei
galantines	=	galantine
galants	=	galant
galantst	=	galant
galantste	=	galant
galapagosaalscholver	noun	Nannopterum harrisii een vogel uit de familie Phalacrocoracidae.
galapagosaalscholvers	=	galapagosaalscholver
galapagosaalscholvertje	=	galapagosaalscholver
galapagosaalscholvertjes	=	galapagosaalscholver
galapagosalbatros	noun	Phoebastria irrorata een vogel uit de orde van de buissnaveligen, familie albatrossen
galapagosalbatrosje	=	galapagosalbatros
galapagosalbatrosjes	=	galapagosalbatros
galapagosalbatrossen	=	galapagosalbatros
galapagosbuizerd	noun	Buteo galapagoensis een middelgrote roofvogel uit het geslacht buizerds en de onderfamilie van de buizerdachtigen.
galapagosbuizerdje	=	galapagosbuizerd
galapagosbuizerdjes	=	galapagosbuizerd
galapagosbuizerds	=	galapagosbuizerd
galapagosdwergral	noun	Laterallus spilonota een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
galapagosdwergrallen	=	galapagosdwergral
galapagosdwergralletje	=	galapagosdwergral
galapagosdwergralletjes	=	galapagosdwergral
galapagoshaai	noun	Carcharhinus galapagensis een haai uit de familie van de requiemhaaien.
galapagoshaaien	=	galapagoshaai
galapagoshaaitje	=	galapagoshaai
galapagoshaaitjes	=	galapagoshaai
galapagoslandleguaan	noun	Conolophus subcristatus een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae)
galapagoslandleguaantje	=	galapagoslandleguaan
galapagoslandleguaantjes	=	galapagoslandleguaan
galapagoslandleguanen	noun	een geslacht Conolophus van hagedissen uit de familie leguanen (Iguanidae)
galapagospijlstormvogel	noun	Puffinus subalaris een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
galapagospijlstormvogels	=	galapagospijlstormvogel
galapagospijlstormvogeltje	=	galapagospijlstormvogel
galapagospijlstormvogeltjes	=	galapagospijlstormvogel
galapagospinguïn	noun	Spheniscus mendiculus een zeevogel uit de familie van de pinguïns (Spheniscidae).
galapagospinguïnnetje	=	galapagospinguïn
galapagospinguïnnetjes	=	galapagospinguïn
galapagospinguïns	=	galapagospinguïn
galapagospurperzwaluw	noun	Progne modesta een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
galapagospurperzwaluwen	=	galapagospurperzwaluw
galapagospurperzwaluwtje	=	galapagospurperzwaluw
galapagospurperzwaluwtjes	=	galapagospurperzwaluw
galapagosreiger	noun	Butorides sundevalli een vogel uit de familie der reigers (Ardeidae).
galapagosreigers	=	galapagosreiger
galapagosreigertje	=	galapagosreiger
galapagosreigertjes	=	galapagosreiger
galapagosreuzenschildpad	noun	Chelonoidis niger bepaald soort schildpad uit de familie der landschildpadden (Testudinidae)
galapagosreuzenschildpadden	=	galapagosreuzenschildpad
galapagosreuzenschildpadje	=	galapagosreuzenschildpad
galapagosreuzenschildpadjes	=	galapagosreuzenschildpad
galapagosschildpad	noun	de grootste levende landschildpad ter wereld en is uitsluitend te vinden op de Galapagoseilanden
galapagosschildpadden	=	galapagosschildpad
galapagosschildpadje	=	galapagosschildpad
galapagosschildpadjes	=	galapagosschildpad
galapagosspotlijster	noun	Mimus parvulus een vogelsoort uit de familie Mimidae.
galapagosspotlijsters	=	galapagosspotlijster
galapagosspotlijstertje	=	galapagosspotlijster
galapagosspotlijstertjes	=	galapagosspotlijster
galapagosstierkophaai	noun	Heterodontus quoyi een vis uit de familie van stierkophaaien (Heterodontidae) en behoort derhalve tot de orde van varkenshaaien (Heterodontiformes).
galapagosstierkophaaien	=	galapagosstierkophaai
galapagosstierkophaaitje	=	galapagosstierkophaai
galapagosstierkophaaitjes	=	galapagosstierkophaai
galapagosstormvogel	noun	Pterodroma phaeopygia een tot de stormvogels en pijlstormvogels behorende vogel.
galapagosstormvogels	=	galapagosstormvogel
galapagosstormvogeltje	noun	Hydrobates tethys een vogel uit de familie der Hydrobatidae (Noordelijke stormvogeltjes).
galapagosstormvogeltjes	=	galapagosstormvogeltje
galapagostiran	noun	Myiarchus magnirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
galapagostirannen	=	galapagostiran
galapagostirannetje	=	galapagostiran
galapagostirannetjes	=	galapagostiran
galapagostreurduif	noun	Zenaida galapagoensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven en tortels).
galapagostreurduifje	=	galapagostreurduif
galapagostreurduifjes	=	galapagostreurduif
galapagostreurduiven	=	galapagostreurduif
galapagoszeebeer	noun	bepaald soort zoogdier, Arctocephalus galapagoensis, uit de familie van de oorrobben (Otariidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Heller in 1904.
galapagoszeebeertje	=	galapagoszeebeer
galapagoszeebeertjes	=	galapagoszeebeer
galapagoszeeberen	=	galapagoszeebeer
galapagoszeeleeuw	noun	bepaald soort zoogdier, Zalophus wollebaeki, een soort zeeleeuw die alleen voorkomt op de Galápagoseilanden en Isla de la Plata (Ecuador) Op de Galapagoseilanden zijn het de meest voorkomende zeeleeuwen en zij worden vaak gezien in groepen die aan de stranden (of andere plaatsen waar ook mensen komen) liggen te zonnen.
galapagoszeeleeuwen	=	galapagoszeeleeuw
galapagoszeeleeuwtje	=	galapagoszeeleeuw
galapagoszeeleeuwtjes	=	galapagoszeeleeuw
galapak	noun	een mooi, net, feestelijk pak
galapakken	=	galapak
galappel	noun	gezwel op de blaadjes van een eik als de galwesp daar haar eitjes in heeft gelegd
galappelen	=	galappel
galappels	=	galappel
galappeltje	=	galappel
galappeltjes	=	galappel
galappelwesp	noun	Cynips quercusfolii een galwesp uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
galappelwespen	=	galappelwesp
galappelwespje	=	galappelwesp
galappelwespjes	=	galappelwesp
galapremière	noun	extra feestelijke en deftige eerste uitvoering of vertoning van een film, toneelstuk of compositie
galapremières	=	galapremière
galarijtuig	noun	deftig feestelijk door paarden voortgetrokken rijtuig
galarijtuigen	=	galarijtuig
galarok	noun	soort formele, feestelijke kleding voor een man
galaten	noun	Keltisch volk dat zich vanaf de 3e eeuw v.Chr. in Anatolië vestigde in het gebied rond het huidige Ankara in Turkije, dat naar hen Galatië werd genoemd
galavoorstelling	noun	een deftige, feestelijke voorstelling
galavoorstellingen	=	galavoorstelling
galaxie	noun	sterrenstelsel, melkweg
galaxietje	=	galaxie
galaxietjes	=	galaxie
galaxieën	=	galaxie
galaxis	noun	sterrenstelsel, melkweg
galaxisje	=	galaxis
galaxisjes	=	galaxis
galaxissen	=	galaxis
galbak	noun	heel vervelend persoon
galbakje	=	galbak
galbakjes	=	galbak
galbakken	=	galbak
galbeker	noun	met gal gevulde beker
galbekers	=	galbeker
galbekertje	=	galbeker
galbekertjes	=	galbeker
galbitter	adj	heel erg bitter
galbittere	=	galbitter
galbitters	=	galbitter
galblaas	noun	een peervormig hol orgaan dat aan de rechterkant van het lichaam, achter (d.w.z. meer naar binnen) en onder de lever ligt
galblaasje	=	galblaas
galblaasjes	=	galblaas
galblaasontsteking	noun	ontsteking van de wand van de galblaas.
galblaasontstekingen	=	galblaasontsteking
galblaasontstekinkje	=	galblaasontsteking
galblaasontstekinkjes	=	galblaasontsteking
galblaasoperatie	noun	medische ingreep aan de galblaas, meestal gaat het om het verwijderen van de galblaas
galblaasoperaties	=	galblaasoperatie
galblazen	=	galblaas
galbult	noun	in korte tijd ontwikkelende, vaak heftige jeukende uitslag van de huid, die begint met rode vlekken en daarna in verdikte, bleke plekken kan overgaan
galbulten	=	galbult
galbultje	=	galbult
galbultjes	=	galbult
galches	noun	Latijns, niet-Hebreeuws schrift
galde	=	gallen
galden	=	gallen
galderij	=	galerij
galdwergbladroller	noun	Pammene gallicolana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
galdwergbladrollers	=	galdwergbladroller
galdwergbladrollertje	=	galdwergbladroller
galdwergbladrollertjes	=	galdwergbladroller
galei	noun	een mede door roeiers aangedreven schip uit de oudheid en de middeleeuwen soms ook voorzien van (driehoek)zeilen als hulpmiddel om te varen
galeiboef	noun	misdadiger die veroordeeld was in de galeien te moeten roeien
galeiboeven	=	galeiboef
galeien	=	galei
galeislaaf	noun	iemand die onder dwang het uiterst zware werk aan de roeiriemen van een galei moest verrichten
galeislaafje	=	galeislaaf
galeislaafjes	=	galeislaaf
galeislaven	=	galeislaaf
galeitje	=	galei
galeitjes	=	galei
galen	=	gaal
galeniet	noun	een loodsulfide met de chemische formule PbS
galenisch	adj	naar de historische medische leer van Galenus
galenische	=	galenisch
galerie	noun	een ruimte waar kunstwerken, veelal schilderijen, uitgestald worden en te koop worden aangeboden
galeriecircuit	noun|figurative	gesloten groep mensen die betrokken zijn bij het maken, verkopen en verzamelen van kunst
galeriecircuits	=	galeriecircuit
galeriehouder	noun	eigenaar of exploitant van een galerie
galeriehouders	=	galeriehouder
galeriehoudster	noun	eigenaresse van een ruimte waar kunstwerken, veelal schilderijen, uitgestald worden en te koop worden aangeboden
galeriehoudsters	=	galeriehoudster
galeries	=	galerie
galerietje	=	galerie
galerietjes	=	galerie
galerieën	=	galerie
galerij	noun	een overdekte gang, gaanderij
galerijen	=	galerij
galerijflat	noun	flatgebouw waarbij langs de afzonderlijke woningen op de bovenverdiepingen een toegangsgalerij loopt
galerijflatje	=	galerijflat
galerijflats	=	galerijflat
galerijhouder	noun	houder van een ruimte waar kunstwerken uitgestald worden, galeriehouder
galerijhouders	=	galerijhouder
galerijtje	=	galerij
galerijtjes	=	galerij
galerijwoning	noun	een appartement waarbij de voordeuren uitkomen op een lange, gemeenschappelijke loopgang aan de buitenzijde van het gebouw.
galerijwoningen	=	galerijwoning
galerijwoninkje	=	galerijwoning
galerijwoninkjes	=	galerijwoning
galerist	noun	galeriehouder
galeristen	=	galerist
galeristje	=	galerist
galeristjes	=	galerist
galet	noun	bepaald soort brood met glanzende korst
galette	noun	benaming voor allerlei soorten van meestal ronde en platte, al of niet gevulde koek of pannenkoek; kan zowel zoet als hartig zijn
galetten	=	galette
galettes	=	galette
galg	noun	houten constructie bestaande uit één of meer staande balken met een horizontale balk haaks daarop en één of meer diagonale balken ter ondersteuning, in het verleden veel gebruikt om mensen door ophanging ter dood te brengen
galgen	=	galg
galgenaas	noun	iemand die aan de galg opgehangen is of dient te worden
galgenazen	=	galgenaas
galgenbrok	noun	iemand die het verdient om aan de galg te hangen; een waardeloos of verdorven persoon
galgenbrokken	=	galgenbrok
galgenhumor	noun	zwarte humor zoals die door iemand die ten dode opgeschreven is gebezigd wordt
galgenmaal	noun	de laatste maaltijd die een ter dood veroordeelde mag nuttigen
galgenmaaltje	=	galgenmaal
galgenmaaltjes	=	galgenmaal
galgenmalen	=	galgenmaal
galgenstrop	noun	een tot strop geknoopt touw zoals dat aan een galg gehangen wordt ter verhanging van een veroordeelde
galgenstroppen	=	galgenstrop
galgenveld	noun	veld net buiten de stad waar ter dood veroordeelden werden opgehangen nadat hun vonnis was voltrokken
galgenvelden	=	galgenveld
galgenveldje	=	galgenveld
galgenveldjes	=	galgenveld
galgje	noun	alleen verkleinwoord spelletje waarbij bij foutief raden van een letter van een woord een stuk van een galg of de gehangene getekend wordt
galgjes	=	galg
galicisch	adj	betreffende Galicië, een Spaanse regio in het noordwesten van het Iberisch schiereiland
galicische	noun	een vrouwelijke inwoner van Galicië, of iemand afkomstig hiervan
galicischer	=	galicisch
galicischere	=	galicisch
galicischers	=	galicisch
galicischt	=	galicisch
galicischtalig	adj	de Galicische taal sprekend
galicischtalige	=	galicischtalig
galicischtaligs	=	galicischtalig
galicischte	=	galicisch
galiciër	noun	een inwoner van Galicië, of iemand afkomstig uit Galicië
galiciërs	=	galiciër
galigaan	noun	Cladium mariscus een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
galiganen	=	galigaan
galilea	noun	een voorportaal of kapel in een kerk
galilea's	=	galilea
galjoen	noun	een historisch zeilschip met een hoge achtersteven
galjoenen	=	galjoen
galjoentje	=	galjoen
galjoentjes	=	galjoen
galjoenvissen	noun	een familie Dichistiidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
galjoot	noun	een platbodemvaartuig met zijzwaarden, voor de koopvaardij
galjootje	=	galjoot
galjoten	=	galjoot
galkanaal	noun	excretiebuizen die gal van de lever naar de darm vervoeren
galkanaaltje	=	galkanaal
galkanaaltjes	=	galkanaal
galkanalen	=	galkanaal
galkoorts	noun	koortsende ziekte waarschijnlijk malaria
galkoortsen	=	galkoorts
galle	=	gallen
gallemieze	noun	in 'naar de gallemieze': te gronde
gallemiezen	noun	naar de gallemiezen gaan: kapot gaan, helemaal vergaan
gallen	verb	lastig, vervelend doen
gallend	=	gallen
gallende	=	gallen
gallendwergspanner	noun	Eupithecia analoga een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
gallendwergspanners	=	gallendwergspanner
gallendwergspannertje	=	gallendwergspanner
gallendwergspannertjes	=	gallendwergspanner
gallerij	=	galerij
galletje	=	gal
galletjes	=	gal
gallicaans	adj	m.b.t. de zich zelfstandig opstellende Franse r.-k. kerk, behorend tot, van het gallicanisme
gallicaanse	=	gallicaans
gallicaanser	=	gallicaans
gallicaansere	=	gallicaans
gallicaansers	=	gallicaans
gallicaanst	=	gallicaans
gallicaanste	=	gallicaans
gallicanisme	noun	benaming voor een geheel van opvattingen die op grond van historische, politieke en theologische motieven aan de Franse Katholieke Kerk een aantal voorrechten verschafte tegenover het centraal pauselijk gezag
gallicisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Frans of gevormd naar Frans voorbeeld
gallicismen	=	gallicisme
gallicist	noun	iemand die zich verdiept in Franse taal en letterkunde
gallicisten	=	gallicist
gallig	adj|figurative	gemoedstoestand , bitter
gallige	=	gallig
galliger	=	gallig
galligere	=	gallig
galligers	=	gallig
galligs	=	gallig
galligst	=	gallig
galligste	=	gallig
gallisch	adj	geërgerd, geïrriteerd, kwaad
gallische	=	gallisch
gallischer	=	gallisch
gallischere	=	gallisch
gallischers	=	gallisch
gallischt	=	gallisch
gallischtalig	adj	de Gallische taal sprekend
gallischtalige	=	gallischtalig
gallischtaligs	=	gallischtalig
gallischte	=	gallisch
gallium	noun	een scheikundig element met symbool Ga en atoomnummer 31. Het is een zilverwit hoofdgroepmetaal.
galliumatomen	=	galliumatoom
galliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element gallium.
galliumatoompje	=	galliumatoom
galliumatoompjes	=	galliumatoom
galliumhoudend	adj	het element gallium bevattend
galliumhoudende	=	galliumhoudend
galliumhoudends	=	galliumhoudend
galliwasps	noun	een geslacht Diploglossus van hagedissen die behoren tot de familie Diploglossidae
galliër	noun	inwoner van het oude Gallië
galliërs	=	galliër
galliërtje	=	galliër
gallo	noun	streektaal die gesproken wordt door 190 duizend mensen in de Pays de la Loire en het oosten van Bretagne in Frankrijk
gallo-romeins	adj	met betrekking tot het Romeinse Rijk in Gallië of de geromaniseerde cultuur van Gallië
gallo-romeinse	=	gallo-romeins
gallo-romeinser	=	gallo-romeins
gallo-romeinsere	=	gallo-romeins
gallo-romeinsers	=	gallo-romeins
gallo-romeinst	=	gallo-romeins
gallo-romeinste	=	gallo-romeins
gallofiel	noun	iemand die een voorliefde heeft voor alles wat Frans is	adj	voorliefde tonend voor alles wat Frans is
gallofiele	=	gallofiel
gallofielen	=	gallofiel
gallofiels	=	gallofiel
gallon	noun	Angelsaksische inhoudsmaat 1 US gallon is ongeveer 3,8 lter 1 imperial gallon is ongeveer 4,5 liter
gallons	=	gallon
gallotalig	adj	Gallo sprekend
gallotalige	=	gallotalig
gallotaligs	=	gallotalig
galloway	noun	Schots runderras dat veel in natuurgebieden worden gehouden omdat ze niet agressief zijn en weinig zorg nodig hebben.
galloways	=	galloway
galm	noun	een langdurige naklank
galmde	=	galmen
galmden	=	galmen
galme	=	galmen
galmei	noun	een zinkcarbonaat met de chemische formule ZnCO₃
galmeien	=	galmei
galmen	verb	langdurig luid naklinken
galmend	adj	luid en echoënd
galmende	=	galmen
galmender	=	galmend
galmendere	=	galmend
galmenders	=	galmend
galmends	=	galmend
galmendst	=	galmend
galmendste	=	galmend
galmgat	noun	een opening in een muur ter hoogte van de luidklokken, zodat het geluid van de klokken naar buiten kan
galmgaten	=	galmgat
galmpje	=	galm
galmpjes	=	galm
galmt	=	galmen
galmug	noun	Cecidomyiidae een individu uit een familie van insecten die behoort tot de orde tweevleugeligen (Diptera) en de onderorde muggen (Nematocera) waarvan de larven zich bij de meeste soorten voeden met plantaardige weefsels en waarbij ze abnormale woekeringen veroorzaken die galappels worden genoemd
galmuggen	noun	Cecidomyiidae een familie van insecten die behoort tot de orde tweevleugeligen (Diptera) en de onderorde muggen (Nematocera)
galmuggetje	=	galmug
galmuggetjes	=	galmug
galmugje	=	galmug
galmugjes	=	galmug
galnoot	noun	gezwel op de blaadjes van een eik als de galwesp daar haar eitjes in heeft gelegd
galnoten	=	galnoot
galoche	noun	soort schoen die wordt gedragen over een andere schoen, als bescherming tegen vocht en vuil
galoches	=	galoche
galoejes	=	goles
galoejot	=	galoet
galoet	noun	ballingschap, diaspora
galoeta	noun	ballingschap
galoeten	=	galoet
galon	noun	versierde band langs de naad van een pantalon of mouw, in de vorm van een meegeweven op opgezette gekleurde draad, vooral op uniformen
galonnen	=	galon
galonnetje	=	galon
galonnetjes	=	galon
galons	=	galon
galop	noun	de snelste gang van een paard
galopje	=	galop
galopjes	=	galop
galoppade	noun	keer dat een paard of pony galoppeert
galoppades	=	galoppade
galoppas	noun	een danspas of turnpas die lijkt op de galop van een paard
galoppassen	=	galoppas
galoppeer	=	galopperen
galoppeerde	=	galopperen
galoppeerden	=	galopperen
galoppeert	=	galopperen
galoppere	=	galopperen
galopperen	verb	in galop - de snelste gang - rijden op een paard
galopperend	=	galopperen
galopperende	=	galopperen
galops	=	galop
galopsprong	noun	een sprong van een paard zoals tijdens de galop
galopsprongen	=	galopsprong
galopsprongetje	=	galopsprong
galopsprongetjes	=	galopsprong
galsteen	noun	een vaste structuur in de galwegen of de galblaas bestaande uit neergeslagen cholesterol, bilirubine of kalkzouten
galsteentje	=	galsteen
galsteentjes	=	galsteen
galstenen	=	galsteen
galt	=	gallen
galvalume	noun	staal met een corrosiebestendige coating van ongeveer 55% aluminium, 43% zink en 1,6% silicium
galvanisatie	noun	het galvaniseren
galvanisaties	=	galvanisatie
galvanisch	adj	door een elektrochemisch proces aangebracht
galvanische	=	galvanisch
galvanischer	=	galvanisch
galvanischere	=	galvanisch
galvanischers	=	galvanisch
galvaniseer	=	galvaniseren
galvaniseerde	=	galvaniseren
galvaniseerden	=	galvaniseren
galvaniseert	=	galvaniseren
galvanisere	=	galvaniseren
galvaniseren	verb	een laag zink opbrengen, (vaak thermisch) verzinken
galvaniserend	=	galvaniseren
galvaniserende	=	galvaniseren
galvaniseur	noun	iemand die voorwerpen galvaniseert
galvaniseurs	=	galvaniseur
galvaniseurtje	=	galvaniseur
galvaniseurtjes	=	galvaniseur
galvanisme	noun	door scheikundige werking opgewekte elektriciteit
galvanocaustiek	noun	heelkundige bewerkingen met behulp van elektrische warmte
galvanometer	noun	is een elektromechanisch meetinstrument waarmee een elektrische stroom wordt omgezet in een verdraaiing van een meetnaald om zijn as waarmee de grootte van de (zwakke) stroom af te lezen is
galvanometers	=	galvanometer
galvanoplastiek	noun	het vervaardigen of reproduceren van voorwerpen door elektrolytische metaalafscheiding op een vorm, waarna het metaalneerslag los van de vorm wordt gebruikt
galvanoscoop	noun	toestel om elektrische stroom aan te tonen
galvanoscopen	=	galvanoscoop
galvanotaxis	noun	beweging van cellen, bacteriën etc. in een bepaalde richting onder invloed van een elektrische stroom
galvanotechniek	noun	het bedekken met een laagje metaal van een voorwerp met behulp van elektriciteit
galvanotropisme	noun	het verschijnsel dat zich vrij bewegende organismen in hun bewegingen op bijzondere wijze op de galvanische stroom reageren
galvanotypie	noun|historical	methode om afbeeldingen af te drukken met behulp van koperplaten die met elektrische stroom zijn geëtst
galvanotypieën	=	galvanotypie
galweg	noun	verbindingskanaaltje tussen de lever en de twaalfvingerige darm
galwegen	=	galweg
galwesp	noun	Cynipoidea lid van een groep vliesvleugelige insecten, die met een lange legboor hun eitjes in planten leggen, waarna gallen ontstaan.
galwespen	noun	Cynipoidea een groep vliesvleugelige insecten, die met een lange legboor hun eitjes in planten leggen, waarna gallen ontstaan.
galwespje	=	galwesp
galwespjes	=	galwesp
galwortelvlieg	noun	Chyliza leptogaster een vliegensoort uit de familie van de wortelvliegen (Psilidae).
galwortelvliegen	=	galwortelvlieg
galwortelvliegje	=	galwortelvlieg
galwortelvliegjes	=	galwortelvlieg
galzeep	noun	zeep gemaakt van de gal van bepaalde dieren die men gebruikt voor het verwijderen van vet- en eiwitvlekken
galzepen	=	galzeep
galziekte	noun	aandoening van de galblaas of galwegen.
galziekten	=	galziekte
galziektes	=	galziekte
galzuren	=	galzuur
galzuur	noun	zuren die een onderdeel vormen van de gal en een belangrijke rol spelen bij de vertering van vetten
gamander	noun	benaming voor vaste planten uit het geslacht Teucrium in de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
gamanderbremraap	noun	Orobanche teucrii een overblijvende plant uit de bremraapfamilie.
gamanderbremraapje	=	gamanderbremraap
gamanderbremraapjes	=	gamanderbremraap
gamanderbremrapen	=	gamanderbremraap
gamandernetwants	noun	Copium clavicorne een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
gamandernetwantsen	=	gamandernetwants
gamandernetwantsje	=	gamandernetwants
gamandernetwantsjes	=	gamandernetwants
gamanders	=	gamander
gamandertje	=	gamander
gamba	noun	knieviool
gamba's	=	gamba
gambaatje	=	gamba
gambaatjes	=	gamba
gambagavliegenvanger	noun	Muscicapa gambagae een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
gambagavliegenvangers	=	gambagavliegenvanger
gambagavliegenvangertje	=	gambagavliegenvanger
gambagavliegenvangertjes	=	gambagavliegenvanger
gambiaan	noun	een inwoner van Gambia, of iemand afkomstig uit Gambia
gambiaans	adj	op Gambia betrekking hebbend
gambiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Gambia, of een vrouw afkomstig uit Gambia
gambiaansen	=	gambiaanse
gambiaanser	=	gambiaans
gambiaansere	=	gambiaans
gambiaansers	=	gambiaans
gambiaanst	=	gambiaans
gambiaanste	=	gambiaans
gambiaantje	=	gambiaan
gambiaantjes	=	gambiaan
gambiahamsterrat	noun	Cricetomys gambianus knaagdier uit de familie van de Nesomyidae
gambiahamsterratje	=	gambiahamsterrat
gambiahamsterratjes	=	gambiahamsterrat
gambiahamsterratten	=	gambiahamsterrat
gambiamangoeste	noun	Mungos gambianus roofdier uit de familie van mangoesten (Herpestidae).
gambiamangoesten	=	gambiamangoeste
gambiamangoestje	=	gambiamangoeste
gambiamangoestjes	=	gambiamangoeste
gambianen	=	gambiaan
gambiapoederdonsklauwier	noun	Dryoscopus gambensis een soort uit de familie Malaconotidae, ook wel bosklauwieren genoemd.
gambiapoederdonsklauwieren	=	gambiapoederdonsklauwier
gambiapoederdonsklauwiertje	=	gambiapoederdonsklauwier
gambiapoederdonsklauwiertjes	=	gambiapoederdonsklauwier
gambier	noun	bepaald soort liaan uit Indonesië, Uncaria gambir uit de familie Rubiaceae
gambiet	noun	schaakopening waarbij een pion of ander schaakstuk wordt geofferd, in ruil voor een kansrijkere positie
gambieten	=	gambiet
gambietje	=	gambiet
gambietjes	=	gambiet
gambir	noun	bepaald soort struik Uncaria gambir in Zuidoost-Azië
gambirs	=	gambir
gambist	noun	iemand die viola da gamba speelt
gambiste	noun	viola da gamba-speelster
gambisten	=	gambist
gambistes	=	gambiste
gambistetje	=	gambiste
gambistetjes	=	gambiste
gambistje	=	gambist
gambistjes	=	gambist
game	noun	onderdeel van een wedstrijd
game-engine	noun	programmatuur die zorgt voor realistische beelden bij een computerspel en die voor verschillende computerspellen gebruikt kan worden
game-engines	=	game-engine
gameboy	noun	draagbare spelcomputer
gameboys	=	gameboy
gameboytje	=	gameboy
gameboytjes	=	gameboy
gamecafeetje	=	gamecafé
gamecafeetjes	=	gamecafé
gamecafé	noun	uitgaansgelegenheid voor liefhebbers van spelletjes en computergames
gamecafés	=	gamecafé
gamechanger	noun	iets of iemand die zorgt voor een ingrijpende verandering van een bepaalde situatie
gamechangers	=	gamechanger
gamechangertje	=	gamechanger
gamechangertjes	=	gamechanger
gameconsole	noun	computer die speciaal geschikt is voor het spelen van videospelletjes
gameconsoles	=	gameconsole
gamecontroller	noun	een hand-invoerapparaat dat wordt gebruikt om computerspellen te besturen op consoles, pc's of mobiele apparaten
gamecontrollers	=	gamecontroller
gamecontrollertje	=	gamecontroller
gamecontrollertjes	=	gamecontroller
gamede	=	gamen
gameden	=	gamen
gamedeveloper	noun	computerspelontwikkelaar
gamedevelopers	=	gamedeveloper
gameet	noun	geslachtscel
gamehal	noun	een overdekte amusementsruimte waar bezoekers tegen betaling verschillende soorten spellen kunnen spelen
gamehallen	=	gamehal
gamehalletje	=	gamehal
gamehalletjes	=	gamehal
gamel	noun	een vaak afsluitbaar keteltje bedoeld voor etenswaren, gewoonlijk gedragen door soldaten te velde
gamelan	noun	een slaginstrument dat vooral in Indonesië wordt gebruikt
gamelannetje	=	gamelan
gamelannetjes	=	gamelan
gamelans	=	gamelan
gamelle	noun	eetketel of (soms afsluitbaar) eetblik van soldaten, vervolgens ook in gebruik bij niet-militairen
gamellen	=	gamel
gamelletje	=	gamel
gamelletjes	=	gamel
gamemaker	noun	persoon die een computergame maakt
gamemakers	=	gamemaker
gamen	verb	computerspel spelen
gamend	=	gamen
gamende	=	gamen
gameontwikkelaar	noun	iemand die computerspellen ontwikkelt
gameontwikkelaars	=	gameontwikkelaar
gamepad	noun	een spelbesturingsapparaat dat met beide handen wordt vastgehouden en waarvan de invoer over het algemeen met de duimen plaatsvindt
gamepads	=	gamepad
gamepje	=	game
gamepjes	=	game
gamer	noun	iemand die veel computer games speelt
gameregisseur	noun	iemand die de regie voert over de productie van videospellen
gameregisseurs	=	gameregisseur
gameregisseurtje	=	gameregisseur
gameregisseurtjes	=	gameregisseur
gamers	=	gamer
games	=	game
gamet	=	gamen
gametaal	noun	de specifieke woordenschat en uitdrukkingen die worden gebruikt in de wereld van online games, die kinderen en volwassenen gebruiken om te communiceren, samen te werken en elkaar uit te dagen tijdens het spelen
gametaaltje	=	gametaal
gametaaltjes	=	gametaal
gametalen	=	gametaal
gameten	=	gameet
gametofiet	=	gametofyt
gametofyt	noun	de generatie van bepaalde planten - of het stadium - die de gameten vormt
gametofyten	=	gametofyt
gametofytje	=	gametofyt
gametofytjes	=	gametofyt
gameverslaafd	adj	op een hinderlijke, schadelijke wijze met te grote passie gamen
gameverslaafde	noun	iemand die verslaafd is aan het spelen van games
gameverslaafden	=	gameverslaafde
gameverslaafder	=	gameverslaafd
gameverslaafdere	=	gameverslaafd
gameverslaafders	=	gameverslaafd
gameverslaafds	=	gameverslaafd
gameverslaafdst	=	gameverslaafd
gameverslaafdste	=	gameverslaafd
gameverslaving	noun	de dwangmatige behoefte om computerspellen te spelen
gameverslavingen	=	gameverslaving
gameverslavingskliniek	noun	kliniek waar men pogingen onderneemt om mensen van hun gameverslaving af te helpen
gameverslavingsklinieken	=	gameverslavingskliniek
gameverslavinkje	=	gameverslaving
gameverslavinkjes	=	gameverslaving
gamificatie	noun	een omgeving (zoals bijvoorbeeld het onderwijs) van spelelementen voorzien zodat mensen meer betrokken raken
gaming	noun	het spelen van computerspelletjes
gamma	noun	derde letter van het Griekse alfabet
gamma's	=	gamma
gamma-uil	noun	Autographa gamma een kleine bruine uilvlinder.
gamma-uilen	=	gamma-uil
gamma-uiltje	=	gamma-uil
gamma-uiltjes	=	gamma-uil
gammaatje	=	gamma
gammaatjes	=	gamma
gammaflits	noun	plotselinge uitbarsting van gammastraling
gammaflitsen	=	gammaflits
gammaflitsje	=	gammaflits
gammaflitsjes	=	gammaflits
gammapalpmot	noun	Teleiodes vulgella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
gammapalpmotje	=	gammapalpmot
gammapalpmotjes	=	gammapalpmot
gammapalpmotten	=	gammapalpmot
gammaproteobacteriën	=	γ-proteobacteriën
gammastraal	noun	hoog energetische elektromagnetische straling met een zeer kleine golflengte soms afkomstig van radioactief verval
gammastraaltje	=	gammastraal
gammastraaltjes	=	gammastraal
gammastralen	noun	hoog energetische elektromagnetische straling met een zeer kleine golflengte
gammastraling	noun	zeer energierijke electromagnetische straling met een energie van groter dan 0,2 MeV
gammastralingen	=	gammastraling
gammavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter gamma
gammavarianten	=	gammavariant
gammawetenschap	noun	de wetenschappen die zich met maatschappij en gedrag bezig houden: onder andere sociologie, antropologie, economie, psychologie en communicatiewetenschap.
gammawetenschapje	=	gammawetenschap
gammawetenschapjes	=	gammawetenschap
gammawetenschappen	=	gammawetenschap
gammel	adj	niet stevig meer, vervallen
gammele	=	gammel
gammeler	=	gammel
gammelere	=	gammel
gammelers	=	gammel
gammels	=	gammel
gammelst	=	gammel
gammelste	=	gammel
gamogonie	noun	geslachtelijke vermenigvuldiging door middel van gameten
ganache	noun	meestal van chocolade gemaakte patisseriecrème gebruikt om te vullen
ganaches	=	ganache
gandaham	noun	een Belgische gedroogde ham of hesp, die door het proces van droogzouten en rijping een specifiek aroma verkregen heeft
gandahammen	=	gandaham
gandaria	noun	tot 27 m hoge, groenblijvende boom, Bouea macrophylla, uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae) De afwisselend geplaatste, bij de scheuttoppen bijna tegenoverstaande bladeren zijn leerachtig, glanzend donkergroen aan de bovenzijde van het blad en lancetvormig.
gandaria's	=	gandaria
gander	noun	mannelijke gans (Anser en Branta)
ganders	=	gander
gandertje	=	gander
gang	noun	lange, smalle doorloopruimte in een gebouw of ondergronds
gangbaar	adj	wat gebruikelijk is
gangbaarder	=	gangbaar
gangbaardere	=	gangbaar
gangbaarders	=	gangbaar
gangbaarheden	=	gangbaarheid
gangbaarheid	noun	gewoon, niet bijzonder zijn van iets
gangbaars	=	gangbaar
gangbaarst	=	gangbaar
gangbaarste	=	gangbaar
gangbang	noun	groepsseks waarbij iemand seks heeft met meer partners na elkaar
gangbangde	=	gangbangen
gangbangden	=	gangbangen
gangbange	=	gangbangen
gangbangen	verb	deelnemen aan groepsseks waarbij iemand seks heeft met meer partners na elkaar
gangbangend	=	gangbangen
gangbangende	=	gangbangen
gangbangs	=	gangbang
gangbangt	=	gangbangen
gangbare	=	gangbaar
gangboord	noun	smalle strook aan de zijkant van het dek van een schip direct naast de reling
gangboorden	=	gangboord
gangdeur	noun	een deur tussen een kamer en de gang in een huis
gangdeuren	=	gangdeur
gangen	=	gang
gangenstelsel	noun	complex van meerdere met elkaar verbonden gangen en tunnels
gangenstelsels	=	gangenstelsel
gangenstelseltje	=	gangenstelsel
gangenstelseltjes	=	gangenstelsel
ganger	noun	iemand die zich verplaatst
gangers	=	ganger
gangesdolfijn	noun	Platanista gangetica walvisachtige uit de familie van de Indische rivierdolfijnen (Platanistidae).
gangesdolfijnen	=	gangesdolfijn
gangesdolfijntje	=	gangesdolfijn
gangesdolfijntjes	=	gangesdolfijn
gangesdrieklauw	noun	Nilssonia gangetica een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
gangesdrieklauwen	=	gangesdrieklauw
gangesdrieklauwtje	=	gangesdrieklauw
gangesdrieklauwtjes	=	gangesdrieklauw
gangeshaai	noun	Glyphis gangeticus een haai uit de familie van de requiemhaaien
gangeshaaien	=	gangeshaai
gangeshaaitje	=	gangeshaai
gangeshaaitjes	=	gangeshaai
gangetje	=	gang
gangetjes	=	gang
gangkast	noun	een kast in de gang of de hal
gangkasten	=	gangkast
gangkastje	=	gangkast
gangkastjes	=	gangkast
gangklok	noun	uurwerk dat in de gang staat of hangt
gangklokje	=	gangklok
gangklokjes	=	gangklok
gangklokken	=	gangklok
ganglia	=	ganglion
ganglion	noun	zenuwknoop
gangliën	=	ganglion
gangmaak	=	gangmaken
gangmaakster	noun	vrouw die een feest op gang helpt
gangmaaksters	=	gangmaakster
gangmaakt	=	gangmaken
gangmaakte	=	gangmaken
gangmaakten	=	gangmaken
gangmake	=	gangmaken
gangmaken	verb	als gangmaker optreden voor iemand
gangmakend	=	gangmaken
gangmakende	=	gangmaken
gangmaker	noun	een soort koekje
gangmakers	=	gangmaker
gangmakertje	=	gangmaker
gangmakertjes	=	gangmaker
gangmat	noun	een stuk ruw tapijt dat in de gang ligt en waaraan men zijn schoenen kan afvegen
gangmatje	=	gangmat
gangmatjes	=	gangmat
gangmatten	=	gangmat
gangmineraal	noun	mineraal dat voorkomt in een geologische gang
gangmineraaltje	=	gangmineraal
gangmineraaltjes	=	gangmineraal
gangmineralen	=	gangmineraal
gangnamstijl	noun	een dansstijl waarbij de danser een ruiter imiteert en met het lichaam bouncet op de hiphopmuziek
gangpaadje	=	gangpad
gangpaadjes	=	gangpad
gangpad	noun	een pad voor wandelaars, voetpad
gangpaden	=	gangpad
gangpadje	=	gangpad
gangpadjes	=	gangpad
gangreen	noun	de afsterving en ontbinding van een levend organisme
gangrene	=	gangreen
gangs	=	gang
gangsnelheden	=	gangsnelheid
gangsnelheid	noun	tempo waarin iemand zich in het dagelijks leven gewoonlijk te voet verplaatst
gangspil	noun	verticaal staande vaste windas
gangspillen	=	gangspil
gangspilletje	=	gangspil
gangspilletjes	=	gangspil
gangsta	noun	lid van een criminele- of straatbende
gangsta's	=	gangsta
gangstarapper	noun	artiest die een gangstarap uitbrengt
gangstarappers	=	gangstarapper
gangster	noun	een lid van een criminele organisatie
gangsterbaas	noun	hoofd van een misdaad bende
gangsterbazen	=	gangsterbaas
gangsterbende	noun	groep gewelddadige criminelen die nauw met elkaar samenwerken
gangsterbenden	=	gangsterbende
gangsterbendes	=	gangsterbende
gangsterfilm	noun	filmgenre met misdadigers in de hoofdrol; film met een verhaal vertelt vanuit het perspectief van de misdadiger
gangsterfilmpje	=	gangsterfilm
gangsterfilmpjes	=	gangsterfilm
gangsterfilms	=	gangsterfilm
gangsterisme	noun	georganiseerde misdaad
gangsterismen	=	gangsterisme
gangsteroorlog	noun	conflict tussen gansterbendes
gangsteroorlogen	=	gangsteroorlog
gangsterrap	noun	muziekgenre waarbij gerapt wordt over het zware leven in de getto's
gangsters	=	gangster
gangstertje	=	gangster
gangstertjes	=	gangster
gangwissel	noun	wordt in bijna alle motorvoertuigen toegepast om het vermogen van een verbrandingsmotor op een efficiënte manier naar de wielen over te brengen
gangwissels	=	gangwissel
gangwisseltje	=	gangwissel
gangwisseltjes	=	gangwissel
gannef	noun	meestal dief, oplichter, schurk
gannefde	=	ganneven
gannefden	=	ganneven
gannefen	=	gannef
gannefje	=	gannef
gannefjes	=	gannef
gannefs	=	gannef
ganneft	=	ganneven
ganneve	=	ganneven
ganneven	verb	stelen, pikken
gannevend	=	ganneven
gannevende	=	ganneven
gannovem	=	gannef
ganongabrilvogel	noun	Zosterops splendidus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
ganongabrilvogels	=	ganongabrilvogel
ganongabrilvogeltje	=	ganongabrilvogel
ganongabrilvogeltjes	=	ganongabrilvogel
gans	noun	benaming voor vogels uit de geslachten Anser en Branta, grote, stevig gebouwde watervogels	adj|obsolete	in volle omvang
gansch	=	gans
ganse	=	gans
ganselijk	adv	geheel, geheel en al, totaal
gansenvoet	=	ganzenvoet
ganser	=	gans
gansje	=	gans
gansjes	=	gans
gansrij	=	gansrijden
gansrijd	=	gansrijden
gansrijden	verb	volksgebruik in de Belgische polderstreek dat eruit bestaat op een paard rijdend de kop van een opgehangen gans er af proberen te trekken
gansrijdend	=	gansrijden
gansrijdende	=	gansrijden
gansrijder	noun	persoon die als vermaak probeert om rijdend op een paard de kop van een opgehangen gans af te trekken
gansrijders	=	gansrijder
ganstrek	=	ganstrekken
ganstrekken	verb	volksvermaak waarbij deelnemers probeerden terwijl ze snel onderlangs een aan haar poten opgehangen gans reden, voeren of renden de met vet ingesmeerde kop los te trekken
ganstrekkend	=	ganstrekken
ganstrekkende	=	ganstrekken
gansumol	noun	Scapanulus oweni een insecteneter uit de familie van de mollen (Talpidae).
gansumollen	=	gansumol
gansumolletje	=	gansumol
gansumolletjes	=	gansumol
gansuspitsmuis	noun	Sorex cansulus insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
gansuspitsmuisje	=	gansuspitsmuis
gansuspitsmuisjes	=	gansuspitsmuis
gansuspitsmuizen	=	gansuspitsmuis
ganteer	=	ganteren
ganteerde	=	ganteren
ganteerden	=	ganteren
ganteert	=	ganteren
gantere	=	ganteren
ganteren	verb	handschoenen dragen, als handschoenen passen
ganterend	=	ganteren
ganterende	=	ganteren
gantsch	=	gans
ganzebloem	=	ganzenbloem
ganzen	=	gans
ganzenbloem	noun	plant van het geslacht Chrysanthemum in het bijzonder de 'gele ganzenbloem' (Glebionis segetum, Chrysanthemum segetum)
ganzenbloemen	=	ganzenbloem
ganzenbloemetje	=	ganzenbloem
ganzenbloemetjes	=	ganzenbloem
ganzenbloempje	=	ganzenbloem
ganzenbloempjes	=	ganzenbloem
ganzenboer	noun	een boer die ganzen houdt.
ganzenboeren	=	ganzenboer
ganzenboertje	=	ganzenboer
ganzenboertjes	=	ganzenboer
ganzenbord	noun	een bepaald gezelschapsspel, gespeeld met dobbelstenen en pionnen
ganzenbordde	=	ganzenborden
ganzenbordden	=	ganzenborden
ganzenborde	=	ganzenborden
ganzenborden	verb	het klassieke bordspel ganzenbord spelen
ganzenbordend	=	ganzenborden
ganzenbordende	=	ganzenborden
ganzenbordje	=	ganzenbord
ganzenbordt	=	ganzenborden
ganzenborst	noun	borst van een gans, m.n. als gerecht
ganzenborsten	=	ganzenborst
ganzenei	noun	ei gelegd door een gans
ganzeneieren	=	ganzenei
ganzengat	noun	eerstejaarsstudent die ontgroend is maar nog niet mag ontgroenen
ganzengaten	=	ganzengat
ganzengatje	=	ganzengat
ganzengatjes	=	ganzengat
ganzenhoeder	noun	iemand die waakt over de grote, stevig gebouwde watervogels van een boerderij
ganzenhoeders	=	ganzenhoeder
ganzenjacht	noun	het jagen op ganzen
ganzenjachten	=	ganzenjacht
ganzenlever	noun	orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een gans Anser anser, na het slachten vaak gegeten als delicatesse
ganzenleverpaté	noun	smeuïge, stevige, smeerbare gemalen lever van een gans
ganzenleverpatés	=	ganzenleverpaté
ganzenlevers	=	ganzenlever
ganzenlevertje	=	ganzenlever
ganzenlevertjes	=	ganzenlever
ganzenmarkt	noun	een markt in diverse plaatsen in Nederland waar de gans in het middelpunt staat
ganzenmarkten	=	ganzenmarkt
ganzenmars	noun	in een rij achter elkaar aanlopen
ganzenmarsen	=	ganzenmars
ganzenpaadje	=	ganzenpad
ganzenpaadjes	=	ganzenpad
ganzenpad	noun	smalle weg voor ganzen
ganzenpaden	=	ganzenpad
ganzenpas	noun	paradepas waarbij het been hoog gestrekt wordt en de voet vervolgens met kracht wordt neergezet zonder de knieën te buigen
ganzenpasje	=	ganzenpas
ganzenpasjes	=	ganzenpas
ganzenpassen	=	ganzenpas
ganzenpen	noun	veer van een gans die men als pen kan gebruiken
ganzenpennen	=	ganzenpen
ganzenpoep	noun	ontlasting van een gans
ganzenpoepje	=	ganzenpoep
ganzenpoepjes	=	ganzenpoep
ganzenpoot	noun	poot van een gans met drie tenen die onderling verbonden zijn met zwemvliezen
ganzenpoten	=	ganzenpoot
ganzenspel	noun	een gezelschapsspel, waarbij men met dobbelstenen op het ganzenbord speelt
ganzenspelen	=	ganzenspel
ganzenspellen	=	ganzenspel
ganzenveder	=	ganzenveer
ganzenveer	noun	een van de lichte, hoornige uitgroeisels waarmee de huid van een gans, bedekt is
ganzenveertje	=	ganzenveer
ganzenveertjes	=	ganzenveer
ganzenveren	=	ganzenveer
ganzenvet	noun	vloeibaar geelwit vet van een gans met een fijne maar nadrukkelijke smaak
ganzenvoet	noun	de voet van een gans
ganzenvoetdwergspanner	noun	Eupithecia sinuosaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae
ganzenvoetdwergspanners	=	ganzenvoetdwergspanner
ganzenvoetdwergspannertje	=	ganzenvoetdwergspanner
ganzenvoetdwergspannertjes	=	ganzenvoetdwergspanner
ganzenvoeten	=	ganzenvoet
ganzenvoetje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort zeester, Anseropoda placenta uit de familie Asterinidae; De wetenschappelijke naam van de soort werd, als Asterias placenta, in 1777 gepubliceerd door de Welshe natuuronderzoeker Thomas Pennant
ganzenvoetjes	=	ganzenvoet
ganzenvoetkokermot	noun	Coleophora sternipennella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
ganzenvoetkokermotje	=	ganzenvoetkokermot
ganzenvoetkokermotjes	=	ganzenvoetkokermot
ganzenvoetkokermotten	=	ganzenvoetkokermot
ganzenvoetmot	noun	Hypochalcia ahenella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
ganzenvoetmotje	=	ganzenvoetmot
ganzenvoetmotjes	=	ganzenvoetmot
ganzenvoetmotten	=	ganzenvoetmot
ganzenvoetzandvleugeltje	noun	Scrobipalpa atriplicella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
ganzenvoetzandvleugeltjes	=	ganzenvoetzandvleugeltje
ganzerik	noun	mannetje van de gans (Anser en Branta)
ganzerikbodemwants	noun	Ortholomus punctipennis een wants uit de onderfamilie Orsillinae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
ganzerikbodemwantsen	=	ganzerikbodemwants
ganzerikbodemwantsje	=	ganzerikbodemwants
ganzerikbodemwantsjes	=	ganzerikbodemwants
ganzeriken	=	ganzerik
ganzerikje	=	ganzerik
ganzerikkokermot	noun	een vlinder Coleophora albicostella uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
ganzerikkokermotje	=	ganzerikkokermot
ganzerikkokermotjes	=	ganzerikkokermot
ganzerikkokermotten	=	ganzerikkokermot
ganzeveder	=	ganzenveer
ganzeveer	=	ganzenveer
gaon	noun	hoofd van een Talmoedschool
gap	=	gappen
gape	=	gapen
gapen	verb	heel diep inademen met de mond ver open, moeilijk om bewust tegen te gaan
gapend	adj	slaapverwekkend
gapende	=	gapen
gapender	=	gapend
gapendere	=	gapend
gapenders	=	gapend
gapends	=	gapend
gapendst	=	gapend
gapendste	=	gapend
gaper	noun	iemand die gaapt
gaperig	adj	de neiging hebben om te gapen omdat men slaperig is
gaperige	=	gaperig
gaperiger	=	gaperig
gaperigere	=	gaperig
gaperigers	=	gaperig
gaperigs	=	gaperig
gaperigst	=	gaperig
gaperigste	=	gaperig
gapers	=	gaper
gapertje	=	gaper
gaping	noun	een opening, met name als het gaat over een opening in een verder aaneengesloten front
gapingen	=	gaping
gappe	=	gappen
gappen	verb|informal	iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen, stelen, pikken
gappend	=	gappen
gappende	=	gappen
gapper	noun	iemand die steelt
gappers	=	gapper
gappertje	=	gapper
gapt	=	gappen
gapte	=	gappen
gapten	=	gappen
garage	noun	een overdekte ruimte waarin men auto's zou kunnen stallen
garageband	noun	band die garagerock speelt
garagebandje	=	garageband
garagebandjes	=	garageband
garagebands	=	garageband
garagebedrijf	noun	een bedrijf waar auto's gerepareerd worden
garagebedrijfje	=	garagebedrijf
garagebedrijfjes	=	garagebedrijf
garagebedrijven	=	garagebedrijf
garagebox	noun	een afsluitbare ruimte die oorspronkelijk is gebouwd voor het stallen van een auto, maar vaak ook voor andere zaken gebruikt wordt
garageboxen	=	garagebox
garagedeur	noun	een deur die toegang geeft tot de garage
garagedeuren	=	garagedeur
garagedeurtje	=	garagedeur
garagedeurtjes	=	garagedeur
garagehouder	noun	eigenaar van een autowerkplaats (garage)
garagehouders	=	garagehouder
garagehoudertje	=	garagehouder
garagehoudertjes	=	garagehouder
garagehoudster	=	garagehouder
garagehouse	noun	door gospel en rhythm-and-blues beïnvloede housemuziek
garagemoskee	noun	zeer kleine weinig opvallende islamitische gebedsruimte
garagemoskeeën	=	garagemoskee
garageopleiding	noun	een beroepsopleiding die je opleidt tot vakman of -vrouw in de autotechniek.
garageopleidingen	=	garageopleiding
garageopleidinkje	=	garageopleiding
garageopleidinkjes	=	garageopleiding
garagepoort	noun	de grote deur van een garage die geschikt is om een auto doorheen te laten rijden
garagepoorten	=	garagepoort
garagepoortje	=	garagepoort
garagepoortjes	=	garagepoort
garages	=	garage
garagestudio	noun	eenvoudige geluidsstudio in een omgebouwde garage
garagestudio's	=	garagestudio
garagestudiootje	=	garagestudio
garagestudiootjes	=	garagestudio
garagetje	=	garage
garagetjes	=	garage
garagist	noun	de eigenaar van de garage die vaak zelf ook monteur is
garagisten	=	garagist
garagistje	=	garagist
garagistjes	=	garagist
garancine	noun	een uit meekrap verkregen kleurstof
garandeer	=	garanderen
garandeerde	=	garanderen
garandeerden	=	garanderen
garandeert	=	garanderen
garandere	=	garanderen
garanderen	verb	de uitkomst ergens van verzekeren
garanderend	=	garanderen
garanderende	=	garanderen
garant	noun	borg, waarborg
garanten	=	garant
garantie	noun	verklaring waarin men verklaart voor bepaalde gevolgen in te staan
garantiebedrag	noun	een hoeveelheid geld die men zeker ontvangt ook als het tegenzit
garantiebedragen	=	garantiebedrag
garantiebedragje	=	garantiebedrag
garantiebedragjes	=	garantiebedrag
garantiebewijs	noun	bewijs dat men recht op een gedane belofte heeft vaak gaat het om een recht op vergoeding bij slecht functioneren van een product of de garantie dat iets 'echt' is
garantiebewijsje	=	garantiebewijs
garantiebewijsjes	=	garantiebewijs
garantiebewijzen	=	garantiebewijs
garantiefonds	noun	fonds ter bestrijding van kosten voortvloeiend uit onvoorziene gebeurtenissen
garantiefondsen	=	garantiefonds
garantiekrediet	noun	garantie van overheid, gemeente of particulier ten behoeve van kredietverlening aan derden
garantiekredieten	=	garantiekrediet
garantieperiode	noun	hoeveelheid tijd dat een fabrikant belooft dat een product naar behoren zal werken en het product gratis vervangt als het toch kapot gaat
garantieperioden	=	garantieperiode
garantieperiodes	=	garantieperiode
garantieprijs	noun	de minimumprijs die een producent zeker ontvangt voor zijn producten ook als de marktprijs lager is
garantieprijsje	=	garantieprijs
garantieprijsjes	=	garantieprijs
garantieprijzen	=	garantieprijs
garantieregeling	noun	manier waarop iets geregeld is als iets of iemand niet aan zijn verplichtingen kan voldoen
garantieregelingen	=	garantieregeling
garantieregelingetje	=	garantieregeling
garantieregelingetjes	=	garantieregeling
garanties	=	garantie
garantiestelling	noun	een hoeveelheid geld die men bereid is te betalen als iemand anders dat niet kan betalen
garantiestellingen	=	garantiestelling
garantietermijn	noun	periode dat een fabrikant een slecht werkend product gratis vervangt voor een deugdelijk exemplaar
garantietermijnen	=	garantietermijn
garantietje	=	garantie
garantietjes	=	garantie
garantieverdrag	noun	verdrag waarbij iets gegarandeerd wordt
garantieverdragen	=	garantieverdrag
garantieverdragje	=	garantieverdrag
garantieverdragjes	=	garantieverdrag
garantieverklaring	noun	officiële verklaring waarin staat dat men instaat voor iets of iemand
garantieverklaringen	=	garantieverklaring
garantieverklarinkje	=	garantieverklaring
garantieverklarinkjes	=	garantieverklaring
garantievermogen	noun	het kapitaal waarmee men een waarborg kan geven
garantievermogens	=	garantievermogen
garantievoorwaarde	noun	vereiste om aanspraak te kunnen maken op een beloofde waarborg tegen mogelijk nadeel
garantievoorwaarden	=	garantievoorwaarde
garantstelling	noun	het borg staan voor iets of iemand als deze een financiële verplichting niet zou kunnen nakomen
garantstellingen	=	garantstelling
garantverklaring	noun	officiële melding dan men voor iets of iemand instaat
garantverklaringen	=	garantverklaring
gard	noun	een roe
garde	noun	keukengerei bestaande uit een stel gebogen draden waarmee geklopt en geklutst kan worden
garden	=	gard
gardenia	noun	bednaming voor struiken of kleine bomen uit het geslacht Gardenia in de sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
gardenia's	=	gardenia
gardeofficier	noun	bevelhebber van keurtroepen
gardeofficieren	=	gardeofficier
gardeofficiers	=	gardeofficier
garderegiment	noun	elite-eenheid binnen het leger
garderegimenten	=	garderegiment
garderobe	noun	voorraad kleren
garderobejuffrouw	noun	vrouw die een garderobe beheert
garderobejuffrouwen	=	garderobejuffrouw
garderobekamer	noun	kamer die alleen voor het bewaren van kleding is bestemd
garderobekamers	=	garderobekamer
garderobekamertje	=	garderobekamer
garderobekamertjes	=	garderobekamer
garderobekast	noun	een meubelstuk waarin kleding in opgeborgen kan worden
garderobekasten	=	garderobekast
garderobekastje	=	garderobekast
garderobekastjes	=	garderobekast
garderobelocker	noun	afsluitbaar kastje in een garderobe waarin men persoonlijke eigendommen kan opbergen
garderobelockers	=	garderobelocker
garderobes	=	garderobe
garderobetje	=	garderobe
garderobetjes	=	garderobe
gardes	=	garde
gardesoldaat	noun	soldaat van een garde, keursoldaat
gardesoldaatje	=	gardesoldaat
gardesoldaatjes	=	gardesoldaat
gardesoldaten	=	gardesoldaat
gardetje	=	garde
gardetjes	=	garde
gardiaan	noun	overste van een klooster bij de minderbroeders Franciscanen of Kapucijnen
gardiaans	=	gardiaan
gardianen	=	gardiaan
gardist	noun	gardesoldaat
gardisten	=	gardist
gardistje	=	gardist
gardje	=	gard
gardjes	=	gard
gare	=	gaar
gareel	noun	een juk voor trekdieren
gareelblok	noun	bewegelijke zwengel of driehoek aan een wagen, kar of ploeg, waar de trekstrengen van het trekdier aan vastliggen om de verschillen in trekspanning op de afzonderlijke strengen uit te balanceren
gareelblokje	=	gareelblok
gareelblokjes	=	gareelblok
gareelblokken	=	gareelblok
gareelmaker	noun	maker van paardentuig
gareelmakers	=	gareelmaker
gareeltje	=	gareel
gareeltjes	=	gareel
gareer	=	gareren
gareerde	=	gareren
gareerden	=	gareren
gareert	=	gareren
garelen	=	gareel
garen	verb	door middel van koken klaar maken voor consumptie, gaar maken	noun	draad die wordt gemaakt door het spinnen van vezels
garen-en-bandwinkel	noun	zaak waar men materiaal kan kopen dat nodig is bij het naaien
garen-en-bandwinkels	=	garen-en-bandwinkel
garen-en-bandwinkeltje	=	garen-en-bandwinkel
garen-en-bandwinkeltjes	=	garen-en-bandwinkel
garend	=	garen
garende	=	garen
garendichtheden	=	garendichtheid
garendichtheid	noun	de dichtheid van een weefsel uitgedrukt in denier
garenloos	adj	zonder garen
garenloost	=	garenloos
garenlooste	=	garenloos
garenloze	=	garenloos
garenlozer	=	garenloos
garenlozere	=	garenloos
garenlozers	=	garenloos
garenmarkt	noun	een markt waar voornamelijk garen wordt verhandeld
garenmarkten	=	garenmarkt
garens	=	garen
garentje	=	garen
garentjes	=	garen
garere	=	gareren
gareren	verb	op een zijspoor brengen, in de garage brengen
garerend	=	gareren
garerende	=	gareren
garf	noun	samengebonden hoeveelheid graanhalmen of andere afgemaaide gewassen
garfde	=	garven
garfden	=	garven
garfhoop	noun|obsolete	een hoop vers afgesneden (rogge)halmen die klaarliggen om gebundeld te worden
garfhopen	=	garfhoop
garfje	=	garf
garfjes	=	garf
garft	=	garven
garganoklokje	noun	Campanula garganica een plantensoort uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
garganoklokjes	=	garganoklokje
gargantuesk	adj	overdadig (in drank en spijs)
gargantueske	=	gargantuesk
gargantuesker	=	gargantuesk
gargantueskere	=	gargantuesk
gargantueskers	=	gargantuesk
gargantuesks	=	gargantuesk
gargantueskst	=	gargantuesk
gargantueskste	=	gargantuesk
gargouille	noun	afvoeropening van een dakgoot die is uitgevoerd als een monsterlijke kop die het water lijkt uit te spuwen
gargouilles	=	gargouille
garibaldi	noun	stijve mannenhoed met ronde bol
garibaldi's	=	garibaldi
garibaldietje	=	garibaldi
garifunatalig	adj	Garifuna sprekend
garifunatalige	=	garifunatalig
garifunataligs	=	garifunatalig
garimpeiro	noun	een veelal illegale en informele goudzoeker in de Braziliaanse Amazone
garimpeiro's	=	garimpeiro
garing	noun	het garen
garingen	=	garing
garnaal	noun	een schaaldier behorende tot de geleedpotigen dat op de bodem van de zee leeft en door menigeen als een culinaire traktatie wordt beschouwd
garnaalkrui	=	garnaalkruien
garnaalkruie	=	garnaalkruien
garnaalkruien	verb	ambachtelijk garnalen vangen met een sleepnet (vanaf het strand)
garnaalkruiend	=	garnaalkruien
garnaalkruiende	=	garnaalkruien
garnaaltje	=	garnaal
garnaaltjes	=	garnaal
garnaalvisser	noun	iemand die garnalen vist
garnaalvissers	=	garnaalvisser
garnaalvissertje	=	garnaalvisser
garnaalvissertjes	=	garnaalvisser
garnalen	noun	een groep Caridea van kleine kreeftachtigen.
garnalencocktail	noun	koud gerecht gemaakt met garnalen die samen met een saus in een glas worden geserveerd
garnalencocktails	=	garnalencocktail
garnalencocktailtje	=	garnalencocktail
garnalencocktailtjes	=	garnalencocktail
garnalenpeller	noun	iemand die kleine kreeftachtigen (infraorde Caridea ontdoet van hun schil en andere onverteerbare delen, zodat ze gemakkelijker kunnen worden gegeten
garnalenpellerij	noun	onderneming waar kreeftachtige schaaldieren uit de groep Caridea worden ontdaan van hun uitwendige skelet om ze geschikt te maken voor menselijke consumptie
garnalenpellerijen	=	garnalenpellerij
garnalenpellers	=	garnalenpeller
garnalenpelster	noun	vrouw die kleine kreeftachtigen (infraorde Caridea ontdoet van hun schil en andere onverteerbare delen, zodat ze gemakkelijker kunnen worden gegeten
garnalenpelsters	=	garnalenpelster
garnalenplant	noun	Justicia brandegeana Justicia brandegeeana kamerplant
garnalenplanten	=	garnalenplant
garnalenplantje	=	garnalenplant
garnalenplantjes	=	garnalenplant
garnalenvangst	noun	het vangen van garnalen
garnalenvangsten	=	garnalenvangst
garnalenvangstje	=	garnalenvangst
garnalenvangstjes	=	garnalenvangst
garnalenvisser	noun	iemand die garnalen vist
garnalenvisserij	noun	het vissen op garnalen
garnalenvisserijen	=	garnalenvisserij
garnalenvissers	=	garnalenvisser
garnalenvissertje	=	garnalenvisser
garnalenvissertjes	=	garnalenvisser
garnalenzemelen	noun	restjes van gedroogde garnalen
garnaleplant	=	garnalenplant
garneer	=	garneren
garneerde	=	garneren
garneerden	=	garneren
garneeren	=	garneren
garneering	=	garnering
garneersel	noun	materiaal waarmee men een kledingstuk, sieraad of gerecht garneert
garneersels	=	garneersel
garneerseltje	=	garneersel
garneerseltjes	=	garneersel
garneert	=	garneren
garnere	=	garneren
garneren	verb	versieren van voeding
garnerend	=	garneren
garnerende	=	garneren
garnering	noun	aankleding van een gerecht
garneringen	=	garnering
garnierder	noun	stoffeerder
garnierders	=	garnierder
garnituren	=	garnituur
garnituur	noun	groenten die als versiering bij vlees of vis geserveerd wordt
garnituurtje	=	garnituur
garnituurtjes	=	garnituur
garnizoen	noun	de bezettende macht van stad of vesting en alle personen die daarbij horen
garnizoenen	=	garnizoen
garnizoenscommandant	noun	bevelvoerder van een garnizoen
garnizoenscommandanten	=	garnizoenscommandant
garnizoensdienst	noun	taken die gedaan moeten worden binnen een garnizoen
garnizoensdiensten	=	garnizoensdienst
garnizoensplaats	noun	plaats waar een legergarnizoen ligt
garnizoensplaatsen	=	garnizoensplaats
garnizoensstad	noun	grotere plaats waarin een legeronderdeel zijn thuisbasis heeft
garnizoensstadje	=	garnizoensstad
garnizoensstadjes	=	garnizoensstad
garnizoenssteden	=	garnizoensstad
garnizoentje	=	garnizoen
garnizoentjes	=	garnizoen
garoe	noun	fijngestampte bast van de garoeboom dat men medicinaal gebruikt in een zalf
garotte	noun	constructie waarmee iemand kan worden gewurgd
garottes	=	garotte
garridohutia	noun	Mysateles garridoi knaagdier uit de familie van de hutia's (Capromyidae).
garridohutia's	=	garridohutia
garridohutiaatje	=	garridohutia
garridohutiaatjes	=	garridohutia
garsoen	noun|obsolete	jonge dienaar van een ridder of van een voorname functionaris
garsoenen	=	garsoen
garsoentje	=	garsoen
garsoentjes	=	garsoen
garst	noun	gerst
garstig	adj	ranzig
garstige	=	garstig
garstiger	=	garstig
garstigere	=	garstig
garstigers	=	garstig
garstigs	=	garstig
garstigst	=	garstig
garstigste	=	garstig
garve	noun	een bos samengebonden graanhalmen, 6-8 garven vormen 1 schoof
garven	verb	graan in garven binden
garvend	=	garven
garvende	=	garven
garçon	noun	iemand die drankjes en gerechten serveert in een café of restaurant
garçons	=	garçon
garçontje	=	garçon
gas	noun	aggregatietoestand; stof met een veranderlijk volume die uit losse moleculen of atomen bestaat
gas-ambtenaar	noun	een ambtenaar in België die volgens het gemeentelijke administratieve sanctierecht door het gemeentebestuur aangesteld is om kleine criminaliteit en overlast te bestrijden
gas-ambtenaartje	=	gas-ambtenaar
gas-ambtenaartjes	=	gas-ambtenaar
gas-ambtenaren	=	gas-ambtenaar
gas-bbq	abbrev	gasbarbecue
gas-boete	noun	geldstraf die opgelegd wordt door een gemeenteambtenaar als onderdeel van het gemeentelijke administratieve sanctierecht om kleine criminaliteit en overlast te bestrijden
gas-boeten	=	gas-boete
gas-boetes	=	gas-boete
gas-boetetje	=	gas-boete
gas-boetetjes	=	gas-boete
gas-boetje	=	gas-boete
gasaanleg	noun	aanleg van gasleidingen
gasaansluiting	noun	de aansluiting van een huis of ander gebouw op het gasnetwerk
gasaansluitingen	=	gasaansluiting
gasaanval	noun	een aanval met gifgas
gasaanvallen	=	gasaanval
gasachtig	adj	lijkend op een gas maar het eigenlijk niet zijn
gasachtige	=	gasachtig
gasachtiger	=	gasachtig
gasachtigere	=	gasachtig
gasachtigers	=	gasachtig
gasachtigs	=	gasachtig
gasachtigst	=	gasachtig
gasachtigste	=	gasachtig
gasanalyse	noun	bepaling van de bestanddelen in een mengsel van gassen
gasanalysen	=	gasanalyse
gasanalyses	=	gasanalyse
gasbaat	noun	een opbrengst uit gas
gasbarbecue	noun	toestel met een of meer gasbranders waarboven men vlees kan roosteren
gasbarbecues	=	gasbarbecue
gasbarbecuetje	=	gasbarbecue
gasbarbecuetjes	=	gasbarbecue
gasbaten	noun	geld dat men verdient door gas te verkopen
gasbedrijf	noun	een bedrijf dat zorg draagt voor gasproductie en gasdistributie
gasbedrijfje	=	gasbedrijf
gasbedrijfjes	=	gasbedrijf
gasbedrijven	=	gasbedrijf
gasbek	noun	uiteinde van een gasbuis waar het gas kan verbranden
gasbekken	=	gasbek
gasbel	noun	met gas gevulde blaas in een vloeistof
gasbellen	=	gasbel
gasbelletje	=	gasbel
gasbelletjes	=	gasbel
gasbeton	noun	Door het toevoegen van gasbelletjes aan de specie verkrijgt men dit lichte en poreuze materiaal met een goed isolerend vermogen.
gasblok	noun	hoeveelheid gas die een bedrijf mag winnen
gasblokje	=	gasblok
gasblokjes	=	gasblok
gasblokken	=	gasblok
gasboei	noun	verlichte boei die door middel van een gaslamp ook in de nacht de vaarweg aangeeft
gasboeien	=	gasboei
gasboer	noun	iemand die gas verkoopt of verhandelt
gasboeren	=	gasboer
gasboertje	=	gasboer
gasboertjes	=	gasboer
gasbol	noun	bolvormige gashouder
gasbollen	=	gasbol
gasbolletje	=	gasbol
gasbom	noun	cilinder gevuld met brandbaar gas
gasbommen	=	gasbom
gasbommetje	=	gasbom
gasbommetjes	=	gasbom
gasboring	noun	een door mensen gemaakt gat in de aarde naar een aardlaag waar aardgas in zit
gasboringen	=	gasboring
gasbrander	noun	apparaat dat dient om gas te verbranden zodat men met de hitte van de vlak iets kan verwarmen
gasbranders	=	gasbrander
gasbrandertje	=	gasbrander
gasbrandertjes	=	gasbrander
gasbron	noun	boringen in het aardoppervlak waar aardgas wordt gewonnen
gasbronnen	=	gasbron
gasbuis	noun	een leiding waardoor een gasvormig product naar een plaats vervoerd kan worden
gasbuisje	=	gasbuis
gasbuisjes	=	gasbuis
gasbuizen	=	gasbuis
gascentrale	noun	een gasgestookte elektriciteitscentrale
gascentrales	=	gascentrale
gaschromatograaf	noun	toestel waarmee men de samenstelling van een gas kan onderzoek doordat de verschillende moleculen een andere affiniteit hebben met een dragergas
gaschromatografen	=	gaschromatograaf
gaschromatografie	noun	een vorm van chromatografie waarbij stoffen in gas- of dampfase worden gescheiden op hun selectieve verdeling tussen de stationaire en de mobiele fase
gascilinder	noun	metalen cilindervormig vat waarin een gas onder hoge druk kan worden opgeslagen
gascilinders	=	gascilinder
gascilindertje	=	gascilinder
gascogner	noun	een inwoner van Gascogne, oude provincie van Frankrijk, of iemand afkomstig uit deze provincie
gascogners	=	gascogner
gascognertje	=	gascogner
gascognertjes	=	gascogner
gascompressor	noun	toestel om gassen samen te persen
gascompressoren	=	gascompressor
gascompressors	=	gascompressor
gascompressortje	=	gascompressor
gascompressortjes	=	gascompressor
gasconcern	noun	groot bedrijf dat aardgas wint, vervoert en verkoopt
gasconcerns	=	gasconcern
gascons	adj	met betrekking tot Gascogne of de Gasconse taal
gasconse	=	gascons
gasconser	=	gascons
gasconsere	=	gascons
gasconsers	=	gascons
gasconst	=	gascons
gasconste	=	gascons
gascontract	noun	financiële overeenkomst betreffende de verkoop van aardgas
gascontracten	=	gascontract
gascrises	=	gascrisis
gascrisis	noun	crisis waarin er problemen zijn met de beschikbaarheid van voldoende gas voor verwarming en industriële processen
gascrisissen	=	gascrisis
gascylinder	=	gascilinder
gasdicht	adj	geen gas doorlatend
gasdichte	=	gasdicht
gasdichter	=	gasdicht
gasdichtere	=	gasdicht
gasdichters	=	gasdicht
gasdichts	=	gasdicht
gasdichtst	=	gasdicht
gasdichtste	=	gasdicht
gasdiffusie	noun	diffusie van gassen (een methode die wordt toegepast bij uraniumverrijking)
gasdistributie	noun	het verdelen van aardgas van de bron naar de verschillende eindgebruikers
gasdistributies	=	gasdistributie
gasdood	noun	het overlijden door het inademen van een giftig gas
gasdruk	noun	de druk die een gas op voorwerpen, vloeistoffen en gassen kan uitoefenen
gasexplosie	noun	ontploffing door plotselinge ontbranding van een grote hoeveelheid gelekt gas
gasexplosies	=	gasexplosie
gasexport	noun	de uitvoer van gas naar het buitenland
gasexporten	=	gasexport
gasfabriek	noun	onderneming waar stadsgas wordt gemaakt uit steenkolen
gasfabrieken	=	gasfabriek
gasfabriekje	=	gasfabriek
gasfabriekjes	=	gasfabriek
gasfacturen	=	gasfactuur
gasfactuur	noun	een overzicht van het verbruikte gas en hoeveel dat kost
gasfactuurtje	=	gasfactuur
gasfactuurtjes	=	gasfactuur
gasfase	noun	een van de aggregatietoestanden waarin materie zich kan bevinden
gasfasen	=	gasfase
gasfases	=	gasfase
gasfitter	noun	vakman die gasleidingen aanlegt en onderhoudt
gasfitters	=	gasfitter
gasfittertje	=	gasfitter
gasfittertjes	=	gasfitter
gasfles	noun	een metalen vat waarin een gas, gewoonlijk een mengsel van vloeibaar gemaakt propaan (lpg) en butaan, onder druk is opgeslagen
gasflesje	=	gasfles
gasflesjes	=	gasfles
gasflessen	=	gasfles
gasfornuis	noun	een fornuis waar gas als warmtebron wordt gebruikt.
gasfornuisje	=	gasfornuis
gasfornuisjes	=	gasfornuis
gasfornuizen	=	gasfornuis
gasgangreen	noun	ontsteking van lichaamsweefsel dat is besmet met bacteriën die gas produceren waardoor ze zich sneller kunnen verspreiden
gasgebruik	noun	de hoeveelheid aardgas die men gebruikt
gasgekoeld	adj	met gebruikmaking van een gas (anders dan lucht) als koelmiddel
gasgekoelde	=	gasgekoeld
gasgekoelds	=	gasgekoeld
gasgerelateerd	adj	verband houdend met de winning of het gebruik van aardgas
gasgerelateerde	=	gasgerelateerd
gasgerelateerds	=	gasgerelateerd
gasgeur	noun	dezelfde reuk hebben als gas
gasgeuren	=	gasgeur
gasgigant	noun	zeer groot aardgas winnend bedrijf
gasgiganten	=	gasgigant
gasgranaat	noun	projectiel gevuld met een giftig of bijtend gas
gasgranaten	=	gasgranaat
gashaard	noun	gaskachel met open vuur
gashaarden	=	gashaard
gashaardje	=	gashaard
gashaardjes	=	gashaard
gashandel	noun	de in- en verkoop van gas
gashandelaar	noun	bedrijf dat gas inkoopt van gasproducenten en verkoopt aan gasverbruikers
gashandelaars	=	gashandelaar
gashandelaren	=	gashandelaar
gashandels	=	gashandel
gashandeltje	=	gashandel
gashandeltjes	=	gashandel
gashendel	noun	een draaibaar stuur-handvat van een motorfiets waarmee men gas kan geven
gashendels	=	gashendel
gashendeltje	=	gashendel
gashendeltjes	=	gashendel
gashouder	noun	reservetank voor gas dat door een gasfabriek uit steenkool is gewonnen
gashouders	=	gashouder
gashoudertje	=	gashouder
gashoudertjes	=	gashouder
gasimport	noun	de invoer van gas uit het buitenland
gasimporten	=	gasimport
gasindustrie	noun	aardgas producerende bedrijven
gasindustrieën	=	gasindustrie
gasinkomst	noun	onvangen geld door de winning en verkoop van aardgas
gasinkomsten	noun	geld onvangen door de winning en verkoop van aardgas
gasinstallatie	noun	toestellen die zorgen voor de winning en distributie van aardgas
gasinstallaties	=	gasinstallatie
gasje	=	gas
gasjes	=	gas
gasjeweine	adj	verdwenen
gasjmioet	noun	stoffelijkheid (kabbalistische term)
gaskachel	noun	een kachel die met gas gestookt wordt.
gaskachels	=	gaskachel
gaskacheltje	=	gaskachel
gaskacheltjes	=	gaskachel
gaskamer	noun	een executieruimte waarin met behulp van een giftig gas (meestal blauwzuur) mensen (of dieren) om het leven gebracht worden
gaskamers	=	gaskamer
gaskamertje	=	gaskamer
gaskamertjes	=	gaskamer
gasketel	noun	een gasgestookte ketel voor het verwarmen van water voor de centrale verwarming
gasketels	=	gasketel
gasketeltje	=	gasketel
gasketeltjes	=	gasketel
gasklep	noun	soort ventiel dat bij benzinemotoren de hoeveelheid aangezogen mengsel doseert
gasklepje	=	gasklep
gasklepjes	=	gasklep
gaskleppen	=	gasklep
gaskous	noun	lichtbron in een gaslamp, gemaakt uit een geprepareerd weefsel dat bij verhitting helder oplicht
gaskousen	=	gaskous
gaskousje	=	gaskous
gaskousjes	=	gaskous
gaskraan	noun	een kraan om de gastoevoer af te sluiten.
gaskraantje	=	gaskraan
gaskraantjes	=	gaskraan
gaskranen	=	gaskraan
gaskronen	=	gaskroon
gaskroon	noun	hanglamp met gaslampen
gaskroontje	=	gaskroon
gaskroontjes	=	gaskroon
gasla	=	gaslaan
gaslaag	noun	laag binnen de atmosfeer
gaslaagje	=	gaslaag
gaslaagjes	=	gaslaag
gaslaan	verb	gadeslaan
gaslaand	=	gaslaan
gaslaande	=	gaslaan
gaslaat	=	gaslaan
gaslagen	=	gaslaag
gaslamp	noun	een lantaarn met een gasvlam als lichtbron
gaslampen	=	gaslamp
gaslampje	=	gaslamp
gaslampjes	=	gaslamp
gasleiding	noun	een buis waardoor verschillende materialen in gasvorm vervoerd kunnen worden
gasleidingen	=	gasleiding
gasleidinkje	=	gasleiding
gasleidinkjes	=	gasleiding
gaslek	noun	een opening waardoor gas kan ontsnappen
gaslekje	=	gaslek
gaslekjes	=	gaslek
gaslekken	=	gaslek
gasleverancier	noun	een bedrijf dat aan zijn klanten gas levert
gasleveranciers	=	gasleverancier
gasleveranciertje	=	gasleverancier
gasleveranciertjes	=	gasleverancier
gaslevering	noun	het brengen van gas van de verkoper naar de koper
gasleveringen	=	gaslevering
gaslicht	noun	een lamp die licht geeft door het verbranden van gas
gaslichten	=	gaslicht
gaslichtje	=	gaslicht
gaslieden	=	gasman
gaslighting	noun	manipulatie waarbij je eigen waarnemingen telkens weer als onjuist worden voorgesteld zodat je aan je eigen waarnemingsvermogen gaat twijfelen
gasloeg	=	gaslaan
gasloegen	=	gaslaan
gasloos	adj	zonder gas
gasloze	=	gasloos
gaslucht	noun	de geur van gas of van een additief aan reukloze gassen, zoals aardgas, propaan en butaan om de gebruiker te waarschuwen in geval van lekkage
gasluchten	=	gaslucht
gasluchtje	=	gaslucht
gasluchtjes	=	gaslucht
gaslui	=	gasman
gasmaatschappij	noun	onderneming die luchtvormige brandstof verkoopt
gasmaatschappijen	=	gasmaatschappij
gasman	noun|obsolete	meteropnemer van de gasmeter
gasmannen	=	gasman
gasmannetje	=	gasman
gasmannetjes	=	gasman
gasmarkt	noun	alles wat te maken heeft met de aan- en verkoop van (aard)gas
gasmarkten	=	gasmarkt
gasmasker	noun	gelaat omvattend masker dat beschermt tegen giftige dampen en gassen
gasmaskers	=	gasmasker
gasmaskertje	=	gasmasker
gasmaskertjes	=	gasmasker
gasmengsel	noun	een mengsel van verschillende gasvormige stoffen
gasmengsels	=	gasmengsel
gasmengseltje	=	gasmengsel
gasmengseltjes	=	gasmengsel
gasmeter	noun	een meetinstrument dat meet hoeveel je gebruikt
gasmeters	=	gasmeter
gasmetertje	=	gasmeter
gasmetertjes	=	gasmeter
gasmolecule	noun	molecuul van een gasvormige stof
gasmoleculen	=	gasmolecule
gasmolecules	=	gasmolecule
gasmolecuul	noun	een molecuul van een gas
gasmonteur	noun	iemand die voor zijn beroep gasinstallaties bouwt, onderhoudt of repareert
gasmonteurs	=	gasmonteur
gasmotor	noun	milieuvriendelijke motor aangedreven door gas
gasmotoren	=	gasmotor
gasmotors	=	gasmotor
gasmotortje	=	gasmotor
gasmotortjes	=	gasmotor
gasmunt	noun	een muntje waarmee men tot in de jaren 50 (in sommige gemeenten tot in de jaren 60) van de 20e eeuw het gasverbruik in vele gemeenten kon betalen
gasmunten	=	gasmunt
gasmuntje	=	gasmunt
gasmuntjes	=	gasmunt
gasnet	noun	netwerk van buizen voor de distributie van gas
gasnetje	=	gasnet
gasnetjes	=	gasnet
gasnetten	=	gasnet
gasolie	noun	mengsel van koolwaterstoffen met een hoog kookpunt tussen de 200 ᵒC en 350 ᵒC (gemiddelde ketenlengte van 8 - 21 C atomen)
gasolieprijs	noun	de prijs van diesel
gasolieprijzen	=	gasolieprijs
gasolies	=	gasolie
gasolietje	=	gasolie
gasoline	noun	bepaalde brandstof voor lampen, branders en auto's
gasolines	=	gasoline
gasoliën	=	gasolie
gasometer	noun	een grote voorraadtank voor gas
gasometers	=	gasometer
gasometertje	=	gasometer
gasometertjes	=	gasometer
gasontlading	noun	elektrische ontlading in een met gas gevulde ruimte
gasontladingsbuis	noun	een elektronenbuis die niet vacuüm is getrokken, maar gevuld is met een gas, veelal onder lage druk
gasontladingsbuisje	=	gasontladingsbuis
gasontladingsbuisjes	=	gasontladingsbuis
gasontladingsbuizen	=	gasontladingsbuis
gasontladingslamp	noun	elektrische lamp waarin het licht ontstaat door een gasontlading
gasontladingslampen	=	gasontladingslamp
gasontladingslampje	=	gasontladingslamp
gasontladingslampjes	=	gasontladingslamp
gasontploffing	noun	explosieve ontbranding van een gas(mengsel)
gasontploffingen	=	gasontploffing
gasontploffinkje	=	gasontploffing
gasontploffinkjes	=	gasontploffing
gasoorlog	noun	handelsoorlog met betrekking tot de levering van aardgas
gasoorlogen	=	gasoorlog
gasoorlogje	=	gasoorlog
gasoorlogjes	=	gasoorlog
gasopslag	noun	voorziening waarin men aardgas kan bewaren
gasopslagen	=	gasopslag
gasopslagtank	noun	opslagtank voor gas
gasopslagtanks	=	gasopslagtank
gasoven	noun	een door gas verhitte oven
gasovens	=	gasoven
gasoventje	=	gasoven
gaspak	noun	een speciaal type beschermende kleding dat de gebruiker beschermt tegen chemische, nucleaire en biologische stoffen
gaspakken	=	gaspak
gaspatronen	=	gaspatroon
gaspatroon	noun	kleine cilinder met een gas onder hoge druk
gaspatroontje	=	gaspatroon
gaspatroontjes	=	gaspatroon
gaspedaal	noun	het rechter pedaal van een auto waarmee de brandstoftoevoer naar de motor geregeld wordt
gaspedaaltje	=	gaspedaal
gaspedaaltjes	=	gaspedaal
gaspedalen	=	gaspedaal
gaspeldoorn	noun	Ulex europaeus een struikvormende soort uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
gaspeldoornkaartmot	noun	Agonopterix umbellana een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
gaspeldoornkaartmotje	=	gaspeldoornkaartmot
gaspeldoornkaartmotjes	=	gaspeldoornkaartmot
gaspeldoornkaartmotten	=	gaspeldoornkaartmot
gaspeldoornkokermot	noun	Coleophora albicosta een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
gaspeldoornkokermotje	=	gaspeldoornkokermot
gaspeldoornkokermotjes	=	gaspeldoornkokermot
gaspeldoornkokermotten	=	gaspeldoornkokermot
gaspeldoorns	=	gaspeldoorn
gaspeldoornsprinkhaan	noun	Chorthippus binotatus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae).
gaspeldoornsprinkhaantje	=	gaspeldoornsprinkhaan
gaspeldoornsprinkhaantjes	=	gaspeldoornsprinkhaan
gaspeldoornsprinkhanen	=	gaspeldoornsprinkhaan
gaspeldoorntje	=	gaspeldoorn
gaspeldoren	=	gaspeldoorn
gaspenning	noun|historical	muntstuk dat men als betaling voor het gas in een gasmeter moest stoppen
gaspenningen	=	gaspenning
gaspenninkje	=	gaspenning
gaspenninkjes	=	gaspenning
gaspijp	noun	een buis waardoor men een (aard)gas zoner lekkage kan vervoeren
gaspijpen	=	gaspijp
gaspijpje	=	gaspijp
gaspijpjes	=	gaspijp
gaspijpleiding	noun	pijp waardoor men (aard)gas transporteert
gaspijpleidingen	=	gaspijpleiding
gaspijpleidinkje	=	gaspijpleiding
gaspijpleidinkjes	=	gaspijpleiding
gaspijplijn	noun	buis waardoor aardgas van de ene naar de andere plaats vervoert wordt
gaspijplijnen	=	gaspijplijn
gaspistolen	=	gaspistool
gaspistool	noun	pistool waarmee kogels worden afgeschoten door middel van samengeperst gas
gaspit	noun	een gasbrander waarop men kan koken; deel van een gasfornuis
gaspitje	=	gaspit
gaspitjes	=	gaspit
gaspitten	=	gaspit
gaspoken	=	gaspook
gaspomp	noun	werktuig dat door middel van drukverschil gassen verplaatst
gaspompen	=	gaspomp
gaspompje	=	gaspomp
gaspompjes	=	gaspomp
gaspook	noun	met de hand bedienbare regelaar van een verbrandingsmotor waarmee men de toevoer van brandstof en daarmee ook het geleverde vermogen van de motor aanpast
gaspookje	=	gaspook
gaspookjes	=	gaspook
gasprijs	noun	de prijs die betaald wordt voor het verbruik van gas
gasprijsje	=	gasprijs
gasprijsjes	=	gasprijs
gasprijzen	=	gasprijs
gasproducent	noun	bedrijf dat aardgas wint, bewerkt en verkoopt
gasproducenten	=	gasproducent
gasproductie	noun	het oppompen en/of vervaardigen van gas
gasproducties	=	gasproductie
gasproject	noun	tijdelijke activiteit die betrekking heeft op de winning, het vervoer, de verkoop of het gebruik van aardgas
gasprojecten	=	gasproject
gasramp	noun	een groot ongeluk dat veroorzaakt is door een giftig of exploderend gas
gasrampen	=	gasramp
gasrekening	noun	de rekening die de gebruiker moet betalen voor het afnemen van aardgas.
gasrekeningen	=	gasrekening
gasreserve	noun	hoeveelheid aardgas die men in voorraad houdt voor onvoorziene omstandigheden
gasreserves	=	gasreserve
gasreus	noun	grote, niet-aardachtige planeet die grotendeels of volledig bestaat uit een atmosfeer
gasreuzen	=	gasreus
gasrotonde	noun	knooppunt voor gasopslag en gasdoorvoer
gasrotonden	=	gasrotonde
gasrotondes	=	gasrotonde
gasse	=	gassen
gassector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie en het vervoer van aardgas
gassectoren	=	gassector
gassectors	=	gassector
gassen	verb	gas produceren
gassend	=	gassen
gassende	=	gassen
gassie	noun	muts, pet
gassies	=	gassie
gasslang	noun	flexibele leiding waar gas doorheen kan stromen
gasslangen	=	gasslang
gassnelheden	=	gassnelheid
gassnelheid	noun	het volume gas per tijdseenheid dat door een gasleiding stroomt
gasstel	noun	kooktoestel zonder oven met gas als brandstof
gasstellen	=	gasstel
gasstelletje	=	gasstel
gasstelletjes	=	gasstel
gast	noun	iemand die als bezoeker ergens wordt ontvangen, verwelkomd of op een bijzondere wijze behandeld
gastacteur	noun	toneelspeler die tijdelijk bij een bepaald toneelgenootschap toneel speelt
gastacteurs	=	gastacteur
gastank	noun	tank waarin vloeibaar gemaakt gas onder hoge druk is opgeslagen
gastanker	noun	tankschip dat vloeibaar gas transporteert
gastankers	=	gastanker
gastankje	=	gastank
gastankjes	=	gastank
gastanks	=	gastank
gastarbeid	noun	buitenlander die tijdelijk in een bepaald land werkt om werk te verrichten die autochtonen niet kunnen of willen verrichten
gastarbeider	noun	iemand die tijdelijk naar een ander land komt om daar arbeid te verrichten
gastarbeiders	=	gastarbeider
gastarbeidertje	=	gastarbeider
gastarbeidertjes	=	gastarbeider
gastarbeidster	=	gastarbeider
gastarief	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen voor een standaardhoeveelheid aardgas
gastarieven	=	gastarief
gastartiest	noun	iemand die optreedt tijdens een voorstelling van een andere artiest
gastartiesten	=	gastartiest
gastbestuurder	noun	bestuurder van een voertuig die niet een vast lid van een team is
gastbestuurders	=	gastbestuurder
gastbestuurdertje	=	gastbestuurder
gastbestuurdertjes	=	gastbestuurder
gastblog	noun	blog dat tijdelijk wordt bijgehouden door iemand anders dan de reguliere blogger
gastblogde	=	gastbloggen
gastbloggen	verb	een bijdrage leveren aan het weblog van iemand anders
gastbloggend	=	gastbloggen
gastblogger	noun	iemand die tijdelijk de blog van iemand anders bijhoudt
gastbloggers	=	gastblogger
gastblogs	=	gastblog
gastchoreograaf	noun	iemand die tijdelijk bij een balletgezelschap werkt om voorstellingen of delen daarvan te ontwerpen
gastchoreografen	=	gastchoreograaf
gastcollege	noun	een college gegeven door iemand anders dan de vaste leraar, docent of professor
gastcolleges	=	gastcollege
gastcolumn	noun	een kort stukje in de krant of tijdschrift geschreven door iemand die door die krant is uitgenodigd om éénmalig zo'n stukje te schrijven
gastcolumns	=	gastcolumn
gastconservator	noun	iemand die tijdelijk de artistiek directeur van een museum mag zijn en dus ook een tentoonstelling naar eigen keuze mag samenstellen
gastconservatoren	=	gastconservator
gastconservators	=	gastconservator
gastcurator	noun	iemand die eenmalig, op uitnodiging een tentoonstelling in een museum organiseert
gastcuratoren	=	gastcurator
gastcurators	=	gastcurator
gastdirigent	noun	iemand die op uitnodiging, eenmalig een orkest leidt
gastdirigenten	=	gastdirigent
gastdocent	noun	docent die niet vast aan de onderwijsinstelling verbonden is waar hij les geeft
gastdocenten	=	gastdocent
gastdocentschap	noun	het hebben van een tijdelijke aanstelling als docent op uitnodiging van een onderwijsinstelling
gastdocentschappen	=	gastdocentschap
gaste	noun	vrouw die ergens op bezoek is of logeert
gasteer	=	gasteren
gasteerde	=	gasteren
gasteerden	=	gasteren
gasteert	=	gasteren
gasteller	noun	meetinstrument dat bijhoudt hoeveel aardgas een aansluiting verbruikt
gastellers	=	gasteller
gasten	verb	als een van de genodigden deelnemen aan een maaltijd die iemand anders organiseert
gastenboek	noun	een boek of elektronische versie daarvan waarin bezoekers hun opmerkingen achter kunnen laten
gastenboeken	=	gastenboek
gastenboekje	=	gastenboek
gastenboekjes	=	gastenboek
gastend	=	gasten
gastende	=	gasten
gastenhuis	noun	gebouw waar de gasten kunnen verblijven; gebouw waar gasten kunnen worden ontvangen
gastenhuisje	=	gastenhuis
gastenhuisjes	=	gastenhuis
gastenhuizen	=	gastenhuis
gastenhut	noun	verblijfsruimte voor gasten, zoals een slaapkamer aan boord van een jacht of een andere hut voor gasten
gastenhutje	=	gastenhut
gastenhutjes	=	gastenhut
gastenhutten	=	gastenhut
gastenkamer	noun	slaapkamer voor al of niet betalende gasten
gastenkamers	=	gastenkamer
gastenkamertje	=	gastenkamer
gastenkamertjes	=	gastenkamer
gastenlijst	noun	lijst waarop de namen staan van de gasten van een feest of bijeenkomst
gastenlijsten	=	gastenlijst
gastenlijstje	=	gastenlijst
gastenlijstjes	=	gastenlijst
gastenverblijf	noun	ruimte voor gasten, vaak in een apart gebouw
gastenverblijfje	=	gastenverblijf
gastenverblijven	=	gastenverblijf
gastere	=	gasteren
gasteren	verb	als gastspeler een gastrol vervullen in een toneelstuk; optreden als gastdirigent
gasterend	=	gasteren
gasterende	=	gasteren
gastes	=	gaste
gastgezin	noun	gezin waar tijdelijk mensen bij inwonen
gastgezinnen	=	gastgezin
gastgezinnetje	=	gastgezin
gastgezinnetjes	=	gastgezin
gastheer	noun	een man die een gast ontvangt en verzorgt met eten en drinken
gastheerschap	noun	alles wat hoort bij het zijn van iemand die op een goede manier zijn gasten ontvangt
gastheerschappen	=	gastheerschap
gastheertje	=	gastheer
gastheertjes	=	gastheer
gastheren	=	gastheer
gastherenblik	noun	de gelaatsuitdrukking van een man die gasten ontvangt
gastherenblikje	=	gastherenblik
gastherenblikjes	=	gastherenblik
gastherenblikken	=	gastherenblik
gasthof	noun|formal	bedrijf waar gasten een beperkte periode tegen betaling kunnen eten en overnachten, in of bij de woning van de bedrijfsleider en diens gezin
gasthoogleraar	noun	hoogleraar die niet verbonden is aan de universiteit waaraan hij op dat moment doceert
gasthoogleraars	=	gasthoogleraar
gasthoogleraren	=	gasthoogleraar
gasthoven	=	gasthof
gasthuis	noun	ziekenhuis
gasthuisje	=	gasthuis
gasthuisjes	=	gasthuis
gasthuizen	=	gasthuis
gastje	=	gast
gastjes	=	gast
gastland	noun	een land dat een evenement huisvest; ontvangende natie
gastlanden	=	gastland
gastles	noun	een les die gegeven wordt door iemand anders dan de vaste docent
gastlesje	=	gastles
gastlesjes	=	gastles
gastlessen	=	gastles
gastmaal	noun	feestelijke maaltijd die men nuttigt samen met gasten
gastmaaltje	=	gastmaal
gastmalen	=	gastmaal
gastmoeder	noun	vrouw die tegen betaling op kinderen past in zijn of haar eigen woning
gastmoeders	=	gastmoeder
gastoestel	noun	kooktoestel dat werkt op gas
gastoestellen	=	gastoestel
gastoestelletje	=	gastoestel
gastoestelletjes	=	gastoestel
gastoevoer	noun	de toevoer van gas.
gastoevoeren	=	gastoevoer
gastoevoertje	=	gastoevoer
gastoevoertjes	=	gastoevoer
gastoptreden	noun	een eenmalig optreden op uitnodiging
gastoptredens	=	gastoptreden
gastoptredentje	=	gastoptreden
gastoptredentjes	=	gastoptreden
gastouder	noun	iemand die tijdelijk andermans kinderen onder zijn hoede neemt
gastouderbureau	noun	bedrijf dat bemiddelt tussen ouders van kinderen en mensen die op hun kinderen kunnen passen
gastouderbureaus	=	gastouderbureau
gastouderbureautje	=	gastouderbureau
gastouderbureautjes	=	gastouderbureau
gastouderopvang	noun	het tijdelijk opvangen door een ouder, meestal een vrouw, van andermans kinderen na schooltijd of bij ziekte (tegen een vergoeding)
gastouderopvangen	=	gastouderopvang
gastouders	=	gastouder
gastplant	noun	een plant waarop een ander organisme, zoals een insect (denk aan een rups), een schimmel of een virus, leeft en zich voedt voor groei en voortplanting
gastplanten	=	gastplant
gastplantje	=	gastplant
gastplantjes	=	gastplant
gastpresentator	noun	iemand die op uitnodiging eenmalig optreedt als presentator
gastpresentatoren	=	gastpresentator
gastpresentators	=	gastpresentator
gastralgie	noun	maagkramp
gastransport	noun	het vervoer van aardgas van de ene naar de andere plaats
gastransporten	=	gastransport
gastrectomie	noun	operatieve verwijdering van de maag
gastrectomietje	=	gastrectomie
gastrectomietjes	=	gastrectomie
gastrectomieën	=	gastrectomie
gastredacteur	noun	iemand die eenmalig, op uitnodiging de functie van redacteur vervult
gastredacteuren	=	gastredacteur
gastredacteurs	=	gastredacteur
gastregisseur	noun	iemand die eenmalig op uitnodiging de functie van regisseur op zich neemt
gastregisseurs	=	gastregisseur
gastricisme	noun	stoornis van de maag; maagcatarre
gastricismen	=	gastricisme
gastrijder	noun	een chauffeur die niet tot het vaste team behoord
gastrijders	=	gastrijder
gastrijdertje	=	gastrijder
gastrijdertjes	=	gastrijder
gastrilogen	=	gastriloog
gastrilogie	noun	buiksprekerskunst
gastriloog	noun	buikspreker
gastriloogje	=	gastriloog
gastriloogjes	=	gastriloog
gastrisch	adj	betrekking hebbend op de maag
gastrische	=	gastrisch
gastrischer	=	gastrisch
gastrischere	=	gastrisch
gastrischers	=	gastrisch
gastrischt	=	gastrisch
gastrischte	=	gastrisch
gastritis	noun	maagwandontsteking
gastritissen	=	gastritis
gastro-enteritis	noun	ontsteking van maag en darm
gastro-enteritissen	=	gastro-enteritis
gastro-enterologisch	adj	betrekking hebbend op de gastro-enterologie
gastro-enterologische	=	gastro-enterologisch
gastro-enterologischer	=	gastro-enterologisch
gastro-enterologischere	=	gastro-enterologisch
gastro-enterologischers	=	gastro-enterologisch
gastro-intestinaal	adj	met betrekking tot maag en darm
gastro-intestinaals	=	gastro-intestinaal
gastro-intestinale	=	gastro-intestinaal
gastro-oesofageaal	adj	met betrekking tot maag en slokdarm.
gastro-oesofageaals	=	gastro-oesofageaal
gastro-oesofageale	=	gastro-oesofageaal
gastroduodenaal	adj	met betrekking tot maag en twaalfvingerige darm
gastroduodenaals	=	gastroduodenaal
gastroduodenale	=	gastroduodenaal
gastrol	noun	iemand die op uitnodiging voor een enkele keer met een vast (toneel)gezelschap meespeelt
gastroliet	noun	een steen die wordt gegeten door dieren ter bevordering van de spijsvertering
gastrolieten	=	gastroliet
gastrolietje	=	gastroliet
gastrolietjes	=	gastroliet
gastrollen	=	gastrol
gastrolletje	=	gastrol
gastrolletjes	=	gastrol
gastrologen	=	gastroloog
gastrologie	noun	wetenschap van de maagziekten
gastroloog	noun	beoefenaar van de gastrologie
gastroloogje	=	gastroloog
gastroloogjes	=	gastroloog
gastronome	noun	vrouwelijke vorm van gastronoom
gastronomen	=	gastronoom
gastronomes	=	gastronome
gastronomie	noun	kunst van lekker eten en drinken (verfijnde kookkunst)
gastronomisch	adj	betrekking hebbend op de verfijnde kookkunst
gastronomische	=	gastronomisch
gastronomischer	=	gastronomisch
gastronomischere	=	gastronomisch
gastronomischers	=	gastronomisch
gastronoom	noun	iemand die zich met gastronomie bezighoudt, een lekkerbek
gastronoompje	=	gastronoom
gastronoompjes	=	gastronoom
gastropathie	noun	maagaandoening
gastropathieën	=	gastropathie
gastroscoop	noun	endoscoop voor onderzoek van de maag
gastroscoopje	=	gastroscoop
gastroscoopjes	=	gastroscoop
gastroscopen	=	gastroscoop
gastroscopie	noun	medisch onderzoek van de maag met de gastroscoop
gastroscopietje	=	gastroscopie
gastroscopietjes	=	gastroscopie
gastroscopieën	=	gastroscopie
gastroseksueel	noun	iemand die zijn kookkunst aanwendt om een partner te verwennen of te versieren
gastroseksuelen	=	gastroseksueel
gastschrijver	noun	persoon die na een uitnodiging een stukje schrijft
gastschrijvers	=	gastschrijver
gastspeler	noun	iemand die tijdelijk, op uitnodiging deelneemt aan een sportploeg
gastspelers	=	gastspeler
gastspelertje	=	gastspeler
gastspelertjes	=	gastspeler
gastspreker	noun	iemand een lezing geeft en geen lid is van het gezelschap waarvoor hij spreekt, iemand die als gast een lezing geeft
gastsprekers	=	gastspreker
gaststad	noun	stad waar een bepaald evenement gehouden wordt
gaststadje	=	gaststad
gaststadjes	=	gaststad
gaststeden	=	gaststad
gasturbine	noun	door hete gassen aangedreven turbine met als brandstof aardgas, kerosine, waterstof of syngas
gasturbines	=	gasturbine
gastverblijf	noun	gastenverblijf
gastverblijfje	=	gastverblijf
gastverblijfjes	=	gastverblijf
gastverblijven	=	gastverblijf
gastvriendelijk	adj	behulpzaam tegenover bezoekers, blijk gevend van gastvrijheid
gastvriendelijke	=	gastvriendelijk
gastvriendelijker	=	gastvriendelijk
gastvriendelijkere	=	gastvriendelijk
gastvriendelijkers	=	gastvriendelijk
gastvriendelijks	=	gastvriendelijk
gastvriendelijkst	=	gastvriendelijk
gastvriendelijkste	=	gastvriendelijk
gastvrij	adj	gul in het onthalen of herbergen van gasten
gastvrije	=	gastvrij
gastvrijer	=	gastvrij
gastvrijere	=	gastvrij
gastvrijers	=	gastvrij
gastvrijheden	=	gastvrijheid
gastvrijheid	noun	hartelijkheid voor gasten
gastvrijs	=	gastvrij
gastvrijst	=	gastvrij
gastvrijste	=	gastvrij
gastvrouw	noun	een vrouw die een gast ontvangt en verzorgt met eten en drinken
gastvrouwe	noun	een vrouw die gasten ontvangt, begeleidt en verzorgt bij een organisatie, evenement of in een particuliere setting
gastvrouwelijk	adj	op een manier die past bij een vrouw die al of niet professioneel gasten ontvangt
gastvrouwelijke	=	gastvrouwelijk
gastvrouwelijker	=	gastvrouwelijk
gastvrouwelijkere	=	gastvrouwelijk
gastvrouwelijkers	=	gastvrouwelijk
gastvrouwelijks	=	gastvrouwelijk
gastvrouwelijkst	=	gastvrouwelijk
gastvrouwelijkste	=	gastvrouwelijk
gastvrouwen	=	gastvrouw
gastvrouwschap	noun	het gastvrouw zijn
gastvrouwtje	=	gastvrouw
gastvrouwtjes	=	gastvrouw
gastzus	noun	dochter van gastouders
gastzusje	=	gastzus
gastzusjes	=	gastzus
gastzussen	=	gastzus
gasveer	noun	een cilinder met een zuiger, waarbij gas in de cilinder wordt samengedrukt en zo voor een verende werking zorgt
gasveld	noun	gebied waar aardgas in winbare hoeveelheden in de aarde aanwezig is
gasvelden	=	gasveld
gasveldje	=	gasveld
gasveldjes	=	gasveld
gasverbruik	noun	verbruik van gas door afnemers
gasveren	=	gasveer
gasvering	noun	vering met behulp van een cilinder met samengeperste lucht of een andere gasvormige stof
gasveringen	=	gasvering
gasverlichting	noun	verbetering van het zicht bij duisternis door lampen met een in dampvorm aangevoerde brandstof
gasverlichtingen	=	gasverlichting
gasverslaving	noun	het verslaafd zijn (het erg gewoon vinden, niet zonder kunnen) aan het gebruik van aardgas (en eventuele andere fossiele brandstoffen) en niet makkelijk kunnen over stappen op schone brandstoffen
gasverstikking	noun	stikken door een te grote hoeveelheid gas in de ingeademde lucht
gasverstikkingen	=	gasverstikking
gasverstikkinkje	=	gasverstikking
gasverstikkinkjes	=	gasverstikking
gasvlam	noun	brandend gas
gasvlammen	=	gasvlam
gasvlammetje	=	gasvlam
gasvlammetjes	=	gasvlam
gasvondst	noun	het ontdekken van aardgas in de grond
gasvondsten	=	gasvondst
gasvoorraad	noun	hoeveelheid aardgas die men tot zijn beschikking heeft
gasvoorraadje	=	gasvoorraad
gasvoorraadjes	=	gasvoorraad
gasvoorraden	=	gasvoorraad
gasvoorziening	noun	het beschikbaar zijn van aardgas voor de gebruikers
gasvoorzieningen	=	gasvoorziening
gasvorm	noun	het voorkomen van een bepaalde stof in de gasfase (in tegenstelling tot de vaste- of vloeibare vorm)
gasvormig	adj	in de vorm van gas , in de gasfase
gasvormige	=	gasvormig
gasvormiger	=	gasvormig
gasvormigere	=	gasvormig
gasvormigers	=	gasvormig
gasvormigheid	noun	het in gasvorm verkeren
gasvormigs	=	gasvormig
gasvormigst	=	gasvormig
gasvormigste	=	gasvormig
gasvorming	noun	het ontstaan van gasvormige, vluchtige stoffen uit vloeistoffen en vaste stoffen
gasvormingen	=	gasvorming
gasvrij	adj	zonder aansluiting op het aardgasnet
gasvrije	=	gasvrij
gasvrijer	=	gasvrij
gasvrijere	=	gasvrij
gasvrijers	=	gasvrij
gasvrijs	=	gasvrij
gasvrijst	=	gasvrij
gasvrijste	=	gasvrij
gasvuren	=	gasvuur
gasvuur	noun	huishoudelijke apparaat waarin men gas verbrandt om iets te verwarmen
gasvuurtje	=	gasvuur
gasvuurtjes	=	gasvuur
gaswet	noun	natuurkundige wet die het gedrag van een indeaal gas beschrijft
gaswetten	=	gaswet
gaswinning	noun	het produceren en behandelen van aardgas uit een gasveld
gaswinningen	=	gaswinning
gaswolk	noun	een hoeveelheid gas en stof die zich als een wolk in elkaars nabijheid begeven
gaswolken	=	gaswolk
gaswolkje	=	gaswolk
gaswolkjes	=	gaswolk
gaszuivering	noun	het uit een gas verwijderen van die componenten die een gewenste toepassing in de weg zouden staan
gat	noun	opening of holte
gate	noun	doorgang op een luchthaven waar de reizigers voor een vertrekkende vlucht het terminalgebouw verlaten of dat na een inkomende vlucht betreden Bij vertrek is gaat de luchtvaartmaatschappij hier na of de reisdocumenten in orde zijn.
gaten	=	gat
gatenkaas	noun	kaas met vrij grote luchtbellen.
gatenkaasje	=	gatenkaas
gatenkaasjes	=	gatenkaas
gatenkazen	=	gatenkaas
gatenkop	noun	persoon met een hoofd met veel littekens (veroorzaakt door de pokken)
gatenkoppen	=	gatenkop
gatenplant	noun	Monstera deliciosa een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
gatenplanten	=	gatenplant
gatenplantje	=	gatenplant
gatenplantjes	=	gatenplant
gatentekst	noun	een invuloefening in het onderwijs
gatenteksten	=	gatentekst
gatentekstje	=	gatentekst
gatentekstjes	=	gatentekst
gatenzaag	noun	rond gevouwen zaagblad te monteren op een hulpstuk van een boormachine, dat dient om grote ronde gaten te zagen
gatenzaagje	=	gatenzaag
gatenzaagjes	=	gatenzaag
gatenzagen	=	gatenzaag
gates	=	gate
gatetje	=	gate
gateway	noun	iets dat de toegangspoort vormt naar iets anders
gateways	=	gateway
gathorens	noun	Fissurellidae een familie van weekdieren die behoren tot de klasse der Gastropoda (buikpotigen of slakken).
gatig	adj	vol gaten, sponsachtig, poreus
gatige	=	gatig
gatiger	=	gatig
gatigere	=	gatig
gatigers	=	gatig
gatigs	=	gatig
gatigst	=	gatig
gatigste	=	gatig
gatje	=	gat
gatjes	=	gat
gatlik	=	gatlikken
gatlikke	=	gatlikken
gatlikken	verb|vulgar	vleien
gatlikkend	=	gatlikken
gatlikkende	=	gatlikken
gatlikker	noun	iemand die op een kruiperige manier iemand te vriend probeert te houden
gatlikkers	=	gatlikker
gatlikkertje	=	gatlikker
gatlikt	=	gatlikken
gatlikte	=	gatlikken
gatlikten	=	gatlikken
gatschaar	noun	een stuk (hand)gereedschap om blik (dunne plaat metaal) mee te knippen
gatschaartje	=	gatschaar
gatschaartjes	=	gatschaar
gatscharen	=	gatschaar
gatsie	intj|vulgar	om walging uit te drukken
gatsometer	noun	snelheidsmeter voor het ontdekken van snelheidsovertredingen
gatsometers	=	gatsometer
gatten	=	gat
gatver	intj|vulgar	een wat ingehouden vloek die boosheid of verontwaardiging uitdrukt
gatverdamme	intj|vulgar	een wat ingehouden vloek die boosheid of verontwaardiging uitdrukt
gauchisme	noun	sterk linksgerichte politiek in Frankrijk
gaucho	noun	Latijns-Amerikaanse cowboys van Spaanse afkomst
gaucho's	=	gaucho
gaufreer	=	gaufreren
gaufreerde	=	gaufreren
gaufreerden	=	gaufreren
gaufreert	=	gaufreren
gaufrere	=	gaufreren
gaufreren	verb	plooien aanbrengen in stoffen met behulp van een warme ijzeren pers
gaufrerend	=	gaufreren
gaufrerende	=	gaufreren
gaullisme	noun	politieke beweging in Frankrijk ontstaan na de Tweede Wereldoorlog gekenmerkt door een sterke nationale republiek, eenheid en een sterk presidentschap
gaullist	noun	aanhanger van het politieke gedachtegoed van Charles de Gaulle (sterke Franse, nationale republiek, eenheid en een sterke president), het gaullisme
gaullisten	=	gaullist
gaullistisch	adj	betrekking hebbend op het gaullisme of een gaullist
gaullistische	=	gaullistisch
gaullistischer	=	gaullistisch
gaullistischere	=	gaullistisch
gaullistischers	=	gaullistisch
gaur	noun	Bos gaurus een Aziatische rundersoort.
gaurs	=	gaur
gaurtje	=	gaur
gaurtjes	=	gaur
gauss	noun|obsolete	eenheid van magnetische flux 1 (G) gauss = 10⁻⁴ (T) tesla
gausscurve	noun	een curve, die altijd sysmetrisch is, die een kans weergeeft gebaseerd op het gemiddelde en de standaardafwijking
gausscurven	=	gausscurve
gausscurves	=	gausscurve
gauw	adv	binnen een kort tijdsbestek
gauwdief	noun	een handige, slinkse, behendige dief
gauwdiefje	=	gauwdief
gauwdiefjes	=	gauwdief
gauwdieven	=	gauwdief
gauwigheid	noun	in de gauwigheid: door (te) snel te handelen
gauwte	noun	haast, gezwindheid
gauwziekte	noun	hartverlammende ziekte bij schapen door eten van vergiftigde bladeren
gave	noun	een bijzondere aanleg, een talent
gaven	=	gave
gaver	=	gaaf
gavere	=	gaaf
gavers	=	gaaf
gaves	=	gave
gavetje	=	gave
gaviaal	noun	Gavialis gangeticus krokodilachtige met een lange smalle bek, die in rivieren in Noord-India leeft
gaviaaltje	=	gaviaal
gavial	=	gaviaal
gavialen	noun	een familie Gavialidae van krokodilachtigen (Crocodilia)
gavotte	noun	historische Franse dans in tweedelige maatsoort (2/2) met opmaat
gavottes	=	gavotte
gay	noun	iemand die seksueel wordt aangetrokken door mensen met hetzelfde geslacht	adj	homoseksueel
gayal	noun	Bos frontalis een zoogdier uit de familie van de holhoornigen (Bovidae)
gayalert	noun	speciaal telefoonnummer voor homoseksuelen die zich bedreigd voelen in hun woonomgeving
gayalerts	=	gayalert
gayals	=	gayal
gaybar	noun	een bar voor gays
gaybars	=	gaybar
gaybashing	noun	gewelddadige of discriminerende uiting gericht tegen personen die (vermoedelijk) lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender of queer zijn (LHBTQIA+).
gaybra	noun	zebra met de zes kleuren van de regenboog als teken van tolerantie
gaybra's	=	gaybra
gaybrapad	noun	zebra met de zes kleuren van de regenboog als teken van tolerantie
gaybrapaden	=	gaybrapad
gaydar	noun	de vaardigheid om te detecteren of een persoon homo is of niet door die persoon te observeren
gaydars	=	gaydar
gaydartje	=	gaydar
gaydartjes	=	gaydar
gaye	=	gay
gayer	=	gay
gayere	=	gay
gayers	=	gay
gayparade	noun	carnavaleske optocht van homo's o.a. door de grachten van Amsterdam
gayparades	=	gayparade
gayparadetje	=	gayparade
gayparadetjes	=	gayparade
gays	=	gay
gayscene	noun	geheel van personen, gelegenheden en gebruiken die een homoseksuele subcultuur bepalen
gayscenes	=	gayscene
gayscenetje	=	gayscene
gayscenetjes	=	gayscene
gayspot	noun	plek waar gays (homo's) elkaar ontmoeten
gayspots	=	gayspot
gayst	=	gay
gayste	=	gay
gaytoeristisch	adj	betreffende reizen en vakanties specifiek gericht op of vriendelijk voor de LHBTQ+-gemeenschap.
gaytoeristische	=	gaytoeristisch
gaytoeristischer	=	gaytoeristisch
gaytoeristischere	=	gaytoeristisch
gaytoeristischers	=	gaytoeristisch
gazal	noun	soort gedicht bestaand uit minstens zes verzen van twee regels met hetzelfde metrum, waarbij elke tweede regel rijmt op de eerste regel van het eerste vers
gazals	=	gazal
gazan	=	chazan
gazel	noun	een ranke antilope uit de familie Antilopini
gazelle	noun	benaming voor slanke hoefdieren uit de geslachten Gazella, Eudorcas en Nanger, leden van de antilopefamilie Antilopinae.
gazellen	noun	een groep hoefdieren uit de onderfamilie der echte antilopen (Antilopinae).
gazellenoog	=	gazelleoog
gazelleogen	=	gazelleoog
gazelleoog	noun	elk van de twee gezichtsorganen bij een slanke antilope
gazelleoogje	=	gazelleoog
gazelleoogjes	=	gazelleoog
gazelles	=	gazelle
gazelletje	=	gazel
gazelletjes	=	gazel
gazen	adj	van gaas vervaardigd
gazet	noun	klassiek massamedium, gedrukt op papier en primair gericht op het verspreiden van nieuws
gazetje	=	gazet
gazetjes	=	gazet
gazetten	=	gazet
gazettenquiz	noun	spel waarbij de deelnemers een in een krant gepubliceerde serie vragen moeten proberen te beantwoorden
gazettenquizzen	=	gazettenquiz
gazeuse	noun	limonade met koolzuurgas
gazeuses	=	gazeuse
gaziet	noun	inwoner van Gaza (Joz. 13:3, Recht. 16:2)
gazieten	=	gaziet
gazon	noun	onderhouden, kort gemaaid grasveld bij een huis
gazonbemesting	noun	de keer dat men een grasveld voorziet van extra voedingsstoffen
gazonbemestingen	=	gazonbemesting
gazonbreeksteeltje	noun	Conocybe ambigua een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae.
gazonbreeksteeltjes	=	gazonbreeksteeltje
gazondolk	noun	priemvormige of dolkvormige sensor die men in de grond kan duwen om temperatuur en vochtigheid van het terrein te meten
gazondolken	=	gazondolk
gazondolkje	=	gazondolk
gazondolkjes	=	gazondolk
gazonmaairobot	noun	een autonome robot die automatisch een gazon of grasveld kan maaien
gazonmaairobotje	=	gazonmaairobot
gazonmaairobotjes	=	gazonmaairobot
gazonmaairobots	=	gazonmaairobot
gazonmaairobotten	=	gazonmaairobot
gazonnetje	=	gazon
gazonnetjes	=	gazon
gazons	=	gazon
gazonsproeier	noun	apparaat waarmee men water over een grasveld kan spuiten
gazonsproeiers	=	gazonsproeier
gazonsproeiertje	=	gazonsproeier
gazonsproeiertjes	=	gazonsproeier
gazonvlekplaat	noun	Panaeolina foenisecii een saprofyte schimmel de behoort tot het geslacht Panaeolus.
gazonvlekplaatje	=	gazonvlekplaat
gazonvlekplaatjes	=	gazonvlekplaat
gazonvlekplaten	=	gazonvlekplaat
gazpacho	noun	een koude uit Spanje afkomstige soep van rauwe groenten en kruiden, meestal met tomaat, en in de originele versie beslist zonder vlees of bouillon
gazpacho's	=	gazpacho
ge	pron	tweede persoon enkelvoud- en meervoud.
ge-bbq'd	=	bbq'en
ge-bmx't	=	bmx'en
ge-cc'd	=	cc'en
ge-dj'd	=	dj'en
ge-e-maild	=	e-mailen
ge-e-mailde	=	e-mailen
ge-e-peritiefd	=	e-peritieven
ge-e-rookt	=	e-roken
ge-e-toxt	=	e-toxen
ge-ftp'd	=	ftp'en
ge-ftp'de	=	ftp'en
ge-gsm'd	=	gsm'en
ge-msn'd	=	msn'en
ge-sms't	=	sms'en
ge-sms'te	=	sms'en
ge-x't	=	x'en
ge-zzp'd	=	zzp'en
geaaid	=	aaien
geaaide	=	aaien
geaard	adj	verbonden (via een draad) met de aarde
geaarde	=	aarden
geaardheden	=	geaardheid
geaardheid	noun	zoals iemand nu eenmaal van nature in elkaar zit
geaards	=	geaard
geaarzel	noun	aanhoudend twijfelen en daardoor het handelen uitstellend
geaarzeld	=	aarzelen
geaasd	=	azen
geaasde	=	azen
geabaisseerd	=	abaisseren
geabandonneerd	=	abandonneren
geabandonneerde	=	abandonneren
geabbrevieerd	=	abbreviëren
geabbrevieerde	=	abbreviëren
geabdiceerd	=	abdiceren
geabdiqueerd	=	abdiqueren
geabduceerd	=	abduceren
geabhorreerd	=	abhorreren
geabimeerd	=	abimeren
geabimeerde	=	abimeren
geableerd	=	ableren
geabonneerd	=	abonneren
geabonneerde	=	abonneren
geaborteerd	=	aborteren
geaborteerde	=	aborteren
geabrikoteerd	=	abrikoteren
geabsenteerd	=	absenteren
geabsolveerd	=	absolveren
geabsolveerde	=	absolveren
geabsorbeerd	=	absorberen
geabsorbeerde	=	absorberen
geabstineerd	=	abstineren
geabstraheerd	=	abstraheren
geabstraheerde	=	abstraheren
geacademiseerd	=	academiseren
geaccapareerd	=	accapareren
geaccapareerde	=	accapareren
geaccelereerd	=	accelereren
geaccelereerde	=	accelereren
geaccentueerd	=	accentueren
geaccentueerde	=	accentueren
geaccepteerd	adj	algemeen aanvaard
geaccepteerde	=	accepteren
geaccepteerder	=	geaccepteerd
geaccepteerdere	=	geaccepteerd
geaccepteerders	=	geaccepteerd
geaccepteerds	=	geaccepteerd
geaccepteerdst	=	geaccepteerd
geaccepteerdste	=	geaccepteerd
geaccidenteerd	adj	met een ongelijk grondoppervlak vol hoogteverschillen door bijvoorbeeld heuveltjes, begroeiing, sloten, wallen en kuilen
geaccidenteerde	=	geaccidenteerd
geaccidenteerds	=	geaccidenteerd
geacclimatiseerd	=	acclimatiseren
geacclimatiseerde	=	acclimatiseren
geaccommodeerd	=	accommoderen
geaccommodeerde	=	accommoderen
geaccompagneerd	=	accompagneren
geaccompagneerde	=	accompagneren
geaccordeerd	=	accorderen
geaccordeerde	=	accorderen
geaccrediteerd	=	accrediteren
geaccrocheerd	=	accrocheren
geaccultureerd	=	accultureren
geaccumuleerd	=	accumuleren
geaccumuleerde	=	accumuleren
geaccuseerd	=	accuseren
geaccuseerde	=	accuseren
geacet	=	acen
geacheld	=	achelen
geacht	adj	als waardig beschouwd.
geachte	=	achten
geachten	num	met het aantal van acht
geachter	=	geacht
geachtere	=	geacht
geachterklapt	=	achterklappen
geachters	=	geacht
geachts	=	geacht
geachtst	=	geacht
geachtste	=	geacht
geachttienen	num	met het aantal van achttien, achttien samen
geacquiesceerd	=	acquiesceren
geacquireerd	=	acquireren
geacquireerde	=	acquireren
geacquitteerd	=	acquitteren
geacteerd	=	acteren
geactiveerd	=	activeren
geactiveerde	=	activeren
geactualiseerd	=	actualiseren
geactualiseerde	=	actualiseren
geadapteerd	=	adapteren
geadapteerde	=	adapteren
geaddeerd	=	adderen
geaddeerde	=	adderen
geadeld	=	adelen
geadelde	=	adelen
geademd	=	ademen
geademde	=	ademen
geaderd	adj	Met aderen, bedekt met op aderen lijkende markeringen
geaderde	=	aderen
geaderder	=	geaderd
geaderdere	=	geaderd
geaderders	=	geaderd
geaderds	=	geaderd
geaderdst	=	geaderd
geaderdste	=	geaderd
geadieerd	=	adiëren
geadieerde	=	adiëren
geadjudiceerd	=	adjudiceren
geadjusteerd	=	adjusteren
geadjusteerde	=	adjusteren
geadministreerd	=	administreren
geadministreerde	=	administreren
geadmitteerd	=	admitteren
geadmitteerde	=	admitteren
geadoniseerd	=	adoniseren
geadopteerd	adj	ouders hebben die niet je biologische ouders zijn
geadopteerde	=	geadopteerd
geadopteerds	=	geadopteerd
geadoreerd	=	adoreren
geadoreerde	=	adoreren
geadresseerd	=	adresseren
geadresseerde	noun	ontvanger, de persoon aan wie een poststuk gestuurd wordt.
geadresseerden	=	geadresseerde
geadsorbeerd	=	adsorberen
geadsorbeerde	=	adsorberen
geadstrueerd	=	adstrueren
geadstrueerde	=	adstrueren
geadverteerd	adj	dat ergens een reclame voor gemaakt is
geadverteerde	=	geadverteerd
geadverteerds	=	geadverteerd
geadviseerd	=	adviseren
geadviseerde	=	adviseren
geaereerd	=	aereren
geaereerde	=	aereren
geaerobict	=	aerobiccen
geaffecteerd	=	affecteren
geafficheerd	=	afficheren
geafficheerde	=	afficheren
geaffilieerd	=	affiliëren
geaffilieerde	=	affiliëren
geaffineerd	=	affineren
geaffineerde	=	affineren
geaffirmeerd	=	affirmeren
geaffirmeerde	=	affirmeren
geaffronteerd	=	affronteren
geaffronteerde	=	affronteren
geafrikaniseerd	=	afrikaniseren
geafrikaniseerde	=	afrikaniseren
geafterd	=	afteren
geageerd	=	ageren
geagendeerd	=	agenderen
geagendeerde	=	agenderen
geagglomereerd	=	agglomereren
geagglomereerde	=	agglomereren
geagglutineerd	=	agglutineren
geagglutineerde	=	agglutineren
geaggregeerd	=	aggregeren
geagioteerd	=	agioteren
geagioteerde	=	agioteren
geagiteerd	verb	vormt de lijdende vorm	adj	in een staat van nerveuze opwinding
geagiteerde	=	agiteren
geagiteerder	=	geagiteerd
geagiteerdere	=	geagiteerd
geagiteerders	=	geagiteerd
geagiteerds	=	geagiteerd
geagiteerdst	=	geagiteerd
geagiteerdste	=	geagiteerd
geairbrusht	=	airbrushen
geairfryd	=	airfryen
geajourneerd	=	ajourneren
geakkerd	=	akkeren
geakkerde	=	akkeren
gealarmeerd	=	alarmeren
gealarmeerde	=	alarmeren
gealcoflext	=	alcoflexen
gealcoholiseerd	=	alcoholiseren
gealcoholiseerde	=	alcoholiseren
gealerteerd	=	alerteren
gealerteerde	=	alerteren
gealfabetiseerd	=	alfabetiseren
gealfabetiseerde	=	alfabetiseren
gealigneerd	=	aligneren
gealiëneerd	=	aliëneren
gealkaliseerd	=	alkaliseren
gealkaliseerde	=	alkaliseren
gealkyleerd	=	alkyleren
gealkyleerde	=	alkyleren
geallegoriseerd	=	allegoriseren
geallegoriseerde	=	allegoriseren
geallieerd	adj	zich verbonden hebbend, samenwerkend (tijdens een oorlog)
geallieerde	noun	land dat met andere landen een bondgenootschap vormt
geallieerden	=	geallieerde
geallieerder	=	geallieerd
geallieerdere	=	geallieerd
geallieerders	=	geallieerd
geallieerds	=	geallieerd
geallieerdst	=	geallieerd
geallieerdste	=	geallieerd
geallitereerd	=	allitereren
geallittereerd	=	allittereren
gealloceerd	=	alloceren
gealloceerde	=	alloceren
gealludeerd	=	alluderen
gealludeerde	=	alluderen
gealpineskied	=	alpineskiën
gealpineskiede	=	alpineskiën
gealtereerd	=	altereren
gealtereerde	=	altereren
gealterneerd	=	alterneren
gealterneerde	=	alterneren
gealuind	=	aluinen
gealuinde	=	aluinen
geamalgameerd	=	amalgameren
geamalgameerde	=	amalgameren
geambeteerd	=	ambeteren
geambeteerde	=	ambeteren
geambieerd	=	ambiëren
geambieerde	=	ambiëren
geamendeerd	=	amenderen
geamendeerde	=	amenderen
geamerikaniseerd	=	amerikaniseren
geamerikaniseerde	=	amerikaniseren
geamortiseerd	=	amortiseren
geamortiseerde	=	amortiseren
geamoveerd	=	amoveren
geamoveerde	=	amoveren
geamplificeerd	=	amplificeren
geamplificeerde	=	amplificeren
geamputeerd	adj	met behulp van een operatie verwijderd
geamputeerde	=	geamputeerd
geamputeerds	=	geamputeerd
geamuseerd	=	amuseren
geamuseerdheid	noun	het geamuseerd zijn
geanalogiseerd	=	analogiseren
geanalogiseerde	=	analogiseren
geanalyseerd	=	analyseren
geanatomiseerd	=	anatomiseren
geanatomiseerde	=	anatomiseren
geanderhalvemeterd	=	anderhalvemeteren
geanimeerd	adj	op een levendige manier
geanimeerde	=	geanimeerd
geanimeerder	=	geanimeerd
geanimeerdere	=	geanimeerd
geanimeerders	=	geanimeerd
geanimeerds	=	geanimeerd
geanimeerdst	=	geanimeerd
geanimeerdste	=	geanimeerd
geankerd	=	ankeren
geankerde	=	ankeren
geannexeerd	=	annexeren
geannexeerde	=	annexeren
geannihileerd	=	annihileren
geannonceerd	=	annonceren
geannonceerde	=	annonceren
geannoteerd	=	annoteren
geannoteerde	=	annoteren
geannualiseerd	=	annualiseren
geannualiseerde	=	annualiseren
geannuleerd	=	annuleren
geannuleerde	=	annuleren
geanodiseerd	=	anodiseren
geanodiseerde	=	anodiseren
geanonimiseerd	=	anonimiseren
geanonimiseerde	=	anonimiseren
geantedateerd	=	antedateren
geantedateerde	=	antedateren
geantichambreerd	=	antichambreren
geanticipeerd	=	anticiperen
geantidateerd	=	antidateren
geantidateerde	=	antidateren
geantropomorfiseerd	=	antropomorfiseren
geantwoord	=	antwoorden
geantwoorde	=	antwoorden
geapaiseerd	=	apaiseren
geapaiseerde	=	apaiseren
geapenkooid	=	apenkooien
geapocopeerd	=	apocoperen
geapocopeerde	=	apocoperen
geapostilleerd	=	apostilleren
geapostilleerde	=	apostilleren
geapparenteerd	=	apparenteren
geapparenteerde	=	apparenteren
geappelleerd	=	appelleren
geapplaudisseerd	=	applaudisseren
geappliceerd	=	appliceren
geappliqueerd	=	appliqueren
geappliqueerde	=	appliqueren
geappointeerd	=	appointeren
geapporteerd	=	apporteren
geapporteerde	=	apporteren
geapprecieerd	=	appreciëren
geapprecieerde	=	appreciëren
geappreteerd	=	appreteren
geappreteerde	=	appreteren
geapproviandeerd	=	approvianderen
geapproviandeerde	=	approvianderen
geapproximeerd	=	approximeren
geappt	=	appen
geaprild	=	aprillen
geaprès-skied	=	après-skiën
geaquajogd	=	aquajoggen
geaquameerd	=	aquameren
geaquaplaned	=	aquaplanen
geaquarelleerd	=	aquarelleren
geaquarelleerde	=	aquarelleren
gearabiseerd	=	arabiseren
gearbeid	=	arbeiden
gearbitreerd	=	arbitreren
gearbitreerde	=	arbitreren
gearceerd	=	arceren
gearceerde	=	arceren
gearchaïseerd	=	archaïseren
gearchaïseerde	=	archaïseren
gearchiveerd	=	archiveren
gearchiveerde	=	archiveren
geard	=	arren
gearde	=	arren
geargumenteerd	=	argumenteren
geargumenteerde	=	argumenteren
geargwaand	=	argwanen
gearing	noun	versnelling
gearings	=	gearing
gearmd	adj	gearmd lopen of gaan: twee of meer personen die met de armen in elkaar gehaakt lopen of gaan als teken van genegenheid of om iemand die slecht ter been is te ondersteunen
gearmde	=	gearmd
gearmdrukt	=	armdrukken
gearmds	=	gearmd
gearmpjedrukt	=	armpjedrukken
gearomatiseerd	=	aromatiseren
gearomatiseerde	=	aromatiseren
gearrangeerd	=	arrangeren
gearrangeerde	=	arrangeren
gearresteerd	=	arresteren
gearriveerd	adj	maatschappelijk geslaagd
gearriveerde	=	arriveren
gearriveerder	=	gearriveerd
gearriveerdere	=	gearriveerd
gearriveerders	=	gearriveerd
gearriveerds	=	gearriveerd
gearriveerdst	=	gearriveerd
gearriveerdste	=	gearriveerd
gearroseerd	=	arroseren
gearrêteerd	=	arrêteren
gearrêteerde	=	arrêteren
gearticuleerd	=	articuleren
geasemd	=	asemen
geasfalteerd	=	asfalteren
geasfyxieerd	=	asfyxiëren
geasfyxieerde	=	asfyxiëren
geaskend	=	askenen
geaspireerd	=	aspireren
geaspireerde	=	aspireren
geassaisonneerd	=	assaisonneren
geassembleerd	=	assembleren
geassembleerde	=	assembleren
geassest	=	assessen
geassigneerd	=	assigneren
geassimileerd	=	assimileren
geassimileerde	=	assimileren
geassisteerd	=	assisteren
geassisteerde	=	assisteren
geassocieerd	=	associëren
geassocieerde	=	associëren
geassoneerd	=	assoneren
geassorteerd	=	assorteren
geassumeerd	=	assumeren
geassumeerde	=	assumeren
geassureerd	=	assureren
geassureerde	=	assureren
geat	=	atten
geatomiseerd	=	atomiseren
geatomiseerde	=	atomiseren
geatrofieerd	=	atrofiëren
geattacheerd	=	attacheren
geattacheerde	=	attacheren
geattaqueerd	=	attaqueren
geattaqueerde	=	attaqueren
geattendeerd	=	attenderen
geattendeerde	=	attenderen
geattesteerd	=	attesteren
geattesteerde	=	attesteren
geattrapeerd	=	attraperen
geattrapeerde	=	attraperen
geattribueerd	=	attribueren
geattribueerde	=	attribueren
geaudioblogd	=	audiobloggen
geaudiofuckt	=	audiofucken
geaudit	=	auditen
geaudite	=	auditen
geauditeerd	=	auditeren
geausculteerd	=	ausculteren
geausculteerde	=	ausculteren
geauthenticeerd	=	authenticeren
geauthenticeerde	=	authenticeren
geauthentificeerd	=	authentificeren
geauthentificeerde	=	authentificeren
geauthentiseerd	=	authentiseren
geauthentiseerde	=	authentiseren
geautoclaveerd	=	autoclaveren
geautoclaveerde	=	autoclaveren
geautocrost	=	autocrossen
geautodatet	=	autodaten
geautomatiseerd	adj	vanzelf functionerend, zonder bewust ingrijpen
geautomatiseerde	=	automatiseren
geautomatiseerder	=	geautomatiseerd
geautomatiseerdere	=	geautomatiseerd
geautomatiseerders	=	geautomatiseerd
geautomatiseerds	=	geautomatiseerd
geautomatiseerdst	=	geautomatiseerd
geautomatiseerdste	=	geautomatiseerd
geautomutileerd	=	automutileren
geautopet	=	autopetten
geautoriseerd	=	autoriseren
geautoriseerde	=	autoriseren
geautosurfd	=	autosurfen
geautosurft	=	autosurfen
geavaleerd	=	avaleren
geavanceerd	adj	gemaakt met de nieuwste technologie
geavanceerde	=	avanceren
geavanceerder	=	geavanceerd
geavanceerdere	=	geavanceerd
geavanceerders	=	geavanceerd
geavanceerds	=	geavanceerd
geavanceerdst	=	geavanceerd
geavanceerdste	=	geavanceerd
geaviveerd	=	aviveren
geaviveerde	=	aviveren
geavondmaald	=	avondmalen
geavondmaalde	=	avondmalen
geavonturierd	=	avonturieren
geavontuurd	=	avonturen
gebaad	=	baden
gebaaid	=	baaien
gebaald	=	balen
gebaalde	=	balen
gebaand	adj	vlak en vrij van hindernissen gemaakt
gebaande	=	banen
gebaander	=	gebaand
gebaanderd	=	baanderen
gebaanderde	=	baanderen
gebaandere	=	gebaand
gebaanders	=	gebaand
gebaands	=	gebaand
gebaandst	=	gebaand
gebaandste	=	gebaand
gebaar	noun	een beweging waarmee men iets wil zeggen
gebaard	adj	voorzien van een baard
gebaarde	=	gebaren
gebaarden	=	gebaren
gebaarder	=	gebaard
gebaardere	=	gebaard
gebaarders	=	gebaard
gebaards	=	gebaard
gebaardst	=	gebaard
gebaardste	=	gebaard
gebaart	=	gebaren
gebaartje	=	gebaar
gebaartjes	=	gebaar
gebaasd	=	bazen
gebaasde	=	bazen
gebaat	=	baten
gebabbel	noun	het praten over onbeduidende onderwerpen
gebabbeld	=	babbelen
gebabysit	=	babysitten
geback-upt	=	back-uppen
geback-upte	=	back-uppen
gebackflipt	=	backflippen
gebackpackt	=	backpacken
gebackspacet	=	backspacen
gebackspind	=	backspinnen
gebackt	=	backen
gebackte	=	backen
gebadderd	=	badderen
gebadderde	=	badderen
gebade	=	baden
gebadged	=	badgen
gebadget	=	badgen
gebadineerd	=	badineren
gebadineerde	=	badineren
gebadmintond	=	badmintonnen
gebaerde	=	gebaren
gebaft	=	baffen
gebagatelliseerd	=	bagatelliseren
gebagatelliseerde	=	bagatelliseren
gebaggeld	=	baggelen
gebaggerd	=	baggeren
gebaggerde	=	baggeren
gebak	noun	meestal zoet, gebakken voedsel specifiek gemaakt om van te genieten
gebakbodem	noun	bodem in een stuk gebak of taart
gebakbodempje	=	gebakbodem
gebakbodempjes	=	gebakbodem
gebakbodems	=	gebakbodem
gebakend	=	bakenen
gebakende	=	bakenen
gebakerd	=	bakeren
gebakerde	=	bakeren
gebakje	=	gebak
gebakjes	=	gebak
gebakkelei	noun	voortdurend bakkeleien
gebakkeleid	=	bakkeleien
gebakken	adj	door verhitting in een oven of op een verhitte plaat gemaakt of bereid
gebakkens	=	gebakken
gebakkraam	noun	een kraam waar gefrituurde deeggerechten worden bereid en verkocht zoals oliebollen, krentenbollen, berlinerbollen, appelbeignets en wafels
gebakkraampje	=	gebakkraam
gebakkraampjes	=	gebakkraam
gebakkramen	=	gebakkraam
gebakschaal	noun	schaal waarop men meerdere gebakjes of kleine taartjes kan presenteren
gebakschaaltje	=	gebakschaal
gebakschaaltjes	=	gebakschaal
gebakschalen	=	gebakschaal
gebaksdoos	noun	doos waarin kleine taartjes geborgen en vervoerd kunnen worden
gebaksdoosje	=	gebaksdoos
gebaksdoosjes	=	gebaksdoos
gebaksdozen	=	gebaksdoos
gebaksschotel	noun	klein schaaltje waarop men een klein taartje opdient
gebaksschotels	=	gebaksschotel
gebaksschoteltje	=	gebaksschotel
gebaksschoteltjes	=	gebaksschotel
gebakst	=	baksen
gebaksvorkje	noun	eetgerei bestemd voor het eten van een punt taart of andere zoete gebakken lekkernij Het gaat om een kleine vork met drie tanden, waarbij vaak een van de buitenste tanden wat is verbreed, zodat die gemakkelijker kan worden gebruikt om een klein stukje gebak af te snijden.
gebaksvorkjes	=	gebaksvorkje
gebakt	=	bakken
gebakte	=	bakken
gebal	noun	het voortdurend spelen met een bal
gebalanceerd	adj	(audio(visuele)-term) om aan te geven dat de mantel van de kabel geen audio signaal bevat.
gebalanceerde	=	balanceren
gebalanceerder	=	gebalanceerd
gebalanceerdst	=	gebalanceerd
gebald	adj	van handen dat ze gebogen zijn tot vuisten
gebalde	=	ballen
gebalderd	=	balderen
gebaldoverd	=	baldoveren
gebalds	=	gebald
gebalk	noun	het balken van een ezel
gebalkaniseerd	=	balkaniseren
gebalkaniseerde	=	balkaniseren
gebalkt	=	balken
geballast	=	ballasten
geballaste	=	ballasten
geballoteerd	=	balloteren
geballoteerde	=	balloteren
gebalsemd	=	balsemen
gebalsemde	=	balsemen
gebaltst	=	baltsen
gebamd	=	bammen
gebamzaaid	=	bamzaaien
gebanaliseerd	=	banaliseren
gebanaliseerde	=	banaliseren
geband	=	bannen
gebandageerd	=	bandageren
gebandeerd	=	banderen
gebandeerde	=	banderen
gebanjerd	=	banjeren
gebanjerde	=	banjeren
gebankdrukt	=	bankdrukken
gebanketteerd	=	banketteren
gebankierd	=	bankieren
gebankt	=	banken
gebanned	=	bannen
gebannen	=	bannen
gebanvloekt	=	banvloeken
gebanvloekte	=	banvloeken
gebarbakot	=	barbakotten
gebarbecued	=	barbecueën
gebardeerd	=	barderen
gebardeerde	=	barderen
gebare	=	gebaren
gebarebackt	=	barebacken
gebaren	verb	communiceren door het maken van gebaren
gebarencafeetje	=	gebarencafé
gebarencafeetjes	=	gebarencafé
gebarencafé	noun	ontmoetingsplaats voor doven en slechthorenden en andere gebruikers van de Nederlandse gebarentaal; café waar gebarentaal de voertaal is
gebarencafés	=	gebarencafé
gebarend	=	gebaren
gebarende	=	gebaren
gebarenspel	noun	mime
gebarenspelen	=	gebarenspel
gebarenspellen	=	gebarenspel
gebarentaal	noun	taal waarin men door gebaren en gezichtsexpressies communiceert
gebarentaaltje	=	gebarentaal
gebarentaaltjes	=	gebarentaal
gebarentaalwoordenboek	noun	lexicon (lijst met woorden) met gebaren en hun betekenissen, net als een normaal woordenboek, maar dan voor gebarentaal
gebarentaalwoordenboeken	=	gebarentaalwoordenboek
gebarentaalwoordenboekje	=	gebarentaalwoordenboek
gebarentaalwoordenboekjes	=	gebarentaalwoordenboek
gebarentalen	noun	verzamelterm voor ongeveer 135 talen die geschikt zijn voor mensen met beperkingen bij spreken of luisteren doordat informatie zonder geluid met de stand van de handen en de gelaatsuitdrukking wordt overgedragen
gebarentolk	noun	iemand die de boodschap van een spreker omzet in gebarentaal voor doven en slechthorenden
gebarentolken	=	gebarentolk
gebarnd	=	barnen
gebarnde	=	barnen
gebarreerd	=	barreren
gebarreerde	=	barreren
gebarricadeerd	=	barricaderen
gebarricadeerde	=	barricaderen
gebarsten	=	barsten
gebaseballd	=	baseballen
gebased	=	basen
gebaseerd	adj	goed beargumenteerd
gebaseerde	=	baseren
gebaseerds	=	gebaseerd
gebasht	=	bashen
gebasket	=	basketten
gebasketbald	=	basketballen
gebast	=	bassen
gebastaardeerd	=	bastaarderen
gebastaardeerde	=	bastaarderen
gebat	=	batten
gebatikt	=	batikken
gebatikte	=	batikken
gebatst	=	batsen
gebatteld	=	battelen
gebauwd	=	bauwen
gebauwde	=	bauwen
gebazel	noun	onbenullig gezwets
gebazeld	=	bazelen
gebazuind	=	bazuinen
gebazuinde	=	bazuinen
gebbe	noun	een vistuig bestaande uit een boom van ten minste 3 m lengte met daaraan bevestigd een vork waartussen netwerk met een maaswijdte van ten hoogste 25 mm is aangebracht.
gebbes	=	gebbe
gebbetje	=	gebbe
gebbetjes	=	gebbe
gebeachvolleybald	=	beachvolleyballen
gebeamd	=	beamen
gebeatblogd	=	beatbloggen
gebeatboxt	=	beatboxen
gebeatjuggeld	=	beatjuggelen
gebeatjuggelde	=	beatjuggelen
gebed	noun	het bidden.
gebede	=	bed
gebedel	noun	aanhoudend (op een vervelende, zeurende manier) iets aan een ander vragen
gebedeld	=	bedelen
gebedelde	=	bedelen
gebeden	=	gebed
gebedenboek	noun	boek waarin door de kerk goedgekeurde gebeden staan
gebedenboeken	=	gebedenboek
gebedenboekje	=	gebedenboek
gebedenboekjes	=	gebedenboek
gebedje	=	gebed
gebedjes	=	gebed
gebedplast	=	bedplassen
gebedsbijeenkomst	noun	samenkomst van gelovigen om te bidden
gebedsbijeenkomsten	=	gebedsbijeenkomst
gebedsboek	noun	boek met gebeden dat gebruikt wordt voor persoonlijke of gemeenschappelijke devotie
gebedsboeken	=	gebedsboek
gebedsboekje	=	gebedsboek
gebedsboekjes	=	gebedsboek
gebedsdienst	noun	een kerkdienst waarin met voor iets of iemand bidt
gebedsdiensten	=	gebedsdienst
gebedsdienstje	=	gebedsdienst
gebedsdienstjes	=	gebedsdienst
gebedsgenezer	noun	genezer die door gebed anderen tracht te genezen
gebedsgenezeres	noun	vrouw die meent mensen te kunnen genezen door voor ze te bidden
gebedsgenezeressen	=	gebedsgenezeres
gebedsgenezers	=	gebedsgenezer
gebedsgenezing	noun	een patiënt beter maken door voor die patiënt te bidden; spirituele genezing
gebedsgenezingen	=	gebedsgenezing
gebedshandleiding	noun	een gids, handleiding of instructie die gelovigen helpt bij het vormgeven, structureren of verdiepen van hun gebedsleven.
gebedshandleidingen	=	gebedshandleiding
gebedshandleidinkje	=	gebedshandleiding
gebedshandleidinkjes	=	gebedshandleiding
gebedshouding	noun	een fysieke houding (zoals knielen, handen vouwen of buigen) die eerbied, overgave, nederigheid of verbinding met het goddelijke uitdrukt.
gebedshoudingen	=	gebedshouding
gebedshoudinkje	=	gebedshouding
gebedshoudinkjes	=	gebedshouding
gebedshuis	noun	gebouw waarin godsdienstoefeningen plaatsvinden
gebedshuisje	=	gebedshuis
gebedshuisjes	=	gebedshuis
gebedshuizen	=	gebedshuis
gebedskleden	=	gebedskleed
gebedsklederen	=	gebedskleed
gebedskleed	noun	talliet, gebedsmantel, rechthoekige omslagdoek met een draadje aan elke hoek, gedragen tijdens het ochtendgebed
gebedskleedje	=	gebedskleed
gebedskleedjes	=	gebedskleed
gebedskleren	=	gebedskleed
gebedsmolen	noun	ronddraaiend molentje waarmee men steeds hetzelfde gebed of mantra kan 'uitspreken'
gebedsmolens	=	gebedsmolen
gebedsmolentje	=	gebedsmolen
gebedsmolentjes	=	gebedsmolen
gebedsriem	noun	reep leer als onderdeel van tefilin
gebedsriemen	=	gebedsriem
gebedsriempje	=	gebedsriem
gebedsriempjes	=	gebedsriem
gebedsruimte	noun	vertrek in een gebouw dat speciaal is ingericht om te kunnen bidden
gebedsruimten	=	gebedsruimte
gebedsruimtes	=	gebedsruimte
gebedswake	noun	plechtige religieuze bijeenkomst in de avond waar men overledenen gedenkt
gebedswaken	=	gebedswake
gebedswakes	=	gebedswake
gebedwaterd	=	bedwateren
gebeefd	=	beven
gebeeld	=	beeld
gebeeldbeld	=	beeldbellen
gebeeldborreld	=	beeldborrelen
gebeelde	=	beeld
gebeeldhouwd	adj	zo mooi dat het lijkt dat iets of iemand door een kunstenaar uit steen is gehouwen
gebeeldhouwde	=	beeldhouwen
gebeeldhouwds	=	gebeeldhouwd
gebeend	=	benen
gebeende	=	benen
gebeente	noun	verzameling beenderen, skelet
gebeenten	=	gebeente
gebeentetje	=	gebeente
gebeept	=	beepen
gebeerd	=	beren
gebeerde	=	beren
gebeest	=	beest
gebef	noun	aanhoudend een vrouw met de tong bevredigen
gebeft	=	beffen
gebeiaard	=	beiaarden
gebeiaarde	=	beiaarden
gebeid	=	beiden
gebeide	adj	van jenever dat deze is gedistilleerd met toevoeging van jeneverbessen
gebeier	noun	het aanhoudend luiden van (kerk)klokken; aanhoudend klokkenspel
gebeierd	=	beieren
gebeierde	=	beieren
gebeiteld	=	beitelen
gebeitst	=	beitsen
gebekerd	=	bekeren
gebekerde	=	bekeren
gebekoeskoes	noun	Phalanger alexandrae buideldier uit de familie van de koeskoezen (Phalangeridae).
gebekoeskoesje	=	gebekoeskoes
gebekoeskoesjes	=	gebekoeskoes
gebekoeskoezen	=	gebekoeskoes
gebekt	adj	met een snavel of andere mondopening
gebekte	=	gebekt
gebekter	=	gebekt
gebektere	=	gebekt
gebekters	=	gebekt
gebekts	=	gebekt
gebektst	=	gebekt
gebektste	=	gebekt
gebekvecht	=	bekvechten
gebel	noun	het aanhoudend bellen of schellen
gebeld	=	bellen
gebelde	=	bellen
gebelgd	adj	heel erg kwaad
gebelgde	=	gebelgd
gebelgder	=	gebelgd
gebelgdere	=	gebelgd
gebelgders	=	gebelgd
gebelgds	=	gebelgd
gebelgdst	=	gebelgd
gebelgdste	=	gebelgd
gebenchmarkt	=	benchmarken
gebenchmarkte	=	benchmarken
gebenedijd	adj	gezegend, geloofd
gebenedijde	=	benedijen
gebenedijder	=	gebenedijd
gebenedijdere	=	gebenedijd
gebenedijders	=	gebenedijd
gebenedijds	=	gebenedijd
gebenedijdst	=	gebenedijd
gebenedijdste	=	gebenedijd
gebengeld	=	bengelen
gebensjt	=	bensjen
gebept	=	beppen
gebergte	noun	een verzameling van bergen die met elkaar een groter geheel vormen
gebergten	=	gebergte
gebergtes	=	gebergte
gebergtetje	=	gebergte
gebergtetjes	=	gebergte
gebersten	=	bersten
gebet	=	betten
gebeten	=	bijten
gebetenheid	noun	het ergens op een felle manier tegen zijn
gebeterd	=	beteren
gebeterde	=	beteren
gebetonneerd	=	betonneren
gebetonneerde	=	betonneren
gebette	=	betten
gebeugd	=	beugen
gebeugeld	=	beugelen
gebeuk	noun	het aanhoudend hard op iets slaan (met als doel het te vernietigen)
gebeukt	=	beuken
gebeukte	=	beuken
gebeuld	=	beulen
gebeulde	=	beulen
gebeund	=	beunen
gebeunhaasd	=	beunhazen
gebeur	=	gebeuren
gebeurd	=	gebeuren
gebeurde	noun	datgene wat gebeurd is
gebeurden	=	gebeuren
gebeure	=	gebeuren
gebeureld	=	beurelen
gebeuren	verb	plaatshebben, werkelijkheid worden	noun	geheel van voorvallen met de ermee verbonden effecten
gebeurend	=	gebeuren
gebeurende	=	gebeuren
gebeurens	=	gebeuren
gebeurlijk	adj	dat wat kan gebeuren
gebeurlijke	=	gebeurlijk
gebeurlijks	=	gebeurlijk
gebeurt	=	gebeuren
gebeurtenis	noun	iets dat zich voordoet
gebeurtenisje	=	gebeurtenis
gebeurtenisjes	=	gebeurtenis
gebeurtenisloos	adj	zonder dat er belangrijke, vermeldenswaardige zaken plaatsvinden
gebeurtenisloze	=	gebeurtenisloos
gebeurtenissen	=	gebeurtenis
gebeuzel	noun	het aanhoudend uitkramen van onzinnigen, onbeduidende, nietige zaken
gebeuzeld	=	beuzelen
gebezemd	=	bezemen
gebezemde	=	bezemen
gebezen	=	bijzen
gebezengebijsd	=	bijzen
gebezigd	=	bezigen
gebiast	adj	een goed afgestelde voorspanning bij een buizenversterker
gebiaste	=	gebiast
gebiaster	=	gebiast
gebiastere	=	gebiast
gebiasters	=	gebiast
gebiasts	=	gebiast
gebiastst	=	gebiast
gebiastste	=	gebiast
gebibberd	=	bibberen
gebiecht	=	biechten
gebiechte	=	biechten
gebied	noun	een deel van het aardoppervlak
gebiede	=	gebieden
gebieden	verb	een dwingende opdracht geven
gebiedend	adj	bevelend, commando's gevend, dwingend
gebiedende	=	gebiedend
gebiedender	=	gebiedend
gebiedendere	=	gebiedend
gebiedenders	=	gebiedend
gebiedends	=	gebiedend
gebiedendst	=	gebiedend
gebiedendste	=	gebiedend
gebieder	noun	iemand die bevelen geeft
gebieders	=	gebieder
gebiedertje	=	gebieder
gebiedje	=	gebied
gebiedjes	=	gebied
gebiedsdeel	noun	een stuk land dat bij een bepaalde staat hoort, maar daar ver vanaf ligt
gebiedsdekkend	adj	het gehele gebied betreffende
gebiedsdekkende	=	gebiedsdekkend
gebiedsdekkender	=	gebiedsdekkend
gebiedsdekkendere	=	gebiedsdekkend
gebiedsdekkenders	=	gebiedsdekkend
gebiedsdekkends	=	gebiedsdekkend
gebiedsdekkendst	=	gebiedsdekkend
gebiedsdekkendste	=	gebiedsdekkend
gebiedsdelen	=	gebiedsdeel
gebiedsgebonden	adj	beperkt tot een bepaald deel van de wereld
gebiedsgebondens	=	gebiedsgebonden
gebiedsgericht	adj	betrekking hebbend op een heel gebied
gebiedsgerichte	=	gebiedsgericht
gebiedsgerichter	=	gebiedsgericht
gebiedsgerichtere	=	gebiedsgericht
gebiedsgerichters	=	gebiedsgericht
gebiedsgerichts	=	gebiedsgericht
gebiedsgerichtst	=	gebiedsgericht
gebiedsgerichtste	=	gebiedsgericht
gebiedsindeling	noun	de verdeling van een gebied in verschillende deelgebieden
gebiedsindelingen	=	gebiedsindeling
gebiedsontwikkeling	noun	ontwikkeling van een gebied door overheden en maatschappelijke partners
gebiedsontwikkelingen	=	gebiedsontwikkeling
gebiedsontzegging	noun	een tijdelijk verbod om je in een specifiek aangewezen gebied of op een bepaalde locatie te bevinden.
gebiedsontzeggingen	=	gebiedsontzegging
gebiedsontzegginkje	=	gebiedsontzegging
gebiedsontzegginkjes	=	gebiedsontzegging
gebiedspalnnetjes	=	gebiedsplan
gebiedsplan	noun	voornemens betreffende de aanpak van een bepaald deel van het land
gebiedsplannen	=	gebiedsplan
gebiedsplannetje	=	gebiedsplan
gebiedster	noun	vrouw die bevelen geeft die men moet opvolgen
gebiedsters	=	gebiedster
gebiedsuitbreiding	noun	het vergroten van het territorium dat bij een bepaalde natie behoort
gebiedsuitbreidingen	=	gebiedsuitbreiding
gebiedsuitbreidinkje	=	gebiedsuitbreiding
gebiedsuitbreidinkjes	=	gebiedsuitbreiding
gebiedsverbod	noun	een door de rechter opgelegde maatregel die dient om te voorkomen dat iemand in een bepaalde buurt aanwezig is
gebiedsverboden	=	gebiedsverbod
gebiedswapen	noun	wapen ('vlag') van een bepaald gebeid
gebiedswapens	=	gebiedswapen
gebiedswapentje	=	gebiedswapen
gebiedswapentjes	=	gebiedswapen
gebiedt	=	gebieden
gebiept	=	biepen
gebiesd	adj	biezen hebbend
gebiesde	=	biezen
gebiesds	=	gebiesd
gebietst	=	bietsen
gebietste	=	bietsen
gebigd	=	biggen
gebigde	=	biggen
gebiggeld	=	biggelen
gebijsd	=	bijzen
gebijt	=	bijten
gebijte	=	bijten
gebikkeld	=	bikkelen
gebikt	=	bikken
gebikte	=	bikken
gebild	=	billen
gebilde	=	billen
gebiljart	=	biljarten
gebillijkt	=	billijken
gebillijkte	=	billijken
gebimbamd	=	bimbammen
gebinged	=	bingen
gebingeread	=	bingereaden
gebinget	=	bingen
gebingewatcht	=	bingewatchen
gebingood	=	bingoën
gebint	noun	balkwerk
gebinte	noun	het totaal aan binten (balken) die de hoofdconstructie van een gebouw uitmaakt
gebinten	=	gebint
gebintje	=	gebint
gebintjes	=	gebint
gebiologeerd	=	biologeren
gebiologeerde	=	biologeren
gebiopteerd	=	biopteren
gebiopteerde	=	biopteren
gebisseerd	=	bisseren
gebisseerde	=	bisseren
gebist	=	bissen
gebiste	=	bissen
gebit	noun	alle tanden en kiezen van een dier of mens
gebitcht	=	bitchen
gebitje	=	gebit
gebitjes	=	gebit
gebitplaat	noun	gedeeltelijk, onvolledig kunstgebit
gebitplaatje	=	gebitplaat
gebitplaatjes	=	gebitplaat
gebitplaten	=	gebitplaat
gebitsbeschermer	noun	beschermende constructie die men over de tanden en kiezen kan zetten bij bepaalde sporten zoals bijvoorbeeld (ijs)hockey
gebitsbeschermers	=	gebitsbeschermer
gebitselement	noun	tand of kies, elk van de harde delen die zich in twee rijen in de kaak van een dier bevinden
gebitselementen	=	gebitselement
gebitsgegeven	noun	een stukje informatie dat het gebit betreft
gebitsgegevens	noun	gegevens m.b.t. het gebit
gebitsgegeventje	=	gebitsgegeven
gebitsgegeventjes	=	gebitsgegeven
gebitsplaat	noun	gedeeltelijk kunstgebit
gebitsplaatje	=	gebitsplaat
gebitsplaatjes	=	gebitsplaat
gebitsplaten	=	gebitsplaat
gebitsprothese	noun	prothese die de natuurlijke tanden en kiezen vervangt wanneer deze verloren zijn gegaan door cariës of parodontitis
gebitsprothesen	=	gebitsprothese
gebitsprotheses	=	gebitsprothese
gebitsreiniging	noun	een preventieve tandheelkundige behandeling waarbij tandplak en tandsteen grondig worden verwijderd van plekken die met een tandenborstel lastig te bereiken zijn.
gebitsreinigingen	=	gebitsreiniging
gebitsreinigingetje	=	gebitsreiniging
gebitsreinigingetjes	=	gebitsreiniging
gebitst	=	bitsen
gebitsverzorging	noun	het schoonhouden en poetsen van de tanden en kiezen
gebitsverzorgingen	=	gebitsverzorging
gebitsverzorginkje	=	gebitsverzorging
gebitsverzorginkjes	=	gebitsverzorging
gebitsziekte	noun	aandoening van het gebit.
gebitsziekten	=	gebitsziekte
gebitsziektes	=	gebitsziekte
gebitten	=	gebit
gebitterd	=	bitteren
gebitumineerd	=	bitumineren
gebitumineerde	=	bitumineren
gebivakkeerd	=	bivakkeren
geblaakt	=	blaken
geblaard	adj	Met blaren
geblaarde	=	blaren
geblaards	=	geblaard
geblaas	noun	het blazen op een muziekinstrument
geblaat	noun	mekkerend geluid van een schaap
geblaate	=	geblaat
geblaats	=	geblaat
geblabla	noun	het doorlopend opgeblazen maar inhoudsloos praten
geblack-out	=	black-outen
gebladderd	=	bladderen
gebladderde	=	bladderen
gebladerd	adj	bedekt met bladeren, voorzien van bladeren
gebladerde	=	bladeren
gebladerder	=	gebladerd
gebladerdere	=	gebladerd
gebladerders	=	gebladerd
gebladerds	=	gebladerd
gebladerdst	=	gebladerd
gebladerdste	=	gebladerd
gebladerte	noun	een verzameling van bladeren van één of meer bomen
geblaf	noun	het telkens of aanhoudend blaffen
geblaft	=	blaffen
geblakerd	=	blakeren
geblakerde	=	blakeren
geblameerd	=	blameren
geblameerde	=	blameren
geblancheerd	=	blancheren
geblancheerde	=	blancheren
geblanket	=	blanketten
geblankette	=	blanketten
geblaseerd	adj	zoveel luxe en welvaart hebben dat je er niet meer van kan genieten
geblaseerde	=	geblaseerd
geblaseerder	=	geblaseerd
geblaseerdere	=	geblaseerd
geblaseerders	=	geblaseerd
geblaseerdheid	noun	het ongevoelig worden voor de eenvoudige geneugten van het leven door een overdaad aan prikkeling
geblaseerds	=	geblaseerd
geblaseerdst	=	geblaseerd
geblaseerdste	=	geblaseerd
geblasfemeerd	=	blasfemeren
geblauwbekt	=	blauwbekken
geblazed	=	blazen
geblazen	=	blazen
gebleacht	=	bleachen
gebleekt	adj	van iets (m.n. stoffen en haren) dat de kleur verwijderd is
gebleekte	=	bleken
gebleekter	=	gebleekt
gebleektere	=	gebleekt
gebleekters	=	gebleekt
gebleekts	=	gebleekt
gebleektst	=	gebleekt
gebleektste	=	gebleekt
gebleept	=	bleepen
gebleit	=	bleiten
gebleken	=	blijken
geblekt	=	blekken
geblenderd	=	blenderen
geblerkt	=	blerken
geblesseerd	verb	vormt de lijdende vorm	adj	gewond, met name door sportbeoefening
geblesseerde	=	blesseren
geblesseerds	=	geblesseerd
geblest	=	blessen
gebleven	=	blijven
gebliefd	=	blieven
gebliefde	=	blieven
gebliep	noun	het aanhoudend een bliepend geluid maken
gebliept	=	bliepen
geblikkerd	=	blikkeren
geblikkerde	=	blikkeren
geblikoogd	=	blikogen
gebliksemd	=	bliksemen
geblikt	=	blikken
gebliktand	=	bliktanden
geblind	=	blinden
geblinddoekt	=	blinddoeken
geblinddoekte	=	blinddoeken
geblinde	=	blinden
geblindeerd	adj	ondoorzichtig gemaakt
geblindeerde	=	blinderen
geblindeerds	=	geblindeerd
geblitzt	=	blitzen
geblockt	=	blocken
gebloed	=	bloeden
gebloeid	=	bloeien
gebloemd	adj	met bloemversieringen
gebloemde	=	bloemen
gebloemder	=	gebloemd
gebloemdere	=	gebloemd
gebloemders	=	gebloemd
gebloemds	=	gebloemd
gebloemdst	=	gebloemd
gebloemdste	=	gebloemd
gebloemleesd	=	bloemlezen
gebloemleesde	=	bloemlezen
gebloemschikt	=	bloemschikken
gebloemte	noun	verzameling, hoeveelheid bloemen
gebloemtes	=	gebloemte
gebloesd	=	bloezen
gebloesde	=	bloezen
gebloesemd	=	bloesemen
geblogd	=	bloggen
gebloghopt	=	bloghoppen
geblokkeerd	=	blokkeren
geblokletterd	=	blokletteren
geblokletterde	=	blokletteren
geblokt	adj	met een patroon van vierkantjes in twee kleuren, zoals bij een schaakbord
geblokte	=	geblokt
geblokter	=	geblokt
gebloktere	=	geblokt
geblokters	=	geblokt
geblokts	=	geblokt
gebloktst	=	geblokt
gebloktste	=	geblokt
geblondeerd	=	blonderen
geblondeerde	=	blonderen
geblonken	=	blinken
gebloosd	=	blozen
geblowd	=	blowen
geblubberd	=	blubberen
geblubberde	=	blubberen
gebluf	noun	aanhoudend opscheppen
gebluft	=	bluffen
geblunder	noun	het steeds maar weer domme fouten maken
geblunderd	=	blunderen
geblurd	=	blurren
geblus	noun	aanhoudend blussen
geblust	=	blussen
gebluste	=	blussen
geblutst	adj	ingedeukt, beschadigd
geblutste	=	blutsen
geblutster	=	geblutst
geblutstere	=	geblutst
geblutsters	=	geblutst
geblutsts	=	geblutst
geblutstst	=	geblutst
geblutstste	=	geblutst
geblèr	noun	aanhoudend luidruchtig huilen, schreeuwen of zeuren
geblèrd	=	blèren
geblèt	=	blèten
geboard	=	boarden
gebobbeld	=	bobbelen
gebobd	=	bobben
gebobijnd	=	bobijnen
gebobijnde	=	bobijnen
gebobsleed	=	bobsleeën
gebocheld	adj	een bochel hebbend
gebochelde	=	gebocheld
gebochelder	=	gebocheld
gebocheldere	=	gebocheld
gebochelders	=	gebocheld
gebochelds	=	gebocheld
gebocheldst	=	gebocheld
gebocheldste	=	gebocheld
gebod	noun	opgelegde verplichting
gebode	=	gebieden
gebodemd	=	bodemen
geboden	=	gebod
gebodje	=	gebod
gebodyboard	=	bodyboarden
gebodybuild	=	bodybuilden
gebodyshopt	=	bodyshoppen
geboefte	noun	een groep boeven/misdadigers
geboeften	=	geboefte
geboeftes	=	geboefte
geboegseerd	=	boegseren
geboegseerde	=	boegseren
geboeid	adj	veel aandacht en interesse voor iets of iemand hebben	adv	met veel aandacht
geboeide	=	boeien
geboeider	=	geboeid
geboeidere	=	geboeid
geboeiders	=	geboeid
geboeids	=	geboeid
geboeidst	=	geboeid
geboeidste	=	geboeid
geboekstaafd	=	boekstaven
geboekstaafde	=	boekstaven
geboekt	=	boeken
geboekte	=	boeken
geboektokt	=	boektokken
geboeld	=	boelen
geboeleerd	=	boeleren
geboeleerde	=	boeleren
geboemeld	=	boemelen
geboemelde	=	boemelen
geboend	=	boenen
geboende	=	boenen
geboerd	=	boeren
geboerde	=	boeren
geboerte	noun|obsolete	soms geheel van boeren, landvolk
geboet	=	boeten
geboete	=	boeten
geboetseerd	=	boetseren
geboetseerde	=	boetseren
geboezemd	=	boezemen
geboft	=	boffen
gebogen	=	buigen
gebokst	=	boksen
gebokste	=	boksen
gebokt	=	bokken
gebold	=	bollen
gebolde	=	bollen
gebolder	noun	het aanhoudend zich met veel leven voortbewegen
gebolderd	=	bolderen
gebolsterd	=	bolsteren
gebolsterde	=	bolsteren
gebolwerkt	=	bolwerken
gebolwerkte	=	bolwerken
gebombardeerd	=	bombarderen
gebombardeerde	=	bombarderen
gebombeerd	=	bomberen
gebombeerde	=	bomberen
gebomcheckt	=	bomchecken
gebonden	adj	beperkt door allerlei voorwaarden
gebondener	=	gebonden
gebondeners	=	gebonden
gebondenheden	=	gebondenheid
gebondenheid	noun	het onvrij zijn, het geen vrije tijd hebben
gebondens	=	gebonden
gebondenst	=	gebonden
gebondenste	=	gebonden
gebonjourd	=	bonjouren
gebonjourde	=	bonjouren
gebonk	noun	het aanhoudend een dof, hard stotend lawaai maken
gebonkeld	=	bonkelen
gebonkt	=	bonken
gebons	noun	het aanhoudend bonzen
gebonsd	=	bonzen
gebood	=	gebieden
geboodschapt	=	boodschap
geboodschapte	=	boodschap
geboodt	=	gebieden
geboogd	=	bogen
gebookmarkt	=	bookmarken
gebookmarkte	=	bookmarken
geboomd	=	bomen
geboomde	=	bomen
geboomte	noun	geheel van bomen die bij elkaar staan
geboomten	=	geboomte
geboomtes	=	geboomte
geboord	=	boorden
geboorde	=	boorden
geboorte	noun	bevalling, actie waarbij een organisme uit zijn/haar moeder komt en aan zijn zelfstandige leven begint
geboorteaangifte	noun	inschrijving van een pasgeborene bij de burgerlijke stand
geboorteaangiften	=	geboorteaangifte
geboorteaangiftes	=	geboorteaangifte
geboorteadvertentie	noun	familiebericht in een tijdschrift of krant waarin men de geboorte van een kind aankondigt
geboorteadvertenties	=	geboorteadvertentie
geboorteadvertentietje	=	geboorteadvertentie
geboorteadvertentietjes	=	geboorteadvertentie
geboorteafwijking	noun	aangeboren afwijking; afwijking die reeds bij de geboorte aanwezig is; congenitale aandoening
geboorteafwijkingen	=	geboorteafwijking
geboorteafwijkinkje	=	geboorteafwijking
geboorteafwijkinkjes	=	geboorteafwijking
geboorteakte	noun	officiële verklaring van geboorte waarin de naam, geslacht, datum van geboorte, plaats van geboorte, ouders en andere wettelijk verplichte gegevens staan van een persoon
geboorteakten	=	geboorteakte
geboorteaktes	=	geboorteakte
geboorteaktetje	=	geboorteakte
geboortebeperking	noun	de vermindering van het aantal geboortes
geboortebeperkingen	=	geboortebeperking
geboortebericht	noun	aankondiging dat iemand geboren is
geboorteberichten	=	geboortebericht
geboorteberichtje	=	geboortebericht
geboorteberichtjes	=	geboortebericht
geboortebewijs	noun	officieel document waarin staat waar en wanneer iemand geboren is
geboortebewijsje	=	geboortebewijs
geboortebewijsjes	=	geboortebewijs
geboortebewijzen	=	geboortebewijs
geboortecentra	=	geboortecentrum
geboortecentrum	noun	een medisch centrum voor de begeleiding van de bevalling
geboortecijfer	noun	een getal dat aangeeft hoeveel geboorten er in een gebied in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden
geboortecijfers	=	geboortecijfer
geboortecijfertje	=	geboortecijfer
geboortecijfertjes	=	geboortecijfer
geboortedag	noun	de dag van de geboorte
geboortedagen	=	geboortedag
geboortedagje	=	geboortedag
geboortedagjes	=	geboortedag
geboortedaling	noun	structurele daling van het aantal geboorten in een gebied in een bepaalde periode
geboortedalingen	=	geboortedaling
geboortedata	=	geboortedatum
geboortedatum	noun	de datum van de geboorte
geboortedatumpje	=	geboortedatum
geboortedatumpjes	=	geboortedatum
geboortedatums	=	geboortedatum
geboortedicht	noun	gedicht vervaardigd ter gelegenheid van een geboorte
geboortedichten	=	geboortedicht
geboortedorp	noun	de kleine plaats waar men geboren is
geboortedorpen	=	geboortedorp
geboortedorpje	=	geboortedorp
geboortedorpjes	=	geboortedorp
geboortefeest	noun	feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van de geboorte van iemand
geboortefeesten	=	geboortefeest
geboortefeestje	=	geboortefeest
geboortefeestjes	=	geboortefeest
geboortegewicht	noun	het gewicht van een mens of dier bij de geboorte
geboortegewichten	=	geboortegewicht
geboortegolf	noun	een opvallende tijdelijke toename in het aantal geboorten
geboortegolfje	=	geboortegolf
geboortegolfjes	=	geboortegolf
geboortegolven	=	geboortegolf
geboortegrond	noun	de plaats waar men geboren is
geboortegronden	=	geboortegrond
geboortehoroscoop	noun	geheel van uitspraken dat een astroloog over iemand doet, uitgaande van de positie van hemellichamen op datum en plaats van diens geboorte
geboortehoroscoopje	=	geboortehoroscoop
geboortehoroscoopjes	=	geboortehoroscoop
geboortehoroscopen	=	geboortehoroscoop
geboortehotel	noun	accomodatie waar kraamzorg wordt geboden in een huiselijker sfeer dan in de verloskamers van het nabijgelegen ziekenhuis mogelijk is
geboortehotels	=	geboortehotel
geboortehuis	noun	instelling speciaal ingericht voor bevallingen
geboortehuisje	=	geboortehuis
geboortehuisjes	=	geboortehuis
geboortehuizen	=	geboortehuis
geboortejaar	noun	het kalenderjaar waarin iemand geboren is
geboortejaren	=	geboortejaar
geboortekaartje	noun	kaartje waarmee men kennis geeft van een geboorte
geboortekaartjes	=	geboortekaartje
geboortekanaal	noun	de weg waarlangs een baby wordt geboren uit het moederlichaam van een mens of dier
geboortekanalen	=	geboortekanaal
geboorteland	noun	het land waarin men geboren is
geboortelanden	=	geboorteland
geboortelandje	=	geboorteland
geboortelandjes	=	geboorteland
geboortelepel	noun	een lepel die wordt gegeven ter gelegenheid van de geboorte van een kind
geboortelepels	=	geboortelepel
geboortelepeltje	=	geboortelepel
geboortelepeltjes	=	geboortelepel
geboorteletsel	noun	letsel ontstaan tijdens de geboorte
geboortelijst	noun	verlanglijstje waaruit je een cadeautje kiest bij een geboorte
geboortelijsten	=	geboortelijst
geboortelijstje	=	geboortelijst
geboortelijstjes	=	geboortelijst
geboortemaand	noun	de maand waarin iemand geboren is
geboortemaanden	=	geboortemaand
geboortemoeder	noun	moeder die direct na de geboorte afstand doet van haar kind
geboortemoeders	=	geboortemoeder
geboorten	=	geboorte
geboortenaam	noun	de achternaam die iemand bij diens geboorte meekrijgt
geboortenaampje	=	geboortenaam
geboortenaampjes	=	geboortenaam
geboortenamen	=	geboortenaam
geboortencijfer	=	geboortecijfer
geboorteoverschot	noun	het verschijnsel dat in een gebied in een bepaalde periode het aantal geboorten structureel hoger ligt dan het aantal sterfgevallen
geboorteoverschotje	=	geboorteoverschot
geboorteoverschotjes	=	geboorteoverschot
geboorteoverschotten	=	geboorteoverschot
geboorteplaats	noun	de plaats van de geboorte
geboorteplaatsen	=	geboorteplaats
geboorteplaatsje	=	geboorteplaats
geboorteplaatsjes	=	geboorteplaats
geboorteplan	noun	geschreven document waarbij een zwangere aangeeft wat haar wensen zijn rond de bevalling
geboorteplannen	=	geboorteplan
geboorteplanning	noun	het actief en bewust regelen wanneer een echtpaar een (volgend) kind krijgt
geboorteplanningen	=	geboorteplanning
geboorteplek	noun	plaats waar men geboren is
geboorteplekken	=	geboorteplek
geboortepremie	noun	premie die (door een overheid) wordt uitgekeerd bij de geboorte van een kind
geboortepremies	=	geboortepremie
geboortereceptie	noun	een feest bij de geboorte van iemand
geboorterecepties	=	geboortereceptie
geboortereceptietje	=	geboortereceptie
geboortereceptietjes	=	geboortereceptie
geboorterecht	noun	recht dat iemand op grond van zijn geboorte toekomt
geboorterechten	=	geboorterecht
geboorterechtje	=	geboorterecht
geboorteregeling	noun	bewust beïnvloeden van het aantal kinderen dat men krijgt
geboorteregelingen	=	geboorteregeling
geboorteregio	noun	gebied waar men geboren is
geboorteregio's	=	geboorteregio
geboorteregister	noun	een boek waarin de ambtenaar van de burgerlijke stand de geboorten optekent
geboorteregisters	=	geboorteregister
geboorteregistertje	=	geboorteregister
geboorteregistertjes	=	geboorteregister
geboortes	=	geboorte
geboortespreiding	noun	het bewust plannen van de tijd tussen twee opeenvolgende geboortes.
geboortespreidingen	=	geboortespreiding
geboortespreidinkje	=	geboortespreiding
geboortespreidinkjes	=	geboortespreiding
geboortestad	noun	de stad waar iemand geboren is
geboortestadje	=	geboortestad
geboortestadjes	=	geboortestad
geboortestaking	noun	het bewust uitstellen of afzien van het krijgen van kinderen uit ideologische of politieke overwegingen.
geboortestakingen	=	geboortestaking
geboortestakinkje	=	geboortestaking
geboortestakinkjes	=	geboortestaking
geboortesteden	=	geboortestad
geboortestreek	noun	de regio waar men geboren is
geboortestreken	=	geboortestreek
geboortetrauma	noun	trauma voortkomend uit de ervaring van het geboren worden (-> Freud)
geboortetrauma's	=	geboortetrauma
geboortetraumaatje	=	geboortetrauma
geboortetraumaatjes	=	geboortetrauma
geboortetraumata	=	geboortetrauma
geboorteverlof	noun	periode dat men vrij mag nemen van het werk bij de geboorte van een kind
geboorteverlofje	=	geboorteverlof
geboorteverlofjes	=	geboorteverlof
geboorteverloven	=	geboorteverlof
geboortevlek	noun	een zichtbare, meestal gepigmenteerde huidaandoening
geboortevlekje	=	geboortevlek
geboortevlekjes	=	geboortevlek
geboortevlekken	=	geboortevlek
geboortevolgorde	noun	de plek in het gezin waarin iemand geboren is op basis van iemands leeftijd
geboortevolgorde-effect	noun	de invloed van je plek in het gezin op de loop van je verdere leven
geboortevolgorde-effecten	=	geboortevolgorde-effect
geboortevolgorde-effectje	=	geboortevolgorde-effect
geboortevolgorde-effectjes	=	geboortevolgorde-effect
geboortevolgorden	=	geboortevolgorde
geboortevolgordes	=	geboortevolgorde
geboortezorg	noun	de medische zorg rond de zwangerschap en de bevalling
geboortig	adj	van geboorte afkomstig uit; van geboorte afkomstig van
geboortige	=	geboortig
geboortigs	=	geboortig
geboost	=	boosten
geboosterd	=	boosteren
geboot	=	boten
gebootst	=	boots
gebootste	=	boots
geborduurd	adj	door borduursel versierd; door borduren gemaakt
geborduurde	=	borduren
geborduurds	=	geborduurd
geboren	adj	ter wereld gebracht, gebaard (gezegd over mensen of dieren)
geborene	noun	de persoon die geboren is
geborenen	=	geborene
geborens	=	geboren
geborgd	=	borgen
geborgde	=	borgen
geborgen	=	bergen
geborgenheden	=	geborgenheid
geborgenheid	noun	het gevoel dat je beschermd en veilig bent en dat je je op je gemak voelt
geborneerd	adj	van een persoon: iemand met een beperkt verstand of die het aanwezige verstand niet gebruikt
geborneerde	=	borneren
geborneerder	=	geborneerd
geborneerdere	=	geborneerd
geborneerders	=	geborneerd
geborneerds	=	geborneerd
geborneerdst	=	geborneerd
geborneerdste	=	geborneerd
geborrel	noun	het aanhoudend borrelen van een vloeistof waardoorheen men een gas leidt
geborreld	=	borrelen
geborsteld	=	borstelen
geborsten	=	bersten
gebosbaad	=	bosbaden
gebosbrost	=	bosbrossen
gebosseleerd	=	bosseleren
gebosseleerde	=	bosseleren
gebost	=	bossen
geboste	=	bossen
gebot	=	botten
gebotaniseerd	=	botaniseren
gebotaniseerde	=	botaniseren
geboterd	=	boteren
geboterde	=	boteren
gebotoxt	=	botoxen
gebotoxte	=	botoxen
gebotst	=	botsen
gebotste	=	botsen
gebotteld	=	bottelen
gebottelde	=	bottelen
gebottleneckt	=	bottlenecken
gebouchardeerd	=	boucharderen
gebouchardeerde	=	boucharderen
geboudeerd	=	bouderen
geboudeerde	=	bouderen
geboulderd	=	boulderen
gebouncet	=	bouncen
gebout	=	bouten
geboute	=	bouten
gebouw	noun	een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken
gebouwbeheer	noun	het beheer van een gebouw
gebouwbeheerder	noun	persoon of organisatie die zorg draagt voor het onderhoud van een gebouw
gebouwbeheerders	=	gebouwbeheerder
gebouwbeheersysteem	noun	systeem om alle binnen een gebouw aanwezige installaties centraal te kunnen regelen
gebouwbeheersysteempje	=	gebouwbeheersysteem
gebouwbeheersysteempjes	=	gebouwbeheersysteem
gebouwbeheersystemen	=	gebouwbeheersysteem
gebouwd	adj	in het bezit van de genoemde lichaamsbouw
gebouwde	=	bouwen
gebouwds	=	gebouwd
gebouwen	=	gebouw
gebouwenbeheer	noun	het onderhouden en exploiteren van vastgoed
gebouwencomplex	noun	een groep bij elkaar horende gebouwen
gebouwencomplexen	=	gebouwencomplex
gebouwendienst	noun	dienst belast met bouw en onderhoud van de gebouwen
gebouwendiensten	=	gebouwendienst
gebouwgebonden	adj	horend bij één bepaald gebouw
gebouwgebondener	=	gebouwgebonden
gebouwgebondeners	=	gebouwgebonden
gebouwgebondens	=	gebouwgebonden
gebouwgebondenst	=	gebouwgebonden
gebouwgebondenste	=	gebouwgebonden
gebouwtje	=	gebouw
gebouwtjes	=	gebouw
gebowld	=	bowlen
geboxhopt	=	boxhoppen
geboycot	=	boycotten
geboycotte	=	boycotten
gebraad	noun	stuk gebraden vlees
gebraadje	=	gebraad
gebraadjes	=	gebraad
gebraagt	=	gebracht
gebraakt	=	braken
gebraakte	=	braken
gebraamd	=	bramen
gebraamde	=	bramen
gebrabbel	noun	voortdurend onverstaanbaar gepraat
gebrabbeld	=	brabbelen
gebrabbelde	=	brabbelen
gebracht	adj	dat iets of iemand ergens is bezorgd
gebrachte	=	brengen
gebrachts	=	gebracht
gebradeerd	=	braderen
gebraden	=	braden
gebraegt	=	gebracht
gebragt	=	gebracht
gebrailleerd	=	brailleren
gebrailleerde	=	brailleren
gebrainstormd	=	brainstormen
gebrainwasht	=	brainwashen
gebrainwashte	=	brainwashen
gebraiseerd	=	braiseren
gebraiseerde	=	braiseren
gebral	noun	aanhoudend luidruchtig snoeven
gebrald	=	brallen
gebrand	=	branden
gebrandmerkt	=	brandmerken
gebrandmerkte	=	brandmerken
gebrandschat	=	brandschatten
gebrandschatte	=	brandschatten
gebrandschilderd	=	brandschilderen
gebraseerd	=	braseren
gebraseerde	=	braseren
gebrast	=	brassen
gebraste	=	brassen
gebrauwd	=	brauwen
gebrauwde	=	brauwen
gebraveerd	=	braveren
gebreakdancet	=	breakdancen
gebreakdanst	=	breakdansen
gebreeuwd	=	breeuwen
gebreeuwde	=	breeuwen
gebreeën	=	breien
gebreeënª	=	breien
gebreid	=	breien
gebreideld	=	breidelen
gebreidelde	=	breidelen
gebreinstormd	=	breinstormen
gebrek	noun	een tekort
gebreke	=	gebrek
gebreken	=	gebrek
gebrekje	=	gebrek
gebrekjes	=	gebrek
gebrekkelijk	adj	met fouten, niet goed, niet volmaakt, met gebreken
gebrekkelijke	=	gebrekkelijk
gebrekkelijker	=	gebrekkelijk
gebrekkelijkere	=	gebrekkelijk
gebrekkelijkers	=	gebrekkelijk
gebrekkelijks	=	gebrekkelijk
gebrekkelijkst	=	gebrekkelijk
gebrekkelijkste	=	gebrekkelijk
gebrekkig	adj	één of meerdere gebreken hebbend.
gebrekkige	=	gebrekkig
gebrekkiger	=	gebrekkig
gebrekkigere	=	gebrekkig
gebrekkigers	=	gebrekkig
gebrekkigheden	=	gebrekkigheid
gebrekkigheid	noun	de mate waarin iets gebreken vertoont
gebrekkigheidje	=	gebrekkigheid
gebrekkigs	=	gebrekkig
gebrekkigst	=	gebrekkig
gebrekkigste	=	gebrekkig
gebreksziekte	noun	ziekte veroorzaakt door onvoldoende voeding
gebreksziekten	=	gebreksziekte
gebreksziektes	=	gebreksziekte
gebrekziekte	noun	ziekte veroorzaakt door onvoldoende voeding, voedingsstoffen of vitaminen
gebrekziekten	=	gebrekziekte
gebrekziektes	=	gebrekziekte
gebrevetteerd	=	brevetteren
gebrevetteerde	=	brevetteren
gebrevierd	=	brevieren
gebricoleerd	=	bricoleren
gebricoleerde	=	bricoleren
gebridged	=	bridgen
gebridget	=	bridgen
gebriefd	=	briefen
gebriefde	=	briefen
gebrieft	=	briefen
gebriefte	=	briefen
gebriest	=	briesen
gebrijd	=	brijen
gebrijnd	=	brijnen
gebrild	adj	Met een bril op, voorzien van een bril
gebrilde	=	brillen
gebrilds	=	gebrild
gebrocheerd	=	brocheren
gebrocheerde	=	brocheren
gebroddel	noun	knoeiwerk, prutswerk, broddelwerk, geknoei, gepruts
gebroddeld	=	broddelen
gebroebeld	=	broebelen
gebroed	noun	zich voortplantend ongedierte
gebroede	=	gebroed
gebroederlijk	adj	zoals het tussen broeders gaat of behoort te gaan
gebroederlijke	=	gebroederlijk
gebroederlijker	=	gebroederlijk
gebroederlijkere	=	gebroederlijk
gebroederlijkers	=	gebroederlijk
gebroederlijks	=	gebroederlijk
gebroederlijkst	=	gebroederlijk
gebroederlijkste	=	gebroederlijk
gebroeders	noun	broers
gebroedje	=	gebroed
gebroedjes	=	gebroed
gebroeds	=	gebroed
gebroeid	=	broeien
gebroeide	=	broeien
gebroekt	adj	een broek dragend
gebroekte	=	gebroekt
gebroekts	=	gebroekt
gebroekzakbeld	=	broekzakbellen
gebroesd	=	broezen
gebroesde	=	broezen
gebroken	adj	door breuk beschadigd of door breken bewerkt	noun|obsolete	breuk
gebrokener	=	gebroken
gebrokeners	=	gebroken
gebrokenheid	noun|figurative	het niet meer heel en compleet zijn van iets
gebrokens	=	gebroken
gebrokenst	=	gebroken
gebrokenste	=	gebroken
gebrokkeld	=	brokkelen
gebrokkelde	=	brokkelen
gebrokt	=	brokken
gebrokte	=	brokken
gebrom	noun	een dof trillend geluid
gebromd	=	brommen
gebromde	=	brommen
gebronsd	adj	bruingekleurd door de zon
gebronsde	=	bronzen
gebronsder	=	gebronsd
gebronsdere	=	gebronsd
gebronsders	=	gebronsd
gebronsds	=	gebronsd
gebronsdst	=	gebronsd
gebronsdste	=	gebronsd
gebroodroofd	=	broodroven
gebroodroofde	=	broodroven
gebrost	=	brossen
gebroste	=	brossen
gebrouilleerd	adj	in onmin zijnde
gebrouilleerde	=	gebrouilleerd
gebrouilleerder	=	gebrouilleerd
gebrouilleerdere	=	gebrouilleerd
gebrouilleerders	=	gebrouilleerd
gebrouilleerds	=	gebrouilleerd
gebrouilleerdst	=	gebrouilleerd
gebrouilleerdste	=	gebrouilleerd
gebrouwd	=	brouwen
gebrouwde	=	brouwen
gebrouwen	=	brouwen
gebrowsed	=	browsen
gebrowset	=	browsen
gebroyeerd	=	broyeren
gebruik	noun	een standaard manier van doen
gebruike	=	gebruiken
gebruikelijk	adj	naar gewoonte, zoals men regelmatig doet
gebruikelijke	=	gebruikelijk
gebruikelijker	=	gebruikelijk
gebruikelijkere	=	gebruikelijk
gebruikelijkers	=	gebruikelijk
gebruikelijks	=	gebruikelijk
gebruikelijkst	=	gebruikelijk
gebruikelijkste	=	gebruikelijk
gebruiken	verb	zich bedienen van, toepassen
gebruikend	=	gebruiken
gebruikende	=	gebruiken
gebruiker	noun	iemand die iets gebruikt
gebruikers	=	gebruiker
gebruikersaccount	noun	het account van een gebruiker of abonnee
gebruikersaccountje	=	gebruikersaccount
gebruikersaccountjes	=	gebruikersaccount
gebruikersaccounts	=	gebruikersaccount
gebruikersbasis	noun	verzameling mensen die een product, dienst of platform actief gebruiken
gebruikerservaring	noun	term die alle aspecten beschrijft van de ervaring van een gebruiker bij interactie met een product, dienst, omgeving of faciliteit
gebruikerservaringen	=	gebruikerservaring
gebruikerservarinkje	=	gebruikerservaring
gebruikerservarinkjes	=	gebruikerservaring
gebruikersgegevens	noun	data die een dienstverlener verzamelt over de gebruikers van die dienst
gebruikersgemak	noun	de eenvoud waarmee iets gebruikt kan worden door de gebruiker
gebruikersgemakken	=	gebruikersgemak
gebruikersgemeenschap	noun	alle gebruikers [2] samen die op of in een bepaald project, forum en/of wiki actief zijn.
gebruikersgemeenschapje	=	gebruikersgemeenschap
gebruikersgemeenschapjes	=	gebruikersgemeenschap
gebruikersgemeenschappen	=	gebruikersgemeenschap
gebruikersgroep	noun	de verzameling van mensen die gebruikmaken van een bepaald product of dienst
gebruikersgroepen	=	gebruikersgroep
gebruikersgroepje	=	gebruikersgroep
gebruikersgroepjes	=	gebruikersgroep
gebruikershandleiding	noun	handleiding voor de gebruiker waarin zeer gedetailleerd is beschreven hoe met iets om te gaan
gebruikershandleidingen	=	gebruikershandleiding
gebruikershandleidinkje	=	gebruikershandleiding
gebruikershandleidinkjes	=	gebruikershandleiding
gebruikersheffing	noun	belasting voor mensen en organisaties die gebruikmaken van een bepaalde dienst
gebruikersheffingen	=	gebruikersheffing
gebruikersinterface	noun	het interface tussen een informatiesysteem en de gebruiker
gebruikersinterfaces	=	gebruikersinterface
gebruikersnaam	noun	naam van een gebruiker
gebruikersnaampje	=	gebruikersnaam
gebruikersnaampjes	=	gebruikersnaam
gebruikersnaamruimte	noun	een naamruimte waarin gebruikerspagina's en subpagina's hiervan te vinden zijn
gebruikersnaamruimtes	=	gebruikersnaamruimte
gebruikersnaamruimtetje	=	gebruikersnaamruimte
gebruikersnaamruimtetjes	=	gebruikersnaamruimte
gebruikersnamen	=	gebruikersnaam
gebruikersonvriendelijk	adj	niet prettig voor de gebruiker
gebruikersonvriendelijke	=	gebruikersonvriendelijk
gebruikersonvriendelijker	=	gebruikersonvriendelijk
gebruikersonvriendelijkere	=	gebruikersonvriendelijk
gebruikersonvriendelijkers	=	gebruikersonvriendelijk
gebruikersonvriendelijks	=	gebruikersonvriendelijk
gebruikersonvriendelijkst	=	gebruikersonvriendelijk
gebruikersonvriendelijkste	=	gebruikersonvriendelijk
gebruikersovereenkomst	noun	overeenkomst tussen een leverancier en een gebruiker waarbij de leverancier bepaalt aan welke voorwaarden een gebruiker moet voldoen
gebruikersovereenkomsten	=	gebruikersovereenkomst
gebruikersovereenkomstje	=	gebruikersovereenkomst
gebruikerspagina	noun	een pagina die door een gebruiker aangemaakt wordt om aldaar meer te vertellen ter ondersteuning van het werken op het project
gebruikerspagina's	=	gebruikerspagina
gebruikerspaginaatje	=	gebruikerspagina
gebruikerspaginaatjes	=	gebruikerspagina
gebruikersportaal	noun	een pagina die regelmatige gebruikers de toegang tot een aantal zaken vergemakkelijkt
gebruikersportaaltje	=	gebruikersportaal
gebruikersportaaltjes	=	gebruikersportaal
gebruikersportalen	=	gebruikersportaal
gebruikersprofiel	noun	profiel van een gebruiker
gebruikersprofielen	=	gebruikersprofiel
gebruikersruimte	noun	ruimte waar gebruikers mogen gebruiken (bijv. verslaafden hun drugs)
gebruikersruimten	=	gebruikersruimte
gebruikersruimtes	=	gebruikersruimte
gebruikersvoorwaarde	noun	eisen die worden gesteld aan een gebruiker van een bepaalde dienst
gebruikersvoorwaarden	=	gebruikersvoorwaarde
gebruikersvriendelijk	adj	van een product dat een beoogde eindgebruiker het effectief, efficiënt en naar tevredenheid kan gebruiken zonder dat een (langdurige) studie nodig is
gebruikersvriendelijke	=	gebruikersvriendelijk
gebruikersvriendelijker	=	gebruikersvriendelijk
gebruikersvriendelijkere	=	gebruikersvriendelijk
gebruikersvriendelijkers	=	gebruikersvriendelijk
gebruikersvriendelijkheid	noun	het gemak waarmee een gebruiker een bepaalde dienst of product kan gebruiken
gebruikersvriendelijks	=	gebruikersvriendelijk
gebruikersvriendelijkst	=	gebruikersvriendelijk
gebruikersvriendelijkste	=	gebruikersvriendelijk
gebruikertje	=	gebruiker
gebruikertjes	=	gebruiker
gebruikgemaakt	=	gebruikmaken
gebruikgemaakte	=	gebruikmaken
gebruikje	=	gebruik
gebruikjes	=	gebruik
gebruikmaak	=	gebruikmaken
gebruikmaakt	=	gebruikmaken
gebruikmaakte	=	gebruikmaken
gebruikmaakten	=	gebruikmaken
gebruikmake	=	gebruikmaken
gebruikmaken	verb	nuttig inzetten, een mogelijkheid benutten
gebruikmakend	=	gebruikmaken
gebruikmakende	=	gebruikmaken
gebruikmaking	noun	met bebruikmaking van: met behulp van
gebruikmakingen	=	gebruikmaking
gebruikmakinkje	=	gebruikmaking
gebruikmakinkjes	=	gebruikmaking
gebruiksaanwijzing	noun	meestal schriftelijke instructie die bij een product wordt gegeven
gebruiksaanwijzingen	=	gebruiksaanwijzing
gebruiksaanwijzingetje	=	gebruiksaanwijzing
gebruiksaanwijzingetjes	=	gebruiksaanwijzing
gebruiksaanwijzinkje	=	gebruiksaanwijzing
gebruiksartikel	noun	een product dat men koopt om het te gebruiken
gebruiksartikelen	=	gebruiksartikel
gebruiksartikels	=	gebruiksartikel
gebruiksdoel	noun	doel waarvoor iets gebruikt wordt of kan worden
gebruiksdoelen	=	gebruiksdoel
gebruiksdoeltje	=	gebruiksdoel
gebruiksdoeltjes	=	gebruiksdoel
gebruiksduur	noun	de periode dat men iets kan of mag gebruiken
gebruikservaring	noun	de beleving van een gebruiker van een product of dienst
gebruikservaringen	=	gebruikservaring
gebruikservarinkje	=	gebruikservaring
gebruikservarinkjes	=	gebruikservaring
gebruiksfase	noun	periode waarin een product of dienst gebruikt wordt
gebruiksfasen	=	gebruiksfase
gebruiksfases	=	gebruiksfase
gebruiksfrequentie	noun	hoe vaak iets benut wordt of toepassing vindt
gebruiksfrequenties	=	gebruiksfrequentie
gebruiksfunctie	noun	de functie die een gebouw of terrein heeft
gebruiksfuncties	=	gebruiksfunctie
gebruiksgemak	noun	de eenvoud waarmee iets te gebruiken is
gebruiksgemakken	=	gebruiksgemak
gebruiksgoed	noun	zaak die men gebruikt zonder dat die zaak daardoor verloren gaat
gebruiksgoederen	=	gebruiksgoed
gebruikshandleiding	noun	een document, boekje of digitale gids met instructies voor het op de juiste, veilige en efficiënte wijze installeren, gebruiken en onderhouden van een product.
gebruikshandleidingen	=	gebruikshandleiding
gebruikshandleidinkje	=	gebruikshandleiding
gebruikshandleidinkjes	=	gebruikshandleiding
gebruiksklaar	adj	klaar om gebruikt te kunnen worden
gebruiksklaarder	=	gebruiksklaar
gebruiksklaardere	=	gebruiksklaar
gebruiksklaarders	=	gebruiksklaar
gebruiksklaars	=	gebruiksklaar
gebruiksklaarst	=	gebruiksklaar
gebruiksklaarste	=	gebruiksklaar
gebruiksklare	=	gebruiksklaar
gebruikskost	noun|obsolete	uitgaven die men doet door iets te gebruiken
gebruikskosten	noun	uitgaven die men doet door iets te gebruiken
gebruiksonvriendelijk	adj	lastig om te gebruiken
gebruiksonvriendelijke	=	gebruiksonvriendelijk
gebruiksonvriendelijker	=	gebruiksonvriendelijk
gebruiksonvriendelijkere	=	gebruiksonvriendelijk
gebruiksonvriendelijkers	=	gebruiksonvriendelijk
gebruiksonvriendelijks	=	gebruiksonvriendelijk
gebruiksonvriendelijkst	=	gebruiksonvriendelijk
gebruiksonvriendelijkste	=	gebruiksonvriendelijk
gebruiksovereenkomst	noun	overeenstemming over hoe men gebruik van iets mag maken
gebruiksovereenkomsten	=	gebruiksovereenkomst
gebruiksrecht	noun	het recht om ergens gebruik van te mogen maken zonder er eigenaar van te zijn
gebruiksrechten	=	gebruiksrecht
gebruiksspoor	noun	teken dat iets eerder gebruikt is en dus niet meer nieuw is
gebruikssporen	=	gebruiksspoor
gebruikster	noun	vrouwelijke vorm van gebruiker
gebruiksters	=	gebruikster
gebruikstertje	=	gebruikster
gebruikstertjes	=	gebruikster
gebruiksvergoeding	noun	een vergoeding / compensatie voor het gebruik van een zaak dat aan een ander toebehoort en waarbij er geen sprake is van huur
gebruiksvergoedingen	=	gebruiksvergoeding
gebruiksvergoedinkje	=	gebruiksvergoeding
gebruiksvergoedinkjes	=	gebruiksvergoeding
gebruiksvergunning	noun	officiële toestemming om iets te gebruiken
gebruiksvergunningen	=	gebruiksvergunning
gebruiksvoorwaarde	noun	regels die gelden als men van iets gebruik maakt
gebruiksvoorwaarden	=	gebruiksvoorwaarde
gebruiksvoorwerp	noun	een ding dat door mensen gebruikt wordt.
gebruiksvoorwerpen	=	gebruiksvoorwerp
gebruiksvoorwerpje	=	gebruiksvoorwerp
gebruiksvoorwerpjes	=	gebruiksvoorwerp
gebruiksvriendelijk	adj	gemakkelijk te gebruiken, met aandacht voor bedieningsgemak ontworpen
gebruiksvriendelijke	=	gebruiksvriendelijk
gebruiksvriendelijker	=	gebruiksvriendelijk
gebruiksvriendelijkere	=	gebruiksvriendelijk
gebruiksvriendelijkers	=	gebruiksvriendelijk
gebruiksvriendelijkheid	noun	de mate waarin een product naar tevredenheid van de eindgebruiker gebruikt kan worden
gebruiksvriendelijks	=	gebruiksvriendelijk
gebruiksvriendelijkst	=	gebruiksvriendelijk
gebruiksvriendelijkste	=	gebruiksvriendelijk
gebruikswaarde	noun	de geschiktheid van een product om een menselijke behoeft te bevredigen
gebruikswaarden	=	gebruikswaarde
gebruikswaardes	=	gebruikswaarde
gebruikt	=	bruiken
gebruikte	=	gebruiken
gebruikten	=	gebruiken
gebruind	=	bruinen
gebruineerd	=	bruineren
gebruineerde	=	bruineren
gebruis	noun	het zeer levendig zijn
gebruist	=	bruisen
gebrul	noun	het lawaai dat vooral roofdieren met hun adem maken
gebruld	=	brullen
gebrulde	=	brullen
gebrullen	=	gebrul
gebrultje	=	gebrul
gebruncht	=	brunchen
gebrunchte	=	brunchen
gebrusht	=	brushen
gebrushte	=	brushen
gebrutaliseerd	=	brutaliseren
gebrutaliseerde	=	brutaliseren
gebruteerd	=	bruteren
gebruteerde	=	bruteren
gebruuskeerd	=	bruuskeren
gebruuskeerde	=	bruuskeren
gebubbeld	=	bubbelen
gebubbelde	=	bubbelen
gebudgetteerd	=	budgetteren
gebudgetteerde	=	budgetteren
gebuffeld	=	buffelen
gebuffelde	=	buffelen
gebufferd	=	bufferen
gebufferde	=	bufferen
gebuikdanst	=	buikdansen
gebuikschuifd	=	buikschuiven
gebuikt	adj	met een welving staand
gebuikte	=	gebuikt
gebuikter	=	gebuikt
gebuiktere	=	gebuikt
gebuikters	=	gebuikt
gebuikts	=	gebuikt
gebuiktst	=	gebuikt
gebuiktste	=	gebuikt
gebuild	=	builen
gebuilde	=	builen
gebuilderd	=	builderen
gebuisd	=	buizen
gebuiteld	=	buitelen
gebuitelde	=	buitelen
gebukst	=	busken
gebukt	verb	gebukt gaan onder: last hebben van
gebukte	=	gebukt
gebukts	=	gebukt
gebulder	noun	aanhoudend zeer luid schreeuwen door mensen
gebulderd	=	bulderen
gebulderlacht	=	bulderlachen
gebulkt	=	bulken
gebulldozerd	=	bulldozeren
gebumperkleefd	=	bumperkleven
gebumpersurfd	=	bumpersurfen
gebumpersurft	=	bumpersurfen
gebumpt	=	bumpen
gebumst	=	bumsen
gebundeld	adj	tot een bundel verenigd
gebundelde	=	gebundeld
gebundelder	=	gebundeld
gebundeldere	=	gebundeld
gebundelders	=	gebundeld
gebundelds	=	gebundeld
gebundeldst	=	gebundeld
gebundeldste	=	gebundeld
gebungeejumpt	=	bungeejumpen
gebungeld	=	bungelen
gebunkerd	=	bunkeren
gebureaucratiseerd	=	bureaucratiseren
gebureaucratiseerde	=	bureaucratiseren
geburen	=	gebuur
geburld	=	burlen
gebuskt	=	busken
gebusseld	=	busselen
gebusselde	=	busselen
gebust	=	bussen
gebutst	=	butsen
gebutste	=	butsen
gebuur	noun	iemand die dichtbij woont
gebuurte	noun	de gezamenlijke buren, de buurt
gebuurten	=	gebuurte
gebuurtes	=	gebuurte
gebuzd	=	buzzen
gebuzde	=	buzzen
gecachetteerd	=	cachetteren
gecachetteerde	=	cachetteren
gecadanceerd	=	cadanceren
gecadanceerde	=	cadanceren
gecakewalkt	=	cakewalken
gecalcineerd	=	calcineren
gecalcineerde	=	calcineren
gecalculeerd	=	calculeren
gecalculeerde	=	calculeren
gecalqueerd	=	calqueren
gecalqueerde	=	calqueren
gecamoufleerd	=	camoufleren
gecamperd	=	camperen
gecanceld	=	cancelen
gecancelde	=	cancelen
gecanneleerd	=	canneleren
gecanneleerde	=	canneleren
gecanoniseerd	=	canoniseren
gecanoniseerde	=	canoniseren
gecapitonneerd	=	capitonneren
gecapitonneerde	=	capitonneren
gecapituleerd	=	capituleren
gecapteerd	=	capteren
gecapteerde	=	capteren
gecaramboleerd	=	caramboleren
gecarboniseerd	=	carboniseren
gecarboniseerde	=	carboniseren
gecarbureerd	=	carbureren
gecarbureerde	=	carbureren
gecarjackt	=	carjacken
gecarjackte	=	carjacken
gecarpoold	=	carpoolen
gecarved	=	carven
gecasht	=	cashen
gecashte	=	cashen
gecasseerd	=	casseren
gecasseerde	=	casseren
gecast	=	casten
gecaste	=	casten
gecastigeerd	=	castigeren
gecastigeerde	=	castigeren
gecastreerd	adj	door het verwijderen van de testes (de ballen) niet meer in staat zijn zich voort te planten
gecastreerde	=	castreren
gecastreerds	=	gecastreerd
gecatalogeerd	=	catalogeren
gecatalogeerde	=	catalogeren
gecatalogiseerd	=	catalogiseren
gecatalogiseerde	=	catalogiseren
gecatechiseerd	=	catechiseren
gecategoriseerd	=	categoriseren
gecategoriseerde	=	categoriseren
gecaterd	=	cateren
gecauseerd	=	causeren
gecauteriseerd	=	cauteriseren
gecauteriseerde	=	cauteriseren
gecedeerd	=	cederen
gecedeerde	=	cederen
gecelebreerd	=	celebreren
gecelebreerde	=	celebreren
gecement	=	cementen
gecemente	=	cementen
gecementeerd	=	cementeren
gecementeerde	=	cementeren
gecenseerd	=	censeren
gecensureerd	=	censureren
gecensureerde	=	censureren
gecenterd	=	centeren
gecenterde	=	centeren
gecentraliseerd	=	centraliseren
gecentreerd	adj	een grotere eenheidscel dan de primitieve hebbend, zo gekozen om de rotatieassen beter in dekking te brengen met de translatievectoren van de cel
gecentreerde	=	centreren
gecentreerder	=	gecentreerd
gecentreerdere	=	gecentreerd
gecentreerders	=	gecentreerd
gecentreerds	=	gecentreerd
gecentreerdst	=	gecentreerd
gecentreerdste	=	gecentreerd
gecentrifugeerd	=	centrifugeren
gecentrifugeerde	=	centrifugeren
gecertificeerd	=	certificeren
gecertificeerde	=	certificeren
gecertifieerd	=	certifiëren
gecesseerd	=	cesseren
gechambreerd	=	chambreren
gechambreerde	=	chambreren
gechangeerd	=	changeren
gechangeerde	=	changeren
gechant	=	chanten
gechanteerd	=	chanteren
gechanteerde	=	chanteren
gechaperonneerd	=	chaperonneren
gechaperonneerde	=	chaperonneren
gechapt	=	chappen
gecharged	=	chargen
gechargeerd	=	chargeren
gechargeerde	=	chargeren
gecharget	=	chargen
gecharmeerd	=	charmeren
gecharterd	=	charteren
gecharterde	=	charteren
gechat	=	chatten
gechauffeerd	=	chaufferen
gecheckt	=	checken
gecheckte	=	checken
gechemiseerd	=	chemiseren
gechicaneer	noun	het voortdurend lastig vallen, treiteren, ruzie zoeken en kritiseren
gechicaneerd	=	chicaneren
gechicaneerde	=	chicaneren
gechild	=	chillen
gechillaxt	=	chillaxen
gechineesd	=	chinezen
gechipoteerd	=	chipoteren
gechipt	=	chippen
gechipte	=	chippen
gechirund	=	chirunnen
gechloord	=	chloren
gechloorde	=	chloren
gechloreerd	=	chloreren
gechloreerde	=	chloreren
gechloroformeerd	=	chloroformeren
gechloroformeerde	=	chloroformeren
gechookt	=	choken
gechookte	=	choken
gechopt	=	choppen
gechoqueerd	=	choqueren
gechoqueerde	=	choqueren
gechoreografeerd	=	choreograferen
gechoreografeerde	=	choreograferen
gechromeerd	=	chromeren
gecibleerd	=	cibleren
gecijfer	noun	het langdurig bezig zijn met cijfertjes en getallen
gecijferd	=	cijferen
gecirculeerd	=	circuleren
gecirkeld	=	cirkelen
geciseleerd	=	ciseleren
geciseleerde	=	ciseleren
geciteerd	=	citeren
geciteerde	=	citeren
gecitytript	=	citytrippen
geciviliseerd	adj	beschaafd
geciviliseerde	=	geciviliseerd
geciviliseerder	=	geciviliseerd
geciviliseerdere	=	geciviliseerd
geciviliseerders	=	geciviliseerd
geciviliseerds	=	geciviliseerd
geciviliseerdst	=	geciviliseerd
geciviliseerdste	=	geciviliseerd
geclaimd	=	claimen
geclaimde	=	claimen
geclarifieerd	=	clarifiëren
geclasht	=	clashen
geclassificeerd	=	classificeren
geclassificeerde	=	classificeren
geclausuleerd	adj	een clausule hebbend
geclausuleerde	=	clausuleren
geclausuleerds	=	geclausuleerd
geclaxonneerd	=	claxonneren
geclaxonneerde	=	claxonneren
geclicheerd	=	clicheren
geclicheerde	=	clicheren
geclickt	=	clicken
geclubd	=	clubben
geclusterd	=	clusteren
geclusterde	=	clusteren
geco-existeerd	=	co-existeren
gecoacht	=	coachen
gecoachte	=	coachen
gecoaguleerd	=	coaguleren
gecoaguleerde	=	coaguleren
gecoat	=	coaten
gecoate	=	coaten
gecocoond	=	cocoonen
gecocoonde	=	cocoonen
gecodeerd	adj	geschreven in een (geheime) code
gecodeerde	=	coderen
gecodeerds	=	gecodeerd
gecodificeerd	=	codificeren
gecodificeerde	=	codificeren
gecohabiteerd	=	cohabiteren
gecoiffeerd	=	coifferen
gecoild	=	coilen
gecoilde	=	coilen
gecollabeerd	=	collaberen
gecollaboreerd	=	collaboreren
gecollationeerd	=	collationeren
gecollationeerde	=	collationeren
gecollecteerd	=	collecteren
gecollecteerde	=	collecteren
gecollectioneerd	=	collectioneren
gecollectioneerde	=	collectioneren
gecollectiviseerd	=	collectiviseren
gecollectiviseerde	=	collectiviseren
gecollideerd	=	collideren
gecolloqueerd	=	colloqueren
gecolloqueerde	=	colloqueren
gecolporteerd	=	colporteren
gecolporteerde	=	colporteren
gecombineerd	adj	samengevoegd, met elkaar een geheel vormend
gecombineerde	=	combineren
gecombineerds	=	gecombineerd
gecommandeerd	=	commanderen
gecommandeerde	=	commanderen
gecommemoreerd	=	commemoreren
gecommentarieerd	=	commentariëren
gecommentarieerde	=	commentariëren
gecommenteerd	=	commenteren
gecommercialiseerd	=	commercialiseren
gecommercialiseerde	=	commercialiseren
gecommitteerd	=	committeren
gecommitteerde	noun	iemand die is vanuit de overheid is aangesteld om toe te zien dat een examen op een goede manier wordt afgenomen
gecommitteerden	=	gecommitteerde
gecommunautariseerd	=	communautariseren
gecommunautariseerde	=	communautariseren
gecommuniceerd	=	communiceren
gecommuniceerde	=	communiceren
gecommunieerd	=	communiëren
gecommuteerd	=	commuteren
gecompacteerd	=	compacteren
gecompacteerde	=	compacteren
gecompareerd	=	compareren
gecompareerde	=	compareren
gecompartimenteerd	=	compartimenteren
gecompartimenteerde	=	compartimenteren
gecompenseerd	=	compenseren
gecompenseerde	=	compenseren
gecompeteerd	=	competeren
gecompeteerde	=	competeren
gecompileerd	=	compileren
gecompileerde	=	compileren
gecomplementeerd	=	complementeren
gecompleteerd	=	completeren
gecompleteerde	=	completeren
gecompliceerd	adj	ingewikkeld
gecompliceerde	=	compliceren
gecompliceerder	=	gecompliceerd
gecompliceerdere	=	gecompliceerd
gecompliceerders	=	gecompliceerd
gecompliceerdheden	=	gecompliceerdheid
gecompliceerdheid	noun	hoe ingewikkeld iets is
gecompliceerds	=	gecompliceerd
gecompliceerdst	=	gecompliceerd
gecompliceerdste	=	gecompliceerd
gecomplimenteerd	=	complimenteren
gecomplimenteerde	=	complimenteren
gecomplotteerd	=	complotteren
gecomponeerd	=	componeren
gecomponeerde	=	componeren
gecomposteerd	=	composteren
gecomposteerde	=	composteren
gecompresseerd	=	compresseren
gecomprimeerd	=	comprimeren
gecomprimeerde	=	comprimeren
gecompromitteerd	=	compromitteren
gecompromitteerde	=	compromitteren
gecomputerd	=	computeren
gecomputeriseerd	=	computeriseren
gecomputeriseerde	=	computeriseren
geconcateneerd	=	concateneren
geconcateneerde	=	concateneren
geconcelebreerd	=	concelebreren
geconcelebreerde	=	concelebreren
geconcentreerd	adj	van een vloeistof dat er veel oplosmiddel (vaak water) is verwijderd zodat de hoeveelheid opgeloste stof per liter is toegenomen
geconcentreerde	=	concentreren
geconcentreerder	=	geconcentreerd
geconcentreerdere	=	geconcentreerd
geconcentreerders	=	geconcentreerd
geconcentreerds	=	geconcentreerd
geconcentreerdst	=	geconcentreerd
geconcentreerdste	=	geconcentreerd
geconceptualiseerd	=	conceptualiseren
geconcerteerd	=	concerteren
geconcerteerde	=	concerteren
geconcilieerd	=	conciliëren
geconcilieerde	=	conciliëren
geconcipieerd	=	concipiëren
geconcludeerd	=	concluderen
geconcludeerde	=	concluderen
geconcordeerd	=	concorderen
geconcretiseerd	=	concretiseren
geconcretiseerde	=	concretiseren
geconcurreerd	=	concurreren
gecondenseerd	adj	van een gas dat ze is overgegaan in de vloeibare fase
gecondenseerde	=	gecondenseerd
gecondenseerds	=	gecondenseerd
geconditioneerd	adj	optredend onder bepaalde omstandigheden
geconditioneerde	=	geconditioneerd
geconditioneerder	=	geconditioneerd
geconditioneerdere	=	geconditioneerd
geconditioneerders	=	geconditioneerd
geconditioneerds	=	geconditioneerd
geconditioneerdst	=	geconditioneerd
geconditioneerdste	=	geconditioneerd
gecondoleerd	=	condoleren
gecondoleerde	=	condoleren
geconfabuleerd	=	confabuleren
geconfectioneerd	=	confectioneren
geconfectioneerde	=	confectioneren
geconfedereerd	=	confedereren
geconfereerd	=	confereren
geconfereerde	=	confereren
geconferencet	=	conferencen
geconfigureerd	=	configureren
geconfigureerde	=	configureren
geconfirmeerd	=	confirmeren
geconfirmeerde	=	confirmeren
geconfisqueerd	=	confisqueren
geconfisqueerde	=	confisqueren
geconflicteerd	=	conflicteren
geconflicteerde	=	conflicteren
geconformeerd	=	conformeren
geconformeerde	=	conformeren
geconfronteerd	=	confronteren
geconfronteerde	=	confronteren
gecongresseerd	=	congresseren
gecongresseerde	=	congresseren
gecongrueerd	=	congrueren
geconjugeerd	adj	een over meer dan twee atomen uitgebreid stelsel van moleculaire orbitalen vormend
geconjugeerde	=	geconjugeerd
geconjugeerds	=	geconjugeerd
geconnecteerd	=	connecteren
geconnoteerd	=	connoteren
geconsacreerd	=	consacreren
geconsacreerde	=	consacreren
geconsecreerd	=	consecreren
geconsecreerde	=	consecreren
geconsenteerd	=	consenteren
geconsenteerde	=	consenteren
geconserveerd	=	conserveren
geconsigneerd	=	consigneren
geconsigneerde	=	consigneren
geconsolideerd	=	consolideren
geconsolideerde	=	consolideren
geconspireerd	=	conspireren
geconstateerd	adj	door waarneming vastgesteld
geconstateerde	=	constateren
geconstateerds	=	geconstateerd
geconstipeerd	adj	van een persoon of dier dat hij of zij geen ontlasting meer kan krijgen
geconstipeerder	=	geconstipeerd
geconstipeerdere	=	geconstipeerd
geconstipeerders	=	geconstipeerd
geconstipeerds	=	geconstipeerd
geconstipeerdst	=	geconstipeerd
geconstipeerdste	=	geconstipeerd
geconstitueerd	=	constitueren
geconstitueerde	=	constitueren
geconstrueerd	adj	gemaakt
geconstrueerde	=	construeren
geconstrueerder	=	geconstrueerd
geconstrueerdere	=	geconstrueerd
geconstrueerders	=	geconstrueerd
geconstrueerds	=	geconstrueerd
geconstrueerdst	=	geconstrueerd
geconstrueerdste	=	geconstrueerd
geconsulteerd	=	consulteren
geconsulteerde	=	consulteren
geconsumanderd	=	consumanderen
geconsumeerd	=	consumeren
geconsumeerde	=	consumeren
geconsuminderd	=	consuminderen
geconsummeerd	=	consummeren
geconsummeerde	=	consummeren
gecontacteerd	=	contacteren
gecontacteerde	=	contacteren
gecontaineriseerd	=	containeriseren
gecontamineerd	=	contamineren
gecontamineerde	=	contamineren
gecontempleerd	=	contempleren
gecontempleerde	=	contempleren
gecontesteerd	=	contesteren
gecontesteerde	=	contesteren
gecontextualiseerd	=	contextualiseren
gecontingenteerd	=	contingenteren
gecontingenteerde	=	contingenteren
gecontinueerd	=	continueren
gecontra-indiceerd	=	contra-indiceren
gecontra-indiceerde	=	contra-indiceren
gecontracteerd	=	contracteren
gecontracteerde	=	contracteren
gecontraheerd	=	contraheren
gecontraheerde	=	contraheren
gecontrarieerd	=	contrariëren
gecontrarieerde	=	contrariëren
gecontrasigneerd	=	contrasigneren
gecontrasigneerde	=	contrasigneren
gecontrasteerd	=	contrasteren
gecontrasteerde	=	contrasteren
gecontravenieerd	=	contraveniëren
gecontravenieerde	=	contraveniëren
gecontraventionaliseerd	=	contraventionaliseren
gecontribueerd	=	contribueren
gecontribueerde	=	contribueren
gecontroleerd	adj	waarvan is nagegaan dat het in orde is
gecontroleerde	=	controleren
gecontroleerder	=	gecontroleerd
gecontroleerdere	=	gecontroleerd
gecontroleerders	=	gecontroleerd
gecontroleerds	=	gecontroleerd
gecontroleerdst	=	gecontroleerd
gecontroleerdste	=	gecontroleerd
geconvenieerd	=	conveniëren
geconvenieerde	=	conveniëren
geconvergeerd	=	convergeren
geconvergeerde	=	convergeren
geconverseerd	=	converseren
geconverteerd	=	converteren
geconverteerde	=	converteren
geconvoceerd	=	convoceren
geconvoceerde	=	convoceren
gecoolhunt	=	coolhunten
gecopolymeriseerd	=	copolymeriseren
gecopuleerd	=	copuleren
gecopuleerde	=	copuleren
gecopy-pastet	=	copy-pasten
gecopy-pastete	=	copy-pasten
gecorrectionaliseerd	=	correctionaliseren
gecorrectionaliseerde	=	correctionaliseren
gecorreleerd	=	correleren
gecorreleerde	=	correleren
gecorrespondeerd	=	corresponderen
gecorrigeerd	=	corrigeren
gecorrodeerd	=	corroderen
gecorrodeerde	=	corroderen
gecorrumpeerd	=	corrumperen
gecorrumpeerde	=	corrumperen
gecorveed	=	corveeën
gecosplayd	=	cosplayen
gecosplayde	=	cosplayen
gecouchsurfd	=	couchsurfen
gecouchsurft	=	couchsurfen
gecounseld	=	counselen
gecounselde	=	counselen
gecounterd	=	counteren
gecounterde	=	counteren
gecountrydanst	=	countrydansen
gecoupeerd	=	couperen
gecoupeerde	=	couperen
gecouverteerd	=	couverteren
gecouverteerde	=	couverteren
gecoverd	=	coveren
gecoverde	=	coveren
gecoïncideerd	=	coïncideren
gecoïncideerde	=	coïncideren
gecoïteerd	=	coïteren
gecoöpereerd	=	coöpereren
gecoöpteerd	=	coöpteren
gecoöpteerde	=	coöpteren
gecoördineerd	adj	goed op elkaar afgesteld
gecoördineerde	=	gecoördineerd
gecoördineerder	=	gecoördineerd
gecoördineerdere	=	gecoördineerd
gecoördineerders	=	gecoördineerd
gecoördineerds	=	gecoördineerd
gecoördineerdst	=	gecoördineerd
gecoördineerdste	=	gecoördineerd
gecrackt	=	cracken
gecrackte	=	cracken
gecraqueleerd	=	craqueleren
gecrasht	=	crashen
gecrashte	=	crashen
gecrawld	=	crawlen
gecrawlde	=	crawlen
gecrediteerd	=	crediteren
gecrediteerde	=	crediteren
gecremeerd	=	cremeren
gecremeerde	=	cremeren
gecreosoteerd	=	creosoteren
gecreosoteerde	=	creosoteren
gecrepeerd	=	creperen
gecrepeerde	=	creperen
gecreveerd	=	creveren
gecreëerd	=	creëren
gecricket	=	cricketen
gecriminaliseerd	=	criminaliseren
gecriminaliseerde	=	criminaliseren
gecrispeerd	adj	krampachtig, gespannen
gecrispeerde	=	gecrispeerd
gecrispeerder	=	gecrispeerd
gecrispeerdere	=	gecrispeerd
gecrispeerders	=	gecrispeerd
gecrispeerds	=	gecrispeerd
gecrispeerdst	=	gecrispeerd
gecrispeerdste	=	gecrispeerd
gecroond	=	croonen
gecroonde	=	croonen
gecropt	=	croppen
gecrost	=	crossen
gecroste	=	crossen
gecrowdfund	=	crowdfunden
gecrowdsourcet	=	crowdsourcen
gecrowdsurfd	=	crowdsurfen
gecrowdsurft	=	crowdsurfen
gecrowdsurfte	=	crowdsurfen
gecruised	=	cruisen
gecruiset	=	cruisen
gecrusht	=	crushen
gecryomeerd	=	cryomeren
gecryomeerde	=	cryomeren
gecued	=	cueën
geculmineerd	=	culmineren
geculmineerde	=	culmineren
geculpabiliseerd	=	culpabiliseren
geculpabiliseerde	=	culpabiliseren
gecultiveerd	adj	in cultuur gebracht
gecultiveerde	=	gecultiveerd
gecultiveerder	=	gecultiveerd
gecultiveerdere	=	gecultiveerd
gecultiveerders	=	gecultiveerd
gecultiveerds	=	gecultiveerd
gecultiveerdst	=	gecultiveerd
gecultiveerdste	=	gecultiveerd
gecumuleerd	=	cumuleren
gecumuleerde	=	cumuleren
gecupt	=	cuppen
gecureerd	=	cureren
gecureerde	=	cureren
gecuretteerd	=	curetteren
gecuretteerde	=	curetteren
gecursiveerd	=	cursiveren
gecursiveerde	=	cursiveren
gecustomiseerd	=	customiseren
gecustomized	=	customizen
gecustomizede	=	customizen
gecyberpest	=	cyberpesten
gecybershopt	=	cybershoppen
gedaagd	=	dagen
gedaagde	noun	partij die gedaagd wordt in een proces
gedaagden	=	gedaagde
gedaald	=	dalen
gedaalde	=	dalen
gedaan	adj	als iets voltooid is
gedaans	=	gedaan
gedaante	noun	een menselijk figuur
gedaanten	=	gedaante
gedaantes	=	gedaante
gedaantetje	=	gedaante
gedaantetjes	=	gedaante
gedaanteverandering	noun	verandering van uiterlijke kenmerken, verandering van uiterlijk
gedaanteveranderingen	=	gedaanteverandering
gedaanteveranderingetje	=	gedaanteverandering
gedaanteveranderingetjes	=	gedaanteverandering
gedaanteverwisseling	noun	overgang van de ene naar de andere uiterlijke vorm bij een dier (m.n. bij insecten)
gedaanteverwisselingen	=	gedaanteverwisseling
gedaanteverwisselingetje	=	gedaanteverwisseling
gedaanteverwisselingetjes	=	gedaanteverwisseling
gedaantewisseling	noun	drastische verandering in uiterlijk of karakter
gedaantewisselingen	=	gedaantewisseling
gedaantewisselingetje	=	gedaantewisseling
gedaantewisselingetjes	=	gedaantewisseling
gedaas	noun	betekenisloos of onnozel geklets
gedaasd	=	dazen
gedaasde	=	dazen
gedabberd	=	dabberen
gedabd	=	dabben
gedabde	=	dabben
gedacht	=	denken
gedachte	noun	hetgeen wat men denkt
gedachte-experiment	noun	een experiment dat niet uitgevoerd wordt in de realiteit, maar in iemands gedachten
gedachte-experimenten	=	gedachte-experiment
gedachte-experimentje	=	gedachte-experiment
gedachte-experimentjes	=	gedachte-experiment
gedachte-incontinentie	noun	de natuurlijke (maar irritante) drang om over van alles een mening te willen uiten
gedachte-uitwisseling	noun	het communiceren van ideeën tussen verschillende mensen en groepen van mensen
gedachte-uitwisselingen	=	gedachte-uitwisseling
gedachte-uitwisselingetje	=	gedachte-uitwisseling
gedachte-uitwisselingetjes	=	gedachte-uitwisseling
gedachteassociatie	noun	verband waarbij het ene idee vanzelf een ander idee oproept
gedachteassociaties	=	gedachteassociatie
gedachteballon	noun	tekstwolkje in een stripverhaal waarin de gedachten van een stripfiguur staan vermeld
gedachteballonnen	=	gedachteballon
gedachteballonnetje	=	gedachteballon
gedachteballonnetjes	=	gedachteballon
gedachteballons	=	gedachteballon
gedachtebepaling	noun	het door onderzoek en redeneren vaststellen welke mening men over een bepaalde zaak heeft of krijgt
gedachtebepalingen	=	gedachtebepaling
gedachtebepalinkje	=	gedachtebepaling
gedachtebepalinkjes	=	gedachtebepaling
gedachteconstructie	noun	een aantal ideeën die samen een redenering vormen en tot een conclusie leiden
gedachteconstructies	=	gedachteconstructie
gedachtecontrole	noun	het zo kunnen beheersen van gedachten en gevoelens dat deze je helpen om zo goed mogelijk te presteren
gedachtecontroles	=	gedachtecontrole
gedachtedraad	noun	vaag of gefantaseerd idee
gedachtedraadje	=	gedachtedraad
gedachtedraadjes	=	gedachtedraad
gedachtedraden	=	gedachtedraad
gedachteflard	noun	een korte, niet concrete of uitgewerkte inval
gedachteflarden	=	gedachteflard
gedachteflits	noun	een korte gedachte die zomaar in iemands brein opkomt
gedachteflitsen	=	gedachteflits
gedachtefout	noun	foutieve redenering
gedachtefouten	=	gedachtefout
gedachtegang	noun	een reeks op elkaar volgende denkstappen
gedachtegangen	=	gedachtegang
gedachtegangetje	=	gedachtegang
gedachtegoed	noun	het geheel van denkbeeld eigen aan iets of iemand
gedachtekracht	noun	de kracht die je krijgt door positief te denken
gedachtekrachten	=	gedachtekracht
gedachtekronkel	noun	een rare vreemde en daardoor ook onjuiste redenering
gedachtekronkels	=	gedachtekronkel
gedachtelees	=	gedachtelezen
gedachteleven	noun	alles wat men in de geest meemaakt
gedachtelevens	=	gedachteleven
gedachtelezen	verb	op bovennatuurlijke wijze waarnemen wat iemand denkt
gedachtelezend	=	gedachtelezen
gedachtelezende	=	gedachtelezen
gedachtelezer	noun	iets of iemand die de gedachtes van iemand anders kan waarnemen of beweert dat hij of zij dat kan doen
gedachtelezers	=	gedachtelezer
gedachtelijn	noun	manier van redeneren; opeenvolging van denkstappen
gedachtelijnen	=	gedachtelijn
gedachtelijntje	=	gedachtelijn
gedachteloop	noun	opeenvolging van gedachten en voorstellingen
gedachteloos	adj	zonder bewust nadenken
gedachteloosheden	=	gedachteloosheid
gedachteloosheid	noun	het gedachteloos zijn
gedachteloost	=	gedachteloos
gedachtelooste	=	gedachteloos
gedachtelopen	=	gedachteloop
gedachteloze	=	gedachteloos
gedachtelozer	=	gedachteloos
gedachtelozere	=	gedachteloos
gedachtelozers	=	gedachteloos
gedachten	=	gedachte
gedachtenexperiment	=	gedachte-experiment
gedachtengoed	=	gedachtegoed
gedachtenis	noun	een dag waarop een heilige of een groep van heiligen in de Katholieke Kerk herdacht worden
gedachtenisje	=	gedachtenis
gedachtenissen	=	gedachtenis
gedachtenwisseling	=	gedachtewisseling
gedachteoefening	noun	een exercitie waarbij men probeert ergens een voorstelling in de gedachten van te maken
gedachteoefeningen	=	gedachteoefening
gedachteontwikkeling	noun	de ontwikkeling van het denkvermogen
gedachteontwikkelingen	=	gedachteontwikkeling
gedachteoverdracht	noun	het verplaatsen van voorwerpen louter en alleen met geesteskracht
gedachteoverdrachten	=	gedachteoverdracht
gedachtepad	noun	een kunstwerk dat bestaat uit 16 onopvallende bronzen platen in de vorm van gedachtenwolkjes met als thema herdenken van oorlog en vrede
gedachtepaden	=	gedachtepad
gedachtepatronen	=	gedachtepatroon
gedachtepatroon	noun	de manier van denken
gedachtepatroontje	=	gedachtepatroon
gedachtepatroontjes	=	gedachtepatroon
gedachtepolitie	noun	fictieve politie uit het boek 1984 van George Orwell die mensen met verboden gedachten vervolgt
gedachteproces	noun	de manier waarop men al denkend tot conclusies komt
gedachteprocessen	=	gedachteproces
gedachtereeks	noun	een serie opeenvolgende ideeën of voorstelling die men in de geest maakt
gedachtereeksen	=	gedachtereeks
gedachtes	=	gedachte
gedachtespel	noun	een reeks voorstellingen en ideeën in de geest die nog niet bewezen zijn; ene reeks gedachte-experimenten
gedachtespelen	=	gedachtespel
gedachtespellen	=	gedachtespel
gedachtespinsel	noun	vaag of gefantaseerd idee
gedachtespinsels	=	gedachtespinsel
gedachtespoor	noun	een reeks logisch op elkaar volgende denkstappen
gedachtesporen	=	gedachtespoor
gedachtesprong	noun	een (te) plotselinge overgang naar een ander onderwerp in een gedachtegang / een koude overgang
gedachtesprongen	=	gedachtesprong
gedachtesprongetje	=	gedachtesprong
gedachtesprongetjes	=	gedachtesprong
gedachtestreep	noun	leesteken in de vorm van een half kastlijntje, gebruikt om een tussenzin af te scheiden, een onverwachte wending aan te geven of om de nadruk op bepaalde informatie te leggen
gedachtestreepje	=	gedachtestreep
gedachtestreepjes	=	gedachtestreep
gedachtestrepen	=	gedachtestreep
gedachtestromen	=	gedachtestroom
gedachtestroom	noun	snelle opeenvolging van gedachten
gedachtestroompje	=	gedachtestroom
gedachtestroompjes	=	gedachtestroom
gedachtetje	=	gedachte
gedachtetjes	=	gedachte
gedachtetrein	noun	gedachten die in een reeks steeds weer gevolgd worden door andere gedachten.
gedachtetreinen	=	gedachtetrein
gedachtetreintje	=	gedachtetrein
gedachtetreintjes	=	gedachtetrein
gedachtevlucht	noun	een wegvluchten in dromen en illusies
gedachtevluchten	=	gedachtevlucht
gedachtevol	adj	iets waarvan kennis is genomen, iets wat met nadenken gebeurt of juist niet gebeurt
gedachtevolle	=	gedachtevol
gedachtevoller	=	gedachtevol
gedachtevollere	=	gedachtevol
gedachtevollers	=	gedachtevol
gedachtevols	=	gedachtevol
gedachtevolst	=	gedachtevol
gedachtevolste	=	gedachtevol
gedachtevorm	noun	in de theosofie: een vorm die tijdens het denken door de geest in de mentale materie wordt gekneed
gedachtevormen	=	gedachtevorm
gedachtevorming	noun	ontwikkeling van opvattingen
gedachtevormingen	=	gedachtevorming
gedachtewereld	noun	omvattend geheel van indrukken en opvattingen bij een persoon of groep, het leven dat zich in de geest van iemand afspeelt
gedachtewerelden	=	gedachtewereld
gedachtewereldje	=	gedachtewereld
gedachtewereldjes	=	gedachtewereld
gedachtewissel	noun	een verandering van ideeën en gedachten over een bepaalde zaak
gedachtewisseling	noun	uitwisseling van gedachten, standpunten en meningen over een onderwerp
gedachtewisselingen	=	gedachtewisseling
gedachtewisselingetje	=	gedachtewisseling
gedachtewisselingetjes	=	gedachtewisseling
gedachtewissels	=	gedachtewissel
gedachtewolk	noun	een getekend wolkje waarin de gedachten van een stripfiguur zijn opgeschreven
gedachtewolken	=	gedachtewolk
gedachtewolkje	=	gedachtewolk
gedachtewolkjes	=	gedachtewolk
gedachtig	adj	denkend aan iets of iemand met name aan zondige daden en overleden mensen, zich herinnerende
gedachtige	=	gedachtig
gedachtigs	=	gedachtig
gedactyloscopeerd	=	dactyloscoperen
gedactyloscopeerde	=	dactyloscoperen
gedag	noun|informal	~ zeggen iemand begroeten of afscheid van iemand nemen
gedagd	=	daggen
gedagdiefd	=	dagdieven
gedagdroomd	=	dagdromen
gedagdroomde	=	dagdromen
gedaggerd	=	daggeren
gedagis	noun	inlichting, waarschuwing; in 'iemand de gedagis ingeven': iemand de les lezen of waarschuwen
gedagtekend	=	dagtekenen
gedagtekende	=	dagtekenen
gedagtenis	=	gedachtenis
gedagvaard	=	dagvaarden
gedagvaarde	=	dagvaarden
gedalfd	=	dalven
gedalfde	=	dalven
gedamasceerd	=	damasceren
gedamd	=	dammen
gedampt	=	dampen
gedampte	=	dampen
gedane	=	doen
gedankt	=	danken
gedankte	=	danken
gedans	noun	het bezig zijn met dansen
gedanst	=	dansen
gedanste	=	dansen
gedarmte	noun	het totaal aan darmen van een dier
gedarmten	=	gedarmte
gedarmtetje	=	gedarmte
gedarmtetjes	=	gedarmte
gedart	=	darten
gedarte	=	darten
gedarteld	=	dartelen
gedartelde	=	dartelen
gedasht	=	dashen
gedateerd	=	dateren
gedatet	=	daten
gedatete	=	daten
gedauwd	=	dauwen
gedauwtrapt	=	dauwtrappen
gedaver	noun	een aanhoudend zwaar geluid met name door zwaar verkeer
gedaverd	=	daveren
gedaverde	=	daveren
gedavvend	=	davvenen
gedavvende	=	davvenen
gedazen	=	gedaas
gede-escaleerd	=	de-escaleren
gede-escaleerde	=	de-escaleren
gede-installeerd	=	de-installeren
gede-installeerde	=	de-installeren
gede-ioniseerd	=	de-ioniseren
gedeactiveerd	=	deactiveren
gedeactiveerde	=	deactiveren
gedeactualiseerd	=	deactualiseren
gedeactualiseerde	=	deactualiseren
gedeald	=	dealen
gedealde	=	dealen
gedeballoteerd	=	deballoteren
gedeballoteerde	=	deballoteren
gedebarkeerd	=	debarkeren
gedebarkeerde	=	debarkeren
gedebarrasseerd	=	debarrasseren
gedebatteerd	=	debatteren
gedebbeld	=	debbelen
gedebiliseerd	=	debiliseren
gedebiliseerde	=	debiliseren
gedebiteerd	=	debiteren
gedebiteerde	=	debiteren
gedeblokkeerd	=	deblokkeren
gedeblokkeerde	=	deblokkeren
gedebrailleerd	=	debrailleren
gedebrailleerde	=	debrailleren
gedebrayeerd	=	debrayeren
gedebrayeerde	=	debrayeren
gedebriefd	=	debriefen
gedebriefde	=	debriefen
gedebrieft	=	debriefen
gedebriefte	=	debriefen
gedebugd	=	debuggen
gedebugde	=	debuggen
gedebunkt	=	debunken
gedebunkte	=	debunken
gedebuteerd	=	debuteren
gedecanteerd	=	decanteren
gedecanteerde	=	decanteren
gedecapeerd	=	decaperen
gedecapiteerd	=	decapiteren
gedecapiteerde	=	decapiteren
gedecelereerd	=	decelereren
gedecentraliseerd	=	decentraliseren
gedechargeerd	=	dechargeren
gedechargeerde	=	dechargeren
gedecideerd	=	decideren
gedecideerdheid	noun	beslistheid
gedecimeerd	=	decimeren
gedecimeerde	=	decimeren
gedeclameerd	=	declameren
gedeclameerde	=	declameren
gedeclareerd	=	declareren
gedeclareerde	=	declareren
gedeclasseerd	=	declasseren
gedeclasseerde	=	declasseren
gedeclineerd	=	declineren
gedeclineerde	=	declineren
gedeclutterd	=	declutteren
gedecodeerd	=	decoderen
gedecodeerde	=	decoderen
gedecollectioneerd	=	decollectioneren
gedecollectiviseerd	=	decollectiviseren
gedecollectiviseerde	=	decollectiviseren
gedecolleteerd	adj	met een laag uitgesneden halslijn bij vrouwenkleding, zodat de boezem van de vrouw deels zichtbaar is
gedecolleteerde	=	gedecolleteerd
gedecolleteerder	=	gedecolleteerd
gedecolleteerdere	=	gedecolleteerd
gedecolleteerders	=	gedecolleteerd
gedecolleteerds	=	gedecolleteerd
gedecolleteerdst	=	gedecolleteerd
gedecolleteerdste	=	gedecolleteerd
gedecompenseerd	=	decompenseren
gedecompileerd	=	decompileren
gedecompileerde	=	decompileren
gedecompliceerd	=	decompliceren
gedecompliceerde	=	decompliceren
gedecomprimeerd	=	decomprimeren
gedecomprimeerde	=	decomprimeren
gedeconfessionaliseerd	=	deconfessionaliseren
gedeconfessionaliseerde	=	deconfessionaliseren
gedeconstrueerd	=	deconstrueren
gedecontamineerd	=	decontamineren
gedecoreerd	adj	van iets: dat het mooier gemaakt is
gedecoreerde	noun	iemand die een onderscheiding heeft ontvangen
gedecoreerden	=	gedecoreerde
gedecoreerder	=	gedecoreerd
gedecoreerdere	=	gedecoreerd
gedecoreerders	=	gedecoreerd
gedecoreerds	=	gedecoreerd
gedecoreerdst	=	gedecoreerd
gedecoreerdste	=	gedecoreerd
gedecoupeerd	=	decouperen
gedecoupeerde	=	decouperen
gedecreteerd	=	decreteren
gedecreteerde	=	decreteren
gedecriminaliseerd	=	decriminaliseren
gedecriminaliseerde	=	decriminaliseren
gedecrypt	=	decrypten
gededicaceerd	=	dedicaceren
gededicaceerde	=	dedicaceren
gededuceerd	=	deduceren
gededuceerde	=	deduceren
gedeeld	adj	in stukken gescheiden
gedeelde	=	delen
gedeelds	=	gedeeld
gedeelte	noun	minder dan het geheel
gedeeltelijk	adj	onvolledig, maar een deel omvattend	adv	niet volledig, voor een deel
gedeeltelijke	=	gedeeltelijk
gedeeltelijker	=	gedeeltelijk
gedeeltelijkere	=	gedeeltelijk
gedeeltelijkers	=	gedeeltelijk
gedeeltelijks	=	gedeeltelijk
gedeeltelijkst	=	gedeeltelijk
gedeeltelijkste	=	gedeeltelijk
gedeelten	=	gedeelte
gedeeltes	=	gedeelte
gedeeltetje	=	gedeelte
gedeeltetjes	=	gedeelte
gedeemsterd	=	deemsteren
gedeeplinkt	=	deeplinken
gedeerd	=	deren
gedeerde	=	deren
gedefacet	=	defacen
gedefeceerd	=	defeceren
gedefendeerd	=	defenderen
gedefenestreerd	=	defenestreren
gedefenestreerde	=	defenestreren
gedefibrilleerd	=	defibrilleren
gedefibrilleerde	=	defibrilleren
gedefileerd	=	defileren
gedefileerde	=	defileren
gedefinieerd	=	definiëren
gedeflecteerd	=	deflecteren
gedeflecteerde	=	deflecteren
gedefloreerd	=	defloreren
gedefloreerde	=	defloreren
gedeformeerd	=	deformeren
gedeformeerde	=	deformeren
gedefragmenteerd	=	defragmenteren
gedefragmenteerde	=	defragmenteren
gedefriend	=	defrienden
gedefriende	=	defrienden
gedefungeerd	=	defungeren
gedegen	adj	degelijk, grondig
gedegener	=	gedegen
gedegenereerd	=	degenereren
gedegenereerde	noun	een minderwaardig persoon
gedegenereerden	=	gedegenereerde
gedegeners	=	gedegen
gedegenheid	noun	het betrouwbaar en goed doordacht zijn van iets of iemand
gedegens	=	gedegen
gedegenst	=	gedegen
gedegenste	=	gedegen
gedeglaceerd	=	deglaceren
gedegouteerd	adj	ergens boos en ontevreden over zijn
gedegouteerde	=	degouteren
gedegouteerder	=	gedegouteerd
gedegouteerdere	=	gedegouteerd
gedegouteerders	=	gedegouteerd
gedegouteerds	=	gedegouteerd
gedegouteerdst	=	gedegouteerd
gedegouteerdste	=	gedegouteerd
gedegradeerd	=	degraderen
gedegradeerde	=	degraderen
gedegusteerd	=	degusteren
gedegusteerde	=	degusteren
gedehumaniseerd	=	dehumaniseren
gedehydrateerd	=	dehydrateren
gedehydrateerde	=	dehydrateren
gedehydreerd	=	dehydreren
gedehydreerde	=	dehydreren
gedeind	=	deinen
gedeinsd	=	deinzen
gedeinsde	=	deinzen
gedeisd	adj	rustig, op de achtergrond, stil(zwijgend)
gedeisder	=	gedeisd
gedeisders	=	gedeisd
gedeisds	=	gedeisd
gedeisdst	=	gedeisd
gedejeuneerd	=	dejeuneren
gedekoloniseerd	=	dekoloniseren
gedekoloniseerde	=	dekoloniseren
gedekt	adj	onopvallend, rustig
gedekte	=	dekken
gedekter	=	gedekt
gedektere	=	gedekt
gedekters	=	gedekt
gedekts	=	gedekt
gedektst	=	gedekt
gedektste	=	gedekt
gedelamineerd	=	delamineren
gedelegeerd	=	delegeren
gedelegeerde	noun	iemand die verkozen is als vertegenwoordiger van een groep
gedelegeerden	=	gedelegeerde
gedelegitimeerd	=	delegitimeren
gedelegitimeerde	=	delegitimeren
gedeletet	=	deleten
gedeletete	=	deleten
gedelfd	=	delven
gedelgd	=	delgen
gedelgde	=	delgen
gedelibereerd	=	delibereren
gedemagnetiseerd	=	demagnetiseren
gedemagnetiseerde	=	demagnetiseren
gedemaquilleerd	=	demaquilleren
gedemarqueerd	=	demarqueren
gedemarqueerde	=	demarqueren
gedemarreerd	=	demarreren
gedemarreerde	=	demarreren
gedemaskeerd	=	demaskeren
gedemaskeerde	=	demaskeren
gedementeerd	=	dementeren
gedementeerde	=	dementeren
gedemilitariseerd	=	demilitariseren
gedemineraliseerd	=	demineraliseren
gedemineraliseerde	=	demineraliseren
gedemobiliseerd	=	demobiliseren
gedemobiliseerde	=	demobiliseren
gedemocratiseerd	=	democratiseren
gedemocratiseerde	=	democratiseren
gedemodeerd	=	demoderen
gedemodeerde	=	demoderen
gedemodeerder	=	demoderen
gedemodeerdere	=	demoderen
gedemodeerders	=	demoderen
gedemodeerds	=	demoderen
gedemodeerdst	=	demoderen
gedemodeerdste	=	demoderen
gedemoduleerd	=	demoduleren
gedemoduleerde	=	demoduleren
gedemoniseerd	=	demoniseren
gedemoniseerde	=	demoniseren
gedemonstreerd	=	demonstreren
gedemonstreerde	=	demonstreren
gedemonteerd	=	demonteren
gedemonteerde	=	demonteren
gedemoraliseerd	=	demoraliseren
gedemoraliseerde	=	demoraliseren
gedemotiveerd	=	demotiveren
gedempt	adj	opgevuld met aarde
gedempte	=	dempen
gedempter	=	gedempt
gedemptere	=	gedempt
gedempters	=	gedempt
gedempts	=	gedempt
gedemptst	=	gedempt
gedemptste	=	gedempt
gedemystificeerd	=	demystificeren
gedemystificeerde	=	demystificeren
gedenationaliseerd	=	denationaliseren
gedenationaliseerde	=	denationaliseren
gedenaturaliseerd	=	denaturaliseren
gedenaturaliseerde	=	denaturaliseren
gedenatureerd	=	denatureren
gedenatureerde	=	denatureren
gedenazificeerd	=	denazificeren
gedender	noun	een aanhoudend lawaai vaak veroorzaakt door iets dat zich met grote snelheid verplaatst
gedenderd	=	denderen
gedenderde	=	denderen
gedenigreerd	=	denigreren
gedenigreerde	=	denigreren
gedenivelleerd	=	denivelleren
gedenivelleerde	=	denivelleren
gedenk	=	gedenken
gedenkboek	noun	boek waarin bijzondere zaken zijn opgetekend die men zich altijd wil blijven herinneren
gedenkboeken	=	gedenkboek
gedenkboekje	=	gedenkboek
gedenkboekjes	=	gedenkboek
gedenkdag	noun	een dag waarop je aan iets of iemand terugdenkt
gedenkdagen	=	gedenkdag
gedenkdagje	=	gedenkdag
gedenkdagjes	=	gedenkdag
gedenke	=	gedenken
gedenken	verb	stilstaan bij iets
gedenkend	=	gedenken
gedenkende	=	gedenken
gedenkjaar	noun	jaar waarin men een bijzondere gebeurtenis uit het verleden herdenkt
gedenkjaartje	=	gedenkjaar
gedenkjaartjes	=	gedenkjaar
gedenkjaren	=	gedenkjaar
gedenkkwast	noun	tsietsiet, de bundel draden aan elk van de vier hoeken van een joods gebedskleed
gedenkkwasten	=	gedenkkwast
gedenkkwastje	=	gedenkkwast
gedenkkwastjes	=	gedenkkwast
gedenknaald	noun	smalle stenen toren ter herdenking van een (heugelijkje) gebeurtenis
gedenknaalden	=	gedenknaald
gedenknaaldje	=	gedenknaald
gedenkpenning	noun	munt die is geslagen ter herdenking van een persoon of viering van een heugelijke gebeurtenis
gedenkpenningen	=	gedenkpenning
gedenkpenninkje	=	gedenkpenning
gedenkpenninkjes	=	gedenkpenning
gedenkplaat	noun	een plaquette die is gemaakt ter nagedachtenis aan mensen die zijn overleden of een gebeurtenis waarbij mensen zijn overleden
gedenkplaatje	=	gedenkplaat
gedenkplaatjes	=	gedenkplaat
gedenkplaats	noun	een plek waar men een persoon of gebeurtenis kan herinneren en gedenken
gedenkplaatsen	=	gedenkplaats
gedenkplaatsje	=	gedenkplaats
gedenkplaatsjes	=	gedenkplaats
gedenkplaten	=	gedenkplaat
gedenkplek	noun	plaats die is ingericht om een bepaald persoon of gebeurtenis te herdenken
gedenkplekje	=	gedenkplek
gedenkplekjes	=	gedenkplek
gedenkplekken	=	gedenkplek
gedenkrede	noun	mondelinge voordracht om iets of iemand te gedenken of te herdenken
gedenkredes	=	gedenkrede
gedenkrol	noun	boekrol ter gedachtenis aan iets of iemand
gedenkrollen	=	gedenkrol
gedenkschrift	noun	memoires
gedenkschriften	=	gedenkschrift
gedenksteen	noun	steen die een gedenkteken is voor een bijzondere gebeurtenis
gedenksteentje	=	gedenksteen
gedenksteentjes	=	gedenksteen
gedenkstenen	=	gedenksteen
gedenkt	=	gedenken
gedenkteken	noun	voorwerp (monument, standbeeld of gedenksteen etc.) ter herinnering aan iets of iemand
gedenktekens	=	gedenkteken
gedenktekentje	=	gedenkteken
gedenktekentjes	=	gedenkteken
gedenkwaardig	adj	een herinnering waard zijn
gedenkwaardige	=	gedenkwaardig
gedenkwaardiger	=	gedenkwaardig
gedenkwaardigere	=	gedenkwaardig
gedenkwaardigers	=	gedenkwaardig
gedenkwaardigheden	=	gedenkwaardigheid
gedenkwaardigheid	noun	de mate waarin iets gedenkwaardig is
gedenkwaardigs	=	gedenkwaardig
gedenkwaardigst	=	gedenkwaardig
gedenkwaardigste	=	gedenkwaardig
gedenkzuil	noun	gedenkteken in zuilvorm
gedenkzuilen	=	gedenkzuil
gedenkzuiltje	=	gedenkzuil
gedenkzuiltjes	=	gedenkzuil
gedenomineerd	=	denomineren
gedenonceerd	=	denonceren
gedenonceerde	=	denonceren
gedenoteerd	=	denoteren
gedenuncieerd	=	denunciëren
gedenuncieerde	=	denunciëren
gedeodoriseerd	=	deodoriseren
gedeodoriseerde	=	deodoriseren
gedepanneerd	=	depanneren
gedepanneerde	=	depanneren
gedepenaliseerd	=	depenaliseren
gedepenaliseerde	=	depenaliseren
gedepersonaliseerd	=	depersonaliseren
gedepersonaliseerde	=	depersonaliseren
gedeployeerd	=	deployeren
gedepolariseerd	=	depolariseren
gedepolariseerde	=	depolariseren
gedepolitiseerd	=	depolitiseren
gedepolitiseerde	=	depolitiseren
gedepollueerd	=	depollueren
gedeponeerd	=	deponeren
gedeponeerde	=	deponeren
gedeporteerd	=	deporteren
gedeporteerde	=	deporteren
gedepouilleerd	=	depouilleren
gedeprecieerd	=	depreciëren
gedeprecieerde	=	depreciëren
gedeprimeerd	=	deprimeren
gedeprivatiseerd	=	deprivatiseren
gedepriveerd	=	depriveren
gedepriveerde	=	depriveren
gedeprogrammeerd	=	deprogrammeren
gedeprogrammeerde	=	deprogrammeren
gedept	=	deppen
gedepte	=	deppen
gedeputeerd	=	deputeren
gedeputeerde	noun	afgevaardigde
gedeputeerden	=	gedeputeerde
gederailleerd	=	derailleren
gederailleerde	=	derailleren
gederangeerd	=	derangeren
gederangeerde	=	derangeren
gedereguleerd	=	dereguleren
gedereguleerde	=	dereguleren
gederfd	=	derven
gederogeerd	=	derogeren
gederogeerde	=	derogeren
gedertienen	num	met het aantal van dertien, dertien samen
gedertigen	num	met het aantal van dertig
gedesacraliseerd	=	desacraliseren
gedesacraliseerde	=	desacraliseren
gedesactiveerd	=	desactiveren
gedesambigueerd	=	desambigueren
gedesambigueerde	=	desambigueren
gedesavoueerd	=	desavoueren
gedesavoueerde	=	desavoueren
gedesemd	=	desemen
gedesemde	=	desemen
gedesensibiliseerd	=	desensibiliseren
gedesensibiliseerde	=	desensibiliseren
gedeserteerd	=	deserteren
gedeserteerde	=	deserteren
gedesigneerd	=	designeren
gedesigneerde	=	designeren
gedesillusioneerd	=	desillusioneren
gedesinfecteerd	=	desinfecteren
gedesinfecteerde	=	desinfecteren
gedesintegreerd	=	desintegreren
gedesintegreerde	=	desintegreren
gedesinteresseerd	adj	geen belangstelling voor iets hebbend
gedesinteresseerde	=	gedesinteresseerd
gedesinteresseerder	=	gedesinteresseerd
gedesinteresseerdere	=	gedesinteresseerd
gedesinteresseerders	=	gedesinteresseerd
gedesinteresseerds	=	gedesinteresseerd
gedesinteresseerdst	=	gedesinteresseerd
gedesinteresseerdste	=	gedesinteresseerd
gedesinvesteerd	=	desinvesteren
gedesisteerd	=	desisteren
gedesolidariseerd	=	desolidariseren
gedesorganiseerd	=	desorganiseren
gedesorganiseerde	=	desorganiseren
gedesoriënteerd	=	desoriënteren
gedespereerd	=	despereren
gedessineerd	=	dessineren
gedessineerde	=	dessineren
gedestabiliseerd	=	destabiliseren
gedestabiliseerde	=	destabiliseren
gedestaliniseerd	=	destaliniseren
gedestaliniseerde	=	destaliniseren
gedestilleerd	=	destilleren
gedestilleerde	=	destilleren
gedestineerd	=	destineren
gedestrueerd	=	destrueren
gedetacheerd	=	detacheren
gedetailleerd	adj	met veel (kleine) bijzonderheden
gedetailleerde	=	detailleren
gedetailleerder	=	gedetailleerd
gedetailleerdere	=	gedetailleerd
gedetailleerders	=	gedetailleerd
gedetailleerdheden	=	gedetailleerdheid
gedetailleerdheid	noun	het tot in de kleinste kleinigheden uitgewerkt zijn; met een rijkdom aan bijzonderheden
gedetailleerds	=	gedetailleerd
gedetailleerdst	=	gedetailleerd
gedetailleerdste	=	gedetailleerd
gedetecteerd	=	detecteren
gedetecteerde	=	detecteren
gedeterioreerd	=	deterioreren
gedetermineerd	=	determineren
gedetermineerde	=	determineren
gedetesteerd	=	detesteren
gedetineerd	adj	gevangen gezet
gedetineerde	noun	iemand die door de staat van zijn vrijheid beroofd is
gedetineerden	=	gedetineerde
gedetineerds	=	gedetineerd
gedetoneerd	=	detoneren
gedetoneerde	=	detoneren
gedetoxt	=	detoxen
gedeugd	=	deugen
gedeugde	=	deugen
gedeukt	=	deuken
gedeuveld	=	deuvelen
gedeuvikt	=	deuviken
gedeuvikte	=	deuviken
gedevalueerd	=	devalueren
gedevalueerde	=	devalueren
gedevieerd	=	deviëren
gedevieerde	=	deviëren
gediaboliseerd	=	diaboliseren
gediaboliseerde	=	diaboliseren
gediagnosticeerd	=	diagnosticeren
gediagnosticeerde	=	diagnosticeren
gedialogeerd	=	dialogeren
gedialogiseerd	=	dialogiseren
gedialogiseerde	=	dialogiseren
gedialyseerd	=	dialyseren
gedialyseerde	=	dialyseren
gedibberd	=	dibberen
gedicht	noun	een in versmaat of in dichterlijke stijl opgesteld stuk tekst
gedichte	=	dichten
gedichten	=	gedicht
gedichtenbundel	noun	boekwerk met meerdere gedichten
gedichtenbundels	=	gedichtenbundel
gedichtenbundeltje	=	gedichtenbundel
gedichtenbundeltjes	=	gedichtenbundel
gedichtendag	noun	dag dat men speciale aandacht geeft aan de dichtkunst
gedichtendagen	=	gedichtendag
gedichtenwedstrijd	noun	wedstrijd waarbij een jury beslist welk gedicht het mooiste is van de ingezonden gedichten
gedichtenwedstrijden	=	gedichtenwedstrijd
gedichtje	=	gedicht
gedichtjes	=	gedicht
gedichts	=	gedicht
gedicteed	=	dicteeën
gedicteerd	=	dicteren
gedicteerde	=	dicteren
gedieet	=	diëten
gediefd	=	dief
gediefde	=	dief
gediekt	=	dieken
gediekte	=	dieken
gediend	=	dienen
gediende	=	dienen
gedienstig	adj	bereid om diensten te verlenen
gedienstige	=	gedienstig
gedienstiger	=	gedienstig
gedienstigere	=	gedienstig
gedienstigers	=	gedienstig
gedienstigheden	=	gedienstigheid
gedienstigheid	noun	het bereid zijn om iemand diensten te verlenen; de neiging om dienstbaar te zijn
gedienstiglijk	adj	bereid zijn om te helpen en opdrachten te vervullen; geneigd om anderen van dienst te zijn
gedienstiglijke	=	gedienstiglijk
gedienstiglijker	=	gedienstiglijk
gedienstiglijkere	=	gedienstiglijk
gedienstiglijkers	=	gedienstiglijk
gedienstiglijks	=	gedienstiglijk
gedienstiglijkst	=	gedienstiglijk
gedienstiglijkste	=	gedienstiglijk
gedienstigs	=	gedienstig
gedienstigst	=	gedienstig
gedienstigste	=	gedienstig
gedieplinkt	=	dieplinken
gedieplinkte	=	dieplinken
gediept	=	diepen
gediepte	=	diepen
gedierte	noun	een aantal dieren of de gezamenlijke dieren (dus veel)
gedierten	=	gedierte
gediertes	=	gedierte
gediertetje	=	gedierte
gediertetjes	=	gedierte
gedieseld	=	dieselen
gediffameerd	=	diffameren
gediffameerde	=	diffameren
gedifferentieerd	adj	waarin onderscheid is of gemaakt wordt
gedifferentieerde	=	gedifferentieerd
gedifferentieerder	=	gedifferentieerd
gedifferentieerdere	=	gedifferentieerd
gedifferentieerders	=	gedifferentieerd
gedifferentieerds	=	gedifferentieerd
gedifferentieerdst	=	gedifferentieerd
gedifferentieerdste	=	gedifferentieerd
gediffundeerd	=	diffunderen
gediftongeerd	=	diftongeren
gedigd	=	diggen
gedigereerd	=	digereren
gedigereerde	=	digereren
gedigipest	=	digipesten
gedigitaliseerd	=	digitaliseren
gedigitaliseerde	=	digitaliseren
gedigt	=	gedicht
gedij	=	gedijen
gedijd	=	gedijen
gedijde	=	gedijen
gedijden	=	gedijen
gedije	=	gedijen
gedijen	verb	voorspoedig groeien
gedijend	=	gedijen
gedijende	=	gedijen
gedijkt	=	dijken
gedijkte	=	dijken
gedijt	=	gedijen
gedikt	=	dikken
gedikte	=	dikken
gedilateerd	=	dilateren
gedilateerde	=	dilateren
gedimd	=	dimmen
gedimde	=	dimmen
gedimensioneerd	=	dimensioneren
gedincht	=	dinchen
gedineerd	=	dineren
geding	noun	rechtsgeding, -zaak, proces
gedingen	=	geding
gedingest	=	dingesen
gedingetje	=	geding
gedingetjes	=	geding
gediplomeerd	adj	van een persoon dat hij of zij een officiële opleiding voor het te beoefenen vak met succes heeft voltooid
gediplomeerde	=	diplomeren
gediplomeerds	=	gediplomeerd
gedipt	=	dippen
gedipte	=	dippen
gedirigeerd	=	dirigeren
gedisabeld	=	disabelen
gedisambigueerd	=	disambigueren
gedisambigueerde	=	disambigueren
gedisciplineerd	adj	gewend aan orde en tucht
gedisciplineerde	=	disciplineren
gedisciplineerder	=	gedisciplineerd
gedisciplineerdere	=	gedisciplineerd
gedisciplineerders	=	gedisciplineerd
gedisciplineerds	=	gedisciplineerd
gedisciplineerdst	=	gedisciplineerd
gedisciplineerdste	=	gedisciplineerd
gedisconteerd	=	disconteren
gedisconteerde	=	disconteren
gediscrediteerd	=	discrediteren
gediscrimineerd	adj	van iemand dat hij of zij achtergesteld wordt op basis van zijn of haar etnische achtergrond
gediscrimineerde	=	gediscrimineerd
gediscrimineerder	=	gediscrimineerd
gediscrimineerdere	=	gediscrimineerd
gediscrimineerders	=	gediscrimineerd
gediscrimineerds	=	gediscrimineerd
gediscrimineerdst	=	gediscrimineerd
gediscrimineerdste	=	gediscrimineerd
gediscussieer	noun	het aanhoudend voeren van een twistgesprek
gediscussieerd	=	discussiëren
gediscuteerd	=	discuteren
gedisfunctioneerd	=	disfunctioneren
gedisfunctioneerde	=	disfunctioneren
gediskwalificeerd	=	diskwalificeren
gediskwalificeerde	=	diskwalificeren
gedisliket	=	disliken
gedislokeerd	=	dislokeren
gedispatcht	=	dispatchen
gedispenseerd	=	dispenseren
gedispenseerde	=	dispenseren
gedispergeerd	=	dispergeren
gedispergeerde	=	dispergeren
gedisponeerd	=	disponeren
gedisputeerd	=	disputeren
gedissemineerd	=	dissemineren
gedissimileerd	=	dissimileren
gedissipeerd	=	dissiperen
gedissipeerde	=	dissiperen
gedissocieerd	=	dissociëren
gedissocieerde	=	dissociëren
gedissoneerd	=	dissoneren
gedist	=	dissen
gedistantieerd	=	distantiëren
gedistantieerde	=	distantiëren
gediste	=	dissen
gedistilleerd	=	distilleren
gedistilleerde	=	distilleren
gedistingeerd	adj	heel erg formeel en deftig
gedistingeerde	=	gedistingeerd
gedistingeerder	=	gedistingeerd
gedistingeerdere	=	gedistingeerd
gedistingeerders	=	gedistingeerd
gedistingeerds	=	gedistingeerd
gedistingeerdst	=	gedistingeerd
gedistingeerdste	=	gedistingeerd
gedistribueerd	=	distribueren
gedistribueerde	=	distribueren
gedivageerd	=	divageren
gedivergeerd	=	divergeren
gediversificeerd	=	diversificeren
gediversificeerde	=	diversificeren
gediversifieerd	=	diversifiëren
gediversifieerde	=	diversifiëren
gediverteerd	=	diverteren
gedjakt	=	djakken
gedjakte	=	djakken
gedjembeed	=	djembeeën
gedjoind	=	djoinen
gedjoinde	=	djoinen
gedjorkt	=	djorken
gedobbeld	=	dobbelen
gedobberd	=	dobberen
gedobberde	=	dobberen
gedoceerd	=	doceren
gedoceerde	=	doceren
gedocht	=	dunken
gedochte	=	dunken
gedoctoreerd	=	doctoreren
gedocumenteerd	=	documenteren
gedoddeld	=	doddelen
gedoddelde	=	doddelen
gedode	=	doden
gedodijnd	=	dodijnen
gedodijnde	=	dodijnen
gedoe	noun	een geheel van omslachtigheden
gedoechend	=	doechenen
gedoedeld	=	doedelen
gedoedelde	=	doedelen
gedoeid	=	doeien
gedoeld	=	doelen
gedoelde	=	doelen
gedoemd	adj	onvermijdelijk afgaand op iets slechts
gedoemde	=	doemen
gedoemder	=	gedoemd
gedoemdere	=	gedoemd
gedoemders	=	gedoemd
gedoemds	=	gedoemd
gedoemdst	=	gedoemd
gedoemdste	=	gedoemd
gedoemscrold	=	doemscrollen
gedoetje	=	gedoe
gedoetjes	=	gedoe
gedoezeld	=	doezelen
gedoezelde	=	doezelen
gedoft	=	doffen
gedoge	=	gedogen
gedogen	verb	afzien van bestraffende of ondermijnende maatregelen
gedogend	=	gedogen
gedogende	=	gedogen
gedoging	noun	het gedogen
gedogingen	=	gedoging
gedogmatiseerd	=	dogmatiseren
gedoken	=	duiken
gedokkerd	=	dokkeren
gedokt	=	dokken
gedokte	=	dokken
gedokterd	=	dokteren
gedold	=	dollen
gedolde	=	dollen
gedoleerd	=	doleren
gedoleerde	=	doleren
gedoliem	adj	grote
gedollariseerd	=	dollariseren
gedolven	=	delven
gedomesticeerd	=	domesticeren
gedomesticeerde	=	domesticeren
gedomicilieerd	=	domiciliëren
gedomineerd	=	domineren
gedomineerde	=	domineren
gedominood	=	dominoën
gedommeld	=	dommelen
gedompeld	=	dompelen
gedompelde	=	dompelen
gedompt	=	dompen
gedonder	noun	het geluid van donderslagen
gedonderd	=	donderen
gedonderde	=	donderen
gedonderjaagd	=	donderjagen
gedonderjaagde	=	donderjagen
gedonderstraald	=	donderstraal
gedonderstraalde	=	donderstraal
gedoneerd	=	doneren
gedoneerde	=	doneren
gedongen	=	dingen
gedonkerd	=	donkeren
gedonkerde	=	donkeren
gedood	adj	dood gemaakt
gedoods	=	gedood
gedoodverfd	adj	door iedereen al bij voorbaat in een bepaalde rol gezien
gedoodverfde	=	gedoodverfd
gedoodverfds	=	gedoodverfd
gedoofd	adj	van een brandend vuur dat het is uitgemaakt
gedoofde	=	doven
gedoofds	=	gedoofd
gedoog	=	gedogen
gedoogakkoord	noun	overeenkomst tussen politieke partijen waarbij een partij een coalitie steunt zonder er aan deel te nemen
gedoogakkoorden	=	gedoogakkoord
gedoogbeleid	noun	overheidsbeleid waarbij in principe illegale activiteiten, binnen zekere grenzen worden toegelaten
gedoogbeleidje	=	gedoogbeleid
gedoogbeschikking	noun	beslissing dat men iets dat in strijd is met de wet toch toestaat
gedoogbeschikkingen	=	gedoogbeschikking
gedoogbeschikkinkje	=	gedoogbeschikking
gedoogbeschikkinkjes	=	gedoogbeschikking
gedoogbesluit	noun	toestemming geven voor iets dat via eerdere regelgeving is verboden
gedoogbesluiten	=	gedoogbesluit
gedoogconstructie	noun	afspraak waarbij een fractie blijvend een regering of dagelijks bestuur steunt waarin zij geen vertegenwoordigers heeft
gedoogconstructies	=	gedoogconstructie
gedoogconstructietje	=	gedoogconstructie
gedoogconstructietjes	=	gedoogconstructie
gedoogculturen	=	gedoogcultuur
gedoogcultuur	noun	de gewoonte om niet op te treden tegen zaken die eigenlijk verboden zijn
gedoogcultuurtje	=	gedoogcultuur
gedoogcultuurtjes	=	gedoogcultuur
gedoogd	=	gedogen
gedoogde	noun	iemand die gedoogd wordt bijv. een asielzoeker van wie het asielverzoek in eerste instantie is afgewezen, maar die om humanitaire redenen niet het land uit kan worden gezet
gedoogden	=	gedogen
gedoogdenpas	noun	pas voor een gedoogde
gedoogdenpassen	=	gedoogdenpas
gedoogdenregeling	noun	regeling voor gedoogden
gedoogdenregelingen	=	gedoogdenregeling
gedoogdenstatus	noun	recht dat een asielzoeker krijgt om in Nederland te blijven tot de rust in zijn land is hersteld
gedoogdenstatussen	=	gedoogdenstatus
gedoogkabinet	noun	coalitieregering die volgens afspraak blijvende steun krijgt van een fractie die geen bewindspersonen heeft voorgedragen
gedoogkabinetje	=	gedoogkabinet
gedoogkabinetjes	=	gedoogkabinet
gedoogkabinetten	=	gedoogkabinet
gedoogpartner	noun	fractie die volgens afspraak blijvend een regering of dagelijks bestuur steunt waarin zij geen vertegenwoordigers heeft
gedoogpartners	=	gedoogpartner
gedoogpartnertje	=	gedoogpartner
gedoogpartnertjes	=	gedoogpartner
gedoogplaats	noun	plek waar iets gedoogd wordt
gedoogplaatsen	=	gedoogplaats
gedoogplicht	noun	de plicht om iets te accepteren dat men men volgens de wet niet hoeft te accepteren
gedoogplichten	=	gedoogplicht
gedoogregering	noun	regering die kan rekenen op de steun van één of meer politieke partijen die niet deelnemen aan de regering
gedoogregeringen	=	gedoogregering
gedoogruimte	noun	ruimte waarin iets dat formeel strafbaar is wordt gedoogd
gedoogruimten	=	gedoogruimte
gedoogruimtes	=	gedoogruimte
gedoogsituatie	noun	toestand waarin men zaken niet bestraft die eigenlijk verboden zijn
gedoogsituaties	=	gedoogsituatie
gedoogstatus	noun	officiële permissie om iets te doen wat eigenlijk verboden is
gedoogstatussen	=	gedoogstatus
gedoogsteun	noun	de steun die een (niet in de regering zetelende) politieke partij geeft aan een minderheidsregering
gedoogt	=	gedogen
gedoogvergunning	noun	officiële toestemming om iets te doen wat eigenlijk verboden is
gedoogvergunningen	=	gedoogvergunning
gedoogvoorwaarde	noun	eisen die men stelt voordat men iets onbestraft laat wat eigenlijk verboden is
gedoogvoorwaarden	=	gedoogvoorwaarde
gedooid	=	dooien
gedooide	=	dooien
gedoold	=	dolen
gedoomd	=	domen
gedoomscrold	=	doomscrollen
gedoopt	=	dopen
gedopeerd	=	doperen
gedopeerde	=	doperen
gedopt	=	doppen
gedopte	=	doppen
gedord	=	dorren
gedorst	=	dorsten
gedorste	=	dorsten
gedoseerd	=	doseren
gedoseerde	=	doseren
gedost	=	dos
gedoste	=	dos
gedoteerd	=	doteren
gedotterd	=	dotteren
gedotterde	=	dotteren
gedoubleerd	=	doubleren
gedoubleerde	=	doubleren
gedoucht	=	douchen
gedoulei	=	godol
gedouwd	=	douw
gedouwde	=	douw
gedowndatet	=	downdaten
gedowngraded	=	downgraden
gedowngradede	=	downgraden
gedownload	=	downloaden
gedownloade	=	downloaden
gedownplayd	=	downplayen
gedownsized	=	downsizen
gedownsizede	=	downsizen
gedownvoot	=	downvoten
gedoxt	=	doxen
gedozerd	=	dozeren
gedozerde	=	dozeren
gedraaf	noun	het aanhoudend in draf gaan van een paard, hard rennen van mensen
gedraafd	=	draven
gedraag	=	gedragen
gedraagt	=	gedragen
gedraai	noun	aanhoudend omwentelingen maken
gedraaid	adj	wat een ronde beweging heeft gemaakt
gedraaide	=	draaien
gedraaider	=	gedraaid
gedraaidere	=	gedraaid
gedraaiders	=	gedraaid
gedraaids	=	gedraaid
gedraaidst	=	gedraaid
gedraaidste	=	gedraaid
gedraal	noun	aanhoudend twijfelend niets doen
gedraald	=	dralen
gedrag	noun	manier waarop iemand optreedt of zich opstelt richting anderen
gedrage	=	gedragen
gedragen	verb	zich ~: de manieren die iemand meest in de omgang met anderen aan de dag legt
gedragend	=	gedragen
gedragende	=	gedragen
gedragener	=	gedragen
gedrageners	=	gedragen
gedragenheid	noun	het breedvoerig zijn
gedragens	=	gedragen
gedragenst	=	gedragen
gedragenste	=	gedragen
gedraging	noun	wijze waarop iemand zich gedraagt
gedragingen	=	gedraging
gedraginkje	=	gedraging
gedraginkjes	=	gedraging
gedragprobleem	noun	stoornis in het gedrag die vaak hinderlijk is voor de omgeving
gedragprobleempje	=	gedragprobleem
gedragprobleempjes	=	gedragprobleem
gedragproblemen	=	gedragprobleem
gedragsanalyse	noun	analyse van het gedrag van mens of dier
gedragsanalysen	=	gedragsanalyse
gedragsanalyses	=	gedragsanalyse
gedragsbenadering	noun	benadering van het gedrag
gedragsbenaderingen	=	gedragsbenadering
gedragsbeschrijving	noun	beschrijving van het gedrag
gedragsbeschrijvingen	=	gedragsbeschrijving
gedragsbeschrijvinkje	=	gedragsbeschrijving
gedragsbeschrijvinkjes	=	gedragsbeschrijving
gedragsbeïnvloeding	noun	bewuste handelingen die erop gericht zijn het handelen van iemand in een gewenste richting te wijzigen
gedragsbeïnvloedingen	=	gedragsbeïnvloeding
gedragsbeïnvloedinkje	=	gedragsbeïnvloeding
gedragsbeïnvloedinkjes	=	gedragsbeïnvloeding
gedragsbiologie	noun	een onderdeel van de biologie, waarin het gedrag van dieren centraal staat
gedragscode	noun	een aantal samenhangende gedragsregels (binnen een bepaalde situatie)
gedragscodes	=	gedragscode
gedragsdeskundige	noun	iemand die een opleiding heeft genoten betreffende het doen en laten van mensen
gedragsdeskundigen	=	gedragsdeskundige
gedragsecologie	noun	onderdeel van de gedragsbiologie met de nadruk op de wisselwerking of interactie tussen b.v. diersoorten en populaties onderling, en ook in samenhang met externe factoren zoals natuur en leefomgeving
gedragseffect	noun	effect op het gedrag
gedragseffecten	=	gedragseffect
gedragseigenaardigheden	=	gedragseigenaardigheid
gedragseigenaardigheid	noun	eigenaardigheid in het gedrag
gedragsgenetica	noun	wetenschapsgebied dat de overerving van gedrag onderzoekt
gedragsgestoord	adj	behoorlijk afwijkend in zijn gedragingen
gedragsgestoorde	=	gedragsgestoord
gedragsgestoorder	=	gedragsgestoord
gedragsgestoordere	=	gedragsgestoord
gedragsgestoorders	=	gedragsgestoord
gedragsgestoords	=	gedragsgestoord
gedragsgestoordst	=	gedragsgestoord
gedragsgestoordste	=	gedragsgestoord
gedragsleer	noun	wetenschap die gedragingen van mensen en dieren bestudeert
gedragslijn	noun	vooraf afgesproken manier waarop men zich moet gedragen
gedragslijnen	=	gedragslijn
gedragslijntje	=	gedragslijn
gedragslijntjes	=	gedragslijn
gedragsneurologie	noun	een specialisme dat zich bevindt op het grensgebied van neurologie en psychiatrie
gedragsnorm	noun	norm met betrekking tot het gedrag
gedragsnormen	=	gedragsnorm
gedragsnormpje	=	gedragsnorm
gedragsnormpjes	=	gedragsnorm
gedragsonderzoek	noun	het onderzoek naar het handelen van mensen en dieren
gedragsonderzoeken	=	gedragsonderzoek
gedragsonderzoeker	noun	iemand die het handelen van mensen of dieren onderzoekt
gedragsonderzoekers	=	gedragsonderzoeker
gedragspatronen	=	gedragspatroon
gedragspatroon	noun	vast patroon waardoor bepaald gedrag gekenmerkt wordt
gedragspatroontje	=	gedragspatroon
gedragspatroontjes	=	gedragspatroon
gedragsprobleem	noun	probleem met het gedrag
gedragsprobleempje	=	gedragsprobleem
gedragsprobleempjes	=	gedragsprobleem
gedragsproblemen	=	gedragsprobleem
gedragspsychologie	noun	psychologie die zich specialiseert in de studie van observeerbaar menselijk en dierlijk gedrag
gedragsregel	noun	regel die men bij zijn gedrag in acht neemt
gedragsregels	=	gedragsregel
gedragsregeltje	=	gedragsregel
gedragsregeltjes	=	gedragsregel
gedragsstoornis	noun	structurele afwijking in iemands gedragspatroon, met name gezegd van minderjarigen
gedragsstoornisje	=	gedragsstoornis
gedragsstoornisjes	=	gedragsstoornis
gedragsstoornissen	=	gedragsstoornis
gedragstheorie	noun	een theorie over gedrag
gedragstheorietje	=	gedragstheorie
gedragstheorietjes	=	gedragstheorie
gedragstheorieën	=	gedragstheorie
gedragstherapeut	noun	iemand die een therapie toepast om het gedrag te veranderen
gedragstherapeuten	=	gedragstherapeut
gedragstherapeutisch	adj	betrekking hebbend op een behandeling of benadering gericht is op het veranderen van ongewenst of problematisch gedrag door middel van bewezen leertheoretische principes
gedragstherapeutische	=	gedragstherapeutisch
gedragstherapeutischer	=	gedragstherapeutisch
gedragstherapeutischere	=	gedragstherapeutisch
gedragstherapeutischers	=	gedragstherapeutisch
gedragstherapeutje	=	gedragstherapeut
gedragstherapeutjes	=	gedragstherapeut
gedragstherapie	noun	therapie die erop gericht is iemands gedrag te veranderen
gedragstherapietje	=	gedragstherapie
gedragstherapietjes	=	gedragstherapie
gedragstherapieën	=	gedragstherapie
gedragsverandering	noun	het anders worden van de manier waarop men (gewoonlijk) handelt
gedragsveranderingen	=	gedragsverandering
gedragsveranderingetje	=	gedragsverandering
gedragsveranderingetjes	=	gedragsverandering
gedragsverklaring	noun	een verklaring dat uit een onderzoek is gebleken dat er geen bezwaren zijn dat een natuurlijk persoon of rechtspersoon inschrijft op een overheidsopdracht, speciale-sectoropdracht, concessieovereenkomst voor openbare werken of prijsvraag
gedragsverklaringen	=	gedragsverklaring
gedragsverklarinkje	=	gedragsverklaring
gedragsverklarinkjes	=	gedragsverklaring
gedragsverwisseling	noun	plotselinge, grondige verandering in de manier van handelen
gedragsverwisselingen	=	gedragsverwisseling
gedragswetenschap	noun	wetenschap die het gedrag en de gedragspatronen van mensen en dieren bestudeert
gedragswetenschappelijk	adj	betrekking hebbend op de wetenschappelike bestudering van (menselijk) gedrag
gedragswetenschappelijke	=	gedragswetenschappelijk
gedragswetenschappelijker	=	gedragswetenschappelijk
gedragswetenschappelijkere	=	gedragswetenschappelijk
gedragswetenschappelijkers	=	gedragswetenschappelijk
gedragswetenschappelijks	=	gedragswetenschappelijk
gedragswetenschappelijkst	=	gedragswetenschappelijk
gedragswetenschappelijkste	=	gedragswetenschappelijk
gedragswetenschappen	=	gedragswetenschap
gedragswetenschapper	noun	iemand die het gedrag van mensen en dieren onderzoekt
gedragswetenschappers	=	gedragswetenschapper
gedragswijze	noun	de manier waarop iemand handelt, manier van doen
gedragswijzen	=	gedragswijze
gedragswijziging	noun	het proces waarbij gewoontes, handelingen of de manier van doen van een persoon of groep veranderen, vaak door bewuste interventie, aanpassing aan de omgeving of door hersenaandoeningen
gedragswijzigingen	=	gedragswijziging
gedragswijzigingetje	=	gedragswijziging
gedragswijzigingetjes	=	gedragswijziging
gedraineerd	=	draineren
gedraineerde	=	draineren
gedram	noun	aanhoudend, dwingend zeuren, zaniken, zeiken, aanhouden je zin proberen te krijgen op een vervelende manier
gedramatiseerd	=	dramatiseren
gedramatiseerde	=	dramatiseren
gedramd	=	drammen
gedrang	noun	het dringen, moeilijke omstandigheden
gedrapeerd	=	draperen
gedrapeerde	=	draperen
gedraven	=	gedraaf
gedrecheerd	=	drecheren
gedregd	=	dreggen
gedregde	=	dreggen
gedreig	noun	de handeling van het uiten van dreigementen
gedreigd	=	dreigen
gedreigde	=	dreigen
gedrein	noun	op een vervelende, kinderachtige manier doen alsof je zielig bent, maar ondertussen op een dwingende manier je zin proberen door te drijven
gedreind	=	dreinen
gedrenkt	=	drenken
gedrensd	=	drenzen
gedrensde	=	drenzen
gedrentel	noun	het aanhoudend langzaam, aarzelend en doelloos rondlopen
gedrenteld	=	drentelen
gedrentelde	=	drentelen
gedrentenierd	=	drentenieren
gedresseerd	=	dresseren
gedreten	=	drijten
gedretst	=	dretsen
gedretste	=	dretsen
gedreun	noun	het voelbaar trillen en/of een laag en hard geluid
gedreund	=	dreunen
gedreunde	=	dreunen
gedreuteld	=	dreutelen
gedreutelde	=	dreutelen
gedreveld	=	drevelen
gedrevelde	=	drevelen
gedreven	adj	door een sterke innerlijke aandrang gestuwd
gedrevene	noun	iemand die sterk gedreven is
gedrevenen	=	gedrevene
gedrevener	=	gedreven
gedreveners	=	gedreven
gedrevenheid	noun	ergens veel energie en aandacht aan kunnen en willen geven
gedrevens	=	gedreven
gedrevenst	=	gedreven
gedrevenste	=	gedreven
gedribbeld	=	dribbelen
gedribbelde	=	dribbelen
gedriegd	=	driegen
gedriegde	=	driegen
gedrieën	num	met het aantal van drie, drie samen
gedrieënlijk	adj	met zijn drieën
gedrieënlijke	=	gedrieënlijk
gedrieënlijker	=	gedrieënlijk
gedrieënlijkere	=	gedrieënlijk
gedrieënlijkers	=	gedrieënlijk
gedrieënlijks	=	gedrieënlijk
gedrieënlijkst	=	gedrieënlijk
gedrieënlijkste	=	gedrieënlijk
gedrift	=	driften
gedrild	=	drillen
gedrocht	noun	wanstaltig wezen, monster
gedrochte	=	gedrocht
gedrochtelijk	adj	een heel lelijke lichaamsbouw hebbend
gedrochtelijke	=	gedrochtelijk
gedrochtelijker	=	gedrochtelijk
gedrochtelijkere	=	gedrochtelijk
gedrochtelijkers	=	gedrochtelijk
gedrochtelijks	=	gedrochtelijk
gedrochtelijkst	=	gedrochtelijk
gedrochtelijkste	=	gedrochtelijk
gedrochten	=	gedrocht
gedrochtje	=	gedrocht
gedrochtjes	=	gedrocht
gedroedeld	=	droedelen
gedroedelde	=	droedelen
gedroeg	=	gedragen
gedroege	=	gedragen
gedroegen	=	gedragen
gedroegt	=	gedragen
gedrogeerd	=	drogeren
gedrogeerde	=	drogeren
gedrogt	=	gedrocht
gedrogte	=	gedrocht
gedromd	=	drommen
gedromde	=	drommen
gedrongen	adj	kort maar stevig van gestalte
gedrongener	=	gedrongen
gedrongeners	=	gedrongen
gedrongens	=	gedrongen
gedrongenst	=	gedrongen
gedrongenste	=	gedrongen
gedronken	=	drinken
gedroogd	adj	van iets of iemand dat het minder water bevat door drogen
gedroogde	=	drogen
gedroogds	=	gedroogd
gedroogskied	=	droogskiën
gedroom	noun	het (voortdurend) dromen
gedroomd	adj	van iets dat men er heel sterk naar verlangt
gedroomde	=	gedroomd
gedroomds	=	gedroomd
gedroond	=	dronen
gedroosd	=	drozen
gedropen	adj	zonder te slagen de studie opgegeven hebbend
gedropens	=	gedropen
gedroppeld	=	droppelen
gedroppelde	=	droppelen
gedropt	=	droppen
gedropte	=	droppen
gedrost	=	drossen
gedroste	=	drossen
gedruild	=	druilen
gedruiloord	=	druiloren
gedruis	noun	aanhoudende, lawaaierige, gezellige drukte
gedruist	=	druisen
gedruiste	=	druisen
gedrukt	adj	angstig, depressief, somber
gedrukte	=	drukken
gedrukter	=	gedrukt
gedruktere	=	gedrukt
gedrukters	=	gedrukt
gedruktheid	noun	de mate waarin men somber is
gedrukts	=	gedrukt
gedruktst	=	gedrukt
gedruktste	=	gedrukt
gedrum	noun	aanhoudend lawaai maken als bij trommelen
gedrumd	=	drummen
gedrumde	=	drummen
gedruppel	noun	een min of meer constant en vaak langdurig geluid van neervallende druppels
gedruppeld	=	druppelen
gedruppelde	=	druppelen
gedrupt	=	druppen
gedrupte	=	druppen
gedubbelcheckt	=	dubbelchecken
gedubbelcheckte	=	dubbelchecken
gedubbeld	=	dubbelen
gedubbelde	=	dubbelen
gedubbelklikt	=	dubbelklikken
gedubbelklikte	=	dubbelklikken
gedubd	=	dubben
gedubde	=	dubben
gedubsmasht	=	dubsmashen
geducht	adj	vrees of ontzag inboezemend
geduchte	=	duchten
geduchter	=	geducht
geduchtere	=	geducht
geduchters	=	geducht
geduchts	=	geducht
geduchtst	=	geducht
geduchtste	=	geducht
geduelleerd	=	duelleren
geduid	=	duiden
geduide	=	duiden
geduikeld	=	duikelen
geduikelde	=	duikelen
geduimd	=	duimen
geduimde	=	duimen
geduimeld	=	duimelen
geduisterd	=	duisteren
geduiveld	=	duivelen
geduivelde	=	duivelen
geduizeld	=	duizelen
geduld	noun	de rust en bereidheid om te wachten
gedulde	=	dulden
geduldig	adj	bereid te wachten en tegenslagen te verdragen
geduldige	=	geduldig
geduldiger	=	geduldig
geduldigere	=	geduldig
geduldigers	=	geduldig
geduldigs	=	geduldig
geduldigst	=	geduldig
geduldigste	=	geduldig
geduldwerk	noun	een tijdrovend klusje waarbij men veel geduld moet hebben
geduldwerken	=	geduldwerk
geduldwerkje	=	geduldwerk
geduldwerkjes	=	geduldwerk
gedumpt	=	dumpen
gedumpte	=	dumpen
geduncht	=	dunchen
gedund	=	dunnen
gedunde	=	dunnen
gedunkt	=	dunken
gedunkte	=	dunken
gedupeerd	adj	benadeeld
gedupeerde	noun	de benadeelde, het slachtoffer, degene die gedupeerd is
gedupeerden	=	gedupeerde
gedupeerder	=	gedupeerd
gedupeerdere	=	gedupeerd
gedupeerders	=	gedupeerd
gedupeerds	=	gedupeerd
gedupeerdst	=	gedupeerd
gedupeerdste	=	gedupeerd
gedupliceerd	=	dupliceren
gedupliceerde	=	dupliceren
gedurende	prep	van begin tot einde van (om aan te geven hoe lang iets voortduurt)
gedurfd	adj	moed verradend of vereisend	adv	op een wijze die moed vergt
gedurfde	=	gedurfd
gedurfder	=	gedurfd
gedurfdere	=	gedurfd
gedurfders	=	gedurfd
gedurfds	=	gedurfd
gedurfdst	=	gedurfd
gedurfdste	=	gedurfd
gedurig	adj	met grote regelmaat, vrijwel altijd
gedurige	=	gedurig
geduriger	=	gedurig
gedurigere	=	gedurig
gedurigers	=	gedurig
geduriglijk	adj	met grote regelmaat
geduriglijke	=	geduriglijk
geduriglijker	=	geduriglijk
geduriglijkere	=	geduriglijk
geduriglijkers	=	geduriglijk
geduriglijks	=	geduriglijk
geduriglijkst	=	geduriglijk
geduriglijkste	=	geduriglijk
gedurigs	=	gedurig
gedurigst	=	gedurig
gedurigste	=	gedurig
geduurd	=	duren
geduurde	=	duren
geduvel	noun	ruzieachtig gedoe
geduveld	=	duvelen
geduw	noun	het elkaar duwen
geduwd	=	duwen
geduwde	=	duwen
gedver	intj|vulgar	ingehouden vloek die aangeeft dat je iets walgelijk vindt
gedwaal	noun	het (voortdurend) dwalen
gedwaald	=	dwalen
gedwaalde	=	dwalen
gedwarreld	=	dwarrelen
gedwarrelde	=	dwarrelen
gedwarsboomd	=	dwarsbomen
gedwarsboomde	=	dwarsbomen
gedwarst	=	dwarsen
gedwee	adj	onderdanig, mak bevel volgend
gedweeheid	noun	de mate waarin iets of iemand onderdanig of mak is
gedweep	noun	het aanhoudend iets of iemand op een overdreven manier bewonderen of zelfs aanbidden
gedweept	=	dwepen
gedwees	=	gedwee
gedweest	=	gedwee
gedweeste	=	gedwee
gedweeë	=	gedwee
gedweeër	=	gedwee
gedweeëre	=	gedwee
gedweeërs	=	gedwee
gedweild	=	dweilen
gedweilde	=	dweilen
gedwongen	adj	gemaakt, gekunsteld
gedwongener	=	gedwongen
gedwongeners	=	gedwongen
gedwongenheid	noun	een gevoel dat door een moeilijke misschien zelfs wel schaamtevolle situatie wordt opgewekt
gedwongens	=	gedwongen
gedwongenst	=	gedwongen
gedwongenste	=	gedwongen
gedynamiseerd	=	dynamiseren
gedynamiteerd	=	dynamiteren
gedynamiteerde	=	dynamiteren
geef	noun	te ~ (vrijwel) kosteloos
geefgedrag	noun	de manier waarop mensen doneren aan een 'goed doel'
geefster	noun	een vrouwelijke gever.
geefsters	=	geefster
geefstertje	=	geefster
geefstertjes	=	geefster
geeft	=	geven
geefwet	noun	wet die schenkingen regelt en bepaald hoeveel belasting hiervoor moet worden afgedragen
geefwetten	=	geefwet
geek	noun|informal	iemand die gepassioneerd is door m.n. wetenschap en technologie
geeks	=	geek
geel	noun	primaire kleur zoals die van licht met een golflengte van ca. 570 - 582 nm	adj	met een kleur als een eierdooier of een citroen
geel-zwart	noun	gele en zwarte kleur	adj	gele en zwarte kleuren hebbend
geel-zwarte	=	geel-zwart
geel-zwarts	=	geel-zwart
geelachtig	adj	lijkend op geel
geelachtige	=	geelachtig
geelachtiger	=	geelachtig
geelachtigere	=	geelachtig
geelachtigers	=	geelachtig
geelachtigs	=	geelachtig
geelachtigst	=	geelachtig
geelachtigste	=	geelachtig
geeladeroeverlibel	noun	Orthetrum nitidinerve een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
geeladeroeverlibellen	=	geeladeroeverlibel
geeladeroeverlibelletje	=	geeladeroeverlibel
geeladeroeverlibelletjes	=	geeladeroeverlibel
geelarmpje	noun	Pardosa hortensis een spinnensoort uit de familie wolfspinnen Lycosidae.
geelarmpjes	=	geelarmpje
geelbaardbuulbuul	noun	Eurillas latirostris een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
geelbaardbuulbuuls	=	geelbaardbuulbuul
geelbaardbuulbuultje	=	geelbaardbuulbuul
geelbaardbuulbuultjes	=	geelbaardbuulbuul
geelbaardincagors	noun	Incaspiza laeta een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelbaardincagorsje	=	geelbaardincagors
geelbaardincagorsjes	=	geelbaardincagors
geelbaardincagorzen	=	geelbaardincagors
geelbagger	noun	Sciades parkeri een straalvinnige vis uit de familie van zeemeervallen (Ariidae) die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan en in Zuid-Amerikaanse kustrivieren van Guyana tot Noord-Brazilië, inclusief Suriname.
geelbaggers	=	geelbagger
geelband	noun	dier met een gele band
geelbandbergerebia	noun	Erebia flavofasciata een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's
geelbandbergerebia's	=	geelbandbergerebia
geelbandbergerebiaatje	=	geelbandbergerebia
geelbandbergerebiaatjes	=	geelbandbergerebia
geelbandboegsprietmot	noun	Monochroa lucidella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
geelbandboegsprietmotje	=	geelbandboegsprietmot
geelbandboegsprietmotjes	=	geelbandboegsprietmot
geelbandboegsprietmotten	=	geelbandboegsprietmot
geelbanden	=	geelband
geelbandfuselier	noun	Pterocaesio chrysozona een straalvinnige vis uit de familie van fuseliers (Caesionidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt langs de kusten van de Indische Oceaan en het westen van de Grote Oceaan.
geelbandfuseliers	=	geelbandfuselier
geelbandfuseliertje	=	geelbandfuselier
geelbandfuseliertjes	=	geelbandfuselier
geelbandgrasmineermot	noun	Elachista subocellea een nachtvlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
geelbandgrasmineermotje	=	geelbandgrasmineermot
geelbandgrasmineermotjes	=	geelbandgrasmineermot
geelbandgrasmineermotten	=	geelbandgrasmineermot
geelbandhoningeter	noun	Notiomystis cincta een zeldzame vogel die sterk lijkt op een kleine honingeter (familie Meliphagidae) maar niet tot deze familie behoort.
geelbandhoningeters	=	geelbandhoningeter
geelbandhoningetertje	=	geelbandhoningeter
geelbandhoningetertjes	=	geelbandhoningeter
geelbandje	=	geelband
geelbandjes	=	geelband
geelbandkrieltje	noun	Paragus quadrifasciatus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
geelbandkrieltjes	=	geelbandkrieltje
geelbandlangsprietmot	noun	Nemophora degeerella een vlinder uit de familie langsprietmotten (Adelidae).
geelbandlangsprietmotje	=	geelbandlangsprietmot
geelbandlangsprietmotjes	=	geelbandlangsprietmot
geelbandlangsprietmotten	=	geelbandlangsprietmot
geelbandral	noun	Hypotaenidia philippensis een ral die voorkomt in grote delen van Australazië en het zuidwesten van de Grote Oceaan
geelbandrallen	=	geelbandral
geelbandralletje	=	geelbandral
geelbandralletjes	=	geelbandral
geelbandspikkeldikkopje	noun	Pyrgus sidae een vlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae).
geelbandspikkeldikkopjes	=	geelbandspikkeldikkopje
geelbandvireo	noun	Vireo carmioli een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
geelbandvireo's	=	geelbandvireo
geelbandvireootje	=	geelbandvireo
geelbandvireootjes	=	geelbandvireo
geelbandwimperzweefvlieg	noun	Dasysyrphus tricinctus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
geelbandwimperzweefvliegen	=	geelbandwimperzweefvlieg
geelbandwimperzweefvliegje	=	geelbandwimperzweefvlieg
geelbandwimperzweefvliegjes	=	geelbandwimperzweefvlieg
geelbefjufferduif	noun	Ptilinopus solomonensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
geelbefjufferduifje	=	geelbefjufferduif
geelbefjufferduifjes	=	geelbefjufferduif
geelbefjufferduiven	=	geelbefjufferduif
geelbek	noun	dier met een gele bek
geelbekdwerglijster	noun	Catharus aurantiirostris een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
geelbekdwerglijsters	=	geelbekdwerglijster
geelbekdwerglijstertje	=	geelbekdwerglijster
geelbekdwerglijstertjes	=	geelbekdwerglijster
geelbekje	=	geelbek
geelbekjes	=	geelbek
geelbekken	=	geelbek
geelbekmurene	noun	Gymnothorax nudivomer een straalvinnige vissensoort uit de familie van murenen (Muraenidae).
geelbekmurenen	=	geelbekmurene
geelblaadje	=	geelblad
geelblaadjes	=	geelblad
geelblad	noun	Ennomos quercinaria een nachtvlinder uit de familie van de Geometridae, de spanners.
geelblaren	=	geelblad
geelboegtroepiaal	noun	Agelasticus thilius een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelboegtroepiaaltje	=	geelboegtroepiaal
geelboegtroepiaaltjes	=	geelboegtroepiaal
geelboegtroepialen	=	geelboegtroepiaal
geelborst	noun	dier met een gele borst
geelborstapalis	noun	Apalis flavida een zangvogel uit de familie Cisticolidae die voorkomt in Sub-Saharisch Afrika
geelborstapalisje	=	geelborstapalis
geelborstapalisjes	=	geelborstapalis
geelborstapalissen	=	geelborstapalis
geelborstbaardvogel	noun	Trachyphonus margaritatus een Afrikaanse baardvogel uit de familie Lybiidae
geelborstbaardvogels	=	geelborstbaardvogel
geelborstbaardvogeltje	=	geelborstbaardvogel
geelborstbaardvogeltjes	=	geelborstbaardvogel
geelborstbootsnavel	noun	Machaerirhynchus flaviventer een zangvogel uit de familie Machaerirhynchidae.
geelborstbootsnavels	=	geelborstbootsnavel
geelborstbootsnaveltje	=	geelborstbootsnavel
geelborstbootsnaveltjes	=	geelborstbootsnavel
geelborstbosakalat	noun	Stiphrornis xanthogaster een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
geelborstbosakalatje	=	geelborstbosakalat
geelborstbosakalatjes	=	geelborstbosakalat
geelborstbosakalats	=	geelborstbosakalat
geelborstboszanger	noun	Phylloscopus montis een vogel in de familie van de Phylloscopidae.
geelborstboszangers	=	geelborstboszanger
geelborstboszangertje	=	geelborstboszanger
geelborstboszangertjes	=	geelborstboszanger
geelborstbuulbuul	noun	Chlorocichla flaviventris een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
geelborstbuulbuuls	=	geelborstbuulbuul
geelborstbuulbuultje	=	geelborstbuulbuul
geelborstbuulbuultjes	=	geelborstbuulbuul
geelborstel-bandzweefvlieg	noun	Epistrophe cryptica een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
geelborstel-bandzweefvliegen	=	geelborstel-bandzweefvlieg
geelborstel-bandzweefvliegje	=	geelborstel-bandzweefvlieg
geelborstel-bandzweefvliegjes	=	geelborstel-bandzweefvlieg
geelborstelwolzwever	noun	Bombylius canescens een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
geelborstelwolzwevers	=	geelborstelwolzwever
geelborstelwolzwevertje	=	geelborstelwolzwever
geelborstelwolzwevertjes	=	geelborstelwolzwever
geelborsten	=	geelborst
geelborsthoningzuiger	noun	Anabathmis newtonii een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
geelborsthoningzuigers	=	geelborsthoningzuiger
geelborsthoningzuigertje	=	geelborsthoningzuiger
geelborsthoningzuigertjes	=	geelborsthoningzuiger
geelborstje	=	geelborst
geelborstjes	=	geelborst
geelborstjufferduif	noun	Ptilinopus occipitalis een duif die alleen voorkomt in de Filipijnen.
geelborstjufferduifje	=	geelborstjufferduif
geelborstjufferduifjes	=	geelborstjufferduif
geelborstjufferduiven	=	geelborstjufferduif
geelborstkanarie	noun	Crithagra citrinipectus een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen)
geelborstkanaries	=	geelborstkanarie
geelborstkanarietje	=	geelborstkanarie
geelborstkanarietjes	=	geelborstkanarie
geelborstkapucijnaap	noun	Sapajus xanthosternos een zeldzame primaat uit het geslacht der kapucijnapen.
geelborstkapucijnaapje	=	geelborstkapucijnaap
geelborstkapucijnaapjes	=	geelborstkapucijnaap
geelborstkapucijnapen	=	geelborstkapucijnaap
geelborstmierpitta	noun	Grallaria flavotincta een zangvogel uit de familie Grallariidae.
geelborstmierpitta's	=	geelborstmierpitta
geelborstmierpittaatje	=	geelborstmierpitta
geelborstmierpittaatjes	=	geelborstmierpitta
geelborstmiersluiper	noun	Herpsilochmus axillaris een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
geelborstmiersluipers	=	geelborstmiersluiper
geelborstmiersluipertje	=	geelborstmiersluiper
geelborstmiersluipertjes	=	geelborstmiersluiper
geelborstorpheusmierkruiper	noun	Hypocnemis subflava een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
geelborstorpheusmierkruipers	=	geelborstorpheusmierkruiper
geelborstorpheusmierkruipertje	=	geelborstorpheusmierkruiper
geelborstorpheusmierkruipertjes	=	geelborstorpheusmierkruiper
geelborstpanterspin	noun	Alopecosa trabalis een spinnensoort uit de familie van de wolfspinnen (Lycosidae).
geelborstpanterspinnen	=	geelborstpanterspin
geelborstpanterspinnetje	=	geelborstpanterspin
geelborstpanterspinnetjes	=	geelborstpanterspin
geelborstpieper	noun	Anthus chloris een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
geelborstpiepers	=	geelborstpieper
geelborstpiepertje	=	geelborstpieper
geelborstpiepertjes	=	geelborstpieper
geelborststruikgors	noun	Atlapetes latinuchus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
geelborststruikgorsje	=	geelborststruikgors
geelborststruikgorsjes	=	geelborststruikgors
geelborststruikgorzen	=	geelborststruikgors
geelborsttangare	noun	Chlorospingus flavigularis een zangvogel uit de familie Emberizidae (Gorzen).
geelborsttangaren	=	geelborsttangare
geelborsttangaretje	=	geelborsttangare
geelborsttangaretjes	=	geelborsttangare
geelborsttimalia	noun	Mixornis gularis een vogelsoort uit de familie van de timalia's.
geelborsttimalia's	=	geelborsttimalia
geelborsttimaliaatje	=	geelborsttimalia
geelborsttimaliaatjes	=	geelborsttimalia
geelborsttodietiran	noun	Hemitriccus mirandae een zangvogel uit de familie van tirannen (Tyrannidae)
geelborsttodietirannen	=	geelborsttodietiran
geelborsttodietirannetje	=	geelborsttodietiran
geelborsttodietirannetjes	=	geelborsttodietiran
geelborstvireo	noun	Vireo flavifrons een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
geelborstvireo's	=	geelborstvireo
geelborstvireootje	=	geelborstvireo
geelborstvireootjes	=	geelborstvireo
geelborstzanger	noun	Icteria virens een Amerikaanse insectenetende vogel die vroeger behoorde tot de familie van Amerikaanse zangers (Parulidae).
geelborstzangers	=	geelborstzanger
geelborstzangertje	=	geelborstzanger
geelborstzangertjes	=	geelborstzanger
geelbrauw	noun	dier met een gele wenkbrauw
geelbrauwarassari	noun	Aulacorhynchus huallagae een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
geelbrauwarassari's	=	geelbrauwarassari
geelbrauwarassarietje	=	geelbrauwarassari
geelbrauwarassarietjes	=	geelbrauwarassari
geelbrauwbladspeurder	noun	Syndactyla rufosuperciliata een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
geelbrauwbladspeurders	=	geelbrauwbladspeurder
geelbrauwbladspeurdertje	=	geelbrauwbladspeurder
geelbrauwbladspeurdertjes	=	geelbrauwbladspeurder
geelbrauwcamaroptera	noun	Camaroptera superciliaris een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
geelbrauwcamaroptera's	=	geelbrauwcamaroptera
geelbrauwcamaropteraatje	=	geelbrauwcamaroptera
geelbrauwcamaropteraatjes	=	geelbrauwcamaroptera
geelbrauwchachalaca	noun	Ortalis superciliaris een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
geelbrauwchachalaca's	=	geelbrauwchachalaca
geelbrauwchachalacaatje	=	geelbrauwchachalaca
geelbrauwchachalacaatjes	=	geelbrauwchachalaca
geelbrauwen	=	geelbrauw
geelbrauwfoditany	noun	Crossleyia xanthophrys een zangvogel uit de familie Bernieridae.
geelbrauwfoditany's	=	geelbrauwfoditany
geelbrauwfoditany'tje	=	geelbrauwfoditany
geelbrauwfoditany'tjes	=	geelbrauwfoditany
geelbrauwgors	noun	Emberiza chrysophrys een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
geelbrauwgorsje	=	geelbrauwgors
geelbrauwgorsjes	=	geelbrauwgors
geelbrauwgorzen	=	geelbrauwgors
geelbrauwhoningeter	noun	Melidectes rufocrissalis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
geelbrauwhoningeters	=	geelbrauwhoningeter
geelbrauwhoningetertje	=	geelbrauwhoningeter
geelbrauwhoningetertjes	=	geelbrauwhoningeter
geelbrauwkanarie	noun	Crithagra whytii een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
geelbrauwkanaries	=	geelbrauwkanarie
geelbrauwkanarietje	=	geelbrauwkanarie
geelbrauwkanarietjes	=	geelbrauwkanarie
geelbrauwklauwiervireo	noun	Vireolanius eximius een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
geelbrauwklauwiervireo's	=	geelbrauwklauwiervireo
geelbrauwklauwiervireootje	=	geelbrauwklauwiervireo
geelbrauwklauwiervireootjes	=	geelbrauwklauwiervireo
geelbrauwmierkruiper	noun	Hypocnemis hypoxantha een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
geelbrauwmierkruipers	=	geelbrauwmierkruiper
geelbrauwmierkruipertje	=	geelbrauwmierkruiper
geelbrauwmierkruipertjes	=	geelbrauwmierkruiper
geelbrauwschoffelsnavel	noun	Todirostrum chrysocrotaphum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbrauwschoffelsnavels	=	geelbrauwschoffelsnavel
geelbrauwschoffelsnaveltje	=	geelbrauwschoffelsnavel
geelbrauwschoffelsnaveltjes	=	geelbrauwschoffelsnavel
geelbrauwspecht	noun	Melanerpes cruentatus een vogel uit de familie Picidae.
geelbrauwspechten	=	geelbrauwspecht
geelbrauwspechtje	=	geelbrauwspecht
geelbrauwspechtjes	=	geelbrauwspecht
geelbrauwtangare	noun	Chlorothraupis olivacea een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
geelbrauwtangaren	=	geelbrauwtangare
geelbrauwtangaretje	=	geelbrauwtangare
geelbrauwtangaretjes	=	geelbrauwtangare
geelbrauwtiran	noun	Satrapa icterophrys een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbrauwtirannen	=	geelbrauwtiran
geelbrauwtirannetje	=	geelbrauwtiran
geelbrauwtirannetjes	=	geelbrauwtiran
geelbrauwvliegenvanger	noun	Ficedula narcissina een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
geelbrauwvliegenvangers	=	geelbrauwvliegenvanger
geelbrauwvliegenvangertje	=	geelbrauwvliegenvanger
geelbrauwvliegenvangertjes	=	geelbrauwvliegenvanger
geelbroekmanakin	noun	Ceratopipra mentalis een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
geelbroekmanakinnetje	=	geelbroekmanakin
geelbroekmanakinnetjes	=	geelbroekmanakin
geelbroekmanakins	=	geelbroekmanakin
geelbruin	adj	een kleur hebbend die tussen geel en bruin in ligt
geelbruine	=	geelbruin
geelbruinen	=	geelbruin
geelbruiner	=	geelbruin
geelbruinere	=	geelbruin
geelbruiners	=	geelbruin
geelbruins	=	geelbruin
geelbruinst	=	geelbruin
geelbruinste	=	geelbruin
geelbuik	noun|informal	benaming voor sommige vogels uit het geslacht Coccyzus met een gelig onderlichaam
geelbuikamazone	noun	Alipiopsitta xanthops een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
geelbuikamazonen	=	geelbuikamazone
geelbuikamazones	=	geelbuikamazone
geelbuikamazonetje	=	geelbuikamazone
geelbuikamazonetjes	=	geelbuikamazone
geelbuikastrild	noun	Coccopygia quartinia een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
geelbuikastrilden	=	geelbuikastrild
geelbuikastrildje	=	geelbuikastrild
geelbuikastrildjes	=	geelbuikastrild
geelbuikattila	noun	Attila citriniventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbuikattila's	=	geelbuikattila
geelbuikattilaatje	=	geelbuikattila
geelbuikattilaatjes	=	geelbuikattila
geelbuikbayawever	noun	Ploceus hypoxanthus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
geelbuikbayawevers	=	geelbuikbayawever
geelbuikbayawevertje	=	geelbuikbayawever
geelbuikbayawevertjes	=	geelbuikbayawever
geelbuikbladroller	noun	Ptycholoma lecheana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
geelbuikbladrollers	=	geelbuikbladroller
geelbuikbladrollertje	=	geelbuikbladroller
geelbuikbladrollertjes	=	geelbuikbladroller
geelbuikboeboekuil	noun	Ninox ochracea een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
geelbuikboeboekuilen	=	geelbuikboeboekuil
geelbuikboeboekuiltje	=	geelbuikboeboekuil
geelbuikboeboekuiltjes	=	geelbuikboeboekuil
geelbuikbreedbektiran	noun	Tolmomyias flaviventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbuikbreedbektirannen	=	geelbuikbreedbektiran
geelbuikbreedbektirannetje	=	geelbuikbreedbektiran
geelbuikbreedbektirannetjes	=	geelbuikbreedbektiran
geelbuikdikbekje	noun	Sporophila nigricollis een zangvogel die voorkomt in grote delen van de noordelijke helft van Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied.
geelbuikdikbekjes	=	geelbuikdikbekje
geelbuikduif	noun	Leptotila ochraceiventris een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
geelbuikduifje	=	geelbuikduif
geelbuikduifjes	=	geelbuikduif
geelbuikduiven	=	geelbuikduif
geelbuikdwergspecht	noun	Picumnus castelnau een vogel uit de familie Picidae (spechten).
geelbuikdwergspechten	=	geelbuikdwergspecht
geelbuikdwergspechtje	=	geelbuikdwergspecht
geelbuikdwergspechtjes	=	geelbuikdwergspecht
geelbuikdwergtiran	noun	Euscarthmus rufomarginatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbuikdwergtirannen	=	geelbuikdwergtiran
geelbuikdwergtirannetje	=	geelbuikdwergtiran
geelbuikdwergtirannetjes	=	geelbuikdwergtiran
geelbuikelenia	noun	Elaenia flavogaster een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbuikelenia's	=	geelbuikelenia
geelbuikeleniaatje	=	geelbuikelenia
geelbuikeleniaatjes	=	geelbuikelenia
geelbuiken	=	geelbuik
geelbuikeremomela	noun	Eremomela icteropygialis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
geelbuikeremomela's	=	geelbuikeremomela
geelbuikeremomelaatje	=	geelbuikeremomela
geelbuikeremomelaatjes	=	geelbuikeremomela
geelbuikhoningjager	noun	Toxorhamphus novaeguineae een zangvogel uit de familie Melanocharitidae.
geelbuikhoningjagers	=	geelbuikhoningjager
geelbuikhoningjagertje	=	geelbuikhoningjager
geelbuikhoningjagertjes	=	geelbuikhoningjager
geelbuikhoningvogel	noun	Prionochilus maculatus een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
geelbuikhoningvogels	=	geelbuikhoningvogel
geelbuikhoningvogeltje	=	geelbuikhoningvogel
geelbuikhoningvogeltjes	=	geelbuikhoningvogel
geelbuikhyliota	noun	Hyliota flavigaster een zangvogel uit de familie Hyliotidae
geelbuikhyliota's	=	geelbuikhyliota
geelbuikhyliotaatje	=	geelbuikhyliota
geelbuikhyliotaatjes	=	geelbuikhyliota
geelbuikje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vogel, Hippolais icterina
geelbuikjes	=	geelbuik
geelbuikjuffertje	noun	Amblyglyphidodon leucogaster een straalvinnige vissensoort uit de familie van rifbaarzen en koraaljuffertjes (Pomacentridae).
geelbuikjuffertjes	=	geelbuikjuffertje
geelbuikkanarie	noun	Crithagra flaviventris een kanariesoort uit de familie Fringillidae.
geelbuikkanaries	=	geelbuikkanarie
geelbuikkanarietje	=	geelbuikkanarie
geelbuikkanarietjes	=	geelbuikkanarie
geelbuikkardinaal	noun	Pheucticus chrysogaster een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
geelbuikkardinaaltje	=	geelbuikkardinaal
geelbuikkardinaaltjes	=	geelbuikkardinaal
geelbuikkardinalen	=	geelbuikkardinaal
geelbuikkitta	noun	Cissa hypoleuca een zangvogel uit de familie van de kraaien (Corvidae).
geelbuikkitta's	=	geelbuikkitta
geelbuikkittaatje	=	geelbuikkitta
geelbuikkittaatjes	=	geelbuikkitta
geelbuikknoopwesp	noun	Cerceris quadricincta een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
geelbuikknoopwespen	=	geelbuikknoopwesp
geelbuikknoopwespje	=	geelbuikknoopwesp
geelbuikknoopwespjes	=	geelbuikknoopwesp
geelbuikkrombek	noun	Sylvietta denti een zangvogel uit de familie Macrosphenidae.
geelbuikkrombekje	=	geelbuikkrombek
geelbuikkrombekjes	=	geelbuikkrombek
geelbuikkrombekken	=	geelbuikkrombek
geelbuiklelvliegenvanger	noun	Platysteira concreta een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
geelbuiklelvliegenvangers	=	geelbuiklelvliegenvanger
geelbuiklelvliegenvangertje	=	geelbuiklelvliegenvanger
geelbuiklelvliegenvangertjes	=	geelbuiklelvliegenvanger
geelbuiklijstergaai	noun	Garrulax galbanus een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
geelbuiklijstergaaien	=	geelbuiklijstergaai
geelbuiklijstergaaitje	=	geelbuiklijstergaai
geelbuiklijstergaaitjes	=	geelbuiklijstergaai
geelbuikloofbuulbuul	noun	Phyllastrephus poliocephalus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
geelbuikloofbuulbuuls	=	geelbuikloofbuulbuul
geelbuikloofbuulbuultje	=	geelbuikloofbuulbuul
geelbuikloofbuulbuultjes	=	geelbuikloofbuulbuul
geelbuiklooftiran	noun	Phylloscartes flaviventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbuiklooftirannen	=	geelbuiklooftiran
geelbuiklooftirannetje	=	geelbuiklooftiran
geelbuiklooftirannetjes	=	geelbuiklooftiran
geelbuikmangrovezanger	noun	Gerygone chrysogaster een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
geelbuikmangrovezangers	=	geelbuikmangrovezanger
geelbuikmangrovezangertje	=	geelbuikmangrovezanger
geelbuikmangrovezangertjes	=	geelbuikmangrovezanger
geelbuikmarmot	noun	Marmota flaviventris knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
geelbuikmarmotje	=	geelbuikmarmot
geelbuikmarmotjes	=	geelbuikmarmot
geelbuikmarmotten	=	geelbuikmarmot
geelbuikmus	noun	Passer flaveolus een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
geelbuikmusje	=	geelbuikmus
geelbuikmusjes	=	geelbuikmus
geelbuikmussen	=	geelbuikmus
geelbuikpiha	noun	Snowornis cryptolophus een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
geelbuikpiha's	=	geelbuikpiha
geelbuikpihaatje	=	geelbuikpiha
geelbuikpihaatjes	=	geelbuikpiha
geelbuikpitpit	noun	Dacnis flaviventer een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelbuikpitpitje	=	geelbuikpitpit
geelbuikpitpitjes	=	geelbuikpitpit
geelbuikpitpits	=	geelbuikpitpit
geelbuikplatbek	noun	Pipiza festiva een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
geelbuikplatbekje	=	geelbuikplatbek
geelbuikplatbekjes	=	geelbuikplatbek
geelbuikplatbekken	=	geelbuikplatbek
geelbuikporseleinhoen	noun	Laterallus flaviventer een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
geelbuikporseleinhoenderen	=	geelbuikporseleinhoen
geelbuikporseleinhoenders	=	geelbuikporseleinhoen
geelbuikporseleinhoentje	=	geelbuikporseleinhoen
geelbuikporseleinhoentjes	=	geelbuikporseleinhoen
geelbuikprinia	noun	Prinia flaviventris een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
geelbuikprinia's	=	geelbuikprinia
geelbuikpriniaatje	=	geelbuikprinia
geelbuikpriniaatjes	=	geelbuikprinia
geelbuikrietzanger	noun	Calamonastides gracilirostris een vogel uit een monotypisch geslacht van vogels uit de familie Acrocephalidae
geelbuikrietzangers	=	geelbuikrietzanger
geelbuikrietzangertje	=	geelbuikrietzanger
geelbuikrietzangertjes	=	geelbuikrietzanger
geelbuikrosella	noun	Platycercus caledonicus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
geelbuikrosella's	=	geelbuikrosella
geelbuikrosellaatje	=	geelbuikrosella
geelbuikrosellaatjes	=	geelbuikrosella
geelbuiksapspecht	noun	Sphyrapicus varius een vogel uit de familie spechten (Picidae).
geelbuiksapspechten	=	geelbuiksapspecht
geelbuiksapspechtje	=	geelbuiksapspecht
geelbuiksapspechtjes	=	geelbuiksapspecht
geelbuikschildpad	noun	een schildpad Trachemys scripta scripta uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
geelbuikschildpadden	=	geelbuikschildpad
geelbuikschildpadje	=	geelbuikschildpad
geelbuikschildpadjes	=	geelbuikschildpad
geelbuikschoffelsnavel	noun	Todirostrum cinereum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
geelbuikschoffelsnavels	=	geelbuikschoffelsnavel
geelbuikschoffelsnaveltje	=	geelbuikschoffelsnavel
geelbuikschoffelsnaveltjes	=	geelbuikschoffelsnavel
geelbuiksijs	noun	Spinus xanthogastrus een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
geelbuiksijsje	=	geelbuiksijs
geelbuiksijsjes	=	geelbuiksijs
geelbuiksijzen	=	geelbuiksijs
geelbuikspecht	noun	Veniliornis dignus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
geelbuikspechten	=	geelbuikspecht
geelbuikspechtje	=	geelbuikspecht
geelbuikspechtjes	=	geelbuikspecht
geelbuikstruikzanger	noun	Horornis acanthizoides een zangvogel uit de familie Cettiidae.
geelbuikstruikzangers	=	geelbuikstruikzanger
geelbuikstruikzangertje	=	geelbuikstruikzanger
geelbuikstruikzangertjes	=	geelbuikstruikzanger
geelbuiktachuri	noun	Mecocerculus minor een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbuiktachuri's	=	geelbuiktachuri
geelbuiktachurietje	=	geelbuiktachuri
geelbuiktachurietjes	=	geelbuiktachuri
geelbuiktangare	noun	Ixothraupis xanthogastra een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelbuiktangaren	=	geelbuiktangare
geelbuiktangaretje	=	geelbuiktangare
geelbuiktangaretjes	=	geelbuiktangare
geelbuiktiran	noun	Mitrephanes phaeocercus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbuiktiranmanakin	noun	Neopelma sulphureiventer een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
geelbuiktiranmanakinnetje	=	geelbuiktiranmanakin
geelbuiktiranmanakinnetjes	=	geelbuiktiranmanakin
geelbuiktiranmanakins	=	geelbuiktiranmanakin
geelbuiktirannen	=	geelbuiktiran
geelbuiktirannetje	=	geelbuiktiran
geelbuiktirannetjes	=	geelbuiktiran
geelbuikvliegenpikker	noun	Ornithion semiflavum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelbuikvliegenpikkers	=	geelbuikvliegenpikker
geelbuikvliegenpikkertje	=	geelbuikvliegenpikker
geelbuikvliegenpikkertjes	=	geelbuikvliegenpikker
geelbuikvliegenvanger	noun	Cryptomicroeca flaviventris een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae).
geelbuikvliegenvangers	=	geelbuikvliegenvanger
geelbuikvliegenvangertje	=	geelbuikvliegenvanger
geelbuikvliegenvangertjes	=	geelbuikvliegenvanger
geelbuikvuurpad	noun	soort kikker, bruin met een felgele zwartgevlekte buik Bombina variegata, die voorkomt in Europa
geelbuikvuurpadden	=	geelbuikvuurpad
geelbuikvuurpadje	=	geelbuikvuurpad
geelbuikvuurpadjes	=	geelbuikvuurpad
geelbuikwaaierstaart	noun	Chelidorhynx hypoxanthus een zangvogel uit de familie Stenostiridae.
geelbuikwaaierstaarten	=	geelbuikwaaierstaart
geelbuikwaaierstaartje	=	geelbuikwaaierstaart
geelbuikwaaierstaartjes	=	geelbuikwaaierstaart
geelbuikwespvlinder	noun	Synanthedon flaviventris een vlinder uit de familie wespvlinders (Sesiidae), onderfamilie Sesiinae.
geelbuikwespvlinders	=	geelbuikwespvlinder
geelbuikwespvlindertje	=	geelbuikwespvlinder
geelbuikwespvlindertjes	=	geelbuikwespvlinder
geelbuikwezel	noun	bepaald soort zoogdier, Mustela kathiah uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Hodgson in 1835.
geelbuikwezels	=	geelbuikwezel
geelbuikwezeltje	=	geelbuikwezel
geelbuikwezeltjes	=	geelbuikwezel
geeldijstruikgors	noun	Atlapetes tibialis een zangvogel uit de familie Amerikaanse gorzen.
geeldijstruikgorsje	=	geeldijstruikgors
geeldijstruikgorsjes	=	geeldijstruikgors
geeldijstruikgorzen	=	geeldijstruikgors
geelfilter	noun	filter dat violette en blauwe stralen absorbeert
geelfilters	=	geelfilter
geelfiltertje	=	geelfilter
geelfiltertjes	=	geelfilter
geelflankhoningvogel	noun	Dicaeum aureolimbatum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels)
geelflankhoningvogels	=	geelflankhoningvogel
geelflankhoningvogeltje	=	geelflankhoningvogel
geelflankhoningvogeltjes	=	geelflankhoningvogel
geelflankspecht	noun	Celeus grammicus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
geelflankspechten	=	geelflankspecht
geelflankspechtje	=	geelflankspecht
geelflankspechtjes	=	geelflankspecht
geelflanktijger	noun	Nephrotoma flavescens een tweevleugelige uit de familie van de langpootmuggen (Tipulidae).
geelflanktijgers	=	geelflanktijger
geelflanktijgertje	=	geelflanktijger
geelflanktijgertjes	=	geelflanktijger
geelflankzijdevliegenvanger	noun	Phainoptila melanoxantha een zangvogel uit de familie Ptiliogonatidae (Zijdevliegenvangers).
geelflankzijdevliegenvangers	=	geelflankzijdevliegenvanger
geelflankzijdevliegenvangertje	=	geelflankzijdevliegenvanger
geelflankzijdevliegenvangertjes	=	geelflankzijdevliegenvanger
geelgieterij	noun	werkplaats van een geelgieter
geelgieterijen	=	geelgieterij
geelgieterijtje	=	geelgieterij
geelgieterijtjes	=	geelgieterij
geelgors	noun	Emberiza citrinella veel voorkomende gors met hoofdzakelijk geel verenkleed
geelgorsje	=	geelgors
geelgorzen	=	geelgors
geelgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7034 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7034 ( ).
geelgrijze	=	geelgrijs
geelgroen	noun	tint tussen geel en groen met RAL-nummer 6018 ( ).	adj	in een tint tussen geel en groen met RAL-nummer 6018 ( ).
geelgroene	=	geelgroen
geelgroenen	=	geelgroen
geelgroener	=	geelgroen
geelgroenere	=	geelgroen
geelgroeners	=	geelgroen
geelgroens	=	geelgroen
geelgroenst	=	geelgroen
geelgroenste	=	geelgroen
geelhalsbontloper	noun	Acupalpus flavicollis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
geelhalsbontlopers	=	geelhalsbontloper
geelhalsbontlopertje	=	geelhalsbontloper
geelhalsbontlopertjes	=	geelhalsbontloper
geelhalsibis	noun	Theristicus caudatus een vogel uit de familie van ibissen en lepelaars.
geelhalsibisje	=	geelhalsibis
geelhalsibisjes	=	geelhalsibis
geelhalsibissen	=	geelhalsibis
geelhalslangklauw	noun	Macronyx flavicollis een zangvogel uit de familie Motacillidae (piepers en kwikstaarten).
geelhalslangklauwen	=	geelhalslangklauw
geelhalslangklauwtje	=	geelhalslangklauw
geelhalslangklauwtjes	=	geelhalslangklauw
geelhalspopulierenhaantje	noun	Zeugophora flavicollis een keversoort uit de familie halstandhaantjes (Megalopodidae).
geelhalspopulierenhaantjes	=	geelhalspopulierenhaantje
geelhart	noun	bepaald soort boom uit Zuid-Amerika, Platonia insignis uit de familie Clusiaceae, gekweekt om het hout en de vruchten
geelhartje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort eenjarige of tweejarige plant, Linum catharticum die behoort tot de vlasfamilie (Linaceae) De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als vrij zeldzaam en sterk afgenomen.
geelhartjes	=	geelhartje
geelhartpatrijsduif	noun	Gallicolumba rufigula een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Gallicolumba.
geelhartpatrijsduifje	=	geelhartpatrijsduif
geelhartpatrijsduifjes	=	geelhartpatrijsduif
geelhartpatrijsduiven	=	geelhartpatrijsduif
geelhelmneushoornvogel	noun	Ceratogymna elata een neushoornvogel die voorkomt in West-Afrika
geelhelmneushoornvogels	=	geelhelmneushoornvogel
geelhelmneushoornvogeltje	=	geelhelmneushoornvogel
geelhelmneushoornvogeltjes	=	geelhelmneushoornvogel
geelhout	noun	hout dat geel van kleur is
geelhoutbomen	=	geelhoutboom
geelhoutboom	noun	Podocarpus latifolius een plant uit de familie Podocarpaceae.
geelhoutboomjes	=	geelhoutboom
geelhoutboompje	=	geelhoutboom
geelhouten	adj	gemaakt van geelhout
geelkaakweidespreeuw	noun	Sturnella neglecta een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelkaakweidespreeuwen	=	geelkaakweidespreeuw
geelkaakweidespreeuwtje	=	geelkaakweidespreeuw
geelkaakweidespreeuwtjes	=	geelkaakweidespreeuw
geelkapbaardvogel	noun	Psilopogon henricii een Aziatische soort baardvogel die voorkomt in de Indische Archipel.
geelkapbaardvogels	=	geelkapbaardvogel
geelkapbaardvogeltje	=	geelkapbaardvogel
geelkapbaardvogeltjes	=	geelkapbaardvogel
geelkapbladspeurder	noun	Dendroma rufa een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
geelkapbladspeurders	=	geelkapbladspeurder
geelkapbladspeurdertje	=	geelkapbladspeurder
geelkapbladspeurdertjes	=	geelkapbladspeurder
geelkapboomtimalia	noun	Dasycrotapha speciosa een zangvogel uit de familie van de Zosteropidae (brilvogels) en het geslacht van de dwergboomtimalia's.
geelkapboomtimalia's	=	geelkapboomtimalia
geelkapboomtimaliaatje	=	geelkapboomtimalia
geelkapboomtimaliaatjes	=	geelkapboomtimalia
geelkapbreedbektiran	noun	Platyrinchus coronatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelkapbreedbektirannen	=	geelkapbreedbektiran
geelkapbreedbektirannetje	=	geelkapbreedbektiran
geelkapbreedbektirannetjes	=	geelkapbreedbektiran
geelkapspechtpapegaai	noun	Micropsitta keiensis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
geelkapspechtpapegaaien	=	geelkapspechtpapegaai
geelkapspechtpapegaaitje	=	geelkapspechtpapegaai
geelkapspechtpapegaaitjes	=	geelkapspechtpapegaai
geelkaptroepiaal	noun	Chrysomus icterocephalus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelkaptroepiaaltje	=	geelkaptroepiaal
geelkaptroepiaaltjes	=	geelkaptroepiaal
geelkaptroepialen	=	geelkaptroepiaal
geelkapwever	noun	Ploceus dorsomaculatus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
geelkapwevers	=	geelkapwever
geelkapwevertje	=	geelkapwever
geelkapwevertjes	=	geelkapwever
geelkeel	noun	dier met een gele keel
geelkeelapalis	noun	Apalis flavigularis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
geelkeelapalisje	=	geelkeelapalis
geelkeelapalisjes	=	geelkeelapalis
geelkeelapalissen	=	geelkeelapalis
geelkeelboomtimalia	noun	Sterrhoptilus capitalis een vogelsoort uit de familie van de Zosteropidae (brilvogels).
geelkeelboomtimalia's	=	geelkeelboomtimalia
geelkeelboomtimaliaatje	=	geelkeelboomtimalia
geelkeelboomtimaliaatjes	=	geelkeelboomtimalia
geelkeelbreedbektiran	noun	Platyrinchus flavigularis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelkeelbreedbektirannen	=	geelkeelbreedbektiran
geelkeelbreedbektirannetje	=	geelkeelbreedbektiran
geelkeelbreedbektirannetjes	=	geelkeelbreedbektiran
geelkeelbrilvogel	noun	Zosterops metcalfii een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
geelkeelbrilvogels	=	geelkeelbrilvogel
geelkeelbrilvogeltje	=	geelkeelbrilvogel
geelkeelbrilvogeltjes	=	geelkeelbrilvogel
geelkeelbuulbuul	noun	Pycnonotus xantholaemus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.Het is een kwetsbare, endemische vogelsoort in het zuiden van India
geelkeelbuulbuuls	=	geelkeelbuulbuul
geelkeelbuulbuultje	=	geelkeelbuulbuul
geelkeelbuulbuultjes	=	geelkeelbuulbuul
geelkeelcotinga	noun	Pipreola frontalis een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
geelkeelcotinga's	=	geelkeelcotinga
geelkeelcotingaatje	=	geelkeelcotinga
geelkeelcotingaatjes	=	geelkeelcotinga
geelkeelfijifluiter	noun	Pachycephala graeffii (synoniem Pachycephala vitiensis) een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
geelkeelfijifluiters	=	geelkeelfijifluiter
geelkeelfijifluitertje	=	geelkeelfijifluiter
geelkeelfijifluitertjes	=	geelkeelfijifluiter
geelkeelfluiter	noun	Pachycephala macrorhyncha een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
geelkeelfluiters	=	geelkeelfluiter
geelkeelfluitertje	=	geelkeelfluiter
geelkeelfluitertjes	=	geelkeelfluiter
geelkeelfrankolijn	noun	Pternistis leucoscepus een vogel uit de familie fazantachtigen.
geelkeelfrankolijnen	=	geelkeelfrankolijn
geelkeelfrankolijntje	=	geelkeelfrankolijn
geelkeelfrankolijntjes	=	geelkeelfrankolijn
geelkeelgors	noun	Emberiza elegans een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
geelkeelgorsje	=	geelkeelgors
geelkeelgorsjes	=	geelkeelgors
geelkeelgorzen	=	geelkeelgors
geelkeelhoningeter	noun	Nesoptilotis flavicollis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
geelkeelhoningeters	=	geelkeelhoningeter
geelkeelhoningetertje	=	geelkeelhoningeter
geelkeelhoningetertjes	=	geelkeelhoningeter
geelkeelketellapper	noun	Pogoniulus subsulphureus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
geelkeelketellappers	=	geelkeelketellapper
geelkeelketellappertje	=	geelkeelketellapper
geelkeelketellappertjes	=	geelkeelketellapper
geelkeelkoekoek	noun	Chrysococcyx flavigularis een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
geelkeelkoekoeken	=	geelkeelkoekoek
geelkeelkoekoekje	=	geelkeelkoekoek
geelkeelkoekoekjes	=	geelkeelkoekoek
geelkeellangklauw	noun	Macronyx croceus een zangvogel uit de familie Motacillidae (piepers en kwikstaarten).
geelkeellangklauwen	=	geelkeellangklauw
geelkeellangklauwtje	=	geelkeellangklauw
geelkeellangklauwtjes	=	geelkeellangklauw
geelkeelmiersluiper	noun	Myrmotherula ambigua een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
geelkeelmiersluipers	=	geelkeelmiersluiper
geelkeelmiersluipertje	=	geelkeelmiersluiper
geelkeelmiersluipertjes	=	geelkeelmiersluiper
geelkeelmuisspecht	noun	Xiphorhynchus guttatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
geelkeelmuisspechten	=	geelkeelmuisspecht
geelkeelmuisspechtje	=	geelkeelmuisspecht
geelkeelmuisspechtjes	=	geelkeelmuisspecht
geelkeelnicator	noun	Nicator vireo een zangvogel uit de familie Nicatoridae.
geelkeelnicators	=	geelkeelnicator
geelkeelnicatortje	=	geelkeelnicator
geelkeelnicatortjes	=	geelkeelnicator
geelkeelnontimalia	noun	Schoeniparus cinereus een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
geelkeelnontimalia's	=	geelkeelnontimalia
geelkeelnontimaliaatje	=	geelkeelnontimalia
geelkeelnontimaliaatjes	=	geelkeelnontimalia
geelkeelorganist	noun	Euphonia hirundinacea een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
geelkeelorganisten	=	geelkeelorganist
geelkeelorganistje	=	geelkeelorganist
geelkeelorganistjes	=	geelkeelorganist
geelkeelschildhagedis	noun	Gerrhosaurus flavigularis een hagedis uit de familie schildhagedissen (Gerrhosauridae)
geelkeelschildhagedisje	=	geelkeelschildhagedis
geelkeelschildhagedisjes	=	geelkeelschildhagedis
geelkeelschildhagedissen	=	geelkeelschildhagedis
geelkeelspecht	noun	Piculus flavigula een vogel uit de familie Picidae (spechten).
geelkeelspechten	=	geelkeelspecht
geelkeelspechtje	=	geelkeelspecht
geelkeelspechtjes	=	geelkeelspecht
geelkeelstekelstaart	noun	Certhiaxis cinnamomea, een vrij onopvallend zangvogeltje dat voorkomt tussen het lange gras langs slootkanten en in zwampen in het noorden van Suriname
geelkeelstekelstaarten	=	geelkeelstekelstaart
geelkeelstekelstaartje	=	geelkeelstekelstaart
geelkeelstekelstaartjes	=	geelkeelstekelstaart
geelkeelstruiksluiper	noun	Neosericornis citreogularis een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
geelkeelstruiksluipers	=	geelkeelstruiksluiper
geelkeelstruiksluipertje	=	geelkeelstruiksluiper
geelkeelstruiksluipertjes	=	geelkeelstruiksluiper
geelkeeltangare	noun	Iridosornis analis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelkeeltangaren	=	geelkeeltangare
geelkeeltangaretje	=	geelkeeltangare
geelkeeltangaretjes	=	geelkeeltangare
geelkeeltiran	noun	Conopias parvus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelkeeltirannen	=	geelkeeltiran
geelkeeltirannetje	=	geelkeeltiran
geelkeeltirannetjes	=	geelkeeltiran
geelkeeltje	=	geelkeel
geelkeeltjes	=	geelkeel
geelkeelvliegenpikker	noun	Camptostoma obsoletum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelkeelvliegenpikkers	=	geelkeelvliegenpikker
geelkeelvliegenpikkertje	=	geelkeelvliegenpikker
geelkeelvliegenpikkertjes	=	geelkeelvliegenpikker
geelkeelzandhoen	noun	Pterocles gutturalis een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae).
geelkeelzandhoenderen	=	geelkeelzandhoen
geelkeelzandhoenders	=	geelkeelzandhoen
geelkeelzandhoendertje	=	geelkeelzandhoen
geelkeelzandhoendertjes	=	geelkeelzandhoen
geelkeelzandhoenen	=	geelkeelzandhoen
geelkeelzandhoentje	=	geelkeelzandhoen
geelkeelzandhoentjes	=	geelkeelzandhoen
geelkeelzanger	noun	Setophaga dominica een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
geelkeelzangers	=	geelkeelzanger
geelkeelzangertje	=	geelkeelzanger
geelkeelzangertjes	=	geelkeelzanger
geelkelen	=	geelkeel
geelkinsaffraangors	noun	Sicalis taczanowskii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelkinsaffraangorsje	=	geelkinsaffraangors
geelkinsaffraangorsjes	=	geelkinsaffraangors
geelkinsaffraangorzen	=	geelkinsaffraangors
geelkintrappist	noun	Nonnula sclateri een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
geelkintrappisten	=	geelkintrappist
geelkintrappistje	=	geelkintrappist
geelkintrappistjes	=	geelkintrappist
geelknobbelhokko	noun	Crax daubentoni een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
geelknobbelhokko's	=	geelknobbelhokko
geelknobbelhokkootje	=	geelknobbelhokko
geelknobbelhokkootjes	=	geelknobbelhokko
geelknolpeermos	noun	Pohlia lutescens een mossoort uit de sterrenmosfamilie (Mniaceae).
geelknolpeermosje	=	geelknolpeermos
geelknolpeermosjes	=	geelknolpeermos
geelknolpeermossen	=	geelknolpeermos
geelknopwolzwever	noun	Bombylius posticus een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
geelknopwolzwevers	=	geelknopwolzwever
geelknopwolzwevertje	=	geelknopwolzwever
geelknopwolzwevertjes	=	geelknopwolzwever
geelkop	noun	dier met een gele kop
geelkop-smalboktor	noun	Pedostrangalia revestita een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
geelkop-smalboktorren	=	geelkop-smalboktor
geelkop-smalboktorretje	=	geelkop-smalboktor
geelkop-smalboktorretjes	=	geelkop-smalboktor
geelkopamazone	noun	Amazona oratrix een amazonepapegaai die van nature voorkomt in Mexico en het noorden van Centraal-Amerika.
geelkopamazonen	=	geelkopamazone
geelkopamazones	=	geelkopamazone
geelkopamazonetje	=	geelkopamazone
geelkopamazonetjes	=	geelkopamazone
geelkopbaardvogel	noun	Stactolaema anchietae een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
geelkopbaardvogels	=	geelkopbaardvogel
geelkopbaardvogeltje	=	geelkopbaardvogel
geelkopbaardvogeltjes	=	geelkopbaardvogel
geelkopbuulbuul	noun	Pycnonotus xantholaemus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.Het is een kwetsbare, endemische vogelsoort in het zuiden van India.
geelkopbuulbuuls	=	geelkopbuulbuul
geelkopbuulbuultje	=	geelkopbuulbuul
geelkopbuulbuultjes	=	geelkopbuulbuul
geelkopcaracara	noun	Milvago chimachima een lichtgebouwde caracarasoort uit Latijns-Amerika.
geelkopcaracara's	=	geelkopcaracara
geelkopcaracaraatje	=	geelkopcaracara
geelkopcaracaraatjes	=	geelkopcaracara
geelkopdaggekko	noun	een hagedis (ondersoort) Gonatodes albogularis fuscus die behoort tot de gekko's en de familie Sphaerodactylidae
geelkopdaggekko's	=	geelkopdaggekko
geelkopdaggekkootje	=	geelkopdaggekko
geelkopdaggekkootjes	=	geelkopdaggekko
geelkopdiksnavelmees	noun	Suthora fulvifrons een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
geelkopdiksnavelmeesje	=	geelkopdiksnavelmees
geelkopdiksnavelmeesjes	=	geelkopdiksnavelmees
geelkopdiksnavelmezen	=	geelkopdiksnavelmees
geelkopdwergsikkelmot	noun	Borkhausenia luridicomella een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
geelkopdwergsikkelmotje	=	geelkopdwergsikkelmot
geelkopdwergsikkelmotjes	=	geelkopdwergsikkelmot
geelkopdwergsikkelmotten	=	geelkopdwergsikkelmot
geelkoper	noun	messing
geelkoperen	adj	gemaakt van messing
geelkopertje	=	geelkoper
geelkopgaasvlieg	noun	Pseudomallada flavifrons een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
geelkopgaasvliegen	=	geelkopgaasvlieg
geelkopgaasvliegje	=	geelkopgaasvlieg
geelkopgaasvliegjes	=	geelkopgaasvlieg
geelkopgoudrugspecht	noun	Chrysocolaptes xanthocephalus soort specht die in 1872 door Arthur Hay en Edgar Leopold Layard geldig werd beschreven.
geelkopgoudrugspechten	=	geelkopgoudrugspecht
geelkopgoudrugspechtje	=	geelkopgoudrugspecht
geelkopgoudrugspechtjes	=	geelkopgoudrugspecht
geelkopgrasmineermot	noun	Elachista luticomella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
geelkopgrasmineermotje	=	geelkopgrasmineermot
geelkopgrasmineermotjes	=	geelkopgrasmineermot
geelkopgrasmineermotten	=	geelkopgrasmineermot
geelkopiepenvouwmot	noun	Phyllonorycter tristrigella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
geelkopiepenvouwmotje	=	geelkopiepenvouwmot
geelkopiepenvouwmotjes	=	geelkopiepenvouwmot
geelkopiepenvouwmotten	=	geelkopiepenvouwmot
geelkopje	=	geelkop
geelkopjes	=	geelkop
geelkopjufferduif	noun	Ptilinopus layardi een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
geelkopjufferduifje	=	geelkopjufferduif
geelkopjufferduifjes	=	geelkopjufferduif
geelkopjufferduiven	=	geelkopjufferduif
geelkopkaakvis	noun	Opistognathus aurifrons een straalvinnige vissensoort uit de familie van kaakvissen (Opistognathidae).
geelkopkaakvisje	=	geelkopkaakvis
geelkopkaakvisjes	=	geelkopkaakvis
geelkopkaakvissen	=	geelkopkaakvis
geelkoplandschildpad	noun	Indotestudo elongata een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
geelkoplandschildpadden	=	geelkoplandschildpad
geelkoplandschildpadje	=	geelkoplandschildpad
geelkoplandschildpadjes	=	geelkoplandschildpad
geelkoplichtmot	noun	Salebriopsis albicilla een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
geelkoplichtmotje	=	geelkoplichtmot
geelkoplichtmotjes	=	geelkoplichtmot
geelkoplichtmotten	=	geelkoplichtmot
geelkoplori	noun	Trichoglossus euteles een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
geelkoplori's	=	geelkoplori
geelkoplorietje	=	geelkoplori
geelkoplorietjes	=	geelkoplori
geelkopmanakin	noun	Chloropipo flavicapilla een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
geelkopmanakinnetje	=	geelkopmanakin
geelkopmanakinnetjes	=	geelkopmanakin
geelkopmanakins	=	geelkopmanakin
geelkopmees	noun	Auriparus flaviceps een zangvogel uit de familie Remizidae (buidelmezen).
geelkopmeesje	=	geelkopmees
geelkopmeesjes	=	geelkopmees
geelkopmezen	=	geelkopmees
geelkopmot	noun	Spuleria flavicaput een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
geelkopmotje	=	geelkopmot
geelkopmotjes	=	geelkopmot
geelkopmotten	=	geelkopmot
geelkoppen	=	geelkop
geelkoppenseelaapje	noun	Callithrix flaviceps primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
geelkoppenseelaapjes	=	geelkoppenseelaapje
geelkopprunuskokermot	noun	Coleophora spinella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
geelkopprunuskokermotje	=	geelkopprunuskokermot
geelkopprunuskokermotjes	=	geelkopprunuskokermot
geelkopprunuskokermotten	=	geelkopprunuskokermot
geelkoppurpermot	noun	Eriocrania salopiella een vlinder uit de familie Eriocraniidae, de purpermotten.
geelkoppurpermotje	=	geelkoppurpermot
geelkoppurpermotjes	=	geelkoppurpermot
geelkoppurpermotten	=	geelkoppurpermot
geelkoptangare	noun	Tangara xanthocephala een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelkoptangaren	=	geelkoptangare
geelkoptangaretje	=	geelkoptangare
geelkoptangaretjes	=	geelkoptangare
geelkoptroepiaal	noun	Xanthocephalus xanthocephalus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelkoptroepiaaltje	=	geelkoptroepiaal
geelkoptroepiaaltjes	=	geelkoptroepiaal
geelkoptroepialen	=	geelkoptroepiaal
geelkopzanger	noun	Teretistris fernandinae een zangvogel uit de familie Teretistridae.
geelkopzangers	=	geelkopzanger
geelkopzangertje	=	geelkopzanger
geelkopzangertjes	=	geelkopzanger
geelkorrelknikmos	noun	Bryum barnesii een bladmos behorend tot de familie Bryaceae.
geelkorrelknikmosje	=	geelkorrelknikmos
geelkorrelknikmosjes	=	geelkorrelknikmos
geelkorrelknikmossen	=	geelkorrelknikmos
geelkraagbuulbuul	noun	Atimastillas flavicollis een zangvogel uit de familie van de buulbuuls en het monotypische geslacht Atimastillas.
geelkraagbuulbuuls	=	geelkraagbuulbuul
geelkraagbuulbuultje	=	geelkraagbuulbuul
geelkraagbuulbuultjes	=	geelkraagbuulbuul
geelkraagorganist	noun	Chlorophonia flavirostris een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
geelkraagorganisten	=	geelkraagorganist
geelkraagorganistje	=	geelkraagorganist
geelkraagorganistjes	=	geelkraagorganist
geelkraagparadijsvogel	noun	Diphyllodes magnificus een middelgrote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels.
geelkraagparadijsvogels	=	geelkraagparadijsvogel
geelkraagparadijsvogeltje	=	geelkraagparadijsvogel
geelkraagparadijsvogeltjes	=	geelkraagparadijsvogel
geelkraagtangare	noun	Iridophanes pulcherrimus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelkraagtangaren	=	geelkraagtangare
geelkraagtangaretje	=	geelkraagtangare
geelkraagtangaretjes	=	geelkraagtangare
geelkruin	noun	dier met een gele kruin
geelkruinbuulbuul	noun	Pycnonotus zeylanicus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
geelkruinbuulbuuls	=	geelkruinbuulbuul
geelkruinbuulbuultje	=	geelkruinbuulbuul
geelkruinbuulbuultjes	=	geelkruinbuulbuul
geelkruinelenia	noun	Myiopagis flavivertex een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelkruinelenia's	=	geelkruinelenia
geelkruineleniaatje	=	geelkruinelenia
geelkruineleniaatjes	=	geelkruinelenia
geelkruinen	=	geelkruin
geelkruinhoningvogel	noun	Dicaeum anthonyi een vogelsoort uit de familie van de dicaeidae (bastaardhoningvogels).
geelkruinhoningvogels	=	geelkruinhoningvogel
geelkruinhoningvogeltje	=	geelkruinhoningvogel
geelkruinhoningvogeltjes	=	geelkruinhoningvogel
geelkruinkanarie	noun	Serinus flavivertex een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
geelkruinkanaries	=	geelkruinkanarie
geelkruinkanarietje	=	geelkruinkanarie
geelkruinkanarietjes	=	geelkruinkanarie
geelkruinkwak	noun	Nyctanassa violacea een vogel uit de familie van de reigers uit Midden-Amerika.
geelkruinkwakje	=	geelkruinkwak
geelkruinkwakjes	=	geelkruinkwak
geelkruinkwakken	=	geelkruinkwak
geelkruinmanakin	noun	Heterocercus flavivertex een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
geelkruinmanakinnetje	=	geelkruinmanakin
geelkruinmanakinnetjes	=	geelkruinmanakin
geelkruinmanakins	=	geelkruinmanakin
geelkruinmaskerzanger	noun	Geothlypis flavovelata een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers)
geelkruinmaskerzangers	=	geelkruinmaskerzanger
geelkruinmaskerzangertje	=	geelkruinmaskerzanger
geelkruinmaskerzangertjes	=	geelkruinmaskerzanger
geelkruinorganist	noun	Euphonia luteicapilla een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
geelkruinorganisten	=	geelkruinorganist
geelkruinorganistje	=	geelkruinorganist
geelkruinorganistjes	=	geelkruinorganist
geelkruinspecht	noun	Chloropicus xantholophus een vogel uit de familie Picidae (spechten)
geelkruinspechten	=	geelkruinspecht
geelkruinspechtje	=	geelkruinspecht
geelkruinspechtjes	=	geelkruinspecht
geelkruintje	=	geelkruin
geelkruintjes	=	geelkruin
geelkruinvliegenpikker	noun	Tyrannulus elatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelkruinvliegenpikkers	=	geelkruinvliegenpikker
geelkruinvliegenpikkertje	=	geelkruinvliegenpikker
geelkruinvliegenpikkertjes	=	geelkruinvliegenpikker
geelkruinzanger	noun	Myioborus flavivertex een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
geelkruinzangers	=	geelkruinzanger
geelkruinzangertje	=	geelkruinzanger
geelkruinzangertjes	=	geelkruinzanger
geelkuifklauwier	noun	Prionops alberti een vogel uit de familie der prionopidae (Helmklauwieren).
geelkuifklauwieren	=	geelkuifklauwier
geelkuifklauwiertje	=	geelkuifklauwier
geelkuifklauwiertjes	=	geelkuifklauwier
geelkuiftangare	noun	Loriotus rufiventer een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelkuiftangaren	=	geelkuiftangare
geelkuiftangaretje	=	geelkuiftangare
geelkuiftangaretjes	=	geelkuiftangare
geelkuiftiranmanakin	noun	Neopelma chrysocephalum een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
geelkuiftiranmanakinnetje	=	geelkuiftiranmanakin
geelkuiftiranmanakinnetjes	=	geelkuiftiranmanakin
geelkuiftiranmanakins	=	geelkuiftiranmanakin
geelkuiftuiniervogel	noun	Amblyornis flavifrons een endemische vogelsoort uit Nieuw-Guinea
geelkuiftuiniervogels	=	geelkuiftuiniervogel
geelkuiftuiniervogeltje	=	geelkuiftuiniervogel
geelkuiftuiniervogeltjes	=	geelkuiftuiniervogel
geelkwastbladroller	noun	Neosphaleroptera nubilana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
geelkwastbladrollers	=	geelkwastbladroller
geelkwastbladrollertje	=	geelkwastbladroller
geelkwastbladrollertjes	=	geelkwastbladroller
geellelbuulbuul	noun	Poliolophus urostictus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
geellelbuulbuuls	=	geellelbuulbuul
geellelbuulbuultje	=	geellelbuulbuul
geellelbuulbuultjes	=	geellelbuulbuul
geellelhoningeter	noun	Anthochaera paradoxa een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
geellelhoningeters	=	geellelhoningeter
geellelhoningetertje	=	geellelhoningeter
geellelhoningetertjes	=	geellelhoningeter
geellijnsnuituil	noun	Trisateles emortualis een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
geellijnsnuituilen	=	geellijnsnuituil
geellijnsnuituiltje	=	geellijnsnuituil
geellijnsnuituiltjes	=	geellijnsnuituil
geelmaskerhoningeter	noun	Caligavis chrysops een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
geelmaskerhoningeters	=	geelmaskerhoningeter
geelmaskerhoningetertje	=	geelmaskerhoningeter
geelmaskerhoningetertjes	=	geelmaskerhoningeter
geelmaskerkeizervis	noun	Pomacanthus xanthometopon een straalvinnige vissensoort uit de familie van engel- of keizersvissen (Pomacanthidae).
geelmaskerkeizervisje	=	geelmaskerkeizervis
geelmaskerkeizervisjes	=	geelmaskerkeizervis
geelmaskerkeizervissen	=	geelmaskerkeizervis
geelmaskerpapegaai	noun	Poicephalus flavifrons een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
geelmaskerpapegaaien	=	geelmaskerpapegaai
geelmaskerpapegaaitje	=	geelmaskerpapegaai
geelmaskerpapegaaitjes	=	geelmaskerpapegaai
geelmaskeruil	noun	Pulsatrix koeniswaldiana een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
geelmaskeruilen	=	geelmaskeruil
geelmaskeruiltje	=	geelmaskeruil
geelmaskeruiltjes	=	geelmaskeruil
geelmelkhout	noun	Garcinia livingstonei een kleine tot middelgrote boom uit Zuidelijk Afrika.
geelmelkhouten	=	geelmelkhout
geelmelkhoutje	=	geelmelkhout
geelmelkhoutjes	=	geelmelkhout
geelnekamazone	noun	Amazona auropalliata een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
geelnekamazonen	=	geelnekamazone
geelnekamazones	=	geelnekamazone
geelnekamazonetje	=	geelnekamazone
geelnekamazonetjes	=	geelnekamazone
geelnekara	noun	Primolius auricollis een ara uit Zuid-Amerika.
geelnekara's	=	geelnekara
geelnekaraatje	=	geelnekara
geelnekaraatjes	=	geelnekara
geelnekbuulbuul	noun	Chlorocichla falkensteini een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
geelnekbuulbuuls	=	geelnekbuulbuul
geelnekbuulbuultje	=	geelnekbuulbuul
geelnekbuulbuultjes	=	geelnekbuulbuul
geelnekdikbek	noun	Mycerobas icterioides een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
geelnekdikbekje	=	geelnekdikbek
geelnekdikbekjes	=	geelnekdikbek
geelnekdikbekken	=	geelnekdikbek
geelnekgrondtiran	noun	Muscisaxicola flavinucha een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelnekgrondtirannen	=	geelnekgrondtiran
geelnekgrondtirannetje	=	geelnekgrondtiran
geelnekgrondtirannetjes	=	geelnekgrondtiran
geelnekkroonparelhoen	noun	Guttera edouardii een vogel uit de parelhoenderfamilie, de Numididae.
geelnekkroonparelhoenders	=	geelnekkroonparelhoen
geelnekkroonparelhoendertje	=	geelnekkroonparelhoen
geelnekkroonparelhoendertjes	=	geelnekkroonparelhoen
geelnekprieelvogel	noun	Sericulus chrysocephalus een zangvogel uit de familie der prieelvogels (Ptilonorhynchidae)
geelnekprieelvogels	=	geelnekprieelvogel
geelnekprieelvogeltje	=	geelnekprieelvogel
geelnekprieelvogeltjes	=	geelnekprieelvogel
geelnetboleet	noun	Butyriboletus appendiculatus een schimmel behorend tot de familie Boletaceae.
geelnetboleetje	=	geelnetboleet
geelnetboleetjes	=	geelnetboleet
geelnetboleten	=	geelnetboleet
geelneusalbatros	noun	Thalassarche een albatros met een gele neus uit de albatrossenfamilie
geelneusalbatrosje	=	geelneusalbatros
geelneusalbatrosjes	=	geelneusalbatros
geelneusalbatrossen	=	geelneusalbatros
geelneuswoelmuis	noun	Microtus chrotorrhinus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
geelneuswoelmuisje	=	geelneuswoelmuis
geelneuswoelmuisjes	=	geelneuswoelmuis
geelneuswoelmuizen	=	geelneuswoelmuis
geelolijfgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6014 ( )	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6014 ( )
geelolijfgroene	=	geelolijfgroen
geelolijfgroens	=	geelolijfgroen
geeloogarassari	noun	Aulacorhynchus sulcatus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
geeloogarassari's	=	geeloogarassari
geeloogarassarietje	=	geeloogarassari
geeloogarassarietjes	=	geeloogarassari
geeloogblada	noun	Bleda ugandae een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls). zustergroep van de kleine groenstaartblada (Bleda notatus).
geeloogblada's	=	geeloogblada
geeloogbladaatje	=	geeloogblada
geeloogbladaatjes	=	geeloogblada
geeloogdrongovliegenvanger	noun	Melaenornis ardesiacus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
geeloogdrongovliegenvangers	=	geeloogdrongovliegenvanger
geeloogdrongovliegenvangertje	=	geeloogdrongovliegenvanger
geeloogdrongovliegenvangertjes	=	geeloogdrongovliegenvanger
geelooggaai	noun	Cyanocorax melanocyaneus een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
geelooggaaien	=	geelooggaai
geelooggaaitje	=	geelooggaai
geelooggaaitjes	=	geelooggaai
geeloogjunco	noun	Junco phaeonotus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
geeloogjunco's	=	geeloogjunco
geeloogjuncootje	=	geeloogjunco
geeloogjuncootjes	=	geeloogjunco
geeloogpinguïn	noun	Megadyptes antipodes een middelgrote pinguïn met kenmerkende gele ogen.
geeloogpinguïnnetje	=	geeloogpinguïn
geeloogpinguïnnetjes	=	geeloogpinguïn
geeloogpinguïns	=	geeloogpinguïn
geeloogpseudospingus	noun	Pseudospingus xanthophthalmus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geeloogpseudospingusje	=	geeloogpseudospingus
geeloogpseudospingusjes	=	geeloogpseudospingus
geeloogpseudospingussen	=	geeloogpseudospingus
geeloograafkaketoe	noun	Zanda funerea een vogel uit de familie der kaketoes en het geslacht der raafkaketoes
geeloograafkaketoes	=	geeloograafkaketoe
geeloograafkaketoetje	=	geeloograafkaketoe
geeloograafkaketoetjes	=	geeloograafkaketoe
geeloogrupsvogel	noun	Coracina lineata een vogel uit de familie van de rupsvogels.
geeloogrupsvogels	=	geeloogrupsvogel
geeloogrupsvogeltje	=	geeloogrupsvogel
geeloogrupsvogeltjes	=	geeloogrupsvogel
geeloogzanger	noun	Myioborus pariae een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
geeloogzangers	=	geeloogzanger
geeloogzangertje	=	geeloogzanger
geeloogzangertjes	=	geeloogzanger
geeloorbaardvogel	noun	Psilopogon australis een Aziatische baardvogel die is afgesplitst van de blauwoorbaardvogel (P. duvaucelii) maar hield volgens de nomenclatuurregels de wetenschappelijke naam met achtervoegsel australis
geeloorbaardvogels	=	geeloorbaardvogel
geeloorbaardvogeltje	=	geeloorbaardvogel
geeloorbaardvogeltjes	=	geeloorbaardvogel
geeloorhoningeter	noun	Meliphaga lewinii endemische vogel uit Australië
geeloorhoningeters	=	geeloorhoningeter
geeloorhoningetertje	=	geeloorhoningeter
geeloorhoningetertjes	=	geeloorhoningeter
geeloorparkiet	noun	Ognorhynchus icterotis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
geeloorparkieten	=	geeloorparkiet
geeloorparkietje	=	geeloorparkiet
geeloorparkietjes	=	geeloorparkiet
geeloorpepervreter	noun	Selenidera spectabilis een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
geeloorpepervreters	=	geeloorpepervreter
geeloorpepervretertje	=	geeloorpepervreter
geeloorpepervretertjes	=	geeloorpepervreter
geeloorspecht	noun	Veniliornis maculifrons een vogel uit de familie der spechten (Picidae).
geeloorspechten	=	geeloorspecht
geeloorspechtje	=	geeloorspecht
geeloorspechtjes	=	geeloorspecht
geeloorspinnenjager	noun	Arachnothera flavigaster een zangvogel uit de familie van de honingzuigers.
geeloorspinnenjagers	=	geeloorspinnenjager
geeloorspinnenjagertje	=	geeloorspinnenjager
geeloorspinnenjagertjes	=	geeloorspinnenjager
geeloranje	noun	tint tussen geel en oranje met RAL-nummer 2000 ( ).	adj	in een tint tussen geel en oranje met RAL-nummer 2000 ( ).
geeloranjer	=	geeloranje
geeloranjere	=	geeloranje
geeloranjers	=	geeloranje
geeloranjes	=	geeloranje
geeloranjest	=	geeloranje
geeloranjeste	=	geeloranje
geelpalpmot	noun	Eccopisa effractella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
geelpalpmotje	=	geelpalpmot
geelpalpmotjes	=	geelpalpmot
geelpalpmotten	=	geelpalpmot
geelparelbaardvogel	noun	Tricholaema hirsuta een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
geelparelbaardvogels	=	geelparelbaardvogel
geelparelbaardvogeltje	=	geelparelbaardvogel
geelparelbaardvogeltjes	=	geelparelbaardvogel
geelplaatgordijnzwam	noun	Cortinarius croceus een schimmel behorend tot de familie Cortinariaceae.
geelplaatgordijnzwammen	=	geelplaatgordijnzwam
geelplaatgordijnzwammetje	=	geelplaatgordijnzwam
geelplaatgordijnzwammetjes	=	geelplaatgordijnzwam
geelpluimbessenpikker	noun	Melanocharis longicauda een zangvogel uit de familie Melanocharitidae.
geelpluimbessenpikkers	=	geelpluimbessenpikker
geelpluimbessenpikkertje	=	geelpluimbessenpikker
geelpluimbessenpikkertjes	=	geelpluimbessenpikker
geelpluimbuulbuul	noun	Pycnonotus penicillatus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
geelpluimbuulbuuls	=	geelpluimbuulbuul
geelpluimbuulbuultje	=	geelpluimbuulbuul
geelpluimbuulbuultjes	=	geelpluimbuulbuul
geelpluimhoningeter	noun	Lichenostomus melanops een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters)
geelpluimhoningeters	=	geelpluimhoningeter
geelpluimhoningetertje	=	geelpluimhoningeter
geelpluimhoningetertjes	=	geelpluimhoningeter
geelpluimpitpit	noun	Dacnis egregia een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelpluimpitpitje	=	geelpluimpitpit
geelpluimpitpitjes	=	geelpluimpitpit
geelpluimpitpits	=	geelpluimpitpit
geelpluimtreurtiran	noun	Laniocera rufescens een zangvogel uit de familie Tityridae.
geelpluimtreurtirannen	=	geelpluimtreurtiran
geelpluimtreurtirannetje	=	geelpluimtreurtiran
geelpluimtreurtirannetjes	=	geelpluimtreurtiran
geelpoot	noun	dier met een gele poot
geelpoot-schubsnipvlieg	noun	Chrysopilus asiliformis een vliegensoort uit de familie van de snavelvliegen (Rhagionidae).
geelpoot-schubsnipvliegen	=	geelpoot-schubsnipvlieg
geelpoot-schubsnipvliegje	=	geelpoot-schubsnipvlieg
geelpoot-schubsnipvliegjes	=	geelpoot-schubsnipvlieg
geelpoot-smalboktor	noun	Alosterna tabacicolor een keversoort uit de familie boktorren (Cerambycidae).
geelpoot-smalboktorren	=	geelpoot-smalboktor
geelpoot-smalboktorretje	=	geelpoot-smalboktor
geelpoot-smalboktorretjes	=	geelpoot-smalboktor
geelpootbladkever	noun	Luperus flavipes een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
geelpootbladkevers	=	geelpootbladkever
geelpootbladkevertje	=	geelpootbladkever
geelpootbladkevertjes	=	geelpootbladkever
geelpootduif	noun	Columba pallidiceps een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
geelpootduifje	=	geelpootduif
geelpootduifjes	=	geelpootduif
geelpootduiven	=	geelpootduif
geelpootgitje	noun	Cheilosia flavipes een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
geelpootgitjes	=	geelpootgitje
geelpoothoningspeurder	noun	Melignomon eisentrauti een vogel uit de familie Indicatoridae (honingspeurders).
geelpoothoningspeurders	=	geelpoothoningspeurder
geelpoothoningspeurdertje	=	geelpoothoningspeurder
geelpoothoningspeurdertjes	=	geelpoothoningspeurder
geelpootje	=	geelpoot
geelpootjes	=	geelpoot
geelpootlangsprietmier	noun	Nylanderia flavipes een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
geelpootlangsprietmieren	=	geelpootlangsprietmier
geelpootlangsprietmiertje	=	geelpootlangsprietmier
geelpootlangsprietmiertjes	=	geelpootlangsprietmier
geelpootlijster	noun	Turdus flavipes een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
geelpootlijsters	=	geelpootlijster
geelpootlijstertje	=	geelpootlijster
geelpootlijstertjes	=	geelpootlijster
geelpootmeestimalia	noun	Yuhina nigrimenta een zangvogel uit de familie Zosteropidae die voorkomt in het Oriëntaals gebied
geelpootmeestimalia's	=	geelpootmeestimalia
geelpootmeestimaliaatje	=	geelpootmeestimalia
geelpootmeestimaliaatjes	=	geelpootmeestimalia
geelpootmeeuw	noun	Larus michahellis een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae)
geelpootmeeuwen	=	geelpootmeeuw
geelpootmeeuwtje	=	geelpootmeeuw
geelpootmeeuwtjes	=	geelpootmeeuw
geelpootmetaalwapenvlieg	noun	Sargus flavipes een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
geelpootmetaalwapenvliegen	=	geelpootmetaalwapenvlieg
geelpootmetaalwapenvliegje	=	geelpootmetaalwapenvlieg
geelpootmetaalwapenvliegjes	=	geelpootmetaalwapenvlieg
geelpootpapegaaiduif	noun	Treron phoenicopterus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
geelpootpapegaaiduifje	=	geelpootpapegaaiduif
geelpootpapegaaiduifjes	=	geelpootpapegaaiduif
geelpootpapegaaiduiven	=	geelpootpapegaaiduif
geelpootpriemkever	noun	Bembidion gilvipes een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
geelpootpriemkevers	=	geelpootpriemkever
geelpootpriemkevertje	=	geelpootpriemkever
geelpootpriemkevertjes	=	geelpootpriemkever
geelpootspeldenknopje	noun	Pachygaster leachii een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
geelpootspeldenknopjes	=	geelpootspeldenknopje
geelpootstekelwapenvlieg	noun	Chorisops tibialis een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
geelpootstekelwapenvliegen	=	geelpootstekelwapenvlieg
geelpootstekelwapenvliegje	=	geelpootstekelwapenvlieg
geelpootstekelwapenvliegjes	=	geelpootstekelwapenvlieg
geelpootsuikervogel	noun	Cyanerpes lucidus een zangvogel uit de familieThraupidae (tangaren).
geelpootsuikervogels	=	geelpootsuikervogel
geelpootsuikervogeltje	=	geelpootsuikervogel
geelpootsuikervogeltjes	=	geelpootsuikervogel
geelpoottinamoe	noun	Crypturellus noctivagus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
geelpoottinamoes	=	geelpoottinamoe
geelpoottinamoetje	=	geelpoottinamoe
geelpoottinamoetjes	=	geelpoottinamoe
geelpootvalkever	noun	Cryptocephalus flavipes een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
geelpootvalkevers	=	geelpootvalkever
geelpootvalkevertje	=	geelpootvalkever
geelpootvalkevertjes	=	geelpootvalkever
geelpootvliegenvanger	noun	Muscicapa sethsmithi een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
geelpootvliegenvangers	=	geelpootvliegenvanger
geelpootvliegenvangertje	=	geelpootvliegenvanger
geelpootvliegenvangertjes	=	geelpootvliegenvanger
geelpootwever	noun	Ploceus flavipes een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
geelpootwevers	=	geelpootwever
geelpootwevertje	=	geelpootwever
geelpootwevertjes	=	geelpootwever
geelpoten	=	geelpoot
geelrandbreedbektiran	noun	Tolmomyias flavotectus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelrandbreedbektirannen	=	geelrandbreedbektiran
geelrandbreedbektirannetje	=	geelrandbreedbektiran
geelrandbreedbektirannetjes	=	geelrandbreedbektiran
geelranddoosschildpad	noun	Cuora flavomarginata een schildpad uit de familie Geoemydidae
geelranddoosschildpadden	=	geelranddoosschildpad
geelranddoosschildpadje	=	geelranddoosschildpad
geelranddoosschildpadjes	=	geelranddoosschildpad
geelrandfluweelloper	noun	Chlaenius vestitus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
geelrandfluweellopers	=	geelrandfluweelloper
geelrandfluweellopertje	=	geelrandfluweelloper
geelrandfluweellopertjes	=	geelrandfluweelloper
geelrandkortnek	noun	Nebria livida een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
geelrandkortnekje	=	geelrandkortnek
geelrandkortnekjes	=	geelrandkortnek
geelrandkortnekken	=	geelrandkortnek
geelrandsnelloper	noun	Agonum marginatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
geelrandsnellopers	=	geelrandsnelloper
geelrandsnellopertje	=	geelrandsnelloper
geelrandsnellopertjes	=	geelrandsnelloper
geelringbrilvogel	noun	Heleia wallacei een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
geelringbrilvogels	=	geelringbrilvogel
geelringbrilvogeltje	=	geelringbrilvogel
geelringbrilvogeltjes	=	geelringbrilvogel
geelringtiran	noun	Conopias cinchoneti een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelringtirannen	=	geelringtiran
geelringtirannetje	=	geelringtiran
geelringtirannetjes	=	geelringtiran
geelrode	=	geelrood
geelroder	=	geelrood
geelrodere	=	geelrood
geelroders	=	geelrood
geelrood	adj	met een gele en een rode kleur
geelroods	=	geelrood
geelroodst	=	geelrood
geelroodste	=	geelrood
geelrug	noun	dier met een gele rug
geelrugdikbek	noun	Mycerobas affinis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
geelrugdikbekje	=	geelrugdikbek
geelrugdikbekjes	=	geelrugdikbek
geelrugdikbekken	=	geelrugdikbek
geelrugduiker	noun	Cephalophus silvicultor evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
geelrugduikers	=	geelrugduiker
geelrugduikertje	=	geelrugduiker
geelrugduikertjes	=	geelrugduiker
geelrugfluiter	noun	Pachycephala aurea een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
geelrugfluiters	=	geelrugfluiter
geelrugfluitertje	=	geelrugfluiter
geelrugfluitertjes	=	geelrugfluiter
geelrugfuselier	noun	Caesio xanthonota een straalvinnige vis uit de familie van fuseliers (Caesionidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt langs de tropische kusten van de Indische Oceaan.
geelrugfuseliers	=	geelrugfuselier
geelrugfuseliertje	=	geelrugfuselier
geelrugfuseliertjes	=	geelrugfuselier
geelruggen	=	geelrug
geelruggetje	=	geelrug
geelruggetjes	=	geelrug
geelrughoningzuiger	noun	Aethopyga siparaja een honingzuiger die wijd verspreid voorkomt in het oriëntaals gebied
geelrughoningzuigers	=	geelrughoningzuiger
geelrughoningzuigertje	=	geelrughoningzuiger
geelrughoningzuigertjes	=	geelrughoningzuiger
geelrugketellapper	noun	Pogoniulus coryphaea een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
geelrugketellappers	=	geelrugketellapper
geelrugketellappertje	=	geelrugketellapper
geelrugketellappertjes	=	geelrugketellapper
geelrugspecht	noun	Celeus ochraceus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
geelrugspechten	=	geelrugspecht
geelrugspechtje	=	geelrugspecht
geelrugspechtjes	=	geelrugspecht
geelrugtangare	noun	Ramphocelus icteronotus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelrugtangaren	=	geelrugtangare
geelrugtangaretje	=	geelrugtangare
geelrugtangaretjes	=	geelrugtangare
geelrugtroepiaal	noun	Icterus chrysater een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelrugtroepiaaltje	=	geelrugtroepiaal
geelrugtroepiaaltjes	=	geelrugtroepiaal
geelrugtroepialen	=	geelrugtroepiaal
geelrugwever	noun	Ploceus taeniopterus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
geelrugwevers	=	geelrugwever
geelrugwevertje	=	geelrugwever
geelrugwevertjes	=	geelrugwever
geelrugwidavink	noun	Euplectes macroura een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
geelrugwidavinken	=	geelrugwidavink
geelrugwidavinkje	=	geelrugwidavink
geelrugwidavinkjes	=	geelrugwidavink
geelrugwielewaal	noun	Oriolus xanthonotus een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
geelrugwielewaaltje	=	geelrugwielewaal
geelrugwielewaaltjes	=	geelrugwielewaal
geelrugwielewalen	=	geelrugwielewaal
geels	=	geel
geelschouderkardinaal	noun	Parkerthraustes humeralis een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
geelschouderkardinaaltje	=	geelschouderkardinaal
geelschouderkardinaaltjes	=	geelschouderkardinaal
geelschouderkardinalen	=	geelschouderkardinaal
geelschouderparkiet	noun	Psephotellus chrysopterygius een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
geelschouderparkieten	=	geelschouderparkiet
geelschouderparkietje	=	geelschouderparkiet
geelschouderparkietjes	=	geelschouderparkiet
geelschouderspanner	noun	Ennomos alniaria een nachtvlinder uit de familie van de geometridae, de spanners.
geelschouderspanners	=	geelschouderspanner
geelschouderspannertje	=	geelschouderspanner
geelschouderspannertjes	=	geelschouderspanner
geelschoudertroepiaal	noun	Agelaius xanthomus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelschoudertroepiaaltje	=	geelschoudertroepiaal
geelschoudertroepiaaltjes	=	geelschoudertroepiaal
geelschoudertroepialen	=	geelschoudertroepiaal
geelschoudervleermuis	noun	Sturnira lilium vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
geelschoudervleermuisje	=	geelschoudervleermuis
geelschoudervleermuisjes	=	geelschoudervleermuis
geelschoudervleermuizen	=	geelschoudervleermuis
geelschouderwespbij	noun	Nomada ferruginata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
geelschouderwespbijen	=	geelschouderwespbij
geelschouderwespbijtje	=	geelschouderwespbij
geelschouderwespbijtjes	=	geelschouderwespbij
geelsel	noun	kleurstof waarmee men iets geel maakt
geelsnavel	noun	dier met een gele snavel
geelsnavelamazone	noun	Amazona collaria een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
geelsnavelamazonen	=	geelsnavelamazone
geelsnavelamazones	=	geelsnavelamazone
geelsnavelamazonetje	=	geelsnavelamazone
geelsnavelamazonetjes	=	geelsnavelamazone
geelsnavelbaardvogel	noun	Trachyphonus purpuratus een Afrikaanse baardvogel uit de familie Lybiidae
geelsnavelbaardvogels	=	geelsnavelbaardvogel
geelsnavelbaardvogeltje	=	geelsnavelbaardvogel
geelsnavelbaardvogeltjes	=	geelsnavelbaardvogel
geelsnavelbabbelaar	noun	Argya affinis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
geelsnavelbabbelaars	=	geelsnavelbabbelaar
geelsnavelbabbelaartje	=	geelsnavelbabbelaar
geelsnavelbabbelaartjes	=	geelsnavelbabbelaar
geelsnavelboomklever	noun	Sitta solangiae een zangvogel uit het geslacht sitta.
geelsnavelboomklevers	=	geelsnavelboomklever
geelsnavelboomklevertje	=	geelsnavelboomklever
geelsnavelboomklevertjes	=	geelsnavelboomklever
geelsnavelcotinga	noun	Carpodectes antoniae een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
geelsnavelcotinga's	=	geelsnavelcotinga
geelsnavelcotingaatje	=	geelsnavelcotinga
geelsnavelcotingaatjes	=	geelsnavelcotinga
geelsnavelduiker	noun	Gavia adamsii de grootste vertegenwoordiger binnen de familie der duikers (Gaviidae).
geelsnavelduikers	=	geelsnavelduiker
geelsnavelduikertje	=	geelsnavelduiker
geelsnavelduikertjes	=	geelsnavelduiker
geelsnaveleend	noun	Anas undulata een vogel uit de familie Anatidae (eendachtigen).
geelsnaveleenden	=	geelsnaveleend
geelsnaveleendje	=	geelsnaveleend
geelsnaveleendjes	=	geelsnaveleend
geelsnavelekster	noun	Pica nuttalli een zangvogel uit de familie van de kraaien en het geslacht eksters (Pica)
geelsnaveleksters	=	geelsnavelekster
geelsnavelekstertje	=	geelsnavelekster
geelsnavelekstertjes	=	geelsnavelekster
geelsnavelfrankolijn	noun	Pternistis icterorhynchus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
geelsnavelfrankolijnen	=	geelsnavelfrankolijn
geelsnavelfrankolijntje	=	geelsnavelfrankolijn
geelsnavelfrankolijntjes	=	geelsnavelfrankolijn
geelsnavelglansvogel	noun	Galbula albirostris een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
geelsnavelglansvogels	=	geelsnavelglansvogel
geelsnavelglansvogeltje	=	geelsnavelglansvogel
geelsnavelglansvogeltjes	=	geelsnavelglansvogel
geelsnavelgors	noun	Arremon flavirostris een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
geelsnavelgorsje	=	geelsnavelgors
geelsnavelgorsjes	=	geelsnavelgors
geelsnavelgorzen	=	geelsnavelgors
geelsnavelhoningvogel	noun	Dicaeum erythrorhynchos een kleine fruitetende vogel in India.
geelsnavelhoningvogels	=	geelsnavelhoningvogel
geelsnavelhoningvogeltje	=	geelsnavelhoningvogel
geelsnavelhoningvogeltjes	=	geelsnavelhoningvogel
geelsnavelkardinaal	noun	Paroaria capitata een zangvogel uit de familie van de tangaren(Thraupidae).
geelsnavelkardinaaltje	=	geelsnavelkardinaal
geelsnavelkardinaaltjes	=	geelsnavelkardinaal
geelsnavelkardinalen	=	geelsnavelkardinaal
geelsnavelkitta	noun	Urocissa flavirostris een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
geelsnavelkitta's	=	geelsnavelkitta
geelsnavelkittaatje	=	geelsnavelkitta
geelsnavelkittaatjes	=	geelsnavelkitta
geelsnavelklauwier	noun	Corvinella corvina een zangvogel uit de familie van klauwieren (Laniidae) die voorkomt in de Sahelzone van Afrika
geelsnavelklauwieren	=	geelsnavelklauwier
geelsnavelklauwiertje	=	geelsnavelklauwier
geelsnavelklauwiertjes	=	geelsnavelklauwier
geelsnavelkoekoek	noun	Coccyzus americanus een vogel uit de familie van de koekoeken.
geelsnavelkoekoeken	=	geelsnavelkoekoek
geelsnavelkoekoekje	=	geelsnavelkoekoek
geelsnavelkoekoekjes	=	geelsnavelkoekoek
geelsnavellepelaar	noun	Platalea flavipes een vogelsoort uit de familie ibissen en lepelaars.
geelsnavellepelaars	=	geelsnavellepelaar
geelsnavellepelaartje	=	geelsnavellepelaar
geelsnavellepelaartjes	=	geelsnavellepelaar
geelsnavellepelaren	=	geelsnavellepelaar
geelsnavellori	noun	soort papegaai Lorius chlorocercus die van nature voorkomt op de Salomonseilanden
geelsnavellori's	=	geelsnavellori
geelsnavelmeestiran	noun	Anairetes flavirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelsnavelmeestirannen	=	geelsnavelmeestiran
geelsnavelmeestirannetje	=	geelsnavelmeestiran
geelsnavelmeestirannetjes	=	geelsnavelmeestiran
geelsnavelolijfruggors	noun	Arremon axillaris (synoniem Arremon taciturnus axillaris) een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen)
geelsnavelolijfruggorsje	=	geelsnavelolijfruggors
geelsnavelolijfruggorsjes	=	geelsnavelolijfruggors
geelsnavelolijfruggorzen	=	geelsnavelolijfruggors
geelsnavelossenpikker	noun	Buphagus africanus een vogel die leeft in de savannegebieden van Afrika ten zuiden van de Sahara
geelsnavelossenpikkers	=	geelsnavelossenpikker
geelsnavelossenpikkertje	=	geelsnavelossenpikker
geelsnavelossenpikkertjes	=	geelsnavelossenpikker
geelsnavels	=	geelsnavel
geelsnaveltje	=	geelsnavel
geelsnaveltjes	=	geelsnavel
geelsnaveltoerako	noun	Tauraco macrorhynchus een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's).
geelsnaveltoerako's	=	geelsnaveltoerako
geelsnaveltoerakootje	=	geelsnaveltoerako
geelsnaveltoerakootjes	=	geelsnaveltoerako
geelsnaveltok	noun	een neushoornvogel van het geslacht Tockus
geelsnaveltokje	=	geelsnaveltok
geelsnaveltokjes	=	geelsnaveltok
geelsnaveltokken	=	geelsnaveltok
geelsnaveltrappist	noun	Monasa flavirostris een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
geelsnaveltrappisten	=	geelsnaveltrappist
geelsnaveltrappistje	=	geelsnaveltrappist
geelsnaveltrappistjes	=	geelsnaveltrappist
geelsnaveltroepiaal	noun	Amblycercus holosericeus de enige soort van het zangvogelgeslacht Amblycercus uit de familie troepialen (Icteridae).
geelsnaveltroepiaaltje	=	geelsnaveltroepiaal
geelsnaveltroepiaaltjes	=	geelsnaveltroepiaal
geelsnaveltroepialen	=	geelsnaveltroepiaal
geelsnavelwouw	noun	Milvus aegyptius een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen).
geelsnavelwouwen	=	geelsnavelwouw
geelsnavelwouwtje	=	geelsnavelwouw
geelsnavelwouwtjes	=	geelsnavelwouw
geelsnavelzilverreiger	noun	Ardea brachyrhyncha (syn.: Egretta intermedia brachyrhyncha) een vogel uit de familie van de reigers, in 1854 beschreven door Alfred Brehm
geelsnavelzilverreigers	=	geelsnavelzilverreiger
geelsnavelzilverreigertje	=	geelsnavelzilverreiger
geelsnavelzilverreigertjes	=	geelsnavelzilverreiger
geelsnedemycena	noun	een eetbare soort plaatjeszwam Mycena flavescens uit de familie Mycenaceae.
geelsnedemycena's	=	geelsnedemycena
geelsnedemycenaatje	=	geelsnedemycena
geelsnedemycenaatjes	=	geelsnedemycena
geelsnoet-wimperzweefvlieg	noun	Dasysyrphus hilaris een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
geelsnoet-wimperzweefvliegen	=	geelsnoet-wimperzweefvlieg
geelsnoet-wimperzweefvliegje	=	geelsnoet-wimperzweefvlieg
geelsnoet-wimperzweefvliegjes	=	geelsnoet-wimperzweefvlieg
geelsnuiteikenkokermot	noun	Coleophora ibipennella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
geelsnuiteikenkokermotje	=	geelsnuiteikenkokermot
geelsnuiteikenkokermotjes	=	geelsnuiteikenkokermot
geelsnuiteikenkokermotten	=	geelsnuiteikenkokermot
geelsparchipmunk	noun	Tamias amoenus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
geelsparchipmunkje	=	geelsparchipmunk
geelsparchipmunkjes	=	geelsparchipmunk
geelsparchipmunks	=	geelsparchipmunk
geelsprietdikkopje	noun	Thymelicus sylvestris een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
geelsprietdikkopjes	=	geelsprietdikkopje
geelsprietglimwapenvlieg	noun	Microchrysa flavicornis een vliegensoort uit de familie van de Stratiomyidae.
geelsprietglimwapenvliegen	=	geelsprietglimwapenvlieg
geelsprietglimwapenvliegje	=	geelsprietglimwapenvlieg
geelsprietglimwapenvliegjes	=	geelsprietglimwapenvlieg
geelsprietkruiper	noun	Harpalus luteicornis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
geelsprietkruipers	=	geelsprietkruiper
geelsprietkruipertje	=	geelsprietkruiper
geelsprietkruipertjes	=	geelsprietkruiper
geelst	=	geel
geelstaart	noun	Ocyurus chrysurus een straalvinnige vis uit de familie van snappers (Lutjanidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
geelstaarten	=	geelstaart
geelstaartje	=	geelstaart
geelstaartjes	=	geelstaart
geelstaartklaverzandbij	noun	Andrena wilkella een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
geelstaartklaverzandbijen	=	geelstaartklaverzandbij
geelstaartklaverzandbijtje	=	geelstaartklaverzandbij
geelstaartklaverzandbijtjes	=	geelstaartklaverzandbij
geelstaartsikkelsnavel	noun	Drepanornis albertisi een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
geelstaartsikkelsnavels	=	geelstaartsikkelsnavel
geelstaartsikkelsnaveltje	=	geelstaartsikkelsnavel
geelstaartsikkelsnaveltjes	=	geelstaartsikkelsnavel
geelstaarttroepiaal	noun	Icterus mesomelas een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelstaarttroepiaaltje	=	geelstaarttroepiaal
geelstaarttroepiaaltjes	=	geelstaarttroepiaal
geelstaarttroepialen	=	geelstaarttroepiaal
geelstaartwolaap	noun	Oreonax flavicauda de enige soort van het geslacht Geelstaartwolapen (Oreonax), een grijpstaartaap (Atelidae) die endemisch is in Peru.
geelstaartwolaapje	=	geelstaartwolaap
geelstaartwolaapjes	=	geelstaartwolaap
geelstaartwolapen	=	geelstaartwolaap
geelste	=	geel
geelsteelhertenzwam	noun	Pluteus romellii een paddenstoel uit de familie Pluteaceae.
geelsteelhertenzwammen	=	geelsteelhertenzwam
geelsteelhertenzwammetje	=	geelsteelhertenzwam
geelsteelhertenzwammetjes	=	geelsteelhertenzwam
geelsteelmycena	noun	Mycena renati een paddenstoel uit het geslacht Mycena.
geelsteelmycena's	=	geelsteelmycena
geelsteelmycenaatje	=	geelsteelmycena
geelsteelmycenaatjes	=	geelsteelmycena
geelsteelsatijnzwam	noun	Entoloma xanthocaulon een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
geelsteelsatijnzwammen	=	geelsteelsatijnzwam
geelsteelsatijnzwammetje	=	geelsteelsatijnzwam
geelsteelsatijnzwammetjes	=	geelsteelsatijnzwam
geelsteeltje	noun	Orthodontium lineare een mossoort behorend tot de familie Orthodontiaceae.
geelsteeltjes	=	geelsteeltje
geelster	noun	benaming voor planten uit het geslacht Gagea, in het voorjaar bloeiende planten uit de leliefamilie
geelster-vogelmelkroest	noun	Uromyces acutatus een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
geelster-vogelmelkroesten	=	geelster-vogelmelkroest
geelster-vogelmelkroestje	=	geelster-vogelmelkroest
geelster-vogelmelkroestjes	=	geelster-vogelmelkroest
geelsterren	=	geelster
geelsterretje	=	geelster
geelsterretjes	=	geelster
geelstipwortelmot	noun	Dichrorampha plumbana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
geelstipwortelmotje	=	geelstipwortelmot
geelstipwortelmotjes	=	geelstipwortelmot
geelstipwortelmotten	=	geelstipwortelmot
geelstreepdolkwesp	noun	Scolia hirta een vliesvleugelig insect uit de familie van de Scoliidae.
geelstreepdolkwespen	=	geelstreepdolkwesp
geelstreepdolkwespje	=	geelstreepdolkwesp
geelstreepdolkwespjes	=	geelstreepdolkwesp
geelstuit	noun	dier met een gele stuit
geelstuitbergbuidelspreeuw	noun	Cacicus chrysonotus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelstuitbergbuidelspreeuwen	=	geelstuitbergbuidelspreeuw
geelstuitbergbuidelspreeuwtje	=	geelstuitbergbuidelspreeuw
geelstuitbergbuidelspreeuwtjes	=	geelstuitbergbuidelspreeuw
geelstuitbuidelspreeuw	noun	Cacicus cela een van de grotere troepialen.
geelstuitbuidelspreeuwen	=	geelstuitbuidelspreeuw
geelstuitbuidelspreeuwtje	=	geelstuitbuidelspreeuw
geelstuitbuidelspreeuwtjes	=	geelstuitbuidelspreeuw
geelstuitdoornsnavel	noun	Acanthiza chrysorrhoa een vogel in de familie van de Acanthizidae (Australische zangers).
geelstuitdoornsnavels	=	geelstuitdoornsnavel
geelstuitdoornsnaveltje	=	geelstuitdoornsnavel
geelstuitdoornsnaveltjes	=	geelstuitdoornsnavel
geelstuiten	=	geelstuit
geelstuithoningvogel	noun	Prionochilus xanthopygius een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
geelstuithoningvogels	=	geelstuithoningvogel
geelstuithoningvogeltje	=	geelstuithoningvogel
geelstuithoningvogeltjes	=	geelstuithoningvogel
geelstuitje	=	geelstuit
geelstuitjes	=	geelstuit
geelstuitkanarie	noun	Crithagra xanthopygia een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
geelstuitkanaries	=	geelstuitkanarie
geelstuitkanarietje	=	geelstuitkanarie
geelstuitkanarietjes	=	geelstuitkanarie
geelstuitketellapper	noun	Pogoniulus bilineatus een vogel uit de familie Afrikaanse baardvogels (Lybiidae)
geelstuitketellappers	=	geelstuitketellapper
geelstuitketellappertje	=	geelstuitketellapper
geelstuitketellappertjes	=	geelstuitketellapper
geelstuitmiersluiper	noun	Euchrepomis sharpei een vogel uit de familie Thamnophilidae.
geelstuitmiersluipers	=	geelstuitmiersluiper
geelstuitmiersluipertje	=	geelstuitmiersluiper
geelstuitmiersluipertjes	=	geelstuitmiersluiper
geelstuitsijs	noun	Spinus uropygialis een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
geelstuitsijsje	=	geelstuitsijs
geelstuitsijsjes	=	geelstuitsijs
geelstuitsijzen	=	geelstuitsijs
geelstuittangare	noun	Hemithraupis flavicollis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelstuittangaren	=	geelstuittangare
geelstuittangaretje	=	geelstuittangare
geelstuittangaretjes	=	geelstuittangare
geelstuittiran	noun	Myiobius barbatus een zangvogel uit de familie Tityridae.
geelstuittirannen	=	geelstuittiran
geelstuittirannetje	=	geelstuittiran
geelstuittirannetjes	=	geelstuittiran
geelstuitwatertroepiaal	noun	Pseudoleistes guirahuro een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelstuitwatertroepiaaltje	=	geelstuitwatertroepiaal
geelstuitwatertroepiaaltjes	=	geelstuitwatertroepiaal
geelstuitwatertroepialen	=	geelstuitwatertroepiaal
geeltandboegsprietmot	noun	Eulamprotes atrella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
geeltandboegsprietmotje	=	geeltandboegsprietmot
geeltandboegsprietmotjes	=	geeltandboegsprietmot
geeltandboegsprietmotten	=	geeltandboegsprietmot
geelteugelamazone	noun	Amazona xantholora een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
geelteugelamazonen	=	geelteugelamazone
geelteugelamazones	=	geelteugelamazone
geelteugelamazonetje	=	geelteugelamazone
geelteugelamazonetjes	=	geelteugelamazone
geelteugelgors	noun	Melanodera xanthogramma een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelteugelgorsje	=	geelteugelgors
geelteugelgorsjes	=	geelteugelgors
geelteugelgorzen	=	geelteugelgors
geelteugelhoningeter	noun	Microptilotis flavirictus zeldzame en endemische vogel uit Nieuw-Guinea
geelteugelhoningeters	=	geelteugelhoningeter
geelteugelhoningetertje	=	geelteugelhoningeter
geelteugelhoningetertjes	=	geelteugelhoningeter
geelteugellooftiran	noun	Pogonotriccus venezuelanus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelteugellooftirannen	=	geelteugellooftiran
geelteugellooftirannetje	=	geelteugellooftiran
geelteugellooftirannetjes	=	geelteugellooftiran
geeltipje	noun	Nomada sheppardana een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
geeltipjes	=	geeltipje
geeltje	noun	alleen verkleinwoord klein stukje geel papier met kleefstof dat ergens tijdelijk kan worden aangebracht met een door de gebruiker aangebracht kort bericht
geeltjes	=	geel
geelvinbarbeel	noun	Mulloidichthys vanicolensis een straalvinnige vissensoort uit de familie van zeebarbelen (Mullidae).
geelvinbarbeeltje	=	geelvinbarbeel
geelvinbarbeeltjes	=	geelvinbarbeel
geelvinbarbelen	=	geelvinbarbeel
geelvink	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Serinus
geelvinkboshoen	noun	Megapodius geelvinkianus een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
geelvinkboshoenderen	=	geelvinkboshoen
geelvinkboshoenders	=	geelvinkboshoen
geelvinkboshoendertje	=	geelvinkboshoen
geelvinkboshoendertjes	=	geelvinkboshoen
geelvinken	=	geelvink
geelvinkjufferduif	noun	Ptilinopus speciosus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
geelvinkjufferduifje	=	geelvinkjufferduif
geelvinkjufferduifjes	=	geelvinkjufferduif
geelvinkjufferduiven	=	geelvinkjufferduif
geelvinkmuskaatduif	noun	Ducula geelvinkiana een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
geelvinkmuskaatduifje	=	geelvinkmuskaatduif
geelvinkmuskaatduifjes	=	geelvinkmuskaatduif
geelvinkmuskaatduiven	=	geelvinkmuskaatduif
geelvinkrupsvogel	noun	Edolisoma meyerii een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
geelvinkrupsvogels	=	geelvinkrupsvogel
geelvinkrupsvogeltje	=	geelvinkrupsvogel
geelvinkrupsvogeltjes	=	geelvinkrupsvogel
geelvinmakreel	noun	Seriola quinqueradiata een straalvinnige vis uit de familie van horsmakrelen (Carangidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
geelvinmakreeltje	=	geelvinmakreel
geelvinmakreeltjes	=	geelvinmakreel
geelvinmakrelen	=	geelvinmakreel
geelvinstraatveger	noun	Lethrinus erythracanthus een straalvinnige vissensoort uit de familie van straatvegers (Lethrinidae).
geelvinstraatvegers	=	geelvinstraatveger
geelvinstraatvegertje	=	geelvinstraatveger
geelvinstraatvegertjes	=	geelvinstraatveger
geelvintonijn	noun	Thunnus albacares een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
geelvintonijnen	=	geelvintonijn
geelvintonijntje	=	geelvintonijn
geelvintonijntjes	=	geelvintonijn
geelvlekbaardvogel	noun	Buccanodon duchaillui een vogel uit de familie Afrikaanse baardvogels (Lybiidae)
geelvlekbaardvogels	=	geelvlekbaardvogel
geelvlekbaardvogeltje	=	geelvlekbaardvogel
geelvlekbaardvogeltjes	=	geelvlekbaardvogel
geelvlekbergerebia	noun	Erebia manto een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
geelvlekbergerebia's	=	geelvlekbergerebia
geelvlekbergerebiaatje	=	geelvlekbergerebia
geelvlekbergerebiaatjes	=	geelvlekbergerebia
geelvlekdiamantvogel	noun	Pardalotus striatus een zangvogel uit de familie Pardalotidae (diamantvogels).
geelvlekdiamantvogels	=	geelvlekdiamantvogel
geelvlekdiamantvogeltje	=	geelvlekdiamantvogel
geelvlekdiamantvogeltjes	=	geelvlekdiamantvogel
geelvlekdrievorkmot	noun	Trifurcula subnitidella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
geelvlekdrievorkmotje	=	geelvlekdrievorkmot
geelvlekdrievorkmotjes	=	geelvlekdrievorkmot
geelvlekdrievorkmotten	=	geelvlekdrievorkmot
geelvlekheidelibel	noun	Sympetrum flaveolum een echte libel uit de familie van de korenbouten.
geelvlekheidelibellen	=	geelvlekheidelibel
geelvlekheidelibelletje	=	geelvlekheidelibel
geelvlekheidelibelletjes	=	geelvlekheidelibel
geelvlekjachtkogelspin	noun	Euryopis flavomaculata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
geelvlekjachtkogelspinnen	=	geelvlekjachtkogelspin
geelvlekjachtkogelspinnetje	=	geelvlekjachtkogelspin
geelvlekjachtkogelspinnetjes	=	geelvlekjachtkogelspin
geelvlekslak	noun	Marstoniopsis insubrica een slakkensoort uit de familie van de Hydrobiidae.
geelvlekslakje	=	geelvlekslak
geelvlekslakjes	=	geelvlekslak
geelvlekslakken	=	geelvlekslak
geelvlekwortelmot	noun	Dichrorampha flavidorsana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
geelvlekwortelmotje	=	geelvlekwortelmot
geelvlekwortelmotjes	=	geelvlekwortelmot
geelvlekwortelmotten	=	geelvlekwortelmot
geelvleugel	noun	dier met een gele vleugel
geelvleugelamazone	noun	Amazona barbadensis een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
geelvleugelamazonen	=	geelvleugelamazone
geelvleugelamazones	=	geelvleugelamazone
geelvleugelamazonetje	=	geelvleugelamazone
geelvleugelamazonetjes	=	geelvleugelamazone
geelvleugelara	noun	Ara macao een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
geelvleugelara's	=	geelvleugelara
geelvleugelaraatje	=	geelvleugelara
geelvleugelaraatjes	=	geelvleugelara
geelvleugelbergbuidelspreeuw	noun	Cacicus leucoramphus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelvleugelbergbuidelspreeuwen	=	geelvleugelbergbuidelspreeuw
geelvleugelbergbuidelspreeuwtje	=	geelvleugelbergbuidelspreeuw
geelvleugelbergbuidelspreeuwtjes	=	geelvleugelbergbuidelspreeuw
geelvleugelbladvogel	noun	Chloropsis flavipennis een vogelsoort uit de familie van de chloropseidae (bladvogels).
geelvleugelbladvogels	=	geelvleugelbladvogel
geelvleugelbladvogeltje	=	geelvleugelbladvogel
geelvleugelbladvogeltjes	=	geelvleugelbladvogel
geelvleugelbuidelspreeuw	noun	Cassiculus melanicterus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
geelvleugelbuidelspreeuwen	=	geelvleugelbuidelspreeuw
geelvleugelbuidelspreeuwtje	=	geelvleugelbuidelspreeuw
geelvleugelbuidelspreeuwtjes	=	geelvleugelbuidelspreeuw
geelvleugelen	=	geelvleugel
geelvleugellijstergaai	noun	Trochalopteron ngoclinhense een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
geelvleugellijstergaaien	=	geelvleugellijstergaai
geelvleugellijstergaaitje	=	geelvleugellijstergaai
geelvleugellijstergaaitjes	=	geelvleugellijstergaai
geelvleugelmot	noun	Uresiphita gilvata een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
geelvleugelmotje	=	geelvleugelmot
geelvleugelmotjes	=	geelvleugelmot
geelvleugelmotten	=	geelvleugelmot
geelvleugels	=	geelvleugel
geelvleugeltangare	noun	Thraupis abbas een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
geelvleugeltangaren	=	geelvleugeltangare
geelvleugeltangaretje	=	geelvleugeltangare
geelvleugeltangaretjes	=	geelvleugeltangare
geelvleugeltje	=	geelvleugel
geelvleugeltjes	=	geelvleugel
geelvleugeluil	noun	Thalpophila matura een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
geelvleugeluilen	=	geelvleugeluil
geelvleugeluiltje	=	geelvleugeluil
geelvleugeluiltjes	=	geelvleugeluil
geelvleugelzanger	noun	Vermivora chrysoptera een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
geelvleugelzangers	=	geelvleugelzanger
geelvleugelzangertje	=	geelvleugelzanger
geelvleugelzangertjes	=	geelvleugelzanger
geelvoetbuidelmuis	noun	Antechinus flavipes een buidelmuis uit het geslacht Antechinus die voorkomt in een aantal gescheiden populaties in Zuid- en Oost-Australië.
geelvoetbuidelmuisje	=	geelvoetbuidelmuis
geelvoetbuidelmuisjes	=	geelvoetbuidelmuis
geelvoetbuidelmuizen	=	geelvoetbuidelmuis
geelvoetkangoeroe	noun	Petrogale xanthopus een kangoeroe uit het geslacht der rotskangoeroes (Petrogale)
geelvoetkangoeroes	=	geelvoetkangoeroe
geelvoetkangoeroetje	=	geelvoetkangoeroe
geelvoetkangoeroetjes	=	geelvoetkangoeroe
geelvoetzijdeaapje	noun	Mico chrysoleucus een soort uit het geslacht van de Amazone-oeistiti's (Mico).
geelvoetzijdeaapjes	=	geelvoetzijdeaapje
geelvoorhoofdamazone	noun	Amazona ochrocephala een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
geelvoorhoofdamazonen	=	geelvoorhoofdamazone
geelvoorhoofdamazones	=	geelvoorhoofdamazone
geelvoorhoofdamazonetje	=	geelvoorhoofdamazone
geelvoorhoofdamazonetjes	=	geelvoorhoofdamazone
geelvoorhoofdkakariki	noun	Cyanoramphus auriceps een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
geelvoorhoofdkakariki's	=	geelvoorhoofdkakariki
geelvoorhoofdkakarikietje	=	geelvoorhoofdkakariki
geelvoorhoofdkakarikietjes	=	geelvoorhoofdkakariki
geelvoorhoofdkanarie	noun	Crithagra frontalis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
geelvoorhoofdkanaries	=	geelvoorhoofdkanarie
geelvoorhoofdkanarietje	=	geelvoorhoofdkanarie
geelvoorhoofdkanarietjes	=	geelvoorhoofdkanarie
geelvoorhoofdketellapper	noun	Pogoniulus chrysoconus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels)
geelvoorhoofdketellappers	=	geelvoorhoofdketellapper
geelvoorhoofdketellappertje	=	geelvoorhoofdketellapper
geelvoorhoofdketellappertjes	=	geelvoorhoofdketellapper
geelwang	noun	dier met een gele wang
geelwangamazone	noun	Amazona autumnalis een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
geelwangamazonen	=	geelwangamazone
geelwangamazones	=	geelwangamazone
geelwangamazonetje	=	geelwangamazone
geelwangamazonetjes	=	geelwangamazone
geelwangbaardvogel	noun	Psilopogon chrysopogon een Aziatische baardvogel die voorkomt in de Indische Archipel
geelwangbaardvogels	=	geelwangbaardvogel
geelwangbaardvogeltje	=	geelwangbaardvogel
geelwangbaardvogeltjes	=	geelwangbaardvogel
geelwangbekarde	noun	Pachyramphus xanthogenys een zangvogel uit de familie Tityridae.
geelwangbekardes	=	geelwangbekarde
geelwangbekardetje	=	geelwangbekarde
geelwangbekardetjes	=	geelwangbekarde
geelwangbuulbuul	noun	Pycnonotus flavescens een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae) die voorkomt in oostelijke uitlopers van de Himalaja en Zuidoost-Azië
geelwangbuulbuuls	=	geelwangbuulbuul
geelwangbuulbuultje	=	geelwangbuulbuul
geelwangbuulbuultjes	=	geelwangbuulbuul
geelwangchipmunk	noun	Tamias ochrogenys knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
geelwangchipmunkje	=	geelwangchipmunk
geelwangchipmunkjes	=	geelwangchipmunk
geelwangchipmunks	=	geelwangchipmunk
geelwangen	=	geelwang
geelwangetje	=	geelwang
geelwangetjes	=	geelwang
geelwanggors	noun	Ammodramus aurifrons een vogelsoort uit de familie emberizidae.
geelwanggorsje	=	geelwanggors
geelwanggorsjes	=	geelwanggors
geelwanggorzen	=	geelwanggors
geelwanghoningeter	noun	Melipotes fumigatus een vogel uit de familie van de Meliphagidae (Honingeters).
geelwanghoningeters	=	geelwanghoningeter
geelwanghoningetertje	=	geelwanghoningeter
geelwanghoningetertjes	=	geelwanghoningeter
geelwanglori	noun	Saudareos meyeri een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
geelwanglori's	=	geelwanglori
geelwanglorietje	=	geelwanglori
geelwanglorietjes	=	geelwanglori
geelwangmees	noun	Machlolophus spilonotus een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
geelwangmeesje	=	geelwangmees
geelwangmeesjes	=	geelwangmees
geelwangmezen	=	geelwangmees
geelwangmuspapegaai	noun	Forpus xanthops een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
geelwangmuspapegaaien	=	geelwangmuspapegaai
geelwangmuspapegaaitje	=	geelwangmuspapegaai
geelwangmuspapegaaitjes	=	geelwangmuspapegaai
geelwangschildpad	noun	een schildpad (ondersoort) Trachemys scripta troosti uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
geelwangschildpadden	=	geelwangschildpad
geelwangschildpadje	=	geelwangschildpad
geelwangschildpadjes	=	geelwangschildpad
geelwangsijs	noun	Spinus yarrellii een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
geelwangsijsje	=	geelwangsijs
geelwangsijsjes	=	geelwangsijs
geelwangsijzen	=	geelwangsijs
geelwangspinnenjager	noun	Arachnothera chrysogenys een zangvogel uit de familie van de honingzuigers.
geelwangspinnenjagers	=	geelwangspinnenjager
geelwangspinnenjagertje	=	geelwangspinnenjager
geelwangspinnenjagertjes	=	geelwangspinnenjager
geelwangtrogon	noun	Apaloderma aequatoriale een vogel uit de familie van de trogons (Trogonidae).
geelwangtrogonnetje	=	geelwangtrogon
geelwangtrogonnetjes	=	geelwangtrogon
geelwangtrogons	=	geelwangtrogon
geelwangvliegenpikker	noun	Zimmerius viridiflavus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
geelwangvliegenpikkers	=	geelwangvliegenpikker
geelwangvliegenpikkertje	=	geelwangvliegenpikker
geelwangvliegenpikkertjes	=	geelwangvliegenpikker
geelwangwoelmuis	noun	Microtus xanthognathus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
geelwangwoelmuisje	=	geelwangwoelmuis
geelwangwoelmuisjes	=	geelwangwoelmuis
geelwangwoelmuizen	=	geelwangwoelmuis
geelwangzanger	noun	Setophaga chrysoparia een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
geelwangzangers	=	geelwangzanger
geelwangzangertje	=	geelwangzanger
geelwangzangertjes	=	geelwangzanger
geelwit	adj	een kleur die tussen wit en geel in zit
geelwits	=	geelwit
geelwitst	=	geelwit
geelwitste	=	geelwit
geelwitte	=	geelwit
geelwitten	=	geelwit
geelwitter	=	geelwit
geelwittere	=	geelwit
geelwitters	=	geelwit
geelwortel	noun	Curcuma longa een plant waarvan de wortel een gele kleurstof levert
geelwortelen	=	geelwortel
geelwortels	=	geelwortel
geelworteltje	=	geelwortel
geelworteltjes	=	geelwortel
geelzoommot	noun	Loxostege sticticalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
geelzoommotje	=	geelzoommot
geelzoommotjes	=	geelzoommot
geelzoommotten	=	geelzoommot
geelzucht	noun	een gelige gelaatskleur hebben, gewoonlijk als gevolg van hepatitis
geen	article	ontkennend onbepaald lidwoord tegenovergestelde van één, niet een	pron	niemand
geenbezwaarsysteem	noun	een systematiek waarin patiënten aangeven geen bezwaar te maken tegen bepaalde post mortem behandelingen
geenbezwaarsystemen	=	geenbezwaarsysteem
geeneens	adv	niets; niet eens; helemaal niets
geenerlei	=	generlei
geeninkomenhypotheek	noun	lening, voor onroerend goed, die iemand zonder inkomen kan afsluiten
geeninkomenhypotheken	=	geeninkomenhypotheek
geens	=	geen
geenszins	adv	op geen enkele wijze
geep	noun	smalle ranke soort zeevis met afgeplat lichaam en een lange snavelvormige bek, Belone belone
geepachtigen	noun	een orde Beloniformes binnen de straalvinnige vissen.
geepje	=	geep
geepjes	=	geep
geer	noun	ieder van de gelijke driehoekige vakken die door gelijktijdig gebruik van een aantal hoofdlijnen ontstaan
geerakker	noun	schuin toelopende akker
geerakkers	=	geerakker
geerakkertje	=	geerakker
geerakkertjes	=	geerakker
geerde	=	geren
geerden	=	geren
geert	=	geren
geertelsel	noun	mannetje van de giervalk
geertelsels	=	geertelsel
geertelseltje	=	geertelsel
geertelseltjes	=	geertelsel
geertje	=	geer
geertjes	=	geer
geervalk	noun	bepaald soort roofvogel, Falco rusticolus
geervalken	=	geervalk
geervalkje	=	geervalk
geervalkjes	=	geervalk
geesel	=	gesel
geeselen	=	geselen
geest	noun	dat wat zich afspeelt in iemands gedachten
geestdodend	adj	door oneindige saaiheid de geest afstompend
geestdodende	=	geestdodend
geestdodender	=	geestdodend
geestdodendere	=	geestdodend
geestdodenders	=	geestdodend
geestdodends	=	geestdodend
geestdodendst	=	geestdodend
geestdodendste	=	geestdodend
geestdrift	noun	een gevoel van blije en/of emotionele betrokkenheid
geestdriftig	adj	vol met ideeën en energie
geestdriftige	=	geestdriftig
geestdriftiger	=	geestdriftig
geestdriftigere	=	geestdriftig
geestdriftigers	=	geestdriftig
geestdriftigs	=	geestdriftig
geestdriftigst	=	geestdriftig
geestdriftigste	=	geestdriftig
geestdrijvend	adj	overdreven ingenomen met iets zijn, in het bijzonder met de godsdienst
geestdrijvende	=	geestdrijvend
geestdrijvender	=	geestdrijvend
geestdrijvendere	=	geestdrijvend
geestdrijvenders	=	geestdrijvend
geestdrijvends	=	geestdrijvend
geestdrijvendst	=	geestdrijvend
geestdrijvendste	=	geestdrijvend
geestdrijver	noun	iemand die zegt direct door de geest Gods gedreven te zijn
geestdrijvers	=	geestdrijver
geestdryver	=	geestdrijver
geestelijk	adj	betrekking hebbend op de geest, de psyche
geestelijke	noun	iemand die voor een geloof werkt
geestelijken	=	geestelijke
geestelijker	=	geestelijk
geestelijkere	=	geestelijk
geestelijkers	=	geestelijk
geestelijkheden	=	geestelijkheid
geestelijkheid	noun	de gezamenlijke geestelijken (persoon die, vaak door een bepaalde religieuze wijding, de bevoegdheid heeft gekregen om godsdienstonderricht te geven en/of bepaalde gewijde handelingen te verrichten en/of religieuze bestuursfuncties uit te oefenen)
geestelijks	=	geestelijk
geestelijkst	=	geestelijk
geestelijkste	=	geestelijk
geesteloos	adj	zonder geest
geesteloosheden	=	geesteloosheid
geesteloosheid	noun	het geesteloos zijn
geesteloost	=	geesteloos
geestelooste	=	geesteloos
geesteloze	=	geesteloos
geestelozer	=	geesteloos
geestelozere	=	geesteloos
geestelozers	=	geesteloos
geesten	=	geest
geestenbezweerder	noun	bezweerder van geesten
geestenbezweerders	=	geestenbezweerder
geestenuren	=	geestenuur
geestenuur	noun	het middernachtelijk uur waarop volgens sommigen de geesten zouden moeten verschijnen (volgens het principe: tussen elf en één zijn de spoken op de been)
geestenuurtje	=	geestenuur
geestenuurtjes	=	geestenuur
geestenwereld	noun	de wereld waar onstoffelijke wezens zouden leven
geestenwerelden	=	geestenwereld
geestenwereldje	=	geestenwereld
geestenwereldjes	=	geestenwereld
geestes	noun	genitief enkelvoud van geest
geestesarbeid	noun	werk dat men doet binnen de geest en niet in de fysieke werkelijkheid zichtbaar hoeft te zijn
geestesgesteldheden	=	geestesgesteldheid
geestesgesteldheid	noun	de manier waarop iemand denkt en voelt; psychische toestand
geesteshouding	noun	geestelijke, emotionele houding ten opzichte van bepaalde zaken
geesteshoudingen	=	geesteshouding
geesteshoudinkje	=	geesteshouding
geesteshoudinkjes	=	geesteshouding
geesteshygiëne	noun|obsolete	psychiatrische zorg
geesteskind	noun	wat iemand bedacht heeft en waar die persoon zich heel erg betrokken bij voelt
geesteskinderen	=	geesteskind
geesteskindje	=	geesteskind
geestesogen	=	geestesoog
geestesoog	noun	de beelden die men zich in gedachte van iets vormt
geestesstoornis	noun	stoornis van het psychisch functioneren
geestesstoornissen	=	geestesstoornis
geestestoestand	noun	psychische situatie van een persoon
geestestoestanden	=	geestestoestand
geestesvermogen	noun	verstand
geestesvermogens	=	geestesvermogen
geestesvervoering	=	geestvervoering
geesteswereld	noun	de manier waarop mensen of volkeren denken en geloven
geesteswerelden	=	geesteswereld
geesteswereldje	=	geesteswereld
geesteswereldjes	=	geesteswereld
geesteswetenschap	noun	wetenschap die methode en richting van geestelijke werkzaamheid bestudeert.
geesteswetenschappelijk	adj	alles wat te maken heeft met wetenschappelijke bestudering van de producten van de menselijke geest en cultuur
geesteswetenschappelijke	=	geesteswetenschappelijk
geesteswetenschappelijker	=	geesteswetenschappelijk
geesteswetenschappelijkere	=	geesteswetenschappelijk
geesteswetenschappelijkers	=	geesteswetenschappelijk
geesteswetenschappelijks	=	geesteswetenschappelijk
geesteswetenschappelijkst	=	geesteswetenschappelijk
geesteswetenschappelijkste	=	geesteswetenschappelijk
geesteswetenschappen	=	geesteswetenschap
geestesziek	adj	van een persoon dat deze lijdt aan een psychiatrische stoornis, de term wordt vaak gebruikt in combinatie met gewelddadig gedrag
geesteszieke	noun	iemand met een ernstige psychische aandoening
geesteszieken	=	geesteszieke
geesteszieker	=	geestesziek
geestesziekere	=	geestesziek
geestesziekers	=	geestesziek
geesteszieks	=	geestesziek
geestesziekst	=	geestesziek
geestesziekste	=	geestesziek
geestesziekte	noun	psychiatrische aandoening, aandoening van de geest.
geestesziekten	=	geestesziekte
geestesziektes	=	geestesziekte
geestgrond	noun	duinzand dat vermengd is met klei en/of veen dat van elders is aangevoerd en erg geschikt is voor de bloembollenteelt.
geestgronden	=	geestgrond
geestgrondje	=	geestgrond
geestig	adj	op een spitse manier grappig, humoristisch, mogelijk wat scherp en/of ironisch	adv	op een spitse manier grappig, humoristisch, mogelijk wat scherp en/of ironisch
geestige	=	geestig
geestiger	=	geestig
geestigere	=	geestig
geestigers	=	geestig
geestigheden	=	geestigheid
geestigheid	noun	een grappige opmerking
geestigheidje	=	geestigheid
geestigheidjes	=	geestigheid
geestigs	=	geestig
geestigst	=	geestig
geestigste	=	geestig
geestje	=	geest
geestjes	=	geest
geestkracht	noun	de mentale en psychologische instelling die nodig is om iets te doen
geestkrachten	=	geestkracht
geestkrachtig	adj	energiek en vastbesloten
geestkrachtige	=	geestkrachtig
geestkrachtiger	=	geestkrachtig
geestkrachtigere	=	geestkrachtig
geestkrachtigers	=	geestkrachtig
geestkrachtigs	=	geestkrachtig
geestkrachtigst	=	geestkrachtig
geestkrachtigste	=	geestkrachtig
geestloos	adj	geen geestelijke inspanning vereisend
geestloost	=	geestloos
geestlooste	=	geestloos
geestloze	=	geestloos
geestlozer	=	geestloos
geestlozere	=	geestloos
geestlozers	=	geestloos
geestrijk	adj	veel alcohol bevattende
geestrijke	=	geestrijk
geestrijker	=	geestrijk
geestrijkere	=	geestrijk
geestrijkers	=	geestrijk
geestrijks	=	geestrijk
geestrijkst	=	geestrijk
geestrijkste	=	geestrijk
geestverheffend	adj	onbelangrijke zaken opzijzettend de geest tot diepzinniger hoogten laten opstijgen
geestverheffende	=	geestverheffend
geestverheffender	=	geestverheffend
geestverheffendere	=	geestverheffend
geestverheffenders	=	geestverheffend
geestverheffends	=	geestverheffend
geestverheffendst	=	geestverheffend
geestverheffendste	=	geestverheffend
geestverheffing	noun	opwekking van dieper inzicht en moreel bewustzijn
geestverheffingen	=	geestverheffing
geestverheffinkje	=	geestverheffing
geestverheffinkjes	=	geestverheffing
geestvermogen	noun	de mogelijkheden van iemands verstand
geestvermogens	=	geestvermogen
geestverruimend	adj	van drugs: dat ze een hallucinerende werking hebben
geestverruimende	=	geestverruimend
geestverruimender	=	geestverruimend
geestverruimendere	=	geestverruimend
geestverruimenders	=	geestverruimend
geestverruimends	=	geestverruimend
geestverruimendst	=	geestverruimend
geestverruimendste	=	geestverruimend
geestverschijning	noun	het bovennatuurlijke verschijnen van de geest van een dode
geestverschijningen	=	geestverschijning
geestverschijninkje	=	geestverschijning
geestverschijninkjes	=	geestverschijning
geestvervoering	noun	extreme gevoelsverheffing of gemoedsbeweging (waarin iemand vaak de controle over de zinnen of het gewone bewustzijn tijdelijk verliest)
geestvervoeringen	=	geestvervoering
geestverwant	noun	een persoon met wie men een diepe verwantschap ervaart op het gebied van spiritualiteit.	adj	gelijkgezind
geestverwante	=	geestverwant
geestverwanten	=	geestverwant
geestverwanter	=	geestverwant
geestverwantere	=	geestverwant
geestverwanters	=	geestverwant
geestverwantje	=	geestverwant
geestverwants	=	geestverwant
geestverwantschap	noun	iemand met dezelfde mening; iemand met hetzelfde geloof
geestverwantschappen	=	geestverwantschap
geestverwantst	=	geestverwant
geestverwantste	=	geestverwant
geeuw	noun	het zich uitrekken, meestal met open mond, bij slaperigheid, ontspanning of verveling
geeuwde	=	geeuwen
geeuwden	=	geeuwen
geeuwe	=	geeuwen
geeuwen	verb	onwillekeurig den mond opsperren en tevens diep inademen en weer uitademen
geeuwend	=	geeuwen
geeuwende	=	geeuwen
geeuwerig	adj	op een slaperige, vermoeide, saaie manier
geeuwerige	=	geeuwerig
geeuweriger	=	geeuwerig
geeuwerigere	=	geeuwerig
geeuwerigers	=	geeuwerig
geeuwerigs	=	geeuwerig
geeuwerigst	=	geeuwerig
geeuwerigste	=	geeuwerig
geeuwhonger	noun	plotselinge erge honger als gevolg van heftige inspanning zonder eten vaak samengaand met een neiging tot flauwvallen en zweten
geeuwt	=	geeuwen
geeuwtje	=	geeuw
geeuwtjes	=	geeuw
gefaald	=	falen
gefabriceerd	=	fabriceren
gefabriceerde	=	fabriceren
gefabriekt	=	fabrieken
gefabriekte	=	fabrieken
gefabrikeerd	=	fabrikeren
gefabuleerd	=	fabuleren
gefacebookt	=	facebooken
gefacelift	=	faceliften
gefacelifte	=	faceliften
gefacetimed	=	facetimen
gefacetteerd	=	facetteren
gefaciliteerd	=	faciliteren
gefaciliteerde	=	faciliteren
gefactcheckt	=	factchecken
gefactoreerd	=	factoreren
gefactureerd	=	factureren
gefactureerde	=	factureren
gefaded	=	faden
gefailleerd	=	failleren
gefaket	=	faken
gefakete	=	faken
gefalsificeerd	=	falsificeren
gefalsificeerde	=	falsificeren
gefalsifieerd	=	falsifiëren
gefalsifieerde	=	falsifiëren
gefamiliariseerd	=	familiariseren
gefancyd	=	fancyen
gefantaseer	noun	het aanhoudend fijne dingen verzinnen
gefantaseerd	=	fantaseren
gefantaseerde	=	fantaseren
gefarceerd	=	farceren
gefarceerde	=	farceren
gefascineerd	=	fascineren
gefascineerde	=	fascineren
gefaseerd	=	faseren
gefaseerde	=	faseren
gefashionblogd	=	fashionbloggen
gefatsoeneerd	=	fatsoeneren
gefatsoeneerde	=	fatsoeneren
gefavoriseerd	=	favoriseren
gefavoriseerde	=	favoriseren
gefaxt	=	faxen
gefaxte	=	faxen
gefederaliseerd	=	federaliseren
gefederaliseerde	=	federaliseren
gefedereerd	=	federeren
gefedereerde	=	federeren
gefeest	=	feesten
gefeild	=	feilen
gefeliciteerd	intj	gelukwens bij verjaardag, jubileum of een bijzonder resultaat
gefeliciteerde	=	feliciteren
gefeliciteerds	=	gefeliciteerd
gefelst	=	felsen
gefelste	=	felsen
gefemel	noun	aanhoudend iemand op een huichelachtige manier vleien
gefemeld	=	femelen
gefeminiseerd	=	feminiseren
gefept	=	feppen
gefermenteerd	=	fermenteren
gefermenteerde	=	fermenteren
gefeuilleteerd	=	feuilleteren
gefeuilleteerde	=	feuilleteren
gefeverd	=	feveren
gefezel	=	vezelen
gefezeld	=	fezelen
gefezelde	=	fezelen
gefiatteerd	=	fiatteren
gefiatteerde	=	fiatteren
gefibrilleerd	=	fibrilleren
gefibrilleerde	=	fibrilleren
gefictionaliseerd	=	fictionaliseren
gefidget	=	fidgeten
gefiedeld	=	fiedelen
gefiedelde	=	fiedelen
gefield	=	fielden
gefielde	=	fielden
gefierljept	=	fierljeppen
gefietsbeld	=	fietsbellen
gefietscrost	=	fietscrossen
gefietskampeerd	=	fietskamperen
gefietst	=	fietsen
gefietste	=	fietsen
gefiezel	=	vezelen
gefigureerd	=	figureren
gefiguurzaagd	=	figuurzagen
gefijfeld	=	fijfelen
gefikfakt	=	fikfakken
gefikst	=	fiksen
gefikste	=	fiksen
gefileerd	=	fileren
gefileerde	=	fileren
gefileparkeerd	=	fileparkeren
gefilibusterd	=	filibusteren
gefilmd	=	filmen
gefilmde	=	filmen
gefilosofeer	noun	het aanhoudend beschouwend en analyserend nadenken
gefilosofeerd	=	filosoferen
gefilosofeerde	=	filosoferen
gefilte	adj	gevulde
gefilterd	=	filteren
gefilterde	=	filteren
gefiltreerd	=	filtreren
gefiltreerde	=	filtreren
gefinaliseerd	=	finaliseren
gefinancierd	adj	het aanwezig zijn van of geleend hebben van geldelijke middelen
gefinancierde	=	financieren
gefinancierds	=	gefinancierd
gefineerd	=	fineren
gefineerde	=	fineren
gefinetuned	=	finetunen
gefinetunede	=	finetunen
gefingeerd	=	fingeren
gefinisht	=	finishen
gefinishte	=	finishen
gefit	=	fitten
gefitnest	=	fitnessen
gefitneste	=	fitnessen
gefitte	=	fitten
gefixeerd	=	fixeren
gefixt	=	fixen
gefladder	noun	aanhoudend met de vleugels klapperen zonder echt te gaan vliegen
gefladderd	=	fladderen
gefladderde	=	fladderen
geflakkerd	=	flakkeren
geflakkerde	=	flakkeren
geflambeerd	=	flamberen
geflambeerde	=	flamberen
geflaneerd	=	flaneren
geflankeerd	=	flankeren
geflankeerde	=	flankeren
geflankerd	=	flankeren
geflanst	=	flansen
geflanste	=	flansen
geflapperd	=	flapperen
geflapperde	=	flapperen
geflapt	=	flappen
geflapte	=	flappen
geflarft	=	flarfen
geflasht	=	flashen
geflashte	=	flashen
geflaterd	=	flateren
geflatteerd	=	flatteren
geflecteerd	=	flecteren
geflecteerde	=	flecteren
gefleem	noun	huichelachtig iemand vleien
gefleemd	=	flemen
gefleerd	=	fleren
gefleerde	=	fleren
gefleetracet	=	fleetracen
geflensd	=	flenzen
geflensde	=	flenzen
geflenst	=	flensen
geflenste	=	flensen
geflest	=	flessen
gefleste	=	flessen
gefleurd	=	fleuren
gefleurde	=	fleuren
geflexibiliseerd	=	flexibiliseren
geflexibiliseerde	=	flexibiliseren
geflext	=	flexen
geflierefluit	=	flierefluiten
geflikflooi	noun	het aanhoudend treuzelen en nutteloze dingen doen
geflikflooid	=	flikflooien
geflikker	noun	voortdurend veranderen van de lichtsterkte (van een kaars)
geflikkerd	=	flikkeren
geflikkerde	=	flikkeren
geflikt	=	flikken
geflikte	=	flikken
geflipperd	=	flipperen
geflipt	adj	heel vreemd doen (door een verkeerde reactie op drugs)
geflipte	=	geflipt
geflipter	=	geflipt
gefliptere	=	geflipt
geflipters	=	geflipt
geflipts	=	geflipt
gefliptst	=	geflipt
gefliptste	=	geflipt
geflirt	=	flirten
geflit	=	flitten
geflits	noun	het aanhoudend afgaan van de flits van een fototoestel; het aanhoudend foto's maken
geflitst	adj	het gefotografeerd zijn met flitslicht, vooral door een camera die verkeersovertredingen vastlegt.
geflitste	=	geflitst
geflitsts	=	geflitst
gefloat	=	floaten
geflodderd	=	flodderen
gefloept	=	floepen
geflonkerd	=	flonkeren
geflonkerde	=	flonkeren
gefloreerd	=	floreren
gefloreerde	=	floreren
geflost	=	flossen
gefloste	=	flossen
gefloten	=	fluiten
gefluctueerd	=	fluctueren
gefluft	=	fluffen
gefluimd	=	fluimen
gefluister	noun	het fluisteren, het zachte heimelijke spreken
gefluisterd	=	fluisteren
gefluisterde	=	fluisteren
gefluit	noun	het geluid dat geproduceerd wordt doordat lucht langs een opening of holte geblazen wordt
gefluiten	=	gefluit
gefluoresceerd	=	fluoresceren
gefluoresceerde	=	fluoresceren
gefluorideerd	=	fluorideren
gefluorideerde	=	fluorideren
geflyerd	=	flyeren
gefnazeld	=	fnazelen
gefnuikt	=	fnuiken
gefnuikte	=	fnuiken
gefocust	=	focussen
gefocuste	=	focussen
gefoefeld	=	foefelen
gefoefelde	=	foefelen
gefoekerd	=	foekeren
gefoekt	=	foeken
gefoelied	=	foeliën
gefoerageerd	=	foerageren
gefoeteld	=	foetelen
gefoeter	noun	voortdurende protesten en gescheld
gefoeterd	=	foeteren
gefoezel	noun	het aanhoudend vrijen
gefoezeld	=	foezelen
gefokt	=	fokken
gefokte	=	fokken
gefolderd	=	folderen
gefolied	=	foliën
gefoliede	=	foliën
gefolieerd	=	foliëren
gefolieerde	=	foliëren
gefolterd	=	folteren
gefomenteerd	=	fomenteren
gefonceerd	=	fonceren
gefonduud	=	fonduen
gefoneerd	=	foneren
gefonkeld	=	fonkelen
gefonkelde	=	fonkelen
gefoodblogd	=	foodbloggen
gefopt	=	foppen
gefopte	=	foppen
geforceerd	adj	met (te veel) kracht
geforceerde	=	forceren
geforceerder	=	geforceerd
geforceerdere	=	geforceerd
geforceerders	=	geforceerd
geforceerds	=	geforceerd
geforceerdst	=	geforceerd
geforceerdste	=	geforceerd
geforensd	=	forenzen
geformaliseerd	=	formaliseren
geformatteerd	=	formatteren
geformatteerde	=	formatteren
geformeerd	=	formeren
geformeerde	=	formeren
geformuleerd	adj	onder woorden gebracht, duidelijk gemaakt
geformuleerde	=	formuleren
geformuleerds	=	geformuleerd
gefortificeerd	=	fortificeren
gefortificeerde	=	fortificeren
gefortuneerd	adj	van een persoon dat deze veel geld heeft
gefortuneerde	=	gefortuneerd
gefortuneerder	=	gefortuneerd
gefortuneerdere	=	gefortuneerd
gefortuneerders	=	gefortuneerd
gefortuneerds	=	gefortuneerd
gefortuneerdst	=	gefortuneerd
gefortuneerdste	=	gefortuneerd
geforward	adj	doorgestuurd
geforwarde	=	forwarden
geforwards	=	geforward
gefosforesceerd	=	fosforesceren
gefosforesceerde	=	fosforesceren
gefossiliseerd	=	fossiliseren
gefotobomd	=	fotobommen
gefotofuckt	=	fotofucken
gefotografeerd	=	fotograferen
gefotografeerde	=	fotograferen
gefotokopieerd	=	fotokopiëren
gefotokopieerde	=	fotokopiëren
gefotoshopt	=	fotoshoppen
gefouilleerd	=	fouilleren
gefouilleerde	=	fouilleren
gefourneerd	=	fourneren
gefourneerde	=	fourneren
gefoxtrot	=	foxtrotten
gefrackt	=	fracken
gefractioneerd	=	fractioneren
gefractioneerde	=	fractioneren
gefragmenteerd	=	fragmenteren
gefragmenteerde	=	fragmenteren
geframed	=	framen
gefranchised	=	franchisen
gefrankeerd	=	frankeren
gefrankeerde	=	frankeren
gefrappeerd	=	frapperen
gefrappeerde	=	frapperen
gefraseerd	=	fraseren
gefraseerde	=	fraseren
gefraudeerd	=	frauderen
gefrazeld	=	frazelen
gefreakt	=	freaken
gefreelancet	=	freelancen
gefreerund	=	freerunnen
gefreesd	=	frezen
gefreesde	=	frezen
gefreestyled	=	freestylen
gefreewheeld	=	freewheelen
gefrequenteerd	=	frequenteren
gefrequenteerde	=	frequenteren
gefret	=	fretten
gefretteerd	=	fretteren
gefriemel	noun	steeds maar onrustig, nutteloos kleine vinger bewegingen maken
gefriemeld	=	friemelen
gefriendzoned	=	friendzonen
gefrijnd	=	frijnen
gefrijnde	=	frijnen
gefrisbeed	=	frisbeeën
gefriseerd	=	friseren
gefriseerde	=	friseren
gefrist	=	frissen
gefrituurd	adj	gebakken in frituurolie
gefrituurde	=	frituren
gefrituurds	=	gefrituurd
gefroisseerd	=	froisseren
gefrommeld	=	frommelen
gefrommelde	=	frommelen
gefrons	noun	voortdurend boos kijken door het rimpelen van het voorhoofd en het naar elkaar brengen van de wenkbrauwen
gefronseld	=	fronselen
gefronst	=	fronsen
gefrot	=	frotten
gefrotteerd	=	frotteren
gefrotteerde	=	frotteren
gefruit	=	fruiten
gefruite	=	fruiten
gefrummeld	=	frummelen
gefrunnik	noun	aanhoudend frunniken en wriemelen
gefrunnikt	=	frunniken
gefrunnikte	=	frunniken
gefrustreerd	adj	van een persoon dat hij of zij belemmerd is de verwezenlijking van diens wensen, doelen of ambities	adv	van een persoon dat hij of zij belemmerd is de verwezenlijking van diens wensen, doelen of ambities
gefrustreerde	=	frustreren
gefrustreerder	=	gefrustreerd
gefrustreerdere	=	gefrustreerd
gefrustreerders	=	gefrustreerd
gefrustreerds	=	gefrustreerd
gefrustreerdst	=	gefrustreerd
gefrustreerdste	=	gefrustreerd
gefrut	=	frutten
gefrutsel	noun	het langdurig aan iets kleins werken
gefrutseld	=	frutselen
gefrutselde	=	frutselen
gefröbel	noun	op een manier die lijkt op het spelen van kleuters
gefröbeld	=	fröbelen
gefuckt	=	fucken
gefuckte	=	fucken
gefuifd	=	fuiven
gefuifde	=	fuiven
gefulmineerd	=	fulmineren
gefumeerd	adj	van glas dat het getint is
gefumeerde	=	gefumeerd
gefumeerder	=	gefumeerd
gefumeerdere	=	gefumeerd
gefumeerders	=	gefumeerd
gefumeerds	=	gefumeerd
gefumeerdst	=	gefumeerd
gefumeerdste	=	gefumeerd
gefunctioneerd	=	functioneren
gefundeerd	=	funderen
gefungeerd	=	fungeren
gefunshopt	=	funshoppen
gefuseerd	=	fuseren
gefusilleerd	=	fusilleren
gefusilleerde	=	fusilleren
gefusioneerd	=	fusioneren
gefusioneerde	=	fusioneren
gefutseld	=	futselen
gefutselde	=	futselen
gefêteerd	=	fêteren
gefêteerde	=	fêteren
geföhnd	=	föhnen
geföhnde	=	föhnen
gegaan	=	gaan
gegaapt	=	gapen
gegaard	=	garen
gegaarde	=	garen
gegadigde	noun	iemand die meent voor iets in aanmerking te komen
gegadigden	=	gegadigde
gegaffeld	=	gaffelen
gegaggeld	=	gaggelen
gegak	noun	het aanhoudend of voortdurend gakken van ganzen
gegakt	=	gakken
gegald	=	gallen
gegalde	=	gallen
gegalm	noun	aanhoudend een luid galmend geluid maken
gegalmd	=	galmen
gegalmde	=	galmen
gegaloppeerd	=	galopperen
gegalvaniseerd	=	galvaniseren
gegamed	=	gamen
gegane	=	gaan
gegangbangd	=	gangbangen
gegangmaakt	=	gangmaken
gegangmaakte	=	gangmaken
gegannefd	=	ganneven
geganteerd	adj	in handschoenen gestoken, met handschoenen aan
geganteerde	=	geganteerd
geganteerds	=	geganteerd
geganzenbord	=	ganzenborden
gegapt	=	gappen
gegapte	=	gappen
gegarandeerd	adj	beloofd, verzekerd. zeker, beslist, vast, stellig
gegarandeerde	=	garanderen
gegarandeerder	=	gegarandeerd
gegarandeerdere	=	gegarandeerd
gegarandeerders	=	gegarandeerd
gegarandeerds	=	gegarandeerd
gegarandeerdst	=	gegarandeerd
gegarandeerdste	=	gegarandeerd
gegareerd	=	gareren
gegarfd	=	garven
gegarfde	=	garven
gegarneerd	=	garneren
gegarneerde	=	garneren
gegast	=	gassen
gegastblogd	=	gastbloggen
gegasteerd	=	gasteren
gegatlikt	=	gatlikken
gegaufreerd	=	gaufreren
gegaufreerde	=	gaufreren
gegeerd	adj	in trek, gewild
gegeerde	=	geren
gegeerder	=	gegeerd
gegeerdere	=	gegeerd
gegeerders	=	gegeerd
gegeerds	=	gegeerd
gegeerdst	=	gegeerd
gegeerdste	=	gegeerd
gegeeuw	noun	het aanhoudend geeuwen dat ontstaat door iets dat saai en slaapverwekkend is
gegeeuwd	=	geeuwen
gegeid	=	geien
gegeide	=	geien
gegeilbekt	=	geilbekken
gegeild	=	geilen
gegeilkend	=	geilkenen
gegeind	=	geinen
gegeit	=	geiten
gegekscheerd	=	gekscheren
gegekt	=	gekken
gegeleerd	=	geleren
gegeneerd	adj	met schaamte
gegeneerde	=	generen
gegeneerder	=	gegeneerd
gegeneerdere	=	gegeneerd
gegeneerders	=	gegeneerd
gegeneerds	=	gegeneerd
gegeneerdst	=	gegeneerd
gegeneerdste	=	gegeneerd
gegeneraliseerd	=	generaliseren
gegeneraliseerde	=	generaliseren
gegenereerd	=	genereren
gegenereerde	=	genereren
gegerfd	=	gerven
gegermaniseerd	=	germaniseren
gegermaniseerde	=	germaniseren
gegermineerd	=	germineren
gegeseld	=	geselen
gegeselde	=	geselen
gegespt	=	gespen
gegespte	=	gespen
gegesticuleerd	=	gesticuleren
gegeten	=	eten
gegeurd	=	geuren
gegeven	adj	bepaald	noun	een bekend geval of feit
gegevene	noun	wat is geschonken, wat is aangeboden	adj|obsolete	verbogen vorm van de stellende trap van gegeven
gegevenheden	=	gegevenheid
gegevenheid	noun	het gegeven zijn
gegevens	=	gegeven
gegevensanalyse	noun	de analyse van gegevens
gegevensanalysen	=	gegevensanalyse
gegevensanalyses	=	gegevensanalyse
gegevensanalysetje	=	gegevensanalyse
gegevensanalysetjes	=	gegevensanalyse
gegevensbank	noun	een plaats waar informatie over bepaalde onderwerpen in digitale vorm verzameld, opgeslagen en geconsulteerd kan worden
gegevensbanken	=	gegevensbank
gegevensbankje	=	gegevensbank
gegevensbankjes	=	gegevensbank
gegevensbeheer	noun	beheer over gegevensbestanden m.b.t. de opbouw, beveiliging, toegang en vernietiging
gegevensbeheerder	noun	iemand die belast is met het gegevensbeheer
gegevensbeheerders	=	gegevensbeheerder
gegevensbescherming	noun	het beschermen van data tegen oneigenlijk gebruik
gegevensbeschermingen	=	gegevensbescherming
gegevensbestand	noun	bestand
gegevensbestanden	=	gegevensbestand
gegevensbestandje	=	gegevensbestand
gegevensbestandjes	=	gegevensbestand
gegevensbeveiliging	noun	de beveiliging van gegevens met name tav ongewenst gebruik door derden (hackers) en het verloren gaan
gegevensbeveiligingen	=	gegevensbeveiliging
gegevensbeveiligingetje	=	gegevensbeveiliging
gegevensbeveiligingetjes	=	gegevensbeveiliging
gegevensdrager	noun	fysieke plek om informatie op te slaan, informatiedrager
gegevensdragers	=	gegevensdrager
gegevensdragertje	=	gegevensdrager
gegevensdragertjes	=	gegevensdrager
gegevensinvoer	noun	de invoer van gegevens (in een database)
gegevensinvoeren	=	gegevensinvoer
gegevensmodel	noun	een model dat de onderlinge relaties tussen de relaties beschrijft en de attributen van de afzonderlijke data-items
gegevensmodellen	=	gegevensmodel
gegevensmodelletje	=	gegevensmodel
gegevensmodelletjes	=	gegevensmodel
gegevensopslag	noun	het opslaan en bewaren van data
gegevensopslagen	=	gegevensopslag
gegevensoverdracht	noun	het verplaatsen van data van de ene naar de andere plaats of van de ene dienst naar een andere dienst
gegevensoverdrachten	=	gegevensoverdracht
gegevenspakhuis	noun	een plek waar heel veel gegevens zijn opgeslagen
gegevenspakhuisje	=	gegevenspakhuis
gegevenspakhuisjes	=	gegevenspakhuis
gegevenspakhuizen	=	gegevenspakhuis
gegevensset	noun	een verzameling gegevens
gegevenssets	=	gegevensset
gegevensstromen	=	gegevensstroom
gegevensstroom	noun	de gegevens die van de ene naar de andere plaats worden verstuurd over een communicatiekanaal
gegevensstroompje	=	gegevensstroom
gegevensstroompjes	=	gegevensstroom
gegevensstructuren	=	gegevensstructuur
gegevensstructuur	noun	de structuur van gegevens (vooral van toepassing op samengestelde variabelen)
gegevensstructuurtje	=	gegevensstructuur
gegevensstructuurtjes	=	gegevensstructuur
gegevenstype	noun	het formaat en aantal bits van een specifiek soort gegevens, zoals geheel getal, booleaanse grootheid, niet geheel getal, karakter of string en ook nog de bijbehorende codering (ANSI, UTF-8, UTF-16 etc.)
gegevenstypen	=	gegevenstype
gegevenstypes	=	gegevenstype
gegevenstypetje	=	gegevenstype
gegevenstypetjes	=	gegevenstype
gegevensuitwisseling	noun	het delen, uitwisselen van gegevens
gegevensuitwisselingen	=	gegevensuitwisseling
gegevensuitwisselingetje	=	gegevensuitwisseling
gegevensuitwisselingetjes	=	gegevensuitwisseling
gegevensverkeer	noun	de gegevens die van de ene naar de andere plaats worden verstuurd over een communicatiekanaal
gegevensverstrekking	noun	het doorsturen van gegevens van de ene organisatie naar de andere organsiatie
gegevensverstrekkingen	=	gegevensverstrekking
gegevensverstrekkinkje	=	gegevensverstrekking
gegevensverstrekkinkjes	=	gegevensverstrekking
gegevensverwerker	noun	persoon die betrokken is bij het verwerken van data
gegevensverwerkers	=	gegevensverwerker
gegevensverwerking	noun	het gebruiken, delen en opslaan van data
gegevensverwerkingen	=	gegevensverwerking
gegevensverzameling	noun	is een collectie van gegevens, meestal gepresenteerd in tabelvorm.
gegevensverzamelingen	=	gegevensverzameling
gegevensverzamelingetje	=	gegevensverzameling
gegevensverzamelingetjes	=	gegevensverzameling
gegeventje	=	gegeven
gegeventjes	=	gegeven
geghost	=	ghosten
gegibberd	=	gibberen
gegiebel	noun	aanhoudend, heimelijk lachen om kleinigheden (zoals gebruikelijk is tussen meisjes en jonge vrouwen)
gegiebeld	=	giebelen
gegiechel	noun	steeds maar zachtjes en verlegen lachen vooral door meisje of vrouwen
gegiecheld	=	giechelen
gegiegaag	noun	geschreeuw van een ezel
gegiegaagd	=	giegagen
gegier	noun	aanhoudend luidruchtig lachen
gegierd	=	gieren
gegijld	=	gijlen
gegijpt	=	gijpen
gegijpte	=	gijpen
gegijzeld	=	gijzelen
gegijzelde	noun	iemand die gevangen genomen is om iets af te dwingen
gegijzelden	=	gegijzelde
gegil	noun	gekrijs, geschreeuw, lawaai met een hoge toon
gegild	=	gillen
gegilde	=	gillen
geginnegapt	=	ginnegappen
gegipst	=	gipsen
gegipste	=	gipsen
gegireerd	=	gireren
gegireerde	=	gireren
gegispt	=	gispen
gegispte	=	gispen
gegist	=	gissen
gegiste	=	gissen
geglaasd	=	glazen
geglaceerd	=	glaceren
geglaceerde	=	glaceren
geglad	=	gladden
gegladde	=	gladden
geglampeerd	=	glamperen
geglampt	=	glampen
geglansd	adj	van een glans voorzien
geglansde	=	glanzen
geglansder	=	geglansd
geglansdere	=	geglansd
geglansders	=	geglansd
geglansds	=	geglansd
geglansdst	=	geglansd
geglansdste	=	geglansd
geglaried	=	glariën
geglazuurd	adj	voorzien van glazuur
geglazuurde	=	geglazuurd
geglazuurds	=	geglazuurd
gegleden	=	glijden
gegleufd	adj	met een langgerekte opening, inkeping, of spleet
gegleufde	=	gegleufd
gegleufder	=	gegleufd
gegleufdere	=	gegleufd
gegleufders	=	gegleufd
gegleufds	=	gegleufd
gegleufdst	=	gegleufd
gegleufdste	=	gegleufd
geglibberd	=	glibberen
geglibberde	=	glibberen
geglimlacht	=	glimlachen
geglinsterd	=	glinsteren
geglipt	=	glippen
geglist	=	glissen
geglitterd	=	glitteren
geglobaliseerd	=	globaliseren
gegloeid	=	gloeien
geglommen	=	glimmen
geglooid	=	glooien
gegloord	=	gloren
geglorieerd	=	gloriëren
geglosseerd	=	glosseren
geglosseerde	=	glosseren
gegluipt	=	gluipen
geglunderd	=	glunderen
gegluurd	=	gluren
gegluuroogd	=	gluurogen
gegniffel	noun	het aanhoudend stiekem ergens stil om lachen
gegniffeld	=	gniffelen
gegnuifd	=	gnuiven
gegnuifde	=	gnuiven
gegoed	adj	voorzien zijn van ruime financiële en andere middelen
gegoede	=	gegoed
gegoeder	=	gegoed
gegoedere	=	gegoed
gegoeders	=	gegoed
gegoedheid	noun	het gegoed zijn
gegoeds	=	gegoed
gegoedst	=	gegoed
gegoedste	=	gegoed
gegokt	=	gokken
gegolden	=	gelden
gegolfd	=	golven
gegolft	=	golfen
gegomd	=	gommen
gegons	noun	voortbrenging van een aanhoudend laag brommend geluid
gegonsd	=	gonzen
gegoochel	noun	het voortdurend mensen vermaken met 'tovertrucjes'
gegoocheld	=	goochelen
gegoochelde	=	goochelen
gegoogeld	=	googelen
gegoogelde	=	googelen
gegooid	=	gooien
gegooide	=	gooien
gegord	=	gorden
gegorde	=	gorden
gegordeld	=	gordelen
gegorgeld	=	gorgelen
gegoten	=	gieten
gegourmet	=	gourmetten
gegraaf	noun	aanhoudend graven waardoor kuilen en gangen ontstaan
gegraai	noun	het aanhoudend grijpen, verzamelen, pakken, roven en graaien
gegraaid	=	graaien
gegraaide	=	graaien
gegraasd	=	grazen
gegrabbeld	=	grabbelen
gegrabbelde	=	grabbelen
gegrabd	=	grabben
gegrabde	=	grabben
gegradeerd	=	graderen
gegradeerde	=	graderen
gegradueerd	adj	een graad of titel bezittend
gegradueerde	=	gradueren
gegradueerds	=	gegradueerd
gegranuleerd	=	granuleren
gegranuleerde	=	granuleren
gegrapjast	=	grapjassen
gegrapt	=	grappen
gegrasduind	=	grasduinen
gegratieerd	=	gratiëren
gegratieerde	=	gratiëren
gegratificeerd	=	gratificeren
gegratificeerde	=	gratificeren
gegratineerd	=	gratineren
gegratineerde	=	gratineren
gegrauwd	=	grauwen
gegrauwde	=	grauwen
gegraveerd	=	graveren
gegraveerde	=	graveren
gegraven	=	graven
gegraviteerd	=	graviteren
gegreind	=	greinen
gegreinde	=	greinen
gegreineerd	=	greineren
gegreineerde	=	greineren
gegrendeld	=	grendelen
gegrendelde	=	grendelen
gegrensd	=	grenzen
gegrepen	=	grijpen
gegriefd	=	grieven
gegriefdheid	noun	de mate waarin iemand zich beledigd voelt; de mate waarin men zich gekwetst voelt
gegriend	=	grienen
gegriepeerd	adj	last hebbend van influenza of een virusbesmetting met vergelijkbare verschijnselen
gegriepeerde	=	gegriepeerd
gegriepeerder	=	gegriepeerd
gegriepeerdere	=	gegriepeerd
gegriepeerders	=	gegriepeerd
gegriepeerds	=	gegriepeerd
gegriepeerdst	=	gegriepeerd
gegriepeerdste	=	gegriepeerd
gegriezeld	=	griezelen
gegriffeld	=	griffelen
gegriffelde	=	griffelen
gegrift	=	griffen
gegrifte	=	griffen
gegrijnd	=	grijn
gegrijnsd	=	grijnzen
gegrijnslacht	=	grijnslachen
gegrijsd	=	grijzen
gegrijsde	=	grijzen
gegrild	=	grillen
gegrilde	=	grillen
gegrilleerd	=	grilleren
gegrilleerde	=	grilleren
gegrimeerd	=	grimeren
gegrimeerde	=	grimeren
gegrimlacht	=	grimlachen
gegrimlachte	=	grimlachen
gegrind	=	grinden
gegrinde	=	grinden
gegrinnik	noun	aanhoudend zachtjes, spottend lachen
gegrinnikt	=	grinniken
gegrint	=	grinten
gegrinte	=	grinten
gegrist	=	grissen
gegriste	=	grissen
gegritstraald	=	gritstralen
gegritstraalde	=	gritstralen
gegroefd	=	groeven
gegroeid	adj	groter wordend
gegroeide	=	groeien
gegroeids	=	gegroeid
gegroend	=	groenen
gegroende	=	groenen
gegroepeerd	=	groeperen
gegroepeerde	=	groeperen
gegroepsblogd	=	groepsbloggen
gegroet	=	groeten
gegroete	=	groeten
gegrokt	=	grokken
gegrom	noun	voortdurend een brommend geluid voortbrengen zoals past bij wilde dieren
gegromd	=	grommen
gegromde	=	grommen
gegrommeld	=	grommelen
gegrommelde	=	grommelen
gegrond	adj	het terecht of deugdelijk onderbouwd zijn van een standpunt of mening
gegronde	=	gronden
gegrondeld	=	grondelen
gegronder	=	gegrond
gegrondere	=	gegrond
gegronders	=	gegrond
gegrondheid	noun	aanwezigheid van goede redenen
gegronds	=	gegrond
gegrondst	=	gegrond
gegrondste	=	gegrond
gegrondverfd	=	grondverven
gegrondverfde	=	grondverven
gegrondverklaring	noun	oordeel van een rechter, bestuursorgaan of commissie dat een ingediend bezwaar of beroep terecht is.
gegrondverklaringen	=	gegrondverklaring
gegrondverklarinkje	=	gegrondverklaring
gegrondverklarinkjes	=	gegrondverklaring
gegrondvest	=	grondvesten
gegrondveste	=	grondvesten
gegrosseerd	=	grosseren
gegrosseerde	=	grosseren
gegrossierd	=	grossieren
gegrout	=	grouten
gegruit	=	gruiten
gegruite	=	gruiten
gegruizeld	=	gruizelen
gegrut	=	grutten
gegruwd	=	gruwen
gegruweld	=	gruwelen
gegruwelde	=	gruwelen
geguillocheerd	=	guillocheren
geguillocheerde	=	guillocheren
gegulpt	=	gulpen
gegulpte	=	gulpen
gegumd	=	gummen
gegumde	=	gummen
gegund	=	gunnen
gegunde	=	gunnen
gegutst	=	gutsen
gegutste	=	gutsen
gegymd	=	gymmen
gehaagd	=	hagen
gehaaid	=	haaien
gehaaide	=	haaien
gehaaider	=	haaien
gehaaidere	=	haaien
gehaaiders	=	haaien
gehaaids	=	haaien
gehaaidst	=	haaien
gehaaidste	=	haaien
gehaakt	=	haken
gehaald	=	halen
gehaard	=	haren
gehaarde	=	haren
gehaarkloofd	=	haarkloven
gehaast	adj	snel door ongeduld of tijdgebrek
gehaaste	=	gehaast
gehaaster	=	gehaast
gehaastere	=	gehaast
gehaasters	=	gehaast
gehaastheid	noun	het gevoel dat men snel moet handelen omdat men te weinig tijd heeft
gehaasts	=	gehaast
gehaastst	=	gehaast
gehaastste	=	gehaast
gehaat	adj	haat opwekkend. ongeliefd, onbemind, verafschuwd
gehaats	=	gehaat
gehaatst	=	gehaat
gehaatste	=	gehaat
gehacheld	=	hachelen
gehachelde	=	hachelen
gehackt	=	hacken
gehackte	=	hacken
gehad	verb	vormt alleen de voltooide tijden
gehageld	=	hagelen
gehakkel	noun	het niet vloeiend spreken
gehakkeld	=	hakkelen
gehakketak	noun	geruzie
gehakketakt	=	hakketakken
gehakketeerd	=	hakketeren
gehakseld	=	hakselen
gehakselde	=	hakselen
gehakt	noun	fijn gemalen vlees	adj	in kleinere delen gemaakt door hakken
gehaktakt	=	haktakken
gehaktbal	noun	een gebraden bal van fijngehakt vlees met ei en paneermeel als bindmiddel
gehaktballen	=	gehaktbal
gehaktballetje	=	gehaktbal
gehaktballetjes	=	gehaktbal
gehaktbroden	=	gehaktbrood
gehaktbrood	noun	een gerecht bestaande uit gehakt dat in een oven is gebakken
gehaktbroodje	=	gehaktbrood
gehaktbroodjes	=	gehaktbrood
gehaktdag	noun	dag dat gehakt extra goedkoop gekocht kan worden bij een slager
gehaktdagen	=	gehaktdag
gehakte	=	hakken
gehaktmachientje	=	gehaktmachine
gehaktmachientjes	=	gehaktmachine
gehaktmachine	noun	machine waarmee gehakt gemaakt wordt
gehaktmachines	=	gehaktmachine
gehaktmachinetje	=	gehaktmachine
gehaktmachinetjes	=	gehaktmachine
gehaktmolen	noun	molen waarmee gehakt gemaakt wordt
gehaktmolens	=	gehaktmolen
gehaktmolentje	=	gehaktmolen
gehaktmolentjes	=	gehaktmolen
gehakts	=	gehakt
gehaktsaus	noun	een vloeibare substantie met gehakt die meestal over een gerecht wordt gedaan of ernaast wordt gegeten voor extra smaak
gehaktsausje	=	gehaktsaus
gehaktsausjes	=	gehaktsaus
gehaktsauzen	=	gehaktsaus
gehaktstaaf	noun	een gefrituurde staaf gehakt, gemaakt van kippen-, varkens- en/of paardenvlees.
gehaktstaafje	=	gehaktstaaf
gehaktstaafjes	=	gehaktstaaf
gehaktstaven	=	gehaktstaaf
gehalaliseerd	=	halaliseren
gehallucineerd	=	hallucineren
gehalsd	=	halzen
gehalsde	=	halzen
gehalsterd	=	halsteren
gehalsterde	=	halsteren
gehalte	noun	hoeveelheid van iets in een mengsel.
gehalteerd	=	halteren
gehalten	=	gehalte
gehalterd	=	halteren
gehaltes	=	gehalte
gehalteteken	noun	een keurmerk (keur) op edele metalen zoals platina, goud en zilver als waarborg van het voorgeschreven gehalte hiervan
gehaltetekens	=	gehalteteken
gehaltetekentje	=	gehalteteken
gehaltetekentjes	=	gehalteteken
gehaltetje	=	gehalte
gehaltetjes	=	gehalte
gehalveerd	=	halveren
gehalvezoold	=	halvezolen
gehamer	noun	voortdurend slaan met een hamer op iets
gehamerd	=	hameren
gehamerde	=	hameren
gehamsterd	=	hamsteren
gehamsterde	=	hamsteren
gehamsterhuurd	=	hamsterhuren
gehandbald	=	handballen
gehandboeid	=	handboeien
gehandeld	=	handelen
gehandhaafd	=	handhaven
gehandhaafde	=	handhaven
gehandicapt	adj	met een lichamelijke afwijking
gehandicapte	noun	iemand met een beperking van lichamelijke, verstandelijke, psychische en/of sociale aard
gehandicapten	=	gehandicapte
gehandicaptenbeleid	noun	alle plannen en regelingen die men gemaakt heeft voor mensen met een handicap
gehandicaptenkaart	noun	een bewijs dat men gehandicapt is en daar door bepaalde rechten heeft
gehandicaptenkaarten	=	gehandicaptenkaart
gehandicaptenkaartje	=	gehandicaptenkaart
gehandicaptenkaartjes	=	gehandicaptenkaart
gehandicaptenraad	noun	koepelorganisatie van verenigingen die opkomen voor de belangen van mensen met een lichamelijke of geestelijke handicap
gehandicaptenraden	=	gehandicaptenraad
gehandicaptensector	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de zorg voor gehandicapten
gehandicaptensectoren	=	gehandicaptensector
gehandicaptensectors	=	gehandicaptensector
gehandicaptensport	noun	vorm van sport die speciaal is afgestemd op gehandicapten
gehandicaptensporten	=	gehandicaptensport
gehandicaptenvervoer	noun	personenvervoer dat geschikt is voor mensen met een handicap
gehandicaptenzorg	noun	alle georganiseerde en professionele hulp die er is voor mensen met een geestelijke of lichamelijke beperking
gehandicapter	=	gehandicapt
gehandicaptere	=	gehandicapt
gehandicapters	=	gehandicapt
gehandicapts	=	gehandicapt
gehandicaptst	=	gehandicapt
gehandicaptste	=	gehandicapt
gehandschoend	adj	handschoenen dragend
gehandschoende	=	gehandschoend
gehandschoends	=	gehandschoend
gehandtekend	adj	voorzien van een handtekening
gehandtekende	=	gehandtekend
gehandtekends	=	gehandtekend
gehandwerkt	=	handwerken
gehang	noun	aanhoudend niets doen
gehangen	=	hangen
gehangene	noun	iemand die met een strop is opgehangen aan een galg
gehangenen	=	gehangene
gehangglided	=	hanggliden
gehannes	noun	onhandig gedoe, gepruts
gehannest	=	hannes
gehanteerd	=	hanteren
gehanteerde	=	hanteren
gehaperd	=	haperen
gehapt	=	happen
gehapte	=	happen
gehard	adj	harder geworden dan de persoon of het voorwerp oorspronkelijk was
geharddraafd	=	harddraven
geharde	=	harden
geharder	=	gehard
gehardere	=	gehard
geharders	=	gehard
gehards	=	gehard
gehardsoldeerd	=	hardsolderen
gehardst	=	gehard
gehardste	=	gehard
geharkt	=	harken
geharkte	=	harken
geharmeld	=	harmelen
geharmonieerd	=	harmoniëren
geharmoniseerd	=	harmoniseren
geharmoniseerde	=	harmoniseren
geharnast	adj	met een harnas aan, een harnas dragend
geharnasts	=	geharnast
geharpoeneerd	=	harpoeneren
geharpoeneerde	=	harpoeneren
geharpt	=	harpen
geharpuisd	=	harpuizen
geharrewar	noun	gedurig en verwarrend gekibbel
geharreward	=	harrewarren
geharst	=	harsten
geharste	=	harsten
gehartenjaagd	=	hartenjagen
gehasht	=	hashen
gehashtagd	=	hashtaggen
gehashte	=	hashen
gehaspel	noun	het onhandig geklungel
gehaspeld	=	haspelen
gehaspelde	=	haspelen
gehassebast	=	hassebassen
gehate	=	haten
gehater	=	gehaat
gehatere	=	gehaat
gehaters	=	gehaat
gehatewatcht	=	hatewatchen
gehavend	adj	van voorwerpen of personen dat ze fysieke schade hebben ondergaan na een gebeurtenis (zoals een ongeluk of gevecht)
gehavende	=	gehavend
gehavender	=	gehavend
gehavendere	=	gehavend
gehavenders	=	gehavend
gehavends	=	gehavend
gehavendst	=	gehavend
gehavendste	=	gehavend
geheadbangd	=	headbangen
gehecht	adj	van een wond dat deze is gehecht
gehechte	=	hechten
gehechter	=	gehecht
gehechtere	=	gehecht
gehechters	=	gehecht
gehechtheden	=	gehechtheid
gehechtheid	noun	het zich zo door liefde verbonden voelen aan iets of iemand dat men er zich moeilijk van kan losmaken
gehechts	=	gehecht
gehechtst	=	gehecht
gehechtste	=	gehecht
gehedged	=	hedgen
gehedget	=	hedgen
geheel	noun	alle delen zonder uitzondering	adj	op alle delen zonder uitzondering betrekking hebbend
geheel-onthouder	=	geheelonthouder
geheeld	=	helen
geheelde	=	helen
geheelonthouder	noun	iemand die helemaal geen alcohol gebruikt
geheelonthouders	=	geheelonthouder
geheelonthouderskerel	noun	man die propageert geen alcohol, druks of tabak te gebruiken
geheelonthouderskerels	=	geheelonthouderskerel
geheelonthouding	noun	het afzien van het gebruik van alcohol
geheelonthoudingen	=	geheelonthouding
geheelonthoudinkje	=	geheelonthouding
geheelonthoudinkjes	=	geheelonthouding
geheelonthoudster	=	geheelonthouder
geheels	=	geheel
geheeltje	=	geheel
geheeltjes	=	geheel
geheerst	=	heersen
geheet	=	heten
gehegen	=	hijgen
geheid	adj	gegarandeerd	adv	gegarandeerd
geheide	=	geheid
geheids	=	geheid
geheiligd	adj	als heilig erkend, heilig gemaakt
geheiligde	=	heiligen
geheiligder	=	geheiligd
geheiligdere	=	geheiligd
geheiligders	=	geheiligd
geheiligds	=	geheiligd
geheiligdst	=	geheiligd
geheiligdste	=	geheiligd
geheim	noun	informatie die verborgen wordt en bestemd is om dat te blijven	adj	opzettelijk verborgen
geheimagent	noun	spion die in het geheim opereert
geheimagenten	=	geheimagent
geheimagentje	=	geheimagent
geheimagentjes	=	geheimagent
geheimdoenerij	noun	alle pogingen die erop gericht zijn om iets niet in de openbaarheid te brengen
geheimdoenerijen	=	geheimdoenerij
geheime	=	geheim
geheimen	=	geheim
geheimenis	noun	informatie die verborgen wordt en bestemd is om dat te blijven
geheimenisje	=	geheimenis
geheimenissen	=	geheimenis
geheimer	=	geheim
geheimere	=	geheim
geheimers	=	geheim
geheimgehouden	=	geheimhouden
geheimhield	=	geheimhouden
geheimhielden	=	geheimhouden
geheimhieldt	=	geheimhouden
geheimhou	=	geheimhouden
geheimhoud	=	geheimhouden
geheimhoude	=	geheimhouden
geheimhouden	verb	verhinderen dat anderen toegang tot bepaalde informatie hebben
geheimhoudend	=	geheimhouden
geheimhoudende	=	geheimhouden
geheimhouder	noun	persoon met een geheimhoudingsplicht
geheimhouders	=	geheimhouder
geheimhouding	noun	het niet door vertellen van informatie aan iemand anders
geheimhoudingen	=	geheimhouding
geheimhoudingsplicht	noun	de plicht waartoe bepaalde personen gehouden zijn en het recht dat zij kunnen inroepen om te weigeren de geheimen bekend te maken die hun zijn toevertrouwd of waarvan zij kennis dragen wegens hun staat of beroep
geheimhoudingsplichten	=	geheimhoudingsplicht
geheimhoudingsverklaring	noun	schriftelijke overeenkomst waarin men toezegt bepaalde zaken niet door te vertellen aan derden
geheimhoudingsverklaringen	=	geheimhoudingsverklaring
geheimhoudingsverklarinkje	=	geheimhoudingsverklaring
geheimhoudingsverklarinkjes	=	geheimhoudingsverklaring
geheimhoudinkje	=	geheimhouding
geheimhoudinkjes	=	geheimhouding
geheimhoudt	=	geheimhouden
geheimpje	=	geheim
geheimpjes	=	geheim
geheims	=	geheim
geheimschrift	noun	een notatiesysteem dat bedoeld is alleen voor bepaalde personen leesbaar te zijn
geheimschriften	=	geheimschrift
geheimschriftje	=	geheimschrift
geheimschriftjes	=	geheimschrift
geheimschrijfster	=	geheimschrijver
geheimschrijver	noun	iemand die belast is met geheime, vertrouwelijke correspondentie van een hooggeplaatst persoon
geheimschrijvers	=	geheimschrijver
geheimschrijvertje	=	geheimschrijver
geheimst	=	geheim
geheimste	=	geheim
geheimtaal	noun	een taal die voor zender en ontvanger te begrijpen is maar voor onbevoegde omstanders niet.
geheimtaaltje	=	geheimtaal
geheimtaaltjes	=	geheimtaal
geheimtalen	=	geheimtaal
geheimzinnig	adj	niet te achterhalen door gebrek aan informatie
geheimzinnige	=	geheimzinnig
geheimzinniger	=	geheimzinnig
geheimzinnigere	=	geheimzinnig
geheimzinnigers	=	geheimzinnig
geheimzinnigheden	=	geheimzinnigheid
geheimzinnigheid	noun	het geheimzinnig zijn
geheimzinnigs	=	geheimzinnig
geheimzinnigst	=	geheimzinnig
geheimzinnigste	=	geheimzinnig
geheisterd	=	heisteren
gehekeld	=	hekelen
gehekelde	=	hekelen
gehekeldicht	=	hekeldichten
gehekst	=	heksen
geheld	=	hellen
gehelde	=	hellen
gehele	=	geheel
gehelen	=	geheel
gehelmd	adj	Met een helm op
gehelmde	=	gehelmd
gehelmds	=	gehelmd
gehemd	=	hemmen
gehemeld	=	hemel
gehemelte	noun	de gebogen scheidingswand tussen de mondholte en de neusholte
gehemelten	=	gehemelte
gehemeltes	=	gehemelte
gehengeld	=	hengelen
gehengst	=	hengsten
gehengste	=	hengsten
geheractiveerd	=	heractiveren
geheractiveerde	=	heractiveren
geherasfalteerd	=	herasfalteren
geherbergd	=	herbergen
geherbergde	=	herbergen
geherclassificeerd	=	herclassificeren
gehercodeerd	=	hercoderen
geherdefinieerd	=	herdefiniëren
geherevalueerd	=	herevalueren
geherfinancierd	=	herfinancieren
geherfinancierde	=	herfinancieren
geherformuleerd	=	herformuleren
geherformuleerde	=	herformuleren
gehergroepeerd	=	hergroeperen
gehergroepeerde	=	hergroeperen
geherhuisvest	=	herhuisvesten
geherinstalleerd	=	herinstalleren
geherintegreerd	=	herintegreren
geherinterpreteerd	=	herinterpreteren
geherinterpreteerde	=	herinterpreteren
geherintroduceerd	=	herintroduceren
geherinvesteerd	=	herinvesteren
geherkapitaliseerd	=	herkapitaliseren
geherkapitaliseerde	=	herkapitaliseren
geherkwalificeerd	=	herkwalificeren
geherlanceerd	=	herlanceren
geherlokaliseerd	=	herlokaliseren
gehermodelleerd	=	hermodelleren
gehermonteerd	=	hermonteren
geheropereerd	=	heropereren
geherorganiseerd	=	herorganiseren
geheroriënteerd	=	heroriënteren
geherpositioneerd	=	herpositioneren
geherprogrammeerd	=	herprogrammeren
geherregistreerd	=	herregistreren
gehersenspoeld	=	hersenspoelen
gehersenspoelde	=	hersenspoelen
geherstructureerd	=	herstructureren
geherstructureerde	=	herstructureren
geherwaardeerd	=	herwaarderen
geherwaardeerde	=	herwaarderen
gehesen	=	hijsen
gehete	=	heten
geheten	=	heten
gehetzt	=	hetzen
geheud	=	heuen
geheude	=	heuen
geheug	=	geheugen
geheugd	=	heugen
geheugde	=	geheugen
geheugden	=	geheugen
geheuge	=	geheugen
geheugen	noun	het deel van de hersenen waarin herinneringen worden opgeslagen
geheugencapaciteit	noun	de hoeveelheid bytes die in een geheugen kan worden opgeslagen, meestal gemeten in megabytes, gigabytes of terabytes
geheugencapaciteiten	=	geheugencapaciteit
geheugenchip	noun	chip met geheugenelementen (van het RAM- of ROM-type)
geheugenchips	=	geheugenchip
geheugend	=	geheugen
geheugeneenheden	=	geheugeneenheid
geheugeneenheid	noun	de basisunit waarin gegevens worden opgeslagen en gemeten binnen een computer of ander elektronisch apparaat, zoals een byte (B) of een veelvoud daarvan
geheugeneffect	noun	het verschijnsel waarbij de capaciteit van de batterij lager lijkt te worden
geheugeneffecten	=	geheugeneffect
geheugeneffectje	=	geheugeneffect
geheugeneffectjes	=	geheugeneffect
geheugenkaart	noun	geheugen in de vorm van een kaart
geheugenkaarten	=	geheugenkaart
geheugenkaartje	=	geheugenkaart
geheugenkaartjes	=	geheugenkaart
geheugenkunst	noun	de kunst om het geheugen te oefenen om een groot aantal zaken gemakkelijk te onthouden
geheugenkunsten	=	geheugenkunst
geheugenkunstenaar	noun	artiest die optreedt met geheugen trucs
geheugenkunstenaartje	=	geheugenkunstenaar
geheugenkunstenaartjes	=	geheugenkunstenaar
geheugenkunstenaren	=	geheugenkunstenaar
geheugenkunstje	=	geheugenkunst
geheugenkunstjes	=	geheugenkunst
geheugenlocatie	noun	een plaats in een geheugen gekenmerkt door een geheugenadres
geheugenlocaties	=	geheugenlocatie
geheugenloos	adj	zonder geheugen
geheugenmetaal	noun	metaal(legering) die geleidelijk bij verwarming een vooraf bepaalde vorm kan aannemen
geheugenoefening	noun	activiteit die de hersenen stimuleert en het geheugen verbetert
geheugenoefeningen	=	geheugenoefening
geheugenoefeningetje	=	geheugenoefening
geheugenoefeningetjes	=	geheugenoefening
geheugenonderzoek	noun	test van het vermogen om iets te kunnen onthouden
geheugenonderzoeken	=	geheugenonderzoek
geheugenonderzoekje	=	geheugenonderzoek
geheugenonderzoekjes	=	geheugenonderzoek
geheugenpen	noun	extern flashgeheugen, oorspronkelijk in de vorm van een pen, dat op een USB-poort van een computer kan worden aangesloten.
geheugenpennen	=	geheugenpen
geheugenpennetje	=	geheugenpen
geheugenpennetjes	=	geheugenpen
geheugenplaats	noun	een plaats in een geheugen gekenmerkt door een geheugenadres
geheugenplaatsen	=	geheugenplaats
geheugenplaatsje	=	geheugenplaats
geheugenplaatsjes	=	geheugenplaats
geheugenprobleem	noun	stoornis in het kunnen onthouden van dingen
geheugenproblemen	=	geheugenprobleem
geheugenruimte	noun	beschikbare geheugen in een computer (voor een toepassing of gebruiker)
geheugenruimten	=	geheugenruimte
geheugenruimtes	=	geheugenruimte
geheugens	=	geheugen
geheugenschakeling	noun	elke (elektronische) schakeling die minstens 1 bit aan informatie (tijdelijk) kan vastleggen
geheugenschakelingen	=	geheugenschakeling
geheugenspel	noun	spel waarbij het geheugen een belangrijke rol speelt
geheugenspelen	=	geheugenspel
geheugenspellen	=	geheugenspel
geheugenspelletje	=	geheugenspel
geheugenspelletjes	=	geheugenspel
geheugenspoor	noun	het 'spoor' wiens vastlegging in het geheugen er verantwoordelijk voor is dat wij dingen kunnen onthouden.
geheugensporen	=	geheugenspoor
geheugensteun	noun	een hulpmiddel om iets te kunnen onthouden
geheugensteunen	=	geheugensteun
geheugensteuntje	=	geheugensteun
geheugensteuntjes	=	geheugensteun
geheugenstick	noun	geheugen in de vorm van een klein langwerpig voorwerp
geheugenstickje	=	geheugenstick
geheugensticks	=	geheugenstick
geheugenstoornis	noun	stoornis in de werking van het geheugen
geheugenstoornisje	=	geheugenstoornis
geheugenstoornisjes	=	geheugenstoornis
geheugenstoornissen	=	geheugenstoornis
geheugentherapie	noun	training van het geheugen bij mensen waarvan het geheugen steeds slechter wordt
geheugentherapietje	=	geheugentherapie
geheugentherapietjes	=	geheugentherapie
geheugentherapieën	=	geheugentherapie
geheugentje	=	geheugen
geheugentjes	=	geheugen
geheugentoegangssnelheid	noun	de snelheid waarmee een element uit het geheugen kan worden opgeroepen
geheugentraining	noun	activiteit die de hersenen stimuleert en het geheugen verbetert
geheugentrainingen	=	geheugentraining
geheugentraininkje	=	geheugentraining
geheugentraininkjes	=	geheugentraining
geheugenuitbreiding	noun	de uitbreiding van het geheugen van een apparaat (door het plaatsen van wat chips)
geheugenverlies	noun	onvermogen om zich iets te herinneren, bv. van een bepaalde periode
geheugenverliezen	=	geheugenverlies
geheugt	=	geheugen
geheuld	=	heulen
geheupwiegd	=	heupwiegen
geheveld	=	hevelen
gehevelde	=	hevelen
geheven	=	heffen
gehieuwd	=	hieuwen
gehieuwde	=	hieuwen
gehighfived	=	highfiven
gehighlight	=	highlighten
gehighlighte	=	highlighten
gehightead	=	highteaën
gehijg	noun	aanhoudend snel en hoorbaar ademen zoals past bij lichamelijke inspanning
gehijgd	=	hijgen
gehiket	=	hiken
gehikt	=	hikken
gehinderd	=	hinderen
gehinderde	=	hinderen
gehineininterpretierd	=	hineininterpretieren
gehinkeld	=	hinkelen
gehinkepinkt	=	hinkepinken
gehinkt	=	hinken
gehinkte	=	hinken
gehinnik	noun	aanhoudend hinniken
gehinnikt	=	hinniken
gehint	=	hinten
gehinte	=	hinten
gehippeld	=	hippelen
gehipt	=	hippen
gehipte	=	hippen
gehist	=	hissen
gehitst	=	hitsen
gehitste	=	hitsen
gehobbel	noun	het zich oncomfortabel op- en neergaand voortbewegen op een oneffen weg
gehobbeld	=	hobbelen
gehobbyd	=	hobbyen
gehockeyd	=	hockeyen
gehoed	=	hoeden
gehoede	=	hoeden
gehoefd	adj	hoeven bezittend
gehoefde	=	hoeven
gehoefder	=	gehoefd
gehoefdere	=	gehoefd
gehoefders	=	gehoefd
gehoefds	=	gehoefd
gehoefdst	=	gehoefd
gehoefdste	=	gehoefd
gehoekt	=	hoeken
gehoekte	=	hoeken
gehoeladanst	=	hoeladansen
gehoelahoept	=	hoelahoepen
gehoepeld	=	hoepelen
gehoerd	=	hoeren
gehoereerd	=	hoereren
gehoest	=	hoesten
gehoeven	=	hoeven
gehokt	=	hokken
gehol	noun	het aanhoudend snel op de benen voortbewegen
gehold	=	hollen
geholde	=	hollen
geholpen	=	helpen
gehomogeniseerd	=	homogeniseren
gehomogeniseerde	=	homogeniseren
gehomologeerd	=	homologeren
gehompeld	=	hompelen
gehongerd	=	hongeren
gehonkbald	=	honkballen
gehonkt	=	honken
gehonoreerd	=	honoreren
gehonoreerde	=	honoreren
gehoofd	=	hof
gehoofddoekt	adj	een hoofddoek dragend
gehoofddoekte	=	gehoofddoekt
gehoofddoekts	=	gehoofddoekt
gehoofdrekend	=	hoofdrekenen
gehoogd	=	hogen
gehoogde	=	hogen
gehooid	=	hooien
gehooide	=	hooien
gehoold	=	holen
gehoolde	=	holen
gehoon	noun	aanhoudend afkeurend uitlachen en bespotten
gehoond	=	honen
gehoonde	=	honen
gehoopt	=	hopen
gehoopte	=	hopen
gehoor	noun	het organische systeem om geluiden waar te nemen
gehoorafstand	noun	een afstand die klein genoeg is om het gesproken woord te kunnen verstaan
gehoorafstanden	=	gehoorafstand
gehoorapparaat	noun	Hoorapparaat.
gehoorapparaatje	=	gehoorapparaat
gehoorapparaatjes	=	gehoorapparaat
gehoorapparaten	=	gehoorapparaat
gehoorbeschadiging	noun	verminderd gehoor door een teveel aan lawaai of andersoortig trauma
gehoorbeschadigingen	=	gehoorbeschadiging
gehoorbeschadigingetje	=	gehoorbeschadiging
gehoorbeschadigingetjes	=	gehoorbeschadiging
gehoorbescherming	noun	fysieke bescherming van het oor tegen lawaai verstaan
gehoorbeschermingen	=	gehoorbescherming
gehoord	=	horen
gehoorde	=	horen
gehoorgang	noun	een holle buis die de oorschelp met het middenoor verbindt
gehoorgangen	=	gehoorgang
gehoorgangetje	=	gehoorgang
gehoorgangetjes	=	gehoorgang
gehoorgestoord	adj	van een persoon dat deze een slecht gehoor heeft
gehoorgestoorde	=	gehoorgestoord
gehoorgestoorder	=	gehoorgestoord
gehoorgestoordere	=	gehoorgestoord
gehoorgestoorders	=	gehoorgestoord
gehoorgestoords	=	gehoorgestoord
gehoorgestoordst	=	gehoorgestoord
gehoorgestoordste	=	gehoorgestoord
gehoorloos	adj	niet of minder goed kunnen horen
gehoorloost	=	gehoorloos
gehoorlooste	=	gehoorloos
gehoorloze	=	gehoorloos
gehoorlozer	=	gehoorloos
gehoorlozere	=	gehoorloos
gehoorlozers	=	gehoorloos
gehoornd	adj	voorzien van horens, horens dragend
gehoornde	=	gehoornd
gehoornds	=	gehoornd
gehoororgaan	noun	het complex orgaan dat ons in staat stelt geluid waar te nemen
gehoororgaantje	=	gehoororgaan
gehoororgaantjes	=	gehoororgaan
gehoororganen	=	gehoororgaan
gehoorprobleem	noun	een beschadiging aan het gehoor waardoor men niet goed meer kan horen
gehoorprobleempje	=	gehoorprobleem
gehoorprobleempjes	=	gehoorprobleem
gehoorproblemen	=	gehoorprobleem
gehoorsafstand	noun	een afstand die klein genoeg is om gesproken woord te kunnen verstaan
gehoorsafstanden	=	gehoorsafstand
gehoorschade	noun	verslechtering of verstoring van het gehoor bijv. door te lange blootstelling aan hard geluid
gehoorschaden	=	gehoorschade
gehoorschades	=	gehoorschade
gehoorsprobleem	noun	stoornis in het kunnen horen
gehoorsproblemen	=	gehoorsprobleem
gehoorstoornis	noun	stoornis in het gehoor
gehoorstoornissen	=	gehoorstoornis
gehoortest	noun	test waarbij men controleert of een persoon nog wel goed kan horen
gehoortesten	=	gehoortest
gehoortestje	=	gehoortest
gehoortestjes	=	gehoortest
gehoortests	=	gehoortest
gehoortoestel	noun	akoustisch hulpmiddel voor mensen met gehoorproblemen
gehoortoestellen	=	gehoortoestel
gehoortoestelletje	=	gehoortoestel
gehoortoestelletjes	=	gehoortoestel
gehoorverlies	noun	het minder goed kunnen horen dan voorheen
gehoorverliesje	=	gehoorverlies
gehoorverliesjes	=	gehoorverlies
gehoorverliezen	=	gehoorverlies
gehoorvermogen	noun	eigenschap dat je geluid kunt waarnemen
gehoorvermogens	=	gehoorvermogen
gehoorzaal	noun	zaal voor voordrachten, colleges, muziekuitvoeringen enz
gehoorzaaltje	=	gehoorzaal
gehoorzaaltjes	=	gehoorzaal
gehoorzaam	adj	bereid gehoor te geven aan regels of bevelen
gehoorzaamd	=	gehoorzamen
gehoorzaamde	=	gehoorzamen
gehoorzaamden	=	gehoorzamen
gehoorzaamheden	=	gehoorzaamheid
gehoorzaamheid	noun	de bevelen van het bevoegd gezag opvolgen
gehoorzaams	=	gehoorzaam
gehoorzaamst	=	gehoorzaam
gehoorzaamste	=	gehoorzaam
gehoorzaamt	=	gehoorzamen
gehoorzalen	=	gehoorzaal
gehoorzame	=	gehoorzaam
gehoorzamen	verb	gevolg geven aan een opdracht of bevel
gehoorzamend	=	gehoorzamen
gehoorzamende	=	gehoorzamen
gehoorzamer	=	gehoorzaam
gehoorzamere	=	gehoorzaam
gehoorzamers	=	gehoorzaam
gehoorzenuw	noun	deel van de VIII ste hersenzenuw de trilhaarcellen in het slakkenhuis met de hersenen verbindt waardoor het mogelijk wordt geluid te ervaren
gehoorzenuwen	=	gehoorzenuw
gehoorzenuwtje	=	gehoorzenuw
gehoorzenuwtjes	=	gehoorzenuw
gehoosd	=	hozen
gehoosde	=	hozen
gehopst	=	hopsen
gehopt	=	hoppen
gehopte	=	hoppen
gehore	=	gehoor
gehorend	adj	voorzien van horens, horens dragend
gehorende	=	gehorend
gehorends	=	gehorend
gehorig	adj	met slechte of niet functioneren geluidsisolatie zo dat je de geluiden uit andere kamers kunt horen
gehorige	=	gehorig
gehoriger	=	gehorig
gehorigere	=	gehorig
gehorigers	=	gehorig
gehorigs	=	gehorig
gehorigst	=	gehorig
gehorigste	=	gehorig
gehorkt	=	hork
gehort	=	horten
gehorte	=	horten
gehospitaliseerd	=	hospitaliseren
gehospitaliseerde	=	hospitaliseren
gehospiteerd	=	hospiteren
gehosseld	=	hosselen
gehost	=	hossen
gehoste	=	hossen
gehot	=	hotten
gehotst	=	hotsen
gehouden	verb	verplicht zijn
gehoudens	=	gehouden
gehoused	=	housen
gehouset	=	housen
gehout	=	houten
gehouwen	=	houwen
gehovenierd	=	hovenieren
gehucht	noun	een aantal bij elkaar staande huizen op het platteland qua grootte gelegen tussen een dorp en een buurtgemeenschap
gehuchten	=	gehucht
gehuchtje	=	gehucht
gehuchtjes	=	gehucht
gehugd	=	huggen
gehuicheld	=	huichelen
gehuichelde	=	huichelen
gehuid	=	huid
gehuifd	=	huiven
gehuikt	=	huik
gehuil	noun	het huilen en met name het geluid dat ermee gepaard gaat
gehuild	=	huilen
gehuisd	=	huizen
gehuisvest	=	huisvesten
gehuiverd	=	huiveren
gehukt	=	hukken
gehuld	adj	van iets dat het omgeven is door iets; gekleed in iets
gehulde	=	gehuld
gehuldigd	=	huldigen
gehulds	=	gehuld
gehumaniseerd	=	humaniseren
gehumaniseerde	=	humaniseren
gehumd	=	hummen
gehumeurd	adj	voorzien van een bepaald humeur
gehumeurde	=	gehumeurd
gehumeurds	=	gehumeurd
gehumiliëerd	=	humiliëren
gehumiliëerde	=	humiliëren
gehumuseerd	=	humuseren
gehunkerd	=	hunkeren
gehuppeld	=	huppelen
gehuppelde	=	huppelen
gehupst	=	hupsen
gehupste	=	hupsen
gehupt	=	huppen
gehupte	=	huppen
gehurkt	adj	op de hurken zittend
gehurkte	=	gehurkt
gehurkts	=	gehurkt
gehusseld	=	husselen
gehusselde	=	husselen
gehutseld	=	hutselen
gehutselde	=	hutselen
gehutst	=	hutsen
gehutste	=	hutsen
gehuurd	adj	tegen betaling tijdelijk in gebruik hebbend
gehuurde	=	huren
gehuurds	=	gehuurd
gehuurdste	=	gehuurd
gehuwd	adj	getrouwd
gehuwde	=	huwen
gehuwds	=	gehuwd
gehybridiseerd	=	hybridiseren
gehybridiseerde	=	hybridiseren
gehydrateerd	=	hydrateren
gehydrateerde	=	hydrateren
gehydreerd	=	hydreren
gehydreerde	=	hydreren
gehyperboliseerd	=	hyperboliseren
gehyperboliseerde	=	hyperboliseren
gehyperventileerd	=	hyperventileren
gehypet	=	hypen
gehypete	=	hypen
gehypnotiseerd	=	hypnotiseren
gehypnotiseerde	=	hypnotiseren
gehypothekeerd	=	hypothekeren
gehypothekeerde	=	hypothekeren
gehyved	=	hyven
gei	noun	een lopend touw waarmee men een zeil bijeenhaalt, inkort of gordt
geiblok	noun	katrol waardoor een gei loopt
geiblokken	=	geiblok
geide	=	geien
geiden	=	geien
geie	=	geien
geien	verb	inkorten of gorden door het doorhalen van de daartoe bestemde touwen
geiend	=	geien
geiende	=	geien
geier	=	gei
geiere	=	gei
geiers	=	gei
geigerteller	noun	instrument voor het meten van radioactieve straling
geigertellers	=	geigerteller
geijkt	=	ijken
geijld	=	ijlen
geijsbeerd	=	ijsberen
geijsd	=	ijzen
geijsdanst	=	ijsdansen
geijshockeyd	=	ijshockeyen
geijsracet	=	ijsracen
geijverd	=	ijveren
geijzeld	=	ijzelen
geil	noun|informal	zaadvocht	adj	begerig naar bijv. mediageil, publiciteitsgeil
geilaard	noun|informal	wellustig, hitsig persoon
geilaards	=	geilaard
geilbaard	noun	oude man met overmatige belangstelling voor seks
geilbaarden	=	geilbaard
geilbek	=	geilbekken
geilbekke	=	geilbekken
geilbekken	verb|informal	wellustig praten, vuilbekken
geilbekkend	=	geilbekken
geilbekkende	=	geilbekken
geilbekt	=	geilbekken
geilbekte	=	geilbekken
geilbekten	=	geilbekken
geilde	=	geilen
geilden	=	geilen
geile	=	geil
geilen	verb|informal	iets heel erg leuk vinden, ergens verrukt van raken
geilend	=	geilen
geilende	=	geilen
geiler	=	geil
geilere	=	geil
geilers	=	geil
geilheden	=	geilheid
geilheid	noun	het geil zijn, de wellustigheid
geilheyd	=	geilheid
geiling	noun	deel
geilken	=	geilkenen
geilkende	=	geilkenen
geilkenden	=	geilkenen
geilkene	=	geilkenen
geilkenen	verb	ieder zijn aandeel geven
geilkenend	=	geilkenen
geilkenende	=	geilkenen
geilkent	=	geilkenen
geilmakend	adj	seksueel opwindend
geilmakende	=	geilmakend
geilmakender	=	geilmakend
geilmakendere	=	geilmakend
geilmakenders	=	geilmakend
geilmakends	=	geilmakend
geilmakendst	=	geilmakend
geilmakendste	=	geilmakend
geilneef	noun	wellustig persoon, louter op seks belust iemand
geilneefje	=	geilneef
geilneefjes	=	geilneef
geilneven	=	geilneef
geilpik	noun	wellustig persoon, louter op seks belust iemand
geilpikje	=	geilpik
geilpikjes	=	geilpik
geilpikken	=	geilpik
geilpompen	verb	met de hand seksueel bevredigen van een man
geilpompend	=	geilpompen
geilpompende	=	geilpompen
geils	=	geil
geilst	=	geil
geilste	=	geil
geilt	=	geilen
gein	noun	plezier, lol
geinde	=	geinen
geinden	=	geinen
geine	=	geinen
geinen	verb	plezier maken, lol trappen
geinend	=	geinen
geinende	=	geinen
geinig	adj	grappig
geinige	=	geinig
geiniger	=	geinig
geinigere	=	geinig
geinigers	=	geinig
geinigs	=	geinig
geinigst	=	geinig
geinigste	=	geinig
geinmaker	noun	een plezierig persoon die veel grappen maakt
geinmakers	=	geinmaker
geinmakertje	=	geinmaker
geinmakertjes	=	geinmaker
geinponem	noun	grappenmaker
geinponempje	=	geinponem
geinponems	=	geinponem
geinporem	=	geinponem
geinster	=	genster
geint	=	geinen
geintje	noun	grapje
geintjes	=	geintje
geis	=	gei
geisa	=	geison
geiser	noun	een periodiek naar buiten spuitende bron van water en stoom.
geisers	=	geiser
geisertje	=	geiser
geisertjes	=	geiser
geisha	noun	Japans meisje dat gasten bedient en vermaakt met conversatie, zang en dans
geisha's	=	geisha
geison	noun	een uitspringende geprofileerde lijst die het fries en de gootlijst van elkaar scheidt
geisons	=	geison
geist	=	gei
geiste	=	gei
geit	noun	bepaald soort zoogdier Capra aegagrus hircus
geitachtig	adj	lijkend op een geit
geitachtige	=	geitachtig
geitachtiger	=	geitachtig
geitachtigere	=	geitachtig
geitachtigers	=	geitachtig
geitachtigs	=	geitachtig
geitachtigst	=	geitachtig
geitachtigste	=	geitachtig
geite	=	geiten
geiten	noun	Capra een geslacht van evenhoevige zoogdieren uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).	verb	zich meisjesachtig gedragen door te giechelen of geheimzinnig te doen
geitenbaard	noun	langere haren op de kin van een geit
geitenbaarden	=	geitenbaard
geitenbaardje	=	geitenbaard
geitenbaardjes	=	geitenbaard
geitenblad	noun	benaming voor een bepaald soort klimplant, Lonicera caprifolium
geitenboerderij	noun	boerderij waar men geiten houdt
geitenboerderijen	=	geitenboerderij
geitenbok	noun	de bok van een geit
geitenbokje	=	geitenbok
geitenbokjes	=	geitenbok
geitenbokken	=	geitenbok
geitenbreier	noun	sukkel
geitenbreiers	=	geitenbreier
geitend	=	geiten
geitende	=	geiten
geitenhaar	noun	weefsel gemaakt uit de haren van geiten Capra aegagrus hircus
geitenharen	adj	gemaakt van vezels uit de vacht van een geit Capra aegagrus hircus
geitenherder	noun	een herder die geiten hoedt
geitenherders	=	geitenherder
geitenherdertje	=	geitenherder
geitenherdertjes	=	geitenherder
geitenhoeder	noun	herder die zorgt voor geiten
geitenhoeders	=	geitenhoeder
geitenhoedertje	=	geitenhoeder
geitenhoedertjes	=	geitenhoeder
geitenhoefwinde	noun	Ipomoea pes-caprae een plant uit de windefamilie (Convolvulaceae).
geitenhoefwinden	=	geitenhoefwinde
geitenhoefwindes	=	geitenhoefwinde
geitenhoefwindetje	=	geitenhoefwinde
geitenhoefwindetjes	=	geitenhoefwinde
geitenhok	noun	een overdekte en afgeschermde ruimte waar geiten kunnen slapen, schuilen en beschermd worden tegen weersinvloeden
geitenhokje	=	geitenhok
geitenhokjes	=	geitenhok
geitenhokken	=	geitenhok
geitenhouder	noun	iemand die geiten houdt
geitenhouderij	noun	boerderij waar men geiten houdt
geitenhouderijen	=	geitenhouderij
geitenhouders	=	geitenhouder
geitenkaas	noun	van geitenmelk gemaakte kaas
geitenkaasje	=	geitenkaas
geitenkaasjes	=	geitenkaas
geitenkazen	=	geitenkaas
geitenkeutel	noun	ontlasting van een geit
geitenkeutels	=	geitenkeutel
geitenkeuteltje	=	geitenkeutel
geitenkeuteltjes	=	geitenkeutel
geitenleder	=	geitenleer
geitenleer	noun	leer gemaakt van de huid van een geit
geitenleren	adj	gemaakt van de huid van een geit
geitenmelk	noun	vocht dat de tepels van een geit (Capra hircus) afscheiden om haar jong te voeden, ook gebruikt voor menselijke consumptie
geitenmelken	=	geitenmelk
geitenmelker	noun	iemand die een geit melkt
geitenmelkers	=	geitenmelker
geitenmelkertje	=	geitenmelker
geitenmelkertjes	=	geitenmelker
geitenneuker	noun	Arabier of moslim #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
geitenneukers	=	geitenneuker
geitenneukertje	=	geitenneuker
geitenneukertjes	=	geitenneuker
geitenogen	=	geitenoog
geitenoog	noun	het oog van een geit
geitenpaadje	=	geitenpad
geitenpaadjes	=	geitenpad
geitenpad	noun	smalle en steile route die moeilijk begaanbaar is
geitenpaden	=	geitenpad
geitenpadje	=	geitenpad
geitenpadjes	=	geitenpad
geitenpoep	noun	poep afkomstig van geiten
geitenpoepje	=	geitenpoep
geitenpoot	noun	ledemaat van een geit
geitenpootje	=	geitenpoot
geitenpootjes	=	geitenpoot
geitenpoten	=	geitenpoot
geitenruit	noun	Galega officinalis een meerjarige, kruidachtige plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae of Fabaceae) en de onderfamilie Papilionoideae.
geitenruiten	=	geitenruit
geitenruitje	=	geitenruit
geitenruitjes	=	geitenruit
geitenstal	noun	verblijfplaats voor geiten
geitenstallen	=	geitenstal
geitenvel	noun	leer gemaakt van de huid van een geit Capra hircus
geitenvellen	=	geitenvel
geitenvlees	noun	vlees afkomstig van geslachte geiten
geitenwol	noun	wol gemaakt van de haren van een geit
geitenwollen	adj	gemaakt van de haren van een geit
geitenwollens	=	geitenwollen
geitenyoghurt	noun	yoghurt van geitenmelk
geitenyoghurts	=	geitenyoghurt
geitje	=	geit
geitjes	=	geit
geitonogamie	noun	bevruchten van een bloem van dezelfde plant
geitouw	noun	lijn die kan worden aangetrokken om onder- en bovenkant van een vierkant zeil bij elkaar te trekken wanneer het wordt geborgen
geitouwblok	noun	katrol waardoor een gei loopt
geitouwblokje	=	geitouwblok
geitouwblokjes	=	geitouwblok
geitouwblokken	=	geitouwblok
geitouwen	=	geitouw
geitte	=	geiten
geitten	=	geiten
geiwe	noun	verwaandheid
geiwes	=	geiwe
gejaag	noun	het aanhoudend haastig en druk bezig zijn
gejaagd	adj	druk; overvol; haastig; gestrest
gejaagde	=	jagen
gejaagder	=	gejaagd
gejaagdere	=	gejaagd
gejaagders	=	gejaagd
gejaagdheid	noun	een zenuwachtige, angstige onrust die iemand voelt als hij of zij door haast gedreven wordt
gejaagds	=	gejaagd
gejaagdst	=	gejaagd
gejaagdste	=	gejaagd
gejaapt	=	japen
gejaapte	=	japen
gejacht	=	jachten
gejakhalsd	=	jakhalzen
gejakker	noun	het aanhoudend op een onprettige manier haasten
gejakkerd	=	jakkeren
gejakkerde	=	jakkeren
gejakt	=	jakken
gejamd	=	jammen
gejammer	noun	het voortdurend jammeren
gejammerd	=	jammeren
gejank	noun	geluid gemaakt door dieren m.n. kattengejank is bekend
gejankt	=	janken
gejapperd	=	japperen
gejast	=	jas
gejaste	=	jas
gejeind	=	jeinen
gejend	=	jennen
gejende	=	jennen
gejengel	noun	het aanhoudende zeuren, zaniken en jammeren, vooral door kleine kinderen met als doel om iets af te dwingen
gejengeld	=	jengelen
gejeremieer	noun	het aanhoudend zeuren, zaniken en klagen
gejeremieerd	=	jeremiëren
gejetskied	=	jetskiën
gejeu-de-bould	=	jeu-de-boulen
gejeukt	=	jeuken
gejeund	=	jeunen
gejeuzeld	=	jeuzelen
gejij	noun	het voortdurend alles en iedereen met jij en jou aanspreken ook als dat minder gepast is
gejij-bakt	=	jij-bakken
gejijd	=	jijen
gejinxt	=	jinxen
gejitsjt	=	jitsjen
gejobd	=	jobben
gejobhopt	=	jobhoppen
gejodeerd	=	joderen
gejodeerde	=	joderen
gejodel	noun	het voortdurend jodelen
gejodeld	=	jodelen
gejoechjacht	=	joechjachen
gejoel	noun	luidruchtige uiting van een heftige emotie door een groep mensen, meestal als teken van vreugde maar het kan ook een teken van afkeuring zijn
gejoeld	=	joelen
gejoept	=	joepen
gejogd	=	joggen
gejogde	=	joggen
gejoggeld	=	joggelen
gejoggelde	=	joggelen
gejojo	noun|figurative	het de hele tijd maar weer veranderen en omdraaien van handelen en beleid
gejojood	=	jojoën
gejok	noun	het (voortdurend) jokken
gejokerd	=	jokeren
gejoket	=	joken
gejokt	=	jokken
gejonast	=	jonassen
gejonaste	=	jonassen
gejond	=	jonnen
gejonde	=	jonnen
gejongd	=	jongen
gejongleer	noun	voorwerpen gelijktijdig in de lucht houden door ze behendig beurtelings op te gooien
gejongleerd	=	jongleren
gejookt	=	joken
gejost	adj	op een onrechtvaardige manier benadeeld
gejoste	=	gejost
gejosts	=	gejost
gejou	noun	voortdurend 'je' en 'jou' zeggen, ook in situaties waarin 'u' gepast is
gejoud	=	jouen
gejouw	noun	boos geschreeuw
gejouwd	=	jouwen
gejouïsseerd	=	jouïsseren
gejouïsseerde	=	jouïsseren
gejubel	noun	voortdurend juichen
gejubeld	=	jubelen
gejubileerd	=	jubileren
gejudast	=	judassen
gejudaste	=	judassen
gejudood	=	judoën
gejuffeld	=	juffelen
gejufferd	=	jufferen
gejuich	noun	het aanhoudend juichen
gejuicht	=	juichen
gejumpt	=	jumpen
gejureerd	=	jureren
gejusteerd	=	justeren
gejusteerde	=	justeren
gejustificeerd	=	justificeren
gejustificeerde	=	justificeren
gejut	=	jutten
gejutte	=	jutten
gejuxtaponeerd	=	juxtaponeren
gejuxtaponeerde	=	juxtaponeren
gek	adj	ongebruikelijk, raar, vreemd, ongewoon	noun	een persoon die (tijdelijk) iets raars doet
gekaad	=	kaden
gekaaid	=	kaaien
gekaaide	=	kaaien
gekaakt	=	kaken
gekaakte	=	kaken
gekaald	=	kalen
gekaalde	=	kalen
gekaand	=	kaan
gekaapt	adj	dat met geweld iets (meestal een voertuig, oorspronkelijk vooral vaartuigen) in de macht is gekomen van kapers die er dingen mee doen die oorspronkelijk niet de bedoeling waren
gekaapte	=	gekaapt
gekaapts	=	gekaapt
gekaard	=	kaarden
gekaarde	=	kaarden
gekaart	=	kaarten
gekaasd	=	kazen
gekaatst	=	kaatsen
gekaatste	=	kaatsen
gekabbeld	=	kabbelen
gekabbelde	=	kabbelen
gekacheld	=	kachelen
gekadastreerd	=	kadastreren
gekadastreerde	=	kadastreren
gekade	=	kaden
gekaderd	=	kaderen
gekadreerd	=	kadreren
gekadreerde	=	kadreren
gekafferd	=	kafferen
gekaft	=	kaften
gekafte	=	kaften
gekajakt	=	kajakken
gekakel	noun	aanhoudend kakelen door kippen
gekakeld	=	kakelen
gekakt	=	kakken
gekakte	=	kakken
gekalanderd	=	kalanderen
gekalanderde	=	kalanderen
gekald	=	kallen
gekalefaat	=	kalefaten
gekalefaterd	=	kalefateren
gekaleid	=	kaleien
gekaleide	=	kaleien
gekalfaterd	=	kalfateren
gekalfd	=	kalven
gekalibreerd	=	kalibreren
gekalibreerde	=	kalibreren
gekalkt	adj	met kalk gemarkeerd
gekalkte	=	kalken
gekalkts	=	gekalkt
gekalligrafeerd	=	kalligraferen
gekalligrafeerde	=	kalligraferen
gekalmeerd	=	kalmeren
gekalmeerde	=	kalmeren
gekamd	adj	als met een kam gladgestreken of in model gebracht
gekamde	=	kammen
gekamder	=	gekamd
gekamdere	=	gekamd
gekamders	=	gekamd
gekamds	=	gekamd
gekamdst	=	gekamd
gekamdste	=	gekamd
gekamenierd	=	kamenieren
gekampeerd	=	kamperen
gekampt	=	kampen
gekanaliseerd	=	kanaliseren
gekanaliseerde	=	kanaliseren
gekandelaard	=	kandelaren
gekandelaarde	=	kandelaren
gekandideerd	=	kandideren
gekandideerde	=	kandideren
gekanker	noun	~ op heftig gescheld uit protest over iets
gekankerd	=	kankeren
gekannibaliseerd	=	kannibaliseren
gekanode	=	kanoën
gekanonneerd	=	kanonneren
gekanonneerde	=	kanonneren
gekanood	=	kanoën
gekant	=	kanten
gekanteld	=	kantelen
gekantklost	=	kantklossen
gekantonneerd	=	kantonneren
gekantonneerde	=	kantonneren
gekantoorwandeld	=	kantoorwandelen
gekantrecht	=	kantrechten
gekantrechte	=	kantrechten
gekantwerkt	=	kantwerken
gekap	noun	aanhoudend kritiek leveren op iets of iemand
gekapitaliseerd	=	kapitaliseren
gekapitaliseerde	=	kapitaliseren
gekapitteld	=	kapittelen
gekapittelde	=	kapittelen
gekapseisd	=	kapseizen
gekapseisde	=	kapseizen
gekapseld	=	kapselen
gekapt	=	kappen
gekarakteriseerd	=	karakteriseren
gekarakteriseerde	=	karakteriseren
gekaramelliseerd	=	karamelliseren
gekaramelliseerde	=	karamelliseren
gekaraookt	=	karaoken
gekard	=	karren
gekarde	=	karren
gekarikaturiseerd	=	karikaturiseren
gekarikaturiseerde	=	karikaturiseren
gekarnd	=	karnen
gekarnde	=	karnen
gekart	=	karten
gekarteerd	=	karteren
gekarteld	adj	van randen of kanten dat er inkepingen in zitten
gekartelde	=	kartelen
gekartelder	=	gekarteld
gekarteldere	=	gekarteld
gekartelders	=	gekarteld
gekartelds	=	gekarteld
gekarteldst	=	gekarteld
gekarteldste	=	gekarteld
gekartonneerd	=	kartonneren
gekartonneerde	=	kartonneren
gekasjerd	=	kasjeren
gekast	=	kassen
gekaste	=	kassen
gekastijd	=	kastijden
gekastijde	=	kastijden
gekat	=	katten
gekatalyseerd	=	katalyseren
gekatalyseerde	=	katalyseren
gekatapulteerd	=	katapulteren
gekatheteriseerd	=	katheteriseren
gekatheteriseerde	=	katheteriseren
gekauw	noun	het aanhoudend kauwen
gekauwd	=	kauwen
gekauwde	=	kauwen
gekaveld	=	kavelen
gekavelde	=	kavelen
gekazerneerd	=	kazerneren
gekazerneerde	=	kazerneren
gekeeld	=	kelen
gekeelde	=	kelen
gekeend	=	kenen
gekeept	=	keepen
gekeepte	=	keepen
gekeerd	adj	gedraaide, gewende
gekeerde	=	keren
gekeerder	=	gekeerd
gekeerds	=	gekeerd
gekeerdst	=	gekeerd
gekeesd	=	kees
gekeet	=	keten
gekef	noun	het aanhoudend blaffen van een hond
gekeft	=	keffen
gekegd	=	keggen
gekegeld	=	kegelen
gekegelde	=	kegelen
gekeild	=	keilen
gekeilde	=	keilen
gekeilderd	=	keilderen
gekeken	=	kijken
gekekkerd	=	kekkeren
gekelderd	=	kelderen
gekelderde	=	kelderen
gekend	adj	wat je al weet
gekende	=	kennen
gekender	=	gekend
gekendere	=	gekend
gekenders	=	gekend
gekends	=	gekend
gekendst	=	gekend
gekendste	=	gekend
gekenmerkt	=	kenmerken
gekenmerkte	=	kenmerken
gekenschetst	=	kenschetsen
gekenschetste	=	kenschetsen
gekenterd	=	kenteren
gekeperd	adj	met een keper geweven, zodanig dat de draden van de inslag zich niet rechthoekig, maar schuins vertonen
gekeperde	=	keperen
gekeperds	=	gekeperd
gekerfd	=	kerven
gekerfde	=	kerven
gekerkerd	=	kerkeren
gekerkerde	=	kerkeren
gekerm	noun	aanhoudend geweeklaag
gekermd	=	kermen
gekerstend	=	kerstenen
gekerstende	=	kerstenen
gekerstshopt	=	kerstshoppen
geketend	adj	vastgemaakt met kettingen
geketende	=	ketenen
geketends	=	geketend
geketst	=	ketsen
geketterd	=	ketteren
gekettingrookt	=	kettingroken
gekeurd	=	keuren
gekeurde	=	keuren
gekeutel	noun	aanhoudend zinloos gepraat
gekeuteld	=	keutelen
gekeuterd	=	keuteren
gekeuvel	noun	het aanhoudend gezellig praten zonder enige diepgang
gekeuveld	=	keuvelen
gekeven	=	kijven
gekeverd	=	keveren
gekeylogd	=	keyloggen
gekheden	=	gekheid
gekheid	noun	grappige dwaasheid
gekheidje	=	gekheid
gekheidjes	=	gekheid
gekhuis	=	gekkenhuis
gekibbel	noun	aanhoudend ruzie maken over onbelangrijke dingen, over beuzelingen
gekibbeld	=	kibbelen
gekickbokst	=	kickboksen
gekickt	=	kicken
gekidnapt	=	kidnappen
gekidnapte	=	kidnappen
gekiekt	=	kieken
gekiekte	=	kieken
gekield	adj	van een scherpe loodrechte lijst voorzien
gekielde	=	gekield
gekields	=	gekield
gekielhaald	=	kielhalen
gekielhaalde	=	kielhalen
gekiemd	=	kiemen
gekiemde	=	kiemen
gekiend	=	kienen
gekieperd	=	kieperen
gekieperde	=	kieperen
gekiept	=	kiepen
gekiepte	=	kiepen
gekieskauwd	=	kieskauwen
gekietel	noun	zachte, herhaalde aanrakingen op gevoelige plekken die iemand bij wijze van reflex aan het lachen maken
gekieteld	=	kietelen
gekietelde	=	kietelen
gekift	=	kiften
gekijf	noun	het onafgebroken kijven
gekijfd	=	kijven
gekikkerd	=	kikkeren
gekikt	=	kikken
gekild	=	killen
gekilde	=	killen
gekimd	=	kimmen
gekimde	=	kimmen
gekipt	=	kip
gekir	noun	het aanhoudend een blij geluidje maken
gekird	=	kirren
gekirde	=	kirren
gekiskast	=	kiskassen
gekiskaste	=	kiskassen
gekissebis	noun	het aanhoudend met woorden ruziemaken
gekissebist	=	kissebissen
gekist	=	kissen
gekiste	=	kissen
gekit	=	kitten
gekitesurfd	=	kitesurfen
gekitesurft	=	kitesurfen
gekitte	=	kitten
gekitteld	=	kittelen
gekittelde	=	kittelen
gekje	=	gek
gekjes	=	gek
gekke	=	gek
gekkehuis	=	gekkenhuis
gekkekoeienziekte	noun	prionziekte die bij runderen hersenen en organen aantast, waarschijnlijk gevaarlijk voor mensen die besmet vlees eten
gekkekoeienziekten	=	gekkekoeienziekte
gekkekoeienziektes	=	gekkekoeienziekte
gekkelijk	adj	van iets dat het vreemd maar niet direkt kwaadaardig is
gekkelijke	=	gekkelijk
gekkelijker	=	gekkelijk
gekkelijkere	=	gekkelijk
gekkelijkers	=	gekkelijk
gekkelijks	=	gekkelijk
gekkelijkst	=	gekkelijk
gekkelijkste	=	gekkelijk
gekken	verb	gekheid maken, schertsen, spotten
gekkend	=	gekken
gekkende	=	gekken
gekkengetal	noun	het getal elf
gekkengetallen	=	gekkengetal
gekkengetalletje	=	gekkengetal
gekkengetalletjes	=	gekkengetal
gekkenhuis	noun	overdrachtelijk een chaotische toestand
gekkenhuisje	=	gekkenhuis
gekkenhuisjes	=	gekkenhuis
gekkenhuizen	=	gekkenhuis
gekkennummer	noun	elf
gekkennummers	=	gekkennummer
gekkennummertje	=	gekkennummer
gekkennummertjes	=	gekkennummer
gekkenpraat	noun|figurative	niet ernstig te nemen uitingen, onzinnige uitspraken
gekkentaal	noun	de taal van gekken (-> onzin)
gekkentaaltje	=	gekkentaal
gekkentaaltjes	=	gekkentaal
gekkentalen	=	gekkentaal
gekkenwerk	noun|figurative	een zeer onverstandige handeling
gekkenwerken	=	gekkenwerk
gekkenzaad	noun	Camelina sativa kruisbloemige plant, op zandgrond voor het oliezaad gekweekt (een van de oudste Nederlandse cultuurgewassen)
gekkenzaadje	=	gekkenzaad
gekkenzaadjes	=	gekkenzaad
gekkenzaden	=	gekkenzaad
gekker	=	gek
gekkerd	noun	gek (raar) persoon
gekkerdje	=	gekkerd
gekkerdjes	=	gekkerd
gekkerds	=	gekkerd
gekkere	=	gek
gekkernij	noun	gekheid
gekkernijen	=	gekkernij
gekkernijtje	=	gekkernij
gekkernijtjes	=	gekkernij
gekkers	=	gek
gekkie	noun	koosnaampje of informele term voor iemand die een beetje gek, raar of eigenwijs doet, maar vaak met een liefdevolle ondertoon
gekkies	=	gekkie
gekkietje	=	gekkie
gekkietjes	=	gekkie
gekkigheden	=	gekkigheid
gekkigheid	noun	Dwaasheid, zotheid, idioterie.
gekkigheidje	=	gekkigheid
gekkigheidjes	=	gekkigheid
gekkin	noun|humorous	een mal, gek meisje of vrouw
gekkinnen	=	gekkin
gekkinnetje	=	gekkin
gekkinnetjes	=	gekkin
gekko	noun	Gekko een geslacht van hagedissen dat behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
gekko's	noun	een infraorde Gekkota een groep van reptielen die behoren tot de hagedissen.
gekkokathaai	noun	Galeus eastmani een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
gekkokathaaien	=	gekkokathaai
gekkokathaaitje	=	gekkokathaai
gekkokathaaitjes	=	gekkokathaai
gekkootje	=	gekko
gekkootjes	=	gekko
geklaag	noun	het voortdurend klagen
geklaagd	=	klagen
geklaagde	=	klagen
geklaard	=	klaren
geklaarde	=	klaren
geklad	=	kladden
gekladde	=	kladden
gekladderd	=	kladderen
gekladderde	=	kladderen
geklakt	=	klakken
geklampt	=	klampen
geklampte	=	klampen
geklap	noun	het applaudisseren
geklaploopt	=	klaplopen
geklapperd	=	klapperen
geklappertand	=	klappertanden
geklapt	=	klappen
geklapte	=	klappen
geklapwiekt	=	klapwieken
geklasseerd	=	klasseren
geklateerd	=	klateren
geklater	noun	aanhoudend een geluid maken dat lijkt op vallend of snel stromend water
geklaterd	=	klateren
geklatsjt	=	klatsjen
geklauter	noun	het voortdurend met handen en voeten klimmen
geklauterd	=	klauteren
geklauwd	=	klauwen
geklauwde	=	klauwen
geklaverjast	=	klaverjassen
gekledderd	=	kledderen
geklede	=	kleden
gekleder	=	gekleed
gekledere	=	gekleed
gekleders	=	gekleed
gekleed	adj	netjes, als voorgeschreven
gekleeds	=	gekleed
gekleedst	=	gekleed
gekleedste	=	gekleed
gekleefd	=	kleven
gekleefde	=	kleven
gekleft	=	kleffen
gekleid	=	kleien
gekleide	=	kleien
gekleineerd	=	kleineren
gekleineerde	=	kleineren
geklemd	=	klemmen
geklemde	=	klemmen
geklepeld	=	klepelen
geklepper	noun	het aanhoudend klepperen; het voortdurend geluid van twee harde voorwerpen die tegen elkaar slaan
geklepperd	=	klepperen
geklept	=	kleppen
geklets	noun	gepraat, gezwets, ook wel roddel
gekletsregend	=	kletsregenen
gekletst	=	kletsen
gekletste	=	kletsen
gekletter	noun	het herhaald voortbrengen van een kort, helder en luid geluid zoals bij metalen voorwerpen die tegen elkaar stoten en bij heftige regen of hagel
gekletterd	=	kletteren
gekleumd	=	kleumen
gekleund	=	kleunen
gekleurd	adj	van kleuren voorzien
gekleurde	=	kleuren
gekleurder	=	gekleurd
gekleurdere	=	gekleurd
gekleurders	=	gekleurd
gekleurds	=	gekleurd
gekleurdst	=	gekleurd
gekleurdste	=	gekleurd
gekleuterd	=	kleuteren
geklieder	noun	het aanhoudend morsen en niet netjes werken
gekliederd	=	kliederen
geklieders	=	geklieder
gekliefd	=	klieven
gekliefde	=	klieven
geklier	noun	het aanhoudend vervelend doen en klieren
geklierd	=	klieren
geklik	noun	het voortdurend klikken
geklikklakt	=	klikklakken
geklikt	=	klikken
geklimaatspijbeld	=	klimaatspijbelen
geklimaatstaakt	=	klimaatstaken
geklimatiseerd	adj	airco hebbende waardoor temperatuur en vochtigheid constant zijn
geklimatiseerde	=	geklimatiseerd
geklimatiseerds	=	geklimatiseerd
geklingel	noun	het rinkelende, tingelende geluid van belletjes
geklingeld	verb	gesjareld zijn, gejost zijn, geklingeld zijn, een fout maken
geklist	=	klissen
gekliste	=	klissen
geklisteerd	=	klisteren
geklit	=	klitten
geklitte	=	klitten
geklodderd	=	klodderen
gekloet	=	kloeten
gekloft	adj	fijn, mooi
geklofte	=	gekloft
geklofter	=	gekloft
gekloftere	=	gekloft
geklofters	=	gekloft
geklofts	=	gekloft
gekloftst	=	gekloft
gekloftste	=	gekloft
geklokt	=	klokken
geklokte	=	klokken
geklommen	=	klimmen
gekloneerd	=	kloneren
gekloneerde	=	kloneren
geklonken	=	klinken
geklont	=	klonten
geklonterd	=	klonteren
geklonterde	=	klonteren
gekloofd	=	kloven
geklooi	noun	op een onhandige, niet al te productieve manier ergens mee bezig zijn
geklooid	=	klooi
gekloond	=	klonen
gekloonde	=	klonen
gekloot	noun	gezeur, gedonder, ellende, gerotzooi
geklop	noun	het voortdurend kloppen
geklopt	verb	vormt de onpersoonlijke lijdende vorm bij inergatief of overgankelijk gebruik
geklopte	=	kloppen
geklopts	=	geklopt
geklost	=	klossen
gekloste	=	klossen
geklote	=	kloot
geklots	noun	het aanhoudend slaan van water tegen een vast voorwerp
geklotst	=	klotsen
geklotste	=	klotsen
geklotterd	=	klotteren
gekloven	=	kluiven
gekluisterd	=	kluisteren
geklungel	noun	het onhandige handelen
geklungeld	=	klungelen
geklunsd	=	klunzen
gekluppeld	=	kluppelen
geklust	=	klussen
geklutst	=	klutsen
geklutste	=	klutsen
gekluund	=	klunen
gekluunde	=	klunen
gekmakend	adj|figurative	van iets waar je zoveel last van hebt dat je er een psychische stoornis aan kunt overhouden
gekmakende	=	gekmakend
gekmakender	=	gekmakend
gekmakendere	=	gekmakend
gekmakenders	=	gekmakend
gekmakends	=	gekmakend
gekmakendst	=	gekmakend
gekmakendste	=	gekmakend
geknaag	noun	het voortdurend bijten met de tanden
geknaagd	=	knagen
geknaagde	=	knagen
geknabbel	noun	het met kleine hapjes eten
geknabbeld	=	knabbelen
geknabbelde	=	knabbelen
geknakt	adj	zover omgebogen dat iets kapot is gegaan maar nog wel dat de twee delen aan elkaar zitten.
geknakte	=	knakken
geknakts	=	geknakt
geknal	noun	aanhoudend korte, zeer luide geluiden voortbrengen zoals bij het breken van iets of het afvuren van een vuurwapen
geknald	=	knallen
geknalde	=	knallen
geknapperd	=	knapperen
geknapt	=	knappen
geknapte	=	knappen
geknarpt	=	knarpen
geknars	noun	een voortdurend knarsen
geknarsetand	=	knarsetanden
geknarst	=	knarsen
geknast	=	knassen
geknauwd	=	knauwen
geknauwde	=	knauwen
geknecht	adj	gedwongen om een ander te dienen, in een onderworpen positie
geknechte	=	geknecht
geknechter	=	geknecht
geknechtere	=	geknecht
geknechters	=	geknecht
geknechts	=	geknecht
geknede	=	kneden
gekneed	=	kneden
gekneld	=	knellen
geknelde	=	knellen
geknepen	=	knijpen
geknerpt	=	knerpen
geknerst	=	knersen
geknetter	noun	geluid makend als van een knappend houtvuur
geknetterd	=	knetteren
gekneusd	adj	door drukking gekwetst
gekneusde	=	kneuzen
gekneusder	=	gekneusd
gekneusdere	=	gekneusd
gekneusders	=	gekneusd
gekneusds	=	gekneusd
gekneusdst	=	gekneusd
gekneusdste	=	gekneusd
gekneuterd	=	kneuteren
gekneveld	=	knevelen
geknibbeld	=	knibbelen
geknield	adj	zittend op één of twee knieën
geknielde	=	knielen
geknields	=	geknield
gekniesd	=	kniezen
geknik	noun	het voortdurend met het hoofdknikken als teken van toestemming of herkenning
geknikkebold	=	knikkebollen
geknikkerd	=	knikkeren
geknikkerde	=	knikkeren
geknikt	adj	een knik hebbend
geknikte	=	knikken
geknikts	=	geknikt
geknipoogd	=	knipogen
geknipperd	=	knipperen
geknipt	adj	precies geschikt voor iets (net alsof iets of iemand er door knippen voor gemaakt is)
geknipte	=	knippen
geknipter	=	geknipt
gekniptere	=	geknipt
geknipters	=	geknipt
geknipts	=	geknipt
gekniptst	=	geknipt
gekniptste	=	geknipt
geknisper	noun	het aanhoudend een licht knetterend geluid maken
geknisperd	=	knisperen
geknisterd	=	knisteren
geknobbeld	=	knobbelen
geknobeld	=	knobelen
geknoei	noun	slordig werk, fraude.
geknoeid	=	knoeien
geknoeide	=	knoeien
geknoffeld	=	knoffelen
geknok	noun	het aanhoudend vechten
geknokt	=	knokken
geknoopt	=	knopen
geknor	noun	het voortdurend het geluid van een varken voortbrengen
geknord	=	knorren
geknot	=	knotten
geknoterd	=	knoteren
geknotte	=	knotten
geknuffel	noun	het aanhoudend liefkozen
geknuffeld	=	knuffelen
geknuffelde	=	knuffelen
geknuppeld	=	knuppelen
geknuppelde	=	knuppelen
geknutsel	noun	het voortdurend knutselen
geknutseld	=	knutselen
geknutselde	=	knutselen
gekocht	adj	na betaling je eigendom geworden
gekochte	=	kopen
gekochts	=	gekocht
gekoeioneerd	=	koeioneren
gekoeioneerde	=	koeioneren
gekoekeloerd	=	koekeloeren
gekoekt	=	koeken
gekoekte	=	koeken
gekoekwousd	=	koekwouzen
gekoeld	adj	kouder gemaakt, of blijvend op koude temperatuur gehouden
gekoelde	=	koelen
gekoelds	=	gekoeld
gekoerd	=	koeren
gekoesterd	adj	met name van een wens dat je deze al lang hebt, dat je hem niet vergeten hebt en dat je nog steeds wil dat ze vervuld wordt
gekoesterde	=	koesteren
gekoesterder	=	gekoesterd
gekoesterdere	=	gekoesterd
gekoesterders	=	gekoesterd
gekoesterds	=	gekoesterd
gekoesterdst	=	gekoesterd
gekoesterdste	=	gekoesterd
gekoeterd	=	koeteren
gekoeterwaald	=	koeterwalen
gekogeld	=	kogelen
gekogelde	=	kogelen
gekokereld	=	kokerellen
gekoketteer	noun	aanhoudend proberen bij iets of iemand in het gevlei te komen; aanhoudend flirten
gekoketteerd	=	koketteren
gekokhalsd	=	kokhalzen
gekokkeld	=	kokkelen
gekokkerd	=	kokkeren
gekokkereld	=	kokkerellen
gekokstoofd	=	kokstoven
gekokt	=	kokken
gekolderd	=	kolderen
gekolfd	=	kolven
gekolfde	=	kolven
gekolkt	=	kolken
gekolkte	=	kolken
gekolonialiseerd	=	kolonialiseren
gekolonialiseerde	=	kolonialiseren
gekoloniseerd	adj	door een vreemde mogendheid ingelijfd zijnd
gekoloniseerde	=	gekoloniseerd
gekoloniseerder	=	gekoloniseerd
gekoloniseerdere	=	gekoloniseerd
gekoloniseerders	=	gekoloniseerd
gekoloniseerds	=	gekoloniseerd
gekoloniseerdst	=	gekoloniseerd
gekoloniseerdste	=	gekoloniseerd
gekomen	=	komen
gekondigd	=	kondigen
gekondschapt	=	kondschappen
gekonfijt	=	konfijten
gekonfijte	=	konfijten
gekonkel	noun	het aanhoudend geheime plannen maken met als doel iemand te benadelen; aanhoudend kwaadspreken
gekonkeld	=	konkelen
gekonkelfoesd	=	konkelfoezen
gekonterfeit	=	konterfeiten
gekonterfeite	=	konterfeiten
gekontlikt	=	kontlikken
gekontneukt	=	kontneuken
gekontneukte	=	kontneuken
gekooid	adj	in een kooi gestopt
gekooide	=	kooien
gekooider	=	gekooid
gekooidere	=	gekooid
gekooiders	=	gekooid
gekooids	=	gekooid
gekooidst	=	gekooid
gekooidste	=	gekooid
gekookblogd	=	kookbloggen
gekookt	adj	als voedsel verhit is geweest door kokend water
gekookte	=	koken
gekooktekikkersyndromen	=	gekooktekikkersyndroom
gekooktekikkersyndroom	noun	een bekende metafoor die beschrijft hoe we geneigd zijn om te laat te reageren op dreigingen of problemen die zich langzaam en geleidelijk ontwikkelen
gekookts	=	gekookt
gekoord	=	koren
gekoorddanst	=	koorddansen
gekoosd	=	kozen
gekoosde	=	kozen
gekoot	=	koten
gekoperd	=	koperen
gekoperde	=	koperen
gekopieerd	=	kopiëren
gekoppeld	adj	een paar vormend
gekoppelde	=	koppelen
gekoppelds	=	gekoppeld
gekoppensneld	=	koppensnellen
gekoprold	=	koprollen
gekopseisd	=	kopseizen
gekopt	=	koppen
gekopte	=	koppen
gekord	=	korren
gekoren	=	kiezen
gekorfbald	=	korfballen
gekorfd	=	korven
gekorfde	=	korven
gekorreld	=	korrelen
gekorrelde	=	korrelen
gekort	=	korten
gekorte	=	korten
gekortoord	=	kortoren
gekortoorde	=	kortoren
gekortstaart	=	kortstaarten
gekortstaarte	=	kortstaarten
gekortvleugeld	=	kortvleugelen
gekortwiekt	=	kortwieken
gekortwiekte	=	kortwieken
gekorven	=	kerven
gekost	=	kosten
gekostumeerd	adj	zodanig gekleed dat je niet herkenbaar bent en doet alsof je iets of iemand anders bent, meestal in het kader van een feestelijke gebeurtenis of op toneel
gekostumeerde	=	kostumeren
gekostumeerder	=	gekostumeerd
gekostumeerdere	=	gekostumeerd
gekostumeerders	=	gekostumeerd
gekostumeerds	=	gekostumeerd
gekostumeerdst	=	gekostumeerd
gekostumeerdste	=	gekostumeerd
gekoterd	=	koteren
gekotst	=	kotsen
gekotste	=	kotsen
gekotterd	=	kotteren
gekotterde	=	kotteren
gekoukleumd	=	koukleumen
gekout	=	kouten
gekozen	=	kiezen
gekozene	noun	iemand die tijdens verkiezingen door de stemgerechtigden verkozen is voor een functie
gekozenen	=	gekozene
gekraagd	adj	met een kraag om de hals
gekraagde	=	gekraagd
gekraagds	=	gekraagd
gekraai	noun	aanhoudend een geluid maken dat lijkt op dat van een haan
gekraaid	=	kraaien
gekraaide	=	kraaien
gekraak	noun	het kraken
gekraakt	=	kraken
gekraakte	=	kraken
gekraald	=	kralen
gekraamd	=	kramen
gekrabbel	noun	het voortdurend krabbelen
gekrabbeld	=	krabbelen
gekrabbelde	=	krabbelen
gekrabd	=	krabben
gekrabde	=	krabben
gekrachttraind	=	krachttrainen
gekrakeel	noun	lawaai ontstaan door onenigheid
gekrakeeld	=	krakelen
gekrakt	=	krakken
gekramd	=	krammen
gekramde	=	krammen
gekranst	=	kransen
gekras	noun	het ondiepe insnijdingen maken
gekrasseld	=	krasselen
gekrast	=	krassen
gekrauwd	=	krauwen
gekrauwde	=	krauwen
gekregen	=	krijgen
gekrenkt	adj	beledigd, gekwetst
gekrenkte	=	gekrenkt
gekrenkter	=	gekrenkt
gekrenktere	=	gekrenkt
gekrenkters	=	gekrenkt
gekrenktheden	=	gekrenktheid
gekrenktheid	noun	het zich beledigd voelen; het gekwetst zijn
gekrenkts	=	gekrenkt
gekrenktst	=	gekrenkt
gekrenktste	=	gekrenkt
gekrent	=	krenten
gekrente	=	krenten
gekrept	=	kreppen
gekrepte	=	kreppen
gekresen	=	krijsen
gekreten	=	krijten
gekreukeld	=	kreukelen
gekreukt	adj	kreukels hebbend
gekreukte	=	gekreukt
gekreukter	=	gekreukt
gekreuktere	=	gekreukt
gekreukters	=	gekreukt
gekreukts	=	gekreukt
gekreuktst	=	gekreukt
gekreuktste	=	gekreukt
gekreun	noun	aanhoudend uitingen geven van pijn of smart
gekreund	=	kreunen
gekreupeld	=	kreupelen
gekreupelde	=	kreupelen
gekreveld	=	krevelen
gekribbeld	=	kribbelen
gekribd	=	krib
gekribde	=	krib
gekriebel	noun	het gejeuk
gekriebeld	=	kriebelen
gekriebelde	=	kriebelen
gekriekt	=	kriek
gekrield	=	krielen
gekriept	=	kriepen
gekrieuwd	=	krieuwen
gekrieuweld	=	krieuwelen
gekrijgd	=	krijgen
gekrijs	noun	het voortdurend krijsen
gekrijst	=	krijsen
gekrijt	=	krijten
gekrijte	=	krijten
gekrikkrakt	=	krikkrakken
gekrikt	=	krikken
gekringd	=	kring
gekringeld	=	kringelen
gekrinkeld	=	krinkelen
gekrioel	noun	het aanhoudend druk bewegen van grote groepen mensen of andere zaken
gekrioeld	=	krioelen
gekriskrast	=	kriskrassen
gekrist	=	krissen
gekristalliseerd	=	kristalliseren
gekristalliseerde	=	kristalliseren
gekritiseerd	=	kritiseren
gekritiseerde	=	kritiseren
gekrocht	=	krochen
gekroeld	=	kroelen
gekroelde	=	kroelen
gekroesd	=	kroezen
gekroezeld	=	kroezelen
gekrold	=	krollen
gekromd	adj	met een bocht
gekromde	=	krommen
gekromder	=	gekromd
gekromdere	=	gekromd
gekromders	=	gekromd
gekromds	=	gekromd
gekromdst	=	gekromd
gekromdste	=	gekromd
gekrompen	=	krimpen
gekronkel	noun	het aanhoudend of voortdurend kronkelen
gekronkeld	=	kronkelen
gekronkelde	=	kronkelen
gekrooien	=	kruien
gekrooienª	=	kruien
gekrookt	adj	geknakt
gekrookte	=	gekrookt
gekrookts	=	gekrookt
gekroond	adj	een kroon dragend
gekroonde	=	gekroond
gekroonds	=	gekroond
gekropen	=	kruipen
gekropt	=	kroppen
gekropte	=	kroppen
gekruid	adj	met keukenkruiden behandeld ter verhoging van de smaak
gekruide	=	kruiden
gekruider	=	gekruid
gekruidere	=	gekruid
gekruiders	=	gekruid
gekruids	=	gekruid
gekruidst	=	gekruid
gekruidste	=	gekruid
gekruifd	=	kruiven
gekruifde	=	kruiven
gekruimd	=	kruimen
gekruimde	=	kruimen
gekruimeld	=	kruimelen
gekruimelde	=	kruimelen
gekruisigd	=	kruisigen
gekruisigde	=	kruisigen
gekruisjast	=	kruisjassen
gekruist	adj	kruiselings over elkaar heen gaande
gekruiste	=	kruisen
gekruists	=	gekruist
gekruld	adj	gedraaid, kronkelig
gekrulde	=	krullen
gekrulder	=	gekruld
gekruldere	=	gekruld
gekrulders	=	gekruld
gekrulds	=	gekruld
gekruldst	=	gekruld
gekruldste	=	gekruld
geks	=	gek
gekscheer	=	gekscheren
gekscheerde	=	gekscheren
gekscheerden	=	gekscheren
gekscheert	=	gekscheren
gekschere	=	gekscheren
gekscheren	verb	de draak met iets steken, een grap maken
gekscherend	adj	op een grappige manier spottend
gekscherende	=	gekscheren
gekscherender	=	gekscherend
gekscherendere	=	gekscherend
gekscherenders	=	gekscherend
gekscherends	=	gekscherend
gekscherendst	=	gekscherend
gekscherendste	=	gekscherend
gekskap	noun	narrenkap, zotskap, zottenkap
gekskappen	=	gekskap
gekskolf	noun	de staf of scepter van een nar
gekskolfje	=	gekskolf
gekskolfjes	=	gekskolf
gekskolven	=	gekskolf
geksstaf	noun	de staf of scepter van een nar
geksstafje	=	geksstaf
geksstafjes	=	geksstaf
geksstaven	=	geksstaf
gekst	=	gek
gekste	=	gek
gekstok	noun	de staf of scepter van een nar
gekstokje	=	gekstok
gekstokjes	=	gekstok
gekstokken	=	gekstok
gekt	=	gekken
gekte	noun	het gek (maar niet totaal gestoord) zijn
gekten	=	gekken
gektes	=	gekte
gektetje	=	gekte
gekubeerd	=	kuberen
gekubeerde	=	kuberen
gekubeld	=	kubelen
gekuch	noun	aanhoudend zachtjes hoesten
gekucht	=	kuchen
gekuierd	=	kuieren
gekuierde	=	kuieren
gekuifd	adj	Met een kuif
gekuifder	=	gekuifd
gekuifdere	=	gekuifd
gekuifders	=	gekuifd
gekuifds	=	gekuifd
gekuifdst	=	gekuifd
gekuifdste	=	gekuifd
gekuip	noun	het achterbaks, oneerlijk handelen
gekuipt	=	kuipen
gekuipte	=	kuipen
gekuist	adj	tonend dat de persoon beschaafd is
gekuiste	=	kuisen
gekuister	=	gekuist
gekuistere	=	gekuist
gekuisters	=	gekuist
gekuists	=	gekuist
gekuistst	=	gekuist
gekuistste	=	gekuist
gekukeld	=	kukelen
gekukelde	=	kukelen
gekukkeld	=	kukkelen
gekukt	=	kukken
gekuld	=	kullen
gekulde	=	kullen
gekund	=	kunnen
gekunde	=	kunnen
gekunnen	=	kunnen
gekunsteld	adj	op een onnatuurlijke, gedwongen manier gemaakt
gekunstelde	=	gekunsteld
gekunstelder	=	gekunsteld
gekunsteldere	=	gekunsteld
gekunstelders	=	gekunsteld
gekunsteldheid	noun	het op een gemaakte, kunstmatige, of aanstellerige wijze onecht zijn
gekunstelds	=	gekunsteld
gekunsteldst	=	gekunsteld
gekunsteldste	=	gekunsteld
gekunstschaatst	=	kunstschaatsen
gekurkt	=	kurken
gekurkte	=	kurken
gekust	=	kussen
gekuste	=	kussen
gekutkamd	=	kutkammen
gekuurd	=	kuren
gekwaak	noun	nutteloos gebabbel
gekwaakt	=	kwaken
gekwadrateerd	=	kwadrateren
gekwadrateerde	=	kwadrateren
gekwadreerd	=	kwadreren
gekwadreerde	=	kwadreren
gekwakkeld	=	kwakkelen
gekwakt	=	kwakken
gekwakte	=	kwakken
gekwakzalfd	=	kwakzalven
gekwalificeerd	adj	aan de eisen voldoen, bevoegd
gekwalificeerde	=	kwalificeren
gekwalificeerder	=	gekwalificeerd
gekwalificeerdere	=	gekwalificeerd
gekwalificeerders	=	gekwalificeerd
gekwalificeerds	=	gekwalificeerd
gekwalificeerdst	=	gekwalificeerd
gekwalificeerdste	=	gekwalificeerd
gekwalmd	=	kwalmen
gekwalsterd	=	kwalsteren
gekwanseld	=	kwanselen
gekwantificeerd	=	kwantificeren
gekwantificeerde	=	kwantificeren
gekwantiseerd	=	kwantiseren
gekwartet	=	kwartetten
gekwartierd	adj	van soldaten dat zij ergens onderdak hebben gevonden
gekwartierde	=	gekwartierd
gekwartierds	=	gekwartierd
gekwebbel	noun	aanhoudend druk kletsen
gekwebbeld	=	kwebbelen
gekweekt	adj	door kweken verkregen
gekweekte	=	kweken
gekweekts	=	gekweekt
gekweel	noun	zingen dat lijkt op het lieflijke gezang van vogels
gekweeld	=	kwelen
gekweelde	=	kwelen
gekwek	noun	het aanhoudend kwaken van eenden, ganzen of kikkers
gekwekt	=	kwekken
gekweld	adj	veel pijn en verdriet ondervonden hebbend
gekwelde	=	kwellen
gekwelder	=	gekweld
gekweldere	=	gekweld
gekwelders	=	gekweld
gekweldheid	noun	het lijden onder de last van het leven als eigenschap
gekwelds	=	gekweld
gekweldst	=	gekweld
gekweldste	=	gekweld
gekweten	=	kwijten
gekwetst	adj	gewond
gekwetste	noun	een gewond persoon
gekwetsten	=	gekwetste
gekwetster	=	gekwetst
gekwetstere	=	gekwetst
gekwetsters	=	gekwetst
gekwetstheid	noun	de mate waarin iemand zich beledigd voelt; de mate waarin iemand beledigd is
gekwetsts	=	gekwetst
gekwetstst	=	gekwetst
gekwetstste	=	gekwetst
gekwetter	noun	getjilp van vogeltjes ook in figuurlijke zin (zingen))
gekwetterd	=	kwetteren
gekwezeld	=	kwezelen
gekwijld	=	kwijlen
gekwijlde	=	kwijlen
gekwijnd	=	kwijnen
gekwinkeleer	noun	het aanhoudend zingen van kleine zangvogeltjes
gekwinkeleerd	=	kwinkeleren
gekwinkt	=	kwinken
gekwispeld	=	kwispelen
gekwispelstaart	=	kwispelstaarten
gekwiteerd	=	kwiteren
gekwiteerde	=	kwiteren
gel	noun	een gecrosslinkt polymeer van voldoende verdunning om vervormbaar te zijn zonder spontaan te vloeien
gelaad	=	laden
gelaafd	=	laven
gelaafde	=	laven
gelaagd	adj	van een zaak dat het uit verschillende lagen bestaat
gelaagde	=	gelaagd
gelaagder	=	gelaagd
gelaagdere	=	gelaagd
gelaagders	=	gelaagd
gelaagdheden	=	gelaagdheid
gelaagdheid	noun	het feit dat iets een gelaagde opbouw heeft
gelaagds	=	gelaagd
gelaagdst	=	gelaagd
gelaagdste	=	gelaagd
gelaaid	=	laaien
gelaakt	=	laken
gelaakte	=	laken
gelaarsd	adj	Met laarzen aan
gelaarsde	=	gelaarsd
gelaarsds	=	gelaarsd
gelaat	noun	de voorzijde van een mensenhoofd met de persoonlijke kenmerken
gelaatje	=	gelaat
gelaatjes	=	gelaat
gelaatkunde	noun	de kunst om aan het uiterlijk van een mens zijn persoonlijkheid af te lezen
gelaatsexpressie	noun	uitdrukking op het gelaat
gelaatsexpressies	=	gelaatsexpressie
gelaatsexpressietje	=	gelaatsexpressie
gelaatshuid	noun	huid van het gelaat
gelaatshuiden	=	gelaatshuid
gelaatsindex	noun	getal dat de verhouding weergeeft tussen de hoogte en de grootste breedte van het gezicht
gelaatsindexen	=	gelaatsindex
gelaatsindices	=	gelaatsindex
gelaatskleur	noun	de tint van het aangezicht
gelaatskleuren	=	gelaatskleur
gelaatskleurtje	=	gelaatskleur
gelaatskleurtjes	=	gelaatskleur
gelaatsspier	noun	een van de dwarsgestreepte spieren die onder andere de gelaatsexpressies controleren
gelaatsspieren	=	gelaatsspier
gelaatsspiertje	=	gelaatsspier
gelaatsspiertjes	=	gelaatsspier
gelaatstransplantatie	noun	operatie waarbij het gehele gezicht van een patiënt wordt vervangen door het gezicht van een donor
gelaatstransplantaties	=	gelaatstransplantatie
gelaatstrek	noun	de lijnen in het gezicht die een bepaalde uitdrukking geven
gelaatstrekje	=	gelaatstrek
gelaatstrekjes	=	gelaatstrek
gelaatstrekken	=	gelaatstrek
gelaatsuitdrukking	noun	weerspiegeling van de gemoedstoestand in het gelaat
gelaatsuitdrukkingen	=	gelaatsuitdrukking
gelaatsuitdrukkinkje	=	gelaatsuitdrukking
gelaatsuitdrukkinkjes	=	gelaatsuitdrukking
gelaatsverzorging	noun	alle handelingen die erop gericht zijn de conditie en het uiterlijk van het gezicht te verbeteren
gelaatsverzorgingen	=	gelaatsverzorging
gelaatsverzorginkje	=	gelaatsverzorging
gelaatsverzorginkjes	=	gelaatsverzorging
gelaatsvorm	noun	de vorm van het gezicht
gelaatsvormen	=	gelaatsvorm
gelaatverjonging	noun	een verzamelterm voor cosmetische en medische behandelingen die gericht zijn op het verminderen van zichtbare tekenen van huidveroudering in het gezicht.
gelaatverjongingen	=	gelaatverjonging
gelaatverjonginkje	=	gelaatverjonging
gelaatverjonginkjes	=	gelaatverjonging
gelabeld	adj	voorzien van een label
gelabelde	=	gelabeld
gelabeurd	=	labeuren
gelaboreerd	=	laboreren
gelach	noun	het lachen; uiting van een vrolijke stemming
gelachen	=	lachen
gelada	noun	Theropithecus gelada een soort in het geslacht Gelada's (Theropithecus), die uiterlijk het meeste lijkt op een baviaan.
gelada's	=	gelada
geladaatje	=	gelada
geladaatjes	=	gelada
geladderd	=	ladderen
geladderde	=	ladderen
geladen	=	laden
geladenheid	noun	het verbonden zijn met veel betekenisvolle en emotionele verbanden
gelaetskleur	=	gelaatskleur
gelag	noun	het geheel van genoten consumpties
gelagen	=	gelag
gelagerd	adj	voorzien van kogellagers
gelagerde	=	gelagerd
gelagerder	=	gelagerd
gelagerdere	=	gelagerd
gelagerders	=	gelagerd
gelagerds	=	gelagerd
gelagerdst	=	gelagerd
gelagerdste	=	gelagerd
gelagkamer	noun	ruimte van een herberg of café waar de klanten wat kunnen eten, drinken en elkaar ontmoeten
gelagkamers	=	gelagkamer
gelagkamertje	=	gelagkamer
gelagkamertjes	=	gelagkamer
gelagzaal	noun	ruimte in een herberg waar de gasten kunnen eten en drinken
gelagzaaltje	=	gelagzaal
gelagzaaltjes	=	gelagzaal
gelagzalen	=	gelagzaal
gelajend	=	lajenen
gelakt	=	lakken
gelakte	=	lakken
gelal	noun	het lawaai dat gemaakt wordt door iemand die lalt
gelald	=	lallen
gelalde	=	lallen
gelambriseerd	=	lambriseren
gelameerd	=	lameren
gelamenteer	noun	het aanhoudend zeuren en klagen
gelamenteerd	=	lamenteren
gelamineerd	=	lamineren
gelamineerde	=	lamineren
gelammerd	=	lammeren
gelanceerd	=	lanceren
geland	adj	gronden in eigendom hebbend in een bepaald gebied
gelande	noun	grondeigenaar in een bepaald gebied
gelanden	=	gelande
gelands	=	geland
gelang	noun	mate
gelangd	=	langen
gelanglauft	=	langlaufen
gelanglaufte	=	langlaufen
gelanterd	=	lanteren
gelanterfant	=	lanterfanten
gelapt	=	lappen
gelapte	=	lappen
gelapzalfd	=	lapzalven
gelapzalfde	=	lapzalven
gelapzwanst	=	lapzwansen
gelardeerd	=	larderen
gelardeerde	=	larderen
gelarpt	=	larpen
gelarpte	=	larpen
gelaserd	=	laseren
gelaserde	=	laseren
gelasergamed	=	lasergamen
gelassode	=	lassoën
gelassood	=	lassoën
gelast	=	gelasten
gelaste	=	lassen
gelasten	verb	een dwingende opdracht geven
gelastend	=	gelasten
gelastende	=	gelasten
gelasterd	=	lasteren
gelasterde	=	lasteren
gelastigd	=	lastig
gelastigde	noun	iemand die gemachtigd is om een bepaalde taak (in naam van de lastgever) uit te voeren
gelastigden	=	gelastigde
gelastte	=	gelasten
gelastten	=	gelasten
gelat	=	latten
gelaten	adj	zonder de behoefte zich te weren, zich schikkend in zijn lot	adv	op gelaten wijze
gelatener	=	gelaten
gelateners	=	gelaten
gelatenheid	noun	geestestoestand waardoor men een onaangename situatie alleen door doffe aanvaarding kan accepteren
gelatens	=	gelaten
gelatenst	=	gelaten
gelatenste	=	gelaten
gelatext	=	latexen
gelatexte	=	latexen
gelatine	noun	van beenderen door uitkoken vervaardigd geleiachtig eiwitpreparaat, dat vroeger werd gebruikt als lijm maar nu onder E-nummer E441 als bindmiddel om bijv. puddingen, crèmes of compotes stijver te maken
gelatineachtig	adj	lijkend op gelatine
gelatineachtige	=	gelatineachtig
gelatineachtiger	=	gelatineachtig
gelatineachtigere	=	gelatineachtig
gelatineachtigers	=	gelatineachtig
gelatineachtigs	=	gelatineachtig
gelatineachtigst	=	gelatineachtig
gelatineachtigste	=	gelatineachtig
gelatinebol	noun	bolvormig medicament waar gelatine als bindmiddel is gebruikt
gelatinebollen	=	gelatinebol
gelatinebolletje	=	gelatinebol
gelatinebolletjes	=	gelatinebol
gelatinen	=	gelatine
gelatinepudding	noun	een pudding van gelatine.
gelatinepuddingen	=	gelatinepudding
gelatinepuddinkje	=	gelatinepudding
gelatinepuddinkjes	=	gelatinepudding
gelatines	=	gelatine
gelatineus	adj	op gelatine gelijkend of bevattend
gelatineust	=	gelatineus
gelatineuste	=	gelatineus
gelatineuze	=	gelatineus
gelatineuzer	=	gelatineus
gelatineuzere	=	gelatineus
gelatineuzers	=	gelatineus
gelatiniseerd	=	latiniseren
gelatiniseerde	=	latiniseren
gelatte	=	latten
gelauncht	=	launchen
gelauwerd	adj	geëerd
gelauwerde	=	lauweren
gelauwerder	=	gelauwerd
gelauwerdere	=	gelauwerd
gelauwerders	=	gelauwerd
gelauwerds	=	gelauwerd
gelauwerdst	=	gelauwerd
gelauwerdste	=	gelauwerd
gelaveerd	=	laveren
gelaveerde	=	laveren
gelawaaid	=	lawaaien
gelaxeerd	=	laxeren
gelaxeerde	=	laxeren
gelazer	noun	herrie, problemen, sores, gezeur
gelazerd	=	lazeren
gelazerde	=	lazeren
gelaïciseerd	=	laïciseren
gelaïciseerde	=	laïciseren
geld	noun	in vaste eenheden verdeeld ruilmiddel dat in een samenleving wordt gebruikt voor betalen en sparen
geldaanbod	noun	de totale hoeveelheid geld die op een bepaald moment in omloop is in een economie
geldadel	noun	de rijken, de miljonairs
geldauto	noun	een auto gebruikt voor het transport van geld
geldauto's	=	geldauto
geldautomaat	noun	apparaat waarbij men geld van zijn bankrekening kan opnemen met behulp van een bankpas
geldautomaatje	=	geldautomaat
geldautomaten	=	geldautomaat
geldautootje	=	geldauto
geldautootjes	=	geldauto
geldbedrag	noun	een hoeveelheid geld
geldbedragen	=	geldbedrag
geldbedragje	=	geldbedrag
geldbedragjes	=	geldbedrag
geldbelegging	noun	een vorm van investering waarbij geld wordt vastgelegd voor langere of kortere tijd met als doel om in de toekomst financieel voordeel te behalen
geldbeleggingen	=	geldbelegging
geldbelegginkje	=	geldbelegging
geldbelegginkjes	=	geldbelegging
geldbesparend	adj	van iets dat het ervoor zorgt dat je minder geld hoeft uit te geven
geldbesparende	=	geldbesparend
geldbesparender	=	geldbesparend
geldbesparendere	=	geldbesparend
geldbesparenders	=	geldbesparend
geldbesparends	=	geldbesparend
geldbesparendst	=	geldbesparend
geldbesparendste	=	geldbesparend
geldbeugel	noun	voorwerp om geld in te bewaren
geldbeugels	=	geldbeugel
geldbeugeltje	=	geldbeugel
geldbeugeltjes	=	geldbeugel
geldbeurs	noun	een beurs om geld in te bewaren
geldbeursje	=	geldbeurs
geldbeursjes	=	geldbeurs
geldbeurzen	=	geldbeurs
geldbiljet	noun	een officieel betaalmiddel van papier of kunststof dat is uitgegeven door een centrale bank en een vaste geldwaarde vertegenwoordigt
geldbiljetje	=	geldbiljet
geldbiljetjes	=	geldbiljet
geldbiljetten	=	geldbiljet
geldboete	noun	een boete die kan worden gedaan door het betalen van een som gelds, een geldstraf
geldboeten	=	geldboete
geldboetes	=	geldboete
geldboetetje	=	geldboete
geldboetetjes	=	geldboete
geldbomen	=	geldboom
geldboom	noun	een fictieve sprookjesboom waaraan geld groeit
geldboompje	=	geldboom
geldboompjes	=	geldboom
geldbron	noun	de persoon, organisatie of handeling waarmee men gelden verwerft om iets te doen
geldbronnen	=	geldbron
geldbuidel	noun	een zakje waarin men muntstukken kan bewaren
geldbuidels	=	geldbuidel
geldbuideltje	=	geldbuidel
geldbuideltjes	=	geldbuidel
geldbus	noun	stevig kistje of bakje, vaak afgesloten met een slot, dat bedoeld is om geld en andere waardevolle zaken tijdelijk in op te bergen en veilig te transporteren, bijvoorbeeld voor collectes of op de markt
geldbusje	=	geldbus
geldbusjes	=	geldbus
geldbussen	=	geldbus
geldcassette	noun	opberglade voor contant geld
geldcassetten	=	geldcassette
geldcassettes	=	geldcassette
geldcrises	=	geldcrisis
geldcrisis	noun	maatschappelijke crisis, veroorzaakt door het tekort aan beschikbaar kapitaal
geldcrisisje	=	geldcrisis
geldcrisisjes	=	geldcrisis
geldcrisissen	=	geldcrisis
gelddorst	noun	hevige begeerte naar geld
gelde	=	geld
geldeconomie	noun	bevrediging van de behoeften van een samenleving door een munteenheid als ruilmiddel te gebruiken
geldeconomietje	=	geldeconomie
geldeconomietjes	=	geldeconomie
geldeconomieën	=	geldeconomie
geldeenheden	=	geldeenheid
geldeenheid	noun	de basis van het muntstelsel van een of meer naties
geldelijk	adj	gerelateerd zijn aan geld
geldelijke	=	geldelijk
geldelijker	=	geldelijk
geldelijkere	=	geldelijk
geldelijkers	=	geldelijk
geldelijks	=	geldelijk
geldelijkst	=	geldelijk
geldelijkste	=	geldelijk
geldeloos	adj	zonder geld
geldeloze	=	geldeloos
gelden	verb	waarde bezitten
geldend	=	gelden
geldende	=	gelden
gelder	noun|obsolete	iemand die betaalt
gelderlander	noun	een inwoner van Gelderland, of iemand afkomstig uit Gelderland
gelderlanders	=	gelderlander
gelderlands	adj	op Gelderland betrekking hebbend
gelderlandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Gelderland, of een vrouw afkomstig uit Gelderland
gelderlandsen	=	gelderlandse
gelderlandser	=	gelderlands
gelderlandsere	=	gelderlands
gelderlandsers	=	gelderlands
gelderlandst	=	gelderlands
gelderlandste	=	gelderlands
gelders	=	gelder
gelderse	noun	een vrouwelijke inwoner van Gelderland, of een vrouw afkomstig uit Gelderland
geldersen	=	gelderse
geldersman	noun	een inwoner van Gelderland, of iemand afkomstig uit Gelderland
geldersmannen	=	geldersman
geldersmannetje	=	geldersman
geldersmannetjes	=	geldersman
geldezel	noun	persoon die zijn of haar bankrekening (meestal voor een vergoeding) ter beschikking stelt om geld wit te wassen
geldezels	=	geldezel
geldezeltje	=	geldezel
geldezeltjes	=	geldezel
geldgebrek	noun	het niet genoeg geld hebben
geldgebreken	=	geldgebrek
geldgever	noun	iemand die aan iemand anders geld geeft of uitleent
geldgevers	=	geldgever
geldgewin	noun	financiële verdiensten
geldgod	noun	geld als een goddelijk wezen gezien
geldhandel	noun	de handel in (vreemde) valuta en waardepapieren
geldhandelaar	noun	bedrijf of persoon actief op de financiële markten
geldhandelaars	=	geldhandelaar
geldhandelaartje	=	geldhandelaar
geldhandelaartjes	=	geldhandelaar
geldhandelaren	=	geldhandelaar
geldhoeveelheden	=	geldhoeveelheid
geldhoeveelheid	noun	de hoeveelheid geld die in omloop is
geldhond	noun|figurative	gierig persoon
geldhonden	=	geldhond
geldhonger	noun	de behoefte aan meer financiële middelen
geldig	adj	waarvan de waarde of wettigheid erkend wordt
geldige	=	geldig
geldiger	=	geldig
geldigere	=	geldig
geldigers	=	geldig
geldigheden	=	geldigheid
geldigheid	noun	het geldig zijn, de deugdelijkheid (van wetten, regels, rechten, bewijzen, uitspraken)
geldigheidsduur	noun	de periode waarin iets geldig is
geldigs	=	geldig
geldigst	=	geldig
geldigste	=	geldig
gelding	noun	het gelden d.w.z. het van waarde of invloed, ofwel van kracht of toepassing zijn
geldingen	=	gelding
geldingsdrang	noun	de behoefte om erkenning te krijgen
geldinjectie	noun	het beschikbaar stellen van een grote hoeveelheid financiële middelen
geldinjecties	=	geldinjectie
geldinkje	=	gelding
geldinkjes	=	gelding
geldinzameling	noun	de keer dat men geld inzamelt voor een bepaald doel; de keer dat men een collecte organiseert
geldinzamelingen	=	geldinzameling
geldje	=	geld
geldjes	=	geld
geldkas	noun	afsluitbare ruimte waar men veilig geld of andere waarde papieren kan bewaren
geldkassen	=	geldkas
geldkauri	noun	Monetaria moneta een slakkensoort uit de familie van de Cypraeidae.
geldkauri's	=	geldkauri
geldkaurietje	=	geldkauri
geldkaurietjes	=	geldkauri
geldkist	noun	kist voor het bewaren van geld en andere waardevolle zaken
geldkisten	=	geldkist
geldkistje	=	geldkist
geldkistjes	=	geldkist
geldklopperij	noun	het mensen op oneerlijke gronden geld afhandig maken
geldklopperijen	=	geldklopperij
geldkoerier	noun	persoon die een grote hoeveelheid contact geld van de ene naar de andere plaats brengt
geldkoeriers	=	geldkoerier
geldkoers	noun	waarde van een valuta, uitgedrukt in een andere valuta
geldkoersen	=	geldkoers
geldkoffer	noun	koffer waarin men veilig geld kan vervoeren
geldkoffers	=	geldkoffer
geldkraan	noun	een denkbeeldige kraan waar geld doorheen vloeit.
geldkraantje	=	geldkraan
geldkraantjes	=	geldkraan
geldkranen	=	geldkraan
geldkwestie	noun	geld, of het gebrek daaraan, als bepalende factor
geldkwesties	=	geldkwestie
geldla	noun	bewaarplaats voor geld onder een tafel
geldla's	=	geldla
geldlaatje	=	geldla
geldlaatjes	=	geldla
geldlade	noun	een la waarin men geld kan opbergen
geldladen	=	geldlade
geldlades	=	geldlade
geldlening	noun	het lenen van geld
geldleningen	=	geldlening
geldleninkje	=	geldlening
geldleninkjes	=	geldlening
geldloper	noun	iemand die grote hoeveelheden contant geld van de ene naar de andere plaats vervoert
geldlopers	=	geldloper
geldmachine	noun	activiteit waarmee men veel geld kan verdienen
geldmachines	=	geldmachine
geldmaker	noun	iets waar men geld mee kan verdienen
geldmakerij	noun	werkwijze waarop, onderneming waarbij men alleen veel geld verdient
geldmakers	=	geldmaker
geldmarkt	noun	onder geldmarkt verstaat men het geheel van vraag en aanbod met betrekking tot kortlopende kredieten, met een looptijd van een dag tot 1-2 jaar
geldmarkten	=	geldmarkt
geldmarkthandelaar	noun	bedrijf of persoon actief op de geldmarkt
geldmarkthandelaars	=	geldmarkthandelaar
geldmarkthandelaartje	=	geldmarkthandelaar
geldmarkthandelaartjes	=	geldmarkthandelaar
geldmarkthandelaren	=	geldmarkthandelaar
geldmarktrente	noun	rente die grote bedrijven, overheden en banken moeten betalen voor het leningen met een looptijd van 1 tot 2 jaar
geldmarktrenten	=	geldmarktrente
geldmarktrentes	=	geldmarktrente
geldmarktverhouding	noun	de financiële markt voor kortlopende leningen en financiële instrumenten met een looptijd van maximaal één tot twee jaar
geldmarktverhoudingen	=	geldmarktverhouding
geldmarktverhoudinkje	=	geldmarktverhouding
geldmarktverhoudinkjes	=	geldmarktverhouding
geldmassa	noun	grote hoeveelheid geld
geldmassa's	=	geldmassa
geldmiddel	noun	kapitaal
geldmiddelen	noun	het geld dat voor het levensonderhoud of een ander doel vereist is.
geldmiddeltje	=	geldmiddel
geldmiddeltjes	=	geldmiddel
geldnemer	noun	iemand die geld ontvangt, leent of opneemt bij een bank
geldnemers	=	geldnemer
geldnoden	=	geldnood
geldnood	noun	groot gebrek aan geld
geldontwaarding	noun	verlies aan koopkracht van een munteenheid door een algemene stijging van de prijzen
geldontwaardingen	=	geldontwaarding
geldontwaardinkje	=	geldontwaarding
geldontwaardinkjes	=	geldontwaarding
geldopname	noun	het opnemen van geld van een bankrekening
geldopnamen	=	geldopname
geldopnames	=	geldopname
geldoverdracht	noun	het van eigenaar laten wisselen van geld
geldoverdrachten	=	geldoverdracht
geldovermaking	noun	het verplaatsen van geld van de ene bankrekening naar de andere.
geldovermakingen	=	geldovermaking
geldovermakinkje	=	geldovermaking
geldovermakinkjes	=	geldovermaking
geldpers	noun	drukpers waarmee waardepapieren gedrukt kunnen worden
geldpersen	=	geldpers
geldplaatsing	noun	belegging
geldplaatsingen	=	geldplaatsing
geldpolitiek	noun	beleid, inzake kredietverlening en rentetarieven door een centrale bank gevoerd
geldpot	noun	een aarden vat waarin met geld kan bewaren
geldpotje	=	geldpot
geldpotjes	=	geldpot
geldpotten	=	geldpot
geldprijs	noun	een prijs die bestaat uit een hoeveelheid geld
geldprijsje	=	geldprijs
geldprijsjes	=	geldprijs
geldprijzen	=	geldprijs
geldprobleem	noun	moeilijkheden veroorzaakt door een tekort aan geld
geldprobleempje	=	geldprobleem
geldprobleempjes	=	geldprobleem
geldproblemen	=	geldprobleem
geldreserve	noun	geld waarvoor nog geen bestemming is vastgesteld; geld dat men vrij kan gebruiken
geldreserves	=	geldreserve
geldroof	noun	diefstal van geld
geldroven	=	geldroof
geldruimte	noun	situatie waarbij geld ruim voorhanden is d.w.z. het aanbod van kapitaal groter is dan de vraag hiernaar
gelds	noun	genitief van geld
geldsanering	noun	invoering van een nieuw betaalmiddel ter bestrijding van grote inflatie of oneerlijk verkregen vermogens
geldsaneringen	=	geldsanering
geldschaarste	noun	toestand waarbij de vraag naar kapitaal het aanbod overtreft
geldschaarsten	=	geldschaarste
geldschaarstes	=	geldschaarste
geldschepping	noun	het drukken van bankbiljetten, het slaan van munten
geldscheppingen	=	geldschepping
geldschieter	noun	iemand die bereid is iets te financieren
geldschieters	=	geldschieter
geldschietertje	=	geldschieter
geldschietertjes	=	geldschieter
geldsom	noun	een grotere hoeveelheid geld
geldsommen	=	geldsom
geldsommetje	=	geldsom
geldsommetjes	=	geldsom
geldsoort	noun	het wettig betaalmiddel van een land
geldsoorten	=	geldsoort
geldspel	noun	een kansspel waarbij je om geld speelt
geldspellen	=	geldspel
geldspelletje	=	geldspel
geldspelletjes	=	geldspel
geldstandaard	noun	de muntsoort die in gebruik is in een land of aantal landen
geldstandaarden	=	geldstandaard
geldstandaardje	=	geldstandaard
geldstandaardjes	=	geldstandaard
geldstandaards	=	geldstandaard
geldstelsel	noun	alle personen, bedrijven, organisaties en overheden die betrokken zijn bij de organisatie van financiële transacties
geldstelsels	=	geldstelsel
geldstraf	noun	straf die bestaat uit het betalen van een geldbedrag (boete)
geldstraffen	=	geldstraf
geldstrafje	=	geldstraf
geldstromen	=	geldstroom
geldstroom	noun	het gaan van geld van de ene naar de andere (rechts)persoon of organisatie
geldstroompje	=	geldstroom
geldstroompjes	=	geldstroom
geldstuk	noun	muntstuk
geldstukje	=	geldstuk
geldstukjes	=	geldstuk
geldstukken	=	geldstuk
geldswaarde	noun	de waarde van een zaak in geld, de prijs
geldswaarden	=	geldswaarde
geldswaardes	=	geldswaarde
geldswaardig	adj	geldswaarde hebbend
geldswaardige	=	geldswaardig
geldswaardiger	=	geldswaardig
geldswaardigere	=	geldswaardig
geldswaardigers	=	geldswaardig
geldswaardigs	=	geldswaardig
geldswaardigst	=	geldswaardig
geldswaardigste	=	geldswaardig
geldsysteem	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de organisatie van de financiële wereld
geldsystemen	=	geldsysteem
geldt	=	gelden
geldtas	noun	een draagbare bewaarplaats voor geld
geldtasje	=	geldtas
geldtasjes	=	geldtas
geldtassen	=	geldtas
geldtekort	noun	het te weinig financiële middelen hebben om gewenste uitgaven te kunnen doen
geldtekorten	=	geldtekort
geldterugactie	noun	activiteit waarbij klanten hun eerder betaalde geld terugkrijgen
geldterugacties	=	geldterugactie
geldterugactietje	=	geldterugactie
geldterugactietjes	=	geldterugactie
geldterugregeling	noun	een formele afspraak waarbij een klant het aankoopbedrag van een product of dienst kan terugkrijgen onder bepaalde voorwaarden.
geldterugregelingen	=	geldterugregeling
geldterugregelingetje	=	geldterugregeling
geldterugregelingetjes	=	geldterugregeling
geldtransactie	noun	handeling waarbij geld van eigenaar verwisselt
geldtransacties	=	geldtransactie
geldtransfer	noun	overboeking van geld; de keer dat men geld overmaakt van de ene naar de andere bankrekening
geldtransfers	=	geldtransfer
geldtransport	noun	vervoer van geld en waardepapieren
geldtransportbedrijf	noun	een bedrijf dat voor andere organisaties geld van de ene plek naar de andere vervoert
geldtransportbedrijfje	=	geldtransportbedrijf
geldtransportbedrijfjes	=	geldtransportbedrijf
geldtransportbedrijven	=	geldtransportbedrijf
geldtransporten	=	geldtransport
geldtransporteur	noun	bedrijf dat contact geld van de ene naar de andere plaats vervoert
geldtransporteurs	=	geldtransporteur
geldtransportje	=	geldtransport
geldtransportjes	=	geldtransport
geldtrommel	noun	stevig kistje of bakje, vaak afgesloten met een slot, dat bedoeld is om geld en andere waardevolle zaken tijdelijk in op te bergen en veilig te transporteren, bijvoorbeeld voor collectes of op de markt
geldtrommels	=	geldtrommel
geldtrommeltje	=	geldtrommel
geldtrommeltjes	=	geldtrommel
gelduil	noun	Polychrysia moneta een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
gelduilen	=	gelduil
gelduiltje	=	gelduil
gelduiltjes	=	gelduil
geldvereerder	noun	iemand die teveel waarde toekent aan geld
geldvereerders	=	geldvereerder
geldverkeer	noun	het gaan van geld van de ene naar de andere eigenaar
geldverkwisting	noun	de besteding van geld aan minder voordelige doeleinden dan mogelijk zou zijn geweest
geldverkwistingen	=	geldverkwisting
geldverlies	noun	het kwijtraken van geld
geldverliesje	=	geldverlies
geldverliesjes	=	geldverlies
geldverliezen	=	geldverlies
geldvernietiging	noun	het proces waarbij de maatschappelijke geldhoeveelheid afneemt.
geldvernietigingen	=	geldvernietiging
geldvernietigingetje	=	geldvernietiging
geldvernietigingetjes	=	geldvernietiging
geldverslindend	adj	van iets dat het teveel geld kost; van iets dat het te duur is
geldverslindende	=	geldverslindend
geldverslindender	=	geldverslindend
geldverslindendere	=	geldverslindend
geldverslindenders	=	geldverslindend
geldverslindends	=	geldverslindend
geldverslindendst	=	geldverslindend
geldverslindendste	=	geldverslindend
geldverspilling	noun	de besteding van geld aan minder voordelige doeleinden dan mogelijk zou zijn geweest
geldverspillingen	=	geldverspilling
geldverstrekker	noun	persoon of bedrijf dat iets of iemand van de benodigde financiële middelen voorziet
geldverstrekkers	=	geldverstrekker
geldvervalsing	noun	een misdaad waarbij men zelf munten, muntbiljetten en bankbiljetten van een andere uitgever namaakt
geldvervalsingen	=	geldvervalsing
geldvervoerder	noun	persoon of organisatie die geld transporteert
geldvervoerders	=	geldvervoerder
geldvoorraad	noun	de geldhoeveelheid die men beschikbaar heeft
geldvoorraadje	=	geldvoorraad
geldvoorraadjes	=	geldvoorraad
geldvoorraden	=	geldvoorraad
geldwaarde	noun	de waarde van iets uitgedrukt in geld
geldwaarden	=	geldwaarde
geldwaardes	=	geldwaarde
geldwagen	noun	een gepantserde (vracht)wagen waarin men geld vervoert
geldwagens	=	geldwagen
geldwagentje	=	geldwagen
geldwagentjes	=	geldwagen
geldwezen	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de financiële wereld
geldwezens	=	geldwezen
geldwisselaar	noun	toestel, bedrijf of persoon die de ene geldsoort omwisselt voor de andere geldsoort
geldwisselaars	=	geldwisselaar
geldwisselaartje	=	geldwisselaar
geldwisselaartjes	=	geldwisselaar
geldwisselaren	=	geldwisselaar
geldwisselkantoor	noun	kantoor waar men het geld van de ene valuta kan wisselen naar een andere valuta
geldwisselkantoortje	=	geldwisselkantoor
geldwisselkantoortjes	=	geldwisselkantoor
geldwisselkantoren	=	geldwisselkantoor
geldwolf	noun	iemand die zeer hebberig is
geldwolfje	=	geldwolf
geldwolfjes	=	geldwolf
geldwolven	=	geldwolf
geldzaak	noun	een kwestie die (alleen maar) gaat over geld
geldzaakje	=	geldzaak
geldzaakjes	=	geldzaak
geldzak	noun	een zak voor het bewaren van geld
geldzaken	=	geldzaak
geldzakje	=	geldzak
geldzakjes	=	geldzak
geldzakken	=	geldzak
geldzending	noun	het versturen van een geldbedrag, vaak door migranten naar hun thuisland, of een fysiek transport van contant geld, zoals de beslaglegging op miljoenen euro's uit Suriname.
geldzendingen	=	geldzending
geldzendinkje	=	geldzending
geldzendinkjes	=	geldzending
geldzorg	noun	zorg over een tekort aan inkomsten en/of een teveel aan schulden
geldzorgen	noun	problemen die mensen hebben die betrekking hebben op een tekort aan geld en/of een teveel aan schulden
geldzorgje	=	geldzorg
geldzorgjes	=	geldzorg
geldzucht	noun	de te sterke drang naar financiële rijkdom
geldzuchtig	adj	een sterke begeerte naar geld hebbend
geldzuchtige	=	geldzuchtig
geldzuchtiger	=	geldzuchtig
geldzuchtigere	=	geldzuchtig
geldzuchtigers	=	geldzuchtig
geldzuchtigs	=	geldzuchtig
geldzuchtigst	=	geldzuchtig
geldzuchtigste	=	geldzuchtig
gele	=	geel
geleased	=	leasen
geleasede	=	leasen
geleaset	=	leasen
geleasete	=	leasen
gelebberd	=	lebberen
gelebek	noun	bepaald soortgrijze vinkachtige, Sporophila schistacea, die voorkomt in Suriname
gelebekken	=	gelebek
gelebeks	=	gelebek
gelede	=	geleed
geleden	adv	een woord om aan te duiden dat iets zich in het verleden af heeft gespeeld
geledens	=	geleden
geleder	=	geleed
geledere	=	geleed
gelederen	=	gelid
geleders	=	geleed
geledigd	=	ledigen
geledigde	=	ledigen
geleding	noun	een vertikale verdeling van een bouwwerk (een soort verdieping)
geledingen	=	geleding
geledinkje	=	geleding
geledinkjes	=	geleding
gelee	noun	ingekookt sap dat na afkoelen een stevige geleiachtige structuur krijgt
geleebraakt	=	leebraken
geleebraakte	=	leebraken
geleed	adj	betrekking hebbend op dieren waarvan het lichaam uit verschillende met elkaar verbonden delen bestaat (met name insecten)
geleedpotig	adj	poten hebbend die uit verschillende onderdelen bestaan die t.o.v. elkaar kunnen bewegen
geleedpotige	noun	een dier met een uitwendig skelet van chitine, eventueel versterkt met calciumcarbonaat, waarvan de poten een aantal gewrichten hebben
geleedpotigen	noun	een stam Arthropoda van koudbloedige, ongewervelde dieren met een uitwendig skelet, een gesegmenteerd lichaam en meerdelige (gelede) poten.
geleedpotiger	=	geleedpotig
geleedpotigere	=	geleedpotig
geleedpotigers	=	geleedpotig
geleedpotigs	=	geleedpotig
geleedpotigst	=	geleedpotig
geleedpotigste	=	geleedpotig
geleeds	=	geleed
geleedst	=	geleed
geleedste	=	geleed
geleefd	=	leven
geleefde	=	leven
geleeg	noun	huis en erf
geleegd	=	legen
geleegde	=	legen
geleek	=	gelijke
geleekt	=	lijken
geleemd	=	lemen
geleemde	=	lemen
geleend	adj	iets zonder betalen tijdelijk in gebruik hebbend zonder de eigenaar te zijn
geleende	=	lenen
geleends	=	geleend
geleer	=	geleren
geleerd	adj	zich veel aan studie gewijd hebbend
geleerde	noun	iemand die onderricht en bekwaam is in een bepaalde tak van de wetenschap
geleerden	=	geleerde
geleerder	=	geleerd
geleerdere	=	geleerd
geleerders	=	geleerd
geleerdheden	=	geleerdheid
geleerdheid	noun	uitgebreide kennis op wetenschappelijk gebied, door studie verkregen
geleerds	=	geleerd
geleerdst	=	geleerd
geleerdste	=	geleerd
geleerlooid	=	leerlooien
geleermiddel	noun	middel om geleren te bevorderen
geleermiddelen	=	geleermiddel
geleermiddels	=	geleermiddel
geleermiddeltje	=	geleermiddel
geleermiddeltjes	=	geleermiddel
geleert	=	geleren
gelees	=	gelee
geleewiekend	=	leewieken
geleewiekt	=	leewieken
geleewiekte	=	leewieken
geleg	noun	huis en erf
gelegaliseerd	=	legaliseren
gelegaliseerde	=	legaliseren
gelegateerd	=	legateren
gelegateerde	=	legateren
gelegd	=	leggen
gelegeerd	=	legeren
gelegeerde	=	legeren
gelegen	adj	geschikt, goed uitkomend
gelegener	=	gelegen
gelegeners	=	gelegen
gelegenheden	=	gelegenheid
gelegenheid	noun	mogelijkheid tot
gelegenheidje	=	gelegenheid
gelegenheidjes	=	gelegenheid
gelegenheidsaanbieding	noun	een voordelige aanbieding of een koopje, vaak met de nadruk op een tweedehands artikel dat gunstig wordt aangeboden
gelegenheidsaanbiedingen	=	gelegenheidsaanbieding
gelegenheidsaanbiedinkje	=	gelegenheidsaanbieding
gelegenheidsaanbiedinkjes	=	gelegenheidsaanbieding
gelegenheidsaanvoerder	noun	persoon die slecht voor één enkele keer de rol heeft van aanvoerder van een sportteam
gelegenheidsaanvoerders	=	gelegenheidsaanvoerder
gelegenheidsargument	noun	een slecht argument dat men gebruikt omdat het in die ene situatie waarin het gebruikt wordt toevallig goed uitkomt
gelegenheidsargumenten	=	gelegenheidsargument
gelegenheidsband	noun	groep muzikanten die voor één bepaalde gelegenheid samen een muziekstuk spelen of samen een optreden hebben
gelegenheidsbands	=	gelegenheidsband
gelegenheidsbezoek	noun	visite met als voornaamste aanleiding dat de bezoeker om een andere reden toch al in de buurt was of tijd had
gelegenheidsbezoeken	=	gelegenheidsbezoek
gelegenheidscoalitie	noun	een coalitie die slechts met een bepaalde gelegenheid door politieke partijen samen wordt gevormd, bijvoorbeeld om een akkoord te sluiten.
gelegenheidscoalities	=	gelegenheidscoalitie
gelegenheidscoalitietje	=	gelegenheidscoalitie
gelegenheidscoalitietjes	=	gelegenheidscoalitie
gelegenheidscombinatie	noun	tijdelijk samenwerkingsverband voor één bepaalde gelegenheid
gelegenheidscombinaties	=	gelegenheidscombinatie
gelegenheidsdicht	noun	gedicht vervaardigd voor een bepaalde gelegenheid
gelegenheidsdichten	=	gelegenheidsdicht
gelegenheidsformatie	noun	tijdelijk sportteam dat voor één wedstrijd gevormd is
gelegenheidsformaties	=	gelegenheidsformatie
gelegenheidskleding	noun	kleding voor een speciale gebeurtenis
gelegenheidsspits	noun	iemand die voor één keer in de voorhoede van een team speelt
gelegenheidsspitsen	=	gelegenheidsspits
gelegenheidsspitsje	=	gelegenheidsspits
gelegenheidsspitsjes	=	gelegenheidsspits
gelegenheidstrio	noun	team van drie sporters die voor één keer samen deelnemen aan een wedstrijd
gelegenheidstrio's	=	gelegenheidstrio
gelegenheidstriootje	=	gelegenheidstrio
gelegenheidstriootjes	=	gelegenheidstrio
gelegenheidswoordenboek	noun	woordenboek betekent dat voor een bepaalde gelegenheid (zoals een feest of jubileum) is gemaakt
gelegenheidswoordenboeken	=	gelegenheidswoordenboek
gelegenheidswoordenboekje	=	gelegenheidswoordenboek
gelegenheidswoordenboekjes	=	gelegenheidswoordenboek
gelegens	=	gelegen
gelegenst	=	gelegen
gelegenste	=	gelegen
gelegerd	=	legeren
gelegerde	=	legeren
gelegitimeerd	=	legitimeren
gelegitimeerde	=	legitimeren
gelegood	=	legoën
gelei	noun	ingedikt vleesnat of vruchtensap
geleiachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van gelei
geleiachtige	=	geleiachtig
geleiachtiger	=	geleiachtig
geleiachtigere	=	geleiachtig
geleiachtigers	=	geleiachtig
geleiachtigs	=	geleiachtig
geleiachtigst	=	geleiachtig
geleiachtigste	=	geleiachtig
geleiblok	noun	blok of in een constructie opgenomen rol of schijf, die gebruikt wordt om een touw of staaldraad in een bepaalde richting af te laten buigen
geleiblokje	=	geleiblok
geleiblokjes	=	geleiblok
geleiblokken	=	geleiblok
geleid	adj	tijdens de vlucht bestuurbaar
geleidbaar	adj	wat geleid kan worden
geleidbaarder	=	geleidbaar
geleidbaardere	=	geleidbaar
geleidbaarders	=	geleidbaar
geleidbaarheden	=	geleidbaarheid
geleidbaarheid	noun	eigenschap van een materiaal die gelijk is aan het omgekeerde van zijn elektrische weerstand uitgedrukt in de eenheid siemens (S)
geleidbaars	=	geleidbaar
geleidbaarst	=	geleidbaar
geleidbaarste	=	geleidbaar
geleidbare	=	geleidbaar
geleidde	=	geleiden
geleidden	=	geleiden
geleide	noun	het vergezellen, geleiden (van een persoon)
geleidebaak	noun	afbakening van de weg in de vorm van een schuin rood-witgestreept langwerpig bord, in een rij op de grens van de rijbaan op plaatsen die tijdelijk onoverzichtelijk zijn
geleidebaken	noun	een van de twee lichten of andere zichtbare tekens die op één lijn in het verlengde van een rechte vaargeul zijn geplaatst, zodat je kan bijsturen zodra je ze niet meer recht boven elkaar ziet staan
geleidebakens	=	geleidebaken
geleidehond	noun	een hond die is afgericht om blinde en slechtziende mensen te helpen
geleidehonden	=	geleidehond
geleidehondenscholen	=	geleidehondenschool
geleidehondenschool	noun	school waar honden worden opgeleid tot blindengeleidehond voor blinde en zeer slechtziende mensen
geleidehondenschooltje	=	geleidehondenschool
geleidehondenschooltjes	=	geleidehondenschool
geleidehondje	=	geleidehond
geleidekt	=	leidekken
geleidekte	=	leidekken
geleidelicht	noun	systeem met lichtbakens voor de scheepvaart
geleidelichten	=	geleidelicht
geleidelichtje	=	geleidelicht
geleidelichtjes	=	geleidelicht
geleidelijk	adj	in geordende, kalme opeenvolging van het een op het ander overgaand
geleidelijke	=	geleidelijk
geleidelijker	=	geleidelijk
geleidelijkere	=	geleidelijk
geleidelijkers	=	geleidelijk
geleidelijkheid	noun	verandering zonder drastische overgangen
geleidelijks	=	geleidelijk
geleidelijkst	=	geleidelijk
geleidelijkste	=	geleidelijk
geleidelijn	noun	markering van een looproute bijvoorbeeld met een patroon van ribbels als hulpmiddel voor blinden en slechtzienden
geleidelijnen	=	geleidelijn
geleiden	verb	zorgen dat iets of iemand het gewenste pad doorloopt
geleidend	adj	de eigenschap hebbend warmte of elektriciteit te kunnen transporteren
geleidende	=	geleidend
geleidender	=	geleidend
geleidendere	=	geleidend
geleidenders	=	geleidend
geleidends	=	geleidend
geleidendst	=	geleidend
geleidendste	=	geleidend
geleider	noun	materiaal met een naar verhouding hoog aantal beweeglijke ladingsdragers, waardoor het een elektrische stroom makkelijk doorlaat
geleiderail	noun	rails aan de kant van de weg die ervoor zorgt dat auto's die van de weg afraken niet te ver in de berm schieten
geleiderails	=	geleiderail
geleiders	=	geleider
geleidertje	=	geleider
geleidertjes	=	geleider
geleides	=	geleide
geleidetje	=	geleide
geleidetjes	=	geleide
geleidetouw	noun	een touw om b.v. koeien te leiden als ze over de openbare weg stappen
geleidetouwen	=	geleidetouw
geleidetouwtje	=	geleidetouw
geleidetouwtjes	=	geleidetouw
geleiding	noun	het verschijnsel waarbij transport van elektrische lading of warmte plaatsvindt in een materiaal
geleidingen	=	geleiding
geleidingsband	noun	de band direct onder de valentieband waarin elektronen in een atoom rond een kern zich kunnen bevinden en die bij geleiders praktisch samenvalt met de valentieband
geleidingsbanden	=	geleidingsband
geleidingssysteem	noun	het systeem dat de elektrische ontlading over de spiercellen van het hart doet voortgeleiden zodat de hartspier zich samentrekt
geleidingssysteempje	=	geleidingssysteem
geleidingssysteempjes	=	geleidingssysteem
geleidingssystemen	=	geleidingssysteem
geleidingsvermogen	noun	de mate waarin elektrisch ladingtransport plaatsvindt in een materiaal
geleidingsvermogens	=	geleidingsvermogen
geleidinkje	=	geleiding
geleidinkjes	=	geleiding
geleidraad	noun	een gespannen draad, waarlangs iemand den weg vindt
geleidraden	=	geleidraad
geleids	=	geleid
geleidster	noun	vrouwelijke vorm van geleider, vrouw die geleidt
geleidsters	=	geleidster
geleidstertje	=	geleidster
geleidstertjes	=	geleidster
geleidt	=	geleiden
geleien	=	gelei
geleiergoed	noun	geglazuurd en beschilderd aardewerk, met name wit aardewerk bedekt met een tinglazuur
geleiergoederen	=	geleiergoed
geleiergoedje	=	geleiergoed
geleiergoedjes	=	geleiergoed
geleiknoop	noun	verdikking aan de navelstreng met gelei van Wharton; schijnbare knopen als deze vormen geen probleem
geleiknopen	=	geleiknoop
geleisteek	noun	aangetrokken lus in garen, draad, koord of touw als bevestiging die makkelijk kan worden losgetrokken
geleisteekje	=	geleisteek
geleisteekjes	=	geleisteek
geleisteken	=	geleisteek
geleisuiker	noun	kristalsuiker met pectine en citroenzuur voor het conserveren van vruchten, om zo jams en dergelijke te maken
geleisuikers	=	geleisuiker
geleisuikertje	=	geleisuiker
geleisuikertjes	=	geleisuiker
geleitje	=	gelei
geleitjes	=	gelei
geleke	=	gelijke
geleken	=	lijken
gelekkerbekt	=	lekkerbekken
gelekoortsemugje	=	gelekoortsmug
gelekoortsemugjes	=	gelekoortsmug
gelekoortsmug	noun	Aedes aegypti steekmug die gele koorts overbrengt
gelekoortsmuggen	=	gelekoortsmug
gelekt	=	lekken
gelekte	=	lekken
gelen	=	geel
geleng	noun	smal middenstuk van een schoenzool dat hoger ligt dan de rest van de zool
gelengd	=	lengen
gelengde	=	lengen
gelengen	=	geleng
gelengetje	=	geleng
gelengetjes	=	geleng
gelenigd	=	lenigen
gelenigde	=	lenigen
gelensd	=	lenzen
gelensde	=	lenzen
gelenst	=	lensen
gelepeld	=	lepelen
gelepelde	=	lepelen
gelepperd	=	lepperen
gelept	=	leppen
gelepte	=	leppen
geler	=	geel
gelere	=	geel
geleren	verb	het stevig worden van vloeistoffen (opstijven) tot een gelei (na afkoeling)
gelerend	=	geleren
gelerende	=	geleren
gelernd	=	lernen
gelers	=	geel
gelest	=	lessen
geleste	=	lessen
gelet	=	letten
geletruidrager	noun	aanvoerder van het klassement van een meerdaagse wielerwedstrijd
geletruidragers	=	geletruidrager
gelette	=	letten
geletterd	adj	gestudeerd hebbend; kunnen lezen en schrijven
geletterde	noun	persoon die kan lezen en schrijven
geletterden	=	geletterde
geletterder	=	geletterd
geletterdere	=	geletterd
geletterders	=	geletterd
geletterdheid	noun	de mate waarin iemand kan lezen en schrijven; de mate waarin men het geschreven woord kan gebruiken
geletterds	=	geletterd
geletterdst	=	geletterd
geletterdste	=	geletterd
geletterkeerd	=	letterkeren
geletterzet	=	letterzetten
geleund	=	leunen
geleurd	=	leuren
geleuter	noun	oeverloos en onzinnig gepraat
geleuterd	=	leuteren
geleveld	=	levelen
geleverd	=	leveren
geleverde	=	leveren
gelezen	=	lezen
geleê	=	geleden
geliberaliseerd	=	liberaliseren
geliberaliseerde	=	liberaliseren
gelicenseerd	=	licenseren
gelicentieerd	adj	een academische titel op doctorandusniveau bezittend
gelicentieerde	=	gelicentieerd
gelicentieerds	=	gelicentieerd
gelicht	=	lichten
gelichte	=	lichten
gelid	noun	een naast elkaar opgestelde rij
gelieerd	adj	verwant, verbonden
gelieerde	=	liëren
gelieerder	=	gelieerd
gelieerdere	=	gelieerd
gelieerders	=	gelieerd
gelieerdheid	noun	het gelieerd zijn
gelieerds	=	gelieerd
gelieerdst	=	gelieerd
gelieerdste	=	gelieerd
gelief	=	gelieven
geliefd	adj	van wie of waarvan gehouden wordt
geliefde	noun	een persoon waarmee men een liefdesrelatie onderhoudt
geliefden	=	geliefde
geliefder	=	geliefd
geliefdere	=	geliefd
geliefders	=	geliefd
geliefds	=	geliefd
geliefdst	=	geliefd
geliefdste	=	geliefd
geliefhebberd	=	liefhebberen
geliefkoosd	=	liefkozen
gelieft	=	gelieven
gelieg	noun	het aanhoudend liegen en bedriegen
gelieve	=	gelieven
gelieven	verb	met meewerkend voorwerp aangenaam voorkomen, plezier doen, goed vinden	noun|formal	paar dat elkaar bemint
gelievend	=	gelieven
gelievende	=	gelieven
gelifeblogd	=	lifebloggen
gelift	=	liften
gelifte	=	liften
gelig	adj	een beetje geel	noun	toestand waarin iemand alsmaar uitgestrekt rust
gelige	=	gelig
geliger	=	gelig
geligere	=	gelig
geligers	=	gelig
geligs	=	gelig
geligst	=	gelig
geligste	=	gelig
gelijk	noun	juistheid, recht	adj	met elkaar overeenstemmend
gelijkaardig	adj	vele overeenkomsten vertonend
gelijkaardige	=	gelijkaardig
gelijkaardiger	=	gelijkaardig
gelijkaardigere	=	gelijkaardig
gelijkaardigers	=	gelijkaardig
gelijkaardigs	=	gelijkaardig
gelijkaardigst	=	gelijkaardig
gelijkaardigste	=	gelijkaardig
gelijkbenig	adj	waarvan twee aanliggende zijden gelijk in lengte zijn
gelijkbenige	=	gelijkbenig
gelijkbeniger	=	gelijkbenig
gelijkbenigere	=	gelijkbenig
gelijkbenigers	=	gelijkbenig
gelijkbenigs	=	gelijkbenig
gelijkbenigst	=	gelijkbenig
gelijkbenigste	=	gelijkbenig
gelijkberechtigd	adj	het hebben van dezelfde rechten
gelijkberechtigde	=	gelijkberechtigd
gelijkberechtigdheid	noun	het gelijkberechtigd zijn
gelijkberechtigds	=	gelijkberechtigd
gelijkberechtiging	noun	het gelijke rechten toekennen aan verschillende soorten mensen
gelijkberechtigingen	=	gelijkberechtiging
gelijkberechtigingetje	=	gelijkberechtiging
gelijkberechtigingetjes	=	gelijkberechtiging
gelijkblijvend	adj	zonder verandering; zonder verschil
gelijkblijvende	=	gelijkblijvend
gelijkblijvender	=	gelijkblijvend
gelijkblijvendere	=	gelijkblijvend
gelijkblijvenders	=	gelijkblijvend
gelijkblijvends	=	gelijkblijvend
gelijkblijvendst	=	gelijkblijvend
gelijkblijvendste	=	gelijkblijvend
gelijkdraads	adj	uit een even groot aantal draden gesponnen
gelijkdraadse	=	gelijkdraads
gelijkdraadser	=	gelijkdraads
gelijkdraadsere	=	gelijkdraads
gelijkdraadsers	=	gelijkdraads
gelijkdraadst	=	gelijkdraads
gelijkdraadste	=	gelijkdraads
gelijke	noun	iets of iemand de gelijk is aan iets anders
gelijkelijk	adv	gelijk, hetzelfde
gelijken	=	gelijke
gelijkend	=	gelijke
gelijkenis	noun	de mate waarin iets of iemand aan een ander doet denken
gelijkenisje	=	gelijkenis
gelijkenissen	=	gelijkenis
gelijker	=	gelijk
gelijkere	=	gelijk
gelijkers	=	gelijk
gelijkertijd	adv	op hetzelfde ogenblik
gelijkgelopen	=	gelijklopen
gelijkgemaakt	=	gelijkmaken
gelijkgemaakte	=	gelijkmaken
gelijkgerechtigd	adj	dezelfde rechten hebbend
gelijkgerechtigde	=	gelijkgerechtigd
gelijkgerechtigdheid	noun	het gelijkgerechtigd zijn
gelijkgerechtigds	=	gelijkgerechtigd
gelijkgericht	=	gelijkrichten
gelijkgeschakeld	=	gelijkschakelen
gelijkgespeeld	=	gelijkspelen
gelijkgestaan	=	gelijkstaan
gelijkgesteld	=	gelijkstellen
gelijkgestelde	=	gelijkstellen
gelijkgestemd	=	gelijkstemmen
gelijkgestemdheid	noun	het een overeenkomstige mening hebben
gelijkgetrokken	=	gelijktrekken
gelijkgezet	=	gelijkzetten
gelijkgezette	=	gelijkzetten
gelijkgezind	adj	een gelijke(religieuze) mening hebbend
gelijkgezinde	noun	iemand die een gelijke mening heeft
gelijkgezinden	=	gelijkgezinde
gelijkgezinder	=	gelijkgezind
gelijkgezindere	=	gelijkgezind
gelijkgezinders	=	gelijkgezind
gelijkgezindheid	noun	het een gemeenschappelijke overtuiging hebben
gelijkgezinds	=	gelijkgezind
gelijkgezindst	=	gelijkgezind
gelijkgezindste	=	gelijkgezind
gelijkheden	=	gelijkheid
gelijkheid	noun	het gelijk zijn
gelijkheidsbeginsel	noun	beginsel dat iedereen voor de wet gelijk is
gelijkheidsbeginselen	=	gelijkheidsbeginsel
gelijkheidsbeginsels	=	gelijkheidsbeginsel
gelijkheidsgedachte	noun	het idee dat alle mensen ongeacht bijvoorbeeld hun afkomst, geslacht en geloof gelijkwaardig aan elkaar zijn
gelijkheidsgedachten	=	gelijkheidsgedachte
gelijkheidsgedachtes	=	gelijkheidsgedachte
gelijkheidsprincipe	noun	rechtsbeginsel dat alle mensen als gelijk dienen te worden behandeld
gelijkheidsprincipes	=	gelijkheidsprincipe
gelijkheidsteken	noun	het wiskundige symbool =
gelijkheidstekenen	=	gelijkheidsteken
gelijkheidstekens	=	gelijkheidsteken
gelijkheidstekentje	=	gelijkheidsteken
gelijkheidstekentjes	=	gelijkheidsteken
gelijkhoekig	adj	gelijke hoeken hebbend
gelijkhoekige	=	gelijkhoekig
gelijkhoekiger	=	gelijkhoekig
gelijkhoekigere	=	gelijkhoekig
gelijkhoekigers	=	gelijkhoekig
gelijkhoekigs	=	gelijkhoekig
gelijkhoekigst	=	gelijkhoekig
gelijkhoekigste	=	gelijkhoekig
gelijkliep	=	gelijklopen
gelijkliepe	=	gelijklopen
gelijkliepen	=	gelijklopen
gelijkliept	=	gelijklopen
gelijkloop	=	gelijklopen
gelijkloopt	=	gelijklopen
gelijklope	=	gelijklopen
gelijklopen	verb	nooit een onderling verschil in tijd vertonen
gelijklopend	=	gelijklopen
gelijklopende	=	gelijklopen
gelijkluidend	adj	met een gelijke klank
gelijkluidende	=	gelijkluidend
gelijkluidender	=	gelijkluidend
gelijkluidendere	=	gelijkluidend
gelijkluidenders	=	gelijkluidend
gelijkluidends	=	gelijkluidend
gelijkluidendst	=	gelijkluidend
gelijkluidendste	=	gelijkluidend
gelijkmaak	=	gelijkmaken
gelijkmaakt	=	gelijkmaken
gelijkmaakte	=	gelijkmaken
gelijkmaakten	=	gelijkmaken
gelijkmake	=	gelijkmaken
gelijkmaken	verb	egaliseren, vlak maken
gelijkmakend	=	gelijkmaken
gelijkmakende	=	gelijkmaken
gelijkmaker	noun	doelpunt gemaakt door de partij die één doelpunt achterstond zodat de stand nu weer gelijk is
gelijkmakers	=	gelijkmaker
gelijkmakertje	=	gelijkmaker
gelijkmaking	noun	het gelijk of evenredig maken van verschillende factoren, bedragen of waarden
gelijkmakingen	=	gelijkmaking
gelijkmakinkje	=	gelijkmaking
gelijkmakinkjes	=	gelijkmaking
gelijkmatig	adj	steeds overal hetzelfde, zonder onregelmatigheden, zonder uitschieters
gelijkmatige	=	gelijkmatig
gelijkmatiger	=	gelijkmatig
gelijkmatigere	=	gelijkmatig
gelijkmatigers	=	gelijkmatig
gelijkmatigheden	=	gelijkmatigheid
gelijkmatigheid	noun	het steeds overal hetzelfde zijn zonder uitschieters of onregelmatigheiden
gelijkmatigs	=	gelijkmatig
gelijkmatigst	=	gelijkmatig
gelijkmatigste	=	gelijkmatig
gelijkmoedig	adj	van een persoon dat die altijd min of meer in dezelfde stemming verkeert
gelijkmoedige	=	gelijkmoedig
gelijkmoediger	=	gelijkmoedig
gelijkmoedigere	=	gelijkmoedig
gelijkmoedigers	=	gelijkmoedig
gelijkmoedigheden	=	gelijkmoedigheid
gelijkmoedigheid	noun	een toestand van psychische stabiliteit en kalmte
gelijkmoedigs	=	gelijkmoedig
gelijkmoedigst	=	gelijkmoedig
gelijkmoedigste	=	gelijkmoedig
gelijknamig	adj	een gelijke naam hebbend
gelijknamige	=	gelijknamig
gelijknamiger	=	gelijknamig
gelijknamigere	=	gelijknamig
gelijknamigers	=	gelijknamig
gelijknamigs	=	gelijknamig
gelijknamigst	=	gelijknamig
gelijknamigste	=	gelijknamig
gelijkop	adv	onderling steeds dezelfde voortgang vertonend, zonder voorsprong of achterstand
gelijkopgaand	adj	met een zelfde snelheid voortgaand
gelijkopgaande	=	gelijkopgaand
gelijkopgaands	=	gelijkopgaand
gelijkricht	=	gelijkrichten
gelijkrichte	=	gelijkrichten
gelijkrichten	verb	dezelfde richting laten krijgen
gelijkrichtend	=	gelijkrichten
gelijkrichtende	=	gelijkrichten
gelijkrichter	noun	toestel om een wisselstroom in een gelijkstroom te veranderen
gelijkrichters	=	gelijkrichter
gelijkrichtertje	=	gelijkrichter
gelijkrichtte	=	gelijkrichten
gelijkrichtten	=	gelijkrichten
gelijks	=	gelijk
gelijkschakel	=	gelijkschakelen
gelijkschakelde	=	gelijkschakelen
gelijkschakelden	=	gelijkschakelen
gelijkschakele	=	gelijkschakelen
gelijkschakelen	verb	iets hetzelfde instellen aan een andere
gelijkschakelend	=	gelijkschakelen
gelijkschakelende	=	gelijkschakelen
gelijkschakeling	noun	als gelijken behandelen; het dezelfde rechten en plichten geven
gelijkschakelingen	=	gelijkschakeling
gelijkschakelt	=	gelijkschakelen
gelijkslachtig	adj	gelijksoortig
gelijkslachtige	=	gelijkslachtig
gelijkslachtiger	=	gelijkslachtig
gelijkslachtigere	=	gelijkslachtig
gelijkslachtigers	=	gelijkslachtig
gelijkslachtigs	=	gelijkslachtig
gelijkslachtigst	=	gelijkslachtig
gelijkslachtigste	=	gelijkslachtig
gelijksoortig	adj	dingen die tot dezelfde soort behoren
gelijksoortige	=	gelijksoortig
gelijksoortiger	=	gelijksoortig
gelijksoortigere	=	gelijksoortig
gelijksoortigers	=	gelijksoortig
gelijksoortigheden	=	gelijksoortigheid
gelijksoortigheid	noun	de mate waarin verschillende dingen veel op elkaar lijken
gelijksoortigs	=	gelijksoortig
gelijksoortigst	=	gelijksoortig
gelijksoortigste	=	gelijksoortig
gelijkspanning	noun	een spanning die in de tijd niet van richting (en vaak ook van grootte) verandert
gelijkspanningen	=	gelijkspanning
gelijkspanninkje	=	gelijkspanning
gelijkspanninkjes	=	gelijkspanning
gelijkspeel	=	gelijkspelen
gelijkspeelde	=	gelijkspelen
gelijkspeelden	=	gelijkspelen
gelijkspeelt	=	gelijkspelen
gelijkspel	noun	spel dat eindigt zonder winnaar
gelijkspele	=	gelijkspelen
gelijkspelen	verb	een wedstrijd eindigen met een gelijke stand
gelijkspelend	=	gelijkspelen
gelijkspelende	=	gelijkspelen
gelijkspellen	=	gelijkspel
gelijkspelletje	=	gelijkspel
gelijkspelletjes	=	gelijkspel
gelijkst	=	gelijk
gelijksta	=	gelijkstaan
gelijkstaan	verb	~ aan op hetzelfde neerkomen
gelijkstaand	=	gelijkstaan
gelijkstaande	=	gelijkstaan
gelijkstaat	=	gelijkstaan
gelijkstandig	adj	wat betreft de stand met elkaar overeenkomend
gelijkstandige	=	gelijkstandig
gelijkstandiger	=	gelijkstandig
gelijkstandigere	=	gelijkstandig
gelijkstandigers	=	gelijkstandig
gelijkstandigs	=	gelijkstandig
gelijkstandigst	=	gelijkstandig
gelijkstandigste	=	gelijkstandig
gelijkste	=	gelijk
gelijkstel	=	gelijkstellen
gelijkstelde	=	gelijkstellen
gelijkstelden	=	gelijkstellen
gelijkstelle	=	gelijkstellen
gelijkstellen	verb	zeggen dat iets gelijk is zonder dat het dat ook echt is
gelijkstellend	=	gelijkstellen
gelijkstellende	=	gelijkstellen
gelijkstelling	noun	het verschillende personen of zaken behandelen alsof ze gelijken van elkaar zijn
gelijkstellingen	=	gelijkstelling
gelijkstelt	=	gelijkstellen
gelijkstem	=	gelijkstemmen
gelijkstemde	=	gelijkstemmen
gelijkstemden	=	gelijkstemmen
gelijkstemme	=	gelijkstemmen
gelijkstemmen	verb	een instrument op de juiste toonhoogte brengen
gelijkstemmend	=	gelijkstemmen
gelijkstemmende	=	gelijkstemmen
gelijkstemt	=	gelijkstemmen
gelijkstond	=	gelijkstaan
gelijkstonden	=	gelijkstaan
gelijkstondt	=	gelijkstaan
gelijkstromen	=	gelijkstroom
gelijkstroom	noun	elektrische stroom met steeds dezelfde richting en sterkte.
gelijkstroommotor	noun	een motor waarin elektrische energie, in de vorm van een gelijkstroom, omgezet wordt in mechanische energie
gelijkstroommotoren	=	gelijkstroommotor
gelijkstroommotors	=	gelijkstroommotor
gelijkstroommotortje	=	gelijkstroommotor
gelijkstroommotortjes	=	gelijkstroommotor
gelijkstroompje	=	gelijkstroom
gelijkstroompjes	=	gelijkstroom
gelijkt	=	lijken
gelijkte	=	lijken
gelijkteken	noun	het teken =, dat gebruikt wordt om de gelijkheid van twee grootheden aan te duiden
gelijktekens	=	gelijkteken
gelijktekentje	=	gelijkteken
gelijktekentjes	=	gelijkteken
gelijktijdig	adj	op het zelfde moment plaats hebbende
gelijktijdige	=	gelijktijdig
gelijktijdiger	=	gelijktijdig
gelijktijdigere	=	gelijktijdig
gelijktijdigers	=	gelijktijdig
gelijktijdigheden	=	gelijktijdigheid
gelijktijdigheid	noun	het op hetzelfde moment plaatsvinden van meerdere gebeurtenissen
gelijktijdigs	=	gelijktijdig
gelijktijdigst	=	gelijktijdig
gelijktijdigste	=	gelijktijdig
gelijktonig	adj	dezelfde toon voortbrengend bij in- en uitblazen
gelijktonige	=	gelijktonig
gelijktonigs	=	gelijktonig
gelijktrek	=	gelijktrekken
gelijktrekke	=	gelijktrekken
gelijktrekken	verb	op hetzelfde niveau brengen
gelijktrekkend	=	gelijktrekken
gelijktrekkende	=	gelijktrekken
gelijktrekking	noun	het op hetzelfde niveau of in dezelfde lijn brengen van twee of meer zaken.
gelijktrekkingen	=	gelijktrekking
gelijktrekkinkje	=	gelijktrekking
gelijktrekkinkjes	=	gelijktrekking
gelijktrekt	=	gelijktrekken
gelijktrok	=	gelijktrekken
gelijktrokken	=	gelijktrekken
gelijkvloers	noun	een bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld ligt, de benedenverdieping, de begane grond, de parterre	adj	op dezelfde hoogte als de begane grond
gelijkvloerse	=	gelijkvloers
gelijkvloerser	=	gelijkvloers
gelijkvloersere	=	gelijkvloers
gelijkvloersers	=	gelijkvloers
gelijkvloerst	=	gelijkvloers
gelijkvloerste	=	gelijkvloers
gelijkvormig	adj	als verschillende zaken qua uiterlijk op elkaar lijken
gelijkvormige	=	gelijkvormig
gelijkvormiger	=	gelijkvormig
gelijkvormigere	=	gelijkvormig
gelijkvormigers	=	gelijkvormig
gelijkvormigs	=	gelijkvormig
gelijkvormigst	=	gelijkvormig
gelijkvormigste	=	gelijkvormig
gelijkwaardig	adj	van hetzelfde belang zijn, dezelfde waarde hebben
gelijkwaardige	=	gelijkwaardig
gelijkwaardiger	=	gelijkwaardig
gelijkwaardigere	=	gelijkwaardig
gelijkwaardigers	=	gelijkwaardig
gelijkwaardigheden	=	gelijkwaardigheid
gelijkwaardigheid	noun	iedere burger heeft hetzelfde recht en wordt in gelijke gevallen gelijk behandeld
gelijkwaardigheidsverklaring	noun	een officieel document dat aantoont dat een product, systeem of bouwmethode (bijv. een warmtepomp) voldoet aan dezelfde veiligheids-, gezondheids- of milieueisen als de standaardnormen, ook al wijkt het af van de precieze voorschriften.
gelijkwaardigheidsverklaringen	=	gelijkwaardigheidsverklaring
gelijkwaardigheidsverklarinkje	=	gelijkwaardigheidsverklaring
gelijkwaardigheidsverklarinkjes	=	gelijkwaardigheidsverklaring
gelijkwaardigs	=	gelijkwaardig
gelijkwaardigst	=	gelijkwaardig
gelijkwaardigste	=	gelijkwaardig
gelijkzet	=	gelijkzetten
gelijkzette	=	gelijkzetten
gelijkzetten	verb	op de juiste stand (tijd) zetten, synchroniseren
gelijkzettend	=	gelijkzetten
gelijkzettende	=	gelijkzetten
gelijkzijdig	adj	waarvan alle zijden gelijk in lengte zijn
gelijkzijdige	=	gelijkzijdig
gelijkzijdiger	=	gelijkzijdig
gelijkzijdigere	=	gelijkzijdig
gelijkzijdigers	=	gelijkzijdig
gelijkzijdigs	=	gelijkzijdig
gelijkzijdigst	=	gelijkzijdig
gelijkzijdigste	=	gelijkzijdig
gelijmd	=	lijmen
gelijmde	=	lijmen
gelijnd	adj	met lijnen
gelijnde	=	lijnen
gelijnder	=	gelijnd
gelijndere	=	gelijnd
gelijnders	=	gelijnd
gelijnds	=	gelijnd
gelijndst	=	gelijnd
gelijndste	=	gelijnd
gelijsd	=	lijzen
gelik	noun	het aanhoudend ergens met de tong overheen wrijven
geliket	=	liken
gelikete	=	liken
gelikkebaard	=	likkebaarden
gelikt	=	likken
gelikte	=	likken
gelikter	=	likken
geliktere	=	likken
gelikters	=	likken
geliktheid	noun	het gelikt zijn
gelikts	=	likken
geliktst	=	likken
geliktste	=	likken
gelild	=	lillen
gelimiteerd	adj	niet verder of meer dan een bepaalde grens of limiet
gelimiteerde	=	gelimiteerd
gelimiteerds	=	gelimiteerd
gelinieerd	adj	van papier dat er evenwijdige lijnen op getrokken zijn om te helpen bij het schrijven
gelinieerde	=	liniëren
gelinieerder	=	gelinieerd
gelinieerdere	=	gelinieerd
gelinieerders	=	gelinieerd
gelinieerds	=	gelinieerd
gelinieerdst	=	gelinieerd
gelinieerdste	=	gelinieerd
gelinkt	=	linken
gelinkte	=	linken
gelipt	=	lippen
gelipte	=	lippen
geliquideerd	=	liquideren
geliquideerde	=	liquideren
gelispeld	=	lispelen
gelispt	=	lispen
gelletje	=	gel
gelletjes	=	gel
gelling	noun	mannelijke hennepplant
gellingen	=	gelling
gelobberd	=	lobberen
gelobberde	=	lobberen
gelobby	noun	aanhoudend pleiten voor een zaak bij bestuurders en andere mensen die over die zaak kunnen beslissen
gelobbyd	=	lobbyen
gelobd	adj	met diepe insnijdingen die niet verder gaan dan de helft van het blad
gelobde	=	lobben
gelobder	=	gelobd
gelobdere	=	gelobd
gelobders	=	gelobd
gelobds	=	gelobd
gelobdst	=	gelobd
gelobdste	=	gelobd
gelodderd	=	lodderen
gelodderoogd	=	lodderogen
gelode	=	gelood
geloei	noun	het aanhoudend een luid geluid maken dat lijkt op dat van een koe
geloeid	=	loeien
geloend	=	loenen
geloenst	=	loensen
geloer	noun	aanhoudend, aandachtig, stiekem staren
geloerd	=	loeren
gelofelijk	adj	in zich zelf de eigenschap van aannemelijkheid bezittend
gelofelijke	=	gelofelijk
gelofelijker	=	gelofelijk
gelofelijkere	=	gelofelijk
gelofelijkers	=	gelofelijk
gelofelijks	=	gelofelijk
gelofelijkst	=	gelofelijk
gelofelijkste	=	gelofelijk
gelofte	noun	een plechtige verklaring iets voortaan te zullen doen of na te zullen laten
geloften	=	gelofte
geloftes	=	gelofte
geloftetje	=	gelofte
geloftetjes	=	gelofte
geloftuit	=	loftuiten
gelogd	=	loggen
gelogeerd	=	logeren
gelogeerde	=	logeren
gelogen	=	liegen
gelogenstraft	=	logenstraffen
gelogenstrafte	=	logenstraffen
gelokaliseerd	=	lokaliseren
gelokaliseerde	=	lokaliseren
geloken	=	luiken
gelokt	=	lokken
gelokte	=	lokken
gelold	=	lollen
gelongeerd	=	longeren
gelongeerde	=	longeren
gelonk	noun	aanhoudend proberen iemand te verleiden
gelonkt	=	lonken
geloochend	=	loochenen
geloochende	=	loochenen
gelood	adj	met toegevoegd tetra-ethyllood
geloods	=	gelood
geloodst	=	loodsen
geloodste	=	loodsen
geloof	noun	een godsdienstige overtuiging
geloofbaar	adj	te geloven, iets voor waar kunnen aannemen zonder afdoende bewijzen
geloofbaarder	=	geloofbaar
geloofbaardere	=	geloofbaar
geloofbaarders	=	geloofbaar
geloofbaars	=	geloofbaar
geloofbaarst	=	geloofbaar
geloofbaarste	=	geloofbaar
geloofbare	=	geloofbaar
geloofd	=	geloven
geloofde	=	geloven
geloofden	=	geloven
geloofje	=	geloof
geloofjes	=	geloof
gelooflijk	adj	van iets dat men het als waar kan geloven of aannemen
gelooflijke	=	gelooflijk
gelooflijker	=	gelooflijk
gelooflijkere	=	gelooflijk
gelooflijkers	=	gelooflijk
gelooflijks	=	gelooflijk
gelooflijkst	=	gelooflijk
gelooflijkste	=	gelooflijk
geloofs	=	geloof
geloofsafval	noun	het verlies van een geloof; het uittreden uit een kerkgenootschap
geloofsartikel	noun	regel van een geloofsbelijdenis
geloofsartikelen	=	geloofsartikel
geloofsartikels	=	geloofsartikel
geloofsbeleving	noun	de manier waarop men een geloof ervaart
geloofsbelevingen	=	geloofsbeleving
geloofsbelijdenis	noun	zeggen waarin je gelooft
geloofsbelijdenisje	=	geloofsbelijdenis
geloofsbelijdenissen	=	geloofsbelijdenis
geloofsbewustzijn	noun	de mate waarin men zich actief bewust is van zijn religie; de mate waarin men zich actief bewust is van zijn plichten als gelovige
geloofsbrief	noun	schriftelijk bewijsstuk dat iemand bevoegd is benoemd te worden tot een bepaalde (diplomatieke of ambtelijke) functie
geloofsbrieven	=	geloofsbrief
geloofscrises	=	geloofscrisis
geloofscrisis	noun	periode of omstandigheid waarin men dreigt zijn geloof te verliezen
geloofscrisissen	=	geloofscrisis
geloofsdaad	noun	een daad waardoor men uiting geeft aan zijn geloof
geloofsdaden	=	geloofsdaad
geloofsdwang	noun	het gedwongen worden zijn geloof af te zweren
geloofservaring	noun	indruk die een gelovige zelf van zijn overtuiging krijgt, manier waarop gelovigen hun overtuiging beleven
geloofservaringen	=	geloofservaring
geloofservarinkje	=	geloofservaring
geloofservarinkjes	=	geloofservaring
geloofsgebied	noun	alles wat de religie betreft
geloofsgebieden	=	geloofsgebied
geloofsgemeenschap	noun	gemeenschap bestaande uit de aanhangers van een bepaald geloof
geloofsgemeenschapje	=	geloofsgemeenschap
geloofsgemeenschapjes	=	geloofsgemeenschap
geloofsgemeenschappen	=	geloofsgemeenschap
geloofsgenoot	noun	iemand die hetzelfde gelooft
geloofsgenootje	=	geloofsgenoot
geloofsgenootjes	=	geloofsgenoot
geloofsgenote	noun	vrouw die hetzelfde geloof belijdt
geloofsgenoten	=	geloofsgenoot
geloofsgenotes	=	geloofsgenote
geloofsgetuige	noun	persoon die in het openbaar vertelt over zijn of haar geloofsbelevenis
geloofsgetuigen	=	geloofsgetuige
geloofsgetuigenis	noun	openbare verklaring over een bepaald geloof; verklaring omtrent een geloofservaring
geloofsgetuigenissen	=	geloofsgetuigenis
geloofsgoed	noun	het onveranderlijke geheel van geopenbaarde waarheden in de Katholieke Kerk, die gebaseerd zijn op de Traditie en de Schrift
geloofsgoederen	=	geloofsgoed
geloofsgoedje	=	geloofsgoed
geloofsgoedjes	=	geloofsgoed
geloofsgroep	noun	groep mensen met eenzelfde kerkelijke gezindheid
geloofsgroepen	=	geloofsgroep
geloofshaat	noun	haat tegenover (aanhangers van) een ander geloof
geloofsheld	noun	een organisatie die christelijke topsporters wil maken tot discipelen van Jezus Christus
geloofshelden	=	geloofsheld
geloofsheldje	=	geloofsheld
geloofsheldjes	=	geloofsheld
geloofshouding	noun	de manier waarop iemand zijn of haar geloof in het dagelijks leven vormgeeft en beleeft.
geloofshoudingen	=	geloofshouding
geloofshoudinkje	=	geloofshouding
geloofshoudinkjes	=	geloofshouding
geloofsidentiteit	noun	de manier waarop men zichzelf definieert als gelovige; de manier waarop men door anderen gedefinieerd wordt betreffende de godsdienst
geloofsidentiteiten	=	geloofsidentiteit
geloofsijver	noun	de kracht en aandacht die iemand schenkt aan een religie
geloofsinhoud	noun	dat waar men in gelooft
geloofsinhouden	=	geloofsinhoud
geloofsinvulingen	=	geloofsinvulling
geloofsinvulling	noun	de manier waarop men zijn godsdienst beoefent
geloofskwestie	noun	zaak die de kerkelijke gezindheid betreft
geloofskwesties	=	geloofskwestie
geloofskwestietje	=	geloofskwestie
geloofskwestietjes	=	geloofskwestie
geloofsleer	noun	uiteenzetting van de inhoud van het geloof, kerkgenootschap of persoon
geloofsleven	noun	deel van het menselijke bestaan dat betrekking heeft op religie
geloofslevens	=	geloofsleven
geloofsopvatting	noun	de manier waarop men een geloof interpreteert
geloofsopvattingen	=	geloofsopvatting
geloofsopvoeding	noun	het proces waarin kinderen en jongeren vertrouwd raken met de waarden, normen, verhalen en praktijken van een religie, meestal binnen het gezin.
geloofsopvoedingen	=	geloofsopvoeding
geloofsopvoedinkje	=	geloofsopvoeding
geloofsopvoedinkjes	=	geloofsopvoeding
geloofsovergang	noun	het zich bekeren tot een nieuwe godsdienst nadat men eerst een andere religie heeft beleden
geloofsovergangen	=	geloofsovergang
geloofsovertuiging	noun	het zekere weten zonder waarneming, vaak betrekking hebbend op een opperwezen
geloofsovertuigingen	=	geloofsovertuiging
geloofsovertuiginkje	=	geloofsovertuiging
geloofsovertuiginkjes	=	geloofsovertuiging
geloofsplicht	noun	verplichtingen waaraan men uit hoofde van het geloof gehouden is
geloofsplichten	=	geloofsplicht
geloofsprediker	noun	iemand die een bepaalde religie verkondigt
geloofspredikers	=	geloofsprediker
geloofspunt	noun	leerstuk van een geloof waarover verschillende, uiteenlopende meningen bestaan
geloofspunten	=	geloofspunt
geloofsrechter	noun	iemand die verschillende religies met elkaar vergelijkt en een uitspraak doet over de waarde van die verschillende religies
geloofsrechters	=	geloofsrechter
geloofsregel	noun	een religieus voorschrift dat gelovigen moeten eerbiedigen
geloofsregels	=	geloofsregel
geloofsrichting	noun	een bepaald kerkgenootschap dat deel uitmaakt van een grotere religie
geloofsrichtingen	=	geloofsrichting
geloofsstrijd	noun	strijd tussen verschillende religies en kerkgenootschappen
geloofsstrijden	=	geloofsstrijd
geloofsstuk	noun	belangrijke grondstelling van een religie
geloofsstukken	=	geloofsstuk
geloofstraditie	noun	een lang bestaande manier van doen binnen een bepaalde religie
geloofstradities	=	geloofstraditie
geloofstwist	noun	twist om religieuze opvattingen
geloofstwisten	=	geloofstwist
geloofstwistje	=	geloofstwist
geloofstwistjes	=	geloofstwist
geloofsverdediging	noun	bewijsvoering, argumentatie voor een bepaalde religie met behulp van verstandelijke argumenten
geloofsverdedigingen	=	geloofsverdediging
geloofsverkondiger	noun	persoon die de boodschap van een bepaalde religie uitdraagt
geloofsverkondigers	=	geloofsverkondiger
geloofsverkondiging	noun	het uitdragen van de boodschap van een godsdienst
geloofsverkondigingen	=	geloofsverkondiging
geloofsverkondigingetje	=	geloofsverkondiging
geloofsverkondigingetjes	=	geloofsverkondiging
geloofsvervolging	noun	vervolging om het geloof
geloofsvervolgingen	=	geloofsvervolging
geloofsvervolginkje	=	geloofsvervolging
geloofsvervolginkjes	=	geloofsvervolging
geloofsverzaker	noun	iemand die niet meer leeft volgens de regels van het kerkgenootschap waartoe hij behoort
geloofsverzakers	=	geloofsverzaker
geloofsverzaking	noun	het niet meer kunnen geloven in een bepaalde godsdienst; het verloochenen van een bepaalde religie
geloofsverzakingen	=	geloofsverzaking
geloofsvraag	noun	vraagstuk betreffende een bepaalde zaak binnen een godsdienst; een vraag over een bepaald aspect van een godsdienst
geloofsvragen	=	geloofsvraag
geloofsvrijheden	=	geloofsvrijheid
geloofsvrijheid	noun	het mogen beoefenen van de godsdienst naar eigen keus en ook de vrijheid om geen godsdienst te beoefenen
geloofswaarheden	=	geloofswaarheid
geloofswaarheid	noun	godsdienstige stelling die door de beoefenaren van een bepaalde godsdienst als waar worden beleden
geloofswereld	noun	een levenssfeer die door een godsdienstig besef beheerst wordt
geloofswerelden	=	geloofswereld
geloofswereldje	=	geloofswereld
geloofswereldjes	=	geloofswereld
geloofszaak	noun	een zaak betreffende een godsdienst
geloofszaken	=	geloofszaak
geloofszekerheden	=	geloofszekerheid
geloofszekerheid	noun	de zekerheid die men voelt als gelovige
gelooft	=	geloven
geloofwaardig	adj	het waard zijn om in te geloven (omdat het waarschijnlijk is), plausibel
geloofwaardige	=	geloofwaardig
geloofwaardiger	=	geloofwaardig
geloofwaardigere	=	geloofwaardig
geloofwaardigers	=	geloofwaardig
geloofwaardigheden	=	geloofwaardigheid
geloofwaardigheid	noun	de mate waarin iets of iemand verdient geloofd te worden
geloofwaardigheidsprobleem	noun	het verlies in vertrouwen dat mensen voor iemand kunnen hebben
geloofwaardigheidsprobleempje	=	geloofwaardigheidsprobleem
geloofwaardigheidsprobleempjes	=	geloofwaardigheidsprobleem
geloofwaardigheidsproblemen	=	geloofwaardigheidsprobleem
geloofwaardigs	=	geloofwaardig
geloofwaardigst	=	geloofwaardig
geloofwaardigste	=	geloofwaardig
geloogd	=	logen
geloogde	=	logen
gelooid	=	looien
gelooide	=	looien
geloomd	=	loomen
geloond	=	lonen
geloonde	=	lonen
geloop	noun	het aanhoudend en onrustig lopen
geloosd	=	lozen
geloosde	=	lozen
geloot	=	loten
gelooven	=	geloven
geloovig	=	gelovig
gelopen	=	lopen
gelord	=	lorren
gelost	=	lossen
geloste	=	lossen
gelote	=	loten
gelounged	=	loungen
gelounget	=	loungen
gelouterd	=	louteren
gelove	=	geloven
geloven	verb	overtuigd zijn dat iets waar is
gelovend	=	geloven
gelovende	=	geloven
gelover	noun	iemand die gelooft
gelovers	=	gelover
gelovertje	=	gelover
gelovig	adj	vast en innig gelovend in een god of goden
gelovige	noun	iemand die een bepaald geloof aanhangt
gelovigen	=	gelovige
geloviger	=	gelovig
gelovigere	=	gelovig
gelovigers	=	gelovig
gelovigheden	=	gelovigheid
gelovigheid	noun	de mate waarin iemand gelooft in een opperwezen
gelovigs	=	gelovig
gelovigst	=	gelovig
gelovigste	=	gelovig
gels	=	gel
gelt	noun	vrouwtjesvarken dat voor het eerst drachtig is (zeug)
gelten	=	gelt
geltje	=	gelt
geltjes	=	gelt
gelubberd	=	lubberen
gelubd	adj	met lubben versierd
gelubder	=	gelubd
gelubdere	=	gelubd
gelubders	=	gelubd
gelubds	=	gelubd
gelubdst	=	gelubd
gelubdste	=	gelubd
gelucht	=	luchten
geluchte	=	luchten
geluchtfietst	=	luchtfietsen
gelui	noun	laten klinken van een torenklok of bel
geluibakt	=	luibakken
geluid	noun	trillingen die zich voortplant als een langsdrukgolf in de lucht of andere elastische stof (materie) en die door het oor waargenomen kunnen worden
geluidarm	adj	met weinig geluid; met weinig lawaai; weinig geluid of lawaai producerend
geluidarme	=	geluidarm
geluidarmer	=	geluidarm
geluidarmere	=	geluidarm
geluidarmers	=	geluidarm
geluidarms	=	geluidarm
geluidarmst	=	geluidarm
geluidarmste	=	geluidarm
geluidbelasting	noun	het geluidsniveau op een woning of andere geluidsgevoelige bestemming
geluidbelastingen	=	geluidbelasting
geluidbox	noun	behuizing voor een of meer luidsprekers
geluidboxen	=	geluidbox
geluidboxje	=	geluidbox
geluidboxjes	=	geluidbox
geluiddempend	adj	de hoeveelheid lawaai verminderend; geluid absorberend
geluiddempende	=	geluiddempend
geluiddempender	=	geluiddempend
geluiddempendere	=	geluiddempend
geluiddempenders	=	geluiddempend
geluiddempends	=	geluiddempend
geluiddempendst	=	geluiddempend
geluiddempendste	=	geluiddempend
geluiddemper	noun	toestel of inrichting om het ontstaan of het doordringen van te sterk geluid te verminderen
geluiddempers	=	geluiddemper
geluiddempertje	=	geluiddemper
geluiddempertjes	=	geluiddemper
geluiddicht	adj	zodanig geïsoleerd dat geluiden niet binnen kunnen dringen of de ruimte verlaten
geluiddichte	=	geluiddicht
geluiddichter	=	geluiddicht
geluiddichtere	=	geluiddicht
geluiddichters	=	geluiddicht
geluiddichts	=	geluiddicht
geluiddichtst	=	geluiddicht
geluiddichtste	=	geluiddicht
geluiddrager	noun	medium waarop muziek of geluid kan worden vastgelegd en afgespeeld
geluiddragers	=	geluiddrager
geluiddragertje	=	geluiddrager
geluiddragertjes	=	geluiddrager
geluide	=	luiden
geluiden	=	geluid
geluidfragment	noun	een gedeelte van een audio-opname
geluidfragmenten	=	geluidfragment
geluidfragmentje	=	geluidfragment
geluidfragmentjes	=	geluidfragment
geluidhinder	noun	verstoring door lawaai
geluidisolatie	noun	het afschermen van een ruimte voor geluid van buitenaf
geluidisolaties	=	geluidisolatie
geluidje	=	geluid
geluidjes	=	geluid
geluidloos	adj	zonder geluid te maken
geluidloosheden	=	geluidloosheid
geluidloosheid	noun	het geluidloos zijn
geluidloost	=	geluidloos
geluidlooste	=	geluidloos
geluidloze	=	geluidloos
geluidlozer	=	geluidloos
geluidlozere	=	geluidloos
geluidlozers	=	geluidloos
geluidmateriaal	noun	een opname van een geluid
geluidmaterialen	=	geluidmateriaal
geluidmeter	noun	toestel waarmee men de geluidsterkte kan meten
geluidmeters	=	geluidmeter
geluidmetertje	=	geluidmeter
geluidmetertjes	=	geluidmeter
geluidmeting	noun	het meten van de luidheid van een geluid
geluidmetingen	=	geluidmeting
geluidmetinkje	=	geluidmeting
geluidmetinkjes	=	geluidmeting
geluidniveau	noun	verhouding tussen de geluidsintensiteit en een referentiewaarde
geluidniveaus	=	geluidniveau
geluidnorm	noun	maximale geluidsterkte die geproduceerd mag worden
geluidnormen	=	geluidnorm
geluidoverlast	noun	hinder die men veroorzaakt door het maken van teveel lawaai
geluidoverlastje	=	geluidoverlast
geluidoverlastjes	=	geluidoverlast
geluids	=	geluid
geluidsafdichting	noun	afdichting van geluid ter voorkoming van geluidsoverlast
geluidsafdichtingen	=	geluidsafdichting
geluidsapparatuur	noun	elektronische toestellen waarmee men geluid kan opnemen en weergeven
geluidsarchief	noun	verzameling geluidsopnamen uit het verleden
geluidsarchieven	=	geluidsarchief
geluidsarm	adj	met weinig geluid; met weinig lawaai; weinig lawaai of geluid producerend
geluidsarme	=	geluidsarm
geluidsarmer	=	geluidsarm
geluidsarmere	=	geluidsarm
geluidsarmers	=	geluidsarm
geluidsarms	=	geluidsarm
geluidsarmst	=	geluidsarm
geluidsarmste	=	geluidsarm
geluidsband	noun	magnetische band waarop men muziek of ander geluid kan vastleggen
geluidsbanden	=	geluidsband
geluidsbandje	=	geluidsband
geluidsbandjes	=	geluidsband
geluidsbarrière	noun	een luide knal die ontstaat als een vliegtuig harder dan de geluidssnelheid gaat vliegen
geluidsbarrières	=	geluidsbarrière
geluidsbelasting	noun	een in de Nederlandse wetgeving gedefinieerde term, die de waarde van het geluidsniveau op een woning of een andere geluidsgevoelige bestemming aangeeft
geluidsbelastingen	=	geluidsbelasting
geluidsbestand	noun	computerfile waarin muziek is opgeslagen
geluidsbestanden	=	geluidsbestand
geluidsbestandje	=	geluidsbestand
geluidsbestandjes	=	geluidsbestand
geluidsbox	noun	behuizing voor een of meer luidsprekers
geluidsboxen	=	geluidsbox
geluidsboxenfabriekje	noun	een kleine(re) fabriek die geluidsboxen fabriceert (verkleinwoord van geluidsboxenfabriek).
geluidsboxje	=	geluidsbox
geluidsboxjes	=	geluidsbox
geluidsbron	noun	iets dat geluid produceert
geluidsbronnen	=	geluidsbron
geluidscherm	noun	scherm tegen geluidshinder
geluidschermen	=	geluidscherm
geluidsdemper	noun	toestel of inrichting om het ontstaan of het doordringen van te sterk geluid te verminderen
geluidsdempers	=	geluidsdemper
geluidsdempertje	=	geluidsdemper
geluidsdempertjes	=	geluidsdemper
geluidsdicht	adj	zodanig geconstrueerd dat geluid niet naar binnen of buiten kan
geluidsdichte	=	geluidsdicht
geluidsdichter	=	geluidsdicht
geluidsdichtere	=	geluidsdicht
geluidsdichters	=	geluidsdicht
geluidsdichts	=	geluidsdicht
geluidsdichtst	=	geluidsdicht
geluidsdichtste	=	geluidsdicht
geluidsdrager	noun	medium waarop muziek of geluid kan worden vastgelegd en afgespeeld
geluidsdragers	=	geluidsdrager
geluidsdragertje	=	geluidsdrager
geluidsdragertjes	=	geluidsdrager
geluidseffect	noun	patroon van klanken en andere hoorbare trillingen, gemaakt om bij de luisteraar een bepaalde indruk op te roepen
geluidseffecten	=	geluidseffect
geluidseffectje	=	geluidseffect
geluidseffectjes	=	geluidseffect
geluidsemissie	noun	de geluidsproductie van een geluidsbron
geluidsemissies	=	geluidsemissie
geluidsfilm	noun	film met geluid dat hoort bij de beelden die men ziet
geluidsfilmpje	=	geluidsfilm
geluidsfilmpjes	=	geluidsfilm
geluidsfilms	=	geluidsfilm
geluidsfilter	noun	een filter om omgevingsgeluid weg te filteren
geluidsfilters	=	geluidsfilter
geluidsfiltertje	=	geluidsfilter
geluidsfiltertjes	=	geluidsfilter
geluidsfoto	noun	foto gemaakt met behulp van ultrasoon geluid
geluidsfoto's	=	geluidsfoto
geluidsfotootje	=	geluidsfoto
geluidsfotootjes	=	geluidsfoto
geluidsfragment	noun	een gedeelte van een audio-opname
geluidsfragmenten	=	geluidsfragment
geluidsfragmentje	=	geluidsfragment
geluidsfragmentjes	=	geluidsfragment
geluidsgolf	noun	een zich ruimtelijk voortplantende trilling (golf) van moleculen van lucht of een ander medium
geluidsgolfje	=	geluidsgolf
geluidsgolfjes	=	geluidsgolf
geluidsgolven	=	geluidsgolf
geluidsgrens	noun	de maximaal toegestane geluidssterkte
geluidsgrenzen	=	geluidsgrens
geluidshaat	noun	aandoening waarbij iemand een enorme hekel heeft aan bepaalde geluiden
geluidshinder	noun	verstoring door lawaai
geluidsimmissie	noun	het geluid dat een ontvanger bereikt
geluidsimmissies	=	geluidsimmissie
geluidsinstallatie	noun	installatie voor het weergeven van muziek
geluidsinstallaties	=	geluidsinstallatie
geluidsisolatie	noun	het afschermen van een ruimte voor geluid van buitenaf
geluidsisolaties	=	geluidsisolatie
geluidskwaliteit	noun	de mate van uitmuntendheid waarmee een geluid wordt weergegeven
geluidskwaliteiten	=	geluidskwaliteit
geluidslieden	=	geluidsman
geluidsloos	=	geluidloos
geluidslui	=	geluidsman
geluidsman	noun	beroep waarbij het opnemen van het geluid centraal staat
geluidsmannen	=	geluidsman
geluidsmannetje	=	geluidsman
geluidsmannetjes	=	geluidsman
geluidsmateriaal	noun	opname van een geluid
geluidsmaterialen	=	geluidsmateriaal
geluidsmeter	noun	toestel waarmee men de geluidsterkte kan meten
geluidsmeters	=	geluidsmeter
geluidsmetertje	=	geluidsmeter
geluidsmetertjes	=	geluidsmeter
geluidsmeting	noun	het meten van de luidheid van een geluid
geluidsmetingen	=	geluidsmeting
geluidsmetinkje	=	geluidsmeting
geluidsmetinkjes	=	geluidsmeting
geluidsmontage	noun	regeling van de opeenvolging van geluiden bij een film, radio- of televisie-uitzending
geluidsmontages	=	geluidsmontage
geluidsmuren	=	geluidsmuur
geluidsmuur	noun	een luide knal die ontstaat als een vliegtuig harder dan de geluidssnelheid gaat vliegen
geluidsmuurtje	=	geluidsmuur
geluidsmuurtjes	=	geluidsmuur
geluidsniveau	noun	de sterkte van het lawaai dat door iets wordt gemaakt vaak uitgedrukt in decibel
geluidsniveaus	=	geluidsniveau
geluidsnorm	noun	maximale geluidssterkte die geproduceerd mag worden
geluidsnormen	=	geluidsnorm
geluidsonderzoek	noun	onderzoek naar de mogelijk schadelijke gevolgen van geluiden m.n. in het kader van geluidshinder
geluidsonderzoeken	=	geluidsonderzoek
geluidsopname	noun	een registratie van een audiosignaal
geluidsopnamen	=	geluidsopname
geluidsopnames	=	geluidsopname
geluidsopnametje	=	geluidsopname
geluidsoverlast	noun	verstoring door lawaai
geluidsprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan door een slecht functionerende geluidsinstallatie
geluidsproblemen	=	geluidsprobleem
geluidsproductie	noun	het maken van geluid
geluidsproducties	=	geluidsproductie
geluidsreductie	noun	vermindering van het lawaai; vermindering van de geluidssterkte
geluidsreducties	=	geluidsreductie
geluidsruimte	noun	de totale hoeveelheid lawaai die gemaakt mag worden
geluidsruimten	=	geluidsruimte
geluidsruimtes	=	geluidsruimte
geluidsscherm	noun	constructie van hard materiaal om geluidshinder te weren, toegepast langs snelwegen e.d.
geluidsschermen	=	geluidsscherm
geluidsschermpje	=	geluidsscherm
geluidsschermpjes	=	geluidsscherm
geluidssignaal	noun	teken of waarschuwing in de vorm van een geluid; geluid met een bepaalde betekenis
geluidssignalen	=	geluidssignaal
geluidssnelheden	=	geluidssnelheid
geluidssnelheid	noun	snelheid van het geluid
geluidsspoor	noun	spoor op een band waarin het geluid is vastgelegd
geluidsspoortje	=	geluidsspoor
geluidsspoortjes	=	geluidsspoor
geluidssporen	=	geluidsspoor
geluidssterkte	noun	weinig nauwkerige maat voor hoe luid een bepaald geluid is
geluidssterkten	=	geluidssterkte
geluidssterktes	=	geluidssterkte
geluidsstudio	noun	ruimte die speciaal is ingericht voor het maken en bewerken van geluidsopnames
geluidsstudio's	=	geluidsstudio
geluidssysteem	noun	samenstel van toestellen die geluid registreren en weergeven
geluidssystemen	=	geluidssysteem
geluidstechnici	=	geluidstechnicus
geluidstechnicus	noun	de persoon die er verantwoordelijk voor is dat een geluidssysteem bij een concert ingeregeld wordt en dat een band goed wordt weergegeven qua geluid.
geluidstechniek	noun	alle toestellen en voorzieningen die nodig zijn voor het opnemen en weergeven van geluiden
geluidstechnieken	=	geluidstechniek
geluidstechnisch	adj	betreffende de technische kant van het muziek maken en muziek weergeven
geluidstechnische	=	geluidstechnisch
geluidstechnischer	=	geluidstechnisch
geluidstechnischere	=	geluidstechnisch
geluidstechnischers	=	geluidstechnisch
geluidsverbinding	noun	telecommunicatieverbinding die geschikt is voor het verzenden van een geluidssignaal
geluidsverbindingen	=	geluidsverbinding
geluidsverbindinkje	=	geluidsverbinding
geluidsverbindinkjes	=	geluidsverbinding
geluidsversterker	noun	toestel om geluidssignalen te versterken
geluidsversterkers	=	geluidsversterker
geluidsversterking	noun	het luider maken van een geluid
geluidsversterkingen	=	geluidsversterking
geluidsvolume	noun	de hoeveelheid lawaai dat door iets wordt gemaakt
geluidsvolumen	=	geluidsvolume
geluidsvolumes	=	geluidsvolume
geluidsvoortplanting	noun	de voortplanting van geluid (onder normale omstandigheden in lucht met een snelheid van 330 meter/sec)
geluidsvoortplantingen	=	geluidsvoortplanting
geluidswagen	noun	auto met een grote luidspreker waarmee men berichten kan verspreiden
geluidswagens	=	geluidswagen
geluidswagentje	=	geluidswagen
geluidswagentjes	=	geluidswagen
geluidswal	noun	een vaste structuur die gemaakt is om geluid tegen te houden
geluidswallen	=	geluidswal
geluidswand	noun	muur die geluidshinder moet verminderen
geluidswanden	=	geluidswand
geluidsweergave	noun	het hoorbaar maken van geregistreerde muziek; het hoorbaar maken van een geluidsopname
geluidsweergaven	=	geluidsweergave
geluidsweergaves	=	geluidsweergave
geluidswerend	adj	de geleiding van geluid remmend
geluidswerende	=	geluidswerend
geluidswerender	=	geluidswerend
geluidswerendere	=	geluidswerend
geluidswerenders	=	geluidswerend
geluidswerends	=	geluidswerend
geluidswerendst	=	geluidswerend
geluidswerendste	=	geluidswerend
geluidszone	noun	gebied waar afwijkende normen gelden voor geluidshinder gelden
geluidszones	=	geluidszone
geluidwerend	adj	de geleiding van geluid remmend
geluidwerende	=	geluidwerend
geluidwerender	=	geluidwerend
geluidwerendere	=	geluidwerend
geluidwerenders	=	geluidwerend
geluidwerends	=	geluidwerend
geluidwerendst	=	geluidwerend
geluidwerendste	=	geluidwerend
geluidzone	noun	gebied waar een bepaalde hoeveelheid lawaai acceptabel is
geluidzones	=	geluidzone
geluier	noun	het aanhoudend lui zijn; het aanhoudend werkeloos zijn
geluierd	=	luieren
geluikt	=	luiken
geluimd	adj	in de genoemde stemming verkerend
geluimde	=	geluimd
geluimds	=	geluimd
geluisd	=	luizen
geluisde	=	luizen
geluisterd	=	luisteren
geluk	noun	toevallige meevaller
gelukgewenst	=	gelukwensen
gelukgewenste	=	gelukwensen
gelukje	=	geluk
gelukjes	=	geluk
gelukke	=	geluk
gelukken	=	geluk
gelukkend	=	geluk
gelukkende	=	geluk
gelukkig	adj	in een tevredene toestand zijn, zich goed voelen
gelukkige	noun	iemand die geluk heeft gehad, iemand die een prijs heeft gewonnen bij een loterij
gelukkigen	=	gelukkige
gelukkiger	=	gelukkig
gelukkigere	=	gelukkig
gelukkigers	=	gelukkig
gelukkigerwijs	adv	op een gelukkige manier, door gunstig toeval
gelukkigerwijze	adv	gelukkigerwijs
gelukkiglijk	adj	met veel geluk; met grote tevredenheid
gelukkiglijke	=	gelukkiglijk
gelukkiglijker	=	gelukkiglijk
gelukkiglijkere	=	gelukkiglijk
gelukkiglijkers	=	gelukkiglijk
gelukkiglijks	=	gelukkiglijk
gelukkiglijkst	=	gelukkiglijk
gelukkiglijkste	=	gelukkiglijk
gelukkigmakend	adj	van iets dat het bij iemand een gevoel van groot geluk, vreugde, tevredenheid of vrede veroorzaakt
gelukkigmakende	=	gelukkigmakend
gelukkigmakender	=	gelukkigmakend
gelukkigmakendere	=	gelukkigmakend
gelukkigmakenders	=	gelukkigmakend
gelukkigmakends	=	gelukkigmakend
gelukkigmakendst	=	gelukkigmakend
gelukkigmakendste	=	gelukkigmakend
gelukkigs	=	gelukkig
gelukkigst	=	gelukkig
gelukkigste	=	gelukkig
geluksbode	noun	iemand die een goede tijding brengt
geluksboden	=	geluksbode
geluksbodes	=	geluksbode
geluksbrenger	noun	voorwerp of wezen dat volgens bijgeloof op magische wijze tot gunstige resultaten kan leiden
geluksbrengers	=	geluksbrenger
geluksbrengertje	=	geluksbrenger
geluksbrengertjes	=	geluksbrenger
gelukscocktail	noun	een mengsel van verschillende zaken die zorgen voor een gevoel van geluk
gelukscocktails	=	gelukscocktail
geluksdag	noun	dag waarop men geluk heeft
geluksdagen	=	geluksdag
gelukseffect	noun	de invloed van iets op het gevoel van welbehagen van iemand
gelukseffecten	=	gelukseffect
gelukseffectje	=	gelukseffect
gelukseffectjes	=	gelukseffect
geluksfactor	noun	toeval als belangrijke factor in het het al dan niet behalen van een bepaald resultaat
geluksfactoren	=	geluksfactor
geluksgen	noun	een formulering om aan te geven dat gevoeligheid voor geluk deels genetisch bepaald is
geluksgenen	=	geluksgen
geluksgetal	noun	getal waarvan iemand denkt dat het geluk gaat opleveren
geluksgetallen	=	geluksgetal
geluksgetalletje	=	geluksgetal
geluksgetalletjes	=	geluksgetal
geluksgevoel	noun	een ervaring van welbehagen en tevredenheid
geluksgevoelens	=	geluksgevoel
gelukskind	noun	een kind of persoon die heel veel geluk heeft
gelukskinderen	=	gelukskind
gelukskindje	=	gelukskind
gelukskindjes	=	gelukskind
geluksklokje	noun	Cortusa matthioli een overblijvende plant uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae) die te vinden is in de gebergtes van Midden-Europa, Oost-Europa en Zuid-Europa en van Azië
geluksklokjes	=	geluksklokje
gelukskoek	noun	koekje waarin een papiertje zit met een filosofische uitspraak of toekomstvoorspelling
gelukskoeken	=	gelukskoek
gelukskoekje	=	gelukskoek
gelukskoekjes	=	gelukskoek
geluksmoment	noun	ogenblik dat men zich aanzienlijk prettiger voelt dan gewoonlijk
geluksmomenten	=	geluksmoment
geluksmomentje	=	geluksmoment
geluksmomentjes	=	geluksmoment
geluksniveau	noun	peil van hoe tevreden iemand is
geluksniveaus	=	geluksniveau
geluksniveautje	=	geluksniveau
geluksniveautjes	=	geluksniveau
geluksnummer	noun	nummer waarvan sommigen denken dat het geluk brengt
geluksnummers	=	geluksnummer
geluksnummertje	=	geluksnummer
geluksnummertjes	=	geluksnummer
geluksonderzoek	noun	een studie naar het welbevinden van mensen
geluksonderzoeken	=	geluksonderzoek
geluksonderzoekje	=	geluksonderzoek
geluksonderzoekjes	=	geluksonderzoek
gelukspiek	noun	moment dat men ineens heel tevreden is; hoogtepunt in de gelukservaring
gelukspieken	=	gelukspiek
gelukspiekje	=	gelukspiek
gelukspiekjes	=	gelukspiek
gelukspop	noun	voorwerp in de vorm van een mens of fantasiefiguur dat volgens bijgeloof de bezitter voorspoed brengt
gelukspoppen	=	gelukspop
gelukspoppetje	=	gelukspop
gelukspoppetjes	=	gelukspop
geluksroes	noun	een door zeer plezierige omstandigheden veroorzaakte bedwelming
geluksroezen	=	geluksroes
geluksspel	noun	spel waarbij toeval een belangrijke rol speelt
geluksspelen	=	geluksspel
geluksspellen	=	geluksspel
geluksster	noun	iemand die geluk brengt
gelukssterren	=	geluksster
gelukstelegram	noun	een telegram dat je stuurt om iemand te feliciteren
gelukstelegrammen	=	gelukstelegram
gelukstreffer	noun	een actie die meer door toeval dan door kunde geslaagd is
gelukstreffers	=	gelukstreffer
geluksvogel	noun	iemand die onwaarschijnlijk veel geluk lijkt te hebben
geluksvogels	=	geluksvogel
geluksvogeltje	=	geluksvogel
geluksvogeltjes	=	geluksvogel
gelukswens	noun	uitspraak waarbij men iemand feliciteert met een behaald resultaat
gelukswensen	=	gelukswens
gelukszoeker	noun	gelukzoeker
gelukszoekers	=	gelukszoeker
gelukszoekertje	=	gelukszoeker
gelukszoekertjes	=	gelukszoeker
gelukszon	noun|figurative	het geluk dat men zich voorstelt als een stralende zon
gelukszonnen	=	gelukszon
gelukszonnetje	=	gelukszon
gelukszonnetjes	=	gelukszon
gelukt	=	lukken
gelukte	=	geluk
gelukten	=	geluk
gelukwens	noun	belangstellingsbetuiging t.a.v. een gelukkige gebeurtenis die iemand is overkomen
gelukwense	=	gelukwensen
gelukwensen	verb	goede wensen jegens iemand uitspreken, gewoonlijk naar aanleiding van een bijzondere gebeurtenis
gelukwensend	=	gelukwensen
gelukwensende	=	gelukwensen
gelukwensje	=	gelukwens
gelukwensjes	=	gelukwens
gelukwenst	=	gelukwensen
gelukwenste	=	gelukwensen
gelukwensten	=	gelukwensen
gelukzak	noun	iemand die veel toevallig voordeel heeft
gelukzakje	=	gelukzak
gelukzakjes	=	gelukzak
gelukzakken	=	gelukzak
gelukzalig	adj	heel erg gelukkig
gelukzalige	=	gelukzalig
gelukzaliger	=	gelukzalig
gelukzaligere	=	gelukzalig
gelukzaligers	=	gelukzalig
gelukzaligheden	=	gelukzaligheid
gelukzaligheid	noun	het heel blij en tevreden zijn
gelukzaligs	=	gelukzalig
gelukzaligst	=	gelukzalig
gelukzaligste	=	gelukzalig
gelukzoeker	noun	iemand die naar een ander land of streek trekt om daar een nieuw (beter en gelukkiger) leven op te bouwen, maar geen vluchteling is
gelukzoekers	=	gelukzoeker
gelukzoekertje	=	gelukzoeker
gelukzoekertjes	=	gelukzoeker
gelul	noun	onzinnig gepraat
geluld	=	lullen
gelule	noun	kleine hoeveelheid geneesmiddel of voedingssupplement verpakt in een dun laagje gelatine zodat het gemakkelijk kan worden ingeslikt
gelulen	=	gelule
gelules	=	gelule
geluletje	=	gelule
geluletjes	=	gelule
gelumbeckt	=	lumbecken
gelumbeckte	=	lumbecken
gelummel	noun	het vullen van de tijd met zinloze bezigheiden
gelummeld	=	lummelen
geluncht	=	lunchen
gelurkt	=	lurken
gelust	=	lusten
geluste	=	lusten
gelustreerd	=	lustreren
gelustreerde	=	lustreren
gelutst	=	lutsen
geluultje	=	gelule
geluultjes	=	gelule
geluwd	=	luwen
geluwde	=	luwen
gelyncht	=	lynchen
gelynchte	=	lynchen
gelêe	=	geleden
gem	noun	een (half)edelsteen met een gesneden decoratie
gemaaid	=	maaien
gemaaide	=	maaien
gemaakt	adj	onecht, kunstmatig aandoend, onoprecht
gemaakte	=	gemaakt
gemaakter	=	gemaakt
gemaaktere	=	gemaakt
gemaakters	=	gemaakt
gemaaktheden	=	gemaaktheid
gemaaktheid	noun	de mate waarin iemand onoprecht of kunstmatig is
gemaakts	=	gemaakt
gemaaktst	=	gemaakt
gemaaktste	=	gemaakt
gemaal	noun|formal	echtgenoot, man
gemaald	=	malen
gemaalde	=	malen
gemaals	=	gemaal
gemaaltje	=	gemaal
gemaaltjes	=	gemaal
gemaand	=	manen
gemaande	=	manen
gemabeld	=	mabelen
gemacereerd	=	macereren
gemach	noun	letterwoord voor 'gemiloet chesed'; fonds voor renteloze leningen
gemachineerd	=	machineren
gemachtigd	=	machtigen
gemachtigde	noun	iemand die een rechtshandeling mag uitvoeren namens iemand anders
gemachtigden	=	gemachtigde
gemacrameed	=	macrameeën
gemacrameede	=	macrameeën
gemaft	=	maffen
gemagneetvist	=	magneetvissen
gemagnetiseerd	=	magnetiseren
gemagnetiseerde	=	magnetiseren
gemaild	=	mailen
gemailde	=	mailen
gemainteneerd	=	mainteneren
gemajemd	=	majemen
gemajoreerd	=	majoreren
gemak	noun	op een rustige en eenvoudige manier
gemakeld	=	makelen
gemakelde	=	makelen
gemakhuisje	noun	plee in een afzonderlijk gebouwtje; huisje (achter op het land of in de tuin) (vaak geplaatst op een beerput) waar men zijn behoefte kan doen, schijthuis, buitenprivaat
gemakhuisjes	=	gemakhuisje
gemakje	=	gemak
gemakjes	=	gemak
gemakkelijk	adj	geen moeite of inspanning vereisend
gemakkelijke	=	gemakkelijk
gemakkelijker	=	gemakkelijk
gemakkelijkere	=	gemakkelijk
gemakkelijkers	=	gemakkelijk
gemakkelijkheden	=	gemakkelijkheid
gemakkelijkheid	noun	het gemakkelijk zijn
gemakkelijkheidshalve	adv	voor het gemak, om het zichzelf makkelijker te maken
gemakkelijks	=	gemakkelijk
gemakkelijkst	=	gemakkelijk
gemakkelijkste	=	gemakkelijk
gemakken	noun	alle zaken die ervoor zorgen dat alle nodige handelingen eenvoudig kunnen worden uitgevoerd
gemaksbehandeling	noun	therapie die vooral gericht is op het verhogen van het comfort of het verminderen van ongemak, in plaats van curatief (genezend) te zijn
gemaksbehandelingen	=	gemaksbehandeling
gemaksbehandelingetje	=	gemaksbehandeling
gemaksbehandelingetjes	=	gemaksbehandeling
gemakshalve	adv	voor het gemak, om het zichzelf makkelijker te maken
gemaksliteratuur	noun	lichte, makkelijk te lezen proza dat men voor zijn vermaak leest
gemaksvoeding	noun	voedsel dat gedeeltelijk of volledig is voorbereid, waardoor de consument nauwelijks nog zelf hoeft te koken.
gemaksvoedingen	=	gemaksvoeding
gemaksvoedinkje	=	gemaksvoeding
gemaksvoedinkjes	=	gemaksvoeding
gemaksvoedsel	noun	voedsel dat heel snel genuttigd kan worden zonder al te veel moeite
gemakszaak	noun	een kleine winkel met een beperkt assortiment, gericht op snelle, dagelijkse aankopen
gemakszaakje	=	gemakszaak
gemakszaakjes	=	gemakszaak
gemakszaken	=	gemakszaak
gemakt	=	makken
gemakzucht	noun	begeerte naar gemak, afkeer van moeite en inspanning
gemakzuchtig	adj	lui, dat je niet je best wilt doen, dat je niet vermoeid wil raken
gemakzuchtige	noun	houding gericht op het vermijden van inspanning
gemakzuchtigen	=	gemakzuchtige
gemakzuchtiger	=	gemakzuchtig
gemakzuchtigere	=	gemakzuchtig
gemakzuchtigers	=	gemakzuchtig
gemakzuchtigs	=	gemakzuchtig
gemakzuchtigst	=	gemakzuchtig
gemakzuchtigste	=	gemakzuchtig
gemald	=	mallen
gemalen	=	malen
gemalin	noun|obsolete	de vrouwelijke huwelijkspartner
gemalinnen	=	gemalin
gemalinnetje	=	gemalin
gemaltraiteerd	=	maltraiteren
gemaltraiteerde	=	maltraiteren
gemalverseerd	=	malverseren
gemanaged	=	managen
gemanagede	=	managen
gemand	=	mannen
gemandateerd	=	mandateren
gemandateerde	=	mandateren
gemande	=	mannen
gemandied	=	mandiën
gemangeld	=	mangelen
gemangelde	=	mangelen
gemanicuurd	=	manicuren
gemanicuurde	=	manicuren
gemanierd	adj	geleerd hebbend zich naar behoren te gedragen
gemanierde	=	gemanierd
gemanierder	=	gemanierd
gemanierdere	=	gemanierd
gemanierders	=	gemanierd
gemanierds	=	gemanierd
gemanierdst	=	gemanierd
gemanierdste	=	gemanierd
gemanifesteerd	=	manifesteren
gemanifesteerde	=	manifesteren
gemanipuleer	noun	het aanhoudend op een slimme, slinkse wijze dingen gedaan krijgen; aanhoudend misbruik maken van mensen
gemanipuleerd	adj	op een oneerlijke wijze veranderd
gemanipuleerde	=	manipuleren
gemanipuleerds	=	gemanipuleerd
gemaniëreerd	adj	gemaakt, gekunsteld
gemaniëreerde	=	gemaniëreerd
gemaniëreerder	=	gemaniëreerd
gemaniëreerdere	=	gemaniëreerd
gemaniëreerders	=	gemaniëreerd
gemaniëreerdheden	=	gemaniëreerdheid
gemaniëreerdheid	noun	het gemaniëreerd zijn
gemaniëreerds	=	gemaniëreerd
gemaniëreerdst	=	gemaniëreerd
gemaniëreerdste	=	gemaniëreerd
gemankeerd	=	mankeren
gemankt	=	manken
gemankte	=	manken
gemanoeuvreer	noun	voortdurend onhandig handelen
gemanoeuvreerd	=	manoeuvreren
gemanoeuvreerde	=	manoeuvreren
gemansplaind	=	mansplainen
gemaquilleerd	=	maquilleren
gemaquilleerde	=	maquilleren
gemar	verb	eindig
gemara	noun	verzameling van de amoraïtische discussies bij de Misjna, deel uitmakend van de Talmoed
gemarchandeer	noun	het aanhoudend onderhandelen over een prijs en voorwaarden
gemarchandeerd	=	marchanderen
gemarcheerd	=	marcheren
gemarcheerde	=	marcheren
gemard	=	marren
gemarde	=	marren
gemarginaliseerd	=	marginaliseren
gemarginaliseerde	noun	buitengeslotene; iemand die niet mee mag doen met de dominante bevolkingsgroep of cultuur
gemarginaliseerden	=	gemarginaliseerde
gemarineerd	=	marineren
gemarkeerd	=	markeren
gemarkeerde	=	markeren
gemarket	=	marketen
gemarld	=	marlen
gemarlde	=	marlen
gemarmerd	adj	lijkend op marmer, met het uiterlijk van marmer
gemarmerde	=	marmeren
gemarmerder	=	gemarmerd
gemarmerdere	=	gemarmerd
gemarmerders	=	gemarmerd
gemarmerds	=	gemarmerd
gemarmerdst	=	gemarmerd
gemarmerdste	=	gemarmerd
gemarot	=	gemara
gemartel	noun	het voortdurend pijnigen van iets of iemand
gemarteld	=	martelen
gemartelde	=	martelen
gemaskeerd	=	maskeren
gemaskeerde	=	maskeren
gemaskerd	adj	van een masker voorzien, met een masker op
gemaskerde	=	maskeren
gemaskerds	=	gemaskerd
gemassacreerd	=	massacreren
gemassacreerde	=	massacreren
gemasseerd	=	masseren
gemasseerde	=	masseren
gemassificeerd	=	massificeren
gemassificeerde	=	massificeren
gemastiekt	=	mastieken
gemastiekte	=	mastieken
gemasturbeerd	=	masturberen
gemasturbeerde	=	masturberen
gemat	=	matten
gematerialiseerd	=	materialiseren
gematigd	adj	matig, niet tot uitersten vervallend
gematigde	=	matigen
gematigder	=	gematigd
gematigdere	=	gematigd
gematigders	=	gematigd
gematigdheden	=	gematigdheid
gematigdheid	noun	een karaktereigenschap ontstaan door beheersing van een vurig temperament of door de afwezigheid van een al te hartstochtelijk karakter
gematigds	=	gematigd
gematigdst	=	gematigd
gematigdste	=	gematigd
gematria	noun	interpretatie van een Hebreeuwse tekst waarbij gelet wordt op de getalswaarde van de letters
gematst	=	matsen
gematste	=	matsen
gematte	=	matten
gematteerd	adj	dof, mat
gematteerde	=	gematteerd
gematteerder	=	gematteerd
gematteerdere	=	gematteerd
gematteerders	=	gematteerd
gematteerds	=	gematteerd
gematteerdst	=	gematteerd
gematteerdste	=	gematteerd
gemauwd	=	mauwen
gemaximaliseerd	=	maximaliseren
gemaximaliseerde	=	maximaliseren
gemaximeerd	=	maximeren
gemaximeerde	=	maximeren
gemazeld	=	mazelen
gemazelde	=	mazelen
gemazzeld	=	mazzelen
gember	noun	Zingiber officinale, een specerij met een scherpe smaak gemaakt van de wortelstok van een tropische plant
gemberbier	noun	verfrissende drank gemaakt van gember, suiker, citroensap, honig en water
gemberbieren	=	gemberbier
gemberfamilie	noun	een familie Zingiberaceae van eenzaadlobbige planten.
gemberfamilies	=	gemberfamilie
gemberfamilietje	=	gemberfamilie
gemberfamilietjes	=	gemberfamilie
gemberkoek	noun	koek waarin de wortelstok van de gemberplant wordt verwerkt
gemberkoeken	=	gemberkoek
gemberkoekje	=	gemberkoek
gemberkoekjes	=	gemberkoek
gemberpoeder	noun	fijngemalen gedroogde wortels van Zingiber officinale
gemberpoeders	=	gemberpoeder
gemberpoedertje	=	gemberpoeder
gemberpoedertjes	=	gemberpoeder
gemberpudding	noun	een zoet dessert waarin gember is verwerkt
gemberpuddingen	=	gemberpudding
gemberpuddinkje	=	gemberpudding
gemberpuddinkjes	=	gemberpudding
gembers	=	gember
gemberwortel	noun	Zingiber officinale de wortelstok van een tropische plant als specerij
gemberwortels	=	gemberwortel
gemberworteltje	=	gemberwortel
gemberworteltjes	=	gemberwortel
gemeanderd	=	meanderen
gemeanderde	=	meanderen
gemechaniseerd	=	mechaniseren
gemechaniseerde	=	mechaniseren
gemeden	=	mijden
gemediatiseerd	=	mediatiseren
gemediatiseerde	=	mediatiseren
gemedicaliseerd	=	medicaliseren
gemedicaliseerde	=	medicaliseren
gemedieerd	=	mediëren
gemediteerd	=	mediteren
gemeeld	=	melen
gemeelde	=	melen
gemeen	adj	beneden de gordel, buiten alle regels	noun	het gemeenschappelijke
gemeend	adj	wat men echt denkt zonder te liegen of te overdrijven
gemeende	=	menen
gemeender	=	gemeend
gemeendere	=	gemeend
gemeenders	=	gemeend
gemeends	=	gemeend
gemeendst	=	gemeend
gemeendste	=	gemeend
gemeenebest	=	gemenebest
gemeengoed	noun|figurative	iets dat iedereen heeft, doet of vindt
gemeengoederen	=	gemeengoed
gemeenheden	=	gemeenheid
gemeenheid	noun	het vervelend, gemeen of achterbaks doen
gemeenkunnig	adj	bij het aanduiden van een levend wezen door een woord de sekse daarvan in het midden latend
gemeenkunnige	=	gemeenkunnig
gemeenkunniger	=	gemeenkunnig
gemeenkunnigere	=	gemeenkunnig
gemeenkunnigers	=	gemeenkunnig
gemeenkunnigs	=	gemeenkunnig
gemeenkunnigst	=	gemeenkunnig
gemeenkunnigste	=	gemeenkunnig
gemeenlijk	adv	over het algemeen
gemeenplaats	noun	veelvuldig gebruikt gezegde waarvan men de oorspronkelijke kracht niet meer voelt
gemeenplaatsen	=	gemeenplaats
gemeenplaatsje	=	gemeenplaats
gemeenplaatsjes	=	gemeenplaats
gemeenrechtelijk	adj	betrekking hebbend op de algemene wetgeving
gemeenrechtelijke	=	gemeenrechtelijk
gemeenrechtelijker	=	gemeenrechtelijk
gemeenrechtelijkere	=	gemeenrechtelijk
gemeenrechtelijkers	=	gemeenrechtelijk
gemeenrechtelijks	=	gemeenrechtelijk
gemeenrechtelijkst	=	gemeenrechtelijk
gemeenrechtelijkste	=	gemeenrechtelijk
gemeens	=	gemeen
gemeenschap	noun	het met één of meer anderen deel hebben aan iets
gemeenschapje	=	gemeenschap
gemeenschapjes	=	gemeenschap
gemeenschappelijk	adj	waar alle leden van een gemeenschap gebruik van kunnen maken
gemeenschappelijke	=	gemeenschappelijk
gemeenschappelijker	=	gemeenschappelijk
gemeenschappelijkere	=	gemeenschappelijk
gemeenschappelijkers	=	gemeenschappelijk
gemeenschappelijkheden	=	gemeenschappelijkheid
gemeenschappelijkheid	noun	de mate waarin men dingen samen doet
gemeenschappelijks	=	gemeenschappelijk
gemeenschappelijkst	=	gemeenschappelijk
gemeenschappelijkste	=	gemeenschappelijk
gemeenschappen	=	gemeenschap
gemeenschapsaangelegenheden	=	gemeenschapsaangelegenheid
gemeenschapsaangelegenheid	noun	aangelegenheid die de gemeenschap betreft
gemeenschapsbetrekking	noun	de wisselwerking, sociale cohesie of relaties tussen individuen binnen een bepaalde groep.
gemeenschapsbetrekkingen	=	gemeenschapsbetrekking
gemeenschapsbetrekkinkje	=	gemeenschapsbetrekking
gemeenschapsbetrekkinkjes	=	gemeenschapsbetrekking
gemeenschapsbezit	noun	zaken waarvan de gemeenschap als geheel eigenaar is
gemeenschapscentra	=	gemeenschapscentrum
gemeenschapscentrum	noun	sociaal-cultureel centrum voor wijkbewoners
gemeenschapscentrums	=	gemeenschapscentrum
gemeenschapsdienst	noun	werk dat voor de samenleving wordt verricht zonder dat er een directe beloning tegenover staat
gemeenschapsdiensten	=	gemeenschapsdienst
gemeenschapsgedachte	noun	het idee dat men samen met anderen een gemeenschap vormt
gemeenschapsgedachten	=	gemeenschapsgedachte
gemeenschapsgedachtes	=	gemeenschapsgedachte
gemeenschapsgeld	noun	openbare geldmiddelen (die dus eigenlijk van en voor de gemeenschap zijn)
gemeenschapsgelden	=	gemeenschapsgeld
gemeenschapsgevoel	noun	gevoel van verbondenheid met de medemensen of de gemeenschap waartoe men behoort
gemeenschapshuis	noun	een combinatie van verschillende voorzieningen in één of meerdere gebouwen, waarin samenwerking de sleutel is
gemeenschapshuisje	=	gemeenschapshuis
gemeenschapshuisjes	=	gemeenschapshuis
gemeenschapshuizen	=	gemeenschapshuis
gemeenschapskunst	noun	kunst die in dienst staat van de gemeenschap; openbare kunst
gemeenschapsleven	noun	het leven dat je leidt samen met anderen
gemeenschapsonderwijs	noun	openbaar onderwijs in de Vlaamse gemeenschap
gemeenschapsparlement	noun	volksvertegenwoordiging van elk van de gemeenschappen van België
gemeenschapsparlementen	=	gemeenschapsparlement
gemeenschapsraad	noun	parlement van een van de drie deelstaten in België
gemeenschapsraden	=	gemeenschapsraad
gemeenschapsrecht	noun	het samenstel aan rechtsregels dat het recht van de Europese Unie vormt zoals dat opgebouwd is gedurende de decennia van haar bestaan en dat van haar voorlopers, de Europese Gemeenschappen
gemeenschapsrechten	=	gemeenschapsrecht
gemeenschapsregering	noun	regering van een van de deelstaten van België
gemeenschapsregeringen	=	gemeenschapsregering
gemeenschapsscholen	=	gemeenschapsschool
gemeenschapsschool	noun	school die deel uitmaakt van het gemeenschapsonderwijs
gemeenschapsschooltje	=	gemeenschapsschool
gemeenschapsschooltjes	=	gemeenschapsschool
gemeenschapsvoorziening	noun	iets dat door de hele bevolking van een bepaald gebied gebruikt wordt of gaat worden
gemeenschapsvoorzieningen	=	gemeenschapsvoorziening
gemeenschapswerk	noun	sociaalwerk dat men doet voor de gemeenschap
gemeenschapswerken	=	gemeenschapswerk
gemeenschapszin	noun	gevoel van verbondenheid met de medemensen of de gemeenschap waartoe men behoort
gemeenslachtig	adj	bij het aanduiden van een levend wezen door een woord de sekse daarvan in het midden latend
gemeenslachtige	=	gemeenslachtig
gemeenslachtiger	=	gemeenslachtig
gemeenslachtigere	=	gemeenslachtig
gemeenslachtigers	=	gemeenslachtig
gemeenslachtigs	=	gemeenslachtig
gemeenslachtigst	=	gemeenslachtig
gemeenslachtigste	=	gemeenslachtig
gemeenst	=	gemeen
gemeenste	=	gemeen
gemeente	noun	bestuurlijke eenheid in een staat, onder bestuur van een raad, een burgemeester en wethouders of schepenen
gemeenteadministratie	noun	een administratie die door een gemeente wordt bijgehouden zoals bijv. de registratie van ingezetene en overleden personen in die gemeente.
gemeenteadministraties	=	gemeenteadministratie
gemeenteadministratietje	=	gemeenteadministratie
gemeenteadministratietjes	=	gemeenteadministratie
gemeenteambtenaar	noun	ambtenaar die voor de gemeente werkt
gemeenteambtenaars	=	gemeenteambtenaar
gemeenteambtenaartje	=	gemeenteambtenaar
gemeenteambtenaartjes	=	gemeenteambtenaar
gemeenteambtenaren	=	gemeenteambtenaar
gemeentearchief	noun	archief van een gemeente
gemeentearchiefje	=	gemeentearchief
gemeentearchiefjes	=	gemeentearchief
gemeentearchieven	=	gemeentearchief
gemeentearchitect	noun	bouwmeester die in diens is van de plaatselijke overheid
gemeentearchitecten	=	gemeentearchitect
gemeentearchivaris	noun	persoon die de gemeentelijke archieven beheert en bijhoudt
gemeentearchivarissen	=	gemeentearchivaris
gemeentebedrijf	noun	bedrijf dat eigendom is van de gemeente
gemeentebedrijfje	=	gemeentebedrijf
gemeentebedrijfjes	=	gemeentebedrijf
gemeentebedrijven	=	gemeentebedrijf
gemeentebegroting	noun	een, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders, door de gemeenteraad vastgestelde begroting die een raming bevat van baten en lasten voor een komend begrotingsjaar
gemeentebegrotingen	=	gemeentebegroting
gemeentebegrotinkje	=	gemeentebegroting
gemeentebegrotinkjes	=	gemeentebegroting
gemeentebeheer	noun	beheer door de gemeente
gemeentebelasting	noun	een belasting die door de gemeente wordt geheven
gemeentebelastingen	=	gemeentebelasting
gemeentebelastinkje	=	gemeentebelasting
gemeentebelastinkjes	=	gemeentebelasting
gemeentebeleid	noun	de plannen en voornemens van de gemeentelijke overheid
gemeentebesturen	=	gemeentebestuur
gemeentebestuur	noun	gemeentelijk bestuur (bestaande uit gemeenteraad, burgemeester en wethouders)
gemeentebestuurder	noun	iemand die bestuurder is in een gemeentelijke overheid
gemeentebestuurders	=	gemeentebestuurder
gemeentebestuurtje	=	gemeentebestuur
gemeentebestuurtjes	=	gemeentebestuur
gemeentebibliotheek	noun	een openbare bibliotheek die door een gemeente wordt gefinancierd
gemeentebibliotheekje	=	gemeentebibliotheek
gemeentebibliotheekjes	=	gemeentebibliotheek
gemeentebibliotheken	=	gemeentebibliotheek
gemeentebode	noun	een ambtenaar die werkzaamheden verricht met name voor het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad.
gemeenteboden	=	gemeentebode
gemeentebodes	=	gemeentebode
gemeentedienst	noun	door de gemeente verzorgde dienst
gemeentediensten	=	gemeentedienst
gemeentedienstje	=	gemeentedienst
gemeentedienstjes	=	gemeentedienst
gemeentefinanciën	noun	de in- en uitgaven van een gemeente
gemeentefonds	noun	Rijksfonds, waaruit gemeenten worden gesubsidieerd
gemeentefondsen	=	gemeentefonds
gemeentefunctionaris	noun	iemand die werkzaam is voor een gemeente
gemeentefunctionarissen	=	gemeentefunctionaris
gemeentegarantie	noun	een garantie van een gemeente voor de hypotheekschuld van een woningeigenaar ten opzichte van een geldverstrekker, zoals een bank of verzekeringsmaatschappij.
gemeentegaranties	=	gemeentegarantie
gemeentegarantietje	=	gemeentegarantie
gemeentegarantietjes	=	gemeentegarantie
gemeentegeld	noun	geld dat uit de gemeentekas komt
gemeentegelden	=	gemeentegeld
gemeentegiro	noun	girodienst die door sommige grote gemeenten werd geleverd
gemeentegiro's	=	gemeentegiro
gemeentegirootje	=	gemeentegiro
gemeentegirootjes	=	gemeentegiro
gemeentegrens	noun	grens van een gemeente
gemeentegrensje	=	gemeentegrens
gemeentegrensjes	=	gemeentegrens
gemeentegrenzen	=	gemeentegrens
gemeentegrond	noun	land dat in het bezit is van de gemeentelijke overheid
gemeentegronden	=	gemeentegrond
gemeentegrot	noun	een historische kalksteengroeve gelegen aan de voet van de Cauberg in het Limburgse Valkenburg
gemeentegrotje	=	gemeentegrot
gemeentegrotjes	=	gemeentegrot
gemeentegrotten	=	gemeentegrot
gemeentehuis	noun	gebouw waarin het gemeentebestuur (en soms de -administratie) gevestigd zijn.
gemeentehuisje	=	gemeentehuis
gemeentehuisjes	=	gemeentehuis
gemeentehuizen	=	gemeentehuis
gemeentekantoor	noun	gebouw waarin gemeenteambtenaren werken
gemeentekantoren	=	gemeentekantoor
gemeentekas	noun	Financiële middelen van een gemeente.
gemeentekasje	=	gemeentekas
gemeentekasjes	=	gemeentekas
gemeentekassen	=	gemeentekas
gemeenteleden	=	gemeentelid
gemeentelid	noun	lid van een (kerkelijke) gemeente
gemeentelidje	=	gemeentelid
gemeentelidjes	=	gemeentelid
gemeentelijk	adj	de gemeente betreffend
gemeentelijke	=	gemeentelijk
gemeentelijker	=	gemeentelijk
gemeentelijkere	=	gemeentelijk
gemeentelijkers	=	gemeentelijk
gemeentelijks	=	gemeentelijk
gemeentelijkst	=	gemeentelijk
gemeentelijkste	=	gemeentelijk
gemeenteloket	noun	loket in een gemeentehuis waar men terecht kan voor door de gemeente verstrekte diensten
gemeenteloketje	=	gemeenteloket
gemeenteloketjes	=	gemeenteloket
gemeenteloketten	=	gemeenteloket
gemeentemusea	=	gemeentemuseum
gemeentemuseum	noun	een museum dat door een gemeente is opgezet en/of gefinancierd is
gemeentemuseumpje	=	gemeentemuseum
gemeentemuseumpjes	=	gemeentemuseum
gemeentemuseums	=	gemeentemuseum
gemeenten	=	gemeente
gemeentenaam	noun	naam van een gemeente; naam die men een gemeente geeft die is ontstaan uit een fusie van meerdere gemeenten, steden of dorpen
gemeentenaampje	=	gemeentenaam
gemeentenaampjes	=	gemeentenaam
gemeentenaar	noun	inwoner of lid van een gemeente
gemeentenaartje	=	gemeentenaar
gemeentenaartjes	=	gemeentenaar
gemeentenamen	=	gemeentenaam
gemeentenaren	=	gemeentenaar
gemeenteniveau	noun	laagste bestuurslaag die een gemeente als werkterrein heeft
gemeenteniveaus	=	gemeenteniveau
gemeenteontvanger	noun	financieel beheerder die o.a. gemeentelijke belastingen int en gelden uitbetaalt
gemeenteontvangers	=	gemeenteontvanger
gemeenteontvangertje	=	gemeenteontvanger
gemeenteontvangertjes	=	gemeenteontvanger
gemeentepagina	noun	de officiële website van een gemeente
gemeentepagina's	=	gemeentepagina
gemeentepaginaatje	=	gemeentepagina
gemeentepaginaatjes	=	gemeentepagina
gemeentepersoneel	noun	personen die in dienst zijn van de gemeente; mensen die werken bij de gemeente
gemeentepils	noun|humorous	kraanwater
gemeentepilsen	=	gemeentepils
gemeentepilsje	=	gemeentepils
gemeentepilsjes	=	gemeentepils
gemeentepolitie	noun	politie in gemeenten, met de burgemeester als hoofd
gemeentepolitiek	noun	de politiek op gemeente niveau
gemeenteraad	noun	de volksvertegenwoordiging van een gemeente
gemeenteraadje	=	gemeenteraad
gemeenteraadjes	=	gemeenteraad
gemeenteraadscommissie	noun	officieel aangestelde groep gemeenteraadsleden die bij elkaar komen om een bepaalde zaak te bestuderen en te bespreken
gemeenteraadscommissies	=	gemeenteraadscommissie
gemeenteraadsfractie	noun	groep gemeenteraadsleden die behoren tot dezelfde politieke partij
gemeenteraadsfracties	=	gemeenteraadsfractie
gemeenteraadsleden	=	gemeenteraadslid
gemeenteraadslid	noun	een lid van een gemeenteraad
gemeenteraadslidje	=	gemeenteraadslid
gemeenteraadsvergadering	noun	bijeenkomst van de leden van de gemeenteraad waarin men over gemeentezaken debatteert
gemeenteraadsvergaderingen	=	gemeenteraadsvergadering
gemeenteraadsverkiezing	noun	het verkiezen van de leden van de gemeenteraad
gemeenteraadsverkiezingen	=	gemeenteraadsverkiezing
gemeenteraadsverkiezinkje	=	gemeenteraadsverkiezing
gemeenteraadsverkiezinkjes	=	gemeenteraadsverkiezing
gemeenteraden	=	gemeenteraad
gemeenterecht	noun	wetgeving die de werking van een gemeente regelt
gemeenterechten	=	gemeenterecht
gemeentereiniging	noun	het reinigen van een gemeente
gemeentereinigingen	=	gemeentereiniging
gemeentereinigingetje	=	gemeentereiniging
gemeentereinigingetjes	=	gemeentereiniging
gemeentereinigingsdienst	noun	gemeentelijke organisatie die zorgt voor het schoonhouden van de openbare ruimte van een stad en het ophalen van huisvuil
gemeentereinigingsdiensten	=	gemeentereinigingsdienst
gemeentes	=	gemeente
gemeentescholen	=	gemeenteschool
gemeenteschool	noun	openbare school door de gemeente opgericht
gemeenteschooltje	=	gemeenteschool
gemeenteschooltjes	=	gemeenteschool
gemeentesecretarie	noun	bureau waar het administratieve werk voor een gemeente wordt verricht.
gemeentesecretarieën	=	gemeentesecretarie
gemeentesecretaris	noun	de eerste beleidsadviseur van het Nederlandse college van burgemeester en wethouders.
gemeentesecretarisje	=	gemeentesecretaris
gemeentesecretarisjes	=	gemeentesecretaris
gemeentesecretarissen	=	gemeentesecretaris
gemeentesubsidie	noun	financiële ondersteuning die gegeven wordt door een gemeentebestuur
gemeentesubsidies	=	gemeentesubsidie
gemeentetje	=	gemeente
gemeentetjes	=	gemeente
gemeenteverordening	noun	bindend voorschrift vastgesteld door de gemeenteraad en geldig op het grondgebied van de gemeente
gemeenteverordeningen	=	gemeenteverordening
gemeentevervoerbedrijf	noun	bedrijf dat het openbaar vervoer in één gemeente verzorgt
gemeentevervoerbedrijfje	=	gemeentevervoerbedrijf
gemeentevervoerbedrijfjes	=	gemeentevervoerbedrijf
gemeentevervoerbedrijven	=	gemeentevervoerbedrijf
gemeentevlag	noun	de vlag van een gemeente
gemeentevlaggen	=	gemeentevlag
gemeentevlaggetje	=	gemeentevlag
gemeentevlaggetjes	=	gemeentevlag
gemeentewapen	noun	het wapen van een gemeente
gemeentewapens	=	gemeentewapen
gemeentewapentje	=	gemeentewapen
gemeentewapentjes	=	gemeentewapen
gemeentewege	adv	archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
gemeentewerf	noun	plaats waar bewoners van een gemeente afvalstoffen gescheiden kunnen inleveren
gemeentewerk	noun	wat wordt gedaan of gemaakt in dienst van de lokale overheid
gemeentewerken	noun	organisatieonderdeel bij sommige lokale overheden dat gebouwen en infrastructuur bouwt
gemeentewerven	=	gemeentewerf
gemeentewet	noun	wet waarin de bevoegdheden van de gemeentelijke overheid worden geregeld
gemeentewetten	=	gemeentewet
gemeentewiet	noun	onder toezicht van de gemeente gekweekte marihuana waarmee men de criminaliteit probeert terug te dringen
gemeentewoning	noun	een direct door de overheid verhuurde sociale huurwoning
gemeentewoningen	=	gemeentewoning
gemeentewoninkje	=	gemeentewoning
gemeentewoninkjes	=	gemeentewoning
gemeentewoordvoerder	noun	iemand die de pers voorlicht over het gemeente beleid
gemeentewoordvoerders	=	gemeentewoordvoerder
gemeentewoordvoerster	noun	vrouw die journalisten te woord staat over zaken van het gemeentelijkbeleid
gemeentewoordvoersters	=	gemeentewoordvoerster
gemeenteziekenhuis	noun	een ziekenhuis dat bestuurd wordt als voorziening van een gemeente
gemeenteziekenhuisje	=	gemeenteziekenhuis
gemeenteziekenhuisjes	=	gemeenteziekenhuis
gemeenteziekenhuizen	=	gemeenteziekenhuis
gemeenzaam	adj	op een voet van gelijkheid, zonder afstand mensen benaderen of benaderd worden
gemeenzaamheden	=	gemeenzaamheid
gemeenzaamheid	noun	iets dat op ongedwongen, liefdevolle wijze gebeurt
gemeenzaams	=	gemeenzaam
gemeenzaamst	=	gemeenzaam
gemeenzaamste	=	gemeenzaam
gemeenzame	=	gemeenzaam
gemeenzamer	=	gemeenzaam
gemeenzamere	=	gemeenzaam
gemeenzamers	=	gemeenzaam
gemeerd	=	meren
gemeerde	=	meren
gemeerderd	=	meerdere
gemeerderde	=	meerdere
gemeesmuild	=	meesmuilen
gemeesmuilde	=	meesmuilen
gemegen	=	miegen
gemeier	noun|informal	inhoudsloos gezeur en geklets
gemeierd	=	meieren
gemekker	noun	het mekkeren
gemekkerd	=	mekkeren
gemekt	=	mekken
gemeld	adj	van iets dat men het heeft gerapporteerd of bekendgemaakt
gemelde	=	gemeld
gemelds	=	gemeld
gemelijk	adj	slecht van humeur, niet vriendelijk gestemd, knorrig, misnoegd, slechtgehumeurd
gemelijke	=	gemelijk
gemelijker	=	gemelijk
gemelijkere	=	gemelijk
gemelijkers	=	gemelijk
gemelijks	=	gemelijk
gemelijkst	=	gemelijk
gemelijkste	=	gemelijk
gemelkt	=	melken
gememoreerd	=	memoreren
gememoreerde	=	memoreren
gememoriseerd	=	memoriseren
gememoriseerde	=	memoriseren
gemenageerd	=	menageren
gemend	=	mennen
gemende	=	mennen
gemendeld	=	mendelen
gemene	=	gemeen
gemenebest	noun	gemeenschap van onafhankelijke landen
gemenebesten	=	gemenebest
gemenebestje	=	gemenebest
gemenebests	=	gemenebest
gemener	=	gemeen
gemenerd	noun	een gemeen, oneerlijk persoon
gemenerdje	=	gemenerd
gemenerdjes	=	gemenerd
gemenerds	=	gemenerd
gemenere	=	gemeen
gemenerik	noun	arglistig,doortrapt bn, gemeen persoon
gemeneriken	=	gemenerik
gemenerikje	=	gemenerik
gemenerikjes	=	gemenerik
gemeners	=	gemeen
gemengd	adj	toestand van na mengen van onderdelen van verschillende samenstelling hebbend
gemengde	=	mengen
gemengder	=	gemengd
gemengdere	=	gemengd
gemengders	=	gemengd
gemengds	=	gemengd
gemengdst	=	gemengd
gemengdste	=	gemengd
gemengeld	=	mengelen
gemenied	=	meniën
gemeniede	=	meniën
gemenstrueerd	=	menstrueren
gemept	=	meppen
gemepte	=	meppen
gemergeld	=	mergelen
gemergelde	=	mergelen
gemerkt	adj	voorzien van een teken ter herkenning
gemerkte	=	gemerkt
gemerkts	=	gemerkt
gemesntrueerd	=	menstrueren
gemest	=	mesten
gemeste	=	mesten
gemet	noun	een oude oppervlaktemaat van ongeveer 0,4 ha
gemetalliseerd	=	metalliseren
gemetalliseerde	=	metalliseren
gemetamorfoseerd	=	metamorfoseren
gemetamorfoseerde	=	metamorfoseren
gemeten	adj	door vergelijking met een ijkwaarde numeriek bepaald
gemetens	=	gemeten
gemetje	=	gemet
gemetjes	=	gemet
gemetseld	=	metselen
gemetst	=	metsen
gemetste	=	metsen
gemeubeld	adj	voorzien van meubels
gemeubelds	=	gemeubeld
gemeubileerd	=	meubileren
gemeukt	=	meuken
gemeukte	=	meuken
gemeurd	=	meuren
gemeuzeld	=	meuzelen
gemiaauw	=	gemiauw
gemiauw	noun	het aanhoudend geluid geluid maken door een kat
gemiauwd	=	miauwen
gemicrodoseerd	=	microdoseren
gemiddagmaald	=	middagmalen
gemiddeld	adj	tot de middenmoot behorend	adv	in de meeste gevallen
gemiddelde	noun	de som van een aantal getallen gedeeld door het aantal ervan
gemiddelden	=	gemiddelde
gemiddelder	=	gemiddeld
gemiddeldere	=	gemiddeld
gemiddelders	=	gemiddeld
gemiddeldes	=	gemiddelde
gemiddelds	=	gemiddeld
gemiddeldst	=	gemiddeld
gemiddeldste	=	gemiddeld
gemidgetgolfd	=	midgetgolfen
gemidgetgolft	=	midgetgolfen
gemiegd	=	miegen
gemiegeld	=	miegelen
gemieles	noun	bekorting van: gemieles chesed
gemieloes	noun	betaling, verstrekking
gemiept	=	miep
gemier	noun	gepruts, gezanik, geknoei, geklier
gemierd	=	mieren
gemieren	=	gemier
gemierenneukt	=	mierenneuken
gemiesmuisd	=	miesmuizen
gemieter	noun	aanhoudende onrust
gemieterd	=	mieteren
gemieterde	=	mieteren
gemiezeld	=	miezelen
gemiezerd	=	miezeren
gemigreerd	=	migreren
gemigreerde	=	migreren
gemijmer	noun	aanhoudend, rustig, niet heel doelgericht nadenken
gemijmerd	=	mijmeren
gemijnd	=	mijnen
gemijnde	=	mijnen
gemijt	=	mijten
gemijterd	adj	met een mijter op, een mijter dragend
gemijterde	=	mijteren
gemijterds	=	gemijterd
gemikt	=	mikken
gemikte	=	mikken
gemilderd	=	milderen
gemilitariseerd	=	militariseren
gemilitariseerde	=	militariseren
gemiliteerd	=	militeren
gemillimeterd	adj	tot een dikte / lengte / afmeting van enige millimeters teruggebracht
gemillimeterde	=	millimeteren
gemillimeterder	=	gemillimeterd
gemillimeterdere	=	gemillimeterd
gemillimeterders	=	gemillimeterd
gemillimeterds	=	gemillimeterd
gemillimeterdst	=	gemillimeterd
gemillimeterdste	=	gemillimeterd
gemiloet	noun	betaling, verstrekking
gemimed	=	mimen
geminacht	=	minachten
geminachte	=	minachten
geminatie	noun	hoorbare verdubbeling van medeklinkers
geminaties	=	geminatie
gemind	=	minnen
geminde	=	minnen
geminderd	=	minderen
geminderde	=	minderen
gemindmapt	=	mindmappen
gemineerd	=	mineren
gemineerde	=	mineren
gemineraliseerd	=	mineraliseren
gemineraliseerde	=	mineraliseren
geminiaturiseerd	=	miniaturiseren
geminiaturiseerde	=	miniaturiseren
geminimaliseerd	=	minimaliseren
geminimaliseerde	=	minimaliseren
geminnekoosd	=	minnekozen
gemis	noun	een toestand waarbij er iets mankeert
gemishandel	=	mishandelen
gemishandeld	=	mishandelen
gemishandelde	=	mishandelen
gemishandelden	=	mishandelen
gemishandele	=	mishandelen
gemishandelen	=	mishandelen
gemishandelend	=	mishandelen
gemishandelt	=	mishandelen
gemissioneerd	=	missioneren
gemist	=	missen
gemiste	=	missen
gemitigeerd	=	mitigeren
gemitigeerde	=	mitigeren
gemitrailleerd	=	mitrailleren
gemitrailleerde	=	mitrailleren
gemixt	=	mixen
gemixte	=	mixen
gemmen	=	gem
gemmetje	=	gem
gemmetjes	=	gem
gemmologen	=	gemmoloog
gemmologie	noun	wetenschap die edelstenen en half-edelstenen bestudeert
gemmoloog	noun	wetenschapper die edelstenen en half-edelstenen bestudeert
gemmoloogje	=	gemmoloog
gemmoloogjes	=	gemmoloog
gemobiliseerd	=	mobiliseren
gemobiliseerde	=	mobiliseren
gemocht	verb|obsolete	voltooid deelwoord van mogen
gemodaliseerd	=	modaliseren
gemodder	noun	het aanhoudend iets niet goed doen; het aanhoudend slordig werken
gemodderd	=	modderen
gemodeblogd	=	modebloggen
gemodelleerd	=	modelleren
gemodelleerde	=	modelleren
gemodereerd	=	modereren
gemoderniseerd	=	moderniseren
gemodificeerd	adj	actief en doelbewust gewijzigd
gemodificeerde	=	gemodificeerd
gemodificeerds	=	gemodificeerd
gemoduleerd	=	moduleren
gemoduleerde	=	moduleren
gemoed	noun	inborst, gevoelsleven, stemming
gemoede	=	gemoed
gemoedelijk	adj	vriendelijk en gezellig
gemoedelijke	=	gemoedelijk
gemoedelijker	=	gemoedelijk
gemoedelijkere	=	gemoedelijk
gemoedelijkers	=	gemoedelijk
gemoedelijkheden	=	gemoedelijkheid
gemoedelijkheid	noun	gezellig- of genoeglijkheid
gemoedelijks	=	gemoedelijk
gemoedelijkst	=	gemoedelijk
gemoedelijkste	=	gemoedelijk
gemoeder	=	gevader
gemoederd	=	moederen
gemoedereerd	adj	kalmweg, alsof het vanzelf spreekt
gemoedereerde	=	gemoedereerd
gemoedereerder	=	gemoedereerd
gemoedereerdere	=	gemoedereerd
gemoedereerders	=	gemoedereerd
gemoedereerds	=	gemoedereerd
gemoedereerdst	=	gemoedereerd
gemoedereerdste	=	gemoedereerd
gemoederen	=	gemoed
gemoedigd	=	moedigen
gemoedje	=	gemoed
gemoedjes	=	gemoed
gemoedsaandoening	noun	gevoel
gemoedsaandoeningen	=	gemoedsaandoening
gemoedsaandoeninkje	=	gemoedsaandoening
gemoedsaandoeninkjes	=	gemoedsaandoening
gemoedsbeweging	noun	emotionele beroering door een heftige externe prikkel
gemoedsbewegingen	=	gemoedsbeweging
gemoedsbeweginkje	=	gemoedsbeweging
gemoedsbeweginkjes	=	gemoedsbeweging
gemoedsdrift	noun	Aandrift van het gemoed, inwendig gevoel dat tot handelen aandrijft; sterker dan 'neiging' of gemoedsneiging, maar zwakker dan hartstocht
gemoedsgesteldheden	=	gemoedsgesteldheid
gemoedsgesteldheid	noun	de geestelijke stemming waarin iemand verkeert
gemoedsleven	noun	het emotionele bestaan van iemand; het innerlijke leven
gemoedslevens	=	gemoedsleven
gemoedsrust	noun	de rust die iemand heeft die zichzelf niets te verwijten heeft
gemoedsstemming	noun	emotionele gesteldheid
gemoedsstemmingen	=	gemoedsstemming
gemoedstoestand	noun	de affectieve modus die iemand gedurende een bepaalde tijd heeft en die bestaat uit één enkele overwegende emotie of een combinatie van emoties
gemoedstoestanden	=	gemoedstoestand
gemoedstoestandje	=	gemoedstoestand
gemoeid	=	moeien
gemoesd	=	moezen
gemoesde	=	moezen
gemoeten	=	moeten
gemoffeld	=	moffelen
gemoffelde	=	moffelen
gemogen	=	mogen
gemoireerd	=	moireren
gemoireerde	=	moireren
gemok	noun	het aanhoudend boos zijn; het aanhoudend klagen
gemokerd	=	mokeren
gemokkeld	=	mokkelen
gemokt	=	mokken
gemold	=	mollen
gemolde	=	mollen
gemolesteerd	=	molesteren
gemolesteerde	=	molesteren
gemolken	=	melken
gemolmd	=	molmen
gemomd	=	mommen
gemompel	noun	het voortdurend mompelen, een binnensmonds en onverstaanbaar spreken
gemompeld	=	mompelen
gemompelde	=	mompelen
gemondialiseerd	=	mondialiseren
gemondialiseerde	=	mondialiseren
gemonitord	=	monitoren
gemonitorde	=	monitoren
gemonkel	noun	slecht verstaanbaar gepraat
gemonkeld	=	monkelen
gemonopolied	=	monopoliën
gemonopoliseerd	=	monopoliseren
gemonopoliseerde	=	monopoliseren
gemonopolyd	=	monopolyen
gemonsterd	=	monsteren
gemonsterde	=	monsteren
gemonteerd	=	monteren
gemonteerde	=	monteren
gemoogd	verb|obsolete	voltooid deelwoord van mogen
gemoond	=	moonen
gemoord	=	moorden
gemopper	noun	het telkens klagen uit ontevredenheid of misnoegen
gemopperd	=	mopperen
gemopt	=	moppen
gemopte	=	moppen
gemor	noun	een uiting van ontevredenheid, ongenoegen of ergernis
gemoraliseer	noun	het aanhoudend belerend spreken over wat mensen wel of niet zouden moeten doen
gemoraliseerd	=	moraliseren
gemord	=	morren
gemore	noun	een exemplaar van de Gemore
gemores	=	gemore
gemorrel	noun	het knoeien, het nutteloos veranderen, het kapotmaken
gemorreld	=	morrelen
gemors	noun	het voortdurend knoeien, meestal van een vloeistof
gemorst	=	morsen
gemorste	=	morsen
gemorteld	=	mortelen
gemortelde	=	mortelen
gemosht	=	moshen
gemot	=	mot
gemotiveerd	adj	met de innerlijke drang om iets te doen, enthousiast, gedreven, geestdriftig, bevlogen
gemotiveerde	=	motiveren
gemotiveerder	=	gemotiveerd
gemotiveerdere	=	gemotiveerd
gemotiveerders	=	gemotiveerd
gemotiveerds	=	gemotiveerd
gemotiveerdst	=	gemotiveerd
gemotiveerdste	=	gemotiveerd
gemotorcrost	=	motorcrossen
gemotoriseerd	adj	met een motor als aandrijfkracht
gemotoriseerder	=	gemotoriseerd
gemotoriseerdere	=	gemotoriseerd
gemotoriseerders	=	gemotoriseerd
gemotoriseerds	=	gemotoriseerd
gemotoriseerdst	=	gemotoriseerd
gemotoriseerdste	=	gemotoriseerd
gemotregend	=	motregenen
gemotst	=	motsen
gemotste	=	motsen
gemotte	=	mot
gemouleerd	=	mouleren
gemountainbiket	=	mountainbiken
gemousseerd	=	mousseren
gemout	=	mouten
gemoute	=	mouten
gemouwveegd	=	mouwvegen
gemoved	=	moven
gemoveerd	=	moveren
gems	noun	Rupicapra rupicapra klein, uiterst behendig, geitachtig hoefdier dat leeft in de hooggebergtes van Europa en West-Azië, met aan de top naar achteren gekromde hoorns en twee donkere strepen langs de kop
gemsbok	noun	Oryx gazella een antiloop uit Afrika met spiesachtige hoorns
gemsbokje	=	gemsbok
gemsbokjes	=	gemsbok
gemsbokken	=	gemsbok
gemshorenworm	noun	Scolelepis (Scolelepis) squamata een borstelworm uit de familie Spionidae.
gemshorenwormen	=	gemshorenworm
gemshorenwormpje	=	gemshorenworm
gemshorenwormpjes	=	gemshorenworm
gemsje	=	gems
gemsjes	=	gems
gemsmot	noun	Pleurota bicostella een vlinder uit de familie van de sikkelmotten (Oecophoridae).
gemsmotje	=	gemsmot
gemsmotjes	=	gemsmot
gemsmotten	=	gemsmot
gemuft	=	muffen
gemuggenzift	=	muggenziften
gemuikt	=	muiken
gemuilband	=	muilbanden
gemuilkorfd	=	muilkorven
gemuilkorfde	=	muilkorven
gemuisd	=	muizen
gemuit	=	muiten
gemulcht	=	mulchen
gemultipliceerd	=	multipliceren
gemultipliceerde	=	multipliceren
gemultisport	=	multisporten
gemultitaskt	=	multitasken
gemummeld	=	mummelen
gemummificeerd	=	mummificeren
gemummificeerde	=	mummificeren
gemummificerd	=	mummificeren
gemunt	adj	zo gevormd dat het als betaalmiddel gebruikt kan worden
gemunte	=	gemunt
gemunts	=	gemunt
gemurmel	noun	het aanhoudend zacht en slecht verstaanbaar praten; aanhoudend binnensmonds praten
gemurmeld	=	murmelen
gemurmureerd	=	murmureren
gemurwd	=	murwen
gemurwde	=	murwen
gemusiceerd	=	musiceren
gemuted	=	muten
gemuteerd	adj	veranderd in een administratie
gemuteerde	=	gemuteerd
gemuteerds	=	gemuteerd
gemutet	=	muten
gemutileerd	=	mutileren
gemutileerde	=	mutileren
gemutst	adj|figurative	de stemming die iemand heeft; het humeur van iemand
gemutste	=	gemutst
gemutsts	=	gemutst
gemuziekblogd	=	muziekbloggen
gemystificeerd	=	mystificeren
gemystificeerde	=	mystificeren
gemzen	=	gems
gemêleerd	adj	bestaande uit veel deelgroepen
gemêleerde	=	mêleren
gemêleerder	=	gemêleerd
gemêleerdere	=	gemêleerd
gemêleerders	=	gemêleerd
gemêleerds	=	gemêleerd
gemêleerdst	=	gemêleerd
gemêleerdste	=	gemêleerd
gen	noun	drager van informatie van de erfelijke eigenschappen
gen-expressie	noun	mate waarmee het DNA van een gen gekopieerd wordt naar messenger RNA (mRNA) of andere RNA's en mRNA vertaald wordt naar een aminozuursequentie
gen-expressies	=	gen-expressie
genaaid	=	naaien
genaaide	=	naaien
genaak	=	genaken
genaakt	=	naken
genaakte	=	genaken
genaakten	=	genaken
genaamd	adj	een bepaalde naam hebbend
genaamde	=	genaamd
genaamds	=	genaamd
genaamtekend	=	naamtekenen
genaamtekende	=	naamtekenen
genaast	=	naasten
genaaste	=	naasten
genachtbraakt	=	nachtbraken
genade	noun	het afzien van een gerechtvaardigde bestraffing
genadebeeld	noun	in de katholieke en oosters-orthodoxe kerk een afbeelding waaraan een bijzondere devotie verbonden is
genadebeelden	=	genadebeeld
genadebeeldje	=	genadebeeld
genadebeeldjes	=	genadebeeld
genadebrood	noun|figurative	het kleine beetje wat de verliezer wordt gegund door de overwinnaar
genadegift	noun	iets wat men krijgt zonder dat men daar recht op heeft
genadegiften	=	genadegift
genadeklap	noun	het doden van een levend wezen, om het uit zijn lijden te verlossen als er weinig tot geen hoop is op genezing
genadeklapje	=	genadeklap
genadeklapjes	=	genadeklap
genadeklappen	=	genadeklap
genadekruid	noun	Gratiola officinalis een giftige, overblijvende plant die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae)
genadekruiden	=	genadekruid
genadekruidje	=	genadekruid
genadekruidjes	=	genadekruid
genadelijk	adj	met veel erbarmen; niet te streng of overdreven
genadelijke	=	genadelijk
genadelijker	=	genadelijk
genadelijkere	=	genadelijk
genadelijkers	=	genadelijk
genadelijks	=	genadelijk
genadelijkst	=	genadelijk
genadelijkste	=	genadelijk
genadeloos	adj	geen genade kennend, meedogenloos
genadeloosheden	=	genadeloosheid
genadeloosheid	noun	het genadeloos zijn
genadeloost	=	genadeloos
genadelooste	=	genadeloos
genadeloze	=	genadeloos
genadelozer	=	genadeloos
genadelozere	=	genadeloos
genadelozers	=	genadeloos
genaden	=	genade
genadenloos	=	genadeloos
genaderd	=	naderen
genaderde	=	naderen
genades	=	genade
genadeschot	noun	een schot dat een reeds dodelijk gewond mens of dier direct doodt en dus uit zijn lijden verlost
genadeschoten	=	genadeschot
genadeslag	noun	de laatste slag toegebracht aan een zwaargewonde vijand om hem uit zijn lijden te helpen
genadeslagen	=	genadeslag
genadestoot	noun	de laatste dodelijke klap die iemand uit zijn lijden verlost
genadestoten	=	genadestoot
genadetje	=	genade
genadig	adj	clementie tonend, goedgunstig
genadige	=	genadig
genadiger	=	genadig
genadigere	=	genadig
genadigers	=	genadig
genadiglijk	adj	met veel erbarmen; niet te streng of overdreven
genadiglijke	=	genadiglijk
genadiglijker	=	genadiglijk
genadiglijkere	=	genadiglijk
genadiglijkers	=	genadiglijk
genadiglijks	=	genadiglijk
genadiglijkst	=	genadiglijk
genadiglijkste	=	genadiglijk
genadigs	=	genadig
genadigst	=	genadig
genadigste	=	genadig
genafwijking	noun	variatie in het DNA
genafwijkingen	=	genafwijking
genafwijkinkje	=	genafwijking
genafwijkinkjes	=	genafwijking
genagd	=	naggen
genageld	=	nagelen
genake	=	genaken
genaken	verb	dichterbij komen
genakend	=	genaken
genakende	=	genaken
genant	=	gênant
genappeerd	=	napperen
genarcotiseerd	=	narcotiseren
genarcotiseerde	=	narcotiseren
genas	=	genezen
genasaleerd	=	nasaleren
genasaleerde	=	nasaleren
genasjt	=	nasjen
genast	=	nassen
genat	=	natten
genationaliseerd	=	nationaliseren
genatte	=	natten
genaturaliseerd	=	naturaliseren
genaturaliseerde	=	naturaliseren
genavelstaard	=	navelstaren
genavigeerd	=	navigeren
genaze	=	genezen
genazen	=	genezen
gendarme	noun	militair met politietaken
gendarmen	=	gendarme
gendarmerie	noun	op militaire leest geschoeide politie in Frankrijk, vergelijkbaar met de Koninklijke Marechaussee in Nederland
gendarmeries	=	gendarmerie
gendarmerieën	=	gendarmerie
gendarmes	=	gendarme
gendefect	noun	schadelijke afwijking in de genetische aanleg van een organisme
gendefecten	=	gendefect
gender	noun	geheel van sociale en culturele kenmerken die maatschappelijk worden gekoppeld aan een bepaalde sekse
genderbeleid	noun	de manier waarop men omgaat met geslachtsverschillen
genderbender	noun	persoon die bewust gedrag van het andere gender vertoont, een transgender, travestiet, transseksueel
genderbenders	=	genderbender
genderdivers	adj	divers tav het gender
genderdiverse	=	genderdivers
genderdiverser	=	genderdivers
genderdiversere	=	genderdivers
genderdiversers	=	genderdivers
genderdiverst	=	genderdivers
genderdiverste	=	genderdivers
genderdysforie	noun	stoornis waarbij iemand zich ongemakkelijk voelt bij de geldende normen voor zijn of haar sekse en zich voortdurend identificeert met het andere geslacht
genderemancipatie	noun	het streven naar gelijke rechten en zelfstandigheid van mensen van welk geslacht dan ook
genderemancipaties	=	genderemancipatie
genderfluïde	adj	zich afwisselend meer man of vrouw voelend; wisselend een vrouwelijke of mannelijke identiteit hebben
genderfluïder	=	genderfluïde
genderfluïdere	=	genderfluïde
genderfluïders	=	genderfluïde
genderfluïdes	=	genderfluïde
genderfluïditeit	noun	verschijnsel dat iemand op verschillende plaatsen en verschillende tijden verschillende geslachtsidentiteiten heeft
genderfluïedst	=	genderfluïde
genderfluïedste	=	genderfluïde
gendergap	noun	ongelijkheid in sociaaleconomisch opzicht tussen personen gebaseerd op hun gender
gendergaps	=	gendergap
gendergelijk	adj	betrekking hebbend op de gelijke rechten, kansen en behandeling voor iedereen, ongeacht geslacht, genderidentiteit of seksuele geaardheid, in alle aspecten van het leven
gendergelijke	=	gendergelijk
gendergelijker	=	gendergelijk
gendergelijkere	=	gendergelijk
gendergelijkers	=	gendergelijk
gendergelijkheden	=	gendergelijkheid
gendergelijkheid	noun	het op gelijke voet behandelen van mensen wier genderidentiteit, sekse en/of seksuele geaardheid onderling verschillend zijn
gendergelijks	=	gendergelijk
gendergelijkst	=	gendergelijk
gendergelijkste	=	gendergelijk
gendergerelateerd	adj	betrekking hebbend op de sociologisce en culturele interpretatie van sekseverschillen
gendergerelateerde	=	gendergerelateerd
gendergerelateerder	=	gendergerelateerd
gendergerelateerdere	=	gendergerelateerd
gendergerelateerders	=	gendergerelateerd
gendergerelateerds	=	gendergerelateerd
gendergerelateerdst	=	gendergerelateerd
gendergerelateerdste	=	gendergerelateerd
genderinclusief	adj	rekening houdend met alle genders; geen enkel gender uitsluitend
genderinclusiefs	=	genderinclusief
genderinclusiefst	=	genderinclusief
genderinclusiefste	=	genderinclusief
genderinclusieve	=	genderinclusief
genderinclusiever	=	genderinclusief
genderinclusievere	=	genderinclusief
genderinclusievers	=	genderinclusief
genderkliniek	noun	kliniek voor reageerbuisbevruchting waarbij de ouders zelf de keuze van het geslacht van het kind kunnen maken
genderklinieken	=	genderkliniek
genderkliniekje	=	genderkliniek
genderkliniekjes	=	genderkliniek
genderkloof	noun	opvallend verschil tussen mannen en vrouwen in de uitkomst van processen in de samenleving
genderkloven	=	genderkloof
genderneutraal	adj	zonder maatschappelijk onderscheid tussen mannen en vrouwen
genderneutraals	=	genderneutraal
genderneutraalst	=	genderneutraal
genderneutraalste	=	genderneutraal
genderneutrale	=	genderneutraal
genderneutraler	=	genderneutraal
genderneutralere	=	genderneutraal
genderneutralers	=	genderneutraal
genderongelijkheden	=	genderongelijkheid
genderongelijkheid	noun	ongelijke sociale behandeling op basis van de sekse van een persoon
genderqueer	noun	persoon die zich niet uitsluitend man of vrouw voelt; iemand die non-binair is	adj	zich niet thuis voelend in de traditionele indeling man-vrouw
genderqueere	=	genderqueer
genderqueers	=	genderqueer
genderrevealparty	noun	feestje waarbij men het geslacht van de nog ongeboren vrucht bekend maakt
genderrevealparty's	=	genderrevealparty
genders	=	gender
genderstudie	noun	een onderdeel van de sociale wetenschappen dat zich bezighoudt met de studie van gender en de invloed ervan op de taal, de maatschappij en de wetenschap
genderstudies	noun	vakgebied dat sociale, psychologische en culturele verschillen tussen de seksen onderzoekt (vroeger vrouwenstudies genoemd)
gendervakantie	noun	vakantie speciaal voor mensen van één bepaald geslacht of gender
gendervakanties	=	gendervakantie
gendervrij	adj	zonder onderscheid of aanduiding van gender
gendervrije	=	gendervrij
gendervrijer	=	gendervrij
gendervrijere	=	gendervrij
gendervrijers	=	gendervrij
gendervrijs	=	gendervrij
gendervrijst	=	gendervrij
gendervrijste	=	gendervrij
gene	pron	die in de verte
genealogen	=	genealoog
genealogie	noun	een discipline van de geschiedkunde die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam
genealogietoerisme	noun	het reizen van mensen met het doel meer informatie over hun voorgeslacht te vinden
genealogieën	=	genealogie
genealogisch	adj	betrekking hebbend op de genealogie (geslachtskunde)
genealogische	=	genealogisch
genealogischer	=	genealogisch
genealogischere	=	genealogisch
genealogischers	=	genealogisch
genealoog	noun	iemand die de afstamming en verwantschap van families naspoort
genealoogje	=	genealoog
genealoogjes	=	genealoog
geneanomie	noun	leer van de overerving
geneedlespiket	=	needlespiken
geneefs	adj	op Genève betrekking hebbend
geneefse	=	geneefs
geneefser	=	geneefs
geneefsere	=	geneefs
geneefsers	=	geneefs
geneefst	=	geneefs
geneefste	=	geneefs
geneer	=	generen
geneerde	=	generen
geneerden	=	generen
geneert	=	generen
genees	=	genezen
geneesbaar	adj	te genezen, zodat de patiënt de ziekte niet meer heeft
geneesbaarder	=	geneesbaar
geneesbaardere	=	geneesbaar
geneesbaarders	=	geneesbaar
geneesbaars	=	geneesbaar
geneesbaarst	=	geneesbaar
geneesbaarste	=	geneesbaar
geneesbare	=	geneesbaar
geneesheer	noun	arts; dokter
geneesheer-directeur	noun	arts die directeur is van een ziekenhuis
geneesheer-directeuren	=	geneesheer-directeur
geneesheer-directeurs	=	geneesheer-directeur
geneesheertje	=	geneesheer
geneesheertjes	=	geneesheer
geneesheren	=	geneesheer
geneesheren-directeuren	=	geneesheer-directeur
geneesheren-directeurs	=	geneesheer-directeur
geneeskracht	noun	vermogen om ziekten te genezen
geneeskrachten	=	geneeskracht
geneeskrachtig	adj	met een werking die genezing bewerkstelligt
geneeskrachtige	=	geneeskrachtig
geneeskrachtiger	=	geneeskrachtig
geneeskrachtigere	=	geneeskrachtig
geneeskrachtigers	=	geneeskrachtig
geneeskrachtigs	=	geneeskrachtig
geneeskrachtigst	=	geneeskrachtig
geneeskrachtigste	=	geneeskrachtig
geneeskruid	noun	plant met delen die traditioneel worden gebruikt om kwalen te bestrijden
geneeskruiden	=	geneeskruid
geneeskunde	noun	de wetenschap die zich richt op de aard, de oorzaken en de geneesmiddelen van ziekten
geneeskundeopleiding	noun	een zesjarige universitaire studie (WO) in Nederland en Vlaanderen die opleidt tot basisarts.
geneeskundeopleidingen	=	geneeskundeopleiding
geneeskundeopleidinkje	=	geneeskundeopleiding
geneeskundeopleidinkjes	=	geneeskundeopleiding
geneeskundestudent	noun	iemand die aan het leren is om dokter te worden
geneeskundestudente	noun	vrouw in opleiding tot arts
geneeskundestudenten	=	geneeskundestudent
geneeskundestudentes	=	geneeskundestudente
geneeskundestudentje	=	geneeskundestudent
geneeskundig	adj	op de geneeskunde betrekking hebbend
geneeskundige	noun	arts, Een arts, dokter of geneesheer (Latijn: medicus) is een persoon die gerechtigd is de geneeskunde te beoefenen.
geneeskundigen	=	geneeskundige
geneeskundiger	=	geneeskundig
geneeskundigere	=	geneeskundig
geneeskundigers	=	geneeskundig
geneeskundigs	=	geneeskundig
geneeskundigst	=	geneeskundig
geneeskundigste	=	geneeskundig
geneeskunst	noun	de praktische bekwaamheid om zieke mensen beter te maken, geneeskunde is de theoretische grondslag van de geneeskunst: de term geneeskunde verdringt echter meer en meer de term geneeskunst
geneeslijk	adj	waarbij genezen mogelijk is
geneeslijke	=	geneeslijk
geneeslijker	=	geneeslijk
geneeslijkere	=	geneeslijk
geneeslijkers	=	geneeslijk
geneeslijks	=	geneeslijk
geneeslijkst	=	geneeslijk
geneeslijkste	=	geneeslijk
geneesmiddel	noun	een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent
geneesmiddelen	=	geneesmiddel
geneesmiddelenbedrijf	noun	organisatie die handelt in medicamenten of deze produceert
geneesmiddelenbedrijfje	=	geneesmiddelenbedrijf
geneesmiddelenbedrijfjes	=	geneesmiddelenbedrijf
geneesmiddelenbedrijven	=	geneesmiddelenbedrijf
geneesmiddelenbeleid	noun	voorgenomen manier waarop men wil omgaan met (nieuwe) medicijnen
geneesmiddelenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse medicijnenproducenten
geneesmiddelenconcerns	=	geneesmiddelenconcern
geneesmiddelenfabriek	noun	bedrijf waar men medicamenten produceert
geneesmiddelenfabrieken	=	geneesmiddelenfabriek
geneesmiddelenfabriekje	=	geneesmiddelenfabriek
geneesmiddelenfabriekjes	=	geneesmiddelenfabriek
geneesmiddelenfabrikant	noun	bedrijf dat geneesmiddelen ontwikkelt en produceert
geneesmiddelenfabrikanten	=	geneesmiddelenfabrikant
geneesmiddelengebruik	noun	het toepassen van medicamenten
geneesmiddelenindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie van verpakte medicamenten
geneesmiddelenindustrieën	=	geneesmiddelenindustrie
geneesmiddelenleer	noun	kennis en leer van de geneesmiddelen en van de inwerking van chemische stoffen op levende organismen
geneesmiddelenleertje	=	geneesmiddelenleer
geneesmiddelenleertjes	=	geneesmiddelenleer
geneesmiddelenleren	=	geneesmiddelenleer
geneesmiddelenmarkt	noun	vraag en aanbod betreffende medicamenten
geneesmiddelenmarkten	=	geneesmiddelenmarkt
geneesmiddelenonderzoek	noun	onderzoek naar de werkingen en bijwerkingen van een chemische stof die als medicijn gebruikt zou kunnen worden
geneesmiddelenonderzoeken	=	geneesmiddelenonderzoek
geneesmiddelenvergoedingssysteem	noun	het geheel van regels dat de betaling van door verzekerden benodigde geneesmiddelen regelt
geneesmiddelenvergoedingssysteempje	=	geneesmiddelenvergoedingssysteem
geneesmiddelenvergoedingssysteempjes	=	geneesmiddelenvergoedingssysteem
geneesmiddelenvergoedingssystemen	=	geneesmiddelenvergoedingssysteem
geneesmiddeltje	=	geneesmiddel
geneesmiddeltjes	=	geneesmiddel
geneest	=	genezen
geneeswijze	noun	de handelwijze die men toepast om een patiënt van een ziekte of kwaal te genezen
geneeswijzen	=	geneeswijze
genegeerd	=	negeren
genegeerde	=	negeren
genegen	=	nijgen
genegenen	num	met het aantal van negen
genegenheden	=	genegenheid
genegenheid	noun	het gesteld zijn op iemand
genegentigen	num	met het aantal van negentig
genegerd	=	negeren
genegerde	=	negeren
genegligeerd	=	negligeren
genegotieerd	=	negotiëren
geneid	=	neien
geneigd	=	neigen
geneigdheden	=	geneigdheid
geneigdheid	noun	de neiging om iets te doen
genekt	=	nekken
genekte	=	nekken
genen	=	gen
genenbank	noun	een plaats waarin genetisch materiaal bestaande uit zaden, sperma en planten wordt opgeslagen
genenbanken	=	genenbank
genenkaart	noun	kaart met de genetische eigenschappen van een organisme
genenkaarten	=	genenkaart
genenpaar	noun	2 genen met dezelfde functie waarvan de één van de moeder en de ander van de vader afkomstig is
genenparen	=	genenpaar
genenpoel	noun	alle erfelijke variatie die bestaat in een groep van individuen van één soort
genenpoelen	=	genenpoel
genenpoeltje	=	genenpoel
genenpoeltjes	=	genenpoel
genenpool	noun	alle erfelijke variatie die bestaat in een groep van individuen van één soort
genenpools	=	genenpool
genenspreekuren	=	genenspreekuur
genenspreekuur	noun	erfelijkheidsspreekuur van een klinisch geneticus voor mensen die samen kinderen willen krijgen
genentechnologie	noun	technologie die in staat is de genetische eigenschappen van biologische systemen te wijzigen
genepen	=	nijpen
genept	=	neppen
genepte	=	neppen
gener	=	geen
genera	=	genus
generaal	noun	de doorgaans hoogste rang in het leger (afgezien van die van maarschalk [1]), degene die het bevel heeft over alle strijdmachten in dat leger	adj	algemeen
generaal-majoor	noun	opperofficier bij de landmacht, de luchtmacht en de medische dienst, één rang hoger dan brigadegeneraal, respectievelijk commodore, en gelijk aan schout-bij-nacht (divisieadmiraal) bij de marine
generaal-majoors	=	generaal-majoor
generaal-majoortje	=	generaal-majoor
generaals	=	generaal
generaals-majoor	=	generaal-majoor
generaals-majoors	=	generaal-majoor
generaalsbewind	noun	militaire junta met generaals; militaire dictatuur
generaalsbewinden	=	generaalsbewind
generaalschap	noun	het generaal zijn
generaalschappen	=	generaalschap
generaalsrang	noun	met een militaire rang die overeenkomt met die van generaal; de hoogste rang bij de landmacht
generaalsrangen	=	generaalsrang
generaalsregime	noun	militaire dictatuur met generaals
generaalsregimes	=	generaalsregime
generaalst	=	generaal
generaalste	=	generaal
generaalsuniform	noun	militaire standaard kleding waardoor een generaal als zodanig herkenbaar is
generaalsuniformen	=	generaalsuniform
generaalsvrouw	noun	vrouw die gehuwd is met een generaal
generaalsvrouwen	=	generaalsvrouw
generaaltje	=	generaal
generaaltjes	=	generaal
generale	noun	de laatste repetitie voor de uitvoering
generaler	=	generaal
generalere	=	generaal
generalers	=	generaal
generales	=	generale
generalisatie	noun	het generaliseren (samenvatting van bijzondere gevallen onder één algemene noemer)
generalisaties	=	generalisatie
generalisatietje	=	generalisatie
generaliseer	=	generaliseren
generaliseerbaar	adj	voor meer situaties toe te passen
generaliseerbaarder	=	generaliseerbaar
generaliseerbaardere	=	generaliseerbaar
generaliseerbaarders	=	generaliseerbaar
generaliseerbaars	=	generaliseerbaar
generaliseerbaarst	=	generaliseerbaar
generaliseerbaarste	=	generaliseerbaar
generaliseerbare	=	generaliseerbaar
generaliseerde	=	generaliseren
generaliseerden	=	generaliseren
generaliseert	=	generaliseren
generalisere	=	generaliseren
generaliseren	verb	de geldigheid van een conclusie uitbreiden van specifiek naar algemeen
generaliserend	adj	een of enkele gevallen zien als kenmerkend voor een hele groep
generaliserende	=	generaliseren
generaliserender	=	generaliserend
generaliserendere	=	generaliserend
generaliserenders	=	generaliserend
generaliserends	=	generaliserend
generaliserendst	=	generaliserend
generaliserendste	=	generaliserend
generalisering	noun	een redenering waarbij men van één concreet geval tot een algemenere conclusie komt
generaliseringen	=	generalisering
generaliserinkje	=	generalisering
generaliserinkjes	=	generalisering
generalisme	noun	het beoefenen van een tak van wetenschap als geheel
generalismen	=	generalisme
generalissimi	=	generalissimus
generalissimus	noun	hoogste militaire commandant
generalist	noun	iemand die zich bezig houdt met de hoofdlijnen
generalisten	=	generalist
generalistisch	adj	met betrekking tot een generalisme
generalistische	=	generalistisch
generalistischer	=	generalistisch
generalistischere	=	generalistisch
generalistischers	=	generalistisch
generaliteit	noun	algemeenheid
generaliteiten	=	generaliteit
generatie	noun	geheel van individuen die via hetzelfde aantal tussenstappen van één bepaald individu afstammen
generatieconflict	noun	conflict voortkomend uit de botsingen tussen opeenvolgende generaties met totaal verschillende opvattingen
generatieconflicten	=	generatieconflict
generatieconflictje	=	generatieconflict
generatieconflictjes	=	generatieconflict
generatief	adj	geslachtelijk
generatiefs	=	generatief
generatiefst	=	generatief
generatiefste	=	generatief
generatiegenoot	noun	iemand die tot dezelfde generatie behoort
generatiegenootje	=	generatiegenoot
generatiegenootjes	=	generatiegenoot
generatiegenote	noun	vrouw met ongeveer dezelfde leeftijd; iemand die ongeveer even oud is
generatiegenoten	=	generatiegenoot
generatiegenotes	=	generatiegenote
generatiehypotheek	noun	lening voor een huis waarbij de (groot)ouders garantstaan voor de aflossing
generatiehypotheken	=	generatiehypotheek
generatiekloof	noun	kloof die ontstaat door een verschil in opvattingen, normen etc. tussen naast elkaar levende generaties en waaruit misschien zelfs een generatieconflict voortkomt
generatiekloofje	=	generatiekloof
generatiekloofjes	=	generatiekloof
generatiekloven	=	generatiekloof
generatiepact	noun	regeling waarbij oudere werknemers korter kunnen gaan werken zonder veel salaris te verliezen en zo ruimte maken om jongere collega's in dienst te houden of te nemen
generatiepacten	=	generatiepact
generaties	=	generatie
generatieslang	adj	gedurende een zeer lange periode die meerdere generaties omvat
generatieslange	=	generatieslang
generatieslangs	=	generatieslang
generatietijd	noun	tijdsduur tussen twee vergelijkbare ontwikkelingsstadia van opeenvolgende generaties
generatietijden	=	generatietijd
generatietje	=	generatie
generatietjes	=	generatie
generatieve	=	generatief
generatiever	=	generatief
generatievere	=	generatief
generatievers	=	generatief
generatieverschil	noun	het verschil dat bestaat tussen mensen die veel van elkaar verschillen in leeftijd
generatieverschillen	=	generatieverschil
generatieverschilletje	=	generatieverschil
generatieverschilletjes	=	generatieverschil
generatieverzuiling	noun	onderverdeling van een samenleving op basis van leeftijd
generatieverzuilingen	=	generatieverzuiling
generatiewisseling	noun	regelmatige afwisseling in ontwikkelingscyclus van sommige planten en dieren, waarbij één generatie zich ongeslachtelijk en een volgende zich geslachtelijk voortplant
generatiewisselingen	=	generatiewisseling
generatiewisselingetje	=	generatiewisseling
generatiewisselingetjes	=	generatiewisseling
generatiewoning	noun	een woning ontworpen voor meerdere generaties van een familie om zelfstandig onder één dak te wonen, waarbij privacy behouden blijft maar ook zorgtaken en woonlasten gedeeld kunnen worden
generator	noun	een apparaat of persoon die iets genereert (doet ontstaan)
generatoren	=	generator
generators	=	generator
generatortje	=	generator
generatortjes	=	generator
generatrice	noun	lijn die door haar beweging een vlak beschrijft
generatrices	=	generatrice
generatricetje	=	generatrice
generatricetjes	=	generatrice
genere	=	generen
genereer	=	genereren
genereerde	=	genereren
genereerden	=	genereren
genereert	=	genereren
generen	verb	zich ~ schaamte voelen
generend	=	generen
generende	=	generen
generere	=	genereren
genereren	verb	doen ontstaan
genererend	=	genereren
genererende	=	genereren
genereus	adj	gul, royaal, vrijgevig
genereust	=	genereus
genereuste	=	genereus
genereuze	=	genereus
genereuzer	=	genereus
genereuzere	=	genereus
genereuzers	=	genereus
generfd	adj	met nerven, voorzien van nerven
generfde	=	nerven
generfder	=	generfd
generfdere	=	generfd
generfders	=	generfd
generfds	=	generfd
generfdst	=	generfd
generfdste	=	generfd
genericiteit	noun	aanduiding van algemene eigenschappen die kenmerkend voor een soort of type als geheel (aangegeven door gebruik van het bepaald lidwoord)
generiek	adj	waarvan het patent is verlopen en dat zonder merknaam op de markt wordt gebracht.	noun	de namenlijst aan het begin of eind van een film of televisieprogramma; begintitels / aftiteling
generieke	=	generiek
generieken	=	generiek
generieker	=	generiek
generiekere	=	generiek
generiekers	=	generiek
generieks	=	generiek
generiekst	=	generiek
generiekste	=	generiek
generisch	adj	waarvan het patent is verlopen en dat zonder merknaam op de markt wordt gebracht.
generische	=	generisch
generischer	=	generisch
generischere	=	generisch
generischers	=	generisch
generlei	pron|formal	geen enkele, nog niet eens één
generositeit	noun	op een gulle manier de rijkdom die je hebt delen met anderen
generositeiten	=	generositeit
genese	noun	ontstaan, wording
geneselijk	adj|figurative	of waarvan herstel door behandeling mogelijk is
geneselijke	=	geneselijk
geneselijker	=	geneselijk
geneselijkere	=	geneselijk
geneselijkers	=	geneselijk
geneselijks	=	geneselijk
geneselijkst	=	geneselijk
geneselijkste	=	geneselijk
genesen	=	genese
geneses	=	genese
genesis	noun	waar en hoe iets is ontstaan
genest	=	nest
geneste	=	nest
genesteld	=	nestelen
genet	noun	klein soort Spaans paard
geneteld	=	netelen
genetelde	=	netelen
genetflixt	=	netflixen
genetica	noun	de wetenschap van alles wat de werking van genen betreft, in het bijzonder erfelijke overdracht
genetica's	=	genetica
genetici	=	geneticus
geneticus	noun	een wetenschapper op het gebied van de genetica
geneticusje	=	geneticus
geneticusjes	=	geneticus
genetisch	adj	gerelateerd aan de erfelijkheid
genetische	=	genetisch
genetischer	=	genetisch
genetischere	=	genetisch
genetischers	=	genetisch
genetje	=	genet
genetjes	=	genet
genetkat	noun	Genetta genetta roofdier uit de familie der civetkatachtigen (Viverridae).
genetkatje	=	genetkat
genetkatjes	=	genetkat
genetkatten	noun	een geslacht Genetta van zoogdieren uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae)
genetsurfd	=	netsurfen
genetsurft	=	netsurfen
genette	=	netten
genetten	=	genet
genetwerkt	=	netwerken
geneugte	noun	genoegen, genieting
geneugten	=	geneugte
geneugtes	=	geneugte
geneugtetje	=	geneugte
geneugtetjes	=	geneugte
geneuk	noun	het voortdurend geslachtsgemeenschap hebben
geneukt	=	neuken
geneukte	=	neuken
geneurie	noun	het aanhoudend op voortdurend neuriën
geneuried	=	neuriën
geneuriede	=	neuriën
geneusd	=	neuzen
geneuspeuterd	=	neuspeuteren
geneuteld	=	neutelen
geneutraliseerd	=	neutraliseren
geneutraliseerde	=	neutraliseren
geneuzel	noun	het aanhoudend zaniken, zeuren en neuzelen
geneuzeld	=	neuzelen
geneveld	=	nevelen
genevelde	=	nevelen
genever	noun	gedestilleerde alcoholische drank vervaardigd op basis van graan (mout)
genevers	=	genever
genevertje	=	genever
genevertjes	=	genever
geneze	=	genezen
genezen	verb	gezond worden, herstellen van ziekte of verwonding	adj	weer gezond geworden
genezend	adj	dat iets of iemand minder ziek is dan voorheen
genezende	=	genezend
genezender	=	genezend
genezendere	=	genezend
genezenders	=	genezend
genezends	=	genezend
genezendst	=	genezend
genezendste	=	genezend
genezens	=	genezen
genezer	noun	iemand die geen arts is maar wel zegt mensen te kunnen genezen
genezeres	=	genezer
genezers	=	genezer
genezertje	=	genezer
genezertjes	=	genezer
genezing	noun	het proces van het weer gezond worden
genezingen	=	genezing
genezingskans	noun	de kans dat iemand geneest van een bepaalde ziekte
genezingskansen	=	genezingskans
genezingskansje	=	genezingskans
genezingskansjes	=	genezingskans
genezingsproces	noun	de gang van zaken die leidt tot het herstel van een ziekte
genezingsprocessen	=	genezingsproces
genezinkje	=	genezing
genezinkjes	=	genezing
genfrequentie	noun	is een getal om aan te geven hoe vaak een bepaald allel binnen een populatie voorkomt
genfrequenties	=	genfrequentie
geniaal	adj	briljant, zeer slim, uitmuntend
geniaals	=	geniaal
geniaalst	=	geniaal
geniaalste	=	geniaal
geniale	=	geniaal
genialer	=	geniaal
genialere	=	geniaal
genialers	=	geniaal
genialiteit	noun	de zeer grote intelligentie van iemand
genialiteiten	=	genialiteit
genialiteitje	=	genialiteit
genie	noun	iemand die buitengewoon slim is of die ergens uitzonderlijk goed in is
geniep	noun	geheim en verborgen
genieperd	noun	iemand die anderen stiekem nadeel wil bezorgen
genieperds	=	genieperd
geniepig	adj	op een achterbakse manier en gemeen
geniepige	=	geniepig
geniepiger	=	geniepig
geniepigere	=	geniepig
geniepigers	=	geniepig
geniepigheden	=	geniepigheid
geniepigheid	noun	een gemene, stiekeme handeling
geniepigheidje	=	geniepigheid
geniepigheidjes	=	geniepigheid
geniepigs	=	geniepig
geniepigst	=	geniepig
geniepigste	=	geniepig
genies	noun	telkens met kracht lucht opeens door de neus laten ontsnappen als reflex op een verstopping
geniesd	=	niezen
geniesoldaat	noun	een militair die deel uitmaakt van de genie, een legereenheid gespecialiseerd in technische en ondersteunende taken, zoals het aanleggen van routes, het opwerpen van versterkingen, het ruimen van mijnen en explosieven, en andere werkzaamheden om de opmars van andere troepen te vergemakkelijken
geniesoldaatje	=	geniesoldaat
geniesoldaatjes	=	geniesoldaat
geniesoldaten	=	geniesoldaat
geniest	=	niesen
geniet	=	genieten
genietbaar	adj	waar je plezier van kan hebben
genietbaarder	=	genietbaar
genietbaardere	=	genietbaar
genietbaarders	=	genietbaar
genietbaars	=	genietbaar
genietbaarst	=	genietbaar
genietbaarste	=	genietbaar
genietbare	=	genietbaar
geniete	=	nieten
genietelijk	adj	van iets dat het genot oplevert
genietelijke	=	genietelijk
genietelijker	=	genietelijk
genietelijkere	=	genietelijk
genietelijkers	=	genietelijk
genietelijks	=	genietelijk
genietelijkst	=	genietelijk
genietelijkste	=	genietelijk
genieten	verb	voordeel hebben van iets.
genietend	adj	plezier hebbend, genot belevend
genietende	=	genieten
genietender	=	genietend
genietendere	=	genietend
genietenders	=	genietend
genietends	=	genietend
genietendst	=	genietend
genietendste	=	genietend
genieter	noun	iemand die geniet
genieters	=	genieter
genietertje	=	genieter
genietertjes	=	genieter
genieting	noun	het plezier of genot dat men aan iets beleeft; de aangename gewaarwording
genietingen	=	genieting
genietinkje	=	genieting
genietinkjes	=	genieting
genietje	=	genie
genietjes	=	genie
genietnatuur	noun	natuur die speciaal is 'ontworpen' om van te kunnen genieten door mensen
genietroep	noun	een legerkorps dat zorgdraagt voor technische werken, zoals bijvoorbeeld bruggen, die nodig zijn voor het functioneren van een leger in oorlogstijd
genietroepen	noun	het ingenieurskorps van een leger dat zorgdraagt voor technische werken, zoals bijvoorbeeld bruggen, die nodig zijn voor het functioneren van een leger in oorlogstijd
genietsnut	=	nietsnutten
genieuwsblogd	=	nieuwsbloggen
genieën	=	genie
genifterd	=	nifteren
genii	=	genius
genikst	=	niksen
genikt	=	nikken
genipapo	noun	Genipa americana een plant uit de sterbladigenfamilie (Rubiaceae).
genipapo's	=	genipapo
genipt	=	nippen
genipte	=	nippen
genist	noun	een militair bij de genie
genisten	=	genist
genistje	=	genist
genistjes	=	genist
genitaal	adj	met betrekking tot de geslachtsorganen
genitaals	=	genitaal
genitaalst	=	genitaal
genitaalste	=	genitaal
genitale	=	genitaal
genitaler	=	genitaal
genitalere	=	genitaal
genitalers	=	genitaal
genitaliën	noun	de geslachtsorganen
genitief	noun	een van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, later vooral een bezitsrelatie
genitief-s	noun	sisklank die in de bezitsvorm aan het eind van een zelfstandig naamwoord wordt toegevoegd
genitief-s'en	=	genitief-s
genitief-s'je	=	genitief-s
genitief-s'jes	=	genitief-s
genitiefje	=	genitief
genitiefjes	=	genitief
genitiefs	=	genitief
genitieve	=	genitief
genitieven	=	genitief
genito-urinair	adj	met betrekking tot de geslachtsorganen en de urinewegen
genitreerd	=	nitreren
genitreerde	=	nitreren
genius	noun	beschermgeest
geniusje	=	genius
geniusjes	=	genius
genivelleerd	=	nivelleren
genivelleerde	=	nivelleren
geniza	noun	plaats voor het bewaren van onbruikbaar geworden boeken die de vierletternaam van God bevatten en daarom niet weggegooid mogen worden
geniza's	=	geniza
genizot	=	geniza
geniëlleerd	=	niëlleren
geniëlleerde	=	niëlleren
geniën	=	genius
gennetje	=	gen
gennetjes	=	gen
genocidaal	adj	de neiging hebbend om op grote schaal mensen van een bepaald volk te vermoorden
genocidaals	=	genocidaal
genocidaalst	=	genocidaal
genocidaalste	=	genocidaal
genocidair	noun	iemand die of een bewind dat zich schuldig maakt aan genocide	adj	van de aard van, gericht op genocide
genocidaire	=	genocidair
genocidairs	=	genocidair
genocidairtje	=	genocidair
genocidairtjes	=	genocidair
genocidale	=	genocidaal
genocidaler	=	genocidaal
genocidalere	=	genocidaal
genocidalers	=	genocidaal
genocide	noun	stelselmatige vernietiging van een volk
genociden	=	genocide
genocides	=	genocide
genocidetje	=	genocide
genocideverdrag	noun	een multilateraal verdrag ter voorkoming van genocide
genocideverdragen	=	genocideverdrag
genocideverdragje	=	genocideverdrag
genocideverdragjes	=	genocideverdrag
genocidewet	noun	wet waarmee men een schender van mensenrechten ook in een ander land kan vervolgen
genocidewetten	=	genocidewet
genode	=	noden
genodigd	=	nodigen
genodigde	noun	iemand die uitgenodigd is
genodigden	=	genodigde
genoeg	pron	voldoende, in een hoeveelheid die niet te veel en niet te weinig is	intj	stop!
genoegd	=	genoegen
genoegde	=	genoegen
genoegden	=	genoegen
genoegdoening	noun	het herstellen van materiële of immateriële schade, boete, eerherstel, schadeloosstelling
genoegdoeningen	=	genoegdoening
genoegdoeninkje	=	genoegdoening
genoege	=	genoegen
genoegelijk	adj	van iets dat het voldoening geeft zonder te veel poespas
genoegelijke	=	genoegelijk
genoegelijker	=	genoegelijk
genoegelijkere	=	genoegelijk
genoegelijkers	=	genoegelijk
genoegelijks	=	genoegelijk
genoegelijkst	=	genoegelijk
genoegelijkste	=	genoegelijk
genoegen	noun	iets waar men plezier aan beleeft
genoegend	=	genoegen
genoegende	=	genoegen
genoegens	=	genoegen
genoegentje	=	genoegen
genoegentjes	=	genoegen
genoeglijk	adj	waarbij men plezier beleeft	adv	op genoeglijke wijze
genoeglijke	=	genoeglijk
genoeglijker	=	genoeglijk
genoeglijkere	=	genoeglijk
genoeglijkers	=	genoeglijk
genoeglijks	=	genoeglijk
genoeglijkst	=	genoeglijk
genoeglijkste	=	genoeglijk
genoegt	=	genoegen
genoegzaam	adj	toereikend, voldoende
genoegzaamheid	noun	tevredenheid
genoegzaams	=	genoegzaam
genoegzaamst	=	genoegzaam
genoegzaamste	=	genoegzaam
genoegzame	=	genoegzaam
genoegzamer	=	genoegzaam
genoegzamere	=	genoegzaam
genoegzamers	=	genoegzaam
genoemd	adj	vermelde, aangeduide
genoemde	=	noemen
genoemds	=	genoemd
genoffel	noun	Caryophyllaceae anjelier
genoffels	=	genoffel
genoffeltje	=	genoffel
genoffeltjes	=	genoffel
genografie	noun	tak van wetenschap die onderzoek doet naar de afstammingsgeschiedenis van de mens
genogram	noun	schema dat laat zien hoe mensen in een familie aan elkaar gerelateerd zijn
genogrammen	=	genogram
genokt	=	nokken
genold	=	nollen
genologen	=	genoloog
genologie	noun	leer van de kunstgenres
genoloog	noun	wetenschapper van de kunstgenres
genoloogje	=	genoloog
genoloogjes	=	genoloog
genomen	=	genoom
genomics	noun	wetenschap die de wisselwerking tussen erfelijk materiaal en processen in levende wezens onderzoekt
genomineerd	=	nomineren
genomineerde	noun	iemand die voor een prijs of functie is voorgedragen
genomineerden	=	genomineerde
genoniem	noun	algemeen soortwoord dat voor een algemeenheid van begrippen wordt gebruikt, bv. 'doen' voor bedrijven, verrichten, plegen enz
genoniemen	=	genoniem
genoniempje	=	genoniem
genoniempjes	=	genoniem
genood	=	noden
genoodzaakt	=	noodzaken
genoom	noun	een verzameling van alle genen van de chromosomen van een organisme
genoomonderzoek	noun	onderzoek naar de volledige genetische samenstelling van een organisme, cel of virus
genoomonderzoeken	=	genoomonderzoek
genoompje	=	genoom
genoompjes	=	genoom
genoopt	=	nopen
genoopte	=	nopen
genoordelijkt	=	noordelijken
genoot	noun	een gelijke
genootje	=	genoot
genootjes	=	genoot
genootschap	noun	vereniging met een beperkt aantal leden en een uitgesproken doel zoals bijv. het bevorderen van wetenschap, kunst o.i.d.
genootschapje	=	genootschap
genootschapjes	=	genootschap
genootschappelijk	adj	betreffende, of overeenkomende met een genootschap
genootschappelijke	=	genootschappelijk
genootschappelijker	=	genootschappelijk
genootschappelijkere	=	genootschappelijk
genootschappelijkers	=	genootschappelijk
genootschappelijks	=	genootschappelijk
genootschappelijkst	=	genootschappelijk
genootschappelijkste	=	genootschappelijk
genootschappen	=	genootschap
genordicwalkt	=	nordicwalken
genormaliseerd	=	normaliseren
genormaliseerde	=	normaliseren
genormeerd	=	normeren
genot	noun	genoegen, plezier
genote	noun	vrouwelijke vorm van genoot
genoteerd	=	noteren
genoteerde	=	noteren
genoten	=	genieten
genotes	=	genote
genotificeerd	=	notificeren
genotificeerde	=	notificeren
genotje	=	genot
genotjes	=	genot
genotmiddel	noun	middel dat een aangename of stimulerende werking heeft doordat het psychoactieve stoffen bevat.
genotmiddelen	=	genotmiddel
genotmiddelenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die genotmidden produceren
genotmiddelenconcerns	=	genotmiddelenconcern
genotmiddelenindustrie	noun	bedrijven die middelen die een aangename of stimulerende werking hebben produceren
genotmiddelenindustrieën	=	genotmiddelenindustrie
genotmiddeltje	=	genotmiddel
genotmiddeltjes	=	genotmiddel
genotrijk	adj	veel genot verschaffende, alleraangenaamst
genotrijke	=	genotrijk
genotrijks	=	genotrijk
genotscoma	noun	toestand met een verlaagd bewustzijn door het beleven van een groot geluk
genotscoma's	=	genotscoma
genotsculturen	=	genotscultuur
genotscultuur	noun	cultuur waarbinnen het streven naar genot het hoogste goed is, een hedonistische cultuur
genotsmachine	noun	een machine waarin of waarmee mensen genot hebben
genotsmachines	=	genotsmachine
genotsmachinetje	=	genotsmachine
genotsmachinetjes	=	genotsmachine
genotsmiddel	noun	middel dat een aangename of stimulerende werking heeft doordat het psychoactieve stoffen bevat
genotsmiddelen	=	genotsmiddel
genotsmiddelenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die genotsmiddelen produceren
genotsmiddelenconcerns	=	genotsmiddelenconcern
genotsmiddelenindustrie	noun	bedrijven die middelen die een aangename of stimulerende werking hebben produceren
genotsmiddelenindustrieën	=	genotsmiddelenindustrie
genotsmiddeltje	=	genotsmiddel
genotsmiddeltjes	=	genotsmiddel
genottelijk	adj	van iets dat het aangenaam en prettig is
genottelijke	=	genottelijk
genottelijker	=	genottelijk
genottelijkere	=	genottelijk
genottelijkers	=	genottelijk
genottelijks	=	genottelijk
genottelijkst	=	genottelijk
genottelijkste	=	genottelijk
genotter	=	genotteren
genotteren	verb	intens genieten
genotterend	=	genotteren
genotterende	=	genotteren
genotuleerd	=	notuleren
genotuleerde	=	notuleren
genotvol	adj	met veel genot
genotvolle	=	genotvol
genotvoller	=	genotvol
genotvollere	=	genotvol
genotvollers	=	genotvol
genotvols	=	genotvol
genotvolst	=	genotvol
genotvolste	=	genotvol
genotype	noun	het geheel van genetische kenmerken dat een soort onderscheidt
genotypen	=	genotype
genotypes	=	genotype
genotypetje	=	genotype
genotypetjes	=	genotype
genotypisch	adj	betrekking hebbend op de erfelijke eigenschappen van een organisme
genotypische	=	genotypisch
genotypischer	=	genotypisch
genotypischere	=	genotypisch
genotypischers	=	genotypisch
genotziek	adj	overdreven begerig naar zinnelijk genot
genotzieke	=	genotziek
genotzieker	=	genotziek
genotziekere	=	genotziek
genotziekers	=	genotziek
genotzieks	=	genotziek
genotziekst	=	genotziek
genotziekste	=	genotziek
genotzoeker	noun	iemand die (alleen maar) uit is op zijn (eigen) genot
genotzoekers	=	genotzoeker
genotzucht	noun	zucht naar genot
genotzuchtig	adj	geobsedeerd door genotzucht
genotzuchtige	=	genotzuchtig
genotzuchtiger	=	genotzuchtig
genotzuchtigere	=	genotzuchtig
genotzuchtigers	=	genotzuchtig
genotzuchtigs	=	genotzuchtig
genotzuchtigst	=	genotzuchtig
genotzuchtigste	=	genotzuchtig
genovesacactusgrondvink	noun	Geospiza propinqua een van de zogenaamde darwinvinken, zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
genovesacactusgrondvinken	=	genovesacactusgrondvink
genovesacactusgrondvinkje	=	genovesacactusgrondvink
genovesacactusgrondvinkjes	=	genovesacactusgrondvink
genovesagrondvink	noun	Geospiza acutirostris een van de zogenaamde darwinvinken, zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
genovesagrondvinken	=	genovesagrondvink
genovesagrondvinkje	=	genovesagrondvink
genovesagrondvinkjes	=	genovesagrondvink
genre	noun	categorie in een kunstvorm (literatuur, muziek, film, enz.) met specifieke kenmerken
genreaanduiding	noun	classificatie of aanduiding die aangeeft tot welke soort, klasse of categorie een creatief werk behoort
genreaanduidingen	=	genreaanduiding
genreaanduidinkje	=	genreaanduiding
genreaanduidinkjes	=	genreaanduiding
genrefilm	noun	film die qua vorm en thematiek past in een grotere groep films met dezelfde specifieke kenmerken
genrefilms	=	genrefilm
genres	=	genre
genreschilder	noun	een kunstschilder die taferelen uit het dagelijks leven schildert
genreschilders	=	genreschilder
genreschildertje	=	genreschilder
genreschildertjes	=	genreschilder
genrestuk	noun	een schilderij met een voorstelling uit het dagelijkse leven of uit de alledaagse omgeving
genrestukje	=	genrestuk
genrestukjes	=	genrestuk
genrestukken	=	genrestuk
genretafereel	noun	een schilderij met een voorstelling uit het dagelijkse leven of uit de alledaagse omgeving
genretafereeltje	=	genretafereel
genretafereeltjes	=	genretafereel
genretaferelen	=	genretafereel
genster	noun	klein rondvliegend gloeiend korreltje of brokstukje
gensterken	=	genster
gensters	=	genster
genstertje	=	genster
genstertjes	=	genster
gent	noun	mannelijke gans
gentachtigen	noun	orde Suliformes, zeevogels, verdeeld over 4 familie's: slangenhalsvogels, fregatvogels, aalscholvers en de genten, met in totaal ruim 50 soorten
gentech	noun	moderne vorm van biotechnologie waarbij het DNA van een organisme direct wordt aangepast
gentechgewas	noun	plant waarvan het DNA door een directe ingreep is aangepast om het nog geschikter te maken voor bepaalde werkwijzen in de landbouw
gentechgewassen	=	gentechgewas
gentechnologie	noun	technologie die in staat is de genetische eigenschappen van biologische systemen te wijzigen
gentechnologieën	=	gentechnologie
gentechnologisch	adj	betreffende een een verzameling technieken waarmee onderzoekers het DNA van organismen direct analyseren, aanpassen, toevoegen of verwijderen om eigenschappen doelgericht te veranderen
gentechnologische	=	gentechnologisch
gentechnologischer	=	gentechnologisch
gentechnologischere	=	gentechnologisch
gentechnologischers	=	gentechnologisch
gentechvoeding	noun	genetisch gemodificeerd voedsel
gentechvoedingen	=	gentechvoeding
gentechvoedinkje	=	gentechvoeding
gentechvoedinkjes	=	gentechvoeding
genten	noun	Sulidae een familie van 70-85 cm grote stootduikende zeevogels uit de orde van de Suliformes.
gentenaar	noun	een inwoner van Gent, of iemand afkomstig uit Gent
gentenaars	=	gentenaar
gentenaartje	=	gentenaar
gentenaartjes	=	gentenaar
gentenaren	=	gentenaar
gentherapie	noun	het inbrengen van genetisch materiaal in (menselijke) cellen in het kader van een geneeskundige behandeling
gentherapieën	=	gentherapie
gentiaan	noun	een geslacht Gentiana uit de gentiaanfamilie (Gentianaceae).
gentiaanblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5010 ( ); een blauwe kleur zoals die van een gentiaan.	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5010 ( ).
gentiaanblauwe	=	gentiaanblauw
gentiaanblauws	=	gentiaanblauw
gentiaanblauwtje	noun	Maculinea alcon een vlinder van natte heidebiotopen en vochtige schrale graslanden.
gentiaanblauwtjes	=	gentiaanblauwtje
gentiaanfamilie	noun	een familie Gentianaceae van tweezaadlobbige planten.
gentiaanfamilies	=	gentiaanfamilie
gentiaanfamilietje	=	gentiaanfamilie
gentiaanfamilietjes	=	gentiaanfamilie
gentiaangalmug	noun	Dasineura gentianae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
gentiaangalmuggen	=	gentiaangalmug
gentiaangalmugje	=	gentiaangalmug
gentiaangalmugjes	=	gentiaangalmug
gentiaanlangsprietmot	noun	Nemophora violellus een vlinder uit de familie van de langsprietmotten (Adelidae).
gentiaanlangsprietmotje	=	gentiaanlangsprietmot
gentiaanlangsprietmotjes	=	gentiaanlangsprietmot
gentiaanlangsprietmotten	=	gentiaanlangsprietmot
gentiaantje	=	gentiaan
gentiaantjes	=	gentiaan
gentiaanvedermot	noun	Stenoptilia pneumonanthes een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
gentiaanvedermotje	=	gentiaanvedermot
gentiaanvedermotjes	=	gentiaanvedermot
gentiaanvedermotten	=	gentiaanvedermot
gentianen	=	gentiaan
gentje	=	gent
gentjes	=	gent
gentleman	noun	man die zich gedraagt zoals het hoort voor iemand van aanzien
gentlemen	=	gentleman
gentransfer	noun	de overplaatsing van genetisch materiaal van één cel naar een andere
gentransfers	=	gentransfer
gentrificatie	noun	opwaardering van een buurt of stadsdeel op sociaal, cultureel en economisch gebied door het aantrekken van kapitaalkrachtige nieuwe bewoners/gebruikers en de daarmee gepaard gaande verdrijving van de minder kapitaalkrachtige bewoners uit het stadsdeel.
gentrificaties	=	gentrificatie
gentrification	noun	ontwikkeling waarbij een bepaalde oude woonwijk steeds geliefder wordt bij mensen met meer geld en zo voor de oorspronkelijke bewoners te duur wordt
gentrifications	=	gentrification
gentry	noun	de lage adel
gents	adj	betrekking hebbend op Gent
gentse	noun	een vrouwelijke inwoner van Gent, of een vrouw afkomstig uit Gent
gentsen	=	gentse
gentser	=	gents
gentsere	=	gents
gentsers	=	gents
gentst	=	gents
gentste	=	gents
genua	noun	een type fok, dat als eerste zeil vóór de mast gevoerd wordt
genua's	=	genua
genuafok	noun	een type fok, dat als eerste zeil vóór de mast gevoerd wordt
genuafokje	=	genuafok
genuafokjes	=	genuafok
genuafokken	=	genuafok
genuanceerd	adj	met aandacht voor een diversiteit van gezichtspunten
genuanceerde	=	nuanceren
genuanceerder	=	genuanceerd
genuanceerdere	=	genuanceerd
genuanceerders	=	genuanceerd
genuanceerds	=	genuanceerd
genuanceerdst	=	genuanceerd
genuanceerdste	=	genuanceerd
genuaolie	noun	olijfolie genoemd naar de Italiaanse havenstad
genudged	=	nudgen
genudget	=	nudgen
genuees	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Genua
genueesje	=	genuees
genueesjes	=	genuees
genueest	=	genuees
genueeste	=	genuees
genuese	noun	een vrouwelijke inwoner van Genua, of een vrouw afkomstig uit Genua
genuesen	=	genuese
genueser	=	genuees
genuesere	=	genuees
genuesers	=	genuees
genuezen	=	genuees
genuflex	noun	het maken van een buiging met de knie
genuflexen	=	genuflex
genuflexje	=	genuflex
genuflexjes	=	genuflex
genummerd	=	nummeren
genurk	noun	aanhoudend knorren, brommen of kijven
genurkt	=	nurken
genus	noun	geslacht [4]
genut	=	nutten
genutte	=	nutten
genuttigd	=	nuttigen
genuttigde	=	nuttigen
genvoedsel	noun	voeding die geproduceerd is met genetisch gemodificeerde organismen
geo-engineering	noun	opzettelijk grootschalig ingrijpen in de natuurlijke systemen van de aarde
geo-etnisch	adj	betreffende de verbinding tussen een specifieke culturele of etnische groep en de geografische locatie waar deze vandaan komt of zich heeft geconcentreerd.
geo-etnische	=	geo-etnisch
geo-etnischer	=	geo-etnisch
geo-etnischere	=	geo-etnisch
geo-etnischers	=	geo-etnisch
geoarcheologie	noun	een aardkunde die gericht is op de toepassing van methodieken en technieken uit de aardwetenschappen op archeologische problemen
geobduceerd	=	obduceren
geobduceerde	=	obduceren
geobedieerd	=	obediëren
geobjectiveerd	=	objectiveren
geobjectiveerde	=	objectiveren
geobotanie	noun	plantengeografie, in relatie tot de geaardheid van de omgeving (biosfeer) beschouwd
geobsedeerd	=	obsederen
geobserveerd	adj	datgene wat je door waarneming hebt bestudeerd
geobserveerde	=	observeren
geobserveerds	=	geobserveerd
geobstrueerd	=	obstrueren
geobstrueerde	=	obstrueren
geocaching	noun	spel waarbij men met een gps-apparaat probeert een 'schat' te vinden
geoccupeerd	=	occuperen
geocentrisch	adj	met de aarde als middelpunt
geocentrische	=	geocentrisch
geocentrischer	=	geocentrisch
geocentrischere	=	geocentrisch
geocentrischers	=	geocentrisch
geocentrisme	noun	wereldbeeld dat ervan uitgaat dat de zon en de planeten rond de aarde draaien
geocentrismes	=	geocentrisme
geochemie	noun	een aardkunde die gericht is op de verschillende chemische processen binnen de geologische veranderingsprocessen
geochronologen	=	geochronoloog
geochronoloog	noun	iemand die gespecialiseerd is in de bepaling van de ouderdom van geologische structuren
geochtendmaald	=	ochtendmalen
geoctaveerd	=	octaveren
geoctaveerde	=	octaveren
geoctrooieerd	=	octrooieren
geoctrooieerde	=	octrooieren
geoculeerd	=	oculeren
geoculeerde	=	oculeren
geodeet	noun	iemand die de geodesie beoefent
geodeetje	=	geodeet
geodemografisch	adj	met betrekking tot de geodemografie
geodemografische	=	geodemografisch
geodemografischer	=	geodemografisch
geodemografischere	=	geodemografisch
geodemografischers	=	geodemografisch
geodesie	noun	een aardkunde die gericht is op de bepaling van de vorm en de afmetingen van de aarde
geodeten	=	geodeet
geodetisch	adj	op de landmeetkunde betrekking hebbend
geodetische	=	geodetisch
geodetischer	=	geodetisch
geodetischere	=	geodetisch
geodetischers	=	geodetisch
geodoriseerd	=	odoriseren
geodriehoek	noun	een meetinstrument in de vorm van een driehoek met een maatverdeling en een gradenboog
geodriehoeken	=	geodriehoek
geodriehoekje	=	geodriehoek
geodriehoekjes	=	geodriehoek
geoefend	adj	door veel oefening heel bedreven zijn
geoefende	=	oefenen
geoefender	=	geoefend
geoefendere	=	geoefend
geoefenders	=	geoefend
geoefendheid	noun	de mate waarin men iets al eerder gedaan heeft en er bedreven in is; de mate waarin men getraind is
geoefends	=	geoefend
geoefendst	=	geoefend
geoefendste	=	geoefend
geoehoed	=	oehoeën
geoekt	=	oeken
geoela	noun	verlossing, bevrijding
geoeteld	=	oetelen
geoeterd	=	oeteren
geoetst	=	oetsen
geoetste	=	oetsen
geofaag	noun	aardeter, grondeter
geofaagje	=	geofaag
geofaagjes	=	geofaag
geofage	noun	aardeetster, vrouw die aarde of klei eet
geofagen	=	geofaag
geofages	=	geofage
geofencing	noun	virtueel afbakenen van een gebied met behulp van apparaten die hun plaats kunnen vaststellen
geofferd	=	offeren
geofferde	=	offeren
geofficialiseerd	=	officialiseren
geofficialiseerde	=	officialiseren
geofficieerd	=	officiëren
geoffreerd	=	offreren
geoffreerde	=	offreren
geoffroykat	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus geoffroyi, een wilde katachtige uit de struikgebieden van zuidelijk Zuid-Amerika Hij is het nauwst verwant aan de nachtkat of kodkod (Leopardus guigna), die aan de andere zijde van de Andes voorkomt.
geoffroykatje	=	geoffroykat
geoffroykatjes	=	geoffroykat
geoffroykatten	=	geoffroykat
geofictie	noun	het bedenken en ontwikkelen van een fictieve geografische eenheid
geofiet	=	geofyt
geofonen	=	geofoon
geofoon	noun	sensor waarmee seismische trillingen kunnen worden gemeten
geofoons	=	geofoon
geofoontje	=	geofoon
geofoontjes	=	geofoon
geofysica	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van de natuurkundige verschijnselen die zich voordoen in de Aarde
geofysici	=	geofysicus
geofysicus	noun	iemand die de natuurkundige verschijnselen van de aarde bestudeert
geofysisch	adj	op de geofysica betrekking hebbend
geofysische	=	geofysisch
geofysischer	=	geofysisch
geofysischere	=	geofysisch
geofysischers	=	geofysisch
geofyt	noun	plant die overwintert door in de aarde zittende delen als bollen, knollen of wortelstokken
geofyten	=	geofyt
geofytje	=	geofyt
geofytjes	=	geofyt
geoglief	noun	zeer grote afbeelding die op of in een grondoppervlak is gemaakt
geogliefen	=	geoglief
geogliefje	=	geoglief
geogliefjes	=	geoglief
geognosie	noun|obsolete	wetenschap die de huidige toestand van de vaste aardkorst beschrijft
geograaf	noun	iemand die de relatie tussen mensen en hun natuurlijke omgeving vanuit een ruimtelijk perspectief bestudeert, en de natuurlijke gesteldheid van de bodem bestudeert
geograafje	=	geograaf
geograafjes	=	geograaf
geografe	noun	vrouwelijke vorm van geograaf
geografen	=	geograaf
geografes	=	geografe
geografie	noun	wetenschap die de aarde beschrijft
geografieën	=	geografie
geografisch	adj	aardrijkskundig, met betrekking tot de aardrijkskunde
geografische	=	geografisch
geografischer	=	geografisch
geografischere	=	geografisch
geografischers	=	geografisch
geographisch	=	geografisch
geoha	noun	het aanhoudend ouwehoeren, leuteren of kletsen
geohaad	=	ohaën
geolied	adj	met (smeer)olie overgoten
geoliede	=	oliën
geolieder	=	geolied
geoliedere	=	geolied
geolieders	=	geolied
geolieds	=	geolied
geoliedst	=	geolied
geoliedste	=	geolied
geologe	noun	vrouwelijke beoefenaar van de aardwetenschappen
geologen	=	geoloog
geologes	=	geologe
geologie	noun	wetenschappelijke discipline die zich bezighoudt met alles wat te maken heeft met de bouw en ontwikkeling van de aardkorst
geologieën	=	geologie
geologisch	adj	op de geologie betrekking hebbend
geologische	=	geologisch
geologischer	=	geologisch
geologischere	=	geologisch
geologischers	=	geologisch
geolokalisering	noun	op afstand iemands geografische positie bepalen
geolokaliseringen	=	geolokalisering
geoloog	noun	een wetenschapper die de aarde, haar geschiedenis en de processen die haar vormen en gevormd hebben, bestudeert
geoloogje	=	geoloog
geoloogjes	=	geoloog
geomagnetisme	noun	het magnetisme van de aarde
geomalia	noun	Zoothera heinrichi een vogelsoort uit de familie van de lijsters (Turdidae).
geomalia's	=	geomalia
geomaliaatje	=	geomalia
geomaliaatjes	=	geomalia
geomberd	=	omberen
geometrie	noun	een tak van de wiskunde die zich bezighoudt met ruimtelijke figuren
geometrisch	adj	betreffende de meetkunde
geometrische	=	geometrisch
geometrischer	=	geometrisch
geometrischere	=	geometrisch
geometrischers	=	geometrisch
geomitteerd	=	omitteren
geomitteerde	=	omitteren
geomorfologie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van de vormen van het landschap en de processen die daarbij een rol spelen of hebben gespeeld
geonaneerd	=	onaneren
geonduleerd	=	onduleren
geonduleerde	=	onduleren
geoniem	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden uit de periode van de 7e tot de 11e eeuw n.
geoniemen	=	geoniem
geonitisch	adj	van de geoniem, de schriftgeleerden uit de periode van de 7e tot de 11e eeuw n.
geonitische	=	geonitisch
geonomie	noun	wiskundige aardrijkskunde ??
geonweerd	=	onweren
geoogd	=	ogen
geoogst	=	oogsten
geoogste	=	oogsten
geoond	=	onen
geoord	adj	voorzien van oren
geoorde	=	geoord
geoordeeld	=	oordelen
geoordeelde	=	oordelen
geoords	=	geoord
geoorloofd	adj	toestemming hebbend
geoorloofde	=	geoorloofd
geoorloofder	=	geoorloofd
geoorloofdere	=	geoorloofd
geoorloofders	=	geoorloofd
geoorloofdheid	noun	de mate waarin iets is toegestaan
geoorloofds	=	geoorloofd
geoorloofdst	=	geoorloofd
geoorloofdste	=	geoorloofd
geoorloogd	=	oorlogen
geoormerkt	=	oormerken
geoormerkte	=	oormerken
geopenbaard	=	openbaren
geopenbaarde	=	openbaren
geopend	adj	opengemaakt, niet meer gesloten
geopende	=	openen
geopends	=	geopend
geopereerd	=	opereren
geopereerde	=	opereren
geopinieerd	=	opiniëren
geoplastiek	noun	leer van het reliëf van de aardoppervlakte
geopolitiek	noun	leer van de invloed van de aardrijkskundige gesteldheid op staatkundige vraagstukken	adj	de leer van de geopolitiek betreffend
geopolitieke	=	geopolitiek
geopolitieker	=	geopolitiek
geopolitiekere	=	geopolitiek
geopolitiekers	=	geopolitiek
geopolitieks	=	geopolitiek
geopolitiekst	=	geopolitiek
geopolitiekste	=	geopolitiek
geopperd	=	opperen
geopponeerd	=	opponeren
geopponeerde	=	opponeren
geopteerd	=	opteren
geopteerde	=	opteren
geoptimaliseerd	=	optimaliseren
geoptimaliseerde	=	optimaliseren
georakeld	=	orakelen
georakelde	=	orakelen
geordend	adj	op een systematische volgorde gezet, netjes, systematisch
geordende	=	ordenen
geordender	=	geordend
geordendere	=	geordend
geordenders	=	geordend
geordends	=	geordend
geordendst	=	geordend
geordendste	=	geordend
georderd	=	orderen
geordineerd	=	ordineren
geordineerde	=	ordineren
geordonneerd	=	ordonneren
geordonneerde	=	ordonneren
georeerd	=	oreren
georganiseerd	adj	geregeld
georganiseerde	=	organiseren
georganiseerder	=	georganiseerd
georganiseerdere	=	georganiseerd
georganiseerders	=	georganiseerd
georganiseerdheid	noun	de mate waarin iets vooraf geregeld is
georganiseerds	=	georganiseerd
georganiseerdst	=	georganiseerd
georganiseerdste	=	georganiseerd
georgiagoffer	noun	Geomys pinetis knaagdier uit de familie van de goffers (Geomyidae).
georgiagoffers	=	georgiagoffer
georgiagoffertje	=	georgiagoffer
georgiagoffertjes	=	georgiagoffer
georgisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Georgië
georgische	noun	een vrouwelijke inwoner van Georgië, of een vrouw afkomstig uit Georgië
georgischen	=	georgische
georgischer	=	georgisch
georgischere	=	georgisch
georgischers	=	georgisch
georgischt	=	georgisch
georgischtalig	adj	de Georgische taal sprekend
georgischtalige	=	georgischtalig
georgischtaligs	=	georgischtalig
georgischte	=	georgisch
georgiër	noun	een inwoner van Georgië, of iemand afkomstig uit Georgië
georgiërs	=	georgiër
georgiërtje	=	georgiër
georiënteerd	adj	gericht op
georiënteerde	=	georiënteerd
georiënteerds	=	georiënteerd
georkestreerd	=	orkestreren
georkestreerde	=	orkestreren
geoscilleerd	=	oscilleren
geostatica	noun	leer van het evenwicht van vaste lichamen
geostationair	adj	met de aarde meebewegend; t.ov. van de bewegende aarde stilstaand
geostationairder	=	geostationair
geostationairdere	=	geostationair
geostationairders	=	geostationair
geostationaire	=	geostationair
geostationairs	=	geostationair
geostationairst	=	geostationair
geostationairste	=	geostationair
geostrategisch	adj	betrekking hebbend op de machtsverhoudingen op wereldschaal
geostrategische	=	geostrategisch
geostrategischer	=	geostrategisch
geostrategischere	=	geostrategisch
geostrategischers	=	geostrategisch
geosynchrone	=	geosynchroon
geosynchroon	adj	met dezelfde omlooptijd en draairichting als de aarde (23,945 uur)
geosynchroons	=	geosynchroon
geotagging	noun	het toevoegen van geografische informatie aan een foto of andere media
geotechniek	noun	toegepaste wetenschap die zich met bouwen op en in de grond bezighoudt
geotechnieken	=	geotechniek
geotechnologie	noun	bodemonderzoek, met name onderzoek naar de ondergrond en de stoffen en vloeistoffen die daar aanwezig zijn (olie, gas)
geothermisch	adj	op de aardwarmte betrekking hebbend
geothermische	=	geothermisch
geothermischer	=	geothermisch
geothermischere	=	geothermisch
geothermischers	=	geothermisch
geotropisch	adj	op het geotropisme betrekking hebbend
geotropische	=	geotropisch
geotropisme	noun	het verschijnsel dat plantendelen een bepaalde stand aannemen ten opzichte van de zwaartekracht en wel er naar toe voor wortels en er vanaf voor andere delen
geotterd	=	otteren
geout	=	outen
geoutilleerd	adj	met de nodige gereedschappen, werktuigen, installaties en alle andere noodzakelijke voorzieningen
geoutilleerde	=	outilleren
geoutilleerds	=	geoutilleerd
geouwehoer	noun	zeurende en klagende onzin
geouwehoerd	=	ouwehoeren
geovuleerd	=	ovuleren
geowetenschap	noun	wetenschap die de natuurlijke eigenschappen van de planeet aarde in onderlinge samenhang bestudeert
geowetenschappen	noun	alle wetenschappen die de kennis van de aarde als lichaam betreffen
geoxideerd	=	oxideren
geoxideerde	=	oxideren
geozoniseerd	=	ozoniseren
geozoniseerde	=	ozoniseren
gepaaid	=	paaien
gepaaide	=	paaien
gepaald	=	palen
gepaaldanst	=	paaldansen
gepaaldanste	=	paaldansen
gepaalde	=	palen
gepaard	verb	~ gaan met tegelijkertijd optreden, onlosmakelijk verbonden zijn	adj	in paren verdeeld
gepaarde	=	paren
gepaards	=	gepaard
gepaast	=	pasen
gepacet	=	pacen
gepacht	=	pachten
gepachte	=	pachten
gepacificeerd	=	pacificeren
gepacificeerde	=	pacificeren
gepacteerd	=	pacteren
gepaddeld	=	paddelen
gepadeld	=	padellen
gepaft	=	paffen
gepagineerd	=	pagineren
gepagineerde	=	pagineren
gepaintballd	=	paintballen
gepak	noun	het (voortdurend) pakken
gepakt	=	pakken
gepakte	=	pakken
gepalaver	noun	aanhoudend moeizaam onderhandelen
gepalaverd	=	palaveren
gepaleerd	=	paleren
gepalet	=	paletten
gepalletiseerd	=	palletiseren
gepalletiseerde	=	palletiseren
gepalmd	=	palmen
gepalpeerd	=	palperen
gepalpeerde	=	palperen
gepalpiteerd	=	palpiteren
gepamperd	=	pamperen
gepamperde	=	pamperen
gepanacheerd	=	panacheren
gepand	=	panden
gepande	=	panden
gepandoerd	=	pandoeren
gepaneerd	=	paneren
gepaneerde	=	paneren
gepanikeerd	=	panikeren
gepantserd	adj	met een pantser beschermd
gepantserde	=	pantseren
gepantserder	=	gepantserd
gepantserdere	=	gepantserd
gepantserders	=	gepantserd
gepantserds	=	gepantserd
gepantserdst	=	gepantserd
gepantserdste	=	gepantserd
gepapegaaid	=	papegaaien
gepapt	=	pappen
gepapte	=	pappen
geparachuteerd	=	parachuteren
geparachuteerde	=	parachuteren
geparadeerd	=	paraderen
geparafeerd	=	paraferen
geparafeerde	=	paraferen
geparafraseerd	=	parafraseren
geparafraseerde	=	parafraseren
geparaglided	=	paragliden
geparallelliseerd	=	parallelliseren
geparalyseerd	=	paralyseren
geparalyseerde	=	paralyseren
geparasaild	=	parasailen
geparasiteerd	=	parasiteren
gepardonneerd	=	pardonneren
gepardonneerde	=	pardonneren
gepardraft	=	pardaffen
gepareerd	=	pareren
gepareerde	=	pareren
gepareld	adj	voorzien van parels
geparelde	=	parelen
geparelder	=	gepareld
gepareldere	=	gepareld
geparelders	=	gepareld
geparelds	=	gepareld
gepareldst	=	gepareld
gepareldste	=	gepareld
geparenteerd	adj	familie zijn van iemand; tot dezelfde familie behoren
geparenteerde	=	geparenteerd
geparenteerder	=	geparenteerd
geparenteerdere	=	geparenteerd
geparenteerders	=	geparenteerd
geparenteerds	=	geparenteerd
geparenteerdst	=	geparenteerd
geparenteerdste	=	geparenteerd
geparfumeerd	adj	met kunstmatig toegevoegde prettig ruikende geurstoffen
geparfumeerde	=	parfumeren
geparfumeerder	=	geparfumeerd
geparfumeerdere	=	geparfumeerd
geparfumeerders	=	geparfumeerd
geparfumeerds	=	geparfumeerd
geparfumeerdst	=	geparfumeerd
geparfumeerdste	=	geparfumeerd
geparkeerd	adj	van een voertuig dat deze langdurig stilstaat op een plaats waar het niet hinderlijk is voor het verkeer
geparkeerde	=	parkeren
geparkeerds	=	geparkeerd
geparodieerd	=	parodiëren
geparodieerde	=	parodiëren
geparset	=	parsen
geparsete	=	parsen
gepart	=	parten
geparte	=	parten
geparticipeerd	=	participeren
geparttimed	=	parttimen
gepartycrasht	=	partycrashen
gepartyd	=	partyen
gepaskend	=	paskenen
gepassagierd	=	passagieren
gepasseerd	=	passeren
gepasseerde	=	passeren
gepassioneerd	adj	met veel emotie
gepassioneerde	=	passioneren
gepassioneerder	=	gepassioneerd
gepassioneerdere	=	gepassioneerd
gepassioneerders	=	gepassioneerd
gepassioneerds	=	gepassioneerd
gepassioneerdst	=	gepassioneerd
gepassioneerdste	=	gepassioneerd
gepassiveerd	=	passiveren
gepassiveerde	=	passiveren
gepasst	=	passen
gepasste	=	passen
gepast	adj	goed aansluitend bij de situatie of bedoelingen
gepaste	=	passen
gepaster	=	gepast
gepastere	=	gepast
gepasters	=	gepast
gepasteuriseerd	=	pasteuriseren
gepasteuriseerde	=	pasteuriseren
gepastheden	=	gepastheid
gepastheid	noun	de mate waarin iets bijdraagt aan een bepaald doel
gepasts	=	gepast
gepastst	=	gepast
gepastste	=	gepast
gepatcht	=	patchen
gepatenteerd	adj	door middel van een octrooi of patent beschermd zijn van een uitvinding
gepatenteerde	=	patenteren
gepatenteerds	=	gepatenteerd
gepatineerd	=	patineren
gepatineerde	=	patineren
gepatroneerd	=	patroneren
gepatroneerde	=	patroneren
gepatrouilleerd	=	patrouilleren
gepatst	=	patsen
gepauzeerd	=	pauzeren
gepavoiseerd	adj	met vlaggen versierd
gepavoiseerde	=	pavoiseren
gepavoiseerder	=	gepavoiseerd
gepavoiseerdere	=	gepavoiseerd
gepavoiseerders	=	gepavoiseerd
gepavoiseerds	=	gepavoiseerd
gepavoiseerdst	=	gepavoiseerd
gepavoiseerdste	=	gepavoiseerd
gepayrold	=	payrollen
gepayrolde	=	payrollen
gepedaleerd	=	pedaleren
gepeddeld	=	peddelen
gepeddelde	=	peddelen
gepeeld	=	pelen
gepeelde	=	pelen
gepeerd	=	peer
gepeerde	=	peer
gepeesd	=	pees
gepeeuwd	=	peeuwen
gepegd	=	peggen
gepegde	=	peggen
gepeigerd	=	peigeren
gepeild	=	peilen
gepeilde	=	peilen
gepeins	noun	voortdurend heel diep (en vaak ook zorgelijk) nadenken
gepeinsd	=	peinzen
gepeisd	=	peizen
gepekeld	=	pekelen
gepekelde	=	pekelen
gepekop	noun	met de magere kop en hals als van een geep
gepekopje	=	gepekop
gepekopjes	=	gepekop
gepekoppen	=	gepekop
gepekt	=	pekken
gepekte	=	pekken
gepeld	=	pellen
gepelde	=	pellen
gepen	noun	een familie Belonidae van vissen binnen de orde van geepachtigen (Beloniformes).
gepenaliseerd	=	penaliseren
gepenaliseerde	=	penaliseren
gepend	=	pennen
gepende	=	pennen
gependeld	=	pendelen
gepenetreerd	=	penetreren
gepenetreerde	=	penetreren
gepensioneerd	adj	pensioen genietend, met pensioen
gepensioneerde	noun	iemand die zich teruggetrokken heeft van de arbeidsmarkt
gepensioneerden	=	gepensioneerde
gepensioneerds	=	gepensioneerd
gepepen	=	pijpen
gepeperd	adj	met peper erin
gepeperde	=	peperen
gepeperder	=	gepeperd
gepeperdere	=	gepeperd
gepeperders	=	gepeperd
gepeperds	=	gepeperd
gepeperdst	=	gepeperd
gepeperdste	=	gepeperd
gepept	=	peppen
gepeptiseerd	=	peptiseren
gepeptiseerde	=	peptiseren
gepercipieerd	=	percipiëren
gepercoleerd	=	percoleren
gepercoleerde	=	percoleren
gepercuteerd	=	percuteren
gepercuteerde	=	percuteren
geperfectioneerd	=	perfectioneren
geperforeerd	adj	iets is geperforeerd als er een gat in is gemaakt zodat je van de ene naar de andere ruimte kunt gaan
geperforeerde	=	geperforeerd
geperforeerds	=	geperforeerd
geperformd	=	performen
geperformde	=	performen
geperiodiseerd	=	periodiseren
geperkt	=	perken
geperkte	=	perken
gepermitteerd	adj	geoorloofd
gepermitteerde	=	gepermitteerd
gepermitteerder	=	gepermitteerd
gepermitteerdere	=	gepermitteerd
gepermitteerders	=	gepermitteerd
gepermitteerds	=	gepermitteerd
gepermitteerdst	=	gepermitteerd
gepermitteerdste	=	gepermitteerd
gepermuteerd	=	permuteren
gepermuteerde	=	permuteren
geperoreerd	=	peroreren
geperoxideerd	=	peroxideren
geperoxideerde	=	peroxideren
gepersevereerd	=	persevereren
gepersifleerd	=	persifleren
gepersifleerde	=	persifleren
gepersisteerd	=	persisteren
gepersonaliseerd	=	personaliseren
geperst	=	persen
geperverteerd	=	perverteren
gepest	=	pesten
gepeste	=	pesten
gepetanquet	=	petanquen
gepetitioneerd	=	petitioneren
gepetitioneerde	=	petitioneren
gepetst	=	petsen
gepeund	=	peunen
gepeunde	=	peunen
gepeupel	noun	het gewone volk, de laagste klasse
gepeurd	=	peuren
gepeurde	=	peuren
gepeuter	noun	het voortdurend met zijn vingers of een klein voorwerp ergens aan morrelen of wroeten
gepeuterd	=	peuteren
gepeuterde	=	peuteren
gepeuzeld	=	peuzelen
gepezeweefd	=	pezeweven
gephubd	=	phubben
gepicknickt	=	picknicken
gepieker	noun	het aanhoudend denken over iets dat niet leuk is en waarvoor ook geen oplossing voor is
gepiekerd	=	piekeren
gepiekt	=	pieken
gepield	=	pielen
gepiemeld	=	piemelen
gepiep	noun	een lange reeks piepgeluiden
gepiepeld	=	piepelen
gepiepelde	=	piepelen
gepiept	=	piepen
gepiepte	=	piepen
gepiercet	=	piercen
gepiercete	=	piercen
gepierewaaid	=	pierewaaien
gepiest	=	piesen
gepietepeuterd	=	pietepeuteren
gepijnd	=	pijn
gepijnde	=	pijn
gepijnigd	=	pijnigen
gepijnigde	=	pijnigen
gepijpt	=	pijpen
gepijpte	=	pijpen
gepikeerd	=	pikeren
gepikkeld	=	pikkelen
gepikkelde	=	pikkelen
gepikt	=	pikken
gepikte	=	pikken
gepild	=	pil
gepimpampet	=	pimpampetten
gepimpeld	=	pimpelen
gepimpt	adj	mooi gemaakt
gepimpte	=	pimpen
gepimpter	=	gepimpt
gepimptere	=	gepimpt
gepimpters	=	gepimpt
gepimpts	=	gepimpt
gepimptst	=	gepimpt
gepimptste	=	gepimpt
gepinaard	=	pinaren
gepind	=	pinnen
gepinde	=	pinnen
gepingd	=	pingen
gepingeld	=	pingelen
gepingpongd	=	pingpongen
gepinkeld	=	pinkelen
gepinkerd	=	pinkeren
gepinkt	=	pinken
gepintelierd	=	pintelieren
gepionierd	=	pionieren
gepipetteerd	=	pipetteren
gepipetteerde	=	pipetteren
gepist	=	pissen
gepit	=	pitten
gepitcht	=	pitchen
gepitchte	=	pitchen
gepitst	=	pitsen
gepitte	=	pitten
gepivoteerd	=	pivoteren
gepivoteerde	=	pivoteren
gepjoeterd	=	pjoeteren
geplaag	noun	het, al of niet goed bedoeld, iemand lastig vallen
geplaagd	=	plagen
geplaasterd	=	plaasteren
geplaatst	adj	waarvoor een geschikte plek is gevonden
geplaatste	=	plaatsen
geplaatsts	=	geplaatst
geplaceerd	=	placeren
geplaceerde	=	placeren
geplacht	=	plegen
geplafonneerd	=	plafonneren
geplagd	=	plaggen
geplagde	=	plaggen
geplagieerd	=	plagiëren
geplagieerde	=	plagiëren
geplakt	=	plakken
geplakte	=	plakken
geplamuurd	=	plamuren
geplamuurde	=	plamuren
gepland	=	plannen
geplande	=	plannen
geplaneerd	=	planeren
geplaneerde	=	planeren
geplanepoold	=	planepoolen
geplanjend	=	planjenen
geplanjerd	=	planjeren
geplankzeild	=	plankzeilen
geplant	=	planten
geplanteerd	=	planteren
geplanteerde	=	planteren
geplas	noun	het voortdurend urineren
geplast	=	plassen
geplaste	=	plassen
geplasticeerd	=	plasticeren
geplasticeerde	=	plasticeren
geplastiekt	=	plastieken
geplastificeerd	=	plastificeren
geplastificeerde	=	plastificeren
geplastineerd	=	plastineren
geplastiseerd	=	plastiseren
geplastiseerde	=	plastiseren
geplat	=	platten
geplateerd	=	plateren
geplatvoet	=	platvoeten
geplaveid	=	plaveien
geplaveide	=	plaveien
geplaybackt	=	playbacken
geplaybackte	=	playbacken
gepleased	=	pleasen
gepleasede	=	pleasen
gepleaset	=	pleasen
gepleasete	=	pleasen
gepleegd	=	plegen
gepleisterd	=	pleisteren
gepleit	=	pleiten
gepleite	=	pleiten
geplekt	adj	gevlekt, besmet
geplekte	=	plekken
geplekter	=	geplekt
geplektere	=	geplekt
geplekters	=	geplekt
geplekts	=	geplekt
geplektst	=	geplekt
geplektste	=	geplekt
geplempt	=	plempen
geplempte	=	plempen
geplengd	=	plengen
geplengde	=	plengen
geplensd	=	plenzen
geplensde	=	plenzen
geplensregend	=	plensregenen
geplet	adj	plat gemaakt door heftige druk
geplets	=	geplet
gepletst	=	pletsen
gepletste	=	geplet
geplette	=	geplet
gepletter	=	geplet
gepletterd	=	pletteren
geplettere	=	geplet
gepletters	=	geplet
gepleurd	=	pleuren
gepleurde	=	pleuren
geplezierd	=	plezieren
geplezierde	=	plezieren
geplisseerd	=	plisseren
geplod	=	plodden
geploegd	=	ploegen
geploegde	=	ploegen
geploeter	noun	moeizame, uitputtende bezigheid
geploeterd	=	ploeteren
geploeterde	=	ploeteren
geploft	=	ploffen
geplofte	=	ploffen
geplogd	=	ploggen
geplogenheden	=	geplogenheid
geplogenheid	noun|formal	datgene wat men pleegt te doen
geplogenheidje	=	geplogenheid
geplombeerd	=	plomberen
geplombeerde	=	plomberen
geplompt	=	plompen
geplompte	=	plompen
geplonsd	=	plonzen
geplonsde	=	plonzen
geplooid	=	plooien
geploot	=	ploten
geplopt	=	ploppen
geplot	=	plotten
geplote	=	ploten
geplotte	=	plotten
geplozen	=	pluizen
gepluimd	adj	van een pluim voorzien
gepluimde	=	pluimen
gepluimds	=	gepluimd
gepluimstrijkt	=	pluimstrijken
gepluimte	noun	De gezamenlijke veren van een vogel, gevederte, pluimage
gepluisd	=	pluizen
gepluisde	=	pluizen
gepluk	noun	het voortdurend met je vingers iets pakken en eraan trekken
geplukhaard	=	plukharen
geplukt	=	plukken
geplunderd	=	plunderen
geplunderde	=	plunderen
gepoch	noun	het voortdurend jezelf loven en prijzen
gepocheerd	adj	bereid in net niet kokend water
gepocheerde	=	gepocheerd
gepocheerds	=	gepocheerd
gepocht	=	pochen
gepochte	=	pochen
gepodcast	=	podcasten
gepodcaste	=	podcasten
gepoedeld	=	poedelen
gepoederd	=	poederen
gepoeierd	=	poeieren
gepoeierde	=	poeieren
gepoept	=	poepen
gepoepte	=	poepen
gepoerd	=	poeren
gepoerde	=	poeren
gepoetiniseerd	=	poetiniseren
gepoetst	=	poetsen
gepoft	adj	gaar geworden in een oven zonder bijvoeging van water
gepofte	=	poffen
gepofter	=	gepoft
gepoftere	=	gepoft
gepofters	=	gepoft
gepofts	=	gepoft
gepoftst	=	gepoft
gepoftste	=	gepoft
gepogood	=	pogoën
gepointeerd	=	pointeren
gepointeerde	=	pointeren
gepokerd	=	pokeren
gepokt	=	pokken
gepolariseerd	=	polariseren
gepolariseerde	=	polariseren
gepolderd	=	polderen
gepoldermodderd	=	poldermodderen
gepolderwinkeld	=	polderwinkelen
gepoleerd	=	poleren
gepoleerde	=	poleren
gepolemiseerd	=	polemiseren
gepolierd	=	polieren
gepolijst	adj	glanzend glad gemaakt door fijn schuren en poetsen
gepolijste	=	gepolijst
gepolijster	=	gepolijst
gepolijstere	=	gepolijst
gepolijsters	=	gepolijst
gepolijsts	=	gepolijst
gepolijstst	=	gepolijst
gepolijstste	=	gepolijst
gepolitiseerd	=	politiseren
gepolitiseerde	=	politiseren
gepolitoerd	=	politoeren
gepolitoerde	=	politoeren
gepolld	=	pollen
gepollueerd	=	pollueren
gepolood	=	poloën
gepolst	=	polsen
gepolste	=	polsen
gepolychromeerd	=	polychromeren
gepolychromeerde	=	polychromeren
gepolymeriseerd	=	polymeriseren
gepolymeriseerde	=	polymeriseren
gepommadeerd	=	pommaderen
gepommadeerde	=	pommaderen
gepompeerd	=	pomperen
gepompt	=	pompen
gepompte	=	pompen
gepondereerd	=	pondereren
geponeerd	=	poneren
geponst	=	ponsen
geponste	=	ponsen
gepoogd	=	pogen
gepooid	=	pooien
gepoold	=	poolen
gepoolde	=	poolen
gepoorsjt	=	poorsjen
gepoorst	=	poorsen
gepoosd	=	poos
gepoot	=	poten
gepootjebaad	=	pootjebaden
gepopeld	=	popelen
gepopulariseerd	=	populariseren
gepopulariseerde	=	populariseren
gepord	=	porren
geporde	=	porren
geporteerd	adj	enthousiast, ergens voorstander van zijn
geporteerde	=	porteren
geporteerder	=	geporteerd
geporteerdere	=	geporteerd
geporteerders	=	geporteerd
geporteerds	=	geporteerd
geporteerdst	=	geporteerd
geporteerdste	=	geporteerd
geporteld	=	portelen
geportioneerd	=	portioneren
geportioneerde	=	portioneren
geportretteerd	=	portretteren
geportretteerde	noun	de persoon waarvan een afbeelding is gemaakt op het schilderij
geportretteerden	=	geportretteerde
geposeerd	=	poseren
geposeerde	=	poseren
geposeerder	=	poseren
geposeerdere	=	poseren
geposeerders	=	poseren
geposeerds	=	poseren
geposeerdst	=	poseren
geposeerdste	=	poseren
gepositioneerd	=	positioneren
gepositioneerde	=	positioneren
gepost	=	posten
gepostdateerd	=	postdateren
gepostdateerde	=	postdateren
geposte	=	posten
geposteerd	=	posteren
geposteerde	=	posteren
gepostuleerd	=	postuleren
gepostuleerde	=	postuleren
gepot	=	potten
gepotdekseld	adj	horizontaal boven elkaar bevestigd, steeds van boven overlappend om inwatering te voorkomen, net zoals dakpannen dat doen
gepotdekselde	=	gepotdekseld
gepotdekselds	=	gepotdekseld
gepoteld	=	potelen
gepoterd	=	poteren
gepotlood	=	potloden
gepotte	=	potten
gepottenbakt	=	pottenbakken
gepousseerd	=	pousseren
gepousseerde	=	pousseren
gepowerd	=	poweren
gepraaid	=	praaien
gepraaide	=	praaien
gepraald	=	pralen
gepraamd	=	pramen
gepraamde	=	pramen
gepraat	noun	het aanhoudend praten
gepraats	=	gepraat
gepracht	=	prachen
geprachte	=	prachen
geprakkeseerd	=	prakkeseren
geprakkeseerde	=	prakkeseren
geprakkiseerd	=	prakkiseren
geprakkiseerde	=	prakkiseren
geprakt	=	prakken
geprakte	=	prakken
gepraktiseerd	=	praktiseren
geprangd	=	prangen
geprangde	=	prangen
geprankt	=	pranken
geprate	=	praten
gepratikeerd	=	pratikeren
geprecedeerd	=	precederen
geprecipiteerd	=	precipiteren
geprecipiteerde	=	precipiteren
gepreciseerd	=	preciseren
gepreciseerde	=	preciseren
gepreconiseerd	=	preconiseren
gepreconiseerde	=	preconiseren
gepredestineerd	=	predestineren
gepredestineerde	=	predestineren
geprediceerd	=	prediceren
geprediceerde	=	prediceren
gepredikt	=	prediken
gepredisponeerd	adj	voorbestemd
gepredisponeerde	=	predisponeren
gepredisponeerder	=	gepredisponeerd
gepredisponeerdere	=	gepredisponeerd
gepredisponeerders	=	gepredisponeerd
gepredisponeerds	=	gepredisponeerd
gepredisponeerdst	=	gepredisponeerd
gepredisponeerdste	=	gepredisponeerd
gepredomineerd	=	predomineren
gepreek	noun	aanhoudend iemand of een groep van mensen vermanend toespreken; aanhoudend mensen de les lezen
gepreekt	=	preken
gepreekte	=	preken
geprefabriceerd	=	prefabriceren
geprefereerd	=	prefereren
geprefereerde	=	prefereren
geprefigeerd	=	prefigeren
geprefigeerde	=	prefigeren
gepreludeerd	=	preluderen
geprent	=	prenten
geprente	=	prenten
geprenumereerd	=	prenumereren
gepreoccupeerd	adj	al zonder onderzoek een duidelijke mening hebbend
gepreoccupeerde	=	gepreoccupeerd
gepreoccupeerder	=	gepreoccupeerd
gepreoccupeerdere	=	gepreoccupeerd
gepreoccupeerders	=	gepreoccupeerd
gepreoccupeerds	=	gepreoccupeerd
gepreoccupeerdst	=	gepreoccupeerd
gepreoccupeerdste	=	gepreoccupeerd
geprepareerd	=	prepareren
geprepareerde	=	prepareren
gepresenteerd	adj	aangeboden of getoond
gepresenteerde	=	presenteren
gepresenteerds	=	gepresenteerd
gepreserveerd	=	preserveren
gepreserveerde	=	preserveren
gepresideerd	=	presideren
gepresideerde	=	presideren
gepresseerd	adj	haast hebbend
gepresseerde	=	presseren
gepresseerder	=	gepresseerd
gepresseerdere	=	gepresseerd
gepresseerders	=	gepresseerd
gepresseerds	=	gepresseerd
gepresseerdst	=	gepresseerd
gepresseerdste	=	gepresseerd
geprest	=	pressen
gepreste	=	pressen
gepresteerd	=	presteren
gepresteerde	=	presteren
gepresumeerd	=	presumeren
gepretendeerd	=	pretenderen
gepretendeerde	=	pretenderen
gepreuteld	=	preutelen
geprevaleerd	=	prevaleren
geprevel	noun	het aanhoudend onverstaanbaar binnensmonds zacht opzeggen of zingen van iets
gepreveld	=	prevelen
geprevelde	=	prevelen
geprezen	=	prijzen
geprezene	noun	iemand die lof toegezwaaid krijgt
geprezenen	=	geprezene
gepriegel	noun	moeizaam en fijn werk
gepriegeld	=	priegelen
gepriemd	=	priemen
gepriemde	=	priemen
geprijkt	=	prijken
geprijsd	=	prijzen
geprijsde	=	prijzen
geprikkeld	adj	boos omdat men zich ergens aan ergert
geprikkelde	=	prikkelen
geprikkelder	=	geprikkeld
geprikkeldere	=	geprikkeld
geprikkelders	=	geprikkeld
geprikkeldheid	noun	de mate waarin iemand geïrriteerd is of raakt
geprikkelds	=	geprikkeld
geprikkeldst	=	geprikkeld
geprikkeldste	=	geprikkeld
geprikt	=	prikken
geprikte	=	prikken
geprimeerd	=	primeren
geprimeerde	=	primeren
geprimerd	=	primeren
geprint	=	printen
geprinte	=	printen
geprioriteerd	=	prioriteren
geprioriteerde	=	prioriteren
geprivatiseerd	=	privatiseren
geprivatiseerde	=	privatiseren
geprivilegieerd	=	privilegiëren
geprivilegieerde	noun	iemand die veel voorrechten heeft
geprivilegieerden	=	geprivilegieerde
geprobeerd	=	proberen
geprobeerde	=	proberen
geprocedeerd	=	procederen
geproclameerd	=	proclameren
geproclameerde	=	proclameren
geprocrastineerd	=	procrastineren
geprocureerd	=	procureren
geproduceerd	adj	gemaakt in een arbeidsproces
geproduceerde	=	produceren
geproduceerds	=	geproduceerd
geproducet	=	producen
geproducete	=	producen
geproefd	=	proeven
geproefde	=	proeven
geproest	=	proesten
geprofaneerd	=	profaneren
geprofaneerde	=	profaneren
geprofessionaliseerd	=	professionaliseren
geprofessionaliseerde	=	professionaliseren
geprofest	=	professen
geprofeste	=	professen
geprofeteerd	=	profeteren
geprofeteerde	=	profeteren
geprofileerd	=	profileren
geprofileerde	=	profileren
geprofiteerd	=	profiteren
geprognosticeerd	=	prognosticeren
geprognosticeerde	=	prognosticeren
geprogrammeerd	=	programmeren
geprojecteerd	=	projecteren
geprojecteerde	=	projecteren
geprokkeld	=	prokkelen
geprolifereerd	=	prolifereren
geprolongeerd	=	prolongeren
geprolongeerde	=	prolongeren
gepromoot	=	promoten
gepromote	=	promoten
gepromoveerd	=	promoveren
gepromoveerde	noun	iemand die een hogere functie heeft gekregen
gepromoveerden	=	gepromoveerde
gepromulgeerd	=	promulgeren
gepronk	noun	voortdurend te trots laten zien hoe goed of mooi je bent
gepronkt	=	pronken
geprononceerd	adj	groot en vooruitstekend
geprononceerde	=	prononceren
geprononceerder	=	geprononceerd
geprononceerdere	=	geprononceerd
geprononceerders	=	geprononceerd
geprononceerds	=	geprononceerd
geprononceerdst	=	geprononceerd
geprononceerdste	=	geprononceerd
gepronostikeerd	=	pronostikeren
geproost	=	proosten
gepropageerd	adj	verspreid
gepropageerde	=	propageren
gepropageerder	=	gepropageerd
gepropageerdere	=	gepropageerd
gepropageerders	=	gepropageerd
gepropageerds	=	gepropageerd
gepropageerdst	=	gepropageerd
gepropageerdste	=	gepropageerd
geproportioneerd	adj	het al dan niet welgevormd zijn; het in verhouding zijn; met een regelmatige opbouw
geproportioneerde	=	geproportioneerd
geproportioneerder	=	geproportioneerd
geproportioneerdere	=	geproportioneerd
geproportioneerders	=	geproportioneerd
geproportioneerds	=	geproportioneerd
geproportioneerdst	=	geproportioneerd
geproportioneerdste	=	geproportioneerd
gepropt	=	proppen
gepropte	=	proppen
geprospecteerd	=	prospecteren
geprospecteerde	=	prospecteren
geprostitueerd	=	prostitueren
geprostitueerde	=	prostitueren
geprotegeerd	=	protegeren
geprotegeerde	=	protegeren
geprotesteerd	=	protesteren
geprotst	=	protsen
geproviandeerd	=	provianderen
geproviandeerde	=	provianderen
geprovoceerd	=	provoceren
geprovoceerde	=	provoceren
gepruild	=	pruilen
gepruimd	=	pruimen
gepruimde	=	pruimen
gepruts	noun	het aanhoudend prutsen en de resultaten van dit geklungel en geknoei
geprutst	=	prutsen
gepruttel	noun	het geluid van iets dat zachtjes aan het koken is
geprutteld	=	pruttelen
gepruttelde	=	pruttelen
gepsalmeerd	=	psalmeren
gepseudonimiseerd	=	pseudonimiseren
gepsychologiseerd	=	psychologiseren
gepsychologiseerde	=	psychologiseren
gepuberd	=	puberen
gepubliceerd	adj	met daarvoor bedoelde middelen aan een brede groep mensen bekendgemaakt
gepubliceerde	=	publiceren
gepubliceerds	=	gepubliceerd
gepuddeld	=	puddelen
gepuf	noun	het voortdurend luidruchtig, stotend uitademen als teken van vermoeidheid, hitte of ander ongemak
gepuft	=	puffen
gepufte	=	puffen
gepuild	=	puilen
gepuimd	=	puimen
gepulkt	=	pulken
gepulseerd	=	pulseren
gepulst	=	pulsen
gepulste	=	pulsen
gepulverd	=	pulveren
gepulverde	=	pulveren
gepulveriseerd	=	pulveriseren
gepulveriseerde	=	pulveriseren
gepuncteerd	=	puncteren
gepuncteerde	=	puncteren
gepunnikt	=	punniken
gepunt	adj	voorzien van een punt, spits, scherp
gepunte	=	punten
gepunteerd	=	punteren
gepunteerde	=	punteren
gepunter	=	gepunt
gepunterd	=	punteren
gepunterde	=	punteren
gepuntere	=	gepunt
gepunters	=	gepunt
gepuntlast	=	puntlassen
gepuntlaste	=	puntlassen
gepunts	=	gepunt
gepuntst	=	gepunt
gepuntste	=	gepunt
gepureerd	=	pureren
gepureerde	=	pureren
gepurgeerd	=	purgeren
gepurgeerde	=	purgeren
gepurperd	=	purperen
gepusht	=	pushen
gepushte	=	pushen
gepust	=	pussen
geput	=	putten
geputte	=	putten
gepuurd	=	puren
gepuzzel	noun	het al proberend een probleem oplossen
gepuzzeld	=	puzzelen
geqat	=	qatten
gequad	=	quadden
gequadrilleerd	=	quadrilleren
gequadrupleerd	=	quadrupleren
gequadrupleerde	=	quadrupleren
gequerelleerd	=	querelleren
gequeruleerd	=	queruleren
gequoteerd	=	quoteren
gequoteerde	=	quoteren
gequotiseerd	=	quotiseren
gequotiseerde	=	quotiseren
ger	noun	lange smalle kamer of gang
gera	noun	gewichtsmaat, omstreeks zes tiende gram; een gera is het twintigste deel van een sjekel (5×: Ex. 30:13, Lev. 27:25, Num. 3:47 +, Ez. 45:12)
geraadpleegd	=	raadplegen
geraadzaam	adj	raadzaam
geraadzaams	=	geraadzaam
geraadzaamst	=	geraadzaam
geraadzaamste	=	geraadzaam
geraadzame	=	geraadzaam
geraadzamer	=	geraadzaam
geraadzamere	=	geraadzaam
geraadzamers	=	geraadzaam
geraagd	=	ragen
geraagde	=	ragen
geraak	=	geraken
geraakt	adj	in het gevoel van eigenwaarde getroffen
geraakte	=	geraakt
geraakten	=	geraken
geraakter	=	geraakt
geraaktere	=	geraakt
geraakters	=	geraakt
geraakts	=	geraakt
geraaktst	=	geraakt
geraaktste	=	geraakt
geraamd	=	ramen
geraamde	=	ramen
geraamte	noun	dat wat een lichaam stevigheid geeft.
geraamten	=	geraamte
geraamtes	=	geraamte
geraamtetje	=	geraamte
geraamtetjes	=	geraamte
geraapt	=	rapen
geraapte	=	rapen
geraas	noun	aanhoudend lawaai zoals dat van een woedende storm
geraasd	=	razen
geraaskal	noun	aanhoudend op een luidruchtige manier onzin uitkramen
geraaskald	=	raaskallen
gerabbeld	=	rabbelen
geracemiseerd	=	racemiseren
geracemiseerde	=	racemiseren
geracet	=	racen
geraclet	=	racletten
geradbraakt	adj	erg moe
geradbraakte	=	radbraken
geradbraakter	=	geradbraakt
geradbraaktere	=	geradbraakt
geradbraakters	=	geradbraakt
geradbraakts	=	geradbraakt
geradbraaktst	=	geradbraakt
geradbraaktste	=	geradbraakt
geradeerd	=	raderen
geradeerde	=	raderen
geraden	=	raden
geraderd	=	raderen
geraderde	=	raderen
geradicaliseerd	=	radicaliseren
gerafeld	adj	van rafels voorzien
gerafelde	=	rafelen
gerafelder	=	gerafeld
gerafeldere	=	gerafeld
gerafelders	=	gerafeld
gerafelds	=	gerafeld
gerafeldst	=	gerafeld
gerafeldste	=	gerafeld
geraffeld	=	raffelen
geraffineerd	adj	goed doordacht
geraffineerde	=	raffineren
geraffineerder	=	geraffineerd
geraffineerdere	=	geraffineerd
geraffineerders	=	geraffineerd
geraffineerds	=	geraffineerd
geraffineerdst	=	geraffineerd
geraffineerdste	=	geraffineerd
geraft	=	raften
geragd	=	raggen
geragde	=	raggen
gerailleerd	=	railleren
geraisonneerd	=	raisonneren
gerake	=	geraken
gerakeld	=	rakelen
geraken	verb	in een toestand terechtkomen
gerakend	=	geraken
gerakende	=	geraken
geraket	=	raketten
gerakkerd	=	rakkeren
gerakkerde	=	rakkeren
gerallyd	=	rallyen
geram	noun	aanhoudend hard slaan op iets
geramd	=	rammen
geramde	=	rammen
gerammeid	=	rammeien
gerammeide	=	rammeien
gerammel	noun	een rammelend geluid maken, lawaai veroorzaakt door het tegen elkaar stoten van voorwerpen
gerammeld	=	rammelen
gerammelde	=	rammelen
gerampetampt	=	rampetampen
gerampokt	=	rampokken
geramponeerd	=	ramponeren
geramsjt	=	ramsjen
gerand	adj	van een rand voorzien
gerande	=	rand
gerander	=	gerand
gerandere	=	gerand
geranders	=	gerand
gerandomiseerd	=	randomiseren
gerandomiseerde	=	randomiseren
gerands	=	gerand
gerandst	=	gerand
gerandste	=	gerand
gerangeerd	=	rangeren
gerangeerde	=	rangeren
gerangschikt	=	rangschikken
gerangschikte	=	rangschikken
geranium	noun	Een sierplant van het geslacht Pelargonium
geraniumblauwtje	noun	Cacyreus marshalli een dagvlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
geraniumblauwtjes	=	geraniumblauwtje
geraniumpje	=	geranium
geraniumpjes	=	geranium
geraniums	=	geranium
geranseld	=	ranselen
geranselde	=	ranselen
gerant	noun	bedrijfsleider, exploitant, filiaalhouder, zaakvoerder, zaakwaarnemer, zetbaas
geranten	=	gerant
gerants	=	gerant
gerantsoeneerd	=	rantsoeneren
gerantsoeneerde	=	rantsoeneren
gerappelleerd	=	rappelleren
gerappelleerde	=	rappelleren
gerapporteerd	=	rapporteren
gerapporteerde	=	rapporteren
gerapt	=	rappen
gerapte	=	rappen
geraseerd	=	raseren
gerasp	noun	aanhoudend of langduriger een schurend geluid maken
geraspt	=	raspen
geraspte	=	raspen
gerasterd	=	rasteren
gerat	=	ratten
geratel	noun	een aanhoudend, ritmisch, luid, snel tikkend geluid
gerateld	=	ratelen
geratificeerd	=	ratificeren
geratificeerde	=	ratificeren
geratineerd	=	ratineren
gerationaliseerd	=	rationaliseren
gerationaliseerde	=	rationaliseren
geratst	=	ratsen
geratste	=	ratsen
gerausd	=	rauzen
gerausde	=	rauzen
gerausjt	=	rausjen
gerausjte	=	rausjen
gerauwdouwd	=	rauwdouwen
geravitailleerd	=	ravitailleren
geravitailleerde	=	ravitailleren
geravot	=	ravotten
gerbera	noun	benaming voor planten uit het geslacht Gerbera in de familie Asteraceae
gerbera's	=	gerbera
gerbil	noun	Gerbillinae, een ondersoort van de familie Muridae, die daarnaast ook de muizen, ratten, stekelmuizen en verwanten omvat
gerbilletje	=	gerbil
gerbilletjes	=	gerbil
gerbils	=	gerbil
gerda	noun	vrouw van middelbare leeftijd die zich overal mee bemoeit, alles beter weet en overal over klaagt
gerda's	=	gerda
gere	=	geren
gere-integreerd	=	re-integreren
gere-integreerde	=	re-integreren
gereactiveerd	=	reactiveren
gereactiveerde	=	reactiveren
gereageerd	=	reageren
gerealiseerd	adj	tot stand gebracht
gerealiseerde	=	realiseren
gerealiseerds	=	gerealiseerd
gereanimeerd	=	reanimeren
gereanimeerde	=	reanimeren
gerebbeld	=	rebbelen
gerebelleerd	=	rebelleren
gereboot	=	rebooten
gereboote	=	rebooten
gerecapituleerd	=	recapituleren
gerecapituleerde	=	recapituleren
gerecapt	=	recappen
gerecenseerd	=	recenseren
gerecenseerde	=	recenseren
gerechercheerd	=	rechercheren
gerecht	noun	een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid	adj	rechtvaardig
gerechte	=	rechten
gerechtelijk	adj	door degeen die uitmaakt wie er volgens de wet gelijk heeft, uitgevoerd door het gerecht
gerechtelijke	=	gerechtelijk
gerechtelijker	=	gerechtelijk
gerechtelijkere	=	gerechtelijk
gerechtelijkers	=	gerechtelijk
gerechtelijks	=	gerechtelijk
gerechtelijkst	=	gerechtelijk
gerechtelijkste	=	gerechtelijk
gerechten	=	gerecht
gerechter	=	gerecht
gerechtere	=	gerecht
gerechters	=	gerecht
gerechtig	adj	rechtvaardig
gerechtigd	adj	het recht hebben om, bevoegd
gerechtigde	noun	iemand die ergens recht op heeft
gerechtigden	=	gerechtigde
gerechtigder	=	gerechtigd
gerechtigdere	=	gerechtigd
gerechtigders	=	gerechtigd
gerechtigdheden	=	gerechtigdheid
gerechtigdheid	noun	feit dat zaken worden beoordeeld volgens de wet en het recht
gerechtigds	=	gerechtigd
gerechtigdst	=	gerechtigd
gerechtigdste	=	gerechtigd
gerechtige	=	gerechtig
gerechtiger	=	gerechtig
gerechtigere	=	gerechtig
gerechtigers	=	gerechtig
gerechtigheden	=	gerechtigheid
gerechtigheid	noun	het handelen of behandeld worden volgens bepaalde normen aangaande wat recht en eerlijk is
gerechtigheidje	=	gerechtigheid
gerechtigs	=	gerechtig
gerechtigst	=	gerechtig
gerechtigste	=	gerechtig
gerechtje	=	gerecht
gerechtjes	=	gerecht
gerechts	=	gerecht
gerechtsbesturen	=	gerechtsbestuur
gerechtsbestuur	noun	bestuur van een rechtbank
gerechtsbode	noun	bode die dienst doet bij het gerecht, deurwaarder
gerechtsboden	=	gerechtsbode
gerechtsbodes	=	gerechtsbode
gerechtsbodetje	=	gerechtsbode
gerechtsdeurwaarder	noun	deurwaarder verbonden aan een rechtbank
gerechtsdeurwaarders	=	gerechtsdeurwaarder
gerechtsdeurwaardertje	=	gerechtsdeurwaarder
gerechtsdeurwaardertjes	=	gerechtsdeurwaarder
gerechtsdienaar	noun	iedereen die werkt als wetshandhaver met name als politieagent
gerechtsdienaars	=	gerechtsdienaar
gerechtsdienaren	=	gerechtsdienaar
gerechtsgebouw	noun	gebouw waarin rechterlijke zittingen plaatsvinden
gerechtsgebouwen	=	gerechtsgebouw
gerechtsgebouwtje	=	gerechtsgebouw
gerechtsgebouwtjes	=	gerechtsgebouw
gerechtshof	noun	een rechterlijk college in Nederland.
gerechtshofje	=	gerechtshof
gerechtshofjes	=	gerechtshof
gerechtshoven	=	gerechtshof
gerechtskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om een rechtszaak te kunnen voeren
gerechtskosten	noun	geld dat men moet betalen om een rechtszaak te kunnen voeren
gerechtst	=	gerecht
gerechtste	=	gerecht
gerechtstolk	noun	tolk die aanwezig is bij een proces als de verdachte het Nederlands onvoldoende beheerst
gerechtstolken	=	gerechtstolk
gerechtszaak	noun	een geschil tussen twee of meer partijen dat door een rechter wordt beslist
gerechtszaakje	=	gerechtszaak
gerechtszaakjes	=	gerechtszaak
gerechtszaal	noun	zaal waarin een rechtszaak wordt gehouden; ruimte waarin de rechter rechtspreekt
gerechtszaaltje	=	gerechtszaal
gerechtszaaltjes	=	gerechtszaal
gerechtszaken	=	gerechtszaak
gerechtszalen	=	gerechtszaal
gerechtvaardigd	=	rechtvaardigen
gerecidiveerd	=	recidiveren
gerecipieerd	=	recipiëren
gereciteerd	=	reciteren
gereciteerde	=	reciteren
gereclameerd	=	reclameren
gereclameerde	=	reclameren
gereclasseerd	=	reclasseren
gereclasseerde	=	reclasseren
gerecombineerd	=	recombineren
gerecombineerde	=	recombineren
gerecommandeerd	=	recommanderen
gerecommandeerde	=	recommanderen
gereconcilieerd	=	reconciliëren
gereconcilieerde	=	reconciliëren
gereconstrueerd	=	reconstrueren
gereconstrueerde	=	reconstrueren
gerecreëerd	=	recreëren
gerectificeerd	=	rectificeren
gerectificeerde	=	rectificeren
gerecupereerd	=	recupereren
gerecupereerde	=	recupereren
gerecuseerd	=	recuseren
gerecycled	=	recyclen
gerecycleerd	=	recycleren
gerecycleerde	=	recycleren
gered	=	redden
geredde	noun	een persoon die met behulp van iemand anders ontsnapt is uit een noodsituatie
geredden	=	geredde
geredderd	=	redderen
geredderde	=	redderen
gerede	=	reden
geredekavel	noun	het (voortdurend) redekavelen
geredekaveld	=	redekavelen
geredelijk	adj	zonder aarzeling
geredelijke	=	geredelijk
geredelijker	=	geredelijk
geredelijkere	=	geredelijk
geredelijkers	=	geredelijk
geredelijks	=	geredelijk
geredelijkst	=	geredelijk
geredelijkste	=	geredelijk
gereden	=	rijden
geredeneer	noun	het met woorden en argumenten iets proberen te bewijzen
geredeneerd	=	redeneren
geredetwist	=	redetwisten
geredevoerd	=	redevoeren
geredigeerd	=	redigeren
gereduceerd	=	reduceren
geree	=	geer
gereed	adj	als predicaat: voor gebruik klaar gemaakt
gereedgehouden	=	gereedhouden
gereedgekomen	=	gereedkomen
gereedgelegen	=	gereedliggen
gereedgemaakt	=	gereedmaken
gereedgemaakte	=	gereedmaken
gereedgestaan	=	gereedstaan
gereedgezet	=	gereedzetten
gereedheden	=	gereedheid
gereedheid	noun	het klaar zijn om te kunnen handelen of functioneren
gereedhield	=	gereedhouden
gereedhielde	=	gereedhouden
gereedhielden	=	gereedhouden
gereedhieldt	=	gereedhouden
gereedhou	=	gereedhouden
gereedhoud	=	gereedhouden
gereedhoude	=	gereedhouden
gereedhouden	verb	zorgen dat iets direct gebruikt kan worden
gereedhoudend	=	gereedhouden
gereedhoudende	=	gereedhouden
gereedhoudt	=	gereedhouden
gereedkom	=	gereedkomen
gereedkome	=	gereedkomen
gereedkomen	verb	voltooid worden
gereedkomend	=	gereedkomen
gereedkomende	=	gereedkomen
gereedkomt	=	gereedkomen
gereedkwaamt	=	gereedkomen
gereedkwam	=	gereedkomen
gereedkwamen	=	gereedkomen
gereedlaagt	=	gereedliggen
gereedlag	=	gereedliggen
gereedlagen	=	gereedliggen
gereedlig	=	gereedliggen
gereedligge	=	gereedliggen
gereedliggen	verb	klaarliggen
gereedliggend	=	gereedliggen
gereedliggende	=	gereedliggen
gereedligt	=	gereedliggen
gereedmaak	=	gereedmaken
gereedmaakt	=	gereedmaken
gereedmaakte	=	gereedmaken
gereedmaakten	=	gereedmaken
gereedmake	=	gereedmaken
gereedmaken	verb	iets klaarmaken voor gebruik
gereedmakend	=	gereedmaken
gereedmakende	=	gereedmaken
gereedmelding	noun	de officiële kennisgeving aan de gemeente dat een bouw- of sloopwerkzaamheid is voltooid, verplicht onder de Wkb en Omgevingswet.
gereedmeldingen	=	gereedmelding
gereedmeldinkje	=	gereedmelding
gereedmeldinkjes	=	gereedmelding
gereeds	=	gereed
gereedschap	noun	een (soms mechanisch) instrument dat gebruikt wordt om werk te kunnen doen
gereedschapje	=	gereedschap
gereedschapjes	=	gereedschap
gereedschappen	=	gereedschap
gereedschapskist	noun	afsluitbare bak waarin gereedschap opgeborgen en bijeengehouden wordt
gereedschapskisten	=	gereedschapskist
gereedschapskistje	=	gereedschapskist
gereedschapskistjes	=	gereedschapskist
gereedschapsmaker	noun	iemand die duurzame voorwerpen vervaardigt die mensen gebruiken om hun werk te kunnen doen
gereedschapsmakers	=	gereedschapsmaker
gereedschapsschuren	=	gereedschapsschuur
gereedschapsschuur	noun	bijgebouw voor het opslaan van gereedschap
gereedschapsschuurtje	=	gereedschapsschuur
gereedschapsschuurtjes	=	gereedschapsschuur
gereedschapsset	noun	verzameling instrumenten die men nodig heeft een bepaald soort werk; verzameling instrumenten die men nodig heeft voor een bepaalde taak
gereedschapssets	=	gereedschapsset
gereedsta	=	gereedstaan
gereedstaan	verb	zonder verdere voorbereiding ingezet kunnen worden
gereedstaand	=	gereedstaan
gereedstaat	=	gereedstaan
gereedstond	=	gereedstaan
gereedstonden	=	gereedstaan
gereedstondt	=	gereedstaan
gereedzet	=	gereedzetten
gereedzette	=	gereedzetten
gereedzetten	verb	iets ergens gereed voor gebruik neerzetten
gereedzettend	=	gereedzetten
gereedzettende	=	gereedzetten
gereefd	=	reven
gereefde	=	reven
gereend	=	renen
gereende	=	renen
gereet	=	reten
gereeuwd	=	reeuwen
gereeuwde	=	reeuwen
gerefereerd	=	refereren
gerefereerde	=	refereren
gereflecteerd	=	reflecteren
gereflecteerde	=	reflecteren
gerefluxt	=	refluxen
gerefluxte	=	refluxen
gereformeerd	adj	behorende tot een bepaalde calvinistische, protestantse kerk
gereformeerd-fundamentalistisch	adj	betreffende een zeer strikte, orthodoxe stroming binnen het protestantisme die de Bijbel beschouwt als het onfeilbare, letterlijke woord van God
gereformeerd-fundamentalistische	=	gereformeerd-fundamentalistisch
gereformeerd-fundamentalistischer	=	gereformeerd-fundamentalistisch
gereformeerd-fundamentalistischere	=	gereformeerd-fundamentalistisch
gereformeerd-fundamentalistischers	=	gereformeerd-fundamentalistisch
gereformeerd-vrijgemaakt	adj	protestants maar uit de gereformeerde kerk vrijgemaakt
gereformeerd-vrijgemaakte	noun	gereformeerd-vrijgemaakte persoon
gereformeerd-vrijgemaakten	=	gereformeerd-vrijgemaakte
gereformeerd-vrijgemaakter	=	gereformeerd-vrijgemaakt
gereformeerd-vrijgemaaktere	=	gereformeerd-vrijgemaakt
gereformeerd-vrijgemaakters	=	gereformeerd-vrijgemaakt
gereformeerd-vrijgemaakts	=	gereformeerd-vrijgemaakt
gereformeerd-vrijgemaaktst	=	gereformeerd-vrijgemaakt
gereformeerd-vrijgemaaktste	=	gereformeerd-vrijgemaakt
gereformeerde	noun	protestante christen die zich door de opvattingen van Calvijn en diens geestverwanten laat inspireren
gereformeerden	=	gereformeerde
gereformeerder	=	gereformeerd
gereformeerdere	=	gereformeerd
gereformeerders	=	gereformeerd
gereformeerds	=	gereformeerd
gereformeerdst	=	gereformeerd
gereformeerdste	=	gereformeerd
gerefracteerd	=	refracteren
gerefracteerde	=	refracteren
gerefuseerd	=	refuseren
gerefuseerde	=	refuseren
geregaleerd	=	regaleren
geregardeerd	=	regarderen
geregardeerde	=	regarderen
geregeerd	=	regeren
geregel	noun	het aanhoudend organiseren; het aanhoudend bedisselen
geregeld	adj	volgens vaste afspraken functionerend, ordelijk	adv	met regelmaat, regelmatig
geregelde	=	regelen
geregelder	=	geregeld
geregeldere	=	geregeld
geregelders	=	geregeld
geregelds	=	geregeld
geregeldst	=	geregeld
geregeldste	=	geregeld
geregen	=	rijgen
geregend	=	regenen
geregende	=	regenen
geregenereerd	=	regenereren
geregenereerde	=	regenereren
geregisseerd	=	regisseren
geregisseerde	=	regisseren
geregisterd	=	registeren
geregistreerd	adj	in een officieel bestand opgenomen
geregistreerde	noun	iemand die in een officieel bestand staat
geregistreerden	=	geregistreerde
geregistreerds	=	geregistreerd
gereglementeerd	adj	strakke, schriftelijke, formele regels hebbend
gereglementeerde	=	gereglementeerd
gereglementeerder	=	gereglementeerd
gereglementeerdere	=	gereglementeerd
gereglementeerders	=	gereglementeerd
gereglementeerds	=	gereglementeerd
gereglementeerdst	=	gereglementeerd
gereglementeerdste	=	gereglementeerd
geregtshof	=	gerechtshof
geregulariseerd	=	regulariseren
geregulariseerde	=	regulariseren
gereguleerd	adj	geregeld, geordend
gereguleerde	=	reguleren
gereguleerder	=	gereguleerd
gereguleerdere	=	gereguleerd
gereguleerders	=	gereguleerd
gereguleerds	=	gereguleerd
gereguleerdst	=	gereguleerd
gereguleerdste	=	gereguleerd
gerehabiliteerd	=	rehabiliteren
gerehabiliteerde	=	rehabiliteren
gerei	noun	benodigdheden voor een bepaalde taak
gereid	=	reien
gereide	=	reien
gereikhalsd	=	reikhalzen
gereikt	=	reiken
gereikte	=	reiken
gereild	=	reilen
gereinigd	=	reinigen
gereinigde	=	reinigen
gereis	noun	het voortdurend reizen
gereisd	=	reizen
gereisde	=	reizen
gereken	noun	aanhoudend of voortdurend cijferen
gerekend	=	rekenen
gerekende	=	rekenen
gerekruteerd	adj	van iemand dat hij of zij is ingelijfd in een leger
gerekruteerde	=	gerekruteerd
gerekruteerds	=	gerekruteerd
gerekt	adj	slepend, langdradig, wijdlopig, door rekken langer of wijder gemaakt
gerekte	=	rekken
gerekter	=	gerekt
gerektere	=	gerekt
gerekters	=	gerekt
gerekts	=	gerekt
gerektst	=	gerekt
gerektste	=	gerekt
gerekwestreerd	=	rekwestreren
gerekwireerd	=	rekwireren
gerekwireerde	=	rekwireren
gerelanceerd	=	relanceren
gerelateerd	=	relateren
gerelateerde	=	relateren
gerelativeerd	=	relativeren
gerelativeerde	=	relativeren
gerelaxeerd	=	relaxeren
gerelaxt	=	relaxen
gerelayeerd	=	relayeren
gerelayeerde	=	relayeren
gereld	=	rellen
gereleased	=	releasen
gereleaset	=	releasen
gereleveerd	=	releveren
geremasterd	=	remasteren
geremd	adj	niet spontaan, terughoudend door verlegenheid
geremde	=	remmen
geremder	=	geremd
geremdere	=	geremd
geremders	=	geremd
geremdheid	noun	de mate waarin iemand zich terughoudend gedraagt; de mate waarin iemand zich niet vrij en open opstelt
geremds	=	geremd
geremdst	=	geremd
geremdste	=	geremd
geremedieerd	=	remediëren
geremedieerde	=	remediëren
geremigreerd	=	remigreren
geremiseerd	=	remiseren
geremitteerd	=	remitteren
geremixt	=	remixen
geremplaceerd	=	remplaceren
geremplaceerde	=	remplaceren
geremunereerd	=	remunereren
geremunereerde	=	remunereren
geren	verb	schuin uitlopen	noun	veelvuldige of hinderlijke handeling van het heel snel lopen
gerend	=	rennen
gerende	=	geren
gerendeerd	=	renderen
gerendeerde	=	renderen
gerenderd	=	renderen
gerenoek	noun	soort antilope in Oost-Afrika met een lange nek Litocranius walleri
gerenoeks	=	gerenoek
gerenommeerd	adj	een goede naam hebbend, een goede reputatie hebben
gerenommeerde	=	renommeren
gerenommeerder	=	gerenommeerd
gerenommeerdere	=	gerenommeerd
gerenommeerders	=	gerenommeerd
gerenommeerds	=	gerenommeerd
gerenommeerdst	=	gerenommeerd
gerenommeerdste	=	gerenommeerd
gerenoveerd	=	renoveren
gerenoveerde	=	renoveren
gerentenierd	=	rentenieren
gerenumereerd	=	renumereren
gerenunciëerd	=	renunciëren
gereorganiseerd	=	reorganiseren
gereorganiseerde	=	reorganiseren
gerepareerd	=	repareren
gerepareerde	=	repareren
gerepatrieerd	=	repatriëren
gerepatrieerde	=	repatriëren
gerepeld	=	repelen
gerepelde	=	repelen
gerepertorieerd	=	repertoriëren
gerepertorieerde	=	repertoriëren
gerepeteerd	=	repeteren
gerepeteerde	=	repeteren
gerepliceerd	=	repliceren
gerepliceerde	=	repliceren
gerepresenteerd	=	representeren
gerepresenteerde	=	representeren
gereproduceerd	=	reproduceren
gereproduceerde	=	reproduceren
gerept	=	reppen
gereputeerd	adj	een bepaalde reputatie hebbend; bekend zijn bij een groot publiek
gereputeerde	=	gereputeerd
gereputeerder	=	gereputeerd
gereputeerdere	=	gereputeerd
gereputeerders	=	gereputeerd
gereputeerds	=	gereputeerd
gereputeerdst	=	gereputeerd
gereputeerdste	=	gereputeerd
gerescontreerd	=	rescontreren
gerescontreerde	=	rescontreren
gereserveerd	adj	niet geneigd zijn meningen of gevoelens te uiten
gereserveerde	=	reserveren
gereserveerder	=	gereserveerd
gereserveerdere	=	gereserveerd
gereserveerders	=	gereserveerd
gereserveerdheid	noun	het voorzichtig zijn met het delen van je gedachtes of meningen
gereserveerds	=	gereserveerd
gereserveerdst	=	gereserveerd
gereserveerdste	=	gereserveerd
gereset	=	resetten
geresette	=	resetten
geresideerd	=	resideren
geresigneerd	adj	berustend, gelaten
geresigneerde	=	resigneren
geresigneerder	=	geresigneerd
geresigneerdere	=	geresigneerd
geresigneerders	=	geresigneerd
geresigneerdheid	noun	berusting, gelatenheid
geresigneerds	=	geresigneerd
geresigneerdst	=	geresigneerd
geresigneerdste	=	geresigneerd
geresocialiseerd	=	resocialiseren
geresocialiseerde	=	resocialiseren
geresolveerd	=	resolveren
geresomeerd	=	resomeren
geresoneerd	=	resoneren
gerespecteerd	adj	achtenswaardig, respectabel
gerespecteerde	=	respecteren
gerespecteerder	=	gerespecteerd
gerespecteerdere	=	gerespecteerd
gerespecteerders	=	gerespecteerd
gerespecteerds	=	gerespecteerd
gerespecteerdst	=	gerespecteerd
gerespecteerdste	=	gerespecteerd
gerespireerd	=	respireren
gerespireerde	=	respireren
geressorteerd	=	ressorteren
gerest	=	resten
gerestaureerd	=	restaureren
gerestaureerde	=	restaureren
geresteerd	=	resteren
gerestitueerd	=	restitueren
gerestitueerde	=	restitueren
gerestoord	=	restoren
gerestyled	=	restylen
geresulteerd	=	resulteren
geresumeerd	=	resumeren
geresumeerde	=	resumeren
geretardeerd	=	retarderen
geretardeerde	=	retarderen
gereten	=	rijten
geretireerd	=	retireren
geretoucheerd	=	retoucheren
geretoucheerde	=	retoucheren
geretourneerd	=	retourneren
geretourneerde	=	retourneren
geretrogradeerd	=	retrograderen
geretweet	=	retweeten
gereutel	noun	zinloos gepraat
gereuteld	=	reutelen
gerevaccineerd	=	revaccineren
gerevaccineerde	=	revaccineren
gerevalideerd	=	revalideren
gerevalideerde	=	revalideren
gerevalueerd	=	revalueren
gerevalueerde	=	revalueren
gerevancheerd	=	revancheren
gereveleerd	=	reveleren
gereveleerde	=	reveleren
gereven	=	rijven
gerevideerd	=	revideren
gerevideerde	=	revideren
gerevierd	=	revieren
gereviewd	=	reviewen
gerevindiceerd	=	revindiceren
gereviseerd	=	reviseren
gereviseerde	=	reviseren
gerevitaliseerd	=	revitaliseren
gerevitaliseerde	=	revitaliseren
gerevoceerd	=	revoceren
gerevolteerd	=	revolteren
gerevolveerd	=	revolveren
gerezen	=	rijzen
gereïncarneerd	=	reïncarneren
gereüsseerd	=	reüsseren
gerf	=	gerven
gerfde	=	gerven
gerfden	=	gerven
gerft	=	gerven
gergemmer	noun|informal	lid van de Gereformeerde Gemeenten, een kerkgenootschap dat gerekend wordt tot de bevindelijk gereformeerde of reformatorische stroming binnen het protestantisme
gergemmers	=	gergemmer
gergemmertje	=	gergemmer
gergemmertjes	=	gergemmer
geriater	noun	een medisch specialist die de geriatrie beoefent
geriaters	=	geriater
geriatertje	=	geriater
geriatertjes	=	geriater
geriatrie	noun	een geneeskundige specialisatie, speciaal gericht op oudere mensen met complexe ziekteproblemen
geriatrisch	adj	met betrekking tot de medische zorg voor de oudere mens
geriatrische	=	geriatrisch
geriatrischer	=	geriatrisch
geriatrischere	=	geriatrisch
geriatrischers	=	geriatrisch
geribbeld	adj	met ribbels, voorzien van ribbels
geribbelde	=	ribbelen
geribbelder	=	geribbeld
geribbeldere	=	geribbeld
geribbelders	=	geribbeld
geribbelds	=	geribbeld
geribbeldst	=	geribbeld
geribbeldste	=	geribbeld
geribd	adj	met ribben
geribds	=	geribd
gericht	noun|formal	gerecht, rechtbank, de rechter	adj	een bepaald doel hebbend
gerichte	=	gericht
gerichten	=	gericht
gerichter	=	gericht
gerichtere	=	gericht
gerichters	=	gericht
gerichtheid	noun	aanwezigheid van een duidelijke voorkeur bij het geven aandacht of van een duidelijk streven
gerichtje	=	gericht
gerichts	=	gericht
gerichtst	=	gericht
gerichtste	=	gericht
gericocheerd	=	ricocheren
geridderd	=	ridderen
geridiculiseerd	=	ridiculiseren
geridiculiseerde	=	ridiculiseren
geriedeld	=	riedelen
geriedelde	=	riedelen
gerief	noun	gemak, comfort
geriefd	=	gerief
geriefde	=	gerief
geriefden	=	gerief
geriefelijk	adj	heel comfortabel en prettig
geriefelijke	=	geriefelijk
geriefelijker	=	geriefelijk
geriefelijkere	=	geriefelijk
geriefelijkers	=	geriefelijk
geriefelijkheden	=	geriefelijkheid
geriefelijkheid	noun	de mate waarin iets comfortabel en prettig is om in te vertoeven
geriefelijks	=	geriefelijk
geriefelijkst	=	geriefelijk
geriefelijkste	=	geriefelijk
gerieflijk	adj	heel comfortabel en prettig
gerieflijke	=	gerieflijk
gerieflijker	=	gerieflijk
gerieflijkere	=	gerieflijk
gerieflijkers	=	gerieflijk
gerieflijkheden	=	gerieflijkheid
gerieflijkheid	noun	de mate waarin iets comfortabel en gemakkelijk is
gerieflijks	=	gerieflijk
gerieflijkst	=	gerieflijk
gerieflijkste	=	gerieflijk
gerieft	=	gerief
geriem	=	geer
gerieve	=	gerief
gerieven	=	gerief
gerievend	=	gerief
gerievende	=	gerief
gerij	noun	het aanhoudend of voortdurend rijden
gerijd	=	rijen
gerijde	=	rijen
gerijfd	=	rijven
gerijm	noun	het aanhoudend slechte gedichten maken die weinig kunstwaarde hebben
gerijmd	=	rijmen
gerijmde	=	rijmen
gerijmel	noun	het schrijven van rijmende gedichtjes van weinig literaire kwaliteit
gerijmeld	=	rijmelen
gerijmelde	=	rijmelen
gerijpt	adj	tot volle ontwikkeling / wasdom gekomen
gerijpte	=	rijpen
gerijpter	=	gerijpt
gerijptere	=	gerijpt
gerijpters	=	gerijpt
gerijpts	=	gerijpt
gerijptst	=	gerijpt
gerijptste	=	gerijpt
gerijsttafeld	=	rijsttafelen
gerikkikt	=	rikkikken
gerikt	=	rikken
gerild	=	rillen
gerilde	=	rillen
gerimd	=	rimmen
gerimde	=	rimmen
gerimpeld	adj	met veel rimpels
gerimpelde	=	rimpelen
gerimpelder	=	gerimpeld
gerimpeldere	=	gerimpeld
gerimpelders	=	gerimpeld
gerimpelds	=	gerimpeld
gerimpeldst	=	gerimpeld
gerimpeldste	=	gerimpeld
gering	adj	klein in afmeting of getal
geringd	=	ringen
geringde	=	ringen
geringe	=	gering
geringeld	=	ringelen
geringelde	=	ringelen
geringeloord	=	ringeloren
geringeloorde	=	ringeloren
geringer	=	gering
geringere	=	gering
geringers	=	gering
geringfencet	=	ringfencen
geringgeschat	=	geringschatten
geringgeschatte	=	geringschatten
geringheden	=	geringheid
geringheid	noun	iets dat een kleine waarde heeft
gerings	=	gering
geringschat	=	geringschatten
geringschatte	=	geringschatten
geringschatten	verb	van lagere betekenis of waarde achten dan eigenlijk gerechtvaardigd zou zijn
geringschattend	adj	van iets of iemand dat je vindt dat het van weinig of geen waarde is en dat je jezelf gerechtigd voelt om dat oordeel te vellen
geringschattende	=	geringschattend
geringschattender	=	geringschattend
geringschattendere	=	geringschattend
geringschattenders	=	geringschattend
geringschattends	=	geringschattend
geringschattendst	=	geringschattend
geringschattendste	=	geringschattend
geringschatting	noun	iets of iemand als minderwaardig beschouwen
geringschattingen	=	geringschatting
geringst	=	gering
geringste	=	gering
gerinkel	noun	schel klinkend gebroken geluid
gerinkeld	=	rinkelen
gerinkelrooid	=	rinkelrooien
gerinkinkt	=	rinkinken
gerioleerd	=	rioleren
gerioleerde	=	rioleren
geriposteerd	=	riposteren
geript	=	rippen
geripte	=	rippen
geriskeerd	=	riskeren
geriskeerde	=	riskeren
geriskt	=	risken
gerispt	=	rispen
gerist	adj	beladen met
geriste	=	rissen
geristorneerd	=	ristorneren
geristorneerde	=	ristorneren
gerit	=	ritten
geritmeerd	=	ritmeren
gerits	noun	het aanhoudend ritsen
geritsel	noun	zacht geluid
geritseld	=	ritselen
geritselde	=	ritselen
geritst	=	ritsen
geritste	=	ritsen
geritualiseerd	=	ritualiseren
gerivaliseerd	=	rivaliseren
germaan	noun	elk van de leden van de volksstammen die rond het begin van onze jaartelling tussen Noordzee, Schelde, Maas, Rijn, Donau en Weichsel woonden
germaans	adj	tot de Germanen, een volk uit de oudheid, behorend
germaanse	=	germaans
germaanser	=	germaans
germaansere	=	germaans
germaansers	=	germaans
germaanst	=	germaans
germaanste	=	germaans
germaantje	=	germaan
germaantjes	=	germaan
germanen	=	germaan
germanenfilter	noun|historical	antenne of schakeling waarmee je tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog ondanks de Duitse stoorzenders naar uitzendingen vanuit Engeland kon luisteren Omdat het beluisteren van deze uitzendingen verboden was, moest een germanenfilter onopvallend gebruikt en bewaard kunnen worden.
germanenfilters	=	germanenfilter
germaniseer	=	germaniseren
germaniseerde	=	germaniseren
germaniseerden	=	germaniseren
germaniseert	=	germaniseren
germanisere	=	germaniseren
germaniseren	verb	iets een Duits karakter geven
germaniserend	=	germaniseren
germaniserende	=	germaniseren
germanisering	noun	het een Duits karakter aannemen; het aannemen van een Duitse identiteit
germaniseringen	=	germanisering
germanisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Duits, of gevormd naar analogie van een sterk gelijkende woord of woordcombinatie in het Duits
germanismen	=	germanisme
germanismetje	=	germanisme
germanismetjes	=	germanisme
germanist	noun	iemand die een licentiaat of doctorandus in de Germaanse taal- en letterkunde is
germaniste	noun	vrouwelijke vorm van germanist
germanisten	=	germanist
germanistes	=	germaniste
germanistiek	noun	studie van de Germaanse talen en letterkunde
germanistisch	adj	betrekking hebbend op de germanistiek of een germanist
germanistische	=	germanistisch
germanistischer	=	germanistisch
germanistischere	=	germanistisch
germanistischers	=	germanistisch
germanistje	=	germanist
germanium	noun	een scheikundig element met symbool Ge en atoomnummer 32. Het is een grijswit metalloïde
germaniumatomen	=	germaniumatoom
germaniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element germanium.
germaniumatoompje	=	germaniumatoom
germaniumatoompjes	=	germaniumatoom
germicide	noun	kiemdodende stof
germinatie	noun	kieming, ontkieming, uitspruiting
germineerde	=	germineren
germineren	verb	ontkiemen
geroamd	=	roamen
geroast	=	roasten
gerobotiseerd	=	robotiseren
gerochel	noun	het aanhoudend, hoorbaar, moeilijk ademhalen doordat er slijm in beweging gebracht wordt
gerocheld	=	rochelen
gerockt	=	rocken
geroddel	noun	aan houdend roddelen en kwaadspreken
geroddeld	=	roddelen
gerodeerd	=	roderen
gerodeerde	=	roderen
gerodeld	=	rodelen
gerodineerd	=	rodineren
gerodineerde	=	rodineren
geroefeld	=	roefelen
geroeid	=	roeien
geroeide	=	roeien
geroekoed	=	roekoeën
geroekoekt	=	roekoeken
geroemd	adj	van een persoon dat hij of zij veel lof ontvangt
geroemde	noun	persoon die veel lof heeft ontvangen
geroemden	=	geroemde
geroemder	=	geroemd
geroemdere	=	geroemd
geroemders	=	geroemd
geroemds	=	geroemd
geroemdst	=	geroemd
geroemdste	=	geroemd
geroep	noun	het voortdurend roepen
geroepen	adv	aangesproken, verplicht
geroepene	noun	een persoon die wordt aangesproken
geroepenen	=	geroepene
geroepens	=	geroepen
geroeptoeterd	=	roeptoeteren
geroer	noun	het aanhoudend, voortdurend mengen door ergens in te roeren
geroerbakt	=	roerbakken
geroerbakte	=	roerbakken
geroerd	adj	emotioneel bewogen, ontroerd
geroerde	=	roeren
geroerds	=	geroerd
geroesd	=	roezen
geroest	=	roesten
geroet	=	roeten
geroetsjt	=	roetsjen
geroezemoes	noun	een achtergrondgeluid bestaande uit veel door elkaar sprekende stemmen
geroezemoesd	=	roezemoezen
geroffel	noun	het voortdurend snel herhalend slaan waarbij veel lawaai wordt gemaakt
geroffeld	=	roffelen
geroffelde	=	roffelen
gerojemd	=	rojemen
gerojend	=	rojenen
gerokeerd	=	rokeren
geroken	=	rieken
gerokt	=	rokken
gerold	=	rollen
gerolde	=	rollen
gerollebold	=	rollebollen
gerolschaatst	=	rolschaatsen
gerolskied	=	rolskiën
geromaniseerd	adj	beïnvloed en gevormd door de Romeinen en de Romeinse cultuur
geromaniseerde	=	geromaniseerd
geromaniseerds	=	geromaniseerd
geromantiseerd	=	romantiseren
geromantiseerde	=	romantiseren
gerommel	noun	voortbrengsel van rommelen
gerommeld	adj	geklooid, gerotzooi, geklungel
gerommelde	=	gerommeld
gerommelds	=	gerommeld
gerond	adj	geheel ergens omheen gegaan of gevaren
geronde	=	ronden
geronder	=	gerond
gerondere	=	gerond
geronders	=	gerond
geronds	=	gerond
gerondst	=	gerond
gerondste	=	gerond
geronk	noun	het aanhoudend snurken
geronkt	=	ronken
geronnen	adj	van bloed dat uit het lichaam is gestroomd, dat het gestold is
geronnens	=	geronnen
geronseld	=	ronselen
geronselde	noun	persoon die geronseld is voor voor het leger
geronselden	=	geronselde
gerontisme	noun	zwakheid van geest als een gevolg van de ouderdom
gerontocratie	noun	heerschappij van ouderen
gerontocratieën	=	gerontocratie
gerontofiel	noun	iemand met een seksuele voorkeur voor bejaarden	adj	voorkeur hebbend voor geslachtelijke liefde met bejaarden
gerontofiele	=	gerontofiel
gerontofielen	=	gerontofiel
gerontofiels	=	gerontofiel
gerontofieltje	=	gerontofiel
gerontofieltjes	=	gerontofiel
gerontologen	=	gerontoloog
gerontologie	noun	tak van wetenschap die het "ouder worden" bestudeert, zowel in lichamelijk, maatschappelijk als in geestelijk opzicht
gerontologisch	adj	betrekking hebbend op de gerontologie of een gerontoloog
gerontologische	=	gerontologisch
gerontologischer	=	gerontologisch
gerontologischere	=	gerontologisch
gerontologischers	=	gerontologisch
gerontoloog	noun	specialist in de gerontologie
gerontoloogje	=	gerontoloog
gerontoloogjes	=	gerontoloog
geroofd	=	roven
geroofde	=	roven
gerooid	=	rooien
gerooide	=	rooien
gerook	noun	het aanhoudend roken
gerookt	adj	als iets lang in de rook heeft gehangen
gerookte	=	roken
gerookter	=	gerookt
gerooktere	=	gerookt
gerookters	=	gerookt
gerookts	=	gerookt
gerooktst	=	gerookt
gerooktste	=	gerookt
geroomd	=	romen
geroomde	=	romen
geroost	=	roosten
gerooste	=	roosten
geroosterd	adj	toestand van iets na verhitting in de gloed van het vuur
geroosterde	=	roosteren
geroosterds	=	geroosterd
geroot	=	roten
geropt	=	roppen
geropte	=	roppen
geroskamd	=	roskammen
geroskamde	=	roskammen
gerost	=	rossen
geroste	=	rossen
gerot	=	rotten
gerote	=	roten
geroteerd	=	roteren
geroteerde	=	roteren
gerotte	=	rotten
gerotzooi	noun	onduidelijk rommelen, klooien en flikflooien
gerotzooid	=	rotzooien
gerouleerd	=	rouleren
gerouteerd	=	routeren
gerouteerde	=	routeren
geroutineerd	adj	iets wat je goed kunt doordat je het vaak gedaan hebt
geroutineerde	=	geroutineerd
geroutineerder	=	geroutineerd
geroutineerdere	=	geroutineerd
geroutineerders	=	geroutineerd
geroutineerds	=	geroutineerd
geroutineerdst	=	geroutineerd
geroutineerdste	=	geroutineerd
gerouwd	=	rouwen
gerouwdouwd	=	rouwdouwen
geroyeerd	=	royeren
geroyeerde	=	royeren
gers	adj	gaaf, goed, in orde
gerse	=	gers
gerser	=	gers
gersere	=	gers
gersers	=	gers
gerst	noun	plant van het geslacht Hordeum
gerstbrood	=	gerstebrood
gerste	=	gers
gerstebier	noun	uit gerst gebrouwen bier
gerstebieren	=	gerstebier
gerstebroden	=	gerstebrood
gerstebrood	noun	brood gemaakt van het meel van gerst
gerstebroodje	=	gerstebrood
gerstekorrel	noun	zaadkorrel van gerst
gerstekorrels	=	gerstekorrel
gerstekorreltje	=	gerstekorrel
gerstekorreltjes	=	gerstekorrel
gerstemeel	noun	meel gemaakt van gerst
gerstemout	noun	gerst die men heeft laten kiemen en drogen om er bier van te brouwen
gersten	noun	gerstebier
gerstenat	noun|informal	bier omdat bier van gerst gemaakt wordt
gerstenatje	=	gerstenat
gerstenatten	=	gerstenat
gerstenbrood	=	gerstebrood
gerstepap	noun	pap gemaakt van geweekte en gekookte gerst
gerstepappen	=	gerstepap
gerstewater	noun	water waarin men gerst gekookt heeft
gerstewatertje	=	gerstewater
gerstewatertjes	=	gerstewater
gerstkorrel	noun	graankorrel van gerst
gerstkorrels	=	gerstkorrel
gerstkorreltje	=	gerstkorrel
gerstkorreltjes	=	gerstkorrel
gerstmaand	noun|obsolete	negende maand van het kalenderjaar
gerubd	=	rubben
gerubriceerd	=	rubriceren
gerubriceerde	=	rubriceren
gerucht	noun	lawaai; een klein geluid
geruchte	=	gerucht
geruchten	=	gerucht
geruchtencircuit	noun	groep van mensen die, zonder genoeg feitenkennis, over een bepaalde zaak met elkaar roddelt, babbelt of speculeert
geruchtencircuits	=	geruchtencircuit
geruchtenmachine	noun	het hele proces van het verzinnen en verspreiden van roddels
geruchtenmachines	=	geruchtenmachine
geruchtenmolen	noun	alle mensen die over een bepaald onderwerp geruchten verspreiden
geruchtenmolens	=	geruchtenmolen
geruchtenstromen	=	geruchtenstroom
geruchtenstroom	noun	onafgebroken opeenvolging van geruchten
geruchtenstroompje	=	geruchtenstroom
geruchtenstroompjes	=	geruchtenstroom
geruchtje	=	gerucht
geruchtjes	=	gerucht
geruchtloos	adj	zonder gerucht te maken
geruchtloost	=	geruchtloos
geruchtlooste	=	geruchtloos
geruchtloze	=	geruchtloos
geruchtlozer	=	geruchtloos
geruchtlozere	=	geruchtloos
geruchtlozers	=	geruchtloos
geruchtmakend	adj	als iets ophef veroorzaakt, als iets zo sensationeel is dat veel mensen erover praten
geruchtmakende	=	geruchtmakend
geruchtmakender	=	geruchtmakend
geruchtmakendere	=	geruchtmakend
geruchtmakenders	=	geruchtmakend
geruchtmakends	=	geruchtmakend
geruchtmakendst	=	geruchtmakend
geruchtmakendste	=	geruchtmakend
geruft	=	ruften
gerugbyd	=	rugbyen
geruggensteund	adj	met hulp en ondersteuning
geruggensteunde	=	geruggensteund
geruggensteunder	=	geruggensteund
geruggensteundere	=	geruggensteund
geruggensteunders	=	geruggensteund
geruggensteunds	=	geruggensteund
geruggensteundst	=	geruggensteund
geruggensteundste	=	geruggensteund
gerugsteund	adj	geruggensteund
gerugsteunder	=	gerugsteund
gerugsteundere	=	gerugsteund
gerugsteunders	=	gerugsteund
gerugsteunds	=	gerugsteund
gerugsteundst	=	gerugsteund
gerugsteundste	=	gerugsteund
geruid	=	ruien
geruild	=	ruilen
geruilde	noun	persoon die geruild is met een ander
geruilden	=	geruilde
geruim	adj	overvloedige hoeveelheid
geruimd	=	ruimen
geruimde	=	ruimen
geruime	=	geruim
geruimer	=	geruim
geruimere	=	geruim
geruimers	=	geruim
geruims	=	geruim
geruimst	=	geruim
geruimste	=	geruim
geruis	noun	ruisend geluid (d.w.z. met een 'wit' frequentiespectrum)
geruisarm	adj	weinig hinderlijk lawaai of bijgeluiden veroorzakend
geruisarme	=	geruisarm
geruisarmer	=	geruisarm
geruisarmere	=	geruisarm
geruisarmers	=	geruisarm
geruisarms	=	geruisarm
geruisarmst	=	geruisarm
geruisarmste	=	geruisarm
geruisch	=	geruis
geruisen	=	geruis
geruisje	=	geruis
geruisjes	=	geruis
geruisloos	adj	zonder geluid te maken, geluidloos
geruisloosheid	noun	het geruisloos zijn
geruisloost	=	geruisloos
geruislooste	=	geruisloos
geruisloze	=	geruisloos
geruislozer	=	geruisloos
geruislozere	=	geruisloos
geruislozers	=	geruisloos
geruist	=	ruisen
geruit	adj	met een ruitjespatroon, zo geweven dat een patroon van rechthoeken zichtbaar is
geruite	=	ruiten
geruiter	=	geruit
geruitere	=	geruit
geruiters	=	geruit
geruits	=	geruit
geruitst	=	geruit
geruitste	=	geruit
geruizeld	=	ruizelen
gerukt	=	rukken
gerukte	=	rukken
gerumineerd	=	rumineren
gerumineerde	=	rumineren
gerummikupt	=	rummikuppen
gerund	=	runnen
gerunde	=	runnen
gerundia	=	gerundium
gerundium	noun	zelfstandig gebruikte verbogen infinitief, zoals die voorkomt in het Latijn, maar ook in andere talen zoals het Middelnederlands
gerundiumpje	=	gerundium
gerundiumpjes	=	gerundium
gerundiums	=	gerundium
gerundiva	=	gerundivum
gerundivum	noun	de bijvoeglijk gebruikte vorm van de infinitief.
gerussificeerd	=	russificeren
gerust	adv	op geruste wijze	adj	zonder angst of zorg
geruste	=	rusten
gerustelijk	adj	zonder angst, vrees of bezorgdheid
gerustelijke	=	gerustelijk
gerustelijker	=	gerustelijk
gerustelijkere	=	gerustelijk
gerustelijkers	=	gerustelijk
gerustelijks	=	gerustelijk
gerustelijkst	=	gerustelijk
gerustelijkste	=	gerustelijk
geruster	=	gerust
gerustere	=	gerust
gerusters	=	gerust
gerustgesteld	=	geruststellen
gerustgestelde	=	geruststellen
gerustheid	noun	het vertrouwen in een goede afloop
gerusts	=	gerust
gerustst	=	gerust
gerustste	=	gerust
geruststel	=	geruststellen
geruststelde	=	geruststellen
geruststelden	=	geruststellen
geruststelle	=	geruststellen
geruststellen	verb	iemands angst of zorgen ontzenuwen of minder aannemelijk maken
geruststellend	adj	iets is geruststellend als het er voor zorgt dat je niet bang of ongerust hoeft te zijn
geruststellende	=	geruststellend
geruststellender	=	geruststellend
geruststellendere	=	geruststellend
geruststellenders	=	geruststellend
geruststellends	=	geruststellend
geruststellendst	=	geruststellend
geruststellendste	=	geruststellend
geruststelling	noun	de daad van het geruststellen
geruststellingen	=	geruststelling
geruststelt	=	geruststellen
geruwd	=	ruwen
geruwde	=	ruwen
geruzie	noun	het onafgebroken ruziën
geruzied	=	ruziën
geruzies	=	geruzie
geruïneerd	=	ruïneren
geruïneerde	=	ruïneren
gerve	=	gerven
gerven	verb	looien van leer
gervend	=	gerven
gervende	=	gerven
gerw	noun	Achillea millefolium, een kruidachtige plant met een dubbel veerdelig blad, waardoor het lijkt of het uit zeer veel kleine blaadjes bestaat
gerwe	=	gerw
gerwen	=	gerw
geröntgend	=	röntgenen
geröntgende	=	röntgenen
ges	noun	een met een halve toon verlaagde toon "g"
ges-groot	noun	het akkoord ges - bes - des, de grote drieklank op de eerste trap van de Ges-grotetertstoonladder
ges-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Ges-grotetertstoonladder
ges-grootakkoorden	=	ges-grootakkoord
ges-grootakkoordje	=	ges-grootakkoord
ges-grootakkoordjes	=	ges-grootakkoord
ges-grotetertstoonladder	noun	een grotetertstoonladder met “ges” als grondtoon
ges-grotetertstoonladders	=	ges-grotetertstoonladder
ges-grotetertstoonladdertje	=	ges-grotetertstoonladder
ges-grotetertstoonladdertjes	=	ges-grotetertstoonladder
ges-klein	noun	het akkoord ges - beses - des (=ges - a - des), de kleine drieklank op de eerste trap van de ges-kleinetertstoonladder
ges-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de ges-kleinetertstoonladder
ges-kleinakkoorden	=	ges-kleinakkoord
ges-kleinakkoordje	=	ges-kleinakkoord
ges-kleinakkoordjes	=	ges-kleinakkoord
ges-kleinetertstoonaard	noun	een (ongebruikelijke) mineurtoonladder met “ges” als grondtoon
ges-kleinetertstoonaarden	=	ges-kleinetertstoonaard
ges-kleinetertstoonaardje	=	ges-kleinetertstoonaard
ges-kleinetertstoonaardjes	=	ges-kleinetertstoonaard
ges-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “ges” (= ”fis”) als grondtoon
ges-kleinetertstoonladders	=	ges-kleinetertstoonladder
ges-kleinetertstoonladdertje	=	ges-kleinetertstoonladder
ges-kleinetertstoonladdertjes	=	ges-kleinetertstoonladder
ges-majeur	noun	het akkoord ges - bes - des, de grote drieklank op de eerste trap van de Ges-grotetertstoonladder
ges-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Ges-grotetertstoonladder
ges-majeurakkoorden	=	ges-majeurakkoord
ges-majeurakkoordje	=	ges-majeurakkoord
ges-majeurakkoordjes	=	ges-majeurakkoord
ges-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “ges” als grondtoon
ges-majeurtoonaarden	=	ges-majeurtoonaard
ges-majeurtoonaardje	=	ges-majeurtoonaard
ges-majeurtoonaardjes	=	ges-majeurtoonaard
ges-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "ges" als grondtoon
ges-majeurtoonladders	=	ges-majeurtoonladder
ges-majeurtoonladdertje	=	ges-majeurtoonladder
ges-majeurtoonladdertjes	=	ges-majeurtoonladder
ges-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "ges" als grondtoon
ges-majeurtoonschaaltje	=	ges-majeurtoonschaal
ges-majeurtoonschaaltjes	=	ges-majeurtoonschaal
ges-majeurtoonschalen	=	ges-majeurtoonschaal
ges-mineur	noun	het akkoord ges - beses - des (=ges - a - des), de kleine drieklank op de eerste trap van de ges-kleinetertstoonladder
ges-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de ges-kleinetertstoonladder
ges-mineurakkoorden	=	ges-mineurakkoord
ges-mineurakkoordje	=	ges-mineurakkoord
ges-mineurakkoordjes	=	ges-mineurakkoord
ges-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “ges” (= ”fis”) als grondtoon
ges-mineurtoonladders	=	ges-mineurtoonladder
ges-mineurtoonladdertje	=	ges-mineurtoonladder
ges-mineurtoonladdertjes	=	ges-mineurtoonladder
ges-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “ges” (= ”fis”) als grondtoon
ges-mineurtoonschaaltje	=	ges-mineurtoonschaal
ges-mineurtoonschaaltjes	=	ges-mineurtoonschaal
ges-mineurtoonschalen	=	ges-mineurtoonschaal
ges-toonladder	=	ges-grotetertstoonladder
gesabbel	noun	aanhoudend zachtjes ergens aan zuigen
gesabbeld	=	sabbelen
gesabberd	=	sabberen
gesabd	=	sabben
gesabeld	=	sabelen
gesaboteerd	=	saboteren
gesaboteerde	=	saboteren
gesabreerd	=	sabreren
gesacreerd	=	sacreren
gesacreerde	=	sacreren
gesacrifieerd	=	sacrifiëren
gesacrifieerde	=	sacrifiëren
gesakker	noun	gevloek, gefoeter
gesakkerd	=	sakkeren
gesalarieerd	=	salariëren
gesalarieerde	=	salariëren
gesaldeerd	=	salderen
gesaldeerde	=	salderen
gesaliveerd	=	saliveren
gesalueerd	=	salueren
gesalueerde	=	salueren
gesammeld	=	sammelen
gesampled	=	samplen
gesamplede	=	samplen
gesamtkunstwerk	noun	bouwwerk of installatie dat als geheel gezien kan worden als een kunstwerk; een ideaal samenspel van alle kunsten
gesamtkunstwerken	=	gesamtkunstwerk
gesamtkunstwerkje	=	gesamtkunstwerk
gesamtkunstwerkjes	=	gesamtkunstwerk
gesanctioneerd	=	sanctioneren
gesanctioneerde	=	sanctioneren
gesandwicht	=	sandwichen
gesandwichte	=	sandwichen
gesaneerd	=	saneren
gesaneerde	=	saneren
gesappel	noun	moeizame arbeid
gesappeld	=	sappelen
gesar	noun	aanhoudend treiteren, plagen, jennen of tergen van iets of iemand
gesard	=	sarren
gesarde	=	sarren
gesast	=	sassen
gesaste	=	sassen
gesatineerd	adj	glad en glanzend gemaakt, met name van papier
gesatineerde	=	satineren
gesatineerder	=	gesatineerd
gesatineerdere	=	gesatineerd
gesatineerders	=	gesatineerd
gesatineerds	=	gesatineerd
gesatineerdst	=	gesatineerd
gesatineerdste	=	gesatineerd
gesatureerd	adj	verzadigd, vol
gesatureerde	=	gesatureerd
gesatureerder	=	gesatureerd
gesatureerdere	=	gesatureerd
gesatureerders	=	gesatureerd
gesatureerds	=	gesatureerd
gesatureerdst	=	gesatureerd
gesatureerdste	=	gesatureerd
gesaunaad	=	saunaën
gesausd	=	sauzen
gesaust	adj	voorzien zijnde van een laag, gewoonlijk witte, muurverf
gesausts	=	gesaust
gesauteerd	adj	met boter of olie gebakken
gesauteerde	=	sauteren
gesauteerds	=	gesauteerd
gesauveerd	=	sauveren
gesauveerde	=	sauveren
gesaved	=	saven
gesavede	=	saven
gesavoureerd	=	savoureren
gesavoureerde	=	savoureren
gescalpeerd	=	scalperen
gescalpeerde	=	scalperen
gescand	=	scannen
gescande	=	scannen
gescandeerd	=	scanderen
gescandeerde	=	scanderen
geschaad	=	schaden
geschaafd	adj	met een schaafwond
geschaafde	=	geschaafd
geschaafder	=	geschaafd
geschaafdere	=	geschaafd
geschaafders	=	geschaafd
geschaafds	=	geschaafd
geschaafdst	=	geschaafd
geschaafdste	=	geschaafd
geschaakt	=	schaken
geschaakte	=	schaken
geschaald	=	schalen
geschaalde	=	schalen
geschaamd	=	schamen
geschaard	=	scharen
geschaatst	=	schaatsen
geschaatste	=	schaatsen
geschade	=	schaden
geschaduwd	=	schaduwen
geschaduwde	=	schaduwen
geschaffeld	=	schaffelen
geschaft	=	schaffen
geschafte	=	schaften
geschakeerd	adj	met veel schakeringen, met veel kanten, met veel versiering; met veel verschillen
geschakeerde	=	geschakeerd
geschakeerder	=	geschakeerd
geschakeerdere	=	geschakeerd
geschakeerders	=	geschakeerd
geschakeerds	=	geschakeerd
geschakeerdst	=	geschakeerd
geschakeerdste	=	geschakeerd
geschakeld	=	schakelen
geschakelde	=	schakelen
geschal	noun	het luide geluid van een trompet of hoorn
geschald	=	schallen
geschalmd	=	schalmen
geschalmde	=	schalmen
geschalmeid	=	schalmeien
geschamperd	=	schamperen
geschampt	=	schampen
geschampte	=	schampen
geschandaliseerd	=	schandaliseren
geschandaliseerde	=	schandaliseren
geschapen	=	scheppen
geschard	=	schar
gescharnierd	=	scharnieren
gescharrel	noun	onzeker en moeizaam zoekend en bewegend
gescharreld	=	scharrelen
gescharrelde	=	scharrelen
geschat	adj	geraamd, ongeveer verwacht
geschate	=	geschat
geschater	noun	aanhoudend luid lachen
geschaterd	=	schateren
geschaterlacht	=	schaterlachen
geschats	=	geschat
geschatte	=	schatten
geschaveeld	=	schavelen
geschaveelde	=	schavelen
geschaverdijnd	=	schaverdijnen
geschavield	=	schavielen
geschavielde	=	schavielen
gescheeld	=	schelen
gescheept	=	schepen
gescheepte	=	schepen
gescheerd	=	scheren
gescheerde	=	scheren
gescheiden	=	scheiden
gescheld	noun	het voortdurend schelden
geschelde	=	gescheld
geschelds	=	gescheld
geschelpt	adj	met schubben
geschelpte	=	geschelpt
geschelpter	=	geschelpt
geschelptere	=	geschelpt
geschelpters	=	geschelpt
geschelpts	=	geschelpt
geschelptst	=	geschelpt
geschelptste	=	geschelpt
geschematiseerd	=	schematiseren
geschemerd	=	schemeren
geschenen	=	schijnen
geschenk	noun	iets dat men iemand geeft, meestal ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis
geschenkbon	noun	cadeaubon
geschenkbonnen	=	geschenkbon
geschenkbonnetje	=	geschenkbon
geschenkbonnetjes	=	geschenkbon
geschenkbons	=	geschenkbon
geschenkdoos	noun	een mooie en stevige doos om een geschenk in te geven, te beschermen en mooi te presenteren
geschenkdoosje	=	geschenkdoos
geschenkdoosjes	=	geschenkdoos
geschenkdozen	=	geschenkdoos
geschenke	=	geschenk
geschenken	=	geschenk
geschenkenbon	noun	cadeaubon; een tegoedbon die als cadeau gegeven wordt
geschenkenbonnen	=	geschenkenbon
geschenkenbonnetje	=	geschenkenbon
geschenkenbonnetjes	=	geschenkenbon
geschenkenbons	=	geschenkenbon
geschenkenpakket	noun	klein pak met meerdere cadeaus
geschenkenpakketje	=	geschenkenpakket
geschenkenpakketjes	=	geschenkenpakket
geschenkenpakketten	=	geschenkenpakket
geschenkenregeling	noun	regeling die bepaalt welke cadeaus een functionaris mag aannemen zonder dat er sprake is van corruptie , omkoping of ongeoorloofde beïnvloeding
geschenkenregelingen	=	geschenkenregeling
geschenkidee	noun	plan over wat men cadeau kan doen
geschenkideeën	=	geschenkidee
geschenkje	=	geschenk
geschenkjes	=	geschenk
geschenkpakket	noun	klein pak met een of meerdere cadeaus
geschenkpakketje	=	geschenkpakket
geschenkpakketjes	=	geschenkpakket
geschenkpakketten	=	geschenkpakket
geschenkpapier	noun	stevig, kleurrijk papier waarmee men gekochte producten feestelijk kan verpakken
geschenktas	noun	feestelijke, vaak decoratieve tas die specifiek is ontworpen om geschenken in te verpakken, waardoor inpakpapier overbodig wordt
geschenktasje	=	geschenktas
geschenktasjes	=	geschenktas
geschenktassen	=	geschenktas
geschenkverpakking	noun	feestelijke verpakking van iets dat men als cadeau wil geven
geschenkverpakkingen	=	geschenkverpakking
geschenkverpakkinkje	=	geschenkverpakking
geschenkverpakkinkjes	=	geschenkverpakking
geschenkzending	noun	een verzending van goederen die door een particulier in een niet-EU-land (derde land) wordt gestuurd naar een andere particulier binnen de Europese Unie (de Gemeenschap).
geschenkzendingen	=	geschenkzending
geschenkzendinkje	=	geschenkzending
geschenkzendinkjes	=	geschenkzending
geschept	adj	aangereden
geschepte	=	scheppen
geschepts	=	geschept
gescherm	noun	voortdurend iets als een argument opwerpen
geschermd	=	schermen
geschermutseld	=	schermutselen
gescherpt	=	scherpen
gescherpte	=	scherpen
geschertst	=	schertsen
gescheten	=	schijten
geschetst	adj	in hoofdlijnen getekend
geschetste	=	schetsen
geschetsts	=	geschetst
geschetter	noun	het aanhoudende een schetterend / schaterend geluid maken met name door vogels of blaasinstrumenten
geschetterd	=	schetteren
gescheukt	=	scheuken
gescheurd	adj	kapot door scheuren
gescheurde	=	scheuren
gescheurder	=	gescheurd
gescheurdere	=	gescheurd
gescheurders	=	gescheurd
gescheurds	=	gescheurd
gescheurdst	=	gescheurd
gescheurdste	=	gescheurd
geschied	=	geschieden
geschiedbeoefening	noun	het verrichten van historisch onderzoek en geschiedschrijving
geschiedbeoefeningen	=	geschiedbeoefening
geschiedboek	noun	een boek dat geschreven is over gebeurtenissen, personen of ontwikkelingen uit het verleden, vaak bedoeld om de geschiedenis te documenteren, te analyseren en te interpreteren
geschiedboeken	=	geschiedboek
geschiedboekje	=	geschiedboek
geschiedboekjes	=	geschiedboek
geschiedde	=	geschieden
geschiedden	=	geschieden
geschiede	=	geschieden
geschieden	verb	werkelijkheid worden
geschiedend	=	geschieden
geschiedende	=	geschieden
geschiedenis	noun	een verhaal dat het geheel gebeurtenissen rond een bepaald persoon of entiteit beschrijft
geschiedenisboek	noun	een schoolboek dat in de geschiedenisles gebruikt wordt en waarin de geschiedenis van de wereld wordt behandeld.
geschiedenisboeken	=	geschiedenisboek
geschiedenisboekje	=	geschiedenisboek
geschiedenisboekjes	=	geschiedenisboek
geschiedenisdocent	noun	persoon die het vak geschiedenis geeft op een middelbare school
geschiedenisdocenten	=	geschiedenisdocent
geschiedenisfilosofie	noun	een tak van de filosofie die zich enerzijds bezighoudt met de betekenis die mogelijk kan worden toegekend aan de menselijke geschiedenis en anderzijds de praktijk van geschiedschrijving analyseert
geschiedenisfilosofieën	=	geschiedenisfilosofie
geschiedenisje	=	geschiedenis
geschiedenisjes	=	geschiedenis
geschiedenisleraar	noun	een leraar die les geeft in de geschiedenis van de wereld.
geschiedenisleraars	=	geschiedenisleraar
geschiedenisleraartje	=	geschiedenisleraar
geschiedenisleraartjes	=	geschiedenisleraar
geschiedenisleraren	=	geschiedenisleraar
geschiedenislerares	noun	een lerares die les geeft in de geschiedenis van de wereld.
geschiedenisleraresje	=	geschiedenislerares
geschiedenisleraresjes	=	geschiedenislerares
geschiedenisleraressen	=	geschiedenislerares
geschiedenisles	noun	een schoolvak waarin de geschiedenis van de wereld wordt behandeld.
geschiedenislesje	=	geschiedenisles
geschiedenislesjes	=	geschiedenisles
geschiedenislessen	=	geschiedenisles
geschiedenislokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin de geschiedenis van de wereld wordt behandeld.
geschiedenislokaaltje	=	geschiedenislokaal
geschiedenislokaaltjes	=	geschiedenislokaal
geschiedenislokalen	=	geschiedenislokaal
geschiedenisonderwijs	noun	onderwijs in het vak geschiedenis
geschiedenisontkenner	noun	persoon beweert dat bepaalde historische feiten niet hebben plaatsgevonden
geschiedenisontkenners	=	geschiedenisontkenner
geschiedenisontkennertje	=	geschiedenisontkenner
geschiedenisontkennertjes	=	geschiedenisontkenner
geschiedenisprogramma	noun	radio- of televisieprogramma dat gaat over onderwerpen uit het verleden
geschiedenisprogramma's	=	geschiedenisprogramma
geschiedenissen	=	geschiedenis
geschiedenisstudent	noun	persoon die geschiedenis studeert aan de universiteit
geschiedenisstudenten	=	geschiedenisstudent
geschiedenisstudie	noun	opleiding betreffende onderwerpen uit het verleden
geschiedenisstudies	=	geschiedenisstudie
geschiedenisverhaal	noun	vertelling over een gebeurtenis in het verleden
geschiedenisverhaaltje	=	geschiedenisverhaal
geschiedenisverhaaltjes	=	geschiedenisverhaal
geschiedenisverhalen	=	geschiedenisverhaal
geschiedeniswinkel	noun	winkel waar men boeken e.d. over de geschiedenis kan kopen
geschiedeniswinkels	=	geschiedeniswinkel
geschiedeniswinkeltje	=	geschiedeniswinkel
geschiedeniswinkeltjes	=	geschiedeniswinkel
geschiedfilosofisch	adj	betrekking hebbend op de wijsbegeerte van de geschiedenis
geschiedfilosofische	=	geschiedfilosofisch
geschiedfilosofischer	=	geschiedfilosofisch
geschiedfilosofischere	=	geschiedfilosofisch
geschiedfilosofischers	=	geschiedfilosofisch
geschiedkunde	noun	de wetenschap die zich de kennis van de geschiedenis ten doel stelt
geschiedkundig	adj	betrekking hebbend op de geschiedkunde
geschiedkundige	=	geschiedkundig
geschiedkundiger	=	geschiedkundig
geschiedkundigere	=	geschiedkundig
geschiedkundigers	=	geschiedkundig
geschiedkundigs	=	geschiedkundig
geschiedkundigst	=	geschiedkundig
geschiedkundigste	=	geschiedkundig
geschiedopvatting	noun	de interpretatie van het verleden
geschiedopvattingen	=	geschiedopvatting
geschiedschrijf	=	geschiedschrijven
geschiedschrijfster	noun	vrouwelijke wetenschapper die de historie bestudeert, vrouw die over vroegere tijden publiceert
geschiedschrijfsters	=	geschiedschrijfster
geschiedschrijven	verb	het beschrijven van de geschiedenis
geschiedschrijvend	=	geschiedschrijven
geschiedschrijvende	=	geschiedschrijven
geschiedschrijver	noun	wetenschapper die de geschiedenis bestudeert, beschrijver van vroeger tijden
geschiedschrijvers	=	geschiedschrijver
geschiedschrijving	noun	het schrijven van geschiedenis, van historische werken
geschiedschrijvingen	=	geschiedschrijving
geschiedsfilosofisch	=	geschiedfilosofisch
geschiedsvervalsing	noun	het met opzet maken van een valse voorstelling van het verleden
geschiedsvervalsingen	=	geschiedsvervalsing
geschiedt	=	geschieden
geschiedverhaal	noun	vertelling over een gebeurtenis in het verleden
geschiedverhaaltje	=	geschiedverhaal
geschiedverhaaltjes	=	geschiedverhaal
geschiedverhalen	=	geschiedverhaal
geschiedvervalsing	noun	het moedwillig aanbrengen van onwaarheden in de geschiedschrijving, meestal met politieke bedoelingen
geschiedvervalsingen	=	geschiedvervalsing
geschiedvervalsinkje	=	geschiedvervalsing
geschiedvervalsinkjes	=	geschiedvervalsing
geschiedvorser	noun	historicus
geschiedvorsers	=	geschiedvorser
geschiedwerk	noun	boek of artikel dat gaat over een onderwerp uit het verleden
geschiedwerken	=	geschiedwerk
geschiedwerkje	=	geschiedwerk
geschiedwerkjes	=	geschiedwerk
geschiedwetenschap	noun	de wetenschap die het verleden als onderzoeksterrein heeft
geschiedwetenschappen	=	geschiedwetenschap
geschiemand	=	schiemannen
geschiet	noun	het herhaaldelijk schieten
geschift	adj	gek, malende, getikt
geschifte	=	schiften
geschifter	=	geschift
geschiftere	=	geschift
geschifters	=	geschift
geschifts	=	geschift
geschiftst	=	geschift
geschiftste	=	geschift
geschikt	adj	met de juiste eigenschappen
geschikte	=	geschikt
geschikter	=	geschikt
geschiktere	=	geschikt
geschikters	=	geschikt
geschiktheden	=	geschiktheid
geschiktheid	noun	het geschikt zijn
geschikts	=	geschikt
geschiktst	=	geschikt
geschiktste	=	geschikt
geschil	noun	geweldloos conflict, vaak politiek of diplomatiek met juridische aspecten.
geschild	=	schillen
geschilde	=	schillen
geschilderd	adj	geverfd
geschilderde	=	schilderen
geschilderds	=	geschilderd
geschilferd	=	schilferen
geschillen	=	geschil
geschillenbeslechting	noun	het oplossen van meningsverschillen en conflicten tussen verschillende partijen zonder tussenkomst van een rechter
geschillenbeslechtingen	=	geschillenbeslechting
geschillencommissie	noun	instelling die bij conflicten bemiddelt
geschillencommissies	=	geschillencommissie
geschillenregeling	noun	procedure hoe men om moet gaat met conflicten en meningsverschillen
geschillenregelingen	=	geschillenregeling
geschilletje	=	geschil
geschilletjes	=	geschil
geschilpunt	noun	punt waarover onenigheid bestaat
geschilpunten	=	geschilpunt
geschilpuntje	=	geschilpunt
geschilpuntjes	=	geschilpunt
geschimmeld	=	schimmelen
geschimp	noun	het aanhoudend schelden of beledigen
geschimpt	=	schimpen
geschipper	noun	het aanhoudend maken van (slappe of slechte) compromissen
geschipperd	=	schipperen
geschitter	noun	het mooi fonkelen van licht
geschitterd	=	schitteren
geschmier	noun	het bij aanhouding overdreven acteren, het bij voortduring op het gevoel spelen
geschmierd	=	schmieren
geschminkt	adj	opvallend opgemaakt
geschminkte	=	schminken
geschminkter	=	geschminkt
geschminktere	=	geschminkt
geschminkters	=	geschminkt
geschminkts	=	geschminkt
geschminktst	=	geschminkt
geschminktste	=	geschminkt
geschnabbeld	=	schnabbelen
geschobd	=	schobben
geschobde	=	schobben
geschoeid	=	schoeien
geschoeide	=	schoeien
geschoffeerd	=	schofferen
geschoffeerde	=	schofferen
geschoffeld	=	schoffelen
geschoffelde	=	schoffelen
geschokkeerd	=	schokkeren
geschokschouderd	=	schokschouderen
geschokt	adj	heftig pijnlijk ontroerd
geschokte	=	schokken
geschokter	=	geschokt
geschoktere	=	geschokt
geschokters	=	geschokt
geschoktheid	noun	het geschrokken zijn
geschokts	=	geschokt
geschoktst	=	geschokt
geschoktste	=	geschokt
gescholden	=	schelden
gescholen	=	schuilen
geschommeld	=	schommelen
geschonden	=	schenden
geschonken	=	schenken
geschoofd	=	schoven
geschoofde	=	schoven
geschooid	=	schooien
geschoold	adj	van een persoon dat hij of zij op school heeft gezeten en een relevante opleiding heeft genoten
geschoolde	noun	iemand die onderwijs gehad heeft
geschoolden	=	geschoolde
geschoolder	=	geschoold
geschooldere	=	geschoold
geschoolders	=	geschoold
geschoolds	=	geschoold
geschooldst	=	geschoold
geschooldste	=	geschoold
geschoond	=	schonen
geschoonde	=	schonen
geschoord	=	schoren
geschoorde	=	schoren
geschopeerd	=	schoperen
geschopt	=	schoppen
geschopte	=	schoppen
geschoren	=	scheren
geschorst	=	schorsen
geschorste	=	schorsen
geschort	=	schorten
geschorte	=	schorten
geschoteld	=	schotelen
geschoten	=	schieten
geschouderd	=	schouderen
geschouderde	=	schouderen
geschouwd	=	schouwen
geschouwde	=	schouwen
geschoven	=	schuiven
geschraagd	=	schragen
geschraagde	=	schragen
geschraald	=	schralen
geschraap	noun	het voortdurend schrapen (van bijvoorbeeld de keel of van het ene voorwerp over het andere)
geschraapt	=	schrapen
geschraapte	=	schrapen
geschrabd	=	schrabben
geschramd	=	schrammen
geschramde	=	schrammen
geschrankt	=	schranken
geschrankte	=	schranken
geschransd	=	schranzen
geschranst	=	schransen
geschrapt	=	schrappen
geschrapte	=	schrappen
geschreden	=	schrijden
geschreeuw	noun	het telkens of aanhoudend schreeuwen
geschreeuwd	=	schreeuwen
geschreeuwde	=	schreeuwen
geschrei	noun	het aanhoudend huilen
geschreid	=	schreien
geschreien	=	geschrei
geschreven	=	schrijven
geschrevene	noun	dat wat men met letters op papier is gezet
geschrift	noun	geschreven tekst, al of niet in druk verschenen
geschrifte	=	geschrift
geschriften	=	geschrift
geschriftje	=	geschrift
geschriftjes	=	geschrift
geschrijf	noun	het voortdurend schrijven, vaak in een wat minachtende betekenis gebruikt
geschrijnd	=	schrijnen
geschrikkeld	=	schrikkelen
geschrikt	=	schrikken
geschrikte	=	schrikken
geschrobd	=	schrobben
geschrobde	=	schrobben
geschroefd	=	schroeven
geschroefde	=	schroeven
geschroeid	=	schroeien
geschroeide	=	schroeien
geschrok	noun	het aanhoudend veel te snel, te gulzig eten
geschrokken	=	schrikken
geschrokt	=	schrokken
geschrokte	=	schrokken
geschrold	=	schrollen
geschrompeld	=	schrompelen
geschrompelde	=	schrompelen
geschrood	=	schroden
geschrooid	=	schrooien
geschrooide	=	schrooien
geschroomd	=	schromen
geschroomde	=	schromen
geschroot	=	schroten
geschrote	=	schroten
geschubd	adj	bedekt met schubben
geschubde	=	schubben
geschubder	=	geschubd
geschubdere	=	geschubd
geschubders	=	geschubd
geschubds	=	geschubd
geschubdst	=	geschubd
geschubdste	=	geschubd
geschud	=	schudden
geschudde	=	schudden
geschuddebuikt	=	schuddebuiken
geschuierd	=	schuieren
geschuierde	=	schuieren
geschuif	noun	het telkens weer veranderen of verplaatsen van iets
geschuifel	noun	het zich schuifelend voortbewegen.
geschuifeld	=	schuifelen
geschuifelde	=	schuifelen
geschuild	=	schuilen
geschuimbekt	=	schuimbekken
geschuimd	=	schuimen
geschuimde	=	schuimen
geschuind	=	schuinen
geschuinde	=	schuinen
geschulpt	=	schulpen
geschurkt	=	schurken
geschut	noun	oorlogsmateriaal waarmee projectielen kan worden geschoten
geschutkoepel	noun	halfbolvormig deel van een gebouw of voertuig waaruit een kanonsloop steekt
geschutkoepels	=	geschutkoepel
geschutsdek	noun	het scheepsdek waarop zich het geschut bevindt
geschutsdekje	=	geschutsdek
geschutsdekjes	=	geschutsdek
geschutsdekken	=	geschutsdek
geschutskoepel	noun	een koepel met meestal een vast machinegeweer of kanon, die het geschut en de schutter beschermt tegen de omgeving (vooral bij vliegtuigen) en/of projectielen (gepantserde schepen, voertuigen) en er tegelijkertijd voor zorgt dat het wapen gericht kan worden
geschutskoepels	=	geschutskoepel
geschutskoepeltje	=	geschutskoepel
geschutstoren	noun	het onderdeel van een schip, fort of tank waarin zich het geschut bevindt
geschutstorens	=	geschutstoren
geschutstorentje	=	geschutstoren
geschutstorentjes	=	geschutstoren
geschutte	=	schutten
geschutter	noun	aanhoudend onhandig bezig zijn
geschutterd	=	schutteren
geschuttoren	noun	het onderdeel van een schip, fort of tank waarin zich het geschut bevindt
geschuttorens	=	geschuttoren
geschuttorentje	=	geschuttoren
geschuttorentjes	=	geschuttoren
geschutvuren	=	geschutvuur
geschutvuur	noun	het vuren met geschut
geschuurd	=	schuren
geschuurde	=	schuren
geschuwd	=	schuwen
geschuwde	=	schuwen
gescintilleerd	=	scintilleren
gesclerotiseerd	=	sclerotiseren
gesclerotiseerde	=	sclerotiseren
gesco	noun	een arbeidsrechtelijk statuut voor werknemers bij de Vlaamse overheid, een instelling van openbaar nut en een vereniging zonder winstoogmerk (vzw) die een sociaal, humanitair of cultureel doel nastreeft.
gesco's	=	gesco
gescoord	=	scoren
gescoorde	=	scoren
gescout	=	scouten
gescoute	=	scouten
gescrabbeld	=	scrabbelen
gescrapet	=	scrapen
gescratcht	adj	door middel van scratchen tot stand gekomen
gescratchte	=	gescratcht
gescratchts	=	gescratcht
gescreend	=	screenen
gescreende	=	screenen
gescrold	=	scrollen
gescrolde	=	scrollen
gescrubd	=	scrubben
gescrubde	=	scrubben
gescrumd	=	scrummen
gescrutineerd	=	scrutineren
geseald	=	sealen
gesealde	=	sealen
gesearcht	=	searchen
gesecondeerd	=	seconderen
gesecondeerde	=	seconderen
geseculariseerd	=	seculariseren
gesecureerd	=	secureren
gesedeerd	=	sederen
gesedimenteerd	=	sedimenteren
gesegmenteerd	=	segmenteren
gesegmenteerde	=	segmenteren
gesegregeerd	=	segregeren
gesegregeerde	=	segregeren
geseibeld	=	seibelen
geseiderd	=	seideren
geseind	=	seinen
geseinde	=	seinen
geseisd	=	seizen
geseisde	=	seizen
gesekst	=	sekse
gesekste	=	sekse
gesekwestreerd	=	sekwestreren
gesekwestreerde	=	sekwestreren
gesel	noun	werktuig van touwen of riempjes met knopen of stukjes metaal, waarmee men ter bestraffing op iemands lichaam slaat
geselaar	noun	iemand die een ander of zichzelf mishandelt
geselaars	=	geselaar
geselde	=	geselen
geselden	=	geselen
gesele	=	geselen
geselecteerd	adj	uitgekozen
geselecteerde	=	selecteren
geselecteerds	=	geselecteerd
geselen	verb	iemand met een zweep of gesel tuchtigen
geselend	=	geselen
geselende	=	geselen
geseling	noun	de zwaarste niet-verminkende lijfstraf
geselingen	=	geseling
geselingetje	=	geseling
geselingetjes	=	geseling
geselpaal	noun	paal waaraan een veroordeelde werd vastgebonden om gegeseld te worden of om te kijk te worden gesteld
geselpaaltje	=	geselpaal
geselpaaltjes	=	geselpaal
geselpalen	=	geselpaal
geselroede	noun	roede die gebruikt wordt tot tuchtiging van misdadigers of tot zelfkastijding
geselroeden	=	geselroede
geselroedes	=	geselroede
gesels	=	gesel
geselt	=	geselen
geseltje	=	gesel
geseltjes	=	gesel
gesensibiliseerd	=	sensibiliseren
gesensibiliseerde	=	sensibiliseren
gesepareerd	=	separeren
geseponeerd	adj	terzijde gelegd
geseponeerde	=	seponeren
geseponeerds	=	geseponeerd
geserreerd	adj	beperkt tot het belangrijkste en noodzakelijkste
geserreerde	=	geserreerd
geserreerder	=	geserreerd
geserreerdere	=	geserreerd
geserreerders	=	geserreerd
geserreerdheid	noun	het geserreerd zijn
geserreerds	=	geserreerd
geserreerdst	=	geserreerd
geserreerdste	=	geserreerd
geserveerd	=	serveren
geserveerde	=	serveren
geses	noun	een met twee halve tonen verlaagde toon "g"
gesesje	=	geses
gesesjes	=	geses
gesessen	=	geses
geset	=	setten
gesetteld	adj	een vaste maatschappelijke positie verworven hebbend
gesettelde	=	gesetteld
gesettelder	=	gesetteld
gesetteldere	=	gesetteld
gesettelders	=	gesetteld
gesettelds	=	gesetteld
gesetteldst	=	gesetteld
gesetteldste	=	gesetteld
gesexercised	=	sexercisen
gesexerciset	=	sexercisen
geshaket	=	shaken
geshamed	=	shamen
geshamede	=	shamen
geshamponeerd	=	shamponeren
geshampood	=	shampooën
geshampoode	=	shampooën
geshared	=	sharen
gesharede	=	sharen
geshimmyd	=	shimmyen
geshined	=	shinen
geshockeerd	=	shockeren
geshockeerde	=	shockeren
geshockt	=	shocken
geshophopt	=	shophoppen
geshopt	=	shoppen
geshorttrackt	=	shorttracken
geshot	=	shotten
geshoulderd	=	shoulderen
geshowd	=	showen
geshowde	=	showen
geshred	=	shredden
geshredde	=	shredden
geshunt	=	shunten
gesidderd	=	sidderen
gesiepeld	=	siepelen
gesiepelde	=	siepelen
gesieperd	=	sieperen
gesierd	=	sieren
gesierde	=	sieren
gesignaleerd	adj	van iets of iemand dat het opgemerkt of waargenomen is
gesignaleerde	=	signaleren
gesignaleerds	=	gesignaleerd
gesigneerd	adj	van een voorwerp dat er met de hand de handtekening op is gezet
gesigneerde	=	gesigneerd
gesigneerds	=	gesigneerd
gesijfeld	=	sijfelen
gesijpeld	=	sijpelen
gesijpelde	=	sijpelen
gesijperd	=	sijperen
gesimd	=	simmen
gesimoniseerd	=	simoniseren
gesimplificeerd	=	simplificeren
gesimplificeerde	=	simplificeren
gesimpt	=	simpen
gesimuleerd	adj	nagebootst
gesimuleerde	=	gesimuleerd
gesimuleerds	=	gesimuleerd
gesinterd	=	sinteren
gesis	noun	het aanhoudend een sissend geluid maken
gesist	=	sissen
gesiste	=	sissen
gesitueerd	adj	zich bevindend op een specifieke locatie
gesitueerde	=	situeren
gesitueerds	=	gesitueerd
gesjacheld	=	sjachelen
gesjacher	noun	het op een ondoorzichtige, slordige manier met iets of iemand omgaan
gesjacherd	=	sjacheren
gesjalet	=	sjaleten
gesjamiem	=	gesjem
gesjanst	=	sjansen
gesjareld	adj|informal	door bedrog benadeeld
gesjarelde	=	gesjareld
gesjarelds	=	gesjareld
gesjariem	=	gesjer
gesjaukeld	=	sjaukelen
gesje	=	ges
gesjecht	=	sjechten
gesjeesd	=	sjezen
gesjeesde	=	sjezen
gesjem	noun	regen
gesjer	noun	brug
gesjes	=	ges
gesjeuterd	=	sjeuteren
gesjilpt	=	sjilpen
gesjir	noun	vaatwerk
gesjirpt	=	sjirpen
gesjlept	=	sjleppen
gesjmad	=	sjmadden
gesjmeicheld	=	sjmeichelen
gesjmoesd	=	sjmoezen
gesjnoderd	=	sjnoderen
gesjnord	=	sjnorren
gesjochten	adj	arm
gesjochtener	=	gesjochten
gesjochteners	=	gesjochten
gesjochtens	=	gesjochten
gesjochtenst	=	gesjochten
gesjochtenste	=	gesjochten
gesjoelbakt	=	sjoelbakken
gesjoeld	=	sjoelen
gesjoemel	noun|informal	de fraude, het geknoei
gesjoemeld	=	sjoemelen
gesjok	noun	aanhoudend langzaam en slepend met de voeten lopen of rennen
gesjokkeld	=	sjokkelen
gesjokt	=	sjokken
gesjokte	=	sjokken
gesjor	noun	het aanhoudend rukken en trekken aan iets (vaak kleding)
gesjord	=	sjorren
gesjorde	=	sjorren
gesjot	=	sjotten
gesjotte	=	sjotten
gesjouw	noun	het aanhoudend sjouwen, ploeteren en zwoegen
gesjouwd	=	sjouwen
gesjouwde	=	sjouwen
gesjtengen	noun	kastanjes
geskateboard	=	skateboarden
geskatet	=	skaten
geskeelerd	=	skeeleren
geskeletteerd	=	skeletteren
geskeletteerde	=	skeletteren
geskelterd	=	skelteren
geskied	=	skiën
geskiede	=	skiën
geskift	=	skiffen
geskimd	=	skimmen
geskip	noun	het aanhoudend zaken overslaan
geskipt	=	skippen
geskipte	=	skippen
geskydived	=	skydiven
geskypet	=	skypen
geslaafd	=	slaven
geslaagd	adj	gelukt, succesvol, dat iets of iemand een toets heeft doorstaan
geslaagde	=	slagen
geslaagder	=	geslaagd
geslaagdere	=	geslaagd
geslaagders	=	geslaagd
geslaagds	=	geslaagd
geslaagdst	=	geslaagd
geslaagdste	=	geslaagd
geslaakt	=	slaken
geslaakte	=	slaken
geslaapwandeld	=	slaapwandelen
geslabakt	=	slabakken
geslabberd	=	slabberen
geslabd	=	slab
geslacht	noun	sekse, het man of vrouw zijn
geslachte	=	geslacht
geslachtelijk	adj	seksueel
geslachtelijke	=	geslachtelijk
geslachtelijker	=	geslachtelijk
geslachtelijkere	=	geslachtelijk
geslachtelijkers	=	geslachtelijk
geslachtelijks	=	geslachtelijk
geslachtelijkst	=	geslachtelijk
geslachtelijkste	=	geslachtelijk
geslachten	=	geslacht
geslachtje	=	geslacht
geslachtjes	=	geslacht
geslachtkunde	noun	wetenschap die de verwantschapsbetrekkingen tussen de leden van een of meer geslachten bestudeert dan wel de afstamming van de familienaam
geslachtloos	adj	niet in seksen onderverdeeld
geslachtloosheden	=	geslachtloosheid
geslachtloosheid	noun	het geslachtloos zijn
geslachtloost	=	geslachtloos
geslachtlooste	=	geslachtloos
geslachtloze	=	geslachtloos
geslachtlozer	=	geslachtloos
geslachtlozere	=	geslachtloos
geslachtlozers	=	geslachtloos
geslachtofferd	=	slachtofferen
geslachtofferde	=	slachtofferen
geslachts	=	geslacht
geslachtsapparaat	noun	het geheel van de geslachtsorganen
geslachtsapparaten	=	geslachtsapparaat
geslachtsbepaling	noun	het bepalen van de sekse van een organisme
geslachtsbepalingen	=	geslachtsbepaling
geslachtsbepalinkje	=	geslachtsbepaling
geslachtsbepalinkjes	=	geslachtsbepaling
geslachtsbomen	=	geslachtsboom
geslachtsboom	noun	boom van een geslacht, d.i. het geslacht vergeleken bij een boom, waarvan de stam zich telkens meer vertakt
geslachtsboompje	=	geslachtsboom
geslachtsboompjes	=	geslachtsboom
geslachtscel	noun	cel die deelneemt aan de voortplanting, zaadcel of eicel
geslachtscellen	=	geslachtscel
geslachtscelletje	=	geslachtscel
geslachtscelletjes	=	geslachtscel
geslachtschromatine	noun	structuur in de kern bij cellen van vrouwelijke zoogdieren
geslachtschromosomen	=	geslachtschromosoom
geslachtschromosoom	noun	chromosoom dat specifiek is voor de sekse
geslachtschromosoompje	=	geslachtschromosoom
geslachtschromosoompjes	=	geslachtschromosoom
geslachtsdaad	noun	geslachtsgemeenschap
geslachtsdaden	=	geslachtsdaad
geslachtsdeel	noun	elk lichaamsdeel dat wordt gerekend tot de voortplantingsorganen, zoals bij de man de penis en de teelballen
geslachtsdeeltje	=	geslachtsdeel
geslachtsdeeltjes	=	geslachtsdeel
geslachtsdelen	=	geslachtsdeel
geslachtsdimorfisme	noun	het voorkomen van secundaire geslachtsverschillen tussen mannelijke en vrouwelijke individuen van dezelfde soort
geslachtsdimorfismen	=	geslachtsdimorfisme
geslachtsdimorfismes	=	geslachtsdimorfisme
geslachtsdrift	noun	de drift om de geslachtsdaad te bedrijven
geslachtsdriften	=	geslachtsdrift
geslachtsgebonden	adj	horend bij één bepaalde sekse
geslachtsgebondener	=	geslachtsgebonden
geslachtsgebondeners	=	geslachtsgebonden
geslachtsgebondens	=	geslachtsgebonden
geslachtsgebondenst	=	geslachtsgebonden
geslachtsgebondenste	=	geslachtsgebonden
geslachtsgemeenschap	noun	seks waarbij de man met zijn penis het lichaam van de partner binnengaat
geslachtsgen	noun	gen (op het Y-chromosoom) dat de sekse van een individu bepaalt
geslachtsgenen	=	geslachtsgen
geslachtshormonen	=	geslachtshormoon
geslachtshormoon	noun	elk van de twee hormonen die van belang zijn voor de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken
geslachtsidentiteitsstoornis	noun	stoornis waarbij iemand zich ongemakkelijk voelt bij de geldende normen voor zijn of haar sekse en zich aanhoudend identificeert met het andere geslacht
geslachtsidentiteitsstoornisje	=	geslachtsidentiteitsstoornis
geslachtsidentiteitsstoornissen	=	geslachtsidentiteitsstoornis
geslachtskenmerk	noun	zichtbare verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke individuen
geslachtskenmerken	=	geslachtskenmerk
geslachtskeuze	noun	door nieuwe technieken mogelijk gemaakte keuze van het geslacht van een embryo bij in-vitrofertilisatie
geslachtskeuzen	=	geslachtskeuze
geslachtskeuzes	=	geslachtskeuze
geslachtsklier	noun	elk van de klieren waarin de geslachtscellen gevormd worden
geslachtsklieren	=	geslachtsklier
geslachtskliertje	=	geslachtsklier
geslachtskliertjes	=	geslachtsklier
geslachtskunde	noun	wetenschap die de verwantschapsbetrekkingen tussen de leden van een of meer geslachten bestudeert dan wel de afstamming van de familienaam
geslachtsleven	noun	beleving van seks
geslachtslevens	=	geslachtsleven
geslachtsleventje	=	geslachtsleven
geslachtslijst	noun	lijst van de leden van een geslacht
geslachtslijsten	=	geslachtslijst
geslachtsloos	adj	niet te onderscheiden naar mannelijk of vrouwelijk
geslachtsloost	=	geslachtsloos
geslachtslooste	=	geslachtsloos
geslachtsloze	=	geslachtsloos
geslachtslozer	=	geslachtsloos
geslachtslozere	=	geslachtsloos
geslachtslozers	=	geslachtsloos
geslachtsnaam	noun	familienaam, achternaam
geslachtsnaampje	=	geslachtsnaam
geslachtsnaampjes	=	geslachtsnaam
geslachtsnamen	=	geslachtsnaam
geslachtsneutraal	adj	geen maatschappelijk onderscheid makend tussen mannen en vrouwen
geslachtsneutraals	=	geslachtsneutraal
geslachtsneutraalst	=	geslachtsneutraal
geslachtsneutraalste	=	geslachtsneutraal
geslachtsneutrale	=	geslachtsneutraal
geslachtsneutraler	=	geslachtsneutraal
geslachtsneutralere	=	geslachtsneutraal
geslachtsneutralers	=	geslachtsneutraal
geslachtsonderscheid	noun	verschil in sekse
geslachtsorgaan	noun	lichaamsdeel dat de voortplanting van de soort dient
geslachtsorgaantje	=	geslachtsorgaan
geslachtsorgaantjes	=	geslachtsorgaan
geslachtsorganen	=	geslachtsorgaan
geslachtsproduct	noun	product van de geslachtsklieren
geslachtsproducten	=	geslachtsproduct
geslachtsregel	noun	regel om het genus van zelfstandige naamwoorden te bepalen (als dat al mogelijk is)
geslachtsregels	=	geslachtsregel
geslachtsregeltje	=	geslachtsregel
geslachtsregeltjes	=	geslachtsregel
geslachtsregister	noun	geslachtslijst
geslachtsregisters	=	geslachtsregister
geslachtsregistertje	=	geslachtsregister
geslachtsregistertjes	=	geslachtsregister
geslachtsrijp	adj	zo ver ontwikkeld dat voortplanting kan plaats vinden
geslachtsrijpe	=	geslachtsrijp
geslachtsrijper	=	geslachtsrijp
geslachtsrijpere	=	geslachtsrijp
geslachtsrijpers	=	geslachtsrijp
geslachtsrijps	=	geslachtsrijp
geslachtsrijpst	=	geslachtsrijp
geslachtsrijpste	=	geslachtsrijp
geslachtsryp	=	geslachtsrijp
geslachtssymbolen	=	geslachtssymbool
geslachtssymbool	noun	een teken dat vooral in de biologie wordt gebruikt om het geslacht van een organisme aan te geven: ♀ voor vrouwen en ♂ voor mannen
geslachtssymbooltje	=	geslachtssymbool
geslachtssymbooltjes	=	geslachtssymbool
geslachtstest	noun	controle op de sekse (hormonaal ??) b.v. bij deelnemers aan sportwedstrijden
geslachtstesten	=	geslachtstest
geslachtstests	=	geslachtstest
geslachtsverandering	noun	het (operatief) laten veranderen van het geslachtsorgaan in dat van de andere sekse bij een transseksueel
geslachtsveranderingen	=	geslachtsverandering
geslachtsveranderingetje	=	geslachtsverandering
geslachtsveranderingetjes	=	geslachtsverandering
geslachtsverhouding	noun	de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in een bepaald gebied
geslachtsverhoudingen	=	geslachtsverhouding
geslachtsverhoudinkje	=	geslachtsverhouding
geslachtsverhoudinkjes	=	geslachtsverhouding
geslachtsverkeer	noun	seks
geslachtswapen	noun	wapenschild dat door een geslacht of een familie wordt gevoerd
geslachtswapens	=	geslachtswapen
geslachtswapentje	=	geslachtswapen
geslachtswapentjes	=	geslachtswapen
geslachtsziekte	noun	een aandoening aan de geslachtsorganen, vaak een seksueel overdraagbare aandoening
geslachtsziektebestrijding	noun	alle maatregelen en acties die gericht zijn op het voorkomen, opsporen, behandelen en verminderen van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's).
geslachtsziektebestrijdingen	=	geslachtsziektebestrijding
geslachtsziektebestrijdinkje	=	geslachtsziektebestrijding
geslachtsziektebestrijdinkjes	=	geslachtsziektebestrijding
geslachtsziekten	=	geslachtsziekte
geslachtsziektes	=	geslachtsziekte
geslagen	=	slaan
geslalomd	=	slalommen
geslamd	=	slammen
geslampampt	=	slampampen
geslankt	=	slanken
geslapen	=	slapen
geslapt	=	slappen
geslat	=	slatten
geslatte	=	slatten
geslecht	=	slechten
geslechte	=	slechten
gesleed	=	sleeën
gesleep	noun	aanhoudend slepen met voorwerpen of personen van de ene naar de andere plaats
gesleept	=	slepen
gesleepte	=	slepen
geslemd	=	slemmen
geslemde	=	slemmen
geslempt	=	slempen
geslempte	=	slempen
geslenterd	=	slenteren
geslenterde	=	slenteren
geslepen	adj	een scherp onderscheidingsvermogen bezittend voor eigen voordeel
geslepener	=	geslepen
geslepeners	=	geslepen
geslepenheden	=	geslepenheid
geslepenheid	noun	listigheid, sluwheid, scherpzinnigheid
geslepens	=	geslepen
geslepenst	=	geslepen
geslepenste	=	geslepen
gesleten	=	slijten
gesleufd	=	sleuven
gesleund	=	sleunen
gesleunde	=	sleunen
gesleurd	=	sleuren
gesleurde	=	sleuren
gesleutel	noun	het bezig zijn met een auto of machine te onderhouden of te repareren door de machine uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten
gesleuteld	=	sleutelen
geslibberd	=	slibberen
geslibd	=	slibben
geslicht	=	slichten
geslichte	=	slichten
gesliept	=	sliepen
geslierd	=	slieren
geslijm	noun	niet gemeende bijval of eerbetoon, onderdanig gedrag
geslijmd	=	slijmen
geslijmde	=	slijmen
geslijsd	=	slijzen
geslikt	=	slikken
geslikte	=	slikken
geslinger	noun	het aanhoudend slingeren
geslingerd	=	slingeren
geslingerde	=	slingeren
geslipperd	=	slipperen
geslipt	=	slippen
geslipte	=	slippen
geslist	=	slissen
geslobberd	=	slobberen
geslobberde	=	slobberen
geslodderd	=	slodderen
gesloerd	=	sloeren
gesloft	=	sloffen
gesloken	=	sluiken
geslonken	=	slinken
gesloofd	=	sloven
geslooid	=	slooien
gesloopt	adj	opgebruikt
gesloopte	=	gesloopt
gesloopter	=	gesloopt
geslooptere	=	gesloopt
gesloopters	=	gesloopt
gesloopts	=	gesloopt
geslooptst	=	gesloopt
geslooptste	=	gesloopt
gesloot	=	sloten
geslopen	=	sluipen
geslorpt	=	slorp
geslote	=	sloten
gesloten	adj	van iets dat het niet meer gebruikt wordt
geslotener	=	gesloten
gesloteners	=	gesloten
geslotenheden	=	geslotenheid
geslotenheid	noun	de mate waarin men weinig of niet bereid is te communiceren met de buitenwereld
geslotens	=	gesloten
geslotenst	=	gesloten
geslotenste	=	gesloten
geslotenverklaring	noun	officieel verkeersbord (C-serie) dat aangeeft dat een weg, straat of gebied niet toegankelijk is voor bepaalde of alle categorieën verkeer.
geslotenverklaringen	=	geslotenverklaring
geslotenverklarinkje	=	geslotenverklaring
geslotenverklarinkjes	=	geslotenverklaring
geslowd	=	slowen
gesluierd	adj	van met name vrouwen, dat iemand een hoofddoek draagt
gesluierde	=	sluieren
gesluierder	=	gesluierd
gesluierdere	=	gesluierd
gesluierders	=	gesluierd
gesluierds	=	gesluierd
gesluierdst	=	gesluierd
gesluierdste	=	gesluierd
gesluikstort	=	sluikstorten
gesluimerd	=	sluimeren
gesluip	noun	het zich voortdurend op een stille, verborgen, geheimzinnige manier voortbewegen
gesluisd	=	sluizen
gesluisde	=	sluizen
geslungeld	=	slungelen
geslurp	noun	het telkens of aanhoudend slurpen
geslurpt	=	slurpen
geslurpte	=	slurpen
gesmaad	=	smaden
gesmaakt	=	smaken
gesmaakte	=	smaken
gesmaald	=	smalen
gesmacht	=	smachten
gesmade	=	smaden
gesmak	noun	het voortdurend een onsmakelijk smakkend geluid maken met name tijdens het eten
gesmakt	=	smakken
gesmakte	=	smakken
gesmald	=	smalen
gesmart	=	smarten
gesmarte	=	smarten
gesmasht	=	smashen
gesmashte	=	smashen
gesmede	=	smeden
gesmeed	=	smeden
gesmeek	noun	het telkens, met veel beroep op het gevoel, vragen
gesmeekt	=	smeken
gesmeerd	=	smeren
gesmet	=	smetten
gesmeten	=	smijten
gesmeuld	=	smeulen
gesmiespeld	=	smiespelen
gesmijdigd	=	smijdigen
gesmijdigde	=	smijdigen
gesmikkeld	=	smikkelen
gesmirt	=	smirten
gesmodderd	=	smodderen
gesmoerd	=	smoeren
gesmoerde	=	smoeren
gesmoesd	=	smoezen
gesmoezeld	=	smoezelen
gesmoket	=	smoken
gesmokkeld	=	smokkelen
gesmokkelde	=	smokkelen
gesmokt	=	smokken
gesmokte	=	smokken
gesmolten	=	smelten
gesmookt	=	smoken
gesmookte	=	smoken
gesmoord	adj	geblust met water na bakken
gesmoorde	=	smoren
gesmoorder	=	gesmoord
gesmoordere	=	gesmoord
gesmoorders	=	gesmoord
gesmoords	=	gesmoord
gesmoordst	=	gesmoord
gesmoordste	=	gesmoord
gesmoothd	=	smoothen
gesmotst	=	smotsen
gesmousjast	=	smousjassen
gesmout	=	smouten
gesmoute	=	smouten
gesmuikt	=	smuiken
gesmuild	=	smuilen
gesmukt	=	smukken
gesmukte	=	smukken
gesmuld	=	smullen
gesmurft	=	smurfen
gesnaaid	=	snaaien
gesnaaide	=	snaaien
gesnabbeld	=	snabbelen
gesnabbelde	=	snabbelen
gesnackt	=	snacken
gesnakt	=	snakken
gesnap	noun	het aanhoudend kletsen, babbelen
gesnapchat	=	snapchatten
gesnapt	=	snappen
gesnapte	=	snappen
gesnard	=	snarren
gesnater	noun	aanhoudend maken van geluid dat lijkt op dat van ganzen, eenden en nadere vogels
gesnaterd	=	snateren
gesnauw	noun	het voortdurend boos en geïrriteerd spreken of schreeuwen
gesnauwd	=	snauwen
gesnauwde	=	snauwen
gesneden	=	snijden
gesneefd	=	sneven
gesneefde	=	sneven
gesneesd	=	snezen
gesneesde	=	snezen
gesneeuwbald	=	sneeuwballen
gesneeuwd	=	sneeuwen
gesneld	=	snellen
gesnelwandeld	=	snelwandelen
gesnerkt	=	snerken
gesnerp	noun	een aanhoudend een scherp, schril, luid, piepend geluid
gesnerpt	=	snerpen
gesneukeld	=	sneukelen
gesneupt	=	sneupen
gesneuveld	adj	gestorven in de strijd
gesneuvelde	noun	iemand die in de strijd is gestorven
gesneuvelden	=	gesneuvelde
gesneuvelds	=	gesneuveld
gesnibd	=	snibben
gesnierd	=	snieren
gesnierkt	=	snierken
gesnierkte	=	snierken
gesniffeld	=	sniffelen
gesnift	=	sniffen
gesnik	noun	het aanhoudend zachtjes huilen
gesnikt	=	snikken
gesnipperd	=	snipperen
gesnipperde	=	snipperen
gesnitcht	=	snitchen
gesnoef	noun	aanhoudend snoeven
gesnoefd	=	snoeven
gesnoeid	adj	van planten: kakken korter maken
gesnoeide	=	snoeien
gesnoeids	=	gesnoeid
gesnoekt	=	snoeken
gesnoephapt	=	snoephappen
gesnoept	=	snoepen
gesnoepte	=	snoepen
gesnoerd	=	snoeren
gesnoerde	=	snoeren
gesnoezeld	=	snoezelen
gesnokt	=	snokken
gesnoozed	=	snoozen
gesnor	noun	aanhoudend een brommend geluid maken
gesnord	=	snorren
gesnorde	=	snorren
gesnorkeld	=	snorkelen
gesnorkt	=	snorken
gesnoten	=	snuiten
gesnotter	noun	het snuiven van de neus bij een neusverkoudheid
gesnotterd	=	snotteren
gesnoven	=	snuiven
gesnowboard	=	snowboarden
gesnowboarde	=	snowboarden
gesnuffel	noun	het heimelijk speuren
gesnuffeld	=	snuffelen
gesnuft	=	snuffen
gesnuif	noun	het krachtig en luidruchtig ademen door de neus, met name bij dieren
gesnuisterd	=	snuisteren
gesnuit	=	snuiten
gesnuite	=	snuiten
gesnurk	noun	het zware gesnuif in de slap
gesnurkt	=	snurken
gesnust	=	snussen
gesocialiseerd	adj	met de aangeleerde houding en gedrag die passen bij de eigen samenleving
gesocialiseerde	=	socialiseren
gesocialiseerder	=	gesocialiseerd
gesocialiseerdere	=	gesocialiseerd
gesocialiseerders	=	gesocialiseerd
gesocialiseerds	=	gesocialiseerd
gesocialiseerdst	=	gesocialiseerd
gesocialiseerdste	=	gesocialiseerd
gesocialized	=	socializen
gesodemieter	noun	gezeur, gedoe
gesodemieterd	=	sodemieteren
gesodemieterde	=	sodemieteren
gesoebat	=	soebatten
gesoesd	=	soezen
gesoezebold	=	soezebollen
gesofisticeerd	adj	technologisch hoogstaand
gesofisticeerder	=	gesofisticeerd
gesofisticeerdere	=	gesofisticeerd
gesofisticeerders	=	gesofisticeerd
gesofisticeerds	=	gesofisticeerd
gesofisticeerdst	=	gesofisticeerd
gesofisticeerdste	=	gesofisticeerd
gesofistikeerd	adj	geavanceerd, geperfectioneerd, zeer ingewikkeld
gesofistikeerde	=	gesofistikeerd
gesofistikeerder	=	gesofistikeerd
gesofistikeerdere	=	gesofistikeerd
gesofistikeerders	=	gesofistikeerd
gesofistikeerds	=	gesofistikeerd
gesofistikeerdst	=	gesofistikeerd
gesofistikeerdste	=	gesofistikeerd
gesoft	=	soften
gesoftbald	=	softballen
gesogd	=	soggen
gesoigneerd	=	soigneren
gesol	noun	het aanhoudend iemand met volstrekte willekeur behandelen
gesold	=	sollen
gesolde	=	sollen
gesoldeerd	=	solderen
gesoldeerde	=	solderen
gesoleerd	=	soleren
gesolidariseerd	=	solidariseren
gesolideerd	=	solideren
gesolliciteerd	=	solliciteren
gesomberd	=	somberen
gesommeerd	=	sommeren
gesommeerde	=	sommeren
gesondeerd	=	sonderen
gesondeerde	=	sonderen
gesonjabakkerd	=	sonjabakkeren
gesopt	=	soppen
gesopte	=	soppen
gesorteerd	=	sorteren
gesouffleerd	=	souffleren
gesouffleerde	=	souffleren
gesoundmixt	=	soundmixen
gesoupeerd	=	souperen
gesoupeerde	=	souperen
gesouteneerd	=	souteneren
gesouteneerde	=	souteneren
gesp	noun	beugel met tong of pin om twee uiteindes van één of twee riemen of linten aan elkaar te fixeren
gespaad	=	spaden
gespaakt	=	spaken
gespaand	=	spanen
gespaard	adj	ontzien
gespaarde	=	sparen
gespaards	=	gespaard
gespade	=	spaden
gespalkt	=	spalken
gespalkte	=	spalken
gespamd	=	spammen
gespan	noun	twee of meer trekdieren die samen zijn aangespannen
gespankerd	=	spankeren
gespannen	adj	strak uitgerekt, gereed om met kracht in een eerdere toestand terug te keren
gespannener	=	gespannen
gespanneners	=	gespannen
gespannenheden	=	gespannenheid
gespannenheid	noun	het angstig en alert zijn; het nerveus zijn
gespannens	=	gespannen
gespannenst	=	gespannen
gespannenste	=	gespannen
gespard	=	sparren
gesparkeld	=	sparkelen
gespartel	noun	het aanhoudend spartelen
gesparteld	=	spartelen
gespat	=	spatten
gespateld	=	spatelen
gespatelde	=	spatelen
gespatieerd	=	spatiëren
gespatieerde	=	spatiëren
gespatte	=	spatten
gespatterd	=	spatteren
gespe	=	gespen
gespecialiseerd	adj	zeer geschikt voor één bepaalde taak
gespecialiseerde	=	gespecialiseerd
gespecialiseerder	=	gespecialiseerd
gespecialiseerdere	=	gespecialiseerd
gespecialiseerders	=	gespecialiseerd
gespecialiseerds	=	gespecialiseerd
gespecialiseerdst	=	gespecialiseerd
gespecialiseerdste	=	gespecialiseerd
gespecificeerd	=	specificeren
gespeculeer	noun	aanhoudend uiten van al dan niet gefundeerde vermoedens
gespeculeerd	=	speculeren
gespeecht	=	speechen
gespeeddatet	=	speeddaten
gespeel	noun	aanhoudend, voortdurend spelen
gespeeld	adj	van een wedstrijd dat deze is voltooid
gespeelde	=	spelen
gespeelder	=	gespeeld
gespeeldere	=	gespeeld
gespeelders	=	gespeeld
gespeelds	=	gespeeld
gespeeldst	=	gespeeld
gespeeldste	=	gespeeld
gespeend	adj	op een andere manier gevoed worden dan met moedermelk; niet meer zogend
gespeende	=	spenen
gespeender	=	gespeend
gespeendere	=	gespeend
gespeenders	=	gespeend
gespeends	=	gespeend
gespeendst	=	gespeend
gespeendste	=	gespeend
gespeet	=	speten
gespekt	=	spekken
gespeld	=	spelden
gespelde	=	spelden
gespelemeid	=	spelemeien
gespelevaard	=	spelevaren
gespen	verb	bevestigen met behulp van een beugel waarin een riem of lint wordt vastgeklemd
gespend	=	gespen
gespende	=	gespen
gespendeerd	=	spenderen
gespendeerde	=	spenderen
gespentrosvlies	noun	Botryobasidium subcoronatum een schimmel behorend tot de familie Botryobasidiaceae.
gespentrosvliesje	=	gespentrosvlies
gespentrosvliesjes	=	gespentrosvlies
gespentrosvliezen	=	gespentrosvlies
gesperd	=	sperren
gespet	=	spetten
gespete	=	speten
gespeten	=	spijten
gespetter	noun	het aanhoudend opspatten van water
gespetterd	=	spetteren
gespetterde	=	spetteren
gespeurd	=	speuren
gespied	=	spieden
gespiegeld	=	spiegelen
gespiekt	=	spieken
gespiekte	=	spieken
gespierd	adj	met sterk ontwikkelde stevige spieren
gespierder	=	gespierd
gespierdere	=	gespierd
gespierders	=	gespierd
gespierdheid	noun	de mate waarin een persoon krachtige spieren heeft
gespierds	=	gespierd
gespierdst	=	gespierd
gespierdste	=	gespierd
gespietst	=	spietsen
gespietste	=	spietsen
gespijbeld	=	spijbelen
gespijd	=	spijen
gespijde	=	spijen
gespijkerd	adj	wanneer bijvoorbeeld getralied, van spijkers voorzien
gespijkerde	=	gespijkerd
gespijkerds	=	gespijkerd
gespijzigd	=	spijzigen
gespijzigde	=	spijzigen
gespikkeld	adj	met stippels
gespikkelde	=	spikkelen
gespikkelder	=	gespikkeld
gespikkeldere	=	gespikkeld
gespikkelders	=	gespikkeld
gespikkelds	=	gespikkeld
gespikkeldst	=	gespikkeld
gespikkeldste	=	gespikkeld
gespild	=	spillen
gespin	noun	het voortdurend een zacht snorrend geluid gemaakt door een tevreden poes
gespind	=	spinnen
gespinde	=	spinnen
gespinsd	=	spinzen
gespioneerd	=	spioneren
gespit	=	spitten
gespitst	adj	extra veel aandacht hebbende voor een speciaal deel
gespitste	=	spitsen
gespitster	=	gespitst
gespitstere	=	gespitst
gespitsters	=	gespitst
gespitsts	=	gespitst
gespitstst	=	gespitst
gespitstste	=	gespitst
gespitte	=	spitten
gespje	=	gesp
gespjes	=	gesp
gespleten	=	splijten
gespletenheden	=	gespletenheid
gespletenheid	noun	in zichtzelf tegenstrijdig; gericht op onverenigbare zaken
gesplinterd	=	splinteren
gesplit	=	splitten
gesplitst	adj	verdeeld in stukken
gesplitste	=	gesplitst
gesplitsts	=	gesplitst
gesplitte	=	splitten
gespoed	=	spoeden
gespoeld	=	spoelen
gespoelde	=	spoelen
gespogen	=	spugen
gespoild	=	spoilen
gespolieerd	=	spoliëren
gespolieerde	=	spoliëren
gesponnen	=	spinnen
gesponsd	=	sponzen
gesponsde	=	sponzen
gesponsord	adj	financieel ondersteund
gesponsorde	=	sponsoren
gesponsords	=	gesponsord
gespooft	=	spoofen
gespoofte	=	spoofen
gespook	noun	Het telkens of aanhoudend spoken
gespookt	=	spoken
gespoord	adj	voorzien van sporen, met sporen
gespoorde	=	sporen
gespoords	=	gespoord
gesporreld	=	sporrelen
gesport	=	sporten
gesportvist	=	sportvissen
gespot	=	spotten
gespoten	=	spuiten
gespotlacht	=	spotlachen
gespotte	=	spotten
gespouwd	=	spouw
gespouwde	=	spouw
gespouwen	=	spouw
gesprankeld	=	sprankelen
gesprayd	=	sprayen
gesprayde	=	sprayen
gespreid	adj	verdeeld over een langere periode, een groter oppervlak of meerdere mensen
gespreide	=	spreiden
gespreider	=	gespreid
gespreidere	=	gespreid
gespreiders	=	gespreid
gespreids	=	gespreid
gespreidste	=	gespreid
gesprek	noun	een mondelinge conversatie waarbij informatie uitgewisseld wordt
gesprekje	=	gesprek
gesprekjes	=	gesprek
gesprekken	=	gesprek
gesprekkosten	noun	geld dat men moet betalen per gesprek met een telefoon
gespreksbasis	noun	vaardigheden die nodig zijn om een effectief gesprek te kunnen voeren, zodat de communicatie succesvol is
gespreksbehandeling	noun	een behandelvorm binnen de psychische hulpverlening (GGZ) waarbij gesprekken tussen een cliënt en een therapeut of psycholoog centraal staan om mentale, emotionele of psychosociale klachten te verminderen.
gespreksbehandelingen	=	gespreksbehandeling
gespreksbehandelingetje	=	gespreksbehandeling
gespreksbehandelingetjes	=	gespreksbehandeling
gesprekscentra	=	gesprekscentrum
gesprekscentrum	noun	plaats waar mensen bij elkaar kunnen komen om met elkaar te kunnen praten
gesprekscentrums	=	gesprekscentrum
gespreksfakkel	noun	een onderwerp dat een verhitte discussie veroorzaakt
gespreksfakkels	=	gespreksfakkel
gespreksgegeven	noun	een stukje informatie over een gesprek (ook via de media)
gespreksgegevens	=	gespreksgegeven
gespreksgenoot	noun	iemand waarmee men een praat
gespreksgenootje	=	gespreksgenoot
gespreksgenootjes	=	gespreksgenoot
gespreksgenoten	=	gespreksgenoot
gespreksgroep	noun	informele groep mensen die een bepaalde zaak bespreken
gespreksgroepen	=	gespreksgroep
gespreksgroepje	=	gespreksgroep
gespreksgroepjes	=	gespreksgroep
gesprekskost	noun|obsolete	uitgaven die men doet per telefoongesprek
gesprekskosten	noun	uitgaven die men doet per telefoongesprek
gespreksleider	noun	iemand die zorgt dat een gesprek in een groep goed verloopt
gespreksleiders	=	gespreksleider
gespreksleidertje	=	gespreksleider
gespreksleidertjes	=	gespreksleider
gespreksnarcisme	noun	het op zichzelf gericht zijn in een gesprek en op een ander reageren door het delen van eigen ervaringen
gespreksnotitie	noun	kort, geschreven verslag van een gevoerd gesprek
gespreksnotities	=	gespreksnotitie
gespreksonderwerp	noun	het thema van een gesprek, waar de conversatie over gaat
gespreksonderwerpen	=	gespreksonderwerp
gespreksonderwerpje	=	gespreksonderwerp
gespreksonderwerpjes	=	gespreksonderwerp
gesprekspartner	noun	een persoon die deelneemt aan een gesprek
gesprekspartners	=	gesprekspartner
gesprekspartnertje	=	gesprekspartner
gesprekspartnertjes	=	gesprekspartner
gesprekspunt	noun	onderwerp waarover gesproken wordt of moet worden
gesprekspunten	=	gesprekspunt
gesprekspuntje	=	gesprekspunt
gesprekspuntjes	=	gesprekspunt
gespreksronde	noun	afgebakende bespreking(en), onderdeel uitmakend van een serie besprekingen
gespreksronden	=	gespreksronde
gespreksrondes	=	gespreksronde
gespreksrondetje	=	gespreksronde
gespreksrondje	=	gespreksronde
gespreksrondjes	=	gespreksronde
gesprekssituatie	noun	de omstandigheden waaronder een gesprek plaatsvindt dat kan komen door het onderwerp van het gesprek of door andere oorzaken
gesprekssituaties	=	gesprekssituatie
gespreksstof	noun	dingen waar je met elkaar over praat
gesprekstafel	noun	tafel waaraan mensen die een gesprek voeren kunnen plaatsnemen
gesprekstafels	=	gesprekstafel
gesprekstechniek	noun	vaardigheid om op een goede manier een gesprek te voeren
gesprekstechnieken	=	gesprekstechniek
gesprekstechniekje	=	gesprekstechniek
gesprekstechniekjes	=	gesprekstechniek
gespreksthema	noun	onderwerp waarover men met elkaar spreekt of wil spreken
gespreksthema's	=	gespreksthema
gespreksthemaatje	=	gespreksthema
gespreksthemaatjes	=	gespreksthema
gespreksthemata	=	gespreksthema
gesprekstherapie	noun	psychologische behandeling met behulp van een gesprek
gesprekstherapieën	=	gesprekstherapie
gesprekstof	noun	onderwerpen waarover men met elkaar kan praten
gesprekstolk	noun	iemand die zorgt voor de vertaling van wat twee mensen die verschillende talen spreken tegen elkaar zeggen
gesprekstolken	=	gesprekstolk
gesprekstonen	=	gesprekstoon
gesprekstoon	noun	de intonatie of manier waarop men met elkaar spreekt
gesprekstoontje	=	gesprekstoon
gesprekstoontjes	=	gesprekstoon
gespreksverslag	noun	schriftelijke of mondelinge berichtgeving over een gesprek
gespreksverslagen	=	gespreksverslag
gespreksvoering	noun	techniek van praten met een ander om tot een gewenst resultaat te komen
gespreksvoeringen	=	gespreksvoering
gespreksvorm	noun	als gebruikelijk is in een gesprek
gespreksvormen	=	gespreksvorm
gesprengd	=	sprengen
gesprenkeld	=	sprenkelen
gesprenkelde	=	sprenkelen
gespriet	=	sprieten
gespriete	=	sprieten
gespring	noun	het aanhoudend, voortdurend springen
gesprint	=	sprinten
gesprinte	=	sprinten
gesproeid	=	sproeien
gesproeide	=	sproeien
gesproken	=	spreken
gesprokkeld	=	sprokkelen
gesprokkelde	=	sprokkelen
gesprongen	=	springen
gesproten	=	spruiten
gespt	=	gespen
gespte	=	gespen
gespten	=	gespen
gespuid	=	spuien
gespuide	=	spuien
gespuis	noun	lieden van laag allooi
gespurt	=	spurten
gesputter	noun	het uiten dat je het ergens niet mee eens bent op een niet al te heftige manier
gesputterd	=	sputteren
gespuug	noun	het steeds maar weeg weg spugen van speekse uit de mond
gespuugd	=	spugen
gespuugde	=	spugen
gespuwd	=	spuwen
gespuwde	=	spuwen
gesquasht	=	squashen
gesse	=	ges
gessen	=	ges
gesser	=	ges
gessere	=	ges
gessers	=	ges
gesso	noun	een soort grondverf voor de preparatie van (kunst-)schilderondergronden (vroeger op basis van gips of krijt)
gest	=	ges
gestaafd	=	staven
gestaafde	=	staven
gestaag	adj	geleidelijk maar persistent	adv	op gestage wijze
gestaagd	=	stagen
gestaagde	=	stagen
gestaags	=	gestaag
gestaagst	=	gestaag
gestaagste	=	gestaag
gestaakt	=	staken
gestaakte	=	staken
gestaald	=	stalen
gestaalde	=	stalen
gestaan	=	staan
gestaar	noun	het aanhoudend turen naar iets of iemand
gestaard	=	staren
gestaartdeeld	=	staartdelen
gestabiliseerd	=	stabiliseren
gestadig	adj	geleidelijk, maar persistent
gestadige	=	gestadig
gestadiger	=	gestadig
gestadigere	=	gestadig
gestadigers	=	gestadig
gestadiglijk	adj	van iets dat het gebeurt zonder ophouden, met een gelijkmatig tempo, of telkens opnieuw
gestadiglijke	=	gestadiglijk
gestadiglijker	=	gestadiglijk
gestadiglijkere	=	gestadiglijk
gestadiglijkers	=	gestadiglijk
gestadiglijks	=	gestadiglijk
gestadiglijkst	=	gestadiglijk
gestadiglijkste	=	gestadiglijk
gestadigs	=	gestadig
gestadigst	=	gestadig
gestadigste	=	gestadig
gestadsblogd	=	stadsbloggen
gestaffeld	=	staffelen
gestaffelde	=	staffelen
gestage	=	gestaag
gestagedived	=	stagediven
gestageerd	=	stageren
gestager	=	gestaag
gestagere	=	gestaag
gestagers	=	gestaag
gestagneerd	=	stagneren
gestagneerde	=	stagneren
gestakeld	=	stakelen
gestald	=	stallen
gestalde	=	stallen
gestaliniseerd	=	staliniseren
gestaliniseerde	=	staliniseren
gestalkt	=	stalken
gestalkte	=	stalken
gestalte	noun	de vorm van een rechtopstaande mens
gestaltelijk	adj	betrekking hebbend op de lichaamsvorm
gestaltelijke	=	gestaltelijk
gestaltelijker	=	gestaltelijk
gestaltelijkere	=	gestaltelijk
gestaltelijkers	=	gestaltelijk
gestaltelijks	=	gestaltelijk
gestaltelijkst	=	gestaltelijk
gestaltelijkste	=	gestaltelijk
gestalten	=	gestalte
gestaltes	=	gestalte
gestaltetje	=	gestalte
gestaltetjes	=	gestalte
gestaltpsychologie	noun	stroming in de psychologie die vanwege het unieke karakter van de eenheid in de menselijke waarneming en beleving, weigert om menselijke gedragingen in afzonderlijke elementen te splitsen
gestamd	=	stammen
gestamel	noun	aanhoudend moeilijk en langzaam praten vaak een teken van verlegenheid
gestameld	=	stamelen
gestamelde	=	stamelen
gestamp	noun	het aanhoudend stampen
gestampen	=	gestamp
gestampt	=	stampen
gestampvoet	=	stampvoeten
gestand	noun	blijvende trouw	adj|obsolete	vaststaand, gehandhaafd
gestandaardiseerd	=	standaardiseren
gestangd	=	stang
gestangde	=	stang
gestanst	=	stansen
gestanste	=	stansen
gestapeld	=	stapelen
gestapo	noun	Duitse geheime politie tijdens het nazibewind die samen met de SS en de SD verantwoordelijk was voor het uitoefenen van de nationaalsocialistische staatsterreur
gestapo-tonen	=	gestapo-toon
gestapo-toon	noun	een naargeestige snauwende toon zoals de Gestapo deze in de Tweede Wereldoorlog gebruikt heeft
gestapo-toontje	=	gestapo-toon
gestapo-toontjes	=	gestapo-toon
gestapt	=	stappen
gestapte	=	stappen
gestard	=	starren
gestaroogd	=	starogen
gestart	=	starten
gestarte	=	starten
gestat	=	statten
gestatie	noun	zwangerschap
gestaties	=	gestatie
gestationeerd	=	stationeren
gestationeerde	=	stationeren
geste	noun	gebaar van goede wil
gesteamd	=	steamen
gesteamde	=	steamen
gestecheld	=	stechelen
gesteeld	adj	met een steel
gesteelde	=	gesteeld
gesteelds	=	gesteeld
gesteend	=	stenen
gesteende	=	stenen
gesteendrukt	=	steendrukken
gesteengrild	=	steengrillen
gesteente	noun	het materiaal waaruit de aardkorst bestaat, bestaande uit mineralen
gesteentelaag	noun	een laag van gesteente
gesteentelaagje	=	gesteentelaag
gesteentelaagjes	=	gesteentelaag
gesteentelagen	=	gesteentelaag
gesteenten	=	gesteente
gesteentes	=	gesteente
gestegen	=	stijgen
gesteggel	noun	geruzie
gesteggeld	=	steggelen
gesteigerd	=	steigeren
gestel	noun	lichamelijke gesteldheid van de mens, constitutie
gesteld	adj	in een bepaalde toestand verkerend (bij samenstellingen omschreven in het eerste lid)
gestelde	=	stellen
gesteldheden	=	gesteldheid
gesteldheid	noun	hoe iets of iemand is of zich voelt
gesteldheidje	=	gesteldheid
gesteldheidjes	=	gesteldheid
gestelds	=	gesteld
gestellen	=	gestel
gestelletje	=	gestel
gestelpt	=	stelpen
gestelpte	=	stelpen
gesteltenis	noun	de toestand waarin iemand zich bevindt
gesteltenissen	=	gesteltenis
gestemd	adj	in een bepaalde gemoedstoestand
gestemde	=	stemmen
gestemds	=	gestemd
gestempeld	=	stempelen
gestempelde	=	stempelen
gesten	=	geste
gestencild	=	stencilen
gestenigd	=	stenigen
gestenigde	=	stenigen
gestenotypt	=	stenotypen
gestept	=	steppen
gesteriliseerd	adj	zo bewerkt dat alle ziektekiemen zijn gedood
gesteriliseerde	=	steriliseren
gesteriliseerds	=	gesteriliseerd
gesterkt	=	sterken
gesterkte	=	sterken
gesternte	noun	al de sterren tezamen
gesternten	=	gesternte
gesterntes	=	gesternte
gestes	=	geste
gesteun	noun	een voortdurend klagend, zuchtend, steunend geluid maken als tegen van vermoeidheid en ontevredenheid
gesteund	=	steunen
gesteunde	=	steunen
gesteurd	=	steuren
gesteven	=	stijven
gestevend	=	stevenen
gestevende	=	stevenen
gestevigd	=	stevigen
gesticht	=	stichten
gestichte	=	stichten
gestichten	=	stichten
gestichtje	=	stichten
gestichts	=	stichten
gestickerd	=	stickeren
gestickerde	=	stickeren
gesticulatie	noun	het gesticuleren
gesticulaties	=	gesticulatie
gesticuleer	=	gesticuleren
gesticuleerde	=	gesticuleren
gesticuleerden	=	gesticuleren
gesticuleert	=	gesticuleren
gesticulere	=	gesticuleren
gesticuleren	verb	gebaren maken, vooral bij het spreken
gesticulerend	=	gesticuleren
gesticulerende	=	gesticuleren
gestie	noun	beleid, bestuur, beheer, ambtsuitoefening
gestiefeld	=	stiefelen
gestiek	noun	het communiceren met houding en (hand)gebaren
gestierd	=	stieren
gesties	=	gestie
gestift	=	stiften
gestifte	=	stiften
gestigmatiseerd	=	stigmatiseren
gestigmatiseerde	=	stigmatiseren
gestijfd	=	stijven
gestijfde	=	stijven
gestijfseld	=	stijfselen
gestijldanst	=	stijldansen
gestikt	adj	met stiksteken vastgenaaid of uitgevoerd
gestikte	=	gestikt
gestikts	=	gestikt
gestild	=	stillen
gestilde	=	stillen
gestileerd	adj	min of meer abstract of vereenvoudigd vormgegeven
gestileerde	=	stileren
gestileerder	=	gestileerd
gestileerdere	=	gestileerd
gestileerders	=	gestileerd
gestileerds	=	gestileerd
gestileerdst	=	gestileerd
gestileerdste	=	gestileerd
gestimuleerd	=	stimuleren
gestimuleerde	=	stimuleren
gestippeld	=	stippelen
gestipt	=	stippen
gestipuleerd	=	stipuleren
gestipuleerde	=	stipuleren
gestockeerd	=	stockeren
gestockeerde	=	stockeren
gestoeft	=	stoefen
gestoei	noun	het aanhoudend speels vechten
gestoeid	=	stoeien
gestoeld	=	stoelen
gestoelde	=	stoelen
gestoelte	noun|formal	zetel voor hooggeplaatste personen
gestoelten	=	gestoelte
gestoeltes	=	gestoelte
gestoempt	=	stoempen
gestoffeerd	adj	met textiel ingericht; voorzien van gordijnen, muurbedekking, en vloerbedekking
gestoffeerde	=	stofferen
gestoffeerds	=	gestoffeerd
gestoft	=	stoffen
gestofte	=	stoffen
gestofzuigd	=	stofzuigen
gestofzuigde	=	stofzuigen
gestofzuigerd	=	stofzuigeren
gestoken	=	steken
gestokt	=	stokken
gestokte	=	stokken
gestold	=	stollen
gestolen	adj	van iets dat men, het zonder dat men er recht op heeft, tot zijn eigendom heeft gemaakt
gestolens	=	gestolen
gestolpt	=	stolpen
gestommel	noun	zacht gebonk en gestoot van iemand die loopt of een trap opgaat aan de andere kant van een afscheiding
gestommeld	=	stommelen
gestompt	=	stompen
gestompte	=	stompen
gestonken	=	stinken
gestoofd	adj	gaar gemaakt door langdurig dompelen in net niet kokend water
gestoofde	=	stoven
gestoofder	=	gestoofd
gestoofdere	=	gestoofd
gestoofders	=	gestoofd
gestoofds	=	gestoofd
gestoofdst	=	gestoofd
gestoofdste	=	gestoofd
gestook	noun	het maken en onderhouden van een vuur
gestookt	=	stoken
gestoomd	adj	gaar gemaakt door verblijf in stoom, in de westerse keuken vooral van groenten
gestoomde	=	gestoomd
gestoomds	=	gestoomd
gestoord	adj	geen normale functionering van iets (vaak de geest) hebbend
gestoorde	noun	iemand die volgens de geldende normen niet normaal is
gestoorden	=	gestoorde
gestoorder	=	gestoord
gestoordere	=	gestoord
gestoorders	=	gestoord
gestoords	=	gestoord
gestoordst	=	gestoord
gestoordste	=	gestoord
gestopt	=	stoppen
gestopte	=	stoppen
gestorm	noun	het (voortdurend) stormen
gestormd	=	stormen
gestormde	=	stormen
gestorneerd	=	storneren
gestorneerde	=	storneren
gestort	=	storten
gestorte	=	storten
gestortregend	=	stortregenen
gestorven	=	sterven
gestorvene	noun	iemand die is overleden; iemand die dood is
gestorvenen	=	gestorvene
gestoten	=	stoten
gestotter	noun	het hakkelend praten met veel herhalingen die het vloeiend verloop van de spraak onderbreken
gestotterd	=	stotteren
gestouwd	=	stouwen
gestouwde	=	stouwen
gestoven	=	stuiven
gestraald	=	stralen
gestraatracet	=	straatracen
gestraatst	=	straatsen
gestraft	=	straffen
gestrafte	noun	iemand die een straf moet ondergaan of heeft ondergaan
gestraften	=	gestrafte
gestrand	=	stranden
gestrande	=	stranden
gestreakt	=	streaken
gestreamd	=	streamen
gestreden	=	strijden
gestreefd	=	streven
gestreeld	=	strelen
gestreelde	=	strelen
gestreept	adj	met strepen
gestreepte	=	strepen
gestreepter	=	gestreept
gestreeptere	=	gestreept
gestreepters	=	gestreept
gestreepts	=	gestreept
gestreeptst	=	gestreept
gestreeptste	=	gestreept
gestreetdancet	=	streetdancen
gestreken	=	strijken
gestrekt	adj	rechter gemaakt, niet gebogen
gestrekte	noun	zij die languit liggen
gestrekten	=	gestrekte
gestrekter	=	gestrekt
gestrektere	=	gestrekt
gestrekters	=	gestrekt
gestrekts	=	gestrekt
gestrektst	=	gestrekt
gestrektste	=	gestrekt
gestremd	=	stremmen
gestremde	=	stremmen
gestreng	adj|formal	streng, onverbiddelijk
gestrengd	=	strengen
gestrenge	=	gestreng
gestrengeld	=	strengelen
gestrengelijk	adj	op een strenge, onverbiddelijke wijze, strikt volgens de regels
gestrengelijke	=	gestrengelijk
gestrengelijker	=	gestrengelijk
gestrengelijkere	=	gestrengelijk
gestrengelijkers	=	gestrengelijk
gestrengelijks	=	gestrengelijk
gestrengelijkst	=	gestrengelijk
gestrengelijkste	=	gestrengelijk
gestrenger	=	gestreng
gestrengere	=	gestreng
gestrengers	=	gestreng
gestrengheden	=	gestrengheid
gestrengheid	noun	het gestreng zijn
gestrengheidje	=	gestrengheid
gestrengs	=	gestreng
gestrengst	=	gestreng
gestrengste	=	gestreng
gestressed	=	gestrest
gestresseerd	adj	gespannen
gestresseerde	=	gestresseerd
gestresseerder	=	gestresseerd
gestresseerdere	=	gestresseerd
gestresseerders	=	gestresseerd
gestresseerds	=	gestresseerd
gestresseerdst	=	gestresseerd
gestresseerdste	=	gestresseerd
gestresslaxt	=	stresslaxen
gestresst	=	gestrest
gestrest	adj	overspannen, gespannen, zenuwachtig
gestreste	=	gestrest
gestrester	=	gestrest
gestrestere	=	gestrest
gestresters	=	gestrest
gestrests	=	gestrest
gestrestst	=	gestrest
gestrestste	=	gestrest
gestretcht	=	stretchen
gestribbeld	=	stribbelen
gestriemd	=	striemen
gestriemde	=	striemen
gestrikt	=	strikken
gestrikte	=	strikken
gestript	=	strippen
gestripte	=	strippen
gestripteased	=	stripteasen
gestroeld	=	stroelen
gestrompeld	=	strompelen
gestrooid	=	strooien
gestrooide	=	strooien
gestrookt	=	stroken
gestroomd	=	stromen
gestroomde	=	stromen
gestroomlijnd	=	stroomlijnen
gestroopt	=	stropen
gestroopte	=	stropen
gestropt	=	stroppen
gestropte	=	stroppen
gestrost	=	strossen
gestructureerd	adj	een bepaalde samenhangende structuur hebbend
gestructureerde	=	structureren
gestructureerder	=	gestructureerd
gestructureerdere	=	gestructureerd
gestructureerders	=	gestructureerd
gestructureerds	=	gestructureerd
gestructureerdst	=	gestructureerd
gestructureerdste	=	gestructureerd
gestruikeld	=	struikelen
gestruikelde	=	struikelen
gestruikt	=	struiken
gestruind	=	struinen
gestuct	=	stuccen
gestucte	=	stuccen
gestudeerd	=	studeren
gestudeerde	noun	iemand die hoger onderwijs gevolgd heeft
gestudeerden	=	gestudeerde
gestueel	adj	gebarend
gestueels	=	gestueel
gestuele	=	gestueel
gestuft	=	stuffen
gestufte	=	stuffen
gestuikt	adj	gedrongen
gestuikte	=	stuiken
gestuikter	=	gestuikt
gestuiktere	=	gestuikt
gestuikters	=	gestuikt
gestuikts	=	gestuikt
gestuiktst	=	gestuikt
gestuiktste	=	gestuikt
gestuiptrekt	=	stuiptrekken
gestuit	=	stuiten
gestuite	=	stuiten
gestuiterd	=	stuiteren
gestuiterde	=	stuiteren
gestukadoord	=	stukadoren
gestukadoorde	=	stukadoren
gestulpt	=	stulpen
gestumper	noun	het op een onhandige manier handelen zoals past bij een stumper
gestumperd	=	stumperen
gestunt	=	stunten
gestuntel	noun	Het geknoei, het onhandige.
gestunteld	=	stuntelen
gestut	=	stutten
gestutte	=	stutten
gestuukt	=	stuken
gestuukte	=	stuken
gestuurd	=	sturen
gestuwd	=	stuwen
gestuwde	=	stuwen
gestyled	=	stylen
gesubcategoriseerd	=	subcategoriseren
gesubcategoriseerde	=	subcategoriseren
gesublimeerd	=	sublimeren
gesubordineerd	=	subordineren
gesubordineerde	=	subordineren
gesubrogeerd	=	subrogeren
gesubscribeerd	=	subscriberen
gesubsidieerd	=	subsidiëren
gesubsidieerde	=	subsidiëren
gesubstantiveerd	=	substantiveren
gesubstantiveerde	=	substantiveren
gesubstitueerd	=	substitueren
gesubstitueerde	=	substitueren
gesudderd	=	sudderen
gesudderde	=	sudderen
gesudokuud	=	sudokuen
gesued	=	sueën
gesuede	=	sueën
gesueerd	=	sueren
gesuft	=	suffen
gesuggereerd	=	suggereren
gesuid	=	suien
gesuikerd	adj	met veel suiker bestrooid of bereid
gesuikerde	=	gesuikerd
gesuikerder	=	gesuikerd
gesuikerdere	=	gesuikerd
gesuikerders	=	gesuikerd
gesuikerds	=	gesuikerd
gesuikerdst	=	gesuikerd
gesuikerdste	=	gesuikerd
gesuild	=	suilen
gesuis	noun	aanhoudend een ruisend geluid voortbrengen veroorzaakt door de wind of een snel stromend gas
gesuisd	=	suizen
gesuisde	=	suizen
gesuizebold	=	suizebollen
gesuizeld	=	suizelen
gesukkel	noun	het aanhoudend kampen met ziekte en gebrek
gesukkeld	=	sukkelen
gesuld	=	sullen
gesulde	=	sullen
gesumoworsteld	=	sumoworstelen
gesuperponeerd	=	superponeren
gesuperponeerde	=	superponeren
gesuperviseerd	=	superviseren
gesuperviseerde	=	superviseren
gesuppleerd	=	suppleren
gesuppleerde	=	suppleren
gesupplieerd	=	suppliëren
gesupplieerde	=	suppliëren
gesupporterd	=	supporteren
gesupprimeerd	=	supprimeren
gesupt	=	suppen
gesurfd	=	surfen
gesurft	=	surfen
gesurplacet	=	surplacen
gesurveilleerd	=	surveilleren
gesurvivald	=	survivallen
gesuspendeerd	=	suspenderen
gesuspendeerde	=	suspenderen
gesust	=	sussen
geswaffeld	=	swaffelen
geswaffelde	=	swaffelen
geswingd	=	swingen
geswipet	=	swipen
geswipete	=	swipen
geswitcht	=	switchen
gesymboliseerd	=	symboliseren
gesymboliseerde	=	symboliseren
gesympathiseerd	=	sympathiseren
gesynchroniseerd	=	synchroniseren
gesynchroniseerde	=	synchroniseren
gesynct	=	syncen
gesyndiceerd	=	syndiceren
gesyndikeerd	adj	lid van een vakbond zijnde
gesyndikeerde	=	gesyndikeerd
gesyndikeerds	=	gesyndikeerd
gesynthetiseerd	=	synthetiseren
gesynthetiseerde	=	synthetiseren
gesystematiseerd	=	systematiseren
get	noun	kous zonder zool die als bescherming tegen modder over het onderbeen en de bovenkant van de schoen wordt gedragen
getaakt	=	taak
getaakte	=	taak
getaald	=	talen
getaand	=	tanen
getabakt	=	tabak
getabellariseerd	=	tabellariseren
getabellariseerde	=	tabellariseren
getabuleerd	=	tabuleren
getabuleerde	=	tabuleren
getackeld	=	tackelen
getackelde	=	tackelen
getafeld	=	tafelen
getafeltennist	=	tafeltennissen
getaffeld	=	taffelen
getagd	=	taggen
getagde	=	taggen
getai-chied	=	tai-chiën
getailleerd	adj	met een versmalling rond het middel
getailleerde	=	getailleerd
getailleerder	=	getailleerd
getailleerdere	=	getailleerd
getailleerders	=	getailleerd
getailleerds	=	getailleerd
getailleerdst	=	getailleerd
getailleerdste	=	getailleerd
getakeld	=	takelen
getakelde	=	takelen
getakteerd	=	takteren
getal	noun	abstracte weergave van een hoeveelheid m.b.v. cijfers en eventueel een komma en een punt
getalbegrip	noun	het vermogen om de betekenis van getallen en hun onderlinge relaties te begrijpen
getalbegrippen	=	getalbegrip
getale	=	getal
getalenteerd	adj	talent hebbend, een aangeboren bekwaamheid in iets hebbend
getalenteerde	=	getalenteerd
getalenteerder	=	getalenteerd
getalenteerdere	=	getalenteerd
getalenteerders	=	getalenteerd
getalenteerds	=	getalenteerd
getalenteerdst	=	getalenteerd
getalenteerdste	=	getalenteerd
getalgeheugen	noun	bijzonder vermogen om getallen te onthouden
getalibaniseerd	=	talibaniseren
getalied	=	taliën
getaliede	=	taliën
getallen	=	getal
getallenas	noun	een voorstelling van de reële getallen in de vorm van een rechte lijn
getallenasje	=	getallenas
getallenasjes	=	getallenas
getallenassen	=	getallenas
getallenleer	noun	het gedeelte van de wiskunde dat zich met de eigenschappen van de getallen bezighoudt
getallenlijn	noun	is een voorstelling van de reële getallen in de vorm van een rechte lijn.
getallenlijnen	=	getallenlijn
getallenlijntje	=	getallenlijn
getallenlijntjes	=	getallenlijn
getallenreeks	noun	een rij getallen
getallenreeksen	=	getallenreeks
getallenstelsel	noun	talstelsel
getallenstelsels	=	getallenstelsel
getallenstelseltje	=	getallenstelsel
getallenstelseltjes	=	getallenstelsel
getallensymboliek	noun	opvatting van getallen als symbolen
getallensymbolieken	=	getallensymboliek
getallenwaarde	noun	waarde als getal
getallenwaarden	=	getallenwaarde
getallenwaardes	=	getallenwaarde
getalletje	=	getal
getalletjes	=	getal
getalm	noun	getreuzel, getwijfel
getalmd	=	talmen
getalsmatig	adj	in getallen gemeten of uitgedrukt
getalsmatige	=	getalsmatig
getalsmatiger	=	getalsmatig
getalsmatigere	=	getalsmatig
getalsmatigers	=	getalsmatig
getalsmatigs	=	getalsmatig
getalsmatigst	=	getalsmatig
getalsmatigste	=	getalsmatig
getalstelsel	noun	talstelsel
getalstelsels	=	getalstelsel
getalstelseltje	=	getalstelsel
getalstelseltjes	=	getalstelsel
getalsterkte	noun	aanwezige hoeveelheid militaire manschappen en materieel
getalsterkten	=	getalsterkte
getalsterktes	=	getalsterkte
getalsverhouding	noun	de onderlinge relatie aan tussen twee of meer hoeveelheden of getallen.
getalsverhoudingen	=	getalsverhouding
getalsverhoudinkje	=	getalsverhouding
getalsverhoudinkjes	=	getalsverhouding
getalswaarde	noun	waarde als getal
getalswaarden	=	getalswaarde
getalswaardes	=	getalswaarde
getalsysteem	noun	een wiskundig systeem om getallen voor te stellen.
getalsysteempje	=	getalsysteem
getalsysteempjes	=	getalsysteem
getalsystemen	=	getalsysteem
getaltheorie	noun	de tak van de die de eigenschappen van de gehele getallen bestudeert
getaltheorietje	=	getaltheorie
getaltheorietjes	=	getaltheorie
getaltheorieën	=	getaltheorie
getalvers	noun	tijdvers
getalversje	=	getalvers
getalversjes	=	getalvers
getalverzen	=	getalvers
getamboerd	=	tamboeren
getamboereerd	=	tamboereren
getamponneerd	=	tamponneren
getamponneerde	=	tamponneren
getand	adj	met de vorm van tanden, met een rij scherpe uitsteeksels
getande	=	tanden
getandenknars	noun	het aanhoudend met de tanden knarsen
getandenknarst	=	tandenknarsen
getander	=	getand
getandere	=	getand
getanders	=	getand
getands	=	getand
getandst	=	getand
getandste	=	getand
getankt	=	tanken
getankte	=	tanken
getantaliseerd	=	tantaliseren
getapdanst	=	tapdansen
getapdanste	=	tapdansen
getapet	=	tapen
getapete	=	tapen
getapisseerd	=	tapisseren
getapt	adj	populair, in trek (vooral in de combinatie "getapte jongen")
getapte	=	getapt
getarifeerd	=	tariferen
getarifeerde	=	tariferen
getarnd	=	tarnen
getarreerd	=	tarreren
getarreerde	=	tarreren
getart	=	tarten
getarte	=	tarten
getaserd	=	taseren
getast	=	tasten
getaste	=	tasten
getater	noun	het voortdurend kinderlijke klanken uitkramen
getaterd	=	tateren
getatoeëerd	adj	van een persoon of dier dat deze een tatoeage draagt
getatoeëerde	=	tatoeëren
getatoeëerds	=	getatoeëerd
getaxeerd	=	taxeren
getaxeerde	=	taxeren
getaxied	=	taxiën
getead	=	teaën
geteamst	=	teamsen
geteeld	=	telen
geteelde	=	telen
geteem	noun	schijnheilig gezeur
geteemd	=	temen
geteemst	=	teemsen
geteemste	=	teemsen
geteerd	=	teren
geteesd	=	tezen
geteesde	=	tezen
getegeld	=	tegelen
getegelde	=	tegelen
getegelwipt	=	tegelwippen
getegen	=	tijgen
geteisem	noun	geboefte, gespuis, uitvaagsel
geteisterd	=	teisteren
geteisterde	=	teisteren
getekend	adj	door tekenen ontstaan
getekende	noun	iemand die 'getekend' is
getekenden	=	getekende
getekender	=	getekend
getekendere	=	getekend
getekenders	=	getekend
getekends	=	getekend
getekendst	=	getekend
getekendste	=	getekend
geteld	=	tellen
getelde	=	tellen
getelebankierd	=	telebankieren
getelefoneer	noun	aanhoudend telefoongesprekken voeren
getelefoneerd	=	telefoneren
getelegrafeerd	=	telegraferen
getelegrafeerde	=	telegraferen
getelevoot	=	televoten
getelevote	=	televoten
getelewerkt	=	telewerken
getelext	=	telexen
getelexte	=	telexen
getemd	=	temmen
getempeest	=	tempeesten
getempeld	=	tempelen
getemperd	=	temperen
getemperde	=	temperen
getemporiseerd	=	temporiseren
getemporiseerde	=	temporiseren
getempt	=	tempen
getempte	=	tempen
getendeerd	=	tenderen
getendeerde	=	tenderen
getenderd	=	tenderen
getenderde	=	tenderen
getengeld	=	tengelen
getennist	=	tennissen
getentamineerd	=	tentamineren
getentamineerde	=	tentamineren
getenteerd	=	tenteren
getergd	=	tergen
getermineerd	=	termineren
getermineerde	=	termineren
geterroriseerd	=	terroriseren
geterroriseerde	=	terroriseren
getest	=	testen
geteste	=	testen
getesteerd	=	testeren
getesteerde	=	testeren
getetter	noun	aanhoudend luid en snel gepraat; aanhoudend lawaai
getetterd	=	tetteren
geteut	=	teuten
geteuterd	=	teuteren
getext	=	texen
getexte	=	texen
gethemablogd	=	themabloggen
getheoretiseer	noun	het theoretiseren
getheoretiseerd	=	theoretiseren
gethuisbankierd	=	thuisbankieren
geticheld	=	tichelen
getichelde	=	tichelen
getienen	num	met het aantal van tien
getier	noun	veel lawaai maken omdat iemand boos is
getierd	=	tieren
getierelierd	=	tierelieren
getij	noun	de periodieke wisseling van de waterstand met eb en vloed.
getijbeweging	noun	het periodiek stijgen en dalen van het zeewater.
getijbewegingen	=	getijbeweging
getijbeweginkje	=	getijbeweging
getijbeweginkjes	=	getijbeweging
getijboek	noun	middeleeuws gebedenboek met vaste onderdelen, zoals een kalender en de gebeden van de zeven dagelijkse getijden, die ontleend zijn aan het brevier
getijboeken	=	getijboek
getijboekje	=	getijboek
getijboekjes	=	getijboek
getijcentrale	noun	een elektrische centrale die functioneert op het verschil tussen eb en vloed
getijcentrales	=	getijcentrale
getijde	noun	de periodieke verandering van de waterstand ten gevolge van de stand van de maan
getijden	=	getijde
getijdenbeweging	noun	door de aantrekkingskracht van de maan veroorzaakte periodieke veranderingen in de waterstand en de daaruit voortvloeiende stromingen
getijdenbewegingen	=	getijdenbeweging
getijdenbeweginkje	=	getijdenbeweging
getijdenbeweginkjes	=	getijdenbeweging
getijdenboek	noun	met de hand geschreven middeleeuws boek dat door leken werd gebruikt voor de privédevotie
getijdenboeken	=	getijdenboek
getijdenboekje	=	getijdenboek
getijdenboekjes	=	getijdenboek
getijdencentrale	noun	elektrische centrale die werkt door middel van getijdenstromen ontstaan door het hoogteverschil tussen eb en vloed
getijdencentrales	=	getijdencentrale
getijdenenergie	noun	energie die men kan winnen uit water dat stroomt door eb en vloed
getijdengebied	noun	kustgebied dat bij eb droogvalt en bij vloed overstroomt wordt
getijdengebieden	=	getijdengebied
getijdengebiedje	=	getijdengebied
getijdengebiedjes	=	getijdengebied
getijdengrafiek	noun	grafische registratie van de waterstand gedurende de dagelijkse getijdenbeweging, opgetekend door een maregraaf
getijdengrafieken	=	getijdengrafiek
getijdengrafiekje	=	getijdengrafiek
getijdengrafiekjes	=	getijdengrafiek
getijdenkracht	noun	kracht die ontstaat door een groot nabij gelegen hemellichaam
getijdenkrachten	=	getijdenkracht
getijdenpoel	noun	een poel aan de oever van een getijdenwater waarin na vloed water achterblijft
getijdenpoelen	=	getijdenpoel
getijdenpoeltje	=	getijdenpoel
getijdenrivier	noun	waterstroom waarvan de stroomrichting of waterstand door eb en vloed worden beïnvloed
getijdenrivieren	=	getijdenrivier
getijdenriviertje	=	getijdenrivier
getijdenriviertjes	=	getijdenrivier
getijdenstromen	=	getijdenstroom
getijdenstroom	noun	periodieke zeestroom die ontstaat door eb en vloed
getijdentabel	noun	schema dat voor een of meer plaatsen en data de tijden van de hoogste en laagste waterstand laat zien, waarbij vaak ook de voor dat moment verwachte hoogte van het water wordt aangegeven
getijdentabellen	=	getijdentabel
getijdenverschil	noun	het verschil in het niveau van het water bij eb en bij vloed
getijdenverschillen	=	getijdenverschil
getijdenverschilletje	=	getijdenverschil
getijdenverschilletjes	=	getijdenverschil
getijdenwater	noun	waterweg met eb en vloed
getijdenwateren	=	getijdenwater
getijdenwerking	noun	de werking/invloed van het getij.
getijdenwerkingen	=	getijdenwerking
getijdenwerkinkje	=	getijdenwerking
getijdenwerkinkjes	=	getijdenwerking
getijdepoel	=	getijdenpoel
getijdeslakje	noun	Mercuria anatina een slakkensoort uit de familie van de Hydrobiidae.
getijdeslakjes	=	getijdeslakje
getijdeverschil	=	getijdenverschil
getijen	=	getij
getijgerd	=	tijgeren
getijmeter	noun	een inrichting waarmee de waterhoogte kan worden vastgesteld
getijmeters	=	getijmeter
getijmetertje	=	getijmeter
getijmetertjes	=	getijmeter
getik	noun	aanhoudend een tikkend geluid maken
getikkeld	=	tikkelen
getikkelde	=	tikkelen
getikt	adj	met een typemachine of computer getypt
getiktakt	=	tiktakken
getikte	noun	iemand die 'getikt' is
getikten	=	getikte
getikter	=	getikt
getiktere	=	getikt
getikters	=	getikt
getiktokt	=	tiktokken
getiktokte	=	tiktokken
getikts	=	getikt
getiktst	=	getikt
getiktste	=	getikt
getild	=	tillen
getilde	=	tillen
getimed	=	timen
getimede	=	timen
getimmer	noun	aanhoudend het geluid maken van een hamer die op een spijker slaat
getimmerd	=	timmeren
getimmerde	=	timmeren
getimmerte	noun	wat getimmerd is
getimmerten	=	getimmerte
getinderd	=	tinderen
getingel	noun	voortdurend een geluid maken dat lijkt op het klingelen van een klein klokje
getingeld	=	tingelen
getingelde	=	tingelen
getinkel	noun	aanhoudend een helder klinkend geluid maken met een bel, of bestek
getinkeld	=	tinkelen
getinkt	=	tinken
getint	adj	gekleurd, niet helder doorschijnend
getinte	=	tinten
getintel	noun	een aanhoudend prikkelend gevoel gevend vaak door kou veroorzaakt
getinteld	=	tintelen
getinteloogd	=	tintelogen
getinter	=	getint
getintere	=	getint
getinters	=	getint
getints	=	getint
getintst	=	getint
getintste	=	getint
getippeld	=	tippelen
getipt	=	tippen
getipte	=	tippen
getirailleerd	=	tirailleren
getiranniseerd	=	tiranniseren
getiranniseerde	=	tiranniseren
getiteld	=	titelen
getitreerd	=	titreren
getitreerde	=	titreren
getiërceerd	=	tiërceren
getiërceerde	=	tiërceren
getjapt	=	tjappen
getjapte	=	tjappen
getjekt	=	tjekken
getjet	=	tjetten
getjette	=	tjetten
getjiept	=	tjiepen
getjilp	noun	het aanhoudend kwetteren en zingen van kleine vogels
getjilpt	=	tjilpen
getjirpt	=	tjirpen
getjoekt	=	tjoeken
getjoept	=	tjoepen
getjokt	=	tjokken
getjompt	=	tjompen
getjoold	=	tjolen
getoast	=	toasten
getoaste	=	toasten
getob	noun	langdurig bezorgd zijn over en vergeefs oplossingen zoeken voor een probleem
getobd	=	tobben
getocht	=	tochten
getoefd	=	toeven
getoept	=	toepen
getoerd	=	toeren
getoerde	=	toeren
getoet	=	toeten
getoeter	noun	het telkens of aanhoudend toeteren
getoeterd	=	toeteren
getoeterde	=	toeteren
getoetoept	=	toetoepen
getoetst	=	toetsen
getoetste	=	toetsen
getogen	=	tijgen
getoiletteerd	=	toiletteren
getokkel	noun	aanhoudend pulken aan de snaren van een snaarinstrument
getokkeld	=	tokkelen
getokkelde	=	tokkelen
getokt	=	tokken
getold	=	tollen
getolereerd	=	tolereren
getolereerde	=	tolereren
getolkt	=	tolken
getond	=	ton
getongd	=	tongen
getongzoend	=	tongzoenen
getongzoende	=	tongzoenen
getonsureerd	=	tonsureren
getonsureerde	=	tonsureren
getoogd	=	togen
getooid	=	tooien
getoond	=	tonen
getoonde	=	tonen
getoonzet	=	toonzetten
getoonzette	=	toonzetten
getoornd	=	toornen
getoost	=	toosten
getoot	=	tooten
getopt	=	toppen
getopte	=	toppen
getordeerd	=	torderen
getordeerde	=	torderen
getorend	=	torenen
getormenteerd	adj	van iets of iemand dat deze gemarteld en gepijnigd is
getormenteerde	=	getormenteerd
getormenteerder	=	getormenteerd
getormenteerdere	=	getormenteerd
getormenteerders	=	getormenteerd
getormenteerds	=	getormenteerd
getormenteerdst	=	getormenteerd
getormenteerdste	=	getormenteerd
getornd	=	tornen
getornde	=	tornen
getorpedeerd	adj	tot mislukken gebracht
getorpedeerde	=	getorpedeerd
getorpedeerds	=	getorpedeerd
getorst	=	torsen
getorste	=	torsen
getorteld	=	tortelen
getost	=	tossen
getotaliseerd	=	totaliseren
getotaliseerde	=	totaliseren
getoucheerd	=	toucheren
getoucheerde	=	toucheren
getoupeerd	=	touperen
getoupeerde	=	touperen
getourd	=	touren
getouw	noun	toestel waarin veel touwwerk aanwezig is
getouwd	=	touwen
getouwde	=	touwen
getouweld	=	touwelen
getouwen	=	getouw
getouwtje	=	getouw
getouwtjes	=	getouw
getouwtrek	noun|figurative	langdurige strijd waarbij twee partijen strijden over een zaak
getover	noun	voortdurend toveren; voortdurend goochelen
getoverd	=	toveren
getoverde	=	toveren
getraafd	=	traven
getraafde	=	traven
getraand	=	tranen
getraanoogd	=	traanogen
getraceerd	=	traceren
getraceerde	=	traceren
getracht	=	trachten
getraind	adj	van een persoon: dat hij of zij veel geoefend heeft en goed in staat is de gewenste prestatie te leveren
getrainde	=	trainen
getrainder	=	getraind
getraindere	=	getraind
getrainders	=	getraind
getrainds	=	getraind
getraindst	=	getraind
getraindste	=	getraind
getraineerd	=	traineren
getraineerde	=	traineren
getrakteerd	=	trakteren
getrakteerde	=	trakteren
getralied	adj	voorzien van een tralie
getraliede	=	traliën
getralieder	=	getralied
getraliedere	=	getralied
getralieders	=	getralied
getralieds	=	getralied
getraliedst	=	getralied
getraliedste	=	getralied
getrancheerd	=	trancheren
getrancheerde	=	trancheren
getranscendeerd	=	transcenderen
getranscendeerde	=	transcenderen
getranscribeerd	=	transcriberen
getranscribeerde	=	transcriberen
getransfereerd	=	transfereren
getransfereerde	=	transfereren
getransfigureerd	=	transfigureren
getransfigureerde	=	transfigureren
getransformeerd	=	transformeren
getransformeerde	=	transformeren
getransigeerd	=	transigeren
getranslateerd	=	translateren
getranslateerde	=	translateren
getransleerd	=	transleren
getransleerde	=	transleren
getransmuteerd	=	transmuteren
getransmuteerde	=	transmuteren
getranspireerd	=	transpireren
getransplanteerd	=	transplanteren
getransplanteerde	=	transplanteren
getransponeerd	=	transponeren
getransponeerde	=	transponeren
getransporteerd	=	transporteren
getransporteerde	=	transporteren
getrappel	noun	het ongeduldig met de hoeven op de grond stampen van paarden
getrappeld	=	trappelen
getrapt	adj	van trappen voorzien
getrapte	=	getrapt
getrapter	=	getrapt
getraptere	=	getrapt
getrapters	=	getrapt
getrapts	=	getrapt
getraptst	=	getrapt
getraptste	=	getrapt
getrasseerd	=	trasseren
getrasseerde	=	trasseren
getrast	=	trassen
getraste	=	trassen
getraumatiseerd	=	traumatiseren
getraumatiseerde	=	traumatiseren
getraverseerd	=	traverseren
getravoltariseerd	=	travoltariseren
getreden	=	treden
getreild	=	treilen
getreilde	=	treilen
getreind	=	treinen
getreinsurfd	=	treinsurfen
getreinsurft	=	treinsurfen
getreit	=	treiten
getreite	=	treiten
getreiter	noun	het voortdurend treiteren
getreiterd	=	treiteren
getreiterde	=	treiteren
getrek	noun	het aanhoudend trekken
getrekkebeend	=	trekkebenen
getrekkebekt	=	trekkebekken
getremuleerd	=	tremuleren
getrendset	=	trendsetten
getrendwatcht	=	hatewatchen
getrensd	=	trenzen
getrensde	=	trenzen
getrepaneerd	=	trepaneren
getrepaneerde	=	trepaneren
getreurd	=	treuren
getreuzel	noun	het treuzelen, het langzaamaan doen
getreuzeld	=	treuzelen
getrieerd	=	triëren
getriggerd	=	triggeren
getriggerde	=	triggeren
getrijst	=	trijsen
getrijste	=	trijsen
getril	noun	het telkens en aanhoudend trillen van iets
getrild	=	trillen
getrimd	=	trimmen
getrimde	=	trimmen
getriomfeerd	=	triomferen
getripleerd	=	tripleren
getripleerde	=	tripleren
getrippel	noun	aanhoudend je met snelle, kleine pasjes voortbewegen, zoals kleine diertjes dat doen
getrippeld	=	trippelen
getript	=	trippen
getrist	=	trissen
getriste	=	trissen
getritureerd	=	tritureren
getritureerde	=	tritureren
getroebleerd	=	troebleren
getroebleerde	=	troebleren
getroebleerder	=	troebleren
getroebleerdere	=	troebleren
getroebleerders	=	troebleren
getroebleerds	=	troebleren
getroebleerdst	=	troebleren
getroebleerdste	=	troebleren
getroefcalld	=	troefcallen
getroefd	=	troeven
getroefde	=	troeven
getroeteld	=	troetelen
getroetelde	=	troetelen
getroffen	=	treffen
getroffene	noun	iemand die schade heeft ondervonden door een ramp of negatieve gebeurtenis
getroffenen	=	getroffene
getroggeld	=	troggelen
getrokken	=	trekken
getrold	=	trollen
getrolld	=	trollen
getrommel	noun	aanhoudend trommelen
getrommeld	=	trommelen
getrommelde	=	trommelen
getrompet	=	trompetten
getrompette	=	trompetten
getrompetteerd	=	trompetteren
getrompetter	noun	aanhoudend veel lawaai maken met een trompet (en andere blaasinstrumenten)
getrompetterd	=	trompetteren
getroond	=	troon
getroonde	=	troon
getroost	adj	troost ontvangen hebbende
getrooste	=	getroost
getroosten	verb	zich ergens voor inzetten door er moeite voor te doen
getroostend	=	getroosten
getroostende	=	getroosten
getroosts	=	getroost
getroostte	=	getroosten
getroostten	=	getroosten
getrot	=	trotten
getrotseerd	=	trotseren
getrotseerde	=	trotseren
getrouw	adj	veel lijkend op
getrouwd	adj	een echtpaar vormend
getrouwde	=	getrouwd
getrouwds	=	getrouwd
getrouwe	noun	persoon die men kan vertrouwen, persoon waarop men kan rekenen
getrouwelijk	adj	nauwgezet
getrouwelijke	=	getrouwelijk
getrouwelijker	=	getrouwelijk
getrouwelijkere	=	getrouwelijk
getrouwelijkers	=	getrouwelijk
getrouwelijks	=	getrouwelijk
getrouwelijkst	=	getrouwelijk
getrouwelijkste	=	getrouwelijk
getrouwen	=	getrouwe
getrouwer	=	getrouw
getrouwere	=	getrouw
getrouwers	=	getrouw
getrouwheden	=	getrouwheid
getrouwheid	noun	de mate waarin men eerlijk en oprecht is t.o.v. een persoon
getrouws	=	getrouw
getrouwst	=	getrouw
getrouwste	=	getrouw
getruffeerd	=	trufferen
getrukeerd	=	trukeren
getrukeerde	=	trukeren
getrumpeerd	=	trumperen
getrut	=	trutten
getsie	intj|informal	een uitroep die vooral afkeuring en/of walging over iets vies of onpasselijks uitdrukt
getsjilp	noun	het voortdurend tsjilpen
getsjilpt	=	tsjilpen
getsjirp	noun	het aanhoudend tsjirpen van krekels of vogels
getsjirpt	=	tsjirpen
getten	=	get
getti	=	getto
getto	noun	stadswijk die tot verplichte verblijfplaats voor Joden diende, vooral in Portugal, Spanje, Duitsland, Italië en Polen
getto's	=	getto
gettoachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een getto
gettoachtige	=	gettoachtig
gettoachtiger	=	gettoachtig
gettoachtigere	=	gettoachtig
gettoachtigers	=	gettoachtig
gettoachtigs	=	gettoachtig
gettoachtigst	=	gettoachtig
gettoachtigste	=	gettoachtig
gettoblaster	noun	grote draagbare stereoinstallatie die veel geluid kan produceren
gettoblasters	=	gettoblaster
gettootje	=	getto
gettootjes	=	getto
gettovorming	noun	het ontstaan van wijken waarin sociaal-economische problematiek zich concentreert
gettovormingen	=	gettovorming
getuchtigd	=	tuchtigen
getuchtigde	=	tuchtigen
getuft	=	tuffen
getuid	=	tuien
getuide	=	tuien
getuierd	=	tuieren
getuierde	=	tuieren
getuig	noun	toebehoren om een last- of rijdier op te tuigen, klaar te maken om een kar te trekken, of om bereden de worden
getuigd	adj	voorzien van tuig of tuigage
getuigde	=	getuigd
getuigden	=	getuigen
getuigder	=	getuigd
getuigdere	=	getuigd
getuigders	=	getuigd
getuigds	=	getuigd
getuigdst	=	getuigd
getuigdste	=	getuigd
getuige	noun	iemand die een gebeurtenis heeft meegemaakt of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak	prep	kondigt de grondslag aan waarop een uitspraak gedaan wordt
getuige-deskundige	noun	een getuige bij een proces, die gespecialiseerd is op een bepaald terrein
getuige-deskundigen	=	getuige-deskundige
getuigen	verb	~ over: een veelal beëdigde verklaring afleggen ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
getuigen-deskundigen	=	getuige-deskundige
getuigenbank	noun	'bank' waar de getuigen zitten bij een rechtszitting
getuigenbanken	=	getuigenbank
getuigenbankje	=	getuigenbank
getuigenbankjes	=	getuigenbank
getuigenbewijs	noun	juridisch bewijs dat gebaseerd is op getuigenverklaringen
getuigenbewijzen	=	getuigenbewijs
getuigend	=	getuigen
getuigende	=	getuigen
getuigenheuvel	noun	een heuvel die overblijft na de erosie van de omliggende aardlagen.
getuigenheuvels	=	getuigenheuvel
getuigenis	noun	een verklaring over een persoon of zaak
getuigenisje	=	getuigenis
getuigenisjes	=	getuigenis
getuigenissen	=	getuigenis
getuigenoproep	noun	verzoek om zich te melden als men inlichtingen kan verschaffen over een bepaalde gebeurtenis die men zelf heeft waargenomen
getuigenoproepen	=	getuigenoproep
getuigenverhoor	noun	het bevragen van een getuige door de rechter tijdens een rechtszaak
getuigenverhoren	=	getuigenverhoor
getuigenverklaring	noun	verklaring van een getuige waarin deze vertelt over feiten en omstandigheden die hij zelf heeft waargenomen of ondervonden
getuigenverklaringen	=	getuigenverklaring
getuigenverklarinkje	=	getuigenverklaring
getuigenverklarinkjes	=	getuigenverklaring
getuigenverslag	noun	verklaring van iemand die iets door eigen waarneming heeft meegemaakt
getuigenverslagen	=	getuigenverslag
getuigetje	=	getuige
getuigetjes	=	getuige
getuigschrift	noun	stuk waarin een getuigenis wordt gegeven omtrent iemands bekwaamheid of hoedanigheden, of omtrent aard en duur van de dienstbetrekking
getuigschriften	=	getuigschrift
getuigschriftje	=	getuigschrift
getuigschriftjes	=	getuigschrift
getuigt	=	getuigen
getuimeld	=	tuimelen
getuinblogd	=	tuinbloggen
getuinierd	=	tuinieren
getuist	=	tuisen
getuit	adj	van lippen dat ze tot een tuitje zijn samengeknepen
getuite	=	tuiten
getuiter	=	getuit
getuitere	=	getuit
getuiters	=	getuit
getuits	=	getuit
getuitst	=	getuit
getuitste	=	getuit
getukt	=	tukken
getuned	adj	verbeterd en verfraaid
getunede	=	tunen
getuneder	=	getuned
getunedere	=	getuned
getuneders	=	getuned
getuneds	=	getuned
getunedst	=	getuned
getunedste	=	getuned
getunneld	=	tunnelen
getunnelde	=	tunnelen
getureluur	noun	geluid zoals zingende vogels maken, bestaand uit wisselend gefluit
geturfd	=	turven
geturkt	=	turken
geturkte	=	turken
geturnd	=	turnen
getut	=	tutten
getutoyeerd	=	tutoyeren
getutoyeerde	=	tutoyeren
getutterd	=	tutteren
getuurd	=	turen
getver	intj|vulgar	ingehouden vloek die aangeeft dat je iets heel smerig vindt
getverdemme	intj|vulgar	uitroep van walging of afkeer
getverderrie	intj|vulgar	om afschuw uit te drukken
getwaalven	num	met het aantal van twaalf, twaalf samen
getweakt	=	tweaken
getweakte	=	tweaken
getweernd	=	tweernen
getweernde	=	tweernen
getweet	=	tweeten
getweete	=	tweeten
getweeën	num	met het aantal van twee, twee samen
getwerkt	=	twerken
getwijfel	noun	het aanhoudend wikken en wegen zonder tot een beslissing te komen
getwijfeld	=	twijfelen
getwijnd	=	twijnen
getwijnde	=	twijnen
getwinkeld	=	twinkelen
getwintig	num	met het aantal van twintig
getwintigen	num	met het aantal van twintig
getwist	=	twisten
getwitterd	=	twitteren
getypecast	=	typecasten
getypecaste	=	typecasten
getypeerd	=	typeren
getypeerde	=	typeren
getypt	adj	van een tekst dat deze met een typemachine of computer is geproduceerd
getypte	=	getypt
getypts	=	getypt
getölt	=	tölten
geuit	=	uiten
geuite	=	uiten
geul	noun	een lange en smalle verlaging in de grond waar water door kan stromen
geule	=	geul
geulen	=	geul
geultje	=	geul
geultjes	=	geul
geur	noun	gewaarwording met de neus van de aanwezigheid van een gasvormige uitwaseming
geuralarm	noun	apparaat dat actief indringende geuren kan verspreiden als er gevaar dreigt
geuralarmen	=	geuralarm
geurbank	noun	opslagplaats voor de lichaamsgeuren van criminelen en die men kan gebruiken voor het opsporen van daders van misdaden met behulp van politiehonden
geurbanken	=	geurbank
geurbankje	=	geurbank
geurbankjes	=	geurbank
geurde	=	geuren
geurden	=	geuren
geure	=	geuren
geuren	verb	een aangenaam ruikende lucht verspreiden
geurend	adj	een geur verspreidend
geurende	=	geuren
geurender	=	geurend
geurendere	=	geurend
geurenders	=	geurend
geurends	=	geurend
geurendst	=	geurend
geurendste	=	geurend
geurflard	noun	een nauwelijks met de neus waarneembare geur
geurflarden	=	geurflard
geurflardje	=	geurflard
geurflardjes	=	geurflard
geurhinder	noun	door stank veroorzaakte overlast
geurig	adj	met een prettige geur, een prettige geur verspreidend
geurige	=	geurig
geuriger	=	geurig
geurigere	=	geurig
geurigers	=	geurig
geurigs	=	geurig
geurigst	=	geurig
geurigste	=	geurig
geurkaars	noun	kaars waarin een geurtje is verwerkt die wordt afgegeven tijdens het branden
geurkaarsen	=	geurkaars
geurkaarsje	=	geurkaars
geurkaarsjes	=	geurkaars
geurloos	adj	met de neus niet waarneembaar
geurloost	=	geurloos
geurlooste	=	geurloos
geurloze	=	geurloos
geurlozer	=	geurloos
geurlozere	=	geurloos
geurlozers	=	geurloos
geurmaker	noun	iemand die opschept
geurmakers	=	geurmaker
geuronderzoek	noun	onderzoek naar geur en naar de effecten van bepaalde geuren op het menselijk gedrag
geuronderzoeken	=	geuronderzoek
geuronderzoekje	=	geuronderzoek
geuronderzoekjes	=	geuronderzoek
geuroverlast	noun	hinder die wordt veroorzaakt door stank
geurproef	noun	methode waarbij een hond de geur van een voorwerp en en geur van mogelijke verdachten met elkaar vergelijkt
geurproeven	=	geurproef
geurscheiding	noun	de scheiding van organisch afval (GFT) van restafval, vaak om geuroverlast thuis te voorkomen en bronscheiding te bevorderen.
geurscheidingen	=	geurscheiding
geurscheidinkje	=	geurscheiding
geurscheidinkjes	=	geurscheiding
geurstof	noun	stof die een geur verspreidt
geurstoffen	=	geurstof
geurstofje	=	geurstof
geurstofjes	=	geurstof
geurt	=	geuren
geurtje	=	geur
geurtjes	=	geur
geurvlag	noun	een vorm van territoriumafbakening die veel wordt gebruikt door dieren
geurvlaggen	=	geurvlag
geurvlieg	noun	Coenomyia ferruginea een vliegensoort uit de familie van de houtvliegen (Xylophagidae).
geurvliegen	=	geurvlieg
geurvliegje	=	geurvlieg
geurvliegjes	=	geurvlieg
geurvreter	noun	geïmpregneerde inlegzool die transpiratievocht van de voeten opneemt
geurvreters	=	geurvreter
geurvretertje	=	geurvreter
geurvretertjes	=	geurvreter
geus	noun	elk van de edelen van het Verbond in 1566 en later de vijanden van de regering van koning Philips II in de Nederlanden	adj	behorend tot de Nederlandse opstandelingen tegen koning Philips II in de 16e eeuw
geusch	=	geus
geusje	=	geus
geusjes	=	geus
geuske	=	geus
geut	noun	een niet al te goed afgemeten hoeveelheid vloeistof, meestal snel geschonken uit een fles of kan
geuten	=	geut
geutje	=	geut
geutjes	=	geut
geuze	noun	zwaar Belgisch bier, bereid door lambiek op flessen circa een jaar te laten nagisten
geuzelambiek	noun	een donkerrode biersoort waaraan frambozensap is toegevoegd
geuzelambieken	=	geuzelambiek
geuzelambiekje	=	geuzelambiek
geuzelambiekjes	=	geuzelambiek
geuzen	=	geus
geuzenlied	noun	vrijheidslied van de geuzen
geuzenliederen	=	geuzenlied
geuzenliedje	=	geuzenlied
geuzenliedjes	=	geuzenlied
geuzennaam	noun	zelfgekozen erenaam die oorspronkelijk als scheld- of spotnaam werd gebruikt
geuzennaampje	=	geuzennaam
geuzennaampjes	=	geuzennaam
geuzennamen	=	geuzennaam
geuzenpenning	noun	penning met de afbeelding van een bedelzak, zoals die door de edelen van het Verbond (1566) werd gedragen
geuzenpenningen	=	geuzenpenning
geuzenpenninkje	=	geuzenpenning
geuzenpenninkjes	=	geuzenpenning
geuzenverzet	noun	verzet door de geuzen allereerst in de tachtigjarige oorlog daarna tevens in de tweede wereldoorlog
geuzenvlag	noun	de vlag van de geuzen, waaruit de latere Nederlandse vlag is ontstaan
geuzenvlaggen	=	geuzenvlag
geuzenvlaggetje	=	geuzenvlag
geuzenvlagje	=	geuzenvlag
geuzenvlagjes	=	geuzenvlag
geuzes	=	geuze
geuzesteker	noun	persoon die jonge en oude lambiek met elkaar mengt
geuzestekers	=	geuzesteker
geuzetje	=	geuze
geuzetjes	=	geuze
gevaagd	=	vagen
gevaar	noun	valkuil, risico
gevaarbord	noun	bord dat wijst op een gevaarlijke situatie
gevaarborden	=	gevaarbord
gevaarbordje	=	gevaarbord
gevaarbordjes	=	gevaarbord
gevaardigd	=	vaardigen
gevaarlijk	adj	gevaar met zich meebrengend
gevaarlijke	=	gevaarlijk
gevaarlijker	=	gevaarlijk
gevaarlijkere	=	gevaarlijk
gevaarlijkers	=	gevaarlijk
gevaarlijkheden	=	gevaarlijkheid
gevaarlijkheid	noun	iets gevaarlijks
gevaarlijks	=	gevaarlijk
gevaarlijkst	=	gevaarlijk
gevaarlijkste	=	gevaarlijk
gevaarloos	adj	zonder gevaar
gevaarloost	=	gevaarloos
gevaarlooste	=	gevaarloos
gevaarloze	=	gevaarloos
gevaarlozer	=	gevaarloos
gevaarlozere	=	gevaarloos
gevaarlozers	=	gevaarloos
gevaarsbord	noun	bord dat wijst op een gevaarlijke situatie
gevaarsborden	=	gevaarsbord
gevaarsbordje	=	gevaarsbord
gevaarsbordjes	=	gevaarsbord
gevaarscriteria	=	gevaarscriterium
gevaarscriterium	noun	het gevaar dat iets of iemand kan opleveren als maatstaf voor het al of niet handelen (zoals bijvoorbeeld het opleggen van een straf of verplichte verpleging)
gevaarscriteriums	=	gevaarscriterium
gevaarsdriehoek	=	gevarendriehoek
gevaarsignaal	noun	teken dat er gevaar dreigt
gevaarsignalen	=	gevaarsignaal
gevaarsymbolen	=	gevaarsymbool
gevaarsymbool	noun	herkenbaar en duidelijk symbool ontworpen om te waarschuwen voor gevaarlijke stoffen of gevaarlijke locaties
gevaarsymbooltje	=	gevaarsymbool
gevaarsymbooltjes	=	gevaarsymbool
gevaarte	noun	een ding met een gigantische omvang en gewicht
gevaarten	=	gevaarte
gevaartes	=	gevaarte
gevaartetje	=	gevaarte
gevaartetjes	=	gevaarte
gevaartje	=	gevaar
gevaartjes	=	gevaar
gevaarvol	adj	met veel gevaar
gevaarvolle	=	gevaarvol
gevaarvoller	=	gevaarvol
gevaarvollere	=	gevaarvol
gevaarvollers	=	gevaarvol
gevaarvols	=	gevaarvol
gevaarvolst	=	gevaarvol
gevaarvolste	=	gevaarvol
gevaarzettend	adj	een potentieel gevaarlijke situatie creërend
gevaarzettende	=	gevaarzettend
gevaarzettender	=	gevaarzettend
gevaarzettendere	=	gevaarzettend
gevaarzettenders	=	gevaarzettend
gevaarzettends	=	gevaarzettend
gevaarzettendst	=	gevaarzettend
gevaarzettendste	=	gevaarzettend
gevaarzetting	noun	het creëren van een gevaarlijke situatie
gevaarzettingen	=	gevaarzetting
gevaat	=	vat
gevaccineerd	=	vaccineren
gevaccineerde	=	vaccineren
gevaceerd	=	vaceren
gevacumeerd	=	vacumeren
gevademd	=	vademen
gevademde	=	vademen
gevader	noun	man die kind ten doop houdt
gevaderd	=	vaderen
gevaderen	=	vader
gevaders	=	gevader
gevadertje	=	gevader
geval	noun	één bepaalde mogelijkheid uit meerdere mogelijke
gevalgd	=	valgen
gevalgde	=	valgen
gevalideerd	=	valideren
gevalideerde	=	valideren
gevalle	=	geval
gevallen	verb	gebeuren
gevallend	=	gevallen
gevallende	=	gevallen
gevallene	noun	iemand die gestorven is in een oorlog
gevallenen	=	gevallene
gevallens	=	gevallen
gevalletje	=	geval
gevalletjes	=	geval
gevallijk	adj	van het toeval afhangende, niet geregeld of regelmatig van tijd tot tijd
gevallijke	=	gevallijk
gevallijker	=	gevallijk
gevallijkere	=	gevallijk
gevallijkers	=	gevallijk
gevallijks	=	gevallijk
gevallijkst	=	gevallijk
gevallijkste	=	gevallijk
gevaloriseerd	=	valoriseren
gevalsbehandeling	noun	het individueel in behandeling nemen, begeleiden en beoordelen van een specifieke casus, vaak binnen de context van verzuim, re-integratie of sociale zekerheid.
gevalsbehandelingen	=	gevalsbehandeling
gevalsbehandelingetje	=	gevalsbehandeling
gevalsbehandelingetjes	=	gevalsbehandeling
gevalsstudie	noun	onderzoek of onderwijs aan de hand van een praktijkgeval
gevalsstudies	=	gevalsstudie
gevalstudie	noun	onderzoek of onderwijs aan de hand van een praktijkgeval
gevalstudies	=	gevalstudie
gevalt	=	gevallen
gevaluteerd	=	valuteren
gevaluteerde	=	valuteren
gevang	noun	gevangenis
gevangen	adj	in hechtenis genomen, van de vrijheid beroofd	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
gevangenbewaarder	noun	iemand die zorgt dat gedetineerden niet kunnen ontsnappen, maar ook zorgdraagt voor de gevangenen, penitentiair inrichtingswerker
gevangenbewaarders	=	gevangenbewaarder
gevangenbewaardertje	=	gevangenbewaarder
gevangenbewaardertjes	=	gevangenbewaarder
gevangenbewaarster	noun	vrouwelijke gevangenbewaarder
gevangenbewaker	noun	iemand die zorgt dat gedetineerden niet kunnen ontsnappen, maar ook zorgdraagt voor de gevangenen, penitentiair inrichtingswerker
gevangenbewakers	=	gevangenbewaker
gevangenbewakertje	=	gevangenbewaker
gevangenbewakertjes	=	gevangenbewaker
gevangene	noun	iemand die gevangen genomen is
gevangenen	=	gevangene
gevangenenbarak	noun	een tijdelijk onderkomen voor gevangenen
gevangenenbarakken	=	gevangenenbarak
gevangenenbewaarder	noun	iemand die zorgt dat gedetineerden niet kunnen ontsnappen, maar ook zorgdraagt voor de gevangenen, penitentiair inrichtingswerker
gevangenenbewaarders	=	gevangenenbewaarder
gevangenenbewaardertje	=	gevangenenbewaarder
gevangenenbewaardertjes	=	gevangenenbewaarder
gevangenenbewaker	noun	iemand die zorgt dat gedetineerden niet kunnen ontsnappen, maar ook zorgdraagt voor de gevangenen, penitentiair inrichtingswerker
gevangenenbewakers	=	gevangenenbewaker
gevangenenbewakertje	=	gevangenenbewaker
gevangenenbewakertjes	=	gevangenenbewaker
gevangenenkamp	noun	een omheinde verzameling tenten en barakken waarin (krijgs)gevangen worden opgesloten
gevangenenkampen	=	gevangenenkamp
gevangenenkampje	=	gevangenenkamp
gevangenenkampjes	=	gevangenenkamp
gevangenenopstand	noun	rebellie van gedetineerden
gevangenenopstanden	=	gevangenenopstand
gevangenenruil	noun	uitwisseling van gevangenen tussen twee vijandige landen
gevangenenruilen	=	gevangenenruil
gevangenentransport	noun	vervoer van mensen die opgesloten zijn in een gevangenis
gevangenentransporten	=	gevangenentransport
gevangenentransportje	=	gevangenentransport
gevangenentransportjes	=	gevangenentransport
gevangengehouden	=	gevangenhouden
gevangengenomen	adj	in gevangenschap verkerend
gevangengenomene	noun	iemand die gevangengenomen is
gevangengenomenen	=	gevangengenomene
gevangengenomens	=	gevangengenomen
gevangengezet	=	gevangenzetten
gevangengezeten	=	gevangenzitten
gevangengezette	=	gevangenzetten
gevangenhield	=	gevangenhouden
gevangenhielden	=	gevangenhouden
gevangenhieldt	=	gevangenhouden
gevangenhou	=	gevangenhouden
gevangenhoud	=	gevangenhouden
gevangenhoude	=	gevangenhouden
gevangenhouden	verb	iemand langer vastblijven houden nadat de voorlopige hechtenis is verlopen
gevangenhoudend	=	gevangenhouden
gevangenhoudende	=	gevangenhouden
gevangenhouding	noun	het doorgaan met iemand gevangen houden gevangen genomen is
gevangenhoudingen	=	gevangenhouding
gevangenhoudinkje	=	gevangenhouding
gevangenhoudinkjes	=	gevangenhouding
gevangenhoudt	=	gevangenhouden
gevangenhuis	noun	instituut waarin veroordeelde misdadigers gevangen worden gehouden
gevangenhuisje	=	gevangenhuis
gevangenhuisjes	=	gevangenhuis
gevangenhuizen	=	gevangenhuis
gevangenis	noun	een gebouw waarin veroordeelde personen gevangen worden gehouden vanwege hun misdaden
gevangenisbeleid	noun	de geplande manier van handelen in een justitiële inrichting
gevangenisbevolking	noun	de groep mensen die in een gevangenis verblijft
gevangenisbevolkingen	=	gevangenisbevolking
gevangenisbevolkinkje	=	gevangenisbevolking
gevangenisbevolkinkjes	=	gevangenisbevolking
gevangenisbewaarder	noun	iemand die zorgt dat gedetineerden niet kunnen ontsnappen, maar ook zorgdraagt voor de gevangenen, penitentiair inrichtingswerker
gevangenisbewaarders	=	gevangenisbewaarder
gevangenisbewaardertje	=	gevangenisbewaarder
gevangenisbewaardertjes	=	gevangenisbewaarder
gevangenisbewaker	noun	iemand die zorgt dat gedetineerden niet kunnen ontsnappen, maar ook zorgdraagt voor de gevangenen, penitentiair inrichtingswerker
gevangenisbewakers	=	gevangenisbewaker
gevangenisbewakertje	=	gevangenisbewaker
gevangenisbewakertjes	=	gevangenisbewaker
gevangenisbibliotheek	noun	boekenverzameling waaruit gevangenen boeken kunnen lenen
gevangenisbibliotheekje	=	gevangenisbibliotheek
gevangenisbibliotheekjes	=	gevangenisbibliotheek
gevangenisbibliotheken	=	gevangenisbibliotheek
gevangenisboef	noun	persoon die gevangen is (geweest) in een gevangenis
gevangenisboefje	=	gevangenisboef
gevangenisboefjes	=	gevangenisboef
gevangenisboeven	=	gevangenisboef
gevangeniscel	noun	een eenheid waarin gedetineerden verblijven gedurende hun opsluiting in een gevangenis
gevangeniscellen	=	gevangeniscel
gevangeniscelletje	=	gevangeniscel
gevangeniscelletjes	=	gevangeniscel
gevangeniscomplex	noun	groep gebouwen die samen één gevangenis vormen
gevangeniscomplexen	=	gevangeniscomplex
gevangenisdirecteur	noun	de leidinggevende van een penitentiaire inrichting
gevangenisdirecteuren	=	gevangenisdirecteur
gevangenisdirecteurs	=	gevangenisdirecteur
gevangenisdirectie	noun	hoogste groep leidinggevenden van een gevangenis
gevangenisdirecties	=	gevangenisdirectie
gevangeniseiland	noun	eiland waarop een gevangenis is gelegen
gevangeniseilanden	=	gevangeniseiland
gevangeniseilandje	=	gevangeniseiland
gevangeniseilandjes	=	gevangeniseiland
gevangenisje	=	gevangenis
gevangenisjes	=	gevangenis
gevangeniskleding	noun	specifieke kleding die door gedetineerden wordt gedragen, bedoeld voor snelle herkenning en anonimisatie.
gevangeniskleren	noun	uniform dat door gevangenen gedragen wordt om zo gemakkelijk als gevangene herkend te kunnen worden
gevangenismuren	=	gevangenismuur
gevangenismusea	=	gevangenismuseum
gevangenismuseum	noun	tentoonstellingsgebouw met zaken betreffende het gevangeniswezen
gevangenismuseums	=	gevangenismuseum
gevangenismuur	noun	muur die een gevangenis omgeeft en die gevangenen belemmert uit een gevangenis te ontsnappen
gevangenismuurtje	=	gevangenismuur
gevangenismuurtjes	=	gevangenismuur
gevangenisoproer	noun	rebellie van gevangenen
gevangenisoproeren	=	gevangenisoproer
gevangenisoproertje	=	gevangenisoproer
gevangenisoproertjes	=	gevangenisoproer
gevangenisopstand	noun	rebellie van gedetineerden in een gevangenis
gevangenisopstanden	=	gevangenisopstand
gevangenispak	noun	standaard kleding gedragen door gedetineerden
gevangenispakje	=	gevangenispak
gevangenispakjes	=	gevangenispak
gevangenispakken	=	gevangenispak
gevangenispastor	noun	geestelijk verzorger die werkzaam is binnen een gevangenis
gevangenispastores	=	gevangenispastor
gevangenispastors	=	gevangenispastor
gevangenispersoneel	noun	mensen die tegen betaling werken in een gevangenis
gevangenispoort	noun	poort in een gevangenismuur en die toegang geeft tot het gevangenisterrein
gevangenispoorten	=	gevangenispoort
gevangenispoortje	=	gevangenispoort
gevangenispoortjes	=	gevangenispoort
gevangenispopulatie	noun	de groep mensen die in een gevangenis verblijven
gevangenispopulaties	=	gevangenispopulatie
gevangenispredikant	noun	protestantse voorganger die werkt in een gevangenis
gevangenispredikanten	=	gevangenispredikant
gevangenispsychologen	=	gevangenispsycholoog
gevangenispsycholoog	noun	gedragsdeskundige die verbonden is aan een gevangenis
gevangenisregime	noun	voorschriften voor gevangenen in een gevangenis; de regels die bepalen hoe streng een gevangene behandeld wordt
gevangenisregimes	=	gevangenisregime
gevangenisruimte	noun	geheel van plaatsen waar misdadigers kunnen worden opgesloten
gevangenisruimten	=	gevangenisruimte
gevangenisruimtes	=	gevangenisruimte
gevangenissen	=	gevangenis
gevangenisstraf	noun	een veroordeling waarbij iemand een zekere tijd zijn vrijheid verliest
gevangenisstraffen	=	gevangenisstraf
gevangenisstrafje	=	gevangenisstraf
gevangenisstrafjes	=	gevangenisstraf
gevangenissysteem	noun	het stelsel van gevangenissen; hoe het geregeld is binnen gevangenissen
gevangenissystemen	=	gevangenissysteem
gevangenisterrein	noun	terrein waarop een gevangenis is gelegen
gevangenisterreinen	=	gevangenisterrein
gevangenisterreintje	=	gevangenisterrein
gevangenisterreintjes	=	gevangenisterrein
gevangeniswereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met gevangenissen
gevangeniswerelden	=	gevangeniswereld
gevangeniswereldje	=	gevangeniswereld
gevangeniswereldjes	=	gevangeniswereld
gevangeniswezen	noun	alles wat te maken heeft met de organisatie van detentie
gevangeniswezens	=	gevangeniswezen
gevangeniswezentje	=	gevangeniswezen
gevangeniswezentjes	=	gevangeniswezen
gevangeniswinkel	noun	winkel in een gevangenis waarin gedetineerden hun boodschappen kunnen doen
gevangeniswinkels	=	gevangeniswinkel
gevangeniswinkeltje	=	gevangeniswinkel
gevangeniswinkeltjes	=	gevangeniswinkel
gevangenisziekenhuis	noun	ziekenhuis voor gedetineerde patiënten; ziekenhuis voor gevangenen
gevangenisziekenhuisje	=	gevangenisziekenhuis
gevangenisziekenhuisjes	=	gevangenisziekenhuis
gevangenisziekenhuizen	=	gevangenisziekenhuis
gevangenkamp	noun	kamp waar mensen worden gevangen gehouden
gevangenkampen	=	gevangenkamp
gevangennaamt	=	gevangennemen
gevangennam	=	gevangennemen
gevangenname	noun	het arresteren van een persoon
gevangennamen	=	gevangennemen
gevangennames	=	gevangenname
gevangenneem	=	gevangennemen
gevangenneemt	=	gevangennemen
gevangenneme	=	gevangennemen
gevangennemen	verb	iemand van zijn vrijheid beroven en in hechtenis nemen
gevangennemend	=	gevangennemen
gevangennemende	=	gevangennemen
gevangenneming	noun	het gevangennemen
gevangennemingen	=	gevangenneming
gevangenneminkje	=	gevangenneming
gevangenneminkjes	=	gevangenneming
gevangenpoort	noun	poortgebouw dat wordt gebruikt als gevangenis
gevangenpoorten	=	gevangenpoort
gevangens	=	gevangen
gevangenschap	noun	het gevangen zijn
gevangenschappen	=	gevangenschap
gevangenzat	=	gevangenzitten
gevangenzaten	=	gevangenzitten
gevangenzet	=	gevangenzetten
gevangenzette	=	gevangenzetten
gevangenzetten	verb	in een gevangenis opsluiten
gevangenzettend	=	gevangenzetten
gevangenzettende	=	gevangenzetten
gevangenzetting	noun	het opsluiten van iemand in een gevangenis
gevangenzettingen	=	gevangenzetting
gevangenzit	=	gevangenzitten
gevangenzitte	=	gevangenzitten
gevangenzitten	verb	in de gevangenis verblijven
gevangenzittend	=	gevangenzitten
gevangenzittende	=	gevangenzitten
gevangetje	=	gevang
gevangetjes	=	gevang
gevankelijk	adv	als gevangene, niet vrij
gevapet	=	vapen
gevaporiseerd	=	vaporiseren
gevaporiseerde	=	vaporiseren
gevaren	=	varen
gevarenbord	noun	bord dat wijst op een gevaarlijke situatie
gevarenborden	=	gevarenbord
gevarenbordje	=	gevarenbord
gevarenbordjes	=	gevarenbord
gevarenclassificatie	noun	de indeling van zaken op basis van de hoeveelheid gevaar die ze kunnen opleveren
gevarenclassificaties	=	gevarenclassificatie
gevarendriehoek	noun	een driehoekige rode reflector die in sommige Europese landen verplicht in de auto aanwezig moet zijn
gevarendriehoeken	=	gevarendriehoek
gevarendriehoekje	=	gevarendriehoek
gevarendriehoekjes	=	gevarendriehoek
gevarengeld	noun	extra vergoeding voor iemand die riskant werk doet
gevarengelden	=	gevarengeld
gevarenpremie	noun	een geldpremie die men krijgt om een gevaarlijke taak uit te oefenen
gevarenpremies	=	gevarenpremie
gevarenpremietje	=	gevarenpremie
gevarenpremietjes	=	gevarenpremie
gevarentoeslag	noun	een geldpremie die men krijgt om een gevaarlijke taak uit te oefenen
gevarentoeslagen	=	gevarentoeslag
gevarentoeslagje	=	gevarentoeslag
gevarentoeslagjes	=	gevarentoeslag
gevarenzone	noun	zone waarbinnen een verhoogd risico bestaat
gevarenzones	=	gevarenzone
gevarieerd	adj	met veel afwisseling
gevarieerde	=	variëren
gevarieerder	=	gevarieerd
gevarieerdere	=	gevarieerd
gevarieerders	=	gevarieerd
gevarieerdheden	=	gevarieerdheid
gevarieerdheid	noun	met grote verschillen tussen de leden van een groep
gevarieerds	=	gevarieerd
gevarieerdst	=	gevarieerd
gevarieerdste	=	gevarieerd
gevast	=	vasten
gevat	adj	geestig, ad rem, snedig
gevate	=	vat
gevatheden	=	gevatheid
gevatheid	noun	het snel een geestige of prikkelende opmerking kunnen maken
gevats	=	gevat
gevatst	=	gevat
gevatste	=	gevat
gevatte	=	vatten
gevatter	noun	man die het kind de plaats van de besnijdenis binnendraagt
gevattere	=	gevat
gevatterin	noun	vrouw die het kind de plaats van de besnijdenis binnendraagt
gevatterinnen	=	gevatterin
gevatters	=	gevatter
geve	=	geven
gevecht	noun	een handgemeen
gevechten	=	gevecht
gevechtje	=	gevecht
gevechtjes	=	gevecht
gevechtsactie	noun	gewelddadige handeling in een oorlog of conflict
gevechtsacties	=	gevechtsactie
gevechtsactietje	=	gevechtsactie
gevechtsactietjes	=	gevechtsactie
gevechtseenheden	=	gevechtseenheid
gevechtseenheid	noun	legeronderdeel dat zelfstandig kan opereren
gevechtservaring	noun	in de gevechtspraktijk opgedane militaire ervaring
gevechtservaringen	=	gevechtservaring
gevechtservarinkje	=	gevechtservaring
gevechtservarinkjes	=	gevechtservaring
gevechtsgroep	noun	groep militairen die zelfstandig een gevecht kan aangaan; groep strijders
gevechtsgroepen	=	gevechtsgroep
gevechtshandeling	noun	handeling die deel uitmaakt van een militair gevecht
gevechtshandelingen	=	gevechtshandeling
gevechtshelikopter	noun	een militaire helikopter bewapend om doelwitten op de grond aan te vallen met kanonnen, machinegeweervuur en raketten.
gevechtshelikopters	=	gevechtshelikopter
gevechtshelikoptertje	=	gevechtshelikopter
gevechtshelikoptertjes	=	gevechtshelikopter
gevechtshouding	noun	de basispositie in vechtsporten (zoals kickboksen, karate, boksen) waarbij voeten op heupbreedte staan, knieën licht gebogen zijn en de handen dekking bieden.
gevechtshoudingen	=	gevechtshouding
gevechtshoudinkje	=	gevechtshouding
gevechtshoudinkjes	=	gevechtshouding
gevechtsklaar	adj	gereed zijn voor de strijd
gevechtsklaarder	=	gevechtsklaar
gevechtsklaardere	=	gevechtsklaar
gevechtsklaarders	=	gevechtsklaar
gevechtsklaars	=	gevechtsklaar
gevechtsklaarst	=	gevechtsklaar
gevechtsklaarste	=	gevechtsklaar
gevechtsklare	=	gevechtsklaar
gevechtskracht	noun	de kracht waarmee men kan vechten
gevechtskrachten	=	gevechtskracht
gevechtsleiding	noun	de leiding gedurende gevechtsacties
gevechtsleidingen	=	gevechtsleiding
gevechtsleidinkje	=	gevechtsleiding
gevechtsleidinkjes	=	gevechtsleiding
gevechtslinie	noun	de lijn waar gevochten wordt in een militair conflict
gevechtslinies	=	gevechtslinie
gevechtslinietje	=	gevechtslinie
gevechtslinietjes	=	gevechtslinie
gevechtsmissie	noun	militaire operatie waarbij een legeronderdeel vechtend een doeleinde moet proberen te volbrengen
gevechtsmissies	=	gevechtsmissie
gevechtspak	noun	kleding van een militair gedurende een militaire actie
gevechtspakje	=	gevechtspak
gevechtspakjes	=	gevechtspak
gevechtspakken	=	gevechtspak
gevechtspauze	noun	onderbreking van de strijd
gevechtspauzen	=	gevechtspauze
gevechtspauzes	=	gevechtspauze
gevechtspiloot	noun	iemand die een gevechtsvliegtuig bestuurt
gevechtspiloten	=	gevechtspiloot
gevechtssimulatie	noun	oefenmethode waarbij men een gevecht nabootst
gevechtssimulaties	=	gevechtssimulatie
gevechtssimulator	noun	machine die een gevecht nabootst
gevechtssimulatoren	=	gevechtssimulator
gevechtssimulators	=	gevechtssimulator
gevechtstank	noun	gepantserd rupsvoertuig met een draaibaar kanon
gevechtstanks	=	gevechtstank
gevechtstenue	noun	kleding die een militair draagt tijdens een militaire actie
gevechtstenues	=	gevechtstenue
gevechtsterrein	noun	terrein waarop men een slag gaat voeren
gevechtsterreinen	=	gevechtsterrein
gevechtsterreintje	=	gevechtsterrein
gevechtsterreintjes	=	gevechtsterrein
gevechtstoestel	noun	vliegtuig dat is geschikt voor het voeren van luchtgevechten
gevechtstoestellen	=	gevechtstoestel
gevechtstroep	noun	een troep die bestemd is om aan gevechten deel te nemen
gevechtstroepen	noun	troepen die zijn bestemd om aan gevechten deel te nemen
gevechtstroepje	=	gevechtstroep
gevechtstroepjes	=	gevechtstroep
gevechtsuitrusting	noun	materiaal dat een militair tot zijn beschikking heeft tijdens een militair gevecht
gevechtsuitrustingen	=	gevechtsuitrusting
gevechtsvlieger	noun	piloot van een gevechtsvliegtuig
gevechtsvliegers	=	gevechtsvlieger
gevechtsvliegtuig	noun	een oorlogsvliegtuig met het doel andere vliegtuigen te bestrijden
gevechtsvliegtuigen	=	gevechtsvliegtuig
gevechtsvliegtuigje	=	gevechtsvliegtuig
gevechtsvliegtuigjes	=	gevechtsvliegtuig
gevechtsvoertuig	noun	militair voertuig dat direct betrokken is bij gevechtshandelingen; bewapend militair voertuig
gevechtsvoertuigen	=	gevechtsvoertuig
gevechtszone	noun	gebied waar gevochten wordt
gevechtszones	=	gevechtszone
gevectoriseerd	=	vectoriseren
gevectoriseerde	=	vectoriseren
gevedeld	=	vedelen
gevederd	adj	met veren bedekt
gevederde	=	gevederd
gevederds	=	gevederd
gevederte	noun	het geheel van veren van een vogel, verenkleed
gevederten	=	gevederte
gevedertes	=	gevederte
geveeg	noun	het voortdurend vegen
geveegd	=	vegen
geveegde	=	vegen
geveeld	=	velen
geveelde	=	velen
geveerd	adj	van vering voorzien
geveerde	=	veren
geveerds	=	geveerd
geveerte	=	gevederte
geveertienen	num	met het aantal van veertien, veertien samen
geveesd	=	vijzen
geveest	=	veesten
gevegeteerd	=	vegeteren
geveild	=	veilen
geveilde	=	veilen
geveinsd	adj	van een manier van doen waarbij je doet alsof je een bepaalde mening hebt die je niet echt hebt
geveinsde	=	veinzen
geveinsder	=	geveinsd
geveinsdere	=	geveinsd
geveinsders	=	geveinsd
geveinsds	=	geveinsd
geveinsdst	=	geveinsd
geveinsdste	=	geveinsd
gevel	noun	buitenmuur van een gebouw, in het bijzonder die aan de voorkant
gevelanker	noun	is bedoeld om bij (oude) huizen, boerderijen en andere gebouwen stenen constructies de balken van de verdiepingsbalklaag aan de gevel te verbinden
gevelankers	=	gevelanker
gevelankertje	=	gevelanker
gevelankertjes	=	gevelanker
gevelariseerd	=	velariseren
gevelbekleding	noun	bedekking van de buitenzijde van een gebouw
gevelbekledingen	=	gevelbekleding
gevelbekledinkje	=	gevelbekleding
gevelbekledinkjes	=	gevelbekleding
gevelbord	noun	plaat met tekst of afbeelding die plat op de buitenwand van een gebouw is bevestigd
gevelborden	=	gevelbord
geveld	adj	van een persoon: dat deze niet meer kan functioneren of zelfs is overleden
gevelde	=	vellen
gevelds	=	geveld
gevelelement	noun	een onderdeel van een gevel of een volledige vooraf gefabriceerde gevel
gevelelementen	=	gevelelement
gevelisolatie	noun	de voorkant van het huis beschermen tegen warmteverlies en tegen het binnendringen van geluid
gevelisolaties	=	gevelisolatie
gevelkachel	noun	kachel die aan de buitenmuur is bevestigd en een directe rookafvoer via die muur heeft
gevelkachels	=	gevelkachel
gevelkacheltje	=	gevelkachel
gevelkacheltjes	=	gevelkachel
gevellijst	noun	lijst langs de gevel van een gebouw, het onderste gedeelte van de kroonlijst
gevellijsten	=	gevellijst
gevellijstje	=	gevellijst
gevellijstjes	=	gevellijst
gevelplaat	noun	een plaat van hout, metaal, kunststof of ander materiaal die op de gevel van een gebouw aangebracht is
gevelplaten	=	gevelplaat
gevelreclame	noun	promotionele, commerciële uiting aan de buitenzijde van een gebouw
gevelreclames	=	gevelreclame
gevelreiniging	noun	het reinigen van gevels van gebouwen
gevelreinigingen	=	gevelreiniging
gevelreinigingetje	=	gevelreiniging
gevelreinigingetjes	=	gevelreiniging
gevelrij	noun	de straatzijde van een rij aaneengesloten gebouwen
gevelrijen	=	gevelrij
gevelrijtje	=	gevelrij
gevelrijtjes	=	gevelrij
gevels	=	gevel
gevelsteen	noun	een bijzonder gevormde steen aan de straatkant van een gebouw of huis waaraan het huis te herkennen is
gevelsteentje	=	gevelsteen
gevelsteentjes	=	gevelsteen
gevelstenen	=	gevelsteen
geveltje	=	gevel
geveltjes	=	gevel
geveltoerisme	noun	een vorm van inbraak waarbij de dief gevels beklimt
geveltoerist	noun	inbreker die zich toegang probeert te verschaffen door langs gevels omhoog te klimmen
geveltoeristen	=	geveltoerist
geveltrap	noun	een trap die zijdelings aan de voorgevel toegang geeft tot een verhoogde deur
geveltrapje	=	geveltrap
geveltrapjes	=	geveltrap
geveltrappen	=	geveltrap
gevelversiering	noun	verfraaiing van de buitenzijde van een gebouw
gevelversieringen	=	gevelversiering
gevelversierinkje	=	gevelversiering
gevelversierinkjes	=	gevelversiering
gevelwand	noun	het gedeelte van een gebouw dat, met uitzondering van het dak, van buitenaf zichtbaar is
gevelwanden	=	gevelwand
geven	verb	overdragen van het bezit van iets aan iemand anders
gevend	=	geven
gevende	=	geven
gevendeld	=	vendelen
gevendelzwaaid	=	vendelzwaaien
gevent	=	venten
gevente	=	venten
geventileerd	=	ventileren
geventileerde	=	ventileren
gever	noun	een persoon die geeft.
geverbaliseerd	=	verbaliseren
geverbaliseerde	=	verbaliseren
geverfd	adj	met verf bedekt, gekleurd
geverfde	=	verven
geverfds	=	geverfd
gevergd	=	vergen
gevergde	=	vergen
gevergeerd	adj	gestreept
gevergeerde	=	gevergeerd
gevergeerder	=	gevergeerd
gevergeerdere	=	gevergeerd
gevergeerders	=	gevergeerd
gevergeerds	=	gevergeerd
gevergeerdst	=	gevergeerd
gevergeerdste	=	gevergeerd
geverifieerd	=	verifiëren
geverifieerde	=	verifiëren
gevernist	adj	voorzien van een laag vernis
geverniste	=	gevernist
gevernists	=	gevernist
gevers	=	gever
geverseerd	adj	ervaring hebbend in
geverseerde	=	geverseerd
geverseerder	=	geverseerd
geverseerdere	=	geverseerd
geverseerders	=	geverseerd
geverseerds	=	geverseerd
geverseerdst	=	geverseerd
geverseerdste	=	geverseerd
geversificeerd	=	versificeren
geversificeerde	=	versificeren
geversifieerd	=	versifiëren
geversifieerde	=	versifiëren
gevertje	=	gever
gevertjes	=	gever
geverwijld	=	verwijlen
gevessemd	=	vessemen
gevessemde	=	vessemen
gevest	noun	handvat van een zwaard of een ander steekwapen
gevesten	=	gevest
gevestigd	adj	al langer en duurzaam bestaand
gevestigde	=	vestigen
gevestigder	=	gevestigd
gevestigdere	=	gevestigd
gevestigders	=	gevestigd
gevestigds	=	gevestigd
gevestigdst	=	gevestigd
gevestigdste	=	gevestigd
gevestje	=	gevest
gevestjes	=	gevest
gevet	=	vetten
geveteerd	=	veteren
geveteerde	=	veteren
geveterd	=	veteren
geveterde	=	veteren
gevetood	=	vetoën
gevetweid	=	vetweiden
gevetweide	=	vetweiden
gevexeerd	=	vexeren
gevezeld	=	vezelen
gevezelde	=	vezelen
gevezen	=	vijzen
gevibed	=	viben
gevibet	=	viben
gevibreerd	=	vibreren
gevibreerde	=	vibreren
gevideobeld	=	videobellen
gevideochat	=	videochatten
geviel	=	gevallen
geviele	=	gevallen
gevielen	=	gevallen
gevielt	=	gevallen
gevierd	adj	door veel mensen bewonderd
gevierde	=	vieren
gevierder	=	gevierd
gevierdere	=	gevierd
gevierders	=	gevierd
gevierds	=	gevierd
gevierdst	=	gevierd
gevierdste	=	gevierd
gevieren	num	met het aantal van vier, vier samen
gevierendeeld	=	vierendelen
gevierendeelde	=	vierendelen
gevigeerd	=	vigeren
gevigileerd	=	vigileren
gevijftienen	num	met het aantal van vijftien, vijftien samen
gevijftigen	num	met het aantal van vijftig
gevijld	=	vijlen
gevijlde	=	vijlen
gevijven	num	met het aantal van vijf, vijf samen
gevijzeld	=	vijzelen
gevijzelde	=	vijzelen
gevild	=	villen
gevilt	=	vilten
gevilte	=	vilten
gevind	adj	voorzien van vinnen: uitstekende lichaamsdelen die vlak zijn in het verlengde van de bewegingsrichting
gevinde	=	gevind
gevindiceerd	=	vindiceren
gevindiceerde	=	vindiceren
gevinds	=	gevind
gevingerd	adj	samengesteld, waarbij aan de punt van de bladsteel verschillende bladschijven bevestigd zijn
gevingerde	=	vingeren
gevingerds	=	gevingerd
gevinkt	=	vinken
gevinkte	=	vinken
gevioleerd	=	violeren
gevioleerde	=	violeren
gevirtualiseerd	=	virtualiseren
geviseerd	=	viseren
geviseerde	=	viseren
gevisiteerd	=	visiteren
gevisiteerde	=	visiteren
gevist	=	vissen
geviste	=	vissen
gevisualiseerd	=	visualiseren
gevisualiseerde	=	visualiseren
gevit	=	vitten
gevitaliseerd	=	vitaliseren
gevitaliseerde	=	vitaliseren
gevitamineerd	=	vitamineren
gevitamineerde	=	vitamineren
gevlag	noun	het telkens of aanhoudend de vlag uitsteken
gevlagd	=	vlaggen
gevlakt	=	vlakken
gevlakte	=	vlakken
gevlamd	adj	met een heldere kleuren scharkering en tekening lijkend op de vlammen van een brandend vuur
gevlamde	=	gevlamd
gevlamder	=	gevlamd
gevlamdere	=	gevlamd
gevlamders	=	gevlamd
gevlamds	=	gevlamd
gevlamdst	=	gevlamd
gevlamdste	=	gevlamd
gevlast	=	vlassen
gevlecht	noun	een vervlechting van zenuwbanen
gevleesd	adj	met veel vlees; goed in het vlees zittend
gevleesde	=	gevleesd
gevleesder	=	gevleesd
gevleesdere	=	gevleesd
gevleesders	=	gevleesd
gevleesds	=	gevleesd
gevleesdst	=	gevleesd
gevleesdste	=	gevleesd
gevlegeld	=	vlegelen
gevlei	noun	herhaaldelijk en hinderlijk vleien
gevleid	adj	veel geveinsde lof ontvangend
gevleide	=	gevleid
gevleider	=	gevleid
gevleidere	=	gevleid
gevleiders	=	gevleid
gevleids	=	gevleid
gevleidst	=	gevleid
gevleidste	=	gevleid
gevleierd	=	vleieren
gevlekt	adj	voorzien van vlekken, niet effen van kleur
gevlekte	=	vlekken
gevlekter	=	gevlekt
gevlektere	=	gevlekt
gevlekters	=	gevlekt
gevlekts	=	gevlekt
gevlektst	=	gevlekt
gevlektste	=	gevlekt
gevlerkt	adj	vleugels of veren hebbend
gevlerkte	=	gevlerkt
gevlerkts	=	gevlerkt
gevleugeld	adj	met vleugels, voorzien van vleugels
gevleugelde	=	vleugelen
gevleugelder	=	gevleugeld
gevleugeldere	=	gevleugeld
gevleugelders	=	gevleugeld
gevleugelds	=	gevleugeld
gevleugeldst	=	gevleugeld
gevleugeldste	=	gevleugeld
gevleugelte	noun	de gezamenlijke gevleugelde wezens, de vogels
gevlieg	noun	herhaaldelijke verplaatsing door de lucht op eigen kracht of met behulp van een vliegtuig
gevliegerd	=	vliegeren
gevliegersurfd	=	vliegersurfen
gevliegersurft	=	vliegersurfen
gevliemd	=	vliemen
gevliemend	=	vliemen
gevlij	noun	comfortabele nabijheid, in: in het ~ in goede persoonlijke verhouding, in de gunst
gevlijd	=	vlijen
gevlijde	=	vlijen
gevlijmd	=	vlijmen
gevlijmde	=	vlijmen
gevlinderd	=	vlinderen
gevlinderde	=	vlinderen
gevlochten	=	vlechten
gevloden	=	vlieden
gevloeid	=	vloeien
gevloeide	=	vloeien
gevloek	noun	het aanhoudend vloeken
gevloekt	=	vloeken
gevloerd	=	vloeren
gevloerde	=	vloeren
gevlogd	=	vloggen
gevlogen	=	vliegen
gevlokt	=	vlokken
gevlooid	=	vlooien
gevlooide	=	vlooien
gevlot	=	vlotten
gevloten	=	vliet
gevlotte	=	vlotten
gevlotterd	=	vlotteren
gevlucht	noun	de wieken van een molen en daarbij behorende onderdelen	adj	van een persoon of dier dat hij of zij ergens weggegaan is uit angst voor iets of iemand
gevluchte	=	vluchten
gevluchten	=	gevlucht
gevluchts	=	gevlucht
gevocaliseerd	=	vocaliseren
gevocaliseerde	=	vocaliseren
gevocht	=	vochten
gevochten	=	vechten
gevoed	=	voeden
gevoederd	=	voederen
gevoederde	=	voederen
gevoedselblogd	=	voedselbloggen
gevoeg	noun	zijn gevoeg doen: poepen, kakken
gevoegd	=	voegen
gevoegde	=	voegen
gevoegelijk	adj	passend, betamelijk, behoorlijk	adv	zonder probleem, zonder dat je de waarheid geweld aandoet
gevoegelijke	=	gevoegelijk
gevoegelijker	=	gevoegelijk
gevoegelijkere	=	gevoegelijk
gevoegelijkers	=	gevoegelijk
gevoegelijks	=	gevoegelijk
gevoegelijkst	=	gevoegelijk
gevoegelijkste	=	gevoegelijk
gevoeglijk	adj	passend, betamelijk, behoorlijk	adv	zonder probleem, zonder dat je de waarheid geweld aandoet
gevoeglijke	=	gevoeglijk
gevoeglijker	=	gevoeglijk
gevoeglijkere	=	gevoeglijk
gevoeglijkers	=	gevoeglijk
gevoeglijks	=	gevoeglijk
gevoeglijkst	=	gevoeglijk
gevoeglijkste	=	gevoeglijk
gevoel	noun	een gewaarwording veroorzaakt door een prikkeling van het zenuwstelsel
gevoeld	=	voelen
gevoelde	=	gevoelen
gevoelden	=	gevoelen
gevoele	=	gevoelen
gevoelen	verb	met het (innerlijk) gevoelszintuig gewaarworden	noun|formal	oordeel, mening
gevoelend	=	gevoelen
gevoelende	=	gevoelen
gevoelens	=	gevoel
gevoelentje	=	gevoelen
gevoelentjes	=	gevoelen
gevoelig	adj	in sterke mate voelbaar, pijnlijk
gevoelige	=	gevoelig
gevoeliger	=	gevoelig
gevoeligere	=	gevoelig
gevoeligers	=	gevoelig
gevoeligheden	=	gevoeligheid
gevoeligheid	noun	een aandoenlijkheid
gevoeligheidje	=	gevoeligheid
gevoeligheidjes	=	gevoeligheid
gevoeligheidslezer	noun	iemand bij een uitgever die manuscripten voor publicatie doorleest en kijkt of er mogelijk politiek incorrect taalgebruik, stereotyperingen of andere mogelijk aanstootgevende passages in de tekst voorkomen
gevoeligheidslezers	=	gevoeligheidslezer
gevoeligs	=	gevoelig
gevoeligst	=	gevoelig
gevoeligste	=	gevoelig
gevoelloos	adj	zonder gevoel
gevoellooser	=	gevoelloos
gevoelloosheden	=	gevoelloosheid
gevoelloosheid	noun	het gevoelloos zijn
gevoelloost	=	gevoelloos
gevoellooste	=	gevoelloos
gevoelloze	=	gevoelloos
gevoellozer	=	gevoelloos
gevoellozere	=	gevoelloos
gevoellozers	=	gevoelloos
gevoellozes	=	gevoelloos
gevoelsarm	adj	met weinig emotie
gevoelsarme	=	gevoelsarm
gevoelsarmer	=	gevoelsarm
gevoelsarmere	=	gevoelsarm
gevoelsarmers	=	gevoelsarm
gevoelsarms	=	gevoelsarm
gevoelsarmst	=	gevoelsarm
gevoelsarmste	=	gevoelsarm
gevoelsinflatie	noun	de door de consument subjectief ervaren inflatie
gevoelsinflaties	=	gevoelsinflatie
gevoelskwestie	noun	iets wat gebaseerd is op emotie
gevoelskwesties	=	gevoelskwestie
gevoelsleven	noun	het geheel van stemmingen, gevoelens en sentimenten bij een mens
gevoelslevens	=	gevoelsleven
gevoelsleventje	=	gevoelsleven
gevoelsleventjes	=	gevoelsleven
gevoelsmatig	adj	op gevoel en intuïtie (en dus niet op zorgvuldig redeneren) gebaseerd
gevoelsmatige	=	gevoelsmatig
gevoelsmatiger	=	gevoelsmatig
gevoelsmatigere	=	gevoelsmatig
gevoelsmatigers	=	gevoelsmatig
gevoelsmatigs	=	gevoelsmatig
gevoelsmatigst	=	gevoelsmatig
gevoelsmatigste	=	gevoelsmatig
gevoelsmens	noun	iemand die zich meer door zijn gevoel dan door zijn verstand laat leiden
gevoelsmensen	=	gevoelsmens
gevoelsmotief	noun	beweegreden die uitgaat van het gevoel, niet noodzakelijk van het verstand
gevoelsmotieven	=	gevoelsmotief
gevoelsontlading	noun	de fysieke en emotionele bevrijding van opgekropte spanning, stress of emoties, vaak omschreven als een 'klep die opengaat'.
gevoelsontladingen	=	gevoelsontlading
gevoelsontladinkje	=	gevoelsontlading
gevoelsontladinkjes	=	gevoelsontlading
gevoelsoverweging	noun	afweging die een individu maakt op basis van subjectieve 'emoties' en niet op basis van objectieve 'feiten'
gevoelsoverwegingen	=	gevoelsoverweging
gevoelsoverweginkje	=	gevoelsoverweging
gevoelsoverweginkjes	=	gevoelsoverweging
gevoelssamenleving	noun	samenleving waarin gevoelens belangrijker lijken te zijn dan feiten als het gaat om juridische en politieke besluiten
gevoelssamenlevingen	=	gevoelssamenleving
gevoelsstoornis	noun	stoornis in het gevoel
gevoelstemperaturen	=	gevoelstemperatuur
gevoelstemperatuur	noun	het verschijnsel dat het in de wind een stuk kouder kan aanvoelen dan uit de wind.
gevoelswaarde	noun	de emotionele waarde van iets
gevoelswaarden	=	gevoelswaarde
gevoelswaardes	=	gevoelswaarde
gevoelswereld	noun	geheel van de emoties die leven bij een persoon, groep of samenleving
gevoelswerelden	=	gevoelswereld
gevoelswereldje	=	gevoelswereld
gevoelswereldjes	=	gevoelswereld
gevoelszaak	noun	een zaak van het gevoel; een zaak van emotioneel belang, een zaak van persoonlijk belang; een zaak van persoonlijke smaak en voorkeur
gevoelszaakje	=	gevoelszaak
gevoelszaakjes	=	gevoelszaak
gevoelszaken	=	gevoelszaak
gevoelt	=	gevoelen
gevoelvol	adj	met veel gevoel
gevoelvolle	=	gevoelvol
gevoelvoller	=	gevoelvol
gevoelvollere	=	gevoelvol
gevoelvollers	=	gevoelvol
gevoelvols	=	gevoelvol
gevoelvolst	=	gevoelvol
gevoelvolste	=	gevoelvol
gevoera	noun	moed
gevoerd	adj	voorzien van een voering
gevoerde	=	voeren
gevoerds	=	gevoerd
gevoerot	=	gevoera
gevoetbald	=	voetballen
gevoeteerd	=	voeteren
gevoeteerde	=	voeteren
gevoetjezwierd	=	voetjezwieren
gevogeld	=	vogelen
gevogelte	noun	een verzamelnaam voor vogels die gekweekt worden als voedsel
gevogeltefond	noun	een fond bereid van gevogelte, groenten en kruiden
gevogelten	=	gevogelte
gevoileerd	adj	door een sluier aan het zicht onttrokken
gevoileerde	=	gevoileerd
gevoileerds	=	gevoileerd
gevoipt	=	voipen
gevold	=	vollen
gevolde	=	vollen
gevolg	noun	resultaat dat voortkomt uit iets anders (de oorzaak)
gevolgaanduidend	adj	dienend om een opeenvolging aan te wijzen
gevolgaanduidende	=	gevolgaanduidend
gevolgaanduidends	=	gevolgaanduidend
gevolgd	adj	via iets gegaan zijn
gevolgde	=	volgen
gevolgds	=	gevolgd
gevolge	=	gevolg
gevolgen	=	gevolg
gevolgje	=	gevolg
gevolgjes	=	gevolg
gevolglijk	adj	betreffende het gevolg van iets
gevolglijke	=	gevolglijk
gevolglijker	=	gevolglijk
gevolglijkere	=	gevolglijk
gevolglijkers	=	gevolglijk
gevolglijks	=	gevolglijk
gevolglijkst	=	gevolglijk
gevolglijkste	=	gevolglijk
gevolgschade	noun	schade die direct of indirect ontstaat als gevolg van bepaald handelen
gevolgschaden	=	gevolgschade
gevolgschades	=	gevolgschade
gevolgtrekking	noun	wat men uit gegevens afleidt
gevolgtrekkingen	=	gevolgtrekking
gevolgtrekkinkje	=	gevolgtrekking
gevolgtrekkinkjes	=	gevolgtrekking
gevolksdanst	=	volksdansen
gevolleerd	=	volleren
gevolleybald	=	volleyballen
gevolleyd	=	volleyen
gevolleyde	=	volleyen
gevolmachtigd	adj	van een persoon dat deze een aantal bevoegdheden heeft gekregen die een ander toekwamen
gevolmachtigds	=	gevolmachtigd
gevoltigeerd	=	voltigeren
gevomeerd	=	vomeren
gevonden	=	vinden
gevondene	noun	iemand die gevonden is
gevondenen	=	gevondene
gevonkeld	=	vonkelen
gevonkt	=	vonken
gevonkte	=	vonken
gevonnist	=	vonnissen
gevonniste	=	vonnissen
gevoosd	=	vozen
gevorderd	adj	niet meer een beginneling zijnde
gevorderde	noun	iemand die reeds ervaring heeft en/of over kennis beschikt van een bepaald onderwerp
gevorderden	=	gevorderde
gevorderder	=	gevorderd
gevorderdere	=	gevorderd
gevorderders	=	gevorderd
gevorderds	=	gevorderd
gevorderdst	=	gevorderd
gevorderdste	=	gevorderd
gevorkt	adj	met meerdere puntige uitlopers die ontstaan uit een gemeenschappelijke basis
gevorkte	=	gevorkt
gevorkter	=	gevorkt
gevorktere	=	gevorkt
gevorkters	=	gevorkt
gevorkts	=	gevorkt
gevorktst	=	gevorkt
gevorktste	=	gevorkt
gevormd	adj	door vorming (ook van karakter, geest, smaak etc.) ontstaan
gevormde	=	vormen
gevormder	=	gevormd
gevormdere	=	gevormd
gevormders	=	gevormd
gevormds	=	gevormd
gevormdst	=	gevormd
gevormdste	=	gevormd
gevorst	=	vorsen
gevost	=	vossen
gevoteerd	=	voteren
gevoteerde	=	voteren
gevotst	=	votsen
gevousvoyeerd	=	vousvoyeren
gevousvoyeerde	=	vousvoyeren
gevouwen	=	vouwen
gevraag	noun	aanhoudend of voortdurend vragen
gevraagd	adj	waaraan een verzoek ten grondslag ligt
gevraagde	=	vragen
gevraagds	=	gevraagd
gevreesd	adj	van iets of iemand dat mensen er bang voor zijn
gevreesde	=	vrezen
gevreesder	=	gevreesd
gevreesdere	=	gevreesd
gevreesders	=	gevreesd
gevreesds	=	gevreesd
gevreesdst	=	gevreesd
gevreesdste	=	gevreesd
gevreeën	=	vrijen
gevreten	=	vreten
gevriesdroogd	=	vriesdrogen
gevriesdroogde	=	vriesdrogen
gevrij	noun	vertrouwelijke omgang van gelieven
gevrijbuit	=	vrijbuiten
gevrijd	=	vrijen
gevrijwaard	=	vrijwaren
gevrijwaarde	=	vrijwaren
gevrijwilligd	=	vrijwilligen
gevroegkost	=	vroegkosten
gevroegmaald	=	vroegmalen
gevroegschaft	=	vroegschaffen
gevroegsopt	=	vroegsoppen
gevroegstukt	=	vroegstukken
gevroemd	=	vroemen
gevroren	=	vriezen
gevroten	=	vreten
gevuilbekt	=	vuilbekken
gevuistneukt	=	vuistneuken
gevuld	adj	vol, dik, uitgebreid
gevulde	=	vullen
gevulder	=	gevuld
gevuldere	=	gevuld
gevulders	=	gevuld
gevuldheid	noun	het van een vulling voorzien zijn
gevulds	=	gevuld
gevuldst	=	gevuld
gevuldste	=	gevuld
gevulgariseerd	=	vulgariseren
gevulgariseerde	=	vulgariseren
gevulkaniseerd	=	vulkaniseren
gevulkaniseerde	=	vulkaniseren
gevut	=	vutten
gevuurd	=	vuren
gewaad	noun	een voornaam en omhullend kledingstuk
gewaade	=	gewaad
gewaadje	=	gewaad
gewaadjes	=	gewaad
gewaads	=	gewaad
gewaag	=	gewagen
gewaagd	adj	verbonden met een flink risico, gedurfd, riskant
gewaagde	=	gewagen
gewaagden	=	gewagen
gewaagder	=	gewaagd
gewaagdere	=	gewaagd
gewaagders	=	gewaagd
gewaagdheden	=	gewaagdheid
gewaagdheid	noun	opzettelijke benadering van de grens wat nog aanvaardbaar wordt gevonden
gewaagds	=	gewaagd
gewaagdst	=	gewaagd
gewaagdste	=	gewaagd
gewaagt	=	gewagen
gewaaid	=	waaien
gewaaide	=	waaien
gewaaierd	=	waaieren
gewaakt	=	waken
gewaald	=	walen
gewaamd	=	wamen
gewaand	adj	ten onrechte voor iets gehouden wordend
gewaande	=	wanen
gewaands	=	gewaand
gewaar	noun	in de uitdrukking 'gewaar worden' of 'gewaar zijn', bewust ?
gewaarborgd	=	waarborgen
gewaarborgde	=	waarborgen
gewaard	=	waren
gewaarde	=	waren
gewaardeerd	adj	respect en bewondering krijgend
gewaardeerde	=	waarderen
gewaardeerder	=	gewaardeerd
gewaardeerdere	=	gewaardeerd
gewaardeerders	=	gewaardeerd
gewaardeerds	=	gewaardeerd
gewaardeerdst	=	gewaardeerd
gewaardeerdste	=	gewaardeerd
gewaarder	=	gewaar
gewaardere	=	gewaar
gewaarders	=	gewaar
gewaargeworden	=	gewaarworden
gewaarmerkt	=	waarmerken
gewaarmerkte	=	waarmerken
gewaars	=	gewaar
gewaarschuwd	=	waarschuwen
gewaarschuwde	=	waarschuwen
gewaarst	=	gewaar
gewaarste	=	gewaar
gewaarwerd	=	gewaarworden
gewaarwerde	=	gewaarworden
gewaarwerden	=	gewaarworden
gewaarwerdt	=	gewaarworden
gewaarword	=	gewaarworden
gewaarworde	=	gewaarworden
gewaarworden	verb	bewust worden van de betekenis van sensorische prikkels of wat lijkt op sensorische prikkels en waarvan je dus denkt dat het waar is, dat het overeenkomt met de werkelijkheid
gewaarwordend	=	gewaarworden
gewaarwordende	=	gewaarworden
gewaarwording	noun	een verschijnsel dat door de hersenen opgemerkt wordt en tot het bewustzijn doordringt
gewaarwordingen	=	gewaarwording
gewaarwordinkje	=	gewaarwording
gewaarwordinkjes	=	gewaarwording
gewaarwordt	=	gewaarworden
gewaarzegd	=	waarzeggen
gewacht	=	wachten
gewaden	=	gewaad
gewafeld	adj	bewerkt met een heet geribbeld (metalen) voorwerp
gewafelde	=	gewafeld
gewafelds	=	gewafeld
gewag	noun	in de uitdrukking gewag maken van: melding maken van, (ver)melden
gewage	=	gewagen
gewagen	verb	~ van over iets praten, iets vermelden
gewagend	=	gewagen
gewagende	=	gewagen
gewaggelbeend	=	waggelbenen
gewaggeld	=	waggelen
gewaggelde	=	waggelen
gewagje	=	gewag
gewakeboard	=	wakeboarden
gewakkerd	=	wakkeren
gewald	=	wallen
gewalde	=	wallen
gewalgd	=	walgen
gewalkt	=	walken
gewalkte	=	walken
gewallebakt	=	wallebakken
gewalmd	=	walmen
gewalst	=	walsen
gewalste	=	walsen
gewalt	intj	lieve help, help!
gewamd	=	wammen
gewamde	=	wammen
gewanboft	=	wanboffen
gewand	=	wannen
gewande	=	wannen
gewandeld	=	wandelen
gewandelde	=	wandelen
gewanhoopt	=	wanhopen
gewankeld	=	wankelen
gewankelde	=	wankelen
gewantrouwd	=	wantrouwen
gewantrouwde	=	wantrouwen
gewapend	adj	voorzien van voorwerp om mee te vechten
gewapende	=	wapenen
gewapender	=	gewapend
gewapendere	=	gewapend
gewapenderhand	adv	met gebruik van wapens en geweld
gewapenders	=	gewapend
gewapends	=	gewapend
gewapendst	=	gewapend
gewapendste	=	gewapend
gewapper	noun	aanhoudend heen en weer laten bewegen (van de handen) alsof het door de wind wordt voortbewogen
gewapperd	=	wapperen
geward	=	warren
gewarde	=	warren
geware	=	gewaar
gewarmd	=	warmen
gewarmde	=	warmen
gewarreld	=	warrelen
gewas	noun	dat wat aanwast op het veld, maar nog niet geoogst is
gewasbescherming	noun	maatregel om landbouwgewassen te beschermen tegen onkruid en ongedierte; maatregelen die ervoor zorgen dat gewassen onbelemmerd kunnen groeien
gewasbeschermingen	=	gewasbescherming
gewasbeschermingsmiddel	noun	stof waarmee men onkruid en ongedierte kan bestrijden die de groei van gewassen kunnen belemmeren
gewasbeschermingsmiddelen	=	gewasbeschermingsmiddel
gewasbesproeiing	noun	besprenkeling van geteelde planten met een vloeistof in fijn verdeelde vorm, om zo vocht, voeding of bestrijdingsmiddelen toe te voegen
gewasbesproeiingen	=	gewasbesproeiing
gewasemd	=	wasemen
gewasje	=	gewas
gewasjes	=	gewas
gewassen	=	wassen
gewast	=	wassen
gewaste	=	wassen
gewasveredeling	noun	veredeling van land- of tuinbouwgewassen, bij voorbeeld door genetische manipulatie
gewatercremeerd	=	watercremeren
gewaterd	=	wateren
gewaterfietst	=	waterfietsen
gewatergolfd	=	watergolven
gewatergolfde	=	watergolven
gewaterpast	=	waterpassen
gewaterpaste	=	waterpassen
gewaterpolood	=	waterpoloën
gewaterskied	=	waterskiën
gewatersport	=	watersporten
gewatertand	=	watertanden
gewatertrappeld	=	watertrappelen
gewatertrapt	=	watertrappen
gewatteerd	adj	gevuld met watten
gewatteerde	=	watteren
gewatteerds	=	gewatteerd
gewauwel	noun	onsamenhangend gepraat, gezwets
gewauweld	=	wauwelen
gewaved	=	waven
gewaxt	=	waxen
gewaxte	=	waxen
geweblogd	=	webloggen
gewebsurfd	=	websurfen
gewebsurft	=	websurfen
geweckt	=	wecken
geweckte	=	wecken
gewed	=	wedden
gewedde	=	wedden
gewederhoord	=	wederhoren
gewedijverd	=	wedijveren
geweeklaag	noun	het aanhoudend uiting geven aan pijn of verdriet
geweeklaagd	=	weeklagen
geweekt	=	weken
geweekte	=	weken
geween	noun	aanhoudend zachtjes huilen
geweend	=	wenen
geweer	noun	een draagbaar vuurwapen dat met twee handen moet worden bediend
geweerd	=	weren
geweerde	=	weren
geweerkogel	noun	projectiel dat met een geweer kan worden afgeschoten
geweerkogels	=	geweerkogel
geweerkolf	noun	het gedeelte van het geweer dat bij het schieten tegen de schouder steunt
geweerkolfje	=	geweerkolf
geweerkolfjes	=	geweerkolf
geweerkolven	=	geweerkolf
geweerlicht	=	weerlichten
geweerloop	noun	lange, metalen buis waardoor een kogel kan worden afgevuurd
geweerlopen	=	geweerloop
geweermaker	noun	persoon die geweren maakt en onderhoudt
geweermakers	=	geweermaker
geweerschot	noun	een schot van een geweer.
geweerschoten	=	geweerschot
geweerschotje	=	geweerschot
geweerschotjes	=	geweerschot
geweerschutter	noun	iemand die projectielen afschiet door een draagbaar, met beide handen bediend wapen met een lange loop
geweerschutters	=	geweerschutter
geweertje	=	geweer
geweertjes	=	geweer
geweertrekker	noun	hendeltje aan een draagbaar vuurwapen met een lange loop, dat je met een vinger naar je toehaalt om een schot af te vuren
geweertrekkers	=	geweertrekker
geweervet	noun	vet of dikke olie waarmee men een vuurwapen kan smeren en onderhouden
geweervogel	noun	Acanthisitta chloris een vogel in de familie van de rotswinterkoningen
geweervogels	noun	een geslacht Ptiloris van zangvogels uit de familie paradijsvogels (Paradisaeidae).
geweervogeltje	=	geweervogel
geweervogeltjes	=	geweervogel
geweervuren	=	geweervuur
geweervuur	noun	het vuren met geweren
geweest	=	zijn
gewegerd	=	wegeren
gewegerde	=	wegeren
gewei	noun	een stel uit been bestaande hoorns van herten; al dan niet vertakt
geweid	=	weiden
geweide	=	weiden
geweien	=	gewei
geweifd	=	weiven
geweifeld	=	weifelen
geweigerd	=	weigeren
geweigerde	=	weigeren
geweispons	noun	Haliclona (Haliclona) oculata een dier uit de familie Chalinidae.
geweisponsen	=	geweispons
geweisponsje	=	geweispons
geweisponsjes	=	geweispons
geweisponzen	=	geweispons
geweitje	=	gewei
geweitjes	=	gewei
geweizwam	noun	Xylaria hypoxylon een grillig gevormde zakjeszwam uit de familie Xylariaceae.
geweizwammen	=	geweizwam
geweizwammetje	=	geweizwam
geweizwammetjes	=	geweizwam
geweken	=	wijken
gewekt	=	wekken
gewel	noun	in elkaar gedraaide bal van haren, katoen enz. als braakmiddel voor jachtvogels
geweld	noun	elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen, goederen of zaken
gewelddaad	noun	een daad van geweld
gewelddaden	=	gewelddaad
gewelddadig	adj	waarbij geweld gebruikt wordt
gewelddadige	=	gewelddadig
gewelddadiger	=	gewelddadig
gewelddadigere	=	gewelddadig
gewelddadigers	=	gewelddadig
gewelddadigheden	=	gewelddadigheid
gewelddadigheid	noun	het geneigd zijn om fysiek geweld te gebruiken
gewelddadigs	=	gewelddadig
gewelddadigst	=	gewelddadig
gewelddadigste	=	gewelddadig
gewelddelict	noun	misdrijf met geweldpleging
gewelddelicten	=	gewelddelict
gewelde	=	wellen
geweldenaar	noun	iemand die geweld pleegt
geweldenaars	=	geweldenaar
geweldenaartje	=	geweldenaar
geweldenaartjes	=	geweldenaar
geweldenaren	=	geweldenaar
geweldexplosie	noun	een plotselinge toename van felle gevechten
geweldexplosies	=	geweldexplosie
geweldfilm	noun	film waarin (extreem) veel geweld voorkomt
geweldfilmpje	=	geweldfilm
geweldfilmpjes	=	geweldfilm
geweldfilms	=	geweldfilm
geweldgebruik	noun	het toepassen van fysitek geweld om een bepaald doel te bereiken
geweldig	adj	bijzonder groot, enorm
geweldige	=	geweldig
geweldiger	=	geweldig
geweldigere	=	geweldig
geweldigers	=	geweldig
geweldigs	=	geweldig
geweldigst	=	geweldig
geweldigste	=	geweldig
geweldinstructie	noun	instructie die voorschrijft welke vormen van geweld militairen en politie in welke situaties mogen gebruiken
geweldinstructies	=	geweldinstructie
geweldloos	adj	zonder geweld, vreedzaam
geweldloosheid	noun	het geweldloos zijn
geweldloost	=	geweldloos
geweldlooste	=	geweldloos
geweldloze	=	geweldloos
geweldlozer	=	geweldloos
geweldlozere	=	geweldloos
geweldlozers	=	geweldloos
geweldmisdrijf	=	geweldsmisdrijf
geweldpleger	noun	misdadiger die iemand met opzet verwondt of doodt
geweldplegers	=	geweldpleger
geweldpleging	noun	het gebruik van geweld
geweldplegingen	=	geweldpleging
geweldpleginkje	=	geweldpleging
geweldpleginkjes	=	geweldpleging
gewelds	=	geweld
geweldsaanwending	noun	het feitelijk gebruiken van fysieke kracht of geweldsmiddelen (zoals een wapenstok, pepperspray of vuurwapen) door bevoegde functionarissen, zoals politie of buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA's).
geweldsaanwendingen	=	geweldsaanwending
geweldsaanwendinkje	=	geweldsaanwending
geweldsaanwendinkjes	=	geweldsaanwending
geweldscriminaliteit	noun	misdadigheid met lichamelijk geweld
geweldsdaad	noun	handeling waarbij men fysiek geweld toepast
geweldsdaden	=	geweldsdaad
geweldsdelict	noun	delict dat gepaard gaat met geweld zoals: mishandeling, moord, doodslag, bedreiging, gijzeling, gewapende overval en huisvredebreuk
geweldsdelicten	=	geweldsdelict
geweldsdreiging	noun	vooruitzicht op gevreesde agressieve acties
geweldsdreigingen	=	geweldsdreiging
geweldsdreiginkje	=	geweldsdreiging
geweldsdreiginkjes	=	geweldsdreiging
geweldsescalatie	noun	ongeremde, explosieve toename van de toepassing van geweld
geweldsescalaties	=	geweldsescalatie
geweldsescalatietje	=	geweldsescalatie
geweldsescalatietjes	=	geweldsescalatie
geweldsexplosie	noun	een plotselinge toename van felle gevechten
geweldsexplosies	=	geweldsexplosie
geweldsfilm	noun	film waarin (extreem) veel geweld voorkomt
geweldsfilmpje	=	geweldsfilm
geweldsfilmpjes	=	geweldsfilm
geweldsfilms	=	geweldsfilm
geweldsgebruik	noun	de toepassing van geweld
geweldsgolf	noun	serie geweldsmisdrijven
geweldsgolven	=	geweldsgolf
geweldsincident	noun	gewelddadige gebeurtenis
geweldsincidenten	=	geweldsincident
geweldsincidentje	=	geweldsincident
geweldsincidentjes	=	geweldsincident
geweldsinstructie	noun	instructie die voorschrijft welke vormen van geweld militairen en politie in welke situaties mogen gebruiken
geweldsinstructies	=	geweldsinstructie
geweldsmiddel	noun	toestel waarmee men geweld kan uitoefenen om een bepaald doel te bereiken
geweldsmiddelen	=	geweldsmiddel
geweldsmisdrijf	noun	misdrijf waarbij geweld is gebruikt
geweldsmisdrijven	=	geweldsmisdrijf
geweldsmonopolie	noun	alleenrecht op gebruik van geweld
geweldsmonopolies	=	geweldsmonopolie
geweldsmonopoliën	=	geweldsmonopolie
geweldsorgie	noun	explosie van geweld; enorm grote vechtpartij
geweldsorgies	=	geweldsorgie
geweldsorgietje	=	geweldsorgie
geweldsorgietjes	=	geweldsorgie
geweldsorgieën	=	geweldsorgie
geweldsorgiën	=	geweldsorgie
geweldspiraal	noun	een situatie waarbij geweld als reactie weer grover geweld uitlokt
geweldspiralen	=	geweldspiraal
geweldspleging	=	geweldpleging
geweldsslachtoffer	noun	slachtoffer van geweld
geweldsslachtoffers	=	geweldsslachtoffer
geweldsspiraal	noun	proces waarbij geweld, grover geweld uitlokt
geweldsspiralen	=	geweldsspiraal
geweldsuitbarsting	noun	plotseling ontstane, heftige gevechten
geweldsuitbarstingen	=	geweldsuitbarsting
geweldsuitbarstinkje	=	geweldsuitbarsting
geweldsuitbarstinkjes	=	geweldsuitbarsting
geweldsverbod	=	geweldverbod
geweldverbod	noun	verbod op het gebruik van geweld, wat zowel op internationaal niveau (militair geweld tussen staten, zoals vastgelegd in het VN-Handvest) als op lokaal niveau (huiselijk geweld) kan slaan
geweldverboden	=	geweldverbod
geweldverbodje	=	geweldverbod
geweldverbodjes	=	geweldverbod
gewelf	noun	een holgebogen stenen zoldering waarbij de druk aan beide zijden afgevoerd wordt
gewelfbogen	=	gewelfboog
gewelfboog	noun	onderdeel van een gewelfconstructie, een gebogen constructie die een ruimte overspant.
gewelfboogje	=	gewelfboog
gewelfboogjes	=	gewelfboog
gewelfd	adj	met een boogvorm
gewelfde	=	gewelfd
gewelfder	=	gewelfd
gewelfdere	=	gewelfd
gewelfders	=	gewelfd
gewelfds	=	gewelfd
gewelfdst	=	gewelfd
gewelfdste	=	gewelfd
gewelfje	=	gewelf
gewelfjes	=	gewelf
gewelfschotel	noun	ornament dat zich soms aan gewelven bevindt op de plaats waar de gewelfribben samenkomen
gewelfschotels	=	gewelfschotel
gewelfschoteltje	=	gewelfschotel
gewelfschoteltjes	=	gewelfschotel
gewelfsel	noun	gebogen zoldering
gewelfsels	=	gewelfsel
gewelfvlak	noun	een recht of gebogen vlak waaruit een gewelf is opgebouwd
gewelfvlakje	=	gewelfvlak
gewelfvlakjes	=	gewelfvlak
gewelfvlakken	=	gewelfvlak
gewelkt	=	welken
gewelterd	=	welteren
gewelterde	=	welteren
gewelven	=	gewelf
gewemel	noun	het voortdurend ordeloos en druk door elkaar heen bewegen
gewemeld	=	wemelen
gewemelde	=	wemelen
gewen	=	gewennen
gewend	adj	door voortdurende ervaring gewoon en vertrouwd	noun	brede strook akkerland
gewende	=	gewennen
gewenden	=	gewennen
gewender	=	gewend
gewendere	=	gewend
gewenders	=	gewend
gewends	=	gewend
gewendst	=	gewend
gewendste	=	gewend
gewenkt	=	wenken
gewenkte	=	wenken
gewenne	=	gewennen
gewennen	verb|formal	gewoon worden, vertrouwd raken, zich thuis gaan voelen
gewennend	=	gewennen
gewennende	=	gewennen
gewenning	noun	een proces waarbij een eerder ongewone prikkel steeds meer als normaal ervaren gaat worden
gewenningen	=	gewenning
gewenningsperiode	noun	hoeveelheid tijd die nodig is om ergens gewoon aan te raken
gewenningsperioden	=	gewenningsperiode
gewenningsperiodes	=	gewenningsperiode
gewenscht	=	gewenst
gewenst	adj	wenselijk
gewenste	=	wensen
gewenster	=	gewenst
gewenstere	=	gewenst
gewensters	=	gewenst
gewenstheden	=	gewenstheid
gewenstheid	noun	een iets dat wenselijk bevonden wordt.
gewensts	=	gewenst
gewenstst	=	gewenst
gewenstste	=	gewenst
gewent	=	gewennen
gewenteld	=	wentelen
gewentelde	=	wentelen
geweren	=	geweer
gewerkt	=	werken
gewerkte	=	werken
gewerveld	adj	met (ruggen)wervels
gewervelde	noun	dier met een wervelkolom of ruggengraat
gewervelden	noun	een onderstam Vertebrata van chordadieren.
gewervelder	=	gewerveld
gewerveldere	=	gewerveld
gewervelders	=	gewerveld
gewervelds	=	gewerveld
gewerveldst	=	gewerveld
gewerveldste	=	gewerveld
gewest	noun	landstreek
geweste	=	gewest
gewestelijk	adj	betrekking hebbend op een streek groter dan een gemeente maar kleiner dan een staat
gewestelijke	=	gewestelijk
gewestelijker	=	gewestelijk
gewestelijkere	=	gewestelijk
gewestelijkers	=	gewestelijk
gewestelijks	=	gewestelijk
gewestelijkst	=	gewestelijk
gewestelijkste	=	gewestelijk
gewestelijkt	=	westelijken
gewesten	=	gewest
gewestje	=	gewest
gewestjes	=	gewest
gewestminister	noun	uit en door de gewestraad gekozen lid van de gewestregering
gewestministers	=	gewestminister
gewestplan	noun	officieel structuur- en bestemmingsplan voor een bepaald gebied
gewestplannen	=	gewestplan
gewestplannetje	=	gewestplan
gewestplannetjes	=	gewestplan
gewestplanwijziging	noun	de formele aanpassing van een (ouder) gewestplan, waarbij de bestemming van een stuk grond verandert.
gewestplanwijzigingen	=	gewestplanwijziging
gewestplanwijzigingetje	=	gewestplanwijziging
gewestplanwijzigingetjes	=	gewestplanwijziging
gewestraad	noun	vertegenwoordigend orgaan voor een bepaald gebied
gewestraden	=	gewestraad
gewestregering	noun	uit en door de gewestraad gekozen hoogste uitvoerend lichaam van het gewest
gewestregeringen	=	gewestregering
gewesttaal	noun	manier van spreken die de bewoners van een bepaalde streek onderling gewend zijn te gebruiken
gewesttalen	=	gewesttaal
gewestvergadering	noun	vergadering in het gewest
gewestvergaderingen	=	gewestvergadering
gewestvergaderingetje	=	gewestvergadering
gewestvergaderingetjes	=	gewestvergadering
gewet	=	wetten
geweten	verb	bekend	noun	het deel van iemand waarmee die persoon zijn daden op goed en kwaad beoordeelt.
gewetenloos	adj	zonder geweten
gewetenloosheden	=	gewetenloosheid
gewetenloosheid	noun	het gewetenloos zijn
gewetenloost	=	gewetenloos
gewetenlooste	=	gewetenloos
gewetenloze	=	gewetenloos
gewetenlozer	=	gewetenloos
gewetenlozere	=	gewetenloos
gewetenlozers	=	gewetenloos
gewetens	=	geweten
gewetensangst	noun	wroeging
gewetensangsten	=	gewetensangst
gewetensbezwaar	noun	een reden om iets niet te doen, omdat de handeling niet past bij je gevoelens over wat goed en wat kwaad is
gewetensbezwaarde	noun	iemand die een bepaalde handeling weigert te doen omdat hij of zij die niet met zijn geweten in overeenstemming kan brengen
gewetensbezwaarden	=	gewetensbezwaarde
gewetensbezwaartje	=	gewetensbezwaar
gewetensbezwaren	=	gewetensbezwaar
gewetensconflict	noun	ethisch dilemma; conflict tussen verschillende morele verplichtingen en verboden
gewetensconflicten	=	gewetensconflict
gewetensconflictje	=	gewetensconflict
gewetensconflictjes	=	gewetensconflict
gewetensgevangene	noun	persoon die gevangen is genomen omdat hij of zij gebruikmaakte van zijn of haar recht op vrijheid van meningsuiting of vrijheid van godsdienst
gewetensgevangenen	=	gewetensgevangene
gewetenskwestie	noun	oordeel dat betrekking heeft op het morele besef van iemand
gewetenskwesties	=	gewetenskwestie
gewetensnoden	=	gewetensnood
gewetensnood	noun	een moeilijke, problematische situatie die ontstaat door morele twijfel over wat en hoe te handelen
gewetensonderzoek	noun	onderzoek of men iets goed of slecht heeft gedaan
gewetensonderzoeken	=	gewetensonderzoek
gewetensonderzoekje	=	gewetensonderzoek
gewetensonderzoekjes	=	gewetensonderzoek
gewetensvol	adj	met veel geweten
gewetensvolle	=	gewetensvol
gewetensvoller	=	gewetensvol
gewetensvollere	=	gewetensvol
gewetensvollers	=	gewetensvol
gewetensvols	=	gewetensvol
gewetensvolst	=	gewetensvol
gewetensvolste	=	gewetensvol
gewetensvraag	noun	vraag over je diepste gevoelens waar je een eerlijk en gewetensvol antwoord op moet geven in plaats van een sociaal wenselijk antwoord
gewetensvraagje	=	gewetensvraag
gewetensvraagjes	=	gewetensvraag
gewetensvragen	=	gewetensvraag
gewetensvrijheden	=	gewetensvrijheid
gewetensvrijheid	noun	de vrijheid naar het eigen morele kader te kunnen handelen, zodat er geen gewetensnood optreedt
gewetenswroeging	noun	met het gevoel dat men zaken verkeerd heeft gedaan, dat men niet had moeten doen wat men gedaan heeft
gewetenswroegingen	=	gewetenswroeging
gewetenswroeginkje	=	gewetenswroeging
gewetenswroeginkjes	=	gewetenswroeging
gewetenszaak	noun	een zaak waarin het zedelijke of godsdienstige is betrokken
gewetenszaakje	=	gewetenszaak
gewetenszaakjes	=	gewetenszaak
gewetenszaken	=	gewetenszaak
gewetentje	=	geweten
gewetentjes	=	geweten
gewette	=	wetten
gewettigd	=	wettigen
geweven	=	weven
gewezen	adj	vroegere
gewezens	=	gewezen
gewhappt	=	whappen
gewhatsappt	=	whatsappen
gewhist	=	whisten
gewicheld	=	wichelen
gewicht	noun	de kracht die een voorwerp op zijn ondersteuning of ophanging uitoefent
gewichten	=	gewicht
gewichtheffen	noun	een sport waarbij de beoefenaars proberen om zware gewichten op te heffen die aan stalen staven zijn bevestigd
gewichtheffend	=	gewichtheffen
gewichtheffende	=	gewichtheffen
gewichtheffer	noun	beoefenaar van het gewichtheffen
gewichtheffers	=	gewichtheffer
gewichtig	adj	zich al of niet terecht gedragend alsof iets erg belangrijk is
gewichtigdoener	noun	iemand die gewichtig doet
gewichtigdoenerij	noun	het gewichtig doen
gewichtigdoenerijen	=	gewichtigdoenerij
gewichtigdoeners	=	gewichtigdoener
gewichtige	=	gewichtig
gewichtiger	=	gewichtig
gewichtigere	=	gewichtig
gewichtigers	=	gewichtig
gewichtigheden	=	gewichtigheid
gewichtigheid	noun	iets dat van heel groot belang is
gewichtigs	=	gewichtig
gewichtigst	=	gewichtig
gewichtigste	=	gewichtig
gewichtje	=	gewicht
gewichtjes	=	gewicht
gewichtloos	adj	zonder gewicht maar niet zonder massa
gewichtloosheid	noun	de toestand van een voorwerp in vrije val
gewichtloost	=	gewichtloos
gewichtlooste	=	gewichtloos
gewichtloze	=	gewichtloos
gewichtlozer	=	gewichtloos
gewichtlozere	=	gewichtloos
gewichtlozers	=	gewichtloos
gewichtsafname	noun	vermindering van het lichaamsgewicht
gewichtsafnames	=	gewichtsafname
gewichtsbeperking	noun	limitering van het toegestane gewicht
gewichtsbeperkingen	=	gewichtsbeperking
gewichtschijf	noun	rond en plat gewicht met een gat in het midden, gebruikt bij spieroefeningen of als onderdeel van een balans
gewichtschijfje	=	gewichtschijf
gewichtschijfjes	=	gewichtschijf
gewichtschijven	=	gewichtschijf
gewichtseenheden	=	gewichtseenheid
gewichtseenheid	noun	een standaardhoeveelheid massa
gewichtsklasse	noun	een van de klassen waarin sporters van kracht- en gevechtssporten worden onderverdeeld
gewichtsklassen	=	gewichtsklasse
gewichtsloos	adj	zonder gewicht
gewichtsloosheid	noun	het zonder gewicht zijn
gewichtsloost	=	gewichtsloos
gewichtslooste	=	gewichtsloos
gewichtsloze	=	gewichtsloos
gewichtslozer	=	gewichtsloos
gewichtslozere	=	gewichtsloos
gewichtslozers	=	gewichtsloos
gewichtsprocent	noun	een verouderde term voor massaprocent: massa van een chemisch product gedeeld door de massa van het mengsel maal honderd
gewichtsprocenten	=	gewichtsprocent
gewichtsschijf	noun	een ronde schijf met een gat in het midden die gebruikt wordt om gewicht toe te voegen aan een halterstang (barbell) of dumbbells om spierkracht te trainen
gewichtsschijfje	=	gewichtsschijf
gewichtsschijfjes	=	gewichtsschijf
gewichtsschijven	=	gewichtsschijf
gewichtssteen	noun|obsolete	voorwerp van hard en zwaar materiaal dat wordt gebruikt als vergelijkingsmateriaal om de massa of hoeveelheid van ander materiaal vast te stellen
gewichtsstenen	=	gewichtssteen
gewichtsstijging	noun	de toename van het totale lichaamsgewicht, wat kan optreden als gevolg van de opbouw van vetmassa, spierweefsel, of het vasthouden van vocht.
gewichtsstijgingen	=	gewichtsstijging
gewichtsstijginkje	=	gewichtsstijging
gewichtsstijginkjes	=	gewichtsstijging
gewichtstoename	noun	zwaarder worden
gewichtstoenamen	=	gewichtstoename
gewichtstoenames	=	gewichtstoename
gewichtsverdeling	noun	de verspreiding van de massa van een voorwerp of lichaam over het gehele voorwerp of lichaam
gewichtsverdelingen	=	gewichtsverdeling
gewichtsverhouding	noun	de verhouding tussen het gewicht (massa) van twee of meer objecten, materialen of componenten.
gewichtsverhoudingen	=	gewichtsverhouding
gewichtsverhoudinkje	=	gewichtsverhouding
gewichtsverhoudinkjes	=	gewichtsverhouding
gewichtsverlies	noun	het minder worden van de massa van een persoon of voorwerp
gewichtsverliesje	=	gewichtsverlies
gewichtsverliesjes	=	gewichtsverlies
gewichtsverliezen	=	gewichtsverlies
gewichtsvermindering	noun	vermindering in gewicht (vaak een belangrijk fenomeen om de gezondheid te verhogen)
gewichtsverminderingen	=	gewichtsvermindering
gewichtsverminderinkje	=	gewichtsvermindering
gewichtsverminderinkjes	=	gewichtsvermindering
gewiebel	noun	aanhoudend onrustig heen en weer bewegen
gewiebeld	=	wiebelen
gewieberd	=	wieberen
gewied	=	wieden
gewiede	=	wieden
gewiegd	=	wiegen
gewiegde	=	wiegen
gewiegeld	=	wiegelen
gewiekst	adj	doordacht en uitgekookt
gewiekste	=	gewiekst
gewiekster	=	gewiekst
gewiekstere	=	gewiekst
gewieksters	=	gewiekst
gewiekstheden	=	gewiekstheid
gewiekstheid	noun	het gewiekst zijn
gewieksts	=	gewiekst
gewiekstst	=	gewiekst
gewiekstste	=	gewiekst
gewiekt	=	wieken
gewielrend	=	wielrennen
gewierookt	=	wieroken
gewiesd	=	wiezen
gewiewauwd	=	wiewauwen
gewiid	=	wiiën
gewijd	adj	gezegend, geheiligd, waarover de zegen is uitgesproken
gewijde	=	wijden
gewijds	=	gewijd
gewijkblogd	=	wijkbloggen
gewijld	=	wijlen
gewijnblogd	=	wijnbloggen
gewijnd	=	wijnen
gewijs	noun	herhaaldelijk met vinger of arm een bepaalde richting aanduiden
gewijsde	noun	definitief vonnis of beslissing waartegen niet meer kan worden geprocedeerd
gewijsden	=	gewijsde
gewijze	adv	op de manier zoals in het eerste lid van de samenstelling wordt aangegeven
gewijzigd	adj	veranderd
gewijzigde	=	wijzigen
gewijzigds	=	gewijzigd
gewikificeerd	=	wikificeren
gewikificeerde	=	wikificeren
gewikkeld	=	wikkelen
gewikkelde	=	wikkelen
gewikt	=	wikken
gewild	adj	wat gretig aftrek vindt
gewilde	=	willen
gewilder	=	gewild
gewildere	=	gewild
gewilders	=	gewild
gewildheden	=	gewildheid
gewildheid	noun	de mate waarin er vraag naar iets is
gewilds	=	gewild
gewildst	=	gewild
gewildste	=	gewild
gewilft	=	wilfen
gewillig	adj	bereidwillig, gehoorzaam
gewilligd	=	willigen
gewilligde	=	willigen
gewillige	=	gewillig
gewilliger	=	gewillig
gewilligere	=	gewillig
gewilligers	=	gewillig
gewilligheden	=	gewilligheid
gewilligheid	noun	de mate waarin iemand bereid is te doen wat een ander wil
gewilligs	=	gewillig
gewilligst	=	gewillig
gewilligste	=	gewillig
gewimpeld	=	wimpelen
gewimperd	adj	bladeren met lange neerhangende haartjes op de bladrand hebbend
gewimperde	=	gewimperd
gewimperds	=	gewimperd
gewin	noun	voordeel, winst
gewindsurfd	=	windsurfen
gewindsurft	=	windsurfen
gewinkeld	=	winkelen
gewinkelhierd	=	winkelhieren
gewinne	=	gewinnen
gewinnen	verb	verkrijgen, vooral in godsdienstige zin
gewinnend	=	gewinnen
gewinnende	=	gewinnen
gewint	=	gewinnen
gewinterd	=	winteren
gewipt	=	wippen
gewipte	=	wippen
gewipwapt	=	wipwappen
gewirwar	noun	het voortdurend chaotisch door elkaar heen bewegen
gewis	noun	de actie van het (uit)wissen, het wegwerken van iets	adj	zo goed als zeker
gewisheden	=	gewisheid
gewisheid	noun	het zeker zijn van iets
gewispeld	=	wispelen
gewisse	=	gewis
gewisseld	=	wisselen
gewisselde	=	wisselen
gewisselijk	adv|obsolete	zo goed als zeker
gewisser	=	gewis
gewissere	=	gewis
gewissers	=	gewis
gewist	=	wissen
gewiste	=	wissen
gewit	=	witten
gewitte	=	witten
gewobd	=	wobben
gewoed	=	woeden
gewoekerd	=	woekeren
gewoekerde	=	woekeren
gewoel	noun	drukte, onrust, reuring
gewoeld	=	woelen
gewoelde	=	woelen
gewogen	=	wegen
gewokt	=	wokken
gewokte	=	wokken
gewold	adj	van dieren: met een wollen vacht
gewolde	=	gewold
gewolds	=	gewold
gewolkt	adj	niet geheel glad en effen maar met niet scherp omgrensde vlekken
gewolkte	=	gewolkt
gewolkter	=	gewolkt
gewolktere	=	gewolkt
gewolkters	=	gewolkt
gewolkts	=	gewolkt
gewolktst	=	gewolkt
gewolktste	=	gewolkt
gewolmaniseerd	=	wolmaniseren
gewolmaniseerde	=	wolmaniseren
gewon	=	gewinnen
gewond	adj	letsel hebbend
gewonde	=	wonden
gewonden	=	winden
gewondentransport	noun	het vervoer van mensen die door geweld of een ongeval gewond zijn geraakt
gewondentransporten	=	gewondentransport
gewondenvervoer	noun	het transport van mensen die gewond zijn geraakt door geweld of een ongeval
gewonder	=	gewond
gewonderd	=	wonder
gewondere	=	gewond
gewonders	=	gewond
gewonds	=	gewond
gewondst	=	gewond
gewondste	=	gewond
gewone	=	gewoon
gewone-esdoornvouwmot	noun	Phyllonorycter geniculella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
gewone-esdoornvouwmotje	=	gewone-esdoornvouwmot
gewone-esdoornvouwmotjes	=	gewone-esdoornvouwmot
gewone-esdoornvouwmotten	=	gewone-esdoornvouwmot
gewonemensentaal	noun	eenvoudig en helder taalgebruik, zodat ook eenvoudige mensen het kunnen begrijpen
gewonemensentalen	=	gewonemensentaal
gewoner	=	gewoon
gewonere	=	gewoon
gewoners	=	gewoon
gewonne	=	gewinnen
gewonnen	=	gewinnen
gewont	=	gewinnen
gewoon	adj	zoals gebruikelijk	noun	de handeling van het wonen ww (vooral informeel taalgebruik)
gewoonblogd	=	woonbloggen
gewoond	=	wonen
gewoondheid	=	gewoonheid
gewoonheden	=	gewoonheid
gewoonheid	noun	iets dat heel normaal is
gewoonlijk	adv	zoals de ervaring leert dat het meestal is
gewoonlijke	noun	iets dat gebruikelijk is
gewoonlijker	=	gewoonlijk
gewoonlijkere	=	gewoonlijk
gewoonlijkers	=	gewoonlijk
gewoonlijks	=	gewoonlijk
gewoonlijkst	=	gewoonlijk
gewoonlijkste	=	gewoonlijk
gewoons	=	gewoon
gewoonst	=	gewoon
gewoonste	=	gewoon
gewoonte	noun	vaste wijze om dingen te doen
gewoontedier	noun	iemand die (te lang) vasthoudt aan gewoonten
gewoontedieren	=	gewoontedier
gewoontediertje	=	gewoontedier
gewoontediertjes	=	gewoontedier
gewoontegebaar	noun	een beweging die men onbewust en automatisch maakt zonder veel betekenis
gewoontegebaartje	=	gewoontegebaar
gewoontegebaartjes	=	gewoontegebaar
gewoontegebaren	=	gewoontegebaar
gewoontegedrag	noun	het handelen dat men uit routine automatisch doet zonder er veel bij na te denken
gewoontegetrouw	adj	volgens iemands gebruiken
gewoontegetrouwe	=	gewoontegetrouw
gewoontegetrouwer	=	gewoontegetrouw
gewoontegetrouwere	=	gewoontegetrouw
gewoontegetrouwers	=	gewoontegetrouw
gewoontegetrouws	=	gewoontegetrouw
gewoontegetrouwst	=	gewoontegetrouw
gewoontegetrouwste	=	gewoontegetrouw
gewoontemisdadiger	noun	iemand die bij herhaling misdaden pleegt
gewoontemisdadigers	=	gewoontemisdadiger
gewoonten	=	gewoonte
gewoonterecht	noun	het ongeschreven recht dat is gebaseerd op de manier hoe mensen iets gewoon zijn te doen
gewoonterechten	=	gewoonterecht
gewoonteregel	noun	een regel die niet gebaseerd is op formeel recht, maar op wat gebruikelijk is
gewoonteregels	=	gewoonteregel
gewoonteregeltje	=	gewoonteregel
gewoonteregeltjes	=	gewoonteregel
gewoontes	=	gewoonte
gewoontetje	=	gewoonte
gewoontetjes	=	gewoonte
gewoontjes	adj	wat we gewend zijn, niet anders dan het vertrouwde normale
gewoonweg	adv	niets anders dan, niets minder dan
geworden	=	worden
gewordfeud	=	wordfeuden
geworgd	=	worgen
geworgde	=	worgen
geworkshopt	=	workshoppen
gewormte	noun	klein kruipend gediertje
gewormten	=	gewormte
geworpen	=	werpen
geworstel	noun	het aanhoudend ploeteren en zwoegen om iets gedaan te krijgen
geworsteld	=	worstelen
geworteld	adj	verankerd in geest of gemoed en iemands identiteit gevormd hebbend
gewortelde	=	geworteld
gewortelder	=	geworteld
geworteldere	=	geworteld
gewortelders	=	geworteld
gewortelds	=	geworteld
geworteldst	=	geworteld
geworteldste	=	geworteld
geworven	=	werven
gewoven	=	wuiven
gewovenª	=	wuiven
gewraakt	adj	niet goedvinden
gewraakte	=	wraken
gewraakter	=	gewraakt
gewraaktere	=	gewraakt
gewraakters	=	gewraakt
gewraakts	=	gewraakt
gewraaktst	=	gewraakt
gewraaktste	=	gewraakt
gewrapt	=	wrappen
gewrenst	=	wrensen
gewreven	=	wrijven
gewricht	noun	beweegbare verbinding van twee of meer beenderen
gewrichten	=	gewricht
gewrichtje	=	gewricht
gewrichtjes	=	gewricht
gewrichtsaandoening	noun	ziekte van de gewrichten
gewrichtsaandoeningen	=	gewrichtsaandoening
gewrichtsaandoeninkje	=	gewrichtsaandoening
gewrichtsaandoeninkjes	=	gewrichtsaandoening
gewrichtsband	noun	een band van bindweefsel om een gewricht
gewrichtsbanden	=	gewrichtsband
gewrichtsbandje	=	gewrichtsband
gewrichtsbandjes	=	gewrichtsband
gewrichtsklacht	noun	hinder die men ondervindt in een gewricht
gewrichtsklachten	noun	hinder die men ondervindt van de gewrichten
gewrichtsklachtje	=	gewrichtsklacht
gewrichtsklachtjes	=	gewrichtsklacht
gewrichtsknobbel	noun	knobbel waarmee een gewricht zich uitwendig vertoont
gewrichtsknobbels	=	gewrichtsknobbel
gewrichtsknobbeltje	=	gewrichtsknobbel
gewrichtsknobbeltjes	=	gewrichtsknobbel
gewrichtsontsteking	noun	al of niet door een infectie veroorzaakte ontsteking van de gewrichten
gewrichtsontstekingen	=	gewrichtsontsteking
gewrichtsontstekinkje	=	gewrichtsontsteking
gewrichtsontstekinkjes	=	gewrichtsontsteking
gewrichtspijn	noun	pijn aan één of meer gewrichten
gewrichtspijnen	=	gewrichtspijn
gewrichtspijntje	=	gewrichtspijn
gewrichtspijntjes	=	gewrichtspijn
gewrichtsreumatiek	noun	chronische ontsteking aan de gewrichten
gewrichtsziekte	noun	aandoening van de gewrichten.
gewrichtsziekten	=	gewrichtsziekte
gewrichtsziektes	=	gewrichtsziekte
gewriemel	noun	het aanhoudend, rommelig door elkaar heen bewegen van levende wezens
gewriemeld	=	wriemelen
gewriggeld	=	wriggelen
gewrikkeld	=	wrikkelen
gewrikt	=	wrikken
gewrikte	=	wrikken
gewrocht	noun	voortbrengsel (van scheppende arbeid)
gewrochte	=	werken
gewrochten	=	gewrocht
gewrochter	=	gewrocht
gewrochtere	=	gewrocht
gewrochters	=	gewrocht
gewrochtje	=	gewrocht
gewrochtjes	=	gewrocht
gewrochts	=	gewrocht
gewrochtst	=	gewrocht
gewrochtste	=	gewrocht
gewroegd	=	wroegen
gewroet	noun	het gedurig wroeten
gewroete	=	gewroet
gewroeteld	=	wroetelen
gewroets	=	gewroet
gewroken	=	wreken
gewrokt	=	wrokken
gewrongeld	=	wrongelen
gewrongelde	=	wrongelen
gewrongen	=	wringen
gewuifd	=	wuiven
gewurgd	=	wurgen
gewurgde	=	wurgen
gewurmd	=	wurmen
gewurmde	=	wurmen
gexeroxt	=	xeroxen
gexeroxte	=	xeroxen
gey	=	gei
geyahtzeed	=	yahtzeeën
geyammerd	=	yammeren
geyeld	=	yellen
geyelde	=	yellen
geyl	=	geil
geylheid	=	geilheid
geylheyd	=	geilheid
geyogaad	=	yogaën
geyoutubed	=	youtuben
gezaag	noun	het aanhoudend zagen, het geluid van het zagen
gezaagd	adj	voorzien van tandjes net als een zaag
gezaagde	=	zagen
gezaagds	=	gezaagd
gezaaid	=	zaaien
gezaaide	=	zaaien
gezabbeld	=	zabbelen
gezabberd	=	zabberen
gezabd	=	zabben
gezadeld	=	zadelen
gezadelde	=	zadelen
gezag	noun	bevoegdheid om ergens beslissingen over te nemen
gezagdrager	noun	mensen die een bestuursfunctie hebben; iemand die het recht heeft om te bevelen; iemand die gehoorzaamt dient te worden
gezagdragers	=	gezagdrager
gezagdragertje	=	gezagdrager
gezaghebbend	adj	overwicht hebbend of gewicht hebbend
gezaghebbende	=	gezaghebbend
gezaghebbender	=	gezaghebbend
gezaghebbendere	=	gezaghebbend
gezaghebbenders	=	gezaghebbend
gezaghebbends	=	gezaghebbend
gezaghebbendst	=	gezaghebbend
gezaghebbendste	=	gezaghebbend
gezaghebber	noun	persoon die plaatselijk de hoogste bevoegdheid heeft om beslissingen te nemen waaraan anderen moeten gehoorzamen
gezaghebbers	=	gezaghebber
gezaghebbertje	=	gezaghebber
gezaghebbertjes	=	gezaghebber
gezagscrises	=	gezagscrisis
gezagscrisis	noun	crisis waarin het gezag ter discussie staat
gezagscrisissen	=	gezagscrisis
gezagsdrager	noun	iemand die moet worden gehoorzaamd omdat hij namens de overheid optreedt
gezagsdragers	=	gezagsdrager
gezagsdragertje	=	gezagsdrager
gezagsdragertjes	=	gezagsdrager
gezagsgetrouw	adj	trouw de aanwijzingen van het bevoegd gezag volgend; het bevoegd gezag respecterend
gezagsgetrouwe	=	gezagsgetrouw
gezagsgetrouwer	=	gezagsgetrouw
gezagsgetrouwere	=	gezagsgetrouw
gezagsgetrouwers	=	gezagsgetrouw
gezagsgetrouws	=	gezagsgetrouw
gezagsgetrouwst	=	gezagsgetrouw
gezagsgetrouwste	=	gezagsgetrouw
gezagsondermijnend	adj	gevaarlijk voor het gezag van een overheid of een meerdere
gezagsondermijnende	=	gezagsondermijnend
gezagsondermijnender	=	gezagsondermijnend
gezagsondermijnendere	=	gezagsondermijnend
gezagsondermijnenders	=	gezagsondermijnend
gezagsondermijnends	=	gezagsondermijnend
gezagsondermijnendst	=	gezagsondermijnend
gezagsondermijnendste	=	gezagsondermijnend
gezagspositie	noun	een rol waarin iemand veel aanzien geniet
gezagsposities	=	gezagspositie
gezagsverhouding	noun	relatie tussen personen waarbij de ene opdrachten kan geven aan de andere (maar niet andersom)
gezagsverhoudingen	=	gezagsverhouding
gezagsverhoudinkje	=	gezagsverhouding
gezagsverhoudinkjes	=	gezagsverhouding
gezagsvol	adj	met veel gezag
gezagsvolle	=	gezagsvol
gezagsvoller	=	gezagsvol
gezagsvollere	=	gezagsvol
gezagsvollers	=	gezagsvol
gezagsvols	=	gezagsvol
gezagsvolst	=	gezagsvol
gezagsvolste	=	gezagsvol
gezagvoerder	noun	een persoon op wie de hoogste verantwoordelijkheid rust aan boord van een vlieg- of vaartuig
gezagvoerders	=	gezagvoerder
gezagvoerster	noun	vrouw die aan boord van een schip, vliegtuig, luchtschip of ruimtevaartuig de hoogste verantwoordelijkheid draagt en het bevel voert over de bemanning
gezagvoersters	=	gezagvoerster
gezagvoerstertje	=	gezagvoerster
gezagvoerstertjes	=	gezagvoerster
gezagvol	adj	met veel gezag
gezagvolle	=	gezagvol
gezagvoller	=	gezagvol
gezagvollere	=	gezagvol
gezagvollers	=	gezagvol
gezagvols	=	gezagvol
gezagvolst	=	gezagvol
gezagvolste	=	gezagvol
gezakkenrold	=	zakkenrollen
gezakkenrolde	=	zakkenrollen
gezakt	=	zakken
gezalfd	=	zalven
gezalfde	noun	joods hogepriester
gezalfden	=	gezalfde
gezaligd	=	zaligen
gezaligde	=	zaligen
gezameld	=	zamelen
gezamelde	=	zamelen
gezamenlijk	adj	alle, samen
gezamenlijke	=	gezamenlijk
gezamenlijker	=	gezamenlijk
gezamenlijkere	=	gezamenlijk
gezamenlijkers	=	gezamenlijk
gezamenlijkheden	=	gezamenlijkheid
gezamenlijkheid	noun	in gezamenlijkheid: samen met elkaar
gezamenlijks	=	gezamenlijk
gezamenlijkst	=	gezamenlijk
gezamenlijkste	=	gezamenlijk
gezand	=	zanden
gezande	=	zanden
gezandschilderd	=	zandschilderen
gezandstraald	=	zandstralen
gezandstraalde	=	zandstralen
gezang	noun	het zingen
gezangboek	noun	boek met liedteksten
gezangboeken	=	gezangboek
gezangboekje	=	gezangboek
gezangboekjes	=	gezangboek
gezangen	=	gezang
gezangenboek	noun	boekje met liedteksten en notenschrift
gezangenboeken	=	gezangenboek
gezangenboekje	=	gezangenboek
gezangenboekjes	=	gezangenboek
gezangetje	=	gezang
gezangetjes	=	gezang
gezanik	noun|informal	op een hinderlijke manier aanhoudend, nutteloos en ongefundeerd geklaag
gezanikt	=	zaniken
gezant	noun	iemand die door de ene machthebber als boodschapper naar de andere gestuurd wordt
gezante	=	zanten
gezanten	=	gezant
gezantje	=	gezant
gezantschap	noun	het ambt van gezant
gezantschapje	=	gezantschap
gezantschappen	=	gezantschap
gezantschapsattaché	noun	ambtenaar verbonden aan een diplomatieke missie
gezantschapsattachés	=	gezantschapsattaché
gezapig	adj	rustig, bedaard, saai of kalm
gezapige	=	gezapig
gezapiger	=	gezapig
gezapigere	=	gezapig
gezapigers	=	gezapig
gezapigheden	=	gezapigheid
gezapigheid	noun	het (te) bedaard, zelfvoldaan, saai en rustig zijn
gezapigs	=	gezapig
gezapigst	=	gezapig
gezapigste	=	gezapig
gezapt	=	zappen
gezeefd	=	zeven
gezeefde	=	zeven
gezeefdrukt	=	zeefdrukken
gezeemd	=	zemen
gezeemde	=	zemen
gezeezeild	=	zeezeilen
gezegd	=	zeggen
gezegde	noun	een vaste idiomatische verbinding met een figuurlijke betekenis, maar zonder werkwoord
gezegden	=	gezegde
gezegdes	=	gezegde
gezegdetje	=	gezegde
gezegdetjes	=	gezegde
gezegeld	=	zegelen
gezegen	=	zijgen
gezegend	adj	gelukkig en tevreden
gezegende	=	zegenen
gezegender	=	gezegend
gezegendere	=	gezegend
gezegenders	=	gezegend
gezegends	=	gezegend
gezegendst	=	gezegend
gezegendste	=	gezegend
gezegepraald	=	zegepralen
gezegevierd	=	zegevieren
gezeggelijk	adj	makkelijk te sturen; makkelijk te beïnvloeden
gezeggelijke	=	gezeggelijk
gezeggelijker	=	gezeggelijk
gezeggelijkere	=	gezeggelijk
gezeggelijkers	=	gezeggelijk
gezeggelijks	=	gezeggelijk
gezeggelijkst	=	gezeggelijk
gezeggelijkste	=	gezeggelijk
gezeglijk	adj	gehoorzaam
gezeglijke	=	gezeglijk
gezeglijker	=	gezeglijk
gezeglijkere	=	gezeglijk
gezeglijkers	=	gezeglijk
gezeglijks	=	gezeglijk
gezeglijkst	=	gezeglijk
gezeglijkste	=	gezeglijk
gezeid	=	zeggen
gezeik	noun|informal	veelvuldig of langdurig geklaag over weinig belangrijke zaken
gezeikt	=	zeiken
gezeikte	=	zeiken
gezeild	=	zeilen
gezeilderd	=	zeilderen
gezeist	=	zeisen
gezeken	=	zeiken
gezekerd	=	zekeren
gezekerde	=	zekeren
gezel	noun	makker, reisgenoot
gezelfscand	=	zelfscannen
gezellen	=	gezel
gezelletje	=	gezel
gezelletjes	=	gezel
gezellie	=	gezellig
gezellig	adj	de kenmerken hebbend van een groep gezellen of een gezelschap
gezellige	=	gezellig
gezelliger	=	gezellig
gezelligere	=	gezellig
gezelligers	=	gezellig
gezelligheden	=	gezelligheid
gezelligheid	noun	het gezellig samen zijn
gezelligheidje	=	gezelligheid
gezelligheidjes	=	gezelligheid
gezelligheidsdier	noun	persoon die het heel leuk vindt om in gezelschap te verkeren
gezelligheidsdieren	=	gezelligheidsdier
gezelligheidsdiertje	=	gezelligheidsdier
gezelligheidsdiertjes	=	gezelligheidsdier
gezelligheidsracisme	noun	racistische opmerkingen die worden gemaakt als misplaatst grapje
gezelligheidsvereniging	noun	vereniging waar mensen lid van zijn om samen, in gezelschap leuke dingen te doen; vereniging gericht op het ontwikkelen en onderhouden van persoonlijke relaties
gezelligheidsverenigingen	=	gezelligheidsvereniging
gezelligheidsverenigingetje	=	gezelligheidsvereniging
gezelligheidsverenigingetjes	=	gezelligheidsvereniging
gezelligs	=	gezellig
gezelligst	=	gezellig
gezelligste	=	gezellig
gezellin	noun	een vrouwelijke partner
gezellinen	=	gezellin
gezellinnen	=	gezellin
gezellinnetje	=	gezellin
gezellinnetjes	=	gezellin
gezelschap	noun	een groep mensen die iets gemeen hebben
gezelschapje	=	gezelschap
gezelschapjes	=	gezelschap
gezelschappen	=	gezelschap
gezelschapsdame	noun	vrouw die tegen een vergoeding voor de gezelligheid bij iemand is zodat de eenzaamheid verdreven wordt
gezelschapsdames	=	gezelschapsdame
gezelschapsdier	noun	dier dat kan gedijen als huisdier; dier dat heel goed kan samenleven met mensen
gezelschapsdieren	=	gezelschapsdier
gezelschapsdiertje	=	gezelschapsdier
gezelschapsdiertjes	=	gezelschapsdier
gezelschapskamer	noun	kamer die geschikt is voor het ontvangen van bezoek
gezelschapskamers	=	gezelschapskamer
gezelschapskamertje	=	gezelschapskamer
gezelschapskamertjes	=	gezelschapskamer
gezelschapsspel	noun	een spel dat wordt gespeeld voor de gezelligheid
gezelschapsspelen	=	gezelschapsspel
gezelschapsspellen	=	gezelschapsspel
gezelschapsspelletje	=	gezelschapsspel
gezelschapsspelletjes	=	gezelschapsspel
gezemel	noun	nutteloos gepraat dat te klaaglijk, hoogdravend of vrijblijvend is
gezemeld	=	zemelen
gezemelknoopt	=	zemelknopen
gezenderd	adj	het bevestigd zijn van een radiopeilzender aan een mens, dier, voer- of vaartuig om diens gangen te kunnen volgen
gezenderde	=	zenderen
gezengd	=	zengen
gezengde	=	zengen
gezepen	=	zijpen
gezera	noun	verordening, wet, gebod
gezerot	=	gezera
gezessen	num	met het aantal van zes, zes samen
gezestienen	num	met het aantal van zestien, zestien samen
gezestigen	num	met het aantal van zestig
gezet	adj	zwaarlijvig, dik, corpulent
gezeteld	=	zetelen
gezeten	=	zitten
gezetheden	=	gezetheid
gezetheid	noun	het hebben van overgewicht
gezets	=	gezet
gezetst	=	gezet
gezetste	=	gezet
gezette	=	zetten
gezetter	=	gezet
gezettere	=	gezet
gezetters	=	gezet
gezeul	noun	aanhoudend op een vermoeiende manier zware zaken dragen en/of verplaatsen
gezeuld	=	zeulen
gezeulde	=	zeulen
gezeur	noun	gezanik, geleuter
gezeurd	=	zeuren
gezevenen	num	met het aantal van zeven, zeven samen
gezeventienen	num	met het aantal van zeventien, zeventien samen
gezever	noun	het mopperen
gezeverd	=	zeveren
gezicht	noun	de voorkant van een menselijk hoofd
gezichteinder	=	gezichtseinder
gezichten	=	gezicht
gezichtje	=	gezicht
gezichtjes	=	gezicht
gezichtkleur	noun	tint van de huid van iemands gelaat
gezichtkleuren	=	gezichtkleur
gezichtloos	adj	niet opvallend
gezichtloost	=	gezichtloos
gezichtlooste	=	gezichtloos
gezichtloze	=	gezichtloos
gezichtlozer	=	gezichtloos
gezichtlozere	=	gezichtloos
gezichtlozers	=	gezichtloos
gezichts	=	gezicht
gezichtsbedekking	noun	voorwerp dat men voor het gezicht plaatst om herkenning te voorkomen
gezichtsbedekkingen	=	gezichtsbedekking
gezichtsbedekkinkje	=	gezichtsbedekking
gezichtsbedekkinkjes	=	gezichtsbedekking
gezichtsbedrog	noun	is iets wat het oog waarneemt, dat door de hersenen anders geïnterpreteerd wordt
gezichtsbedrogje	=	gezichtsbedrog
gezichtsbedrogjes	=	gezichtsbedrog
gezichtsbehandeling	noun	handeling die erop gericht is de conditie en het uiterlijk van het gelaat te verbeteren
gezichtsbehandelingen	=	gezichtsbehandeling
gezichtsbehandelingetje	=	gezichtsbehandeling
gezichtsbehandelingetjes	=	gezichtsbehandeling
gezichtsbeharing	noun	faciale beharing
gezichtsbepalend	adj	kenmerkend voor het uiterlijk
gezichtsbepalende	=	gezichtsbepalend
gezichtsbepalender	=	gezichtsbepalend
gezichtsbepalendere	=	gezichtsbepalend
gezichtsbepalenders	=	gezichtsbepalend
gezichtsbepalends	=	gezichtsbepalend
gezichtsbepalendst	=	gezichtsbepalend
gezichtsbepalendste	=	gezichtsbepalend
gezichtsbikini	noun	gezichtsmasker tegen de zon
gezichtsbikini's	=	gezichtsbikini
gezichtsbikinietje	=	gezichtsbikini
gezichtsbikinietjes	=	gezichtsbikini
gezichtscrème	noun	smeersel waarmee men de huid van het gelaat kan verzorgen
gezichtscrèmes	=	gezichtscrème
gezichtsdetective	noun	beeldhouwer die kenmerken van een lijk met onherkenbaar uiterlijk gebruikt om het gelaat te reconstrueren
gezichtsdetectives	=	gezichtsdetective
gezichtseinder	noun	de horizon: de lijn waarboven, bij vrij uitzicht zoals op zee, de hemellichamen zichtbaar zijn
gezichtseinders	=	gezichtseinder
gezichtsexpressie	noun	uitdrukking van het gelaat
gezichtsexpressies	=	gezichtsexpressie
gezichtshaar	noun	het haar dat groei op het gezicht van voornamelijk mannen
gezichtshaartje	=	gezichtshaar
gezichtshaartjes	=	gezichtshaar
gezichtsharen	=	gezichtshaar
gezichtsherkenning	noun	een systeem dat kan worden gebruikt om mensen te identificeren op basis van gezichtskenmerken
gezichtsherkenningen	=	gezichtsherkenning
gezichtshoek	noun	de ruimtelijke hoek waaronder beeldschermen en displays van apparaten zijn af te lezen
gezichtshoeken	=	gezichtshoek
gezichtshuid	noun	huid van het gezicht
gezichtshuiden	=	gezichtshuid
gezichtshuidje	=	gezichtshuid
gezichtshuidjes	=	gezichtshuid
gezichtskleur	noun	de tint van de huid van iemands gelaat
gezichtskleuren	=	gezichtskleur
gezichtskleurtje	=	gezichtskleur
gezichtskleurtjes	=	gezichtskleur
gezichtskring	noun	dat wat iemand kan zien
gezichtskringen	=	gezichtskring
gezichtsloos	adj	zonder gezicht
gezichtsloost	=	gezichtsloos
gezichtslooste	=	gezichtsloos
gezichtsloze	=	gezichtsloos
gezichtslozer	=	gezichtsloos
gezichtslozere	=	gezichtsloos
gezichtslozers	=	gezichtsloos
gezichtsmasker	noun	vlak materiaal dat zo voor het gelaat is bevestigd dat iemand er zelf doorheen kan kijken, maar niet meer eenvoudig herkenbaar is
gezichtsmaskers	=	gezichtsmasker
gezichtsmaskertje	=	gezichtsmasker
gezichtsmaskertjes	=	gezichtsmasker
gezichtsmassage	noun	massage van het gezicht, gedaan door de persoon zelf of door een masseur
gezichtsmassages	=	gezichtsmassage
gezichtspijn	noun	pijn in het gelaat
gezichtspijnen	=	gezichtspijn
gezichtsprofiel	noun	omtrek van het gelaat als men het vanaf de zijkant bekijkt
gezichtsprofielen	=	gezichtsprofiel
gezichtsprothese	noun	kunstmatige vervanging van het eigen gelaat
gezichtsprotheses	=	gezichtsprothese
gezichtspunt	noun	de manier waarop iets wordt bekeken, oogpunt
gezichtspunten	=	gezichtspunt
gezichtspuntje	=	gezichtspunt
gezichtspuntjes	=	gezichtspunt
gezichtsreiniging	noun	schoonmaken van het gezicht
gezichtsreinigingen	=	gezichtsreiniging
gezichtsscherm	noun	doorzichtige kunststof gezichtsbedekking die het gezicht tegen inkomende stofdeeltjes of speekseldruppels moet beschermen
gezichtsschermen	=	gezichtsscherm
gezichtsschermpje	=	gezichtsscherm
gezichtsschermpjes	=	gezichtsscherm
gezichtsscherpte	noun	een maat voor gezichtsscherpte als onderdeel van het meeromvattende gezichtsvermogen
gezichtsscherpten	=	gezichtsscherpte
gezichtsscherptes	=	gezichtsscherpte
gezichtssluier	noun	sluier die niet alleen de haren maar ook het gelaat bedekt
gezichtssluiers	=	gezichtssluier
gezichtsspier	noun	spieren die verantwoordelijk zijn voor de gelaatsexpressie
gezichtsspieren	=	gezichtsspier
gezichtsspiertje	=	gezichtsspier
gezichtsspiertjes	=	gezichtsspier
gezichtsstoornis	noun	stoornis in het zien
gezichtsstoornissen	=	gezichtsstoornis
gezichtstransplantatie	noun	operatie waarbij het gehele gelaat van een patiënt wordt vervangen door het gelaat van een donor
gezichtstransplantaties	=	gezichtstransplantatie
gezichtstrekking	noun|obsolete	vreemde gelaatsuitdrukking zoals die ontstaat door onwillekeurige of juist bewust overdreven samentrekking van spieren aan de voorkant van het hoofd
gezichtstrekkingen	=	gezichtstrekking
gezichtsuitdrukking	noun	De gemoedstoestand die men aan het gelaat van iemand kan aflezen.
gezichtsuitdrukkingen	=	gezichtsuitdrukking
gezichtsuitdrukkinkje	=	gezichtsuitdrukking
gezichtsuitdrukkinkjes	=	gezichtsuitdrukking
gezichtsveld	noun	de ruimte die men met de ogen of een optische instrument overziet
gezichtsvelden	=	gezichtsveld
gezichtsveldje	=	gezichtsveld
gezichtsverlies	noun	verlies van het gezichtsvermogen
gezichtsverliesje	=	gezichtsverlies
gezichtsverliesjes	=	gezichtsverlies
gezichtsverliezen	=	gezichtsverlies
gezichtsvermogen	noun	de kwaliteit van het zien door een dier
gezichtsvermogens	=	gezichtsvermogen
gezichtsverzorging	noun	alle handelingen die erop gericht zijn de conditie en het uiterlijk van het gelaat te verbeteren
gezichtsverzorgingen	=	gezichtsverzorging
gezichtsverzorginkje	=	gezichtsverzorging
gezichtsverzorginkjes	=	gezichtsverzorging
gezichtsvorm	noun	de vorm van het gelaat
gezichtsvormen	=	gezichtsvorm
gezichtswassing	noun	schoonmaken van het gelaat met water
gezichtswassingen	=	gezichtswassing
gezichtuitdrukking	noun	het zichtbaar maken van emoties, intenties of reacties door het samentrekken van je gelaatsspieren.
gezichtuitdrukkingen	=	gezichtuitdrukking
gezichtuitdrukkinkje	=	gezichtuitdrukking
gezichtuitdrukkinkjes	=	gezichtuitdrukking
gezichtverlies	noun|figurative	verlies van aanzien; verlies van de goede naam
gezichtvermogen	noun	het vermogen om te zien
gezichtvermogens	=	gezichtvermogen
gezied	=	zieden
geziede	=	zieden
geziegezaagd	=	ziegezagen
gezieltoogd	=	zieltogen
gezien	adj	geacht, in aanzien	prep	met het oog op, rekening houdend met
geziene	=	zien
geziener	=	gezien
gezienere	=	gezien
gezieners	=	gezien
geziens	=	gezien
gezienst	=	gezien
gezienste	=	gezien
gezift	=	ziften
gezifte	=	ziften
gezigzagd	=	zigzaggen
gezigzagde	=	zigzaggen
gezijpeld	=	zijpelen
gezijpelde	=	zijpelen
gezin	noun	huishouden bestaande uit een of meer ouders en hun kinderen
gezind	adj	met een bepaalde neiging tot, gesteld op
gezinde	noun	gevolg van een aanzienlijk persoon
gezinden	=	gezinde
gezinderd	=	zinderen
gezindheden	=	gezindheid
gezindheid	noun	wat je ergens van vindt, innerlijke houding
gezinds	=	gezind
gezindte	noun	kerkgenootschap, geloofsgemeenschap
gezindten	=	gezindte
gezindtes	=	gezindte
gezingzegd	=	zingzeggen
gezinnen	=	gezin
gezinnend	=	gezin
gezinnende	=	gezin
gezinnetje	=	gezin
gezinnetjes	=	gezin
gezinsauto	noun	een grotere auto die geschikt is voor het vervoer van 2 volwassenen, 2-3 kinderen en hun vakantiebagage
gezinsauto's	=	gezinsauto
gezinsautootje	=	gezinsauto
gezinsautootjes	=	gezinsauto
gezinsbedrijf	noun	bedrijf waarin de leden van een gezin werken; bedrijf dat eigendom is van de leden van een gezin
gezinsbedrijfje	=	gezinsbedrijf
gezinsbedrijfjes	=	gezinsbedrijf
gezinsbedrijven	=	gezinsbedrijf
gezinsbegeleiding	noun	een vorm van ondersteuning en hulpverlening die zich richt op het hele gezin (het systeem) in plaats van alleen op het individu.
gezinsbegeleidingen	=	gezinsbegeleiding
gezinsbegeleidinkje	=	gezinsbegeleiding
gezinsbegeleidinkjes	=	gezinsbegeleiding
gezinsbeleid	noun	door de overheid genomen maatregelen ter ondersteuning van gezinnen
gezinsbesteding	noun	de totale uitgaven van een gezin of huishouden aan goederen en diensten.
gezinsbestedingen	=	gezinsbesteding
gezinsbestedinkje	=	gezinsbesteding
gezinsbestedinkjes	=	gezinsbesteding
gezinsbijslag	noun	een uitkering die men van de staat krijgt als men kinderen verzorgt en/of onderhoudt
gezinsbijslagen	=	gezinsbijslag
gezinsbudget	noun	de hoeveelheid geld die een gezin tot zijn beschikking heeft
gezinsbudgetje	=	gezinsbudget
gezinsbudgetjes	=	gezinsbudget
gezinsbudgets	=	gezinsbudget
gezinsbudgetten	=	gezinsbudget
gezinscoach	noun	begeleider van probleemgezinnen
gezinscoaches	=	gezinscoach
gezinscoachje	=	gezinscoach
gezinscoachjes	=	gezinscoach
gezinscrisis	noun	een noodsituatie binnen een gezin
gezinscrisissen	=	gezinscrisis
gezinsdrama	noun	een ingrijpende gebeurtenis in gezinsverband
gezinsdrama's	=	gezinsdrama
gezinsdramaatje	=	gezinsdrama
gezinsdramaatjes	=	gezinsdrama
gezinsdynamiek	noun	de sociale interactie die de leden van een gezin met elkaar hebben
gezinsfinanciën	noun	geldmiddelen van een gezin; de geldstromen waar een gezin mee te maken heeft; de economische toestand van een gezin
gezinsfles	noun	een grote fles waarvan de inhoud voldoende is om een heel gezin uit te laten drinken
gezinsflessen	=	gezinsfles
gezinsgeluk	noun	de voldoening die men kan hebben door te leven in een gezin
gezinsgericht	adj	met aandacht voor het gehele gezin
gezinsgerichte	=	gezinsgericht
gezinsgerichter	=	gezinsgericht
gezinsgerichtere	=	gezinsgericht
gezinsgerichters	=	gezinsgericht
gezinsgerichts	=	gezinsgericht
gezinsgerichtst	=	gezinsgericht
gezinsgerichtste	=	gezinsgericht
gezinsgrootte	noun	het aantal mensen dat deel uitmaken van één gezin
gezinsgrootten	=	gezinsgrootte
gezinsgroottes	=	gezinsgrootte
gezinshereniging	noun	hereniging van eerst gescheiden gezinsleden die meestal in verschillende landen leven bij voorbeeld van migrantengezinnen door het in het land toelaten van de in het buitenland levende gezinsleden
gezinsherenigingen	=	gezinshereniging
gezinsherenigingetje	=	gezinshereniging
gezinsherenigingetjes	=	gezinshereniging
gezinshoofd	noun	het hoofd van een gezin
gezinshoofden	=	gezinshoofd
gezinshoofdje	=	gezinshoofd
gezinshoofdjes	=	gezinshoofd
gezinshuis	noun	huis waarin een gezin woont en waar pleegkinderen kunnen worden opgenomen
gezinshuishouding	noun	de economische en sociale organisatie van een gezin.
gezinshuishoudingen	=	gezinshuishouding
gezinshuishoudinkje	=	gezinshuishouding
gezinshuishoudinkjes	=	gezinshuishouding
gezinshuisje	=	gezinshuis
gezinshuisjes	=	gezinshuis
gezinshuizen	=	gezinshuis
gezinshulp	noun	persoon die helpt in de huishouding van gezinnen die extra hulp nodig hebben
gezinshulpen	=	gezinshulp
gezinsinkomen	noun	het inkomen van alle leden van een huishouding bij elkaar opgeteld
gezinsinkomens	=	gezinsinkomen
gezinskaart	noun	kaart met gezinsgegevens
gezinskaarten	=	gezinskaart
gezinsleden	=	gezinslid
gezinsleven	noun	Dat deel van iemands leven dat zich afspeelt in zijn gezin
gezinslevens	=	gezinsleven
gezinsleventje	=	gezinsleven
gezinsleventjes	=	gezinsleven
gezinslid	noun	iemand die tot een gezin behoort
gezinsmanager	noun	helper die in drukbezette gezinnen allerlei taken op zich neemt
gezinsmanagers	=	gezinsmanager
gezinsmanagertje	=	gezinsmanager
gezinsmanagertjes	=	gezinsmanager
gezinsonvriendelijk	adj	ongeschikt voor mensen met een gezin (met kleine kinderen)
gezinsonvriendelijke	=	gezinsonvriendelijk
gezinsonvriendelijker	=	gezinsonvriendelijk
gezinsonvriendelijkere	=	gezinsonvriendelijk
gezinsonvriendelijkers	=	gezinsonvriendelijk
gezinsonvriendelijks	=	gezinsonvriendelijk
gezinsonvriendelijkst	=	gezinsonvriendelijk
gezinsonvriendelijkste	=	gezinsonvriendelijk
gezinsopvoeding	noun	opvoeding van een gezin
gezinsopvoedingen	=	gezinsopvoeding
gezinsopvoedinkje	=	gezinsopvoeding
gezinsopvoedinkjes	=	gezinsopvoeding
gezinspak	noun	een verpakking van iets die groot genoeg is voor een heel gezin
gezinspakje	=	gezinspak
gezinspakjes	=	gezinspak
gezinspakken	=	gezinspak
gezinspartij	noun	politieke partij die speciaal opkomt voor de belangen van de gezinnen in een samenleving
gezinspartijen	=	gezinspartij
gezinspeeld	=	zinspelen
gezinsplanning	noun	planning t.a.v. het aantal leden waaruit een gezin bestaat
gezinsplanningen	=	gezinsplanning
gezinspolitiek	noun	door de overheid gevoerd beleid dat betrekking heeft op gezinnen
gezinsprobleem	noun	moeilijkheden die bestaan binnen een huishouden met kinderen
gezinsprobleempje	=	gezinsprobleem
gezinsprobleempjes	=	gezinsprobleem
gezinsproblemen	=	gezinsprobleem
gezinssamenstelling	noun	de aard van de mensen die in een gezin wonen (aantal ouders, kinderen en andere mensen die tot één gezin horen)
gezinssamenstellingen	=	gezinssamenstelling
gezinssituatie	noun	de toestand van een gezin
gezinssituaties	=	gezinssituatie
gezinstherapeut	noun	psychosociaal hulpverlener die gezinnen als geheel behandelt
gezinstherapeuten	=	gezinstherapeut
gezinstherapie	noun	psychosociale behandeling van een gezin als geheel
gezinstherapieën	=	gezinstherapie
gezinstrip	noun	kort reisje met de leden van een gezin
gezinstripje	=	gezinstrip
gezinstripjes	=	gezinstrip
gezinstrippen	=	gezinstrip
gezinsuitbreiding	noun	het groter worden van een gezin door de geboorte van een baby
gezinsuitbreidingen	=	gezinsuitbreiding
gezinsuitbreidinkje	=	gezinsuitbreiding
gezinsuitbreidinkjes	=	gezinsuitbreiding
gezinsuitgave	noun	uitgave die wordt gedaan om een gezin in stand te houden
gezinsuitgaven	=	gezinsuitgave
gezinsuitgaves	=	gezinsuitgave
gezinsuitgavetje	=	gezinsuitgave
gezinsuitgavetjes	=	gezinsuitgave
gezinsuitje	noun	uitstapje voor het gehele gezin
gezinsuitjes	=	gezinsuitje
gezinsuitkering	noun	een sociale uitkering die bedoeld is voor het onderhoud van het gehele gezin
gezinsuitkeringen	=	gezinsuitkering
gezinsvader	noun	mannelijk persoon die de vader is of de vaderrol heeft van de kinderen van een gezin
gezinsvaders	=	gezinsvader
gezinsvakantie	noun	reis in de vakantie met de leden van een huishouden bestaande uit ouders en kinderen
gezinsvakanties	=	gezinsvakantie
gezinsvakantietje	=	gezinsvakantie
gezinsvakantietjes	=	gezinsvakantie
gezinsverband	noun	de samenhang van de leden van een gezin
gezinsverbanden	=	gezinsverband
gezinsverdunning	noun	verschijnsel dat een huishouding gemiddeld uit steeds minder personen bestaat
gezinsverdunningen	=	gezinsverdunning
gezinsverhouding	noun	De gezinsverhouding (of gezinsrelatie) verwijst naar de aard van de relaties en verbondenheid tussen gezinsleden: ouders en hun kinderen.
gezinsverhoudingen	=	gezinsverhouding
gezinsverhoudinkje	=	gezinsverhouding
gezinsverhoudinkjes	=	gezinsverhouding
gezinsverpakking	noun	een extra grote verpakking van een product, speciaal bedoeld voor huishoudens met meerdere personen.
gezinsverpakkingen	=	gezinsverpakking
gezinsverpakkinkje	=	gezinsverpakking
gezinsverpakkinkjes	=	gezinsverpakking
gezinsverpleging	noun	een vorm van zorg waarbij personen met een psychische stoornis of kwetsbaarheid worden opgenomen in een gewoon gezin.
gezinsverplegingen	=	gezinsverpleging
gezinsverpleginkje	=	gezinsverpleging
gezinsverpleginkjes	=	gezinsverpleging
gezinsvervangend	adj	waar mensen met professionele begeleiding in een kleine groep samenwonen als ze onvoldoende voor zichzelf kunnen zorgen
gezinsvervangende	=	gezinsvervangend
gezinsvervangends	=	gezinsvervangend
gezinsverzorging	noun	een vorm van thuiszorg waarbij professionele verzorgenden tijdelijke of langdurige hulp aan huis bieden.
gezinsverzorgingen	=	gezinsverzorging
gezinsverzorginkje	=	gezinsverzorging
gezinsverzorginkjes	=	gezinsverzorging
gezinsverzorgster	noun	vrouw die een gezin met kinderen helpt als de moeder en de vader het huishouden tijdelijk niet meer kunnen voeren
gezinsverzorgsters	=	gezinsverzorgster
gezinsvoogd	noun	iemand die door de rechter is aangewezen om toezicht te houden op een gezin, waarvan de ouders (nog) niet uit de ouderlijke macht zijn gezet
gezinsvoogden	=	gezinsvoogd
gezinsvorming	noun	het hele proces dat leidt tot een gezin van volwassen partners al of niet met kinderen, dus zowel het trouwen als het kinderen krijgen
gezinsvormingen	=	gezinsvorming
gezinsvriendelijk	adj	aantrekkelijk voor gezinnen met kinderen
gezinsvriendelijke	=	gezinsvriendelijk
gezinsvriendelijker	=	gezinsvriendelijk
gezinsvriendelijkere	=	gezinsvriendelijk
gezinsvriendelijkers	=	gezinsvriendelijk
gezinsvriendelijks	=	gezinsvriendelijk
gezinsvriendelijkst	=	gezinsvriendelijk
gezinsvriendelijkste	=	gezinsvriendelijk
gezinswagen	noun	een auto geschikt om het hele gezin met vakanitebagage te vervoeren
gezinswagens	=	gezinswagen
gezinswagentje	=	gezinswagen
gezinswagentjes	=	gezinswagen
gezinswoning	noun	bouwwerk bedoeld als vaste verblijfplaats voor ouders met hun kinderen
gezinswoningen	=	gezinswoning
gezinswoninkje	=	gezinswoning
gezinswoninkjes	=	gezinswoning
gezinszaak	noun	iets dat speciaal geschikt is voor gezinnen
gezinszaakje	=	gezinszaak
gezinszaakjes	=	gezinszaak
gezinszaken	=	gezinszaak
gezinszorg	noun	overheidsinstelling voor de verzorging van gezinnen in nood
gezinszorgen	=	gezinszorg
gezinuniversa	=	gezinuniversum
gezinuniversum	noun	de besloten wereld van het gezin
gezipt	=	zippen
gezipte	=	zippen
gezocht	adj	waarnaar gezocht wordt
gezochte	=	zoeken
gezochter	=	gezocht
gezochtere	=	gezocht
gezochters	=	gezocht
gezochts	=	gezocht
gezochtst	=	gezocht
gezochtste	=	gezocht
gezoden	=	zieden
gezoefd	=	zoeven
gezoefde	=	zoeven
gezoek	noun	aanhoudend bezig zijn om iets te vinden
gezoeld	=	zoelen
gezoem	noun	het voortdurend een zoemend geluid voortbrengen
gezoemd	=	zoemen
gezoemen	=	gezoem
gezoen	noun	het aanhoudend kussen
gezoend	=	zoenen
gezoende	=	zoenen
gezoet	=	zoeten
gezoete	=	zoeten
gezoetvijld	=	zoetvijlen
gezoetvijlde	=	zoetvijlen
gezogen	=	zuigen
gezolderd	=	zolderen
gezolderde	=	zolderen
gezomerd	=	zomeren
gezond	adj	vrij van ziektes en zeertes
gezonde	=	zonnen
gezonden	=	zenden
gezondene	noun	iemand die ergens naar toe gestuurd is om daar iets mede te delen
gezondenen	=	gezondene
gezonder	=	gezond
gezonderd	=	zonderen
gezondere	=	gezond
gezonders	=	gezond
gezondheid	noun	welbevinden, in goede staat zijn	intj	een uitroep als iemand niest of hoest
gezondheidrisico	noun	iets dat een gevaar oplevert voor de (volks)gezondheid
gezondheidrisico's	=	gezondheidrisico
gezondheidsagentschap	noun	een overheidsinstelling die zich bezig houdt met de volksgezondheid
gezondheidsagentschappen	=	gezondheidsagentschap
gezondheidsarmband	noun	armbandje dat een positieve invloed zou hebben op de gezondheid van de drager van dat armbandje
gezondheidsarmbanden	=	gezondheidsarmband
gezondheidsarmbandje	=	gezondheidsarmband
gezondheidsarmbandjes	=	gezondheidsarmband
gezondheidsaspect	noun	de kant van een zaak die betrekking heeft op de gezondheid
gezondheidsaspecten	=	gezondheidsaspect
gezondheidsassistent	noun	iemand die een medisch hulpverlener assisteert
gezondheidsassistenten	=	gezondheidsassistent
gezondheidsattest	noun	bewijs dat men niet lijdt aan een ziekte
gezondheidsattesten	=	gezondheidsattest
gezondheidsautoriteit	noun	overheidsdienst die zich bezighoudt met de gezondheid van de bevolking
gezondheidsautoriteiten	=	gezondheidsautoriteit
gezondheidsbelang	noun	de waarde van een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid
gezondheidsbelangen	=	gezondheidsbelang
gezondheidsbeleid	noun	alle maatregelen die een overheid neemt om de gezondheidstoestand van de bevolking te optimaliseren
gezondheidsbescherming	noun	alle maatregelen die genomen worden om te voorkomen dat men ziek wordt
gezondheidsbeschermingen	=	gezondheidsbescherming
gezondheidsbevordering	noun	het stimuleren van een gezonde levensstijl
gezondheidsbevorderingen	=	gezondheidsbevordering
gezondheidsboulevard	noun	plaats waar meerdere hulpverleners praktijk houden en waar vaak ook winkels met medische hulpmiddelen gevestigd zijn
gezondheidsboulevards	=	gezondheidsboulevard
gezondheidsbril	noun	bril die een stoornis aan het oog corrigeert; bril ter correctie van bijziendheid of verziendheid
gezondheidsbrillen	=	gezondheidsbril
gezondheidsbudget	noun	hoeveelheid geld die beschikbaar is voor de gezondheidszorg
gezondheidsbudgetje	=	gezondheidsbudget
gezondheidsbudgetjes	=	gezondheidsbudget
gezondheidsbudgetten	=	gezondheidsbudget
gezondheidscentra	=	gezondheidscentrum
gezondheidscentrum	noun	gebouw waarin verschillende medische voorzieningen gehuisvest zijn
gezondheidscentrums	=	gezondheidscentrum
gezondheidscertificaat	noun	een document dat officieel de staat van goede gezondheid bevestigt
gezondheidscertificaatje	=	gezondheidscertificaat
gezondheidscertificaatjes	=	gezondheidscertificaat
gezondheidscertificaten	=	gezondheidscertificaat
gezondheidscheck	noun	test betreffende het wel of niet ziek zijn van een persoon
gezondheidschecks	=	gezondheidscheck
gezondheidsclaim	noun	claim van de fabrikant op de verpakking dat het product een bepaalde positieve uitwerking heeft op de gezondheid
gezondheidsclaimpje	=	gezondheidsclaim
gezondheidsclaimpjes	=	gezondheidsclaim
gezondheidsclaims	=	gezondheidsclaim
gezondheidscoach	noun	iemand die gezondheidsadviezen geeft en mensen helpt met die na te volgen
gezondheidscoaches	=	gezondheidscoach
gezondheidscommissie	noun	groep personen met een bepaalde opdracht rond gezondheid of voor een bepaald doel ten aanzien van gezondheid bijeengeroepen
gezondheidscommissies	=	gezondheidscommissie
gezondheidscontrole	noun	onderzoek naar de gezondheidstoestand van ets of iemand
gezondheidscontroles	=	gezondheidscontrole
gezondheidscrisis	noun	een acute situatie waarin een probleem bestaat ten aanzien van de gezondheid of de gezondheidszorg
gezondheidscrisisje	=	gezondheidscrisis
gezondheidscrisisjes	=	gezondheidscrisis
gezondheidscrisissen	=	gezondheidscrisis
gezondheidsdictaturen	=	gezondheidsdictatuur
gezondheidsdictatuur	noun	de medogenloze overheersing door een gezondheidsideaal
gezondheidsdictatuurtje	=	gezondheidsdictatuur
gezondheidsdictatuurtjes	=	gezondheidsdictatuur
gezondheidsdienst	noun	overheidsdienst die zorgt voor de volksgezondheidszorg in een bepaald gebied
gezondheidsdiensten	=	gezondheidsdienst
gezondheidsdienstje	=	gezondheidsdienst
gezondheidsdienstjes	=	gezondheidsdienst
gezondheidseconomie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de verdeling van schaarse middelen in de gezondheidszorg
gezondheidseconomieën	=	gezondheidseconomie
gezondheidseffect	noun	uitwerking op de gezondheid
gezondheidseffecten	=	gezondheidseffect
gezondheidseis	noun	medische voorwaarden waaraan voldaan moet worden wil men ergens aan kunnen deelnemen
gezondheidseisen	=	gezondheidseis
gezondheidsenquête	noun	onderzoek naar de gezondheidstoestand van een groep mensen met behulp van een vragenlijst
gezondheidsenquêtes	=	gezondheidsenquête
gezondheidsenquêtetje	=	gezondheidsenquête
gezondheidsenquêtetjes	=	gezondheidsenquête
gezondheidsethiek	noun	deelgebied van de ethiek dat gaat over hoe men 'goede' medische zorg kan leveren; deel gebied van de ethiek dat gaat over ethische dilemma's in de gezondheidszorg
gezondheidsfacturen	=	gezondheidsfactuur
gezondheidsfactuur	noun	kosten voor de gezondheid; globale kostprijs van de medische zorg
gezondheidsfonds	noun	organisatie die een kapitaal beheert dat gebruikt kan worden voor het bevorderen van de gezondheid of het bestrijden van een ziekte
gezondheidsfondsen	=	gezondheidsfonds
gezondheidsfreak	noun	iemand die op een overdrevenen vaak ook vreemde manier bezig is met zijn eigen gezondheid
gezondheidsfreaks	=	gezondheidsfreak
gezondheidshuis	noun	gebouw waarin verschillende medische en paramedische diensten zijn gehuisvest
gezondheidshuizen	=	gezondheidshuis
gezondheidsindex	noun	prijsindexcijfer waarbij geen rekening wordt gehouden met de prijsontwikkeling van tabak, alcohol, benzine en diesel
gezondheidsindexen	=	gezondheidsindex
gezondheidsindices	=	gezondheidsindex
gezondheidsindustrie	noun	alle bedrijven die medische apparatuur maken
gezondheidsindustrieën	=	gezondheidsindustrie
gezondheidsinformatie	noun	gegevens over de medische voorgeschiedenis van een persoon
gezondheidsinspectie	noun	instantie die toezicht houdt op zaken die de gezondheid en de gezondheidszorg betreffen
gezondheidsinspecties	=	gezondheidsinspectie
gezondheidsinstelling	noun	organisatie actief in de gezondheidszorg
gezondheidsinstellingen	=	gezondheidsinstelling
gezondheidsinstituten	=	gezondheidsinstituut
gezondheidsinstituut	noun	instelling die zich richt op zaken die betrekking hebben op de (volks)gezondheid
gezondheidsinstituutje	=	gezondheidsinstituut
gezondheidsinstituutjes	=	gezondheidsinstituut
gezondheidskaart	noun	kaart waarop medische hulpverleners staan vermeld die in een bepaald gebied actief zijn
gezondheidskaarten	=	gezondheidskaart
gezondheidskaartje	=	gezondheidskaart
gezondheidskaartjes	=	gezondheidskaart
gezondheidsklacht	noun	problemen met de gezondheid waarover men klaagt
gezondheidsklachten	=	gezondheidsklacht
gezondheidskolonie	noun	op een rustige, landelijke plaats gelegen instelling waar men zieken kan huisvesten en verplegen
gezondheidskolonies	=	gezondheidskolonie
gezondheidskoloniën	=	gezondheidskolonie
gezondheidskost	noun|obsolete	uitgaven voor medische zorg
gezondheidskosten	noun	uitgaven voor medische zorg
gezondheidskwestie	noun	een probleem de gezondheid betreffende
gezondheidskwesties	=	gezondheidskwestie
gezondheidskwestietje	=	gezondheidskwestie
gezondheidskwestietjes	=	gezondheidskwestie
gezondheidsleer	noun	wetenschap over wat te doen om de gezondheid te bevorderen
gezondheidsmakelaar	noun	iemand de de medische zorg voor een patiënt of groep organiseert
gezondheidsmakelaars	=	gezondheidsmakelaar
gezondheidsmakelaren	=	gezondheidsmakelaar
gezondheidsmanie	noun	een plotselinge, overdreven rage die betrekking heeft op de gezondheid van mensen
gezondheidsmanies	=	gezondheidsmanie
gezondheidsmanieën	=	gezondheidsmanie
gezondheidsmarkt	noun	vraag naar en aanbod van medische producten
gezondheidsmarkten	=	gezondheidsmarkt
gezondheidsmatras	noun	een matras die extra gezond zou zijn om op te slapen; een matras voor mensen met slaapstroornissen
gezondheidsmatrassen	=	gezondheidsmatras
gezondheidsminister	noun	politiek bestuurder die leiding geeft aan een overheidsdepartement dat probeert te voorkomen dat mensen ziektes krijgen en ervoor zorgt dat ze hulp krijgen als dat toch gebeurt
gezondheidsministers	=	gezondheidsminister
gezondheidsmonitor	noun	rapport over de gezondheidstoestand van een bepaalde populatie
gezondheidsmonitoren	=	gezondheidsmonitor
gezondheidsmonitors	=	gezondheidsmonitor
gezondheidsnorm	noun	waarde die aangeeft wat men nog als niet schadelijk voor de gezondheid kan of mag accepteren
gezondheidsnormen	=	gezondheidsnorm
gezondheidsonderzoek	noun	onderzoek naar de gezondheidstoestand van een groep mensen
gezondheidsonderzoeken	=	gezondheidsonderzoek
gezondheidsoorlog	noun	de toestand waarbij er een ziekte heerst waartegen men zware middelen inzet om de ziekte te bestrijden en in te dammen
gezondheidsoorlogen	=	gezondheidsoorlog
gezondheidsopvoeding	noun	een proces dat mensen helpt gezonde keuzes te maken, bewust om te gaan met hun leefstijl, voeding en welzijn, en weerbaar te worden in de maatschappij.
gezondheidsopvoedingen	=	gezondheidsopvoeding
gezondheidsopvoedinkje	=	gezondheidsopvoeding
gezondheidsopvoedinkjes	=	gezondheidsopvoeding
gezondheidsorganisatie	noun	instituut dat adviezen geeft voor het te voeren gezondheidsbeleid
gezondheidsorganisaties	=	gezondheidsorganisatie
gezondheidsoverweging	noun	argumenten die betrekking hebben op het gezond zijn en gezond blijven
gezondheidsoverwegingen	=	gezondheidsoverweging
gezondheidsoverweginkje	=	gezondheidsoverweging
gezondheidsoverweginkjes	=	gezondheidsoverweging
gezondheidsplan	noun	voornemen op het gebied van de gezondheid(szorg)
gezondheidsplannen	=	gezondheidsplan
gezondheidspolitie	noun	deel van de politie die toeziet op de naleving van gezondheidswetgeving
gezondheidsportaal	noun	website waar men links vindt die betrekking hebben op gezondheid, ziekte en gezondheidszorg
gezondheidsportalen	=	gezondheidsportaal
gezondheidspreventie	noun	maatregelen ter voorkoming van ziektes; gezondheidbevorderende maatregelen
gezondheidspreventies	=	gezondheidspreventie
gezondheidsprobleem	noun	ziektes, aandoeningen en klachten die het lichamelijk of psychisch welbevinden nadelig beïnvloeden.
gezondheidsprobleempje	=	gezondheidsprobleem
gezondheidsprobleempjes	=	gezondheidsprobleem
gezondheidsproblematiek	noun	het geheel van ziekten en aandoeningen die effect hebben op de gezondheidstoestand van een persoon
gezondheidsproblematieken	=	gezondheidsproblematiek
gezondheidsproblemen	=	gezondheidsprobleem
gezondheidsproduct	noun	iets dat door mensen gemaakt is om de gezondheid te bevorderen
gezondheidsproducten	=	gezondheidsproduct
gezondheidsprofiel	noun	beschrijving van de gezondheid van een groep mensen of één enkel individu aan de hand van meer dan één parameter
gezondheidsprofielen	=	gezondheidsprofiel
gezondheidsprofieltje	=	gezondheidsprofiel
gezondheidsprofieltjes	=	gezondheidsprofiel
gezondheidsprogramma	noun	een samenhangend geheel van maatregelen die gericht is op de bevordering van de gezondheid van een groep mensen
gezondheidsprogramma's	=	gezondheidsprogramma
gezondheidsproject	noun	een in de tijd begrensde activiteit die gericht is op de bevordering van de gezondheid van personen en groepen
gezondheidsprojecten	=	gezondheidsproject
gezondheidspromotie	noun	het bevorderen van een gezonde levensstijl
gezondheidspromoties	=	gezondheidspromotie
gezondheidspsychologie	noun	de wetenschap die de relatie tussen psyche en gezondheid onderzoekt
gezondheidsraad	noun	een wetenschappelijk adviesorgaan dat een overheid gevraagd en ongevraagd adviseert op het gebied van gezondheid en gezondheidsonderzoek
gezondheidsraden	=	gezondheidsraad
gezondheidsrage	noun	plotseling opkomende mode betreffende de gezondheid van mensen
gezondheidsrages	=	gezondheidsrage
gezondheidsrecht	noun	alle juridische wetgeving rond gezondheid en gezondheidszorg
gezondheidsrechten	=	gezondheidsrecht
gezondheidsreden	noun	medisch argument; medische overweging; medische reden
gezondheidsredenen	noun	medisch argument; medische overweging; medische redenen
gezondheidsredentje	=	gezondheidsreden
gezondheidsredentjes	=	gezondheidsreden
gezondheidsregel	noun	voorschrift dat men moet opvolgen als men gezond wil blijven
gezondheidsregels	=	gezondheidsregel
gezondheidsregio	noun	gebied dat vanuit één centraal punt bestuurd wordt betreffende de sociale gezondheidszorg
gezondheidsregio's	=	gezondheidsregio
gezondheidsreis	noun	een reis die men maakt voor het ondergaan van een medische behandeling
gezondheidsreisje	=	gezondheidsreis
gezondheidsreisjes	=	gezondheidsreis
gezondheidsreizen	=	gezondheidsreis
gezondheidsrisico	noun	iets wat een grotere kans op ziektes of aandoeningen veroorzaakt
gezondheidsrisico's	=	gezondheidsrisico
gezondheidsschade	noun	schade aan de gezondheid
gezondheidsschaden	=	gezondheidsschade
gezondheidsschades	=	gezondheidsschade
gezondheidsschizofreen	noun	iemand die te bezeten is van gezondheid en zogenaamd gezond gedrag
gezondheidsschizofrenen	=	gezondheidsschizofreen
gezondheidssector	noun	het geheel aan activiteiten dat gericht is op de verbetering van de gezondheid van de mensen
gezondheidssectoren	=	gezondheidssector
gezondheidssectors	=	gezondheidssector
gezondheidssituatie	noun	het lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden van een levend wezen
gezondheidssituaties	=	gezondheidssituatie
gezondheidsspa	noun	wellnesscentrum waar men allerlei behandelingen aanbiedt die de gezondheid zouden kunnen verbeteren
gezondheidsspa's	=	gezondheidsspa
gezondheidsspeciaalzaak	noun	winkel waar men producten verkoopt die de gezondheid misschien zouden kunnen verbeteren
gezondheidsspeciaalzaken	=	gezondheidsspeciaalzaak
gezondheidsstelsel	noun	het geheel van alle medische voorzieningen, inclusief ziekenhuizen, laboratoria, artsen en ander medisch personeel, spoeddiensten en meer
gezondheidsstelsels	=	gezondheidsstelsel
gezondheidsstelseltje	=	gezondheidsstelsel
gezondheidsstelseltjes	=	gezondheidsstelsel
gezondheidsstreven	noun	het streven naar een zo goed mogelijke gezondheidstoestand voor een persoon of groep personen
gezondheidssysteem	noun	het geheel van samenwerkende organisaties, instanties en bedrijven die gezondheidszorg leveren in een bepaald land
gezondheidssystemen	=	gezondheidssysteem
gezondheidstechniek	noun	de techniek die men gebruikt in de gezondheidszorg
gezondheidstechnieken	=	gezondheidstechniek
gezondheidstest	noun	onderzoek naar de gezondheidstoestand van een persoon; onderzoek of iemand een bepaalde ziekte heeft
gezondheidstesten	=	gezondheidstest
gezondheidstests	=	gezondheidstest
gezondheidstoerisme	noun	het bezoeken van plaatsen en/of gebieden buiten het eigen woongebied ter bevordering van de mentale of fysieke gezondheid
gezondheidstoestand	noun	het volledige fysieke, spirituele en sociale welzijn
gezondheidstoestanden	=	gezondheidstoestand
gezondheidstoestandje	=	gezondheidstoestand
gezondheidstoestandjes	=	gezondheidstoestand
gezondheidsvakantie	noun	een vakantie die dient om gezond te blijven of te worden
gezondheidsvakanties	=	gezondheidsvakantie
gezondheidsverklaring	noun	een officiële bewering betreffende de gezondheidstoestand van iemand of van zichzelf
gezondheidsverklaringen	=	gezondheidsverklaring
gezondheidsverklarinkje	=	gezondheidsverklaring
gezondheidsverklarinkjes	=	gezondheidsverklaring
gezondheidsverzekering	noun	een verzekering voor de ziektekosten
gezondheidsverzekeringen	=	gezondheidsverzekering
gezondheidsverzekeringetje	=	gezondheidsverzekering
gezondheidsverzekeringetjes	=	gezondheidsverzekering
gezondheidsvoeding	noun	eten dat dient om gezond te blijven of te worden
gezondheidsvoedingen	=	gezondheidsvoeding
gezondheidsvoedinkje	=	gezondheidsvoeding
gezondheidsvoedinkjes	=	gezondheidsvoeding
gezondheidsvoordeel	noun	een verbetering van het geestelijke en lichamelijke welbevinden
gezondheidsvoordelen	=	gezondheidsvoordeel
gezondheidsvoorlichting	noun	het geven van adviezen over zaken die de gezondheid beïnvloeden
gezondheidsvoorlichtingen	=	gezondheidsvoorlichting
gezondheidsvoorziening	noun	de infrastructuur die nodig is voor het geven van medische hulp
gezondheidsvoorzieningen	=	gezondheidsvoorziening
gezondheidswaarschuwing	noun	mededeling dat iets schadelijk voor de gezondheid is; mededeling dat men ergens ziek van kan worden
gezondheidswaarschuwingen	=	gezondheidswaarschuwing
gezondheidswerker	noun	iemand die in de gezondheidszorg werkzaam is
gezondheidswerkers	=	gezondheidswerker
gezondheidswet	noun	wet die de gezondheid van inwoners van een land probeert te beschermen en de gezondheidszorg reguleert
gezondheidswetenschap	noun	de wetenschap die factoren onderzoek die de gezondheid van mens en dier kunnen beïnvloeden
gezondheidswetenschappen	=	gezondheidswetenschap
gezondheidswetenschapper	noun	persoon die onderzoek doet naar factoren die de gezondheid bevorderen en de kans op het krijgen van ziekten verkleinen
gezondheidswetenschappers	=	gezondheidswetenschapper
gezondheidswetgeving	noun	alle wetten en verordeningen die betrekking hebben op de gezondheid en de gezondheidszorg
gezondheidswetgevingen	=	gezondheidswetgeving
gezondheidswetten	=	gezondheidswet
gezondheidswijzer	noun	informatiebron op het gebied van gezondheid en de gezondheidszorg
gezondheidswijzers	=	gezondheidswijzer
gezondheidswinst	noun	verbetering van het lichamelijk en geestelijk welbevinden
gezondheidswinsten	=	gezondheidswinst
gezondheidszaak	noun	een kwestie die te maken heeft met de gezondheid
gezondheidszadel	noun	fietszadel dat minder belastend is voor het lichaam van de fietser
gezondheidszadels	=	gezondheidszadel
gezondheidszadeltje	=	gezondheidszadel
gezondheidszadeltjes	=	gezondheidszadel
gezondheidszaken	noun	dingen die te maken hebben met de gezondheid
gezondheidszorg	noun	alle personen en organisaties die betrokken zijn bij de bevordering van het lichamelijke en geestelijke welbevinden van mensen en het behandelen van zieken
gezondheidszorgbeleid	noun	de plannen en de voornemens van een overheid betreffende de gezondheidszorg
gezondheidszorgen	=	gezondheidszorg
gezondheidszorgfunctie	noun	gebouw die de gebruikersfunctie heeft om gebruikt te worden voor de gezondheidszorg
gezondheidszorgfuncties	=	gezondheidszorgfunctie
gezondheidszorginstelling	noun	organisatie die betrokken is bij het geven van medische zorg; plaats waar men zieke mensen behandelt
gezondheidszorginstellingen	=	gezondheidszorginstelling
gezondheidszorgje	=	gezondheidszorg
gezondheidszorgpsychologen	=	gezondheidszorgpsycholoog
gezondheidszorgpsycholoog	noun	psycholoog die psychologische zorg verleent aan mensen met lichamelijke of geestelijke ziekten
gezondheidszorgsysteem	noun	de organisatie van de medische zorg
gezondheidszorgsystemen	=	gezondheidszorgsysteem
gezondheidszorgvoorziening	noun	instelling waar men medische hulp kan ontvangen
gezondheidszorgvoorzieningen	=	gezondheidszorgvoorziening
gezondheidwinst	noun	verbetering van het lichamelijk en geestelijk welbevinden
gezondheidwinsten	=	gezondheidwinst
gezondigd	=	zondigen
gezondmaker	noun	iets dat gezond maakt
gezondmakers	=	gezondmaker
gezondmakertje	=	gezondmaker
gezondmakertjes	=	gezondmaker
gezondmaking	noun	sanering
gezondmakingen	=	gezondmaking
gezondmakinkje	=	gezondmaking
gezondmakinkjes	=	gezondmaking
gezonds	=	gezond
gezondsheidszorg	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het bevorderen van de gezondheid en het verzorgen van patiënten
gezondst	=	gezond
gezondste	=	gezond
gezondwording	noun	het proces van het verbeteren en versterken van de lichamelijke, geestelijke en sociale gezondheid.
gezondwordingen	=	gezondwording
gezondwordinkje	=	gezondwording
gezondwordinkjes	=	gezondwording
gezoneerd	=	zoneren
gezoneerde	=	zoneren
gezongen	=	zingen
gezonken	adj	ongecontroleerd onder het oppervlak van een vloeistof verdwenen
gezonkens	=	gezonken
gezonnebaad	=	zonnebaden
gezonnen	=	zinnen
gezoogd	=	zogen
gezoogde	=	zogen
gezooid	=	zooien
gezoold	=	zolen
gezoolde	=	zolen
gezoomd	=	zomen
gezoomde	=	zomen
gezopen	=	zuipen
gezorbd	=	zorben
gezorgd	=	zorgen
gezottebold	=	zottebollen
gezout	=	zouten
gezouten	=	zouten
gezucht	=	zuchten
gezuidelijkt	=	zuidelijken
gezuig	noun	het aanhoudend stofzuigen
gezuimd	=	zuimen
gezuip	noun	het telkens of aanhoudend zuipen
gezuiverd	adj	van iets dat het schoongemaakt is
gezuiverde	=	zuiveren
gezuiverder	=	gezuiverd
gezuiverdere	=	gezuiverd
gezuiverders	=	gezuiverd
gezuiverds	=	gezuiverd
gezuiverdst	=	gezuiverd
gezuiverdste	=	gezuiverd
gezult	=	zulten
gezulte	=	zulten
gezumbaad	=	zumbaën
gezusterlijk	adj	zoals hoort bij zussen
gezusterlijke	=	gezusterlijk
gezusterlijker	=	gezusterlijk
gezusterlijkere	=	gezusterlijk
gezusterlijkers	=	gezusterlijk
gezusterlijks	=	gezusterlijk
gezusterlijkst	=	gezusterlijk
gezusterlijkste	=	gezusterlijk
gezusters	noun	zusters in betrekking tot elkaar of bij elkaar
gezuurd	=	zuren
gezuurde	=	zuren
gezwaai	noun	het telkens of aanhoudend zwaaien met handen of armen
gezwaaid	=	zwaaien
gezwaaide	=	zwaaien
gezwabbeld	=	zwabbelen
gezwabber	noun	het zonder duidelijk plan of doel steeds maar weer wat anders doen en zeggen
gezwabberd	=	zwabberen
gezwabberde	=	zwabberen
gezwabd	=	zwabben
gezwachteld	=	zwachtelen
gezwachtelde	=	zwachtelen
gezwadderd	=	zwadderen
gezwaffeld	=	zwaffelen
gezwalk	noun	het dralend, tastend en zoekend zonder vaste koers bewegen
gezwalkt	=	zwalken
gezwalpt	=	zwalpen
gezwaluwstaart	=	zwaluwstaarten
gezwaluwstaarte	=	zwaluwstaarten
gezwam	noun|informal	oppervlakkige leuterpraat, gezwets
gezwamd	=	zwammen
gezwamde	=	zwammen
gezwangerd	=	zwangeren
gezwangerde	=	zwangeren
gezwansd	=	zwanzen
gezwartepiet	=	zwartepieten
gezwatel	noun	voortdurend zeuren
gezwateld	=	zwatelen
gezwaveld	=	zwavelen
gezwavelde	=	zwavelen
gezwede	=	zweden
gezweed	=	zweden
gezweef	noun	voortdurend vliegen zonder dat er kracht gezet hoeft te worden
gezweefd	=	zweven
gezweefvliegd	=	zweefvliegen
gezweeld	=	zwelen
gezweelde	=	zwelen
gezweemd	=	zwemen
gezweept	=	zwepen
gezweerd	=	zweren
gezweet	=	zweten
gezwegen	=	zwijgen
gezwel	noun	een onnatuurlijke verdikking in het weefsel
gezwelgd	=	zwelgen
gezwellen	=	gezwel
gezwelletje	=	gezwel
gezwelletjes	=	gezwel
gezwem	noun	doorlopend zwemmen
gezwendeld	=	zwendelen
gezwengeld	=	zwengelen
gezwenk	noun	gedraai
gezwenkt	=	zwenken
gezwermd	=	zwermen
gezwete	=	zweten
gezweten	=	zweten
gezwets	noun	onsamenhangend gepraat, gewauwel
gezwetst	=	zwetsen
gezwicht	=	zwichten
gezwichte	=	zwichten
gezwiept	=	zwiepen
gezwiepte	=	zwiepen
gezwierbold	=	zwierbollen
gezwierd	=	zwieren
gezwierde	=	zwieren
gezwijmd	=	zwijmen
gezwijmel	noun	aanhoudend al te extatisch en romantisch doen
gezwijmeld	=	zwijmelen
gezwijmerd	=	zwijmeren
gezwijnd	=	zwijnen
gezwikt	=	zwikken
gezwikte	=	zwikken
gezwind	=	zwinden
gezwinde	=	zwinden
gezwinder	=	zwinden
gezwindere	=	zwinden
gezwinders	=	zwinden
gezwindheid	noun	rapheid, snelheid, vaart, vlugheid
gezwinds	=	zwinden
gezwindst	=	zwinden
gezwindste	=	zwinden
gezwingeld	=	zwingelen
gezwingelde	=	zwingelen
gezwirreld	=	zwirrelen
gezwoeg	noun	aan houdend hard en moeizaam werken
gezwoegd	=	zwoegen
gezwolgen	=	zwelgen
gezwollen	adj	van een rivier dat er zoveel water doorheen stroomt dat ze haast buiten haar oevers treedt
gezwollener	=	gezwollen
gezwolleners	=	gezwollen
gezwollenheden	=	gezwollenheid
gezwollenheid	noun	het opgezet, opgeblazen zijn
gezwollens	=	gezwollen
gezwollenst	=	gezwollen
gezwollenste	=	gezwollen
gezwommen	=	zwemmen
gezwonden	=	zwinden
gezwongen	=	zwing
gezworen	=	zweren
gezworene	noun	iemand die iets d.m.v. een eed heeft belooft
gezworenen	=	gezworene
gezworven	=	zwerven
geëbd	=	ebben
geëcarteerd	=	ecarteren
geëcarteerde	=	ecarteren
geëchelonneerd	=	echelonneren
geëchode	=	echoën
geëchood	=	echoën
geëcht	=	echten
geëchte	=	echten
geëcologiseerd	=	ecologiseren
geëcologiseerde	=	ecologiseren
geëconomiseerd	=	economiseren
geëditeerd	=	editeren
geëditeerde	=	editeren
geëdublogd	=	edubloggen
geëenendertigd	=	eenendertigen
geëenentwintigd	=	eenentwintigen
geëerbiedigd	=	eerbiedigen
geëerbiedigde	=	eerbiedigen
geëerd	adj	van een persoon dat hij of zij respect verdient en ook krijgt
geëerde	=	eren
geëerder	=	geëerd
geëerdere	=	geëerd
geëerders	=	geëerd
geëerds	=	geëerd
geëerdst	=	geëerd
geëerdste	=	geëerd
geëest	=	eesten
geëeste	=	eesten
geëffectueerd	=	effectueren
geëffectueerde	=	effectueren
geëffend	=	effenen
geëffende	=	effenen
geëgaliseerd	=	egaliseren
geëgaliseerde	=	egaliseren
geëgd	=	eggen
geëgde	=	eggen
geëgosurfd	=	egosurfen
geëgosurft	=	egosurfen
geëgotript	=	egotrippen
geëigend	adj	~ tot: geschikt voor iets
geëigende	=	eigenen
geëigender	=	geëigend
geëigendere	=	geëigend
geëigenders	=	geëigend
geëigends	=	geëigend
geëigendst	=	geëigend
geëigendste	=	geëigend
geëikeld	=	eikelen
geëind	=	eind
geëinde	=	eind
geëindigd	=	eindigen
geëindigde	=	eindigen
geëist	=	eisen
geëiste	=	eisen
geëjaculeerd	=	ejaculeren
geëjecteerd	=	ejecteren
geëlektrificeerd	=	elektrificeren
geëlektrificeerde	=	elektrificeren
geëlektriseerd	=	elektriseren
geëlektriseerde	=	elektriseren
geëlektrocuteerd	=	elektrocuteren
geëlektrocuteerde	=	elektrocuteren
geëleveerd	=	eleveren
geëlideerd	=	elideren
geëlimineerd	=	elimineren
geëlimineerde	=	elimineren
geëlueerd	=	elueren
geëlueerde	=	elueren
geëlven	num	met het aantal van elf, elf samen
geëmailleerd	=	emailleren
geëmailleerde	=	emailleren
geëmancipeerd	=	emanciperen
geëmaneerd	=	emaneren
geëmballeerd	=	emballeren
geëmballeerde	=	emballeren
geëmbarkeerd	=	embarkeren
geëmbarkeerde	=	embarkeren
geëmbed	=	embedden
geëmendeerd	=	emenderen
geëmendeerde	=	emenderen
geëmigreerd	=	emigreren
geëmigreerde	=	emigreren
geëmitteerd	=	emitteren
geëmitteerde	=	emitteren
geëmmer	noun	aanhoudend ruzieachtig geklaag zonder dat daar een echt goede reden voor is
geëmmerd	=	emmeren
geëmotioneerd	adj	gevoelsmatig geraakt zijn en dat ook tonen
geëmotioneerde	=	emotioneren
geëmotioneerder	=	geëmotioneerd
geëmotioneerdere	=	geëmotioneerd
geëmotioneerders	=	geëmotioneerd
geëmotioneerds	=	geëmotioneerd
geëmotioneerdst	=	geëmotioneerd
geëmotioneerdste	=	geëmotioneerd
geëmpowerd	=	empoweren
geëmuleerd	=	emuleren
geëmulgeerd	=	emulgeren
geëmulgeerde	=	emulgeren
geëncadreerd	=	encadreren
geëncadreerde	=	encadreren
geëncanailleerd	=	encanailleren
geëncodeerd	=	encoderen
geëncrypteerd	=	encrypteren
geëncrypteerde	=	encrypteren
geëndosseerd	=	endosseren
geëndosseerde	=	endosseren
geënerveerd	=	enerveren
geënerveerde	=	enerveren
geëngageerd	adj	bij de tijdsproblemen betrokken
geëngageerde	=	engageren
geëngageerder	=	geëngageerd
geëngageerdere	=	geëngageerd
geëngageerders	=	geëngageerd
geëngageerdheid	noun	het geëngageerd zijn
geëngageerds	=	geëngageerd
geëngageerdst	=	geëngageerd
geëngageerdste	=	geëngageerd
geënquêteerd	=	enquêteren
geënquêteerde	=	enquêteren
geënsceneerd	=	ensceneren
geënsceneerde	=	ensceneren
geënt	=	enten
geëntameerd	=	entameren
geëntameerde	=	entameren
geënte	=	enten
geënterd	=	enteren
geënterde	=	enteren
geëntertaind	=	entertainen
geëntertainde	=	entertainen
geënthousiasmeerd	=	enthousiasmeren
geënthousiasmeerde	=	enthousiasmeren
geëntraineerd	=	entraineren
geënumereerd	=	enumereren
geënveloppeerd	=	envelopperen
geëpateerd	=	epateren
geëpateerde	=	epateren
geëpibreerd	=	epibreren
geëpileerd	=	epileren
geëpileerde	=	epileren
geëquipeerd	=	equiperen
geëquipeerde	=	equiperen
geërfd	=	erven
geërfde	=	erven
geërgerd	=	ergeren
geërgerde	=	ergeren
geërodeerd	=	eroderen
geërodeerde	=	eroderen
geërotiseerd	=	erotiseren
geëscaleerd	=	escaleren
geëscaleerde	=	escaleren
geëscorteerd	=	escorteren
geëscorteerde	=	escorteren
geëssayeerd	=	essayeren
geëssayeerde	=	essayeren
geët	=	ette
geëtaleerd	=	etaleren
geëtaleerde	=	etaleren
geëtiketteerd	=	etiketteren
geëtiketteerde	=	etiketteren
geëtst	=	etsen
geëtte	=	ette
geëtter	noun	aanhoudend vervelend treiteren
geëtterd	=	etteren
geëuthanaseerd	=	euthanaseren
geëuthanaseerde	=	euthanaseren
geëvacueerd	=	evacueren
geëvacueerde	=	evacueren
geëvalueerd	=	evalueren
geëvalueerde	=	evalueren
geëvangeliseerd	=	evangeliseren
geëvangeliseerde	=	evangeliseren
geëvaporeerd	=	evaporeren
geëvaporeerde	=	evaporeren
geëvenaard	=	evenaren
geëvenaarde	=	evenaren
geëvend	adj	voorzien van stukken ter weerszijden gerangschikt in dezelfde richting
geëvende	=	geëvend
geëvends	=	geëvend
geëvoceerd	=	evoceren
geëvoceerde	=	evoceren
geëvolueerd	=	evolueren
geëvolueerde	=	evolueren
geëvoqueerd	=	evoqueren
geëvoqueerde	=	evoqueren
geëxacerbeerd	=	exacerberen
geëxalteerd	=	exalteren
geëxamineerd	=	examineren
geëxamineerde	=	examineren
geëxcelleerd	=	excelleren
geëxcerceerd	=	exerceren
geëxcerpeerd	=	excerperen
geëxcerpeerde	=	excerperen
geëxciteerd	=	exciteren
geëxciteerde	=	exciteren
geëxclameerd	=	exclameren
geëxclameerde	=	exclameren
geëxcommuniceerd	=	excommuniceren
geëxcommuniceerde	=	excommuniceren
geëxcuseerd	=	excuseren
geëxcuseerde	=	excuseren
geëxecuteerd	=	executeren
geëxecuteerde	=	executeren
geëxerceerd	=	exerceren
geëxfolieerd	=	exfoliëren
geëxhibeerd	=	exhiberen
geëxhibeerde	=	exhiberen
geëxhorteerd	=	exhorteren
geëxisteerd	=	existeren
geëxonereerd	=	exonereren
geëxorciseerd	=	exorciseren
geëxpandeerd	=	expanderen
geëxpandeerde	=	expanderen
geëxpedieerd	=	expediëren
geëxpedieerde	=	expediëren
geëxperimenteer	noun	het steeds nieuwe dingen proefondervindelijk testen en zo ontdekken hoe iets werkt
geëxperimenteerd	=	experimenteren
geëxpireerd	=	expireren
geëxpireerde	=	expireren
geëxpliceerd	=	expliceren
geëxpliceerde	=	expliceren
geëxpliciteerd	=	expliciteren
geëxpliciteerde	=	expliciteren
geëxpliqueerd	=	expliqueren
geëxpliqueerde	=	expliqueren
geëxplodeerd	=	exploderen
geëxplodeerde	=	exploderen
geëxploiteerd	=	exploiteren
geëxploiteerde	=	exploiteren
geëxploreerd	=	exploreren
geëxploreerde	=	exploreren
geëxporteerd	=	exporteren
geëxporteerde	=	exporteren
geëxposeerd	=	exposeren
geëxposeerde	=	exposeren
geëxpresseerd	=	expresseren
geëxtemporeerd	=	extemporeren
geëxtendeerd	=	extenderen
geëxtirpeerd	=	extirperen
geëxtraheerd	=	extraheren
geëxtraheerde	=	extraheren
geëxtrapoleerd	=	extrapoleren
geëxtrapoleerde	=	extrapoleren
geëxtrudeerd	=	extruderen
geëxtrudeerde	=	extruderen
geëzeld	=	ezelen
geëzelde	=	ezelen
geïaad	=	iaën
geïbaniseerd	=	ibaniseren
geïdealiseerd	=	idealiseren
geïdealiseerde	=	idealiseren
geïdentificeerd	=	identificeren
geïdentificeerde	=	identificeren
geïdoliseerd	adj	te zeer bewonderd of verafgod
geïdoliseerde	=	geïdoliseerd
geïdoliseerds	=	geïdoliseerd
geïgnoreerd	=	ignoreren
geïgnoreerde	=	ignoreren
geïllumineerd	=	illumineren
geïllumineerde	=	illumineren
geïllustreerd	=	illustreren
geïmiteerd	=	imiteren
geïmiteerde	=	imiteren
geïmkerd	=	imkeren
geïmmatriculeerd	=	immatriculeren
geïmmatriculeerde	=	immatriculeren
geïmmigreerd	=	immigreren
geïmmigreerde	=	immigreren
geïmmobiliseerd	=	immobiliseren
geïmmobiliseerde	=	immobiliseren
geïmmuniseerd	=	immuniseren
geïmmuniseerde	=	immuniseren
geïmpacteerd	=	impacteren
geïmplanteerd	=	implanteren
geïmplanteerde	=	implanteren
geïmplementeerd	=	implementeren
geïmplementeerde	=	implementeren
geïmpliceerd	=	impliceren
geïmpliceerde	=	impliceren
geïmplodeerd	=	imploderen
geïmplodeerde	=	imploderen
geïmponeerd	=	imponeren
geïmporteerd	adj	dat iets uit het buitenland is kocht of overgenomen
geïmporteerde	=	geïmporteerd
geïmporteerds	=	geïmporteerd
geïmpregneerd	=	impregneren
geïmpregneerde	=	impregneren
geïmpressioneerd	=	impressioneren
geïmproviseerd	adj	pas ter plekke en op het moment zelf bedacht zonder vooropgesteld plan
geïmproviseerde	=	improviseren
geïmproviseerder	=	geïmproviseerd
geïmproviseerdere	=	geïmproviseerd
geïmproviseerders	=	geïmproviseerd
geïmproviseerds	=	geïmproviseerd
geïmproviseerdst	=	geïmproviseerd
geïmproviseerdste	=	geïmproviseerd
geïmpulseerd	=	impulseren
geïmputeerd	=	imputeren
geïmputeerde	=	imputeren
geïnactiveerd	=	inactiveren
geïnactiveerde	=	inactiveren
geïnaugureerd	=	inaugureren
geïnaugureerde	=	inaugureren
geïncasseerd	=	incasseren
geïncasseerde	=	incasseren
geïncideerd	=	incideren
geïncideerde	=	incideren
geïnclineerd	=	inclineren
geïnclineerde	=	inclineren
geïncludeerd	=	includeren
geïncludeerde	=	includeren
geïncorporeerd	=	incorporeren
geïncorporeerde	=	incorporeren
geïncrimineerd	=	incrimineren
geïnd	=	innen
geïnde	=	innen
geïndexeerd	=	indexeren
geïndexeerde	=	indexeren
geïndiceerd	=	indiceren
geïndiceerde	=	indiceren
geïndividualiseerd	=	individualiseren
geïndividualiseerde	=	individualiseren
geïndoctrineerd	=	indoctrineren
geïndoctrineerde	=	indoctrineren
geïndosseerd	=	indosseren
geïnduceerd	=	induceren
geïnduceerde	=	induceren
geïndustrialiseerd	=	industrialiseren
geïndustrialiseerde	=	industrialiseren
geïnfantiliseerd	=	infantiliseren
geïnfantiliseerde	=	infantiliseren
geïnfecteerd	adj	met microorganismen besmet
geïnfecteerde	=	geïnfecteerd
geïnfecteerds	=	geïnfecteerd
geïnfiltreerd	=	infiltreren
geïnfiltreerde	=	infiltreren
geïnfluencet	=	influencen
geïnformaliseerd	=	informaliseren
geïnformatiseerd	=	informatiseren
geïnformeerd	=	informeren
geïnformeerde	=	informeren
geïngrosseerd	=	ingrosseren
geïnhaleerd	=	inhaleren
geïnhaleerde	=	inhaleren
geïnhibeerd	=	inhiberen
geïnitialiseerd	=	initialiseren
geïnitialiseerde	=	initialiseren
geïnitieerd	=	initiëren
geïnitieerde	=	initiëren
geïnjecteerd	=	injecteren
geïnjecteerde	=	injecteren
geïnkt	=	inkten
geïnkte	=	inkten
geïnlineskatet	=	inlineskaten
geïnnoveerd	=	innoveren
geïnnoveerde	=	innoveren
geïnoculeerd	=	inoculeren
geïnoculeerde	=	inoculeren
geïnsemineerd	=	insemineren
geïnsemineerde	=	insemineren
geïnsinueerd	=	insinueren
geïnsinueerde	=	insinueren
geïnsisteerd	=	insisteren
geïnspecteerd	=	inspecteren
geïnspecteerde	=	inspecteren
geïnspireerd	adj	door een externe prikkel op een bepaalde gedachte gebracht
geïnspireerde	=	geïnspireerd
geïnspireerder	=	geïnspireerd
geïnspireerdere	=	geïnspireerd
geïnspireerders	=	geïnspireerd
geïnspireerds	=	geïnspireerd
geïnspireerdst	=	geïnspireerd
geïnspireerdste	=	geïnspireerd
geïnstagramd	=	instagrammen
geïnstalleerd	=	installeren
geïnstalleerde	=	installeren
geïnstigeerd	=	instigeren
geïnstigeerde	=	instigeren
geïnstitueerd	=	institueren
geïnstitueerde	=	institueren
geïnstitutionaliseerd	adj	officieel, gevestigd
geïnstitutionaliseerde	=	geïnstitutionaliseerd
geïnstitutionaliseerder	=	geïnstitutionaliseerd
geïnstitutionaliseerdere	=	geïnstitutionaliseerd
geïnstitutionaliseerders	=	geïnstitutionaliseerd
geïnstitutionaliseerds	=	geïnstitutionaliseerd
geïnstitutionaliseerdst	=	geïnstitutionaliseerd
geïnstitutionaliseerdste	=	geïnstitutionaliseerd
geïnstrueerd	=	instrueren
geïnstrueerde	=	instrueren
geïntegreerd	adj	deel uitmakend van het grotere geheel, passen in het grotere geheel
geïntegreerde	=	integreren
geïntegreerder	=	geïntegreerd
geïntegreerdere	=	geïntegreerd
geïntegreerders	=	geïntegreerd
geïntegreerds	=	geïntegreerd
geïntegreerdst	=	geïntegreerd
geïntegreerdste	=	geïntegreerd
geïntellectualiseerd	=	intellectualiseren
geïntellectualiseerde	=	intellectualiseren
geïntensifieerd	=	intensifiëren
geïntensifieerde	=	intensifiëren
geïntensiveerd	=	intensiveren
geïntensiveerde	=	intensiveren
geïnteracteerd	=	interacteren
geïnterageerd	=	interageren
geïntercepteerd	=	intercepteren
geïnteresseerd	=	interesseren
geïnteresseerde	noun	iemand die geïnteresseerd is
geïnteresseerden	=	geïnteresseerde
geïnterfereerd	=	interfereren
geïntermedieerd	=	intermediëren
geïnternaliseerd	=	internaliseren
geïnternaliseerde	=	internaliseren
geïnternationaliseerd	=	internationaliseren
geïnternationaliseerde	=	internationaliseren
geïnterneerd	=	interneren
geïnterneerde	noun	iemand die gedwongen wordt in een bepaalde ruimte of gebied te blijven
geïnterneerden	=	geïnterneerde
geïnternet	=	internetten
geïnternetbankierd	=	internetbankieren
geïnternetbeld	=	internetbellen
geïnternetdatet	=	internetdaten
geïnterpelleerd	=	interpelleren
geïnterpelleerde	=	interpelleren
geïnterpoleerd	=	interpoleren
geïnterpoleerde	=	interpoleren
geïnterpreteerd	=	interpreteren
geïnterpreteerde	=	interpreteren
geïnterrogeerd	=	interrogeren
geïnterrogeerde	=	interrogeren
geïnterrumpeerd	=	interrumperen
geïnterrumpeerde	=	interrumperen
geïntervenieerd	=	interveniëren
geïnterviewd	=	interviewen
geïnterviewde	noun	iemand die als ondervraagde deelneemt aan een vraaggesprek
geïnterviewden	=	geïnterviewde
geïntimideerd	=	intimideren
geïntimideerde	=	intimideren
geïntoneerd	=	intoneren
geïntoneerde	=	intoneren
geïntrigeerd	=	intrigeren
geïntrigeerde	=	intrigeren
geïntroduceerd	=	introduceren
geïntroduceerde	=	introduceren
geïntubeerd	=	intuberen
geïntubeerde	=	intuberen
geïntueerd	=	intueren
geïnundeerd	=	inunderen
geïnundeerde	=	inunderen
geïnvalideerd	=	invalideren
geïnvalideerde	=	invalideren
geïnventariseerd	=	inventariseren
geïnventariseerde	=	inventariseren
geïnverteerd	=	inverteren
geïnverteerde	=	inverteren
geïnvesteerd	=	investeren
geïnvesteerde	=	investeren
geïnviteerd	=	inviteren
geïnviteerde	=	inviteren
geïnvolveerd	adj	betrokken
geïnvolveerde	=	geïnvolveerd
geïnvolveerds	=	geïnvolveerd
geïoniseerd	=	ioniseren
geïoniseerde	=	ioniseren
geïpad	=	ipadden
geïriseerd	=	iriseren
geïriseerde	=	iriseren
geïroniseerd	=	ironiseren
geïroniseerde	=	ironiseren
geïrrigeerd	=	irrigeren
geïrrigeerde	=	irrigeren
geïrriteerd	=	irriteren
geïrriteerdheden	=	geïrriteerdheid
geïrriteerdheid	noun	de mate waarin iets of iemand op een onaangename manier geprikkeld is
geïslamiseerd	=	islamiseren
geïslamiseerde	=	islamiseren
geïsoleerd	adj	afgezonderd van de omgeving
geïsoleerde	=	isoleren
geïsoleerder	=	geïsoleerd
geïsoleerdere	=	geïsoleerd
geïsoleerders	=	geïsoleerd
geïsoleerds	=	geïsoleerd
geïsoleerdst	=	geïsoleerd
geïsoleerdste	=	geïsoleerd
geïsomeriseerd	=	isomeriseren
geïsomeriseerde	=	isomeriseren
geïtalianiseerd	=	italianiseren
geïtalianiseerde	=	italianiseren
geïtereerd	=	itereren
geïtereerde	=	itereren
geüit	=	uiten
geünboxt	=	unboxen
geünieerd	=	uniëren
geünificeerd	=	unificeren
geünificeerde	=	unificeren
geüniformeerd	adj	van iemand dat hij of zij een uniform draagt
geüniformeerde	=	uniformeren
geüniformeerder	=	geüniformeerd
geüniformeerdere	=	geüniformeerd
geüniformeerders	=	geüniformeerd
geüniformeerds	=	geüniformeerd
geüniformeerdst	=	geüniformeerd
geüniformeerdste	=	geüniformeerd
geünzipt	=	unzippen
geünzipte	=	unzippen
geüpcycled	=	upcyclen
geüpdatet	adj	weer actueel gemaakt
geüpdatete	=	geüpdatet
geüpdatets	=	geüpdatet
geüpgraded	=	upgraden
geüpgradede	=	upgraden
geüpload	=	uploaden
geüploade	=	uploaden
geüpvoot	=	upvoten
geürbaniseerd	adj	verstedelijkt
geürbaniseerde	=	urbaniseren
geürbaniseerder	=	geürbaniseerd
geürbaniseerdere	=	geürbaniseerd
geürbaniseerders	=	geürbaniseerd
geürbaniseerds	=	geürbaniseerd
geürbaniseerdst	=	geürbaniseerd
geürbaniseerdste	=	geürbaniseerd
geürbext	=	urbexen
geürineerd	=	urineren
geürmd	=	urmen
geüsurpeerd	=	usurperen
geüsurpeerde	=	usurperen
geütiliseerd	=	utiliseren
geütiliseerde	=	utiliseren
gft	noun	groente fruit en tuin (afval)
gft-afval	noun	groente tuin en fruit afval
ggd	noun	organisatie die voor plaatselijke overheden de gezondheid van de inwoners bevordert
ggd'en	=	ggd
ggd's	=	ggd
ggd-teststraat	noun	een locatie ergens in Nederland van de GGD waar achtereenvolgens mensen getest worden op het hebben van een besmettelijke ziekte
ggd-teststraten	=	ggd-teststraat
ggz	noun	beroepsmatig georganiseerde aandacht voor mensen met psychische problemen
ghanees	noun	een inwoner van Ghana, of iemand afkomstig uit Ghana	adj	op Ghana betrekking hebbend
ghaneesje	=	ghanees
ghaneesjes	=	ghanees
ghaneest	=	ghanees
ghaneeste	=	ghanees
ghanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Ghana, of een vrouw afkomstig uit Ghana
ghanesen	=	ghanese
ghaneser	=	ghanees
ghanesere	=	ghanees
ghanesers	=	ghanees
ghanezen	=	ghanees
ghatsbuulbuul	noun	Hypsipetes ganeesa een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
ghatsbuulbuuls	=	ghatsbuulbuul
ghatsbuulbuultje	=	ghatsbuulbuul
ghatsbuulbuultjes	=	ghatsbuulbuul
ghazel	noun	soort gedicht bestaand uit minstens zes verzen van twee regels met hetzelfde metrum, waarbij elke tweede regel rijmt op de eerste regel van het eerste vers
ghazele	noun	soort gedicht bestaand uit minstens zes verzen van twee regels met hetzelfde metrum, waarbij elke tweede regel rijmt op de eerste regel van het eerste vers
ghazelen	=	ghazel
ghb	noun	gammahydroxybutyraat tevens partydrug bekend onder namen als liquid E, liquid X, everclear en g-riffic
ghebaarde	=	gebaren
ghebaerde	=	gebaren
ghedrocht	=	gedrocht
ghedrochte	=	gedrocht
gheestdrijver	=	geestdrijver
gheestdryver	=	geestdrijver
ghere	=	geer
ghetto	=	getto
ghichelen	=	giechelen
ghost	=	ghosten
ghoste	=	ghosten
ghosten	verb	niet meer reageren op de berichten die iemand plaatst op een van de sociale media
ghostend	=	ghosten
ghostende	=	ghosten
ghosting	noun	iemand op de sociale media negeren; iemand na een paar leuke ontmoetingen negeren
ghostte	=	ghosten
ghostten	=	ghosten
ghostwriter	noun	iemand die voor iemand anders teksten schrijft, terwijl die andere abusievelijk doorgaat voor de auteur
ghostwriters	=	ghostwriter
giardiaparasiet	noun	eencellig organisme dat giardiasis veroorzaakt
giardiaparasieten	=	giardiaparasiet
giardiaparasietje	=	giardiaparasiet
giardiaparasietjes	=	giardiaparasiet
gibber	noun	held, sterke man
gibberde	=	gibberen
gibberden	=	gibberen
gibbere	=	gibberen
gibberen	verb	giechelen, lol maken
gibberend	=	gibberen
gibberende	=	gibberen
gibbert	=	gibberen
gibbon	noun	benaming voor zoogdieren uit de familie Hylobatidae bestaand uit 17 soorten in vier geslachten
gibbons	noun	Hylobatidae een familie van de orde primaten (Primates).
gibborem	=	gibber
gibibyte	noun	1024³ bytes, oftewel 2³⁰ bytes, weergegeven met symbool GiB
gibibyteje	=	gibibyte
gibibytejes	=	gibibyte
gibibytes	=	gibibyte
gibraltarees	noun	een inwoner van Gibraltar, of iemand afkomstig uit Gibraltar	adj	op Gibraltar betrekking hebbend
gibraltareest	=	gibraltarees
gibraltareeste	=	gibraltarees
gibraltarese	noun	een vrouwelijke inwoner van Gibraltar, of een vrouw afkomstig uit Gibraltar
gibraltaresen	=	gibraltarese
gibraltareser	=	gibraltarees
gibraltaresere	=	gibraltarees
gibraltaresers	=	gibraltarees
gibraltarezen	=	gibraltarees
gibus	noun	cilinderhoed die men kan opvouwen
gibussen	=	gibus
gichelen	=	giechelen
gicleedruktechniek	noun	gebruik van hoogwaardige inkjetprinter voor het maken van artistieke prenten of afbeeldingen van kunstwerken
gicleedruktechnieken	=	gicleedruktechniek
gideonsbende	noun	kleine groep strijdbare en actieve personen die als voorhoede van een grotere groep optreedt
gideonsbenden	=	gideonsbende
gideonsbendes	=	gideonsbende
gideonsbendetje	=	gideonsbende
gideonsbendetjes	=	gideonsbende
gids	noun	persoon die een groep begeleidt en uitleg geeft
gidsen	=	gids
gidsfossiel	noun	een vaak voorkomend fossiel dat kenmerkend is voor een bepaalde periode
gidsfossielen	=	gidsfossiel
gidsfossieltje	=	gidsfossiel
gidsfossieltjes	=	gidsfossiel
gidsje	=	gids
gidsjes	=	gids
gidsland	noun	land waarvan de politiek dan wel het regeringsbeleid een voorbeeld zou moeten zijn voor andere landen
gidslanden	=	gidsland
gidslandje	=	gidsland
gidslandjes	=	gidsland
gidsrol	noun	een leidende functie
gidsrollen	=	gidsrol
giebel	noun	bronskleurige zoetwatervis, Carassius gibelio, uit de familie van de eigenlijke karpers (Cyprinidae) die lijkt op de kroeskarper
giebelde	=	giebelen
giebelden	=	giebelen
giebele	=	giebelen
giebelen	verb	een beetje geheimzinnig en verholen lachen door kinderen en jonge meisjes
giebelend	=	giebelen
giebelende	=	giebelen
giebels	=	giebel
giebelt	=	giebelen
giebeltje	=	giebel
giebeltjes	=	giebel
giechel	noun	iemand die het giechelen niet na kan laten
giechelde	=	giechelen
giechelden	=	giechelen
giechele	=	giechelen
giechelen	verb	een snelle, wat ingehouden vorm van lachen die vooral bij jonge meisjes past
giechelend	=	giechelen
giechelende	=	giechelen
giechelig	adj	op een wat verlegen en lacherige manier
giechelige	=	giechelig
giecheliger	=	giechelig
giecheligere	=	giechelig
giecheligers	=	giechelig
giecheligs	=	giechelig
giecheligst	=	giechelig
giecheligste	=	giechelig
giechels	=	giechel
giechelt	=	giechelen
giecheltje	=	giechel
giecheltjes	=	giechel
gieg	noun	gigabyte
giegaag	=	giegagen
giegaagde	=	giegagen
giegaagden	=	giegagen
giegaagt	=	giegagen
giegage	=	giegagen
giegagen	verb|obsolete	het kenmerkende geluid van een ezel maken
giegagend	=	giegagen
giegagende	=	giegagen
giegelen	=	giechelen
giegje	=	gieg
giegjes	=	gieg
giegs	=	gieg
giek	noun	rondhout bevestigd aan het onderlijk van een zeil
gieken	=	giek
giekje	=	giek
giekjes	=	giek
gier	noun	benaming voor grote aasetende roofvogels met een kale kop en machtige vleugels
gierbak	noun	een diepe opslagruimte voor vloeibare mest
gierbakje	=	gierbak
gierbakjes	=	gierbak
gierbakken	=	gierbak
gierde	=	gieren
gierden	=	gieren
giere	=	gieren
gieren	verb	een fluitend geluid maken, door een harde wind of krachtige ademhaling
gierend	adj	met gieren gepaard gaand, een luid piepend geluid makend
gierende	=	gierend
gierender	=	gierend
gierendere	=	gierend
gierenders	=	gierend
gierends	=	gierend
gierendst	=	gierend
gierendste	=	gierend
gierenogen	=	gierenoog
gierenoog	noun	iemand met een zeer scherpe blik
gierenoogje	=	gierenoog
gierenoogjes	=	gierenoog
gierig	adj	geen geld of bezit aan een ander willende geven
gierigaard	noun	vrek, oordjedood, harpagon, gortenteller, erwtenteller
gierigaardje	=	gierigaard
gierigaardjes	=	gierigaard
gierigaards	=	gierigaard
gierige	=	gierig
gieriger	=	gierig
gierigere	=	gierig
gierigers	=	gierig
gierigheid	noun	de mate waarin men niet bereid is in de buidel te tasten
gierigs	=	gierig
gierigst	=	gierig
gierigste	=	gierig
gierkar	noun	een wagen waarin men vloeibare, stinkende, vieze mest vervoert
gierkarren	=	gierkar
gierkarretje	=	gierkar
gierkarretjes	=	gierkar
gierkelder	noun	ondergrondse ruimte waarin men vloeibare ontlasting van vee bergt
gierkelders	=	gierkelder
gierkuil	noun	een diepe opslagruimte voor vloeibare mest
gierkuilen	=	gierkuil
gierkuiltje	=	gierkuil
gierkuiltjes	=	gierkuil
gierpapegaai	noun	Pyrilia vulturina een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
gierpapegaaien	=	gierpapegaai
gierpapegaaitje	=	gierpapegaai
gierpapegaaitjes	=	gierpapegaai
gierparelhoen	noun	Acryllium vulturinum een Afrikaanse hoendervogel uit de familie der parelhoenders (Numididae).
gierparelhoenderen	=	gierparelhoen
gierparelhoenders	=	gierparelhoen
gierparelhoentje	=	gierparelhoen
gierparelhoentjes	=	gierparelhoen
gierpont	noun	een pont die vast zit aan een kabel die bevestigd is aan een punt in het midden op de bodem van de rivier
gierponten	=	gierpont
gierpontje	=	gierpont
gierpontjes	=	gierpont
gierput	noun	een diepe opslagruimte voor vloeibare mest
gierputje	=	gierput
gierputjes	=	gierput
gierputten	=	gierput
gierst	noun	plant van het geslacht Panicum
gierstdikkopje	noun	Pelopidas thrax een vlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae).
gierstdikkopjes	=	gierstdikkopje
giersteek	noun	bepaald soort roofvogel, Falco rusticolus uit de familie van valken Falconidae
giersteekje	=	giersteek
giersteekjes	=	giersteek
giersteken	=	giersteek
gierstgras	noun	een geslacht Milium uit de grassenfamilie (Poaceae).
gierstgrasje	=	gierstgras
gierstgrasjes	=	gierstgras
gierstgrasmineermot	noun	Elachista cingillella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
gierstgrasmineermotje	=	gierstgrasmineermot
gierstgrasmineermotjes	=	gierstgrasmineermot
gierstgrasmineermotten	=	gierstgrasmineermot
gierstgrassen	=	gierstgras
gierstkoorts	noun	koorts, waarmede vaak de gierstuitslag gepaard gaat
gierstkorrel	noun	zaadkorrel van gierst
gierstkorrels	=	gierstkorrel
gierstkorreltje	=	gierstkorrel
gierstkorreltjes	=	gierstkorrel
gierstmelde	noun	van oorsprong Zuid-Amerikaanse plant Chenopodium quinoa uit het geslacht Ganzenvoet, geteeld als voedselgewas
gierstmelden	=	gierstmelde
gierstmeldetje	=	gierstmelde
gierstuitslag	noun	uitslag, (Latijn: miliaria) bestaande uit kleine, halfkogelvormige verhevenheden op de huid, die ongeveer de grootte hebben van gierstkorrels
gierstvink	noun	een vogel, die tot het geslacht van de Gorzen (Emberiza) behoort
gierstvinken	=	gierstvink
gierstvinkje	=	gierstvink
gierstvinkjes	=	gierstvink
gierstvlok	noun	vlok van gierst
gierstvlokken	=	gierstvlok
gierstvogel	noun	bepaald soort vogel, Emberiza calandra uit het geslacht van de gorzen (Emberiza)
gierstvogels	=	gierstvogel
gierstvogeltje	=	gierstvogel
gierstvogeltjes	=	gierstvogel
giert	=	gieren
giertank	noun	een vat waarin men vloeibare mest kan bewaren, vaak voorzien van een onderstel zodat de boer er een weiland mee kan bemesten
giertanks	=	giertank
giertij	noun	extra lage eb en hoge vloed die om de twee weken optreedt als de aantrekkingskracht van zon en maan elkaar versterken
giertijen	=	giertij
giertje	=	gier
giertjes	=	gier
gierton	noun	vat waarin men vloeibare mest verzamelt en vervoert
giertonnen	=	gierton
giertonnetje	=	gierton
giertonnetjes	=	gierton
giervalk	noun	bepaald soort roofvogel, Falco rusticolus uit de familie van valken Falconidae
giervalken	=	giervalk
giervalkje	=	giervalk
giervalkjes	=	giervalk
gierwagen	noun	wagen waarmee men vloeibare mest kan vervoeren en uitrijden over het land
gierwagens	=	gierwagen
gierwagentje	=	gierwagen
gierwagentjes	=	gierwagen
gierzwaluw	noun	bepaald soort vogel, Apus apus, die als zomergast in de Benelux voorkomt
gierzwaluwachtigen	noun	orde Apodiformes waartoe de gierzwaluwen, boomgierzwaluwen, en kolibries behoren, met meer dan 450 beschreven soorten de grootste vogelorde na de zangvogels
gierzwaluwen	noun	Apodidae een familie van vogels uit de orde van de gierzwaluwachtigen (Apodiformes).
gierzwaluwluisvlieg	noun	Crataerina pallida een soort luisvlieg (Hippoboscidae) die parasiteert op de gierzwaluw (Apus apus).
gierzwaluwluisvliegen	=	gierzwaluwluisvlieg
gierzwaluwluisvliegje	=	gierzwaluwluisvlieg
gierzwaluwluisvliegjes	=	gierzwaluwluisvlieg
gierzwaluwtje	=	gierzwaluw
gierzwaluwtjes	=	gierzwaluw
giessenaar	noun	een inwoner van Giessen, of iemand afkomstig uit Giessen
giessenaren	=	giessenaar
giessens	adj	op Giessen betrekking hebbend
giessense	noun	een vrouwelijke inwoner van Giessen, of een vrouw afkomstig uit Giessen
giessensen	=	giessense
giet	=	gieten
gietasfalt	noun	een waterdicht type asfalt dat met name wordt toegepast als wegverharding op brugdekken, op parkeerdaken en als waterdichte vloerafwerking
gietbeton	noun	vloeibaar zand-cementmix zonder kiezelstenen dat men kan laten uitharden tot zeer egaal beton en daarom o.a. geschikt is als vloer
gietbui	noun	zware regenbui
gietbuien	=	gietbui
gietcokes	noun	naam voor een kwaliteit steenkoolcokes die werd gebruikt in ijzergieterijen
giete	=	gieten
gieteling	noun	merel
gietelingen	=	gieteling
gieten	verb	een vloeistof vallend laten vloeien
gietend	=	gieten
gietende	=	gieten
gieter	noun	een soort emmer met sproeibuis om de planten te begieten
gieterij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op het gieten van metalen voorwerpen
gieterijen	=	gieterij
gieterijtje	=	gieterij
gieterijtjes	=	gieterij
gieters	=	gieter
gietertje	=	gieter
gietertjes	=	gieter
gietgal	noun	een (meestal ronde) holte in een gegoten product, waarin zich tijdens het gietproces onbedoeld lucht heeft opeengehoopt
gietgallen	=	gietgal
gietgalletje	=	gietgal
gietgalletjes	=	gietgal
gietgat	noun	opening onderaan een smeltoven waardoor het vloeibare metaal kan wegstromen
gietgaten	=	gietgat
gietgeut	noun	een aflopend kanaal waarlangs gesmolten metaal in een vorm gegoten wordt
gietgeuten	=	gietgeut
gietgeutje	=	gietgeut
gietgeutjes	=	gietgeut
giethars	noun	elektrisch isolerende kunststof die vloeibaar is bij het verwerken en later uithardt
gietharsen	=	giethars
gietijzer	noun	is een in vormen gegoten legering van ijzer, koolstof (2,5%-6,67%), mangaan en silicium
gietijzeren	adj	gemaakt van gegoten ijzer
gietijzerens	=	gietijzeren
gietkanaal	noun	geul waardoor het gesmolten metaal uit de oven naar de vorm vloeit
gietkanaaltje	=	gietkanaal
gietkanaaltjes	=	gietkanaal
gietkanalen	=	gietkanaal
gietlegering	noun	legering, die door gieten haar uiteindelijke vorm krijgt
gietlegeringen	=	gietlegering
gietlegerinkje	=	gietlegering
gietlegerinkjes	=	gietlegering
gietlepel	noun	grote lepel met houten steel om gesmolten lood in de vorm te gieten
gietlepels	=	gietlepel
gietlepeltje	=	gietlepel
gietlepeltjes	=	gietlepel
gietlood	noun	vloeibaar lood
gietmachine	noun	toestel waarmee men met vloeibare grondstoffen producten kan gieten
gietmachines	=	gietmachine
gietmachinetje	=	gietmachine
gietmachinetjes	=	gietmachine
gietmal	noun	een hol of bol model in de contravorm (negatief) van het gewenste product.
gietmallen	=	gietmal
gietmalletje	=	gietmal
gietmalletjes	=	gietmal
gietnaad	noun	verdikking in een werkstuk dat is ontstaan door gieten
gietnaden	=	gietnaad
gietproces	noun	reeks van handelingen om gesmolten metaal of ander materiaal in de vorm van een bepaald voorwerp te laten stollen
gietprocessen	=	gietproces
gietsel	noun	vast voorwerp dat ontstaan is door heet vloeibaar metaal of gips in een vorm te gieten en dan te laten stollen
gietsels	=	gietsel
gietstaal	noun	zuivere en sterke legering van ijzer met weinig koolstof dat in gesmolten toestand in de gewenste vorm wordt gegoten
gietstuk	noun	werkstuk dat door gieten is gemaakt; stuk gegoten metaal
gietstukken	=	gietstuk
gietvloer	noun	een afwerklaag die op een dragende vloer wordt aangebracht door middel van het gieten van een stof die op de onderlaag uithardt
gietvloeren	=	gietvloer
gietvloertje	=	gietvloer
gietvloertjes	=	gietvloer
gietvorm	noun	Een matrijs, mal of gietvorm is een hol of bol model in de contravorm (negatief) van het gewenste product.
gietvormen	=	gietvorm
gietvormpje	=	gietvorm
gietvormpjes	=	gietvorm
gietwaar	noun	allerlei voorwerpen die gemaakt zijn door gesmolten metaal in een vorm te laten stollen
gietwaren	=	gietwaar
gietwater	noun	water dat men kan gebruiken om planten te besproeien
gietwerk	noun	alle voorwerpen die gegoten zijn
gietwerken	=	gietwerk
gif	noun	substantie die in kleine hoeveelheden schadelijk of dodelijk is
gifangel	noun	angel waaruit bij een steek vergif wordt ingespoten
gifangels	=	gifangel
gifbeker	noun	beker met vergif die moet worden leeggedronken als vorm van doodstraf
gifbekers	=	gifbeker
gifbekertje	=	gifbeker
gifbekertjes	=	gifbeker
gifbelt	noun	stortplaats voor giftig afval
gifbelten	=	gifbelt
gifbibliotheek	noun	verzameling van giffen van diersoorten die gebruikt wordt voor de ontwikkeling van medicatie en tegengiffen
gifbibliotheken	=	gifbibliotheek
gifblaar	noun	Dichapetalum cymosum een kleine struik die in de noordelijke delen van Zuidelijk Afrika voorkomt.
gifblaartje	=	gifblaar
gifblaartjes	=	gifblaar
gifblaren	=	gifblaar
gifboterbloem	noun	Ranunculus thora een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die te vinden is in de subalpiene en alpiene zone van de Midden-Europa en Zuid-Europa hooggebergtes.
gifboterbloemen	=	gifboterbloem
gifboterbloemetje	=	gifboterbloem
gifboterbloemetjes	=	gifboterbloem
gifboterbloempje	=	gifboterbloem
gifboterbloempjes	=	gifboterbloem
gifbrief	noun	een gif bevattend poststuk waarmee men probeert de ontvanger te vergiftigen
gifbrieven	=	gifbrief
gifdrank	noun	drank die gif bevat
gifdranken	=	gifdrank
gifdrankje	=	gifdrank
gifdrankjes	=	gifdrank
gifei	noun	een ei waarin een giftige stof zit
gifeieren	=	gifei
gifeitje	=	gifei
gifeitjes	=	gifei
giffen	=	gif
giffen-goed	noun	een goed met een positieve prijselasticiteit
giffen-goederen	=	giffen-goed
gifgas	noun	gas dat wordt gebruikt om mensen buiten gevecht te stellen, het behoort tot de chemische wapens
gifgasaanslag	noun	terreuractie met behulp van een giftig gas
gifgasaanslagen	=	gifgasaanslag
gifgasaanval	noun	verspreiding van een vluchtige dodelijke stof om tegenstanders buiten gevecht te stellen
gifgasaanvallen	=	gifgasaanval
gifgasaanvalletje	=	gifgasaanval
gifgasaanvalletjes	=	gifgasaanval
gifgassen	=	gifgas
gifgroen	noun	felle groene kleur	adj	de kleur gifgroen hebbend
gifgroene	=	gifgroen
gifgroenen	=	gifgroen
gifgroener	=	gifgroen
gifgroenere	=	gifgroen
gifgroeners	=	gifgroen
gifgroens	=	gifgroen
gifgroenst	=	gifgroen
gifgroenste	=	gifgroen
gifgrond	noun	grond die verontreinigd is met giftige stoffen
gifgronden	=	gifgrond
gifheffing	noun	een heffing (belasting) op het gebruik of de productie van giftige stoffen, bedoeld om het milieu te beschermen
gifheffingen	=	gifheffing
gifheffinkje	=	gifheffing
gifheffinkjes	=	gifheffing
gifje	=	gif
gifjes	=	gif
gifkaakdragers	noun	een grote onderstam Chelicerata van geleedpotigen (Arthropoda).
gifkikker	noun	giftige kikker
gifkikkers	=	gifkikker
gifkikkertje	=	gifkikker
gifkikkertjes	=	gifkikker
gifklier	noun	een orgaan waarin gif geproduceerd en opgeslagen wordt voordat het in de vijand wordt ingespoten
gifklieren	=	gifklier
gifkliertje	=	gifklier
gifkliertjes	=	gifklier
giflozing	noun	het laten wegstromen van giftige stoffen in het oppervlaktewater
giflozingen	=	giflozing
gifmenger	noun	iemand die voedsel of dranken met vergif vermengt met als doel anderen te doden
gifmengers	=	gifmenger
gifmengertje	=	gifmenger
gifmengertjes	=	gifmenger
gifmengsel	noun	een combinatie van verschillende giftige stoffen
gifmengsels	=	gifmengsel
gifmengseltje	=	gifmengsel
gifmengseltjes	=	gifmengsel
gifmengster	noun	moordenares die doodt met giftige stoffen
gifmengsters	=	gifmengster
gifpieper	noun	een aardappel(ras) waarbij veel bestrijdingsmiddelen (zouden) worden gebruikt
gifpiepers	=	gifpieper
gifpiepertje	=	gifpieper
gifpiepertjes	=	gifpieper
gifpijl	noun	pijl met in gif gedoopte punt
gifpijlen	=	gifpijl
gifpijltje	=	gifpijl
gifpijltjes	=	gifpijl
gifpil	noun	giftige pil
gifpillen	=	gifpil
giframp	noun	Een ramp waarbij veel giftige stoffen vrijkomen
giframpen	=	giframp
giframpje	=	giframp
giframpjes	=	giframp
gifs	=	gif
gifschandaal	noun	schandaal ten gevolge van het ontdekken van illegale gifstortingen
gifschandaaltje	=	gifschandaal
gifschandaaltjes	=	gifschandaal
gifschandalen	=	gifschandaal
gifschepen	=	gifschip
gifschip	noun	schip dat giftige stoffen (op een onveilige manier) vervoert
gifsla	noun	Lactuca virosa een giftige eenjarige of tweejarige plant die behoort tot de Composietenfamilie met medische eigenschappen: balsemhoudend; kalmerend; slaapverwekkend
gifslang	noun	een giftige slang
gifslangen	=	gifslang
gifslangetje	=	gifslang
gifslangetjes	=	gifslang
gifspuit	noun	toestel om gewassen te besproeien met een stof tegen plaagdieren of onkruid
gifspuiten	=	gifspuit
gifstof	noun	chemische verbinding die een schadelijke invloed heeft op een levend organisme
gifstoffen	=	gifstof
gifstofje	=	gifstof
gifsumak	noun	Rhus radicans een plant uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae).
gifsumaks	=	gifsumak
gift	noun	/ geld of een voorwerp dat gegeven wordt en waarvoor men niets terug verlangt
giftand	noun	tand waarmee bij een beet gif in het slachtoffer ingespoten wordt
giftanden	=	giftand
giftandje	=	giftand
giftandjes	=	giftand
giftangel	=	gifangel
giftbeker	noun	een beker gevuld met gif, vaak gebruikt in historische contexten als vorm van doodstraf, zoals bij de filosoof Socrates
giftbekers	=	giftbeker
giftbekertje	=	giftbeker
giftbekertjes	=	giftbeker
giftcard	noun	een plastic creditcard met een bepaald tegoed die je iemand cadeau kan geven.
giftcards	=	giftcard
gifte	=	gift
giften	=	gift
giftenaftrek	noun	donaties aan Algemeen nut beogende instellingen (anbi) die men mag aftrekken van de inkomsten zodat men een korting krijgt op de te betalen inkomstenbelasting
giftenaftrekken	=	giftenaftrek
giftgas	=	gifgas
giftgasaanval	=	gifgasaanval
giftig	adj	gif bevattend
giftige	=	giftig
giftiger	=	giftig
giftigere	=	giftig
giftigers	=	giftig
giftigheden	=	giftigheid
giftigheid	noun	de mate waarin een stof, vaak al in kleine hoeveelheden, schade kan toebrengen aan de gezondheid van een organisme
giftigs	=	giftig
giftigst	=	giftig
giftigste	=	giftig
giftje	=	gift
giftjes	=	gift
giftmenger	noun	iemand die vergif toevoegt aan spijzen of dranken met het doel anderen daarmee te doden
giftmengers	=	giftmenger
gifts	=	gift
giftshop	noun	winkel waar men cadeaus kan kopen; winkel waar men cadeaus verkoopt; vaak gaat het om producten met een bepaald thema
giftshops	=	giftshop
giftslang	noun|obsolete	een giftige slang
giftslangen	=	giftslang
giftslangetje	=	giftslang
giftslangetjes	=	giftslang
giftstof	=	gifstof
giftvrij	adj	vrij van gif(t)
giftvrije	=	giftvrij
giftvrijer	=	giftvrij
giftvrijere	=	giftvrij
giftvrijers	=	giftvrij
giftvrijs	=	giftvrij
giftvrijst	=	giftvrij
giftvrijste	=	giftvrij
gifvat	noun	een ronde ton waarin giftige stoffen kunnen worden opgeborgen
gifvaten	=	gifvat
gifvervuiling	noun	vervuiling van iets d.m.v. gif
gifvrij	adj	waar geen gifstoffen bij aanwezig zijn
gifvrije	=	gifvrij
gifvrijer	=	gifvrij
gifvrijere	=	gifvrij
gifvrijers	=	gifvrij
gifvrijs	=	gifvrij
gifvrijst	=	gifvrij
gifvrijste	=	gifvrij
gifwijk	noun	een deel van een stad of dorp waar veel giftige stoffen in de grond voorkomen
gifwijken	=	gifwijk
gifwijkje	=	gifwijk
gifwijkjes	=	gifwijk
gifwolk	noun	wolk van giftige stoffen
gifwolken	=	gifwolk
gifwolkje	=	gifwolk
gifwolkjes	=	gifwolk
gifzaak	noun	een kwestie die betrekking heeft op een giftige stof, zoals een vergiftiging of een misdrijf
gifzaakje	=	gifzaak
gifzaakjes	=	gifzaak
gifzaken	=	gifzaak
gig	noun	lange, smalle roeiboot, waarin de roeiers alleen achter elkaar en niet naast elkaar zitten
giga	noun	10⁹ byte = 1.000.000.000 byte	adj	heel groot
giga's	=	giga
giga-ampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10⁹ ampère of 1.000.000 kiloampère, weergegeven met symbool GA
giga-ampères	=	giga-ampère
giga-ampèretje	=	giga-ampère
giga-ampèretjes	=	giga-ampère
giga-annum	noun	een periode van een miljard jaar, weergegeven met symbool Ga
gigabecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10⁹ becquerel of 1.000.000 kilobecquerel, weergegeven met symbool GBq
gigabecquerels	=	gigabecquerel
gigabit	noun	afgekort Gbit (soms ook als Gb) is 1000 megabit ofwel 1 000 000 000 bit / een achtste van een gigabyte (afgekort als GB)
gigabitnetwerk	noun	een zeer snel netwerk waarop snelheden gehaald worden van 1 gigabit per seconde
gigabitnetwerken	=	gigabitnetwerk
gigabits	=	gigabit
gigabyte	noun	1.000.000.000 bytes, oftewel 1.000 megabyte, weergegeven met symbool GB
gigabyteje	=	gigabyte
gigabytejes	=	gigabyte
gigabytes	=	gigabyte
gigacandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10⁹ candela of 1.000.000 kilocandela, weergegeven met symbool Gcd
gigacandela's	=	gigacandela
gigacoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10⁹ coulomb of 1.000.000 kilocoulomb, weergegeven met symbool GC
gigacoulombs	=	gigacoulomb
gigacoulombtje	=	gigacoulomb
gigacoulombtjes	=	gigacoulomb
gigafarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10⁹ farad of 1.000.000 kilofarad, weergegeven met symbool GF
gigafaradje	=	gigafarad
gigafaradjes	=	gigafarad
gigafarads	=	gigafarad
gigagen	verb	schrijfwijze voor giegagen
gigagram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10⁹ gram of 1.000.000 kilogram, weergegeven met symbool Gg
gigagrammen	=	gigagram
gigagrammetje	=	gigagram
gigagrammetjes	=	gigagram
gigagray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10⁹ gray of 1.000.000 kilogray, weergegeven met symbool GGy
gigagrays	=	gigagray
gigagraytje	=	gigagray
gigagraytjes	=	gigagray
gigahenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10⁹ henry of 1.000.000 kilohenry, weergegeven met symbool GH
gigahenry's	=	gigahenry
gigahenry'tje	=	gigahenry
gigahenry'tjes	=	gigahenry
gigahertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10⁹ hertz of 1.000.000 kilohertz, weergegeven met symbool GHz
gigahertzen	=	gigahertz
gigahit	noun	muzieknummer dat heel erg populair is
gigahits	=	gigahit
gigajoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10⁹ joule of 1.000.000 kilojoule, weergegeven met symbool GJ
gigajoules	=	gigajoule
gigakatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10⁹ katal of 1.000.000 kilokatal, weergegeven met symbool Gkat
gigakatals	=	gigakatal
gigakelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10⁹ kelvin of 1.000.000 kilokelvin, weergegeven met symbool GK
gigaliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 1.000.000.000 liter, weergegeven met symbool Gl, GL of Gℓ
gigaliters	=	gigaliter
gigalitertje	=	gigaliter
gigalitertjes	=	gigaliter
gigalumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10⁹ lumen of 1.000.000 kilolumen, weergegeven met symbool Glm
gigalumens	=	gigalumen
gigalux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10⁹ lux of 1.000.000 kilolux, weergegeven met symbool Glx
gigameter	noun	een lengtemaat met een waarde van 10⁹ meter of 1.000.000 kilometer, weergegeven met symbool Gm
gigameters	=	gigameter
gigametertje	=	gigameter
gigametertjes	=	gigameter
gigamol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10⁹ mol of 1.000.000 kilomol, weergegeven met symbool Gmol
gigamolen	=	gigamol
giganewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10⁹ newton of 1.000.000 kilonewton, weergegeven met symbool GN
giganewtons	=	giganewton
gigant	noun	reus uit de Griekse mythologie
giganten	=	gigant
gigantesk	adj	enorm
giganteske	=	gigantesk
gigantesker	=	gigantesk
giganteskere	=	gigantesk
giganteskers	=	gigantesk
gigantesks	=	gigantesk
giganteskst	=	gigantesk
giganteskste	=	gigantesk
gigantisch	adj	uizonderlijke groot
gigantische	=	gigantisch
gigantischer	=	gigantisch
gigantischere	=	gigantisch
gigantischers	=	gigantisch
gigantischt	=	gigantisch
gigantischte	=	gigantisch
gigantisme	noun	reuzengroei
gigantje	=	gigant
gigantjes	=	gigant
gigantomanie	noun	de (ziekelijke) neiging tot het willen realiseren van immense buitenproportionele bouwprojecten
gigaohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10⁹ ohm of 1.000.000 kilo-ohm, weergegeven met symbool GΩ
gigaohmpje	=	gigaohm
gigaohmpjes	=	gigaohm
gigaohms	=	gigaohm
gigaparsec	noun	een afstandsmaat, gelijk aan 1.000.000.000 parsec, weergegeven met symbool Gpc
gigaparsecs	=	gigaparsec
gigapascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10⁹ pascal of 1.000.000 kilopascal, weergegeven met symbool GPa
gigaseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10⁹ seconde of 1.000.000 kiloseconden, weergegeven met symbool Gs
gigaseconden	=	gigaseconde
gigasecondes	=	gigaseconde
gigasiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10⁹ siemens of 1.000.000 kilosiemens, weergegeven met symbool GS
gigasiemensen	=	gigasiemens
gigasiemensje	=	gigasiemens
gigasiemensjes	=	gigasiemens
gigasievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10⁹ sievert of 1.000.000 kilosievert, weergegeven met symbool GSv
gigatesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10⁹ tesla of 1.000.000 kilotesla, weergegeven met symbool GT
gigaton	noun	miljardton, biljoen kilogram, 10¹² kg
gigatonnen	=	gigaton
gigaveel	pron	uitzonderlijk groot in aantal of hoeveelheid
gigavolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10⁹ volt of 1.000.000 kilovolt, weergegeven met symbool GV
gigavoltje	=	gigavolt
gigavoltjes	=	gigavolt
gigavolts	=	gigavolt
gigawatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10⁹ watt of 1.000.000 kilowatt, weergegeven met symbool GW
gigawatts	=	gigawatt
gigawatturen	=	gigawattuur
gigawattuur	noun	een eenheid van arbeid of elektrische energie, gelijk aan 1.000.000.000 wattuur, weergegeven met symbool GWh
gigaweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10⁹ weber of 1.000.000 kiloweber, weergegeven met symbool GWb
gigawebers	=	gigaweber
giggelen	=	giechelen
gigje	=	gig
gigjes	=	gig
gigolo	noun	beroepsdanser
gigolo's	=	gigolo
gigolootje	=	gigolo
gigs	=	gig
gigue	noun	oude, oorspronkelijk Engelse, snelle dans
gigues	=	gigue
gij	pron	tweede persoon enkelvoud- en meervoud.
gijen	=	gij
gijk	noun|obsolete	rondhout bevestigd aan het onderlijk van een zeil
gijken	=	gijk
gijl	adj	gistend	noun|obsolete	chylus, maagmelksap
gijlde	=	gijlen
gijlden	=	gijlen
gijle	=	gijl
gijlen	verb	koken, schuimen, gisten
gijlend	=	gijlen
gijler	=	gijl
gijlere	=	gijl
gijlers	=	gijl
gijlieden	pron|obsolete	u, als beleefde of plechtige vorm van jullie
gijlkuip	noun	bij het bierbrouwen: bak waarin men het brouwsel uit de koelbak mengt met gist
gijlkuipen	=	gijlkuip
gijlkuipje	=	gijlkuip
gijlkuipjes	=	gijlkuip
gijls	=	gijl
gijlst	=	gijl
gijlste	=	gijl
gijlt	=	gijlen
gijluiden	pron|formal	u, als beleefde of plechtige vorm van jullie
gijn	noun	takel voor zware lasten, hijswerktuig
gijnblok	noun	groot en zwaar drieschijfsblok.
gijnblokje	=	gijnblok
gijnblokjes	=	gijnblok
gijnblokken	=	gijnblok
gijnen	=	gijn
gijns	=	gijn
gijntje	=	gijn
gijntjes	=	gijn
gijp	=	gijpen
gijpe	=	gijpen
gijpen	verb	met de wind mee door de wind gaan
gijpend	=	gijpen
gijpende	=	gijpen
gijpt	=	gijpen
gijpte	=	gijpen
gijpten	=	gijpen
gijtje	=	gij
gijzel	=	gijzelen
gijzelaar	noun	een veelal onschuldig persoon die tegen de eigen wil door een gijzelnemer gevangen wordt gehouden en die bedreigd wordt met het doel iets van derden gedaan te krijgen
gijzelaars	=	gijzelaar
gijzelaarscrisis	noun	moeilijke situatie die is ontstaan doordat mensen gevangen worden gehouden om iets af te dwingen
gijzelaarscrisisje	=	gijzelaarscrisis
gijzelaarscrisisjes	=	gijzelaarscrisis
gijzelaarscrisissen	=	gijzelaarscrisis
gijzelaarsprobleem	noun	moeilijkheid hoe om te gaan met gijzelden zonder de gijzelnemers teveel tegemoet te komen
gijzelaarsproblemen	=	gijzelaarsprobleem
gijzelaartje	=	gijzelaar
gijzelaartjes	=	gijzelaar
gijzelaren	noun|obsolete	gijzelaars, minder gebruikelijk en verouderd meervoud van gijzelaar
gijzelde	=	gijzelen
gijzelden	=	gijzelen
gijzeldrama	noun	gijzeling met rampzalige afloop
gijzeldrama's	=	gijzeldrama
gijzele	=	gijzelen
gijzelen	verb	iemand gevangen zetten om daarmee iets af te dwingen
gijzelend	=	gijzelen
gijzelende	=	gijzelen
gijzelf	pron	tweede persoon enkelvoud (alleen gebruikt voor de nominatief), versterkte vorm van gij
gijzelhouder	noun	iemand die personen in gijzeling houdt
gijzelhouders	=	gijzelhouder
gijzelhoudertje	=	gijzelhouder
gijzelhoudertjes	=	gijzelhouder
gijzeling	noun	het gevangen houden of nemen van iemand ten einde iets af te dwingen
gijzelingen	=	gijzeling
gijzelingetje	=	gijzeling
gijzelingsactie	noun	gijzeling van personen om bepaalde eisen af te dwingen
gijzelingsacties	=	gijzelingsactie
gijzelingsactietje	=	gijzelingsactie
gijzelingsactietjes	=	gijzelingsactie
gijzelingscrises	=	gijzelingscrisis
gijzelingscrisis	noun	plotseling ontstane spanning rond een gijzeling
gijzelingscrisissen	=	gijzelingscrisis
gijzelingsdrama	noun	een dramatische gebeurtenis rond een gijzeling
gijzelingsdrama's	=	gijzelingsdrama
gijzelingsdramaatje	=	gijzelingsdrama
gijzelingsdramaatjes	=	gijzelingsdrama
gijzelingszaak	noun	keer dat een persoon gegijzeld is; rechtszaak betreffende een gijzeling
gijzelingszaken	=	gijzelingszaak
gijzelmalware	noun	software die bestanden ontoegankelijk maakt en die men alleen na het betalen van een losprijs weer kan gebruiken
gijzelnemer	noun	iemand die personen in gijzeling neemt
gijzelnemers	=	gijzelnemer
gijzelnemertje	=	gijzelnemer
gijzelnemertjes	=	gijzelnemer
gijzelneming	noun	de keer dat een peroon wederrechtelijk van zijn of haar vrijheid is beroofd
gijzelnemingen	=	gijzelneming
gijzelrecht	noun|historical	bevoegdheid van een schuldeiser om iemand die zijn schuld niet betaald gevangen te zetten
gijzelsoftware	noun	kwaadaardige software die de toegang tot bestanden op een computer of server blokkeert door deze te versleutelen, waarna er bijvoorbeeld geld gevraagd wordt om weer toegang te kunnen krijgen
gijzelt	=	gijzelen
gijzelvirus	noun	software die bestanden ontoegankelijk maakt en die men alleen na het betalen van een losprijs weer kan gebruiken
gijzelvirussen	=	gijzelvirus
gil	noun	een harde schelle ongearticuleerde uitroep
gilakitalig	adj	Gilaki sprekend
gilakitalige	=	gilakitalig
gilakitaligs	=	gilakitalig
gilamonster	noun	Heloderma suspectum een forse hagedis uit de familie korsthagedissen (Helodermatidae).
gilamonsters	=	gilamonster
gilamonstertje	=	gilamonster
gilamonstertjes	=	gilamonster
gilaspecht	noun	Melanerpes uropygialis een vogel uit de familie Picidae.
gilaspechten	=	gilaspecht
gilaspechtje	=	gilaspecht
gilaspechtjes	=	gilaspecht
gild	noun|historical	vereniging van vaklieden die eenzelfde ambacht uitoefenen
gilde	noun	een middeleeuwse beroepsorganisatie, meest op monopolie en handhaven van bepaalde standaarden gericht
gildebesturen	=	gildebestuur
gildebestuur	noun	groep leden die is aangewezen als leiding van de beroepsorganisatie van alle personen in een plaats die een bepaald vak uitoefenen
gildeboek	noun	boek met de keuren en statuten, de namen van de leden en leerlingen en de geschiedenis van een gilde etc. kortom de complete administratie van een gilde
gildeboeken	=	gildeboek
gildeboekje	=	gildeboek
gildeboekjes	=	gildeboek
gildebord	noun	identificerend bord van een gilde, later in de kerk opgehangen
gildeborden	=	gildebord
gildebordje	=	gildebord
gildebordjes	=	gildebord
gildebroeder	noun	mannelijk medelid van een gilde
gildebroeders	=	gildebroeder
gildebroederschap	noun	vereniging van gildebroeders
gildebroederschappen	=	gildebroederschap
gildebroedertje	=	gildebroeder
gildebroedertjes	=	gildebroeder
gildedeken	noun	de hoogste gezagsdrager binnen het gilde
gildedekens	=	gildedeken
gildedekentje	=	gildedeken
gildedekentjes	=	gildedeken
gildefeest	noun	een jaarlijks terugkerend feestelijk volksvermaak van een plaatselijke schutterij of schuttersgilde
gildefeesten	=	gildefeest
gildehuis	noun	het gebouw waar het bestuur van een gilde gehuisvest was en waar de leden hun bijeenkomsten hielden
gildehuisje	=	gildehuis
gildehuisjes	=	gildehuis
gildehuizen	=	gildehuis
gildekamer	noun	de kamer van het gilde
gildekamers	=	gildekamer
gildekamertje	=	gildekamer
gildekamertjes	=	gildekamer
gildekeur	noun	verordening van een gilde
gildekeuren	=	gildekeur
gildeknecht	noun	knecht van een gilde
gildeknechten	=	gildeknecht
gildeknechtje	=	gildeknecht
gildeknechtjes	=	gildeknecht
gildeleden	=	gildelid
gildelid	noun	ambachtsman die is toegelaten tot een stedelijke beroepsvereniging
gildemeester	noun	overste, deken van een gilde
gildemeesters	=	gildemeester
gildemeestertje	=	gildemeester
gildemeestertjes	=	gildemeester
gilden	=	gilde
gildenbestuur	=	gildebestuur
gildenhuis	=	gildehuis
gildenkamer	=	gildekamer
gildenmeester	=	gildemeester
gildeos	noun	een rund dat op kosten van een gilde gehouden en vetgemest is om op de gildemaaltijd gegeten te worden
gildeossen	=	gildeos
gildepatroon	noun	beschermheilige of beschermheer van een gilde
gildepatroons	=	gildepatroon
gildepatroontje	=	gildepatroon
gildepatroontjes	=	gildepatroon
gildepenning	noun	lidmaatschapsbewijs van een beroepsorganisatie in de vorm van een munt die het lid bij zich kon dragen
gildepenningen	=	gildepenning
gildeproef	noun	proef bestaand uit het vervaardigen van het meesterstuk, waardoor iemand meester werd
gildeproefje	=	gildeproef
gildeproefjes	=	gildeproef
gildeproeven	=	gildeproef
gilderecht	noun	het recht dat voortvloeit uit het lidmaatschap van een gilde
gilderechten	=	gilderecht
gildes	=	gilde
gildesysteem	noun	het geheel aan gildes dat is ingesteld voor ambachten
gildesystemen	=	gildesysteem
gildewezen	noun	alles wat de gilden betreft
gildezuster	noun	vrouwelijk medelid van een gilde
gildezusters	=	gildezuster
gildezustertje	=	gildezuster
gildezustertjes	=	gildezuster
gildos	noun	een rund dat op kosten van een gilde gehouden en vetgemest is om op de gildemaaltijd gegeten te worden
gildossen	=	gildos
gilet	noun	mouwloos vest, gedragen als onderdeel van een driedelig herenkostuum onder het jasje, als onderdeel van de werkkleding van obers, door mannen in cowboyfilms of als vrijtijdskleding door mannen en vrouwen
giletje	=	gilet
giletjes	=	gilet
gilets	=	gilet
gille	=	gillen
gillen	verb	een harde schelle ongearticuleerde uitroep slaken
gillend	=	gillen
giller	noun	iets wat op geen grappige wijze fout gegaan is
gillerig	adj	op een domme, grappige manier
gillerige	=	gillerig
gilleriger	=	gillerig
gillerigere	=	gillerig
gillerigers	=	gillerig
gillerigs	=	gillerig
gillerigst	=	gillerig
gillerigste	=	gillerig
gillers	=	giller
gillertje	=	giller
gillertjes	=	giller
gilles-de-la-tourettesyndroom	=	gillesdelatourettesyndroom
gillesdelatourettesyndromen	=	gillesdelatourettesyndroom
gillesdelatourettesyndroom	noun	ziektebeeld waarbij je onbedwingbaar opeens zenuwtrekjes vertoont en ongepaste kreten slaakt
gilletje	=	gil
gilletjes	=	gil
gilling	noun	schuin afgesneden of afgezaagde zijde (van plank of zeil)
gillingen	=	gilling
giloei	noun	ontbloting
gilster	=	giller
gilt	=	gillen
gimel	noun	derde letter van het alfabet
gimels	=	gimel
gimmick	noun	opvallende, maar verder meestal nutteloze eigenaardigheid
gimmicks	=	gimmick
gin	noun	soort (Britse) jenever
gin-tonic	noun	mengsel van gin en tonic vaak in een verhouding van 1 op 2
gin-tonics	=	gin-tonic
ginder	adv	daar in de verte
ginderachter	adv	daarginds ergens
ginds	adj	daar in de verte gelegen	adv	daar in de verte
gindse	=	ginds
ging	=	gaan
ginge	=	gaan
gingen	=	gaan
gingerale	noun	een drankje gemaakt van gember
gingerales	=	gingerale
gingivitis	noun	ontsteking van het tandvlees
gingt	=	gaan
gini-coëfficiënt	=	ginicoëfficiënt
ginicoëfficiënt	noun	weergave van de ongelijkheid in een verdeling (van inkomens of vermogens) als een getal tussen 0 en 1 De waarde 0 hoort bij een volledig gelijke verdeling over iedereen, de waarde 1 hoort bij de situatie waarin één iemand alles heeft en de anderen niets.
ginicoëfficiënten	=	ginicoëfficiënt
ginkgo	noun	benaming voor bomen uit het geslacht Ginkgo uit de familie Ginkgoaceae; dit geslacht is uitgestorven op de Japanse notenboom Ginkgo biloba na, die daarom soms wordt gezien als een levend fossiel
ginkgo's	=	ginkgo
ginkgowaasje	noun	Bartheletia paradoxa een soort dimorfe schimmel en is het enige lid van het geslacht Bartheletia.
ginkgowaasjes	=	ginkgowaasje
ginnegap	=	ginnegappen
ginnegappe	=	ginnegappen
ginnegappen	verb	onderdrukt en ietwat spottend lachen, vaak op een ongepaste wijze
ginnegappend	=	ginnegappen
ginnegappende	=	ginnegappen
ginnegapt	=	ginnegappen
ginnegapte	=	ginnegappen
ginnegapten	=	ginnegappen
gins	=	gin
ginseng	noun	Panax ginseng bereidingen uit de wortels van soorten uit het geslacht Panax in de Klimopfamilie (Araliaceae)
ginter	adv	daar in de verte
gioer	noun	overgang tot het jodendom
gioeriem	=	gioer
gioret	noun	niet-joodse vrouw die overgegaan is tot het jodendom
giorot	=	gioret
gips	noun	een uit calciumsulfaat en water uithardende witte vaste stof: CaSO₄·2H₂O
gipsafdruk	noun	kopie van een voorwerp, door een mal daarvan te vullen met een mengsel van zwavelzure kalk en dat mengsel te laten uitharden
gipsafdrukken	=	gipsafdruk
gipsafgietsel	noun	een in gips gegoten kopie van een driedimensionale vorm
gipsafgietsels	=	gipsafgietsel
gipsafval	noun	hoofdzakelijk uit calciumsulfaat bestaand bouwafval, zoals resten van platen, blokken en pleisterwerk
gipsbeen	noun	een (gebroken) been dat met een gipsverband is verbonden
gipsbeentje	=	gipsbeen
gipsbeentjes	=	gipsbeen
gipsbenen	=	gipsbeen
gipse	=	gipsen
gipsen	verb	met gips bestrijken, bestrooien of behandelen	adj	van gips vervaardigd
gipsend	=	gipsen
gipsende	=	gipsen
gipskalk	noun	door zeer sterke verhitting van gips verkregen kalk
gipskalkje	=	gipskalk
gipskalkjes	=	gipskalk
gipskamer	noun	afdeling van een ziekenhuis waar men gipsverbanden aanlegt
gipskamers	=	gipskamer
gipskarton	noun	materiaal bestaand uit gips dat aan beide kanten met karton is omgeven
gipskartonplaat	noun	plaat van 9 tot 15 mm dik bestaande uit een kern van gips die aan beide zijden is voorzien van karton, die wordt gebruikt als brandveilig bouwmateriaal
gipskartonplaatje	=	gipskartonplaat
gipskartonplaatjes	=	gipskartonplaat
gipskartonplaten	=	gipskartonplaat
gipskruid	noun	Gypsophila sierplant met kleine witte bloemen en veel groen dat men vaak als aanvulling in bloemstukken gebruikt
gipsmasker	noun	afgietsel in gips van het gezicht
gipsmaskers	=	gipsmasker
gipsmodel	noun	ontwerp van iets in gips
gipsmodellen	=	gipsmodel
gipsmycena	noun	Hemimycena cucullata een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
gipsmycena's	=	gipsmycena
gipsmycenaatje	=	gipsmycena
gipsmycenaatjes	=	gipsmycena
gipsplaat	noun	plaat waarin gips is verwerkt en die wordt gebruikt als brandveilig bouwmateriaal, gipskartonplaat of gipsvezelplaat waarbij in de praktijk meestal eerstgenoemde wordt bedoeld
gipsplaatje	=	gipsplaat
gipsplaatjes	=	gipsplaat
gipsplaten	=	gipsplaat
gipst	=	gipsen
gipste	=	gipsen
gipsten	=	gipsen
gipsverband	noun	een verband waarin gips verwerkt is dat na aanbrengen hard geworden is
gipsverbanden	=	gipsverband
gipsverbandje	=	gipsverband
gipsverbandjes	=	gipsverband
gipsvezelplaat	noun	plaat van 9 tot 15 mm dik bestaande uit uit gips en papiervezels, die wordt gebruikt als brandveilig bouwmateriaal
gipsvezelplaatje	=	gipsvezelplaat
gipsvezelplaatjes	=	gipsvezelplaat
gipsvezelplaten	=	gipsvezelplaat
gipsvlucht	noun	een vlucht van een vliegtuig speciaal voor wintersportbeoefenaars die botbreuken hebben opgelopen (en daarom een gipsverband hebben)
gipsvluchten	=	gipsvlucht
gipsvluchtje	=	gipsvlucht
gipsy	noun	zigeuner
gipsy's	=	gipsy
gipszaag	noun	medisch instrument dat oscillerend (trillend) werkt om hard gipsverband veilig te verwijderen zonder daarbij de huid te beschadigen
gipszaagje	=	gipszaag
gipszaagjes	=	gipszaag
gipszagen	=	gipszaag
giraal	adj	via of met betrekking tot de giro
giraals	=	giraal
giraalst	=	giraal
giraalste	=	giraal
giraf	noun	Giraffa camelopardalis, een herkauwend dier dat in Midden-Afrika leeft met een zeer lange hals, een geel en bruin gevlekte huid en kleine hoorns
giraffe	noun	Giraffa herkauwend dier dat in Midden-Afrika leeft met een zeer lange hals, een geel en bruin gevlekte huid en kleine hoorns Giraffa camelopardalis
giraffemot	noun	Clepsis pallidana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
giraffemotje	=	giraffemot
giraffemotjes	=	giraffemot
giraffemotten	=	giraffemot
giraffen	noun	Giraffa een geslacht van evenhoevige zoogdieren uit de familie Giraffidae waarvan de vertegenwoordigers voorkomen in Afrika.
giraffenek	=	giraffennek
giraffenhals	noun	kenmerkend, zeer langgerekt lichaamsdeel dat de verbinding vormt tussen de kop en de romp van de grote Afrikaanse herkauwer Giraffa camelopardalis
giraffenhalzen	=	giraffenhals
giraffennek	noun	kenmerkend, zeer langgerekt lichaamsdeel dat de verbinding vormt tussen de kop en de romp van de grote Afrikaanse herkauwer Giraffa camelopardalis
giraffennekken	=	giraffennek
giraffenpoep	noun	ontlasting van een giraf
giraffenverblijf	noun	hoge ruimte waarin giraffen verblijven in een dierentuin
giraffenverblijven	=	giraffenverblijf
giraffes	noun	een familie Giraffidae van evenhoevige zoogdieren.
giraffetje	=	giraffe
giraffetjes	=	giraffe
girafje	noun	alleen verkleinwoord Cladonia gracilis een korstmossoort uit de familie Cladoniaceae.
girafjes	=	giraf
girale	=	giraal
giraler	=	giraal
giralere	=	giraal
giralers	=	giraal
girant	noun	iemand die een gegireerde wissel aan een ander overdraagt
giranten	=	girant
gireer	=	gireren
gireerde	=	gireren
gireerden	=	gireren
gireeren	=	gireren
gireert	=	gireren
girere	=	gireren
gireren	verb	geld overmaken door het uitschrijven van een giro
girerend	=	gireren
girerende	=	gireren
girlpower	noun	de kracht van jonge vrouwen die zich in de jaren '90 van de 20ste eeuw uitte in o.a. de popmuziek
giro	noun	betaalsysteem vergelijkbaar met een bank
giro's	=	giro
giro-afrekening	noun	afrekening van een rekening van een giraal betaalsysteem
girobank	noun	bank waar men alleen met behulp van overschrijvingen geld kan overmaken naar een andere bankrekening
girobanken	=	girobank
girobetaling	noun	betaling verricht via de giro
girobetalingen	=	girobetaling
girobetalinkje	=	girobetaling
girobetalinkjes	=	girobetaling
giroboekje	noun	boekje met overschrijvingskaarten voor girodienst
giroboekjes	=	giroboekje
girocheque	noun	overschrijving van de ene naar de andere bankrekening
girocheques	=	girocheque
girodienst	noun	dienst waarmee men geld van de ene naar de andere bankrekening kan overmaken
girodiensten	=	girodienst
girofonen	=	girofoon
girofoon	noun	systeem voor informatie over en transacties op een girorekening met behulp van de telefoon
girofoons	=	girofoon
girofoontje	=	girofoon
girofoontjes	=	girofoon
girolle	noun	apparaat om flinterdunne plakjes kaas te schaven, bestaande in een op een plank gemonteerde verticale as ,die door het midden van de kaas wordt gestoken, rond welke een mes kan draaien
girolles	=	girolle
girolletje	=	girolle
girolletjes	=	girolle
giromaat	noun	apparaat waar men contact geld kan ophalen met een pinpas
giromaten	=	giromaat
girondijn	noun	liberaal republikein
girondijnen	=	girondijn
girondijns	adj	betrekking hebbend op de girondijnen een groep gematigde republikeinen ten tijde van de Franse Revolutie
girondijnse	=	girondijns
girondijnser	=	girondijns
girondijnsere	=	girondijns
girondijnsers	=	girondijns
girondijnst	=	girondijns
girondijnste	=	girondijns
gironummer	noun	het identificatienummer van een rekening bij de voormalige postgiro
gironummers	=	gironummer
gironummertje	=	gironummer
gironummertjes	=	gironummer
girootje	=	giro
girootjes	=	giro
giropas	noun	in Nederland door de Postbank afgegeven legitimatiebewijs dat in combinatie met een pincode gebruikt kan worden voor elektronisch geldverkeer bij betaal- en geldautomaten
giropasje	=	giropas
giropasjes	=	giropas
giropassen	=	giropas
girorekening	noun	in Nederland rekening-courant bij de Postbank
girorekeningen	=	girorekening
girorekeningetje	=	girorekening
girorekeningetjes	=	girorekening
gis	noun	een halve toon verhoogde toon "g"	adj	intelligent, slim [1], schrander
gis-groot	noun	het akkoord gis - bis - dis (=gis - c - dis), de grote drieklank op de eerste trap van de Gis-grotetertstoonladder
gis-grootakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Gis-grotetertstoonladder
gis-grootakkoorden	=	gis-grootakkoord
gis-grootakkoordje	=	gis-grootakkoord
gis-grootakkoordjes	=	gis-grootakkoord
gis-grotetertstoonaard	noun	een majeurtoonladder met "gis" als grondtoon
gis-grotetertstoonaarden	=	gis-grotetertstoonaard
gis-grotetertstoonaardje	=	gis-grotetertstoonaard
gis-grotetertstoonaardjes	=	gis-grotetertstoonaard
gis-grotetertstoonladder	noun	een majeurtoonladder met “gis” als grondtoon
gis-grotetertstoonladders	=	gis-grotetertstoonladder
gis-grotetertstoonladdertje	=	gis-grotetertstoonladder
gis-grotetertstoonladdertjes	=	gis-grotetertstoonladder
gis-grotetertstoonschaal	noun	een majeurtoonladder met “gis” als grondtoon
gis-grotetertstoonschaaltje	=	gis-grotetertstoonschaal
gis-grotetertstoonschaaltjes	=	gis-grotetertstoonschaal
gis-grotetertstoonschalen	=	gis-grotetertstoonschaal
gis-grotetertstoonsoort	noun	een majeurtoonladder met “gïs” als grondtoon
gis-grotetertstoonsoorten	=	gis-grotetertstoonsoort
gis-grotetertstoonsoortje	=	gis-grotetertstoonsoort
gis-grotetertstoonsoortjes	=	gis-grotetertstoonsoort
gis-klein	noun	het akkoord gis - b - dis, de kleine drieklank op de eerste trap van de gis-kleinetertstoonladder
gis-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de gis-kleinetertstoonladder
gis-kleinakkoorden	=	gis-kleinakkoord
gis-kleinakkoordje	=	gis-kleinakkoord
gis-kleinakkoordjes	=	gis-kleinakkoord
gis-kleinetertstoonaard	noun	een mineurtoonladder met “gis” als grondtoon
gis-kleinetertstoonaarden	=	gis-kleinetertstoonaard
gis-kleinetertstoonaardje	=	gis-kleinetertstoonaard
gis-kleinetertstoonaardjes	=	gis-kleinetertstoonaard
gis-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “gis” als grondtoon
gis-kleinetertstoonladders	=	gis-kleinetertstoonladder
gis-kleinetertstoonladdertje	=	gis-kleinetertstoonladder
gis-kleinetertstoonladdertjes	=	gis-kleinetertstoonladder
gis-majeur	noun	het akkoord gis - bis - dis (=gis - c - dis), de grote drieklank op de eerste trap van de Gis-grotetertstoonladder
gis-majeurakkoord	noun	de grote drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de Gis-grotetertstoonladder
gis-majeurakkoorden	=	gis-majeurakkoord
gis-majeurakkoordje	=	gis-majeurakkoord
gis-majeurakkoordjes	=	gis-majeurakkoord
gis-majeurtoonaard	noun	een grotetertstoonladder met “gis” als grondtoon
gis-majeurtoonaarden	=	gis-majeurtoonaard
gis-majeurtoonaardje	=	gis-majeurtoonaard
gis-majeurtoonaardjes	=	gis-majeurtoonaard
gis-majeurtoonladder	noun	een grotetertstoonladder met "gis" als grondtoon
gis-majeurtoonladders	=	gis-majeurtoonladder
gis-majeurtoonladdertje	=	gis-majeurtoonladder
gis-majeurtoonladdertjes	=	gis-majeurtoonladder
gis-majeurtoonschaal	noun	een grotetertstoonladder met "gis" als grondtoon
gis-majeurtoonschaaltje	=	gis-majeurtoonschaal
gis-majeurtoonschaaltjes	=	gis-majeurtoonschaal
gis-majeurtoonschalen	=	gis-majeurtoonschaal
gis-majeurtoonsoort	noun	een grotetertstoonladder met “gïs” als grondtoon
gis-majeurtoonsoorten	=	gis-majeurtoonsoort
gis-majeurtoonsoortje	=	gis-majeurtoonsoort
gis-majeurtoonsoortjes	=	gis-majeurtoonsoort
gis-mineur	noun	het akkoord gis - b - dis, de kleine drieklank op de eerste trap van de gis-kleinetertstoonladder
gis-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de gis-kleinetertstoonladder
gis-mineurakkoorden	=	gis-mineurakkoord
gis-mineurakkoordje	=	gis-mineurakkoord
gis-mineurakkoordjes	=	gis-mineurakkoord
gis-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “gis” als grondtoon
gis-mineurtoonladders	=	gis-mineurtoonladder
gis-mineurtoonladdertje	=	gis-mineurtoonladder
gis-mineurtoonladdertjes	=	gis-mineurtoonladder
gis-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “gis” als grondtoon
gis-mineurtoonschaaltje	=	gis-mineurtoonschaal
gis-mineurtoonschaaltjes	=	gis-mineurtoonschaal
gis-mineurtoonschalen	=	gis-mineurtoonschaal
gis-toonladder	=	gis-grotetertstoonladder
gisant	noun	horizontaal op een graftombe uitgestrekte figuur van de dode
gisants	=	gisant
giscorrectie	noun	methode voor het beoordelen van teksten of het nakijken van examens waarbij foute antwoorden zwaarder bestraft worden dan het openlaten van een vraag
giscorrecties	=	giscorrectie
gisis	noun	een tweemaal met een halve toon verhoogde toon "g"
gisis-klein	=	gisis-kleinetertstoonaard
gisis-kleinakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de gisis-kleinetertstoonladder
gisis-kleinakkoorden	=	gisis-kleinakkoord
gisis-kleinakkoordje	=	gisis-kleinakkoord
gisis-kleinakkoordjes	=	gisis-kleinakkoord
gisis-kleinetertstoonaard	noun	een (ongebruikelijke) mineurtoonladder met “gisis” als grondtoon
gisis-kleinetertstoonaarden	=	gisis-kleinetertstoonaard
gisis-kleinetertstoonaardje	=	gisis-kleinetertstoonaard
gisis-kleinetertstoonaardjes	=	gisis-kleinetertstoonaard
gisis-kleinetertstoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “gisis” als grondtoon
gisis-kleinetertstoonladders	=	gisis-kleinetertstoonladder
gisis-kleinetertstoonladdertje	=	gisis-kleinetertstoonladder
gisis-kleinetertstoonladdertjes	=	gisis-kleinetertstoonladder
gisis-mineurakkoord	noun	de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de gisis-kleinetertstoonladder
gisis-mineurakkoorden	=	gisis-mineurakkoord
gisis-mineurakkoordje	=	gisis-mineurakkoord
gisis-mineurakkoordjes	=	gisis-mineurakkoord
gisis-mineurtoonladder	noun	een kleinetertstoonladder met “gisis” als grondtoon
gisis-mineurtoonladders	=	gisis-mineurtoonladder
gisis-mineurtoonladdertje	=	gisis-mineurtoonladder
gisis-mineurtoonladdertjes	=	gisis-mineurtoonladder
gisis-mineurtoonschaal	noun	een kleinetertstoonladder met “gisis” als grondtoon
gisis-mineurtoonschaaltje	=	gisis-mineurtoonschaal
gisis-mineurtoonschaaltjes	=	gisis-mineurtoonschaal
gisis-mineurtoonschalen	=	gisis-mineurtoonschaal
gisis-toonladder	=	gisis-kleinetertstoonaard
gisisje	=	gisis
gisisjes	=	gisis
gisissen	=	gisis
gisje	=	gis
gisjes	=	gis
gisp	=	gispen
gispe	=	gispen
gispen	verb|figurative	iets of iemand scherp bekritiseren
gispend	=	gispen
gispende	=	gispen
gisping	noun	flinke terechtwijzing
gispingen	=	gisping
gispt	=	gispen
gispte	=	gispen
gispten	=	gispen
gisse	=	gis
gissen	verb	een vermoeden uitspreken over iets
gissend	=	gissen
gissende	=	gissen
gisser	noun	iemand die gist (raadt)
gissere	=	gis
gissers	=	gis
gissing	noun	gedachte waarvoor men onvoldoende gegevens heeft om de juistheid of onjuistheid ervan te kunnen vaststellen
gissingen	=	gissing
gissinkje	=	gissing
gissinkjes	=	gissing
gist	noun	benaming voor een aantal soorten eencellige schimmels
gistcel	noun	micro-organisme dat suikers omzet in alcohol en koolzuurgas
gistcellen	=	gistcel
gistcelletje	=	gistcel
gistcelletjes	=	gistcel
gistdeeg	noun	kneedbaar mengsel van fijngemalen meel, zout en melk of water waaraan een bepaalde schimmel
gistdeegkoekje	noun	luchtig zoet gebakje
gistdeegkoekjes	=	gistdeegkoekje
gistdegen	=	gistdeeg
giste	=	gissen
gisten	verb	een proces van fermentatie ondergaan
gistend	=	gisten
gistende	=	gisten
gister	adv	de laatste dag die voltooid is, aanduiding van de dag die onmiddellijk voorafgaat aan vandaag
gisteravond	adv	de avond vóór de afgelopen nacht
gisteren	adv	de laatste dag die voltooid is
gisterenavond	adv	de avond vóór de afgelopen nacht
gisterenmiddag	adv	de periode van 12.00 uur tot 18.00 uur van de dag die net voorbij is
gisterenmorgen	adv	de ochtend van de vorige dag
gisterennacht	adv	afgelopen nacht
gisterennamiddag	adv	op de voorgaande dag aan het einde van de middag of in het tweede deel van de middag, ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur
gisterenochtend	adv	tussen 06.00 en 12.00 uur van de voorgaande dag
gistermiddag	adv	ten tijde van de middag van de dag van gisteren
gistermorgen	adv	ten tijde van de ochtend van de dag van gisteren, gisterochtend
gisternacht	adv	de nacht van de laatste voltooide dag
gisternamiddag	adv	op de voorgaande dag aan het einde van de middag of in het tweede deel van de middag, ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur
gisterochtend	adv	in de ochtend van de voorgaande dag
gistextract	noun	aroma verkregen uit gistcellen met een hartige smaak
gistextracten	=	gistextract
gistfabriek	noun	bedrijf dat op industriële schaal gist vervaardigt
gistfabrieken	=	gistfabriek
gistfabriekje	=	gistfabriek
gistfabriekjes	=	gistfabriek
gisting	noun	het fermentatieproces veroorzaakt door een gist
gistingen	=	gisting
gistingsazijn	noun	azijn die door gisting (vaak uit wijn) is ontstaan
gistingsproces	noun	het proces van de gisting
gistingsprocessen	=	gistingsproces
gistoplossing	noun	oplossing van gist
gistoplossingen	=	gistoplossing
gistoplossinkje	=	gistoplossing
gistoplossinkjes	=	gistoplossing
gistpoeder	noun	is meestal geen gist in poedervorm maar bakpoeder
gistpoeders	=	gistpoeder
gistpoedertje	=	gistpoeder
gistpoedertjes	=	gistpoeder
gistte	=	gisten
gistten	=	gisten
giswerk	noun	iets wat men doet door gokken en raden
git	noun	bepaalde zwarte delfstof
gitaar	noun	een muziekinstrument, gewoonlijk met zes snaren, bespeeld met de vingers of een plectrum
gitaarband	noun	muziekgroep met gitaristen
gitaarbandje	=	gitaarband
gitaarbandjes	=	gitaarband
gitaarbands	=	gitaarband
gitaarbegeleiding	noun	de ritmische en harmonische ondersteuning die een gitarist biedt aan een melodie, zangstem of ander instrument, vaak door het spelen van akkoorden
gitaarbegeleidingen	=	gitaarbegeleiding
gitaarbegeleidinkje	=	gitaarbegeleiding
gitaarbegeleidinkjes	=	gitaarbegeleiding
gitaarelement	noun	onderdeel van een elektrische gitaar dat de trillingen van de gitaarsnaren omzet in elektrische signalen
gitaarelementen	=	gitaarelement
gitaarelementje	=	gitaarelement
gitaarelementjes	=	gitaarelement
gitaargeluid	noun	geluid zoals gemaakt door een gitaar
gitaargeluiden	=	gitaargeluid
gitaargeluidje	=	gitaargeluid
gitaargeluidjes	=	gitaargeluid
gitaargespeeld	=	gitaarspelen
gitaargeweld	noun	zeer ruige en luide gitaarmuziek
gitaarlegende	noun	gitarist waarover men veel verhalen vertelt
gitaarlegenden	=	gitaarlegende
gitaarlegendes	=	gitaarlegende
gitaarles	noun	les in het bespelen van de gitaar
gitaarlessen	=	gitaarles
gitaarmuziek	noun	muziek gemaakt door of voor een gitaar
gitaarpop	noun	rustige, melodische, akoestische en soms melancholisch getinte vorm van popmuziek, met gitaarspel en zang als basiselementen (sinds eind jaren 70 van de twintigste eeuw)
gitaarriff	noun	een ritmisch basispatroon in een muziekstuk gespeeld op een gitaar
gitaarriffje	=	gitaarriff
gitaarriffjes	=	gitaarriff
gitaarriffs	=	gitaarriff
gitaarrock	noun	aan de gitaarpop verwante, maar veel hardere en ruigere vorm van popmuziek (sinds eind jaren 80 van de twintigste eeuw)
gitaarsnijder	noun	een professioneel keukenapparaat dat door banketbakkers en chocolatiers wordt gebruikt om zachte lekkernijen zeer strak en gelijkmatig in blokjes of banen te snijden
gitaarsnijders	=	gitaarsnijder
gitaarsnijdertje	=	gitaarsnijder
gitaarsnijdertjes	=	gitaarsnijder
gitaarsoli	=	gitaarsolo
gitaarsolo	noun	een stuk muziek dat door één gitarist gespeeld wordt
gitaarsolo's	=	gitaarsolo
gitaarsolootje	=	gitaarsolo
gitaarsolootjes	=	gitaarsolo
gitaarspeel	=	gitaarspelen
gitaarspeelde	=	gitaarspelen
gitaarspeelden	=	gitaarspelen
gitaarspeelt	=	gitaarspelen
gitaarspel	noun	het muziek maken met een gitaar
gitaarspele	=	gitaarspelen
gitaarspelen	verb	muziek maken met een gitaar
gitaarspelend	adj	muziek makend met een gitaar
gitaarspelende	=	gitaarspelend
gitaarspelends	=	gitaarspelend
gitaarspeler	noun	Iemand die (professioneel) de gitaar bespeelt.
gitaarspelers	=	gitaarspeler
gitaarspelertje	=	gitaarspeler
gitaarspelertjes	=	gitaarspeler
gitaartje	=	gitaar
gitaartjes	=	gitaar
gitaarvirtuoos	noun	iemand die heel kunstig op een gitaar kan spelen
gitaarvirtuozen	=	gitaarvirtuoos
gitaarwerk	noun	een muziekstuk geschreven voor gitaar
gitaarwerken	=	gitaarwerk
gitaren	=	gitaar
gitarist	noun	een musicus die een gitaar bespeelt
gitariste	noun	Vrouwelijke gitarist.
gitaristen	=	gitarist
gitaristes	=	gitariste
gitaristje	=	gitarist
gitaristjes	=	gitarist
gitien	=	get
gitje	noun	alleen verkleinwoord een vliegensoort van het geslacht Cheilosia uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae)
gitjes	noun	een groot geslacht Cheilosia uit de familie van de zweefvliegen waarvan in Nederland en België rond de veertig en wereldwijd circa 450 soorten voorkomen.
gitten	adj	van git vervaardigd
gitzwart	adj	in een tint zwart met RAL-nummer 9005 ( ).	noun	diepzwarte kleur met RAL-nummer 9005.
gitzwarte	=	gitzwart
gitzwarten	=	gitzwart
gitzwarter	=	gitzwart
gitzwartere	=	gitzwart
gitzwarters	=	gitzwart
gitzwarts	=	gitzwart
gitzwartst	=	gitzwart
gitzwartste	=	gitzwart
giveaway	noun	product dat men gratis weggeeft
giveaways	=	giveaway
gizobrilvogel	noun	Zosterops luteirostris een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
gizobrilvogels	=	gizobrilvogel
gizobrilvogeltje	=	gizobrilvogel
gizobrilvogeltjes	=	gizobrilvogel
glaas	=	glazen
glaasde	=	glazen
glaasden	=	glazen
glaasje	=	glas
glaasjes	=	glas
glaast	=	glazen
glabella	noun	stukje van de schedel tussen je wenkbrauwen
glabella's	=	glabella
glabellae	=	glabella
glaceer	=	glaceren
glaceerde	=	glaceren
glaceerden	=	glaceren
glaceert	=	glaceren
glaceetje	=	glacé
glaceetjes	=	glacé
glacere	=	glaceren
glaceren	verb	met een laag suiker bedekken en dan verhitten zodat de suiker glanzend wordt, kan ook gedaan worden met honing
glacerend	=	glaceren
glacerende	=	glaceren
glaciaal	noun	koudere fase binnen een ijstijd	adj	betrekking hebbend op de poolstreken, een ijstijd, een glaciaal of op gletsjers
glaciaals	=	glaciaal
glaciaalst	=	glaciaal
glaciaalste	=	glaciaal
glaciale	=	glaciaal
glacialen	=	glaciaal
glacialer	=	glaciaal
glacialere	=	glaciaal
glacialers	=	glaciaal
glaciologe	=	glacioloog
glaciologen	=	glacioloog
glaciologie	noun	de bestudering van ijs, gletsjers en landijs
glacioloog	noun	beoefenaar van de glaciologie, de bestudering van ijs, gletsjers en landijs
glacioloogje	=	glacioloog
glacioloogjes	=	glacioloog
glacis	noun	doorschijnende laag (verf die niet dekt)
glacé	noun	een zachte soepele, glanzend gemaakte leersoort oorspronkelijk van hertenleer gemaakt tegenwoordig vaker van schaapsleer
glacékoek	noun	een plat cakeje met een roze laagje fondant
glacékoeken	=	glacékoek
glacés	=	glacé
glad	adj	egaal, met geringe ruwheid, slipperig
gladaf	adv	helemaal, volkomen, totaal
gladakker	noun	oud, slecht paard
gladakkers	=	gladakker
gladakkertje	=	gladakker
gladakkertjes	=	gladakker
gladde	=	glad
gladden	verb	gladstrijken, effenen
gladdend	=	gladden
gladdende	=	gladden
gladder	=	glad
gladdere	=	glad
gladders	=	glad
gladdig	adj	behoorlijk glad
gladdige	=	gladdig
gladdiger	=	gladdig
gladdigere	=	gladdig
gladdigers	=	gladdig
gladdigs	=	gladdig
gladdigst	=	gladdig
gladdigste	=	gladdig
gladgemaakt	=	gladmaken
gladgemaakte	=	gladmaken
gladgeschoren	adj	waarvan alle haren zijn verwijderd met een scheerapparaat
gladgeschorens	=	gladgeschoren
gladgeslepen	=	gladslijpen
gladgestreken	=	gladstrijken
gladharig	adj	met beharing die recht is een tezamen een glad oppervlak vormt
gladharige	=	gladharig
gladhariger	=	gladharig
gladharigere	=	gladharig
gladharigers	=	gladharig
gladharigs	=	gladharig
gladharigst	=	gladharig
gladharigste	=	gladharig
gladheid	noun	het vóórkomen van gladde oppervlakten
gladheidbestrijding	noun	het tegengaan van de gladheid op wegen en paden als het vriest
gladheidbestrijdingen	=	gladheidbestrijding
gladheidbestrijdinkje	=	gladheidbestrijding
gladheidbestrijdinkjes	=	gladheidbestrijding
gladheidsbestrijding	noun	het tegengaan van de gladheid op wegen en paden als het vriest
gladheidsbestrijdingen	=	gladheidsbestrijding
gladheidsbestrijdinkje	=	gladheidsbestrijding
gladheidsbestrijdinkjes	=	gladheidsbestrijding
gladhoedvezelkop	noun	Inocybe leiocephala een paddenstoel behorend tot de familie Inocybaceae.
gladhoedvezelkopje	=	gladhoedvezelkop
gladhoedvezelkopjes	=	gladhoedvezelkop
gladhoedvezelkoppen	=	gladhoedvezelkop
gladhoedvezelkoppie	=	gladhoedvezelkop
gladhoedvezelkoppies	=	gladhoedvezelkop
gladhout	noun	gepolitoerd hout
gladhouten	adj	van gepolitoerd hout vervaardigd
gladiator	noun	zwaardvechter bij de oude Romeinen (die een gevecht leverde als volksvermaak in een amfitheater)
gladiatoren	=	gladiator
gladiatorengevecht	noun	gevecht tussen gladiatoren in een arena
gladiatorengevechten	=	gladiatorengevecht
gladiatorklauwier	noun	Malaconotus gladiator een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
gladiatorklauwieren	=	gladiatorklauwier
gladiatorklauwiertje	=	gladiatorklauwier
gladiatorklauwiertjes	=	gladiatorklauwier
gladiators	=	gladiator
gladiatortje	=	gladiator
gladiatortjes	=	gladiator
gladii	=	gladius
gladiolen	noun	een geslacht Gladiolus van vaste planten uit de lissenfamilie (Iridaceae).
gladiolenstromabekertje	noun	Stromatinia gladioli een schimmel behorend tot de familie Sclerotiniaceae.
gladiolenstromabekertjes	=	gladiolenstromabekertje
gladiolentrips	noun	Thrips simplex een insect uit de familie van de gewone thripsen Thripidae.
gladiolentripsen	=	gladiolentrips
gladioli	=	gladiolus
gladiolus	noun	Gladiolus geslacht van vaste planten uit de lissenfamilie
gladiolussen	=	gladiolus
gladiool	noun	Gladiolus sp. een bolgewas uit de Irisfamilie met zwaardvormige bladen en gekleurde bloemen
gladiooltje	=	gladiool
gladiooltjes	=	gladiool
gladius	noun	kort tweesnijdend zwaard, zoals Romeinse voetsoldaten gebruikten
gladiusje	=	gladius
gladiussen	=	gladius
gladjakker	noun	onbetrouwbaar, gewiekst persoon
gladjakkers	=	gladjakker
gladjakkertje	=	gladjakker
gladjakkertjes	=	gladjakker
gladjanus	noun	iemand die anderen vaak te vlug af is en zich goed uit afspraken weet te wringen
gladjanusje	=	gladjanus
gladjanusjes	=	gladjanus
gladjanussen	=	gladjanus
gladjes	adj	nogal glad
gladkopleguanen	noun	een geslacht Leiocephalus van hagedissen behorend tot de familie Leiocephalidae
gladkopvissen	noun	een familie Alepocephalidae van straalvinnige vissen uit de orde van spieringachtigen (Osmeriformes)
gladmaak	=	gladmaken
gladmaakt	=	gladmaken
gladmaakte	=	gladmaken
gladmaakten	=	gladmaken
gladmake	=	gladmaken
gladmaken	verb	gelijk, effen maken
gladmakend	=	gladmaken
gladmakende	=	gladmaken
gladneus	noun	zoogdier uit de familie Vespertilionidae van kleine vleermuizen die over de hele wereld voorkomen.
gladneusje	=	gladneus
gladneusjes	=	gladneus
gladneuzen	noun	Vespertilionidae een familie van kleine vleermuizen die over de hele wereld voorkomen.
gladranddrieklauw	noun	Apalone mutica een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
gladranddrieklauwen	=	gladranddrieklauw
gladranddrieklauwtje	=	gladranddrieklauw
gladranddrieklauwtjes	=	gladranddrieklauw
gladrandklepschildpad	noun	Kinixys belliana een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
gladrandklepschildpadden	=	gladrandklepschildpad
gladrandklepschildpadje	=	gladrandklepschildpad
gladrandklepschildpadjes	=	gladrandklepschildpad
glads	=	glad
gladscheer	=	gladscheren
gladscheert	=	gladscheren
gladschere	=	gladscheren
gladscheren	verb	alle haren in het geheel verwijderen zodat een gladde huid overblijft
gladscherend	=	gladscheren
gladscherende	=	gladscheren
gladschoor	=	gladscheren
gladschoren	=	gladscheren
gladsleep	=	gladslijpen
gladslepen	=	gladslijpen
gladslijp	=	gladslijpen
gladslijpe	=	gladslijpen
gladslijpen	verb	door slijpen glad, blinkend en spiegelend maken
gladslijpend	=	gladslijpen
gladslijpende	=	gladslijpen
gladslijpt	=	gladslijpen
gladst	=	glad
gladstaartreuzenrat	noun	Mallomys rothschildi knaagdier uit het geslacht Mallomys
gladstaartreuzenratje	=	gladstaartreuzenrat
gladstaartreuzenratjes	=	gladstaartreuzenrat
gladstaartreuzenratten	=	gladstaartreuzenrat
gladste	=	glad
gladsteelvezelkop	noun	Inocybe subnudipes een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
gladsteelvezelkopje	=	gladsteelvezelkop
gladsteelvezelkopjes	=	gladsteelvezelkop
gladsteelvezelkoppen	=	gladsteelvezelkop
gladsteelvezelkoppie	=	gladsteelvezelkop
gladsteelvezelkoppies	=	gladsteelvezelkop
gladstreek	=	gladstrijken
gladstreekt	=	gladstrijken
gladstreken	=	gladstrijken
gladstrijk	=	gladstrijken
gladstrijke	=	gladstrijken
gladstrijken	verb	door strijken glad of effen maken
gladstrijkend	=	gladstrijken
gladstrijkende	=	gladstrijken
gladstrijkt	=	gladstrijken
gladt	=	gladden
gladtandzwarttiphaai	noun	Carcharhinus leiodon een haai uit de familie van de requiemhaaien.
gladtandzwarttiphaaien	=	gladtandzwarttiphaai
gladtandzwarttiphaaitje	=	gladtandzwarttiphaai
gladtandzwarttiphaaitjes	=	gladtandzwarttiphaai
gladvis	noun	vis zonder schubben
gladvissen	=	gladvis
gladvoorhoofdkaaimans	noun	Paleosuchus een geslacht van krokodilachtigen (Crocodilia) uit de familie alligators en kaaimannen (Alligatoridae) en de onderfamilie kaaimannen (Caimaninae)
gladweg	adv	helemaal, zonder enig voorbehoud
glagolitisch	adj	betrekking hebbend op het glagolitisch alfabet, het oudst bekende alfabet bedoeld voor een Slavische taal
glagolitische	=	glagolitisch
glagolitischer	=	glagolitisch
glagolitischere	=	glagolitisch
glagolitischers	=	glagolitisch
glam	noun	een acroniem voor "Galleries, Libraries, Archives, and Museums", oftewel galeries, bibliotheken, archieven en musea.
glam's	=	glam
glamour	noun	betoverend uiterlijk, schone schijn	adj	met opvallend mooie stijl en versiering
glamourachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van glamour
glamourachtige	=	glamourachtig
glamourachtiger	=	glamourachtig
glamourachtigere	=	glamourachtig
glamourachtigers	=	glamourachtig
glamourachtigs	=	glamourachtig
glamourachtigst	=	glamourachtig
glamourachtigste	=	glamourachtig
glamourboy	noun	aantrekkelijke man die zich met veel glamour omgeeft
glamourboys	=	glamourboy
glamourboytje	=	glamourboy
glamourboytjes	=	glamourboy
glamoureus	adj	met veel glans en uiterlijk vertoon; met veel schone schijn
glamoureust	=	glamoureus
glamoureuste	=	glamoureus
glamoureuze	=	glamoureus
glamoureuzer	=	glamoureus
glamoureuzere	=	glamoureus
glamoureuzers	=	glamoureus
glamourfoto	noun	foto waarop een persoon mooier staat afgebeeld dan hij of zij in werkelijkheid is
glamourfoto's	=	glamourfoto
glamourgirl	noun	een stralende schoonheid die de publiciteit niet mijdt
glamourgirls	=	glamourgirl
glamourwereld	noun	de wereld van de schone schijn; de wereld waarin iedereen zich mooier voordoet dan hij of zij in werkelijkheid is
glamourwerelden	=	glamourwereld
glamourwereldje	=	glamourwereld
glamourwereldjes	=	glamourwereld
glamp	=	glampen
glampe	=	glampen
glampeer	=	glamperen
glampeerde	=	glamperen
glampeerden	=	glamperen
glampeert	=	glamperen
glampen	verb	op een heel luxe manier kamperen
glampend	=	glampen
glampende	=	glampen
glampere	=	glamperen
glamperen	verb	op een heel luxe manier kamperen
glamperend	=	glamperen
glamperende	=	glamperen
glamping	noun	luxe camping waar men in zeer luxe huurtenten kan verblijven
glampings	=	glamping
glampt	=	glampen
glampte	=	glampen
glampten	=	glampen
glamrock	noun	rockmuziek uit de jaren 1970 met nadruk op glamourachtige kleding van de optredende (mannelijke) artiesten
glans	noun	opmerkelijk lichtschijnsel door weerkaatsing
glansberghoningkruiper	noun	Diglossa lafresnayii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
glansberghoningkruipers	=	glansberghoningkruiper
glansberghoningkruipertje	=	glansberghoningkruiper
glansberghoningkruipertjes	=	glansberghoningkruiper
glansbesnachtschade	noun	Solanum physalifolium een eenjarige plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
glansbesnachtschaden	=	glansbesnachtschade
glansbesnachtschades	=	glansbesnachtschade
glansbesnachtschadetje	=	glansbesnachtschade
glansbesnachtschadetjes	=	glansbesnachtschade
glansblaadje	=	glansblad
glansblaadjes	=	glansblad
glansblad	noun	een chic tijdschrift gedrukt op glanzend papier
glansbladen	=	glansblad
glansde	=	glanzen
glansden	=	glanzen
glansekstertje	noun	Spermestes bicolor een vrij klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
glansekstertjes	=	glansekstertje
glansen	=	glans
glanserebia	noun	een vlinder uit het geslacht Erebia van de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
glanserebia's	=	glanserebia
glanserebiaatje	=	glanserebia
glanserebiaatjes	=	glanserebia
glansgravertje	noun	Dyschirius politus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
glansgravertjes	=	glansgravertje
glanshaver	noun	Arrhenatherum elatius (var. bulbosum) (var. elatius), een wilde plant uit de grassenfamilie (Poaceae)
glanshoningzuiger	noun	Cinnyris habessinicus een zangvogel uit de familie van de honingzuigers die voorkomt in Afrika
glanshoningzuigers	=	glanshoningzuiger
glanshoningzuigertje	=	glanshoningzuiger
glanshoningzuigertjes	=	glanshoningzuiger
glanshorens	noun	Eulimidae een familie van slakken.
glansijsvogel	noun	Alcedo quadribrachys een vogel uit de familie ijsvogels (Alcedinidae).
glansijsvogels	=	glansijsvogel
glansijsvogeltje	=	glansijsvogel
glansijsvogeltjes	=	glansijsvogel
glansje	=	glans
glansjes	=	glans
glanskever	noun	insect uit de familie Nitidulidae van kevers die behoren tot de Polyphaga.
glanskevers	noun	Nitidulidae een familie van kevers die behoren tot de Polyphaga.
glanskevertje	=	glanskever
glanskevertjes	=	glanskever
glanskoevogel	noun	Molothrus bonariensis een zangvogel uit de familie troepialen (Icteridae).
glanskoevogels	=	glanskoevogel
glanskoevogeltje	=	glanskoevogel
glanskoevogeltjes	=	glanskoevogel
glanskool	noun	een vorm van steenkool die sterk verhit is geweest
glanskop	noun	Poecile palustris een zangvogel uit de familie van echte mezen (Paridae)
glanskopje	=	glanskop
glanskopjes	=	glanskop
glanskoppen	=	glanskop
glanslegging	noun	een elastische, strakzittende broek (legging) die is gemaakt van een glimmend materiaal, zoals imitatieleer (wet-look), lycra, pvc of lakstof
glansleggings	=	glanslegging
glanslegginkje	=	glanslegging
glanslegginkjes	=	glanslegging
glanslibel	noun	kever uit de familie Corduliidae van de echte libellen (Anisoptera)
glanslibellen	noun	Corduliidae een familie van de echte libellen (Anisoptera).
glanslibelletje	=	glanslibel
glanslibelletjes	=	glanslibel
glansloopkevers	noun	Amara een geslacht van kevers uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
glansloos	adj	zonder glans, zonder eer
glansloost	=	glansloos
glanslooste	=	glansloos
glansloze	=	glansloos
glanslozer	=	glansloos
glanslozere	=	glansloos
glanslozers	=	glansloos
glansmiddel	noun	middel om uitsluitend dient om iets (bijv. etenswaar) glanzend te maken
glansmiddelen	=	glansmiddel
glansmiddeltje	=	glansmiddel
glansmiddeltjes	=	glansmiddel
glansmug	noun	insect uit de familie Ptychopteridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
glansmuggen	=	glansmug
glansmuggetje	=	glansmug
glansmuggetjes	=	glansmug
glanspapier	noun	glanzend papier dat zeer geschikt is voor het afdrukken van foto's
glanspapieren	=	glanspapier
glanspapiertje	=	glanspapier
glanspapiertjes	=	glanspapier
glansparadijskraai	noun	Manucodia ater een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
glansparadijskraaien	=	glansparadijskraai
glansparadijskraaitje	=	glansparadijskraai
glansparadijskraaitjes	=	glansparadijskraai
glansperiode	noun	het beste, meest succesvolle tijdperk
glansperioden	=	glansperiode
glansperiodes	=	glansperiode
glansprestatie	noun	een heel goede verrichting
glansprestaties	=	glansprestatie
glanspriemkever	noun	Bembidion lampros een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
glanspriemkevers	=	glanspriemkever
glanspriemkevertje	=	glanspriemkever
glanspriemkevertjes	=	glanspriemkever
glanspunt	noun	het mooiste deel van iets
glanspunten	=	glanspunt
glanspuntje	=	glanspunt
glanspuntjes	=	glanspunt
glansrijk	adj	met veel eer en roem
glansrijke	=	glansrijk
glansrijker	=	glansrijk
glansrijkere	=	glansrijk
glansrijkers	=	glansrijk
glansrijks	=	glansrijk
glansrijkst	=	glansrijk
glansrijkste	=	glansrijk
glansrol	noun	een opvallende en schitterende prestatie van een acteur
glansrollen	=	glansrol
glansrolletje	=	glansrol
glansrolletjes	=	glansrol
glansrugdrongo	noun	Dicrurus divaricatus een zangvogel uit de familie van de drongo's.
glansrugdrongo's	=	glansrugdrongo
glansrugdrongootje	=	glansrugdrongo
glansrugdrongootjes	=	glansrugdrongo
glansschorskever	noun	Pytho depressus een keversoort uit de familie blauwe schorskevers (Pythidae).
glansschorskevers	=	glansschorskever
glansschorskevertje	=	glansschorskever
glansschorskevertjes	=	glansschorskever
glansslakken	noun	Oxychilus een geslacht van weekdieren uit de familie van de Oxychilidae
glansspreeuw	noun	een vogelsoort van het geslacht Lamprotornis (glansspreeuwen) uit de familie Sturnidae (spreeuwen)
glansspreeuwen	noun	een geslacht Lamprotornis van zangvogels uit de familie spreeuwen (Sturnidae)
glansspreeuwtje	=	glansspreeuw
glansspreeuwtjes	=	glansspreeuw
glansstreepzalm	noun	Hemigrammus bellottii een straalvinnige vissensoort uit de familie van de karperzalmen (Characidae).
glansstreepzalmen	=	glansstreepzalm
glansstreepzalmpje	=	glansstreepzalm
glansstreepzalmpjes	=	glansstreepzalm
glanst	=	glanzen
glanstroepiaal	noun	Quiscalus quiscula een zangvogel uit de familie van de troepialen (Icteridae).
glanstroepiaaltje	=	glanstroepiaal
glanstroepiaaltjes	=	glanstroepiaal
glanstroepialen	=	glanstroepiaal
glansverf	noun	verf waarbij het resultaat een glanzend oppervlak krijgt
glansverfje	=	glansverf
glansverfjes	=	glansverf
glansverven	=	glansverf
glansvlekdrongo	noun	Dicrurus bracteatus een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus.
glansvlekdrongo's	=	glansvlekdrongo
glansvlekdrongootje	=	glansvlekdrongo
glansvlekdrongootjes	=	glansvlekdrongo
glansvlektangare	noun	Tangara dowii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
glansvlektangaren	=	glansvlektangare
glansvlektangaretje	=	glansvlektangare
glansvlektangaretjes	=	glansvlektangare
glansvleugelhoningzuiger	noun	Aethopyga pulcherrima een honingzuiger, deze vogel komt alleen voor in de Filipijnen
glansvleugelhoningzuigers	=	glansvleugelhoningzuiger
glansvleugelhoningzuigertje	=	glansvleugelhoningzuiger
glansvleugelhoningzuigertjes	=	glansvleugelhoningzuiger
glansvogels	noun	Galbulidae een familie van vogels uit de orde spechtvogels.
glanze	=	glanzen
glanzen	verb	in zekere mate licht weerspiegelen of voortbrengen
glanzend	adj	licht weerspiegelend
glanzende	=	glanzend
glanzender	=	glanzend
glanzendere	=	glanzend
glanzenders	=	glanzend
glanzends	=	glanzend
glanzendst	=	glanzend
glanzendste	=	glanzend
glanzer	noun	iemand die stoffen glad en glimmend maakt
glanzers	=	glanzer
glanzig	adj	glad en glanzend
glanzige	=	glanzig
glanziger	=	glanzig
glanzigere	=	glanzig
glanzigers	=	glanzig
glanzigs	=	glanzig
glanzigst	=	glanzig
glanzigste	=	glanzig
glarecontainer	noun	een speciaal type vliegtuigcontainer of -onderdeel, vaak een koffer of versterkt paneel, dat is ontworpen om maximale veiligheid te bieden tegen explosies.
glarecontainers	=	glarecontainer
glarecontainertje	=	glarecontainer
glarecontainertjes	=	glarecontainer
glarie	=	glariën
glariede	=	glariën
glarieden	=	glariën
glariet	=	glariën
glarië	=	glariën
glariën	verb	door ziekte of heftige gevoelens met glimmende ogen kijken of met glazen blik verwilderd staren
glariënd	=	glariën
glariënde	=	glariën
glas	noun	niet-kristallijne vaste stof
glas-in-loodraam	noun	een geheel van met behulp van loodlijsten en kit bij elkaar gehouden stukken glas in een versterruit
glas-in-loodraampje	=	glas-in-loodraam
glas-in-loodraampjes	=	glas-in-loodraam
glas-in-loodramen	=	glas-in-loodraam
glasaal	noun	vroeg levensstadium van de aal waarin deze wel de vorm van een aal aanneemt maar nog doorzichtig is en geen tanden heeft
glasaaltje	=	glasaal
glasaaltjes	=	glasaal
glasachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van glas
glasachtige	=	glasachtig
glasachtiger	=	glasachtig
glasachtigere	=	glasachtig
glasachtigers	=	glasachtig
glasachtigs	=	glasachtig
glasachtigst	=	glasachtig
glasachtigste	=	glasachtig
glasafval	noun	afval dat bestaat uit glasresten
glasalen	=	glasaal
glasbaarzen	noun	een familie Centropomidae van zoetwater- en zeevissen in de orde van baarsachtigen (Perciformes).
glasbak	noun	container voor het gescheiden inzamelen van glasafval
glasbakje	=	glasbak
glasbakjes	=	glasbak
glasbakken	=	glasbak
glasbedrijf	noun	bedrijf dat vensterglas maakt
glasbedrijfje	=	glasbedrijf
glasbedrijfjes	=	glasbedrijf
glasbedrijven	=	glasbedrijf
glasblaas	noun	bel van door verhitting zacht glas die door een glasblazer wordt bewerkt
glasblazen	verb	glazen voorwerpen verwaardigen boven een vlam
glasblazend	=	glasblazen
glasblazende	=	glasblazen
glasblazer	noun	iemand die glazen voorwerpen maakt
glasblazerij	noun	de werkplaats van een glasblazer; bedrijf waar glasblazers werken
glasblazerijen	=	glasblazerij
glasblazers	=	glasblazer
glasblazertje	=	glasblazer
glasblazertjes	=	glasblazer
glasbol	noun	driedimensionaal rond voorwerp gemaakt van glas
glasbollen	=	glasbol
glasbolletje	=	glasbol
glasbolletjes	=	glasbol
glasbreuk	noun	schade in de vorm van gebroken glas
glasbreuken	=	glasbreuk
glascontainer	noun	container voor het gescheiden inzamelen van glasafval, met name flessen en glazen potten
glascontainers	=	glascontainer
glascontainertje	=	glascontainer
glascontainertjes	=	glascontainer
glasdal	noun	hol of massief element van blank of gekleurd glas dat gebruikt wordt om lichtdoorlatende wanden, plafond- of vloergedeelten te maken
glasdallen	=	glasdal
glasdiamant	noun	stuk van vals diamant
glasdiamanten	=	glasdiamant
glasdicht	adj	van alle vereiste ruiten voorzien
glasdichte	=	glasdicht
glasdichter	=	glasdicht
glasdichtere	=	glasdicht
glasdichters	=	glasdicht
glasdichts	=	glasdicht
glasdichtst	=	glasdicht
glasdichtste	=	glasdicht
glasdraad	noun	zeer dunne (< 0,01mm) en daardoor ook zeer buigzame draad van glas veel gebruikt voor datacommunicatie
glasdraadje	=	glasdraad
glasdraadjes	=	glasdraad
glasdraden	=	glasdraad
glasfabriek	noun	een bedrijf waar glas wordt gemaakt en bewerkt
glasfabrieken	=	glasfabriek
glasfabriekje	=	glasfabriek
glasfabriekjes	=	glasfabriek
glasfiber	noun	een dunne draad van glas die gebruikt wordt in de telecommunicatie
glasfibers	=	glasfiber
glasgeblazen	adj	vervaardigd van geblazen glas
glasgerinkel	noun	het geluid dat ontstaat als glazen tegen elkaar worden getikt
glasgevel	noun	niet-dragende gevel gemaakt van glas
glasgevels	=	glasgevel
glasgordijn	noun	doorzichtig of licht doorlatend gordijn
glasgordijnen	=	glasgordijn
glasgordijntje	=	glasgordijn
glasgordijntjes	=	glasgordijn
glasgrondel	noun	bepaald soort vis, Aphia minuta een zeegrondel uit de familie Gobiidae die vrij algemeen langs de Vlaamse en Nederlandse kust voorkomt
glasgrondels	=	glasgrondel
glasgrondeltje	=	glasgrondel
glasgrondeltjes	=	glasgrondel
glashandel	noun	bedrijf dat vensterglas verkoopt
glashandels	=	glashandel
glashard	adj	zo hard en helder als glas
glasharde	=	glashard
glashards	=	glashard
glasharmonica	noun	een instrument van gestemde, draaiende glazen schalen dat tot klinken wordt gebracht door wrijving met natte vingers
glasharmonica's	=	glasharmonica
glasharmonicaatje	=	glasharmonica
glasharmonicaatjes	=	glasharmonica
glashelder	adj	bijzonder helder, zo helder als glas
glasheldere	=	glashelder
glashelders	=	glashelder
glashoren	noun	Diaphana minuta een slakkensoort uit de familie van de Diaphanidae.
glashorens	=	glashoren
glashorentje	=	glashoren
glashorentjes	=	glashoren
glasindustrie	noun	de industrie die op grote schaal glas produceert.
glasindustrietje	=	glasindustrie
glasindustrietjes	=	glasindustrie
glasindustrieën	=	glasindustrie
glaskikkers	noun	een familie Centrolenidae van kikkers (Anura).
glaskoepel	noun	bolvormig dak gemaakt van glas
glaskoepels	=	glaskoepel
glaskoepeltje	=	glaskoepel
glaskoepeltjes	=	glaskoepel
glaskreeftje	noun	bepaald soort watervlo, Leptodora kindtii uit de familie van de Leptodoridae, die leeft in meren en grote rivieren en jaagt op verschillende kleine kreeftachtigen (Anomopoda, roeipootkreeftjes) en raderdiertjes; de wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd in 1844 door Focke
glaskreeftjes	=	glaskreeftje
glaskroosfamilie	noun	een familie Elatinaceae van tweezaadlobbige kruidachtige planten en heesters.
glaskroosfamilies	=	glaskroosfamilie
glaskroosfamilietje	=	glaskroosfamilie
glaskroosfamilietjes	=	glaskroosfamilie
glaskruid	noun	een geslacht Parietaria van één- en meerjarige planten uit de brandnetelfamilie (Urticaceae)
glaskruiden	=	glaskruid
glaskruidje	=	glaskruid
glaskruidjes	=	glaskruid
glaskruidprachtmot	noun	een vlinder Cosmopterix pulchrimella uit de familie prachtmotten (Cosmopterigidae).
glaskruidprachtmotje	=	glaskruidprachtmot
glaskruidprachtmotjes	=	glaskruidprachtmot
glaskruidprachtmotten	=	glaskruidprachtmot
glaskruidsnuituil	noun	een vlinder Hypena lividalis uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
glaskruidsnuituilen	=	glaskruidsnuituil
glaskruidsnuituiltje	=	glaskruidsnuituil
glaskruidsnuituiltjes	=	glaskruidsnuituil
glaskunst	noun	het gebruik van glas in een kunstwerk
glaskunsten	=	glaskunst
glaskunstenaar	noun	iemand die heel mooie, kunstvoorwerpen van glas maakt
glaskunstenaars	=	glaskunstenaar
glaslat	noun	een kleine vierkante lat waarmee men een ruit in een raam kan vastzetten
glaslatje	=	glaslat
glaslatjes	=	glaslat
glaslatten	=	glaslat
glasloos	adj	zonder dat er glas in zit
glasloost	=	glasloos
glaslooste	=	glasloos
glasloze	=	glasloos
glaslozer	=	glasloos
glaslozere	=	glasloos
glaslozers	=	glasloos
glasmaker	noun	persoon die glas maakt
glasmakers	=	glasmaker
glasmat	noun	een mat geweven van glasvezels
glasmatje	=	glasmat
glasmatjes	=	glasmat
glasmatten	=	glasmat
glasmeervallen	noun	een familie Schilbeidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
glasmie	noun	een halfdoorzichtige, (meestal zeer) dunne deegwaar gemaakt van zetmeel van bijvoorbeeld de mungboon, zoete aardappel, aardappel, cassave of cannaplant
glasmozaïek	noun	mozaïek van kleine stukjes gekleurd glas
glasmozaïeken	=	glasmozaïek
glasmozaïekje	=	glasmozaïek
glasmozaïekjes	=	glasmozaïek
glasnost	noun	de openheidspolitiek in de voormalige Sovjet-Unie die door partijleider Gorbatsjov in gang is gezet
glasnosten	=	glasnost
glasoogbaars	noun	Heteropriacanthus cruentatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de grootoogbaarzen (Priacanthidae)
glasoogbaarsje	=	glasoogbaars
glasoogbaarsjes	=	glasoogbaars
glasoogbaarzen	=	glasoogbaars
glasoppervlak	noun	de buitenzijde van een glazen voorwerp
glasoppervlakken	=	glasoppervlak
glasoven	noun	smeltoven voor glas (minstens 1100 graden Celsius)
glasovens	=	glasoven
glasoventje	=	glasoven
glasoventjes	=	glasoven
glaspaleis	noun	gebouw waarvan de buitenwanden (voornamelijk) uit glas bestaan
glaspaleisje	=	glaspaleis
glaspaleisjes	=	glaspaleis
glaspaleizen	=	glaspaleis
glaspapier	noun	schuurpapier met glasgruis
glaspapieren	=	glaspapier
glaspapiertje	=	glaspapier
glaspapiertjes	=	glaspapier
glasplaat	noun	vlak stuk glas
glasplaatje	=	glasplaat
glasplaatjes	=	glasplaat
glasplaten	=	glasplaat
glaspui	noun	een gevel van glas; een raam van de vloer tot aan het plafond
glaspuien	=	glaspui
glaspuitje	=	glaspui
glaspuitjes	=	glaspui
glaspunt	noun	de temperatuur waarbij een amorfe vaste stof overgaat in een vloeistof
glaspunten	=	glaspunt
glaspuntje	=	glaspunt
glaspuntjes	=	glaspunt
glasraam	noun	venster waar een ruit in zit
glasraampje	=	glasraam
glasraampjes	=	glasraam
glasramen	=	glasraam
glasruit	noun	een glazen plaat die men normaliter gebruikt in een venster; ruitvormig stuk glas
glasruiten	=	glasruit
glasruitje	=	glasruit
glasruitjes	=	glasruit
glasschade	noun	het breken van vensterglas door uitwendig geweld
glasschaden	=	glasschade
glasschades	=	glasschade
glasscherf	noun	scherf van een glazen voorwerp
glasscherfje	=	glasscherf
glasscherfjes	=	glasscherf
glasscherp	adj|figurative	uiterst duidelijk weergegeven
glasscherpe	=	glasscherp
glasscherps	=	glasscherp
glasscherven	=	glasscherf
glasschildering	noun	schildering op glas
glasschilderingen	=	glasschildering
glasschilderingetje	=	glasschildering
glasschilderingetjes	=	glasschildering
glasservies	noun	een bij elkaar horend stel borden, schalen en ander eetgerei dat gemaakt is van glas
glasserviesje	=	glasservies
glasserviesjes	=	glasservies
glasserviezen	=	glasservies
glasslak	noun	Vitrina een dier dat behoort tot een geslacht van slakken met een doorschijnend slakkenhuis
glasslakje	=	glasslak
glasslakjes	=	glasslak
glasslakken	=	glasslak
glassnijder	noun	scherp werktuig (liefst diamant) om glazen platen op de vereiste grootte af te snijden
glassnijders	noun	Brachytron een monotypisch geslacht van echte libellen uit de familie van de glazenmakers (Aeshnidae).
glassoort	noun	glas met bepaalde karakteristieke eigenschappen
glassoorten	=	glassoort
glassponzen	noun	een klasse Hexactinellida van sponsdieren (Porifera), die worden gekenmerkt door een skelet bestaande uit vier en/of zespuntige spicula van kiezel (SiO₂).
glastandkarpers	noun	een onderfamilie Horaichthyinae van straalvinnige vissen uit de orde van geepachtigen (Beloniformes)
glasteelt	noun	teelt van gewassen onder glas, glastuinbouw
glasteelten	=	glasteelt
glastemperaturen	=	glastemperatuur
glastemperatuur	noun	de temperatuur waarbij een amorfe vaste stof zoals een glas of polymeer, bros wordt bij koeling, of zacht bij verwarming
glastuinbouw	noun	een vorm van gewassenteelt waarbij men gebruikmaakt van een beschermende kas gemaakt van glas of een andere kunststof, die de lucht van buitenaf tegenhoudt
glastuinbouwbedrijf	noun	landbouwbedrijf waar men grassen teelt in kassen
glastuinbouwbedrijfje	=	glastuinbouwbedrijf
glastuinbouwbedrijfjes	=	glastuinbouwbedrijf
glastuinbouwbedrijven	=	glastuinbouwbedrijf
glastuinbouwer	noun	iemand die een gewas verbouwt in een grote kas
glastuinbouwers	=	glastuinbouwer
glastuinbouwertje	=	glastuinbouwer
glastuinbouwertjes	=	glastuinbouwer
glastuinbouwgebied	noun	deel van een land waar veel kassen voor de tuinbouw aanwezig zijn
glastuinbouwgebieden	=	glastuinbouwgebied
glastuinbouwsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van de glastuinbouw
glastuinbouwsectoren	=	glastuinbouwsector
glastuinbouwsectors	=	glastuinbouwsector
glastuinder	noun	eigenaar van een tuinbouwbedrijf met kassen
glastuinders	=	glastuinder
glasverf	noun	verf om glas te beschilderen
glasverfje	=	glasverf
glasverfjes	=	glasverf
glasverven	=	glasverf
glasverzekering	noun	verzekering die uitbetaalt bij glasschade
glasverzekeringen	=	glasverzekering
glasverzekeringetje	=	glasverzekering
glasverzekeringetjes	=	glasverzekering
glasvezel	noun	uiterst dunne glasdraad die onder meer wordt toegepast als optische vezel in telecommunicatie, waarbij licht wordt gestuurd door lange vezels van optisch zeer helder glas om signalen betrouwbaar over grote afstanden te transporteren.
glasvezelaansluiting	noun	aansluiting op een glasvezelnetwerk
glasvezelaansluitingen	=	glasvezelaansluiting
glasvezelaansluitinkje	=	glasvezelaansluiting
glasvezelaansluitinkjes	=	glasvezelaansluiting
glasvezeldrone	noun	op afstand bestuurbaar (lucht)vaartuig die bestuurd wordt door middel van een dunne glasvezelkabel die zich tijdens de vlucht afwikkelt en tot wel 20 kilometer kan overbruggen
glasvezeldrones	=	glasvezeldrone
glasvezelinternet	noun	internet waarbij het verkeer (grotendeels) via glasvezelkabels loopt
glasvezelkabel	noun	vezel gemaakt van glas die dient ter versterking van een andere materiaal
glasvezelkabels	=	glasvezelkabel
glasvezelkabeltje	=	glasvezelkabel
glasvezelkabeltjes	=	glasvezelkabel
glasvezelnet	noun	netwerk van glasvezelverbindingen
glasvezelnetten	=	glasvezelnet
glasvezelnetwerk	noun	een groep met elkaar verbonden glasvezelkabels dat dient voor het verzenden van informatie
glasvezelnetwerken	=	glasvezelnetwerk
glasvezels	=	glasvezel
glasvezeltje	=	glasvezel
glasvezeltjes	=	glasvezel
glasvezelverbinding	noun	aansluiting op een glasvezelnetwerk; glasvezelkabel tussen twee punten
glasvezelverbindingen	=	glasvezelverbinding
glasvezelverbindinkje	=	glasvezelverbinding
glasvezelverbindinkjes	=	glasvezelverbinding
glasvleugeldistelboorvlieg	noun	Terellia serratulae een vlieg uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
glasvleugeldistelboorvliegen	=	glasvleugeldistelboorvlieg
glasvleugeldistelboorvliegje	=	glasvleugeldistelboorvlieg
glasvleugeldistelboorvliegjes	=	glasvleugeldistelboorvlieg
glasvleugelpijlstaart	noun	Hemaris fuciformis een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae).
glasvleugelpijlstaarten	=	glasvleugelpijlstaart
glasvleugelpijlstaartje	=	glasvleugelpijlstaart
glasvleugelpijlstaartjes	=	glasvleugelpijlstaart
glasvleugelwants	noun	wants uit de familie Rhopalidae van wantsen die behoort tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera)
glasvleugelwantsen	noun	een familie Rhopalidae van wantsen die behoort tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
glasvleugelwantsje	=	glasvleugelwants
glasvleugelwantsjes	=	glasvleugelwants
glasvlinder	noun	verzamelnaam voor een aantal vlindersoorten uit de wespvlinders, familie Sesiidae die 'glazen', doorzichtige vleugels bezitten
glasvlinders	=	glasvlinder
glaswand	noun	een muur van glas
glaswanden	=	glaswand
glaswandje	=	glaswand
glaswandjes	=	glaswand
glaswerk	noun	van glas vervaardigde vaten en toestellen zoals deze in een laboratorium veel gebruikt worden
glaswerken	=	glaswerk
glaswerkje	=	glaswerk
glaswerkjes	=	glaswerk
glaswol	noun	isolatiemateriaal gemaakt van glas
glaszetter	noun	iemand die glasplaten in raamkozijnen plaatst
glaszetters	=	glaszetter
glaszettertje	=	glaszetter
glaszuiver	adj	zeer duidelijk, zeer helder
glaszuivere	=	glaszuiver
glaszuivers	=	glaszuiver
glat	adv	bijzonder, streng
glauberzout	noun	natriumsulfaatdecahydraat.
glauberzouten	=	glauberzout
glaucomen	=	glaucoom
glaucoom	noun	een aandoening waarbij een verhoging van de druk in de oogbol onbehandeld tot gezichtsvelduitval en uiteindelijk tot blindheid leidt
glaucoompje	=	glaucoom
glaze	=	glazen
glazen	adj	gemaakt van glas
glazenbolsubsidie	noun	subsidie die men van het UWV kan krijgen om zich tot helderziende te laten omscholen
glazenbolsubsidies	=	glazenbolsubsidie
glazend	=	glazen
glazenier	noun	iemand die afbeeldingen op glas aanbrengt
glazeniers	=	glazenier
glazeniertje	=	glazenier
glazenmaker	noun	iemand die ruiten inzet
glazenmakers	noun	Aeshnidae een familie van echte libellen (Anisoptera).
glazenmakertje	=	glazenmaker
glazenmakertjes	=	glazenmaker
glazenspoeler	noun	iemand die glazen spoelt in de horeca
glazenspoelers	=	glazenspoeler
glazenwasser	noun	iemand die beroepsmatig ruiten schoonmaakt
glazenwasserij	noun	bedrijf dat de (buitenzijde van) vensterruiten van gebouwen reinigt
glazenwasserijen	=	glazenwasserij
glazenwasserijtje	=	glazenwasserij
glazenwasserijtjes	=	glazenwasserij
glazenwassers	=	glazenwasser
glazenwassertje	=	glazenwasser
glazenwassertjes	=	glazenwasser
glazig	adj	als glas, op glas lijkend, glasachtig
glazige	=	glazig
glaziger	=	glazig
glazigere	=	glazig
glazigers	=	glazig
glazigheid	noun	het lijken op glas
glazigs	=	glazig
glazigst	=	glazig
glazigste	=	glazig
glazure	=	glazuren
glazuren	verb	met een laag glazuur bedekken
glazurend	=	glazuren
glazurende	=	glazuren
glazuur	noun	glasachtige laag ter bedekking van aardewerk, dakpannen, bakstenen, plavuizen en tegels
glazuurde	=	glazuren
glazuurden	=	glazuren
glazuurlaag	noun	laag glazuur op aardewerk dat dient ter bescherming en verfraaiing van dat aardewerk
glazuurlaagje	=	glazuurlaag
glazuurlaagjes	=	glazuurlaag
glazuurlagen	=	glazuurlaag
glazuurt	=	glazuren
glazuurtje	=	glazuur
glazuurtjes	=	glazuur
glede	=	glijden
gleden	=	glijden
gleditsiabladgalmug	noun	Dasineura gleditchiae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
gleditsiabladgalmuggen	=	gleditsiabladgalmug
gleditsiabladgalmuggetjes	=	gleditsiabladgalmug
gleditsiabladgalmugje	=	gleditsiabladgalmug
glee	noun	dunne, gesleten plek in textiel
gleed	=	glijden
gleedt	=	glijden
gleetje	=	glee
gleetjes	=	glee
gleeën	=	glee
gleiergoed	noun	geglazuurd en beschilderd aardewerk, met name wit aardewerk bedekt met een tinglazuur
gleiergoederen	=	gleiergoed
gleiergoedje	=	gleiergoed
gleiergoedjes	=	gleiergoed
gleis	noun	pottenbakkersklei, pottenbakkersaarde
gles	noun	barst of onzuiverheid in een diamant
glesje	=	gles
glesjes	=	gles
glessen	=	gles
glets	noun	barst of onzuiverheid in een diamant
gletscher	=	gletsjer
gletsen	=	glets
gletser	=	gletsjer
gletsje	=	glets
gletsjer	noun	een ijsmassa die gevormd wordt op land en dik en groot genoeg is om bergafwaarts te stromen
gletsjerboterbloem	noun	Ranunculus glacialis een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die te vinden is in de alpiene zone van de Europese hooggebergtes en in Noord-Europa.
gletsjerboterbloemen	=	gletsjerboterbloem
gletsjerboterbloemetje	=	gletsjerboterbloem
gletsjerboterbloemetjes	=	gletsjerboterbloem
gletsjerboterbloempje	=	gletsjerboterbloem
gletsjerboterbloempjes	=	gletsjerboterbloem
gletsjergors	noun	Idiopsar speculifer een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
gletsjergorsje	=	gletsjergors
gletsjergorsjes	=	gletsjergors
gletsjergorzen	=	gletsjergors
gletsjerijs	noun	ijs dat diep in een gletsjer zit
gletsjers	=	gletsjer
gletsjerspleet	noun	verticale splijting van een gletsjer
gletsjerspleten	=	gletsjerspleet
gletsjertje	=	gletsjer
gletsjertjes	=	gletsjer
gletsjervallei	noun	een dal dat door een langzaam stromende ijsmassa is uitgesleten
gletsjervalleien	=	gletsjervallei
gletsjervalleitje	=	gletsjervallei
gletsjervalleitjes	=	gletsjervallei
gletsjervlinder	noun	Oeneis glacialis een dagvlinder uit de familie van de Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders, onderfamilie Satyrinae.
gletsjervlinders	=	gletsjervlinder
gletsjervlindertje	=	gletsjervlinder
gletsjervlindertjes	=	gletsjervlinder
gletsjes	=	glets
gleuf	noun	een langgerekte opening of inkeping in iets
gleufhoed	noun	een bol hoofddeksel waarvan het bolle deel ingedeukt is
gleufhoeden	=	gleufhoed
gleufhoedje	=	gleufhoed
gleufhoedjes	=	gleufhoed
gleufje	=	gleuf
gleufjes	=	gleuf
gleuven	=	gleuf
glibber	=	glibberen
glibberde	=	glibberen
glibberden	=	glibberen
glibbere	=	glibberen
glibberen	verb	met onvaste bewegingen in een bepaalde glijden, langs of met een oppervlak dat door vocht glad is
glibberend	=	glibberen
glibberende	=	glibberen
glibberig	adj	moeilijk houvast op te krijgen
glibberige	=	glibberig
glibberiger	=	glibberig
glibberigere	=	glibberig
glibberigers	=	glibberig
glibberigs	=	glibberig
glibberigst	=	glibberig
glibberigste	=	glibberig
glibbert	=	glibberen
glidkruid	noun	een geslacht Scutellaria van eenjarige en overblijvende planten uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
glidkruiden	=	glidkruid
glidkruidhaantje	noun	Phyllobrotica quadrimaculata een keversoortoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
glidkruidhaantjes	=	glidkruidhaantje
glidkruidje	=	glidkruid
glidkruidjes	=	glidkruid
glidkruidmot	noun	Prochoreutis myllerana een vlinder uit de familie glittermotten (Choreutidae).
glidkruidmotje	=	glidkruidmot
glidkruidmotjes	=	glidkruidmot
glidkruidmotten	=	glidkruidmot
glief	noun	een teken (inkerving) in een geschreven medium, dat bijdraagt aan de betekenis van wat er geschreven wordt
gliefen	=	glief
gliefje	=	glief
gliefjes	=	glief
glieven	=	glief
glij	=	glijden
glijbaan	noun	een gladde, schuine constructie bedoeld om zich ervan af te laten glijden, als vast onderdeel van een speeltuin
glijbaantje	=	glijbaan
glijbaantjes	=	glijbaan
glijbanen	=	glijbaan
glijboot	noun	boot met geringe diepgang die door een luchtschroef wordt voortbewogen
glijbootje	=	glijboot
glijbootjes	=	glijboot
glijboten	=	glijboot
glijd	=	glijden
glijde	=	glijden
glijden	verb	met geringe wrijving gericht voortschuiven
glijdend	adj	door glijden zich voortbewegend
glijdende	=	glijden
glijdends	=	glijdend
glijder	noun	iets of iemand die zich glijdend voortbeweegt
glijders	=	glijder
glijdertje	=	glijder
glijdertjes	=	glijder
glijdt	=	glijden
glijgoot	noun	baan waardoor water of goederen naar beneden kunnen stromen
glijgootje	=	glijgoot
glijgootjes	=	glijgoot
glijgoten	=	glijgoot
glijijzer	noun	schaats
glijijzers	=	glijijzer
glijklank	noun	halfklinker d.w.z. tussen klinker en medeklinker in
glijklanken	=	glijklank
glijklankinvoeging	noun	is een taalkundig proces waarbij een glijklank (zoals de /j/ of /w/) wordt toegevoegd tussen twee opeenvolgende klinkers (een hiaat) om de uitspraak te vergemakkelijken.
glijklankinvoegingen	=	glijklankinvoeging
glijklankinvoeginkje	=	glijklankinvoeging
glijklankinvoeginkjes	=	glijklankinvoeging
glijklankje	=	glijklank
glijklankjes	=	glijklank
glijkop	noun	Alepocephalus bairdii een straalvinnige vis uit de familie van gladkopvissen (Alepocephalidae) en behoort derhalve tot de orde van spieringen (Osmeriformes).
glijkopje	=	glijkop
glijkopjes	=	glijkop
glijkoppen	=	glijkop
glijlanding	noun	landing waarbij een vliegtuig of zweefvliegtuig landt zonder (volledige) motorkracht, waarbij het toestel enkel door zwaartekracht en aerodynamica naar de landingsbaan 'glijdt'
glijlandingen	=	glijlanding
glijlandinkje	=	glijlanding
glijlandinkjes	=	glijlanding
glijmiddel	noun	een middel dat de wrijving of de weestand verlaagt, smeermiddel, smeergeld
glijmiddelen	=	glijmiddel
glijmiddeltje	=	glijmiddel
glijmiddeltjes	=	glijmiddel
glijpartij	noun	het vallen of slippen doordat de ondergrond heel glad is
glijpartijen	=	glijpartij
glijplank	noun	een glad stuk hout waarop iets of iemand kan glijden
glijplanken	=	glijplank
glijplankje	=	glijplank
glijplankjes	=	glijplank
glijspiegeling	noun	een isometrie in het platte vlak of in drie dimensies, die kan worden voorgesteld als een combinatie van een spiegeling en een translatie over een vector evenwijdig aan spiegellijn of -vlak
glijspiegelingen	=	glijspiegeling
glijspiegelinkje	=	glijspiegeling
glijspiegelinkjes	=	glijspiegeling
glijspiegelvlak	noun	symmetrievlak waarbij spiegeling gepaard gaat met een verschuiving evenwijdig aan het vlak over een afstand die een fractie is van de eenheidstranslatie in die richting
glijspiegelvlakken	=	glijspiegelvlak
glijvlak	noun	een glibberig hellend vlak
glijvlakken	=	glijvlak
glijvlieger	noun	dier dat met een vlies tussen armen en poten een glijvlucht kan maken
glijvliegers	=	glijvlieger
glijvliegertje	=	glijvlieger
glijvliegertjes	=	glijvlieger
glijvliegtuig	noun	toestel met vleugels, maar zonder motor dat vanaf een hoogte langzaam daalt onder een vlakke hoek Dit soort vliegtuigen werd in de beginjaren van de luchtvaart gebruikt om te experimenteren en bleef later in gebruikt voor mensen die leren (zweef-)vliegen.
glijvliegtuigen	=	glijvliegtuig
glijvlucht	noun	een manier van vliegen waarbij een vogel daalt met uitgespreide vleugels, dus zonder vleugelslag, langzaam onder invloed van de zwaartekracht
glijvluchten	=	glijvlucht
glijvluchtje	=	glijvlucht
glijvluchtjes	=	glijvlucht
glila	noun	het inrollen van de Torarol tijdens een synagogedienst
glilot	=	glila
glim	=	glimmen
glimepiride	noun	een verlager van het bloedglucose.
glimlach	noun	een gelaatsuitdrukking die een geluidloze lach verraadt
glimlache	=	glimlachen
glimlachen	verb	zacht onhoorbaar lachen
glimlachend	adj	bezig zijnde met glimlachen
glimlachende	=	glimlachen
glimlachends	=	glimlachend
glimlachje	=	glimlach
glimlachjes	=	glimlach
glimlacht	=	glimlachen
glimlachte	=	glimlachen
glimlachten	=	glimlachen
glimme	=	glimmen
glimmen	verb	sterk licht weerkaatsen
glimmend	adj	blinkend, glanzend
glimmende	=	glimmend
glimmender	=	glimmend
glimmendere	=	glimmend
glimmenders	=	glimmend
glimmends	=	glimmend
glimmendst	=	glimmend
glimmendste	=	glimmend
glimmer	noun	stuk mica
glimmers	=	glimmer
glimmertje	=	glimmer
glimmertjes	=	glimmer
glimp	noun	wat je maar heel kort, in een flits, ziet
glimpen	=	glimp
glimpje	=	glimp
glimpjes	=	glimp
glimplach	noun	glimlach
glimplachen	=	glimplach
glimplachje	=	glimplach
glimplachjes	=	glimplach
glimschoteltje	noun	een geslacht Lecania van korstmossen behorend tot de familie Ramalinaceae.
glimschoteltjes	=	glimschoteltje
glimt	=	glimmen
glimworm	noun	een nachtelijk lichtgevend kevertje uit de familie Lampyridae.
glimwormen	noun	Lampyridae een familie binnen de kevers.
glimwormpje	=	glimworm
glimwormpjes	=	glimworm
glinster	=	glinsteren
glinsterde	=	glinsteren
glinsterden	=	glinsteren
glinstere	=	glinsteren
glinsteren	verb	fel en bewegend licht geven of weerkaatsen
glinsterend	adj	van een voorwerp dat het licht helder weerkaatst
glinsterende	=	glinsterend
glinsterender	=	glinsterend
glinsterendere	=	glinsterend
glinsterenders	=	glinsterend
glinsterends	=	glinsterend
glinsterendst	=	glinsterend
glinsterendste	=	glinsterend
glinstering	noun	licht schittering
glinsteringen	=	glinstering
glinsteringetje	=	glinstering
glinsteringetjes	=	glinstering
glinstert	=	glinsteren
glioblastomen	=	glioblastoom
glioblastoom	noun	kwaadaardige tumor die uitgaat van de gliacellen van het hersenweefsel
gliomen	=	glioom
glioom	noun	goedaardige tumor die uitgaat van de gliacellen van het hersenweefsel
glip	=	glippen
glippe	=	glippen
glippen	verb	uitglijden over of langs een oppervlak dat glad is door vocht of een ander smeermiddel
glippend	=	glippen
glippende	=	glippen
glipt	=	glippen
glipte	=	glippen
glipten	=	glippen
glis	=	glissen
glissando	adv	met vlotte voordracht zonder accentuering
glissandomuistimalia	noun	Pellorneum saturatum een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
glissandomuistimalia's	=	glissandomuistimalia
glissandomuistimaliaatje	=	glissandomuistimalia
glissandomuistimaliaatjes	=	glissandomuistimalia
glisse	=	glissen
glissen	verb	glijden
glissend	=	glissen
glissende	=	glissen
glist	=	glissen
gliste	=	glissen
glisten	=	glissen
glit	noun	vorm van loodoxide
glitten	=	glit
glitter	noun	klein glimmend papiertje of stukje plastic, vooral gebruikt bij wijze van decoratie
glitterbal	noun	bol bekleed met duizenden kleine spiegelstukjes die licht reflecteren, waardoor er honderden bewegende lichtpuntjes door een ruimte dansen
glitterballen	=	glitterbal
glitterballetje	=	glitterbal
glitterballetjes	=	glitterbal
glitterde	=	glitteren
glitterden	=	glitteren
glittere	=	glitteren
glitteren	verb	een blinkend. fonkelend licht afgeven of weerkaatsen
glitterend	=	glitteren
glitterende	=	glitteren
glittergordijn	noun	feestelijke decoratie gemaakt van smalle, glimmende stroken plastic of folie
glittergordijnen	=	glittergordijn
glittergordijntje	=	glittergordijn
glittergordijntjes	=	glittergordijn
glitterjurk	noun	feestelijke avondjapon met veel glitters
glitterjurken	=	glitterjurk
glitterjurkje	=	glitterjurk
glitterjurkjes	=	glitterjurk
glitterkostuum	noun	vaak een volledig pak of jurk, gemaakt van materialen die licht weerkaatsen, zoals pailletten of glanzende stoffen, waardoor het een opvallende, sprankelende uitstraling heeft
glitterkostuumpje	=	glitterkostuum
glitterkostuumpjes	=	glitterkostuum
glitterkostuums	=	glitterkostuum
glitterlamp	noun	decoratieve sfeerlamp, gevuld met vloeistof en talloze kleine, glimmende deeltjes (glitters) die constant door de lamp bewegen
glitterlampen	=	glitterlamp
glitterlampje	=	glitterlamp
glitterlampjes	=	glitterlamp
glitterlijm	noun	vloeibare lijm waarin glitters zijn vermengd, waardoor je tegelijkertijd kunt plakken en decoreren
glittermotten	noun	Choreutidae een familie van vlinders en de enige familie in de superfamilie Choreutoidea.
glitterpak	noun	een kledingstuk dat is versierd met glitters, pailletten of lovertjes, waardoor het een glimmende en feestelijke uitstraling krijgt
glitterpakje	=	glitterpak
glitterpakjes	=	glitterpak
glitterpakken	=	glitterpak
glitters	=	glitter
glittert	=	glitteren
glittertattoo	noun	tijdelijke, sprankelende versiering op de huid die wordt gemaakt met speciale huidlijm en kleurrijke glitters
glittertattoos	=	glittertattoo
glittertattootje	=	glittertattoo
glittertattootjes	=	glittertattoo
glittertje	=	glitter
glittertjes	=	glitter
glitterverf	noun	gewone verf waar heel veel kleine glitters in zitten
glitterverfje	=	glitterverf
glitterverfjes	=	glitterverf
glitterverven	=	glitterverf
glo	noun	gewoon lager onderwijs (in Suriname)
globaal	adj	niet in bijzonderheden afdalend, ongedetailleerd, ongeveer, benaderend
globaals	=	globaal
globaalst	=	globaal
globaalste	=	globaal
globale	=	globaal
globaler	=	globaal
globalere	=	globaal
globalers	=	globaal
globalisatie	noun	een voortdurend proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie
globalisaties	=	globalisatie
globaliseer	=	globaliseren
globaliseerde	=	globaliseren
globaliseerden	=	globaliseren
globaliseert	=	globaliseren
globalisere	=	globaliseren
globaliseren	verb	veralgemeniseren, generaliseren
globaliserend	=	globaliseren
globaliserende	=	globaliseren
globalisering	noun	een voortgaand proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie
globaliseringen	=	globalisering
globalisme	noun	het proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie
globalist	noun	iemand die streeft naar globalisering
globalisten	=	globalist
globalistisch	adj	met betrekking tot het globalisme
globalistische	=	globalistisch
globalistischer	=	globalistisch
globalistischere	=	globalistisch
globalistischers	=	globalistisch
globalistje	=	globalist
globe	noun	bol waarop de oppervlakte van de aarde of de sterrenhemel is afgebeeld
globen	=	globe
globes	=	globe
globetje	=	globe
globetjes	=	globe
globetrotter	noun	iemand die graag en veel reist
globetrotters	=	globetrotter
globulair	adj	uit kleine bolletjes bestaand, kogelvormig
globulaire	=	globulair
globulairs	=	globulair
globuline	noun	bolvormig eiwit
globulinen	=	globuline
globulines	=	globuline
glockenspiel	noun	slaginstrument met metalen staafjes, gebruikt in een orkest
glockenspielen	=	glockenspiel
glockenspieltje	=	glockenspiel
glockenspieltjes	=	glockenspiel
gloed	noun	de -al of niet zichtbare- straling die uitgaat van een heet voorwerp
gloedje	=	gloed
gloedjenieuw	adj|informal	zeer nieuw, zodat het er haast ongebruikt uit ziet
gloedjenieuwe	=	gloedjenieuw
gloedjenieuws	=	gloedjenieuw
gloedjes	=	gloed
gloednieuw	adj	volstrekt nieuw
gloednieuwe	=	gloednieuw
gloednieuws	=	gloednieuw
gloedvol	adj	met veel gloed
gloedvolle	=	gloedvol
gloedvoller	=	gloedvol
gloedvollere	=	gloedvol
gloedvollers	=	gloedvol
gloedvols	=	gloedvol
gloedvolst	=	gloedvol
gloedvolste	=	gloedvol
gloei	=	gloeien
gloeide	=	gloeien
gloeiden	=	gloeien
gloeidraad	noun	is een dunne draad van een speciaal metaal (wolfraam of constantaan) die zowel een heel hoog smeltpunt bezit als ook een wat hogere soortelijke weerstand voor elektrische stroom.
gloeidraadje	=	gloeidraad
gloeidraadjes	=	gloeidraad
gloeidraden	=	gloeidraad
gloeie	=	gloeien
gloeien	verb	het verhitten en langzame afkoelen van metaal
gloeiend	adj	kokendheet
gloeiende	=	gloeiend
gloeiender	=	gloeiend
gloeiendere	=	gloeiend
gloeienders	=	gloeiend
gloeiends	=	gloeiend
gloeiendst	=	gloeiend
gloeiendste	=	gloeiend
gloeierig	adj	gloeiend
gloeierige	=	gloeierig
gloeieriger	=	gloeierig
gloeierigere	=	gloeierig
gloeierigers	=	gloeierig
gloeierigs	=	gloeierig
gloeierigst	=	gloeierig
gloeierigste	=	gloeierig
gloeiing	noun	een warme gloed; een golf van warmte
gloeiingen	=	gloeiing
gloeiinkje	=	gloeiing
gloeiinkjes	=	gloeiing
gloeikeelkolibrie	noun	Selasphorus ardens een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
gloeikeelkolibries	=	gloeikeelkolibrie
gloeikeelkolibrietje	=	gloeikeelkolibrie
gloeikeelkolibrietjes	=	gloeikeelkolibrie
gloeikous	noun	de lichtbron van een geprepareerd weefsel in een gaslamp
gloeikousen	=	gloeikous
gloeikousje	=	gloeikous
gloeikousjes	=	gloeikous
gloeilamp	noun	een lamp die licht produceert met een gloeidraadje
gloeilampen	=	gloeilamp
gloeilampenfabriek	noun	fabriek waar men gloeilampen maakt
gloeilampenfabrieken	=	gloeilampenfabriek
gloeilampje	=	gloeilamp
gloeilampjes	=	gloeilamp
gloeilicht	noun	heldere uitstraling van draad dat door elektrische spanning wordt verhit, gebruikt om duisternis tegen te gaan
gloeilichten	=	gloeilicht
gloeilichtje	=	gloeilicht
gloeilichtjes	=	gloeilicht
gloeioven	noun	zeer hete oven
gloeiovens	=	gloeioven
gloeioventje	=	gloeioven
gloeioventjes	=	gloeioven
gloeit	=	gloeien
gloeiworm	noun	Lampyridae lichtgevende kever
gloeiwormen	=	gloeiworm
gloeiwormpje	=	gloeiworm
gloeiwormpjes	=	gloeiworm
glogetuigschrift	noun	bewijs dat men het gewoon lager onderwijs (in Suriname) met goed gevolg heeft afgesloten
glogetuigschriften	=	glogetuigschrift
gloleerling	noun	leerling van het gewoon lager onderwijs (in Suriname)
gloleerlingen	=	gloleerling
glom	=	glimmen
glomerulair	adj	met betrekking tot de vaatkluwens
glomerulonefritis	noun	ontsteking van de vaatkluwens in de nierschors
glomme	=	glimmen
glommen	=	glimmen
glomt	=	glimmen
gloniveau	noun	geschiktheid voor leerlingen van het gewoon lager onderwijs (in Suriname)
gloniveaus	=	gloniveau
glooi	=	glooien
glooide	=	glooien
glooiden	=	glooien
glooie	=	glooien
glooien	verb	een lichte helling vertonen
glooiend	adj	met bergen en heuvels
glooiende	=	glooien
glooiender	=	glooiend
glooiendere	=	glooiend
glooienders	=	glooiend
glooiends	=	glooiend
glooiendst	=	glooiend
glooiendste	=	glooiend
glooiing	noun	het omhoog of omlaag gaan van de bodem
glooiingen	=	glooiing
glooiinkje	=	glooiing
glooiinkjes	=	glooiing
glooit	=	glooien
gloor	=	gloren
gloorde	=	gloren
gloorden	=	gloren
gloort	=	gloren
glop	noun	nauwe doorgang
glopje	=	glop
gloppen	=	glop
glore	=	gloren
gloren	verb	zacht gloeien, glinsteren, een zacht schijnsel geven (vooral van de dageraad)
glorend	=	gloren
glorende	=	gloren
gloria	noun	gezang van de engelen bij Christus' geboorte en bepaald deel van de mis, waarbij vaak gezongen wordt
gloria's	=	gloria
gloriaatje	=	gloria
gloriaatjes	=	gloria
glorie	noun	door bijzondere inspanning of eigenschappen verworven vermaardheid
gloriedag	noun	periode met veel roem
gloriedagen	=	gloriedag
glorieer	=	gloriëren
glorieerde	=	gloriëren
glorieerden	=	gloriëren
glorieert	=	gloriëren
gloriejaar	noun	jaar dat een sporter veel overwinningen behaalt
gloriejaren	=	gloriejaar
gloriemot	noun	Chrysoesthia drurella een nachtvlinder uit de familie Gelechiidae, de tastermotten.
gloriemotje	=	gloriemot
gloriemotjes	=	gloriemot
gloriemotten	=	gloriemot
glorierijk	adj	met heel veel eer, roem en luister
glorierijke	=	glorierijk
glorierijker	=	glorierijk
glorierijkere	=	glorierijk
glorierijkers	=	glorierijk
glorierijks	=	glorierijk
glorierijkst	=	glorierijk
glorierijkste	=	glorierijk
glories	=	glorie
glorietijd	noun	periode in de geschiedenis dat alles geweldig goed was
glorietijden	=	glorietijd
glorietje	=	glorie
glorieus	adj	dat iets roemrijk is	adv	roemrijk.
glorieust	=	glorieus
glorieuste	=	glorieus
glorieuze	=	glorieus
glorieuzer	=	glorieus
glorieuzere	=	glorieus
glorieuzers	=	glorieus
glorievol	adj	met veel glorie
glorievolle	=	glorievol
glorievoller	=	glorievol
glorievollere	=	glorievol
glorievollers	=	glorievol
glorievols	=	glorievol
glorievolst	=	glorievol
glorievolste	=	glorievol
glorificatie	noun	verheerlijking
glorificaties	=	glorificatie
gloriën	=	glorie
gloriëre	=	gloriëren
gloriëren	verb	de overwinning en de eer behalen
gloriërend	=	gloriëren
gloriërende	=	gloriëren
glos	noun	verklarende aantekening of vertaling van een woord tussen de regels of in de marge van een tekst
gloscholen	=	gloschool
gloschool	noun	school voor het gewoon lager onderwijs (in Suriname)
glosje	=	glos
glosjes	=	glos
glossaria	=	glossarium
glossarium	noun	verklarende woordenlijst: glossarium van de rechtsgeleerdheid, glossarium van het internet
glossariumpje	=	glossarium
glossariumpjes	=	glossarium
glossator	noun	iemand die glossen maakt
glossatoren	=	glossator
glossators	=	glossator
glossatortje	=	glossator
glossatortjes	=	glossator
glosse	noun	verklarende aantekening of vertaling van een woord tussen de regels of in de marge van een tekst
glosseem	noun	kleinste taaleenheid die een betekenis kan dragen
glosseempje	=	glosseem
glosseempjes	=	glosseem
glosseer	=	glosseren
glosseerde	=	glosseren
glosseerden	=	glosseren
glosseert	=	glosseren
glossemen	=	glosseem
glossen	=	glos
glossere	=	glosseren
glosseren	verb	van aantekeningen (glossen) voorzien
glosserend	=	glosseren
glosserende	=	glosseren
glossitis	noun	tongontsteking
glossodynie	noun	branderige tong
glossofobie	noun	een pathologische angst voor spreken in het openbaar
glossofobietje	=	glossofobie
glossofobietjes	=	glossofobie
glossolalie	noun	het spreken van onbegrijpelijke talen tijdens een trancetoestand
glossolalieën	=	glossolalie
glossy	noun	een chic tijdschrift dat gedrukt wordt op glanspapier	adj	mooi en duur.
glossy's	=	glossy
glossy'tje	=	glossy
glossy'tjes	=	glossy
glossyer	=	glossy
glossyere	=	glossy
glossyers	=	glossy
glossyst	=	glossy
glossyste	=	glossy
glotoets	noun	de eindtoets die men afneemt na het volgen van gewoon lager onderwijs (in Suriname)
glotoetsboekje	noun	boekje waarin de opgaven staan voor de eindtoets van het gewoon lager onderwijs (in Suriname)
glotoetsboekjes	=	glotoetsboekje
glotoetsen	=	glotoets
glottis	noun	stemspleet
glottissen	=	glottis
glottisslag	noun	een klank die met de stembanden in de keel geproduceerd wordt en tot de plosieven gerekend wordt
glottisslagen	=	glottisslag
glottisslagje	=	glottisslag
glottografie	noun	het registreren van de trillingen van de stembanden
glottografietje	=	glottografie
glottografietjes	=	glottografie
glottografieën	=	glottografie
glottologen	=	glottoloog
glottologie	noun	algemene vergelijkende taalstudie
glottoloog	noun	een beoefenaar van de taalkunde
glottoloogje	=	glottoloog
glottoloogjes	=	glottoloog
glowgolf	noun	een activiteit waarbij je midgetgolf speelt in het donker op een baan die oplicht onder blacklights
glowstick	noun	een plastic staafje dat licht geeft door middel van een chemische reactie (chemoluminescentie) wanneer je het buigt.
glowstickje	=	glowstick
glowstickjes	=	glowstick
glowsticks	=	glowstick
gloxinia	noun	een geslacht van sierplanten uit de familie Gesneriaceae.
gloxinia's	=	gloxinia
glucagon	noun	een hormoon gemaakt in de alfacellen van de pancreas in de zogenaamde eilandjes van Langerhans, dat de lever aanzet glycogeen af te breken en de zo vrijgekomen glucose aan het bloed af te geven
gluconaat	noun	een ester of zout afgeleid van gluconzuur
gluconaten	=	gluconaat
glucosamine	noun	stof die belangrijk is bij de opbouw van kraakbeen
glucosaminen	=	glucosamine
glucosamines	=	glucosamine
glucose	noun	druivensuiker (met formule C₆H₁₂O₆)
glucosegehalte	noun	de concentratie van glucose, vaak gaat het om de glucoseconcentratie in het bloed
glucosegehalten	=	glucosegehalte
glucosegehaltes	=	glucosegehalte
glucosen	=	glucose
glucoseopname	noun	het opnemen van suikers in het lichaam
glucoses	=	glucose
glucosestroop	noun	een mengsel van glucose, maltose, maltotriose en hogere glucoseoligomeren
glucosestroopje	=	glucosestroop
glucosestroopjes	=	glucosestroop
glucosestropen	=	glucosestroop
glucosevoorraad	noun	de hoeveelheid glucose die in het lichaam is opgeslagen
glucosevoorraden	=	glucosevoorraad
glucosurie	noun	te grote hoeveelheid suiker in de urine
glui	noun	stro of stevig riet (geschikt om als dakbedekking te gebruiken)
gluien	=	glui
gluip	=	gluipen
gluipe	=	gluipen
gluipen	verb	vals zijn en/of huichelachtig kijken
gluipend	=	gluipen
gluipende	=	gluipen
gluiperd	noun	iemand die gluipt (slinkse streken uithaalt, vals is en/of huichelachtig kijkt)
gluiperdje	=	gluiperd
gluiperdjes	=	gluiperd
gluiperds	=	gluiperd
gluiperig	adj	van een persoon dat hij heel stiekem is
gluiperige	=	gluiperig
gluiperiger	=	gluiperig
gluiperigere	=	gluiperig
gluiperigers	=	gluiperig
gluiperigs	=	gluiperig
gluiperigst	=	gluiperig
gluiperigste	=	gluiperig
gluips	adj	op een stiekeme, oneerlijke manier
gluipse	=	gluips
gluipsnor	noun	gluiperd
gluipsnorren	=	gluipsnor
gluipsnorretje	=	gluipsnor
gluipsnorretjes	=	gluipsnor
gluipt	=	gluipen
gluipte	=	gluipen
gluipten	=	gluipen
glunder	adv	opgewekt, helder	adj|obsolete	helder, schoon, stralend
glunderaar	noun	iemand die blij is en dat laat zien
glunderaars	=	glunderaar
glunderde	=	glunderen
glunderden	=	glunderen
glundere	=	glunder
glunderen	verb	geluk of vreugde uitstralen
glunderend	adj	van een persoon dat hij geluidloos lacht omdat hij heel blij is
glunderende	=	glunderen
glunderender	=	glunderend
glunderendere	=	glunderend
glunderenders	=	glunderend
glunderends	=	glunderend
glunderendst	=	glunderend
glunderendste	=	glunderend
glunders	=	glunder
glundert	=	glunderen
gluon	noun	elementair deeltje dat quarks bij elkaar houdt
gluons	=	gluon
glure	=	gluren
gluren	verb	in het geheim aandachtig naar iemand kijken
glurend	=	gluren
glurende	=	gluren
glutamine	noun	een proteïnogeen aminozuur
glutaminen	=	glutamine
glutamines	=	glutamine
glutaminezuur	noun	een proteïnogeen aminozuur
gluten	noun	graanlijm, eiwitten in graankorrels
glutenallergie	noun	allergie tegen gluten die in vele granen aanwezig zijn zoals tarwe en spelt
glutenvrij	adj	geen gluten bevattend
glutenvrije	=	glutenvrij
glutenvrijer	=	glutenvrij
glutenvrijere	=	glutenvrij
glutenvrijers	=	glutenvrij
glutenvrijs	=	glutenvrij
glutenvrijst	=	glutenvrij
glutenvrijste	=	glutenvrij
glutine	noun	beenderlijm
glutinen	=	glutine
glutines	=	glutine
gluton	noun	lijm, bereid uit een veel kleefstof bevattende zetmeelsoort
gluur	=	gluren
gluurde	=	gluren
gluurden	=	gluren
gluurder	noun	iemand die stiekem kijkt naar (erotische geladen) dingen die niet voor zijn ogen bestemd zijn
gluurders	=	gluurder
gluurdertje	=	gluurder
gluurdertjes	=	gluurder
gluuroge	=	gluurogen
gluurogen	verb	gluren
gluurogend	=	gluurogen
gluurogende	=	gluurogen
gluuroog	=	gluurogen
gluuroogde	=	gluurogen
gluuroogden	=	gluurogen
gluuroogt	=	gluurogen
gluurpop	noun	ongeveer 86 cm grote decoratieve pop die lijkt op een glurende peuter
gluurpopje	=	gluurpop
gluurpopjes	=	gluurpop
gluurpoppen	=	gluurpop
gluurpoppetje	=	gluurpop
gluurpoppetjes	=	gluurpop
gluurt	=	gluren
gluurverbod	noun	informele term voor een lokaal verbod, vaak ingesteld door een burgemeester via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), om stiekem naar anderen te kijken, vaak bij incidenten, om de openbare orde te handhaven en wanordelijkheden te voorkomen, zoals bij een ongeluk of brand waar mensen te dichtbij komen
gluurverboden	=	gluurverbod
gluurverbodje	=	gluurverbod
gluurverbodjes	=	gluurverbod
gluurverhoging	noun	extra huurverhoging voor mensen die veel verdienen maar in een sociale huurwoning wonen (hiervoor zouden de verhuurders mogen 'gluren' in de inkomensgegevens van de huurders)
gluurverhogingen	=	gluurverhoging
gluurverhoginkje	=	gluurverhoging
gluurverhoginkjes	=	gluurverhoging
glycemie	noun	maat voor de hoeveelheid glucose die opgelost is in het bloed uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l)
glycemisch	adj	betreffende de hoeveelheid glucose (suiker) in het bloed
glycemische	=	glycemisch
glycemischer	=	glycemisch
glycemischere	=	glycemisch
glycemischers	=	glycemisch
glyceride	noun	verbinding waarin glycerol (1,2,3-propaantriol) een centrale plaats inneemt
glyceriden	=	glyceride
glycerides	=	glyceride
glyceridetje	=	glyceride
glyceridetjes	=	glyceride
glycerine	noun	glycerol (C₃H₈O₃)
glycerinen	=	glycerine
glycerines	=	glycerine
glycerol	noun	dikvloeibare, zoet smakende alcohol
glycine	noun	een proteïnogeen aminozuur
glycinen	=	glycine
glycines	=	glycine
glycoalkaloïde	noun	een natuurlijke, giftige stof die voorkomt in planten van de nachtschadefamilie (zoals aardappelen, tomaten, aubergines) die dient als bescherming tegen insecten en schimmels
glycoalkaloïden	=	glycoalkaloïde
glycoalkaloïdes	=	glycoalkaloïde
glycogeen	noun	een molecuul (polysacharide) waarin dieren energie opslaan
glycogeentje	=	glycogeen
glycogenen	=	glycogeen
glycol	noun	tweewaardige alcohol
glycolen	=	glycol
glycolyse	noun	reactie in levende cellen waarbij glucose met behulp van enzymen in tien stappen wordt afgebroken tot pyrodruivenzuur
glycoside	noun	plantaardige stof met suikerbestanddeel
glyfografie	noun	vervaardigingswijze van galvano's voor het boekdrukken, waarvan de afdrukken veel op houtsneden lijken
glyfosaat	noun	een organische fosforverbinding (C₃H₈NO₅P) die als niet-selectief systemisch totaalherbicide zeer ruim toegepast wordt.
glykemie	noun	maat voor de hoeveelheid glucose die opgelost is in het bloed uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l)
glykemisch	adj	met betrekking tot glykemie
glykemische	=	glykemisch
glykemischer	=	glykemisch
glykemischere	=	glykemisch
glykemischers	=	glykemisch
glypten	noun	gesneden stenen
glyptiek	noun	het beeldhouwen
glyptieken	=	glyptiek
glyptisch	adj	op de steensnijkunst betrekking hebbend
glyptische	=	glyptisch
glyptodont	noun	benaming voor uitgestorven zoogdieren uit de onderfamilie Glyptodontinae die zo groot konden worden als een kleine auto: 3-4 meter lang, circa 1,5 meter hoog en ongeveer een ton zwaar
glyptodonten	noun	onderfamilie Glyptodontinae in de familie Chlamyphoridae, bestaand uit uitgestorven zoogdieren die zo groot konden worden als een kleine auto: 3-4 meter lang, circa 1,5 meter hoog en ongeveer een ton zwaar; de Glyptodontinae stierven een paar duizend jaar geleden uit
glyptografie	noun	tak van de geschiedeniswetenschap die in steen gehouwen tekens bestudeert
glyptografieën	=	glyptografie
glyptotheek	noun	een verzameling (antieke) beeldhouwwerken, gesneden stenen etc.
glyptotheken	=	glyptotheek
glühwein	noun	een warme alcoholische drank, die vooral in de periode vlak voor de kerstmis wordt gedronken, bevat naast rode of witte wijn ook kaneel, kruidnagel, steranijs en citroenschillen en vaak ook suiker en honing
glühweinen	=	glühwein
glühweintje	=	glühwein
glühweintjes	=	glühwein
gmo-vermelding	noun	aanduiding op een product dat betekent dat het voedingsmiddel of ingrediënt genetisch is gemodificeerd (aangepast).
gmo-vermeldingen	=	gmo-vermelding
gmo-vermeldinkje	=	gmo-vermelding
gmo-vermeldinkjes	=	gmo-vermelding
gnathologen	=	gnatholoog
gnathologie	noun	onderdeel van de tandheelkunde betreffende de kauworganen (kaakgewricht, kauwspieren) en de stoornissen daarvan
gnatholoog	noun	beoefenaar van de gnathologie
gnatholoogje	=	gnatholoog
gnatholoogjes	=	gnatholoog
gneis	noun	een metamorf gesteente met verschillend gekleurde banden of aders
gneisen	=	gneis
gniffel	=	gniffelen
gniffelde	=	gniffelen
gniffelden	=	gniffelen
gniffele	=	gniffelen
gniffelen	verb	wat onderdrukt plezier hebben
gniffelend	=	gniffelen
gniffelende	=	gniffelen
gniffelt	=	gniffelen
gnocchi	noun	pasta-achtig aardappel- of meelproduct
gnocchi's	=	gnocchi
gnoe	noun	Connochaetes individu van een geslacht van evenhoevigen behorende tot de familie der holhoornigen (Bovidae) (die ook de antilopes, geiten, schapen, gemzen en runderen omvat).
gnoes	noun	Connochaetes een geslacht van de evenhoevigen behorende tot de familie der holhoornigen (Bovidae).
gnoetje	=	gnoe
gnoetjes	=	gnoe
gnoeva	noun	roof
gnomen	=	gnoom
gnomon	noun	instrument dat informatie geeft over de zonnestand door de schaduw die een rechtopstaande staaf op een schaalindeling werpt, bijvoorbeeld om vast te stellen hoe laat het is
gnomons	=	gnomon
gnoom	noun	mythologisch wezen dat lelijk, klein van stuk is en meestal een baard heeft
gnoompje	=	gnoom
gnoompjes	=	gnoom
gnoomvissen	noun	een familie Scombropidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
gnoseologen	=	gnoseoloog
gnoseologie	noun	discipline van de filosofie die zich bezighoudt met de fundamenten en de reikwijdte van de menselijke kennis
gnoseoloog	noun	filosoof die zich bezighoudt met de fundamenten en de reikwijdte van de menselijke kennis
gnoseoloogje	=	gnoseoloog
gnoseoloogjes	=	gnoseoloog
gnosis	noun	de diepere kennis aangaande de godsdienstige waarheden
gnostici	=	gnosticus
gnosticisme	noun	het systeem, de leer van de gnostici die betrekking heeft op het verwerven van het inzicht in de oorsprong, huidige situatie en de bestemming van de mens
gnosticus	noun	aanhanger van het gnosticisme, de leer over het verwerven van het inzicht in de oorsprong, huidige situatie en de bestemming van de mens
gnostiek	noun	leer van de gnosis
gnostieken	=	gnostiek
gnostisch	adj	betrekking hebbend op het gnosticisme
gnostische	=	gnostisch
gnostischer	=	gnostisch
gnostischere	=	gnostisch
gnostischers	=	gnostisch
gnu	noun	het recursieve acroniem voor GNU's Not Unix (GNU is Unix niet), een vrij computerbesturingssysteem dat compatibel is met Unix
gnu-licentie	noun	een licentie die vrije verspreiding van materiaal mogelijk maakt
gnu-licenties	=	gnu-licentie
gnu-licentietje	=	gnu-licentie
gnu-licentietjes	=	gnu-licentie
gnuif	=	gnuiven
gnuifde	=	gnuiven
gnuifden	=	gnuiven
gnuift	=	gnuiven
gnuive	=	gnuiven
gnuiven	verb	onderdrukt, triomfantelijk lachen, vaak uit leedvermaak
gnuivend	adj	onderdrukt lachend
gnuivende	=	gnuiven
gnuivender	=	gnuivend
gnuivendere	=	gnuivend
gnuivenders	=	gnuivend
gnuivends	=	gnuivend
gnuivendst	=	gnuivend
gnuivendste	=	gnuivend
go	noun	toestemming (om iets uit te voeren)	intj	uitroep waarmee een snelheidswedstrijd wordt gestart
go's	=	go
go-between	noun	bemiddelaar, tussenpersoon
go-betweens	=	go-between
goal	noun	plek op een sportveld die als doel om te scoren dient, bijv. bij het voetbal
goalgetter	noun	voetballer die vaak doelpunten maakt
goalgetters	=	goalgetter
goalie	noun	een speler van een sportploeg die moet voorkomen dat de tegenstander een punt scoort
goaliem	=	goëel
goalies	=	goalie
goalkeeper	noun	voetballer die het doel bewaakt en de bal met de hand mag spelen
goalkeepers	=	goalkeeper
goals	=	goal
goaltje	=	goal
goaltjes	=	goal
goaltjesdief	noun	voetballer die afwacht totdat hij wordt aangespeeld om een doelpunt te maken
goaltjesdiefje	=	goaltjesdief
goaltjesdiefjes	=	goaltjesdief
goaltjesdieven	=	goaltjesdief
gobelin	noun	kleurrijk wandtapijt, meer specifiek een wandtapijt uit de Manufacture des Gobelins in Parijs
gobelins	=	gobelin
gobelintje	=	gobelin
gobibeer	noun	Ursus arctos gobiensis De Gobibeer (Ursus arctos gobiensis, in het Mongools ook gekend als mazaalai) is een zeldzame ondersoort van de bruine beer.
gobibeertje	=	gobibeer
gobibeertjes	=	gobibeer
gobiberen	=	gobibeer
gobipaardenspringmuis	noun	Allactaga bullata knaagdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
gobipaardenspringmuisje	=	gobipaardenspringmuis
gobipaardenspringmuisjes	=	gobipaardenspringmuis
gobipaardenspringmuizen	=	gobipaardenspringmuis
gocart	noun	kleine racewagen
gocarts	=	gocart
god	noun	hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
godallemachtig	intj|vulgar	een uitroep van verbazing of medelijden
godbetert	intj	een uitroep die afkeuring toont
goddank	intj	uitroep van geluk
goddelijk	adj	wat van een god is, wat toebehoort aan een god
goddelijke	=	goddelijk
goddelijker	=	goddelijk
goddelijkere	=	goddelijk
goddelijkers	=	goddelijk
goddelijkheden	=	goddelijkheid
goddelijkheid	noun	het god zijn
goddelijks	=	goddelijk
goddelijkst	=	goddelijk
goddelijkste	=	goddelijk
goddeloos	adj	zonder god
goddeloosheden	=	goddeloosheid
goddeloosheid	noun	gebrek aan eerbied of geloof in een godheid
goddeloost	=	goddeloos
goddelooste	=	goddeloos
goddeloze	=	goddeloos
goddelozer	=	goddeloos
goddelozere	=	goddeloos
goddelozers	=	goddeloos
goddomme	intj|vulgar	bastaardvloek
godemiché	noun	seksspeeltje dat een penis nabootst
godemichés	=	godemiché
goden	=	god
godenbeeld	noun	sculptuur ter verering van een bovennatuurlijk wezen
godenbeelden	=	godenbeeld
godenbeeldje	=	godenbeeld
godenbeeldjes	noun	terafim
godendochter	=	godenzoon
godendrank	noun	de drank die de goden zouden drinken en meestal zoet is en alcohol bevat
godendranken	=	godendrank
godendrankje	=	godendrank
godendrankjes	=	godendrank
godenleer	noun	leer aangaande de goden
godenspijs	noun	de spijs van de Olympische goden, ambrozijn
godenspijzen	=	godenspijs
godenverering	noun	het aanbidden van goden in een polytheïstische godsdienst
godenvereringen	=	godenverering
godenzonen	=	godenzoon
godenzoon	noun	mannelijke nazaat van een god en een godin
godenzoons	=	godenzoon
godenzoontje	=	godenzoon
godenzoontjes	=	godenzoon
godezijdank	=	godzijdank
godfather	noun	geestelijke vader, bijvoorbeeld van een nieuw denkbeeld, systeem, criminele organisatie enz
godfathers	=	godfather
godfathertje	=	godfather
godfathertjes	=	godfather
godgans	adj|informal	heel, geheel (vooral van tijdsperiodes zoals bijvoorbeeld dag)
godgansch	=	godgans
godganse	=	godgans
godganselijk	adj	helemaal; geheel; vaak gebruikt om aan te geven dat iets onafgebroken of volledig gedurende een periode (zoals een dag) gebeurt, met een bijklank van verveling of ongenoegen
godganselijke	=	godganselijk
godganselijker	=	godganselijk
godganselijkere	=	godganselijk
godganselijkers	=	godganselijk
godganselijks	=	godganselijk
godganselijkst	=	godganselijk
godganselijkste	=	godganselijk
godgeklaagd	adj	heel erg slecht
godgeklaagde	=	godgeklaagd
godgeklaagder	=	godgeklaagd
godgeklaagdere	=	godgeklaagd
godgeklaagders	=	godgeklaagd
godgeklaagds	=	godgeklaagd
godgeklaagdst	=	godgeklaagd
godgeklaagdste	=	godgeklaagd
godgeleerd	adj	theologisch
godgeleerde	=	godgeleerd
godgeleerder	=	godgeleerd
godgeleerdere	=	godgeleerd
godgeleerders	=	godgeleerd
godgeleerdheid	noun	de wetenschap waarin men de godsdienst bestudeert
godgeleerds	=	godgeleerd
godgeleerdst	=	godgeleerd
godgeleerdste	=	godgeleerd
godgelijk	adj	gelijk aan, lijkend op God
godgelijke	=	godgelijk
godgelijker	=	godgelijk
godgelijkere	=	godgelijk
godgelijkers	=	godgelijk
godgelijkheid	noun	het gelijk aan God zijn
godgelijks	=	godgelijk
godgelijkst	=	godgelijk
godgelijkste	=	godgelijk
godgevallig	adj	wat aan God zou gevallen (als hij zou bestaan)
godgevallige	=	godgevallig
godgevalliger	=	godgevallig
godgevalligere	=	godgevallig
godgevalligers	=	godgevallig
godgevalligs	=	godgevallig
godgevalligst	=	godgevallig
godgevalligste	=	godgevallig
godheden	=	godheid
godheid	noun	een hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
godheidje	=	godheid
godheidjes	=	godheid
godin	noun	een vrouwelijke godheid
godinnen	=	godin
godinnetje	=	godin
godinnetjes	=	godin
godje	=	god
godjes	=	god
godlasterend	adj	God onterend of honend
godlasterende	=	godlasterend
godlasterender	=	godlasterend
godlasterendere	=	godlasterend
godlasterenders	=	godlasterend
godlasterends	=	godlasterend
godlasterendst	=	godlasterend
godlasterendste	=	godlasterend
godlievend	adj	God liefhebbend
godlievende	=	godlievend
godlievender	=	godlievend
godlievendere	=	godlievend
godlievenders	=	godlievend
godlievends	=	godlievend
godlievendst	=	godlievend
godlievendste	=	godlievend
godlof	intj	uitroep van dankbaarheid
godloochening	noun	het ontkennen van het bestaan van een god
godloocheningen	=	godloochening
godloos	adj	zonder god
godloost	=	godloos
godlooste	=	godloos
godloze	=	godloos
godlozer	=	godloos
godlozere	=	godloos
godlozers	=	godloos
godmother	noun	vrouw die in een bepaalde kring een voortrekkersrol speelt of heeft gespeeld
godmothers	=	godmother
godnondeju	intj|vulgar	bastaardvloek
godol	noun	vooraanstaand persoon
gods	adv	als het betrekking heeft op god
godsakker	noun	plaats waar overledenen begraven zijn
godsakkers	=	godsakker
godsakkertje	=	godsakker
godsamme	intj|vulgar	een verzuchting bij een tegenslag
godsbeeld	noun	een afbeelding van god
godsbeelden	=	godsbeeld
godsbeeldje	=	godsbeeld
godsbeeldjes	=	godsbeeld
godsbegrip	noun	de voorstelling die men zich maakt over een opperwezen
godsbegrippen	=	godsbegrip
godsbesef	noun	besef van het bestaan dan wel de aanwezigheid van een god
godsbewijs	noun	hypothetisch bewijs van het bestaan van God
godsbewijsje	=	godsbewijs
godsbewijsjes	=	godsbewijs
godsbewijzen	=	godsbewijs
godsdienst	noun	een religieuze overtuiging en alle daarbij horende rituelen en doctrines
godsdienstboek	noun	een schoolboek waarin kinderen leren over de religies van de wereld.
godsdienstboeken	=	godsdienstboek
godsdienstboekje	=	godsdienstboek
godsdienstboekjes	=	godsdienstboek
godsdiensten	=	godsdienst
godsdienstfanaat	noun	persoon die teveel aandacht besteedt aan zijn of haar godsdienst
godsdienstfanaten	=	godsdienstfanaat
godsdienstfanatisme	noun	fanatisme met betrekking tot de eigen beleden godsdienst waarvan de godsdienstfanaat meestal beweert dat die de enige ware is
godsdiensthaat	noun	haat tegenover (aanhangers van) een andere godsdienst
godsdienstig	adj	zich op het religieuze richtend
godsdienstige	=	godsdienstig
godsdienstiger	=	godsdienstig
godsdienstigere	=	godsdienstig
godsdienstigers	=	godsdienstig
godsdienstigheden	=	godsdienstigheid
godsdienstigheid	noun	de mate waarin men godsdienstige gevoelens heeft
godsdienstigs	=	godsdienstig
godsdienstigst	=	godsdienstig
godsdienstigste	=	godsdienstig
godsdienstje	=	godsdienst
godsdienstjes	=	godsdienst
godsdienstkwestie	noun	geschilpunt over het geloof
godsdienstkwesties	=	godsdienstkwestie
godsdienstkwestietje	=	godsdienstkwestie
godsdienstkwestietjes	=	godsdienstkwestie
godsdienstleer	noun	de leer van een bepaalde religie
godsdienstleraar	noun	leraar die godsdienstonderricht geeft
godsdienstleraars	=	godsdienstleraar
godsdienstleraren	=	godsdienstleraar
godsdienstlerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin kinderen leren over de religies van de wereld.
godsdienstleraressen	=	godsdienstlerares
godsdienstles	noun	een schoolvak waarin kinderen leren over de religies van de wereld.
godsdienstlesje	=	godsdienstles
godsdienstlesjes	=	godsdienstles
godsdienstlessen	=	godsdienstles
godsdienstlokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin kinderen leren over de religies van de wereld.
godsdienstlokaaltje	=	godsdienstlokaal
godsdienstlokaaltjes	=	godsdienstlokaal
godsdienstlokalen	=	godsdienstlokaal
godsdienstloos	adj	zonder godsdienst
godsdienstloost	=	godsdienstloos
godsdienstlooste	=	godsdienstloos
godsdienstloze	=	godsdienstloos
godsdienstlozer	=	godsdienstloos
godsdienstlozere	=	godsdienstloos
godsdienstlozers	=	godsdienstloos
godsdienstoefening	noun	het verrichten van godsdienstige handelingen; godsdienstige bijeenkomst
godsdienstoefeningen	=	godsdienstoefening
godsdienstonderricht	noun	lessen die men geeft over een bepaalde religie
godsdienstonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak godsdienst
godsdienstonderwijzer	noun	iemand die godsdienstonderwijs geeft
godsdienstonderwijzers	=	godsdienstonderwijzer
godsdienstoorlog	noun	een oorlog veroorzaakt door godsdienstige verschillen waarbij alle partijen er weer vanuit gaan over de absolute waarheid te beschikken
godsdienstoorlogen	=	godsdienstoorlog
godsdienstoorlogje	=	godsdienstoorlog
godsdienstoorlogjes	=	godsdienstoorlog
godsdienstpolitiek	noun	het regeringsbeleid betreffende de godsdienst
godsdienstpsychologie	noun	vakgebied, dat de invloed, de betekenis en het wezen van religie voor de individuele mens onderzoekt
godsdienstsociologen	=	godsdienstsocioloog
godsdienstsociologie	noun	de wetenschap die de godsdienst als maatschappelijk fenomeen bestudeert; wetenschap die de interactie tussen religie en samenleving onderzoekt
godsdienstsocioloog	noun	wetenschapper die de godsdienst als maatschappelijk verschijnsel bestudeert of bestudeerd heeft
godsdienstsoefening	=	godsdienstoefening
godsdiensttwist	noun	twist om religieuze opvattingen
godsdiensttwisten	=	godsdiensttwist
godsdienstvrijheden	=	godsdienstvrijheid
godsdienstvrijheid	noun	Het is een van de rechten uit de Universele verklaring van de rechten van de mens.
godsdienstwaanzin	noun	krankzinnigheid veroorzaakt door godsdienstige dweperij
godsdienstwaanzinnig	adj	met zeer vreemde, radicale godsdienstige opvattingen
godsdienstwaanzinnige	noun	persoon met godsdienstig gekleurde waandenkbeelden
godsdienstwaanzinnigen	=	godsdienstwaanzinnige
godsdienstwaanzinniger	=	godsdienstwaanzinnig
godsdienstwaanzinnigere	=	godsdienstwaanzinnig
godsdienstwaanzinnigers	=	godsdienstwaanzinnig
godsdienstwaanzinnigs	=	godsdienstwaanzinnig
godsdienstwaanzinnigst	=	godsdienstwaanzinnig
godsdienstwaanzinnigste	=	godsdienstwaanzinnig
godsdienstwetenschap	noun	bestudeert godsdienst, ofwel religie op wetenschappelijke wijze
godsdienstwetenschappelijk	adj	betreffende de wetenschappelijke bestudering naar de oorsprong, functie, beleving en maatschappelijke impact van religieuze verschijnselen, zonder de waarheid ervan te beoordelen
godsdienstwetenschappelijke	=	godsdienstwetenschappelijk
godsdienstwetenschappelijker	=	godsdienstwetenschappelijk
godsdienstwetenschappelijkere	=	godsdienstwetenschappelijk
godsdienstwetenschappelijkers	=	godsdienstwetenschappelijk
godsdienstwetenschappelijks	=	godsdienstwetenschappelijk
godsdienstwetenschappelijkst	=	godsdienstwetenschappelijk
godsdienstwetenschappelijkste	=	godsdienstwetenschappelijk
godsdienstwetenschappen	=	godsdienstwetenschap
godsdienstwetenschapper	noun	wetenschapper die de godsdienst onderzoekt als een vorm van menselijk gedrag
godsdienstwetenschappers	=	godsdienstwetenschapper
godsdienstzaak	noun	kwestie die betrekking heeft op het beleven en praktiseren van een religie
godsdienstzaakje	=	godsdienstzaak
godsdienstzaakjes	=	godsdienstzaak
godsdienstzaken	=	godsdienstzaak
godsgave	noun	geschenk van God
godsgaven	=	godsgave
godsgeloof	noun	het geloof in een opperwezen
godsgeloven	=	godsgeloof
godsgeschenk	noun	een gift van de goden en waar je dus heel blij mee bent
godsgeschenken	=	godsgeschenk
godsgeschenkje	=	godsgeschenk
godsgeschenkjes	=	godsgeschenk
godsgruwelijk	adj	heel erg verschrikkelijk
godsgruwelijke	=	godsgruwelijk
godsgruwelijker	=	godsgruwelijk
godsgruwelijkere	=	godsgruwelijk
godsgruwelijkers	=	godsgruwelijk
godsgruwelijks	=	godsgruwelijk
godsgruwelijkst	=	godsgruwelijk
godsgruwelijkste	=	godsgruwelijk
godshuis	noun	gebouw waarin godsdienstoefeningen plaatsvinden
godshuisje	=	godshuis
godshuisjes	=	godshuis
godshuizen	=	godshuis
godsidee	noun	voorstelling die men zich maakt over het bestaan van een opperwezen
godsideeën	=	godsidee
godsjammerlijk	adj	zeer droevig, ellendig
godsjammerlijke	=	godsjammerlijk
godsjammerlijker	=	godsjammerlijk
godsjammerlijkere	=	godsjammerlijk
godsjammerlijkers	=	godsjammerlijk
godsjammerlijks	=	godsjammerlijk
godsjammerlijkst	=	godsjammerlijk
godsjammerlijkste	=	godsjammerlijk
godslamp	noun	een olielampje in de buurt van het tabernakel dat blijft branden zolang het Heilig Sacrament in het tabernakel aanwezig is
godslampen	=	godslamp
godslampje	=	godslamp
godslampjes	=	godslamp
godslaster	noun	honende uitspraken over een opperwezen
godslasteraar	noun	iemand die god beledigd
godslasteraars	=	godslasteraar
godslasteraren	=	godslasteraar
godslasterend	adj	beledigend voor een opperwezen; door gelovigen als kwetsend ervaren
godslasterende	=	godslasterend
godslasterender	=	godslasterend
godslasterendere	=	godslasterend
godslasterenders	=	godslasterend
godslasterends	=	godslasterend
godslasterendst	=	godslasterend
godslasterendste	=	godslasterend
godslastering	noun	belediging of bespotting van God/een godheid
godslasteringen	=	godslastering
godslasteringetje	=	godslastering
godslasteringsverbod	noun	het verbod om een god te belasteren
godslasteringsverboden	=	godslasteringsverbod
godslasteringsverbodje	=	godslasteringsverbod
godslasteringsverbodjes	=	godslasteringsverbod
godslasterlijk	adj	lasterlijk ten opzichte van God
godslasterlijke	=	godslasterlijk
godslasterlijker	=	godslasterlijk
godslasterlijkere	=	godslasterlijk
godslasterlijkers	=	godslasterlijk
godslasterlijks	=	godslasterlijk
godslasterlijkst	=	godslasterlijk
godslasterlijkste	=	godslasterlijk
godsleer	noun	de kennis die over god zou bestaan; theorie over god
godsliederlijk	adj	zeer losbandig
godsliederlijke	=	godsliederlijk
godsliederlijker	=	godsliederlijk
godsliederlijkere	=	godsliederlijk
godsliederlijkers	=	godsliederlijk
godsliederlijks	=	godsliederlijk
godsliederlijkst	=	godsliederlijk
godsliederlijkste	=	godsliederlijk
godsloochening	=	godloochening
godsnaam	noun	in godsnaam: een uitdrukking van vertwijfeling, afsmeking of ergernis
godsnaampje	=	godsnaam
godsnamen	=	godsnaam
godsonmogelijk	adj	helemaal niet mogelijk
godsonmogelijke	=	godsonmogelijk
godsonmogelijks	=	godsonmogelijk
godsoordeel	noun	een vonnis dat men door god laat bepalen en uitvoeren
godsoordelen	=	godsoordeel
godsstad	noun	bijnaam voor Jeruzalem
godsstadje	=	godsstad
godsstadjes	=	godsstad
godssteden	=	godsstad
godsverering	noun	verering van een godheid of het Opperwezen, dienst van God
godsvereringen	=	godsverering
godsvermogen	noun	enorm kapitaal aan geld
godsvermogens	=	godsvermogen
godsvermogentje	=	godsvermogen
godsvertrouwen	noun	het vertrouwen dat men heeft op een opperwezen
godsvolk	noun	alle gelovigen
godsvolken	=	godsvolk
godsvolkeren	=	godsvolk
godsvrede	noun	een bestand, een pauze in de vijandelijkheden, met een religieuze achtergrond waardoor het verstoren van de vrede gezien wordt als een zwaar vergrijp tegen de god of goden
godsvredes	=	godsvrede
godsvrees	noun	het respect en de angst die een gelovige voor zijn god heeft
godsvrezen	=	godsvrees
godsvrucht	noun	diep en daadwerkelijk geloof in God
godsvruchtig	adj	van een persoon dat hij gelooft in god
godsvruchtige	=	godsvruchtig
godsvruchtiger	=	godsvruchtig
godsvruchtigere	=	godsvruchtig
godsvruchtigers	=	godsvruchtig
godsvruchtigs	=	godsvruchtig
godsvruchtigst	=	godsvruchtig
godsvruchtigste	=	godsvruchtig
godswil	noun	de hulp van god; als god het wil
godswonder	noun	een wonder dat aan de tussenkomst van een opperwezen wordt toegeschreven
godswonderen	=	godswonder
godswonderlijk	adj	van iets positiefs dat heel onverwacht is gebeurt
godswonderlijke	=	godswonderlijk
godswonderlijker	=	godswonderlijk
godswonderlijkere	=	godswonderlijk
godswonderlijkers	=	godswonderlijk
godswonderlijks	=	godswonderlijk
godswonderlijkst	=	godswonderlijk
godswonderlijkste	=	godswonderlijk
godswondertje	=	godswonder
godswoord	noun	een 'uitspraak' van god zoals deze in de Bijbel staat
godswoorden	=	godswoord
godtergend	adj	Gods toorn wekkend
godtergende	=	godtergend
godtergender	=	godtergend
godtergendere	=	godtergend
godtergenders	=	godtergend
godtergends	=	godtergend
godtergendst	=	godtergend
godtergendste	=	godtergend
godver	intj|vulgar	een wat ingehouden vloek die boosheid of verontwaardiging uitdrukt
godverdetering	intj|vulgar	vloek, uiting van hevige woede of frustratie
godverdomme	intj|vulgar	een algemeen als zeer grof beschouwde vloek waarmee een sterk negatieve emotie wordt uitgedrukt, m.n. grote boosheid, hevige verontwaardiging of ontzetting [1]
godverdorie	intj|vulgar	om grote ergernis uit te drukken
godvergeten	adj|vulgar	goddeloos, verschrikkelijk	adv|informal	heel erg
godvergetener	=	godvergeten
godvergeteners	=	godvergeten
godvergetens	=	godvergeten
godvergetenst	=	godvergeten
godvergetenste	=	godvergeten
godverju	intj|vulgar	bastaardvloek
godverkut	intj|vulgar	een vloek die boosheid of verontwaardiging uitdrukt
godverlaten	adj	heel erg vervelend, letterlijk: zelfs niet meer op de steun van god kunnen rekenen
godverlatens	=	godverlaten
godvernondeju	intj|vulgar	bastaardvloek
godvrezend	adj	veel eerbied en angst hebben voor God en zijn geboden
godvrezende	=	godvrezend
godvrezender	=	godvrezend
godvrezendere	=	godvrezend
godvrezenders	=	godvrezend
godvrezends	=	godvrezend
godvrezendst	=	godvrezend
godvrezendste	=	godvrezend
godvrucht	=	godsvrucht
godvruchtig	adj	sterk in god gelovend
godvruchtige	=	godvruchtig
godvruchtiger	=	godvruchtig
godvruchtigere	=	godvruchtig
godvruchtigers	=	godvruchtig
godvruchtigheden	=	godvruchtigheid
godvruchtigheid	noun	de mate waarin iemand vroom en gelovig is; de mate waarin iemand god eert
godvruchtigs	=	godvruchtig
godvruchtigst	=	godvruchtig
godvruchtigste	=	godvruchtig
godzalig	adj	op een vrome, godvruchtige, godvrezende wijze
godzalige	=	godzalig
godzaliger	=	godzalig
godzaligere	=	godzalig
godzaligers	=	godzalig
godzaligs	=	godzalig
godzaligst	=	godzalig
godzaligste	=	godzalig
godzijdank	adv	een uiting van opluchting en blijdschap
goeboek	noun	wachthuisje
goeboeken	=	goeboek
goeboekje	=	goeboek
goeboekjes	=	goeboek
goed	adv	op goede wijze	adj	kwaliteit bezittend, aan verwachtingen voldoend
goedaardig	adj	geen schade aanrichtend, niet gevaarlijk
goedaardige	=	goedaardig
goedaardiger	=	goedaardig
goedaardigere	=	goedaardig
goedaardigers	=	goedaardig
goedaardigheden	=	goedaardigheid
goedaardigheid	noun	het goedaardig zijn
goedaardigs	=	goedaardig
goedaardigst	=	goedaardig
goedaardigste	=	goedaardig
goedacht	=	goedachten
goedachte	=	goedachten
goedachten	verb	als juist en aanvaardbaar betrachten
goedachtend	=	goedachten
goedachtende	=	goedachten
goedachtte	=	goedachten
goedachtten	=	goedachten
goedbedoeld	adj	met goede bedoeling(en) gedaan	adv	met goede intenties
goedbedoelde	=	goedbedoeld
goedbedoelds	=	goedbedoeld
goedbekeken	adj	door zeer veel kijkers bekeken
goedbeschouwd	adv	als je er goed over zou nadenken
goedbetaald	adj	dat voor iets een goede (hoge) prijs (of loon) wordt gegeven
goedbetaalde	=	goedbetaald
goedbetaalds	=	goedbetaald
goedbezocht	adj	met veel bezoekers
goedbezochte	=	goedbezocht
goedbezochts	=	goedbezocht
goedbloed	noun	een heel aardig iemand
goedbloeden	=	goedbloed
goedde	=	goeden
goeddeden	=	goeddoen
goeddeed	=	goeddoen
goeddeels	adv	voor het grootste gedeelte, bijna alles, grotendeels
goedden	=	goeden
goeddocht	=	goeddunken
goeddochte	=	goeddunken
goeddochten	=	goeddunken
goeddoe	=	goeddoen
goeddoen	verb	een moreel juiste handeling verrichten
goeddoend	=	goeddoen
goeddoende	=	goeddoen
goeddoet	=	goeddoen
goeddunk	=	goeddunken
goeddunke	=	goeddunken
goeddunken	noun	wat iemand als gepast voorkomt	verb|obsolete	met meewerkend voorwerp als juist en gepast voorkomen
goeddunkend	=	goeddunken
goeddunkende	=	goeddunken
goeddunkt	=	goeddunken
goeddunkte	=	goeddunken
goeddunkten	=	goeddunken
goede	adj	vol goede moed: met veel vertrouwen
goedeavond	intj	een groet die in de avond gebruikt wordt
goededag	intj	een groet waarbij men iemand toewenst dat de dag goed zal wezen
goededoelenactie	noun	activiteit waarbij men geld inzamelt voor een doel dat algemeen als nuttig en goed wordt gezien
goededoelenacties	=	goededoelenactie
goededoelenmerk	noun	merk dat van ieder product een deel afstaat aan een goed doel
goededoelenmerken	=	goededoelenmerk
goededoelenorganisatie	noun	organisatie die een doel nastreeft dat algemeen als nuttig en goed wordt gezien; organisatie met een ANBI-status
goededoelenorganisaties	=	goededoelenorganisatie
goedelijk	=	goelijk
goedemiddag	intj	groet die ongeveer tussen 12:00 en 18:00 uur gebruikt wordt
goedemorgen	intj	groet die in de morgen gebruikt wordt
goeden	noun	mensen die goed zijn
goedenacht	intj	een wens uitgesproken in de avond voor het slapengaan
goedenavond	noun	wens bij begroeting of afscheid ruwweg tussen 18:00 en 22:00 uur	intj	een groet die in de avond gebruikt wordt
goedenavonds	=	goedenavond
goedend	=	goeden
goedendag	noun	staf die zowel als slag- als steekwapen kan dienen omdat het uiteinde is verzwaard met een ijzeren punt Wordt bij uitbreiding of vergissing ook wel gebruikt voor de strijdvlegel en de morgenster.	intj	groet waarmee men iemand een prettig verloop van het etmaal wenst
goedendags	=	goedendag
goedenmiddag	=	goedemiddag
goeder	=	goed
goederen	=	goed
goederenexport	noun	verkoop van zaken die men kan bezitten aan buitenlandse afnemers
goederenexporten	=	goederenexport
goederenhandel	noun	inkoop, vervoer en verkoop van waren
goederenhotel	noun	gebouw waarin particulieren een afgesloten opslagruimte kunnen huren
goederenhotels	=	goederenhotel
goederenlift	noun	een lift die eigenlijk alleen gebruikt mag worden voor het vervoer van goederen
goederenliften	=	goederenlift
goederenliftje	=	goederenlift
goederenliftjes	=	goederenlift
goederenlijn	noun	spoorweg voor het vervoer van waren en goederen
goederenlijnen	=	goederenlijn
goederenlijntje	=	goederenlijn
goederenlijntjes	=	goederenlijn
goederenloods	noun	gebouw dat dienst doet als opslagplaats voor waren
goederenloodsen	=	goederenloods
goederenloodsje	=	goederenloods
goederenloodsjes	=	goederenloods
goederenoverslag	noun	het overladen van goederen van het ene naar het andere vervoersmiddel
goederenoverslagen	=	goederenoverslag
goederenspoor	noun	spoorweg voor goederentreinen
goederenspoorlijn	noun	spoorweg voor goederentreinen
goederenspoorlijnen	=	goederenspoorlijn
goederenspoorlijntje	=	goederenspoorlijn
goederenspoorlijntjes	=	goederenspoorlijn
goederenspoorweg	noun	spoorweg voor goederentreinen
goederenspoorwegen	=	goederenspoorweg
goederensporen	=	goederenspoor
goederenstation	noun	halteplaats voor vrachttreinen
goederenstations	=	goederenstation
goederenstromen	=	goederenstroom
goederenstroom	noun	de stroom grondstoffen, halffabricaten of eindproducten (met elke mogelijke tussenvorm) die wordt getransporteerd voor verdere verwerking of consumptie
goederenstroompje	=	goederenstroom
goederenstroompjes	=	goederenstroom
goederentram	noun	een tram die speciaal bedoeld is voor het transport van vracht (binnen stedelijk gebied)
goederentrammen	=	goederentram
goederentrams	=	goederentram
goederentransport	noun	het vervoer van zaken; het vervoer van dingen
goederentransporten	=	goederentransport
goederentrein	noun	trein die uitsluitend is bestemd om goederen te vervoeren
goederentreinen	=	goederentrein
goederentreintje	=	goederentrein
goederentreintjes	=	goederentrein
goederenuitvoer	noun	verkoop van waren aan buitenlandse afnemers
goederenuitvoeren	=	goederenuitvoer
goederenverkeer	noun	het vervoer van zaken; het vervoer van dingen
goederenvervoer	noun	vervoer van goederen
goederenwagen	noun	voertuig voor vervoeren van waren; meestal gaat het om een spoorwagon
goederenwagens	=	goederenwagen
goederenwagon	noun	een railvoertuig zonder aandrijving, dat is bedoeld om een vracht te vervoeren
goederenwagonnetje	=	goederenwagon
goederenwagonnetjes	=	goederenwagon
goederenwagons	=	goederenwagon
goedertieren	adj	goedgunstig, barmhartig, welgezind
goedertierener	=	goedertieren
goedertiereners	=	goedertieren
goedertierenheid	noun	met een intentie om een ander te helpen of te ondersteunen
goedertierens	=	goedertieren
goedertierenst	=	goedertieren
goedertierenste	=	goedertieren
goedgeacht	=	goedachten
goedgeachte	=	goedachten
goedgebekt	adj	van iemand dat hij of zij heel goed en vlot kan praten
goedgebekte	=	goedgebekt
goedgebekter	=	goedgebekt
goedgebektere	=	goedgebekt
goedgebekters	=	goedgebekt
goedgebekts	=	goedgebekt
goedgebektst	=	goedgebekt
goedgebektste	=	goedgebekt
goedgebouwd	adj	van een persoon dat hij of zij een mooie en krachtige lichaamsbouw heeft
goedgebouwde	=	goedgebouwd
goedgebouwds	=	goedgebouwd
goedgedaan	=	goeddoen
goedgedocht	=	goeddunken
goedgedochte	=	goeddunken
goedgedunkt	=	goeddunken
goedgeefs	adj	gul, royaal, vrijgevig
goedgeefsch	=	goedgeefs
goedgeefse	=	goedgeefs
goedgeefser	=	goedgeefs
goedgeefsere	=	goedgeefs
goedgeefsers	=	goedgeefs
goedgeefsheid	noun	de mate waarin iemand geneigd is anderen met gulle hand iets te schenken
goedgeefst	=	goedgeefs
goedgeefste	=	goedgeefs
goedgehouden	=	goedhouden
goedgehumeurd	adj	in een opperbeste stemming verkerende
goedgehumeurde	=	goedgehumeurd
goedgehumeurds	=	goedgehumeurd
goedgekapt	adj	met netjes geknipt en verzorgd hoofdhaar
goedgekapte	=	goedgekapt
goedgekapts	=	goedgekapt
goedgekeurd	adj	volgens een bevoegde instantie voldoende kwaliteit hebbend
goedgekeurde	=	goedkeuren
goedgekeurds	=	goedgekeurd
goedgeklede	=	goedgekleed
goedgekleed	adj	van een persoon dat deze mooie, nette, goede kleding draagt
goedgekleeds	=	goedgekleed
goedgeloovig	=	goedgelovig
goedgelovig	adj	te veel vertrouwen hebbend
goedgelovige	=	goedgelovig
goedgeloviger	=	goedgelovig
goedgelovigere	=	goedgelovig
goedgelovigers	=	goedgelovig
goedgelovigheden	=	goedgelovigheid
goedgelovigheid	noun	het al te veel vertrouwen hebben in wat mensen zeggen
goedgelovigs	=	goedgelovig
goedgelovigst	=	goedgelovig
goedgelovigste	=	goedgelovig
goedgeluimd	adj	in een toestand van vrolijkheid verkerend
goedgeluimde	=	goedgeluimd
goedgeluimder	=	goedgeluimd
goedgeluimdere	=	goedgeluimd
goedgeluimders	=	goedgeluimd
goedgeluimds	=	goedgeluimd
goedgeluimdst	=	goedgeluimd
goedgeluimdste	=	goedgeluimd
goedgemaakt	=	goedmaken
goedgemaakte	=	goedmaken
goedgemutst	adj	met een goed humeur, in een opgewekte stemming
goedgemutste	=	goedgemutst
goedgemutsts	=	goedgemutst
goedgeorganiseerd	adj	van iets of iemand dat hij of zij alles goed heeft geregeld
goedgeorganiseerde	=	goedgeorganiseerd
goedgeorganiseerds	=	goedgeorganiseerd
goedgepraat	=	goedpraten
goedgeprate	=	goedpraten
goedgeschreven	adj	goed geschreven
goedgeschrevens	=	goedgeschreven
goedgetraind	adj	een hele goede conditie hebbend
goedgetrainde	=	goedgetraind
goedgetrainds	=	goedgetraind
goedgevonden	=	goedvinden
goedgevormd	adj	een mooi uiterlijk hebbend
goedgevormde	=	goedgevormd
goedgevormds	=	goedgevormd
goedgevuld	adj	met genoeg dingen
goedgevulde	=	goedgevuld
goedgevulds	=	goedgevuld
goedgezind	adj	goed gehumeurd
goedgezinde	=	goedgezind
goedgezinder	=	goedgezind
goedgezindere	=	goedgezind
goedgezinders	=	goedgezind
goedgezinds	=	goedgezind
goedgezindst	=	goedgezind
goedgezindste	=	goedgezind
goedgunstig	adj	dat die persoon het beste wordt gegund
goedgunstige	=	goedgunstig
goedgunstiger	=	goedgunstig
goedgunstigere	=	goedgunstig
goedgunstigers	=	goedgunstig
goedgunstigheden	=	goedgunstigheid
goedgunstigheid	noun	het vriendelijk zijn
goedgunstiglijk	adj	iemand het beste gunnend, alsof je iets goeds voor die persoon wenst
goedgunstiglijke	=	goedgunstiglijk
goedgunstiglijker	=	goedgunstiglijk
goedgunstiglijkere	=	goedgunstiglijk
goedgunstiglijkers	=	goedgunstiglijk
goedgunstiglijks	=	goedgunstiglijk
goedgunstiglijkst	=	goedgunstiglijk
goedgunstiglijkste	=	goedgunstiglijk
goedgunstigs	=	goedgunstig
goedgunstigst	=	goedgunstig
goedgunstigste	=	goedgunstig
goedhartig	adj	van een persoon dat die aardig en vriendelijk is
goedhartige	=	goedhartig
goedhartiger	=	goedhartig
goedhartigere	=	goedhartig
goedhartigers	=	goedhartig
goedhartigheden	=	goedhartigheid
goedhartigheid	noun	het heel aardig zijn
goedhartigs	=	goedhartig
goedhartigst	=	goedhartig
goedhartigste	=	goedhartig
goedheden	=	goedheid
goedheid	noun	de hoedanigheid van het goed zijn
goedheilig	adj	met betrekking tot voor Sinterklaas
goedheilige	=	goedheilig
goedheiligman	noun	bijnaam voor Sinterklaas, Sint-Nicolaas
goedheiligmannen	=	goedheiligman
goedheiligmannetje	=	goedheiligman
goedheiligs	=	goedheilig
goedhield	=	goedhouden
goedhielden	=	goedhouden
goedhieldt	=	goedhouden
goedhou	=	goedhouden
goedhoud	=	goedhouden
goedhoude	=	goedhouden
goedhouden	verb	rustig en kalm blijven
goedhoudend	=	goedhouden
goedhoudende	=	goedhouden
goedhoudt	=	goedhouden
goedig	adj	vriendelijk
goedige	=	goedig
goediger	=	goedig
goedigere	=	goedig
goedigers	=	goedig
goedigs	=	goedig
goedigst	=	goedig
goedigste	=	goedig
goedje	=	goed
goedjes	=	goed
goedkeur	=	goedkeuren
goedkeurde	=	goedkeuren
goedkeurden	=	goedkeuren
goedkeure	=	goedkeuren
goedkeuren	verb	toestemming verlenen
goedkeurend	adj	instemming betuigend
goedkeurende	=	goedkeuren
goedkeurender	=	goedkeurend
goedkeurendere	=	goedkeurend
goedkeurenders	=	goedkeurend
goedkeurends	=	goedkeurend
goedkeurendst	=	goedkeurend
goedkeurendste	=	goedkeurend
goedkeuring	noun	een positieve beoordeling
goedkeuringen	=	goedkeuring
goedkeuringskrul	noun	een symbool dat gebruikt wordt om aan te geven dat iets goedgekeurd of gezien is, zoals op schoolwerk, maar ook daarbuiten
goedkeuringskrullen	=	goedkeuringskrul
goedkeuringskrulletje	=	goedkeuringskrul
goedkeuringskrulletjes	=	goedkeuringskrul
goedkeuringsprocedure	noun	de methodiek die wordt gebruikt om iets te testen en uiteindelijk te accepteren of goed te keuren
goedkeuringsprocedures	=	goedkeuringsprocedure
goedkeuringsstempel	noun	teken dat iets voldoet aan de gestelde eisen
goedkeuringsstempels	=	goedkeuringsstempel
goedkeuringsstempeltje	=	goedkeuringsstempel
goedkeuringsstempeltjes	=	goedkeuringsstempel
goedkeuringswet	noun	wet die de regering toestaat iets te doen
goedkeuringswetten	=	goedkeuringswet
goedkeurinkje	=	goedkeuring
goedkeurinkjes	=	goedkeuring
goedkeurt	=	goedkeuren
goedkoop	adj	laag in prijs
goedkoops	=	goedkoop
goedkoopst	=	goedkoop
goedkoopste	=	goedkoop
goedkoopte	noun	eigenschap van iets dat het weinig geld kost; eigenschap dat iets goedkoop is; het goedkoop zijn
goedkooptes	=	goedkoopte
goedkope	=	goedkoop
goedkoper	=	goedkoop
goedkopere	=	goedkoop
goedkopers	=	goedkoop
goedkopestoelenmaatschappij	noun	luchtvaartmaatschappij die goedkope tickets verkoopt
goedkopestoelenmaatschappijen	=	goedkopestoelenmaatschappij
goedlachs	adj	gauw lachend
goedlachsch	=	goedlachs
goedlachse	=	goedlachs
goedlachser	=	goedlachs
goedlachsere	=	goedlachs
goedlachsers	=	goedlachs
goedlachst	=	goedlachs
goedlachste	=	goedlachs
goedleers	adj	goed kunnende leren
goedleerse	=	goedleers
goedleidend	adj	goed leiding gevend (van een scheidsrechter aan een wedstrijd)
goedleidende	=	goedleidend
goedleidends	=	goedleidend
goedleven	noun	bijnaam voor een persoon die een gemakkelijk en overdadig leven lijdt
goedlopend	adj	van een bedrijf dat het genoeg klanten heeft, dat er een goede omzet is
goedlopende	=	goedlopend
goedlopends	=	goedlopend
goedmaak	=	goedmaken
goedmaakt	=	goedmaken
goedmaakte	=	goedmaken
goedmaakten	=	goedmaken
goedmake	=	goedmaken
goedmaken	verb	een oorzaak van wrevel of onvrede wegnemen
goedmakend	=	goedmaken
goedmakende	=	goedmaken
goedmaker	noun	iets waarmee je probeert een niet terug te draaien fout te compenseren
goedmakers	=	goedmaker
goedmakertje	=	goedmaker
goedmakertjes	=	goedmaker
goedmaking	noun	het herstellen, vergoeden of compenseren van een gemaakte fout, geleden schade of opgelopen verlies.
goedmakingen	=	goedmaking
goedmakinkje	=	goedmaking
goedmakinkjes	=	goedmaking
goedmarkt	noun	in en verkoop van spullen, waren en goederen
goedmarkten	=	goedmarkt
goedmens	noun	iemand die overdreven politiek correct gedrag vertoont
goedmensen	=	goedmens
goedmensje	=	goedmens
goedmensjes	=	goedmens
goedmoedig	adj	vriendelijk, aardig, iemand met een goed gemoed
goedmoedige	=	goedmoedig
goedmoediger	=	goedmoedig
goedmoedigere	=	goedmoedig
goedmoedigers	=	goedmoedig
goedmoedigheden	=	goedmoedigheid
goedmoedigheid	noun	het vriendelijk en behulpzaam zijn
goedmoedigs	=	goedmoedig
goedmoedigst	=	goedmoedig
goedmoedigste	=	goedmoedig
goednieuwsshow	noun	promotioneel optreden in het openbaar waarbij een organisatie laat zien hoe succesvol en goed het met die organisatie gaat
goednieuwsshows	=	goednieuwsshow
goednieuwsshowtje	=	goednieuwsshow
goedpraat	=	goedpraten
goedpraatte	=	goedpraten
goedpraatten	=	goedpraten
goedprate	=	goedpraten
goedpraten	verb	argumenten aanvoeren om iets dubieus of verkeerds als acceptabel te zien
goedpratend	=	goedpraten
goedpratende	=	goedpraten
goeds	=	goed
goedschiks	adv	op een constructieve, coöperatieve manier
goedsmoeds	adj	welgemoed, opgeruimd
goedsmoedse	=	goedsmoeds
goedsmoedser	=	goedsmoeds
goedsmoedsere	=	goedsmoeds
goedsmoedsers	=	goedsmoeds
goedsmoedst	=	goedsmoeds
goedsmoedste	=	goedsmoeds
goedt	=	goeden
goedverzorgd	adj	van iets of iemand dat hij of zij de goede verzorging heeft ontvangen
goedverzorgde	=	goedverzorgd
goedverzorgds	=	goedverzorgd
goedvind	=	goedvinden
goedvinde	=	goedvinden
goedvinden	verb	toestemming verlenen
goedvindend	=	goedvinden
goedvindende	=	goedvinden
goedvindt	=	goedvinden
goedvond	=	goedvinden
goedvonden	=	goedvinden
goedwillend	adj	met een positieve houding, met de intentie behulpzaam te zijn
goedwillende	noun	persoon met een positieve houding, iemand die behulpzaam wil zijn
goedwillenden	=	goedwillende
goedwillender	=	goedwillend
goedwillendere	=	goedwillend
goedwillenders	=	goedwillend
goedwillendheden	=	goedwillendheid
goedwillendheid	noun	het goedwillend zijn
goedwillends	=	goedwillend
goedwillendst	=	goedwillend
goedwillendste	=	goedwillend
goedwillig	adj	gewillig, welgezind, welwillend
goedwillige	=	goedwillig
goedwilliger	=	goedwillig
goedwilligere	=	goedwillig
goedwilligers	=	goedwillig
goedwilligheden	=	goedwilligheid
goedwilligheid	noun	welwillende houding
goedwilligs	=	goedwillig
goedwilligst	=	goedwillig
goedwilligste	=	goedwillig
goedzak	noun	een te aardige en te vriendelijke iemand
goedzakje	=	goedzak
goedzakken	=	goedzak
goegelen	=	googelen
goegemeente	noun	het eenvoudige, gewone niet al te kritische of diepzinnig denkende publiek
goegemeentetje	=	goegemeente
goegemeentetjes	=	goegemeente
goei	=	goed
goeie	=	goed
goeieavond	intj	een groet die in de avond gebruikt wordt
goeiedag	intj	een groet waarbij men iemand toewenst dat de dag goed zal wezen
goeiemiddag	intj|informal	goedemiddag
goeiemoggel	intj	goedemorgen
goeiemorgen	intj|informal	goedemorgen
goeienacht	intj	wens waarmee je iemand een goede nachtrust wenst
goeienavond	intj	een groet die in de avond gebruikt wordt
goeiendag	intj	een groet waarbij men iemand toewenst dat de dag goed zal wezen
goeierd	noun	een heel aardig en vriendelijk persoon die misschien wel te goed is voor deze wereld
goeierdje	=	goeierd
goeierdjes	=	goeierd
goeierds	=	goeierd
goeiig	adj	goed en vriendelijk, maar niet al te snugger
goeiige	=	goeiig
goeiiger	=	goeiig
goeiigere	=	goeiig
goeiigers	=	goeiig
goeiigheid	noun	het (te) aardig en(te) vriendelijk zijn
goeiigs	=	goeiig
goeiigst	=	goeiig
goeiigste	=	goeiig
goelag	noun	overheidsdienst in de Sovjet-Unie die verantwoordelijk was voor straf- en werkkampen
goelagarchipel	noun	keten van geïsoleerde "eilanden" van heropvoedingskampen verspreid over de voormalige Sovjet-Unie waar andersdenkenden naartoe verbannen konden worden
goelagarchipelletje	=	goelagarchipel
goelagarchipelletjes	=	goelagarchipel
goelagarchipels	=	goelagarchipel
goelagje	=	goelag
goelagjes	=	goelag
goelags	=	goelag
goelagtoerisme	noun	vorm van toerisme waarbij interneringskampen in de landen van de voormalige Sovjet-Unie worden bezocht
goelasj	=	goulash
goelijk	adj	vriendelijk, zachtmoedig
goelijke	=	goelijk
goelijker	=	goelijk
goelijkere	=	goelijk
goelijkers	=	goelijk
goelijks	=	goelijk
goelijkst	=	goelijk
goelijkste	=	goelijk
goeman	noun|obsolete	scheidsrechter, bemiddelaar
goemannen	=	goeman
goendi	noun	zoogdier uit de familie Ctenodactylidae van knaagdieren uit de Sahara die tot de Sciuravida behoren.
goendi's	noun	Ctenodactylidae Goendi's of kamvingers zijn een familie van knaagdieren uit de Sahara.
goendietje	=	goendi
goendietjes	=	goendi
goerami	noun	Osphronemus goramy een straalvinnige vis uit de familie van echte goerami's (Osphronemidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
goerami's	=	goerami
goerees	adj	op het plaatsje Goedereede of het eiland Goeree betrekking hebbend
goereese	noun	een vrouwelijke inwoner van Goedereede, of een vrouw afkomstig uit Goedereede
goereesen	=	goereese
goereeër	noun	een inwoner van Goedereede, of iemand afkomstig uit Goedereede
goereeërs	=	goereeër
goeroe	noun	een spiritueel leider, vooral in oosterse (Indiase) godsdiensten en sektes
goeroebeweging	noun	een spirituele of religieuze groepering die draait om één centrale, charismatische leider: de goeroe.
goeroebewegingen	=	goeroebeweging
goeroebeweginkje	=	goeroebeweging
goeroebeweginkjes	=	goeroebeweging
goeroes	=	goeroe
goeroetje	=	goeroe
goes	=	gans
goeste	noun|obsolete	smaak, trek
goesten	=	goeste
goesting	noun|informal	gevoel dat men graag van iets wil gaan genieten
goestingen	=	goesting
goestingske	=	goesting
goestingskes	=	goesting
goestinkje	=	goesting
goet	adj	goed
goete	adj	goede
goetort	noun	begraafplaats
goeverneur	=	gouverneur
goffer	noun	fors gebouwd persoon
gofferd	noun	groot, grof, lomp, dik persoon
gofferds	=	gofferd
goffers	noun	Geomyidae een ondergronds levende familie van knaagdieren die voorkomt in Amerika, van Colombia in het zuiden tot Canada in het noorden.
gofio	noun	gemalen geroosterd graan, typisch product van de Canarische Eilanden wat zich onderscheid door zijn hoge houdbaarheid
gogen	=	goog
gogme	noun	spelintelligentie, met name bij het voetballen
gogo	noun	genre funk die rond 1970 in de Washington D.C. populair werd Gogo is dansmuziek met veel invloed van rhythm-and-blues en hiphop en kenmerkt zich door een aanhoudend ritme van basgitaar en drums en het gebruik van akoestische instrumenten.
gogogirl	noun	danseres die een erotisch getinte dans uitvoert in een nachtclub
gogogirls	=	gogogirl
goh	intj	een uitdrukking van teleurstelling of verontwaardiging
goidelisch	noun	Eiland-Keltische taal	adj	betreffewnde een subgroep van de Eiland-Keltische talen (Q-Keltisch) en omvat de talen die oorspronkelijk uit Ierland stammen: Iers-Gaelisch, Schots-Gaelisch en Manx-Gaelisch.
goidelische	=	goidelisch
goidelischer	=	goidelisch
goidelischere	=	goidelisch
goidelischers	=	goidelisch
goj	noun	niet-jood
gojem	=	goj
gojibes	noun	in China geteelde bes die de gezondheid zou bevorderen
gojibesje	=	gojibes
gojibesjes	=	gojibes
gojibessen	=	gojibes
gojiem	=	goj
gojim	noun	niet-jood, goj
gojims	adj	van niet-joden
gojimse	=	gojims
gojs	adj	niet-joods
gojse	=	gojs
gojser	=	gojs
gojsere	=	gojs
gojsers	=	gojs
gojst	=	gojs
gojste	=	gojs
gojtje	=	goj
gok	noun	een keuze zonder het juiste antwoord te weten
gokapparaat	noun	apparaat om gokspelletjes mee te spelen
gokapparaatje	=	gokapparaat
gokapparaatjes	=	gokapparaat
gokapparaten	=	gokapparaat
gokautomaat	noun	apparaat om gokspelletjes mee te spelen
gokautomaatje	=	gokautomaat
gokautomaatjes	=	gokautomaat
gokautomaten	=	gokautomaat
gokbaas	noun	iemand die de leiding heeft van een bedrijf dat kansspelen organiseert
gokbazen	=	gokbaas
gokbedrijf	noun	bedrijf dat weddenschappen afsluit
gokbedrijven	=	gokbedrijf
gokcircuit	noun	besloten groep van mensen en organisaties die betrokken zijn bij het gokken en spelen van kansspelen
gokcircuits	=	gokcircuit
gokeler	=	goochelaar
gokgedrag	noun	de manier, de wijze waarop iemand deelneemt aan een kansspel
gokhal	noun	een openbare instelling waar men kan gokken met behulp van gokautomaten
gokhallen	=	gokhal
gokhalletje	=	gokhal
gokhalletjes	=	gokhal
gokhuis	noun	een plaats waar men kan deelnemen aan een kansspel
gokhuisje	=	gokhuis
gokhuisjes	=	gokhuis
gokhuizen	=	gokhuis
gokindustrie	noun	alle bedrijven en organisaties die op grote schaal mensen de gelegenheid geven om aan een kansspel deel te nemen
gokindustrietje	=	gokindustrie
gokindustrietjes	=	gokindustrie
gokindustrieën	=	gokindustrie
gokje	=	gok
gokjes	=	gok
gokkast	noun	apparaat om gokspelletjes mee te spelen
gokkasten	=	gokkast
gokkastje	=	gokkast
gokkastjes	=	gokkast
gokke	=	gokken
gokken	verb	iets van waarde, veelal geld, inzetten op de mogelijke uitkomst van iets onzekers
gokkend	=	gokken
gokkende	=	gokken
gokker	noun	iemand die gokt (bijv. een kansspel speelt)
gokkers	=	gokker
gokkertje	=	gokker
gokkertjes	=	gokker
goklust	noun	sterke aandrang om te gokken
goklusten	=	goklust
goklustig	adj	graag gokkend
goklustige	=	goklustig
goklustiger	=	goklustig
goklustigere	=	goklustig
goklustigers	=	goklustig
goklustigs	=	goklustig
goklustigst	=	goklustig
goklustigste	=	goklustig
gokmachine	noun	apparaat om gokspelletjes mee te spelen
gokmachines	=	gokmachine
gokmachinetje	=	gokmachine
gokmachinetjes	=	gokmachine
gokmaffia	noun	maffia die geld verdient met al dan niet legaal gokken
gokmaffia's	=	gokmaffia
gokmarkt	noun	aanbod van kansspelen gedaan door gokbedrijven om te voldoen aan de vraag naar kansspelen
gokmarkten	=	gokmarkt
gokpaleis	noun	een groot duur gebouw waarin met kansspelen kan beoefenen
gokpaleizen	=	gokpaleis
gokparadijs	noun	plaats of gebied waar een groot aanbod is aan kansspelen
gokparadijsje	=	gokparadijs
gokparadijsjes	=	gokparadijs
gokparadijzen	=	gokparadijs
gokschuld	noun	schuld ontstaan door het spelen van kansspelen
gokschulden	=	gokschuld
gokschuldje	=	gokschuld
goksite	noun	een website die gelegenheid geeft tot (illegaal) online gokken
goksites	=	goksite
gokspel	noun	spel waarbij het toeval een grote rol speelt
gokspelen	=	gokspel
gokspellen	=	gokspel
gokspelletje	=	gokspel
gokspelletjes	=	gokspel
gokstad	noun	een stad met veel casino's
gokstadje	=	gokstad
gokstadjes	=	gokstad
goksteden	=	gokstad
goksyndicaat	noun	organisatie die zich bezighoudt met het organiseren van kansspelen
goksyndicaten	=	goksyndicaat
gokt	=	gokken
gokte	=	gokken
gokten	=	gokken
goktent	noun	plaats waar men een kansspel kan spelen
goktenten	=	goktent
goktentje	=	goktent
goktentjes	=	goktent
goktoerisme	noun	de toerist gaat hierbij op vakantie om te gokken
gokverbod	noun	verbod om deel te nemen aan kansspelen
gokverboden	=	gokverbod
gokverbodje	=	gokverbod
gokverbodjes	=	gokverbod
gokverslaafd	adj	verslaafd aan gokken of kansspelen
gokverslaafde	noun	iemand die verslaafd is aan het wedden
gokverslaafden	=	gokverslaafde
gokverslaafder	=	gokverslaafd
gokverslaafdere	=	gokverslaafd
gokverslaafders	=	gokverslaafd
gokverslaafds	=	gokverslaafd
gokverslaafdst	=	gokverslaafd
gokverslaafdste	=	gokverslaafd
gokverslaving	noun	verslaving aan het gokken
gokverslavingen	=	gokverslaving
gokverslavinkje	=	gokverslaving
gokverslavinkjes	=	gokverslaving
gokwereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met kansspelen
gokwerelden	=	gokwereld
gokwereldje	=	gokwereld
gokwereldjes	=	gokwereld
gokwerk	noun	werk dat men doet door te gokken en dus niet door kennis te gebruiken of na te denken
gokwezen	noun	alles wat te maken heeft met het bedrijfsmatig gokken
gola	noun	ballingschap, diaspora
gold	=	gelden
goldblatteffect	noun	het teweegbrengen van hypertensie door gedeeltelijke afklemming van een nierarterie
goldblatteffecten	=	goldblatteffect
goldblatteffectje	=	goldblatteffect
goldblatteffectjes	=	goldblatteffect
golddigger	noun	vrouw die profiteert van een rijke, machtige man
golddiggers	=	golddigger
golde	=	gelden
golden	=	gelden
goldendoedel	noun	hond die een kruising is tussen een golden retriever en en poedel
goldendoedels	=	goldendoedel
goldendoedeltje	=	goldendoedel
goldendoedeltjes	=	goldendoedel
goldrush	noun	massale migratie naar pas ontdekte goudvelden
goldrushes	=	goldrush
goldt	=	gelden
golem	noun	wezen in de vorm van een mens dat tot leven gewekt kan worden door een kabbalistische spreuk met de Godsnaam, in het bijzonder het wezen dat gecreëerd zou zijn door Jehoeda Löw ben Betsalel
golempje	=	golem
golems	=	golem
goles	noun	ballingschap, diaspora
golf	noun	meestal door de wind veroorzaakte verheffing van de waterspiegel
golfbaan	noun	terrein om golf te spelen
golfbaantje	=	golfbaan
golfbaantjes	=	golfbaan
golfbad	noun	zwembad waarin kunstmatig golven worden opgewekt
golfbaden	=	golfbad
golfbal	noun	kleine harde bal van kunststof, waarmee golf wordt gespeeld.
golfballen	=	golfbal
golfballetje	=	golfbal
golfballetjes	=	golfbal
golfbanen	=	golfbaan
golfbereik	noun	gebied waarbinnen elektromagnetische golven worden ontvangen
golfbeweging	noun	een regelmatige op-en-neer gaande, zich over het oppervlak verspreidende beweging van een vloeistof
golfbewegingen	=	golfbeweging
golfbeweginkje	=	golfbeweging
golfbeweginkjes	=	golfbeweging
golfbreker	noun	een langs kust of oever gebouwde constructie om de kracht van golven en stroom te weerstaan of te absorberen om daarmee de wal tegen afkalving te beschermen en/of rustig water als anker/aanlegplaats te verkrijgen
golfbrekeranemonen	=	golfbrekeranemoon
golfbrekeranemoon	noun	Diadumene cincta een zeeanemoon uit de familie Diadumenidae.
golfbrekeranemoontje	=	golfbrekeranemoon
golfbrekeranemoontjes	=	golfbrekeranemoon
golfbrekers	=	golfbreker
golfbrekertje	=	golfbreker
golfbrekertjes	=	golfbreker
golfclub	noun	vereniging voor het golfspel
golfclubje	=	golfclub
golfclubjes	=	golfclub
golfclubs	=	golfclub
golfconflict	noun	gewapende strijd tussen landen rond de Perzische Golf
golfconflicten	=	golfconflict
golfdag	noun	dag dat men golf speelt
golfdagen	=	golfdag
golfdal	noun	laagste deel van een golf
golfdalen	=	golfdal
golfde	=	golven
golfden	=	golven
golfdraakvis	noun	Hydrolagus alberti een vis uit de familie kortneusdraakvissen.
golfdraakvisje	=	golfdraakvis
golfdraakvisjes	=	golfdraakvis
golfdraakvissen	=	golfdraakvis
golfe	=	golfen
golfellebogen	=	golfelleboog
golfelleboog	noun	ontsteking van de pees die het ellebooggewricht verbindt aan de onderarmspier die nodig is voor het maken van een vuist, waardoor bewegingen waarbij je hand iets vastklemt pijn gaan doen
golfen	verb	het golfspel spelen
golfend	=	golfen
golfende	=	golfen
golfer	noun	beoefenaar van de golfsport
golfers	=	golfer
golffunctie	noun	de verdeling naar ruimte en tijd van de staande golf behorende bij een kwantumtoestand van een systeem
golffuncties	=	golffunctie
golffunctietje	=	golffunctie
golfgetal	noun	getal omgekeerd evenredig met de golflengte, dat aangeeft hoeveel golven (golflengtes) er per lengte-eenheid voorkomen
golfgetallen	=	golfgetal
golfgetalletje	=	golfgetal
golfgetalletjes	=	golfgetal
golfhoogte	noun	amplitude van een golf; verticale afstand tussen golfdal en golftop
golfhoogten	=	golfhoogte
golfhoogtes	=	golfhoogte
golfje	=	golf
golfjes	=	golf
golfkam	noun	de top van een golf
golfkammen	=	golfkam
golfkar	noun	elektrisch wagentje waarmee de spelers van het golfspel zich kunnen laten vervoeren over de golfbaan
golfkarren	=	golfkar
golfkarretje	=	golfkar
golfkarretjes	=	golfkar
golfkarton	noun	verpakkingsmateriaal, bestaande uit één of meer lagen dun, gegolfd karton.
golfkartonnetje	=	golfkarton
golfkartonnetjes	=	golfkarton
golfkartons	=	golfkarton
golfkathaai	noun	Asymbolus vincenti een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
golfkathaaien	=	golfkathaai
golfkathaaitje	=	golfkathaai
golfkathaaitjes	=	golfkathaai
golflengte	noun	de kortste afstand tussen twee punten die zich in dezelfde fase van een golfbeweging bevinden
golflengten	=	golflengte
golflengtes	=	golflengte
golflengtetje	=	golflengte
golfleraar	noun	een professionele expert in de golfsport die lesgeeft aan golfers van elk niveau om hun techniek, spel en begrip van het spel te verbeteren
golfleraars	=	golfleraar
golfleraartje	=	golfleraar
golfleraartjes	=	golfleraar
golfleraren	=	golfleraar
golfles	noun	les waarin met leert golf te spelen
golflesje	=	golfles
golflesjes	=	golfles
golflessen	=	golfles
golfliefhebber	noun	persoon die het leuk vindt om het spel golf te spelen
golfliefhebbers	=	golfliefhebber
golflijn	noun	een gebogen lijn die de op en neer gaat zoals een sinuslijn
golflijnen	=	golflijn
golflijntje	=	golflijn
golflijntjes	=	golflijn
golflinks	noun	terrein om golf te spelen.
golfmechanica	noun	de beschrijving van de toestand(sverandering) (van heel kleine deeltjes) op kwantummechanische wijze (als oplossing van de schrödingervergelijking)
golfoorlog	noun	elk van een drietal oorlogen tussen 1980 en 2003 waarbij Irak betrokken was, zo genoemd vanwege de ligging aan de Perzische Golf.
golfoorlogen	=	golfoorlog
golfpark	noun	terrein met een golfbaan
golfparken	=	golfpark
golfpatronen	=	golfpatroon
golfpatroon	noun	patroon door golven gemaakt
golfpatroontje	=	golfpatroon
golfpatroontjes	=	golfpatroon
golfpijp	noun	is een metalen buis, met meestal een rechthoekige doorsnede, die wordt gebruikt om hoogfrequente elektromagnetische energie (golven) te transporteren.
golfpijpen	=	golfpijp
golfplaat	noun	bouwmateriaal met een gegolfde structuur
golfplaatje	=	golfplaat
golfplaatjes	=	golfplaat
golfplaten	adj	gemaakt van golfplaat
golfrog	noun	Raja undulata een rog uit de familie Rajidae
golfroggen	=	golfrog
golfroggetje	=	golfrog
golfroggetjes	=	golfrog
golfrogje	=	golfrog
golfrogjes	=	golfrog
golfschelpje	noun	Thyasira flexuosa een tweekleppigensoort uit de familie van de Thyasiridae.
golfschelpjes	=	golfschelpje
golfschoen	noun	schoen om te dragen tijdens het golfen
golfset	noun	groep bij elkaar passende golfclubs
golfsetje	=	golfset
golfsetjes	=	golfset
golfsets	=	golfset
golfslag	noun	het slaan, botsen van de golven, het resultaat van een golf die bij de kust of oever komt en daar zijn energie verliest.
golfslagbad	noun	zwembad waarin op kunstmatige wijze golven worden opgewekt
golfslagbaden	=	golfslagbad
golfslagen	=	golfslag
golfslagenergie	noun	energie die te winnen is uit de snel wisselende waterhoogte op zee door de aanwezigheid van golven.
golfslagenergieën	=	golfslagenergie
golfslagje	=	golfslag
golfslagjes	=	golfslag
golfsnijder	noun	handig keukenhulpje waarmee je groenten, fruit en zelfs kaas kunt voorzien van een decoratief golfpatroon
golfsnijders	=	golfsnijder
golfsnijdertje	=	golfsnijder
golfsnijdertjes	=	golfsnijder
golfspel	noun	een balspel waarbij een kleine, harde bal met een golfclub van de tee (afslagplaats) weggeslagen wordt in de richting van een met een vlag gemarkeerd punt (de hole)
golfspelen	=	golfspel
golfspeler	noun	persoon die de golfsport beoefent
golfspelers	=	golfspeler
golfspellen	=	golfspel
golfsport	noun	golf is een balspel waarbij een kleine, harde bal met een golfclub van de tee (afslagplaats) weggeslagen wordt in de richting van een met een vlag gemarkeerd punt (de hole).
golfsporten	=	golfsport
golfstaat	noun	land dat gelegen is aan de Perzische Golf
golfstaatje	=	golfstaat
golfstaatjes	=	golfstaat
golfstaten	=	golfstaat
golfster	noun	vrouwelijke vorm van golfer
golfsters	=	golfster
golfstertje	=	golfster
golfstertjes	=	golfster
golfstick	noun	stok voor het golfspel, golfclub
golfsticks	=	golfstick
golfstok	noun	het slaghout dat men gebruikt bij het golfen
golfstokken	=	golfstok
golfstroom	noun	warme zeestroming in het noorden van de Atlantische Oceaan.
golfstroompje	=	golfstroom
golfsurfen	verb	surfen op de branding van de zee
golfsyndromen	=	golfsyndroom
golfsyndroom	noun	diffuus ziektebeeld gekenmerkt door symptomen als vermoeidheid, slapeloosheid en algehele malaise bij sommige militairen die in de Golfoorlog hebben gediend, soms toegeschreven aan het gebruik van wapens met giftige stoffen
golft	=	golven
golftanglibel	noun	Onychogomphus flexuosus een echte libel uit de familie van de rombouten (Gomphidae).
golftanglibellen	=	golftanglibel
golftanglibelletje	=	golftanglibel
golftanglibelletjes	=	golftanglibel
golftas	noun	tas waarin golfstokken gedragen worden, vaak voorzien van wieltjes
golftassen	=	golftas
golfte	=	golfen
golften	=	golfen
golfterrein	noun	is een perceel waarop de sport golf wordt gespeeld.
golfterreinen	=	golfterrein
golfterreintje	=	golfterrein
golfterreintjes	=	golfterrein
golftheorie	noun	theorie die golfverschijnselen beschrijft.
golftheorietje	=	golftheorie
golftheorietjes	=	golftheorie
golftheorieën	=	golftheorie
golftoerisme	noun	hierbij boeken mensen een speciale golfvakantie of verblijven in de buurt van een golfbaan
golftoernooi	noun	meerdaagse golfwedstrijd
golftoernooien	=	golftoernooi
golftoernooitje	=	golftoernooi
golftoernooitjes	=	golftoernooi
golftop	noun	hoogste punt van een golf
golftopje	=	golftop
golftopjes	=	golftop
golftoppen	=	golftop
golfvakantie	noun	vakantie waarin golfen de belangrijkste activiteit is.
golfvakanties	=	golfvakantie
golfvakantietje	=	golfvakantie
golfvakantietjes	=	golfvakantie
golfveld	noun	plaats waar men de golfsport kan beoefenen
golfvelden	=	golfveld
golfveldje	=	golfveld
golfveldjes	=	golfveld
golfvergelijking	noun	vergelijking die het verloop van een golf in tijd en ruimte beschrijft
golfvergelijkingen	=	golfvergelijking
golfvergelijkinkje	=	golfvergelijking
golfvergelijkinkjes	=	golfvergelijking
golfvorm	noun	de manier waarop spanningswijzigingen zich herhalen in de tijd
golfvormen	=	golfvorm
golfvormpje	=	golfvorm
golfvormpjes	=	golfvorm
golfwedstrijd	noun	een competitie waarbij spelers (of teams) tegen elkaar spelen om een golfbaan af te leggen in het laagst mogelijke aantal slagen
golfwedstrijden	=	golfwedstrijd
golfwedstrijdje	=	golfwedstrijd
golfwedstrijdjes	=	golfwedstrijd
golgi-apparaat	=	golgiapparaat
golgi-complex	=	golgicomplex
golgi-systeem	noun	systeem behorend tot het endomembraansysteem van een cel
golgi-systeempje	=	golgi-systeem
golgi-systeempjes	=	golgi-systeem
golgiapparaat	noun	netwerk van membranen binnen lichaamscellen dat op een andere plaats opgebouwde eiwitten concentreert en aanpast
golgiapparaatje	=	golgiapparaat
golgiapparaatjes	=	golgiapparaat
golgiapparaten	=	golgiapparaat
golgicomplex	noun	netwerk van membranen binnen lichaamscellen dat op een andere plaats opgebouwde eiwitten concentreert en aanpast
golgicomplexen	=	golgicomplex
golgisysteem	noun	netwerk van membranen binnen lichaamscellen dat op een andere plaats opgebouwde eiwitten concentreert en aanpast
golgisystemen	=	golgisysteem
goliath	noun|figurative	gigant, aanduiding voor iets of iemand van groot formaat
goliathkever	noun	Goliathus goliathus een zeer grote kever uit de familie bladsprietkevers en de onderfamilie rozenkevers (Cetoniidae).
goliathkevers	=	goliathkever
goliathkevertje	=	goliathkever
goliathkevertjes	=	goliathkever
goliathkikker	noun	Conraua goliath een kikker uit de familie Conrauidae.
goliathkikkers	=	goliathkikker
goliathkikkertje	=	goliathkikker
goliathkikkertjes	=	goliathkikker
goliaths	=	goliath
goliathspitsmuis	noun	Crocidura goliath insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
goliathspitsmuisje	=	goliathspitsmuis
goliathspitsmuisjes	=	goliathspitsmuis
goliathspitsmuizen	=	goliathspitsmuis
goliathspoorkoekoek	noun	Centropus goliath een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
goliathspoorkoekoeken	=	goliathspoorkoekoek
goliathspoorkoekoekje	=	goliathspoorkoekoek
goliathspoorkoekoekjes	=	goliathspoorkoekoek
goliathvogelspin	noun	Theraphosa blondi een spin uit de familie vogelspinnen (Theraphosidae).
goliathvogelspinnen	=	goliathvogelspin
goliathvogelspinnetje	=	goliathvogelspin
goliathvogelspinnetjes	=	goliathvogelspin
golok	noun	groot kapmes
goloks	=	golok
golve	=	golven
golven	verb	een golfvormige beweging maken
golvend	adj	de vorm van een golf hebbend
golvende	=	golven
golvender	=	golvend
golvendere	=	golvend
golvenders	=	golvend
golvends	=	golvend
golvendst	=	golvend
golvendste	=	golvend
golving	noun	het golvend heen en weer gaan
golvingen	=	golving
golvinkje	=	golving
golvinkjes	=	golving
gom	noun	een gum
gomachtig	adj	lijkend op gom of hars
gomachtige	=	gomachtig
gomachtiger	=	gomachtig
gomachtigere	=	gomachtig
gomachtigers	=	gomachtig
gomachtigs	=	gomachtig
gomachtigst	=	gomachtig
gomachtigste	=	gomachtig
gomarist	noun	aanhanger van Franciscus Gomarus; streng Calvinist; iemand die gelooft in de predestinatie
gomaristen	=	gomarist
gomasio	noun	een niet dorstig makende smaakversterker bestaande uit gemalen zeezout met geroosterd sesamzaad in de verhouding van ongeveer één op tien
gomasio's	=	gomasio
gombal	noun	een ongeveer 10 gram wegend bolletje gesuikerde Arabische gom dat men als snoep of geneesmiddel gebruikt
gomballen	=	gombal
gomballetje	=	gombal
gomballetjes	=	gombal
gombomen	=	gomboom
gomboom	noun	alle tropische bomen die een kleverig wit melksap in de bast hebben met name de eucalyptus
gomboompje	=	gomboom
gomboompjes	=	gomboom
gomde	=	gommen
gomden	=	gommen
gomeel	noun	bepaalde zegenspreuk die wordt gezegd als men is ontkomen aan een groot gevaar, zoals een gevaarlijke reis of een ernstige ziekte
gomel	noun	dankgebed, zegenspreuk
gomelastiek	noun	rubber dat men gebruikt voor het maken van elastieken en vlakgom
gomelastieken	=	gomelastiek
gomhars	noun	mengsel van gom en hars
gomharsen	=	gomhars
gomharsje	=	gomhars
gomma	noun	lijm of stijfsel gemaakt met zetmeel van cassave
gommakoek	noun	soort Surinaamse koek van tapioca of maizena, boter en suiker, versierd met suikermuisjes
gommakoeken	=	gommakoek
gommakoekje	noun	Surinaams koekje van tapioca of maizena, boter en suiker, versierd met suikermuisjes
gommakoekjes	=	gommakoekje
gommarist	=	gomarist
gomme	=	gommen
gommen	verb	iets geschrevens met een vlakgom bewerken
gommend	=	gommen
gommende	=	gommen
gommetje	=	gom
gommetjes	=	gom
gompapier	noun	papier ingewreven met gom zodat het na bevochtigen ergens aan kan vastplakken
gompapieren	=	gompapier
gompapiertje	=	gompapier
gompapiertjes	=	gompapier
gompie	intj	uitroep van verwondering of verbazing (vooral bij kinderen)
gomt	=	gommen
gomziekte	noun	zietke van een pruim-, kers- of perzikboom veroorzaakt door pseudomonas bacterie.
gon	noun	1/400e van een cirkel ofwel 1/100e van een rechte hoek: 0,9° of π/200 radiaal #:▸ Wat is de afstand tussen het meetpunt en het bekende punt als het toestel een horizontale afwijking van 10 decimilligon (0.0010 gon) op een afstand van 10 meter registreert? Weblink bron Gearchiveerde versie Pascal Kiers Het nieuwe meten in: Geo-Info, jrg. 17 nr. 3 (zomer 2020), Geo-Informatie Nederland, Nijkerk, p. 30 kol. 2/3
gon-gon	noun	Pterodroma feae een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
gon-gonnetje	=	gon-gon
gon-gonnetjes	=	gon-gon
gon-gons	=	gon-gon
gonadaal	adj	met betrekking tot de geslachtsklieren
gonade	noun	geslachtsklier
gonaden	=	gonade
gonades	=	gonade
gonadotroop	adj	wat de werking van de geslachtklieren beïnvloedt
gonbegeleiding	noun	Geïntegreerd Onderwijs en is een samenwerking waarbij leerlingen met een specifieke zorgbehoefte of beperking toch regulier onderwijs kunnen volgen.
gonbegeleidingen	=	gonbegeleiding
gonbegeleidinkje	=	gonbegeleiding
gonbegeleidinkjes	=	gonbegeleiding
gondel	noun	een pleziervaartuig in Venetië
gondelbrug	noun	een bewegende brug, waarbij een deel van het wegdek in horizontale richting heen en weer beweegt.
gondelbruggen	=	gondelbrug
gondelbruggetje	=	gondelbrug
gondelbruggetjes	=	gondelbrug
gondelier	noun	bestuurder van een (Venetiaanse) gondel
gondeliers	=	gondelier
gondeliertje	=	gondelier
gondeliertjes	=	gondelier
gondellied	noun	lied zoals gezongen door Venetiaanse gondeliers
gondelliederen	=	gondellied
gondelliedje	=	gondellied
gondelliedjes	=	gondellied
gondellift	noun	kabelbaan met cabines
gondelliften	=	gondellift
gondels	=	gondel
gondeltje	=	gondel
gondeltjes	=	gondel
gondelvaart	noun	een optocht op het water, waarlangs toeschouwers staan
gondelvaarten	=	gondelvaart
gonder	=	ginder
gondola	noun	boot die men gebruikt in Venetië
gondola's	=	gondola
gong	noun	een hangend slagwerk
gongetje	=	gong
gongetjes	=	gong
gongs	=	gong
gongslag	noun	geluid dat men hoort als men op een hangend bekken slaat
gongslagen	=	gongslag
goniometer	noun	instrument voor het bepalen of instellen van hoeken
goniometers	=	goniometer
goniometertje	=	goniometer
goniometertjes	=	goniometer
goniometrie	noun	dat deel van de wiskunde dat zich richt op hoeken en de metingen die men daaraan kan verrichten
goniometrisch	adj	tot de goniometrie behorend
goniometrische	=	goniometrisch
goniometrischer	=	goniometrisch
goniometrischere	=	goniometrisch
goniometrischers	=	goniometrisch
gonioscopie	noun	bezichtiging van de oogkamerhoek
gonje	noun	grove uit hennep vervaardigde stof
gonjes	=	gonje
gonnen	=	gunnen
gonorrhoe	=	gonorroe
gonorrhoea	=	gonorroe
gonorrhoee	=	gonorroe
gonorroe	noun	een geslachtziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Neisseria gonorrhea
gons	=	gonzen
gonsde	=	gonzen
gonsden	=	gonzen
gonst	=	gonzen
gonze	=	gonzen
gonzen	verb	dof zoemen, een brommend geluid maken
gonzend	=	gonzen
goo	=	gouw
goochel	=	goochelen
goochelaar	noun	iemand die een publiek verbaast met schijnbaar onmogelijke handelingen
goochelaars	=	goochelaar
goochelaartje	=	goochelaar
goochelaartjes	=	goochelaar
goochelarij	noun	door misleiding en fopperij mensen dingen laten zien die eigenlijk niet kunnen gebeuren
goochelarijen	=	goochelarij
goochelarijtje	=	goochelarij
goochelarijtjes	=	goochelarij
goochelde	=	goochelen
goochelden	=	goochelen
goocheldoos	noun	doos met goochelbenodigdheden
goocheldoosje	=	goocheldoos
goocheldoosjes	=	goocheldoos
goocheldozen	=	goocheldoos
goochele	=	goochelen
goochelen	verb	het uitvoeren van bepaalde illusionistische effecten die voor toeschouwers niet te begrijpen zijn
goochelend	=	goochelen
goochelende	=	goochelen
goochelshow	noun	voorstelling waarin een goocheltrucs en illusies worden uitgevoerd
goochelshows	=	goochelshow
goochelt	=	goochelen
goocheltoer	noun	een 'toverkunstje' van een goochelaar
goocheltoeren	=	goocheltoer
goocheltoertje	=	goocheltoer
goocheltoertjes	=	goocheltoer
goocheltruc	noun	Een schijnbaar onmogelijke handeling waarbij de toeschouwer wordt 'bedrogen'.
goocheltrucje	=	goocheltruc
goocheltrucjes	=	goocheltruc
goocheltrucs	=	goocheltruc
goocheltruken	=	goocheltruc
goochem	adj|informal	slim [1], intelligent
goocheme	=	goochem
goochemer	=	goochem
goochemerd	noun	iemand die goochem (slim) is
goochemerds	=	goochemerd
goochemere	=	goochem
goochemers	=	goochem
goochems	=	goochem
goochemst	=	goochem
goochemste	=	goochem
goodenoughdwerghoningeter	noun	Myzomela longirostris een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
goodenoughdwerghoningeters	=	goodenoughdwerghoningeter
goodenoughdwerghoningetertje	=	goodenoughdwerghoningeter
goodenoughdwerghoningetertjes	=	goodenoughdwerghoningeter
goodenoughwallaby	noun	Dorcopsis atrata een kangoeroe uit het geslacht Dorcopsis die voorkomt in bossen op 1000 tot 1800 m hoogte op het eiland Goodenough in het zuidoosten van Papoea-Nieuw-Guinea, een gebied van nog geen 100 vierkante kilometer.
goodenoughwallaby's	=	goodenoughwallaby
goodenoughwallaby'tje	=	goodenoughwallaby
goodenoughwallaby'tjes	=	goodenoughwallaby
goodfellowboomkangoeroe	noun	Dendrolagus goodfellowi een kangoeroe uit het geslacht der boomkangoeroes
goodfellowboomkangoeroes	=	goodfellowboomkangoeroe
goodfellowboomkangoeroetje	=	goodfellowboomkangoeroe
goodfellowboomkangoeroetjes	=	goodfellowboomkangoeroe
goodie	noun	presentje, cadeautje, aardigheidje
goodiebag	noun	tas met kleine cadeautjes; tas met reclameartikelen
goodiebags	=	goodiebag
goodies	=	goodie
goodwill	noun	goede naam hebben, het bedrag dat betaald wordt voor de goede naam bij de overname van een bedrijf
goodwillambassadeur	noun	iemand die de eigen bekendheid inzet voor een bepaald goed doelen
goodwillambassadeuren	=	goodwillambassadeur
goodwillambassadeurs	=	goodwillambassadeur
goog	noun|informal	deskundige op het gebied van vorming en opvoeding (pedagoog, andragoog, agoog)
googel	=	googelen
googelbaar	adj	van iets of iemand dat het via de zoekmachine van Google gevonden kan worden op het internet
googelbaarder	=	googelbaar
googelbaardere	=	googelbaar
googelbaarders	=	googelbaar
googelbaars	=	googelbaar
googelbaarst	=	googelbaar
googelbaarste	=	googelbaar
googelbare	=	googelbaar
googelde	=	googelen
googelden	=	googelen
googele	=	googelen
googelen	verb	naar informatie zoeken op het internet, m.n. met Google
googelend	=	googelen
googelende	=	googelen
googelt	=	googelen
googje	=	goog
googjes	=	goog
googlen	=	googelen
googol	noun	nummer van de grootte 10 tot de macht 100, d.w.z. een 1 met 100 nullen er achter
googolplex	noun	getal van 10 tot de macht googol, in theorie weer te geven als een 1 met 10 tot de macht 100 nullen
googolplexen	=	googolplex
googolplexian	noun	getal met de waarde gelijk aan tien tot de macht van googolplex, of 10^(10^(10¹⁰⁰))
googolplexianen	=	googolplexian
googols	=	googol
gooi	noun	handeling van het werpen of iets wat geworpen wordt
gooi-en-smijtwerk	noun	iets wat slordig, spectaculair, snel gebeurt zodat er vaak ook schade ontstaat
gooiarm	noun	arm waarmee men het beste kan werpen
gooiarmen	=	gooiarm
gooiarmpje	=	gooiarm
gooiarmpjes	=	gooiarm
gooide	=	gooien
gooiden	=	gooien
gooie	=	gooien
gooien	verb	het door de lucht verplaatsen van een voorwerp, al dan niet naar een doelwit
gooiend	=	gooien
gooiende	=	gooien
gooier	noun	iemand die gooit
gooiers	=	gooier
goois	adj	afkomstig uit het Gooi
gooisch	adj	afkomstig uit het Gooi
gooische	=	gooisch
gooise	=	goois
gooiser	=	goois
gooisere	=	goois
gooisers	=	goois
gooist	=	goois
gooiste	=	goois
gooit	=	gooien
gooitje	=	gooi
gooitjes	=	gooi
gookelaar	=	goochelaar
goor	adj	onsmakelijk, vies op een onhygiënische of immorele wijze
goorder	=	goor
goordere	=	goor
goorders	=	goor
goorheid	noun	het vies, smerig zijn van iets
goorlap	noun	iemand die zich seksueel misdraagt; obsceen persoon
goorlapje	=	goorlap
goorlapjes	=	goorlap
goorlappen	=	goorlap
goorling	noun	een smerig persoon
goorlingen	=	goorling
goorlingetje	=	goorling
goorlingetjes	=	goorling
goors	=	goor
goorst	=	goor
goorste	=	goor
goos	=	gozer
goot	noun	een gleuf of greppel bedoeld voor het af laten vloeien van een vloeistof
gootgat	noun	gat waardoor vuil water van de goot in de zinkput loopt
gootgaten	=	gootgat
gooth	=	goot
gootje	=	goot
gootjes	=	goot
gootlijst	noun	lijst die langs een dakgoot loopt
gootlijsten	=	gootlijst
gootlijstje	=	gootlijst
gootlijstjes	=	gootlijst
gootsteen	noun	een bak, meestal ingebouwd in een aanrecht, onder een kraan en met een afvoer
gootsteenkast	noun	een afsluitbare ruimte onder de gootsteen van de keuken
gootsteenkasten	=	gootsteenkast
gootsteenkastje	=	gootsteenkast
gootsteenkastjes	=	gootsteenkast
gootsteenontstopper	noun	chemisch middel dat aangekoekt vuil in een verstopte afvoer oplost
gootsteenontstoppers	=	gootsteenontstopper
gootsteentje	=	gootsteen
gootsteentjes	=	gootsteen
gootstenen	=	gootsteen
gootvormig	adj	vorm van een goot hebbend
gootvormige	=	gootvormig
gootvormiger	=	gootvormig
gootvormigere	=	gootvormig
gootvormigers	=	gootvormig
gootvormigs	=	gootvormig
gootvormigst	=	gootvormig
gootvormigste	=	gootvormig
gootwater	noun	water uit de goot of afvalwater van de gootsteen
gootwatertje	=	gootwater
gootwatertjes	=	gootwater
gopherschildpad	noun	Gopherus polyphemus een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
gopherschildpadden	noun	een geslacht Gopherus van schildpadden uit de familie landschildpadden.
gopherschildpadje	=	gopherschildpad
gopherschildpadjes	=	gopherschildpad
goral	noun	vier soorten binnen het geslacht Naemorhedus (of Nemorhaedus).
gorals	noun	vier soorten binnen het geslacht Naemorhedus (of Nemorhaedus).
goraltje	=	goral
goraltjes	=	goral
gord	=	gorden
gordde	=	gorden
gordden	=	gorden
gorde	=	gorden
gordel	noun	een band die om het middel gedragen wordt, ter bescherming bij bijv. vechtsport of in de auto
gordelamadine	noun	Poephila cincta een klein vogeltje uit de familie prachtvinken (Estrildidae)
gordelamadines	=	gordelamadine
gordelamadinetje	=	gordelamadine
gordelamadinetjes	=	gordelamadine
gordelbaardvogel	noun	Capito dayi een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
gordelbaardvogels	=	gordelbaardvogel
gordelbaardvogeltje	=	gordelbaardvogel
gordelbaardvogeltjes	=	gordelbaardvogel
gordelband	noun	band die als riem om het middel wordt gebruikt
gordelbanden	=	gordelband
gordelbandje	=	gordelband
gordelbandjes	=	gordelband
gordelde	=	gordelen
gordelden	=	gordelen
gordeldier	noun	benaming voor zoogdieren met pantser van beweegbare schubben uit de familie Dasypodidae
gordeldierachtig	adj	lijkend op een dier uit de familie Dasypodidae
gordeldierachtige	noun	aanduiding voor een tot de orde van gordeldierachtigen (Cingulata) behorend zoogdier
gordeldierachtigen	noun	bepaalde groep van zoogdieren, orde Cingulata die voorkomt in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika.
gordeldierachtiger	=	gordeldierachtig
gordeldierachtigere	=	gordeldierachtig
gordeldierachtigers	=	gordeldierachtig
gordeldierachtigs	=	gordeldierachtig
gordeldierachtigst	=	gordeldierachtig
gordeldierachtigste	=	gordeldierachtig
gordeldieren	noun	Dasypodidae de enige overlevende familie uit de gordeldierachtigen (Cingulata).
gordeldiertje	=	gordeldier
gordeldiertjes	=	gordeldier
gordele	=	gordelen
gordelen	verb	met een riem of gordel om de heupen vastmaken
gordelend	=	gordelen
gordelende	=	gordelen
gordelgalwesp	noun	Andricus curvator een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
gordelgalwespen	=	gordelgalwesp
gordelgalwespje	=	gordelgalwesp
gordelgalwespjes	=	gordelgalwesp
gordelhagedissen	noun	een geslacht Zonosaurus van hagedissen uit de familie schildhagedissen (Gerrhosauridae)
gordeljufferduif	noun	Ptilinopus cinctus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
gordeljufferduifje	=	gordeljufferduif
gordeljufferduifjes	=	gordeljufferduif
gordeljufferduiven	=	gordeljufferduif
gordelkardinaalbaars	noun	Apogon townsendi een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
gordelkardinaalbaarsje	=	gordelkardinaalbaars
gordelkardinaalbaarsjes	=	gordelkardinaalbaars
gordelkardinaalbaarzen	=	gordelkardinaalbaars
gordelmol	noun	Chlamyphorus truncatus de kleinste van de familie gordeldieren.
gordelmolen	=	gordelmol
gordelmollen	=	gordelmol
gordelmolletje	=	gordelmol
gordelmolletjes	=	gordelmol
gordelpalpmot	noun	Recurvaria leucatella een vlinder uit de familie van de tastermotten (Gelechiidae).
gordelpalpmotje	=	gordelpalpmot
gordelpalpmotjes	=	gordelpalpmot
gordelpalpmotten	=	gordelpalpmot
gordelriem	noun	leren riem die men om het middel draagt
gordelriemen	=	gordelriem
gordelroos	noun	huiduitslag waarbij vooral het middel en de borst gordelvormig met rode blaasjes is omgeven veroorzaakt door het varicellazostervirus
gordels	=	gordel
gordelstaarthagedissen	noun	een familie Cordylidae van hagedissen
gordelt	=	gordelen
gordeltiran	noun	Xenotriccus callizonus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
gordeltirannen	=	gordeltiran
gordeltirannetje	=	gordeltiran
gordeltirannetjes	=	gordeltiran
gordeltje	=	gordel
gordeltjes	=	gordel
gorden	verb	met een gordel vastmaken
gordend	=	gorden
gordende	=	gorden
gordiaans	adj	ingewikkeld vervlochten en daardoor (ogenschijnlijk) onontwarbaar
gordiaanse	=	gordiaans
gordiaanser	=	gordiaans
gordiaansere	=	gordiaans
gordiaansers	=	gordiaans
gordiaanst	=	gordiaans
gordiaanste	=	gordiaans
gordijn	noun	een doek ter afdekking van bijvoorbeeld een raam
gordijnairbag	noun	airbag boven de zijruiten van een auto
gordijnairbags	=	gordijnairbag
gordijnen	=	gordijn
gordijngevel	noun	niet-dragende gevel van een gebouw
gordijngevels	=	gordijngevel
gordijnkiezer	noun	persoon die stiekem op een partij stemt die hij of zij in het openbaar veroordeelt
gordijnkiezers	=	gordijnkiezer
gordijnmuren	=	gordijnmuur
gordijnmuur	noun	niet-dragende gevel van een gebouw
gordijnrail	noun	een rail waaraan een gordijn opgehangen kan worden
gordijnrails	=	gordijnrail
gordijnrailtje	=	gordijnrail
gordijnrailtjes	=	gordijnrail
gordijnring	noun	ring boven aan een gordijn, waarmee het over de roe schuift
gordijnringen	=	gordijnring
gordijnringetje	=	gordijnring
gordijnringetjes	=	gordijnring
gordijnroe	noun	ronde stang waaraan men gordijnen kan ophangen
gordijnroede	noun	ronde stang waaraan men gordijnen kan ophangen
gordijnroeden	=	gordijnroede
gordijnroedes	=	gordijnroede
gordijnroedetje	=	gordijnroede
gordijnroedetjes	=	gordijnroede
gordijnroes	=	gordijnroe
gordijnroetje	=	gordijnroe
gordijnroetjes	=	gordijnroe
gordijnstemmer	noun	die stiekem op een partij stemt die hij of zij in het openbaar veroordeelt
gordijnstemmers	=	gordijnstemmer
gordijnstemmertje	=	gordijnstemmer
gordijnstemmertjes	=	gordijnstemmer
gordijnstof	noun	dik weefsel dat men kan gebruiken voor het maken van gordijnen
gordijnstoffen	=	gordijnstof
gordijnstofje	=	gordijnstof
gordijnstofjes	=	gordijnstof
gordijntje	=	gordijn
gordijntjes	=	gordijn
gordijnzwam	noun	een geslacht Cortinarius van paddenstoelen in de familie Cortinariaceae.
gordijnzwammen	=	gordijnzwam
gordijnzwammetje	=	gordijnzwam
gordijnzwammetjes	=	gordijnzwam
gording	noun	houten dwarsbalk of ligger aangebracht in de lengterichting van kap of dak waarmee de zaak in verband gehouden wordt
gordingblok	noun	katrol waar een gording doorheen loopt
gordingblokje	=	gordingblok
gordingblokjes	=	gordingblok
gordingblokken	=	gordingblok
gordingen	=	gording
gordings	=	gording
gordinkje	=	gording
gordinkjes	=	gording
gordt	=	gorden
gore	=	goor
gore-tex	noun	lichte, waterdichte, redelijk ademende kunststof (teflon), onder meer toegepast in buitensportkleding en -schoeisel	adj	van gore-tex gemaakt
goreel	=	gareel
gorgel	noun	keel
gorgelde	=	gorgelen
gorgelden	=	gorgelen
gorgele	=	gorgelen
gorgelen	verb	met de stembanden wat vloeistof in de keel doen wervelen
gorgelend	adj	een geluid makend dat past bij iemand die uitademt met water in zijn keel
gorgelende	=	gorgelen
gorgelends	=	gorgelend
gorgelpijp	noun	Ectopleura larynx een hydroïdpoliep uit de familie Tubulariidae.
gorgelpijpen	=	gorgelpijp
gorgelpijpje	=	gorgelpijp
gorgelpijpjes	=	gorgelpijp
gorgelpijpknotsslak	noun	Catriona gymnota een slakkensoort uit de familie van de Cuthonidae.
gorgelpijpknotsslakje	=	gorgelpijpknotsslak
gorgelpijpknotsslakjes	=	gorgelpijpknotsslak
gorgelpijpknotsslakken	=	gorgelpijpknotsslak
gorgels	=	gorgel
gorgelt	=	gorgelen
gorgeltje	=	gorgel
gorgeltjes	=	gorgel
gorgonisch	adj	zo angstaanjagend of indrukwekkend dat het iemand als het ware doet verstijven van schrik
gorgonische	=	gorgonisch
gorgonischer	=	gorgonisch
gorgonischere	=	gorgonisch
gorgonischers	=	gorgonisch
gorgonzola	noun	Italisaanse blauwschimmelkaas
gorgonzola's	=	gorgonzola
gorgoondwerggrondel	noun	Bryaninops amplus een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
gorgoondwerggrondels	=	gorgoondwerggrondel
gorgoondwerggrondeltje	=	gorgoondwerggrondel
gorgoondwerggrondeltjes	=	gorgoondwerggrondel
gorig	adj	vies, smerig, stinkend
gorige	=	gorig
goriger	=	gorig
gorigere	=	gorig
gorigers	=	gorig
gorigheden	=	gorigheid
gorigheid	noun	iets dat heel smerig is
gorigs	=	gorig
gorigst	=	gorig
gorigste	=	gorig
gorilla	noun	Afrikaanse mensaap uit het geslacht Gorilla, de grootste nog levende primaten verdeeld in twee soorten waarvan de westelijke gorilla de grootste populatie kent
gorilla's	noun	Gorilla een geslacht van Afrikaanse mensapen die tot de orde primaten (Primates) behoren, met twee soorten.
gorillaatje	=	gorilla
gorillaatjes	=	gorilla
gorontalees	adj	van, uit of met betrekking tot Gorontalo, een stad en provincie op Sulawesi in Indonesië	noun	inwoner van de stad of provincie Gorontalo op Sulawesi in Indonesië, of iemand die daaruit afkomstig is
gorontaleest	=	gorontalees
gorontaleeste	=	gorontalees
gorontalese	=	gorontalees
gorontaleser	=	gorontalees
gorontalesere	=	gorontalees
gorontalesers	=	gorontalees
gorontalezen	=	gorontalees
gorpcore	noun	kledingstijl die gebaseerd is op outdoorkleding
gors	noun	benaming voor vogels uit de familie Emberizidae
gorsdijk	noun	kleine, lage dijk op een gors, om de aanslibbing te bevorderen
gorsdijken	=	gorsdijk
gorsdijkje	=	gorsdijk
gorsdijkjes	=	gorsdijk
gorsen	=	gors
gorsje	=	gors
gorsjes	=	gors
gort	noun	gepelde gerst
gortbeuling	noun	beuling waar gort in is verwerkt
gortbeulingen	=	gortbeuling
gortbeulinkje	=	gortbeuling
gortbeulinkjes	=	gortbeuling
gortdroge	=	gortdroog
gortdroog	adj	bijzonder droog, zo droog als gort
gortdroogs	=	gortdroog
gortebrij	noun	pap gemaakt van gerst
gortebrijen	=	gortebrij
gorten	=	gort
gortenteller	noun	iemand die gierig is
gortentellers	=	gortenteller
gortepap	noun	pap gemaakt van karnemelk en gort
gortepapje	=	gortepap
gortepappen	=	gortepap
gorter	=	grutter
gortig	adj	scherp smakend en daardoor (vaak) niet lekker
gortige	=	gortig
gortiger	=	gortig
gortigere	=	gortig
gortigers	=	gortig
gortigs	=	gortig
gortigst	=	gortig
gortigste	=	gortig
gorzen	noun	Emberizidae een familie van de zangvogels.
goser	noun	kerel, vent
gosers	=	goser
gosertje	=	goser
gosertjes	=	goser
gospel	noun	christelijk muziekgenre geboren in de katoenvelden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika
gospelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van gospel
gospelachtige	=	gospelachtig
gospelachtiger	=	gospelachtig
gospelachtigere	=	gospelachtig
gospelachtigers	=	gospelachtig
gospelachtigs	=	gospelachtig
gospelachtigst	=	gospelachtig
gospelachtigste	=	gospelachtig
gospelen	=	gospel
gospelkoor	noun	groep zangers die een soort christelijke muziek zingen ter verkondiging van de goede / blijde boodschap
gospelkoortje	=	gospelkoor
gospelkoortjes	=	gospelkoor
gospelkoren	=	gospelkoor
gospellen	=	gospel
gospellied	noun	lied in gospelstijl
gospelliederen	=	gospellied
gospelliedje	=	gospellied
gospelliedjes	=	gospellied
gospelmuziek	noun	christelijk muziekgenre geboren in de katoenvelden van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten van Amerika
gospelmuziekje	=	gospelmuziek
gospels	=	gospel
gospelsong	noun	christelijk lied waarin over de blijde boodschap wordt gezongen
gospelsongs	=	gospelsong
gospelzanger	noun	zanger van gospels
gospelzangers	=	gospelzanger
gospelzangertje	=	gospelzanger
gospelzangertjes	=	gospelzanger
gossie	intj|informal	uitroep die vooral medelijden en/of meewarigheid uitdrukt
gossip	noun	menselijke activiteit waarbij over iemand wordt gesproken - in ongunstige zin en vaak onwaar - zonder dat de persoon in kwestie bij het gesprek aanwezig is
gote	=	gieten
goteling	noun	voorwerp dat uit metaal gegoten is
gotelingen	=	goteling
goten	=	gieten
goth	noun	iemand die een liefhebber is van donkere elektronische popmuziek en zwarte kleding draagt
gothic	adj	een jongerencultuur uit de jaren 1980 gekenmerkt door de kleur zwart, satanisme en piercings
gothics	=	gothic
gothisch	=	gotisch
gothje	=	goth
gothjes	=	goth
goths	=	goth
gotiek	noun	een middeleeuwse bouwstijl die voortvloeide uit de romaanse bouwstijl
gotisch	adj	met betrekking tot de gotiek een bouwstijl die o.a. gekenmerkt wordt door hoge ramen
gotische	=	gotisch
gotischer	=	gotisch
gotischere	=	gotisch
gotischers	=	gotisch
gotischt	=	gotisch
gotischtalig	adj	het Gotisch sprekend
gotischtalige	=	gotischtalig
gotischtaligs	=	gotischtalig
gotischte	=	gotisch
gotong-rojong	noun	onderlinge samenwerking
gotspe	noun	bijzonder grote brutaliteit
gotspes	=	gotspe
gotspetje	=	gotspe
gotspetjes	=	gotspe
gotspieus	adj	brutaal
gotspieust	=	gotspieus
gotspieuste	=	gotspieus
gotspieuze	=	gotspieus
gotspieuzer	=	gotspieus
gotspieuzere	=	gotspieus
gotspieuzers	=	gotspieus
gottegot	intj|vulgar	milde verwensing die een meewarige veroordeling inhoudt
gouache	noun	dekkende waterverf
gouacheje	=	gouache
gouachejes	=	gouache
gouaches	=	gouache
gouachetje	=	gouache
gouachetjes	=	gouache
goud	noun	een edelmetaal met atoomnummer 79 dat wordt aangegeven met het symbool Au, het is een geel metalliek overgangsmetaal
gouda	noun	soort kaas die men oorspronkelijk in Gouda gemaakte
goudachtig	adj	lijkend op goud
goudachtige	=	goudachtig
goudachtiger	=	goudachtig
goudachtigere	=	goudachtig
goudachtigers	=	goudachtig
goudachtigs	=	goudachtig
goudachtigst	=	goudachtig
goudachtigste	=	goudachtig
goudader	noun	een plaats waar een verhoogde concentratie goud in de grond zit
goudaderen	=	goudader
goudaders	=	goudader
goudadertje	=	goudader
goudadertjes	=	goudader
goudalg	noun	benaming voor mixotrofe eencelligen uit de klasse Chrysophyceae, die bij lagere temperaturen leven van fotosynthese en bij hogere temperaturen bacteriën en andere algen eten
goudalgen	=	goudalg
goudappel	noun	soort eetbare vrucht; goudgele appel
goudappelen	=	goudappel
goudappels	=	goudappel
goudatomen	=	goudatoom
goudatoom	noun	een atoom van het chemisch element goud.
goudatoompje	=	goudatoom
goudatoompjes	=	goudatoom
goudbaar	noun	een staaf gemaakt van goud
goudbaartje	=	goudbaar
goudbaartjes	=	goudbaar
goudbad	noun	bak met een goudoplossing die men gebruikt om een voorwerp te voorzien van een dun goudlaagje
goudbaden	=	goudbad
goudbandboszanger	noun	Phylloscopus pulcher een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
goudbandboszangers	=	goudbandboszanger
goudbandboszangertje	=	goudbandboszanger
goudbandboszangertjes	=	goudbandboszanger
goudbandhoningzuiger	noun	Anthreptes rectirostris een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
goudbandhoningzuigers	=	goudbandhoningzuiger
goudbandhoningzuigertje	=	goudbandhoningzuiger
goudbandhoningzuigertjes	=	goudbandhoningzuiger
goudbandmarpissa	noun	Marpissa pomatia een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae)
goudbandmarpissa's	=	goudbandmarpissa
goudbandmarpissaatje	=	goudbandmarpissa
goudbandmarpissaatjes	=	goudbandmarpissa
goudbandmineermot	noun	Stigmella aurella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
goudbandmineermotje	=	goudbandmineermot
goudbandmineermotjes	=	goudbandmineermot
goudbandmineermotten	=	goudbandmineermot
goudbandmul	noun	Upeneus moluccensis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zeebarbelen (Mullidae).
goudbandmullen	=	goudbandmul
goudbandmulletje	=	goudbandmul
goudbandmulletjes	=	goudbandmul
goudbandtangare	noun	Iridosornis reinhardti een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudbandtangaren	=	goudbandtangare
goudbandtangaretje	=	goudbandtangare
goudbandtangaretjes	=	goudbandtangare
goudbaren	=	goudbaar
goudbedrijf	noun	bedrijf dat betrokken is bij de winning van of handel in goud
goudbedrijven	=	goudbedrijf
goudberg	noun	berg met een goudmijn
goudbergen	=	goudberg
goudberk	noun	Betula ermanii een plant uit de berkenfamilie (Betulaceae).
goudberken	=	goudberk
goudberkje	=	goudberk
goudberkjes	=	goudberk
goudbes	noun	Physalis peruviana een tot twee meter hoge, overblijvende, kruidachtige plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
goudbesje	=	goudbes
goudbesjes	=	goudbes
goudbessen	=	goudbes
goudblaadje	=	goudblad
goudblaadjes	=	goudblad
goudblad	noun	een heel dun (0,0001 mm) blad goud dat men meestal voor decoratieve doeleinden gebruikt maar soms ook in een gerecht wordt verwerkt
goudbladen	=	goudblad
goudblond	adj	een mengsel van rood en blond met name gebruikt voor haar en bier
goudblonde	=	goudblond
goudblonder	=	goudblond
goudblondere	=	goudblond
goudblonders	=	goudblond
goudblonds	=	goudblond
goudblondst	=	goudblond
goudblondste	=	goudblond
goudborduurder	noun	iemand die ambachtelijk met gouddraad borduurt (mannelijke vorm)
goudborduurders	=	goudborduurder
goudborduursel	noun	versiersel op kleding met gouddraad
goudborduursels	=	goudborduursel
goudborstmaina	noun	Mino anais een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
goudborstmaina's	=	goudborstmaina
goudborstmainaatje	=	goudborstmaina
goudborstmainaatjes	=	goudborstmaina
goudborsttangare	noun	Bangsia rothschildi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudborsttangaren	=	goudborsttangare
goudborsttangaretje	=	goudborsttangare
goudborsttangaretjes	=	goudborsttangare
goudborsttiran	noun	Nephelomyias pulcher een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudborsttirannen	=	goudborsttiran
goudborsttirannetje	=	goudborsttiran
goudborsttirannetjes	=	goudborsttiran
goudbrasem	noun	bepaald soort vis, Sparus aurata, een zeebrasem met goudglans als de zon op het water schijnt, hij bezit ook een typerende zwarte vlek achter de kieuwdeksels
goudbrasempje	=	goudbrasem
goudbrasempjes	=	goudbrasem
goudbrasems	=	goudbrasem
goudbrauwbuulbuul	noun	Acritillas indica een zangvogel uit de familie van de buulbuuls en het monotypische geslacht Acritillas.
goudbrauwbuulbuuls	=	goudbrauwbuulbuul
goudbrauwbuulbuultje	=	goudbrauwbuulbuul
goudbrauwbuulbuultjes	=	goudbrauwbuulbuul
goudbrauworganist	noun	Chlorophonia callophrys een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
goudbrauworganisten	=	goudbrauworganist
goudbrauworganistje	=	goudbrauworganist
goudbrauworganistjes	=	goudbrauworganist
goudbrauwtapuittiran	noun	Silvicultrix pulchella een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudbrauwtapuittirannen	=	goudbrauwtapuittiran
goudbrauwtapuittirannetje	=	goudbrauwtapuittiran
goudbrauwtapuittirannetjes	=	goudbrauwtapuittiran
goudbrauwzanger	noun	Basileuterus belli een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
goudbrauwzangers	=	goudbrauwzanger
goudbrauwzangertje	=	goudbrauwzanger
goudbrauwzangertjes	=	goudbrauwzanger
goudbrokaat	noun	zijdeweefsel met ingeweven figuren en gouddraad
goudbrons	noun	legering waarbij aan brons goud of zilver is toegevoegd
goudbronzen	adj	vervaardigd van goudkleurig brons
goudbruin	adj	met een kleur die een combinatie is tussen goudkleurig en bruin
goudbruine	=	goudbruin
goudbruinen	=	goudbruin
goudbruiner	=	goudbruin
goudbruinere	=	goudbruin
goudbruiners	=	goudbruin
goudbruins	=	goudbruin
goudbruinst	=	goudbruin
goudbruinste	=	goudbruin
goudbuikcotinga	noun	Pipreola aureopectus een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
goudbuikcotinga's	=	goudbuikcotinga
goudbuikcotingaatje	=	goudbuikcotinga
goudbuikcotingaatjes	=	goudbuikcotinga
goudbuikincakolibrie	noun	Coeligena bonapartei een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
goudbuikincakolibries	=	goudbuikincakolibrie
goudbuikincakolibrietje	=	goudbuikincakolibrie
goudbuikincakolibrietjes	=	goudbuikincakolibrie
goudbuikje	noun	bepaald soort zeer klein vogeltje, Amandava subflava uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
goudbuikjes	=	goudbuikje
goudbuikmangabey	noun	Cercocebus chrysogaster is een soort van het geslacht (Cercocebus).
goudbuikmangabeys	=	goudbuikmangabey
goudbuikmangabeytje	=	goudbuikmangabey
goudbuikmangabeytjes	=	goudbuikmangabey
goudbuikmangrovezanger	noun	Gerygone sulphurea een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
goudbuikmangrovezangers	=	goudbuikmangrovezanger
goudbuikmangrovezangertje	=	goudbuikmangrovezanger
goudbuikmangrovezangertjes	=	goudbuikmangrovezanger
goudbuikorganist	noun	Euphonia chrysopasta een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
goudbuikorganisten	=	goudbuikorganist
goudbuikorganistje	=	goudbuikorganist
goudbuikorganistjes	=	goudbuikorganist
goudbuikpluimbroekje	noun	Eriocnemis mosquera een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
goudbuikpluimbroekjes	=	goudbuikpluimbroekje
goudbuiksmaragdkolibrie	noun	Chlorostilbon lucidus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
goudbuiksmaragdkolibries	=	goudbuiksmaragdkolibrie
goudbuiksmaragdkolibrietje	=	goudbuiksmaragdkolibrie
goudbuiksmaragdkolibrietjes	=	goudbuiksmaragdkolibrie
goudbuiktiran	noun	Myiodynastes hemichrysus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudbuiktirannen	=	goudbuiktiran
goudbuiktirannetje	=	goudbuiktiran
goudbuiktirannetjes	=	goudbuiktiran
goudbuikvireo	noun	Vireo hypochryseus een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
goudbuikvireo's	=	goudbuikvireo
goudbuikvireootje	=	goudbuikvireo
goudbuikvireootjes	=	goudbuikvireo
goudbuulbuul	noun	Calyptocichla serinus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls en het monotypische geslacht Calyptocichla.
goudbuulbuuls	=	goudbuulbuul
goudbuulbuultje	=	goudbuulbuul
goudbuulbuultjes	=	goudbuulbuul
goudconcessie	noun	vergunning om ergens als enige ergens goud te delven
goudconcessies	=	goudconcessie
gouddanio	noun	Danio albolineatus een tropische vis binnen de eigenlijke karpers (Cyprinidae).
gouddanio's	=	gouddanio
gouddeal	noun	financiële overeenkomst tussen twee of meer partijen die betrekking heeft op de winning van goud
gouddeals	=	gouddeal
gouddekking	noun	de mate waarin een munteenheid (zoals de euro of de dollar) gedekt wordt door de fysieke goudvoorraad van een centrale bank.
gouddekkingen	=	gouddekking
gouddekkinkje	=	gouddekking
gouddekkinkjes	=	gouddekking
gouddelver	noun	iemand die goud uit de aarde wint
gouddelvers	=	gouddelver
gouddraad	noun	draad gemaakt van goud; goudkleurig draad
gouddraadje	=	gouddraad
gouddraadjes	=	gouddraad
gouddraden	=	gouddraad
gouddruk	noun	drukken van een tekst met goudkleurige inkt of bladgoud
gouddrukken	=	gouddruk
goudeerlijk	adj	heel erg betrouwbaar
goudeerlijke	=	goudeerlijk
goudeerlijks	=	goudeerlijk
gouden	adj	van goud vervaardigd
goudenmedaillewinnaar	noun	de winnaar van een gouden medaille, iemand die op de eerste plaats eindigt en daarvoor wordt geëerd met een gouden medaille
goudenmedaillewinnaars	=	goudenmedaillewinnaar
goudenmedaillewinnaartje	=	goudenmedaillewinnaar
goudenmedaillewinnaartjes	=	goudenmedaillewinnaar
goudenmedaillewinnares	=	goudenmedaillewinnaar
goudenregen	noun	boom met goudgele naar beneden hangende bloemtrossen, Laburnum anagyroides
goudenregenmot	noun	Leucoptera laburnella een vlinder uit de familie sneeuwmotten (Lyonetiidae).
goudenregenmotje	=	goudenregenmot
goudenregenmotjes	=	goudenregenmot
goudenregenmotten	=	goudenregenmot
goudenregens	=	goudenregen
gouderts	noun	gesteente waaruit goud gewonnen kan worden
goudertsen	=	gouderts
goudfazant	noun	Chrysolophus pictus een vogel die behoort tot het geslacht der kraagfazanten in de familie der fazantachtigen.
goudfazanten	=	goudfazant
goudfazantje	=	goudfazant
goudfazantjes	=	goudfazant
goudflankzanger	noun	Myiothlypis leucophrys een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
goudflankzangers	=	goudflankzanger
goudflankzangertje	=	goudflankzanger
goudflankzangertjes	=	goudflankzanger
goudforel	noun	een ondersoort Oncorhynchus mykiss aguabonita een ondersoort van de regenboogforel, die voorkomt in bergbeken van de Sierra Nevada.
goudforellen	=	goudforel
goudforelletje	=	goudforel
goudforelletjes	=	goudforel
goudfranjedwergmot	noun	Bohemannia auriciliella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
goudfranjedwergmotje	=	goudfranjedwergmot
goudfranjedwergmotjes	=	goudfranjedwergmot
goudfranjedwergmotten	=	goudfranjedwergmot
goudgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1004 ( ); een gele kleur zoals die van goud.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1004 ( ).
goudgeels	=	goudgeel
goudgeelst	=	goudgeel
goudgeelste	=	goudgeel
goudgeld	noun	geld dat bestaat uit gouden munten
goudgelden	=	goudgeld
goudgele	=	goudgeel
goudgelen	=	goudgeel
goudgeler	=	goudgeel
goudgelere	=	goudgeel
goudgelers	=	goudgeel
goudgerand	adj	met een gouden of goudkleurige rand
goudgerande	=	goudgerand
goudgerander	=	goudgerand
goudgerandere	=	goudgerand
goudgeranders	=	goudgerand
goudgerands	=	goudgerand
goudgerandst	=	goudgerand
goudgerandste	=	goudgerand
goudglans	noun	de gele glans van goud
goudglansen	=	goudglans
goudglanzen	=	goudglans
goudglanzend	adj	glimmend met een goudkleurige glans
goudglanzende	=	goudglanzend
goudglanzender	=	goudglanzend
goudglanzendere	=	goudglanzend
goudglanzenders	=	goudglanzend
goudglanzends	=	goudglanzend
goudglanzendst	=	goudglanzend
goudglanzendste	=	goudglanzend
goudgrondel	noun	Gobius auratus een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
goudgrondels	=	goudgrondel
goudgrondeltje	=	goudgrondel
goudgrondeltjes	=	goudgrondel
goudgulden	noun	naam van een gouden muntstuk
goudguldens	=	goudgulden
goudhaan	noun	Regulus regulus een zangvogel uit de familie van Regulidae.
goudhaantje	noun	bepaald soort klein vogeltje met een goudkleurig kruintje Regulus regulus
goudhaantjes	noun	Chrysomelinae een onderfamilie van de keverfamilie der bladkevers (Chrysomelidae)
goudhaanzanger	noun	Basileuterus culicivorus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
goudhaanzangers	=	goudhaanzanger
goudhaanzangertje	=	goudhaanzanger
goudhaanzangertjes	=	goudhaanzanger
goudhaaruil	noun	Acronicta auricoma een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
goudhaaruilen	=	goudhaaruil
goudhaaruiltje	=	goudhaaruil
goudhaaruiltjes	=	goudhaaruil
goudhaas	noun	Dasyprocta leporina De goudhaas (Dasyprocta leporina), ook wel boskonijn, goudagoeti, gewone agoeti of Braziliaanse agoeti genoemd, is een middelgroot knaagdier uit de familie van de Agoeti's en acouchy's (Dasyproctidae).
goudhaasje	=	goudhaas
goudhaasjes	=	goudhaas
goudhamster	noun	Mesocricetus auratus een veel als huisdier gehouden knaagdier uit de familie Cricetidae
goudhamsters	=	goudhamster
goudhamstertje	=	goudhamster
goudhamstertjes	=	goudhamster
goudhandel	noun	de in- en verkoop van goud
goudhandelaar	noun	iemand of een bedrijf dat goud in- en verkoopt
goudhandelaars	=	goudhandelaar
goudhandelaartje	=	goudhandelaar
goudhandelaartjes	=	goudhandelaar
goudhandelaren	=	goudhandelaar
goudhandeltje	=	goudhandel
goudhandeltjes	=	goudhandel
goudhanen	=	goudhaan
goudharder	noun	Chelon auratus een straalvinnige vis uit de familie van harders (Mugilidae), orde baarsachtigen (Perciformes).
goudharders	=	goudharder
goudhardertje	=	goudharder
goudhardertjes	=	goudharder
goudharig	adj	met goudkleurig haar
goudharige	=	goudharig
goudhariger	=	goudharig
goudharigere	=	goudharig
goudharigers	=	goudharig
goudharigs	=	goudharig
goudharigst	=	goudharig
goudharigste	=	goudharig
goudhaver	noun	Trisetum flavescens een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
goudhavers	=	goudhaver
goudhavertje	=	goudhaver
goudhavertjes	=	goudhaver
goudhazen	=	goudhaas
goudindustrie	noun	grootschalige winning van goud
goudindustrieën	=	goudindustrie
goudjacht	noun	de jacht op goud
goudjachten	=	goudjacht
goudjakhals	noun	Canis aureus een middelgrote hondachtige uit het geslacht Canis.
goudjakhalsje	=	goudjakhals
goudjakhalsjes	=	goudjakhals
goudjakhalzen	=	goudjakhals
goudkalk	noun	bepaalde kleurstof, goudpurper
goudkalkje	=	goudkalk
goudkalkjes	=	goudkalk
goudkam	noun|obsolete	benaming voor Amphictene auricoma
goudkammen	=	goudkam
goudkammetje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort borstelworm, Lagis koreni uit de stam van de ringwormen (Annelida); de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1866 voor het eerst geldig gepubliceerd door Malmgren
goudkammetjes	=	goudkam
goudkaparatinga	noun	Aratinga auricapillus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
goudkaparatinga's	=	goudkaparatinga
goudkaparatingaatje	=	goudkaparatinga
goudkaparatingaatjes	=	goudkaparatinga
goudkapdwergspecht	noun	Picumnus aurifrons een vogel uit de familie Picidae (spechten).
goudkapdwergspechten	=	goudkapdwergspecht
goudkapdwergspechtje	=	goudkapdwergspecht
goudkapdwergspechtjes	=	goudkapdwergspecht
goudkapfiskaal	noun	Laniarius barbarus een zangvogel uit de familie Malaconotidae die voorkomt in West- en Midden-Afrika
goudkapfiskaaltje	=	goudkapfiskaal
goudkapfiskaaltjes	=	goudkapfiskaal
goudkapfiskalen	=	goudkapfiskaal
goudkaptangare	noun	Thlypopsis ruficeps een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudkaptangaren	=	goudkaptangare
goudkaptangaretje	=	goudkaptangare
goudkaptangaretjes	=	goudkaptangare
goudkat	noun	katachtige met rode vacht
goudkatje	=	goudkat
goudkatjes	=	goudkat
goudkatten	=	goudkat
goudkeelbaardvogel	noun	Psilopogon franklinii een Aziatische baardvogel die voorkomt van India en Indochina tot in Maleisië
goudkeelbaardvogels	=	goudkeelbaardvogel
goudkeelbaardvogeltje	=	goudkeelbaardvogel
goudkeelbaardvogeltjes	=	goudkeelbaardvogel
goudkeelhoningeter	noun	Acanthagenys rufogularis een vogel in de familie van de Meliphagidae en de enige uit de soort Acanthagenys (monotypisch).
goudkeelhoningeters	=	goudkeelhoningeter
goudkeelhoningetertje	=	goudkeelhoningeter
goudkeelhoningetertjes	=	goudkeelhoningeter
goudkeelhoningzuiger	noun	Aethopyga shelleyi een vogelsoort uit de familie van de nectariniidae (honingzuigers).
goudkeelhoningzuigers	=	goudkeelhoningzuiger
goudkeelhoningzuigertje	=	goudkeelhoningzuiger
goudkeelhoningzuigertjes	=	goudkeelhoningzuiger
goudkeeltiran	noun	Nephelomyias ochraceiventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudkeeltirannen	=	goudkeeltiran
goudkeeltirannetje	=	goudkeeltiran
goudkeeltirannetjes	=	goudkeeltiran
goudklauwtjesmos	noun	Hypnum imponens een soort mos van de klasse Bryopsida (bladmossen).
goudklauwtjesmosje	=	goudklauwtjesmos
goudklauwtjesmosjes	=	goudklauwtjesmos
goudklauwtjesmossen	=	goudklauwtjesmos
goudkleur	noun	met de oranjegele kleur van goud
goudkleuren	=	goudkleur
goudkleurig	adj	een metalliek gele kleur bezittend, de kleur van goud
goudkleurige	=	goudkleurig
goudkleuriger	=	goudkleurig
goudkleurigere	=	goudkleurig
goudkleurigers	=	goudkleurig
goudkleurigs	=	goudkleurig
goudkleurigst	=	goudkleurig
goudkleurigste	=	goudkleurig
goudkleurtje	=	goudkleur
goudkleurtjes	=	goudkleur
goudklomp	noun	stuk (onbewerkt) goud
goudklompen	=	goudklomp
goudklompje	=	goudklomp
goudklompjes	=	goudklomp
goudknopje	noun	Cotula coronopifolia een iets vlezige eenjarige plant uit de composietenfamilie.
goudknopjes	=	goudknopje
goudkoers	noun	de waarde van een standaard hoeveelheid goud op een bepaald moment uitgedrukt in een bepaalde hoeveelheid geld
goudkoersen	=	goudkoers
goudkokermot	noun	Coleophora chalcogrammella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
goudkokermotje	=	goudkokermot
goudkokermotjes	=	goudkokermot
goudkokermotten	=	goudkokermot
goudkoorts	noun	koortsige hebzucht bij goudzoekers en beursspeculanten
goudkoortsje	=	goudkoorts
goudkopgraszanger	noun	Cisticola exilis een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld
goudkopgraszangers	=	goudkopgraszanger
goudkopgraszangertje	=	goudkopgraszanger
goudkopgraszangertjes	=	goudkopgraszanger
goudkopleeuwaapje	noun	Leontopithecus chrysomelas een kleine apensoort.
goudkopleeuwaapjes	=	goudkopleeuwaapje
goudkopmanakin	noun	Ceratopipra erythrocephala een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
goudkopmanakinnetje	=	goudkopmanakin
goudkopmanakinnetjes	=	goudkopmanakin
goudkopmanakins	=	goudkopmanakin
goudkopquetzal	noun	Pharomachrus auriceps een vogel uit de familie van de Trogonidae (Trogons).
goudkopquetzals	=	goudkopquetzal
goudkopquetzaltje	=	goudkopquetzal
goudkopquetzaltjes	=	goudkopquetzal
goudkopstruikgors	noun	Atlapetes flaviceps een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
goudkopstruikgorsje	=	goudkopstruikgors
goudkopstruikgorsjes	=	goudkopstruikgors
goudkopstruikgorzen	=	goudkopstruikgors
goudkraagmanakin	noun	Manacus vitellinus een vogel uit de familie der manakins (Pipridae).
goudkraagmanakinnetje	=	goudkraagmanakin
goudkraagmanakinnetjes	=	goudkraagmanakin
goudkraagmanakins	=	goudkraagmanakin
goudkraagspecht	noun	Veniliornis cassini een vogel uit de familie Picidae (spechten).
goudkraagspechten	=	goudkraagspecht
goudkraagspechtje	=	goudkraagspecht
goudkraagspechtjes	=	goudkraagspecht
goudkraagtangare	noun	Iridosornis jelskii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudkraagtangaren	=	goudkraagtangare
goudkraagtangaretje	=	goudkraagtangare
goudkraagtangaretjes	=	goudkraagtangare
goudkroonboszanger	noun	Phylloscopus ricketti een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
goudkroonboszangers	=	goudkroonboszanger
goudkroonboszangertje	=	goudkroonboszanger
goudkroonboszangertjes	=	goudkroonboszanger
goudkroonsifaka	noun	Propithecus tattersalli primaat uit de familie van de indriachtigen (Indriidae).
goudkroonsifaka's	=	goudkroonsifaka
goudkroonsifakaatje	=	goudkroonsifaka
goudkroonsifakaatjes	=	goudkroonsifaka
goudkruinboomtimalia	noun	Sterrhoptilus dennistouni een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
goudkruinboomtimalia's	=	goudkruinboomtimalia
goudkruinboomtimaliaatje	=	goudkruinboomtimalia
goudkruinboomtimaliaatjes	=	goudkruinboomtimalia
goudkruingors	noun	Zonotrichia atricapilla een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
goudkruingorsje	=	goudkruingors
goudkruingorsjes	=	goudkruingors
goudkruingorzen	=	goudkruingors
goudkruinhoningeter	noun	Gliciphila melanops een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
goudkruinhoningeters	=	goudkruinhoningeter
goudkruinhoningetertje	=	goudkruinhoningeter
goudkruinhoningetertjes	=	goudkruinhoningeter
goudkruinmanakin	noun	Lepidothrix vilasboasi een zangvogel uit de familie der manakins (Pipridae)
goudkruinmanakinnetje	=	goudkruinmanakin
goudkruinmanakinnetjes	=	goudkruinmanakin
goudkruinmanakins	=	goudkruinmanakin
goudkruinsmaragdkolibrie	noun	Cynanthus auriceps een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
goudkruinsmaragdkolibries	=	goudkruinsmaragdkolibrie
goudkruinsmaragdkolibrietje	=	goudkruinsmaragdkolibrie
goudkruinsmaragdkolibrietjes	=	goudkruinsmaragdkolibrie
goudkruintangare	noun	Iridosornis rufivertex een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudkruintangaren	=	goudkruintangare
goudkruintangaretje	=	goudkruintangare
goudkruintangaretjes	=	goudkruintangare
goudkruintesia	noun	Tesia olivea een zangvogel uit de familie Cettiidae.
goudkruintesia's	=	goudkruintesia
goudkruintesiaatje	=	goudkruintesia
goudkruintesiaatjes	=	goudkruintesia
goudkruintiran	noun	Myiodynastes chrysocephalus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudkruintirannen	=	goudkruintiran
goudkruintirannetje	=	goudkruintiran
goudkruintirannetjes	=	goudkruintiran
goudkruinvink	noun	Pyrrhoplectes epauletta een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
goudkruinvinken	=	goudkruinvink
goudkruinvinkje	=	goudkruinvink
goudkruinvinkjes	=	goudkruinvink
goudkruinzanger	noun	Myiothlypis coronata een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
goudkruinzangers	=	goudkruinzanger
goudkruinzangertje	=	goudkruinzanger
goudkruinzangertjes	=	goudkruinzanger
goudkuiftangare	noun	Tachyphonus surinamus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudkuiftangaren	=	goudkuiftangare
goudkuiftangaretje	=	goudkuiftangare
goudkuiftangaretjes	=	goudkuiftangare
goudkuiftuiniervogel	noun	Amblyornis macgregoriae een zangvogel uit de familie prieelvogels (Ptilonorhynchidae)
goudkuiftuiniervogels	=	goudkuiftuiniervogel
goudkuiftuiniervogeltje	=	goudkuiftuiniervogel
goudkuiftuiniervogeltjes	=	goudkuiftuiniervogel
goudkust	noun	kuststreek waar goud wordt gevonden
goudkusten	=	goudkust
goudlaag	noun	laagje goud waarmee iets bedekt is
goudlaagje	=	goudlaag
goudlaagjes	=	goudlaag
goudlagen	=	goudlaag
goudlak	noun	verf die een gele, goudkleur heeft en bronspigmenten bevat
goudlaken	noun	met gouddraad doorweven laken
goudlakken	=	goudlak
goudlamé	noun	glanzende stof met gouddraad gebruikt in feestelijke kleding
goudland	noun	land waar veel goud gevonden kan worden
goudlanden	=	goudland
goudleder	=	goudleer
goudleer	noun	met goud bedrukt leer; verguld leer
goudlegering	noun	legering waarin goud de belangrijkste component is
goudlegeringen	=	goudlegering
goudlegerinkje	=	goudlegering
goudlegerinkjes	=	goudlegering
goudleêr	=	goudleer
goudlichtmot	noun	Selagia argyrella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
goudlichtmotje	=	goudlichtmot
goudlichtmotjes	=	goudlichtmot
goudlichtmotten	=	goudlichtmot
goudlijn	noun	gouden lijn
goudlijnbladroller	noun	Celypha aurofasciana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
goudlijnbladrollers	=	goudlijnbladroller
goudlijnbladrollertje	=	goudlijnbladroller
goudlijnbladrollertjes	=	goudlijnbladroller
goudlijnen	=	goudlijn
goudlijntje	=	goudlijn
goudlijntjes	=	goudlijn
goudlijster	noun	Zoothera aurea een vogelsoort uit de familie van de Turdidae (lijsters).
goudlijsters	=	goudlijster
goudlijstertje	=	goudlijster
goudlijstertjes	=	goudlijster
goudlokkig	adj	met goudkleurige, blonde haarlokken
goudlokkige	=	goudlokkig
goudlokkigers	=	goudlokkig
goudlokkigs	=	goudlokkig
goudmaker	noun	iemand die goud tracht te maken van onedele metalen
goudmakerij	noun	alchimisterij
goudmakers	=	goudmaker
goudmakreel	noun	Coryphaena hippurus een straalvinnige vis uit de familie van goudmakrelen (Coryphaenidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die in de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische Oceaan voorkomt
goudmakreeltje	=	goudmakreel
goudmakreeltjes	=	goudmakreel
goudmakrelen	noun	een familie Coryphaenidae van baarsachtige zoutwatervissen.
goudmantelboomkangoeroe	noun	een zoogdier Dendrolagus pulcherrimus uit de familie van de kangoeroes (Macropodidae).
goudmantelboomkangoeroes	=	goudmantelboomkangoeroe
goudmantelboomkangoeroetje	=	goudmantelboomkangoeroe
goudmantelboomkangoeroetjes	=	goudmantelboomkangoeroe
goudmanteltamarin	noun	een zoogdier Leontocebus tripartitus uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
goudmanteltamarinnetje	=	goudmanteltamarin
goudmanteltamarinnetjes	=	goudmanteltamarin
goudmanteltamarins	=	goudmanteltamarin
goudmarkt	noun	handel in goud
goudmarkten	=	goudmarkt
goudmaskerdikkop	noun	Pachycare flavogriseum een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
goudmaskerdikkopje	=	goudmaskerdikkop
goudmaskerdikkopjes	=	goudmaskerdikkop
goudmaskerdikkoppen	=	goudmaskerdikkop
goudmaskerspecht	noun	Melanerpes flavifrons een vogel uit de familie Picidae.
goudmaskerspechten	=	goudmaskerspecht
goudmaskerspechtje	=	goudmaskerspecht
goudmaskerspechtjes	=	goudmaskerspecht
goudmerk	noun	merk dat aangeeft wat het goudgehalte van iets is
goudmerken	=	goudmerk
goudmerkje	=	goudmerk
goudmerkjes	=	goudmerk
goudmes	noun	mes dat men gebruikt bij het snijden van bladgoud
goudmesje	=	goudmes
goudmesjes	=	goudmes
goudmessen	=	goudmes
goudmijn	noun	een plaats waar men goud uit de grond haalt
goudmijnen	=	goudmijn
goudmijntje	=	goudmijn
goudmijntjes	=	goudmijn
goudmol	noun	benaming voor zoogdieren uit de orde Chrysochloridae die ondergronds leven en voorkomen in Afrika
goudmollen	noun	een familie van gravende zoogdieren, Chrysochloridae, uit de orde Afrosoricida die voorkomen in Afrika.
goudmonarch	noun	Carterornis chrysomela een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
goudmonarchen	=	goudmonarch
goudmonarchje	=	goudmonarch
goudmonarchjes	=	goudmonarch
goudmuis	noun	Ochrotomys nuttalli knaagdier uit de onderfamilie Neotominae.
goudmuisje	=	goudmuis
goudmuisjes	=	goudmuis
goudmuizen	=	goudmuis
goudnekbaardvogel	noun	Psilopogon pulcherrimus een endemische soort baardvogel die voorkomt op Borneo
goudnekbaardvogels	=	goudnekbaardvogel
goudnekbaardvogeltje	=	goudnekbaardvogel
goudnekbaardvogeltjes	=	goudnekbaardvogel
goudnekspecht	noun	Melanerpes chrysauchen een vogel uit de familie Picidae.
goudnekspechten	=	goudnekspecht
goudnekspechtje	=	goudnekspecht
goudnekspechtjes	=	goudnekspecht
goudnektangare	noun	Chalcothraupis ruficervix een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudnektangaren	=	goudnektangare
goudnektangaretje	=	goudnektangare
goudnektangaretjes	=	goudnektangare
goudnekwever	noun	Ploceus aureonucha een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
goudnekwevers	=	goudnekwever
goudnekwevertje	=	goudnekwever
goudnekwevertjes	=	goudnekwever
goudogen	=	goudoog
goudokseltroepiaal	noun	Macroagelaius imthurni een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
goudokseltroepiaaltje	=	goudokseltroepiaal
goudokseltroepiaaltjes	=	goudokseltroepiaal
goudokseltroepialen	=	goudokseltroepiaal
goudomrand	adj	met een goudkleurige rand omgeven
goudomrande	=	goudomrand
goudomrands	=	goudomrand
goudoog	noun	bepaald soort gaasvlieg met goudkleurige ogen, Chrysops relictus
goudoogberghoningkruiper	noun	Diglossa glauca een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudoogberghoningkruipers	=	goudoogberghoningkruiper
goudoogberghoningkruipertje	=	goudoogberghoningkruiper
goudoogberghoningkruipertjes	=	goudoogberghoningkruiper
goudoogbuulbuul	noun	Iole palawanensis een vogelsoort uit de familie van de pycnonotidae (buulbuuls).
goudoogbuulbuuls	=	goudoogbuulbuul
goudoogbuulbuultje	=	goudoogbuulbuul
goudoogbuulbuultjes	=	goudoogbuulbuul
goudoogdaas	noun	Chrysops relictus een bijtende vlieg uit de familie dazen (Tabanidae)
goudoogdaasje	=	goudoogdaas
goudoogdaasjes	=	goudoogdaas
goudoogdazen	noun	een geslacht Chrysops van vliegen uit de familie van de dazen (Tabanidae)
goudooghooibeestje	noun	Coenonympha oedippus een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
goudooghooibeestjes	=	goudooghooibeestje
goudoogje	=	goudoog
goudoogjes	=	goudoog
goudoogtimalia	noun	Chrysomma sinense een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
goudoogtimalia's	=	goudoogtimalia
goudoogtimaliaatje	=	goudoogtimalia
goudoogtimaliaatjes	=	goudoogtimalia
goudoorstekelstaart	noun	Synallaxis scutata een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
goudoorstekelstaarten	=	goudoorstekelstaart
goudoorstekelstaartje	=	goudoorstekelstaart
goudoorstekelstaartjes	=	goudoorstekelstaart
goudoortangare	noun	Tangara chrysotis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudoortangaren	=	goudoortangare
goudoortangaretje	=	goudoortangare
goudoortangaretjes	=	goudoortangare
goudovereenkomst	noun	financiële overeenkomst betreffende de winning van goud
goudovereenkomsten	=	goudovereenkomst
goudpapier	noun	goudkleurig papier
goudpapieren	=	goudpapier
goudpariteit	noun	de vaste verhouding van een muntsoort (b.v. de euro) en een aantal grammen goud
goudparkiet	noun	Guaruba guarouba een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
goudparkieten	=	goudparkiet
goudparkietje	=	goudparkiet
goudparkietjes	=	goudparkiet
goudpatser	noun	iemand die een eerder op leer aangebracht laagje zilver zo vernist dat het op goud lijkt; zo ontstaat goudleer dat tussen 1500 en 1800 werd gebruikt als luxe wandbekleding
goudpatsers	=	goudpatser
goudplevier	noun	soort plevier, Pluvialis apricaria, uit de familie Charadriidae
goudplevieren	noun	een geslacht Pluvialis van vogels uit de familie kieviten en plevieren (Charadriidae).
goudpleviers	=	goudplevier
goudpleviertje	=	goudplevier
goudpleviertjes	=	goudplevier
goudpluimparkiet	noun	Leptosittaca branickii een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
goudpluimparkieten	=	goudpluimparkiet
goudpluimparkietje	=	goudpluimparkiet
goudpluimparkietjes	=	goudpluimparkiet
goudpluvier	=	goudplevier
goudpoeder	noun	goud in poedervorm
goudpoeders	=	goudpoeder
goudpootzandbij	noun	Andrena chrysosceles een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
goudpootzandbijen	=	goudpootzandbij
goudpootzandbijtje	=	goudpootzandbij
goudpootzandbijtjes	=	goudpootzandbij
goudporieboleet	noun	bepaald eetbare soort paddenstoel, Hemileccinum impolitum
goudporieboleetje	=	goudporieboleet
goudporieboleetjes	=	goudporieboleet
goudporieboleten	=	goudporieboleet
goudprijs	noun	de waarde van goud uitgedrukt in geld
goudprijsje	=	goudprijs
goudprijsjes	=	goudprijs
goudprijzen	=	goudprijs
goudproductie	noun	goudwinning in mijnen
goudproducties	=	goudproductie
goudpuntpoppenrover	noun	Calosoma auropunctatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
goudpuntpoppenrovers	=	goudpuntpoppenrover
goudpuntpoppenrovertje	=	goudpuntpoppenrover
goudpuntpoppenrovertjes	=	goudpuntpoppenrover
goudpurper	noun	kleurstof
goudpurpers	=	goudpurper
goudrandschallebijter	noun	Carabus nitens een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
goudrandschallebijters	=	goudrandschallebijter
goudrandschallebijtertje	=	goudrandschallebijter
goudrandschallebijtertjes	=	goudrandschallebijter
goudreinet	noun	bepaald appelras met sappig friszuur vruchtvlees
goudreinetten	=	goudreinet
goudrenet	noun	bepaald appelras met sappig friszuur vruchtvlees
goudrenetten	=	goudrenet
goudreserve	noun	voorraad goud die dient als onderpand voor een valuta
goudreserves	=	goudreserve
goudringtangare	noun	Bangsia aureocincta een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudringtangaren	=	goudringtangare
goudringtangaretje	=	goudringtangare
goudringtangaretjes	=	goudringtangare
goudron	noun	zeer zuiver, vloeibaar asfalt van Trinidad gemengd met parafine
goudrugbergtangare	noun	Cnemathraupis aureodorsalis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudrugbergtangaren	=	goudrugbergtangare
goudrugbergtangaretje	=	goudrugbergtangare
goudrugbergtangaretjes	=	goudrugbergtangare
goudrugdoodshoofdaapje	noun	Saimiri ustus primaat uit de familie van de Cebidae.
goudrugdoodshoofdaapjes	=	goudrugdoodshoofdaapje
goudrugelzenvouwmot	noun	Phyllonorycter klemannella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
goudrugelzenvouwmotje	=	goudrugelzenvouwmot
goudrugelzenvouwmotjes	=	goudrugelzenvouwmot
goudrugelzenvouwmotten	=	goudrugelzenvouwmot
goudrugspecht	noun	Campethera maculosa een vogel uit het geslacht Campethera van de familie spechten (Picidae).
goudrugspechten	=	goudrugspecht
goudrugspechtje	=	goudrugspecht
goudrugspechtjes	=	goudrugspecht
goudrugvlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus platurus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
goudrugvlagstaartpapegaaien	=	goudrugvlagstaartpapegaai
goudrugvlagstaartpapegaaitje	=	goudrugvlagstaartpapegaai
goudrugvlagstaartpapegaaitjes	=	goudrugvlagstaartpapegaai
goudrugwever	noun	Euplectes aureus een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers).
goudrugwevers	=	goudrugwever
goudrugwevertje	=	goudrugwever
goudrugwevertjes	=	goudrugwever
gouds	adj	op Gouda betrekking hebbend
goudsbloem	noun	bepaald soort samengesteldbloemige sierplant met oranjekleurige bloemkroon, Calendula officinalis
goudsbloemboorvlieg	noun	Tephritis praecox een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
goudsbloemboorvliegen	=	goudsbloemboorvlieg
goudsbloemboorvliegje	=	goudsbloemboorvlieg
goudsbloemboorvliegjes	=	goudsbloemboorvlieg
goudsbloemen	=	goudsbloem
goudsbloemetje	=	goudsbloem
goudsbloemetjes	=	goudsbloem
goudsbloempje	=	goudsbloem
goudsbloempjes	=	goudsbloem
goudschaal	noun	een heel precieze weegschaal voor het wegen van goud (miligrammenweger)
goudschaaltje	=	goudschaal
goudschaaltjes	=	goudschaal
goudschalen	=	goudschaal
goudschat	noun	grote, waardevolle hoeveelheid goud
goudschatje	=	goudschat
goudschatjes	=	goudschat
goudschatten	=	goudschat
goudscherm	noun	een geslacht Bupleurum uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae)
goudschermen	=	goudscherm
goudschermpje	=	goudscherm
goudschermpjes	=	goudscherm
goudschubtangare	noun	Thraupis ornata een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudschubtangaren	=	goudschubtangare
goudschubtangaretje	=	goudschubtangare
goudschubtangaretjes	=	goudschubtangare
goudse	noun	een vrouwelijke inwoner van Gouda, of een vrouw afkomstig uit Gouda
goudsector	noun	branche die zich bezighoudt met de winning, verwerking en verkoop van goud
goudsectoren	=	goudsector
goudsectors	=	goudsector
goudsen	=	goudse
goudser	=	gouds
goudsere	=	gouds
goudsers	=	gouds
goudsijs	noun	Spinus tristis een zangvogel uit het geslacht Spinus in de familie van vinkachtigen
goudsijsje	=	goudsijs
goudsijsjes	=	goudsijs
goudsijzen	=	goudsijs
goudsmeden	=	goudsmid
goudsmid	noun	een smid die met goud werkt
goudsmidje	=	goudsmid
goudsmidjes	=	goudsmid
goudsnavelgors	noun	Arremon aurantiirostris een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
goudsnavelgorsje	=	goudsnavelgors
goudsnavelgorsjes	=	goudsnavelgors
goudsnavelgorzen	=	goudsnavelgors
goudsnavelsaltator	noun	Saltator aurantiirostris een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
goudsnavelsaltators	=	goudsnavelsaltator
goudsnavelsaltatortje	=	goudsnavelsaltator
goudsnavelsaltatortjes	=	goudsnavelsaltator
goudsnee	noun	vergulde snijranden van de bladzijden van een boek die samen een goudkleurige rand tussen voor- en achterzijde van het boek vormen
goudsnip	noun	Rostratula benghalensis een steltloperachtige uit de familie van de goudsnippen (Rostratulidae).
goudsnipje	=	goudsnip
goudsnipjes	=	goudsnip
goudsnippen	noun	Rostratulidae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen.
goudsoldeer	noun	legering om goud mee te solderen
goudst	=	gouds
goudstaaf	noun	staaf goud
goudstaafje	=	goudstaaf
goudstaafjes	=	goudstaaf
goudstaart	noun	dier met een gouden staart
goudstaarten	=	goudstaart
goudstaartje	=	goudstaart
goudstaartjes	=	goudstaart
goudstaartpapegaai	noun	Touit surdus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
goudstaartpapegaaien	=	goudstaartpapegaai
goudstaartpapegaaitje	=	goudstaartpapegaai
goudstaartpapegaaitjes	=	goudstaartpapegaai
goudstaartsaffierkolibrie	noun	Chlorestes eliciae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
goudstaartsaffierkolibries	=	goudstaartsaffierkolibrie
goudstaartsaffierkolibrietje	=	goudstaartsaffierkolibrie
goudstaartsaffierkolibrietjes	=	goudstaartsaffierkolibrie
goudstaartspecht	noun	Campethera abingoni een vogel uit het geslacht Campethera van de familie spechten (Picidae).
goudstaartspechten	=	goudstaartspecht
goudstaartspechtje	=	goudstaartspecht
goudstaartspechtjes	=	goudstaartspecht
goudstaartzandbij	noun	Andrena chrysopyga een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
goudstaartzandbijen	=	goudstaartzandbij
goudstaartzandbijtje	=	goudstaartzandbij
goudstaartzandbijtjes	=	goudstaartzandbij
goudstandaard	noun	een belangrijk ijkpunt voor een meting; een belangrijke maat voor een meting
goudstandaarden	=	goudstandaard
goudstandaards	=	goudstandaard
goudstaven	=	goudstaaf
goudste	=	gouds
goudstik	=	goudstuk
goudstiksel	noun	versiering gemaakt met gouddraad
goudstiksels	=	goudstiksel
goudstikseltje	=	goudstiksel
goudstikseltjes	=	goudstiksel
goudstipje	noun	Cumanotus beaumonti een slakkensoort uit de familie van de Cumanotidae.
goudstipjes	=	goudstipje
goudstof	noun	goudpoeder
goudstofdaggekko	noun	Phelsuma laticauda een hagedis die behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
goudstofdaggekko's	=	goudstofdaggekko
goudstofdaggekkootje	=	goudstofdaggekko
goudstofdaggekkootjes	=	goudstofdaggekko
goudstreepfuselier	noun	Caesio caerulaurea een straalvinnige vis uit de familie van fuseliers (Caesionidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in de Grote Oceaan en Indische Oceaan
goudstreepfuseliers	=	goudstreepfuselier
goudstreepfuseliertje	=	goudstreepfuselier
goudstreepfuseliertjes	=	goudstreepfuselier
goudstreepsalamander	noun	Chioglossa lusitanica een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
goudstreepsalamanders	=	goudstreepsalamander
goudstreepsalamandertje	=	goudstreepsalamander
goudstreepsalamandertjes	=	goudstreepsalamander
goudstuitattila	noun	Attila spadiceus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudstuitattila's	=	goudstuitattila
goudstuitattilaatje	=	goudstuitattila
goudstuitattilaatjes	=	goudstuitattila
goudstuitorganist	noun	Chlorophonia cyanocephala een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
goudstuitorganisten	=	goudstuitorganist
goudstuitorganistje	=	goudstuitorganist
goudstuitorganistjes	=	goudstuitorganist
goudstuitslurfhondje	noun	Rhynchocyon chrysopygus een springspitsmuis uit het geslacht der slurfhondjes dat voorkomt aan de oostkust van Kenia.
goudstuitslurfhondjes	=	goudstuitslurfhondje
goudstuitvliegenpikker	noun	Phyllomyias uropygialis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudstuitvliegenpikkers	=	goudstuitvliegenpikker
goudstuitvliegenpikkertje	=	goudstuitvliegenpikker
goudstuitvliegenpikkertjes	=	goudstuitvliegenpikker
goudstuk	noun	Een gouden munt.
goudstukje	=	goudstuk
goudstukjes	=	goudstuk
goudstukken	=	goudstuk
goudtangare	noun	Tangara arthus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
goudtangaren	=	goudtangare
goudtangaretje	=	goudtangare
goudtangaretjes	=	goudtangare
goudtetra	noun	Hemigrammus rodwayi een straalvinnige vissensoort uit de familie van de karperzalmen (Characidae).
goudtetra's	=	goudtetra
goudteugelbuulbuul	noun	Pycnonotus bimaculatus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
goudteugelbuulbuuls	=	goudteugelbuulbuul
goudteugelbuulbuultje	=	goudteugelbuulbuul
goudteugelbuulbuultjes	=	goudteugelbuulbuul
goudtiran	noun	Myiophobus flavicans een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudtirannen	=	goudtiran
goudtirannetje	=	goudtiran
goudtirannetjes	=	goudtiran
goudtoekan	noun	Pteroglossus bailloni een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
goudtoekannetje	=	goudtoekan
goudtoekannetjes	=	goudtoekan
goudtoekans	=	goudtoekan
goudveil	noun	een geslacht Chrysosplenium uit de steenbreekfamilie (Saxifragaceae) van 57 soorten.
goudvenstertje	noun	Plusia festucae een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae), die soms overdag actief is.
goudvenstertjes	=	goudvenstertje
goudverf	noun	verf waarmee men verguldsel laat hechten
goudverven	=	goudverf
goudvinger	noun	vierde vinger gerekend vanaf de duim, gelegen tussen de pink en de middelvinger, traditioneel bestemd voor het dragen van ringen
goudvingers	=	goudvinger
goudvink	noun	bepaald soort vogel, Pyrrhul pyrrhula uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae)
goudvinken	noun	een geslacht Callacanthis van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae).
goudvinkje	=	goudvink
goudvinkjes	=	goudvink
goudvinkzwam	noun	Pholiota astragalinus een schimmel uit de familie Strophariaceae.
goudvinkzwammen	=	goudvinkzwam
goudvinkzwammetje	=	goudvinkzwam
goudvinkzwammetjes	=	goudvinkzwam
goudvis	noun	bepaald soort kleine goudkleurige of rode vis die uit China afkomstig is en die door veel mensen thuis gehouden wordt Carassius auratus auratus
goudvisje	=	goudvis
goudvisjes	=	goudvis
goudvissen	=	goudvis
goudvissenkom	noun	bolvormig, glazen aquarium geschikt voor goudvissen
goudvissenkommen	=	goudvissenkom
goudvleesknotszwam	noun	Clavaria chrysenteron een schimmel behorend tot de familie Clavariaceae.
goudvleesknotszwammen	=	goudvleesknotszwam
goudvleesknotszwammetje	=	goudvleesknotszwam
goudvleesknotszwammetjes	=	goudvleesknotszwam
goudvleksteltmot	noun	Caloptilia alchimiella een vlinder uit de familie Gracillariidae, de mineermotten
goudvleksteltmotje	=	goudvleksteltmot
goudvleksteltmotjes	=	goudvleksteltmot
goudvleksteltmotten	=	goudvleksteltmot
goudvlerkwilgenkokermot	noun	Coleophora zelleriella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
goudvlerkwilgenkokermotje	=	goudvlerkwilgenkokermot
goudvlerkwilgenkokermotjes	=	goudvlerkwilgenkokermot
goudvlerkwilgenkokermotten	=	goudvlerkwilgenkokermot
goudvleugelbuidelspreeuw	noun	Cacicus chrysopterus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
goudvleugelbuidelspreeuwen	=	goudvleugelbuidelspreeuw
goudvleugelbuidelspreeuwtje	=	goudvleugelbuidelspreeuw
goudvleugelbuidelspreeuwtjes	=	goudvleugelbuidelspreeuw
goudvleugelgors	noun	Arremon schlegeli een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
goudvleugelgorsje	=	goudvleugelgors
goudvleugelgorsjes	=	goudvleugelgors
goudvleugelgorzen	=	goudvleugelgors
goudvleugelhoningeter	noun	Phylidonyris pyrrhopterus een zangvogel uit de familie van de honingeters.
goudvleugelhoningeters	=	goudvleugelhoningeter
goudvleugelhoningetertje	=	goudvleugelhoningeter
goudvleugelhoningetertjes	=	goudvleugelhoningeter
goudvleugelhoningzuiger	noun	Drepanorhynchus reichenowi een soort honingzuiger uit de familie Nectariniidae.
goudvleugelhoningzuigers	=	goudvleugelhoningzuiger
goudvleugelhoningzuigertje	=	goudvleugelhoningzuiger
goudvleugelhoningzuigertjes	=	goudvleugelhoningzuiger
goudvleugellijstergaai	noun	Trochalopteron subunicolor een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
goudvleugellijstergaaien	=	goudvleugellijstergaai
goudvleugellijstergaaitje	=	goudvleugellijstergaai
goudvleugellijstergaaitjes	=	goudvleugellijstergaai
goudvleugelmanakin	noun	Masius chrysopterus een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
goudvleugelmanakinnetje	=	goudvleugelmanakin
goudvleugelmanakinnetjes	=	goudvleugelmanakin
goudvleugelmanakins	=	goudvleugelmanakin
goudvleugelschoffelsnavel	noun	Poecilotriccus calopterus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudvleugelschoffelsnavels	=	goudvleugelschoffelsnavel
goudvleugelschoffelsnaveltje	=	goudvleugelschoffelsnavel
goudvleugelschoffelsnaveltjes	=	goudvleugelschoffelsnavel
goudvliesbundelzwam	noun	Pholiota adiposa een paddenstoel uit de familie Strophariaceae.
goudvliesbundelzwammen	=	goudvliesbundelzwam
goudvliesbundelzwammetje	=	goudvliesbundelzwam
goudvliesbundelzwammetjes	=	goudvliesbundelzwam
goudvoorhoofdbladvogel	noun	Chloropsis aurifrons een vogel uit de familie van de bladvogels
goudvoorhoofdbladvogels	=	goudvoorhoofdbladvogel
goudvoorhoofdbladvogeltje	=	goudvoorhoofdbladvogel
goudvoorhoofdbladvogeltjes	=	goudvoorhoofdbladvogel
goudvoorhoofdjufferduif	noun	Ptilinopus aurantiifrons een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
goudvoorhoofdjufferduifje	=	goudvoorhoofdjufferduif
goudvoorhoofdjufferduifjes	=	goudvoorhoofdjufferduif
goudvoorhoofdjufferduiven	=	goudvoorhoofdjufferduif
goudvoorhoofdparkiet	noun	Eupsittula aurea een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
goudvoorhoofdparkieten	=	goudvoorhoofdparkiet
goudvoorhoofdparkietje	=	goudvoorhoofdparkiet
goudvoorhoofdparkietjes	=	goudvoorhoofdparkiet
goudvoorhoofdspecht	noun	Melanerpes aurifrons een vogel uit de familie Picidae.
goudvoorhoofdspechten	=	goudvoorhoofdspecht
goudvoorhoofdspechtje	=	goudvoorhoofdspecht
goudvoorhoofdspechtjes	=	goudvoorhoofdspecht
goudvoorhoofdvireo	noun	Pachysylvia aurantiifrons een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
goudvoorhoofdvireo's	=	goudvoorhoofdvireo
goudvoorhoofdvireootje	=	goudvoorhoofdvireo
goudvoorhoofdvireootjes	=	goudvoorhoofdvireo
goudvoorraad	noun	hoeveelheid goud die een land of een centrale bank bezit
goudvoorraadje	=	goudvoorraad
goudvoorraadjes	=	goudvoorraad
goudvoorraden	=	goudvoorraad
goudvos	noun	goudkleurige vos
goudvosje	=	goudvos
goudvosjes	=	goudvos
goudvossen	=	goudvos
goudwaarde	noun	waarde uitgedrukt in een hoeveelheid goud
goudwaarden	=	goudwaarde
goudwaardes	=	goudwaarde
goudwanggibbon	noun	Nomascus gabriellae een soort van de familie gibbons (Hylobatidae) en de superfamilie van de mensapen.
goudwanggibbonnetje	=	goudwanggibbon
goudwanggibbonnetjes	=	goudwanggibbon
goudwanggibbons	=	goudwanggibbon
goudwanghoningeter	noun	Oreornis chrysogenys een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
goudwanghoningeters	=	goudwanghoningeter
goudwanghoningetertje	=	goudwanghoningeter
goudwanghoningetertjes	=	goudwanghoningeter
goudwangspecht	noun	Melanerpes chrysogenys een vogel uit de familie Picidae.
goudwangspechten	=	goudwangspecht
goudwangspechtje	=	goudwangspecht
goudwangspechtjes	=	goudwangspecht
goudwangvliegenpikker	noun	Zimmerius chrysops een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
goudwangvliegenpikkers	=	goudwangvliegenpikker
goudwangvliegenpikkertje	=	goudwangvliegenpikker
goudwangvliegenpikkertjes	=	goudwangvliegenpikker
goudwesp	noun	insect uit de familie Chrysididae van insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
goudwespachtige	noun	insect uit de superfamilie Bethyloidea die een aantal minder bekende families van wespen bevat.
goudwespachtigen	noun	een groep Bethyloidea van insecten die behoort tot de vliesvleugeligen.
goudwespen	noun	Chrysididae een familie van insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
goudwespje	=	goudwesp
goudwespjes	=	goudwesp
goudwever	noun	Ploceus subaureus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
goudwevers	=	goudwever
goudwevertje	=	goudwever
goudwevertjes	=	goudwever
goudwier	noun	benaming voor eencelligen die tot de klasse Chrysophyceae behoren
goudwieren	=	goudwier
goudwiertje	=	goudwier
goudwiertjes	=	goudwier
goudwinde	noun	Leuciscus idus melanotus een oranjekleurige en zeer actieve vis die gemakkelijk kan overleven in een visvijver.
goudwinden	=	goudwinde
goudwindes	=	goudwinde
goudwindetje	=	goudwinde
goudwindetjes	=	goudwinde
goudwinner	noun	iemand die, al of niet legaal, tracht goud te winnen in het oerwoud
goudwinners	=	goudwinner
goudwinnertje	=	goudwinner
goudwinnertjes	=	goudwinner
goudwinning	noun	het delven van goud
goudwinningen	=	goudwinning
goudwisselkantoor	noun	instelling waar men goud en zilver kan verkopen
goudzoeker	noun	iemand die op zoek is naar goud
goudzoekers	=	goudzoeker
goudzoekertje	=	goudzoeker
goudzoekertjes	=	goudzoeker
goudzoekster	noun	vrouwelijke vorm van goudzoeker
goudzoeksters	=	goudzoekster
goudzoekstertje	=	goudzoekster
goudzoekstertjes	=	goudzoekster
goudzuring	noun	Rumex maritimus een eenjarige of tweejarige plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
goudzuringen	=	goudzuring
goudzurinkje	=	goudzuring
goudzurinkjes	=	goudzuring
goudzwaluw	noun	Tachycineta euchrysea een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
goudzwaluwen	=	goudzwaluw
goudzwaluwtje	=	goudzwaluw
goudzwaluwtjes	=	goudzwaluw
goughgors	noun	Rowettia goughensis een zangvogel uit de familie van de Thraupidae (tangaren).
goughgorsje	=	goughgors
goughgorsjes	=	goughgors
goughgorzen	=	goughgors
goughwaterhoen	noun	Gallinula comeri een vogel uit de familie van rallen (Gruiformes).
goughwaterhoenderen	=	goughwaterhoen
goughwaterhoenders	=	goughwaterhoen
goughwaterhoentje	=	goughwaterhoen
goughwaterhoentjes	=	goughwaterhoen
goulash	noun	een stoofschotel van o.a. rundvlees, paprika en uien, tevens het nationale gerecht van Hongarije
goulashes	=	goulash
goulashje	=	goulash
goulashsoep	noun	Hongaarse soep gemaakt van o.a. vlees, paprikapoeder, ui en knoflook
goulashsoepen	=	goulashsoep
goulashsoepje	=	goulashsoep
gouldamadine	noun	Chloebia gouldiae een zeer kleurrijk vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) dat in het wild voorkomt in Australië.
gouldamadines	=	gouldamadine
gouldamadinetje	=	gouldamadine
gouldamadinetjes	=	gouldamadine
gourde	noun	munteenheid van Haïti (eigenlijk Haïtiaanse gourde)
gourdes	=	gourde
gourmand	noun	iemand die weet te genieten van goed eten
gourmands	=	gourmand
gourmet	noun	iemand die van lekker eten en drinken houdt en kleine verschillen in smaak kan opmerken
gourmetje	=	gourmet
gourmets	=	gourmet
gourmetstel	noun	feestelijk kookgerei waarmee men kan gourmetten
gourmetstellen	=	gourmetstel
gourmette	=	gourmetten
gourmetten	verb	gezellig tafelen waarbij ieder in pannetjes zijn eigen gerechten klaarmaakt
gourmettend	=	gourmetten
gourmettende	=	gourmetten
gouvernante	noun	een vrouw die voor de opvoeding en scholing van de kinderen van anderen zorgt
gouvernantes	=	gouvernante
gouvernement	noun	een groep personen die een land bestuurt
gouvernementeel	adj	betrekking hebbend op, uitgaand van de overheid
gouvernementeels	=	gouvernementeel
gouvernementeelst	=	gouvernementeel
gouvernementeelste	=	gouvernementeel
gouvernementele	=	gouvernementeel
gouvernementeler	=	gouvernementeel
gouvernementelere	=	gouvernementeel
gouvernementelers	=	gouvernementeel
gouvernementen	=	gouvernement
gouvernementje	=	gouvernement
gouvernementjes	=	gouvernement
gouvernementsgebouw	noun	gebouw waar de leiding van een bepaald deel van een land is gevestigd
gouvernementsgebouwen	=	gouvernementsgebouw
gouverneur	noun	het hoofd van een regering, van een kolonie, staat of andere subnationale staatseenheid
gouverneur-generaal	noun	in veel onderhorige (speciaal koloniale) gebieden de titel van de hoogste gezagsdrager
gouverneurs	=	gouverneur
gouverneurs-generaal	=	gouverneur-generaal
gouverneurschap	noun	het gouverneur zijn; de functie van gouverneur
gouverneurschappen	=	gouverneurschap
gouverneurswoning	noun	de officiële ambtswoning of residentie van een gouverneur.
gouverneurswoningen	=	gouverneurswoning
gouverneurswoninkje	=	gouverneurswoning
gouverneurswoninkjes	=	gouverneurswoning
gouverneurszetel	noun	de functie van gouverneur
gouverneurszetels	=	gouverneurszetel
gouverneurtje	=	gouverneur
gouverneurtjes	=	gouverneur
gouw	noun	gewest van het vroegere Frankische rijk
gouwdag	noun	speldag voor de jeugd uit een bepaalde regio
gouwdagen	=	gouwdag
gouwe	noun	goudwortel
gouwen	=	gouw
gouwenaar	noun	een lange witte pijp waaruit men kan roken
gouwenaars	=	gouwenaar
gouwenaren	=	gouwenaar
gouwgraaf	noun	het hoofd van een gouw
gouwgraafje	=	gouwgraaf
gouwgraafjes	=	gouwgraaf
gouwgraven	=	gouwgraaf
gouwken	=	gouw
gouwtje	=	gouw
gouwtjes	=	gouw
governmenttake	noun	deel van de verkoopsprijs van een product dat naar de overheid gaat (in Suriname)
gozer	noun|informal	vent, kerel
gozers	=	gozer
gozertje	=	gozer
gozertjes	=	gozer
goëel	noun	losser, verlosser
goëtie	noun|obsolete	toverij door bezwering van boze geesten, zwarte magie
gps	noun	apparaat dat met ontvangen signalen van satellieten nauwkeurig de plaats op aarde kan bepalen (ook als onderdeel van andere apparaten, zoals een mobiele telefoon)
gps'en	=	gps
gps-locatie	noun	plaatsbepaling in de vorm van coördinaten gebruikt bij satellietnavigatie
gps-locaties	=	gps-locatie
gps-ontvanger	noun	apparaat dat een aantal gps-signalen afkomstig van gps-satellieten gebruikt ter bepaling van een gps-locatie
gps-ontvangers	=	gps-ontvanger
gps-schoen	noun	schoen met ingebouwde gps-tracker zodat de drager makkelijk gevolgd en gelokaliseerd kan worden
gps-schoenen	=	gps-schoen
gps-spoofing	noun	opzettelijk uitzenden van valse GPS-signalen om een ontvanger (zoals een smartphone, navigatiesysteem of drone) te laten geloven dat deze zich op een andere locatie of tijd bevindt dan in werkelijkheid het geval is
gpu	noun	een graphics processing unit is een processor die gebruikt wordt voor het verwerken van grafische taken en lineaire algebra
gpu's	=	gpu
gpu'tje	=	gpu
gpu'tjes	=	gpu
graad	noun	eenheid om hoeken te meten (1/360 deel van de cirkelomtrek), onderverdeeld in minuten en seconden, booggraad
graadboek	noun	boek met gegevens voor plaatsbepaling op zee
graadboeken	=	graadboek
graadboekje	=	graadboek
graadboekjes	=	graadboek
graadje	=	graad
graadjes	=	graad
graadklas	noun	klas waarin leerlingen van twee of meer jaargroepen gezamenlijk onderwijs krijgen (België)
graadklassen	=	graadklas
graadmeter	noun	norm, maatstaf, onderscheidingscriterium
graadmeters	=	graadmeter
graadmetertje	=	graadmeter
graadmetertjes	=	graadmeter
graadmeting	noun	het bepalen van lengte- of breedtegraad
graadmetingen	=	graadmeting
graadmetinkje	=	graadmeting
graadmetinkjes	=	graadmeting
graadverdeling	noun	de verdeling in graden die op het een of andere instrument is aangebracht
graadverdelingen	=	graadverdeling
graaf	noun	persoon met een voorname bestuurlijke functie of titel
graafadders	noun	een geslacht Atractaspis van slangen uit de familie Atractaspididae
graafarm	noun	arm van een graafmachine waaraan de bak ('lepel') is bevestigd
graafarmen	=	graafarm
graafarmpje	=	graafarm
graafarmpjes	=	graafarm
graafijzer	noun	ijzeren voorwerp gebruikt voor het graven
graafijzers	=	graafijzer
graafijzertje	=	graafijzer
graafijzertjes	=	graafijzer
graafje	=	graaf
graafjes	=	graaf
graafkikkers	noun	Hemisotidae een familie van kikkers (Anura).
graaflijk	adj	van de graaf
graaflijke	=	graaflijk
graaflijker	=	graaflijk
graaflijkere	=	graaflijk
graaflijkers	=	graaflijk
graaflijks	=	graaflijk
graaflijkst	=	graaflijk
graaflijkste	=	graaflijk
graafloopkever	noun	insect uit de geslacht Dyschirius van kevers uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
graafloopkevers	noun	Dyschirius een geslacht van kevers uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
graafloopkevertje	=	graafloopkever
graafloopkevertjes	=	graafloopkever
graafmachientje	=	graafmachine
graafmachientjes	=	graafmachine
graafmachine	noun	machine voor het verrichten van graafwerk
graafmachines	=	graafmachine
graafmachinetje	=	graafmachine
graafmachinetjes	=	graafmachine
graafmuis	noun	Oxymycterus nasutus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
graafmuisje	=	graafmuis
graafmuisjes	=	graafmuis
graafmuizen	=	graafmuis
graafnagel	noun	nagels bij sommige dieren speciaal aangepast om goed te kunnen graven
graafnagels	=	graafnagel
graafnageltje	=	graafnagel
graafnageltjes	=	graafnagel
graafschap	noun	het graaf zijn
graafschapje	=	graafschap
graafschapjes	=	graafschap
graafschappen	=	graafschap
graafst	=	graaf
graafster	=	graver
graaft	=	graven
graafteju's	noun	een geslacht Bachia van hagedissen uit de familie Gymnophthalmidae
graafwants	noun	insect uit de familie Cydnidae van wantsen, die behoort tot de superfamilie Pentatomoidea, tot de onderorde Heteroptera en tot de orde Hemiptera
graafwantsen	noun	een familie Cydnidae van wantsen, die behoort tot de superfamilie Pentatomoidea, de onderorde Heteroptera en tot de orde Hemiptera.
graafwantsje	=	graafwants
graafwantsjes	=	graafwants
graafwerk	noun	werk dat vooral bestaat in veel graven
graafwerken	=	graafwerk
graafwerktuig	noun	werktuig voor het graven in de grond
graafwerktuigen	=	graafwerktuig
graafwerkzaamheden	noun	het werk dat bestaat uit het graven
graafwerkzaamheid	noun	verplaatsing van grond uit de bodem voor een bepaald doel
graafwesp	noun	Crabronidae wesp die tunnel-achtige nesten graaft op zandige plaatsen uit een grote familie uit de orde vliesvleugeligen (Hymenoptera), niet te verwarren met de langsteelgraafwespen.
graafwespen	noun	Crabronidae een grote familie uit de orde vliesvleugeligen (Hymenoptera), niet te verwarren met de langsteelgraafwespen.
graafwespje	=	graafwesp
graafwespjes	=	graafwesp
graag	adj	gretig, begerig	adv	met plezier
graagheid	noun	honger, appetijt, trek, begeerte
graags	=	graag
graagst	=	graag
graagste	=	graag
graagte	noun	genoegen
graai	noun	een vlugge greep naar iets dat ligt
graaibonus	noun	extreem hoge bonus die in geen verhouding staat tot de geleverde prestatie
graaibonusje	=	graaibonus
graaibonusjes	=	graaibonus
graaibonussen	=	graaibonus
graaiculturen	=	graaicultuur
graaicultuur	noun	een cultuur waarin inhaligheid en hebzucht een belangrijke rol speelt
graaicultuurtje	=	graaicultuur
graaicultuurtjes	=	graaicultuur
graaide	=	graaien
graaiden	=	graaien
graaie	=	graaien
graaien	verb	met de handen ergens in rondtasten
graaiend	=	graaien
graaiende	=	graaien
graaier	noun	iemand die door middel van al dan niet legale inkomsten zichzelf verrijkt
graaiers	=	graaier
graaierslijst	noun	Lijst van de grootste graaiers die in verschillende tijdschriften wordt bijgehouden
graaierslijsten	=	graaierslijst
graaierslijstje	=	graaierslijst
graaierslijstjes	=	graaierslijst
graaiertje	=	graaier
graaiertjes	=	graaier
graaiflatie	noun	prijsstijging om winst nog hoger te maken in een periode dat klanten bereid zijn prijsstijgingen wegens hogere kosten te aanvaarden
graaiflaties	=	graaiflatie
graaikapitalisme	noun	kapitalisme met de nadruk op graaien en zakkenvullen door bestuurders die zelf niet eens ondernemers zijn
graaiplafon	noun	wettelijk vastgesteld maximumsalaris voor topfuncties.
graaiplafond	noun	wettelijk vastgesteld maximumsalaris voor topfuncties.
graaiplafonds	=	graaiplafond
graaiplafons	=	graaiplafon
graaispaarder	noun	iemand die op een hoge rente uit is bij een buitenlandse bank
graaispaarders	=	graaispaarder
graait	=	graaien
graaitaks	noun	belasting op de buitensporig hoge inkomens van topmanagers
graaitaksen	=	graaitaks
graaitje	=	graai
graaitjes	=	graai
graaizucht	noun	ziekelijke lust tot graaien
graal	noun	een verborgen of verloren gegaan heilig voorwerp, volgens sommigen de beker gebruikt bij het laatste avondmaal door Jesus en zijn discipelen
graalqueeste	noun	de zelfgestelde opdracht om de graal te zoeken/vinden
graalqueestes	=	graalqueeste
graalroman	noun	roman over een zoektocht naar de beker die gebruikt is tijdens het laatste avondmaal
graalromannetje	=	graalroman
graalromannetjes	=	graalroman
graalromans	=	graalroman
graan	noun	verzamelnaam voor eenzaadlobbige grassoorten
graanbeurs	noun	plaats of gebouw waar granen bij opbod worden (of in het verleden werden) verkocht
graanbeurzen	=	graanbeurs
graancirkel	noun	cirkels van kunstmatig platgedrukt gras
graancirkels	=	graancirkel
graancirkeltje	=	graancirkel
graanelevator	noun	machine om graan uit het ruim van schepen op te zuigen
graanelevatoren	=	graanelevator
graanelevators	=	graanelevator
graanexporteur	noun	bedrijf of land dat graan verkoopt aan het buitenland
graanexporteurs	=	graanexporteur
graangewas	noun	plant die graan voortbrengt
graangewasje	=	graangewas
graangewasjes	=	graangewas
graangewassen	=	graangewas
graanhaantje	noun	Lema cyanella een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
graanhaantjes	noun	Oulema een geslacht van kevers uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
graanhalm	noun	een graanstengel
graanhalmen	=	graanhalm
graanhalmpje	=	graanhalm
graanhalmpjes	=	graanhalm
graanhalmwesp	noun	Cephus pygmeus een vliesvleugelig insect uit de familie van de halmwespen (Cephidae).
graanhalmwespen	=	graanhalmwesp
graanhalmwespje	=	graanhalmwesp
graanhalmwespjes	=	graanhalmwesp
graanhandel	noun	de inkoop en verkoop van graan
graanhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep graan in- en verkoopt
graanhandelaars	=	graanhandelaar
graanhandelaartje	=	graanhandelaar
graanhandelaartjes	=	graanhandelaar
graanhandelaren	=	graanhandelaar
graankalander	=	graanklander
graanklander	noun	Sitophilus granarius een kever die behoort tot de snuitkevers (Curculionoidea).
graanklanders	=	graanklander
graanklandertje	=	graanklander
graanklandertjes	=	graanklander
graankorrel	noun	een vrucht waarbij de vruchtwand met de zaadhuid en de zaadkern is vergroeid.
graankorrels	=	graankorrel
graankorreltje	=	graankorrel
graankorreltjes	=	graankorrel
graankroket	noun	vegetarische kroket waarin graan is verwerkt
graankroketten	=	graankroket
graanmarkt	noun	plaats waar de prijs van graan door vraag en aanbod wordt bepaald
graanmarkten	=	graanmarkt
graanmarktje	=	graanmarkt
graanmarktjes	=	graanmarkt
graanmineervlieg	noun	Hydrellia griseola een vliegensoort uit de familie van de oevervliegen (Ephydridae).
graanmineervliegen	=	graanmineervlieg
graanmineervliegje	=	graanmineervlieg
graanmineervliegjes	=	graanmineervlieg
graanmolen	noun	molen om graan te malen (wind- of water-)
graanmolens	=	graanmolen
graanmolentje	=	graanmolen
graanmolentjes	=	graanmolen
graanmot	noun	Sitotroga cerealella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
graanmotje	=	graanmot
graanmotjes	=	graanmot
graanmotten	=	graanmot
graanoogst	noun	de opbrengst aan graan in een jaar
graanoogsten	=	graanoogst
graanoogstje	=	graanoogst
graanoogstjes	=	graanoogst
graanpakhuis	noun	gebouw geschikt voor het opslaan van granen
graanpakhuizen	=	graanpakhuis
graanprijs	noun	de waarde van graan uitgedukt in geld
graanprijzen	=	graanprijs
graanproduct	noun	iets wat gemaakt is van granen
graanproducten	=	graanproduct
graanproductie	noun	de teelt en de oogst van granen
graanproducties	=	graanproductie
graanschop	noun	schop om graan te scheppen
graanschoppen	=	graanschop
graanschuren	=	graanschuur
graanschuur	noun	gebouw waarin men graan kan bewaren
graanschuurtje	=	graanschuur
graanschuurtjes	=	graanschuur
graansector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de verbouw en de verkoop van granen
graansectoren	=	graansector
graansectors	=	graansector
graansilo	noun	een opslagplaats voor graan
graansilo's	=	graansilo
graansilootje	=	graansilo
graansilootjes	=	graansilo
graansoort	noun	elk van de typen eetbare zaden zoals verschillende grassoorten die voortbrengen
graansoorten	=	graansoort
graansoortje	=	graansoort
graansoortjes	=	graansoort
graanteelt	noun	de verbouw van koren
graanteelten	=	graanteelt
graantje	=	graan
graantjes	=	graan
graanveld	noun	veld waar graan op groeit
graanvelden	=	graanveld
graanveldje	=	graanveld
graanveldjes	=	graanveld
graanworteluil	noun	Euxoa tritici een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).
graanworteluilen	=	graanworteluil
graanworteluiltje	=	graanworteluil
graanworteluiltjes	=	graanworteluil
graanzuiger	noun	machine om graan uit het ruim van schepen op te zuigen
graanzuigers	=	graanzuiger
graanzuigertje	=	graanzuiger
graanzuigertjes	=	graanzuiger
graas	=	grazen
graasde	=	grazen
graasden	=	grazen
graast	=	grazen
graat	noun	botje van een vis
graatachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een graat
graatachtige	=	graatachtig
graatachtiger	=	graatachtig
graatachtigere	=	graatachtig
graatachtigers	=	graatachtig
graatachtigs	=	graatachtig
graatachtigst	=	graatachtig
graatachtigste	=	graatachtig
graatje	=	graat
graatjes	=	graat
graatmager	adj	heel erg slank
graatmagere	=	graatmager
graatmagers	=	graatmager
graatspar	noun	deel van een schilddak; de uitstekende snijlijn van twee aangrenzende dakschilden
graatsparren	=	graatspar
graatsparretje	=	graatspar
graatsparretjes	=	graatspar
graatvormig	adj	vorm van een graat hebbend
graatvormige	=	graatvormig
graatvormiger	=	graatvormig
graatvormigere	=	graatvormig
graatvormigers	=	graatvormig
graatvormigs	=	graatvormig
graatvormigst	=	graatvormig
graatvormigste	=	graatvormig
graauw	=	grauw
grab	=	grabben
grabbe	=	grabben
grabbel	noun	toestand waarin er door meer mensen wordt gegraaid
grabbelaar	noun	persoon die grabbelt of graait
grabbelaars	=	grabbelaar
grabbelde	=	grabbelen
grabbelden	=	grabbelen
grabbele	=	grabbelen
grabbelen	verb	graaien
grabbelend	=	grabbelen
grabbelende	=	grabbelen
grabbels	=	grabbel
grabbelt	=	grabbelen
grabbeltje	=	grabbel
grabbeltjes	=	grabbel
grabbelton	noun	een ton of bak die gevuld is met krantensnippers of zaagsel waartussen kleine voorwerpen of cadeautjes verstopt zitten.
grabbeltonnen	=	grabbelton
grabbeltonnetje	=	grabbelton
grabbeltonnetjes	=	grabbelton
grabben	verb|obsolete	graaien, grijpen, schrapen van geld
grabbend	=	grabben
grabbende	=	grabben
grabde	=	grabben
grabden	=	grabben
grabt	=	grabben
gracht	noun	gegraven vaart
grachten	=	gracht
grachtengordel	noun	een reeks grachten die rondom het centrum van een stad is aangelegd
grachtengordels	=	grachtengordel
grachtengordeltje	=	grachtengordel
grachtengordeltjes	=	grachtengordel
grachtenhuis	noun	huis dat gelegen is aan een gracht
grachtenhuisje	=	grachtenhuis
grachtenhuisjes	=	grachtenhuis
grachtenhuizen	=	grachtenhuis
grachtenpand	noun	gebouw dat staat aan de kade van een gracht
grachtenpanden	=	grachtenpand
grachtenpandje	=	grachtenpand
grachtenpandjes	=	grachtenpand
grachtenwater	noun	het water uit een stadsgracht
grachtje	=	gracht
grachtjes	=	gracht
grachtwater	noun	water uit een stadsgracht
gracieus	adj	sierlijk, elegant, bekoorlijk
gracieuselijk	adj	mooi en sierlijk
gracieuselijke	=	gracieuselijk
gracieuselijker	=	gracieuselijk
gracieuselijkere	=	gracieuselijk
gracieuselijkers	=	gracieuselijk
gracieuselijks	=	gracieuselijk
gracieuselijkst	=	gracieuselijk
gracieuselijkste	=	gracieuselijk
gracieuslijk	adj	mooi en sierlijk
gracieuslijke	=	gracieuslijk
gracieuslijker	=	gracieuslijk
gracieuslijkere	=	gracieuslijk
gracieuslijkers	=	gracieuslijk
gracieuslijks	=	gracieuslijk
gracieuslijkst	=	gracieuslijk
gracieuslijkste	=	gracieuslijk
gracieust	=	gracieus
gracieuste	=	gracieus
gracieuze	=	gracieus
gracieuzer	=	gracieus
gracieuzere	=	gracieus
gracieuzers	=	gracieus
gradatie	noun	trap, niveau
gradaties	=	gradatie
gradatietje	=	gradatie
gradeer	=	graderen
gradeerde	=	graderen
gradeerden	=	graderen
gradeert	=	graderen
graden	=	graad
gradenbogen	=	gradenboog
gradenboog	noun	een instrument waarmee een hoek van een gekende grote uitgezet of gemeten kan worden
gradenboogje	=	gradenboog
gradenboogjes	=	gradenboog
grader	noun	rijdende machine die kleine oneffenheden in een terrein vlak maakt
gradere	=	graderen
graderen	verb	het gehalte verhogen van (metalen)
graderend	=	graderen
graderende	=	graderen
gradering	noun	niveau
graderingen	=	gradering
graders	=	grader
gradinen	noun	oplopende rij zitplaatsen
gradiënt	noun	mate van verandering van een grootheid per eenheid van lengte, in de richting waarin die verandering het sterkst is (ofwel ∇f. (nabla inwendig werkend op de vector f))
gradiënten	=	gradiënt
gradiëntje	=	gradiënt
graduaat	noun	HBO opleiding op niveau 5, bachelor graad HBO, hoger onderwijs van het korte type
graduaatopleiding	noun	praktijkgerichte hogeronderwijsopleiding (niveau 5) in Vlaanderen, die meestal twee jaar duurt en sterk inzet op werkplekleren (minstens één derde van het programma).
graduaatopleidingen	=	graduaatopleiding
graduaatopleidinkje	=	graduaatopleiding
graduaatopleidinkjes	=	graduaatopleiding
graduaatsopleiding	noun	praktijkgerichte hogeronderwijsopleiding (niveau 5) in Vlaanderen, die meestal twee jaar duurt en sterk inzet op werkplekleren (minstens één derde van het programma).
graduaatsopleidingen	=	graduaatsopleiding
graduaatsopleidinkje	=	graduaatsopleiding
graduaatsopleidinkjes	=	graduaatsopleiding
graduale	noun	een Gregoriaans gezang van de Heilige Mis dat in de Tridentijnse liturgie gezongen wordt in de voormis, tussen het epistel en het evangelie
gradualen	=	graduale
graduaten	=	graduaat
graduatie	noun	verdeling in graden
graduaties	=	graduatie
gradueel	adj	trapsgewijs, in graad
gradueels	=	gradueel
gradueelst	=	gradueel
gradueelste	=	gradueel
gradueer	=	gradueren
gradueerde	=	gradueren
gradueerden	=	gradueren
gradueert	=	gradueren
graduele	=	gradueel
gradueler	=	gradueel
graduelere	=	gradueel
graduelers	=	gradueel
graduere	=	gradueren
gradueren	verb	in graden verdelen of van een schaalverdeling voorzien
graduerend	=	gradueren
graduerende	=	gradueren
graeci	=	graecus
graecisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Oudgrieks of gevormd naar Oudgrieks voorbeeld
graecismen	=	graecisme
graecomaan	noun	overdreven vereerder van het Grieks en de Griekse beschaving
graecomaantje	=	graecomaan
graecomaantjes	=	graecomaan
graecomanen	=	graecomaan
graecus	noun	iemand die het Oudgrieks bestudeert
graeuw	=	grauw
graf	noun	ruimte om één of meer lijken in te begraven
grafdelver	noun	iemand die een graf graaft
grafdelvers	=	grafdelver
grafdicht	noun	grafschrift op rijm
grafdichten	=	grafdicht
grafeem	noun	het kleinste deel van een woord dat in de geschreven taal een of soms enkele klanken representeert
grafeempje	=	grafeem
grafeempjes	=	grafeem
grafeen	noun	koolstof in de vorm van een uiterst plat laagje van één atoom dik De koolstofatomen vormen een raster van zeshoeken, wat een materiaal oplevert dat doorzichtig is, stroom geleidt en sterker is dan staal.
grafelijk	adj	in het bezit zijnde van een graaf
grafelijke	=	grafelijk
grafelijker	=	grafelijk
grafelijkere	=	grafelijk
grafelijkers	=	grafelijk
grafelijks	=	grafelijk
grafelijkst	=	grafelijk
grafelijkste	=	grafelijk
grafemen	=	grafeem
grafen	=	graaf
grafentheorie	noun	vakgebied dat de eigenschappen van grafen bestudeert
grafentheorietje	=	grafentheorie
grafentheorietjes	=	grafentheorie
grafentheorieën	=	grafentheorie
graffiteur	noun	iemand die graffiti aanbrengt
graffiteurs	=	graffiteur
graffiteurtje	=	graffiteur
graffiteurtjes	=	graffiteur
graffiti	noun	met viltstift of spuitbus aangebrachte figuren of teksten op muren enz.
graffiti's	=	graffiti
graffitietje	=	graffiti
graffitietjes	=	graffiti
graffitikunst	noun	de moderne kunst van illegale muurschilderingen gemaakt met spuitbussen
graffitikunsten	=	graffitikunst
graffitikunstenaar	noun	iemand die met een spuitbus muurschilderingen maakt Deze schilderingen worden meestal anoniem of onder pseudoniem gemaakt vanuit een afwijzende houding tegenover de gevestigde maatschappij.
graffitikunstenaars	=	graffitikunstenaar
graffitiwedstrijd	noun	een competitie waarbij kunstenaars hun graffiti-skills demonstreren, vaak georganiseerd door gemeenten, kunstorganisaties of evenementen
graffitiwedstrijden	=	graffitiwedstrijd
graffitiwedstrijdje	=	graffitiwedstrijd
graffitiwedstrijdjes	=	graffitiwedstrijd
graffito	noun	muurschildering, muuropschrift
grafgift	noun	wat men aan de dode meegeeft in zijn of haar graf
grafgiften	=	grafgift
grafglimschoteltje	noun	Lecania sordida een korstmossoort uit het geslacht glimschoteltje (Lecania).
grafglimschoteltjes	=	grafglimschoteltje
grafheuvel	noun	kunstmatige heuvel die is opgeworpen om als graf te dienen
grafheuvels	=	grafheuvel
grafheuveltje	=	grafheuvel
grafheuveltjes	=	grafheuvel
grafica	noun	vrouwelijke vorm van graficus
grafica's	=	grafica
grafici	=	graficus
graficus	noun	iemand die tekeningen maakt die gedrukt kunnen worden
grafie	noun	manier van schrijven
grafiek	noun	afbeelding van een verzameling gegevens in een plaatje dat een indruk geeft van hoeveelheden of verschillen daarin
grafieken	=	grafiek
grafiekje	=	grafiek
grafiekjes	=	grafiek
grafiet	noun	in plaatjes gekristalliseerde koolstof, grauwzwart van kleur met een metaalachtige glans, o.a. gebruikt als tekenstift en pigment en een goede geleider van warmte en elektriciteit
grafieten	adj	van grafiet vervaardigd
grafietgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7024 ( ); zo grijs als grafiet.	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7024 ( ).
grafietgrijze	=	grafietgrijs
grafietpapier	noun	speciaal papier op grafietbasis om een afbeelding over te brengen op iedere gewenste ondergrond
grafietpapieren	=	grafietpapier
grafietpapiertje	=	grafietpapier
grafietpapiertjes	=	grafietpapier
grafietreactor	noun	een kernreactor waarbij de moderator of neutronenvertrager grafiet is
grafietreactoren	=	grafietreactor
grafietreactors	=	grafietreactor
grafietsmering	noun	grafiet is geschikt als droog smeermiddel hetgeen minder vervuiling veroorzaakt dan olie.
grafietzwart	noun	tint zwart met RAL-nummer 9011 ( ).	adj	in een tint zwart met RAL-nummer 9011 ( ).
grafietzwarte	=	grafietzwart
grafietzwarts	=	grafietzwart
grafieën	=	grafie
grafisch	adj	betrekking hebbend op boekdruk- en prentkunst
grafische	=	grafisch
grafischer	=	grafisch
grafischere	=	grafisch
grafischers	=	grafisch
grafischt	=	grafisch
grafischte	=	grafisch
grafitti	=	graffiti
grafje	=	graf
grafjes	=	graf
grafkamer	noun	kamer waarin een stoffelijk overschot wordt bewaard
grafkamers	=	grafkamer
grafkamertje	=	grafkamer
grafkamertjes	=	grafkamer
grafkapel	noun	een monumentaal graf of mausoleum, waarvan het bovengrondse deel de vorm - en vaak ook de functie - van een kerk of kapel heeft terwijl het ondergrondse deel een graftombe of grafkelder vormt
grafkapellen	=	grafkapel
grafkapelletje	=	grafkapel
grafkapelletjes	=	grafkapel
grafkelder	noun	gedeeltelijk onder de grond liggend gemetseld graf
grafkelders	=	grafkelder
grafkeldertje	=	grafkelder
grafkeldertjes	=	grafkelder
grafkist	noun	kist waarin een overledene begraven wordt
grafkisten	=	grafkist
grafkistje	=	grafkist
grafkistjes	=	grafkist
grafkuil	noun	ruimte waar de stoffelijke overschotten van een overledene kunnen rusten
grafkuilen	=	grafkuil
grafkuiltje	=	grafkuil
grafkuiltjes	=	grafkuil
graflegging	noun	het begraven van iemand
grafleggingen	=	graflegging
graflegginkje	=	graflegging
graflegginkjes	=	graflegging
grafmaker	noun	iemand die een graf graaft
grafmakers	=	grafmaker
grafmonument	noun	gedenkteken dat op het graf van iemand staat
grafmonumenten	=	grafmonument
grafmonumentje	=	grafmonument
grafmonumentjes	=	grafmonument
grafologen	=	grafoloog
grafologie	noun	kunst om psychologische eigenschappen van een persoon te bepalen uit zijn handschrift
grafologieën	=	grafologie
grafologisch	adj	betrekking hebbend op de handschriftkunde
grafologische	=	grafologisch
grafologischer	=	grafologisch
grafologischere	=	grafologisch
grafologischers	=	grafologisch
grafoloog	noun	beoefenaar van de grafologie
grafoloogje	=	grafoloog
grafoloogjes	=	grafoloog
grafomaan	noun	iemand met een obsessieve en dwangmatige behoefte om te schrijven
grafomaantje	=	grafomaan
grafomaantjes	=	grafomaan
grafomanen	=	grafomaan
grafometer	noun	een soort hoekmeter die bestaat uit een halve cirkel (gradenboog) met een draaibare arm met vizieren, een kompas en een schaalverdeling
grafometers	=	grafometer
grafometertje	=	grafometer
grafometertjes	=	grafometer
grafoniem	noun	woord met dezelfde spelling maar met een andere betekenis en uitspraak
grafoniemen	=	grafoniem
grafotactisch	adj	betreffende de visuele welgevormdheid van letterreeksen
grafotactische	=	grafotactisch
grafotactischer	=	grafotactisch
grafotactischere	=	grafotactisch
grafotactischers	=	grafotactisch
grafplaat	noun	platte grafsteen die een afdekking vormt van een graf
grafplaatje	=	grafplaat
grafplaatjes	=	grafplaat
grafplaten	=	grafplaat
grafrede	noun	een speech de gehouden wordt tijdens de begrafenis van iemand
grafredes	=	grafrede
grafroof	noun	het binnengaan van een graf of tombe met als doel er artefacten of andere waardevolle voorwerpen te stelen voor de handel in illegale antiquiteiten
grafruimte	noun	ruimte bestemd voor één graf
grafruimten	=	grafruimte
grafruimtes	=	grafruimte
grafrust	noun	het rusten van een overledene in een graf
grafschender	noun	iemand die moedwillig een graf vernielt
grafschenders	=	grafschender
grafschenner	noun	iemand die moedwillig een graf vernielt
grafschenners	=	grafschenner
grafschennis	noun	het vernietigen van een graf en de daarin gelegen overblijfselen
grafschennisje	=	grafschennis
grafschennissen	=	grafschennis
grafschrift	noun	op een grafsteen gegraveerde korte tekst, gewijd aan de overledene
grafschriften	=	grafschrift
grafschriftje	=	grafschrift
grafschriftjes	=	grafschrift
grafstede	noun	de laatste rustplaats voor een (rijke, belangrijke) overledene
grafstedes	=	grafstede
grafsteen	noun	een rechtopstaande gebeeldhouwde steen die de aanwezigheid van een graf markeert
grafsteentje	=	grafsteen
grafsteentjes	=	grafsteen
grafstem	noun	de stem van een overledene die spreekt vanuit het graf
grafstemmen	=	grafstem
grafstenen	=	grafsteen
grafstil	adj	zonder geluid of beweging
grafstille	=	grafstil
grafstils	=	grafstil
grafstuk	noun	bloemstuk dat men op een doodskist legt tijdens een begrafenis
grafstukje	=	grafstuk
grafstukjes	=	grafstuk
grafstukken	=	grafstuk
graft	noun	gracht
graftak	noun	een bloemstuk voor op een graf
graftakje	=	graftak
graftakjes	=	graftak
graftakken	=	graftak
grafteken	noun	gedenksteen die op een graf staat
graftekens	=	grafteken
graften	=	graft
graftje	=	graft
graftjes	=	graft
graftoerisme	noun	het buiten de eigen woonplaats zoeken van een graf
graftombe	noun	het algemeen een bouwwerk, grafheuvel of hunebed met als inhoud het graf van een heerser of ander machtig of rijk iemand dat fungeert als een grafmonument
graftomben	=	graftombe
graftombes	=	graftombe
graftombetje	=	graftombe
grafveld	noun	terrein met graven en urnen van mensen
grafvelden	=	grafveld
grafveldje	=	grafveld
grafveldjes	=	grafveld
grafvleermuizen	noun	een geslacht Taphozous van zoogdieren uit de familie van de schedestaartvleermuizen (Emballonuridae)
grafwaarts	adj	naar het graf
grafwaartse	=	grafwaarts
grafzerk	noun	een liggende plaat die het graf bedekt
grafzerken	=	grafzerk
grafzerkje	=	grafzerk
grafzerkjes	=	grafzerk
grafzuil	noun	grafteken in de vorm van een zuil
grafzuilen	=	grafzuil
grafzuiltje	=	grafzuil
grafzuiltjes	=	grafzuil
grage	=	graag
grager	=	graag
gragere	=	graag
gragers	=	graag
gralen	=	graal
gram	noun	een afgeleide eenheid voor massa (gewicht), éénduizendste van de SI-eenheid "kilogram" (0,001 kg), weergegeven met symbool g	adj	boos, toornig
gramatomen	=	gramatoom
gramatoom	noun	zoveel gram van een element als het atoomgewicht aangeeft
gramatoompje	=	gramatoom
gramatoompjes	=	gramatoom
gramequivalent	noun	zoveel gram van een stof als het equivalentgewicht bedraagt
gramequivalenten	=	gramequivalent
graminivoor	noun	dier dat voornamelijk van gras leeft
graminivoortje	=	graminivoor
graminivoortjes	=	graminivoor
graminivoren	=	graminivoor
graminologie	noun	leer van de grassen
gramkleuring	noun	methode om bacteriën te kleuren om ze onder een lichtmicroscoop zichtbaar te maken en als hulpmiddel bij het herkennen van soorten
gramkleuringen	=	gramkleuring
grammaire	noun	beschrijving van het geheel van regels en principes voor het spreken en schrijven van een bepaalde taal
grammaires	=	grammaire
grammatica	noun	een systeem van regels en principes voor het schrijven en spreken van een taal
grammatica's	=	grammatica
grammaticaal	adj	betrekking hebbend op de grammatica
grammaticaals	=	grammaticaal
grammaticaalst	=	grammaticaal
grammaticaalste	=	grammaticaal
grammaticaatje	=	grammatica
grammaticaatjes	=	grammatica
grammaticale	=	grammaticaal
grammaticaler	=	grammaticaal
grammaticalere	=	grammaticaal
grammaticalers	=	grammaticaal
grammaticaoefening	noun	scholing, training en opdrachten over de structuur van een taal
grammaticaoefeningen	=	grammaticaoefening
grammaticaoefeningetje	=	grammaticaoefening
grammaticaoefeningetjes	=	grammaticaoefening
grammaticaoverzicht	noun	een duidelijke samenvatting van de regels van de taal
grammaticaoverzichten	=	grammaticaoverzicht
grammaticaoverzichtje	=	grammaticaoverzicht
grammaticaoverzichtjes	=	grammaticaoverzicht
grammaticaregel	noun	een wet over de structuur van een taal
grammaticaregels	=	grammaticaregel
grammaticaregeltje	=	grammaticaregel
grammaticaregeltjes	=	grammaticaregel
grammatici	=	grammaticus
grammaticus	noun	iemand die de spraakkunst bestudeert, iemand die schrijft over de wetmatigheden waarmee de uitingen in een taal worden gevormd
grammaticusje	=	grammaticus
grammatisch	adj	grammaticaal
grammatische	=	grammatisch
grammatischer	=	grammatisch
grammatischere	=	grammatisch
grammatischers	=	grammatisch
gramme	=	gram
grammen	=	gram
grammenjager	noun	trekker, fietser of andere buitensporter die zo veel mogelijk beknibbelt op het gewicht van zijn rugzak
grammenjagers	=	grammenjager
grammenjagertje	=	grammenjager
grammenjagertjes	=	grammenjager
grammer	=	gram
grammere	=	gram
grammers	=	gram
grammetje	=	gram
grammetjes	=	gram
grammoedig	adj	toornig of tot toorn geneigd, verstoord of daarvan blijk gevend; snel geprikkeld
grammoedige	=	grammoedig
grammoediger	=	grammoedig
grammoedigere	=	grammoedig
grammoedigers	=	grammoedig
grammoedigs	=	grammoedig
grammoedigst	=	grammoedig
grammoedigste	=	grammoedig
grammofonen	=	grammofoon
grammofoon	noun	toestel waarmee geluiden die op schijven zijn vastgelegd, weergegeven kunnen worden
grammofoonnaald	noun	de naald die de groef in een grammofoonplaat volgt
grammofoonnaalden	=	grammofoonnaald
grammofoonnaaldje	=	grammofoonnaald
grammofoonnaaldjes	=	grammofoonnaald
grammofoonplaat	noun	schijf van eboniet, kunsthars, pvc e.d., waarin geluidsinformatie in analoge vorm in een groef is opgenomen in de vorm van kleine horizontale en verticale afwijkingen
grammofoonplaatje	=	grammofoonplaat
grammofoonplaatjes	=	grammofoonplaat
grammofoonplaten	=	grammofoonplaat
grammofoons	=	grammofoon
grammofoontje	=	grammofoon
grammofoontjes	=	grammofoon
grammolecule	noun|obsolete	zoveel gram van een stof als het moleculegewicht aangeeft
grammoleculen	=	grammolecule
grammolecules	=	grammolecule
grammolecuul	noun	zoveel gram van een stof als het moleculegewicht aangeeft
grammolecuultje	=	grammolecule
grammolecuultjes	=	grammolecule
gramnegatief	adj	met betrekking tot bacteriën die bij gramkleuring rood kleuren doordat ze een eerder toegevoegde kleurstof niet vasthouden
gramnegatiefs	=	gramnegatief
gramnegatieve	=	gramnegatief
grampeer	noun	de vader van een van je ouders
grampeertje	=	grampeer
grampeertjes	=	grampeer
gramper	noun	Grampus griseus De gramper (Grampus griseus) ook wel Risso's dolfijn of grijze dolfijn is een donkergrijze dolfijn uit de familie der dolfijnachtigen (Delphinidae).
gramperen	=	grampeer
grampers	=	gramper
grampertje	=	gramper
grampertjes	=	gramper
gramping	noun	het op (kampeer)vakantie gaan van grootouders met hun kleinkinderen
grampingvakantiehuis	noun	vakantiehuis geschikt voor gramping (bejaardentoiletten...)
grampingvakantiehuizen	=	grampingvakantiehuis
grampositief	adj	met betrekking tot bacteriën die bij gramkleuring blauwpaars kleuren doordat ze een eerder toegevoegde kleurstof vasthouden
grampositiefs	=	grampositief
grampositieve	=	grampositief
grams	=	gram
gramschap	noun|formal	woede, boosheid, kwaadheid, toorn
gramschappen	=	gramschap
gramst	=	gram
gramste	=	gram
gramstorig	adj	snel geprikkeld
gramstorige	=	gramstorig
gramstoriger	=	gramstorig
gramstorigere	=	gramstorig
gramstorigers	=	gramstorig
gramstorigs	=	gramstorig
gramstorigst	=	gramstorig
gramstorigste	=	gramstorig
granaat	noun	met springlading gevuld projectiel
granaataanslag	noun	terroristische aanslag met behulp van een granaat
granaataanslagen	=	granaataanslag
granaataanval	noun	aanval met een met explosieven gevuld projectiel
granaataanvallen	=	granaataanval
granaatappel	noun	Punica granatum, tropische plant, die bekend is om zijn vruchten, ook granaatboom genoemd
granaatappelbomen	=	granaatappelboom
granaatappelboom	noun	Punica granatum, een tot zes meter hoge struik uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae) dan wel de familie Punicaceae (orde is in revisie) met lange, doornige takken
granaatappelboompje	=	granaatappelboom
granaatappelboompjes	=	granaatappelboom
granaatappelen	=	granaatappel
granaatappelke	=	granaatappel
granaatappels	=	granaatappel
granaatappelsap	noun	sap van de granaatappel
granaatappelsapje	=	granaatappelsap
granaatappelsapjes	=	granaatappelsap
granaatappelsappen	=	granaatappelsap
granaatappeltje	=	granaatappel
granaatappeltjes	=	granaatappel
granaatastrild	noun	Granatina granatina een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
granaatastrilden	=	granaatastrild
granaatastrildje	=	granaatastrild
granaatastrildjes	=	granaatastrild
granaatbloemwasplaat	noun	Hygrocybe punicea een schimmel uit de familie Hygrophoraceae.
granaatbloemwasplaatje	=	granaatbloemwasplaat
granaatbloemwasplaatjes	=	granaatbloemwasplaat
granaatbloemwasplaten	=	granaatbloemwasplaat
granaatcamera	noun	robuuste plastic bol met camera's en zender die met een granaatwerper kan worden afgeschoten om van een omgeving van een afstand een totaal overzicht te krijgen
granaatcamera's	=	granaatcamera
granaathuls	noun	holle buis die gevuld is met een explosief of ander strijdmiddel
granaathulzen	=	granaathuls
granaatinslag	noun	het neerkomen en ontploffen van een explosief dat men kan wegwerpen
granaatinslagen	=	granaatinslag
granaatje	=	granaat
granaatjes	=	granaat
granaatkolibrie	noun	Eulampis jugularis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
granaatkolibries	=	granaatkolibrie
granaatkolibrietje	=	granaatkolibrie
granaatkolibrietjes	=	granaatkolibrie
granaatpitta	noun	Erythropitta granatina een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae)
granaatpitta's	=	granaatpitta
granaatpittaatje	=	granaatpitta
granaatpittaatjes	=	granaatpitta
granaatrode	=	granaatrood
granaatrood	adj	rood als granaat (met paarse component)
granaatroods	=	granaatrood
granaatscherf	noun	deel van een projecties dat ontstaat na het ontploffen van dat projectiel
granaatscherfje	=	granaatscherf
granaatscherven	=	granaatscherf
granaattrechter	noun	trechtervormige inslagkrater van een granaat
granaattrechters	=	granaattrechter
granaattrechtertje	=	granaattrechter
granaatvuren	=	granaatvuur
granaatvuur	noun	beschieting met granaten
granaatwerper	noun	wapen, of deel van een wapen, bestemd voor het lanceren van stuwloze ontploffende projectielen
granaatwerpers	=	granaatwerper
granaatwerpertje	=	granaatwerper
granaatwurger	noun	net gemaakt van een supervezel waarmee men afgevuurde granaten kan opvangen en onschadelijk maken
granaatwurgers	=	granaatwurger
granate	=	granaat
granaten	adj	van de halfedelsteen granaat vervaardigd
grand-caymandikbekje	noun	Melopyrrha taylori een zangvogel uit de familie tangaren (Thraupidae).
grand-caymandikbekjes	=	grand-caymandikbekje
grand-caymanlijster	noun	Turdus ravidus een uitgestorven zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
grand-caymanlijsters	=	grand-caymanlijster
grand-caymanlijstertje	=	grand-caymanlijster
grand-caymanlijstertjes	=	grand-caymanlijster
grande	noun	iemand die behoort tot de machtigste mannen van een rijk
grande-comorebrilvogel	noun	Zosterops kirki een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
grande-comorebrilvogels	=	grande-comorebrilvogel
grande-comorebrilvogeltje	=	grande-comorebrilvogel
grande-comorebrilvogeltjes	=	grande-comorebrilvogel
grande-comorebuulbuul	noun	Hypsipetes parvirostris een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
grande-comorebuulbuuls	=	grande-comorebuulbuul
grande-comorebuulbuultje	=	grande-comorebuulbuul
grande-comorebuulbuultjes	=	grande-comorebuulbuul
grande-comoredwergooruil	noun	Otus pauliani een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
grande-comoredwergooruilen	=	grande-comoredwergooruil
grande-comoredwergooruiltje	=	grande-comoredwergooruil
grande-comoredwergooruiltjes	=	grande-comoredwergooruil
grande-comorehoningzuiger	noun	Cinnyris humbloti een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
grande-comorehoningzuigers	=	grande-comorehoningzuiger
grande-comorehoningzuigertje	=	grande-comorehoningzuiger
grande-comorehoningzuigertjes	=	grande-comorehoningzuiger
grande-comorestruikzanger	noun	Nesillas brevicaudata een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
grande-comorestruikzangers	=	grande-comorestruikzanger
grande-comorestruikzangertje	=	grande-comorestruikzanger
grande-comorestruikzangertjes	=	grande-comorestruikzanger
grandes	=	grande
grandeur	noun	iets dat macht en grootsheid uitstraalt en imponeert
grandezza	noun	waardigheid
grandidiermangoest	noun	Galidictis grandidieri roofdier uit de familie van madagaskarcivetkatten (Eupleridae).
grandidiermangoesten	=	grandidiermangoest
grandidiermangoestje	=	grandidiermangoest
grandidiermangoestjes	=	grandidiermangoest
grandioos	adj	groots, schitterend
grandioost	=	grandioos
grandiooste	=	grandioos
grandioze	=	grandioos
grandiozer	=	grandioos
grandiozere	=	grandioos
grandiozers	=	grandioos
grandisme	noun	neiging tot verheffing van belangrijke en kleinering van gewone mensen
grandslamfinale	noun	finame van een van de 4 grote tennistoernooien (Wimbledon, Roland Garros, US Open, Autralian Open)
grandslamfinales	=	grandslamfinale
grandslamtitel	noun	de titel die iemand krijgt als hij of zij een van de vier grote tennistoernooien wint
grandslamtitels	=	grandslamtitel
grandslamtoernooi	noun	een van de vier belangrijkste tennistoernooien van de wereld (Wimbledon, Us Open, Roland Garros, Australian Open)
grandslamtoernooien	=	grandslamtoernooi
grandslamzege	noun	overwinning in één van de volgende tennistoernooien: Wimbledon, Roland Garros, Us Open, Australian Open
grandslamzeges	=	grandslamzege
granen	=	graan
graniet	noun	hard stollingsgesteente bestaande uit lichtgekleurde, met het blote oog onderscheidbare mineralen
granietachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van graniet
granietachtige	=	granietachtig
granietachtiger	=	granietachtig
granietachtigere	=	granietachtig
granietachtigers	=	granietachtig
granietachtigs	=	granietachtig
granietachtigst	=	granietachtig
granietachtigste	=	granietachtig
granietbladroller	noun	Phiaris schulziana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
granietbladrollers	=	granietbladroller
granietbladrollertje	=	granietbladroller
granietbladrollertjes	=	granietbladroller
granietblok	noun	een brok graniet
granietblokje	=	granietblok
granietblokjes	=	granietblok
granietblokken	=	granietblok
granieten	adj	gemaakt van graniet
granietgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7026 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7026 ( ).
granietgrijze	=	granietgrijs
graniethagedis	noun	Xantusia henshawi een hagedis uit de familie nachthagedissen (Xantusiidae)
graniethagedisje	=	graniethagedis
graniethagedisjes	=	graniethagedis
graniethagedissen	=	graniethagedis
granietmosfamilie	noun	een familie Hedwigiaceae van mossen uit de orde Hedwigiales.
granietmosfamilies	=	granietmosfamilie
granietmosfamilietje	=	granietmosfamilie
granietmosfamilietjes	=	granietmosfamilie
granietmot	noun	een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae)
granietmotje	=	granietmot
granietmotjes	=	granietmot
granietmotten	=	granietmot
granietschildmos	noun	Xanthoparmelia conspersa een soort korstmos uit het geslacht Xanthoparmelia Granietschildmos komt veel voor op zure steen, waaronder vaak graniet en basalt, maar soms ook op baksteen en zelfs asfalt.
granietschildmosje	=	granietschildmos
granietschildmosjes	=	granietschildmos
granietschildmossen	=	granietschildmos
granietschotelkorst	noun	Lecanora gangaleoides een korstmos uit de familie Lecanoraceae.
granietschotelkorsten	=	granietschotelkorst
granietschotelkorstje	=	granietschotelkorst
granietschotelkorstjes	=	granietschotelkorst
granietspeldenkussentje	noun	Pertusaria corallina een korstmossoort uit de familie Pertusariaceae.
granietspeldenkussentjes	=	granietspeldenkussentje
granietsteen	noun	zeer hard gesteente dat men graniet noemt
granietstenen	=	granietsteen
granietuil	noun	Lycophotia porphyrea een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
granietuilen	=	granietuil
granietuiltje	=	granietuil
granietuiltjes	=	granietuil
granito	noun	mix van cement en marmergranulaat dat men in gepolijste vorm gebruikt voor vloer- , trap- en aanrechtbedekking
granito's	=	granito
granité	noun	sorbet van geschilferd ijs en vruchtensap
granités	=	granité
granivoor	noun	zaadetend dier	adj	met betrekking tot een zaadetend dier
granivoors	=	granivoor
granivore	=	granivoor
granivoren	=	granivoor
granman	noun	hoofd van een gemeenschap van zwarten die uit slavernij zijn gevlucht naar het oerwoud en hun nazaten
granmans	=	granman
granmorgu	noun	goedemorgen
granta-astrild	noun	Pyrenestes minor een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
granta-astrilden	=	granta-astrild
granta-astrildje	=	granta-astrild
granta-astrildjes	=	granta-astrild
grantgazelle	noun	Nanger granti is een Oost-Afrikaanse gazellesoort
grantgazellen	=	grantgazelle
grantgazelles	=	grantgazelle
grantgazelletje	=	grantgazelle
grantgazelletjes	=	grantgazelle
grantzebra	noun	een ondersoort Equus quagga boehmi de kleinste ondersoort van de steppezebra.
grantzebra's	=	grantzebra
grantzebraatje	=	grantzebra
grantzebraatjes	=	grantzebra
granula	noun	korrelig vormsel
granulaat	noun	materiaal in korrelvorm, of in de vorm van korrelig poeder
granulair	adj	korrelig
granulairder	=	granulair
granulairdere	=	granulair
granulairders	=	granulair
granulaire	=	granulair
granulairs	=	granulair
granulairst	=	granulair
granulairste	=	granulair
granulaten	=	granulaat
granulatie	noun	korrelige structuur, in levend weefsel
granulaties	=	granulatie
granuleer	=	granuleren
granuleerde	=	granuleren
granuleerden	=	granuleren
granuleert	=	granuleren
granulere	=	granuleren
granuleren	verb	korrelig worden
granulerend	=	granuleren
granulerende	=	granuleren
granuleus	adj	korrelig
granuleust	=	granuleus
granuleuste	=	granuleus
granuleuze	=	granuleus
granuleuzer	=	granuleus
granuleuzere	=	granuleus
granuleuzers	=	granuleus
granulocyt	noun	een type witte bloedcel die gekarakteriseerd wordt door de aanwezigheid van granulen in het cytoplasma
granulocyten	=	granulocyt
granulocytje	=	granulocyt
granulocytjes	=	granulocyt
granulocytopenie	noun	vermindering van granulocyten (witte bloedcel met korrels in het cytoplasma) in het bloed
grap	noun	verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken
grapdichtheden	=	grapdichtheid
grapdichtheid	noun	de hoeveelheid grappen per tijdseenheid in een cabaretvoorstelling
grape	noun	citrusvrucht van Citrus paradisi
grapefruit	noun	Citrus paradisi een gele of rode, enigszins bitter smakende citrusvrucht
grapefruitje	=	grapefruit
grapefruitjes	=	grapefruit
grapefruits	=	grapefruit
grapefruitsap	noun	sap van de vrucht van de boom Citrus paradisi
grapefruitsapje	=	grapefruitsap
grapefruitsapjes	=	grapefruitsap
grapefruitsappen	=	grapefruitsap
grapen	=	grape
grapes	=	grape
graphic	noun	illustratie, getekende figuur
graphics	=	graphic
grapjas	noun	iemand die probeert grappig te zijn
grapjasje	=	grapjas
grapjasjes	=	grapjas
grapjasse	=	grapjassen
grapjassen	verb	grappen maken
grapjassend	=	grapjassen
grapjassende	=	grapjassen
grapjasserij	noun	het uithalen van grappen
grapjasserijen	=	grapjasserij
grapjasserijtje	=	grapjasserij
grapjasserijtjes	=	grapjasserij
grapjast	=	grapjassen
grapjaste	=	grapjassen
grapjasten	=	grapjassen
grapje	=	grap
grapjes	=	grap
grapjurk	noun	persoon die veel grapjes maakt
grapjurken	=	grapjurk
grapjurkje	=	grapjurk
grapjurkjes	=	grapjurk
grappa	noun	een Italiaanse alcoholische drank, vervaardigd uit de destillatie van restanten van druiven na de wijnbereiding
grappa's	=	grappa
grappaatje	=	grappa
grappaatjes	=	grappa
grappe	=	grappen
grappen	verb	iets grappigs zeggen
grappend	=	grappen
grappende	=	grappen
grappenmaakster	noun	vrouwelijke grappenmaker
grappenmaaksters	=	grappenmaakster
grappenmaker	noun	iemand die grappen en grollen maakt
grappenmakerij	noun	mensen met uitlatingen en handelingen aan het lachen maken
grappenmakerijen	=	grappenmakerij
grappenmakers	=	grappenmaker
grappenmakertje	=	grappenmaker
grappenmakertjes	=	grappenmaker
grappig	adj	de lust tot (glim-) lachen opwekkend
grappige	=	grappig
grappiger	=	grappig
grappigere	=	grappig
grappigers	=	grappig
grappigheden	=	grappigheid
grappigheid	noun	de mate waarin iets of iemand grappig is; de mate waarin je om iets kunt lachen
grappigs	=	grappig
grappigst	=	grappig
grappigste	=	grappig
grapt	=	grappen
grapte	=	grappen
grapten	=	grappen
graptoliet	noun	een klasse Graptolithina van fossiele kolonie-vormende dieren die vooral bekend zijn uit het paleozoïcum (Laat-cambrium tot Laat-devoon; ~500 Ma - ~360 ma).
graptolieten	=	graptoliet
gras	noun	benaming voor planten uit de familie Poaceae plantenfamilie omvattende gras , graan, rijst, bamboe
grasaap	noun	jonge, onervaren man
grasaapje	=	grasaap
grasaapjes	=	grasaap
grasachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van gras
grasachtige	=	grasachtig
grasachtiger	=	grasachtig
grasachtigere	=	grasachtig
grasachtigers	=	grasachtig
grasachtigs	=	grasachtig
grasachtigst	=	grasachtig
grasachtigste	=	grasachtig
grasafval	noun	maaisel dat men overhoudt na het maaien van het gras
grasanjer	noun	Dianthus plumarius een plant uit de anjerfamilie
grasanjers	=	grasanjer
grasanjertje	=	grasanjer
grasanjertjes	=	grasanjer
grasapen	=	grasaap
grasbaan	noun	grasveld dat men gebruikt voor sportbeoefening
grasbaanrace	noun	vorm van motorsport waarbij men een race houdt over een grasveld; vorm van motorsport waarbij men een race houdt over een onverharde baan
grasbaanraces	=	grasbaanrace
grasbaantje	=	grasbaan
grasbaantjes	=	grasbaan
grasbanen	=	grasbaan
grasbeertje	noun	Coscinia cribraria een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae)
grasbeertjes	=	grasbeertje
grasbegroeiing	noun	een laag van aaneengesloten vegetatie die voornamelijk wordt gedomineerd door grassen.
grasbegroeiingen	=	grasbegroeiing
grasbegroeiinkje	=	grasbegroeiing
grasbegroeiinkjes	=	grasbegroeiing
grasberm	noun	grasstrook direct naast een verharde weg
grasbermen	=	grasberm
grasbermpje	=	grasberm
grasbermpjes	=	grasberm
grasbij	noun	Andrena flavipes een bij uit het geslacht van de zandbijen (Andrena).
grasbijen	=	grasbij
grasbijtje	=	grasbij
grasbijtjes	=	grasbij
grasbodemkrabspin	noun	Ozyptila trux een spinnensoort in de taxonomische indeling van de krabspinnen (Thomisidae)
grasbodemkrabspinnen	=	grasbodemkrabspin
grasbodemkrabspinnetje	=	grasbodemkrabspin
grasbodemkrabspinnetjes	=	grasbodemkrabspin
grasbreeksteeltje	noun	Conocybe velutipes een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae.
grasbreeksteeltjes	=	grasbreeksteeltje
grasdak	noun	beplanting van de bovenkant van een gebouw met gras als bescherming tegen het weer
grasdaken	=	grasdak
grasdakje	=	grasdak
grasdijk	noun	met gras begroeide dijk, zonder harde bekleding zoals een steen zetting
grasdijken	=	grasdijk
grasdijkje	=	grasdijk
grasdijkjes	=	grasdijk
grasduin	=	grasduinen
grasduinde	=	grasduinen
grasduinden	=	grasduinen
grasduine	=	grasduinen
grasduinen	verb	voor je plezier ergens rondsnuffelen
grasduinend	=	grasduinen
grasduinende	=	grasduinen
grasduint	=	grasduinen
grasetend	adj	van een dier dat het gras gebruikt als voedsel
grasetende	=	grasetend
grasetends	=	grasetend
grasfalt	noun	weiland waarin maar één grassoort groeit; weiland zonder enige biodiversiteit
grasfranjekelkje	noun	Lachnum rhodoleucum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
grasfranjekelkjes	=	grasfranjekelkje
grasgang	noun	strook gras die loodrecht op de hoogtelijnen is aangelegd en dient voor de snelle afvoer van overtollig water
grasgangen	=	grasgang
grasgeestje	noun	Perittia farinella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
grasgeestjes	=	grasgeestje
grasgemaaid	=	grasmaaien
grasgoudhaantje	noun	Oulema melanopus een keversoort uit het geslacht graanhaantjes van de familie bladkevers (Chrysomelidae).
grasgoudhaantjes	=	grasgoudhaantje
grasgroei	noun	het groeien van gras
grasgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6010 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6010 ( ).
grasgroene	=	grasgroen
grasgroenen	=	grasgroen
grasgroener	=	grasgroen
grasgroenere	=	grasgroen
grasgroeners	=	grasgroen
grasgroens	=	grasgroen
grasgroenst	=	grasgroen
grasgroenste	=	grasgroen
grasgrond	noun	grond waarop men gras kan telen
grasgronden	=	grasgrond
grashalm	noun	stengel van een grasplant
grashalmdoder	noun	een paddenstoelvariëteit Geaumannomyces graminis var. graminis uit de familie Magnaporthaceae
grashalmdoders	=	grashalmdoder
grashalmdodertje	=	grashalmdoder
grashalmdodertjes	=	grashalmdoder
grashalmen	=	grashalm
grashalmpje	=	grashalm
grashalmpjes	=	grashalm
grasharing	noun	haring (Clupea harengus) die (te) dicht bij de kust gevangen is
grasharingen	=	grasharing
grashommel	noun	Bombus ruderarius een hommel uit de familie bij-achtigen (Apidae)
grashommels	=	grashommel
grashommeltje	=	grashommel
grashommeltjes	=	grashommel
grasjager	noun	Leptogaster cylindrica (syn Asilus cylindrica) een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
grasjagers	=	grasjager
grasjagertje	=	grasjager
grasjagertjes	=	grasjager
grasje	=	gras
grasjes	=	gras
graskampoot	noun	Zelotes apricorum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
graskampootje	=	graskampoot
graskampootjes	=	graskampoot
graskampoten	=	graskampoot
graskant	noun	met gras begroeide walkant langs een water
graskanten	=	graskant
graskantje	=	graskant
graskantjes	=	graskant
graskantmaaier	noun	apparaat waarmee men een graskant kan maaien
graskantsnijder	noun	apparaat dat gras maait op moeilijke plekken en randen van het gazon
graskantsnijders	=	graskantsnijder
graskarper	noun	Ctenopharyngodon idella een exoot in de wateren van de Benelux.
graskarpers	=	graskarper
graskarpertje	=	graskarper
graskarpertjes	=	graskarper
graskers	noun	Lepidium graminifolium plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
graskersen	=	graskers
graskersje	=	graskers
graskersjes	=	graskers
graskleefsteelmycena	noun	een zwam Mycena epipterygia uit de familie Mycenaceae.
graskleefsteelmycena's	=	graskleefsteelmycena
graskleefsteelmycenaatje	=	graskleefsteelmycena
graskleefsteelmycenaatjes	=	graskleefsteelmycena
grasklokje	noun	Campanula rotundifolia een vaste plant uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
grasklokjes	=	grasklokje
grasklokjesdwergspanner	noun	Eupithecia impurata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
grasklokjesdwergspanners	=	grasklokjesdwergspanner
grasklokjesdwergspannertje	=	grasklokjesdwergspanner
grasklokjesdwergspannertjes	=	grasklokjesdwergspanner
graskrabspin	noun	Xysticus erraticus een spinnensoort uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
graskrabspinnen	=	graskrabspin
graskrabspinnetje	=	graskrabspin
graskrabspinnetjes	=	graskrabspin
graskratertje	noun	Stictis arundinacea een schimmel behorend tot de familie Stictidaceae.
graskratertjes	=	graskratertje
grasland	noun	grond waarop overwegend gras groeit.
graslanden	=	grasland
graslandgors	noun	Ammodramus humeralis een vogelsoort uit de familie emberizidae.
graslandgorsje	=	graslandgors
graslandgorsjes	=	graslandgors
graslandgorzen	=	graslandgors
graslandhuppelmuis	noun	Zapus hudsonius knaagdier uit de familie jerboa's (Dipodidae).
graslandhuppelmuisje	=	graslandhuppelmuis
graslandhuppelmuisjes	=	graslandhuppelmuis
graslandhuppelmuizen	=	graslandhuppelmuis
graslandje	=	grasland
graslandjes	=	grasland
graslandmosnetwants	noun	Acalypta marginata een wants uit de familie van de netwantsen (Tingidae).
graslandmosnetwantsen	=	graslandmosnetwants
graslandmosnetwantsje	=	graslandmosnetwants
graslandmosnetwantsjes	=	graslandmosnetwants
graslandnepkapoentje	noun	Rhyzobius litura een keversoort uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
graslandnepkapoentjes	=	graslandnepkapoentje
graslandsaffraangors	noun	Sicalis luteola een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
graslandsaffraangorsje	=	graslandsaffraangors
graslandsaffraangorsjes	=	graslandsaffraangors
graslandsaffraangorzen	=	graslandsaffraangors
graslandschallebijter	noun	Carabus monilis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
graslandschallebijters	=	graslandschallebijter
graslandschallebijtertje	=	graslandschallebijter
graslandschallebijtertjes	=	graslandschallebijter
graslandschap	noun	gebied waar veel open graslanden zijn
graslandschapje	=	graslandschap
graslandschapjes	=	graslandschap
graslandschappen	=	graslandschap
graslandwimperzwam	noun	Scutellinia minor een schimmel uit de familie Pyronemataceae.
graslandwimperzwammen	=	graslandwimperzwam
graslandwimperzwammetje	=	graslandwimperzwam
graslandwimperzwammetjes	=	graslandwimperzwam
graslandwoelmuis	noun	Microtus pennsylvanicus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
graslandwoelmuisje	=	graslandwoelmuis
graslandwoelmuisjes	=	graslandwoelmuis
graslandwoelmuizen	=	graslandwoelmuis
graslanglijf	noun	Sphaerophoria taeniata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
graslanglijfje	=	graslanglijf
graslanglijfjes	=	graslanglijf
graslanglijven	=	graslanglijf
graslathyrus	noun	Lathyrus nissolia een klimplant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
graslathyrusje	=	graslathyrus
graslathyrusjes	=	graslathyrus
graslathyrussen	=	graslathyrus
grasleemhoed	noun	Agrocybe pediades een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
grasleemhoeden	=	grasleemhoed
grasleemhoedje	=	grasleemhoed
grasleemhoedjes	=	grasleemhoed
graslelie	noun	een geslacht Anthericum uit de aspergefamilie (Asparagaceae).
graslelies	=	graslelie
graslelietje	=	graslelie
graslelietjes	=	graslelie
grasleliën	=	graslelie
grasluis	noun	een bladluis die behoort tot de familie van de bladluizen (Aphididae) ?
grasluizen	=	grasluis
grasmaai	=	grasmaaien
grasmaaide	=	grasmaaien
grasmaaiden	=	grasmaaien
grasmaaie	=	grasmaaien
grasmaaien	verb	gras korter maken
grasmaaiend	=	grasmaaien
grasmaaiende	=	grasmaaien
grasmaaier	noun	een machine om het gras te maaien
grasmaaiers	=	grasmaaier
grasmaaiertje	=	grasmaaier
grasmaaiertjes	=	grasmaaier
grasmaaimachientje	=	grasmaaimachine
grasmaaimachientjes	=	grasmaaimachine
grasmaaimachine	noun	toestel waarmee men het gras kan maaien
grasmaaimachines	=	grasmaaimachine
grasmaait	=	grasmaaien
grasmaand	noun	vierde maand van het kalenderjaar
grasmaanden	=	grasmaand
grasmaandje	=	grasmaand
grasmaandjes	=	grasmaand
grasmachine	noun	toestel waarmee men het gras kan maaien
grasmachines	=	grasmachine
grasmat	noun	grasveld, gazon, voetbalveld
grasmatje	=	grasmat
grasmatjes	=	grasmat
grasmatten	=	grasmat
grasmeeldauw	noun	een echte meeldauw, Erysiphe graminis (syn.: Blumeria graminis) (teleomorf), die granen en grassen aantast.
grasmeeldauwtje	=	grasmeeldauw
grasmeeldauwtjes	=	grasmeeldauw
grasmineermot	noun	insect uit de familie Elachistidae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
grasmineermotje	=	grasmineermot
grasmineermotjes	=	grasmineermot
grasmineermotten	noun	een familie Elachistidae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
grasmodderpaard	noun	een in het Chinese jargon van het internet veelgebruikt eufemisme dat bedoeld is om de Chinese internetcensuur te ontduiken
grasmodderpaarden	=	grasmodderpaard
grasmodderpaardje	=	grasmodderpaard
grasmodderpaardjes	=	grasmodderpaard
grasmosklokje	noun	Galerina graminea een schimmel behorend tot de familie Hymenogastraceae.
grasmosklokjes	=	grasmosklokje
grasmot	noun	Crambidae mot uit een familie van vlinders in de superfamilie Pyraloidea met meer dan 10.300 soorten
grasmotje	=	grasmot
grasmotjes	=	grasmot
grasmotten	noun	een familie Crambidae van vlinders uit de superfamilie Pyraloidea van meer dan 10.300 soorten.
grasmuren	=	grasmuur
grasmus	noun	Sylvia communis, een zangvogel uit de familie zangers Syviidae
grasmusje	=	grasmus
grasmusjes	=	grasmus
grasmussen	noun	Sylviidae een familie van kleine zangvogeltjes die eerder door hun gezang vanuit het gebladerte van hun aanwezigheid getuigen dan dat men ze goed te zien krijgt.
grasmuur	noun	Stellaria graminea een kruidachtige, vaste plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
grasmuurspoorbolletje	noun	Septoriella vagans een schimmel behorend tot de familie Phaeosphaeriaceae.
grasmuurspoorbolletjes	=	grasmuurspoorbolletje
grasmuurtje	=	grasmuur
grasmuurtjes	=	grasmuur
graspaadje	=	graspad
graspaadjes	=	graspad
graspad	noun	een met gras bedekt wandelpad
graspaden	=	graspad
graspadje	=	graspad
graspadjes	=	graspad
grasparkiet	noun	Melopsittacus undulatus vogel behorend tot de papegaaiachtigen die in het wild in grote zwermen in Australië voorkomt.
grasparkieten	=	grasparkiet
grasparkietje	=	grasparkiet
grasparkietjes	=	grasparkiet
grasperk	noun	afgegrensd grasveld in tuin of park
grasperken	=	grasperk
grasperkje	=	grasperk
grasperkjes	=	grasperk
graspieper	noun	Anthus pratensis, een zangvogel uit de familie Motacillidae
graspiepers	=	graspieper
graspiepertje	=	graspieper
graspiepertjes	=	graspieper
grasplant	noun	afzonderlijk plantje van een grassoort
grasplanten	=	grasplant
grasplantje	=	grasplant
grasplantjes	=	grasplant
grasplein	noun	aangelegd vlak terrein begroeid met groene sprieten
graspleinen	=	grasplein
graspleintje	=	grasplein
graspleintjes	=	grasplein
graspol	noun	samengegroeid klompje gras
graspollen	noun	stuifmeel van gras
graspolletje	=	graspol
graspolletjes	=	graspol
grasporiebultje	noun	Didymella glacialis een schimmel behorend tot de Didymellaceae.
grasporiebultjes	=	grasporiebultje
grasprobleem	noun	moeilijkheden met het laten groeien van gras
grasproblemen	=	grasprobleem
graspyjamaspin	noun	Hypsosinga pygmaea een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen.
graspyjamaspinnen	=	graspyjamaspin
graspyjamaspinnetje	=	graspyjamaspin
graspyjamaspinnetjes	=	graspyjamaspin
grasrand	noun	scherp begrensde strook gras
grasranden	=	grasrand
grasrandje	=	grasrand
grasrandjes	=	grasrand
grasrijk	adj	begroeid met veel gras
grasrijke	=	grasrijk
grasrijker	=	grasrijk
grasrijkere	=	grasrijk
grasrijkers	=	grasrijk
grasrijks	=	grasrijk
grasrijkst	=	grasrijk
grasrijkste	=	grasrijk
grasrol	noun	tuingereedschap waarmee men gemaaid gras kan platdrukken om het grasveld te egaliseren
grasrollen	=	grasrol
grasroller	noun	cilindervormig stuk gereedschap dat wordt gebruikt voor het egaliseren van de grond en het aandrukken van graszaad of graszoden
grasrollers	=	grasroller
grasrollertje	=	grasroller
grasrollertjes	=	grasroller
grasrolletje	=	grasrol
grasrolletjes	=	grasrol
grasschildwants	noun	Neottiglossa pusilla een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
grasschildwantsen	=	grasschildwants
grasschildwantsje	=	grasschildwants
grasschildwantsjes	=	grasschildwants
grasschoorsteentje	noun	Anthostomella phaeosticta een schimmel behorend tot de familie Xylariaceae.
grasschoorsteentjes	=	grasschoorsteentje
grassen	=	gras
grassenfamilie	noun	een van de soortenrijkste plantenfamilies (Gramineae of Poaceae, beide namen zijn toegestaan) van de bedektzadigen: de familie omvat ongeveer 12.000 soorten.
grassenfamilies	=	grassenfamilie
grassenfamilietje	=	grassenfamilie
grassenfamilietjes	=	grassenfamilie
grasslangen	noun	een geslacht Opheodrys van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
grassnelloper	noun	Agonum muelleri een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
grassnellopers	=	grassnelloper
grassnellopertje	=	grassnelloper
grassnellopertjes	=	grassnelloper
grassoort	noun	plantensoorten die behoort tot de grassenfamilie
grassoorten	=	grassoort
grassoortje	=	grassoort
grassoortjes	=	grassoort
grasspeler	noun	een tennisser die bij voorkeur of meestal op gras speelt
grasspelers	=	grasspeler
grasspelertje	=	grasspeler
grasspelertjes	=	grasspeler
grasspleetlip	noun	Lophodermium gramineum een schimmel behorend tot de familie Rhytismataceae.
grasspleetlipje	=	grasspleetlip
grasspleetlipjes	=	grasspleetlip
grasspleetlips	=	grasspleetlip
grasspriet	noun	De groene bladeren van gras die boven de grond uitsteken.
grassprieten	=	grasspriet
grassprietje	=	grasspriet
grassprietjes	=	grasspriet
grassteilkopje	noun	Cryptocephalus fulvus een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
grassteilkopjes	=	grassteilkopje
grassteppe	noun	droge vlakte waar alleen maar gras groeit
grassteppen	=	grassteppe
grassteppes	=	grassteppe
grasstroken	=	grasstrook
grasstrook	noun	een lang en smal stuk land waarop grasgroeit
grastennistoernooi	noun	meerdaagse tenniswedstrijd die op grasbanen wordt gespeeld
grastennistoernooien	=	grastennistoernooi
grastrimmer	noun	een apparaat dat gras maait op moeilijke plekken en randen van het gazon
grastrimmers	=	grastrimmer
grastrimmertje	=	grastrimmer
grastrimmertjes	=	grastrimmer
grasuil	noun	een nachtvlinder uit de familie Noctuidae (uilen)
grasuilen	=	grasuil
grasuiltje	=	grasuil
grasuiltjes	=	grasuil
grasuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza karstenii een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
grasuitbreekkommetjes	=	grasuitbreekkommetje
grasveld	noun	een veld dat door met name gras wordt begroeid
grasvelden	=	grasveld
grasveldje	=	grasveld
grasveldjes	=	grasveld
grasvlakte	noun	een groot stuk land dat met gras is begroeid
grasvlakten	=	grasvlakte
grasvlaktes	=	grasvlakte
grasvlaktetje	=	grasvlakte
grasvlaktetjes	=	grasvlakte
grasvlieg	noun	Opomyzidae vlieg uit een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
grasvliegen	noun	Opomyzidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
grasvliegje	=	grasvlieg
grasvliegjes	=	grasvlieg
graswinterkoning	noun	Cistothorus platensis een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
graswinterkoningen	=	graswinterkoning
graswinterkoninkje	=	graswinterkoning
graswinterkoninkjes	=	graswinterkoning
graswolfspin	noun	Pardosa nigriceps een spin die behoort tot de wolfspinnen.
graswolfspinnen	=	graswolfspin
graswolfspinnetje	=	graswolfspin
graswolfspinnetjes	=	graswolfspin
graswortel	noun	de wortels van kweekgras
graswortels	=	graswortel
grasworteltje	=	graswortel
grasworteltjes	=	graswortel
graswortelvlinder	noun	Apamea monoglypha een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
graswortelvlinders	=	graswortelvlinder
graswortelvlindertje	=	graswortelvlinder
graswortelvlindertjes	=	graswortelvlinder
graszaad	noun	korrel met een kiem waaruit een plantje uit de grassenfamilie (Poaceae) groeit
graszaadje	=	graszaad
graszaadjes	=	graszaad
graszaadstengelgalmug	noun	Mayetiola schoberi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
graszaadstengelgalmuggen	=	graszaadstengelgalmug
graszaadstengelgalmuggetjes	=	graszaadstengelgalmug
graszaadstengelgalmugje	=	graszaadstengelgalmug
graszaden	=	graszaad
graszakdrager	noun	Epichnopterix plumella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
graszakdragers	=	graszakdrager
graszakdragertje	=	graszakdrager
graszakdragertjes	=	graszakdrager
graszakspin	noun	Clubiona genevensis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
graszakspinnen	=	graszakspin
graszakspinnetje	=	graszakspin
graszakspinnetjes	=	graszakspin
graszanger	noun	Cisticola juncidis een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld
graszangers	=	graszanger
graszangertje	=	graszanger
graszangertjes	=	graszanger
graszode	noun	afgestoken stuk met gras begroeide grond
graszoden	=	graszode
graszwartkorstje	noun	Phyllachora graminis een schimmel behorend tot de familie Phyllachoraceae.
graszwartkorstjes	=	graszwartkorstje
graten	=	graat
gratenbaal	noun	mager persoon
gratenbaaltje	noun	alleen verkleinwoord bordje waarop men tijdens de maaltijd de botjes of de graten kwijt kan
gratenbaaltjes	=	gratenbaal
gratenbalen	=	gratenbaal
gratenkut	noun	magere vrouw
gratenkutje	=	gratenkut
gratenkutten	=	gratenkut
gratenvis	noun	Albula vulpes een straalvinnige vis uit de familie van de gratenvissen (Albulidae) en behoort derhalve tot de orde van de gratenvisachtigen (Albuliformes)
gratenvisachtigen	noun	een orde Albuliformes van de straalvinnige vissen
gratenvisje	=	gratenvis
gratenvisjes	=	gratenvis
gratenvissen	noun	een familie Albulidae van vissen in de orde Albuliformes van de straalvinnige vissen.
graterig	adj	van vis dat deze veel graten bevat
graterige	=	graterig
grateriger	=	graterig
graterigere	=	graterig
graterigers	=	graterig
graterigs	=	graterig
graterigst	=	graterig
graterigste	=	graterig
gratie	noun	het afzien van de uitvoering van een straf
gratiebeleid	noun	manier waarop men omgaat met het toekennen van strafvermindering nadat iemand is veroordeeld door de rechter
gratieer	=	gratiëren
gratieerde	=	gratiëren
gratieerden	=	gratiëren
gratieert	=	gratiëren
gratieus	=	gracieus
gratieverlening	noun	het geven van strafvermindering aan iemand die in een rechtszaak door een rechter is veroordeeld en een straf heeft gekregen
gratieverleningen	=	gratieverlening
gratieverzoek	noun	het vragen om een vonnis niet uit te voeren
gratieverzoeken	=	gratieverzoek
gratificatie	noun	extraatje bovenop het normale loon bij een feestelijke gelegenheid of als de geleverde prestaties zeer gewaardeerd worden
gratificaties	=	gratificatie
gratificatiën	=	gratificatie
gratificeer	=	gratificeren
gratificeerde	=	gratificeren
gratificeerden	=	gratificeren
gratificeert	=	gratificeren
gratificere	=	gratificeren
gratificeren	verb	belonen (met een gratificatie)
gratificerend	=	gratificeren
gratificerende	=	gratificeren
gratig	adj	veel graten hebbend
gratige	=	gratig
gratiger	=	gratig
gratigere	=	gratig
gratigers	=	gratig
gratigs	=	gratig
gratigst	=	gratig
gratigste	=	gratig
gratin	noun	gerecht dat bovenop is voorzien van een lichtbruin korstje
gratineer	=	gratineren
gratineerde	=	gratineren
gratineerden	=	gratineren
gratineert	=	gratineren
gratinere	=	gratineren
gratineren	verb	bakken waardoor er een bruine korst op het gerecht komt dit kan met een over maar ook met een brander
gratinerend	=	gratineren
gratinerende	=	gratineren
gratins	=	gratin
gratis	adj	wat zonder betaling verkregen wordt
gratispolitiek	noun	beleid om bepaalde zaken gratis ter beschikking te stellen aan bepaalde bevolkingsgroepen
gratiën	=	gratie
gratiëre	=	gratiëren
gratiëren	verb	gratie geven, een straf kwijtschelden
gratiërend	=	gratiëren
gratiërende	=	gratiëren
gratuit	adj	zonder reden, onderbouwing, motivatie en/of bewijs
gratuite	=	gratuit
gratuiter	=	gratuit
gratuitere	=	gratuit
gratuiters	=	gratuit
gratuits	=	gratuit
gratuitst	=	gratuit
gratuitste	=	gratuit
grauw	noun	snauw	adj	donkergrijs, kleurloos
grauwachtig	adj	ongezond, grijs
grauwachtige	=	grauwachtig
grauwachtiger	=	grauwachtig
grauwachtigere	=	grauwachtig
grauwachtigers	=	grauwachtig
grauwachtigs	=	grauwachtig
grauwachtigst	=	grauwachtig
grauwachtigste	=	grauwachtig
grauwarmmakaak	noun	Macaca ochreata primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
grauwarmmakaakje	=	grauwarmmakaak
grauwarmmakaakjes	=	grauwarmmakaak
grauwarmmakaken	=	grauwarmmakaak
grauwbruin	noun	een naar het grauw neigende bruine kleur	adj	met een grauwbruine kleur
grauwbruine	=	grauwbruin
grauwbruinen	=	grauwbruin
grauwbruiner	=	grauwbruin
grauwbruinere	=	grauwbruin
grauwbruiners	=	grauwbruin
grauwbruins	=	grauwbruin
grauwbruinst	=	grauwbruin
grauwbruinste	=	grauwbruin
grauwde	=	grauwen
grauwden	=	grauwen
grauwe	=	grauw
grauwen	verb	grauw (grijs) worden
grauwend	=	grauwen
grauwende	=	grauwen
grauwer	=	grauw
grauwere	=	grauw
grauwers	=	grauw
grauwgeel	noun	een naar het grauw neigende gele kleur	adj	met een grauwgele kleur
grauwgeels	=	grauwgeel
grauwgeelst	=	grauwgeel
grauwgeelste	=	grauwgeel
grauwgele	=	grauwgeel
grauwgelen	=	grauwgeel
grauwgeler	=	grauwgeel
grauwgelere	=	grauwgeel
grauwgelers	=	grauwgeel
grauwgrijs	adj	weinig helder grijs; niet mooi grijs
grauwgrijst	=	grauwgrijs
grauwgrijste	=	grauwgrijs
grauwgrijze	=	grauwgrijs
grauwgrijzen	=	grauwgrijs
grauwgrijzer	=	grauwgrijs
grauwgrijzere	=	grauwgrijs
grauwgrijzers	=	grauwgrijs
grauwheden	=	grauwheid
grauwheid	noun	het grauw, grijs, monotoon en saai zijn
grauwheidje	=	grauwheid
grauwig	adj	niet helder (wit) van kleur
grauwige	=	grauwig
grauwiger	=	grauwig
grauwigere	=	grauwig
grauwigers	=	grauwig
grauwigs	=	grauwig
grauwigst	=	grauwig
grauwigste	=	grauwig
grauws	=	grauw
grauwschildering	noun	het schilderen in verschillende tinten van eenzelfde kleur
grauwschilderingen	=	grauwschildering
grauwschilderingetje	=	grauwschildering
grauwschilderingetjes	=	grauwschildering
grauwsluier	noun	grijs waas over iets (de was, een foto, het hele land etc.)
grauwsluiers	=	grauwsluier
grauwsluiertje	=	grauwsluier
grauwsluiertjes	=	grauwsluier
grauwst	=	grauw
grauwste	=	grauw
grauwt	=	grauwen
grauwtje	=	grauw
grauwtjes	=	grauw
grauwwit	adj	een wit waar blauw doorheen gemengd is
grauwwits	=	grauwwit
grauwwitst	=	grauwwit
grauwwitste	=	grauwwit
grauwwitte	=	grauwwit
grauwwitten	=	grauwwit
grauwwitter	=	grauwwit
grauwwittere	=	grauwwit
grauwwitters	=	grauwwit
grave	=	graaf
graveel	noun	fijn zand of gruis
graveer	=	graveren
graveerbeitel	noun	een handsteekbeitel met een vierkante stift waarvan de punt ruitvormig is geslepen, die o.a. wordt gebruikt door de graveur, koperslager en de edelsmid
graveerbeitels	=	graveerbeitel
graveerbeiteltje	=	graveerbeitel
graveerbeiteltjes	=	graveerbeitel
graveerde	=	graveren
graveerden	=	graveren
graveerder	noun	een ambachtsman die figuren, initialen of namen graveert
graveerders	=	graveerder
graveerdertje	=	graveerder
graveerdertjes	=	graveerder
graveerijzer	noun	een handsteekbeitel met een vierkante stift waarvan de punt ruitvormig is geslepen, die o.a. wordt gebruikt door de graveur, koperslager en de edelsmid
graveerijzers	=	graveerijzer
graveerijzertje	=	graveerijzer
graveerijzertjes	=	graveerijzer
graveerkunst	noun	de kunst van het graveren
graveerkunsten	=	graveerkunst
graveermachine	noun	een machine om mee te graveren
graveermachines	=	graveermachine
graveermachinetje	=	graveermachine
graveermachinetjes	=	graveermachine
graveermethode	noun	een methode om te graveren
graveernaald	noun	een stalen stift met scherpe punt, of voorzien van een carborundum of diamanten steentje, om in allerlei materiaal een tekst of tekening te graveren
graveernaalden	=	graveernaald
graveernaaldje	=	graveernaald
graveernaaldjes	=	graveernaald
graveersel	noun	resultaat van graveren
graveersels	=	graveersel
graveersteker	noun	een benaming voor verschillende soorten kleine beitels die o.a. worden gebruikt door de graveur, koperslager en edelsmid
graveerstekers	=	graveersteker
graveerstekertje	=	graveersteker
graveerstekertjes	=	graveersteker
graveerstift	noun	een stalen pen met scherpe punt, of voorzien van een carborundum of diamanten steentje, om in allerlei materiaal een tekst of tekening te graveren
graveerstiften	=	graveerstift
graveerstiftje	=	graveerstift
graveerstiftjes	=	graveerstift
graveert	=	graveren
gravel	noun	roodkleurig steengruis dat in de 20e eeuw veel werd gebruikt voor de verharding van tennisbanen en atletiekbanen
gravelbaan	noun	een tennisbaan bekleed met gravel
gravelbaantje	=	gravelbaan
gravelbaantjes	=	gravelbaan
gravelbanen	=	gravelbaan
gravelbijter	noun	speler die heel goed kan spelen op een gravelbaan
gravelbijters	=	gravelbijter
gravelbiking	noun	een populaire wielerdiscipline waarbij je fietst op onverharde wegen, zoals zand-, grind- en bospaden, met een speciale racefiets (de gravelbike).
gravelijk	=	grafelijk
gravelseizoen	noun	een seizoen bij de tennis waarin meestal op gravelbanen gespeeld wordt
gravelseizoenen	=	gravelseizoen
gravelseizoentje	=	gravelseizoen
gravelseizoentjes	=	gravelseizoen
gravelspecialist	noun	een tennisser gespecialiseerd in het spelen op gravel in plaats van gras
gravelspecialisten	=	gravelspecialist
gravelspecialistje	=	gravelspecialist
gravelspecialistjes	=	gravelspecialist
gravelspeler	noun	een tennisser die meestal op gravel speelt
gravelspelers	=	gravelspeler
gravelspelertje	=	gravelspeler
gravelspelertjes	=	gravelspeler
graveltoernooi	noun	een tennistoernooi dat op gravel gespeeld wordt
graveltoernooien	=	graveltoernooi
graveltoernooitje	=	graveltoernooi
graveltoernooitjes	=	graveltoernooi
graven	verb	een gat in de grond maken met de handen of met een graafwerktuig
gravend	=	graven
gravende	=	graven
gravenhuis	noun	familie waarin de grafelijke titel erfelijk is; geslacht waarin de erfelijke titel erfelijk is
gravenhuisje	=	gravenhuis
gravenhuisjes	=	gravenhuis
gravenhuizen	=	gravenhuis
graver	noun	iemand die graaft of iets waarmee men kan graven
gravere	=	graveren
graveren	verb	met een scherp gereedschap een tekening of tekst krassen in glas of metaal
graverend	=	graveren
graverende	=	graveren
graverij	noun	het graven; het resultaat van graven
graverijen	=	graverij
gravering	noun	afbeelding die met een scherp voorwerp in iets gesneden is
graveringen	=	gravering
gravers	=	graver
gravertje	noun	alleen verkleinwoord klein dier dat graaft
gravertjes	=	graver
graveur	noun	een ambachtsman of kunstenaar die figuren, initialen of namen graveert
graveurs	=	graveur
graveurtje	=	graveur
graveurtjes	=	graveur
graveuse	noun	vrouwelijke vorm van graveur
graveuses	=	graveuse
graviditeit	noun	zwangerschap
graviditeiten	=	graviditeit
gravin	noun	vrouwelijke graaf
gravinnen	=	gravin
gravinnetje	=	gravin
gravinnetjes	=	gravin
gravitatie	noun	de kracht die de wederzijdse aantrekking van massa veroorzaakt
gravitaties	=	gravitatie
gravitatieveld	noun	is een natuurkundig krachtveld dat van invloed is op de beweging van alles wat zich in dat veld bevindt.
gravitatievelden	=	gravitatieveld
gravitatieveldje	=	gravitatieveld
graviteer	=	graviteren
graviteerde	=	graviteren
graviteerden	=	graviteren
graviteert	=	graviteren
graviteit	noun	plechtstatigheid
graviteiten	=	graviteit
gravitere	=	graviteren
graviteren	verb	door de zwaartekracht naar elkaar toe bewegen; door de zwaartekracht om elkaar heen draaien
graviterend	=	graviteren
graviterende	=	graviteren
graviton	noun	een hypothetisch elementair deeltje dat de zwaartekracht overbrengt in de meeste kwantumzwaartekrachtsystemen
gravitonen	=	graviton
gravitonnetje	=	graviton
gravitonnetjes	=	graviton
gravure	noun	een afdruk in diepdruk-techniek van een afbeelding of een tekst die in een metalen plaat is gegraveerd (gesneden) (dus niet geëtst!)
gravuren	=	gravure
gravures	=	gravure
gravuretje	=	gravure
gravuretjes	=	gravure
grawlix	noun	een reeks symbolen (zoals *@#%&!) die in stripverhalen en andere media worden gebruikt om scheldwoorden of grof taalgebruik te vervangen, waardoor het 'onuitspreekbaar' of gecensureerd wordt
grawlixen	=	grawlix
grawlixje	=	grawlix
grawlixjes	=	grawlix
gray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, weergegeven met symbool Gy
grays	=	gray
graytje	=	gray
graytjes	=	gray
graze	=	grazen
grazen	verb	het eten van gras en andere bodemvegetatie, zoals runderen dit doen
grazend	=	grazen
grazende	=	grazen
grazer	noun	een dier dat gras eet
grazers	=	grazer
grazig	adj	welig met gras begroeid, zodat koeien er kunnen grazen en veel melk kunnen geven
grazige	=	grazig
graziger	=	grazig
grazigere	=	grazig
grazigers	=	grazig
grazigs	=	grazig
grazigst	=	grazig
grazigste	=	grazig
grazioso	adv	bevallig, met gratie
greb	noun	sloot, greppel
grebbe	noun	gegraven lange smalle verdieping langs een stuk land, om water af te voeren of als afgrenzing
grebben	=	grebbe
green	noun	grove den, Pinus sylvestris	verb|obsolete	enkelvoud verleden tijd van grijnen
greenen	=	grenen
greenflation	noun	geldontwaardig die ontstaat door het duurder worden van energie omdat deze steeds duurzamer geproduceerd moet worden
greenhushing	noun	het bewust stilhouden van duurzaamheidsinspanningen door bedrijven, hoewel ze deze wel in de praktijk brengen.
greenkeeper	noun	persoon die het gras van een golfbaan onderhoudt
greenkeepers	=	greenkeeper
greenpeaceschepen	=	greenpeaceschip
greenpeaceschip	noun	zeewaardig vaartuig dat door milieubeschermers van Greenpeace bij hun acties wordt gebruikt
greens	=	green
greentje	=	green
greentjes	=	green
greenwashing	noun	erg milieuvriendelijke presentatie van bedrijven en organisaties die dat eigenlijk niet zijn
greenwichtijd	noun	vastlegging van tijdstippen in een 24-uursstelsel zoals dat in de tijdzone van het Verenigd Koninkrijk van toepassing is Deze tijd wordt gebruikt als referentiepunt voor de andere tijdzones.
greep	noun	grijpende beweging om iets te omvatten, te bemachtigen
greepje	=	greep
greepjes	=	greep
greept	=	grijpen
grefo	noun	een gereformeerd protestant
grefo's	=	grefo
gregoriaans	adj	met betrekking tot of afkomstig van paus Gregorius zoals Gregorius XIII of Gregorius I	noun	de eenstemmige kerkzangstijl die vele jaren in de katolieke kerk gebezigd werd.
gregoriaanse	=	gregoriaans
gregoriaanser	=	gregoriaans
gregoriaansere	=	gregoriaans
gregoriaansers	=	gregoriaans
gregoriaanst	=	gregoriaans
gregoriaanste	=	gregoriaans
greige	noun	lichtgrijs met een geelbruine tint	adj	met een lichtgrijze, naar geelbruin zwemende kleur
greiger	=	greige
greigere	=	greige
greigers	=	greige
greiges	=	greige
greigest	=	greige
greigeste	=	greige
grein	noun	een kleine hoeveelheid
greinde	=	greinen
greinden	=	greinen
greine	=	greinen
greineer	=	greineren
greineerde	=	greineren
greineerden	=	greineren
greineert	=	greineren
greinen	verb	greineren	adj	van geiten- of kemelshaar gemaakt
greinenbaard	noun	korrelachtige uitslag om den mond, rozijnenbaard
greinend	=	greinen
greinende	=	greinen
greinere	=	greineren
greineren	verb	zo bewerken dat het oneffen wordt
greinerend	=	greineren
greinerende	=	greineren
greinig	adj	in een gekristalliseerde toestand verkerend
greinige	=	greinig
greiniger	=	greinig
greinigere	=	greinig
greinigers	=	greinig
greinigs	=	greinig
greinigst	=	greinig
greinigste	=	greinig
greinmachine	noun	machine waarin (met hard slijppoeder en kogels) de grein (oneffenheid) in het oppervlak van b.v. een plaat wordt aangebracht
greinmachines	=	greinmachine
greinmachinetje	=	greinmachine
greinmachinetjes	=	greinmachine
greint	=	greinen
greintje	=	grein
greintjes	=	grein
grel	adj	schel, fel, helder, scherp, schril, hel
greling	noun	dik touwwerk
grelingen	=	greling
grelle	=	grel
greller	=	grel
grellere	=	grel
grellers	=	grel
grels	=	grel
grelst	=	grel
grelste	=	grel
gremia	=	gremium
gremium	noun	adviserend of bestuurlijk college
gremiumpje	=	gremium
gremiumpjes	=	gremium
gremiums	=	gremium
gremzelisj	noun	bepaald pesachgebak (Pesach)
grenache	noun	een druivenras
grenaches	=	grenache
grenadaan	noun	een inwoner van Grenada, of iemand afkomstig uit Grenada
grenadaans	adj	op Grenada betrekking hebbend
grenadaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Grenada, of een vrouw afkomstig uit Grenada
grenadaansen	=	grenadaanse
grenadaanser	=	grenadaans
grenadaansere	=	grenadaans
grenadaansers	=	grenadaans
grenadaanst	=	grenadaans
grenadaanste	=	grenadaans
grenadaduif	noun	Leptotila wellsi een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
grenadaduifje	=	grenadaduif
grenadaduifjes	=	grenadaduif
grenadaduiven	=	grenadaduif
grenadanen	=	grenadaan
grenadatangare	noun	Stilpnia cucullata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grenadatangaren	=	grenadatangare
grenadatangaretje	=	grenadatangare
grenadatangaretjes	=	grenadatangare
grenadatiran	noun	Myiarchus nugator een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grenadatirannen	=	grenadatiran
grenadatirannetje	=	grenadatiran
grenadatirannetjes	=	grenadatiran
grenadawinterkoning	noun	Troglodytes grenadensis een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
grenadawinterkoningen	=	grenadawinterkoning
grenadawinterkoninkje	=	grenadawinterkoning
grenadawinterkoninkjes	=	grenadawinterkoning
grenadiaan	noun	een inwoner van Grenada, of iemand afkomstig uit Grenada
grenadiaans	adj	op Grenada betrekking hebbend
grenadiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Grenada, of een vrouw afkomstig uit Grenada
grenadiaansen	=	grenadiaanse
grenadianen	=	grenadiaan
grenadier	noun	keursoldaat van de infanterie
grenadiers	=	grenadier
grenadierwever	noun	Euplectes orix een zangvogel en komt voor in zuidelijk Afrika.
grenadierwevers	=	grenadierwever
grenadierwevertje	=	grenadierwever
grenadierwevertjes	=	grenadierwever
grenadine	noun	een limonade die gemaakt is van het sap van granaatappels
grenadines	=	grenadine
grendel	noun	een voorwerp, meest in de vorm van een metalen staaf, die de opening van een deur verhindert
grendelde	=	grendelen
grendelden	=	grendelen
grendele	=	grendelen
grendelen	verb	het sluiten met een grendel
grendelend	=	grendelen
grendelende	=	grendelen
grendels	=	grendel
grendelt	=	grendelen
grendeltje	=	grendel
grendeltjes	=	grendel
grenen	adj	gemaakt van het hout van pinus-soorten zoals de grove den of de zilverden	verb|obsolete	meervoud verleden tijd van grijnen
grenenhout	noun	hout van pinus-soorten zoals de grove den en de zilverspar
grenenhouten	adj	gemaakt van het hout van een green
grens	noun	een al dan niet denkbeeldige scheidingslijn
grensakkoord	noun	overeenkomst tussen twee landen over de ligging van hun onderlinge grens
grensakkoorden	=	grensakkoord
grensarbeid	noun	werk dat wordt verricht door mensen die aan de andere kant van een landsgrens wonen
grensarbeider	noun	persoon die in het ene land woont en in het andere land zijn werk heeft
grensarbeiders	=	grensarbeider
grensarbeidertje	=	grensarbeider
grensarbeidertjes	=	grensarbeider
grensbedrag	noun	een hoogste of laagste hoeveelheid geld
grensbedragen	=	grensbedrag
grensbewaker	noun	bewaker van een grens
grensbewakers	=	grensbewaker
grensbewaking	noun	het bewaken van de buitengrenzen van een territorium
grensbewakingen	=	grensbewaking
grensbewakinkje	=	grensbewaking
grensbewakinkjes	=	grensbewaking
grensbewoner	noun	iemand die in de buurt van een landsgrens woont
grensbewoners	=	grensbewoner
grensconflict	noun	ruzie in de buurt van een landsgrens; ruzie over de ligging van de grens tussen twee landen
grensconflicten	=	grensconflict
grensconflictje	=	grensconflict
grensconflictjes	=	grensconflict
grenscontrole	noun	toezicht op wie of wat de grens van een land passeert
grenscontroles	=	grenscontrole
grenscorrectie	noun	kleine verandering van een grens met goedvinden van de betrokken partijen
grenscorrecties	=	grenscorrectie
grenscorrectietje	=	grenscorrectie
grenscorrectietjes	=	grenscorrectie
grensde	=	grenzen
grensden	=	grenzen
grensdorp	noun	een kleine nederzetting die zich bevindt in twee of meerdere geografische gebieden
grensdorpen	=	grensdorp
grensdorpje	=	grensdorp
grensdorpjes	=	grensdorp
grensganger	noun	persoon die in het ene land woont en in het andere land zijn werk heeft
grensgangers	=	grensganger
grensgangertje	=	grensganger
grensgangertjes	=	grensganger
grensgebied	noun	ladstreek nabij een grens
grensgebieden	=	grensgebied
grensgebiedje	=	grensgebied
grensgebiedjes	=	grensgebied
grensgemeente	noun	aan de (lands)grens gelegen gemeente
grensgemeenten	=	grensgemeente
grensgemeentes	=	grensgemeente
grensgemeentetje	=	grensgemeente
grensgemeentetjes	=	grensgemeente
grensgeschil	noun	een conflict over de ligging van de grens tussen twee landen; een conflict rond de grens van twee landen
grensgeschillen	=	grensgeschil
grensgeschilletje	=	grensgeschil
grensgeschilletjes	=	grensgeschil
grensgeval	noun	een casus die precies op de grens ligt van twee categorieën
grensgevallen	=	grensgeval
grensgevalletje	=	grensgeval
grensgevalletjes	=	grensgeval
grenshospitia	=	grenshospitium
grenshospitium	noun	asielzoekerscentrum
grenshospitiums	=	grenshospitium
grensincident	noun	opschudding veroorzakend voorval aan de grens tussen twee landen
grensincidenten	=	grensincident
grensje	=	grens
grensjes	=	grens
grenskantoor	noun	kantoor van de douane aan de landsgrenzen
grenskantoortje	=	grenskantoor
grenskantoortjes	=	grenskantoor
grenskantoren	=	grenskantoor
grenskwestie	noun	discussie of conflict over de ligging of de aard van een grens tussen twee gebieden of landen
grenskwesties	=	grenskwestie
grenslaag	noun	een laag gekenmerkt door bijzondere fysische eigenschappen b.v. in geval van veldeffecttransistors
grenslaagje	=	grenslaag
grenslaagjes	=	grenslaag
grenslagen	=	grenslaag
grensland	noun	een land dat grenst aan het eigen land
grenslanden	=	grensland
grensligging	noun	de geografische of ruimtelijke situering van een gebied, plaats of kavel direct langs een land-, provincie- of gemeentegrens.
grensliggingen	=	grensligging
grensligginkje	=	grensligging
grensligginkjes	=	grensligging
grenslijn	noun	een lijn die een begrenzing afbakent
grenslijnen	=	grenslijn
grenslijntje	=	grenslijn
grenslijntjes	=	grenslijn
grensloos	adj	geen einde hebbend, onbeperkt ver uitgestrekt	adv	heel erg
grensloost	=	grensloos
grenslooste	=	grensloos
grensloze	=	grensloos
grenslozer	=	grensloos
grenslozere	=	grensloos
grenslozers	=	grensloos
grensmuren	=	grensmuur
grensmuur	noun	een muur die ervoor zorgt dat men een grens niet makkelijk kan passeren
grensmuurtje	=	grensmuur
grensoorlog	noun	oorlog tussen staten over het verloop van de gemeenschappelijke grenzen
grensoorlogen	=	grensoorlog
grensoorlogje	=	grensoorlog
grensoorlogjes	=	grensoorlog
grensovergang	noun	plaats waar men een grens kan overschrijden, grenspost
grensovergangen	=	grensovergang
grensovergangetje	=	grensovergang
grensovergangetjes	=	grensovergang
grensoverschrijdend	adj	van gedrag dat het regels, wetten en normen overschrijdt en niet meer acceptabel is voor de omgeving
grensoverschrijdende	=	grensoverschrijdend
grensoverschrijdender	=	grensoverschrijdend
grensoverschrijdendere	=	grensoverschrijdend
grensoverschrijdenders	=	grensoverschrijdend
grensoverschrijdends	=	grensoverschrijdend
grensoverschrijdendst	=	grensoverschrijdend
grensoverschrijdendste	=	grensoverschrijdend
grensoverschrijding	noun	over een landgrens heen trekken
grensoverschrijdingen	=	grensoverschrijding
grensoverschrijdinkje	=	grensoverschrijding
grensoverschrijdinkjes	=	grensoverschrijding
grensoversteek	noun	de keer dat men een landsgrens passeert
grensoversteekje	=	grensoversteek
grensoversteekjes	=	grensoversteek
grensoversteken	=	grensoversteek
grenspaal	noun	meestal samen met soortgelijke palen, de markering van een grens vormend
grenspaaltje	=	grenspaal
grenspaaltjes	=	grenspaal
grenspalen	=	grenspaal
grenspassage	noun	het passeren van een grens; de keer dat men een grens passeert
grenspassages	=	grenspassage
grensperikelen	noun	gedoe en moeilijkheden rond een grens
grensplaats	noun	aan een landsgrens gelegen plaats
grensplaatsen	=	grensplaats
grensplaatsje	=	grensplaats
grensplaatsjes	=	grensplaats
grenspolitie	noun	politie die de grens van een land bewaakt
grenspolitieagent	noun	iemand die belast is met de grensbewaking; iemand die werkt bij de grensbewaking
grenspolitieagenten	=	grenspolitieagent
grenspolitieagentje	=	grenspolitieagent
grenspolitieagentjes	=	grenspolitieagent
grenspost	noun	gebouwen aan de grens van een land om de grens te bewaken en het grensverkeer te controleren
grensposten	=	grenspost
grenspostje	=	grenspost
grensprovincie	noun	provincie die aan de rand van een land gelegen is en grenst aan een ander land
grensprovincies	=	grensprovincie
grensprovincietje	=	grensprovincie
grensprovincietjes	=	grensprovincie
grenspunt	noun	een punt aan de grens
grenspunten	=	grenspunt
grenspuntje	=	grenspunt
grenspuntjes	=	grenspunt
grensrechter	noun	een van beide assistent-scheidsrechters die aan de zijlijnen van het veld geplaatst zijn
grensrechters	=	grensrechter
grensrechtertje	=	grensrechter
grensrechtertjes	=	grensrechter
grensregeling	noun	manier waarmee men omgaat met de grens tussen twee landen of gebieden
grensregelingen	=	grensregeling
grensregio	noun	deel van een land dat grenst aan een ander land
grensregio's	=	grensregio
grensrivier	noun	rivier die de grens vormt tussen twee landen
grensrivieren	=	grensrivier
grensriviertje	=	grensrivier
grensriviertjes	=	grensrivier
grensscheiding	noun	de feitelijke of juridische markering van de grenslijn tussen twee percelen grond, vaak aangeduid als de erfgrens.
grensscheidingen	=	grensscheiding
grensscheidinkje	=	grensscheiding
grensscheidinkjes	=	grensscheiding
grensschending	noun	het onrechtmatig overschrijden van een grens, meestal een landsgrens door militairen of vreemdelingen.
grensschendingen	=	grensschending
grensschendinkje	=	grensschending
grensschendinkjes	=	grensschending
grenssituatie	noun	omstandigheden zoals deze bestaan rond een landsgrens
grenssituaties	=	grenssituatie
grensstaat	noun	staat aan de grens van een federatie
grensstad	noun	een plaats die zich bevindt in twee of meerdere geografische gebieden
grensstadje	=	grensstad
grensstadjes	=	grensstad
grensstaten	=	grensstaat
grensstation	noun	laatste treinstation voor een grensovergang; eerste treinstation na ee grensovergang
grensstations	=	grensstation
grenssteden	=	grensstad
grensstreek	noun	een streek die langs de grens van een land gelegen is.
grensstreekje	=	grensstreek
grensstreekjes	=	grensstreek
grensstreken	=	grensstreek
grensstroken	=	grensstrook
grensstrook	noun	strook land in de buurt van een grens tussen twee landen
grenst	=	grenzen
grenstroep	noun	troep die aan de grens opereert
grenstroepen	noun	troepen die aan de grens opereren
grensverkeer	noun	verkeer dat een landsgrens passeert
grensverleggend	adj	innoverend, baanbrekend, vernieuwend, innovatief, betrekking hebbend op het doorbreken van vroegere beperkingen
grensverleggende	=	grensverleggend
grensverleggender	=	grensverleggend
grensverleggendere	=	grensverleggend
grensverleggenders	=	grensverleggend
grensverleggends	=	grensverleggend
grensverleggendst	=	grensverleggend
grensverleggendste	=	grensverleggend
grensverlegging	noun	veranderen van de plaats van een grens
grensverleggingen	=	grensverlegging
grensverlegginkje	=	grensverlegging
grensverlegginkjes	=	grensverlegging
grensvervaging	noun	het minder scherp of duidelijk worden van de grens tussen twee gebieden
grensvervagingen	=	grensvervaging
grensvervaginkje	=	grensvervaging
grensvervaginkjes	=	grensvervaging
grensvesting	noun	een burcht, kasteel, versterking of vesting aan de grens van een gebied of land
grensvestingen	=	grensvesting
grensvestinkje	=	grensvesting
grensvestinkjes	=	grensvesting
grensvlak	noun	vlak (aan de rand) dat een grens aangeeft (een overgang tussen verschillende materiaalsoorten)
grensvlakje	=	grensvlak
grensvlakjes	=	grensvlak
grensvlakken	=	grensvlak
grenswaarde	noun	uiterste waarde die op of aan een rand wordt bereikt
grenswaarden	=	grenswaarde
grenswaardes	=	grenswaarde
grenswacht	noun	iemand die een grens bewaakt
grenswachten	=	grenswacht
grenswachter	noun	bewaker van de landsgrens
grenswachters	=	grenswachter
grenswachtertje	=	grenswachter
grenswachtertjes	=	grenswachter
grenswijziging	noun	verandering van de ligging van een grens
grenswijzigingen	=	grenswijziging
grenswijzigingetje	=	grenswijziging
grenswijzigingetjes	=	grenswijziging
grenswisselkantoor	noun	kantoor aan de grens van een land waarbij men geld van de ene naar de andere valuta kan wisselen; tevens de naam van een bedrijf die deze dienst levert
grenswisselkantoortje	=	grenswisselkantoor
grenswisselkantoren	=	grenswisselkantoor
grenszone	noun	gebied rond de grens tussen twee landen
grenszones	=	grenszone
grenze	=	grenzen
grenzeloos	adj	zonder landsgrenzen
grenzeloosheden	=	grenzeloosheid
grenzeloosheid	noun	het grenzeloos zijn
grenzeloost	=	grenzeloos
grenzelooste	=	grenzeloos
grenzeloze	=	grenzeloos
grenzelozer	=	grenzeloos
grenzelozere	=	grenzeloos
grenzelozers	=	grenzeloos
grenzen	verb	~ aan als aansluitende buur hebben
grenzend	=	grenzen
grenzende	=	grenzen
grenzenloos	adj	grenzenloos # verouderde spelling of vorm van grenzeloos tot 2006
grenzenloost	adj	grenzenloost # verouderde spelling of vorm van grenzeloost tot 2006
grenzenlooste	adj	grenzenlooste # verouderde spelling of vorm van grenzelooste tot 2006
grenzenloze	adj	grenzenloze # verouderde spelling of vorm van grenzeloze tot 2006
grenzenlozer	adj	grenzenlozer # verouderde spelling of vorm van grenzelozer tot 2006
grenzenlozere	adj	grenzenlozere # verouderde spelling of vorm van grenzelozere tot 2006
grenzenlozers	adj	grenzenlozers # verouderde spelling of vorm van grenzelozers tot 2006
grepe	=	grijpen
grepen	=	grijpen
greppel	noun	een smalle, ondiepe uitgraving in de grond voor de afvoer van te veel water die echter meestal droog staat
greppelblaadje	noun	Cladonia caespiticia een korstmossoort uit de familie Cladoniaceae.
greppelblaadjes	=	greppelblaadje
greppeldel	noun	verachtelijk vrouwspersoon
greppeldellen	=	greppeldel
greppeldelletje	=	greppeldel
greppeldelletjes	=	greppeldel
greppelmelkzwam	noun	Lactarius lacunarum een paddenstoel uit de familie Russulaceae.
greppelmelkzwammen	=	greppelmelkzwam
greppelmelkzwammetje	=	greppelmelkzwam
greppelmelkzwammetjes	=	greppelmelkzwam
greppelrus	noun	Juncus bufonius een kleine, eenjarige plant uit de russenfamilie (Juncaceae).
greppelrusje	=	greppelrus
greppelrusjes	=	greppelrus
greppelrusjeskokermot	noun	Coleophora lassella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
greppelrusjeskokermotje	=	greppelrusjeskokermot
greppelrusjeskokermotjes	=	greppelrusjeskokermot
greppelrusjeskokermotten	=	greppelrusjeskokermot
greppelrussen	=	greppelrus
greppels	=	greppel
greppelsprinkhaan	noun	Metrioptera roeselii een insect uit de sprinkhanenfamilie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae)
greppelsprinkhaantje	=	greppelsprinkhaan
greppelsprinkhaantjes	=	greppelsprinkhaan
greppelsprinkhanen	=	greppelsprinkhaan
greppeltje	=	greppel
greppeltjes	=	greppel
gres	noun	dichtgesinterd aardewerk van vette klei
gretig	adj	reikhalzend uitziend naar iets, gespitst op iets, happig op iets	adv	op een wijze die van grote honger of dorst blijk geeft
gretige	=	gretig
gretiger	=	gretig
gretigere	=	gretig
gretigers	=	gretig
gretigheden	=	gretigheid
gretigheid	noun	enthousiasme waarmee iets waarnaar verlangd is, begroet wordt
gretiglijk	adj	met veel zin en lust
gretiglijke	=	gretiglijk
gretiglijker	=	gretiglijk
gretiglijkere	=	gretiglijk
gretiglijkers	=	gretiglijk
gretiglijks	=	gretiglijk
gretiglijkst	=	gretiglijk
gretiglijkste	=	gretiglijk
gretigs	=	gretig
gretigst	=	gretig
gretigste	=	gretig
grexit	noun	Het fenomeen van een vertrek van Griekenland uit de eurozone en dus een terugkeer voor de Grieken naar een andere valuta
gribus	noun	bouwvallig of onooglijk verblijf, bouwvallige woning, bouwval, rotzooi
gribusje	=	gribus
gribussen	=	gribus
griddipper	noun	een elektronisch testapparaat waarmee o.a. de resonantiefrequentie van een antenne of resonantiekring kan worden bepaald
griddippers	=	griddipper
griddippertje	=	griddipper
griddippertjes	=	griddipper
grief	noun	bezwaar, klacht
griefde	=	grieven
griefden	=	grieven
griefje	=	grief
griefjes	=	grief
grieft	=	grieven
griek	noun	Grieks restaurant
grieken	=	griek
griekin	noun	een vrouwelijke inwoner van Griekenland, of een vrouw afkomstig uit Griekenland
griekinnen	=	griekin
griekje	=	griek
griekjes	=	griek
grieks	adj	gerelateerd aan Griekenland of het Grieks
grieks-orthodox	adj	met betrekking tot de Grieks-orthodoxe Kerk of de Kerk van Griekenland
grieks-orthodoxe	=	grieks-orthodox
grieks-orthodoxer	=	grieks-orthodox
grieks-orthodoxere	=	grieks-orthodox
grieks-orthodoxers	=	grieks-orthodox
grieks-orthodoxt	=	grieks-orthodox
grieks-orthodoxte	=	grieks-orthodox
grieksch	=	grieks
griekse	noun	een inwoonster van Griekenland of een vrouw afkomstig uit Griekenland
grieksen	=	griekse
griekser	=	grieks
grieksere	=	grieks
grieksers	=	grieks
griekst	=	grieks
griekstalig	adj	de Griekse taal sprekend
griekstalige	=	griekstalig
griekstaligs	=	griekstalig
griekste	=	grieks
griel	noun	Burhinus oedicnemus een steltloper uit de familie Burhinidae
grielen	noun	Burhinidae een familie van vogels waarvan de griel (Burhinus oedicnemus) de bekendste soort is.
grieltje	=	griel
grieltjes	=	griel
grien	=	grienen
griend	noun	opgeslibd gebied waar veel rijshout groeit
griende	=	grienen
grienden	noun	Globicephala een geslacht uit de familie der dolfijnen (Delphinidae).
griendhout	noun	hout dat in rietlanden langs de rivieren en in de Biesbosch groeit, staken en tenen van veelal wilgenhout die oorspronkelijk geoogst en voornamelijk gebruikt voor het vervaardigen van zinkstukken
griendhouten	=	griendhout
griendhoutje	=	griendhout
griendje	=	griend
griendjes	=	griend
griendoeverballonkopje	noun	Pelecopsis mengei een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
griendoeverballonkopjes	=	griendoeverballonkopje
griendwaard	noun	uiterwaard waar griend (rijshout) wordt geteeld, rijswaard
griendwaarden	=	griendwaard
griendwaardje	=	griendwaard
griendwaardjes	=	griendwaard
griendwerker	noun	iemand die in rietlanden de wilgentenen sneed die werden gebruikt voor vlechtwerk
griendwerkers	=	griendwerker
griendwerkertje	=	griendwerker
griendwerkertjes	=	griendwerker
griene	=	grienen
grienen	verb	huilen (familiair of minachtend)
grienend	=	grienen
grienende	=	grienen
griener	noun	iemand die veel huilt
grienerig	adj	huilerig met name van kinderen
grienerige	=	grienerig
grieneriger	=	grienerig
grienerigere	=	grienerig
grienerigers	=	grienerig
grienerigs	=	grienerig
grienerigst	=	grienerig
grienerigste	=	grienerig
grieners	=	griener
grient	=	grienen
griep	noun	een virusziekte die jaarlijks vele mensen ziek maakt en die voor ouderen gevaarlijk kan zijn
griepaanval	noun	keer dat men ziek is geworden van het influenzavirus
griepaanvallen	=	griepaanval
griepaanvalletje	=	griepaanval
griepaanvalletjes	=	griepaanval
griepachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van griep
griepachtige	=	griepachtig
griepachtiger	=	griepachtig
griepachtigere	=	griepachtig
griepachtigers	=	griepachtig
griepachtigs	=	griepachtig
griepachtigst	=	griepachtig
griepachtigste	=	griepachtig
griepen	=	griep
griepepidemie	noun	plotselinge toename van het aantal influenzagevallen in een bevolking
griepepidemies	=	griepepidemie
griepepidemieën	=	griepepidemie
grieperig	adj	beetje ziek, verkouden en koortsig
grieperige	=	grieperig
grieperiger	=	grieperig
grieperigere	=	grieperig
grieperigers	=	grieperig
grieperigs	=	grieperig
grieperigst	=	grieperig
grieperigste	=	grieperig
griepgeval	noun	persoon of organisme die ziek is van de griep
griepgevallen	=	griepgeval
griepgevalletje	=	griepgeval
griepgevalletjes	=	griepgeval
griepgolf	noun	periode met een verhoogd aantal patiënten met influenza
griepgolven	=	griepgolf
griepje	=	griep
griepjes	=	griep
griepklacht	noun	symptomen die horen bij de griep
griepklachten	=	griepklacht
grieppandemie	noun	wereldwijde uitbraak van een nieuw influenzavirus waarvoor de meeste mensen geen immuniteit hebben
grieppandemietje	=	grieppandemie
grieppandemietjes	=	grieppandemie
grieppandemieën	=	grieppandemie
grieppatiënt	noun	iemand die ziek is geworden door een besmetting met het influenzavirus
grieppatiënten	=	grieppatiënt
grieppatiëntje	=	grieppatiënt
grieppatiëntjes	=	grieppatiënt
griepprik	noun	een injectie met een vaccin tegen het griepvirus
griepprikje	=	griepprik
griepprikjes	=	griepprik
griepprikken	=	griepprik
griepremmer	noun	medicament tegen de griep
griepremmers	=	griepremmer
griepseizoen	noun	periode van het jaar dat veel mensen besmet zijn met het influenzavirus
griepseizoenen	=	griepseizoen
griepvaccin	noun	entstof die het immuunsysteem stimuleert om antistoffen te maken tegen het griepvirus
griepvaccinatie	noun	bescherming tegen een besmetting met het influenzavirus door de inspuiting met een verzwakt influenzavirus
griepvaccinaties	=	griepvaccinatie
griepvaccins	=	griepvaccin
griepverschijnsel	noun	klachten die grieppatiënten kunnen hebben
griepverschijnselen	=	griepverschijnsel
griepverschijnsels	=	griepverschijnsel
griepvirus	noun	Orthomyxoviridae familie virussen die griep veroorzaken
griepvirusje	=	griepvirus
griepvirussen	=	griepvirus
gries	noun	gruis, zand
griesmeel	noun	grof gemalen meel van tarwe, spelt, mais of rijst
griesmeelpap	noun	een traditionele, warme of koude pap gemaakt door griesmeel te koken in melk tot een smeuïge consistentie die vaak wordt gezoet met suiker of vanillesuiker en geserveerd met kaneel, stroop of bessensap
griesmeelpapje	=	griesmeelpap
griesmeelpapjes	=	griesmeelpap
griesmeelpappen	=	griesmeelpap
griesmeelpudding	noun	zoet nagerecht bereid door melk, suiker en grof gemalen tarwe of spelt te koken en af te laten koelen
griesmeelpuddingen	=	griesmeelpudding
griesmeelpuddinkje	=	griesmeelpudding
griesmeelpuddinkjes	=	griesmeelpudding
griesmeeltje	=	griesmeel
griesmeeltjes	=	griesmeel
griesmelen	=	griesmeel
griessuiker	noun	een zeer zuiver geraffineerde suiker met een nog fijnere korrel, zodat hij zeer snel smelt/oplost en geschikt is voor koude bereidingen
griessuikers	=	griessuiker
griessuikertje	=	griessuiker
griessuikertjes	=	griessuiker
griet	noun|informal	jonge vrouw, meisje
grieten	=	griet
grietenij	noun	bovenlokale bestuurseenheid in Friesland
grietenijen	=	grietenij
grietje	noun	bepaald zeil op een zeilschip: bramzeil van de bezaansmast
grietjebie	noun	bepaald soort vogel, Pitangus sulphuratus, die voorkomt in Zuid-Amerika
grietjebies	=	grietjebie
grietjes	=	griet
grietlieden	=	grietman
grietlui	=	grietman
grietman	noun	hoofd van een grietenij (aantal dorpen binnen een rechtskring), die ook recht sprak
grietmannen	=	grietman
grietmannetje	=	grietman
grietmannetjes	=	grietman
grieve	=	grieven
grieven	verb	kwetsen, krenken, beledigen
grievend	adj	gericht om iemand te kwetsen en te beledigen
grievende	=	grieven
grievender	=	grievend
grievendere	=	grievend
grievenders	=	grievend
grievends	=	grievend
grievendst	=	grievend
grievendste	=	grievend
grieventrommel	noun	geheel van eisen, klachten of bezwaren
grieventrommels	=	grieventrommel
griezel	noun	een wezen dat angst en walging oproept
griezelde	=	griezelen
griezelden	=	griezelen
griezele	=	griezelen
griezeleffect	noun	een effect dat griezelen veroorzaakt
griezeleffecten	=	griezeleffect
griezelen	verb	gevoelens van angst en afkeer ervaren
griezelend	=	griezelen
griezelende	=	griezelen
griezelfilm	noun	een film gemaakt is om angst en walging op te roepen
griezelfilmpje	=	griezelfilm
griezelfilmpjes	=	griezelfilm
griezelfilms	=	griezelfilm
griezelig	adj	angst en afkeer oproepend
griezelige	=	griezelig
griezeliger	=	griezelig
griezeligere	=	griezelig
griezeligers	=	griezelig
griezeligs	=	griezelig
griezeligst	=	griezelig
griezeligste	=	griezelig
griezelroman	noun	roman waarin monsters een belangrijke rol spelen
griezelromannetje	=	griezelroman
griezelromannetjes	=	griezelroman
griezelromans	=	griezelroman
griezels	=	griezel
griezelt	=	griezelen
griezeltje	=	griezel
griezeltjes	=	griezel
griezelverhaal	noun	een eng verhaal dat de lezer doet griezelen
griezelverhaaltje	=	griezelverhaal
griezelverhaaltjes	=	griezelverhaal
griezelverhalen	=	griezelverhaal
grif	adj	heel snel zonder aarzelen
griffe	=	grif
griffel	noun	een schrijfgerei van vrij zachte steen, vaak leisteen, waarmee kan worden geschreven op een schrijfplankje dat van dezelfde leisteen is gemaakt (de lei)
griffelde	=	griffelen
griffelden	=	griffelen
griffele	=	griffelen
griffelen	verb	met een ijzeren schrijfstift schrijven of graveren
griffelend	=	griffelen
griffelende	=	griffelen
griffels	=	griffel
griffelt	=	griffelen
griffeltje	=	griffel
griffeltjes	=	griffel
griffen	verb	door krassen voor altijd vastleggen in een duurzaam materiaal
griffend	=	griffen
griffende	=	griffen
griffer	=	grif
griffere	=	grif
griffers	=	grif
griffie	noun	secretarie van een griffier (bestuurslichamen en rechtbanken)
griffiekosten	noun	de bijdrage die de burger betaalt in de kosten van rechtspraak als iemand een gerechtelijke procedure instelt
griffier	noun	iemand die de taak heeft alle communicatie rond een zaak schriftelijk vast te leggen en te ordenen
griffierecht	noun	bijdrage die men aan de rechterlijke macht moet betalen als men een gerechtelijke procedure opstart
griffierechten	=	griffierecht
griffiers	=	griffier
griffierschap	noun	het griffier zijn; de functie van griffier
griffierschappen	=	griffierschap
griffiertje	=	griffier
griffiertjes	=	griffier
griffies	=	griffie
griffioen	noun	Oudgrieks fabeldier met de kop, voorpoten en vleugels van een adelaar en de romp, achterpoten en staart van een leeuw
griffioenen	=	griffioen
griffioentje	=	griffioen
griffioentjes	=	griffioen
griffoen	noun	Oudgrieks fabeldier met de kop, voorpoten en vleugels van een adelaar en de romp, achterpoten en staart van een leeuw
griffoenen	=	griffoen
grifs	=	grif
grifst	=	grif
grifste	=	grif
grift	=	griffen
grifte	=	griffen
griften	=	griffen
grifweg	adv	vlot, zonder aarzeling
grijm	noun	roet
grijn	noun	chagrijnig, vervelend, somber, klagend persoon
grijnde	=	grijn
grijnden	=	grijn
grijne	=	grijn
grijnen	=	grijn
grijnend	=	grijn
grijnende	=	grijn
grijns	noun	geluidloze lach die niet blij, maar kwaadaardig, spottend, zelfvoldaan of verlegen overkomt
grijnsde	=	grijnzen
grijnsden	=	grijnzen
grijnsje	=	grijns
grijnsjes	=	grijns
grijnslach	noun	een pijnlijke, hatelijke, satirische vertrekking van het gelaat die doet denken aan een glimlach
grijnslache	=	grijnslachen
grijnslachen	verb	pijnlijk, hatelijk en satirisch vertrekken van het gelaat
grijnslachend	=	grijnslachen
grijnslachende	=	grijnslachen
grijnslachje	=	grijnslach
grijnslachjes	=	grijnslach
grijnslacht	=	grijnslachen
grijnslachte	=	grijnslachen
grijnslachten	=	grijnslachen
grijnst	=	grijnzen
grijnt	=	grijn
grijnze	=	grijnzen
grijnzen	verb	het gezicht tot een grijns vertrekken
grijnzend	adj	op een bittere, spottende manier glimlachend
grijnzende	=	grijnzen
grijnzender	=	grijnzend
grijnzendere	=	grijnzend
grijnzenders	=	grijnzend
grijnzends	=	grijnzend
grijnzendst	=	grijnzend
grijnzendste	=	grijnzend
grijp	noun	griffioen
grijparm	noun	deel van een hijskraan, takelwagen of graafmachine
grijparmen	=	grijparm
grijparmpje	=	grijparm
grijparmpjes	=	grijparm
grijpautomaat	noun	een mechanische amusementsautomaat en kansspel dat op muntgeld werkt
grijpautomaatje	=	grijpautomaat
grijpautomaatjes	=	grijpautomaat
grijpautomaten	=	grijpautomaat
grijpbaar	adj	wat fysiek of geestelijk te pakken of te begrijpen is
grijpbaarder	=	grijpbaar
grijpbaardere	=	grijpbaar
grijpbaarders	=	grijpbaar
grijpbaars	=	grijpbaar
grijpbaarst	=	grijpbaar
grijpbaarste	=	grijpbaar
grijpbare	=	grijpbaar
grijpe	=	grijpen
grijpen	verb	plotseling iets of iemand beetpakken
grijpend	adj	verscheurend, pakkend, pakkend met klauwen
grijpende	=	grijpend
grijpends	=	grijpend
grijper	noun	werktuig dat een voorwerp kan vastklemmen, oppakken en na vervoer weer kan loslaten het formaat kan zeer verschillend zijn van een apparaat om propjes van de grond te rapen tot een machine in de open mijnbouw die tonnen tegelijk kan grijpen
grijpers	=	grijper
grijpertje	=	grijper
grijpertjes	=	grijper
grijpgraag	adj	de neiging vertonend van alles te grijpen, vast te pakken
grijpgraags	=	grijpgraag
grijpgraagst	=	grijpgraag
grijpgraagste	=	grijpgraag
grijpgrage	=	grijpgraag
grijpgrager	=	grijpgraag
grijpgragere	=	grijpgraag
grijpgragers	=	grijpgraag
grijpkast	noun	een glazen speelautomaat waarin je met een mechanische grijper prijzen probeert te pakken, zoals knuffels of gadgets
grijpkasten	=	grijpkast
grijpkastje	=	grijpkast
grijpkastjes	=	grijpkast
grijpkraan	noun	een soort machine die met een grijper, ook wel knijperbak genoemd, stortgoed zoals zand of steenslag kan oppakken en verplaatsen
grijpkraantje	=	grijpkraan
grijpkraantjes	=	grijpkraan
grijpkranen	=	grijpkraan
grijpmachine	noun	een mechanische amusementsautomaat en kansspel dat op muntgeld werkt
grijpmachines	=	grijpmachine
grijpmachinetje	=	grijpmachine
grijpmachinetjes	=	grijpmachine
grijpstaart	noun	staart waarmee een dier (apen / hagedissen) zich vast kan grijpen
grijpstaartaap	noun	zoogdier uit de familie Atelidae van de orde primaten (Primates).
grijpstaartaapje	=	grijpstaartaap
grijpstaartaapjes	=	grijpstaartaap
grijpstaartapen	noun	Atelidae een familie van de orde primaten (Primates).
grijpstaarten	=	grijpstaart
grijpstaartje	=	grijpstaart
grijpstaartjes	=	grijpstaart
grijpstaartstekelvarken	noun	Coendou prehensilis knaagdier uit de familie van de stekelvarkens van de Nieuwe Wereld (Erethizontidae).
grijpstaartstekelvarkens	noun	een geslacht Coendou van zoogdieren uit de familie van de stekelvarkens van de Nieuwe Wereld (Erethizontidae).
grijpstaartstekelvarkentje	=	grijpstaartstekelvarken
grijpstaartstekelvarkentjes	=	grijpstaartstekelvarken
grijpstuiver	noun	onbeduidend bedrag
grijpstuivers	=	grijpstuiver
grijpstuivertje	=	grijpstuiver
grijpstuivertjes	=	grijpstuiver
grijpt	=	grijpen
grijptang	noun	grijper aan een steel waardoor je makkelijk dingen van de grond kunt pakken
grijptangen	=	grijptang
grijptangentje	=	grijptang
grijptangentjes	=	grijptang
grijpzone	noun	het schap in een supermarkt tussen de 60 en 140 centimeter hoogte, vaak met veel A-merken
grijpzones	=	grijpzone
grijs	adj	de kleur grijs hebbend	noun	elke achromatische tint tussen wit en zwart
grijsaard	noun	oude man
grijsaarden	=	grijsaard
grijsaardje	=	grijsaard
grijsaardjes	=	grijsaard
grijsaards	=	grijsaard
grijsaardvleermuis	noun	Centurio senex een zoogdier uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
grijsaardvleermuisje	=	grijsaardvleermuis
grijsaardvleermuisjes	=	grijsaardvleermuis
grijsaardvleermuizen	=	grijsaardvleermuis
grijsachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van grijs
grijsachtige	=	grijsachtig
grijsachtiger	=	grijsachtig
grijsachtigere	=	grijsachtig
grijsachtigers	=	grijsachtig
grijsachtigs	=	grijsachtig
grijsachtigst	=	grijsachtig
grijsachtigste	=	grijsachtig
grijsaluminiumkleurig	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 9007 ( )
grijsaluminiumkleurige	=	grijsaluminiumkleurig
grijsaluminiumkleurigs	=	grijsaluminiumkleurig
grijsbandspinner	noun	Trichiura crataegi een nachtvlinder uit de familie Lasiocampidae, de spinners.
grijsbandspinners	=	grijsbandspinner
grijsbandspinnertje	=	grijsbandspinner
grijsbandspinnertjes	=	grijsbandspinner
grijsbandwinterkoning	noun	Campylorhynchus megalopterus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
grijsbandwinterkoningen	=	grijsbandwinterkoning
grijsbandwinterkoninkje	=	grijsbandwinterkoning
grijsbandwinterkoninkjes	=	grijsbandwinterkoning
grijsbeige	noun	tint tussen grijs en beige met RAL-nummer 1019 ( ).	adj	in een tint tussen grijs en beige met RAL-nummer 1019 ( ).
grijsblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5008 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5008 ( ).
grijsblauwe	=	grijsblauw
grijsblauwen	=	grijsblauw
grijsblauwer	=	grijsblauw
grijsblauwere	=	grijsblauw
grijsblauwers	=	grijsblauw
grijsblauws	=	grijsblauw
grijsblauwst	=	grijsblauw
grijsblauwste	=	grijsblauw
grijsbok	noun	Raphicerus melanotis een evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
grijsbokje	=	grijsbok
grijsbokjes	=	grijsbok
grijsbokken	noun	een geslacht Raphicerus van de echte antilopen
grijsborst	noun	dier met een grijze borst
grijsborstboomekster	noun	Dendrocitta formosae een zangvogel uit de familie van de kraaien en het geslacht boomeksters.
grijsborstboomeksters	=	grijsborstboomekster
grijsborstboomekstertje	=	grijsborstboomekster
grijsborstboomekstertjes	=	grijsborstboomekster
grijsborstboomgors	noun	Microspingus cabanisi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsborstboomgorsje	=	grijsborstboomgors
grijsborstboomgorsjes	=	grijsborstboomgors
grijsborstboomgorzen	=	grijsborstboomgors
grijsborstbospatrijs	noun	Arborophila orientalis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
grijsborstbospatrijsje	=	grijsborstbospatrijs
grijsborstbospatrijsjes	=	grijsborstbospatrijs
grijsborstbospatrijzen	=	grijsborstbospatrijs
grijsborstbuulbuul	noun	Pycnonotus cinereifrons een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
grijsborstbuulbuuls	=	grijsborstbuulbuul
grijsborstbuulbuultje	=	grijsborstbuulbuul
grijsborstbuulbuultjes	=	grijsborstbuulbuul
grijsborsten	=	grijsborst
grijsborstfeetiran	noun	Lathrotriccus griseipectus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijsborstfeetirannen	=	grijsborstfeetiran
grijsborstfeetirannetje	=	grijsborstfeetiran
grijsborstfeetirannetjes	=	grijsborstfeetiran
grijsborsthoningvogel	noun	Dicaeum proprium een vogelsoort uit de familie van de dicaeidae (bastaardhoningvogels).
grijsborsthoningvogels	=	grijsborsthoningvogel
grijsborsthoningvogeltje	=	grijsborsthoningvogel
grijsborsthoningvogeltjes	=	grijsborsthoningvogel
grijsborstje	=	grijsborst
grijsborstjes	=	grijsborst
grijsborstlijstergaai	noun	Montecincla jerdoni een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
grijsborstlijstergaaien	=	grijsborstlijstergaai
grijsborstlijstergaaitje	=	grijsborstlijstergaai
grijsborstlijstergaaitjes	=	grijsborstlijstergaai
grijsborstlijstertimalia	noun	Kakamega poliothorax een zangvogel uit de familie van de vlekkeellijsters (Arcanatoridae).
grijsborstlijstertimalia's	=	grijsborstlijstertimalia
grijsborstlijstertimaliaatje	=	grijsborstlijstertimalia
grijsborstlijstertimaliaatjes	=	grijsborstlijstertimalia
grijsborstmeestiran	noun	Anairetes alpinus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijsborstmeestirannen	=	grijsborstmeestiran
grijsborstmeestirannetje	=	grijsborstmeestiran
grijsborstmeestirannetjes	=	grijsborstmeestiran
grijsborstmierpitta	noun	Grallaria albigula een zangvogel uit de familie Grallariidae.
grijsborstmierpitta's	=	grijsborstmierpitta
grijsborstmierpittaatje	=	grijsborstmierpitta
grijsborstmierpittaatjes	=	grijsborstmierpitta
grijsborstmiersluiper	noun	Epinecrophylla haematonota een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
grijsborstmiersluipers	=	grijsborstmiersluiper
grijsborstmiersluipertje	=	grijsborstmiersluiper
grijsborstmiersluipertjes	=	grijsborstmiersluiper
grijsborstparkiet	noun	Pyrrhura griseipectus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
grijsborstparkieten	=	grijsborstparkiet
grijsborstparkietje	=	grijsborstparkiet
grijsborstparkietjes	=	grijsborstparkiet
grijsborstprinia	noun	Prinia hodgsonii een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
grijsborstprinia's	=	grijsborstprinia
grijsborstpriniaatje	=	grijsborstprinia
grijsborstpriniaatjes	=	grijsborstprinia
grijsborstpurperzwaluw	noun	Progne chalybea een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
grijsborstpurperzwaluwen	=	grijsborstpurperzwaluw
grijsborstpurperzwaluwtje	=	grijsborstpurperzwaluw
grijsborstpurperzwaluwtjes	=	grijsborstpurperzwaluw
grijsborstral	noun	Lewinia pectoralis een vogel uit de familie Rallidae (Rallen).
grijsborstrallen	=	grijsborstral
grijsborstralletje	=	grijsborstral
grijsborstralletjes	=	grijsborstral
grijsborstsabelvleugel	noun	Campylopterus largipennis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
grijsborstsabelvleugelen	=	grijsborstsabelvleugel
grijsborstsabelvleugels	=	grijsborstsabelvleugel
grijsborstsabelvleugeltje	=	grijsborstsabelvleugel
grijsborstsabelvleugeltjes	=	grijsborstsabelvleugel
grijsborstsierragors	noun	Geospizopsis plebejus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsborstsierragorsje	=	grijsborstsierragors
grijsborstsierragorsjes	=	grijsborstsierragors
grijsborstsierragorzen	=	grijsborstsierragors
grijsborstspinnenjager	noun	een zangvogel uit het geslacht Arachnothera van de familie van de honingzuigers.
grijsborstspinnenjagers	=	grijsborstspinnenjager
grijsborstspinnenjagertje	=	grijsborstspinnenjager
grijsborstspinnenjagertjes	=	grijsborstspinnenjager
grijsborststekelstaart	noun	Synallaxis hypospodia een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
grijsborststekelstaarten	=	grijsborststekelstaart
grijsborststekelstaartje	=	grijsborststekelstaart
grijsborststekelstaartjes	=	grijsborststekelstaart
grijsborststruikgors	noun	Atlapetes schistaceus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
grijsborststruikgorsje	=	grijsborststruikgors
grijsborststruikgorsjes	=	grijsborststruikgors
grijsborststruikgorzen	=	grijsborststruikgors
grijsborststruikzanger	noun	Locustella alfredi een zangvogel uit de familie Locustellidae.
grijsborststruikzangers	=	grijsborststruikzanger
grijsborststruikzangertje	=	grijsborststruikzanger
grijsborststruikzangertjes	=	grijsborststruikzanger
grijsborsttangare	noun	Chlorospingus semifuscus een zangvogel uit de familie Emberizidae (Gorzen).
grijsborsttangaren	=	grijsborsttangare
grijsborsttangaretje	=	grijsborsttangare
grijsborsttangaretjes	=	grijsborsttangare
grijsborsttinamoe	noun	Crypturellus boucardi een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
grijsborsttinamoes	=	grijsborsttinamoe
grijsborsttinamoetje	=	grijsborsttinamoe
grijsborsttinamoetjes	=	grijsborsttinamoe
grijsborsttwijgtimalia	noun	Malacopteron albogulare een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
grijsborsttwijgtimalia's	=	grijsborsttwijgtimalia
grijsborsttwijgtimaliaatje	=	grijsborsttwijgtimalia
grijsborsttwijgtimaliaatjes	=	grijsborsttwijgtimalia
grijsborstwaaierstaart	noun	Rhipidura rufidorsa een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
grijsborstwaaierstaarten	=	grijsborstwaaierstaart
grijsborstwaaierstaartje	=	grijsborstwaaierstaart
grijsborstwaaierstaartjes	=	grijsborstwaaierstaart
grijsbrauwbreedbek	noun	Serilophus rubropygius een zangvogel uit de familie Eurylaimidae (breedbekken en hapvogels).
grijsbrauwbreedbekje	=	grijsbrauwbreedbek
grijsbrauwbreedbekjes	=	grijsbrauwbreedbek
grijsbrauwbreedbekken	=	grijsbrauwbreedbek
grijsbrauwstekelstaart	noun	Cranioleuca curtata een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
grijsbrauwstekelstaarten	=	grijsbrauwstekelstaart
grijsbrauwstekelstaartje	=	grijsbrauwstekelstaart
grijsbrauwstekelstaartjes	=	grijsbrauwstekelstaart
grijsbrauwstruikgors	noun	Arremon assimilis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
grijsbrauwstruikgorsje	=	grijsbrauwstruikgors
grijsbrauwstruikgorsjes	=	grijsbrauwstruikgors
grijsbrauwstruikgorzen	=	grijsbrauwstruikgors
grijsbrauwwinterkoning	noun	Pheugopedius schulenbergi een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
grijsbrauwwinterkoningen	=	grijsbrauwwinterkoning
grijsbrauwwinterkoninkje	=	grijsbrauwwinterkoning
grijsbrauwwinterkoninkjes	=	grijsbrauwwinterkoning
grijsbruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8019 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8019 ( ).
grijsbruine	=	grijsbruin
grijsbruinen	=	grijsbruin
grijsbruiner	=	grijsbruin
grijsbruinere	=	grijsbruin
grijsbruiners	=	grijsbruin
grijsbruins	=	grijsbruin
grijsbruinst	=	grijsbruin
grijsbruinste	=	grijsbruin
grijsbuik	noun	dier met een grijze buik
grijsbuik-piet-van-vliet	noun	Cacomantis passerinus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
grijsbuik-piet-van-vlieten	=	grijsbuik-piet-van-vliet
grijsbuik-piet-van-vlietje	=	grijsbuik-piet-van-vliet
grijsbuik-piet-van-vlietjes	=	grijsbuik-piet-van-vliet
grijsbuikberghoningkruiper	noun	Diglossa carbonaria een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsbuikberghoningkruipers	=	grijsbuikberghoningkruiper
grijsbuikberghoningkruipertje	=	grijsbuikberghoningkruiper
grijsbuikberghoningkruipertjes	=	grijsbuikberghoningkruiper
grijsbuikbuulbuul	noun	Ixodia cyaniventris een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
grijsbuikbuulbuuls	=	grijsbuikbuulbuul
grijsbuikbuulbuultje	=	grijsbuikbuulbuul
grijsbuikbuulbuultjes	=	grijsbuikbuulbuul
grijsbuikeekhoorn	noun	Callosciurus caniceps knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
grijsbuikeekhoorns	=	grijsbuikeekhoorn
grijsbuikeekhoorntje	=	grijsbuikeekhoorn
grijsbuikeekhoorntjes	=	grijsbuikeekhoorn
grijsbuiken	=	grijsbuik
grijsbuikje	=	grijsbuik
grijsbuikjes	=	grijsbuik
grijsbuikkardinaal	noun	Caryothraustes poliogaster een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
grijsbuikkardinaaltje	=	grijsbuikkardinaal
grijsbuikkardinaaltjes	=	grijsbuikkardinaal
grijsbuikkardinalen	=	grijsbuikkardinaal
grijsbuikkitta	noun	Urocissa whiteheadi een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
grijsbuikkitta's	=	grijsbuikkitta
grijsbuikkittaatje	=	grijsbuikkitta
grijsbuikkittaatjes	=	grijsbuikkitta
grijsbuikklauwiertiran	noun	Agriornis micropterus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijsbuikklauwiertirannen	=	grijsbuikklauwiertiran
grijsbuikklauwiertirannetje	=	grijsbuikklauwiertiran
grijsbuikklauwiertirannetjes	=	grijsbuikklauwiertiran
grijsbuikkomeetkolibrie	noun	Taphrolesbia griseiventris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
grijsbuikkomeetkolibries	=	grijsbuikkomeetkolibrie
grijsbuikkomeetkolibrietje	=	grijsbuikkomeetkolibrie
grijsbuikkomeetkolibrietjes	=	grijsbuikkomeetkolibrie
grijsbuikmiersluiper	noun	Isleria hauxwelli een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
grijsbuikmiersluipers	=	grijsbuikmiersluiper
grijsbuikmiersluipertje	=	grijsbuikmiersluiper
grijsbuikmiersluipertjes	=	grijsbuikmiersluiper
grijsbuikmiervogel	noun	Ammonastes pelzelni een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
grijsbuikmiervogels	=	grijsbuikmiervogel
grijsbuikmiervogeltje	=	grijsbuikmiervogel
grijsbuikmiervogeltjes	=	grijsbuikmiervogel
grijsbuikmuggensluiper	noun	Microbates cinereiventris een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
grijsbuikmuggensluipers	=	grijsbuikmuggensluiper
grijsbuikmuggensluipertje	=	grijsbuikmuggensluiper
grijsbuikmuggensluipertjes	=	grijsbuikmuggensluiper
grijsbuiksluiptimalia	noun	Spelaeornis reptatus een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
grijsbuiksluiptimalia's	=	grijsbuiksluiptimalia
grijsbuiksluiptimaliaatje	=	grijsbuiksluiptimalia
grijsbuiksluiptimaliaatjes	=	grijsbuiksluiptimalia
grijsbuikstekelstaart	noun	Synallaxis cinerascens een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
grijsbuikstekelstaarten	=	grijsbuikstekelstaart
grijsbuikstekelstaartje	=	grijsbuikstekelstaart
grijsbuikstekelstaartjes	=	grijsbuikstekelstaart
grijsbuiktesia	noun	Tesia cyaniventer een zangvogel uit de familie Cettiidae.
grijsbuiktesia's	=	grijsbuiktesia
grijsbuiktesiaatje	=	grijsbuiktesia
grijsbuiktesiaatjes	=	grijsbuiktesia
grijsbuikvoszanger	noun	Bathmocercus rufus een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
grijsbuikvoszangers	=	grijsbuikvoszanger
grijsbuikvoszangertje	=	grijsbuikvoszanger
grijsbuikvoszangertjes	=	grijsbuikvoszanger
grijsbuikwaaierstaart	noun	Rhipidura albolimbata een waaierstaart uit het geslacht Rhipidura.
grijsbuikwaaierstaarten	=	grijsbuikwaaierstaart
grijsbuikwaaierstaartje	=	grijsbuikwaaierstaart
grijsbuikwaaierstaartjes	=	grijsbuikwaaierstaart
grijsbuikwipstaart	noun	Cinclodes patagonicus een vogel uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
grijsbuikwipstaarten	=	grijsbuikwipstaart
grijsbuikwipstaartje	=	grijsbuikwipstaart
grijsbuikwipstaartjes	=	grijsbuikwipstaart
grijsde	=	grijzen
grijsden	=	grijzen
grijsdraai	=	grijsdraaien
grijsdraaide	=	grijsdraaien
grijsdraaiden	=	grijsdraaien
grijsdraaie	=	grijsdraaien
grijsdraaien	verb	een muziekstuk heel vaak ten gehore brengen
grijsdraaiend	=	grijsdraaien
grijsdraaiende	=	grijsdraaien
grijsdraait	=	grijsdraaien
grijsflankboomgors	noun	Poospizopsis caesar een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsflankboomgorsje	=	grijsflankboomgors
grijsflankboomgorsjes	=	grijsflankboomgors
grijsflankboomgorzen	=	grijsflankboomgors
grijsflankkruiplijster	noun	Erythrogenys swinhoei een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
grijsflankkruiplijsters	=	grijsflankkruiplijster
grijsflankkruiplijstertje	=	grijsflankkruiplijster
grijsflankkruiplijstertjes	=	grijsflankkruiplijster
grijsflankmees	noun	Poecile sclateri een zangvogel uit de familie van de Paridae (mezen).
grijsflankmeesje	=	grijsflankmees
grijsflankmeesjes	=	grijsflankmees
grijsflankmezen	=	grijsflankmees
grijsflanksaffraangors	noun	Sicalis raimondii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsflanksaffraangorsje	=	grijsflanksaffraangors
grijsflanksaffraangorsjes	=	grijsflanksaffraangors
grijsflanksaffraangorzen	=	grijsflanksaffraangors
grijsflankwipstaart	noun	Cinclodes oustaleti een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
grijsflankwipstaarten	=	grijsflankwipstaart
grijsflankwipstaartje	=	grijsflankwipstaart
grijsflankwipstaartjes	=	grijsflankwipstaart
grijsgedraaid	adj	zeer vaak afgespeeld
grijsgedraaide	=	grijsdraaien
grijsgedraaider	=	grijsgedraaid
grijsgedraaidere	=	grijsgedraaid
grijsgedraaiders	=	grijsgedraaid
grijsgedraaids	=	grijsgedraaid
grijsgedraaidst	=	grijsgedraaid
grijsgedraaidste	=	grijsgedraaid
grijsgereden	=	grijsrijden
grijsgewerkt	=	grijswerken
grijsgoed	noun	apparaten die dienen voor informatieverwerking en telecommunicatie (ICT), waarvan de kleur oorspronkelijk vaak grijs was
grijsgroen	adj	kleur hebbend tussen grijs en groen in
grijsgroene	=	grijsgroen
grijsgroenen	=	grijsgroen
grijsgroener	=	grijsgroen
grijsgroenere	=	grijsgroen
grijsgroeners	=	grijsgroen
grijsgroens	=	grijsgroen
grijsgroenst	=	grijsgroen
grijsgroenste	=	grijsgroen
grijshalsfrankolijn	noun	Pternistis rufopictus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
grijshalsfrankolijnen	=	grijshalsfrankolijn
grijshalsfrankolijntje	=	grijshalsfrankolijn
grijshalsfrankolijntjes	=	grijshalsfrankolijn
grijsharig	adj	met grijs haar
grijsharige	=	grijsharig
grijshariger	=	grijsharig
grijsharigere	=	grijsharig
grijsharigers	=	grijsharig
grijsharigs	=	grijsharig
grijsharigst	=	grijsharig
grijsharigste	=	grijsharig
grijsheid	noun	het grijs zijn als teken van saaie, uniforme, kleurloze lelijkheid
grijskap	noun	dier met een grijze kap
grijskapboomtimalia	noun	Cyanoderma bicolor een boomtimalia uit de familie timalia's (Timaliidae).
grijskapboomtimalia's	=	grijskapboomtimalia
grijskapboomtimaliaatje	=	grijskapboomtimalia
grijskapboomtimaliaatjes	=	grijskapboomtimalia
grijskapdwergmierpitta	noun	Grallaricula nana een zangvogel uit de familie Grallariidae.
grijskapdwergmierpitta's	=	grijskapdwergmierpitta
grijskapdwergmierpittaatje	=	grijskapdwergmierpitta
grijskapdwergmierpittaatjes	=	grijskapdwergmierpitta
grijskaphoningzuiger	noun	Aethopyga primigenia een honingzuiger die alleen voorkomt op Mindanao, een eiland in het zuiden van de Filipijnen
grijskaphoningzuigers	=	grijskaphoningzuiger
grijskaphoningzuigertje	=	grijskaphoningzuiger
grijskaphoningzuigertjes	=	grijskaphoningzuiger
grijskapje	=	grijskap
grijskapjes	=	grijskap
grijskapklauwiervireo	noun	Vireolanius leucotis een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
grijskapklauwiervireo's	=	grijskapklauwiervireo
grijskapklauwiervireootje	=	grijskapklauwiervireo
grijskapklauwiervireootjes	=	grijskapklauwiervireo
grijskapmierklauwier	noun	Thamnophilus caerulescens een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
grijskapmierklauwieren	=	grijskapmierklauwier
grijskapmierklauwiertje	=	grijskapmierklauwier
grijskapmierklauwiertjes	=	grijskapmierklauwier
grijskappen	=	grijskap
grijskappipratiran	noun	Mionectes rufiventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskappipratirannen	=	grijskappipratiran
grijskappipratirannetje	=	grijskappipratiran
grijskappipratirannetjes	=	grijskappipratiran
grijskaprupsvogel	noun	Edolisoma remotum een rupsvogel die endemisch is in de Bismarck-archipel.
grijskaprupsvogels	=	grijskaprupsvogel
grijskaprupsvogeltje	=	grijskaprupsvogel
grijskaprupsvogeltjes	=	grijskaprupsvogel
grijskapschoffelsnavel	noun	Poecilotriccus fumifrons een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskapschoffelsnavels	=	grijskapschoffelsnavel
grijskapschoffelsnaveltje	=	grijskapschoffelsnavel
grijskapschoffelsnaveltjes	=	grijskapschoffelsnavel
grijskapsierragors	noun	Phrygilus gayi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijskapsierragorsje	=	grijskapsierragors
grijskapsierragorsjes	=	grijskapsierragors
grijskapsierragorzen	=	grijskapsierragors
grijskapspecht	noun	Yungipicus canicapillus een kleine soort specht uit de familie (Picidae) die voorkomt in een groot gebied in Zuid-, Zuidoost- en Oost-Azië
grijskapspechten	=	grijskapspecht
grijskapspechtje	=	grijskapspecht
grijskapspechtjes	=	grijskapspecht
grijskapthraupis	noun	Kleinothraupis reyi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijskapthraupisje	=	grijskapthraupis
grijskapthraupisjes	=	grijskapthraupis
grijskapthraupissen	=	grijskapthraupis
grijskeel	noun	dier met een grijze keel
grijskeelarassari	noun	Aulacorhynchus albivitta griseigularis een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
grijskeelarassari's	=	grijskeelarassari
grijskeelarassarietje	=	grijskeelarassari
grijskeelarassarietjes	=	grijskeelarassari
grijskeelbladkrabber	noun	Sclerurus albigularis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
grijskeelbladkrabbers	=	grijskeelbladkrabber
grijskeelbladkrabbertje	=	grijskeelbladkrabber
grijskeelbladkrabbertjes	=	grijskeelbladkrabber
grijskeelboomtimalia	noun	Stachyris nigriceps een soort boomtimalia uit het geslacht Stachyris en de familie timalia's (Timaliidae).
grijskeelboomtimalia's	=	grijskeelboomtimalia
grijskeelboomtimaliaatje	=	grijskeelboomtimalia
grijskeelboomtimaliaatjes	=	grijskeelboomtimalia
grijskeelborstelneus	noun	Gymnobucco bonapartei een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
grijskeelborstelneusje	=	grijskeelborstelneus
grijskeelborstelneusjes	=	grijskeelborstelneus
grijskeelborstelneuzen	=	grijskeelborstelneus
grijskeelbospatrijs	noun	Dendrortyx barbatus een vogel uit de familie Odontophoridae.
grijskeelbospatrijsje	=	grijskeelbospatrijs
grijskeelbospatrijsjes	=	grijskeelbospatrijs
grijskeelbospatrijzen	=	grijskeelbospatrijs
grijskeelboszanger	noun	Phylloscopus maculipennis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
grijskeelboszangers	=	grijskeelboszanger
grijskeelboszangertje	=	grijskeelboszanger
grijskeelboszangertjes	=	grijskeelboszanger
grijskeelbrilvogel	noun	Zosterops rendovae een brilvogel.
grijskeelbrilvogels	=	grijskeelbrilvogel
grijskeelbrilvogeltje	=	grijskeelbrilvogel
grijskeelbrilvogeltjes	=	grijskeelbrilvogel
grijskeelcasiornis	noun	Casiornis fuscus een zangvogel uit de familie der tirannen (Tyrannidae)
grijskeelcasiornisje	=	grijskeelcasiornis
grijskeelcasiornisjes	=	grijskeelcasiornis
grijskeelcasiornissen	=	grijskeelcasiornis
grijskeeldiksnavelmees	noun	Sinosuthora alphonsiana een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
grijskeeldiksnavelmeesje	=	grijskeeldiksnavelmees
grijskeeldiksnavelmeesjes	=	grijskeeldiksnavelmees
grijskeeldiksnavelmezen	=	grijskeeldiksnavelmees
grijskeeldwerglijster	noun	Catharus gracilirostris een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
grijskeeldwerglijsters	=	grijskeeldwerglijster
grijskeeldwerglijstertje	=	grijskeeldwerglijster
grijskeeldwerglijstertjes	=	grijskeeldwerglijster
grijskeelgranaatzanger	noun	Granatellus sallaei een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
grijskeelgranaatzangers	=	grijskeelgranaatzanger
grijskeelgranaatzangertje	=	grijskeelgranaatzanger
grijskeelgranaatzangertjes	=	grijskeelgranaatzanger
grijskeelhoningzuiger	noun	Anthreptes griseigularis een soort honingzuiger.
grijskeelhoningzuigers	=	grijskeelhoningzuiger
grijskeelhoningzuigertje	=	grijskeelhoningzuiger
grijskeelhoningzuigertjes	=	grijskeelhoningzuiger
grijskeelmenievogel	noun	Pericrocotus solaris een menievogel uit de familie der rupsvogels (Campephagidae).
grijskeelmenievogels	=	grijskeelmenievogel
grijskeelmenievogeltje	=	grijskeelmenievogel
grijskeelmenievogeltjes	=	grijskeelmenievogel
grijskeelmierklauwier	noun	Thamnomanes ardesiacus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
grijskeelmierklauwieren	=	grijskeelmierklauwier
grijskeelmierklauwiertje	=	grijskeelmierklauwier
grijskeelmierklauwiertjes	=	grijskeelmierklauwier
grijskeelmiersluiper	noun	Herpsilochmus parkeri een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
grijskeelmiersluipers	=	grijskeelmiersluiper
grijskeelmiersluipertje	=	grijskeelmiersluiper
grijskeelmiersluipertjes	=	grijskeelmiersluiper
grijskeelmuggeneter	noun	Conopophaga peruviana een zangvogel uit de familie Conopophagidae (muggeneters).
grijskeelmuggeneters	=	grijskeelmuggeneter
grijskeelmuggenetertje	=	grijskeelmuggeneter
grijskeelmuggenetertjes	=	grijskeelmuggeneter
grijskeelmuggenvanger	noun	Polioptila schistaceigula een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
grijskeelmuggenvangers	=	grijskeelmuggenvanger
grijskeelmuggenvangertje	=	grijskeelmuggenvanger
grijskeelmuggenvangertjes	=	grijskeelmuggenvanger
grijskeelnicator	noun	Nicator chloris een zangvogel uit de familie Nicatoridae.
grijskeelnicators	=	grijskeelnicator
grijskeelnicatortje	=	grijskeelnicator
grijskeelnicatortjes	=	grijskeelnicator
grijskeelral	noun	Canirallus oculeus een vogel uit de familie van de Rallidae.
grijskeelrallen	=	grijskeelral
grijskeelralletje	=	grijskeelral
grijskeelralletjes	=	grijskeelral
grijskeelschoffelsnavel	noun	Poecilotriccus sylvia een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskeelschoffelsnavels	=	grijskeelschoffelsnavel
grijskeelschoffelsnaveltje	=	grijskeelschoffelsnavel
grijskeelschoffelsnaveltjes	=	grijskeelschoffelsnavel
grijskeelspecht	noun	Melanerpes hypopolius een vogel uit de familie Picidae.
grijskeelspechten	=	grijskeelspecht
grijskeelspechtje	=	grijskeelspecht
grijskeelspechtjes	=	grijskeelspecht
grijskeeltangare	noun	Chlorospingus canigularis een zangvogel uit de familie Emberizidae (Gorzen).
grijskeeltangaren	=	grijskeeltangare
grijskeeltangaretje	=	grijskeeltangare
grijskeeltangaretjes	=	grijskeeltangare
grijskeeltiran	noun	Myiarchus cinerascens een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskeeltirannen	=	grijskeeltiran
grijskeeltirannetje	=	grijskeeltiran
grijskeeltirannetjes	=	grijskeeltiran
grijskeeltje	=	grijskeel
grijskeeltjes	=	grijskeel
grijskeelvliegenvanger	noun	Myioparus griseigularis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
grijskeelvliegenvangers	=	grijskeelvliegenvanger
grijskeelvliegenvangertje	=	grijskeelvliegenvanger
grijskeelvliegenvangertjes	=	grijskeelvliegenvanger
grijskeelwaaierstaart	noun	Rhipidura dahli een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
grijskeelwaaierstaarten	=	grijskeelwaaierstaart
grijskeelwaaierstaartje	=	grijskeelwaaierstaart
grijskeelwaaierstaartjes	=	grijskeelwaaierstaart
grijskeelzanger	noun	Myiothlypis cinereicollis een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
grijskeelzangers	=	grijskeelzanger
grijskeelzangertje	=	grijskeelzanger
grijskeelzangertjes	=	grijskeelzanger
grijskelen	=	grijskeel
grijskinheremietkolibrie	noun	Phaethornis griseogularis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
grijskinheremietkolibries	=	grijskinheremietkolibrie
grijskinheremietkolibrietje	=	grijskinheremietkolibrie
grijskinheremietkolibrietjes	=	grijskinheremietkolibrie
grijskinhoningjager	noun	Toxorhamphus poliopterus een zangvogel uit de familie Melanocharitidae.
grijskinhoningjagers	=	grijskinhoningjager
grijskinhoningjagertje	=	grijskinhoningjager
grijskinhoningjagertjes	=	grijskinhoningjager
grijskinhoningzuiger	noun	Anthreptes tephrolaemus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
grijskinhoningzuigers	=	grijskinhoningzuiger
grijskinhoningzuigertje	=	grijskinhoningzuiger
grijskinhoningzuigertjes	=	grijskinhoningzuiger
grijskop	noun	iemand met een grijze kop
grijskopagaporniden	=	grijskopagapornis
grijskopagapornis	noun	Agapornis canus een papegaai uit het geslacht van de dwergpapegaaien
grijskopagapornisje	=	grijskopagapornis
grijskopagapornisjes	=	grijskopagapornis
grijskopagapornissen	=	grijskopagapornis
grijskopalbatros	noun	bepaald soort vogel met een grijze kop, Thalassarche chrysostoma
grijskopalbatrosje	=	grijskopalbatros
grijskopalbatrosjes	=	grijskopalbatros
grijskopalbatrossen	=	grijskopalbatros
grijskopattila	noun	Attila rufus een vogelsoort uit de familie van de tirannen
grijskopattila's	=	grijskopattila
grijskopattilaatje	=	grijskopattila
grijskopattilaatjes	=	grijskopattila
grijskopbaardbuulbuul	noun	Alophoixus phaeocephalus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
grijskopbaardbuulbuuls	=	grijskopbaardbuulbuul
grijskopbaardbuulbuultje	=	grijskopbaardbuulbuul
grijskopbaardbuulbuultjes	=	grijskopbaardbuulbuul
grijskopblada	noun	Bleda canicapillus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
grijskopblada's	=	grijskopblada
grijskopbladaatje	=	grijskopblada
grijskopbladaatjes	=	grijskopblada
grijskopboomtimalia	noun	Stachyris poliocephala een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
grijskopboomtimalia's	=	grijskopboomtimalia
grijskopboomtimaliaatje	=	grijskopboomtimalia
grijskopboomtimaliaatjes	=	grijskopboomtimalia
grijskopboszanger	noun	Phylloscopus xanthoschistos een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
grijskopboszangers	=	grijskopboszanger
grijskopboszangertje	=	grijskopboszanger
grijskopboszangertjes	=	grijskopboszanger
grijskopbreedbek	noun	Smithornis sharpei een zangvogel uit de familie Eurylaimidae (breedbekken en hapvogels).
grijskopbreedbekje	=	grijskopbreedbek
grijskopbreedbekjes	=	grijskopbreedbek
grijskopbreedbekken	=	grijskopbreedbek
grijskopbuizerd	noun	Butastur indicus een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen).
grijskopbuizerdje	=	grijskopbuizerd
grijskopbuizerdjes	=	grijskopbuizerd
grijskopbuizerds	=	grijskopbuizerd
grijskopbuulbuul	noun	Brachypodius priocephalus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
grijskopbuulbuuls	=	grijskopbuulbuul
grijskopbuulbuultje	=	grijskopbuulbuul
grijskopbuulbuultjes	=	grijskopbuulbuul
grijskopchachalaca	noun	Ortalis cinereiceps een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
grijskopchachalaca's	=	grijskopchachalaca
grijskopchachalacaatje	=	grijskopchachalaca
grijskopchachalacaatjes	=	grijskopchachalaca
grijskopdiksnavelmees	noun	Psittiparus gularis een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
grijskopdiksnavelmeesje	=	grijskopdiksnavelmees
grijskopdiksnavelmeesjes	=	grijskopdiksnavelmees
grijskopdiksnavelmezen	=	grijskopdiksnavelmees
grijskopduif	noun	Leptotila plumbeiceps een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
grijskopduifje	=	grijskopduif
grijskopduifjes	=	grijskopduif
grijskopduiven	=	grijskopduif
grijskopdwerguil	noun	Glaucidium griseiceps een vogel uit de familie van de uilen.
grijskopdwerguilen	=	grijskopdwerguil
grijskopdwerguiltje	=	grijskopdwerguil
grijskopdwerguiltjes	=	grijskopdwerguil
grijskopelfmonarch	noun	Erythrocercus livingstonei een zangvogel uit de familie elfmonarchen (Erythrocercidae) die voorkomt in het zuidoosten van Afrika
grijskopelfmonarchen	=	grijskopelfmonarch
grijskopelfmonarchje	=	grijskopelfmonarch
grijskopelfmonarchjes	=	grijskopelfmonarch
grijskoperemomela	noun	Eremomela canescens een vogel uit een geslacht van zangvogels uit de familie Cisticolidae.
grijskoperemomela's	=	grijskoperemomela
grijskoperemomelaatje	=	grijskoperemomela
grijskoperemomelaatjes	=	grijskoperemomela
grijskopfulvetta	noun	Fulvetta cinereiceps een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
grijskopfulvetta's	=	grijskopfulvetta
grijskopfulvettaatje	=	grijskopfulvetta
grijskopfulvettaatjes	=	grijskopfulvetta
grijskopfuten	=	grijskopfuut
grijskopfuut	noun	Poliocephalus poliocephalus een watervogel uit de familie van de Podicipedidae.
grijskopfuutje	=	grijskopfuut
grijskopfuutjes	=	grijskopfuut
grijskopgans	noun	Chloephaga poliocephala een vogel uit de familie Anatidae.
grijskopgansje	=	grijskopgans
grijskopgansjes	=	grijskopgans
grijskopganzen	=	grijskopgans
grijskopglansvogel	noun	Brachygalba goeringi een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
grijskopglansvogels	=	grijskopglansvogel
grijskopglansvogeltje	=	grijskopglansvogel
grijskopglansvogeltjes	=	grijskopglansvogel
grijskopgors	noun	Emberiza fucata een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
grijskopgorsje	=	grijskopgors
grijskopgorsjes	=	grijskopgors
grijskopgorzen	=	grijskopgors
grijskopgoudvink	noun	Pyrrhula erythaca een zangvogel uit de familie der Fringillidae (Vinkachtigen).
grijskopgoudvinken	=	grijskopgoudvink
grijskopgoudvinkje	=	grijskopgoudvink
grijskopgoudvinkjes	=	grijskopgoudvink
grijskophavik	noun	Accipiter griseiceps een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
grijskophaviken	=	grijskophavik
grijskophavikje	=	grijskophavik
grijskophavikjes	=	grijskophavik
grijskophoningeter	noun	Ptilotula keartlandi een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
grijskophoningeters	=	grijskophoningeter
grijskophoningetertje	=	grijskophoningeter
grijskophoningetertjes	=	grijskophoningeter
grijskophoningzuiger	noun	Deleornis axillaris een zangvogel uit de familie Nectariniidae (Honingzuigers).
grijskophoningzuigers	=	grijskophoningzuiger
grijskophoningzuigertje	=	grijskophoningzuiger
grijskophoningzuigertjes	=	grijskophoningzuiger
grijskopijsvogel	noun	Halcyon leucocephala komt voor in het oosten van Zuid-Afrika en vandaar verder noordelijk Afrika in
grijskopijsvogels	=	grijskopijsvogel
grijskopijsvogeltje	=	grijskopijsvogel
grijskopijsvogeltjes	=	grijskopijsvogel
grijskopinezia	noun	Inezia inornata een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskopinezia's	=	grijskopinezia
grijskopineziaatje	=	grijskopinezia
grijskopineziaatjes	=	grijskopinezia
grijskopjufferduif	noun	Ptilinopus hyogastrus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
grijskopjufferduifje	=	grijskopjufferduif
grijskopjufferduifjes	=	grijskopjufferduif
grijskopjufferduiven	=	grijskopjufferduif
grijskopkievietje	=	grijskopkievit
grijskopkievietjes	=	grijskopkievit
grijskopkievit	noun	Vanellus cinereus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
grijskopkieviten	=	grijskopkievit
grijskopkievitje	=	grijskopkievit
grijskopkievitjes	=	grijskopkievit
grijskopkoekoek	noun	Coccyzus lansbergi een vogel uit de familie van de koekoeken.
grijskopkoekoeken	=	grijskopkoekoek
grijskopkoekoekje	=	grijskopkoekoek
grijskopkoekoekjes	=	grijskopkoekoek
grijskopkwartelduif	noun	Geotrygon caniceps een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
grijskopkwartelduifje	=	grijskopkwartelduif
grijskopkwartelduifjes	=	grijskopkwartelduif
grijskopkwartelduiven	=	grijskopkwartelduif
grijskoplijstergaai	noun	Argya cinereifrons een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
grijskoplijstergaaien	=	grijskoplijstergaai
grijskoplijstergaaitje	=	grijskoplijstergaai
grijskoplijstergaaitjes	=	grijskoplijstergaai
grijskopmaki	noun	Eulemur cinereiceps een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
grijskopmaki's	=	grijskopmaki
grijskopmakietje	=	grijskopmaki
grijskopmakietjes	=	grijskopmaki
grijskopmanakin	noun	Piprites griseiceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskopmanakinnetje	=	grijskopmanakin
grijskopmanakinnetjes	=	grijskopmanakin
grijskopmanakins	=	grijskopmanakin
grijskopmargrietje	noun	Pionus seniloides een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
grijskopmargrietjes	=	grijskopmargrietje
grijskopmeeuw	noun	Chroicocephalus cirrocephalus een soort meeuw die voorkomt in Afrika en het zuidoosten van Zuid-Amerika
grijskopmeeuwen	=	grijskopmeeuw
grijskopmeeuwtje	=	grijskopmeeuw
grijskopmeeuwtjes	=	grijskopmeeuw
grijskopmuistimalia	noun	Pellorneum cinereiceps een vogelsoort uit de familie van de timalia's.
grijskopmuistimalia's	=	grijskopmuistimalia
grijskopmuistimaliaatje	=	grijskopmuistimalia
grijskopmuistimaliaatjes	=	grijskopmuistimalia
grijskopmus	noun	Passer griseus een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae) die voorkomt in Afrika
grijskopmusje	=	grijskopmus
grijskopmusjes	=	grijskopmus
grijskopmussen	=	grijskopmus
grijskopnegervink	noun	Nigrita canicapillus een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
grijskopnegervinken	=	grijskopnegervink
grijskopnegervinkje	=	grijskopnegervink
grijskopnegervinkjes	=	grijskopnegervink
grijskopnigrita	noun	Nigrita canicapillus een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken)
grijskopnigrita's	=	grijskopnigrita
grijskopnon	noun	Lonchura caniceps een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
grijskopnonnen	=	grijskopnon
grijskopnonnetje	=	grijskopnon
grijskopnonnetjes	=	grijskopnon
grijskopparkiet	noun	Psittacula himalayana een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
grijskopparkieten	=	grijskopparkiet
grijskopparkietje	=	grijskopparkiet
grijskopparkietjes	=	grijskopparkiet
grijskoppen	=	grijskop
grijskopprinia	noun	Prinia cinereocapilla een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
grijskopprinia's	=	grijskopprinia
grijskoppriniaatje	=	grijskopprinia
grijskoppriniaatjes	=	grijskopprinia
grijskoppurperkoet	noun	Porphyrio poliocephalus een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae)
grijskoppurperkoeten	=	grijskoppurperkoet
grijskoppurperkoetje	=	grijskoppurperkoet
grijskoppurperkoetjes	=	grijskoppurperkoet
grijskopschoffelsnavel	noun	Todirostrum poliocephalum een zangvogel uit de familie der tirannen (Tyrannidae)
grijskopschoffelsnavels	=	grijskopschoffelsnavel
grijskopschoffelsnaveltje	=	grijskopschoffelsnavel
grijskopschoffelsnaveltjes	=	grijskopschoffelsnavel
grijskopsnijdervogel	noun	Orthotomus cinereiceps een snijdervogel die alleen voorkomt in de Filipijnen
grijskopsnijdervogels	=	grijskopsnijdervogel
grijskopsnijdervogeltje	=	grijskopsnijdervogel
grijskopsnijdervogeltjes	=	grijskopsnijdervogel
grijskopspecht	noun	bepaald soort vogel, Picus canus, kleine geelgroene specht uit de familie Picidae
grijskopspechten	=	grijskopspecht
grijskopspechtje	=	grijskopspecht
grijskopspechtjes	=	grijskopspecht
grijskopsperwer	noun	Accipiter cirrocephalus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
grijskopsperwers	=	grijskopsperwer
grijskopsperwertje	=	grijskopsperwer
grijskopsperwertjes	=	grijskopsperwer
grijskopspreeuw	noun	Sturnia malabarica een vogelsoort uit de familie spreeuwen (Sturnidae) die voorkomt zuiden en oosten van Azië
grijskopspreeuwen	=	grijskopspreeuw
grijskopspreeuwtje	=	grijskopspreeuw
grijskopspreeuwtjes	=	grijskopspreeuw
grijskopstaartmees	noun	Aegithalos fuliginosus een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae).
grijskopstaartmeesje	=	grijskopstaartmees
grijskopstaartmeesjes	=	grijskopstaartmees
grijskopstaartmezen	=	grijskopstaartmees
grijskopstekelstaart	noun	Cranioleuca semicinerea een zangvogel uit de familie der ovenvogels (Furnariidae)
grijskopstekelstaarten	=	grijskopstekelstaart
grijskopstekelstaartje	=	grijskopstekelstaart
grijskopstekelstaartjes	=	grijskopstekelstaart
grijskopstreepvleugel	noun	Actinodura egertoni een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
grijskopstreepvleugelen	=	grijskopstreepvleugel
grijskopstreepvleugels	=	grijskopstreepvleugel
grijskopstreepvleugeltje	=	grijskopstreepvleugel
grijskopstreepvleugeltjes	=	grijskopstreepvleugel
grijskopstruikvliegenvanger	noun	Heteromyias cinereifrons een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
grijskopstruikvliegenvangers	=	grijskopstruikvliegenvanger
grijskopstruikvliegenvangertje	=	grijskopstruikvliegenvanger
grijskopstruikvliegenvangertjes	=	grijskopstruikvliegenvanger
grijskoptangare	noun	Cnemathraupis rubrirostris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijskoptangaren	=	grijskoptangare
grijskoptangaretje	=	grijskoptangare
grijskoptangaretjes	=	grijskoptangare
grijskoptrogon	noun	Trogon citreolus een vogel uit de familie Trogonidae.
grijskoptrogonnetje	=	grijskoptrogon
grijskoptrogonnetjes	=	grijskoptrogon
grijskoptrogons	=	grijskoptrogon
grijskopvireo	noun	Hylophilus pectoralis een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
grijskopvireo's	=	grijskopvireo
grijskopvireootje	=	grijskopvireo
grijskopvireootjes	=	grijskopvireo
grijskopvleerhond	noun	Pteropus poliocephalus een vleermuis uit het geslacht Pteropus die voorkomt in Zuidoost-Australië, van Gladstone (Queensland) tot Melbourne (Victoria), meestal op niet meer dan 200 km van de kust
grijskopvleerhonden	=	grijskopvleerhond
grijskopvleerhondje	=	grijskopvleerhond
grijskopvleerhondjes	=	grijskopvleerhond
grijskopvliegenpikker	noun	Phyllomyias cinereiceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskopvliegenpikkers	=	grijskopvliegenpikker
grijskopvliegenpikkertje	=	grijskopvliegenpikker
grijskopvliegenpikkertjes	=	grijskopvliegenpikker
grijskopvliegenvanger	noun	Culicicapa ceylonensis een zangvogel uit de familie Stenostiridae.
grijskopvliegenvangers	=	grijskopvliegenvanger
grijskopvliegenvangertje	=	grijskopvliegenvanger
grijskopvliegenvangertjes	=	grijskopvliegenvanger
grijskopwouw	noun	Leptodon cayanensis een vogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
grijskopwouwen	=	grijskopwouw
grijskopwouwtje	=	grijskopwouw
grijskopwouwtjes	=	grijskopwouw
grijskopzanger	noun	Geothlypis philadelphia een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers)
grijskopzangers	=	grijskopzanger
grijskopzangertje	=	grijskopzanger
grijskopzangertjes	=	grijskopzanger
grijskopzilverbekje	noun	Spermestes griseicapilla een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
grijskopzilverbekjes	=	grijskopzilverbekje
grijskraagchipmunk	noun	Tamias cinereicollis knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
grijskraagchipmunkje	=	grijskraagchipmunk
grijskraagchipmunkjes	=	grijskraagchipmunk
grijskraagchipmunks	=	grijskraagchipmunk
grijskraagvijgvogel	noun	Sphecotheres vieilloti een middelgrote, opvallende vogel die voorkomt in Australië, Nieuw-Guinea en de Kei-eilanden.
grijskraagvijgvogels	=	grijskraagvijgvogel
grijskraagvijgvogeltje	=	grijskraagvijgvogel
grijskraagvijgvogeltjes	=	grijskraagvijgvogel
grijskraagwielewaal	noun	Oriolus forsteni een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
grijskraagwielewaaltje	=	grijskraagwielewaal
grijskraagwielewaaltjes	=	grijskraagwielewaal
grijskraagwielewalen	=	grijskraagwielewaal
grijskruid	noun	Berteroa incana een plant uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae).
grijskruiden	=	grijskruid
grijskruidje	=	grijskruid
grijskruidjes	=	grijskruid
grijskruin	noun	dier met een grijze kruin
grijskruinbabbelaar	noun	Pomatostomus temporalis een vogel uit de familie Pomatostomidae.
grijskruinbabbelaars	=	grijskruinbabbelaar
grijskruinbabbelaartje	=	grijskruinbabbelaar
grijskruinbabbelaartjes	=	grijskruinbabbelaar
grijskruinbergvink	noun	Leucosticte tephrocotis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
grijskruinbergvinken	=	grijskruinbergvink
grijskruinbergvinkje	=	grijskruinbergvink
grijskruinbergvinkjes	=	grijskruinbergvink
grijskruinbladvogel	noun	Chloropsis lazulina een vogel uit de familie van de bladvogels (Chloropseidae) die voorkomt van in Zuid-China.
grijskruinbladvogels	=	grijskruinbladvogel
grijskruinbladvogeltje	=	grijskruinbladvogel
grijskruinbladvogeltjes	=	grijskruinbladvogel
grijskruinbreedbektiran	noun	Tolmomyias poliocephalus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskruinbreedbektirannen	=	grijskruinbreedbektiran
grijskruinbreedbektirannetje	=	grijskruinbreedbektiran
grijskruinbreedbektirannetjes	=	grijskruinbreedbektiran
grijskruinduif	noun	Leptotila rufaxilla een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
grijskruinduifje	=	grijskruinduif
grijskruinduifjes	=	grijskruinduif
grijskruinduiven	=	grijskruinduif
grijskruinen	=	grijskruin
grijskruingoudoogboszanger	noun	Phylloscopus tephrocephalus een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
grijskruingoudoogboszangers	=	grijskruingoudoogboszanger
grijskruingoudoogboszangertje	=	grijskruingoudoogboszanger
grijskruingoudoogboszangertjes	=	grijskruingoudoogboszanger
grijskruinleptopogon	noun	Leptopogon superciliaris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskruinleptopogonnetje	=	grijskruinleptopogon
grijskruinleptopogonnetjes	=	grijskruinleptopogon
grijskruinleptopogons	=	grijskruinleptopogon
grijskruinmiervogel	noun	Sipia laemosticta een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
grijskruinmiervogels	=	grijskruinmiervogel
grijskruinmiervogeltje	=	grijskruinmiervogel
grijskruinmiervogeltjes	=	grijskruinmiervogel
grijskruinpalmtangare	noun	Phaenicophilus poliocephalus een zangvogel uit de familie Phaenicophilidae.
grijskruinpalmtangaren	=	grijskruinpalmtangare
grijskruinpalmtangaretje	=	grijskruinpalmtangare
grijskruinpalmtangaretjes	=	grijskruinpalmtangare
grijskruinspecht	noun	Colaptes auricularis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
grijskruinspechten	=	grijskruinspecht
grijskruinspechtje	=	grijskruinspecht
grijskruinspechtjes	=	grijskruinspecht
grijskruintachuri	noun	Serpophaga griseicapilla een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskruintachuri's	=	grijskruintachuri
grijskruintachurietje	=	grijskruintachuri
grijskruintachurietjes	=	grijskruintachuri
grijskruintetraka	noun	Xanthomixis cinereiceps een zangvogel uit de familie Bernieridae.
grijskruintetraka's	=	grijskruintetraka
grijskruintetrakaatje	=	grijskruintetraka
grijskruintetrakaatjes	=	grijskruintetraka
grijskruintiran	noun	Myiozetetes granadensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijskruintirannen	=	grijskruintiran
grijskruintirannetje	=	grijskruintiran
grijskruintirannetjes	=	grijskruintiran
grijskruintje	=	grijskruin
grijskruintjes	=	grijskruin
grijskruinvinkleeuwerik	noun	Eremopterix griseus een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
grijskruinvinkleeuweriken	=	grijskruinvinkleeuwerik
grijskruinvinkleeuwerikje	=	grijskruinvinkleeuwerik
grijskruinvinkleeuwerikjes	=	grijskruinvinkleeuwerik
grijskruinvliegenpikker	noun	Phyllomyias griseocapilla een zangvogel uit de familie der tirannen (Tyrannidae)
grijskruinvliegenpikkers	=	grijskruinvliegenpikker
grijskruinvliegenpikkertje	=	grijskruinvliegenpikker
grijskruinvliegenpikkertjes	=	grijskruinvliegenpikker
grijskuifcachalote	noun	Pseudoseisura unirufa een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
grijskuifcachalotes	=	grijskuifcachalote
grijskuifcachalotetje	=	grijskuifcachalote
grijskuifcachalotetjes	=	grijskuifcachalote
grijskuifklauwier	noun	Prionops poliolophus een vogel uit de familie der prionopidae (Helmklauwieren).
grijskuifklauwieren	=	grijskuifklauwier
grijskuifklauwiertje	=	grijskuifklauwier
grijskuifklauwiertjes	=	grijskuifklauwier
grijskuifmees	noun	Lophophanes dichrous een zangvogel uit de familie Paridae (echte mezen).
grijskuifmeesje	=	grijskuifmees
grijskuifmeesjes	=	grijskuifmees
grijskuifmezen	=	grijskuifmees
grijsmaskerstormvogel	noun	Pterodroma gouldi een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
grijsmaskerstormvogels	=	grijsmaskerstormvogel
grijsmaskerstormvogeltje	=	grijsmaskerstormvogel
grijsmaskerstormvogeltjes	=	grijsmaskerstormvogel
grijsmaskertimalia	noun	Mixornis kelleyi een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
grijsmaskertimalia's	=	grijsmaskertimalia
grijsmaskertimaliaatje	=	grijsmaskertimalia
grijsmaskertimaliaatjes	=	grijsmaskertimalia
grijsnekjery	noun	Neomixis tenella een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
grijsnekjery's	=	grijsnekjery
grijsnekjery'tje	=	grijsnekjery
grijsnekjery'tjes	=	grijsnekjery
grijsnekkaalkopkraai	noun	Picathartes oreas een soort uit de familie Picathartidae en het geslacht kaalkopkraaien.
grijsnekkaalkopkraaien	=	grijsnekkaalkopkraai
grijsnekkaalkopkraaitje	=	grijsnekkaalkopkraai
grijsnekkaalkopkraaitjes	=	grijsnekkaalkopkraai
grijsnekkanarie	noun	Serinus canicollis een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
grijsnekkanaries	=	grijsnekkanarie
grijsnekkanarietje	=	grijsnekkanarie
grijsnekkanarietjes	=	grijsnekkanarie
grijsnekmierpitta	noun	Grallaria griseonucha een zangvogel uit de familie Grallariidae.
grijsnekmierpitta's	=	grijsnekmierpitta
grijsnekmierpittaatje	=	grijsnekmierpitta
grijsnekmierpittaatjes	=	grijsnekmierpitta
grijsneknachtaapje	noun	Aotus trivirgatus Het grijsneknachtaapje (Aotus trivirgatus), ook wel noordelijk nachtaapje, doeroecoeli, driestrepige nachtaap of uilaapje genaamd, is een Latijns-Amerikaanse apensoort uit de familie van de nachtaapjes (Aotidae).
grijsneknachtaapjes	=	grijsneknachtaapje
grijsnekprieelvogel	noun	Chlamydera maculata een vogel uit de familie van de prieelvogels.
grijsnekprieelvogels	=	grijsnekprieelvogel
grijsnekprieelvogeltje	=	grijsnekprieelvogel
grijsnekprieelvogeltjes	=	grijsnekprieelvogel
grijsneksaffraangors	noun	Sicalis luteocephala een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsneksaffraangorsje	=	grijsneksaffraangors
grijsneksaffraangorsjes	=	grijsneksaffraangors
grijsneksaffraangorzen	=	grijsneksaffraangors
grijsnektimalia	noun	Mixornis flavicollis een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
grijsnektimalia's	=	grijsnektimalia
grijsnektimaliaatje	=	grijsnektimalia
grijsnektimaliaatjes	=	grijsnektimalia
grijsnekvireo	noun	Hylophilus semicinereus een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
grijsnekvireo's	=	grijsnekvireo
grijsnekvireootje	=	grijsnekvireo
grijsnekvireootjes	=	grijsnekvireo
grijsolijfgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6006 ( )	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6006 ( )
grijsolijfgroene	=	grijsolijfgroen
grijsolijfgroens	=	grijsolijfgroen
grijsoogbuulbuul	noun	Iole propinqua een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
grijsoogbuulbuuls	=	grijsoogbuulbuul
grijsoogbuulbuultje	=	grijsoogbuulbuul
grijsoogbuulbuultjes	=	grijsoogbuulbuul
grijsoogvireo	noun	Hylophilus amaurocephalus een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
grijsoogvireo's	=	grijsoogvireo
grijsoogvireootje	=	grijsoogvireo
grijsoogvireootjes	=	grijsoogvireo
grijsoorneushoornvogel	noun	Bycanistes subcylindricus een neushoornvogel die voorkomt in West- en Midden-Afrika
grijsoorneushoornvogels	=	grijsoorneushoornvogel
grijsoorneushoornvogeltje	=	grijsoorneushoornvogel
grijsoorneushoornvogeltjes	=	grijsoorneushoornvogel
grijspootsjakohoen	noun	Penelope obscura een vogel in de familie Cracidae.
grijspootsjakohoenderen	=	grijspootsjakohoen
grijspootsjakohoenders	=	grijspootsjakohoen
grijspootsjakohoendertje	=	grijspootsjakohoen
grijspootsjakohoendertjes	=	grijspootsjakohoen
grijspoottinamoe	noun	Crypturellus duidae een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
grijspoottinamoes	=	grijspoottinamoe
grijspoottinamoetje	=	grijspoottinamoe
grijspoottinamoetjes	=	grijspoottinamoe
grijsrede	=	grijsrijden
grijsreden	=	grijsrijden
grijsreed	=	grijsrijden
grijsreedt	=	grijsrijden
grijsrij	=	grijsrijden
grijsrijd	=	grijsrijden
grijsrijde	=	grijsrijden
grijsrijden	verb	langer van het openbaar vervoer gebruikmaken dan waar men voor betaald heeft
grijsrijdend	=	grijsrijden
grijsrijdende	=	grijsrijden
grijsrijdt	=	grijsrijden
grijsrug	noun	dier met een grijze rug
grijsrugboomgors	noun	Poospiza goeringi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsrugboomgorsje	=	grijsrugboomgors
grijsrugboomgorsjes	=	grijsrugboomgors
grijsrugboomgorzen	=	grijsrugboomgors
grijsrugbrilvogel	noun	Zosterops lateralis een brilvogel.
grijsrugbrilvogels	=	grijsrugbrilvogel
grijsrugbrilvogeltje	=	grijsrugbrilvogel
grijsrugbrilvogeltjes	=	grijsrugbrilvogel
grijsrugdoornsnavel	noun	Acanthiza robustirostris een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
grijsrugdoornsnavels	=	grijsrugdoornsnavel
grijsrugdoornsnaveltje	=	grijsrugdoornsnavel
grijsrugdoornsnaveltjes	=	grijsrugdoornsnavel
grijsrugdwerglijster	noun	Catharus fuscater een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
grijsrugdwerglijsters	=	grijsrugdwerglijster
grijsrugdwerglijstertje	=	grijsrugdwerglijster
grijsrugdwerglijstertjes	=	grijsrugdwerglijster
grijsrugfluiter	noun	Pachycephala rufiventris een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
grijsrugfluiters	=	grijsrugfluiter
grijsrugfluitertje	=	grijsrugfluiter
grijsrugfluitertjes	=	grijsrugfluiter
grijsruggen	=	grijsrug
grijsruggetje	=	grijsrug
grijsruggetjes	=	grijsrug
grijsrugklapekster	noun	Lanius excubitoroides een vogel uit de familie der klauwieren (Laniidae).
grijsrugklapeksters	=	grijsrugklapekster
grijsrugklapekstertje	=	grijsrugklapekster
grijsrugklapekstertjes	=	grijsrugklapekster
grijsruglijsterdikkop	noun	Colluricincla boweri een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
grijsruglijsterdikkopje	=	grijsruglijsterdikkop
grijsruglijsterdikkopjes	=	grijsruglijsterdikkop
grijsruglijsterdikkoppen	=	grijsruglijsterdikkop
grijsrugmiertangare	noun	Habia gutturalis een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
grijsrugmiertangaren	=	grijsrugmiertangare
grijsrugmiertangaretje	=	grijsrugmiertangare
grijsrugmiertangaretjes	=	grijsrugmiertangare
grijsrugorgelvogel	noun	Cracticus torquatus een vogel uit de familie van de orgelvogels.
grijsrugorgelvogels	=	grijsrugorgelvogel
grijsrugorgelvogeltje	=	grijsrugorgelvogel
grijsrugorgelvogeltjes	=	grijsrugorgelvogel
grijsrugsaffraangors	noun	Sicalis uropygialis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsrugsaffraangorsje	=	grijsrugsaffraangors
grijsrugsaffraangorsjes	=	grijsrugsaffraangors
grijsrugsaffraangorzen	=	grijsrugsaffraangors
grijsrugsirystestiran	noun	Sirystes sibilator een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijsrugsirystestirannen	=	grijsrugsirystestiran
grijsrugsirystestirannetje	=	grijsrugsirystestiran
grijsrugsirystestirannetjes	=	grijsrugsirystestiran
grijsrugstormvogeltje	noun	Garrodia nereis een vogel uit de familie van de zuidelijke stormvogeltjes.
grijsrugstormvogeltjes	=	grijsrugstormvogeltje
grijsrugtapuittiran	noun	Ochthoeca cinnamomeiventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijsrugtapuittirannen	=	grijsrugtapuittiran
grijsrugtapuittirannetje	=	grijsrugtapuittiran
grijsrugtapuittirannetjes	=	grijsrugtapuittiran
grijsrugvinkleeuwerik	noun	Eremopterix verticalis een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
grijsrugvinkleeuweriken	=	grijsrugvinkleeuwerik
grijsrugvinkleeuwerikje	=	grijsrugvinkleeuwerik
grijsrugvinkleeuwerikjes	=	grijsrugvinkleeuwerik
grijsrugvorkstaart	noun	Enicurus schistaceus een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers die voorkomt in het Himalayagebied en verder oostelijk door heel Zuidoost-Azië Net als de andere soorten uit het geslacht van de vorkstaarten is het een vogel die voorkomt langs beekjes in regenwoud
grijsrugvorkstaarten	=	grijsrugvorkstaart
grijsrugvorkstaartje	=	grijsrugvorkstaart
grijsrugvorkstaartjes	=	grijsrugvorkstaart
grijsrugweekschildpad	noun	Cycloderma frenatum een waterminnende schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
grijsrugweekschildpadden	=	grijsrugweekschildpad
grijsrugweekschildpadje	=	grijsrugweekschildpad
grijsrugweekschildpadjes	=	grijsrugweekschildpad
grijsrugwezelmaki	noun	Lepilemur dorsalis primaat uit de familie van de wezelmaki's (Lepilemuridae).
grijsrugwezelmaki's	=	grijsrugwezelmaki
grijsrugwezelmakietje	=	grijsrugwezelmaki
grijsrugwezelmakietjes	=	grijsrugwezelmaki
grijsrugwinterkoning	noun	Odontorchilus branickii een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
grijsrugwinterkoningen	=	grijsrugwinterkoning
grijsrugwinterkoninkje	=	grijsrugwinterkoning
grijsrugwinterkoninkjes	=	grijsrugwinterkoning
grijsrugzigzag	noun	Elgiva cucularia een vliegensoort uit de familie van de slakkendoders (Sciomyzidae).
grijsrugzigzagje	=	grijsrugzigzag
grijsrugzigzagjes	=	grijsrugzigzag
grijsrugzigzags	=	grijsrugzigzag
grijsrupspurpermot	noun	Eriocrania sangii een vlinder uit de familie Eriocraniidae, de purpermotten.
grijsrupspurpermotje	=	grijsrupspurpermot
grijsrupspurpermotjes	=	grijsrupspurpermot
grijsrupspurpermotten	=	grijsrupspurpermot
grijsscheendoek	noun	Pygathrix cinerea primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
grijsscheendoeken	=	grijsscheendoek
grijsscheendoekje	=	grijsscheendoek
grijsscheendoekjes	=	grijsscheendoek
grijsstaartboomgors	noun	Microspingus alticola een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsstaartboomgorsje	=	grijsstaartboomgors
grijsstaartboomgorsjes	=	grijsstaartboomgors
grijsstaartboomgorzen	=	grijsstaartboomgors
grijsstaartjuweelkolibrie	noun	Lampornis cinereicauda een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
grijsstaartjuweelkolibries	=	grijsstaartjuweelkolibrie
grijsstaartjuweelkolibrietje	=	grijsstaartjuweelkolibrie
grijsstaartjuweelkolibrietjes	=	grijsstaartjuweelkolibrie
grijsstaartpiha	noun	Snowornis subalaris een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
grijsstaartpiha's	=	grijsstaartpiha
grijsstaartpihaatje	=	grijsstaartpiha
grijsstaartpihaatjes	=	grijsstaartpiha
grijsstuitgierzwaluw	noun	Chaetura cinereiventris een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
grijsstuitgierzwaluwen	=	grijsstuitgierzwaluw
grijsstuitgierzwaluwtje	=	grijsstuitgierzwaluw
grijsstuitgierzwaluwtjes	=	grijsstuitgierzwaluw
grijsstuittriller	noun	Lalage tricolor een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
grijsstuittrillers	=	grijsstuittriller
grijsstuittrillertje	=	grijsstuittriller
grijsstuittrillertjes	=	grijsstuittriller
grijsstuitzwaluw	noun	Pseudhirundo griseopyga een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
grijsstuitzwaluwen	=	grijsstuitzwaluw
grijsstuitzwaluwtje	=	grijsstuitzwaluw
grijsstuitzwaluwtjes	=	grijsstuitzwaluw
grijst	=	grijs
grijstandboegsprietmot	noun	Eulamprotes immaculatella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
grijstandboegsprietmotje	=	grijstandboegsprietmot
grijstandboegsprietmotjes	=	grijstandboegsprietmot
grijstandboegsprietmotten	=	grijstandboegsprietmot
grijste	=	grijs
grijsteugeltodietiran	noun	Hemitriccus spodiops een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
grijsteugeltodietirannen	=	grijsteugeltodietiran
grijsteugeltodietirannetje	=	grijsteugeltodietiran
grijsteugeltodietirannetjes	=	grijsteugeltodietiran
grijstint	noun	elk van de grauwe kleuren in het verloop van zwart naar wit
grijstinten	=	grijstint
grijsvlekbreedvoet	noun	Agathomyia antennata een vliegensoort uit de familie van de breedvoetvliegen (Platypezidae).
grijsvlekbreedvoeten	=	grijsvlekbreedvoet
grijsvlekbreedvoetje	=	grijsvlekbreedvoet
grijsvlekbreedvoetjes	=	grijsvlekbreedvoet
grijsvleugelcotinga	noun	Lipaugus conditus een zangvogel uit de familie der cotinga's (Cotingidae)
grijsvleugelcotinga's	=	grijsvleugelcotinga
grijsvleugelcotingaatje	=	grijsvleugelcotinga
grijsvleugelcotingaatjes	=	grijsvleugelcotinga
grijsvleugelfrankolijn	noun	Scleroptila afra een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
grijsvleugelfrankolijnen	=	grijsvleugelfrankolijn
grijsvleugelfrankolijntje	=	grijsvleugelfrankolijn
grijsvleugelfrankolijntjes	=	grijsvleugelfrankolijn
grijsvleugelincagors	noun	Incaspiza ortizi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
grijsvleugelincagorsje	=	grijsvleugelincagors
grijsvleugelincagorsjes	=	grijsvleugelincagors
grijsvleugelincagorzen	=	grijsvleugelincagors
grijsvleugeljanfrederik	noun	Cossypha polioptera een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
grijsvleugeljanfrederiken	=	grijsvleugeljanfrederik
grijsvleugeljanfrederikje	=	grijsvleugeljanfrederik
grijsvleugeljanfrederikjes	=	grijsvleugeljanfrederik
grijsvleugelmerel	noun	Turdus boulboul een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
grijsvleugelmerels	=	grijsvleugelmerel
grijsvleugelmereltje	=	grijsvleugelmerel
grijsvleugelmereltjes	=	grijsvleugelmerel
grijsvleugelmiersluiper	noun	Euchrepomis spodioptila een vogel uit de familie Thamnophilidae.
grijsvleugelmiersluipers	=	grijsvleugelmiersluiper
grijsvleugelmiersluipertje	=	grijsvleugelmiersluiper
grijsvleugelmiersluipertjes	=	grijsvleugelmiersluiper
grijsvoetchipmunk	noun	Tamias canipes knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
grijsvoetchipmunkje	=	grijsvoetchipmunk
grijsvoetchipmunkjes	=	grijsvoetchipmunk
grijsvoetchipmunks	=	grijsvoetchipmunk
grijswang	noun	dier met een grijze wang
grijswangalcippe	noun	Alcippe morrisonia een zangvogel uit de familie Alcippeidae.
grijswangalcippes	=	grijswangalcippe
grijswangalcippetje	=	grijswangalcippe
grijswangalcippetjes	=	grijswangalcippe
grijswangbaardbuulbuul	noun	Alophoixus tephrogenys een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
grijswangbaardbuulbuuls	=	grijswangbaardbuulbuul
grijswangbaardbuulbuultje	=	grijswangbaardbuulbuul
grijswangbaardbuulbuultjes	=	grijswangbaardbuulbuul
grijswangblauwsnavel	noun	Spermophaga poliogenys een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
grijswangblauwsnavels	=	grijswangblauwsnavel
grijswangblauwsnaveltje	=	grijswangblauwsnavel
grijswangblauwsnaveltjes	=	grijswangblauwsnavel
grijswangboomtimalia	noun	Stachyris grammiceps een endemische boomtimalia uit het geslacht Stachyris en de familie timalia's (Timaliidae).
grijswangboomtimalia's	=	grijswangboomtimalia
grijswangboomtimaliaatje	=	grijswangboomtimalia
grijswangboomtimaliaatjes	=	grijswangboomtimalia
grijswangboszanger	noun	Phylloscopus poliogenys een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
grijswangboszangers	=	grijswangboszanger
grijswangboszangertje	=	grijswangboszanger
grijswangboszangertjes	=	grijswangboszanger
grijswangdiksnavelmees	noun	Suthora nipalensis een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
grijswangdiksnavelmeesje	=	grijswangdiksnavelmees
grijswangdiksnavelmeesjes	=	grijswangdiksnavelmees
grijswangdiksnavelmezen	=	grijswangdiksnavelmees
grijswangdwerglijster	noun	Catharus minimus een middelgrote lijster.
grijswangdwerglijsters	=	grijswangdwerglijster
grijswangdwerglijstertje	=	grijswangdwerglijster
grijswangdwerglijstertjes	=	grijswangdwerglijster
grijswangdwergsnavel	noun	Spermophaga poliogenys een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
grijswangdwergsnavels	=	grijswangdwergsnavel
grijswangdwergsnaveltje	=	grijswangdwergsnavel
grijswangdwergsnaveltjes	=	grijswangdwergsnavel
grijswangen	=	grijswang
grijswangetje	=	grijswang
grijswangetjes	=	grijswang
grijswanglijstertimalia	noun	Illadopsis rufipennis een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
grijswanglijstertimalia's	=	grijswanglijstertimalia
grijswanglijstertimaliaatje	=	grijswanglijstertimalia
grijswanglijstertimaliaatjes	=	grijswanglijstertimalia
grijswangmiersluiper	noun	Euchrepomis callinota een vogel uit de familie Thamnophilidae.
grijswangmiersluipers	=	grijswangmiersluiper
grijswangmiersluipertje	=	grijswangmiersluiper
grijswangmiersluipertjes	=	grijswangmiersluiper
grijswangmuisspecht	noun	Dendrocincla fuliginosa een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
grijswangmuisspechten	=	grijswangmuisspecht
grijswangmuisspechtje	=	grijswangmuisspecht
grijswangmuisspechtjes	=	grijswangmuisspecht
grijswangzanger	noun	Myiothlypis griseiceps een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
grijswangzangers	=	grijswangzanger
grijswangzangertje	=	grijswangzanger
grijswangzangertjes	=	grijswangzanger
grijsweger	noun	iemand die probeert de gulden middenweg te zoeken
grijswegers	=	grijsweger
grijswerk	=	grijswerken
grijswerke	=	grijswerken
grijswerken	verb	tussen wit- en zwartwerken in
grijswerkend	=	grijswerken
grijswerkende	=	grijswerken
grijswerkt	=	grijswerken
grijswerkte	=	grijswerken
grijswerkten	=	grijswerken
grijswit	noun	tint tussen grijs en wit met RAL-nummer 9002 ( ).	adj	in een tint tussen grijs en wit met RAL-nummer 9002 ( ).
grijswits	=	grijswit
grijswitst	=	grijswit
grijswitste	=	grijswit
grijswitte	=	grijswit
grijswitten	=	grijswit
grijswitter	=	grijswit
grijswittere	=	grijswit
grijswitters	=	grijswit
grijszwart	adj	een tint tussen grijs en zwart in
grijszwarte	=	grijszwart
grijszwarten	=	grijszwart
grijszwarter	=	grijszwart
grijszwartere	=	grijszwart
grijszwarters	=	grijszwart
grijszwarts	=	grijszwart
grijszwartst	=	grijszwart
grijszwartste	=	grijszwart
grijze	=	grijs
grijzen	verb	grijs worden, grijze haren krijgen
grijzend	adj	van haar dat het een grijze kleur krijgt, meestal als teken van ouderdom
grijzende	=	grijzen
grijzends	=	grijzend
grijzer	=	grijs
grijzere	=	grijs
grijzers	=	grijs
grijzig	adj	iets dat een beetje grijs is
grijzige	=	grijzig
grijziger	=	grijzig
grijzigere	=	grijzig
grijzigers	=	grijzig
grijzigheid	noun	iets dat grijskleurig is
grijzigs	=	grijzig
grijzigst	=	grijzig
grijzigste	=	grijzig
grikwa	noun	iemand die behoort tot het gelijknamige volk	adj	behorend tot of betrekking hebben op het gelijknamige volk
grikwa's	=	grikwa
gril	noun	onwillekeurige rilling, vooral veroorzaakt door afschuw
grilde	=	grillen
grilden	=	grillen
grill	noun	toestel om vlees door stralende warmte te roosteren voorzien van een braadrooster
grillade	noun	gegrild gerecht
grillades	=	grillade
grilladetje	=	grillade
grilladetjes	=	grillade
grille	noun	rooster (aan de voorkant van een auto)
grilleer	=	grilleren
grilleerde	=	grilleren
grilleerden	=	grilleren
grilleert	=	grilleren
grillen	verb	huiveren van kou of angst
grillend	=	grillen
grillende	=	grillen
grillere	=	grilleren
grilleren	verb	roosteren
grillerend	=	grilleren
grillerende	=	grilleren
grilles	=	grille
grilletje	=	gril
grilletjes	=	gril
grillig	adj	zeer onregelmatig van vorm of karakter
grillige	=	grillig
grilliger	=	grillig
grilligere	=	grillig
grilligers	=	grillig
grilligheden	=	grilligheid
grilligheid	noun	het onberekenbaar en wispelturig zijn
grilligs	=	grillig
grilligst	=	grillig
grilligste	=	grillig
grilling	noun	trilling van het lichaam als gevolg van emotie of kou
grillingen	=	grilling
grillinkje	=	grilling
grillinkjes	=	grilling
grillletje	=	grill
grillletjes	=	grill
grillpan	noun	zware gietijzeren vierkante pan met ribbels aan het oppervlak en een steel waarin de gerechten in korte tijd op hoge temperatuur worden bereid, zonder olie of boter
grillpannen	=	grillpan
grillpannetje	=	grillpan
grillpannetjes	=	grillpan
grillplaat	noun	hete plaat waarop men vlees en andere gerechten kan grillen; rooster voor in de oven
grillplaatje	=	grillplaat
grillplaatjes	=	grillplaat
grillplaten	=	grillplaat
grillrestaurant	noun	een eetgelegenheid waar gegrild vlees de hoofdschotel is
grillrestaurantje	=	grillrestaurant
grillrestaurantjes	=	grillrestaurant
grillrestaurants	=	grillrestaurant
grillroom	noun	eetzaal in een restaurant waar op bestelling vlees geroosterd en opgediend wordt
grillrooms	=	grillroom
grills	=	grill
grillworst	noun	worst die gegrild gegeten wordt zoals braadworst
grillworsten	=	grillworst
grillworstje	=	grillworst
grillworstjes	=	grillworst
grils	=	gril
grilt	=	grillen
grim	noun	kniesoor	adj	fel, grimmig
grimas	noun	vertrokken gelaat, grijns, frats
grimasje	=	grimas
grimasjes	=	grimas
grimassen	=	grimas
grime	noun	een subgenre van jungle en UK garage.
grimeer	=	grimeren
grimeerde	=	grimeren
grimeerden	=	grimeren
grimeert	=	grimeren
grimere	=	grimeren
grimeren	verb	schminken om er de voor de rol vereiste uitdrukking aan te geven
grimerend	=	grimeren
grimerende	=	grimeren
grimes	=	grime
grimeur	noun	iemand die grimeert
grimeurs	=	grimeur
grimeurtje	=	grimeur
grimeurtjes	=	grimeur
grimlach	noun	bittere, eventueel minachtende of boosaardige lach
grimlache	=	grimlachen
grimlachen	verb	geveinsd, vriendelijk lachen om zijn emotie (kwaadheid of nijd) te verbergen
grimlachend	=	grimlachen
grimlachende	=	grimlachen
grimlachje	=	grimlach
grimlachjes	=	grimlach
grimlacht	=	grimlachen
grimlachte	=	grimlachen
grimlachten	=	grimlachen
grimme	=	grim
grimmen	=	grim
grimmer	=	grim
grimmere	=	grim
grimmers	=	grim
grimmetje	=	grim
grimmetjes	=	grim
grimmig	adj	dreigend, onheilspellend, wrevelig
grimmige	=	grimmig
grimmiger	=	grimmig
grimmigere	=	grimmig
grimmigers	=	grimmig
grimmigheden	=	grimmigheid
grimmigheid	noun	het ruw, boos, verbolgen en onvriendelijk zijn
grimmigs	=	grimmig
grimmigst	=	grimmig
grimmigste	=	grimmig
grimoire	noun	verzameling esoterische geschriften
grimoires	=	grimoire
grims	=	grim
grimst	=	grim
grimste	=	grim
grind	noun	een erosieproduct, ontstaan uit gesteente
grindachtig	adj	met kenmerken die lijken op grind
grindachtige	=	grindachtig
grindachtiger	=	grindachtig
grindachtigere	=	grindachtig
grindachtigers	=	grindachtig
grindachtigs	=	grindachtig
grindachtigst	=	grindachtig
grindachtigste	=	grindachtig
grindbak	noun	aan de buitenkant van een bocht van een racebaan gelegen strook met kiezelsteentjes en zand waar een uit de bocht geschoten racewagen veilig tot stilstand kan komen
grindbakken	=	grindbak
grindbed	noun	laag van kiezelstenen waarin de bielzen en de spoorrail liggen
grindbedden	=	grindbed
grindde	=	grinden
grindden	=	grinden
grinde	=	grinden
grinden	verb	skateboard oefening: glijden met de skates over een gladde stalen buis
grindend	=	grinden
grindende	=	grinden
grindewal	noun	soort zwarte rondkopdolfijn, Globicephala melas
grindewallen	=	grindewal
grindewalletje	=	grindewal
grindfilter	noun	grof filter van grind, voor drinkwater
grindfilters	=	grindfilter
grindfiltertje	=	grindfilter
grindfiltertjes	=	grindfilter
grindgaatje	=	grindgat
grindgaatjes	=	grindgat
grindgat	noun	een gegraven diepte in de bodem waaruit grind en zand gewonnen wordt.
grindgaten	=	grindgat
grindkist	noun	grindpakket aangebracht aan de binnenteen van de dijk om te voorkomen dan uittredend water ook gronddeeltjes meespoelt
grindkisten	=	grindkist
grindkruiper	noun	Harpalus honestus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
grindkruipers	=	grindkruiper
grindkruipertje	=	grindkruiper
grindkruipertjes	=	grindkruiper
grindlaag	noun	aardlaag met veel kiezelstenen
grindlaagje	=	grindlaag
grindlaagjes	=	grindlaag
grindlagen	=	grindlaag
grindlangspriet	noun	Thalassophilus longicornis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
grindlangsprieten	=	grindlangspriet
grindlangsprietje	=	grindlangspriet
grindlangsprietjes	=	grindlangspriet
grindnest	noun	een gebrek in verhard beton, meestal ontstaan door ontmenging tijdens het storten van het beton, waardoor het grind niet volledig is omgeven door de specie
grindnesten	=	grindnest
grindnestje	=	grindnest
grindnestjes	=	grindnest
grindpaadje	=	grindpad
grindpaadjes	=	grindpad
grindpad	noun	een half verharde weg met kiezelstenen als toplaag
grindpaden	=	grindpad
grindpadje	=	grindpad
grindpadjes	=	grindpad
grindstijfgras	noun	Micropyrum tenellum een eenjarige plant die behoort tot de grassenfamilie.
grindstijfgrasje	=	grindstijfgras
grindstijfgrasjes	=	grindstijfgras
grindstijfgrassen	=	grindstijfgras
grindt	=	grinden
grindweg	noun	weg met een grindbedekking
grindwegen	=	grindweg
grindweggetje	=	grindweg
grindweggetjes	=	grindweg
grindwoestijn	noun	een woestijn die grotendeels uit grind bestaat.
grindwoestijnen	=	grindwoestijn
grindwoestijntje	=	grindwoestijn
grindwoestijntjes	=	grindwoestijn
grindwolfspin	noun	Arctosa cinerea een spin uit de familie van de wolfspinnen (Lycosidae).
grindwolfspinnen	=	grindwolfspin
grindwolfspinnetje	=	grindwolfspin
grindwolfspinnetjes	=	grindwolfspin
gringo	noun	niet-Spaanstalige buitenlander (met name Engels sprekend) in Spaans-Amerikaanse landen
gringo's	=	gringo
gringootje	=	gringo
gringootjes	=	gringo
grinnik	=	grinniken
grinnike	=	grinniken
grinniken	verb	lachen met je mond tot een grijns vertrokken
grinnikend	=	grinniken
grinnikende	=	grinniken
grinnikt	=	grinniken
grinnikte	=	grinniken
grinnikten	=	grinniken
grint	noun	grind
grinte	=	grinten
grinten	verb	met grint bestrooien
grintend	=	grinten
grintende	=	grinten
grintgaatje	=	grintgat
grintgaatjes	=	grintgat
grintgat	noun	een gegraven diepte in de bodem waaruit grint en zand gewonnen wordt.
grintgaten	=	grintgat
grintte	=	grinten
grintten	=	grinten
griot	noun	West-Afrikaanse troubadour, die met zijn liederen volksverhalen vertelt
griotje	=	griot
griotjes	=	griot
griotten	=	griot
grip	noun	een sterk contact tussen twee oppervlakken waardoor slippen of glijden bemoeilijkt wordt
gripanker	noun	twee scharnierende metalen plaatjes, vastgeschroefd in de hoek van twee loodrecht op elkaar geplaatste balken ter verankering
gripankers	=	gripanker
gripankertje	=	gripanker
gripankertjes	=	gripanker
gripje	=	grip
gripjes	=	grip
grippen	=	grip
griptang	noun	een stuk gereedschap om materialen tijdelijk krachtig vast te houden of samen te klemmen
griptangen	=	griptang
griptangetje	=	griptang
griptangetjes	=	griptang
gris	=	grissen
grisaille	noun	grauwschildering, een schilderij waarin men geen natuurlijke kleuren aanbrengt maar zich beperkt tot de weergave der dingen in alle mogelijke schakeringen van dezelfde kleur, meestal grijs of bruin
grisailles	=	grisaille
grison	noun	bepaald soort zoogdier, Galictis vittata, een marterachtige die voorkomt in Midden- en Zuid-Amerika
grisonnetje	=	grison
grisonnetjes	=	grison
grisons	=	grison
grisse	=	grissen
grissen	verb	snel naar iets grijpen
grissend	=	grissen
grissende	=	grissen
grist	=	grissen
griste	=	grissen
gristen	=	grissen
grit	noun	schelpengruis (bijv. als bijvoer voor kippen)
gritsel	noun	een tuingereedschap, een soort hark, om bladeren, gras of ander materiaal te verzamelen en de grond egaliseren
gritsels	=	gritsel
gritseltje	=	gritsel
gritseltjes	=	gritsel
gritstraal	=	gritstralen
gritstraalde	=	gritstralen
gritstraalden	=	gritstralen
gritstraalt	=	gritstralen
gritstrale	=	gritstralen
gritstralen	verb	een oppervlak van metaal of glas bewerken met een straal grit
gritstralend	=	gritstralen
gritstralende	=	gritstralen
grizzly	noun	Ursus arctos horribilis van grizzlybeer
grizzly's	=	grizzly
grizzlybeer	noun	Ursus arctos horribilis, een Amerikaanse ondersoort van de bruine beer
grizzlybeertje	=	grizzlybeer
grizzlybeertjes	=	grizzlybeer
grizzlyberen	=	grizzlybeer
grobbejanus	noun	onhandig, onbeholpen, lomp persoon
grobbejanusje	=	grobbejanus
grobbejanusjes	=	grobbejanus
grobbejanussen	=	grobbejanus
groede	noun	aangeslibd land
groef	noun	lange en smalle uitholling, insnijding, diepe rand
groefbidder	noun|obsolete	aanspreker, doodsbidder
groefbij	noun	insect van de familie Halictidae
groefbijen	noun	een familie Halictidae van vliesvleugeligen (Hymenoptera).
groefbijendoder	noun	Cerceris rybyensis een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
groefbijendoders	=	groefbijendoder
groefbijendodertje	=	groefbijendoder
groefbijendodertjes	=	groefbijendoder
groefbijtje	=	groefbij
groefbijtjes	=	groefbij
groefde	=	groeven
groefden	=	groeven
groefhalsfluweelloper	noun	Chlaenius sulcicollis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
groefhalsfluweellopers	=	groefhalsfluweelloper
groefhalsfluweellopertje	=	groefhalsfluweelloper
groefhalsfluweellopertjes	=	groefhalsfluweelloper
groefje	=	groef
groefjes	=	groef
groefkopadders	noun	een onderfamilie Crotalinae van slangen uit de familie adders (Viperidae).
groefkoppriemkever	noun	Bembidion doris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
groefkoppriemkevers	=	groefkoppriemkever
groefkoppriemkevertje	=	groefkoppriemkever
groefkoppriemkevertjes	=	groefkoppriemkever
groefoogslangen	noun	een geslacht Bothrophthalmus van slangen uit de familie Lamprophiidae
groefsnavelani	noun	Crotophaga sulcirostris een vogel uit de familie van de Cuculidae (koekoeken).
groefsnavelani's	=	groefsnavelani
groefsnavelanietje	=	groefsnavelani
groefsnavelanietjes	=	groefsnavelani
groefsnaveltoekan	noun	Ramphastos vitellinus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
groefsnaveltoekannetje	=	groefsnaveltoekan
groefsnaveltoekannetjes	=	groefsnaveltoekan
groefsnaveltoekans	=	groefsnaveltoekan
groefstaarttiran	noun	Muscipipra vetula een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
groefstaarttirannen	=	groefstaarttiran
groefstaarttirannetje	=	groefstaarttiran
groefstaarttirannetjes	=	groefstaarttiran
groeft	=	groeven
groeftandbosmuis	noun	Leimacomys buettneri een Afrikaanse knaagdier uit de Muridae.
groeftandbosmuisje	=	groeftandbosmuis
groeftandbosmuisjes	=	groeftandbosmuis
groeftandbosmuizen	=	groeftandbosmuis
groeftarszwartschild	noun	Pterostichus vernalis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
groeftarszwartschilden	=	groeftarszwartschild
groeftarszwartschildje	=	groeftarszwartschild
groeftarszwartschildjes	=	groeftarszwartschild
groei	noun	het groter worden
groeiachterstand	noun	een langzamere dan normale groei; een achterstand in de ontwikkeling in omvang
groeiachterstanden	=	groeiachterstand
groeiagenda	noun	een aantal afspraken die gericht is op het verwezenlijken van economische groei
groeiagenda's	=	groeiagenda
groeibedrijf	noun	een kleine bedrijf van minstens 4 en maximaal 10 jaar oud, die gedurende de twee voorgaande boekjaren een groei realiseerde van minimaal 10% per jaar in werkgelegenheid en/of omzet
groeibedrijven	=	groeibedrijf
groeibevorderaar	noun	middel dat gebruikt wordt om de groei van gewassen en vee te bevorderen
groeibevorderaars	=	groeibevorderaar
groeiboek	noun	boek waarin men de groei van een kind bijhoudt
groeiboeken	=	groeiboek
groeiboekje	=	groeiboek
groeiboekjes	=	groeiboek
groeibrief	noun	brief waarin voornemens van de regering staan om de economische groei te stimuleren
groeibrieven	=	groeibrief
groeibriljant	noun	sieraad met briljant dat tegen betaling kan worden ingewisseld voor een sieraad met een grotere briljant
groeibriljanten	=	groeibriljant
groeibriljantje	=	groeibriljant
groeibriljantjes	=	groeibriljant
groeicapaciteit	noun	de mate waarin een onderneming de potentie heeft om uit te breiden
groeicapaciteiten	=	groeicapaciteit
groeicijfer	noun	een getal dat aangeeft hoeveel iets per tijdseenheid groter wordt, meestal gaat het om de groei in procenten per jaar
groeicijfers	=	groeicijfer
groeicijfertje	=	groeicijfer
groeicijfertjes	=	groeicijfer
groeicurve	noun	kromme die het gewicht, de lengte of de hoofdomtrek als functie van de leeftijd aangeeft en wordt bijgehouden door consultatiebureaus en jeugdartsen
groeicurven	=	groeicurve
groeicurves	=	groeicurve
groeide	=	groeien
groeiden	=	groeien
groeie	=	groeien
groeien	verb	groter worden; toenemen in aantal
groeiend	adj	groter wordend
groeiende	=	groeiend
groeiends	=	groeiend
groeier	noun	iets of iemand die in omgang toeneemt
groeiers	=	groeier
groeiertje	=	groeier
groeiertjes	=	groeier
groeifactor	noun	een chemische stof die de groei van een organisme of een deel van een organisme stimuleert
groeifactoren	=	groeifactor
groeifactortje	=	groeifactor
groeifactortjes	=	groeifactor
groeifase	noun	periode dat iets of iemand groter en beter wordt
groeifasen	=	groeifase
groeifases	=	groeifase
groeifasetje	=	groeifase
groeifasetjes	=	groeifase
groeifinanciering	noun	lening gegeven aan een bedrijf om groter te worden; lening om de productie te verhogen
groeifinancieringen	=	groeifinanciering
groeifonds	noun	fonds dat belegt in effecten met als doel waardestijging hiervan en niet zozeer om de dividendopbrengsten
groeifondsen	=	groeifonds
groeifondsje	=	groeifonds
groeifondsjes	=	groeifonds
groeigebied	noun	gebied met een forse economische groei
groeigebieden	=	groeigebied
groeigebiedje	=	groeigebied
groeigebiedjes	=	groeigebied
groeigroep	noun	categorie die opvallend in omvang toeneemt
groeigroepen	=	groeigroep
groeiherstel	noun	het weer vertonen van economische groei na een periode van stilstand of krimp
groeihormonen	=	groeihormoon
groeihormoon	noun	somatotropine
groeihormoontje	=	groeihormoon
groeikans	noun	de mogelijkheid om zich te kunnen ontwikkelen
groeikansen	=	groeikans
groeikapitaal	noun	hoeveelheid geld dat men gebruikt voor de financiering van de groei van een onderneming
groeikapitaaltje	=	groeikapitaal
groeikapitaaltjes	=	groeikapitaal
groeikapitalen	=	groeikapitaal
groeikern	noun	gemeente waarvan het aantal bewoners snel toeneemt
groeikernen	=	groeikern
groeikracht	noun	het vermogen van organismen om zich te ontwikkelen
groeikrachten	=	groeikracht
groeiland	noun	land met een sterke economische groei
groeilanden	=	groeiland
groeilandje	=	groeiland
groeilandjes	=	groeiland
groeimachine	noun	bedrijf dat snel groei
groeimachines	=	groeimachine
groeimarkt	noun	afzetgebied dat goede vooruitzichten heeft in de toekomst in omvang toe te nemen
groeimarkten	=	groeimarkt
groeimiddel	noun	groeistimulerend en bevorderend middel
groeimiddelen	=	groeimiddel
groeimodel	noun	plan om economisch te groeien
groeimodellen	=	groeimodel
groeimotor	noun	gebieden, bedrijven en bedrijfstakken die de economische groei sterk stimuleren
groeimotoren	=	groeimotor
groeimotors	=	groeimotor
groeiniveau	noun	de snelheid van economische groei uitgedrukt in een percentage
groeiniveaus	=	groeiniveau
groeipact	noun	een overeenkomst tussen verschillende landen dat het doel heeft de economische groei te stimuleren zonder dat het begrotingstekort onverantwoord hoog wordt
groeipacten	=	groeipact
groeipad	noun	de route van een groei- en ontwikkelingsproces
groeipaden	=	groeipad
groeipakket	noun	systeem van kinderbijslag in Vlaanderen
groeipakketje	=	groeipakket
groeipakketjes	=	groeipakket
groeipakketten	=	groeipakket
groeipatronen	=	groeipatroon
groeipatroon	noun	de wijze waarop iets groeit
groeipatroontje	=	groeipatroon
groeipatroontjes	=	groeipatroon
groeipercentage	noun	de relatieve toename van iets uitgedrukt in procenten van de oorspronkelijke waarde
groeipercentages	=	groeipercentage
groeiperiode	noun	tijdperk met grote economische groei
groeiperioden	=	groeiperiode
groeiperiodes	=	groeiperiode
groeiperspectief	noun	de kans op toekomstige economische groei
groeiperspectieven	=	groeiperspectief
groeipijn	noun	de pijn die toegeschreven wordt aan het groeien van een lichaamsdeel met name van botten
groeipijnen	=	groeipijn
groeipijntje	=	groeipijn
groeipijntjes	=	groeipijn
groeiplaats	noun	plaats waar planten en gewassen (plegen te) groeien
groeiplaatsen	=	groeiplaats
groeiplan	noun	voornemen hoe men zich verder wil ontwikkelen
groeiplannen	=	groeiplan
groeiplannetje	=	groeiplan
groeiplannetjes	=	groeiplan
groeipolen	=	groeipool
groeipool	noun	Een concentratiegebied van bedrijven en mensen, dat zeer snel groeit
groeipotentie	noun	het vermogen om groter of beter te kunnen worden
groeipotentieel	noun	het vermogen om groter of beter te kunnen worden
groeipotenties	=	groeipotentie
groeipotentiëlen	=	groeipotentieel
groeiproces	noun	alle gebeurtenissen die leiden tot groter worden en ontwikkeling
groeiprocesje	=	groeiproces
groeiprocesjes	=	groeiproces
groeiprocessen	=	groeiproces
groeiprognose	noun	voorspelling van de toename van de economische activiteit
groeiprognoses	=	groeiprognose
groeipunt	noun	deel van de plant waar groei plaatsvindt
groeipunten	=	groeipunt
groeipuntje	=	groeipunt
groeipuntjes	=	groeipunt
groeiraming	noun	voorspelling over de toekomstige economische groei
groeiramingen	=	groeiraming
groeiregulator	noun	hormoon, dat de groei kan beïnvloeden
groeiregulators	=	groeiregulator
groeiremmer	noun	middel dat de groei van een dier of plant remt
groeiremmers	=	groeiremmer
groeiremmertje	=	groeiremmer
groeiremmertjes	=	groeiremmer
groeiring	noun	ring die vooral herkenbaar is op de doorsnee van dwars gezaagd hout (kopshout) en die één jaar groei van een boom omvat
groeiringen	=	groeiring
groeiruimte	noun	mogelijkheden om in de toekomst nog verder te kunnen groeien
groeiruimten	=	groeiruimte
groeiruimtes	=	groeiruimte
groeiscenario	noun	verwachting over de toekomstige groei van een economische activiteit
groeiscenario's	=	groeiscenario
groeischijf	noun	kraakbeenschijf aan het uiteinde van een bot van waaruit de groei van het bot plaatsvindt
groeischijfje	=	groeischijf
groeischijfjes	=	groeischijf
groeischijven	=	groeischijf
groeischolen	=	groeischool
groeischool	noun	nieuwe school die nog moet uitgroeien tot een volwaardige
groeischooltje	=	groeischool
groeischooltjes	=	groeischool
groeisector	noun	snel groeiende economische sector
groeisectoren	=	groeisector
groeisectors	=	groeisector
groeiseizoen	noun	deel van het jaar dat planten groter worden
groeiseizoenen	=	groeiseizoen
groeisel	noun	organisme dat gegroeid is
groeisels	=	groeisel
groeiseltje	=	groeisel
groeiseltjes	=	groeisel
groeisnelheden	=	groeisnelheid
groeisnelheid	noun	de snelheid waarin iets in aantal of omvang toeneemt
groeisprong	noun	periode van zeer snelle groei
groeisprongen	=	groeisprong
groeisprongetje	=	groeisprong
groeisprongetjes	=	groeisprong
groeispurt	noun	periode met snelle groei
groeispurten	=	groeispurt
groeispurtje	=	groeispurt
groeispurtjes	=	groeispurt
groeispurts	=	groeispurt
groeistad	noun	centraal gelegen steden buiten de Randstad, die mensen en bedrijven moesten aantrekken
groeistadje	=	groeistad
groeistadjes	=	groeistad
groeisteden	=	groeistad
groeistoornis	noun	ziekte waardoor een licaam(sdeel) zich onvolledig of juist overmatig ontwikkelt
groeistoornissen	=	groeistoornis
groeistrategie	noun	plannen; voorgenomen handelingen die als doel hebben om een bedrijf of land groter te maken
groeistrategietje	=	groeistrategie
groeistrategietjes	=	groeistrategie
groeistrategieën	=	groeistrategie
groeistuip	noun	een plotselinge toename van iets
groeistuipen	=	groeistuip
groeistuipje	=	groeistuip
groeistuipjes	=	groeistuip
groeit	=	groeien
groeitempo	noun	de snelheid waarmee een bedrijf of land economisch groeit
groeitempo's	=	groeitempo
groeitijd	noun	de periode van het jaar dat iets groeit
groeitijden	=	groeitijd
groeitje	=	groei
groeitjes	=	groei
groeitop	noun	top van een plant, waar de groei valt waar te nemen
groeitopje	=	groeitop
groeitopjes	=	groeitop
groeitoppen	=	groeitop
groeitrend	noun	de tendens dat iets groter of meer wordt
groeitrends	=	groeitrend
groeiverhaal	noun	het verhaal(tje) dat men vertelt over mogelijke toekomstige groei en ontwikkeling
groeiverhalen	=	groeiverhaal
groeivermogen	noun	in staat zijn om groter of omvangrijker te worden
groeivermogens	=	groeivermogen
groeiversnelling	noun	verhoging van het groeitempo, toename van de groeisnelheid
groeiversnellingen	=	groeiversnelling
groeivertraging	noun	het zich in een langzamer tempo ontwikkelen of groter worden
groeivertragingen	=	groeivertraging
groeivertraginkje	=	groeivertraging
groeivertraginkjes	=	groeivertraging
groeiverwachting	noun	de toename van de economische groei zoals men denkt dat deze in de toekomst zal plaatsvinden
groeiverwachtingen	=	groeiverwachting
groeivoet	noun	procentuele verandering van het bruto binnenlands product tegenover het voorgaande jaar.
groeivoeten	=	groeivoet
groeivoetje	=	groeivoet
groeivoetjes	=	groeivoet
groeiwoning	noun	een flexibele woning die ontworpen is om mee te veranderen met de levensfase en behoeften van de bewoners.
groeiwoningen	=	groeiwoning
groeiwoninkje	=	groeiwoning
groeiwoninkjes	=	groeiwoning
groeizaam	adj	van (weers)omstandigheden dat ze de groei bevorderen
groeizaams	=	groeizaam
groeizaamst	=	groeizaam
groeizaamste	=	groeizaam
groeizame	=	groeizaam
groeizamer	=	groeizaam
groeizamere	=	groeizaam
groeizamers	=	groeizaam
groen	noun	kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben, geel met blauw gemengd; secundaire kleur, in het spectrum gelegen tussen geel en cyaan, met een golflengte van ca. 550 nm	adj	met de kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben
groen-wit	noun	patroon dat is opgebouwd uit witte en groene vlakken	adj	met groene en witte vlakken
groen-wits	=	groen-wit
groen-witte	=	groen-wit
groenachtig	adj	kleur gelijkend op groen hebbend
groenachtige	=	groenachtig
groenachtiger	=	groenachtig
groenachtigere	=	groenachtig
groenachtigers	=	groenachtig
groenachtigs	=	groenachtig
groenachtigst	=	groenachtig
groenachtigste	=	groenachtig
groenafval	noun	plantaardig afval; afval afkomstig van plantaardig materiaal
groenarm	adj	met weinig bomen, struiken, weides of andere groenvoorzieningen
groenarme	=	groenarm
groenarmer	=	groenarm
groenarmere	=	groenarm
groenarmers	=	groenarm
groenarms	=	groenarm
groenarmst	=	groenarm
groenarmste	=	groenarm
groenbaardhelmkolibrie	noun	Oxypogon guerinii een vogel uit de familie der kolibries (Trochilidae).
groenbaardhelmkolibries	=	groenbaardhelmkolibrie
groenbaardhelmkolibrietje	=	groenbaardhelmkolibrie
groenbaardhelmkolibrietjes	=	groenbaardhelmkolibrie
groenbak	noun	groen gekleurde afvalcontainer voor gft-afval
groenbakken	=	groenbak
groenbandgrondspecht	noun	Colaptes melanochloros een vogel uit de familie Picidae (spechten).
groenbandgrondspechten	=	groenbandgrondspecht
groenbandgrondspechtje	=	groenbandgrondspecht
groenbandgrondspechtjes	=	groenbandgrondspecht
groenbandspanner	noun	Hydriomena impluviata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
groenbandspanners	=	groenbandspanner
groenbandspannertje	=	groenbandspanner
groenbandspannertjes	=	groenbandspanner
groenbandvliegenvanger	noun	Gennaeodryas placens een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
groenbandvliegenvangers	=	groenbandvliegenvanger
groenbandvliegenvangertje	=	groenbandvliegenvanger
groenbandvliegenvangertjes	=	groenbandvliegenvanger
groenbeheer	noun	onderhoud van groenvoorzieningen
groenbeige	noun	tint tussen groen en beige met RAL-nummer 1000 ( ); een groenachtige kleur beige.	adj	in een tint tussen groen en beige met RAL-nummer 1000 ( ).
groenbeleid	noun	de plannen die men maakt met betrekking tot het onderhoud van de plantsoenen in een gemeente
groenbemester	noun	gewas dat men kan gebruiken om de grond te verbeteren
groenbemesters	=	groenbemester
groenblauw	noun	tint tussen groen en blauw met RAL-nummer 5001 ( ).	adj	in een tint tussen groen en blauw met RAL-nummer 5001 ( ).
groenblauwe	=	groenblauw
groenblauwen	=	groenblauw
groenblauwer	=	groenblauw
groenblauwere	=	groenblauw
groenblauwers	=	groenblauw
groenblauws	=	groenblauw
groenblauwst	=	groenblauw
groenblauwste	=	groenblauw
groenblijvend	adj	het hele jaar door bladeren hebbend
groenblijvende	=	groenblijvend
groenblijvender	=	groenblijvend
groenblijvendere	=	groenblijvend
groenblijvenders	=	groenblijvend
groenblijvends	=	groenblijvend
groenblijvendst	=	groenblijvend
groenblijvendste	=	groenblijvend
groenboek	noun	een boek met een groene kaft
groenboeken	=	groenboek
groenboekje	=	groenboek
groenboekjes	=	groenboek
groenborstmango	noun	Anthracothorax prevostii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenborstmango's	=	groenborstmango
groenborstmangootje	=	groenborstmango
groenborstmangootjes	=	groenborstmango
groenborstpitta	noun	Pitta reichenowi een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae)
groenborstpitta's	=	groenborstpitta
groenborstpittaatje	=	groenborstpitta
groenborstpittaatjes	=	groenborstpitta
groenbruin	noun	tint tussen groen en bruin met RAL-nummer 8000 ( ).	adj	in een tint tussen groen en bruin met RAL-nummer 8000 ( ).
groenbruine	=	groenbruin
groenbruinen	=	groenbruin
groenbruiner	=	groenbruin
groenbruinere	=	groenbruin
groenbruiners	=	groenbruin
groenbruins	=	groenbruin
groenbruinst	=	groenbruin
groenbruinste	=	groenbruin
groenbuik	noun	dier met een groene buik
groenbuikamazilia	noun	Saucerottia viridigaster een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenbuikamazilia's	=	groenbuikamazilia
groenbuikamaziliaatje	=	groenbuikamazilia
groenbuikamaziliaatjes	=	groenbuikamazilia
groenbuiken	=	groenbuik
groenbuikfeeënhoningzuiger	noun	Cinnyris pulchellus (syn.: Nectarinia pulchella ) een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
groenbuikfeeënhoningzuigers	=	groenbuikfeeënhoningzuiger
groenbuikfeeënhoningzuigertje	=	groenbuikfeeënhoningzuiger
groenbuikfeeënhoningzuigertjes	=	groenbuikfeeënhoningzuiger
groenbuikgaasvlieg	noun	Pseudomallada prasinus een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
groenbuikgaasvliegen	=	groenbuikgaasvlieg
groenbuikgaasvliegje	=	groenbuikgaasvlieg
groenbuikgaasvliegjes	=	groenbuikgaasvlieg
groenbuikje	=	groenbuik
groenbuikjes	=	groenbuik
groenbuikjuweelkolibrie	noun	Lampornis sybillae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenbuikjuweelkolibries	=	groenbuikjuweelkolibrie
groenbuikjuweelkolibrietje	=	groenbuikjuweelkolibrie
groenbuikjuweelkolibrietjes	=	groenbuikjuweelkolibrie
groenbuiksteltwants	noun	Gampsocoris punctipes een wants uit de familie steltwantsen (Berytidae).
groenbuiksteltwantsen	=	groenbuiksteltwants
groenbuiksteltwantsje	=	groenbuiksteltwants
groenbuiksteltwantsjes	=	groenbuiksteltwants
groenbuikvizierkolibrie	noun	Augastes lumachella een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenbuikvizierkolibries	=	groenbuikvizierkolibrie
groenbuikvizierkolibrietje	=	groenbuikvizierkolibrie
groenbuikvizierkolibrietjes	=	groenbuikvizierkolibrie
groencomiteetje	=	groencomité
groencomiteetjes	=	groencomité
groencomité	noun	groep mensen die opkomen voor de groenvoorzieningen in een gemeente
groencomités	=	groencomité
groencontainer	noun	een door de gemeente verstrekte container voor het gescheiden inzamelen van groente-, fruit- en tuinafval
groencontainers	=	groencontainer
groencontainertje	=	groencontainer
groencontainertjes	=	groencontainer
groende	=	groenen
groenden	=	groenen
groene	noun	een persoon in het groen of geassocieerd met de kleur groen
groenen	verb	groen worden
groenend	=	groenen
groenende	=	groenen
groener	=	groen
groenere	=	groen
groeners	=	groen
groenetruidrager	noun	leider in het puntenklassement van een estafettewedstrijd
groenetruidragers	=	groenetruidrager
groenflatie	noun	geldontwaardig die ontstaat door het duurder worden van energie omdat deze steeds duurzamer geproduceerd moet worden
groenfonds	noun	beleggingsfonds dat belegt in milieuvriendelijke projecten
groenfondsen	=	groenfonds
groenfondsje	=	groenfonds
groenfondsjes	=	groenfonds
groengebied	noun	gebied met veel (natuurlijke) begroeiing
groengebieden	=	groengebied
groengebiedje	=	groengebied
groengebiedjes	=	groengebied
groengeel	noun	een kleur tussen groen en geel	adj	de kleur groengeel hebbend
groengeels	=	groengeel
groengeelst	=	groengeel
groengeelste	=	groengeel
groengele	=	groengeel
groengelen	=	groengeel
groengeler	=	groengeel
groengelere	=	groengeel
groengelers	=	groengeel
groengrijs	noun	tint tussen groen en grijs met RAL-nummer 7009 ( ).	adj	in een tint tussen groen en grijs met RAL-nummer 7009 ( ).
groengrijst	=	groengrijs
groengrijste	=	groengrijs
groengrijze	=	groengrijs
groengrijzen	=	groengrijs
groengrijzer	=	groengrijs
groengrijzere	=	groengrijs
groengrijzers	=	groengrijs
groenhart	noun	bepaald soort neotropische boom, Handroanthus serratifolius, die ook in Suriname voorkomt
groenhartbomen	=	groenhartboom
groenhartboom	noun	Handroanthus serratifolius tropische boom uit Zuid-Amerika waarvan het binnenste deel een groene kleur heeft en gele bloemen
groenhartboompje	=	groenhartboom
groenhartboompjes	=	groenhartboom
groenharten	=	groenhart
groenhartje	=	groenhart
groenheid	noun	de mate van groen zijn
groenig	adj	een beetje groen
groenige	=	groenig
groeniger	=	groenig
groenigere	=	groenig
groenigers	=	groenig
groenigs	=	groenig
groenigst	=	groenig
groenigste	=	groenig
groenkapbaardvogel	noun	Psilopogon incognitus een Aziatische baardvogel die voorkomt in Zuidoost-Azië
groenkapbaardvogels	=	groenkapbaardvogel
groenkapbaardvogeltje	=	groenkapbaardvogel
groenkapbaardvogeltjes	=	groenkapbaardvogel
groenkapbreedbektiran	noun	Tolmomyias sulphurescens een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
groenkapbreedbektirannen	=	groenkapbreedbektiran
groenkapbreedbektirannetje	=	groenkapbreedbektiran
groenkapbreedbektirannetjes	=	groenkapbreedbektiran
groenkaperemomela	noun	Eremomela scotops een vogel uit een geslacht van zangvogels uit de familie Cisticolidae.
groenkaperemomela's	=	groenkaperemomela
groenkaperemomelaatje	=	groenkaperemomela
groenkaperemomelaatjes	=	groenkaperemomela
groenkaphoningeter	noun	Ptilotula plumula een zangvogel uit de familie der honingeters (Meliphagidae).
groenkaphoningeters	=	groenkaphoningeter
groenkaphoningetertje	=	groenkaphoningeter
groenkaphoningetertjes	=	groenkaphoningeter
groenkaporganist	noun	Euphonia mesochrysa een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
groenkaporganisten	=	groenkaporganist
groenkaporganistje	=	groenkaporganist
groenkaporganistjes	=	groenkaporganist
groenkapstruikgors	noun	Arremon virenticeps een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
groenkapstruikgorsje	=	groenkapstruikgors
groenkapstruikgorsjes	=	groenkapstruikgors
groenkapstruikgorzen	=	groenkapstruikgors
groenkeelbuulbuul	noun	Arizelocichla chlorigula een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
groenkeelbuulbuuls	=	groenkeelbuulbuul
groenkeelbuulbuultje	=	groenkeelbuulbuul
groenkeelbuulbuultjes	=	groenkeelbuulbuul
groenkeelhoningzuiger	noun	Chalcomitra rubescens een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
groenkeelhoningzuigers	=	groenkeelhoningzuiger
groenkeelhoningzuigertje	=	groenkeelhoningzuiger
groenkeelhoningzuigertjes	=	groenkeelhoningzuiger
groenkeeljuweelkolibrie	noun	Lampornis viridipallens een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenkeeljuweelkolibries	=	groenkeeljuweelkolibrie
groenkeeljuweelkolibrietje	=	groenkeeljuweelkolibrie
groenkeeljuweelkolibrietjes	=	groenkeeljuweelkolibrie
groenkeelkolibrie	noun	Eulampis holosericeus een vogel uit de familie van de kolibries (Trochilidae).
groenkeelkolibries	=	groenkeelkolibrie
groenkeelkolibrietje	=	groenkeelkolibrie
groenkeelkolibrietjes	=	groenkeelkolibrie
groenkeelmango	noun	Anthracothorax viridigula een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenkeelmango's	=	groenkeelmango
groenkeelmangootje	=	groenkeelmango
groenkeelmangootjes	=	groenkeelmango
groenkeelorganist	noun	Euphonia chalybea een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
groenkeelorganisten	=	groenkeelorganist
groenkeelorganistje	=	groenkeelorganist
groenkeelorganistjes	=	groenkeelorganist
groenkeeltangare	noun	Stilpnia argyrofenges een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
groenkeeltangaren	=	groenkeeltangare
groenkeeltangaretje	=	groenkeeltangare
groenkeeltangaretjes	=	groenkeeltangare
groenkleurig	adj	met een groene kleur
groenkleurige	=	groenkleurig
groenkleurigs	=	groenkleurig
groenknolorchis	noun	Liparis loeselii een orchidee.
groenknolorchisje	=	groenknolorchis
groenknolorchisjes	=	groenknolorchis
groenknolorchissen	=	groenknolorchis
groenkophoningzuiger	noun	Cyanomitra verticalis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
groenkophoningzuigers	=	groenkophoningzuiger
groenkophoningzuigertje	=	groenkophoningzuiger
groenkophoningzuigertjes	=	groenkophoningzuiger
groenkoptrogon	noun	Harpactes oreskios een vogelsoort uit de familie trogons (Trogonidae).
groenkoptrogonnetje	=	groenkoptrogon
groenkoptrogonnetjes	=	groenkoptrogon
groenkoptrogons	=	groenkoptrogon
groenkopwielewaal	noun	Oriolus chlorocephalus een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
groenkopwielewaaltje	=	groenkopwielewaal
groenkopwielewaaltjes	=	groenkopwielewaal
groenkopwielewalen	=	groenkopwielewaal
groenkroonkoketkolibrie	noun	Stephanoxis lalandi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenkroonkoketkolibries	=	groenkroonkoketkolibrie
groenkroonkoketkolibrietje	=	groenkroonkoketkolibrie
groenkroonkoketkolibrietjes	=	groenkroonkoketkolibrie
groenkruinbriljantkolibrie	noun	Heliodoxa jacula een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenkruinbriljantkolibries	=	groenkruinbriljantkolibrie
groenkruinbriljantkolibrietje	=	groenkruinbriljantkolibrie
groenkruinbriljantkolibrietjes	=	groenkruinbriljantkolibrie
groenkruinhoningzuiger	noun	Cinnyris johannae een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
groenkruinhoningzuigers	=	groenkruinhoningzuiger
groenkruinhoningzuigertje	=	groenkruinhoningzuiger
groenkruinhoningzuigertjes	=	groenkruinhoningzuiger
groenkruinmaskerzanger	noun	Geothlypis semiflava een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
groenkruinmaskerzangers	=	groenkruinmaskerzanger
groenkruinmaskerzangertje	=	groenkruinmaskerzanger
groenkruinmaskerzangertjes	=	groenkruinmaskerzanger
groenkuifkoketkolibrie	noun	Lophornis verreauxii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenkuifkoketkolibries	=	groenkuifkoketkolibrie
groenkuifkoketkolibrietje	=	groenkuifkoketkolibrie
groenkuifkoketkolibrietjes	=	groenkuifkoketkolibrie
groenland	noun	met gras begroeid land
groenlanden	=	groenland
groenlander	noun	een inwoner van Groenland, of iemand afkomstig uit Groenland
groenlanders	=	groenlander
groenlands	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Groenland
groenlandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Groenland, of een vrouw afkomstig uit Groenland
groenlandsen	=	groenlandse
groenlandser	=	groenlands
groenlandsere	=	groenlands
groenlandsers	=	groenlands
groenlandst	=	groenlands
groenlandste	=	groenlands
groenling	noun	benaming voor vissen uit de familie Hexagrammidae
groenlingen	noun	een familie Hexagrammidae van zeevissen
groenlinkje	=	groenling
groenlinkjes	=	groenling
groenlinks-fractie	noun	volksvertegenwoordigers van GroenLinks in één volksvertegenwoordiging
groenlinks-fracties	=	groenlinks-fractie
groenlof	noun	Cichorium intybus var. foliosum een bladgroente die het midden houdt tussen witlof en andijvie.
groenlofje	=	groenlof
groenlofjes	=	groenlof
groenmaker	noun	hoveniersbedrijf
groenmakers	=	groenmaker
groenmarkt	noun	openbare markt voor groente
groenmarkten	=	groenmarkt
groenmarktje	=	groenmarkt
groenmarktjes	=	groenmarkt
groenmout	noun	mout die nog geëest moet worden
groennektangare	noun	Tangara fucosa een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
groennektangaren	=	groennektangare
groennektangaretje	=	groennektangare
groennektangaretjes	=	groennektangare
groenogen	noun	een familie Chlorophthalmidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
groenogig	adj	met groene ogen
groenogige	=	groenogig
groenogiger	=	groenogig
groenogigere	=	groenogig
groenogigers	=	groenogig
groenogigs	=	groenogig
groenogigst	=	groenogig
groenogigste	=	groenogig
groenonderhoud	noun	alle maatregelen die worden genomen om de begroeide leefomgeving aantrekkelijk te houden
groenoog	noun	ziekte of afwijking aan de ogen van een paard
groenoogje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort korstmos, Micarea viridileprosa uit de familie Byssolomataceae, die leeft in symbiose met de alg Micareoid Het oplichtend groene thallus is rond en heeft een diameter van 2 cm.
groenoogjes	=	groenoog
groenoorbaardvogel	noun	Psilopogon faiostrictus een Aziatische baardvogel die voorkomt in Zuidoost-Azië
groenoorbaardvogels	=	groenoorbaardvogel
groenoorbaardvogeltje	=	groenoorbaardvogel
groenoorbaardvogeltjes	=	groenoorbaardvogel
groenopleiding	noun	opleiding aan een Agrarisch OpleidingsCentrum of landbouw hogeschool
groenopleidingen	=	groenopleiding
groenopleidinkje	=	groenopleiding
groenopleidinkjes	=	groenopleiding
groenplan	noun	plan betreffende de beplanting van een bepaald gebied; plan betreffende de groenvoorzieningen in een bepaald gebied
groenplannen	=	groenplan
groenpluk	noun	het al in dienst nemen van medewerkers die nog niet klaar zijn met een schoolopleiding
groenpootbospatrijs	noun	Tropicoperdix chloropus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
groenpootbospatrijsje	=	groenpootbospatrijs
groenpootbospatrijsjes	=	groenpootbospatrijs
groenpootbospatrijzen	=	groenpootbospatrijs
groenpootoeverloopkever	noun	Elaphrus ullrichii een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
groenpootoeverloopkevers	=	groenpootoeverloopkever
groenpootoeverloopkevertje	=	groenpootoeverloopkever
groenpootoeverloopkevertjes	=	groenpootoeverloopkever
groenpootruiter	noun	Tringa nebularia een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae)
groenpootruiters	=	groenpootruiter
groenpootruitertje	=	groenpootruiter
groenpootruitertjes	=	groenpootruiter
groenrug	noun	dier met een groene rug
groenrugastrild	noun	Coccopygia melanotis een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
groenrugastrilden	=	groenrugastrild
groenrugastrildje	=	groenrugastrild
groenrugastrildjes	=	groenrugastrild
groenrugbekarde	noun	Pachyramphus viridis een zangvogel uit de familie Tityridae.
groenrugbekardes	=	groenrugbekarde
groenrugbekardetje	=	groenrugbekarde
groenrugbekardetjes	=	groenrugbekarde
groenrugbergnimf	noun	Urochroa leucura een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenrugbergnimfen	=	groenrugbergnimf
groenrugbergnimfje	=	groenrugbergnimf
groenrugbergnimfjes	=	groenrugbergnimf
groenrugbrilvogel	noun	Zosterops xanthochroa een brilvogel.
groenrugbrilvogels	=	groenrugbrilvogel
groenrugbrilvogeltje	=	groenrugbrilvogel
groenrugbrilvogeltjes	=	groenrugbrilvogel
groenrugbuulbuul	noun	Ixos malaccensis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
groenrugbuulbuuls	=	groenrugbuulbuul
groenrugbuulbuultje	=	groenrugbuulbuul
groenrugbuulbuultjes	=	groenrugbuulbuul
groenrugdwergspecht	noun	Picumnus olivaceus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
groenrugdwergspechten	=	groenrugdwergspecht
groenrugdwergspechtje	=	groenrugdwergspecht
groenrugdwergspechtjes	=	groenrugdwergspecht
groenrugeremomela	noun	Eremomela pusilla een vogel uit een geslacht van zangvogels uit de familie Cisticolidae.
groenrugeremomela's	=	groenrugeremomela
groenrugeremomelaatje	=	groenrugeremomela
groenrugeremomelaatjes	=	groenrugeremomela
groenrugfluiter	noun	Pachycephala albiventris een vogelsoort uit de familie van de Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
groenrugfluiters	=	groenrugfluiter
groenrugfluitertje	=	groenrugfluiter
groenrugfluitertjes	=	groenrugfluiter
groenruggen	=	groenrug
groenruggetje	=	groenrug
groenruggetjes	=	groenrug
groenruggors	noun	Arremonops chloronotus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
groenruggorsje	=	groenruggors
groenruggorsjes	=	groenruggors
groenruggorzen	=	groenruggors
groenrughoningvogel	noun	Prionochilus olivaceus een vogelsoort uit de familie van de Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
groenrughoningvogels	=	groenrughoningvogel
groenrughoningvogeltje	=	groenrughoningvogel
groenrughoningvogeltjes	=	groenrughoningvogel
groenrugtangare	noun	Bangsia edwardsi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
groenrugtangaren	=	groenrugtangare
groenrugtangaretje	=	groenrugtangare
groenrugtangaretjes	=	groenrugtangare
groenrugtodietiran	noun	Hemitriccus nidipendulus een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae).
groenrugtodietirannen	=	groenrugtodietiran
groenrugtodietirannetje	=	groenrugtodietiran
groenrugtodietirannetjes	=	groenrugtodietiran
groenrugtrogon	noun	Trogon viridis een vogel uit de familie der Trogons.
groenrugtrogonnetje	=	groenrugtrogon
groenrugtrogonnetjes	=	groenrugtrogon
groenrugtrogons	=	groenrugtrogon
groenrugvliegenvanger	noun	Ficedula elisae een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
groenrugvliegenvangers	=	groenrugvliegenvanger
groenrugvliegenvangertje	=	groenrugvliegenvanger
groenrugvliegenvangertjes	=	groenrugvliegenvanger
groenrugzwiepfluiter	noun	Androphobus viridis een soort uit de familie van de Psophodidae (Zwiepfluiters).
groenrugzwiepfluiters	=	groenrugzwiepfluiter
groenrugzwiepfluitertje	=	groenrugzwiepfluiter
groenrugzwiepfluitertjes	=	groenrugzwiepfluiter
groens	=	groen
groensel	noun	groene delen van een plant
groensels	=	groensel
groensnaveloropendola	noun	Psarocolius atrovirens een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
groensnaveloropendola's	=	groensnaveloropendola
groensnaveloropendolaatje	=	groensnaveloropendola
groensnaveloropendolaatjes	=	groensnaveloropendola
groenspaan	noun	giftige kleurstof koperacetaat (of cupriacetaat) ofwel 'Spaans groen'
groenspaantje	=	groenspaan
groenst	=	groen
groenstaartblada	noun	Bleda eximius een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
groenstaartblada's	=	groenstaartblada
groenstaartbladaatje	=	groenstaartblada
groenstaartbladaatjes	=	groenstaartblada
groenstaartglansspreeuw	noun	Lamprotornis chalybaeus een vogelsoort uit de familie Sturnidae
groenstaartglansspreeuwen	=	groenstaartglansspreeuw
groenstaartglansspreeuwtje	=	groenstaartglansspreeuw
groenstaartglansspreeuwtjes	=	groenstaartglansspreeuw
groenstaartglansvogel	noun	Galbula galbula een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
groenstaartglansvogels	=	groenstaartglansvogel
groenstaartglansvogeltje	=	groenstaartglansvogel
groenstaartglansvogeltjes	=	groenstaartglansvogel
groenstaartgoudkeelkolibrie	noun	Polytmus theresiae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenstaartgoudkeelkolibries	=	groenstaartgoudkeelkolibrie
groenstaartgoudkeelkolibrietje	=	groenstaartgoudkeelkolibrie
groenstaartgoudkeelkolibrietjes	=	groenstaartgoudkeelkolibrie
groenstaarthoningzuiger	noun	Aethopyga nipalensis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
groenstaarthoningzuigers	=	groenstaarthoningzuiger
groenstaarthoningzuigertje	=	groenstaarthoningzuiger
groenstaarthoningzuigertjes	=	groenstaarthoningzuiger
groenstaartkomeetkolibrie	noun	Lesbia nuna een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenstaartkomeetkolibries	=	groenstaartkomeetkolibrie
groenstaartkomeetkolibrietje	=	groenstaartkomeetkolibrie
groenstaartkomeetkolibrietjes	=	groenstaartkomeetkolibrie
groenstaartsmaragdkolibrie	noun	Chlorostilbon alice een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenstaartsmaragdkolibries	=	groenstaartsmaragdkolibrie
groenstaartsmaragdkolibrietje	=	groenstaartsmaragdkolibrie
groenstaartsmaragdkolibrietjes	=	groenstaartsmaragdkolibrie
groenstaarttowie	noun	Pipilo chlorurus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
groenstaarttowies	=	groenstaarttowie
groenstaarttowietje	=	groenstaarttowie
groenstaarttowietjes	=	groenstaarttowie
groenstaarttrogon	noun	een vogel Trogon elegans uit de familie Trogonidae.
groenstaarttrogonnetje	=	groenstaarttrogon
groenstaarttrogonnetjes	=	groenstaarttrogon
groenstaarttrogons	=	groenstaarttrogon
groenste	=	groen
groensteel	noun	Asplenium viride een varen die behoort de streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
groensteelsatijnzwam	noun	Entoloma incanum een paddenstoel die tot de familie Entolomataceae gerekend wordt.
groensteelsatijnzwammen	=	groensteelsatijnzwam
groensteelsatijnzwammetje	=	groensteelsatijnzwam
groensteelsatijnzwammetjes	=	groensteelsatijnzwam
groensteeltje	=	groensteel
groensteeltjes	=	groensteel
groensteen	noun	gesteente met een groene kleur
groenstelen	=	groensteel
groenstenen	=	groensteen
groenstroken	=	groenstrook
groenstrook	noun	een strook die met planten en bomen beplant is.
groenstrookje	=	groenstrook
groenstrookjes	=	groenstrook
groenstuitvliegenvanger	noun	Eopsaltria australis een zangvogel uit de familie der Australische vliegenvangers (Petroicidae).
groenstuitvliegenvangers	=	groenstuitvliegenvanger
groenstuitvliegenvangertje	=	groenstuitvliegenvanger
groenstuitvliegenvangertjes	=	groenstuitvliegenvanger
groent	=	groenen
groentaks	noun	de hoeveelheid belasting die men moet betalen voor het verrichten van handelingen die schadelijk zijn voor de leefomgeving
groentaksen	=	groentaks
groente	noun	eetbare planten of delen daarvan, echter let op!
groente-exporteur	noun	bedrijf of persoon die groentes verkoopt in het buitenland
groente-exporteurs	=	groente-exporteur
groente-uil	noun	Lacanobia oleracea een nachtvlinder die behoort tot de Noctuidae (nachtuiltjes).
groente-uilen	=	groente-uil
groente-uiltje	=	groente-uil
groente-uiltjes	=	groente-uil
groenteafdeling	noun	het deel van een winkel waar men groente en fruit verkoopt
groenteafdelingen	=	groenteafdeling
groenteafval	noun	het organische afval dat uit vrij komt bij de bereiding van groente
groenteassortiment	noun	de verzameling van verschillende groentes die in een winkel verkrijgbaar zijn; het groente aanbod in een winkel
groenteassortimenten	=	groenteassortiment
groentebak	noun	bak waarin de groentes liggen in een winkel
groentebakje	=	groentebak
groentebakjes	=	groentebak
groentebakken	=	groentebak
groentebed	noun	afgeperkte en/of verhoogde plaats in een tuin, waarop groentes gekweekt worden
groentebedden	=	groentebed
groentebedje	=	groentebed
groentebedjes	=	groentebed
groentebereiding	noun	het klaarmaken van eetbare plantendelen (groenten) voor consumptie, waarbij ze geschikt worden gemaakt om te eten, vaak met aandacht voor smaak en textuur.
groentebereidingen	=	groentebereiding
groentebereidinkje	=	groentebereiding
groentebereidinkjes	=	groentebereiding
groenteboeket	noun	een bos groentes die men sierlijk heeft gerangschikt
groenteboeketten	=	groenteboeket
groenteboer	noun	iemand die een detailhandel in groente en fruit bedrijft
groenteboeren	=	groenteboer
groenteboers	=	groenteboer
groenteboertje	=	groenteboer
groenteboertjes	=	groenteboer
groentebouillon	noun	een aftreksel van groentes dat vaak de basis van een soep is
groentebouillons	=	groentebouillon
groentebuffet	noun	tafel met allerlei groentes die je zelf kunt uitkiezen en pakken om een maaltijd samen te stellen
groentebuffetten	=	groentebuffet
groenteburger	noun	vegetarische snack, bestaande uit een gepaneerde schijf gevuld met groente
groenteburgers	=	groenteburger
groenteburgertje	=	groenteburger
groenteburgertjes	=	groenteburger
groentechip	noun	dun reepje gefrituurde groenten anders dan aardappelen (voornamelijk gebruikt in het meervoud)
groentechips	=	groentechip
groenteconserven	noun	langer houdbaar gemaakte groente
groentegarnituren	=	groentegarnituur
groentegarnituur	noun	groenten die bij vlees of vis geserveerd wordt
groentegarnituurtje	=	groentegarnituur
groentegarnituurtjes	=	groentegarnituur
groentegerecht	noun	op een bepaalde wijze bereidde groente als deel van een maaltijd
groentegerechten	=	groentegerecht
groentegerechtje	=	groentegerecht
groentegerechtjes	=	groentegerecht
groentehal	noun	markthal waar men groentes verkoopt
groentehallen	=	groentehal
groentehandel	noun	bedrijf dat groentes in- en verkoopt
groentehandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep groente in- en verkoopt
groentehandelaars	=	groentehandelaar
groentehandelaartje	=	groentehandelaar
groentehandelaartjes	=	groentehandelaar
groentehandelaren	=	groentehandelaar
groentehandels	=	groentehandel
groentehandeltje	=	groentehandel
groentehandeltjes	=	groentehandel
groentekar	noun	tweewielige kar waarop groente ligt uitgestald die door een groenteman wordt verkocht
groentekarren	=	groentekar
groentekarretje	=	groentekar
groentekarretjes	=	groentekar
groentekas	noun	een doorzichtige en meest glazen constructie die het cultiveren mogelijk maakt van groentes die een ander klimaat vergen dan buiten heerst
groentekassen	=	groentekas
groenteke	=	groente
groentekraam	noun	verplaatsbare tent waar groenten verkocht worden
groentekraampje	=	groentekraam
groentekraampjes	=	groentekraam
groentekramen	=	groentekraam
groentekrans	noun	een rondgaande versiering gemaakt van groentes
groentekransen	=	groentekrans
groentekransje	=	groentekrans
groentekransjes	=	groentekrans
groentekweker	noun	iemand die groentes verbouwt
groentekwekers	=	groentekweker
groentela	noun	bak in een koelkast voor de groentes
groentela's	=	groentela
groentelade	noun	bak in de koelkast waarin men groentes kan bewaren
groenteladen	=	groentelade
groentelades	=	groentelade
groenteman	noun	iemand die groente en fruit verkoopt
groentemand	noun	een bak met verschillende groentes
groentemanden	=	groentemand
groentemandje	=	groentemand
groentemandjes	=	groentemand
groentemannen	=	groenteman
groentemannetje	=	groenteman
groentemannetjes	=	groenteman
groentemarkt	noun	openbare markt voor groente
groentemarkten	=	groentemarkt
groentemarktje	=	groentemarkt
groentemarktjes	=	groentemarkt
groentemengeling	noun	mengsel met verschillende groentes
groentemengelingen	=	groentemengeling
groentemengsel	noun	mix van verschillende groentes
groentemengsels	=	groentemengsel
groentemes	noun	keukenmes speciaal geschikt voor het snijden van groente
groentemesje	=	groentemes
groentemesjes	=	groentemes
groentemessen	=	groentemes
groenten	=	groente
groentenugget	noun	nugget met een vulling van groentes
groentenuggets	=	groentenugget
groenteomelet	noun	gerecht bestaande uit gebakken, geklutst ei en in stukjes gesneden groenten
groenteomeletten	=	groenteomelet
groentepakket	noun	doos met verschillende groentes die men nodig heeft voor het maken van een of meer maaltijden
groentepakketten	=	groentepakket
groentepallet	noun	een houten of kunststof plateau om groentes op te plaatsen ter opslag of om te vervoeren
groentepallets	=	groentepallet
groentepalletten	=	groentepallet
groentepap	noun	mengsel van gemalen groentes
groentepapje	=	groentepap
groentepapjes	=	groentepap
groentepappen	=	groentepap
groentepuree	noun	warm gerecht van fijngestampte of gezeefde groente, waar meestal nog een zuivelproduct zoals melk aan is toegevoegd
groentepurees	=	groentepuree
groentequiche	noun	warme, hartige taart met eieren, spek, slagroom, kaas en extra veel groenten
groentequiches	=	groentequiche
groentes	=	groente
groentesalaadje	=	groentesalade
groentesalaadjes	=	groentesalade
groentesalade	noun	een gerecht met koude groente en eventueel een dressing
groentesalades	=	groentesalade
groentesaladetje	=	groentesalade
groentesaladetjes	=	groentesalade
groentesap	noun	het sap van één of meerdere groenten dat kan gedronken worden
groentesapje	=	groentesap
groentesapjes	=	groentesap
groentesappen	=	groentesap
groentesaus	noun	een vloeibare substantie met groentes die meestal over een gerecht wordt gedaan of ernaast wordt gegeten voor extra smaak
groentesausen	=	groentesaus
groentesauzen	=	groentesaus
groenteschaal	noun	schaal waarin men groentes opdient tijdens de maaltijd
groenteschalen	=	groenteschaal
groenteschotel	noun	gerecht bestaande uit groentes
groenteschotels	=	groenteschotel
groentesector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het telen van en de handel in groentes
groentesectoren	=	groentesector
groentesectors	=	groentesector
groentesla	noun	een gerecht met koude groente en eventueel een dressing
groenteslaatje	=	groentesla
groenteslaatjes	=	groentesla
groentesnijder	noun	een handig keukenhulpmiddel of apparaat dat is ontworpen om groenten (en vaak fruit) snel, veilig en gelijkmatig te snijden, raspen of hakken
groentesnijders	=	groentesnijder
groentesnijdertje	=	groentesnijder
groentesnijdertjes	=	groentesnijder
groentesoep	noun	soep waarin verschillende groentes verwerkt zijn
groentesoepen	=	groentesoep
groentesoepje	=	groentesoep
groentesoepjes	=	groentesoep
groentesoort	noun	plantensoort die men als groente kan eten
groentesoorten	=	groentesoort
groentetaart	noun	een hartige taart met groente
groentetaarten	=	groentetaart
groentetaartje	=	groentetaart
groentetaartjes	=	groentetaart
groenteteelt	noun	het verbouwen van groentes
groenteteelten	=	groenteteelt
groenteteler	noun	iemand die groentes verbouwt
groentetelers	=	groenteteler
groentetje	=	groente
groentetuin	noun	een tuin waar groenten worden gekweekt voor eigen gebruik
groentetuinen	=	groentetuin
groentetuintje	=	groentetuin
groentetuintjes	=	groentetuin
groenteveiling	noun	een plaats waar groentes bij afslag verkocht worden
groenteveilingen	=	groenteveiling
groentewinkel	noun	groenteboer, winkel waar men groente en fruit verkoopt
groentewinkels	=	groentewinkel
groentewinkeltje	=	groentewinkel
groentewinkeltjes	=	groentewinkel
groentezaak	noun	winkel waar men groentes verkoopt
groentezaakje	=	groentezaak
groentezaakjes	=	groentezaak
groentezaken	=	groentezaak
groentijd	noun	de periode die een aankomend lid van een studentenvereniging moet doorlopen voordat hij lid kan worden
groentijden	=	groentijd
groentje	noun	alleen verkleinwoord iemand die uit onvervarenheid nog veel fouten maakt en daar vaak voor geplaagd wordt
groentjes	=	groentje
groenverklaring	noun	een officieel document van de RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) dat bevestigt dat een (nieuwbouw)project of woning voldoet aan strenge duurzaamheidseisen, zoals een zeer lage energieprestatie (BENG) en het gebruik van duurzaam hout.
groenverklaringen	=	groenverklaring
groenverklarinkje	=	groenverklaring
groenverklarinkjes	=	groenverklaring
groenvleugelara	noun	Ara chloropterus een vogel uit de familie der Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
groenvleugelara's	=	groenvleugelara
groenvleugelaraatje	=	groenvleugelara
groenvleugelaraatjes	=	groenvleugelara
groenvleugelbuulbuul	noun	Ixos mcclellandii een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls)
groenvleugelbuulbuuls	=	groenvleugelbuulbuul
groenvleugelbuulbuultje	=	groenvleugelbuulbuul
groenvleugelbuulbuultjes	=	groenvleugelbuulbuul
groenvleugelkoningsparkiet	noun	Alisterus chloropterus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
groenvleugelkoningsparkieten	=	groenvleugelkoningsparkiet
groenvleugelkoningsparkietje	=	groenvleugelkoningsparkiet
groenvleugelkoningsparkietjes	=	groenvleugelkoningsparkiet
groenvleugelsaltator	noun	Saltator similis een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
groenvleugelsaltators	=	groenvleugelsaltator
groenvleugelsaltatortje	=	groenvleugelsaltator
groenvleugelsaltatortjes	=	groenvleugelsaltator
groenvleugeltrompetvogel	noun	Psophia viridis een vogel uit de familie van de trompetvogels.
groenvleugeltrompetvogels	=	groenvleugeltrompetvogel
groenvleugeltrompetvogeltje	=	groenvleugeltrompetvogel
groenvleugeltrompetvogeltjes	=	groenvleugeltrompetvogel
groenvoeder	noun	plantendelen als veevoeder
groenvoeders	=	groenvoeder
groenvoer	noun	plantendelen als veevoeder
groenvoetvezelkop	noun	Inocybe calamistrata een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
groenvoetvezelkopje	=	groenvoetvezelkop
groenvoetvezelkopjes	=	groenvoetvezelkop
groenvoetvezelkoppen	=	groenvoetvezelkop
groenvoetvezelkoppie	=	groenvoetvezelkop
groenvoetvezelkoppies	=	groenvoetvezelkop
groenvoorhoofdamazilia	noun	Ramosomyia viridifrons een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenvoorhoofdamazilia's	=	groenvoorhoofdamazilia
groenvoorhoofdamaziliaatje	=	groenvoorhoofdamazilia
groenvoorhoofdamaziliaatjes	=	groenvoorhoofdamazilia
groenvoorhoofdlancetkolibrie	noun	Doryfera ludovicae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
groenvoorhoofdlancetkolibries	=	groenvoorhoofdlancetkolibrie
groenvoorhoofdlancetkolibrietje	=	groenvoorhoofdlancetkolibrie
groenvoorhoofdlancetkolibrietjes	=	groenvoorhoofdlancetkolibrie
groenvoorziening	noun	organisatie die zorgt voor het groen in een stand of dorp
groenvoorzieningen	=	groenvoorziening
groenvreter	noun|humorous	vegetariër
groenvreters	=	groenvreter
groenvretertje	=	groenvreter
groenvretertjes	=	groenvreter
groenvrijwilliger	noun	vrijwilliger die onderhoudt pleegt aan openbare groenvoorzieningen
groenvrijwilligers	=	groenvrijwilliger
groenwangamazone	noun	Amazona viridigenalis een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
groenwangamazonen	=	groenwangamazone
groenwangamazones	=	groenwangamazone
groenwangamazonetje	=	groenwangamazone
groenwangamazonetjes	=	groenwangamazone
groenwangparkiet	noun	Pyrrhura molinae een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
groenwangparkieten	=	groenwangparkiet
groenwangparkietje	=	groenwangparkiet
groenwangparkietjes	=	groenwangparkiet
groenwarenhuis	noun	een warenhuis dat zich richt op het verkopen van planten en tuinbenodigdheden
groenwarenhuizen	=	groenwarenhuis
groenwerker	noun	iemand die bij de plantsoenendienst van een gemeente werkt
groenwerkers	=	groenwerker
groenwier	noun	organisme behorend tot de stam Chlorophyta dat verwant is aan de planten
groenwieren	noun	een stam Chlorophyta van organismen die verwant zijn aan de planten.
groenwiertje	=	groenwier
groenwiertjes	=	groenwier
groenwit	noun	witte kleur met een groene tint	adj	wit met een groene tint
groenwits	=	groenwit
groenwitst	=	groenwit
groenwitste	=	groenwit
groenwitte	=	groenwit
groenwitter	=	groenwit
groenwittere	=	groenwit
groenwitters	=	groenwit
groep	noun	uit meerdere personen, dieren of eenheden bestaand geheel
groepachter	noun	kinderen die in groep acht zitten van de basisschool in Nederland
groepachters	=	groepachter
groepage	noun	het groeperen
groepages	=	groepage
groepeer	=	groeperen
groepeerde	=	groeperen
groepeerden	=	groeperen
groepeeren	=	groeperen
groepeering	=	groepering
groepeert	=	groeperen
groepen	=	groep
groepenkast	noun	meterkast waar de zekeringen voor de verschillende elektrische groepen van een huis zijn geïnstalleerd
groepenkasten	=	groepenkast
groepenkastje	=	groepenkast
groepenkastjes	=	groepenkast
groepentheorie	noun	theorie van de groepen
groepentheorietje	=	groepentheorie
groepentheorietjes	=	groepentheorie
groepentheorieën	=	groepentheorie
groepere	=	groeperen
groeperen	verb	in groepen stellen
groeperend	=	groeperen
groeperende	=	groeperen
groepering	noun	groep mensen met een gedeelde overtuiging of mening
groeperingen	=	groepering
groeperinkje	=	groepering
groeperinkjes	=	groepering
groepje	=	groep
groepjes	=	groep
groepjesgroefbij	noun	Lasioglossum malachurum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
groepjesgroefbijen	=	groepjesgroefbij
groepjesgroefbijtje	=	groepjesgroefbij
groepjesgroefbijtjes	=	groepjesgroefbij
groepreis	noun	tocht georganiseerd om samen met andere mensen uit andere gezinnen te maken
groepreisje	=	groepreis
groepreisjes	=	groepreis
groepreizen	=	groepreis
groepsaankoop	noun	met een groep samen hetzelfde product aankopen bij dezelfde leverancier om zo een lagere prijs te krijgen
groepsaankopen	=	groepsaankoop
groepsaanranding	noun	een ernstig zedenmisdrijf waarbij meerdere personen (een groep) tegelijkertijd of na elkaar een slachtoffer ongewenst seksueel aanraken.
groepsaanrandingen	=	groepsaanranding
groepsaanrandinkje	=	groepsaanranding
groepsaanrandinkjes	=	groepsaanranding
groepsactiviteit	noun	iets dat door meerdere personen gezamenlijk wordt uitgevoerd
groepsactiviteiten	=	groepsactiviteit
groepsapp	noun	groepsgesprek met behulp van sociale media
groepsappje	=	groepsapp
groepsapps	=	groepsapp
groepsbelang	noun	dat wat in het belang is van één bepaalde groep mensen en dat strijdig is met het algemeen belang
groepsbelangen	=	groepsbelang
groepsbelediging	noun	het in het openbaar, opzettelijk kwetsen of beledigen van een groep mensen vanwege hun ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele geaardheid of handicap.
groepsbeledigingen	=	groepsbelediging
groepsbeledigingetje	=	groepsbelediging
groepsbeledigingetjes	=	groepsbelediging
groepsbericht	noun	een bericht dat naar alle leden van een groep wordt gestuurd
groepsberichten	=	groepsbericht
groepsberichtje	=	groepsbericht
groepsberichtjes	=	groepsbericht
groepsbewoning	noun	een woonvorm waarbij meerdere personen of huishoudens zelfstandig samenleven binnen één pand of complex.
groepsbijeenkomst	noun	samenkomst van meerdere mensen die iets gemeenschappelijks hebben
groepsbijeenkomsten	=	groepsbijeenkomst
groepsbinding	noun	de onderlinge verbondenheid, sociale samenhang en het groepsgevoel tussen leden van een groep.
groepsbindingen	=	groepsbinding
groepsbindinkje	=	groepsbinding
groepsbindinkjes	=	groepsbinding
groepsblog	noun	weblog waaraan meerdere bloggers een bijdrage leveren
groepsblogde	=	groepsbloggen
groepsblogden	=	groepsbloggen
groepsblogge	=	groepsbloggen
groepsbloggen	verb	samen met anderen een blog bijhouden
groepsbloggend	=	groepsbloggen
groepsbloggende	=	groepsbloggen
groepsblogger	noun	iemand die een bijdrage levert aan groepsblog
groepsbloggers	=	groepsblogger
groepsbloggertje	=	groepsblogger
groepsbloggertjes	=	groepsblogger
groepsblogs	=	groepsblog
groepsblogt	=	groepsbloggen
groepschat	noun	een gesprek in een chat-app, waarbij meerdere personen tegelijkertijd deelnemen en alle berichten ontvangen
groepschatje	=	groepschat
groepschatjes	=	groepschat
groepschats	=	groepschat
groepsclaim	noun	aanspraak op vergoeding van schade door een groep mensen
groepsclaims	=	groepsclaim
groepscommandant	noun	leidinggevende van een legergroep
groepscommandanten	=	groepscommandant
groepsculturen	=	groepscultuur
groepscultuur	noun	manier van doen en denken die hoort bij de leden van een bepaalde groep
groepscultuurtje	=	groepscultuur
groepscultuurtjes	=	groepscultuur
groepsdans	noun	dans die men uitvoert met meer dan twee personen
groepsdansen	=	groepsdans
groepsdansje	=	groepsdans
groepsdansjes	=	groepsdans
groepsdenken	noun	een door te sterke groepsdwang negatief beïnvloede besluitvorming
groepsdirecteur	noun	iemand die de baas is van een groep bedrijven
groepsdirecteuren	=	groepsdirecteur
groepsdirecteurs	=	groepsdirecteur
groepsdirectie	noun	de leiding van een groep bedrijven
groepsdirecties	=	groepsdirectie
groepsdiscussie	noun	gesprek tussen een groep mensen waarbij men meningen uitwisselt
groepsdiscussies	=	groepsdiscussie
groepsdruk	noun	sociale druk
groepsdynamisch	adj	betreffende de onzichtbare sociale processen, interacties en krachten die ontstaan wanneer individuen samenkomen en elkaar beïnvloeden binnen een groep, team of klas
groepsdynamische	=	groepsdynamisch
groepsdynamischer	=	groepsdynamisch
groepsdynamischere	=	groepsdynamisch
groepsdynamischers	=	groepsdynamisch
groepseenheden	=	groepseenheid
groepseenheid	noun	eensgezindheid die binnen een geheel bestaat
groepseks	=	groepsseks
groepsevenement	noun	een evenement georganiseerd voor een groep personen
groepsevenementen	=	groepsevenement
groepsex	=	groepsseks
groepsfase	noun	deel van een toernooi waarbij een aantal clubs een halve of hele competitie spelen om uit te maken wie door mag gaan naar de volgende ronde
groepsfasen	=	groepsfase
groepsfases	=	groepsfase
groepsfoto	noun	foto waarop meerdere (liefst alle) personen die behoren tot één groep zichtbaar zijn
groepsfoto's	=	groepsfoto
groepsfotootje	=	groepsfoto
groepsfotootjes	=	groepsfoto
groepsgedrag	noun	gedrag dat kenmerkend is voor de leden van een bepaalde groep
groepsgeneeskunde	noun	een specifieke vorm van het beoefenen van de geneeskunde in een groepspraktijk
groepsgesprek	noun	een gesprek dat met meer dan 2 personen wordt gevoerd
groepsgesprekje	=	groepsgesprek
groepsgesprekjes	=	groepsgesprek
groepsgesprekken	=	groepsgesprek
groepsgevecht	noun	een (virtueel) gevecht tussen twee groepen mensen
groepsgevechten	=	groepsgevecht
groepsgevechtje	=	groepsgevecht
groepsgevechtjes	=	groepsgevecht
groepsgevoel	noun	het gevoel om als een groep bij elkaar te horen
groepsgeweld	noun	geweld dat bedreven wordt in groepsverband
groepsgewijs	adj	per groep
groepsgewijze	=	groepsgewijs
groepsgrootte	noun	het aantal leden dat een groep bevat
groepsgrootten	=	groepsgrootte
groepsgroottes	=	groepsgrootte
groepshoofd	noun	sterkste team van een groep in de groepsfase van een voetbaltoernooi
groepshoofden	=	groepshoofd
groepsimmuniteit	noun	de situatie waarbij voldoende mensen antistoffen hebben opgebouwd tegen een bepaalde infectieziekte waardoor een populatie als geheel immuun hiertegen is en de infectieziekte zich nauwelijks kan verspreiden
groepsimmuniteiten	=	groepsimmuniteit
groepsindeling	noun	indeling in groepen; de keer dat men in een groep wordt ingedeeld
groepsindelingen	=	groepsindeling
groepsleden	=	groepslid
groepsleerkracht	noun	docent die alle lessen geeft aan een groep in de basisschool
groepsleerkrachten	=	groepsleerkracht
groepsleider	noun	leider van een groep met name in onderwijs en de (jeugd)zorg
groepsleiders	=	groepsleider
groepsleidertje	=	groepsleider
groepsleidertjes	=	groepsleider
groepsleiding	noun	een elektriciteitskabel die een bepaalde groep van stroom voorziet
groepsleidingen	=	groepsleiding
groepsleidinkje	=	groepsleiding
groepsleidinkjes	=	groepsleiding
groepsleidster	noun	vrouwelijke (volwassen) leider van een groep met name in het onderwijs en de (jeugd)zorg
groepsleidsters	=	groepsleidster
groepsles	noun	een les die je met meerdere mensen tegelijk volgt
groepslesje	=	groepsles
groepslesjes	=	groepsles
groepslessen	=	groepsles
groepslid	noun	iemand die lid is van een groep
groepsnaam	noun	de naam van een groep
groepsnamen	=	groepsnaam
groepsniveau	noun	beschrijving waarbij een groep de kleinste eenheid is
groepsniveaus	=	groepsniveau
groepsopdracht	noun	opdracht die een groep studenten tijdens een opleiding moet maken
groepsopdrachten	=	groepsopdracht
groepsportret	noun	een afbeelding waarop meerdere mensen staan afgebeeld
groepsportretje	=	groepsportret
groepsportretjes	=	groepsportret
groepsportretten	=	groepsportret
groepspraktijk	noun	een praktijk waar meerdere behandelaren (zoals huisartsen, fysiotherapeuten, psychologen e.d.) werkzaam zijn
groepspraktijken	=	groepspraktijk
groepsproces	noun	de interacties en ontwikkelingen die ontstaan als mensen in een groep opereren
groepsprocessen	=	groepsproces
groepsprogramma	noun	een training voor een groep personen met een min of meer gelijke achtergrond
groepsprogramma's	=	groepsprogramma
groepsprogrammaatje	=	groepsprogramma
groepsprogrammaatjes	=	groepsprogramma
groepspsychologie	noun	de studie van het (psychologisch) functioneren van een mens binnen een groep
groepsraad	noun	leidinggevend overlegorgaan voor een aantal verwante organisaties
groepsraden	=	groepsraad
groepsreis	noun	tocht georganiseerd om samen met andere mensen uit andere gezinnen te maken
groepsreisje	=	groepsreis
groepsreisjes	=	groepsreis
groepsreizen	=	groepsreis
groepsresistentie	noun	het als groep of samenleving als geheel resistent zijn tegen een ziekteverwekker
groepsresistenties	=	groepsresistentie
groepsresultaat	noun	het resultaat dat door een groep wordt behaald
groepsresultaatje	=	groepsresultaat
groepsresultaatjes	=	groepsresultaat
groepsresultaten	=	groepsresultaat
groepsrisico	noun	de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) tegelijk slachtoffer wordt van een calamiteit
groepsrisico's	=	groepsrisico
groepsruimte	noun	gemeenschappelijke ruimte, bijv. in een studentenflat of een woongroep
groepsruimten	=	groepsruimte
groepsruimtes	=	groepsruimte
groepsseks	noun	seksueel contact tussen meer dan twee personen tegelijkertijd
groepssessie	noun	bijeenkomst voor meerdere personen; bijeenkomst voor de hele groep
groepssessies	=	groepssessie
groepssex	=	groepsseks
groepstaal	noun	jargon
groepstaaltje	=	groepstaal
groepstaaltjes	=	groepstaal
groepstalen	=	groepstaal
groepstentoonstelling	noun	tentoonstelling van meerdere kunstenaars
groepstentoonstellingen	=	groepstentoonstelling
groepstherapeut	noun	iemand die patiënten behandelt in groepsverband
groepstherapeuten	=	groepstherapeut
groepstherapeutje	=	groepstherapeut
groepstherapeutjes	=	groepstherapeut
groepstherapie	noun	psychotherapie in een groep
groepstherapieën	=	groepstherapie
groepstraining	noun	training voor meerdere mensen tegelijkertijd; training voor een heel team
groepstrainingen	=	groepstraining
groepsvakantie	noun	een vakantie die men viert met een aantal andere mensen die geen familieleden of vrienden zijn
groepsvakanties	=	groepsvakantie
groepsvakantietje	=	groepsvakantie
groepsvakantietjes	=	groepsvakantie
groepsverband	noun	samemet anderen, niet alleen
groepsverbanden	=	groepsverband
groepsverbandje	=	groepsverband
groepsverbandjes	=	groepsverband
groepsverkrachting	noun	verkrachting door een groep personen
groepsverkrachtingen	=	groepsverkrachting
groepsverkrachtinkje	=	groepsverkrachting
groepsverkrachtinkjes	=	groepsverkrachting
groepsvermogen	noun	het vermogen dat een groep kan opbrengen of verdragen
groepsvermogens	=	groepsvermogen
groepsvervoer	noun	vervoer van meerdere personen tegelijkertijd in één vervoermiddel
groepsvervoerder	noun	bedrijf dat vervoer voor groepen reizigers aanbiedt
groepsvervoerders	=	groepsvervoerder
groepsverzekering	noun	collectieve verzekering voor een groep personen
groepsverzekeringen	=	groepsverzekering
groepsverzekeringetje	=	groepsverzekering
groepsverzekeringetjes	=	groepsverzekering
groepsvorming	noun	het ontstaan van verzameling met elkaar samenwerkende mensen
groepsvormingen	=	groepsvorming
groepswedstrijd	noun	een wedstrijd in de groepsfase van een toernooi
groepswedstrijden	=	groepswedstrijd
groepswedstrijdje	=	groepswedstrijd
groepswedstrijdjes	=	groepswedstrijd
groepswerkplan	noun	beschrijving van doelstellingen, onderwerpen en werkvormen voor het onderwijs aan een groep leerlingen, met de overwegingen daarbij en de praktische uitwerking daarvan (als onderdeel van het handelingsplan van de school)
groepswerkplannen	=	groepswerkplan
groepswinnaar	noun	ploeg of persoon die, binnen zijn of haar groep, de meeste wedstrijdpunten heeft gescoord in de groepsfase van een toernooi
groepswinnaars	=	groepswinnaar
groepswinst	noun	groepswinnaar worden in de groepsfase van een toernooi
groepswinsten	=	groepswinst
groepswoning	noun	een woonvorm waarbij meerdere personen of huishoudens samenleven in één gebouw of complex.
groepswoningen	=	groepswoning
groepswoninkje	=	groepswoning
groepswoninkjes	=	groepswoning
groepszaak	noun	een belang of streven dat door een groep gedragen wordt
groepszaakje	=	groepszaak
groepszaakjes	=	groepszaak
groepszaken	=	groepszaak
groet	noun	een uiting waarbij men elkaars aanwezigheid erkent wanneer men elkaar ontmoet
groete	=	groeten
groeten	verb	een wens tot iemand of iets richten of met een gebaar beleefdheid tonen
groetend	=	groeten
groetende	=	groeten
groetje	=	groet
groetjes	=	groet
groetjespagina	noun	webpagina die gebruikt wordt om de groeten te doen
groetjespagina's	=	groetjespagina
groetjespaginaatje	=	groetjespagina
groetjespaginaatjes	=	groetjespagina
groette	=	groeten
groetten	=	groeten
groeve	noun	een mijn waar delfstoffen gewonnen worden, onderaards of dagbouw.
groeven	verb	een groef maken in
groevend	=	groeven
groevende	=	groeven
groeves	=	groeve
groevetje	=	groeve
groevetjes	=	groeve
groevewoning	noun	huis dat gelegen is in een door mensen gegraven holte in een rots
groevewoningen	=	groevewoning
groevewoninkje	=	groevewoning
groevewoninkjes	=	groevewoning
groezelig	adj	niet helemaal schoon
groezelige	=	groezelig
groezeliger	=	groezelig
groezeligere	=	groezelig
groezeligers	=	groezelig
groezeligs	=	groezelig
groezeligst	=	groezelig
groezeligste	=	groezelig
groezig	adj	vuil en met weinig kleur
groezige	=	groezig
groeziger	=	groezig
groezigere	=	groezig
groezigers	=	groezig
groezigs	=	groezig
groezigst	=	groezig
groezigste	=	groezig
grof	adj	fors, hevig
grofdradig	adj	grove draden hebbend
grofdradige	=	grofdradig
grofdradiger	=	grofdradig
grofdradigere	=	grofdradig
grofdradigers	=	grofdradig
grofdradigs	=	grofdradig
grofdradigst	=	grofdradig
grofdradigste	=	grofdradig
groffe	=	grof
groffer	=	grof
groffere	=	grof
groffers	=	grof
grofgebekt	adj	van een persoon dat deze veel grove, onfatsoenlijke taal gebruikt
grofgebekte	=	grofgebekt
grofgebekter	=	grofgebekt
grofgebektere	=	grofgebekt
grofgebekters	=	grofgebekt
grofgebekts	=	grofgebekt
grofgebektst	=	grofgebekt
grofgebektste	=	grofgebekt
grofgebouwd	adj	een grove lichaamsbouw hebbend
grofgebouwde	=	grofgebouwd
grofgebouwder	=	grofgebouwd
grofgebouwdere	=	grofgebouwd
grofgebouwders	=	grofgebouwd
grofgebouwds	=	grofgebouwd
grofgebouwdst	=	grofgebouwd
grofgebouwdste	=	grofgebouwd
grofheden	=	grofheid
grofheid	noun	het grof zijn
grofkorrelig	adj	van een foto dat deze niet heel erg scherp is
grofkorrelige	=	grofkorrelig
grofkorreliger	=	grofkorrelig
grofkorreligere	=	grofkorrelig
grofkorreligers	=	grofkorrelig
grofkorreligs	=	grofkorrelig
grofkorreligst	=	grofkorrelig
grofkorreligste	=	grofkorrelig
grofkorrelknikmos	noun	Bryum dichotomum een mos uit de knikmosfamilie (Bryaceae).
grofkorrelknikmosje	=	grofkorrelknikmos
grofkorrelknikmosjes	=	grofkorrelknikmos
grofkorrelknikmossen	=	grofkorrelknikmos
grofmazig	adj	van een net dat het grote mazen heeft omdat de draden ver van elkaar liggen
grofmazige	=	grofmazig
grofmaziger	=	grofmazig
grofmazigere	=	grofmazig
grofmazigers	=	grofmazig
grofmazigs	=	grofmazig
grofmazigst	=	grofmazig
grofmazigste	=	grofmazig
grofmotorisch	adj	betreffende de ontwikkeling en beheersing van grote spiergroepen, gebruikt voor bewegingen met het hele lichaam, zoals lopen, rennen, klimmen, springen en balanceren
grofmotorische	=	grofmotorisch
grofmotorischer	=	grofmotorisch
grofmotorischere	=	grofmotorisch
grofmotorischers	=	grofmotorisch
grofplaatrussula	noun	Russula nigricans een algemeen voorkomende paddenstoel uit de familie Russulaceae.
grofplaatrussula's	=	grofplaatrussula
grofplaatrussulaatje	=	grofplaatrussula
grofplaatrussulaatjes	=	grofplaatrussula
grofs	=	grof
grofst	=	grof
grofste	=	grof
grofstoffelijk	adj	ruw, onbehouwen
grofstoffelijke	=	grofstoffelijk
grofstoffelijker	=	grofstoffelijk
grofstoffelijkere	=	grofstoffelijk
grofstoffelijkers	=	grofstoffelijk
grofstoffelijks	=	grofstoffelijk
grofstoffelijkst	=	grofstoffelijk
grofstoffelijkste	=	grofstoffelijk
grofte	noun	de mate waarin iets dik, zwaar, of fijn is
groften	=	grofte
groftes	=	grofte
grofvuil	noun	afval dat zo groot van omvang is dat het niet meer in de afval container past vaak gaat het om bijvoorbeeld afgedankte meubels
grofweg	adv	bij benadering
grofwild	noun	verzamelnaam voor grote dieren waarop men kan jagen
grofzinnelijk	adj	de vleselijke lusten betreffend, in hoge mate zinnelijk
grofzinnelijke	=	grofzinnelijk
grofzinnelijker	=	grofzinnelijk
grofzinnelijkere	=	grofzinnelijk
grofzinnelijkers	=	grofzinnelijk
grofzinnelijks	=	grofzinnelijk
grofzinnelijkst	=	grofzinnelijk
grofzinnelijkste	=	grofzinnelijk
grog	noun	alcoholisch mengsel van rum, suiker en heet water
groggy	adj	niet helemaal helder van geest, onvast op de benen zijn door alcohol
groggy's	=	groggy
groggyer	=	groggy
groggyere	=	groggy
groggyers	=	groggy
groggyst	=	groggy
groggyste	=	groggy
grogje	=	grog
grogjes	=	grog
grogs	=	grog
grogsalon	noun	ruimte waarin een groep mensen bij elkaar komt om te praten en te drinken
grogsalonnetje	=	grogsalon
grogsalonnetjes	=	grogsalon
grogsalons	=	grogsalon
grogstem	noun	door gebruik van sterke drank schor geworden stem
grogstemmen	=	grogstem
grogstemmetje	=	grogstem
grogstemmetjes	=	grogstem
grok	noun	meestal warme, alcohol bevattende drank
grokje	=	grok
grokjes	=	grok
grokke	=	grokken
grokken	verb	"volledig begrijpen" of, meer formeel, "intuïtief begrijpen"
grokkend	=	grokken
grokkende	=	grokken
grokt	=	grokken
grokte	=	grokken
grokten	=	grokken
grol	noun	Aardigheid, gekheid, frats, gril, grap.
grollen	=	grol
grolletje	=	grol
grolletjes	=	grol
grolpot	noun	iemand die altijd boos is
grolpotten	=	grolpot
grom	noun	grommend geluid, meestal geen teken van tevredenheid
grombaarzen	noun	een familie Haemulidae van vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
gromde	=	grommen
gromden	=	grommen
gromme	=	grommen
grommel	=	grommelen
grommelaar	noun	iemand die vaak ontevreden is en dat ook voortdurend kenbaar maakt
grommelaars	=	grommelaar
grommelde	=	grommelen
grommelden	=	grommelen
grommele	=	grommelen
grommelen	verb	steeds weer grommen, een knorrend, brommend of dof rollend geluid maken
grommelend	=	grommelen
grommelende	=	grommelen
grommelpot	noun	een persoon die vaak boos en ontevreden is
grommelpotje	=	grommelpot
grommelpotjes	=	grommelpot
grommelpotten	=	grommelpot
grommelt	=	grommelen
grommen	verb	een dreigend geluid voortbrengen
grommend	adj	een stoer wat bozig brommend geluid makend
grommende	=	grommen
grommends	=	grommend
grommer	noun	iets of iemand die een grommend, brommend geluid maakt
grommers	=	grommer
grommertje	=	grommer
grommertjes	=	grommer
grommetje	=	grom
grommetjes	=	grom
grommig	adj	boos, grommend, knorrig, ontevreden, ontstemd
grommige	=	grommig
grommiger	=	grommig
grommigere	=	grommig
grommigers	=	grommig
grommigs	=	grommig
grommigst	=	grommig
grommigste	=	grommig
grompot	noun	iemand die vaak gromt en knort; iemand die vaak boos is
grompotje	=	grompot
grompotjes	=	grompot
grompotten	=	grompot
gromt	=	grommen
grond	noun	een bepaald stuk van het aardoppervlak
grond-voor-grondregeling	noun	een afspraak tussen een overheid (meestal een gemeente) en een grondeigenaar, waarbij de eigenaar zijn of haar grond verkoopt of afstaat aan de overheid, in ruil voor de aankoopgave om elders een vergelijkbaar stuk grond terug te kopen of in eigendom te krijgen.
grond-voor-grondregelingen	=	grond-voor-grondregeling
grond-voor-grondregelingetje	=	grond-voor-grondregeling
grond-voor-grondregelingetjes	=	grond-voor-grondregeling
grondaankoop	noun	het kopen van een bepaald grondgebied
grondaankopen	=	grondaankoop
grondaanval	noun	aanval met een landleger; aanval met grondtroepen
grondaanvallen	=	grondaanval
grondachtig	adj	lijkend op een eigenschap van grond of aarde
grondachtige	=	grondachtig
grondachtiger	=	grondachtig
grondachtigere	=	grondachtig
grondachtigers	=	grondachtig
grondachtigs	=	grondachtig
grondachtigst	=	grondachtig
grondachtigste	=	grondachtig
grondafhandeling	noun	alle taken voor dagelijks onderhoud en bevoorrading van passagiersvliegtuigen op de grond
grondafhandelingen	=	grondafhandeling
grondbank	noun	een organisatie die zich richt op het afstemmen van grondstromen
grondbanken	=	grondbank
grondbedrijf	noun	bedrijf dat zand en aarde verkoopt
grondbedrijfje	=	grondbedrijf
grondbedrijfjes	=	grondbedrijf
grondbedrijven	=	grondbedrijf
grondbegin	noun	eerste begin
grondbeginnetje	=	grondbegin
grondbeginnetjes	=	grondbegin
grondbeginsel	noun	een beginsel dat als regel wordt aangenomen
grondbeginselen	=	grondbeginsel
grondbeginsels	=	grondbeginsel
grondbeginseltje	=	grondbeginsel
grondbeginseltjes	=	grondbeginsel
grondbelasting	noun	belasting die door grondeigenaren moet worden betaald
grondbelastingen	=	grondbelasting
grondbeleid	noun	alle plannen rond het gebruik en het bezit van de beschikbare grond
grondbeschikking	noun	een officieel toewijzingsdocument van de overheid waarmee een burger of organisatie het recht krijgt om een bepaald stuk grond (domeingrond) te gebruiken, te huren of in eigendom te krijgen.
grondbeschikkingen	=	grondbeschikking
grondbeschikkinkje	=	grondbeschikking
grondbeschikkinkjes	=	grondbeschikking
grondbezit	noun	het in eigendom hebben van een stuk van de aarde
grondbezitster	=	grondbezitter
grondbezitter	noun	iemand die veel land in eigendom heeft
grondbezitters	=	grondbezitter
grondbezittertje	=	grondbezitter
grondbloem	noun	een type sfeervuurwerk dat na ontbranding snel om zijn as draait op de grond
grondbloemen	=	grondbloem
grondbloemetje	=	grondbloem
grondbloemetjes	=	grondbloem
grondbloempje	=	grondbloem
grondboek	noun	openbaar register dat alle onroerende goederen binnen een bepaald gebied beschrijft, inclusief de eigenaar en zakelijke rechten zoals hypotheken
grondboeken	=	grondboek
grondboekje	=	grondboek
grondboekjes	=	grondboek
grondboor	noun	boor voor het maken van gaten in de bodem
grondboortje	=	grondboor
grondboortjes	=	grondboor
grondboren	=	grondboor
grondboring	noun	het maken van een diep gat in de grond met een boor
grondboringen	=	grondboring
grondbreker	noun	landbouwwerktuig om de grond los te maken en het onkruid te bestrijden
grondbrekers	=	grondbreker
grondde	=	gronden
grondden	=	gronden
gronddoel	noun	een op de grond gelegen doel dat men wil aanvallen
gronddoelen	=	gronddoel
gronddoelraket	noun	raket met een explosieve lading die gericht is tegen een doel dat zich op de grond bevindt
gronddoelraketten	=	gronddoelraket
gronddrone	noun	drone die zelfstandig, mogelijk op afstand bestuurd, op de grond opereert
gronddrones	=	gronddrone
grondduiker	noun	kokervormige constructie, gelegen onder de bedding van een kanaal of rivier, die is bedoeld om wateren met elkaar te verbinden
grondduikers	=	grondduiker
grondduikertje	=	grondduiker
grondduikertjes	=	grondduiker
gronde	=	grond
grondeekhoorn	noun	benaming voor verschillende soorten knaagdieren uit de geslachtengroep Marmotini
grondeekhoorns	noun	Marmotini De grondeekhoorns of aardeekhoorns (Marmotini) zijn een geslachtengroep van eekhoorns uit de onderfamilie Xerinae.
grondeffect	noun	een natuurkundige principe dat optreedt wanneer een object zich vlak langs een oppervlakte beweegt.
grondeffecten	=	grondeffect
grondeigenaar	noun	persoon die een stuk land in zijn bezit heeft
grondeigenaars	=	grondeigenaar
grondeigenaren	=	grondeigenaar
grondeigendom	noun	het bezitten van eigendomsrechten op een stuk grond
grondeigendommen	=	grondeigendom
grondeigendommetje	=	grondeigendom
grondel	noun	benaming voor vissen uit de familie Gobiidae, bodembewonende, meestal roofzuchtige visjes met een brede, verzonken kop, een felgekleurd lichaam, een tweedelige rugvin en geen zijlijn en de buikvinnen zijn samengevoegd als een schijfvormige zuignap die zich vastklampt aan rotsen en koraalriffen
grondelachtigen	noun	een onderorde Gobioidei van de baarsachtigen (Perciformes).
grondelde	=	grondelen
grondelden	=	grondelen
grondeldolfijn	noun	zoogdier uit de familie Monodontidae uit de onderorde der tandwalvissen (Odontoceti)
grondeldolfijnen	noun	Monodontidae De grondeldolfijnen (Monodontidae), ook wel witte dolfijnen of narwalachtigen genoemd, vormen een groep van grote, sociale dolfijnen.
grondeldolfijntje	=	grondeldolfijn
grondeldolfijntjes	=	grondeldolfijn
grondele	=	grondelen
grondeleend	noun	Anas clypeata eenden die onder meer hun voedsel meestal aan het oppervlak van ondiep water zoeken of daaronder, door middel van grondelen.
grondeleenden	noun	Anatini een tribus uit de onderfamilie Anatinae, waartoe de meeste eendensoorten behoren.
grondeleendje	=	grondeleend
grondelen	verb	een manier van zich voeden met waterplanten op de bodem waarbij een watervogel zonder te duiken de kop onder water steekt en het achterlijf boven water blijft
grondelend	=	grondelen
grondelende	=	grondelen
grondelnijntje	noun	bepaald soort eenoogkreeftjes, Taeniacanthus lucipetus uit de familie van de Taeniacanthidae De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1985 door Holmes.
grondelnijntjes	=	grondelnijntje
grondeloos	adj	zonder grond
grondeloost	=	grondeloos
grondelooste	=	grondeloos
grondeloze	=	grondeloos
grondelozer	=	grondeloos
grondelozere	=	grondeloos
grondelozers	=	grondeloos
grondels	noun	een familie Gobiidae van vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
grondelt	=	grondelen
grondeltje	=	grondel
grondeltjes	=	grondel
gronden	verb	het schilderen met grondverf
grondend	=	gronden
grondende	=	gronden
gronderig	adj	eigenschappen van aarde hebbend
gronderige	=	gronderig
gronderiger	=	gronderig
gronderigere	=	gronderig
gronderigers	=	gronderig
gronderigs	=	gronderig
gronderigst	=	gronderig
gronderigste	=	gronderig
grondexploitatie	noun	het exploiteren (bouwrijp maken en verhandelen) van grond
grondexploitaties	=	grondexploitatie
grondexploitatietje	=	grondexploitatie
grondexploitatietjes	=	grondexploitatie
grondexploitatiewet	noun	wet die de grondexploitatie regelt
grondexploitatiewetten	=	grondexploitatiewet
grondfout	noun	een principiële fout die de oorzaak is van veel vervolgfouten
grondfouten	=	grondfout
grondgebied	noun	het gebied waarover een instantie of overheid het beheer heeft
grondgebieden	=	grondgebied
grondgebiedje	=	grondgebied
grondgebiedjes	=	grondgebied
grondgebiedszaak	noun	een juridisch of bestuurlijk conflict over een specifiek stuk land, een gebied of een grens, territoriaal geschil
grondgebiedszaakje	=	grondgebiedszaak
grondgebiedszaakjes	=	grondgebiedszaak
grondgebiedszaken	=	grondgebiedszaak
grondgebonden	adj	van een agrarisch bedrijf dat het afhankelijk is van de grond waarop het staat
grondgebondener	=	grondgebonden
grondgebondeners	=	grondgebonden
grondgebondens	=	grondgebonden
grondgebondenst	=	grondgebonden
grondgebondenste	=	grondgebonden
grondgebruik	noun	de manier waarop men een terrein gebruikt
grondgebruiker	noun	degene die gerechtigd is bepaalde grond te gebruiken krachtens een zakelijk of persoonlijk recht
grondgebruikers	=	grondgebruiker
grondgebruikertje	=	grondgebruiker
grondgebruikertjes	=	grondgebruiker
grondgedachte	noun	een denkbeeld dat de grondslag vormt voor andere denkbeelden
grondgedachten	=	grondgedachte
grondgedachtes	=	grondgedachte
grondgetal	noun	grondtal
grondgetallen	=	grondgetal
grondgetalletje	=	grondgetal
grondgetalletjes	=	grondgetal
grondgevecht	noun	gevechten door een landleger op de grond gevoerd
grondgevechten	=	grondgevecht
grondgevechtje	=	grondgevecht
grondgevechtjes	=	grondgevecht
grondhaaien	noun	de grootste orde Carcharhiniformes van haaien.
grondheerlijk	adj	iets dat toebehoort aan een grondheer (een landheer of heer van een bepaald gebied) en onderdeel is van zijn macht
grondheerlijke	=	grondheerlijk
grondheerlijker	=	grondheerlijk
grondheerlijkere	=	grondheerlijk
grondheerlijkers	=	grondheerlijk
grondheerlijks	=	grondheerlijk
grondheerlijkst	=	grondheerlijk
grondheerlijkste	=	grondheerlijk
grondhouding	noun	de essentie van de opstelling en gedragslijn
grondhoudingen	=	grondhouding
grondhoudinkje	=	grondhouding
grondhoudinkjes	=	grondhouding
grondhuiler	noun	een type vuurwerk dat een schel, gillend geluid produceert wanneer het wordt aangestoken door het snel ontsnappen van hete gassen door een kleine opening
grondhuilers	=	grondhuiler
grondhuilertje	=	grondhuiler
grondhuilertjes	=	grondhuiler
grondig	adj	vrijwel overal aandacht aan schenkend
grondige	=	grondig
grondiger	=	grondig
grondigere	=	grondig
grondigers	=	grondig
grondigheid	noun	de mate waarin iets heel precies en volledig wordt uitgevoerd
grondigs	=	grondig
grondigst	=	grondig
grondigste	=	grondig
grondijs	noun	een verzamelnaam voor een verschijnsel waarbij schijnbaar ijs vanaf de bodem in relatief ondiep water omhoog komt drijven
gronding	noun	het fundament van iets
grondingen	=	gronding
grondinkje	=	gronding
grondinkjes	=	gronding
grondje	=	grond
grondjes	=	grond
grondkabel	noun	koperenleiding van een bliksemafleider die de stroom van de bliksem naar de aarde afvoert
grondkabels	=	grondkabel
grondkabeltje	=	grondkabel
grondkabeltjes	=	grondkabel
grondkleinoogje	noun	Porrhomma convexum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
grondkleinoogjes	=	grondkleinoogje
grondkoeskoes	noun	Phalanger gymnotis buideldier uit de familie van de koeskoezen (Phalangeridae).
grondkoeskoesje	=	grondkoeskoes
grondkoeskoesjes	=	grondkoeskoes
grondkoeskoezen	=	grondkoeskoes
grondkost	noun|obsolete	uitgaven die men moet doen om een stuk land te bezitten
grondkosten	noun	uitgaven die men moet doen om een stuk land te bezitten
grondlaag	noun	de laag die als grondslag dient, onderste laag
grondlaagje	=	grondlaag
grondlaagjes	=	grondlaag
grondlagen	=	grondlaag
grondleger	noun	leger van de landmacht voor gevechtshandelingen op de grond
grondlegers	=	grondleger
grondlegertje	=	grondleger
grondlegertjes	=	grondleger
grondlegger	noun	oprichter, stichter, iemand die ergens de basis van gelegd heeft.
grondleggers	=	grondlegger
grondleggertje	=	grondlegger
grondleggertjes	=	grondlegger
grondlegging	noun	het begin, de oprichting of de stichting van iets
grondleggingen	=	grondlegging
grondlegginkje	=	grondlegging
grondlegginkjes	=	grondlegging
grondlegster	noun	vrouwelijke stichter van iets
grondlegsters	=	grondlegster
grondlibelle	noun	insect uit de geslacht Brachythemis van echte libellen uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
grondlibellen	noun	Brachythemis een geslacht van echte libellen uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
grondlibelletje	=	grondlibelle
grondlibelletjes	=	grondlibelle
grondlucht	noun	onwelriekende geur die in de grond of in moerassen wordt gevormd
grondluiaards	noun	bodembewonende zoogdieren die van dertig miljoen jaar geleden tot ongeveer tienduizend jaar geleden in Zuid-, Midden- en Noord-Amerika leefden.
grondmarkt	noun	de handel in percelen grond
grondmarkten	=	grondmarkt
grondmechanica	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de stabiliteit van grondstructuren als deze belast worden.
grondmeniezwammetje	noun	Nectria inventa een schimmel behorend tot de klasse Nectriaceae.
grondmeniezwammetjes	=	grondmeniezwammetje
grondmist	noun	laaghangende mist die beneden ooghoogte zich boven de grond bevindt.
grondmisten	=	grondmist
grondmonster	noun	kleine hoeveelheid aarde die men uit de bodem haalt voor onderzoek
grondmonsters	=	grondmonster
grondnoot	noun	Arachis hypogaea onder het grondoppervlak groeiende peulvrucht
grondnootje	=	grondnoot
grondnootjes	=	grondnoot
grondnoten	=	grondnoot
grondoffensief	noun	aanval over de grond met grondtroepen
grondoffensieven	=	grondoffensief
grondonderzoek	noun	onderzoek naar de fysische en chemische samenstelling van de bodem
grondonderzoeken	=	grondonderzoek
grondoorlog	noun	een militaire strijd die op de grond wordt gevoerd
grondoorlogen	=	grondoorlog
grondoorzaak	noun	de eerste oorzaak; de eerste aanleiding
grondoorzaakje	=	grondoorzaak
grondoorzaken	=	grondoorzaak
grondoppervlak	noun	het oppervlak van een stuk grond
grondoppervlakken	=	grondoppervlak
grondpapegaai	noun	Pezoporus wallicus een papegaai uit het geslacht Pezoporus die voorkomt in Australië.
grondpapegaaien	noun	een geslacht Pezoporus van vogels uit de familie Australische Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
grondpapegaaitje	=	grondpapegaai
grondpapegaaitjes	=	grondpapegaai
grondpersoneel	noun	ondersteunend personeel dat nodig is voor de luchtvaart zonder dat ze zelf vliegen
grondplaat	noun	hard vlak van hout, steen of metaal op slappe grond waarop een zeer zwaar voorwerp stevig kan staan of waarover vervoer kan plaatsvinden doordat het gewicht over een grotere oppervlakte wordt verdeeld
grondplan	noun	structuur in hoofdlijnen van een gebied of gebouw in het platte vlak
grondplannen	=	grondplan
grondplannetje	=	grondplan
grondplannetjes	=	grondplan
grondplans	=	grondplan
grondplaten	=	grondplaat
grondploeg	noun	groep mensen die op de grond samenwerken
grondploegen	=	grondploeg
grondploegje	=	grondploeg
grondploegjes	=	grondploeg
grondpolitiek	noun	politiek beleid m.b.t. handel in en eigendom van grond
grondprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen om eigenaar te worden van een stuk land
grondprijzen	=	grondprijs
grondprincipe	noun	grondbeginsel
grondprincipes	=	grondprincipe
grondprobleem	noun	de oorsprong van een ongewenste situatie
grondproblemen	=	grondprobleem
grondpunt	noun	punt op de grond
grondpunten	=	grondpunt
grondpuntje	=	grondpunt
grondpuntjes	=	grondpunt
grondradar	noun	toestel waarmee men voorwerpen die in de grond zitten kan opsporen met behulp van elektromagnetische straling
grondradars	=	grondradar
grondrecht	noun	de fundamentele rechten of mensenrechten, zijn rechten van individuele burgers tegenover de staat en indirect (door een belangenoverweging) tussen burgers
grondrechtelijk	adj	betrekking hebbend op grondrechten; betrekking hebbend op de grondwet
grondrechtelijke	=	grondrechtelijk
grondrechtelijker	=	grondrechtelijk
grondrechtelijkere	=	grondrechtelijk
grondrechtelijkers	=	grondrechtelijk
grondrechtelijks	=	grondrechtelijk
grondrechtelijkst	=	grondrechtelijk
grondrechtelijkste	=	grondrechtelijk
grondrechten	=	grondrecht
grondrechtje	=	grondrecht
grondrechtjes	=	grondrecht
grondregel	noun	voornaamste regel of voorschrift
grondregelen	=	grondregel
grondregeling	noun	een set basisregels of standaardvoorwaarden die van toepassing is wanneer u zelf geen andere afspraken maakt.
grondregelingen	=	grondregeling
grondregelingetje	=	grondregeling
grondregelingetjes	=	grondregeling
grondregels	=	grondregel
grondregeltje	=	grondregel
grondregeltjes	=	grondregel
grondruil	noun	ruil waarbij eigenaren van stukken grond deze met elkaar ruilen; uitwisseling van stukken grond
grondruilen	=	grondruil
grondrupsvogel	noun	Coracina maxima een endemische soort rupsvogel in Australië
grondrupsvogels	=	grondrupsvogel
grondrupsvogeltje	=	grondrupsvogel
grondrupsvogeltjes	=	grondrupsvogel
grondsanering	noun	het weer schoonmaken van vervuilde grond
grondsaneringen	=	grondsanering
grondsap	=	grondsop
grondschaaf	noun	een schaaf met een op diepte verstelbare beitel, om een uitgebeitelde bodem glad te schaven
grondschaafje	=	grondschaaf
grondschaafjes	=	grondschaaf
grondscharrelaars	noun	Brachypteraciidae een familie van vogels uit de orde scharrelaarvogels.
grondschaven	=	grondschaaf
grondslag	noun	metselwerk in de grond waarop een gebouw kan rusten
grondslagen	=	grondslag
grondslagverbreding	noun	het vergroten van het bedrag (de grondslag) waarover belasting wordt geheven.
grondslagverbredingen	=	grondslagverbreding
grondslagverbredinkje	=	grondslagverbreding
grondslagverbredinkjes	=	grondslagverbreding
grondsoort	noun	Type grond.
grondsoorten	=	grondsoort
grondsop	noun	bezinksel van een drank
grondsoppen	=	grondsop
grondspecht	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Colaptes
grondspechten	noun	een geslacht Colaptes van vogels uit de familie spechten (Picidae).
grondspechtje	=	grondspecht
grondspechtjes	=	grondspecht
grondspeculant	noun	persoon die grond koopt om deze later weer met winst te verkopen
grondspeculanten	=	grondspeculant
grondspeculatie	noun	het kopen van grond omdat men verwacht dat de prijs van de grond hoger wordt zonder dat men de intentie heeft om de grond te gebruiken
grondspeculaties	=	grondspeculatie
grondstation	noun	gebouw van waaruit men contact houdt met een toestel dat in de lucht of de ruimte verblijft
grondstations	=	grondstation
grondsteen	noun	een steen die aan de basis van een gebouw ligt
grondstelling	noun	een stelling van waaruit men verder redeneert
grondstellingen	=	grondstelling
grondstenen	=	grondsteen
grondster	noun	Illecebrum verticillatum een eenjarige plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae)
grondsterren	=	grondster
grondsterretje	=	grondster
grondsterretjes	=	grondster
grondstewardess	noun	stewardess die op de grond (niet aan boord) dienst doet, vrouwelijke vorm van grondsteward
grondstewardessen	=	grondstewardess
grondstewardessje	=	grondstewardess
grondstewardessjes	=	grondstewardess
grondstof	noun	onbewerkt, ruw materiaal als basis voor een product
grondstoffen	=	grondstof
grondstoffenmarkt	noun	het systeem van vraag en aanbod dat de prijs van grondstoffen bepaalt
grondstoffenmarkten	=	grondstoffenmarkt
grondstoffenprijs	noun	de prijs van de stoffen die in een productieproces gebruikt worden.
grondstoffenprijzen	=	grondstoffenprijs
grondstoffenschaarste	noun	tekort aan natuurlijke materialen die de industrie nodig heeft om te kunnen functioneren
grondstoffenschaarsten	=	grondstoffenschaarste
grondstoffenschaarstes	=	grondstoffenschaarste
grondstoffenvoorziening	noun	de voorziening van grondstoffen om productie mogelijk te maken
grondstoffenvoorzieningen	=	grondstoffenvoorziening
grondstoffenvoorzieninkje	=	grondstoffenvoorziening
grondstofje	=	grondstof
grondstofjes	=	grondstof
grondstofkost	noun|obsolete	uitgaven voor het verbruik van grondstoffen tijdens de productie van producten
grondstofkosten	noun	uitgaven voor het verbruik van grondstoffen tijdens de productie van producten
grondstofprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen voor de stoffen die nodig zijn in een productieproces
grondstofprijzen	=	grondstofprijs
grondstofvoetafdruk	noun	de hoeveelheid ruwe grondstoffen die gewonnen moeten worden om aan consumptie van een individu of een land te voldoen
grondstofvoetafdrukken	=	grondstofvoetafdruk
grondstofwisseling	noun	stofwisseling in de grond
grondstuk	noun	de basis of het fundament van iets
grondstukje	=	grondstuk
grondstukjes	=	grondstuk
grondstukken	=	grondstuk
grondt	=	gronden
grondtal	noun	het getal dat de grondslag van een talstelsel vormt
grondtallen	=	grondtal
grondtekst	noun	meest oorspronkelijke tekst, bij voorbeeld de Hebreeuwse en Griekse teksten van de Bijbel
grondteksten	=	grondtekst
grondtekstje	=	grondtekst
grondtekstjes	=	grondtekst
grondthema	noun	de rode draad van een verhaal
grondthema's	=	grondthema
grondtiran	noun	Muscisaxicola een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen)
grondtirannen	noun	een geslacht Muscisaxicola van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
grondtirannetje	=	grondtiran
grondtirannetjes	=	grondtiran
grondtoestand	noun	de toestand met het laagste energieniveau van een systeem
grondtoestanden	=	grondtoestand
grondtoestandje	=	grondtoestand
grondtoestandjes	=	grondtoestand
grondtol	noun	een type sfeervuurwerk dat na ontbranding snel om zijn as draait op de grond
grondtollen	=	grondtol
grondtolletje	=	grondtol
grondtolletjes	=	grondtol
grondtonen	=	grondtoon
grondtoon	noun	de laagste toon die hoort bij een trillend voorwerp
grondtoontje	=	grondtoon
grondtoontjes	=	grondtoon
grondtransactie	noun	handeling waarbij een gebied van eigenaar verwisselt
grondtransacties	=	grondtransactie
grondtroep	noun	op vaste grond opererende troep
grondtroepen	noun	op vaste grond opererende troepen
gronduitgifte	noun	verkopen of verpachten van grond die in eigendom is van de overheid
gronduitgiftebeleid	noun	beleid inzake gronduitgifte
gronduitgiften	=	gronduitgifte
gronduitgiftes	=	gronduitgifte
grondverbetering	noun	versteviging van een bodem voor funderingen door vervanging door zand of toepassen betere drainage
grondverbeteringen	=	grondverbetering
grondverf	noun	verf die als eerste laag op een te schilderen oppervlak wordt aangebracht om de ondergrond te isoleren tegen schadelijke bestanddelen van verf, en om een goed hechtende laag voor de verf te verkrijgen
grondverfde	=	grondverven
grondverfden	=	grondverven
grondverfje	=	grondverf
grondverfjes	=	grondverf
grondverft	=	grondverven
grondverkoop	noun	het verkopen van land dat men in bezit heeft
grondverkopen	=	grondverkoop
grondverschuiving	noun	schuivende verzakking van een stuk grond
grondverschuivingen	=	grondverschuiving
grondverschuivinkje	=	grondverschuiving
grondverschuivinkjes	=	grondverschuiving
grondverve	=	grondverven
grondverven	verb	in de grondverf zetten
grondvervend	=	grondverven
grondvervende	=	grondverven
grondvervuiling	noun	door de mens ingebrachte stoffen of materialen die van nature niet in de bodem of het grondwater voorkomen en kunnen leiden tot schade aan het ecosysteem
grondverwerving	noun	het aankopen van een stuk land; alle activiteiten die nodig zijn om eigenaar van een stuk land te worden
grondverwervingen	=	grondverwerving
grondverzakking	noun	het naar beneden zakken van een stuk land omdat er een holte in de bodem is ingestort
grondverzakkingen	=	grondverzakking
grondverzakkinkje	=	grondverzakking
grondverzakkinkjes	=	grondverzakking
grondverzet	noun	verplaatsing van grond
grondverzetbedrijf	noun	bedrijf dat grond verplaatst (met o.a. bulldozers, kraanwagens en vrachtwagens)
grondverzetbedrijven	=	grondverzetbedrijf
grondvest	=	grondvesten
grondveste	=	grondvesten
grondvesten	verb	de basis leggen voor
grondvestend	=	grondvesten
grondvestende	=	grondvesten
grondvester	noun	iemand die met iets begonnen is
grondvesters	=	grondvester
grondvestertje	=	grondvester
grondvestertjes	=	grondvester
grondvesting	noun	het begin, de oprichting of de stichting van iets
grondvestingen	=	grondvesting
grondvestinkje	=	grondvesting
grondvestinkjes	=	grondvesting
grondvestte	=	grondvesten
grondvestten	=	grondvesten
grondvisie	noun	de manier waarop men aankijkt tegen het gebruik van land
grondvisies	=	grondvisie
grondvlak	noun	ondervlak, bodemvlak van iets
grondvlakgecentreerd	adj	een van de kortste translatievectors niet onder een rechte hoek met een hoofdas van de rotatiesymmetrie hebbend
grondvlakgecentreerde	=	grondvlakgecentreerd
grondvlakgecentreerds	=	grondvlakgecentreerd
grondvlakje	=	grondvlak
grondvlakjes	=	grondvlak
grondvlakken	=	grondvlak
grondvoorwaarde	noun	een eerste en belangrijkste vereiste
grondvoorwaarden	=	grondvoorwaarde
grondvorm	noun	de vorm van iets zonder detaillering
grondvormen	=	grondvorm
grondvormpje	=	grondvorm
grondvormpjes	=	grondvorm
grondvreter	noun|obsolete	ziekte, neiging of gewoonte om aarde en vooral houtskool te eten. ’de zwelziekte’ (Cachexia aricana)
grondvreters	=	grondvreter
grondvretertje	=	grondvreter
grondvretertjes	=	grondvreter
grondwaarde	noun	de economische waarde van een stuk land
grondwaardebelasting	noun	belasting die door grondeigenaren moet worden betaald
grondwaardebelastingen	=	grondwaardebelasting
grondwaarden	=	grondwaarde
grondwaardes	=	grondwaarde
grondwater	noun	al het water dat zich in de aardbodem bevindt
grondwateren	=	grondwater
grondwaterniveau	noun	de diepte tot waar het grondwater komt gemeten vanaf het maaiveld
grondwaterniveaus	=	grondwaterniveau
grondwateronttrekking	noun	het oppompen van water uit de ondergrond.
grondwateronttrekkingen	=	grondwateronttrekking
grondwateronttrekkinkje	=	grondwateronttrekking
grondwateronttrekkinkjes	=	grondwateronttrekking
grondwaterpeil	noun	de hoogte tot hoe ver het grondwater in de bodem komt
grondwaterpeilen	=	grondwaterpeil
grondwaterpomp	noun	werktuig dat door middel van drukverschil grondwater naar het oppervlakte pompt
grondwaterpompen	=	grondwaterpomp
grondwaterpompje	=	grondwaterpomp
grondwaterpompjes	=	grondwaterpomp
grondwaterput	noun	in de bodem aanwezige opening (schacht) die naar het grondwater leidt
grondwaterputten	=	grondwaterput
grondwaters	=	grondwater
grondwaterspiegel	noun	de stand (hoogte) van het grondwater
grondwaterspiegels	=	grondwaterspiegel
grondwaterspiegeltje	=	grondwaterspiegel
grondwaterspiegeltjes	=	grondwaterspiegel
grondwaterstand	noun	de hoogste stand van het grondwater; diepte waar grondwater kan aanboren
grondwaterstanden	=	grondwaterstand
grondwatersysteem	noun	het stelsel van al het grondwater samen
grondwatersysteempje	=	grondwatersysteem
grondwatersysteempjes	=	grondwatersysteem
grondwatersystemen	=	grondwatersysteem
grondwatertafel	noun	het omhullend oppervlak van de verzadigde bodem waaronder alle grondporiën met water zijn gevuld
grondwatertafels	=	grondwatertafel
grondwatertje	=	grondwater
grondwatertjes	=	grondwater
grondwaterverontreiniging	noun	de kwaliteitsvermindering van het grondwater door toedoen van de mens.
grondwaterverontreinigingen	=	grondwaterverontreiniging
grondwaterverontreinigingetje	=	grondwaterverontreiniging
grondwaterverontreinigingetjes	=	grondwaterverontreiniging
grondwatervervuiling	noun	vervuiling van het grondwater met schadelijke stoffen
grondwatervervuilingen	=	grondwatervervuiling
grondwatervoorraad	noun	de hoeveelheid water die in de bodem is opgeslagen
grondwatervoorraadje	=	grondwatervoorraad
grondwatervoorraadjes	=	grondwatervoorraad
grondwatervoorraden	=	grondwatervoorraad
grondwerk	noun	voorbereiding van de ondergrond voor een bouwwerk
grondwerken	=	grondwerk
grondwerker	noun	arbeider die eenvoudige handmatige graaf- en grondwerkzaamheden verricht
grondwerkers	=	grondwerker
grondwerktuigkundige	noun	werktuigkundige voor het nakijken en repareren van vliegtuigen op de grond
grondwerktuigkundigen	=	grondwerktuigkundige
grondwet	noun	wet die de principes van een staat definieert
grondwetgevend	adj	met de opdracht en het recht een grondwet samen te stellen
grondwetgevende	=	grondwetgevend
grondwetgevends	=	grondwetgevend
grondwetherziening	noun	aanpassing van de grondwet
grondwetherzieningen	=	grondwetherziening
grondwetje	=	grondwet
grondwetjes	=	grondwet
grondwetsartikel	noun	een van de bepalingen van de grondwet; deel van de grondwet
grondwetsartikelen	=	grondwetsartikel
grondwetsartikels	=	grondwetsartikel
grondwetsbepaling	noun	regeling die is opgenomen in de grondwet; een artikel van de grondwet
grondwetsbepalingen	=	grondwetsbepaling
grondwetsbepalinkje	=	grondwetsbepaling
grondwetsbepalinkjes	=	grondwetsbepaling
grondwetsbespreking	noun	de parlementaire behandeling waarin volksvertegenwoordigers wetsvoorstellen tot wijziging van de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden of de Belgische Grondwet debatteren en goedkeuren.
grondwetsbesprekingen	=	grondwetsbespreking
grondwetsbesprekinkje	=	grondwetsbespreking
grondwetsbesprekinkjes	=	grondwetsbespreking
grondwetshervorming	noun	aanpassing van de grondweg
grondwetshervormingen	=	grondwetshervorming
grondwetsherziening	noun	aanpassing van de grondwet
grondwetsherzieningen	=	grondwetsherziening
grondwetspecialist	noun	iemand die veel verstand heeft van de inhoud en de betekenis van de grondwet van een land
grondwetspecialisten	=	grondwetspecialist
grondwetsvoorstel	noun	voorstel voor een geheel nieuwe grondwet
grondwetsvoorstellen	=	grondwetsvoorstel
grondwetswijziging	noun	verandering van de grondwet
grondwetswijzigingen	=	grondwetswijziging
grondwetswijzigingetje	=	grondwetswijziging
grondwetswijzigingetjes	=	grondwetswijziging
grondwetszaak	noun	juridische procedure die te maken heeft met een schending van een grondwettelijk recht of een geschil over de interpretatie van de grondwet.
grondwetszaakje	=	grondwetszaak
grondwetszaakjes	=	grondwetszaak
grondwetszaken	=	grondwetszaak
grondwettelijk	adj	volgens de artikelen van de constitutie
grondwettelijke	=	grondwettelijk
grondwettelijker	=	grondwettelijk
grondwettelijkere	=	grondwettelijk
grondwettelijkers	=	grondwettelijk
grondwettelijkheden	=	grondwettelijkheid
grondwettelijkheid	noun	de mate waarin iets voldoet aan de regels en de eisen van de grondwet
grondwettelijks	=	grondwettelijk
grondwettelijkst	=	grondwettelijk
grondwettelijkste	=	grondwettelijk
grondwetten	=	grondwet
grondwettig	adj	in overeenstemming zijn met de artikelen van de grondwet
grondwettige	=	grondwettig
grondwettiger	=	grondwettig
grondwettigere	=	grondwettig
grondwettigers	=	grondwettig
grondwettigs	=	grondwettig
grondwettigst	=	grondwettig
grondwettigste	=	grondwettig
grondwoord	noun	oorspronkelijk woord waarvan andere woorden zijn afgeleid
grondwoorden	=	grondwoord
grondwoordje	=	grondwoord
grondzaak	noun	juridische en politieke kwesties betreffende het bezit en het gebruik van land
grondzaakje	=	grondzaak
grondzaakjes	=	grondzaak
grondzaken	=	grondzaak
grondzalmen	noun	een onderfamilie Crenuchinae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
grondzee	noun	op zee lopende golven, die tengevolge van afnemende waterdiepte hoger en steiler worden, vergelijkbaar met de wijze waarop golven van de branding zich verheffen
grondzeetje	=	grondzee
grondzeetjes	=	grondzee
grondzeeën	=	grondzee
grondzeil	noun	een plastic zeil dat op de grond onder een tent ligt om te zorgen dat het in de tent niet vuil of nat wordt
grondzeilen	=	grondzeil
grondzeiltje	=	grondzeil
grondzeiltjes	=	grondzeil
grondzwaai	noun	een term voor wanneer er bij een vliegtuig een band lek gaat tijdens het landen of opstijgen
gronfolo	noun	boom van het geslacht Qualea
gronfolo's	=	gronfolo
groninger	noun	inwoner van de provincie Groningen	adj	uit de stad, gemeente of provincie Groningen afkomstig, van Groningen, op Groningen betrekking hebbend
groningers	=	groninger
groningertje	=	groninger
groningertjes	=	groninger
gronings	adj	betrekking hebbend op Groningen of het Gronings.
groningsch	=	gronings
groningse	noun	een inwoonster van de provincie Groningen
groningsen	=	groningse
groningser	=	gronings
groningsere	=	gronings
groningsers	=	gronings
groningst	=	gronings
groningste	=	gronings
grooming	noun	verzorging van (de vacht) van paard of pony
groos	adj	groots
groost	=	groos
grooste	=	groos
groot	adj	meer dan normaal in formaat	adv	in ruime mate
groot-hoefbladboorder	noun	Hydraecia petasitis een vlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).
groot-hoefbladboorders	=	groot-hoefbladboorder
groot-hoefbladboordertje	=	groot-hoefbladboorder
groot-hoefbladboordertjes	=	groot-hoefbladboorder
groot-nicobarslangenarend	noun	Spilornis klossi een vogel uit de familie Accipitridae (Havikachtigen).
groot-nicobarslangenarenden	=	groot-nicobarslangenarend
groot-nicobarslangenarendje	=	groot-nicobarslangenarend
groot-nicobarslangenarendjes	=	groot-nicobarslangenarend
groot-oosten	=	grootoosten
groot-streepzaadboorvlieg	noun	Tephritis crepidis een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
groot-streepzaadboorvliegen	=	groot-streepzaadboorvlieg
groot-streepzaadboorvliegje	=	groot-streepzaadboorvlieg
groot-streepzaadboorvliegjes	=	groot-streepzaadboorvlieg
grootaandeelhouder	noun	aandeelhouder die een groot aandelenpakket heeft
grootaandeelhouders	=	grootaandeelhouder
grootaandeelhoudertje	=	grootaandeelhouder
grootaandeelhoudertjes	=	grootaandeelhouder
grootafnemer	noun	grote klant
grootafnemers	=	grootafnemer
grootakkoord	noun	een drie- of meerklank met minimaal: “een begintoon (prime), een grote terts en een reine kwint”
grootakkoorden	=	grootakkoord
grootakkoordje	=	grootakkoord
grootakkoordjes	=	grootakkoord
grootayatollah	noun	belangrijke leider binnen de Islam
grootayatollahs	=	grootayatollah
grootbank	noun	een grote financiële bank
grootbanken	=	grootbank
grootbedrijf	noun	onderneming met meer dan 250 werknemers
grootbedrijven	=	grootbedrijf
grootbeeld	noun	film of video met extra scherp beeld dat ook extra groot kan worden geprojecteerd zonder wazig te worden
grootbeelden	=	grootbeeld
grootbek	noun	iemand die luidruchtig van zich laat horen, iemand met een grote mond
grootbekaal	noun	Eurypharynx pelecanoides een vis uit de familie Eurypharyngidae
grootbekaaltje	=	grootbekaal
grootbekaaltjes	=	grootbekaal
grootbekachtigen	noun	een onderorde Stromateoidei van de makreelachtigen (Scombriformes)
grootbekalen	=	grootbekaal
grootbekbotten	noun	een familie Psettodidae in de orde van de platvissen (Pleuronectiformes).
grootbekje	=	grootbek
grootbekjes	=	grootbek
grootbekken	noun	een familie Stromateidae van vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
grootbekrog	noun	Amblyraja robertsi een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
grootbekroggen	=	grootbekrog
grootbekroggetje	=	grootbekrog
grootbekroggetjes	=	grootbekrog
grootbekrogje	=	grootbekrog
grootbekrogjes	=	grootbekrog
grootbladig	adj	waarvan de bladeren meer oppervlak hebben dan verwante soorten
grootbladige	=	grootbladig
grootbladiger	=	grootbladig
grootbladigere	=	grootbladig
grootbladigers	=	grootbladig
grootbladigs	=	grootbladig
grootbladigst	=	grootbladig
grootbladigste	=	grootbladig
grootbladviolen	=	grootbladviool
grootbladviool	noun	benaming voor bepaald soort vaste plant, Viola mirabilis uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
grootbladviooltje	noun	benaming voor bepaald soort vaste plant, Viola mirabilis
grootbladviooltjes	=	grootbladviooltje
grootbloemig	adj	grote bloemen hebbend
grootbloemige	=	grootbloemig
grootbloemiger	=	grootbloemig
grootbloemigere	=	grootbloemig
grootbloemigers	=	grootbloemig
grootbloemigs	=	grootbloemig
grootbloemigst	=	grootbloemig
grootbloemigste	=	grootbloemig
grootboek	noun	de verzameling van alle grootboekrekeningen met de wijzigingen die zich gedurende een bepaalde periode voordoen
grootboeken	=	grootboek
grootboekje	=	grootboek
grootboekjes	=	grootboek
grootboekrekening	noun	een verzameling van gelijke uitgaven- of inkomstenposten
grootboekrekeningen	=	grootboekrekening
grootboekrekeningetje	=	grootboekrekening
grootboekrekeningetjes	=	grootboekrekening
grootbracht	=	grootbrengen
grootbrachte	=	grootbrengen
grootbrachten	=	grootbrengen
grootbreng	=	grootbrengen
grootbrenge	=	grootbrengen
grootbrengen	verb	het ouderschap over opgroeiende kinderen uitoefenen
grootbrengend	=	grootbrengen
grootbrengende	=	grootbrengen
grootbrengt	=	grootbrengen
grootcirkel	noun	een cirkel die op een bol de omtrek markeert.
grootcirkels	=	grootcirkel
grootcirkeltje	=	grootcirkel
grootcirkeltjes	=	grootcirkel
grootdeels	adv	voor het grootste, belangrijkste gedeelte
grootdoorneekhoornvis	noun	Sargocentron spiniferum een straalvinnige vissensoort uit de familie van de eekhoorn- en soldatenvissen (Holocentridae).
grootdoorneekhoornvisje	=	grootdoorneekhoornvis
grootdoorneekhoornvisjes	=	grootdoorneekhoornvis
grootdoorneekhoornvissen	=	grootdoorneekhoornvis
groote	=	grote
grootendeels	=	grotendeels
grootgebracht	=	grootbrengen
grootgebrachte	=	grootbrengen
grootgebruiker	noun	een persoon of organisatie die iets heel veel gebruikt; een persoon of organisatie die van iets heel veel verbruikt
grootgebruikers	=	grootgebruiker
grootgehouden	=	groothouden
grootgesproken	=	grootspreken
grootgrondbezit	noun	verschijnsel dat sommige personen of bedrijven zeer veel land bezitten
grootgrondbezitster	=	grootgrondbezitter
grootgrondbezitter	noun	een heerser, instelling of particulier persoon die in bezit is van een grote oppervlakte aan land
grootgrondbezitters	=	grootgrondbezitter
grootgrondbezittertje	=	grootgrondbezitter
grootgrutter	noun|humorous	grote kruidenier, supermarkt
grootgrutters	=	grootgrutter
groothandel	noun	de handel die producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars.
groothandelaar	noun	een handelaar die zijn producten van fabrikanten koopt en doorverkoopt aan o.a. kleinhandelaars.
groothandelaars	=	groothandelaar
groothandelaartje	=	groothandelaar
groothandelaartjes	=	groothandelaar
groothandelaren	=	groothandelaar
groothandels	=	groothandel
groothandelsbedrijf	noun	bedrijf dat goederen koopt van producenten en doorverkoopt aan detailhandelaren die ze op hun beurt aan consumenten doorverkopen
groothandelsbedrijven	=	groothandelsbedrijf
groothandelscentra	=	groothandelscentrum
groothandelscentrum	noun	gebouw waar groothandels gevestigd zijn
groothandelscentrums	=	groothandelscentrum
groothandelsmarkt	noun	markt voor groothandelaars
groothandelsmarkten	=	groothandelsmarkt
groothandelsprijs	noun	de prijs die groothandelaars betalen voor producten.
groothandelsprijzen	=	groothandelsprijs
groothandeltje	=	groothandel
groothandeltjes	=	groothandel
groothandsigaar	noun	Sigara falleni een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
groothandsigaartje	=	groothandsigaar
groothandsigaartjes	=	groothandsigaar
groothandsigaren	=	groothandsigaar
groothartig	adj	een groothartig persoon denkt niet alleen maar aan zijn eigenbelang maar ook aan de belangen van zijn medemensen
groothartige	=	groothartig
groothartiger	=	groothartig
groothartigere	=	groothartig
groothartigers	=	groothartig
groothartigs	=	groothartig
groothartigst	=	groothartig
groothartigste	=	groothartig
grootheden	=	grootheid
grootheid	noun	zaak in zoverre die voor vermeerdering en vermindering vatbaar is, iets meetbaars en/of kwantificeerbaars
grootheidje	=	grootheid
grootheidswaan	noun	ingebeelde grootheid, zelfoverschatting
grootheidswaanzin	noun	geestesziekte die zich uit in ingebeelde grootheid en zelfoverschatting
grootheidswanen	=	grootheidswaan
groothertog	noun	adellijke titel die hoger is dan die van hertog maar lager dan die van koning
groothertogdom	noun	een gebied waarover een groothertog heerst
groothertogdommen	=	groothertogdom
groothertogdommetje	=	groothertogdom
groothertogelijk	adj	van een groothertog
groothertogelijke	=	groothertogelijk
groothertogelijks	=	groothertogelijk
groothertogen	=	groothertog
groothertogin	noun	de vrouw van een groothertog
groothertoginnen	=	groothertogin
groothertoginnetje	=	groothertogin
groothertogje	=	groothertog
groothield	=	groothouden
groothielden	=	groothouden
groothoeklens	noun	een lens met een korte brandpuntafstand zodat men een groot deel van de omgeving in beeld kan krijgen
groothoeklensje	=	groothoeklens
groothoeklensjes	=	groothoeklens
groothoeklenzen	=	groothoeklens
groothoekobjectief	noun	objectief met een relatief korte brandpuntsafstand en een grote beeldhoek
groothoekobjectieven	=	groothoekobjectief
groothoofdbuisneusvleerhond	noun	Nyctimene cephalotes een vleermuis uit het geslacht Nyctimene die voorkomt van Celebes tot het uiterste zuiden van Nieuw-Guinea en Moa-eiland (Australië).
groothoofdbuisneusvleerhonden	=	groothoofdbuisneusvleerhond
groothoofdbuisneusvleerhondje	=	groothoofdbuisneusvleerhond
groothoofdbuisneusvleerhondjes	=	groothoofdbuisneusvleerhond
groothou	=	groothouden
groothoud	=	groothouden
groothoude	=	groothouden
groothouden	verb	zich ~: niet toegeven aan de neiging te gaan huilen
groothoudend	=	groothouden
groothoudende	=	groothouden
groothoudt	=	groothouden
grootindustrie	noun	zeer groot industrieel bedrijf
grootindustrieel	noun	eigenaar van een grote fabriek
grootindustrieën	=	grootindustrie
grootindustriëlen	=	grootindustrieel
grootinquisiteur	noun	hoogste rang in de inquisitie van een land (bv. de Spaanse Inquisitie) die ketters opspoorde en veroordeelde
grootinquisiteurs	=	grootinquisiteur
grootje	=	groot
grootjes	=	groot
grootkanselier	noun	functionaris van een overheid, orde of instelling
grootkanseliers	=	grootkanselier
grootkapitaal	noun	personen of instellingen die door de grote kapitalen waarover ze kunnen beschikken een belangrijke economische factor zijn en daardoor ook veel macht hebben
grootkapitalen	=	grootkapitaal
grootkopbladroller	noun	Zeiraphera isertana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
grootkopbladrollers	=	grootkopbladroller
grootkopbladrollertje	=	grootkopbladroller
grootkopbladrollertjes	=	grootkopbladroller
grootkopboloogwants	noun	Geocoris megacephalus een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
grootkopboloogwantsen	=	grootkopboloogwants
grootkopboloogwantsje	=	grootkopboloogwants
grootkopboloogwantsjes	=	grootkopboloogwants
grootkopdeukschildpad	noun	Acanthochelys macrocephala een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
grootkopdeukschildpadden	=	grootkopdeukschildpad
grootkopdeukschildpadje	=	grootkopdeukschildpad
grootkopdeukschildpadjes	=	grootkopdeukschildpad
grootkopkarper	noun	Hypophthalmichthys nobilis een exotische vis die, ontsnapt uit kwekerijen, gevonden kan worden in de wateren van de Benelux
grootkopkarpers	=	grootkopkarper
grootkopkarpertje	=	grootkopkarper
grootkopkarpertjes	=	grootkopkarper
grootkopmeervallen	noun	een familie Chacidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
grootkopmodderschildpad	noun	Claudius angustatus een schildpad uit de familie modder- en muskusschildpadden (Kinosternidae)
grootkopmodderschildpadden	=	grootkopmodderschildpad
grootkopmodderschildpadje	=	grootkopmodderschildpad
grootkopmodderschildpadjes	=	grootkopmodderschildpad
grootkopschildpad	noun	Platysternon megacephalum een schildpad uit de familie grootkopschildpadden (Platysternidae)
grootkopschildpadden	noun	een familie Platysternidae van schildpadden
grootkopschildpadje	=	grootkopschildpad
grootkopschildpadjes	=	grootkopschildpad
grootkopsnuittor	noun	Platystomos albinus een keversoort uit de familie boksnuitkevers (Anthribidae).
grootkopsnuittorren	=	grootkopsnuittor
grootkopsnuittorretje	=	grootkopsnuittor
grootkopsnuittorretjes	=	grootkopsnuittor
grootkruis	noun	zeer hoge of hoogste rang in een groot aantal ridderorden
grootkruisen	=	grootkruis
grootkruizen	=	grootkruis
grootlicht	noun	de verlichting van een voertuig dat bedoeld is om de weg voor het voertuig te verlichten over een grote afstand.
grootlichten	=	grootlicht
grootlichtje	=	grootlicht
grootlichtjes	=	grootlicht
grootma	noun	een vrouw die een kleindochter of kleinzoon heeft.
grootma's	=	grootma
grootmacht	noun	een partij, vaak een staat, met een dominante positie op een bepaald gebied
grootmachten	=	grootmacht
grootmachtje	=	grootmacht
grootmama	noun	moeder van een van je ouders
grootmama's	=	grootmama
grootmeester	noun	schaker of dammer met de hoogste internationale titel die hij op grond van behaalde resultaten kan verwerven
grootmeesteres	=	grootmeester
grootmeesterlijk	adj	heel erg goed zoals je van een grootmeester kunt verwachten
grootmeesterlijke	=	grootmeesterlijk
grootmeesterlijker	=	grootmeesterlijk
grootmeesterlijkere	=	grootmeesterlijk
grootmeesterlijkers	=	grootmeesterlijk
grootmeesterlijks	=	grootmeesterlijk
grootmeesterlijkst	=	grootmeesterlijk
grootmeesterlijkste	=	grootmeesterlijk
grootmeesterresultaat	noun	wedstrijduitkomst (bij bijvoorbeeld dammen of schaken) die zo goed was dat iemand de titel van grootmeester mag voeren
grootmeesterresultaatje	=	grootmeesterresultaat
grootmeesterresultaatjes	=	grootmeesterresultaat
grootmeesterresultaten	=	grootmeesterresultaat
grootmeesters	=	grootmeester
grootmeestertitel	noun	officiële titel die een persoon verwerft als hij zeer goed is in een denksport als schaken of dammen
grootmeestertitels	=	grootmeestertitel
grootmeestertje	=	grootmeester
grootmeestertjes	=	grootmeester
grootmetaal	noun	deel van de metaalsector waarin men grote metalen (bouw)werken maakt
grootmoe	noun	verkorting van grootmoeder; de moeder van je vader of moeder
grootmoeder	noun	de moeder van een ouder
grootmoederlijk	adj	zoals een grootmoeder eigen is
grootmoederlijke	=	grootmoederlijk
grootmoederlijker	=	grootmoederlijk
grootmoederlijkere	=	grootmoederlijk
grootmoederlijkers	=	grootmoederlijk
grootmoederlijks	=	grootmoederlijk
grootmoederlijkst	=	grootmoederlijk
grootmoederlijkste	=	grootmoederlijk
grootmoeders	=	grootmoeder
grootmoederschap	noun	het zijn van een oma
grootmoederschappen	=	grootmoederschap
grootmoedertje	=	grootmoeder
grootmoedertjes	=	grootmoeder
grootmoedig	adj	een ander voorrang boven jezelf kunnen geven
grootmoedige	=	grootmoedig
grootmoediger	=	grootmoedig
grootmoedigere	=	grootmoedig
grootmoedigers	=	grootmoedig
grootmoedigheden	=	grootmoedigheid
grootmoedigheid	noun	op een krachtige manier heel gul zijn
grootmoedigs	=	grootmoedig
grootmoedigst	=	grootmoedig
grootmoedigste	=	grootmoedig
grootmoefti	noun	in rang boven de moefti's staande islamitisch geestelijk rechtsgeleerde die o.a. fatwa's uitvaardigt
grootmoefti's	=	grootmoefti
grootmogend	adj	aangevend hoe groot en machtig wij deze personen wel vinden
grootmogende	=	grootmogend
grootmogender	=	grootmogend
grootmogendere	=	grootmogend
grootmogenders	=	grootmogend
grootmogends	=	grootmogend
grootmogendst	=	grootmogend
grootmogendste	=	grootmogend
grootmogol	noun	heerser van het 16de-eeuwse Mongoolse keizerrijk
grootmogols	=	grootmogol
grootmotorisch	adj	betreffende de ontwikkeling en beheersing van grote spiergroepen, gebruikt voor bewegingen met het hele lichaam, zoals lopen, rennen, klimmen, springen en balanceren
grootmotorische	=	grootmotorisch
grootmotorischer	=	grootmotorisch
grootmotorischere	=	grootmotorisch
grootmotorischers	=	grootmotorisch
grootofficier	noun	rang in de hofhouding
grootofficieren	=	grootofficier
grootofficiers	=	grootofficier
grootogen	=	grootoog
grootogig	adj	met grote ogen
grootogige	=	grootogig
grootogiger	=	grootogig
grootogigere	=	grootogig
grootogigers	=	grootogig
grootogigs	=	grootogig
grootogigst	=	grootogig
grootogigste	=	grootogig
grootoma	noun	moeder van oma of opa
grootoma's	=	grootoma
grootoog	noun	Priacanthus arenatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de grootoogbaarzen (Priacanthidae).
grootoog-bollenzweefvlieg	noun	een bepaald soort vlieg, Eumerus ornatus uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae) De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1822 door Meigen.
grootoog-bollenzweefvliegen	=	grootoog-bollenzweefvlieg
grootoog-bollenzweefvliegje	=	grootoog-bollenzweefvlieg
grootoog-bollenzweefvliegjes	=	grootoog-bollenzweefvlieg
grootoogbaarzen	noun	een familie Priacanthidae van vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
grootoogbrasem	noun	Gymnocranius grandoculis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de straatvegers (Lethrinidae).
grootoogbrasempje	=	grootoogbrasem
grootoogbrasempjes	=	grootoogbrasem
grootoogbrasems	=	grootoogbrasem
grootoogdraakvis	noun	Hydrolagus macrophthalmus een vis uit de familie kortneusdraakvissen.
grootoogdraakvisje	=	grootoogdraakvis
grootoogdraakvisjes	=	grootoogdraakvis
grootoogdraakvissen	=	grootoogdraakvis
grootoogje	=	grootoog
grootoogjes	=	grootoog
grootoogknorvis	noun	Brachydeuterus auritus een straalvinnige vis uit de familie van Haemulidae en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
grootoogknorvisje	=	grootoogknorvis
grootoogknorvisjes	=	grootoogknorvis
grootoogknorvissen	=	grootoogknorvis
grootoogprobleemspinnetje	noun	Meioneta innotabilis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
grootoogprobleemspinnetjes	=	grootoogprobleemspinnetje
grootoogrog	noun	Leucoraja naevus een rog uit de familie Rajidae.
grootoogroggen	=	grootoogrog
grootoogroggetje	=	grootoogrog
grootoogroggetjes	=	grootoogrog
grootoogrogje	=	grootoogrog
grootoogrogjes	=	grootoogrog
grootoogspeldenknopje	noun	Zabrachia tenella een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
grootoogspeldenknopjes	=	grootoogspeldenknopje
grootoogtandbrasem	noun	Dentex macrophthalmus een straalvinnige vis uit de familie van zeebrasems (Sparidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
grootoogtandbrasempje	=	grootoogtandbrasem
grootoogtandbrasempjes	=	grootoogtandbrasem
grootoogtandbrasems	=	grootoogtandbrasem
grootoogtonijn	noun	Thunnus obesus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
grootoogtonijnen	=	grootoogtonijn
grootoogtonijntje	=	grootoogtonijn
grootoogtonijntjes	=	grootoogtonijn
grootoogvaalhaai	noun	Iago omanensis een haai uit de familie van de gladde haaien
grootoogvaalhaaien	=	grootoogvaalhaai
grootoogvaalhaaitje	=	grootoogvaalhaai
grootoogvaalhaaitjes	=	grootoogvaalhaai
grootoogvoshaai	noun	Alopias superciliosus een soort uit de familie van de voshaaien (Alopiidae).
grootoogvoshaaien	=	grootoogvoshaai
grootoogvoshaaitje	=	grootoogvoshaai
grootoogvoshaaitjes	=	grootoogvoshaai
grootoogzandtijgerhaai	noun	Odontaspis noronhai een vis uit de familie van tijgerhaaien (Odontaspididae) en behoort derhalve tot de orde van makreelhaaien (Lamniformes).
grootoogzandtijgerhaaien	=	grootoogzandtijgerhaai
grootoogzandtijgerhaaitje	=	grootoogzandtijgerhaai
grootoogzandtijgerhaaitjes	=	grootoogzandtijgerhaai
grootoogzeskieuwshaai	noun	Hexanchus nakamurai een haai uit de familie van de koehaaien.
grootoogzeskieuwshaaien	=	grootoogzeskieuwshaai
grootoogzeskieuwshaaitje	=	grootoogzeskieuwshaai
grootoogzeskieuwshaaitjes	=	grootoogzeskieuwshaai
grootoogzweeppalpspin	noun	Mastigusa macrophthalma een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kaardertjes (Dictynidae)
grootoogzweeppalpspinnen	=	grootoogzweeppalpspin
grootoogzweeppalpspinnetje	=	grootoogzweeppalpspin
grootoogzweeppalpspinnetjes	=	grootoogzweeppalpspin
grootoom	noun	broer van iemands opa of oma
grootooms	=	grootoom
grootoorboomrat	noun	Ototylomys phyllotis een zoogdier uit de familie van de Cricetidae.
grootoorboomratje	=	grootoorboomrat
grootoorboomratjes	=	grootoorboomrat
grootoorboomratten	=	grootoorboomrat
grootoorfluithaas	noun	Ochotona macrotis haasachtige uit de familie van de fluithazen (Ochotonidae).
grootoorfluithaasje	=	grootoorfluithaas
grootoorfluithaasjes	=	grootoorfluithaas
grootoorfluithazen	=	grootoorfluithaas
grootoorhutia	noun	Mesocapromys auritus knaagdier uit de familie van de hutia's (Capromyidae).
grootoorhutia's	=	grootoorhutia
grootoorhutiaatje	=	grootoorhutia
grootoorhutiaatjes	=	grootoorhutia
grootoorkitvos	noun	Vulpes macrotis behoort tot de familie van Canidae.
grootoorkitvosje	=	grootoorkitvos
grootoorkitvosjes	=	grootoorkitvos
grootoorkitvossen	=	grootoorkitvos
grootoorspringmuis	noun	klein zoogdier, Euchoreutes naso Het lichaam is zo'n 7 tot 9 centimeter lang, de staart meet nog eens zo'n 15 tot 16 centimeter.
grootoorspringmuisje	=	grootoorspringmuis
grootoorspringmuisjes	=	grootoorspringmuis
grootoorspringmuizen	=	grootoorspringmuis
grootoorvleermuis	noun	Plecotus auritus een vleermuis uit de familie gladneuzen (Vespertilionidae).
grootoorvleermuisje	=	grootoorvleermuis
grootoorvleermuisjes	=	grootoorvleermuis
grootoorvleermuizen	noun	Plecotus een geslacht van de gladneusvleermuizen dat voorkomt in Azië, Europa en Noord-Afrika.
grootoorvos	noun	Otocyon megalotis Afrikaanse hondachtige.
grootoorvosje	=	grootoorvos
grootoorvosjes	=	grootoorvos
grootoorvossen	=	grootoorvos
grootoosten	noun	een koepel van vrijmetselaarsloges
grootoostens	=	grootoosten
grootopperhoofd	noun	hoofd van een gemeenschap van zwarten die uit slavernij zijn gevlucht naar het oerwoud en hun nazaten
grootopperhoofden	=	grootopperhoofd
grootouder	noun	de ouder van een ouder
grootouderlijk	adj	van iemands grootouders afkomstig
grootouderlijke	=	grootouderlijk
grootouderlijker	=	grootouderlijk
grootouderlijkere	=	grootouderlijk
grootouderlijkers	=	grootouderlijk
grootouderlijks	=	grootouderlijk
grootouderlijkst	=	grootouderlijk
grootouderlijkste	=	grootouderlijk
grootouders	=	grootouder
grootoudertje	=	grootouder
grootoudertjes	=	grootouder
grootpa	noun	man waarvan een kind ook een kind heeft; de vader van je vader of moeder
grootpa's	=	grootpa
grootpapa	noun	de vader van iemands vader of moeder; man die een kleinkind heeft
grootpapa's	=	grootpapa
grootpapaatje	=	grootpapa
grootpapaatjes	=	grootpapa
grootpoothoenders	noun	Megapodiidae een familie van hoendervogels die onder andere de thermometervogel en de boskalkoen bevat.
grootpootpotoroe	noun	Potorous longipes een kangoeroerat uit het geslacht der potoroes (Potorous)
grootpootpotoroes	=	grootpootpotoroe
grootpootpotoroetje	=	grootpootpotoroe
grootpootpotoroetjes	=	grootpootpotoroe
grootpootstruikgors	noun	Pezopetes capitalis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
grootpootstruikgorsje	=	grootpootstruikgors
grootpootstruikgorsjes	=	grootpootstruikgors
grootpootstruikgorzen	=	grootpootstruikgors
grootpoottapaculo	noun	Scytalopus macropus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
grootpoottapaculo's	=	grootpoottapaculo
grootpoottapaculootje	=	grootpoottapaculo
grootpoottapaculootjes	=	grootpoottapaculo
grootpootwaterrat	noun	Leptomys elegans knaagdier uit het geslacht Leptomys dat voorkomt op Nieuw-Guinea.
grootpootwaterratje	=	grootpootwaterrat
grootpootwaterratjes	=	grootpootwaterrat
grootpootwaterratten	=	grootpootwaterrat
grootrug	noun	een dier met een grote rug
grootruggen	=	grootrug
grootruggetje	=	grootrug
grootruggetjes	=	grootrug
groots	adj	verheven, groot van opzet
grootsch	=	groots
grootschalig	adj	waar veel dingen of mensen bij betrokken zijn
grootschalige	=	grootschalig
grootschaliger	=	grootschalig
grootschaligere	=	grootschalig
grootschaligers	=	grootschalig
grootschaligheden	=	grootschaligheid
grootschaligheid	noun	een zeer grote omvang hebbend
grootschaligs	=	grootschalig
grootschaligst	=	grootschalig
grootschaligste	=	grootschalig
grootscheeps	adj	op een grootse, radicale manier
grootscheepse	=	grootscheeps
grootscheepser	=	grootscheeps
grootscheepsere	=	grootscheeps
grootscheepsers	=	grootscheeps
grootscheepst	=	grootscheeps
grootscheepste	=	grootscheeps
grootschheid	=	grootsheid
grootschoot	noun	lijn waarmee de stand van het grootzeil ten opzichte van wind en boot geregeld wordt
grootschootje	=	grootschoot
grootschootjes	=	grootschoot
grootschoten	=	grootschoot
grootschubpootjesslang	noun	Chamaesaura macrolepis een hagedis uit de familie gordelstaarthagedissen (Cordylidae)
grootschubpootjesslangen	=	grootschubpootjesslang
grootschubpootjesslangetje	=	grootschubpootjesslang
grootschubpootjesslangetjes	=	grootschubpootjesslang
grootschubvissen	noun	een familie Melamphaidae van straalvinnige vissen uit de orde van doornvissen (Stephanoberyciformes)
grootse	=	groots
grootseminarie	noun	instelling voor de theologische vorming van rooms-katholieke geestelijken, vervolg op het kleinseminarie
grootseminaries	=	grootseminarie
grootseptiemakkoord	noun	een vierklank van een majeurakkoord plus een grote septiem
grootseptiemakkoorden	=	grootseptiemakkoord
grootseptiemakkoordje	=	grootseptiemakkoord
grootseptiemakkoordjes	=	grootseptiemakkoord
grootser	=	groots
grootsere	=	groots
grootsers	=	groots
grootsheden	=	grootsheid
grootsheid	noun	verheven boven de rest van de wereld
grootsnavelijsvogel	noun	Pelargopsis melanorhyncha een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
grootsnavelijsvogels	=	grootsnavelijsvogel
grootsnavelijsvogeltje	=	grootsnavelijsvogel
grootsnavelijsvogeltjes	=	grootsnavelijsvogel
grootsnavelleeuwerik	noun	Galerida magnirostris een leeuwerik behorend tot het genus galerida
grootsnavelleeuweriken	=	grootsnavelleeuwerik
grootsnavelleeuwerikje	=	grootsnavelleeuwerik
grootsnavelleeuwerikjes	=	grootsnavelleeuwerik
grootsnavelmuspapegaai	noun	Forpus crassirostris een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
grootsnavelmuspapegaaien	=	grootsnavelmuspapegaai
grootsnavelmuspapegaaitje	=	grootsnavelmuspapegaai
grootsnavelmuspapegaaitjes	=	grootsnavelmuspapegaai
grootsnavelstern	noun	Phaetusa simplex een vogel uit de familie Laridae (meeuwen).
grootsnavelsternen	=	grootsnavelstern
grootsnavelsterns	=	grootsnavelstern
grootsnavelsterntje	=	grootsnavelstern
grootsnavelsterntjes	=	grootsnavelstern
grootsnavelwipstaart	noun	Cinclodes excelsior een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
grootsnavelwipstaarten	=	grootsnavelwipstaart
grootsnavelwipstaartje	=	grootsnavelwipstaart
grootsnavelwipstaartjes	=	grootsnavelwipstaart
grootsnavelzaadkraker	noun	Sporophila maximiliani een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
grootsnavelzaadkrakers	=	grootsnavelzaadkraker
grootsnavelzaadkrakertje	=	grootsnavelzaadkraker
grootsnavelzaadkrakertjes	=	grootsnavelzaadkraker
grootsnuithaai	noun	Carcharhinus altimus een haai uit de familie van de requiemhaaien
grootsnuithaaien	=	grootsnuithaai
grootsnuithaaitje	=	grootsnuithaai
grootsnuithaaitjes	=	grootsnuithaai
grootsnuitkathaai	noun	Apristurus nasutus een vis uit de familie van de Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
grootsnuitkathaaien	=	grootsnuitkathaai
grootsnuitkathaaitje	=	grootsnuitkathaai
grootsnuitkathaaitjes	=	grootsnuitkathaai
grootspraak	noun	opschepperij, bluf, dikdoenerij, jezelf belangrijker maken dan je bent
grootspraakt	=	grootspreken
grootsprak	=	grootspreken
grootspraken	=	grootspreken
grootsprakerig	adj	met een brutale, grote mond
grootsprakerige	=	grootsprakerig
grootsprakeriger	=	grootsprakerig
grootsprakerigere	=	grootsprakerig
grootsprakerigers	=	grootsprakerig
grootsprakerigs	=	grootsprakerig
grootsprakerigst	=	grootsprakerig
grootsprakerigste	=	grootsprakerig
grootspreek	=	grootspreken
grootspreekster	noun	opschepster, vrouwelijke vorm van grootspreker
grootspreeksters	=	grootspreekster
grootspreekstertje	=	grootspreekster
grootspreekstertjes	=	grootspreekster
grootspreekt	=	grootspreken
grootspreke	=	grootspreken
grootspreken	verb	opscheppen
grootsprekend	=	grootspreken
grootsprekende	=	grootspreken
grootspreker	noun	persoon die zich belangrijker voordoet dan bij of zijn eigenlijk is
grootsprekers	=	grootspreker
grootsprekertje	=	grootspreker
grootsprekertjes	=	grootspreker
grootsprietgitje	noun	Cheilosia laticornis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
grootsprietgitjes	=	grootsprietgitje
grootsprietmolmzweefvlieg	noun	Brachypalpus valgus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
grootsprietmolmzweefvliegen	=	grootsprietmolmzweefvlieg
grootsprietmolmzweefvliegje	=	grootsprietmolmzweefvlieg
grootsprietmolmzweefvliegjes	=	grootsprietmolmzweefvlieg
grootst	=	groot
grootstad	noun	dichtbebouwd gebied met veel inwoners waar mensen uit een zeer wijde omgeving naartoe komen voor economische of culturele activiteiten
grootstadje	=	grootstad
grootstag	noun	touw dat de hoofdmast met de voormast verbindt en stabiliteit helpt te garanderen
grootstagen	=	grootstag
grootste	=	groot
grootstedelijk	adj	kenmerkend voor de grote stad
grootstedelijke	=	grootstedelijk
grootstedelijker	=	grootstedelijk
grootstedelijkere	=	grootstedelijk
grootstedelijkers	=	grootstedelijk
grootstedelijks	=	grootstedelijk
grootstedelijkst	=	grootstedelijk
grootstedelijkste	=	grootstedelijk
grootsteden	=	grootstad
grootsteeds	adj	wat kenmerkend is voor de grote stad en dus niet of veel minder voorkomt in een dorp
grootsteedsch	=	grootsteeds
grootsteedse	=	grootsteeds
grootsteedser	=	grootsteeds
grootsteedsere	=	grootsteeds
grootsteedsers	=	grootsteeds
grootsteedst	=	grootsteeds
grootsteedste	=	grootsteeds
groottandzaagvis	noun	Pristis perotteti een zaagvis uit de familie Pristidae.
groottandzaagvisje	=	groottandzaagvis
groottandzaagvisjes	=	groottandzaagvis
groottandzaagvissen	=	groottandzaagvis
groottandzoetwaterrog	noun	Potamotrygon henlei een rog uit de familie van de zoetwaterroggen (Potamotrygonidae) uit Zuid-Amerika.
groottandzoetwaterroggen	=	groottandzoetwaterrog
groottandzoetwaterroggetje	=	groottandzoetwaterrog
groottandzoetwaterroggetjes	=	groottandzoetwaterrog
groottante	noun	de zus van een grootouder; de echtgenote van een broer van een grootouder
groottantes	=	groottante
grootte	noun	mate waarin iets of iemand groot is, de afmeting
grootten	=	grootte
grootteorde	noun	ruwe indicatie van de omvang, met weinig precisie aangeduide hoeveelheid
grootteorden	=	grootteorde
grootteordes	=	grootteorde
groottes	=	grootte
grootva	noun	de vader van je moeder of vader
grootva's	=	grootva
grootvaatje	=	grootva
grootvaatjes	=	grootva
grootvader	noun	de vader van een ouder
grootvaderlijk	adj	zoals past bij een opa
grootvaderlijke	=	grootvaderlijk
grootvaderlijker	=	grootvaderlijk
grootvaderlijkere	=	grootvaderlijk
grootvaderlijkers	=	grootvaderlijk
grootvaderlijks	=	grootvaderlijk
grootvaderlijkst	=	grootvaderlijk
grootvaderlijkste	=	grootvaderlijk
grootvaders	=	grootvader
grootvaderschap	noun	het opa zijn; het hebben van kleinkinderen
grootvaderschappen	=	grootvaderschap
grootvadertje	=	grootvader
grootvadertjes	=	grootvader
grootvee	noun	groot vee, bv. runderen en paarden
grootverbruiker	noun	persoon of instelling die een bepaald goed in grote hoeveelheden verbruikt (of gebruikt)
grootverbruikers	=	grootverbruiker
grootverdiener	noun	iemand die fors meer dan modaal verdient
grootverdieners	=	grootverdiener
grootverpakking	noun	een verpakking—zoals een doos, zak of pallet—waarin een grote hoeveelheid van hetzelfde artikel wordt samengevoegd.
grootverpakkingen	=	grootverpakking
grootverpakkinkje	=	grootverpakking
grootverpakkinkjes	=	grootverpakking
grootvin-gratenvis	noun	Pterothrissus belloci een straalvinnige vis uit de familie van gratenvissen (Albulidae) en behoort derhalve tot de orde van gratenvisachtigen (Albuliformes).
grootvin-gratenvisje	=	grootvin-gratenvis
grootvin-gratenvisjes	=	grootvin-gratenvis
grootvin-gratenvissen	=	grootvin-gratenvis
grootvizier	noun	benaming voor de eerste minister in een islamitisch land, zoals het Ottomaanse Rijk, het kalifaat Córdoba en het kalifaat Bagdad
grootvizieren	=	grootvizier
grootviziers	=	grootvizier
grootviziertje	=	grootvizier
grootvlekmospalpmot	noun	Bryotropha basaltinella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
grootvlekmospalpmotje	=	grootvlekmospalpmot
grootvlekmospalpmotjes	=	grootvlekmospalpmot
grootvlekmospalpmotten	=	grootvlekmospalpmot
grootvlekplatbek	noun	Trichopsomyia lucida een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
grootvlekplatbekje	=	grootvlekplatbek
grootvlekplatbekjes	=	grootvlekplatbek
grootvlekplatbekken	=	grootvlekplatbek
grootvlekstippelmot	noun	Yponomeuta plumbella een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae).
grootvlekstippelmotje	=	grootvlekstippelmot
grootvlekstippelmotjes	=	grootvlekstippelmot
grootvlekstippelmotten	=	grootvlekstippelmot
grootvlekweidemot	noun	Phycitodes albatella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
grootvlekweidemotje	=	grootvlekweidemot
grootvlekweidemotjes	=	grootvlekweidemot
grootvlekweidemotten	=	grootvlekweidemot
grootvleugelig	adj	met grote vleugels
grootvleugelige	noun	benaming voor insecten uit de orde Megaloptera, die relatief grote vleugels hebben
grootvleugeligen	noun	orde Megaloptera, insecten die relatief grote vleugels hebben
grootvleugeligs	=	grootvleugelig
grootvorst	noun	lid van de Russische keizerlijke familie
grootvorsten	=	grootvorst
grootvorstin	noun	vrouwelijke grootvorst
grootvorstinnen	=	grootvorstin
grootvorstinnetje	=	grootvorstin
grootvorstinnetjes	=	grootvorstin
grootvorstje	=	grootvorst
grootvorstjes	=	grootvorst
grootwinkelbedrijf	noun	een winkel met filialen in vele plaatsen.
grootwinkelbedrijfje	=	grootwinkelbedrijf
grootwinkelbedrijfjes	=	grootwinkelbedrijf
grootwinkelbedrijven	=	grootwinkelbedrijf
grootzakelijk	adj	grote bedrijven betreffend
grootzakelijke	=	grootzakelijk
grootzakelijker	=	grootzakelijk
grootzakelijkere	=	grootzakelijk
grootzakelijkers	=	grootzakelijk
grootzakelijks	=	grootzakelijk
grootzakelijkst	=	grootzakelijk
grootzakelijkste	=	grootzakelijk
grootzegel	noun	zegel van een vorst of president dat de echtheid van een document of oorkonde waarborgt
grootzegels	=	grootzegel
grootzeil	noun	in de klassieke zeilvaart de onderste, grootste zeil aan de grote mast
grootzeilen	=	grootzeil
grootzeilschoot	noun	lijn waarmee de stand van het grootzeil ten opzichte van wind en boot geregeld wordt
grootzeilschootje	=	grootzeilschoot
grootzeilschootjes	=	grootzeilschoot
grootzeilschoten	=	grootzeilschoot
grootzeiltje	=	grootzeil
grootzeiltjes	=	grootzeil
grootzeiltrimmer	noun	op een groter wedstrijdjacht het bemanningslid dat de stand van het grootzeil in de gaten houdt
grootzeiltrimmers	=	grootzeiltrimmer
grootzeiltrimmertje	=	grootzeiltrimmer
grootzeiltrimmertjes	=	grootzeiltrimmer
grootzeilval	noun	lijn waarmee het grootzeil gehesen wordt
grootzeilvallen	=	grootzeilval
grootzeilvalletje	=	grootzeilval
grootzeilvalletjes	=	grootzeilval
groove	noun	een reeks noten die dwingt tot dansen of bewegen
grooves	=	groove
groovy	adj	gaaf [1], te gek
groovy's	=	groovy
groovyer	=	groovy
groovyere	=	groovy
groovyers	=	groovy
groovyst	=	groovy
groovyste	=	groovy
gropesi	noun	scheuten van de ontkiemde mungboon of katjang idjo Vigna radiata (dus NIET van de sojaboon)
gros	noun	een dozijn dozijnen, ofwel 144 stuks
grosella	noun	Phyllanthus acidus een lid van de familie Phyllanthaceae, dat op commerciële basis wordt verbouwd voor zijn eetbare vruchten
grosella's	=	grosella
grosellaatje	=	grosella
grosellaatjes	=	grosella
grosje	=	gros
grosjes	=	gros
groslijst	noun	lange lijst waaruit men later nog een selectie gaat maken
groslijsten	=	groslijst
grossant	noun	iemand die grosseert (afschriften maakt), een afschriftmaker of klerk bij bijv. notaris of overheid
grossanten	=	grossant
grosse	noun	in executoriale vorm uitgegeven afschrift van een vonnis, notariële akte of ander ambtelijk stuk
grosseer	=	grosseren
grosseerde	=	grosseren
grosseerden	=	grosseren
grosseert	=	grosseren
grossen	=	gros
grossere	=	grosseren
grosseren	verb	overschrijven of in hanteerbare vorm overbrengen
grosserend	=	grosseren
grosserende	=	grosseren
grossier	noun	iemand die in het groot verkoopt, een groothandelaar
grossierde	=	grossieren
grossierden	=	grossieren
grossierderij	noun	groothandel
grossierderijen	=	grossierderij
grossierderijtje	=	grossierderij
grossierderijtjes	=	grossierderij
grossiere	=	grossieren
grossieren	verb	in het groot verkopen
grossierend	=	grossieren
grossierende	=	grossieren
grossiers	=	grossier
grossiersbeleid	noun	beleid van een grossier
grossierskorting	noun	korting die men verkrijgt als grossier
grossierskortingen	=	grossierskorting
grossiersprijs	noun	groothandelsprijs
grossiersprijzen	=	grossiersprijs
grossierszaak	noun	groothandelszaak
grossierszaakje	=	grossierszaak
grossierszaakjes	=	grossierszaak
grossierszaken	=	grossierszaak
grossiert	=	grossieren
grossiertje	=	grossier
grossist	noun	bedrijf dat levert aan kleinhandelaars en winkeliers
grossisten	=	grossist
grot	noun	een onderaardse holte
grotachtig	adj	lijkend op een donkere, holle, ondergrondse ruimte in een rots of gebergte
grotachtige	=	grotachtig
grotachtigs	=	grotachtig
grotbewoner	noun	iemand die in een holte van een berg woont
grotbewoners	=	grotbewoner
grote	noun	iemand die belangrijk is
grote-maagdenpalmroest	noun	Puccinia vincae een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
grote-maagdenpalmroesten	=	grote-maagdenpalmroest
grote-maagdenpalmroestje	=	grote-maagdenpalmroest
grote-maagdenpalmroestjes	=	grote-maagdenpalmroest
grotedijvlekgifkikker	noun	Allobates femoralis een kikkersoort uit de familie van de Aromobatidae.
grotedijvlekgifkikkers	=	grotedijvlekgifkikker
grotedijvlekgifkikkertje	=	grotedijvlekgifkikker
grotedijvlekgifkikkertjes	=	grotedijvlekgifkikker
groteletterboek	noun	een boek met extra grote letters, speciaal bedoeld voor mensen die moeite hebben met het lezen van kleine letters vanwege een visuele beperking of vermoeidheid
groteletterboeken	=	groteletterboek
groteletterboekje	=	groteletterboek
groteletterboekjes	=	groteletterboek
grotelijk	adj	in hoge mate
grotelijke	=	grotelijk
grotelijker	=	grotelijk
grotelijkere	=	grotelijk
grotelijkers	=	grotelijk
grotelijks	=	grotelijk
grotelijkst	=	grotelijk
grotelijkste	=	grotelijk
grotematenwinkel	noun	kledingzaak voor mensen met een fors postuur, voor wie het aanbod van confectiekleding minder groot is
grotematenwinkels	=	grotematenwinkel
grotemensenfilm	noun	film gemaakt voor volwassenen
grotemensenfilmpje	=	grotemensenfilm
grotemensenfilmpjes	=	grotemensenfilm
grotemensenfilms	=	grotemensenfilm
grotemensenwereld	noun	de wereld van de volwassenen
grotemensenwerelden	=	grotemensenwereld
grotemensenwereldje	=	grotemensenwereld
grotemensenwereldjes	=	grotemensenwereld
grotemensenzaak	noun	kwesties waarover alleen volwassenen kunnen en mogen beslissen
grotemensenzaakje	=	grotemensenzaak
grotemensenzaakjes	=	grotemensenzaak
grotemensenzaken	=	grotemensenzaak
groten	=	groot
grotendeels	adv	voor het grootste, belangrijkste gedeelte
groter	=	groot
grotere	=	groot
groters	=	groot
grotesk	adj	op afschrikwekkende wijze buitenissig
groteske	=	grotesk
grotesker	=	grotesk
groteskere	=	grotesk
groteskers	=	grotesk
grotesks	=	grotesk
groteskst	=	grotesk
groteskste	=	grotesk
grotestadstroela	noun	zeurende vrouw die afkomstig is uit een stad; trut uit de grote stand die alles beter weet
grotestadstroela's	=	grotestadstroela
grotestadstroelaatje	=	grotestadstroela
grotestadstroelaatjes	=	grotestadstroela
grotestedenbeleid	noun	plan van aanpak dat gaat over de leefbaarheid van de grotere steden
grotetertstoonaard	noun	een toonladder met trappen van een hele toon, met twee uitzonderingen: tussen de derde en vierde, en tussen de zevende en achtste trap is het verschil slechts een halve toon.
grotetertstoonaarden	=	grotetertstoonaard
grotetertstoonaardje	=	grotetertstoonaard
grotetertstoonaardjes	=	grotetertstoonaard
grotetertstoonladder	noun	een toonladder met trappen van een hele toon, met twee uitzonderingen: tussen de derde en vierde, en tussen de zevende en achtste trap is het verschil slechts een halve toon.
grotetertstoonladders	=	grotetertstoonladder
grotetertstoonladdertje	=	grotetertstoonladder
grotetertstoonladdertjes	=	grotetertstoonladder
grotetertstoonschaal	noun	een toonladder met trappen van een hele toon, met twee uitzonderingen: tussen de derde en vierde, en tussen de zevende en achtste trap is het verschil slechts een halve toon.
grotetertstoonschaaltje	=	grotetertstoonschaal
grotetertstoonschaaltjes	=	grotetertstoonschaal
grotetertstoonschalen	=	grotetertstoonschaal
grotetertstoonsoort	noun	een toonladder met trappen van een hele toon, met twee uitzonderingen: tussen de derde en vierde, en tussen de zevende en achtste trap is het verschil slechts een halve toon.
grotetertstoonsoorten	=	grotetertstoonsoort
grotetertstoonsoortje	=	grotetertstoonsoort
grotetertstoonsoortjes	=	grotetertstoonsoort
grotje	=	grot
grotjes	=	grot
grotpalingen	noun	een familie Protanguillidae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes)
grotschildering	noun	een (voorhistorische) schildering aangebracht op de wand van een grot
grotschilderingen	=	grotschildering
grotschilderingetje	=	grotschildering
grotschilderingetjes	=	grotschildering
grotsyndromen	=	grotsyndroom
grotsyndroom	noun	een angstcomplex na het langdurig in isolatie geleefd te hebben met weinig contacten met de buitenwereld
grottekening	noun	Schildering aangebracht op de wanden en/of plafonds van grotten.
grottekeningen	=	grottekening
grottekeningetje	=	grottekening
grottekeningetjes	=	grottekening
grotten	=	grot
grottenanolis	noun	Anolis lucius een hagedis uit de familie anolissen (Dactyloidae)
grottenanolisje	=	grottenanolis
grottenanolisjes	=	grottenanolis
grottenanolissen	=	grottenanolis
grottencomplex	noun	groep onderling verbonden natuurlijke onderaardse ruimtes
grottencomplexen	=	grottencomplex
grottenhyena	noun	Crocuta crocuta spelaea was een middelgroot roofdier dat is uitgestorven aan het eind van het Pleistoceen, tussen 20.000 en 10.000 jaar geleden
grottenhyena's	=	grottenhyena
grottenhyenaatje	=	grottenhyena
grottenhyenaatjes	=	grottenhyena
grottensalamanders	noun	Hydromantes een geslacht van salamanders uit de familie longloze salamanders of Plethodontidae
grottensprinkhaan	noun	insect uit de familie Rhaphidophoridae van langsprietige insecten die behoren tot de rechtvleugeligen (Orthoptera).
grottensprinkhaantje	=	grottensprinkhaan
grottensprinkhaantjes	=	grottensprinkhaan
grottensprinkhanen	noun	Rhaphidophoridae een familie van langsprietige insecten die behoren tot de rechtvleugeligen (Orthoptera).
grottenstelsel	noun	groep met elkaar verbonden ondergrondse ruimtes
grottenstelsels	=	grottenstelsel
grottenvaraan	noun	Varanus eremius een hagedis uit de familie der varanen (Varanidae)
grottenvaraantje	=	grottenvaraan
grottenvaraantjes	=	grottenvaraan
grottenvaranen	=	grottenvaraan
grottenvleerhond	noun	Eonycteris spelaea een vleermuis uit het geslacht Eonycteris die voorkomt van India en Zuid-China tot de Filipijnen, de Molukken en Timor.
grottenvleerhonden	=	grottenvleerhond
grottenvleerhondje	=	grottenvleerhond
grottenvleerhondjes	=	grottenvleerhond
grotwoning	noun	een woning die gelegen is in een natuurlijke onderaardse ruimte
grotwoningen	=	grotwoning
grotwoninkje	=	grotwoning
grotwoninkjes	=	grotwoning
grotzaagbaarzen	noun	een kleine familie Dinopercidae van baarsachtige vissen, die uit slechts twee geslachten en twee soorten bestaat
groufie	noun	selfie van een groep
groufies	=	groufie
groupie	noun	een zeer trouwe fan van een muzikant op muziekgroep
groupies	=	groupie
grout	noun	een mengsel van cement, water en eventueel toeslagmateriaal en hulpstoffen, gebruikt in bijvoorbeeld bouwputten
groute	=	grouten
grouten	verb	waterdicht maken van funderingen
groutend	=	grouten
groutende	=	grouten
groutje	=	grout
groutjes	=	grout
groutte	=	grouten
groutten	=	grouten
grouwel	=	gruwel
grove	=	grof
grovelijk	adv	op een heel grove, stuitende manier
grover	=	grof
grovere	=	grof
grovers	=	grof
growshop	noun	winkel waar men alle attributen kan verkrijgen om zelf wietplanten te telen.
growshopje	=	growshop
growshopjes	=	growshop
growshops	=	growshop
groze	=	groos
grozer	=	groos
grozere	=	groos
grozers	=	groos
gruijt	=	gruit
gruis	noun	kleine stukjes steen, grover dan stof, fijner dan brokken steen
gruisje	=	gruis
gruisjes	=	gruis
gruit	noun	kruidenmengsel met o.a. rozemarijn (maar ook gagel, salie, duizendblad en laurierbessen), vroeger ingrediënt van bier, al in de middeleeuwen vervangen door hop
gruite	=	gruiten
gruiten	verb|historical	bier brouwen met toevoeging van gruit
gruitend	=	gruiten
gruitende	=	gruiten
gruitte	=	gruiten
gruitten	=	gruiten
gruizel	noun	een klein brokje
gruizelde	=	gruizelen
gruizelden	=	gruizelen
gruizele	=	gruizelen
gruizelen	verb	tot gruis slaan of vallen
gruizelend	=	gruizelen
gruizelende	=	gruizelen
gruizels	=	gruizel
gruizelt	=	gruizelen
gruizeltje	=	gruizel
gruizeltjes	=	gruizel
gruizen	=	gruis
gruizig	adj	met veel gruis bedekt; gelijkend op gruis
gruizige	=	gruizig
gruiziger	=	gruizig
gruizigere	=	gruizig
gruizigers	=	gruizig
gruizigs	=	gruizig
gruizigst	=	gruizig
gruizigste	=	gruizig
grunge	noun	rauw soort Amerikaanse gitaarrock die in de late jaren tachtig ontstond in Seattle in de Verenigde Staten
grunion	noun	Leuresthes tenuis een straalvinnige vissensoort uit de familie van koornaarvissen (Atherinidae).
grunions	=	grunion
grup	noun	door het gewest vastgesteld plan dat voor een bepaald gebied gebruik, bebouwing en beheer nader regelt (als uitwerking van een ruimtelijk beleidsplan)
grup's	=	grup
grut	noun|figurative	kleine dingen van weinig waarde	intj	bastaardvloek, uitroep die lichte schrik uitdrukt
grutje	=	grut
grutjes	intj	bastaardvloek die lichte schrik uitdrukt
grutte	=	grutten
grutten	noun	mengsel van gebroken graankorrels.	verb	grutten maken
gruttend	=	grutten
gruttende	=	grutten
gruttenpap	noun	pap gemaakt van karnemelk en boekweitgrutten
gruttenpappen	=	gruttenpap
grutter	noun	kruidenier
grutters	=	grutter
grutterswaar	noun|historical	wat men bij een kruidenier kan kopen
grutterswaren	noun|historical	wat men bij een kruidenier kan kopen
gruttertje	=	grutter
grutto	noun	bepaald soort weidevogel en een van de grootste steltlopers, Limosa limosa
grutto's	noun	een geslacht Limosa van vogels uit de familie strandlopers en snippen (Scolopacidae).
gruttoboerderij	noun	boerderij waar bijzondere faciliteiten beschikbaar zijn om het leven van de grutto mogelijk te maken
gruttoboerderijen	=	gruttoboerderij
gruttootje	=	grutto
gruttootjes	=	grutto
gruut	=	gruit
gruw	=	gruwen
gruwde	=	gruwen
gruwden	=	gruwen
gruwe	=	gruwen
gruwel	noun	wat afschuw opwekt
gruweldaad	noun	afgrijselijke daad om van te gruwelen
gruweldaadje	=	gruweldaad
gruweldaden	=	gruweldaad
gruwelde	=	gruwelen
gruwelden	=	gruwelen
gruwele	=	gruwelen
gruwelen	verb	een gevoel van afgrijzen ondergaan, gruwen
gruwelend	=	gruwelen
gruwelende	=	gruwelen
gruwelijk	adj	afschuw opwekkend
gruwelijke	=	gruwelijk
gruwelijker	=	gruwelijk
gruwelijkere	=	gruwelijk
gruwelijkers	=	gruwelijk
gruwelijkheden	=	gruwelijkheid
gruwelijkheid	noun	iets heel vreselijks, iets heel wreeds
gruwelijks	=	gruwelijk
gruwelijkst	=	gruwelijk
gruwelijkste	=	gruwelijk
gruwelkamer	noun	vertrek bestemd om griezelige dingen te laten zien
gruwelkamers	=	gruwelkamer
gruwelkamertje	=	gruwelkamer
gruwelkamertjes	=	gruwelkamer
gruwelpropaganda	noun	verspreiden van gruwelverhalen tegen een regime
gruwels	=	gruwel
gruwelstuk	noun	verfoeilijke, vreselijke daad of gebeurtenis
gruwelstukje	=	gruwelstuk
gruwelstukjes	=	gruwelstuk
gruwelstukken	=	gruwelstuk
gruwelt	=	gruwelen
gruweltje	=	gruwel
gruweltjes	=	gruwel
gruwen	verb	een sterk gevoel van afkeer ervaren
gruwend	=	gruwen
gruwende	=	gruwen
gruwt	=	gruwen
gruwzaam	adj	afkeer en schrik opwekkend
gruwzaams	=	gruwzaam
gruwzaamst	=	gruwzaam
gruwzaamste	=	gruwzaam
gruwzame	=	gruwzaam
gruwzamer	=	gruwzaam
gruwzamere	=	gruwzaam
gruwzamers	=	gruwzaam
gruyt	=	gruit
gruyère	noun	pittige Zwitserse kaas
gruyèrekaas	noun	Zwitserse kaas uit Gruyère met een Appellation d'Origine Contrôlée keurmerk
gruyèrekazen	=	gruyèrekaas
gruyères	=	gruyère
gruzelementen	noun	stukken die ontstaan wanneer een voorwerp breekt
grévyzebra	noun	Equus grevyi is een bedreigde zebrasoort uit de drogere streken van Kenia en Ethiopië.
grévyzebra's	=	grévyzebra
grévyzebraatje	=	grévyzebra
grévyzebraatjes	=	grévyzebra
gsm	noun	bepaald systeem voor mobiele telefonie
gsm'de	=	gsm'en
gsm'den	=	gsm'en
gsm'e	=	gsm'en
gsm'en	verb	mobiel telefoneren, met een gsm
gsm'end	=	gsm'en
gsm'ende	=	gsm'en
gsm'etje	=	gsm
gsm'etjes	=	gsm
gsm's	=	gsm
gsm't	=	gsm'en
gsm-antenne	noun	een antenne die de signalen van mobiele telefoons opvangt/uitzendt en communicatie van een gsm-netwerk mogelijk maakt
gsm-antennes	=	gsm-antenne
gsm-en	=	gsm'en
gsm-kost	noun|obsolete	uitgaven die men doet voor het gebruik van een gsm-telefoon; uitgaven die men doet voor het gebruik van een gsm-verbinding
gsm-kosten	noun	uitgaven die men doet voor het gebruik van een gsm-telefoon; uitgaven die men doet voor het gebruik van een gsm-verbinding
gsm-mast	noun	een mast die de antennes draagt die deel uitmaken van een gsm-netwerk
gsm-masten	=	gsm-mast
gsm-mastje	=	gsm-mast
gsm-mastjes	=	gsm-mast
gsm-netwerk	noun	het geheel van gsm-antennes en gsm-masten
gsm-netwerken	=	gsm-netwerk
gsm-netwerkje	=	gsm-netwerk
gsm-netwerkjes	=	gsm-netwerk
gsm-parkeren	verb	betaald parkeren met behulp van de mobiele telefoon
gsm-parkerende	=	gsm-parkeren
gsm-roman	noun	in sms-taal geschreven boek
gsm-romannetje	=	gsm-roman
gsm-romannetjes	=	gsm-roman
gsm-romans	=	gsm-roman
gsm-scheiding	noun	dat werknemers hun werkgerelateerde communicatie, apps en data op een ander toestel (of via een apart zakelijk nummer/profiel) beheren dan hun privézaken.
gsm-scheidingen	=	gsm-scheiding
gsm-scheidinkje	=	gsm-scheiding
gsm-scheidinkjes	=	gsm-scheiding
gsm-toestel	noun	een draagbare telefoon
gsm-toestellen	=	gsm-toestel
gsm-toestelletje	=	gsm-toestel
gsm-toestelletjes	=	gsm-toestel
gsm-verbod	noun	het verbieden van het gebruik van mobiele telefoons (en andere slimme apparaten zoals tablets/smartwatches) op bepaalde plaatsen, meestal op scholen, om afleiding te verminderen, leerprestaties te verbeteren, en het sociale klimaat te bevorderen
gsm-verboden	=	gsm-verbod
gsm-verbodje	=	gsm-verbod
gsm-verbodjes	=	gsm-verbod
gts	noun	aanduiding voor autotypen gericht op een sportieve bestuurder die nog wel geschikt zijn voor lange reizen
gts'en	=	gts
guacamole	noun	een dipsaus uit Midden-Amerika gemaakt van avocado, limoensap, tomaat, ui (crème fraîche) en specerijen (tabasco).
guacamoles	=	guacamole
guadalcanalbrilvogel	noun	Zosterops oblitus een vogel uit de familie van de brilvogels.
guadalcanalbrilvogels	=	guadalcanalbrilvogel
guadalcanalbrilvogeltje	=	guadalcanalbrilvogel
guadalcanalbrilvogeltjes	=	guadalcanalbrilvogel
guadalcanaldwergijsvogel	noun	Ceyx nigromaxilla een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
guadalcanaldwergijsvogels	=	guadalcanaldwergijsvogel
guadalcanaldwergijsvogeltje	=	guadalcanaldwergijsvogel
guadalcanaldwergijsvogeltjes	=	guadalcanaldwergijsvogel
guadalcanalfluiter	noun	Pachycephala implicata een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
guadalcanalfluiters	=	guadalcanalfluiter
guadalcanalfluitertje	=	guadalcanalfluiter
guadalcanalfluitertjes	=	guadalcanalfluiter
guadalcanalhoningeter	noun	Guadalcanaria inexpectata een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
guadalcanalhoningeters	=	guadalcanalhoningeter
guadalcanalhoningetertje	=	guadalcanalhoningeter
guadalcanalhoningetertjes	=	guadalcanalhoningeter
guadalcanallijster	noun	Zoothera turipavae een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
guadalcanallijsters	=	guadalcanallijster
guadalcanallijstertje	=	guadalcanallijster
guadalcanallijstertjes	=	guadalcanallijster
guadalcanalvalkuil	noun	bepaald soort roofvogel, Athene granti uit de familie Strigidae (echte uilen), die van nature voorkomt op Guadalcanal, een van de zuidelijke Salomonseilanden
guadalcanalvalkuilen	=	guadalcanalvalkuil
guadalcanalvalkuiltje	=	guadalcanalvalkuil
guadalcanalvalkuiltjes	=	guadalcanalvalkuil
guadalcanalwaaierstaart	noun	Rhipidura ocularis een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
guadalcanalwaaierstaarten	=	guadalcanalwaaierstaart
guadalcanalwaaierstaartje	=	guadalcanalwaaierstaart
guadalcanalwaaierstaartjes	=	guadalcanalwaaierstaart
guadalcanalzanger	noun	Cincloramphus turipavae een zangvogel uit de familie Locustellidae.
guadalcanalzangers	=	guadalcanalzanger
guadalcanalzangertje	=	guadalcanalzanger
guadalcanalzangertjes	=	guadalcanalzanger
guadalupecaracara	noun	Caracara lutosa een uitgestorven roofvogel uit de familie van de Falconidae (valkachtigen)
guadalupecaracara's	=	guadalupecaracara
guadalupecaracaraatje	=	guadalupecaracara
guadalupecaracaraatjes	=	guadalupecaracara
guadalupejunco	noun	Junco insularis een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
guadalupejunco's	=	guadalupejunco
guadalupejuncootje	=	guadalupejunco
guadalupejuncootjes	=	guadalupejunco
guadalupestormvogeltje	noun	Hydrobates macrodactylus een vogel uit de familie der Hydrobatidae (Noordelijke stormvogeltjes).
guadalupestormvogeltjes	=	guadalupestormvogeltje
guadalupezeebeer	noun	bepaald soort zoogdier, Arctocephalus townsendi, een soort oorrob uit de onderfamilie der zeeberen (Arctocephalinae)
guadalupezeebeertje	=	guadalupezeebeer
guadalupezeebeertjes	=	guadalupezeebeer
guadalupezeeberen	=	guadalupezeebeer
guadelouper	noun	een inwoner van Guadeloupe, of iemand afkomstig uit Guadeloupe
guadeloupers	=	guadelouper
guadeloupespecht	noun	Melanerpes herminieri een vogel uit de familie Picidae
guadeloupespechten	=	guadeloupespecht
guadeloupespechtje	=	guadeloupespecht
guadeloupespechtjes	=	guadeloupespecht
guadeloupezanger	noun	Setophaga plumbea een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
guadeloupezangers	=	guadeloupezanger
guadeloupezangertje	=	guadeloupezanger
guadeloupezangertjes	=	guadeloupezanger
guadeloups	adj	op Guadeloupe betrekking hebbend
guadeloupse	noun	een vrouwelijke inwoner van Guadeloupe, of een vrouw afkomstig uit Guadeloupe
guadeloupsen	=	guadeloupse
guadeloupser	=	guadeloups
guadeloupsere	=	guadeloups
guadeloupsers	=	guadeloups
guadeloupst	=	guadeloups
guadeloupste	=	guadeloups
guaiabero	noun	Bolbopsittacus lunulatus een papegaaiachtige die alleen voorkomt in de Filipijnen.
guaiabero's	=	guaiabero
guaiaberootje	=	guaiabero
guaiaberootjes	=	guaiabero
guaiac	noun	Bulnesia sarmientoi een plant uit de familie Zygophyllaceae.
guamees	noun	een inwoner van Guam, of iemand afkomstig uit Guam	adj	op Guam betrekking hebbend
guameest	=	guamees
guameeste	=	guamees
guamese	noun	een vrouwelijke inwoner van Guam, of een vrouw afkomstig uit Guam
guamesen	=	guamese
guameser	=	guamees
guamesere	=	guamees
guamesers	=	guamees
guamezen	=	guamees
guamijsvogel	noun	Todiramphus cinnamominus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
guamijsvogels	=	guamijsvogel
guamijsvogeltje	=	guamijsvogel
guamijsvogeltjes	=	guamijsvogel
guammonarch	noun	Myiagra freycineti een uitgestorven zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
guammonarchen	=	guammonarch
guammonarchje	=	guammonarch
guammonarchjes	=	guammonarch
guamral	noun	Hypotaenidia owstoni een vogel uit de familie Rallidae (Rallen).
guamrallen	=	guamral
guamralletje	=	guamral
guamralletjes	=	guamral
guamvleerhond	noun	Pteropus tokudae een uitgestorven vleermuis uit het geslacht Pteropus die voorkwam op het eiland Guam in de Marianen.
guamvleerhonden	=	guamvleerhond
guamvleerhondje	=	guamvleerhond
guamvleerhondjes	=	guamvleerhond
guanaco	noun	bepaald soort zoogdier, Lama guanicoe, een wilde lama uit de familie der kameelachtigen (Camelidae), een karakteristieke bewoner van de Zuid-Amerikaanse hoogvlakten en de grootste van de twee wilde lamasoorten
guanaco's	=	guanaco
guanacootje	=	guanaco
guanacootjes	=	guanaco
guanine	noun	stikstofbase; een van de vier nucleotiden die in DNA en RNA voorkomt
guaninen	=	guanine
guanines	=	guanine
guano	noun	gedroogde mest van zeevogels, die op onbewoonde eilanden en klippen in de loop der eeuwen is opgehoopt
guanovleermuis	noun	Tadarida brasiliensis een vleermuis uit het geslacht Tadarida die voorkomt van het midden van de Verenigde Staten (VS) tot het zuiden van Argentinië, inclusief de Grote en Kleine Antillen.
guanovleermuisje	=	guanovleermuis
guanovleermuisjes	=	guanovleermuis
guanovleermuizen	=	guanovleermuis
guarana	noun	bepaald soort klimplant, Paullinia cupana
guarayoswinterkoning	noun	Cantorchilus guarayanus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
guarayoswinterkoningen	=	guarayoswinterkoning
guarayoswinterkoninkje	=	guarayoswinterkoning
guarayoswinterkoninkjes	=	guarayoswinterkoning
guarpitmeel	noun	een polysacharide (galactomannaan) die wordt gewonnen uit de zaden van de guarplant en in de EU is toegelaten als additief (verdikkingsmiddel en stabilisator) voor voedingsmiddelen met nummer E412
guarplant	noun	bepaald soort eenjarige plant Cyamopsis tetragonoloba, vooral gekweekt in Pakistan en India, waarvan de zaden als groene bonen worden gegeten
guarplanten	=	guarplant
guatemala-amazone	noun	Amazona guatemalae een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
guatemala-amazonen	=	guatemala-amazone
guatemala-amazones	=	guatemala-amazone
guatemala-amazonetje	=	guatemala-amazone
guatemala-amazonetjes	=	guatemala-amazone
guatemalaan	noun	inwoner van Guatemala
guatemalaans	adj	op Guatemala betrekking hebbend
guatemalaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Guatemala, of een vrouw afkomstig uit Guatemala
guatemalaansen	=	guatemalaanse
guatemalaanser	=	guatemalaans
guatemalaansere	=	guatemalaans
guatemalaansers	=	guatemalaans
guatemalaanst	=	guatemalaans
guatemalaanste	=	guatemalaans
guatemalaantje	=	guatemalaan
guatemalaantjes	=	guatemalaan
guatemaladwerguil	noun	Glaucidium cobanense een vogel uit de familie van de uilen.
guatemaladwerguilen	=	guatemaladwerguil
guatemaladwerguiltje	=	guatemaladwerguil
guatemaladwerguiltjes	=	guatemaladwerguil
guatemalagrondspecht	noun	Colaptes mexicanoides (synoniem Colaptes auratus) een vogel uit de familie van de Picidae (spechten).
guatemalagrondspechten	=	guatemalagrondspecht
guatemalagrondspechtje	=	guatemalagrondspecht
guatemalagrondspechtjes	=	guatemalagrondspecht
guatemalalijster	noun	Turdus infuscatus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
guatemalalijsters	=	guatemalalijster
guatemalalijstertje	=	guatemalalijster
guatemalalijstertjes	=	guatemalalijster
guatemalanen	=	guatemalaan
guatemalteek	noun	inwoner van Guatemala
guatemalteeks	adj	op Guatemala betrekking hebbend
guatemalteekse	noun	een vrouwelijke inwoner van Guatemala, of een vrouw afkomstig uit Guatemala
guatemalteeksen	=	guatemalteekse
guatemalteekser	=	guatemalteeks
guatemalteeksere	=	guatemalteeks
guatemalteeksers	=	guatemalteeks
guatemalteekst	=	guatemalteeks
guatemalteekste	=	guatemalteeks
guatemalteken	=	guatemalteek
guave	noun	Psidium guajava een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae).
guavebes	noun	Myrciaria floribunda een plant uit de mirtefamilie, Myrtaceae.
guavebesje	=	guavebes
guavebesjes	=	guavebes
guavebessen	=	guavebes
guavejam	noun	jam gemaakt van de vrucht van de guave Psidium guajava
guavejams	=	guavejam
guaven	=	guave
guaves	=	guave
guavetje	=	guave
guayaquilspecht	noun	Campephilus gayaquilensis een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
guayaquilspechten	=	guayaquilspecht
guayaquilspechtje	=	guayaquilspecht
guayaquilspechtjes	=	guayaquilspecht
guayave	noun	tropische vrucht van Psidium guajava een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae)
gueridon	noun	klein siertafeltje met meestal 3 poten
gueridons	=	gueridon
guerrilla	noun	methode van oorlogsvoering met kleine, ongeregelde troepen die onverwacht toeslaan
guerrilla's	=	guerrilla
guerrilla-actie	noun	een kleine, verrassende aanval, oorspronkelijk een militaire tactiek waarbij kleine groepen vechten met kleine, snelle aanvallen tegen grotere legers
guerrilla-acties	=	guerrilla-actie
guerrilla-actietje	=	guerrilla-actie
guerrilla-actietjes	=	guerrilla-actie
guerrilla-activiteit	noun	de activiteit die gericht is op het voeren van een guerrilla
guerrilla-activiteiten	=	guerrilla-activiteit
guerrilla-activiteitje	=	guerrilla-activiteit
guerrilla-activiteitjes	=	guerrilla-activiteit
guerrillaatje	=	guerrilla
guerrillaatjes	=	guerrilla
guerrillabases	=	guerrillabasis
guerrillabasis	noun	de standplaats van een kleine, ongeregelde gewapende groep die strijd voert tegen een grotere, reguliere strijdmacht
guerrillabasissen	=	guerrillabasis
guerrillabeweging	noun	groep ongeregelde strijders die strijden tegen een veel krachtiger regulier leger
guerrillabewegingen	=	guerrillabeweging
guerrillabeweginkje	=	guerrillabeweging
guerrillabeweginkjes	=	guerrillabeweging
guerrillagroep	noun	groepering die een guerillaoorlog voert
guerrillagroepen	=	guerrillagroep
guerrillagroepering	noun	organisatie die een guerrillaoorlog voert
guerrillagroeperingen	=	guerrillagroepering
guerrillagroepje	=	guerrillagroep
guerrillagroepjes	=	guerrillagroep
guerrillaleger	noun	groep guerrillastrijders
guerrillalegers	=	guerrillaleger
guerrillalegertje	=	guerrillaleger
guerrillalegertjes	=	guerrillaleger
guerrillaleider	noun	leider van een guerrillabeweging
guerrillaleiders	=	guerrillaleider
guerrillamarketing	noun	ludieke methode om met weinig middelen veel aandacht te creëren voor een product of dienst
guerrillaoorlog	noun	een oorlog waarin verzet gepleegd wordt tegen een partij die tracht een gebied te overheersen
guerrillaoorlogen	=	guerrillaoorlog
guerrillaoorlogje	=	guerrillaoorlog
guerrillaoorlogjes	=	guerrillaoorlog
guerrillaschommel	noun	een illegaal in een stad opgehangen schommel
guerrillaschommelaar	noun	iemand die gebruik maakt van een wildschommel
guerrillaschommelaars	=	guerrillaschommelaar
guerrillaschommelen	verb	op een kleurige maar illegale schommel midden in de stad schommelen
guerrillaschommelend	=	guerrillaschommelen
guerrillaschommels	=	guerrillaschommel
guerrillashop	noun	winkel die zich telkens weer tijdelijk op een andere plaats vestigt om specifieke modeartikelen te verkopen
guerrillashops	=	guerrillashop
guerrillastore	noun	winkel die zich telkens weer tijdelijk op een andere plaats vestigt om specifieke modeartikelen te verkopen
guerrillastores	=	guerrillastore
guerrillastrijd	noun	een gewapend conflict waarbij niet-militairen een reguliere krijgsmacht trachten te ontregelen, terwijl een rechtstreekse confrontatie zo veel mogelijk wordt vermeden
guerrillastrijden	=	guerrillastrijd
guerrillastrijder	noun	iemand die vecht tijdens een opstand in kleine ongeregelde troepen of als een individu
guerrillastrijders	=	guerrillastrijder
guerrillatroep	noun	troep uit het leger van een guerrillabeweging
guerrillatroepen	noun	het leger van een guerillabeweging
guerrillero	noun	iemand die vecht tijdens een opstand in kleine groepen of als een individu
guerrillero's	=	guerrillero
guesthouse	noun	een verblijf voor gasten
guesthouses	=	guesthouse
guiambo	noun	Abelmoschus esculentus plant waarvan de peulen eetbaar zijn en waarvan de smaak wat lijkt op die van sperziebonen
guianadolfijn	noun	Sotalia guianensis De guianadolfijn (Sotalia guianensis) (Sranan: profosu; Surinaams-Nederlands: provoost) is een Latijns-Amerikaanse soort dolfijn uit het geslacht Sotalia
guianadolfijnen	=	guianadolfijn
guianadolfijntje	=	guianadolfijn
guianadolfijntjes	=	guianadolfijn
guiara	noun	Euryzygomatomys spinosus knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
guiara's	=	guiara
guiaraatje	=	guiara
guiaraatjes	=	guiara
guichelheil	noun	een geslacht Anagallis van planten dat in de 23e druk van de Heukels geplaatst wordt in de sleutelbloemfamilie (Primulaceae).
guichelheilen	=	guichelheil
guichelheiltje	=	guichelheil
guichelheiltjes	=	guichelheil
guichet	noun	tussenpersoon die wel handelt in een bepaald waardepapier, maar daar zelf geen bezit in opbouwt
guichets	=	guichet
guil	noun	oud of gebrekkig paard
guilen	=	guil
guillemet	noun	aanhalingsteken in de vorm van een haakje in de vorm van een klein groter- of kleiner-dan-teken
guillemets	=	guillemet
guillocheer	=	guillocheren
guillocheerde	=	guillocheren
guillocheerden	=	guillocheren
guillocheert	=	guillocheren
guillochere	=	guillocheren
guillocheren	verb	ter versiering van een netwerk van krommen voorzien
guillocherend	=	guillocheren
guillocherende	=	guillocheren
guillotine	noun	tijdens de Franse Revolutie in gebruik genomen werktuig om mensen efficiënt te onthoofden
guillotine-snede	noun	soms bij arm- of beenamputatie gebruikt snijinstrument
guillotine-sneden	=	guillotine-snede
guillotines	=	guillotine
guillotinetje	=	guillotine
guiltje	=	guil
guineaworm	noun	Dracunculus medinensis een parasitaire rondworm.
guineawormen	=	guineaworm
guineawormpje	=	guineaworm
guineawormpjes	=	guineaworm
guinee-bissauer	noun	een inwoner van Guinee-Bissau, of iemand afkomstig uit Guinee-Bissau
guinee-bissauers	=	guinee-bissauer
guinee-bissaus	adj	op Guinee-Bissau betrekking hebbend
guinee-bissause	noun	een vrouwelijke inwoner van Guinee-Bissau, of een vrouw afkomstig uit Guinee-Bissau
guinee-bissausen	=	guinee-bissause
guinee-bissauser	=	guinee-bissaus
guinee-bissausere	=	guinee-bissaus
guinee-bissausers	=	guinee-bissaus
guinee-bissaust	=	guinee-bissaus
guinee-bissauste	=	guinee-bissaus
guinees	adj	op Guinee betrekking hebbend
guineese	noun	een vrouwelijke inwoner van Guinee, of een vrouw afkomstig uit Guinee
guineesen	=	guineese
guineest	=	guinees
guineeste	=	guinees
guineeër	noun	inwoner van Guinee
guineeërs	=	guineeër
guineeërtje	=	guineeër
guineeërtjes	=	guineeër
guinese	=	guinees
guineser	=	guinees
guinesere	=	guinees
guinesers	=	guinees
guinezen	=	guinees
guipure	noun	een vorm van kant met reliëf
guipures	=	guipure
guirakoekoek	noun	Guira guira een sociale, niet-parasitische koekoek in Zuid-Amerika.
guirakoekoeken	=	guirakoekoek
guirakoekoekje	=	guirakoekoek
guirakoekoekjes	=	guirakoekoek
guiratangare	noun	Hemithraupis guira een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
guiratangaren	=	guiratangare
guiratangaretje	=	guiratangare
guiratangaretjes	=	guiratangare
guirlande	noun	slinger
guirlandes	=	guirlande
guirlandetje	=	guirlande
guit	noun	grappig iemand (vooral van het mannelijk geslacht)
guiten	=	guit
guitenstreek	noun	grappige, ondeugende handeling van een deugniet
guitenstreekje	=	guitenstreek
guitenstreekjes	=	guitenstreek
guitenstreken	=	guitenstreek
guitig	adj	op een grappige manier ondeugend, vooral van kinderen
guitige	=	guitig
guitiger	=	guitig
guitigere	=	guitig
guitigers	=	guitig
guitigheden	=	guitigheid
guitigheid	noun	het guitig zijn
guitigs	=	guitig
guitigst	=	guitig
guitigste	=	guitig
guitje	=	guit
guitjes	=	guit
gujaratitalig	adj	Gujarati sprekend
gujaratitalige	=	gujaratitalig
gujaratitaligs	=	gujaratitalig
gul	adj	vrijgevig	noun	kabeljauw tot een lengte van ca. 60 cm
gulden	noun	naam voor de munteenheid van Curaçao en Sint Maarten, en vroegere munteenheden in verschillende Nederlandstalige landen	adj	vaak overdrachtelijk van goud vervaardigd
guldenboek	noun	een kostbaar, met de hand geschreven boek waarin belangrijke gasten, zoals vorsten of hooggeplaatste personen, hun handtekening plaatsen om hun bezoek vast te leggen
guldenboeken	=	guldenboek
guldenboekje	=	guldenboek
guldenboekjes	=	guldenboek
guldenkop	noun	Chrysophrys auratus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zeebrasems (Sparidae).
guldenkopje	=	guldenkop
guldenkopjes	=	guldenkop
guldenkoppen	=	guldenkop
guldenmaand	noun|obsolete	derde maand van het kalenderjaar
guldenroede	noun	een geslacht Solidago van meer dan honderd soorten uit de composietenfamilie (Asteraceae).
guldenroedebladroller	noun	Phalonidia curvistrigana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
guldenroedebladrollers	=	guldenroedebladroller
guldenroedebladrollertje	=	guldenroedebladroller
guldenroedebladrollertjes	=	guldenroedebladroller
guldenroededwergspanner	noun	Eupithecia virgaureata een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
guldenroededwergspanners	=	guldenroededwergspanner
guldenroededwergspannertje	=	guldenroededwergspanner
guldenroededwergspannertjes	=	guldenroededwergspanner
guldenroedeknoopvlekje	noun	Eucosma aemulana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
guldenroedeknoopvlekjes	=	guldenroedeknoopvlekje
guldenroedekokermot	noun	Coleophora virgaureae een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
guldenroedekokermotje	=	guldenroedekokermot
guldenroedekokermotjes	=	guldenroedekokermot
guldenroedekokermotten	=	guldenroedekokermot
guldenroedelichtmot	noun	Anania terrealis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
guldenroedelichtmotje	=	guldenroedelichtmot
guldenroedelichtmotjes	=	guldenroedelichtmot
guldenroedelichtmotten	=	guldenroedelichtmot
guldenroeden	=	guldenroede
guldenroedes	=	guldenroede
guldenroedevedermot	noun	Platyptilia calodactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
guldenroedevedermotje	=	guldenroedevedermot
guldenroedevedermotjes	=	guldenroedevedermot
guldenroedevedermotten	=	guldenroedevedermot
guldens	=	gulden
guldenteken	noun	het valutateken voor de voormalige Nederlandse gulden en enkele daaraan gerelateerde munteenheden, waarvan enkele nog bestaan
guldentekens	=	guldenteken
guldentekentje	=	guldenteken
guldentekentjes	=	guldenteken
guldentje	=	gulden
guldentjes	=	gulden
gulgauw	adj	snel en goedmoedig
gulgauwe	=	gulgauw
gulgauws	=	gulgauw
gulhartig	adj	gul
gulhartige	=	gulhartig
gulhartiger	=	gulhartig
gulhartigere	=	gulhartig
gulhartigers	=	gulhartig
gulhartigs	=	gulhartig
gulhartigst	=	gulhartig
gulhartigste	=	gulhartig
gulheden	=	gulheid
gulheid	noun	de mate van gul zijn
gulheidje	=	gulheid
gulle	=	gul
gullen	=	gul
guller	=	gul
gullere	=	gul
gullers	=	gul
gulletje	=	gul
gulletjes	=	gul
gulp	noun	een door een strook stof afgesloten opening aan de voorzijde van een broek van de man, bedoeld om het plassen te vergemakkelijken
gulpe	=	gulpen
gulpen	verb	met grote slokken drinken
gulpend	=	gulpen
gulpende	=	gulpen
gulpje	=	gulp
gulpjes	=	gulp
gulpt	=	gulpen
gulpte	=	gulpen
gulpten	=	gulpen
guls	=	gul
gulst	=	gul
gulste	=	gul
guluit	adv	zonder terughouding, ronduit
gulweg	adv	zonder omwegen; rechttoe rechtaan
gulzig	adj	met overmatige gretigheid iets verorberend	adv	met schrokkige haast
gulzigaard	noun	iemand die gulzig is
gulzigaardje	=	gulzigaard
gulzigaards	=	gulzigaard
gulzige	=	gulzig
gulziger	=	gulzig
gulzigere	=	gulzig
gulzigers	=	gulzig
gulzigheden	=	gulzigheid
gulzigheid	noun	het gulzig zijn
gulzigheidje	=	gulzigheid
gulzigs	=	gulzig
gulzigst	=	gulzig
gulzigste	=	gulzig
gum	noun	een object waarmee potloodtekeningen weer weggehaald kunnen worden
gumculturen	=	gumcultuur
gumcultuur	noun	samenleving waarin censuur als een normaal verschijnsel wordt gezien
gumde	=	gummen
gumden	=	gummen
gumme	=	gummen
gummen	verb	iets geschrevens met een vlakgom bewerken
gummend	=	gummen
gummende	=	gummen
gummetje	=	gum
gummetjes	=	gum
gummi	noun	rubber	adj	rubberen, van rubber
gummi-jas	noun	kledingstuk dat minstens de armen en de romp bedekt, over andere kleding wordt gedragen en die door een rubberen laagje beschermt tegen nattigheid van buiten
gummi-jassen	=	gummi-jas
gummibeer	noun	een populair, klein snoepje gemaakt van gelatine, suiker, glucosestroop en aroma's, bekend om zijn flexibele, taaie textuur en beervorm
gummibeertje	=	gummibeer
gummibeertjes	=	gummibeer
gummiberen	=	gummibeer
gummiboot	noun	rubberboot, opblaasboot
gummibootje	=	gummiboot
gummibootjes	=	gummiboot
gummiboten	=	gummiboot
gummihandschoen	noun	dunne, nauwsluitende handschoen gemaakt van gummi
gummihandschoenen	=	gummihandschoen
gummiknuppel	noun	een handwapen van hard rubber, veelal gebruikt door de politie bij oproer e.d.
gummiknuppels	=	gummiknuppel
gummiknuppeltje	=	gummiknuppel
gummiknuppeltjes	=	gummiknuppel
gummistok	noun	een korte buigzame wapenstok die vooral bij de politie in gebruik is
gummistokken	=	gummistok
gumt	=	gummen
gun	=	gunnen
gunde	=	gunnen
gunden	=	gunnen
gunder	=	ginder
gunfactor	noun	de mate waarin men accepteert dat iemand iets heeft of verkrijgt
gunne	=	gunnen
gunnen	verb	voldoening hebben dat iemand anders iets heeft of verkrijgt
gunnend	=	gunnen
gunnende	=	gunnen
gunnera	noun	benaming voor planten uit het geslacht Gunnera, die vooral in de tropen voorkomen
gunnera's	=	gunnera
gunning	noun	toewijzing van een aanbesteding of levering
gunningen	=	gunning
gunninkje	=	gunning
gunninkjes	=	gunning
gunnisonwaaierhoen	noun	Centrocercus minimus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
gunnisonwaaierhoenderen	=	gunnisonwaaierhoen
gunnisonwaaierhoenders	=	gunnisonwaaierhoen
gunnisonwaaierhoendertje	=	gunnisonwaaierhoen
gunnisonwaaierhoendertjes	=	gunnisonwaaierhoen
gunst	noun	vrijwillig iemand ter wille te zijn door het verlenen van een dienst of goed, zonder dat de ontvanger er recht op heeft of dat de gever er toe verplicht is
gunstbetonen	=	gunstbetoon
gunstbetoon	noun	het geven van gunsten en voorrechten in ruil voor bepaalde diensten; meestal gebruikt in het kader van omkoping
gunste	=	gunst
gunsteling	noun	iemand die bevoordeeld wordt; iemand die veel gunsten ontvangt
gunstelinge	noun	vrouw die men beschermt en begunstigt
gunstelingen	=	gunsteling
gunstelinges	=	gunstelinge
gunstelingetje	=	gunsteling
gunsteloos	adj	zonder gunst, uit de gunst zijnde
gunsteloost	=	gunsteloos
gunstelooste	=	gunsteloos
gunsteloze	=	gunsteloos
gunstelozer	=	gunsteloos
gunstelozere	=	gunsteloos
gunstelozers	=	gunsteloos
gunsten	=	gunst
gunstig	adj	ten voordeel strekkend
gunstige	=	gunstig
gunstiger	=	gunstig
gunstigere	=	gunstig
gunstigers	=	gunstig
gunstigs	=	gunstig
gunstigst	=	gunstig
gunstigste	=	gunstig
gunstje	=	gunst
gunstjes	=	gunst
gunstkoopje	noun	iets wat men (zogenaamd) voordelig koopt
gunstkoopjes	=	gunstkoopje
gunsttarief	noun	verlaagde prijs of te verlaagd percentage dat betaald moet worden
gunsttariefje	=	gunsttarief
gunsttariefjes	=	gunsttarief
gunsttarieven	=	gunsttarief
gunstvoorwaarde	noun	gunstige vereisten voor een lening
gunstvoorwaarden	=	gunstvoorwaarde
gunt	=	gunnen
gup	noun	levendbarend tandkarpertje en aquariumvisje uit Zuid-Amerika, Poecilia reticulata
gupje	=	gup
gupjes	=	gup
guppen	=	gup
guppie	=	gup
guppy	noun	bepaald soort levendbarend tandkarpertje en aquariumvisje uit Zuid-Amerika, Poecilia reticulata
guppy's	noun	een ondergeslacht Acanthophacelus uit het geslacht Poecilia van de familie der Poeciliidae
guppy'tje	=	guppy
guppy'tjes	=	guppy
gurambaspitsmuis	noun	Crocidura phaeura insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
gurambaspitsmuisje	=	gurambaspitsmuis
gurambaspitsmuisjes	=	gurambaspitsmuis
gurambaspitsmuizen	=	gurambaspitsmuis
gure	=	guur
gust	adj	geen volgende generatie voortbrengend
guste	=	gust
gusts	=	gust
gut	intj	uitroep die lichte verbazing uitdrukt
gutmensch	noun	iemand die uitdraagt dat hij politiek correct is
gutmenschen	=	gutmensch
gutmenschje	=	gutmensch
gutmenschjes	=	gutmensch
guts	noun	een gootvormige steekbeitel voor houtbewerking
gutse	=	gutsen
gutsen	verb	met een guts bewerken
gutsend	=	gutsen
gutsende	=	gutsen
gutsje	=	guts
gutsjes	=	guts
gutst	=	gutsen
gutste	=	gutsen
gutsten	=	gutsen
guttegom	noun	een gele, harde en blinkende, als pigment en als geneesmiddel gebruikte soort van gom of hars, die men verkrijgt van verschillende Indische bomen van de familie der Clusiaceeën
guttegommen	=	guttegom
guttegommetje	=	guttegom
guttegommetjes	=	guttegom
guttegut	intj	benadrukt gevoelens van verbazing, ergernis of medelijden
gutturaal	adj	in de keel gevormd	noun	spraakklank die wordt gevormd door het achterste gedeelte van de tong met de zachte (voor)keelholte contact te laten houden
gutturaals	=	gutturaal
gutturaalst	=	gutturaal
gutturaalste	=	gutturaal
gutturaaltje	=	gutturaal
gutturaaltjes	=	gutturaal
gutturale	=	gutturaal
gutturalen	=	gutturaal
gutturaler	=	gutturaal
gutturalere	=	gutturaal
gutturalers	=	gutturaal
guur	adj	winderig en regenachtig en tegelijk koud en kil
guurder	=	guur
guurdere	=	guur
guurders	=	guur
guurheden	=	guurheid
guurheid	noun	van het weer dat het koud, winderig en vaak ook regenachtig is
guurs	=	guur
guurst	=	guur
guurste	=	guur
guyaan	noun	een inwoner van Guyana, of iemand afkomstig uit Guyana
guyaans	adj	op Guyana betrekking hebbend
guyaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Guyana, of een vrouw afkomstig uit Guyana
guyaansen	=	guyaanse
guyaanser	=	guyaans
guyaansere	=	guyaans
guyaansers	=	guyaans
guyaanst	=	guyaans
guyaanste	=	guyaans
guyanabaardkoekoek	noun	Notharchus macrorhynchos een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
guyanabaardkoekoeken	=	guyanabaardkoekoek
guyanabaardkoekoekje	=	guyanabaardkoekoek
guyanabaardkoekoekjes	=	guyanabaardkoekoek
guyanabrulaap	noun	Alouatta macconnelli een soort van het geslacht brulapen (Alouatta).
guyanabrulaapje	=	guyanabrulaap
guyanabrulaapjes	=	guyanabrulaap
guyanabrulapen	=	guyanabrulaap
guyanadwergspecht	noun	Picumnus minutissimus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
guyanadwergspechten	=	guyanadwergspecht
guyanadwergspechtje	=	guyanadwergspecht
guyanadwergspechtjes	=	guyanadwergspecht
guyanamiersluiper	noun	Myrmotherula surinamensis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
guyanamiersluipers	=	guyanamiersluiper
guyanamiersluipertje	=	guyanamiersluiper
guyanamiersluipertjes	=	guyanamiersluiper
guyanamuggenvanger	noun	Polioptila guianensis een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
guyanamuggenvangers	=	guyanamuggenvanger
guyanamuggenvangertje	=	guyanamuggenvanger
guyanamuggenvangertjes	=	guyanamuggenvanger
guyanamuisspecht	noun	Lepidocolaptes albolineatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
guyanamuisspechten	=	guyanamuisspecht
guyanamuisspechtje	=	guyanamuisspecht
guyanamuisspechtjes	=	guyanamuisspecht
guyanaorpheusmierkruiper	noun	Hypocnemis cantator een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
guyanaorpheusmierkruipers	=	guyanaorpheusmierkruiper
guyanaorpheusmierkruipertje	=	guyanaorpheusmierkruiper
guyanaorpheusmierkruipertjes	=	guyanaorpheusmierkruiper
guyanapepervreter	noun	Selenidera piperivora een vogel uit de familie van de toekans (Ramphastidae).
guyanapepervreters	=	guyanapepervreter
guyanapepervretertje	=	guyanapepervreter
guyanapepervretertjes	=	guyanapepervreter
guyanaschiffornis	noun	Schiffornis olivacea een zangvogel uit de familie Tityridae.
guyanaschiffornisje	=	guyanaschiffornis
guyanaschiffornisjes	=	guyanaschiffornis
guyanaschiffornissen	=	guyanaschiffornis
guyanatrogon	noun	Trogon violaceus een vogel uit de familie Trogonidae.
guyanatrogonnetje	=	guyanatrogon
guyanatrogonnetjes	=	guyanatrogon
guyanatrogons	=	guyanatrogon
guyanavliegenpikker	noun	Zimmerius acer een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
guyanavliegenpikkers	=	guyanavliegenpikker
guyanavliegenpikkertje	=	guyanavliegenpikker
guyanavliegenpikkertjes	=	guyanavliegenpikker
guyanees	noun	een inwoner van Guyana, of iemand afkomstig uit Guyana	adj	op Guyana betrekking hebbend
guyaneest	=	guyanees
guyaneeste	=	guyanees
guyanen	=	guyaan
guyanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Guyana, of een vrouw afkomstig uit Guyana
guyanesen	=	guyanese
guyaneser	=	guyanees
guyanesere	=	guyanees
guyanesers	=	guyanees
guyanezen	=	guyanees
guychelheyl	=	guichelheil
gvd	=	godverdomme
gw	abbrev	grondwet
gwn	=	gewoon
gy	=	gei
gym	noun	gymnastiekles
gymclub	noun	een sportvereniging waar gymnastiek beoefend wordt
gymclubje	=	gymclub
gymclubjes	=	gymclub
gymclubs	=	gymclub
gymde	=	gymmen
gymden	=	gymmen
gymdocent	noun	leraar in de lichamelijke opvoeding (gymnastiek)
gymdocenten	=	gymdocent
gymjuf	noun	vrouwelijke leraar die op de basisschool zorg draagt voor de gymnastieklessen
gymjuffen	=	gymjuf
gymjuffie	=	gymjuf
gymjuffies	=	gymjuf
gymjufje	=	gymjuf
gymjufjes	=	gymjuf
gymjufs	=	gymjuf
gymkana	noun	behendigheidswedstrijd voor ruiters of motorrijders in de vorm van een hindernisbaan of een reeks gevarieerde opdrachten
gymkana's	=	gymkana
gymleerkracht	noun	iemand die gymles geeft
gymleerkrachten	=	gymleerkracht
gymleerkrachtje	=	gymleerkracht
gymleerkrachtjes	=	gymleerkracht
gymleraar	noun	leraar in de lichamelijke opvoeding (gymnastiek)
gymleraars	=	gymleraar
gymleraren	=	gymleraar
gymlerares	=	gymleraar
gymles	noun	les in gymnastiek
gymlesje	=	gymles
gymlesjes	=	gymles
gymlessen	=	gymles
gymlokaal	noun	lokaal waar men gymnastiek kan beoefenen
gymlokaaltje	=	gymlokaal
gymlokaaltjes	=	gymlokaal
gymlokalen	=	gymlokaal
gymme	=	gymmen
gymmeester	noun	meester die gym geeft
gymmeesters	=	gymmeester
gymmeestertje	=	gymmeester
gymmeestertjes	=	gymmeester
gymmen	verb	aan gymnastiek doen
gymmend	=	gymmen
gymmende	=	gymmen
gymmetje	=	gym
gymmetjes	=	gym
gymnasia	=	gymnasium
gymnasiaal	adj	op het gymnasium betrekking hebbend, ertoe behorende
gymnasiaals	=	gymnasiaal
gymnasiaalst	=	gymnasiaal
gymnasiaalste	=	gymnasiaal
gymnasiale	=	gymnasiaal
gymnasialer	=	gymnasiaal
gymnasialere	=	gymnasiaal
gymnasialers	=	gymnasiaal
gymnasiast	noun	student van het gymnasium
gymnasiaste	noun	vrouwelijke leerling van een gymnasium (middelbare schoolopleiding met klassieke talen in het lespakket)
gymnasiasten	=	gymnasiast
gymnasiastes	=	gymnasiaste
gymnasiastje	=	gymnasiast
gymnasiastjes	=	gymnasiast
gymnasium	noun	een vorm van secundair onderwijs dat zich toelegt op het leren van de klassieke talen
gymnasiumdiploma	noun	bewijs dat men met goed gevolg het gymnasiumexamen heeft afgelegd (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met minimaal een van de klassieke talen in het vakkenpakket)
gymnasiumdiploma's	=	gymnasiumdiploma
gymnasiumopleiding	noun	middelbare school opleiding met minimaal een van de klassieke talen Grieks en Latijn als eindexamenvak
gymnasiumopleidingen	=	gymnasiumopleiding
gymnasiumopleidinkje	=	gymnasiumopleiding
gymnasiumopleidinkjes	=	gymnasiumopleiding
gymnasiumpje	=	gymnasium
gymnasiums	=	gymnasium
gymnast	noun	beoefenaar van de gymsport of een andere sport die bij een KNGU of de Gymfed is aangesloten
gymnaste	noun	vrouw die de turnsport beoefent
gymnasten	=	gymnast
gymnastes	=	gymnaste
gymnastetje	=	gymnaste
gymnastiek	noun	oefeningen voor de gezondheid van een mens
gymnastiekleraar	noun	vakdocent lichamelijke oefening op een middelbare school
gymnastiekleraars	=	gymnastiekleraar
gymnastiekleraren	=	gymnastiekleraar
gymnastiekles	noun	les lichamelijke opvoeding op een basisschool of een middelbare school
gymnastieklessen	=	gymnastiekles
gymnastieklokaal	noun	leslokaal voor lichamelijke oefening
gymnastieklokaaltje	=	gymnastieklokaal
gymnastieklokaaltjes	=	gymnastieklokaal
gymnastieklokalen	=	gymnastieklokaal
gymnastiekmeester	noun	gymnastiekleraar
gymnastiekmeesters	=	gymnastiekmeester
gymnastiekmeestertje	=	gymnastiekmeester
gymnastiekmeestertjes	=	gymnastiekmeester
gymnastiekschoen	noun	sportschoen die men gebruikt tijdens het gymnastieken en andere binnensporten
gymnastiekschoenen	=	gymnastiekschoen
gymnastiekschoentje	=	gymnastiekschoen
gymnastiekschoentjes	=	gymnastiekschoen
gymnastiekvereniging	noun	vereniging waarvan de leden gymnastiek als sport bedrijven
gymnastiekverenigingen	=	gymnastiekvereniging
gymnastiekverenigingetje	=	gymnastiekvereniging
gymnastiekverenigingetjes	=	gymnastiekvereniging
gymnastiekzaal	noun	sportzaal waarin men kan gymnastieken; zaal waarin gymnastieklessen gegeven worden
gymnastiekzaaltje	=	gymnastiekzaal
gymnastiekzaaltjes	=	gymnastiekzaal
gymnastiekzalen	=	gymnastiekzaal
gymnastisch	adj	bij de gymnastiek horende, als een gymnast
gymnastische	=	gymnastisch
gymnastischer	=	gymnastisch
gymnastischere	=	gymnastisch
gymnastischers	=	gymnastisch
gymnastje	=	gymnast
gymopleiding	noun	gespecialiseerde training voor leerkrachten om het vak gym (lichamelijke opvoeding) professioneel te verzorgen
gymopleidingen	=	gymopleiding
gymopleidinkje	=	gymopleiding
gymopleidinkjes	=	gymopleiding
gymp	noun	gymschoen, sneaker, sportschoen
gympen	=	gymp
gympie	=	gymp
gympies	=	gymp
gympje	=	gymp
gympjes	=	gymp
gyms	=	gym
gymschoen	noun	schoen die speciaal bedoeld is om op te gymmen
gymschoenen	=	gymschoen
gymschoentje	=	gymschoen
gymschoentjes	=	gymschoen
gymspullen	noun	sportkleding, benodigdheden voor het douchen na afloop en andere zaken die scholieren voor lessen in lichamelijke opvoeding naar school meenemen
gymt	=	gymmen
gymtas	noun	een lichte tas, vaak een trekkoordtas, die je gebruikt om sportkleding, sportschoenen en een handdoek in mee te nemen
gymtasje	=	gymtas
gymtasjes	=	gymtas
gymtassen	=	gymtas
gymvereniging	noun	vereniging waarvan de leden gymnastiek als sport bedrijven
gymverenigingen	=	gymvereniging
gymverenigingetje	=	gymvereniging
gymverenigingetjes	=	gymvereniging
gymzaal	noun	ruimte bij een school geschikt om gymnastiekles in te krijgen en ook geschikt voor zaalsporten zoals volleybal en basketbal
gymzaaltje	=	gymzaal
gymzaaltjes	=	gymzaal
gymzalen	=	gymzaal
gynaecologe	noun	vrouwelijke vorm van gynaecoloog
gynaecologen	=	gynaecoloog
gynaecologes	=	gynaecologe
gynaecologie	noun	specialisme voor problemen die specifiek betrekking hebben op vrouwen (met name het vrouwelijk voortplantingssysteem)
gynaecologisch	adj	met betrekking tot de gynaecologie (vrouwenziekten)
gynaecologische	=	gynaecologisch
gynaecologischer	=	gynaecologisch
gynaecologischere	=	gynaecologisch
gynaecologischers	=	gynaecologisch
gynaecoloog	noun	specialist voor problemen die specifiek betrekking hebben op vrouwen (met name het vrouwelijk voortplantingssysteem)
gynaecoloogje	=	gynaecoloog
gynaecomastie	noun	al te grote borsten bij de man
gynandrisch	adj	met betrekking tot bloemen waarbij de meeldraden (mannelijke delen) zijn vergroeid met de stamper of het vruchtbeginsel (vrouwelijke delen) tot één structuur
gynandrische	=	gynandrisch
gynandrischer	=	gynandrisch
gynandrischere	=	gynandrisch
gynandrischers	=	gynandrisch
gynandromorf	adj	lijkend op een mannetje, maar toch vrouwelijk
gynandromorfe	=	gynandromorf
gynandromorfer	=	gynandromorf
gynandromorfere	=	gynandromorf
gynandromorfers	=	gynandromorf
gynandromorfisme	noun	het verschijnsel in de biologie waarbij exemplaren die uiterlijk sterk lijken op een mannetje toch een vrouwtje zijn
gynandromorfs	=	gynandromorf
gynandromorfst	=	gynandromorf
gynandromorfste	=	gynandromorf
gynecoloog	=	gynaecoloog
gyneseksualiteit	noun	seksuele voorkeur voor vrouwen
gyneseksueel	noun	iemand met seksuele voorkeur voor vrouwen	adj	betrekking hebbend op de liefde voor vrouwen
gyneseksueels	=	gyneseksueel
gyneseksueelst	=	gyneseksueel
gyneseksueelste	=	gyneseksueel
gyneseksueeltje	=	gyneseksueel
gyneseksueeltjes	=	gyneseksueel
gyneseksuele	=	gyneseksueel
gyneseksuelen	=	gyneseksueel
gyneseksueler	=	gyneseksueel
gyneseksuelere	=	gyneseksueel
gyneseksuelers	=	gyneseksueel
gynocentrisme	noun	het centraal stellen van de vrouw, het vrouwelijke
gyrator	noun	een vierpool waarbij: de uitgangsspanning een functie is van de ingangsstroom: Uᵤᵢₜ = Iᵢₙ * R de uitgangsstroom een functie is van de ingangsspanning: Iᵤᵢₜ = Uᵢₙ * g
gyrators	=	gyrator
gyre	noun	ringvormige zeestroming aan het oceaanoppervlak
gyres	=	gyre
gyrokompas	noun	kompas, berustend op het principe van de gyroscoop waarvan de as de neiging heeft zich te richten naar de stand van de aardas
gyrokompasje	=	gyrokompas
gyrokompasjes	=	gyrokompas
gyrokompassen	=	gyrokompas
gyros	noun	een traditioneel Grieks (fastfood)gerecht bestaande uit aan een grote spies gegrild varkensvlees, in reepjes gesneden en gekruid afgeleid van het Turkse döner kebab
gyroscoop	noun	voorwerp dat snel om zijn as tolt, waardoor de draaias de neiging heeft zijn stand te behouden
gyroscoopje	=	gyroscoop
gyroscoopjes	=	gyroscoop
gyroscopen	=	gyroscoop
gyroscopisch	adj	van, eigen aan een gyroscoop
gyroscopische	=	gyroscopisch
gyroscopischer	=	gyroscopisch
gyroscopischere	=	gyroscopisch
gyroscopischers	=	gyroscopisch
gyrotron	noun	bron van hoogvermogenmicrogolfstraling die ontstaat door elektronen in een magneetveld te versnellen en te gebruiken om in een trilholte microgolven op te wekken
gyrotronnetje	=	gyrotron
gyrotronnetjes	=	gyrotron
gyrotrons	=	gyrotron
gélig	=	gelig
géén	pron	niemand, niet een	article	uitdrukkelijk niet (een, de, het)
gênant	adj	schaamte of verlegenheid opwekkend
gênante	=	gênant
gênanter	=	gênant
gênantere	=	gênant
gênanters	=	gênant
gênants	=	gênant
gênantst	=	gênant
gênantste	=	gênant
gêne	noun	schaamte
götterdämmerung	noun	rampzalige overgang waarbij een oude heerschappij door een nieuwe wordt vervangen
h	noun	de achtste letter van het alfabet	abbrev	hoogte
h'm	=	hum
h'r	=	het
h's	=	h
h'tje	=	h
h'tjes	=	h
h-bom	noun	waterstofbom
h-bommen	=	h-bom
h-bommetje	=	h-bom
h-bommetjes	=	h-bom
h-index	noun	een vakafhankelijke index die het "carrière-effect" van de publicaties van een wetenschappelijk onderzoeker meet
h-indexen	=	h-index
h-indices	=	h-index
h-pion	noun	bij het schaakspel de pionnen die op de h-lijn staan bij het begin van het spel
h-pionnen	=	h-pion
h-pionnetje	=	h-pion
h-pionnetjes	=	h-pion
ha	intj	drukt vreugde uit
haag	noun	een afscheiding bestaande uit kreupelhout of struikgewas
haagbeuk	noun	bepaald soort loofboom, Carpinus betulus, die veel in heggen voorkomt, inheems is in de Benelux en tot 25 meter hoog kan worden en behoort tot de berkenfamilie, Betulaceae
haagbeukblaasmijnmot	noun	Phyllonorycter esperella (syn Tinea esperella, Lithocolletis carpinicolella en Tinea quinnata) een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
haagbeukblaasmijnmotje	=	haagbeukblaasmijnmot
haagbeukblaasmijnmotjes	=	haagbeukblaasmijnmot
haagbeukblaasmijnmotten	=	haagbeukblaasmijnmot
haagbeuken	=	haagbeuk
haagbeukje	=	haagbeuk
haagbeukjes	=	haagbeuk
haagbeuklensgalmug	noun	Dasineura ruebsaameni een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
haagbeuklensgalmuggen	=	haagbeuklensgalmug
haagbeuklensgalmuggetjes	=	haagbeuklensgalmug
haagbeuklensgalmugje	=	haagbeuklensgalmug
haagbeukmineermot	noun	Stigmella carpinella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
haagbeukmineermotje	=	haagbeukmineermot
haagbeukmineermotjes	=	haagbeukmineermot
haagbeukmineermotten	=	haagbeukmineermot
haagbeukmot	noun	Agrotera nemoralis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
haagbeukmotje	=	haagbeukmot
haagbeukmotjes	=	haagbeukmot
haagbeukmotten	=	haagbeukmot
haagbeukmuurspoorbolletje	noun	Pleomassaria carpini een schimmel behorend tot de familie Pleomassariaceae.
haagbeukmuurspoorbolletjes	=	haagbeukmuurspoorbolletje
haagbeuknerfgalmug	noun	Zygiobia carpini een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
haagbeuknerfgalmuggen	=	haagbeuknerfgalmug
haagbeuknerfgalmuggetjes	=	haagbeuknerfgalmug
haagbeuknerfgalmugje	=	haagbeuknerfgalmug
haagbeuknerfhoekmijt	noun	Aceria tenella een mijt behorend tot de familie van der galmijten (Eriophyidae).
haagbeuknerfhoekmijten	=	haagbeuknerfhoekmijt
haagbeuknerfhoekmijtje	=	haagbeuknerfhoekmijt
haagbeuknerfhoekmijtjes	=	haagbeuknerfhoekmijt
haagbeukplooigalmug	noun	Aschistonyx carpinicolus een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
haagbeukplooigalmuggen	=	haagbeukplooigalmug
haagbeukplooigalmuggetjes	=	haagbeukplooigalmug
haagbeukplooigalmugje	=	haagbeukplooigalmug
haagbeuksnavelkogeltje	noun	Gnomonia carpinicola een schimmel behorend tot de familie Gnomoniaceae.
haagbeuksnavelkogeltjes	=	haagbeuksnavelkogeltje
haagbeukvouwmot	noun	Phyllonorycter tenerella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
haagbeukvouwmotje	=	haagbeukvouwmot
haagbeukvouwmotjes	=	haagbeukvouwmot
haagbeukvouwmotten	=	haagbeukvouwmot
haagbeukzebramot	noun	Parornix carpinella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
haagbeukzebramotje	=	haagbeukzebramot
haagbeukzebramotjes	=	haagbeukzebramot
haagbeukzebramotten	=	haagbeukzebramot
haagbomen	=	haagboom
haagboom	noun	bomen die men gebruikt om er een haag van de te maken
haagbos	noun	dicht struikgewas
haagbosje	=	haagbos
haagbosjes	=	haagbos
haagbossen	=	haagbos
haagde	=	hagen
haagden	=	hagen
haagdoorn	noun	benaming voor planten uit het geslacht Crataegus, veel gebruikt als heg
haagdoorns	=	haagdoorn
haagdoorntje	=	haagdoorn
haagdoren	noun	Crataegus geslacht van meidoorns, dat veel gebruikt wordt als heg
haagdorens	=	haagdoren
haageik	noun	Quercus een eik die men als haag gesnoeit heeft
haageiken	=	haageik
haageikje	=	haageik
haageikjes	=	haageik
haagje	=	haag
haagjes	=	haag
haagleguaan	noun	Sceloporus undulatus een hagedis uit de familie Phrynosomatidae
haagleguaantje	=	haagleguaan
haagleguaantjes	=	haagleguaan
haagleguanen	=	haagleguaan
haagliguster	noun	Ligustrum ovalifolium een plant uit de olijffamilie (Oleaceae), van nature voorkomend in Japan en Zuid-Korea
haagligusters	=	haagliguster
haagpreek	noun|obsolete	predicatie in het open veld in de eerste tijd van de Reformatie
haagpreken	=	haagpreek
haagroos	noun	Rosaceae roos met bloedrode bloemen
haagrozen	=	haagroos
haags	adj	op Den Haag ('s-Gravenhage) betrekking hebbend
haagscholen	=	haagschool
haagschool	noun	heimelijke verborgen school, zoals haagpreken heimelijke verborgen preken zijn
haagschooltje	=	haagschool
haagschooltjes	=	haagschool
haagse	noun	een vrouwelijke inwoner van Den Haag ('s-Gravenhage), of een vrouw afkomstig uit Den Haag
haagsen	=	haagse
haagser	=	haags
haagsere	=	haags
haagsers	=	haags
haagspel	noun|historical	in de 15e en 16e eeuw een feestelijke bijeenkomst van rederijkerskamers met wedstrijden in toneel en dichtkunst
haagspelen	=	haagspel
haagspelletje	=	haagspel
haagspelletjes	=	haagspel
haagst	=	haags
haagste	=	haags
haagt	noun	ondergrondse gang
haagten	=	haagt
haagtje	=	haagt
haagtjes	=	haagt
haagviolen	=	haagviool
haagviool	noun	benaming voor Viola odorata uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
haagviooltje	noun	benaminɡ voor Viola odorata uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
haagviooltjes	=	haagviooltje
haagwinde	noun	bepaald soort slingerplant met klokvormige bloemen, Calystegia sepium syn.
haagwinden	=	haagwinde
haagwindes	=	haagwinde
haagwindetje	=	haagwinde
haagwindetjes	=	haagwinde
haai	noun	benaming voor roofvissen uit de superorde Selachimorpha
haaibaai	noun	baai waar haaien rondzwemmen
haaibaaien	=	haaibaai
haaibaaitje	=	haaibaai
haaibaaitjes	=	haaibaai
haaide	=	haaien
haaiden	=	haaien
haaie	=	haaien
haaien	noun	een superorde Selachimorpha van grote, lenige kraakbeenvissen.
haaienaanval	noun	het aangevallen worden door een of meerdere haaien
haaienaanvallen	=	haaienaanval
haaienaanvalletje	=	haaienaanval
haaienaanvalletjes	=	haaienaanval
haaienbek	noun	de grote mond van een haai waarin veel tanden zitten
haaienbekken	=	haaienbek
haaiend	=	haaien
haaiende	=	haaien
haaienpak	noun	verkleedkostuum dat het uiterlijk van een haai nabootst
haaienpakje	=	haaienpak
haaienpakjes	=	haaienpak
haaienpakken	=	haaienpak
haaientand	noun	tand van een haai
haaientanden	=	haaientand
haaientandje	=	haaientand
haaientandjes	=	haaientand
haaienvel	noun	de ruwe huid van een haai
haaienvellen	=	haaienvel
haaienvin	noun	vin van een haai waarvan men naar het schijnt een heerlijk soepje zou kunnen maken
haaienvinnen	=	haaienvin
haaienvinnenbadpak	noun	extra snel badpak omdat er structuren op aanwezig zijn die een haai ook op zijn huid heeft
haaienvinnenbadpakken	=	haaienvinnenbadpak
haaienvinnensoep	noun	een soep uit de Chinese keuken waarin de vinnen van haaien verwerkt zijn
haaienvinnensoepen	=	haaienvinnensoep
haaienvinnetje	=	haaienvin
haaienvinnetjes	=	haaienvin
haaienvlees	noun	vlees van een haai
haaier	=	haai
haaiig	adj	scherp
haaiige	=	haaiig
haaiiger	=	haaiig
haaiigere	=	haaiig
haaiigers	=	haaiig
haaiigs	=	haaiig
haaiigst	=	haaiig
haaiigste	=	haaiig
haaimakreel	noun	Grammatorcynus bicarinatus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
haaimakreeltje	=	haaimakreel
haaimakreeltjes	=	haaimakreel
haaimakrelen	=	haaimakreel
haair	=	haar
haaist	=	haai
haait	=	haaien
haaitje	=	haai
haaitjes	=	haai
haak	noun	een soort gebogen nagel [3], waaraan men, als deze in de muur bevestigd is, voorwerpen kan ophangen
haakaas	noun	aas dat men aan een haak slaat
haakanker	noun	muuranker dat bestaat uit een vierkante staaf, aan één eind plat, aan het andere rechthoekig omgebogen en in de muur bevestigd
haakankers	=	haakanker
haakankertje	=	haakanker
haakankertjes	=	haakanker
haakbandgrasmineermot	noun	Elachista pomerana een nachtvlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
haakbandgrasmineermotje	=	haakbandgrasmineermot
haakbandgrasmineermotjes	=	haakbandgrasmineermot
haakbandgrasmineermotten	=	haakbandgrasmineermot
haakbek	noun	Pinicola enucleator een grote vinkachtige vogel.
haakbekbladspeurder	noun	Ancistrops strigilatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
haakbekbladspeurders	=	haakbekbladspeurder
haakbekbladspeurdertje	=	haakbekbladspeurder
haakbekbladspeurdertjes	=	haakbekbladspeurder
haakbekje	=	haakbek
haakbekjes	=	haakbek
haakbekken	noun	een geslacht Pinicola van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae).
haakblok	noun	katrol met een haak eraan
haakblokje	=	haakblok
haakblokjes	=	haakblok
haakblokken	=	haakblok
haakbus	noun	vuurwapen uit de 15e, 16e en 17e eeuw.
haakbusje	=	haakbus
haakbusjes	=	haakbus
haakbussen	=	haakbus
haakcelhoutskoolbekertje	noun	Anthracobia uncinata een schimmel behorend tot de familie Pyronemataceae.
haakcelhoutskoolbekertjes	=	haakcelhoutskoolbekertje
haakhangmatspin	noun	Drepanotylus uncatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
haakhangmatspinnen	=	haakhangmatspin
haakhangmatspinnetje	=	haakhangmatspin
haakhangmatspinnetjes	=	haakhangmatspin
haakje	noun	alleen verkleinwoord elk van de tekens, rond of met hoeken, gebruikt in paren om woorden of getallen af te zonderen, zoals ( ) [ ]
haakjes	=	haak
haakjesdwergbladroller	noun	Pammene germmana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
haakjesdwergbladrollers	=	haakjesdwergbladroller
haakjesdwergbladrollertje	=	haakjesdwergbladroller
haakjesdwergbladrollertjes	=	haakjesdwergbladroller
haakjeswants	noun	Podops inuncta een kleine, bruine wants uit de schildwantsenfamilie Pentatomidae
haakjeswantsen	=	haakjeswants
haakjeswantsje	=	haakjeswants
haakjeswantsjes	=	haakjeswants
haakjeswortelmot	noun	Dichrorampha vancouverana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
haakjeswortelmotje	=	haakjeswortelmot
haakjeswortelmotjes	=	haakjeswortelmot
haakjeswortelmotten	=	haakjeswortelmot
haakkruis	noun	symbool in de vorm van een kruis met aan alle uiteinden een haak
haakkruisen	=	haakkruis
haakkruizen	=	haakkruis
haaklelie	noun	een geslacht Crinum van lelie-achtige bolgewassen uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
haaklelies	=	haaklelie
haaklelietje	=	haaklelie
haaklelietjes	=	haaklelie
haakleliën	=	haaklelie
haaklibelle	noun	insect uit de geslacht Paragomphus van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de rombouten (Gomphidae)
haaklibellen	noun	Paragomphus een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de rombouten (Gomphidae)
haaklibelletje	=	haaklibelle
haaklibelletjes	=	haaklibelle
haakmos	noun	een geslacht Rhytidiadelphus van mossen uit de klasse Bryopsida (bladmossen).
haakmosje	=	haakmos
haakmosjes	=	haakmos
haakmossen	=	haakmos
haakmosvlieskelkje	noun	Bryoscyphus rhytidiadelphi een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
haakmosvlieskelkjes	=	haakmosvlieskelkje
haaknaald	noun	een klein soort breinaald die is voorzien van een haakje waarmee een draad gemakkelijk kan worden opgehaald
haaknaalden	=	haaknaald
haaknaaldje	=	haaknaald
haaknaaldjes	=	haaknaald
haaknagel	noun	nagel van een vleermuis waaraan het dier ondersteboven kan hangen
haaknagels	=	haaknagel
haakneus	noun	sterk gekromde neus
haakneusje	=	haakneus
haakneusjes	=	haakneus
haakneusslangen	noun	een geslacht Heterodon van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Dipsadinae
haakneuzen	=	haakneus
haakogen	=	haakoog
haakoog	noun	schroef waarvan de top is verbogen tot een bijna gesloten oog
haakoogje	=	haakoog
haakoogjes	=	haakoog
haakpalpmot	noun	Gelechia sororculella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
haakpalpmotje	=	haakpalpmot
haakpalpmotjes	=	haakpalpmot
haakpalpmotten	=	haakpalpmot
haakpen	noun	houten of metalen naal met een haakje op het uiteinde waarmee men kan haken
haakpennen	=	haakpen
haakpennetje	=	haakpen
haakploeg	noun	een ploeg die de grond slechts opentrekt
haakploegen	=	haakploeg
haakploegje	=	haakploeg
haakploegjes	=	haakploeg
haaks	adj	onder een rechte hoek
haakse	=	haaks
haakser	=	haaks
haaksere	=	haaks
haaksers	=	haaks
haaksnavel	noun	dier (vogel) met een op een haak lijkende snavel
haaksnavelijsvogel	noun	Melidora macrorrhina een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
haaksnavelijsvogels	=	haaksnavelijsvogel
haaksnavelijsvogeltje	=	haaksnavelijsvogel
haaksnavelijsvogeltjes	=	haaksnavelijsvogel
haaksnavelkolibrie	noun	Eutoxeres aquila een 12-14 cm lange en 10-13 g zware kolibrie
haaksnavelkolibries	noun	een geslacht Eutoxeres van vogels uit de familie van de kolibries (Trochilidae) en de onderfamilie Phaethornithinae (heremietkolibries).
haaksnavelkolibrietje	=	haaksnavelkolibrie
haaksnavelkolibrietjes	=	haaksnavelkolibrie
haaksnavels	=	haaksnavel
haaksnaveltje	=	haaksnavel
haaksnaveltjes	=	haaksnavel
haaksnavelvanga	noun	Vanga curvirostris een endemische vogelsoort uit de familie vanga's (Vangidae), een familie van zangvogels die alleen op Madagaskar voorkomt
haaksnavelvanga's	=	haaksnavelvanga
haaksnavelvangaatje	=	haaksnavelvanga
haaksnavelvangaatjes	=	haaksnavelvanga
haakspiegelmot	noun	een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae) en het geslacht Grapholita
haakspiegelmotje	=	haakspiegelmot
haakspiegelmotjes	=	haakspiegelmot
haakspiegelmotten	=	haakspiegelmot
haakst	=	haaks
haakste	=	haaks
haaksterrenkroos	noun	Callitriche brutia var. brutia een plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
haaksterrenkroosje	=	haaksterrenkroos
haaksterrenkroosjes	=	haaksterrenkroos
haakt	=	haken
haaktandlantaarnhaai	noun	Aculeola nigra een vis uit de familie Etmopteridae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
haaktandlantaarnhaaien	=	haaktandlantaarnhaai
haaktandlantaarnhaaitje	=	haaktandlantaarnhaai
haaktandlantaarnhaaitjes	=	haaktandlantaarnhaai
haaktandwezelhaai	noun	Chaenogaleus macrostoma een vissensoort uit de familie van de wezelhaaien (Hemigaleidae).
haaktandwezelhaaien	=	haaktandwezelhaai
haaktandwezelhaaitje	=	haaktandwezelhaai
haaktandwezelhaaitjes	=	haaktandwezelhaai
haakte	=	haken
haakten	=	haken
haakveenmos	noun	Sphagnum squarrosum een bladmos uit de familie Sphagnaceae.
haakveenmosje	=	haakveenmos
haakveenmosjes	=	haakveenmos
haakveenmossen	=	haakveenmos
haakvormig	adj	vorm van een haak hebbend
haakvormige	=	haakvormig
haakvormiger	=	haakvormig
haakvormigere	=	haakvormig
haakvormigers	=	haakvormig
haakvormigs	=	haakvormig
haakvormigst	=	haakvormig
haakvormigste	=	haakvormig
haakwerk	noun	handwerkstuk dat gemaakt is door te haken
haakwerken	=	haakwerk
haakwerkje	=	haakwerk
haakwerkjes	=	haakwerk
haakwier	noun	Bonnemaisonia hamifera een roodwier uit de klasse Florideophyceae.
haakwieren	=	haakwier
haakwiertje	=	haakwier
haakwiertjes	=	haakwier
haakworm	noun	parasitaire worm uit een stam Acanthocephala van kleine ongewervelde wormen vooral voorkomend bij vissen en watervogels en kunnen behoorlijke infecties in het spijsverteringsstelsel veroorzaken
haakwormen	noun	een stam Acanthocephala van kleine ongewervelde en parasitaire wormen
haal	noun	een heftige beweging met de gehele arm of poot
haalbaar	adj	mogelijk om bereikt of verwezenlijkt te worden
haalbaarder	=	haalbaar
haalbaardere	=	haalbaar
haalbaarders	=	haalbaar
haalbaarheden	=	haalbaarheid
haalbaarheid	noun	mate waarin een doel bereikbaar is
haalbaarheidsonderzoek	noun	onderzoek naar de haalbaarheid van iets
haalbaarheidsonderzoeken	=	haalbaarheidsonderzoek
haalbaarheidsonderzoekje	=	haalbaarheidsonderzoek
haalbaarheidsonderzoekjes	=	haalbaarheidsonderzoek
haalbaarheidsstudie	noun	de studie naar de haalbaarheid van iets
haalbaarheidsstudies	=	haalbaarheidsstudie
haalbaarheidsstudietje	=	haalbaarheidsstudie
haalbaarheidsstudietjes	=	haalbaarheidsstudie
haalbaars	=	haalbaar
haalbaarst	=	haalbaar
haalbaarste	=	haalbaar
haalbare	=	haalbaar
haalbij	noun	werkbij die uitvliegt om voedsel te verzamelen
haalbijen	=	haalbij
haalbijtje	=	haalbij
haalbijtjes	=	haalbij
haalde	=	halen
haalden	=	halen
haalgolf	noun	golf die langs de oever loopt als op enige afstand ongeveer evenwijdig aan die oever een vaartuig voorbij vaart
haalgolfje	=	haalgolf
haalgolfjes	=	haalgolf
haalgolven	=	haalgolf
haalmes	noun	een recht of gebogen mes dat aan beide einden in een arend eindigt waarop haaks een handvat bevestigd is
haalmesje	=	haalmes
haalmesjes	=	haalmes
haalmessen	=	haalmes
haalt	=	halen
haaltje	=	haal
haaltjes	=	haal
haam	noun	een halsband voor een paard
haampje	=	haam
haampjes	=	haam
haan	noun	mannelijk dier bij de hoenderachtige vogels; vaak wordt het mannetje van het huishoen (Gallus gallus) bedoeld
haantje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort schelpdier, Cerastoderma edule, dat wel als voorafje gegeten wordt in mosselrestaurants
haantje-de-voorste	noun	iemand die de neiging heeft de eerste te willen zijn
haantjes	=	haan
haantjes-de-voorste	=	haantje-de-voorste
haantjesbandzweefvlieg	noun	Parasyrphus nigritarsis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
haantjesbandzweefvliegen	=	haantjesbandzweefvlieg
haantjesbandzweefvliegje	=	haantjesbandzweefvlieg
haantjesbandzweefvliegjes	=	haantjesbandzweefvlieg
haantjesgedrag	noun	gedrag waarmee sommige mannelijke dieren proberen vrouwtjes te imponeren
haanvis	noun	Luvarus imperialis een baarsachtige vissensoort.
haanvisje	=	haanvis
haanvisjes	=	haanvis
haanvissen	noun	een familie Luvaridae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
haar	pron	accusatief van zij, derde persoon enkelvoud	noun	geheel van uitgroeisels van de epidermis bij zoogdieren die delen van of het gehele lichaam bedekken
haarbal	noun|informal	rare snuiter
haarballen	=	haarbal
haarballetje	=	haarbal
haarballetjes	=	haarbal
haarband	noun	sierband die in het haar gedragen wordt, m.n. om het kapsel in model te houden
haarbanden	=	haarband
haarbandje	=	haarband
haarbandjes	=	haarband
haarbeurs	noun	evenement waar nieuwe producten voor haarverzorging worden gedemonstreerd
haarbeursje	=	haarbeurs
haarbeursjes	=	haarbeurs
haarbeurzen	=	haarbeurs
haarborstel	noun	instrument om haar mee te borstelen
haarborstels	=	haarborstel
haarborsteltje	=	haarborstel
haarborsteltjes	=	haarborstel
haarbos	noun	veelheid van alle haren op het hoofd van één persoon
haarbosje	=	haarbos
haarbosjes	=	haarbos
haarbossen	=	haarbos
haarbreed	noun	heel weinig n.l. de breedte van een mensenhaar
haarbuis	noun	een buisje van, vergelijkenderwijs gesproken, de wijdte van een haar; zeer dun buisje
haarbuisje	=	haarbuis
haarbuisjes	=	haarbuis
haarbuizen	=	haarbuis
haarcrème	noun	haarverzorgingsmiddel dat je in je haar smeert om het kapsel in vorm te houden en het haar meer glas te geven
haarcrèmes	=	haarcrème
haard	noun	plaats in de woning bedoeld om er een vuur te branden
haarde	=	haren
haarden	=	haard
haardhaal	noun	een werktuig dat in vroeger eeuwen bij het koken werd gebruikt om ketels of potten op te hangen boven het open vuur in een schouw
haardhaaltje	=	haardhaal
haardhaaltjes	=	haardhaal
haardhalen	=	haardhaal
haardhout	noun	hout dat men kan gebruiken om te verbranden in een open haard
haardijzer	noun	pook waarmee men een vuur kan oprakelen
haardijzers	=	haardijzer
haardikkopmos	noun	bepaald soort mos dat leeft op bomen en zelden ook op rotsen, Brachythecium tenuicaule uit het geslacht dikkopmos (Brachythecium), een kleine plant met kruipende stengels en hangende takken die van nature alleen voorkomt in de gematigde bergstreken van Europa
haardikkopmosje	=	haardikkopmos
haardikkopmosjes	=	haardikkopmos
haardikkopmossen	=	haardikkopmos
haardje	=	haard
haardjes	=	haard
haardos	noun	alle haren die boven op de schedel van een mens zitten
haardosje	=	haardos
haardosjes	=	haardos
haardossen	=	haardos
haardot	noun	tot een bundel ineengedraaid haar, vastgestoken op het achterhoofd
haardotje	=	haardot
haardotjes	=	haardot
haardotten	=	haardot
haardplaat	noun	metalen plaat achter of onder een open haard, meestal van gietijzer
haardplaatje	=	haardplaat
haardplaatjes	=	haardplaat
haardplaten	=	haardplaat
haardracht	noun	de manier waarop iemand zijn haren heeft gekapt of heeft laten kappen
haardrachten	=	haardracht
haardroger	noun	een apparaat om door middel van verwarmde lucht, het hoofdhaar te drogen
haardrogers	=	haardroger
haardrogertje	=	haardroger
haardrogertjes	=	haardroger
haardroogkap	noun	een elektrisch apparaat, vaak met een helm- of mutsvorm, dat warme lucht over het haar verspreidt om dit snel en gelijkmatig te drogen
haardroogkapje	=	haardroogkap
haardroogkapjes	=	haardroogkap
haardroogkappen	=	haardroogkap
haardscherm	noun	verticaal vlak, vaak versierd, neergezet tussen iemand en het haardvuur als middel tegen al te grote verhitting
haardschermen	=	haardscherm
haardstede	noun	pars pro toto: woning met een vuurplaats
haardsteden	=	haardstede
haardvuren	=	haardvuur
haardvuur	noun	Vuur in een haard of de haard (stookplaats) zelf.
haardvuurtje	=	haardvuur
haardvuurtjes	=	haardvuur
haaregels	noun	een onderfamilie Galericinae van de egels (Erinaceidae), net als de stekelegels (Erinaceinae).
haarfijn	adj	heel precies en nauwkeurig met alles rekening houdend
haarfijne	=	haarfijn
haarfijns	=	haarfijn
haarfollikel	noun	haarzakje
haarfollikelmijt	noun	Demodex folliculorum een mijt die bij mensen in haarzakjes en talgklieren kan worden aangetroffen, vooral in het gezicht (wenkbrauwen en rond de neus).
haarfollikelmijten	=	haarfollikelmijt
haarfollikelmijtje	=	haarfollikelmijt
haarfollikelmijtjes	=	haarfollikelmijt
haarfollikels	=	haarfollikel
haarfonteinkruid	noun	Potamogeton trichoides een vaste plant, die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae).
haarfonteinkruiden	=	haarfonteinkruid
haarfonteinkruidje	=	haarfonteinkruid
haarfonteinkruidjes	=	haarfonteinkruid
haarföhn	noun	föhn om het haar te drogen, haardroger
haarföhns	=	haarföhn
haargel	noun	een stroperige, waterige vloeistof die men in het haar kan aanbrengen om het kapsel te verstevigen
haargels	=	haargel
haargrens	noun	daar waar de haargroei stopt, de lijn tussen het behaarde en onbehaarde deel van het gelaat
haargrenzen	=	haargrens
haargroei	noun	het groeien van haar
haargroeimiddel	noun	geneesmiddel dat de haargroei stimuleert; geneesmiddel dat gebruikt wordt bij kaalheid
haargroeimiddelen	=	haargroeimiddel
haargroeimiddeltje	=	haargroeimiddel
haargroeimiddeltjes	=	haargroeimiddel
haarijs	noun	bosjes draden van ijs die bij hoge luchtvochtigheid en temperaturen net onder het vriespunt op rottend hout kunnen ontstaan door voortdurende bevriezing van het water dat schimmels uitscheiden
haarinplant	noun	het patroon waarop het haar in de huid zit
haarinplanten	=	haarinplant
haarkam	noun	een kam met dicht op elkaar staande tanden waarmee je hoofdhaar uit de war kunt halen
haarkammen	=	haarkam
haarkammetje	=	haarkam
haarkammetjes	=	haarkam
haarkapper	noun	iemand die beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt
haarkappers	=	haarkapper
haarkappertje	=	haarkapper
haarkappertjes	=	haarkapper
haarkikker	noun	Astylosternus robustus een kikker uit de familie Arthroleptidae (vroeger: Leptodactylidae)
haarkikkers	=	haarkikker
haarkikkertje	=	haarkikker
haarkikkertjes	=	haarkikker
haarkleur	noun	kleur van het haar
haarkleuren	=	haarkleur
haarkleurmiddel	noun	iets waarmee je je haar een andere kleur kunt geven
haarkleurmiddelen	=	haarkleurmiddel
haarkleurmiddeltje	=	haarkleurmiddel
haarkleurmiddeltjes	=	haarkleurmiddel
haarkleurtje	=	haarkleur
haarkleurtjes	=	haarkleur
haarkliever	noun	iemand die (veel te) precies is; iemand die heel nauwgezet is
haarklievers	=	haarkliever
haarkloof	=	haarkloven
haarkloofde	=	haarkloven
haarkloofden	=	haarkloven
haarklooft	=	haarkloven
haarklove	=	haarkloven
haarkloven	verb	over vrijwel onbestaande verschillen een discussie aangaan
haarklovend	=	haarkloven
haarklovende	=	haarkloven
haarklover	noun	muggenzifter
haarkloverij	noun	overdreven gedetailleerd onderscheid gemaakt in een discussie ergens van
haarkloverijen	=	haarkloverij
haarklovers	=	haarklover
haarknip	=	haarknippen
haarknippen	verb	met een schaar haren korter maken
haarknippend	=	haarknippen
haarknippende	=	haarknippen
haarknot	noun	een bundel haren die als een rol boven op het hoofd wordt gedragen
haarknotje	=	haarknot
haarknotjes	=	haarknot
haarknotten	=	haarknot
haarkrul	noun	krullende haarlok
haarkrullen	=	haarkrul
haarkruller	noun	voorwerp om het haar mee te krullen
haarkrullers	=	haarkruller
haarkrulletje	=	haarkrul
haarkrulletjes	=	haarkrul
haarkuifdrongo	noun	Dicrurus hottentottus een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus.
haarkuifdrongo's	=	haarkuifdrongo
haarkuifdrongootje	=	haarkuifdrongo
haarkuifdrongootjes	=	haarkuifdrongo
haarkuifmiervogel	noun	Rhegmatorhina melanosticta een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
haarkuifmiervogels	=	haarkuifmiervogel
haarkuifmiervogeltje	=	haarkuifmiervogel
haarkuifmiervogeltjes	=	haarkuifmiervogel
haarlak	noun	een cosmetisch product dat dient ter fixatie van het hoofdhaar
haarlakje	=	haarlak
haarlakjes	=	haarlak
haarlakken	=	haarlak
haarlemmer	noun	een inwoner van Haarlem, of iemand afkomstig uit Haarlem	adj	op Haarlem betrekking hebbend
haarlemmerdijks	adj	betrekking hebbend op of afkomstig van de Haarlemmerdijk in Amsterdam, waarvan de bewoners de reputatie hadden minder beschaafd te zijn
haarlemmerdijkse	=	haarlemmerdijks
haarlemmerolie	noun	huismiddeltje dat in- en uitwendig wordt gebruikt tegen uiteenlopende kwalen, bestaand uit terpentijnolie met zwavel en kruiden
haarlemmerolies	=	haarlemmerolie
haarlemmeroliën	=	haarlemmerolie
haarlemmers	=	haarlemmer
haarlemmertje	=	haarlemmer
haarlems	adj	op Haarlem betrekking hebbend
haarlemsch	=	haarlems
haarlemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Haarlem, of een vrouw afkomstig uit Haarlem
haarlemsen	=	haarlemse
haarlemser	=	haarlems
haarlemsere	=	haarlems
haarlemsers	=	haarlems
haarlemst	=	haarlems
haarlemste	=	haarlems
haarlengte	noun	de lengte van iemands kapsel
haarlengten	=	haarlengte
haarlengtes	=	haarlengte
haarlijn	noun	de grens tussen de behaarde en onbehaarde hoofdhuid
haarlijnen	=	haarlijn
haarlijntje	=	haarlijn
haarlijntjes	=	haarlijn
haarlint	noun	dunne strook van textiel om een kapsel bij elkaar te binden en te versieren
haarlinten	=	haarlint
haarlintje	=	haarlint
haarlintjes	=	haarlint
haarlok	noun	bundeltje haren van een mens
haarlokje	=	haarlok
haarlokjes	=	haarlok
haarlokken	=	haarlok
haarloos	adj	zonder haar
haarloost	=	haarloos
haarlooste	=	haarloos
haarloze	=	haarloos
haarlozer	=	haarloos
haarlozere	=	haarloos
haarlozers	=	haarloos
haarmode	noun	de smaak waarop de haardracht op een moment het meest gewaardeerd wordt in principe van voorbijgaande aard
haarmodes	=	haarmode
haarmos	noun	geslacht Polytrichum uit de familie Polytrichaceae
haarmosfamilie	noun	een familie Polytrichaceae van mossen uit de orde Polytrichales.
haarmosfamilies	=	haarmosfamilie
haarmosfamilietje	=	haarmosfamilie
haarmosfamilietjes	=	haarmosfamilie
haarmossen	=	haarmos
haarmuts	noun	een geslacht Orthotrichum van topkapselmossen uit de haarmutsfamilie (Orthotrichaceae).
haarmutsen	=	haarmuts
haarmutsfamilie	noun	Orthotrichaceae de enige familie van mossen in de orde Orthotrichales.
haarmutsfamilietje	=	haarmutsfamilie
haarmutsfamilietjes	=	haarmutsfamilie
haarmutsje	=	haarmuts
haarmutsjes	=	haarmuts
haarnet	noun	omhulsel van open weefsel om een kapsel in vorm te houden of om te voorkomen dat hoofdhaar iemands werkzaamheden verstoort
haarnetje	=	haarnet
haarnetjes	=	haarnet
haarnetten	=	haarnet
haaronderzoek	noun	onderzoek van haren met name als sporenonderzoek bij misdaden
haaronderzoeken	=	haaronderzoek
haaronderzoekje	=	haaronderzoek
haaronderzoekjes	=	haaronderzoek
haaroprichter	noun	klein spiertje dat door samentrekking een haar recht overeind zet
haaroprichters	=	haaroprichter
haarpijn	noun	een pijn die vanuit de hoofdhuid zelf komt, vaak als een zeurende, stekende of brandende pijn, die voelt alsof de haren zelf zeer doen
haarpijnen	=	haarpijn
haarpijntje	=	haarpijn
haarpijntjes	=	haarpijn
haarpijpje	noun	Bougainvillia muscus een hydroïdpoliep uit de familie Bougainvilliidae.
haarpijpjes	=	haarpijpje
haarpluk	noun	pluk haar
haarplukken	verb	haar uitrukken, uitplukken
haarplukkend	=	haarplukken
haarplukkende	=	haarplukken
haarpoeder	noun	fijn verdeelde vaste stof die op het hoofdhaar of een pruik wordt aangebracht, om luizen te bestrijden en het kapsel lekker te laten ruiken
haarproduct	noun	middel waarmee men de haren kan verzorgen
haarproducten	=	haarproduct
haarproductje	=	haarproduct
haarproductjes	=	haarproduct
haarpunt	noun	het uiteinde van een haar
haarpunten	=	haarpunt
haarpuntje	=	haarpunt
haarpuntjes	=	haarpunt
haarrugbuulbuul	noun	Tricholestes criniger een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls)
haarrugbuulbuuls	=	haarrugbuulbuul
haarrugbuulbuultje	=	haarrugbuulbuul
haarrugbuulbuultjes	=	haarrugbuulbuul
haars	noun	genitief van haar "	pron|obsolete	genitief (van) haar
haarscheiding	noun	Scheiding.
haarscheidingen	=	haarscheiding
haarscheidinkje	=	haarscheiding
haarscheidinkjes	=	haarscheiding
haarscherp	adj	uiterst precies en nauwkeurig
haarscherpe	=	haarscherp
haarscherper	=	haarscherp
haarscherpere	=	haarscherp
haarscherpers	=	haarscherp
haarscherps	=	haarscherp
haarscherpst	=	haarscherp
haarscherpste	=	haarscherp
haarscheur	noun	een heel klein scheurtje dat vaak onzichtbaar is maar de sterkte van een constructie wel aantast
haarscheuren	=	haarscheur
haarscheurtje	=	haarscheur
haarscheurtjes	=	haarscheur
haarschuifje	noun	bepaald type haarspeld, een dubbelgevouwen draad waarvan de ene zijde recht is en de andere golft
haarschuifjes	=	haarschuifje
haarse	=	haars
haarsnijder	noun|obsolete	kapper
haarsnijders	=	haarsnijder
haarsnijdertje	=	haarsnijder
haarsnijdertjes	=	haarsnijder
haarsnit	noun	de manier waarop het haar geknipt is, of de stijl van het kapsel, wat ook wel een coupe of frisuur wordt genoemd
haarsnitten	=	haarsnit
haarspecht	noun	Leuconotopicus villosus een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
haarspechten	=	haarspecht
haarspechtje	=	haarspecht
haarspechtjes	=	haarspecht
haarspecialist	noun	een expert op het gebied van haarverzorging, -styling en -behandeling
haarspecialisten	=	haarspecialist
haarspecialistje	=	haarspecialist
haarspecialistjes	=	haarspecialist
haarspeld	noun	een doorgaans dunne speld waarmee het haar kan worden opgestoken
haarspeldbocht	noun	een zeer scherpe bocht in de weg, gelijkend op een haarspeld, die gebruikt wordt om op een beperkte ruimte sterke hoogteverschillen te overbruggen
haarspeldbochten	=	haarspeldbocht
haarspeldbochtje	=	haarspeldbocht
haarspeldbochtjes	=	haarspeldbocht
haarspelden	=	haarspeld
haarspeldje	=	haarspeld
haarspeldjes	=	haarspeld
haarspeten	=	haarspit
haarspit	noun	klein draagbaar aambeeld waarop men zeisen of zichten scherp kan maken
haarspitje	=	haarspit
haarspitjes	=	haarspit
haarspitsmos	noun	Cirriphyllum piliferum een bladmos behorend tot de familie Brachytheciaceae.
haarspitsmosje	=	haarspitsmos
haarspitsmosjes	=	haarspitsmos
haarspitsmossen	=	haarspitsmos
haarspitten	=	haarspit
haarspoeling	noun	tijdelijke haarbehandeling die een dun kleur- of verzorgingslaagje om de haarschacht legt zonder diep in de haarstructuur door te dringen
haarspoelingen	=	haarspoeling
haarspray	noun	haarlak die je als een aerosol op het haar spuit om het kapsel beter in model te houden (fixeren en styleren)
haarsprays	=	haarspray
haarsprietmoswants	noun	Drymus pilicornis een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
haarsprietmoswantsen	=	haarsprietmoswants
haarsprietmoswantsje	=	haarsprietmoswants
haarsprietmoswantsjes	=	haarsprietmoswants
haarsprietsteltwants	noun	Berytinus hirticornis een wants uit de familie steltwantsen (Berytidae).
haarsprietsteltwantsen	=	haarsprietsteltwants
haarsprietsteltwantsje	=	haarsprietsteltwants
haarsprietsteltwantsjes	=	haarsprietsteltwants
haarstaartdegenvis	noun	Trichiurus lepturus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de haarstaarten (Trichiuridae).
haarstaartdegenvisje	=	haarstaartdegenvis
haarstaartdegenvisjes	=	haarstaartdegenvis
haarstaartdegenvissen	=	haarstaartdegenvis
haarstaarten	noun	een familie Trichiuridae van baarsachtige vissen.
haarsterren	noun	een orde Comatulida in de klasse van de zeelelies (Crinoidea).
haarstijl	noun	de specifieke manier waarop haar is geknipt, gestyled of in model gebracht, vaak gebruikt als uiting van persoonlijke identiteit, cultuur of mode
haarstijlen	=	haarstijl
haarstijltje	=	haarstijl
haarstijltjes	=	haarstijl
haarstilist	noun	iemand die het kapsel vormgeeft
haarstilisten	=	haarstilist
haarstoel	noun	zitmeubel waarop je kunt zitten terwijl iemand je kapsel verzorgt; vaak voorzien van mechanieken voor verschillende zithoogten en houdingen zodat het hoofdhaar goed te bereiken is
haarstoelen	=	haarstoel
haarstreng	noun	bundel haren
haarstrengen	=	haarstreng
haarstrengetje	=	haarstreng
haarstrengetjes	=	haarstreng
haarstuk	noun	kleine pruik die een aanvulling is op het eigen haar, vooral in gebruik bij oudere kaler wordende mannen en mensen die een chemotherapie hebben ondergaan
haarstukje	=	haarstuk
haarstukjes	=	haarstuk
haarstukken	=	haarstuk
haarstylist	noun	iemand die het kapsel vormgeeft
haarstylisten	=	haarstylist
haart	=	haren
haartest	noun	onderzoek van haren, met name van sporters, om te controleren of er sporen van verboden middelen in te vinden zijn
haartesten	=	haartest
haartests	=	haartest
haartje	=	haar
haartjes	=	haar
haartjeskokermot	noun	Coleophora pennella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
haartjeskokermotje	=	haartjeskokermot
haartjeskokermotjes	=	haartjeskokermot
haartjeskokermotten	=	haartjeskokermot
haartooi	noun	het haar van een persoon, de sierlijke haardracht van iemand
haartooien	=	haartooi
haartooitje	=	haartooi
haartooitjes	=	haartooi
haartransplantatie	noun	een chirurgische ingreep om haren te verplaatsen van het ene naar het andere deel van het lichaam; met name als behandeling van kaalheid
haartransplantaties	=	haartransplantatie
haartrend	noun	actuele mode om het haar op een bepaalde manier te dragen
haartrends	=	haartrend
haaruitval	noun	toestand waarbij men hoofdharen sneller verliest dan ze aangroeien
haarvaatje	=	haarvat
haarvaatjes	=	haarvat
haarvat	noun	is een bloedvat dat spreekwoordelijk zo dun is als een haar, maar de haarvaten zijn in het echt zo'n vijf tot tien keer dunner: 5 tot 10 µm
haarvaten	=	haarvat
haarvatennet	noun	haarvatenstelsel
haarvatennetten	=	haarvatennet
haarvatenstelsel	noun	bloedvatenstelsel in de organen, bestaande uit haarvaten
haarvatenstelsels	=	haarvatenstelsel
haarvatenstelseltje	=	haarvatenstelsel
haarvatenstelseltjes	=	haarvatenstelsel
haarverf	noun	middel om het haar te verven
haarverfje	=	haarverf
haarverfjes	=	haarverf
haarverlies	noun	het verlies van haar bij mensen
haarversteviger	noun	haarlak die er voor moet zorgen dat een kapsel in vorm blijft
haarverstevigers	=	haarversteviger
haarverven	=	haarverf
haarverzorging	noun	alle maatregelen die ervoor moeten zorgen dat iemands kapsel schoon, gezond en mooi blijft
haarverzorgingen	=	haarverzorging
haarverzorginkje	=	haarverzorging
haarverzorginkjes	=	haarverzorging
haarwasmiddel	noun	shampoo zn
haarwasmiddelen	=	haarwasmiddel
haarwasmiddeltje	=	haarwasmiddel
haarwasmiddeltjes	=	haarwasmiddel
haarwater	noun	dunne vloeistof die nuttig zou zijn voor de verzorging van haar
haarwaters	=	haarwater
haarwatertje	=	haarwater
haarwatertjes	=	haarwater
haarworm	noun	benaming voor zeer dunne rondwormen uit het geslacht Capillaria
haarwormen	noun	een geslacht Capillaria van parasitaire rondwormen.
haarwortel	noun	het begin van een haar in de huid
haarwortels	=	haarwortel
haarworteltje	=	haarwortel
haarworteltjes	=	haarwortel
haarwrong	noun	bundel in elkaar gedraaid, lang haar
haarwrongen	=	haarwrong
haarzak	noun	kleine flesvormige holte in de huid met de wortel van een haar In deze betekenis wordt vaak het verkleinwoord "haarzakje" gebruikt.
haarzakje	=	haarzak
haarzakjes	=	haarzak
haarzakken	verb	ruzie zoeken, uit zijn om onenigheid
haarzeef	noun	zeef om haren tegen te houden
haarzeefje	=	haarzeef
haarzeefjes	=	haarzeef
haarzelf	pron	derde persoon enkelvoud, versterkte vorm van haar
haarzeven	=	haarzeef
haarziekte	noun	ziekten, aandoeningen van de haren
haarziekten	=	haarziekte
haarziektes	=	haarziekte
haarzuiver	adj	heel precies op toon gezongen
haarzuivere	=	haarzuiver
haarzuivers	=	haarzuiver
haas	noun	benaming voor dier uit het geslacht Lepus, met lange achterpoten, een gespleten lip en lange oren
haasachtig	adj	lijkend op een haas
haasachtige	noun	zoogdier uit de orde Lagomorpha
haasachtigen	noun	een orde Lagomorpha van zoogdieren uit twee families: de hazen en konijnen (Leporidae) en de fluithazen of pika's (Ochotonidae).
haasachtiger	=	haasachtig
haasachtigere	=	haasachtig
haasachtigers	=	haasachtig
haasachtigs	=	haasachtig
haasachtigst	=	haasachtig
haasachtigste	=	haasachtig
haasje	noun	het slachtoffer
haasje-over	noun	spel waarbij mensen wijdbeens over elkaars gebogen rug springen
haasjes	=	haas
haaspastei	noun	pastei waarin haas is verwerkt
haaspasteien	=	haaspastei
haaspasteitje	=	haaspastei
haaspasteitjes	=	haaspastei
haast	noun	de drang hebben om iets snel te doen	adv	bijna
haaste	=	haasten
haastelijk	adj	met grote haast; met grote urgentie
haastelijke	=	haastelijk
haastelijker	=	haastelijk
haastelijkere	=	haastelijk
haastelijkers	=	haastelijk
haastelijks	=	haastelijk
haastelijkst	=	haastelijk
haastelijkste	=	haastelijk
haasten	verb	trachten om dat wat men te doen heeft snel af te maken
haastend	=	haasten
haastende	=	haasten
haastig	adj	zich niet de tijd nemend
haastige	=	haastig
haastiger	=	haastig
haastigere	=	haastig
haastigers	=	haastig
haastiglijk	adj	met grote haast; met grote urgentie; met grote spoed
haastiglijke	=	haastiglijk
haastiglijker	=	haastiglijk
haastiglijkere	=	haastiglijk
haastiglijkers	=	haastiglijk
haastiglijks	=	haastiglijk
haastiglijkst	=	haastiglijk
haastiglijkste	=	haastiglijk
haastigs	=	haastig
haastigst	=	haastig
haastigste	=	haastig
haastje-repje	adv	haastig, gehaast
haastklus	noun	een werk dat snel klaar moet zijn en daardoor soms ook wat slordig wordt gemaakt
haastklusje	=	haastklus
haastklusjes	=	haastklus
haastklussen	=	haastklus
haastte	=	haasten
haastten	=	haasten
haastwerk	noun	een klus die te snel en daardoor te slordig wordt uitgevoerd
haastwerken	=	haastwerk
haastwerkje	=	haastwerk
haastwerkjes	=	haastwerk
haasvreter	noun	lafaard
haasvreters	=	haasvreter
haasvretertje	=	haasvreter
haasvretertjes	=	haasvreter
haat	noun	sterk gevoel van vijandschap
haat-liefdeverhouding	noun	een ambivalente relatie waarin men de partner zowel hartstochtelijk liefheeft als even hartstochtelijk haat
haat-liefdeverhoudingen	=	haat-liefdeverhouding
haat-liefdeverhoudinkje	=	haat-liefdeverhouding
haat-liefdeverhoudinkjes	=	haat-liefdeverhouding
haatbaard	noun	extremistische moslim
haatbaarden	=	haatbaard
haatbaardje	=	haatbaard
haatbericht	noun	een bericht dat haat, geweld of discriminatie aanmoedigt of verspreidt tegen een persoon
haatberichten	=	haatbericht
haatberichtje	=	haatbericht
haatberichtjes	=	haatbericht
haatblog	noun	weblog waarin iemand zijn ongenoegen over bepaalde zaken en personen uit
haatblogger	noun	iemand die zijn ongenoegen over iets of iemand uit in een weblog
haatbloggers	=	haatblogger
haatblogs	=	haatblog
haatboek	noun	persoonlijk notitieboek, een soort dagboek, waarin je dagelijks opschrijft waar je woedend over bent
haatboeken	=	haatboek
haatboekje	=	haatboek
haatboekjes	=	haatboek
haatbrief	noun	brief vol kwetsende en bedreigende opmerkingen
haatbriefje	=	haatbrief
haatbriefjes	=	haatbrief
haatbrieven	=	haatbrief
haatcampagne	noun	propaganda die erop gericht is dat mensen een grote hekel gaan krijgen aan bepaalde andere mensen
haatcampagnes	=	haatcampagne
haatdragend	adj	voortdurend van haat vervuld
haatdragende	=	haatdragend
haatdragender	=	haatdragend
haatdragendere	=	haatdragend
haatdragenders	=	haatdragend
haatdragends	=	haatdragend
haatdragendst	=	haatdragend
haatdragendste	=	haatdragend
haatgezaaid	=	haatzaaien
haatimam	noun	islamitische voorganger die oproept tot de strijd tegen de niet-islamitische wereld
haatimams	=	haatimam
haatmail	noun	e-mailbericht vol van kwetsende en bedreigende opmerkingen
haatmails	=	haatmail
haatmailtje	=	haatmail
haatmailtjes	=	haatmail
haatmisdaad	noun	misdaad als gevolg van raciaal, religieus, seksueel of ander vooroordeel, meestal met geweld
haatmisdaden	=	haatmisdaad
haatmisdrijf	noun	misdrijf dat door diepe haat wordt gemotiveerd vaak tegenover personen van een ander ras, etniciteit, religie of seksuele geaardheid
haatmisdrijven	=	haatmisdrijf
haatpagina	noun	een pagina op een sociaalnetwerksite door een gebruiker aangemaakt om ongenoegen, afkeer of haat te ventileren ten opzichte van een bepaalde persoon, entiteit of fenomeen
haatpagina's	=	haatpagina
haatpaginaatje	=	haatpagina
haatpaginaatjes	=	haatpagina
haatpost	noun	post vol van kwetsende en bedreigende opmerkingen
haatposten	=	haatpost
haatpostje	=	haatpost
haatpostjes	=	haatpost
haatsjeik	noun	sjeik die haat predikt
haatsjeiks	=	haatsjeik
haatspraak	noun	het uiten van beledigende, discriminerende of dreigende taal gericht tegen personen of groepen op basis van specifieke kenmerken
haatster	noun	vrouwelijke vorm van hater
haatsters	=	haatster
haatstertje	=	haatster
haatstertjes	=	haatster
haatte	=	haten
haatten	=	haten
haattirade	noun	felle woordenstroom op luide toon waarin men zijn enorme hekel aan iets of iemand uitspreekt
haattirades	=	haattirade
haatvolgen	verb	op sociale media de uitingen volgen van iemand waarvan je een afkeer hebt
haatzaai	=	haatzaaien
haatzaaide	=	haatzaaien
haatzaaiden	=	haatzaaien
haatzaaie	=	haatzaaien
haatzaaien	verb	door de wet verboden activiteit die bestaat uit het met woord of daad aanzetten tot haat jegens een individu of bevolkingsgroep, bijvoorbeeld op grond van ras, geslacht, leeftijd, land van herkomst, godsdienst, seksuele voorkeur, handicap, taalvaardigheid, levensbeschouwing, politieke overtuiging, sociaal-economische klasse, beroep, uiterlijk etc.
haatzaaiend	=	haatzaaien
haatzaaiende	=	haatzaaien
haatzaaier	noun	iemand die haat zaait
haatzaaiers	=	haatzaaier
haatzaaiertje	=	haatzaaier
haatzaait	=	haatzaaien
haba	noun	hij die arriveert, aankomende, aankomeling
habacha	noun	het geween; de balsemstruik
habajit	noun	het huis
habatiem	=	habajit
habaä	adj	de komende
habaïem	adj	komenden
habbekrats	noun	een onbeduidend bedrag, een veel te lage prijs
habbekratsen	=	habbekrats
habbekratsje	=	habbekrats
habbekratsjes	=	habbekrats
habechira	noun	de verkiezing
haben	noun	eerstgeboren zoon, in de uitdrukking pidjon haben
haberdoedas	noun	harde klap om de oren
haberdoedasje	=	haberdoedas
haberdoedasjes	=	haberdoedas
haberdoedassen	=	haberdoedas
habijt	noun	pij, lange kleding gedragen door monniken en nonnen
habijten	=	habijt
habijtje	=	habijt
habijtjes	=	habijt
habikoeriem	noun	de eerstelingen (van de oogst)
habitat	noun	het natuurlijke leefgebied van een organisme
habitatje	=	habitat
habitatjes	=	habitat
habitats	=	habitat
habitueel	adj	uit gewoonte
habitueels	=	habitueel
habitueelst	=	habitueel
habitueelste	=	habitueel
habitueetje	=	habitué
habitueetjes	=	habitué
habituele	=	habitueel
habitueler	=	habitueel
habituelere	=	habitueel
habituelers	=	habitueel
habitus	noun	gewone uiterlijke gedaante, houding of gedrag bij mens, plant en dier #meervoud van het zelfstandig naamwoord habitus
habitussen	=	habitus
habitué	noun	iemand die ergens een vaste bezoeker is; iemand die heel vaak ergens komt; een vaste klant
habitués	=	habitué
haboob	noun	sterke zandstorm
habsburgs	adj	betreffende het huis Habsburg
habsburgse	=	habsburgs
habsburgser	=	habsburgs
habsburgsere	=	habsburgs
habsburgsers	=	habsburgs
habsburgst	=	habsburgs
habsburgste	=	habsburgs
hachee	noun	een traditioneel, typisch Nederlands stoofgerecht op basis van blokjes vlees, vis of gevogelte, en groenten
hachees	=	hachee
hachel	=	hachelen
hachelde	=	hachelen
hachelden	=	hachelen
hachele	=	hachelen
hachelen	verb	eten
hachelend	=	hachelen
hachelende	=	hachelen
hachelijk	adj	aan aanmerkelijk gevaar of risico blootstaand
hachelijke	=	hachelijk
hachelijker	=	hachelijk
hachelijkere	=	hachelijk
hachelijkers	=	hachelijk
hachelijkheden	=	hachelijkheid
hachelijkheid	noun	de mate waarin iets moeilijk, onzeker en ongewis is
hachelijks	=	hachelijk
hachelijkst	=	hachelijk
hachelijkste	=	hachelijk
hachelt	=	hachelen
hachje	noun	leven
hachjes	=	hachje
hachnasat	noun	ontvangst van
hachsjara	noun	voorbereiding op een bepaalde taak, met name op leven in Israël
hachsjarot	=	hachsjara
haciënda	noun	groot veeteeltbedrijf in Latijns-Amerika
haciënda's	=	haciënda
hack	noun	het kraken van een computer
hackathon	noun	een evenement waar softwareprogrammeurs elkaar ontmoeten om samen te programmeren
hackathonnetje	=	hackathon
hackathonnetjes	=	hackathon
hackathons	=	hackathon
hacke	=	hacken
hacken	verb	inbreken in een informatiesysteem (om gegevens te roven of te wijzigen)
hackend	=	hacken
hackende	=	hacken
hacker	noun	iemand die zich onbevoegd toegang verschaft tot een computersysteem
hackeraanval	noun	poging om de werking van een computersysteem of de bescherming van gegevens daarin aan te tasten door personen die niet bevoegd zijn er gebruik van te maken
hackeraanvallen	=	hackeraanval
hackeraanvalletje	=	hackeraanval
hackeraanvalletjes	=	hackeraanval
hackers	=	hacker
hackerspace	noun	plaats waar mensen met gemeenschappelijke interesse, meestal in wetenschap, technologie en digitale en elektronische kunst elkaar kunnen ontmoeten en samenwerken
hackerspaces	=	hackerspace
hackerspagina	noun	een webpagina waar cybercriminelen informatie delen, tools aanbieden, of samenkomen om illegale activiteiten te plannen en uit te voeren
hackerspagina's	=	hackerspagina
hackerspaginaatje	=	hackerspagina
hackerspaginaatjes	=	hackerspagina
hackertje	=	hacker
hackertjes	=	hacker
hacking	noun	het expres verstoren van de werking van een website of informatiesysteem
hackje	=	hack
hacks	=	hack
hackt	=	hacken
hackte	=	hacken
hackten	=	hacken
had	verb	vormt de gebiedende wijs van de voltooid verleden tijd
hadada-ibis	noun	Bostrychia hagedash een soort ibis uit de familie ibissen en lepelaars (Threskiornithidae) die voorkomt in Sub-Saharisch Afrika
hadada-ibisje	=	hadada-ibis
hadada-ibisjes	=	hadada-ibis
hadada-ibissen	=	hadada-ibis
hadas	noun	mirte, een van de vier soorten planten (arbaä miniem) in de plantenbundel die wordt gebruikt op Soekot
hadasiem	=	hadas
hadde	=	hebben
hadden	=	hebben
hadeïcum	noun	geologisch tijdperk waarin het geen sporen van leven te vinden zijn; vanaf het ontstaan van de aarde tot het archaïcum, 4,6 tot 4 miljard jaar geleden
hadibrot	noun	de woorden
hadien	noun	de wet
hadith	noun	verzamelde mondelinge overleveringen van de uitspraken en instructies van Mohammed
hadj	noun	islamitische bedevaart naar Mekka gedurende de bedevaartsmaand
hadjdj	=	hadj
hadji	noun	moslim die gedurende de bedevaartsmaand Mekka bezoekt of ooit een pelgrimstocht naar Mekka heeft afgelegd
hadji's	=	hadji
hadjietje	=	hadji
hadjietjes	=	hadji
hadlakat	noun	het ontsteken van
hado	noun	virtueel trefbal waar deelnemers virtuele energieballen naar elkaar gooien
hadour	noun	het geslacht, de generatie
hadourim	=	hadour
hadron	noun	een elementair deeltje dat zelf uit quarks bestaat
hadronen	=	hadron
hadt	=	hebben
hadzji	=	hadji
haeir	=	haar
haem	=	heem
haematologie	=	hematologie
haematologisch	=	hematologisch
haematoloog	=	hematoloog
haematoom	=	hematoom
haemorrhoïde	=	hemorroïde
haemorroïde	=	hemorroïde
haer	=	haar
haerlems	=	haarlems
haerlemsch	=	haarlems
haf	noun	strandmeer
haffen	=	haf
haflinger	noun	soort paard dat vaak wordt gebruikt als trekpaard of lastpaard
haflingers	=	haflinger
hafnium	noun	scheikundig element met symbool Hf en atoomnummer 72. Het is een staalgrijs overgangsmetaal
hafniumatomen	=	hafniumatoom
hafniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element hafnium.
hafniumatoompje	=	hafniumatoom
hafniumatoompjes	=	hafniumatoom
haft	noun	vierkant stukje staal aan een geweerloop om de bajonet aan te bevestigen
haftara	noun	lezing uit de Profeten, volgend op de lezing uit de Tora
haftarot	=	haftara
haften	noun	orde Ephemeroptera, kleine gevleugelde insecten
haftendoder	noun	Crossocerus walkeri een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
haftendoders	=	haftendoder
haftendodertje	=	haftendoder
haftendodertjes	=	haftendoder
haftore	noun	lezing uit de Profeten, volgend op de lezing uit de Tora
haftores	=	haftore
hagada	noun	bekorting van: hagada sjel Pesach
hagadot	=	hagada
hagbaha	noun	het opheffen en tonen van de Torarol in de synagoge
hagbe	noun	het opheffen en tonen van de Torarol in de synagoge
hage	=	hagen
hagedis	noun	langstaartig, geschubd reptiel uit de onderorde Lacertilia (Sauria)
hagedisbuizerd	noun	Kaupifalco monogrammicus een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae) en het monotypische geslacht Kaupifalco
hagedisbuizerdje	=	hagedisbuizerd
hagedisbuizerdjes	=	hagedisbuizerd
hagedisbuizerds	=	hagedisbuizerd
hagedisijsvogel	noun	Todiramphus saurophaga een ijsvogelsoort die voorkomt langs de kusten van Oost-Indonesië, Papoea-Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden.
hagedisijsvogels	=	hagedisijsvogel
hagedisijsvogeltje	=	hagedisijsvogel
hagedisijsvogeltjes	=	hagedisijsvogel
hagedisje	=	hagedis
hagedisjes	=	hagedis
hagedissen	noun	Lacertilia een onderorde van de schubreptielen (Squamata), die meer dan 7100 soorten telt.
hagedisslang	noun	Malpolon monspessulanus een slang uit de familie Psammophiidae
hagedisslangen	noun	een geslacht Malpolon van slangen uit de familie Psammophiidae.
hagedisslangetje	=	hagedisslang
hagedisslangetjes	=	hagedisslang
hagedisteengekko's	noun	een geslacht Saurodactylus van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Sphaerodactylidae
hagedisvissen	noun	een familie Synodontidae van vissen uit de orde van de draadzeilvissen (Aulopiformes).
hagedola	adj	de grote
hagedoorn	noun	meidoorn
hagedoornvlinder	noun	Opisthograptis luteolata insect behorend tot de kleinere spanners.
hagedoornvlinders	=	hagedoornvlinder
hagedoornvlindertje	=	hagedoornvlinder
hagedoornvlindertjes	=	hagedoornvlinder
hageheld	noun	Lasiocampa quercus een grote en krachtige bruine vlinder uit de familie van de spinners
hagehelden	=	hageheld
hageheldje	=	hageheld
hageheldjes	=	hageheld
hagel	noun	bolvormig ijs dat als neerslag uit de hemel valt
hagelblank	noun	een kleur blank als hagel	adj	een kleur blank als hagel hebbend
hagelblanke	=	hagelblank
hagelblanker	=	hagelblank
hagelblankere	=	hagelblank
hagelblankers	=	hagelblank
hagelblanks	=	hagelblank
hagelblankst	=	hagelblank
hagelblankste	=	hagelblank
hagelbui	noun	een bui met hagel
hagelbuien	=	hagelbui
hagelbuitje	=	hagelbui
hagelbuitjes	=	hagelbui
hagelde	=	hagelen
hagelden	=	hagelen
hagele	=	hagelen
hagelen	verb	het uit de hemel neerkomen van hagelstenen
hagelend	=	hagelen
hagelende	=	hagelen
hagelfabriek	noun	een bedrijf waarin kleine, ronde, loden kogeltjes maakt voor hagelgeweren
hagelfabrieken	=	hagelfabriek
hagelfabriekje	=	hagelfabriek
hagelfabriekjes	=	hagelfabriek
hagelgeweer	noun	een vuurwapen om voornamelijk hagelpatronen mee af te schieten
hagelgeweertje	=	hagelgeweer
hagelgeweertjes	=	hagelgeweer
hagelgeweren	=	hagelgeweer
hagelkorrel	noun	één kleine korrel van hagel, een bevroren regendruppel
hagelkorrels	=	hagelkorrel
hagelkorreltje	=	hagelkorrel
hagelkorreltjes	=	hagelkorrel
hagelnieuw	adj	heel nieuw, fonkelnieuw, gloednieuw, splinternieuw, spiksplinternieuw
hagelnieuwe	=	hagelnieuw
hagelnieuws	=	hagelnieuw
hagelruis	noun	willekeurige variaties die statistisch merkbaar worden als je naar een heel klein deel van een grote gelijkmatige stroom deeltjes kijkt
hagels	=	hagel
hagelschade	noun	schade veroorzaakt door een hagelbui; schade veroorzaakt door een hagelstorm
hagelschaden	=	hagelschade
hagelschades	=	hagelschade
hagelschot	noun	schot uit een jachtgeweer met hagelpatronen
hagelschoten	=	hagelschot
hagelschotje	=	hagelschot
hagelschotjes	=	hagelschot
hagelslag	noun	een soort broodbeleg, bestaande uit strooisel van chocolade of gekleurde suiker
hagelslagbeleid	noun	beleid waarbij windmolens verspreid over een heel gebied worden geplaatst in plaats van geclusterd op een bepaalde locatie
hagelslagje	=	hagelslag
hagelslagjes	=	hagelslag
hagelsnoer	noun	snoertje aan de dooier van een ei dat ervoor zorgt dat de dooier in het midden van het ei blijft
hagelsnoeren	=	hagelsnoer
hagelsnoertje	=	hagelsnoer
hagelsteen	noun	een klontje ijs dat als neerslag uit de lucht komt
hagelsteentje	=	hagelsteen
hagelsteentjes	=	hagelsteen
hagelstenen	=	hagelsteen
hagelstorm	noun	zware hagelbui met heel harde wind
hagelstormen	=	hagelstorm
hagelstormpje	=	hagelstorm
hagelt	=	hagelen
hageltje	=	hagel
hageltjes	=	hagel
hagelval	noun	het naar beneden vallen van hagelstenen tijdens een hagelbui
hagelvallen	=	hagelval
hagelvlaag	noun	een bui waarin veel hagel valt en waarin het tijdelijk ook hard waait
hagelvlagen	=	hagelvlaag
hagelwit	adj	heel helder wit; letterlijk zo wit als hagel
hagelwits	=	hagelwit
hagelwitte	=	hagelwit
hagelwitten	=	hagelwit
hagen	verb	zinnen
hagenaar	noun	bijnaam voor een homofiel
hagenaars	=	hagenaar
hagenaartje	=	hagenaar
hagenaartjes	=	hagenaar
hagenaren	=	hagenaar
hagend	=	hagen
hagende	=	hagen
hagendoorn	noun	Crataegus monogyna een struik of kleine boom uit de rozenfamilie (Rosaceae) die bijna overal in Europa zeer algemeen voorkomt.
hagendoornen	=	hagendoorn
hagendoorns	=	hagendoorn
hagenpreek	noun	een predicatie in het open veld in de eerste tijd van de Reformatie
hagenpreekje	=	hagenpreek
hagenpreekjes	=	hagenpreek
hagenpreken	=	hagenpreek
hagenwallaby	noun	Dorcopsis hageni een kangoeroe uit het geslacht Dorcopsis die voorkomt in het noorden van Nieuw-Guinea, tot op ongeveer 400 m hoogte.
hagenwallaby's	=	hagenwallaby
hagenwallaby'tje	=	hagenwallaby
hagenwallaby'tjes	=	hagenwallaby
hagepreek	=	hagenpreek
haggis	noun	gevulde schapenmaag uit Schotland
hagiograaf	noun	iemand die het leven van heiligen beschrijft
hagiograafje	=	hagiograaf
hagiograafjes	=	hagiograaf
hagiografe	noun	vrouwelijke vorm van hagiograaf
hagiografen	=	hagiograaf
hagiografes	=	hagiografe
hagiografie	noun	levensbeschrijving van de heiligen
hagiografietje	=	hagiografie
hagiografietjes	=	hagiografie
hagiografieën	=	hagiografie
hagiografisch	adj	met betrekking tot de hagiografie
hagiografische	=	hagiografisch
hagiografischer	=	hagiografisch
hagiografischere	=	hagiografisch
hagiografischers	=	hagiografisch
hagioscoop	noun	een opening die lager is geplaatst dan de overige vensters in een kerk of kathedraal
hagioscoopje	=	hagioscoop
hagioscoopjes	=	hagioscoop
hagioscopen	=	hagioscoop
hagode	noun	verhaal van de uittocht uit Egypte dat op seideravond wordt verteld
hagodes	=	hagode
haha	intj	om een grappige spottende opmerking te benadrukken
haiku	noun	een vorm van Japanse dichtkunst, geschreven in drie regels waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5 lettergrepen telt
haiku's	=	haiku
haiku'tje	=	haiku
haiku'tjes	=	haiku
hainanbospatrijs	noun	Arborophila ardens een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
hainanbospatrijsje	=	hainanbospatrijs
hainanbospatrijsjes	=	hainanbospatrijs
hainanbospatrijzen	=	hainanbospatrijs
hainanboszanger	noun	Phylloscopus hainanus een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
hainanboszangers	=	hainanboszanger
hainanboszangertje	=	hainanboszanger
hainanboszangertjes	=	hainanboszanger
hainangibbon	noun	Nomascus hainanus een soort van de familie gibbons (Hylobatidae) en de superfamilie van de mensapen.
hainangibbonnetje	=	hainangibbon
hainangibbonnetjes	=	hainangibbon
hainangibbons	=	hainangibbon
hainanhaas	noun	Lepus hainanus haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
hainanhaasje	=	hainanhaas
hainanhaasjes	=	hainanhaas
hainanhazen	=	hainanhaas
hainankwak	noun	Oroanassa magnifica een vogel uit de familie der reigers (Ardeidae).
hainankwakje	=	hainankwak
hainankwakjes	=	hainankwak
hainankwakken	=	hainankwak
hainanniltava	noun	Cyornis hainanus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
hainanniltava's	=	hainanniltava
hainanniltavaatje	=	hainanniltava
hainanniltavaatjes	=	hainanniltava
hainanspiegelpauw	noun	Polyplectron katsumatae een vogel uit de familie van de fazantachtigen (Phasianidae) en het geslacht van de pauwfazanten (Polyplectron)
hainanspiegelpauwen	=	hainanspiegelpauw
hainanspiegelpauwtje	=	hainanspiegelpauw
hainanspiegelpauwtjes	=	hainanspiegelpauw
haircut	noun	percentage afwaardering van de (markt-)waarde of van de nominale waarde van een waardepapier
haircuts	=	haircut
hairspray	noun	haarlak in een spuitbus
hairsprays	=	hairspray
hairstylist	noun	iemand de vorm van de haardracht bepaalt; chique kapper
hairstylisten	=	hairstylist
hak	noun	hiel van de voet
hakafa	noun	ommegang in de synagoge, bijv. met Torarollen op het feest van Simchat Tora of met loelavs op Soekot
hakafot	=	hakafa
hakavod	noun	de eer, het respect
hakbaar	adj	voldoende gegroeid om te oogsten
hakbaarder	=	hakbaar
hakbaardere	=	hakbaar
hakbaarders	=	hakbaar
hakbaars	=	hakbaar
hakbaarst	=	hakbaar
hakbaarste	=	hakbaar
hakbal	noun	een met de hak i.p.v. de voorvoet gespeelde bal bij voetballen
hakballen	=	hakbal
hakballetje	=	hakbal
hakballetjes	=	hakbal
hakbare	=	hakbaar
hakbeitel	noun	een houtbeitel met rechte zijkanten en dus niet met schuin afgeslepen zijkanten als de steekbeitel
hakbeitels	=	hakbeitel
hakbeiteltje	=	hakbeitel
hakbeiteltjes	=	hakbeitel
hakbeschermer	noun	doppen die op het uiteinde van (naald)hakken gezet kunnen worden om de hakken maar ook de vloer waarop gelopen wordt te beschermen
hakbeschermers	=	hakbeschermer
hakbeschermertje	=	hakbeschermer
hakbeschermertjes	=	hakbeschermer
hakbijl	noun	een hakwerktuig o.a. gebruikt voor het omhakken van bomen
hakbijlcomiteetje	=	hakbijlcomité
hakbijlcomiteetjes	=	hakbijlcomité
hakbijlcomité	noun	groep mensen die benoemd is om zoveel mogelijk te bezuinigen op overheidsuitgaven
hakbijlcomités	=	hakbijlcomité
hakbijlen	=	hakbijl
hakbijltje	=	hakbijl
hakbijltjes	=	hakbijl
hakblok	noun	werkbank, bestaande uit een zwaar blok hout waarop men kan hakken
hakblokje	=	hakblok
hakblokjes	=	hakblok
hakblokken	=	hakblok
hakbord	noun	houten plank waarop je groeten en vlees klein kunt hakken
hakborden	=	hakbord
hakbos	noun	bundel hout die men gebruikt voor verwarming
hakbosje	=	hakbos
hakbosjes	=	hakbos
hakbossen	=	hakbos
hake	=	haken
haken	verb	met een haak vastzitten
hakend	=	haken
hakende	=	haken
hakenkruisvlag	noun	een vlag met het hakenkruis als symbool van de Nazi's erop
hakenkruisvlaggen	=	hakenkruisvlag
hakenkruisvlaggetje	=	hakenkruisvlag
hakenkruisvlaggetjes	=	hakenkruisvlag
hakenkruisvlagje	=	hakenkruisvlag
hakenkruisvlagjes	=	hakenkruisvlag
haker	noun	iemand die haakt
hakerig	adj	niet helemaal soepel en makkelijk
hakerige	=	hakerig
hakeriger	=	hakerig
hakerigere	=	hakerig
hakerigers	=	hakerig
hakerigs	=	hakerig
hakerigst	=	hakerig
hakerigste	=	hakerig
hakers	=	haker
hakertje	=	haker
hakertjes	=	haker
haketav	noun	het geschrevene
hakhout	noun	hout dat gebruikt wordt voor het haardvuur als brandhout
hakipoeriem	noun	de verzoeningen
hakje	=	hak
hakjes	=	hak
hakke	=	hakken
hakkebord	noun	oud snaarinstrument dat met hamertjes werd bespeeld
hakkeborden	=	hakkebord
hakkel	=	hakkelen
hakkelaar	noun	iemand die moeilijk, haperend, stotterend spreekt
hakkelaars	=	hakkelaar
hakkelaartje	=	hakkelaar
hakkelaartjes	=	hakkelaar
hakkelde	=	hakkelen
hakkelden	=	hakkelen
hakkele	=	hakkelen
hakkelen	verb	in kleine stukjes hakken, ergens kleine stukjes uithakken
hakkelend	adj	onhandig, ongemakkelijk, stotterend pratend of optredend
hakkelende	=	hakkelen
hakkelender	=	hakkelend
hakkelendere	=	hakkelend
hakkelenders	=	hakkelend
hakkelends	=	hakkelend
hakkelendst	=	hakkelend
hakkelendste	=	hakkelend
hakkelig	adj	op een hakkelende niet vloeiende manier
hakkelige	=	hakkelig
hakkeliger	=	hakkelig
hakkeligere	=	hakkelig
hakkeligers	=	hakkelig
hakkeligs	=	hakkelig
hakkeligst	=	hakkelig
hakkeligste	=	hakkelig
hakkelkees	noun|obsolete	spotnaam voor iemand die stottert
hakkelkezen	=	hakkelkees
hakkelt	=	hakkelen
hakken	verb	slaan met een scherp voorwerp om iets in stukken te verdelen	noun	damesschoenen waarvan de zool bij de hiel veel hoger is
hakkenbar	noun	een klein schoenmakersbedrijf waar men de kleine herstelling doet terwijl de klant wacht
hakkenbarretje	=	hakkenbar
hakkenbarretjes	=	hakkenbar
hakkenbars	=	hakkenbar
hakkend	=	hakken
hakkende	=	hakken
hakkenei	noun	paard dat in telgang gaat (tegelijkertijd de beide rechter benen verzetten en daarna de beide linker benen)
hakkeneien	=	hakkenei
hakkeneitje	=	hakkenei
hakkeneitjes	=	hakkenei
hakker	noun	apparaat dat een constante elektrische spanning omzet naar een lagere spanning door de stroom cyclisch te onderbreken (met behulp van een thyristor)
hakkerig	adj	op een onderbroken, onregelmatige manier
hakkerige	=	hakkerig
hakkeriger	=	hakkerig
hakkerigere	=	hakkerig
hakkerigers	=	hakkerig
hakkerigs	=	hakkerig
hakkerigst	=	hakkerig
hakkerigste	=	hakkerig
hakkers	=	hakker
hakketak	=	hakketakken
hakketakke	=	hakketakken
hakketakken	verb	kibbelen, kijven, twisten
hakketakkend	=	hakketakken
hakketakkende	=	hakketakken
hakketakkerij	noun	onenigheid
hakketakt	=	hakketakken
hakketakte	=	hakketakken
hakketakten	=	hakketakken
hakketeer	=	hakketeren
hakketeerde	=	hakketeren
hakketeerden	=	hakketeren
hakketeert	=	hakketeren
hakketere	=	hakketeren
hakketeren	verb	een twistgesprek voeren
hakketerend	=	hakketeren
hakketerende	=	hakketeren
hakmes	noun	zeer breed mes waarmee men ook beenderen kan hakken
hakmesje	=	hakmes
hakmesjes	=	hakmes
hakmessen	=	hakmes
hakmoes	noun	gerecht van gehankte bestanddelen
hakmolen	noun	compact keukenapparaat dat speciaal is ontworpen om ingrediënten in enkele seconden fijn te hakken of te malen
hakmolens	=	hakmolen
hakmolentje	=	hakmolen
hakmolentjes	=	hakmolen
haknesses	noun	de gemeente, gemeenschap van gelovigen
haknesset	noun	de gemeente
hakodesj	noun	het heilige, de heiligheid
hakofe	noun	ommegang, bijvoorbeeld met Torarollen op het feest van Simchat Tora
hakofes	=	hakofe
hakoudesj	noun	het heilige
haksel	noun	het fijngehakte (stro, takken, plantenafval etc.)
hakselaar	noun	landbouwmachine die hooi of stro hakselt
hakselaars	=	hakselaar
hakselaartje	=	hakselaar
hakselaartjes	=	hakselaar
hakselde	=	hakselen
hakselden	=	hakselen
haksele	=	hakselen
hakselen	verb	er haksel van maken
hakselend	=	hakselen
hakselende	=	hakselen
hakselsnijder	noun	landbouwmachine die hooi of stro hakselt
hakselsnijders	=	hakselsnijder
hakselt	=	hakselen
hakstro	noun	stro dat men gebruikt om er strooisel van te maken
hakstuk	noun	achterste deel van een schoen of laars
hakstukken	=	hakstuk
hakt	=	hakken
haktak	=	haktakken
haktakke	=	haktakken
haktakken	verb	kibbelen, kijven, twisten
haktakkend	=	haktakken
haktakkende	=	haktakken
haktakt	=	haktakken
haktakte	=	haktakken
haktakten	=	haktakken
hakte	=	hakken
hakten	=	hakken
hal	noun	ruimte achter de voordeur
halacha	noun	het normatieve, voorschrijvende deel van de mondelinge Tora
halachisch	adj	horend tot of volgens de halacha
halachische	=	halachisch
halachot	=	halacha
halal	adj	voor moslims toegestaan
halalbelegging	noun	investering die voldoet aan de islamitische wetgeving (de sharia).
halalbeleggingen	=	halalbelegging
halalbelegginkje	=	halalbelegging
halalbelegginkjes	=	halalbelegging
halalhuis	noun	huis dat is aangepast aan de eisen van moslims
halalhuisje	=	halalhuis
halalhuisjes	=	halalhuis
halalhuizen	=	halalhuis
halalhypotheek	noun	hypotheek die gebaseerd is op de islamitische regels t.a.v. lenen en het betalen van rente waardoor er in plaats van een reële rente er een fictieve rente wordt betaald
halalhypotheken	=	halalhypotheek
halaliseer	=	halaliseren
halaliseerde	=	halaliseren
halaliseerden	=	halaliseren
halaliseert	=	halaliseren
halalisere	=	halaliseren
halaliseren	verb	iets zodanig aanpassen dat het in overeenstemming is met de voorschriften van de islam
halaliserend	=	halaliseren
halaliserende	=	halaliseren
halalle	=	halal
halaller	=	halal
halallere	=	halal
halallers	=	halal
halals	=	halal
halalst	=	halal
halalste	=	halal
halalvlees	noun	vlees van vee dat volgens de islamitische traditie geslacht is (d.w.z. onverdoofd)
halalwoning	noun	een woning die zodanig is ontworpen of aangepast dat deze aansluit bij de leefgewoonten van praktiserende moslims.
halalwoningen	=	halalwoning
halalwoninkje	=	halalwoning
halalwoninkjes	=	halalwoning
halatie	noun	het optreden van halo's
halaties	=	halatie
halatietje	=	halatie
halatietjes	=	halatie
halbeheffing	noun	boete voor iemand die lang over zijn of haar studie doet
halbeheffingen	=	halbeheffing
halbeheffinkje	=	halbeheffing
halbeheffinkjes	=	halbeheffing
halcyon	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Halcyon
halcyonen	=	halcyon
halcyontje	=	halcyon
halcyontjes	=	halcyon
haldeur	noun	een deur die een hal in twee delen verdeelt
haldeuren	=	haldeur
hale	=	halen
haleloeja	noun	oproep in een aantal psalmen om de Heer te prijzen (24×: Ps. 104:35 +; Griekse vorm 4× in NT)
halen	verb	ergens heengaan met als doel om iets of iemand mee terug te brengen
halend	=	halen
halende	=	halen
haler	noun	iemand die iets haalt
halers	=	haler
halertje	=	haler
halertjes	=	haler
half	num	de helft (½)	noun	de helft zijnde
half-en-half	noun	mengsel van gelijke hoeveelheden varkens- en rundergehakt
half-en-halfje	noun	alleen verkleinwoord alcoholische consumptie die uit gelijke delen van twee verschillende soorten drank bestaat
half-en-halfjes	=	half-en-halfje
half-om-half	noun	mengsel van gelijke delen fijngemalen rund- en varkensvlees
half-om-halfje	=	half-om-half
half-om-halfjes	=	half-om-half
halfaap	noun	Strepsirrhini een primitieve groep primaten, ze worden zo genoemd omdat ze erg op apen lijken, maar het niet zijn
halfaapje	=	halfaap
halfaapjes	=	halfaap
halfacht	noun	een tijdstip op de klok halverwege zeven en acht uur
halfagras	noun	Macrochloa tenacissima steppegras dat groeit in Spanje en Noordwest-Afrika en gebruikt wordt bij de productie van espadrilles en papier
halfapen	noun	Strepsirrhini een primitieve groep primaten.
halfautomaat	noun	apparaat dat ten dele automatisch werkt, ten dele met de hand bediend moet worden
halfautomaatje	=	halfautomaat
halfautomaatjes	=	halfautomaat
halfautomaten	=	halfautomaat
halfautomatisch	adj	gedeeltelijk automatisch
halfautomatische	=	halfautomatisch
halfbakken	adj	van brood dat het nog niet volkomen gaar is
halfbakkener	=	halfbakken
halfbakkeners	=	halfbakken
halfbakkens	=	halfbakken
halfbakkenst	=	halfbakken
halfbakkenste	=	halfbakken
halfbegrepen	adj	onvoldoende begrepen
halfbegrepens	=	halfbegrepen
halfbevroren	adj	situatie waarbij water en ijs naast elkaar bestaan
halfbevrorens	=	halfbevroren
halfbewolkt	adj	ongeveer voor de helft met wolken bedekt
halfbewolkte	=	halfbewolkt
halfbewolkts	=	halfbewolkt
halfblind	adj	zeer slechtziend, bijna blind
halfblinde	=	halfblind
halfblinds	=	halfblind
halfbloed	noun	iemand van gemengde etnische afkomst (als de betreffende etnische groepen een verschil in maatschappelijke status kennen)
halfbloeden	=	halfbloed
halfbloedje	=	halfbloed
halfbloedjes	=	halfbloed
halfbroeder	=	halfbroer
halfbroer	noun	Een halfbroer van een persoon is iemand van het mannelijk geslacht die één ouder, maar niet beide, deelt met die persoon.
halfbroers	=	halfbroer
halfbroertje	=	halfbroer
halfbroertjes	=	halfbroer
halfbrus	noun	Een halfzus van een persoon is iemand die één ouder, maar niet beide, deelt met die persoon.
halfbrusje	=	halfbrus
halfbrusjes	=	halfbrus
halfbrussen	=	halfbrus
halfcirkelvormig	adj	de vorm van een halve cirkel hebbend
halfcirkelvormige	=	halfcirkelvormig
halfcirkelvormigs	=	halfcirkelvormig
halfdek	noun	achterste deel van het opperdek; deel van het dek dat gelegen is achter de grote mast
halfdekje	=	halfdek
halfdekken	=	halfdek
halfdicht	adj	niet helemaal gesloten
halfdichte	=	halfdicht
halfdichts	=	halfdicht
halfdode	=	halfdood
halfdonker	noun	schemer, schemering, deemster [1]	adj	slecht verlicht
halfdonkere	=	halfdonker
halfdonkers	=	halfdonker
halfdood	adj	bijna dood
halfdoods	=	halfdood
halfdoor	adv	doormidden, middendoor
halfdrie	noun	een tijdstip op de klok halverwege twee en drie uur
halfdroge	=	halfdroog
halfdronken	adj	behoorlijk beneveld door de alcohol
halfdronkens	=	halfdronken
halfdroog	adj	nauwelijks nog vochtig na uitdampen
halfdroogs	=	halfdroog
halfduister	noun	toestand tussen licht en donker in	adj	van iets dat het niet helemaal helder of goed verlicht is
halfduistere	=	halfduister
halfduisters	=	halfduister
halfedelsteen	noun	kostbare steen, minder hard dan diamant, robijn, saffier en smaragd
halfedelsteentje	=	halfedelsteen
halfedelstenen	=	halfedelsteen
halfeen	noun	een tijdstip op de klok halverwege twaalf en een uur
halfelf	noun	een tijdstip op de klok halverwege tien en elf uur
halfezel	noun	een wilde ezel uit de woestijnen van Syrië, Iran, India en Tibet
halfezels	=	halfezel
halfezeltje	=	halfezel
halfezeltjes	=	halfezel
halffabricaat	noun	product van verwerking van grondstoffen, dat zelf weer bestemd is voor de vervaardiging van eindproducten
halffabricaatje	=	halffabricaat
halffabricaten	=	halffabricaat
halffabrikaat	=	halffabricaat
halfgaar	adj	niet helemaal gaar
halfgaars	=	halfgaar
halfgare	=	halfgaar
halfgek	adj	een beetje vreemd, maar vaak wel op een leuke manier
halfgekke	=	halfgek
halfgekookt	adj	half gekookt
halfgekookte	=	halfgekookt
halfgekookts	=	halfgekookt
halfgeks	=	halfgek
halfgeleider	noun	een stof die de elektriciteit slecht of alleen in bepaalde omstandigheden geleidt
halfgeleiderdivisie	noun	deel van een onderneming waar halfgeleiders zoals transistors, diodes en chips worden gemaakt
halfgeleiderdivisies	=	halfgeleiderdivisie
halfgeleiderfabrikant	noun	producent van transistors, diodes en chips
halfgeleiderfabrikanten	=	halfgeleiderfabrikant
halfgeleiderindustrie	noun	fabrieken waar transistors, dioden en chips gemaakt worden
halfgeleiderindustrieën	=	halfgeleiderindustrie
halfgeleiders	=	halfgeleider
halfgeleidertechnologie	noun	technologie die zich bezig houdt met ontwerp en fabricage van halfgeleiders (met name geïntegreerde circuits)
halfgeleidertje	=	halfgeleider
halfgeleidertjes	=	halfgeleider
halfgeloken	adj	half gesloten (meestal gaat het over de ogen)
halfgelokens	=	halfgeloken
halfgeopend	adj	niet helemaal gesloten
halfgeopende	=	halfgeopend
halfgeopends	=	halfgeopend
halfgesloten	adj	niet helemaal geopend
halfgeslotens	=	halfgesloten
halfgevuld	adj	voor ongeveer 50% leeg
halfgevulde	=	halfgevuld
halfgevulds	=	halfgevuld
halfgeïnteresseerd	adj	zonder veel belangstelling
halfgeïnteresseerde	=	halfgeïnteresseerd
halfgeïnteresseerds	=	halfgeïnteresseerd
halfgod	noun	mens van goddelijke afkomst
halfgoden	=	halfgod
halfgodje	=	halfgod
halfgoed	noun	eerste vezelpap bij de papierbereiding
halfgoedje	=	halfgoed
halfgoedjes	=	halfgoed
halfhalf	adj	niet erg goed, zozo, matig (of nog minder)
halfhalfs	=	halfhalf
halfhard	adj	tamelijk hard
halfharde	=	halfhard
halfhards	=	halfhard
halfhartig	adj	zonder al te veel overtuiging of inzet
halfhartige	=	halfhartig
halfhartiger	=	halfhartig
halfhartigere	=	halfhartig
halfhartigers	=	halfhartig
halfhartigs	=	halfhartig
halfhartigst	=	halfhartig
halfhartigste	=	halfhartig
halfheid	noun	de mate onvolledig zijn
halfhoge	=	halfhoog
halfhoog	adj	van iets dat het niet hoog maar ook niet laag is, maar ergens daar tussenin
halfhoogs	=	halfhoog
halfhysterisch	adj	nogal overdreven; nogal opgewonden
halfhysterische	=	halfhysterisch
halfjaar	noun	een periode van 6 maanden
halfjaarbericht	noun	verslag over de verrichtingen en resultaten van het afgelopen halve jaar
halfjaarberichten	=	halfjaarbericht
halfjaarcijfer	noun	een financieel resultaat van een bedrijf in de periode jan- juni van een jaar
halfjaarcijfers	=	halfjaarcijfer
halfjaarcontract	noun	afspraak die geldt voor een halfjaar; (arbeids)contract geldig voor een halfjaar
halfjaarcontracten	=	halfjaarcontract
halfjaarlijks	adj	elk half jaar
halfjaarlijkse	=	halfjaarlijks
halfjaarresultaat	noun	de winst of het verlies in een halfjaar behaald
halfjaarresultaatje	=	halfjaarresultaat
halfjaarresultaatjes	=	halfjaarresultaat
halfjaarresultaten	=	halfjaarresultaat
halfjaartje	=	halfjaar
halfjaartjes	=	halfjaar
halfjaarverslag	noun	verslag over de verrichtingen en resultaten van een onderneming of organisatie van het afgelopen halfjaar
halfjaarverslagen	=	halfjaarverslag
halfjaarwinst	noun	de winst die een organisatie in 6 maanden heeft gemaakt
halfjaarwinsten	=	halfjaarwinst
halfjaren	=	halfjaar
halfjarig	adj	een half jaar oud
halfjarige	=	halfjarig
halfjarigs	=	halfjarig
halfje	noun	de helft van iets met name als het gaat over brood
halfjes	=	halfje
halfklinker	noun	een spraakklank die qua articulatie tussen een klinker en medeklinker in zit
halfklinkers	=	halfklinker
halfkoers	adv	halverwege een (wieler)wedstrijd
halflang	adj	niet heel lang maar ook niet kort
halflange	=	halflang
halflangs	=	halflang
halfleeg	adj	voor de helft nog gevuld, de andere helft leeg
halfleegs	=	halfleeg
halflege	=	halfleeg
halfleren	adj	deels van leer
halflinnen	noun	een stof die deels van linnen, deels van een andere stof is gemaakt	adj	deels van linnen, deels van een andere stof
halfluid	adj	net hoorbaar
halfluide	=	halfluid
halfluids	=	halfluid
halfmaandelijks	adj	elke halve maand plaatsvindend of verschijnend
halfmaandelijkse	=	halfmaandelijks
halfmaanvlindervis	noun	Chaetodon lunula een straalvinnige vissensoort uit de familie van koraalvlinders (Chaetodontidae)
halfmaanvlindervisje	=	halfmaanvlindervis
halfmaanvlindervisjes	=	halfmaanvlindervis
halfmaanvlindervissen	=	halfmaanvlindervis
halfmaki	noun	zoogdier uit het geslacht Hapalemur uit de familie der maki's of lemuren (Lemuridae).
halfmaki's	noun	een geslacht Hapalemur uit de familie der maki's of lemuren (Lemuridae).
halfmakietje	=	halfmaki
halfmakietjes	=	halfmaki
halfmetaal	noun	een halfgeleider met een negatieve indirecte bandgap
halfmetaaltje	=	halfmetaal
halfmetaaltjes	=	halfmetaal
halfmetalen	=	halfmetaal
halfnaakt	noun	gedeeltelijk naakt persoon	adj	half gekleed maar ook half ontkleed
halfnaakte	=	halfnaakt
halfnaakten	=	halfnaakt
halfnaakter	=	halfnaakt
halfnaaktere	=	halfnaakt
halfnaakters	=	halfnaakt
halfnaaktje	=	halfnaakt
halfnaaktjes	=	halfnaakt
halfnaakts	=	halfnaakt
halfnaaktst	=	halfnaakt
halfnaaktste	=	halfnaakt
halfnatuurlijk	adj	gedeeltelijk kunstmatig; met sterke beïnvloeding door de mens
halfnatuurlijke	=	halfnatuurlijk
halfnatuurlijker	=	halfnatuurlijk
halfnatuurlijkere	=	halfnatuurlijk
halfnatuurlijkers	=	halfnatuurlijk
halfnatuurlijks	=	halfnatuurlijk
halfnatuurlijkst	=	halfnatuurlijk
halfnatuurlijkste	=	halfnatuurlijk
halfnegen	noun	een tijdstip op de klok halverwege acht en negen uur
halfom	adv	eten dat bestaat uit vergelijkbare hoeveelheid van twee verschillende etenswaar
halfopen	adj	van iets dat het niet helemaal open is maar ook niet helemaal gesloten
halfopens	=	halfopen
halfpension	noun	overnachting, ontbijt en avondeten in een hotel maar geen lunch
halfpensions	=	halfpension
halfpipe	noun	een half cilindervormige baan om te skaten, skateboarden, snowboarden of te skieën waarbij de as van de cilinder horizontaal loopt
halfpipes	=	halfpipe
halfpond	noun	gewicht van 250 gram
halfponden	=	halfpond
halfpondje	=	halfpond
halfpondjes	=	halfpond
halfrijm	noun	rijmvorm waarbij de klinkers overeenkomen
halfrijmen	=	halfrijm
halfrijp	adj	nog niet voldoende rijp
halfrijpe	=	halfrijp
halfrijps	=	halfrijp
halfrond	noun	het oppervlak van een halve bol, met name van de aarde	adj	de vorm van een halve cirkel, cilinder of bol hebbend
halfronde	=	halfrond
halfronden	=	halfrond
halfrondje	=	halfrond
halfrondjes	=	halfrond
halfronds	=	halfrond
halfs	=	half
halfschaduw	noun	plaats waar maar weinig direct licht aanwezig is
halfschaduwen	=	halfschaduw
halfslaap	noun	toestand tussen slapen en waken in
halfslaapje	=	halfslaap
halfslaapjes	=	halfslaap
halfslachtig	adj	niet in staat tot het nemen van een beslissing
halfslachtige	=	halfslachtig
halfslachtiger	=	halfslachtig
halfslachtigere	=	halfslachtig
halfslachtigers	=	halfslachtig
halfslachtigheden	=	halfslachtigheid
halfslachtigheid	noun	het iets niet met volle overtuiging doen; het niet goed kunnen besluiten tot iets
halfslachtigs	=	halfslachtig
halfslachtigst	=	halfslachtig
halfslachtigste	=	halfslachtig
halfslapen	=	halfslaap
halfsnavelbekken	noun	een familie Hemiramphidae van vissen uit de orde geepachtigen (Beloniformes)
halfsteens	adj	zo dik als een baksteen breed is
halfsteense	=	halfsteens
halfstok	adv	halverwege de vlaggenstok, de lagere stand waarop vlaggen worden uitgehangen als uiting van rouw
halftallig	adj	een getalsvorm bezittend die op ½ eindigt
halftallige	=	halftallig
halftalligs	=	halftallig
halftien	noun	een tijdstip op de klok halverwege negen en tien uur
halftij	noun	periode dat de eb- of de vloedstroom op zijn sterkst is
halftijds	adj	van een baan of betrekking dat deze geen volledige werkweek omvat
halftijdse	=	halftijds
halftijen	=	halftij
halftime	noun	het moment halverwege het begin en het einde	adj	met betrekking tot een baan dat ze deze de helft van de werkweek uitoefent
halftimes	=	halftime
halftint	noun	een kleur die tussen twee (primaire) kleuren in zit
halftinten	=	halftint
halftonen	=	halftoon
halftoon	noun	tussentint, schakering
halftoontje	=	halftoon
halftoontjes	=	halftoon
halftwaalf	noun	een tijdstip op de klok halverwege elf en twaalf uur
halftwee	noun	een tijdstip op de klok halverwege een en twee uur uur
halfuren	=	halfuur
halfuur	noun	een periode van 30 minuten
halfuursdienst	noun	dienstregeling waarbij ieder half uur een vervoersmogelijkheid bestaat
halfuurtje	=	halfuur
halfuurtjes	=	halfuur
halfvasten	noun	viering halverwege de vastentijd
halfverborgen	adj	niet helemaal zichtbaar; niet helemaal geheim
halfverborgene	=	halfverborgen
halfverborgens	=	halfverborgen
halfvergeten	adj	bijna helemaal uit het geheugen gewist
halfvergetens	=	halfvergeten
halfverhard	adj	iets hard(er) gemaakt bv. met schelpengruis of steentjes
halfverharde	=	halfverhard
halfverhards	=	halfverhard
halfverheven	adj	de weergegeven voorstelling vrij ondiep uitgewerkt hebbend
halfverhevens	=	halfverheven
halfvet	adj	met weinig vet
halfvets	=	halfvet
halfvette	=	halfvet
halfvier	noun	een tijdstip op de klok halverwege drie en vier uur
halfvijf	noun	een tijdstip op de klok halverwege vier en vijf uur
halfvingergekko's	noun	een geslacht Hemidactylus van hagedissen die behoren tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
halfvleugelig	adj	behorend of met betrekking tot de orde Hemiptera, insecten met zuigbuis, zoals wantsen, bladluizen en cicaden
halfvleugelige	noun	benaming voor insecten uit de orde Hemiptera
halfvleugeligen	noun	een orde Hemiptera van insecten waarvan de soorten over de gehele wereld voorkomen.
halfvleugeligs	=	halfvleugelig
halfvloeibaar	adj	een stof die niet vloeibaar en niet vast is maar er tussenin
halfvloeibaarder	=	halfvloeibaar
halfvloeibaardere	=	halfvloeibaar
halfvloeibaarders	=	halfvloeibaar
halfvloeibaars	=	halfvloeibaar
halfvloeibaarst	=	halfvloeibaar
halfvloeibaarste	=	halfvloeibaar
halfvloeibare	=	halfvloeibaar
halfvocaal	noun	halfklinker
halfvocalen	=	halfvocaal
halfvol	adj	voor de helft gevuld
halfvolle	=	halfvol
halfvols	=	halfvol
halfvolwassen	adj	van iets dat het nog niet helemaal volgroeid of ontwikkeld is
halfvolwassens	=	halfvolwassen
halfvrijstaand	adj	aan één kant ergens tegenaan staand
halfvrijstaande	=	halfvrijstaand
halfvrijstaands	=	halfvrijstaand
halfwaardetijd	noun	de tijd waarin een exponentieel vervallend proces tot de helft van zijn oorspronkelijke waarde vermindert
halfwaardetijden	=	halfwaardetijd
halfwaardetijdje	=	halfwaardetijd
halfwarm	adj	lauw
halfwarme	=	halfwarm
halfwarms	=	halfwarm
halfwas	adj	van iets dat het nog niet helemaal klaar of volgroeid is	noun	persoon die het vak nog moet leren
halfwasje	=	halfwas
halfwasjes	=	halfwas
halfwasse	=	halfwas
halfwassen	=	halfwas
halfwees	noun	kind waarvan één ouder overleden is
halfweesje	=	halfwees
halfweesjes	=	halfwees
halfweg	adv	halverwege
halfwezen	=	halfwees
halfwijs	adj	heel erg dom
halfwijst	=	halfwijs
halfwijste	=	halfwijs
halfwijze	=	halfwijs
halfwijzer	=	halfwijs
halfwijzere	=	halfwijs
halfwijzers	=	halfwijs
halfwinds	adj	met een hoek van rond 90 graden t.o.v. de windrichting
halfwindse	=	halfwinds
halfwoestijn	noun	Gebied met een steppeklimaat.
halfwoestijnen	=	halfwoestijn
halfwoestijntje	=	halfwoestijn
halfwoestijntjes	=	halfwoestijn
halfwollen	adj	voor de helft uit wol bestaand
halfzacht	adj	variërend van 'niet doortastend genoeg' tot 'zacht gekookt eitje"
halfzachte	=	halfzacht
halfzachter	=	halfzacht
halfzachtere	=	halfzacht
halfzachters	=	halfzacht
halfzachts	=	halfzacht
halfzachtst	=	halfzacht
halfzachtste	=	halfzacht
halfzes	noun	een tijdstip op de klok halverwege vijf en zes uur
halfzeven	noun	een tijdstip op de klok halverwege zes en zeven uur
halfzijdig	adj	aan een van de twee helften
halfzijdige	=	halfzijdig
halfzijdiger	=	halfzijdig
halfzijdigere	=	halfzijdig
halfzijdigers	=	halfzijdig
halfzijdigs	=	halfzijdig
halfzijdigst	=	halfzijdig
halfzijdigste	=	halfzijdig
halfzuil	noun	een rechthoekige muurverzwaring die minder dan zijn breedte voor de gevel uitsteekt en die meestal geen dragende functie heeft en dus decoratief is
halfzuilen	=	halfzuil
halfzuiltje	=	halfzuil
halfzuiltjes	=	halfzuil
halfzus	noun	een vrouwelijk familielid met wie men één ouder gemeen heeft.
halfzusje	=	halfzus
halfzusjes	=	halfzus
halfzussen	=	halfzus
halfzuster	noun	een vrouwelijk persoon die óf dezelfde moeder óf dezelfde vader heeft als jou
halfzusters	=	halfzuster
halfzustertje	=	halfzuster
halfzustertjes	=	halfzuster
halfzwaargewicht	noun	bepaalde gewichtsklasse bij het boksen
halfzwaargewichten	=	halfzwaargewicht
hall	noun	hoge ruimte in een gebouw om een groter aantal mensen te ontvangen
halleel	noun	lofzang
halleffect	noun	het verschijnsel dat een elektrische spanning optreedt in de dwarsrichting van een stroomdrager als loodrecht op de stroom- en dwarsrichting een magnetisch veld aangelegd wordt
halleffecten	=	halleffect
halleffectje	=	halleffect
halleffectjes	=	halleffect
halleluja	noun	oproep in een aantal psalmen om de Heer te prijzen (24×: Ps. 104:35 +; ook 4× in NT)
halleluja's	=	halleluja
hallelujaatje	=	halleluja
hallelujah	=	halleluja
hallen	=	hal
hallenkerk	noun	een kerk met meerdere beuken, waarvan de zijbeuken ongeveer even hoog en soms ook even breed zijn als de middenbeuk
hallenkerken	=	hallenkerk
hallenkerkje	=	hallenkerk
hallenkerkjes	=	hallenkerk
halletje	=	hal
halletjes	=	hal
halling	noun	halfling, halve penning
hallo	intj	groet
hallo's	=	hallo
hallootje	=	hallo
halloumi	noun	een traditionele, ongerijpte Cypriotische geitenkaas die men kan bakken, frituren en grillen
halloween	noun	griezelig verkleedfeest, oorspronkelijk uit de Angelsaksische wereld, dat gevierd wordt op de vooravond van Allerheiligen
halloweenavond	noun	de avond van het Halloween op 31 oktober, de vooravond van Allerheiligen
halloweenavonden	=	halloweenavond
halloweenkostuum	noun	kleding waarmee men zich verkleed op de avond van Halloween en die als regel iets moet verbeelden dat angst aanjaagt
halloweenkostuumpje	=	halloweenkostuum
halloweenkostuumpjes	=	halloweenkostuum
halloweenkostuums	=	halloweenkostuum
halloweens	=	halloween
halls	=	hall
halluces	=	hallux
hallucinair	adj	met betrekking tot een hallucinatie
hallucinairder	=	hallucinair
hallucinairdere	=	hallucinair
hallucinaire	=	hallucinair
hallucinant	noun	iemand die hallucinaties heeft	adj	verbijsterend, schokkend
hallucinante	=	hallucinant
hallucinanten	=	hallucinant
hallucinanter	=	hallucinant
hallucinantere	=	hallucinant
hallucinanters	=	hallucinant
hallucinants	=	hallucinant
hallucinantst	=	hallucinant
hallucinantste	=	hallucinant
hallucinatie	noun	een ervaring die niet op ware gebeurtenissen gebaseerd is maar slechts in iemands voorstelling bestaat
hallucinaties	=	hallucinatie
hallucinatietje	=	hallucinatie
hallucinatietjes	=	hallucinatie
hallucinatoir	adj	gepaard gaand met hallucinaties, hallucinaties betreffend; als gevolg van hallucinaties
hallucinatoirder	=	hallucinatoir
hallucinatoirdere	=	hallucinatoir
hallucinatoirders	=	hallucinatoir
hallucinatoire	=	hallucinatoir
hallucinatoirs	=	hallucinatoir
hallucinatoirst	=	hallucinatoir
hallucinatoirste	=	hallucinatoir
hallucinatorisch	adj	van de aard van hallucinaties
hallucinatorische	=	hallucinatorisch
hallucinatorischer	=	hallucinatorisch
hallucinatorischere	=	hallucinatorisch
hallucinatorischers	=	hallucinatorisch
hallucineer	=	hallucineren
hallucineerde	=	hallucineren
hallucineerden	=	hallucineren
hallucineert	=	hallucineren
hallucinere	=	hallucineren
hallucineren	verb	zinsbegoochelingen hebben
hallucinerend	adj	van iets dat het hallucinaties opwekt, waarbij zintuiglijke waarnemingen plaatsvinden (zien, horen, ruiken, voelen) die niet overeenkomen met de werkelijkheid
hallucinerende	=	hallucinerend
hallucinerender	=	hallucinerend
hallucinerendere	=	hallucinerend
hallucinerenders	=	hallucinerend
hallucinerends	=	hallucinerend
hallucinerendst	=	hallucinerend
hallucinerendste	=	hallucinerend
hallucinogeen	noun	middel om hallucinaties te verwekken	adj	hallucinaties verwekkend
hallucinogeens	=	hallucinogeen
hallucinogeenst	=	hallucinogeen
hallucinogeenste	=	hallucinogeen
hallucinogene	=	hallucinogeen
hallucinogenen	=	hallucinogeen
hallucinogener	=	hallucinogeen
hallucinogenere	=	hallucinogeen
hallucinogeners	=	hallucinogeen
hallux	noun	grote teen
halluxen	=	hallux
halm	noun	gras- of graanstengel
halma	noun	bordspel met pionnen die alle in de sector van de tegenpartij moeten worden gebracht
halmahera-ijsvogel	noun	Todiramphus funebris een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
halmahera-ijsvogels	=	halmahera-ijsvogel
halmahera-ijsvogeltje	=	halmahera-ijsvogel
halmahera-ijsvogeltjes	=	halmahera-ijsvogel
halmaheraboeboekuil	noun	Ninox hypogramma een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
halmaheraboeboekuilen	=	halmaheraboeboekuil
halmaheraboeboekuiltje	=	halmaheraboeboekuil
halmaheraboeboekuiltjes	=	halmaheraboeboekuil
halmaherabuulbuul	noun	Hypsipetes chloris een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls)
halmaherabuulbuuls	=	halmaherabuulbuul
halmaherabuulbuultje	=	halmaherabuulbuul
halmaherabuulbuultjes	=	halmaherabuulbuul
halmaherahavik	noun	Accipiter henicogrammus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae)
halmaherahaviken	=	halmaherahavik
halmaherahavikje	=	halmaherahavik
halmaherahavikjes	=	halmaherahavik
halmaherahoningvogel	noun	Dicaeum schistaceiceps een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
halmaherahoningvogels	=	halmaherahoningvogel
halmaherahoningvogeltje	=	halmaherahoningvogel
halmaherahoningvogeltjes	=	halmaherahoningvogel
halmaherajufferduif	noun	Ptilinopus monacha een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
halmaherajufferduifje	=	halmaherajufferduif
halmaherajufferduifjes	=	halmaherajufferduif
halmaherajufferduiven	=	halmaherajufferduif
halmaherakoeskoes	noun	Phalanger ornatus een zoogdier uit de familie van de koeskoezen (Phalangeridae).
halmaherakoeskoesje	=	halmaherakoeskoes
halmaherakoeskoesjes	=	halmaherakoeskoes
halmaherakoeskoezen	=	halmaherakoeskoes
halmaheralederkop	noun	Melitograis gilolensis een vogel uit de familie van de honingeters.
halmaheralederkopje	=	halmaheralederkop
halmaheralederkopjes	=	halmaheralederkop
halmaheralederkoppen	=	halmaheralederkop
halmaheramonarch	noun	Carterornis pileatus een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
halmaheramonarchen	=	halmaheramonarch
halmaheramonarchje	=	halmaheramonarch
halmaheramonarchjes	=	halmaheramonarch
halmaheraparadijskraai	noun	Lycocorax pyrrhopterus een middelgrote vertegenwoordiger van de familie van de paradijsvogels.
halmaheraparadijskraaien	=	halmaheraparadijskraai
halmaheraparadijskraaitje	=	halmaheraparadijskraai
halmaheraparadijskraaitjes	=	halmaheraparadijskraai
halmaheraral	noun	Habroptila wallacii een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae), uit het monotypische geslacht Habroptila.
halmaherarallen	=	halmaheraral
halmaheraralletje	=	halmaheraral
halmaheraralletjes	=	halmaheraral
halmaherarupsvogel	noun	Edolisoma parvulum een vogel uit de familie van de rupsvogels.
halmaherarupsvogels	=	halmaherarupsvogel
halmaherarupsvogeltje	=	halmaherarupsvogel
halmaherarupsvogeltjes	=	halmaherarupsvogel
halmaherasalangaan	noun	Aerodramus infuscatus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
halmaherasalangaantje	=	halmaherasalangaan
halmaherasalangaantjes	=	halmaherasalangaan
halmaherasalanganen	=	halmaherasalangaan
halmaherawaaierstaart	noun	Rhipidura torrida een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
halmaherawaaierstaarten	=	halmaherawaaierstaart
halmaherawaaierstaartje	=	halmaherawaaierstaart
halmaherawaaierstaartjes	=	halmaherawaaierstaart
halmaherawielewaal	noun	Oriolus phaeochromus een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
halmaherawielewaaltje	=	halmaherawielewaal
halmaherawielewaaltjes	=	halmaherawielewaal
halmaherawielewalen	=	halmaherawielewaal
halmdoder	noun	Geaumannomyces graminis een paddenstoel uit de familie Magnaporthaceae
halmdoders	=	halmdoder
halmdodertje	=	halmdoder
halmdodertjes	=	halmdoder
halmen	=	halm
halmpje	=	halm
halmpjes	=	halm
halmruitertje	noun	Marasmiellus vaillantii een schimmel behorend tot de familie Omphalotaceae.
halmruitertjes	=	halmruitertje
halmrupsvlinder	noun	Mesapamea secalis een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
halmrupsvlinders	=	halmrupsvlinder
halmrupsvlindertje	=	halmrupsvlinder
halmrupsvlindertjes	=	halmrupsvlinder
halmstro	noun	stro, uitgedorste halmen
halmstrootje	=	halmstro
halmvlieg	noun	Chloropidae vlieg van een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
halmvliegen	noun	Chloropidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
halmvliegendoder	noun	Lindenius panzeri een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
halmvliegendoders	=	halmvliegendoder
halmvliegendodertje	=	halmvliegendoder
halmvliegendodertjes	=	halmvliegendoder
halmvliegje	=	halmvlieg
halmvliegjes	=	halmvlieg
halmwesp	noun	insect uit de familie Cephidae van insecten uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
halmwespen	noun	Cephidae een familie van insecten uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
halmwespje	=	halmwesp
halmwespjes	=	halmwesp
halo	noun	stralenkrans die (het hoofd van) een heilige in afbeeldingen omgeeft
halo's	=	halo
halo-effect	noun	beïnvloeding van een conclusie door iets dat niet ter zake doet of dat wordt overgewaardeerd doordat al een cognitieve bias van indrukken van een persoon, bedrijf, merk of product aanwezig zijn
halo-effecten	=	halo-effect
halofiel	noun	een organisme dat in extreem hoge zoutconcentraties kan overleven en zich vermeerderen	adj	zout aantrekkend, zoutminnend
halofiele	=	halofiel
halofielen	=	halofiel
halofiels	=	halofiel
halofyt	noun	plant die op sterk zouthoudende grond kan leven
halofyten	=	halofyt
halofytje	=	halofyt
halofytjes	=	halofyt
halogeen	noun	naam voor elk element uit de zevende chemische reeks van het periodiek systeem.
halogeenlamp	noun	met een inert gas en een beetje halogeen (meestal broom) gevulde gloeilamp waarvan de gloeidraad op nog hogere temperatuur kan worden gebracht dan een gewone gloeilamp
halogeenlampen	=	halogeenlamp
halogeenlampje	=	halogeenlamp
halogeenlampjes	=	halogeenlamp
halogeens	=	halogeen
halogeenst	=	halogeen
halogeenste	=	halogeen
halogeentje	=	halogeen
halogeentjes	=	halogeen
halogene	=	halogeen
halogenen	=	halogeen
halogener	=	halogeen
halogenere	=	halogeen
halogeners	=	halogeen
halogenide	noun	een verbinding van een element van de groep 17 van het periodiek systeem waarin het een oxidatiegetal -3 heeft
halogeniden	=	halogenide
halogenides	=	halogenide
halon	noun	koolwaterstoffen die gehalogeneerd zijn
halootje	=	halo
halootjes	=	halo
haloscoop	noun	toestel om haloverschijnselen bij zon, maan enz. waar te nemen
haloscoopje	=	haloscoop
haloscoopjes	=	haloscoop
haloscopen	=	haloscoop
hals	noun	nauw gedeelte van het lichaam dat het hoofd met de romp verbindt
halsader	noun	ader die zuurstofarm bloed van het hoofd naar het hart leidt
halsaderen	=	halsader
halsaders	=	halsader
halsadertje	=	halsader
halsband	noun	een om de hals en nek gesnoerde band
halsbandapalis	noun	Apalis thoracica een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
halsbandapalisje	=	halsbandapalis
halsbandapalisjes	=	halsbandapalis
halsbandapalissen	=	halsbandapalis
halsbandarassari	noun	Pteroglossus torquatus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
halsbandarassari's	=	halsbandarassari
halsbandarassarietje	=	halsbandarassari
halsbandarassarietjes	=	halsbandarassari
halsbandastrild	noun	Nesocharis ansorgei een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
halsbandastrilden	=	halsbandastrild
halsbandastrildje	=	halsbandastrild
halsbandastrildjes	=	halsbandastrild
halsbandbaardvogel	noun	Psilopogon auricularis een Aziatische baardvogel die voorkomt in Laos en Vietnam.
halsbandbaardvogels	=	halsbandbaardvogel
halsbandbaardvogeltje	=	halsbandbaardvogel
halsbandbaardvogeltjes	=	halsbandbaardvogel
halsbandbom	noun	bom met een afstandsmechanisme dat om de hals van een persoon is geplaatst
halsbandbommen	=	halsbandbom
halsbandcotinga	noun	Cotinga cayana een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
halsbandcotinga's	=	halsbandcotinga
halsbandcotingaatje	=	halsbandcotinga
halsbandcotingaatjes	=	halsbandcotinga
halsbanden	=	halsband
halsbandhagedissen	noun	een geslacht Lacerta van hagedissen uit de familie echte hagedissen (Lacertidae).
halsbandhoningzuiger	noun	Hedydipna collaris een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers) die voorkomt in Afrika
halsbandhoningzuigers	=	halsbandhoningzuiger
halsbandhoningzuigertje	=	halsbandhoningzuiger
halsbandhoningzuigertjes	=	halsbandhoningzuiger
halsbandje	=	halsband
halsbandjes	=	halsband
halsbandkraai	noun	Corvus torquatus een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
halsbandkraaien	=	halsbandkraai
halsbandkraaitje	=	halsbandkraai
halsbandkraaitjes	=	halsbandkraai
halsbandleguaan	noun	Crotaphytus collaris een hagedis uit de familie halsband- en luipaardleguanen (Crotaphytidae).
halsbandleguaantje	=	halsbandleguaan
halsbandleguaantjes	=	halsbandleguaan
halsbandleguanen	noun	een geslacht Crotaphytus van hagedissen die behoren tot de familie Crotaphytidae
halsbandlemming	noun	Dicrostonyx torquatus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
halsbandlemmingen	=	halsbandlemming
halsbandlemmings	=	halsbandlemming
halsbandlemminkje	=	halsbandlemming
halsbandlemminkjes	=	halsbandlemming
halsbandmineermot	noun	Stephensia brunnichella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
halsbandmineermotje	=	halsbandmineermot
halsbandmineermotjes	=	halsbandmineermot
halsbandmineermotten	=	halsbandmineermot
halsbandmoord	noun	in Zuid-Afrika een vorm van niet-officiële executie waarbij het slachtoffer een autoband gevuld met petroleum rond nek en schouders krijgt die daarna in brand wordt gestoken
halsbandmoorden	=	halsbandmoord
halsbandmoordje	=	halsbandmoord
halsbandmoordjes	=	halsbandmoord
halsbandmuskaatduif	noun	Ducula zoeae een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
halsbandmuskaatduifje	=	halsbandmuskaatduif
halsbandmuskaatduifjes	=	halsbandmuskaatduif
halsbandmuskaatduiven	=	halsbandmuskaatduif
halsbandparkiet	noun	vogel die als huisdier wordt gehouden, Psittacula krameri
halsbandparkieten	=	halsbandparkiet
halsbandparkietje	=	halsbandparkiet
halsbandparkietjes	=	halsbandparkiet
halsbandpekari	noun	Pecari tajacu de kleinste pekarisoort.
halsbandpekari's	=	halsbandpekari
halsbandpekarietje	=	halsbandpekari
halsbandpekarietjes	=	halsbandpekari
halsbandspecht	noun	Dryobates pernyii een vogel uit de familie spechten (Picidae).
halsbandspechten	=	halsbandspecht
halsbandspechtje	=	halsbandspecht
halsbandspechtjes	=	halsbandspecht
halsbandstekelstaart	noun	Synallaxis stictothorax een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
halsbandstekelstaarten	=	halsbandstekelstaart
halsbandstekelstaartje	=	halsbandstekelstaart
halsbandstekelstaartjes	=	halsbandstekelstaart
halsbandstormvogel	noun	Pterodroma brevipes een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
halsbandstormvogels	=	halsbandstormvogel
halsbandstormvogeltje	=	halsbandstormvogel
halsbandstormvogeltjes	=	halsbandstormvogel
halsbandtimalia	noun	Gampsorhynchus torquatus een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
halsbandtimalia's	=	halsbandtimalia
halsbandtimaliaatje	=	halsbandtimalia
halsbandtimaliaatjes	=	halsbandtimalia
halsbandvleermuis	noun	Cheiromeles parvidens een vleermuis uit het geslacht Cheiromeles die voorkomt op Mindanao, Mindoro en Negros (Filipijnen) en Celebes en Sanana (Indonesië).
halsbandvleermuisje	=	halsbandvleermuis
halsbandvleermuisjes	=	halsbandvleermuis
halsbandvleermuizen	=	halsbandvleermuis
halsbandzanger	noun	Myioborus torquatus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
halsbandzangers	=	halsbandzanger
halsbandzangertje	=	halsbandzanger
halsbandzangertjes	=	halsbandzanger
halsberg	noun|historical	pantser gemaakt uit ijzeren ringetjes dat hoofd en bovenlichaam bedekt
halsbergen	=	halsberg
halsbergers	noun	een onderorde Cryptodira van de schildpadden (Testudines).
halsbom	noun	een om de hals van een slachtoffer aangebrachte bom die op afstand tot ontploffing gebracht kan worden
halsbommen	=	halsbom
halsboord	noun	kraag van een hemd of overhemd
halsboorden	=	halsboord
halsboordje	=	halsboord
halsboordjes	=	halsboord
halsbrekend	adj	iets wat zo gevaarlijk is om te doen dat je eraan zou kunnen doodgaan, dus heel erg gevaarlijk
halsbrekende	=	halsbrekend
halsbrekender	=	halsbrekend
halsbrekendere	=	halsbrekend
halsbrekenders	=	halsbrekend
halsbrekends	=	halsbrekend
halsbrekendst	=	halsbrekend
halsbrekendste	=	halsbrekend
halsde	=	halzen
halsden	=	halzen
halsdoek	noun	een doek die je om je hals knoopt vooral gebruikt door boeren en met carnaval
halsdoeken	=	halsdoek
halsdoekje	=	halsdoek
halsdoekjes	=	halsdoek
halsgevel	noun	een bakstenen gevel van een smal huis (drie, soms twee, ramen breed) met twee hoeken van 90° aan de top die opgevuld zijn met zandstenen ornamenten, zogenaamde klauwstukken
halsgevels	=	halsgevel
halsgeveltje	=	halsgevel
halshoek	noun	de hoek van een zeil voor onderin, waar de onderkant aan het zeil aan de mast bevestigd is op een zeilboot
halshoeken	=	halshoek
halshoekje	=	halshoek
halshoekjes	=	halshoek
halsje	=	hals
halsjes	=	hals
halsjuk	noun	een houten juk dat om de nek van een trekdier wordt gelegd zonder dat de ademhaling wordt belemmerd
halsjukje	=	halsjuk
halsjukjes	=	halsjuk
halsjukken	=	halsjuk
halsketting	noun	een ketting als sieraad voor om de hals
halskettingen	=	halsketting
halskettinkje	=	halsketting
halskettinkjes	=	halsketting
halskraag	noun	een stijve koker die de nek stabiliseert als behandeling na een nektrauma
halskraagje	=	halskraag
halskraagjes	=	halskraag
halskragen	=	halskraag
halslijn	noun	lijn die het beloop van de hals aangeeft.
halslijnen	=	halslijn
halslijntje	=	halslijn
halslijntjes	=	halslijn
halsmisdaad	noun	een misdaad die zo ernstig is dat er de doodstraf op staat
halsmisdaden	=	halsmisdaad
halsopening	noun	Een opening in een kledingstuk waardoor men de nek / hals kan steken
halsopeningen	=	halsopening
halsopeningetje	=	halsopening
halsopeningetjes	=	halsopening
halsoverkop	adv	zeer snel, zonder goed na te denken
halsreikend	adj	met groot verlangen	adv	met name in combinatie met uitkijken en uitzien: met sterk en groot verlangen en ongeduld
halsreikende	=	halsreikend
halsreikender	=	halsreikend
halsreikendere	=	halsreikend
halsreikenders	=	halsreikend
halsreikends	=	halsreikend
halsreikendst	=	halsreikend
halsreikendste	=	halsreikend
halsring	noun	martelwerktuig dat om de hals knelt
halsringen	=	halsring
halsringetje	=	halsring
halsringetjes	=	halsring
halsrondbuik	noun	Bradycellus caucasicus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
halsrondbuiken	=	halsrondbuik
halsrondbuikje	=	halsrondbuik
halsrondbuikjes	=	halsrondbuik
halssieraad	noun	versiersel dat men om de nek draagt
halssieraden	=	halssieraad
halsslagader	noun	de ofwel links ofwel rechts in de hals gelegen slagader, waar zij langs de luchtpijp en de slokdarm van borst tot aan het hoofd loopt
halsslagaderen	=	halsslagader
halsslagaders	=	halsslagader
halsslagadertje	=	halsslagader
halsslagadertjes	=	halsslagader
halssnoer	noun	halsketting
halssnoeren	=	halssnoer
halssnoertje	=	halssnoer
halssnoertjes	=	halssnoer
halsstarrig	adj	koppig en onredelijk vasthoudend aan een standpunt
halsstarrige	=	halsstarrig
halsstarriger	=	halsstarrig
halsstarrigere	=	halsstarrig
halsstarrigers	=	halsstarrig
halsstarrigheden	=	halsstarrigheid
halsstarrigheid	noun	het te vasthoudend zijn
halsstarrigheidje	=	halsstarrigheid
halsstarrigheidjes	=	halsstarrigheid
halsstarrigs	=	halsstarrig
halsstarrigst	=	halsstarrig
halsstarrigste	=	halsstarrig
halst	=	halzen
halstandhaantje	noun	insect uit de familie Megalopodidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
halstandhaantjes	noun	Megalopodidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
halster	noun	samenstel van riemen rond de kop van een rijdier
halsterde	=	halsteren
halsterden	=	halsteren
halstere	=	halsteren
halsteren	verb	een halster omdoen
halsterend	=	halsteren
halsterende	=	halsteren
halsters	=	halster
halstert	=	halsteren
halstertje	=	halster
halstertjes	=	halster
halstertouw	noun	een touw dat men kan vastmaken aan het halster van een paard om dit paard te kunnen geleiden
halstertouwen	=	halstertouw
halstervleerhond	noun	Pteropus capistratus een vleermuis uit het geslacht Pteropus die voorkomt in de Bismarck-archipel van Papoea-Nieuw-Guinea op de eilanden Mioko, Nieuw-Brittannië, Nieuw-Ierland, Sakar en Umboi.
halstervleerhonden	=	halstervleerhond
halstervleerhondje	=	halstervleerhond
halstervleerhondjes	=	halstervleerhond
halsuitsnijding	noun	een opening voor de hals en het hoofd aan de bovenkant van een kledingstuk voor het bovenlichaam, zoals een topje, jurk of sweater
halsuitsnijdingen	=	halsuitsnijding
halsuitsnijdinkje	=	halsuitsnijding
halsuitsnijdinkjes	=	halsuitsnijding
halswenders	noun	een onderorde Pleurodira van de orde schildpadden (Testudines)
halswervel	noun	een van de 7 nekwervels
halswervels	=	halswervel
halswerveltje	=	halswervel
halswerveltjes	=	halswervel
halszaak	noun	een misdaad die met de dood bestraft wordt
halszaakje	=	halszaak
halszaken	=	halszaak
halt	intj	aansporing om te stoppen	noun	een ~ toeroepen: laten stoppen, tot stilstand brengen (ook fig.)
halte	noun	een plaats waar gestopt wordt
halteer	=	halteren
halteerde	=	halteren
halteerden	=	halteren
halteert	=	halteren
halten	=	halte
haltepaal	noun	paal die aangeeft waar een openbaar vervoermiddel (bus of tram) stopt
haltepaaltje	=	haltepaal
haltepaaltjes	=	haltepaal
haltepalen	=	haltepaal
halteplaats	noun	plaats waar men gedurende een korte tijd stopt op een reis
halteplaatsen	=	halteplaats
halter	noun	werktuig voor gewichtheffen bestaande uit een metalen staaf met gewichten aan de uiteinden
halterde	=	halteren
halterden	=	halteren
haltere	=	halteren
halteren	verb	het stoppen van een bus, trein, metro of tram bij een halte of op een station.
halterend	=	halteren
halterende	=	halteren
haltering	noun	het steeds stoppen van een bus of trein bij een halte of op een station.
halteringen	=	haltering
halterinkje	=	haltering
halterinkjes	=	haltering
halternaar	noun	een inwoner van Halsteren, of iemand afkomstig uit Halsteren
halternaren	=	halternaar
halters	=	halter
halterse	noun	een vrouwelijke inwoner van Halsteren, of een vrouw afkomstig uit Halsteren
haltersen	=	halterse
haltert	=	halteren
haltertje	=	halter
haltertjes	=	halter
haltes	=	halte
haltetje	=	halte
haltetjes	=	halte
halvajat	noun	de begeleiding van
halvarine	noun	makkelijk smeerbare margarine met ongeveer 40% vet
halvarines	=	halvarine
halvarinetje	=	halvarine
halve	=	half
halveer	=	halveren
halveerde	=	halveren
halveerden	=	halveren
halveeren	=	halveren
halveert	=	halveren
halvefinalepartij	noun	wedstrijd waarvan de winnaar mag spelen in de (eind)finale
halvefinalepartijen	=	halvefinalepartij
halvefinaleplaats	noun	het recht om te mogen spelen of uitkomen in de halve finale van een toernooi
halvefinaleplaatsen	=	halvefinaleplaats
halvefinaleplaatsje	=	halvefinaleplaats
halvefinaleplaatsjes	=	halvefinaleplaats
halvefinaleserie	noun	serie wedstrijden waarvan de winnaar mag deelnemen aan de finaleserie
halvefinaleseries	=	halvefinaleserie
halvefinalist	noun	team of sporter die deelneemt aan de halve finale; team op sporter die hoort bij de beste vier van een toernooi
halvefinalisten	=	halvefinalist
halvegare	noun|figurative	iemand die geestelijk niet helemaal in orde is
halvegaren	=	halvegare
halvegares	=	halvegare
halvelings	adv	half en half; min of meer
halveliterglas	noun	een glas met een inhoud van 500 mililiter; een glas met een inhoud van 50 centiliter
halveliterglazen	=	halveliterglas
halvemaan	noun	sikkelvormige schijngestalte van de maan (vanaf kort na nieuwe maan en tot en met het eerst kwartier)
halvemaantje	=	halvemaan
halvemaantjes	=	halvemaan
halvemaantjesmos	noun	Lunularia cruciata een levermossoort in de familie Lunulariaceae.
halvemaantjesmosje	=	halvemaantjesmos
halvemaantjesmosjes	=	halvemaantjesmos
halvemaantjesmossen	=	halvemaantjesmos
halvemaanvlinder	noun	Selenia tetralunaria is een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
halvemaanvlinders	=	halvemaanvlinder
halvemaanvlindertje	=	halvemaanvlinder
halvemaanvlindertjes	=	halvemaanvlinder
halvemaanvormig	adj	vorm van een halvemaan hebbend
halvemaanvormige	=	halvemaanvormig
halvemaanvormiger	=	halvemaanvormig
halvemaanvormigere	=	halvemaanvormig
halvemaanvormigers	=	halvemaanvormig
halvemaanvormigs	=	halvemaanvormig
halvemaanvormigst	=	halvemaanvormig
halvemaanvormigste	=	halvemaanvormig
halvemanen	=	halvemaan
halven	=	half
halvere	=	halveren
halveren	verb	tot de helft terugbrengen
halverend	=	halveren
halverende	=	halveren
halvering	noun	verkleinen tot de helft van de oorspronkelijke hoeveelheid
halveringen	=	halvering
halveringstijd	noun	de tijd waarna er van een oorspronkelijke hoeveelheid stof nog maar de helft over is
halveringstijden	=	halveringstijd
halveringstijdje	=	halveringstijd
halverwege	adv	op het middelpunt van een weg	prep	in het midden van iets
halvezole	=	halvezolen
halvezolen	verb	schoenen van halve zolen voorzien
halvezolend	=	halvezolen
halvezolende	=	halvezolen
halvezool	noun	stuk leer of rubber dat alleen onder het voorste deel van de schoen bevestigd wordt (als gedeeltelijk herstel) In het Surinaams-Nederlands gebruikt voor elke versteviging onder de schoenzool.
halvezoolde	=	halvezolen
halvezoolden	=	halvezolen
halvezoolt	=	halvezolen
halvezooltje	=	halvezool
halvezooltjes	=	halvezool
halysadder	noun	Gloydius halys een giftige slang uit de familie adders (Viperidae)
halysadders	=	halysadder
halysaddertje	=	halysadder
halysaddertjes	=	halysadder
halze	=	halzen
halzen	verb	om de hals vallen
halzend	=	halzen
halzende	=	halzen
ham	noun	vlees van de achterkant van een varken, gebruikt als onderdeel van gerechten of als broodbeleg
hamam	noun	oosters badhuis
hamammetje	=	hamam
hamammetjes	=	hamam
hamams	=	hamam
haman	noun	antisemiet
hamanratel	noun	een traditionele lawaaimaker die wordt gebruikt tijdens het Joodse feest Poerim
hamanratels	=	hamanratel
hamanrateltje	=	hamanratel
hamanrateltjes	=	hamanratel
hamans	=	haman
hamansoren	noun	bepaald baksel bij Poeriem (met een vorm die kan doen denken aan een oor)
hamantasjen	noun	bepaald baksel bij Poeriem (met de vorm van een zakje, dat gevuld wordt)
hamas	noun	iemand die lid is van Hamas, een Palestijnse organisatie
hamavet	noun	de dood
hamazon	noun	het voedsel
hamaälot	noun	de opgangen
hambouillon	noun	een aftreksel van mager varkensvlees
hambouillons	=	hambouillon
hamburg	noun	een havenstad in het noorden van Duitsland
hamburger	noun	schijf rundvlees die gebakken of gegrild wordt, een burger
hamburgerbelasting	noun	extra belasting op hamburgers en ander ongezond, vet voedsel
hamburgerbelastingen	=	hamburgerbelasting
hamburgerketen	noun	groep hamburgerrestaurants met een gelijke bedrijfsvoering
hamburgerketens	=	hamburgerketen
hamburgerkraam	noun	mobiele verkoopkraam of foodtruck waar warme hamburgers worden bereid en verkocht
hamburgerkraampje	=	hamburgerkraam
hamburgerkraampjes	=	hamburgerkraam
hamburgerkramen	=	hamburgerkraam
hamburgermenu	noun	keuzemenu van een app of computerprogramma dat men kan openen door op een icoontje met drie horizontale streepjes te klikken
hamburgermenu's	=	hamburgermenu
hamburgerpers	noun	een handig keukenhulpmiddel, vaak van metaal of kunststof, waarmee je gehakt eenvoudig in een perfecte, compacte en gelijkmatige ronde vorm perst
hamburgerpersen	=	hamburgerpers
hamburgerpersje	=	hamburgerpers
hamburgerpersjes	=	hamburgerpers
hamburgerrestaurant	noun	een eetgelegenheid, meestal een fastfoodrestaurant, waar hamburgers de hoofdschotel zijn.
hamburgerrestaurantje	=	hamburgerrestaurant
hamburgerrestaurantjes	=	hamburgerrestaurant
hamburgerrestaurants	=	hamburgerrestaurant
hamburgers	=	hamburger
hamburgertaks	noun	extra belasting op hamburgers en ander ongezond, vet voedsel
hamburgertaksen	=	hamburgertaks
hamburgertent	noun	eetgelegenheid waar men een hamburger kan eten
hamburgertenten	=	hamburgertent
hamburgertentje	=	hamburgertent
hamburgertentjes	=	hamburgertent
hamburgertje	=	hamburger
hamburgertjes	=	hamburger
hamburgervinger	noun	door het eten van een hamburger vet geworden vinger
hamburgervingers	=	hamburgervinger
hamburgervingertje	=	hamburgervinger
hamburgervingertjes	=	hamburgervinger
hamburgs	adj	op Hamburg betrekking hebbend
hamburgse	noun	een vrouwelijke inwoner van Hamburg, of een vrouw afkomstig uit Hamburg
hamburgsen	=	hamburgse
hamburgser	=	hamburgs
hamburgsere	=	hamburgs
hamburgsers	=	hamburgs
hamburgst	=	hamburgs
hamburgste	=	hamburgs
hameet	noun	de overledene
hamei	noun	hekwerk waarmee een doorgang kan worden afgesloten
hameibalk	noun	de horizontale balk op de stijlen van een ophaalbrug
hameibalken	=	hameibalk
hameibalkje	=	hameibalk
hameibalkjes	=	hameibalk
hameibrug	noun	ophaalbrug
hameibruggen	=	hameibrug
hameibruggetje	=	hameibrug
hameibruggetjes	=	hameibrug
hameien	=	hamei
hamel	noun	gecastreerde ram
hamelbout	noun	schapenbout van een gecastreerd mannelijk schaap
hamelbouten	=	hamelbout
hamels	=	hamel
hameltje	=	hamel
hameltjes	=	hamel
hamen	=	haam
hamer	noun	werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan
hamerblaadje	noun	Cladonia strepsilis een korstmossoort uit de familie Cladoniaceae.
hamerblaadjes	=	hamerblaadje
hamerde	=	hameren
hamerden	=	hameren
hamere	=	hameren
hameren	verb	met een hamer inslaan
hamerend	=	hameren
hamerende	=	hameren
hamerhaai	noun	benaming voor vissen uit de familie Sphyrnidae, haaien met een T-vormige kop
hamerhaaien	noun	een familie Sphyrnidae van haaien die bekendstaan om de T-vormige kop die doet denken aan een hamer
hamerhaaitje	=	hamerhaai
hamerhaaitjes	=	hamerhaai
hamerhoen	noun	Macrocephalon maleo een vogel uit de familie Megapodiidae (grootpoothoenders).
hamerhoenderen	=	hamerhoen
hamerhoenders	=	hamerhoen
hamerhoendertje	=	hamerhoen
hamerhoendertjes	=	hamerhoen
hamerhoofdplatworm	noun	Bipalium kewense een platworm uit de orde Tricladida.
hamerhoofdplatwormen	=	hamerhoofdplatworm
hamerhoofdplatwormpje	=	hamerhoofdplatworm
hamerhoofdplatwormpjes	=	hamerhoofdplatworm
hamerkaken	noun	een familie Omosudidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
hamerkikker	noun	Limnodynastes peronii een kikker uit de familie Limnodynastidae
hamerkikkers	=	hamerkikker
hamerkikkertje	=	hamerkikker
hamerkikkertjes	=	hamerkikker
hamerkop	noun	de kop van een hamer
hamerkophamerhaai	noun	Sphyrna corona een vis uit de familie van hamerhaaien (Sphyrnidae), orde roofhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het oosten en het zuidoosten van de Grote Oceaan.
hamerkophamerhaaien	=	hamerkophamerhaai
hamerkophamerhaaitje	=	hamerkophamerhaai
hamerkophamerhaaitjes	=	hamerkophamerhaai
hamerkopje	=	hamerkop
hamerkopjes	=	hamerkop
hamerkoppen	=	hamerkop
hamerkopvleerhond	noun	Hypsignathus monstrosus een vleerhond uit het geslacht Hypsignathus die voorkomt in West tot Centraal-Afrika
hamerkopvleerhonden	=	hamerkopvleerhond
hamerkopvleerhondje	=	hamerkopvleerhond
hamerkopvleerhondjes	=	hamerkopvleerhond
hameroester	noun	Malleus malleus een tweekleppigensoort uit de familie van de Malleidae.
hameroesters	=	hameroester
hameroestertje	=	hameroester
hameroestertjes	=	hameroester
hamers	=	hamer
hamerslag	noun	slag met een hamer
hamerslageffect	noun	het effect dat een uiterlijk ontstaat waarbij het lijkt of er met een hamer op is geslagen
hamerslageffecten	=	hamerslageffect
hamerslagen	=	hamerslag
hamersteel	noun	houten, stalen of kunststof handvat van dit handige stuk gereedschap
hamersteeltje	=	hamersteel
hamersteeltjes	=	hamersteel
hamerstelen	=	hamersteel
hamerstuk	noun	voorstel dat zonder discussie wordt afgedaan maar louter met een hamerslag bekrachtigd wordt
hamerstukje	=	hamerstuk
hamerstukjes	=	hamerstuk
hamerstukken	=	hamerstuk
hamert	=	hameren
hamerteen	noun	een teen waarvan het eerste kootje naar boven staat, het tweede kootje naar beneden, en het derde kootje recht.
hamerteentje	=	hamerteen
hamerteentjes	=	hamerteen
hamertenen	=	hamerteen
hamertje	=	hamer
hamertjes	=	hamer
hamervinger	noun	vinger waarvan het topje niet gestrekt kan worden
hamervingers	=	hamervinger
hamervlak	noun	vlak waarin gehamerd wordt
hamervlakje	=	hamervlak
hamervlakjes	=	hamervlak
hamervlakken	=	hamervlak
hametiem	noun	de doden
hamidrasj	noun	de uitleg van de Tora
hamiele	noun	de besnijdenis
hamila	noun	de besnijdenis
hamilot	=	hamila
hamisjpacha	noun	de familie
hamitisch	noun|obsolete	betrekking hebbend op de Hamieten
hamkaassouffleetje	=	hamkaassoufflé
hamkaassouffleetjes	=	hamkaassoufflé
hamkaassoufflé	noun	snack bestaande uit een kaas en ham met daaromheen bladerdeeg en paneermeel die daarna wordt gefrituurd
hamkaassoufflés	=	hamkaassoufflé
hamkever	noun	Korynetes caeruleus een keversoort uit de familie van de mierkevers (Cleridae).
hamkevers	=	hamkever
hamkevertje	=	hamkever
hamkevertjes	=	hamkever
hamlap	noun	plat stuk vlees uit de achterbout van een varken geschikt voor één persoon
hamlapje	=	hamlap
hamlapjes	=	hamlap
hamlappen	=	hamlap
hammam	noun	oosters badhuis
hammammetje	=	hammam
hammammetjes	=	hammam
hammams	=	hammam
hammen	=	ham
hammenbeen	noun	de schenkel die in een ham zit
hammenbeenderen	=	hammenbeen
hammenbenen	=	hammenbeen
hammetje	=	ham
hammetjes	=	ham
hammondorgel	noun	een elektrisch (niet een elektronisch!) orgel
hammondorgels	=	hammondorgel
hamoëed	noun	het (tijdvak van een) feest
hamsa	noun	hand met een oog erin
hamsa's	=	hamsa
hamspek	noun	spek dat zoveel vlees bevat, dat het op ham lijkt
hamspekken	=	hamspek
hamster	noun	Cricetus cricetus, klein knaagdiertje dat als huisdier gehouden kan worden
hamsteraar	noun	iemand die zaken aan het verzamelen is om zich voor te bereiden op slechte tijden met schaarste
hamsteraars	=	hamsteraar
hamsterdag	noun	een dag waarop mensen goederen gaan hamsteren, vaak omdat ze een schaarste verwachten.
hamsterdagen	=	hamsterdag
hamsterdagje	=	hamsterdag
hamsterdagjes	=	hamsterdag
hamsterde	=	hamsteren
hamsterden	=	hamsteren
hamsterdrift	noun	de (overdreven) grote neiging om dingen in te slaan met het oog op mogelijke toekomstige schaarste
hamsterdriften	=	hamsterdrift
hamstere	=	hamsteren
hamsteren	verb	een voorraad aanleggen bij voedselschaarste
hamsterend	=	hamsteren
hamsterende	=	hamsteren
hamsterfilm	noun	een film over hamsters
hamsterfilmpje	=	hamsterfilm
hamsterfilmpjes	=	hamsterfilm
hamsterfilms	=	hamsterfilm
hamstergebaar	noun	een gebaar dat gemaakt wordt om hamsteren uit te beelden
hamstergebaren	=	hamstergebaar
hamstergedrag	noun	verzamelen van bepaalde goederen omdat men denkt dat er later een tekort aan die goederen ontstaat
hamstergoffer	noun	Orthogeomys grandis knaagdier uit de familie van de goffers (Geomyidae).
hamstergoffers	=	hamstergoffer
hamstergoffertje	=	hamstergoffer
hamstergoffertjes	=	hamstergoffer
hamsterhuren	verb	een woning eerst huren, waarna de woning wordt gekocht en het reeds betaalde huurgeld van de koopsom afgetrokken wordt
hamsterhurend	=	hamsterhuren
hamsterhurende	=	hamsterhuren
hamsterhuurde	=	hamsterhuren
hamsterkooi	noun	het leefverblijf waarin je een hamster houdt als huisdier
hamsterkooien	=	hamsterkooi
hamsterkooitje	=	hamsterkooi
hamsterkooitjes	=	hamsterkooi
hamsteroortje	noun	Normandina pulchella een korstmossoort uit de familie Verrucariaceae.
hamsteroortjes	=	hamsteroortje
hamsterpoep	noun	poep van een hamster
hamsterpoepen	=	hamsterpoep
hamsterpoepje	=	hamsterpoep
hamsterpoepjes	=	hamsterpoep
hamsterrad	noun	een rond draaitoestel waarin hamsters en andere kleine knaagdieren kunnen rennen
hamsterraderen	=	hamsterrad
hamsterradje	=	hamsterrad
hamsterradjes	=	hamsterrad
hamsters	noun	Cricetinae een onderfamilie van de knaagdierfamilie Cricetidae die voorkomt in Azië en Europa.
hamsterscape	noun	de inrichting van een verblijf voor hamsters
hamsterscapes	=	hamsterscape
hamsterscaping	noun	het inrichten van een hamsterverblijf
hamstert	=	hamsteren
hamstertje	=	hamster
hamstertjes	=	hamster
hamsterwang	noun	bolle of gezwollen wang die naar beneden is gezakt en waarvan de onderrand onder de onderkaak uitsteekt
hamsterwangen	=	hamsterwang
hamsterwangetje	=	hamsterwang
hamsterwangetjes	=	hamsterwang
hamsterwiel	noun	een rond draaitoestel waarin hamsters en andere kleine knaagdieren kunnen rennen
hamsterwielen	=	hamsterwiel
hamsterwieltje	=	hamsterwiel
hamsterwieltjes	=	hamsterwiel
hamsterwoede	noun	de (overdreven) grote neiging om dingen in te slaan met het oog op mogelijke toekomstige schaarste
hamsterwoedes	=	hamsterwoede
hamstring	noun	elk van de drie pezen van de dijbeenspier rond de knieholte
hamstringblessure	noun	trauma van de achterdijbeenspieren, de drie spieren aan de achterzijde van het bovenbeen
hamstringblessuren	=	hamstringblessure
hamstringblessures	=	hamstringblessure
hamstringetje	=	hamstring
hamstringetjes	=	hamstring
hamstrings	=	hamstring
hamvraag	noun	de meest belangrijke vraag bij een discussie
hamvraagje	=	hamvraag
hamvraagjes	=	hamvraag
hamvragen	=	hamvraag
hanbok	noun	traditionele klederdracht van Korea, gekenmerkt door helder gekleurde gewaden zonder zakken
hanboks	=	hanbok
hand	noun	uiterste deel van de arm, voorbij de pols
hand-en-spandiensten	noun	diverse ondersteunende werkzaamheden
hand-op-handcontact	noun	aanraking waarbij de hand van de ene persoon die van een andere persoon raakt
hand-op-handcontacten	=	hand-op-handcontact
hand-out	noun	iets wat men ter plekke uitdeelt als begeleiding van een college of lezing
hand-outs	=	hand-out
handaandoening	noun	een verzamelnaam voor ziektes, letsels of afwijkingen die de functie, het gevoel of het uiterlijk van de hand en vingers beïnvloeden
handaandoeningen	=	handaandoening
handaandrijving	noun	aandrijving zonder andere hulpmiddelen dan de menselijke kracht
handaandrijvingen	=	handaandrijving
handafdruk	noun	de afdruk van een hand op een voorwerp
handafdrukje	=	handafdruk
handafdrukjes	=	handafdruk
handafdrukken	=	handafdruk
handafroller	noun	een apparaat dat dient voor het eenhandig afrollen van plakband, meestal rondom een kartonnen doos
handafrollers	=	handafroller
handafrollertje	=	handafroller
handafrollertjes	=	handafroller
handalfabet	noun	een verzameling gebaren waarmee alle letters van een alfabet worden uitgebeeld
handalfabetje	=	handalfabet
handalfabetjes	=	handalfabet
handalfabetten	=	handalfabet
handamputatie	noun	een medische operatie waarbij een hand, of een deel daarvan zoals vingers, wordt weggehaald
handamputaties	=	handamputatie
handamputatietje	=	handamputatie
handamputatietjes	=	handamputatie
handarbeid	noun	werk, meestal ambachtelijk van aard, dat met simpele gereedschappen wordt uitgevoerd
handarbeider	noun	iemand die manueel werk uitvoert
handarbeiders	=	handarbeider
handarbeidertje	=	handarbeider
handarbeidertjes	=	handarbeider
handbagage	noun	bagage die de reiziger zelf bij zich houdt
handbak	noun	een versnellingsbak in een auto die door de bestuurder zelf handmatig moet worden bediend; handgeschakelde versnellingsbak
handbakje	=	handbak
handbakken	=	handbak
handbal	noun	teamsport waarbij de bal in het doel van de tegenpartij gegooid moet worden.
handbalclub	noun	sportclub van handballers
handbalclubs	=	handbalclub
handbalde	=	handballen
handbalden	=	handballen
handbalinternational	noun	beoefenaar van het handballen die is gekomen in wedstrijden tussen clubs uit verschillende landen
handbalinternationals	=	handbalinternational
handballe	=	handballen
handballen	verb	handbal spelen
handballend	=	handballen
handballende	=	handballen
handballer	noun	sporter die handbal speelt
handballers	=	handballer
handballertje	=	handballer
handballertjes	=	handballer
handballetje	=	handbal
handballetjes	=	handbal
handbalploeg	noun	groep handballers die samen een team vormen en wedstrijden spelen tegen andere handbalteams
handbalploegen	=	handbalploeg
handbalspeler	noun	sporter die handbal speelt
handbalspelers	=	handbalspeler
handbalster	noun	vrouw die handbal speelt
handbalsters	=	handbalster
handbalt	=	handballen
handbalteam	noun	groep handbalspelers die samen handbalwedstrijden spelen
handbalteams	=	handbalteam
handbaltoernooi	noun	georganiseerde reeks wedstrijden waarin handbalteams het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden
handbaltoernooien	=	handbaltoernooi
handbaltornooi	noun	georganiseerde reeks wedstrijden waarin handbalteams het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden
handbaltornooien	=	handbaltornooi
handbalvereniging	noun	vereniging van handbalspelers
handbalverenigingen	=	handbalvereniging
handbalverenigingetje	=	handbalvereniging
handbalverenigingetjes	=	handbalvereniging
handbediening	noun	het besturen of gebruiken van een machine met de handen in plaats van met de voeten of met een apparaat
handbedieningen	=	handbediening
handbel	noun	klok aan een houten steel die men bij zich kan dragen en door het bewegen van de arm kan luiden
handbellen	=	handbel
handbereik	noun	heel dichtbij, makkelijk te bereiken
handbeweging	noun	het bewegen van de hand voor het verrichten van een handeling
handbewegingen	=	handbeweging
handbeweginkje	=	handbeweging
handbeweginkjes	=	handbeweging
handbezem	noun	veger waarmee men vuil op een blik kan schuiven (handbezem en vuilnisschep)
handbezempje	=	handbezem
handbezempjes	=	handbezem
handbezems	=	handbezem
handbijl	noun	een klein soort bijl
handbijlen	=	handbijl
handbijltje	=	handbijl
handbijltjes	=	handbijl
handbike	noun	soort fiets die kan worden voortgestuwd door middel van een met de hand aangedreven cranksysteem
handbikes	=	handbike
handblessure	noun	letsel aan de hand dat ontstaan is door intensief gebruik (tijdens het sporten)
handblessuren	=	handblessure
handblessures	=	handblessure
handblusser	noun	draagbaar blusapparaat om beginnende branden te bestrijden
handblussers	=	handblusser
handblussertje	=	handblusser
handblussertjes	=	handblusser
handboei	noun	een paar aan elkaar verbonden afsluitbare ringen, meestal van staal of een moeilijk te breken kunststof vervaardigd waarmee iemand de handen gebonden worden
handboeide	=	handboeien
handboeiden	=	handboeien
handboeie	=	handboeien
handboeien	verb	vastbinden van de polsen met behulp van een handboei
handboeiend	=	handboeien
handboeiende	=	handboeien
handboeit	=	handboeien
handboeitje	=	handboei
handboeitjes	=	handboei
handboek	noun	een boek waarin getracht wordt alle informatie die nuttig is voor een bepaalde bezigheid bijeen te brengen, een handleiding in boekvorm
handboeken	=	handboek
handboekje	=	handboek
handboekjes	=	handboek
handbogen	=	handboog
handboog	noun	het deel van de pijl en boog dat men vasthoudt en niet wegschiet
handboogje	=	handboog
handboogjes	=	handboog
handboogschiet	=	handboogschieten
handboogschieten	verb	boogschieten met een handboog
handboogschietend	=	handboogschieten
handboogschietende	=	handboogschieten
handboogschutter	noun	beoefenaar van het handboogschieten
handboogschutters	=	handboogschutter
handboor	noun	een met spierkracht voortgedreven boor
handboormachine	noun	boormachine die met de hand wordt aangedreven
handboormachines	=	handboormachine
handboortje	=	handboor
handboortjes	=	handboor
handboren	=	handboor
handborstel	noun	een kleine borstel die men gemakkelijk in de hand kan houden
handborstels	=	handborstel
handborsteltje	=	handborstel
handborsteltjes	=	handborstel
handbreed	noun	zo breed als een hand
handbreedte	noun	een afstandsmaat die overeenkomt met de breedte van een gemiddelde hand van een volwassene
handbreedten	=	handbreedte
handbreedtes	=	handbreedte
handchirurgie	noun	het medisch specialisme dat bezig houdt met het behandelen van aandoeningen aan handen
handcomputer	noun	computer zonder toetsenbord die je in één hand kunt dragen
handcomputers	=	handcomputer
handcomputertje	=	handcomputer
handcomputertjes	=	handcomputer
handcrème	noun	een crème die bedoeld is om de handen te beschermen zodat ze zacht en soepel blijven
handcrèmes	=	handcrème
handdoek	noun	een doek waarmee men zich afdroogt
handdoekautomaat	noun	een hygiënisch apparaat in sanitaire ruimtes dat automatisch schone (katoenen of papieren) handdoeken levert om de handen te drogen
handdoekautomaatje	=	handdoekautomaat
handdoekautomaatjes	=	handdoekautomaat
handdoekautomaten	=	handdoekautomaat
handdoekdispenser	noun	een hygiënisch apparaat in sanitaire ruimtes dat automatisch schone (katoenen of papieren) handdoeken levert om de handen te drogen
handdoekdispensers	=	handdoekdispenser
handdoekdispensertje	=	handdoekdispenser
handdoekdispensertjes	=	handdoekdispenser
handdoeken	=	handdoek
handdoekenrek	noun	voorwerp om handdoeken in op te hangen
handdoekenrekje	=	handdoekenrek
handdoekenrekjes	=	handdoekenrek
handdoekenrekken	=	handdoekenrek
handdoekhouder	noun	voorwerp om handdoeken in op te hangen
handdoekhouders	=	handdoekhouder
handdoekhoudertje	=	handdoekhouder
handdoekhoudertjes	=	handdoekhouder
handdoekje	=	handdoek
handdoekjes	=	handdoek
handdoekrek	noun	voorwerp om droogdoeken voor de handen of het lichaam over op te hangen
handdoekrekje	=	handdoekrek
handdoekrekjes	=	handdoekrek
handdoekrekken	=	handdoekrek
handdoekring	noun	een compacte, aan de wand gemonteerde ring die dient als handdoekhouder in de badkamer of het toilet
handdoekringen	=	handdoekring
handdoekringetje	=	handdoekring
handdoekringetjes	=	handdoekring
handdoekstandaard	noun	voorwerp om handdoeken in op te hangen
handdoekstandaarden	=	handdoekstandaard
handdoekstandaardje	=	handdoekstandaard
handdoekstandaardjes	=	handdoekstandaard
handdoekstandaards	=	handdoekstandaard
handdouche	noun	douchekop die aan een slang vastzit zodat men deze vrij met de hand kan bewegen
handdouches	=	handdouche
handdroge	=	handdroog
handdroger	noun	een elektrisch apparaat dat in openbare toiletruimtes wordt gebruikt om natte handen te drogen met behulp van lucht
handdrogers	=	handdroger
handdrogertje	=	handdroger
handdrogertjes	=	handdroger
handdroog	adj	zo ver gedroogd dat het niet afgeeft als men er de hand op legt
handdroogs	=	handdroog
handdruk	noun	het drukken of schudden van de hand bij begroeting, felicitatie enz
handdrukje	=	handdruk
handdrukjes	=	handdruk
handdrukken	=	handdruk
handdynamo	noun	een apparaat waarmee men handmatig elektriciteit kan opwekken (die men kan gebruiken voor een ingebouwde zaklamp)
handdynamo's	=	handdynamo
handdynamootje	=	handdynamo
handdynamootjes	=	handdynamo
handeg	noun	een houten eg die aan touwen wordt voorgetrokken
handeggen	=	handeg
handegje	=	handeg
handegjes	=	handeg
handekenskruid	noun	een geslacht Dactylorhiza van planten uit de orchideeënfamilie (Orchidaceae).
handekenskruiden	=	handekenskruid
handekenskruidje	=	handekenskruid
handekenskruidjes	=	handekenskruid
handel	noun	de in- en verkoop van goederen	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
handelaar	noun	iemand die handel drijft
handelaars	=	handelaar
handelaarskenteken	noun	groene kentekenplaat die gebruikt wordt voor een proefrit of om een voertuig naar een garage te brengen
handelaarskentekens	=	handelaarskenteken
handelaarskentekentje	=	handelaarskenteken
handelaarskentekentjes	=	handelaarskenteken
handelaarster	noun	vrouwelijke vorm van handelaar, vrouw die handel drijft
handelaarsters	=	handelaarster
handelaarsvereniging	noun	een lokale belangenorganisatie waarin ondernemers en winkeliers uit eenzelfde winkelgebied of gemeente zich verenigen.
handelaarsverenigingen	=	handelaarsvereniging
handelaarsverenigingetje	=	handelaarsvereniging
handelaarsverenigingetjes	=	handelaarsvereniging
handelaartje	=	handelaar
handelaartjes	=	handelaar
handelaarvereniging	noun	een lokale belangenorganisatie waarin ondernemers en winkeliers uit eenzelfde winkelgebied of gemeente zich verenigen.
handelaarverenigingen	=	handelaarvereniging
handelaarverenigingetje	=	handelaarvereniging
handelaarverenigingetjes	=	handelaarvereniging
handelaren	=	handelaar
handelbaar	adj	waar makkelijk mee om te gaan is
handelbaarder	=	handelbaar
handelbaardere	=	handelbaar
handelbaarders	=	handelbaar
handelbaarheid	noun	de mate waarin iets of iemand gemakkelijk is om mee om te gaan; de mate waarin iets of iemand te leiden is
handelbaars	=	handelbaar
handelbaarst	=	handelbaar
handelbaarste	=	handelbaar
handelbare	=	handelbaar
handelde	=	handelen
handelden	=	handelen
handeldreef	=	handeldrijven
handeldreeft	=	handeldrijven
handeldreven	=	handeldrijven
handeldrijf	=	handeldrijven
handeldrijft	=	handeldrijven
handeldrijve	=	handeldrijven
handeldrijven	verb	het kopen en, vaak na transport, weer verkopen van goederen
handeldrijvend	adj	bezig zijnd met zakendoen
handeldrijvende	=	handeldrijven
handeldrijvends	=	handeldrijvend
handele	=	handelen
handelen	verb	iets doen, al of niet met de handen, optreden, gedrag	noun	dat wat iets of iemand doet
handelend	adj	bezig zijnd met het verrichten van activiteiten
handelende	=	handelen
handelends	=	handelend
handelgedreven	=	handeldrijven
handeling	noun	datgene dat gedaan is
handelingen	=	handeling
handelingetje	=	handeling
handelingetjes	=	handeling
handelingsbekwaam	adj	bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen
handelingsbekwaams	=	handelingsbekwaam
handelingsbekwaamst	=	handelingsbekwaam
handelingsbekwaamste	=	handelingsbekwaam
handelingsbekwame	=	handelingsbekwaam
handelingsbekwamer	=	handelingsbekwaam
handelingsbekwamere	=	handelingsbekwaam
handelingsbekwamers	=	handelingsbekwaam
handelingsimpuls	noun	impuls waardoor een handeling tot stand komt
handelingsimpulsen	=	handelingsimpuls
handelingsonbekwaam	adj	niet in staat zijnde om zelfstandig belangrijke beslissingen over het eigen leven te kunnen nemen op een verantwoorde wijze
handelingsonbekwaamheden	=	handelingsonbekwaamheid
handelingsonbekwaamheid	noun	het niet bekwaam zijn tot het verrichten van rechtshandelingen
handelingsonbekwaams	=	handelingsonbekwaam
handelingsonbekwaamst	=	handelingsonbekwaam
handelingsonbekwaamste	=	handelingsonbekwaam
handelingsonbekwame	=	handelingsonbekwaam
handelingsonbekwamer	=	handelingsonbekwaam
handelingsonbekwamere	=	handelingsonbekwaam
handelingsonbekwamers	=	handelingsonbekwaam
handelingssnelheden	=	handelingssnelheid
handelingssnelheid	noun	de snelheid waarmee een persoon beslissingen kan nemen en daarnaar handelen
handelingstheoretisch	adj	betreft de filosofische beschrijving van menselijk gedrag
handelingstheoretische	=	handelingstheoretisch
handelingstheoretischer	=	handelingstheoretisch
handelingstheoretischere	=	handelingstheoretisch
handelingstheoretischers	=	handelingstheoretisch
handelingstheorie	noun	een filosofische beschrijving van gedrag en hoe individuen kiezen welke overtuigingen het meest overeenkomen met hun verlangens
handelingstheorietje	=	handelingstheorie
handelingstheorietjes	=	handelingstheorie
handelingstheorieën	=	handelingstheorie
handelingsvermogen	noun	het actief kunnen optreden
handelingsvermogens	=	handelingsvermogen
handelingsvrijheden	=	handelingsvrijheid
handelingsvrijheid	noun	het recht om ongehinderd te doen en te laten wat men wil
handelmaatschappij	noun	bedrijf dat actief is in de koophandel
handelmaatschappijen	=	handelmaatschappij
handelmaatschappijtje	=	handelmaatschappij
handelmaatschappijtjes	=	handelmaatschappij
handeloos	adj	geen handen hebbend
handeloost	=	handeloos
handelooste	=	handeloos
handeloze	=	handeloos
handelozer	=	handeloos
handelozere	=	handeloos
handelozers	=	handeloos
handels	=	handel
handelsactiviteit	noun	activiteit uitgeoefend in de handel
handelsactiviteiten	=	handelsactiviteit
handelsagent	noun	persoon die gerechtigd is namens een bedrijf of persoon handel te drijven; persoon die bemiddelt tussen koper en verkoper
handelsagenten	=	handelsagent
handelsakkoord	noun	overeenkomst tussen twee of meer landen waarin men de handel en de handelstarieven regelt met name gericht op het verminderen van handelsbelemmeringen
handelsakkoorden	=	handelsakkoord
handelsattaché	noun	vertegenwoordiger die de handel bevordert voor een land in het buitenland
handelsattachés	=	handelsattaché
handelsbalans	noun	het verschil tussen de uitvoer en de invoer van een land (export - import)
handelsbalansen	=	handelsbalans
handelsbank	noun	bank die zich toelegt op de dienstverlening aan bedrijven
handelsbanken	=	handelsbank
handelsbarrière	noun	maatregel die het moeilijker maakt om goederen en diensten naar een ander land te leveren
handelsbarrières	=	handelsbarrière
handelsbediende	noun	hulpkracht in de handel
handelsbedienden	=	handelsbediende
handelsbediendes	=	handelsbediende
handelsbedrijf	noun	een bedrijf dat gericht op de tussenhandel
handelsbedrijfje	=	handelsbedrijf
handelsbedrijfjes	=	handelsbedrijf
handelsbedrijven	=	handelsbedrijf
handelsbelang	noun	iets dat nuttig en nodig is voor voorspoedig handeldrijven
handelsbelangen	=	handelsbelang
handelsbeleid	noun	de manier waarop men de internationale handel regelt
handelsbelemmering	noun	maatregelen die er voor zorgen dat de uitwisseling van goederen en diensten wordt bemoeilijkt
handelsbelemmeringen	=	handelsbelemmering
handelsbericht	noun	mededeling over een zaak die van belang is voor de handel in de aandelen van een bedrijf
handelsberichten	=	handelsbericht
handelsberichtje	=	handelsbericht
handelsberichtjes	=	handelsbericht
handelsbespreking	noun	een overleg tussen vertegenwoordigers van landen, organisaties of bedrijven over economische en commerciële vraagstukken.
handelsbesprekingen	=	handelsbespreking
handelsbesprekinkje	=	handelsbespreking
handelsbesprekinkjes	=	handelsbespreking
handelsbetrekking	noun	relaties met mensen of organisaties waarmee men handel kan voeren
handelsbetrekkingen	=	handelsbetrekking
handelsbetrekkinkje	=	handelsbetrekking
handelsbetrekkinkjes	=	handelsbetrekking
handelsbeurs	noun	plaats waar bedrijven handel met elkaar drijven; tentoonstelling waar bedrijven hun producten tonen
handelsbeursje	=	handelsbeurs
handelsbeurzen	=	handelsbeurs
handelsbevordering	noun	het stimuleren van economische betrekkingen; het wegnemen van handelsbelemmeringen
handelsbevorderingen	=	handelsbevordering
handelsbeweging	noun	de mate van activiteit, het verloop en de omvang van de handel.
handelsbewegingen	=	handelsbeweging
handelsbeweginkje	=	handelsbeweging
handelsbeweginkjes	=	handelsbeweging
handelsblaadje	=	handelsblad
handelsblaadjes	=	handelsblad
handelsblad	noun	een krant speciaal voor zakenlieden.
handelsbladen	=	handelsblad
handelsblok	noun	groep van landen die in de internationale handel samenwerken zoals bijv. de G7, G8 en G20
handelsblokje	=	handelsblok
handelsblokjes	=	handelsblok
handelsblokken	=	handelsblok
handelsboek	noun	een boek dat gebruikt wordt in de boekhouding van een koopman of handelaar, waarin aantekeningen worden gemaakt over de financiële transacties van een bedrijf.
handelsboeken	=	handelsboek
handelsboekje	=	handelsboek
handelsboekjes	=	handelsboek
handelsboycot	noun	het iets of iemand uitsluiten van de handel
handelsboycotje	=	handelsboycot
handelsboycotjes	=	handelsboycot
handelsboycots	=	handelsboycot
handelsboycotten	=	handelsboycot
handelscentra	=	handelscentrum
handelscentrum	noun	markt, beurs, handelsgebouw
handelscentrums	=	handelscentrum
handelschip	=	handelsschip
handelscomiteetje	=	handelscomité
handelscomiteetjes	=	handelscomité
handelscomité	noun	groep mensen die zich tot doel heeft gesteld de handel te bevorderen
handelscomités	=	handelscomité
handelscommissaris	noun	lid van de Europese Commissie, speciaal belast met de handel tussen de EU en andere landen
handelscommissarissen	=	handelscommissaris
handelsconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse hadnelsfirma's
handelsconcerns	=	handelsconcern
handelsconflict	noun	een conflict tussen landen of multinationale organisaties (zoals de Europese Unie) m.b.t. de onderlinge handelsbetrekkingen
handelsconflicten	=	handelsconflict
handelsconflictje	=	handelsconflict
handelsconflictjes	=	handelsconflict
handelscontact	noun	handelsrelatie, zakenrelatie
handelscontacten	=	handelscontact
handelscontract	noun	bindende afspraak de handel betreffende
handelscontracten	=	handelscontract
handelscrises	=	handelscrisis
handelscrisis	noun	crisis in de handel
handelscrisisje	=	handelscrisis
handelscrisisjes	=	handelscrisis
handelscrisissen	=	handelscrisis
handelsdag	noun	dag dat er gehandeld wordt op een beurs
handelsdagen	=	handelsdag
handelsdelegatie	noun	groep mensen die probeert de handel met een bepaald land te bevorderen
handelsdelegaties	=	handelsdelegatie
handelsdrukkerij	noun	bedrijf dat drukwerk voor andere bedrijven verzorgt; bedrijf dat handelsdrukwerk verzorgt
handelsdrukkerijen	=	handelsdrukkerij
handelseconomie	noun	de economische activiteit van een stad of land die bestaat uit het verhandelen van goederen en diensten#:▸ Met de sterke groei van de Nederlandse handelseconomie in Europa en daarbuiten kan volgens het CPB "Nederland, en specifiek Rotterdam, beschouwd worden als 'de poort van de wereld naar Europa'".
handelseconomietje	=	handelseconomie
handelseconomietjes	=	handelseconomie
handelseconomieën	=	handelseconomie
handelseditie	noun	voor de verkoop bestemde uitgave van een publicatie
handelsedities	=	handelseditie
handelseditietje	=	handelseditie
handelseditietjes	=	handelseditie
handelseffect	noun	papier dat handelswaarde bezit, zoals schuldbrieven, wissels enz
handelseffecten	=	handelseffect
handelsembargo	noun	wettelijk verbod op het in- en uitvoeren van bepaalde goederen uit en naar bepaalde landen
handelsembargo's	=	handelsembargo
handelsfirma	noun	bedrijf dat producten koopt en verkoopt
handelsfirma's	=	handelsfirma
handelsfonds	noun	een feitelijke algemeenheid van roerende goederen die samengesteld is uit een aantal materiële en immateriële vaste activa en die gebruikt wordt om een handelszaak te drijven
handelsfondsen	=	handelsfonds
handelsgebied	noun	alles wat betrekking heeft op het voeren van handel
handelsgebieden	=	handelsgebied
handelsgebiedje	=	handelsgebied
handelsgebiedjes	=	handelsgebied
handelsgeest	noun	de instelling die past bij een handelaar; de instelling die nodig is om handel te drijven
handelsgeschiedenis	noun	het verhaal over de handel in het verleden
handelsgeschiedenissen	=	handelsgeschiedenis
handelsgeschil	noun	conflict de handel betreffende
handelsgeschillen	=	handelsgeschil
handelsgewas	noun	een landbouwproduct dat niet voor eigen consumptie wordt geteeld, maar voor de handel
handelsgewasje	=	handelsgewas
handelsgewasjes	=	handelsgewas
handelsgewassen	=	handelsgewas
handelsgezant	noun	vertegenwoordiger van een land in het buitenland die als taak heeft de handelsbetrekkingen te verbeteren
handelsgezanten	=	handelsgezant
handelsgod	noun	bovennatuurlijk wezen dat toeziet op de in- en verkoop van goederen en in het bijzonder wordt vereerd door kooplieden
handelsgoden	=	handelsgod
handelsgoed	noun	goederen waarmee men handel drijft
handelsgoederen	=	handelsgoed
handelshaven	noun	haven waarin vooral handelsgoederen worden verwerkt
handelshavens	=	handelshaven
handelshaventje	=	handelshaven
handelshaventjes	=	handelshaven
handelshogescholen	=	handelshogeschool
handelshogeschool	noun	hoger beroepsonderwijs op het gebied van bedrijfskunde, handel en commercie
handelshuis	noun	bedrijf van een koopman; bedrijf van een handelaar
handelshuisje	=	handelshuis
handelshuisjes	=	handelshuis
handelshuizen	=	handelshuis
handelsinformatie	noun	informatie die van belang is voor de prijsvorming op de (aandelen)markt
handelsinformaties	=	handelsinformatie
handelskamer	noun	organisatie die de belangen van bedrijven behartigt
handelskamers	=	handelskamer
handelskanaal	noun	dienst die men kan gebruiken voor het aanbieden en verkopen van goederen
handelskanalen	=	handelskanaal
handelskantoor	noun	kantoor van een koopman
handelskantoortje	=	handelskantoor
handelskantoortjes	=	handelskantoor
handelskantoren	=	handelskantoor
handelskapitalisme	noun	economische maatschappijvorm die voorafgaat aan het industriële kapitalisme
handelsklimaat	noun	heersende algemene (economische) toestand in de handel
handelsklimaten	=	handelsklimaat
handelsknooppunt	noun	geografische of virtuele plaats waar veel handel gedreven wordt
handelsknooppunten	=	handelsknooppunt
handelsknooppuntje	=	handelsknooppunt
handelsknooppuntjes	=	handelsknooppunt
handelskrediet	noun	lening voor handelaren; lening voor handelsvoorraden
handelskredieten	=	handelskrediet
handelskwestie	noun	een probleem de handel betreffende
handelskwesties	=	handelskwestie
handelsland	noun	een land dat veel geld verdient met de inkoop, verkoop en transport van goederen
handelslanden	=	handelsland
handelslandje	=	handelsland
handelslandjes	=	handelsland
handelslieden	=	handelsman
handelsluchtvaart	noun	niet-militaire luchtvaart zonder passagiers
handelslui	=	handelsman
handelsmaatschappij	noun	onderneming die goederen inkoopt om ze met winst door te verkopen aan andere ondernemingen
handelsmaatschappijen	=	handelsmaatschappij
handelsmaatschappijtje	=	handelsmaatschappij
handelsmaatschappijtjes	=	handelsmaatschappij
handelsmaatschappy	=	handelsmaatschappij
handelsman	noun	iemand die door kopen en verkopen zijn geld verdient
handelsmannen	=	handelsman
handelsmannetje	=	handelsman
handelsmannetjes	=	handelsman
handelsmarkt	noun	alle mensen en organisatie die betrokken zijn bij de in- en verkoop van producten en diensten
handelsmarkten	=	handelsmarkt
handelsmarktje	=	handelsmarkt
handelsmarktjes	=	handelsmarkt
handelsmerk	noun	vast herkenningsteken van een bedrijf
handelsmerken	=	handelsmerk
handelsmerkje	=	handelsmerk
handelsmerkjes	=	handelsmerk
handelsmeststof	noun	meststof bestaande uit diverse niet gecomposteerde organischmaterialen
handelsmeststoffen	=	handelsmeststof
handelsmetropolen	=	handelsmetropool
handelsmetropool	noun	stad die een hoofdrol in de wereldhandel speelt
handelsminister	noun	lid van de regering die verantwoordelijk is voor het handelsbeleid; politiek eindverantwoordelijke voor het ministerie van handel
handelsministers	=	handelsminister
handelsministertje	=	handelsminister
handelsministertjes	=	handelsminister
handelsmissie	noun	groep mensen die een bezoek brengt aan een ander land om de handel te bevorderen met dat land
handelsmissies	=	handelsmissie
handelsmonopolie	noun	recht van alleenverkoop
handelsmonopolies	=	handelsmonopolie
handelsmonopoliën	=	handelsmonopolie
handelsnaam	noun	naam waaronder een onderneming wordt gedreven
handelsnaampje	=	handelsnaam
handelsnaampjes	=	handelsnaam
handelsnamen	=	handelsnaam
handelsnatie	noun	land dat zeer actief is in de handel
handelsnaties	=	handelsnatie
handelsnatiën	=	handelsnatie
handelsnederzetting	noun	stad of dorp van waaruit men handeldrijft; stad of dorp met veel kooplieden
handelsnederzettingen	=	handelsnederzetting
handelsnederzettinkje	=	handelsnederzetting
handelsnederzettinkjes	=	handelsnederzetting
handelsnetwerk	noun	groep nederzettingen en hun onderlinge verbindingen die dienen om onderling handel te kunnen drijven
handelsnetwerken	=	handelsnetwerk
handelsomzet	noun	de waarde van de hoeveelheid verhandelde goederen
handelsomzetten	=	handelsomzet
handelsonderbreking	noun	het tijdelijk verplicht stilleggen van de handel in een bepaald aandeel of op een hele beurs.
handelsonderbrekingen	=	handelsonderbreking
handelsonderbrekinkje	=	handelsonderbreking
handelsonderbrekinkjes	=	handelsonderbreking
handelsonderneming	noun	een bedrijf dat gericht is op de tussenhandel
handelsondernemingen	=	handelsonderneming
handelsonderneminkje	=	handelsonderneming
handelsonderneminkjes	=	handelsonderneming
handelsonderwijs	noun	beroepsonderwijs in economische en administratieve vakken
handelsoorlog	noun	een conflict tussen twee economische machtsblokken, waarbij beide elkaar via economische sancties en/ of prijsdumping proberen te treffen
handelsoorlogen	=	handelsoorlog
handelsoorlogje	=	handelsoorlog
handelsoorlogjes	=	handelsoorlog
handelsorganisatie	noun	organisatie die het voeren van handel bevordert
handelsorganisaties	=	handelsorganisatie
handelsovereenkomst	noun	regeling tussen twee of meer landen hoe ze onderling handeldrijven
handelsovereenkomsten	=	handelsovereenkomst
handelsoverleg	noun	overleg, conferentie, vergadering, of bijeenkomst waar men spreekt over handelsvoorwaarden
handelsoverleggen	=	handelsoverleg
handelsoverschot	noun	de waarde van de goederen die men verkoopt min de waarde van de goederen die men koopt
handelsoverschotten	=	handelsoverschot
handelspapier	noun	waardepapier dat recht geeft op een bepaalde hoeveelheid goederen en voor verhandeling vatbaar is, zoals ceel, cheque, orderbriefje, wissel(brief) en cognossement.
handelspapieren	=	handelspapier
handelspapiertje	=	handelspapier
handelspapiertjes	=	handelspapier
handelspartner	noun	iemand met wie men handelsbetrekkingen onderhoudt
handelspartners	=	handelspartner
handelsplaats	noun	plaats waar veel goederen worden verkocht die op andere plaatsen gebruikt gaan worden
handelsplaatsen	=	handelsplaats
handelsplaatsje	=	handelsplaats
handelsplaatsjes	=	handelsplaats
handelsplatform	noun	website of internetapplicatie waarmee men de handel faciliteren
handelsplatformen	=	handelsplatform
handelsplatforms	=	handelsplatform
handelspolitiek	noun	het geheel van beginselen die een staat op het gebied van de handel volgt	adj	betreffende de politiek op handelsgebied
handelspolitieke	=	handelspolitiek
handelspolitieker	=	handelspolitiek
handelspolitiekere	=	handelspolitiek
handelspolitiekers	=	handelspolitiek
handelspolitieks	=	handelspolitiek
handelspolitiekst	=	handelspolitiek
handelspolitiekste	=	handelspolitiek
handelspoot	noun	deel van een bedrijf dat gespecialiseerd is in het kopen en verkopen van producten
handelspositie	noun	de al dan niet bevoorrechte toestand waarin iets of iemand zich bevindt in een handelsrelatie
handelsposities	=	handelspositie
handelspost	noun	plaats of nederzetting waar men handel drijft
handelsposten	=	handelspost
handelspostje	=	handelspost
handelspoten	=	handelspoot
handelsprijs	noun	de prijs die een handelaar voor een product moet betalen
handelsprijsje	=	handelsprijs
handelsprijsjes	=	handelsprijs
handelsprijzen	=	handelsprijs
handelsprobleem	noun	zaken die de handel belemmeren
handelsproblemen	=	handelsprobleem
handelsrecht	noun	vergunning om handel te mogen drijven
handelsrechtbank	noun	rechtbank die uitspraak doet bij conflicten de handel betreffende
handelsrechtbanken	=	handelsrechtbank
handelsrechten	=	handelsrecht
handelsrechter	noun	rechter die een uitspraak doet bij handelsconflicten
handelsrechters	=	handelsrechter
handelsregel	noun	verordeningen die het handelsverkeer regelen
handelsregels	=	handelsregel
handelsregister	noun	openbaar register waarin alle in het Rijk gevestigde zaken van kooplieden worden ingeschreven
handelsregisters	=	handelsregister
handelsregistertje	=	handelsregister
handelsregistertjes	=	handelsregister
handelsreis	noun	reis die men maakt om handelsrelaties aan te gaan en te verbeteren
handelsreizen	=	handelsreis
handelsreiziger	noun	iemand die een reis maakt met als doel handelscontracten af te sluiten
handelsreizigers	=	handelsreiziger
handelsreizigersprobleem	noun	een bekend informaticavraagstuk: Gegeven n steden samen met de afstand tussen ieder paar van deze steden, vind dan de kortste weg die precies één keer langs iedere stad komt.
handelsreizigersproblemen	=	handelsreizigersprobleem
handelsrekenen	noun	het rekenen zoals dat in de handel wordt toegepast
handelsrelatie	noun	een economische verhouding tussen twee of meer partners
handelsrelaties	=	handelsrelatie
handelsroute	noun	een door handelaren gebruikte verbinding over land of water
handelsrouten	=	handelsroute
handelsroutes	=	handelsroute
handelsscheepje	=	handelsschip
handelsschepen	=	handelsschip
handelsschip	noun	schip voor het vervoeren van handelswaren
handelsscholen	=	handelsschool
handelsschool	noun	middelbare vakschool voor de handel
handelsschooltje	=	handelsschool
handelsschooltjes	=	handelsschool
handelssector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het verhandelen van goederen en diensten
handelssectoren	=	handelssector
handelssectors	=	handelssector
handelssessie	noun	begrensde periode dat men handel kan drijven
handelssessies	=	handelssessie
handelsstad	noun	Stad waarin veel handel wordt gedreven.
handelsstadje	=	handelsstad
handelsstadjes	=	handelsstad
handelsstatus	noun	titel van de handelsrelatie die twee of meer landen met elkaar hebben
handelsstatussen	=	handelsstatus
handelssteden	=	handelsstad
handelsstromen	=	handelsstroom
handelsstroom	noun	aanhoudende aanvoer van handelsgoederen
handelssysteem	noun	een systeem dat de handel reguleert
handelssystemen	=	handelssysteem
handelstaal	noun	een taal die in het internationale handelsverkeer wordt gebruikt als lingua franca
handelstaaltje	=	handelstaal
handelstaaltjes	=	handelstaal
handelstad	=	handelsstad
handelstak	noun	deel van een bedrijf dat betrokken is bij de verkoop van producten
handelstakken	=	handelstak
handelstalen	=	handelstaal
handelstarief	noun	belasting die moet worden betaald op ingevoerde goederen
handelstariefje	=	handelstarief
handelstariefjes	=	handelstarief
handelstarieven	=	handelstarief
handelstekort	noun	tekort op de handelsbalans
handelstekorten	=	handelstekort
handelstekortje	=	handelstekort
handelstekortjes	=	handelstekort
handelstraktaat	noun	handelsovereenkomst tussen twee of meer lande3n
handelstraktaatje	=	handelstraktaat
handelstraktaatjes	=	handelstraktaat
handelstraktaten	=	handelstraktaat
handelsvaart	noun	scheepvaart ten behoeve van de handel.
handelsvaarten	=	handelsvaart
handelsverbod	noun	het verbod om bepaalde goederen en producten te verhandelen
handelsverboden	=	handelsverbod
handelsverdrag	noun	een verdrag dat gesloten wordt tussen twee of meer landen ter bevordering van de wederzijdse of internationale handel met onder meer afspraken over douanerechten en niet-tarifaire belemmeringen
handelsverdragen	=	handelsverdrag
handelsvereniging	noun	handelsvennootschap, vennootschap met het doel handel te drijven
handelsverenigingen	=	handelsvereniging
handelsverenigingetje	=	handelsvereniging
handelsverenigingetjes	=	handelsvereniging
handelsvergunning	noun	toestemming om iets te gaan verkopen
handelsvergunningen	=	handelsvergunning
handelsverhouding	noun	de economische relatie en de uitwisseling van goederen en diensten tussen twee partijen, zoals landen, bedrijven of regio's.
handelsverhoudingen	=	handelsverhouding
handelsverhoudinkje	=	handelsverhouding
handelsverhoudinkjes	=	handelsverhouding
handelsverkeer	noun	alle transacties waarbij geld en goederen van eigenaar verwisselen
handelsvertegenwoordiger	noun	organisatie of persoon die de handelsbelangen van een land bevordert
handelsvertegenwoordigers	=	handelsvertegenwoordiger
handelsvertegenwoordiging	noun	officiële vertegenwoording van een land die handel probeert te faciliteren
handelsvertegenwoordigingen	=	handelsvertegenwoordiging
handelsvertegenwoordigingetje	=	handelsvertegenwoordiging
handelsvertegenwoordigingetjes	=	handelsvertegenwoordiging
handelsvloer	noun	plek waar zich de handel afspeelt
handelsvloeren	=	handelsvloer
handelsvloot	noun	groep schepen waarmee handel wordt gedreven
handelsvlootje	=	handelsvloot
handelsvloten	=	handelsvloot
handelsvolume	noun	de hoeveelheid verhandelde goederen
handelsvolumen	=	handelsvolume
handelsvolumes	=	handelsvolume
handelsvoordeel	noun	vrijstelling van een bepaald gebod ter wille van de handel
handelsvoordelen	=	handelsvoordeel
handelsvoorraad	noun	voorraad goederen die een handelaar of winkelier in voorraad heeft om de klanten te kunnen bedienen
handelsvoorraadje	=	handelsvoorraad
handelsvoorraadjes	=	handelsvoorraad
handelsvoorraden	=	handelsvoorraad
handelsvoorwaarde	noun	Regels die aan de handel gesteld worden.
handelsvoorwaarden	=	handelsvoorwaarde
handelswaar	noun	voorwerp bedoeld voor de verkoop
handelswaarde	noun	de waarde van een zaak als handelswaar
handelswaarden	=	handelswaarde
handelswaardes	=	handelswaarde
handelswaren	=	handelswaar
handelsweek	noun	week dat men handel kan drijven op de beurs
handelsweg	noun	weg waarlangs handelsfirma's gevestigd zijn
handelswegen	=	handelsweg
handelsweken	=	handelsweek
handelswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de handel
handelswerelden	=	handelswereld
handelswereldje	=	handelswereld
handelswereldjes	=	handelswereld
handelswetenschap	noun	de wetenschap die de kennis van de handel en wat daarvoor nodig is, beoefent
handelswetenschapje	=	handelswetenschap
handelswetenschapjes	=	handelswetenschap
handelswetenschappen	=	handelswetenschap
handelswetgeving	noun	wetgeving die de handel reguleert
handelswetgevingen	=	handelswetgeving
handelswijze	noun	manier van doen
handelswijzen	=	handelswijze
handelswoning	noun	een pand met een gecombineerde bestemming: wonen en werken.
handelswoningen	=	handelswoning
handelswoninkje	=	handelswoning
handelswoninkjes	=	handelswoning
handelszaak	noun	bedrijf dat goederen in- en verkoopt
handelszaakje	=	handelszaak
handelszaakjes	=	handelszaak
handelszaken	=	handelszaak
handelszone	noun	gebied waarvoor bepaalde handelsregels gelden of waar juist vrijstelling is van een aantal handelsregels
handelszones	=	handelszone
handelt	=	handelen
handeltje	=	handel
handeltjes	=	handel
handelverdrag	noun	overeenkomst tussen staten, waarbij de wederzijdse economische betrekkingen geregeld worden
handelverdragen	=	handelverdrag
handelwijs	noun	manier van optreden
handelwijze	noun	de wijze van handelen, manier van doen
handelwijzen	=	handelwijze
handen	=	hand
handenarbeid	noun	een schoolvak waarbij leerlingen eenvoudige ambachtelijke werkjes maken
handenarbeider	=	handarbeider
handenbinder	noun	iets waar je heel veel aandacht aan moet besteden en waarmee je maar druk bent
handenbinders	=	handenbinder
handenbindertje	=	handenbinder
handenbindertjes	=	handenbinder
handenloos	adj	handenloos # verouderde spelling of vorm van handeloos tot 2006
handenloost	adj	handenloost # verouderde spelling of vorm van handeloost tot 2006
handenlooste	adj	handenlooste # verouderde spelling of vorm van handelooste tot 2006
handenloze	adj	handenloze # verouderde spelling of vorm van handeloze tot 2006
handenlozer	adj	handenlozer # verouderde spelling of vorm van handelozer tot 2006
handenlozere	adj	handenlozere # verouderde spelling of vorm van handelozere tot 2006
handenlozers	adj	handenlozers # verouderde spelling of vorm van handelozers tot 2006
handenschuddend	adj	bezig met mensen te groeten door ze de hand te schudden
handenschuddende	=	handenschuddend
handenschuddends	=	handenschuddend
handenschudverbod	noun	de regel die het elkaar begroeten met een handdruk strafbaar maakt
handenschudverboden	=	handenschudverbod
handenstand	noun	positie waarin je jezelf met de benen recht omhoog met de armen gestrekt langs het hoofd van de grond houdt
handenstanden	=	handenstand
handenstandje	=	handenstand
handenstandjes	=	handenstand
handenvol	=	handvol
handenwerk	noun	arbeid die veel lichamelijke inspanninɡ vereist
handenwerken	=	handenwerk
handenwrijvend	adj	op een prettige manier gespannen ergens naar uitkijken
handenwrijvende	=	handenwrijvend
handenwrijvends	=	handenwrijvend
handenwringen	verb	de handen in elkaar geslagen wringen als teken van opperste wanhoop
handenwringend	adj	zich geen raad wetend, van wanhoop nerveus
handenwringende	=	handenwringend
handenwringends	=	handenwringend
handgebaar	noun	een beweging met de handen waarmee men iets wil zeggen
handgebaartje	=	handgebaar
handgebaartjes	=	handgebaar
handgebaren	=	handgebaar
handgeklap	noun	geluid maken door beide handen met kracht tegen elkaar te slaan om het ritme aan te geven
handgeknoopt	adj	van tapijten dat het met de hand is gemaakt
handgeknoopte	=	handgeknoopt
handgeknoopts	=	handgeknoopt
handgel	noun	vloeibare zeep waarmee men de handen kan schoonmaken
handgeld	noun	geld dat de koper van een roerend goed geeft aan de verkoper voordat hij het goed heeft ontvangen meestal betaald bij het afsluiten van een transactie
handgelden	=	handgeld
handgeldje	=	handgeld
handgeldjes	=	handgeld
handgels	=	handgel
handgemaakt	adj	met de handgemaakt dus niet seriematig met een machine
handgemaakte	=	handgemaakt
handgemaakts	=	handgemaakt
handgemeen	adj	in een onderling gevecht	noun|formal	gevecht
handgemeentje	=	handgemeen
handgemenen	=	handgemeen
handgereedschap	noun	gereedschap dat met de handen wordt bediend
handgereedschapje	=	handgereedschap
handgereedschapjes	=	handgereedschap
handgereedschappen	=	handgereedschap
handgeschakeld	adj	waarin met de hand geschakeld moet worden
handgeschakelde	=	handgeschakeld
handgeschakelds	=	handgeschakeld
handgeschilderd	adj	van iets dat er door mensen (en dus niet met een machine) verf op is aangebracht
handgeschilderde	=	handgeschilderd
handgeschilderds	=	handgeschilderd
handgeschreven	adj	Met de hand, dus zonder machine of computer, geschreven.
handgeschrevens	=	handgeschreven
handgesneden	adj	door een (hout)(steen)(leer)snijder gemaakt zonder gebruik van machines
handgesnedens	=	handgesneden
handgetekend	adj	zonder hulpmiddelen getekend
handgetekende	=	handgetekend
handgetekends	=	handgetekend
handgetouw	noun	handgereedschap
handgetouwen	=	handgetouw
handgetouwtje	=	handgetouw
handgetouwtjes	=	handgetouw
handgevormd	adj	met de hand gemaakt
handgevormde	=	handgevormd
handgevormds	=	handgevormd
handgeweven	adj	door mensen op een weefgetouw gemaakt
handgewevens	=	handgeweven
handgift	noun	eerst verdiende geld van de dag
handgiften	=	handgift
handgranaat	noun	granaat die met de hand geworpen wordt
handgranaatje	=	handgranaat
handgranaatjes	=	handgranaat
handgranaten	=	handgranaat
handgreep	noun	handvat, het deel van een voorwerp waarmee men het object kan verplaatsen, optillen of anderszins (met de hand) gebruiken of bedienen.
handgreepje	=	handgreep
handgreepjes	=	handgreep
handgrepen	=	handgreep
handhaaf	=	handhaven
handhaafbaar	adj	wat niet verworpen hoeft te worden, wat uitgevoerd kan worden
handhaafbaarder	=	handhaafbaar
handhaafbaardere	=	handhaafbaar
handhaafbaarders	=	handhaafbaar
handhaafbaarheden	=	handhaafbaarheid
handhaafbaarheid	noun	de mate waarin een genomen maatregel afgedwongen kan worden
handhaafbaars	=	handhaafbaar
handhaafbaarst	=	handhaafbaar
handhaafbaarste	=	handhaafbaar
handhaafbare	=	handhaafbaar
handhaafde	=	handhaven
handhaafden	=	handhaven
handhaaft	=	handhaven
handhave	=	handhaven
handhaven	verb	iets doen voortbestaan, aan iets vasthouden; behouden
handhavend	=	handhaven
handhavende	=	handhaven
handhaver	noun	iemand die handhaaft
handhavers	=	handhaver
handhavertje	=	handhaver
handhavertjes	=	handhaver
handhaving	noun	zorgen dat iets niet anders wordt
handhavingen	=	handhaving
handhavingsactie	noun	een activiteit van een overheidsinstantie, zoals de politie of de gemeente, om te controleren of wetten en regels worden nageleefd en om naleving af te dwingen wanneer dat niet het geval is.
handhavingsacties	=	handhavingsactie
handhavingsactietje	=	handhavingsactie
handhavingsactietjes	=	handhavingsactie
handhavingsbeleid	noun	maatregelen die erop gericht zijn dat men zich ook daadwerkelijk aan de wettelijke regels houdt
handhavingsdag	noun	dag die in het teken staat van het handhaven van regels
handhavingsdagen	=	handhavingsdag
handheld	noun	klein toestel dat men in de hand kan dragen en bedienen	adj	van iets dat het in de hand gehouden kan worden; met de hand bediend
handhelds	=	handheld
handicap	noun	een lichamelijke of geestelijke beperking
handicapje	=	handicap
handicapjes	=	handicap
handicappe	=	handicappen
handicappen	verb	benadelen, belemmeren
handicappend	=	handicappen
handicappende	=	handicappen
handicaps	=	handicap
handicapt	=	handicappen
handicapte	=	handicappen
handicapten	=	handicappen
handig	adj	goed met de handen om kunnen gaan
handige	=	handig
handiger	=	handig
handigere	=	handig
handigers	=	handig
handigheden	=	handigheid
handigheid	noun	een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken
handigheidje	=	handigheid
handigheidjes	=	handigheid
handigs	=	handig
handigst	=	handig
handigste	=	handig
handje	=	hand
handjegauw	noun	persoon die makkelijk steelt of snel voor het zijn beurt is iets pakt
handjegauwtje	=	handjegauw
handjeklap	noun	informele manier om een afspraak te maken zonder dat er iets op papier staat en die is gebaseerd op onderling vertrouwen
handjeplak	noun	hand in hand lopen of zitten
handjes	=	hand
handjesereprijs	noun	Veronica triphyllos een eenjarige plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
handjesereprijsje	=	handjesereprijs
handjesereprijsjes	=	handjesereprijs
handjesereprijzen	=	handjesereprijs
handjesgras	noun	Cynodon dactylon een sterk zodevormende, overblijvende plant uit de grassenfamilie (Poaceae) met een sterke zouttolerantie.
handjesgrasje	=	handjesgras
handjesgrasjes	=	handjesgras
handjesgrassen	=	handjesgras
handjesvol	=	handvol
handjevol	=	handvol
handjevollen	=	handvol
handjob	noun	een seksuele handeling waarbij de penis met de hand seksueel wordt gestimuleerd, veelal leidend tot een orgasme en ejaculatie
handjobje	=	handjob
handjobjes	=	handjob
handjobs	=	handjob
handkar	noun	een 2 wielige kar die met menskracht wordt bewogen
handkarren	=	handkar
handkarretje	=	handkar
handkarretjes	=	handkar
handknie	noun	veronderstelde benaming van het gewricht halverwege de arm in het Surinaams-Nederlands
handknietje	=	handknie
handknietjes	=	handknie
handknieën	=	handknie
handknijper	noun	een apparaat om de handen en onderarmen mee te trainen
handknijpers	=	handknijper
handknijpertje	=	handknijper
handknijpertjes	=	handknijper
handkoffer	noun	kleine koffer die als handbagage kan worden meegenomen
handkoffers	=	handkoffer
handkoffertje	=	handkoffer
handkoffertjes	=	handkoffer
handkracht	noun	de mens als krachtsbron voor een toestel of apparaat
handkrachten	=	handkracht
handkus	noun	kus op de hand als een elegante begroeting en eerbetuiging
handkusje	=	handkus
handkusjes	=	handkus
handkussen	=	handkus
handlanger	noun	iemand die een ander persoon helpt bij kwade praktijken
handlangers	=	handlanger
handlangertje	=	handlanger
handlangertjes	=	handlanger
handlangster	noun	vrouw die een ander persoon helpt bij kwade praktijken
handlangsters	=	handlangster
handlantaren	noun	lantaren die men in de hand kan dragen; draagbare lantaren
handlantarens	=	handlantaren
handlantarentje	=	handlantaren
handlantarentjes	=	handlantaren
handlees	=	handlezen
handleiding	noun	hulpmiddel (in de vorm van b.v. een boek of software) dat tot leidraad dient bij de studie van een of ander vak
handleidingen	=	handleiding
handleidinkje	=	handleiding
handleidinkjes	=	handleiding
handlezen	verb	vorm van waarzeggerij waarbij getracht wordt iemands toekomst en karaktereigenschappen af te leiden uit de lijnen en andere kenmerken van zijn hand
handlezend	=	handlezen
handlezende	=	handlezen
handlezer	noun	draagbaar apparaat waarmee men met de hand labels kan scannen
handlezers	=	handlezer
handlichting	noun	een 16 of 17 jaar oud persoon als meerderjarig beschouwen voor de wet (zie artikel 1:235 BW).
handlichtingen	=	handlichting
handlijn	noun	lijn, groef in de palm van de hand waarin sommigen menen het lot van iemand te kunnen voorspellen
handlijnen	=	handlijn
handlijnkunde	noun	pseudowetenschap die beweert de toekomst van iemand te kunnen lezen aan de hand van het huidlijnenpatroon in de hand
handlijntje	=	handlijn
handlijntjes	=	handlijn
handling	noun	alle handelingen die moeten gebeuren om een product bij de klant te krijgen nadat het geproduceerd is
handlings	=	handling
handloden	=	handlood
handlood	noun|obsolete	staafvormig gewicht aan een touw (de loodlijn) om de waterdiepte te peilen, en tevens kan in de vetgemaakte holle onderkant een monster van de bodem worden genomen
handloodje	=	handlood
handloodjes	=	handlood
handloos	adj	zonder handen
handloze	=	handloos
handmatig	adj	met de hand, met vooral menselijke inspanning in plaats van apparaten
handmatige	=	handmatig
handmatiger	=	handmatig
handmatigere	=	handmatig
handmatigers	=	handmatig
handmatigs	=	handmatig
handmatigst	=	handmatig
handmatigste	=	handmatig
handmicrofoon	noun	microfoon die in de hand gehouden wordt
handmicrofoons	=	handmicrofoon
handmixer	noun	mixer die men bij het mixen in de hand houdt
handmixers	=	handmixer
handmixertje	=	handmixer
handmixertjes	=	handmixer
handmolen	noun	een door de handen bewogen molen
handmolens	=	handmolen
handmolentje	=	handmolen
handmolentjes	=	handmolen
handomdraai	noun	snelle, moeiteloze handeling
handomdraaien	=	handomdraai
handomdraaitje	=	handomdraai
handontsteking	noun	een verzamelnaam voor een ontstekingsreactie in de hand, pols of vingers.
handontstekingen	=	handontsteking
handontstekinkje	=	handontsteking
handontstekinkjes	=	handontsteking
handoplegging	noun	het leggen van de hand op iemands hoofd om een spiritueel of paranormaal effect te bewerkstelligen
handopleggingen	=	handoplegging
handoplegginkje	=	handoplegging
handoplegginkjes	=	handoplegging
handopsteken	verb	bij handopsteken: een stemming die gedaan wordt door het opsteken van de hand (een stemming die dus per definitie niet anoniem is)
handopsteking	noun	stemming door het opsteken van de hand door de stemgerechtigden werkt vooral goed in kleine gezelschappen en als er sprake is van een duidelijke meerderheid en geheimhouding van de stem van minder belang is
handopstekingen	=	handopsteking
handopstekinkje	=	handopsteking
handopstekinkjes	=	handopsteking
handout	=	hand-out
handpalm	noun	binnenzijde van de hand
handpalmen	=	handpalm
handpalmpje	=	handpalm
handpalmpjes	=	handpalm
handpeer	noun	peer die uit de hand gegeten wordt
handpeertje	=	handpeer
handpeertjes	=	handpeer
handpeilloden	=	handpeillood
handpeillood	noun|obsolete	staafvormig gewicht aan een touw (de loodlijn) om de waterdiepte te peilen, en tevens kan in de vetgemaakte holle onderkant een monster van de bodem worden genomen
handpeilloodje	=	handpeillood
handpeilloodjes	=	handpeillood
handperen	=	handpeer
handpers	noun	met de hand aangedreven pers
handpersen	=	handpers
handpersje	=	handpers
handpersjes	=	handpers
handplaat	noun	plaatje met kleine putjes dat door middel van een bandje op de muis van de hand is bevestigd om daarmee een zeilnaald door zwaar zeildoek te duwen
handplaatje	=	handplaat
handplaatjes	=	handplaat
handplaten	=	handplaat
handpomp	noun	met de hand bediende pomp dit in tegenstelling tot de voetpomp en de een motor aangedreven pomp
handpompen	=	handpomp
handpompje	=	handpomp
handpompjes	=	handpomp
handpop	noun	een soort pop die men op een hand draagt, en voornamelijk gebruikt wordt om poppenkast te spelen
handpopje	=	handpop
handpopjes	=	handpop
handpoppen	=	handpop
handpoppetje	=	handpop
handpoppetjes	=	handpop
handrasp	noun	kleine rasp die men bij het raspen in de hand houdt
handraspen	=	handrasp
handraspje	=	handrasp
handraspjes	=	handrasp
handreiking	noun	een gebaar om een conflict te laten stoppen
handreikingen	=	handreiking
handreikinkje	=	handreiking
handreikinkjes	=	handreiking
handrem	noun	met de hand bediende rem
handremmen	=	handrem
handremmetje	=	handrem
handremmetjes	=	handrem
handrug	noun	de strekzijde van de hand; de bovenzijde van de hand
handruggen	=	handrug
hands	adv	in strijd met de spelregels met de hand aanraakt zijn van de bal	intj	uitroep om de aandacht te vestigen op het tegen de regels met de hand aanraken van de bal
hands-on	adj	praktisch
hands-onmentaliteit	noun	met de mentaliteit om e.e.a. praktisch aan te pakken
hands-ons	=	hands-on
handsbal	noun	de bal met de hand spelen tijdens voetbal wat een overtreding is
handsballen	=	handsbal
handsballetje	=	handsbal
handsballetjes	=	handsbal
handschoen	noun	een handkledingstuk met aparte vingers
handschoenen	=	handschoen
handschoenenkastje	noun	kastje in het dashboard van een auto
handschoenenkastjes	=	handschoenenkastje
handschoenenvakje	noun	een klein opbergvakje in het dashboard van een auto
handschoenenvakjes	=	handschoenenvakje
handschoentje	=	handschoen
handschoentjes	=	handschoen
handschrift	noun	de manier waarop iemand met de hand schrijft
handschriften	=	handschrift
handschriftje	=	handschrift
handschriftjes	=	handschrift
handset	noun	mobiele of draagbare telefoon
handsets	=	handset
handsfree	adj	van iets (m.n. een mobiele telefoon) dat je het kunt gebruiken zonder dat je daarvoor je handen nodig hebt
handsfrees	=	handsfree
handslag	noun	een slag van de hand van de ene persoon op die van de andere om een afspraak te bevestigen
handslagen	=	handslag
handslede	noun	licht vervoermiddel op glijders dat met de hand vooruit wordt geduwd over een gladde ondergrond als sneeuw of ijs
handsleden	=	handslede
handsledes	=	handslede
handslinger	noun	ronddraaiende arm aan een toestel, waarmee de gebruiker het zelf in beweging kan zetten
handslingers	=	handslinger
handsmering	noun	basale smeermethode met oliespuit zoals vroeger gebruikelijk op locomotieven en schepen
handsmerinkje	=	handsmering
handsmerinkjes	=	handsmering
handspaak	noun	Korte houten hefboom die werd gebruikt bij het verwerken van zware lasten, het bedienen van geschut, het draaien van spillen etc.
handspaakje	=	handspaak
handspaakjes	=	handspaak
handspaken	=	handspaak
handspiegel	noun	een spiegel die men met een steel in de hand kan houden om zichzelf te kunnen zien
handspiegels	=	handspiegel
handspiegeltje	=	handspiegel
handspiegeltjes	=	handspiegel
handstand	noun	positie waarin je jezelf met de benen recht omhoog met de armen gestrekt langs het hoofd van de grond houdt
handstanden	=	handstand
handstandje	=	handstand
handstandjes	=	handstand
handstoffer	noun	kleine borstel met handvat waarmee je vuil kunt opvegen; vaak gebruikt samen met een stofblik
handstoffers	=	handstoffer
handstoffertje	=	handstoffer
handstoffertjes	=	handstoffer
handstrosnijder	noun	werktuig waar de gebruiker droge halmen van graangewassen doorheen voert om ze met een mes in kleinere stukken te delen voor verdere verwerking
handstrosnijders	=	handstrosnijder
handtacker	noun	handmatige, krachtige nietmachine zonder elektrische of pneumatische aandrijving, die geschikt is voor het snel en stevig bevestigen van materialen zoals stof, folie of tapijt aan hout of andere ondergronden
handtackers	=	handtacker
handtackertje	=	handtacker
handtackertjes	=	handtacker
handtammig	adj	overal met de handen aanzittend (met name van kinderen)
handtammige	=	handtammig
handtammiger	=	handtammig
handtammigere	=	handtammig
handtammigers	=	handtammig
handtammigs	=	handtammig
handtammigst	=	handtammig
handtammigste	=	handtammig
handtas	noun	tas [1] die men bij zich draagt voor het bergen van allerlei benodigdheden
handtashond	noun	heel klein (dames)hondje dat in een handtas zou kunnen passen
handtashonden	=	handtashond
handtashondje	=	handtashond
handtashondjes	=	handtashond
handtasje	=	handtas
handtasjes	=	handtas
handtassen	=	handtas
handtastelijk	adj	de handen ongewenst op een ander plaatsend
handtastelijke	=	handtastelijk
handtastelijker	=	handtastelijk
handtastelijkere	=	handtastelijk
handtastelijkers	=	handtastelijk
handtastelijkheden	=	handtastelijkheid
handtastelijkheid	noun	de mate waarin iemand ongewenst (gewelddadig) een ander betast
handtastelijks	=	handtastelijk
handtastelijkst	=	handtastelijk
handtastelijkste	=	handtastelijk
handtasting	noun	Betasting met de hand
handteekening	=	handtekening
handteken	noun	teken met de hand
handtekende	=	handtekenen
handtekenden	=	handtekenen
handtekene	=	handtekenen
handtekenen	verb	tekenen uit de vrije hand
handtekenend	=	handtekenen
handtekenende	=	handtekenen
handtekening	noun	een ondertekening die per persoon uniek is
handtekeningen	=	handtekening
handtekeningenactie	noun	het verzamelen van handtekeningen teneinde steun voor een bepaalde zaak te verkrijgen
handtekeningenacties	=	handtekeningenactie
handtekeningenactietje	=	handtekeningenactie
handtekeningenactietjes	=	handtekeningenactie
handtekeningenjager	noun	persoon die actief handtekeningen van beroemde mensen verzamelt
handtekeningenjagers	=	handtekeningenjager
handtekeningenlijst	noun	lijst met namen en handtekeningen van mensen die een gemeenschappelijke mening of eis hebben
handtekeningenlijsten	=	handtekeningenlijst
handtekeningetje	=	handtekening
handtekeningetjes	=	handtekening
handtekens	=	handteken
handtekent	=	handtekenen
handtekentje	=	handteken
handtekentjes	=	handteken
handtrainer	noun	een apparaat waarmee men de handen en onderarmen kan te trainen
handtrainers	=	handtrainer
handtrainertje	=	handtrainer
handtrainertjes	=	handtrainer
handvaardig	adj	bedreven met de handen, handig
handvaardige	=	handvaardig
handvaardiger	=	handvaardig
handvaardigere	=	handvaardig
handvaardigers	=	handvaardig
handvaardigheden	=	handvaardigheid
handvaardigheid	noun	de vaardigheid om met de hand werkzaamheden te verrichten.
handvaardigheidboek	noun	een schoolboek waarin kinderen leren gereedschappen te gebruiken voor het maken van allerlei voorwerpen en het uiten van creativiteit.
handvaardigheidboeken	=	handvaardigheidboek
handvaardigheidboekje	=	handvaardigheidboek
handvaardigheidboekjes	=	handvaardigheidboek
handvaardigheidleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin kinderen leren gereedschappen te gebruiken voor het maken van allerlei voorwerpen en het uiten van creativiteit.
handvaardigheidleraars	=	handvaardigheidleraar
handvaardigheidleraartje	=	handvaardigheidleraar
handvaardigheidleraartjes	=	handvaardigheidleraar
handvaardigheidleraren	=	handvaardigheidleraar
handvaardigheidlerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin kinderen leren gereedschappen te gebruiken voor het maken van allerlei voorwerpen en het uiten van creativiteit.
handvaardigheidleraresje	=	handvaardigheidlerares
handvaardigheidleraresjes	=	handvaardigheidlerares
handvaardigheidleraressen	=	handvaardigheidlerares
handvaardigheidles	noun	een schoolvak waarin kinderen leren gereedschappen te gebruiken voor het maken van allerlei voorwerpen en het uiten van creativiteit.
handvaardigheidlesje	=	handvaardigheidles
handvaardigheidlesjes	=	handvaardigheidles
handvaardigheidlessen	=	handvaardigheidles
handvaardigheidlokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin kinderen leren gereedschappen te gebruiken voor het maken van allerlei voorwerpen en het uiten van creativiteit.
handvaardigheidlokaaltje	=	handvaardigheidlokaal
handvaardigheidlokaaltjes	=	handvaardigheidlokaal
handvaardigheidlokalen	=	handvaardigheidlokaal
handvaardigheidonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak handvaardigheid.
handvaardigheidsles	noun	een schoolvak waarin kinderen leren gereedschappen te gebruiken voor het maken van allerlei voorwerpen en het uiten van creativiteit.
handvaardigheidslesje	=	handvaardigheidsles
handvaardigheidslesjes	=	handvaardigheidsles
handvaardigheidslessen	=	handvaardigheidsles
handvaardigheidslokaal	noun	een lokaal dat geschikt is voor handvaardigheidsonderwijs
handvaardigheidslokalen	=	handvaardigheidslokaal
handvaardigs	=	handvaardig
handvaardigst	=	handvaardig
handvaardigste	=	handvaardig
handvaatje	=	handvat
handvaatjes	=	handvat
handvast	adj	zo vast als men het met de hand (zonder gereedschap) kan doen, aandraaien etc.
handvasts	=	handvast
handvat	noun	deel van een voorwerp dat bedoeld is om het verplaatsen, optillen of anderszins hanteren ervan gemakkelijker te maken
handvaten	=	handvat
handvatje	=	handvat
handvatjes	=	handvat
handvatsel	noun	iets wat bestemd is om vast te grijpen
handvatsels	=	handvatsel
handvatten	=	handvat
handveger	noun	een kleine borstel met handvat waarmee je vuil kunt opvegen; vaak gebruikt samen met een stofblik
handvegers	=	handveger
handvegertje	=	handveger
handvegertjes	=	handveger
handverjonging	noun	een verzamelterm voor cosmetische behandelingen die gericht zijn op het tegengaan of verminderen van huidveroudering aan de handen.
handverjongingen	=	handverjonging
handverjonginkje	=	handverjonging
handverjonginkjes	=	handverjonging
handvest	noun	een document of oorkonde waarin de grondrechten van een organisatie vastgelegd worden
handvesten	=	handvest
handvestje	=	handvest
handvleugel	noun	uiteinde van de vleugel van een vogel, met grote veren die wat losser over elkaar liggen
handvleugelig	adj	behorend tot de orde van zoogdieren die een vlieghuid hebben tussen de romp en de sterk verlengde voorste ledematen
handvleugelige	=	handvleugelig
handvleugeligen	=	handvleugelig
handvleugeligs	=	handvleugelig
handvleugels	=	handvleugel
handvleugeltje	=	handvleugel
handvleugeltjes	=	handvleugel
handvol	noun	zo veel als in een hand past
handvollen	=	handvol
handvolletje	=	handvol
handvolletjes	=	handvol
handvormig	adj	vorm van een hand hebbend
handvormige	=	handvormig
handvormiger	=	handvormig
handvormigere	=	handvormig
handvormigers	=	handvormig
handvormigs	=	handvormig
handvormigst	=	handvormig
handvormigste	=	handvormig
handvuurwapen	noun	draagbaar vuurwapen
handvuurwapens	=	handvuurwapen
handwapen	noun	wapen dat met één hand gebruikt kan worden
handwapens	=	handwapen
handwapentje	=	handwapen
handwapentjes	=	handwapen
handwarm	adj	een temperatuur hebbend aangenaam voor de hand
handwarme	=	handwarm
handwarmer	noun	zakje met gekristalliseerde oplossing dat na knikken warm wordt en dan kan worden gebruikt om de handen te warmen
handwarmere	=	handwarm
handwarmers	=	handwarmer
handwarmertje	=	handwarmer
handwarmertjes	=	handwarmer
handwarms	=	handwarm
handwarmst	=	handwarm
handwarmste	=	handwarm
handwas	noun	was die je niet in een wasmachine was, of die je laat wassen met het handwasprogramma van de wasmachine
handwasje	=	handwas
handwasjes	=	handwas
handwassen	=	handwas
handwerk	noun	iets dat met de hand gemaakt wordt
handwerke	=	handwerken
handwerken	verb	bezig zijn met een handwerkje
handwerkend	=	handwerken
handwerkende	=	handwerken
handwerker	noun	iemand die grove, zware, ongeschoolde arbeid verricht
handwerkers	=	handwerker
handwerkje	=	handwerk
handwerkjes	=	handwerk
handwerkman	=	handwerksman
handwerkslieden	=	handwerksman
handwerkslui	=	handwerksman
handwerksman	noun	een ambachtsman
handwerksmannen	=	handwerksman
handwerksmannetje	=	handwerksman
handwerkt	=	handwerken
handwerkte	=	handwerken
handwerkten	=	handwerken
handwerkwinkel	noun	winkel waar men handwerkmaterialen kan kopen
handwerkwinkels	=	handwerkwinkel
handwerkwinkeltje	=	handwerkwinkel
handwerkwinkeltjes	=	handwerkwinkel
handwever	noun	iemand die zonder machines weeft
handwevers	=	handwever
handwevertje	=	handwever
handwevertjes	=	handwever
handwiel	noun	een wiel dat men met de hand kan ronddraaien
handwielen	=	handwiel
handwoordenboek	noun	beknopt woordenboek
handwoordenboeken	=	handwoordenboek
handwoordenboekje	=	handwoordenboek
handwoordenboekjes	=	handwoordenboek
handwortel	noun	deel van de hand dat de verbinding vormt tussen de voorarm en de middelhand
handwortelbeen	noun	een van de beentjes in de pols die gelegen zijn tussen de middenhandsbeentjes en de botten van de onderarm
handwortelbeenderen	=	handwortelbeen
handwortelbeentje	=	handwortelbeen
handwortelbeentjes	=	handwortelbeen
handwortelbenen	=	handwortelbeen
handwortels	=	handwortel
handworteltje	=	handwortel
handworteltjes	=	handwortel
handzaag	noun	zaag die met één hand wordt gemanipuleerd
handzaagje	=	handzaag
handzaagjes	=	handzaag
handzaam	adj	zo klein dat iets makkelijk te gebruiken en te vervoeren is
handzaams	=	handzaam
handzaamst	=	handzaam
handzaamste	=	handzaam
handzagen	=	handzaag
handzame	=	handzaam
handzamer	=	handzaam
handzamere	=	handzaam
handzamers	=	handzaam
handzeep	noun	zeep voor het handen wassen kan een vaste vorm hebben die je in de hand kunt houden maar kan ook zijn in de vorm van een gel in een flesje met een pompje
handzeepje	=	handzeep
handzeepjes	=	handzeep
handzepen	=	handzeep
handzet	=	handzetten
handzetten	verb	letterzetten met de hand
handzettend	=	handzetten
handzettende	=	handzetten
hanebalk	=	hanenbalk
hanen	=	haan
hanenbalk	noun	niet weggewerkte horizontale balk van een dakconstructie (van een boerenschuur)
hanenbalken	=	hanenbalk
hanenbalkje	=	hanenbalk
hanenbalkjes	=	hanenbalk
hanenboek	noun	oud soort schoolboek, vooral in de 16e tot 19e eeuw, dat kinderen leerde lezen en schrijven met de afbeelding van een haan op de titelpagina
hanenboeken	=	hanenboek
hanenboekje	=	hanenboek
hanenboekjes	=	hanenboek
hanendoorn	noun	Crataegus crus-galli een kleine boom of struik uit de rozenfamilie (Rosaceae), inheems in Noord-Amerika en in veel landen aangeplant als sierboom.
hanendoornen	=	hanendoorn
hanendoorns	=	hanendoorn
hanendoorntje	=	hanendoorn
hanendoorntjes	=	hanendoorn
hanenei	noun	klein ei
haneneieren	=	hanenei
haneneitje	=	hanenei
haneneitjes	=	hanenei
hanengang	noun	afwijkende manier van lopen waarbij de benen plotseling gestrekt en naar voren bewogen worden, passend bij ruggenmergaandoeningen
hanengangen	=	hanengang
hanengedrag	noun	gedrag waarmee sommige mannen proberen vrouwen te imponeren
hanengekraai	noun	het geluid dat een mannelijke kip maakt
hanengevecht	noun	door mensen georganiseerd gevecht tussen kamphanen waarbij de toeschouwers kunnen wedden op de uitkomst van het gevecht
hanengevechten	=	hanengevecht
hanengevechtje	=	hanengevecht
hanengevechtjes	=	hanengevecht
hanenkam	noun	Cantharellus cibarius, een eetbare paddenstoel met een lichte pepersmaak uit de familie Cantharellaceae
hanenkammen	=	hanenkam
hanenkammetje	=	hanenkam
hanenkammetjes	=	hanenkam
hanenpoot	noun|figurative	lelijk en slecht leesbaar handschrift
hanenpootje	=	hanenpoot
hanenpootjes	=	hanenpoot
hanenpoten	=	hanenpoot
hanenspoor	noun	scherp doornig uitsteeksel achter aan de poot van een haan
hanenspoortje	=	hanenspoor
hanenspoortjes	=	hanenspoor
hanensporen	=	hanenspoor
hanenstaart	noun	de staart van een haan
hanenstaarten	=	hanenstaart
hanenstaartje	=	hanenstaart
hanenstaartjes	=	hanenstaart
hanenstaarttiran	noun	Alectrurus tricolor een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
hanenstaarttirannen	=	hanenstaarttiran
hanenstaarttirannetje	=	hanenstaarttiran
hanenstaarttirannetjes	=	hanenstaarttiran
hanenstaartwidavink	noun	Euplectes progne een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers)
hanenstaartwidavinken	=	hanenstaartwidavink
hanenstaartwidavinkje	=	hanenstaartwidavink
hanenstaartwidavinkjes	=	hanenstaartwidavink
hanenveer	noun	een van de kleurige veren van de staart van een haan
hanenveertje	=	hanenveer
hanenveertjes	=	hanenveer
hanenveren	=	hanenveer
hang	noun	de neiging tot iets
hang-en-sluitwerk	noun	geheel van de onderdelen waarmee je ramen en deuren opent en sluit
hang-en-sluitwerken	=	hang-en-sluitwerk
hangaar	noun	een opslagplaats voor een of meer vliegtuigen.
hangaars	=	hangaar
hangaartje	=	hangaar
hangaartjes	=	hangaar
hangar	noun	een opslagplaats voor een of meer vliegtuigen.
hangars	=	hangar
hangartje	=	hangar
hangartjes	=	hangar
hangbejaarde	noun	bejaarde die samen met andere bejaarden rondhangt bij een supermarkt of winkelcentrum
hangbejaarden	=	hangbejaarde
hangborst	noun	bij verticale stand van het bovenlichaam neerhangende vrouwenborst
hangborsten	=	hangborst
hangbrug	noun	brug die is opgebouwd uit twee (soms één) hoge pijlers of pylonen waartussen een dikke kabel gespannen is, aan deze dikke kabel worden enkele dunnere kabels gehangen om de weg te dragen en horizontaal te houden
hangbruggen	=	hangbrug
hangbruggetje	=	hangbrug
hangbruggetjes	=	hangbrug
hangbrugje	=	hangbrug
hangbrugjes	=	hangbrug
hangbuik	noun	doorhangende buik
hangbuiken	=	hangbuik
hangbuikje	=	hangbuik
hangbuikjes	=	hangbuik
hangbuikzwijn	noun	Sus scrofa vittatus een varken dat in Vietnam en China vaak voorkomt en veel gehouden wordt op kinderboerderijen
hangbuikzwijnen	=	hangbuikzwijn
hangbuikzwijntje	=	hangbuikzwijn
hangbuikzwijntjes	=	hangbuikzwijn
hangburger	noun	persoon die niets nuttigs doet voor de samenleving
hangburgers	=	hangburger
hangconstructie	noun	constructie waarbij iets door ophanging ondersteund of bevestigd wordt
hangconstructies	=	hangconstructie
hangcontainer	noun	een speciaal type container die gebruikt wordt als een mobiele werkplaats, opslagruimte of een ontmoetingsplek, zoals een jongerenkeet
hangcontainers	=	hangcontainer
hangcontainertje	=	hangcontainer
hangcontainertjes	=	hangcontainer
hange	=	hangen
hangel	noun	een getand hangijzer dat gebruikt wordt om ketels op te hangen in een houtvuur-schoorsteen
hangels	=	hangel
hangen	verb	zich in een positie los van de bodem bevinden en door een bevestiging aan een ander voorwerp voor vallen behoed worden
hangend	adj	alleen van boven vastzittend, op een hoger punt steunend
hangende	prep	tijdens het verloop van, tot de afronding van
hangends	=	hangend
hanger	noun	voorwerp waaraan men iets kan hangen
hangerblok	noun	blok dat in een hanger wordt gehaakt
hangerblokje	=	hangerblok
hangerblokjes	=	hangerblok
hangerblokken	=	hangerblok
hangerig	adj	vooral van kinderen een beetje moe en ziek zodat iemand weinig actief is
hangerige	=	hangerig
hangeriger	=	hangerig
hangerigere	=	hangerig
hangerigers	=	hangerig
hangerigheid	noun	het vermoeid en verveeld zijn
hangerigs	=	hangerig
hangerigst	=	hangerig
hangerigste	=	hangerig
hangers	=	hanger
hangertje	=	hanger
hangertjes	=	hanger
hangetje	=	hang
hangetjes	=	hang
hangglide	=	hanggliden
hangglidede	=	hanggliden
hangglideden	=	hanggliden
hanggliden	verb	zweefvliegen aan een driehoekige vleugel, meestal start men vanaf een berg
hangglidend	=	hanggliden
hangglidende	=	hanggliden
hangglider	noun	klein (zweef)vliegtuigje waar één of twee personen onder de driehoekige vleugel kunnen hangen in een zeer eenvoudig stoeltje
hanggliders	=	hangglider
hangglidet	=	hanggliden
hanggliding	noun	een luchtsport waarbij een piloot in een harnas onder een lichte, niet-gemotoriseerde vleugel hangt om te zweven.
hanggroep	noun	mensen die elkaar regelmatig gezelschap houden op een of meer plaatsen in de openbare ruimte Vooral wanneer dit gezelschap uit jonge mannen bestaat, wordt zo'n groep vaak als een bron van overlast gezien.
hanggroepen	=	hanggroep
hanggroepje	=	hanggroep
hanggroepjes	=	hanggroep
hangijzer	noun	een aan twee hangarmen bevestigde ijzeren ring, die aan de haal in de schoorsteen wordt bevestigd
hangijzers	=	hangijzer
hangijzertje	=	hangijzer
hanging	noun	het hangen
hangjeugd	noun	groepen jongeren die in de openbare ruimte rondhangen en waaraan anderen zich kunnen ergeren
hangjongere	noun	jongere die rondhangt hopelijk in de buurt van een hangplek
hangjongeren	=	hangjongere
hangkast	noun	een meubelstuk waarin met kleding hangend kan opbergen
hangkasten	=	hangkast
hangkastje	=	hangkast
hangkastjes	=	hangkast
hangkind	noun	kind dat, vaak samen met andere kinderen, maar wat rondhangt zonder iets nuttigs te doen
hangkinderen	=	hangkind
hangkindje	=	hangkind
hangkindjes	=	hangkind
hangklant	noun	klant die maar wat rondhangt in een winkel zonder iets te kopen
hangklanten	=	hangklant
hangklok	noun	een klok die aan de muur hangt
hangklokje	=	hangklok
hangklokjes	=	hangklok
hangklokken	=	hangklok
hangkompas	noun	kompas dat met het glas naar beneden, in slingerbeugels aan de zoldering van de kajuit hangt
hangkompasje	=	hangkompas
hangkompasjes	=	hangkompas
hangkompassen	=	hangkompas
hanglamp	noun	een lamp die van het plafond naar beneden hangt
hanglampen	=	hanglamp
hanglampje	=	hanglamp
hanglampjes	=	hanglamp
hanglip	noun	een naar beneden hangende onderlip
hanglipje	=	hanglip
hanglipjes	=	hanglip
hanglippen	=	hanglip
hangmap	noun	een opbergmap voor losse papieren, die men in een rek kan hangen
hangmapje	=	hangmap
hangmapjes	=	hangmap
hangmappen	=	hangmap
hangmappensysteem	noun	methdde om papieren te archiveren waarbij losse papieren in een hangende kartonnen map worden bewaard
hangmappensystemen	=	hangmappensysteem
hangmat	noun	een doek of net dat aan de uiteinden opgehangen wordt en waarin personen kunnen liggen
hangmatbeleggen	verb	zo investeren in effecten dat je met weinig aandacht toch van behoorlijk rendement verzekerd bent, bijvoorbeeld in fondsen die beursindexen volgen
hangmatje	=	hangmat
hangmatjes	=	hangmat
hangmatmot	noun	Lyonetia clerkella een vlinder uit de familie sneeuwmotten (Lyonetiidae).
hangmatmotje	=	hangmatmot
hangmatmotjes	=	hangmatmot
hangmatmotten	=	hangmatmot
hangmatspin	noun	spinnensoort uit de familie hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae) die de naam dankt aan de hangmat-achtige webben die ze maken
hangmatspinnen	noun	Linyphiidae een familie van spinnen die de naam dankt aan de hangmat-achtige webben die ze maken. (zie hangmat- en dwergspinnen)
hangmatspinnetje	=	hangmatspin
hangmatspinnetjes	=	hangmatspin
hangmatten	=	hangmat
hangmatter	noun	iemand die als rustplaats gebruik maakt van een doek of net dat aan twee uiteinden is opgehangen
hangmatters	=	hangmatter
hangoor	noun	bijnaam voor een konijn of hond met lange oren
hangoorkonijn	noun	konijnenras dat wordt gekenmerkt door zijn lange, afhangende oren, in plaats van rechtopstaande, en staat bekend om zijn zachtaardige, aanhankelijke en sociale karakter
hangoorkonijnen	=	hangoorkonijn
hangoorkonijntje	=	hangoorkonijn
hangoorkonijntjes	=	hangoorkonijn
hangoortafel	noun	type tafel met één of twee neerklapbare tafelbladen
hangoortafels	=	hangoortafel
hangoortafeltje	=	hangoortafel
hangoortafeltjes	=	hangoortafel
hangop	noun	uitgelekte karnemelk
hangoppen	=	hangop
hangoren	=	hangoor
hangoudere	noun	oudere die in de openbare ruimte (winkels etc.) rondhangt
hangouderen	=	hangoudere
hangpartij	noun	afgebroken wedstrijd uit een eerdere spelronde in een toernooi
hangpartijen	=	hangpartij
hangplaats	noun	plaats in de openbare ruimte waar personen (vooral jongeren en bejaarden) (spontaan!) rondhangen
hangplaatsen	=	hangplaats
hangplaatsje	=	hangplaats
hangplaatsjes	=	hangplaats
hangplant	noun	in een hangende pot geplante kamerplant waarvan de takken en ranken naar beneden hangen
hangplanten	=	hangplant
hangplantje	=	hangplant
hangplantjes	=	hangplant
hangplee	noun|informal	toilet zonder waterspoeling waarboven je moet hurken om je te ontlasten
hangplees	=	hangplee
hangplek	noun	plaats in de openbare ruimte waar personen (vooral jongeren en bejaarden) rondhangen
hangplekje	=	hangplek
hangplekjes	=	hangplek
hangplekken	=	hangplek
hangprobleem	noun	overlast veroorzaakt door mensen (met name jongeren en ouderen) die zich hinderlijk zouden gedragen in de openbare ruimte
hangproblemen	=	hangprobleem
hangpunt	noun	een punt dat nog hangende is
hangpunten	=	hangpunt
hangpuntje	=	hangpunt
hangpuntjes	=	hangpunt
hangry	adj	chagrijning door het hebben van honger
hangry's	=	hangry
hangrye	=	hangry
hangryer	=	hangry
hangryere	=	hangry
hangryers	=	hangry
hangryst	=	hangry
hangryste	=	hangry
hangsenior	noun	bejaarde die, samen met ander bejaarden, rondhangt rond een supermarkt of winkelcentrum
hangsenioren	=	hangsenior
hangslot	noun	een slot dat aan een beugel hangt
hangsloten	=	hangslot
hangslotje	=	hangslot
hangslotjes	=	hangslot
hangsnor	noun	lang afhangende snor
hangsnorren	=	hangsnor
hangsnorretje	=	hangsnor
hangsnorretjes	=	hangsnor
hangstoel	noun	een comfortabel, zwevend zitmeubel dat aan één punt (plafond, balk of boomtak) hangt of in een staander staat
hangstoelen	=	hangstoel
hangstoeltje	=	hangstoel
hangstoeltjes	=	hangstoel
hangstuk	noun	zinkwerk dat op de oever ligt, en met een verankering vastgelegd is om de voorkomen dat het naar beneden glijdt
hangstukje	=	hangstuk
hangstukjes	=	hangstuk
hangstukken	=	hangstuk
hangt	=	hangen
hangtafel	noun	een tafel waaraan men kan staan of hangen
hangtafels	=	hangtafel
hangtafeltje	=	hangtafel
hangtafeltjes	=	hangtafel
hangtiet	noun|informal	hangborst
hangtieten	=	hangtiet
hangtietje	=	hangtiet
hangtietjes	=	hangtiet
hangvlieg	noun	insect uit de familie Bittacidae van insecten behorende tot de orde Mecoptera (schorpioenvliegachtigen)
hangvliegen	noun	Bittacidae een familie van insecten behorende tot de orde Mecoptera (schorpioenvliegachtigen)
hangvliegje	=	hangvlieg
hangvliegjes	=	hangvlieg
hangxiety	noun	angstig gevoel dat iemand kan hebben bij een kater (hang-over)
hanig	adj	van een persoon dat hij op een heel mannelijke manier de baas wil zijn
hanige	=	hanig
haniger	=	hanig
hanigere	=	hanig
hanigers	=	hanig
hanigheden	=	hanigheid
hanigheid	noun	de mate waarin iemand zich gedraagt als een bazige man; het de baas willen spelen
hanigs	=	hanig
hanigst	=	hanig
hanigste	=	hanig
hank	noun	een plank tegen de muur, om iets op te zetten
hannekemaaier	noun	seizoenarbeiders uit Duitsland die in de zomer te voet naar Nederland kwamen om op het land te werken
hannekemaaiers	=	hannekemaaier
hannes	noun	sukkel
hannese	=	hannes
hannesen	=	hannes
hannesend	=	hannes
hannesende	=	hannes
hannessen	=	hannes
hannest	=	hannes
hanneste	=	hannes
hannesten	=	hannes
hanoier	noun	een inwoner van Hanoi, of iemand afkomstig uit Hanoi
hanoiers	=	hanoier
hanois	adj	op Hanoi betrekking hebbend
hanoise	noun	een vrouwelijke inwoner van Hanoi, of een vrouw afkomstig uit Hanoi
hanoisen	=	hanoise
hans	noun	een manspersoon
hansen	=	hans
hansje	=	hans
hansjes	=	hans
hansop	noun	ruim vallende nachtkleding waarbij lijf en broek aan één stuk zijn
hansopje	=	hansop
hansopjes	=	hansop
hansoppen	=	hansop
hansworst	noun	toneelfiguur, vergelijkbaar met Harlekijn (een personage uit de Italiaanse Commedia dell'arte)
hansworsten	=	hansworst
hansworstje	=	hansworst
hant	=	hand
hantavirus	noun	virus dat wordt overgebracht door verschillende soorten knaagdieren.
hantavirusje	=	hantavirus
hantavirusjes	=	hantavirus
hantavirussen	noun	benaming voor de familie Hantaviridae
hanteer	=	hanteren
hanteerbaar	adj	waarmee in praktische zin kan worden omgegaan, waar mee geleefd kan worden zonder dat er vreselijke dingen gebeuren
hanteerbaarder	=	hanteerbaar
hanteerbaardere	=	hanteerbaar
hanteerbaarders	=	hanteerbaar
hanteerbaars	=	hanteerbaar
hanteerbaarst	=	hanteerbaar
hanteerbaarste	=	hanteerbaar
hanteerbare	=	hanteerbaar
hanteerde	=	hanteren
hanteerden	=	hanteren
hanteeren	=	hanteren
hanteert	=	hanteren
hantere	=	hanteren
hanteren	verb	gebruiken (met name met de handen)
hanterend	=	hanteren
hanterende	=	hanteren
hantering	noun	de manier waarop men met iets gebruikt, hoe men met iets omgaat
hanteringen	=	hantering
hanze	noun	een plaatselijk handelaarsverbond
hanzeaat	noun|obsolete	medelid van de Hanze of van een hanze
hanzeaten	=	hanzeaat
hanzeatisch	adj	betrekking hebbend op de Hanze of een hanzeaat
hanzeatische	=	hanzeatisch
hanzeatischer	=	hanzeatisch
hanzeatischere	=	hanzeatisch
hanzeatischers	=	hanzeatisch
hanzen	=	hans
hanzes	=	hanze
hanzestad	noun	stad die deel uitmaakt van de Hanze, een verbond van Europese handelssteden dat in de dertiende eeuw ontstond
hanzestadje	=	hanzestad
hanzestadjes	=	hanzestad
hanzesteden	=	hanzestad
haolam	noun	de wereld
hap	noun	voedsel of iets anders dat je door het openen en sluiten van je lippen in je mond krijgt
hap's	=	hap
hapax	noun	een woord dat slechts éénmaal in een bepaald corpus voorkomt
hapaxen	=	hapax
hapaxje	=	hapax
hapaxjes	=	hapax
haper	=	haperen
haperde	=	haperen
haperden	=	haperen
hapere	=	haperen
haperen	verb	stokken, niet vooruitgaan.
haperend	adj	tijdelijk niet of slecht functionerend
haperende	=	haperen
haperender	=	haperend
haperendere	=	haperend
haperenders	=	haperend
haperends	=	haperend
haperendst	=	haperend
haperendste	=	haperend
hapering	noun	mankement
haperingen	=	hapering
haperingetje	=	hapering
haperingetjes	=	hapering
hapert	=	haperen
hapje	noun	alleen verkleinwoord klein gerechtje
hapjes	=	hap
hapjespan	noun	hoge koekenpan met deksel
hapjespannen	=	hapjespan
hapjespannetje	=	hapjespan
hapjespannetjes	=	hapjespan
hapklaar	adj	gereed voor directe consumptie
hapklaarder	=	hapklaar
hapklaardere	=	hapklaar
hapklaarders	=	hapklaar
hapklaars	=	hapklaar
hapklaarst	=	hapklaar
hapklaarste	=	hapklaar
hapklare	=	hapklaar
haplografie	noun	schrijffout, bestaande in het weglaten van één van twee opeenvolgende gelijke letters of lettergrepen
haplografietje	=	haplografie
haplografietjes	=	haplografie
haplografieën	=	haplografie
haplologie	noun	verlies van één van twee min of meer gelijke lettergrepen van een woord
haplologietje	=	haplologie
haplologietjes	=	haplologie
haploïd	adj	slechts één exemplaar van ieder chromosoom bezittend
haploïde	adj	één exemplaar van ieder chromosoom hebbend
haploïder	=	haploïde
haploïdere	=	haploïde
haploïders	=	haploïde
haploïdes	=	haploïde
haploïds	=	haploïd
haploïedst	=	haploïde
haploïedste	=	haploïde
hapmethode	noun	manier van delen waarbij men steeds een veelvoud van de noemer van de teller aftrekt
hapmethodes	=	hapmethode
happe	=	happen
happen	verb	de mond open en dicht bewegen al dan niet gepaard gaande met bijten
happend	=	happen
happende	=	happen
happendelen	verb	het maken van een deelsom door er steeds een veelvoud van de deler van af te trekken
happendelend	=	happendelen
happening	noun	ogenschijnlijke spontane, maar in werkelijkheid vooraf bedachte gebeurtenis bedoeld om een bewustzijnveranderend effect te veroorzaken
happeningachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een happening
happeningachtige	=	happeningachtig
happeningachtiger	=	happeningachtig
happeningachtigere	=	happeningachtig
happeningachtigers	=	happeningachtig
happeningachtigs	=	happeningachtig
happeningachtigst	=	happeningachtig
happeningachtigste	=	happeningachtig
happeningetje	=	happening
happeningetjes	=	happening
happenings	=	happening
happer	noun	iemand die hapt
happers	=	happer
happertje	=	happer
happertjes	=	happer
happig	adj	gretig, begerig, enthousiast
happige	=	happig
happiger	=	happig
happigere	=	happig
happigers	=	happig
happigs	=	happig
happigst	=	happig
happigste	=	happig
happy	adj	blij, gelukkig
happy's	=	happy
happyer	=	happy
happyere	=	happy
happyers	=	happy
happyst	=	happy
happyste	=	happy
hapschaar	noun|informal	politieagent, smeris, juut
hapschaartje	=	hapschaar
hapschaartjes	=	hapschaar
hapscharen	=	hapschaar
hapscheer	noun	hapschaar
hapscheertje	=	hapscheer
hapscheertjes	=	hapscheer
hapscheren	=	hapscheer
hapsnap	adj	willekeurig, niet weloverwogen, zonder lijn
hapsnapbeleid	noun	willekeurig, waardeloos beleid waarin geen lijn is te ontdekken
hapsnaps	=	hapsnap
hapsnurker	noun	man die zich vreemd of ergerlijk gedraagt
hapsnurkers	=	hapsnurker
hapt	=	happen
hapte	=	happen
hapteen	noun	klein molecuul dat kan dienen als een deel van een macromolecuul dat herkend kan worden door antilichamen, B-cellen en T-cellen van het immuunsysteem, maar op zichzelf niet in staat is een antilichaamrespons op te wekken
hapteentje	=	hapteen
hapteentjes	=	hapteen
hapten	=	happen
haptenen	=	hapteen
haptiek	noun	vakgebied dat de tastzin bestudeert
haptisch	adj	betrekking hebbend op de tastzin
haptische	=	haptisch
haptischer	=	haptisch
haptischere	=	haptisch
haptischers	=	haptisch
haptonomen	=	haptonoom
haptonomie	noun	de leer van het menselijk gevoel en gevoelsleven en de wisselwerking tussen lichaam en geest
haptonoom	noun	iemand die zich met haptonomie bezighoudt
haptonoompje	=	haptonoom
haptonoompjes	=	haptonoom
hapuku-wrakbaars	noun	Polyprion oxygeneios een straalvinnige vis uit de familie van Polyprionidae en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
hapuku-wrakbaarsje	=	hapuku-wrakbaars
hapuku-wrakbaarsjes	=	hapuku-wrakbaars
hapuku-wrakbaarzen	=	hapuku-wrakbaars
hapvogel	noun	benaming voor vogels uit de familie Eurylaimidae, 'breedbekken en hapvogels'
hapvogels	noun	een geslacht Cymbirhynchus van zangvogels uit de familie breedbekken en hapvogels (Eurylaimidae).
hapvogeltje	=	hapvogel
hapvogeltjes	=	hapvogel
har	noun	scharnier
hara	noun	het kwade
hara's	=	hara
hara-kiri	=	harakiri
harachamiem	noun	barmhartigheid
harakiri	noun	Japanse manier om zeer pijnlijk zelfmoord plegen d.m.v. het opensnijden van de buik, vooral populair onder samoerais
harakiri's	=	harakiri
haram	adj	verboden volgens de islamitische voorschriften
harame	=	haram
haramer	=	haram
haramere	=	haram
haramers	=	haram
haramme	=	haram
harammer	=	haram
harammere	=	haram
harammers	=	haram
harams	=	haram
haramst	=	haram
haramste	=	haram
haratsim	=	haärets
harceren	=	arceren
harcering	=	arcering
hard	adj	stevig, een uitwendige kracht onverzettelijk weerstaand	adv	met veel inzet en energie
hard-boiled	adj	volgens een genre uit de VS dat verwant is aan de detective en andere misdaadzaken vol geweld
hardblauw	noun	felblauw	adj	met een felblauwe kleur
hardblauwe	=	hardblauw
hardblauwen	=	hardblauw
hardblauwer	=	hardblauw
hardblauwere	=	hardblauw
hardblauwers	=	hardblauw
hardblauws	=	hardblauw
hardblauwst	=	hardblauw
hardblauwste	=	hardblauw
hardbloem	noun	een geslacht Scleranthus van planten dat behoort tot de anjerfamilie.
hardbloemen	=	hardbloem
hardbloemetje	=	hardbloem
hardbloemetjes	=	hardbloem
hardbloempje	=	hardbloem
hardbloempjes	=	hardbloem
hardboard	noun	harde plaat van houtvezels gemaakt
hardbop	noun	rauwe bebopstijl ontwikkeld tijdens de jaren 1950 en 1960
hardcore	noun	een van diverse muziekstijlen	adj	van alle subtiliteit ontdaan, zodat de harde kern overblijft
hardcores	=	hardcore
hardcourt	noun	harde ondergrond voor tennisbanen, op basis van beton of asfalt, waarop een rubberachtige coating wordt aangebracht
hardcourts	=	hardcourt
hardcover	noun	een boek gebonden met een harde beschermende band, meestal voorzien van stof of zelfs leer.
hardcovers	=	hardcover
hardde	=	harden
hardden	=	harden
harddisk	noun	betaalbare elektro-magnetische schijf met grote opslagcapaciteit te gebruiken als extern geheugen bij computers
harddisks	=	harddisk
harddraaf	=	harddraven
harddraafde	=	harddraven
harddraafden	=	harddraven
harddraaft	=	harddraven
harddrave	=	harddraven
harddraven	verb	snel draven van een paard in een wedstrijd waarbij het paard een sulky trekt
harddravend	=	harddraven
harddravende	=	harddraven
harddraver	noun	paard dat heel snel kan draven
harddraverij	noun	wedstrijd met paarden die voor een licht karretje (sulky) zijn gespannen, de paarden mogen uitsluitend in draf lopen, vaak wordt er bij deze wedstrijden gegokt over de uitslag
harddraverijen	=	harddraverij
harddravers	=	harddraver
harddravertje	=	harddraver
harddravertjes	=	harddraver
harddrug	noun	sterk verslavende chemische stof
harddrugs	=	harddrug
harddrugsgebruik	noun	het gebruiken van zware, verboden, verslavende, bedwelmingsmiddelen
harddrugsgebruiker	noun	persoon die zware, sterk verslavende, illegale bedwelmingsmiddelen gebruikt
harddrugsgebruikers	=	harddrugsgebruiker
harde	=	hard
harden	verb	hard maken, met name van staal door verhitten, afschrikken en hameren
hardend	=	harden
hardende	=	harden
harder	noun	benaming voor zeevissen uit de familie Mugilidae	adv	met steeds grotere snelheid
hardere	=	hard
harders	noun	een orde Mugiliformes met maar één familie, de Mugilidae (volgens FishBase).
hardertje	=	harder
hardertjes	=	harder
harderwijker	noun	in Harderwijk gerookte bokking
harderwijkers	=	harderwijker
harderwijkertje	=	harderwijker
harderwijkertjes	=	harderwijker
hardeschijfactiviteit	noun	momenten waarop een harde schijf data zoekt, leest of schrijft
hardeschijfactiviteiten	=	hardeschijfactiviteit
hardeschijfruimte	noun	een hoeveelheid data op een harde schijf
hardeschijfruimten	=	hardeschijfruimte
hardeschijfruimtes	=	hardeschijfruimte
hardgebakken	adj	zolang verhit dat het heel stijf en stevig is geworden
hardgebakkens	=	hardgebakken
hardgeel	noun	fel geel	adj	met een felgele kleur
hardgeels	=	hardgeel
hardgeelst	=	hardgeel
hardgeelste	=	hardgeel
hardgekookt	adj	door koken stijf geworden (met name van eieren)
hardgekookte	=	hardgekookt
hardgekookts	=	hardgekookt
hardgele	=	hardgeel
hardgelen	=	hardgeel
hardgeler	=	hardgeel
hardgelere	=	hardgeel
hardgelers	=	hardgeel
hardgelopen	=	hardlopen
hardgemaakt	=	hardmaken
hardgereden	=	hardrijden
hardgesoldeerd	=	hardsolderen
hardglas	noun	glas met groot weerstandsvermogen en bijzondere hardheid
hardgras	noun	een geslacht Catapodium uit de grassenfamilie (Poaceae).
hardgrasje	=	hardgras
hardgrasjes	=	hardgras
hardgrassen	=	hardgras
hardgroen	noun	fel groen	adj	met een fel groene kleur
hardgroene	=	hardgroen
hardgroenen	=	hardgroen
hardgroener	=	hardgroen
hardgroenere	=	hardgroen
hardgroeners	=	hardgroen
hardgroens	=	hardgroen
hardgroenst	=	hardgroen
hardgroenste	=	hardgroen
hardhandig	adj	ruw, krachtig en doortastend maar vaak ook gewelddadig
hardhandige	=	hardhandig
hardhandiger	=	hardhandig
hardhandigere	=	hardhandig
hardhandigers	=	hardhandig
hardhandigs	=	hardhandig
hardhandigst	=	hardhandig
hardhandigste	=	hardhandig
hardheden	=	hardheid
hardheid	noun	psychische ongevoeligheid
hardheidje	=	hardheid
hardheidsclausule	noun	een clausule in een wet of overeenkomst op grond waarvan een bepaling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing kan worden gelaten als de toepassing ervan zou leiden tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen
hardheidsclausules	=	hardheidsclausule
hardhoofdig	adj	niet bereid zijn mening te herzien
hardhoofdige	=	hardhoofdig
hardhoofdiger	=	hardhoofdig
hardhoofdigere	=	hardhoofdig
hardhoofdigers	=	hardhoofdig
hardhoofdigs	=	hardhoofdig
hardhoofdigst	=	hardhoofdig
hardhoofdigste	=	hardhoofdig
hardhorend	adj	slecht kunnen horen (alleen zeer harde geluiden kunnen horen)
hardhorende	=	hardhorend
hardhorender	=	hardhorend
hardhorendere	=	hardhorend
hardhorenders	=	hardhorend
hardhorendheid	noun	het slecht kunnen horen
hardhorends	=	hardhorend
hardhorendst	=	hardhorend
hardhorendste	=	hardhorend
hardhorig	adj	slecht kunnen horen
hardhorige	=	hardhorig
hardhoriger	=	hardhorig
hardhorigere	=	hardhorig
hardhorigers	=	hardhorig
hardhorigs	=	hardhorig
hardhorigst	=	hardhorig
hardhorigste	=	hardhorig
hardhouse	noun	een muziekstijl die een van de hardere stromingen is binnen de house
hardhout	noun	hout afkomstig van loofbomen dat meestal (maar niet altijd!) duurzamer en harder is dan hout van naaldbomen
hardhouten	adj	gemaakt van hout met een meer dan gemiddelde hardheid
hardhoutschotelkorst	noun	Straminella varia een korstmossoort uit de familie Lecanoraceae.
hardhoutschotelkorsten	=	hardhoutschotelkorst
hardhoutschotelkorstje	=	hardhoutschotelkorst
hardhoutschotelkorstjes	=	hardhoutschotelkorst
harding	noun	harder maken
hardingen	=	harding
hardinkje	=	harding
hardinkjes	=	harding
hardleers	adj	niet bereid om ergens lering uit te trekken
hardleersch	=	hardleers
hardleerse	=	hardleers
hardleerser	=	hardleers
hardleersere	=	hardleers
hardleersers	=	hardleers
hardleerst	=	hardleers
hardleerste	=	hardleers
hardliep	=	hardlopen
hardliepe	=	hardlopen
hardliepen	=	hardlopen
hardliept	=	hardlopen
hardlijvig	adj	niet makkelijk afstand kunnen doen van je geld, vrekkig
hardlijvige	=	hardlijvig
hardlijviger	=	hardlijvig
hardlijvigere	=	hardlijvig
hardlijvigers	=	hardlijvig
hardlijvigheid	noun	het niet of moeilijk kunnen poepen; moeilijke stoelgang
hardlijvigs	=	hardlijvig
hardlijvigst	=	hardlijvig
hardlijvigste	=	hardlijvig
hardliner	noun	politicus die het liefst harde maatregelen neemt en harde standpunten inneemt
hardliners	=	hardliner
hardloop	=	hardlopen
hardloopbaan	noun	atletiekbaan of renbaan die speciaal is aangelegd voor hardlopen en atletiekwedstrijden
hardloopbaantje	=	hardloopbaan
hardloopbaantjes	=	hardloopbaan
hardloopband	noun	fitnessapparaat waarop men wandelen of hardlopen kan simuleren
hardloopbanden	=	hardloopband
hardloopbandje	=	hardloopband
hardloopbandjes	=	hardloopband
hardloopbanen	=	hardloopbaan
hardloopnummer	noun	hardlooponderdeel van een atletiek wedstrijd
hardloopnummers	=	hardloopnummer
hardloopnummertje	=	hardloopnummer
hardloopnummertjes	=	hardloopnummer
hardloopschoen	noun	een schoen die bij het hardlopen gebruikt wordt
hardloopschoenen	=	hardloopschoen
hardloopschoentje	=	hardloopschoen
hardloopschoentjes	=	hardloopschoen
hardloopster	noun	een vrouwelijke beoefenaar van de hardloopsport
hardloopsters	=	hardloopster
hardloopstertje	=	hardloopster
hardloopstertjes	=	hardloopster
hardloopt	=	hardlopen
hardloopwedstrijd	noun	een wedstrijd waarbij de deelnemers op een vooraf bepaald parcours hardlopen
hardloopwedstrijden	=	hardloopwedstrijd
hardloopwedstrijdje	=	hardloopwedstrijd
hardloopwedstrijdjes	=	hardloopwedstrijd
hardlope	=	hardlopen
hardlopen	verb	met versnelde pas zich voortbewegen	noun	een sport waarbij men zich bekwaamt in het zich snel voortbewegen
hardlopend	=	hardlopen
hardlopende	=	hardlopen
hardloper	noun	een mannelijke beoefenaar van de hardloopsport
hardlopers	=	hardloper
hardlopertje	=	hardloper
hardlopertjes	=	hardloper
hardmaak	=	hardmaken
hardmaakt	=	hardmaken
hardmaakte	=	hardmaken
hardmaakten	=	hardmaken
hardmaand	noun|obsolete	eerste maand van het kalenderjaar
hardmake	=	hardmaken
hardmaken	verb	zich ergens energiek voor inzetten
hardmakend	=	hardmaken
hardmakende	=	hardmaken
hardmetaal	noun	metaalcarbide (van wolfraam, titanium, tantaal, molybdeen) waaruit de snijdende randen van sommige werktuigen vervaardigd worden
hardmetalen	adj	vervaardigd van hardmetaal
hardnekkig	adj	onverbeterlijk, onverzettelijk
hardnekkige	=	hardnekkig
hardnekkiger	=	hardnekkig
hardnekkigere	=	hardnekkig
hardnekkigers	=	hardnekkig
hardnekkigheden	=	hardnekkigheid
hardnekkigheid	noun	het onverzettelijk en halsstarrig zijn van personen
hardnekkigs	=	hardnekkig
hardnekkigst	=	hardnekkig
hardnekkigste	=	hardnekkig
hardoen	noun	Stellagama stellio een hagedis uit de familie van de agamen (Agamidae).
hardoenen	=	hardoen
hardoentje	=	hardoen
hardoentjes	=	hardoen
hardop	adv	helder, duidelijk, goed verstaanbaar van de stem gebruik makend
hardplastic	adj	gemaakt van een stevig soort kunststof
hardreden	=	hardrijden
hardreed	=	hardrijden
hardrij	=	hardrijden
hardrijd	=	hardrijden
hardrijde	=	hardrijden
hardrijden	verb	proberen een bepaalde afstand zo snel mogelijk af te leggen
hardrijdend	=	hardrijden
hardrijdende	=	hardrijden
hardrijder	noun	iemand die heel snel kan schaatsen of fietsen
hardrijders	=	hardrijder
hardrijdt	=	hardrijden
hardrock	noun	zeer luidruchtige rock-'n-roll muziek met elektrisch gitaren en harde drums
hardrockband	noun	muziekgroep die hardrockmuziek speelt
hardrockbandje	=	hardrockband
hardrockbandjes	=	hardrockband
hardrockbands	=	hardrockband
hardrocker	noun	liefhebber van zeer luidruchtige rock-'n-roll muziek
hardrockers	=	hardrocker
hardrockfestival	noun	muziekfestival met vooral hardrockmuziek
hardrockfestivalletje	=	hardrockfestival
hardrockfestivalletjes	=	hardrockfestival
hardrockfestivals	=	hardrockfestival
hardrockgroep	noun	band die vooral hardrockmuziek speelt
hardrockgroepen	=	hardrockgroep
hardrockgroepje	=	hardrockgroep
hardrockgroepjes	=	hardrockgroep
hardrode	=	hardrood
hardroden	=	hardrood
hardroder	=	hardrood
hardrodere	=	hardrood
hardroders	=	hardrood
hardrood	noun	fel rood	adj	met een fel rode kleur
hardroods	=	hardrood
hardroodst	=	hardrood
hardroodste	=	hardrood
hardroze	noun	fel roze	adj	met een fel roze kleur
hardrozen	=	hardroze
hardrozes	=	hardroze
hards	=	hard
hardshiptoeslag	noun	een extra financiële vergoeding of loonopslag voor werknemers die tijdelijk of langdurig werken onder bijzonder moeilijke, zware of onaantrekkelijke omstandigheden
hardshiptoeslagen	=	hardshiptoeslag
hardsnuithaai	noun	Carcharhinus macloti een haai uit de familie van de requiemhaaien
hardsnuithaaien	=	hardsnuithaai
hardsnuithaaitje	=	hardsnuithaai
hardsnuithaaitjes	=	hardsnuithaai
hardsoldeer	noun	soldeer dat sterkere verbindingen oplevert dan zachtsoldeer
hardsoldeerde	=	hardsolderen
hardsoldeerden	=	hardsolderen
hardsoldeert	=	hardsolderen
hardsoldere	=	hardsolderen
hardsolderen	verb	met bij temperaturen boven 450°C gesmolten metaal voorwerpen van metalen die zelf een hoger smeltpunt hebben aan elkaar vastmaken of repareren
hardsolderend	=	hardsolderen
hardsolderende	=	hardsolderen
hardst	=	hard
hardste	=	hard
hardsteen	noun	blauwachtig grijze kalksteensoort die men o.a. als vloerbedekking gebruikt
hardstenen	adj	gemaakt van een kalksteen met een meer of minder uitgesproken blauwgrijze kleur
hardt	=	harden
hardtag	noun	beveiligingslabel van metaal en kunststof, dat alleen met speciale apparatuur kan worden verwijderd, vaak gebruikt in winkels om artikelen te beschermen tegen diefstal
hardtop	noun	opvouwbaar dak van een open auto dat bestaat uit verschillende harde (plastic of stalen) delen
hardtops	=	hardtop
hardtrance	noun	harde, snelle, instrumentale vorm van trance
hardtrances	=	hardtrance
hardtrancetje	=	hardtrance
hardtrancetjes	=	hardtrance
hardvochtig	adj	zonder medelijden
hardvochtige	=	hardvochtig
hardvochtiger	=	hardvochtig
hardvochtigere	=	hardvochtig
hardvochtigers	=	hardvochtig
hardvochtigheden	=	hardvochtigheid
hardvochtigheid	noun	het zonder medelijden zijn, zonder gevoel zijn
hardvochtigs	=	hardvochtig
hardvochtigst	=	hardvochtig
hardvochtigste	=	hardvochtig
hardware	noun	elektronische en mechanische delen in en om computersystemen
hardwerkend	adj	een drukke baan hebbend
hardwerkende	=	hardwerkend
hardwerkender	=	hardwerkend
hardwerkendere	=	hardwerkend
hardwerkenders	=	hardwerkend
hardwerkends	=	hardwerkend
hardwerkendst	=	hardwerkend
hardwerkendste	=	hardwerkend
hare	pron	zelfstandige vorm van haar, derde persoon enkelvoud vrouwe	noun	zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot haar behoort
harem	noun	het voor vrouwen bestemde deel van een woning van een mohammedaan
harembroek	noun	heel wijd vallende broek van soepele stof die nauw sluit rond de enkels
harembroeken	=	harembroek
harempje	=	harem
harempjes	=	harem
harems	=	harem
haren	verb	haar verliezen	adj	gemaakt van haar
harenaar	noun	een inwoner van Haren, of iemand afkomstig uit Haren
harenaren	=	harenaar
harend	=	haren
harende	=	haren
harender	adj	op Haren betrekking hebbend
harener	adj	op Haren betrekking hebbend
harennaspitsmuis	noun	Crocidura harenna een spitsmuis uit het geslacht Crocidura die slechts bekend is van het Harenna-bos in het Balegebergte van Ethiopië, op 2400 m hoogte.
harennaspitsmuisje	=	harennaspitsmuis
harennaspitsmuisjes	=	harennaspitsmuis
harennaspitsmuizen	=	harennaspitsmuis
harens	adj	op Haren betrekking hebbend
harense	noun	een vrouwelijke inwoner van Haren, of een vrouw afkomstig uit Haren
harensen	=	harense
harent	adv|obsolete	te harent: bij haar, bij haar thuis
harentwille	adv	om harentwille: omdat zij dat wil; ter wille van haar
harer	pron|obsolete	genitief (van) haar
harig	adj	met haar begroeid
harig-wilgenroosjesgalmot	noun	Mompha bradleyi een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
harig-wilgenroosjesgalmotje	=	harig-wilgenroosjesgalmot
harig-wilgenroosjesgalmotjes	=	harig-wilgenroosjesgalmot
harig-wilgenroosjesgalmotten	=	harig-wilgenroosjesgalmot
harige	=	harig
hariger	=	harig
harigere	=	harig
harigers	=	harig
harigheden	=	harigheid
harigheid	noun	het met (veel) haar begroeid zijn; het hebben van haar
harigs	=	harig
harigst	=	harig
harigste	=	harig
haring	noun	bepaald soort zilvergrijze zoutwatervis, geschikt voor consumptie, Clupea harengus
haringachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van haring
haringachtige	=	haringachtig
haringachtigen	noun	een orde Clupeiformes van straalvinnige vissen.
haringachtiger	=	haringachtig
haringachtigere	=	haringachtig
haringachtigers	=	haringachtig
haringachtigs	=	haringachtig
haringachtigst	=	haringachtig
haringachtigste	=	haringachtig
haringbuis	noun	zielschip dat men gebruikte in de haringvisserij
haringbuisje	=	haringbuis
haringbuisjes	=	haringbuis
haringbuizen	=	haringbuis
haringen	noun	een familie Clupeidae uit de orde van de haringachtigen.
haringgraat	noun	Halecium halecinum een hydroïdpoliep uit de familie Haleciidae.
haringgraatje	=	haringgraat
haringgraatjes	=	haringgraat
haringgraten	=	haringgraat
haringhaai	noun	bepaalde middelgrote haai en consumptievis, Lamna nasus
haringhaaien	noun	een familie Lamnidae van grote haaien
haringhaaitje	=	haringhaai
haringhaaitjes	=	haringhaai
haringhappen	verb	haring eten, met name door de vis, die men aan z'n staart vasthoudt, boven de mond te houden en hem daar hapsgewijs in te laten zakken
haringkar	noun	verkoopkraam waar men haring verkoopt en kan kopen
haringkarren	=	haringkar
haringkarretje	=	haringkar
haringkarretjes	=	haringkar
haringnet	noun	visnetten waarmee men haring vangt en dat deel uitmaakt van een vleet
haringnetje	=	haringnet
haringnetjes	=	haringnet
haringnetten	=	haringnet
haringpakkerij	noun	plek waar het verpakken van aan land gebrachte haring voor de export plaatsvindt
haringpakkerijen	=	haringpakkerij
haringrace	noun	wedstrijd wie na de winterstop de eerste Hollandse nieuwe aan wal brengt
haringraces	=	haringrace
haringsalade	noun	salade met gesneden haring tot hoofdbestanddeel, en verder voornamelijk bestaande uit gehakte of gesneden bieten, appelen, uien, augurken en harde eieren
haringsalades	=	haringsalade
haringscholen	=	haringschool
haringschool	noun	grote groep haringen, die zich samen door het water bewegen
haringschooltje	=	haringschool
haringschooltjes	=	haringschool
haringsla	noun	een salade van haring, rode biet, appel en aardappel
harington	noun	ton waarin men haring bewaarde
haringtonnen	=	harington
haringtonnetje	=	harington
haringtonnetjes	=	harington
haringvangst	noun	de door de haringvissers gevangen haring
haringvangsten	=	haringvangst
haringventster	noun	koopvrouw die haring en andere vis verkoopt
haringventsters	=	haringventster
haringventstertje	=	haringventster
haringventstertjes	=	haringventster
haringverkoopster	noun	koopvrouw die haring en andere vis verkoopt
haringverkoopsters	=	haringverkoopster
haringverkoopstertje	=	haringverkoopster
haringverkoopstertjes	=	haringverkoopster
haringvisser	noun	iemand die vist op de haringen
haringvisserij	noun	het (beroepsmatig) vissen op haring
haringvisserijen	=	haringvisserij
haringvissers	=	haringvisser
haringvloot	noun	alle vissersboten voor de haringvangst van een stad of land
haringvloten	=	haringvloot
haringworm	noun	Anisakis simplex een parasitaire rondworm, die voorkomt in zeevissen zoals haring, zeezoogdieren en ook mensen kan besmetten
haringwormen	=	haringworm
haringwormpje	=	haringworm
haringwormpjes	=	haringworm
haringwormziekte	noun	een infectie van de maag of darmen door de larven van de worm Anisakis marina
haringwormziekten	=	haringwormziekte
haringwormziektes	=	haringwormziekte
haringwormziektetje	=	haringwormziekte
harinkje	=	haring
harinkjes	=	haring
hark	noun	tuingereedschap aan lange steel, met een reeks tanden aan de onderzijde
harke	=	harken
harken	verb	met een hark bijeenbrengen
harkend	=	harken
harkende	=	harken
harkerig	adj	stijf en gedwongen
harkerige	=	harkerig
harkeriger	=	harkerig
harkerigere	=	harkerig
harkerigers	=	harkerig
harkerigs	=	harkerig
harkerigst	=	harkerig
harkerigste	=	harkerig
harkje	=	hark
harkjes	=	hark
harksel	noun	materiaal dat door harken bij elkaar gelegd is
harksels	=	harksel
harkt	=	harken
harkte	=	harken
harkten	=	harken
harkwesp	noun	Bembix rostrata een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
harkwespen	=	harkwesp
harkwespje	=	harkwesp
harkwespjes	=	harkwesp
harlekijn	noun	een grappig personage uit de Italiaanse Commedia dell'arte
harlekijnbaardvogel	noun	Psilopogon mystacophanos een Aziatische baardvogel die voorkomt in de Indische Archipel
harlekijnbaardvogels	=	harlekijnbaardvogel
harlekijnbaardvogeltje	=	harlekijnbaardvogel
harlekijnbaardvogeltjes	=	harlekijnbaardvogel
harlekijnbladroller	noun	Lobesia reliquana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
harlekijnbladrollers	=	harlekijnbladroller
harlekijnbladrollertje	=	harlekijnbladroller
harlekijnbladrollertjes	=	harlekijnbladroller
harlekijnboktor	noun	Acrocinus longimanus een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
harlekijnboktorren	=	harlekijnboktor
harlekijnboktorretje	=	harlekijnboktor
harlekijnboktorretjes	=	harlekijnboktor
harlekijnbosmuis	noun	Praomys morio knaagdier uit het geslacht Praomys dat voorkomt op Mount Cameroon in Kameroen en op het eiland Bioko (Equatoriaal-Guinea).
harlekijnbosmuisje	=	harlekijnbosmuis
harlekijnbosmuisjes	=	harlekijnbosmuis
harlekijnbosmuizen	=	harlekijnbosmuis
harlekijndikkop	noun	Falcunculus frontatus een endemische zangvogel uit de familie Falcunculidae.
harlekijndikkopje	=	harlekijndikkop
harlekijndikkopjes	=	harlekijndikkop
harlekijndikkoppen	=	harlekijndikkop
harlekijnduif	noun	Phaps histrionica een vogel uit de familie duiven (Columbidae).
harlekijnduifje	=	harlekijnduif
harlekijnduifjes	=	harlekijnduif
harlekijnduiven	=	harlekijnduif
harlekijneend	noun	Histrionicus histrionicus een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
harlekijneenden	=	harlekijneend
harlekijneendje	=	harlekijneend
harlekijneendjes	=	harlekijneend
harlekijnen	=	harlekijn
harlekijngrassluiper	noun	Amytornis barbatus een zangvogel uit de familie Maluridae (elfjes).
harlekijngrassluipers	=	harlekijngrassluiper
harlekijngrassluipertje	=	harlekijngrassluiper
harlekijngrassluipertjes	=	harlekijngrassluiper
harlekijnkikker	noun	Atelopus varius een klompvoetkikker uit de familie padden (Bufonidae)
harlekijnkikkers	=	harlekijnkikker
harlekijnkikkertje	=	harlekijnkikker
harlekijnkikkertjes	=	harlekijnkikker
harlekijnkoraalslang	noun	Micrurus fulvius een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
harlekijnkoraalslangen	=	harlekijnkoraalslang
harlekijnkoraalslangetje	=	harlekijnkoraalslang
harlekijnkoraalslangetjes	=	harlekijnkoraalslang
harlekijnkwartel	noun	Coturnix delegorguei een hoenderachtige vogel uit de kwartelfamilie (Phasianidae / Odontophorinae).
harlekijnkwartels	=	harlekijnkwartel
harlekijnkwarteltje	=	harlekijnkwartel
harlekijnkwarteltjes	=	harlekijnkwartel
harlekijnlieveheersbeestje	noun	Harmonia quadripunctata een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae)
harlekijnlieveheersbeestjes	=	harlekijnlieveheersbeestje
harlekijnmees	noun	Baeolophus wollweberi een zangvogel uit de familie Paridae (echte mezen).
harlekijnmeesje	=	harlekijnmees
harlekijnmeesjes	=	harlekijnmees
harlekijnmezen	=	harlekijnmees
harlekijnmiervogel	noun	Rhegmatorhina berlepschi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
harlekijnmiervogels	=	harlekijnmiervogel
harlekijnmiervogeltje	=	harlekijnmiervogel
harlekijnmiervogeltjes	=	harlekijnmiervogel
harlekijnmonarch	noun	Neolalage banksiana een endemische vogelsoort van de eilandengroep Vanuatu.
harlekijnmonarchen	=	harlekijnmonarch
harlekijnmonarchje	=	harlekijnmonarch
harlekijnmonarchjes	=	harlekijnmonarch
harlekijnrugvinkathaai	noun	een monotypisch geslacht Ctenacis van kraakbeenvissen uit de familie van de rugvinkathaaien (Proscylliidae)
harlekijnrugvinkathaaien	=	harlekijnrugvinkathaai
harlekijnrugvinkathaaitje	=	harlekijnrugvinkathaai
harlekijnrugvinkathaaitjes	=	harlekijnrugvinkathaai
harlekijns	=	harlekijn
harlekijnslak	noun	Polycera quadrilineata een slakkensoort uit de familie van de mosdierslakken (Polyceridae).
harlekijnslakje	=	harlekijnslak
harlekijnslakjes	=	harlekijnslak
harlekijnslakken	=	harlekijnslak
harlekijnstruikvliegenvanger	noun	Heteromyias albispecularis een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
harlekijnstruikvliegenvangers	=	harlekijnstruikvliegenvanger
harlekijnstruikvliegenvangertje	=	harlekijnstruikvliegenvanger
harlekijnstruikvliegenvangertjes	=	harlekijnstruikvliegenvanger
harlekijntje	=	harlekijn
harlekijntjes	=	harlekijn
harlekijnvis	noun	Plectorhinchus chaetodonoides een soort vis uit de orde van baarsachtigen
harlekijnvisje	=	harlekijnvis
harlekijnvisjes	=	harlekijnvis
harlekijnvissen	=	harlekijnvis
harlekijnwinterkoning	noun	Campylorhynchus jocosus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
harlekijnwinterkoningen	=	harlekijnwinterkoning
harlekijnwinterkoninkje	=	harlekijnwinterkoning
harlekijnwinterkoninkjes	=	harlekijnwinterkoning
harmelde	=	harmelen
harmelen	verb	gedurig met een paard en wagen voor- en achterwaarts gaan
harmelend	=	harmelen
harmonica	noun	een trekharmonica
harmonica's	=	harmonica
harmonicaatje	=	harmonica
harmonicaatjes	=	harmonica
harmonicaboek	noun	boek dat bestaat uit één lange strook papier die in een zigzag- of harmoniemodel is gevouwen, vaak met harde kaften aan de uiteinden
harmonicaboeken	=	harmonicaboek
harmonicaboekje	=	harmonicaboek
harmonicaboekjes	=	harmonicaboek
harmonicabus	noun	een gelede bus waarvan het voorste en achterste gedeelte verbonden zijn door een soort structuur die lijkt op een harmonica
harmonicabussen	=	harmonicabus
harmonicadeur	noun	deur met de vorm van de balg van een trekharmonica
harmonicadeuren	=	harmonicadeur
harmonicaspeler	noun	persoon die op een (mond)harmonica speelt
harmonicaspelers	=	harmonicaspeler
harmonicawand	noun	een wand (van kunststof) die in- en uitgeschoven kan worden zodat men een grotere ruimte kan verdelen in twee kleinere ruimtes
harmonicawanden	=	harmonicawand
harmonie	noun	samenwerking of verband van een aantal zaken tot een welgeordend en aangenaam aandoend geheel
harmonieer	=	harmoniëren
harmonieerde	=	harmoniëren
harmonieerden	=	harmoniëren
harmonieert	=	harmoniëren
harmoniek	noun	verbinding der akkoorden e.d. in de muziek
harmonieken	=	harmoniek
harmoniemodel	noun	overleg en onderling vertrouwen als middel om sociale en politieke problemen op te lossen
harmoniemodellen	=	harmoniemodel
harmonieorkest	noun	muziekkorps met koperen en houten blaasinstrumenten en slagwerk
harmonieorkesten	=	harmonieorkest
harmonieorkestje	=	harmonieorkest
harmonieorkestjes	=	harmonieorkest
harmonies	=	harmonie
harmonietje	=	harmonie
harmonietjes	=	harmonie
harmonieus	adj	in ideale onderlinge verhoudingen
harmonieust	=	harmonieus
harmonieuste	=	harmonieus
harmonieuze	=	harmonieus
harmonieuzer	=	harmonieus
harmonieuzere	=	harmonieus
harmonieuzers	=	harmonieus
harmonieën	=	harmonie
harmonisatie	noun	het harmoniseren, het tot overeenstemming brengen
harmonisaties	=	harmonisatie
harmonisch	adj	harmonieus
harmonische	noun	is een frequentie die een aliquot, een geheel veelvoud, is van de grondfrequentie
harmonischen	=	harmonische
harmonischer	=	harmonisch
harmonischere	=	harmonisch
harmonischers	=	harmonisch
harmonischt	=	harmonisch
harmonischte	=	harmonisch
harmoniseer	=	harmoniseren
harmoniseerde	=	harmoniseren
harmoniseerden	=	harmoniseren
harmoniseert	=	harmoniseren
harmonisere	=	harmoniseren
harmoniseren	verb	standaardiseren
harmoniserend	=	harmoniseren
harmoniserende	=	harmoniseren
harmonium	noun	een toetsinstrument dat gerekend wordt tot de aerofonen
harmoniumpje	=	harmonium
harmoniumpjes	=	harmonium
harmoniums	=	harmonium
harmoniëre	=	harmoniëren
harmoniëren	verb	op een aangename wijze bij elkaar passen; op elkaar afgestemd zijn
harmoniërend	=	harmoniëren
harmoniërende	=	harmoniëren
harnas	noun	een wapenuitrusting gemaakt van metalen platen die het lichaam volledig of grotendeels bedekt
harnashoofdvissen	noun	een familie Pentacerotidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
harnasje	=	harnas
harnasjes	=	harnas
harnasmaker	noun	persoon die harnassen produceert
harnasmakers	=	harnasmaker
harnasmannen	noun	een familie Agonidae van kleine bij de bodem levende vissen die voorkomen in koud zeewater.
harnasmannetje	noun	bepaald soort baarsachtige vis, Agonus cataphractus
harnasmannetjes	=	harnasmannetje
harnasmeervallen	noun	de grootste familie Loricariidae binnen de orde meervalachtigen (Siluriformes)
harnassen	=	harnas
harnasspinnetje	noun	Comaroma simoni een spinnensoort in de taxonomische indeling van de dwergkogelspinnen (Anapidae)
harnasspinnetjes	=	harnasspinnetje
harp	noun	een instrument met een driehoekige vorm met voor elke toon een aparte snaar
harpagon	noun|obsolete	iemand die wat hij heeft voor zichzelf wil houden en daarom erg zuinig is en niet met anderen wil delen
harpagons	=	harpagon
harpe	=	harpen
harpen	verb	de harp bespelen
harpenaar	noun|obsolete	man die een harp bespeelt
harpenaars	=	harpenaar
harpend	=	harpen
harpende	=	harpen
harpenist	noun	iemand die een harp bespeelt voor zijn beroep of als hobby
harpenisten	=	harpenist
harpij	noun	fabeldier uit de Griekse mythologie
harpij-arend	noun	bepaald soort roofvogel, Harpyopsis novaeguineae een vogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen) en het monotypische geslacht Harpyopsis.
harpij-arenden	=	harpij-arend
harpij-arendje	=	harpij-arend
harpij-arendjes	=	harpij-arend
harpijarend	noun	Harpyopsis novaeguineae een vogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen) en het monotypische geslacht Harpyopsis.
harpijarenden	=	harpijarend
harpijarendje	=	harpijarend
harpijarendjes	=	harpijarend
harpijen	=	harpij
harpist	noun	een bespeler van het muziekinstrument harp.
harpiste	noun	een vrouwelijke bespeler van het muziekinstrument harp.
harpisten	=	harpist
harpistes	=	harpiste
harpistetje	=	harpiste
harpistetjes	=	harpiste
harpistje	=	harpist
harpistjes	=	harpist
harpje	=	harp
harpjes	=	harp
harpmuziek	noun	muziek gemaakt met een harp
harpoen	noun	een grote pijl met weerhaken aan een touw
harpoeneer	=	harpoeneren
harpoeneerde	=	harpoeneren
harpoeneerden	=	harpoeneren
harpoeneert	=	harpoeneren
harpoenen	=	harpoen
harpoenere	=	harpoeneren
harpoeneren	verb	het vangen van vissen of walvissen door middel van een harpoen
harpoenerend	=	harpoeneren
harpoenerende	=	harpoeneren
harpoengeweer	noun	toestel waarmee men een speer met weerhaken kan afschieten dat men gebruikt om grote vissen of zeezoogdieren te doden
harpoengeweren	=	harpoengeweer
harpoenier	noun	iemand die gebruik maakt van een harpoen om een prooi te doden
harpoeniers	=	harpoenier
harpoeniertje	=	harpoenier
harpoeniertjes	=	harpoenier
harpoenpalpmot	noun	Gelechia rhombelliformis een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
harpoenpalpmotje	=	harpoenpalpmot
harpoenpalpmotjes	=	harpoenpalpmot
harpoenpalpmotten	=	harpoenpalpmot
harpoentje	=	harpoen
harpoentjes	=	harpoen
harpspeelster	noun	vrouw die op een harp speelt
harpspeelsters	=	harpspeelster
harpspeelstertje	=	harpspeelster
harpspeelstertjes	=	harpspeelster
harpspeler	noun	iemand die een harp bespeelt
harpspelers	=	harpspeler
harpspelertje	=	harpspeler
harpspelertjes	=	harpspeler
harpt	=	harpen
harpte	=	harpen
harpten	=	harpen
harpuis	noun	versmolten mengsel van gele hars, lijnolie en eventueel vet of zwavel ter behandeling van het hout boven de waterlijn
harpuisde	=	harpuizen
harpuisden	=	harpuizen
harpuist	=	harpuizen
harpuize	=	harpuizen
harpuizen	verb	met harpuis bestrijken van een scheepswand of sluisdeur
harpuizend	=	harpuizen
harre	noun	scharnier
harrel	noun	een vlas- of hennepstengel
harrels	=	harrel
harreltje	=	harrel
harreltjes	=	harrel
harren	=	har
harretje	=	har
harretjes	=	har
harrewar	=	harrewarren
harrewarde	=	harrewarren
harrewarden	=	harrewarren
harrewarre	=	harrewarren
harrewarren	verb	ruzie maken
harrewarrend	=	harrewarren
harrewarrende	=	harrewarren
harrewart	=	harrewarren
harrisgrondeekhoorn	noun	Ammospermophilus harrisii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
harrisgrondeekhoorns	=	harrisgrondeekhoorn
harrisgrondeekhoorntje	=	harrisgrondeekhoorn
harrisgrondeekhoorntjes	=	harrisgrondeekhoorn
harrypotterbril	noun	een bril met een zwart montuur en grote ronde glazen, lijkend op de bril die Harry Potter draagt
harrypotterbrillen	=	harrypotterbril
harrypotterbrilletje	=	harrypotterbril
harrypotterbrilletjes	=	harrypotterbril
hars	noun	het stroeve en plakkerige product van boomsappen, met name van naaldbomen
harsachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van hars
harsachtige	=	harsachtig
harsachtiger	=	harsachtig
harsachtigere	=	harsachtig
harsachtigers	=	harsachtig
harsachtigs	=	harsachtig
harsachtigst	=	harsachtig
harsachtigste	=	harsachtig
harsbuilmot	noun	Retinia resinella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
harsbuilmotje	=	harsbuilmot
harsbuilmotjes	=	harsbuilmot
harsbuilmotten	=	harsbuilmot
harsen	=	hars
harsenen	=	hersenen
harsens	noun	hersenen
harses	noun|informal	hersens, hoofd, kop
harshoudend	adj	hars bevattend
harshoudende	=	harshoudend
harshoudender	=	harshoudend
harshoudendere	=	harshoudend
harshoudenders	=	harshoudend
harshoudends	=	harshoudend
harshoudendst	=	harshoudend
harshoudendste	=	harshoudend
harsig	adj	harsachtig
harsige	=	harsig
harsiger	=	harsig
harsigere	=	harsig
harsigers	=	harsig
harsigs	=	harsig
harsigst	=	harsig
harsigste	=	harsig
harske	=	hartstikke
harskernsoldeer	noun	soldeer in draadvorm met een kern van hars, een vloeimiddel dat eerder smelt dan de lood-tinlegering zodat bij het solderen het werk wordt gereinigd en van de lucht wordt afgesloten
harskernsoldeertin	noun	soldeertin in draadvorm met een kern van hars, een vloeimiddel dat eerder smelt dan de lood-tinlegering zodat bij het solderen het werk wordt gereinigd en van de lucht wordt afgesloten
harslak	noun	een lak of vernis gemaakt van de hars van een boom
harslakken	=	harslak
harslakzwam	noun	Ganoderma resinaceum een schimmel in de familie Ganodermataceae.
harslakzwammen	=	harslakzwam
harslakzwammetje	=	harslakzwam
harslakzwammetjes	=	harslakzwam
harsporia	noun	een schimmel Resiniporus resinascens behorend tot de familie Irpicaceae.
harsporia's	=	harsporia
harsporiaatje	=	harsporia
harsporiaatjes	=	harsporia
harsrijk	adj	van naaldhout dat het veel hars bevat
harsrijke	=	harsrijk
harsrijker	=	harsrijk
harsrijkere	=	harsrijk
harsrijkers	=	harsrijk
harsrijks	=	harsrijk
harsrijkst	=	harsrijk
harsrijkste	=	harsrijk
harst	noun	een stuk vlees met rugwervel erin, rugstuk, lendestuk
harsten	verb|obsolete	braden, vlees verhitten in olie of vet
harstend	=	harsten
harstende	=	harsten
harstje	=	harst
harstjes	=	harst
harstte	=	harsten
harstten	=	harsten
hart	noun	holle spier die door geregeld samen te trekken bloed door het lichaam pompt
hart-longmachine	noun	apparaat dat de functies van hart en longen (tijdelijk) kan overnemen
hart-longmachines	=	hart-longmachine
hart-longmachinetje	=	hart-longmachine
hart-longmachinetjes	=	hart-longmachine
hartaandoening	noun	aandoening aan het hart
hartaandoeningen	=	hartaandoening
hartaandoeninkje	=	hartaandoening
hartaandoeninkjes	=	hartaandoening
hartaanval	noun	het afsterven van hartspierweefsel door afsluiting van een kransslagader of een tak hiervan
hartaanvallen	=	hartaanval
hartaanvalletje	=	hartaanval
hartaanvalletjes	=	hartaanval
hartader	noun	hartslagader
hartaderbreuk	noun	het scheuren van de grote lichaamsslagader
hartaderbreuken	=	hartaderbreuk
hartaderbreukje	=	hartaderbreuk
hartaderbreukjes	=	hartaderbreuk
hartaderen	=	hartader
hartaders	=	hartader
hartadertje	=	hartader
hartadertjes	=	hartader
hartafdeling	noun	afdeling van een ziekenhuis waar men patiënten met hartziekten behandeld; afdeling cardiologie
hartafdelingen	=	hartafdeling
hartafwijking	noun	al of niet aangeboren hartziekte
hartafwijkingen	=	hartafwijking
hartafwijkinkje	=	hartafwijking
hartafwijkinkjes	=	hartafwijking
hartbewaking	noun	afdeling in een ziekenhuis die gespecialiseerd is in de behandeling en observatie van hartpatiënten
hartbewakingen	=	hartbewaking
hartbewakinkje	=	hartbewaking
hartbewakinkjes	=	hartbewaking
hartbladzonnebloem	noun	Doronicum pardalianches een vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae)
hartbladzonnebloemen	=	hartbladzonnebloem
hartbladzonnebloempje	=	hartbladzonnebloem
hartbladzonnebloempjes	=	hartbladzonnebloem
hartblok	noun	stoornis in de prikkelgeleiding tussen hartboezem en hartkamer, waardoor het hartritme onregelmatig wordt en soms het hart stilstaat
hartblokje	=	hartblok
hartblokjes	=	hartblok
hartblokken	=	hartblok
hartboezem	noun	een van de twee bovenste holtes van het (zoogdieren)hart waarin het bloed uit de aders wordt opgevangen voordat het wordt doorgepompt naar de hartkamers
hartboezems	=	hartboezem
hartbrekend	adj	diep verdrietig en treurig makend; op een grievende manier
hartbrekende	=	hartbrekend
hartbrekender	=	hartbrekend
hartbrekendere	=	hartbrekend
hartbrekenders	=	hartbrekend
hartbrekends	=	hartbrekend
hartbrekendst	=	hartbrekend
hartbrekendste	=	hartbrekend
hartbreuk	noun	doorzakking van het hart door het middenrif in de buikholte
hartbreuken	=	hartbreuk
hartbreukje	=	hartbreuk
hartbreukjes	=	hartbreuk
hartcel	noun	spiercel van het hart
hartcellen	=	hartcel
hartcelletje	=	hartcel
hartcelletjes	=	hartcel
hartcentra	=	hartcentrum
hartcentrum	noun	ziekenhuis gespecialiseerd in de behandeling van hartpatiënten
hartcentrums	=	hartcentrum
hartchirurg	noun	chirurg die hartoperaties verricht
hartchirurgen	=	hartchirurg
hartchirurgie	noun	heelkunde van het hart
hartchirurgisch	adj	betrekking hebbend op het opereren van het hart en de grote bloedvaten in de borstkas
hartchirurgische	=	hartchirurgisch
hartchirurgischer	=	hartchirurgisch
hartchirurgischere	=	hartchirurgisch
hartchirurgischers	=	hartchirurgisch
hartdood	noun	situatie waarbij een patiënt dood wordt verklaard omdat er geen hartactie meer is
harte	=	hart
hartedief	=	hartendief
hartelijk	adj	aardig, gastvrij en spontaan	adv	met veel geestdrift, met veel vriendelijkheid
hartelijke	=	hartelijk
hartelijker	=	hartelijk
hartelijkere	=	hartelijk
hartelijkers	=	hartelijk
hartelijkheden	=	hartelijkheid
hartelijkheid	noun	het vriendelijk en gastvrij zijn
hartelijkheidje	=	hartelijkheid
hartelijkheidjes	=	hartelijkheid
hartelijks	=	hartelijk
hartelijkst	=	hartelijk
hartelijkste	=	hartelijk
harteloos	adj	zonder gevoel voor een ander
harteloosheden	=	harteloosheid
harteloosheid	noun	het harteloos zijn
harteloost	=	harteloos
hartelooste	=	harteloos
harteloze	=	harteloos
hartelozer	=	harteloos
hartelozere	=	harteloos
hartelozers	=	harteloos
hartelust	=	hartenlust
harten	noun	een kleursoort in het kaartspel
hartenaas	noun	de/het aas van harten
hartenacht	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 8
hartenachten	=	hartenacht
hartenazen	=	hartenaas
hartenbeest	noun	Alcelaphus buselaphus een grote, algemene antilope uit de Afrikaanse grasvlakten.
hartenbeesten	=	hartenbeest
hartenbeestje	=	hartenbeest
hartenbeestjes	=	hartenbeest
hartenboer	noun	kaart met een rode kleur met het teken harten die een waarde heeft groter dan de 10 en kleiner dan de vrouw en samen met de vrouw, heer en aas gerekend wordt tot de 'plaatjes'
hartenboeren	=	hartenboer
hartenboertje	=	hartenboer
hartenbreekster	noun	een vrouw die een liefdesrelatie start maar ook weer snel verbreekt en zo de ander met een groot liefdesverdriet laat zitten
hartenbreeksters	=	hartenbreekster
hartenbreker	noun	een persoon die een liefdesrelatie start maar ook weer snel verbreekt en zo de ander met een groot liefdesverdriet laat zitten
hartenbrekers	=	hartenbreker
hartendief	noun	koosnaam gebruikt voor iemand van wie de spreker veel houdt
hartendiefje	=	hartendief
hartendiefjes	=	hartendief
hartendieven	=	hartendief
hartendrie	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 3
hartendrieën	=	hartendrie
hartenjaag	=	hartenjagen
hartenjaagde	=	hartenjagen
hartenjaagden	=	hartenjagen
hartenjaagt	=	hartenjagen
hartenjage	=	hartenjagen
hartenjagen	verb	het spelen van hartenjagen	noun	kaartspel waarbij men moet proberen zo weinig mogelijk punten te scoren door geen slagen te winnen met hartenkaarten of met de schoppenvrouw
hartenjagend	=	hartenjagen
hartenjagende	=	hartenjagen
hartenklop	noun|figurative	een zaak waar het hart naar uitgaat
hartenkloppen	=	hartenklop
hartenkoning	noun	speelkaart van een koning met een rode kleur met het teken harten
hartenkoningen	=	hartenkoning
hartenkreet	noun	diep uit het hart komende uitlating (hoeft geen lawaai te maken)
hartenkreetje	=	hartenkreet
hartenkreetjes	=	hartenkreet
hartenkreten	=	hartenkreet
hartenlap	noun|informal	lieveling, schat
hartenlappen	=	hartenlap
hartenleed	noun	diepe droefenis vaak over een niet beantwoorde liefde
hartenlust	noun	voornamelijk gebruikt in uitdrukkingen of als eigennaam
hartenlusten	=	hartenlust
hartennegen	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 9
hartennegens	=	hartennegen
hartenpijn	noun	groot en intens (liefdes)verdriet
hartenpijnen	=	hartenpijn
hartenpijntje	=	hartenpijn
hartens	=	harten
hartentien	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 10
hartentienen	=	hartentien
hartentje	=	harten
hartentjes	=	harten
hartentwee	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 2
hartentweeën	=	hartentwee
hartenvier	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 4
hartenvieren	=	hartenvier
hartenvijf	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 5
hartenvijven	=	hartenvijf
hartenvreter	noun	kniesoor, knorrepot
hartenvreters	=	hartenvreter
hartenvretertje	=	hartenvreter
hartenvretertjes	=	hartenvreter
hartenvrouw	noun	een kaart uit het standaard kaartspel, tussen de boer en koning
hartenvrouwen	=	hartenvrouw
hartenwens	noun	de grootste en belangrijkste wens van iemand
hartenwensen	=	hartenwens
hartenzes	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 6
hartenzessen	=	hartenzes
hartenzeven	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken harten met een waarde van 7
hartenzevens	=	hartenzeven
hartepijn	=	hartenpijn
hartfalen	noun	een aandoening waarbij het hart niet meer in staat is om voldoende bloed uit te pompen om aan de behoeften van de weefsels te voldoen
hartfalenpoli	noun	spreekuur voor patiënten met hartfalen
hartfalenpoli's	=	hartfalenpoli
hartfalenpolikliniek	noun	spreekuur voor patiënten met hartfalen
hartfalenpoliklinieken	=	hartfalenpolikliniek
hartfrequentie	noun	het aantal slagen dat het hart per minuut slaat
hartfrequenties	=	hartfrequentie
hartfunctie	noun	de werking van het hart; het functioneren van het hart
hartfuncties	=	hartfunctie
hartgespan	noun	Leonurus cardiaca een sterk geurende, vaste plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
hartgrondig	adj	uit het diepst van je gemoed gemeend
hartgrondige	=	hartgrondig
hartgrondiger	=	hartgrondig
hartgrondigere	=	hartgrondig
hartgrondigers	=	hartgrondig
hartgrondigs	=	hartgrondig
hartgrondigst	=	hartgrondig
hartgrondigste	=	hartgrondig
hartig	adj	een krachtige of pittige (niet-zoete) smaak bezittend zoals die van vleeswaar, kaas enz.
hartige	=	hartig
hartiger	=	hartig
hartigere	=	hartig
hartigers	=	hartig
hartigs	=	hartig
hartigst	=	hartig
hartigste	=	hartig
hartinfarct	noun	verstopping van een kransslagader of een tak hiervan, leidend tot het afsterven van hartspierweefsel
hartinfarcten	=	hartinfarct
hartinfarctje	=	hartinfarct
hartinfarctjes	=	hartinfarct
hartje	=	hart
hartjes	=	hart
hartjesdag	noun	een feestdag die op de derde maandag in augustus in Haarlem en Bloemendaal werd gehouden, en in delen van Amsterdam, met name rond het Haarlemmerplein, in de Jordaan, en in de Dapperbuurt
hartjesdagen	=	hartjesdag
hartkamer	noun	elk van twee holten van het hart van waaruit het bloed door samentrekking van de hartspier wordt voortgestuwd
hartkamers	=	hartkamer
hartkamertje	=	hartkamer
hartkamertjes	=	hartkamer
hartkatern	noun	katern dat zich midden in een tijdschrift vastgeniet bevindt
hartkaternen	=	hartkatern
hartkatheterisatie	noun	cardiologisch onderzoek met een catheter die men via de bloedvaten naar het hart brengt
hartkatheterisaties	=	hartkatheterisatie
hartklacht	noun	problemen met het hart
hartklachten	=	hartklacht
hartklachtje	=	hartklacht
hartklachtjes	=	hartklacht
hartklep	noun	hartweefsel in de vorm van een vlies dat samengetrokken door een spiertje terugstromen van het verder gepompte bloed tegengaat
hartklepje	=	hartklep
hartklepjes	=	hartklep
hartkleppen	=	hartklep
hartklopping	noun	het zich (meestal onaangenaam) bewust zijn van het kloppen van het eigen hart
hartkloppingen	=	hartklopping
hartkloppinkje	=	hartklopping
hartknoopmier	noun	insect uit de geslacht Cardiocondyla van mieren uit de onderfamilie knoopmieren (Myrmicinae).
hartknoopmieren	noun	Cardiocondyla een geslacht van mieren uit de onderfamilie knoopmieren (Myrmicinae).
hartknoopmiertje	=	hartknoopmier
hartknoopmiertjes	=	hartknoopmier
hartkramp	noun	hartaandoening die pijn op de borst veroorzaakt
hartkrampen	=	hartkramp
hartkwaal	noun	kwaal aan het hart
hartkwaaltje	=	hartkwaal
hartkwaaltjes	=	hartkwaal
hartkwalen	=	hartkwaal
hartland	noun	het centrale en belangrijkste deel van een land
hartlanden	=	hartland
hartlap	noun	lieveling, schattebout, liefje
hartlappen	=	hartlap
hartlijder	noun	iemand die aan het hart lijdt, een hartpatiënt
hartlijders	=	hartlijder
hartlijdertje	=	hartlijder
hartlijdertjes	=	hartlijder
hartmachine	noun	machine die tijdelijk de functie van het hart kan ondersteunen of overnemen
hartmachines	=	hartmachine
hartmassage	noun	compressie van de borst om de pompwerking van het hart en daarmee de circulatie in stand te houden bij een hartstilstand
hartmassages	=	hartmassage
hartmiddel	noun	geneesmiddel dat inwerkt op het hart
hartmiddelen	=	hartmiddel
hartmiddeltje	=	hartmiddel
hartmiddeltjes	=	hartmiddel
hartnavigator	noun	apparaat dat een hartchirurg tijdens een hartoperatie de weg wijst door het hartweefsel
hartnavigatoren	=	hartnavigator
hartnavigators	=	hartnavigator
hartneusvleermuis	noun	Cardioderma cor vleermuis uit de familie van de reuzenoorvleermuizen (Megadermatidae).
hartneusvleermuisje	=	hartneusvleermuis
hartneusvleermuisjes	=	hartneusvleermuis
hartneusvleermuizen	=	hartneusvleermuis
hartnup-ziekte	noun	pellagra-achtige ziekte met (door zonlicht geactiveerd) gepigmenteerd eczeem en neurologische aandoeningen die voor een deel veroorzaakt worden door afbraakproducten van tryptofaan
hartonderzoek	noun	cardiologisch onderzoek van een patiënt
hartonderzoeken	=	hartonderzoek
hartoor	noun	uitstulping van de hartboezem
hartoperatie	noun	operatie aan, in het hart
hartoperaties	=	hartoperatie
hartoperatietje	=	hartoperatie
hartoperatietjes	=	hartoperatie
hartoren	=	hartoor
hartpaal	noun	de middelste zware heipaal voor een fundament, die door palen van lichter soort wordt omgeven
hartpaaltje	=	hartpaal
hartpaaltjes	=	hartpaal
hartpalen	=	hartpaal
hartpatiënt	noun	iemand die aan een hartkwaal lijdt
hartpatiënte	noun	vrouw die lijdt aan een ziekte van het hart
hartpatiënten	=	hartpatiënt
hartpatiëntendieet	noun	een dieet dat speciaal goed zou zijn voor hartpatiënten en dus minder zout en verzadigd vet bevat
hartpatiëntendieetje	=	hartpatiëntendieet
hartpatiëntendieetjes	=	hartpatiëntendieet
hartpatiëntendiëten	=	hartpatiëntendieet
hartpatiëntes	=	hartpatiënte
hartpatiëntetje	=	hartpatiënte
hartpatiëntetjes	=	hartpatiënte
hartpatiëntje	=	hartpatiënt
hartpatiëntjes	=	hartpatiënt
hartpijn	noun	zo'n groot verdriet dat het pijn doet
hartpijnen	=	hartpijn
hartprobleem	noun	hartziekte
hartprobleempje	=	hartprobleem
hartprobleempjes	=	hartprobleem
hartproblemen	=	hartprobleem
hartpunt	noun	puntig deel van het hart
hartpunten	=	hartpunt
hartpuntje	=	hartpunt
hartpuntjes	=	hartpunt
hartritme	noun	de snelheid en de regelmaat waarmee het hart klopt
hartritmen	=	hartritme
hartritmes	=	hartritme
hartritmestoornis	noun	onregelmatigheid in de hartslag
hartritmestoornisje	=	hartritmestoornis
hartritmestoornissen	=	hartritmestoornis
hartritmetje	=	hartritme
hartritmetjes	=	hartritme
hartroerend	adj	van iets dat het iemand emotioneel raakt
hartroerende	=	hartroerend
hartroerender	=	hartroerend
hartroerendere	=	hartroerend
hartroerenders	=	hartroerend
hartroerends	=	hartroerend
hartroerendst	=	hartroerend
hartroerendste	=	hartroerend
hartruis	noun	een geruis dat men met behulp van een stethoscoop kan horen aan het hart en dat vaak wijst op een afwijking aan de hartkleppen of een aangeboren hartafwijking
hartruisje	=	hartruis
hartruisjes	=	hartruis
hartruizen	=	hartruis
hartsgeheim	noun	gevoelens die het persoonlijke leven betreffen en die de buitenwacht niet hoeven te weten
hartsgeheimen	=	hartsgeheim
hartsgeheimpje	=	hartsgeheim
hartsgeheimpjes	=	hartsgeheim
hartsgrondig	adj	uit het diepst van je gemoed gemeend
hartsgrondige	=	hartsgrondig
hartsgrondiger	=	hartsgrondig
hartsgrondigere	=	hartsgrondig
hartsgrondigers	=	hartsgrondig
hartsgrondigs	=	hartsgrondig
hartsgrondigst	=	hartsgrondig
hartsgrondigste	=	hartsgrondig
hartslag	noun	het kloppen van het hart
hartslagen	=	hartslag
hartslagje	=	hartslag
hartslagjes	=	hartslag
hartslagmeter	noun	toestel waarmee men kan meten hoeveel keer het hart samentrekt in één minuut
hartslagmeters	=	hartslagmeter
hartslagmetertje	=	hartslagmeter
hartslagmetertjes	=	hartslagmeter
hartspecialist	noun	Een medisch specialist die zich bezighoudt met het opsporen, diagnosticeren en behandelen van hartziekten
hartspecialisten	=	hartspecialist
hartspier	noun	spier in de middelste laag van de wand van het hart
hartspieren	=	hartspier
hartspierontsteking	noun	een ontsteking van de middelste laag van de hartwand.
hartspierontstekingen	=	hartspierontsteking
hartspierontstekinkje	=	hartspierontsteking
hartspierontstekinkjes	=	hartspierontsteking
hartspiertje	=	hartspier
hartspiertjes	=	hartspier
hartspierziekte	noun	aandoening die uitgaat van het weefsel van de hartspier
hartspierziekten	=	hartspierziekte
hartstarter	noun	defibrillator
hartstarters	=	hartstarter
hartstartertje	=	hartstarter
hartstartertjes	=	hartstarter
hartsterkend	adj	bemoedigend, opbeurend
hartsterkende	=	hartsterkend
hartsterkender	=	hartsterkend
hartsterkendere	=	hartsterkend
hartsterkenders	=	hartsterkend
hartsterkends	=	hartsterkend
hartsterkendst	=	hartsterkend
hartsterkendste	=	hartsterkend
hartsterking	noun	iets dat geacht wordt het hart te versterken of te verkwikken
hartsterkingen	=	hartsterking
hartsterkinkje	=	hartsterking
hartsterkinkjes	=	hartsterking
hartstikke	adv|informal	in bijzonder sterke mate
hartstilstand	noun	het stoppen van het kloppen van een hart
hartstilstanden	=	hartstilstand
hartstilstandje	=	hartstilstand
hartstilstandjes	=	hartstilstand
hartstocht	noun	sterke drang van de zinnelijke natuur
hartstochtelijk	adj	met hartstocht vervuld, door hartstocht beheerst	adv	op eene wijze die van hartstocht blijk geeft
hartstochtelijke	=	hartstochtelijk
hartstochtelijker	=	hartstochtelijk
hartstochtelijkere	=	hartstochtelijk
hartstochtelijkers	=	hartstochtelijk
hartstochtelijks	=	hartstochtelijk
hartstochtelijkst	=	hartstochtelijk
hartstochtelijkste	=	hartstochtelijk
hartstochten	=	hartstocht
hartstochtje	=	hartstocht
hartstoornis	noun	stoornis aan het hart
hartstoornissen	=	hartstoornis
hartstreek	noun	linker gedeelte van de voorzijde van de borstkas waarvan men denkt dat pijn aan het hart daar voelbaar is
hartstreken	=	hartstreek
hartsvanger	noun	jachtmes voor de hertenjacht
hartsvangers	=	hartsvanger
hartsvriend	noun	vriend waarmee men een sterke emotionele band heeft
hartsvrienden	=	hartsvriend
hartsvriendin	noun	meestal de vriendin van een meisje waarmee ze al haar gevoelens en geheimen deelt.
hartsvriendinnen	=	hartsvriendin
hartsvriendinnetje	=	hartsvriendin
hartsvriendinnetjes	=	hartsvriendin
harttomtom	noun	apparaat dat hartchirurg tijdens een hartoperatie de weg wijst in het hartweefsel
harttomtoms	=	harttomtom
harttonen	=	harttoon
harttoon	noun	hoorbare hartslag, o.a. van een ongeboren kind
harttoontje	=	harttoon
harttoontjes	=	harttoon
harttransplantatie	noun	het overbrengen van een functionerend hart naar een ander organisme
harttransplantaties	=	harttransplantatie
hartvergroting	noun	het groter dan normaal zijn van het hart
hartvergrotingen	=	hartvergroting
hartverheffend	adj	blij makend; vrolijk stemmend
hartverheffende	=	hartverheffend
hartverheffender	=	hartverheffend
hartverheffendere	=	hartverheffend
hartverheffenders	=	hartverheffend
hartverheffends	=	hartverheffend
hartverheffendst	=	hartverheffend
hartverheffendste	=	hartverheffend
hartverlamming	noun	het plotseling niet meer samentrekken van het hart zodat er een circulatiestilstand ontstaat
hartverlammingen	=	hartverlamming
hartverlamminkje	=	hartverlamming
hartverlamminkjes	=	hartverlamming
hartveroverend	adj	positieve emoties opwekkend
hartveroverende	=	hartveroverend
hartveroverender	=	hartveroverend
hartveroverendere	=	hartveroverend
hartveroverenders	=	hartveroverend
hartveroverends	=	hartveroverend
hartveroverendst	=	hartveroverend
hartveroverendste	=	hartveroverend
hartverscheurend	adj	sterke emoties van schok en ontzetting oproepend
hartverscheurende	=	hartverscheurend
hartverscheurender	=	hartverscheurend
hartverscheurendere	=	hartverscheurend
hartverscheurenders	=	hartverscheurend
hartverscheurends	=	hartverscheurend
hartverscheurendst	=	hartverscheurend
hartverscheurendste	=	hartverscheurend
hartversterkend	adj	het gemoed en de stemming ondersteunend
hartversterkende	=	hartversterkend
hartversterkender	=	hartversterkend
hartversterkendere	=	hartversterkend
hartversterkenders	=	hartversterkend
hartversterkends	=	hartversterkend
hartversterkendst	=	hartversterkend
hartversterkendste	=	hartversterkend
hartversterker	noun	iets dat er voor zorgt dat je minder verlegen bent, iets dat de stemming verhoogd, glaasje sterke drank
hartversterkers	=	hartversterker
hartversterkertje	=	hartversterker
hartversterkertjes	=	hartversterker
hartversterking	noun	glaasje sterke alcoholische drank
hartversterkingen	=	hartversterking
hartversterkinkje	=	hartversterking
hartversterkinkjes	=	hartversterking
hartvervetting	noun	vetgroei aan of rond de hartspier
hartvervettingen	=	hartvervetting
hartverwarmend	adj	aangename saamhorigheid of vertedering oproepend
hartverwarmende	=	hartverwarmend
hartverwarmender	=	hartverwarmend
hartverwarmendere	=	hartverwarmend
hartverwarmenders	=	hartverwarmend
hartverwarmends	=	hartverwarmend
hartverwarmendst	=	hartverwarmend
hartverwarmendste	=	hartverwarmend
hartverzakking	noun|figurative	schrik die zo groot is dat je bloedsomloop tot stilstand lijkt te komen
hartverzakkingen	=	hartverzakking
hartverzakkinkje	=	hartverzakking
hartverzakkinkjes	=	hartverzakking
hartvinger	noun|obsolete	vierde vinger gerekend vanaf de duim, gelegen tussen de pink en de middelvinger, traditioneel bestemd voor het dragen van ringen
hartvlekrunderdaas	noun	Tabanus cordiger een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
hartvlekrunderdaasje	=	hartvlekrunderdaas
hartvlekrunderdaasjes	=	hartvlekrunderdaas
hartvlekrunderdazen	=	hartvlekrunderdaas
hartvlekspecht	noun	Hemicircus canente een vogel uit de familie Picidae (spechten).
hartvlekspechten	=	hartvlekspecht
hartvlekspechtje	=	hartvlekspecht
hartvlekspechtjes	=	hartvlekspecht
hartvlies	noun	een vlies dat het hart aan de buitenkant bekleedt
hartvliezen	=	hartvlies
hartvorm	noun	icoon dat vaag de vorm heeft van het menselijk hart en een teken van liefde is
hartvormen	=	hartvorm
hartvormig	adj	vorm van een hart hebbend
hartvormige	=	hartvormig
hartvormiger	=	hartvormig
hartvormigere	=	hartvormig
hartvormigers	=	hartvormig
hartvormigs	=	hartvormig
hartvormigst	=	hartvormig
hartvormigste	=	hartvormig
hartvreter	noun	onaangenaam persoon, nors iemand, kniesoor, treiteraar
hartvreters	=	hartvreter
hartvretertje	=	hartvreter
hartvretertjes	=	hartvreter
hartworm	noun	Dirofilaria immitis een parasitaire rondworm uit de familie van de Onchocercidae en de orde Spirurida waarin een groot aantal op zoogdieren parasiterende rondwormen zijn ondergebracht
hartwormen	=	hartworm
hartwormpje	=	hartworm
hartwormpjes	=	hartworm
hartwortel	noun	middelste boomwortel die loodrecht de grond ingaat
hartwortels	=	hartwortel
hartworteltje	=	hartwortel
hartworteltjes	=	hartwortel
hartzakje	noun	een taai ondoorzichtig vliesachtig zakje in de thorax, waarin het hart zich bevindt
hartzakjes	=	hartzakje
hartzeer	noun	emotionele pijn die ontstaat door het verlies van een geliefd persoon
hartziekte	noun	kwaal aan het hart
hartziekten	=	hartziekte
hartziektes	=	hartziekte
hartziektetje	=	hartziekte
hartziektetjes	=	hartziekte
hasagot	noun	kritische glossen bij rabbijnse literatuur, met name in de 12de eeuw
hash	noun	verdovend genotmiddel afkomstig van de hennepplant
hashe	=	hashen
hashen	verb	omzetten in een kenmerkende unieke reeks cijfers en letters die kan worden gebruikt om zoekacties te versnellen
hashend	=	hashen
hashende	=	hashen
hashes	=	hash
hasht	=	hashen
hashtag	noun	grafisch symbool # dat men zonder spatie voor een woord plaatst om aan te geven wat het onderwerp van een bericht is (zoals men in verschillende socialemediawebsites zoals Twitter, Instagram, Facebook, Google+ en YouTube gebruikt)
hashtagde	=	hashtaggen
hashtagden	=	hashtaggen
hashtagge	=	hashtaggen
hashtaggen	verb	trefwoorden in een twitterbericht voorzien van een hashtag (#) zodat ze makkelijker te vinden zijn
hashtaggend	=	hashtaggen
hashtaggende	=	hashtaggen
hashtags	=	hashtag
hashtagt	=	hashtaggen
hashte	=	hashen
hashten	=	hashen
hasj	noun	softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen met een hoog gehalte aan het werkzame bestanddeel THC
hasjachar	noun	de ochtend
hasjalom	noun	de vrede
hasjcafeetje	=	hasjcafé
hasjcafeetjes	=	hasjcafé
hasjcafé	noun	uitgaansgelegenheid waar men hasj mag roken
hasjcafés	=	hasjcafé
hasjcake	noun	cake waarin hasj is verwerkt
hasjcakeje	=	hasjcake
hasjcakejes	=	hasjcake
hasjcakes	=	hasjcake
hasjeem	noun	benaming voor God
hasjeim	noun	God
hasjeweine	adj	verdwenen
hasjgebruik	noun	toepassing van cannabis als genotmiddel
hasjhandel	noun	iemand die handelt in wiet en cannabis
hasjhandelaar	noun	misdadiger die handelt in hasjiesj
hasjhandelaars	=	hasjhandelaar
hasjhandelaren	=	hasjhandelaar
hasjhond	noun	speurhond die getraind is in het opsporen van hasj
hasjhonden	=	hasjhond
hasjhondje	=	hasjhond
hasjhondjes	=	hasjhond
hasjiesj	noun	softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen met een hoog gehalte aan het werkzame bestanddeel THC
hasjlucht	noun	geur van (brandende) hasj
hasjluchten	=	hasjlucht
hasjone	noun	het jaar
hasjpijp	noun	aardewerken pijp geschikt om hasj mee te roken
hasjpijpen	=	hasjpijp
hasjpijpje	=	hasjpijp
hasjpil	noun	pil met medicinale cannabis
hasjpillen	=	hasjpil
hasjpilletje	=	hasjpil
hasjpilletjes	=	hasjpil
hasjroker	noun	iemand die geregeld hasj rookt
hasjrokers	=	hasjroker
hasjrokertje	=	hasjroker
hasjrokertjes	=	hasjroker
hasjtransport	noun	het illegale transport van cannabis
hasjtransporten	=	hasjtransport
hasjvangst	noun	partij hasj die door de politie onderschept is
hasjvangsten	=	hasjvangst
hasjvangstje	=	hasjvangst
hasjvangstjes	=	hasjvangst
hasjzaak	noun	strafzaak rond de verbouw, smokkel, handel en verkoop van hasjiesj
hasjzaakje	=	hasjzaak
hasjzaakjes	=	hasjzaak
hasjzaken	=	hasjzaak
haskaba	noun	gebed voor de zielenrust van overledene(n) in de Sefardische ritus
haskabot	=	haskaba
haskala	noun	stroming onder Europese Joden, de joodse verlichting, van eind 18de tot eind 19de eeuw
haskama	noun	rabbinale goedkeuring (approbatie of imprimatur)
haskamot	=	haskama
haspel	noun	een werktuig voor het op- of afwinden van kabels, slangen enz.
haspelaar	noun	iemand die alles door de war haalt; een onhandig persoon
haspelaars	=	haspelaar
haspelde	=	haspelen
haspelden	=	haspelen
haspele	=	haspelen
haspelen	verb	stuntelen
haspelend	=	haspelen
haspelende	=	haspelen
haspels	=	haspel
haspelt	=	haspelen
haspeltje	=	haspel
haspeltjes	=	haspel
haspengouwer	noun	inwoner van Haspengouw
haspengouwers	=	haspengouwer
haspengouwertje	=	haspengouwer
haspengouwertjes	=	haspengouwer
haspengouws	adj	betrekking hebbend op Haspengouw
haspengouwse	noun	een vrouwelijke inwoner van Haspengouw
haspengouwsen	=	haspengouwse
haspengouwser	=	haspengouws
haspengouwsere	=	haspengouws
haspengouwsers	=	haspengouws
haspengouwst	=	haspengouws
haspengouwste	=	haspengouws
hassebas	=	hassebassen
hassebasse	=	hassebassen
hassebassen	verb	ruzie maken
hassebassend	=	hassebassen
hassebassie	noun	borrel
hassebassies	=	hassebassie
hassebast	=	hassebassen
hassebaste	=	hassebassen
hassebasten	=	hassebassen
hasselaar	noun	een inwoner van Hasselt, of iemand afkomstig uit Hasselt
hasselaars	=	hasselaar
hasselaartje	=	hasselaar
hasselaartjes	=	hasselaar
hasselaren	=	hasselaar
hasseltenaar	noun	een inwoner van Hasselt, of iemand afkomstig uit Hasselt
hasseltenaars	=	hasseltenaar
hasseltenaren	=	hasseltenaar
hasselts	adj	op Hasselt betrekking hebbend
hasseltse	noun	een vrouwelijke inwoner van Hasselt, of een vrouw afkomstig uit Hasselt
hasseltsen	=	hasseltse
hasseltser	=	hasselts
hasseltsere	=	hasselts
hasseltsers	=	hasselts
hasseltst	=	hasselts
hasseltste	=	hasselts
hassium	noun	scheikundig element met symbool Hs en atoomnummer 108.
hassiumatomen	=	hassiumatoom
hassiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element hassium.
hassiumatoompje	=	hassiumatoom
hassiumatoompjes	=	hassiumatoom
hatchback	noun	een carrosserievorm voor een auto waarbij het bestuurdersgedeelte via de bagageruimte/kofferbak bereikt kan worden
hatchbacks	=	hatchback
hate	=	haten
hatelijk	adj	door onvriendelijke gevoelens gedreven
hatelijke	=	hatelijk
hatelijker	=	hatelijk
hatelijkere	=	hatelijk
hatelijkers	=	hatelijk
hatelijkheden	=	hatelijkheid
hatelijkheid	noun	krenkende, pijnlijke, gemene opmerking
hatelijkheidje	=	hatelijkheid
hatelijkheidjes	=	hatelijkheid
hatelijks	=	hatelijk
hatelijkst	=	hatelijk
hatelijkste	=	hatelijk
hatemail	noun	een veel te boze email vaak gestuurd door een onbekende of anonieme afzender
hatemails	=	hatemail
haten	verb	kwade gevoelens jegens iemand koesteren
hatend	=	haten
hatende	=	haten
hater	noun	iemand die haat
haters	=	hater
hatertje	=	hater
hatertjes	=	hater
hatespeech	noun	taalgebruik dat aanzet tot haat; opruiend taalgebruik
hatespeechen	=	hatespeech
hatespeeches	=	hatespeech
hatewatchen	verb	opzettelijk blijven kijken naar een televisieprogramma waar men een afkeer van heeft om erover te kunnen klagen
hatewatchte	=	hatewatchen
hatinhlangoer	noun	Trachypithecus hatinhensis primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
hatinhlangoeren	=	hatinhlangoer
hatinhlangoertje	=	hatinhlangoer
hatinhlangoertjes	=	hatinhlangoer
hatov	noun	het goede
hatseflats	intj	uitroep van verbazing
hatseflatsen	=	hatseflats
hatseflatsje	=	hatseflats
hatsekiedee	intj|informal	uitroep om een snelle verandering aan te geven	adj|informal	weinig degelijk geïmproviseerd
hatsjie	intj	een geschreven weergave van het geluid van iemand die niest
hattrick	noun	drie doelpunten in één wedstrijd gemaakt door één speler
hattricks	=	hattrick
hauf	=	half
hausa	adj	behorend tot of betrekking hebben op het gelijknamige volk	noun	iemand die behoort tot het gelijknamige volk
hausa's	=	hausa
hausagenet	noun	Genetta thierryi roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
hausagenetje	=	hausagenet
hausagenetjes	=	hausagenet
hausagenetten	=	hausagenet
hausatalig	adj	Hausa sprekend
hausatalige	=	hausatalig
hausataligs	=	hausatalig
hausdorffruimte	noun	een topologische ruimte, waarin voor elk tweetal verschillende punten x,y∈X disjuncte omgevingen bestaan
hausdorffruimtes	=	hausdorffruimte
hausmacher	noun	soort grove leverworst
hausmachers	=	hausmacher
hausse	noun	het overspannen hoogtepunt in een conjunctuur, het hoogtepunt in een periode van economische groei
hausseje	=	hausse
hausses	=	hausse
haussier	noun	iemand die op koers- of prijsstijging speculeert
haussiers	=	haussier
haustorium	noun	zuigorgaan waarmee sommige parasitaire planten voedsel en water aan hun gastheer onttrekken
haustoriumpje	=	haustorium
haustoriumpjes	=	haustorium
haustoriën	=	haustorium
haut-reliëf	noun	driedimensionale afbeelding in hard materiaal in de vorm van een vlak waaruit de personen en voorwerpen met minstens de helft naar voren komen
haut-reliëfs	=	haut-reliëf
hautain	adj	te zelfverzekerd, onbescheiden; neerbuigend, laatdunkend
hautaine	=	hautain
hautainer	=	hautain
hautainere	=	hautain
hautainers	=	hautain
hautains	=	hautain
hautainst	=	hautain
hautainste	=	hautain
hauw	noun	een droge doosvrucht, die minstens driemaal zo lang als breed is, zoals bij koolzaad en pinksterbloem
hauwen	=	hauw
hauwklaver	noun	Tetragonolobus maritimus Lotus maritimus is een vaste plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie Leguminosae of Fabaceae
hauwklavers	=	hauwklaver
hauwklavertje	=	hauwklaver
hauwklavertjes	=	hauwklaver
hauwmos	noun	benaming voor sporeplanten uit de stam Anthocerotophyta
hauwmossen	noun	stam Anthocerotophyta
hauwtje	=	hauw
hauwtjes	=	hauw
havanees	noun	een inwoner van Havana, of iemand afkomstig uit Havana	adj	op Havana betrekking hebbend
havanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Havana, of een vrouw afkomstig uit Havana
havanesen	=	havanese
havanezen	=	havanees
havanezer	noun	gezelschapshond van een ras dat oorspronkelijk van Cuba afkomstig is
havanezers	=	havanezer
havanezertje	=	havanezer
havanezertjes	=	havanezer
havanna	noun	grote, dure Cubaanse sigaar
havanna's	=	havanna
havannaatje	=	havanna
havannaatjes	=	havanna
havdala	noun	ritueel ter afsluiting van sjabbat of feestdag
havdalot	=	havdala
havdole	noun	ritueel ter afsluiting van sjabbat of feestdag
havdoles	=	havdole
have	noun	bezit
haveloos	adj	slecht verzorgd, schamel, zonder bezittingen
haveloosheid	noun	het haveloos zijn
haveloost	=	haveloos
havelooste	=	haveloos
haveloze	=	haveloos
havelozer	=	haveloos
havelozere	=	haveloos
havelozers	=	haveloos
haven	noun	natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen
havenactiviteit	noun	activiteit in de haven
havenactiviteiten	=	havenactiviteit
havenanker	noun	vast bevestigingspunt aan de oever in havens, om schepen met een touw aan vast te maken
havenankers	=	havenanker
havenankertje	=	havenanker
havenankertjes	=	havenanker
havenarbeider	noun	arbeider die in een haven werkt
havenarbeiders	=	havenarbeider
havenarbeidertje	=	havenarbeider
havenarbeidertjes	=	havenarbeider
havenarbeidster	noun	vrouwelijke vorm van havenarbeider
havenarbeidsters	=	havenarbeidster
havenarbeidstertje	=	havenarbeidster
havenarbeidstertjes	=	havenarbeidster
havenautoriteit	noun	overheidsorganisatie die toezicht houdt op de activiteiten rond een haven
havenautoriteiten	=	havenautoriteit
havenbaron	noun	lid van de politieke en economische elite die een haven heeft ontwikkeld m.n. gebruikt voor de grondleggers van de haven van Rotterdam
havenbaronnen	=	havenbaron
havenbaronnetje	=	havenbaron
havenbaronnetjes	=	havenbaron
havenbarons	=	havenbaron
havenbedrijf	noun	bedrijf dat een haven exploiteert
havenbedrijfje	=	havenbedrijf
havenbedrijfjes	=	havenbedrijf
havenbedrijven	=	havenbedrijf
havenbekken	noun	water in een haven waarover schepen van en naar hun aanlegplaats kunnen varen
havenbekkens	=	havenbekken
havenbuurt	noun	deel van een stad of dorp gelegen in de buurt van een haven
havenbuurten	=	havenbuurt
havencafeetje	=	havencafé
havencafeetjes	=	havencafé
havencafé	noun	een uitgaansgelegenheid in de buurt van een haven, speciaal voor zeelieden
havencafés	=	havencafé
havencomplex	noun	industriegebied bij een haven
havencomplexen	=	havencomplex
havenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die in de haven actief zijn
havenconcerns	=	havenconcern
havendam	noun	waterkering aangelegd in een groot water, bestemd om schepen een beschutte plek te bieden
havendammen	=	havendam
havendammetje	=	havendam
havendammetjes	=	havendam
havende	=	havenen
havenden	=	havenen
havendienst	noun	politiedienst in een haven
havendiensten	=	havendienst
havene	=	havenen
havenen	verb	toetakelen, beschadigen
havenend	=	havenen
havenende	=	havenen
havenfront	noun	gebouwen die men ziet als men de haven binnenvaart
havenfronten	=	havenfront
havengebied	noun	de kades en andere stukken land van een haven
havengebieden	=	havengebied
havengebiedje	=	havengebied
havengebiedjes	=	havengebied
havengebonden	adj	van iets dat het onlosmakelijk verbonden is met een haven
havengebondener	=	havengebonden
havengebondeners	=	havengebonden
havengebondens	=	havengebonden
havengebondenst	=	havengebonden
havengebondenste	=	havengebonden
havengebouw	noun	gebouw waarin diensten die nodig zijn voor de haven gevestigd zijn
havengebouwen	=	havengebouw
havengebouwtje	=	havengebouw
havengebouwtjes	=	havengebouw
havengeld	noun	vergoeding die een schipper moet betalen als hij van een havengebruik moet maken
havengelden	=	havengeld
havenhoofd	noun	een golfbreker waarmee rustig water aan de ingang van een haven wordt verkregen
havenhoofden	=	havenhoofd
havenhoofdje	=	havenhoofd
havenhoofdjes	=	havenhoofd
havenkant	noun	deel van een stad of dorp dat aan een haven grenst
havenkanten	=	havenkant
havenkantoor	noun	gebouw waar de adminstratie van een haven is gevestigd
havenkantoortje	=	havenkantoor
havenkantoortjes	=	havenkantoor
havenkantoren	=	havenkantoor
havenkom	noun	de wateren van een haven die leiden naar de kades en waarover schepen de haven kunnen in- en uitgaan
havenkommen	=	havenkom
havenkroeg	noun	horecagelegenheid (voor scheepvarenden) bij een haven
havenkroegen	=	havenkroeg
havenkroegje	=	havenkroeg
havenkroegjes	=	havenkroeg
havenkwartier	noun	een stadswijk in de buurt van een haven, vaak met uitgaansgelegenheden voor opvarenden van schepen
havenkwartieren	=	havenkwartier
havenloods	noun	iemand die schepen in- en uit een haven geleidt
havenloodsen	=	havenloods
havenloodsje	=	havenloods
havenloodsjes	=	havenloods
havenmanager	noun	zakelijk leidinggevende in een haven
havenmanagers	=	havenmanager
havenmeester	noun	een ambtenaar die voor de orde en veiligheid in een haven zorgt
havenmeesters	=	havenmeester
havenmeestertje	=	havenmeester
havenmeestertjes	=	havenmeester
havenmond	noun	de opening van een haven; de gecombineerde in- en uitgang van een haven
havenmonden	=	havenmond
havenmonding	noun	de ingang of doorvaartopening waardoor schepen een haven in- of uitvaren.
havenmondingen	=	havenmonding
havenmondinkje	=	havenmonding
havenmondinkjes	=	havenmonding
havenot	noun	iemand zonder bezit
havenots	=	havenot
havenpersoneel	noun	personen die werkzaam zijn in een haven
havenpissebed	noun	Ligia oceanica een onder water levende pissebeddensoort uit de familie Ligiidae.
havenpissebedden	=	havenpissebed
havenpissebedje	=	havenpissebed
havenpissebedjes	=	havenpissebed
havenplaats	noun	een plaats met een haven.
havenplaatsen	=	havenplaats
havenplaatsje	=	havenplaats
havenplaatsjes	=	havenplaats
havenpolitie	noun	politiedienst die werkzaam is in de haven
havenpool	noun	groep havenarbeiders die waar nodig ingezet kunnen worden
havenpools	=	havenpool
havenproject	noun	een zaak betreffende een haven die men denkt uit te voeren of te onderzoeken binnen een bepaalde tijd
havenprojecten	=	havenproject
havenrecht	noun	havengelden die schippers moeten betalen voor het gebruik van een haven
havenrechten	=	havenrecht
havenrondvaart	noun	boottocht die weer eindigt waar hij begon om een havengebied te bezichtigen
havenrondvaarten	=	havenrondvaart
havens	=	haven
havenschap	noun	overkoepelende organisatie van alle bedrijven die actief zijn in een bepaalde haven
havenschappen	=	havenschap
havensleepdienst	noun	organisatie of bedrijf dat zorgt voor het slepen van schepen die te groot zijn om zelf te kunnen manoeuvreren door een haven
havensleepdiensten	=	havensleepdienst
havensleper	noun	sleepboot die werkzaam is in een haven; bedrijf met in een haven werkzame sleepboten
havenslepers	=	havensleper
havenslepertje	=	havensleper
havenslepertjes	=	havensleper
havenstad	noun	een stad met een haven.
havenstadje	=	havenstad
havenstadjes	=	havenstad
havenstaking	noun	collectieve actie waarbij havenarbeiders tijdelijk hun werk neerleggen.
havenstakingen	=	havenstaking
havenstakinkje	=	havenstaking
havenstakinkjes	=	havenstaking
havensteden	=	havenstad
havent	=	havenen
haventarief	noun	de prijs die iemand moet betalen om van een (lucht)haven gebruik te maken
haventarieven	=	haventarief
haventerrein	noun	de kades en andere stukken land van een haven
haventerreinen	=	haventerrein
haventerreintje	=	haventerrein
haventerreintjes	=	haventerrein
haventje	=	haven
haventjes	=	haven
havenuitbreiding	noun	de fysieke vergroting van een havengebied, vaak door het graven van nieuwe dokken, kades of het ontwikkelen van terreinen voor opslag en logistiek.
havenuitbreidingen	=	havenuitbreiding
havenuitbreidinkje	=	havenuitbreiding
havenuitbreidinkjes	=	havenuitbreiding
havenvakscholen	=	havenvakschool
havenvakschool	noun	school waar men het havenvak kan leren
havenvakschooltje	=	havenvakschool
havenvakschooltjes	=	havenvakschool
havenweg	noun	weg aan of bij de haven van een stad of dorp
havenwegen	=	havenweg
havenwerk	noun	gebouwen en voorzieningen van een haven
havenwerken	=	havenwerk
havenwerker	noun	havenarbeider, dokwerker, bootwerker
havenwerkers	=	havenwerker
havenwethouder	noun	wethouder in een havenstad die gaat over zaken die betrekking hebben op de haven
havenwethouders	=	havenwethouder
havenwijk	noun	deel van een stad of dorp dat naast de haven ligt, vaak met voorzieningen voor zeelieden zoals kroegen en bordelen of andere zaken die gerelateerd zijn aan de scheepvaart
havenwijken	=	havenwijk
havenwijkje	=	havenwijk
havenwijkjes	=	havenwijk
havenzaak	noun	alles wat betrekking heeft op de activiteiten in een aanlegplaats voor schepen
havenzaakje	=	havenzaak
havenzaakjes	=	havenzaak
havenzaken	=	havenzaak
haver	noun	éénjarig graangewas Avena sativa dat behoort tot de Grassenfamilie
havercappu	noun	cappuccino waarbij het schuim van havermelk is gemaakt
havercappu's	=	havercappu
havercappuutje	=	havercappu
havercappuutjes	=	havercappu
havercino	noun	cappuccino waarbij het schuim van havermelk is gemaakt
havercino's	=	havercino
havercysteaaltje	noun	Heterodera avenae een plantenparasitair aaltje dat bij onvoldoende vruchtwisseling haver, gerst, gewone tarwe en rogge kan aantasten.
havercysteaaltjes	=	havercysteaaltje
haverfrappuccino	noun	met ijs gekoelde cappuccino gemaakt met havermelk, vaak met slagroom erop
haverfrappuccino's	=	haverfrappuccino
havergort	noun	gepeld zaad van de haverplant Avena sativa
haverij	=	averij
haverkist	noun	kist waarin men haver bewaart
haverkisten	=	haverkist
haverkistje	=	haverkist
haverkistjes	=	haverkist
haverklap	noun	om de ~: regelmatig en veelvuldig zich herhalend
haverkorrel	noun	korrel van de haverplant
haverkorrels	=	haverkorrel
haverkorreltje	=	haverkorrel
haverkorreltjes	=	haverkorrel
havermaand	noun|obsolete	negende maand van het kalenderjaar
havermeel	noun	zeer fijn gemalen haver
havermelk	noun	plantaardige melk op basis van hele haverkorrels
havermelkelite	noun	hoogopgeleide, milieubewuste, jonge mannen en vrouwen
havermelkelites	=	havermelkelite
havermelken	=	havermelk
havermelkje	=	havermelk
havermelklatte	noun	espresso met een beetje havermelkschuim
havermelklatte's	=	havermelklatte
havermelklatte-index	noun	index die aangeeft hoeveel je had kunnen besparen als je het geld voor kleine luxes zou hebben belegd
havermelklattes	=	havermelklatte
havermout	noun	gepelde en vervolgend gemoute haver voor het maken van bier
havermoutpap	noun	pap [1] bereid op basis van havermout en (meestal) warme melk
havermoutpapje	=	havermoutpap
havermoutpapjes	=	havermoutpap
havermoutpappen	=	havermoutpap
haverpap	noun	gekookte brei van gezoete melk en gemalen zaden van de haverplant Avena sativa
havers	=	haver
havertje	=	haver
havertjes	=	haver
havervezel	noun	voedingsvezel uit haver die niet door de menselijke ingewanden kan worden afgebroken
havervezels	=	havervezel
havervezeltje	=	havervezel
havervezeltjes	=	havervezel
havervlok	noun	product gemaakt van haver dat lijkt op een sneeuwvlok
havervlokken	=	havervlok
haverzemelen	noun	met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen van haverkorrels
havezaat	noun	havezate
havezate	noun	grote boerderij met land
havezaten	=	havezaat
havik	noun	Accipiter gentilis, een roofvogel die op kleine zoogdieren en vogels jaagt
havikachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een havik
havikachtige	=	havikachtig
havikachtigen	noun	een familie Accipitridae van dagroofvogels uit de orde van de Accipitriformes.
havikachtiger	=	havikachtig
havikachtigere	=	havikachtig
havikachtigers	=	havikachtig
havikachtigs	=	havikachtig
havikachtigst	=	havikachtig
havikachtigste	=	havikachtig
havikarend	noun	Aquila fasciata een vogel uit de familie van arendachtigen (Accipitridae).
havikarenden	=	havikarend
havikarendje	=	havikarend
havikarendjes	=	havikarend
haviken	=	havik
havikje	=	havik
havikjes	=	havik
havikskruid	noun	een geslacht Hieracium uit de composietenfamilie (Asteraceae).
havikskruidbladpuistgalmug	noun	Cystiphora sanguinea een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
havikskruidbladpuistgalmuggen	=	havikskruidbladpuistgalmug
havikskruidbladpuistgalmuggetjes	=	havikskruidbladpuistgalmug
havikskruidbladpuistgalmugje	=	havikskruidbladpuistgalmug
havikskruidboorvlieg	noun	Noeeta pupillata een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
havikskruidboorvliegen	=	havikskruidboorvlieg
havikskruidboorvliegje	=	havikskruidboorvlieg
havikskruidboorvliegjes	=	havikskruidboorvlieg
havikskruiden	=	havikskruid
havikskruidgalwesp	noun	Aulacidea hieracii een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
havikskruidgalwespen	=	havikskruidgalwesp
havikskruidgalwespje	=	havikskruidgalwesp
havikskruidgalwespjes	=	havikskruidgalwesp
havikskruidtopgalmug	noun	Macrolabis hieracii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
havikskruidtopgalmuggen	=	havikskruidtopgalmug
havikskruidtopgalmuggetjes	=	havikskruidtopgalmug
havikskruidtopgalmugje	=	havikskruidtopgalmug
havikskruidvedermot	noun	Oxyptilus chrysodactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
havikskruidvedermotje	=	havikskruidvedermot
havikskruidvedermotjes	=	havikskruidvedermot
havikskruidvedermotten	=	havikskruidvedermot
haviksneus	noun	een gekromde neus met een vorm die lijkt op de snavel van een havik
haviksneusje	=	haviksneus
haviksneusjes	=	haviksneus
haviksneuzen	=	haviksneus
haviksogen	=	haviksoog
haviksoog	noun	heel goed scherp oog dat alles ziet en waarvoor je dus niets verborgen kunt houden
havikuil	noun	Uroglaux dimorpha een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
havikuilen	=	havikuil
havikuiltje	=	havikuil
havikuiltjes	=	havikuil
havisidedolfijn	noun	Cephalorhynchus heavisidii De Havisidedolfijn (Cephalorhynchus heavisidii) of - verkeerd gespeld - Heavisidedolfijn is een Afrikaanse soort dolfijn uit het geslacht Cephalorhynchus
havisidedolfijnen	=	havisidedolfijn
havisidedolfijntje	=	havisidedolfijn
havisidedolfijntjes	=	havisidedolfijn
havist	noun	scholier die op het havo zit of iemand havo gedaan heeft
havisten	=	havist
havistje	=	havist
havistjes	=	havist
havo	noun	een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs
havo's	=	havo
havo-examen	noun	het examen dat je moet halen voordat je een havo-diploma ontvangt
havo-examens	=	havo-examen
havo-leerling	=	havoleerling
havo-opleiding	noun	Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs en is een 5-jarige middelbare schoolopleiding in Nederland (voor leerlingen van ca. 12-17 jaar).
havo-opleidingen	=	havo-opleiding
havo-opleidinkje	=	havo-opleiding
havo-opleidinkjes	=	havo-opleiding
havoadvies	noun	schoolkeuzeadvies op het einde van de bassischool om de opleiding op het havo te vervolgen
havoadviesje	=	havoadvies
havoadviesjes	=	havoadvies
havoadviezen	=	havoadvies
havodiploma	noun	diploma dat iemand krijgt als hij zijn havo-examen haalt
havodiploma's	=	havodiploma
havoklas	noun	groep havoleerlingen die samen leskrijgen
havoklassen	=	havoklas
havoleerling	noun	iemand die havo-onderwijs volgt
havoleerlingen	=	havoleerling
havoniveau	noun	met een moeilijkheidsgraad die overeenkomt met dat van het havo
havoniveaus	=	havoniveau
havootje	=	havo
havootjes	=	havo
havoscholier	noun	iemand die de havo bezoekt om onderwijs te volgen
havoscholieren	=	havoscholier
havoër	noun	scholier die op het havo zit of iemand havo gedaan heeft
havoërs	=	havoër
havraä	noun	herstel
hawaii-akepa	noun	Loxops coccineus een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
hawaii-akepa's	=	hawaii-akepa
hawaii-akepaatje	=	hawaii-akepa
hawaii-akepaatjes	=	hawaii-akepa
hawaii-eend	noun	Anas wyvilliana een eend uit de familie van de Anatidae.
hawaii-eenden	=	hawaii-eend
hawaii-eendje	=	hawaii-eend
hawaii-eendjes	=	hawaii-eend
hawaii-elepaio	noun	Chasiempis sandwichensis een vogelsoort uit het geslacht Chasiempis uit de familie monarchen (Monarchidae), een familie van oscine zangvogels die voorkomen op het eiland Hawaï
hawaii-elepaio's	=	hawaii-elepaio
hawaii-elepaiootje	=	hawaii-elepaio
hawaii-elepaiootjes	=	hawaii-elepaio
hawaiibuizerd	noun	Buteo solitarius een roofvogel uit de familie van de Accipitridae.
hawaiibuizerdje	=	hawaiibuizerd
hawaiibuizerdjes	=	hawaiibuizerd
hawaiibuizerds	=	hawaiibuizerd
hawaiigans	noun	Branta sandvicensis een ganzensoort die endemisch is voor Hawaï en het naburige eiland Maui.
hawaiigansje	=	hawaiigans
hawaiigansjes	=	hawaiigans
hawaiiganzen	=	hawaiigans
hawaiikarekiet	noun	Acrocephalus familiaris een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
hawaiikarekieten	=	hawaiikarekiet
hawaiikarekietje	=	hawaiikarekiet
hawaiikarekietjes	=	hawaiikarekiet
hawaiikraai	noun	Corvus hawaiiensis een vogel uit de familie van de kraaien.
hawaiikraaien	=	hawaiikraai
hawaiikraaitje	=	hawaiikraai
hawaiikraaitjes	=	hawaiikraai
hawaiikruiper	noun	Loxops mana een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
hawaiikruipers	=	hawaiikruiper
hawaiikruipertje	=	hawaiikruiper
hawaiikruipertjes	=	hawaiikruiper
hawaiilijster	noun	Myadestes obscurus een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
hawaiilijsters	=	hawaiilijster
hawaiilijstertje	=	hawaiilijster
hawaiilijstertjes	=	hawaiilijster
hawaiimeerkoet	noun	Fulica alai een vogel uit de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).
hawaiimeerkoeten	=	hawaiimeerkoet
hawaiimeerkoetje	=	hawaiimeerkoet
hawaiimeerkoetjes	=	hawaiimeerkoet
hawaiiral	noun	Zapornia sandwichensis een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
hawaiirallen	=	hawaiiral
hawaiiralletje	=	hawaiiral
hawaiiralletjes	=	hawaiiral
hawaiistormvogel	noun	Pterodroma sandwichensis een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
hawaiistormvogels	=	hawaiistormvogel
hawaiistormvogeltje	=	hawaiistormvogel
hawaiistormvogeltjes	=	hawaiistormvogel
hawaïaan	noun	inwoner van Hawaï
hawaïaans	adj	met betrekking tot Hawaï
hawaïaanse	noun	inwoonster van Hawaï
hawaïaansen	=	hawaïaanse
hawaïaanser	=	hawaïaans
hawaïaansere	=	hawaïaans
hawaïaansers	=	hawaïaans
hawaïaanst	=	hawaïaans
hawaïaanstalig	adj	de Hawaïaanse taal sprekend
hawaïaanstalige	=	hawaïaanstalig
hawaïaanstaligs	=	hawaïaanstalig
hawaïaanste	=	hawaïaans
hawaïanen	=	hawaïaan
hawaïhemd	noun	felgekleurd shirt met korte mouwen dat men vooral in de zomer draagt als vrijetijdskleding
hawaïhemden	=	hawaïhemd
hawaïhemdje	=	hawaïhemd
hawaïhemdjes	=	hawaïhemd
hawaïshirt	noun	een shirt met kleurrijke tropische patronen dat oorspronkelijk van Hawaï komt.
hawaïshirts	=	hawaïshirt
hawthorne-effect	noun	het effect van een interventie op een onderzocht persoon dat uitsluitend te wijten is aan het feit dat deze aan een onderzoek meedoet
hawthorne-effecten	=	hawthorne-effect
hawthorne-effectje	=	hawthorne-effect
hawthorne-effectjes	=	hawthorne-effect
hazard	noun	kans op geluk
hazards	=	hazard
haze	=	hazen
hazedistel	=	hazendistel
hazel	noun|obsolete	bepaalde in West-Europa inheemse struik, Corylus avellana
hazelaar	noun	Corylus avellana een in West-Europa inheemse struik uit de berkenfamilie (Betulaceae).
hazelaarblaasmot	noun	Phyllonorycter coryli een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
hazelaarblaasmotje	=	hazelaarblaasmot
hazelaarblaasmotjes	=	hazelaarblaasmot
hazelaarblaasmotten	=	hazelaarblaasmot
hazelaarbladrolkever	noun	Apoderus coryli een 6 tot 8 millimeter lange kever uit de familie bladrolkevers (Attelabidae)
hazelaarbladrolkevers	=	hazelaarbladrolkever
hazelaarbladrolkevertje	=	hazelaarbladrolkever
hazelaarbladrolkevertjes	=	hazelaarbladrolkever
hazelaarbladroller	noun	Pandemis corylana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
hazelaarbladrollers	=	hazelaarbladroller
hazelaarbladrollertje	=	hazelaarbladroller
hazelaarbladrollertjes	=	hazelaarbladroller
hazelaarboktor	noun	Oberea linearis een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
hazelaarboktorren	=	hazelaarboktor
hazelaarboktorretje	=	hazelaarboktor
hazelaarboktorretjes	=	hazelaarboktor
hazelaarbraam	noun	Rubus sect. corylifolii een soortengroep van gelijkvormige struiken, die behoren tot de rozenfamilie (Rosaceae).
hazelaarbraampje	=	hazelaarbraam
hazelaarbraampjes	=	hazelaarbraam
hazelaarbramen	=	hazelaarbraam
hazelaarhoutzwam	noun	een schimmel Szczepkamyces campestris (syn.: Dichomitus campestris) behorend tot de familie Polyporaceae.
hazelaarhoutzwammen	=	hazelaarhoutzwam
hazelaarhoutzwammetje	=	hazelaarhoutzwam
hazelaarhoutzwammetjes	=	hazelaarhoutzwam
hazelaarkorstkogelzwam	noun	Biscogniauxia anceps een paddenstoel uit de familie Xylariaceae.
hazelaarkorstkogelzwammen	=	hazelaarkorstkogelzwam
hazelaarkorstkogelzwammetje	=	hazelaarkorstkogelzwam
hazelaarkorstkogelzwammetjes	=	hazelaarkorstkogelzwam
hazelaarmeeldauw	noun	een meeldauw Phyllactinia guttata die leeft op bladeren van planten uit de families Betulaceae, Fagaceae en Juglandaceae, zoals de hazelaar.
hazelaarmeeldauwtje	=	hazelaarmeeldauw
hazelaarmeeldauwtjes	=	hazelaarmeeldauw
hazelaarmineermot	noun	Stigmella floslactella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
hazelaarmineermotje	=	hazelaarmineermot
hazelaarmineermotjes	=	hazelaarmineermot
hazelaarmineermotten	=	hazelaarmineermot
hazelaarrondknopmijt	noun	Phytoptus avellanae een mijt behorend tot de familie Phytoptidae die voorkomt op hazelaar, boomhazelaar en lambertsnoot.
hazelaarrondknopmijten	=	hazelaarrondknopmijt
hazelaarrondknopmijtje	=	hazelaarrondknopmijt
hazelaarrondknopmijtjes	=	hazelaarrondknopmijt
hazelaars	=	hazelaar
hazelaarsbos	noun	een bosje met hazelaars
hazelaarsbosje	=	hazelaarsbos
hazelaarsbosjes	=	hazelaarsbos
hazelaarsbossen	=	hazelaarsbos
hazelaarschijfzwam	noun	Encoelia furfuracea een schimmel behorend tot de familie Cenangiaceae.
hazelaarschijfzwammen	=	hazelaarschijfzwam
hazelaarschijfzwammetje	=	hazelaarschijfzwam
hazelaarschijfzwammetjes	=	hazelaarschijfzwam
hazelaarsnavelkogeltje	noun	Gnomonia amoena een schimmel behorend tot de familie Gnomoniaceae.
hazelaarsnavelkogeltjes	=	hazelaarsnavelkogeltje
hazelaartje	=	hazelaar
hazelaartjes	=	hazelaar
hazelaaruil	noun	Colocasia coryli een nachtvlinder uit de familie uilen, de Noctuidae.
hazelaaruilen	=	hazelaaruil
hazelaaruiltje	=	hazelaaruil
hazelaaruiltjes	=	hazelaaruil
hazelaaruitbreekkogeltje	noun	Diaporthe decedens een schimmel behorend tot de familie Diaporthaceae.
hazelaaruitbreekkogeltjes	=	hazelaaruitbreekkogeltje
hazelaarvalkever	noun	Cryptocephalus coryli een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
hazelaarvalkevers	=	hazelaarvalkever
hazelaarvalkevertje	=	hazelaarvalkever
hazelaarvalkevertjes	=	hazelaarvalkever
hazelaarvouwmot	noun	Phyllonorycter nicellii een nachtvlinder uit de familie Gracillariidae, de mineermotten.
hazelaarvouwmotje	=	hazelaarvouwmot
hazelaarvouwmotjes	=	hazelaarvouwmot
hazelaarvouwmotten	=	hazelaarvouwmot
hazelaren	=	hazelaar
hazelhoen	noun	Tetrastes bonasia grijsbruine hoendervogel uit de onderfamilie der ruigpoothoenders (Tetraoninae)
hazelhoenchampignon	noun	Agaricus phaeolepidotus een paddenstoel uit de familie Agaricaceae.
hazelhoenchampignonnetje	=	hazelhoenchampignon
hazelhoenchampignonnetjes	=	hazelhoenchampignon
hazelhoenchampignons	=	hazelhoenchampignon
hazelhoenderen	=	hazelhoen
hazelhoenders	=	hazelhoen
hazelhoenen	=	hazelhoen
hazelip	=	hazenlip
hazelmuis	noun	knaagdier in de familie van slaapmuizen, Muscardinus avellanarius
hazelmuisje	=	hazelmuis
hazelmuisjes	=	hazelmuis
hazelmuizen	=	hazelmuis
hazelnoot	noun	Corylus avellana een vrucht van de hazelaar
hazelnootboorder	noun	Curculio nucum een kever uit de familie van de snuitkevers (Curculionidae).
hazelnootboorders	=	hazelnootboorder
hazelnootboordertje	=	hazelnootboorder
hazelnootboordertjes	=	hazelnootboorder
hazelnootje	=	hazelnoot
hazelnootjes	=	hazelnoot
hazelnootolie	noun	Corylus avellana een plantaardige olie (spijsolie) die wordt verkregen door het uitpersen van hazelnoten
hazelnootolies	=	hazelnootolie
hazelnoten	=	hazelnoot
hazels	=	hazel
hazelskink	noun	Chalcides chalcides een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).
hazelskinken	=	hazelskink
hazelskinkje	=	hazelskink
hazelskinkjes	=	hazelskink
hazelworm	noun	pootloze hagedis, Anguis fragilis
hazelwormachtigen	noun	een infraorde Diploglossa van hagedissen (Lacertilia), bestaande uit 3 families.
hazelwormen	noun	Anguidae een familie van vaak pootloze hagedissen
hazelwormpje	=	hazelworm
hazelwormpjes	=	hazelworm
hazelwormsalamander	noun	Phaeognathus hubrichti een salamander uit de familie longloze salamanders of Plethodontidae
hazelwormsalamanders	=	hazelwormsalamander
hazelwormsalamandertje	=	hazelwormsalamander
hazelwormsalamandertjes	=	hazelwormsalamander
hazen	noun	familie Leporidae
hazenbout	noun	het vlees van de achterpoot van een haas
hazenbouten	=	hazenbout
hazende	=	hazen
hazendistel	noun	andere naam voor de melkdistel, plant uit het geslacht Sonchus
hazendistels	=	hazendistel
hazendisteltje	=	hazendistel
hazendisteltjes	=	hazendistel
hazenhart	noun	iemand die overdreven snel bang is
hazenharten	=	hazenhart
hazenhartje	=	hazenhart
hazenhartjes	=	hazenhart
hazenjacht	noun	achtervolgen en doden van hazen
hazenjachten	=	hazenjacht
hazenleger	noun	ligplaats van een haas
hazenlegers	=	hazenleger
hazenlegertje	=	hazenleger
hazenlegertjes	=	hazenleger
hazenlip	noun	aangeboren afwijking die bestaat uit een spleet in het bovengedeelte van de mond
hazenlipje	=	hazenlip
hazenlipjes	=	hazenlip
hazenlippen	=	hazenlip
hazenlipvleermuis	noun	het enige geslacht Noctilio binnen de familie Noctilionidae.
hazenlipvleermuisje	=	hazenlipvleermuis
hazenlipvleermuisjes	=	hazenlipvleermuis
hazenlipvleermuizen	noun	Noctilio het enige geslacht binnen de familie Noctilionidae.
hazenogen	=	hazenoog
hazenoog	noun	oog van een haas
hazenoor	noun	de lange oren van een haas
hazenoren	=	hazenoor
hazenpaadje	=	hazenpad
hazenpaadjes	=	hazenpad
hazenpad	noun	door hazen gemaakt spoor
hazenpaden	=	hazenpad
hazenpadje	=	hazenpad
hazenpadjes	=	hazenpad
hazenpaté	noun	stevige, smeuïge, smeerbare, gemalen lever van een haas
hazenpatés	=	hazenpaté
hazenpeper	noun	gerecht van gestoofd hazenvlees
hazenpepers	=	hazenpeper
hazenpepertje	=	hazenpeper
hazenpepertjes	=	hazenpeper
hazenpoot	noun	elk van de vier ledematen van een haas, een dier uit het geslacht Lepus
hazenpootje	noun	alleen verkleinwoord poot van een haas gebruikt als talisman, waarvan sommigen denken dat hij net als het klavertje vier geluk brengt
hazenpootjes	=	hazenpootje
hazenpoten	=	hazenpoot
hazenrug	noun	gebraad van de rug van een haas
hazenruggen	=	hazenrug
hazenrugje	=	hazenrug
hazenrugjes	=	hazenrug
hazenslaapje	noun	Een kort slaapje, een dutje
hazenslaapjes	=	hazenslaapje
hazenstaart	noun	staart van een haas
hazenstaarten	=	hazenstaart
hazenstaartje	=	hazenstaart
hazenstaartjes	=	hazenstaart
hazenstrik	noun	strik of strop voor het vangen van hazen
hazenstrikje	=	hazenstrik
hazenstrikjes	=	hazenstrik
hazenstrikken	=	hazenstrik
hazenvel	noun	de vacht van een haas
hazenvellen	=	hazenvel
hazenvelletje	=	hazenvel
hazenvelletjes	=	hazenvel
hazenvlees	noun	vlees van een haas
hazenwindhond	=	hazewindhond
hazenzegge	noun	Carex ovalis een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
hazenzeggen	=	hazenzegge
hazenzeggetje	=	hazenzegge
hazenzeggetjes	=	hazenzegge
hazewind	noun	snelle hond uit een ras dat is gefokt voor wedrennen of jacht op hazen
hazewinden	=	hazewind
hazewindhond	noun	hondenras van zeer snelle, slanke honden die men gebruikte voor de jacht op hazen en voor hondenrennen
hazewindhonden	=	hazewindhond
hazewindhondje	=	hazewindhond
hazewindhondjes	=	hazewindhond
hazewindje	=	hazewind
hazewindjes	=	hazewind
hazewindmier	noun	Anoplolepis gracilipes een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
hazewindmieren	=	hazewindmier
hazewindmiertje	=	hazewindmier
hazewindmiertjes	=	hazewindmier
hazikaron	noun	de herdenking
hazkarat	noun	herdenking
hazè	noun	deze
haärets	noun	het land
haäsief	noun	van de inzameling van de oogst
haätsmaoet	noun	van de onafhankelijkheid van Israël
haïtiaan	noun	een inwoner van Haïti, of iemand afkomstig uit Haïti
haïtiaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Haïti
haïtiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Haïti, of een vrouw afkomstig uit Haïti
haïtiaansen	=	haïtiaanse
haïtiaanser	=	haïtiaans
haïtiaansere	=	haïtiaans
haïtiaansers	=	haïtiaans
haïtiaanst	=	haïtiaans
haïtiaanste	=	haïtiaans
haïtiaantje	=	haïtiaan
haïtianen	=	haïtiaan
haïtilijster	noun	Turdus swalesi een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
haïtilijsters	=	haïtilijster
haïtilijstertje	=	haïtilijster
haïtilijstertjes	=	haïtilijster
haïtipauraque	noun	Siphonorhis brewsteri een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
haïtipauraques	=	haïtipauraque
haïtipauraquetje	=	haïtipauraque
haïtipauraquetjes	=	haïtipauraque
haïtisijs	noun	Spinus dominicensis een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
haïtisijsje	=	haïtisijs
haïtisijsjes	=	haïtisijs
haïtisijzen	=	haïtisijs
haïtizanger	noun	Microligea palustris een endemische vogel van het eiland Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse republiek)
haïtizangers	=	haïtizanger
haïtizangertje	=	haïtizanger
haïtizangertjes	=	haïtizanger
haček	noun	een diakritisch teken met een scherpe punt dat op medeklinkers en op de e wordt geplaatst om palatalisatie aan te geven.
hačekje	=	haček
hačekjes	=	haček
hačeks	=	haček
hbo	noun	hoger beroepsonderwijs. hoger niet-universitair onderwijs
hbo'er	noun	iemand die studeert aan een instelling voor hoger beroeps onderwijs, of daar gestudeerd heeft
hbo'ers	=	hbo'er
hbo's	=	hbo
hbo-opleiding	noun	een studie aan een instituut voor hoger beroepsonderwijs
hbo-opleidingen	=	hbo-opleiding
hbo-opleidinkje	=	hbo-opleiding
hbo-opleidinkjes	=	hbo-opleiding
hbo-student	noun	iemand die studeert aan een hbo
hbo-studenten	=	hbo-student
hbo-studentje	=	hbo-student
hbo-studentjes	=	hbo-student
hbs	noun	tot 1968 school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs zonder klassieke talen.
hbs'en	=	hbs
hbsag	noun	voor Hepatitis B surface Antigen, een antigeen dat voorkomt bij het hepatitis B-virus en wordt gevonden bij mensen die lijden aan Hepatitis B of drager zijn van het hepatitis B-virus
hbv	noun	benaming voor Orthohepadnavirus hominoidei, dat leverontstekingen kan veroorzaken
hbv's	=	hbv
hd	adj	video met een hoge resolutie
hd-kwaliteit	noun	beeldkwaliteit met een hoge resolutie
hd-kwaliteiten	=	hd-kwaliteit
hd-tv	noun	techniek voor het uitzenden, ontvangen en opslaan van bewegend beeld volgens standaarden met meer details en scherpte dan in de 20e eeuw gangbaar was
hd-tv's	=	hd-tv
hdp	=	heerliedepeerlie
hdpe	noun	een afkorting voor hogedichtheidpolyetheen, een kunststof, bekend van plastic doppen
hdtv	noun	techniek voor het uitzenden, ontvangen en opslaan van bewegend beeld volgens standaarden met meer details en scherpte dan in de 20e eeuw gangbaar was
hdtv's	=	hdtv
hdv	noun	de afkorting voor High Definition Video, een digitale videostandaard voor beeld met een hoge resolutie
hdv's	=	hdv
he	=	hè
headbang	=	headbangen
headbangde	=	headbangen
headbangden	=	headbangen
headbange	=	headbangen
headbangen	verb	op een heftige manier het hoofd op het ritme van de muziek bewegen
headbangend	=	headbangen
headbangende	=	headbangen
headbangt	=	headbangen
headhunter	noun	iemand die geschikt leidinggevend personeel zoekt en selecteert
headhunters	=	headhunter
headhuntersbureau	noun	bedrijf dat werknemers voor andere bedrijven zoekt en selecteert
headhuntersbureaus	=	headhuntersbureau
headline	noun	de kop die boven een krantenartikel staat als korte samenvatting van het artikel
headliner	noun	belangrijkste optreden of attractie tijdens een festival of concert
headliners	=	headliner
headlines	=	headline
headset	noun	hoofdtelefoon met ingebouwde microfoon
headsetje	=	headset
headsetjes	=	headset
headsets	=	headset
headshop	noun	een winkel die alle mogelijke artikelen verkoopt voor de druggebruiker, maar in principe zelf geen drugs verkoopt
headshopje	=	headshop
headshopjes	=	headshop
headshops	=	headshop
healer	noun	iemand die op paranormale wijze mensen zou kunnen genezen
healers	=	healer
healing	noun	geheel van therapeutische en paranormale handelingen die men onder behandeling van een alternatief therapeut ondergaat of als zelftherapie uitvoert
healings	=	healing
healthie	noun	selfie waarop iemand laat zien dat hij iets gezonds aan het doen is
healthies	=	healthie
healthwashing	noun	misleidende marketingtechniek waarbij fabrikanten een product of dienst veel gezonder presenteren dan het in werkelijkheid is.
heao	noun	Nederlandse vorm van hoger onderwijs voor beroepen in handel en zakelijke dienstverlening, die bestond vanaf Mammoetwet (1968) tot de invoering van de bachelor-masterstelsel (2002)
heao's	=	heao
heao-opleiding	noun	Hoger Economisch en Administratief Onderwijs.
heao-opleidingen	=	heao-opleiding
heao-opleidinkje	=	heao-opleiding
heao-opleidinkjes	=	heao-opleiding
heardaalscholver	noun	Leucocarbo nivalis een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers)
heardaalscholvers	=	heardaalscholver
heardaalscholvertje	=	heardaalscholver
heardaalscholvertjes	=	heardaalscholver
hearing	noun	een zitting van (meestal) een overheidsinstelling, waarbij verschillende partijen en belanghebbenden hun mening kunnen geven
hearings	=	hearing
heartbeat	noun	periodiek signaal dat een computer of computerprogramma produceert (als de internetverbinding in orde is)
heartbeats	=	heartbeat
heat	noun	manche
heats	=	heat
heaumeau	noun	schrijfwijze voor: homo, homoseksueel geaard persoon #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
heaumeaux	noun	alternatieve schrijfwijze voor: homo's
heautoscopie	noun	het zichzelf van buitenaf waarnemen
heautoscopieën	=	heautoscopie
heavy	adj	ernstige gevolgen hebbend of sterke emoties oproepend
heavy's	=	heavy
heavyer	=	heavy
heavyere	=	heavy
heavyers	=	heavy
heavymetalband	noun	muziekgroep die metalmuziek speelt
heavymetalbands	=	heavymetalband
heavyst	=	heavy
heavyste	=	heavy
heb	=	hebben
hebbe	=	hebben
hebbeding	noun	speciale dingen die je heel graag wilt hebben zonder dat ze erg nuttig zijn
hebbedingen	=	hebbeding
hebbedingetje	=	hebbeding
hebbelijk	adj	op gepaste, behoorlijke wijze
hebbelijke	=	hebbelijk
hebbelijker	=	hebbelijk
hebbelijkere	=	hebbelijk
hebbelijkers	=	hebbelijk
hebbelijkheden	=	hebbelijkheid
hebbelijkheid	noun	kenmerkende, vreemde gewoonte
hebbelijkheidje	=	hebbelijkheid
hebbelijkheidjes	=	hebbelijkheid
hebbelijks	=	hebbelijk
hebbelijkst	=	hebbelijk
hebbelijkste	=	hebbelijk
hebben	verb	gebruikt voor de vorming van de voltooide tijden	noun	het bezit
hebbend	=	hebben
hebbende	=	hebben
hebber	noun	iemand die iets heeft (bezit) of een drager (van een ambt)
hebberd	noun	iemand die zijn bezit wil uitbreiden zonder aan anderen te denken
hebberds	=	hebberd
hebberig	adj	van een persoon dat hij veel wil bezitten
hebberige	=	hebberig
hebberiger	=	hebberig
hebberigere	=	hebberig
hebberigers	=	hebberig
hebberigheid	noun	het te grote verlangen naar meer bezit
hebberigs	=	hebberig
hebberigst	=	hebberig
hebberigste	=	hebberig
hebbers	=	hebber
hebbertje	=	hebber
hebbertjes	=	hebber
hebbes	intj	een uitroep geuit wanneer men iets heeft weten te vangen
hebe	noun	bevallige schenkster
hebraïca	noun	Hebreeuwse zaken, met name boeken over het jodendom, in het Hebreeuws
hebraïsme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Hebreeuws of gevormd naar Hebreeuws voorbeeld
hebraïsmen	=	hebraïsme
hebraïst	noun	iemand die Hebreeuwse taal- en letterkunde heeft gestudeerd
hebreeuws	adj	horend tot of gesteld in het Hebreeuws
hebreeuwsch	=	hebreeuws
hebreeuwse	=	hebreeuws
hebreeuwser	=	hebreeuws
hebreeuwsere	=	hebreeuws
hebreeuwsers	=	hebreeuws
hebreeuwst	=	hebreeuws
hebreeuwstalig	adj	de Hebreeuwse taal sprekend
hebreeuwstalige	=	hebreeuwstalig
hebreeuwstaligs	=	hebreeuwstalig
hebreeuwste	=	hebreeuws
hebreeën	noun	Israëlieten, Joden opgevat als volk in een beschrijving door anderen
hebreeër	noun	lid van een bepaalde min of meer nomadische bevolking of (lagere) sociale groep, waarmee de Israëlieten worden aangeduid (28×: Gen. 14:13 +, Ex. 2:6 +, Deut. 4:21 +, 1 Sam. 4:6 +, Jer. 34:9 +, Jona 1:9)
hebreeërs	=	hebreeër
hebst	verb	du-vorm van hebben
hebstu	contraction	hebst du
hebt	verb	tweede persoon enkelvoud van hebben
hebzucht	noun	een overdreven begeerte naar materieel gewin
hebzuchtig	adj	blijk gevend van hebzucht, hebberig
hebzuchtige	=	hebzuchtig
hebzuchtiger	=	hebzuchtig
hebzuchtigere	=	hebzuchtig
hebzuchtigers	=	hebzuchtig
hebzuchtigs	=	hebzuchtig
hebzuchtigst	=	hebzuchtig
hebzuchtigste	=	hebzuchtig
hecatombe	noun	offer van honderd runderen aan de goden
hecatomben	=	hecatombe
hecatombes	=	hecatombe
hechal	noun	tempel
hechalot	=	hechal
hechsjeer	noun	koosjerverklaring
hechsjeirem	=	hechsjer
hechsjer	noun	koosjerverklaring
hechsjeriem	=	hechsjeer
hechsjers	=	hechsjer
hecht	noun	handvat	adj	innig verbonden, moeilijk van elkaar te scheiden
hechtdraad	noun	draad waarmee men wonden kan dichthechten
hechtdraden	=	hechtdraad
hechte	=	hecht
hechten	verb	een wond dichtnaaien
hechtend	=	hechten
hechtende	=	hechten
hechtenis	noun	in ~ nemen arresteren, gevangennemen
hechtenissen	=	hechtenis
hechter	noun	apparaat waarmee men kan hechten
hechtere	=	hecht
hechters	=	hecht
hechtertje	=	hechter
hechtheid	noun	de betrouwbaarheid en stevigheid van iets of iemand, ook in figuurlijke zin
hechting	noun	het hechten (bijv. van wonden)
hechtingen	=	hechting
hechtingsstoornis	noun	een stoornis waarbij kinderen die daaraan lijden er niet in slagen om zich op een gepaste wijze emotioneel te hechten aan hun ouders of verzorgers
hechtingsstoornissen	=	hechtingsstoornis
hechtinkje	=	hechting
hechtinkjes	=	hechting
hechtje	=	hecht
hechtjes	=	hecht
hechtmap	noun	dun, doorzichtig, plastic mapje met een ingebouwde snelhechter
hechtmapje	=	hechtmap
hechtmapjes	=	hechtmap
hechtmappen	=	hechtmap
hechtmateriaal	noun	middelen (m.n. garen) waarmee wonden kan sluiten
hechtmaterialen	=	hechtmateriaal
hechtmiddel	noun	middel waarmee men zaken aan elkaar kan plakken
hechtmiddelen	=	hechtmiddel
hechtpleister	noun	een pleister voorzien van een plaklaag te gebruiken om verband, infusen en katheters vast te maken aan de huid en ook voor het 'hechten' van een wond
hechtpleisters	=	hechtpleister
hechtpleistertje	=	hechtpleister
hechtpleistertjes	=	hechtpleister
hechts	=	hecht
hechtschijfvleermuis	noun	zoogdier uit het geslacht Thyroptera van Latijns-Amerikaanse vleermuizen, het enige geslacht binnen de familie Thyropteridae
hechtschijfvleermuisje	=	hechtschijfvleermuis
hechtschijfvleermuisjes	=	hechtschijfvleermuis
hechtschijfvleermuizen	noun	Thyroptera een geslacht van Latijns-Amerikaanse vleermuizen, het enige geslacht binnen de familie Thyropteridae
hechtsel	noun	datgene waarmee men iets vastmaakt of dichtmaakt
hechtsels	=	hechtsel
hechtst	=	hecht
hechtste	=	hecht
hechtte	=	hechten
hechtten	=	hechten
hechtwortel	noun	elk van de kleine wortels langs de stam en de grote takken, waarmee een klimplant zich aan iets vasthecht
hechtwortels	=	hechtwortel
hechtworteltje	=	hechtwortel
hechtworteltjes	=	hechtwortel
heckelfonen	=	heckelfoon
heckelfoon	noun	een door instrumentbouwer “Heckel” ontwikkelde baritonhobo
heckelfoontje	=	heckelfoon
heckelfoontjes	=	heckelfoon
heckler	noun	persoon die iemand die een lezing houdt hinderlijk in de rede valt
hecklers	=	heckler
heckrund	noun	koeien en stieren die zijn gefokt om zoveel mogelijk de eigenschappen van het wilde oerrund te benaderen
heckrunderen	=	heckrund
heckrundje	=	heckrund
heckrundjes	=	heckrund
hectare	noun	een oppervlaktemaat ter grootte van 100 m × 100 meter, gelijk aan 10.000 m², gelijk aan één vierkante hectometer, gelijk aan 0,1 × 0,1 kilometer, gelijk aan 0,01 km², weergegeven met symbool ha
hectaren	=	hectare
hectares	=	hectare
hectaretje	=	hectare
hectaretjes	=	hectare
hectaretoeslag	noun	geld dat boeren als een inkomensondersteuning krijgen vanuit de Europese Unie
hectaretoeslagen	=	hectaretoeslag
hectiek	noun	drukte
hectieken	=	hectiek
hectisch	adj	zeer druk en chaotisch
hectische	=	hectisch
hectischer	=	hectisch
hectischere	=	hectisch
hectischers	=	hectisch
hecto-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10² ohm, 100 ohm of 0,1 kilo-ohm, weergegeven met symbool hΩ
hecto-ohmpje	=	hecto-ohm
hecto-ohmpjes	=	hecto-ohm
hecto-ohms	=	hecto-ohm
hectoampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10² ampère, 100 ampère of 0,1 kiloampère, weergegeven met symbool hA
hectoampères	=	hectoampère
hectoampèretje	=	hectoampère
hectoampèretjes	=	hectoampère
hectoannum	noun	een periode van honderd jaar, weergegeven met symbool ha.
hectoare	noun	een oppervlaktemaat ter grootte van 100 m × 100 meter, gelijk aan 10.000 m², weergegeven met symbool ha
hectoaren	=	hectoare
hectoares	=	hectoare
hectoaretje	=	hectoare
hectoaretjes	=	hectoare
hectobecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10² becquerel, 100 becquerel of 0,1 kilobecquerel, weergegeven met symbool hBq
hectobecquerels	=	hectobecquerel
hectocandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10² candela, 100 candela of 0,1 kilocandela, weergegeven met symbool hcd
hectocandela's	=	hectocandela
hectocoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10² coulomb, 100 coulomb of 0,1 kilocoulomb, weergegeven met symbool hC
hectocoulombs	=	hectocoulomb
hectocoulombtje	=	hectocoulomb
hectocoulombtjes	=	hectocoulomb
hectofarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10² farad, 100 farad of 0,1 kilofarad, weergegeven met symbool hF
hectofaradje	=	hectofarad
hectofaradjes	=	hectofarad
hectofarads	=	hectofarad
hectograaf	noun	toestel, pers waarmee men van een met bijzondere inkt geschreven stuk honderd of meer exemplaren kan afdrukken
hectografen	=	hectograaf
hectogram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10² gram, 100 gram of 0,1 kilogram, weergegeven met symbool hg
hectogrammen	=	hectogram
hectogrammetje	=	hectogram
hectogrammetjes	=	hectogram
hectogray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10² gray, 100 gray of 0,1 kilogray, weergegeven met symbool hGy
hectograys	=	hectogray
hectograytje	=	hectogray
hectograytjes	=	hectogray
hectohenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10² henry, 100 henry of 0,1 kilohenry, weergegeven met symbool hH
hectohenry's	=	hectohenry
hectohenry'tje	=	hectohenry
hectohenry'tjes	=	hectohenry
hectohertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10² hertz, 100 hertz of 0,1 kilohertz, weergegeven met symbool hHz
hectojoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10² joule, 100 joule of 0,1 kilojoule, weergegeven met symbool hJ
hectojoules	=	hectojoule
hectokatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10² katal, 100 katal of 0,1 kilokatal, weergegeven met symbool hkat
hectokatals	=	hectokatal
hectokelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10² kelvin, 100 kelvin of 0,1 kilokelvin, weergegeven met symbool hK
hectoliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 100 liter, weergegeven met symbool hl, hL of hℓ
hectoliters	=	hectoliter
hectolitertje	=	hectoliter
hectolitertjes	=	hectoliter
hectolumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10² lumen, 100 lumen of 0,1 kilolumen, weergegeven met symbool hlm
hectolumens	=	hectolumen
hectolux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10² lux, 100 lux of 0,1 kilolux, weergegeven met symbool hlx
hectometer	noun	een lengtemaat met een waarde van 10² meter, 100 meter of 0,1 kilometer, weergegeven met symbool hm
hectometerpaal	noun	paal die om de 100 meter een markering geeft
hectometerpaaltje	=	hectometerpaal
hectometerpaaltjes	=	hectometerpaal
hectometerpalen	=	hectometerpaal
hectometers	=	hectometer
hectometertje	=	hectometer
hectometertjes	=	hectometer
hectomol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10² mol, 100 mol of 0,1 kilomol, weergegeven met symbool hmol
hectomolen	=	hectomol
hectonewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10² newton, 100 newton of 0,1 kilonewton, weergegeven met symbool hN
hectonewtons	=	hectonewton
hectopascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10² pascal, 100 pascal of 0,1 kilopascal, weergegeven met symbool hPa
hectopascals	=	hectopascal
hectordolfijn	noun	Cephalorhynchus hectori een soort dolfijn uit Nieuw-Zeeland
hectordolfijnen	=	hectordolfijn
hectordolfijntje	=	hectordolfijn
hectordolfijntjes	=	hectordolfijn
hectorspitssnuitdolfijn	noun	Mesoplodon hectori een walvisachtige uit de familie der spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae).
hectorspitssnuitdolfijnen	=	hectorspitssnuitdolfijn
hectorspitssnuitdolfijntje	=	hectorspitssnuitdolfijn
hectorspitssnuitdolfijntjes	=	hectorspitssnuitdolfijn
hectoseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10² seconde, 100 seconden of 0,1 kiloseconde, weergegeven met symbool hs
hectoseconden	=	hectoseconde
hectosecondes	=	hectoseconde
hectosiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10² siemens, 100 siemens of 0,1 kilosiemens, weergegeven met symbool hS
hectosiemensen	=	hectosiemens
hectosiemensje	=	hectosiemens
hectosiemensjes	=	hectosiemens
hectosievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10² sievert, 100 sievert of 0,1 kilosievert, weergegeven met symbool hSv
hectotesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10² tesla, 100 tesla of 0,1 kilotesla, weergegeven met symbool hT
hectovolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10² volt, 100 volt of 0,1 kilovolt, weergegeven met symbool hV
hectovoltje	=	hectovolt
hectovoltjes	=	hectovolt
hectovolts	=	hectovolt
hectowatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10² watt, 100 watt of 0,1 kilowatt, weergegeven met symbool hW
hectowatts	=	hectowatt
hectoweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10² weber, 100 weber of 0,1 kiloweber, weergegeven met symbool hWb
hectowebers	=	hectoweber
hedde	=	hebt
hede	noun	verwarde, grove bij het hekelen afgescheiden afvaldraden van vlas of hennep, vooral de langere draden
heden	adv|formal	in de tegenwoordige tijd, in deze tijd	noun	de tegenwoordige tijd
hedenavond	adv	de avond van de huidige dag
hedendaags	adj	gangbaar in de huidige tijd
hedendaagse	=	hedendaags
hedendaagser	=	hedendaags
hedendaagsere	=	hedendaags
hedendaagsers	=	hedendaags
hedendaagst	=	hedendaags
hedendaagste	=	hedendaags
hedenmiddag	adv	de middag van de huidige dag
hedenmorgen	adv	deze ochtend
hedenochtend	adv	de ochtend van de huidige dag
hedens	=	hede
hedera	noun	benaming voor planten uit het geslacht Hedera van kruipende of klimmende, groenblijvende planten uit de klimopfamilie Araliaceae
hedera's	=	hedera
hederik	noun	Sinapis arvensis een eenjarig akkeronkruid uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) dat heldergele bloemen, gelobde, eironde bladeren en een stijfbehaarde stengel heeft
hederiken	=	hederik
hedge	=	hedgen
hedgede	=	hedgen
hedgeden	=	hedgen
hedgefonds	noun	beleggingsfonds dat grote winsten tracht te behalen door te speculeren op koersbewegingen op financiële markten
hedgefondsen	=	hedgefonds
hedgen	verb	het (geheel of gedeeltelijk) afdekken van een financieel risico van een investering door middel van een andere investering (vaak derivaten)
hedgend	=	hedgen
hedgende	=	hedgen
hedget	=	hedgen
hedgete	=	hedgen
hedgeten	=	hedgen
hedgingfonds	noun	beleggingsmaatschappij die probeert met weinig risico toch hoge winsten te behalen door op koersbewegingen op financiële markten
hedgingfondsen	=	hedgingfonds
hedonisme	noun	een filosofische leer die stelt dat (zinnelijk) genot het richtsnoer van het menselijk handelen hoort te zijn en het hoogste goed is
hedonist	noun	iemand die genot als hoogste doel in het leven heeft
hedonisten	=	hedonist
hedonistisch	adj	betrekking hebbende op het genieten van het leven
hedonistische	=	hedonistisch
hedonistischer	=	hedonistisch
hedonistischere	=	hedonistisch
hedonistischers	=	hedonistisch
hee	noun	vijfde letter van het alfabet	intj|informal	uitroep van verbazing of schrik, of om de aandacht te trekken
heef	noun	driehoekig schepnet
heefje	=	heef
heefjes	=	heef
heeft	verb	tweede persoon (alleen U) en derde persoon enkelvoud van hebben
heeg	=	hijgen
heegt	=	hijgen
heek	noun	bepaald soort kabeljauwachtige zoutwatervis, Merluccius merluccius
heekje	=	heek
heel	adj	niet stuk, niet gebroken	adv	in hoge mate
heelal	noun	het gehele tijd-ruimte continuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
heelallen	=	heelal
heelalletje	=	heelal
heelalletjes	=	heelal
heelbaar	adj	wat geheeld (=genezen) kan worden, wat gerepareerd kan worden
heelbaarder	=	heelbaar
heelbaardere	=	heelbaar
heelbaarders	=	heelbaar
heelbaars	=	heelbaar
heelbaarst	=	heelbaar
heelbaarste	=	heelbaar
heelbare	=	heelbaar
heelbeen	noun	Holosteum umbellatum een eenjarige plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
heelbeenderen	=	heelbeen
heelbeentje	=	heelbeen
heelbeentjes	=	heelbeen
heelbenen	=	heelbeen
heelblaadjes	noun	alleen verkleinwoord Pulicaria dysenterica een plant die tot de composietenfamilie (Asteraceae) behoort.
heelblaadjesboorvlieg	noun	Myopites apicatus een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
heelblaadjesboorvliegen	=	heelblaadjesboorvlieg
heelblaadjesboorvliegje	=	heelblaadjesboorvlieg
heelblaadjesboorvliegjes	=	heelblaadjesboorvlieg
heelblaadjeskokermot	noun	Coleophora conyzae een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
heelblaadjeskokermotje	=	heelblaadjeskokermot
heelblaadjeskokermotjes	=	heelblaadjeskokermot
heelblaadjeskokermotten	=	heelblaadjeskokermot
heelblaadjesmineermot	noun	Digitivalva pulicariae een vlinder uit de familie van de koolmotten (Plutellidae).
heelblaadjesmineermotje	=	heelblaadjesmineermot
heelblaadjesmineermotjes	=	heelblaadjesmineermot
heelblaadjesmineermotten	=	heelblaadjesmineermot
heelblaadjespalpmot	noun	Apodia bifractella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
heelblaadjespalpmotje	=	heelblaadjespalpmot
heelblaadjespalpmotjes	=	heelblaadjespalpmot
heelblaadjespalpmotten	=	heelblaadjespalpmot
heelblaadjesrusroest	noun	Uromyces junci een roestschimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
heelblaadjesrusroesten	=	heelblaadjesrusroest
heelblaadjesrusroestje	=	heelblaadjesrusroest
heelblaadjesrusroestjes	=	heelblaadjesrusroest
heelblaadjeszadelmot	noun	Epiblema cnicicolana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
heelblaadjeszadelmotje	=	heelblaadjeszadelmot
heelblaadjeszadelmotjes	=	heelblaadjeszadelmot
heelblaadjeszadelmotten	=	heelblaadjeszadelmot
heelde	=	helen
heelden	=	helen
heelemaal	=	helemaal
heelen	=	helen
heelgoed	noun	de geheel bereide papierbrij
heelgoedje	=	heelgoed
heelgoedjes	=	heelgoed
heelheden	=	heelheid
heelheid	noun	het niet kapot zijn; het niet verdeeld zijn
heelhuids	adv	ongedeerd, zonder ernstige schade
heelhuidse	=	heelhuids
heelkracht	noun	de kracht om te kunnen genezen van een ziekte of aandoening
heelkrachten	=	heelkracht
heelkruid	noun	schermbloemige plant Sanicula europaea, waarvan het sap en aftreksels traditioneel door heelmeesters werden gebruikt om verschillende kwalen te bestrijden
heelkruiden	=	heelkruid
heelkunde	noun	de tak van de geneeskunde die met operatie probeert te genezen
heelkundig	adj	voor, van of bij het genezen met operaties
heelkundige	noun	een specialist die operaties verricht
heelkundigen	=	heelkundige
heelkundiger	=	heelkundig
heelkundigere	=	heelkundig
heelkundigers	=	heelkundig
heelkundigs	=	heelkundig
heelkundigst	=	heelkundig
heelkundigste	=	heelkundig
heelmeester	noun	vroegere genezer van wonden
heelmeesters	=	heelmeester
heelmeestertje	=	heelmeester
heelmeestertjes	=	heelmeester
heels	=	heel
heelst	=	heel
heelste	=	heel
heelt	=	helen
heeltallig	adj	de vorm van een geheel getal aannemend
heeltallige	=	heeltallig
heeltalligs	=	heeltallig
heem	noun	besloten erf
heemkunde	noun	onderzoek naar de eigen woonomgeving; lokale geschiedenis
heemkundekring	noun	organisatie die zich bezighoudt met de geschiedenis van de eigen leefomgeving
heemkundekringen	=	heemkundekring
heemkundevereniging	noun	een lokale vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor het behoud, onderzoek en de promotie van de eigen leefomgeving.
heemkundeverenigingen	=	heemkundevereniging
heemkundeverenigingetje	=	heemkundevereniging
heemkundeverenigingetjes	=	heemkundevereniging
heemkundig	adj	betrekking hebbend op de lokale geschiedenis van een plaats of streek
heemkundige	noun	iemand die zeer deskundig is op het gebied van de plaatselijke geschiedenis
heemkundigen	=	heemkundige
heemkundiger	=	heemkundig
heemkundigere	=	heemkundig
heemkundigers	=	heemkundig
heemkundigs	=	heemkundig
heemkundigst	=	heemkundig
heemkundigste	=	heemkundig
heempje	=	heem
heempjes	=	heem
heemraad	noun	door de ingelanden gekozen lid van het dagelijks bestuur van een waterschap, die de belangen daarvan behartigt
heemraadje	=	heemraad
heemraadjes	=	heemraad
heemraadschap	noun	waterschapsbestuur van een polder of dijk
heemraadschappen	=	heemraadschap
heemraden	=	heemraad
heemst	noun	benaming voor planten uit het geslacht Althaea uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
heemstzaadmot	noun	Pexicopia malvella een nachtvlinder uit de familie van de tastermotten, de Gelechiidae.
heemstzaadmotje	=	heemstzaadmot
heemstzaadmotjes	=	heemstzaadmot
heemstzaadmotten	=	heemstzaadmot
heemwee	=	heimwee
heen	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: weg	noun	grasachtige soort, Bolboschoenus maritimus in de familie van de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
heen-en-weer	noun	trein- of bootkaartje voor een reis in beide richtingen
heen-en-weerkind	noun	kind waarom gevochten wordt door ouders die in een vechtscheiding zijn betrokken
heen-en-weerkinderen	=	heen-en-weerkind
heen-en-weerkindje	=	heen-en-weerkind
heen-en-weerkindjes	=	heen-en-weerkind
heen-en-weers	=	heen-en-weer
heen-en-weertje	=	heen-en-weer
heen-en-weertjes	=	heen-en-weer
heenbracht	=	heenbrengen
heenbrachten	=	heenbrengen
heenbreng	=	heenbrengen
heenbrenge	=	heenbrengen
heenbrengen	verb	ergens naar toe gaan om iets of iemand daar af te leveren
heenbrengend	=	heenbrengen
heenbrengende	=	heenbrengen
heenbrengt	=	heenbrengen
heenga	=	heengaan
heengaan	verb|formal	vertrekken	noun|formal	het komen te overlijden
heengaand	=	heengaan
heengaande	=	heengaan
heengaat	=	heengaan
heengebracht	=	heenbrengen
heengegaan	=	heengaan
heengelopen	=	heenlopen
heengereden	=	heenrijden
heengestapt	=	heenstappen
heengetrokken	=	heentrekken
heengevaren	=	heenvaren
heengevloden	=	heenvlieden
heengevoerd	=	heenvaren
heengevoerde	=	heenvaren
heengezonden	=	heenzenden
heenging	=	heengaan
heenginge	=	heengaan
heengingen	=	heengaan
heengingt	=	heengaan
heenkomen	noun	een plaats waar je naar toe kunt gaan waar het veilig is
heenkomens	=	heenkomen
heenkomentje	=	heenkomen
heenliep	=	heenlopen
heenliepe	=	heenlopen
heenliepen	=	heenlopen
heenliept	=	heenlopen
heenloop	=	heenlopen
heenloopt	=	heenlopen
heenlope	=	heenlopen
heenlopen	verb	de betreffende plaats lopend verlaten
heenlopend	=	heenlopen
heenlopende	=	heenlopen
heenmatch	noun	wedstrijd die men speelt op het terrein van de tegenstander
heenmatchen	=	heenmatch
heenmatches	=	heenmatch
heenmineermot	noun	Elachista scirpi een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
heenmineermotje	=	heenmineermot
heenmineermotjes	=	heenmineermot
heenmineermotten	=	heenmineermot
heenreden	=	heenrijden
heenreed	=	heenrijden
heenreis	noun	Reis van vertrekpunt naar bestemming; eerste helft van een reis heen en terug.
heenreisje	=	heenreis
heenreisjes	=	heenreis
heenreizen	=	heenreis
heenrij	=	heenrijden
heenrijd	=	heenrijden
heenrijde	=	heenrijden
heenrijden	verb	rijdend vertrekken
heenrijdend	=	heenrijden
heenrijdende	=	heenrijden
heenrijdt	=	heenrijden
heenrit	noun	korte reis die van huis naar een bestemming gaat
heenritje	=	heenrit
heenritjes	=	heenrit
heenritten	=	heenrit
heenronde	noun	de eerste helft van de competitie, iedere club heeft dan éénmaal tegen iedere andere club gespeeld
heenronden	=	heenronde
heenrondes	=	heenronde
heenrondje	=	heenronde
heenrondjes	=	heenronde
heenstap	=	heenstappen
heenstappe	=	heenstappen
heenstappen	verb	op een rustige manier weglopen of weggaan
heenstappend	=	heenstappen
heenstappende	=	heenstappen
heenstapt	=	heenstappen
heenstapte	=	heenstappen
heenstapten	=	heenstappen
heentrek	=	heentrekken
heentrekke	=	heentrekken
heentrekken	verb|formal	wegtrekken
heentrekkend	=	heentrekken
heentrekkende	=	heentrekken
heentrekt	=	heentrekken
heentrok	=	heentrekken
heentrokken	=	heentrekken
heenvaar	=	heenvaren
heenvaart	noun	deel van een reis waar men naar een vastgesteld doel heenvaart
heenvaarten	=	heenvaart
heenvaartje	=	heenvaart
heenvaartjes	=	heenvaart
heenvare	=	heenvaren
heenvaren	verb	varend zich ergens naartoe bewegen
heenvarend	=	heenvaren
heenvarende	=	heenvaren
heenvlied	=	heenvlieden
heenvliede	=	heenvlieden
heenvlieden	verb	zich vluchtend uit de voeten maken
heenvliedend	=	heenvlieden
heenvliedende	=	heenvlieden
heenvliedt	=	heenvlieden
heenvloden	=	heenvlieden
heenvlood	=	heenvlieden
heenvoer	=	heenvaren
heenvoerde	=	heenvaren
heenvoerden	=	heenvaren
heenvoere	=	heenvaren
heenvoeren	=	heenvaren
heenvoerend	=	heenvaren
heenvoerende	=	heenvaren
heenvoert	=	heenvaren
heenwedstrijd	noun	eerste van twee wedstrijden die twee clubs uit en thuis tegen elkaar spelen in een competitie of toernooi
heenwedstrijden	=	heenwedstrijd
heenweg	noun	reis van vertrekpunt naar bestemming; eerste helft van een reis heen en terug
heenwegen	=	heenweg
heenweggetje	=	heenweg
heenweggetjes	=	heenweg
heenwegje	=	heenweg
heenwegjes	=	heenweg
heenzend	=	heenzenden
heenzende	=	heenzenden
heenzenden	verb	iets of iemand wegsturen
heenzendend	=	heenzenden
heenzendende	=	heenzenden
heenzending	noun	een verdachte vrijlaten voordat het proces heeft plaatsgevonden
heenzendingen	=	heenzending
heenzendinkje	=	heenzending
heenzendinkjes	=	heenzending
heenzendt	=	heenzenden
heenzond	=	heenzenden
heenzonden	=	heenzenden
heenzweefvlieg	noun	Lejops vittata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
heenzweefvliegen	=	heenzweefvlieg
heenzweefvliegje	=	heenzweefvlieg
heenzweefvliegjes	=	heenzweefvlieg
heep	noun	een gekromd snoeimes voor takken en bomen
heepje	=	heep
heepjes	=	heep
heepoppelepee	intj	een uitroep van verbazing
heer	noun	man
heerbaan	noun|formal	een oude Romeinse (lange-afstands)weg
heerbaantje	=	heerbaan
heerbaantjes	=	heerbaan
heerban	noun	in de middeleeuwen het recht van de landsheer om weerbare mannen op te roepen voor de heervaart
heerbanen	=	heerbaan
heerboer	=	herenboer
heere	=	here
heereboer	=	herenboer
heerenboer	=	herenboer
heerkracht	noun	de goddelijke kracht en macht die zich uit op de dag des oordeels
heerkrachten	=	heerkracht
heerliedepeerlie	adj|informal	heel fijn en leuk
heerliedepeerlies	=	heerliedepeerlie
heerlijk	adj	zeer aangenaam
heerlijke	=	heerlijk
heerlijker	=	heerlijk
heerlijkere	=	heerlijk
heerlijkers	=	heerlijk
heerlijkheden	=	heerlijkheid
heerlijkheid	noun	adellijk grondbezit, als onderdeel van het feodale systeem dat eeuwenlang bestond in veel delen van Europa
heerlijkheidje	=	heerlijkheid
heerlijkheidjes	=	heerlijkheid
heerlijks	=	heerlijk
heerlijkst	=	heerlijk
heerlijkste	=	heerlijk
heermoes	noun	bepaald soort plant, Equisetum arvense, die bloedstelpend, mineralen aanvullend, samentrekkend, urinedrijvend en wondhelend kan werken
heermoesje	=	heermoes
heermoesjes	=	heermoes
heeroom	noun	oom die rooms-katholiek priester is
heerooms	=	heeroom
heers	=	heersen
heerschaar	noun|obsolete	legermacht, leger
heerschap	noun	het heer zijn, de waardigheid van heer
heerschapje	=	heerschap
heerschapjes	=	heerschap
heerschappen	=	heerschap
heerschappij	noun	geheel der dingen waarover iemands macht zich uitstrekt, waarover hij heerst (bewind uitoefent) en het daarbij horende gezag geniet
heerschappijen	=	heerschappij
heerschappijtje	=	heerschappij
heerschare	noun|obsolete	legermacht, leger
heerscharen	noun	in vertalingen van de Bijbel hemelse machten (van het Hebreeuws Tsevaot)
heerschen	=	heersen
heerscher	=	heerser
heerse	=	heersen
heersen	verb	de macht uitoefenen
heersend	adj	die de baas is
heersende	=	heersend
heersends	=	heersend
heerser	noun	iemand die de macht uitoefent
heerseres	noun	vrouwelijke heerser
heerseresje	=	heerseres
heerseressen	=	heerseres
heersers	=	heerser
heersertje	=	heerser
heersertjes	=	heerser
heerskracht	=	heerkracht
heerst	verb	du-vorm van heersen
heerste	=	heersen
heersten	=	heersen
heerszucht	noun	zeer sterke neiging om te heersen
heerszuchtig	adj	dominerend, overheersend, de overhand hebbend, penetrerend
heerszuchtige	=	heerszuchtig
heerszuchtiger	=	heerszuchtig
heerszuchtigere	=	heerszuchtig
heerszuchtigers	=	heerszuchtig
heerszuchtigs	=	heerszuchtig
heerszuchtigst	=	heerszuchtig
heerszuchtigste	=	heerszuchtig
heertje	=	heer
heertjes	=	heer
heerweg	noun	een verharde langeafstandsweg aangelegd in de Romeinse tijd
heerwegen	=	heerweg
hees	adj	geen helder stemgeluid kunnen produceren.
heesch	=	hees
heesheden	=	heesheid
heesheid	noun	een aandoening waarbij je geen helder stemgeluid kunt produceren
heest	=	hees
heeste	=	hees
heester	noun	laaggroeiende, boomachtige struik
heesterachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een heester
heesterachtige	=	heesterachtig
heesterachtiger	=	heesterachtig
heesterachtigere	=	heesterachtig
heesterachtigers	=	heesterachtig
heesterachtigs	=	heesterachtig
heesterachtigst	=	heesterachtig
heesterachtigste	=	heesterachtig
heesters	=	heester
heesterslak	noun	Arianta arbustorum algemeen in Europa voorkomende landslakkensoort uit de Helicidae
heesterslakje	=	heesterslak
heesterslakjes	=	heesterslak
heesterslakken	=	heesterslak
heestertje	=	heester
heestertjes	=	heester
heet	adj	heel warm
heeten	=	heten
heetgebakerd	adj	van een persoon dat deze nogal snel heel boos is
heetgebakerde	=	heetgebakerd
heetgebakerder	=	heetgebakerd
heetgebakerdere	=	heetgebakerd
heetgebakerders	=	heetgebakerd
heetgebakerds	=	heetgebakerd
heetgebakerdst	=	heetgebakerd
heetgebakerdste	=	heetgebakerd
heetgelopen	=	heetlopen
heethoofd	noun	een persoon die snel boos wordt
heethoofden	=	heethoofd
heethoofdig	adj	een persoon is heethoofdig als hij snel boos wordt
heethoofdige	=	heethoofdig
heethoofdiger	=	heethoofdig
heethoofdigere	=	heethoofdig
heethoofdigers	=	heethoofdig
heethoofdigs	=	heethoofdig
heethoofdigst	=	heethoofdig
heethoofdigste	=	heethoofdig
heethoofdje	=	heethoofd
heethoofdjes	=	heethoofd
heetliep	=	heetlopen
heetliepen	=	heetlopen
heetloop	=	heetlopen
heetloopt	=	heetlopen
heetlope	=	heetlopen
heetlopen	verb	warm worden (bijv. door wrijving)
heetlopend	=	heetlopen
heetlopende	=	heetlopen
heets	=	heet
heetst	=	heet
heetste	=	heet
heette	=	heten
heetten	=	heten
heetwaterbron	noun	een bron die bestaat uit geothermisch verwarmd grondwater uit de aardkorst
heetwaterbronnen	=	heetwaterbron
heetwaterketel	noun	toestel voor warmwatervoorziening met een reservoir
heetwaterketels	=	heetwaterketel
heetwaterketeltje	=	heetwaterketel
heetwaterketeltjes	=	heetwaterketel
hef	noun	bezinksel van vloeistoffen
hefbomen	=	hefboom
hefboom	noun	staaf of boom die op een draaipunt rust en waarvan de lange arm bewogen wordt om een zwaar voorwerp op de korte arm in beweging te zetten
hefboomeffect	noun	het effect dat men met een hefboom (bijv. een breekijzer) kan bereiken
hefboomeffecten	=	hefboomeffect
hefboomeffectje	=	hefboomeffect
hefboomeffectjes	=	hefboomeffect
hefboomfonds	noun	beleggingsfonds dat grote winsten tracht te behalen door te speculeren op koersbewegingen op financiële markten
hefboomfondsen	=	hefboomfonds
hefboomfondsje	=	hefboomfonds
hefboomfondsjes	=	hefboomfonds
hefboompje	=	hefboom
hefboompjes	=	hefboom
hefboomwerking	noun	mechanisme waarmee men met een relatief geringe kracht toch een grote kracht kan uitoefenen
hefboomwerkingen	=	hefboomwerking
hefbrug	noun	een brug waarvan het wegdek recht omhoog opgehesen wordt om de scheepvaart door te laten
hefbruggen	=	hefbrug
hefbruggetje	=	hefbrug
hefbruggetjes	=	hefbrug
hefbrugje	=	hefbrug
hefbrugjes	=	hefbrug
hefdeur	noun	afsluiting die omhoog beweegt om een toegang te openen en omlaag om die te sluiten
hefdeuren	=	hefdeur
hefdeurtje	=	hefdeur
hefdeurtjes	=	hefdeur
hefeiland	noun	drijvend platform, ponton met kranen
hefeilanden	=	hefeiland
hefeilandje	=	hefeiland
heffe	=	heffen
heffen	verb	op opwaartse richting doen bewegen
heffend	=	heffen
heffende	=	heffen
heffer	noun	apparaat waarmee je iets omhoog kunt brengen
heffers	=	heffer
heffertje	=	heffer
heffertjes	=	heffer
heffing	noun	het vorderen, het heffen meestal van belastingen of accijnzen
heffingen	=	heffing
heffingskorting	noun	vermindering van de te betalen belastingen
heffingskortingen	=	heffingskorting
heffingsrente	noun	rente die geheven wordt over een te laat betaalde belasting
heffingsrenten	=	heffingsrente
heffingsrentes	=	heffingsrente
heffingstarief	noun	de belasting die men moet betalen voor het gebruik of verbruik vvan iets
heffingstarieven	=	heffingstarief
heffingsvrij	adj	waar geen belasting over geheven wordt
heffingsvrije	=	heffingsvrij
heffingsvrijer	=	heffingsvrij
heffingsvrijere	=	heffingsvrij
heffingsvrijers	=	heffingsvrij
heffingsvrijs	=	heffingsvrij
heffingsvrijst	=	heffingsvrij
heffingsvrijste	=	heffingsvrij
heffinkje	=	heffing
heffinkjes	=	heffing
hefje	=	hef
hefjes	=	hef
hefkeer	noun	goed dat geen eigenaar heeft
hefker	noun	goed dat geen eigenaar heeft
hefkraan	noun	hefwerktuig dat zware lasten kan tillen
hefkraantje	=	hefkraan
hefkraantjes	=	hefkraan
hefkranen	=	hefkraan
hefnerkaars	noun|obsolete	oude eenheid van lichtsterkte, weergegeven met symbool HK
hefnerkaarsen	=	hefnerkaars
hefnerkaarsje	=	hefnerkaars
hefnerkaarsjes	=	hefnerkaars
hefschroef	noun	horizontale propeller van een helikopter
hefschroefje	=	hefschroef
hefschroefjes	=	hefschroef
hefschroefvliegtuig	noun	een luchtvaartuig dat door middel van een hefschroef verticaal kan opstijgen en landen
hefschroefvliegtuigen	=	hefschroefvliegtuig
hefschroefvliegtuigje	=	hefschroefvliegtuig
hefschroefvliegtuigjes	=	hefschroefvliegtuig
hefschroeven	=	hefschroef
heft	noun	het handvat van een mes
heftang	noun	klauw aan de onderkant van een takel waarmee men zakken of balen kan ophijsen
heftangen	=	heftang
heften	=	heft
heftig	adj	extreem in mate	adv	in extreme mate
heftige	=	heftig
heftiger	=	heftig
heftigere	=	heftig
heftigers	=	heftig
heftigheden	=	heftigheid
heftigheid	noun	het heftig zijn
heftigheidje	=	heftigheid
heftigs	=	heftig
heftigst	=	heftig
heftigste	=	heftig
heftje	=	heft
heftjes	=	heft
heftruck	noun	voertuig dat lasten kan heffen en verplaatsen
heftruckchauffeur	noun	bestuurder van een voertuig dat vooral geschikt is voor het horizontale en verticale transport van pallets over een relatief kleine afstand
heftruckchauffeurs	=	heftruckchauffeur
heftruckje	=	heftruck
heftruckjes	=	heftruck
heftrucks	=	heftruck
hefvermogen	noun	gewicht dat een apparaat kan heffen
hefvermogens	=	hefvermogen
hefvlak	noun	vlakke plaat waarop je goederen kunt plaatsen die vervoerd moeten worden
hefvlakje	=	hefvlak
hefvlakjes	=	hefvlak
hefvlakken	=	hefvlak
hefwiel	noun	onderdeel van een beweegbare brug
hefwielen	=	hefwiel
hefwieltje	=	hefwiel
hefwieltjes	=	hefwiel
heg	noun	een (meestal lijnvormige) aanplanting van struiken en/of bomen die dient om ruimten te scheiden
hege	=	hijgen
hegemone	=	hegemoon
hegemonen	=	hegemoon
hegemoner	=	hegemoon
hegemonere	=	hegemoon
hegemoners	=	hegemoon
hegemoniaal	adj	de hegemonie bezittend
hegemoniaals	=	hegemoniaal
hegemoniaalst	=	hegemoniaal
hegemoniaalste	=	hegemoniaal
hegemoniale	=	hegemoniaal
hegemonialer	=	hegemoniaal
hegemonialere	=	hegemoniaal
hegemonialers	=	hegemoniaal
hegemonie	noun	overwicht van een staat of een partij
hegemonieën	=	hegemonie
hegemonisch	adj	betrekking hebbend op een hegemonie
hegemonische	=	hegemonisch
hegemonischer	=	hegemonisch
hegemonischere	=	hegemonisch
hegemonischers	=	hegemonisch
hegemonisme	noun	streven naar hegemonie
hegemoon	noun	land met zoveel macht op politiek, handels-, cultureel of ideologisch gebied dat het andere landen tot gehoorzamen kan dwingen	adj	van, betreffende een hegemonie
hegemoons	=	hegemoon
hegemoonst	=	hegemoon
hegemoonste	=	hegemoon
hegen	=	hijgen
hegge	noun	heg
heggen	=	heg
heggenbladroller	noun	Archips rosana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
heggenbladrollers	=	heggenbladroller
heggenbladrollertje	=	heggenbladroller
heggenbladrollertjes	=	heggenbladroller
heggendoornzaad	noun	Torilis japonica een eenjarige plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
heggendoornzaadje	=	heggendoornzaad
heggendoornzaadjes	=	heggendoornzaad
heggendoornzaden	=	heggendoornzaad
heggenduizendknoop	noun	algemeen voorkomende, vaste, linksom slingerende klimplant met pijlvormige bladeren, Fallopia dumetorum uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
heggenmus	noun	Prunella modularis; een zangvogel ter grootte van een huismus met opvallend grijs op de kop
heggenmusje	=	heggenmus
heggenmusjes	=	heggenmus
heggenmussen	noun	Prunella een geslacht (en een familie (Prunellidae)) van zangvogels.
heggenrank	noun	Bryonia dioica een plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
heggenrankbij	noun	Andrena florea een bij uit het geslacht van de zandbijen (Andrena).
heggenrankbijen	=	heggenrankbij
heggenrankbijtje	=	heggenrankbij
heggenrankbijtjes	=	heggenrankbij
heggenrankbloemgalmug	noun	Jaapiella parvula een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
heggenrankbloemgalmuggen	=	heggenrankbloemgalmug
heggenrankbloemgalmuggetjes	=	heggenrankbloemgalmug
heggenrankbloemgalmugje	=	heggenrankbloemgalmug
heggenrankboorvlieg	noun	Goniglossum wiedemanni een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
heggenrankboorvliegen	=	heggenrankboorvlieg
heggenrankboorvliegje	=	heggenrankboorvlieg
heggenrankboorvliegjes	=	heggenrankboorvlieg
heggenranken	=	heggenrank
heggenrankje	=	heggenrank
heggenrankjes	=	heggenrank
heggenrankknopgalmug	noun	Jaapiella bryoniae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
heggenrankknopgalmuggen	=	heggenrankknopgalmug
heggenrankknopgalmuggetjes	=	heggenrankknopgalmug
heggenrankknopgalmugje	=	heggenrankknopgalmug
heggenranklieveheersbeestje	noun	Henosepilachna argus een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
heggenranklieveheersbeestjes	=	heggenranklieveheersbeestje
heggenroos	noun	Rosa corymbifera een struik, die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en van nature voorkomt in West-Europa
heggenroosje	=	heggenroos
heggenroosjes	=	heggenroos
heggenrozen	=	heggenroos
heggenschaar	noun	een stuk tuingereedschap dat gebruikt wordt om heggen te snoeien
heggenschaartje	=	heggenschaar
heggenschaartjes	=	heggenschaar
heggenscharen	=	heggenschaar
heggenvogelmuren	=	heggenvogelmuur
heggenvogelmuur	noun	Stellaria neglecta een eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae) en komt van nature voor in Europa.
heggenvogelmuurtje	=	heggenvogelmuur
heggenvogelmuurtjes	=	heggenvogelmuur
heggenwikke	noun	Vicia sepium een vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
heggenwikkes	=	heggenwikke
heggetje	=	heg
heggetjes	=	heg
hegje	=	heg
hegjes	=	heg
hegschaar	noun	een stuk tuingereedschap dat gebruikt wordt om heggen te snoeien
hegschaartje	=	hegschaar
hegschaartjes	=	hegschaar
hegscharen	=	hegschaar
hei	noun	uitgestrekte onbebouwde grond, vooral met heidekruid begroeide zandgrond	intj	uitroep om iemands aandacht te trekken
heibaan	noun	weg door de heide
heibaas	noun	opzichter bij een heimachine
heibanen	=	heibaan
heibazen	=	heibaas
heibei	noun	kijfziek vrouwspersoon, kenau, haaibaai
heibeien	=	heibei
heibeitje	=	heibei
heibeitjes	=	heibei
heibel	noun	ruzie
heibels	=	heibel
heibeltje	=	heibel
heibeltjes	=	heibel
heibezem	noun	bezem gemaakt van heidekruid
heibloem	noun	paarse bloem van struikheide Calluna vulgaris
heibloemen	=	heibloem
heibloemetje	=	heibloem
heibloemetjes	=	heibloem
heibloempje	=	heibloem
heibloempjes	=	heibloem
heiblok	noun	zwaar blok van een heimachine dat men op een heipaal laat vallen
heiblokje	=	heiblok
heiblokjes	=	heiblok
heiblokken	=	heiblok
heiboer	noun	boer die een kleine boerderij heeft op arme grond
heiboeren	=	heiboer
heiboertje	=	heiboer
heiboertjes	=	heiboer
heibrand	noun	brand van of in een heide
heibranden	=	heibrand
heibrandje	=	heibrand
heibrandjes	=	heibrand
heichalous	=	heichol
heichol	noun	tempel
heidag	noun	bijeenkomst voor leidinggevenden van een bedrijf op een externe, vaak afgelegen locatie waar men in alle rust vergaderingen, seminars, lezingen en trainingen kan organiseren
heidagen	=	heidag
heidagje	=	heidag
heidagjes	=	heidag
heide	noun	een met heidekruid begroeide vlakte
heide-oogspanner	noun	Charissa obscurata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
heide-oogspanners	=	heide-oogspanner
heide-oogspannertje	=	heide-oogspanner
heide-oogspannertjes	=	heide-oogspanner
heide-schaaruil	noun	Papestra biren een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
heide-schaaruilen	=	heide-schaaruil
heide-schaaruiltje	=	heide-schaaruil
heide-schaaruiltjes	=	heide-schaaruil
heideaardster	noun	Geastrum schmidelii een schimmel behorend tot de familie Geastraceae.
heideaardsterren	=	heideaardster
heideaardsterretje	=	heideaardster
heideaardsterretjes	=	heideaardster
heideachtig	adj	lijkend of eigenschappen hebbend van een heide
heideachtige	=	heideachtig
heideachtiger	=	heideachtig
heideachtigere	=	heideachtig
heideachtigers	=	heideachtig
heideachtigs	=	heideachtig
heideachtigst	=	heideachtig
heideachtigste	=	heideachtig
heideballonkopje	noun	Peponocranium ludicrum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
heideballonkopjes	=	heideballonkopje
heideblaaskaakje	noun	Myopa fasciata een vliegensoort uit de familie van de blaaskopvliegen (Conopidae).
heideblaaskaakjes	=	heideblaaskaakje
heideblauwtje	noun	Plebejus argus een vlinder die vooral op vochtige heide kan worden aangetroffen.
heideblauwtjes	=	heideblauwtje
heidebodemkogelspin	noun	Robertus scoticus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae).
heidebodemkogelspinnen	=	heidebodemkogelspin
heidebodemkogelspinnetje	=	heidebodemkogelspin
heidebodemkogelspinnetjes	=	heidebodemkogelspin
heidebodemwevertje	noun	Palliduphantes ericaeus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
heidebodemwevertjes	=	heidebodemwevertje
heidebrand	noun	brand van een heideveld
heidebranden	=	heidebrand
heidebrandje	=	heidebrand
heidebrandjes	=	heidebrand
heidebrem	noun	een geslacht Genista van ongeveer 90 soorten uit de vlinderbloemenfamilie.
heidebremkaartmot	noun	Agonopterix atomella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
heidebremkaartmotje	=	heidebremkaartmot
heidebremkaartmotjes	=	heidebremkaartmot
heidebremkaartmotten	=	heidebremkaartmot
heidebronsgroefbij	noun	Halictus confusus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
heidebronsgroefbijen	=	heidebronsgroefbij
heidebronsgroefbijtje	=	heidebronsgroefbij
heidebronsgroefbijtjes	=	heidebronsgroefbij
heidedaguil	noun	Heliothis maritima een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
heidedaguilen	=	heidedaguil
heidedaguiltje	=	heidedaguil
heidedaguiltjes	=	heidedaguil
heidedansvlieg	noun	Empis serotina een vliegensoort uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
heidedansvliegen	=	heidedansvlieg
heidedansvliegje	=	heidedansvlieg
heidedansvliegjes	=	heidedansvlieg
heidedikkopmot	noun	Scythris ericivorella een vlinder uit de familie dikkopmotten (Scythrididae).
heidedikkopmotje	=	heidedikkopmot
heidedikkopmotjes	=	heidedikkopmot
heidedikkopmotten	=	heidedikkopmot
heidedraaigatje	noun	Tapinoma subboreale een mierensoort uit de onderfamilie van de Dolichoderinae.
heidedraaigatjes	=	heidedraaigatje
heidedwergspanner	noun	Eupithecia satyrata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
heidedwergspanners	=	heidedwergspanner
heidedwergspannertje	=	heidedwergspanner
heidedwergspannertjes	=	heidedwergspanner
heidefamilie	noun	een familie Ericaceae van bedektzadige veelal houtige maar ook kruidachtige planten.
heidefamilies	=	heidefamilie
heidefamilietje	=	heidefamilie
heidefamilietjes	=	heidefamilie
heidefopwesp	noun	Chrysotoxum octomaculatum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
heidefopwespen	=	heidefopwesp
heidefopwespje	=	heidefopwesp
heidefopwespjes	=	heidefopwesp
heidefranjemos	noun	Ptilidium ciliare een soort mos behorend tot de Ptilidiaceae.
heidefranjemosje	=	heidefranjemos
heidefranjemosjes	=	heidefranjemos
heidefranjemossen	=	heidefranjemos
heidegebied	noun	het gebied dat grotendeels begroeid is met heidestruiken.
heidegebieden	=	heidegebied
heidegebiedje	=	heidegebied
heidegebiedjes	=	heidegebied
heidegitje	noun	Cheilosia longula een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
heidegitjes	=	heidegitje
heidegrasmot	noun	Crambus ericella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
heidegrasmotje	=	heidegrasmot
heidegrasmotjes	=	heidegrasmot
heidegrasmotten	=	heidegrasmot
heidegrond	noun	gebied waarop heide groeit
heidegronden	=	heidegrond
heidehaakbladroller	noun	Ancylis uncella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
heidehaakbladrollers	=	heidehaakbladroller
heidehaakbladrollertje	=	heidehaakbladroller
heidehaakbladrollertjes	=	heidehaakbladroller
heidehaaroogkever	noun	Dicheirotrichus cognatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heidehaaroogkevers	=	heidehaaroogkever
heidehaaroogkevertje	=	heidehaaroogkever
heidehaaroogkevertjes	=	heidehaaroogkever
heidehoen	noun	Tympanuchus cupido cupido de nominale ondersoort van het prairiehoen.
heidehoenderen	=	heidehoen
heidehoenders	=	heidehoen
heidehoendertje	=	heidehoen
heidehoendertjes	=	heidehoen
heidehommel	noun	Bombus humilis een zeldzame hommel die voorkomt op de hogere zandgronden en staat op de Nederlandse Rode Lijst van bijen als bedreigd.
heidehommels	=	heidehommel
heidehommeltje	=	heidehommel
heidehommeltjes	=	heidehommel
heidekaardertje	noun	Dictyna arundinacea een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kaardertjes (Dictynidae)
heidekaardertjes	=	heidekaardertje
heidekakkerlak	noun	Capraiellus panzeri een insect uit de orde kakkerlakken en de familie Ectobiidae.
heidekakkerlakje	=	heidekakkerlak
heidekakkerlakjes	=	heidekakkerlak
heidekakkerlakken	=	heidekakkerlak
heidekamstaartje	noun	Hahnia nava een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kamstaartjes (Hahniidae)
heidekamstaartjes	=	heidekamstaartje
heidekartelblaadje	=	heidekartelblad
heidekartelblaadjes	=	heidekartelblad
heidekartelblad	noun	Pedicularis sylvatica een giftige, halfparasitaire, tweejarige plant, die behoort tot de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
heidekartelbladen	=	heidekartelblad
heidekartelbladeren	=	heidekartelblad
heidekartelblaren	=	heidekartelblad
heidekegelbij	noun	Coelioxys quadridentata een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
heidekegelbijen	=	heidekegelbij
heidekegelbijtje	=	heidekegelbij
heidekegelbijtjes	=	heidekegelbij
heidekever	noun	Lochmaea suturalis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
heidekevers	=	heidekever
heidekevertje	=	heidekever
heidekevertjes	=	heidekever
heidekielspriet	noun	Poecilus lepidus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heidekielsprieten	=	heidekielspriet
heidekielsprietje	=	heidekielspriet
heidekielsprietjes	=	heidekielspriet
heideklauwtjesmos	noun	Hypnum jutlandicum een soort mos van het geslacht Hypnum (klauwtjesmos).
heideklauwtjesmosje	=	heideklauwtjesmos
heideklauwtjesmosjes	=	heideklauwtjesmos
heideklauwtjesmossen	=	heideklauwtjesmos
heidekneuter	=	heikneuter
heidekniptor	noun	Negastrius pulchellus een keversoort uit de familie kniptorren (Elateridae).
heidekniptorren	=	heidekniptor
heidekniptorretje	=	heidekniptor
heidekniptorretjes	=	heidekniptor
heideknotszwam	noun	Clavaria argillacea een schimmel behorend tot de familie Clavariaceae.
heideknotszwammen	=	heideknotszwam
heideknotszwammetje	=	heideknotszwam
heideknotszwammetjes	=	heideknotszwam
heidekortnek	noun	Nebria salina een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heidekortnekje	=	heidekortnek
heidekortnekjes	=	heidekortnek
heidekortnekken	=	heidekortnek
heidekrabspin	noun	Xysticus acerbus een spinnensoort uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
heidekrabspinnen	=	heidekrabspin
heidekrabspinnetje	=	heidekrabspin
heidekrabspinnetjes	=	heidekrabspin
heidekruiper	noun	Harpalus solitaris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heidekruipers	=	heidekruiper
heidekruipertje	=	heidekruiper
heidekruipertjes	=	heidekruiper
heidelandschap	noun	landschap gekenmerkt door veel heidevelden
heidelandschapje	=	heidelandschap
heidelandschapjes	=	heidelandschap
heidelandschappen	=	heidelandschap
heidelanglijf	noun	Sphaerophoria virgata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
heidelanglijfje	=	heidelanglijf
heidelanglijfjes	=	heidelanglijf
heidelanglijven	=	heidelanglijf
heidelantaarnspin	noun	Agroeca proxima een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemzakspinnen (Liocranidae).
heidelantaarnspinnen	=	heidelantaarnspin
heidelantaarnspinnetje	=	heidelantaarnspin
heidelantaarnspinnetjes	=	heidelantaarnspin
heidelibel	noun	insect uit de geslacht Sympetrum van echte libellen (Anisoptera) uit de familie korenbouten (Libellulidae)
heidelibellen	noun	Sympetrum een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie korenbouten (Libellulidae)
heidelibelletje	=	heidelibel
heidelibelletjes	=	heidelibel
heidelichtmot	noun	Pempelia palumbella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
heidelichtmotje	=	heidelichtmot
heidelichtmotjes	=	heidelichtmot
heidelichtmotten	=	heidelichtmot
heidelieveheersbeestje	noun	Chilocorus bipustulatus een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
heidelieveheersbeestjes	=	heidelieveheersbeestje
heidelootjeskokermot	noun	Coleophora juncicolella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
heidelootjeskokermotje	=	heidelootjeskokermot
heidelootjeskokermotjes	=	heidelootjeskokermot
heidelootjeskokermotten	=	heidelootjeskokermot
heidemosnetwants	noun	Acalypta nigrina een wants uit de familie van de netwantsen (Tingidae).
heidemosnetwantsen	=	heidemosnetwants
heidemosnetwantsje	=	heidemosnetwants
heidemosnetwantsjes	=	heidemosnetwants
heidemoswants	noun	Drymus sylvaticus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
heidemoswantsen	=	heidemoswants
heidemoswantsje	=	heidemoswants
heidemoswantsjes	=	heidemoswants
heidemuisspin	noun	Haplodrassus signifer een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
heidemuisspinnen	=	heidemuisspin
heidemuisspinnetje	=	heidemuisspin
heidemuisspinnetjes	=	heidemuisspin
heiden	noun	mensen die geen jood of christen zijn
heidendom	noun	een verzamelnaam voor de polytheïstische religies waarmee het zich verspreidende christendom in aanraking kwam
heidenen	=	heiden
heidens	adj	van de heidenen
heidensch	=	heidens
heidense	=	heidens
heidenser	=	heidens
heidensere	=	heidens
heidensers	=	heidens
heidenst	=	heidens
heidenste	=	heidens
heidentje	=	heiden
heidenysius	noun	Nysius ericae een wants uit de onderfamilie Orsillinae en de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
heidenysiussen	=	heidenysius
heideorchis	noun	Dactylorhiza maculata subsp. ericetorum een Europese orchidee
heideorchissen	=	heideorchis
heidepaars	noun	tint paars met RAL-nummer 4003 ( ).	adj	in een tint paars met RAL-nummer 4003 ( ).
heidepaarse	=	heidepaars
heidepalpmot	noun	Neofaculta ericetella een vlinder uit de familie van de tastermotten, de Gelechiidae
heidepalpmotje	=	heidepalpmot
heidepalpmotjes	=	heidepalpmot
heidepalpmotten	=	heidepalpmot
heidepiraat	noun	Piratula uliginosa een spinnensoort uit de familie van de wolfspinnen (Lycosidae).
heidepiraatje	=	heidepiraat
heidepiraatjes	=	heidepiraat
heidepiraten	=	heidepiraat
heidepistoolmot	noun	Aristotelia ericinella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
heidepistoolmotje	=	heidepistoolmot
heidepistoolmotjes	=	heidepistoolmot
heidepistoolmotten	=	heidepistoolmot
heideplatlijfje	noun	Depressaria badiella een vlinder uit de familie van de grasmineermotten (Elachistidae).
heideplatlijfjes	=	heideplatlijfje
heidepriemkever	noun	Bembidion nigricorne een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heidepriemkevers	=	heidepriemkever
heidepriemkevertje	=	heidepriemkever
heidepriemkevertjes	=	heidepriemkever
heidepyjamaspin	noun	Hypsosinga sanguinea een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen
heidepyjamaspinnen	=	heidepyjamaspin
heidepyjamaspinnetje	=	heidepyjamaspin
heidepyjamaspinnetjes	=	heidepyjamaspin
heiderenspin	noun	Rhysodromus histrio een spinnensoort in de taxonomische indeling van de renspinnen (Philodromidae)
heiderenspinnen	=	heiderenspin
heiderenspinnetje	=	heiderenspin
heiderenspinnetjes	=	heiderenspin
heiderichelkaak	noun	Gnaphosa leporina een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
heiderichelkaakje	=	heiderichelkaak
heiderichelkaakjes	=	heiderichelkaak
heiderichelkaken	=	heiderichelkaak
heideringelrups	noun	Malacosoma castrense een kleine, vrij korte nachtvlinder behorende tot de familie van de spinners (Lasiocampidae).
heideringelrupsen	=	heideringelrups
heideringelrupsje	=	heideringelrups
heideringelrupsjes	=	heideringelrups
heiderondbuik	noun	Bradycellus ruficollis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heiderondbuiken	=	heiderondbuik
heiderondbuikje	=	heiderondbuik
heiderondbuikjes	=	heiderondbuik
heideroodkruin	noun	Anisodactylus nemorivagus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heideroodkruinen	=	heideroodkruin
heideroodkruintje	=	heideroodkruin
heideroodkruintjes	=	heideroodkruin
heides	=	heide
heidesabelsprinkhaan	noun	Metrioptera brachyptera een rechtvleugelig insect uit de familie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae), onderfamilie Tettigoniinae
heidesabelsprinkhaantje	=	heidesabelsprinkhaan
heidesabelsprinkhaantjes	=	heidesabelsprinkhaan
heidesabelsprinkhanen	=	heidesabelsprinkhaan
heidesafari	noun	excursie over de heide
heidesafari's	=	heidesafari
heideschaap	noun	schapenras dat zeer geschikt is om op de heide te worden gehouden
heideschallebijter	noun	Carabus arcensis sylvaticus een kever uit de familie van de loopkevers (Carabidae) die wordt beschouwd als een ondersoort van Carabus arcensis.
heideschallebijters	=	heideschallebijter
heideschallebijtertje	=	heideschallebijter
heideschallebijtertjes	=	heideschallebijter
heideschapen	=	heideschaap
heideschildwants	noun	Rhacognathus punctatus een wants uit de familie Pentatomidae.
heideschildwantsen	=	heideschildwants
heideschildwantsje	=	heideschildwants
heideschildwantsjes	=	heideschildwants
heideschuinschild	noun	Trapezonotus desertus een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
heideschuinschilden	=	heideschuinschild
heideschuinschildje	=	heideschuinschild
heideschuinschildjes	=	heideschuinschild
heidesikkelwants	noun	Nabis ericetorum een wants uit de familie sikkelwantsen (Nabidae)
heidesikkelwantsen	=	heidesikkelwants
heidesikkelwantsje	=	heidesikkelwants
heidesikkelwantsjes	=	heidesikkelwants
heideslak	noun	Helix ericetorum een op met gras begroeide hellingen voorkomende slak
heideslakje	=	heideslak
heideslakjes	=	heideslak
heideslakken	=	heideslak
heidesmalsnuit	noun	Kleidocerys ericae een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
heidesmalsnuiten	=	heidesmalsnuit
heidesmalsnuitje	=	heidesmalsnuit
heidesmalsnuitjes	=	heidesmalsnuit
heidespiegelloopkever	noun	Notiophilus germinyi een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heidespiegelloopkevers	=	heidespiegelloopkever
heidespiegelloopkevertje	=	heidespiegelloopkever
heidespiegelloopkevertjes	=	heidespiegelloopkever
heidespringspin	noun	Evarcha michailovi een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
heidespringspinnen	=	heidespringspin
heidespringspinnetje	=	heidespringspin
heidespringspinnetjes	=	heidespringspin
heidespurrie	noun	Spergula morisonii een eenjarige plant, die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
heidespurries	=	heidespurrie
heidespurrietje	=	heidespurrie
heidespurrietjes	=	heidespurrie
heidesteatoda	noun	Asagena phalerata een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae)
heidesteatoda's	=	heidesteatoda
heidesteatodaatje	=	heidesteatoda
heidesteatodaatjes	=	heidesteatoda
heidesteekmier	noun	Myrmica sulcinodis een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
heidesteekmieren	=	heidesteekmier
heidesteekmiertje	=	heidesteekmier
heidesteekmiertjes	=	heidesteekmier
heidestruik	noun	een struik van de plantensoort heide.
heidestruiken	=	heidestruik
heidestruikje	=	heidestruik
heidestruikjes	=	heidestruik
heidetje	=	heide
heidetjes	=	heide
heideveld	noun	veld met heide
heidevelden	=	heideveld
heideveldje	=	heideveld
heideveldjes	=	heideveld
heidevilla	noun	Villa fasciata een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
heidevilla's	=	heidevilla
heidevillaatje	=	heidevilla
heidevillaatjes	=	heidevilla
heideviltbij	noun	Epeolus cruciger een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
heideviltbijen	=	heideviltbij
heideviltbijtje	=	heideviltbij
heideviltbijtjes	=	heideviltbij
heideviltmollisia	noun	Mollisia obscura een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
heideviltmollisia's	=	heideviltmollisia
heideviltmollisiaatje	=	heideviltmollisia
heideviltmollisiaatjes	=	heideviltmollisia
heideviolen	=	heideviool
heideviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola canina uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
heideviooltje	noun	benaming voor Viola canina een vaste plant die behoort tot de viooltjesfamilie
heideviooltjes	=	heideviooltje
heidevlakte	noun	een kaal stuk heide zonder veel hoogte verschil
heidevlakten	=	heidevlakte
heidevlaktes	=	heidevlakte
heidevogel	noun	vogel wiens leven zich vooral op de heide afspeelt
heidevogels	=	heidevogel
heidevogeltje	=	heidevogel
heidevogeltjes	=	heidevogel
heidewespbij	noun	Nomada rufipes een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
heidewespbijen	=	heidewespbij
heidewespbijtje	=	heidewespbij
heidewespbijtjes	=	heidewespbij
heidewielwebspin	noun	Neoscona adianta een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen.
heidewielwebspinnen	=	heidewielwebspin
heidewielwebspinnetje	=	heidewielwebspin
heidewielwebspinnetjes	=	heidewielwebspin
heidewikke	noun	Vicia orobus een rechtopstaand, behaard overblijvend kruid uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae)
heidewitvlakvlinder	noun	Orgyia antiquoides een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie donsvlinders (Lymantriinae)
heidewitvlakvlinders	=	heidewitvlakvlinder
heidewitvlakvlindertje	=	heidewitvlakvlinder
heidewitvlakvlindertjes	=	heidewitvlakvlinder
heidewitvleugeluil	noun	Aporophyla lueneburgensis een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
heidewitvleugeluilen	=	heidewitvleugeluil
heidewitvleugeluiltje	=	heidewitvleugeluil
heidewitvleugeluiltjes	=	heidewitvleugeluil
heidewortelboorder	noun	Phymatopus hecta een nachtvlinder uit de familie Hepialidae, de wortelboorders.
heidewortelboorders	=	heidewortelboorder
heidewortelboordertje	=	heidewortelboorder
heidewortelboordertjes	=	heidewortelboorder
heidezaagpootspinnendoder	noun	Priocnemis parvula een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
heidezaagpootspinnendoders	=	heidezaagpootspinnendoder
heidezaagpootspinnendodertje	=	heidezaagpootspinnendoder
heidezaagpootspinnendodertjes	=	heidezaagpootspinnendoder
heidezakspin	noun	Cheiracanthium erraticum een spinnensoort uit de familie Cheiracanthiidae
heidezakspinnen	=	heidezakspin
heidezakspinnetje	=	heidezakspin
heidezakspinnetjes	=	heidezakspin
heidezandbij	noun	Andrena fuscipes een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
heidezandbijen	=	heidezandbij
heidezandbijtje	=	heidezandbij
heidezandbijtjes	=	heidezandbij
heidezee	noun|poetic	uitgestrekte heidevelden
heidezegge	noun	Carex ericetorum een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
heidezeggen	=	heidezegge
heidezeggetje	=	heidezegge
heidezeggetjes	=	heidezegge
heidezenegroen	noun	Ajuga genevensis een in Nederland ingevoerde, zeldzame, vaste plant.
heidezenegroenen	=	heidezenegroen
heidezenegroentje	=	heidezenegroen
heidezenegroentjes	=	heidezenegroen
heidezomerkorst	noun	Vezdaea acicularis een korstmossoort uit de familie Vezdaeaceae.
heidezomerkorsten	=	heidezomerkorst
heidezomerkorstje	=	heidezomerkorst
heidezomerkorstjes	=	heidezomerkorst
heidezwartschild	noun	Pterostichus rhaeticus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
heidezwartschilden	=	heidezwartschild
heidezwartschildje	=	heidezwartschild
heidezwartschildjes	=	heidezwartschild
heidin	noun	vrouw die geen christelijke godsdienst aanhangt
heidinnen	=	heidin
heidinnetje	=	heidin
heidinnetjes	=	heidin
heidoorn	noun	Ononis spinosa vlinderbloemige met paarse bloemen
heidoorns	=	heidoorn
heidoorntje	=	heidoorn
heidoorntjes	=	heidoorn
heie	=	heien
heien	verb	het in de grond drijven van een lange houten of betonnen paal als de fundering voor een gebouw of kunstwerk
heiend	=	heien
heiende	=	heien
heier	noun	bouwvakker die heipalen de grond in stampt
heiers	=	heier
heigrond	noun	stuk land waar heipalen in geslagen zijn of worden geslagen
heigronden	=	heigrond
heihaas	noun|humorous	infanterist (die verondersteld wordt graag in de hei te vertoeven)
heihazen	=	heihaas
heiig	adj	met beperkt zicht door verontreiniging of condensatie
heiige	=	heiig
heiiger	=	heiig
heiigere	=	heiig
heiigers	=	heiig
heiigs	=	heiig
heiigst	=	heiig
heiigste	=	heiig
heikant	noun	rand van de heide
heikanten	=	heikant
heikel	adj	van een onderwerp dat het een moeilijke en pijnlijke kwestie betreft waar moeilijk over te praten valt
heikele	=	heikel
heikeler	=	heikel
heikelere	=	heikel
heikelers	=	heikel
heikels	=	heikel
heikelst	=	heikel
heikelste	=	heikel
heikikker	noun	een van de meest algemene bruine kikkers Rana arvalis in Europa
heikikkers	=	heikikker
heiknapper	noun	stuk vee dat op heidegrond is geweid
heiknappers	=	heiknapper
heiknappertje	=	heiknapper
heiknappertjes	=	heiknapper
heikneuter	noun	lomperd
heikneuters	=	heikneuter
heikneutertje	=	heikneuter
heikneutertjes	=	heikneuter
heikraan	noun	kraan die men gebruikt bij het heien
heikranen	=	heikraan
heikruid	noun	een kruid dat op de hei groeit
heikruiden	=	heikruid
heikruidje	=	heikruid
heikruidjes	=	heikruid
heil	noun	welzijn, voorspoed, redding, verlossing
heila	intj	uitroep om iemands aandacht te trekken
heiland	noun	iemand die het goede brengt (en je van het kwade verlost)
heilanden	=	heiland
heilandje	=	heiland
heilandjes	=	heiland
heilbot	noun	bepaald soort grote schol, reus onder de platvissen en consumptievis, Hippoglossus hippoglossus
heilbotje	=	heilbot
heilbotjes	=	heilbot
heilbotten	=	heilbot
heildronk	noun	een gelukswens die daarna bekrachtigd wordt door het drinken van een (meestal) alcoholische drank
heildronken	=	heildronk
heilgoed	noun	heerlijk, zalig goed
heilgoedje	=	heilgoed
heilgoedjes	=	heilgoed
heilgymnastiek	noun	bewegingstherapie, een onderdeel van fysiotherapie, bestaande uit oefeningen die krom- of scheefgroeien tegen gaan
heilicht	noun	bliksem zonder dat men de donder hoort
heilichten	=	heilicht
heilig	adj	door wijding aan het goddelijke bijzonder gemaakt
heiligbeen	noun	driehoekig beenstuk onderaan de wervelkolom bij mensen
heiligbeenderen	=	heiligbeen
heiligbeentje	=	heiligbeen
heiligbenen	=	heiligbeen
heiligde	=	heiligen
heiligden	=	heiligen
heiligdom	noun	plaats of gebouw gewijd aan een god of godin
heiligdommen	=	heiligdom
heiligdommetje	=	heiligdom
heiligdommetjes	=	heiligdom
heilige	noun	persoon die zonder zonden is; heel braaf persoon
heiligen	verb	heilig verklaren, eren, behandelen als een heilige
heiligenbeeld	noun	beeldhouwwerk dat een katholieke heilige voorstelt
heiligenbeelden	=	heiligenbeeld
heiligenbeeldje	=	heiligenbeeld
heiligenbeeldjes	=	heiligenbeeld
heiligend	=	heiligen
heiligendag	noun	feest- en gedenkdag voor een bepaalde heilige
heiligendagen	=	heiligendag
heiligende	=	heiligen
heiligenkalender	noun	tabel die de dagen van het jaar koppelt aan de naamdagen van heiligen
heiligenkalenders	=	heiligenkalender
heiligenkalendertje	=	heiligenkalender
heiligenkalendertjes	=	heiligenkalender
heiligenlegende	noun	levensbeschrijving van een heilige
heiligenlegenden	=	heiligenlegende
heiligenlegendes	=	heiligenlegende
heiligenleven	noun	levensbeschrijving van een heilige
heiligenlevens	=	heiligenleven
heiligenleventje	=	heiligenleven
heiligennaam	noun	voornaam van een persoon die afgeleid is van de naam van een heilige
heiligennamen	=	heiligennaam
heiligentombe	noun	laatste rustplaats voor belangrijke religieuze personen
heiligentomben	=	heiligentombe
heiligentombes	=	heiligentombe
heiligenverering	noun	het aanbidden van iemand die een zeer vroom leven heeft geleefd
heiligenvereringen	=	heiligenverering
heiliger	=	heilig
heiligere	=	heilig
heiligers	=	heilig
heiligheden	=	heiligheid
heiligheid	noun	het heilig zijn
heiligheidje	=	heiligheid
heiliging	noun	het heiligen
heiligingen	=	heiliging
heiligingetje	=	heiliging
heiligingetjes	=	heiliging
heiliglijk	adj	op een heilige, verheven, zondeloze, gewijde of afgezonderde manier
heiliglijke	=	heiliglijk
heiliglijker	=	heiliglijk
heiliglijkere	=	heiliglijk
heiliglijkers	=	heiliglijk
heiliglijks	=	heiliglijk
heiliglijkst	=	heiliglijk
heiliglijkste	=	heiliglijk
heiligmaker	noun	naam voor God die mensen tot volmaakte mensen maakt
heiligmakers	=	heiligmaker
heiligs	=	heilig
heiligschenner	noun	iemand die de handen slaat aan het heilige of aan een heilige persoon, plaats of zaak
heiligschenners	=	heiligschenner
heiligschennis	noun	vergrijp aan iets heiligs, ontheiliging
heiligschennisje	=	heiligschennis
heiligschennissen	=	heiligschennis
heiligst	=	heilig
heiligste	=	heilig
heiligt	=	heiligen
heiligverklaring	noun	officiële verklaring van de paus dat iemand als heilige vereerd mag worden door de gehele kerk
heiligverklaringen	=	heiligverklaring
heiligverklarinkje	=	heiligverklaring
heiligverklarinkjes	=	heiligverklaring
heilloos	adj	zonder heil
heilloost	=	heilloos
heillooste	=	heilloos
heilloze	=	heilloos
heillozer	=	heilloos
heillozere	=	heilloos
heillozers	=	heilloos
heils	adv	als het om de voorspoed en welstand van mensen gaat
heilsboodschap	noun	verkondigde opvatting dat het navolgen van een bepaald geloof mensen uiteindelijk gelukkig zal maken
heilsboodschappen	=	heilsboodschap
heilsleer	noun	verkondigde kennis of overtuiging die mensen verlossing belooft
heilsleren	=	heilsleer
heilsoldaat	noun	belijdend lid van het kerkgenootschap Leger des Heils
heilsoldaatje	=	heilsoldaat
heilsoldaatjes	=	heilsoldaat
heilsoldaten	=	heilsoldaat
heilsprofeet	noun	profeet die een of ander heil verkondigt
heilsprofeetje	=	heilsprofeet
heilsprofeetjes	=	heilsprofeet
heilsprofeten	=	heilsprofeet
heilssoldaat	noun	belijdend lid van het kerkgenootschap Leger des Heils
heilssoldaatje	=	heilssoldaat
heilssoldaatjes	=	heilssoldaat
heilssoldaten	=	heilssoldaat
heilstaat	noun	een (toekomstig) land waarin iedereen gelukkig is omdat de manier van regeren zo goed is
heilstaatje	=	heilstaat
heilstaten	=	heilstaat
heilswerk	noun	het werk van God en zijn vertegenwoordigers op aarde dat geestelijke verlossing en redding brengt
heilswerken	=	heilswerk
heiltje	=	heil
heiltjes	=	heil
heilwens	noun	iemand het beste toewensen voor de toekomst
heilwensen	=	heilwens
heilzaam	adj	bijdragend tot een goede of betere gezondheid
heilzaams	=	heilzaam
heilzaamst	=	heilzaam
heilzaamste	=	heilzaam
heilzame	=	heilzaam
heilzamer	=	heilzaam
heilzamere	=	heilzaam
heilzamers	=	heilzaam
heim	noun	huiskrekel, zie heimpje
heimaal	noun	middeleeuwse vorm van rechtzitting of rechtbank, die over ernstige misdrijven oordeelde
heimachientje	=	heimachine
heimachientjes	=	heimachine
heimachine	noun	machine die heipalen in de grond kan drijven als fundering voor bouwwerken
heimachines	=	heimachine
heimachinetje	=	heimachine
heimachinetjes	=	heimachine
heimalen	=	heimaal
heimat	noun	land waar men geboren is; gebied waar men is opgegroeid
heimatten	=	heimat
heimelijk	adj	geheim, opzettelijk verborgen
heimelijke	=	heimelijk
heimelijker	=	heimelijk
heimelijkere	=	heimelijk
heimelijkers	=	heimelijk
heimelijkheden	=	heimelijkheid
heimelijkheid	noun	de mate waarin iets of iemand zich in het geheim of het verborgene handelt
heimelijks	=	heimelijk
heimelijkst	=	heimelijk
heimelijkste	=	heimelijk
heimen	=	heim
heimisj	adj	thuis, huiselijk, gezellig
heimpje	=	heim
heimpjes	=	heim
heimwee	noun	sterk verlangen naar een plek die als thuis ervaren wordt
heimweetje	=	heimwee
heimweeën	=	heimwee
heimziekte	noun	heimwee
heimziekten	=	heimziekte
heimziektes	=	heimziekte
heimziektetje	=	heimziekte
heimziektetjes	=	heimziekte
heinde	adv	op korte afstand
heining	noun	schutting of haag om stukken grond van elkaar af te scheiden
heiningen	=	heining
heininkje	=	heining
heininkjes	=	heining
heintjedavidseffect	noun	het fenomeen dat iemand steeds weer gaat optreden nadat hij al lang afscheid heeft genomen
heintjedavidseffecten	=	heintjedavidseffect
heipaal	noun	funderingspaal die diep de grond in geboord of geslagen wordt om een stevig fundament te zijn voor de bouwwerken die men er bovenop wil maken
heipaalkever	noun	Nacerdes melanura een kever uit de familie schijnboktorren (Oedemeridae)
heipaalkevers	=	heipaalkever
heipaalkevertje	=	heipaalkever
heipaalkevertjes	=	heipaalkever
heipaaltje	=	heipaal
heipaaltjes	=	heipaal
heipalen	=	heipaal
heiploeg	noun	groep bouwvakkers die samen heipalen in de grond heien met een heimachine
heiploegen	=	heiploeg
heir	noun	bewust bijeengebrachte groep mensen, dieren of wagens
heirbaan	noun	een verharde langeafstandsweg aangelegd in de Romeinse tijd
heirbanen	=	heirbaan
heiren	=	heir
heires-kracht	=	heirkracht
heirkracht	noun	overmacht van God die het kwaad overwint
heirkrachten	=	heirkracht
heirschaar	=	heerschare
heirschare	noun	een legerbende
heirscharen	=	heirschare
heirskracht	=	heerkracht
heirtje	=	heir
heisa	noun	opschudding, commotie
heisessie	noun	een bijeenkomst voor leidinggevenden van een bedrijf op een externe, vaak afgelegen locatie waar men in alle rust vergaderingen, seminars, lezingen en trainingen kan organiseren
heisessies	=	heisessie
heisessietje	=	heisessie
heisessietjes	=	heisessie
heistelling	noun	toren waarin een heiblok is opgehangen; toren waarin een heiblok op- en neer kan gaan tijdens het heien
heistellingen	=	heistelling
heister	noun	vrouwelijke bouwvakker die heipalen de grond in stampt
heisterde	=	heisteren
heisterden	=	heisteren
heistere	=	heisteren
heisteren	verb	in verwarring brengen
heisterend	=	heisteren
heisterende	=	heisteren
heisters	=	heister
heistert	=	heisteren
heit	=	heien
heitje	=	hei
heitjes	=	hei
heiveld	noun	veld met heide
heivelden	=	heiveld
heiveldje	=	heiveld
heiveldjes	=	heiveld
heivlinder	noun	Hipparchia semele een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
heivlinders	=	heivlinder
heivlindertje	=	heivlinder
heivlindertjes	=	heivlinder
heiwerk	noun	het heien van palen
heiwerken	=	heiwerk
heizijdebij	noun	Colletes succinctus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
heizijdebijen	=	heizijdebij
heizijdebijtje	=	heizijdebij
heizijdebijtjes	=	heizijdebij
hek	noun	deels open constructie om een gebied af te scheiden van de omgeving
hekanker	noun	een tweede, meestal licht anker aan het achterschip
hekankers	=	hekanker
hekankertje	=	hekanker
hekankertjes	=	hekanker
hekatombe	=	hecatombe
hekbalk	noun	een horizontale, dwarsscheepse balk boven in het achterschip
hekbalken	=	hekbalk
hekbalkje	=	hekbalk
hekbalkjes	=	hekbalk
hekboot	noun	De kleinste boot aan boord, de sloep die aan de hekdavits hangt
hekbootje	=	hekboot
hekbootjes	=	hekboot
hekboten	=	hekboot
hekdavit	noun	elk van de twee (draaibare) ijzeren stangen op de achterkant van de boot waaraan de heksloep gehangen kan worden
hekdavitje	=	hekdavit
hekdavitjes	=	hekdavit
hekdavits	noun	set van twee (draaibare) ijzeren stangen op de achterkant van de boot waaraan de heksloep gehangen kan worden
hekel	noun	een werktuig gebruikt bij het verwerken van hennep of vlas
hekelaar	noun	persoon die anderen beschuldigt, bekritiseert en veroordeelt
hekelaars	=	hekelaar
hekelde	=	hekelen
hekelden	=	hekelen
hekeldicht	noun	gedicht waarin ondeugden of misstanden aan de kaak worden gesteld
hekeldichten	verb	poëzie schrijven waarin de spot met iets of iemand gedreven wordt
hekeldichtend	=	hekeldichten
hekeldichtende	=	hekeldichten
hekeldichter	noun	schrijver van hekeldichten
hekeldichteres	=	hekeldichter
hekeldichters	=	hekeldichter
hekeldichtertje	=	hekeldichter
hekeldichtje	=	hekeldicht
hekeldichtjes	=	hekeldicht
hekeldichtte	=	hekeldichten
hekele	=	hekelen
hekelen	verb	fel bekritiseren, openlijk beschuldigen of veroordelen
hekelend	=	hekelen
hekelende	=	hekelen
hekelig	adj|figurative	van een persoon dat deze scherp en stekelig van karakter is
hekelige	=	hekelig
hekeliger	=	hekelig
hekeligere	=	hekelig
hekeligers	=	hekelig
hekeligs	=	hekelig
hekeligst	=	hekelig
hekeligste	=	hekelig
hekeling	noun	het spottende verwijt dat men iemand maakt
hekelingen	=	hekeling
hekels	=	hekel
hekelschrift	noun	geschrift waarin iemand of iets gehekeld wordt (d.w.z. aan de kaak wordt gesteld)
hekelschriften	=	hekelschrift
hekelt	=	hekelen
hekeltje	=	hekel
hekelveld	noun	veld waar vlas werd gehekeld
hekelvelden	=	hekelveld
heken	noun	een familie Merlucciidae in de orde van de kabeljauwachtigen (Gadiformes).
hekgolf	noun	golf veroorzaakt door de achterkant van een boot, eventual in combinatie met een schroef
hekgolfje	=	hekgolf
hekgolfjes	=	hekgolf
hekgolven	=	hekgolf
hekje	=	hek
hekjes	=	hek
hekken	noun	hek
hekkens	=	hekken
hekkensluiter	noun	de laatste van een aantal
hekkensluiters	=	hekkensluiter
hekkensluitertje	=	hekkensluiter
hekkensluitertjes	=	hekkensluiter
hekkentje	=	hekken
hekkentjes	=	hekken
heklastig	adj	een verkeerde gewichtsverdeling hebbend, waardoor een boot van achteren te diep in het water steekt
heklastige	=	heklastig
heklastigs	=	heklastig
heklicht	noun	navigatieverlichting aan de achterkant van het schip
heklichten	=	heklicht
heklichtje	=	heklicht
heklichtjes	=	heklicht
hekpaal	noun	paal waar een hek aan vast zit
hekpaaltje	=	hekpaal
hekpaaltjes	=	hekpaal
hekpalen	=	hekpaal
heks	noun	vrouw aan wie bepaalde bovennatuurlijke krachten worden toegeschreven
hekse	=	heksen
heksekring	=	heksenkring
heksen	verb	toveren
heksenbezem	noun	magische bezem waarop heksen [1] worden verondersteld te kunnen vliegen
heksenbezempje	=	heksenbezem
heksenbezempjes	=	heksenbezem
heksenbezems	=	heksenbezem
heksenbol	noun	dunne glazen bol waarvan men destijds dacht er de duivel mee te kunnen verjagen doordat deze, geschrokken bij de aanblik van zijn spiegelbeeld, op de vlucht zou slaan
heksenbollen	=	heksenbol
heksenbolletje	=	heksenbol
heksenbolletjes	=	heksenbol
heksenboterkorrelwebzwam	noun	Nectriopsis violacea een schimmel die behoort tot de orde Bionectriaceae.
heksenboterkorrelwebzwammen	=	heksenboterkorrelwebzwam
heksenboterkorrelwebzwammetje	=	heksenboterkorrelwebzwam
heksenboterkorrelwebzwammetjes	=	heksenboterkorrelwebzwam
heksend	=	heksen
heksendans	noun	dans van heksen
heksendansen	=	heksendans
heksende	=	heksen
heksendrank	noun	door een tovenares gebrouwen vloeistof die na innemen een magisch effect moet hebben, vaak gekenmerkt door griezelige ingrediënten
heksendranken	=	heksendrank
heksendrankje	=	heksendrank
heksendrankjes	=	heksendrank
heksengeloof	noun	overtuiging dat er vrouwen met magische macht bestaan
heksenjacht	noun	het jagen op vermeende heksen
heksenjachten	=	heksenjacht
heksenjachtje	=	heksenjacht
heksenjachtjes	=	heksenjacht
heksenjager	noun	iemand die op heksen jaagt zoals een inquisiteur
heksenjagers	=	heksenjager
heksenjagertje	=	heksenjager
heksenjagertjes	=	heksenjager
heksenketel	noun	chaos en drukte, pandemonium
heksenketels	=	heksenketel
heksenketeltje	=	heksenketel
heksenketeltjes	=	heksenketel
heksenkrans	noun	wolfsklauw (Lycopodium)
heksenkransen	=	heksenkrans
heksenkransje	=	heksenkrans
heksenkransjes	=	heksenkrans
heksenkring	noun	kring van paddenstoelen van dezelfde soort
heksenkringen	=	heksenkring
heksenkringetje	=	heksenkring
heksenkringetjes	=	heksenkring
heksenkruid	noun	een geslacht Circaea uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
heksenkruidsteltwants	noun	Metatropis rufescens een wants uit de familie steltwantsen (Berytidae)
heksenkruidsteltwantsen	=	heksenkruidsteltwants
heksenkruidsteltwantsje	=	heksenkruidsteltwants
heksenkruidsteltwantsjes	=	heksenkruidsteltwants
heksenmeester	noun	duivelskunstenaar, tovenaar
heksenmeesters	=	heksenmeester
heksenmeestertje	=	heksenmeester
heksenmeestertjes	=	heksenmeester
heksenmelk	noun	Euphorbia esula schermbloemige plant
heksenmelkrozetgalmug	noun	Spurgia esulae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
heksenmelkrozetgalmuggen	=	heksenmelkrozetgalmug
heksenmelkrozetgalmuggetje	=	heksenmelkrozetgalmug
heksenmelkrozetgalmuggetjes	=	heksenmelkrozetgalmug
heksenmelkrozetgalmugje	=	heksenmelkrozetgalmug
heksenmelkrozetgalmugjes	=	heksenmelkrozetgalmug
heksenmutskokermot	noun	Coleophora ahenella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
heksenmutskokermotje	=	heksenmutskokermot
heksenmutskokermotjes	=	heksenmutskokermot
heksenmutskokermotten	=	heksenmutskokermot
heksennagel	noun	een lange puntige nagel
heksennagels	=	heksennagel
heksennageltje	=	heksennagel
heksennageltjes	=	heksennagel
heksenproces	noun	proces wegens beschuldiging van hekserij
heksenprocessen	=	heksenproces
heksenproef	noun	proef om vast te stellen of iemand een heks was
heksenproeven	=	heksenproef
heksensabbat	noun	heksenfeest, nachtelijke bijeenkomst van heksen waarbij zij feest vieren of zich vervolmaken in de zwarte kunst
heksensabbats	=	heksensabbat
heksensabbatten	=	heksensabbat
heksenschermpje	noun	Mycena rosea een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
heksenschermpjes	=	heksenschermpje
heksensnot	noun	gelatine-achtige brij bestaande uit resten van een zwangere wijfjeskikker of pad die door een predator is opgevreten en uitgebraakt
heksentoer	noun	iets bijzonder moeilijks
heksentoeren	=	heksentoer
heksentoertje	=	heksentoer
heksentoertjes	=	heksentoer
heksenverbranding	noun	de historische executie van mensen (vaak vrouwen) beschuldigd van tovenarij, vooral tijdens de Europese heksenvervolging (ca. 1450–1750).
heksenverbrandingen	=	heksenverbranding
heksenverbrandinkje	=	heksenverbranding
heksenverbrandinkjes	=	heksenverbranding
heksenvervolging	noun	de vervolging waar 'heksen' aan blootstonden.
heksenvervolgingen	=	heksenvervolging
heksenvervolginkje	=	heksenvervolging
heksenvervolginkjes	=	heksenvervolging
heksenvingermos	noun	Physcia tenella een korstmos uit de familie Physciaceae.
heksenvingermosje	=	heksenvingermos
heksenvingermosjes	=	heksenvingermos
heksenvingermossen	=	heksenvingermos
heksenwaag	noun	waag waarop men personen zette om uit te maken of ze heksen waren
heksenwagen	=	heksenwaag
heksenwerk	noun	werk gedaan door heksen
heksenwerken	=	heksenwerk
heksenwerkje	=	heksenwerk
heksenwerkjes	=	heksenwerk
heksenzalf	noun	smeersel dat mensen tot vliegen in staat zou brengen
heksenzalfje	=	heksenzalf
heksenzalfjes	=	heksenzalf
heksenzalven	=	heksenzalf
hekserig	adj	als (van) een heks, met name kwaadaardig en gemeen
hekserige	=	hekserig
hekseriger	=	hekserig
hekserigere	=	hekserig
hekserigers	=	hekserig
hekserigs	=	hekserig
hekserigst	=	hekserig
hekserigste	=	hekserig
hekserij	noun	heksendaden
hekserijen	=	hekserij
hekserijtje	=	hekserij
heksje	=	heks
heksjes	=	heks
heksloep	noun	De sloep die aan de hekdavits hangt
heksloepen	=	heksloep
heksloepje	=	heksloep
heksloepjes	=	heksloep
heksluiter	=	hekkensluiter
hekst	=	heksen
hekstaartleguaan	noun	Callisaurus draconoides een hagedis uit de familie Phrynosomatidae
hekstaartleguaantje	=	hekstaartleguaan
hekstaartleguaantjes	=	hekstaartleguaan
hekstaartleguanen	=	hekstaartleguaan
hekstag	noun	stag die loopt van de achterkant van de boot naar de top van de mast
hekstagen	=	hekstag
hekstagje	=	hekstag
hekstagjes	=	hekstag
hekste	=	heksen
heksten	=	heksen
hekstijl	noun	staander van een als afscheiding gebruikt raamwerk
hekstijlen	=	hekstijl
hekstijltje	=	hekstijl
hekstijltjes	=	hekstijl
heksverbranding	noun	de historische executie van mensen (vaak vrouwen) beschuldigd van tovenarij, vooral tijdens de Europese heksenvervolging (ca. 1450–1750).
heksverbrandingen	=	heksverbranding
heksverbrandinkje	=	heksverbranding
heksverbrandinkjes	=	heksverbranding
hektjalk	noun	tjalk met een staatsie, een bouwsel op het achterschip, lopend tot op de hekbalk
hektjalken	=	hektjalk
hektjalkje	=	hektjalk
hektjalkjes	=	hektjalk
hektrawler	noun	vissersboot waar het net over het hek binnengehaald wordt
hektrawlers	=	hektrawler
hektrawlertje	=	hektrawler
hektrawlertjes	=	hektrawler
hektreiler	noun	vissersboot waar het net over het hek binnengehaald wordt
hektreilers	=	hektreiler
hektreilertje	=	hektreiler
hektreilertjes	=	hektreiler
hekwerk	noun	het geheel van staven etc. waardoor een hek wordt gevormd, rastering of balustrade
hekwerken	=	hekwerk
hekwerkje	=	hekwerk
hekwerkjes	=	hekwerk
hekwieler	noun	stoomboot met voor ondiepe binnenwateren met twee achter het schip uitstekende schepraderen
hekwielers	=	hekwieler
hel	noun	toestand van straf en afwezigheid van God waar de zielen van verstokt zondige, verdoemde mensen zich na de dood in bevinden	adj	doordringend en helder van toon (van geluiden)
hela	intj	een uitroep om aandacht te trekken van iemand
helaas	adv	jammer genoeg, spijtig genoeg	intj	een uitroep van spijt, ontgoocheling, verdriet
helaasch	=	helaas
helblauw	adj	met een heel heldere kleur blauw
helblauwe	=	helblauw
helblauwen	=	helblauw
helblauwer	=	helblauw
helblauwere	=	helblauw
helblauwers	=	helblauw
helblauws	=	helblauw
helblauwst	=	helblauw
helblauwste	=	helblauw
helblond	adj	een lichte kleur haar
helblonde	=	helblond
helblonder	=	helblond
helblondere	=	helblond
helblonders	=	helblond
helblonds	=	helblond
helblondst	=	helblond
helblondste	=	helblond
held	noun	mythische of reële persoon die iets buitengewoons heeft gedaan
helde	=	hellen
helden	=	held
heldenboek	noun	boek met geromantiseerde verhalen over helden
heldenboeken	=	heldenboek
heldenboekje	=	heldenboek
heldenboekjes	=	heldenboek
heldenbok	noun	Cerambyx cerdo een kever uit de familie boktorren (Cerambycidae)
heldenbokje	=	heldenbok
heldenbokjes	=	heldenbok
heldenbokken	=	heldenbok
heldendaad	noun	een moedige daad van een held
heldendaadje	=	heldendaad
heldendaden	=	heldendaad
heldendicht	noun	verhaal waarin de daden van een held bezongen worden
heldendichten	=	heldendicht
heldendichter	noun	schrijver van heldendichten
heldendichters	=	heldendichter
heldendichtje	=	heldendicht
heldendom	noun	het moedig zijn van een persoon
heldendood	noun	het sterven van iemand door het verrichten van een moedige daad
heldendrama	noun	heroïsch drama
heldendrama's	=	heldendrama
heldendramaatje	=	heldendrama
heldendramaatjes	=	heldendrama
heldenepen	=	heldenepos
heldenepos	noun	mythologisch verhaal over helden en goden
heldenepossen	=	heldenepos
heldenleven	noun	doorleefde bestaan van iemand die heel moedig is
heldenlevens	=	heldenleven
heldenmoed	noun	de durf en de kracht van mensen, die zich, met gevaar voor eigen leven, voor de goede zaak inzetten
heldenontvangst	noun	verwelkoming als een zeer gewaardeerd, moedig persoon
heldenontvangsten	=	heldenontvangst
heldenrol	noun	personage dat (in een toneelstuk of film) als een moedig persoon de hoofdrol speelt
heldenrollen	=	heldenrol
heldenrolletje	=	heldenrol
heldenrolletjes	=	heldenrol
heldenstatus	noun	het door velen gezien worden als een zeer moedig persoon
heldenstatussen	=	heldenstatus
heldentenor	noun	tenor die de heldenrol in een opera zingt
heldentenoren	=	heldentenor
heldentenors	=	heldentenor
heldenverering	noun	het heel erg waarderen van mensen die iets goed kunnen
heldenvereringen	=	heldenverering
heldenverhaal	noun	verhaal over mensen die zich buitengewoon moedig hebben gedragen
heldenverhaaltje	=	heldenverhaal
heldenverhaaltjes	=	heldenverhaal
heldenverhalen	=	heldenverhaal
helder	adj	klaar, doorzichtig
helderblauw	adj	blauw zonder smetten
helderblauwe	=	helderblauw
helderblauwen	=	helderblauw
helderblauwer	=	helderblauw
helderblauwere	=	helderblauw
helderblauwers	=	helderblauw
helderblauws	=	helderblauw
helderblauwst	=	helderblauw
helderblauwste	=	helderblauw
helderder	=	helder
helderdere	=	helder
helderders	=	helder
helderderziend	=	helderziend
helderderziender	=	helderziend
helderderziendere	=	helderziend
helderderzienders	=	helderziend
heldere	=	helder
heldergroen	adj	een heldere, lichte, frisse kleur groen
heldergroene	=	heldergroen
heldergroenen	=	heldergroen
heldergroener	=	heldergroen
heldergroenere	=	heldergroen
heldergroeners	=	heldergroen
heldergroens	=	heldergroen
heldergroenst	=	heldergroen
heldergroenste	=	heldergroen
helderheden	=	helderheid
helderheid	noun	het ontbreken van strooiing van licht, een object is scherp waarneembaar
helderheidsverandering	noun	aanpassing van de intensiteit van het licht dat van een beeldscherm (zoals een smartphone, laptop of monitor) afkomt, waardoor het beeld feller of donkerder wordt.
helderheidsveranderingen	=	helderheidsverandering
helderheidsveranderingetje	=	helderheidsverandering
helderheidsveranderingetjes	=	helderheidsverandering
helderrode	=	helderrood
helderroden	=	helderrood
helderroder	=	helderrood
helderrodere	=	helderrood
helderroders	=	helderrood
helderrood	adj	opvallend rood
helderroods	=	helderrood
helderroodst	=	helderrood
helderroodste	=	helderrood
helders	=	helder
helderst	=	helder
helderste	=	helder
helderstziend	=	helderziend
helderwit	adj	lichtgevend wit
helderwits	=	helderwit
helderwitst	=	helderwit
helderwitste	=	helderwit
helderwitte	=	helderwit
helderwitten	=	helderwit
helderwitter	=	helderwit
helderwittere	=	helderwit
helderwitters	=	helderwit
helderziend	adj	in staat om buitenzintuiglijk waar te nemen
helderziende	noun	iemand die de gave der helderziendheid heeft
helderzienden	=	helderziende
helderziender	=	helderziend
helderziendere	=	helderziend
helderzienders	=	helderziend
helderziendheid	noun	waarneming buiten de bekende zintuigen om bijv. van gebeurtenissen die zich op een andere plaats of in een andere tijd voordoen
helderziends	=	helderziend
helderziendst	=	helderziend
helderziendste	=	helderziend
heldhaftigheden	=	heldhaftigheid
heldhaftigheid	noun	het heel moedig en dapper zijn
heldin	noun	vrouwelijke held
heldinnen	=	heldin
heldinnetje	=	heldin
heldinnetjes	=	heldin
heldje	=	held
heldjes	=	held
hele	=	heel
heleboel	pron	de ~: alles	num	een ~: veel
helegaar	adv	in z'n geheel, helemaal
helegans	adv	geheel en al
helemaal	adv	in z'n geheel
helen	verb	gezond worden
helenamonarch	noun	Hypothymis helenae een vogelsoort uit de familie van de monarchidae (monarchen).
helenamonarchen	=	helenamonarch
helenamonarchje	=	helenamonarch
helenamonarchjes	=	helenamonarch
helenaparotia	noun	Parotia helenae een paradijsvogel uit het geslacht parotia die voorkomt op Papoea-Nieuw-Guinea; het is een endemische vogelsoort.
helenaparotia's	=	helenaparotia
helenaparotiaatje	=	helenaparotia
helenaparotiaatjes	=	helenaparotia
helend	=	helen
helende	=	helen
heler	noun	iemand die bereid is om gestolen goederen op te kopen
helere	=	heel
heleres	=	heler
helers	=	heler
helertje	=	heler
helertjes	=	heler
heletoonstoonladder	noun	zeven tonen met tussen elke toon een hele toonafstand
heletoonstoonladders	=	heletoonstoonladder
helft	noun	elk van twee gelijke delen
helfte	=	helft
helften	=	helft
helftje	=	helft
helftjes	=	helft
helgeel	adj	felle kleur geel
helgeels	=	helgeel
helgeelst	=	helgeel
helgeelste	=	helgeel
helgele	=	helgeel
helgelen	=	helgeel
helgeler	=	helgeel
helgelere	=	helgeel
helgelers	=	helgeel
helhond	noun	monsterachtige hond met bovennatuurlijke eigenschappen
helhonden	=	helhond
heli	noun|informal	een luchtvaartuig dat door middel van een hefschroef verticaal kan opstijgen en landen
heli's	=	heli
helices	=	helix
helicon	noun	groot koperen blaasinstrument uit de tubafamilie
helicons	=	helicon
helicopter	=	helikopter
helicoptère	=	helikopter
helicoïde	noun	driedimensionaal oppervlak dat lijkt op de treden van een wenteltrap of de schroefdraad van een kurkentrekker
helicoïdes	=	helicoïde
helicoïdetje	=	helicoïde
helicoïdetjes	=	helicoïde
helidek	noun	platform waarop een helikopter kan landen
helidekje	=	helidek
helidekjes	=	helidek
helidekken	=	helidek
helietje	=	heli
helietjes	=	heli
heligate	noun	schandaal met een Nederlandse helikopter die zonder toestemming van de autoriteiten mensen uit Libië evacueerde
heligates	=	heligate
helihaven	noun	luchthaven voor helikopters
helihavens	=	helihaven
helihaventje	=	helihaven
helihaventjes	=	helihaven
helikopter	noun	luchtvaartuig met een hefschroef waardoor het verticaal kan opstijgen en landen
helikopteraanval	noun	een met helikopters uitgevoerde luchtaanval
helikopteraanvallen	=	helikopteraanval
helikopterbases	=	helikopterbasis
helikopterbasis	noun	militaire basis waar helikopters zijn gestationeerd
helikopterbasissen	=	helikopterbasis
helikoptercrash	noun	een ongeval waarbij een helikopter door motorstoringen, technische defecten (zoals de staartrotor), slechte weersomstandigheden of menselijke fouten neerstort
helikoptercrashes	=	helikoptercrash
helikoptercrashje	=	helikoptercrash
helikoptercrashjes	=	helikoptercrash
helikopterdek	noun	voorziening op een schip of gebouw waarop een helikopter kan landen
helikopterdekken	=	helikopterdek
helikoptergeld	noun	geld dat men gestort krijgt zonder enige vorm van tegenprestatie
helikoptergelden	=	helikoptergeld
helikopterkind	noun	kind dat door een of twee overbeschermende ouders wordt opgevoed
helikopterkinderen	=	helikopterkind
helikopterkindje	=	helikopterkind
helikopterkindjes	=	helikopterkind
helikoptermama	noun	overbeschermende moeder
helikoptermama's	=	helikoptermama
helikoptermoeder	noun	overbezorgde moeder die te veel wil nagaan en regelen wat haar kind doet
helikoptermoeders	=	helikoptermoeder
helikoptermoedertje	=	helikoptermoeder
helikoptermoedertjes	=	helikoptermoeder
helikopterongeluk	noun	ongeluk waarbij een hefschroefvliegtuig is betrokken
helikopterongelukken	=	helikopterongeluk
helikopterongeval	noun	een ongeval waarbij een helikopter (een hefschroefvliegtuig) in de problemen raakt, botst of neerstort
helikopterongevallen	=	helikopterongeval
helikopterongevalletje	=	helikopterongeval
helikopterongevalletjes	=	helikopterongeval
helikopterouder	noun	overbezorgde vader of moeder die te veel wil nagaan en regelen wat een kind doet
helikopterouders	=	helikopterouder
helikopteroudertje	=	helikopterouder
helikopteroudertjes	=	helikopterouder
helikopterpiloot	noun	iemand die een hefschroefvliegtuig bestuurt
helikopterpiloten	=	helikopterpiloot
helikopterplatform	noun	platte structuur op een gebouw, vaartuig of gebied waarop een helikopter kan landen
helikopterplatformen	=	helikopterplatform
helikopterplatforms	=	helikopterplatform
helikopterramp	noun	een ernstig ongeluk met een helikopter waarbij veel gewonden of doden vallen, of grote materiële schade ontstaat
helikopterrampen	=	helikopterramp
helikopterrampje	=	helikopterramp
helikopterrampjes	=	helikopterramp
helikopters	=	helikopter
helikoptertje	=	helikopter
helikoptertjes	=	helikopter
helikoptervader	noun	overbezorgde vader die te veel wil nagaan en regelen wat zijn kind doet
helikoptervaders	=	helikoptervader
helikoptervadertje	=	helikoptervader
helikoptervadertjes	=	helikoptervader
helikoptervlucht	noun	een vlucht met een helikopter.
helikoptervluchten	=	helikoptervlucht
helikoptervluchtje	=	helikoptervlucht
helikoptervluchtjes	=	helikoptervlucht
heling	noun	het gezond worden of maken van iemand
helingen	=	heling
helingsproces	noun	de gang van zaken die leidt tot het herstel van een ziekte
helingsprocessen	=	helingsproces
heliocentrisch	adj	met de zon als middelpunt
heliocentrische	=	heliocentrisch
heliocentrischer	=	heliocentrisch
heliocentrischere	=	heliocentrisch
heliocentrischers	=	heliocentrisch
heliocentrisme	noun	wereldbeeld dat ervan uitgaat dat de aarde en de planeten om de zon draaien
heliocentrismes	=	heliocentrisme
heliograaf	noun	instrument waarmee men fotografische opnamen van de zon maakt
heliografen	=	heliograaf
heliografie	noun	beschrijving van de zon
heliografieën	=	heliografie
helioscoop	noun	instrument voor het waarnemen of het projecteren van het beeld van de zon
helioscopen	=	helioscoop
heliosis	noun	ziekteverschijnselen als gevolg van een teveel aan warmte en zonnestraling op het hoofd en de nek
heliotroop	noun	toestel dat de zonnestralen naar een ver verwijderd punt terugkaatst om zo de posities van de deelnemers in een landmeetkundig onderzoek te markeren
heliotroopblauwtje	noun	Freyeria trochylus een vlinder uit de familie Lycaenidae.
heliotroopblauwtjes	=	heliotroopblauwtje
heliotropen	=	heliotroop
heliotropisme	noun	de eigenschap van plantendelen om naar het licht te groeien
heliport	noun	vliegveld voor helikopters
heliports	=	heliport
helium	noun	een chemisch element en een inert edelgas, met symbool He en atoomnummer 2
heliumatomen	=	heliumatoom
heliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element helium.
heliumatoompje	=	heliumatoom
heliumatoompjes	=	heliumatoom
heliumballon	noun	een (feest)ballon die gevuld is met heliumgas en dus lichter is dan de omgevende lucht
heliumballonnen	=	heliumballon
heliumballonnetje	=	heliumballon
heliumballonnetjes	=	heliumballon
heliumballons	=	heliumballon
heliumgas	noun	helium in gasvorm
heliumgassen	=	heliumgas
heliumlamp	noun	goudgeel licht gevende gasontladingslamp, gevuld met heliumdamp
heliumlampen	=	heliumlamp
heliumlampje	=	heliumlamp
heliumlampjes	=	heliumlamp
helix	noun	spiraal met cirkelvormige windingen en constante spoed
helixen	=	helix
helle	=	hel
hellebaard	noun	antiek wapen bestaande uit een lange stok met aan het uiteinde een verticale metalen piek en zijdelings een bijl en een steekwapen
hellebaarden	=	hellebaard
hellebaardier	noun	met een hellebaard gewapende man
hellebaardieren	=	hellebaardier
hellebaardiers	=	hellebaardier
hellebaardje	=	hellebaard
hellebaardjes	=	hellebaard
helleborus	noun	benaming voor planten uit het geslacht Helleborus waartoe o.a. de kerstroos behoort
helleborussen	=	helleborus
helleen	noun	een inwoner van het oude Griekenland of een persoon die de oud-Griekse nationaliteit bezit
helleens	adj	met betrekking tot de Hellenen of de Helleense talen
helleense	noun	een inwoonster van het oude Griekenland of een vrouw afkomstig uit het oude Griekenland
helleensen	=	helleense
helleenser	=	helleens
helleensere	=	helleens
helleensers	=	helleens
helleenst	=	helleens
helleenste	=	helleens
hellehond	noun	mythisch wezen dat de toegang tot de onderwereld bewaakt en onheil brengt
hellehonden	=	hellehond
hellekind	noun	een kwaadaardig persoon
hellekinderen	=	hellekind
hellekindje	=	hellekind
hellekindjes	=	hellekind
hellen	verb	schuin staan
hellend	adj	van een vlak of lijn dat ze schuin omhoog of omlaag gaat; dat ze niet horizontaal loopt
hellende	=	hellen
hellender	=	hellend
hellendere	=	hellend
hellenders	=	hellend
hellends	=	hellend
hellendst	=	hellend
hellendste	=	hellend
hellenen	=	helleen
hellenisme	noun	de Griekse beschaving zoals deze zich in Europa, Azië en Afrika verspreidde na Alexander de Grote (336-323)
hellenismus	=	hellenisme
hellenist	noun	kenner van de klassieke Griekse cultuur
helleniste	=	hellenist
hellenisten	=	hellenist
hellenistisch	adj	met betrekking tot het hellenisme (Hellas=Griekenland)
hellenistische	=	hellenistisch
hellenistischer	=	hellenistisch
hellenistischere	=	hellenistisch
hellenistischers	=	hellenistisch
hellenistischt	=	hellenistisch
hellenistischte	=	hellenistisch
hellenistje	=	hellenist
hellep	=	help
hellepijn	noun	hele erge pijn, zoals deze in de hel geleden zou worden
hellepijnen	=	hellepijn
hellepoort	noun	de ingang van de hel
hellepoorten	=	hellepoort
hellepoortje	=	hellepoort
hellepoortjes	=	hellepoort
heller	=	hel
hellere	=	hel
hellers	=	hel
helletje	=	hel
helletocht	noun	een hele zware en gevaarlijke reis
helletochten	=	helletocht
helletochtje	=	helletocht
helletochtjes	=	helletocht
helleveeg	noun	een verschrikkelijk vervelende vrouw
helleveegje	=	helleveeg
hellevegen	=	helleveeg
hellevuren	=	hellevuur
hellevuur	noun	het vuur van de hel waar de zondaars eeuwig in zullen branden
hellevuurtje	=	hellevuur
helling	noun	een glooiing in het landschap
hellingbaan	noun	schuinoplopend pad waarover men een voertuig met wielen kan rollen
hellingbanen	=	hellingbaan
hellingen	=	helling
hellingsbaan	noun	schuinoplopend pad waarover men een voertuig met wielen kan rollen
hellingsbanen	=	hellingsbaan
hellingshoek	noun	de hoek die een hellend vlak maakt met het horizontale vlak
hellingshoeken	=	hellingshoek
hellingshoekje	=	hellingshoek
hellinkje	=	helling
hellinkjes	=	helling
hellup	=	help
helm	noun	beschermend hoofddeksel
helmbasilisk	noun	Basiliscus basiliscus een grote hagedis uit de familie Corytophanidae.
helmbasilisken	=	helmbasilisk
helmbasiliskje	=	helmbasilisk
helmbasiliskjes	=	helmbasilisk
helmbindsel	noun	deel van de helmknop van een bloem dat de beide helmhokjes verbindt en een voortzetting van de helmdraad vormt
helmbindsels	=	helmbindsel
helmbloem	noun	benaming voor planten uit het geslacht Corydalis, kruidachtige, eenjarige en overblijvende kruiden uit de papaverfamilie (Papaveraceae)
helmbloemen	=	helmbloem
helmbloemetje	=	helmbloem
helmbloempje	=	helmbloem
helmdraad	noun	het steeltje van een meeldraad
helmdraadje	=	helmdraad
helmdraadjes	=	helmdraad
helmdraden	=	helmdraad
helmdwergtiran	noun	Lophotriccus galeatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
helmdwergtirannen	=	helmdwergtiran
helmdwergtirannetje	=	helmdwergtiran
helmdwergtirannetjes	=	helmdwergtiran
helmen	=	helm
helmgras	noun	een pioniersplant die belangrijk is bij de vorming van duinen
helmgrasmot	noun	Anerastia lotella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
helmgrasmotje	=	helmgrasmot
helmgrasmotjes	=	helmgrasmot
helmgrasmotten	=	helmgrasmot
helmgrasputkopje	noun	Baryphyma maritimum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
helmgrasputkopjes	=	helmgrasputkopje
helmgrassen	=	helmgras
helmgrasuil	noun	Mythimna litoralis een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).
helmgrasuilen	=	helmgrasuil
helmgrasuiltje	=	helmgrasuil
helmgrasuiltjes	=	helmgrasuil
helmgrasvulkaantje	noun	Amarenographium metableticum een schimmel behorend tot de familie Phaeosphaeriaceae.
helmgrasvulkaantjes	=	helmgrasvulkaantje
helmharpoenzwam	noun	Hohenbuehelia culmicola een schimmel behorend tot de familie Pleurotaceae.
helmharpoenzwammen	=	helmharpoenzwam
helmharpoenzwammetje	=	helmharpoenzwam
helmharpoenzwammetjes	=	helmharpoenzwam
helmhokko	noun	Pauxi pauxi een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
helmhokko's	=	helmhokko
helmhokkootje	=	helmhokko
helmhokkootjes	=	helmhokko
helmhout	noun	helmstok
helmhouten	=	helmhout
helmhoutje	=	helmhout
helmhoutjes	=	helmhout
helminktzwam	noun	Coprinopsis ammophilae een paddenstoel uit de familie Psathyrellaceae.
helminktzwammen	=	helminktzwam
helminktzwammetje	=	helminktzwam
helminktzwammetjes	=	helminktzwam
helmint	noun	worm die als parasiet in de ingewanden van mensen of dieren leeft
helminten	=	helmint
helmkaketoe	noun	Callocephalon fimbriatum een vogel uit de orde der papegaaiachtigen en de familie der kaketoes
helmkaketoes	=	helmkaketoe
helmkaketoetje	=	helmkaketoe
helmkaketoetjes	=	helmkaketoe
helmkasuaris	noun	Casuarius casuarius een loopvogel uit het geslacht van de kasuarissen en de familie Casuariidae (Kasuarissen en emoes).
helmkasuarisje	=	helmkasuaris
helmkasuarisjes	=	helmkasuaris
helmkasuarissen	=	helmkasuaris
helmklauwier	noun	Prionops plumatus een vogel uit de familie der prionopidae (Helmklauwieren)
helmklauwieren	noun	een geslacht Prionops van zangvogels uit de familie Vangidae (vanga's).
helmklauwiertje	=	helmklauwier
helmklauwiertjes	=	helmklauwier
helmknop	noun	deel van de meeldraad van een bloem dat aan het einde van de helmdraad zit
helmknopje	=	helmknop
helmknopjes	=	helmknop
helmknoppen	=	helmknop
helmkop	noun	Calyptocephalella gayi een pad- achtige kikker uit de familie Calyptocephalellidae.
helmkopje	=	helmkop
helmkopjes	=	helmkop
helmkopleguaan	noun	Laemanctus longipes een hagedis uit de familie Corytophanidae
helmkopleguaantje	=	helmkopleguaan
helmkopleguaantjes	=	helmkopleguaan
helmkopleguanen	noun	een geslacht Laemanctus van hagedissen uit de familie Corytophanidae
helmkoppen	=	helmkop
helmkrab	noun	Corystes cassivelaunus een krab uit de familie Corystidae, die langs de Nederlandse en Belgische kust vrij algemeen wordt aangetroffen
helmkrabben	noun	Corystidae een familie uit de infraorde krabben (Brachyura).
helmkrabbetje	=	helmkrab
helmkrabbetjes	=	helmkrab
helmkruid	noun	benaming voor bloeiende, kruidachtige planten uit het geslacht Scrophularia in de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
helmkruidbladschaver	noun	Cionus scrophulariae een kever uit de familie snuitkevers (Curculionidae)
helmkruidbladschavers	=	helmkruidbladschaver
helmkruidbladschavertje	=	helmkruidbladschaver
helmkruidbladschavertjes	=	helmkruidbladschaver
helmkruidbladwesp	noun	Tenthredo scrophulariae een bladwesp uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
helmkruidbladwespen	=	helmkruidbladwesp
helmkruidbladwespje	=	helmkruidbladwesp
helmkruidbladwespjes	=	helmkruidbladwesp
helmkruidbloemkever	noun	Anthrenus scrophulariae een keversoort uit de familie spektorren (Dermestidae).
helmkruidbloemkevers	=	helmkruidbloemkever
helmkruidbloemkevertje	=	helmkruidbloemkever
helmkruidbloemkevertjes	=	helmkruidbloemkever
helmkruidfamilie	noun	een plantenfamilie Scrophulariaceae die op alle continenten voorkomt.
helmkruidfamilietje	=	helmkruidfamilie
helmkruidfamilietjes	=	helmkruidfamilie
helmkruidvlinder	noun	Cucullia (Shargacucullia) scrophulariae een nachtvlinder uit de familie van de nachtuiltjes.
helmkruidvlinders	=	helmkruidvlinder
helmkruidvlindertje	=	helmkruidvlinder
helmkruidvlindertjes	=	helmkruidvlinder
helmleguaan	noun	Corytophanes cristatus een hagedis uit de familie Corytophanidae.
helmleguaantje	=	helmleguaan
helmleguaantjes	=	helmleguaan
helmleguanen	noun	een geslacht Corytophanes van hagedissen uit de familie Corytophanidae
helmloos	adj	zonder het dragen van een helm
helmloze	=	helmloos
helmlozer	=	helmloos
helmlozere	=	helmloos
helmlozers	=	helmloos
helmmanakin	noun	Antilophia galeata een kleine zangvogel uit de familie Pipridae (manakins)
helmmanakinnetje	=	helmmanakin
helmmanakinnetjes	=	helmmanakin
helmmanakins	=	helmmanakin
helmmarpissa	noun	Marpissa nivoyi een spinnensoort uit de familie springspinnen (Salticidae).
helmmarpissa's	=	helmmarpissa
helmmarpissaatje	=	helmmarpissa
helmmarpissaatjes	=	helmmarpissa
helmmonarch	noun	Myiagra galeata een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
helmmonarchen	=	helmmonarch
helmmonarchje	=	helmmonarch
helmmonarchjes	=	helmmonarch
helmmycena	noun	Mycena galericulata een paddenstoel uit het geslacht Mycena.
helmmycena's	=	helmmycena
helmmycenaatje	=	helmmycena
helmmycenaatjes	=	helmmycena
helmneushoornvogel	noun	Rhinoplax vigil een neushoornvogel die voorkomt op het schiereiland Malakka, Sumatra en Borneo
helmneushoornvogels	=	helmneushoornvogel
helmneushoornvogeltje	=	helmneushoornvogel
helmneushoornvogeltjes	=	helmneushoornvogel
helmogentroost	noun	een geslacht Odontites uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
helmogentroostje	=	helmogentroost
helmogentroostjes	=	helmogentroost
helmoropendola	noun	Cacicus oseryi een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
helmoropendola's	=	helmoropendola
helmoropendolaatje	=	helmoropendola
helmoropendolaatjes	=	helmoropendola
helmpalpmot	noun	Dactylotula kinkerella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
helmpalpmotje	=	helmpalpmot
helmpalpmotjes	=	helmpalpmot
helmpalpmotten	=	helmpalpmot
helmparelhoen	noun	Numida meleagris een snelle loopvogel uit de familie van parelhoenders (Numididae).
helmparelhoenderen	=	helmparelhoen
helmparelhoenders	=	helmparelhoen
helmparelhoentje	=	helmparelhoen
helmparelhoentjes	=	helmparelhoen
helmpje	=	helm
helmpjes	=	helm
helmplicht	noun	de verplichting om een helm te dragen als men op een bepaald voertuig rijdt zoals bijvoorbeeld een bromfiets of motorfiets
helmplichten	=	helmplicht
helmponen	=	helmpoon
helmpoon	noun	Dactyloptena orientalis een straalvinnige vis uit de familie van vliegende knorhanen (Dactylopteridae), orde schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes), die voorkomt in de Grote Oceaan en Indische Oceaan.
helmpoontje	=	helmpoon
helmpoontjes	=	helmpoon
helmroest	noun	Puccinia elymi een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
helmroesten	=	helmroest
helmroestje	=	helmroest
helmroestjes	=	helmroest
helmroestmos	noun	Frullania dilatata een levermos in de familie Jubulaceae.
helmroestmosje	=	helmroestmos
helmroestmosjes	=	helmroestmos
helmroestmossen	=	helmroestmos
helmsatijnzwam	noun	Entoloma infula een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
helmsatijnzwammen	=	helmsatijnzwam
helmsatijnzwammetje	=	helmsatijnzwam
helmsatijnzwammetjes	=	helmsatijnzwam
helmschoorsteentje	noun	Anthostomella lugubris een schimmel behorend tot de familie Xylariaceae.
helmschoorsteentjes	=	helmschoorsteentje
helmskink	noun	Tribolonotus gracilis een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).
helmskinken	noun	een geslacht Tribolonotus van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae).
helmskinkje	=	helmskink
helmskinkjes	=	helmskink
helmslak	noun	Cassidae familie die ongeveer 60 soorten grote tot middelgrote zeeslakken omvat
helmslakje	=	helmslak
helmslakjes	=	helmslak
helmslakken	noun	Cassidae een familie van weekdieren die behoort tot de klasse der Gastropoda (buikpotigen of slakken).
helmspecht	noun	Celeus galeatus een vogel uit de familie der Picidae (Spechten).
helmspechten	=	helmspecht
helmspechtje	=	helmspecht
helmspechtjes	=	helmspecht
helmstok	noun	houten staaf aan het roer waarmee het roer in de gewenste stand gezet wordt
helmstokje	=	helmstok
helmstokjes	=	helmstok
helmstokken	=	helmstok
helmstropharia	noun	Stropharia halophila een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
helmstropharia's	=	helmstropharia
helmstrophariaatje	=	helmstropharia
helmstrophariaatjes	=	helmstropharia
helmteken	noun	een herkenningsteken dat op de helm is bevestigd
helmtekens	=	helmteken
helmtekentje	=	helmteken
helmtekentjes	=	helmteken
helmuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza arenivaga een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
helmuitbreekkommetjes	=	helmuitbreekkommetje
helmvanga	noun	Euryceros prevostii een opvallend gekleurde vogel uit de familie vanga's (Vangidae), een familie van zangvogels die alleen op Madagaskar voorkomt.
helmvanga's	=	helmvanga
helmvangaatje	=	helmvanga
helmvangaatjes	=	helmvanga
helmzakspin	noun	Clubiona frisia een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
helmzakspinnen	=	helmzakspin
helmzakspinnetje	=	helmzakspin
helmzakspinnetjes	=	helmzakspin
helofyt	noun	een tweejarige- of vaste plant waarvan enkel de onder water zittende knoppen een ongunstige periode, zoals een winter, overleven
helofyten	=	helofyt
heloot	noun	de oorspronkelijke bewoners van het gebied rond Sparta; door de Spartanen werd deze pre-Dorische bevolking verslagen en tot slaaf gemaakt
heloten	=	heloot
help	intj	roep om hulp
helpdesk	noun	telefonische hulpdienst voor het oplossen van problemen
helpdeskmedewerker	noun	iemand die werkt op een helpdesk en klanten helpt met hun vragen en problemen
helpdeskmedewerkers	=	helpdeskmedewerker
helpdesks	=	helpdesk
helpe	=	helpen
helpen	verb	iemand bijstaan
helpend	adj	behulpzaam, ondersteunend
helpende	=	helpend
helpends	=	helpend
helper	noun	assistent, adjudant, collega, hulpverlener
helpers	=	helper
helperssyndromen	=	helperssyndroom
helperssyndroom	noun	verschijnsel dat sommige mensen altijd andere mensen willen helpen
helpertje	=	helper
helpertjes	=	helper
helpfunctie	noun	functie van een informatiesysteem die hulp biedt bij het gebruik hiervan
helpfuncties	=	helpfunctie
helpfunctietje	=	helpfunctie
helpfunctietjes	=	helpfunctie
helpie	noun	selfie van een vrijwilliger
helpies	=	helpie
helpnaamruimte	noun	een naamruimte op een wiki waar pagina's te vinden zijn die uitleg geven
helpnaamruimtes	=	helpnaamruimte
helpnaamruimtetje	=	helpnaamruimte
helpnaamruimtetjes	=	helpnaamruimte
helpster	noun	vrouw die helpt
helpsters	=	helpster
helpstertje	=	helpster
helpstertjes	=	helpster
helpsysteem	noun	een systeem (vaak computerprogramma of boekje) waarin hulp wordt geboden over een bepaald onderwerp
helpsysteempje	=	helpsysteem
helpsysteempjes	=	helpsysteem
helpsystemen	=	helpsysteem
helpt	=	helpen
helptekst	noun	informatie die uitleg geeft hoe men iets kan doen in een computertoepassing
helpteksten	=	helptekst
helptekstje	=	helptekst
helptekstjes	=	helptekst
helrode	=	helrood
helroden	=	helrood
helroder	=	helrood
helrodere	=	helrood
helroders	=	helrood
helrood	adj	met een harde opvallende kleur rood
helroods	=	helrood
helroodst	=	helrood
helroodste	=	helrood
hels	adj	zo verschrikkelijk als in de hel
helsch	=	hels
helse	=	hels
helser	=	hels
helsere	=	hels
helsers	=	hels
helsinkienaar	noun	een inwoner van Helsinki, of iemand afkomstig uit Helsinki
helsinkienaren	=	helsinkienaar
helsinkisch	adj	op Helsinki betrekking hebbend
helsinkische	noun	een vrouwelijke inwoner van Helsinki, of een vrouw afkomstig uit Helsinki
helsinkischen	=	helsinkische
helsinkiër	noun	een inwoner van Helsinki, of iemand afkomstig uit Helsinki
helsinkiërs	=	helsinkiër
helst	=	hel
helste	=	hel
helt	=	hellen
helverlicht	adj	fel schijnend door opvallend of doorvallend licht
helverlichte	=	helverlicht
helverlichts	=	helverlicht
helvetisch	adj	op Helvetia betrekking hebbend
helvetische	noun	een vrouwelijke inwoner van Helvetia, of iemand afkomstig hiervan
helvetiër	noun	een inwoner van Helvetia, of iemand afkomstig uit Helvetia
helvetiërs	=	helvetiër
helwit	adj	heel fel, helder wit
helwits	=	helwit
helwitte	=	helwit
helwitten	=	helwit
hem	pron	accusatief derde persoon enkelvoud
hemaal	=	heimaal
hemangiomen	=	hemangioom
hemangioom	noun	goedaardig gezwel in een bloedvat
hemangioompje	=	hemangioom
hemangioompjes	=	hemangioom
hematemesis	noun	bloedbraken
hematiet	noun	roodkleurig mineraal dat ferri-oxidekristallen bevat
hematocriet	noun	verhouding tussen het volume van de rode bloedcellen (erytrocyten) en het totale bloedvolume
hematocrietwaarde	noun	het volume van het bloed dat door de rode bloedcellen (erytrocyten) wordt ingenomen, weergegeven als een fractie van het totale bloedvolume
hematocrietwaarden	=	hematocrietwaarde
hematocrietwaardes	=	hematocrietwaarde
hematofaag	adj	bloedetend
hematofaags	=	hematofaag
hematofage	=	hematofaag
hematofobie	noun	een extreme, irrationele angst voor bloed
hematogeen	adj	door de bloedbaan verspreid
hematogeens	=	hematogeen
hematogene	=	hematogeen
hematogenen	=	hematogeen
hematogenese	noun	bloedvorming
hematologen	=	hematoloog
hematologie	noun	leer van het bloed
hematologisch	adj	met betrekking tot de leer van het bloed
hematologische	=	hematologisch
hematologischer	=	hematologisch
hematologischere	=	hematologisch
hematologischers	=	hematologisch
hematoloog	noun	deskundige op het gebied van het bloed en daarmee samenhangende ziektes
hematomen	=	hematoom
hematomyelie	noun	bloeding in het ruggenmerg
hematomyelieën	=	hematomyelie
hematoom	noun	bloeduitstorting in de huid
hematoompje	=	hematoom
hematoompjes	=	hematoom
hematopoëse	noun	proces waarbij uit een multipotente, hematopoëtische stamcel in het rode beenmerg bloedcellen en bloedplaatjes gevormd worden
hematopoëtisch	adj	met betrekking tot de hematopoëse
hematopoëtische	=	hematopoëtisch
hematopoëtischer	=	hematopoëtisch
hematopoëtischere	=	hematopoëtisch
hematopoëtischers	=	hematopoëtisch
hematospermie	noun	bloed in het sperma
hematozoën	noun	parasieten die in het bloed van gewervelde dieren leven
hematurie	noun	bloed in de urine
hematurieën	=	hematurie
hemd	noun	kledingstuk voor het bovenlijf, meestal gemaakt van katoen, linnen of viscose en gedragen als boven- of als onderkleding
hemde	=	hemmen
hemden	=	hemd
hemdje	=	hemd
hemdjes	=	hemd
hemdjurk	noun	lang hemd dat ook dienst kan doen als jurk; jurk zonder taille
hemdjurken	=	hemdjurk
hemdjurkje	=	hemdjurk
hemdjurkjes	=	hemdjurk
hemdrok	noun|obsolete	soort overhemd met een dubbele rij knopen aan de voorkant en lange mouwen
hemdrokje	=	hemdrok
hemdrokken	=	hemdrok
hemdsmouw	noun	dat deel van een hemd dat de arm geheel of gedeeltelijk bedekt
hemdsmouwen	=	hemdsmouw
hemdsmouwtje	=	hemdsmouw
hemdsmouwtjes	=	hemdsmouw
hemel	noun	lucht, onmetelijke ruimte die overal op aarde bovenaan zichtbaar is
hemelas	noun	denbeeldige as waarom het hemelgewelf met alle sterren schijnbaar rondwentelt
hemelassen	=	hemelas
hemelbed	noun	bed [1] met overkapping ("hemel") en gordijnen
hemelbedden	=	hemelbed
hemelbedje	=	hemelbed
hemelbedjes	=	hemelbed
hemelbegrafenis	noun	lijkbezorging waarbij het lichaam van een dode een plaats boven de grond krijgt waar het door dieren (vaak gieren) wordt opgegeten
hemelbegrafenissen	=	hemelbegrafenis
hemelbestormer	noun	iemand met revolutionaire denkbeelden of plannen
hemelbestormers	=	hemelbestormer
hemelbestormertje	=	hemelbestormer
hemelbestormertjes	=	hemelbestormer
hemelbewoner	noun	bewoner van de hemel waarbij dan minder wordt gedacht aan aliens maar eerder aan engelen o.i.d.
hemelbewoners	=	hemelbewoner
hemelblauw	noun|formal	het blauw van de hemel	adj	met de kleur van het blauw van de hemel
hemelblauwe	=	hemelblauw
hemelblauwen	=	hemelblauw
hemelblauwer	=	hemelblauw
hemelblauwere	=	hemelblauw
hemelblauwers	=	hemelblauw
hemelblauws	=	hemelblauw
hemelblauwst	=	hemelblauw
hemelblauwste	=	hemelblauw
hemelbode	noun	een bode met een bericht uit de hemel
hemelboden	=	hemelbode
hemelbodes	=	hemelbode
hemelbodetje	=	hemelbode
hemelbodetjes	=	hemelbode
hemelbogen	=	hemelboog
hemelbol	noun	een denkbeeldige roterende bol met een gigantische straal die concentrisch is met de Aarde en tegen de achtergrond waarvan de hemellichamen worden waargenomen
hemelbollen	=	hemelbol
hemelbolletje	=	hemelbol
hemelbolletjes	=	hemelbol
hemelbomen	=	hemelboom
hemelboog	noun	uitspansel, hemelgewelf
hemelboom	noun	Ailanthus altissima is een boom uit de hemelboomfamilie Simaroubaceae
hemelboomfamilie	noun	een familie Simaroubaceae van bedektzadigen.
hemelboomfamilietje	=	hemelboomfamilie
hemelboomfamilietjes	=	hemelboomfamilie
hemelboompje	=	hemelboom
hemelboompjes	=	hemelboom
hemelboomvlinder	noun	Samia cynthia een nachtvlinder die gebruikt wordt als bron van zijde.
hemelboomvlinders	=	hemelboomvlinder
hemelboomvlindertje	=	hemelboomvlinder
hemelboomvlindertjes	=	hemelboomvlinder
hemelbrood	noun	brood van het avondmaal
hemeldak	noun	de als een koepel ervaren atmosfeer overdag of sterrenhemel in de nacht
hemeldaken	=	hemeldak
hemelde	=	hemel
hemelden	=	hemel
hemele	=	hemel
hemelen	=	hemel
hemelend	=	hemel
hemelende	=	hemel
hemelequator	noun	is de denkbeeldige cirkel die de hemelbol in twee delen verdeelt, een noordelijk en een zuidelijk halfrond
hemelequators	=	hemelequator
hemelevenaar	noun	is de denkbeeldige cirkel die de hemelbol in twee delen verdeelt, een noordelijk en een zuidelijk halfrond
hemelevenaars	=	hemelevenaar
hemelgeest	noun	engel
hemelgeesten	=	hemelgeest
hemelgeestje	=	hemelgeest
hemelgeestjes	=	hemelgeest
hemelgewelf	noun	de als een koepel ervaren atmosfeer overdag of sterrenhemel in de nacht
hemelgewelven	=	hemelgewelf
hemelglobe	noun	globe waarop de sterrenhemel is afgebeeld
hemelgloben	=	hemelglobe
hemelglobes	=	hemelglobe
hemelgod	noun	god in of van de hemel
hemelgoden	=	hemelgod
hemelhoge	=	hemelhoog
hemelhoog	adj	bijzonder hoog	adv	tot grote hoogte, in uitzonderlijke mate
hemelhoogs	=	hemelhoog
hemeling	noun	wezen dat in de hemel woont
hemelingen	=	hemeling
hemelkaart	noun	de weergave op een kaart van de sterren en sterrenbeelden aan de hemel, sterrenkaart
hemelkaarten	=	hemelkaart
hemelkaartje	=	hemelkaart
hemelkaartjes	=	hemelkaart
hemelkijker	noun	Opisthoproctus soleatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de hemelkijkers (Opisthoproctidae).
hemelkijkers	noun	een familie Opisthoproctidae van straalvinnige diepzeevissen uit de orde van zilversmelten (Argentiniformes)
hemelkijkertje	=	hemelkijker
hemelkijkertjes	=	hemelkijker
hemelkoepel	noun	een denkbeeldige roterende bol met een gigantische straal die concentrisch is met de Aarde en tegen de achtergrond waarvan de hemellichamen worden waargenomen
hemelkoepels	=	hemelkoepel
hemelkoepeltje	=	hemelkoepel
hemelkoepeltjes	=	hemelkoepel
hemelkunde	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de studie van het heelal, hemellichamen (sterren, planeten, etc.) en kosmische fenomenen
hemelkundige	noun	deskundige op het gebied van de sterrenkunde
hemelkundigen	=	hemelkundige
hemelleer	noun	de leer over het goddelijke en hemelse
hemellichaam	noun	een (natuurlijk) object (hemelobject) dat zich in het heelal bevindt en vaak zichtbaar is aan de hemel
hemellichaampje	=	hemellichaam
hemellichaampjes	=	hemellichaam
hemellichamen	=	hemellichaam
hemellicht	noun	licht aan of van de hemel
hemellichten	=	hemellicht
hemellichtje	=	hemellicht
hemelligchaam	=	hemellichaam
hemelling	=	hemeling
hemelmechanica	noun	een tak van de sterrenkunde en de wiskunde die zich bezighoudt met de berekening van de bewegingen van de hemellichamen en kunstmatige satellieten
hemelobject	noun	een object dat zich in het heelal bevindt en soms zichtbaar is aan de hemel
hemelobjecten	=	hemelobject
hemelpolen	=	hemelpool
hemelpool	noun	denkbeeldig punt in de ruimte waar de rotatieas van de aarde bij verlenging de hemelbol snijdt.
hemelpoort	noun|figurative	poort die toegang geeft tot de hemel (beide denkbeeldig)
hemelpoorten	=	hemelpoort
hemelpoortje	=	hemelpoort
hemelpoortjes	=	hemelpoort
hemelrijk	noun|figurative	de hemel als verblijfplaats van de engelen en de gelukzaligen
hemelrijken	=	hemelrijk
hemelrond	noun	hemelkoepel
hemelronden	=	hemelrond
hemelrondje	=	hemelrond
hemelrondjes	=	hemelrond
hemelroosje	noun	Silene coeli-rosa een eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
hemelroosjes	=	hemelroosje
hemelruim	noun	luchtruim, kosmos
hemelruimen	=	hemelruim
hemels	adj	afkomstig van de hemel of zich daarin bevindend
hemelsblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5015 ( ); een diepblauwe kleur zoals die van hemel op een heldere dag.	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5015 ( ).
hemelsblauwe	=	hemelsblauw
hemelsblauwen	=	hemelsblauw
hemelsblauwer	=	hemelsblauw
hemelsblauwere	=	hemelsblauw
hemelsblauwers	=	hemelsblauw
hemelsblauws	=	hemelsblauw
hemelsblauwst	=	hemelsblauw
hemelsblauwste	=	hemelsblauw
hemelsbrede	=	hemelsbreed
hemelsbreder	=	hemelsbreed
hemelsbredere	=	hemelsbreed
hemelsbreders	=	hemelsbreed
hemelsbreed	adj	zeer breed, zeer veel
hemelsbreeds	=	hemelsbreed
hemelsbreedst	=	hemelsbreed
hemelsbreedste	=	hemelsbreed
hemelsch	=	hemels
hemelschijf	noun	een ongeveer 3600 jaar oude bronzen schijf die geldt als de oudste bekende tastbare afbeelding van de sterrenhemel en de kosmos
hemelschijfje	=	hemelschijf
hemelschijfjes	=	hemelschijf
hemelschijven	=	hemelschijf
hemelschokkend	adj	zeer schokkend
hemelschokkende	=	hemelschokkend
hemelschokkends	=	hemelschokkend
hemelschreiend	adj	in de allerhoogste mate ergerlijk
hemelschreiende	=	hemelschreiend
hemelschreiender	=	hemelschreiend
hemelschreiendere	=	hemelschreiend
hemelschreienders	=	hemelschreiend
hemelschreiends	=	hemelschreiend
hemelschreiendst	=	hemelschreiend
hemelschreiendste	=	hemelschreiend
hemelse	=	hemels
hemelser	=	hemels
hemelsere	=	hemels
hemelsers	=	hemels
hemelsfeer	noun	een denkbeeldige roterende bol met een gigantische straal die concentrisch is met de Aarde en tegen de achtergrond waarvan de hemellichamen worden waargenomen
hemelsfeertje	=	hemelsfeer
hemelsfeertjes	=	hemelsfeer
hemelsferen	=	hemelsfeer
hemelsgroot	adj	zeer groot
hemelsgroots	=	hemelsgroot
hemelsgrote	=	hemelsgroot
hemelsleutel	noun	Sedum purpurascens Sedum purpureum Sedum telephium een vaste plant, die behoort tot de vetplantenfamilie (Crassulaceae) Eigenschappen: samentrekkend; verwekend; wondhelend; wondreinigend
hemelsleutels	=	hemelsleutel
hemelsleutelstippelmot	noun	Yponomeuta sedella een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae).
hemelsleutelstippelmotje	=	hemelsleutelstippelmot
hemelsleutelstippelmotjes	=	hemelsleutelstippelmot
hemelsleutelstippelmotten	=	hemelsleutelstippelmot
hemelsleuteltje	=	hemelsleutel
hemelsleuteltjes	=	hemelsleutel
hemelsmooi	adj	heel erg mooi
hemelsmooie	=	hemelsmooi
hemelsmoois	=	hemelsmooi
hemelsnaam	noun	in ~: bijwoordelijke uitdrukking die verbijstering, ontzetting of wrevel uitdrukt
hemelst	=	hemels
hemelste	=	hemels
hemelstreek	noun	een van de 32 windstreken
hemelstreekje	=	hemelstreek
hemelstreekjes	=	hemelstreek
hemelstreken	=	hemelstreek
hemelt	=	hemel
hemeltergend	adj	in de allerhoogste mate ergerlijk
hemeltergende	=	hemeltergend
hemeltergender	=	hemeltergend
hemeltergendere	=	hemeltergend
hemeltergenders	=	hemeltergend
hemeltergends	=	hemeltergend
hemeltergendst	=	hemeltergend
hemeltergendste	=	hemeltergend
hemeltje	=	hemel
hemeltjelief	intj	een uitdrukking van milde ontsteltenis en verbazing
hemeltjes	=	hemel
hemelvaart	noun	vaart naar de hemel die in de Bijbel door sommigen wordt ondergaan
hemelvaarten	=	hemelvaart
hemelvaartje	=	hemelvaart
hemelvaartjes	=	hemelvaart
hemelvaartsdag	noun	Christelijke feestdag waarin gevierd wordt dat Jezus na de opstanding naar de Hemel ging
hemelvaartsdagen	=	hemelvaartsdag
hemelvaartsvakantie	noun	een voorjaarsvakantie rond Hemelvaartsdag
hemelvaartsvakanties	=	hemelvaartsvakantie
hemelvaartsvakantietje	=	hemelvaartsvakantie
hemelvaartsvakantietjes	=	hemelvaartsvakantie
hemelvaartsweekend	noun	het weekend na Hemelvaartsdag
hemelvaartsweekenden	=	hemelvaartsweekend
hemelvaartsweekends	=	hemelvaartsweekend
hemelvaartweekend	noun	het lange weekeinde van de donderdag van Hemelvaartsdag tot en met de daarop volgende zondag
hemelvaartweekenden	=	hemelvaartweekend
hemelvaartweekends	=	hemelvaartweekend
hemelverschijnsel	noun	verschijnsel dat zich aan de hemel voordoet
hemelverschijnselen	=	hemelverschijnsel
hemelverschijnsels	=	hemelverschijnsel
hemelvuren	=	hemelvuur
hemelvuur	noun|formal	bliksem
hemelvuurtje	=	hemelvuur
hemelvuurtjes	=	hemelvuur
hemelwaarts	adv	naar de hemel
hemelwater	noun	regen, sneeuw (ijskristallen) en hagel (bevroren regen)
hemelwaterafvoer	noun	geheel van voorzieningen die nodig zijn voor de afvoer van water (naar de riolering)
hemelwaterafvoeren	=	hemelwaterafvoer
hemelwaterafvoertje	=	hemelwaterafvoer
hemelwaterafvoertjes	=	hemelwaterafvoer
hemelwateren	=	hemelwater
hemelwaters	=	hemelwater
hemelwatertje	=	hemelwater
hemelwatertjes	=	hemelwater
hemen	=	heem
hemeralopie	noun	nachtblindheid
hemerotheek	noun	bibliotheek van periodieken (dagbladen, tijdschriften e.d.)
hemerotheken	=	hemerotheek
hemikryptofyt	noun	tweejarige of vaste plant met de knoppen op of iets onder de grond, zodat ze worden beschermd door de strooisellaag
hemikryptofyten	=	hemikryptofyt
hemiolen	=	hemiool
hemiool	noun	een ritmische accentverschuiving die bijvoorbeeld een driedelige maat verandert in een tweedelige
hemiparese	noun	zenuwaandoening waarbij de spieren in de linker- of de rechterhelft van het lichaam ernstig verzwakt zijn
hemiparesen	=	hemiparese
hemiplegie	noun	halfzijdige verlamming
hemisfeer	noun	een halve bol, meestal bedoeld als halve aard- of hemelbol
hemisfeertje	=	hemisfeer
hemisfeertjes	=	hemisfeer
hemisferen	=	hemisfeer
hemlockspar	noun	een geslacht Tsuga uit de dennenfamilie (Pinaceae).
hemlocksparren	=	hemlockspar
hemlocksparretje	=	hemlockspar
hemlocksparretjes	=	hemlockspar
hemme	=	hemmen
hemmen	verb	onbeduidend, instemmend of juist afwijzend geluid maken
hemmend	=	hemmen
hemmende	=	hemmen
hemochromatose	noun	stofwisselingsziekte waarbij het lichaam teveel ijzer uit het voedsel opneemt
hemocyanine	noun	eiwit dat zuurstofatomen kan binden en vooral voorkomt in geleedpotigen en weekdieren die in koude gebieden leven
hemodialyse	noun	bloedzuivering door middel van een kunstnier, nierdialyse
hemodialyses	=	hemodialyse
hemodilutie	noun	verdunning van het bloed, bv. met fysiologisch zout
hemofilie	noun	bloederziekte
hemofiliepatiënt	noun	persoon met een aangeboren stollingsstoornis
hemofiliepatiënten	=	hemofiliepatiënt
hemofiliepatiëntje	=	hemofiliepatiënt
hemofiliepatiëntjes	=	hemofiliepatiënt
hemoglobine	noun	de rode bloedkleurstof die verantwoordelijk is voor het zuurstof- en CO2 transport in het bloed
hemoglobinegehalte	noun	de hoeveelheid rode bloedkleurstof per volume-eenheid bloed
hemoglobinegehalten	=	hemoglobinegehalte
hemoglobinegehaltes	=	hemoglobinegehalte
hemoglobinen	=	hemoglobine
hemoglobines	=	hemoglobine
hemolyse	noun	vernietiging van de rode bloedlichaampjes waarbij o.a. hemoglobine in de bloedbaan geraakt
hemolyses	=	hemolyse
hemolytisch	adj	door hemolyse veroorzaakt
hemolytische	=	hemolytisch
hemolytischer	=	hemolytisch
hemolytischere	=	hemolytisch
hemolytischers	=	hemolytisch
hemopathie	noun	bloedziekte
hemoperfusie	noun	bloedzuivering door middel van een kunstnier
hemopontisch	adj	bloedvormend
hemoptoë	noun	het ophoesten van bloed uit de luchtwegen
hemorragie	noun	bloeding
hemorragieën	=	hemorragie
hemorragisch	adj	met betrekking tot hemorragie
hemorragische	=	hemorragisch
hemorragischer	=	hemorragisch
hemorragischere	=	hemorragisch
hemorragischers	=	hemorragisch
hemorroïde	noun	knobbelachtige zwelling van aders in het onderste deel van de endeldarm en in de anus
hemorroïden	noun	aandoening aan de anus waarbij aderen pijnlijk uitstulpen
hemorroïdes	=	hemorroïde
hemospermie	noun	bloed in het sperma
hemostase	noun	bloedstelping
hemotoxisch	adj	bloed vergiftigend
hemotoxische	=	hemotoxisch
hemotoxischer	=	hemotoxisch
hemotoxischere	=	hemotoxisch
hemotoxischers	=	hemotoxisch
hempathie	noun	sympathie voor machtige mannen, vooral wanneer die in opspraak komen
hempie	noun	direct op het lichaam gedragen eenvoudig kort kledingstuk dat het bovenlijf bedekt
hempies	=	hempie
hempje	=	hemd
hempjes	=	hemd
hemt	=	hemmen
hemzelf	pron	derde persoon enkelvoud, versterkte vorm van hem
hen	pron	persoonlijk voornaamwoord van de derde persoon meervoud in de functie van lijdend voorwerp en na voorzetsels.	noun	vrouwtje van hoenderachtige vogels
hendel	noun	beweegbaar handvat waarmee een apparaat wordt bediend
hendels	=	hendel
hendeltje	=	hendel
hendeltjes	=	hendel
hendersonjufferduif	noun	Ptilinopus insularis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
hendersonjufferduifje	=	hendersonjufferduif
hendersonjufferduifjes	=	hendersonjufferduif
hendersonjufferduiven	=	hendersonjufferduif
hendersonkarekiet	noun	Acrocephalus taiti een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
hendersonkarekieten	=	hendersonkarekiet
hendersonkarekietje	=	hendersonkarekiet
hendersonkarekietjes	=	hendersonkarekiet
hendersonporseleinhoen	noun	Zapornia atra een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
hendersonporseleinhoenderen	=	hendersonporseleinhoen
hendersonporseleinhoenders	=	hendersonporseleinhoen
hendersonporseleinhoentje	=	hendersonporseleinhoen
hendersonporseleinhoentjes	=	hendersonporseleinhoen
hendersonstormvogel	noun	Pterodroma atrata een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
hendersonstormvogels	=	hendersonstormvogel
hendersonstormvogeltje	=	hendersonstormvogel
hendersonstormvogeltjes	=	hendersonstormvogel
hendiadys	noun	het omschrijven van een begrip door middel van twee nevengeschikte woorden, waarvan er één vooral een attributieve betekenis heeft bij het andere, zodat de nadruk wat verschuift
hendiadyssen	=	hendiadys
henegouwer	noun	een inwoner van Henegouwen, of iemand afkomstig uit Henegouwen
henegouwers	=	henegouwer
henegouws	adj	op Henegouwen betrekking hebbend
henegouwse	noun	een vrouwelijke inwoner van Henegouwen, of een vrouw afkomstig uit Henegouwen
henegouwsen	=	henegouwse
henegouwser	=	henegouws
henegouwsere	=	henegouws
henegouwsers	=	henegouws
henegouwst	=	henegouws
henegouwste	=	henegouws
henen	=	heen
heng	noun	hengsel van een deur, het platte ijzer dat aan de deur zelf wordt bevestigd, met aan een kant een verticale opening voor de pin waar het scharnier om draait
hengel	noun	stok of buis om met een lijn te vissen
hengelaar	noun	iemand die met behulp van een hengel vis tracht te vangen
hengelaars	=	hengelaar
hengelaartje	=	hengelaar
hengelaartjes	=	hengelaar
hengelaarvissen	noun	een familie Melanocetidae van kleine diepzeehengelvissen.
hengelaren	=	hengelaar
hengelde	=	hengelen
hengelden	=	hengelen
hengeldwergspanner	noun	Eupithecia plumbeolata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
hengeldwergspanners	=	hengeldwergspanner
hengeldwergspannertje	=	hengeldwergspanner
hengeldwergspannertjes	=	hengeldwergspanner
hengele	=	hengelen
hengelen	verb	vis trachten te vangen met een haak aan een lijn die geleid wordt op een lange stok
hengelend	=	hengelen
hengelende	=	hengelen
hengelgraafwants	noun	Adomerus biguttatus een wants uit de familie graafwantsen (Cydnidae).
hengelgraafwantsen	=	hengelgraafwants
hengelgraafwantsje	=	hengelgraafwants
hengelgraafwantsjes	=	hengelgraafwants
hengellichtmot	noun	Anania fuscalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
hengellichtmotje	=	hengellichtmot
hengellichtmotjes	=	hengellichtmot
hengellichtmotten	=	hengellichtmot
hengelroe	noun	hengel
hengelroes	=	hengelroe
hengels	=	hengel
hengelsnoer	noun	dun, doorzichtig touwtje waar mee men vissen kan vangen
hengelsnoeren	=	hengelsnoer
hengelsnoertje	=	hengelsnoer
hengelsnoertjes	=	hengelsnoer
hengelsport	noun	het voor het plezier vissen
hengelsporten	=	hengelsport
hengelsportvereniging	noun	sportclub waarvan sportvissers lid zijn
hengelsportverenigingen	=	hengelsportvereniging
hengelsportverenigingetje	=	hengelsportvereniging
hengelsportverenigingetjes	=	hengelsportvereniging
hengelt	=	hengelen
hengeltje	=	hengel
hengeltjes	=	hengel
hengen	=	heng
hengsel	noun	een eenvoudig scharnier waarbij een deur op een of meer vertikale metalen staven gehangen wordt
hengselkruis	noun	symbool in de vorm van een omgekeerde druppel die overgaat in een T, oorspronkelijk het Egyptisch hiëroglief met de betekenisen "leven" en "spiegel", later gebruikt in uiteenlopende levensbeschouwelijke en culturele stromingen
hengselkruisen	=	hengselkruis
hengselkruisje	=	hengselkruis
hengselkruisjes	=	hengselkruis
hengselkruizen	=	hengselkruis
hengsels	=	hengsel
hengseltje	=	hengsel
hengseltjes	=	hengsel
hengst	noun	een al dan niet gecastreerd mannelijk paard
hengste	=	hengsten
hengsten	verb	hard werken (als een hengst)
hengstend	=	hengsten
hengstende	=	hengsten
hengstenkeuring	noun	beoordeling van een mannelijk paard of het geschikt is voor de voortplanting
hengstenkeuringen	=	hengstenkeuring
hengstig	adj	van een vrouwelijk paard dat ze in de vruchtbare periode is en bereid is tot paring
hengstige	=	hengstig
hengstiger	=	hengstig
hengstigere	=	hengstig
hengstigers	=	hengstig
hengstigs	=	hengstig
hengstigst	=	hengstig
hengstigste	=	hengstig
hengstje	=	hengst
hengstjes	=	hengst
hengstte	=	hengsten
hengstten	=	hengsten
hengstveulen	noun	jong mannelijk paard
hengstveulens	=	hengstveulen
hengstveulentje	=	hengstveulen
henna	noun	Lawsonia inermis een struik uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae)
hennegaatje	=	hennegat
hennegaatjes	=	hennegat
hennegat	noun	het gat in de romp van een schip waar de roerkoning door gaat
hennegaten	=	hennegat
hennegras	noun	bepaald soort overblijvende plant, Calamagrostis canescens uit de grassenfamilie (Poaceae), die voorkomt in Midden-Europa en West-Siberië
hennegrasje	=	hennegras
hennegrasjes	=	hennegras
hennen	=	hen
hennenbei	noun	hennenbes
hennenbeitje	=	hennenbei
hennenbeitjes	=	hennenbei
hennenbeiën	=	hennenbei
hennenei	noun	klein ei van een jonge kip
henneneieren	=	hennenei
hennengat	noun	het gat in de achterkant van een schip waar de roerkoning van een doorgestoken roer doorheen steekt, de bovenkant van de hennengatskoker
hennengaten	=	hennengat
hennengatje	=	hennengat
hennengatjes	=	hennengat
hennengatskoker	noun	de koker in de achterkant van een zeilschip waar de roerkoning van een doorgestoken roer doorheen steekt
hennengatskokers	=	hennengatskoker
hennengatskokertje	=	hennengatskoker
hennengatskokertjes	=	hennengatskoker
hennep	noun	bepaald soort plant, Cannabis sativa uit de hennepfamilie, van wiens vezels zeer veel produkten kunnen worden vervaardigd o.a. touw, papier, canvas en textiel
hennepakker	noun	akker waarop hennep wordt verbouwd
hennepakkers	=	hennepakker
hennepakkertje	=	hennepakker
hennepakkertjes	=	hennepakker
hennepbloem	noun	de bloemen van de hennepplant
hennepbloemen	=	hennepbloem
hennepbloempje	=	hennepbloem
hennepbloempjes	=	hennepbloem
hennepen	adj	gemaakt van hennep
hennepfamilie	noun	een familie Cannabaceae van bedektzadigen.
hennepfamilietje	=	hennepfamilie
hennepfamilietjes	=	hennepfamilie
hennepgaren	noun	garen waaraan ter versteviging hennep is toegevoegd dan wel garen uitsluitend bestaand uit hennep
hennepgarens	=	hennepgaren
hennepheli	noun	onbemande minihelikopter die gebruikt wordt om hennepkwekerijen op te sporten
hennepheli's	=	hennepheli
hennepkwekerij	noun	plaats waar, al dan niet legaal, hennep wordt verbouwd
hennepkwekerijen	=	hennepkwekerij
hennepkwekerijtje	=	hennepkwekerij
hennepkwekerijtjes	=	hennepkwekerij
henneplinnen	noun	van hennepgaren geweven linnen
hennepnetel	noun	benaming voor planten uit het geslacht Galeopsis, lipbloemige planten, valse of wilde hennep
hennepnetelbloemgalmug	noun	Dasineura tetrahit een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
hennepnetelbloemgalmuggen	=	hennepnetelbloemgalmug
hennepnetelbloemgalmuggetjes	=	hennepnetelbloemgalmug
hennepnetelbloemgalmugje	=	hennepnetelbloemgalmug
hennepnetelgoudhaantje	noun	Chrysolina fastuosa een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
hennepnetelgoudhaantjes	=	hennepnetelgoudhaantje
hennepnetelnetwants	noun	Tingis pilosa een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
hennepnetelnetwantsen	=	hennepnetelnetwants
hennepnetelnetwantsje	=	hennepnetelnetwants
hennepnetelnetwantsjes	=	hennepnetelnetwants
hennepnetels	=	hennepnetel
hennepnetelspanner	noun	Perizoma alchemillata een nachtvlinder uit de familie van de spanners.
hennepnetelspanners	=	hennepnetelspanner
hennepnetelspannertje	=	hennepnetelspanner
hennepnetelspannertjes	=	hennepnetelspanner
hennepneteltje	=	hennepnetel
hennepneteltjes	=	hennepnetel
hennepolie	noun	olie gewonnen uit de hennepzaad die o.a. gebruikt wordt in groene zeep
hennepolies	=	hennepolie
hennepoliën	=	hennepolie
henneppapier	noun	papier gemaakt van de hennepvezel
henneppapieren	=	henneppapier
henneppapiertje	=	henneppapier
henneppapiertjes	=	henneppapier
hennepplant	noun	een exemplaar van Cannabis sativa
hennepplantage	noun	plantage voor hennepplanten
hennepplantages	=	hennepplantage
hennepplanten	=	hennepplant
hennepplantje	=	hennepplant
hennepplantjes	=	hennepplant
hennepsector	noun	bedrijfstak waarin men hennep verbouwt en hennepproducten produceert
hennepsectoren	=	hennepsector
hennepsectors	=	hennepsector
hennepteelt	noun	het kweken van hennep en met name marihuana om te roken
hennepteelten	=	hennepteelt
hennepteler	noun	persoon die hennep verbouwt
henneptelers	=	hennepteler
henneptouw	noun	touw vervaardigd van hennep
henneptouwen	=	henneptouw
henneptouwtje	=	henneptouw
henneptouwtjes	=	henneptouw
hennepverbod	noun	wettelijk verbod betreffende de productie, verkoop en gebruik van hennep(producten)
hennepverboden	=	hennepverbod
hennepvezel	noun	de draden van de hennepstengel waarvan hennepgaren gesponnen wordt
hennepvezels	=	hennepvezel
hennepvezeltje	=	hennepvezel
hennepvezeltjes	=	hennepvezel
hennepvink	noun	bepaald soort vogel, Linaria cannabina uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae)
hennepvinken	=	hennepvink
hennepvinkje	=	hennepvink
hennepvinkjes	=	hennepvink
hennepvreter	noun	Orobanche ramosa is en eenjarige parasitaire plant uit de bremraapfamilie Orobanchaceae
hennepvreters	=	hennepvreter
hennepwerf	noun	opgehoogd stuk grond aan het water om hennepplanten op te verbouwen
hennepwerven	=	hennepwerf
hennepzaad	noun	zaad van de hennepplant
hennepzaadje	=	hennepzaad
hennepzaadjes	=	hennepzaad
hennepzaden	=	hennepzaad
hennetje	=	hen
hennetjes	=	hen
hennip	=	hennep
henry	noun	SI-eenheid van zelfinductie, weergegeven met symbool H
henry's	=	henry
henry'tje	=	henry
henry'tjes	=	henry
hens	noun	in de uitdrukking "alle hens": iedereen
hensje	=	hens
hensjes	=	hens
hentai	noun	genre stripverhaal of tekenfilm in Japanse stijl waarin verboden of onmogelijke seksuele activiteiten worden afgebeeld
hentriacontaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₃₁H₆₄
hentriacontanen	=	hentriacontaan
henzelf	pron	derde persoon meervoud (alleen gebruikt voor de accusatief), versterkte vorm van hen
hepatisch	adj	met betrekking tot de lever
hepatische	=	hepatisch
hepatisme	noun	leveraandoening
hepatitis	noun	leverontsteking
hepatitissen	=	hepatitis
hepatobiliair	adj	met betrekking tot lever en gal
hepatocellulair	adj	met betrekking tot de levercellen
hepatomegalie	noun	leververgroting
hepatosplenomegalie	noun	gelijktijdige vergroting van de lever en de milt
hepatosplenomegalieën	=	hepatosplenomegalie
hepatotoxisch	adj	wat de lever beschadigt
hepatotoxische	=	hepatotoxisch
hepatotoxischer	=	hepatotoxisch
hepatotoxischere	=	hepatotoxisch
hepatotoxischers	=	hepatotoxisch
hepeating	noun	verschijnsel dat een man uitspraken van een vrouw herhaalt alsof het zijn eigen idee is
hepen	=	heep
heptaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₇H₁₆
heptanen	=	heptaan
heptarchie	noun	heerschappij of regering van zeven personen
heptarchieën	=	heptarchie
heptaëder	noun	ruimtelijke figuur met zeven vlakken
heptaëders	=	heptaëder
her	adv	vanaf lang geleden.	noun	herhaling van een examen als het eerste onvoldoende is geweest
heraangelegd	=	heraanleggen
heraanleg	noun	opnieuw bouwen of tot stand brengen
heraanlegde	=	heraanleggen
heraanlegden	=	heraanleggen
heraanlegge	=	heraanleggen
heraanleggen	verb	opnieuw bouwen van een horizontale structuur zoals bijvoorbeeld een tuin of weg; opnieuw aanbrengen
heraanleggend	=	heraanleggen
heraanleggende	=	heraanleggen
heraanlegt	=	heraanleggen
heraanplant	noun	gewas dat geplant wordt op een plaats waar eerst een andere begroeiing stond
heraanplanten	=	heraanplant
herabonnering	noun	het opnieuw, na een onderbreking, aangaan van een contract voor regelmatige levering van goederen of diensten
herabonneringen	=	herabonnering
heractiveer	=	heractiveren
heractiveerde	=	heractiveren
heractiveerden	=	heractiveren
heractiveert	=	heractiveren
heractivere	=	heractiveren
heractiveren	verb	opnieuw actief maken
heractiverend	=	heractiveren
heractiverende	=	heractiveren
heractivering	noun	het opnieuw aan een baan helpen van een werkloze
heractiveringen	=	heractivering
heradem	=	herademen
herademd	=	herademen
herademde	=	herademen
herademden	=	herademen
herademe	=	herademen
herademen	verb	niet langer van schrik of angst de adem inhouden
herademend	=	herademen
herademende	=	herademen
herademt	=	herademen
heraldiek	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de wapenkunde	adj	heraldisch
heraldieke	=	heraldiek
heraldieken	=	heraldiek
heraldieker	=	heraldiek
heraldiekere	=	heraldiek
heraldiekers	=	heraldiek
heraldiekje	=	heraldiek
heraldieks	=	heraldiek
heraldiekst	=	heraldiek
heraldiekste	=	heraldiek
heraldisch	adj	de wapenkunde betreffend
heraldische	=	heraldisch
heraldischer	=	heraldisch
heraldischere	=	heraldisch
heraldischers	=	heraldisch
herasfalteer	=	herasfalteren
herasfalteerde	=	herasfalteren
herasfalteerden	=	herasfalteren
herasfalteert	=	herasfalteren
herasfaltere	=	herasfalteren
herasfalteren	verb	opnieuw een asfaltlaag aanbrengen op een weg
herasfalterend	=	herasfalteren
herasfalterende	=	herasfalteren
herassurantie	noun	herverzekering
herassuranties	=	herassurantie
herassurantiën	=	herassurantie
heraut	noun	een functionaris die dienstdoet als boodschapper en/of ceremoniemeester.
herauten	=	heraut
herautje	=	heraut
herautjes	=	heraut
herbaria	=	herbarium
herbarium	noun	verzameling van, album met gedroogde planten
herbariumpje	=	herbarium
herbariumpjes	=	herbarium
herbariums	=	herbarium
herbebos	=	herbebossen
herbebosse	=	herbebossen
herbebossen	verb	opnieuw beplanten met bomen zodat er weer een bos ontstaat
herbebossend	=	herbebossen
herbebossende	=	herbebossen
herbebossing	noun	het opnieuw planten van een bos op een terrein waar eerste een bos is gekapt
herbebossingen	=	herbebossing
herbebost	=	herbebossen
herbeboste	=	herbebossen
herbebosten	=	herbebossen
herbegin	=	herbeginnen
herbeginne	=	herbeginnen
herbeginnen	verb	~ met: opnieuw met iets beginnen
herbeginnend	=	herbeginnen
herbeginnende	=	herbeginnen
herbegint	=	herbeginnen
herbegon	=	herbeginnen
herbegonnen	=	herbeginnen
herbegont	=	herbeginnen
herbegraaf	=	herbegraven
herbegraaft	=	herbegraven
herbegrafenis	noun	het opnieuw begraven worden nadat iemand eerst ergens anders begraven was
herbegrafenissen	=	herbegrafenis
herbegrave	=	herbegraven
herbegraven	verb	een opgegraven stoffelijk overschot opnieuw begraven
herbegravend	=	herbegraven
herbegravende	=	herbegraven
herbegroef	=	herbegraven
herbegroeft	=	herbegraven
herbegroeve	=	herbegraven
herbegroeven	=	herbegraven
herbekeek	=	herbekijken
herbekeken	=	herbekijken
herbekijk	=	herbekijken
herbekijke	=	herbekijken
herbekijken	verb	opnieuw onder ogen nemen, opnieuw beoordelen
herbekijkend	=	herbekijken
herbekijkende	=	herbekijken
herbekijkt	=	herbekijken
herbeleef	=	herbeleven
herbeleefd	=	herbeleven
herbeleefde	=	herbeleven
herbeleefden	=	herbeleven
herbeleeft	=	herbeleven
herbeleg	=	herbeleggen
herbelegd	=	herbeleggen
herbelegde	=	herbeleggen
herbelegden	=	herbeleggen
herbelegge	=	herbeleggen
herbeleggen	verb	het opnieuw aanwenden van een kapitaal om er aandelen van te kopen
herbeleggend	=	herbeleggen
herbeleggende	=	herbeleggen
herbelegging	noun	het opnieuw investeren van de opbrengsten uit een belegging, zoals dividend of rente, in dezelfde of een andere belegging.
herbeleggingen	=	herbelegging
herbelegginkje	=	herbelegging
herbelegginkjes	=	herbelegging
herbelegt	=	herbeleggen
herbeleve	=	herbeleven
herbeleven	verb	opnieuw beleven
herbelevend	=	herbeleven
herbelevende	=	herbeleven
herbeleving	noun	het opnieuw beleven van iets dat men eerder heeft meegemaakt
herbelevingen	=	herbeleving
herbeluister	=	herbeluisteren
herbeluisterd	=	herbeluisteren
herbeluisterde	=	herbeluisteren
herbeluisterden	=	herbeluisteren
herbeluistere	=	herbeluisteren
herbeluisteren	verb	opnieuw aandachtig waarnemen met de oren, weer gericht met het gehoor ervaren
herbeluisterend	=	herbeluisteren
herbeluisterende	=	herbeluisteren
herbeluistert	=	herbeluisteren
herbenoem	=	herbenoemen
herbenoembaar	adj	opnieuw voor een volgende termijn aan te stellen in een functie
herbenoembaarder	=	herbenoembaar
herbenoembaardere	=	herbenoembaar
herbenoembaarders	=	herbenoembaar
herbenoembaars	=	herbenoembaar
herbenoembaarst	=	herbenoembaar
herbenoembaarste	=	herbenoembaar
herbenoembare	=	herbenoembaar
herbenoemd	=	herbenoemen
herbenoemde	=	herbenoemen
herbenoemden	=	herbenoemen
herbenoeme	=	herbenoemen
herbenoemen	verb	iemand opnieuw aanwijzen voor het vervullen van een bepaald ambt
herbenoemend	=	herbenoemen
herbenoemende	=	herbenoemen
herbenoeming	noun	het opnieuw krijgen van een functie die men al eerder bekleedde
herbenoemingen	=	herbenoeming
herbenoemt	=	herbenoemen
herbeoordeling	noun	het iets of iemand opnieuw bekijken, evalueren of beoordelen
herbeoordelingen	=	herbeoordeling
herbeplanting	noun	het opnieuw voorzien van planten; het opnieuw planten
herbeplantingen	=	herbeplanting
herbereken	=	herberekenen
herberekend	=	herberekenen
herberekende	=	herberekenen
herberekenden	=	herberekenen
herberekene	=	herberekenen
herberekenen	verb	controleren door iets opnieuw uit te rekenen
herberekenend	=	herberekenen
herberekenende	=	herberekenen
herberekening	noun	het opnieuw calculeren; het opnieuw numeriek uitwerken
herberekeningen	=	herberekening
herberekent	=	herberekenen
herberg	noun	eet- en overnachtingsgelegenheid die kleiner, goedkoper en eenvoudiger is dan een hotel
herbergde	=	herbergen
herbergden	=	herbergen
herberge	=	herbergen
herbergen	verb	huisvesten
herbergend	=	herbergen
herbergende	=	herbergen
herberghe	=	herberg
herbergier	noun	iemand die een herberg exploiteert
herbergiers	=	herbergier
herbergierster	noun	vrouw die een herberg runt
herbergiersters	=	herbergierster
herbergiertje	=	herbergier
herbergiertjes	=	herbergier
herbergje	=	herberg
herbergjes	=	herberg
herbergt	=	herbergen
herbergzaam	adj	gastvrij
herbergzaams	=	herbergzaam
herbergzaamst	=	herbergzaam
herbergzaamste	=	herbergzaam
herbergzame	=	herbergzaam
herbergzamer	=	herbergzaam
herbergzamere	=	herbergzaam
herbergzamers	=	herbergzaam
herbert-riverkoeskoes	noun	Pseudochirulus herbertensis een klimbuideldier uit het geslacht Pseudochirulus dat voorkomt in de regenwouden (boven 350 m) van Noordoost-Queensland, van Mount Lee tot de Lamb Range.
herbert-riverkoeskoesje	=	herbert-riverkoeskoes
herbert-riverkoeskoesjes	=	herbert-riverkoeskoes
herbert-riverkoeskoezen	=	herbert-riverkoeskoes
herbestemming	noun	het geven van een nieuwe functie aan een bestaand pand
herbestemmingen	=	herbestemming
herbestraat	=	herbestraten
herbestraatte	=	herbestraten
herbestraatten	=	herbestraten
herbestrate	=	herbestraten
herbestraten	verb	een nieuw wegdek aanbrengen
herbestratend	=	herbestraten
herbestratende	=	herbestraten
herbetaald	=	herbetalen
herbetaalde	=	herbetalen
herbetaalden	=	herbetalen
herbetaaldend	=	herbetalen
herbetaalt	=	herbetalen
herbetalen	verb	als schuld vereffenen
herbevestig	=	herbevestigen
herbevestigd	=	herbevestigen
herbevestigde	=	herbevestigen
herbevestigden	=	herbevestigen
herbevestige	=	herbevestigen
herbevestigen	verb	opnieuw instemmen met iets
herbevestigend	=	herbevestigen
herbevestigende	=	herbevestigen
herbevestiging	noun	het opnieuw mededelen aan iemand dat iets is zoals gevraagd is of verondersteld wordt
herbevestigingen	=	herbevestiging
herbevestigingetje	=	herbevestiging
herbevestigingetjes	=	herbevestiging
herbevestigt	=	herbevestigen
herbevolken	verb	een gebied opnieuw voorzien van een bevolking
herbevolkend	=	herbevolken
herbevolking	noun	het opnieuw bevolken of bevolkt raken van een bepaald gebied.
herbevolkingen	=	herbevolking
herbevolkinkje	=	herbevolking
herbevolkinkjes	=	herbevolking
herbevolkt	=	herbevolken
herbevolkte	=	herbevolken
herbevoorrading	noun	het aanvullen van verloren gegane voorraden
herbevoorradingen	=	herbevoorrading
herbevoorradinkje	=	herbevoorrading
herbevoorradinkjes	=	herbevoorrading
herbewapen	=	herbewapenen
herbewapend	=	herbewapenen
herbewapende	=	herbewapenen
herbewapenden	=	herbewapenen
herbewapene	=	herbewapenen
herbewapenen	verb	opnieuw voorzien van militaire apparatuur
herbewapenend	=	herbewapenen
herbewapenende	=	herbewapenen
herbewapening	noun	de keer dat men zich opnieuw voorziet van wapentuig
herbewapeningen	=	herbewapening
herbewapent	=	herbewapenen
herbewerk	=	herbewerken
herbewerke	=	herbewerken
herbewerken	verb	weer bewerken
herbewerkend	=	herbewerken
herbewerkende	=	herbewerken
herbewerking	noun	het opnieuw bewerken van iets
herbewerkingen	=	herbewerking
herbewerkt	=	herbewerken
herbewerkte	=	herbewerken
herbewerkten	=	herbewerken
herbezet	=	herbezetten
herbezette	=	herbezetten
herbezetten	verb	opnieuw veroveren
herbezettend	=	herbezetten
herbezettende	=	herbezetten
herbezin	=	herbezinnen
herbezinne	=	herbezinnen
herbezinnen	verb	ergens opnieuw zorgvuldig over nadenken
herbezinnend	=	herbezinnen
herbezinnende	=	herbezinnen
herbezinning	noun	de keer dat men opnieuw ergens over nadenkt
herbezinningen	=	herbezinning
herbezint	=	herbezinnen
herbezon	=	herbezinnen
herbezonnen	=	herbezinnen
herbicide	noun	een middel tot het verdelgen of doden van onkruid
herbiciden	=	herbicide
herbicides	=	herbicide
herbicidetje	=	herbicide
herbicidetjes	=	herbicide
herbind	=	herbinden
herbinde	=	herbinden
herbinden	verb	opnieuw inbinden
herbindend	=	herbinden
herbindende	=	herbinden
herbindt	=	herbinden
herbivoor	noun	dier dat zich uitsluitend met plantaardig voedsel voedt	adj	plantenetend
herbivoors	=	herbivoor
herbivoortje	=	herbivoor
herbivoortjes	=	herbivoor
herbivore	=	herbivoor
herbivoren	=	herbivoor
herbond	=	herbinden
herbonden	=	herbinden
herbondt	=	herbinden
herboren	adj	als nieuw, weer geheeld, opnieuw tot leven gekomen
herborens	=	herboren
herborist	noun	een specialist in de kruidengeneeskunde die geneeskrachtige planten en natuurlijke ingrediënten in preparaten verwerkt tot natuurproducten die algemeen worden gebruikt in de natuurgeneeskunde
herboristen	=	herborist
herbouw	noun	activiteit waardoor iets opnieuw tot stand komt
herbouwd	=	herbouwen
herbouwde	=	herbouwen
herbouwden	=	herbouwen
herbouwe	=	herbouwen
herbouwen	verb	opnieuw opbouwen
herbouwend	=	herbouwen
herbouwende	=	herbouwen
herbouwt	=	herbouwen
herbouwwaarde	noun	de kosten die men moet maken om iets opnieuw op te bouwen
herbouwwaarden	=	herbouwwaarde
herbouwwaardes	=	herbouwwaarde
herbron	=	herbronnen
herbrond	=	herbronnen
herbronde	=	herbronnen
herbronden	=	herbronnen
herbronne	=	herbronnen
herbronnen	verb	opnieuw een basis (voor de eigen gedachten, meningen of gevoelens) proberen te geven
herbronnend	=	herbronnen
herbronnende	=	herbronnen
herbronning	noun	het opnieuw bepalen wat de principes van iets of iemand zijn
herbronningen	=	herbronning
herbront	=	herbronnen
herbruikbaar	adj	meerdere malen te gebruiken
herbruikbaarder	=	herbruikbaar
herbruikbaardere	=	herbruikbaar
herbruikbaarders	=	herbruikbaar
herbruikbaarheid	noun	de mate waarin men iets opnieuw kan gebruiken na eerder gebruik
herbruikbaars	=	herbruikbaar
herbruikbaarst	=	herbruikbaar
herbruikbaarste	=	herbruikbaar
herbruikbare	=	herbruikbaar
herclassificeer	=	herclassificeren
herclassificeerde	=	herclassificeren
herclassificeerden	=	herclassificeren
herclassificeert	=	herclassificeren
herclassificere	=	herclassificeren
herclassificeren	verb	opnieuw classificeren
herclassificerend	=	herclassificeren
herclassificerende	=	herclassificeren
hercodeer	=	hercoderen
hercodeerde	=	hercoderen
hercodeerden	=	hercoderen
hercodeert	=	hercoderen
hercodere	=	hercoderen
hercoderen	verb	opnieuw van een code voorzien
hercoderend	=	hercoderen
hercoderende	=	hercoderen
hercontrole	noun	het iets of iemand opnieuw bekijken, evalueren, controleren of beoordelen
hercontroles	=	hercontrole
hercorrectie	noun	het opnieuw opsporen en herstellen van fouten
hercorrecties	=	hercorrectie
hercules	noun	sterke man met een gespierd lichaam
herculesarbeid	noun	kolossaal karwei, werk dat haast bovenmenselijke inspanning vraagt
herculesje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vlinder, Selenia dentaria uit de familie van de spanners (Geometridae) met een spanwijdte tussen de 28 en 40 millimeter
herculesjes	=	hercules
herculeskever	noun	Dynastes hercules zeer sterke en grote kever uit de familie van de bladsprietkevers (Scarabaeidae).
herculeskevers	=	herculeskever
herculeskevertje	=	herculeskever
herculeskevertjes	=	herculeskever
herculesplooirokje	noun	Parasola hercules een paddenstoel uit de familie Psathyrellaceae.
herculesplooirokjes	=	herculesplooirokje
herculessen	=	hercules
herculestoestel	noun	Lockheed C-130 Hercules middelgroot militair transportvliegtuig
herculestoestelen	=	herculestoestel
herculesvlinder	noun	Coscinocera hercules zeer grote vlinder, met een spanwijdte tot 27 centimeter, uit de familie van de nachtpauwogen (Saturniidae)
herculesvlinders	=	herculesvlinder
herculesvlindertje	=	herculesvlinder
herculesvlindertjes	=	herculesvlinder
herculeswerk	noun	een kolossaal karwei, titanenwerk
herculeswerken	=	herculeswerk
herculisch	adj	veel kracht eisend, van grote kracht getuigend
herculische	=	herculisch
herculischer	=	herculisch
herculischere	=	herculisch
herculischers	=	herculisch
herdaan	=	herdoen
herdacht	=	herdenken
herdachte	=	herdenken
herdachten	=	herdenken
herdane	=	herdoen
herdboek	noun	keurstamboek
herdboeken	=	herdboek
herdboekje	=	herdboek
herdboekjes	=	herdboek
herdede	=	herdoen
herdeden	=	herdoen
herdeed	=	herdoen
herdeedt	=	herdoen
herdefinieer	=	herdefiniëren
herdefinieerde	=	herdefiniëren
herdefinieerden	=	herdefiniëren
herdefinieert	=	herdefiniëren
herdefinitie	noun	het iets opnieuw beschrijven; het iets een nieuwe betekenis toekennen
herdefinities	=	herdefinitie
herdefiniëre	=	herdefiniëren
herdefiniëren	verb	opnieuw precies beschrijven
herdefiniërend	=	herdefiniëren
herdefiniëring	noun	het geven van een nieuwe betekenis aan iets
herdefiniëringen	=	herdefiniëring
herdenk	=	herdenken
herdenke	=	herdenken
herdenken	verb	plechtig aandacht schenken aan een gebeurtenis uit het verleden
herdenkend	=	herdenken
herdenkende	=	herdenken
herdenking	noun	de gebeurtenis waarbij stilgestaan wordt bij iets uit het verleden
herdenkingen	=	herdenking
herdenkingsartikel	noun	stuk in een periodieke publicatie over een persoon of gebeurtenis wanneer er een aanleiding is die weer in herinnering te brengen
herdenkingsartikelen	=	herdenkingsartikel
herdenkingsartikels	=	herdenkingsartikel
herdenkingsbijeenkomst	noun	samenkomst van meerdere mensen om iets of iemand te gedenken (meestal betreft het het overlijden van één of meer personen)
herdenkingsbijeenkomsten	=	herdenkingsbijeenkomst
herdenkingsbijeenkomstje	=	herdenkingsbijeenkomst
herdenkingsbijeenkomstjes	=	herdenkingsbijeenkomst
herdenkingsboek	noun	boek dat men uitgeeeft om een bepaalde zaak of persoon te herdenken
herdenkingsboeken	=	herdenkingsboek
herdenkingsboekje	=	herdenkingsboek
herdenkingsboekjes	=	herdenkingsboek
herdenkingscentra	=	herdenkingscentrum
herdenkingscentrum	noun	plaats waar een vervelende gebeurtenis uit het verleden wordt herdacht
herdenkingscentrums	=	herdenkingscentrum
herdenkingscollage	noun	foto collage waarmee men een overleden persoon herdenkt
herdenkingscollages	=	herdenkingscollage
herdenkingscollagetje	=	herdenkingscollage
herdenkingscollagetjes	=	herdenkingscollage
herdenkingscomiteetje	=	herdenkingscomité
herdenkingscomiteetjes	=	herdenkingscomité
herdenkingscomité	noun	groep mensen die de nagedachtenis van iets of iemand organiseren
herdenkingscomités	=	herdenkingscomité
herdenkingsconcert	noun	muziekuitvoering ter nagedachtenis van iets of iemand
herdenkingsconcerten	=	herdenkingsconcert
herdenkingsconcertje	=	herdenkingsconcert
herdenkingsconcertjes	=	herdenkingsconcert
herdenkingsdag	noun	dag waarop publiekelijk stilgestaan wordt bij een bepaald persoon of bijzondere gebeurtenis
herdenkingsdagen	=	herdenkingsdag
herdenkingsdagje	=	herdenkingsdag
herdenkingsdagjes	=	herdenkingsdag
herdenkingsdienst	noun	een (kerk)dienst ter herdenking
herdenkingsdiensten	=	herdenkingsdienst
herdenkingsdienstje	=	herdenkingsdienst
herdenkingsdienstjes	=	herdenkingsdienst
herdenkingsfeest	noun	een feest dat men viert op een bepaalde zaak of persoon te gedenken
herdenkingsfeesten	=	herdenkingsfeest
herdenkingsfeestje	=	herdenkingsfeest
herdenkingsfeestjes	=	herdenkingsfeest
herdenkingsjaar	noun	jaar dat men speciale aandacht besteedt aan een bepaalde zaak uit het verleden
herdenkingsjaartje	=	herdenkingsjaar
herdenkingsjaartjes	=	herdenkingsjaar
herdenkingsjaren	=	herdenkingsjaar
herdenkingsmoment	noun	tijdstip dat men plechtig aandacht schenkt aan een persoon of gebeurtenis
herdenkingsmomenten	=	herdenkingsmoment
herdenkingsmomentje	=	herdenkingsmoment
herdenkingsmomentjes	=	herdenkingsmoment
herdenkingsmonument	noun	gedenkteken waar men plechtig aandacht kan schenken aan een persoon of gebeurtenis
herdenkingsmonumenten	=	herdenkingsmonument
herdenkingsmonumentje	=	herdenkingsmonument
herdenkingsmonumentjes	=	herdenkingsmonument
herdenkingsmunt	noun	een munt om een bepaalde gebeurtenis te herdenken
herdenkingsmunten	=	herdenkingsmunt
herdenkingsmuntje	=	herdenkingsmunt
herdenkingsmuntjes	=	herdenkingsmunt
herdenkingsplaat	noun	vlak stuk duurzaammateriaal dat men ergens heeft aangebracht om iets of iemand te herdenken
herdenkingsplaatje	=	herdenkingsplaat
herdenkingsplaatjes	=	herdenkingsplaat
herdenkingsplaats	noun	plaats waar men zich een persoon of gebeurtenis kan herinneren en gedenken
herdenkingsplaatsen	=	herdenkingsplaats
herdenkingsplaatsje	=	herdenkingsplaats
herdenkingsplaatsjes	=	herdenkingsplaats
herdenkingsplaquette	noun	plaat van duurzaam materiaal met die aan een persoon of gebeurtenis herinnert
herdenkingsplaquettes	=	herdenkingsplaquette
herdenkingsplaten	=	herdenkingsplaat
herdenkingsplechtigheden	=	herdenkingsplechtigheid
herdenkingsplechtigheid	noun	plechtige gebeurtenis waarbij men een vervelende gebeurtenis uit het verleden herdenkt; plechtige gebeurtenis waarbij men een overleden persoon herdenkt
herdenkingsplechtigheidje	=	herdenkingsplechtigheid
herdenkingsplechtigheidjes	=	herdenkingsplechtigheid
herdenkingsplek	noun	plaats waar men zich een persoon of gebeurtenis kan herinneren en gedenken
herdenkingsplekken	=	herdenkingsplek
herdenkingsrede	noun	toespraak waarin de spreker stilstaat bij een gebeurtenis uit het verleden
herdenkingsredes	=	herdenkingsrede
herdenkingsredetje	=	herdenkingsrede
herdenkingsredetjes	=	herdenkingsrede
herdenkingssteen	noun	een steen die men ergens heeft geplaatst om een persoon of zaak te gedenken
herdenkingssteentje	=	herdenkingssteen
herdenkingssteentjes	=	herdenkingssteen
herdenkingsstenen	=	herdenkingssteen
herdenkingsteken	noun	een zaak die dient om iets of iemand te gedenken
herdenkingstekenen	=	herdenkingsteken
herdenkingstekens	=	herdenkingsteken
herdenkingstekentje	=	herdenkingsteken
herdenkingstekentjes	=	herdenkingsteken
herdenkingszegel	noun	een postzegel die men heeft uitgegeven om een persoon of zaak te gedenken
herdenkingszegels	=	herdenkingszegel
herdenkingszegeltje	=	herdenkingszegel
herdenkingszegeltjes	=	herdenkingszegel
herdenkinkje	=	herdenking
herdenkinkjes	=	herdenking
herdenkt	=	herdenken
herder	noun	begeleider en bewaker, meestal van een kudde schapen of ander vee
herderin	noun	begeleidster en bewaakster, meestal van een kudde schapen of ander vee
herderinnen	=	herderin
herderinnetje	=	herderin
herderinnetjes	=	herderin
herderlijk	adj	zoals past bij een herder en zijn kunde
herderlijke	=	herderlijk
herderlijker	=	herderlijk
herderlijkere	=	herderlijk
herderlijkers	=	herderlijk
herderlijks	=	herderlijk
herderlijkst	=	herderlijk
herderlijkste	=	herderlijk
herderloos	adj	zonder herder, zonder leiding
herderloost	=	herderloos
herderlooste	=	herderloos
herderloze	=	herderloos
herderlozer	=	herderloos
herderlozere	=	herderloos
herderlozers	=	herderloos
herders	=	herder
herdersbloed	noun	de erfelijke eigenschappen van een herder (een bepaald hondenras)
herdersdicht	noun	gedicht waarin het leven van herders geïdealiseerd wordt
herdersdichten	=	herdersdicht
herdersfluit	noun	een houten blaasinstrument met een rechte conische boring
herdersfluiten	=	herdersfluit
herdersfluitje	=	herdersfluit
herdersfluitjes	=	herdersfluit
herdershond	noun	hond die een kudde bewaakt
herdershonden	=	herdershond
herdershondje	=	herdershond
herdershondjes	=	herdershond
herdershut	noun	kleine woning waarin een herder kan overnachten in de buurt van zijn kudde
herdershutje	=	herdershut
herdershutjes	=	herdershut
herdershutten	=	herdershut
herdersjongen	noun	jonge man de werkt als een herder
herdersjongens	=	herdersjongen
herdersjongentje	=	herdersjongen
herdersjongentjes	=	herdersjongen
herdersjongetje	=	herdersjongen
herderskout	noun	het keuvelen van herders
herdersleven	noun	het bestaan van een herder; het bestaan als herder
herderslevens	=	herdersleven
herdersleventje	=	herdersleven
herdersleventjes	=	herdersleven
herderslied	noun	genre uit de Oudheid geïnspireerd op het landleven
herdersliederen	=	herderslied
herdersliedje	=	herderslied
herdersliedjes	=	herderslied
herdersparelmoervlinder	noun	Boloria pales een vlinder uit de familie Nymphalidae (Aurelia's), onderfamilie Heliconiinae.
herdersparelmoervlinders	=	herdersparelmoervlinder
herdersparelmoervlindertje	=	herdersparelmoervlinder
herdersparelmoervlindertjes	=	herdersparelmoervlinder
herdersplevier	noun	Charadrius pecuarius een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
herdersplevieren	=	herdersplevier
herderspleviertje	=	herdersplevier
herderspleviertjes	=	herdersplevier
herdersstaf	noun	lange houten stok die een herder gebruikt bij het hoeden van zijn kudde
herdersstafje	=	herdersstaf
herdersstaven	=	herdersstaf
herderstaf	=	herdersstaf
herderstas	noun	draagzak voor benodigdheden zoals mensen die kuddes hoeden bij zich hebben
herderstasje	noun	benaming voor plantensoorten uit het geslacht Capsella
herderstasjes	=	herderstasje
herderstassen	=	herderstas
herdersuren	=	herdersuur
herdersuur	noun	schemeruur, tijdstip van de schemering
herdersuurtje	=	herdersuur
herdersuurtjes	=	herdersuur
herdertje	=	herder
herdertjes	=	herder
herdoe	=	herdoen
herdoen	verb	opnieuw doen, overdoen
herdoend	=	herdoen
herdoende	=	herdoen
herdoet	=	herdoen
herdoop	noun	het weer dopen
herdoopt	=	herdopen
herdoopte	=	herdopen
herdoopten	=	herdopen
herdope	=	herdopen
herdopen	verb	opnieuw dopen van iemand die al eerder het doopsel heeft ontvangen
herdopend	=	herdopen
herdopende	=	herdopen
herdruk	noun	het opnieuw drukken
herdrukje	=	herdruk
herdrukjes	=	herdruk
herdrukke	=	herdrukken
herdrukken	verb	opnieuw gedrukt doen verschijnen
herdrukkend	=	herdrukken
herdrukkende	=	herdrukken
herdrukt	=	herdrukken
herdrukte	=	herdrukken
herdrukten	=	herdrukken
herdrúkken	=	herdrukken
here	noun	aanduiding voor God Deze vorm wordt gebruikt in de Bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 en de deeks daarop gebaseerde versie van de Bijbel in eenvoudig Nederlands, Het Boek.
hereboer	=	herenboer
hereditair	adj	erfelijk, aangeboren
hereditairder	=	hereditair
hereditairdere	=	hereditair
hereditairders	=	hereditair
hereditaire	=	hereditair
hereditairs	=	hereditair
hereditairst	=	hereditair
hereditairste	=	hereditair
herediteit	noun	erfelijkheid
herediteiten	=	herediteit
heremetijd	intj	uitroep van opperste verbazing
heremiet	noun	een geestelijke die in afzondering leeft
heremietboshoen	noun	Megapodius eremita een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
heremietboshoenderen	=	heremietboshoen
heremietboshoenders	=	heremietboshoen
heremietboshoendertje	=	heremietboshoen
heremietboshoendertjes	=	heremietboshoen
heremieten	=	heremiet
heremietibis	noun	Geronticus eremita een ibis met kale kop die in vroeger eeuwen in Europa heel gewoon was
heremietibisje	=	heremietibis
heremietibisjes	=	heremietibis
heremietibissen	=	heremietibis
heremietje	=	heremiet
heremietjes	=	heremiet
heremietkoekoek	noun	Cuculus solitarius een koekoeksoort die voorkomt in Afrika bezuiden de Sahara
heremietkoekoeken	=	heremietkoekoek
heremietkoekoekje	=	heremietkoekoek
heremietkoekoekjes	=	heremietkoekoek
heremietkolibrie	noun	een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries) (en meestal uit het geslacht Phaethornis)
heremietkolibries	noun	een geslacht Anopetia van vogels uit de familie kolibries (Trochilidae) en de onderfamilie Phaethornithinae (heremietkolibries).
heremietkolibrietje	=	heremietkolibrie
heremietkolibrietjes	=	heremietkolibrie
heremietkreeft	noun	een kreeftachtige Eupagurus bernhardus uit de orde van tienpotigen, die in de schelp van een zeeslak woont
heremietkreeften	noun	Paguroidea tienpotige kreeftachtigen die bekend zijn om de gewoonte een slakkenhuisje te bewonen als bescherming voor het kwetsbare achterlijf.
heremietkreeftje	=	heremietkreeft
heremietkreeftjes	=	heremietkreeft
heremietlijster	noun	Catharus guttatus een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
heremietlijsters	=	heremietlijster
heremietlijstertje	=	heremietlijster
heremietlijstertjes	=	heremietlijster
heremietuil	noun	Ipimorpha retusa een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
heremietuilen	=	heremietuil
heremietuiltje	=	heremietuil
heremietuiltjes	=	heremietuil
heremietzanger	noun	Setophaga occidentalis een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
heremietzangers	=	heremietzanger
heremietzangertje	=	heremietzanger
heremietzangertjes	=	heremietzanger
heremijntijd	intj	uitroep van opperste verbazing
heren	=	heer
herenafdeling	noun	het gedeelte in een winkel, warenhuis of kledingzaak dat specifiek is ingericht voor de verkoop van herenkleding, schoenen en accessoires
herenafdelingen	=	herenafdeling
herenakkoord	noun	niet officieel vastgelegde overeenkomst tussen 'heren' die gebaseerd is op onderling vertrouwen en niet rechtens afdwingbaar is
herenakkoorden	=	herenakkoord
herenakkoordje	=	herenakkoord
herenakkoordjes	=	herenakkoord
herenbaan	noun	eenvoudige maar goed betaalde baan
herenbaantje	=	herenbaan
herenbaantjes	=	herenbaan
herenbanen	=	herenbaan
herenbank	noun	speciale bank in een kerk voor belangrijke personen mogen plaatsnemen; speciale bank voor de ouderlingen
herenbanken	=	herenbank
herenbankje	=	herenbank
herenbankjes	=	herenbank
herenboer	noun	rijke boer die als een heer leeft
herenboerderij	noun	boerderij van een boer die voldoende kapitaal heeft om niet zelf zijn land te bewerken maar hiervoor personeel in dienst heeft
herenboerderijen	=	herenboerderij
herenboerderijtje	=	herenboerderij
herenboeren	=	herenboer
herenboertje	=	herenboer
herenboertjes	=	herenboer
herenbonen	=	herenboon
herenboon	noun	peulvrucht van een bepaalde variëteit van de bonenplant, Phaseolus vulgaris, die met de peul als groente wordt gegeten
herenboontje	=	herenboon
herenboontjes	=	herenboon
herenboxer	noun	een ruimvallende onderbroek voor mannen
herenboxers	=	herenboxer
herenboxertje	=	herenboxer
herenboxertjes	=	herenboxer
herenclub	noun	club voor heren (ongetwijfeld met ballotagecommissie)
herenclubje	=	herenclub
herenclubjes	=	herenclub
herenclubs	=	herenclub
herendienst	noun	een dienst die een bepaalde groep personen aan een vorst of edele moet leveren zonder daarvoor betaling te ontvangen
herendiensten	=	herendienst
herendubbel	noun	tennisspel waarbij 2 teams met ieder twee mannelijke deelnemers een wedstrijd spelen
herendubbels	=	herendubbel
herenenkelspel	noun	tennisspel waar één man tegen één man speelt
herenenkelspelen	=	herenenkelspel
herenenkelspellen	=	herenenkelspel
herenfiets	noun	fiets met een horizontale framestang
herenfietsen	=	herenfiets
herenfietsje	=	herenfiets
herenfietsjes	=	herenfiets
herengoed	noun	landgoed, vaak een boerderij met bijbehorende grond, dat in de Middeleeuwen en vroegmoderne tijd direct onder het gezag van een hertog, graaf of ander hoog adellijk persoon viel, met name op de Veluwe, en dat onderworpen was aan specifieke verplichtingen zoals belastingheffing en horigheid, in tegenstelling tot 'tijnsgoederen' die vrijer waren
herengoederen	=	herengoed
herengoedje	=	herengoed
herengoedjes	=	herengoed
herenhorloge	noun	een uurwerk dat mannen om de pols kunnen dragen
herenhorloges	=	herenhorloge
herenhuis	noun	groot, deftig en luxe huis
herenhuisje	=	herenhuis
herenhuisjes	=	herenhuis
herenhuizen	=	herenhuis
herenig	=	herenigen
herenigd	=	herenigen
herenigde	=	herenigen
herenigden	=	herenigen
herenige	=	herenigen
herenigen	verb	opnieuw tot een eenheid maken
herenigend	=	herenigen
herenigende	=	herenigen
hereniging	noun	het herenigen
herenigingen	=	hereniging
herenigingetje	=	hereniging
herenigingetjes	=	hereniging
herenigingsproces	noun	gang van zaken waarbij zaken of personen die gescheiden zijn geraakt weer tezamen worden gebracht
herenigingsprocessen	=	herenigingsproces
herenigt	=	herenigen
herenjas	noun	kledingstuk gemaakt voor mannen dat over andere kleren wordt gedragen
herenjasje	=	herenjas
herenjasjes	=	herenjas
herenjassen	=	herenjas
herenkapper	noun	kapper met alleen mannelijke klanten
herenkappers	=	herenkapper
herenkappertje	=	herenkapper
herenkappertjes	=	herenkapper
herenkapsalon	noun	kapperszaak voor heren
herenkapsalons	=	herenkapsalon
herenkleding	noun	kleren die speciaal voor mannen is gemaakt
herenkoor	noun	zangkoor bestaande uit heren
herenkoortje	=	herenkoor
herenkoortjes	=	herenkoor
herenkoren	=	herenkoor
herenlaars	noun	schoen met een hoge schacht die gemaakt is voor mannen
herenlaarsje	=	herenlaars
herenlaarsjes	=	herenlaars
herenlaarzen	=	herenlaars
herenleed	noun|humorous	alle 'ellende' die een heer van stand kan ondervinden
herenliefde	noun	mannelijke homoseksualiteit
herenliefdes	=	herenliefde
herenmaand	noun|historical	periode die de overheid in de Zeven Provinciën in tijden van geldgebrek hanteerde bij het betalen van haar militairen, variërend van 39 tot 48 dagen en dus langer dan een gewone kalendermaand
herenmaanden	=	herenmaand
herenmaandje	=	herenmaand
herenmaandjes	=	herenmaand
herenmantel	noun	lange wijdvallende overjas voor mannen
herenmantels	=	herenmantel
herenmode	noun	wat meer formele mode voor volwassen mannen
herenmodes	=	herenmode
herenmodezaak	noun	winkel waarin men herenkleding verkoopt
herenmodezaken	=	herenmodezaak
herenonderbroek	noun	een onderbroek die door mannen wordt gedragen
herenonderbroeken	=	herenonderbroek
herenonderbroekje	=	herenonderbroek
herenonderbroekjes	=	herenonderbroek
herenrijwiel	noun	fiets met een horizontale bovenbuis tussen stuur en zadel, speciaal geschikt voor mannen
herenrijwielen	=	herenrijwiel
herenslip	noun	nauwsluitende onderbroek zonder broekspijpen voor mannen
herenslipje	=	herenslip
herenslipjes	=	herenslip
herenslips	=	herenslip
herensociëteit	noun	gezelligheidsvereniging voor mannen
herensociëteiten	=	herensociëteit
herensociëteitje	=	herensociëteit
herensociëteitjes	=	herensociëteit
herentoilet	noun	een toilet of wc-ruimte voor mannen
herentoiletje	=	herentoilet
herentoiletjes	=	herentoilet
herentoiletten	=	herentoilet
herenwoning	noun	een groot, statig en chic woonhuis met meerdere volledige woonlagen en hoge plafonds.
herenwoningen	=	herenwoning
herenwoninkje	=	herenwoning
herenwoninkjes	=	herenwoning
hererotapuit	noun	Namibornis herero een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
hererotapuiten	=	hererotapuit
hererotapuitje	=	hererotapuit
hererotapuitjes	=	hererotapuit
heresiarch	noun	iemand die een leidende rol speelt in een ketterse beweging
heresiarchen	=	heresiarch
heresie	noun	ketterij
heresieën	=	heresie
herevaluatie	noun	het opnieuw beoordelen van een situatie
herevaluaties	=	herevaluatie
herevalueer	=	herevalueren
herevalueerde	=	herevalueren
herevalueerden	=	herevalueren
herevalueert	=	herevalueren
herevaluere	=	herevalueren
herevalueren	verb	opnieuw beoordelen
herevaluerend	=	herevalueren
herevaluerende	=	herevalueren
herexamen	noun	herhaling van een examen als het eerste onvoldoende is geweest
herexamens	=	herexamen
herexamentje	=	herexamen
herexamentjes	=	herexamen
herfinancier	=	herfinancieren
herfinancierde	=	herfinancieren
herfinancierden	=	herfinancieren
herfinanciere	=	herfinancieren
herfinancieren	verb	opnieuw financieren
herfinancierend	=	herfinancieren
herfinancierende	=	herfinancieren
herfinanciering	noun	iets opnieuw voorzien van voldoende financiële middelen
herfinancieringen	=	herfinanciering
herfinancieringsrente	noun	basisrente die banken betalen voor leningen van de centrale bank
herfinancieringsrenten	=	herfinancieringsrente
herfinancieringsrentes	=	herfinancieringsrente
herfinanciert	=	herfinancieren
herformuleer	=	herformuleren
herformuleerd	=	herformuleren
herformuleerde	=	herformuleren
herformuleerden	=	herformuleren
herformuleert	=	herformuleren
herformulere	=	herformuleren
herformuleren	verb	iets op een nieuwe wijze in woorden uitdrukken
herformulerend	=	herformuleren
herformulerende	=	herformuleren
herformulering	noun	het opnieuw onder woorden brengen van iets
herformuleringen	=	herformulering
herfst	noun	jaargetijde tussen zomer en winter
herfst-rietboorder	noun	Rhizedra lutosa een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
herfst-rietboorders	=	herfst-rietboorder
herfst-rietboordertje	=	herfst-rietboorder
herfst-rietboordertjes	=	herfst-rietboorder
herfstachtig	adj	zoals normaal voor de herfst is
herfstachtige	=	herfstachtig
herfstachtiger	=	herfstachtig
herfstachtigere	=	herfstachtig
herfstachtigers	=	herfstachtig
herfstachtigs	=	herfstachtig
herfstachtigst	=	herfstachtig
herfstachtigste	=	herfstachtig
herfstactie	noun	een speciale promotionele activiteit, vaak met kortingen of aanbiedingen, die plaatsvindt tijdens het herfstseizoen
herfstacties	=	herfstactie
herfstactietje	=	herfstactie
herfstactietjes	=	herfstactie
herfstadonis	noun	Adonis annua een eenjarige plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die te vinden is in Zuid-Europa
herfstadonisje	=	herfstadonis
herfstadonisjes	=	herfstadonis
herfstadonissen	=	herfstadonis
herfstavond	noun	de uren tussen de middag en de nachtelijke uren van een dag in de herfst.
herfstavonden	=	herfstavond
herfstavondje	=	herfstavond
herfstavondjes	=	herfstavond
herfstbitterling	noun	Blackstonia perfoliata subsp. serotina een plant uit de gentiaanfamilie die vooral gevonden wordt in het Middellandse Zeegebied, maar ook voorkomt in Noordwestelijk Europa.
herfstbitterlingen	=	herfstbitterling
herfstblaadje	=	herfstblad
herfstblaadjes	=	herfstblad
herfstblad	noun	de bruin verkleurde bladeren van bomen en planten in de herfst
herfstbladen	=	herfstblad
herfstbladeren	=	herfstblad
herfstblaren	=	herfstblad
herfstbloem	noun	plant die in de herfst bloeit
herfstbloemen	=	herfstbloem
herfstbremspanner	noun	Chesias legatella een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
herfstbremspanners	=	herfstbremspanner
herfstbremspannertje	=	herfstbremspanner
herfstbremspannertjes	=	herfstbremspanner
herfstdag	noun	een dag in september , oktober of november
herfstdagen	=	herfstdag
herfstdagje	=	herfstdag
herfstdagjes	=	herfstdag
herfstdraad	noun	een zeer dunne draad spinrag
herfstdraden	=	herfstdraad
herfstelijk	adj	lijkend op de herfst
herfstelijke	=	herfstelijk
herfstelijker	=	herfstelijk
herfstelijkere	=	herfstelijk
herfstelijkers	=	herfstelijk
herfstelijks	=	herfstelijk
herfstelijkst	=	herfstelijk
herfstelijkste	=	herfstelijk
herfsten	=	herfst
herfsterebia	noun	Erebia neoridas een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
herfsterebia's	=	herfsterebia
herfsterebiaatje	=	herfsterebia
herfsterebiaatjes	=	herfsterebia
herfstgebladerte	noun	de bladeren van bomen in de herfst
herfsthangmatspin	noun	Linyphia triangularis een spin uit de familie hangmatspinnen
herfsthangmatspinnen	=	herfsthangmatspin
herfsthangmatspinnetje	=	herfsthangmatspin
herfsthangmatspinnetjes	=	herfsthangmatspin
herfsthemel	noun	het uitspansel, de atmosfeer, de lucht in het jaargetijde dat na de zomer komt en voor de winter
herfsthemelen	=	herfsthemel
herfsthemels	=	herfsthemel
herfsthemeltje	=	herfsthemel
herfsthemeltjes	=	herfsthemel
herfstig	adj	op de herfst gelijkend
herfstige	=	herfstig
herfstiger	=	herfstig
herfstigere	=	herfstig
herfstigers	=	herfstig
herfstigs	=	herfstig
herfstigst	=	herfstig
herfstigste	=	herfstig
herfstje	=	herfst
herfstjes	=	herfst
herfstkampioen	noun	leider van het klassement op de helft van de competitie (als in principe alle ploegen een keer tegen elkaar hebben gespeeld)
herfstkampioenen	=	herfstkampioen
herfstkampioentje	=	herfstkampioen
herfstkampioentjes	=	herfstkampioen
herfstkampoot	noun	Zelotes erebeus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
herfstkampootje	=	herfstkampoot
herfstkampootjes	=	herfstkampoot
herfstkampoten	=	herfstkampoot
herfstkleding	noun	de kleren die specifiek worden gedragen in de overgangsperiode tussen zomer en winter.
herfstkleur	noun	kleur waarmee bomen en planten zich in de herfst vertonen (rood, geel, bruin etc.)
herfstkleuren	=	herfstkleur
herfstkleurtje	=	herfstkleur
herfstkleurtjes	=	herfstkleur
herfstkortvleugelmot	noun	Diurnea lipsiella (syn Diurnea phryganella) een vlinder uit de familie kortvleugelmotten (Chimabachidae).
herfstkortvleugelmotje	=	herfstkortvleugelmot
herfstkortvleugelmotjes	=	herfstkortvleugelmot
herfstkortvleugelmotten	=	herfstkortvleugelmot
herfstkou	noun	de koude die kan heersen in de periode tussen de zomer en de winter
herfstkoutje	=	herfstkou
herfstkoutjes	=	herfstkou
herfstkruiper	noun	Harpalus autumnalis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
herfstkruipers	=	herfstkruiper
herfstkruipertje	=	herfstkruiper
herfstkruipertjes	=	herfstkruiper
herfstlandschap	noun	landschap zoals het er in de herfst uitziet
herfstlandschappen	=	herfstlandschap
herfstleeuwentand	noun	Leontodon autumnalis een plant uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae)
herfstleeuwentanden	=	herfstleeuwentand
herfstlucht	noun	atmosfeer die kenmerkend is voor de herfst, fris en wat vochtig
herfstluchten	=	herfstlucht
herfstluchtje	=	herfstlucht
herfstluchtjes	=	herfstlucht
herfstmaand	noun	de negende, tiende of de elfde maand van het jaar
herfstmaanden	=	herfstmaand
herfstmaandje	=	herfstmaand
herfstmaandjes	=	herfstmaand
herfstmaneuver	noun	de herfstmaneuver v / m, het herfstmaneuver o # verouderde spelling of vorm van herfstmanoeuvre tot 1996
herfstmaneuvers	=	herfstmaneuver
herfstmanoeuvre	noun	een manoeuvre in de herfst
herfstmanoeuvres	=	herfstmanoeuvre
herfstmetaalwapenvlieg	noun	Sargus bipunctatus een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
herfstmetaalwapenvliegen	=	herfstmetaalwapenvlieg
herfstmetaalwapenvliegje	=	herfstmetaalwapenvlieg
herfstmetaalwapenvliegjes	=	herfstmetaalwapenvlieg
herfstmiddag	noun	de uren tussen de ochtend en de avond van een dag in de herfst.
herfstmiddagen	=	herfstmiddag
herfstmiddagje	=	herfstmiddag
herfstmiddagjes	=	herfstmiddag
herfstmorgen	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in de herfst.
herfstmorgens	=	herfstmorgen
herfstmorgentje	=	herfstmorgen
herfstmorgentjes	=	herfstmorgen
herfstnacht	noun	de uren tussen de avond en de ochtend van een dag in de herfst.
herfstnachten	=	herfstnacht
herfstnachtevening	noun	datum waarop dag en nacht even lang zijn in de herfst d.w.z. omstreeks 23 september
herfstnachteveningen	=	herfstnachtevening
herfstnachtje	=	herfstnacht
herfstnachtjes	=	herfstnacht
herfstochtend	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in de herfst.
herfstochtenden	=	herfstochtend
herfstochtendje	=	herfstochtend
herfstochtendjes	=	herfstochtend
herfstpapegaaitje	noun	Chloroclysta miata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
herfstpapegaaitjes	=	herfstpapegaaitje
herfstpunt	noun	het moment dat de zon het denkbeeldige vlak van de evenaar in zuidelijke richting passeert
herfstpunten	=	herfstpunt
herfstschroeforchis	noun	Spiranthes spiralis een orchideeënsoort, die voorkomt in Europa en aangrenzend Noord-Afrika en Azië.
herfstschroeforchisje	=	herfstschroeforchis
herfstschroeforchisjes	=	herfstschroeforchis
herfstschroeforchissen	=	herfstschroeforchis
herfstspanner	noun	Epirrita dilutata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
herfstspanners	=	herfstspanner
herfstspannertje	=	herfstspanner
herfstspannertjes	=	herfstspanner
herfstspin	noun	Metellina segmentata een spin uit de familie strekspinnen (Tetragnathidae) die in het west-palearctische gebied wordt gevonden.
herfstspinnen	=	herfstspin
herfstspinner	noun	Lemonia dumi een vlinder uit de familie van de herfstspinners (Brahmaeidae).
herfstspinners	noun	Brahmaeidae een familie van vlinders in de superfamilie Bombycoidea, met rond de 65 beschreven soorten.
herfstspinnertje	=	herfstspinner
herfstspinnertjes	=	herfstspinner
herfstspinnetje	=	herfstspin
herfstspinnetjes	=	herfstspin
herfststemming	noun	weemoedige gemoedsgesteldheid in het najaar, sfeer die wordt opgeroepen doordat de zomer plaats moet maken voor de winter
herfststemmingen	=	herfststemming
herfststorm	noun	een storm die in het jaargetijde van de herfst woedt
herfststormen	=	herfststorm
herfststormpje	=	herfststorm
herfststormpjes	=	herfststorm
herfststrooiselspin	noun	Cicurina cicur een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kaardertjes (Dictynidae)
herfststrooiselspinnen	=	herfststrooiselspin
herfststrooiselspinnetje	=	herfststrooiselspin
herfststrooiselspinnetjes	=	herfststrooiselspin
herfsttij	noun	de tijd van de herfst wanneer de bladeren verkleuren en van de bomen vallen
herfsttijd	noun	seizoen tussen de zomer en de winter
herfsttijden	=	herfsttijd
herfsttijdje	=	herfsttijd
herfsttijdjes	=	herfsttijd
herfsttijen	=	herfsttij
herfsttijloos	noun	bepaald soort plant, Colchicum autumnale uit de herfsttijloosfamilie (Colchicaceae)
herfsttijloosfamilie	noun	een familie Colchicaceae van eenzaadlobbige bloeiende planten.
herfsttijloosfamilies	=	herfsttijloosfamilie
herfsttijloosfamilietje	=	herfsttijloosfamilie
herfsttijloosfamilietjes	=	herfsttijloosfamilie
herfsttijlozen	=	herfsttijloos
herfsttint	noun	bruine, gele en rode kleuren van de bladeren in de herfst
herfsttinten	=	herfsttint
herfsttintje	=	herfsttint
herfsttintjes	=	herfsttint
herfsttitel	noun	sportieve van de club die halverwege de competitie bovenaan het klassement staat
herfsttitels	=	herfsttitel
herfstuitverkoop	noun	een gelegenheid in de herfst waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
herfstuitverkopen	=	herfstuitverkoop
herfstvakantie	noun	een schoolvakantie die in Nederland 1 week duurt in een van de laatste twee weken van oktober
herfstvakanties	=	herfstvakantie
herfstvakantietje	=	herfstvakantie
herfstvakantietjes	=	herfstvakantie
herfstvaren	noun	Dryopteris erythrosora een varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae).
herfstvarens	=	herfstvaren
herfstvarentje	=	herfstvaren
herfstvarentjes	=	herfstvaren
herfstvlieg	noun	Musca autumnalis een vliegensoort uit de familie van de echte vliegen (Muscidae).
herfstvliegen	=	herfstvlieg
herfstvliegje	=	herfstvlieg
herfstvliegjes	=	herfstvlieg
herfstvlucht	noun	een reis met een vliegtuig in de herfst
herfstvluchten	=	herfstvlucht
herfstvuurspin	noun	Eresus kollari een spin uit de familie van de koepelspinnen (Eresidae)
herfstvuurspinnen	=	herfstvuurspin
herfstvuurspinnetje	=	herfstvuurspin
herfstvuurspinnetjes	=	herfstvuurspin
herfstwandeling	noun	tocht die voor het genoegen te voet in het najaar wordt gemaakt
herfstwandelingen	=	herfstwandeling
herfstweer	noun	guur weer met veel wind, zoals dat in de herfst vaak voorkomt
herfstweertje	=	herfstweer
herfstweertjes	=	herfstweer
herfstzon	noun	een zon die lager aan de hemel staat en minder warmte afgeeft dan in de zomer
herfstzonnen	=	herfstzon
herfstzonnetje	=	herfstzon
herfstzonnetjes	=	herfstzon
hergaaft	=	hergeven
hergaf	=	hergeven
hergaven	=	hergeven
hergeboorte	noun|figurative	het opnieuw geboren worden; het opnieuw ergens mee beginnen; een radicale positieve verandering
hergeboorten	=	hergeboorte
hergeboortes	=	hergeboorte
hergebruik	noun	het opnieuw gebruiken, de recycling
hergebruike	=	hergebruiken
hergebruiken	verb	afval opnieuw een goede bestemming geven
hergebruikend	=	hergebruiken
hergebruikende	=	hergebruiken
hergebruiker	noun	iemand die iets hergebruikt
hergebruikers	=	hergebruiker
hergebruikt	=	hergebruiken
hergebruikte	=	hergebruiken
hergebruikten	=	hergebruiken
hergeef	=	hergeven
hergeeft	=	hergeven
hergegroepeerde	=	hergroeperen
hergeve	=	hergeven
hergeven	verb	iets wat afgenomen was opnieuw geven
hergevend	=	hergeven
hergevende	=	hergeven
hergiet	=	hergieten
hergiete	=	hergieten
hergieten	verb	opnieuw gieten
hergietend	=	hergieten
hergietende	=	hergieten
hergoot	=	hergieten
hergoten	=	hergieten
hergroepeer	=	hergroeperen
hergroepeerd	=	hergroeperen
hergroepeerde	=	hergroeperen
hergroepeerden	=	hergroeperen
hergroepeert	=	hergroeperen
hergroepere	=	hergroeperen
hergroeperen	verb	organisaties of delen daarvan op nieuwe wijze rangschikken
hergroeperend	=	hergroeperen
hergroeperende	=	hergroeperen
hergroepering	noun	opnieuw als een groep samenkomen nadat men eerst uit elkaar was gegaan
hergroeperingen	=	hergroepering
herhaal	=	herhalen
herhaalbaar	adj	nog een keer op dezelfde manier te doen, meestal omdat het goed gegaan is
herhaalbaarder	=	herhaalbaar
herhaalbaardere	=	herhaalbaar
herhaalbaarders	=	herhaalbaar
herhaalbaarheden	=	herhaalbaarheid
herhaalbaarheid	noun	de mate waarin men dezelfde onderzoeksresultaten behaalt als men een onderzoek herhaalt
herhaalbaars	=	herhaalbaar
herhaalbaarst	=	herhaalbaar
herhaalbaarste	=	herhaalbaar
herhaalbare	=	herhaalbaar
herhaald	adj	wat herhaald wordt
herhaalde	=	herhalen
herhaaldelijk	adj	Vaak, veelvuldig, telkens weer, bij herhaling.
herhaaldelijke	=	herhaaldelijk
herhaaldelijker	=	herhaaldelijk
herhaaldelijkere	=	herhaaldelijk
herhaaldelijkers	=	herhaaldelijk
herhaaldelijks	=	herhaaldelijk
herhaaldelijkst	=	herhaaldelijk
herhaaldelijkste	=	herhaaldelijk
herhaalden	=	herhalen
herhaalds	=	herhaald
herhaalt	=	herhalen
herhale	=	herhalen
herhalen	verb	nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren
herhalend	=	herhalen
herhalende	=	herhalen
herhaling	noun	het nogmaals plaatsvinden
herhalingen	=	herhaling
herhalingscursus	noun	vervolgcursus waarbij eerder opgedane kennis en vaardigheden herhaalt wordt zodat je deze kennis en vaardigheden weer paraat hebt en up-to-date is
herhalingscursusje	=	herhalingscursus
herhalingscursusjes	=	herhalingscursus
herhalingscursussen	=	herhalingscursus
herhalingsgetal	noun	elk van de woorden, eindigend op -maal en -werf, die een herhaling aangeven
herhalingsgetallen	=	herhalingsgetal
herhalingsgetalletje	=	herhalingsgetal
herhalingsgetalletjes	=	herhalingsgetal
herhalingsoefening	noun	training waarbij men zaken oefent die men al eerder heeft aangeleerd
herhalingsoefeningen	=	herhalingsoefening
herhalingsrecept	noun	recept dat een herhaling bevat van medicatie die eerder is voorgeschreven en men langer moet gebruiken
herhalingsrecepten	=	herhalingsrecept
herhalinkje	=	herhaling
herhalinkjes	=	herhaling
herheri	noun	Surinaams eenpansgerecht van aardvruchten als cassave en zoete aardappelen met banaan en bakkeljauw
herheri's	=	herheri
herhuisvest	=	herhuisvesten
herhuisveste	=	herhuisvesten
herhuisvesten	verb	opnieuw voorzien van een vaste woon- of verblijfplaats
herhuisvestend	=	herhuisvesten
herhuisvestende	=	herhuisvesten
herhuisvesting	noun	het opnieuw huisvesten van mensen op een andere plaats dan waar zij eerst woonden
herhuisvestingen	=	herhuisvesting
herhuisvestte	=	herhuisvesten
herhuisvestten	=	herhuisvesten
herig	adj	op een manier die past bij een heer
herige	=	herig
heriger	=	herig
herigere	=	herig
herigers	=	herig
herigs	=	herig
herigst	=	herig
herigste	=	herig
heriheri	noun	een Surinaams eenpansgerecht van aardvruchten als cassave en zoete aardappelen met banaan en bakkeljauw
heriheri's	=	heriheri
herijk	=	herijken
herijke	=	herijken
herijken	verb	opnieuw aan ijking onderwerpen
herijkend	=	herijken
herijkende	=	herijken
herijking	noun	het herijken
herijkingen	=	herijking
herijkingsnota	noun	notitie waarin men aangeeft hoe men een bepaalde zaak heeft aangepast
herijkingsnota's	=	herijkingsnota
herijkinkje	=	herijking
herijkinkjes	=	herijking
herijkt	=	herijken
herijkte	=	herijken
herijkten	=	herijken
herik	noun	Sinapis arvensis een eenjarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) met heldergele bloemen, gelobde, eironde bladeren en een stijfbehaarde stengel
heriken	=	herik
herin	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
herindeel	=	herindelen
herindeelde	=	herindelen
herindeelden	=	herindelen
herindeelt	=	herindelen
herindele	=	herindelen
herindelen	verb	een andere indeling aan iets geven
herindelend	=	herindelen
herindelende	=	herindelen
herindeling	noun	een andere indeling
herindelingen	=	herindeling
herindelingsplan	noun	voornemen om een indeling te wijzigen
herindelingsplannen	=	herindelingsplan
herindelingsplannetje	=	herindelingsplan
herindelingsplannetjes	=	herindelingsplan
herindelingsprocedure	noun	procedere waardoor de samenstelling van een gemeente verandert; vaak gaat het hier om een fusie van een aantal gemeentes tot één nieuwe gemeente
herindelingsprocedures	=	herindelingsprocedure
herindelinkje	=	herindeling
herindelinkjes	=	herindeling
herinderen	=	herinneren
herindicatie	noun	het opnieuw vaststellen of een bepaalde behandeling of ondersteuning noodzakelijk is
herindicaties	=	herindicatie
herindiensttreding	noun	het opnieuw in dienst treden bij een werkgever waar hij of zij eerder heeft gewerkt.
herindiensttredingen	=	herindiensttreding
herindiensttredinkje	=	herindiensttreding
herindiensttredinkjes	=	herindiensttreding
heringebruikname	noun	iets opnieuw gaan gebruiken nadat het eerst uit gebruik was genomen
heringebruiknamen	=	heringebruikname
heringebruiknames	=	heringebruikname
heringedeeld	=	herindelen
heringedeelde	=	herindelen
heringericht	=	herinrichten
heringerichte	=	herinrichten
heringeschreven	=	herinschrijven
heringetreden	=	herintreden
heringevoerd	=	herinvoeren
herinner	=	herinneren
herinnerd	=	herinneren
herinnerde	=	herinneren
herinnerden	=	herinneren
herinnere	=	herinneren
herinneren	verb	opnieuw in gedachte brengen
herinnerend	=	herinneren
herinnerende	=	herinneren
herinnering	noun	het weer in het bewustzijn oproepen van een gebeurtenis van het verleden, het herinneren
herinneringen	=	herinnering
herinneringenexpert	noun	iemand die veel weet over het geheugen en de betrouwbaarheid van herinneringen
herinneringenexperten	=	herinneringenexpert
herinneringenexperts	=	herinneringenexpert
herinneringenoproeper	noun	psychologische behandelaar die probeert verdrongen herinneringen naar boven te halen
herinneringenoproepers	=	herinneringenoproeper
herinneringenopwekker	noun	psychologische behandelaar die verdrongen herinneringen bewust probeert te maken
herinneringenopwekkers	=	herinneringenopwekker
herinneringetje	=	herinnering
herinneringetjes	=	herinnering
herinneringsbeeld	noun	voorstelling of indruk van iemand of iets die men in het geheugen bewaart
herinneringsbeelden	=	herinneringsbeeld
herinneringsbeeldje	=	herinneringsbeeld
herinneringsbeeldjes	=	herinneringsbeeld
herinneringsboek	noun	een verzameling van dierbare herinneringen, vastgelegd in een boek door middel van foto's, verhalen en andere persoonlijke elementen
herinneringsboeken	=	herinneringsboek
herinneringsboekje	=	herinneringsboek
herinneringsboekjes	=	herinneringsboek
herinneringsbos	noun	groep bomen aangeplant als plaats om terug te denken aan een gebeurtenis, waarbij vaak elke boom aan een daarbij betrokken persoon is gewijd
herinneringsbossen	=	herinneringsbos
herinneringsbrief	noun	een brief die wordt gestuurd omdat op een eerder schrijven niet werd gereageerd, rappel, aanmaning
herinneringsbriefje	=	herinneringsbrief
herinneringsbriefjes	=	herinneringsbrief
herinneringsbrieven	=	herinneringsbrief
herinneringscentra	=	herinneringscentrum
herinneringscentrum	noun	organisatie die de herinnering aan iets levend probeert te houden; plaats ter nagedachtenis
herinneringscentrums	=	herinneringscentrum
herinneringskunst	noun	kunst waarmee men overledenen herdenkt
herinneringsmedaille	noun	medaille die wordt gegeven ter herinnering van een belangrijke gebeurtenis
herinneringsmedailles	=	herinneringsmedaille
herinneringspagina	noun	een website ter herinnering aan een overledene
herinneringspagina's	=	herinneringspagina
herinneringspaginaatje	=	herinneringspagina
herinneringspaginaatjes	=	herinneringspagina
herinneringsteken	noun	voorwerp ter herinnering aan iets of iemand
herinneringstekens	=	herinneringsteken
herinneringstekentje	=	herinneringsteken
herinneringstekentjes	=	herinneringsteken
herinneringstherapeut	noun	psychologische behandelaar die probeert verdrongen herinneringen naar boven te halen
herinneringstherapeuten	=	herinneringstherapeut
herinneringstherapie	noun	een psychologische behandeling die gericht is op het weer oproepen van verdrongen herinneringen
herinneringstherapieën	=	herinneringstherapie
herinneringsvermogen	noun	het vermogen tot herinneren, geheugen
herinneringsvermogens	=	herinneringsvermogen
herinnert	=	herinneren
herinricht	=	herinrichten
herinrichte	=	herinrichten
herinrichten	verb	opnieuw van een inrichting voorzien
herinrichtend	=	herinrichten
herinrichtende	=	herinrichten
herinrichting	noun	het herinrichten
herinrichtingen	=	herinrichting
herinrichtingskost	noun|obsolete	uitgaven die men doet om iets opnieuw in te richten
herinrichtingskosten	noun	uitgaven die men doet om iets opnieuw in te richten
herinrichtingsplan	noun	plan betreffende het opnieuw inrichten van een ruimte
herinrichtingsplannen	=	herinrichtingsplan
herinrichtingsplannetje	=	herinrichtingsplan
herinrichtingsplannetjes	=	herinrichtingsplan
herinrichtte	=	herinrichten
herinrichtten	=	herinrichten
herinschreef	=	herinschrijven
herinschreven	=	herinschrijven
herinschrijf	=	herinschrijven
herinschrijft	=	herinschrijven
herinschrijve	=	herinschrijven
herinschrijven	verb	opnieuw schriftelijk aanmelden
herinschrijvend	=	herinschrijven
herinschrijvende	=	herinschrijven
herinschrijving	noun	de keer dat men zich weer schriftelijk voor iets aanmeldt; de mogelijkheid om zich weer schriftelijk voor iets aan te melden
herinschrijvingen	=	herinschrijving
herinspectie	noun	een herhaalde, grondige en nauwkeurige controle na een eerdere controle
herinspecties	=	herinspectie
herinstallatie	noun	het opnieuw aanstellen van iemand in een ambt
herinstallaties	=	herinstallatie
herinstalleer	=	herinstalleren
herinstalleerde	=	herinstalleren
herinstalleerden	=	herinstalleren
herinstalleert	=	herinstalleren
herinstallere	=	herinstalleren
herinstalleren	verb	opnieuw aanstellen in een functie
herinstallerend	=	herinstalleren
herinstallerende	=	herinstalleren
herinstructie	noun	het opnieuw uitleggen hoe iets gedaan moet worden
herinstructies	=	herinstructie
herintegratie	noun	het weer opnemen (b.v. na langdurige ziekte of verblijf elders)
herintegraties	=	herintegratie
herintegreer	=	herintegreren
herintegreerde	=	herintegreren
herintegreerden	=	herintegreren
herintegreert	=	herintegreren
herintegrere	=	herintegreren
herintegreren	verb	weer integreren
herintegrerend	=	herintegreren
herintegrerende	=	herintegreren
herinterpretatie	noun	nieuwe, andere interpretatie
herinterpretaties	=	herinterpretatie
herinterpreteer	=	herinterpreteren
herinterpreteerde	=	herinterpreteren
herinterpreteerden	=	herinterpreteren
herinterpreteert	=	herinterpreteren
herinterpretere	=	herinterpreteren
herinterpreteren	verb	een nieuwe uitleg aan iets geven
herinterpreterend	=	herinterpreteren
herinterpreterende	=	herinterpreteren
herintrad	=	herintreden
herintraden	=	herintreden
herintrede	noun	het opnieuw gebruiken van iets nadat het een tijd in onbruik is geweest
herintreden	verb	opnieuw meedoen na weggeweest te zijn
herintredend	=	herintreden
herintredende	=	herintreden
herintreder	noun	werknemer die na lange tijd van werkloosheid weer aan het arbeidsproces gaat deelnemen
herintreders	=	herintreder
herintredes	=	herintrede
herintreding	noun	het opnieuw lid worden van iets
herintredingen	=	herintreding
herintredinkje	=	herintreding
herintredinkjes	=	herintreding
herintreed	=	herintreden
herintreedster	noun	vrouw die bepaalde werkzaamheden weer gaat verrichten
herintreedsters	=	herintreedster
herintreedt	=	herintreden
herintroduceer	=	herintroduceren
herintroduceerde	=	herintroduceren
herintroduceerden	=	herintroduceren
herintroduceert	=	herintroduceren
herintroducere	=	herintroduceren
herintroduceren	verb	opnieuw bij een publiek bekend maken
herintroducerend	=	herintroduceren
herintroducerende	=	herintroduceren
herintroductie	noun	het opnieuw invoeren van iets dat al eerder aanwezig was
herintroducties	=	herintroductie
herintroductietje	=	herintroductie
herintroductietjes	=	herintroductie
herinvesteer	=	herinvesteren
herinvesteerde	=	herinvesteren
herinvesteerden	=	herinvesteren
herinvesteert	=	herinvesteren
herinvestere	=	herinvesteren
herinvesteren	verb	winst die men behaalt met een investering weer als investering gebruiken
herinvesterend	=	herinvesteren
herinvesterende	=	herinvesteren
herinvestering	noun	opnieuw geld investeren in een zaak waar men al geld in heeft gestoken
herinvesteringen	=	herinvestering
herinvoer	noun	importeren van wat eerder is geëxporteerd
herinvoerde	=	herinvoeren
herinvoerden	=	herinvoeren
herinvoere	=	herinvoeren
herinvoeren	verb	iets dat ooit al eens was ingevoerd en daarna afgeschaft opnieuw invoeren
herinvoerend	=	herinvoeren
herinvoerende	=	herinvoeren
herinvoering	noun	iets invoeren wat er vroeger ook al eens was, wederinvoering
herinvoeringen	=	herinvoering
herinvoert	=	herinvoeren
herkans	=	herkansen
herkanse	=	herkansen
herkansen	verb	een examen of test opnieuw afleggen in de hoop van een betere uitkomst
herkansend	=	herkansen
herkansende	=	herkansen
herkansing	noun	een extra mogelijkheid om een succes te behalen nadat dit eerder mislukt is
herkansingen	=	herkansing
herkansingetje	=	herkansing
herkansingsmogelijkheden	=	herkansingsmogelijkheid
herkansingsmogelijkheid	noun	de kans om een examen waarvoor men gezakt is over te doen
herkansingsrace	noun	een wedstrijd die kans geeft op een finaleplaats nadat men een eerdere wedstrijd verloren heeft
herkansingsraces	=	herkansingsrace
herkansinkje	=	herkansing
herkanst	=	herkansen
herkanste	=	herkansen
herkansten	=	herkansen
herkapitalisatie	noun	wijziging van het aandelenkapitaal van een nv of bv
herkapitalisaties	=	herkapitalisatie
herkapitaliseer	=	herkapitaliseren
herkapitaliseerde	=	herkapitaliseren
herkapitaliseerden	=	herkapitaliseren
herkapitaliseert	=	herkapitaliseren
herkapitalisere	=	herkapitaliseren
herkapitaliseren	verb	herkapitalisatie toepassen, opnieuw kapitaliseren
herkapitaliserend	=	herkapitaliseren
herkapitaliserende	=	herkapitaliseren
herkauw	=	herkauwen
herkauwd	=	herkauwen
herkauwde	=	herkauwen
herkauwden	=	herkauwen
herkauwe	=	herkauwen
herkauwen	verb	spijsbrokken oprispen en opnieuw kauwen, zoals runderen dat doen
herkauwend	=	herkauwen
herkauwende	=	herkauwen
herkauwer	noun	een herbivoor uit de onderorde Ruminantia die zijn voedsel herkauwt
herkauwers	noun	Ruminantia een onderorde van herbivoren die tijdens de spijsvertering het ingenomen voedsel, nadat het in de maag is geweest, nogmaals in de mond kauwen.
herkauwertje	=	herkauwer
herkauwertjes	=	herkauwer
herkauwt	=	herkauwen
herken	=	herkennen
herkenbaar	adj	zichtbaar, iets of iemand kunnen herkennen, waarneembaar
herkenbaarder	=	herkenbaar
herkenbaardere	=	herkenbaar
herkenbaarders	=	herkenbaar
herkenbaarheden	=	herkenbaarheid
herkenbaarheid	noun	bij iets of iemand anders dingen zien die je ook kent van jezelf
herkenbaarheidje	=	herkenbaarheid
herkenbaars	=	herkenbaar
herkenbaarst	=	herkenbaar
herkenbaarste	=	herkenbaar
herkenbare	=	herkenbaar
herkend	=	herkennen
herkende	=	herkennen
herkenden	=	herkennen
herkenne	=	herkennen
herkennen	verb	waarnemen en beseffen wie het is
herkennend	=	herkennen
herkennende	=	herkennen
herkenner	noun	computertoepassing die geluid of beeld kan omzetten in tekst
herkenners	=	herkenner
herkenning	noun	het proces waarin waarneming en geheugen aan elkaar gekoppeld worden.
herkenningen	=	herkenning
herkenningsmelodie	noun	een muziekje dat kenmerkend is voor een bepaald tv- of radioprogramma
herkenningsmelodietje	=	herkenningsmelodie
herkenningsmelodietjes	=	herkenningsmelodie
herkenningsmelodieën	=	herkenningsmelodie
herkenningspunt	noun	plaats die men kent van vroeger; plaats die men kent van afbeeldingen of verhalen; algemeen bekende plaats
herkenningspunten	=	herkenningspunt
herkenningspuntje	=	herkenningspunt
herkenningspuntjes	=	herkenningspunt
herkenningssignaal	noun	teken waarmee men iets of iemand kan identificeren
herkenningssignaaltje	=	herkenningssignaal
herkenningssignaaltjes	=	herkenningssignaal
herkenningssignalen	=	herkenningssignaal
herkenningsstok	noun	een korte, vaak opvouwbare witte stok die blinde en slechtziende mensen gebruiken om hun visuele beperking aan de omgeving kenbaar te maken, zodat men rekening met hen kan houden
herkenningsstokje	=	herkenningsstok
herkenningsstokjes	=	herkenningsstok
herkenningsstokken	=	herkenningsstok
herkenningsteken	noun	een merkteken waardoor men iets of iemand kan herkennen
herkenningstekens	=	herkenningsteken
herkenningstune	noun	een stukje muziek dat dient om een programma snel te kunnen identificeren
herkenningstunes	=	herkenningstune
herkent	=	herkennen
herkeur	=	herkeuren
herkeurd	=	herkeuren
herkeurde	=	herkeuren
herkeurden	=	herkeuren
herkeure	=	herkeuren
herkeuren	verb	opnieuw testen
herkeurend	=	herkeuren
herkeurende	=	herkeuren
herkeuring	noun	het overnieuw keuren
herkeuringen	=	herkeuring
herkeurinkje	=	herkeuring
herkeurinkjes	=	herkeuring
herkeurt	=	herkeuren
herkies	=	herkiezen
herkiesbaar	adj	voor een volgende termijn opnieuw te kiezen bij een verkiezing
herkiesbaarder	=	herkiesbaar
herkiesbaardere	=	herkiesbaar
herkiesbaarders	=	herkiesbaar
herkiesbaars	=	herkiesbaar
herkiesbaarst	=	herkiesbaar
herkiesbaarste	=	herkiesbaar
herkiesbare	=	herkiesbaar
herkiest	=	herkiezen
herkieze	=	herkiezen
herkiezen	verb	iemand die eerder verkozen was een nieuwe ambtstermijn geven
herkiezend	=	herkiezen
herkiezende	=	herkiezen
herkiezing	noun	verkiezing van een al zittende ambtsdrager in de positie al bekleed
herkiezingen	=	herkiezing
herkomst	noun	de afkomst, waar iets of iemand vandaan komt
herkomsten	=	herkomst
herkomstig	adj	komende van/uit
herkomstige	=	herkomstig
herkomstigs	=	herkomstig
herkomstland	noun	land waar iemand geboren is
herkomstlanden	=	herkomstland
herkoop	noun	het terugkopen van iets dat men eerst verkocht heeft
herkoos	=	herkiezen
herkoost	=	herkiezen
herkozen	=	herkiezen
herkreeg	=	herkrijgen
herkreegt	=	herkrijgen
herkrege	=	herkrijgen
herkregen	=	herkrijgen
herkrijg	=	herkrijgen
herkrijge	=	herkrijgen
herkrijgen	verb	opnieuw verwerven
herkrijgend	=	herkrijgen
herkrijgende	=	herkrijgen
herkrijging	noun	het opnieuw in bezit krijgen van iets; het terugkrijgen van iets
herkrijgingen	=	herkrijging
herkrijginkje	=	herkrijging
herkrijginkjes	=	herkrijging
herkrijgt	=	herkrijgen
herkristallisatie	noun	de groei van nieuwe, vaak grotere, kristallen in een kristallijne massa bij een temperatuur niet al te ver onder het smeltpunt ervan
herkristallisaties	=	herkristallisatie
herkristallisatietje	=	herkristallisatie
herkristallisatietjes	=	herkristallisatie
herkritikaliteit	noun	een ongewenst opnieuw bereiken van kritikaliteit
herkwalificatie	noun	het opnieuw toekennen van een eigenschap of titel
herkwalificaties	=	herkwalificatie
herkwalificeer	=	herkwalificeren
herkwalificeerde	=	herkwalificeren
herkwalificeerden	=	herkwalificeren
herkwalificeert	=	herkwalificeren
herkwalificere	=	herkwalificeren
herkwalificeren	verb	opnieuw iets een bepaalde eigenschap toekennen
herkwalificerend	=	herkwalificeren
herkwalificerende	=	herkwalificeren
herlaad	=	herladen
herlaadbaar	adj	opnieuw vol te maken (met elektrische energie)
herlaadbaarder	=	herlaadbaar
herlaadbaardere	=	herlaadbaar
herlaadbaarders	=	herlaadbaar
herlaadbaars	=	herlaadbaar
herlaadbaarst	=	herlaadbaar
herlaadbaarste	=	herlaadbaar
herlaadbare	=	herlaadbaar
herlaadde	=	herladen
herlaadden	=	herladen
herlaaddet	=	herladen
herlaadt	=	herladen
herlaast	=	herlezen
herlade	=	herladen
herladen	verb	een wapen opnieuw vullen met ammunitie
herladend	=	herladen
herladende	=	herladen
herladens	=	herladen
herlanceer	=	herlanceren
herlanceerde	=	herlanceren
herlanceerden	=	herlanceren
herlanceert	=	herlanceren
herlancere	=	herlanceren
herlanceren	verb	opnieuw afschieten van een raket
herlancerend	=	herlanceren
herlancerende	=	herlanceren
herlancering	noun	het opnieuw afvuren van een raket
herlanceringen	=	herlancering
herlas	=	herlezen
herlaze	=	herlezen
herlazen	=	herlezen
herleef	=	herleven
herleefd	=	herleven
herleefde	=	herleven
herleefden	=	herleven
herleeft	=	herleven
herlees	=	herlezen
herleest	=	herlezen
herleid	=	herleiden
herleidbaar	adj	terug te voeren op
herleidbaarder	=	herleidbaar
herleidbaardere	=	herleidbaar
herleidbaarders	=	herleidbaar
herleidbaarheid	noun	de mate waarin men iets kan terugvoeren naar de oorspronkelijke bron
herleidbaars	=	herleidbaar
herleidbaarst	=	herleidbaar
herleidbaarste	=	herleidbaar
herleidbare	=	herleidbaar
herleidde	=	herleiden
herleidden	=	herleiden
herleide	=	herleiden
herleiden	verb	door logisch redeneren terugvoeren op iets fundamenteels
herleidend	=	herleiden
herleidende	=	herleiden
herleiding	noun	het omrekenen van een of meer grootheden naar een andere eenvoudiger grootheid
herleidingen	=	herleiding
herleidinkje	=	herleiding
herleidinkjes	=	herleiding
herleidt	=	herleiden
herleve	=	herleven
herleven	verb	opnieuw tot leven komen, opnieuw opbloeien
herlevend	=	herleven
herlevende	=	herleven
herleving	noun	opnieuw tot leven komen van iets dat allang afgelopen, opgeheven of overleden was
herlevingen	=	herleving
herleze	=	herlezen
herlezen	verb	opnieuw lezen
herlezend	=	herlezen
herlezende	=	herlezen
herlezens	=	herlezen
herlezing	noun	het opnieuw lezen van een al eerder gelezen tekst
herlezingen	=	herlezing
herliep	=	herlopen
herliepen	=	herlopen
herlocatie	noun	het iets verplaatsen of verhuizen naar een nieuwe of andere plaats
herlocaties	=	herlocatie
herlokalisatie	noun	het opnieuw bepalen waar iets zich bevindt
herlokalisaties	=	herlokalisatie
herlokaliseer	=	herlokaliseren
herlokaliseerde	=	herlokaliseren
herlokaliseerden	=	herlokaliseren
herlokaliseert	=	herlokaliseren
herlokalisere	=	herlokaliseren
herlokaliseren	verb	naar een ander gebied brengen
herlokaliserend	=	herlokaliseren
herlokaliserende	=	herlokaliseren
herlokalisering	noun	verplaatsing, verhuizing naar een nieuwe, andere plaats
herlokaliseringen	=	herlokalisering
herloop	=	herlopen
herloopt	=	herlopen
herlope	=	herlopen
herlopen	verb	opnieuw lopend afleggen
herlopend	=	herlopen
herlopende	=	herlopen
hermaak	=	hermaken
hermaakt	=	hermaken
hermaakte	=	hermaken
hermaakten	=	hermaken
hermafrodiet	noun	tweeslachtig wezen, mens, dier of plant met tegelijk vrouwelijke en mannelijke kenmerken	adj	gelijktijdig vrouwelijke en mannelijke kenmerken bezittend
hermafrodiete	=	hermafrodiet
hermafrodieten	=	hermafrodiet
hermafrodietje	=	hermafrodiet
hermafrodiets	=	hermafrodiet
hermafroditisme	noun	tweeslachtigheid
hermake	=	hermaken
hermaken	verb	opnieuw maken; een vernieuwde versie maken
hermakend	=	hermaken
hermakende	=	hermaken
hermandad	noun	politie
hermannsburgdwergmuis	noun	Pseudomys hermannsburgensis een knaagdier uit het geslacht Pseudomys dat voorkomt in Australië.
hermannsburgdwergmuisje	=	hermannsburgdwergmuis
hermannsburgdwergmuisjes	=	hermannsburgdwergmuis
hermannsburgdwergmuizen	=	hermannsburgdwergmuis
hermaphrodiet	=	hermafrodiet
hermaphroditisme	=	hermafroditisme
hermat	=	hermeten
hermaten	=	hermeten
hermeet	=	hermeten
hermelijn	noun	bepaald klein wezelachtig zoogdier, Mustela erminea
hermelijnbladroller	noun	Notocelia cynosbatella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
hermelijnbladrollers	=	hermelijnbladroller
hermelijnbladrollertje	=	hermelijnbladroller
hermelijnbladrollertjes	=	hermelijnbladroller
hermelijnen	adj	van hermelijn vervaardigd
hermelijntje	=	hermelijn
hermelijntjes	=	hermelijn
hermelijnvlinder	noun	Cerura vinula een nachtvlinder uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae).
hermelijnvlinders	=	hermelijnvlinder
hermelijnvlindertje	=	hermelijnvlinder
hermelijnvlindertjes	=	hermelijnvlinder
hermeneutiek	noun	Leer die de betekenis van symbolen en tekens uitlegt
hermeneutisch	adj	de uitleg van een (religieuze) tekst betreffend
hermeneutische	=	hermeneutisch
hermeneutischer	=	hermeneutisch
hermeneutischere	=	hermeneutisch
hermeneutischers	=	hermeneutisch
hermesstaf	noun	symbool van een boodschapper, bestaande uit twee slangen die zich winden rondom een staaf die bovenaan twee vleugels heeft
hermesstaven	=	hermesstaf
hermete	=	hermeten
hermeten	verb	overnieuw meten
hermetend	=	hermeten
hermetende	=	hermeten
hermetisch	adj	luchtdicht
hermetische	=	hermetisch
hermetischer	=	hermetisch
hermetischere	=	hermetisch
hermetischers	=	hermetisch
hermetisme	noun	kennis en leer van de hermetische boeken
hermiet	=	heremiet
hermitage	noun	het huisje van een kluizenaar
hermitages	=	hermitage
hermitagetje	=	hermitage
hermitagetjes	=	hermitage
hermodelleer	=	hermodelleren
hermodelleerde	=	hermodelleren
hermodelleerden	=	hermodelleren
hermodelleert	=	hermodelleren
hermodellere	=	hermodelleren
hermodelleren	verb	opnieuw vormgeven, verbouwen
hermodellerend	=	hermodelleren
hermodellerende	=	hermodelleren
hermonteer	=	hermonteren
hermonteerde	=	hermonteren
hermonteerden	=	hermonteren
hermonteert	=	hermonteren
hermontere	=	hermonteren
hermonteren	verb	opnieuw vastmaken
hermonterend	=	hermonteren
hermonterende	=	hermonteren
hernaamt	=	hernemen
hernam	=	hernemen
hername	=	hernemen
hernamen	=	hernemen
herneem	=	hernemen
herneembaar	adj	terug te nemen
herneembaarder	=	herneembaar
herneembaardere	=	herneembaar
herneembaarders	=	herneembaar
herneembaars	=	herneembaar
herneembaarst	=	herneembaar
herneembaarste	=	herneembaar
herneembare	=	herneembaar
herneemt	=	hernemen
herneme	=	hernemen
hernemen	verb	opnieuw krijgen, opnieuw verkrijgen
hernemend	=	hernemen
hernemende	=	hernemen
herneming	noun	herhaling van een toneelstuk of opera dat al eens eerder gespeeld is
hernemingen	=	herneming
hernhutter	noun	protestant die lid is van een in 1722 in de nederzetting Herrnhut (in de Opper-Lausitz) gesticht christelijk kerkgenootschap	adj	van de hernhutters
hernhutters	=	hernhutter
hernhuttertje	=	hernhutter
hernhuttertjes	=	hernhutter
hernia	noun	uitstulping van een orgaan of weefsel uit de lichaamsholte waar het normaliter in ligt
hernia's	=	hernia
herniaoperatie	noun	operatie aan een uitstulping van een tussenwervelschijf of van het buikvlies
herniaoperaties	=	herniaoperatie
hernieuw	=	hernieuwen
hernieuwbaar	adj	Wat hernieuwd (of verlengd) kan worden
hernieuwbaarder	=	hernieuwbaar
hernieuwbaardere	=	hernieuwbaar
hernieuwbaarders	=	hernieuwbaar
hernieuwbaars	=	hernieuwbaar
hernieuwbaarst	=	hernieuwbaar
hernieuwbaarste	=	hernieuwbaar
hernieuwbare	=	hernieuwbaar
hernieuwd	=	hernieuwen
hernieuwde	=	hernieuwen
hernieuwden	=	hernieuwen
hernieuwe	=	hernieuwen
hernieuwen	verb	door nieuwe kracht weer nieuw maken, nieuw leven inblazen
hernieuwend	=	hernieuwen
hernieuwende	=	hernieuwen
hernieuwing	noun	het weer starten van iets dat was stopgezet
hernieuwingen	=	hernieuwing
hernieuwt	=	hernieuwen
hernoem	=	hernoemen
hernoemd	=	hernoemen
hernoemde	=	hernoemen
hernoemden	=	hernoemen
hernoeme	=	hernoemen
hernoemen	verb	een andere naam geven
hernoemend	=	hernoemen
hernoemende	=	hernoemen
hernoeming	noun	het hernoemen
hernoemingen	=	hernoeming
hernoeminkje	=	hernoeming
hernoeminkjes	=	hernoeming
hernoemt	=	hernoemen
hernomen	=	hernemen
hernummer	=	hernummeren
hernummerd	=	hernummeren
hernummerde	=	hernummeren
hernummerden	=	hernummeren
hernummere	=	hernummeren
hernummeren	verb	opnieuw voorzien van een rangnummer of identificatienummer
hernummerend	=	hernummeren
hernummerende	=	hernummeren
hernummert	=	hernummeren
heronderhandel	=	heronderhandelen
heronderhandeld	=	heronderhandelen
heronderhandelde	=	heronderhandelen
heronderhandelden	=	heronderhandelen
heronderhandele	=	heronderhandelen
heronderhandelen	verb	~ over opnieuw over iets onderhandelen
heronderhandelend	=	heronderhandelen
heronderhandelende	=	heronderhandelen
heronderhandeling	noun	het opnieuw bespreken van een zaak die al besloten is
heronderhandelingen	=	heronderhandeling
heronderhandelt	=	heronderhandelen
heronderzoek	noun	het opnieuw onderzoeken van iets
heronderzoeken	=	heronderzoek
herontdek	=	herontdekken
herontdekke	=	herontdekken
herontdekken	verb	opnieuw ontdekken, weer populair worden van iets wat in de vergetelheid was geraakt
herontdekkend	=	herontdekken
herontdekkende	=	herontdekken
herontdekking	noun	het opnieuw ontdekken van iets dat al eerder bekend was
herontdekkingen	=	herontdekking
herontdekkinkje	=	herontdekking
herontdekkinkjes	=	herontdekking
herontdekt	=	herontdekken
herontdekte	=	herontdekken
herontdekten	=	herontdekken
herontgin	=	herontginnen
herontginne	=	herontginnen
herontginnen	verb	een gebied dat verwilderd was opnieuw ontginnen
herontginnend	=	herontginnen
herontginnende	=	herontginnen
herontgint	=	herontginnen
herontgon	=	herontginnen
herontgonnen	=	herontginnen
herontwerp	noun	een nieuw ontwerp
herontwerpe	=	herontwerpen
herontwerpen	verb	geheel opnieuw ontwerpen
herontwerpend	=	herontwerpen
herontwerpende	=	herontwerpen
herontwerpje	=	herontwerp
herontwerpjes	=	herontwerp
herontwerpt	=	herontwerpen
herontwierp	=	herontwerpen
herontwierpen	=	herontwerpen
herontwikkeling	noun	iets gereedmaken voor een nieuw gebruik nadat het oude gebruik is gestaakt
herontwikkelingen	=	herontwikkeling
herontworpen	=	herontwerpen
herop	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
heropbloei	noun	het opnieuw tot bloei komen na een periode van neergang
heropbouw	noun	het opnieuw opbouwen
heropbouwde	=	heropbouwen
heropbouwden	=	heropbouwen
heropbouwe	=	heropbouwen
heropbouwen	verb	weer tot stand brengen
heropbouwend	=	heropbouwen
heropbouwende	=	heropbouwen
heropbouwt	=	heropbouwen
heropen	=	heropenen
heropend	=	heropenen
heropende	=	heropenen
heropenden	=	heropenen
heropene	=	heropenen
heropenen	verb	opnieuw openen
heropenend	=	heropenen
heropenende	=	heropenen
heropening	noun	het heropenen
heropeningen	=	heropening
heropeningsverzoek	noun	verzoek aan het hoogste rechtscollege om een reeds afgesloten rechtszaak toch weer te gaan voeren
heropeningsverzoeken	=	heropeningsverzoek
heropent	=	heropenen
heroperatie	noun	een verbetering van een reeds verrichte chirurgische ingreep
heroperaties	=	heroperatie
heroperatietje	=	heroperatie
heroperatietjes	=	heroperatie
heropereer	=	heropereren
heropereerde	=	heropereren
heropereerden	=	heropereren
heropereert	=	heropereren
heroperere	=	heropereren
heropereren	verb	opnieuw aan een chirurgische ingreep onderwerpen
heropererend	=	heropereren
heropererende	=	heropereren
heropflakkering	noun	opnieuw actief worden van iets dat eerst rustiger was geworden
heropflakkeringen	=	heropflakkering
heropfris	=	heropfrissen
heropfrisse	=	heropfrissen
heropfrissen	verb	opnieuw paraat hebben wat je eerder hebt geweten, in geheugen roepen
heropfrissend	=	heropfrissen
heropfrissende	=	heropfrissen
heropfrissing	noun	opnieuw vernieuwen; opnieuw modern maken
heropfrissingen	=	heropfrissing
heropfrist	=	heropfrissen
heropfriste	=	heropfrissen
heropfristen	=	heropfrissen
heropgebouwd	=	heropbouwen
heropgebouwde	=	heropbouwen
heropgefrist	=	heropfrissen
heropgeleefd	=	heropleven
heropgericht	=	heroprichten
heropgestart	=	heropstarten
heropgevoed	=	heropvoeden
heropgevoede	=	heropvoeden
heropgewaardeerd	=	heropwaarderen
heropleef	=	heropleven
heropleefde	=	heropleven
heropleefden	=	heropleven
heropleeft	=	heropleven
heropleve	=	heropleven
heropleven	verb	opnieuw tot bloei komen
heroplevend	=	heropleven
heropleving	noun	opnieuw in actie komen; opnieuw actief worden
heroplevingen	=	heropleving
heroplevinkje	=	heropleving
heropname	noun	weer ergens toelaten nadat iets of iemand tijdelijk is weggeweest
heropnamen	=	heropname
heropnames	=	heropname
heropnametje	=	heropname
heropnametjes	=	heropname
heropricht	=	heroprichten
heroprichte	=	heroprichten
heroprichten	verb	een niet meer bestaande organisatie weer in het leven roepen
heroprichtend	=	heroprichten
heroprichtende	=	heroprichten
heroprichting	noun	het opnieuw in het leven roepen van een organisatie die eerder was afgeschaft
heroprichtingen	=	heroprichting
heroprichtte	=	heroprichten
heroprichtten	=	heroprichten
heropstanding	noun	weer levend worden na eerst gestorven te zijn
heropstandingen	=	heropstanding
heropstandinkje	=	heropstanding
heropstandinkjes	=	heropstanding
heropstarte	=	heropstarten
heropstarten	verb	opnieuw ergens mee beginnen
heropstartend	=	heropstarten
heropstartende	=	heropstarten
heropstartte	=	heropstarten
heropstartten	=	heropstarten
heropvoed	=	heropvoeden
heropvoedde	=	heropvoeden
heropvoedden	=	heropvoeden
heropvoede	=	heropvoeden
heropvoeden	verb	op andere beginselen -vaak ideologische- opnieuw trachten op te voeden
heropvoedend	=	heropvoeden
heropvoedende	=	heropvoeden
heropvoeding	noun	opnieuw iemand opvoeden vooral gericht om de slechte eerste opvoeding te corrigeren
heropvoedingen	=	heropvoeding
heropvoedingskamp	noun	plaats waar men in afzondering van de rest van de maatschappij nieuwe waarden en normen leert
heropvoedingskampen	=	heropvoedingskamp
heropvoedingskampje	=	heropvoedingskamp
heropvoedinkje	=	heropvoeding
heropvoedinkjes	=	heropvoeding
heropvoedt	=	heropvoeden
heropvoering	noun	het naspelen van een historische gebeurtenis
heropvoeringen	=	heropvoering
heropwaardeer	=	heropwaarderen
heropwaardeerde	=	heropwaarderen
heropwaardeerden	=	heropwaarderen
heropwaardeert	=	heropwaarderen
heropwaardere	=	heropwaarderen
heropwaarderen	verb	opnieuw verbeteren en bijwerken
heropwaarderend	=	heropwaarderen
heropwaarderende	=	heropwaarderen
heropwaardering	noun	iets dat mooi was, maar minder mooi is geworden in de loop van de tijd, weer opknappen
heropwaarderingen	=	heropwaardering
herorden	=	herordenen
herordend	=	herordenen
herordende	=	herordenen
herordenden	=	herordenen
herordene	=	herordenen
herordenen	verb	zaken volgens nieuwe regels regelen
herordenend	=	herordenen
herordenende	=	herordenen
herordening	noun	het iets opnieuw en anders regelen
herordeningen	=	herordening
herordent	=	herordenen
herorganisatie	noun	het veranderen van hoe iets geregeld is; het opnieuw regelen van hoe iets gedaan moet worden
herorganisaties	=	herorganisatie
herorganiseer	=	herorganiseren
herorganiseerd	=	herorganiseren
herorganiseerde	=	herorganiseren
herorganiseerden	=	herorganiseren
herorganiseert	=	herorganiseren
herorganisere	=	herorganiseren
herorganiseren	verb	een evenement opnieuw of op een andere manier tot stand brengen
herorganiserend	=	herorganiseren
herorganiserende	=	herorganiseren
heroriëntatie	noun	opnieuw de richting bepalen waarin men wil gaan
heroriëntaties	=	heroriëntatie
heroriënteer	=	heroriënteren
heroriënteerde	=	heroriënteren
heroriënteerden	=	heroriënteren
heroriënteert	=	heroriënteren
heroriëntere	=	heroriënteren
heroriënteren	verb	opnieuw oriënteren
heroriënterend	=	heroriënteren
heroriënterende	=	heroriënteren
heroriëntering	noun	het opnieuw de richting bepalen welke men uit wil gaan
heroriënteringen	=	heroriëntering
heros	noun	held
herover	=	heroveren
heroverd	=	heroveren
heroverde	=	heroveren
heroverden	=	heroveren
herovere	=	heroveren
heroveren	verb	een eerder verloren positie opnieuw veroveren
heroverend	=	heroveren
heroverende	=	heroveren
herovering	noun	het opnieuw veroveren van iets dat eerst verloren was gegaan
heroveringen	=	herovering
herovert	=	heroveren
heroverweeg	=	heroverwegen
heroverweegt	=	heroverwegen
heroverwege	=	heroverwegen
heroverwegen	verb	opnieuw op details bezien
heroverwegend	=	heroverwegen
heroverwegende	=	heroverwegen
heroverweging	noun	opnieuw overdenken zodat er misschien een ander resultaat komt
heroverwegingen	=	heroverweging
heroverweginkje	=	heroverweging
heroverweginkjes	=	heroverweging
heroverwoge	=	heroverwegen
heroverwogen	=	heroverwegen
heroverwoog	=	heroverwegen
heroverwoogt	=	heroverwegen
heroën	=	heros
heroïek	noun	heldhaftigheid	adj	heldhaftig
heroïeke	=	heroïek
heroïeker	=	heroïek
heroïekere	=	heroïek
heroïekers	=	heroïek
heroïeks	=	heroïek
heroïekst	=	heroïek
heroïekste	=	heroïek
heroïne	noun	een zeer verslavend verdovend middel gewonnen uit gezuiverde morfine
heroïnegebruik	noun	consumptie van heroïne
heroïnegebruiker	noun	iemand die heroïne gebruikt als roesmiddel
heroïnegebruikers	=	heroïnegebruiker
heroïnehandel	noun	de illegale koop en verkoop van heroïne
heroïnehandelaar	noun	crimineel die heroïne koopt en verkoopt
heroïnehandelaars	=	heroïnehandelaar
heroïnehandelaren	=	heroïnehandelaar
heroïnehoer	noun	verslaafde vrouw die zich prostitueert om van de inkomsten drugs te kunnen kopen
heroïnehoeren	=	heroïnehoer
heroïnehoertje	=	heroïnehoer
heroïnehoertjes	=	heroïnehoer
heroïnevangst	noun	het onderscheppen van een heroïnetransport door de overheid
heroïnevangsten	=	heroïnevangst
heroïneverslaving	noun	het niet meer kunnen zonder gebruik van heroïne
heroïneverslavingen	=	heroïneverslaving
heroïneverstrekking	noun	gecontroleerd verstrekken van farmaceutische heroïne (diacetylmorfine) door de overheid of gezondheidszorg aan zwaarverslaafden als vorm van schadebeperking om de lichamelijke, geestelijke en sociale gezondheid van de gebruiker te stabiliseren en criminaliteit tegen te gaan
heroïneverstrekkingen	=	heroïneverstrekking
heroïneverstrekkinkje	=	heroïneverstrekking
heroïneverstrekkinkjes	=	heroïneverstrekking
heroïnezone	noun	gebied waar verkoop van heroïne toegestaan zou zijn
heroïnezones	=	heroïnezone
heroïsch	adj	heldhaftig, dapper
heroïsche	=	heroïsch
heroïscher	=	heroïsch
heroïschere	=	heroïsch
heroïschers	=	heroïsch
heroïscht	=	heroïsch
heroïsme	noun	heldenmoed, heldhaftigheid
herpak	=	herpakken
herpakke	=	herpakken
herpakken	verb	na een tijdelijke teruggang weer goed gaan presteren
herpakkend	=	herpakken
herpakkende	=	herpakken
herpakt	=	herpakken
herpakte	=	herpakken
herpakten	=	herpakken
herpes	noun	huidziekte door een herpes virus veroorzaakt
herpesje	=	herpes
herpesjes	=	herpes
herpesvirus	noun	Herpesviridae een groep virussen die bij mens en dier ziekten veroorzaakt
herpesvirussen	=	herpesvirus
herpetologen	=	herpetoloog
herpetologie	noun	de studie naar reptielen en amfibieën
herpetoloog	noun	iemand die studie heeft gemaakt van reptielen en amfibieën
herplaats	=	herplaatsen
herplaatsbaar	adj	kopie opnieuw te plaatsen op een andere plaats
herplaatsbaarder	=	herplaatsbaar
herplaatsbaardere	=	herplaatsbaar
herplaatsbaarders	=	herplaatsbaar
herplaatsbaars	=	herplaatsbaar
herplaatsbaarst	=	herplaatsbaar
herplaatsbaarste	=	herplaatsbaar
herplaatsbare	=	herplaatsbaar
herplaatse	=	herplaatsen
herplaatsen	verb	naar een andere plaats brengen
herplaatsend	=	herplaatsen
herplaatsende	=	herplaatsen
herplaatsing	noun	het iets of iemand verhuizen naar een andere woon- of verblijfplaats
herplaatsingen	=	herplaatsing
herplaatsingskandidaat	noun	iemand die in aanmerking komt voor het verkrijgen van een nieuwe functie omdat de oude werkplek is opgeheven
herplaatsingskandidaten	=	herplaatsingskandidaat
herplaatst	=	herplaatsen
herplaatste	=	herplaatsen
herplaatsten	=	herplaatsen
herplan	=	herplannen
herpland	=	herplannen
herplande	=	herplannen
herplanden	=	herplannen
herplanne	=	herplannen
herplannen	verb	opnieuw plannen
herplannend	=	herplannen
herplannende	=	herplannen
herplant	=	herplannen
herplante	=	herplanten
herplanten	verb	een plant opnieuw op een andere plaats in de grond zetten
herplantend	=	herplanten
herplantende	=	herplanten
herplantte	=	herplanten
herplantten	=	herplanten
herpositioneer	=	herpositioneren
herpositioneerde	=	herpositioneren
herpositioneerden	=	herpositioneren
herpositioneert	=	herpositioneren
herpositionere	=	herpositioneren
herpositioneren	verb	een positie innemen die afwijkt van de huidige
herpositionerend	=	herpositioneren
herpositionerende	=	herpositioneren
herpositionering	noun	het iets een nieuwe plaats geven
herpositioneringen	=	herpositionering
herprioritering	noun	het opnieuw vaststellen wat de belangrijkste zaken zijn die het eerste gedaan moeten worden
herprioriteringen	=	herprioritering
herprofilering	noun	het opnieuw inrichten van iets
herprofileringen	=	herprofilering
herprogrammeer	=	herprogrammeren
herprogrammeerde	=	herprogrammeren
herprogrammeerden	=	herprogrammeren
herprogrammeert	=	herprogrammeren
herprogrammere	=	herprogrammeren
herprogrammeren	verb	aanpassen van iets, met name van plannen
herprogrammerend	=	herprogrammeren
herprogrammerende	=	herprogrammeren
herprogrammering	noun	een computer voorzien van een nieuw computerprogramma
herprogrammeringen	=	herprogrammering
herpublicatie	noun	het opnieuw uitgeven van iets dat al eerder is uitgegeven
herpublicaties	=	herpublicatie
herrees	=	herrijzen
herreest	=	herrijzen
herregistratie	noun	het opnieuw ingeschreven worden in een register; verlenging van de inschrijving in een register
herregistraties	=	herregistratie
herregistreer	=	herregistreren
herregistreerde	=	herregistreren
herregistreerden	=	herregistreren
herregistreert	=	herregistreren
herregistrere	=	herregistreren
herregistreren	verb	opnieuw opnemen in een officieel register
herregistrerend	=	herregistreren
herregistrerende	=	herregistreren
herreken	=	herrekenen
herrekend	=	herrekenen
herrekende	=	herrekenen
herrekenden	=	herrekenen
herrekene	=	herrekenen
herrekenen	verb	opnieuw uitrekenen; opnieuw berekenen
herrekenend	=	herrekenen
herrekenende	=	herrekenen
herrekent	=	herrekenen
herren	=	her
herrenvolk	noun	het Arische ras dat volgens de nazi's superieur zou zijn aan alle andere menselijke rassen
herrenvolken	=	herrenvolk
herrenvolkeren	=	herrenvolk
herrenvolkje	=	herrenvolk
herrenvolkjes	=	herrenvolk
herres	noun	het kapotmaken, vernielen van iets
herretje	=	her
herretjes	=	her
herreze	=	herrijzen
herrezen	=	herrijzen
herrie	noun	veel en onaangenaam geluid
herriemaker	noun	iets dat of iemand die herrie maakt
herriemakers	=	herriemaker
herriemakertje	=	herriemaker
herriemakertjes	=	herriemaker
herriep	=	herroepen
herriepe	=	herroepen
herriepen	=	herroepen
herriept	=	herroepen
herrieschopper	noun	Druktemaker, oproerkraaier, ruziezoeker.
herrieschoppers	=	herrieschopper
herrieschoppertje	=	herrieschopper
herrieschoppertjes	=	herrieschopper
herrijs	=	herrijzen
herrijst	=	herrijzen
herrijze	=	herrijzen
herrijzen	verb	opnieuw oprijzen, opnieuw gaan leven of functioneren
herrijzend	=	herrijzen
herrijzende	=	herrijzen
herrijzenis	noun	terugkeer na verdwenen te zijn; weer aan de top terugkeren na een periode van neergang
herrijzenisje	=	herrijzenis
herrijzenissen	=	herrijzenis
herroep	=	herroepen
herroepbaar	adj	tijdelijk zijn van een toezegging die dus weer kan worden ingetrokken
herroepbaarder	=	herroepbaar
herroepbaardere	=	herroepbaar
herroepbaarders	=	herroepbaar
herroepbaars	=	herroepbaar
herroepbaarst	=	herroepbaar
herroepbaarste	=	herroepbaar
herroepbare	=	herroepbaar
herroepe	=	herroepen
herroepelijk	adj	te herroepen, ingetrokken kunnende worden
herroepelijke	=	herroepelijk
herroepelijker	=	herroepelijk
herroepelijkere	=	herroepelijk
herroepelijkers	=	herroepelijk
herroepelijks	=	herroepelijk
herroepelijkst	=	herroepelijk
herroepelijkste	=	herroepelijk
herroepen	verb	zeggen dat iets, dat je eerder gezegd hebt, niet klopt
herroepend	=	herroepen
herroepende	=	herroepen
herroeping	noun	het teniet doen van een eerdere uitspraak
herroepingen	=	herroeping
herroept	=	herroepen
herschapen	=	herscheppen
herschep	=	herscheppen
herscheppe	=	herscheppen
herscheppen	verb	iets volledig nieuws ergens van maken
herscheppend	=	herscheppen
herscheppende	=	herscheppen
herschepping	noun	het opnieuw (en verbeterd) maken van iets dat al gemaakt was
herscheppingen	=	herschepping
herschept	=	herscheppen
herschiep	=	herscheppen
herschiepen	=	herscheppen
herschik	=	herschikken
herschikke	=	herschikken
herschikken	verb	een nieuwe volgorde geven, opnieuw samenstellen
herschikkend	=	herschikken
herschikkende	=	herschikken
herschikking	noun	een actie waarbij zaken in een nieuwe orde worden neergezet
herschikkingen	=	herschikking
herschikkinkje	=	herschikking
herschikkinkjes	=	herschikking
herschikt	=	herschikken
herschikte	=	herschikken
herschikten	=	herschikken
herschilder	=	herschilderen
herschilderd	=	herschilderen
herschilderde	=	herschilderen
herschilderden	=	herschilderen
herschildere	=	herschilderen
herschilderen	verb	opnieuw verven
herschilderend	=	herschilderen
herschilderende	=	herschilderen
herschildert	=	herschilderen
herschole	=	herscholen
herscholen	verb	op latere leeftijd een opleiding in een ander vak doen volgen
herscholend	=	herscholen
herscholende	=	herscholen
herscholing	noun	het weer scholen na een al doorlopen scholing
herscholingen	=	herscholing
herscholingscursus	noun	een educatief programma voor mensen die een ander beroep moeten gaan uitoefenen
herscholingscursusje	=	herscholingscursus
herscholingscursusjes	=	herscholingscursus
herscholingscursussen	=	herscholingscursus
herschool	=	herscholen
herschoold	=	herscholen
herschoolde	=	herscholen
herschoolden	=	herscholen
herschoolt	=	herscholen
herschreef	=	herschrijven
herschreeft	=	herschrijven
herschreven	=	herschrijven
herschrijf	=	herschrijven
herschrijft	=	herschrijven
herschrijve	=	herschrijven
herschrijven	verb	opnieuw op schrift stellen
herschrijvend	=	herschrijven
herschrijvende	=	herschrijven
herschrijving	noun	de keer dat men een tekst aanpast door deze (gedeeltelijk) opnieuw te schrijven
herschrijvingen	=	herschrijving
hersen	=	hersenen
hersenaandoening	noun	ziekte van de hersenen
hersenaandoeningen	=	hersenaandoening
hersenachtig	adj	met de structuur van hersenen
hersenachtige	=	hersenachtig
hersenachtiger	=	hersenachtig
hersenachtigere	=	hersenachtig
hersenachtigers	=	hersenachtig
hersenachtigs	=	hersenachtig
hersenachtigst	=	hersenachtig
hersenachtigste	=	hersenachtig
hersenactiviteit	noun	het werken van de hersenen wat zich o.a. uit in een helder bewustzijn
hersenactiviteiten	=	hersenactiviteit
hersenafwijking	noun	een afwijking aan de hersenen
hersenafwijkingen	=	hersenafwijking
hersenafwijkinkje	=	hersenafwijking
hersenafwijkinkjes	=	hersenafwijking
hersenbank	noun	organisatie die verschillende soorten hersenweefsel bewaart voor onderzoek
hersenbanken	=	hersenbank
hersenbeschadiging	noun	hersenletsel door welke oorzaak dan ook
hersenbeschadigingen	=	hersenbeschadiging
hersenbeschadigingetje	=	hersenbeschadiging
hersenbeschadigingetjes	=	hersenbeschadiging
hersenbloeding	noun	situatie waarbij een deel van de hersenen sterft door onvoldoende bloedtoevoer
hersenbloedingen	=	hersenbloeding
hersenbloedinkje	=	hersenbloeding
hersenbloedinkjes	=	hersenbloeding
hersenbreker	noun	een moeilijke puzzel
hersenbrekers	=	hersenbreker
hersenbrekertje	=	hersenbreker
hersenbrekertjes	=	hersenbreker
hersenbreuk	noun	het uittreden van een deel van de hersenen buiten de schedelbeenderen
hersenbreuken	=	hersenbreuk
hersenbreukje	=	hersenbreuk
hersenbreukjes	=	hersenbreuk
hersencapaciteit	noun	dat wat de hersenen kunnen doen en onthouden
hersencapaciteiten	=	hersencapaciteit
hersencel	noun	cellen waaruit de hersenen zijn opgebouwd en dan met name de neuronen van de hersenen
hersencellen	=	hersencel
hersencelletje	=	hersencel
hersencentra	=	hersencentrum
hersencentrum	noun	centrum voor behandeling van psychiatrische stoornissen
hersencentrums	=	hersencentrum
hersenchirurg	noun	chirurg gespecialiseerd in het opereren van de hersenen
hersenchirurgen	=	hersenchirurg
hersenchirurgie	noun	vakgebied waarbij men hersenziektes behandelt met operatieve ingrepen
hersendode	=	hersendood
hersendoder	=	hersendood
hersendodere	=	hersendood
hersendoders	=	hersendood
hersendood	noun	een toestand van het lichaam waarin de hersenen onomkeerbaar opgehouden hebben te functioneren	adj	een toestand bezittend waarin de hersenen onomkeerbaar opgehouden hebben te functioneren
hersendoods	=	hersendood
hersendoodst	=	hersendood
hersendoodste	=	hersendood
hersenemigratie	noun	trek van begaafden naar landen waar zij onder gunstiger omstandigheden kunnen werken
hersenen	noun	waarnemend, aansturend, controlerend en informatieverwerkend orgaan in dieren
hersenfunctie	noun	taak die door het brein wordt uitgevoerd
hersenfuncties	=	hersenfunctie
hersengadget	noun	apparaat dat met behulp van elektrische stroompjes de hersenen stimuleert
hersengadgets	=	hersengadget
hersengebied	noun	elk van de delen van de hersenen
hersengebieden	=	hersengebied
hersengebiedje	=	hersengebied
hersengebiedjes	=	hersengebied
hersengolf	noun	een puls die de hersenen afgeven
hersengolfje	=	hersengolf
hersengolfjes	=	hersengolf
hersengolven	=	hersengolf
hersengymnastiek	noun	oefening van de hersenen in logisch denken en geheugentraining
hersenhelft	noun	een van de twee delen waar de hersenen uit bestaan
hersenhelften	=	hersenhelft
hersenhelftje	=	hersenhelft
hersenhelftjes	=	hersenhelft
hersenholte	noun	een van de vier holtes tussen de hersenlobben
hersenholten	=	hersenholte
hersenholtes	=	hersenholte
herseninfarct	noun	verstopping van een bloedvat in de hersenen waardoor blijvende schade ontstaat in het achterliggende hersenweefsel
herseninfarcten	=	herseninfarct
herseninfarctje	=	herseninfarct
herseninfarctjes	=	herseninfarct
herseninhoud	noun	het volume van de hersenen
herseninhouden	=	herseninhoud
hersenkanker	noun	kwaadaardige nieuwvorming in de hersenen
hersenkankers	=	hersenkanker
hersenkneuzing	noun	traumatische beschadiging van de hersenen
hersenkneuzingen	=	hersenkneuzing
hersenkoraal	noun	een informele verzamelnaam voor een groep van bolvormige kolonievormende steenkoralen.
hersenkoraaltje	=	hersenkoraal
hersenkoraaltjes	=	hersenkoraal
hersenkoralen	=	hersenkoraal
hersenkraker	noun	zeer lastige puzzel of zeer ingewikkeld probleem
hersenkrakers	=	hersenkraker
hersenkronkel	noun	hersenwinding
hersenkronkelen	=	hersenkronkel
hersenkronkelmorielje	noun	een schimmel Morchella vulgaris behorend tot de familie Morchellaceae.
hersenkronkelmorieljes	=	hersenkronkelmorielje
hersenkronkels	=	hersenkronkel
hersenkronkeltje	=	hersenkronkel
hersenkwab	noun	elk van de grote delen waarin een hersenhelft verdeeld wordt
hersenkwabben	=	hersenkwab
hersenletsel	noun	schade aan de hersenen
hersenletsels	=	hersenletsel
hersenlijer	noun	imbeciel, hersenlijder
hersenlijers	=	hersenlijer
hersenlijertje	=	hersenlijer
hersenlijertjes	=	hersenlijer
hersenloos	adj	zonder hersenen
hersenloosheden	=	hersenloosheid
hersenloosheid	noun	het hersenloos zijn, domheid
hersenloost	=	hersenloos
hersenlooste	=	hersenloos
hersenloze	=	hersenloos
hersenlozer	=	hersenloos
hersenlozere	=	hersenloos
hersenlozers	=	hersenloos
hersenmassa	noun	de vetachtige, grijswitte substantie waaruit de hersenen zijn opgebouwd
hersenmassa's	=	hersenmassa
hersenmist	noun	een neurologisch symptoom van o.a. long-Covid waarbij personen het gevoel hebben of er een mist in hun hoofd aanwezig is tot uiting komend in concentratieproblemen, een gebrekkig werkend geheugen, moeite met het vinden van woorden om gedachten en gevoelens exact te verwoorden en een algeheel gebrek aan mentale helderheid
hersenmoeheid	noun	ziektebeeld met vermoeidheid en specifieke cognitieve problemen (afasie, vergetelheid)
hersenoedeem	noun	zwelling van het hersenweefsel door vochtophoping
hersenoedemen	=	hersenoedeem
hersenomvang	noun	de grootte van de hersenen
hersenomvangen	=	hersenomvang
hersenonderzoek	noun	onderzoek naar de werking en functie van de hersenen
hersenonderzoeken	=	hersenonderzoek
hersenonderzoeker	noun	iemand die het centrale zenuwstelsel wetenschappelijk bestudeert
hersenonderzoekers	=	hersenonderzoeker
hersenonderzoekje	=	hersenonderzoek
hersenonderzoekjes	=	hersenonderzoek
hersenontsteking	noun	opzwellen en warmer worden van delen van hersenweefsel als reactie op een infectie
hersenontstekingen	=	hersenontsteking
hersenontstekinkje	=	hersenontsteking
hersenontstekinkjes	=	hersenontsteking
hersenoperatie	noun	chirurgische ingreep aan de hersenen
hersenoperaties	=	hersenoperatie
hersenoperatietje	=	hersenoperatie
hersenoperatietjes	=	hersenoperatie
hersenpan	noun	het deel van de schedel, dat de hersenen omsluit
hersenpannen	=	hersenpan
hersenpannetje	=	hersenpan
hersenpannetjes	=	hersenpan
hersenpathologie	noun	pathologie van de hersenen
hersenpathologieën	=	hersenpathologie
hersens	noun	waarnemend, aansturend, controlerend en informatieverwerkend orgaan in dieren
hersenscan	noun	een CT-scan of MRI-scan van de hersenen
hersenscans	=	hersenscan
hersenschade	noun	letsel van het brein
hersenschaden	=	hersenschade
hersenschades	=	hersenschade
hersenschim	noun	iets wat alleen maar in de verbeelding bestaat
hersenschimmen	=	hersenschim
hersenschimmetje	=	hersenschim
hersenschimmig	adj	slechts in gedachten of in (iemands) verbeelding bestaande
hersenschimmige	=	hersenschimmig
hersenschimmiger	=	hersenschimmig
hersenschimmigere	=	hersenschimmig
hersenschimmigers	=	hersenschimmig
hersenschimmigs	=	hersenschimmig
hersenschimmigst	=	hersenschimmig
hersenschimmigste	=	hersenschimmig
hersenschors	noun	de buitenste laag van de grote hersenen
hersenschorsen	=	hersenschors
hersenschudding	noun	schade aan de hersenen door uitwendig geweld
hersenschuddingen	=	hersenschudding
hersenschuddinkje	=	hersenschudding
hersenschuddinkjes	=	hersenschudding
hersenspecialist	noun	persoon die zeer veel kennis heeft over de menselijke hersenen en de aandoeningen daarvan
hersenspecialisten	=	hersenspecialist
hersenspinsel	noun	een gedachte die niet op de werkelijkheid gebaseerd hoeft te zijn
hersenspinsels	=	hersenspinsel
hersenspinseltje	=	hersenspinsel
hersenspinseltjes	=	hersenspinsel
hersenspoel	=	hersenspoelen
hersenspoelde	=	hersenspoelen
hersenspoelden	=	hersenspoelen
hersenspoele	=	hersenspoelen
hersenspoelen	verb	een methode waarbij bij een persoon (een deel van) de oude gedachte- en ideeënpatronen, inclusief zijn normen-en-waardenstelsel, wordt uitgewist en vervangen door nieuwe
hersenspoelend	=	hersenspoelen
hersenspoelende	=	hersenspoelen
hersenspoeling	noun	indoctrinatietechniek waarbij iemand zodanig aan psychische druk wordt blootgesteld, dat zijn oude gedachte- en ideeënpatronen, inclusief zijn normen-en-waardenstelsel, wordt uitgewist en vervangen door nieuwe
hersenspoelingen	=	hersenspoeling
hersenspoelinkje	=	hersenspoeling
hersenspoelt	=	hersenspoelen
hersenstam	noun	verbinding tussen grote hersenen, kleine hersenen en ruggemerg
hersenstammen	=	hersenstam
hersenstammetje	=	hersenstam
hersenstimulatie	noun	stimulatie van de hersenen
hersenstimulaties	=	hersenstimulatie
hersensubstantie	noun	het weefsel van de hersenen
hersentjes	noun	kleine hersens; verkleinwoord van hersens of hersenen
hersentrauma	noun	verwonding van de hersenen
hersentrauma's	=	hersentrauma
hersentraumata	=	hersentrauma
hersentumor	noun	gezwel van hersenweefsel
hersentumoren	=	hersentumor
hersentumors	=	hersentumor
hersentumortje	=	hersentumor
hersentumortjes	=	hersentumor
hersenverweking	noun	het afsterven en zacht worden van hersenweefsel.
hersenverwekingen	=	hersenverweking
hersenverwekinkje	=	hersenverweking
hersenverwekinkjes	=	hersenverweking
hersenvlies	noun	een van de drie vliezen die de hersen omgeven
hersenvliesje	=	hersenvlies
hersenvliesontsteking	noun	ontsteking van de vliezen om de hersenen ook wel nekkramp of meningitis genoemd
hersenvliesontstekingen	=	hersenvliesontsteking
hersenvliesontstekinkje	=	hersenvliesontsteking
hersenvliesontstekinkjes	=	hersenvliesontsteking
hersenvliezen	=	hersenvlies
hersenvlucht	noun	het emigreren van hoogopgeleide mensen zodat in het land van oorsprong een tekort aan hoogopgeleide mensen ontstaat
hersenvluchten	=	hersenvlucht
hersenvocht	noun	vocht dat in de hersenen zit
hersenvochten	=	hersenvocht
hersenvolume	noun	de inhoud van de hersenen; de door de hersenen ingenomen ruimte
hersenvolumen	=	hersenvolume
hersenvolumes	=	hersenvolume
hersenweefsel	noun	het weefsel waaruit de hersenen bestaan
hersenweefsels	=	hersenweefsel
hersenzenuw	noun	één van de twaalf zenuwen die rechtstreeks uit de hersenen of de hersenstam ontspringen
hersenzenuwen	=	hersenzenuw
hersenziekte	noun	een aandoening van de hersenen
hersenziekten	=	hersenziekte
hersenziektes	=	hersenziekte
hersluitbaar	adj	opnieuw dicht te maken
hersluitbaarder	=	hersluitbaar
hersluitbaardere	=	hersluitbaar
hersluitbaarders	=	hersluitbaar
hersluitbaars	=	hersluitbaar
hersluitbaarst	=	hersluitbaar
hersluitbaarste	=	hersluitbaar
hersluitbare	=	hersluitbaar
hersmede	=	hersmeden
hersmeden	verb	opnieuw aan een smeedproces onderwerpen
hersmedend	=	hersmeden
hersmedende	=	hersmeden
hersmeed	=	hersmeden
hersmeedde	=	hersmeden
hersmeedden	=	hersmeden
hersmeedt	=	hersmeden
herstart	noun	nieuwe start
herstarte	=	herstarten
herstarten	verb	opnieuw in beweging zetten
herstartend	=	herstarten
herstartende	=	herstarten
herstarts	=	herstart
herstartte	=	herstarten
herstartten	=	herstarten
herstel	noun	een terugkeer naar een vorige toestand
herstelactie	noun	handeling die erop gericht is een beschadiging of fout te repareren
herstelacties	=	herstelactie
herstelactietje	=	herstelactie
herstelactietjes	=	herstelactie
herstelbaar	adj	te repareren, weer in de oude staat terug te brengen (letterlijk terug te stellen)
herstelbaarder	=	herstelbaar
herstelbaardere	=	herstelbaar
herstelbaarders	=	herstelbaar
herstelbaars	=	herstelbaar
herstelbaarst	=	herstelbaar
herstelbaarste	=	herstelbaar
herstelbare	=	herstelbaar
herstelbeleid	noun	geheel van doordachte activiteiten om ontstane schade weer ongedaan te maken
herstelbetaling	noun	compensatie van de bij een ander aangerichte schade of leed meestal ten gevolge van oorlogshandelingen soms in de vorm van geld maar ook in natura of door het verrichten van dwangarbeid
herstelbetalingen	=	herstelbetaling
herstelbetalinkje	=	herstelbetaling
herstelbetalinkjes	=	herstelbetaling
herstelbeweging	noun	is een maatschappelijke en cliëntgestuurde stroming binnen de geestelijke gezondheidszorg (ggz).
herstelbewegingen	=	herstelbeweging
herstelbeweginkje	=	herstelbeweging
herstelbeweginkjes	=	herstelbeweging
hersteld	=	herstellen
herstelde	=	herstellen
herstelden	=	herstellen
hersteldmelding	noun	de officiële mededeling van een werknemer aan de werkgever dat hij/zij na een periode van ziekte weer beter is en het werk hervat.
hersteldmeldingen	=	hersteldmelding
hersteldmeldinkje	=	hersteldmelding
hersteldmeldinkjes	=	hersteldmelding
herstelfase	noun	tijdsperiode die gebruikt wordt om te herstellen of uit te rusten
herstelfasen	=	herstelfase
herstelfases	=	herstelfase
herstelfonds	noun	instantie met het doel geld beschikbaar te stellen waarmee bepaalde schade weer ongedaan wordt gemaakt
herstelfondsen	=	herstelfonds
herstelkost	noun|obsolete	uitgaven die men doet om iets opnieuw in te richten
herstelkosten	noun	uitgaven die men doet om iets te repareren
herstelkracht	noun	het vermogen om een beschadiging te kunnen herstellen
herstelkrachten	=	herstelkracht
herstelle	=	herstellen
herstellen	verb	terug werkend krijgen, repareren
herstellend	adj	bezig zijnde met beter te worden van een ziekte
herstellende	=	herstellend
herstellends	=	herstellend
hersteller	noun	iemand die iets herstelt, die reparaties verricht
herstellers	=	hersteller
herstelling	noun	weer in orde maken van iets wat stuk is
herstellingen	=	herstelling
herstellingskost	noun|obsolete	uitgaven die men doet om iets te repareren
herstellingskosten	noun	uitgaven die men doet om iets te repareren
herstellingsoord	noun	kuuroord waar patiënten tijdelijk verblijven om te herstellen van een aandoening
herstellingsoorden	=	herstellingsoord
herstellingsteken	noun	een symbool waarmee wordt aangegeven dat een eerdere verhoging of verlaging van een muzieknoot, niet langer van toepassing is
herstellingstekens	=	herstellingsteken
herstellingstekentje	=	herstellingsteken
herstellingstekentjes	=	herstellingsteken
herstellingsvermogen	noun	het vermogen van dieren of planten om verloren of beschadigde delen te vervangen
herstellingsvermogens	=	herstellingsvermogen
herstelmelding	noun	het zich beter melden nadat men ziek is geweest
herstelmeldingen	=	herstelmelding
herstelmeldinkje	=	herstelmelding
herstelmeldinkjes	=	herstelmelding
hersteloperatie	noun	handeling die gericht is om de schade die veroorzaakt is door een andere handeling te herstellen
hersteloperaties	=	hersteloperatie
herstelperiode	noun	tijd die nodig is om van een ziekte te herstellen
herstelperioden	=	herstelperiode
herstelperiodes	=	herstelperiode
herstelplan	noun	reeks voorgenomen handelingen die iets weer heel moet maken wat kapot is gegaan
herstelplannen	=	herstelplan
herstelplannetje	=	herstelplan
herstelplannetjes	=	herstelplan
herstelproces	noun	proces dat leidt naar genezing
herstelprocessen	=	herstelproces
herstelprogramma	noun	reeks handelingen die gericht is op genezing
herstelprogramma's	=	herstelprogramma
herstelprogrammaatje	=	herstelprogramma
herstelprogrammaatjes	=	herstelprogramma
herstelproject	noun	een binnen een bepaalde tijd uit te voeren reparatie of behandeling
herstelprojecten	=	herstelproject
herstelprojectje	=	herstelproject
herstelprojectjes	=	herstelproject
herstelrecht	noun	opvatting dat de dader van een misdrijf de door het slachtoffer geleden schade dient te herstellen
herstelrechten	=	herstelrecht
herstelrubriek	noun	afdeling van een krant of tijdschrift waarin verbeteringen staan van eerder gepubliceerde artikelen
herstelrubrieken	=	herstelrubriek
herstelrubriekje	=	herstelrubriek
herstelrubriekjes	=	herstelrubriek
herstelt	=	herstellen
hersteltijd	noun	tijd die nodig is voor herstel na een inspanning of een ziekte
hersteltijden	=	hersteltijd
hersteltrainer	noun	trainer die trainingen geeft aan overbelaste of geblesseerde spelers
hersteltrainers	=	hersteltrainer
herstelvakantie	noun	vakantie die dient om te herstellen van bijvoorbeeld een ziekte
herstelvermogen	noun	het vermogen tot herstel
herstelvermogens	=	herstelvermogen
herstelwerk	noun	het repareren van iets dat kapot is gegaan
herstelwerken	=	herstelwerk
herstelwerkje	=	herstelwerk
herstelwerkjes	=	herstelwerk
herstelwerkzaamheden	=	herstelwerkzaamheid
herstelwerkzaamheid	noun	de arbeid of het werk dat men verricht om iets te repareren wat beschadigd is geraakt
herstelwet	noun	De Crisis- en herstelwet is een Nederlandse wet, gericht op de versnelling van infrastructurele projecten.
herstelwetten	=	herstelwet
herstem	=	herstemmen
herstemd	=	herstemmen
herstemde	=	herstemmen
herstemden	=	herstemmen
herstemme	=	herstemmen
herstemmen	verb	overnieuw stemmen (waarschijnlijk vooral bij een verkiezing)
herstemmend	=	herstemmen
herstemmende	=	herstemmen
herstemming	noun	het opnieuw een stemming houden nadat men dat eerder al een keer had gedaan
herstemmingen	=	herstemming
herstemt	=	herstemmen
herstraat	=	herstraten
herstraatte	=	herstraten
herstraatten	=	herstraten
herstrate	=	herstraten
herstraten	verb	opnieuw bestraten; van nieuwe bestrating voorzien
herstratend	=	herstraten
herstratende	=	herstraten
herstructureer	=	herstructureren
herstructureerde	=	herstructureren
herstructureerden	=	herstructureren
herstructureert	=	herstructureren
herstructurere	=	herstructureren
herstructureren	verb	een andere structuur geven
herstructurerend	=	herstructureren
herstructurerende	=	herstructureren
herstructurering	noun	het herstructureren
herstructureringen	=	herstructurering
herstructureringskost	noun|obsolete	uitgaven die men doet als men de organisatie van een bedrijf of organisatie verandert
herstructureringskosten	noun	uitgaven die men doet als men de organisatie van een bedrijf of organisatie verandert
herstructureringsoperatie	noun	operatie waarbij niet rendabele activiteiten worden gestaakt of afgestoten en nieuwe activiteiten worden gestart
herstructureringsoperaties	=	herstructureringsoperatie
herstructureringsplan	noun	plan waarbij men oude niet rendabele activiteiten afstoot en vervangt door nieuwe rendabele activiteiten
herstructureringsplannen	=	herstructureringsplan
herstructureringsplannetje	=	herstructureringsplan
herstructureringsplannetjes	=	herstructureringsplan
herstructureringsproces	noun	proces van verandering in de organisatie
herstructureringsprocessen	=	herstructureringsproces
herstructureringsprogramma	noun	groep met elkaar samenhangende actie die gericht zijn om iets wat verouderd en niet meer rendabel is te moderniseren en rendabel te maken
herstructureringsprogramma's	=	herstructureringsprogramma
hert	noun	benaming voor herkauwende zoogdieren uit de familie Cervidae, waarvan de mannetjes een gewei hebben
hertaal	=	hertalen
hertaald	=	hertalen
hertaalde	=	hertalen
hertaalden	=	hertalen
hertaalt	=	hertalen
hertachtige	noun	zoogdier uit de familie Cervidae van herkauwende, evenhoevige zoogdieren die zich kenmerken door het gewei van het mannetjeshert.
hertachtigen	noun	Cervidae een familie van herkauwende, evenhoevige zoogdieren die zich kenmerken door het gewei van het mannetjeshert.
hertale	=	hertalen
hertalen	verb	omzetten in begrijpelijker taal
hertalend	=	hertalen
hertalende	=	hertalen
hertaling	noun	het opnieuw schrijven van een tekst in dezelfde taal met als doel dat de tekst toegankelijk is voor een andere dan het oorspronkelijke publiek
hertalingen	=	hertaling
herte	=	hart
herteken	=	hertekenen
hertekend	=	hertekenen
hertekende	=	hertekenen
hertekenden	=	hertekenen
hertekene	=	hertekenen
hertekenen	verb	opnieuw tekenen; opnieuw vormgeven
hertekenend	=	hertekenen
hertekenende	=	hertekenen
hertekening	noun	verandering van een tekening; aanpassing van een tekening
hertekeningen	=	hertekening
hertekent	=	hertekenen
hertel	=	hertellen
herteld	=	hertellen
hertelde	=	hertellen
hertelden	=	hertellen
hertelle	=	hertellen
hertellen	verb	opnieuw aan telling onderwerpen
hertellend	=	hertellen
hertellende	=	hertellen
hertelling	noun	het opnieuw tellen van de stemmen na een verkiezing
hertellingen	=	hertelling
hertelt	=	hertellen
herten	=	hert
hertenbiefstuk	noun	vlees afkomstig van de bovenbil van een hert
hertenbiefstukje	=	hertenbiefstuk
hertenbiefstukjes	=	hertenbiefstuk
hertenbiefstukken	=	hertenbiefstuk
hertenfilet	noun	een filet van hertenvlees
hertenfiletje	=	hertenfilet
hertenfiletjes	=	hertenfilet
hertenfilets	=	hertenfilet
hertengewei	noun	vertakte horens van een hert
hertengeweien	=	hertengewei
hertengeweitje	=	hertengewei
hertenjacht	noun	de keer dat men herten afschiet; de keer dat men jaagt op herten
hertenjachten	=	hertenjacht
hertenjong	noun	hert (Cervidae) dat nog door zijn moeder moet worden verzorgd
hertenjongen	=	hertenjong
hertenkalf	noun	een jong hert
hertenkalfje	=	hertenkalf
hertenkalfjes	=	hertenkalf
hertenkalveren	=	hertenkalf
hertenkamp	noun	afgerasterd stuk land waarbinnen herten gehouden worden
hertenkampen	=	hertenkamp
hertenkampje	=	hertenkamp
hertenkampjes	=	hertenkamp
hertenkop	noun	hoofd van een hert met gewei (dat als jachttrofee aan de muur gehangen wordt)
hertenkoppen	=	hertenkop
hertenleer	noun	leer afkomstig van de huid van een hert
hertenleren	adj	vervaardigd van het leer van een hert
hertenluisvlieg	noun	Lipoptena cervi een parasiterende vliegensoort uit de familie van de luisvliegen (Hippoboscidae).
hertenluisvliegen	=	hertenluisvlieg
hertenluisvliegje	=	hertenluisvlieg
hertenluisvliegjes	=	hertenluisvlieg
hertenpoep	noun	uitwerpselen van herten
hertenrits	noun	bepaald soort boom, Citharexylum spinosum, die een gewilde houtsoort levert en ook in Suriname op de ritsen voorkomt
hertenritsen	=	hertenrits
hertentamen	noun	tentamen dat als herkansing geldt
hertentamens	=	hertentamen
hertentamentje	=	hertentamen
hertentamentjes	=	hertentamen
hertenvlees	noun	vlees afkomstig van een hert
hertenzwijn	noun	bepaald soort zoogdier, Babyrousa babyrussa uit de familie van de varkens Suidae De wetenschappelijke naam van de soort werd als Sus babyrussa in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus
hertenzwijnen	=	hertenzwijn
hertenzwijntje	=	hertenzwijn
hertenzwijntjes	=	hertenzwijn
hertest	=	hertesten
herteste	=	hertesten
hertesten	verb	opnieuw aan een test onderwerpen
hertestend	=	hertesten
hertestende	=	hertesten
hertestte	=	hertesten
hertestten	=	hertesten
hertje	=	hert
hertjes	=	hert
hertmuis	noun	Peromyscus maniculatus knaagdier uit de Neotominae dat voorkomt in grote delen van Noord-Amerika.
hertmuisje	=	hertmuis
hertmuisjes	=	hertmuis
hertmuizen	=	hertmuis
hertoetreding	noun	het opnieuw lid worden, toetreden of deel gaan uitmaken van een organisatie, verdrag of groep waarvan men eerder lid was, maar deze heeft verlaten.
hertoetredingen	=	hertoetreding
hertoetredinkje	=	hertoetreding
hertoetredinkjes	=	hertoetreding
hertoetsing	noun	na een eerder onderzoek iets of iemand opnieuw testen aan de hand van vooraf opgestelde criteria
hertoetsingen	=	hertoetsing
hertog	noun	een landsheer, oorspronkelijk van een hoger hiërarchisch niveau dan de markies
hertogdom	noun	het gebied dat onder leiding staat of stond van een hertog
hertogdommen	=	hertogdom
hertogdommetje	=	hertogdom
hertogelijk	adj	van de hertog
hertogelijke	=	hertogelijk
hertogelijker	=	hertogelijk
hertogelijkere	=	hertogelijk
hertogelijkers	=	hertogelijk
hertogelijks	=	hertogelijk
hertogelijkst	=	hertogelijk
hertogelijkste	=	hertogelijk
hertogen	=	hertog
hertogin	noun	adellijke titel, vrouw van een hertog
hertoginnen	=	hertogin
hertoginnenaardappel	noun	een verfijnd en klassiek Frans aardappelbijgerecht bestaande uit toefjes of rozetten van gekruide aardappelpuree die, dankzij de toevoeging van boter en eidooiers, in de oven worden gebakken tot ze goudbruin en krokant van buiten zijn, terwijl ze van binnen zacht en luchtig blijven
hertoginnenaardappelen	=	hertoginnenaardappel
hertoginnenaardappels	=	hertoginnenaardappel
hertoginnenlori	noun	Charmosynoides margarethae een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
hertoginnenlori's	=	hertoginnenlori
hertoginnenlorietje	=	hertoginnenlori
hertoginnenlorietjes	=	hertoginnenlori
hertoginnetje	=	hertogin
hertoginnetjes	=	hertogin
hertogje	=	hertog
hertogjes	=	hertog
hertogsvis	noun	Holacanthus tricolor een straalvinnige vissoort uit de familie van engel- of keizersvissen (Pomacanthidae).
hertogsvisje	=	hertogsvis
hertogsvisjes	=	hertogsvis
hertogsvissen	=	hertogsvis
hertrouw	noun	het opnieuw trouwen
hertrouwd	=	hertrouwen
hertrouwde	=	hertrouwen
hertrouwden	=	hertrouwen
hertrouwe	=	hertrouwen
hertrouwen	verb	~ met opnieuw in het huwelijk treden
hertrouwend	=	hertrouwen
hertrouwende	=	hertrouwen
hertrouwt	=	hertrouwen
hertshooi	noun	benaming voor planten uit het geslacht Hypericum in de hertshooifamilie (Hypericaceae)
hertshooibladroller	noun	Lathronympha strigana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
hertshooibladrollers	=	hertshooibladroller
hertshooibladrollertje	=	hertshooibladroller
hertshooibladrollertjes	=	hertshooibladroller
hertshooifamilie	noun	een familie Hypericaceae van tweezaadlobbige kruidachtige planten, struiken en bomen.
hertshooifamilies	=	hertshooifamilie
hertshooifamilietje	=	hertshooifamilie
hertshooifamilietjes	=	hertshooifamilie
hertshooilangsprietmot	noun	Adela violella een vlinder uit de familie van de langsprietmotten (Adelidae).
hertshooilangsprietmotje	=	hertshooilangsprietmot
hertshooilangsprietmotjes	=	hertshooilangsprietmot
hertshooilangsprietmotten	=	hertshooilangsprietmot
hertshooimineermot	noun	Ectoedemia septembrella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
hertshooimineermotje	=	hertshooimineermot
hertshooimineermotjes	=	hertshooimineermot
hertshooimineermotten	=	hertshooimineermot
hertshooiroest	noun	Melampsora hypericorum een paddenstoel uit de familie Melampsoraceae.
hertshooiroesten	=	hertshooiroest
hertshooiroestje	=	hertshooiroest
hertshooiroestjes	=	hertshooiroest
hertshooisneeuwmot	noun	Leucoptera lustratella een vlinder uit de familie sneeuwmotten (Lyonetiidae).
hertshooisneeuwmotje	=	hertshooisneeuwmot
hertshooisneeuwmotjes	=	hertshooisneeuwmot
hertshooisneeuwmotten	=	hertshooisneeuwmot
hertshooisteilkopje	noun	Cryptocephalus moraei een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
hertshooisteilkopjes	=	hertshooisteilkopje
hertshooisteltmot	noun	Euspilapteryx auroguttella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
hertshooisteltmotje	=	hertshooisteltmot
hertshooisteltmotjes	=	hertshooisteltmot
hertshooisteltmotten	=	hertshooisteltmot
hertshoorn	noun	materiaal waaruit de geweien van herten bestaan
hertshoornen	=	hertshoorn
hertshoorns	=	hertshoorn
hertshoorntje	=	hertshoorn
hertshoornvaren	noun	Platycerium bifurcatum een varen uit de eikvarenfamilie (Polypodiaceae).
hertshoornvarens	=	hertshoornvaren
hertshoornvarentje	=	hertshoornvaren
hertshoornvarentjes	=	hertshoornvaren
hertshoornweegbree	noun	Plantago coronopus een in België en Nederland van nature voorkomende, eenjarige of vaste, tweeslachtige, 5–20 cm hoge plant met een penwortel
hertshoren	noun	hard en vaak vertakt uitsteeksel aan de kop van mannelijke herkauwende zoogdieren uit de familie Cervidae
hertshorens	=	hertshoren
hertsleer	noun	leer afkomstig van de huid van een hert
hertsleertje	=	hertsleer
hertsleertjes	=	hertsleer
hertsleren	adj	vervaardigd van het leer van een hert
hertsmunt	noun	Mentha longifolia een meerjarige plant uit de lipbloemenfamilie (Labiatae).
hertsmunten	=	hertsmunt
hertsmuntje	=	hertsmunt
hertsmuntjes	=	hertsmunt
hertswortel	noun	Seseli libanotis een tweejarige tot meerjarige plant (tot 8 jaar), die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
hertswortelen	=	hertswortel
hertswortels	=	hertswortel
hertsworteltje	=	hertswortel
hertsworteltjes	=	hertswortel
hertz	noun	de SI-eenheid voor frequentie van trillingen, weergegeven met symbool Hz
hertzen	=	hertz
hertzwijn	noun	Babyrousa babyrussa in Indonesië levend zwijn met lange gekromde tanden
hertzwijnen	=	hertzwijn
hertzwijntje	=	hertzwijn
hertzwijntjes	=	hertzwijn
heruit	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord opnieuw uit
heruitbracht	=	heruitbrengen
heruitbrachten	=	heruitbrengen
heruitbreng	noun	het opnieuw uitbrengen
heruitbrenge	=	heruitbrengen
heruitbrengen	verb	opnieuw een uitgave het daglicht laten zien (van een boek, muziekalbum e.d.)
heruitbrengend	=	heruitbrengen
heruitbrengende	=	heruitbrengen
heruitbrengt	=	heruitbrengen
heruitgaaft	=	heruitgeven
heruitgaf	=	heruitgeven
heruitgave	noun	publicatie van een werk dat al eens eerder is gepubliceerd
heruitgaven	=	heruitgave
heruitgebracht	=	heruitbrengen
heruitgebrachte	=	heruitbrengen
heruitgeef	=	heruitgeven
heruitgeeft	=	heruitgeven
heruitgegeven	=	heruitgeven
heruitgeve	=	heruitgeven
heruitgeven	verb	opnieuw publiceren
heruitgevend	=	heruitgeven
heruitgevende	=	heruitgeven
heruitgevonden	=	heruitvinden
heruitgezonden	=	heruitzenden
heruitvind	=	heruitvinden
heruitvinde	=	heruitvinden
heruitvinden	verb	opnieuw uitvinden; opnieuw ontwerpen
heruitvindend	=	heruitvinden
heruitvindende	=	heruitvinden
heruitvinding	noun	het opnieuw uitvinden of opnieuw vormgeven van iets dat al bestaat of eerder is uitgevonden
heruitvindingen	=	heruitvinding
heruitvindinkje	=	heruitvinding
heruitvindinkjes	=	heruitvinding
heruitvindt	=	heruitvinden
heruitvoering	noun	opnieuw laten zien van een eerder vertoonde voorstelling
heruitvoeringen	=	heruitvoering
heruitvoerinkje	=	heruitvoering
heruitvoerinkjes	=	heruitvoering
heruitvond	=	heruitvinden
heruitvonden	=	heruitvinden
heruitzend	=	heruitzenden
heruitzende	=	heruitzenden
heruitzenden	verb	een televisieprogamma opnieuw uitzenden
heruitzendend	=	heruitzenden
heruitzendende	=	heruitzenden
heruitzending	noun	herhalen van een radio- of televisieprogramma
heruitzendingen	=	heruitzending
heruitzendinkje	=	heruitzending
heruitzendinkjes	=	heruitzending
heruitzendt	=	heruitzenden
heruitzond	=	heruitzenden
heruitzonde	=	heruitzenden
heruitzonden	=	heruitzenden
heruitzondt	=	heruitzenden
hervaccinatie	noun	het opnieuw vaccineren
hervaccinaties	=	hervaccinatie
herval	=	hervallen
hervalle	=	hervallen
hervallen	verb	opnieuw ziek worden
hervallend	=	hervallen
hervallende	=	hervallen
hervallens	=	hervallen
hervalt	=	hervallen
hervat	=	hervatten
hervatte	=	hervatten
hervatten	verb	een activiteit opnieuw beginnen na deze eerder gestaakt te hebben
hervattend	=	hervatten
hervattende	=	hervatten
hervatting	noun	het opnieuw met iets beginnen, waar men eerder mee gestopt was
hervattingen	=	hervatting
herverdeel	=	herverdelen
herverdeeld	=	herverdelen
herverdeelde	=	herverdelen
herverdeelden	=	herverdelen
herverdeelt	=	herverdelen
herverdele	=	herverdelen
herverdelen	verb	opnieuw verdelen
herverdelend	=	herverdelen
herverdelende	=	herverdelen
herverdeling	noun	het herverdelen, de andere verdeling
herverdelingen	=	herverdeling
herverkies	=	herverkiezen
herverkiesbaar	adj	opnieuw te kiezen tijdens een verkiezing
herverkiesbaarder	=	herverkiesbaar
herverkiesbaardere	=	herverkiesbaar
herverkiesbaarders	=	herverkiesbaar
herverkiesbaars	=	herverkiesbaar
herverkiesbaarst	=	herverkiesbaar
herverkiesbaarste	=	herverkiesbaar
herverkiesbare	=	herverkiesbaar
herverkiest	=	herverkiezen
herverkieze	=	herverkiezen
herverkiezen	verb	opnieuw iemand kiezen voor een functie die hij of zij al bekleedt
herverkiezend	=	herverkiezen
herverkiezende	=	herverkiezen
herverkiezing	noun	de verkiezing van een persoon in een functie die hij al eerder heeft bekleed
herverkiezingen	=	herverkiezing
herverkiezingscampagne	noun	alle handelingen die als doel hebben dat iemand wederom voor een functie wordt gekozen die hij of zij nu al bekleedt
herverkiezingscampagnes	=	herverkiezingscampagne
herverkoos	=	herverkiezen
herverkozen	=	herverkiezen
herverschijning	noun	het weer verschijnen
herverschijningen	=	herverschijning
herverschijninkje	=	herverschijning
herverschijninkjes	=	herverschijning
hervertelling	noun	het opnieuw, in nieuwe woorden, vertellen van een verhaal
hervertellingen	=	hervertelling
herverwerking	noun	het opnieuw gebruiken van wat eerst afvalstoffen waren
herverwerkingen	=	herverwerking
herverzeker	=	herverzekeren
herverzekeraar	noun	bedrijf dat de verzekeringsrisico's van een verzekeraar overneemt
herverzekeraars	=	herverzekeraar
herverzekerd	=	herverzekeren
herverzekerde	=	herverzekeren
herverzekerden	=	herverzekeren
herverzekere	=	herverzekeren
herverzekeren	verb	het verzekeren van de risico's die een verzekeringsmaatschappij loopt
herverzekerend	=	herverzekeren
herverzekerende	=	herverzekeren
herverzekering	noun	het risico van een verzekering die door een andere verzekeringsmaatschappij wordt overgenomen
herverzekeringen	=	herverzekering
herverzekeringetje	=	herverzekering
herverzekeringetjes	=	herverzekering
herverzekert	=	herverzekeren
hervestig	=	hervestigen
hervestigd	=	hervestigen
hervestigde	=	hervestigen
hervestigden	=	hervestigen
hervestige	=	hervestigen
hervestigen	verb	opnieuw op een andere plaats huisvesten
hervestigend	=	hervestigen
hervestigende	=	hervestigen
hervestiging	noun	het gaan wonen op een andere plaats
hervestigingen	=	hervestiging
hervestigingetje	=	hervestiging
hervestigingetjes	=	hervestiging
hervestigingsprogramma	noun	serie planmatige handelingen waarbij een groep mensen naar een nieuwe woonplaats wordt geleid
hervestigingsprogramma's	=	hervestigingsprogramma
hervestigt	=	hervestigen
herviel	=	hervallen
herviele	=	hervallen
hervielen	=	hervallen
hervielt	=	hervallen
hervind	=	hervinden
hervindbaar	adj	van iets dat het weer gevonden kan worden, opgespoord kan worden of opnieuw kan worden aangetroffen.
hervindbaarder	=	hervindbaar
hervindbaardere	=	hervindbaar
hervindbaarders	=	hervindbaar
hervindbaars	=	hervindbaar
hervindbaarst	=	hervindbaar
hervindbaarste	=	hervindbaar
hervindbare	=	hervindbaar
hervinde	=	hervinden
hervinden	verb	opnieuw vinden
hervindend	=	hervinden
hervindende	=	hervinden
hervindt	=	hervinden
hervond	=	hervinden
hervonden	=	hervinden
hervondt	=	hervinden
hervorm	=	hervormen
hervormbaar	adj	grondig te veranderen (vaak na langdurig hetzelfde gebleven te zijn) maar niet verdwijnen of opgeheven worden
hervormbaarder	=	hervormbaar
hervormbaardere	=	hervormbaar
hervormbaarders	=	hervormbaar
hervormbaars	=	hervormbaar
hervormbaarst	=	hervormbaar
hervormbaarste	=	hervormbaar
hervormbare	=	hervormbaar
hervormd	adj	van, betrekking hebbend op de Nederlandse Hervormde Kerk
hervormde	=	hervormen
hervormden	=	hervormen
hervormder	=	hervormd
hervormdere	=	hervormd
hervormders	=	hervormd
hervormds	=	hervormd
hervormdst	=	hervormd
hervormdste	=	hervormd
hervorme	=	hervormen
hervormen	verb	iets grondig wijzigen
hervormend	=	hervormen
hervormende	=	hervormen
hervormer	noun	een persoon die hervormingen nastreeft
hervormers	=	hervormer
hervormertje	=	hervormer
hervormertjes	=	hervormer
hervorming	noun	het proces van hervormen
hervormingen	=	hervorming
hervormingsagenda	noun	plannen voor toekomstige aanpassingen
hervormingsagenda's	=	hervormingsagenda
hervormingsagendaatje	=	hervormingsagenda
hervormingsagendaatjes	=	hervormingsagenda
hervormingsbeleid	noun	het voornemen zaken in de toekomst anders te gaan doen
hervormingsbeweging	noun	organisatie die politieke en maatschappelijke hervormingen nastreeft
hervormingsbewegingen	=	hervormingsbeweging
hervormingsbeweginkje	=	hervormingsbeweging
hervormingsbeweginkjes	=	hervormingsbeweging
hervormingsdrang	noun	sterke neiging tot grondige verandering
hervormingsgezind	adj	geneigd om veranderingen door te voeren
hervormingsgezinde	noun	persoon die voor veranderingen en aanpassingen is
hervormingsgezinden	=	hervormingsgezinde
hervormingsgezinder	=	hervormingsgezind
hervormingsgezindere	=	hervormingsgezind
hervormingsgezinders	=	hervormingsgezind
hervormingsgezindheid	noun	het geneigd zijn om politieke en maatschappelijke hervormingen te bevorderen; de bereidheid om politieke en maatschappelijke hervormingen te bevorderen
hervormingsgezinds	=	hervormingsgezind
hervormingsgezindst	=	hervormingsgezind
hervormingsgezindste	=	hervormingsgezind
hervormingskoers	noun	het plan om maatschappelijke en politieke veranderingen door te voeren
hervormingskoersen	=	hervormingskoers
hervormingspakket	noun	een aantal maatschappelijke en politieke veranderingen
hervormingspakketje	=	hervormingspakket
hervormingspakketjes	=	hervormingspakket
hervormingspakketten	=	hervormingspakket
hervormingspartij	noun	politieke partij de politieke en maatschappelijke veranderingen nastreeft
hervormingspartijen	=	hervormingspartij
hervormingspartijtje	=	hervormingspartij
hervormingspartijtjes	=	hervormingspartij
hervormingsplan	noun	voornemen om iets in de toekomst anders te doen dan in het verleden
hervormingsplannen	=	hervormingsplan
hervormingsplannetje	=	hervormingsplan
hervormingsplannetjes	=	hervormingsplan
hervormingspoging	noun	een gerichte inspanning om een bestaand systeem, zoals een organisatie, overheid of wetgeving, te wijzigen of te reorganiseren om het beter of moderner te laten functioneren.
hervormingspogingen	=	hervormingspoging
hervormingspoginkje	=	hervormingspoging
hervormingspoginkjes	=	hervormingspoging
hervormingspolitiek	noun	beleid dat is gericht op een verandering van het bestuur en de samenleving
hervormingsproces	noun	de gang van zaken bij politieke en maatschappelijke veranderingen
hervormingsprocessen	=	hervormingsproces
hervormingsprogram	noun	samenhangende verzameling maatregelen om voor een grondige verandering te zorgen
hervormingsprogramma	noun	plannen betreffende politieke en maatschappelijke veranderingen
hervormingsprogramma's	=	hervormingsprogramma
hervormingsprograms	=	hervormingsprogram
hervormingsvoorstel	noun	een verandering die men zelf voorstaat en voorlegt aan anderen ter goedkeuring en uitvoering
hervormingsvoorstellen	=	hervormingsvoorstel
hervormingswet	noun	wet die de gang van zaken aanpast ten opzichte van hoe het vroeger ging
hervormingswetten	=	hervormingswet
hervorminkje	=	hervorming
hervorminkjes	=	hervorming
hervormt	=	hervormen
hervul	=	hervullen
hervulbaar	adj	opnieuw vol te maken
hervulbaarder	=	hervulbaar
hervulbaardere	=	hervulbaar
hervulbaarders	=	hervulbaar
hervulbaars	=	hervulbaar
hervulbaarst	=	hervulbaar
hervulbaarste	=	hervulbaar
hervulbare	=	hervulbaar
hervuld	=	hervullen
hervulde	=	hervullen
hervulden	=	hervullen
hervulle	=	hervullen
hervullen	verb	opnieuw vullen
hervullend	=	hervullen
hervullende	=	hervullen
hervult	=	hervullen
herwaardeer	=	herwaarderen
herwaardeerd	=	herwaarderen
herwaardeerde	=	herwaarderen
herwaardeerden	=	herwaarderen
herwaardeert	=	herwaarderen
herwaardere	=	herwaarderen
herwaarderen	verb	opnieuw, en vaak positiever, beoordelen
herwaarderend	=	herwaarderen
herwaarderende	=	herwaarderen
herwaardering	noun	het opnieuw op waarde schatten van wat men eerst verwaarloosde
herwaarderingen	=	herwaardering
herwaarts	adv	naar deze genoemde plaats, hierheen
herwater	=	herwateren
herwaterd	=	herwateren
herwaterde	=	herwateren
herwaterden	=	herwateren
herwatere	=	herwateren
herwateren	verb|obsolete	opnieuw in water doen, weer van water voorzien
herwaterend	=	herwateren
herwaterende	=	herwateren
herwatert	=	herwateren
herweging	noun	het opnieuw bepalen hoe zwaar iets moet meetellen bij het berekenen van een gewogen gemiddelde; met name bij het bepalen van een aandelenindex
herwegingen	=	herweging
herweginkje	=	herweging
herweginkjes	=	herweging
herwerk	=	herwerken
herwerke	=	herwerken
herwerken	verb	iets opnieuw doen, iets overdoen
herwerkend	=	herwerken
herwerkende	=	herwerken
herwerkt	=	herwerken
herwerkten	=	herwerken
herwildering	noun	Werken aan het herstel van ecosystemen door inheemse soorten opnieuw te introduceren en beschadigde leefgebieden te herstellen
herwilderingen	=	herwildering
herwilderinkje	=	herwildering
herwin	=	herwinnen
herwinne	=	herwinnen
herwinnen	verb	opnieuw in bezit van iets komen
herwinnend	=	herwinnen
herwinnende	=	herwinnen
herwinning	noun	het verwerven van iets dat eerst verloren is gegaan
herwinningen	=	herwinning
herwint	=	herwinnen
herwissel	noun	geprotesteerde wissel met de protest-nota
herwissels	=	herwissel
herwon	=	herwinnen
herwonne	=	herwinnen
herwonnen	=	herwinnen
herwont	=	herwinnen
herwording	noun	het opnieuw worden
herwordingen	=	herwording
herwordinkje	=	herwording
herwordinkjes	=	herwording
herzaagt	=	herzien
herzag	=	herzien
herzage	=	herzien
herzagen	=	herzien
herzeg	=	herzeggen
herzegd	=	herzeggen
herzegde	=	herzeggen
herzegden	=	herzeggen
herzegge	=	herzeggen
herzeggen	verb	herhalen, navertellen
herzeggend	=	herzeggen
herzeggende	=	herzeggen
herzegt	=	herzeggen
herzei	=	herzeggen
herzeiden	=	herzeggen
herzie	=	herzien
herzien	verb	opnieuw naar iets kijken om veranderingen aan te brengen	adj	veranderd, verbeterd
herziend	=	herzien
herziende	=	herzien
herziene	=	herzien
herziening	noun	het herzien; de verandering
herzieningen	=	herziening
herzieningsverzoek	noun	verzoek bij de Hoge Raad om een vonnis van de rechtbank te veranderen
herzieningsverzoeken	=	herzieningsverzoek
herziens	=	herzien
herziet	=	herzien
hes	noun	boerenkiel
hese	=	hees
hesen	=	hijsen
heser	=	hees
hesere	=	hees
hesers	=	hees
hesje	=	hes
hesjes	=	hes
hesp	noun	een stuk vlees uit de achterkant van een varken, met name de achterhesp
hespediem	=	hespeed
hespeed	noun	lijkrede
hespen	=	hesp
hespenworst	noun	worst gemaakt van fijn gemalen vlees verpakt in een rood vel
hespenworsten	=	hespenworst
hespje	=	hesp
hespjes	=	hesp
hesse	=	hes
hessen	=	hes
hesser	=	hes
hessere	=	hes
hessers	=	hes
hest	verb	du-vorm van hebben
heste	=	hes
hesteer	noun	het verbergen
hestu	contraction	hest du
het	pron	3e persoon enkelvoud onzijdig.	article	een bepaald lidwoord, wordt gebruikt voor onzijdige bepaalde zelfstandige naamwoorden en voor alle verkleinwoorden in het enkelvoud.
hetaere	noun	in het oude Athene een vrouw die heren van stand zowel geestelijk als lichamelijk bevredigend gezelschap bood
hetaeren	=	hetaere
hete	=	heet
heteer	noun	toestemming, met name als technische term bij halachische beslissingen
heteluchtballon	noun	luchtvoertuig dat zijn draagvermogen ontleent aan lucht die wordt opgewarmd door een brander en vastgehouden in een grote zak van licht materiaal
heteluchtballonnen	=	heteluchtballon
heteluchtballonnetje	=	heteluchtballon
heteluchtballonnetjes	=	heteluchtballon
heteluchtballons	=	heteluchtballon
heteluchtfriteuse	noun	een compact, veelzijdig keukenapparaat dat voedsel bereidt door hete lucht met hoge snelheid te laten circuleren
heteluchtfriteuses	=	heteluchtfriteuse
heteluchtfriteusetje	=	heteluchtfriteuse
heteluchtfriteusetjes	=	heteluchtfriteuse
heteluchtkanon	noun	apparaat dat grote hoeveelheden warme lucht in een ruimte kan blazen
heteluchtkanonnen	=	heteluchtkanon
heteluchtkanonnetje	=	heteluchtkanon
heteluchtkanonnetjes	=	heteluchtkanon
heteluchtmotor	noun	machine die wordt aangedreven door uitzetting van verhitte lucht en inkrimping van afkoelende lucht
heteluchtmotoren	=	heteluchtmotor
heteluchtmotors	=	heteluchtmotor
heteluchtmotortje	=	heteluchtmotor
heteluchtmotortjes	=	heteluchtmotor
heteluchtoven	noun	elektrische over waarin hete lucht circuleert om de warmte beter te verspreiden
heteluchtovens	=	heteluchtoven
heteluchtoventje	=	heteluchtoven
heteluchtoventjes	=	heteluchtoven
heteluchtverwarming	noun	verwarming die plaats vindt door hete lucht in een ruimte te blazen
heteluchtverwarmingen	=	heteluchtverwarming
heteluchtverwarminkje	=	heteluchtverwarming
heteluchtverwarminkjes	=	heteluchtverwarming
heten	verb	op een bepaalde wijze genoemd worden
hetend	=	heten
hetende	=	heten
heter	=	heet
heterarchie	noun	heerschappij van vreemdelingen
heterarchieën	=	heterarchie
heterdaad	noun	aanhouding op het moment dat de verdachte met de uitvoering van een misdrijf begint
heterdaadje	=	heterdaad
heterdaadjes	=	heterdaad
heterdaden	=	heterdaad
hetere	=	heet
heteriem	=	heteer
hetero	noun	iemand met een seksuele voorkeur voor het andere geslacht
hetero's	=	hetero
heterochrome	=	heterochroom
heterochromie	noun	het veelkleurig zijn (van de iris van het oog)
heterochrone	=	heterochroon
heterochroom	adj	veelkleurig
heterochrooms	=	heterochroom
heterochroon	adj	op verschillende momenten plaatsvindend
heterochroons	=	heterochroon
heterochtone	=	heterochtoon
heterochtoon	adj	niet-inheems
heterochtoons	=	heterochtoon
heterocliet	adj	van zeer verschillende aard
heterocliete	=	heterocliet
heterocliets	=	heterocliet
heteroclytisch	adj	van zeer verschillende aard
heteroclytische	=	heteroclytisch
heterocyclisch	adj	met atoomringen die meer dan één element bevatten
heterocyclische	=	heterocyclisch
heterodox	adj	van het leerstellig geloof of de gangbare overtuiging afwijkend
heterodoxe	=	heterodox
heterodoxer	=	heterodox
heterodoxere	=	heterodox
heterodoxers	=	heterodox
heterodoxie	noun	het heterodox zijn
heterodoxieën	=	heterodoxie
heterodoxt	=	heterodox
heterodoxte	=	heterodox
heterodyne	noun	het verschijnsel dat bij niet-lineaire menging van twee harmonische signalen (b.v. door de signalen te vermenigvuldigen), componenten ontstaan op de som- en verschilfrequenties
heterodynes	=	heterodyne
heterofiel	noun	heteroseksueel	adj	heteroseksueel
heterofiele	=	heterofiel
heterofielen	=	heterofiel
heterofieler	=	heterofiel
heterofielere	=	heterofiel
heterofielers	=	heterofiel
heterofiels	=	heterofiel
heterofielst	=	heterofiel
heterofielste	=	heterofiel
heterofieltje	=	heterofiel
heterofilie	noun	heteroseksualiteit
heterofone	=	heterofoon
heterofoon	adj	meerstemmig
heterofoons	=	heterofoon
heterofyt	noun	plant die leeft van andere organismen
heterofyten	=	heterofyt
heterofytje	=	heterofyt
heterofytjes	=	heterofyt
heterogeen	adj	ongelijksoortig
heterogeens	=	heterogeen
heterogeenst	=	heterogeen
heterogeenste	=	heterogeen
heterogene	=	heterogeen
heterogener	=	heterogeen
heterogenere	=	heterogeen
heterogeners	=	heterogeen
heterogeniteit	noun	het ongelijksoortig zijn, de ongelijksoortigheid
heterogeniteiten	=	heterogeniteit
heterohuwelijk	noun	huwelijk tussen man en vrouw
heterohuwelijken	=	heterohuwelijk
heterohuwelijkje	=	heterohuwelijk
heterohuwelijkjes	=	heterohuwelijk
heterolateraal	adj	aan de andere (tegenovergestelde) zijde
heterolateraals	=	heterolateraal
heterolaterale	=	heterolateraal
heterologe	=	heteroloog
heterologisch	adj	met betrekking tot de heterologie
heterologische	=	heterologisch
heterologischer	=	heterologisch
heterologischere	=	heterologisch
heterologischers	=	heterologisch
heteroloog	adj	van vreemde, andere herkomst
heteroloogs	=	heteroloog
heteromorf	adj	van verschillende gedaante
heteromorfe	=	heteromorf
heteromorfer	=	heteromorf
heteromorfere	=	heteromorf
heteromorfers	=	heteromorf
heteromorfie	noun	het in meer dan één gedaante voorkomen van een organisme
heteromorfisme	noun	het in verschillende gedaanten kunnen voorkomen
heteromorfismen	=	heteromorfisme
heteromorfismes	=	heteromorfisme
heteromorfismetje	=	heteromorfisme
heteromorfismetjes	=	heteromorfisme
heteromorfs	=	heteromorf
heteromorfst	=	heteromorf
heteromorfste	=	heteromorf
heteroniem	noun	een verzonnen persoon bedacht door een auteur om te kunnen schrijven in een andere stijl
heteroniemen	=	heteroniem
heteroniempje	=	heteroniem
heteroniempjes	=	heteroniem
heteronome	=	heteronoom
heteronomer	=	heteronoom
heteronomere	=	heteronoom
heteronomers	=	heteronoom
heteronomie	noun	het onderworpen zijn aan regels of voorschriften van externe factoren, afhankelijkheid
heteronoom	adj	aan regels van anderen (van buitenaf) onderworpen
heteronooms	=	heteronoom
heteronoomst	=	heteronoom
heteronoomste	=	heteronoom
heteronormatief	adj	de norm stellend dat heteroseksualiteit de standaard en/of de natuurlijke toestand van de mens is
heteronormatiefs	=	heteronormatief
heteronormatiefst	=	heteronormatief
heteronormatiefste	=	heteronormatief
heteronormatieve	=	heteronormatief
heteronormatiever	=	heteronormatief
heteronormatievere	=	heteronormatief
heteronormatievers	=	heteronormatief
heteronormativiteit	noun	de aanname dat heteroseksualiteit de enige natuurlijke en normale seksuele geaardheid is waardoor mensen worden ingedeeld in binaire genderrollen (man/vrouw).
heteronormativiteiten	=	heteronormativiteit
heterootje	=	hetero
heterootjes	=	hetero
heteroseksisme	noun	filosofie die uitgaat van heteroseksualiteit als norm homoseksualiteit verwerpt
heteroseksualiteit	noun	seksuele voorkeur voor personen van de andere sekse
heteroseksualiteiten	=	heteroseksualiteit
heteroseksueel	noun	man met seksuele voorkeur voor vrouwen of een vrouw met seksuele voorkeur voor mannen	adj	gericht op het andere geslacht of betrekking hebbend op liefde voor mensen met een ander geslacht
heteroseksueels	=	heteroseksueel
heteroseksueelst	=	heteroseksueel
heteroseksueelste	=	heteroseksueel
heteroseksueeltje	=	heteroseksueel
heteroseksuele	=	heteroseksueel
heteroseksuelen	=	heteroseksueel
heteroseksueler	=	heteroseksueel
heteroseksuelere	=	heteroseksueel
heteroseksuelers	=	heteroseksueel
heterosyllabisch	adj	behorend tot een andere lettergreep
heterosyllabische	=	heterosyllabisch
heterotoop	adj	op een afwijkende plaats van het lichaam voorkomend
heterotoops	=	heterotoop
heterotope	=	heterotoop
heterotypisch	adj	van de norm afwijkend, geen doorsnee
heterotypische	=	heterotypisch
heterozygoot	noun	een (diploïd) organisme dat twee allelen van een gen heeft	adj	in het bezit zijnde van twee allelen van een gen bij een (diploïd) organisme
heterozygootje	=	heterozygoot
heterozygootjes	=	heterozygoot
heterozygoots	=	heterozygoot
heterozygote	=	heterozygoot
heterozygoten	=	heterozygoot
heters	=	heet
hetgeen	pron|formal	met ingesloten antecedent wat
hethiet	noun	lid van een volksgroep in Kanaän-2 die is voortgekomen uit Chet, ook te vinden in Klein-Azië en Noord-Syrië (Gen. 15:20 +, Ex. 3:8 +, Num. 13:29, Deut. 7:1 +, Joz. 1:4 +, Recht. 1:26 +, 1 Sam. 26:6, 2 Sam. 11:3 +, 1 Kon. 9:20 +, 2 Kon. 7:6, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 1 Kron. 11:41, 2 Kron. 1:17 +)
hethieten	=	hethiet
hetman	noun	titel van de op een na hoogste militaire bevelhebber (na de vorst) in Polen en het Grootvorstendom Litouwen van de 15e tot de 18e eeuw, die van 1569 tot 1795 samen het Pools-Litouwse Gemenebest vormden.
hetmannen	=	hetman
hetmannetje	=	hetman
hetmannetjes	=	hetman
hetmans	=	hetman
hettitischtalig	adj	de Hettitische taal sprekend
hettitischtalige	=	hettitischtalig
hettitischtaligs	=	hettitischtalig
hetwelk	pron	verwijzend naar een antecedent dat een zin is
hetz	=	hetzen
hetze	noun	systematisch opgezet gestook
hetzelfde	pron	de gelijke identiteit bezittend; onzijdig enkelvoud, zowel zelfstandig als bijvoeglijk gebruikt
hetzelve	pron|obsolete	hetzelfde, de gelijke identiteit bezittend
hetzen	verb	een lastercampagne opzetten; tweespalt veroorzaken
hetzend	=	hetzen
hetzende	=	hetzen
hetzerig	adj	opruiend, een hetze teweegbrengend
hetzerige	=	hetzerig
hetzeriger	=	hetzerig
hetzerigere	=	hetzerig
hetzerigers	=	hetzerig
hetzerigs	=	hetzerig
hetzerigst	=	hetzerig
hetzerigste	=	hetzerig
hetzes	=	hetze
hetzij	conj	of ............ of .................
hetzt	=	hetzen
hetzte	=	hetzen
hetzten	=	hetzen
heu	=	heuen
heuchelijk	=	heugelijk
heude	=	heuen
heuden	=	heuen
heue	=	heuen
heuen	verb	hoeden, bijeendrijven, naar de markt drijven
heuend	=	heuen
heuende	=	heuen
heug	noun	lust, zin, vrolijk zie ook heuglijk
heugde	=	heugen
heugden	=	heugen
heuge	=	heugen
heugel	noun	getande platte staaf waarop d.m.v. een tandrad iets verplaatst kan worden
heugelhaak	noun	haak die door een heugel met gaten wordt gestoken, en waaraan de ketel wordt gehangen
heugelhaakje	=	heugelhaak
heugelhaakjes	=	heugelhaak
heugelhaken	=	heugelhaak
heugelijk	adj	blij of reden tot vreugde gevend
heugelijke	=	heugelijk
heugelijker	=	heugelijk
heugelijkere	=	heugelijk
heugelijkers	=	heugelijk
heugelijks	=	heugelijk
heugelijkst	=	heugelijk
heugelijkste	=	heugelijk
heugels	=	heugel
heugen	verb	in de herinnering bijblijven
heugend	=	heugen
heugende	=	heugen
heugenis	noun	gedachtenis, geheugen, herinnering
heugenissen	=	heugenis
heuglijk	adj	blij makend, verheugend
heuglijke	=	heuglijk
heuglijker	=	heuglijk
heuglijkere	=	heuglijk
heuglijkers	=	heuglijk
heuglijks	=	heuglijk
heuglijkst	=	heuglijk
heuglijkste	=	heuglijk
heugt	=	heugen
heul	noun	overwelfde of overbrugde (vaak ook afsluitbare) doorgang in een waterkering
heulde	=	heulen
heulden	=	heulen
heule	=	heulen
heulen	verb	met de vijand samenwerken of ideologisch mee eens zijn
heulend	=	heulen
heulende	=	heulen
heulsap	noun	melk van de zaaddozen van de heul
heulsappen	=	heulsap
heult	=	heulen
heulte	=	holte
heultje	=	heul
heultjes	=	heul
heulzaad	noun	het zaad van de maankop, slaapbol, papaver
heulzaden	=	heulzaad
heup	noun	deel van beide zijkanten van het menselijk lichaam ter hoogte van het heupgewricht, waar het been met de romp verbonden is
heupairbag	noun	luchtkussen dat de heupen bij een val beschermt
heupairbags	=	heupairbag
heupband	noun	een band die men om de heup draagt
heupbanden	=	heupband
heupbandje	=	heupband
heupbandjes	=	heupband
heupbeen	noun	een van de beenderen van de bekkengordel dat bestaat uit het darmbeen, het schaambeen en het zitbeen, os coxae
heupbeenderen	=	heupbeen
heupbenen	=	heupbeen
heupbeweging	noun	elke fysieke handeling die vanuit het heupgewricht wordt gemaakt
heupbewegingen	=	heupbeweging
heupbeweginkje	=	heupbeweging
heupbeweginkjes	=	heupbeweging
heupblessure	noun	beschadiging aan of rond de heup door overbelasting
heupblessuren	=	heupblessure
heupblessures	=	heupblessure
heupbroek	noun	een laag om de heupen zittende broek
heupbroeken	=	heupbroek
heupbroekje	=	heupbroek
heupbroekjes	=	heupbroek
heupen	=	heup
heupflacon	noun	afgeplatte fles met een holle zijde
heupflacons	=	heupflacon
heupfles	noun	een kleine platte fles die daardoor makkelijk in een broekzak gedragen kan worden
heupflesje	=	heupfles
heupflesjes	=	heupfles
heupflessen	=	heupfles
heupfracturen	=	heupfractuur
heupfractuur	noun	bij deze fractuur gaat het meestal om een botbreuk in het bovenste gedeelte van het dijbeen
heupgewricht	noun	het gewricht tussen het dijbeen en het heupbeen, articulus coxae
heupgewrichten	=	heupgewricht
heupgewrichtje	=	heupgewricht
heupgewrichtjes	=	heupgewricht
heupgordel	noun	een veiligheidsgordel die alleen om de heupen zit
heupgordels	=	heupgordel
heuphoogte	noun	afstand van de heup tot aan de grond
heuphoogten	=	heuphoogte
heuphoogtes	=	heuphoogte
heupje	=	heup
heupjes	=	heup
heupklacht	noun	pijn of andere bezwaren die men voelt aan de heup of de omgeving van de heup
heupklachten	=	heupklacht
heupkom	noun	deel van het darmbeen met gewrichtsvlak waarin de kop van het dijbeen kan draaien
heupkommen	=	heupkom
heupkop	noun	bolle uiteinde van het dijbeen, deel van het heupgewricht
heupkopje	=	heupkop
heupkopjes	=	heupkop
heupkoppen	=	heupkop
heupoperatie	noun	chirurgische ingreep aan een heupgewricht
heupoperaties	=	heupoperatie
heupoperatietje	=	heupoperatie
heupoperatietjes	=	heupoperatie
heuppotigen	noun	een familie Pygopodidae van hagedissen
heuptas	noun	tasje dat je om je heupen als een riem kan dragen
heuptasje	=	heuptas
heuptasjes	=	heuptas
heuptassen	=	heuptas
heupwieg	=	heupwiegen
heupwiegde	=	heupwiegen
heupwiegden	=	heupwiegen
heupwiege	=	heupwiegen
heupwiegen	verb	manier van lopen, m.n. van een vrouw, waarbij de heupen op en neer bewegen
heupwiegend	adj	bezig zijnd met het ritmisch bewegen van heupen en billen
heupwiegende	=	heupwiegen
heupwiegends	=	heupwiegend
heupwiegendste	=	heupwiegend
heupwiegt	=	heupwiegen
heupworp	noun	beweging waarbij iemand of iets wordt gegooid door een zijdelingse draai van het onderlichaam#:▸ Hij zag er keurig uit.
heupworpen	=	heupworp
heupzwaai	noun	iemand omver duwen met de heupen
heupzwaaien	=	heupzwaai
heur	pron	haar
heureka	=	eureka
heuristiek	noun	wetenschap die langs methodische weg (systematisch) tot vondsten of ontdekkingen wil komen
heuristieken	=	heuristiek
heuristisch	adj	in staat om op een zelfstandige, systematische manier iets te vinden
heuristische	=	heuristisch
heuristischer	=	heuristisch
heuristischere	=	heuristisch
heuristischers	=	heuristisch
heurken	=	hork
heus	adj	hoffelijk, beleefd	adv	werkelijk, echt
heusch	=	heus
heuse	=	heus
heuselijk	adj	echt, wezenlijk
heuselijke	=	heuselijk
heuselijks	=	heuselijk
heuser	=	heus
heusere	=	heus
heusers	=	heus
heusheid	noun	het beleefd en hoffelijk zijn
heusijs	noun	grondijs
heusijsje	=	heusijs
heusijsjes	=	heusijs
heust	=	heus
heuste	=	heus
heut	=	heuen
heuvel	noun	verhoging in het landschap die wat lager is dan een berg zn (tot ± 500 m)
heuvelaardbei	noun	Fragaria viridis een overwinterende groene, meerjarige, kruidachtige plant.
heuvelaardbeien	=	heuvelaardbei
heuvelaardbeitje	=	heuvelaardbei
heuvelaardbeitjes	=	heuvelaardbei
heuvelachtig	adj	met aanzienlijke hellingen en hoogteverschillen
heuvelachtige	=	heuvelachtig
heuvelachtiger	=	heuvelachtig
heuvelachtigere	=	heuvelachtig
heuvelachtigers	=	heuvelachtig
heuvelachtigs	=	heuvelachtig
heuvelachtigst	=	heuvelachtig
heuvelachtigste	=	heuvelachtig
heuvelafwaarts	adj	vanaf een hoogte in het landschap naar beneden gaand
heuvelafwaartse	=	heuvelafwaarts
heuvelbasterdwederik	noun	Epilobium collinum een overblijvende plant, die behoort tot de teunisbloemfamilie.
heuvelbasterdwederiken	=	heuvelbasterdwederik
heuvelbasterdwederikje	=	heuvelbasterdwederik
heuvelbasterdwederikjes	=	heuvelbasterdwederik
heuvelen	=	heuvel
heuvelig	adj	met veel heuvels
heuvelige	=	heuvelig
heuveliger	=	heuvelig
heuveligere	=	heuvelig
heuveligers	=	heuvelig
heuveligs	=	heuvelig
heuveligst	=	heuvelig
heuveligste	=	heuvelig
heuvelkam	noun	rij lage bergen
heuvelkammen	=	heuvelkam
heuvelkammetje	=	heuvelkam
heuvelkammetjes	=	heuvelkam
heuvelland	noun	streek met heuvels
heuvellandelenia	noun	Myiopagis olallai een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
heuvellandelenia's	=	heuvellandelenia
heuvellandeleniaatje	=	heuvellandelenia
heuvellandeleniaatjes	=	heuvellandelenia
heuvellanden	=	heuvelland
heuvellandschap	noun	is een landschapsvorm, met een oppervlaktestructuur die ligt tussen die van het vlakke land en het middelgebergte.
heuvellandschapje	=	heuvellandschap
heuvellandschapjes	=	heuvellandschap
heuvellandschappen	=	heuvellandschap
heuvelmiersluiper	noun	Epinecrophylla spodionota een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
heuvelmiersluipers	=	heuvelmiersluiper
heuvelmiersluipertje	=	heuvelmiersluiper
heuvelmiersluipertjes	=	heuvelmiersluiper
heuvelop	adv	naar boven toe op een kleine berg
heuvelopwaarts	adj	in de richting van het hoogste punt van een heuvel
heuvelopwaartse	=	heuvelopwaarts
heuvelrand	noun	helling aan de voet van een heuvel
heuvelranden	=	heuvelrand
heuvelrug	noun	rij heuvels
heuvelruggen	=	heuvelrug
heuvelruggetje	=	heuvelrug
heuvelrugje	=	heuvelrug
heuvelrugjes	=	heuvelrug
heuvels	=	heuvel
heuvelschiffornis	noun	Schiffornis aenea een zangvogel uit de familie Tityridae.
heuvelschiffornisje	=	heuvelschiffornis
heuvelschiffornisjes	=	heuvelschiffornis
heuvelschiffornissen	=	heuvelschiffornis
heuvelschreeuwuil	noun	Megascops roraimae een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
heuvelschreeuwuilen	=	heuvelschreeuwuil
heuvelschreeuwuiltje	=	heuvelschreeuwuil
heuvelschreeuwuiltjes	=	heuvelschreeuwuil
heuveltje	=	heuvel
heuveltjes	=	heuvel
heuveltop	noun	het hoogste punt van een heuvel
heuveltopje	=	heuveltop
heuveltopjes	=	heuveltop
heuveltoppen	=	heuveltop
hevea	noun	Hevea brasiliensis rubberboom
hevea's	=	hevea
hevel	noun	een geheel met vloeistof gevulde pijp of slang waarvan het ene einde lager gehouden wordt dan de andere, waardoor vloeistof van de laatste mond naar de eerste stroomt
hevelde	=	hevelen
hevelden	=	hevelen
hevele	=	hevelen
hevelen	verb	het overbrengen van een vloeistof vanuit een hoger gelegen vat naar een lager door een geheel gevulde buis of slang (de hevel)
hevelend	=	hevelen
hevelende	=	hevelen
hevels	=	hevel
hevelt	=	hevelen
heveltje	=	hevel
heveltjes	=	hevel
heven	=	heef
heverlees	adj	op Heverlee betrekking hebbend
heverleese	noun	een vrouwelijke inwoner van Heverlee, of een vrouw afkomstig uit Heverlee
heverleesen	=	heverleese
heverleeënaar	noun	een inwoner van Heverlee, of iemand afkomstig uit Heverlee
heverleeënaren	=	heverleeënaar
heviet	noun	zoon van Kanaän-1 (Gen. 10:17, 1 Kron. 1:15)
hevieten	=	heviet
hevig	adj	sterk in mate	adv	in sterke mate
hevige	=	hevig
heviger	=	hevig
hevigere	=	hevig
hevigers	=	hevig
hevigheden	=	hevigheid
hevigheid	noun	met heel veel energie
heviglijk	adj	in zeer sterke mate
heviglijke	=	heviglijk
heviglijker	=	heviglijk
heviglijkere	=	heviglijk
heviglijkers	=	heviglijk
heviglijks	=	heviglijk
heviglijkst	=	heviglijk
heviglijkste	=	heviglijk
hevigs	=	hevig
hevigst	=	hevig
hevigste	=	hevig
hex	noun	bep. bordspel
hexaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₆H₁₄
hexachord	noun	een reeks van zes tonen waartussen de intervallen een hele toon beslaan behalve de middelste die een halve toonsafstand beslaat
hexachorden	=	hexachord
hexadactylie	noun	het voorkomen van zes vingers aan een hand of van zes tenen aan een voet
hexadactylisme	noun	het voorkomen van zes vingers aan een hand of van zes tenen aan een voet
hexadecimaal	adj	betrekking hebbend op een talstelsel met grondtal zestien
hexadecimaals	=	hexadecimaal
hexadecimale	=	hexadecimaal
hexagonaal	adj	zeshoekig
hexagonaals	=	hexagonaal
hexagonaalst	=	hexagonaal
hexagonaalste	=	hexagonaal
hexagonale	=	hexagonaal
hexagonaler	=	hexagonaal
hexagonalere	=	hexagonaal
hexagonalers	=	hexagonaal
hexagonen	=	hexagoon
hexagoon	noun	zeshoek
hexagram	noun	zespuntige ster bestaand uit twee symmetrisch door elkaar getekende gelijkzijdige driehoeken (davidsster)
hexagrammen	=	hexagram
hexagrammetje	=	hexagram
hexagrammetjes	=	hexagram
hexameron	noun	het scheppingsverhaal in zes dagen, volgens de Bijbel
hexameter	noun	versregel die bestaat uit zes voeten
hexameters	=	hexameter
hexanen	=	hexaan
hexateuch	noun	de eerste zes boeken van het Oude Testament
hexaëder	noun	een veelvlak (polyeder) met zes vlakken
hexaëders	=	hexaëder
hexaëdertje	=	hexaëder
hexit	noun	mogelijk vertrek van Hongarije uit de Europese Unie
hexode	noun	een elektronenbuis met zes elementen (kathode, anode en 4 roosters)
hexoden	=	hexode
hexodes	=	hexode
hexodetje	=	hexode
hexodetjes	=	hexode
heymael	=	heimaal
hezbollah	noun	lid van Hezbollah
hezbollahs	=	hezbollah
hf	noun	High Frequency
hiaat	noun	een ontbrekend deel, met name in een tekst of ander bestand
hiaatdelging	noun	het verschijnsel dat er in de spreektaal een medeklinker wordt ingevoegd tussen twee klinkers om het "hiaat" dat (onbewust) tussen die klinkers wordt ervaren, te ondervangen
hiaatje	=	hiaat
hiaatjes	=	hiaat
hiaatvermijding	noun	de tendens in het Nederlands om een 'hiaat' te voorkomen.
hiaatvermijdingen	=	hiaatvermijding
hiaatvermijdinkje	=	hiaatvermijding
hiaatvermijdinkjes	=	hiaatvermijding
hiaten	=	hiaat
hibernatie	noun	een staat van voortdurende hypothermie (lage lichaamstemperatuur)
hibernaties	=	hibernatie
hibiscus	noun	Hibiscus Chinese roos
hibiscusje	=	hibiscus
hibiscussen	=	hibiscus
hickory	noun	Carya botanische naam voor boom en hout voor een geslacht uit de okkernootfamilie Juglandaceae
hickory's	=	hickory
hidalgo	noun	man die tot de lagere Spaanse adel behoort
hidalgo's	=	hidalgo
hidjab	noun	islamitische hoofddoek die de hals en een groot deel van het hoofd bedekt
hidjabs	=	hidjab
hidoer	noun	verfraaiing
hidradenitis	noun	zweetklierontsteking
hief	=	heffen
hieft	=	heffen
hiel	noun	een enigszins uitstekend deel achteraan de voet
hielbeen	noun	achterste deel van het skelet van de voet
hielbeenderen	=	hielbeen
hielbenen	=	hielbeen
hield	=	houden
hielden	=	houden
hieldt	=	houden
hielelikker	=	hielenlikker
hielen	=	hiel
hielenlikker	noun	iemand die overdreven kruiperig en onderdanig jegens iemand anders is
hielenlikkers	=	hielenlikker
hielenlikkertje	=	hielenlikker
hielenlikkertjes	=	hielenlikker
hielingsteek	noun	bepaalde knoop die geschikt is om twee dikke kabels tijdelijk aan elkaar vast te maken
hielingsteken	=	hielingsteek
hielkap	noun	deel van een schoen dat om de hiel sluit
hielkapje	=	hielkap
hielkapjes	=	hielkap
hielkappen	=	hielkap
hielojief	noun	rand als versiering met een doorsnee die boven half bol en van onder half hol is
hielojieven	=	hielojief
hielp	=	helpen
hielpe	=	helpen
hielpen	=	helpen
hielprik	noun	bloedafname bij een pasgeborene voor het opsporen van behandelbare aangeboren afwijkingen
hielprikken	=	hielprik
hielpt	=	helpen
hielspoor	noun	een verkalking onder de hiel, bij de aanhechting van de pees die naar de voorvoet loopt
hielspoortje	=	hielspoor
hielspoortjes	=	hielspoor
hielsporen	=	hielspoor
hieltje	=	hiel
hieltjes	=	hiel
hien	noun	inhoudsmaat voor vloeistoffen, omstreeks 7 liter (22×: Ex. 29:40 +, Lev. 19:36 +, Num. 15:4 +, Ez. 4:11 +)
hiep	noun	een gekromd hakmes dat vooral wordt gebruikt bij landschapsbeheer voor het afhakken van rijshout in grienden of bij het maken van vlechtheggen	intj	juichkreet; deel van de juichkreet Hiep, hiep, Hoera!
hiepen	=	hiep
hieperdepiep	intj	juichkreet
hiephoi	intj	uitroep van enthousiasme
hier	adv	op deze plaats
hier-en-nu	noun	actuele situatie, geheel van de omstandigheden van dit moment
hieraan	adv	aan dit, aan deze
hierachter	adv	vervangt achter dit, achter deze
hierachteraan	=	achteraan
hierachterlangs	adv	op of via een reeks plaatsen die zich aan de rugkant van iets bevinden
hieraf	adv	vervangt *van dit af, *van deze af
hierbeneden	adv	beneden dit, beneden deze
hierbij	adv	bij dit, bij deze
hierbinnen	adv	binnen dit, binnen deze
hierboven	adv	boven dit, boven deze
hierbovenop	=	bovenop
hierbovenuit	=	bovenuit
hierbuiten	adv	vervangt *buiten dit, buiten deze
hierdoor	adv	door dit, door deze
hierdoorheen	=	doorheen
hierenboven	adv	bovendien, buitendien
hierheen	adv	aanwijzend dichtbij: in de richting van + dit
hierin	=	in
hierjegens	adv|obsolete	vervangt *jegens dit, jegens deze: ten aanzien van deze zaak
hierlangs	adv	langs dit, langs deze
hiermede	adv	formeel en verouderd (zie: hiermee)
hiermee	adv	met dit, met deze
hierna	=	na
hiernaar	adv	vervangt *naar+ dit, naar + deze
hiernaartoe	adv	in deze richting
hiernaast	adv	naast dit, naast deze
hiernamaals	noun	leven na de dood
hiernamaalse	=	hiernamaals
hiernamaalsen	=	hiernamaals
hiernamaalsje	=	hiernamaals
hierom	adv	aanwijzend (dichtbij) om+dit, om+deze: met deze reden
hieromheen	adv	vervangt *om dit heen, *om deze heen
hieromtrent	adv	betreffend dit, hierover
hieronder	adv	vervangt onder dit, onder deze
hieronderdoor	=	onderdoor
hieronderuit	=	onderuit
hierop	adv	op dit, op deze
hierover	adv	over dit, over deze
hieroverheen	adv	vervangt over dit heen, over deze heen
hierrond	=	rond
hiertegen	=	tegen
hiertegenaan	=	tegenaan
hiertegenin	=	tegenin
hiertegenop	=	tegenop
hiertegenover	adv	aan de andere kant
hiertoe	=	toe
hiertussen	adv	tussen dit, tussen deze
hiertussendoor	=	tussendoor
hiertussenin	=	tussenin
hiertussenuit	=	tussenuit
hieruit	adv	uit dit, uit deze
hiervan	adv	van dit, van deze
hiervanaf	=	vanaf
hiervandaan	adv	vervangt *van dit, deze vandaan
hiervandoor	=	ervandoor
hiervantussen	=	ervantussen
hiervoor	adv	aanwijzend dichtbij: voor+dit
hiervoorbij	=	voorbij
hierzo	intj|informal	kijk eens hier	adv|informal	hier
hierzonder	adv	zonder het genoemde of bedoelde
hierzoo	=	hierzo
hieuw	=	houwen
hieuwde	=	hieuwen
hieuwden	=	hieuwen
hieuwe	=	hieuwen
hieuwen	verb	met een windas ophijsen
hieuwend	=	hieuwen
hieuwende	=	hieuwen
hieuwt	=	hieuwen
hieve	=	heffen
hieven	=	heffen
hifi	noun	hifi-installatie	adj	de geluidsklanken natuurgetrouw weergevend
hifi's	=	hifi
hifi-installatie	noun	geluidsapparatuur met een elektronisch systeem voor de natuurgetrouwe weergave van geluid
hifi-installaties	=	hifi-installatie
hifi-installatietje	=	hifi-installatie
hifi-installatietjes	=	hifi-installatie
hifiketen	noun	een geluidsinstallatie die hoge kwaliteit, natuurgetrouwe geluidsweergave produceert
hifiketens	=	hifiketen
hifiketentje	=	hifiketen
hifiketentjes	=	hifiketen
hifil	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
hifils	=	hifil
higgs-boson	=	higgsboson
higgs-deeltje	=	higgsdeeltje
higgsboson	noun	een d.d. 2 juli 2012 mogelijk net ontdekt elementair deeltje dat een grote rol speelt in de theorievorming van de elementaire deeltjes
higgsbosonen	=	higgsboson
higgsbosonnetje	=	higgsboson
higgsdeeltje	noun	een naar Peter Higgs vernoemd elementair deeltje dat in 1964 door François Englert en Robert Brout voor het eerst werd voorspeld
higgsdeeltjes	=	higgsdeeltje
high	adj	in een euforische toestand van veranderd bewustzijn verkerend (al dan niet door drugsgebruik)
high-definition	adj	een hoge definitie hebbend
highbrow	adj	intellectueel
highbrows	=	highbrow
higher	=	high
highfive	=	highfiven
highfivede	=	highfiven
highfiveden	=	highfiven
highfiven	verb	met de vlakke handen een gestrekte armen elkaar groeten en gelukwensen met een behaald succes
highfivend	=	highfiven
highfivende	=	highfiven
highfivet	=	highfiven
highlight	noun	hoogtepunt
highlighte	=	highlighten
highlighten	verb	iets extra veel aandacht geven
highlightend	=	highlighten
highlightende	=	highlighten
highlights	=	highlight
highlightte	=	highlighten
highlightten	=	highlighten
highriskvirus	noun	zeer kleine ziekteverwekker die door zijn besmettelijkheid en ernst van de aandoeningen die hij veroorzaakt heel schadelijk voor de volksgezondheid kan zijn
highriskvirussen	=	highriskvirus
highschool	noun	middelbare school in de VS en sommige andere Engelstalige landen; onderwijs na het basisonderwijs en voor het beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs
highschoolbasketbal	noun	competitie tussen basketbalploegen van leerlingen die scholen voor voortgezet onderwijs vertegenwoordigen In de VS zijn dit competities waar het talent voor de universiteitsteams en het professionele basketbal wordt ontwikkeld; in Nederland wordt de benaming gebruikt door scholen voor voortgezet onderwijs die veel aandacht aan topsport geven.
highschools	=	highschool
highscore	noun	recordaantal punten behaald bij het spelen van een computergame
highscores	=	highscore
highst	=	high
hightea	=	highteaën
highteade	=	highteaën
highteaden	=	highteaën
highteat	=	highteaën
highteaë	=	highteaën
highteaën	verb	nuttigen van een uitgebreide theemaaltijd later op de middag
highteaënd	=	highteaën
highteaënde	=	highteaën
hightech	adj	gebaseerd op hoogwaardige, hypermoderne techniek	noun	hoogwaardige, hypermoderne techniek
hightechafval	noun	onbruikbare, weg te gooien resten die overblijven na het maken of gebruiken van moderne, ingewikkelde producten
hightechbedrijf	noun	bedrijf dat zich toelegt op het maken van hightechproducten
hightechbedrijfje	=	hightechbedrijf
hightechbedrijfjes	=	hightechbedrijf
hightechbedrijven	=	hightechbedrijf
hightechindustrie	noun	alle fabrieken die technologisch geavanceerde producten maken
hightechindustrieën	=	hightechindustrie
hightechoorlog	noun	oorlog die gevoerd wordt met uiterst moderne technologische hulpmiddelen
hightechoorlogen	=	hightechoorlog
hightechoorlogje	=	hightechoorlog
hightechoorlogjes	=	hightechoorlog
hightechs	=	hightech
hightechsector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het maken van technologisch geavanceerde producten
hightechsectoren	=	hightechsector
hightechsectors	=	hightechsector
hightechsnufje	noun	speciale, nieuwe en handige toepassing van heel nieuwe techniek als onderscheidende eigenschap van een product
hightechsnufjes	=	hightechsnufje
hihat	noun	set bekkens dat onderdeel van een drumstel is en met een pedaal bespeeld wordt
hihats	=	hihat
hihi	noun	Notiomystis cincta een zeldzame vogel die sterk lijkt op een kleine honingeter (familie Meliphagidae), maar die niet tot deze familie behoort.
hij	pron	mannelijk derde persoon enkelvoud nominatief dat men gebruikt voor verwijzingen naar mannelijke personen of mannelijke zelfstandige naamwoorden
hij's	=	hij
hij-vorm	noun	manier van vertellen waarbij het verhaal wordt gedaan door een figuur die de auteur in de derde persoon opvoert
hij-vormen	=	hij-vorm
hijab	noun	islamitische hoofddoek
hijabs	=	hijab
hijen	=	hij
hijg	=	hijgen
hijgde	=	hijgen
hijgden	=	hijgen
hijge	=	hijgen
hijgen	verb	zwaar ademhalen ten gevolge van een lichamelijke inspanning
hijgend	adj	zo vermoeid dat met snel en diep adem moet halen
hijgende	=	hijgen
hijgender	=	hijgend
hijgendere	=	hijgend
hijgenders	=	hijgend
hijgends	=	hijgend
hijgendst	=	hijgend
hijgendste	=	hijgend
hijger	noun	iemand die hijgt
hijgerig	adj	op een opgewonden manier
hijgerige	=	hijgerig
hijgeriger	=	hijgerig
hijgerigere	=	hijgerig
hijgerigers	=	hijgerig
hijgerigs	=	hijgerig
hijgerigst	=	hijgerig
hijgerigste	=	hijgerig
hijgers	=	hijger
hijgertje	=	hijger
hijgertjes	=	hijger
hijglijn	noun	telefoonnummer waarop men men seksueel getinte verhalen kan beluisteren
hijglijnen	=	hijglijn
hijgt	=	hijgen
hijlikmaker	noun	bemiddelaar van een huwelijk
hijlikmakers	=	hijlikmaker
hijood	noun	hoofd- en hals bedekkende kleding voor een sportende moslima
hijoods	=	hijood
hijr	=	hier
hijs	noun	het hijsen
hijsbalk	noun	een balk waaraan goederen omhoog of omlaag kunnen worden getransporteerd
hijsbalken	=	hijsbalk
hijsblok	noun	katrol om mee te hijsen
hijsblokje	=	hijsblok
hijsblokjes	=	hijsblok
hijsblokken	=	hijsblok
hijsbok	noun	drijvende hijsinrichting met twee benen voor de stevigheid
hijsbokken	=	hijsbok
hijschen	=	hijsen
hijse	=	hijsen
hijsen	verb	iets met een touw of kabel in opwaartse richting trekken, al dan niet middels een katrol
hijsend	=	hijsen
hijsende	=	hijsen
hijsinstallatie	noun	apparaat waarmee men zaken omhoog kan brengen met behulp van een touw, kabel of ketting
hijsinstallaties	=	hijsinstallatie
hijsje	=	hijs
hijsjes	=	hijs
hijskraan	noun	een constructie om zware lasten op te tillen
hijskraanautomaat	noun	een mechanische amusementsautomaat en kansspel dat op muntgeld werkt
hijskraanautomaatje	=	hijskraanautomaat
hijskraanautomaatjes	=	hijskraanautomaat
hijskraanautomaten	=	hijskraanautomaat
hijskraantje	=	hijskraan
hijskraantjes	=	hijskraan
hijskranen	=	hijskraan
hijsogen	=	hijsoog
hijsoog	noun	ring of gat waaraan men een kabel kan bevestigen om iets op te tillen, kan deel van het hijswerktuig zijn maar ook van het op te hijsen voorwerp
hijst	=	hijsen
hijstouw	noun	een touw dat wordt gebruikt om voorwerpen mee op te hijsen
hijstouwen	=	hijstouw
hijstouwtje	=	hijstouw
hijstouwtjes	=	hijstouw
hijsvermogen	noun	maximaal te heffen last
hijsvermogens	=	hijsvermogen
hijtje	=	hij
hijzelf	pron	hij in eigen persoon; niemand anders dan hij
hik	noun	een periodiek optredende, spontane, onwillekeurige samentrekking van het middenrif tijdens inademing, gevolgd door het plots sluiten van het strotklepje, wat een kenmerkend geluid veroorzaakt
hike	noun	wandeltocht (over slecht begaanbaar terrein)
hikeje	=	hike
hikejes	=	hike
hiken	verb	wandeltocht met tent en rugzak over onverharde paden door de wilde natuur
hikend	=	hiken
hikende	=	hiken
hiker	noun	iemand die lange, meerdaagse wandeltochten in de wildernis maakt
hikerfamilie	noun	alle mensen die zijn betrokken bij het maken van lange wandeltochten
hikerfamilies	=	hikerfamilie
hikergemeenschap	noun	de verzameling van alle mensen die hele lange wandeltochten maken
hikers	=	hiker
hikes	=	hike
hiket	=	hiken
hikete	=	hiken
hiketen	=	hiken
hikikomori	noun	in Japan het verschijnsel waarbij een persoon, meestal een jongere (student), zich sociaal volledig terugtrekt
hiking	noun	het maken van een meerdaagse wandeltocht door ruig terrein
hikje	=	hik
hikjes	=	hik
hikke	=	hikken
hikken	verb	een kort geluid voortbrengen door een onwillekeurige samentrekking van het middenrif
hikkend	=	hikken
hikkende	=	hikken
hikkerig	adj	op een hikkende, stotende manier
hikkerige	=	hikkerig
hikkeriger	=	hikkerig
hikkerigere	=	hikkerig
hikkerigers	=	hikkerig
hikkerigs	=	hikkerig
hikkerigst	=	hikkerig
hikkerigste	=	hikkerig
hikt	=	hikken
hikte	=	hikken
hikten	=	hikken
hilarisch	adj	op een gekke manier grappig
hilarische	=	hilarisch
hilarischer	=	hilarisch
hilarischere	=	hilarisch
hilarischers	=	hilarisch
hilarischt	=	hilarisch
hilarischte	=	hilarisch
hilariteit	noun	vrolijkheid of gelach
hilariteiten	=	hilariteit
hilbertruimte	noun	abstracte vectorruimte die voorzien is van de extra structuur van een inwendig product
hilbertruimten	=	hilbertruimte
hilbertruimtes	=	hilbertruimte
hillech	noun	smakeloos, onverzorgd uiterlijk
hilversummer	noun	een inwoner van Hilversum, of iemand afkomstig uit Hilversum
hilversummers	=	hilversummer
hilversums	adj	op Hilversum betrekking hebbend
hilversumse	noun	een vrouwelijke inwoner van Hilversum, of iemand afkomstig hiervan
hilversumser	=	hilversums
hilversumsere	=	hilversums
hilversumsers	=	hilversums
hilversumst	=	hilversums
hilversumste	=	hilversums
himalaya-waterspitsmuis	noun	Chimarrogale himalayica insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
himalaya-waterspitsmuisje	=	himalaya-waterspitsmuis
himalaya-waterspitsmuisjes	=	himalaya-waterspitsmuis
himalaya-waterspitsmuizen	=	himalaya-waterspitsmuis
himalayaberghoen	noun	Tetraogallus himalayensis een soort fazantachtige hoendervogel uit het geslacht Tetraogallus.
himalayaberghoenderen	=	himalayaberghoen
himalayaberghoenders	=	himalayaberghoen
himalayaberghoendertje	=	himalayaberghoen
himalayaberghoendertjes	=	himalayaberghoen
himalayablauwstaart	noun	Tarsiger rufilatus een zangvogel uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae).
himalayablauwstaarten	=	himalayablauwstaart
himalayablauwstaartje	=	himalayablauwstaart
himalayablauwstaartjes	=	himalayablauwstaart
himalayaboomkruiper	noun	Certhia himalayana een zangvogel uit de familie van echte boomkruipers (Certhiidae).
himalayaboomkruipers	=	himalayaboomkruiper
himalayaboomkruipertje	=	himalayaboomkruiper
himalayaboomkruipertjes	=	himalayaboomkruiper
himalayabosgems	noun	Capricornis thar evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
himalayabosgemsje	=	himalayabosgems
himalayabosgemsjes	=	himalayabosgems
himalayabosgemzen	=	himalayabosgems
himalayaboslijster	noun	Zoothera salimalii een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
himalayaboslijsters	=	himalayaboslijster
himalayaboslijstertje	=	himalayaboslijster
himalayaboslijstertjes	=	himalayaboslijster
himalayabosmuis	noun	Apodemus gurkha knaagdier uit het geslacht bosmuizen (Apodemus) dat voorkomt in Nepal.
himalayabosmuisje	=	himalayabosmuis
himalayabosmuisjes	=	himalayabosmuis
himalayabosmuizen	=	himalayabosmuis
himalayaboszanger	noun	Phylloscopus affinis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
himalayaboszangers	=	himalayaboszanger
himalayaboszangertje	=	himalayaboszanger
himalayaboszangertjes	=	himalayaboszanger
himalayabuizerd	noun	Buteo refectus een roofvogel uit de familie der havikachtigen (Accipitridae).
himalayabuizerdje	=	himalayabuizerd
himalayabuizerdjes	=	himalayabuizerd
himalayabuizerds	=	himalayabuizerd
himalayaceder	noun	Cedrus deodara een naaldboomsoort binnen het geslacht van de ceders (Cedrus).
himalayaceders	=	himalayaceder
himalayacedertje	=	himalayaceder
himalayacedertjes	=	himalayaceder
himalayacutia	noun	Cutia nipalensis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
himalayacutia's	=	himalayacutia
himalayacutiaatje	=	himalayacutia
himalayacutiaatjes	=	himalayacutia
himalayadwergspecht	noun	Sasia ochracea een vogel uit de familie Picidae (spechten).
himalayadwergspechten	=	himalayadwergspecht
himalayadwergspechtje	=	himalayadwergspecht
himalayadwergspechtjes	=	himalayadwergspecht
himalayafluithaas	noun	Ochotona himalayana haasachtige uit de familie van de fluithazen (Ochotonidae).
himalayafluithaasje	=	himalayafluithaas
himalayafluithaasjes	=	himalayafluithaas
himalayafluithazen	=	himalayafluithaas
himalayagier	noun	Gyps himalayensis een roofvogel uit de familie Aegypiinae (gieren van de Oude Wereld).
himalayagieren	=	himalayagier
himalayagiertje	=	himalayagier
himalayagiertjes	=	himalayagier
himalayaglansfazant	noun	Lophophorus impejanus een fazantachtige hoendervogel, die in het wild voorkomt in Azië.
himalayaglansfazanten	=	himalayaglansfazant
himalayaglansfazantje	=	himalayaglansfazant
himalayaglansfazantjes	=	himalayaglansfazant
himalayagoral	noun	Naemorhedus goral De Himalayagoral (Naemorhedus goral), ook wel bekend als de grijze goral is een kleine, holhoornige herkauwer die voorkomt in de Himalaya
himalayagorals	=	himalayagoral
himalayagoraltje	=	himalayagoral
himalayagoraltjes	=	himalayagoral
himalayagoudrugspecht	noun	Dinopium shorii een vogel uit de familie Picidae (spechten).
himalayagoudrugspechten	=	himalayagoudrugspecht
himalayagoudrugspechtje	=	himalayagoudrugspecht
himalayagoudrugspechtjes	=	himalayagoudrugspecht
himalayagroenling	noun	Chloris spinoides een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
himalayagroenlingen	=	himalayagroenling
himalayagroenlinkje	=	himalayagroenling
himalayagroenlinkjes	=	himalayagroenling
himalayahaakbek	noun	Carpodacus subhimachalus een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
himalayahaakbekje	=	himalayahaakbek
himalayahaakbekjes	=	himalayahaakbek
himalayahaakbekken	=	himalayahaakbek
himalayaheggenmus	noun	Prunella himalayana een zangvogel uit de familie van heggenmussen (Prunellidae).
himalayaheggenmusje	=	himalayaheggenmus
himalayaheggenmusjes	=	himalayaheggenmus
himalayaheggenmussen	=	himalayaheggenmus
himalayahoningspeurder	noun	Indicator xanthonotus een vogel uit de familie Indicatoridae (Honingspeurders).
himalayahoningspeurders	=	himalayahoningspeurder
himalayahoningspeurdertje	=	himalayahoningspeurder
himalayahoningspeurdertjes	=	himalayahoningspeurder
himalayajaarvogel	noun	Aceros nipalensis een neushoornvogel die voorkomt in grote delen van noordoost India en aangrenzende landen in het noorden en oosten tot in Indochina.
himalayajaarvogels	=	himalayajaarvogel
himalayajaarvogeltje	=	himalayajaarvogel
himalayajaarvogeltjes	=	himalayajaarvogel
himalayaklauwier	noun	Lanius tephronotus een vogel uit de familie der klauwieren (Laniidae).
himalayaklauwieren	=	himalayaklauwier
himalayaklauwiertimalia	noun	een ondersoort Pteruthius aeralatus ripleyi van zangvogels uit de familie vireo's (Vireonidae).
himalayaklauwiertimalia's	=	himalayaklauwiertimalia
himalayaklauwiertimaliaatje	=	himalayaklauwiertimalia
himalayaklauwiertimaliaatjes	=	himalayaklauwiertimalia
himalayaklauwiertje	=	himalayaklauwier
himalayaklauwiertjes	=	himalayaklauwier
himalayaklaver	noun	Parochetus communis een kruidachtige vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae ).
himalayaklavers	=	himalayaklaver
himalayaklavertje	=	himalayaklaver
himalayaklavertjes	=	himalayaklaver
himalayakoekoek	noun	Cuculus saturatus een koekoeksoort met grijze of bruine bovendelen en een lichtgekleurde onderzijde met smalle, donkere dwarsbanden.
himalayakoekoeken	=	himalayakoekoek
himalayakoekoekje	=	himalayakoekoek
himalayakoekoekjes	=	himalayakoekoek
himalayakortvleugel	noun	Brachypteryx cruralis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
himalayakortvleugelen	=	himalayakortvleugel
himalayakortvleugels	=	himalayakortvleugel
himalayakortvleugeltje	=	himalayakortvleugel
himalayakortvleugeltjes	=	himalayakortvleugel
himalayakroonmees	noun	Machlolophus xanthogenys een vogel uit de familie van de Paridae
himalayakroonmeesje	=	himalayakroonmees
himalayakroonmeesjes	=	himalayakroonmees
himalayakroonmezen	=	himalayakroonmees
himalayakwartel	noun	Ophrysia superciliosa een vogel uit de familie van de fazantachtigen (Phasianidae).
himalayakwartels	=	himalayakwartel
himalayakwarteltje	=	himalayakwartel
himalayakwarteltjes	=	himalayakwartel
himalayalijster	noun	Zoothera mollissima een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
himalayalijsters	=	himalayalijster
himalayalijstertje	=	himalayalijster
himalayalijstertjes	=	himalayalijster
himalayamarmot	noun	Marmota himalayana een soort marmot.
himalayamarmotje	=	himalayamarmot
himalayamarmotjes	=	himalayamarmot
himalayamarmotten	=	himalayamarmot
himalayamol	noun	Euroscaptor micrura een zoogdier uit de familie van de mollen (Talpidae).
himalayamollen	=	himalayamol
himalayamolletje	=	himalayamol
himalayamolletjes	=	himalayamol
himalayamuskushert	noun	Moschus chrysogaster is een evenhoevige uit de familie van de muskusherten (Moschidae)
himalayamuskusherten	=	himalayamuskushert
himalayamuskushertje	=	himalayamuskushert
himalayamuskushertjes	=	himalayamuskushert
himalayanotenkraker	noun	Nucifraga multipunctata een zangvogel uit de familie van de Corvidae (Kraaiachtigen).
himalayanotenkrakers	=	himalayanotenkraker
himalayanotenkrakertje	=	himalayanotenkraker
himalayanotenkrakertjes	=	himalayanotenkraker
himalayaprachtroodmus	noun	Carpodacus pulcherrimus een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
himalayaprachtroodmusje	=	himalayaprachtroodmus
himalayaprachtroodmusjes	=	himalayaprachtroodmus
himalayaprachtroodmussen	=	himalayaprachtroodmus
himalayarondbladneus	noun	Hipposideros armiger vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Oude Wereld (Hipposideridae).
himalayarondbladneusje	=	himalayarondbladneus
himalayarondbladneusjes	=	himalayarondbladneus
himalayarondbladneuzen	=	himalayarondbladneus
himalayaroodstaart	noun	Phoenicurus frontalis een zangvogel uit de familie Muscicapidae.
himalayaroodstaarten	=	himalayaroodstaart
himalayaroodstaartje	=	himalayaroodstaart
himalayaroodstaartjes	=	himalayaroodstaart
himalayasalangaan	noun	Aerodramus brevirostris een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
himalayasalangaantje	=	himalayasalangaan
himalayasalangaantjes	=	himalayasalangaan
himalayasalanganen	=	himalayasalangaan
himalayaspecht	noun	Dendrocopos himalayensis een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
himalayaspechten	=	himalayaspecht
himalayaspechtje	=	himalayaspecht
himalayaspechtjes	=	himalayaspecht
himalayathargeit	noun	bepaald soort zoogdier, Hemitragus jemlahicus uit de familie van holhoornigen (Bovidae), een hoefdier dat voorkomt in het Himalaya-gebergte en verder geïntroduceerd is in verschillende bergachtige streken op andere continenten Dit is de enige nog levende vertegenwoordiger van het geslacht Hemitragus en verwant aan de geiten (geslacht Capra); de Arabische thargeit en de nilgirithargeit werden tot 2005 ook tot Hemitragus gerekend, maar blijken genetisch nauwer verwant te zijn aan andere geslachten.
himalayathargeiten	=	himalayathargeit
himalayathargeitje	=	himalayathargeit
himalayathargeitjes	=	himalayathargeit
himalayavisuil	noun	Ketupa flavipes een vogel uit de familie der Strigidae (Uilen) Deze soort komt voor van de Himalaya tot Zuidoost-Azië
himalayavisuilen	=	himalayavisuil
himalayavisuiltje	=	himalayavisuil
himalayavisuiltjes	=	himalayavisuil
himalayawitbrauwroodmus	noun	Carpodacus thura een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
himalayawitbrauwroodmusje	=	himalayawitbrauwroodmus
himalayawitbrauwroodmusjes	=	himalayawitbrauwroodmus
himalayawitbrauwroodmussen	=	himalayawitbrauwroodmus
himalayazwartborstnachtegaal	noun	Calliope pectoralis een zangvogel uit de familie der Muscicapidae (vliegenvangers).
himalayazwartborstnachtegaaltje	=	himalayazwartborstnachtegaal
himalayazwartborstnachtegaaltjes	=	himalayazwartborstnachtegaal
himalayazwartborstnachtegalen	=	himalayazwartborstnachtegaal
himbo	noun	leeghoofdige man die overdreven veel aandacht besteedt aan zijn uiterlijk
himbo's	=	himbo
hin	noun	inhoudsmaat voor vloeistoffen, omstreeks 7 liter (22×: Ex. 29:40 +, Lev. 19:36 +, Num. 15:4 +, Ez. 4:11 +)
hinde	noun	een vrouwelijk hert
hinden	=	hinde
hinder	noun	last, ongemak
hinderde	=	hinderen
hinderden	=	hinderen
hindere	=	hinderen
hinderen	verb	de voortgang verstoren
hinderend	=	hinderen
hinderende	=	hinderen
hinderlaag	noun	verdekte opstelling vanwaaruit, vooropgezet plan waarmee men iemand onverhoeds wil overvallen
hinderlaagje	=	hinderlaag
hinderlagen	=	hinderlaag
hinderlijk	adj	hinder veroorzakend
hinderlijke	=	hinderlijk
hinderlijker	=	hinderlijk
hinderlijkere	=	hinderlijk
hinderlijkers	=	hinderlijk
hinderlijks	=	hinderlijk
hinderlijkst	=	hinderlijk
hinderlijkste	=	hinderlijk
hindernis	noun	iets dat de voortgang verstoort
hindernisbaan	noun	een pad voor fysieke obstakels die militairen als training moeten afleggen
hindernisbaantje	=	hindernisbaan
hindernisbaantjes	=	hindernisbaan
hindernisbanen	=	hindernisbaan
hindernisje	=	hindernis
hindernisjes	=	hindernis
hindernisloop	noun	hardloopwedstrijd die op een van hindernissen voorziene baan wordt gelopen
hindernislopen	=	hindernisloop
hindernissen	=	hindernis
hinderpaal	noun	een paal die in de weg staat
hinderpaaltje	=	hinderpaal
hinderpaaltjes	=	hinderpaal
hinderpalen	=	hinderpaal
hinderpremie	noun	een financiële tegemoetkoming van de overheid wanneer een bedrijf (een deel van) de bedrijfsactiviteiten moet staken
hinderpremies	=	hinderpremie
hinderpremietje	=	hinderpremie
hinderpremietjes	=	hinderpremie
hindert	=	hinderen
hinderwet	noun	wet die gevaar, schade en overlast van menselijke activiteiten tegengaat
hinderwetten	=	hinderwet
hinderwetvergunning	noun	door de overheid gegeven toestemming tot exploitatie van een mogelijk gevaar, schade of hinder opleverende inrichting
hinderwetvergunningen	=	hinderwetvergunning
hindes	=	hinde
hindetje	=	hinde
hindetjes	=	hinde
hinditalig	adj	Hindi sprekend
hinditalige	=	hinditalig
hinditaligs	=	hinditalig
hindoe	noun	aanhanger van het hindoeïsme, de overheersende inheemse religieuze traditie van het Indische subcontinent
hindoegierzwaluw	noun	Zoonavena sylvatica een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
hindoegierzwaluwen	=	hindoegierzwaluw
hindoegierzwaluwtje	=	hindoegierzwaluw
hindoegierzwaluwtjes	=	hindoegierzwaluw
hindoegod	noun	een godheid van het Hindoeïsme
hindoegoden	=	hindoegod
hindoehuwelijk	noun	overgang naar de tweede levensfase: grihasti
hindoehuwelijken	=	hindoehuwelijk
hindoenachtzwaluw	noun	Caprimulgus asiaticus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
hindoenachtzwaluwen	=	hindoenachtzwaluw
hindoenachtzwaluwtje	=	hindoenachtzwaluw
hindoenachtzwaluwtjes	=	hindoenachtzwaluw
hindoepartij	noun	politieke partij van en voor aanhangers van het hindoeïsme
hindoepartijen	=	hindoepartij
hindoes	=	hindoe
hindoestaan	noun	aanhanger van het hindoeïsme, de overheersende inheemse religieuze traditie van het Indisch subcontinent
hindoestaans	adj	van, volgens of betrekking hebbend op het hindoeïsme
hindoestaanse	=	hindoestaans
hindoestaanser	=	hindoestaans
hindoestaansere	=	hindoestaans
hindoestaansers	=	hindoestaans
hindoestaanst	=	hindoestaans
hindoestaanste	=	hindoestaans
hindoestanen	=	hindoestaan
hindoetempel	noun	religieus gebouw voor de hindoeïstische godsdienst
hindoetempels	=	hindoetempel
hindoetempeltje	=	hindoetempel
hindoetempeltjes	=	hindoetempel
hindoetje	=	hindoe
hindoetjes	=	hindoe
hindoeïsme	noun	godsdienst (in India en het Indisch subcontinent), waarin verschillende Goddelijke eigenschappen aparte personen zijn
hindoeïstisch	adj	betrekking hebbend op het hindoeïsme
hindoeïstische	=	hindoeïstisch
hindoeïstischer	=	hindoeïstisch
hindoeïstischere	=	hindoeïstisch
hindoeïstischers	=	hindoeïstisch
hindostaan	noun	Surinamer of Surinaamse Nederlander van Indiase afkomst
hindostanen	=	hindostaan
hineininterpretier	=	hineininterpretieren
hineininterpretierde	=	hineininterpretieren
hineininterpretierden	=	hineininterpretieren
hineininterpretiere	=	hineininterpretieren
hineininterpretieren	verb	aan iets of iemand niet bestaande intenties, betekenissen of bedoelingen toeschrijven
hineininterpretierend	=	hineininterpretieren
hineininterpretierende	=	hineininterpretieren
hineininterpretiert	=	hineininterpretieren
hing	=	hangen
hinge	=	hangen
hingen	=	hangen
hingt	=	hangen
hink	=	hinken
hink-stap-spring	=	hink-stap-springen
hink-stap-springen	verb	een onderdeel van de atletiek bedrijven waarbij een hinksprong, een stap en een versprong gecombineerd wordt
hink-stap-springend	=	hink-stap-springen
hink-stap-springende	=	hink-stap-springen
hink-stap-sprong	noun	een atletiekonderdeel waarbij men na een aanloop afzet met het rechterbeen, neerkomt op de rechtervoet daarna een stap maakt en neerkomt op de linkervoet om daarna een sprong te maken waarbij men op beide benen neerkomt; de afstand van de eerste afzet tot de laatste landing is bepalend voor de uitslag (NB als men afzet met het linkerbeen moet men links en rechts omwisselen in bovengenoemde beschrijving)
hink-stap-sprongen	=	hink-stap-sprong
hink-stapspringen	=	hink-stap-springen
hinke	=	hinken
hinkel	=	hinkelen
hinkelaar	noun	iemand die hinkelt
hinkelaars	=	hinkelaar
hinkelbaan	noun	uit vakken bestaand patroon dat op verharding is aangebracht voor het hinkelspel Traditioneel wordt de hinkelbaan door de spelers zelf vooraf met krijt getekend, maar er bestaan ook hinkelbanen die al bij aanleg in het plaveisel zijn aangebracht.
hinkelbaantje	=	hinkelbaan
hinkelbaantjes	=	hinkelbaan
hinkelbanen	=	hinkelbaan
hinkelde	=	hinkelen
hinkelden	=	hinkelen
hinkele	=	hinkelen
hinkelen	verb	hinken, op één been voortgaan	noun	kinderspel, waarbij men zich volgens bepaalde regels deels op één been springend verplaatst tussen een aantal vakken die op de grond zijn aangegeven
hinkelend	=	hinkelen
hinkelende	=	hinkelen
hinkelspel	noun	vermaak voor kinderen waarbij je je deels springend op één been in bepaalde patronen over op de grond gemarkeerde vakken moet bewegen
hinkelspelen	=	hinkelspel
hinkelspellen	=	hinkelspel
hinkelt	=	hinkelen
hinken	verb	ongelijk lopen omdat men slechts op één been steunen kan
hinkend	adj	moeilijk, ongelijkmatig lopend
hinkende	=	hinken
hinkends	=	hinkend
hinkepink	noun	persoon die wat kreupel loopt
hinkepinke	=	hinkepinken
hinkepinken	verb	mank lopen
hinkepinkend	=	hinkepinken
hinkepinkende	=	hinkepinken
hinkepinkt	=	hinkepinken
hinkepinkte	=	hinkepinken
hinkepinkten	=	hinkepinken
hinkepoot	noun	iemand die door een aandoening aan één been niet goed lopen kan
hinkepootje	=	hinkepoot
hinkepootjes	=	hinkepoot
hinkepoten	=	hinkepoot
hinkspel	noun	een hinkelspel; een spel waarbij de deelnemers sprongen maken waarbij ze op hetzelfde been neerkomen waarmee ze afzetten
hinkspelen	=	hinkspel
hinkspellen	=	hinkspel
hinkt	=	hinken
hinkte	=	hinken
hinkten	=	hinken
hinnik	=	hinniken
hinnike	=	hinniken
hinniken	verb	het geluid van een paard voortbrengen
hinnikend	adj	bezig zijnd met het maken van paardengeluiden
hinnikende	=	hinniken
hinnikends	=	hinnikend
hinnikt	=	hinniken
hinnikte	=	hinniken
hinnikten	=	hinniken
hint	noun	een aanwijzing, suggestie, tip
hinte	=	hinten
hinten	verb	het geven van een aanwijzing of wenk; geven van een hint
hintend	=	hinten
hintende	=	hinten
hinterland	noun	gebied achter een kuststrook
hinterlanden	=	hinterland
hinterlandje	=	hinterland
hintje	=	hint
hintjes	=	hint
hints	=	hint
hintte	=	hinten
hintten	=	hinten
hip	adj	modieus
hip-hop	=	hiphop
hiper	=	hip
hipheden	=	hipheid
hipheid	noun	de mate waarin iets of iemand hip, modern en in de mode is
hiphop	noun	subcultuur, oorspronkelijk van Afro-Amerikaanse stedelijke jongeren gebaseerd op rapmuziek, breakdancen en graffiti
hiphopalbum	noun	een cd of lp met hiphopmuziek
hiphopalbumpje	=	hiphopalbum
hiphopalbumpjes	=	hiphopalbum
hiphopalbums	=	hiphopalbum
hiphopartiest	noun	persoon die hiphopmuziek maakt
hiphopartiesten	=	hiphopartiest
hiphopband	noun	groep muzikanten die hiphopmuziek maken
hiphopbandje	=	hiphopband
hiphopbandjes	=	hiphopband
hiphopbands	=	hiphopband
hiphopculturen	=	hiphopcultuur
hiphopcultuur	noun	de cultuur die kenmerend is voor hiphopmuzikanten en hiphopliefhebbers
hiphopcultuurtje	=	hiphopcultuur
hiphopcultuurtjes	=	hiphopcultuur
hiphopgroep	noun	groep muzikanten die hiphopmuziek maken
hiphopgroepen	=	hiphopgroep
hiphopliefhebber	noun	persoon die kan genieten van hiphopmuziek
hiphopliefhebbers	=	hiphopliefhebber
hiphopnummer	noun	een lied, nummer met hiphop-elementen zoals rap, samples en drumcomputers
hiphopnummers	=	hiphopnummer
hiphopnummertje	=	hiphopnummer
hiphopnummertjes	=	hiphopnummer
hiphopper	noun	iemand die hiphopmuziek maakt
hiphoppers	=	hiphopper
hiphoppertje	=	hiphopper
hiphoppertjes	=	hiphopper
hiphopscene	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de rapmuziek
hiphopscenes	=	hiphopscene
hiphopwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de rapmuziek
hiphopwerelden	=	hiphopwereld
hiphopwereldje	=	hiphopwereld
hiphopwereldjes	=	hiphopwereld
hippe	=	hip
hippel	=	hippelen
hippelde	=	hippelen
hippelden	=	hippelen
hippele	=	hippelen
hippelen	verb	zich met herhaalde sprongetjes voortbewegen
hippelend	=	hippelen
hippelende	=	hippelen
hippelt	=	hippelen
hippen	verb	zich met kleine sprongetjes voortbewegen
hippend	=	hippen
hippende	=	hippen
hipper	=	hip
hippere	=	hip
hippers	=	hip
hippie	noun	softe apolitieke persoon (oorspronkelijk uit de jaren zestig van de twintigste eeuw) die zich door zijn non-conformistische gedrag en vredelievende levenswijze afzette tegen toenmalige maatschappelijke opvattingen
hippie-achtig	adj	passend bij de hippie cultuur uit de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw
hippie-achtige	=	hippie-achtig
hippie-achtiger	=	hippie-achtig
hippie-achtigere	=	hippie-achtig
hippie-achtigers	=	hippie-achtig
hippie-achtigs	=	hippie-achtig
hippie-achtigst	=	hippie-achtig
hippie-achtigste	=	hippie-achtig
hippie-uitstraling	noun	de uiterlijke kenmerken van een hippie
hippieachtig	adj	lijkend op de kleding en het gedrag van hippe mensen uit de jaren 1960 - 1970
hippieachtige	=	hippieachtig
hippieachtiger	=	hippieachtig
hippieachtigere	=	hippieachtig
hippieachtigers	=	hippieachtig
hippieachtigs	=	hippieachtig
hippieachtigst	=	hippieachtig
hippieachtigste	=	hippieachtig
hippiebeweging	noun	jongerencultuur uit de jaren 60 van de 20ste-eeuw die zich afzette tegen de materialistische consumptiemaatschappij, oorlog en burgerlijke normen.
hippiebewegingen	=	hippiebeweging
hippiebeweginkje	=	hippiebeweging
hippiebeweginkjes	=	hippiebeweging
hippieculturen	=	hippiecultuur
hippiecultuur	noun	een subcultuur van jongeren in de tweede helft van de jaren zestig die zich verzetten tegen de kapitalistische en materialistische maatschappij, die veel gebruikmaakt van technologie
hippiegeneratie	noun	generatie die in de jaren zestig van de twintigste eeuw opgroeide en die wordt geassocieerd met het ontstaan van popmuziek, de seksuele revolutie, gebruik van lsd, psychedelische kunst enz
hippiegeneraties	=	hippiegeneratie
hippiekleding	noun	typische kleding van hippies b.v.
hippielevensstijl	noun	de manier van leven die past bij een hippie
hippies	=	hippie
hippietijd	noun	het einde van de jaren zestig van de twintigste eeuw
hippietijden	=	hippietijd
hippisch	adj	betrekking hebbend op de paardensport
hippische	=	hippisch
hippischer	=	hippisch
hippischere	=	hippisch
hippischers	=	hippisch
hippocampus	noun	deel van de hersenen betrokken bij geheugen, stress en ruimtelijke oriëntatie
hippocampussen	=	hippocampus
hippocratisch	adj	betrekking hebbend op medische zaken
hippocratische	=	hippocratisch
hippocratischer	=	hippocratisch
hippocratischere	=	hippocratisch
hippocratischers	=	hippocratisch
hippodromen	=	hippodroom
hippodroom	noun	ovale paardenrenbaan
hippodrooms	=	hippodroom
hippologen	=	hippoloog
hippologie	noun	wetenschap die paarden bestudeert
hippoloog	noun	deskundige op het gebied van paarden
hippopotami	=	hippopotamus
hippopotamus	noun	Hippopotamus amphibius nijlpaard
hippopotamussen	=	hippopotamus
hippopotomonstrosesquipedaliofobie	noun	een fobie voor moeilijke woorden
hippopotomonstrosesquippedaliofobie	noun	angst voor lange woorden
hippotherapie	noun	omgang met paarden inzetten als behandeling voor patiënten; therapeutisch paardrijden
hippotherapieën	=	hippotherapie
hips	=	hip
hipst	=	hip
hipste	=	hip
hipster	noun	representant van de beatgeneratie
hipsterhoreca	noun	horeca gelegenheid met 'ouderwets' uiterlijk en veel vegetarische en veganistische gerechten op de menukaart
hipsters	=	hipster
hipstersjaal	noun	keffiyeh van oorsprong Arabische sjaal die ook door jonge, alternatieve mensen wordt gedragen
hipstersjaaltje	=	hipstersjaal
hipstersjaaltjes	=	hipstersjaal
hipstersjalen	=	hipstersjaal
hipstertje	=	hipster
hipstertjes	=	hipster
hipt	=	hippen
hipte	=	hippen
hipten	=	hippen
hiragana	noun	individueel karakter uit het lettergrepenschrift van de Japanse talen
hiragana's	=	hiragana
hirola	noun	Beatragus hunteri ook bekend als Hunter's Hartebeest is het enige lid van het geslacht Beatragus
hirola's	=	hirola
hirolaatje	=	hirola
hirolaatjes	=	hirola
hirsutisme	noun	overmatige beharing (mannelijke beharing bij vrouwen)
his	noun	waakzame houding om een prooi te belagen
hispanic	noun	bewoner van de Verenigde Staten die roots heeft in Midden- en Zuid-Amerika
hispanics	=	hispanic
hispaniola-amazone	noun	Amazona ventralis een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
hispaniola-amazonen	=	hispaniola-amazone
hispaniola-amazones	=	hispaniola-amazone
hispaniola-amazonetje	=	hispaniola-amazone
hispaniola-amazonetjes	=	hispaniola-amazone
hispaniola-aratinga	noun	Psittacara chloropterus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
hispaniola-aratinga's	=	hispaniola-aratinga
hispaniola-aratingaatje	=	hispaniola-aratinga
hispaniola-aratingaatjes	=	hispaniola-aratinga
hispaniolahagediskoekoek	noun	Coccyzus longirostris een vogel uit de familie van de koekoeken.
hispaniolahagediskoekoeken	=	hispaniolahagediskoekoek
hispaniolahagediskoekoekje	=	hispaniolahagediskoekoek
hispaniolahagediskoekoekjes	=	hispaniolahagediskoekoek
hispaniolakerkuil	noun	Tyto glaucops een uil uit de familie van kerkuilen (Tytonidae).
hispaniolakerkuilen	=	hispaniolakerkuil
hispaniolakerkuiltje	=	hispaniolakerkuil
hispaniolakerkuiltjes	=	hispaniolakerkuil
hispaniolakruisbek	noun	Loxia megaplaga een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).Het is een bedreigde, endemische vogelsoort op Hispaniola, een eiland in de Caribische Zee
hispaniolakruisbekje	=	hispaniolakruisbek
hispaniolakruisbekjes	=	hispaniolakruisbek
hispaniolakruisbekken	=	hispaniolakruisbek
hispaniolanachtzwaluw	noun	Antrostomus ekmani een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
hispaniolanachtzwaluwen	=	hispaniolanachtzwaluw
hispaniolanachtzwaluwtje	=	hispaniolanachtzwaluw
hispaniolanachtzwaluwtjes	=	hispaniolanachtzwaluw
hispaniolaorganist	noun	Chlorophonia musica een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
hispaniolaorganisten	=	hispaniolaorganist
hispaniolaorganistje	=	hispaniolaorganist
hispaniolaorganistjes	=	hispaniolaorganist
hispaniolapalmkraai	noun	Corvus palmarumeen vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
hispaniolapalmkraaien	=	hispaniolapalmkraai
hispaniolapalmkraaitje	=	hispaniolapalmkraai
hispaniolapalmkraaitjes	=	hispaniolapalmkraai
hispaniolapiewie	noun	Contopus hispaniolensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
hispaniolapiewies	=	hispaniolapiewie
hispaniolapiewietje	=	hispaniolapiewie
hispaniolapiewietjes	=	hispaniolapiewie
hispaniolaspecht	noun	Melanerpes striatus een vogel uit de familie Picidae.
hispaniolaspechten	=	hispaniolaspecht
hispaniolaspechtje	=	hispaniolaspecht
hispaniolaspechtjes	=	hispaniolaspecht
hispaniolaspindalis	noun	Spindalis dominicensis een zangvogel uit de familie Spindalidae.
hispaniolaspindalisje	=	hispaniolaspindalis
hispaniolaspindalisjes	=	hispaniolaspindalis
hispaniolaspindalissen	=	hispaniolaspindalis
hispaniolatroepiaal	noun	Icterus dominicensis een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
hispaniolatroepiaaltje	=	hispaniolatroepiaal
hispaniolatroepiaaltjes	=	hispaniolatroepiaal
hispaniolatroepialen	=	hispaniolatroepiaal
hispaniolatrogon	noun	Priotelus roseigaster een vogel uit de familie van de trogons (Trogonidae).
hispaniolatrogonnetje	=	hispaniolatrogon
hispaniolatrogonnetjes	=	hispaniolatrogon
hispaniolatrogons	=	hispaniolatrogon
hispanisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Spaans of gevormd naar Spaans voorbeeld
hispanismen	=	hispanisme
hispanist	noun	wetenschapper die de Spaanse taal, cultuur en literatuur bestudeerd
hispaniste	noun	vrouwelijke vorm van hispanist
hispanisten	=	hispanist
hispanistes	=	hispaniste
hisse	=	hissen
hissen	verb	sissen
hissend	=	hissen
hissende	=	hissen
hist	=	hissen
histamine	noun	een biogeen amine, dat betrokken is bij verscheidene fysiologische processen zoals de maagzuurproductie en bloedvatverwijding
histaminen	=	histamine
histamines	=	histamine
histe	=	hissen
histen	=	hissen
histidine	noun	een proteïnogeen aminozuur
histochemie	noun	weefselleer m.b.t. de chemische verbindingen in en tussen cellen
histogenese	noun	ontwikkeling van embryonale weefsels of van orgaanweefsels
histogram	noun	grafische voorstelling van de frequentieverdeling d.m.v. rechthoeken
histogrammen	=	histogram
histogrammetje	=	histogram
histogrammetjes	=	histogram
histologie	noun	weefselleer van dieren en planten
histologisch	adj	met betrekking tot de weefselleer
histologische	=	histologisch
histologischer	=	histologisch
histologischere	=	histologisch
histologischers	=	histologisch
histopathologie	noun	leer van de ziekten van de weefsels
histopathologieën	=	histopathologie
histoplasmose	noun	door de schimmel Histoplasma capsulatum veroorzaakte, op longontsteking lijkende infectie die zwellingen rond het hart veroorzaakt
historica	noun	geschiedkundige
historica's	=	historica
historicae	=	historica
historici	=	historicus
historicisme	noun	theorie die stelt dat de geschiedenis zich onwrikbaar en onvermijdelijk volgens vaste wetten naar een bepaalde eindsituatie beweegt
historicismen	=	historicisme
historiciteit	noun	historische echtheid, het historisch (waargebeurd) zijn (van verhalen) of echt bestaan hebben (van personen/voorwerpen/instituties)
historiciteiten	=	historiciteit
historicus	noun	deskundige op het terrein van de geschiedenis (eventueel in bezit van een academische graad)
historicusje	=	historicus
historie	noun	verhaal
historiek	noun	voorafgaande geschiedenis, (beschrijving van) de eerdere ontwikkeling
historieken	=	historiek
historielied	noun	lied gemaakt naar aanleiding van een als belangrijk ervaren historische gebeurtenis
historieliederen	=	historielied
historieliedje	=	historielied
historieliedjes	=	historielied
histories	=	historie
historieschilder	noun	schilder van historische gebeurtenissen
historieschilderkunst	noun	genre van de schilderkunst met uitbeeldingen van historische taferelen
historieschilderkunsten	=	historieschilderkunst
historieschilders	=	historieschilder
historiestuk	noun	schilderij met een historische afbeelding
historiestukken	=	historiestuk
historietje	=	historie
historietjes	=	historie
historiograaf	noun	geschiedschrijver
historiografen	=	historiograaf
historiografie	noun	geschiedschrijving
historiografieën	=	historiografie
historiografisch	adj	betrekking hebbend op de historiografie
historiografische	=	historiografisch
historiografischer	=	historiografisch
historiografischere	=	historiografisch
historiografischers	=	historiografisch
historiographie	=	historiografie
historiologie	noun	alle studies die zich bezighouden met theoretische en methodologische aspecten van historisch onderzoek
historisch	adj	op de geschiedenis betrekking hebbend, geschiedkundig
historisch-kritisch	adj	historisch en kritisch
historisch-kritische	=	historisch-kritisch
historisch-kritischer	=	historisch-kritisch
historisch-kritischere	=	historisch-kritisch
historisch-kritischers	=	historisch-kritisch
historisch-sociologisch	adj	betrekking hebbend op de analyse van maatschappelijke verschijnselen door sociologische theorieën te combineren met historisch onderzoek
historisch-sociologische	=	historisch-sociologisch
historisch-sociologischer	=	historisch-sociologisch
historisch-sociologischere	=	historisch-sociologisch
historisch-sociologischers	=	historisch-sociologisch
historische	=	historisch
historischer	=	historisch
historischere	=	historisch
historischers	=	historisch
historisme	noun	geschiedbeschouwing waarin wordt geprobeerd door het gebruik van primaire 'objectieve' bronnen terug te gaan naar wat er feitelijk gebeurd is op een bepaald tijdstip en van daaruit het verloop der gebeurtenissen te reconstrueren
historistisch	adj	van de aard van, kenmerkend voor het historisme
historistische	=	historistisch
historistischer	=	historistisch
historistischere	=	historistisch
historistischers	=	historistisch
historiën	=	historie
histrionisch	adj	zoals typerend is voor een toneelspeler
histrionische	=	histrionisch
histrionischers	=	histrionisch
hit	noun	lied dat in korte tijd zeer populair wordt
hit-and-run	noun	verrassende aanval waarbij men zich snel uit de voeten maakt
hitfabriek	noun	een bedrijf waar hits haast op fabrieksmatige wijze worden gemaakt
hitfabrieken	=	hitfabriek
hitfabriekje	=	hitfabriek
hitfabriekjes	=	hitfabriek
hitfilm	noun	film die zeer veel bezoekers trekt; heel populaire film
hitfilms	=	hitfilm
hitgevoelig	adj	artiest die het gevoel heeft om succesvolle liedjes te maken
hitgevoelige	=	hitgevoelig
hitgevoeliger	=	hitgevoelig
hitgevoeligere	=	hitgevoelig
hitgevoeligers	=	hitgevoelig
hitgevoeligs	=	hitgevoelig
hitgevoeligst	=	hitgevoelig
hitgevoeligste	=	hitgevoelig
hitje	=	hit
hitjes	=	hit
hitlergroet	noun	groet gebruikelijk bij de nazi's met een schuin omhoog opgeheven stijve rechterarm, waarbij ook nog de kreet "Heil Hitler!", "Heil, mein Führer!" of "Sieg Heil!" werd geslaakt
hitlergroeten	=	hitlergroet
hitlergroetje	=	hitlergroet
hitlergroetjes	=	hitlergroet
hitleriaans	adj	op de manier van Adolf Hitler en zijn aanhang
hitleriaanse	=	hitleriaans
hitleriaanser	=	hitleriaans
hitleriaansere	=	hitleriaans
hitleriaansers	=	hitleriaans
hitleriaanst	=	hitleriaans
hitleriaanste	=	hitleriaans
hitlerkever	noun	Anophthalmus hitleri een blinde loopkever die in enkele vochtige grotten in Slovenië voorkomt.
hitlerkevers	=	hitlerkever
hitlerkevertje	=	hitlerkever
hitlerkevertjes	=	hitlerkever
hitlersnor	noun	smalle snor, die alleen onder de neus aanwezig is zoals de nazistische dictator Adolf Hitler had
hitlersnorren	=	hitlersnor
hitlersnorretje	=	hitlersnor
hitlersnorretjes	=	hitlersnor
hitlijst	noun	lijst met de populairste (best verkochte of meest gedraaide) muziekstukjes
hitlijsten	=	hitlijst
hitlijstje	=	hitlijst
hitlijstjes	=	hitlijst
hitlist	noun	een lijst met treffers
hitlists	=	hitlist
hitmachine	noun	muzikant of groep muzikanten die veel succesvolle nummers hebben gemaakt
hitmachines	=	hitmachine
hitmusical	noun	succesvol toneelstuk met muziek en dans
hitmusicals	=	hitmusical
hitnotering	noun	vermelding van een muzieknummer in een hitlijst
hitnoteringen	=	hitnotering
hitparade	noun	een lijst met popliedjes die op dat moment het meest populair zijn
hitparades	=	hitparade
hitpaël	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
hitpaëls	=	hitpaël
hitpotentie	noun	de mogelijkheid om een succesvol te worden
hitpotenties	=	hitpotentie
hits	=	hit
hitse	=	hitsen
hitsen	verb|figurative	aanzetten tot iets verwerpelijks
hitsend	=	hitsen
hitsende	=	hitsen
hitsig	adj	heeft betrekking op mensen en dieren: seksueel opgewonden
hitsige	=	hitsig
hitsiger	=	hitsig
hitsigere	=	hitsig
hitsigers	=	hitsig
hitsigheden	=	hitsigheid
hitsigheid	noun	de mate waarin men (seksueel) opgewonden is
hitsigs	=	hitsig
hitsigst	=	hitsig
hitsigste	=	hitsig
hitsingle	noun	een muzieknummer dat door heel veel mensen is gekocht; succesvol lied
hitsingles	=	hitsingle
hitske	=	hit
hitst	=	hitsen
hitste	=	hitsen
hitsten	=	hitsen
hitsucces	noun	een muzieknummer dat heel populair is geworden
hitsuccessen	=	hitsucces
hitte	noun	overdreven warmte
hitteberoerte	noun	gevaarlijk hitteletsel als gevolg van uitdroging en een hoge lichaamstemperatuur, waardoor de warmteregulatie in de hersenen verstoord raakt
hitteberoerten	=	hitteberoerte
hitteberoertes	=	hitteberoerte
hittebestendig	adj	bestand tegen hitte; kan na contact met hitte nog even goed functioneren
hittebestendige	=	hittebestendig
hittebestendiger	=	hittebestendig
hittebestendigere	=	hittebestendig
hittebestendigers	=	hittebestendig
hittebestendigheid	noun	de mate waarin iets hoge temperaturen kan verdragen
hittebestendigs	=	hittebestendig
hittebestendigst	=	hittebestendig
hittebestendigste	=	hittebestendig
hittebron	noun	De bron van warmte die gebruikt wordt bij processen zoals koken en elektriciteitsopwekking
hittebronnen	=	hittebron
hittefit	adj	in een lichamelijke conditie waarin je goed tegen grote warmte kunt
hittefits	=	hittefit
hittefitst	=	hittefit
hittefitste	=	hittefit
hittefitte	=	hittefit
hittefitter	=	hittefit
hittefittere	=	hittefit
hittefitters	=	hittefit
hittegolf	noun	aaneengesloten periode van minstens vijf dagen met een maximumtemperatuur van minstens 25° C, waarvan drie dagen met een maximumtemperatuur van minstens 30° C
hittegolfeffect	noun	het effect dat een hittegolf teweegbrengt o.a. op de gezondheid
hittegolfeffecten	=	hittegolfeffect
hittegolfje	=	hittegolf
hittegolfjes	=	hittegolf
hittegolven	=	hittegolf
hittekoepel	noun	hogedrukgebied met extreem hoge temperaturen
hittekoepels	=	hittekoepel
hittekoepeltje	=	hittekoepel
hittekoepeltjes	=	hittekoepel
hitten	=	hit
hittepetit	noun	bedrijvig (vrouws)persoontje
hittepetitje	=	hittepetit
hittepetitjes	=	hittepetit
hittepetitten	=	hittepetit
hittepit	noun	een stoffen zakje gevuld met korrels (zoals kersenpitten, tarwe, rijst) dat opgewarmd of gekoeld kan worden om pijn (rug, buik, nek, gewrichten) te verlichten, te ontspannen, of als een veilige, droge kruik te gebruiken; het is ook populair als zintuigelijk speelgoed voor kinderen, ter verbetering van motoriek en concentratie.
hittepitje	=	hittepit
hittepitjes	=	hittepit
hittepitten	=	hittepit
hitteplan	noun	speciaal plan van aanpak met aangepaste regelingen om de problemen van grote hitte te ondervangen
hitteplannen	=	hitteplan
hitteplannetje	=	hitteplan
hitteplannetjes	=	hitteplan
hitteprotocol	noun	een richtlijn waarin staat hoe men moet handelen bij extreme hitte
hitteprotocollen	=	hitteprotocol
hitteprotocolletje	=	hitteprotocol
hitteprotocolletjes	=	hitteprotocol
hitteschild	noun	voorziening die een ruimtevaartuig tijdens de afdaling in een atmosfeer beschermt tegen thermische beschadiging
hitteschilden	=	hitteschild
hitteschildje	=	hitteschild
hitteschildjes	=	hitteschild
hittestraling	noun	elektromagnetische straling die warmte overbrengt; infrarode straling
hittestralingen	=	hittestraling
hittestress	noun	situatie waarbij het lichaam oververhit is geraakt
hittetip	noun	aanwijzing wat je moet doen als de buitentemperatuur heel hoog is
hittetipje	=	hittetip
hittetipjes	=	hittetip
hittetips	=	hittetip
hitteverlof	noun	verlof bij extreme hitte waardoor werken etc. onmogelijk is
hitteverloven	=	hitteverlof
hiv	noun	menselijk immuundeficiëntievirus, de soort die aids kan veroorzaken
hiv-besmetting	=	hivbesmetting
hiv-patiënt	noun	persoon die besmet is met hiv en daar ziek van is
hiv-patiënten	=	hiv-patiënt
hiv-patiëntje	=	hiv-patiënt
hiv-patiëntjes	=	hiv-patiënt
hiv-positief	adj	de aanwezigheid van antistoffen of antigenen in het serum tegen het aidsvirus
hiv-positiefs	=	hiv-positief
hiv-positieve	=	hiv-positief
hiv-virus	noun	virus dat de oorzaak is van aids
hiv-virussen	=	hiv-virus
hiv-zaak	noun	een strafzaak waarbij iemand met opzet of door verwijtbaar handelen een ander besmet met het hiv-virus.
hiv-zaakje	=	hiv-zaak
hiv-zaakjes	=	hiv-zaak
hiv-zaken	=	hiv-zaak
hivbesmetting	noun	een infectie met het hivvirus
hivbesmettingen	=	hivbesmetting
hivgeïnfecteerde	noun	persoon die drager is van het hivvirus
hivgeïnfecteerden	=	hivgeïnfecteerde
hivinfectie	noun	besmetting met het hivvirus
hivinfecties	=	hivinfectie
hivpatiënt	noun	persoon die besmet is met het humaan immunodeficiëntievirus
hivpatiënten	=	hivpatiënt
hivpositief	adj	besmet zijn met het hiv virus
hivpositiefs	=	hivpositief
hivpositieve	=	hivpositief
hivtest	noun	onderzoek voor het vaststellen of iemand wel of niet besmet is met het hivvirus
hivtesten	=	hivtest
hivtestje	=	hivtest
hivtestjes	=	hivtest
hivtests	=	hivtest
hivvirus	noun	virus dat de oorzaak is van aids; het human immunodeficiency virus
hivvirussen	=	hivvirus
hivzaak	noun	een strafzaak waarbij meerdere slachtoffers worden besmet met hiv
hivzaken	=	hivzaak
hiërarchie	noun	rangorde (van waardigheidsbekleders)
hiërarchiek	adj	van of volgens de opeenvolging van rangen
hiërarchieke	=	hiërarchiek
hiërarchieker	=	hiërarchiek
hiërarchiekere	=	hiërarchiek
hiërarchiekers	=	hiërarchiek
hiërarchieks	=	hiërarchiek
hiërarchiekst	=	hiërarchiek
hiërarchiekste	=	hiërarchiek
hiërarchietje	=	hiërarchie
hiërarchietjes	=	hiërarchie
hiërarchieën	=	hiërarchie
hiërarchisch	adj	van of volgens de opeenvolging van rangen
hiërarchische	=	hiërarchisch
hiërarchischer	=	hiërarchisch
hiërarchischere	=	hiërarchisch
hiërarchischers	=	hiërarchisch
hiëratisch	adj	van of volgens de eredienst, priesterlijk
hiëratische	=	hiëratisch
hiëratischer	=	hiëratisch
hiëratischere	=	hiëratisch
hiëratischers	=	hiëratisch
hiëroglief	noun	Een hiëroglief of hiëroglyfe is een pictogram dat een woord, morfeem of klank uitbeeldt.
hiërogliefen	=	hiëroglief
hiërogliefenschrift	noun	het monumentale en pictografische schrift van de oude Egyptenaren, dat bestond uit tekens van mensen, dieren en voorwerpen die woorden, klanken of begrippen uitbeelden
hiërogliefensierschildpad	noun	Pseudemys concinna een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
hiërogliefensierschildpadden	=	hiërogliefensierschildpad
hiërogliefensierschildpadje	=	hiërogliefensierschildpad
hiërogliefensierschildpadjes	=	hiërogliefensierschildpad
hiërogliefje	=	hiëroglief
hiërogliefjes	=	hiëroglief
hiëroglifisch	adj	in hiërogliefen
hiëroglifische	=	hiëroglifisch
hiëroglifischer	=	hiëroglifisch
hiëroglifischere	=	hiëroglifisch
hiëroglifischers	=	hiëroglifisch
hiëroglyfenlieveheersbeestje	noun	Coccinella hieroglyphica een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
hiëroglyfenlieveheersbeestjes	=	hiëroglyfenlieveheersbeestje
hm	intj	een gemompeld bezwaar, een teken dat men ergens niet helemaal mee eens is of niet overtuigd is
hmpf	intj	tussenwerpsel dat een zekere mate van onverschilligheid of relativering ten opzichte van hetgeen meestal meteen erna volgt uitdrukt, soms ook een soort frustratie
ho	noun|informal	afkorting van homoseksueel	intj	uitroep die iets tot staan wil brengen.
ho's	=	ho
hoarding	noun	een psychiatrische aandoening waarbij iemand dwangmatig spullen verzamelt en niet kan weggooien.
hoatzin	noun	benaming voor vogels uit de familie Opisthocomidae die één soort omvat
hoatzinnetje	=	hoatzin
hoatzinnetjes	=	hoatzin
hoatzins	noun	orde Opisthocomiformes met 1 familie , 1 geslacht en 1 vogelsoort
hoax	noun	een vals gerucht, een bewering die niet waar is, (en soms per e-mail wijde verspreiding kan krijgen), die wordt gebruik om paniek te zaaien onder goedgelovigen
hoaxen	=	hoax
hoaxes	=	hoax
hoaxje	=	hoax
hoaxjes	=	hoax
hob	noun	bouwwijze waarbij twee gebouwen een zijwand delen
hobbel	noun	kleine verhoging in de weg
hobbelaar	noun	blokschaaf met een gebogen oppervlak
hobbelaars	=	hobbelaar
hobbelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van hobbel
hobbelachtige	=	hobbelachtig
hobbelachtiger	=	hobbelachtig
hobbelachtigere	=	hobbelachtig
hobbelachtigers	=	hobbelachtig
hobbelachtigs	=	hobbelachtig
hobbelachtigst	=	hobbelachtig
hobbelachtigste	=	hobbelachtig
hobbelde	=	hobbelen
hobbelden	=	hobbelen
hobbele	=	hobbelen
hobbelen	verb	Gaan over een niet gladde weg zodat je zachtjes heen en weer wordt geschud.
hobbelend	=	hobbelen
hobbelende	=	hobbelen
hobbelig	adj	met hobbels, oneffen
hobbelige	=	hobbelig
hobbeliger	=	hobbelig
hobbeligere	=	hobbelig
hobbeligers	=	hobbelig
hobbeligs	=	hobbelig
hobbeligst	=	hobbelig
hobbeligste	=	hobbelig
hobbelpaard	noun	een stuk kinderspeelgoed in de vorm van een paard dat evenals een schommelstoel of een schommelwieg heen en weer kan bewegen. (sjokkelpeerd in het Vlaams)
hobbelpaarden	=	hobbelpaard
hobbelpaardje	=	hobbelpaard
hobbelpaardjes	=	hobbelpaard
hobbels	=	hobbel
hobbelstoel	noun	stoel die in voor-achterwaartse richting kan schommelen
hobbelstoelen	=	hobbelstoel
hobbelt	=	hobbelen
hobbeltje	=	hobbel
hobbeltjes	=	hobbel
hobbelweg	noun	een weg met een zeer onregelmatig oppervlak
hobbelwegen	=	hobbelweg
hobbezak	noun	een heel ruim zittend kledingstuk
hobbezakje	=	hobbezak
hobbezakjes	=	hobbezak
hobbezakken	=	hobbezak
hobbit	noun	een fantasyfiguur uit de werken van J.R.R. Tolkien
hobbitje	=	hobbit
hobbitjes	=	hobbit
hobbits	=	hobbit
hobby	noun	een liefhebberij of bezigheid ter ontspanning voor in de vrije tijd
hobby's	=	hobby
hobby'tje	=	hobby
hobby'tjes	=	hobby
hobbyactiviteit	noun	iets dat men uit liefhebberij doet in zijn vrije tijd
hobbyactiviteiten	=	hobbyactiviteit
hobbyactiviteitje	=	hobbyactiviteit
hobbyactiviteitjes	=	hobbyactiviteit
hobbyboer	noun	iemand die als hobby wat boert
hobbyboeren	=	hobbyboer
hobbyboertje	=	hobbyboer
hobbyboertjes	=	hobbyboer
hobbyclub	noun	groep mensen die een gemeenschappelijke liefhebberij hebben
hobbyclubje	=	hobbyclub
hobbyclubjes	=	hobbyclub
hobbyclubs	=	hobbyclub
hobbyde	=	hobbyen
hobbyden	=	hobbyen
hobbye	=	hobbyen
hobbyen	verb	bezig zijn uit liefhebberij
hobbyend	=	hobbyen
hobbyende	=	hobbyen
hobbyhouder	noun	iemand die voor zijn plezier vee in zijn bezit heeft
hobbyhouders	=	hobbyhouder
hobbyisme	noun	het beoefenen van een hobby
hobbyist	noun	iemand die zich met een hobby bezighoudt
hobbyisten	=	hobbyist
hobbyistisch	adj	met betrekking tot het hobbyisme
hobbyistische	=	hobbyistisch
hobbyistischer	=	hobbyistisch
hobbyistischere	=	hobbyistisch
hobbyistischers	=	hobbyistisch
hobbyistje	=	hobbyist
hobbyistjes	=	hobbyist
hobbykok	noun	persoon die uit liefhebberij speciale maaltijd bereidt
hobbykokje	=	hobbykok
hobbykokjes	=	hobbykok
hobbykoks	=	hobbykok
hobbymes	noun	een uitschuifbaar mes dat vaak bij het knutselen wordt gebruikt
hobbymessen	=	hobbymes
hobbyruimte	noun	ruimte waarin men zijn hobby kan beoefenen
hobbyruimten	=	hobbyruimte
hobbyruimtes	=	hobbyruimte
hobbyt	=	hobbyen
hobbyvereniging	noun	een groep mensen die zich georganiseerd heeft rondom een gezamenlijke liefhebberij of interesse.
hobbyverenigingen	=	hobbyvereniging
hobbyverenigingetje	=	hobbyvereniging
hobbyverenigingetjes	=	hobbyvereniging
hobo	noun	een orkestinstrument, behoort tot de houtblazers, het wordt met een dubbelriet aangeblazen
hobo's	=	hobo
hoboconcert	noun	muziekstuk waar de hobo een belangrijke rol in speelt
hoboconcerten	=	hoboconcert
hobootje	=	hobo
hobootjes	=	hobo
hoboïst	noun	iemand die hobo speelt
hoboïsten	=	hoboïst
hoboïstje	=	hoboïst
hoboïstjes	=	hoboïst
hobs	=	hob
hobu	noun	afkorting van hoger onderwijs buiten de universiteit
hocker	noun	meubelstuk zonder leuning waarop men kan zitten; voetenbank op poten
hockers	=	hocker
hockey	noun	balspel waarbij twee elftallen de bal met een hockeystick in elkaars doel proberen te slaan
hockeybabe	noun	knappe, aantrekkelijke hockeyspeelster
hockeybabes	=	hockeybabe
hockeybal	noun	harde bal die men met een houten stick in het doel van de tegenstander probeert te slaan bij het hockeyen
hockeyballen	=	hockeybal
hockeyblessure	noun	een verwonding die men door hockeyen heeft gekregen
hockeyblessuren	=	hockeyblessure
hockeyblessures	=	hockeyblessure
hockeybond	noun	een verbond van hockeyclubs
hockeybonden	=	hockeybond
hockeybondje	=	hockeybond
hockeybondjes	=	hockeybond
hockeybondscoach	noun	trainer van het landelijke hockeyteam
hockeybondscoaches	=	hockeybondscoach
hockeycarrière	noun	reeks posities die iemand heeft ingenomen als hockeyspeler
hockeycarrières	=	hockeycarrière
hockeyclub	noun	sportvereniging waar hockey wordt gespeeld
hockeyclubje	=	hockeyclub
hockeyclubjes	=	hockeyclub
hockeyclubs	=	hockeyclub
hockeycoach	noun	trainer van een hockeyteam
hockeycoaches	=	hockeycoach
hockeycompetitie	noun	reeks hockeywedstrijden tussen verschillende teams
hockeycompetities	=	hockeycompetitie
hockeyde	=	hockeyen
hockeyden	=	hockeyen
hockeydoel	noun	het frame met een net waarin teams de hockeybal moeten slaan om een punt of doelpunt te scoren
hockeydoelen	=	hockeydoel
hockeydoeltje	=	hockeydoel
hockeydoeltjes	=	hockeydoel
hockeye	=	hockeyen
hockeyelftal	noun	team van hockeyspeler
hockeyelftallen	=	hockeyelftal
hockeyen	verb	de hockeysport beoefenen
hockeyend	=	hockeyen
hockeyende	=	hockeyen
hockeyer	noun	iemand die hockeyt
hockeyers	=	hockeyer
hockeyertje	=	hockeyer
hockeyertjes	=	hockeyer
hockeyfederatie	noun	federatie waar landelijke hockeybonden bij zijn aangesloten
hockeyfederaties	=	hockeyfederatie
hockeyfinale	noun	de laatste, beslissende wedstrijd van een hockeytoernooi
hockeyfinales	=	hockeyfinale
hockeyfinaletje	=	hockeyfinale
hockeyfinaletjes	=	hockeyfinale
hockeyhelm	noun	een helm die het hoofd van de hockeykeeper beschermt bij het hockeyspel
hockeyhelmen	=	hockeyhelm
hockeyhelmpje	=	hockeyhelm
hockeyhelmpjes	=	hockeyhelm
hockeyhoofdklasse	noun	de verzameling van beste hockeyteams van Nederland
hockeyhoofdklassen	=	hockeyhoofdklasse
hockeyinternational	noun	hockeyspeler die meedoet aan wedstrijden tussen teams uit verschillende landen
hockeyinternationals	=	hockeyinternational
hockeykampioen	noun	het team dat een hockeycompetitie of hockeytoernooi heeft gewonnen
hockeykampioenen	=	hockeykampioen
hockeykeeper	noun	de speler die het doel van het hockeyteam beschermt, de bal tegenhoudt en de baas is in de cirkel
hockeykeepers	=	hockeykeeper
hockeykeepertje	=	hockeykeeper
hockeykeepertjes	=	hockeykeeper
hockeykwetsuren	=	hockeykwetsuur
hockeykwetsuur	noun	een verwonding die men door hockeyen heeft gekregen
hockeykwetsuurtje	=	hockeykwetsuur
hockeykwetsuurtjes	=	hockeykwetsuur
hockeyland	noun	land waarin veel hockey wordt gespeeld; succesvol land wat betreft het hockeyen
hockeylanden	=	hockeyland
hockeylandje	=	hockeyland
hockeylandjes	=	hockeyland
hockeyloopbaan	noun	reeks posities die iemand heeft ingenomen als hockeyspeler
hockeyloopbaantje	=	hockeyloopbaan
hockeyloopbaantjes	=	hockeyloopbaan
hockeyloopbanen	=	hockeyloopbaan
hockeyman	noun	mannelijke hockeyspeler
hockeymannen	=	hockeyman
hockeymeisje	noun	jonge vrouwelijke hockeyspeelster vaak wordt er als stereotype een wit, blond, aantrekkelijk meisje van gegoede komaf mee bedoeld
hockeymeisjes	=	hockeymeisje
hockeymekka	noun	een heel belangrijke plaats voor de hockeysport; de "heilige grond" van een belangrijk hockeyveld
hockeymekka's	=	hockeymekka
hockeyploeg	noun	groep hockeyspelers die samenwerken om een andere hockeyploeg te verslaan in een hockeywedstrijd
hockeyploegen	=	hockeyploeg
hockeyploegje	=	hockeyploeg
hockeyploegjes	=	hockeyploeg
hockeyscholen	=	hockeyschool
hockeyschool	noun	opleidingsinstituut voor hockeyers
hockeyschooltje	=	hockeyschool
hockeyschooltjes	=	hockeyschool
hockeyselectie	noun	groep hockeyers die is verkozen uit een grotere groep hockeyspelers om samen een hockeyteam te vormen
hockeyselecties	=	hockeyselectie
hockeyselectietje	=	hockeyselectie
hockeyselectietjes	=	hockeyselectie
hockeyspeelster	noun	vrouwelijke vorm van hockeyspeler
hockeyspeelsters	=	hockeyspeelster
hockeyspeelstertje	=	hockeyspeelster
hockeyspeelstertjes	=	hockeyspeelster
hockeyspeler	noun	een beoefenaar van hockey
hockeyspelers	=	hockeyspeler
hockeyspelertje	=	hockeyspeler
hockeyspelertjes	=	hockeyspeler
hockeysport	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het hockeyen
hockeystadion	noun	plaats waar voor een groot publiek hockey gespeeld kan worden
hockeystadions	=	hockeystadion
hockeyster	noun	vrouwelijke hockeyspeler
hockeysterren	=	hockeyster
hockeysterretje	=	hockeyster
hockeysterretjes	=	hockeyster
hockeysters	=	hockeyster
hockeystertje	=	hockeyster
hockeystertjes	=	hockeyster
hockeystick	noun	van onderen gebogen slaghout voor het hockeyspel
hockeysticks	=	hockeystick
hockeyt	=	hockeyen
hockeytas	noun	sporttas voor hockeybenodigdheden
hockeytassen	=	hockeytas
hockeyteam	noun	groep hockeyspelers die samenspelen in een wedstrijd
hockeyteams	=	hockeyteam
hockeyterrein	noun	sportveld waarop men hockey kan spelen
hockeyterreinen	=	hockeyterrein
hockeyterreintje	=	hockeyterrein
hockeyterreintjes	=	hockeyterrein
hockeytitel	noun	aanduiding van het team dat een competitie of een toernooi heeft gewonnen
hockeytitels	=	hockeytitel
hockeytiteltje	=	hockeytitel
hockeytiteltjes	=	hockeytitel
hockeytoernooi	noun	evenement met een aantal hockeywedstrijden
hockeytoernooien	=	hockeytoernooi
hockeytopper	noun	hockeywedstrijd tussen de koplopers in een competitie
hockeytoppers	=	hockeytopper
hockeytracker	noun	snelheidsmeter die men gebruikt bij hockey
hockeytrackers	=	hockeytracker
hockeytraining	noun	keer dat men zich oefent in het spelen van hockey
hockeytrainingen	=	hockeytraining
hockeytraininkje	=	hockeytraining
hockeytraininkjes	=	hockeytraining
hockeytrut	noun	Goois kakkerig meisje uit de gegoede kringen dat deze elitesport beoefent
hockeytrutje	=	hockeytrut
hockeytrutjes	=	hockeytrut
hockeytrutten	=	hockeytrut
hockeytut	noun	kakkerig meisje uit de gegoede ('Gooise') kringen
hockeytutje	=	hockeytut
hockeytutjes	=	hockeytut
hockeytutten	=	hockeytut
hockeyveld	noun	speelveld voor het spelen van hockey
hockeyvelden	=	hockeyveld
hockeyveldje	=	hockeyveld
hockeyvereniging	noun	sportclub waar hockeyers lid van zijn
hockeyverenigingen	=	hockeyvereniging
hockeyverenigingetje	=	hockeyvereniging
hockeyverenigingetjes	=	hockeyvereniging
hockeyvrouw	noun	vrouwelijke hockeyspeler
hockeyvrouwen	=	hockeyvrouw
hockeywedstrijd	noun	wedstrijd waarbij twee hockeyteams tegen elkaar spelen
hockeywedstrijden	=	hockeywedstrijd
hockeywereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het hockeyen; de besloten omgeving van hockeyers
hockeywerelden	=	hockeywereld
hockeywereldje	=	hockeywereld
hockeywereldjes	=	hockeywereld
hodeldebodel	adj	emotioneel het stuur kwijt
hodgkin	noun	verkorting van de ziekte van Hodgkin een kwaadaardige aandoening van de lymfeklieren
hodiecentrisme	noun	De tendens om de problemen van hier en nu te beschouwen als eeuwig en algemeen menselijk
hodometer	noun	apparaat om de afgelegde afstand te bepalen
hodometers	=	hodometer
hoe	adv	vragend: op welke wijze?	pron|obsolete	wat
hoed	noun	een hoofddeksel
hoedanig	pron	wat voor soort?
hoedanige	=	hoedanig
hoedanigheden	=	hoedanigheid
hoedanigheid	noun	een gesteldheid
hoedanigheidje	=	hoedanigheid
hoedde	=	hoeden
hoedden	=	hoeden
hoede	noun	waakzaamheid
hoeden	verb	een kudde dieren verzorgen en in de gaten houden
hoedend	=	hoeden
hoedende	=	hoeden
hoedenfabriek	noun	bedrijf waar men machinaal hoeden produceert
hoedenfabrieken	=	hoedenfabriek
hoedenfabriekje	=	hoedenfabriek
hoedenfabriekjes	=	hoedenfabriek
hoedenlint	noun	lint dat als versiering om een hoed is gespannen
hoedenlinten	=	hoedenlint
hoedenmaakster	noun	vrouw die hoeden ontwerpt en maakt
hoedenmaaksters	=	hoedenmaakster
hoedenmaakstertje	=	hoedenmaakster
hoedenmaakstertjes	=	hoedenmaakster
hoedenmaker	noun	iemand die hoofddeksels voor mensen maakt
hoedenmakers	=	hoedenmaker
hoedenpen	noun	speld waarmee men een dameshoed aan het lange haar kan vastmaken
hoedenpennen	=	hoedenpen
hoedenplank	noun	plank (al dan niet in een kast) waarop men hoeden kan bewaren
hoedenplanken	=	hoedenplank
hoedenplankhond	noun	kunststof mascotte om voor de achterruit van een auto te plaatsen, in de vorm een kleine hond met een bewegend kopje dat gaat schommelen door de trillingen tijdens het rijden
hoedenplankhonden	=	hoedenplankhond
hoedenplankhondje	=	hoedenplankhond
hoedenplankhondjes	=	hoedenplankhond
hoedenplankje	=	hoedenplank
hoedenplankjes	=	hoedenplank
hoedenspeld	noun	10 cm lange speld waarmee men heen hoed aan het kapsel kan vastzetten
hoedenspelden	=	hoedenspeld
hoedenspeldje	=	hoedenspeld
hoedenspeldjes	=	hoedenspeld
hoedenstandaard	noun	een praktische en vaak decoratieve houder die speciaal is ontworpen om hoeden of petten veilig op te bergen en mooi te presenteren
hoedenstandaarden	=	hoedenstandaard
hoedenstandaardje	=	hoedenstandaard
hoedenstandaardjes	=	hoedenstandaard
hoedenstandaards	=	hoedenstandaard
hoedenvlechtscholen	=	hoedenvlechtschool
hoedenvlechtschool	noun	school waar men hoeden leert vlechten
hoedenwinkel	noun	winkel waar men hoeden verkoopt
hoedenwinkels	=	hoedenwinkel
hoedenwinkeltje	=	hoedenwinkel
hoedenwinkeltjes	=	hoedenwinkel
hoeder	noun	iemand die ergens over waakt zodat het niet verloren gaat
hoederecht	noun	recht om na echtscheiding de kinderen te mogen hoeden (bij zich te houden)
hoederechten	=	hoederecht
hoederechtje	=	hoederecht
hoederechtjes	=	hoederecht
hoeders	=	hoeder
hoedertje	=	hoeder
hoedes	=	hoede
hoedje	=	hoed
hoedjes	=	hoed
hoedjesparade	noun	de traditie die sinds 1977 bestaat dat de meeste vrouwelijke genodigden op Prinsjesdag met een hoedje naar de Ridderzaal gaan waar de troonrede wordt voorgelezen
hoedjesparades	=	hoedjesparade
hoedna	noun	wapenstilstand of bestand met een vijand die niet islamitisch is
hoedna's	=	hoedna
hoednaatje	=	hoedna
hoednaatjes	=	hoedna
hoedpalm	noun	palmbomensoort Manicaria saccifera die ook in Suriname voorkomt
hoedpalmen	=	hoedpalm
hoedpalmpje	=	hoedpalm
hoedpalmpjes	=	hoedpalm
hoedsje	=	hoed
hoedster	noun	iets of iemand die iets of iemand beschermt zoals een herder zijn kudde beschermt
hoedsters	=	hoedster
hoedt	=	hoeden
hoef	noun	vergrote, voortdurend doorgroeiende teennagel die het derde teenkootje omgeeft en vaak zeer is versterkt om het gewicht van hoefdieren te dragen
hoefal	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
hoefals	=	hoefal
hoefbevangenheid	noun	een zeer pijnlijke aandoening aan de hoeven bij paarden, voornamelijk bij de voorbenen, waarbij tussen de verbinding van hoornschoen met het hoefbeen een hoeflederontsteking van de plaatjes ontstaat
hoefblad	noun	Petasites hybridus plant met grote bladeren die aan de rand van wateren groeit
hoefbladboorvlieg	noun	Acidia cognata een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
hoefbladboorvliegen	=	hoefbladboorvlieg
hoefbladboorvliegje	=	hoefbladboorvlieg
hoefbladboorvliegjes	=	hoefbladboorvlieg
hoefbladpalpmot	noun	Scrobipalpula tussilaginis een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
hoefbladpalpmotje	=	hoefbladpalpmot
hoefbladpalpmotjes	=	hoefbladpalpmot
hoefbladpalpmotten	=	hoefbladpalpmot
hoefbladvedermot	noun	Platyptilia gonodactyla een nachtvlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
hoefbladvedermotje	=	hoefbladvedermot
hoefbladvedermotjes	=	hoefbladvedermot
hoefbladvedermotten	=	hoefbladvedermot
hoefbladzadelmot	noun	Epiblema turbidana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
hoefbladzadelmotje	=	hoefbladzadelmot
hoefbladzadelmotjes	=	hoefbladzadelmot
hoefbladzadelmotten	=	hoefbladzadelmot
hoefde	=	hoeven
hoefden	=	hoeven
hoefdier	noun	benaming voor een groot, viervoetig, meestal plantenetend zoogdier dat (vaak zeer harde) voortdurend doorgroeiende hoeven bezit
hoefdieren	noun	een groep Ungulata zoogdieren die over hoeven beschikken of afstammen van dieren met hoeven.
hoefdiertje	=	hoefdier
hoefdiertjes	=	hoefdier
hoefgetrappel	noun	het geluid dat paarden maken als ze over een harde ondergrond draven
hoefijzer	noun	gebogen ijzeren reep, in de vorm van de hoef, waarmee een paard door de hoefsmid beslagen wordt om het afslijten van de hoeven tegen te gaan
hoefijzerbogen	=	hoefijzerboog
hoefijzerboog	noun	ronding die meer dan een halve cirkel beslaat boven een doorgang Zulke bogen zijn kenmerkend voor de Spaanse bouwkunst in de middeleeuwen en later de Jugenstil.
hoefijzerlanspuntslang	noun	Bothrops alternatus een slang uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
hoefijzerlanspuntslangen	=	hoefijzerlanspuntslang
hoefijzerlanspuntslangetje	=	hoefijzerlanspuntslang
hoefijzerlanspuntslangetjes	=	hoefijzerlanspuntslang
hoefijzermagneet	noun	een magneet in de vorm van een hoefijzer waarbij de noord- en zuidpool dicht bij elkaar aan één zijde zijn geplaatst en daardoor een krachtig veld ontstaat
hoefijzermagneetje	=	hoefijzermagneet
hoefijzermagneetjes	=	hoefijzermagneet
hoefijzermagneten	=	hoefijzermagneet
hoefijzermot	noun	Epiblema foenella een nachtvlinder uit de familie bladrollers, de Tortricidae
hoefijzermotje	=	hoefijzermot
hoefijzermotjes	=	hoefijzermot
hoefijzermotten	=	hoefijzermot
hoefijzermuskaatduif	noun	Ducula carola een duif uit het geslacht Ducula die alleen voorkomt op de Filipijnen.
hoefijzermuskaatduifje	=	hoefijzermuskaatduif
hoefijzermuskaatduifjes	=	hoefijzermuskaatduif
hoefijzermuskaatduiven	=	hoefijzermuskaatduif
hoefijzerneus	noun	benaming voor vliegende zoogdieren uit de familie Rhinolophidae
hoefijzerneuzen	noun	Rhinolophidae een familie van vleermuizen (Chiroptera) die voorkomt in Europa, Afrika, Azië, Australië en Noord-Amerika.
hoefijzers	=	hoefijzer
hoefijzerslang	noun	Hemorrhois hippocrepis een slang uit de familie van de toornslangachtigen (Colubridae)
hoefijzerslangen	=	hoefijzerslang
hoefijzerslangetje	=	hoefijzerslang
hoefijzerslangetjes	=	hoefijzerslang
hoefijzertijger	noun	Nephrotoma appendiculata een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
hoefijzertijgers	=	hoefijzertijger
hoefijzertijgertje	=	hoefijzertijger
hoefijzertijgertjes	=	hoefijzertijger
hoefijzertje	=	hoefijzer
hoefijzertjes	=	hoefijzer
hoefijzervaren	noun	Adiantum pedatum een varen uit de lintvarenfamilie (Pteridaceae).
hoefijzervarens	=	hoefijzervaren
hoefijzervarentje	=	hoefijzervaren
hoefijzervarentjes	=	hoefijzervaren
hoefijzervlekmot	noun	Tischeria decidua een vlinder uit de familie vlekmineermotten (Tischeriidae).
hoefijzervlekmotje	=	hoefijzervlekmot
hoefijzervlekmotjes	=	hoefijzervlekmot
hoefijzervlekmotten	=	hoefijzervlekmot
hoefijzervormig	adj	vorm van een hoefijzer hebbend
hoefijzervormige	=	hoefijzervormig
hoefijzervormiger	=	hoefijzervormig
hoefijzervormigere	=	hoefijzervormig
hoefijzervormigers	=	hoefijzervormig
hoefijzervormigs	=	hoefijzervormig
hoefijzervormigst	=	hoefijzervormig
hoefijzervormigste	=	hoefijzervormig
hoefijzerwormen	noun	een stam Phoronida van het dierenrijk waarvan er wereldwijd slechts 10 soorten bekend zijn
hoefje	=	hoef
hoefjes	=	hoef
hoefnagel	noun	nagel waarmee de hoefsmid de hoefijzers aan de hoeven vastnagelt
hoefnagels	=	hoefnagel
hoefslag	noun	het geluid van paardenhoeven die de bodem raken
hoefslagen	=	hoefslag
hoefslagje	=	hoefslag
hoefslagjes	=	hoefslag
hoefsmeden	=	hoefsmid
hoefsmid	noun	een smid die gespecialiseerd is in het smeden van hoefijzers en het er mee beslaan van paarden
hoefsmidje	=	hoefsmid
hoeft	=	hoeven
hoefyzerneus	=	hoefijzerneus
hoefzwam	noun	Onygena equina een schimmel behorend tot de familie Onygenaceae.
hoefzwammen	=	hoefzwam
hoefzwammetje	=	hoefzwam
hoefzwammetjes	=	hoefzwam
hoegenaamd	adv	nagenoeg, bijna (niets, geen)
hoegrootheden	=	hoegrootheid
hoegrootheid	noun	kwantiteit waarin iets aanwezig is
hoek	noun	een punt waar twee benen of halve rechten samenkomen
hoekbad	noun	bad dat speciaal gemaakt is om in de hoek van een badkamer geplaatst te worden
hoekbaden	=	hoekbad
hoekbadje	=	hoekbad
hoekbadjes	=	hoekbad
hoekbal	noun	vrije schop vanuit de hoek van het voetbalveld
hoekballen	=	hoekbal
hoekballetje	=	hoekbal
hoekbandbladroller	noun	Eana incanana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
hoekbandbladrollers	=	hoekbandbladroller
hoekbandbladrollertje	=	hoekbandbladroller
hoekbandbladrollertjes	=	hoekbandbladroller
hoekbanddennenspanner	noun	Pennithera firmata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
hoekbanddennenspanners	=	hoekbanddennenspanner
hoekbanddennenspannertje	=	hoekbanddennenspanner
hoekbanddennenspannertjes	=	hoekbanddennenspanner
hoekbandgrasmineermot	noun	een nachtvlinder Elachista pomerana uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
hoekbandgrasmineermotje	=	hoekbandgrasmineermot
hoekbandgrasmineermotjes	=	hoekbandgrasmineermot
hoekbandgrasmineermotten	=	hoekbandgrasmineermot
hoekbank	noun	een zitbank met twee zittingen die in een hoek t.o.v. elkaar staan
hoekbanken	=	hoekbank
hoekbankje	=	hoekbank
hoekboor	noun	boormachine met haakse tandwieloverbrenging, waardoor deze om de hoek kan boren
hoekboortje	=	hoekboor
hoekboortjes	=	hoekboor
hoekboren	=	hoekboor
hoeke	=	hoeken
hoeken	verb	een hoekstoot toedienen aan
hoekend	=	hoeken
hoekende	=	hoeken
hoeker	noun	een rondgebouwde driemaster van Nederlandse oorsprong uit de zeventiende eeuw
hoekerbuis	noun	soort vissersvaartuig
hoekerbuisje	=	hoekerbuis
hoekerbuisjes	=	hoekerbuis
hoekerbuizen	=	hoekerbuis
hoekers	=	hoeker
hoekfrequentie	noun	aantal radialen per seconde van een om een as wentelend lichaam
hoekfrequenties	=	hoekfrequentie
hoekgraad	noun	een eenheid voor het vastleggen van de hoekgrootte, 1/90 van een rechte hoek
hoekgraadje	=	hoekgraad
hoekgraadjes	=	hoekgraad
hoekgraden	=	hoekgraad
hoekhuis	noun	een huis dat zich op de hoek van de straat bevindt
hoekhuisje	=	hoekhuis
hoekhuisjes	=	hoekhuis
hoekhuizen	=	hoekhuis
hoekig	adj	in het bezit van (veel, scherpe) hoeken
hoekige	=	hoekig
hoekiger	=	hoekig
hoekigere	=	hoekig
hoekigers	=	hoekig
hoekigheden	=	hoekigheid
hoekigheid	noun	het scherpe hoeken hebben
hoekigs	=	hoekig
hoekigst	=	hoekig
hoekigste	=	hoekig
hoekje	=	hoek
hoekjes	=	hoek
hoekkamer	noun	een kamer die gelegen is in de hoek van een gebouw en dus ramen in meerdere muren kan hebben
hoekkamers	=	hoekkamer
hoekkamertje	=	hoekkamer
hoekkamertjes	=	hoekkamer
hoekkast	noun	een meubelstuk om zaken in op te bergen die in de hoek van een ruimte staat
hoekkasten	=	hoekkast
hoekkastje	=	hoekkast
hoekkastjes	=	hoekkast
hoekkeper	noun	dakrib die de uitspringende hoeken van een dak vormt
hoekkepers	=	hoekkeper
hoekkopagamen	noun	een geslacht Acanthosaura van hagedissen uit de familie agamen (Agamidae)
hoeklieden	=	hoekman
hoeklijn	noun	diagonaal, type lijnstuk tussen twee niet-aangrenzende hoeken van een veelhoek.
hoeklijnen	=	hoeklijn
hoeklijntje	=	hoeklijn
hoeklijntjes	=	hoeklijn
hoeklijnuil	noun	Mesogona oxalina een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
hoeklijnuilen	=	hoeklijnuil
hoeklijnuiltje	=	hoeklijnuil
hoeklijnuiltjes	=	hoeklijnuil
hoeklui	=	hoekman
hoekman	noun	beeld aan de zijkant van de achterkant van een schip
hoekmannen	=	hoekman
hoekmeter	noun	toestel waarmee men de wijdte van een hoek kan vaststellen
hoekmeters	=	hoekmeter
hoekmetertje	=	hoekmeter
hoekmetertjes	=	hoekmeter
hoekpaal	noun	een paal die op de hoek van iets staat
hoekpaaltje	=	hoekpaal
hoekpaaltjes	=	hoekpaal
hoekpalen	=	hoekpaal
hoekpand	noun	een gebouw dat op de hoek van een straat staat
hoekpanden	=	hoekpand
hoekpandje	=	hoekpand
hoekpandjes	=	hoekpand
hoekplaat	noun	metalen bevestigingselement dat wordt gebruikt om constructiedelen stevig in een hoek, vaak 90 graden, aan elkaar te verbinden
hoekplaatje	=	hoekplaat
hoekplaatjes	=	hoekplaat
hoekplaats	noun	plaats in een hoek van iets
hoekplaatsen	=	hoekplaats
hoekplaatsje	=	hoekplaats
hoekplaatsjes	=	hoekplaats
hoekplaten	=	hoekplaat
hoekpunt	noun	het punt waar de benen van een hoek samenkomen
hoekpunten	=	hoekpunt
hoekpuntje	=	hoekpunt
hoekpuntjes	=	hoekpunt
hoekrek	noun	stellage met een vorm die goed in de hoek van een kamer past, bestemd voor het opbergen of tentoonstellen van voorwerpen
hoekrekje	=	hoekrek
hoekrekjes	=	hoekrek
hoekrekken	=	hoekrek
hoeks	adj	een hoek vormende
hoekschop	noun	voetbal een vrije trap vanaf de hoek van het veld
hoekschopje	=	hoekschop
hoekschopjes	=	hoekschop
hoekschoppen	=	hoekschop
hoekse	=	hoeks
hoeksgewijs	adj	op de wijze van een hoek
hoeksgewijze	=	hoeksgewijs
hoekslag	noun	slag vanaf de achterlijn van het veld die wordt toegekend als de verdedigende partij een overtreding heeft gemaakt
hoekslagen	=	hoekslag
hoeksnelheden	=	hoeksnelheid
hoeksnelheid	noun	de verandering in de tijd van de doorlopen hoek (de afgeleide van de doorlopen hoek naar de tijd) met als eenheid in het SI-stelsel radialen per seconde
hoeksofa	noun	met kussens beklede bank die een zitting heeft in twee delen haaks op elkaar, zodat hij goed in de hoek van een kamer kan staan
hoeksofa's	=	hoeksofa
hoekspar	noun	de snijlijn van twee aangrenzende dakschilden die elkaar onder een uitspringende hoek snijden, wat onder andere het geval is bij tentdaken. (Ofwel: de dakrib die gevormd wordt door de uitspringende hoeken van een dak)
hoeksparren	=	hoekspar
hoeksparretje	=	hoekspar
hoeksparretjes	=	hoekspar
hoekspiegel	noun	spiegel in een hoek
hoekspiegels	=	hoekspiegel
hoekspiegeltje	=	hoekspiegel
hoekspiegeltjes	=	hoekspiegel
hoekstaarten	noun	een kleine familie Tetragonuridae van baarsachtige vissen.
hoeksteen	noun	een steen die gebruikt wordt om de hoekpunten van bouwwerken te verstevigen
hoeksteentje	=	hoeksteen
hoekstenen	=	hoeksteen
hoekstipvlinder	noun	Orgyia recens een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie donsvlinders (Lymantriinae)
hoekstipvlinders	=	hoekstipvlinder
hoekstipvlindertje	=	hoekstipvlinder
hoekstipvlindertjes	=	hoekstipvlinder
hoekstoot	noun	een aanvallende slag van opzij bij het boksen
hoekstoten	=	hoekstoot
hoekt	=	hoeken
hoektafel	noun	een tafel die in een hoek staat meestal naast een bankstel
hoektafels	=	hoektafel
hoektafeltje	=	hoektafel
hoektafeltjes	=	hoektafel
hoektand	noun	de tanden die naast de vier centrale snijtanden is gelegen en heeft in de internationale tandnummering als eenheid 3
hoektanden	=	hoektand
hoektandje	=	hoektand
hoektandjes	=	hoektand
hoekte	=	hoeken
hoekten	=	hoeken
hoektoren	noun	een meerhoekige of ronde toren ter verdediging aangebracht op de hoeken van een gebouw bijvoorbeeld bij een burcht, stadsmuur of stadspoort
hoektorens	=	hoektoren
hoektorentje	=	hoektoren
hoektorentjes	=	hoektoren
hoekverbinding	noun	constructieve verbinding waarbij twee of meer bouwdelen (zoals hout, metaal of kunststof) in een schuine of rechte hoek (vaak 90 graden) aan elkaar worden bevestigd.
hoekverbindingen	=	hoekverbinding
hoekverbindinkje	=	hoekverbinding
hoekverbindinkjes	=	hoekverbinding
hoekverdraaiing	noun	de verandering van de stand of richting van een object, uitgedrukt als een draaihoek, vaak gemeten in graden of radialen.
hoekverdraaiingen	=	hoekverdraaiing
hoekverdraaiinkje	=	hoekverdraaiing
hoekverdraaiinkjes	=	hoekverdraaiing
hoekvlag	noun	vlag op een stok, die staat in de hoek van een voetbalveld
hoekvlaggen	=	hoekvlag
hoekwant	noun	Een lange lijn met minstens honderd haakjes ('hoeken'), die wordt uitgelegd en een getijde lang blijft liggen.
hoekwanten	=	hoekwant
hoekwantje	=	hoekwant
hoekwantjes	=	hoekwant
hoekwoning	noun	een woning gelegen op de hoek van een rij woningen.
hoekwoningen	=	hoekwoning
hoekwoninkje	=	hoekwoning
hoekwoninkjes	=	hoekwoning
hoekzak	noun	zak in de hoek van een snookerbiljart waarin de ballen kunnen vallen
hoekzakje	=	hoekzak
hoekzakjes	=	hoekzak
hoekzakken	=	hoekzak
hoela	noun	dans afkomstig van Hawaï of Polynesië
hoela's	=	hoela
hoeladans	=	hoeladansen
hoeladanse	=	hoeladansen
hoeladansen	verb	een hoela dansen
hoeladansend	=	hoeladansen
hoeladansende	=	hoeladansen
hoeladanst	=	hoeladansen
hoeladanste	=	hoeladansen
hoeladansten	=	hoeladansen
hoelahoela	noun	dans van de inheemse vrouwen op Hawaï
hoelahoep	noun	een ringvormig voorwerp gebruikt door kinderen om rond hun middel rond te draaien
hoelahoepe	=	hoelahoepen
hoelahoepen	verb	het spelen met een hoepel door deze rond de middel rond te draaien
hoelahoepend	=	hoelahoepen
hoelahoepende	=	hoelahoepen
hoelahoepje	=	hoelahoep
hoelahoepjes	=	hoelahoep
hoelahoeps	=	hoelahoep
hoelahoept	=	hoelahoepen
hoelahoepte	=	hoelahoepen
hoelahoepten	=	hoelahoepen
hoelameisje	noun	dansmeisje op Hawaï
hoelameisjes	=	hoelameisje
hoelang	adv	gedurende welke hoeveelheid tijd
hoelman	noun	zoogdier uit het geslacht Semnopithecus van apen, behorende tot de onderfamilie der slankapen (Colobinae).
hoelmannetje	=	hoelman
hoelmannetjes	=	hoelman
hoelmans	noun	een geslacht Semnopithecus van apen, behorende tot de onderfamilie der slankapen (Colobinae).
hoelok	noun	zoogdier uit het geslacht Hoolock van de familie gibbons (Hylobatidae).
hoelokje	=	hoelok
hoelokjes	=	hoelok
hoeloks	noun	een geslacht Hoolock van de familie gibbons (Hylobatidae).
hoemmoes	=	hummus
hoemoes	=	hummus
hoempa	noun	rondtrekkende straatmuzikant die eenvoudig muziek maakt
hoempa's	=	hoempa
hoempamuziek	noun	feestelijke carnavalsmuziek met koperen blaasinstrumenten
hoempapa	noun	carnavalsmuziek met koperen blaasinstrumenten
hoempapa's	=	hoempapa
hoempapamuziek	noun	feestelijke carnavalsmuziek met koperen blaasinstrumenten
hoen	noun	benaming voor vogels uit de orde Galliformes, van meest op de grond levende vogels
hoender	noun	benaming voor vogels uit de orde Galliformes, van meest op de grond levende vogels
hoenderachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een hoender
hoenderachtige	=	hoenderachtig
hoenderachtiger	=	hoenderachtig
hoenderachtigere	=	hoenderachtig
hoenderachtigers	=	hoenderachtig
hoenderachtigs	=	hoenderachtig
hoenderachtigst	=	hoenderachtig
hoenderachtigste	=	hoenderachtig
hoenderbeet	noun	Lamium amplexicaule een eenjarige, in West-Europa algemeen voorkomende dovenetel
hoenderbeetje	=	hoenderbeet
hoenderbeetjes	=	hoenderbeet
hoenderbeten	=	hoenderbeet
hoenderdief	noun	iemand die kippen of ander pluimvee steelt
hoenderdieven	=	hoenderdief
hoenderei	noun	ei van een hoen
hoendereieren	=	hoenderei
hoenderen	=	hoen
hoendergans	noun	Cereopsis novaehollandiae de enige soort van de tot de eendachtigen (Anatidae) behorende geslachtengroep van de hoenderganzen (Cereopsini)
hoendergansje	=	hoendergans
hoendergansjes	=	hoendergans
hoenderganzen	=	hoendergans
hoenderhok	noun	hok waarin men kippen kan houden
hoenderhokje	=	hoenderhok
hoenderhokjes	=	hoenderhok
hoenderhokken	=	hoenderhok
hoenderkoeten	noun	Anhimidae een familie van vogels uit de orde van de eendvogels.
hoenderpark	noun	plaats waar op grote schaal hoenders worden gekweekt
hoenderparken	=	hoenderpark
hoenderpest	noun	virusziekte die vooral bij hoenderachtigen voorkomt
hoenders	=	hoen
hoendertje	=	hoen
hoendertjes	=	hoen
hoendervogel	noun	plompe vogel die niet ver en hoog vliegt, behorend tot de orde Galliformes
hoendervogels	noun	orde Galliformes van over het algemeen typische plompe grondvogels die niet ver en hoog vliegen en zich bij gevaar verbergen in het struikgewas en broeden op de grond.
hoendervogeltje	=	hoendervogel
hoendervogeltjes	=	hoendervogel
hoenen	=	hoen
hoensbroeker	noun	een inwoner van Hoensbroek, of iemand afkomstig uit Hoensbroek
hoensbroekers	=	hoensbroeker
hoensbroeks	adj	op Hoensbroek betrekking hebbend
hoensbroekse	noun	een vrouwelijke inwoner van Hoensbroek, of een vrouw afkomstig uit Hoensbroek
hoensbroeksen	=	hoensbroekse
hoentje	=	hoen
hoentjes	=	hoen
hoep	noun	hoepel om vat, ton of kuip
hoepel	noun	een ringvormige metalen band, met name om de duigen van een vat bijeen te houden
hoepelde	=	hoepelen
hoepelden	=	hoepelen
hoepele	=	hoepelen
hoepelen	verb	het spelen met een hoepel door deze rond de middel rond te draaien
hoepelend	=	hoepelen
hoepelende	=	hoepelen
hoepelhoutbomen	=	hoepelhoutboom
hoepelhoutboom	noun	Copaifera guyanensis een boom die tot 40 m hoog kan worden.
hoepelhoutboompje	=	hoepelhoutboom
hoepelhoutboompjes	=	hoepelhoutboom
hoepelmaker	noun	persoon die hoepels maakt
hoepelmakers	=	hoepelmaker
hoepelrok	noun	een lange rok die door middel van een constructie met hoepels heel wijd uitloopt
hoepelrokje	=	hoepelrok
hoepelrokjes	=	hoepelrok
hoepelrokken	=	hoepelrok
hoepelroknarcis	noun	Narcissus bulbocodium een bolgewas uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
hoepelroknarcisje	=	hoepelroknarcis
hoepelroknarcisjes	=	hoepelroknarcis
hoepelroknarcissen	=	hoepelroknarcis
hoepels	=	hoepel
hoepelt	=	hoepelen
hoepeltje	=	hoepel
hoepeltjes	=	hoepel
hoepen	=	hoep
hoephout	noun	rijshout waarvan men hoepels maakt
hoepla	intj	tussenwerpsel dat een plotselinge of snelle actie begeleidt
hoepnet	noun	op een hoepel gespannen net aan een stok
hoepnetten	=	hoepnet
hoepring	noun	een gladde vingerring, zonder steen
hoepringetje	=	hoepring
hoepringetjes	=	hoepring
hoer	noun	een vrouw die tegen betaling seksuele diensten verricht
hoera	noun	toejuiching, applaus	intj	uitroep van vreugde
hoera's	=	hoera
hoeraatje	=	hoera
hoeraatjes	=	hoera
hoerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een hoer
hoerachtige	=	hoerachtig
hoerachtiger	=	hoerachtig
hoerachtigere	=	hoerachtig
hoerachtigers	=	hoerachtig
hoerachtigs	=	hoerachtig
hoerachtigst	=	hoerachtig
hoerachtigste	=	hoerachtig
hoerageroep	noun	luide uitroep van vreugde en bewondering
hoerastemming	noun	een opgewonden en vrolijke emotionele toestand van een persoon of een groep vanwege een overwinning of een te verwachten overwinning
hoerastemmingen	=	hoerastemming
hoerde	=	hoeren
hoerden	=	hoeren
hoerderij	=	hoererij
hoere	=	hoeren
hoereer	=	hoereren
hoereerde	=	hoereren
hoereerden	=	hoereren
hoereert	=	hoereren
hoerekind	=	hoerenkind
hoeren	verb	een losbandig leven leiden, gemakkelijk met steeds weer andere mensen seks hebben (al dan niet tegen betaling)
hoerenbuurt	noun	gebied of wijk waar prostitutie wordt bedreven
hoerenbuurten	=	hoerenbuurt
hoerenbuurtje	=	hoerenbuurt
hoerenbuurtjes	=	hoerenbuurt
hoerend	=	hoeren
hoerende	=	hoeren
hoerenhuis	noun	pand waar mannen tegen betaling seks hebben met vrouwen
hoerenhuisje	=	hoerenhuis
hoerenhuizen	=	hoerenhuis
hoerenjager	noun	man die vaak de diensten van prostituees gebruikt
hoerenjagers	=	hoerenjager
hoerenjong	noun	ellendeling
hoerenjongen	=	hoerenjong
hoerenjongetje	noun	alleen verkleinwoord jeugdige prostitué
hoerenjongetjes	=	hoerenjongetje
hoerenkast	noun	huis met prostituees
hoerenkasten	=	hoerenkast
hoerenkastje	=	hoerenkast
hoerenkeet	noun	huis waar prostituees werken
hoerenkeetje	=	hoerenkeet
hoerenkeetjes	=	hoerenkeet
hoerenketen	=	hoerenkeet
hoerenkind	noun	bastaard, 'onecht' kind
hoerenkinderen	=	hoerenkind
hoerenkindje	=	hoerenkind
hoerenkindjes	=	hoerenkind
hoerenklant	noun	afnemer van seksuele diensten bij prostituees
hoerenklanten	=	hoerenklant
hoerenklantje	=	hoerenklant
hoerenklantjes	=	hoerenklant
hoerenkot	noun	bedrijf waar meerdere sekswerksters werken
hoerenkoten	=	hoerenkot
hoerenkotje	=	hoerenkot
hoerenkotjes	=	hoerenkot
hoerenkotten	=	hoerenkot
hoerenlonen	=	hoerenloon
hoerenloon	noun	het loon dat een hoer of een hoerenwaard zich laat betalen
hoerenloontje	=	hoerenloon
hoerenloontjes	=	hoerenloon
hoerenloper	noun|informal	een man die een prostituee bezoekt
hoerenlopers	=	hoerenloper
hoerenlopertje	=	hoerenloper
hoerenlopertjes	=	hoerenloper
hoerenmadam	noun	vrouw die een bordeel houdt
hoerenmadammen	=	hoerenmadam
hoerenmadams	=	hoerenmadam
hoerentent	noun	uitgaansgelegenheid van gering allooi
hoerententen	=	hoerentent
hoerententje	=	hoerentent
hoerententjes	=	hoerentent
hoerentong	noun	het seksueel getinte spraakgebruik van een prostituee
hoerentongen	=	hoerentong
hoerenwaard	noun	iemand die prostituees voor zich laat werken
hoerenwaarden	=	hoerenwaard
hoerenwaardje	=	hoerenwaard
hoerenwaardjes	=	hoerenwaard
hoerenzonen	=	hoerenzoon
hoerenzooi	noun	ellendige toestand
hoerenzoon	noun	zoon van een hoer
hoerenzoons	=	hoerenzoon
hoerenzoontje	=	hoerenzoon
hoerenzoontjes	=	hoerenzoon
hoerere	=	hoereren
hoereren	verb	zich tegen betaling voor seksuele diensten aanbieden
hoererend	=	hoereren
hoererende	=	hoereren
hoererij	noun	valse goden aanbidden
hoererijen	=	hoererij
hoerezoon	=	hoerenzoon
hoerhuis	=	hoerenhuis
hoeri	noun	een van de maagden die gelovige moslims na hun dood in het paradijs gezelschap houden
hoeri's	=	hoeri
hoerie	=	hoeri
hoerietje	=	hoeri
hoerig	adj	kenmerken hebbend van een prostituee
hoerige	=	hoerig
hoeriger	=	hoerig
hoerigere	=	hoerig
hoerigers	=	hoerig
hoerigheden	=	hoerigheid
hoerigheid	noun	de mate waarin iets of iemand lijkt op een prostituee
hoerigs	=	hoerig
hoerigst	=	hoerig
hoerigste	=	hoerig
hoert	=	hoeren
hoertje	=	hoer
hoertjes	=	hoer
hoes	noun	bescherming die om een -meest vlak- voorwerp wordt aangebracht
hoesfoto	noun	foto die prijkt op de hoes van een muziekalbum
hoesfoto's	=	hoesfoto
hoesfotootje	=	hoesfoto
hoesfotootjes	=	hoesfoto
hoesje	=	hoes
hoesjes	=	hoes
hoeslaken	noun	een laken dat als een hoes om een matras past en door de elastieken hoeken niet verschuift
hoeslakens	=	hoeslaken
hoeslakentje	=	hoeslaken
hoest	noun	reflexmatige explosieve uitademing
hoestaanval	noun	het plotseling, luid en veelvuldig moeten hoesten
hoestaanvallen	=	hoestaanval
hoestaanvalletje	=	hoestaanval
hoestaanvalletjes	=	hoestaanval
hoestbui	noun	een onverwachtse aanval van hoest
hoestbuien	=	hoestbui
hoestbuitje	=	hoestbui
hoestbuitjes	=	hoestbui
hoestdab	noun	hoesten in de elleboog om besmetting via de handen te voorkomen
hoestdabs	=	hoestdab
hoestdrank	noun	drankje dat men gebruikt om het hoesten te verlichten en te verminderen
hoestdranken	=	hoestdrank
hoestdrankje	=	hoestdrank
hoestdrankjes	=	hoestdrank
hoestdruppel	noun	een druppel lichaamsvocht die bij het hoesten het lichaam verlaat
hoestdruppels	=	hoestdruppel
hoestdruppeltje	=	hoestdruppel
hoestdruppeltjes	=	hoestdruppel
hoeste	=	hoesten
hoesten	verb	reflexmatige explosief uitademen bij prikkeling van de luchtwegen om deze te reinigen van slijm en vreemde voorwerpen
hoestend	=	hoesten
hoestende	=	hoesten
hoestje	=	hoest
hoestjes	=	hoest
hoestprikkel	noun	een prikkel die aanleiding geeft om te hoesten
hoestprikkels	=	hoestprikkel
hoestschaamte	noun	de schaamte die iemand zelf heeft als die moet hoesten, omdat andere mensen mogelijk kunnen denken dat iemand ziek is en anderen door diegene besmet kunnen raken
hoestsiroop	noun	een zoete, stroperige vloeistof die bij inname de hoestprikkel dempt en meetal donker van kleur is
hoestsiroopje	=	hoestsiroop
hoestsiroopjes	=	hoestsiroop
hoestsiropen	=	hoestsiroop
hoestsnoepje	noun	snoepje met een hoestdempende werking
hoestsnoepjes	=	hoestsnoepje
hoesttablet	noun	tablet ter voorkoming van hoest
hoesttabletje	=	hoesttablet
hoesttabletjes	=	hoesttablet
hoesttabletten	=	hoesttablet
hoestte	=	hoesten
hoestten	=	hoesten
hoeve	noun	boerderij
hoeveel	num	welk aantal ?
hoeveelheden	=	hoeveelheid
hoeveelheid	noun	de kwantiteit waarin iets aanwezig is
hoeveelheidje	=	hoeveelheid
hoeveelheidjes	=	hoeveelheid
hoeveelheidsaanduiding	noun	de vermelding op een productverpakking die aangeeft hoeveel van het product er in de verpakking zit.
hoeveelheidsaanduidingen	=	hoeveelheidsaanduiding
hoeveelheidsaanduidinkje	=	hoeveelheidsaanduiding
hoeveelheidsaanduidinkjes	=	hoeveelheidsaanduiding
hoeveelste	adj	welke plaats in een reeks innemend
hoevele	num	welk aantal?
hoevelen	num	welk aantal personen?
hoeveler	num|formal	genitief van welk aantal personen?
hoeven	verb	niet ~ (te): alleen negatief: niet verplicht zijn
hoevend	=	hoeven
hoevende	=	hoeven
hoever	adv	welke mate
hoeverre	adv	in ~: in welke mate
hoeves	=	hoeve
hoevetje	=	hoeve
hoevetjes	=	hoeve
hoevetoerisme	noun	kleinschalig, duurzaam toerisme op het platteland
hoewel	conj	drukt een tegenstelling met het voorafgaande uit
hoezee	intj	uitroep van vreugde
hoezeer	adv	tot welke mate
hoezen	=	hoes
hoezo	adv	vraagt naar de logica achter een bepaalde bewering
hof	noun	de uitgebreide huishouding van een vorstelijke, bijvoorbeeld koninklijke familie
hofal	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
hofals	=	hofal
hofambt	noun	functie aan het koninklijke hof
hofambten	=	hofambt
hofambtes	=	hofambt
hofambtje	=	hofambt
hofarts	noun	een arts die speciaal voor een koning, koningin en de koninklijke familie zorgt
hofartsen	=	hofarts
hofauto	noun	automobiel voor leden van het koninklijk huis
hofauto's	=	hofauto
hofbal	noun	een officieel dansfeest dat men viert in een (koninklijk) paleis
hofbals	=	hofbal
hofdame	noun	een vrouw die een koningin of prinses assisteert in haar constitutionele en andere taken
hofdames	=	hofdame
hofdametje	=	hofdame
hofdametjes	=	hofdame
hofdans	noun	een formele dans zoals deze in vroeger tijden aan het hof gedanst werden
hofdansen	=	hofdans
hofdansje	=	hofdans
hofdansjes	=	hofdans
hofdichter	noun	dichter die lid is van een hofhouding
hofdichters	=	hofdichter
hofdignitaris	noun	iemand die een waardigheid aan het hof bekleedt
hofdignitarissen	=	hofdignitaris
hofetiquette	noun	de omgangsvormen die gelden aan een hof
hoffelijk	adj	beleefdheid, beschaafdheid
hoffelijke	=	hoffelijk
hoffelijker	=	hoffelijk
hoffelijkere	=	hoffelijk
hoffelijkers	=	hoffelijk
hoffelijkheden	=	hoffelijkheid
hoffelijkheid	noun	belleefdheid, galanterie, vriendelijkheid.
hoffelijkheidje	=	hoffelijkheid
hoffelijkheidjes	=	hoffelijkheid
hoffelijks	=	hoffelijk
hoffelijkst	=	hoffelijk
hoffelijkste	=	hoffelijk
hoffmannluiaard	noun	Choloepus hoffmanni een tweevingerige luiaard uit de neotropen
hoffmannluiaardje	=	hoffmannluiaard
hoffmannluiaardjes	=	hoffmannluiaard
hoffmannluiaards	=	hoffmannluiaard
hoffmannsspringaap	noun	Plecturocebus hoffmannsi primaat uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae).
hoffmannsspringaapje	=	hoffmannsspringaap
hoffmannsspringaapjes	=	hoffmannsspringaap
hoffmannsspringapen	=	hoffmannsspringaap
hoffotograaf	noun	persoon die foto's maakt van een koninklijke familie in opdracht van die koninklijke familie
hoffotograafje	=	hoffotograaf
hoffotograafjes	=	hoffotograaf
hoffotografen	=	hoffotograaf
hofhond	noun	de waakhond die een gebouw of boerderij bewaakt
hofhonden	=	hofhond
hofhouding	noun	het geheel van personen waarmee een hoge wereldlijke of geestelijke machthebber zich omringt
hofhoudingen	=	hofhouding
hofhoudinkje	=	hofhouding
hofhoudinkjes	=	hofhouding
hofjager	noun|obsolete	een medewerker aan een koninklijk hof die zijn meester, de koning of de prins-gemaal begeleidde op de jacht
hofjagers	=	hofjager
hofje	noun	alleen verkleinwoord deels besloten leefgemeenschap bedoeld voor behoeftigen, meestal bestaande uit een aantal huisjes rond een parkje
hofjes	=	hof
hofjuwelier	noun	iemand die sieraden levert aan het (koninklijke) hof
hofjuweliers	=	hofjuwelier
hofjuweliertje	=	hofjuwelier
hofjuweliertjes	=	hofjuwelier
hofkapel	noun	religieuze ruimte die hoort bij een paleis
hofkapellen	=	hofkapel
hofkapelletje	=	hofkapel
hofkapelletjes	=	hofkapel
hofkers	noun	Lepidium sativum, een eetbaar kruid en lid van de Kruisbloemfamilie Tuinkers wordt voornamelijk rauw gebruikt in salades en als garnering van broodjes en koude voorgerechten.Het verliest echter zijn smaak als de plant gedroogd wordt en kan daarom alleen vers gegeten worden.
hofkersen	=	hofkers
hofkring	noun	de nauwe, gesloten, kliek van mensen die verbonden zijn aan een hoogwaardigheidsbekleder
hofkringen	=	hofkring
hofleven	noun	de manier van leven die gebruikelijk is aan het (koninklijke) hof
hofleverancier	noun	een persoon of bedrijf dat goederen of diensten levert aan het hof
hofleveranciers	=	hofleverancier
hofleveranciertje	=	hofleverancier
hofmaarschalk	noun	iemand die belast is met het bestuur over de vorstelijke hofhouding
hofmaarschalken	=	hofmaarschalk
hofmakerij	noun	heel erg vriendelijk tegen iemand doen omdat je een liefdesrelatie met die persoon wilt aangaan
hofmakerijen	=	hofmakerij
hofmeester	noun	iemand aan boord die verantwoordelijk is voor de voeding van de bemanning
hofmeesterboter	noun	is een samengestelde boter met toevoeging van citroensap en gehakte peterselie en/of pezo
hofmeesters	=	hofmeester
hofmeier	noun	hoofd van de huishouding van een hof
hofmeiers	=	hofmeier
hofnar	noun	Een grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer.
hofnarren	=	hofnar
hofnarretje	=	hofnar
hofnarretjes	=	hofnar
hofpersoneel	noun	de groep van mensen de werkzaam zijn aan een adellijk of koninklijk hof
hofpresident	noun	rechter die de dagelijkse leiding heeft van een gerechtshof
hofpresidenten	=	hofpresident
hofrouw	noun	rouw door de koninklijke familie bij het overlijden van een lid van het koninklijk huis
hofrouwen	=	hofrouw
hofschilder	noun	persoon die leden van het hof schildert in opdracht van de adellijke of koninklijke heerser
hofschilders	=	hofschilder
hofstaat	noun	de groep werksters die de koningin vergezellen en verzorgen
hofstad	noun	de stad waar de regering is gevestigd
hofstadje	=	hofstad
hofstadjes	=	hofstad
hofstede	noun	een boerderij, buitenplaats of kasteel
hofsteden	=	hofstede
hofstedes	=	hofstede
hofstee	noun	woning en bedrijf van een boer
hofsteeën	=	hofstee
hofstoet	noun	optocht met hoogwaardigheidsbekleders die betrokken bij bij een (koninklijke) hofhouding
hofstoeten	=	hofstoet
hofstoetje	=	hofstoet
hofstoetjes	=	hofstoet
hoge	=	hoog
hoge-snelheidslijn	=	hogesnelheidslijn
hogedefinitietelevisie	noun	techniek voor het uitzenden, ontvangen en opslaan van bewegend beeld volgens standaarden met meer details en scherpte dan in de 20e eeuw gangbaar was
hogedefinitietelevisies	=	hogedefinitietelevisie
hogedichtheidpolyetheen	noun	polymerisatieproduct van etheen, een specifieke variant van polyetheen
hogedrukcilinder	noun	cilinder waarin een hoge druk heerst (bijv. van van een stoommachine)
hogedrukcilinders	=	hogedrukcilinder
hogedrukgebied	noun	een gebied waar relatief een hogere druk heerst dan elders
hogedrukgebieden	=	hogedrukgebied
hogedrukgebiedje	=	hogedrukgebied
hogedrukgebiedjes	=	hogedrukgebied
hogedrukkamer	noun	een afgesloten ruimte waarin de atmosferische druk hoog opgevoerd kan worden
hogedrukkamers	=	hogedrukkamer
hogedrukkamertje	=	hogedrukkamer
hogedrukkamertjes	=	hogedrukkamer
hogedrukpan	noun	een pan waarin levensmiddelen onder druk snel gekookt worden
hogedrukpannen	=	hogedrukpan
hogedrukpannetje	=	hogedrukpan
hogedrukpannetjes	=	hogedrukpan
hogedrukreiniger	noun	apparaat waarvan het reinigen berust op het spuiten van water onder hoge druk
hogedrukreinigers	=	hogedrukreiniger
hogedrukreinigertje	=	hogedrukreiniger
hogedrukreinigertjes	=	hogedrukreiniger
hogedrukreiniging	noun	het schoonmaken van oppervlakken met water dat onder hoge druk (vaak tussen de 100 en 200 bar) wordt gespoten.
hogedrukreinigingen	=	hogedrukreiniging
hogedrukreinigingetje	=	hogedrukreiniging
hogedrukreinigingetjes	=	hogedrukreiniging
hogedrukspuit	noun	spuit waar onder hoge druk een vloeistof of gas uitkomt
hogedrukspuiten	=	hogedrukspuit
hogedrukspuitje	=	hogedrukspuit
hogedrukspuitjes	=	hogedrukspuit
hogedrukvloeistofchromatografie	noun	vloeistofchromatografie waarbij de eluens onder hoge druk door een sterk gepakte kolom wordt gepompt
hogedrukvloeistofchromatografieën	=	hogedrukvloeistofchromatografie
hogehoed	noun	hoge cilindervormige hoed
hogehoeden	=	hogehoed
hogehoedje	=	hogehoed
hogehoedjes	=	hogehoed
hogelijk	adv	heel erg, met name in combinatie met verbazen en verbazing
hogen	verb	hoger maken; hoger doen worden
hogend	=	hogen
hogende	=	hogen
hogepriester	noun	religieus leider
hogepriesteren	=	hogepriester
hogepriesteres	noun	leidster van de vrouwelijke geestelijken
hogepriesteresje	=	hogepriesteres
hogepriesteressen	=	hogepriesteres
hogepriesterlijk	adj	van, of behorend tot een of de hogepriester
hogepriesterlijke	=	hogepriesterlijk
hogepriesterlijker	=	hogepriesterlijk
hogepriesterlijkere	=	hogepriesterlijk
hogepriesterlijkers	=	hogepriesterlijk
hogepriesterlijks	=	hogepriesterlijk
hogepriesterlijkst	=	hogepriesterlijk
hogepriesterlijkste	=	hogepriesterlijk
hogepriesters	=	hogepriester
hogepriestertje	=	hogepriester
hogepriestertjes	=	hogepriester
hoger	=	hoog
hogerberoepszaak	noun	een rechtszaak in tweede aanleg waarbij de zaak door een hogere rechter helemaal opnieuw word beoordeeld
hogerberoepszaken	=	hogerberoepszaak
hogere	=	hoog
hogereburgerscholen	=	hogereburgerschool
hogereburgerschool	noun	niet meer bestaand Nederlands schooltype voor middelbaar onderwijs met 3 of 5 leerjaren, hbs
hogereburgerschooltje	=	hogereburgerschool
hogereburgerschooltjes	=	hogereburgerschool
hogeremachtsvergelijking	noun	een wiskundige vergelijking waarin een onbekende variabele wordt verheven tot een macht groter dan 2. Voorbeelden hiervan zijn derdegraadsvergelijkingen (zoals x³ = 8) en vierdegraadsvergelijkingen.
hogeremachtsvergelijkingen	=	hogeremachtsvergelijking
hogeremachtsvergelijkinkje	=	hogeremachtsvergelijking
hogeremachtsvergelijkinkjes	=	hogeremachtsvergelijking
hogergelegen	=	hooggelegen
hogergelegens	=	hooggelegen
hogergeplaatst	adj	een hogere plaats in een rangorde innemend
hogergeplaatste	noun	iemand die binnen een organisatie hoger in rang is
hogergeplaatsts	=	hogergeplaatst
hogerhand	noun	door een hogere instantie, door een leidinggevende
hogerhuis	noun	senaat van het Britse parlement
hogeronderwijsinstelling	noun	organisatie voor hoger beroeps onderwijs of universitair onderwijs
hogeronderwijsinstellingen	=	hogeronderwijsinstelling
hogerop	adv	fysiek naar een hoger gelegen plaats
hogeropgeleid	adj	met een hbo of hogere opleiding
hogeropgeleide	=	hogeropgeleid
hogeropgeleids	=	hogeropgeleid
hogers	=	hoog
hogervermeld	adj	bovenstaand
hogervermelde	=	hogervermeld
hogervermelds	=	hogervermeld
hogerwal	noun	de oever vanwaar de wind komt
hogescholen	=	hogeschool
hogeschool	noun	onderwijsinstelling voor hoger beroepsonderwijs
hogeschoolonderwijs	noun	hoger niet-universitair onderwijs
hogeschoolopleiding	noun	hoger beroepsonderwijsopleiding (hbo) in Nederland en het (vroegere) hoger onderwijs in Vlaanderen.
hogeschoolopleidingen	=	hogeschoolopleiding
hogeschoolopleidinkje	=	hogeschoolopleiding
hogeschoolopleidinkjes	=	hogeschoolopleiding
hogeschoolraad	noun	het centrale medezeggenschapsorgaan van een school voor hoger onderwijs waarin studenten en medewerkers zitting hebben
hogeschoolraden	=	hogeschoolraad
hogeschoolrij	=	hogeschoolrijden
hogeschoolrijd	=	hogeschoolrijden
hogeschoolrijden	verb	paardendressuur beoefenen
hogeschoolrijdend	=	hogeschoolrijden
hogeschoolrijdende	=	hogeschoolrijden
hogeschooltje	=	hogeschool
hogeschooltjes	=	hogeschool
hogesnelheidslijn	noun	een spoorweg geschikt voor hogesnelheidstreinen met snelheden van meer dan 200 km/h
hogesnelheidslijnen	=	hogesnelheidslijn
hogesnelheidslijntje	=	hogesnelheidslijn
hogesnelheidslijntjes	=	hogesnelheidslijn
hogesnelheidsnet	noun	samenhangend geheel van spoorverbindingen voor hogesnelheidstreinen
hogesnelheidsnetten	=	hogesnelheidsnet
hogesnelheidsspoorlijn	noun	spoortlijn die geschikt is voor treinen die met een zeer hoge snelheid rijden
hogesnelheidsspoorlijnen	=	hogesnelheidsspoorlijn
hogesnelheidstrein	noun	een trein geschikt voor dienstsnelheden van 200km/h en hoger
hogesnelheidstreinen	=	hogesnelheidstrein
hogesnelheidstreintje	=	hogesnelheidstrein
hogesnelheidstreintjes	=	hogesnelheidstrein
hogesnelheidsverbinding	noun	een verbinding door middel van een hogesnelheidstrein
hogesnelheidsverbindingen	=	hogesnelheidsverbinding
hogesnelheidsverbindinkje	=	hogesnelheidsverbinding
hogesnelheidsverbindinkjes	=	hogesnelheidsverbinding
hoging	noun	aanbrengen van licht op een schilderij met een verhoogd gedeelte
hogingen	=	hoging
hoginkje	=	hoging
hoginkjes	=	hoging
hoi	intj|informal	hallo
hok	noun	een bepaald dierenverblijf
hoki	noun	bepaald soort vis, Macruronus novaezelandiae
hoki's	=	hoki
hokje	=	hok
hokjes	=	hok
hokjesdenken	verb	alle mensen in één van een beperkt aantal categorieën indelen
hokjesdenkende	=	hokjesdenken
hokjesgeest	noun	manier van denken waarbij men alles en iedereen plaatst in elkaar uitsluitende categorieën
hokjesmentaliteit	noun	een manier van denken waarbij men iemand in één categorie plaatst en hem daarmee volledig denkt te hebben beschreven
hokjespeul	noun	Astragalus glycyphyllos een giftige, overblijvende plant.
hokjespeulbandpalpmot	noun	Syncopacma ochrofasciella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
hokjespeulbandpalpmotje	=	hokjespeulbandpalpmot
hokjespeulbandpalpmotjes	=	hokjespeulbandpalpmot
hokjespeulbandpalpmotten	=	hokjespeulbandpalpmot
hokjespeulen	=	hokjespeul
hokjespeultje	=	hokjespeul
hokjespeultjes	=	hokjespeul
hokkaidopompoen	noun	eenjarige plant Cucurbita maxima var. hubbaridianna uit de komkommerfamilie Cucurbitaceae
hokkaidopompoenen	=	hokkaidopompoen
hokkaidopompoentje	=	hokkaidopompoen
hokkaidopompoentjes	=	hokkaidopompoen
hokkaidowolf	noun	Canis lupus hattai een ondersoort van de wolf (Canis lupus) die sinds 1889 is uitgestorven.
hokkaidowolfje	=	hokkaidowolf
hokkaidowolfjes	=	hokkaidowolf
hokkaidowolven	=	hokkaidowolf
hokke	=	hokken
hokkeling	noun	éénjarig kalf dat in een hok staat en nog niet in de koeienstal
hokkelingen	=	hokkeling
hokken	verb	ongehuwd samenwonen
hokkend	=	hokken
hokkende	=	hokken
hokker	noun	voetbankje, krukje
hokkerig	adj	van een gebouw dat dit te klein is
hokkerige	=	hokkerig
hokkeriger	=	hokkerig
hokkerigere	=	hokkerig
hokkerigers	=	hokkerig
hokkerigs	=	hokkerig
hokkerigst	=	hokkerig
hokkerigste	=	hokkerig
hokkers	=	hokker
hokkig	adj	klein en benauwd
hokkige	=	hokkig
hokkiger	=	hokkig
hokkigere	=	hokkig
hokkigers	=	hokkig
hokkigs	=	hokkig
hokkigst	=	hokkig
hokkigste	=	hokkig
hokt	=	hokken
hokte	=	hokken
hokten	=	hokken
hokvast	adj	van duiven dat ze altijd terugkomen naar hun eigen duiventil
hokvaste	=	hokvast
hokvaster	=	hokvast
hokvastere	=	hokvast
hokvasters	=	hokvast
hokvasts	=	hokvast
hokvastst	=	hokvast
hokvastste	=	hokvast
hol	adj	zonder inhoud, zonder betekenis, leeg	noun	grot, spelonk
hola	noun	relatievorm waarbij de leden van een echtpaar in afzonderlijke woningen in dezelfde buurt wonen	intj	aanroep om iemand te onderbreken of iets te stoppen
hola's	=	hola
holadijee	noun|figurative	feestelijk tumult	intj	uitroep van blijdschap
holbeitel	noun	een langs de lengteas gekromde houtbeitel, die aan de buitenzijde is geslepen
holbeitels	=	holbeitel
holbeiteltje	=	holbeitel
holbeiteltjes	=	holbeitel
holbewoner	noun	een dier dat in holen leeft
holbewoners	=	holbewoner
holbewonertje	=	holbewoner
holbewonertjes	=	holbewoner
holbollig	adj	heel vermakelijk
holbollige	=	holbollig
holbolliger	=	holbollig
holbolligere	=	holbollig
holbolligers	=	holbollig
holbolligs	=	holbollig
holbolligst	=	holbollig
holbolligste	=	holbollig
hold-up	noun	gewapende overval (waarbij de slachtoffers de handen omhoog moeten houden)
hold-ups	=	hold-up
holde	=	hollen
holden	=	hollen
holderdebolder	adv	heel erg verliefd
holding	noun	overtreding bij ijshockey waarbij een tegenstander lang wordt tegengehouden
holdingcompany	noun	onderneming die zelf geen bedrijf voert, maar houdster is van aandelen van een of meer andere ondernemingen
holdingcompany's	=	holdingcompany
holdingmaatschappij	noun	onderneming die zelf geen bedrijf voert, maar houdster is van aandelen van een of meer andere ondernemingen
holdingmaatschappijen	=	holdingmaatschappij
holdings	=	holding
holdinkje	=	holding
holdinkjes	=	holding
hole	noun	putje waar de speler de bal in moet slaan
hole-in-one	noun	met de eerste slag de bal van de afslagplaats in het putje slaan
holebi	noun	homoseksueel, lesbienne of biseksueel
holebi's	=	holebi
holebietje	=	holebi
holebihuwelijk	noun	huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht
holebihuwelijken	=	holebihuwelijk
holen	verb	(mbt. de putt) maken, scoren
holenbeer	noun	Ursus spelaeus was een grote berensoort die leefde tijdens het Pleistoceen.
holenbeertje	=	holenbeer
holenbeertjes	=	holenbeer
holenberen	=	holenbeer
holend	=	holen
holende	=	holen
holenduif	noun	bepaald soort vogel, Columba oenas, die in in holle bomen broedt
holenduifje	=	holenduif
holenduifjes	=	holenduif
holenduiven	=	holenduif
holengaai	noun	Pseudopodoces humilis een soort mees uit het geslacht Pseudopodoces.
holengaaien	=	holengaai
holengaaitje	=	holengaai
holengaaitjes	=	holengaai
holengebroed	noun	slecht, gemeen volk; gespuis
holenkiekendief	noun	Polyboroides radiatus een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae).
holenkiekendiefje	=	holenkiekendief
holenkiekendiefjes	=	holenkiekendief
holenkiekendieven	=	holenkiekendief
holenkunde	noun	onderzoek van onderaardse grotten
holenkunst	noun	de in grotten aangetroffen prehistorische kunst
holenkunsten	=	holenkunst
holenlawaaimaker	noun	Xenocopsychus ansorgei een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
holenlawaaimakers	=	holenlawaaimaker
holenlawaaimakertje	=	holenlawaaimaker
holenlawaaimakertjes	=	holenlawaaimaker
holenleeuw	noun	Panthera spelaea een uitgestorven diersoort, verwant aan de leeuw, die zo'n 3 m lang was.
holenleeuwen	=	holenleeuw
holenleeuwtje	=	holenleeuw
holenleeuwtjes	=	holenleeuw
holenmees	noun	Pseudopodoces humilis een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
holenmeesje	=	holenmees
holenmeesjes	=	holenmees
holenmens	noun	iemand die in een hol woont en gekleed is in beestenvellen, met name de holbewoners uit de ijstijd
holenmensen	=	holenmens
holenmezen	=	holenmees
holenparkiet	noun	Cyanoliseus patagonus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien) uit Zuid-Amerika.
holenparkieten	=	holenparkiet
holenparkietje	=	holenparkiet
holenparkietjes	=	holenparkiet
holenspin	noun	Nesticus cellulanus een spinnensoort uit de familie holenspinnen
holenspinnen	noun	Nesticidae een familie van spinnen.
holenspinnetje	=	holenspin
holenspinnetjes	=	holenspin
holenuil	noun	Athene cunicularia een lid van de familie van de uilen.
holenuilen	=	holenuil
holenuiltje	=	holenuil
holenuiltjes	=	holenuil
holenwielwebspin	noun	Metellina merianae een spinnensoort in de taxonomische indeling van de strekspinnen
holenwielwebspinnen	=	holenwielwebspin
holenwielwebspinnetje	=	holenwielwebspin
holenwielwebspinnetjes	=	holenwielwebspin
holenzwaluw	noun	Petrochelidon fulva een vogel uit de familie van de zwaluwen.
holenzwaluwen	=	holenzwaluw
holenzwaluwtje	=	holenzwaluw
holenzwaluwtjes	=	holenzwaluw
holes	=	hole
holheden	=	holheid
holheid	noun|figurative	inhoudsloos zijn
holhoornig	adj	in bezit zijnd van onvertakte hoorns met een kern van botweefsel die bedekt is met een laag keratine
holhoornige	noun	een dier dat tot de grootste familie Bovidae gerekend wordt
holhoornigen	noun	Bovidae de grootste familie van evenhoevige zoogdieren.
holhoorniger	=	holhoornig
holhoornigere	=	holhoornig
holhoornigers	=	holhoornig
holhoornigs	=	holhoornig
holhoornigst	=	holhoornig
holhoornigste	=	holhoornig
holidate	noun	persoon die men als begeleider kan inhuren als men als single naar feesten en partijen gaat
holidates	=	holidate
holikaverbranding	noun	rituele verbranding van het kwade in het Hindoeïsme
holikaverbrandingen	=	holikaverbranding
holikaverbrandinkje	=	holikaverbranding
holikaverbrandinkjes	=	holikaverbranding
holisme	noun	theorie dat er een samenhang bestaat in de werkelijkheid die enkel uit een beschouwing van het geheel blijkt en niet terug te vinden is in de onderdelen
holist	noun	aanhanger van het holisme
holisten	=	holist
holistisch	adj	het holisme betreffende
holistische	=	holistisch
holistischer	=	holistisch
holistischere	=	holistisch
holistischers	=	holistisch
holistischt	=	holistisch
holistischte	=	holistisch
holkopgroefbij	noun	Halictus eurygnathus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
holkopgroefbijen	=	holkopgroefbij
holkopgroefbijtje	=	holkopgroefbij
holkopgroefbijtjes	=	holkopgroefbij
hollandaisesaus	noun	met eieren gebonden warme botersaus
hollandaisesausen	=	hollandaisesaus
hollandaisesausje	=	hollandaisesaus
hollandaisesausjes	=	hollandaisesaus
hollandaisesauzen	=	hollandaisesaus
hollander	noun	iemand afkomstig uit of wonend in Noord- of Zuid-Holland
hollandermop	noun	een grap die de vermeende gierigheid van Hollanders tot onderwerp heeft
hollandermopje	=	hollandermop
hollandermopjes	=	hollandermop
hollandermoppen	=	hollandermop
hollanders	=	hollander
hollandertje	=	hollander
hollandertjes	=	hollander
hollanditis	noun	als besmettelijke ziekte van veel Nederlanders aangeduide houding, inhoudend het verzet tegen de plannen voor plaatsing van kruisraketten in West-Europa
hollandofiel	noun	liefhebber van al wat Nederlands is	adj	voorliefde tonend voor al wat Nederlands is
hollandofiele	=	hollandofiel
hollandofielen	=	hollandofiel
hollandofieler	=	hollandofiel
hollandofielere	=	hollandofiel
hollandofielers	=	hollandofiel
hollandofiels	=	hollandofiel
hollandofielst	=	hollandofiel
hollandofielste	=	hollandofiel
hollands	adj	van, uit, als in Holland
hollandsch	=	hollands
hollandse	noun	vrouwelijke persoon afkomstig uit of wonend in Noord- of Zuid-Holland
hollandsen	=	hollandse
hollandser	=	hollands
hollandsere	=	hollands
hollandsers	=	hollands
hollandst	=	hollands
hollandste	=	hollands
hollantsch	=	hollands
holle	=	hol
holleblok	noun	klomp
holleblokken	=	holleblok
holleboomkaaszwam	noun	een schimmel Postia ceriflua (syn.: Oligoporus cerifluus) uit de familie Dacryobolaceae.
holleboomkaaszwammen	=	holleboomkaaszwam
holleboomkaaszwammetje	=	holleboomkaaszwam
holleboomkaaszwammetjes	=	holleboomkaaszwam
hollen	verb	zeer snel lopen (gericht)
hollend	=	hollen
hollende	adv	met rasse schreden, hard
holler	noun	iemand die holt
hollere	=	hol
hollerithsysteem	noun	voorloper van de huidige elektronische informatieverwerking die gebruikt maakte van hollerithkaarten (ponskaarten)
hollerithsysteempje	=	hollerithsysteem
hollerithsysteempjes	=	hollerithsysteem
hollerithsystemen	=	hollerithsysteem
hollers	=	hol
hollertje	=	holler
holletje	=	hol
holletjes	=	hol
hollywoodfilm	noun	verhaal in bewegende beelden voor bioscoopvoorstellingen, gemaakt in de traditie van de grote Amerikaanse filmstudio's
hollywoodfilms	=	hollywoodfilm
hollywoodster	noun	iemand die zeer bekend is geworden door het spelen in of maken van Amerikaanse speelfilms
hollywoodsterren	=	hollywoodster
holmaat	noun	man met een seksuele voorkeur voor andere mannen
holmaatje	=	holmaat
holmaatjes	=	holmaat
holmaten	=	holmaat
holmium	noun	scheikundig element met symbool Ho en atoomnummer 67. Het is een zilverwit lanthanide
holmiumatomen	=	holmiumatoom
holmiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element holmium.
holmiumatoompje	=	holmiumatoom
holmiumatoompjes	=	holmiumatoom
holniet	noun	een tweedelige holle klinknagel die voor materiaal als textiel, karton, leder etc. als verbindingsmiddel wordt toegepast.
holnieten	=	holniet
holnietje	=	holniet
holnietjes	=	holniet
holocaust	noun	opzettelijke massale vernietiging van mensen of dieren
holocausten	=	holocaust
holocaustje	=	holocaust
holocaustjes	=	holocaust
holocaustmonument	noun	monument ter herinnering aan de slachtoffers van de Holocaust
holocaustmonumenten	=	holocaustmonument
holocaustmusea	=	holocaustmuseum
holocaustmuseum	noun	museum over de moord op de Joodse gemeenschap in Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog
holocaustmuseums	=	holocaustmuseum
holocaustontkenning	noun	een vorm van historisch revisionisme dat de ernst of de feitelijkheid van de Holocaust ontkent
holocaustontkenningen	=	holocaustontkenning
holoceen	noun	geologisch tijdperk na de laatste ijstijd, laatste tijdvak van het periode quartair, van 11.700 geleden tot nu	adj	uit het holoceen, of met betrekking tot dat tijdperk
holoceens	=	holoceen
holocene	=	holoceen
hologig	adj	met diepliggende ogen
hologige	=	hologig
hologiger	=	hologig
hologigere	=	hologig
hologigers	=	hologig
hologigs	=	hologig
hologigst	=	hologig
hologigste	=	hologig
holografie	noun	techniek waarmee een afbeelding in een plat vlak diepte of verschillende beelden lijkt weer te geven als je er onder uiteenlopende hoeken naar kijkt
holografieën	=	holografie
holografisch	adj	betrekking hebbend op of gemaakt met holografie
holografische	=	holografisch
holografischer	=	holografisch
holografischere	=	holografisch
holografischers	=	holografisch
holografischt	=	holografisch
holografischte	=	holografisch
hologram	noun	driedimensionaal beeld gemaakt met behulp van fotografische projectie
hologrammen	=	hologram
holoniem	noun	benaming voor het geheel waartoe de betekenis van een bepaald woord behoort
holoniemen	=	holoniem
holoniempje	=	holoniem
holoniempjes	=	holoniem
holpijp	noun	stem van een orgel; open fluitwerk in het orgel
holpijpen	=	holpijp
holrond	adj	hol gekromd
holronde	=	holrond
holronder	=	holrond
holrondere	=	holrond
holronders	=	holrond
holronds	=	holrond
holrondst	=	holrond
holrondste	=	holrond
hols	=	hol
holsblok	noun	uitgehold blok hout
holsblokje	=	holsblok
holsblokjes	=	holsblok
holsblokken	=	holsblok
holst	=	hol
holste	=	hol
holsteelkluifzwam	noun	Helvella elastica een schimmel uit de familie Helvellaceae.
holsteelkluifzwammen	=	holsteelkluifzwam
holsteelkluifzwammetje	=	holsteelkluifzwam
holsteelkluifzwammetjes	=	holsteelkluifzwam
holsteelvaalhoed	noun	Hebeloma cavipes een schimmel in de familie Hymenogastraceae.
holsteelvaalhoeden	=	holsteelvaalhoed
holsteelvaalhoedje	=	holsteelvaalhoed
holsteelvaalhoedjes	=	holsteelvaalhoed
holsteiner	noun	bepaald zwartbont runderras voor de melkveehouderij
holsteiners	=	holsteiner
holster	noun	gewoonlijk leren houder voor een pistool
holsters	=	holster
holstertje	=	holster
holstertjes	=	holster
holt	=	hollen
holte	noun	een lege ruimte ingesloten in iets anders
holtedier	noun	Coelenterata dier met slechts één lichaamsholte
holtedieren	=	holtedier
holtediertje	=	holtedier
holtediertjes	=	holtedier
holten	=	holte
holtes	=	holte
holteschelpje	noun	Kellia suborbicularis een tweekleppigensoort uit de familie van de Kelliidae.
holteschelpjes	=	holteschelpje
holtetje	=	holte
holtetjes	=	holte
holvoet	noun	voetboog die hoger is dan 1,3 cm
holvoeten	=	holvoet
holwangig	adj	van een gelaat of persoon dat deze (door ziekte of gebrek) holle wangen heeft
holwangige	=	holwangig
holwangiger	=	holwangig
holwangigere	=	holwangig
holwangigers	=	holwangig
holwangigs	=	holwangig
holwangigst	=	holwangig
holwangigste	=	holwangig
holwortel	noun	Corydalis cava (syn Corydalis bulbosa, syn Corydalis cava var. bulbosa), een vroegbloeiende vaste plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae)
holwortels	=	holwortel
hom	noun	teelvocht van de mannetjes der benige vissen
homaria	=	homarium
homarium	noun	aquarium speciaal voor kreeften
homariumpje	=	homarium
homariumpjes	=	homarium
homariums	=	homarium
home	noun|informal	vaste eigen verblijfplaats van een persoon of gezin
home-invasion	noun	gewelddadige overval op een woning
home-invasions	=	home-invasion
homecomputer	noun	is een benaming voor een computer die thuis gebruikt werd in de jaren tachtig en negentig en geen IBM Personal Computer (of kloon daarvan) of Apple Macintosh was
homecomputers	=	homecomputer
homecomputertje	=	homecomputer
homecomputertjes	=	homecomputer
homejacker	noun	misdadiger die mensen in hun eigen huis berooft
homejackers	=	homejacker
homejacking	noun	het stelen van een auto door in het huis van de eigenaars de autosleutels te roven
homejackings	=	homejacking
homemade	adj	door iemand zelf thuis gemaakt
homemades	=	homemade
homen	noun	antisemiet
homens	=	homen
homentasjen	noun	bepaald baksel bij Poeriem (met de vorm van een zakje, dat gevuld wordt)
homeomorfisme	noun	een omkeerbare afbeelding (bijectie) tussen twee topologische ruimten die in beide richtingen continu is
homeopaat	noun	aanhanger of beoefenaar van de homeopathische geneeswijze
homeopaten	=	homeopaat
homeopathie	noun	een alternatieve geneeswijze die oorspronkelijk werd geformuleerd door Samuel Hahnemann en voor het eerst gepubliceerd in 1796
homeopathies	=	homeopathie
homeopathietje	=	homeopathie
homeopathisch	adj	volgens de homeopathie
homeopathische	=	homeopathisch
homeopathischer	=	homeopathisch
homeopathischere	=	homeopathisch
homeopathischers	=	homeopathisch
homeostase	noun	zelfregulering, chemisch en fysiologisch evenwicht
homeostatisch	adj	betreffend of van de aard van homeostase
homeostatische	=	homeostatisch
homeostatischer	=	homeostatisch
homeostatischere	=	homeostatisch
homeostatischers	=	homeostatisch
homepage	noun	pagina op een website met algemene informatie over en links naar de verdere inhoud van de site, bestemd voor de bezoekers die niet direct naar een specifieke pagina op de site gaan
homepages	=	homepage
homepagina	noun	webpagina die door de maker is bedoeld als toegangspoort voor een website
homepagina's	=	homepagina
homeparty	noun	een verkoopbijeenkomst bij een particulier iemand thuis
homeparty's	=	homeparty
homer	noun	slag die de slagman in staat stelt in een keer langs alle honken te lopen
homerisch	adj	zoals voorkomt in de werken van Homerus (de Ilias en de Odyssee)
homerische	=	homerisch
homerischer	=	homerisch
homerischere	=	homerisch
homerischers	=	homerisch
homers	=	homer
homerun	noun	honkbal en softbal: wanneer een slagman de bal zodanig slaat, dat hij in dezelfde beurt alle vier de honken kan passeren en zodoende zelf een punt kan scoren
homeruns	=	homerun
homes	=	home
homespun	noun	zelfgemaakte, grove kleding
hometrainer	noun	fitnesstoestel waarop men, thuis, met de benen een beweging maakt als bij fietsen en dat dient om de algemene conditie te verbeteren
hometrainers	=	hometrainer
hometrainertje	=	hometrainer
hometrainertjes	=	hometrainer
homevideo	noun	videofilmpje gemaakt door een amateur met een eenvoudige videocamera waarbij vaak onderwerpen uit de privésfeer worden gefilmd
homevideo's	=	homevideo
homevideootje	=	homevideo
homevideootjes	=	homevideo
homicide	noun	het al dan niet opzettelijk doden van een of meer mensen
homiciden	=	homicide
homicides	=	homicide
homiletiek	noun	theorie van het prediken
homilie	noun	prediking van een geestelijke in een rooms-katholieke eucharistieviering waarin de priester de Schriftlezingen uitlegt aan de gelovigen
homilieën	=	homilie
hominem	noun	man, persoon, alleen deel van de vaste verbinding ad hominem
hominide	noun	Hominidae familie in de orde primaten mensaap, mensachtige	adj	menselijk
hominiden	=	hominide
hominider	=	hominide
hominidere	=	hominide
hominiders	=	hominide
hominides	=	hominide
hominiedst	=	hominide
hominiedste	=	hominide
hommage	noun	een activiteit waarbij men waardering voor iemand toont
hommages	=	hommage
hommel	noun	Bombus insect uit een geslacht van insecten die behoren tot de familie Apidae.
hommelbij	noun	mannetjesbij, dar
hommelbijen	=	hommelbij
hommelbijtje	=	hommelbij
hommelbijtjes	=	hommelbij
hommelbijvlieg	noun	Eristalis intricaria een insect uit de familie Syrphidae (Zweefvliegen).
hommelbijvliegen	=	hommelbijvlieg
hommelbijvliegje	=	hommelbijvlieg
hommelbijvliegjes	=	hommelbijvlieg
hommeldaas	noun	Therioplectes gigas een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
hommeldaasje	=	hommeldaas
hommeldaasjes	=	hommeldaas
hommeldazen	=	hommeldaas
hommeles	noun	een ruzieachtige, rumoerige, lawaaierige toestand
hommelkolibrie	noun	Selasphorus heloisa met 5,7 cm het kleinste vogeltje van Noord-Amerika en een van de kleinste ter wereld (de kleinste is de bijkolibrie). kolibries staan onder andere bekend om hun zeer hoge vleugelfrequentie (soms boven de 100 slagen per seconde = 100 Hz)
hommelkolibries	=	hommelkolibrie
hommelkolibrietje	=	hommelkolibrie
hommelkolibrietjes	=	hommelkolibrie
hommelmallota	noun	Mallota fuciformis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
hommelmallota's	=	hommelmallota
hommelmallotaatje	=	hommelmallota
hommelmallotaatjes	=	hommelmallota
hommelnestmot	noun	Aphomia sociella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
hommelnestmotje	=	hommelnestmot
hommelnestmotjes	=	hommelnestmot
hommelnestmotten	=	hommelnestmot
hommelorchis	noun	Ophrys holoserica een Europese orchidee die behoort tot de spiegelorchissen.
hommelorchisje	=	hommelorchis
hommelorchisjes	=	hommelorchis
hommelorchissen	=	hommelorchis
hommelplant	noun	een plant waar hommels op afkomen
hommelplanten	=	hommelplant
hommelplantje	=	hommelplant
hommelplantjes	=	hommelplant
hommelreus	noun	Volucella bombylans een tweevleugelige uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae)
hommelreusje	=	hommelreus
hommelreusjes	=	hommelreus
hommelreuzen	=	hommelreus
hommels	noun	Bombus een geslacht van insecten die behoren tot de familie Apidae.
hommelsnelweg	noun	reeks voorzieningen in een stad die geschikt zijn voor hommels en bijen
hommelsnelwegen	=	hommelsnelweg
hommeltje	=	hommel
hommeltjes	=	hommel
hommelvlinder	noun	Hemaris tityus een vlinder uit de familie van de pijlstaarten (Sphingidae)
hommelvlinders	=	hommelvlinder
hommelvlindertje	=	hommelvlinder
hommelvlindertjes	=	hommelvlinder
hommelwoudzwever	noun	Criorhina ranunculi een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
hommelwoudzwevers	=	hommelwoudzwever
hommelwoudzwevertje	=	hommelwoudzwever
hommelwoudzwevertjes	=	hommelwoudzwever
hommen	=	hom
hommer	noun	mannetjesvis
hommers	=	hommer
hommertje	=	hommer
hommertjes	=	hommer
hommetje	=	hom
hommetjes	=	hom
homo	noun	mens
homo's	=	homo
homo-emancipatie	noun	de emancipatie tot gelijkwaardige burgers van homo's, lesbiennes, biseksuelen en transgenders
homo-erotiek	noun	seksuele aantrekkingskracht tussen mensen van hetzelfde geslacht
homo-erotisch	adj	betrekking hebbend op seksuele of romantische gevoelens, verlangens en spanning tussen personen van hetzelfde geslacht, vaak gebruikt in de context van kunst, literatuur en film
homo-erotische	=	homo-erotisch
homo-erotischer	=	homo-erotisch
homo-erotischere	=	homo-erotisch
homo-erotischers	=	homo-erotisch
homo-ontmoetingsplaats	noun	een plaats in de openbare ruimte, waar mannen elkaar ontmoeten voor seksuele contacten
homo-ontmoetingsplaatsen	=	homo-ontmoetingsplaats
homo-organisatie	noun	een organisatie van homo's voor homo's
homo-organisaties	=	homo-organisatie
homoachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van homo's
homoachtige	=	homoachtig
homoachtiger	=	homoachtig
homoachtigere	=	homoachtig
homoachtigers	=	homoachtig
homoachtigs	=	homoachtig
homoachtigst	=	homoachtig
homoachtigste	=	homoachtig
homoactivist	noun	persoon die opkomt voor de rechten van homofielen
homoactivisten	=	homoactivist
homoadoptie	noun	adoptie van kinderen door een homostel
homoadopties	=	homoadoptie
homobar	noun	een bar waar vooral homo's en lesbiennes komen
homobarretje	=	homobar
homobarretjes	=	homobar
homobars	=	homobar
homobeleid	noun	plannen die men maakt als bestuur betreffende hoe om te gaan met homofilie en homofielen
homobeweging	noun	een maatschappelijke en politieke emancipatiebeweging die strijdt voor gelijke rechten, acceptatie en zichtbaarheid van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen, transgenders en andere seksuele minderheden.
homobewegingen	=	homobeweging
homobeweginkje	=	homobeweging
homobeweginkjes	=	homobeweging
homobom	noun	de informele naam voor een nooit gemaakt chemisch wapen, dat in 1994 door de Verenigde Staten is overwogen.
homobommen	=	homobom
homobommetje	=	homobom
homobommetjes	=	homobom
homocide	noun	moord op een homoseksueel omdat deze persoon homoseksueel is
homociden	=	homocide
homocides	=	homocide
homocratisch	adj	met betrekking tot een homocratie
homocratische	=	homocratisch
homocratischer	=	homocratisch
homocratischere	=	homocratisch
homocratischers	=	homocratisch
homoculturen	=	homocultuur
homocultuur	noun	subcultuur van homoseksuele mannen en vrouwen, biseksuelen en transgenders die in de samenleving tot uiting komt in de politiek, kunst, literatuur, media, ontmoetingsplaatsen en evenementen
homoeopathie	=	homeopathie
homofiel	adj	homoseksueel	noun|obsolete	man met romantische of seksuele voorkeur voor mannen
homofiele	=	homofiel
homofielen	=	homofiel
homofieler	=	homofiel
homofielere	=	homofiel
homofielers	=	homofiel
homofiels	=	homofiel
homofielst	=	homofiel
homofielste	=	homofiel
homofieltje	=	homofiel
homofieltjes	=	homofiel
homofilie	noun|obsolete	romantische of seksuele voorkeur voor mensen van hetzelfde geslacht
homofobe	=	homofoob
homofoben	=	homofoob
homofober	=	homofoob
homofobere	=	homofoob
homofobers	=	homofoob
homofobie	noun	vrees voor homoseksuelen of homoseksualiteit
homofobieën	=	homofobie
homofobisch	adj	met afkeer, haat, vooroordeel of angst hebbend tegenover homoseksualiteit en mensen die homoseksueel zijn (of als zodanig worden gezien)
homofobische	=	homofobisch
homofobischer	=	homofobisch
homofobischere	=	homofobisch
homofobischers	=	homofobisch
homofone	=	homofoon
homofonen	=	homofoon
homofoner	=	homofoon
homofonere	=	homofoon
homofoners	=	homofoon
homofoob	adj	lijdend aan homofobie
homofoobje	=	homofoob
homofoobs	=	homofoob
homofoobst	=	homofoob
homofoobste	=	homofoob
homofoon	adj	éénstemmig gezongen, eventueel met harmonisch begeleidende stemmen	noun	woord dat hetzelfde wordt uitgesproken als een ander woord, maar anders wordt geschreven en een andere betekenis heeft
homofoons	=	homofoon
homofoonst	=	homofoon
homofoonste	=	homofoon
homofoontje	=	homofoon
homofoontjes	=	homofoon
homogaam	adj	met gelijktijdig rijp zijnde meeldraden en stampers
homogaams	=	homogaam
homogame	=	homogaam
homogeen	adj	gelijksoortig
homogeens	=	homogeen
homogeenst	=	homogeen
homogeenste	=	homogeen
homogene	=	homogeen
homogener	=	homogeen
homogenere	=	homogeen
homogeners	=	homogeen
homogenisator	noun	apparaat dat homogeniseert (waarmee vetbolletjes in melk kleiner worden gemaakt tegen roomvorming)
homogenisatoren	=	homogenisator
homogenisators	=	homogenisator
homogenisatortje	=	homogenisator
homogenisatortjes	=	homogenisator
homogeniseer	=	homogeniseren
homogeniseerde	=	homogeniseren
homogeniseerden	=	homogeniseren
homogeniseert	=	homogeniseren
homogenisere	=	homogeniseren
homogeniseren	verb	homogeen maken
homogeniserend	=	homogeniseren
homogeniserende	=	homogeniseren
homogenisering	noun	de keer dat men meerdere stoffen goed met elkaar mengt
homogeniseringen	=	homogenisering
homogeniteit	noun	het overal gelijk zijn
homogeniteiten	=	homogeniteit
homograaf	noun	een begrip dat aangeeft dat twee woorden, hoewel hetzelfde geschreven, verschillend worden uitgesproken
homograafje	=	homograaf
homograafjes	=	homograaf
homografen	=	homograaf
homogram	noun	een begrip dat aangeeft dat twee woorden, hoewel hetzelfde geschreven, verschillend worden uitgesproken
homogrammen	=	homogram
homohaat	noun	gevoel van vijandschap richting mensen die houden van mensen van hetzelfde geslacht
homohuwelijk	noun	een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht
homohuwelijken	=	homohuwelijk
homohuwelijkje	=	homohuwelijk
homohuwelijkjes	=	homohuwelijk
homoiopathie	=	homeopathie
homoiopatisch	=	homeopathisch
homoioteleuta	=	homoioteleuton
homoioteleuton	noun	stijlfiguur waarbij twee of meer woorden, zinsdelen, regels of verzen met exact dezelfde uitgang direct op elkaar volgen Omdat in het Grieks en Latijn veel gelijkklinkende uitgangen worden gebruikt, kwam deze manier van dichten in de oudheid nogal banaal over.
homoioteleutons	=	homoioteleuton
homokinetisch	adj	een gelijke beweging hebbend, vertonend
homokinetische	=	homokinetisch
homokinetischer	=	homokinetisch
homokinetischere	=	homokinetisch
homokinetischers	=	homokinetisch
homologatie	noun	bekrachtiging, akkoordverklaring, goedkeuring
homologaties	=	homologatie
homologe	=	homoloog
homologeer	=	homologeren
homologeerde	=	homologeren
homologeerden	=	homologeren
homologeert	=	homologeren
homologer	=	homoloog
homologere	=	homoloog
homologeren	verb	bekrachtigen, goedkeuren
homologerend	=	homologeren
homologerende	=	homologeren
homologers	=	homoloog
homologie	noun	overeenkomstig zijn
homologieën	=	homologie
homoloog	adj	overeenkomstig
homoloogs	=	homoloog
homoloogst	=	homoloog
homoloogste	=	homoloog
homomonument	noun	herdenkingsplaats waar onderdrukte homofielen worden herdacht
homomonumenten	=	homomonument
homomorfisme	noun	een afbeelding van een verzameling met structuur in een andere verzameling met structuur die compatibel is met de structuren, dus de structuur van het domein overvoert in de structuur van het codomein
homoniem	noun	een woord dat hetzelfde wordt uitgesproken en/of geschreven als een ander woord – al dan niet van dezelfde woordsoort – maar daarmee in betekenis verschilt	adj	gelijk in uitspraak maar verschillend in betekenis
homonieme	=	homoniem
homoniemen	=	homoniem
homoniempje	=	homoniem
homoniempjes	=	homoniem
homoniems	=	homoniem
homonymie	noun	het homoniem zijn
homonymieën	=	homonymie
homootje	=	homo
homootjes	=	homo
homopaar	noun	twee personen van hetzelfde geslacht die een liefdesrelatie met elkaar hebben
homopaartje	=	homopaar
homoparade	noun	demonstratieve optocht van homofielen en lesbiennes
homoparades	=	homoparade
homoparen	=	homopaar
homophilie	=	homofilie
homoplastiek	noun	transplantatie waarvoor vergelijkbaar weefsel van een ander individu wordt gebruikt
homoplastieken	=	homoplastiek
homorelatie	noun	liefdesband tussen twee mensen van het gelijke geslacht
homorelaties	=	homorelatie
homosauna	noun	horeca met zweetbad voor homofiele mannen waarin seksuele handelingen zijn toegestaan
homosauna's	=	homosauna
homoscedastisch	adj	met een gelijke variantie voor alle elementen
homoscedastische	=	homoscedastisch
homoscene	noun	geheel van personen, gelegenheden en gebruiken die een homoseksuele subcultuur bepalen.
homoscenes	=	homoscene
homoscenetje	=	homoscene
homoscenetjes	=	homoscene
homoseks	noun	intieme handelingen tussen personen van hetzelfde geslacht
homoseksualiteit	noun	seksuele voorkeur voor leden van hetzelfde geslacht
homoseksueel	noun	man met seksuele voorkeur voor mannen of vrouw met seksuele voorkeur voor vrouwen	adj	betrekking hebbend op de liefde voor mensen van mannen voor mannen of vrouwen voor vrouwen
homoseksueels	=	homoseksueel
homoseksueelst	=	homoseksueel
homoseksueelste	=	homoseksueel
homoseksueeltje	=	homoseksueel
homoseksueeltjes	=	homoseksueel
homoseksuele	=	homoseksueel
homoseksuelen	=	homoseksueel
homoseksueler	=	homoseksueel
homoseksuelere	=	homoseksueel
homoseksuelers	=	homoseksueel
homosexualiteit	=	homoseksualiteit
homosexueel	=	homoseksueel
homostel	noun	twee mensen van gelijk geslacht die een liefdes relatie met elkaar hebben
homostellen	=	homostel
homostudie	noun	onderzoek naar homofielen en homoseksualiteit
homostudies	=	homostudie
homotaal	noun	woordgebruik dat gebruikelijk is binnen de homogemeenschap
homotaaltje	=	homotaal
homotaaltjes	=	homotaal
homovervolging	noun	vervolging van homo's, met name door religieuze instellingen
homowereld	noun	de besloten wereld van homoseksuelen
homowerelden	=	homowereld
homowereldje	=	homowereld
homowereldjes	=	homowereld
homowijk	noun	wijk waar relatief veel homoseksuelen, transgenders en biseksuelen wonen
homowijken	=	homowijk
homowijkje	=	homowijk
homowijkjes	=	homowijk
homoziekte	noun	aandoening die alleen of vooral voorkomt bij mannen die seks hebben met andere mannen
homoziekten	=	homoziekte
homoziektes	=	homoziekte
homozygoot	noun	een (diploïd) organisme dat slechts één allel van een gen heeft	adj	in het bezit zijnde van slechts één allel van een gen bij een (diploïd) organisme
homozygootje	=	homozygoot
homozygootjes	=	homozygoot
homozygoots	=	homozygoot
homozygote	=	homozygoot
homozygoten	=	homozygoot
homp	noun	een afgesneden of afgebroken brok voedsel, m.n. brood
hompel	=	hompelen
hompelde	=	hompelen
hompelden	=	hompelen
hompele	=	hompelen
hompelen	verb	gebrekkig en onregelmatig lopen
hompelend	=	hompelen
hompelende	=	hompelen
hompelt	=	hompelen
hompen	=	homp
hompje	=	homp
hompjes	=	homp
homunculi	=	homunculus
homunculus	noun	iets wat lijkt op een mens
hond	noun	Canis lupus familiaris zoogdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae), en een gedomesticeerde ondersoort van de wolf die al sinds duizenden jaren door mensen op alle continenten wordt gebruikt
hondachtig	adj	aan een hond herinnerend of erop gelijkend
hondachtige	noun	benaming voor dieren die tot de familie van de hondachtigen (Canidae) behoren.
hondachtigen	noun	Canidae een familie die circa 35 soorten omvat, waaronder de vossen, wolven en jakhalzen.
hondachtiger	=	hondachtig
hondachtigere	=	hondachtig
hondachtigers	=	hondachtig
hondachtigs	=	hondachtig
hondachtigst	=	hondachtig
hondachtigste	=	hondachtig
hondebrok	=	hondenbrok
hondedrol	=	hondendrol
hondehok	=	hondenhok
hondekar	=	hondenkar
hondekot	=	hondenkot
hondelul	=	hondenlul
honden	=	hond
hondenasiel	noun	een opvangcentrum waar loslopende honden opgenomen en verpleegd worden
hondenasielen	=	hondenasiel
hondenasiels	=	hondenasiel
hondenasieltje	=	hondenasiel
hondenasieltjes	=	hondenasiel
hondenbaan	noun	heel vervelend, vermoeiend en ondankbaar werk
hondenbaantje	=	hondenbaan
hondenbaantjes	=	hondenbaan
hondenbanen	=	hondenbaan
hondenbed	noun	een mand die dient als slaap- en rustplaats van een hond
hondenbedden	=	hondenbed
hondenbeeld	noun	een sculptuur die een hond uitbeeldt
hondenbeelden	=	hondenbeeld
hondenbeeldje	=	hondenbeeld
hondenbeeldjes	=	hondenbeeld
hondenbeet	noun	een beschadiging van de huid die ontstaan is door een bijtende hond
hondenbelasting	noun	gemeentelijke belasting over hondenbezit
hondenbelastingen	=	hondenbelasting
hondenbeten	=	hondenbeet
hondenbezitter	noun	persoon die een hond heeft
hondenbezitters	=	hondenbezitter
hondenbezittertje	=	hondenbezitter
hondenbezittertjes	=	hondenbezitter
hondenboek	noun	een boek dat praktische informatie, tips en kennis biedt over honden en hun verzorging
hondenboeken	=	hondenboek
hondenboekje	=	hondenboek
hondenboekjes	=	hondenboek
hondenbot	noun	benaming voor beenderen uit het skelet van de door mensen als huisdier gehouden ondersoort van de wolf (Canis lupus familiaris)
hondenbotten	=	hondenbot
hondenbrok	noun	stevig stuk droog voedsel speciaal voor honden gemaakt
hondenbrokje	=	hondenbrok
hondenbrokjes	=	hondenbrok
hondenbrokken	=	hondenbrok
hondenclub	noun	besloten vereniging van hondenliefhebbers die zich vooral toelegt op het trainen en africhten van honden
hondenclubs	=	hondenclub
hondendek	noun	dekentje dat op de rug van een hond gedragen kan worden als bescherming tegen de kou
hondendekje	=	hondendek
hondendekjes	=	hondendek
hondendekken	=	hondendek
hondendrol	noun	gevormde ontlasting van een hond
hondendrollen	=	hondendrol
hondendrolletje	=	hondendrol
hondendrolletjes	=	hondendrol
hondenfluit	noun	een type fluit die gebruikt wordt bij het trainen van honden en katten dat een voor een mens haast onhoorbaar geluid van 16.000 Hz tot 20.000 Hz produceert
hondenfluiten	=	hondenfluit
hondenfluitje	=	hondenfluit
hondenfluitjes	=	hondenfluit
hondenfokker	noun	iemand die (ras)honden fokt
hondenfokkers	=	hondenfokker
hondenfokkertje	=	hondenfokker
hondenfokkertjes	=	hondenfokker
hondenfooi	noun	armzalige beloning; te klein bedrag
hondenfooien	=	hondenfooi
hondenfooitje	=	hondenfooi
hondenfooitjes	=	hondenfooi
hondengeblaf	noun	het geblaf van een hond
hondengeleider	noun	politieagent die honden africht en leidt voor en tijdens politiewerk
hondengeleiders	=	hondengeleider
hondengevecht	noun	een gevecht tussen honden
hondengevechten	=	hondengevecht
hondengevechtje	=	hondengevecht
hondengevechtjes	=	hondengevecht
hondenhaar	noun	haar van een hond
hondenharen	=	hondenhaar
hondenhok	noun	overdekte verblijfplaats voor één (waak)hond
hondenhokje	=	hondenhok
hondenhokjes	=	hondenhok
hondenhokken	=	hondenhok
hondenhuid	noun	de huid van een hond
hondenhuiden	=	hondenhuid
hondenhuidje	=	hondenhuid
hondenhuidjes	=	hondenhuid
hondenhuis	noun	hondenhok
hondenhuisje	=	hondenhuis
hondenhuisjes	=	hondenhuis
hondenhuizen	=	hondenhuis
hondenjob	noun	hondenbaan
hondenjobs	=	hondenjob
hondenkar	noun	kar getrokken door een of meerdere honden, in het verleden veel gebruikt door bakkers, boeren, venters voor het vervoeren van lichte vrachten
hondenkarren	=	hondenkar
hondenkarretje	=	hondenkar
hondenkarretjes	=	hondenkar
hondenkennel	noun	onderkomen voor een of meer honden
hondenkennels	=	hondenkennel
hondenkenner	noun	iemand die veel kennis heeft over hondengedrag, hondenverzorging, hondenrassen e.d.
hondenkenners	=	hondenkenner
hondenkluif	noun	een snack waar honden op kunnen kauwen
hondenkluifje	=	hondenkluif
hondenkluifjes	=	hondenkluif
hondenkluiven	=	hondenkluif
hondenkop	noun	kop van een hond
hondenkopje	=	hondenkop
hondenkopjes	=	hondenkop
hondenkoppen	=	hondenkop
hondenkot	noun	verblijf geschikt voor de huisvesting van honden
hondenkoten	=	hondenkot
hondenkotten	=	hondenkot
hondenleven	noun	ellendig bestaan
hondenlevens	=	hondenleven
hondenleventje	=	hondenleven
hondenleventjes	=	hondenleven
hondenliefhebber	noun	persoon die veel om honden geeft; iemand die geniet van het gezelschap van honden
hondenliefhebbers	=	hondenliefhebber
hondenlintworm	noun	Dipylidium caninum de meest voorkomende lintworm van zowel katten als honden over de gehele wereld.
hondenlintwormen	=	hondenlintworm
hondenlintwormpje	=	hondenlintworm
hondenlintwormpjes	=	hondenlintworm
hondenlosgebied	noun	terrein waar je een hond mag uitlaten zonder dat die is aangelijnd
hondenlosgebieden	=	hondenlosgebied
hondenlosloopgebied	noun	een speciaal aangewezen plek waar honden vrij mogen rondlopen en rennen zonder aangelijnd te zijn
hondenlosloopgebieden	=	hondenlosloopgebied
hondenlosloopgebiedje	=	hondenlosloopgebied
hondenlosloopgebiedjes	=	hondenlosloopgebied
hondenlosloopplaats	noun	een speciaal aangewezen plek waar honden vrij mogen rondlopen en rennen zonder aangelijnd te zijn
hondenlosloopplaatsen	=	hondenlosloopplaats
hondenlosloopplaatsje	=	hondenlosloopplaats
hondenlosloopplaatsjes	=	hondenlosloopplaats
hondenlosloopplek	noun	een speciaal aangewezen plek waar honden vrij mogen rondlopen en rennen zonder aangelijnd te zijn
hondenlosloopplekje	=	hondenlosloopplek
hondenlosloopplekjes	=	hondenlosloopplek
hondenlosloopplekken	=	hondenlosloopplek
hondenlosloopterrein	noun	een speciaal aangewezen plek waar honden vrij mogen rondlopen en rennen zonder aangelijnd te zijn
hondenlosloopterreinen	=	hondenlosloopterrein
hondenlosloopterreintje	=	hondenlosloopterrein
hondenlosloopterreintjes	=	hondenlosloopterrein
hondenlul	noun	de penis van een hond
hondenlullen	=	hondenlul
hondenlulletje	=	hondenlul
hondenlulletjes	=	hondenlul
hondenman	noun	iemand die houdt van honden
hondenmand	noun	een mand die dient als slaap- en rustplaats van een hond
hondenmanden	=	hondenmand
hondenmandje	=	hondenmand
hondenmandjes	=	hondenmand
hondenmannen	=	hondenman
hondenmepper	noun	persoon die aangesteld om loslopende honden dood te slaan
hondenmeppers	=	hondenmepper
hondenmeppertje	=	hondenmepper
hondenmeppertjes	=	hondenmepper
hondenneuker	noun	verachtelijk, waardeloos persoon, geitenneuker, kippenneuker
hondenneukers	=	hondenneuker
hondenneukertje	=	hondenneuker
hondenneukertjes	=	hondenneuker
hondenneus	noun	neus van een hond
hondenneusje	=	hondenneus
hondenneusjes	=	hondenneus
hondenneuzen	=	hondenneus
hondenogen	=	hondenoog
hondenoog	noun	de ogen van een hond m.n. de ogen van de hond als huisdier
hondenoogje	=	hondenoog
hondenoogjes	=	hondenoog
hondenpak	noun	een kledingstuk of verkleedpak dat eruitziet als een hond
hondenpakje	=	hondenpak
hondenpakjes	=	hondenpak
hondenpakken	=	hondenpak
hondenpenning	noun	munt die een hond om de hals draagt als teken dat de hondeneigenaar hondenbelasting heeft betaald
hondenpenningen	=	hondenpenning
hondenpik	noun	de penis van een hond
hondenpikken	=	hondenpik
hondenpoep	noun	ontlasting/uitwerpselen van een hond.
hondenpoepbestrijding	noun	het voorkomen van de overlast die veroorzaakt wordt door ontlasting van honden in de openbare ruimte
hondenpoepcontainer	noun	een vuilnisbak specifiek bedoeld om de uitwerpselen van een hond in te deponeren
hondenpoepcontainers	=	hondenpoepcontainer
hondenpoepcontainertje	=	hondenpoepcontainer
hondenpoepcontainertjes	=	hondenpoepcontainer
hondenpoepgrijper	noun	handig hulpmiddel om hondenuitwerpselen op te ruimen zonder te hoeven bukken of de poep direct aan te raken
hondenpoepgrijpers	=	hondenpoepgrijper
hondenpoepgrijpertje	=	hondenpoepgrijper
hondenpoepgrijpertjes	=	hondenpoepgrijper
hondenpoepschep	noun	handig hulpmiddel om hondenuitwerpselen op te ruimen zonder te hoeven bukken of de poep direct aan te raken
hondenpoepschepje	=	hondenpoepschep
hondenpoepschepjes	=	hondenpoepschep
hondenpoepscheppen	=	hondenpoepschep
hondenpoot	noun	elk van de ledematen van een hond
hondenpootje	=	hondenpoot
hondenpootjes	=	hondenpoot
hondenpoten	=	hondenpoot
hondenras	noun	groep honden met overeenkomende eigenschappen
hondenrassen	=	hondenras
hondenren	noun	een hok waarin men honden houdt
hondenrenbaan	noun	een renbaan voor honden wedstrijden
hondenrenbanen	=	hondenrenbaan
hondenrennen	=	hondenren
hondenrestaurant	noun	een speciale eetgelegenheid waar honden van harte welkom zijn en waar ze een eigen menu, zoals een hondentaartje of hondenbier, krijgen
hondenrestaurantje	=	hondenrestaurant
hondenrestaurantjes	=	hondenrestaurant
hondenrestaurants	=	hondenrestaurant
hondenriem	noun	een riem om de hond mee uit te laten
hondenriemen	=	hondenriem
hondenriempje	=	hondenriem
hondenriempjes	=	hondenriem
hondenrijst	noun	gebroken rijst die men gebruikt als voeding voor honden
hondenrugzak	noun	een tas die op de rug gedragen wordt met behulp van draagriemen waarin men een hond kan dragen
hondenrugzakje	=	hondenrugzak
hondenrugzakjes	=	hondenrugzak
hondenrugzakken	=	hondenrugzak
hondenscholen	=	hondenschool
hondenschool	noun	instelling waar honden worden getraind
hondenschooltje	=	hondenschool
hondenschooltjes	=	hondenschool
hondenshampoo	noun	gespecialiseerd reinigingsmiddel voor de huid en vacht van honden
hondenshampoos	=	hondenshampoo
hondenshampootje	=	hondenshampoo
hondenshampootjes	=	hondenshampoo
hondenslager	noun	persoon die aangesteld om loslopende honden dood te slaan
hondenslagers	=	hondenslager
hondenslagertje	=	hondenslager
hondenslagertjes	=	hondenslager
hondenslede	=	hondenslee
hondenslee	noun	voertuig dat op glij-ijzers over sneeuw of ijs wordt voortgetrokken door husky's of vergelijkbare hondenrassen
hondensleetocht	noun	reis die wordt gemaakt op een voertuig op glijders dat wordt voortgetrokken door husky's of vergelijkbare honden
hondensleetochten	=	hondensleetocht
hondensleeën	=	hondenslee
hondensoort	noun	een groep honden met specifieke, door selectief fokken ontwikkelde uiterlijke kenmerken en karaktereigenschappen, die vaak gekoppeld zijn aan een bepaald gebruiksdoel
hondensoorten	=	hondensoort
hondensoortje	=	hondensoort
hondensoortjes	=	hondensoort
hondenspeelgoed	noun	speelgoed speciaal voor honden, dat dient voor beweging, mentale stimulatie en het voorkomen van verveling of destructief gedrag
hondenspeeltuin	noun	plaats met speeltoestellen voor honden waar de honden mogen loslopen
hondenspeeltuinen	=	hondenspeeltuin
hondenspeeltuintje	=	hondenspeeltuin
hondenspeeltuintjes	=	hondenspeeltuin
hondenspoelworm	noun	Toxocara canis een vrij lange parasitaire rondworm (Nematode) die voorkomt in de darmen van een aantal soorten hondachtigen.
hondenspoelwormen	=	hondenspoelworm
hondenspoelwormpje	=	hondenspoelworm
hondenspoelwormpjes	=	hondenspoelworm
hondensport	noun	een verzamelnaam voor actieve, vaak gestructureerde activiteiten die je samen met je hond beoefent om de band te versterken, mentale uitdaging te bieden en conditie te verbeteren
hondensporten	=	hondensport
hondensportje	=	hondensport
hondensportjes	=	hondensport
hondenstiel	noun	heel vervelend, vermoeiend en ondankbaar werk
hondenstielen	=	hondenstiel
hondenteek	noun	Rhipicephalus sanguineus de meest wijdverspreide teek ter wereld, en een van twee Rhipicephalus-soorten die ook in Europa voorkomt
hondenteekje	=	hondenteek
hondenteekjes	=	hondenteek
hondentehuis	noun	plek waar verloren, afgestane of verwaarloosde honden tijdelijk worden opgevangen en verzorgd totdat ze een nieuw thuis vinden
hondentehuisje	=	hondentehuis
hondentehuisjes	=	hondentehuis
hondentehuizen	=	hondentehuis
hondenteken	=	hondenteek
hondentoilet	noun	plaats die is ingericht zodat honden er kunnen poepen om overlast van hondendrollen op andere plaatsen tegen te gaan
hondentoiletje	=	hondentoilet
hondentoiletjes	=	hondentoilet
hondentoiletten	=	hondentoilet
hondentrimmer	noun	persoon die de vacht van een hond verzorgt
hondentrimmers	=	hondentrimmer
hondentrouw	noun	een trouw die nooit verbroken kan worden
hondenuitlaatplaats	noun	plaats die geschikt is gemaakt om honden los te kunnen laten lopen
hondenuitlaatplaatsen	=	hondenuitlaatplaats
hondenuitlaatplek	noun	plaats waar de hond mag poepen maar wel aangelijnd moet zijn
hondenuitlaatplekken	=	hondenuitlaatplek
hondenuitlaatservice	noun	onderneming die ervoor zorgt dat een hond wordt uitgelaten als zijn baasje dat niet kan doen
hondenuitlaatservices	=	hondenuitlaatservice
hondenuitlaatstroken	=	hondenuitlaatstrook
hondenuitlaatstrook	noun	een door de gemeente aangewezen groenstrook waar honden hun behoefte mogen doen
hondenuitlaatstrookje	=	hondenuitlaatstrook
hondenuitlaatstrookjes	=	hondenuitlaatstrook
hondenvacht	noun	de huid met haren van een hond
hondenvachten	=	hondenvacht
hondenvanger	noun	iemand die beroepsmatig honden vangt
hondenvangers	=	hondenvanger
hondenvangertje	=	hondenvanger
hondenvangertjes	=	hondenvanger
hondenvel	noun	de huid van een hond
hondenvellen	=	hondenvel
hondenvelletje	=	hondenvel
hondenvelletjes	=	hondenvel
hondenvlees	noun	vlees van honden dat door mensen genuttigd wordt
hondenvlo	noun	Ctenocephalides canis kleine parasiet die vooral op honden leeft
hondenvlooien	=	hondenvlo
hondenvlooitje	=	hondenvlo
hondenvlooitjes	=	hondenvlo
hondenvlootje	=	hondenvlo
hondenvlootjes	=	hondenvlo
hondenvoer	noun	eten voor honden
hondenvreters	noun	Ambonezen
hondenvretertjes	=	hondenvreters
hondenwacht	noun	taak om tussen 0:00 en 04:00 over een schip te waken
hondenwachten	=	hondenwacht
hondenweer	noun	bijzonder slecht weer
hondenweertje	=	hondenweer
hondenwei	noun	terrein waar je een hond mag uitlaten zonder dat die is aangelijnd
hondenweide	noun	terrein waar je een hond mag uitlaten zonder dat die is aangelijnd
hondenweiden	=	hondenweide
hondenweides	=	hondenweide
hondenweidetje	=	hondenweide
hondenweidetjes	=	hondenweide
hondenweien	=	hondenwei
hondenweitje	=	hondenwei
hondenweitjes	=	hondenwei
hondenwerk	noun	vervelend en vermoeiend werk
hondenziekte	noun	ziektes en aandoeningen die voorkomen bij honden
hondenziekten	=	hondenziekte
hondenziektes	=	hondenziekte
hondenzweepworm	noun	Trichuris vulpis een parasitaire rondworm. die bij honden kan voorkomen.
hondenzweepwormen	=	hondenzweepworm
hondenzweepwormpje	=	hondenzweepworm
hondenzweepwormpjes	=	hondenzweepworm
hondenzwemmen	noun	evenement waarbij honden in een regulier zwembad mogen zwemmen aan het einde van het zomerseizoen vlak voor sluiting
hondepenning	=	hondenpenning
honderd	num	"100", het getal tussen negenennegentig en honderdeen, tien maal tien	noun	honderd als hoeveelheid
honderdacht	num	"108", het getal tussen honderdzeven en honderdnegen, honderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 108 is aangeduid
honderdachten	=	honderdacht
honderdachtendertig	num	"138", het getal tussen honderdzevenendertig en honderdnegenendertig, honderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 138 is aangeduid
honderdachtendertigjarig	adj	138 jaren durend
honderdachtendertigjarige	noun	levend wezen dat 138 jaar oud is of iets dat 138 jaar bestaat
honderdachtendertigjarigen	=	honderdachtendertigjarige
honderdachtendertigjarigs	=	honderdachtendertigjarig
honderdachtendertigje	=	honderdachtendertig
honderdachtendertigjes	=	honderdachtendertig
honderdachtendertigs	=	honderdachtendertig
honderdachtennegentig	num	"198", het getal tussen honderdzevenennegentig en honderdnegenennegentig, honderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 198 is aangeduid
honderdachtennegentigjarig	adj	198 jaren durend
honderdachtennegentigjarige	noun	levend wezen dat 198 jaar oud is of iets dat 198 jaar bestaat
honderdachtennegentigjarigen	=	honderdachtennegentigjarige
honderdachtennegentigjarigs	=	honderdachtennegentigjarig
honderdachtennegentigje	=	honderdachtennegentig
honderdachtennegentigjes	=	honderdachtennegentig
honderdachtennegentigs	=	honderdachtennegentig
honderdachtentachtig	num	"188", het getal tussen honderdzevenentachtig en honderdnegenentachtig, honderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 188 is aangeduid
honderdachtentachtigjarig	adj	188 jaren durend
honderdachtentachtigjarige	noun	levend wezen dat 188 jaar oud is of iets dat 188 jaar bestaat
honderdachtentachtigjarigen	=	honderdachtentachtigjarige
honderdachtentachtigjarigs	=	honderdachtentachtigjarig
honderdachtentachtigje	=	honderdachtentachtig
honderdachtentachtigjes	=	honderdachtentachtig
honderdachtentachtigs	=	honderdachtentachtig
honderdachtentwintig	num	"128", het getal tussen honderdzevenentwintig en honderdnegenentwintig, honderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 128 is aangeduid
honderdachtentwintigjarig	adj	128 jaren durend
honderdachtentwintigjarige	noun	levend wezen dat 128 jaar oud is of iets dat 128 jaar bestaat
honderdachtentwintigjarigen	=	honderdachtentwintigjarige
honderdachtentwintigjarigs	=	honderdachtentwintigjarig
honderdachtentwintigje	=	honderdachtentwintig
honderdachtentwintigjes	=	honderdachtentwintig
honderdachtentwintigs	=	honderdachtentwintig
honderdachtenveertig	num	"148", het getal tussen honderdzevenenveertig en honderdnegenenveertig, honderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 148 is aangeduid
honderdachtenveertigjarig	adj	148 jaren durend
honderdachtenveertigjarige	noun	levend wezen dat 148 jaar oud is of iets dat 148 jaar bestaat
honderdachtenveertigjarigen	=	honderdachtenveertigjarige
honderdachtenveertigjarigs	=	honderdachtenveertigjarig
honderdachtenveertigje	=	honderdachtenveertig
honderdachtenveertigjes	=	honderdachtenveertig
honderdachtenveertigs	=	honderdachtenveertig
honderdachtenvijftig	num	"158", het getal tussen honderdzevenenvijftig en honderdnegenenvijftig, honderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 158 is aangeduid
honderdachtenvijftigjarig	adj	158 jaren durend
honderdachtenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 158 jaar oud is of iets dat 158 jaar bestaat
honderdachtenvijftigjarigen	=	honderdachtenvijftigjarige
honderdachtenvijftigjarigs	=	honderdachtenvijftigjarig
honderdachtenvijftigje	=	honderdachtenvijftig
honderdachtenvijftigjes	=	honderdachtenvijftig
honderdachtenvijftigs	=	honderdachtenvijftig
honderdachtenzestig	num	"168", het getal tussen honderdzevenenzestig en honderdnegenenzestig, honderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 168 is aangeduid
honderdachtenzestigjarig	adj	168 jaren durend
honderdachtenzestigjarige	noun	levend wezen dat 168 jaar oud is of iets dat 168 jaar bestaat
honderdachtenzestigjarigen	=	honderdachtenzestigjarige
honderdachtenzestigjarigs	=	honderdachtenzestigjarig
honderdachtenzestigje	=	honderdachtenzestig
honderdachtenzestigjes	=	honderdachtenzestig
honderdachtenzestigs	=	honderdachtenzestig
honderdachtenzeventig	num	"178", het getal tussen honderdzevenenzeventig en honderdnegenenzeventig, honderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 178 is aangeduid
honderdachtenzeventigjarig	adj	178 jaren durend
honderdachtenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 178 jaar oud is of iets dat 178 jaar bestaat
honderdachtenzeventigjarigen	=	honderdachtenzeventigjarige
honderdachtenzeventigjarigs	=	honderdachtenzeventigjarig
honderdachtenzeventigje	=	honderdachtenzeventig
honderdachtenzeventigjes	=	honderdachtenzeventig
honderdachtenzeventigs	=	honderdachtenzeventig
honderdachtjarig	adj	108 jaren durend
honderdachtjarige	noun	levend wezen dat 108 jaar oud is of iets dat 108 jaar bestaat
honderdachtjarigen	=	honderdachtjarige
honderdachtjarigs	=	honderdachtjarig
honderdachtje	=	honderdacht
honderdachtjes	=	honderdacht
honderdachttien	num	"118", het getal tussen honderdzeventien en honderdnegentien, honderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 118 is aangeduid
honderdachttienjarig	adj	118 jaren durend
honderdachttienjarige	noun	levend wezen dat 118 jaar oud is of iets dat 118 jaar bestaat
honderdachttienjarigen	=	honderdachttienjarige
honderdachttienjarigs	=	honderdachttienjarig
honderdachttiens	=	honderdachttien
honderdachttientje	=	honderdachttien
honderdachttientjes	=	honderdachttien
honderddelig	adj	in honderd delen verdeeld
honderddelige	=	honderddelig
honderddeligs	=	honderddelig
honderddertien	num	"113", het getal tussen honderdtwaalf en honderdveertien, honderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 113 is aangeduid
honderddertienjarig	adj	113 jaren durend
honderddertienjarige	noun	levend wezen dat 113 jaar oud is of iets dat 113 jaar bestaat
honderddertienjarigen	=	honderddertienjarige
honderddertienjarigs	=	honderddertienjarig
honderddertiens	=	honderddertien
honderddertientje	=	honderddertien
honderddertientjes	=	honderddertien
honderddertig	num	"130", het getal tussen honderdnegenentwintig en honderdeenendertig, honderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 130 is aangeduid
honderddertigjarig	adj	130 jaren durend
honderddertigjarige	noun	levend wezen dat 130 jaar oud is of iets dat 130 jaar bestaat
honderddertigjarigen	=	honderddertigjarige
honderddertigjarigs	=	honderddertigjarig
honderddertigje	=	honderddertig
honderddertigjes	=	honderddertig
honderddertigs	=	honderddertig
honderddrie	num	"103", het getal tussen honderdtwee en honderdvier, honderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 103 is aangeduid
honderddriejarig	adj	103 jaren durend
honderddriejarige	noun	levend wezen dat 103 jaar oud is of iets dat 103 jaar bestaat
honderddriejarigen	=	honderddriejarige
honderddriejarigs	=	honderddriejarig
honderddries	=	honderddrie
honderddrietje	=	honderddrie
honderddrietjes	=	honderddrie
honderddrieëndertig	num	"133", het getal tussen honderdtweeëndertig en honderdvierendertig, honderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 133 is aangeduid
honderddrieëndertigjarig	adj	133 jaren durend
honderddrieëndertigjarige	noun	levend wezen dat 133 jaar oud is of iets dat 133 jaar bestaat
honderddrieëndertigjarigen	=	honderddrieëndertigjarige
honderddrieëndertigjarigs	=	honderddrieëndertigjarig
honderddrieëndertigje	=	honderddrieëndertig
honderddrieëndertigjes	=	honderddrieëndertig
honderddrieëndertigs	=	honderddrieëndertig
honderddrieënnegentig	num	"193", het getal tussen honderdtweeënnegentig en honderdvierennegentig, honderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 193 is aangeduid
honderddrieënnegentigjarig	adj	193 jaren durend
honderddrieënnegentigjarige	noun	levend wezen dat 193 jaar oud is of iets dat 193 jaar bestaat
honderddrieënnegentigjarigen	=	honderddrieënnegentigjarige
honderddrieënnegentigjarigs	=	honderddrieënnegentigjarig
honderddrieënnegentigje	=	honderddrieënnegentig
honderddrieënnegentigjes	=	honderddrieënnegentig
honderddrieënnegentigs	=	honderddrieënnegentig
honderddrieëntachtig	num	"183", het getal tussen honderdtweeëntachtig en honderdvierentachtig, honderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 183 is aangeduid
honderddrieëntachtigjarig	adj	183 jaren durend
honderddrieëntachtigjarige	noun	levend wezen dat 183 jaar oud is of iets dat 183 jaar bestaat
honderddrieëntachtigjarigen	=	honderddrieëntachtigjarige
honderddrieëntachtigjarigs	=	honderddrieëntachtigjarig
honderddrieëntachtigje	=	honderddrieëntachtig
honderddrieëntachtigjes	=	honderddrieëntachtig
honderddrieëntachtigs	=	honderddrieëntachtig
honderddrieëntwintig	num	"123", het getal tussen honderdtweeëntwintig en honderdvierentwintig, honderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 123 is aangeduid
honderddrieëntwintigjarig	adj	123 jaren durend
honderddrieëntwintigjarige	noun	levend wezen dat 123 jaar oud is of iets dat 123 jaar bestaat
honderddrieëntwintigjarigen	=	honderddrieëntwintigjarige
honderddrieëntwintigjarigs	=	honderddrieëntwintigjarig
honderddrieëntwintigje	=	honderddrieëntwintig
honderddrieëntwintigjes	=	honderddrieëntwintig
honderddrieëntwintigs	=	honderddrieëntwintig
honderddrieënveertig	num	"143", het getal tussen honderdtweeënveertig en honderdvierenveertig, honderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 143 is aangeduid
honderddrieënveertigjarig	adj	143 jaren durend
honderddrieënveertigjarige	noun	levend wezen dat 143 jaar oud is of iets dat 143 jaar bestaat
honderddrieënveertigjarigen	=	honderddrieënveertigjarige
honderddrieënveertigjarigs	=	honderddrieënveertigjarig
honderddrieënveertigje	=	honderddrieënveertig
honderddrieënveertigjes	=	honderddrieënveertig
honderddrieënveertigs	=	honderddrieënveertig
honderddrieënvijftig	num	"153", het getal tussen honderdtweeënvijftig en honderdvierenvijftig, honderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 153 is aangeduid
honderddrieënvijftigjarig	adj	153 jaren durend
honderddrieënvijftigjarige	noun	levend wezen dat 153 jaar oud is of iets dat 153 jaar bestaat
honderddrieënvijftigjarigen	=	honderddrieënvijftigjarige
honderddrieënvijftigjarigs	=	honderddrieënvijftigjarig
honderddrieënvijftigje	=	honderddrieënvijftig
honderddrieënvijftigjes	=	honderddrieënvijftig
honderddrieënvijftigs	=	honderddrieënvijftig
honderddrieënzestig	num	"163", het getal tussen honderdtweeënzestig en honderdvierenzestig, honderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 163 is aangeduid
honderddrieënzestigjarig	adj	163 jaren durend
honderddrieënzestigjarige	noun	levend wezen dat 163 jaar oud is of iets dat 163 jaar bestaat
honderddrieënzestigjarigen	=	honderddrieënzestigjarige
honderddrieënzestigjarigs	=	honderddrieënzestigjarig
honderddrieënzestigje	=	honderddrieënzestig
honderddrieënzestigjes	=	honderddrieënzestig
honderddrieënzestigs	=	honderddrieënzestig
honderddrieënzeventig	num	"173", het getal tussen honderdtweeënzeventig en honderdvierenzeventig, honderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 173 is aangeduid
honderddrieënzeventigjarig	adj	173 jaren durend
honderddrieënzeventigjarige	noun	levend wezen dat 173 jaar oud is of iets dat 173 jaar bestaat
honderddrieënzeventigjarigen	=	honderddrieënzeventigjarige
honderddrieënzeventigjarigs	=	honderddrieënzeventigjarig
honderddrieënzeventigje	=	honderddrieënzeventig
honderddrieënzeventigjes	=	honderddrieënzeventig
honderddrieënzeventigs	=	honderddrieënzeventig
honderdduizend	num	het getal 100.000 = 10 ⁵, een tiende deel van een miljoen
honderdduizenden	num	een niet nader bepaald getal in de orde van 200.000 tot 1.000.000
honderdduizendhoek	noun	meetkundige figuur met honderdduizend hoeken, meer in het bijzonder zo'n figuur waarin alle hoeken en zijden dezelfde grootte hebben
honderdduizendje	=	honderdduizend
honderdduizendjes	=	honderdduizend
honderdduizendste	adj	laatste van een reeks van honderdduizend
honderdduizendsten	=	honderdduizendste
honderdeen	num	"101", het getal tussen honderd en honderdtwee, honderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 101 is aangeduid
honderdeenendertig	num	"131", het getal tussen honderddertig en honderdtweeëndertig, honderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 131 is aangeduid
honderdeenendertigjarig	adj	131 jaren durend
honderdeenendertigjarige	noun	levend wezen dat 131 jaar oud is of iets dat 131 jaar bestaat
honderdeenendertigjarigen	=	honderdeenendertigjarige
honderdeenendertigjarigs	=	honderdeenendertigjarig
honderdeenendertigje	=	honderdeenendertig
honderdeenendertigjes	=	honderdeenendertig
honderdeenendertigs	=	honderdeenendertig
honderdeenennegentig	num	"191", het getal tussen honderdnegentig en honderdtweeënnegentig, honderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 191 is aangeduid
honderdeenennegentigjarig	adj	191 jaren durend
honderdeenennegentigjarige	noun	levend wezen dat 191 jaar oud is of iets dat 191 jaar bestaat
honderdeenennegentigjarigen	=	honderdeenennegentigjarige
honderdeenennegentigjarigs	=	honderdeenennegentigjarig
honderdeenennegentigje	=	honderdeenennegentig
honderdeenennegentigjes	=	honderdeenennegentig
honderdeenennegentigs	=	honderdeenennegentig
honderdeenentachtig	num	"181", het getal tussen honderdtachtig en honderdtweeëntachtig, honderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 181 is aangeduid
honderdeenentachtigjarig	adj	181 jaren durend
honderdeenentachtigjarige	noun	levend wezen dat 181 jaar oud is of iets dat 181 jaar bestaat
honderdeenentachtigjarigen	=	honderdeenentachtigjarige
honderdeenentachtigjarigs	=	honderdeenentachtigjarig
honderdeenentachtigje	=	honderdeenentachtig
honderdeenentachtigjes	=	honderdeenentachtig
honderdeenentachtigs	=	honderdeenentachtig
honderdeenentwintig	num	"121", het getal tussen honderdtwintig en honderdtweeëntwintig, honderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 121 is aangeduid
honderdeenentwintigjarig	adj	121 jaren durend
honderdeenentwintigjarige	noun	levend wezen dat 121 jaar oud is of iets dat 121 jaar bestaat
honderdeenentwintigjarigen	=	honderdeenentwintigjarige
honderdeenentwintigjarigs	=	honderdeenentwintigjarig
honderdeenentwintigje	=	honderdeenentwintig
honderdeenentwintigjes	=	honderdeenentwintig
honderdeenentwintigs	=	honderdeenentwintig
honderdeenenveertig	num	"141", het getal tussen honderdveertig en honderdtweeënveertig, honderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 141 is aangeduid
honderdeenenveertigjarig	adj	141 jaren durend
honderdeenenveertigjarige	noun	levend wezen dat 141 jaar oud is of iets dat 141 jaar bestaat
honderdeenenveertigjarigen	=	honderdeenenveertigjarige
honderdeenenveertigjarigs	=	honderdeenenveertigjarig
honderdeenenveertigje	=	honderdeenenveertig
honderdeenenveertigjes	=	honderdeenenveertig
honderdeenenveertigs	=	honderdeenenveertig
honderdeenenvijftig	num	"151", het getal tussen honderdvijftig en honderdtweeënvijftig, honderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 151 is aangeduid
honderdeenenvijftigjarig	adj	151 jaren durend
honderdeenenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 151 jaar oud is of iets dat 151 jaar bestaat
honderdeenenvijftigjarigen	=	honderdeenenvijftigjarige
honderdeenenvijftigjarigs	=	honderdeenenvijftigjarig
honderdeenenvijftigje	=	honderdeenenvijftig
honderdeenenvijftigjes	=	honderdeenenvijftig
honderdeenenvijftigs	=	honderdeenenvijftig
honderdeenenzestig	num	"161", het getal tussen honderdzestig en honderdtweeënzestig, honderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 161 is aangeduid
honderdeenenzestigjarig	adj	161 jaren durend
honderdeenenzestigjarige	noun	levend wezen dat 161 jaar oud is of iets dat 161 jaar bestaat
honderdeenenzestigjarigen	=	honderdeenenzestigjarige
honderdeenenzestigjarigs	=	honderdeenenzestigjarig
honderdeenenzestigje	=	honderdeenenzestig
honderdeenenzestigjes	=	honderdeenenzestig
honderdeenenzestigs	=	honderdeenenzestig
honderdeenenzeventig	num	"171", het getal tussen honderdzeventig en honderdtweeënzeventig, honderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 171 is aangeduid
honderdeenenzeventigjarig	adj	171 jaren durend
honderdeenenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 171 jaar oud is of iets dat 171 jaar bestaat
honderdeenenzeventigjarigen	=	honderdeenenzeventigjarige
honderdeenenzeventigjarigs	=	honderdeenenzeventigjarig
honderdeenenzeventigje	=	honderdeenenzeventig
honderdeenenzeventigjes	=	honderdeenenzeventig
honderdeenenzeventigs	=	honderdeenenzeventig
honderdeenjarig	adj	101 jaren durend
honderdeenjarige	noun	levend wezen dat 101 jaar oud is of iets dat 101 jaar bestaat
honderdeenjarigen	=	honderdeenjarige
honderdeenjarigs	=	honderdeenjarig
honderdeens	=	honderdeen
honderdeentje	=	honderdeen
honderdeentjes	=	honderdeen
honderdeerste	adj	nummer honderdeen in een rij.
honderdelf	num	"111", het getal tussen honderdtien en honderdtwaalf, honderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 111 is aangeduid
honderdelfjarig	adj	111 jaren durend
honderdelfjarige	noun	levend wezen dat 111 jaar oud is of iets dat 111 jaar bestaat
honderdelfjarigen	=	honderdelfjarige
honderdelfjarigs	=	honderdelfjarig
honderdelfje	=	honderdelf
honderdelfjes	=	honderdelf
honderdelfs	=	honderdelf
honderden	noun	aantal dat geschat wordt tussen 200 en 1000 te liggen
honderdenacht	num	"108", langere vorm van honderdacht, honderd plus acht
honderdenachtendertig	num	"138", langere vorm van honderdachtendertig, honderd plus achtendertig
honderdenachtennegentig	num	"198", langere vorm van honderdachtennegentig, honderd plus achtennegentig
honderdenachtentachtig	num	"188", langere vorm van honderdachtentachtig, honderd plus achtentachtig
honderdenachtentwintig	num	"128", langere vorm van honderdachtentwintig, honderd plus achtentwintig
honderdenachtenveertig	num	"148", langere vorm van honderdachtenveertig, honderd plus achtenveertig
honderdenachtenvijftig	num	"158", langere vorm van honderdachtenvijftig, honderd plus achtenvijftig
honderdenachtenzestig	num	"168", langere vorm van honderdachtenzestig, honderd plus achtenzestig
honderdenachtenzeventig	num	"178", langere vorm van honderdachtenzeventig, honderd plus achtenzeventig
honderdenachttien	num	"118", langere vorm van honderdachttien, honderd plus achttien
honderdendertien	num	"113", langere vorm van honderddertien, honderd plus dertien
honderdendertig	num	"130", langere vorm van honderddertig, honderd plus dertig
honderdendrie	num	"103", langere vorm van honderddrie, honderd plus drie
honderdendrieëndertig	num	"133", langere vorm van honderddrieëndertig, honderd plus drieëndertig
honderdendrieënnegentig	num	"193", langere vorm van honderddrieënnegentig, honderd plus drieënnegentig
honderdendrieëntachtig	num	"183", langere vorm van honderddrieëntachtig, honderd plus drieëntachtig
honderdendrieëntwintig	num	"123", langere vorm van honderddrieëntwintig, honderd plus drieëntwintig
honderdendrieënveertig	num	"143", langere vorm van honderddrieënveertig, honderd plus drieënveertig
honderdendrieënvijftig	num	"153", langere vorm van honderddrieënvijftig, honderd plus drieënvijftig
honderdendrieënzestig	num	"163", langere vorm van honderddrieënzestig, honderd plus drieënzestig
honderdendrieënzeventig	num	"173", langere vorm van honderddrieënzeventig, honderd plus drieënzeventig
honderdeneen	num	"101", langere vorm van honderdeen, honderd plus een
honderdeneenendertig	num	"131", langere vorm van honderdeenendertig, honderd plus eenendertig
honderdeneenennegentig	num	"191", langere vorm van honderdeenennegentig, honderd plus eenennegentig
honderdeneenentachtig	num	"181", langere vorm van honderdeenentachtig, honderd plus eenentachtig
honderdeneenentwintig	num	"121", langere vorm van honderdeenentwintig, honderd plus eenentwintig
honderdeneenenveertig	num	"141", langere vorm van honderdeenenveertig, honderd plus eenenveertig
honderdeneenenvijftig	num	"151", langere vorm van honderdeenenvijftig, honderd plus eenenvijftig
honderdeneenenzestig	num	"161", langere vorm van honderdeenenzestig, honderd plus eenenzestig
honderdeneenenzeventig	num	"171", langere vorm van honderdeenenzeventig, honderd plus eenenzeventig
honderdeneerste	adj	nummer honderdeen in een rij.
honderdenelf	num	"111", langere vorm van honderdelf, honderd plus elf
honderdennegen	num	"109", langere vorm van honderdnegen, honderd plus negen
honderdennegenendertig	num	"139", langere vorm van honderdnegenendertig, honderd plus negenendertig
honderdennegenennegentig	num	"199", langere vorm van honderdnegenennegentig, honderd plus negenennegentig
honderdennegenentachtig	num	"189", langere vorm van honderdnegenentachtig, honderd plus negenentachtig
honderdennegenentwintig	num	"129", langere vorm van honderdnegenentwintig, honderd plus negenentwintig
honderdennegenenveertig	num	"149", langere vorm van honderdnegenenveertig, honderd plus negenenveertig
honderdennegenenvijftig	num	"159", langere vorm van honderdnegenenvijftig, honderd plus negenenvijftig
honderdennegenenzestig	num	"169", langere vorm van honderdnegenenzestig, honderd plus negenenzestig
honderdennegenenzeventig	num	"179", langere vorm van honderdnegenenzeventig, honderd plus negenenzeventig
honderdennegentien	num	"119", langere vorm van honderdnegentien, honderd plus negentien
honderdennegentig	num	"190", langere vorm van honderdnegentig, honderd plus negentig
honderdentachtig	num	"180", langere vorm van honderdtachtig, honderd plus tachtig
honderdentien	num	"110", langere vorm van honderdtien, honderd plus tien
honderdentwaalf	num	"112", langere vorm van honderdtwaalf, honderd plus twaalf
honderdentwee	num	"102", langere vorm van honderdtwee, honderd plus twee
honderdentweede	adj	nummer honderdtwee in een rij.
honderdentweeëndertig	num	"132", langere vorm van honderdtweeëndertig, honderd plus tweeëndertig
honderdentweeënnegentig	num	"192", langere vorm van honderdtweeënnegentig, honderd plus tweeënnegentig
honderdentweeëntachtig	num	"182", langere vorm van honderdtweeëntachtig, honderd plus tweeëntachtig
honderdentweeëntwintig	num	"122", langere vorm van honderdtweeëntwintig, honderd plus tweeëntwintig
honderdentweeënveertig	num	"142", langere vorm van honderdtweeënveertig, honderd plus tweeënveertig
honderdentweeënvijftig	num	"152", langere vorm van honderdtweeënvijftig, honderd plus tweeënvijftig
honderdentweeënzestig	num	"162", langere vorm van honderdtweeënzestig, honderd plus tweeënzestig
honderdentweeënzeventig	num	"172", langere vorm van honderdtweeënzeventig, honderd plus tweeënzeventig
honderdentwintig	num	"120", langere vorm van honderdtwintig, honderd plus twintig
honderdenveertien	num	"114", langere vorm van honderdveertien, honderd plus veertien
honderdenveertig	num	"140", langere vorm van honderdveertig, honderd plus veertig
honderdenvier	num	"104", langere vorm van honderdvier, honderd plus vier
honderdenvierendertig	num	"134", langere vorm van honderdvierendertig, honderd plus vierendertig
honderdenvierennegentig	num	"194", langere vorm van honderdvierennegentig, honderd plus vierennegentig
honderdenvierentachtig	num	"184", langere vorm van honderdvierentachtig, honderd plus vierentachtig
honderdenvierentwintig	num	"124", langere vorm van honderdvierentwintig, honderd plus vierentwintig
honderdenvierenveertig	num	"144", langere vorm van honderdvierenveertig, honderd plus vierenveertig
honderdenvierenvijftig	num	"154", langere vorm van honderdvierenvijftig, honderd plus vierenvijftig
honderdenvierenzestig	num	"164", langere vorm van honderdvierenzestig, honderd plus vierenzestig
honderdenvierenzeventig	num	"174", langere vorm van honderdvierenzeventig, honderd plus vierenzeventig
honderdenvijf	num	"105", langere vorm van honderdvijf, honderd plus vijf
honderdenvijfendertig	num	"135", langere vorm van honderdvijfendertig, honderd plus vijfendertig
honderdenvijfennegentig	num	"195", langere vorm van honderdvijfennegentig, honderd plus vijfennegentig
honderdenvijfentachtig	num	"185", langere vorm van honderdvijfentachtig, honderd plus vijfentachtig
honderdenvijfentwintig	num	"125", langere vorm van honderdvijfentwintig, honderd plus vijfentwintig
honderdenvijfenveertig	num	"145", langere vorm van honderdvijfenveertig, honderd plus vijfenveertig
honderdenvijfenvijftig	num	"155", langere vorm van honderdvijfenvijftig, honderd plus vijfenvijftig
honderdenvijfenzestig	num	"165", langere vorm van honderdvijfenzestig, honderd plus vijfenzestig
honderdenvijfenzeventig	num	"175", langere vorm van honderdvijfenzeventig, honderd plus vijfenzeventig
honderdenvijftien	num	"115", langere vorm van honderdvijftien, honderd plus vijftien
honderdenvijftig	num	"150", langere vorm van honderdvijftig, honderd plus vijftig
honderdenzes	num	"106", langere vorm van honderdzes, honderd plus zes
honderdenzesendertig	num	"136", langere vorm van honderdzesendertig, honderd plus zesendertig
honderdenzesennegentig	num	"196", langere vorm van honderdzesennegentig, honderd plus zesennegentig
honderdenzesentachtig	num	"186", langere vorm van honderdzesentachtig, honderd plus zesentachtig
honderdenzesentwintig	num	"126", langere vorm van honderdzesentwintig, honderd plus zesentwintig
honderdenzesenveertig	num	"146", langere vorm van honderdzesenveertig, honderd plus zesenveertig
honderdenzesenvijftig	num	"156", langere vorm van honderdzesenvijftig, honderd plus zesenvijftig
honderdenzesenzestig	num	"166", langere vorm van honderdzesenzestig, honderd plus zesenzestig
honderdenzesenzeventig	num	"176", langere vorm van honderdzesenzeventig, honderd plus zesenzeventig
honderdenzestien	num	"116", langere vorm van honderdzestien, honderd plus zestien
honderdenzestig	num	"160", langere vorm van honderdzestig, honderd plus zestig
honderdenzeven	num	"107", langere vorm van honderdzeven, honderd plus zeven
honderdenzevenendertig	num	"137", langere vorm van honderdzevenendertig, honderd plus zevenendertig
honderdenzevenennegentig	num	"197", langere vorm van honderdzevenennegentig, honderd plus zevenennegentig
honderdenzevenentachtig	num	"187", langere vorm van honderdzevenentachtig, honderd plus zevenentachtig
honderdenzevenentwintig	num	"127", langere vorm van honderdzevenentwintig, honderd plus zevenentwintig
honderdenzevenenveertig	num	"147", langere vorm van honderdzevenenveertig, honderd plus zevenenveertig
honderdenzevenenvijftig	num	"157", langere vorm van honderdzevenenvijftig, honderd plus zevenenvijftig
honderdenzevenenzestig	num	"167", langere vorm van honderdzevenenzestig, honderd plus zevenenzestig
honderdenzevenenzeventig	num	"177", langere vorm van honderdzevenenzeventig, honderd plus zevenenzeventig
honderdenzeventien	num	"117", langere vorm van honderdzeventien, honderd plus zeventien
honderdenzeventig	num	"170", langere vorm van honderdzeventig, honderd plus zeventig
honderdeurobiljet	noun	een bankbiljet ter waarde van 100 euro
honderdeurobiljetje	=	honderdeurobiljet
honderdeurobiljetjes	=	honderdeurobiljet
honderdeurobiljetten	=	honderdeurobiljet
honderdhoek	noun	meetkundige figuur met honderd zijden en hoeken
honderdhoeken	=	honderdhoek
honderdjarig	adj	een eeuw oud
honderdjarige	noun	levend wezen dat 100 jaar oud is of iets dat 100 jaar bestaat
honderdjarigen	=	honderdjarige
honderdjarigs	=	honderdjarig
honderdje	noun	bankbiljet met de waarde van 100 eenheden in een bepaalde valuta, meestal: 100 euro, vroeger ook 100 gulden of 100 frank
honderdjes	=	honderd
honderdmaal	adv	honderd malen
honderdman	noun	iemand die leiding geeft aan 100 soldaten
honderdmannen	=	honderdman
honderdmannetje	=	honderdman
honderdnegen	num	"109", het getal tussen honderdacht en honderdtien, honderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 109 is aangeduid
honderdnegenendertig	num	"139", het getal tussen honderdachtendertig en honderdveertig, honderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 139 is aangeduid
honderdnegenendertigjarig	adj	139 jaren durend
honderdnegenendertigjarige	noun	levend wezen dat 139 jaar oud is of iets dat 139 jaar bestaat
honderdnegenendertigjarigen	=	honderdnegenendertigjarige
honderdnegenendertigjarigs	=	honderdnegenendertigjarig
honderdnegenendertigje	=	honderdnegenendertig
honderdnegenendertigjes	=	honderdnegenendertig
honderdnegenendertigs	=	honderdnegenendertig
honderdnegenennegentig	num	"199", het getal tussen honderdachtennegentig en tweehonderd, honderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 199 is aangeduid
honderdnegenennegentigjarig	adj	199 jaren durend
honderdnegenennegentigjarige	noun	levend wezen dat 199 jaar oud is of iets dat 199 jaar bestaat
honderdnegenennegentigjarigen	=	honderdnegenennegentigjarige
honderdnegenennegentigjarigs	=	honderdnegenennegentigjarig
honderdnegenennegentigje	=	honderdnegenennegentig
honderdnegenennegentigjes	=	honderdnegenennegentig
honderdnegenennegentigs	=	honderdnegenennegentig
honderdnegenentachtig	num	"189", het getal tussen honderdachtentachtig en honderdnegentig, honderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 189 is aangeduid
honderdnegenentachtigjarig	adj	189 jaren durend
honderdnegenentachtigjarige	noun	levend wezen dat 189 jaar oud is of iets dat 189 jaar bestaat
honderdnegenentachtigjarigen	=	honderdnegenentachtigjarige
honderdnegenentachtigjarigs	=	honderdnegenentachtigjarig
honderdnegenentachtigje	=	honderdnegenentachtig
honderdnegenentachtigjes	=	honderdnegenentachtig
honderdnegenentachtigs	=	honderdnegenentachtig
honderdnegenentwintig	num	"129", het getal tussen honderdachtentwintig en honderddertig, honderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 129 is aangeduid
honderdnegenentwintigjarig	adj	129 jaren durend
honderdnegenentwintigjarige	noun	levend wezen dat 129 jaar oud is of iets dat 129 jaar bestaat
honderdnegenentwintigjarigen	=	honderdnegenentwintigjarige
honderdnegenentwintigjarigs	=	honderdnegenentwintigjarig
honderdnegenentwintigje	=	honderdnegenentwintig
honderdnegenentwintigjes	=	honderdnegenentwintig
honderdnegenentwintigs	=	honderdnegenentwintig
honderdnegenenveertig	num	"149", het getal tussen honderdachtenveertig en honderdvijftig, honderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 149 is aangeduid
honderdnegenenveertigjarig	adj	149 jaren durend
honderdnegenenveertigjarige	noun	levend wezen dat 149 jaar oud is of iets dat 149 jaar bestaat
honderdnegenenveertigjarigen	=	honderdnegenenveertigjarige
honderdnegenenveertigjarigs	=	honderdnegenenveertigjarig
honderdnegenenveertigje	=	honderdnegenenveertig
honderdnegenenveertigjes	=	honderdnegenenveertig
honderdnegenenveertigs	=	honderdnegenenveertig
honderdnegenenvijftig	num	"159", het getal tussen honderdachtenvijftig en honderdzestig, honderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 159 is aangeduid
honderdnegenenvijftigjarig	adj	159 jaren durend
honderdnegenenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 159 jaar oud is of iets dat 159 jaar bestaat
honderdnegenenvijftigjarigen	=	honderdnegenenvijftigjarige
honderdnegenenvijftigjarigs	=	honderdnegenenvijftigjarig
honderdnegenenvijftigje	=	honderdnegenenvijftig
honderdnegenenvijftigjes	=	honderdnegenenvijftig
honderdnegenenvijftigs	=	honderdnegenenvijftig
honderdnegenenzestig	num	"169", het getal tussen honderdachtenzestig en honderdzeventig, honderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 169 is aangeduid
honderdnegenenzestigjarig	adj	169 jaren durend
honderdnegenenzestigjarige	noun	levend wezen dat 169 jaar oud is of iets dat 169 jaar bestaat
honderdnegenenzestigjarigen	=	honderdnegenenzestigjarige
honderdnegenenzestigjarigs	=	honderdnegenenzestigjarig
honderdnegenenzestigje	=	honderdnegenenzestig
honderdnegenenzestigjes	=	honderdnegenenzestig
honderdnegenenzestigs	=	honderdnegenenzestig
honderdnegenenzeventig	num	"179", het getal tussen honderdachtenzeventig en honderdtachtig, honderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 179 is aangeduid
honderdnegenenzeventigjarig	adj	179 jaren durend
honderdnegenenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 179 jaar oud is of iets dat 179 jaar bestaat
honderdnegenenzeventigjarigen	=	honderdnegenenzeventigjarige
honderdnegenenzeventigjarigs	=	honderdnegenenzeventigjarig
honderdnegenenzeventigje	=	honderdnegenenzeventig
honderdnegenenzeventigjes	=	honderdnegenenzeventig
honderdnegenenzeventigs	=	honderdnegenenzeventig
honderdnegenjarig	adj	109 jaren durend
honderdnegenjarige	noun	levend wezen dat 109 jaar oud is of iets dat 109 jaar bestaat
honderdnegenjarigen	=	honderdnegenjarige
honderdnegenjarigs	=	honderdnegenjarig
honderdnegens	=	honderdnegen
honderdnegentien	num	"119", het getal tussen honderdachttien en honderdtwintig, honderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 119 is aangeduid
honderdnegentienjarig	adj	119 jaren durend
honderdnegentienjarige	noun	levend wezen dat 119 jaar oud is of iets dat 119 jaar bestaat
honderdnegentienjarigen	=	honderdnegentienjarige
honderdnegentienjarigs	=	honderdnegentienjarig
honderdnegentiens	=	honderdnegentien
honderdnegentientje	=	honderdnegentien
honderdnegentientjes	=	honderdnegentien
honderdnegentig	num	"190", het getal tussen honderdnegenentachtig en honderdeenennegentig, honderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 190 is aangeduid
honderdnegentigjarig	adj	190 jaren durend
honderdnegentigjarige	noun	levend wezen dat 190 jaar oud is of iets dat 190 jaar bestaat
honderdnegentigjarigen	=	honderdnegentigjarige
honderdnegentigjarigs	=	honderdnegentigjarig
honderdnegentigje	=	honderdnegentig
honderdnegentigjes	=	honderdnegentig
honderdnegentigs	=	honderdnegentig
honderdnegentje	=	honderdnegen
honderdnegentjes	=	honderdnegen
honderdplusser	noun	iemand van honderd jaar of ouder
honderdplussers	=	honderdplusser
honderdplussertje	=	honderdplusser
honderdplussertjes	=	honderdplusser
honderdste	adj	nummer honderd in een rij
honderdsten	=	honderdste
honderdtachtig	num	"180", het getal tussen honderdnegenenzeventig en honderdeenentachtig, honderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 180 is aangeduid
honderdtachtigduizend	num	180.000
honderdtachtigjarig	adj	180 jaren durend
honderdtachtigjarige	noun	levend wezen dat 180 jaar oud is of iets dat 180 jaar bestaat
honderdtachtigjarigen	=	honderdtachtigjarige
honderdtachtigjarigs	=	honderdtachtigjarig
honderdtachtigje	=	honderdtachtig
honderdtachtigjes	=	honderdtachtig
honderdtachtigs	=	honderdtachtig
honderdtal	noun	aantal van honderd
honderdtallen	=	honderdtal
honderdtalletje	=	honderdtal
honderdtalletjes	=	honderdtal
honderdtien	num	"110", het getal tussen honderdnegen en honderdelf, honderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 110 is aangeduid
honderdtienjarig	adj	110 jaren durend
honderdtienjarige	noun	levend wezen dat 110 jaar oud is of iets dat 110 jaar bestaat
honderdtienjarigen	=	honderdtienjarige
honderdtienjarigs	=	honderdtienjarig
honderdtiens	=	honderdtien
honderdtientje	=	honderdtien
honderdtientjes	=	honderdtien
honderdtwaalf	num	"112", het getal tussen honderdelf en honderddertien, honderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 112 is aangeduid
honderdtwaalfjarig	adj	112 jaren durend
honderdtwaalfjarige	noun	levend wezen dat 112 jaar oud is of iets dat 112 jaar bestaat
honderdtwaalfjarigen	=	honderdtwaalfjarige
honderdtwaalfjarigs	=	honderdtwaalfjarig
honderdtwaalfje	=	honderdtwaalf
honderdtwaalfjes	=	honderdtwaalf
honderdtwaalfs	=	honderdtwaalf
honderdtwee	num	"102", het getal tussen honderdeen en honderddrie, honderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 102 is aangeduid
honderdtweede	adj	nummer honderdtwee in een rij.
honderdtweejarig	adj	102 jaren durend
honderdtweejarige	noun	levend wezen dat 102 jaar oud is of iets dat 102 jaar bestaat
honderdtweejarigen	=	honderdtweejarige
honderdtweejarigs	=	honderdtweejarig
honderdtwees	=	honderdtwee
honderdtweetje	=	honderdtwee
honderdtweetjes	=	honderdtwee
honderdtweeëndertig	num	"132", het getal tussen honderdeenendertig en honderddrieëndertig, honderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 132 is aangeduid
honderdtweeëndertigjarig	adj	132 jaren durend
honderdtweeëndertigjarige	noun	levend wezen dat 132 jaar oud is of iets dat 132 jaar bestaat
honderdtweeëndertigjarigen	=	honderdtweeëndertigjarige
honderdtweeëndertigjarigs	=	honderdtweeëndertigjarig
honderdtweeëndertigje	=	honderdtweeëndertig
honderdtweeëndertigjes	=	honderdtweeëndertig
honderdtweeëndertigs	=	honderdtweeëndertig
honderdtweeënnegentig	num	"192", het getal tussen honderdeenennegentig en honderddrieënnegentig, honderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 192 is aangeduid
honderdtweeënnegentigjarig	adj	192 jaren durend
honderdtweeënnegentigjarige	noun	levend wezen dat 192 jaar oud is of iets dat 192 jaar bestaat
honderdtweeënnegentigjarigen	=	honderdtweeënnegentigjarige
honderdtweeënnegentigjarigs	=	honderdtweeënnegentigjarig
honderdtweeënnegentigje	=	honderdtweeënnegentig
honderdtweeënnegentigjes	=	honderdtweeënnegentig
honderdtweeënnegentigs	=	honderdtweeënnegentig
honderdtweeëntachtig	num	"182", het getal tussen honderdeenentachtig en honderddrieëntachtig, honderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 182 is aangeduid
honderdtweeëntachtigjarig	adj	182 jaren durend
honderdtweeëntachtigjarige	noun	levend wezen dat 182 jaar oud is of iets dat 182 jaar bestaat
honderdtweeëntachtigjarigen	=	honderdtweeëntachtigjarige
honderdtweeëntachtigjarigs	=	honderdtweeëntachtigjarig
honderdtweeëntachtigje	=	honderdtweeëntachtig
honderdtweeëntachtigjes	=	honderdtweeëntachtig
honderdtweeëntachtigs	=	honderdtweeëntachtig
honderdtweeëntwintig	num	"122", het getal tussen honderdeenentwintig en honderddrieëntwintig, honderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 122 is aangeduid
honderdtweeëntwintigjarig	adj	122 jaren durend
honderdtweeëntwintigjarige	noun	levend wezen dat 122 jaar oud is of iets dat 122 jaar bestaat
honderdtweeëntwintigjarigen	=	honderdtweeëntwintigjarige
honderdtweeëntwintigjarigs	=	honderdtweeëntwintigjarig
honderdtweeëntwintigje	=	honderdtweeëntwintig
honderdtweeëntwintigjes	=	honderdtweeëntwintig
honderdtweeëntwintigs	=	honderdtweeëntwintig
honderdtweeënveertig	num	"142", het getal tussen honderdeenenveertig en honderddrieënveertig, honderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 142 is aangeduid
honderdtweeënveertigjarig	adj	142 jaren durend
honderdtweeënveertigjarige	noun	levend wezen dat 142 jaar oud is of iets dat 142 jaar bestaat
honderdtweeënveertigjarigen	=	honderdtweeënveertigjarige
honderdtweeënveertigjarigs	=	honderdtweeënveertigjarig
honderdtweeënveertigje	=	honderdtweeënveertig
honderdtweeënveertigjes	=	honderdtweeënveertig
honderdtweeënveertigs	=	honderdtweeënveertig
honderdtweeënvijftig	num	"152", het getal tussen honderdeenenvijftig en honderddrieënvijftig, honderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 152 is aangeduid
honderdtweeënvijftigjarig	adj	152 jaren durend
honderdtweeënvijftigjarige	noun	levend wezen dat 152 jaar oud is of iets dat 152 jaar bestaat
honderdtweeënvijftigjarigen	=	honderdtweeënvijftigjarige
honderdtweeënvijftigjarigs	=	honderdtweeënvijftigjarig
honderdtweeënvijftigje	=	honderdtweeënvijftig
honderdtweeënvijftigjes	=	honderdtweeënvijftig
honderdtweeënvijftigs	=	honderdtweeënvijftig
honderdtweeënzestig	num	"162", het getal tussen honderdeenenzestig en honderddrieënzestig, honderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 162 is aangeduid
honderdtweeënzestigjarig	adj	162 jaren durend
honderdtweeënzestigjarige	noun	levend wezen dat 162 jaar oud is of iets dat 162 jaar bestaat
honderdtweeënzestigjarigen	=	honderdtweeënzestigjarige
honderdtweeënzestigjarigs	=	honderdtweeënzestigjarig
honderdtweeënzestigje	=	honderdtweeënzestig
honderdtweeënzestigjes	=	honderdtweeënzestig
honderdtweeënzestigs	=	honderdtweeënzestig
honderdtweeënzeventig	num	"172", het getal tussen honderdeenenzeventig en honderddrieënzeventig, honderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 172 is aangeduid
honderdtweeënzeventigjarig	adj	172 jaren durend
honderdtweeënzeventigjarige	noun	levend wezen dat 172 jaar oud is of iets dat 172 jaar bestaat
honderdtweeënzeventigjarigen	=	honderdtweeënzeventigjarige
honderdtweeënzeventigjarigs	=	honderdtweeënzeventigjarig
honderdtweeënzeventigje	=	honderdtweeënzeventig
honderdtweeënzeventigjes	=	honderdtweeënzeventig
honderdtweeënzeventigs	=	honderdtweeënzeventig
honderdtwintig	num	"120", het getal tussen honderdnegentien en honderdeenentwintig, honderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 120 is aangeduid
honderdtwintigduizend	num	120.000
honderdtwintigjarig	adj	120 jaren durend
honderdtwintigjarige	noun	levend wezen dat 120 jaar oud is of iets dat 120 jaar bestaat
honderdtwintigjarigen	=	honderdtwintigjarige
honderdtwintigjarigs	=	honderdtwintigjarig
honderdtwintigje	=	honderdtwintig
honderdtwintigjes	=	honderdtwintig
honderdtwintigs	=	honderdtwintig
honderduit	adv	veel, in grote mate
honderdveertien	num	"114", het getal tussen honderddertien en honderdvijftien, honderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 114 is aangeduid
honderdveertienjarig	adj	114 jaren durend
honderdveertienjarige	noun	levend wezen dat 114 jaar oud is of iets dat 114 jaar bestaat
honderdveertienjarigen	=	honderdveertienjarige
honderdveertienjarigs	=	honderdveertienjarig
honderdveertiens	=	honderdveertien
honderdveertientje	=	honderdveertien
honderdveertientjes	=	honderdveertien
honderdveertig	num	"140", het getal tussen honderdnegenendertig en honderdeenenveertig, honderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 140 is aangeduid
honderdveertigjarig	adj	140 jaren durend
honderdveertigjarige	noun	levend wezen dat 140 jaar oud is of iets dat 140 jaar bestaat
honderdveertigjarigen	=	honderdveertigjarige
honderdveertigjarigs	=	honderdveertigjarig
honderdveertigje	=	honderdveertig
honderdveertigjes	=	honderdveertig
honderdveertigs	=	honderdveertig
honderdveld	noun	leermiddel dat gebruikt kan worden tijdens de rekenlessen in de middenbouw van de basisschool
honderdvelden	=	honderdveld
honderdveldje	=	honderdveld
honderdveldjes	=	honderdveld
honderdvier	num	"104", het getal tussen honderddrie en honderdvijf, honderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 104 is aangeduid
honderdvierendertig	num	"134", het getal tussen honderddrieëndertig en honderdvijfendertig, honderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 134 is aangeduid
honderdvierendertigjarig	adj	134 jaren durend
honderdvierendertigjarige	noun	levend wezen dat 134 jaar oud is of iets dat 134 jaar bestaat
honderdvierendertigjarigen	=	honderdvierendertigjarige
honderdvierendertigjarigs	=	honderdvierendertigjarig
honderdvierendertigje	=	honderdvierendertig
honderdvierendertigjes	=	honderdvierendertig
honderdvierendertigs	=	honderdvierendertig
honderdvierennegentig	num	"194", het getal tussen honderddrieënnegentig en honderdvijfennegentig, honderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 194 is aangeduid
honderdvierennegentigjarig	adj	194 jaren durend
honderdvierennegentigjarige	noun	levend wezen dat 194 jaar oud is of iets dat 194 jaar bestaat
honderdvierennegentigjarigen	=	honderdvierennegentigjarige
honderdvierennegentigjarigs	=	honderdvierennegentigjarig
honderdvierennegentigje	=	honderdvierennegentig
honderdvierennegentigjes	=	honderdvierennegentig
honderdvierennegentigs	=	honderdvierennegentig
honderdvierentachtig	num	"184", het getal tussen honderddrieëntachtig en honderdvijfentachtig, honderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 184 is aangeduid
honderdvierentachtigjarig	adj	184 jaren durend
honderdvierentachtigjarige	noun	levend wezen dat 184 jaar oud is of iets dat 184 jaar bestaat
honderdvierentachtigjarigen	=	honderdvierentachtigjarige
honderdvierentachtigjarigs	=	honderdvierentachtigjarig
honderdvierentachtigje	=	honderdvierentachtig
honderdvierentachtigjes	=	honderdvierentachtig
honderdvierentachtigs	=	honderdvierentachtig
honderdvierentwintig	num	"124", het getal tussen honderddrieëntwintig en honderdvijfentwintig, honderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 124 is aangeduid
honderdvierentwintigjarig	adj	124 jaren durend
honderdvierentwintigjarige	noun	levend wezen dat 124 jaar oud is of iets dat 124 jaar bestaat
honderdvierentwintigjarigen	=	honderdvierentwintigjarige
honderdvierentwintigjarigs	=	honderdvierentwintigjarig
honderdvierentwintigje	=	honderdvierentwintig
honderdvierentwintigjes	=	honderdvierentwintig
honderdvierentwintigs	=	honderdvierentwintig
honderdvierenveertig	num	"144", het getal tussen honderddrieënveertig en honderdvijfenveertig, honderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 144 is aangeduid
honderdvierenveertigjarig	adj	144 jaren durend
honderdvierenveertigjarige	noun	levend wezen dat 144 jaar oud is of iets dat 144 jaar bestaat
honderdvierenveertigjarigen	=	honderdvierenveertigjarige
honderdvierenveertigjarigs	=	honderdvierenveertigjarig
honderdvierenveertigje	=	honderdvierenveertig
honderdvierenveertigjes	=	honderdvierenveertig
honderdvierenveertigs	=	honderdvierenveertig
honderdvierenvijftig	num	"154", het getal tussen honderddrieënvijftig en honderdvijfenvijftig, honderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 154 is aangeduid
honderdvierenvijftigjarig	adj	154 jaren durend
honderdvierenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 154 jaar oud is of iets dat 154 jaar bestaat
honderdvierenvijftigjarigen	=	honderdvierenvijftigjarige
honderdvierenvijftigjarigs	=	honderdvierenvijftigjarig
honderdvierenvijftigje	=	honderdvierenvijftig
honderdvierenvijftigjes	=	honderdvierenvijftig
honderdvierenvijftigs	=	honderdvierenvijftig
honderdvierenzestig	num	"164", het getal tussen honderddrieënzestig en honderdvijfenzestig, honderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 164 is aangeduid
honderdvierenzestigjarig	adj	164 jaren durend
honderdvierenzestigjarige	noun	levend wezen dat 164 jaar oud is of iets dat 164 jaar bestaat
honderdvierenzestigjarigen	=	honderdvierenzestigjarige
honderdvierenzestigjarigs	=	honderdvierenzestigjarig
honderdvierenzestigje	=	honderdvierenzestig
honderdvierenzestigjes	=	honderdvierenzestig
honderdvierenzestigs	=	honderdvierenzestig
honderdvierenzeventig	num	"174", het getal tussen honderddrieënzeventig en honderdvijfenzeventig, honderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 174 is aangeduid
honderdvierenzeventigjarig	adj	174 jaren durend
honderdvierenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 174 jaar oud is of iets dat 174 jaar bestaat
honderdvierenzeventigjarigen	=	honderdvierenzeventigjarige
honderdvierenzeventigjarigs	=	honderdvierenzeventigjarig
honderdvierenzeventigje	=	honderdvierenzeventig
honderdvierenzeventigjes	=	honderdvierenzeventig
honderdvierenzeventigs	=	honderdvierenzeventig
honderdvierjarig	adj	104 jaren durend
honderdvierjarige	noun	levend wezen dat 104 jaar oud is of iets dat 104 jaar bestaat
honderdvierjarigen	=	honderdvierjarige
honderdvierjarigs	=	honderdvierjarig
honderdviers	=	honderdvier
honderdviertje	=	honderdvier
honderdviertjes	=	honderdvier
honderdvijf	num	"105", het getal tussen honderdvier en honderdzes, honderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 105 is aangeduid
honderdvijfendertig	num	"135", het getal tussen honderdvierendertig en honderdzesendertig, honderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 135 is aangeduid
honderdvijfendertigjarig	adj	135 jaren durend
honderdvijfendertigjarige	noun	levend wezen dat 135 jaar oud is of iets dat 135 jaar bestaat
honderdvijfendertigjarigen	=	honderdvijfendertigjarige
honderdvijfendertigjarigs	=	honderdvijfendertigjarig
honderdvijfendertigje	=	honderdvijfendertig
honderdvijfendertigjes	=	honderdvijfendertig
honderdvijfendertigs	=	honderdvijfendertig
honderdvijfennegentig	num	"195", het getal tussen honderdvierennegentig en honderdzesennegentig, honderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 195 is aangeduid
honderdvijfennegentigjarig	adj	195 jaren durend
honderdvijfennegentigjarige	noun	levend wezen dat 195 jaar oud is of iets dat 195 jaar bestaat
honderdvijfennegentigjarigen	=	honderdvijfennegentigjarige
honderdvijfennegentigjarigs	=	honderdvijfennegentigjarig
honderdvijfennegentigje	=	honderdvijfennegentig
honderdvijfennegentigjes	=	honderdvijfennegentig
honderdvijfennegentigs	=	honderdvijfennegentig
honderdvijfentachtig	num	"185", het getal tussen honderdvierentachtig en honderdzesentachtig, honderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 185 is aangeduid
honderdvijfentachtigjarig	adj	185 jaren durend
honderdvijfentachtigjarige	noun	levend wezen dat 185 jaar oud is of iets dat 185 jaar bestaat
honderdvijfentachtigjarigen	=	honderdvijfentachtigjarige
honderdvijfentachtigjarigs	=	honderdvijfentachtigjarig
honderdvijfentachtigje	=	honderdvijfentachtig
honderdvijfentachtigjes	=	honderdvijfentachtig
honderdvijfentachtigs	=	honderdvijfentachtig
honderdvijfentwintig	num	"125", het getal tussen honderdvierentwintig en honderdzesentwintig, honderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 125 is aangeduid
honderdvijfentwintigjarig	adj	125 jaren durend
honderdvijfentwintigjarige	noun	levend wezen dat 125 jaar oud is of iets dat 125 jaar bestaat
honderdvijfentwintigjarigen	=	honderdvijfentwintigjarige
honderdvijfentwintigjarigs	=	honderdvijfentwintigjarig
honderdvijfentwintigje	=	honderdvijfentwintig
honderdvijfentwintigjes	=	honderdvijfentwintig
honderdvijfentwintigs	=	honderdvijfentwintig
honderdvijfenveertig	num	"145", het getal tussen honderdvierenveertig en honderdzesenveertig, honderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 145 is aangeduid
honderdvijfenveertigjarig	adj	145 jaren durend
honderdvijfenveertigjarige	noun	levend wezen dat 145 jaar oud is of iets dat 145 jaar bestaat
honderdvijfenveertigjarigen	=	honderdvijfenveertigjarige
honderdvijfenveertigjarigs	=	honderdvijfenveertigjarig
honderdvijfenveertigje	=	honderdvijfenveertig
honderdvijfenveertigjes	=	honderdvijfenveertig
honderdvijfenveertigs	=	honderdvijfenveertig
honderdvijfenvijftig	num	"155", het getal tussen honderdvierenvijftig en honderdzesenvijftig, honderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 155 is aangeduid
honderdvijfenvijftigjarig	adj	155 jaren durend
honderdvijfenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 155 jaar oud is of iets dat 155 jaar bestaat
honderdvijfenvijftigjarigen	=	honderdvijfenvijftigjarige
honderdvijfenvijftigjarigs	=	honderdvijfenvijftigjarig
honderdvijfenvijftigje	=	honderdvijfenvijftig
honderdvijfenvijftigjes	=	honderdvijfenvijftig
honderdvijfenvijftigs	=	honderdvijfenvijftig
honderdvijfenzestig	num	"165", het getal tussen honderdvierenzestig en honderdzesenzestig, honderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 165 is aangeduid
honderdvijfenzestigjarig	adj	165 jaren durend
honderdvijfenzestigjarige	noun	levend wezen dat 165 jaar oud is of iets dat 165 jaar bestaat
honderdvijfenzestigjarigen	=	honderdvijfenzestigjarige
honderdvijfenzestigjarigs	=	honderdvijfenzestigjarig
honderdvijfenzestigje	=	honderdvijfenzestig
honderdvijfenzestigjes	=	honderdvijfenzestig
honderdvijfenzestigs	=	honderdvijfenzestig
honderdvijfenzeventig	num	"175", het getal tussen honderdvierenzeventig en honderdzesenzeventig, honderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 175 is aangeduid
honderdvijfenzeventigjarig	adj	175 jaren durend
honderdvijfenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 175 jaar oud is of iets dat 175 jaar bestaat
honderdvijfenzeventigjarigen	=	honderdvijfenzeventigjarige
honderdvijfenzeventigjarigs	=	honderdvijfenzeventigjarig
honderdvijfenzeventigje	=	honderdvijfenzeventig
honderdvijfenzeventigjes	=	honderdvijfenzeventig
honderdvijfenzeventigs	=	honderdvijfenzeventig
honderdvijfjarig	adj	105 jaren durend
honderdvijfjarige	noun	levend wezen dat 105 jaar oud is of iets dat 105 jaar bestaat
honderdvijfjarigen	=	honderdvijfjarige
honderdvijfjarigs	=	honderdvijfjarig
honderdvijfje	=	honderdvijf
honderdvijfjes	=	honderdvijf
honderdvijfs	=	honderdvijf
honderdvijftien	num	"115", het getal tussen honderdveertien en honderdzestien, honderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 115 is aangeduid
honderdvijftienjarig	adj	115 jaren durend
honderdvijftienjarige	noun	levend wezen dat 115 jaar oud is of iets dat 115 jaar bestaat
honderdvijftienjarigen	=	honderdvijftienjarige
honderdvijftienjarigs	=	honderdvijftienjarig
honderdvijftiens	=	honderdvijftien
honderdvijftientje	=	honderdvijftien
honderdvijftientjes	=	honderdvijftien
honderdvijftig	num	"150", het getal tussen honderdnegenenveertig en honderdeenenvijftig, honderd plus vijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 150 is aangeduid
honderdvijftigduizend	num	150.000
honderdvijftigjarig	adj	150 jaren durend
honderdvijftigjarige	noun	levend wezen dat 150 jaar oud is of iets dat 150 jaar bestaat
honderdvijftigjarigen	=	honderdvijftigjarige
honderdvijftigjarigs	=	honderdvijftigjarig
honderdvijftigje	=	honderdvijftig
honderdvijftigjes	=	honderdvijftig
honderdvijftigs	=	honderdvijftig
honderdvoud	noun	veelvoud van honderd	adj	honderdvoudig
honderdvoude	=	honderdvoud
honderdvouden	=	honderdvoud
honderdvoudig	adj	honderd malen groter, meer
honderdvoudige	=	honderdvoudig
honderdvoudigs	=	honderdvoudig
honderdvouds	=	honderdvoud
honderdwerf	adv	met honderd herhalingen, in honderd gevallen
honderdwerven	adv|figurative	heel veel keren
honderdzes	num	"106", het getal tussen honderdvijf en honderdzeven, honderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 106 is aangeduid
honderdzesendertig	num	"136", het getal tussen honderdvijfendertig en honderdzevenendertig, honderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 136 is aangeduid
honderdzesendertigjarig	adj	136 jaren durend
honderdzesendertigjarige	noun	levend wezen dat 136 jaar oud is of iets dat 136 jaar bestaat
honderdzesendertigjarigen	=	honderdzesendertigjarige
honderdzesendertigjarigs	=	honderdzesendertigjarig
honderdzesendertigje	=	honderdzesendertig
honderdzesendertigjes	=	honderdzesendertig
honderdzesendertigs	=	honderdzesendertig
honderdzesennegentig	num	"196", het getal tussen honderdvijfennegentig en honderdzevenennegentig, honderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 196 is aangeduid
honderdzesennegentigjarig	adj	196 jaren durend
honderdzesennegentigjarige	noun	levend wezen dat 196 jaar oud is of iets dat 196 jaar bestaat
honderdzesennegentigjarigen	=	honderdzesennegentigjarige
honderdzesennegentigjarigs	=	honderdzesennegentigjarig
honderdzesennegentigje	=	honderdzesennegentig
honderdzesennegentigjes	=	honderdzesennegentig
honderdzesennegentigs	=	honderdzesennegentig
honderdzesentachtig	num	"186", het getal tussen honderdvijfentachtig en honderdzevenentachtig, honderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 186 is aangeduid
honderdzesentachtigjarig	adj	186 jaren durend
honderdzesentachtigjarige	noun	levend wezen dat 186 jaar oud is of iets dat 186 jaar bestaat
honderdzesentachtigjarigen	=	honderdzesentachtigjarige
honderdzesentachtigjarigs	=	honderdzesentachtigjarig
honderdzesentachtigje	=	honderdzesentachtig
honderdzesentachtigjes	=	honderdzesentachtig
honderdzesentachtigs	=	honderdzesentachtig
honderdzesentwintig	num	"126", het getal tussen honderdvijfentwintig en honderdzevenentwintig, honderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 126 is aangeduid
honderdzesentwintigjarig	adj	126 jaren durend
honderdzesentwintigjarige	noun	levend wezen dat 126 jaar oud is of iets dat 126 jaar bestaat
honderdzesentwintigjarigen	=	honderdzesentwintigjarige
honderdzesentwintigjarigs	=	honderdzesentwintigjarig
honderdzesentwintigje	=	honderdzesentwintig
honderdzesentwintigjes	=	honderdzesentwintig
honderdzesentwintigs	=	honderdzesentwintig
honderdzesenveertig	num	"146", het getal tussen honderdvijfenveertig en honderdzevenenveertig, honderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 146 is aangeduid
honderdzesenveertigjarig	adj	146 jaren durend
honderdzesenveertigjarige	noun	levend wezen dat 146 jaar oud is of iets dat 146 jaar bestaat
honderdzesenveertigjarigen	=	honderdzesenveertigjarige
honderdzesenveertigjarigs	=	honderdzesenveertigjarig
honderdzesenveertigje	=	honderdzesenveertig
honderdzesenveertigjes	=	honderdzesenveertig
honderdzesenveertigs	=	honderdzesenveertig
honderdzesenvijftig	num	"156", het getal tussen honderdvijfenvijftig en honderdzevenenvijftig, honderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 156 is aangeduid
honderdzesenvijftigjarig	adj	156 jaren durend
honderdzesenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 156 jaar oud is of iets dat 156 jaar bestaat
honderdzesenvijftigjarigen	=	honderdzesenvijftigjarige
honderdzesenvijftigjarigs	=	honderdzesenvijftigjarig
honderdzesenvijftigje	=	honderdzesenvijftig
honderdzesenvijftigjes	=	honderdzesenvijftig
honderdzesenvijftigs	=	honderdzesenvijftig
honderdzesenzestig	num	"166", het getal tussen honderdvijfenzestig en honderdzevenenzestig, honderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 166 is aangeduid
honderdzesenzestigjarig	adj	166 jaren durend
honderdzesenzestigjarige	noun	levend wezen dat 166 jaar oud is of iets dat 166 jaar bestaat
honderdzesenzestigjarigen	=	honderdzesenzestigjarige
honderdzesenzestigjarigs	=	honderdzesenzestigjarig
honderdzesenzestigje	=	honderdzesenzestig
honderdzesenzestigjes	=	honderdzesenzestig
honderdzesenzestigs	=	honderdzesenzestig
honderdzesenzeventig	num	"176", het getal tussen honderdvijfenzeventig en honderdzevenenzeventig, honderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 176 is aangeduid
honderdzesenzeventigjarig	adj	176 jaren durend
honderdzesenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 176 jaar oud is of iets dat 176 jaar bestaat
honderdzesenzeventigjarigen	=	honderdzesenzeventigjarige
honderdzesenzeventigjarigs	=	honderdzesenzeventigjarig
honderdzesenzeventigje	=	honderdzesenzeventig
honderdzesenzeventigjes	=	honderdzesenzeventig
honderdzesenzeventigs	=	honderdzesenzeventig
honderdzesjarig	adj	106 jaren durend
honderdzesjarige	noun	levend wezen dat 106 jaar oud is of iets dat 106 jaar bestaat
honderdzesjarigen	=	honderdzesjarige
honderdzesjarigs	=	honderdzesjarig
honderdzesje	=	honderdzes
honderdzesjes	=	honderdzes
honderdzessen	=	honderdzes
honderdzestien	num	"116", het getal tussen honderdvijftien en honderdzeventien, honderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 116 is aangeduid
honderdzestienjarig	adj	116 jaren durend
honderdzestienjarige	noun	levend wezen dat 116 jaar oud is of iets dat 116 jaar bestaat
honderdzestienjarigen	=	honderdzestienjarige
honderdzestienjarigs	=	honderdzestienjarig
honderdzestiens	=	honderdzestien
honderdzestientje	=	honderdzestien
honderdzestientjes	=	honderdzestien
honderdzestig	num	"160", het getal tussen honderdnegenenvijftig en honderdeenenzestig, honderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 160 is aangeduid
honderdzestigjarig	adj	160 jaren durend
honderdzestigjarige	noun	levend wezen dat 160 jaar oud is of iets dat 160 jaar bestaat
honderdzestigjarigen	=	honderdzestigjarige
honderdzestigjarigs	=	honderdzestigjarig
honderdzestigje	=	honderdzestig
honderdzestigjes	=	honderdzestig
honderdzestigs	=	honderdzestig
honderdzeven	num	"107", het getal tussen honderdzes en honderdacht, honderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 107 is aangeduid
honderdzevenendertig	num	"137", het getal tussen honderdzesendertig en honderdachtendertig, honderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 137 is aangeduid
honderdzevenendertigjarig	adj	137 jaren durend
honderdzevenendertigjarige	noun	levend wezen dat 137 jaar oud is of iets dat 137 jaar bestaat
honderdzevenendertigjarigen	=	honderdzevenendertigjarige
honderdzevenendertigjarigs	=	honderdzevenendertigjarig
honderdzevenendertigje	=	honderdzevenendertig
honderdzevenendertigjes	=	honderdzevenendertig
honderdzevenendertigs	=	honderdzevenendertig
honderdzevenennegentig	num	"197", het getal tussen honderdzesennegentig en honderdachtennegentig, honderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 197 is aangeduid
honderdzevenennegentigjarig	adj	197 jaren durend
honderdzevenennegentigjarige	noun	levend wezen dat 197 jaar oud is of iets dat 197 jaar bestaat
honderdzevenennegentigjarigen	=	honderdzevenennegentigjarige
honderdzevenennegentigjarigs	=	honderdzevenennegentigjarig
honderdzevenennegentigje	=	honderdzevenennegentig
honderdzevenennegentigjes	=	honderdzevenennegentig
honderdzevenennegentigs	=	honderdzevenennegentig
honderdzevenentachtig	num	"187", het getal tussen honderdzesentachtig en honderdachtentachtig, honderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 187 is aangeduid
honderdzevenentachtigjarig	adj	187 jaren durend
honderdzevenentachtigjarige	noun	levend wezen dat 187 jaar oud is of iets dat 187 jaar bestaat
honderdzevenentachtigjarigen	=	honderdzevenentachtigjarige
honderdzevenentachtigjarigs	=	honderdzevenentachtigjarig
honderdzevenentachtigje	=	honderdzevenentachtig
honderdzevenentachtigjes	=	honderdzevenentachtig
honderdzevenentachtigs	=	honderdzevenentachtig
honderdzevenentwintig	num	"127", het getal tussen honderdzesentwintig en honderdachtentwintig, honderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 127 is aangeduid
honderdzevenentwintigjarig	adj	127 jaren durend
honderdzevenentwintigjarige	noun	levend wezen dat 127 jaar oud is of iets dat 127 jaar bestaat
honderdzevenentwintigjarigen	=	honderdzevenentwintigjarige
honderdzevenentwintigjarigs	=	honderdzevenentwintigjarig
honderdzevenentwintigje	=	honderdzevenentwintig
honderdzevenentwintigjes	=	honderdzevenentwintig
honderdzevenentwintigs	=	honderdzevenentwintig
honderdzevenenveertig	num	"147", het getal tussen honderdzesenveertig en honderdachtenveertig, honderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 147 is aangeduid
honderdzevenenveertigjarig	adj	147 jaren durend
honderdzevenenveertigjarige	noun	levend wezen dat 147 jaar oud is of iets dat 147 jaar bestaat
honderdzevenenveertigjarigen	=	honderdzevenenveertigjarige
honderdzevenenveertigjarigs	=	honderdzevenenveertigjarig
honderdzevenenveertigje	=	honderdzevenenveertig
honderdzevenenveertigjes	=	honderdzevenenveertig
honderdzevenenveertigs	=	honderdzevenenveertig
honderdzevenenvijftig	num	"157", het getal tussen honderdzesenvijftig en honderdachtenvijftig, honderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 157 is aangeduid
honderdzevenenvijftigjarig	adj	157 jaren durend
honderdzevenenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 157 jaar oud is of iets dat 157 jaar bestaat
honderdzevenenvijftigjarigen	=	honderdzevenenvijftigjarige
honderdzevenenvijftigjarigs	=	honderdzevenenvijftigjarig
honderdzevenenvijftigje	=	honderdzevenenvijftig
honderdzevenenvijftigjes	=	honderdzevenenvijftig
honderdzevenenvijftigs	=	honderdzevenenvijftig
honderdzevenenzestig	num	"167", het getal tussen honderdzesenzestig en honderdachtenzestig, honderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 167 is aangeduid
honderdzevenenzestigjarig	adj	167 jaren durend
honderdzevenenzestigjarige	noun	levend wezen dat 167 jaar oud is of iets dat 167 jaar bestaat
honderdzevenenzestigjarigen	=	honderdzevenenzestigjarige
honderdzevenenzestigjarigs	=	honderdzevenenzestigjarig
honderdzevenenzestigje	=	honderdzevenenzestig
honderdzevenenzestigjes	=	honderdzevenenzestig
honderdzevenenzestigs	=	honderdzevenenzestig
honderdzevenenzeventig	num	"177", het getal tussen honderdzesenzeventig en honderdachtenzeventig, honderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 177 is aangeduid
honderdzevenenzeventigjarig	adj	177 jaren durend
honderdzevenenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 177 jaar oud is of iets dat 177 jaar bestaat
honderdzevenenzeventigjarigen	=	honderdzevenenzeventigjarige
honderdzevenenzeventigjarigs	=	honderdzevenenzeventigjarig
honderdzevenenzeventigje	=	honderdzevenenzeventig
honderdzevenenzeventigjes	=	honderdzevenenzeventig
honderdzevenenzeventigs	=	honderdzevenenzeventig
honderdzevenjarig	adj	107 jaren durend
honderdzevenjarige	noun	levend wezen dat 107 jaar oud is of iets dat 107 jaar bestaat
honderdzevenjarigen	=	honderdzevenjarige
honderdzevenjarigs	=	honderdzevenjarig
honderdzevens	=	honderdzeven
honderdzeventien	num	"117", het getal tussen honderdzestien en honderdachttien, honderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 117 is aangeduid
honderdzeventienjarig	adj	117 jaren durend
honderdzeventienjarige	noun	levend wezen dat 117 jaar oud is of iets dat 117 jaar bestaat
honderdzeventienjarigen	=	honderdzeventienjarige
honderdzeventienjarigs	=	honderdzeventienjarig
honderdzeventiens	=	honderdzeventien
honderdzeventientje	=	honderdzeventien
honderdzeventientjes	=	honderdzeventien
honderdzeventig	num	"170", het getal tussen honderdnegenenzestig en honderdeenenzeventig, honderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 170 is aangeduid
honderdzeventigjarig	adj	170 jaren durend
honderdzeventigjarige	noun	levend wezen dat 170 jaar oud is of iets dat 170 jaar bestaat
honderdzeventigjarigen	=	honderdzeventigjarige
honderdzeventigjarigs	=	honderdzeventigjarig
honderdzeventigje	=	honderdzeventig
honderdzeventigjes	=	honderdzeventig
honderdzeventigs	=	honderdzeventig
honderdzeventje	=	honderdzeven
honderdzeventjes	=	honderdzeven
hondje	=	hond
hondjes	=	hond
hondkoesoe	noun	Trichosurus caninus buideldier uit het geslacht der echte koesoes (Trichosurus) dat voorkomt in de bergen van Oost-Australië van Gladstone (Queensland) tot het midden van Nieuw-Zuid-Wales en mogelijk verder naar het zuiden.
hondkoesoes	=	hondkoesoe
hondkoesoetje	=	hondkoesoe
hondkoesoetjes	=	hondkoesoe
hondospitsmuismol	noun	Dymecodon pilirostris insecteneter uit de familie van de mollen (Talpidae).
hondospitsmuismollen	=	hondospitsmuismol
hondospitsmuismolletje	=	hondospitsmuismol
hondospitsmuismolletjes	=	hondospitsmuismol
honds	adj	onbeschoft en brutaal	noun	de taal die honden spreken
hondsaap	noun	zoogdier uit de geslachtengroep Papionini van de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
hondsaapje	=	hondsaap
hondsaapjes	=	hondsaap
hondsapen	noun	Papionini een geslachtengroep uit de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
hondsberoerd	adj	zich heel erg vervelend voelen; zich heel erg ziek voelend
hondsberoerde	=	hondsberoerd
hondsberoerds	=	hondsberoerd
hondsbrutaal	adj	heel erg brutaal
hondsbrutaals	=	hondsbrutaal
hondsbrutaalst	=	hondsbrutaal
hondsbrutaalste	=	hondsbrutaal
hondsbrutale	=	hondsbrutaal
hondsbrutaler	=	hondsbrutaal
hondsbrutalere	=	hondsbrutaal
hondsbrutalers	=	hondsbrutaal
hondsch	=	honds
hondsdag	noun	een dag uit de periode van 23 juli tot 23 augustus die vaak de heetste en onaangenaamste tijd van de zomer is
hondsdagen	noun	de periode van 23 juli tot 23 augustus die vaak de heetste en onaangenaamste tijd van de zomer is
hondsdol	adj	besmet met rabiës
hondsdolheid	noun	virusziekte die het meest bij honden voorkomt (maar ook bij vossen, katten, apen en vleermuizen)) en door een beet op de mens kan worden overgedragen.
hondsdolle	=	hondsdol
hondsdoller	=	hondsdol
hondsdollere	=	hondsdol
hondsdollers	=	hondsdol
hondsdols	=	hondsdol
hondsdolst	=	hondsdol
hondsdolste	=	hondsdol
hondsdraf	noun	bepaald soort kruipende, geurende plant met paarsblauwe bloemen, Glechoma hederacea uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
hondsdrafbesjesgalwesp	noun	Liposthenes glechomae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
hondsdrafbesjesgalwespen	=	hondsdrafbesjesgalwesp
hondsdrafbesjesgalwespje	=	hondsdrafbesjesgalwesp
hondsdrafbesjesgalwespjes	=	hondsdrafbesjesgalwesp
hondsdrafbeursjesgalmug	noun	Rondaniola bursaria een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
hondsdrafbeursjesgalmuggen	=	hondsdrafbeursjesgalmug
hondsdrafbeursjesgalmuggetjes	=	hondsdrafbeursjesgalmug
hondsdrafbeursjesgalmugje	=	hondsdrafbeursjesgalmug
hondsdrafroest	noun	Puccinia glechomatis een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
hondsdrafroesten	=	hondsdrafroest
hondsdrafroestje	=	hondsdrafroest
hondsdrafroestjes	=	hondsdrafroest
hondsdraftopgalmug	noun	Dasineura glechomae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
hondsdraftopgalmuggen	=	hondsdraftopgalmug
hondsdraftopgalmuggetjes	=	hondsdraftopgalmug
hondsdraftopgalmugje	=	hondsdraftopgalmug
hondse	=	honds
hondser	=	honds
hondsere	=	honds
hondsers	=	honds
hondsgemeen	adj	heel erg gemeen
hondsgemeens	=	hondsgemeen
hondsgemene	=	hondsgemeen
hondshaai	noun	bepaalde kleine soort haai van ongeveer 1 m lengte, Scyliorhinus canicula, een consumptievis
hondshaaien	=	hondshaai
hondshaaitje	=	hondshaai
hondshaaitjes	=	hondshaai
hondsheid	noun	onbeschoftheid, onwellevendheid
hondshelmkruid	noun	Scrophularia canina een onaangenaam ruikende, overblijvende plant uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
hondskopboa	noun	een slang uit het slangengeslacht Corallus uit de familie Boidae
hondskopboa's	noun	een slangengeslacht uit de familie Boidae
hondskopboaatje	=	hondskopboa
hondskopboaatjes	=	hondskopboa
hondskopwaterslang	noun	Cerberus rynchops een slang uit de familie waterdrogadders (Homalopsidae)
hondskopwaterslangen	=	hondskopwaterslang
hondskopwaterslangetje	=	hondskopwaterslang
hondskopwaterslangetjes	=	hondskopwaterslang
hondskruid	noun	bepaald soort in de duinen aangetroffen orchidee, Anacamptis pyramidalis
hondsmoe	adj|informal	heel erg vermoeid
hondsmoede	=	hondsmoe
hondsmoeilijk	adj	heel erg moeilijk
hondsmoeilijke	=	hondsmoeilijk
hondsmoeilijks	=	hondsmoeilijk
hondsmoes	=	hondsmoe
hondsmoeë	=	hondsmoe
hondsmoeër	=	hondsmoe
hondsmoeëre	=	hondsmoe
hondsmoeërs	=	hondsmoe
hondsnerveus	adj	heel erg nerveus
hondsnerveuze	=	hondsnerveus
hondspeterselie	noun	Aethusa cynapium een giftige plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae).
hondspeterselieroest	noun	Puccinia nitida een autoecische roestschimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
hondspeterselieroesten	=	hondspeterselieroest
hondspeterselieroestje	=	hondspeterselieroest
hondspeterselieroestjes	=	hondspeterselieroest
hondspeterselies	=	hondspeterselie
hondspeterselietje	=	hondspeterselie
hondsroos	noun	Rosa canina een in de Benelux van nature voorkomende roos.
hondsroosje	=	hondsroos
hondsroosjes	=	hondsroos
hondsrozen	=	hondsroos
hondst	=	honds
hondstand	noun	Erythronium dens-canis een overblijvende plant uit de leliefamilie.
hondstanden	=	hondstand
hondstandje	=	hondstand
hondstandjes	=	hondstand
hondstandroest	noun	Uromyces erythronii een autoecische schimmel in de familie Pucciniaceae.
hondstandroesten	=	hondstandroest
hondstandroestje	=	hondstandroest
hondstandroestjes	=	hondstandroest
hondstarwe	noun	bepaalde grassoort, Elymus caninus
hondstarwegras	noun	Elymus caninus (syn Agropyron caninum, syn Roegneria canina), een overblijvende plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae)
hondste	=	honds
hondstong	noun	Glyptocephalus cynoglossus een straalvinnige vis uit de familie van de schollen (Pleuronectidae) en de orde van de platvissen (Pleuronectiformes), die voorkomt in het noordwesten en het noordoosten van de Atlantische Oceaan
hondstongen	noun	een familie Cynoglossidae in de orde van de platvissen (Pleuronectiformes).
hondstongetje	=	hondstong
hondstongetjes	=	hondstong
hondstonijn	noun	Gymnosarda unicolor een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
hondstonijnen	=	hondstonijn
hondstonijntje	=	hondstonijn
hondstonijntjes	=	hondstonijn
hondstrouw	adj	heel erg trouw of loyaal
hondstrouwe	=	hondstrouw
hondstrouws	=	hondstrouw
hondsviolen	=	hondsviool
hondsviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
hondsviooltje	noun	Viola canina een vaste plant die behoort tot de viooltjesfamilie (Violaceae).
hondsviooltjes	=	hondsviooltje
hondsviooltjesmot	noun	Pancalia schwarzella een vlinder uit de familie prachtmotten (Cosmopterigidae).
hondsviooltjesmotje	=	hondsviooltjesmot
hondsviooltjesmotjes	=	hondsviooltjesmot
hondsviooltjesmotten	=	hondsviooltjesmot
hondsvissen	noun	een kleine familie Umbridae van vissen uit de orde van de snoekachtigen (Esociformes)
hondsvot	noun	een scheldwoord voor een slordig persoon of schurk (letterlijk: de kont van een hond)
hondsvotje	=	hondsvot
hondsvotjes	=	hondsvot
hondsvotten	=	hondsvot
hondsziek	adj	heel erg ziek; heel erg beroerd
hondszieke	=	hondsziek
hondszieks	=	hondsziek
hondszwaar	adj	uiterst moeilijk en inspannend om te doen
hondszwaars	=	hondszwaar
hondszware	=	hondszwaar
hondurashechtschijfvleermuis	noun	Thyroptera discifera De hondurashechtschijfvleermuis (Thyroptera discifera) is een zoogdier uit de familie van de hechtschijfvleermuizen (Thyropteridae).
hondurashechtschijfvleermuisje	=	hondurashechtschijfvleermuis
hondurashechtschijfvleermuisjes	=	hondurashechtschijfvleermuis
hondurashechtschijfvleermuizen	=	hondurashechtschijfvleermuis
hondurees	noun	inwoner van Honduras	adj	op Honduras betrekking hebbend
hondureesje	=	hondurees
hondureesjes	=	hondurees
hondureest	=	hondurees
hondureeste	=	hondurees
hondurese	noun	een vrouwelijke inwoner van Honduras, of een vrouw afkomstig uit Honduras
honduresen	=	hondurese
hondureser	=	hondurees
honduresere	=	hondurees
honduresers	=	hondurees
hondurezen	=	hondurees
hone	=	honen
honen	verb	bespotten, uitlachen
honend	adj	op een kleinerende wijze spottend
honende	=	honen
honender	=	honend
honendere	=	honend
honenders	=	honend
honends	=	honend
honendst	=	honend
honendste	=	honend
honeymoon	noun	vakantie meteen aansluitend op een huwelijksvoltrekking
honeymoons	=	honeymoon
hongaar	noun	iemand afkomstig uit Hongarije
hongaars	adj	betreffende Hongarije of het Hongaars
hongaarse	noun	een vrouw afkomstig uit Hongarije
hongaarsen	=	hongaarse
hongaarser	=	hongaars
hongaarsere	=	hongaars
hongaarsers	=	hongaars
hongaarst	=	hongaars
hongaarstalig	adj	Hongaars als moedertaal hebbend
hongaarstalige	=	hongaarstalig
hongaarstaligs	=	hongaarstalig
hongaarste	=	hongaars
hongaartje	=	hongaar
hongaartjes	=	hongaar
hongaren	=	hongaar
honger	noun	behoefte aan voedsel
hongerbaan	noun	zeer slecht betaalde functie; vooral gebruikt als het verkleinwoord hongerbaantje
hongerbaantje	=	hongerbaan
hongerbaantjes	=	hongerbaan
hongerbanen	=	hongerbaan
hongerbloempje	noun	een geslacht Draba uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
hongerbloempjes	=	hongerbloempje
hongerbuik	noun	het nare gevoel in de buik dat men heeft door honger
hongerbuiken	=	hongerbuik
hongerbuikje	=	hongerbuik
hongerbuikjes	=	hongerbuik
hongerde	=	hongeren
hongerden	=	hongeren
hongerdieet	noun	een vermageringsdieet waarbij men echt honger moet lijden
hongerdieetje	=	hongerdieet
hongerdieetjes	=	hongerdieet
hongerdiëten	=	hongerdieet
hongerdood	noun	het sterven dat veroorzaakt wordt door een gebrek aan voedsel
hongere	=	hongeren
hongeren	verb	honger lijden
hongerend	=	hongeren
hongerende	=	hongeren
hongergeleden	=	hongerlijden
hongergevoel	noun	gewaarwording dat het nodig is om te eten
hongergevoelens	=	hongergevoel
hongerig	adj	grote behoefte aan voedsel hebbend
hongerige	noun	iemand die te weinig eten krijgt en daardoor honger heeft
hongerigen	=	hongerige
hongeriger	=	hongerig
hongerigere	=	hongerig
hongerigers	=	hongerig
hongerigs	=	hongerig
hongerigst	=	hongerig
hongerigste	=	hongerig
hongerklop	noun	sterk gevoel van honger
hongerklopje	=	hongerklop
hongerklopjes	=	hongerklop
hongerkloppen	=	hongerklop
hongerklops	=	hongerklop
hongerleden	=	hongerlijden
hongerleed	=	hongerlijden
hongerlijd	=	hongerlijden
hongerlijde	=	hongerlijden
hongerlijden	verb	onvoldoende te eten hebben of krijgen
hongerlijdend	=	hongerlijden
hongerlijdende	=	hongerlijden
hongerlijder	noun	iemand die honger lijdt
hongerlijders	=	hongerlijder
hongerlijdertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort zeedier, Pariambus typicus uit de familie spookkreeftjes (Caprellidae)
hongerlijdertjes	=	hongerlijder
hongerlijdt	=	hongerlijden
hongerlonen	=	hongerloon
hongerloon	noun	een loon dat zeer laag is, waardoor er te weinig geld verdiend wordt om van te leven en er honger geleden kan worden.
hongerloontje	=	hongerloon
hongerloontjes	=	hongerloon
hongeroedeem	noun	een aandoening bij kinderen die wordt veroorzaakt door een langdurig eiwittekort door slechte of eenzijdige voeding
hongeroedemen	=	hongeroedeem
hongerprobleem	noun	tekort aan voedsel waardoor veel mensen honger hebben
hongerproblemen	=	hongerprobleem
hongerramp	noun	noodsituatie waarbij veel mensen te weinig eten hebben
hongerrampen	=	hongerramp
hongerslachtoffer	noun	slachtoffer van honger
hongerslachtoffers	=	hongerslachtoffer
hongersnoden	=	hongersnood
hongersnood	noun	een wijdverspreide honger als gevolg van voedselschaarste
hongersnoodje	=	hongersnood
hongersnoodjes	=	hongersnood
hongerstaak	=	hongerstaken
hongerstaakster	=	hongerstaker
hongerstake	=	hongerstaken
hongerstaken	verb	in hongerstaking zijn
hongerstakend	=	hongerstaken
hongerstakende	=	hongerstaken
hongerstaker	noun	persoon die niet meer eet om op die manier een bepaald (politiek) doel af te dwingen
hongerstakers	=	hongerstaker
hongerstakertje	=	hongerstaker
hongerstakertjes	=	hongerstaker
hongerstaking	noun	het weigeren van voedsel uit protest
hongerstakingen	=	hongerstaking
hongerstakinkje	=	hongerstaking
hongerstakinkjes	=	hongerstaking
hongersteen	noun	grote steen in een rivier die ernstige droogte uit het verleden markeert doordat hij pas droogvalt of zijn opschrift leesbaar wordt bij een vergelijkbaar lage waterstand
hongerstenen	=	hongersteen
hongert	=	hongeren
hongertje	=	honger
hongertjes	=	honger
hongerwesp	noun	insect uit de familie Evaniidae uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
hongerwespen	=	hongerwesp
hongerwespje	=	hongerwesp
hongerwespjes	=	hongerwesp
hongerwinter	noun	Een winter waarin op grote schaal honger wordt geleden zoals bijv. het geval was in de winter van 1944-1945
hongerwinters	=	hongerwinter
hongkonger	noun	een inwoner van Hongkong, of iemand afkomstig uit Hongkong
hongkongers	=	hongkonger
hongkonggriep	noun	een griep die in 1968 uitbrak in China en Hongkong
hongkonggriepje	=	hongkonggriep
hongkonggriepjes	=	hongkonggriep
hongkongs	adj	op Hongkong betrekking hebbend
hongkongse	noun	een vrouwelijke inwoner van Hongkong, of een vrouw afkomstig uit Hongkong
hongkongsen	=	hongkongse
hongkongser	=	hongkongs
hongkongsere	=	hongkongs
hongkongsers	=	hongkongs
hongkongst	=	hongkongs
hongkongste	=	hongkongs
honig	noun	honing
honigbij	noun	Apis mellifera honing producerende bij
honigbijen	=	honigbij
honigbijtje	=	honigbij
honigbijtjes	=	honigbij
honigdas	=	honingdas
honighei	noun	Calluna vulgaris struik van 10 tot 100 cm hoogte die de gewone heide vormt
honigraat	=	honingraat
honigzeem	noun	honing
honing	noun	een zoete stof die door bijen en enkele andere insecten uit bloemennectar wordt gewonnen, waarna deze door o.a. mensen wordt geconsumeerd
honingachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van honing
honingachtige	=	honingachtig
honingachtiger	=	honingachtig
honingachtigere	=	honingachtig
honingachtigers	=	honingachtig
honingachtigs	=	honingachtig
honingachtigst	=	honingachtig
honingachtigste	=	honingachtig
honingbandmot	noun	Paracorsia repandalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
honingbandmotje	=	honingbandmot
honingbandmotjes	=	honingbandmot
honingbandmotten	=	honingbandmot
honingbeer	noun	bepaald soort zoogdier, Helarctos malayanus
honingbeertje	=	honingbeer
honingbeertjes	=	honingbeer
honingberen	=	honingbeer
honingbes	noun	Lonicera caerulea een plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
honingbesje	=	honingbes
honingbesjes	=	honingbes
honingbessen	=	honingbes
honingbij	noun	Apis mellifera een bijensoort die honing maakt uit nectar en bloemen bestuift
honingbijen	noun	Apis een geslacht van insecten uit de familie bijen (Apidae), behorend tot de orde vliesvleugeligen (Hymenoptera).
honingbijtje	=	honingbij
honingbijtjes	=	honingbij
honingbomen	=	honingboom
honingboom	noun	Styphnolobium japonicum een boom uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
honingboompje	=	honingboom
honingboompjes	=	honingboom
honingbos	noun	een plantengeslacht Cyclopia dat behoort tot de vlinderbloemenfamilie.
honingbosje	=	honingbos
honingbosjes	=	honingbos
honingbossen	=	honingbos
honingdas	noun	bepaald soort zoogdier, Mellivora capensis, een marterachtige uit de woestijnen van Afrika en Azië
honingdasje	=	honingdas
honingdasjes	=	honingdas
honingdassen	=	honingdas
honingdauw	noun	een heldere nectar-achtige vloeistof die wordt afgegeven door veel soorten blad- en schildluizen, witte vliegen en de schimmel moederkoorn
honingen	=	honing
honingeter	noun	iemand (mens of dier) die honing eet
honingeters	noun	Meliphagidae een familie van vogels uit de orde zangvogels en de superfamilie Meliphagoidea.
honingetertje	=	honingeter
honingetertjes	=	honingeter
honinggeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1005 ( ).	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1005 ( ).
honinggeels	=	honinggeel
honinggeelst	=	honinggeel
honinggeelste	=	honinggeel
honinggele	=	honinggeel
honinggelen	=	honinggeel
honinggeler	=	honinggeel
honinggelere	=	honinggeel
honinggelers	=	honinggeel
honinggoerami	noun	Trichogaster chuna een straalvinnige uit de familie van de echte goerami's die oorspronkelijk voorkomt in India en Bangladesh
honinggoerami's	=	honinggoerami
honinghei	noun	Calluna vulgaris struik van 10 tot 100 cm hoogte die de gewone heide vormt
honingklaver	noun	een geslacht Melilotus uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
honingklavervouwmot	noun	Phyllonorycter medicaginella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
honingklavervouwmotje	=	honingklavervouwmot
honingklavervouwmotjes	=	honingklavervouwmot
honingklavervouwmotten	=	honingklavervouwmot
honingkleurig	adj	met een goud gele kleur
honingkleurige	=	honingkleurig
honingkleuriger	=	honingkleurig
honingkleurigere	=	honingkleurig
honingkleurigers	=	honingkleurig
honingkleurigs	=	honingkleurig
honingkleurigst	=	honingkleurig
honingkleurigste	=	honingkleurig
honingkoek	noun	gebak met honing als ingrediënt dat de smaak bepaalt
honingkoeken	=	honingkoek
honingkoekje	=	honingkoek
honingkoekjes	=	honingkoek
honingkruid	noun	Stevia rebaudiana een door de wind bestoven, meerjarige plant uit de composietenfamilie, van oorsprong afkomstig uit subtropisch en tropisch Zuid-Amerika en Centraal-Amerika
honingkruiden	=	honingkruid
honingkruidje	=	honingkruid
honingkruidjes	=	honingkruid
honinglepel	noun	een stuk keukengereedschap dat wordt gebruikt om honing te doseren
honinglepels	=	honinglepel
honinglepeltje	=	honinglepel
honinglepeltjes	=	honinglepel
honinglichtmot	noun	Moitrelia obductella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
honinglichtmotje	=	honinglichtmot
honinglichtmotjes	=	honinglichtmot
honinglichtmotten	=	honinglichtmot
honinglori	noun	Synorhacma multistriata een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
honinglori's	=	honinglori
honinglorietje	=	honinglori
honinglorietjes	=	honinglori
honingmeloen	noun	cultivar Cucumis melo var. inodorus van de meloenplant Cucumis melo
honingmeloenen	=	honingmeloen
honingmeloentje	=	honingmeloen
honingmeloentjes	=	honingmeloen
honingmier	noun	benaming voor verschillende soorten insecten uit de familie mieren (Formicidae), die zo worden genoemd omdat het achterlichaam van een aantal gespecialiseerde werksters als voedseldepot (honingpot) wordt gebruikt
honingmieren	=	honingmier
honingmiertje	=	honingmier
honingmiertjes	=	honingmier
honingorchis	noun	Herminium monorchis een vaste plant, die behoort tot de orchideeënfamilie.
honingorchisje	=	honingorchis
honingorchisjes	=	honingorchis
honingorchissen	=	honingorchis
honingpot	noun	een container om honing in te bewaren en uit te serveren
honingpotje	=	honingpot
honingpotjes	=	honingpot
honingpotten	=	honingpot
honingraat	noun	Een bijenraat of honingraat bestaat uit zeshoekige cellen en bevindt zich in een bijenkast, -korf of -nest.
honingraatje	=	honingraat
honingraatjes	=	honingraat
honingraatmosschijfje	noun	Lamprospora retinosa een schimmel behorend tot de familie Pyronemataceae.
honingraatmosschijfjes	=	honingraatmosschijfje
honingraatmotief	noun	herhalingspatroon dat aan een honingraat doet denken, doordat het uit een vlak met zeshoeken lijkt te bestaan
honingraatmotieven	=	honingraatmotief
honingraatzandkokerworm	noun	Sabellaria alveolata een borstelworm uit de familie Sabellariidae.
honingraatzandkokerwormen	=	honingraatzandkokerworm
honingraatzandkokerwormpje	=	honingraatzandkokerworm
honingraatzandkokerwormpjes	=	honingraatzandkokerworm
honingraten	=	honingraat
honingrussula	noun	Russula melliolens een schimmel behorend tot de familie Russulaceae.
honingrussula's	=	honingrussula
honingrussulaatje	=	honingrussula
honingrussulaatjes	=	honingrussula
honingsnelweg	noun	reeks voorzieningen in een stad die geschikt zijn voor bijen en hommels
honingsnelwegen	=	honingsnelweg
honingspeurder	noun	een familie van vogels Indicatoridae
honingspeurders	noun	Indicatoridae een familie van vogels uit de orde spechtvogels.
honingspeurdertje	=	honingspeurder
honingspeurdertjes	=	honingspeurder
honingsuiker	noun	suiker die in honing aanwezig is, een mengsel van vruchtensuiker en druivensuiker
honingsuikers	=	honingsuiker
honingsuikertje	=	honingsuiker
honingsuikertjes	=	honingsuiker
honingvogel	noun	een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels)
honingvogels	=	honingvogel
honingwasplaat	noun	Hygrocybe reidii een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
honingwasplaatje	=	honingwasplaat
honingwasplaatjes	=	honingwasplaat
honingwasplaten	=	honingwasplaat
honingwesp	noun	insect uit de onderfamilie Masaridae van de plooivleugelwespen (Vespidae).
honingwespen	noun	Masaridae een onderfamilie van de plooivleugelwespen (Vespidae).
honingwespje	=	honingwesp
honingwespjes	=	honingwesp
honingzoet	adj	zeer zoet
honingzoete	=	honingzoet
honingzoeter	=	honingzoet
honingzoetere	=	honingzoet
honingzoeters	=	honingzoet
honingzoets	=	honingzoet
honingzoetst	=	honingzoet
honingzoetste	=	honingzoet
honingzuiger	noun	diertje wiens voeding bestaat uit het zuigen van honing
honingzuigers	noun	Nectariniidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
honingzuigertje	=	honingzuiger
honingzuigertjes	=	honingzuiger
honingzwam	noun	een geslacht Armillaria van zwammen, behorend tot de orde Agaricales en de familie Physalacriaceae, met verschillende soorten die moeilijk te onderscheiden zijn.
honingzwammen	=	honingzwam
honingzwammetje	=	honingzwam
honingzwammetjes	=	honingzwam
honk	noun	uitgangspunt en vrijplaats bij kinderspelen
honkbal	noun	balsport waarbij de bal met een knuppel geslagen wordt en de spelers langs een drietal honken trachten rond te lopen tot zij weer de thuisplaat bereiken
honkbalbeker	noun	bekervormige trofee die de winnaar van een honkbaltoernooi ontvangt
honkbalbekers	=	honkbalbeker
honkbalbekertje	=	honkbalbeker
honkbalbekertjes	=	honkbalbeker
honkbalclub	noun	een sportvereniging (of deel daarvan) die zich bezighoudt met honkbal
honkbalclubje	=	honkbalclub
honkbalclubjes	=	honkbalclub
honkbalclubs	=	honkbalclub
honkbalcoach	noun	persoon die een honkbalploeg traint
honkbalcoaches	=	honkbalcoach
honkbalde	=	honkballen
honkbalden	=	honkballen
honkbalknuppel	noun	houten of aluminium stok die gebruikt wordt in het honkbal om de bal weg te slaan
honkbalknuppels	=	honkbalknuppel
honkbalknuppeltje	=	honkbalknuppel
honkbalknuppeltjes	=	honkbalknuppel
honkballe	=	honkballen
honkballen	verb	spelen van honkbal
honkballend	=	honkballen
honkballende	=	honkballen
honkballer	noun	beoefenaar van het honkballen
honkballers	=	honkballer
honkballertje	=	honkballer
honkballertjes	=	honkballer
honkballetje	=	honkbal
honkballetjes	=	honkbal
honkbalpet	noun	hoofddeksel met een grote klep die honkballers dragen
honkbalpetje	=	honkbalpet
honkbalpetjes	=	honkbalpet
honkbalpetten	=	honkbalpet
honkbalploeg	noun	groep honkballers die samen honkbal spelen tegen een andere honkbalploeg
honkbalploegen	=	honkbalploeg
honkbalploegje	=	honkbalploeg
honkbalploegjes	=	honkbalploeg
honkbalseizoen	noun	periode van het jaar dat men de honkbalcompetitie speelt
honkbalseizoenen	=	honkbalseizoen
honkbalseizoentje	=	honkbalseizoen
honkbalseizoentjes	=	honkbalseizoen
honkbalspeler	noun	iemand die meedoet aan een honkbal wedstrijd
honkbalspelers	=	honkbalspeler
honkbalstadion	noun	stadion waar honkbalwedstrijden gespeeld worden en door publiek bezocht kunnen worden
honkbalstadions	=	honkbalstadion
honkbalster	noun	vrouwelijke vorm van honkballer
honkbalsters	=	honkbalster
honkbalstertje	=	honkbalster
honkbalstertjes	=	honkbalster
honkbalt	=	honkballen
honkbalteam	noun	groep mensen die samen honkbal spelen
honkbalteams	=	honkbalteam
honkbalveld	noun	speelveld bij honkballen
honkbalvelden	=	honkbalveld
honkbalwedstrijd	noun	een honkbal spel met twee ploegen
honkbalwedstrijden	=	honkbalwedstrijd
honkbalwereld	noun	de besloten wereld van het honkballen; alles en iedereen die betrokken is bij het honkballen
honkbalwerelden	=	honkbalwereld
honkbalwereldje	=	honkbalwereld
honkbalwereldjes	=	honkbalwereld
honke	=	honken
honken	verb	op een honk blijven staan
honkend	=	honken
honkende	=	honken
honkje	=	honk
honkjes	=	honk
honklieden	=	honkman
honkloper	noun	sporter die van het ene naar het andere honk kan rennen tijdens een honkbalwedstrijd
honklopers	=	honkloper
honklui	=	honkman
honkman	noun	honkbalspeler die bij een honk staat
honkmannen	=	honkman
honkslag	noun	slag in het honkbal waardoor de slagman het eerste honk bereikt zonder dat een veldspeler de kans krijgt hem uit te maken
honkslagen	=	honkslag
honkt	=	honken
honkte	=	honken
honkten	=	honken
honkvast	adj	gehecht zijnd aan één bepaalde plaats, weinig reizend
honkvaste	=	honkvast
honkvaster	=	honkvast
honkvastere	=	honkvast
honkvasters	=	honkvast
honkvastheid	noun	de mate waarin men geneigd is op dezelfde vaste plaats te blijven wonen
honkvasts	=	honkvast
honkvastst	=	honkvast
honkvastste	=	honkvast
honkvrouw	noun	vrouw die (bij softbal) op een honk staat
honkvrouwen	=	honkvrouw
honkvrouwtje	=	honkvrouw
honkvrouwtjes	=	honkvrouw
honnepon	noun	koosnaam voor iemand die heel lief en schattig is, vooral gezegd van meisjes en vrouwen
honneponnen	=	honnepon
honneponnetje	=	honnepon
honneponnetjes	=	honnepon
honneponnig	adj|informal	snoezig, allerliefst
honneponnige	=	honneponnig
honneponniger	=	honneponnig
honneponnigere	=	honneponnig
honneponnigers	=	honneponnig
honneponnigs	=	honneponnig
honneponnigst	=	honneponnig
honneponnigste	=	honneponnig
honnepons	=	honnepon
honneur	noun	betuiging van beleefdheid en hoogachting, eerbewijs
honneurdagen	verb	respijtdagen
honneurs	=	honneur
honnig	adj	aantrekkelijk op een vertederende manier
honnige	=	honnig
honniger	=	honnig
honnigere	=	honnig
honnigers	=	honnig
honnigs	=	honnig
honnigst	=	honnig
honnigste	=	honnig
honorabel	adj	eervol
honorabele	=	honorabel
honorabeler	=	honorabel
honorabelere	=	honorabel
honorabelers	=	honorabel
honorabels	=	honorabel
honorabelst	=	honorabel
honorabelste	=	honorabel
honorair	adj	voor de eer (en veelal onbezoldigd)
honoraire	=	honorair
honorairs	=	honorair
honoraria	=	honorarium
honorarium	noun	een geldelijke beloning voor een geleverde dienst
honorariumpje	=	honorarium
honorariumpjes	=	honorarium
honorariums	=	honorarium
honoreer	=	honoreren
honoreerde	=	honoreren
honoreerden	=	honoreren
honoreert	=	honoreren
honorere	=	honoreren
honoreren	verb	belonen voor arbeid
honorerend	=	honoreren
honorerende	=	honoreren
honorering	noun	het belonen voor geleverde prestaties
honoreringen	=	honorering
honteus	adj	schandelijk, oneervol, scandaleus
honteust	=	honteus
honteuste	=	honteus
honteuze	=	honteus
honteuzer	=	honteus
honteuzere	=	honteus
honteuzers	=	honteus
hoodie	noun	soort trui met een vaste capuchon; sweater met een capuchon
hoodies	=	hoodie
hoodvlog	noun	een vlog over de eigen buurt of wijk
hoodvlogje	=	hoodvlog
hoodvlogjes	=	hoodvlog
hoodvlogs	=	hoodvlog
hoody	noun	soort trui met een vaste capuchon; sweater met een capuchon
hoody's	=	hoody
hoof	=	hof
hoofd	noun	bovenste deel van het menselijk lichaam boven de hals, waarin zich de hersenen en oren, ogen en neus bevinden
hoofdaandeelhouder	noun	persoon of organisatie die de meeste aandelen van een bedrijf in zijn of haar bezit heeft
hoofdaandeelhouders	=	hoofdaandeelhouder
hoofdaanklaagster	noun	leidster van een groep aanklagers die namens het Openbaar Ministerie in een strafzaak opereren
hoofdaanklaagsters	=	hoofdaanklaagster
hoofdaanklager	noun	leider van een groep aanklagers die namens het Openbaar Ministerie in een strafzaak opereren
hoofdaanklagers	=	hoofdaanklager
hoofdaannemer	noun	onderneming die de leiding heeft bij bouwwerkzaamheden
hoofdaannemers	=	hoofdaannemer
hoofdaccent	noun|figurative	sterkste klemtoon in een woord met meer beklemtoonde lettergrepen
hoofdaccenten	=	hoofdaccent
hoofdact	noun	het belangrijkste deel van een concert of voorstelling waarin meer artiesten optreden
hoofdacteur	noun	speler die de voornaamste rol of een van de voornaamste rollen in een voorstelling vertolkt
hoofdacteurs	=	hoofdacteur
hoofdacteurtje	=	hoofdacteur
hoofdactiviteit	noun	de belangrijkste activiteit
hoofdactiviteiten	=	hoofdactiviteit
hoofdactrice	noun	vrouw die de voornaamste rol of een van de voornaamste rollen in een voorstelling vertolkt
hoofdactrices	=	hoofdactrice
hoofdacts	=	hoofdact
hoofdader	noun	een belangrijk bloedvat waarin bloed terugstroomt naar het hart
hoofdaderen	=	hoofdader
hoofdaders	=	hoofdader
hoofdafdeling	noun	het belangrijkste onderdeel van een organisatie
hoofdafdelingen	=	hoofdafdeling
hoofdagent	noun	rang bij de politie tussen agent en brigadier in
hoofdagenten	=	hoofdagent
hoofdagentje	=	hoofdagent
hoofdagentjes	=	hoofdagent
hoofdakte	noun|obsolete	diploma dat nodig is om de titel hoofdonderwijzer te krijgen voor het lager onderwijs
hoofdakten	=	hoofdakte
hoofdakteopleiding	noun	een verouderde, in Nederland (en Suriname), opleiding die bevoegdheid gaf om als hoofdonderwijzer (directeur) aan een lagere school te werken.
hoofdakteopleidingen	=	hoofdakteopleiding
hoofdakteopleidinkje	=	hoofdakteopleiding
hoofdakteopleidinkjes	=	hoofdakteopleiding
hoofdaktes	=	hoofdakte
hoofdaltaar	noun	het belangrijkste altaar van een kerk
hoofdaltaars	=	hoofdaltaar
hoofdaltaren	=	hoofdaltaar
hoofdambtenaar	noun	ambtenaar van hogere rang
hoofdambtenaars	=	hoofdambtenaar
hoofdambtenaartje	=	hoofdambtenaar
hoofdambtenaartjes	=	hoofdambtenaar
hoofdambtenaren	=	hoofdambtenaar
hoofdarbeider	noun	iemand die betaalde geestelijke arbeid verricht
hoofdarbeiders	=	hoofdarbeider
hoofdarbeidster	=	hoofdarbeider
hoofdargument	noun	de belangrijkste reden
hoofdargumenten	=	hoofdargument
hoofdartikel	noun	Commentaar in de krant van maximaal 500 woorden, geschreven door de hoofdredacteur
hoofdartikelen	=	hoofdartikel
hoofdartikels	=	hoofdartikel
hoofdartikeltje	=	hoofdartikel
hoofdartikeltjes	=	hoofdartikel
hoofdarts	noun	dokter die de leiding heeft
hoofdartsen	=	hoofdarts
hoofdas	noun	centrale as waar alle delen van een machine omheen draaien
hoofdasje	=	hoofdas
hoofdasjes	=	hoofdas
hoofdassen	=	hoofdas
hoofdattractie	noun	het belangrijkste en beste programmaonderdeel; belangrijkste bezienswaardigheid
hoofdattracties	=	hoofdattractie
hoofdauteur	noun	belangrijkste schrijver van een tekst
hoofdauteurs	=	hoofdauteur
hoofdbaan	noun	belangrijkste rijbaan van een weg met meerdere rijbanen
hoofdband	noun	een lap stof of leer gewikkeld over het voorhoofd
hoofdbanden	=	hoofdband
hoofdbandje	=	hoofdband
hoofdbandjes	=	hoofdband
hoofdbanen	=	hoofdbaan
hoofdbedekking	noun	kledingstuk dat het hoofdhaar onzichtbaar maakt
hoofdbedekkingen	=	hoofdbedekking
hoofdbedekkinkje	=	hoofdbedekking
hoofdbedekkinkjes	=	hoofdbedekking
hoofdbedrijfschap	noun	een publiekrechtelijke organisatie in Nederland van de bedrijven die in eenzelfde branche werken
hoofdbedrijfschappen	=	hoofdbedrijfschap
hoofdbeginsel	noun	overheersend uitgangspunt voor een samenhangend gedachtegoed
hoofdbeginselen	=	hoofdbeginsel
hoofdbeginsels	=	hoofdbeginsel
hoofdbehandelaar	noun	de coördinerende behandelaar die het team leidt dat samen de zorg heeft voor één patiënt
hoofdbehandelaren	=	hoofdbehandelaar
hoofdberoep	noun	eigenlijk beroep naast andere functies
hoofdberoepen	=	hoofdberoep
hoofdbestanddeel	noun	de belangrijkste component van een mengsel
hoofdbestanddelen	=	hoofdbestanddeel
hoofdbesturen	=	hoofdbestuur
hoofdbestuur	noun	hoogste (landelijk) bestuur van een (politieke) organisatie
hoofdbestuurder	noun	belangrijke leidinggevende die samen met anderen leiding geeft aan een organisatie
hoofdbestuurders	=	hoofdbestuurder
hoofdbestuursleden	=	hoofdbestuurslid
hoofdbestuurslid	noun	lid van het hoogste (landelijke) bestuur van een (politieke) organisatie
hoofdbetrekking	noun	iemands belangrijkste baan of dienstverband.
hoofdbetrekkingen	=	hoofdbetrekking
hoofdbetrekkinkje	=	hoofdbetrekking
hoofdbetrekkinkjes	=	hoofdbetrekking
hoofdbewaker	noun	leidinggevende cipier in een gevangenis
hoofdbewakers	=	hoofdbewaker
hoofdbeweging	noun	verplaatsing van het hoofd ten op zichte van de romp
hoofdbewegingen	=	hoofdbeweging
hoofdbeweginkje	=	hoofdbeweging
hoofdbeweginkjes	=	hoofdbeweging
hoofdbewerking	noun	verandering die je aanbrengt als een van de belangrijkste onderdelen van een grotere verandering
hoofdbewerkingen	=	hoofdbewerking
hoofdbewoner	noun	voornaamste bewoner, eigenaar of huurder van een woning
hoofdbewoners	=	hoofdbewoner
hoofdbezigheden	=	hoofdbezigheid
hoofdbezigheid	noun	de belangrijkste activiteit van iets of iemand
hoofdbezwaar	noun	belangrijke of voornaamste bedenking
hoofdbezwaren	=	hoofdbezwaar
hoofdboek	noun	belangrijk boekhoudkundig register, zoals het grootboek, waar alle financiële transacties systematisch worden vastgelegd
hoofdboeken	=	hoofdboek
hoofdboekje	=	hoofdboek
hoofdboekjes	=	hoofdboek
hoofdboodschap	noun	het belangrijkste deel van een mededeling
hoofdboodschappen	=	hoofdboodschap
hoofdbreken	noun	een probleem waar men nog hard over moet nadenken; een moeilijk of lastig probleem
hoofdbrekend	adj	het hoofd (de hersens) hevig inspannend, afmattend of pijnigend
hoofdbrekende	=	hoofdbrekend
hoofdbrekender	=	hoofdbrekend
hoofdbrekendere	=	hoofdbrekend
hoofdbrekenders	=	hoofdbrekend
hoofdbrekends	=	hoofdbrekend
hoofdbrekendst	=	hoofdbrekend
hoofdbrekendste	=	hoofdbrekend
hoofdbrekens	=	hoofdbreken
hoofdbrok	noun	het grootste deel van een groter geheel
hoofdbrokken	=	hoofdbrok
hoofdbureau	noun	het belangrijkste politiebureau van een stad
hoofdbureaus	=	hoofdbureau
hoofdburo	=	hoofdbureau
hoofdcategorie	noun	een belangrijke groep of klasse die verdeeld is in kleinere groepen
hoofdcategorieën	=	hoofdcategorie
hoofdcoach	noun	belangrijkste adviseur van sporters of een sportteam
hoofdcoaches	=	hoofdcoach
hoofdcommentaar	noun	voorname of belangrijke beoordeling of toelichting (op het nieuws door de hoofdredactie van een krant)
hoofdcommentaren	=	hoofdcommentaar
hoofdcommissaris	noun	hoogste rang bij de regiopolitie
hoofdcommissarisje	=	hoofdcommissaris
hoofdcommissarissen	=	hoofdcommissaris
hoofdconclusie	noun	de belangrijkste gevolgtrekking van een onderzoek of betoog
hoofdconclusies	=	hoofdconclusie
hoofdconducteur	noun	iemand die tot taak heeft de trein veilig en op tijd te laten vertrekken, reizigers te informeren en vervoerbewijzen te controleren
hoofdconducteurs	=	hoofdconducteur
hoofdconservator	noun	belangrijkste bewaarder in musea en bibliotheken belast met de aanschaf van en de zorg voor de collectie
hoofdconservatoren	=	hoofdconservator
hoofdconservators	=	hoofdconservator
hoofdconstructeur	noun	voornaamste ontwerper van apparaten of constructies
hoofdconstructeurs	=	hoofdconstructeur
hoofdcortège	noun	gezelschap dat ter begeleiding bij koninklijke ceremoniën aanwezig is
hoofdcortèges	=	hoofdcortège
hoofddader	noun	de persoon die het meest verantwoordelijk is voor een misdaad; belangrijkste pleger van een misdaad
hoofddaders	=	hoofddader
hoofddadertje	=	hoofddader
hoofddadertjes	=	hoofddader
hoofddeel	noun	belangrijkste of grootste gedeelte
hoofddek	noun	de belangrijkste verdieping op een schip
hoofddekken	=	hoofddek
hoofddeksel	noun	een kledingstuk dat (een deel van) het hoofd bedekt
hoofddeksels	=	hoofddeksel
hoofddekseltje	=	hoofddeksel
hoofddekseltjes	=	hoofddeksel
hoofddelen	=	hoofddeel
hoofddirecteur	noun	de directeur die leiding geeft aan de andere directeuren
hoofddirecteuren	=	hoofddirecteur
hoofddirecteurs	=	hoofddirecteur
hoofddirectie	noun	in een groot bedrijf de groep van leidinggevende functionarissen die de zeggenschap heeft over de diverse divisies en werkmaatschappijen
hoofddirecties	=	hoofddirectie
hoofddocent	noun	universitair docent, één rang onder de hoogleraar, die de bevoegdheid heeft om promovendi te begeleiden
hoofddocenten	=	hoofddocent
hoofddocentje	=	hoofddocent
hoofddocentjes	=	hoofddocent
hoofddoek	noun	een vierkante lap stof die vooral door vrouwen driehoekig samengevouwen over het hoofd gedragen wordt
hoofddoeken	=	hoofddoek
hoofddoekenverbod	noun	een beperking op het dragen van een hoofddoek (en soms andere religieuze symbolen) in specifieke publieke ruimtes (zoals scholen, OV, overheidsgebouwen) of op de werkvloer
hoofddoekenverboden	=	hoofddoekenverbod
hoofddoekenverbodje	=	hoofddoekenverbod
hoofddoekenverbodjes	=	hoofddoekenverbod
hoofddoekje	=	hoofddoek
hoofddoekjes	=	hoofddoek
hoofddoekjesverbod	noun	een beperking op het dragen van een hoofddoek (en soms andere religieuze symbolen) in specifieke publieke ruimtes (zoals scholen, OV, overheidsgebouwen) of op de werkvloer
hoofddoekjesverboden	=	hoofddoekjesverbod
hoofddoekjesverbodje	=	hoofddoekjesverbod
hoofddoekjesverbodjes	=	hoofddoekjesverbod
hoofddoekverbod	noun	een beperking op het dragen van een hoofddoek (en soms andere religieuze symbolen) in specifieke publieke ruimtes (zoals scholen, OV, overheidsgebouwen) of op de werkvloer
hoofddoekverboden	=	hoofddoekverbod
hoofddoekverbodje	=	hoofddoekverbod
hoofddoekverbodjes	=	hoofddoekverbod
hoofddoel	noun	het belangrijkste wat men wil bereiken met een bepaalde actie
hoofddoelen	=	hoofddoel
hoofddoelstelling	noun	het belangrijkste doel van iets of iemand
hoofddoelstellingen	=	hoofddoelstelling
hoofddorp	noun	een belangrijk dorp waarvandaan de gemeente wordt bestuurd
hoofddorpen	=	hoofddorp
hoofddorpje	=	hoofddorp
hoofddorpjes	=	hoofddorp
hoofde	=	hoofd
hoofdeconomen	=	hoofdeconoom
hoofdeconoom	noun	de belangrijkste financiële deskundige van een bedrijf
hoofdeconoompje	=	hoofdeconoom
hoofdeigenaar	noun	belangrijkste eigenaar van iets
hoofdeigenaars	=	hoofdeigenaar
hoofdeiland	noun	het grootste en belangrijkste eiland van een groep eilanden
hoofdeilanden	=	hoofdeiland
hoofdeilandje	=	hoofdeiland
hoofdeilandjes	=	hoofdeiland
hoofdeind	noun	deel van bed waar normaliter het hoofd ligt
hoofdeinde	noun	de kant van het bed waar meestal het hoofd ligt bij het slapen
hoofdeinden	=	hoofdeinde
hoofdeindes	=	hoofdeinde
hoofdelijk	adj	Voor ieder afzonderlijk geldend
hoofdelijke	=	hoofdelijk
hoofdelijker	=	hoofdelijk
hoofdelijkere	=	hoofdelijk
hoofdelijkers	=	hoofdelijk
hoofdelijks	=	hoofdelijk
hoofdelijkst	=	hoofdelijk
hoofdelijkste	=	hoofdelijk
hoofdeloos	adj	letterlijk zonder hoofd zijnde
hoofdeloost	=	hoofdeloos
hoofdelooste	=	hoofdeloos
hoofdeloze	=	hoofdeloos
hoofdelozer	=	hoofdeloos
hoofdelozere	=	hoofdeloos
hoofdelozers	=	hoofdeloos
hoofden	=	hoofd
hoofdentree	noun	belangrijkste of voornaamste ingang van een gebouw
hoofdentrees	=	hoofdentree
hoofdfiguren	=	hoofdfiguur
hoofdfiguur	noun	belangrijkste personage op een schilderij
hoofdfiguurtje	=	hoofdfiguur
hoofdfiguurtjes	=	hoofdfiguur
hoofdfilm	noun	belangrijkste of voornaamste film van een filmvoorstelling
hoofdfilmpje	=	hoofdfilm
hoofdfilmpjes	=	hoofdfilm
hoofdfilms	=	hoofdfilm
hoofdfonds	noun	een van de belangrijkste fondsen die op een effectenbeurs genoteerd staan
hoofdfondsen	=	hoofdfonds
hoofdfondsje	=	hoofdfonds
hoofdfondsjes	=	hoofdfonds
hoofdfunctie	noun	voornaamste of belangrijkste taak van een functionaris
hoofdfuncties	=	hoofdfunctie
hoofdgang	noun	de belangrijkste gang in een gebouw
hoofdgangen	=	hoofdgang
hoofdgasleiding	noun	de voornaamste toevoerbuis of het stelsel van buizen dat wordt gebruikt voor het transport van gas naar een netwerk, een gebouw of een woning.
hoofdgasleidingen	=	hoofdgasleiding
hoofdgasleidinkje	=	hoofdgasleiding
hoofdgasleidinkjes	=	hoofdgasleiding
hoofdgast	noun	belangrijkste gast
hoofdgasten	=	hoofdgast
hoofdgebaar	noun	een beweging met het hoofd waarmee men iets wil zeggen
hoofdgebaartje	=	hoofdgebaar
hoofdgebaartjes	=	hoofdgebaar
hoofdgebaren	=	hoofdgebaar
hoofdgebouw	noun	het belangrijkste van een aantal bij elkaar horende gebouwen
hoofdgebouwen	=	hoofdgebouw
hoofdgebouwtje	=	hoofdgebouw
hoofdgebouwtjes	=	hoofdgebouw
hoofdgedachte	noun	het belangrijkste wat men in een tekst wil zeggen
hoofdgedachten	=	hoofdgedachte
hoofdgedachtes	=	hoofdgedachte
hoofdgeologen	=	hoofdgeoloog
hoofdgeoloog	noun	leidinggevende geoloog
hoofdgerecht	noun	belangrijkste en vaak ook zwaarste gang van een maaltijd
hoofdgerechten	=	hoofdgerecht
hoofdgerechtje	=	hoofdgerecht
hoofdgerechtjes	=	hoofdgerecht
hoofdgestel	noun	breed, horizontaal lijstwerk bestaande uit (van onder naar boven) architraaf, fries en kroonlijst
hoofdgestellen	=	hoofdgestel
hoofdgetuige	noun	belangrijkste persoon die een gebeurtenis heeft meegemaakt of op andere wijze, veelal onder ede, een verklaring kan geven ten aanzien van de ware toedracht van een zaak
hoofdgetuiges	=	hoofdgetuige
hoofdgroep	noun	belangrijkste groep
hoofdgroepen	=	hoofdgroep
hoofdgroepje	=	hoofdgroep
hoofdgroepjes	=	hoofdgroep
hoofdgroepmetaal	noun	een scheikundig element uit de reeks hoofdgroepmetalen van het periodiek systeem
hoofdgroepmetaaltje	=	hoofdgroepmetaal
hoofdgroepmetaaltjes	=	hoofdgroepmetaal
hoofdgroepmetalen	=	hoofdgroepmetaal
hoofdhaar	noun	haardos bovenop, opzij en aan de achterkant van een mensenhoofd, die vaak dikker en langer is dan de beharing op de rest van het lichaam
hoofdhaartje	=	hoofdhaar
hoofdhaartjes	=	hoofdhaar
hoofdharen	=	hoofdhaar
hoofdhuid	noun	huid dat het hoofd en dan met name de schedel bedekt
hoofdhuiden	=	hoofdhuid
hoofdhuidje	=	hoofdhuid
hoofdhuidjes	=	hoofdhuid
hoofdhuis	noun	het belangrijkste gebouw van een groep gebouwen
hoofdhuizen	=	hoofdhuis
hoofdhuurder	noun	de belangrijkste huurder (van een woning)
hoofdhuurders	=	hoofdhuurder
hoofdig	adj	x-hoofdig: met x personen
hoofdige	=	hoofdig
hoofdiger	=	hoofdig
hoofdigere	=	hoofdig
hoofdigers	=	hoofdig
hoofdigs	=	hoofdig
hoofdigst	=	hoofdig
hoofdigste	=	hoofdig
hoofdindeling	noun	voornaamste of belangrijkste ordening in verschillende groepen
hoofdindelingen	=	hoofdindeling
hoofdindex	noun	de belangrijkste indicator voor een belangrijke eigenschap
hoofdindexen	=	hoofdindex
hoofdindices	=	hoofdindex
hoofding	noun	een opschrift boven een paragraaf of hoofdstuk
hoofdingang	noun	De belangrijkste ingang van een gebouw.
hoofdingangen	=	hoofdingang
hoofdingen	=	hoofding
hoofdingenieur	noun	leidinggevende technicus (bij de overheid)
hoofdingenieurs	=	hoofdingenieur
hoofdingrediënt	noun	voornaamste bestanddeel
hoofdingrediënten	=	hoofdingrediënt
hoofdinkje	=	hoofding
hoofdinkjes	=	hoofding
hoofdinkomen	noun	de belangrijkste bron van financiële middelen
hoofdinkomens	=	hoofdinkomen
hoofdinspecteur	noun	een rang, vaak op twee na de hoogste
hoofdinspecteurs	=	hoofdinspecteur
hoofdinspecteurtje	=	hoofdinspecteur
hoofdinspecteurtjes	=	hoofdinspecteur
hoofditem	noun	belangrijkste eigenschap, belangrijkste onderdeel
hoofditems	=	hoofditem
hoofdje	=	hoofd
hoofdjes	=	hoofd
hoofdkaas	noun	een met name Brabants gerecht bereid van varkenskop, -tong, -hart en -zwoerd met kruiden, uien en azijn.
hoofdkanaal	noun	groot, breed kanaal, waarin kleinere kanalen (zijkanalen) uitmonden
hoofdkanaaltje	=	hoofdkanaal
hoofdkanaaltjes	=	hoofdkanaal
hoofdkanalen	=	hoofdkanaal
hoofdkantoor	noun	voornaamste kantoor van een instelling
hoofdkantoortje	=	hoofdkantoor
hoofdkantoortjes	=	hoofdkantoor
hoofdkantoren	=	hoofdkantoor
hoofdkap	noun	beschermend hoofddeksel
hoofdkapje	=	hoofdkap
hoofdkapjes	=	hoofdkap
hoofdkappen	=	hoofdkap
hoofdkarakter	noun	geheel van de meest kenmerkende innerlijke eigenschappen
hoofdkarakters	=	hoofdkarakter
hoofdkazen	=	hoofdkaas
hoofdkerk	noun	voornaamste kerkgebouw in een regio
hoofdkerken	=	hoofdkerk
hoofdkerkje	=	hoofdkerk
hoofdkerkjes	=	hoofdkerk
hoofdkern	noun	belangrijkste hoofdzaak
hoofdkernen	=	hoofdkern
hoofdklasse	noun	het op één na hoogste niveau bij het amateurvoetballen, de topklasse is het hoogste niveau
hoofdklassen	=	hoofdklasse
hoofdklasser	noun	team dat speelt in de hoogste competitie van een bepaalde teamsport
hoofdklassers	=	hoofdklasser
hoofdklemtonen	=	hoofdklemtoon
hoofdklemtoon	noun	sterkste klemtoon
hoofdklemtoontje	=	hoofdklemtoon
hoofdklemtoontjes	=	hoofdklemtoon
hoofdkleur	noun	een van de primaire kleuren
hoofdkleuren	=	hoofdkleur
hoofdknik	noun	een korte beweging van het hoofd naar voren als groet, bevestiging of instemming
hoofdknikje	=	hoofdknik
hoofdknikjes	=	hoofdknik
hoofdknikken	=	hoofdknik
hoofdkostwinner	noun	de persoon met het hoogste inkomen binnen een gezin
hoofdkostwinners	=	hoofdkostwinner
hoofdkraan	noun	de belangrijkste kraan die de toevoer van water of gas naar een gebouw volledig kan afsluiten
hoofdkraantje	=	hoofdkraan
hoofdkraantjes	=	hoofdkraan
hoofdkranen	=	hoofdkraan
hoofdkussen	noun	een met zacht materiaal gevulde zak, dienende om het (slaap)comfort van de gebruiker te verbeteren
hoofdkussens	=	hoofdkussen
hoofdkussentje	=	hoofdkussen
hoofdkussentjes	=	hoofdkussen
hoofdkwartier	noun	plaats waar de hoogste leiding van een uitgebreide organisatie bijeenkomt
hoofdkwartieren	=	hoofdkwartier
hoofdkwartiertje	=	hoofdkwartier
hoofdkwartiertjes	=	hoofdkwartier
hoofdlamp	noun	lamp die men met een band om het (voor)hoofd draagt
hoofdlampen	=	hoofdlamp
hoofdlampje	=	hoofdlamp
hoofdlampjes	=	hoofdlamp
hoofdleenman	noun	een van de groep belangrijkste leenmannen van een koning
hoofdleenmannen	=	hoofdleenman
hoofdleiding	noun	voornaamste toevoerbuis van gas, water, elektriciteit enz
hoofdleidingen	=	hoofdleiding
hoofdleidinkje	=	hoofdleiding
hoofdleidinkjes	=	hoofdleiding
hoofdleidster	noun	vrouw die de uiteindelijke leiding heeft van een groep of evenement
hoofdleidsters	=	hoofdleidster
hoofdletsel	noun	verwonding aan het hoofd
hoofdletsels	=	hoofdletsel
hoofdletter	noun	hogere, bredere en soms afwijkende vorm van een letter die wordt gebruikt om het begin van eigennamen en volzinnen te markeren en vaak ook om de afzonderlijke letter aan te duiden
hoofdlettergebruik	noun	de manier waarop men hoofdletters toepast in een tekst
hoofdlettergevoelig	adj	woorden geschreven met een hoofdletter anders verwerkend dan dezelfde woorden zonder hoofdletter
hoofdlettergevoelige	=	hoofdlettergevoelig
hoofdlettergevoeliger	=	hoofdlettergevoelig
hoofdlettergevoeligere	=	hoofdlettergevoelig
hoofdlettergevoeligers	=	hoofdlettergevoelig
hoofdlettergevoeligheid	noun	de eigenschap, met name van computerprogramma's, dat onderscheid gemaakt wordt tussen invoer met en zonder hoofdletters
hoofdlettergevoeligs	=	hoofdlettergevoelig
hoofdlettergevoeligst	=	hoofdlettergevoelig
hoofdlettergevoeligste	=	hoofdlettergevoelig
hoofdletters	=	hoofdletter
hoofdlettertje	=	hoofdletter
hoofdlettertjes	=	hoofdletter
hoofdleverancier	noun	voornaamste of belangrijkste bedrijf dat goederen en/of diensten levert aan een klant
hoofdleveranciers	=	hoofdleverancier
hoofdlieden	=	hoofdman
hoofdligging	noun	ligging van de foetus met het hoofd naar beneden
hoofdliggingen	=	hoofdligging
hoofdligginkje	=	hoofdligging
hoofdligginkjes	=	hoofdligging
hoofdlijn	noun	Voornaamste kenmerken en ontwikkelingen.
hoofdlijnen	=	hoofdlijn
hoofdlijnenakkoord	noun	overeenkomst zonder invulling van de details
hoofdlijnenakkoorden	=	hoofdlijnenakkoord
hoofdlijnenakkoordje	=	hoofdlijnenakkoord
hoofdlijnenakkoordjes	=	hoofdlijnenakkoord
hoofdlijnennotitie	noun	korte tekst waarin iets zonder invulling van de details wordt beschreven
hoofdlijnennotities	=	hoofdlijnennotitie
hoofdlijntje	=	hoofdlijn
hoofdlijntjes	=	hoofdlijn
hoofdlocatie	noun	belangrijkste vestiging van een organisatie of bedrijf met meerdere vestigingen
hoofdlocaties	=	hoofdlocatie
hoofdlui	=	hoofdman
hoofdluis	noun	Pediculus humanus capitis klein, vleugelloos en bloedzuigend insect dat parasiterend leeft in het hoofdhaar
hoofdluisje	=	hoofdluis
hoofdluisjes	=	hoofdluis
hoofdluizen	=	hoofdluis
hoofdmaaltijd	noun	de belangrijkste maaltijd van de dag, wanneer er warm eten wordt gegeten
hoofdmaaltijden	=	hoofdmaaltijd
hoofdmaaltijdje	=	hoofdmaaltijd
hoofdmaaltijdjes	=	hoofdmaaltijd
hoofdmachinist	noun	de belangrijkste machinist.
hoofdmachinisten	=	hoofdmachinist
hoofdmachinistje	=	hoofdmachinist
hoofdmachinistjes	=	hoofdmachinist
hoofdmacht	noun	het grootste en belangrijkste deel van een leger
hoofdmachten	=	hoofdmacht
hoofdmagt	=	hoofdmacht
hoofdman	noun	iemand die de aanvoerder van een stam, partij of beweging is
hoofdmannen	=	hoofdman
hoofdmannetje	=	hoofdman
hoofdmannetjes	=	hoofdman
hoofdmeester	noun	leidinggevende onderwijzer op een basisschool
hoofdmeesters	=	hoofdmeester
hoofdmenu	noun	het eerste scherm met keuzemogelijkheden bij een computerprogramma
hoofdmenu's	=	hoofdmenu
hoofdmenuutje	=	hoofdmenu
hoofdmenuutjes	=	hoofdmenu
hoofdmoot	noun	het grootste en belangrijkste gedeelte
hoofdmoten	=	hoofdmoot
hoofdmotief	noun	belangrijkste motief
hoofdmotiefje	=	hoofdmotief
hoofdmotiefjes	=	hoofdmotief
hoofdmotieven	=	hoofdmotief
hoofdmotor	noun	voornaamste motor van een toestel
hoofdmotoren	=	hoofdmotor
hoofdmotors	=	hoofdmotor
hoofdnaamruimte	noun	de naamruimte op een wiki waar de kern van het project te vinden, datgene waar het op het project om draait
hoofdnaamruimtes	=	hoofdnaamruimte
hoofdnaamruimtetje	=	hoofdnaamruimte
hoofdnaamruimtetjes	=	hoofdnaamruimte
hoofdneiging	noun	het vooroverbuigen of schuin houden van het hoofd.
hoofdneigingen	=	hoofdneiging
hoofdneiginkje	=	hoofdneiging
hoofdneiginkjes	=	hoofdneiging
hoofdnerf	noun	middelste nerf van een blad
hoofdnerfje	=	hoofdnerf
hoofdnerfjes	=	hoofdnerf
hoofdnerven	=	hoofdnerf
hoofdnet	noun	deel van een netwerk dat de belangrijkste en meest gebruikte verbindingen bevat
hoofdnetten	=	hoofdnet
hoofdnoot	noun	belangrijkste, overheersende muzieknoten in een muziekstuk of akkoord
hoofdnootje	=	hoofdnoot
hoofdnootjes	=	hoofdnoot
hoofdnoten	=	hoofdnoot
hoofdnummer	noun	het belangrijkste onderdeel van een optreden of rechtszaak
hoofdnummers	=	hoofdnummer
hoofdofficier	noun	de militaire officiersrangen boven de subalterne officieren en onder de opperofficieren
hoofdofficieren	=	hoofdofficier
hoofdofficiers	=	hoofdofficier
hoofdonderhandelaar	noun	iemand die een team onderhandelaars leidt; hoofd van een onderhandelingsdelegatie
hoofdonderhandelaars	=	hoofdonderhandelaar
hoofdonderhandelaren	=	hoofdonderhandelaar
hoofdonderwerp	noun	de belangrijkste te bepreken kwestie
hoofdonderwerpen	=	hoofdonderwerp
hoofdonderwijzer	noun	hoofd van een school (vooral basisschool)
hoofdonderwijzers	=	hoofdonderwijzer
hoofdonderzoeker	noun	Persoon die aan het hoofd van het onderzoek staat
hoofdonderzoekers	=	hoofdonderzoeker
hoofdontwerper	noun	de belangrijkste persoon in een ontwerpteam
hoofdontwerpers	=	hoofdontwerper
hoofdoorzaak	noun	de belangrijkste oorzaak van iets
hoofdoorzaken	=	hoofdoorzaak
hoofdopzichter	noun	leidinggevende ambtenaar
hoofdopzichters	=	hoofdopzichter
hoofdorgel	noun	grootste kerkorgel dat men gebruikt voor het muzikaal begeleiden van een kerkdienst
hoofdorgels	=	hoofdorgel
hoofdoverspanning	noun	deel van een brug tussen de twee opeenvolgende steunpunten die het verst uit elkaar liggen
hoofdoverspanningen	=	hoofdoverspanning
hoofdpagina	noun	de voorste pagina van een website
hoofdpagina's	=	hoofdpagina
hoofdpaginaatje	=	hoofdpagina
hoofdpaginaatjes	=	hoofdpagina
hoofdpersonage	noun	het personage waar het verhaal van een film, toneelstuk of boek om draait
hoofdpersonages	=	hoofdpersonage
hoofdpersonen	=	hoofdpersoon
hoofdpersoon	noun	degene waar het allemaal om draait
hoofdpersoonsyndroom	noun	de neiging om je op de sociale media beter voor te doen dan je bent en jezelf te zien als de hoofdpersoon van je leven
hoofdpersoontje	=	hoofdpersoon
hoofdpersoontjes	=	hoofdpersoon
hoofdpijn	noun	pijn in het hoofd
hoofdpijndossier	noun	een lastig en moeilijk dossier/onderwerp.
hoofdpijndossiers	=	hoofdpijndossier
hoofdpijndossiertje	=	hoofdpijndossier
hoofdpijndossiertjes	=	hoofdpijndossier
hoofdpijnen	=	hoofdpijn
hoofdpijntje	=	hoofdpijn
hoofdpijntjes	=	hoofdpijn
hoofdplaat	noun	deel van een ploeg
hoofdplaats	noun	de belangrijkste plaats van een gebied, in het bijzonder de vestigingsplaats van het bestuur van een bepaald gebied (land, staat, deelstaat, kanton, provincie, district, gemeente en dergelijke)
hoofdplaatsen	=	hoofdplaats
hoofdplaatsje	=	hoofdplaats
hoofdplaatsjes	=	hoofdplaats
hoofdplaten	=	hoofdplaat
hoofdpodia	=	hoofdpodium
hoofdpodium	noun	het belangrijkste podium als er sprake is van meerdere podiums
hoofdpodiums	=	hoofdpodium
hoofdpoort	noun	belangrijkste toegangspoort van een gebouw of terrein
hoofdpoorten	=	hoofdpoort
hoofdpostkantoor	noun	een van de 250 zelfstandige postkantoren van Nederland
hoofdpostkantoren	=	hoofdpostkantoor
hoofdpriesteres	noun	belangrijke dienares in een eredienst
hoofdpriesteresje	=	hoofdpriesteres
hoofdpriesteresjes	=	hoofdpriesteres
hoofdpriesteressen	=	hoofdpriesteres
hoofdprijs	noun	de prijs die de winnaar krijgt
hoofdprijsje	=	hoofdprijs
hoofdprijsjes	=	hoofdprijs
hoofdprijzen	=	hoofdprijs
hoofdprincipe	noun	het belangrijkste grondbeginsel
hoofdprincipes	=	hoofdprincipe
hoofdprobleem	noun	de belangrijkste moeilijkheid die de oorzaak is van andere problemen
hoofdproblemen	=	hoofdprobleem
hoofdprogramma	noun	belangrijkste, voornaamste onderdeel van een programma of evenement
hoofdprogramma's	=	hoofdprogramma
hoofdprogrammaatje	=	hoofdprogramma
hoofdprogrammaatjes	=	hoofdprogramma
hoofdpunt	noun	voornaamste (kardinale) punt
hoofdpunten	=	hoofdpunt
hoofdpuntje	=	hoofdpunt
hoofdpuntjes	=	hoofdpunt
hoofdredacteur	noun	iemand die eindverantwoordelijkheid draagt voor de inhoud van een krant of dergelijke publicatie
hoofdredacteuren	=	hoofdredacteur
hoofdredacteurs	=	hoofdredacteur
hoofdredacteurschap	noun	het hebben van de inhoudelijke eindverantwoordelijkheid van een krant of programma; het hebben van de functie van hoofdredacteur
hoofdredacteurschappen	=	hoofdredacteurschap
hoofdredacteurtje	=	hoofdredacteur
hoofdredacteurtjes	=	hoofdredacteur
hoofdredactie	noun	een samenstelling van redacteuren die de inhoudelijke leiding hebben van een krant, tijdschrift, radioprogramma of tv-programma
hoofdredactie's	=	hoofdredactie
hoofdredacties	=	hoofdredactie
hoofdredactietje	=	hoofdredactie
hoofdredactioneel	adj	gemaakt door de hoofdredacteur
hoofdredactioneels	=	hoofdredactioneel
hoofdredactioneelst	=	hoofdredactioneel
hoofdredactioneelste	=	hoofdredactioneel
hoofdredactionele	=	hoofdredactioneel
hoofdredactioneler	=	hoofdredactioneel
hoofdredactionelere	=	hoofdredactioneel
hoofdredactionelers	=	hoofdredactioneel
hoofdredactrice	noun	vrouwelijke vorm van hoofdredacteur
hoofdredactrices	=	hoofdredactrice
hoofdreden	noun	de belangrijkste oorzaak; de belangrijkste factor
hoofdredenen	=	hoofdreden
hoofdregel	noun	belangrijkste voorschrift of patroon dat altijd of in de meeste gevallen van toepassing is, afgezien van uitzonderingen of aanvullingen
hoofdregels	=	hoofdregel
hoofdreken	=	hoofdrekenen
hoofdrekende	=	hoofdrekenen
hoofdrekenden	=	hoofdrekenen
hoofdrekene	=	hoofdrekenen
hoofdrekenen	verb	een rekensom uit je hoofd maken, zonder hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een rekenmachientje
hoofdrekenend	=	hoofdrekenen
hoofdrekenende	=	hoofdrekenen
hoofdrekent	=	hoofdrekenen
hoofdrenmuis	noun	Gerbillus principulus knaagdier uit de familie van de Muridae.
hoofdrenmuisje	=	hoofdrenmuis
hoofdrenmuisjes	=	hoofdrenmuis
hoofdrenmuizen	=	hoofdrenmuis
hoofdrestaurant	noun	het belangrijkste of grootste restaurant op een cruiseschip of vakantieresort.
hoofdrestaurantje	=	hoofdrestaurant
hoofdrestaurantjes	=	hoofdrestaurant
hoofdrestaurants	=	hoofdrestaurant
hoofdrichting	noun	de belangrijkste koers waarin een proces zich voltrekt; de belangrijkste kant waarin iets zich beweegt
hoofdrichtingen	=	hoofdrichting
hoofdrijbaan	noun	het belangrijkste gedeelte van een weg bestemd voor doorgaand verkeer
hoofdrijbaantje	=	hoofdrijbaan
hoofdrijbaantjes	=	hoofdrijbaan
hoofdrijbanen	=	hoofdrijbaan
hoofdriolen	=	hoofdriool
hoofdriool	noun	grote holle buis waarop de kleinere riolen draineren
hoofdrivier	noun	rivier waarin zijrivieren in uitmonden, rivier die in zee uitstroomt
hoofdrivieren	=	hoofdrivier
hoofdrol	noun	de centrale figuur in een draaiboek of toneelstuk
hoofdrolactrice	noun	vrouw die meestal een hoofdrol speelt in een film of toneelstuk
hoofdrolactrices	=	hoofdrolactrice
hoofdrolactricetje	=	hoofdrolactrice
hoofdrolactricetjes	=	hoofdrolactrice
hoofdrollen	=	hoofdrol
hoofdrolletje	=	hoofdrol
hoofdrolletjes	=	hoofdrol
hoofdrolspeelster	noun	vrouw die de hoofdrol speelt in een toneelstuk of film
hoofdrolspeelsters	=	hoofdrolspeelster
hoofdrolspeler	noun	de persoon die de belangrijkste rol speelt in een toneelstuk of film
hoofdrolspelers	=	hoofdrolspeler
hoofdrolspelertje	=	hoofdrolspeler
hoofdrolspelertjes	=	hoofdrolspeler
hoofdroos	noun	afwijking aan de hoofdhuid gekenmerkt door witte vettige schilfers
hoofdroute	noun	belangrijkste keten van wegen om van de ene naar de andere plaats te gaan
hoofdrouten	=	hoofdroute
hoofdroutes	=	hoofdroute
hoofdschakelaar	noun	schakelaar waardoor het hele net dat erachter ligt, kan worden in- en uitgeschakeld
hoofdschakelaars	=	hoofdschakelaar
hoofdschakelaartje	=	hoofdschakelaar
hoofdschakelaartjes	=	hoofdschakelaar
hoofdscheidsrechter	noun	de hoogste scheidsrechter die leiding geeft aan de andere scheidsrechters en bij disputen de beslissende stem heeft
hoofdscheidsrechters	=	hoofdscheidsrechter
hoofdscherm	noun	het belangrijkste beeldscherm
hoofdschermen	=	hoofdscherm
hoofdschermpje	=	hoofdscherm
hoofdschermpjes	=	hoofdscherm
hoofdscholen	=	hoofdschool
hoofdschool	noun	de belangrijkste school indien er meerdere dependances zijn
hoofdschooltje	=	hoofdschool
hoofdschooltjes	=	hoofdschool
hoofdschotel	noun	hoofdgerecht
hoofdschotels	=	hoofdschotel
hoofdschoteltje	=	hoofdschotel
hoofdschoteltjes	=	hoofdschotel
hoofdschud	=	hoofdschudden
hoofdschudden	verb	heen en weer bewegen van het hoofd, om de vertikale as, als teken van verbazing, afkeuring of weigering
hoofdschuddend	adj	het op en neer bewegen van het hoofd omdat je iets niet begrijpt of afkeurt
hoofdschuddende	=	hoofdschuddend
hoofdschuddends	=	hoofdschuddend
hoofdschuldige	noun	iemand die de hoofdverantwoordelijke is voor iets dat verkeerd is gegaan
hoofdschuldigen	=	hoofdschuldige
hoofdscout	noun	belangrijkste talentenjager van een sportclub
hoofdscouts	=	hoofdscout
hoofdselectie	noun	het belangrijkste, sterkste team van een sportclub
hoofdselecties	=	hoofdselectie
hoofdsom	noun	de hoogte van een factuur, rente en administratiekosten niet meegerekend
hoofdsommen	=	hoofdsom
hoofdsommetje	=	hoofdsom
hoofdsommetjes	=	hoofdsom
hoofdsoort	noun	een of elk van de categorieën in een onderverdeling die het grootst zijn of door de belangrijkste verschillen ontstaan
hoofdsoorten	=	hoofdsoort
hoofdsponsor	noun	belangrijkste van de groep organisaties die iets of iemand financieel steunt in ruil voor positieve publiciteit
hoofdsponsoren	=	hoofdsponsor
hoofdsponsors	=	hoofdsponsor
hoofdspoor	noun	belangrijk doorgaand spoor
hoofdspoortje	=	hoofdspoor
hoofdspoortjes	=	hoofdspoor
hoofdsporen	=	hoofdspoor
hoofdstad	noun	een belangrijke stad waarvandaan meestal het land, de staat, deelstaat of provincie wordt bestuurd
hoofdstadje	=	hoofdstad
hoofdstadjes	=	hoofdstad
hoofdstation	noun	het belangrijkste station van een stad of spoorlijn
hoofdstationnetje	=	hoofdstation
hoofdstationnetjes	=	hoofdstation
hoofdstations	=	hoofdstation
hoofdstedelijk	adj	van de hoofdstad
hoofdstedelijke	=	hoofdstedelijk
hoofdstedelijker	=	hoofdstedelijk
hoofdstedelijkere	=	hoofdstedelijk
hoofdstedelijkers	=	hoofdstedelijk
hoofdstedelijks	=	hoofdstedelijk
hoofdstedelijkst	=	hoofdstedelijk
hoofdstedelijkste	=	hoofdstedelijk
hoofdstedeling	noun	inwoner van de hoofdstad
hoofdstedelingen	=	hoofdstedeling
hoofdsteden	=	hoofdstad
hoofdstel	noun	het tuig dat een paard om het hoofd gedaan wordt om het dier berijdbaar te maken, een paardenhoofdstel
hoofdstellen	=	hoofdstel
hoofdstelletje	=	hoofdstel
hoofdstelletjes	=	hoofdstel
hoofdstembureau	noun	stembureau van waaruit men leiding geeft aan de andere stembureau's
hoofdstembureaus	=	hoofdstembureau
hoofdsteun	noun	een steun voor het hoofd
hoofdsteundoekje	noun	een lap stof voor het bedekken van een hoofdsteun
hoofdsteundoekjes	=	hoofdsteundoekje
hoofdsteunen	=	hoofdsteun
hoofdsteuntje	=	hoofdsteun
hoofdsteuntjes	=	hoofdsteun
hoofdstraat	noun	Belangrijkste straat in stad of dorp die vaak ook zo heet.
hoofdstraatje	=	hoofdstraat
hoofdstraatjes	=	hoofdstraat
hoofdstraten	=	hoofdstraat
hoofdstromen	=	hoofdstroom
hoofdstroming	noun	de belangrijkste tak van een politieke- religieuze- wetenschappelijke- of kunstrichting
hoofdstromingen	=	hoofdstroming
hoofdstroom	noun	de belangrijkste rivier of beek
hoofdstroompje	=	hoofdstroom
hoofdstroompjes	=	hoofdstroom
hoofdstructuren	=	hoofdstructuur
hoofdstructuur	noun	de belangrijkste onderdelen van een samenhangend geheel
hoofdstudie	noun	hoofdvak
hoofdstudies	=	hoofdstudie
hoofdstudietje	=	hoofdstudie
hoofdstudietjes	=	hoofdstudie
hoofdstuk	noun	bepaalde opdeling van tekst of beeld in een boek, toneelstuk of film
hoofdstukindeling	noun	de verdeling van een boek in hoofdstukken
hoofdstukindelingen	=	hoofdstukindeling
hoofdstukje	=	hoofdstuk
hoofdstukjes	=	hoofdstuk
hoofdstukken	=	hoofdstuk
hoofdstuktitel	noun	de naam van een hoofdstuk van een boek
hoofdstuktitels	=	hoofdstuktitel
hoofdstuktiteltje	=	hoofdstuktitel
hoofdstuktiteltjes	=	hoofdstuktitel
hoofdtaak	noun	wat de belangrijkste taak van iets of iemand is
hoofdtaal	noun	de belangrijkste of officiele taal van een land
hoofdtabel	noun	lijst met de namen van de spelers van het hoofdtoernooi van een tennistoernooi
hoofdtabellen	=	hoofdtabel
hoofdtak	noun	de belangrijkste afdeling van een organisatie of vereniging
hoofdtaken	=	hoofdtaak
hoofdtakje	=	hoofdtak
hoofdtakjes	=	hoofdtak
hoofdtakken	=	hoofdtak
hoofdtalen	=	hoofdtaal
hoofdtelefoon	noun	samenstel van twee luidsprekertjes die vlak bij de beide oren worden gedragen
hoofdtelefoonhouder	noun	een accessoire dat is ontworpen om een koptelefoon veilig en netjes op te bergen wanneer deze niet in gebruik is
hoofdtelefoonhouders	=	hoofdtelefoonhouder
hoofdtelefoonhoudertje	=	hoofdtelefoonhouder
hoofdtelefoonhoudertjes	=	hoofdtelefoonhouder
hoofdtelefoons	=	hoofdtelefoon
hoofdtelefoonstandaard	noun	accessoire dat is ontworpen om een koptelefoon veilig en netjes op te bergen wanneer deze niet in gebruik is
hoofdtelefoonstandaarden	=	hoofdtelefoonstandaard
hoofdtelefoonstandaardje	=	hoofdtelefoonstandaard
hoofdtelefoonstandaardjes	=	hoofdtelefoonstandaard
hoofdtelefoonstandaards	=	hoofdtelefoonstandaard
hoofdtelefoontje	=	hoofdtelefoon
hoofdtelefoontjes	=	hoofdtelefoon
hoofdtelwoord	noun	een telwoord dat een hoeveelheid of aantal aanduidt
hoofdtelwoorden	=	hoofdtelwoord
hoofdtelwoordje	=	hoofdtelwoord
hoofdtelwoordjes	=	hoofdtelwoord
hoofdthema	noun	het belangrijkste onderwerp
hoofdthema's	=	hoofdthema
hoofdthemaatje	=	hoofdthema
hoofdthemaatjes	=	hoofdthema
hoofdthemata	=	hoofdthema
hoofdtoernooi	noun	het laatste deel van een toernooi
hoofdtoernooien	=	hoofdtoernooi
hoofdtoernooitje	=	hoofdtoernooi
hoofdtoernooitjes	=	hoofdtoernooi
hoofdtonen	=	hoofdtoon
hoofdtooi	noun	versiering die men op het hoofd draagt, met name de hoofdbedekking van indianen
hoofdtooien	=	hoofdtooi
hoofdtoon	noun	overheersende kleur of schakering
hoofdtoontje	=	hoofdtoon
hoofdtoontjes	=	hoofdtoon
hoofdtrainer	noun	belangrijkste oefenmeester van een sportclub
hoofdtrainers	=	hoofdtrainer
hoofdtransplantatie	noun	transplantatie van het hoofd
hoofdtransplantaties	=	hoofdtransplantatie
hoofdtrap	noun	de belangrijkste trap van een huis
hoofdtrappen	=	hoofdtrap
hoofdtribune	noun	belangrijkste stellage waarop de toeschouwers van een (sport)evenement kunnen plaatsnemen
hoofdtribunes	=	hoofdtribune
hoofdtuinman	noun	tuinman die leiding geeft aan een tuinploeg
hoofdtuinmannen	=	hoofdtuinman
hoofdvak	noun	het belangrijkste vak van de studie
hoofdvakdocent	noun	persoon die lesgeeft in het belangrijkste vak van een opleiding voor hoger onderwijs
hoofdvakdocenten	=	hoofdvakdocent
hoofdvakje	=	hoofdvak
hoofdvakken	=	hoofdvak
hoofdvakker	noun	student die een bepaald vak als de belangrijkste studie binnen een opleiding volgt
hoofdvakkers	=	hoofdvakker
hoofdverantwoordelijk	adj	belangrijkste oorzaak zijn van
hoofdverantwoordelijke	noun	de persoon die de grootste verantwoordelijkheid draagt
hoofdverantwoordelijken	=	hoofdverantwoordelijke
hoofdverantwoordelijkheden	=	hoofdverantwoordelijkheid
hoofdverantwoordelijkheid	noun	het het meest verantwoordelijk voor iets, het het meest schuldig zijn aan iets
hoofdverantwoordelijks	=	hoofdverantwoordelijk
hoofdverblijf	noun	plaats waar iemand de meeste tijd woont
hoofdverblijfplaats	noun	belangrijkste, voornaamste plaats waar men woont
hoofdverblijfplaatsen	=	hoofdverblijfplaats
hoofdverblijven	=	hoofdverblijf
hoofdverdachte	noun	de belangrijkste verdachte in een strafzaak
hoofdverdachten	=	hoofdverdachte
hoofdverhaal	noun	het belangrijkste deel van een verhaal
hoofdverhaaltje	=	hoofdverhaal
hoofdverhaaltjes	=	hoofdverhaal
hoofdverhalen	=	hoofdverhaal
hoofdverkeersader	noun	belangrijkste, drukke straat of weg
hoofdverkeersaders	=	hoofdverkeersader
hoofdverpleegkundige	noun	verpleegkundige die leiding geeft aan de andere verpleegkundigen van een afdeling
hoofdverpleegkundigen	=	hoofdverpleegkundige
hoofdverpleegster	noun	vrouwelijke verpleegkundige die de leiding heeft over een ziekenhuisafdeling
hoofdverpleegsters	=	hoofdverpleegster
hoofdverpleegstertje	=	hoofdverpleegster
hoofdverpleegstertjes	=	hoofdverpleegster
hoofdverpleger	noun	leidinggevende verpleegkundige
hoofdverplegers	=	hoofdverpleger
hoofdvestiging	noun	de belangrijkste, centrale hoofdlocatie van een onderneming of organisatie
hoofdvestigingen	=	hoofdvestiging
hoofdvestigingetje	=	hoofdvestiging
hoofdvestigingetjes	=	hoofdvestiging
hoofdvoedsel	noun	de belangrijkste voeding van een organisme
hoofdvogel	noun	de koningsvogel, degene die de hoofdvogel van de topspil afschiet is de nieuwe koning bij het handboogschieten.
hoofdvogels	=	hoofdvogel
hoofdvogeltje	=	hoofdvogel
hoofdvogeltjes	=	hoofdvogel
hoofdvoorstelling	noun	het belangrijkste of voornaamste onderdeel van een programma
hoofdvoorstellingen	=	hoofdvoorstelling
hoofdvoorwaarde	noun	het belangrijkste dat nodig is en waar men niet zonder kan
hoofdvoorwaarden	=	hoofdvoorwaarde
hoofdvorm	noun	voornaamste gedaante waarin iets voorkomt
hoofdvormen	=	hoofdvorm
hoofdvormpje	=	hoofdvorm
hoofdvormpjes	=	hoofdvorm
hoofdvraag	noun	de belangrijkste vraag
hoofdvraagje	=	hoofdvraag
hoofdvraagjes	=	hoofdvraag
hoofdvragen	=	hoofdvraag
hoofdwacht	noun	een aanduiding voor een centrale post, een gebouw van waaruit schutterijen of andere veiligheidsdiensten hun wachtrondes konden maken
hoofdwachten	=	hoofdwacht
hoofdwapen	noun	het belangrijkste wapen dat men tot zijn beschikking heeft
hoofdwapens	=	hoofdwapen
hoofdwas	noun	het belangrijkste wasprogramma
hoofdwassen	=	hoofdwas
hoofdweg	noun	belangrijkste weg in een gebied
hoofdwegen	=	hoofdweg
hoofdwegennet	noun	het stelsel van de belangrijkste wegen in een land
hoofdwegennetten	=	hoofdwegennet
hoofdweggetje	=	hoofdweg
hoofdweggetjes	=	hoofdweg
hoofdwegje	=	hoofdweg
hoofdwegjes	=	hoofdweg
hoofdwerk	noun	nadenken als activiteit
hoofdwerken	=	hoofdwerk
hoofdwerktuigkundige	noun	persoon aan boord van een schip die de eindverantwoordelijkheid heeft over alle technische installaties en daarover verslag moet uitbrengen aan de kapitein
hoofdwerktuigkundigen	=	hoofdwerktuigkundige
hoofdwerkwoord	noun	is het betekenis dragende werkwoord van het werkwoordelijk gezegd
hoofdwerkwoorden	=	hoofdwerkwoord
hoofdwerkwoordje	=	hoofdwerkwoord
hoofdwet	noun	een heel belangrijke (natuurwetenschappelijke) wet
hoofdwetten	=	hoofdwet
hoofdwond	noun	een wond aan de hoofdhuid die meestal erg bloedt omdat de hoofdhuid zeer goed doorbloed is
hoofdwonde	noun	beschadiging van de huid en onderliggend weefsel in het lichaam boven de hals
hoofdwonden	=	hoofdwond
hoofdwondes	=	hoofdwonde
hoofdwondje	=	hoofdwond
hoofdwondjes	=	hoofdwond
hoofdwoning	noun	de belangrijkste, meest gebruikte woning waarin iemand woont
hoofdwoningen	=	hoofdwoning
hoofdwoninkje	=	hoofdwoning
hoofdwoninkjes	=	hoofdwoning
hoofdzaak	noun	belangrijkste punt, voornaamste kwestie, wezenlijke deel, kern
hoofdzaakje	=	hoofdzaak
hoofdzakelijk	adv	in belangrijke mate, in overwegende mate
hoofdzakelijke	=	hoofdzakelijk
hoofdzakelijks	=	hoofdzakelijk
hoofdzaken	=	hoofdzaak
hoofdzetel	noun	belangrijkste zetel of vestiging
hoofdzetels	=	hoofdzetel
hoofdzin	noun	begint met een hoofdletter en eindigt met een punt, tenzij hij deel uitmaakt van een samengestelde zin met twee of meer nevengeschikte hoofdzinnen
hoofdzinnen	=	hoofdzin
hoofdzinnetje	=	hoofdzin
hoofdzinnetjes	=	hoofdzin
hoofdzitting	noun	de belangrijkste bijeenkomst tijdens een rechtszaak
hoofdzittingen	=	hoofdzitting
hoofdzittinkje	=	hoofdzitting
hoofdzittinkjes	=	hoofdzitting
hoofdzonde	noun	een van de 7 zondes die de basis vormt van veel andere zondes.
hoofdzonden	=	hoofdzonde
hoofdzondes	=	hoofdzonde
hoofdzuster	noun	hoofdverpleegkundige die de baas is van een verpleegafdeling
hoofdzusters	=	hoofdzuster
hoofdzustertje	=	hoofdzuster
hoofdzustertjes	=	hoofdzuster
hoofs	adj	Zoals het aan het hof gebruikelijk is
hoofsch	=	hoofs
hoofschheid	=	hoofsheid
hoofse	=	hoofs
hoofser	=	hoofs
hoofsere	=	hoofs
hoofsers	=	hoofs
hoofsheden	=	hoofsheid
hoofsheid	noun	beleefdheid, wellevendheid, hoffelijkheid
hoofst	=	hoofs
hoofste	=	hoofs
hooft	=	hof
hoog	adj	fysisch ver boven iets anders
hoogaars	noun	Zeeuwse platbodem jacht, oorspronkelijk een vissersvaartuig
hoogaarsje	=	hoogaars
hoogaarsjes	=	hoogaars
hoogaarzen	=	hoogaars
hoogacht	=	hoogachten
hoogachte	=	hoogachten
hoogachten	verb	in hoog aanzien houden
hoogachtend	verb|formal	als afsluiting van een brief, voorafgaand aan de ondertekening	adj	met zeer veel respect, een zeer formele en traditionele afsluiting van een brief of e-mail, waarmee de schrijver grote eerbied en respect toont voor de ontvanger
hoogachtende	=	hoogachten
hoogachtender	=	hoogachtend
hoogachtendere	=	hoogachtend
hoogachtenders	=	hoogachtend
hoogachtends	=	hoogachtend
hoogachtendst	=	hoogachtend
hoogachtendste	=	hoogachtend
hoogachting	noun	met grote eerbied en waardering
hoogachtte	=	hoogachten
hoogachtten	=	hoogachten
hoogaltaar	noun	het voornaamste altaar dat uitbundig versierd is en dat op een verhoging staat
hoogaltaars	=	hoogaltaar
hoogaltaartje	=	hoogaltaar
hoogaltaartjes	=	hoogaltaar
hoogaltaren	=	hoogaltaar
hoogbegaafd	adj	een veel groter dan normaal talent hebbend voor iets, meestal betrekking hebbend op intelligentie en kunstzinnigheid
hoogbegaafde	noun	iemand die hoogbegaafd is
hoogbegaafden	=	hoogbegaafde
hoogbegaafder	=	hoogbegaafd
hoogbegaafdere	=	hoogbegaafd
hoogbegaafders	=	hoogbegaafd
hoogbegaafdheden	=	hoogbegaafdheid
hoogbegaafdheid	noun	het slim, hoogbegaafd zijn
hoogbegaafds	=	hoogbegaafd
hoogbegaafdst	=	hoogbegaafd
hoogbegaafdste	=	hoogbegaafd
hoogbejaard	adj	erg oud
hoogbejaarde	=	hoogbejaard
hoogbejaarder	=	hoogbejaard
hoogbejaardere	=	hoogbejaard
hoogbejaarders	=	hoogbejaard
hoogbejaards	=	hoogbejaard
hoogbejaardst	=	hoogbejaard
hoogbejaardste	=	hoogbejaard
hoogbeschaafd	adj	een zeer hoge ontwikkeling hebbend
hoogbeschaafde	=	hoogbeschaafd
hoogbeschaafder	=	hoogbeschaafd
hoogbeschaafdere	=	hoogbeschaafd
hoogbeschaafders	=	hoogbeschaafd
hoogbeschaafds	=	hoogbeschaafd
hoogbeschaafdst	=	hoogbeschaafd
hoogbeschaafdste	=	hoogbeschaafd
hoogblond	adj	van haar: met een lichte gele kleur
hoogblonde	=	hoogblond
hoogblonder	=	hoogblond
hoogblondere	=	hoogblond
hoogblonders	=	hoogblond
hoogblonds	=	hoogblond
hoogblondst	=	hoogblond
hoogblondste	=	hoogblond
hoogbouw	noun	een gebouw met zoveel verdiepingen dat een lift verplicht is (in Nederland meer dan 5 verdiepingen)
hoogbouwen	=	hoogbouw
hoogbouwtje	=	hoogbouw
hoogcalorisch	adj	van een stof, vaak aardgas of afval, dat het een hoge verbrandingswaarde heeft en dus veel energie levert bij verbranding
hoogcalorische	=	hoogcalorisch
hoogcalorischer	=	hoogcalorisch
hoogcalorischere	=	hoogcalorisch
hoogcalorischers	=	hoogcalorisch
hoogconjuncturen	=	hoogconjunctuur
hoogconjunctuur	noun	tijd van grote economische bloei die zich kenmerkt door een grote, economische bedrijvigheid, een geringe werkloosheid en een krachtige bestedingsneiging onder consumenten
hoogdag	noun	belangrijke kerkelijke feestdag vooral bij de rooms-katholieken
hoogdagen	=	hoogdag
hoogdagje	=	hoogdag
hoogdagjes	=	hoogdag
hoogde	=	hogen
hoogden	=	hogen
hoogdravend	adj	te emotionele of plechtige manier van spreken of schrijven; vol bombast
hoogdravende	=	hoogdravend
hoogdravender	=	hoogdravend
hoogdravendere	=	hoogdravend
hoogdravenders	=	hoogdravend
hoogdravendheid	noun	de mate waarin iemand te gewichtig doet
hoogdravends	=	hoogdravend
hoogdravendst	=	hoogdravend
hoogdravendste	=	hoogdravend
hoogdrempelig	adj	moeilijk toegankelijk, moeilijk bereikbaar
hoogdrempelige	=	hoogdrempelig
hoogdrempeliger	=	hoogdrempelig
hoogdrempeligere	=	hoogdrempelig
hoogdrempeligers	=	hoogdrempelig
hoogdrempeligs	=	hoogdrempelig
hoogdrempeligst	=	hoogdrempelig
hoogdrempeligste	=	hoogdrempelig
hoogdringend	adj	dat iets heel noodzakelijk is en met grote spoed moet gebeuren
hoogdringende	=	hoogdringend
hoogdringender	=	hoogdringend
hoogdringendere	=	hoogdringend
hoogdringenders	=	hoogdringend
hoogdringendheid	noun	noodzaak van een spoedige oplossing
hoogdringends	=	hoogdringend
hoogdringendst	=	hoogdringend
hoogdringendste	=	hoogdringend
hoogdruk	noun	grafische techniek waarbij inkt op de verhoogde delen van een drukvorm wordt aangebracht om daarvan een afdruk te maken
hoogdrukken	=	hoogdruk
hoogduits	noun	standaardtaal in landen waar Duits wordt gesproken zoals het Standaardnederlands voor het Nederlands is	adj	betrekking hebbend op het Hoogduits
hoogduitsch	=	hoogduits
hoogduitse	=	hoogduits
hoogduitser	=	hoogduits
hoogduitsere	=	hoogduits
hoogduitsers	=	hoogduits
hoogduitst	=	hoogduits
hoogduitste	=	hoogduits
hoogedel	adj	van hoge adel zijnde
hoogedele	=	hoogedel
hoogedeler	=	hoogedel
hoogedelere	=	hoogedel
hoogedelers	=	hoogedel
hoogedelgestreng	adj|formal	aanspreekvorm van een lid van de Staten-Generaal, commissaris van de Koning, burgemeester van een provinciehoofdstad, rijksambtenaar in de rang vanaf referendaris tot en met secretaris-generaal, hoofdofficier bij de krijgsmacht, lid van de Raad van State of de Algemene Rekenkamer, oud-minister of gezant
hoogedelgestrenge	=	hoogedelgestreng
hoogedelgestrengs	=	hoogedelgestreng
hoogedels	=	hoogedel
hoogedelst	=	hoogedel
hoogedelste	=	hoogedel
hoogeerwaard	adj	aanspreektitel van hoge geestelijke personen, bepaaldelijk van hoogleraren
hoogeerwaarde	=	hoogeerwaard
hoogeerwaards	=	hoogeerwaard
hoogenergetisch	adj	met veel energie
hoogenergetische	=	hoogenergetisch
hoogenergetischer	=	hoogenergetisch
hoogenergetischere	=	hoogenergetisch
hoogenergetischers	=	hoogenergetisch
hoogfeest	noun	belangrijk feest
hoogfeesten	=	hoogfeest
hoogfrequent	adj	is de term die gebruikt wordt voor stromen en spanningen die in een hoog tempo, een hoge frequentie, wisselen van niveau of van positief naar negatief wisselen.
hoogfrequente	=	hoogfrequent
hoogfrequenter	=	hoogfrequent
hoogfrequentere	=	hoogfrequent
hoogfrequenters	=	hoogfrequent
hoogfrequents	=	hoogfrequent
hoogfrequentst	=	hoogfrequent
hoogfrequentste	=	hoogfrequent
hooggaand	adj	hevig, heftig, ernstig
hooggaande	=	hooggaand
hooggaands	=	hooggaand
hooggeacht	=	hoogachten
hooggebergte	noun	gebergte met toppen hoger dan circa 1500 meter boven de zeespiegel
hooggebergten	=	hooggebergte
hooggebergtes	=	hooggebergte
hooggeboren	adj	met ouders die een zeer aanzienlijke maatschappelijke status hadden
hooggeborens	=	hooggeboren
hooggedoseerd	adj	met een grote hoeveelheid werkzame stof
hooggedoseerde	=	hooggedoseerd
hooggedoseerds	=	hooggedoseerd
hooggegrepen	adj	van iets dat het heel moeilijk is om te doen; van iets dat het een hele uitdaging is om te doen
hooggegrepens	=	hooggegrepen
hooggehakt	adj	schoenen met hoge hakken dragend
hooggehakte	=	hooggehakt
hooggehakter	=	hooggehakt
hooggehaktere	=	hooggehakt
hooggehakters	=	hooggehakt
hooggehakts	=	hooggehakt
hooggehaktst	=	hooggehakt
hooggehaktste	=	hooggehakt
hooggehouden	=	hooghouden
hooggekwalificeerd	adj	van zeer hoge kwaliteit
hooggekwalificeerde	=	hooggekwalificeerd
hooggekwalificeerds	=	hooggekwalificeerd
hooggeleerd	adj	predicaat voor hoogleraar
hooggeleerde	=	hooggeleerd
hooggeleerder	=	hooggeleerd
hooggeleerdere	=	hooggeleerd
hooggeleerders	=	hooggeleerd
hooggeleerds	=	hooggeleerd
hooggeleerdst	=	hooggeleerd
hooggeleerdste	=	hooggeleerd
hooggelegen	adj	op een hoge plaats zijn
hooggelegens	=	hooggelegen
hooggeplaatst	adj	een hoge rang op de sociale ladder innemend
hooggeplaatste	=	hooggeplaatst
hooggeplaatster	=	hooggeplaatst
hooggeplaatstere	=	hooggeplaatst
hooggeplaatsters	=	hooggeplaatst
hooggeplaatsts	=	hooggeplaatst
hooggeplaatstst	=	hooggeplaatst
hooggeplaatstste	=	hooggeplaatst
hooggerechtshof	noun	een gerechtshof waarboven geen ander gerechtshof is gesteld
hooggerechtshoven	=	hooggerechtshof
hooggeschoold	adj	met een goede, hoge opleiding
hooggeschoolde	=	hooggeschoold
hooggeschoolds	=	hooggeschoold
hooggespannen	adj	zeer hoge (in combinatie met verwachtingen)
hooggespannener	=	hooggespannen
hooggespanneners	=	hooggespannen
hooggespannens	=	hooggespannen
hooggespannenst	=	hooggespannen
hooggespannenste	=	hooggespannen
hooggesprongen	=	hoogspringen
hooggestemd	adj	met grote verwachtingen
hooggestemde	=	hooggestemd
hooggestemder	=	hooggestemd
hooggestemdere	=	hooggestemd
hooggestemders	=	hooggestemd
hooggestemds	=	hooggestemd
hooggestemdst	=	hooggestemd
hooggestemdste	=	hooggestemd
hooggestreng	adj	titel van hoofdofficieren en hoofdambtenaren
hooggestrenge	=	hooggestreng
hooggestrengs	=	hooggestreng
hooggevoelig	adj	sterker geprikkeld dan gemiddeld voor emoties, pijn, genot en andere lichamelijke en geestelijke ervaringen
hooggevoelige	=	hooggevoelig
hooggevoeliger	=	hooggevoelig
hooggevoeligere	=	hooggevoelig
hooggevoeligers	=	hooggevoelig
hooggevoeligs	=	hooggevoelig
hooggevoeligst	=	hooggevoelig
hooggevoeligste	=	hooggevoelig
hooggewaardeerd	adj	veel lof en waardering ontvangend
hooggewaardeerde	=	hooggewaardeerd
hooggewaardeerds	=	hooggewaardeerd
hooggeëerd	adj	veel respect verdienend
hooggeëerde	=	hooggeëerd
hooggeëerds	=	hooggeëerd
hooggradig	adj	van een relatief hoge intensiteit of sterkte
hooggradige	=	hooggradig
hooggradiger	=	hooggradig
hooggradigere	=	hooggradig
hooggradigers	=	hooggradig
hooggradigs	=	hooggradig
hooggradigst	=	hooggradig
hooggradigste	=	hooggradig
hooghaarlemmerdijks	noun	onnatuurlijk Standaardnederlands of deftige taal, zoals ervaren door mensen die de voorkeur geven aan streektaal of informeel taalgebruik
hooghartig	adj	denken dat je beter bent dan andere mensen en op die anderen neerkijken
hooghartige	=	hooghartig
hooghartiger	=	hooghartig
hooghartigere	=	hooghartig
hooghartigers	=	hooghartig
hooghartigheden	=	hooghartigheid
hooghartigheid	noun	verwaande houding tegenover anderen; zich hoger achten dan anderen
hooghartigs	=	hooghartig
hooghartigst	=	hooghartig
hooghartigste	=	hooghartig
hoogheden	=	hoogheid
hoogheemraad	noun	lid van een bestuursorgaan in Utrecht of Holland dat betrekking heeft op het waterbeheer
hoogheemraadschap	noun	waterschap met een zeewerende taak
hoogheemraadschappen	=	hoogheemraadschap
hoogheemraden	=	hoogheemraad
hoogheid	noun	aanzien, grootheid, majesteit
hooghield	=	hooghouden
hooghielden	=	hooghouden
hooghou	=	hooghouden
hooghoud	=	hooghouden
hooghoude	=	hooghouden
hooghouden	verb	niet laten zakken
hooghoudend	=	hooghouden
hooghoudende	=	hooghouden
hooghoudt	=	hooghouden
hooghverraedt	=	hoogverraad
hoogkoor	noun	In het hoogkoor staat het hoogaltaar, het belangrijkste altaar in een kerk
hoogkoren	=	hoogkoor
hoogland	noun	een gebied met weinig reliëf dat hoger ligt dan 500 meter
hooglandbebe	noun	Pterocarpus rohrii een neotropische altijdgroene boomsoort uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
hooglanddwergsalangaan	noun	Collocalia isonota een endemische vogelsoort van de Filipijnen.
hooglanddwergsalangaantje	=	hooglanddwergsalangaan
hooglanddwergsalangaantjes	=	hooglanddwergsalangaan
hooglanddwergsalanganen	=	hooglanddwergsalangaan
hooglandelenia	noun	Elaenia obscura een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
hooglandelenia's	=	hooglandelenia
hooglandeleniaatje	=	hooglandelenia
hooglandeleniaatjes	=	hooglandelenia
hooglanden	=	hoogland
hooglander	noun	een soort rund (meestal roodbruin)
hooglanders	=	hooglander
hooglandfeetiran	noun	Empidonax occidentalis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
hooglandfeetirannen	=	hooglandfeetiran
hooglandfeetirannetje	=	hooglandfeetiran
hooglandfeetirannetjes	=	hooglandfeetiran
hooglandfrankolijn	noun	Scleroptila psilolaema een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
hooglandfrankolijnen	=	hooglandfrankolijn
hooglandfrankolijntje	=	hooglandfrankolijn
hooglandfrankolijntjes	=	hooglandfrankolijn
hooglandgronfolo	noun	Qualea albiflora een boom die 30 meter hoog kan worden met een stam die 50 tot 80 cm in doorsnee kan meter, soms tot 1 meter.
hooglandgronfolo's	=	hooglandgronfolo
hooglandleeuwerik	noun	Corypha kurrae een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
hooglandleeuweriken	=	hooglandleeuwerik
hooglandleeuwerikje	=	hooglandleeuwerik
hooglandleeuwerikjes	=	hooglandleeuwerik
hooglandlevertangare	noun	Piranga lutea een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
hooglandlevertangaren	=	hooglandlevertangare
hooglandlevertangaretje	=	hooglandlevertangare
hooglandlevertangaretjes	=	hooglandlevertangare
hooglandmotmot	noun	Momotus aequatorialis een vogel uit de familie motmots (Momotidae).
hooglandmotmotje	=	hooglandmotmot
hooglandmotmotjes	=	hooglandmotmot
hooglandmotmots	=	hooglandmotmot
hooglandmotmotten	=	hooglandmotmot
hooglandpieper	noun	Anthus sylvanus een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
hooglandpiepers	=	hooglandpieper
hooglandpiepertje	=	hooglandpieper
hooglandpiepertjes	=	hooglandpieper
hooglands	adj	van het hoogland afkomstig
hooglandse	=	hooglands
hooglandser	=	hooglands
hooglandsere	=	hooglands
hooglandsers	=	hooglands
hooglandst	=	hooglands
hooglandste	=	hooglands
hooglandstruikzanger	noun	Bradypterus centralis een zangvogel uit de familie Locustellidae
hooglandstruikzangers	=	hooglandstruikzanger
hooglandstruikzangertje	=	hooglandstruikzanger
hooglandstruikzangertjes	=	hooglandstruikzanger
hooglandtafelbomen	=	hooglandtafelboom
hooglandtafelboom	noun	Cordia laevifrons een struik of kleine boom die in 1935 voor het eerst geldig beschreven werd door de Amerikaanse botanicus Ivan Murray Johnston
hooglandtafelboompje	=	hooglandtafelboom
hooglandtafelboompjes	=	hooglandtafelboom
hooglandwever	noun	Ploceus melanogaster een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
hooglandwevers	=	hooglandwever
hooglandwevertje	=	hooglandwever
hooglandwevertjes	=	hooglandwever
hooglandzakdrager	noun	Psyche crassiorella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
hooglandzakdragers	=	hooglandzakdrager
hooglandzakdragertje	=	hooglandzakdrager
hooglandzakdragertjes	=	hooglandzakdrager
hoogleraar	noun	iemand met titel professor die aan een hogeschool of universiteit een leerstoel in een bepaald vak bekleedt en die het onderzoek en onderwijs in dit vak leidt
hoogleraars	=	hoogleraar
hoogleraarschap	noun	de functie van professor
hoogleraarschapje	=	hoogleraarschap
hoogleraarschapjes	=	hoogleraarschap
hoogleraarschappen	=	hoogleraarschap
hoogleraarspost	noun	leerstoel
hoogleraarsposten	=	hoogleraarspost
hoogleraartje	=	hoogleraar
hoogleraartjes	=	hoogleraar
hoogleraren	=	hoogleraar
hooglicht	noun	venster dat vlak onder het plafond is aangebracht, zodat een ruimte wel daglicht krijgt, maar geen inkijk of uitzicht
hooglichten	=	hooglicht
hooglichtje	=	hooglicht
hooglichtjes	=	hooglicht
hooglijk	adv	in hoge mate; heel erg
hooglopend	adj	van een conflict dat de emoties steeds heviger worden
hooglopende	=	hooglopend
hooglopender	=	hooglopend
hooglopendere	=	hooglopend
hooglopenders	=	hooglopend
hooglopends	=	hooglopend
hooglopendst	=	hooglopend
hooglopendste	=	hooglopend
hoogmis	noun	plechtige, gezongen mis in de R.K. kerk.
hoogmisje	=	hoogmis
hoogmisjes	=	hoogmis
hoogmissen	=	hoogmis
hoogmoed	noun	overschatting van eigen kunnen
hoogmoedig	adj	met een overdreven hoge dunk van zichzelf
hoogmoedige	=	hoogmoedig
hoogmoediger	=	hoogmoedig
hoogmoedigere	=	hoogmoedig
hoogmoedigers	=	hoogmoedig
hoogmoedigs	=	hoogmoedig
hoogmoedigst	=	hoogmoedig
hoogmoedigste	=	hoogmoedig
hoogmoedswaan	noun	hoogmoedswaanzin
hoogmoedswaanzin	noun	geestesziekte met dwangvoorstellingen omtrent eigen grootheid
hoogmogend	adj	gebruikt als aanspreektitel voor de Staten-Generaal tijdens de Republiek
hoogmogende	=	hoogmogend
hoogmogender	=	hoogmogend
hoogmogends	=	hoogmogend
hoogmoleculair	adj	een hoog moleculegewicht hebbend, bestaande uit complexe moleculen
hoogmoleculairder	=	hoogmoleculair
hoogmoleculairdere	=	hoogmoleculair
hoogmoleculairders	=	hoogmoleculair
hoogmoleculaire	=	hoogmoleculair
hoogmoleculairs	=	hoogmoleculair
hoogmoleculairst	=	hoogmoleculair
hoogmoleculairste	=	hoogmoleculair
hoognodig	adj	dringend vereist
hoognodige	=	hoognodig
hoognodiger	=	hoognodig
hoognodigere	=	hoognodig
hoognodigers	=	hoognodig
hoognodigs	=	hoognodig
hoognodigst	=	hoognodig
hoognodigste	=	hoognodig
hoogontwikkeld	adj	met veel wetenschappelijke en culturele ontwikkeling
hoogontwikkelde	=	hoogontwikkeld
hoogontwikkelds	=	hoogontwikkeld
hoogopgeleid	adj	met een hoge opleiding d.w.z. een universitaire of gelijkwaardig
hoogopgeleide	noun	iemand die een hogere opleiding heeft genoten dus HBO / of universiteit
hoogopgeleiden	=	hoogopgeleide
hoogopgeleids	=	hoogopgeleid
hoogopgelopen	adj	met name van een ruzie deze zeer heftig wordt
hoogopgelopens	=	hoogopgelopen
hoogoplopend	adj	bij een conflict dat de emoties steeds heviger worden
hoogoplopende	=	hoogoplopend
hoogoplopends	=	hoogoplopend
hoogoven	noun	smeltoven voor de bereiding van ijzer uit ijzererts en steenkool
hoogovencement	noun	relatief milieuvriendelijke cementsoort waaraan hoogovenslak is toegevoegd
hoogovengas	noun	bijproduct van de fabricage van staal in een hoogoven dat vrijkomt bij de reductie van ijzererts met cokes tot ruwijzer, bestaande voor ongeveer de helft uit stikstof en voor circa een kwart uit koolmonoxide
hoogovengassen	=	hoogovengas
hoogovens	=	hoogoven
hoogovenslak	noun	het onoplosbare steenachtige afvalproduct van oxides (voornamelijk bestaande uit siliciumoxide, calciumoxide, magnesiumoxide en aluminiumoxide) bij het smelten van metaal in een hoogoven
hoogovenslakje	=	hoogovenslak
hoogovenslakjes	=	hoogovenslak
hoogovenslakken	=	hoogovenslak
hoogoventje	=	hoogoven
hoogoventjes	=	hoogoven
hoogpolig	adj	met lange haren of lussen, uit een dikke laag opstaand weefsel bestaand
hoogpolige	=	hoogpolig
hoogpoliger	=	hoogpolig
hoogpoligere	=	hoogpolig
hoogpoligers	=	hoogpolig
hoogpoligs	=	hoogpolig
hoogpoligst	=	hoogpolig
hoogpoligste	=	hoogpolig
hoogproductief	adj	van een persoon dat hij of zij veel werk ken verzetten
hoogproductiefs	=	hoogproductief
hoogproductiefst	=	hoogproductief
hoogproductiefste	=	hoogproductief
hoogproductieve	=	hoogproductief
hoogproductiever	=	hoogproductief
hoogproductievere	=	hoogproductief
hoogproductievers	=	hoogproductief
hoogradioactief	adj	met veel radioactief materiaal; met veel radioactieve straling
hoogradioactiefs	=	hoogradioactief
hoogradioactieve	=	hoogradioactief
hoogrendementsketel	noun	energiezuinige verwarmingsketel met een rendement hoger dan 90 % wat wordt gerealiseerd door condensatie van de waterdamp in de rookgassen
hoogrendementsketels	=	hoogrendementsketel
hoogrendementsketeltje	=	hoogrendementsketel
hoogrendementsketeltjes	=	hoogrendementsketel
hoogrode	=	hoogrood
hoogroden	=	hoogrood
hoogrood	adj	diep rode gelaatskleur van iemand die heftig bloost
hoogroods	=	hoogrood
hoogrugzalmen	noun	een familie Distichodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
hoogs	=	hoog
hoogseizoen	noun	is de tijd waarin de meerderheid van de mensen met vakantie gaat.
hoogseizoenen	=	hoogseizoen
hoogseizoentje	=	hoogseizoen
hoogseizoentjes	=	hoogseizoen
hoogsensitief	adj	zeer gevoelig
hoogsensitiefs	=	hoogsensitief
hoogsensitiefst	=	hoogsensitief
hoogsensitiefste	=	hoogsensitief
hoogsensitieve	=	hoogsensitief
hoogsensitiever	=	hoogsensitief
hoogsensitievere	=	hoogsensitief
hoogsensitievers	=	hoogsensitief
hoogspanning	noun	elektrische spanning van ten minste 1000 V wisselspanning of 1500 V gelijkspanning
hoogspanningen	=	hoogspanning
hoogspanningskabel	noun	elektriciteitskabel die geschikt is voor hoogspanning
hoogspanningskabels	=	hoogspanningskabel
hoogspanningskabeltje	=	hoogspanningskabel
hoogspanningskabeltjes	=	hoogspanningskabel
hoogspanningsleiding	noun	leiding die spanningen van honderdduizenden volts transporteert
hoogspanningsleidingen	=	hoogspanningsleiding
hoogspanningsleidinkje	=	hoogspanningsleiding
hoogspanningsleidinkjes	=	hoogspanningsleiding
hoogspanningslijn	noun	kabels waardoor elektriciteit met een zeer hoog voltage wordt getransporteerd
hoogspanningslijnen	=	hoogspanningslijn
hoogspanningsmast	noun	verticale constructie waaraan elektriciteitskabels voor transport over grote afstanden ver boven de grond kunnen hangen
hoogspanningsmasten	=	hoogspanningsmast
hoogspanningsmastje	=	hoogspanningsmast
hoogspanningsmastjes	=	hoogspanningsmast
hoogspanningsnet	noun	is een netwerk van elektrische geleiders onder hoge spanning waarmee elektrische energie wordt getransporteerd vanaf elektriciteitscentrales en tussen distributienetwerken.
hoogspanningsnetten	=	hoogspanningsnet
hoogspanningsverbinding	noun	verbinding waarover men stroom met een zeer hoge spanning kan transporteren
hoogspanningsverbindingen	=	hoogspanningsverbinding
hoogspanninkje	=	hoogspanning
hoogspring	=	hoogspringen
hoogspringen	verb	over een hooggeplaatste, tussen twee staanders bevestigde lat of touw proberen te springen	noun	atletiekdiscipline waarbij het de bedoeling is over een tussen twee staanders bevestigde lat of touw te springen
hoogspringend	=	hoogspringen
hoogspringende	=	hoogspringen
hoogspringer	noun	Sporter gespecialiseerd in het hoogspringen.
hoogspringers	=	hoogspringer
hoogspringertje	=	hoogspringer
hoogspringertjes	=	hoogspringer
hoogspringster	noun	Vrouwelijke sporter gespecialiseerd in het hoogspringen.
hoogspringsters	=	hoogspringster
hoogspringstertje	=	hoogspringster
hoogspringstertjes	=	hoogspringster
hoogspringt	=	hoogspringen
hoogsprong	noun	beweging waarbij je je met kracht afzet om zo ver mogelijk van de grond te komen, bijvoorbeeld als onderdeel van atletiek
hoogsprongen	=	hoogsprong
hoogst	=	hoog
hoogstaand	adj	van vergevorderd niveau
hoogstaande	=	hoogstaand
hoogstaander	=	hoogstaand
hoogstaandere	=	hoogstaand
hoogstaanders	=	hoogstaand
hoogstaands	=	hoogstaand
hoogstaandst	=	hoogstaand
hoogstaandste	=	hoogstaand
hoogstam	noun	boom met een hoge, onvertakte stam
hoogstammen	=	hoogstam
hoogstammig	adj	een hoge stam hebbend
hoogstammige	=	hoogstammig
hoogstammiger	=	hoogstammig
hoogstammigere	=	hoogstammig
hoogstammigers	=	hoogstammig
hoogstammigs	=	hoogstammig
hoogstammigst	=	hoogstammig
hoogstammigste	=	hoogstammig
hoogstand	noun	bij turnen een stand van het lichaam waarbij de sporter op de handen staat en de beide benen naast elkaar omhoog wijzen
hoogstanden	=	hoogstand
hoogstandje	=	hoogstand
hoogstandjes	=	hoogstand
hoogstbiedende	noun	iemand die tijdens een veiling bereid is het meest te betalen
hoogstbiedenden	=	hoogstbiedende
hoogste	=	hoog
hoogstedelijk	adj	betreffende de zeer dicht bebouwde centra van grote steden
hoogstedelijke	=	hoogstedelijk
hoogstedelijker	=	hoogstedelijk
hoogstedelijkere	=	hoogstedelijk
hoogstedelijkers	=	hoogstedelijk
hoogstedelijks	=	hoogstedelijk
hoogstedelijkst	=	hoogstedelijk
hoogstedelijkste	=	hoogstedelijk
hoogsteigen	adj	betrefende een zeer hoog geplaatst persoon: zelf dus niet via een ander
hoogsteigens	=	hoogsteigen
hoogstens	adv	op zijn meest
hoogstgelegen	adj	het het hoogste niveau boven de zeespiegel
hoogstgelegens	=	hoogstgelegen
hoogstgeplaatst	adj	de hoogste plaats in een rangorde innemend
hoogstgeplaatste	=	hoogstgeplaatst
hoogstgeplaatsts	=	hoogstgeplaatst
hoogstnodig	adj	zeer dringend noodzakelijk
hoogstnodige	=	hoogstnodig
hoogstnodigs	=	hoogstnodig
hoogstnoodzakelijk	adj	wat het allerbelangrijkste is; wat niet gemist kan worden
hoogstnoodzakelijke	=	hoogstnoodzakelijk
hoogstnoodzakelijks	=	hoogstnoodzakelijk
hoogstonwaarschijnlijk	adj	heel erg onwaarschijnlijk; zeer waarschijnlijk dat iets niet zal gebeuren
hoogstonwaarschijnlijke	=	hoogstonwaarschijnlijk
hoogstonwaarschijnlijker	=	hoogstonwaarschijnlijk
hoogstonwaarschijnlijkere	=	hoogstonwaarschijnlijk
hoogstonwaarschijnlijkers	=	hoogstonwaarschijnlijk
hoogstonwaarschijnlijks	=	hoogstonwaarschijnlijk
hoogstonwaarschijnlijkst	=	hoogstonwaarschijnlijk
hoogstonwaarschijnlijkste	=	hoogstonwaarschijnlijk
hoogstpersoonlijk	adj	meestal van een hoger geplaatst persoon: zelf en dus niet vertegenwoordigd door een ander persoon
hoogstpersoonlijke	=	hoogstpersoonlijk
hoogstpersoonlijks	=	hoogstpersoonlijk
hoogstudent	noun|obsolete	iemand die hoger onderwijs volgt Gebruikt om het verschil aan te geven met iemand die middelbaar onderwijs volgt als die ook "student" werden genoemd.
hoogstudenten	=	hoogstudent
hoogstverantwoordelijke	noun	persoon die als hoogste functionaris ergens de verantwoordelijkheid voor heeft
hoogstverantwoordelijken	=	hoogstverantwoordelijke
hoogstwaarschijnlijk	adj	bijna helemaal zeker
hoogstwaarschijnlijke	=	hoogstwaarschijnlijk
hoogstwaarschijnlijker	=	hoogstwaarschijnlijk
hoogstwaarschijnlijkere	=	hoogstwaarschijnlijk
hoogstwaarschijnlijkers	=	hoogstwaarschijnlijk
hoogstwaarschijnlijks	=	hoogstwaarschijnlijk
hoogstwaarschijnlijkst	=	hoogstwaarschijnlijk
hoogstwaarschijnlijkste	=	hoogstwaarschijnlijk
hoogstzelden	adv	niet frequent, maar niet nooit
hoogt	=	hogen
hoogte	noun	een verheffing van de aardkorst
hoogte-breedteverhouding	noun	de verhouding tussen hoogte en breedte van een voorwerp
hoogte-breedteverhoudingen	=	hoogte-breedteverhouding
hoogte-breedteverhoudinkje	=	hoogte-breedteverhouding
hoogte-breedteverhoudinkjes	=	hoogte-breedteverhouding
hoogtebegrenzer	noun	voorziening in het verkeer die de hoogte van vrachtwagens (die kunnen passeren) begrenst
hoogtebegrenzers	=	hoogtebegrenzer
hoogtechnologisch	adj	een zeer geavanceerd technisch niveau hebbend
hoogtechnologische	=	hoogtechnologisch
hoogtechnologischer	=	hoogtechnologisch
hoogtechnologischere	=	hoogtechnologisch
hoogtechnologischers	=	hoogtechnologisch
hoogtefront	noun	front in de troposfeer, dat niet tot het aardoppervlak reikt
hoogtefronten	=	hoogtefront
hoogtefrontje	=	hoogtefront
hoogtefrontjes	=	hoogtefront
hoogteligging	noun	de afstand van een locatie ten opzichte van een horizontaal referentievlak
hoogteliggingen	=	hoogteligging
hoogteligginkje	=	hoogteligging
hoogteligginkjes	=	hoogteligging
hoogtelijn	noun	loodlijn uit een van de hoekpunten van een driehoek op de overstaande zijde neergelaten
hoogtelijnen	=	hoogtelijn
hoogtelijntje	=	hoogtelijn
hoogtelijntjes	=	hoogtelijn
hoogtemeter	noun	instrument dat de hoogte boven het aardoppervlakte aangeeft
hoogtemeters	=	hoogtemeter
hoogtemetertje	=	hoogtemeter
hoogtemeting	noun	bepalen waar een bepaald punt in de verticale richting is gelegen
hoogtemetingen	=	hoogtemeting
hoogten	=	hoogte
hoogtepunt	noun	bijzonder belangrijk of goed ogenblik
hoogtepunten	=	hoogtepunt
hoogtepuntje	=	hoogtepunt
hoogtepuntjes	=	hoogtepunt
hoogterecord	noun	hoger dan al het voorafgaande
hoogterecordje	=	hoogterecord
hoogterecordjes	=	hoogterecord
hoogterecords	=	hoogterecord
hoogteroer	noun	beweegbare deel van een vleugel waarmee een vliegtuig omhoog of omlaag gestuurd wordt
hoogteroeren	=	hoogteroer
hoogteroertje	=	hoogteroer
hoogteroertjes	=	hoogteroer
hoogtes	=	hoogte
hoogtestage	noun	tijdelijk verblijf in het hooggebergte om (door de ijlere lucht) de aanmaak van rode bloedlichaampjes te bevorderen en zo het uithoudingsvermogen te verbeteren
hoogtestages	=	hoogtestage
hoogtetent	noun	een min of meer gasdichte tent waarin het zuurstofgehalte van de lucht op grote hoogte gesimuleerd kan wroden
hoogtetenten	=	hoogtetent
hoogtetentje	=	hoogtetent
hoogtetentjes	=	hoogtetent
hoogtetje	=	hoogte
hoogtetjes	=	hoogte
hoogtetraining	noun	het beoefenen van sport op grote hoogte, in een ijlere atmosfeer, om zo een groter uithoudingsvermogen te ontwikkelen
hoogtetrainingen	=	hoogtetraining
hoogteverschil	noun	de vertikale afstand tussen twee of meer plaatsen
hoogteverschillen	=	hoogteverschil
hoogteverschilletje	=	hoogteverschil
hoogteverschilletjes	=	hoogteverschil
hoogtevrees	noun	buitensporige angst voor hoogten
hoogtevreesje	=	hoogtevrees
hoogtewerker	noun	een verrijdbaar toestel waarmee men op een veilige manier aan hoger gelegen installaties kan werken
hoogtewerkers	=	hoogtewerker
hoogtewerkertje	=	hoogtewerker
hoogtewerkertjes	=	hoogtewerker
hoogteziekte	noun	bergziekte of hypobaropathie is de naam voor een verzameling van ziekteverschijnselen, die kunnen optreden als een persoon zich te snel naar grote hoogtes verplaatst (ICD-10 D75.1)
hoogteziekten	=	hoogteziekte
hoogteziektes	=	hoogteziekte
hoogtezon	noun	lamp die ultraviolette straling afgeeft waardoor men bruin wordt
hoogtezonnen	=	hoogtezon
hoogtezonnetje	=	hoogtezon
hoogtezonnetjes	=	hoogtezon
hoogtij	noun	de maximale waterhoogte als gevolg van de tijdewerking.
hoogtijd	noun	periode dat men op zijn best is of was
hoogtijdag	noun	een bijzonder feestelijke dag
hoogtijdagen	=	hoogtijdag
hoogtijdagje	=	hoogtijdag
hoogtijdagjes	=	hoogtijdag
hoogtijden	=	hoogtijd
hoogtijen	=	hoogtij
hoogtijperiode	noun	tijdsperiode dat men op zijn best is; succesvolle periode
hoogtijperioden	=	hoogtijperiode
hoogtijperiodes	=	hoogtijperiode
hooguit	adv	maximaal ingeschat; op zijn meeste
hoogveen	noun	boven de waterspiegels gevormd veen
hoogveen-veenmos	noun	Sphagnum magellanicum een soort mos van het geslacht Sphagnum (veenmos).
hoogveen-veenmosje	=	hoogveen-veenmos
hoogveen-veenmosjes	=	hoogveen-veenmos
hoogveen-veenmossen	=	hoogveen-veenmos
hoogveenaarduil	noun	Coenophila subrosea een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
hoogveenaarduilen	=	hoogveenaarduil
hoogveenaarduiltje	=	hoogveenaarduil
hoogveenaarduiltjes	=	hoogveenaarduil
hoogveenblinker	noun	Heliophanus dampfi een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
hoogveenblinkers	=	hoogveenblinker
hoogveenblinkertje	=	hoogveenblinker
hoogveenblinkertjes	=	hoogveenblinker
hoogveengebied	noun	mineraalarm, zuur drasland met een aan deze extreme omstandigheden aangepaste vegetatie en fauna
hoogveengebieden	=	hoogveengebied
hoogveengebiedje	=	hoogveengebied
hoogveengebiedjes	=	hoogveengebied
hoogveenglanslibel	noun	Somatochlora arctica een middelgrote echte libel (Anisoptera), behorend tot de familie van de glanslibellen (Corduliidae).
hoogveenglanslibellen	=	hoogveenglanslibel
hoogveenglanslibelletje	=	hoogveenglanslibel
hoogveenglanslibelletjes	=	hoogveenglanslibel
hoogveenlanglijf	noun	Sphaerophoria potentillae een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
hoogveenlanglijfje	=	hoogveenlanglijf
hoogveenlanglijfjes	=	hoogveenlanglijf
hoogveenlanglijven	=	hoogveenlanglijf
hoogveensnelloper	noun	Agonum munsteri een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
hoogveensnellopers	=	hoogveensnelloper
hoogveensnellopertje	=	hoogveensnelloper
hoogveensnellopertjes	=	hoogveensnelloper
hoogveentje	=	hoogveen
hoogveentjes	=	hoogveen
hoogveenvlekuil	noun	Amphipoea lucens een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
hoogveenvlekuilen	=	hoogveenvlekuil
hoogveenvlekuiltje	=	hoogveenvlekuil
hoogveenvlekuiltjes	=	hoogveenvlekuil
hoogvenen	=	hoogveen
hoogverheven	adj	van een zeer hoge rang of stand; zeer verheven
hoogverhevens	=	hoogverheven
hoogverraad	noun	verraad van het eigen land in tijd van oorlog
hoogverraden	=	hoogverraad
hoogverrijkt	adj	sterk gezuiverd
hoogverrijkte	=	hoogverrijkt
hoogverrijkts	=	hoogverrijkt
hoogvinbraam	noun	Taractes asper een braam uit de familie Bramidae, die voorkomt in bijna alle oceanen (Atlantische Oceaan, Indische Oceaan en de Grote Oceaan), op een diepte van 1 tot 140 meter.
hoogvinbraampje	=	hoogvinbraam
hoogvinbraampjes	=	hoogvinbraam
hoogvinbramen	=	hoogvinbraam
hoogvinkarper	noun	Poecilia velifera een vissoort die voorkomt in de regio van het Mexicaanse schiereiland Yucatán.
hoogvinkarpers	=	hoogvinkarper
hoogvinkarpertje	=	hoogvinkarper
hoogvinkarpertjes	=	hoogvinkarper
hoogvinlantaarnhaai	noun	Centroscyllium excelsum een vissensoort uit de familie van de doornhaaien (Etmopteridae).
hoogvinlantaarnhaaien	=	hoogvinlantaarnhaai
hoogvinlantaarnhaaitje	=	hoogvinlantaarnhaai
hoogvinlantaarnhaaitjes	=	hoogvinlantaarnhaai
hoogvlakte	noun	gebied met weinig reliëf dat hoger ligt dan 500 m. boven de zeespiegel
hoogvlakteleeuwerik	noun	Corypha nigrescens een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
hoogvlakteleeuweriken	=	hoogvlakteleeuwerik
hoogvlakteleeuwerikje	=	hoogvlakteleeuwerik
hoogvlakteleeuwerikjes	=	hoogvlakteleeuwerik
hoogvlakten	=	hoogvlakte
hoogvlaktes	=	hoogvlakte
hoogvlaktetje	=	hoogvlakte
hoogvlaktetjes	=	hoogvlakte
hoogvliegend	adj	op grote hoogte vliegend
hoogvliegende	=	hoogvliegend
hoogvliegends	=	hoogvliegend
hoogvlieger	noun	begaafd persoon
hoogvliegers	=	hoogvlieger
hoogvogel	noun	de hoogste vogel bij het gaaischieten
hoogvogels	=	hoogvogel
hoogwaardig	adj	als iets of iemand van heel goede kwaliteit is en daardoor veel waard is
hoogwaardige	=	hoogwaardig
hoogwaardiger	=	hoogwaardig
hoogwaardigere	=	hoogwaardig
hoogwaardigers	=	hoogwaardig
hoogwaardigheden	=	hoogwaardigheid
hoogwaardigheid	noun	de mate waarin een zaak of persoon een hoge waardigheid heeft en op die grond het recht heeft om bewonderd en vereerd te worden
hoogwaardigheidje	=	hoogwaardigheid
hoogwaardigheidsbekleder	noun	iemand die een hoog ambt bekleedt of anderszins een hoge positie in de Kerk of maatschappij bezit
hoogwaardigheidsbekleders	=	hoogwaardigheidsbekleder
hoogwaardigheidsbekledertje	=	hoogwaardigheidsbekleder
hoogwaardigheidsbekleedster	=	hoogwaardigheidsbekleder
hoogwaardigs	=	hoogwaardig
hoogwaardigst	=	hoogwaardig
hoogwaardigste	=	hoogwaardig
hoogwater	noun	ogenblik dat de vloed op zijn hoogst is
hoogwaterbescherming	noun	bescherming tegen overstromingen veroorzaakt door verhoogde waterstanden
hoogwaterbeschermingen	=	hoogwaterbescherming
hoogwateren	=	hoogwater
hoogwatergeld	noun	een vergoeding voor schippers wanneer zij niet door kunnen varen wegens te hoog water
hoogwatergelden	=	hoogwatergeld
hoogwatergolf	noun	periode met verhoogde waterstanden
hoogwatergolven	=	hoogwatergolf
hoogwaterkering	noun	een waterkering die moet beschermen tegen overstromingen als er sprake is van (zeer) hoge waterstanden
hoogwaterkeringen	=	hoogwaterkering
hoogwaterlijn	noun	lijn die de grens van het hoogwater aangeeft
hoogwaterlijnen	=	hoogwaterlijn
hoogwaters	=	hoogwater
hoogwaterstand	noun	de stand van het water bij vloed
hoogwaterstanden	=	hoogwaterstand
hoogwatertje	=	hoogwater
hoogwatertjes	=	hoogwater
hoogwelgeboren	adj	zeer eerbiedwaardig; zeer veel respect verdienend
hoogwelgeborens	=	hoogwelgeboren
hoogwerker	noun	een verrijdbaar toestel waarmee men op een veilige manier aan hoger gelegen installaties kan werken
hoogwerkers	=	hoogwerker
hoogwerkertje	=	hoogwerker
hoogwerkertjes	=	hoogwerker
hoogzit	noun	hooggeplaatste hut waarin jagers verblijven tijdens de jacht
hoogzitje	=	hoogzit
hoogzitjes	=	hoogzit
hoogzitten	=	hoogzit
hoogzomer	noun	midden in de zomer wanneer het het warmste is
hoogzwanger	adj	in de laatste tijd van de zwangerschap zijnd waarbij de vrouw of het vrouwtjes dier een hele dikke buik heeft
hoogzwangere	=	hoogzwanger
hoogzwangers	=	hoogzwanger
hooi	noun	gedroogd gras
hooibaal	noun	gedroogd gras geperst in een balkvorm
hooibaaltje	=	hooibaal
hooibaaltjes	=	hooibaal
hooibalen	=	hooibaal
hooibeest	noun|informal	benaming voor nachtvlinders uit het geslacht Noctua in de familie uilen Noctuidae
hooibeesten	=	hooibeest
hooibeestje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor dagvlinders uit het geslacht Coenonympha
hooibeestjes	noun	alleen verkleinwoord geslacht Coenonympha van dagvlinders uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae#verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord hooibeest, informele benaming voor nachtvlinders uit het geslacht Noctua
hooiberg	noun	een ter bewaring opgestapelde hoeveelheid gedroogd gras
hooibergen	=	hooiberg
hooibergje	=	hooiberg
hooibergjes	=	hooiberg
hooiboer	noun	boer die zich vooral op het winnen van hooi toelegt
hooiboeren	=	hooiboer
hooiboertje	=	hooiboer
hooiboertjes	=	hooiboer
hooibroei	noun	door gisting heel warm worden van (te vochtig) opgeslagen gras
hooide	=	hooien
hooiden	=	hooien
hooiduivel	noun	kleine wervelwind waarbij hooi in een spiralende luchtstroom wordt gebracht
hooiduivels	=	hooiduivel
hooiduiveltje	=	hooiduivel
hooiduiveltjes	=	hooiduivel
hooie	=	hooien
hooien	verb	het oogsten en binnenhalen van hooi.
hooiend	=	hooien
hooiende	=	hooien
hooier	noun	iemand die hooien als beroep heeft
hooiers	=	hooier
hooigat	noun	gat in de zolder waardoor men het hooi naar beneden kan gooien	adj	afgemat, uitgeput
hooigaten	=	hooigat
hooigats	=	hooigat
hooigraaf	noun	spade met lange, dwarse greep, om een vak uit een hooiberg te snijden
hooigraafje	=	hooigraaf
hooigraafjes	=	hooigraaf
hooigraven	=	hooigraaf
hooihoop	noun	opstapeling van gemaaid en gedroogd gras
hooihoopje	=	hooihoop
hooihoopjes	=	hooihoop
hooihopen	=	hooihoop
hooikist	noun	kist, van binnen met hooi of een andere isolerende stof bekleed, om er spijzen in warm te houden of gaar te laten worden ter besparing van brandstof
hooikisten	=	hooikist
hooikistje	=	hooikist
hooikistjes	=	hooikist
hooikoorts	noun	allergische ontsteking (rinitis) van de slijmvliezen veroorzaakt door stuifmeel (pollen) van planten, vaak grassen of boomsoorten
hooiland	noun	een grasland dat gebruikt wordt om hooi van te oogsten
hooilanden	=	hooiland
hooilandje	=	hooiland
hooilandjes	=	hooiland
hooilandpaardenbloem	noun	een sectie Taraxacum sect.
hooilandpaardenbloemen	=	hooilandpaardenbloem
hooilandpaardenbloemetje	=	hooilandpaardenbloem
hooilandpaardenbloemetjes	=	hooilandpaardenbloem
hooilandpaardenbloempje	=	hooilandpaardenbloem
hooilandpaardenbloempjes	=	hooilandpaardenbloem
hooilandsatijnzwam	noun	Entoloma calthionis een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
hooilandsatijnzwammen	=	hooilandsatijnzwam
hooilandsatijnzwammetje	=	hooilandsatijnzwam
hooilandsatijnzwammetjes	=	hooilandsatijnzwam
hooilandwasplaat	noun	Hygrocybe glutinipes een paddenstoel uit de familie Hygrophoraceae.
hooilandwasplaatje	=	hooilandwasplaat
hooilandwasplaatjes	=	hooilandwasplaat
hooilandwasplaten	=	hooilandwasplaat
hooimaand	noun	zevende maand van het kalenderjaar
hooimaanden	=	hooimaand
hooimaandje	=	hooimaand
hooimaandjes	=	hooimaand
hooiman	noun	iemand die hooit
hooimannen	=	hooiman
hooimijt	noun	opslagplaats voor hooi zonder overkapping
hooimijten	=	hooimijt
hooimijtje	=	hooimijt
hooioogst	noun	het door maaien van gras winnen van hooi
hooioogsten	=	hooioogst
hooiopper	noun	toestel om hooi te drogen
hooioppers	=	hooiopper
hooischelf	noun	stapel hooi
hooischelven	=	hooischelf
hooischuren	=	hooischuur
hooischuur	noun	grote opslagruimte voor gedroogd gras
hooischuurtje	=	hooischuur
hooischuurtjes	=	hooischuur
hooisnijder	noun	iemand die hooi snijdt (met zeis of sikkel)
hooisnijders	=	hooisnijder
hooit	=	hooien
hooitas	noun	stapel hooi
hooitassen	=	hooitas
hooitijd	noun	de periode van het jaar dat hooi geoogst wordt, maaitijd
hooitijden	=	hooitijd
hooivork	noun	vorkvormig landbouwwerktuig waarmee bijvoorbeeld hooi wordt opgestoken
hooivorken	=	hooivork
hooivorkje	=	hooivork
hooivorkjes	=	hooivork
hooiwagen	noun	voertuig waarop hooi wordt vervoerd
hooiwagens	noun	Opiliones een orde van geleedpotige dieren.
hooiwagentje	=	hooiwagen
hooiwagentjes	=	hooiwagen
hooizolder	noun	zolder van een schuur waarop men hooi bewaart
hooizolders	=	hooizolder
hooizoldertje	=	hooizolder
hooizoldertjes	=	hooizolder
hooked	adj	verslaafd
hool	=	holen
hoolde	=	holen
hoolden	=	holen
hooligan	noun	iemand die uit is op een flinke knokpartij en vooral actief is bij voetbalwedstrijden
hooliganheffing	noun	een heffing die bij risicowedstrijden wordt betaald voor de extra inzet van politie
hooliganheffingen	=	hooliganheffing
hooliganheffinkje	=	hooliganheffing
hooliganheffinkjes	=	hooliganheffing
hooliganisme	noun	geregisseerd geweld dat in groepsverband wordt gepleegd vooral bij voetbalwedstrijden en openluchtmanifestaties
hooligannetje	=	hooligan
hooligans	=	hooligan
hoolt	=	holen
hoon	noun	honende uitlating
hoonde	=	honen
hoonden	=	honen
hoongelach	noun	een manier van lachen die minachting uitdrukt
hoont	=	honen
hoop	noun	stapel
hoopgevend	adj	leidend tot gunstige verwachtingen voor de toekomst
hoopgevende	=	hoopgevend
hoopgevender	=	hoopgevend
hoopgevendere	=	hoopgevend
hoopgevenders	=	hoopgevend
hoopgevends	=	hoopgevend
hoopgevendst	=	hoopgevend
hoopgevendste	=	hoopgevend
hoopje	=	hoop
hoopjes	=	hoop
hooploper	noun|obsolete	bepaald type varensgezel
hooplopers	=	hooploper
hooplopertje	=	hooploper
hooplopertjes	=	hooploper
hoopt	=	hopen
hoopte	=	hopen
hoopten	=	hopen
hoopvol	adj	veel hoop gevend
hoopvolle	=	hoopvol
hoopvoller	=	hoopvol
hoopvollere	=	hoopvol
hoopvollers	=	hoopvol
hoopvols	=	hoopvol
hoopvolst	=	hoopvol
hoopvolste	=	hoopvol
hoor	intj	ter bevestiging, ontkenning, toestemming, instemming enz. tussen of na een uitspraak of mededeling
hoor'n	=	horen
hoorapparaat	noun	toestel voor slechthorenden om het gehoor te versterken
hoorapparaatje	=	hoorapparaat
hoorapparaatjes	=	hoorapparaat
hoorapparaten	=	hoorapparaat
hoorbaar	adj	dat wat gehoord kan worden
hoorbaarder	=	hoorbaar
hoorbaardere	=	hoorbaar
hoorbaarders	=	hoorbaar
hoorbaars	=	hoorbaar
hoorbaarst	=	hoorbaar
hoorbaarste	=	hoorbaar
hoorbare	=	hoorbaar
hoorcollege	noun	les aan een hogeschool of universiteit waarbij de docent praat en de student luistert
hoorcolleges	=	hoorcollege
hoorcommissie	noun	onderzoekscommissie die getuigenverklaringen afneemt
hoorcommissies	=	hoorcommissie
hoorde	=	horen
hoorden	=	horen
hoorder	noun|formal	iemand die naar iets luistert
hoorders	=	hoorder
hooren	=	horen
hoorfout	noun	misverstand waarbij je iets anders verstaat dat ongeveer hetzelfde klinkt als dat wat werkelijk te beluisteren was
hoorfouten	=	hoorfout
hoormaand	noun|obsolete	twaalfde maand van het kalenderjaar
hoorn	noun	hard en meestal gebogen uitsteeksel aan de kop van verschillende dieren
hoorn-van-overvloed	noun	een eetbare paddenstoel Craterellus cornucopioides die op de Rode Lijst voor paddenstoelen staat.
hoorn-van-overvloeden	=	hoorn-van-overvloed
hoornaar	noun	Vespa soort grote wesp, lid van een geslacht van eusociale wespachtigen.
hoornaarblaaskop	noun	Conops vesicularis een vliegensoort uit de familie van de blaaskopvliegen (Conopidae).
hoornaarblaaskopje	=	hoornaarblaaskop
hoornaarblaaskopjes	=	hoornaarblaaskop
hoornaarblaaskoppen	=	hoornaarblaaskop
hoornaarroofvlieg	noun	Asilus crabroniformis een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
hoornaarroofvliegen	=	hoornaarroofvlieg
hoornaarroofvliegje	=	hoornaarroofvlieg
hoornaarroofvliegjes	=	hoornaarroofvlieg
hoornaars	noun	Vespa een geslacht van eusociale wespachtigen.
hoornaartje	=	hoornaar
hoornaartjes	=	hoornaar
hoornaarvlinder	noun	Sesia apiformis een insect uit de familie wesp- of glasvlinders (Sesiidae)
hoornaarvlinders	=	hoornaarvlinder
hoornaarvlindertje	=	hoornaarvlinder
hoornaarvlindertjes	=	hoornaarvlinder
hoornachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van hoorn
hoornachtige	=	hoornachtig
hoornachtiger	=	hoornachtig
hoornachtigere	=	hoornachtig
hoornachtigers	=	hoornachtig
hoornachtigs	=	hoornachtig
hoornachtigst	=	hoornachtig
hoornachtigste	=	hoornachtig
hoornadder	noun	Cerastes cerastes een giftige slang uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie echte adders (Viperinae)
hoornadders	noun	een geslacht Cerastes van slangen uit de onderfamilie echte adders (Viperinae) van de familie adders (Viperidae)
hoornaddertje	=	hoornadder
hoornaddertjes	=	hoornadder
hoornantenne	noun	een hoornvormige antenne met een zeer smalle stralenbundel die in de hogere frequentiebanden (UHF en hoger) wordt toegepast voor straalverbindingen, radar en dient als element van paraboolantennes
hoornantennes	=	hoornantenne
hoornantennetje	=	hoornantenne
hoornantennetjes	=	hoornantenne
hoornblaadje	=	hoornblad
hoornblaadjes	=	hoornblad
hoornblad	noun	blad, plaat van hoorn
hoornbladen	=	hoornblad
hoornbladstaartgekko	noun	Saltuarius cornutus een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Carphodactylidae
hoornbladstaartgekko's	=	hoornbladstaartgekko
hoornbladstaartgekkootje	=	hoornbladstaartgekko
hoornbladstaartgekkootjes	=	hoornbladstaartgekko
hoornblazer	noun	iemand die op een hoorn blaast (voor zijn beroep)
hoornblazers	=	hoornblazer
hoornblazertje	=	hoornblazer
hoornbloem	noun	een geslacht Cerastium van dat behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
hoornbloemdwergspanner	noun	Eupithecia pygmaeata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
hoornbloemdwergspanners	=	hoornbloemdwergspanner
hoornbloemdwergspannertje	=	hoornbloemdwergspanner
hoornbloemdwergspannertjes	=	hoornbloemdwergspanner
hoornbloemen	=	hoornbloem
hoornbloemetje	=	hoornbloem
hoornbloemetjes	=	hoornbloem
hoornbloemgalmug	noun	Dasineura lotharingiae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
hoornbloemgalmuggen	=	hoornbloemgalmug
hoornbloemgalmugje	=	hoornbloemgalmug
hoornbloemgalmugjes	=	hoornbloemgalmug
hoornbloemkustmot	noun	Caryocolum alsinella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
hoornbloemkustmotje	=	hoornbloemkustmot
hoornbloemkustmotjes	=	hoornbloemkustmot
hoornbloemkustmotten	=	hoornbloemkustmot
hoornbloempje	=	hoornbloem
hoornbloempjes	=	hoornbloem
hoornbloemsteltwants	noun	Berytinus crassipes een wants uit de familie steltwantsen (Berytidae).
hoornbloemsteltwantsen	=	hoornbloemsteltwants
hoornbloemsteltwantsje	=	hoornbloemsteltwants
hoornbloemsteltwantsjes	=	hoornbloemsteltwants
hoorndol	adj	woedend
hoorndolle	=	hoorndol
hoorndols	=	hoorndol
hoorndrager	noun	bedrogen echtgenoot
hoorndragers	=	hoorndrager
hoornen	adj	gemaakt van de hoorn van een dier
hoorngeschal	noun	het geluid dat een hoorn maakt
hoorngoean	noun	Oreophasis derbianus een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
hoorngoeannetje	=	hoorngoean
hoorngoeannetjes	=	hoorngoean
hoorngoeans	=	hoorngoean
hoornhokko	noun	Pauxi unicornis een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
hoornhokko's	=	hoornhokko
hoornhokkootje	=	hoornhokko
hoornhokkootjes	=	hoornhokko
hoornig	adj	met een of meer hoornen
hoornige	=	hoornig
hoorniger	=	hoornig
hoornigere	=	hoornig
hoornigers	=	hoornig
hoornigs	=	hoornig
hoornigst	=	hoornig
hoornigste	=	hoornig
hoornist	noun	musicus die een hoorn bespeelt
hoorniste	noun	vrouwelijke vorm van hoornist
hoornisten	=	hoornist
hoornistes	=	hoorniste
hoornistje	=	hoornist
hoornistjes	=	hoornist
hoornklaver	noun	een geslacht Trigonella uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
hoornkoet	noun	Fulica cornuta een vogel uit de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).
hoornkoeten	=	hoornkoet
hoornkoetje	=	hoornkoet
hoornkoetjes	=	hoornkoet
hoornkoralen	noun	een orde Gorgonacea met een aantal families koralen uit de onderklasse Octocorallia.
hoornlaag	noun	de bovenste laag van de huid bestaande uit verhoornde cellen
hoornlaagje	=	hoornlaag
hoornlaagjes	=	hoornlaag
hoornlagen	=	hoornlaag
hoornloos	adj	zonder hoorn
hoornloost	=	hoornloos
hoornlooste	=	hoornloos
hoornloze	=	hoornloos
hoornlozer	=	hoornloos
hoornlozere	=	hoornloos
hoornlozers	=	hoornloos
hoornmelde	noun	Axyris amaranthoides een eenjarige plant uit de amarantenfamilie.
hoornmelden	=	hoornmelde
hoornmeldetje	=	hoornmelde
hoornmeldetjes	=	hoornmelde
hoornmestkever	noun	insect uit de geslacht Onthophagus van bladsprietkevers uit de onderfamilie Scarabaeinae.
hoornmestkevers	noun	Onthophagus een geslacht van bladsprietkevers uit de onderfamilie Scarabaeinae.
hoornmestkevertje	=	hoornmestkever
hoornmestkevertjes	=	hoornmestkever
hoornpalpje	noun	Sintula corniger een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
hoornpalpjes	=	hoornpalpje
hoornparkiet	noun	Eunymphicus cornutus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
hoornparkieten	noun	een geslacht Eunymphicus van vogels uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
hoornparkietje	=	hoornparkiet
hoornparkietjes	=	hoornparkiet
hoornratelslang	noun	Crotalus cerastes een slang uit de familie adders (Viperidae), en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
hoornratelslangen	=	hoornratelslang
hoornratelslangetje	=	hoornratelslang
hoornratelslangetjes	=	hoornratelslang
hoorns	=	hoorn
hoornsignaal	noun	signaal (geluid) voortgebracht door een hoorn
hoornsignaaltje	=	hoornsignaal
hoornsignaaltjes	=	hoornsignaal
hoornsignalen	=	hoornsignaal
hoornslak	noun	slak met uitwendige hoorn
hoornslakje	=	hoornslak
hoornslakjes	=	hoornslak
hoornslakken	=	hoornslak
hoornstof	noun	het harde materiaal van hoeven, snavels, vinger- en teennagels en de buitenkant van hoorns
hoornstoffen	=	hoornstof
hoorntje	=	hoorn
hoorntjes	=	hoorn
hoornuil	noun	Asio otus soort ooruil, de Friese naam voor een ransuil
hoornuilen	=	hoornuil
hoornuiltje	=	hoornuil
hoornuiltjes	=	hoornuil
hoornvee	noun	vee met hoorns
hoornviolen	=	hoornviool
hoornviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola cornuta uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
hoornviooltje	noun	bepaalde kruidachtige plant, Viola cornuta uit de viooltjesfamilie (Violaceae), die vooral te vinden is op subalpiene graslanden in het hooggebergte van de Pyreneeën en het Cantabrisch Gebergte; een viooltje met relatief grote lichtblauwe bloemen en een opvallend lang spoor
hoornviooltjes	=	hoornviooltje
hoornvlies	noun	vlies dat de oogbal grotendeels omgeeft en aan de voorzijde daarvan doorzichtig is
hoornvliesje	=	hoornvlies
hoornvliesontsteking	noun	een ontsteking van het hoornvlies, het heldere buitenste laagje aan de voorkant van het oog.
hoornvliesontstekingen	=	hoornvliesontsteking
hoornvliesontstekinkje	=	hoornvliesontsteking
hoornvliesontstekinkjes	=	hoornvliesontsteking
hoornvliestransplantatie	noun	een chirurgische ingreep waarbij een beschadigd hoornvlies wordt vervangen door dat van een donor
hoornvliestransplantaties	=	hoornvliestransplantatie
hoornvliezen	=	hoornvlies
hoornvoetsalamander	noun	Batrachuperus pinchonii een amfibie uit de familie Aziatische landsalamanders (Hynobiidae).
hoornvoetsalamanders	=	hoornvoetsalamander
hoornvoetsalamandertje	=	hoornvoetsalamander
hoornvoetsalamandertjes	=	hoornvoetsalamander
hoornzakdrager	noun	Luffia lapidella een nachtvlinder uit de familie van de zakjesdragers (Psychidae).
hoornzakdragers	=	hoornzakdrager
hoornzakdragertje	=	hoornzakdrager
hoornzakdragertjes	=	hoornzakdrager
hoorprobleem	noun	slecht kunnen horen
hoorproblemen	=	hoorprobleem
hoorspel	noun	toneelstuk dat door de radio uitgezonden wordt en waarbij de nadruk ligt op het gehoor
hoorspelacteur	noun	acteur die in hoorspelen optreedt
hoorspelacteurs	=	hoorspelacteur
hoorspelacteurtje	=	hoorspelacteur
hoorspelacteurtjes	=	hoorspelacteur
hoorspelen	=	hoorspel
hoorspelletje	=	hoorspel
hoorspelletjes	=	hoorspel
hoorspelregisseur	noun	iemand die de regie voert bij het maken van een hoorspel
hoorspelregisseurs	=	hoorspelregisseur
hoorspelregisseurtje	=	hoorspelregisseur
hoorspelregisseurtjes	=	hoorspelregisseur
hoort	=	horen
hoortoestel	noun	apparaat dat slechthorenden helpt bij het waarnemen van geluid
hoortoestellen	=	hoortoestel
hoortoestelletje	=	hoortoestel
hoortoestelletjes	=	hoortoestel
hoorvermogen	noun	eigenschap dat je geluid kunt waarnemen
hoorvermogens	=	hoorvermogen
hoorzitting	noun	een zitting waarin belanghebbenden hun mening kunnen uiten ten overstaan van een overheidsinstelling over een te nemen besluit
hoorzittingen	=	hoorzitting
hoorzittinkje	=	hoorzitting
hoorzittinkjes	=	hoorzitting
hoos	noun	sterk wervelende wind met soms een slurf
hoosbui	noun	een zeer heftige regenbui
hoosbuien	=	hoosbui
hoosbuitje	=	hoosbui
hoosbuitjes	=	hoosbui
hoosde	=	hozen
hoosden	=	hozen
hoosgat	noun	verdiepte ruimte in de bodem van een schip waar zich water kan verzamelen dat men uit de boot kan scheppen
hoosgaten	=	hoosgat
hoosje	=	hoos
hoosjes	=	hoos
hoost	=	hozen
hoosvat	noun	kom waarmee men water uit een boot kan scheppen
hoosvaten	=	hoosvat
hootje	=	ho
hootjes	=	ho
hoovaardig	=	hovaardig
hoovaardij	=	hovaardij
hop	noun	bepaald soort vogel, Upupa epops, met typische kuif	intj	uitroep bij een opspringende beweging
hopbel	noun	geschubde vruchtkegel om de bloem van de vrouwelijke hopplant
hopbellen	=	hopbel
hopbeuk	noun	een plantengeslacht Ostrya uit de berkenfamilie (Betulaceae).
hopbeuken	=	hopbeuk
hopbeukje	=	hopbeuk
hopbeukjes	=	hopbeuk
hopbouw	noun	het verbouwen van hop
hopdwergspanner	noun	Eupithecia assimilata een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
hopdwergspanners	=	hopdwergspanner
hopdwergspannertje	=	hopdwergspanner
hopdwergspannertjes	=	hopdwergspanner
hope	=	hopen
hopeilijster	noun	Turdus feae een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
hopeilijsters	=	hopeilijster
hopeilijstertje	=	hopeilijster
hopeilijstertjes	=	hopeilijster
hopelijk	adv	zoals te hopen is
hopeloos	adj	waaraan hoop op succes ontbreekt
hopeloosheden	=	hopeloosheid
hopeloosheid	noun	het hopeloos zijn
hopeloost	=	hopeloos
hopelooste	=	hopeloos
hopeloze	=	hopeloos
hopelozer	=	hopeloos
hopelozere	=	hopeloos
hopelozers	=	hopeloos
hopen	verb	wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt
hopend	adj	denkend dat iets wel goed zal komen zonder dat men dat zeker weet
hopende	=	hopen
hopends	=	hopend
hopi	adv|slang	in grote hoeveelheid, in hoge mate
hopichipmunk	noun	Tamias rufus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
hopichipmunkje	=	hopichipmunk
hopichipmunkjes	=	hopichipmunk
hopichipmunks	=	hopichipmunk
hopje	noun	hard snoepje met een lichte koffie- en karamelsmaak
hopjes	=	hop
hopjesvla	noun	een Haagsche vla-specialiteit, gebaseerd op het Haagsche hopje met een karamel- en koffiesmaak
hopjesvla's	=	hopjesvla
hopjesvlaatje	=	hopjesvla
hopjesvlaatjes	=	hopjesvla
hopklaver	noun	Medicago lupulina een kruipende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae of Fabaceae).
hopklavers	=	hopklaver
hopklavertje	=	hopklaver
hopklavertjes	=	hopklaver
hopla	intj	een uitdrukking die aangeeft dat iets ineens gedaan kan worden of ineens gebeurt
hoplakee	intj	hupsakee
hopland	noun	akker waarop men hop verbouwt
hoplichthyden	noun	een familie Hoplichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
hoplieden	=	hopman
hoplui	=	hopman
hopman	noun|obsolete	kapitein in het Nederlandse leger
hopmannen	=	hopman
hopmannetje	=	hopman
hopmannetjes	=	hopman
hopmans	=	hopman
hopoogst	noun	het van het veld halen van de gekweekte hop
hopoogsten	=	hopoogst
hopoogstje	=	hopoogst
hopoogstjes	=	hopoogst
hoppe	noun	roodbruine, gekuifde vogel Upupa epops
hoppen	verb	tijdens meditatie springen en zweven	noun	Upupidae een familie uit de orde Bucerotiformes, die één geslacht en 3 soorten telt
hoppend	=	hoppen
hoppende	=	hoppen
hopper	noun	voertuig waarmee men kan hoppen
hoppers	=	hopper
hoppertje	=	hopper
hoppertjes	=	hopper
hopprachtmot	noun	Cosmopterix zieglerella een vlinder uit de familie prachtmotten (Cosmopterigidae).
hopprachtmotje	=	hopprachtmot
hopprachtmotjes	=	hopprachtmot
hopprachtmotten	=	hopprachtmot
hoprank	noun	de kronkelige stengel waarmee de hopplant (Humulus lupulus) omhoog kruipt
hopranken	=	hoprank
hoprankje	=	hoprank
hoprankjes	=	hoprank
hops	=	hopsen
hopsa	intj	uitroep als iets makkelijk en snel lijkt te kunnen gebeuren
hopsakee	intj	hupsakee
hopsasa	intj	uitroep bij het dansen en springen.
hopse	=	hopsen
hopsen	verb	huppelend, springend dansen#:* Om de Spell van Belarudie te doorbreken, moeten we allemaal op één been hopsen en drie keer 'Get me out of this pickle' roepen.
hopsend	=	hopsen
hopsende	=	hopsen
hopsnuituil	noun	Hypena rostralis een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
hopsnuituilen	=	hopsnuituil
hopsnuituiltje	=	hopsnuituil
hopsnuituiltjes	=	hopsnuituil
hopspreeuw	noun	Fregilupus varius een uitgestorven zangvogel uit de familie Sturnidae (spreeuwen).
hopspreeuwen	=	hopspreeuw
hopspreeuwtje	=	hopspreeuw
hopspreeuwtjes	=	hopspreeuw
hopst	=	hopsen
hopste	=	hopsen
hopsteltmot	noun	Caloptilia fidella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
hopsteltmotje	=	hopsteltmot
hopsteltmotjes	=	hopsteltmot
hopsteltmotten	=	hopsteltmot
hopsten	=	hopsen
hopt	=	hoppen
hopte	=	hoppen
hopten	=	hoppen
hopveld	noun	een veld waarop hop gekweekt wordt
hopvelden	=	hopveld
hopveldje	=	hopveld
hopveldjes	=	hopveld
hopvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus humuli een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
hopvlieskelkjes	=	hopvlieskelkje
hopwarkruid	noun	Cuscuta lupuliformis een eenjarige parasitaire plant die behoort tot de windefamilie (Convolvulaceae) (vroeger de warkruidfamilie (Cuscutaceae)).
hopwarkruiden	=	hopwarkruid
hopwarkruidje	=	hopwarkruid
hopwarkruidjes	=	hopwarkruid
hopwortelboorder	noun	Hepialus humuli een nachtvlinder uit de familie van de wortelboorders (Hepialidae)
hopwortelboorders	=	hopwortelboorder
hopwortelboordertje	=	hopwortelboorder
hopwortelboordertjes	=	hopwortelboorder
hor	noun	een raamwerk met gaas dat voor een open deur of venster wordt geplaatst om vliegende insecten te weren
hora	noun	bepaalde Israëlische volksdans
hora's	=	hora
horde	noun	een obstakel dat in de weg staat, een hindernis
hordeloop	noun	loopnummer in de atletiek, waarbij men ook over een reeks identieke verplaatsbare hindernissen springt
hordeloopje	=	hordeloop
hordeloopster	noun	vrouwelijke atleet die meedoet aan hardloopwedstrijden over een baan waarbij ook over hindernissen moet worden gesprongen
hordeloopsters	=	hordeloopster
hordelopen	verb	loopnummer in de atletiek, waarbij men over horden moet springen
hordelopend	=	hordelopen
hordelopende	=	hordelopen
hordeloper	noun	atleet die meedoet aan hardloopwedstrijden over een baan waarbij ook over hindernissen moet worden gesprongen
hordelopers	=	hordeloper
horden	=	horde
hordenloop	=	hordeloop
hordes	=	horde
hordetje	=	horde
hore	=	horen
horeca	noun	de bedrijfstak die alle eet- en drinkgelegenheden en hotels omvat
horeca-aanbod	noun	de verzameling van alle bedrijven die maaltijden en dranken verstrekken, zoals restaurants, cafés en snackbars, en logies aanbieden, zoals hotels en pensions
horeca-achtig	adj	met de eigenschappen van een horecaonderneming
horeca-achtige	=	horeca-achtig
horeca-achtiger	=	horeca-achtig
horeca-achtigere	=	horeca-achtig
horeca-achtigers	=	horeca-achtig
horeca-achtigs	=	horeca-achtig
horeca-achtigst	=	horeca-achtig
horeca-achtigste	=	horeca-achtig
horeca-activiteit	noun	bedrijfsmatige bezigheid van een hotel, restaurant of café
horeca-activiteiten	=	horeca-activiteit
horeca-etablissement	noun	een gebouw waarin een hotel, restaurant of café zich bevindt
horeca-etablissementen	=	horeca-etablissement
horeca-exploitant	noun	eigenaar van een uitgaans gelegenheid
horeca-exploitanten	=	horeca-exploitant
horecabedrijf	noun	een onderneming die zich met hotel-, restaurant- of cafézaken bezighoudt
horecabedrijfje	=	horecabedrijf
horecabedrijfjes	=	horecabedrijf
horecabedrijven	=	horecabedrijf
horecabeleid	noun	de strategie die men heeft om met uitgaansgelegenheden om te gaan
horecabestemming	noun	functie als uitgaansgelegenheid
horecabeurs	noun	beurs waar ondernemers in de horecabranche ideeën kunnen opdoen voor hun bedrijfsvoering
horecabeurzen	=	horecabeurs
horecabond	noun	vereniging van horecaondernemers
horecabonden	=	horecabond
horecabranche	noun	de bedrijfstak die alle eet- en drinkgelegenheden en logiesverstrekkende bedrijven omvat
horecabranches	=	horecabranche
horecagebied	noun	deel van een stad waar veel horecagelegenheden zoals restaurants en cafés zijn
horecagebieden	=	horecagebied
horecagebiedje	=	horecagebied
horecagebiedjes	=	horecagebied
horecagedeelte	noun	deel van een gebouw dat bestemd is als uitgaangsgelegenheid
horecagedeelten	=	horecagedeelte
horecagedeeltes	=	horecagedeelte
horecagelegenheden	=	horecagelegenheid
horecagelegenheid	noun	een zaak die onderdeel uitmaakt van de horecabranche
horecagelegenheidje	=	horecagelegenheid
horecagroothandel	noun	winkel waar horecaondernemingen hun ingrediënten kunnen kopen
horecagroothandels	=	horecagroothandel
horecamedewerker	noun	iemand die werkt in een hotel, restaurant of café
horecamedewerkers	=	horecamedewerker
horecamedewerkertje	=	horecamedewerker
horecamedewerkertjes	=	horecamedewerker
horecamedewerkster	noun	vrouwelijk iemand die werkt in een hotel, restaurant of café
horecamedewerksters	=	horecamedewerkster
horecamedewerkstertje	=	horecamedewerkster
horecamedewerkstertjes	=	horecamedewerkster
horecaondernemer	noun	iemand die een eigen bedrijf in de horeca heeft
horecaondernemers	=	horecaondernemer
horecaonderneming	noun	onderneming met een uitgaansgelegenheid
horecaondernemingen	=	horecaonderneming
horecaonderneminkje	=	horecaonderneming
horecaonderneminkjes	=	horecaonderneming
horecaopleiding	noun	beroepsgerichte opleiding (meestal mbo) die je voorbereidt op een carrière in de hotellerie, restaurants, cafés of catering.
horecaopleidingen	=	horecaopleiding
horecaopleidinkje	=	horecaopleiding
horecaopleidinkjes	=	horecaopleiding
horecapersoneel	noun	de mensen die in loondienst werken in een horecaonderneming
horecapiraat	noun	iemand die zonder te betalen een horecagelegenheid verlaat
horecapiraatje	=	horecapiraat
horecapiraatjes	=	horecapiraat
horecapiraten	=	horecapiraat
horecasector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van de horeca
horecasectoren	=	horecasector
horecasectors	=	horecasector
horecavereniging	noun	vereniging van horecaondernemers
horecaverenigingen	=	horecavereniging
horecavergunning	noun	door de gemeente verstrekte officiële toestemming om een horecaonderneming te exploiteren
horecavergunningen	=	horecavergunning
horecawet	noun	wetgeving die regelt aan welke eisen hotels, restaurants en cafees moeten voldoen
horecawetten	=	horecawet
horecazaak	noun	onderneming met een hotel, restaurant of café of een combinatie daarvan
horecazaakje	=	horecazaak
horecazaakjes	=	horecazaak
horecazaken	=	horecazaak
horen	verb	geluid waarnemen met het oor	noun	hoorn
horend	adj	deel uitmakend van iets
horende	=	horen
horender	=	horend
horendere	=	horend
horenders	=	horend
horendol	adj	van iets dat je er doodmoe of overspannen van raakt
horendolle	=	horendol
horendols	=	horendol
horendrager	=	hoorndrager
horends	=	horend
horendst	=	horend
horendste	=	horend
horens	=	horen
horentje	=	horen
horentjes	=	horen
horenvee	=	hoornvee
horig	adj	verplicht diensten te verlenen aan een heer en gebonden aan het land
horige	noun	halfvrije dienstman van een middeleeuws heer
horigen	=	horige
horiger	=	horig
horigere	=	horig
horigers	=	horig
horigheden	=	horigheid
horigheid	noun	onderdanige, onvrije gebondenheid en onderdanigheid
horigs	=	horig
horigst	=	horig
horigste	=	horig
horizon	noun	denkbeeldige lijn tot waar men het aardoppervlak kan zien en waar het aardoppervlak en de lucht elkaar lijken te raken
horizonnen	=	horizon
horizons	=	horizon
horizont	noun	de lijn waarboven, bij vrij uitzicht zoals op zee, de hemellichamen zichtbaar zijn
horizontaal	adj	in de richting die haaks staat op die van de zwaartekracht van de aarde
horizontaals	=	horizontaal
horizontaalst	=	horizontaal
horizontaalste	=	horizontaal
horizontale	=	horizontaal
horizontaler	=	horizontaal
horizontalere	=	horizontaal
horizontalers	=	horizontaal
horizontalistisch	adj	met betrekking tot het horizontalisme
horizontalistische	=	horizontalistisch
horizontalistischer	=	horizontalistisch
horizontalistischere	=	horizontalistisch
horizontalistischers	=	horizontalistisch
horizonten	=	horizont
horizonvervuiling	noun	ontsiering van het landschap door hoge en lelijke bouwsels, installaties enz
horizonvervuilingen	=	horizonvervuiling
hork	noun	iemand die zich onaangenaam gedraagt door zich niet aan de normale omgangsvormen te houden
horke	=	hork
horken	=	hork
horkend	=	hork
horkenlijn	noun	intern telefoonnummer waar politieagenten lomp en asociaal weggedrag kunnen melden
horkenlijnen	=	horkenlijn
horkerig	adj	onbeleefd
horkerige	=	horkerig
horkeriger	=	horkerig
horkerigere	=	horkerig
horkerigers	=	horkerig
horkerigs	=	horkerig
horkerigst	=	horkerig
horkerigste	=	horkerig
horkje	=	hork
horkt	=	hork
horkte	=	hork
horkten	=	hork
horlepiep	noun	zeer bewegelijke door één persoon uitgevoerde dans
horlepiepen	=	horlepiep
horlepijp	=	horlepiep
horloge	noun	een draagbaar voorwerp waarop de tijd kan worden afgelezen
horlogeband	noun	bandje waarmee een horloge om de pols vastzit
horlogebanden	=	horlogeband
horlogebandje	=	horlogeband
horlogebandjes	=	horlogeband
horlogeglasverband	noun	doorzichtig oogverband dat het oog beschermt tegen uitdroging; wordt m.n. gebruikt bij een aangezichtsverlamming als de patiënt niet meer met de oogleden kan knipperen
horlogeglasverbanden	=	horlogeglasverband
horlogeglasverbandje	=	horlogeglasverband
horlogeglasverbandjes	=	horlogeglasverband
horlogekast	noun	een metalen doosje waarin een uurwerk zit
horlogekasten	=	horlogekast
horlogekastje	=	horlogekast
horlogekastjes	=	horlogekast
horlogeketting	noun	een ketting waaraan een horloge gedragen wordt
horlogekettingen	=	horlogeketting
horlogekettinkje	=	horlogeketting
horlogekettinkjes	=	horlogeketting
horlogemaakster	=	horlogemaker
horlogemaker	noun	iemand die horloges vervaardigt
horlogemakers	=	horlogemaker
horlogemakertje	=	horlogemaker
horlogemakertjes	=	horlogemaker
horlogemerk	noun	de naam die een horlogefabrikant gebruikt bij de verkoop van horloges
horlogemerken	=	horlogemerk
horloges	=	horloge
horlogetje	=	horloge
horlogetjes	=	horloge
horlogewinkel	noun	winkel waar men horloges verkoopt en repareert
horlogewinkels	=	horlogewinkel
horlogie	=	horloge
horlogier	noun	iemand die horloges vervaardigt
horlogiers	=	horlogier
hormon	noun	een stof die door een endocriene klier wordt afgescheiden en een bepaald effect veroorzaakt in het lichaam
hormonaal	adj	met betrekking tot hormonen
hormonaals	=	hormonaal
hormonaalst	=	hormonaal
hormonaalste	=	hormonaal
hormonale	=	hormonaal
hormonaler	=	hormonaal
hormonalere	=	hormonaal
hormonalers	=	hormonaal
hormonen	=	hormoon
hormonenmaffia	noun	handelaars in verboden groeihormonen
hormonenmaffia's	=	hormonenmaffia
hormonenring	noun	voorbehoedmiddel waarbij een ring die hormonen afscheidt, in de vagina gebracht wordt
hormonenringen	=	hormonenring
hormonenverbod	noun	het EU-verbod op het gebruik van groeibevorderende hormonen in de veehouderij om vlees te produceren, vanwege potentiële gezondheidsrisico's.
hormonenverboden	=	hormonenverbod
hormonenverbodje	=	hormonenverbod
hormonenverbodjes	=	hormonenverbod
hormons	=	hormon
hormoon	noun	een stof die door een endocriene klier wordt afgescheiden en een bepaald effect veroorzaakt in het lichaam
hormoonbehandeling	noun	behandeling met hormonen die als geneesmiddel worden toegediend; of behandeling met geneesmiddelen die de hormoonproductie in het lichaam stimuleren
hormoonbehandelingen	=	hormoonbehandeling
hormoonbehandelingetje	=	hormoonbehandeling
hormoonbehandelingetjes	=	hormoonbehandeling
hormoonbepaling	noun	het vaststellen hoeveel van een bepaalde signaalstof in het bloed van een organisme aanwezig is
hormoonbepalingen	=	hormoonbepaling
hormoonhuishouding	noun	de stofwisseling van signaalstoffen
hormoonhuishoudingen	=	hormoonhuishouding
hormoonhuishoudinkje	=	hormoonhuishouding
hormoonhuishoudinkjes	=	hormoonhuishouding
hormoonkuren	=	hormoonkuur
hormoonkuur	noun	kuur waarbij aan de patiënt hormonen worden verstrekt
hormoonkuurtje	=	hormoonkuur
hormoonkuurtjes	=	hormoonkuur
hormoonpleister	noun	een pleister waaraan een hormoon is toegevoegd dat langzaam wordt afgegeven
hormoonpleisters	=	hormoonpleister
hormoonproductie	noun	de aanmaak van signaalstoffen in klieren met inwendige secretie
hormoonproducties	=	hormoonproductie
hormoonring	noun	voorbehoedmiddel waarbij een ring die hormonen afscheidt, in de vagina gebracht wordt
hormoonringen	=	hormoonring
hormoonringetje	=	hormoonring
hormoonringetjes	=	hormoonring
hormoonspiegel	noun	hormoonconcentratie in het bloed
hormoonspiegels	=	hormoonspiegel
hormoonspiegeltje	=	hormoonspiegel
hormoonspiegeltjes	=	hormoonspiegel
hormoonspiraal	noun	anticonceptie spiraaltje dat wordt ingebracht in de baarmoeder en hormonen bevat die extra bescherming bieden tegen een ongewenste zwangerschap
hormoonspiraaltje	=	hormoonspiraal
hormoonspiraaltjes	=	hormoonspiraal
hormoonspiralen	=	hormoonspiraal
hormoonstimulatie	noun	bevorderen van een bepaald proces door het toedienen van bepaalde van signaalstoffen
hormoonstimulaties	=	hormoonstimulatie
hormoontje	=	hormoon
hormoontjes	=	hormoon
hormoonverbod	=	hormonenverbod
hormoonverstorend	adj	een nadelige werking op de hormoonhuishouding en de hormoonwerking hebbend
hormoonverstorende	=	hormoonverstorend
hormoonverstorender	=	hormoonverstorend
hormoonverstorendere	=	hormoonverstorend
hormoonverstorenders	=	hormoonverstorend
hormoonverstorends	=	hormoonverstorend
hormoonverstorendst	=	hormoonverstorend
hormoonverstorendste	=	hormoonverstorend
hormoonvlees	noun	vlees afkomstig van vee dat groeihormonen ingespoten heeft gekregen
hormoonvrij	adj	zonder toepassing van extra hormonen of kunstmatige hormonen
hormoonvrije	=	hormoonvrij
hormoonvrijer	=	hormoonvrij
hormoonvrijere	=	hormoonvrij
hormoonvrijers	=	hormoonvrij
hormoonvrijs	=	hormoonvrij
hormoonvrijst	=	hormoonvrij
hormoonvrijste	=	hormoonvrij
hormoonziekte	noun	aandoening veroorzaakt door afwijkingen in de functie van klieren met inwendige secretie; endocriene aandoening
hormoonziekten	=	hormoonziekte
hormoonziektes	=	hormoonziekte
horologie	=	horloge
horoscoop	noun	voorstelling van het hemelgewelf, gezien vanuit een specifieke plaats op aarde op een welbepaald moment
horoscoopje	=	horoscoop
horoscoopjes	=	horoscoop
horoscopen	=	horoscoop
horre	adj	boos
horrelvoet	noun|obsolete	aangeboren afwijking aan de pezen en spieren van het onderbeen die resulteert in een afwijkende stand van de voet
horrelvoeten	=	horrelvoet
horrelvoetje	=	horrelvoet
horrelvoetjes	=	horrelvoet
horren	=	hor
horretje	=	hor
horretjes	=	hor
horreur	noun	afschuw
horreurs	=	horreur
horribel	adj	gruwelijk, afschuwelijk, vreselijk
horribele	=	horribel
horribeler	=	horribel
horribelere	=	horribel
horribelers	=	horribel
horribels	=	horribel
horribelst	=	horribel
horribelste	=	horribel
horripilatie	noun	het verschijnsel waarbij de huidspieren samentrekken en de haren gaan rechtstaan als reactie op bepaalde situaties zoals kou of schrik
horror	noun	genre waarin angstaanjagende verhalen en effecten centraal staan
horrorbejaardenhuis	noun	een bejaardenhuis waar verschrikkelijke dingen gebeurd zijn
horrorbejaardenhuizen	=	horrorbejaardenhuis
horrorclown	noun	een griezelige clown die andere mensen de stuipen op het lijf probeert te jagen
horrorclowns	=	horrorclown
horrorclowntje	=	horrorclown
horrorclowntjes	=	horrorclown
horrorfilm	noun	een griezelige film met vaak fantasie-elementen
horrorfilmpje	=	horrorfilm
horrorfilmpjes	=	horrorfilm
horrorfilms	=	horrorfilm
horrorgenre	noun	de categorie van verhalen die geschreven zijn om mensen op een prettige manier angst aan te jagen
horrorgenres	=	horrorgenre
horrorkabinet	noun	gruwelkamer
horrorkabinetten	=	horrorkabinet
horrorkomedie	noun	een film die zowel griezelig als grappig is
horrorkomedies	=	horrorkomedie
horrorkomedietje	=	horrorkomedie
horrorkomedietjes	=	horrorkomedie
horrorscenario	noun	angstaanjagend scenario, mogelijk zeer ongunstig verloop van bepaalde gebeurtenissen
horrorscenario's	=	horrorscenario
horrorscène	noun	deel van een toneelstuk of film dat een angstaanjagende situatie en gebeurtenis laat zien
horrorscènes	=	horrorscène
horrorverhaal	noun	angstaanjagend verhaal
horrorverhaaltje	=	horrorverhaal
horrorverhaaltjes	=	horrorverhaal
horrorverhalen	=	horrorverhaal
hors	noun	buitendijkse grond die begroeid raakt
hors-d'oeuvre	noun	een koud voorgerecht dat meestal na de soep wordt geserveerd dat vaak een aardappelsalade als basis heeft
hors-d'oeuvres	=	hors-d'oeuvre
horsen	=	hors
horsje	=	hors
horsmakreel	noun	Trachurus trachurus een straalvinnige vis, de typesoort uit de familie van horsmakrelen (Carangidae) uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
horsmakreeltje	=	horsmakreel
horsmakreeltjes	=	horsmakreel
horsmakrelen	noun	een familie Carangidae van snelle roofvissen uit de orde van baarsachtigen die voorkomen in de Atlantische Oceaan, Grote Oceaan en Indische Oceaan.
horst	noun	een hooggebleven of omhooggedreven stuk land omgeven door afgeschoven slenken
horsten	=	horst
horstje	=	horst
horstjes	=	horst
hort	noun	plotselinge beweging
horte	=	horten
horten	verb	haperen, schokken
hortend	=	horten
hortende	=	horten
hortensia	noun	plant met grote bolvormige bloemen (die eigenlijk een verzameling zijn van veel afzonderlijke bloemen) uit het geslacht Hydrangea
hortensia's	=	hortensia
hortensiaatje	=	hortensia
hortensiafamilie	noun	een familie Hydrangeaceae van tweezaadlobbige planten, meest kruidachtige planten en heesters.
hortensiafamilies	=	hortensiafamilie
hortensiafamilietje	=	hortensiafamilie
hortensiafamilietjes	=	hortensiafamilie
horticulturen	=	horticultuur
horticultuur	noun	tuinbouw
hortje	=	hort
hortjes	=	hort
hortologen	=	hortoloog
hortoloog	noun	tuinbouwkundige, tuinvriend
hortsik	noun	vlees van een paard	intj	aansporing voor een paard of ander trekdier
hortte	=	horten
hortten	=	horten
hortus	noun	tuin
hortussen	=	hortus
horusgierzwaluw	noun	Apus horus een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
horusgierzwaluwen	=	horusgierzwaluw
horusgierzwaluwtje	=	horusgierzwaluw
horusgierzwaluwtjes	=	horusgierzwaluw
horzel	noun	benaming voor een groep middelgrote tot grote, stevige, niet stekende vliegen uit de familie Oestridae en waarvan de larven parasiteren op zoogdieren (paarden, runderen, schapen).
horzels	noun	Oestridae een familie van insecten behorende tot de orde tweevleugeligen (Diptera)
horzeltje	=	horzel
horzeltjes	=	horzel
horzen	=	hors
hos	=	hossen
hosanna	noun	oorspronkelijk roep om heil (in Ps. 118, de laatste psalm van het halleel), geworden tot juichkreet (5× in NT)
hosanna's	=	hosanna
hosjana	intj	hosanna
hosjanot	noun	liturgische smeekbeden tijdens Soekot, met hosanna als refrein
hospartij	noun	wild en vrolijk feest met dans en muziek
hospartijen	=	hospartij
hospes	noun	een man die een of meer kamers in zijn eigen woonhuis ter beschikking stelt aan een kostganger of commensaal
hospesje	=	hospes
hospesjes	=	hospes
hospessen	=	hospes
hospice	noun	instelling met een huiselijke sfeer die zich in terminale zorg heeft gespecialiseerd
hospices	=	hospice
hospik	noun|informal	een lid van het medisch en verpleegkundig personeel.
hospikje	=	hospik
hospikjes	=	hospik
hospikken	=	hospik
hospita	noun	een vrouw die een of meer kamers in haar eigen woonhuis ter beschikking stelt aan een kostganger of commensaal
hospita's	=	hospita
hospitaal	noun	ziekenhuis, vooral voor militairen
hospitaals	=	hospitaal
hospitaalschepen	=	hospitaalschip
hospitaalschip	noun	een schip dat is ingericht als ziekenhuis
hospitaalsoldaat	noun	soldaat die als verpleegkundige werkt bij het leger
hospitaalsoldaatje	=	hospitaalsoldaat
hospitaalsoldaatjes	=	hospitaalsoldaat
hospitaalsoldaten	=	hospitaalsoldaat
hospitaaltje	=	hospitaal
hospitaaltjes	=	hospitaal
hospitaatje	=	hospita
hospitaatjes	=	hospita
hospitalen	=	hospitaal
hospitalisatie	noun	opneming in een ziekenhuis, ziekenhuisopname
hospitalisaties	=	hospitalisatie
hospitaliseer	=	hospitaliseren
hospitaliseerde	=	hospitaliseren
hospitaliseerden	=	hospitaliseren
hospitaliseert	=	hospitaliseren
hospitalisere	=	hospitaliseren
hospitaliseren	verb	in een ziekenhuis opnemen
hospitaliserend	=	hospitaliseren
hospitaliserende	=	hospitaliseren
hospitaliteit	noun	gastvrijheid
hospitaliteiten	=	hospitaliteit
hospitality	noun	het professioneel ontvangen van over het algemeen grotere groepen genodigden, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt op congressen en in hotels
hospitant	noun	een aanstaand leraar die als stagiair werkt op een school
hospitanten	=	hospitant
hospitawonen	verb	één kamer huren in een woning van een particulier
hospitawonend	=	hospitawonen
hospitawonende	=	hospitawonen
hospiteer	=	hospiteren
hospiteerde	=	hospiteren
hospiteerden	=	hospiteren
hospiteert	=	hospiteren
hospitere	=	hospiteren
hospiteren	verb	als aanstaand leraar werken op een school om praktijkervaring op te doen
hospiterend	=	hospiteren
hospiterende	=	hospiteren
hospites	=	hospes
hospitia	=	hospitium
hospitium	noun	gastenverblijf (in een klooster)
hospitiums	=	hospitium
hosse	=	hossen
hossel	noun	handel(tje)
hosselaar	noun	onduidelijke, illegale straathandelaar
hosselaars	=	hosselaar
hosselculturen	=	hosselcultuur
hosselcultuur	noun|informal	cultuur waarbij de economische activiteiten zich vooral beperken tot hosselen
hosselde	=	hosselen
hosselden	=	hosselen
hossele	=	hosselen
hosselen	verb	zich inspannen, zijn best doen, moeizaam inkomen verwerven uit tal van bezigheden
hosselend	=	hosselen
hosselende	=	hosselen
hossels	=	hossel
hosselt	=	hosselen
hosseltje	=	hossel
hosseltjes	=	hossel
hossen	verb	als groep springen en dansen, doorgaans op stampende feestmuziek
hossend	=	hossen
hossende	=	hossen
host	noun	iemand die als gastheer, gastvrouw of presentator van een evenement optreedt
hosta	noun	een geslacht Hosta van vijfentwintig tot veertig soorten uit de aspergefamilie (Asparagaceae)
hosta's	=	hosta
hostcomputer	noun	computer (met software) in een netwerk die diensten of gegevens kan leveren
hostcomputers	=	hostcomputer
hostcomputertje	=	hostcomputer
hostcomputertjes	=	hostcomputer
hoste	=	hossen
hostel	noun	goedkope en eenvoudige eet- en slaapgelegenheid, vooral gebruikt door reizende jongeren en trekkers
hostellerie	noun	landelijk gelegen hotel
hostellerieën	=	hostellerie
hostels	=	hostel
hosten	verb	via een netwerk toegankelijk maken
hostend	=	hosten
hostende	=	hosten
hostess	noun	gastvrouw
hostessen	=	hostess
hostesses	=	hostess
hostessje	=	hostess
hostessjes	=	hostess
hostie	noun	rond, plat offerbrood dat volgens de katholieke leer na de consecratie door de priester, het lichaam en bloed van Jezus Christus wordt.
hostiel	adj	vijandig
hostiele	=	hostiel
hostieler	=	hostiel
hostielere	=	hostiel
hostielers	=	hostiel
hostiels	=	hostiel
hostielst	=	hostiel
hostielste	=	hostiel
hosties	=	hostie
hostietje	=	hostie
hostietjes	=	hostie
hostiliteit	noun	vijandigheid, vijandelijkheid
hostiliteiten	=	hostiliteit
hosting	noun	een dienst die particulieren of bedrijven webruimte aanbiedt, waardoor de website van die persoon of dat bedrijf bereikbaar is voor het publiek
hostings	=	hosting
hostiën	=	hostie
hostje	=	host
hostjes	=	host
hostnaam	noun	naam van een hostcomputer in een netwerk
hostnaampje	=	hostnaam
hostnaampjes	=	hostnaam
hostnamen	=	hostnaam
hosts	=	host
hostte	=	hosten
hostten	=	hosten
hot	noun	draagkorf	adj	heel erg in, trendy
hotdesking	noun	efficiënt gebruik van kantoorruimte waarbij werknemers geen vaste werkplek hebben, maar werkplekken delen en er eentje kunnen reserveren wanneer ze die nodig hebben
hotdog	noun	langwerpig broodje met een warm worstje erin meestal geserveerd met tomatenketchup of mosterd en mayonaise eventueel ook met zuurkool, relish, uitjes of chili
hotdogje	=	hotdog
hotdogkraam	noun	wagen of tent waar broodjes met een warm worstje worden verkocht
hotdogkraampje	=	hotdogkraam
hotdogkraampjes	=	hotdogkraam
hotdogkramen	=	hotdogkraam
hotdogs	=	hotdog
hotel	noun	gebouw waar men tegen betaling kan eten en overnachten, meestal grootschaliger, duurder en luxueuzer dan bijv. een herberg of hostel
hotel-restaurant	noun	instelling die zowel hotel als restaurant is
hotel-restaurantje	=	hotel-restaurant
hotel-restaurantjes	=	hotel-restaurant
hotel-restaurants	=	hotel-restaurant
hotelaccommodatie	noun	de mogelijkheid om te kunnen overnachten in een hotel
hotelaccommodaties	=	hotelaccommodatie
hotelarts	noun	geneeskundige die verbonden is aan een hotel
hotelartsen	=	hotelarts
hotelbaas	noun	de uitbater van een hotel
hotelbaasje	=	hotelbaas
hotelbaasjes	=	hotelbaas
hotelbar	noun	drinkgelegenheid in een hotel
hotelbarretje	=	hotelbar
hotelbarretjes	=	hotelbar
hotelbars	=	hotelbar
hotelbazen	=	hotelbaas
hotelbed	noun	een bed in een hotelkamer
hotelbedden	=	hotelbed
hotelbediende	noun	personeelslid van een hotel dat direct betrokken is bij de serviceverlening aan hotelgasten
hotelbedienden	=	hotelbediende
hotelbediendes	=	hotelbediende
hotelbedje	=	hotelbed
hotelbedjes	=	hotelbed
hotelbedrijf	noun	organisatie die een of meer hotels exploiteert
hotelbedrijfje	=	hotelbedrijf
hotelbedrijfjes	=	hotelbedrijf
hotelbedrijven	=	hotelbedrijf
hotelboeking	noun	een reservering van een kamer in een hotel om daar later te gaan overnachten
hotelboekingen	=	hotelboeking
hotelbranche	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het houden van hotels
hotelbranches	=	hotelbranche
hotelbrand	noun	vuur dat delen verteert van een gebouw waar reizigers onderdak kunnen krijgen
hotelbranden	=	hotelbrand
hotelcapaciteit	noun	de hoeveelheid hotelbedden die ter beschikking staan voor de toeristen in een bepaalde stad of streek
hotelcapaciteiten	=	hotelcapaciteit
hotelcomplex	noun	een overnachtingsplaats voor toeristen met al zijn bijgebouwen.
hotelcomplexen	=	hotelcomplex
hotelcomplexje	=	hotelcomplex
hotelcomplexjes	=	hotelcomplex
hotelconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse hotels
hotelconcerns	=	hotelconcern
hoteldebotel	adj	in de war, van streek, stapelgek
hoteldebotele	=	hoteldebotel
hoteldebotels	=	hoteldebotel
hoteldetective	noun	iemand die in dienst van een groot hotel speurwerk doet naar misdaden waar dat hotel of zijn gasten schade van hebben
hoteldetectives	=	hoteldetective
hoteldief	noun	misdadiger die bezittingen van hotelgasten steelt
hoteldievegge	noun	vrouwelijk persoon die zonder toestemming in een hotel veblijft
hoteldievegges	=	hoteldievegge
hoteldieveggetje	=	hoteldievegge
hoteldieveggetjes	=	hoteldievegge
hoteldieven	=	hoteldief
hoteldirecteur	noun	eigenaar van een hotel
hoteldirecteuren	=	hoteldirecteur
hoteldirecteurs	=	hoteldirecteur
hoteleigenaar	noun	de bezitter van een overnachtingsplaats voor toeristen
hoteleigenaars	=	hoteleigenaar
hoteleigenaartje	=	hoteleigenaar
hoteleigenaartjes	=	hoteleigenaar
hoteleigenaren	=	hoteleigenaar
hotelemployee	noun	vrouwspersoon werkzaam in een hotel
hotelemployees	=	hotelemployee
hotelemployeetje	=	hotelemployee
hotelemployeetjes	=	hotelemployee
hotelemployé	noun	persoon die werkzaam is in een hotel
hotelemployés	=	hotelemployé
hotelexploitant	noun	eigenaar van een hotel
hotelexploitanten	=	hotelexploitant
hotelfunctie	noun	de mogelijkheid om gasten of toeristen te kunnen laten overnachten
hotelfuncties	=	hotelfunctie
hotelfunctietje	=	hotelfunctie
hotelfunctietjes	=	hotelfunctie
hotelgast	noun	iemand die in een hotel overnacht
hotelgasten	=	hotelgast
hotelgezin	noun	gezin waarvan de leden zo druk zijn dat ze geen tijd meer hebben voor gemeenschappelijke activiteiten
hotelgezinnen	=	hotelgezin
hotelgroep	noun	bedrijf dat meerdere hotels exploiteert
hotelgroepen	=	hotelgroep
hotelgroepje	=	hotelgroep
hotelgroepjes	=	hotelgroep
hotelhouder	noun	de eigenaar van een hotel
hotelhouders	=	hotelhouder
hotelhoudster	noun	vrouw die een hotel exploiteert
hotelhoudsters	=	hotelhoudster
hotelhoudstertje	=	hotelhoudster
hotelhoudstertjes	=	hotelhoudster
hotelier	noun	iemand die beroepsmatig een hotel exploiteert
hoteliers	=	hotelier
hotelingang	noun	plaats waar gasten een hotel kunnen ingaan
hotelingangen	=	hotelingang
hotelière	=	hotelier
hotelkamer	noun	een kamer die voor gasten per nacht te huur is in een hotel
hotelkamers	=	hotelkamer
hotelkamertje	=	hotelkamer
hotelkamertjes	=	hotelkamer
hotelketen	noun	een bedrijf dat meerdere hotels onder dezelfde naam exploiteert
hotelketens	=	hotelketen
hotelkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor een verblijf in een hotel
hotelkosten	noun	geld dat men moet betalen voor een verblijf in een hotel
hotellerie	noun	verzamelnaam voor bedrijven waar je tegen betaling kan eten en overnachten en hun dienstverlening
hotelletje	=	hotel
hotelletjes	=	hotel
hotellift	noun	personenlift in een hotel
hotelliften	=	hotellift
hotellinnen	noun	het linnengoed zoals dit in een hotel wordt gebruikt
hotellobby	noun	de ontvangstruimte van een hotel bij de hotelingang
hotellobby's	=	hotellobby
hotelmanagement	noun	de leiding van een hotel
hotelmanager	noun	directeur, leidinggevende, beheerder van een hotel
hotelmanagers	=	hotelmanager
hotelovernachting	noun	het verblijven in een hotel en daar de nacht doorbrengen
hotelovernachtingen	=	hotelovernachting
hotelovernachtinkje	=	hotelovernachting
hotelovernachtinkjes	=	hotelovernachting
hotelpersoneel	noun	mensen die in loondienst werken bij een hotel
hotelpiraat	noun	iemand die, na een verblijf in een hotel, zonder betalen vertrekt
hotelpiraten	=	hotelpiraat
hotelplan	noun	voornemen om ergens een hotel te vestigen
hotelplannen	=	hotelplan
hotelplannetje	=	hotelplan
hotelplannetjes	=	hotelplan
hotelprijs	noun	geld dat men moet betalen voor een overnachting in een hotel
hotelprijzen	=	hotelprijs
hotelregister	noun	verplicht register voor hotelgasten
hotelregisters	=	hotelregister
hotelregistertje	=	hotelregister
hotelregistertjes	=	hotelregister
hotelrekening	noun	optelsom van te betalen bedragen na een verblijf in een hotel
hotelrekeningen	=	hotelrekening
hotelreservering	noun	afspraak dat men later in een bepaald hotel kan verblijven
hotelreserveringen	=	hotelreservering
hotelruimte	noun	hoeveelheid beschikbare logies
hotelruimten	=	hotelruimte
hotelruimtes	=	hotelruimte
hotels	=	hotel
hotels-restaurants	=	hotel-restaurant
hotelschakeling	noun	schakeling in een elektrische leiding waardoor men het licht op verschillende plaatsen aan en uit kan doen
hotelschakelingen	=	hotelschakeling
hotelschepen	=	hotelschip
hotelschip	noun	schip dat dienst doet als hotel; varend hotel
hotelscholen	=	hotelschool
hotelschool	noun	school waar men opgeleid kan worden in het hotelvak en/of aanverwante sectoren
hotelschooltje	=	hotelschool
hotelschooltjes	=	hotelschool
hotelsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van hotels
hotelsectoren	=	hotelsector
hotelsectors	=	hotelsector
hotelsuite	noun	een ruime hotelkamer met zithoek
hotelsuites	=	hotelsuite
hoteltoren	noun	hoog en smal gebouw dat men als hotel gebruikt
hoteltorens	=	hoteltoren
hoteluitbater	noun	persoon die een hotel exploiteert
hoteluitbaters	=	hoteluitbater
hoteluitbatertje	=	hoteluitbater
hoteluitbatertjes	=	hoteluitbater
hotelverblijf	noun	een kamer in een hotel
hotelverblijfje	=	hotelverblijf
hotelverblijfjes	=	hotelverblijf
hotelverblijven	=	hotelverblijf
hotelwezen	noun	alles wat te maken heeft met het bedrijf van hotels in een land of gebied
hotemetoot	noun	zeer belangrijk persoon
hotemetootje	=	hotemetoot
hotemetoten	=	hotemetoot
hoter	=	hot
hotjazz	noun	jazz met wilde improvisaties
hotline	noun	communicatieverbinding, vaak een telefoonlijn, waardoor twee partijen snel en rechtstreeks met elkaar kunnen communiceren vaak gaat het om fax of telexverkeer
hotlines	=	hotline
hotpant	noun	zeer korte, nauwe short meestal voor vrouwen
hotpants	noun	zeer korte, nauwe short voor vrouwen
hots	=	hot
hotsaot	=	hotsaä
hotsaus	noun	pittige saus met o.a. gemalen peper
hotsausen	=	hotsaus
hotsauzen	=	hotsaus
hotsaä	noun	uitgave
hotse	=	hotsen
hotsen	verb	schokkend en schommelend bewegen, hossen, hobbelen, hotsebotsen
hotsend	=	hotsen
hotsende	=	hotsen
hotshot	noun	iemand die zichzelf belangrijk vindt of het is (minder waarschijnlijk)
hotshotje	=	hotshot
hotshotjes	=	hotshot
hotshots	=	hotshot
hotsonpaardenspringmuis	noun	Allactaga hotsoni knaagdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
hotsonpaardenspringmuisje	=	hotsonpaardenspringmuis
hotsonpaardenspringmuisjes	=	hotsonpaardenspringmuis
hotsonpaardenspringmuizen	=	hotsonpaardenspringmuis
hotspot	noun	gebied met hoge radioactiviteit
hotspotje	=	hotspot
hotspotjes	=	hotspot
hotspots	=	hotspot
hotspring	noun	zwembad met extra warm water
hotsprings	=	hotspring
hotst	=	hot
hotste	=	hot
hotsten	=	hotsen
hotte	=	hot
hotten	verb	schiften (van melk)
hottend	=	hotten
hottende	=	hotten
hottento	=	hottentot
hottentot	noun	onbeschaafd, onhandig persoon
hottentothaantje	noun	Chrysolina haemoptera een soort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
hottentothaantjes	=	hottentothaantje
hottentothaas	noun	Bunolagus monticularis een ernstig bedreigde haasachtige, de enige soort uit het geslacht Bunolagus.
hottentothaasje	=	hottentothaas
hottentothaasjes	=	hottentothaas
hottentothazen	=	hottentothaas
hottentotje	=	hottentot
hottentotjes	=	hottentot
hottentotmolrat	noun	Cryptomys hottentotus knaagdier uit de familie van de Molratten
hottentotmolratje	=	hottentotmolrat
hottentotmolratjes	=	hottentotmolrat
hottentotmolratten	=	hottentotmolrat
hottentots	adj	van, of betrekking hebbend op de Hottentotten
hottentotsuikerbos	noun	Protea lacticolor een endemische plant uit het geslacht Protea uit een klein gebied in de Zuid-Afrikaanse provincie West-Kaap tussen Bainskloof en de Hottentots-Hollandbergen.
hottentotsuikerbosje	=	hottentotsuikerbos
hottentotsuikerbosjes	=	hottentotsuikerbos
hottentotsuikerbossen	=	hottentotsuikerbos
hottentottaling	noun	Spatula hottentota een kleine eendensoort die voorkomt in het zuiden, zuidoosten en het westen van Afrika, en op Madagaskar
hottentottalingen	=	hottentottaling
hottentottalinkje	=	hottentottaling
hottentottalinkjes	=	hottentottaling
hottentotten	=	hottentot
hottentottententententoonstelling	noun	tentoonstelling van tenten van Hottentotten (theoretisch)
hottentottententententoonstellingen	=	hottentottententententoonstelling
hottentottententententoonstellinkje	=	hottentottententententoonstelling
hottentottententententoonstellinkjes	=	hottentottententententoonstelling
hottentottenvilla	noun	Villa hottentotta een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
hottentottenvilla's	=	hottentottenvilla
hottentottenvillaatje	=	hottentottenvilla
hottentottenvillaatjes	=	hottentottenvilla
hottentotvechtkwartel	noun	Turnix hottentottus een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
hottentotvechtkwartels	=	hottentotvechtkwartel
hottentotvechtkwarteltje	=	hottentotvechtkwartel
hottentotvechtkwarteltjes	=	hottentotvechtkwartel
hottentotvijg	noun	Carpobrotus edulis een plant uit de ijskruidfamilie (Aizoaceae).
hottentotvijgen	=	hottentotvijg
hottentotvijgje	=	hottentotvijg
hottentotvijgjes	=	hottentotvijg
hotter	=	hot
hottere	=	hot
hotters	=	hot
hottie	noun	aantrekkelijk, opwindend persoon
hotties	=	hottie
hottub	noun	een warm bad in de buitenlucht
hottubje	=	hottub
hottubjes	=	hottub
hottubs	=	hottub
hou	=	houden
houarituig	noun	betrekking hebbend op een roeiboot
houarituigen	=	houarituig
houarituigje	=	houarituig
houarituigjes	=	houarituig
houd	=	houden
houdbaar	adj	een zekere tijd bestand tegen bederf
houdbaarder	=	houdbaar
houdbaardere	=	houdbaar
houdbaarders	=	houdbaar
houdbaarheden	=	houdbaarheid
houdbaarheid	noun	de tijd dat producten veilig kunnen gebruikt worden
houdbaarheidsdata	=	houdbaarheidsdatum
houdbaarheidsdatum	noun	de uiterste datum waarop een levensmiddel veilig of gegarandeerd kan worden geconsumeerd of hoe lang het kan worden bewaard
houdbaarheidsdatums	=	houdbaarheidsdatum
houdbaars	=	houdbaar
houdbaarst	=	houdbaar
houdbaarste	=	houdbaar
houdbare	=	houdbaar
houde	=	houden
houden	verb	niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen
houdend	=	houden
houdende	=	houden
houder	noun	iemand die een bepaald stuk/recht in handen heeft
houderij	noun	een bedrijf dat dieren houdt
houderijen	=	houderij
houderijtje	=	houderij
houderijtjes	=	houderij
houders	=	houder
houderschap	noun	het louter, in ofwel eigen ofwel feitelijke macht houden van een goed voor rekening van een ander (de bezitter)
houderschappen	=	houderschap
houdertje	=	houder
houdertjes	=	houder
houdgreep	noun	een greep in de judo waarmee de tegenstander vast tegen de grond gehouden wordt
houdgreepje	=	houdgreep
houdgreepjes	=	houdgreep
houdgrepen	=	houdgreep
houding	noun	een pose; manier van doen
houdingen	=	houding
houdiniact	noun	bevrijding uit een hopeloze situatie, waarin men schijnbaar geen kant meer uit kan
houdiniactje	=	houdiniact
houdiniactjes	=	houdiniact
houdiniacts	=	houdiniact
houdinkje	=	houding
houdinkjes	=	houding
houdoe	intj	een begroeting of afscheidsgroet
houdster	noun	persoon die iets in bezit of in beheer houdt
houdstermaatschappij	noun	onderneming die zelf geen bedrijf voert, maar houdster is van aandelen van een of meer andere ondernemingen
houdstermaatschappijen	=	houdstermaatschappij
houdstermaatschappijtje	=	houdstermaatschappij
houdstermaatschappijtjes	=	houdstermaatschappij
houdsters	=	houdster
houdstertje	=	houdster
houdt	=	houden
houen	=	houden
houf	=	half
houkind	noun	kind dat door de niet natuurlijke ouders wordt opgevoed
houkinderen	=	houkind
houri	=	hoeri
houris	noun	houris # verouderde spelling of vorm van hoeri's tot 1955
house	noun	housemuziek
housebeat	noun	het opzwepende ritme van housemuziek
houseboat	noun	woonboot
houseboatje	=	houseboat
houseboatjes	=	houseboat
houseboats	=	houseboat
housede	=	housen
houseden	=	housen
housefeest	noun	grootschalig feest waar housemuziek gedraaid wordt, meestal in een loods, een schuur of een fabriekshal
housefeesten	=	housefeest
housefeestje	=	housefeest
housefeestjes	=	housefeest
housemuziek	noun	elektronische dansmuziek die wordt gemaakt op een combinatie van: een synthesizer, keyboard, drumcomputer en/of een sampler
housemuziekje	=	housemuziek
housemuziekjes	=	housemuziek
housen	verb	dansen op housemuziek
housend	=	housen
housende	=	housen
houseparty	noun	muziekevenement waar langdurig op housemuziek wordt gedanst verzorgd door house-dj's
houseparty's	=	houseparty
houser	noun	iemand die houset
housers	=	houser
housertje	=	houser
housertjes	=	houser
housesitter	noun	tijdelijke huurder die een leegstaand pand bewoont om te voorkomen dat dit gekraakt wordt
housesitters	=	housesitter
housesitting	noun	het oppassen op iemand anders woning ter voorkoming van inbraak of kraken
housesittings	=	housesitting
houset	=	housen
housete	=	housen
houseten	=	housen
housewarming	noun	het inwijden van een woning
housewarmingparty	noun	feest waarmee men zijn nieuwe woning inwijdt zodat het er daarna niet meer zo nieuw uitziet
housewarmingparty's	=	housewarmingparty
housewarmings	=	housewarming
hout	noun	materiaal in het binnenste van houtige planten (bomen, struiken, etc.)
houtachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van hout
houtachtige	=	houtachtig
houtachtiger	=	houtachtig
houtachtigere	=	houtachtig
houtachtigers	=	houtachtig
houtachtigs	=	houtachtig
houtachtigst	=	houtachtig
houtachtigste	=	houtachtig
houtafval	noun	stukken hout die overblijven na verwerking en die men verder niet meer kan gebruiken
houtbedrijf	noun	onderneming waar men hout bewerkt en verkoopt
houtbedrijfje	=	houtbedrijf
houtbedrijfjes	=	houtbedrijf
houtbedrijven	=	houtbedrijf
houtbeitel	noun	beitel die alleen geschikt is voor houtbewerking
houtbeitels	=	houtbeitel
houtbeiteltje	=	houtbeitel
houtbeiteltjes	=	houtbeitel
houtbesparend	adj	minder materiaal uit stammen en dikke takken vereisend
houtbesparende	=	houtbesparend
houtbesparender	=	houtbesparend
houtbesparendere	=	houtbesparend
houtbesparenders	=	houtbesparend
houtbesparends	=	houtbesparend
houtbesparendst	=	houtbesparend
houtbesparendste	=	houtbesparend
houtbestand	noun	omvang en variatie van diverse soorten hout
houtbestanden	=	houtbestand
houtbestandje	=	houtbestand
houtbestandjes	=	houtbestand
houtbewerker	noun	ambachtsman die met hout werkt
houtbewerkers	=	houtbewerker
houtbewerking	noun	aanpassing van materiaal afkomstig van stammen en takken met gereedschap of machines zodat het de gewenste vorm en afwerking krijgt
houtbewerkingen	=	houtbewerking
houtbij	noun	enige bij onder de geslachtengroep Xylocopini
houtbijen	=	houtbij
houtbijtje	=	houtbij
houtbijtjes	=	houtbij
houtblaasinstrument	noun	een muziekinstrument waarmee het geluid ontstaat, door de splitsing van een geblazen luchtstroom op de rand van een mondgat of van een labium; dan wel door het persen van de luchtstroom langs een enkel of dubbel strookje riet
houtblaasinstrumenten	=	houtblaasinstrument
houtblaasinstrumentje	=	houtblaasinstrument
houtblaasinstrumentjes	=	houtblaasinstrument
houtblazer	noun	iemand die (beroepsmatig) een houtblaasinstrument bespeelt
houtblazers	=	houtblazer
houtblazertje	=	houtblazer
houtblazertjes	=	houtblazer
houtblok	noun	een blok hout
houtblokje	=	houtblok
houtblokjes	=	houtblok
houtblokken	=	houtblok
houtbond	noun	vakvereniging voor mensen uit bedrijven waarin vooral hout wordt bewerkt
houtbonden	=	houtbond
houtboor	noun	boor alleen geschikt voor hout en zacht materiaal, beter: metaalboor
houtboorder	noun	Cossidae lid van een familie van vlinders in de superfamilie Cossoidea waarvan de larven zich voeden met het hout of merg van bomen
houtboorders	noun	Cossidae een familie van vlinders in de superfamilie Cossoidea.
houtboortje	=	houtboor
houtboortjes	=	houtboor
houtboren	=	houtboor
houtbouw	noun	het gebruiken van hout als voornaamste bouwmateriaal
houtcel	noun	bepaalde cellen van een boom die aan de binnenzijde van het cambium liggen
houtcellen	=	houtcel
houtconcessie	noun	vergunning van overheidswege met uitsluiting van anderen om, tegen vergoeding en gedurende een bepaalde tijd, een bepaald stuk bos d.m.v. houtkap te exploiteren
houtconcessies	=	houtconcessie
houtconstructie	noun	constructie van hout
houtconstructies	=	houtconstructie
houtdeel	noun	een stuk(je) hout
houtdeeltje	=	houtdeel
houtdeeltjes	=	houtdeel
houtdelen	=	houtdeel
houtdraaibank	noun	een machine die een ingeklemd werkstuk van hout ronddraait, zodat dit met beitels en boren kan worden bewerkt
houtdraaibanken	=	houtdraaibank
houtdraaibankje	=	houtdraaibank
houtdraaibankjes	=	houtdraaibank
houtdraaibeitel	noun	beitel met handgreep voor het bewerken van houten werkstukken op een houtdraaibank
houtdraaibeitels	=	houtdraaibeitel
houtdraaibeiteltje	=	houtdraaibeitel
houtdraaibeiteltjes	=	houtdraaibeitel
houtduif	noun	bepaalde soort wilde duif, Columba palumbus
houtduifje	=	houtduif
houtduifjes	=	houtduif
houtduiven	=	houtduif
houte	=	houten
houten	adj	gemaakt van hout
houtend	=	houten
houtenjassenpark	noun|humorous	begraafplaats
houtenjassenparken	=	houtenjassenpark
houterig	adj	niet lenig maar stijf
houterige	=	houterig
houteriger	=	houterig
houterigere	=	houterig
houterigers	=	houterig
houterigheden	=	houterigheid
houterigheid	noun	het niet soepel zijn
houterigs	=	houterig
houterigst	=	houterig
houterigste	=	houterig
houtfineer	noun	fineer ontstaan door hout in dunne lagen te zagen of snijden
houtgas	noun	brandbaar type gas dat uit hout gewonnen wordt
houtgastaxi	noun	taxi die wordt aangedreven door een motor die vergast hout gebruikt als brandstof
houtgastaxi's	=	houtgastaxi
houtgastaxietje	=	houtgastaxi
houtgastaxietjes	=	houtgastaxi
houtgehakt	=	houthakken
houtgesneden	=	houtsnijden
houtgraveur	noun	graveur die met hout werkt
houtgraveurs	=	houtgraveur
houtgraveurtje	=	houtgraveur
houtgraveurtjes	=	houtgraveur
houtgravure	noun	een afdruk in diepdruk-techniek van een afbeelding of een tekst die in een houtblok is gesneden
houtgravuren	=	houtgravure
houtgravures	=	houtgravure
houthak	=	houthakken
houthakke	=	houthakken
houthakken	verb	het met een bijl in houtblokken hakken van boomstammen
houthakkend	=	houthakken
houthakkende	=	houthakken
houthakker	noun	iemand die beroepsmatig houthakt
houthakkers	=	houthakker
houthakkershemd	noun	een geruit flanellen overhemd met lange mouwen
houthakkershemden	=	houthakkershemd
houthakkershemdje	=	houthakkershemd
houthakkershemdjes	=	houthakkershemd
houthakkersoverhemd	noun	een geruit flanellen overhemd met lange mouwen
houthakkersoverhemden	=	houthakkersoverhemd
houthakkertje	=	houthakker
houthakkertjes	=	houthakker
houthakster	noun	vrouwelijke vorm van houthakker
houthaksters	=	houthakster
houthakstertje	=	houthakster
houthakstertjes	=	houthakster
houthakt	=	houthakken
houthakte	=	houthakken
houthakten	=	houthakken
houthandel	noun	het handelen in hout
houthandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep hout in- en verkoopt
houthandelaars	=	houthandelaar
houthandelaartje	=	houthandelaar
houthandelaartjes	=	houthandelaar
houthandelaren	=	houthandelaar
houthandels	=	houthandel
houthandeltje	=	houthandel
houthandeltjes	=	houthandel
houthok	noun	een bergplaat voor brandhout
houthokje	=	houthok
houthokjes	=	houthok
houthokken	=	houthok
houthoudend	adj	hout(slijpsel / vezels) bevattend
houthoudende	=	houthoudend
houthoudender	=	houthoudend
houthoudendere	=	houthoudend
houthoudenders	=	houthoudend
houthoudends	=	houthoudend
houthoudendst	=	houthoudend
houthoudendste	=	houthoudend
houtig	adj	lijkend op hout
houtige	=	houtig
houtiger	=	houtig
houtigere	=	houtig
houtigers	=	houtig
houtigs	=	houtig
houtigst	=	houtig
houtigste	=	houtig
houtindustrie	noun	bedrijven die hout oogsten en daar houtproducten van maken
houtindustrieën	=	houtindustrie
houting	noun	bepaald soort zoutwatervis, Coregonus oxyrinchus, die in zoetwater paait, inheems in de Benelux
houtingen	noun	een onderfamilie Coregoninae van vissen uit de familie van de zalmachtigen (Salmonidae).
houtinkje	=	houting
houtinkjes	=	houting
houtje	=	hout
houtje-touwtje	noun	sluitsysteem voor kleding bestaand uit cilindervormig (houten) klosjes, vastgenaaid aan een kant, die door lussen van opgestikt touw aan de andere kant gehaald moeten worden	adv	primitief
houtje-touwtjeactie	noun	een niet al te degelijke maar wel makkelijke, vaak tijdelijke oplossing
houtje-touwtjeacties	=	houtje-touwtjeactie
houtje-touwtjeactietje	=	houtje-touwtjeactie
houtje-touwtjeactietjes	=	houtje-touwtjeactie
houtje-touwtjejas	noun	soort jas, oorspronkelijk ontworpen voor de Engelse soldaten van WW I, die sluit met langwerpige houten knopen en lussen
houtje-touwtjejasje	=	houtje-touwtjejas
houtje-touwtjejasjes	=	houtje-touwtjejas
houtje-touwtjejassen	=	houtje-touwtjejas
houtje-touwtjes	=	houtje-touwtje
houtjes	=	hout
houtkachel	noun	toestel waarin hout wordt verbrand om een ruimte te verwarmen
houtkachels	=	houtkachel
houtkacheltje	=	houtkachel
houtkacheltjes	=	houtkachel
houtkant	noun	strook bomen, struikgewas en kreupelhout dat een stuk land omgeeft
houtkanten	=	houtkant
houtkap	noun	het rooien van bomen
houtkapper	noun	iemand die bomen velt met een bijl of zaag
houtkappers	=	houtkapper
houtkever	noun	kleine kever waarvan de larve gaatjes in meubelen enz. boort
houtkevers	=	houtkever
houtkevertje	=	houtkever
houtkevertjes	=	houtkever
houtklem	noun	gereedschap waarmee men twee stukken hout tegen elkaar geduwd kan houden tijdens het lijmen
houtklemmen	=	houtklem
houtklemmetje	=	houtklem
houtklemmetjes	=	houtklem
houtklover	noun	een machine die wordt gebruikt om grote houtstammen in kleinere stukken te splijten voor haardhout
houtklovers	=	houtklover
houtklovertje	=	houtklover
houtklovertjes	=	houtklover
houtknoopje	noun	Cudoniella acicularis een schimmel behorend tot de familie Tricladiaceae.
houtknoopjes	=	houtknoopje
houtknotszwam	noun	een schimmel Xylaria polymorpha waarvan het knotsvormige vruchtlichaam een lengte heeft van drie tot acht centimeter en een doorsnede van een tot drie centimeter
houtknotszwammen	=	houtknotszwam
houtknotszwammetje	=	houtknotszwam
houtknotszwammetjes	=	houtknotszwam
houtkool	=	houtskool
houtkroesje	noun	Absconditella lignicola een korstmossoort uit de familie Stictidaceae.
houtkroesjes	=	houtkroesje
houtkrul	noun	houtsnipper die vrijkomt door het effen schaven van een plank
houtkrullen	=	houtkrul
houtkrulletje	=	houtkrul
houtkrulletjes	=	houtkrul
houtland	noun	een gebied met veel bossen
houtlanden	=	houtland
houtlangpootmug	noun	Tanyptera atrata een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
houtlangpootmuggen	=	houtlangpootmug
houtlangpootmuggetje	=	houtlangpootmug
houtlangpootmuggetjes	=	houtlangpootmug
houtlijm	noun	lijm om houten delen te verbinden
houtlijmen	=	houtlijm
houtluis	noun	benaming voor verschillende soorten insecten die hout eten, zoals Trogium pulsatorium, Liposcelis terricolis of de larven van Anobium punctatum
houtluizen	=	houtluis
houtmaand	noun	periode van rond de 30 dagen waarin op het materiaal uit het binnenste van houtige planten extra aandacht wordt gevestigd
houtmaanden	=	houtmaand
houtmaat	noun	elk van gangbare formaten voor planken en balken zoals die in de handel en de bouw worden gebruikt
houtmarkt	noun	plaats waar men vroeger (brand)hout verhandelde
houtmarkten	=	houtmarkt
houtmarktje	=	houtmarkt
houtmarktjes	=	houtmarkt
houtmarmermug	noun	een tweevleugelige Tipula (Pterelachisus) irrorata uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
houtmarmermuggen	=	houtmarmermug
houtmarmermuggetje	=	houtmarmermug
houtmarmermuggetjes	=	houtmarmermug
houtmaten	=	houtmaat
houtmeervallen	noun	een familie Auchenipteridae in de orde van meervalachtigen (Siluriformes).
houtmot	noun	zeer fijn zaagsel of kleine spaantjes die vrijkomen bij de machinale bewerking van hout
houtmotje	=	houtmot
houtmotjes	=	houtmot
houtnerf	noun	verloop van houtvezels op de doorsnede
houtnerfje	=	houtnerf
houtnerfjes	=	houtnerf
houtnerven	=	houtnerf
houtomzet	noun	totale hoeveelheid hout die in een bepaalde periode is verkocht, uitgedrukt in de waarde van de opbrengst
houtomzetten	=	houtomzet
houtopstand	noun	staande bomen.
houtopstanden	=	houtopstand
houtopstandje	=	houtopstand
houtopstandjes	=	houtopstand
houtoven	noun	oven die met hout wordt gestookt
houtovens	=	houtoven
houtoventje	=	houtoven
houtoventjes	=	houtoven
houtpantserjuffer	noun	Chalcolestes viridis een juffer uit de familie van de pantserjuffers.
houtpantserjuffers	noun	Chalcolestes een geslacht van juffers (Zygoptera) uit de familie van de pantserjuffers (Lestidae).
houtpantserjuffertje	=	houtpantserjuffer
houtpantserjuffertjes	=	houtpantserjuffer
houtprijs	noun	de prijs die men voor hout betaalt
houtprijzen	=	houtprijs
houtproductie	noun	het winnen van hout door bosbouw, houtkap, houtbewerking en houthandel
houtproducties	=	houtproductie
houtpulp	noun	een door koken onder druk uit hout verkregen grondstof voor papier
houtrasp	noun	werktuig om hout af te raspen
houtraspen	=	houtrasp
houtraspje	=	houtrasp
houtraspjes	=	houtrasp
houtrest	noun	houten overblijfselen
houtresten	=	houtrest
houtrijk	adj	rijk aan hout (of bomen / bossen)
houtrijke	=	houtrijk
houtrijker	=	houtrijk
houtrijkere	=	houtrijk
houtrijkers	=	houtrijk
houtrijks	=	houtrijk
houtrijkst	=	houtrijk
houtrijkste	=	houtrijk
houtring	noun	jaarring van bomen
houtringen	=	houtring
houtrot	noun	aantasting van hout door vocht, schimmels en bacteriën waardoor het geen dragende functie meer kan hebben
houtschotelkorst	noun	Lecanora saligna een korstmossoort uit de familie Lecanoraceae.
houtschotelkorsten	=	houtschotelkorst
houtschotelkorstje	=	houtschotelkorst
houtschotelkorstjes	=	houtschotelkorst
houtschroef	noun	een metalen schroef die geschikt is voor houtverbindingen
houtschroefje	=	houtschroef
houtschroefjes	=	houtschroef
houtschroeven	=	houtschroef
houtschuren	=	houtschuur
houtschuur	noun	schuur waarin men (brand)hout opslaat
houtschuurtje	=	houtschuur
houtschuurtjes	=	houtschuur
houtsector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de houtwinning en houtverwerking
houtsectoren	=	houtsector
houtsectors	=	houtsector
houtskeletbouw	noun	manier van bouwen waarbij de dragende delen gemaakt zijn van hout
houtskolen	=	houtskool
houtskool	noun	verkoold hout dat wordt gebruikt als brandstof, als grondstof voor buskruit of als medicament
houtskool-bbq	abbrev	houtskoolbarbecue
houtskoolbarbecue	noun	toestel om vlees te roosteren boven gloeiende houtskool
houtskoolbarbecues	=	houtskoolbarbecue
houtskoolbarbecuetje	=	houtskoolbarbecue
houtskoolbarbecuetjes	=	houtskoolbarbecue
houtskoolmot	noun	Lypusa maurella een nachtvlinder uit de familie van de zaksikkelmotten (Lypusidae).
houtskoolmotje	=	houtskoolmot
houtskoolmotjes	=	houtskoolmot
houtskoolmotten	=	houtskoolmot
houtskoolschets	noun	een snel gemaakte, niet al te precieze tekening met houtskool
houtskoolschetsen	=	houtskoolschets
houtskoolschetsje	=	houtskoolschets
houtskoolschetsjes	=	houtskoolschets
houtskooltekening	noun	zwart-wit tekening gemaakt met houtskool
houtskooltekeningen	=	houtskooltekening
houtskooltekeningetje	=	houtskooltekening
houtskooltekeningetjes	=	houtskooltekening
houtskooltje	=	houtskool
houtskooltjes	=	houtskool
houtskoolvel	noun	een dun plakje houtskool dat men gebruikt om een vuur aan te maken
houtskoolvellen	=	houtskoolvel
houtskoolvelletje	=	houtskoolvel
houtskoolvelletjes	=	houtskoolvel
houtskoolvuren	=	houtskoolvuur
houtskoolvuur	noun	warmtebron bestaande uit brandende stukjes verkoold hout
houtskoolvuurtje	=	houtskoolvuur
houtskoolvuurtjes	=	houtskoolvuur
houtskoolzwamkever	noun	insect uit de familie Biphyllidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
houtskoolzwamkevers	noun	Biphyllidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
houtskoolzwamkevertje	=	houtskoolzwamkever
houtskoolzwamkevertjes	=	houtskoolzwamkever
houtslijperij	noun	plaats waar hout wordt fijngemalen om er papier van te kunnen maken
houtslijperijen	=	houtslijperij
houtsluipwesp	noun	Rhyssa persuasoria een sluipwesp uit de familie der gewone sluipwespen (Ichneumonidae)
houtsluipwespen	=	houtsluipwesp
houtsluipwespje	=	houtsluipwesp
houtsluipwespjes	=	houtsluipwesp
houtsnede	noun	afbeelding, ontstaan door met een mes of burijn in hout te snijden en vervolgens een afdruk daarvan te maken
houtsneden	=	houtsnede
houtsnedes	=	houtsnede
houtsnee	noun	afdruktechniek waarbij men de beeltenis eerst in hout snijdt
houtsneed	=	houtsnijden
houtsnep	=	houtsnip
houtsnij	=	houtsnijden
houtsnijd	=	houtsnijden
houtsnijde	=	houtsnijden
houtsnijden	verb	met een mes een houtsnijwerk maken
houtsnijdend	=	houtsnijden
houtsnijdende	=	houtsnijden
houtsnijder	noun	beoefenaar van de houtsnijkunst
houtsnijders	=	houtsnijder
houtsnijdt	=	houtsnijden
houtsnijwerk	noun	een met snijgereedschap bewerkt hout
houtsnijwerken	=	houtsnijwerk
houtsnijwerkje	=	houtsnijwerk
houtsnijwerkjes	=	houtsnijwerk
houtsnip	noun	Scolopax rusticola, een vogel uit de familie van snipachtigen, Scolopacidae
houtsnipje	=	houtsnip
houtsnipjes	=	houtsnip
houtsnippen	noun	een geslacht Scolopax van vogels uit de familie van de strandlopers en snippen (Scolopacidae).
houtsnipper	noun	een klein, plat hout dat ontstaat als snoeihout met een hakselaar is versnipperd
houtsnippers	=	houtsnipper
houtsnipperstropharia	noun	Leratiomyces percevalii een paddenstoel uit de familie Strophariaceae.
houtsnipperstropharia's	=	houtsnipperstropharia
houtsnipperstrophariaatje	=	houtsnipperstropharia
houtsnipperstrophariaatjes	=	houtsnipperstropharia
houtsnippertje	=	houtsnipper
houtsnippertjes	=	houtsnipper
houtsoort	noun	elk van de vele typen hout zoals verschillende soorten bomen die voortbrengen
houtsoorten	=	houtsoort
houtspaan	noun	afgeslagen stukje hout ontstaan b.v. bij het kloven (hakken) of bewerken
houtspaander	noun	kleine stukjes afvalhout die ontstaan na bewerken van hout
houtspaanders	=	houtspaander
houtspaandertje	=	houtspaander
houtspaandertjes	=	houtspaander
houtspaantje	=	houtspaan
houtspaantjes	=	houtspaan
houtspanen	=	houtspaan
houtsplijter	noun	een machine die wordt gebruikt om grote houtstammen in kleinere stukken te splijten voor haardhout
houtsplijters	=	houtsplijter
houtsplijtertje	=	houtsplijter
houtsplijtertjes	=	houtsplijter
houtsplinter	noun	smal naaldvormig houtdeeltje
houtsplinters	=	houtsplinter
houtsplintertje	=	houtsplinter
houtsplintertjes	=	houtsplinter
houtstapel	noun	boomstammen, takken, blokken, balken of planken die op elkaar liggen
houtstapels	=	houtstapel
houtstapeltje	=	houtstapel
houtstapeltjes	=	houtstapel
houtstof	noun	substantie waaruit hout is opgebouwd
houtstoffen	=	houtstof
houtte	=	houten
houtten	=	houten
houttuin	noun	plaats waar een houthandelaar zijn hout opslaat
houttuinen	=	houttuin
houttuintje	=	houttuin
houttuintjes	=	houttuin
houtverbinding	noun	een verbinding tussen twee of meer houten onderdelen, zoals die in de bouw of meubelmakerijen gebruikelijk is
houtverbindingen	=	houtverbinding
houtverbindinkje	=	houtverbinding
houtverbindinkjes	=	houtverbinding
houtverkoop	noun	het verkopen van hout
houtverkopen	=	houtverkoop
houtverordening	noun	richtlijn die het gebruik van illegaal gekapt hout moet tegengaan
houtverordeningen	=	houtverordening
houtvester	noun	een technische, administratieve en commerciële beheerder van bos
houtvesterij	noun	een bosgebied, tevens bedrijfseenheid, van één boseigenaar
houtvesterijen	=	houtvesterij
houtvesters	=	houtvester
houtvestertje	=	houtvester
houtvestertjes	=	houtvester
houtvezel	noun	de voedingsstoffen voor een boom stromen door houtvezels omhoog
houtvezels	=	houtvezel
houtvezeltje	=	houtvezel
houtvezeltjes	=	houtvezel
houtvijl	noun	een werktuig met een ruw, gegroefd of gekerfd oppervlak dat het mogelijk maakt dunne lagen van hout te verwijderen zodat het glad wordt
houtvijlen	=	houtvijl
houtvijltje	=	houtvijl
houtvijltjes	=	houtvijl
houtvlieg	noun	vlieg uit de vliegenfamilie Xylophagidae van tweevleugeligen (Diptera)
houtvliegen	=	houtvlieg
houtvliegje	=	houtvlieg
houtvliegjes	=	houtvlieg
houtvlot	noun	vlot vervaardigd van te transporteren boomstammen
houtvlotten	=	houtvlot
houtvlotter	noun	bestuurder van een vaartuig dat bestaat uit bijeengebonden stammen
houtvlotters	=	houtvlotter
houtvoorraad	noun	hoeveelheid hout die men voor later gebruik heeft opgeslagen
houtvoorraadje	=	houtvoorraad
houtvoorraadjes	=	houtvoorraad
houtvoorraden	=	houtvoorraad
houtvrij	adj	zonder hout
houtvrije	=	houtvrij
houtvrijer	=	houtvrij
houtvrijere	=	houtvrij
houtvrijers	=	houtvrij
houtvrijs	=	houtvrij
houtvrijst	=	houtvrij
houtvrijste	=	houtvrij
houtvuren	=	houtvuur
houtvuur	noun	een vuur waarbij hout de brandstof is
houtvuurtje	=	houtvuur
houtvuurtjes	=	houtvuur
houtwal	noun	strook met bomen en struiken die men gebruikt voor de productie van (brand)hout en als afscheiding van landbouwpercelen
houtwallen	=	houtwal
houtwalletje	=	houtwal
houtwalletjes	=	houtwal
houtwerf	noun	plaats waar een houthandelaar zijn hout opslaat
houtwerk	noun	iets wat gemaakt is van hout
houtwerken	=	houtwerk
houtwerker	noun	iemand die met hout werkt
houtwerkers	=	houtwerker
houtwerkertje	=	houtwerker
houtwerkertjes	=	houtwerker
houtwerven	=	houtwerf
houtwesp	noun	een wesp uit de familie Siricidae die zijn eieren afzet in het hout van bomen
houtwespboktor	noun	Necydalis major een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
houtwespboktorren	=	houtwespboktor
houtwespboktorretje	=	houtwespboktor
houtwespboktorretjes	=	houtwespboktor
houtwespen	noun	Siricidae een insectenfamilie van vliesvleugeligen (Hymenoptera).
houtwespje	=	houtwesp
houtwespjes	=	houtwesp
houtwol	noun	materiaal gemaakt van fijne houtkrullen dat o.a. gebruikt wordt als verpakkings-, isolatie- en opvullingsmateriaal
houtworm	noun	benaming voor verschillende in hout levende insectenlarven
houtwormen	=	houtworm
houtwormpje	=	houtworm
houtwormpjes	=	houtworm
houtzaag	noun	zaag uitsluitend bestemd voor hout
houtzaagje	=	houtzaag
houtzaagjes	=	houtzaag
houtzaagmolen	noun	een windmolen die dient om een zaag aan te drijven
houtzaagmolens	=	houtzaagmolen
houtzaagmolentje	=	houtzaagmolen
houtzaagmolentjes	=	houtzaagmolen
houtzagen	=	houtzaag
houtzager	noun	iemand die hout van bomen zaagt
houtzagerij	noun	bedrijf waar men ruw rondhout verzaagt tot planken en balken
houtzagerijen	=	houtzagerij
houtzagerijtje	=	houtzagerij
houtzagerijtjes	=	houtzagerij
houtzagers	=	houtzager
houtzagertje	=	houtzager
houtzagertjes	=	houtzager
houtzwamkever	noun	insect uit de familie Ciidae van kevers (Coleoptera) in de superfamilie Tenebrionoidea.
houtzwamkevers	noun	Ciidae een familie van kevers (Coleoptera) in de superfamilie Tenebrionoidea
houtzwamkevertje	=	houtzwamkever
houtzwamkevertjes	=	houtzwamkever
houvast	noun	voorwerp waaraan men zichzelf of een zaak vast kan houden
houvasten	=	houvast
houvastje	=	houvast
houvastjes	=	houvast
houw	noun	een slag met een scherp voorwerp
houwde	=	houwen
houwdegen	noun	een onbehouwen vechtersbaas
houwdegens	=	houwdegen
houwdegentje	=	houwdegen
houwden	=	houwen
houwe	=	houwen
houweel	noun	metalen werktuig voor hakken in steen of aarde met een beitelvormig uiteinde en een puntvormig uiteinde
houweeltje	=	houweel
houweeltjes	=	houweel
houwelen	=	houweel
houwen	verb	iets met een scherp werktuig trachten af te hakken
houwend	=	houwen
houwende	=	houwen
houwer	noun	iemand die houwt uit steen, sneeuw, etc om een bepaalde vorm te creëren.
houwers	=	houwer
houwertje	=	houwer
houwertjes	=	houwer
houwerzijl	noun	Plaats in de provincie Groningen
houwitser	noun	een soort krombaangeschut dat de projectielen in een kromme baan over hindernissen heen kan schieten en vaak een relatief korte loop heeft
houwitsers	=	houwitser
houwitsertje	=	houwitser
houwitsertjes	=	houwitser
houwt	=	houwen
houwtje	=	houw
houwtjes	=	houw
houzee	intj	een uitroep van enthousiasme
hovaardig	adj	hoogmoedig, verwaand, trots
hovaardige	=	hovaardig
hovaardiger	=	hovaardig
hovaardigere	=	hovaardig
hovaardigers	=	hovaardig
hovaardigheden	=	hovaardigheid
hovaardigheid	noun	het hovaardig zijn
hovaardiglijk	adj	op een hoogmoedige, arrogante, verwaande of neerbuigende manier
hovaardiglijke	=	hovaardiglijk
hovaardiglijker	=	hovaardiglijk
hovaardiglijkere	=	hovaardiglijk
hovaardiglijkers	=	hovaardiglijk
hovaardiglijks	=	hovaardiglijk
hovaardiglijkst	=	hovaardiglijk
hovaardiglijkste	=	hovaardiglijk
hovaardigs	=	hovaardig
hovaardigst	=	hovaardig
hovaardigste	=	hovaardig
hovaardij	noun	arrogantie, hoogmoed, verwatenheid, eigendunk, eigenwaan
hovaardijen	=	hovaardij
hovaleeuwerik	noun	Eremopterix hova een leeuwerik behorend tot het genus Eremopterix.
hovaleeuweriken	=	hovaleeuwerik
hovaleeuwerikje	=	hovaleeuwerik
hovaleeuwerikjes	=	hovaleeuwerik
hovaral	noun	Sarothrura insularis een vogel uit de familie Sarothruridae.
hovarallen	=	hovaral
hovaralletje	=	hovaral
hovaralletjes	=	hovaral
hove	=	hof
hovee	noun	tegenwoordige tijd
hovees	=	hovee
hoveling	noun	een onderdaan die tot het dagelijkse gezelschap van een vorst behoort
hovelingen	=	hoveling
hovelingetje	=	hoveling
hovelingetjes	=	hoveling
hoven	=	hof
hovend	=	hof
hovende	=	hof
hovenier	noun	iemand die beroepsmatig tuinen aanlegt en verzorgt
hovenierde	=	hovenieren
hovenierden	=	hovenieren
hoveniere	=	hovenieren
hovenieren	verb	ontwerpen, aanleggen en onderhouden van tuinen en parken
hovenierend	=	hovenieren
hovenierende	=	hovenieren
hoveniers	=	hovenier
hoveniersbedrijf	noun	bedrijf dat tuinen en parken aanlegt en onderhoudt
hoveniersbedrijfje	=	hoveniersbedrijf
hoveniersbedrijfjes	=	hoveniersbedrijf
hoveniersbedrijven	=	hoveniersbedrijf
hovenierskunst	noun	het vakgebied dat gaat over de aanleg en onderhoud van tuinen en parken
hovenierskunsten	=	hovenierskunst
hovenierster	noun	vrouwelijke vorm van hovenier
hoveniersters	=	hovenierster
hovenierstertje	=	hovenierster
hovenierstertjes	=	hovenierster
hoveniert	=	hovenieren
hoveniertje	=	hovenier
hoveniertjes	=	hovenier
hoverboard	noun	een plank met wielen aan het uiteinde en ingebouwde accu, waarbij de bestuurder deze bestuurt door zijn gewicht te verplaatsen (naar voren, achteren en opzij)
hoverboardje	=	hoverboard
hoverboardjes	=	hoverboard
hoverboards	=	hoverboard
hovercraft	noun	een amfibisch voertuig dat zich zowel over land als over water kan voortbewegen, waarbij onder de rok lucht wordt geblazen
hovercraftje	=	hovercraft
hovercraftjes	=	hovercraft
hovercrafts	=	hovercraft
hovezate	=	havezate
hoving	noun	tuin
hovingen	=	hoving
hoze	=	hozen
hozebek	noun	bepaald soort vis, Lophius piscatorius, gekenmerkt wordt door een grote bek
hozebekje	=	hozebek
hozebekjes	=	hozebek
hozebekken	=	hozebek
hozen	verb	water uit een boot scheppen
hozend	=	hozen
hozende	=	hozen
hoörets	noun	het land
hpv	noun	de afkorting voor Humaan Papillomavirus, een virus dat abnormale celgroei van huid en slijmvliezen teweeg kan brengen, wratten kan veroorzaken en de kans op het ontwikkelen van sommige vormen van kanker, zoals baarmoederhalskanker, kan verhogen
hpv's	=	hpv
hr	noun	hoog rendement
hr's	=	hr
hr-ketel	noun	hoogrendementsketel
hr-ketels	=	hr-ketel
hr-keteltje	=	hr-ketel
hr-keteltjes	=	hr-ketel
hrm	noun	afdeling van een bedrijf die gaat over het beheer van het personeel
hsl	noun	een spoorlijn die geschikt is voor treinen met een snelheid van meer dan 200 km/uur
hso	noun	acroniem hoger secundair onderwijs in België, dat voorbereidt op universiteit en hogeschool
hso's	=	hso
hst	noun	acroniem: hogesnelheidstrein die sneller dan 200 km/uur kan rijden
hst's	=	hst
hst'tje	=	hst
hst-tracé	noun	verloop van een spoorweg voor treinen die met snelheden boven 200 km/u rijden
hst-tracés	=	hst-tracé
html	noun	standaard opmaaktaal voor webpagina's
hts	noun	hogere technische school.
hts'en	=	hts
hts'er	noun|historical	iemand die in de tweede helft van de 20e eeuw een hogere beroepsopleiding op het gebied van industrie of toegepaste wetenschap volgde
hts'ers	=	hts'er
http	noun	protocol waarmee webpagina's en andere bestanden op het web worden geraadpleegd
http's	=	http
https	noun	versleutelde versie van http
hu	intj	uitroep van huivering door angst of kou
huambograszanger	noun	Cisticola bailunduensis een vogel uit de familie Cisticolidae.
huambograszangers	=	huambograszanger
huambograszangertje	=	huambograszanger
huambograszangertjes	=	huambograszanger
huanucomierpitta	noun	Grallaria capitalis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
huanucomierpitta's	=	huanucomierpitta
huanucomierpittaatje	=	huanucomierpitta
huanucomierpittaatjes	=	huanucomierpitta
huaycotinamoe	noun	Rhynchotus maculicollis een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
huaycotinamoes	=	huaycotinamoe
huaycotinamoetje	=	huaycotinamoe
huaycotinamoetjes	=	huaycotinamoe
hub	noun	knooppunt in het luchtverkeer
hubbleconstante	noun	de verhouding van de snelheid waarmee een bepaalde afstand groter wordt door de metrische uitdijing van de ruimte en de grootte van die afstand
hubbleconstanten	=	hubbleconstante
hubbsspitssnuitdolfijn	noun	Mesoplodon carlhubbsi walvisachtige uit de familie van de spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae).
hubbsspitssnuitdolfijnen	=	hubbsspitssnuitdolfijn
hubbsspitssnuitdolfijntje	=	hubbsspitssnuitdolfijn
hubbsspitssnuitdolfijntjes	=	hubbsspitssnuitdolfijn
hubby	noun	man waarmee men getrouwd is
hubby's	=	hubby
hubfunctie	noun	functie van een luchthaven dat men er kan overstappen van en naar grote toestellen die intercontinentale vluchten uitvoeren
hubfuncties	=	hubfunctie
hubje	=	hub
hubjes	=	hub
hubris	noun|formal	overdreven trots
hubs	=	hub
hudo	noun	een primitief toilet, bestaande uit een in de grond gegraven sleuf, al dan niet met overkapping in een padvinderskamp
hudo's	=	hudo
huds	noun|obsolete	versleten lap, vod Arch. (1811)
hudsen	=	huds
hudsonmees	noun	Poecile hudsonicus een zangvogel uit de familie van de Paridae (mezen).
hudsonmeesje	=	hudsonmees
hudsonmeesjes	=	hudsonmees
hudsonmezen	=	hudsonmees
huerta	noun	een vruchtbaar, intensief gecultiveerd landbouwgebied of groentetuin.
huerta's	=	huerta
hufter	noun|informal	man die zich lomp, onbehouwen en/of aanstootgevend gedraagt
hufterbunker	noun	woning voor mensen die elders teveel overlast hebben veroorzaakt
hufterbunkers	=	hufterbunker
hufterbunkertje	=	hufterbunker
hufterbunkertjes	=	hufterbunker
hufterhuis	noun	woning voor mensen die voor overlast zorgen
hufterhuisje	=	hufterhuis
hufterhuisjes	=	hufterhuis
hufterhuizen	=	hufterhuis
hufterhut	noun	woning voor mensen die voor overlast zorgen
hufterhutten	=	hufterhut
hufterig	adj|informal	zich gedragend als een hufter
hufterige	=	hufterig
hufteriger	=	hufterig
hufterigere	=	hufterig
hufterigers	=	hufterig
hufterigheden	=	hufterigheid
hufterigheid	noun	het hufterig-zijn
hufterigs	=	hufterig
hufterigst	=	hufterig
hufterigste	=	hufterig
hufterin	noun|informal	vrouwelijke hufter
hufterindex	noun	lijst met namen van wegpiraten
hufterindexen	=	hufterindex
hufterindices	=	hufterindex
hufterinnen	=	hufterin
hufterinnetje	=	hufterin
hufterinnetjes	=	hufterin
hufterproef	noun	experiment waar onbehouwen/lomp gedrag onderdeel van is
hufterproefje	=	hufterproef
hufterproefjes	=	hufterproef
hufterproeven	=	hufterproef
hufterproof	adj	bestendig tegen vandalisme en onjuist gebruik, stevig gebouwd
hufterproofs	=	hufterproof
hufters	=	hufter
huftertje	=	hufter
huftertjes	=	hufter
hufterwoning	noun	woning voor mensen die voor overlast zorgen
hufterwoningen	=	hufterwoning
hufterwoninkje	=	hufterwoning
hufterwoninkjes	=	hufterwoning
hug	noun	omarming die wat langer duurt, als een veelgebruikte manier om genegenheid te tonen en/of troost te bieden
hugde	=	huggen
hugden	=	huggen
hugenoot	noun	calvinist uit het Frankrijk van de 16de en 17de eeuw die na 1685 vogelvrij verklaard werden in Frankrijk
hugenootje	=	hugenoot
hugenoten	=	hugenoot
hugenotenkruis	noun	symbool gedragen door de Franse calvinisten: een Maltezer kruis waarvan de armen door een cirkelvormig motief zijn verbonden
hugenotenkruisen	=	hugenotenkruis
hugenotenkruisje	=	hugenotenkruis
hugenotenkruisjes	=	hugenotenkruis
hugenotenkruizen	=	hugenotenkruis
hugge	=	huggen
huggen	verb	wat langere tijd omarmen als blijk van genegenheid of om troost te geven
huggend	=	huggen
hugs	=	hug
hugt	=	huggen
huh	intj	een uiting die grote verbazing aangeeft
hui	noun	vloeistof die bij de kaasbereiding ontstaat door het stremmen van de melk na toevoeging van stremsel
huia	noun	uitgestorven Nieuw-Zeelandse zangvogel
huia's	=	huia
huichel	=	huichelen
huichelaar	noun	iemand die bepaalde waarden aan anderen voorhoudt, maar hier zelf niet naar leeft
huichelaars	=	huichelaar
huichelaarster	noun	vrouw die zich mooier voordoet dan ze eigenlijk is
huichelaarsters	=	huichelaarster
huichelaarstertje	=	huichelaarster
huichelaarstertjes	=	huichelaarster
huichelaartje	=	huichelaar
huichelaartjes	=	huichelaar
huichelachtig	adj	onschuld voorwendend
huichelachtige	=	huichelachtig
huichelachtiger	=	huichelachtig
huichelachtigere	=	huichelachtig
huichelachtigers	=	huichelachtig
huichelachtigs	=	huichelachtig
huichelachtigst	=	huichelachtig
huichelachtigste	=	huichelachtig
huichelarij	noun	het huichelen
huichelarijen	=	huichelarij
huichelarijtje	=	huichelarij
huichelarijtjes	=	huichelarij
huichelde	=	huichelen
huichelden	=	huichelen
huichele	=	huichelen
huichelen	verb	veinzen, doen alsof
huichelend	=	huichelen
huichelende	=	huichelen
huichelt	=	huichelen
huid	noun	vel, de buitenste laag weefsel die het lichaam bedekt
huidaandoening	noun	ziekte van de huid
huidaandoeningen	=	huidaandoening
huidaandoeninkje	=	huidaandoening
huidaandoeninkjes	=	huidaandoening
huidademhaling	noun	uitwisseling van gassen door de huid
huidademhalingen	=	huidademhaling
huidafwijking	noun	ziekte van de huid
huidafwijkingen	=	huidafwijking
huidafwijkinkje	=	huidafwijking
huidafwijkinkjes	=	huidafwijking
huidarts	noun	specialist binnen de geneeskunde die zich bezighoudt met aandoeningen van de huid, de nagels en het haar, samen huidziekten genoemd
huidartsen	=	huidarts
huidartsje	=	huidarts
huidbank	noun	bewaarplaats voor donorhuid
huidbanken	=	huidbank
huidcel	noun	de verschillende soorten cellen die de verschillende weefsels van de huid vormen
huidcellen	=	huidcel
huidcontact	noun	directe fysieke aanraking met de huid
huidcontacten	=	huidcontact
huidcrème	noun	een makkelijk smeerbare zalf die men op de huid kan aanbrengen
huidcrèmes	=	huidcrème
huidde	=	huid
huidden	=	huid
huide	=	huid
huideffect	noun	het verschijnsel dat de geleiding van een hoogfrequente wisselstroom zich slechts voordoet aan de oppervlakte van de geleider
huideffecten	=	huideffect
huideffectje	=	huideffect
huideffectjes	=	huideffect
huiden	=	huid
huidend	=	huid
huidhonger	noun	behoefte om anderen aan te raken of om aangeraakt te worden
huidig	adj	bij het heden behorend
huidige	=	huidig
huidigen	=	huidig
huidigs	=	huidig
huidinfectie	noun	ziekte van de huid veroorzaakt door een levend (micro-)organisme
huidinfecties	=	huidinfectie
huidirritatie	noun	een vervelende, jeukende uitslag van de huid
huidirritaties	=	huidirritatie
huidje	=	huid
huidjes	=	huid
huidkanker	noun	kwaadaardige woekering van de huid
huidkankergeval	noun	patiënt met kanker als rekeneenheid
huidkankergevallen	=	huidkankergeval
huidklacht	noun	een uiting die aangeeft dat je last hebt van je huid, zoals jeuk en pijn
huidklachten	=	huidklacht
huidkleur	noun	de kleur van een huid
huidkleuren	=	huidkleur
huidkleurig	adj	met de kleur van iemands huid
huidkleurige	=	huidkleurig
huidkleuriger	=	huidkleurig
huidkleurigere	=	huidkleurig
huidkleurigers	=	huidkleurig
huidkleurigs	=	huidkleurig
huidkleurigst	=	huidkleurig
huidkleurigste	=	huidkleurig
huidkleurtje	=	huidkleur
huidkleurtjes	=	huidkleur
huidlijm	noun	lijm op water- of alcoholbasis om snorren, baarden, sterretjes e.d. op de huid te lijmen
huidlijmen	=	huidlijm
huidlijmpje	=	huidlijm
huidlijmpjes	=	huidlijm
huidpigment	noun	een biologische kleurstof die wordt aangemaakt door een organisme
huidpigmenten	=	huidpigment
huidplooi	noun	een vouw in de huid, een dubbele laag huid die je tussen twee vingers kunt klemmen
huidplooien	=	huidplooi
huidplooitje	=	huidplooi
huidplooitjes	=	huidplooi
huidprobleem	noun	aandoening van de huid
huidprobleempje	=	huidprobleem
huidprobleempjes	=	huidprobleem
huidproblemen	=	huidprobleem
huidschilfer	noun	afgest; klein deeltje van de menselijke of dierlijke huidoten plaatje dode huidcellen van de opperhuid
huidschilfers	=	huidschilfer
huidschilfertje	=	huidschilfer
huidschilfertjes	=	huidschilfer
huidskleur	noun	kleur of tint van de (menselijke) huid (met name als etnisch of raciaal kenmerk)
huidskleuren	=	huidskleur
huidskleurig	adj	met de kleur van iemands huid
huidskleurige	=	huidskleurig
huidskleuriger	=	huidskleurig
huidskleurigere	=	huidskleurig
huidskleurigers	=	huidskleurig
huidskleurigs	=	huidskleurig
huidskleurigst	=	huidskleurig
huidskleurigste	=	huidskleurig
huidskleurtje	=	huidskleur
huidskleurtjes	=	huidskleur
huidsmeer	noun	vettige afscheiding door talgkliertjes in de huid
huidsoort	noun	een bepaalde categorie huid; een bepaald type huid
huidsoorten	=	huidsoort
huidspecialist	noun	specialist binnen de geneeskunde die zich bezighoudt met ziekten en aandoeningen van de huid, de nagels en het haar, samen huidziekten genoemd
huidspecialisten	=	huidspecialist
huidt	=	huid
huidtherapeut	noun	wettelijk erkend paramedicus die patiënten met een zieke of beschadigde huid verzorgt
huidtherapeuten	=	huidtherapeut
huidtint	noun	kleur van iemand huid
huidtinten	=	huidtint
huidtintje	=	huidtint
huidtintjes	=	huidtint
huidtransplantatie	noun	medische ingreep waarbij een stuk beschadigde huid wordt vervangen door een ander stuk
huidtransplantaties	=	huidtransplantatie
huidtype	noun	soort huid; huid categorie
huidtypen	=	huidtype
huidtypes	=	huidtype
huiduitslag	noun	zichtbare afwijkingen van de huid ontstaan door een ziekte
huiduitslagen	=	huiduitslag
huiduitslagje	=	huiduitslag
huidverzorging	noun	het onderhouden van de huid zodat de huid gezond en mooi blijft, het gaat hierbij vaak om de verzorging van de huid van het gezicht
huidverzorgingen	=	huidverzorging
huidverzorginkje	=	huidverzorging
huidverzorginkjes	=	huidverzorging
huidvetter	noun	leerlooier
huidvetters	=	huidvetter
huidvlek	noun	een plekje op de huid dat een andere kleur of structuur heeft dan de omliggende huid
huidvlekje	=	huidvlek
huidvlekjes	=	huidvlek
huidvlekken	=	huidvlek
huidvlieger	noun	benaming voor dieren uit de taxonomische groep (orde) Dermoptera, die alleen nog voorkomen in de regenwouden van Zuidoost-Azië
huidvliegers	noun	een orde Dermoptera van zoogdieren die zweefvluchten kunnen maken met gespannen vel tussen nek, poten, vingers en staart
huidvraat	noun	huidaandoening die als onrein wordt beschouwd, met name melaatsheid
huidweefsel	noun	alle cellen en hun onderlinge samenhang die samen de huid vormen
huidweefsels	=	huidweefsel
huidworm	noun	Gyrodactylus uitwendige parasiet die vooral voorkomt bij vijvervissen
huidwormen	=	huidworm
huidziekte	noun	aandoening van de huid
huidziekten	=	huidziekte
huidziektes	=	huidziekte
huidziektetje	=	huidziekte
huidziektetjes	=	huidziekte
huien	=	hui
huif	noun	kapje dat een valk wordt opgezet om de vogel rustig te houden
huifde	=	huiven
huifden	=	huiven
huifje	=	huif
huifjes	=	huif
huifkar	noun	een wagen met een kap van zeildoek overdekt
huifkarren	=	huifkar
huifkarretje	=	huifkar
huifkarretjes	=	huifkar
huift	=	huiven
huig	noun	een lapje afhangend weefsel aan het uiteinde van het zachte verhemelte, waarmee onder andere het neuskanaal kan worden afgesloten
huig-r	noun	de uitspraak van de letter r met trilling van de huig
huig-r'en	=	huig-r
huig-r's	=	huig-r
huigen	=	huig
huigje	=	huig
huigjes	=	huig
huik	noun	een regenvast dekkleed dat over een zeil gedaan wordt
huike	=	huik
huiken	=	huik
huikend	=	huik
huikje	=	huik
huikjes	=	huik
huikt	=	huik
huikte	=	huik
huikten	=	huik
huil	noun	de keer dat men huilt
huilbaby	noun	een niet zieke, zich goed ontwikkelende baby die zoveel huilt dat dat door duur, frequentie en/of intensiteit vragen oproept bij ouders en professionals
huilbaby's	=	huilbaby
huilbaby'tje	=	huilbaby
huilbaby'tjes	=	huilbaby
huilbui	noun	een plotselinge, aanval van aanhoudend gehuil
huilbuien	=	huilbui
huilbuitje	=	huilbui
huilbuitjes	=	huilbui
huilde	=	huilen
huilden	=	huilen
huile	=	huilen
huilebalk	noun	iemand die te veel huilt, met name bij kinderen
huilebalken	=	huilebalk
huilebalkje	=	huilebalk
huilebalkjes	=	huilebalk
huilen	verb	traanvocht uitscheiden als gevolg van een negatieve emotie zoals verdriet of pijn, of soms juist als uiting van vreugde of opluchting
huilend	adj	het aan het huilen zijn
huilende	=	huilend
huilends	=	huilend
huilens	noun	genitief van huilen
huiler	noun	iemand die huilt
huilerig	adj	makkelijk en veel aan het huilen
huilerige	=	huilerig
huileriger	=	huilerig
huilerigere	=	huilerig
huilerigers	=	huilerig
huilerigs	=	huilerig
huilerigst	=	huilerig
huilerigste	=	huilerig
huilers	=	huiler
huilertje	=	huiler
huilfilm	noun	film die sterke emoties oproept en kijkers aan het huilen maakt, vaak door zijn sentimentele of meeslepende inhoud
huilfilms	=	huilfilm
huilkramp	noun	heftige aanval van janken
huilkrampen	=	huilkramp
huilmuil	noun	persoon die veel huilt
huilmuilen	=	huilmuil
huilmuiltje	=	huilmuil
huilmuiltjes	=	huilmuil
huilt	=	huilen
huiltonen	=	huiltoon
huiltoon	noun	huilend geluid
huiltoontje	=	huiltoon
huiltoontjes	=	huiltoon
huinebed	=	hunebed
huis	noun	gebouw bestemd om in te wonen
huis-aan-huisactie	noun	actie waarbij men het ene na het andere huis bezoekt
huis-aan-huisacties	=	huis-aan-huisactie
huis-aan-huisactietje	=	huis-aan-huisactie
huis-aan-huisactietjes	=	huis-aan-huisactie
huis-aan-huisblaadje	=	huis-aan-huisblad
huis-aan-huisblaadjes	=	huis-aan-huisblad
huis-aan-huisblad	noun	ook wel (neerbuigend) het sufferdje genoemd, is een gratis, huis-aan-huis verspreid lokale of regionale periodiek.
huis-aan-huisbladen	=	huis-aan-huisblad
huis-tuin-en-keukenmiddel	noun	eenvoudige remedie uit de praktijk van het huishouden
huis-tuin-en-keukenmiddelen	=	huis-tuin-en-keukenmiddel
huis-tuin-en-keukenmiddeltje	=	huis-tuin-en-keukenmiddel
huis-tuin-en-keukenmiddeltjes	=	huis-tuin-en-keukenmiddel
huisaccountant	noun	financieel controleur die verbonden is met een bepaald bedrijf of organisatie
huisaccountants	=	huisaccountant
huisadres	noun	adres waar men woont, i.t.t. werkadres
huisadresje	=	huisadres
huisadresjes	=	huisadres
huisadressen	=	huisadres
huisadvocaat	noun	een advocaat die verbonden is aan een bepaald bedrijf of bepaalde organisatie
huisadvocaten	=	huisadvocaat
huisafval	noun	huishoudelijk afval; afval dat ontstaat door het voeren van een huishouding
huisapotheek	noun	een kleine voorraad eenvoudige verband- en geneesmiddelen die over het algemeen zonder voorschrift van een arts gebruikt kunnen worden
huisapotheekje	=	huisapotheek
huisapotheekjes	=	huisapotheek
huisapotheken	=	huisapotheek
huisarchief	noun	het privéarchief van een (adellijke) familie
huisarchieven	=	huisarchief
huisarrest	noun	een strafbepaling waarbij iemand verboden wordt het eigen huis te verlaten of er onbeperkt mensen te ontvangen
huisarresten	=	huisarrest
huisarrestje	=	huisarrest
huisarts	noun	een arts die de eerste lijn van opvang vormt voor een aantal vaste patiënten in de buurt
huisartsbezoek	noun	consultatie van de huisarts door een patiënt; de keer dat men naar het spreekuur van een huisarts gaat
huisartsbezoeken	=	huisartsbezoek
huisartsen	=	huisarts
huisartsengeneeskunde	noun	generalistisch medisch specialisme
huisartsengroep	noun	groep samenwerkende huisartsen die werken in verschillende praktijken
huisartsengroepen	=	huisartsengroep
huisartsengroepje	=	huisartsengroep
huisartsengroepjes	=	huisartsengroep
huisartsenhulp	noun	medische zorg geleverd door huisartsen en huisartsenpraktijken
huisartsenhulpen	=	huisartsenhulp
huisartsenketen	noun	bedrijf dat meerdere huisartsenpraktijken exploiteert
huisartsenketens	=	huisartsenketen
huisartsenlaboratoria	=	huisartsenlaboratorium
huisartsenlaboratorium	noun	laboratorium waar waar bloed- urine- en faecesonderzoek wordt verricht in opdracht van huisartsen
huisartsenlaboratoriums	=	huisartsenlaboratorium
huisartsenopleiding	noun	medische opleiding van 3 jaar na het artsexamen waarin een arts tot huisarts wordt opgeleid
huisartsenopleidingen	=	huisartsenopleiding
huisartsenopleidinkje	=	huisartsenopleiding
huisartsenopleidinkjes	=	huisartsenopleiding
huisartsenpost	noun	grootschaliger samenwerking van huisartsen voor het verzorgen van de huisartsenzorg buiten kantooruren
huisartsenposten	=	huisartsenpost
huisartsenpostje	=	huisartsenpost
huisartsenpostjes	=	huisartsenpost
huisartsenpraktijk	noun	een gebouw of deel van een gebouw waar een of meer huisartsen werken
huisartsenpraktijken	=	huisartsenpraktijk
huisartsenpraktijkje	=	huisartsenpraktijk
huisartsenspoedpost	noun	post waar men spoedeisende huisartsenzorg kan krijgen buiten de kantooruren
huisartsenspoedposten	=	huisartsenspoedpost
huisartsenspoedpostje	=	huisartsenspoedpost
huisartsenspoedpostjes	=	huisartsenspoedpost
huisartsentekort	noun	gebrek aan beschikbare huisartsenzorg
huisartsentekorten	=	huisartsentekort
huisartsenvereniging	noun	beroepsorganisatie waar huisartsen lid van zijn
huisartsenverenigingen	=	huisartsenvereniging
huisartsenverenigingetje	=	huisartsenvereniging
huisartsenverenigingetjes	=	huisartsenvereniging
huisartsenzorg	noun	medische zorg geleverd door de huisarts; medische zorg geleverd door een huisartsenpraktijk
huisartsgeneeskunde	noun	het generalistische medische specialisme
huisartsje	=	huisarts
huisartsjes	=	huisarts
huisartspost	noun	grootschaliger samenwerking van huisartsen voor het verzorgen van de huisartsenzorg buiten kantooruren
huisartsposten	=	huisartspost
huisartspostje	=	huisartspost
huisartspostjes	=	huisartspost
huisartspraktijk	noun	gebouw of ruimte waar een huisarts werkt
huisartspraktijken	=	huisartspraktijk
huisbaas	noun	eigenaar van een pand dat verhuurd wordt
huisbaasje	=	huisbaas
huisbaasjes	=	huisbaas
huisbakken	adj	alledaags
huisbakkens	=	huisbakken
huisband	noun	een muziekgroep die verbonden is met een locatie of een programma
huisbands	=	huisband
huisbank	noun	de vaste bank van een bedrijf of overheid
huisbanken	=	huisbank
huisbankier	noun	de vaste bank van een bedrijf of overheid
huisbankiers	=	huisbankier
huisbar	noun	bar waar men een drankje kan bestellen en drinken horend bij een huis of gebouw
huisbarretje	=	huisbar
huisbarretjes	=	huisbar
huisbars	=	huisbar
huisbazen	=	huisbaas
huisbazin	noun	vrouw die een huis of kamers verhuurt
huisbazinnen	=	huisbazin
huisbediende	noun	personeel dat in een woning huishoudelijke taken verricht
huisbedienden	=	huisbediende
huisbediendes	=	huisbediende
huisbel	noun	een instrument waarmee bezoekers, via een geluidssignaal, aangeven dat ze aan de voordeur van een woning staan
huisbellen	=	huisbel
huisbelletje	=	huisbel
huisbelletjes	=	huisbel
huisbewaarder	noun	iemand die in een huis woont als de eigenaar afwezig is om het te bewaken en te onderhouden
huisbewaarders	=	huisbewaarder
huisbewoner	noun	persoon die niet in een woonwagen woont maar in een huis
huisbewoners	=	huisbewoner
huisbezoek	noun	bezoek aan huis door een professional zoals een huisarts, verpleegkundige, maatschappelijk werker, dominee, priester; of ambtenaren van overheidsinstanties; of door school
huisbezoeken	=	huisbezoek
huisbezoekje	=	huisbezoek
huisbezoekjes	=	huisbezoek
huisbioscoop	noun	filmzaal in een woning
huisbioscoopje	=	huisbioscoop
huisbioscoopjes	=	huisbioscoop
huisbioscopen	=	huisbioscoop
huisboktor	noun	Hylotrupes bajulus een kever uit de familie boktorren (Cerambycidae)
huisboktorren	=	huisboktor
huisboktorretje	=	huisboktor
huisboktorretjes	=	huisboktor
huisbrand	noun	vuur dat delen van een woning verteert
huisbranden	=	huisbrand
huisbrandje	=	huisbrand
huisbrandjes	=	huisbrand
huisbrandolie	noun	aardolieproduct dat men gebruikt voor het verwarmen van woningen
huisbrandolies	=	huisbrandolie
huisbrandoliën	=	huisbrandolie
huisbuidelspitsmuis	noun	Monodelphis domestica buideldier uit de familie van de Didelphidae.
huisbuidelspitsmuisje	=	huisbuidelspitsmuis
huisbuidelspitsmuisjes	=	huisbuidelspitsmuis
huisbuidelspitsmuizen	=	huisbuidelspitsmuis
huiscavia	noun	Cavia porcellus knaagdier uit de familie van de cavia-achtigen (Caviidae).
huiscavia's	=	huiscavia
huiscaviaatje	=	huiscavia
huiscaviaatjes	=	huiscavia
huiscentrale	noun	centrale in huis
huiscentrales	=	huiscentrale
huischoreograaf	noun	ontwerper van dans en balletvoorstellingen die verbonden is aan één bepaald dansgezelschap
huischoreografen	=	huischoreograaf
huiscomputer	noun	eenvoudige computer die men kon aansluiten op de televisie en die een voorganger was van de personal computer van IBM
huiscomputers	=	huiscomputer
huiscomputertje	=	huiscomputer
huiscomputertjes	=	huiscomputer
huisconcert	noun	kleine muziekuitvoering die bij iemand thuis wordt gehouden
huisconcerten	=	huisconcert
huisconcertje	=	huisconcert
huisconcertjes	=	huisconcert
huisde	=	huizen
huisdealer	noun	vaste softdrugsdealer, vooral van jeugdcafés en hulpverlenende instellingen
huisdealers	=	huisdealer
huisdealertje	=	huisdealer
huisdealertjes	=	huisdealer
huisden	=	huizen
huisdeur	noun	de deur aan de voorkant van het huis
huisdeuren	=	huisdeur
huisdeurtje	=	huisdeur
huisdeurtjes	=	huisdeur
huisdichter	noun	een vaste dichter van een organisatie of media
huisdichters	=	huisdichter
huisdichtertje	=	huisdichter
huisdichtertjes	=	huisdichter
huisdier	noun	een dier dat in het huis of om het huis woont en leeft
huisdieren	=	huisdier
huisdierenpolitie	noun	politie die dierenmishandeling opspoort
huisdiertje	=	huisdier
huisdiertjes	=	huisdier
huisdokter	noun	een gespecialiseerde arts die perifeer – buiten de (academische) ziekenhuizen – werkt, maar niet in een ziekenhuis
huisdokters	=	huisdokter
huisdoorzoeking	noun	een actie waarbij iemands huis, meestal door de autoriteiten, doorzocht wordt
huisdoorzoekingen	=	huisdoorzoeking
huisdraaigatje	noun	Tapinoma sessile een mierensoort uit de onderfamilie van de Dolichoderinae.
huisdraaigatjes	=	huisdraaigatje
huisduif	noun	Columba livia domestica een gedomesticeerde afstammeling van de rotsduif (Columba livia).
huisduifje	=	huisduif
huisduifjes	=	huisduif
huisduiven	=	huisduif
huisdwergzesogen	=	huisdwergzesoog
huisdwergzesoog	noun	Oonops domesticus een spin uit de familie dwergcelspinnen (Oonopidae).
huisdwergzesoogje	=	huisdwergzesoog
huisdwergzesoogjes	=	huisdwergzesoog
huiseigenaar	noun	iemand die een huis bezit, ongeacht of hij/zij het ook bewoont
huiseigenaars	=	huiseigenaar
huiseigenaartje	=	huiseigenaar
huiseigenaartjes	=	huiseigenaar
huiseigenaren	=	huiseigenaar
huiseigenares	noun	vrouw die een of meer huizen bezit
huiseigenaresse	noun	vrouw die een of meer huizen bezit
huiseigenaressen	=	huiseigenares
huiseigenaresses	=	huiseigenaresse
huiself	noun|figurative	slaaf in de huishouding uit de Harry Potter serie van J.K. Rowling
huiselfje	=	huiself
huiselfjes	=	huiself
huiselijk	adj	knus en gezellig
huiselijke	=	huiselijk
huiselijker	=	huiselijk
huiselijkere	=	huiselijk
huiselijkers	=	huiselijk
huiselijkheden	=	huiselijkheid
huiselijkheid	noun	dat iets zo gezellig is als thuis
huiselijks	=	huiselijk
huiselijkst	=	huiselijk
huiselijkste	=	huiselijk
huiselven	=	huiself
huisfeest	noun	een informele bijeenkomst die in iemands huis wordt gehouden
huisfeesten	=	huisfeest
huisfeestje	=	huisfeest
huisfeestjes	=	huisfeest
huisfilosofen	=	huisfilosoof
huisfilosoof	noun	de lokale wijsgeer die verbonden is aan een programma of familie
huisfonds	noun	beleggingsfonds dat de bank of financiële instelling zelf beheert
huisfondsen	=	huisfonds
huisfondsje	=	huisfonds
huisfondsjes	=	huisfonds
huisgehouden	=	huishouden
huisgekko	noun	Hemidactylus mabouia een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Gekkonidae
huisgekko's	=	huisgekko
huisgekkootje	=	huisgekko
huisgekkootjes	=	huisgekko
huisgemaakt	adj	zelfgemaakt dus niet kant-en-klaar in de winkel gekocht
huisgemaakte	=	huisgemaakt
huisgemaakts	=	huisgemaakt
huisgemeente	noun	groep gelovigen (een gemeente) die los van de officiële kerk praat over het geloof
huisgemeenten	=	huisgemeente
huisgenoot	noun	mensen met wie men in één huis woont, zonder dat er noodzakelijkerwijs ook één huishouding wordt gevoerd
huisgenootje	=	huisgenoot
huisgenootjes	=	huisgenoot
huisgenote	noun	medebewoonster van een huis
huisgenoten	=	huisgenoot
huisgenotes	=	huisgenote
huisgerief	noun	de gebruiksvoorwerpen die horen tot de inrichting van een huis, zoals het meubilair, klein- en groothuishoudelijke apparatuur en de huishoudwaar (keukengerei en tafelwaar)
huisgerookt	adj	in eigen huis gerookt (en niet en masse bij een bedrijf)
huisgerookte	=	huisgerookt
huisgerookts	=	huisgerookt
huisgevel	noun	de wand van een huis die naar de weg is gekeerd
huisgevels	=	huisgevel
huisgezin	noun	vader, moeder en kinderen - soms worden ook de huisdieren erbij gerekend
huisgezinnen	=	huisgezin
huisgezinnetje	=	huisgezin
huisgezinnetjes	=	huisgezin
huisgierzwaluw	noun	Apus affinis een lid van de familie van gierzwaluwen (Apodidae) en komt wijd verspreid over Afrika en Azië voor.
huisgierzwaluwen	=	huisgierzwaluw
huisgierzwaluwtje	=	huisgierzwaluw
huisgierzwaluwtjes	=	huisgierzwaluw
huisgod	noun	beschermgod van huis en familie (-> Romeinen)
huisgoden	=	huisgod
huisgodje	=	huisgod
huisgodjes	=	huisgod
huisgors	noun	Emberiza sahari een lid van de gorzenfamilie.
huisgorsje	=	huisgors
huisgorsjes	=	huisgors
huisgorzen	=	huisgors
huishield	=	huishouden
huishielde	=	huishouden
huishielden	=	huishouden
huishieldt	=	huishouden
huishoen	noun	zeer bekende, door de mens gedomesticeerde vogelsoort, Gallus gallus domesticus uit de familie van hoenders, in de volksmond meestal "kip" (wat eigenlijk de naam is van het wijfje) genoemd
huishoenderen	=	huishoen
huishoenders	=	huishoen
huishoendertjes	=	huishoen
huishoentje	=	huishoen
huishoentjes	=	huishoen
huishond	noun	Canis lupus familiaris hond die men als huisdier houdt
huishonden	=	huishond
huishondje	=	huishond
huishondjes	=	huishond
huishou	=	huishouden
huishoud	=	huishouden
huishoudbeurs	noun	tentoonstelling waar nieuwe huishoudelijke benodigdheden worden tentoongesteld
huishoudbeurzen	=	huishoudbeurs
huishoudboek	noun	notitieboekje waarin de uitgaven betreffende de huishouding worden genoteerd; kasboek voor een huishouding
huishoudboeken	=	huishoudboek
huishoudboekje	noun	boekje waarin de huisvrouw de uitgaven voor de huishouding bijhoudt
huishoudboekjes	=	huishoudboekje
huishoudbudget	noun	geld dat beschikbaar is voor huishoudelijke uitgaven zoals voeding, zelfverzorging, schoonmaakmiddelen en kleding
huishoudbudgetje	=	huishoudbudget
huishoudbudgetjes	=	huishoudbudget
huishoudbudgets	=	huishoudbudget
huishoudbudgetten	=	huishoudbudget
huishoude	=	huishouden
huishoudelijk	adj	het huishouden betreffende
huishoudelijke	=	huishoudelijk
huishoudelijker	=	huishoudelijk
huishoudelijkere	=	huishoudelijk
huishoudelijkers	=	huishoudelijk
huishoudelijks	=	huishoudelijk
huishoudelijkst	=	huishoudelijk
huishoudelijkste	=	huishoudelijk
huishouden	verb	een grote rommel of vernietiging achterlaten	noun	een groep van één of meer samenwonende mensen die samen een economische eenheid vormt
huishoudend	=	huishouden
huishoudende	=	huishouden
huishoudens	=	huishouden
huishoudentje	=	huishouden
huishoudentjes	=	huishouden
huishoudentoeslag	noun	voorgestelde verandering en vereenvoudiging van de belastingen en toeslagen waarbij met name zorg- en huurtoestag verenigd zouden worden tot één regeling
huishoudentoeslagen	=	huishoudentoeslag
huishoudgeld	noun	geld dat nodig is voor het voeren van een huishouding (zoals het kopen van voedsel en schoonmaakmiddelen)
huishoudgelden	=	huishoudgeld
huishoudhulp	noun	een persoon of dienst die helpt bij het schoonmaken en onderhouden van een huis; hulp in de huishouding
huishoudhulpen	=	huishoudhulp
huishoudhulpje	=	huishoudhulp
huishoudhulpjes	=	huishoudhulp
huishouding	noun	een verzamelnaam voor het dagelijks levensonderhoud in een woning
huishoudingen	=	huishouding
huishoudinkje	=	huishouding
huishoudinkjes	=	huishouding
huishoudinkomen	noun	het totale inkomen dat binnen een huishouden wordt verdiend
huishoudinkomens	=	huishoudinkomen
huishoudkoelkast	noun	koelkast voor een gezin
huishoudkoelkasten	=	huishoudkoelkast
huishoudkoelkastje	=	huishoudkoelkast
huishoudkoelkastjes	=	huishoudkoelkast
huishoudkunde	noun	de wetenschap dat het huishouden onderzoekt
huishoudonderwijs	noun	onderwijs in het huishouden; onderwijs dat gegeven werd op een huishoudschool
huishoudportemonnee	noun	de geldbeurs waarin het geld zit waarmee de huishoudelijke uitgaven worden gedaan
huishoudportemonnees	=	huishoudportemonnee
huishoudportemonneetje	=	huishoudportemonnee
huishoudportemonneetjes	=	huishoudportemonnee
huishoudscholen	=	huishoudschool
huishoudschool	noun	school voor lager beroepsonderwijs die opleidde voor een beroep als huishoudster of dienstbode of om vrouwen voor te bereiden op hun rol als huisvrouw
huishoudschooltje	=	huishoudschool
huishoudschooltjes	=	huishoudschool
huishoudster	noun	vrouw die andermans huishouden verzorgt
huishoudsters	=	huishoudster
huishoudstertje	=	huishoudster
huishoudstertjes	=	huishoudster
huishoudt	=	huishouden
huishoudtextiel	noun	textielproducten die je gebruikt in het huishouden
huishoudtrap	noun	een klein, lichtgewicht, opvouwbaar trapje met 2 - 8 treden dat in huis wordt gebruikt om op hoogte te kunnen werken
huishoudtrapje	=	huishoudtrap
huishoudtrapjes	=	huishoudtrap
huishoudtrapladder	noun	eenvoudige, lichtgewicht, opvouwbare trap die men in huis gebruikt voor werken op grotere hoogte vaak is ze wat groter en hoger dan een huishoudtrap en heeft ze een platform
huishoudtrapladders	=	huishoudtrapladder
huishoudtrapladdertje	=	huishoudtrapladder
huishoudtrapladdertjes	=	huishoudtrapladder
huishoudtrappen	=	huishoudtrap
huishoudwater	noun	leidingwater dat uitsluitend bestemd is voor toiletspoeling, gebruik in de wasmachine of het besproeien van de tuin
huishoudwerkloosheid	noun	werkloosheid bij alle leden van een huishouding
huishoudzeep	noun	zeep die men gebruikt voor huishoudelijke taken
huishoudzepen	=	huishoudzeep
huishuren	=	huishuur
huishuur	noun	de hoeveelheid geld die je moet betalen aan de eigenaar van de woning, om een bepaalde tijd in de woning te mogen wonen
huisjapon	noun	informele lange jurk die vrouwen dragen in hun eigen huis
huisjaponnen	=	huisjapon
huisjaponnetje	=	huisjapon
huisjaponnetjes	=	huisjapon
huisjas	noun	jas voor binnenshuis gebruik
huisjasje	=	huisjas
huisjasjes	=	huisjas
huisjassen	=	huisjas
huisje	noun	alleen verkleinwoord kap of afdak boven iets
huisje-boompje-beestje	adj	van het leven van iemand dat het goed verzorgd maar wel een beetje burgerlijk, gezapig en saai is
huisje-boompje-beestje-ideaal	noun	streven naar een eenvoudig, traditioneel gelukkig bestaan
huisje-boompje-beestje-idealen	=	huisje-boompje-beestje-ideaal
huisjes	=	huis
huisjesmelker	noun	iemand die vaak slechte huizen (woningen) tegen woekerprijzen verhuurt, een onbarmhartige woekeraar ofwel malafide huiseigenaar
huisjesmelkerij	noun	het uitmelken van huurders door een malafide huiseigenaar
huisjesmelkerijen	=	huisjesmelkerij
huisjesmelkers	=	huisjesmelker
huisjesmelkertje	=	huisjesmelker
huisjesslak	noun	slak met een huisje niet behorend tot een specifieke soort
huisjesslakje	=	huisjesslak
huisjesslakjes	=	huisjesslak
huisjesslakken	=	huisjesslak
huisjongen	noun	knecht voor de bediening in huis
huisjongens	=	huisjongen
huiskaardespin	noun	Amaurobius fenestralis een spin uit de familie nachtkaardespinnen (Amaurobiidae).
huiskaardespinnen	=	huiskaardespin
huiskaardespinnetje	=	huiskaardespin
huiskaardespinnetjes	=	huiskaardespin
huiskamer	noun	een kamer die primair is ingericht om in te wonen
huiskamercafeetje	=	huiskamercafé
huiskamercafeetjes	=	huiskamercafé
huiskamercafé	noun	zeer kleine uitgaansgelegenheid in de huiskamer van de uitbater
huiskamercafés	=	huiskamercafé
huiskamerdeur	noun	de deur tussen de huiskamer en de rest van de woning
huiskamerdeuren	=	huiskamerdeur
huiskamerhuwelijk	noun	huwelijk volgens de regels van de Islam maar zonder formele geldigheid in de Nederlandse wet
huiskamerhuwelijken	=	huiskamerhuwelijk
huiskamerrestaurant	noun	een 'restaurant' wat door een particulier wordt bedreven (in zijn of haar huiskamer)
huiskamerrestaurantje	=	huiskamerrestaurant
huiskamerrestaurantjes	=	huiskamerrestaurant
huiskamerrestaurants	=	huiskamerrestaurant
huiskamers	=	huiskamer
huiskamersfeer	noun	warme, gezellige, comfortabele stemming die heerst in een ruimte die lijkt op een woonkamer
huiskamersfeertje	=	huiskamersfeer
huiskamersfeertjes	=	huiskamersfeer
huiskamersferen	=	huiskamersfeer
huiskamertje	=	huiskamer
huiskamertjes	=	huiskamer
huiskapel	noun	een gebedsruimte in een woning
huiskapelaan	noun	een priester die binnen een specifieke privéruimte, zoals een huis of een besloten gemeenschap (bijvoorbeeld een klooster, bejaardenhuis, ziekenhuis of een koninklijk hof), religieuze diensten en pastorale zorg biedt
huiskapelaans	=	huiskapelaan
huiskapellen	=	huiskapel
huiskapelletje	=	huiskapel
huiskapelletjes	=	huiskapel
huiskat	noun	getemde katachtige, een van de oudste huisdieren van de mens, Felis catus
huiskatje	=	huiskat
huiskatjes	=	huiskat
huiskatten	=	huiskat
huiskleur	noun	een kleur die een organisatie consequent gebruikt in de communicatie met klanten
huiskleuren	=	huiskleur
huisknecht	noun	bediende die in een woning huishoudelijke taken verricht
huisknechten	=	huisknecht
huisknechtje	=	huisknecht
huisknechtjes	=	huisknecht
huisknechts	=	huisknecht
huiskogelspin	noun	Theridion melanurum een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).
huiskogelspinnen	=	huiskogelspin
huiskogelspinnetje	=	huiskogelspin
huiskogelspinnetjes	=	huiskogelspin
huiskraai	noun	Corvus splendens een vogel uit de familie kraaien (Corvidae).
huiskraaien	=	huiskraai
huiskraaitje	=	huiskraai
huiskraaitjes	=	huiskraai
huiskrekel	noun	Acheta domesticus een rechtvleugelig insect uit de familie krekels (Gryllidae), onderfamilie Gryllinae
huiskrekels	=	huiskrekel
huiskrekeltje	=	huiskrekel
huiskrekeltjes	=	huiskrekel
huiskring	noun	kleine groep gelovigen die een deel uitmaken van een gemeente
huiskringen	=	huiskring
huislening	noun	een lening die men aangaat om een huis te kunnen kopen en waarbij het huis dient als onderpand
huisleningen	=	huislening
huisleraar	noun	iemand die in de privéwoning van een leerling les geeft
huisleraars	=	huisleraar
huisleraren	=	huisleraar
huisleverancier	noun	bedrijf dat vaste diensten of producten levert aan een specifiek bedrijf, of huishouden
huisleveranciers	=	huisleverancier
huislieden	=	huisman
huislijk	adj	de privésfeer betreffende; in de privésfeer
huislijke	=	huislijk
huislijker	=	huislijk
huislijkere	=	huislijk
huislijkers	=	huislijk
huislijks	=	huislijk
huislijkst	=	huislijk
huislijkste	=	huislijk
huislook	noun	een vetplant Sempervivum tectorum waarvan de naam huislook verwijst naar het gebruik van de plant op daken en muren.
huislui	=	huisman
huisman	noun	mannelijk gezinslid, belast met het huishouden
huismannen	=	huisman
huismannetje	=	huisman
huismannetjes	=	huisman
huismeester	noun	huishoudkundige
huismeesters	=	huismeester
huismeestertje	=	huismeester
huismeestertjes	=	huismeester
huismerk	noun	een merk van producten dat in opdracht van een detaillist wordt geproduceerd onder een eigen merk.
huismerken	=	huismerk
huismerkje	=	huismerk
huismerkjes	=	huismerk
huismiddel	noun	iets dat als geneesmiddel gebruikt wordt zonder dat daarvoor wetenschappelijk bewijs is en dat zonder recept gekocht kan worden
huismiddelen	=	huismiddel
huismiddeltje	=	huismiddel
huismiddeltjes	=	huismiddel
huismierkever	noun	Tillus elongatus een keversoort uit de familie mierkevers (Cleridae).
huismierkevers	=	huismierkever
huismierkevertje	=	huismierkever
huismierkevertjes	=	huismierkever
huismijt	noun	Dermatophagoides insect dat leeft van de huidschilfers van mens en dier
huismijten	=	huismijt
huismoeder	noun	vrouw die voor haar kinderen zorgt
huismoeders	=	huismoeder
huismoedertje	=	huismoeder
huismoedertjes	=	huismoeder
huismuis	noun	bepaald soort knaagdier dat vaak in en rond gebouwen voorkomt, Mus musculus
huismuisje	=	huismuis
huismuisjes	=	huismuis
huismuizen	=	huismuis
huismuren	=	huismuur
huismus	noun	Passer domesticus, een kleine zangvogel vaak in bebouwde omgeving leeft
huismusje	=	huismus
huismusjes	=	huismus
huismussen	=	huismus
huismuur	noun	de buitenmuren van een gebouw waarin mensen woont
huismuursluiper	noun	Scotophaeus scutulatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
huismuursluipers	=	huismuursluiper
huismuursluipertje	=	huismuursluiper
huismuursluipertjes	=	huismuursluiper
huismuurtje	=	huismuur
huismuurtjes	=	huismuur
huismuziek	noun	muziek die in de privésfeer (vóór en dóór amateurs in de huiselijke kring) wordt gemaakt
huisnijverheden	=	huisnijverheid
huisnijverheid	noun	beroep of ambacht waarbij vanuit huis gewerkt en geproduceerd wordt
huisnummer	noun	het nummer dat door de overheid aan een opstal wordt gegeven en een onderdeel vormt van het adres.
huisnummers	=	huisnummer
huisnummertje	=	huisnummer
huisnummertjes	=	huisnummer
huisonderwijs	noun	onderwijsvorm waarbij ouders het onderwijs niet delegeren aan een school maar het zelf ter hand nemen
huisonderwijzer	noun	iemand die privéonderwijs geeft aan huis (en die vroeger vaak ook daar woonde)
huisonderwijzers	=	huisonderwijzer
huisorde	noun	onderscheiding die een vorst verleent aan mensen die volgens hem speciale waardering van het vorstenhuis verdienen
huisorden	=	huisorde
huisordes	=	huisorde
huisorgel	noun	een pijporgel of elektronisch orgel dat speciaal is ontworpen voor gebruik in een particuliere woning
huisorgels	=	huisorgel
huisorgeltje	=	huisorgel
huisorgeltjes	=	huisorgel
huisorkest	noun	orkest dat verbonden is met een bepaalde organisatie; orkest verbonden met een bepaald concertgebouw
huisorkesten	=	huisorkest
huisorkestje	=	huisorkest
huisorkestjes	=	huisorkest
huispak	noun	een set kleding in de vorm van een joggingpak van comfortabel, warm en zacht materiaal speciaal bedoeld voor binnenshuis
huispakje	=	huispak
huispakjes	=	huispak
huispakken	=	huispak
huispersoneel	noun	mensen die in een woning huishoudelijke taken verrichten
huispoes	noun	Felis silvestris catus vrouwelijke kat die als huisdier wordt gehouden
huispoesje	=	huispoes
huispoesjes	=	huispoes
huispoezen	=	huispoes
huisraad	noun	de gebruiksvoorwerpen die horen tot de inrichting van een huis, zoals het meubilair, klein- en groothuishoudelijke apparatuur en de huishoudwaar (keukengerei en tafelwaar)
huisraadje	=	huisraad
huisraadjes	=	huisraad
huisraden	=	huisraad
huisrecht	noun	één van de grondrechten die gelden in Nederland: De woning hoort tot de persoonlijke levenssfeer.
huisrechten	=	huisrecht
huisregel	noun	Een bedrijf of instelling kan huisregels hebben voor bijvoorbeeld personeel, vrijwilligers en gasten/klanten/bewoners/patiënten/gedetineerden/bezoekers.
huisregels	=	huisregel
huisregeltje	=	huisregel
huisregeltjes	=	huisregel
huisreglement	noun	een verzameling van regels en afspraken die gelden binnen een gebouw of organisatie
huisreglementen	=	huisreglement
huisrif	noun	een rif dat direkt voor een resort in zee ligt en gereserveerd is voor de gasten van dat resort
huisriffen	=	huisrif
huisrobot	noun	een robot die bepaalde functies kan vervullen in een huishouden
huisrobotje	=	huisrobot
huisrobotjes	=	huisrobot
huisrobots	=	huisrobot
huisrobotten	=	huisrobot
huisruilvakantie	noun	een vakantie waarbij mensen in elkaars huis op vakantie gaan
huisruilvakanties	=	huisruilvakantie
huisruilvakantietje	=	huisruilvakantie
huisruilvakantietjes	=	huisruilvakantie
huisschilder	noun	iemand die beroepsmatig schilderwerken aan en in gebouwen uitvoert
huisschilders	=	huisschilder
huisschildertje	=	huisschilder
huisschildertjes	=	huisschilder
huisschoen	noun	schoen voor binnenshuis gebruik
huisschoenen	=	huisschoen
huisslaaf	noun|figurative	persoon die gedwongen of vrijwillig in een huishouden werkt, vaak zonder een rechtmatige status of onder slechte omstandigheden.
huisslaafje	=	huisslaaf
huisslaafjes	=	huisslaaf
huisslaven	=	huisslaaf
huissleutel	noun	de sleutel die past in het slot van de huisdeur (voordeur).
huissleutels	=	huissleutel
huissleuteltje	=	huissleutel
huissleuteltjes	=	huissleutel
huissloof	noun	een slaafse huisvrouw; slaafje in het huishouden
huissloofje	=	huissloof
huissloofjes	=	huissloof
huissloven	=	huissloof
huisspin	noun	elk van de in huizen voorkomende spinnen uit het geslacht Tegenaria
huisspinnen	=	huisspin
huisspinnetje	=	huisspin
huisspinnetjes	=	huisspin
huisspiraalspin	noun	Oecobius navus een spin uit de familie der spiraalspinnen (Oecobiidae).
huisspiraalspinnen	=	huisspiraalspin
huisspiraalspinnetje	=	huisspiraalspin
huisspiraalspinnetjes	=	huisspiraalspin
huisspitsmuis	noun	Crocidura russula zoogdier in de familie van spitsmuizen.
huisspitsmuisje	=	huisspitsmuis
huisspitsmuisjes	=	huisspitsmuis
huisspitsmuizen	=	huisspitsmuis
huisspoken	=	huisspook
huisspook	noun	huiselijk aangelegd spook dat als vaste bewoner in een huis verblijft
huisspookje	=	huisspook
huisspookjes	=	huisspook
huisspringspin	noun	Pseudeuophrys lanigera een spin uit de familie der springspinnen die voorkomt in West- en Midden-Europa
huisspringspinnen	=	huisspringspin
huisspringspinnetje	=	huisspringspin
huisspringspinnetjes	=	huisspringspin
huisspringstaart	noun	Seira domestica een springstaartensoort uit de familie van de Entomobryidae.
huisspringstaarten	=	huisspringstaart
huisspringstaartje	=	huisspringstaart
huisspringstaartjes	=	huisspringstaart
huissteatoda	noun	Steatoda triangulosa een spin behorend tot de kogelspinnen, die in Nederland en België algemeen voorkomt.
huissteatoda's	=	huissteatoda
huissteatodaatje	=	huissteatoda
huissteatodaatjes	=	huissteatoda
huissteenloper	noun	Lithobius melanops een duizendpotensoort uit de familie der gewone duizendpoten (Lithobiidae).
huissteenlopers	=	huissteenloper
huissteenlopertje	=	huissteenloper
huissteenlopertjes	=	huissteenloper
huisstijl	noun	van een organisatie of bedrijf is de bewust gekozen wijze van presentatie naar buiten toe die je kunt aantreffen in het logo, de opmaak van drukwerk en opschriften op gebouwen en vervoersmiddelen van het bedrijf
huisstijlen	=	huisstijl
huisstof	noun	stof in een woning
huisstofmijt	noun	Dermatophagoides pteronyssinus mijt die in huis levend huisstofmijtallergie veroorzaakt
huisstofmijten	=	huisstofmijt
huisstofmijtje	=	huisstofmijt
huist	=	huizen
huistaak	noun	opgave die leerlingen buiten schooltijd (thuis) moet vervullen
huistaakje	=	huistaak
huistaken	=	huistaak
huistelefonen	=	huistelefoon
huistelefoon	noun	telefooninstallatie die communicatie tussen verschillende vertrekken van een gebouw verzorgt
huistelefoons	=	huistelefoon
huistelefoontje	=	huistelefoon
huistelefoontjes	=	huistelefoon
huistheater	noun	vertrek in een woning waarin toneelstukken gespeeld kunnen worden
huistheaters	=	huistheater
huistheatertje	=	huistheater
huistheatertjes	=	huistheater
huistiran	noun	iemand die zich in een huishouding al te bazig gedraagt
huistirannen	=	huistiran
huistirannetje	=	huistiran
huistirannetjes	=	huistiran
huistoe	adv	in de richting van het (eigen) huis, plaats of land
huisuitzetting	noun	verwijdering uit een woning om diverse redenen
huisuitzettingen	=	huisuitzetting
huisvader	noun	vader van een gezin, de heer des huizes, pater familias
huisvaderlijk	adj	zoals past bij het zorgzame, verantwoordelijke, nette mannelijke 'hoofd' van een gezin
huisvaderlijke	=	huisvaderlijk
huisvaderlijker	=	huisvaderlijk
huisvaderlijkere	=	huisvaderlijk
huisvaderlijkers	=	huisvaderlijk
huisvaderlijks	=	huisvaderlijk
huisvaderlijkst	=	huisvaderlijk
huisvaderlijkste	=	huisvaderlijk
huisvaders	=	huisvader
huisvadertje	=	huisvader
huisvadertjes	=	huisvader
huisvest	=	huisvesten
huisveste	=	huisvesten
huisvesten	verb	geven van een vaste of tijdelijke woon- of verblijfplaats
huisvestend	=	huisvesten
huisvestende	=	huisvesten
huisvester	noun	persoon of organisatie die zorgt voor het aanbieden en beheren van woonruimte
huisvesters	=	huisvester
huisvesting	noun	het huisvesten van iemand
huisvestingen	=	huisvesting
huisvestingsbeleid	noun	de regels, richtlijnen en plannen die een overheid, gemeente of organisatie opstelt om de beschikbaarheid, toewijzing en kwaliteit van huisvesting van personen of organisaties te beheren
huisvestingscommissie	noun	een groep of een instantie die verantwoordelijk is voor het adviseren, beoordelen en/of besluitvorming omtrent huisvestingskwesties
huisvestingscommissies	=	huisvestingscommissie
huisvestingsfinanciering	noun	geld uitlenen waarmee een ander huisvesting kan realiseren
huisvestingsfinancieringen	=	huisvestingsfinanciering
huisvestingskost	noun|obsolete	uitgaven voor de huisvesting van een organisatie of persoon
huisvestingskosten	noun	uitgaven voor de huisvesting van een organisatie of persoon
huisvestingsmaatschappij	noun	is een lokale woonorganisatie in België die sociale huur- en/of koopwoningen en/of bouwgronden aanbiedt in haar werkgebied
huisvestingsmaatschappijen	=	huisvestingsmaatschappij
huisvestingsmaatschappijtje	=	huisvestingsmaatschappij
huisvestingsmaatschappijtjes	=	huisvestingsmaatschappij
huisvestingsplan	noun	strategisch document dat de doelstellingen, beleid en acties beschrijft met betrekking tot de woningbehoeften van personen en huisvestingsbehoeften van organisaties
huisvestingsplannen	=	huisvestingsplan
huisvestingsplannetje	=	huisvestingsplan
huisvestingsplannetjes	=	huisvestingsplan
huisvestingsprobleem	noun	het onvoldoende beschikbaar zijn van voldoende, passende gebouwen voor een bepaalde activiteit
huisvestingsprobleempje	=	huisvestingsprobleem
huisvestingsprobleempjes	=	huisvestingsprobleem
huisvestingsproblemen	=	huisvestingsprobleem
huisvestingssituatie	noun	de huidige staat en beschikbaarheid van woningen in een bepaalde regio, gemeente of land
huisvestingssituaties	=	huisvestingssituatie
huisvestingsvergunning	noun	een officiële goedkeuring die vereist kan zijn om in aanmerking te komen voor bepaalde soorten huisvesting, met name sociale huurwoningen
huisvestingsvergunningen	=	huisvestingsvergunning
huisvestingsverordening	noun	een door de overheid opgelegde regeling betreffende het gebruik van woningen
huisvestingsverordeningen	=	huisvestingsverordening
huisvestingsvraagstuk	noun	een probleem of uitdaging met betrekking tot huisvesting binnen een bepaalde gemeenschap, regio of land.
huisvestingsvraagstukken	=	huisvestingsvraagstuk
huisvestingswet	noun	een wet die regels en richtlijnen vastlegt voor de toewijzing, beschikbaarheid en kwaliteit van woningen, met als doel een adequate en eerlijke huisvesting voor alle inwoners te waarborgen
huisvestingswetten	=	huisvestingswet
huisvestte	=	huisvesten
huisvestten	=	huisvesten
huisvleermuis	noun	Molossus molossus een vleermuis uit het geslacht Molossus
huisvleermuisje	=	huisvleermuis
huisvleermuisjes	=	huisvleermuis
huisvleermuizen	=	huisvleermuis
huisvlieg	noun	Musca domestica een tweevleugelig insect dat behoort tot de familie echte vliegen (Muscidae).
huisvliegen	=	huisvlieg
huisvliegje	=	huisvlieg
huisvliegjes	=	huisvlieg
huisvlijt	noun	praktische en/of decoratieve werken, die zijn gemaakt door mensen die geen scholing daarin hadden maar, vaak voor eigen gebruik
huisvrede	noun	recht op ongestoord wonen
huisvredebreuk	noun	zonder toestemming binnendringen of aanwezig zijn in iemands woning
huisvredebreuken	=	huisvredebreuk
huisvriend	noun	vriend die op zeer vertrouwelijke voet aan huis komt
huisvrienden	=	huisvriend
huisvriendin	noun	een vrouw die een speciale relatie heeft met iemand die in een bepaald huis woont; een hele goede vriendin
huisvriendinnen	=	huisvriendin
huisvriendinnetje	=	huisvriendin
huisvriendinnetjes	=	huisvriendin
huisvriendje	=	huisvriend
huisvriendjes	=	huisvriend
huisvrouw	noun	een vrouw die thuisblijft om het huishouden te doen
huisvrouwen	=	huisvrouw
huisvrouwschap	noun	het huisvrouw zijn; de functie van huisvrouw
huisvrouwtje	=	huisvrouw
huisvrouwtjes	=	huisvrouw
huisvuil	noun	huishoudelijke afval
huisvuiltoerisme	noun	het illegaal deponeren van huisvuil in een naburige gemeente teneinde betaling te voorkomen
huiswaarts	adv	naar huis
huiswarming	noun	onvormelijk feest in een nieuwe woning om deze in te huldigen
huiswarmingen	=	huiswarming
huiswarminkje	=	huiswarming
huiswarminkjes	=	huiswarming
huiswerk	noun	schoolwerk dat thuis verricht moet worden
huiswerkbegeleiding	noun	het helpen van leerlingen bij het maken van hun huiswerk
huiswerkbegeleidingen	=	huiswerkbegeleiding
huiswerkbegeleidinkje	=	huiswerkbegeleiding
huiswerkbegeleidinkjes	=	huiswerkbegeleiding
huiswerkboek	noun	werkboek waarin men zijn huiswerk kan maken
huiswerkboeken	=	huiswerkboek
huiswerkboekje	=	huiswerkboek
huiswerkboekjes	=	huiswerkboek
huiswerkcontrole	noun	het nakijken van het huiswerk door de docent.
huiswerkcontroles	=	huiswerkcontrole
huiswerken	=	huiswerk
huiswerkje	=	huiswerk
huiswerkjes	=	huiswerk
huiswerkklas	noun	een klas waarin huiswerk gemaakt wordt, gegeven in bepaalde schooluren.
huiswerkklasje	=	huiswerkklas
huiswerkklasjes	=	huiswerkklas
huiswerkklassen	=	huiswerkklas
huiswerkopdracht	noun	een taak die aan studenten wordt gegeven om buiten de schooluren uit te voeren
huiswerkopdrachten	=	huiswerkopdracht
huiswerkopdrachtje	=	huiswerkopdracht
huiswerkopdrachtjes	=	huiswerkopdracht
huiswerkstress	noun	overweldigende stress door schoolwerk, veroorzaakt door tijdgebrek, te veel huiswerk, faalangst, of afleiding, wat leidt tot fysieke/emotionele klachten en vermijdingsgedrag
huiswerkvrij	adj	zonder huiswerk
huiswerkvrije	=	huiswerkvrij
huiswerkvrijs	=	huiswerkvrij
huiswevertje	noun	Lepthyphantes leprosus een spinnensoort uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
huiswevertjes	=	huiswevertje
huiswijn	noun	wijn die onder de eigen merknaam door winkels en bedrijven voor een breed publiek wordt aangeboden
huiswijnen	=	huiswijn
huiswijntje	=	huiswijn
huiswijntjes	=	huiswijn
huiszebraspin	noun	Salticus scenicus spin die voorkomt in het holarctisch gebied, inclusief België en Nederland, en kan op zonnige dagen op vrijwel iedere buitenmuur worden aangetroffen, zelfs in de winter.
huiszebraspinnen	=	huiszebraspin
huiszebraspinnetje	=	huiszebraspin
huiszebraspinnetjes	=	huiszebraspin
huiszoeking	noun	een actie waarbij iemands huis, meestal door de autoriteiten, doorzocht wordt
huiszoekingen	=	huiszoeking
huiszoekingetje	=	huiszoeking
huiszoekingetjes	=	huiszoeking
huiszoekingsbevel	noun	een machtiging, uitgegeven door justitie, voor het binnentreden van de woning
huiszoekingsbevelen	=	huiszoekingsbevel
huiszoekingsbevelletje	=	huiszoekingsbevel
huiszoekingsbevelletjes	=	huiszoekingsbevel
huiszoekinkje	=	huiszoeking
huiszoekinkjes	=	huiszoeking
huiszwaluw	noun	Delichon urbica, een zwaluw die zijn nest tegen de huizen aanbouwt
huiszwaluwen	noun	een geslacht Delichon van zangvogels uit de familie zwaluwen (Hirundinidae).
huiszwaluwtje	=	huiszwaluw
huiszwaluwtjes	=	huiszwaluw
huitje	=	hui
huitjes	=	hui
huive	=	huiven
huiven	verb	een valk een huif opzetten
huivend	=	huiven
huivende	=	huiven
huiver	noun	angst, twijfel
huiverachtig	adj	geneigd zijn tot huiveren, huivering verwekkende
huiverachtige	=	huiverachtig
huiverachtiger	=	huiverachtig
huiverachtigere	=	huiverachtig
huiverachtigers	=	huiverachtig
huiverachtigs	=	huiverachtig
huiverachtigst	=	huiverachtig
huiverachtigste	=	huiverachtig
huiverde	=	huiveren
huiverden	=	huiveren
huivere	=	huiveren
huiveren	verb	rillen van verkilling, afschuw of angst
huiverend	=	huiveren
huiverende	=	huiveren
huiverig	adj	angstig, bang, aarzelend, voorzichtig
huiverige	=	huiverig
huiveriger	=	huiverig
huiverigere	=	huiverig
huiverigers	=	huiverig
huiverigs	=	huiverig
huiverigst	=	huiverig
huiverigste	=	huiverig
huivering	noun	een rilling als gevolg van afschuw of koude
huiveringen	=	huivering
huiveringetje	=	huivering
huiveringetjes	=	huivering
huiveringwekkend	adj	angst en ontzag opwekkend
huiveringwekkende	=	huiveringwekkend
huiveringwekkender	=	huiveringwekkend
huiveringwekkendere	=	huiveringwekkend
huiveringwekkenders	=	huiveringwekkend
huiveringwekkends	=	huiveringwekkend
huiveringwekkendst	=	huiveringwekkend
huiveringwekkendste	=	huiveringwekkend
huivers	=	huiver
huivert	=	huiveren
huivertje	=	huiver
huize	=	huis
huizen	verb	wonen, aanwezig zijn
huizenaanbod	noun	het aantal woningen dat te huur of te koop wordt aangeboden
huizenbestand	noun	de totale voorraad aan woningen binnen een bepaald gebied, zoals een gemeente, regio of land
huizenbestanden	=	huizenbestand
huizenbezit	noun	het hebben van een woonhuis
huizenbezitter	noun	iemand die een of meerdere huizen bezit.
huizenbezitters	=	huizenbezitter
huizenbezittertje	=	huizenbezitter
huizenbezittertjes	=	huizenbezitter
huizenblok	noun	blok huizen
huizenblokje	=	huizenblok
huizenblokjes	=	huizenblok
huizenblokken	=	huizenblok
huizenbouw	noun	het proces van het ontwerpen, plannen, en construeren van woningen
huizend	=	huizen
huizende	=	huizen
huizenhoge	=	huizenhoog
huizenhoog	adj	heel erg groot, to ver van de grond reikend
huizenhoogs	=	huizenhoog
huizenjacht	noun	het proces van het zoeken naar een woning om te kopen of te huren
huizenjachten	=	huizenjacht
huizenkant	noun	de bebouwde kant van een weg
huizenkanten	=	huizenkant
huizenkantje	=	huizenkant
huizenkantjes	=	huizenkant
huizenkoper	noun	iemand die door het betalen van geld eigenaar wordt van een woning
huizenkopers	=	huizenkoper
huizenmarkt	noun	de markt waarop huizen verkocht worden en van eigenaar wisselen.
huizenmarkten	=	huizenmarkt
huizenmarktje	=	huizenmarkt
huizenmarktjes	=	huizenmarkt
huizenprijs	noun	gemiddelde prijs van een bepaalde groep huizen
huizenprijzen	=	huizenprijs
huizenrij	noun	een aaneengesloten rij woningen
huizenrijen	=	huizenrij
huizenrijtje	=	huizenrij
huizenrijtjes	=	huizenrij
huizensite	noun	website met informatie over huizen; website waar huizen te koop of te huur worden aangeboden
huizensites	=	huizensite
huizes	noun	genitief enkelvoud van huis
huizing	noun	dun scheepstouw
huizingen	=	huizing
huk	=	hukken
hukke	=	hukken
hukken	verb	hurken
hukkend	=	hukken
hukkende	=	hukken
hukt	=	hukken
hukte	=	hukken
hukten	=	hukken
hul	noun	verhoging in het landschap
hulde	noun	eerbetoon
huldebetonen	=	huldebetoon
huldebetoon	noun	uiting van respect en dankbaarheid
huldebiet	noun	tekst die luisteraars verstaan in plaats van een stukje uit de eigenlijke liedtekst, omdat die hetzelfde klinkt
huldebieten	=	huldebiet
huldeblijk	noun	teken van grote instemming, verering of respect
huldeblijken	=	huldeblijk
huldeboek	noun	een boek dat gemaakt is als eerbetoon
huldeboeken	=	huldeboek
huldeboekje	=	huldeboek
huldeboekjes	=	huldeboek
hulden	=	hullen
huldig	=	huldigen
huldigde	=	huldigen
huldigden	=	huldigen
huldige	=	huldigen
huldigen	verb	iemand hulde of eer bewijzen
huldigend	=	huldigen
huldigende	=	huldigen
huldiging	noun	gelegenheid waarbij hulde wordt bewezen
huldigingen	=	huldiging
huldigingetje	=	huldiging
huldigingetjes	=	huldiging
huldigingsprogramma	noun	verzameling georganiseerde activiteiten om iets of iemand eer te bewijzen
huldigingsprogramma's	=	huldigingsprogramma
huldiginkje	=	huldiging
huldigt	=	huldigen
hulk	noun|formal	een historisch type vrachtschip dat in de Middeleeuwen werd gebruikt voor transport over zee
hulken	=	hulk
hulkje	=	hulk
hulkjes	=	hulk
hulle	=	hullen
hullen	verb	zich ~ in: zich trachten te verbergen in iets
hullend	=	hullen
hullende	=	hullen
hulletje	=	hul
hulletjes	=	hul
hulp	noun	handeling om iemand steun of bijstand te verlenen
hulpaanbod	noun	hulp die wordt aangeboden aan mensen die in nood verkeren
hulpaanvraag	noun	verzoek om hulp of ondersteuning bij een organisatie
hulpaanvragen	=	hulpaanvraag
hulpactie	noun	met veel publiciteit ondersteunde inzameling van geld of goederen om een noodsituatie op te lossen
hulpacties	=	hulpactie
hulpagent	noun	agent van de laatste rang (hulpagent 1e of 2e klasse)
hulpagenten	=	hulpagent
hulpagentje	=	hulpagent
hulpagentjes	=	hulpagent
hulparbeider	noun	iemand die vakmensen helpt bij het doen van hun werk
hulparbeiders	=	hulparbeider
hulparbeidster	noun	vrouw die vakmensen helpt bij het doen van hun werk
hulparbeidsters	=	hulparbeidster
hulparts	noun	een arts zonder volwaardige titel die vaak het voorwerk verricht voor een arts.
hulpartsen	=	hulparts
hulpartsje	=	hulparts
hulpartsjes	=	hulparts
hulpbedrag	noun	een financiële ondersteuning die bedoeld is om iemand of een organisatie te helpen bij specifieke kosten of uitgaven.
hulpbedragen	=	hulpbedrag
hulpbedragje	=	hulpbedrag
hulpbedragjes	=	hulpbedrag
hulpbehoevend	adj	afhankelijk zijn van hulp, onvoldoende zichzelf kunnen helpen
hulpbehoevende	noun	iemand die door ziekte of gebrek voor alledaagse activiteiten hulp van anderen nodig heeft
hulpbehoevenden	=	hulpbehoevende
hulpbehoevender	=	hulpbehoevend
hulpbehoevendere	=	hulpbehoevend
hulpbehoevenders	=	hulpbehoevend
hulpbehoevendheden	=	hulpbehoevendheid
hulpbehoevendheid	noun	de mate waarin men hulp nodig heeft
hulpbehoevends	=	hulpbehoevend
hulpbehoevendst	=	hulpbehoevend
hulpbehoevendste	=	hulpbehoevend
hulpbetonen	=	hulpbetoon
hulpbetoon	noun	het aanbieden en verlenen van hulp
hulpbisschop	noun	assistent van de bisschop
hulpbisschoppen	=	hulpbisschop
hulpboek	noun	een boek dat lezers helpt bij het oplossen van persoonlijke problemen.
hulpboeken	=	hulpboek
hulpboekje	=	hulpboek
hulpboekjes	=	hulpboek
hulpbron	noun	wat een economische activiteit mogelijk maakt
hulpbronnen	=	hulpbron
hulpbronnetje	=	hulpbron
hulpbudget	noun	geldbedrag dat beschikbaar wordt gesteld om ondersteuning te bieden aan individuen, gezinnen, of organisaties die in een moeilijke financiële situatie verkeren of een bepaald doel willen bereiken
hulpbudgetje	=	hulpbudget
hulpbudgetjes	=	hulpbudget
hulpbudgets	=	hulpbudget
hulpbudgetten	=	hulpbudget
hulpcomiteetje	=	hulpcomité
hulpcomiteetjes	=	hulpcomité
hulpcomité	noun	groep mensen die een hulpactie organiseren
hulpcomités	=	hulpcomité
hulpdienst	noun	dienst die zorgt voor hulpverlening
hulpdiensten	=	hulpdienst
hulpdienstje	=	hulpdienst
hulpdienstjes	=	hulpdienst
hulpeloos	adj	niet in staat zichzelf te helpen
hulpeloosheden	=	hulpeloosheid
hulpeloosheid	noun	het hulpeloos zijn
hulpeloost	=	hulpeloos
hulpelooste	=	hulpeloos
hulpeloze	=	hulpeloos
hulpelozer	=	hulpeloos
hulpelozere	=	hulpeloos
hulpelozers	=	hulpeloos
hulpen	=	hulp
hulpfonds	noun	fonds waaruit geldelijke hulp kan worden uitgekeerd
hulpfondsen	=	hulpfonds
hulpgeld	noun	geld dat dient om een persoon of organisatie te helpen
hulpgelden	=	hulpgeld
hulpgeroep	noun	luid roepen, schreeuwen of vragen om assistentie
hulpgever	noun	de algemene benaming voor een persoon die hulp verleent aan een slachtoffer
hulpgevers	=	hulpgever
hulpgoed	noun	artikel waarmee men mensen in nood kan helpen
hulpgoederen	noun	artikelen waarmee men mensen in nood kan helpen
hulpgoedje	=	hulpgoed
hulpgoedjes	=	hulpgoed
hulphond	noun	een speciaal getrainde hond die mensen met een fysieke of mentale beperking helpt om hun dagelijkse leven makkelijker en zelfstandiger te maken
hulphonden	=	hulphond
hulphondje	=	hulphond
hulphondjes	=	hulphond
hulpinstantie	noun	instelling van de overheid die hulp geeft aan burgers zoals bijvoorbeeld de politie en de brandweer.
hulpinstanties	=	hulpinstantie
hulpinstelling	noun	hulpverlenende organisatie
hulpinstellingen	=	hulpinstelling
hulpje	=	hulp
hulpjes	=	hulp
hulpkantoor	noun	ondergeschikt kantoortje
hulpkantoren	=	hulpkantoor
hulpkerstman	noun	iemand verkleed als kerstman die de "echte" kerstman helpt
hulpkerstmannen	=	hulpkerstman
hulpkit	noun	een set hulpmiddelen die men kan gebruiken om een probleem te boven te komen
hulpkits	=	hulpkit
hulpkok	noun	iemand die de chef-kok ondersteunt bij het bereiden van gerechten
hulpkoks	=	hulpkok
hulpkonvooi	noun	serie vrachtwagens met goederen waarmee men mensen in nood kan helpen
hulpkonvooien	=	hulpkonvooi
hulpkracht	noun	iemand die helpt in de huishouding
hulpkrachten	=	hulpkracht
hulpkrachtje	=	hulpkracht
hulpkrachtjes	=	hulpkracht
hulpkreet	noun	luide roep door iemand die in nood verkeert
hulpkreetje	=	hulpkreet
hulpkreetjes	=	hulpkreet
hulpkreten	=	hulpkreet
hulplijn	noun	telefoonnummer dat je kunt bellen om hulp te krijgen
hulplijnen	=	hulplijn
hulplijntje	=	hulplijn
hulplijntjes	=	hulplijn
hulpmiddel	noun	iets dat gebruikt wordt om een andere zaak gemakkelijker te maken
hulpmiddelen	=	hulpmiddel
hulpmiddeltje	=	hulpmiddel
hulpmiddeltjes	=	hulpmiddel
hulpmotor	noun	motor ter ondersteuning of vervanging van de gewone (vaak lichaams-)beweegkracht
hulpmotoren	=	hulpmotor
hulpmotors	=	hulpmotor
hulpmotortje	=	hulpmotor
hulpmotortjes	=	hulpmotor
hulpofficier	noun	assistent van een officier van justitie
hulpofficieren	=	hulpofficier
hulpofficiers	=	hulpofficier
hulpofficiertje	=	hulpofficier
hulpofficiertjes	=	hulpofficier
hulponderwijzer	noun|obsolete	onderwijzer met de laagste van de drie onderwijzersrangen
hulponderwijzers	=	hulponderwijzer
hulpoperatie	noun	een medische of logistieke operatie die wordt uitgevoerd om ondersteuning te bieden aan individuen, gemeenschappen, of organisaties in noodsituaties.
hulpoperaties	=	hulpoperatie
hulpoperatietje	=	hulpoperatie
hulpoperatietjes	=	hulpoperatie
hulporganisatie	noun	een organisatie die zich wijdt aan het verlenen van hulp
hulporganisaties	=	hulporganisatie
hulporganisatietje	=	hulporganisatie
hulporganisatietjes	=	hulporganisatie
hulppakket	noun	aantal zaken en maatregelen die dienen ter ondersteuning van iets of iemand
hulppakketten	=	hulppakket
hulppersoneel	noun	werknemers die ondersteunende taken uitvoeren om organisaties, bedrijven, of specifieke diensten soepel te laten verlopen
hulpplan	noun	een plan om iets voor elkaar te krijgen met hulp en ondersteuning
hulpplannen	=	hulpplan
hulpplannetje	=	hulpplan
hulpplannetjes	=	hulpplan
hulppost	noun	een plaats waar een hulpverleningsdienst gevestigd is en vanwaaruit deze dienst werkt
hulpposten	=	hulppost
hulpprogramma	noun	groep geplande maatregelen die dienen om iets of iemand te ondersteunen
hulpprogramma's	=	hulpprogramma
hulpprogrammaatje	=	hulpprogramma
hulpprogrammaatjes	=	hulpprogramma
hulpproject	noun	een georganiseerd initiatief dat tot doel heeft om tijdelijk ondersteuning te bieden aan mensen, gemeenschappen, of gebieden die extra hulp nodig hebben.
hulpprojecten	=	hulpproject
hulpprojectje	=	hulpproject
hulpprojectjes	=	hulpproject
hulprelatie	noun	relatie tussen een organisatie en een individu of tussen twee staten waarbij de ene de andere helpt door levering van geld, vakkennis e.d
hulprelaties	=	hulprelatie
hulpsheriff	noun	een politieagent in de Verenigde Staten onder leiding van een sheriff
hulpsheriffje	=	hulpsheriff
hulpsheriffjes	=	hulpsheriff
hulpsheriffs	=	hulpsheriff
hulpsinterklaas	noun	iemand die Sinterklaas vervangt of bijstaat
hulpsinterklaasje	=	hulpsinterklaas
hulpsinterklaasjes	=	hulpsinterklaas
hulpsinterklazen	=	hulpsinterklaas
hulpstof	noun	stof die als hulp bij de productie gebruikt wordt om deze mogelijk te maken
hulpstoffen	=	hulpstof
hulpstofje	=	hulpstof
hulpstofjes	=	hulpstof
hulpstuk	noun	onderdeel dat een apparaat extra functies kan geven
hulpstukje	=	hulpstuk
hulpstukjes	=	hulpstuk
hulpstukken	=	hulpstuk
hulptaal	noun	een niet historisch als onderdeel van een bestaande cultuur gegroeide taal
hulptaaltje	=	hulptaal
hulptaaltjes	=	hulptaal
hulptalen	=	hulptaal
hulpteam	noun	een groep mensen die samen mensen in nood helpt
hulpteams	=	hulpteam
hulptrainer	noun	assistent-trainer die de hoofdtrainer ondersteunt in het begeleiden en trainen van een sportteam of individuele sporters
hulptrainers	=	hulptrainer
hulptrainertje	=	hulptrainer
hulptrainertjes	=	hulptrainer
hulptraject	noun	proces van hulpverlening
hulptrajecten	=	hulptraject
hulptransport	noun	de keer dat hulpgoederen worden vervoert
hulptransporten	=	hulptransport
hulptransportje	=	hulptransport
hulptransportjes	=	hulptransport
hulptroep	noun	troep die bijstand kan bieden
hulptroepen	noun	troepen die bijstand kunnen bieden als de reguliere troepen geen weerstand meer kunnen bieden
hulpvaardig	adj	graag bereid te helpen
hulpvaardige	=	hulpvaardig
hulpvaardiger	=	hulpvaardig
hulpvaardigere	=	hulpvaardig
hulpvaardigers	=	hulpvaardig
hulpvaardigheden	=	hulpvaardigheid
hulpvaardigheid	noun	bereidheid om steun of assistentie te verlenen
hulpvaardigs	=	hulpvaardig
hulpvaardigst	=	hulpvaardig
hulpvaardigste	=	hulpvaardig
hulpverleen	=	hulpverlenen
hulpverleend	=	hulpverlenen
hulpverleende	=	hulpverlenen
hulpverleenden	=	hulpverlenen
hulpverleenster	noun	vrouwelijke vorm van hulpverlener
hulpverleensters	=	hulpverleenster
hulpverleenstertje	=	hulpverleenster
hulpverleenstertjes	=	hulpverleenster
hulpverleent	=	hulpverlenen
hulpverlene	=	hulpverlenen
hulpverlenen	verb	het helpen van iemand
hulpverlenend	adj	bezig zijnd met helpen
hulpverlenende	=	hulpverlenen
hulpverlenender	=	hulpverlenend
hulpverlenendere	=	hulpverlenend
hulpverlenenders	=	hulpverlenend
hulpverlenends	=	hulpverlenend
hulpverlenendst	=	hulpverlenend
hulpverlenendste	=	hulpverlenend
hulpverlener	noun	iemand die zich toelegt op het verlenen van hulp in algemene zin
hulpverleners	=	hulpverlener
hulpverlenertje	=	hulpverlener
hulpverlenertjes	=	hulpverlener
hulpverlening	noun	het meestal georganiseerd bieden van steun aan mensen in nood
hulpverleningen	=	hulpverlening
hulpverleningsaanbod	noun	de (medische) zorg die beschikbaar is
hulpverleningscircuit	noun	het netwerk van instellingen, organisaties, en professionals die samenwerken om hulp en ondersteuning te bieden aan mensen in nood of met specifieke zorgbehoeften
hulpverleningscircuits	=	hulpverleningscircuit
hulpverleningsdienst	noun	organisatie die ondersteuning verleent in een noodsituatie
hulpverleningsdiensten	=	hulpverleningsdienst
hulpverleningsinstantie	noun	organisatie die professionele hulp en ondersteuning biedt aan mensen in nood of met specifieke zorgbehoeften
hulpverleningsinstanties	=	hulpverleningsinstantie
hulpverleningsinstantietje	=	hulpverleningsinstantie
hulpverleningsinstantietjes	=	hulpverleningsinstantie
hulpverleningsinstelling	noun	organisatie die professionele hulp en ondersteuning biedt aan mensen in nood of met speciale zorgbehoeften
hulpverleningsinstellingen	=	hulpverleningsinstelling
hulpverleningsmoment	noun	het moment waarop er hulpverlening plaatsvindt.
hulpverleningsmomenten	=	hulpverleningsmoment
hulpverleningsmomentje	=	hulpverleningsmoment
hulpverleningsmomentjes	=	hulpverleningsmoment
hulpverleningsorganisatie	noun	bedrijf of instelling die hulp en ondersteuning verleent aan mensen en organisaties die in nood verkeren
hulpverleningsorganisaties	=	hulpverleningsorganisatie
hulpverleningsorganisatietje	=	hulpverleningsorganisatie
hulpverleningsorganisatietjes	=	hulpverleningsorganisatie
hulpverleningsproces	noun	gang van zaken bij het geven van hulp en ondersteuning
hulpverleningsprocessen	=	hulpverleningsproces
hulpverleningsprogramma	noun	plan voor het verlenen van hulp en zorg
hulpverleningsprogramma's	=	hulpverleningsprogramma
hulpverleningsprogrammaatje	=	hulpverleningsprogramma
hulpverleningsprogrammaatjes	=	hulpverleningsprogramma
hulpverleningsvoertuig	noun	een motorvoertuig van een hulpdienst, dat wil zeggen van politie, brandweer, ambulancedienst of reddingsbrigade
hulpverleningsvoertuigen	=	hulpverleningsvoertuig
hulpverleningsvoertuigje	=	hulpverleningsvoertuig
hulpverleningsvoertuigjes	=	hulpverleningsvoertuig
hulpvermogen	noun	voortstuwingsvermogen van een zeilschip door een motor
hulpvermogens	=	hulpvermogen
hulpverzoek	noun	vraag om bijstand; vraag om ondersteuning
hulpverzoeken	=	hulpverzoek
hulpvlucht	noun	reis van een vliegtuig naar een rampgebied met hulpverleners en hulpgoederen
hulpvluchten	=	hulpvlucht
hulpvraag	noun	het verzoek om hulp en ondersteuning dat door de hulp- of zorgbehoevende zelf gesteld wordt, dit in tegenstelling tot het zorgaanbod dat door de hulpverleners wordt aangeboden
hulpvraagje	=	hulpvraag
hulpvraagjes	=	hulpvraag
hulpvragen	=	hulpvraag
hulpvrager	noun	persoon die verzoekt om hulp of ondersteuning
hulpvragers	=	hulpvrager
hulpvragertje	=	hulpvrager
hulpvragertjes	=	hulpvrager
hulpwerkwoord	noun	een werkwoord dat samen met een ander werkwoord de tijd of de hoedanigheid van het werkwoord vaststelt
hulpwerkwoorden	=	hulpwerkwoord
hulpwerkwoordje	=	hulpwerkwoord
hulpwerkwoordjes	=	hulpwerkwoord
hulpwetenschap	noun	is een wetenschappelijke discipline die een bepaalde tak van wetenschap ondersteunt
hulpwetenschappen	=	hulpwetenschap
hulpzending	noun	het sturen van goederen, voedsel, medicijnen of gespecialiseerd personeel naar een gebied dat getroffen is door een ramp, oorlog of extreme armoede
hulpzendingen	=	hulpzending
hulpzendinkje	=	hulpzending
hulpzendinkjes	=	hulpzending
hulpzoekend	adj	van iets dat het erop wijst dat ondersteuning nodig is
hulpzoekende	=	hulpzoekend
hulpzoekends	=	hulpzoekend
huls	noun	omhulsel of koker bij munitie waarbij de huls het kruit bevat
hulsel	noun	iets dat een ander voorwerp bedekt of omhult
hulsels	=	hulsel
hulseltje	=	hulsel
hulsje	=	huls
hulsjes	=	huls
hulst	noun	bepaald soort groenblijvende boom of heester met stekelige leerachtige bladeren en rode bessen, Ilex aquifolium, die inheems is in de Benelux en tot 10 meter hoog kan worden
hulstbes	noun	soort rode vrucht van de hulst
hulstbesje	=	hulstbes
hulstbesjes	=	hulstbes
hulstbessen	=	hulstbes
hulstblaadje	=	hulstblad
hulstblaadjes	=	hulstblad
hulstblad	noun	Phyllodesma ilicifolia een nachtvlinder uit de familie van de spinners, de Lasiocampidae.
hulstblaren	=	hulstblad
hulstdekselbekertje	noun	Trochila ilicina een schimmel behorend tot de familie Dermateaceae.
hulstdekselbekertjes	=	hulstdekselbekertje
hulsteik	noun	Quercus coccifera een boom uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae).
hulsteiken	=	hulsteik
hulsteikje	=	hulsteik
hulsteikjes	=	hulsteik
hulsten	=	hulst
hulstenaar	noun	een inwoner van Hulst, of iemand afkomstig uit Hulst
hulstenaars	=	hulstenaar
hulstenaartje	=	hulstenaar
hulstenaartjes	=	hulstenaar
hulstenaren	=	hulstenaar
hulster	adj	op Hulst betrekking hebbend
hulsters	adj	op Hulst betrekking hebbend
hulsterse	noun	een vrouwelijke inwoner van Hulst, of een vrouw afkomstig uit Hulst
hulstersen	=	hulsterse
hulstfamilie	noun	een familie Aquifoliaceae van tweezaadlobbige planten.
hulstfamilies	=	hulstfamilie
hulstfamilietje	=	hulstfamilie
hulstfamilietjes	=	hulstfamilie
hulstje	=	hulst
hulstjes	=	hulst
hulsts	adj	op Hulst betrekking hebbend
hulstschoteltje	noun	Phacidium lauri een paddenstoel uit de familie Phacidiaceae.
hulstschoteltjes	=	hulstschoteltje
hulstse	noun	een vrouwelijke inwoner van Hulst, of een vrouw afkomstig uit Hulst
hulstsen	=	hulstse
hulstvlieg	noun	Phytomyza ilicis een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae).
hulstvliegen	=	hulstvlieg
hulstvliegje	=	hulstvlieg
hulstvliegjes	=	hulstvlieg
hult	=	hullen
hulzen	=	huls
hum	noun	humeur	intj	tussenwerpsel dat een soort van twijfel/terughoudendheid uitdrukt, of aangeeft dat men het ergens niet mee eens is (vaak verkort tot hm)
humaan	adj	gerelateerd aan de mens of hiervan afkomstig, menselijk
humaans	=	humaan
humaanst	=	humaan
humaanste	=	humaan
humaitamiervogel	noun	Myrmelastes humaythae een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
humaitamiervogels	=	humaitamiervogel
humaitamiervogeltje	=	humaitamiervogel
humaitamiervogeltjes	=	humaitamiervogel
humane	=	humaan
humaner	=	humaan
humanere	=	humaan
humaners	=	humaan
humaniora	noun	klassieke taalkunde en letterkunde ('studiën die iemand tot mens maken')
humaniseer	=	humaniseren
humaniseerde	=	humaniseren
humaniseerden	=	humaniseren
humaniseert	=	humaniseren
humanisere	=	humaniseren
humaniseren	verb	iets menselijker maken; iets menselijker maken
humaniserend	=	humaniseren
humaniserende	=	humaniseren
humanisering	noun	het menswaardiger maken van iets
humaniseringen	=	humanisering
humanisme	noun	wereldbeschouwing die de mens centraal stelt
humanist	noun	aanhanger van het humanisme
humanisten	=	humanist
humanistiek	noun	een multidisciplinaire wetenschappelijke benadering die put uit disciplines als filosofie, sociologie, psychologie en geschiedenis
humanistisch	adj	met betrekking tot het humanisme of de humanisten
humanistische	=	humanistisch
humanistischer	=	humanistisch
humanistischere	=	humanistisch
humanistischers	=	humanistisch
humanistischt	=	humanistisch
humanistischte	=	humanistisch
humanistje	=	humanist
humanistjes	=	humanist
humanitair	adj	menslievend en sociaal behulpzaam
humanitairder	=	humanitair
humanitairdere	=	humanitair
humanitairders	=	humanitair
humanitaire	=	humanitair
humanitairs	=	humanitair
humanitairst	=	humanitair
humanitairste	=	humanitair
humaniteit	noun	menselijkheid
humaniteiten	=	humaniteit
humanoïde	noun	een wezen of constructie waarvan de lichaamsstructuur lijkt op die van een mens, (een 'mensachtige')
humanoïden	=	humanoïde
humanoïdes	=	humanoïde
humanresourcesmanagement	noun	het stimuleren en optimaal gebruikmaken van de inzet, kennis en vaardigheden van werknemers
humboldtaalscholver	noun	Leucocarbo bougainvillii een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers).
humboldtaalscholvers	=	humboldtaalscholver
humboldtaalscholvertje	=	humboldtaalscholver
humboldtaalscholvertjes	=	humboldtaalscholver
humboldtgent	noun	Sula variegata een zeevogel die behoort tot de genten (Sulidae).
humboldtgenten	=	humboldtgent
humboldtgentje	=	humboldtgent
humboldtgentjes	=	humboldtgent
humboldtpinguïn	noun	Spheniscus humboldti een koloniebroeder van de kust van Peru en Chili.
humboldtpinguïnnetje	=	humboldtpinguïn
humboldtpinguïnnetjes	=	humboldtpinguïn
humboldtpinguïns	=	humboldtpinguïn
humboldtpinguïntje	=	humboldtpinguïn
humboldtpinguïntjes	=	humboldtpinguïn
humboldtspitssnuitdolfijn	noun	Mesoplodon peruvianus een zoogdier uit de familie van de spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae).
humboldtspitssnuitdolfijnen	=	humboldtspitssnuitdolfijn
humboldtspitssnuitdolfijntje	=	humboldtspitssnuitdolfijn
humboldtspitssnuitdolfijntjes	=	humboldtspitssnuitdolfijn
humboldtstern	noun	Sternula lorata een zeevogel uit de familie Laridae (meeuwen) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
humboldtsternen	=	humboldtstern
humboldtsterns	=	humboldtstern
humboldtsterntje	=	humboldtstern
humboldtsterntjes	=	humboldtstern
humboldtwinterkoning	noun	Cantorchilus superciliaris een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
humboldtwinterkoningen	=	humboldtwinterkoning
humboldtwinterkoninkje	=	humboldtwinterkoning
humboldtwinterkoninkjes	=	humboldtwinterkoning
humbug	noun	schijnvertoning uit bluf of bedrog
humbugs	=	humbug
humde	=	hummen
humden	=	hummen
humeralis	adj	met betrekking tot de schouder
humeroscapulair	adj	met betrekking tot de schouder en het schouderblad
humeur	noun	mentale of emotionele toestand
humeuren	=	humeur
humeurig	adj	slecht gestemd zijn, nukkig, kribbig, nors
humeurige	=	humeurig
humeuriger	=	humeurig
humeurigere	=	humeurig
humeurigers	=	humeurig
humeurigheden	=	humeurigheid
humeurigheid	noun	de mate waarin men slecht gestemd, nukkig, kribbig of nors is
humeurigs	=	humeurig
humeurigst	=	humeurig
humeurigste	=	humeurig
humeurtje	=	humeur
humeurtjes	=	humeur
humeus	adj	op humus lijkend
humeust	=	humeus
humeuste	=	humeus
humeuze	=	humeus
humeuzer	=	humeus
humeuzere	=	humeus
humeuzers	=	humeus
humidor	noun	kist waarin men sigaren in goede conditie kan bewaren door ze in een omgeving met een gereguleerde vochtigheidsgraad te houden
humidors	=	humidor
humiet	noun	een fluorhoudend magnesium-ijzer-silicaat met de chemische formule (Mg,Fe²⁺)₇(SiO₄)₃(F,OH)₂ dat behoort tot de nesosilicaten
humiliatie	noun	vernedering
humiliaties	=	humiliatie
humiliëerde	=	humiliëren
humiliëren	verb	vernederen, beledigen
humiliërend	=	humiliëren
humiliërende	=	humiliëren
humme	=	hummen
hummel	noun	een nog zeer jong kind
hummels	=	hummel
hummeltje	=	hummel
hummeltjes	=	hummel
hummen	verb	onverstaanbare zachte keel- of neusklanken maken
hummend	=	hummen
hummende	=	hummen
hummer	noun	in Europese zeeën levende kreeft Homarus gammarus
hummers	=	hummer
hummertje	=	hummer
hummertjes	=	hummer
hummetje	=	hum
hummetjes	=	hum
hummus	noun	puree van o.m. gekookte kikkererwten, oorspronkelijk afkomstig uit het Midden-Oosten (Libanon)
humor	noun	iets wat grappig is
humoraal	adj	met betrekking tot de lichaamsvochten
humoraals	=	humoraal
humoraalst	=	humoraal
humoraalste	=	humoraal
humorale	=	humoraal
humoraler	=	humoraal
humoralere	=	humoraal
humoralers	=	humoraal
humoren	=	humor
humores	=	humor
humoreske	noun	kort humoristisch verhaal of muziekstuk
humoresken	=	humoreske
humorist	noun	iemand die mensen aan het lachen weet te brengen
humoriste	noun	vrouwelijke vorm van humorist
humoristen	=	humorist
humoristes	=	humoriste
humoristisch	adj	als je ergens om lachen kunt
humoristische	=	humoristisch
humoristischer	=	humoristisch
humoristischere	=	humoristisch
humoristischers	=	humoristisch
humoristischt	=	humoristisch
humoristischte	=	humoristisch
humorloos	adj	zonder humor
humorloosheden	=	humorloosheid
humorloosheid	noun	het humorloos zijn
humorloost	=	humorloos
humorlooste	=	humorloos
humorloze	=	humorloos
humorlozer	=	humorloos
humorlozere	=	humorloos
humorlozers	=	humorloos
humortechniek	noun	methode om mensen aan het lachen te brengen
humortechnieken	=	humortechniek
humortechniekje	=	humortechniek
humortechniekjes	=	humortechniek
humorvol	adj	met veel humor
humorvolle	=	humorvol
humorvoller	=	humorvol
humorvollere	=	humorvol
humorvollers	=	humorvol
humorvols	=	humorvol
humorvolst	=	humorvol
humorvolste	=	humorvol
humt	=	hummen
humus	noun	Humus is het traag afbreekbare deel van de organische stof in de bodem; organische stof is al het dode organische materiaal dat in de bodem aanwezig is.
humusatie	noun	milieuvriendelijke manier van begraven waarbij het stoffelijk overschot door micro-organismen wordt verteerd
humusaties	=	humusatie
humuseer	=	humuseren
humuseerde	=	humuseren
humuseerden	=	humuseren
humuseert	=	humuseren
humusere	=	humuseren
humuseren	verb	door micro-organismen laten verteren
humuserend	=	humuseren
humuserende	=	humuseren
humuslaag	noun	bovenste laag van een bodem waar veel plantenresten in zitten die de grond vruchtbaar maken
humuslaagje	=	humuslaag
humuslaagjes	=	humuslaag
humuslagen	=	humuslaag
humusmier	noun	Lasius platythorax een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
humusmieren	=	humusmier
humusmiertje	=	humusmier
humusmiertjes	=	humusmier
humuszuren	=	humuszuur
humuszuur	noun	de zurige organische substantie die ontstaat bij ontbinding van plantaardig materiaal
hun	pron	persoonlijk voornaamwoord derde persoon meervoud, datief, specifiek verwijzend naar een groep personen
hunanweekschildpad	noun	Pelodiscus axenaria een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
hunanweekschildpadden	=	hunanweekschildpad
hunanweekschildpadje	=	hunanweekschildpad
hunanweekschildpadjes	=	hunanweekschildpad
hunebed	noun	megalithische grafkamer uit de jonge steentijd die bestaat uit rechtopstaande draagstenen, overdekt door platte dekstenen
hunebedbisschopsmuts	noun	Racomitrium heterostichum een mos uit het geslacht bisschopsmuts (Racomitrium).
hunebedbisschopsmutsen	=	hunebedbisschopsmuts
hunebedbisschopsmutsje	=	hunebedbisschopsmuts
hunebedbisschopsmutsjes	=	hunebedbisschopsmuts
hunebedbouwer	noun	bouwer van hunebedden
hunebedbouwers	noun	volk dat hunebedden heeft gemaakt
hunebedden	=	hunebed
hunebedje	=	hunebed
hunebedjes	=	hunebed
hungaar	=	hongaar
hunk	noun|informal	aantrekkelijke, en meestal gespierde, sexy man
hunker	=	hunkeren
hunkerde	=	hunkeren
hunkerden	=	hunkeren
hunkere	=	hunkeren
hunkeren	verb	~ naar: een sterk verlangen koesteren naar iets
hunkerend	adj	zeer verlangend zijn; rusteloos smachtend
hunkerende	=	hunkeren
hunkerender	=	hunkerend
hunkerendere	=	hunkerend
hunkerenders	=	hunkerend
hunkerends	=	hunkerend
hunkerendst	=	hunkerend
hunkerendste	=	hunkerend
hunkering	noun	het heftige, pijnlijke verlangen naar iets of iemand
hunkeringen	=	hunkering
hunkert	=	hunkeren
hunks	=	hunk
hunne	pron	zelfstandige vorm van hun, derde persoon meervoud	noun	zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot hen behoort
hunnebed	noun|obsolete	megalithische steenkamer uit de prehistorie die bestaat uit staande draagstenen, overdekt door platte dekstenen
hunnebedden	=	hunnebed
hunnebedje	=	hunnebed
hunnebedjes	=	hunnebed
hunnen	=	hunne
hunner	pron|obsolete	genitief enkelvoud vrouwelijk van derde persoon meervoud: hun
hunnetje	=	hun
hunnetjes	=	hun
huns	pron|obsolete	genitief (van) hun
hunzelf	pron	derde persoon meervoud (alleen gebruikt voor de datief), versterkte vorm van hun
huonastrapia	noun	Astrapia rothschildi een middelgrote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels en de superfamilie Corvoidea.
huonastrapia's	=	huonastrapia
huonastrapiaatje	=	huonastrapia
huonastrapiaatjes	=	huonastrapia
huonhoningeter	noun	Melipotes ater een vogel uit de familie van de Meliphagidae (Honingeters).
huonhoningeters	=	huonhoningeter
huonhoningetertje	=	huonhoningeter
huonhoningetertjes	=	huonhoningeter
huonkatvogel	noun	Ailuroedus astigmaticus een van de meer dan twintig soorten prieelvogels.
huonkatvogels	=	huonkatvogel
huonkatvogeltje	=	huonkatvogel
huonkatvogeltjes	=	huonkatvogel
huonparotia	noun	Parotia wahnesi een middelgrote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels en de superfamilie Corvoidea.
huonparotia's	=	huonparotia
huonparotiaatje	=	huonparotia
huonparotiaatjes	=	huonparotia
huontuiniervogel	noun	Amblyornis germana een zangvogel uit de familie prieelvogels (Ptilonorhynchidae).
huontuiniervogels	=	huontuiniervogel
huontuiniervogeltje	=	huontuiniervogel
huontuiniervogeltjes	=	huontuiniervogel
hup	noun	sprongetje	intj	uitroep ter aanmoediging
hupje	=	hup
hupjes	=	hup
huplameko	noun|obsolete	harde vuistslag, vooral als die gericht is op iemands hoofd
huppe	=	huppen
huppel	noun	sprongetje
huppelaar	noun	iemand die huppelt
huppelaars	=	huppelaar
huppelaartje	=	huppelaar
huppelaartjes	=	huppelaar
huppelde	=	huppelen
huppelden	=	huppelen
huppeldepup	noun	persoon waarvan je de naam niet meer precies weet
huppele	=	huppelen
huppelen	verb	zich met kleine sprongetjes voortbewegen
huppelend	=	huppelen
huppelende	=	huppelen
huppelepup	noun	variant van huppeldepup
huppelkut	noun	onnozele vrouw
huppelkutje	=	huppelkut
huppelkutjes	=	huppelkut
huppelkutten	=	huppelkut
huppelpas	noun	een beweging die lijkt op dansen en lopen met kleine sprongetjes
huppelpasje	=	huppelpas
huppelpasjes	=	huppelpas
huppelpassen	=	huppelpas
huppels	=	huppel
huppelt	=	huppelen
huppeltje	=	huppel
huppeltjes	=	huppel
huppeltrut	noun	licht onnozel meisje
huppeltrutje	=	huppeltrut
huppeltrutjes	=	huppeltrut
huppeltrutten	=	huppeltrut
huppen	verb	met beide benen of achterpoten tegelijk opspringend zich gericht verplaatsen
huppend	=	huppen
huppende	=	huppen
hups	adj	opgewekt, blijmoedig
hupse	=	hups
hupsen	verb	zich schoksgewijze bewegen
hupsend	=	hupsen
hupsende	=	hupsen
hupser	=	hups
hupsere	=	hups
hupsers	=	hups
hupsheid	noun	gezellige opgewektheid
hupst	=	hups
hupste	=	hups
hupsten	=	hupsen
hupt	=	huppen
hupte	=	huppen
hupten	=	huppen
hure	=	huren
huren	verb	tegen betaling gebruiken
hurend	=	huren
hurende	=	huren
hurk	noun	houding waarbij men met gebogen knieën op de onderbenen rust
hurke	=	hurken
hurken	noun	houding waarbij men met gebogen knieën op de onderbenen rust	verb	op de onderbenen gaan zitten
hurkend	=	hurken
hurkende	=	hurken
hurkhouding	noun	een zittende houding waarbij je diep door je knieën zakt, terwijl je voetzolen op de grond blijven en je billen vlak boven je hielen rusten.
hurkhoudingen	=	hurkhouding
hurkhoudinkje	=	hurkhouding
hurkhoudinkjes	=	hurkhouding
hurkje	=	hurk
hurkjes	=	hurk
hurksprong	noun	gymnastische oefening waarbij met springt met aaneengesloten opgetrokken knieën
hurksprongen	=	hurksprong
hurkt	=	hurken
hurkte	=	hurken
hurkten	=	hurken
hurktoilet	noun	wc waarop men hurkend zijn behoefte kan doen
hurktoiletje	=	hurktoilet
hurktoiletjes	=	hurktoilet
hurktoiletten	=	hurktoilet
hurkzit	noun	een manier van zitten waarbij de billen van de zittende persoon rusten op zijn eigen enkels
hurkzitten	=	hurkzit
hurling	noun	een teamsport van Keltische origine, en wordt gespeeld met sticks (hurleys) en een bal (sliotar)
husere	=	huzaar
husky	noun	hond uit een ras dat in gebieden rond de Noordpool als lastdier en sledehond wordt gebruikt
husky's	=	husky
hussaar	=	huzaar
hussel	=	husselen
husselde	=	husselen
husselden	=	husselen
hussele	=	husselen
husselen	verb	iets trachten te mengen door het op te gooien
husselend	=	husselen
husselende	=	husselen
husselt	=	husselen
hussiet	noun	een aanhanger van Jan Hus
hussieten	=	hussiet
hussitisch	adj	met betrekking tot de hussieten
hussitische	=	hussitisch
hussitischer	=	hussitisch
hussitischere	=	hussitisch
hussitischers	=	hussitisch
hut	noun	primitieve behuizing voor mens en huisdier, gemaakt van ter plaatse aanwezig materiaal: hout, plaggen, leem e.d. (een behuizing voor uitsluitend dieren, wordt nooit een 'hut' genoemd)
hutia	noun	zoogdier uit de familie Capromyidae van op cavia's en beverratten lijkende knaagdieren uit de Octodontoidea die voorkomen op eilanden in de Caribische Zee en in Venezuela.
hutia's	noun	Capromyidae Hutia's zijn een familie van op cavia's en beverratten lijkende knaagdieren uit de Octodontoidea die voorkomen op eilanden in de Caribische Zee en in Venezuela.
hutiaatje	=	hutia
hutiaatjes	=	hutia
hutiacarabali	noun	Mysateles prehensilis knaagdier uit de familie van de hutia's (Capromyidae).
hutiacarabali's	=	hutiacarabali
hutiacarabalietje	=	hutiacarabali
hutiacarabalietjes	=	hutiacarabali
hutje	=	hut
hutjemutje	adv	van personen of zaken dat ze te dicht opeengepakt zijn zonder veel tussen ruimte
hutjes	=	hut
hutkoffer	noun	een grote bagagekist
hutkoffers	=	hutkoffer
hutkoffertje	=	hutkoffer
hutkoffertjes	=	hutkoffer
huts	intj	uitdrukking om een geslaagde of niet geslaagde actie te onderstrepen
hutse	=	hutsen
hutsekluts	noun	rommelige mengeling van allerlei niet verwante zaken
hutsel	=	hutselen
hutselbeker	noun	een beker waarin je dobbelstenen schudt om ze willekeurig te laten vallen
hutselbekers	=	hutselbeker
hutselbekertje	=	hutselbeker
hutselbekertjes	=	hutselbeker
hutselde	=	hutselen
hutselden	=	hutselen
hutsele	=	hutselen
hutselen	verb	met stotende bewegingen door elkaar mengen tot een ongeordend geheel waarin delen nog wel te herkennen zijn
hutselend	=	hutselen
hutselende	=	hutselen
hutselt	=	hutselen
hutsen	verb	door elkaar mengen
hutsend	=	hutsen
hutsende	=	hutsen
hutsepot	noun	een typisch Vlaamse stoofschotel niet te verwarren met het Nederlandse gerecht hutspot
hutsepotje	=	hutsepot
hutsepotjes	=	hutsepot
hutspot	noun	stamppot van aardappelen en wortels (eventueel uien)
hutspotje	=	hutspot
hutspotjes	=	hutspot
hutst	=	hutsen
hutste	=	hutsen
hutsten	=	hutsen
hutten	=	hut
huttendek	noun	verdieping op een schip met met ruimtes voor persoonlijke huisvesting van passagiers of bemanningsleden
huttendekken	=	huttendek
huttentut	noun	bepaald soort kruisbloemige plant Camelina sativa, op zandgrond voor het oliezaad gekweekt (een van de oudste Nederlandse cultuurgewassen)
huttentutje	=	huttentut
huttentutjes	=	huttentut
huttentutten	=	huttentut
hutzwaluw	noun	Hirundo domicola een zwaluw uit het geslacht Hirundo.
hutzwaluwen	=	hutzwaluw
hutzwaluwtje	=	hutzwaluw
hutzwaluwtjes	=	hutzwaluw
huur	noun	het tijdelijk gebruik van goederen of diensten tegen betaling
huuraanbod	noun	de hoeveelheid woningen die te huur worden aangeboden
huuraanpassing	noun	eufemisme voor huurverhoging
huuraanpassingen	=	huuraanpassing
huurachterstal	noun	het te laat zijn met het betalen van de huur
huurachterstallen	=	huurachterstal
huurachterstand	noun	huurschuld
huurachterstanden	=	huurachterstand
huurachterstandje	=	huurachterstand
huurachterstandjes	=	huurachterstand
huurappartement	noun	huurwoning die een deel is van een groter gebouw
huurappartementen	=	huurappartement
huurappartementje	=	huurappartement
huurappartementjes	=	huurappartement
huurauto	noun	een auto die niet in eigendom is maar voor een korte periode en tegen betaling wordt gehuurd
huurauto's	=	huurauto
huurautootje	=	huurauto
huurautootjes	=	huurauto
huurbaar	adj	van een ruimte, object of voorwerp dat deze geschikt en beschikbaar is om gehuurd te worden door een huurder
huurbaarder	=	huurbaar
huurbaardere	=	huurbaar
huurbaarders	=	huurbaar
huurbaars	=	huurbaar
huurbaarst	=	huurbaar
huurbaarste	=	huurbaar
huurbaas	noun	verhuurder van onroerend goed
huurbakfiets	noun	bakfiets die gehuurd kan worden
huurbakfietsen	=	huurbakfiets
huurbare	=	huurbaar
huurbasis	noun	een financieel juridische constructie waarbij je de te gebruiken zaak niet koopt maar huurt
huurbazen	=	huurbaas
huurbeding	noun	een clausule in een hypotheekakte (art. 3:264 BW) die verbiedt een woning te verhuren zonder toestemming van de hypotheekverstrekker.
huurbedingen	=	huurbeding
huurbedingetje	=	huurbeding
huurbedingetjes	=	huurbeding
huurbedrag	noun	hoeveelheid geld dat voor de huur wordt betaald door de huurder of wordt ontvangen door de verhuurder
huurbedragen	=	huurbedrag
huurbedragje	=	huurbedrag
huurbedragjes	=	huurbedrag
huurbeleid	noun	overheidsbeleid m.b.t. de huurwoningen
huurbescherming	noun	de wettelijke bescherming die een huurder heeft in zijn relatie met de verhuurder
huurbeschermingen	=	huurbescherming
huurbetaler	noun	iemand die een ruimte huurt en daarvoor huur moet betalen aan de verhuurder
huurbetalers	=	huurbetaler
huurboer	noun|obsolete	agrariër die land verbouwt dat niet in zijn eigendom is en waarvoor hij pacht moet betalen
huurboeren	=	huurboer
huurboertje	=	huurboer
huurcommissie	noun	door de overheid benoemde groep deskundigen die een huurprijs kan vaststellen als een huurder en een verhuurder van woonruimte daarover verschil van mening hebben
huurcommissies	=	huurcommissie
huurcompensatie	noun	vergoeding wegens gestegen huren
huurcompensaties	=	huurcompensatie
huurcontract	noun	huurovereenkomst
huurcontracten	=	huurcontract
huurcontractje	=	huurcontract
huurcontractjes	=	huurcontract
huurdaling	noun	verlaging van de huurprijs van een woning
huurdalingen	=	huurdaling
huurde	=	huren
huurden	=	huren
huurder	noun	iemand of organisatie die tegen betaling iets mag gebruiken dat niet zijn eigendom is
huurders	=	huurder
huurdersorganisatie	noun	vereniging van huurders die opkomt voor de belangen van huurders
huurdersorganisaties	=	huurdersorganisatie
huurdersraad	noun	overleg waar huurders aan deelnemen
huurdersraden	=	huurdersraad
huurdersvereniging	noun	organisatie waar huurders lid van zijn en die opkomt voor de belangen van de leden
huurdersverenigingen	=	huurdersvereniging
huurdersverenigingetje	=	huurdersvereniging
huurdersverenigingetjes	=	huurdersvereniging
huurdertje	=	huurder
huurdertjes	=	huurder
huurfiets	noun	een fiets die is uitgehuurd of bedoeld is om uit te huren
huurfietsen	=	huurfiets
huurfietsje	=	huurfiets
huurfietsjes	=	huurfiets
huurflat	noun	een gelijkvloerse woning in een hoog appartementengebouw die men mag bewonen als men geld aan de eigenaar betaalt, ook wel het appartementengebouw in zijn geheel
huurflats	=	huurflat
huurgeld	noun	de hoeveelheid geld die de huurder voor het gebruik van een zaak moet betalen aan de verhuurder
huurgelden	=	huurgeld
huurgenot	noun	genot dat een huurder hopelijk heeft van het gehuurde, in ieder geval het recht op gebruik
huurgewenning	noun	regeling voor het wennen aan een hogere huur door een stapsgewijs kleiner wordende korting op de eigenlijke huur
huurgewenningen	=	huurgewenning
huurhoogte	noun	het prijsniveau van de huur
huurhoogten	=	huurhoogte
huurhoogtes	=	huurhoogte
huurhuis	noun	een woning die niet in eigendom is van de bewoners maar wordt gehuurd van de eigenaar
huurhuisje	=	huurhuis
huurhuisjes	=	huurhuis
huurhuizen	=	huurhuis
huurinkomst	noun	inkomst uit verhuur van een object
huurinkomsten	noun	geld dat men ontvangt door het verhuren van een woning of gebouw
huurkamer	noun	kamer die je kunt huren
huurkamers	=	huurkamer
huurkamertje	=	huurkamer
huurkamertjes	=	huurkamer
huurkazerne	noun	groot gebouw met veel kleine, armoedige huurwoningen
huurkazernen	=	huurkazerne
huurkazernes	=	huurkazerne
huurkoop	noun	een vorm van koop waarbij het eigendomsrecht pas overgaat op de koper als het gehele verschuldigde bedrag is betaald
huurkopen	=	huurkoop
huurkost	noun|obsolete	geld dat men voor de huur van moet betalen
huurkosten	noun	geld dat men voor de huur van moet betalen
huurlast	noun	kosten die iemand aan huur moet betalen
huurlasten	noun	de hoeveelheid geld die voor het betalen van de huur nodig is
huurlastje	=	huurlast
huurlastjes	=	huurlast
huurleger	noun	een leger dat betaald wordt om voor een opdrachtgever militaire taken te verrichten
huurlegers	=	huurleger
huurlegertje	=	huurleger
huurlegertjes	=	huurleger
huurling	noun	iemand die tegen betaling krijgsdienst verricht in vreemde dienst
huurlingen	=	huurling
huurlingenbedrijf	noun	bedrijf dat huursoldaten ter beschikking stelt
huurlingenbedrijfje	=	huurlingenbedrijf
huurlingenbedrijfjes	=	huurlingenbedrijf
huurlingenbedrijven	=	huurlingenbedrijf
huurlingenleger	noun	legermacht die bestaat uit beroepssoldaten die voor een ieder vechten die ze inhuurt
huurlingenlegers	=	huurlingenleger
huurlingenlegertje	=	huurlingenleger
huurlingenlegertjes	=	huurlingenleger
huurlingetje	=	huurling
huurlinkje	=	huurling
huurlinkjes	=	huurling
huurmarkt	noun	de hoeveelheid woningen die beschikbaar zijn om te huren voor een bepaalde prijs en kwaliteit in verhouding tot de vraag naar deze woningen
huurmarkten	=	huurmarkt
huurmoord	noun	een moord waarbij de moordenaar een vooraf afgesproken beloning ontvangt van de opdrachtgever
huurmoorden	=	huurmoord
huurmoordenaar	noun	iemand die in opdracht moordt
huurmoordenaars	=	huurmoordenaar
huurmoordenaartje	=	huurmoordenaar
huurmoordenares	=	huurmoordenaar
huuropbrengst	noun	geld dat men ontvangt door het verhuren van iets
huuropbrengsten	=	huuropbrengst
huuropzegging	noun	de keer dat men zegt de huurtermijn niet meer te willen verlengen; het beëindigen van de huurovereenkomst
huuropzeggingen	=	huuropzegging
huurovereenkomst	noun	contract waarbij de huurder tegen een vergoeding iets tijdelijk mag gebruiken van de eigenaar
huurovereenkomsten	=	huurovereenkomst
huurpand	noun	een gebouw dat door een verhuurder aan een huurder wordt verhuurd
huurpanden	=	huurpand
huurpandje	=	huurpand
huurpandjes	=	huurpand
huurpeil	noun	relatieve hoogte van de huurprijzen
huurpeilen	=	huurpeil
huurperiode	noun	de tijd dat men iets huurt
huurperioden	=	huurperiode
huurperiodes	=	huurperiode
huurpolitiek	noun	overheidsbeleid m.b.t. de huurwoningen
huurprijs	noun	het bedrag waarvoor men iets kan huren
huurprijsje	=	huurprijs
huurprijsjes	=	huurprijs
huurprijzen	=	huurprijs
huurprijzenwet	noun	onofficiële naam voor de Wet betaalbare huur; een wet die sinds 1 juli 2024 geldt en bedoeld is om huurprijzen in het middensegment te reguleren.
huurprijzenwetten	=	huurprijzenwet
huurquote	noun	deel van het besteedbaar inkomen dat men betaalt aan huur
huurquoten	=	huurquote
huurrecht	noun	civielrechtelijk rechtsgebied betreffende de huur en verhuur van woningen en gebouwen
huurrechten	=	huurrecht
huurrijtuig	noun	rijtuig dat verhuurd wordt
huurrijtuigen	=	huurrijtuig
huurschuld	noun	geld dat men al had moeten betalen voor het huren van iets maar wat men nog niet gedaan heeft
huurschulden	=	huurschuld
huursector	noun	dat deel van de woningen dat men verhuurt
huursectoren	=	huursector
huursectors	=	huursector
huursoldaat	noun	beroepssoldaat die op commerciële grondslag dienst neemt in een leger
huursoldaatje	=	huursoldaat
huursoldaatjes	=	huursoldaat
huursoldaten	=	huursoldaat
huursom	noun	bedrag dat je moet betalen als je iets wilt huren, of ontvangt als je iets verhuurt
huursommen	=	huursom
huursommetje	=	huursom
huursommetjes	=	huursom
huurstaking	noun	uit protest de huur niet meer betalen
huurstakingen	=	huurstaking
huurstakinkje	=	huurstaking
huurstakinkjes	=	huurstaking
huurster	noun	een vrouw die iets huurt
huursters	=	huurster
huurstertje	=	huurster
huurstertjes	=	huurster
huurstijging	noun	het bedrag of het percentage waarmee de huur (per jaar) omhoog gaat
huurstijgingen	=	huurstijging
huurstijginkje	=	huurstijging
huurstijginkjes	=	huurstijging
huursubsidie	noun	geld dat een arme burger ontvangt van de overheid om zijn huur te kunnen betalen
huursubsidies	=	huursubsidie
huurt	=	huren
huurtermijn	noun	afgesproken tijdsduur dat men iets huurt
huurtermijnen	=	huurtermijn
huurtijd	noun	tijdsduur dat men iets huurt
huurtijden	=	huurtijd
huurtje	=	huur
huurtjes	=	huur
huurtoeslag	noun	geld dat een arme burger ontvangt van de overheid om zijn huur te kunnen betalen
huurtoeslagen	=	huurtoeslag
huurverbreking	noun	het juridisch beëindigen van een huurovereenkomst vóór de overeengekomen einddatum.
huurverbrekingen	=	huurverbreking
huurverbrekinkje	=	huurverbreking
huurverbrekinkjes	=	huurverbreking
huurvergoeding	noun	maandelijkse financiële bijdrage van de overheid om huurders met een lager inkomen te helpen bij het betalen van de huurkosten.
huurvergoedingen	=	huurvergoeding
huurvergoedinkje	=	huurvergoeding
huurvergoedinkjes	=	huurvergoeding
huurverhoging	noun	verhoging van de huur
huurverhogingen	=	huurverhoging
huurverhoginkje	=	huurverhoging
huurverhoginkjes	=	huurverhoging
huurverlaging	noun	vermindering van de hoeveelheid geld die men per maand aan huur hoeft te betalen
huurverlagingen	=	huurverlaging
huurverlaginkje	=	huurverlaging
huurverlaginkjes	=	huurverlaging
huurvoorwaarde	noun	eisen die gesteld worden aan de huurder bij het verhuren van iets
huurvoorwaarden	=	huurvoorwaarde
huurwaarde	noun	de hoeveelheid geld die men als huur zou kunnen vragen; de hoeveelheid huur die iets kan opleveren
huurwaardeforfait	noun	bedrag dat wordt opgeteld bij het belastbaar inkomen als men eigenaar is van een woning
huurwaardeforfaits	=	huurwaardeforfait
huurwaarden	=	huurwaarde
huurwaardes	=	huurwaarde
huurwet	noun	een wet die huur en verhuur van woningen regelt
huurwetten	=	huurwet
huurwoning	noun	een woning waar men -gewoonlijk maandelijks- huur voor betaalt
huurwoningen	=	huurwoning
huurwoninkje	=	huurwoning
huurwoninkjes	=	huurwoning
huurzaak	noun	een geschil dat over het huren van iets (meestal een woning) gaat
huurzaakje	=	huurzaak
huurzaakjes	=	huurzaak
huurzaken	=	huurzaak
huw	=	huwen
huwbaar	adj	geschikt om in het huwelijk te treden
huwbaarder	=	huwbaar
huwbaardere	=	huwbaar
huwbaarders	=	huwbaar
huwbaarheden	=	huwbaarheid
huwbaarheid	noun	het kunnen en mogen trouwen
huwbaars	=	huwbaar
huwbaarst	=	huwbaar
huwbaarste	=	huwbaar
huwbare	=	huwbaar
huwde	=	huwen
huwden	=	huwen
huwe	=	huwen
huwelijk	noun	ambtelijke duurzame verbintenis tussen twee of meer mensen	adj	met betrekking tot het huwelijk
huwelijke	=	huwelijk
huwelijken	=	huwelijk
huwelijkje	=	huwelijk
huwelijkjes	=	huwelijk
huwelijks	adj	met betrekking tot het huwelijk
huwelijksaangifte	noun	bekendmaken bij de burgerlijke stand dat u van plan bent te gaan trouwen
huwelijksaangiften	=	huwelijksaangifte
huwelijksaangiftes	=	huwelijksaangifte
huwelijksaankondiging	noun	openbaarmaking dat men het voornemen heeft om met elkaar te trouwen in de gemeente waar het huwelijk wordt voltrokken
huwelijksaankondigingen	=	huwelijksaankondiging
huwelijksaankondigingetje	=	huwelijksaankondiging
huwelijksaankondigingetjes	=	huwelijksaankondiging
huwelijksaanzoek	noun	een voorstel om in het huwelijk te treden
huwelijksaanzoeken	=	huwelijksaanzoek
huwelijksaanzoekje	=	huwelijksaanzoek
huwelijksadvertentie	noun	advertentie waarin men een huwelijk aankondigt
huwelijksadvertenties	=	huwelijksadvertentie
huwelijksafkondiging	noun|obsolete	officiele bekendmaking van een voorgenomen huwelijk in de plaats waar bruid en bruidegom wonen (tot 1934)
huwelijksafkondigingen	=	huwelijksafkondiging
huwelijksafkondigingetje	=	huwelijksafkondiging
huwelijksafkondigingetjes	=	huwelijksafkondiging
huwelijksakte	noun	een akte die door de ambtenaar van de burgerlijke stand is opgemaakt waarin staat dat twee mensen met elkaar getrouwd zijn en dus voldoen aan de wettelijke eisen die daaraan gesteld zijn
huwelijksakten	=	huwelijksakte
huwelijksaktes	=	huwelijksakte
huwelijksambtenaar	noun	iemand die van de overheid de bevoegdheid heeft gekregen om mensen te trouwen
huwelijksambtenaars	=	huwelijksambtenaar
huwelijksambtenaren	=	huwelijksambtenaar
huwelijksband	noun	wettelijke en emotionele band tussen twee mensen die met elkaar getrouwd zijn
huwelijksbanden	=	huwelijksband
huwelijksbed	noun	het tweepersoonsbed waarin een echtpaar slaapt; echtelijke sponde
huwelijksbedden	=	huwelijksbed
huwelijksbeletsel	noun	iets wat ervoor zorgt dat men niet met elkaar mag of kan trouwen
huwelijksbeletselen	=	huwelijksbeletsel
huwelijksbeletsels	=	huwelijksbeletsel
huwelijksbelofte	noun	de belofte die beide huwelijkspartners elkaar doen tijdens de huwelijksvoltrekking
huwelijksbeloften	=	huwelijksbelofte
huwelijksbeloftes	=	huwelijksbelofte
huwelijksbemiddeling	noun	het helpen met het enrangeren van een echtverbintenis
huwelijksbemiddelingen	=	huwelijksbemiddeling
huwelijksbericht	noun	bericht of advertentie waarin men een huwelijk aankondigt
huwelijksberichten	=	huwelijksbericht
huwelijksberichtje	=	huwelijksbericht
huwelijksberichtjes	=	huwelijksbericht
huwelijksbootje	noun	het gezamenlijke avontuur aangegaan bij het trouwen
huwelijksbootjes	=	huwelijksbootje
huwelijksbureau	noun	een organisatie die bemiddelt bij huwelijken
huwelijksbureaus	=	huwelijksbureau
huwelijksbureautje	=	huwelijksbureau
huwelijkscadeau	noun	een geschenk gegeven ter gelegenheid van een huwelijk
huwelijkscadeaus	=	huwelijkscadeau
huwelijksceremonie	noun	de officiële gebeurtenis waarbij twee mensen met elkaar trouwen
huwelijksceremonies	=	huwelijksceremonie
huwelijksceremonieën	=	huwelijksceremonie
huwelijksceremoniën	=	huwelijksceremonie
huwelijkscontract	noun	overeenkomst tussen echtgenoten waarbij bepaalde vermogensrechtelijke gevolgen van hun huwelijk worden geregeld, bijv. huwelijksvermogensstelsel, een contractuele erfstelling, inbreng van bepaalde goederen, enz.
huwelijkscontracten	=	huwelijkscontract
huwelijkscrises	=	huwelijkscrisis
huwelijkscrisis	noun	probleem tijdens een huwelijk dat zo groot is dat het zou kunnen leiden tot een ontbinding van het huwelijk
huwelijkscrisisje	=	huwelijkscrisis
huwelijkscrisisjes	=	huwelijkscrisis
huwelijkscrisissen	=	huwelijkscrisis
huwelijksdag	noun	de dag dat men trouwt
huwelijksdagen	=	huwelijksdag
huwelijksdagje	=	huwelijksdag
huwelijksdagjes	=	huwelijksdag
huwelijksdata	=	huwelijksdatum
huwelijksdatum	noun	dag dat men trouwt
huwelijksdatums	=	huwelijksdatum
huwelijkse	=	huwelijks
huwelijksfeest	noun	het feest dat gevierd wordt na de voltrekking van een huwelijk
huwelijksfeesten	=	huwelijksfeest
huwelijksfeestje	=	huwelijksfeest
huwelijksfeestjes	=	huwelijksfeest
huwelijksgebruik	noun	alle gewoontes die er zijn rond het sluiten van een huwelijk
huwelijksgebruiken	=	huwelijksgebruik
huwelijksgeluk	noun	het geluk dat men kan ervaren tijdens en door het huwelijk
huwelijksgemeenschap	noun	de gezamenlijkheid binnen een huwelijk bijv. van goederen
huwelijksgemeenschappen	=	huwelijksgemeenschap
huwelijksgeschenk	noun	een geschenk gegeven bij het huwelijk aan de bruid, de bruidegom of aan het bruidspaar
huwelijksgeschenken	=	huwelijksgeschenk
huwelijksgeschenkje	=	huwelijksgeschenk
huwelijksgeschenkjes	=	huwelijksgeschenk
huwelijksgoed	noun	de bezittingen en schulden van gehuwden, die standaard in een wettelijke gemeenschap vallen, maar via notariële huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden kunnen worden aangepast
huwelijksgoederen	=	huwelijksgoed
huwelijksgoederenregister	noun	openbaar register waarin aantekening wordt gehouden van alle regelingen waarin wordt afgeweken van de algehele gemeenschap van goederen bij huwelijk en geregistreerd partnerschap
huwelijksgoederenregisters	=	huwelijksgoederenregister
huwelijksgoederenregistertje	=	huwelijksgoederenregister
huwelijksgoederenregistertjes	=	huwelijksgoederenregister
huwelijksgoedje	=	huwelijksgoed
huwelijksgoedjes	=	huwelijksgoed
huwelijksinzegening	noun	gods zegen vragen voor het huwelijk; man en vrouw met elkaar laten verbinden door god
huwelijksinzegeningen	=	huwelijksinzegening
huwelijksjaar	noun	de jaren dat men met elkaar getrouwd is
huwelijksjaren	=	huwelijksjaar
huwelijksjubilea	=	huwelijksjubileum
huwelijksjubileum	noun	het feest dat men iedere jaar na de huwelijkssluiting viert op de huwelijksdatum
huwelijksjubileumpje	=	huwelijksjubileum
huwelijksjubileumpjes	=	huwelijksjubileum
huwelijksjubileums	=	huwelijksjubileum
huwelijkskandidaat	noun	iemand waarmee je zou kunnen trouwen
huwelijkskandidate	noun	vrouw die geschikt zou kunnen zijn om mee te trouwen
huwelijkskandidaten	=	huwelijkskandidaat
huwelijkskandidates	=	huwelijkskandidate
huwelijkskans	noun	de mogelijkheden die iemand heeft om nog te kunnen trouwen
huwelijkskansen	=	huwelijkskans
huwelijksleeftijd	noun	de minimumleeftijd waarop iemand mag trouwen
huwelijksleeftijden	=	huwelijksleeftijd
huwelijksleven	noun	alle gebeurtenissen die getrouwde mensen met elkaar meemaken
huwelijkslevens	=	huwelijksleven
huwelijkslijst	noun	lijst met wensen van een bruidspaar dat men in een winkel kan deponeren, de gasten kunnen dan een cadeau kiezen om te geven, waarna dit cadeau van de lijst wordt gehaald om doublures te voorkomen
huwelijkslijsten	=	huwelijkslijst
huwelijkslijstje	=	huwelijkslijst
huwelijkslijstjes	=	huwelijkslijst
huwelijksmakelaar	noun	iemand die bemiddelt tussen mensen die een geschikte echtgenoot zoeken
huwelijksmakelaars	=	huwelijksmakelaar
huwelijksmakelaartje	=	huwelijksmakelaar
huwelijksmakelaartjes	=	huwelijksmakelaar
huwelijksmakelaren	=	huwelijksmakelaar
huwelijksmarkt	noun	vraag en aanbod van potentiële huwelijkspartners
huwelijksmarkten	=	huwelijksmarkt
huwelijksmigratie	noun	verhuizing naar een ander land in verband met een huwelijk
huwelijksmigraties	=	huwelijksmigratie
huwelijksmis	noun	eucharistieviering ter gelegenheid van een huwelijk
huwelijksmissen	=	huwelijksmis
huwelijksmoraal	noun	het getrouw opvolgen van de beloften die men tijdens de huwelijkssluiting heeft gedaan, met name dat men met niemand anders een seksuele relatie zal aangaan
huwelijksmoralen	=	huwelijksmoraal
huwelijksnacht	noun	de eerste nacht na het huwelijksfeest
huwelijksnachten	=	huwelijksnacht
huwelijksnachtje	=	huwelijksnacht
huwelijksontbinding	noun	de juridische beëindiging van een huwelijk, wat kan gebeuren door echtscheiding (via een rechter) of door overlijden van een van de partners.
huwelijksontbindingen	=	huwelijksontbinding
huwelijksontbindinkje	=	huwelijksontbinding
huwelijksontbindinkjes	=	huwelijksontbinding
huwelijksovereenkomst	noun	het vermogensrechtelijke contract dat huwelijkspartners bij het sluiten van een huwelijk met elkaar afspreken
huwelijksovereenkomsten	=	huwelijksovereenkomst
huwelijkspartner	noun	een getrouwd persoon
huwelijkspartners	=	huwelijkspartner
huwelijkspartnertje	=	huwelijkspartner
huwelijkspartnertjes	=	huwelijkspartner
huwelijksplan	noun	het voornemen om te gaan trouwen
huwelijksplannen	=	huwelijksplan
huwelijksplanner	noun	persoon die bruiloften organiseert
huwelijksplanners	=	huwelijksplanner
huwelijksplechtigheden	=	huwelijksplechtigheid
huwelijksplechtigheid	noun	de ceremonie waarin het huwelijk wordt gesloten
huwelijksplicht	noun	de, met name seksuele, plichten die partners in het huwelijk hebben ten opzichte van elkaar
huwelijksplichten	=	huwelijksplicht
huwelijkspolitiek	noun	beleid ten aanzien van het sluiten van huwelijken, bijvoorbeeld om de macht van een familie te behouden of uit te breiden
huwelijkspolitieke	=	huwelijkspolitiek
huwelijkspolitieks	=	huwelijkspolitiek
huwelijksprobleem	noun	relatie moeilijkheden binnen het huwelijk
huwelijksprobleempje	=	huwelijksprobleem
huwelijksprobleempjes	=	huwelijksprobleem
huwelijksproblemen	=	huwelijksprobleem
huwelijksrecht	noun	alle juridische wetten die er bestaan rond huwelijk en scheiding
huwelijksrechten	=	huwelijksrecht
huwelijksregister	noun	officieel register van de gesloten huwelijken
huwelijksregisters	=	huwelijksregister
huwelijksregistertje	=	huwelijksregister
huwelijksregistertjes	=	huwelijksregister
huwelijksreis	noun	de reis die een pasgetrouwd stel gewoonlijk onmiddellijk na hun trouwen onderneemt
huwelijksreisje	=	huwelijksreis
huwelijksreisjes	=	huwelijksreis
huwelijksreizen	=	huwelijksreis
huwelijksrelatie	noun	een relatie tussen twee partners die bezegeld is door een huwelijk
huwelijksrelaties	=	huwelijksrelatie
huwelijkssluiting	noun	de ceremonie waarin men met elkaar trouwt
huwelijkssluitingen	=	huwelijkssluiting
huwelijksstelsel	noun	afspraken in het huwelijk over de aanspraak over de vermogens van de beide huwelijkspartners en het gemeenschappelijk vermogen
huwelijksstelsels	=	huwelijksstelsel
huwelijkstrouw	noun	voor elkaar blijven zorgen in voor- en tegenspoed tot de aan dood, niet met een ander dan met wie je getrouwd bent een seksuele relatie aangaan
huwelijksverbod	noun	wettelijk of maatschappelijk verbod om te trouwen
huwelijksverboden	=	huwelijksverbod
huwelijksverbodje	=	huwelijksverbod
huwelijksverbodjes	=	huwelijksverbod
huwelijksverjaardag	noun	dag van het jaar waarop men getrouwd is
huwelijksverjaardagen	=	huwelijksverjaardag
huwelijksvermogen	noun	vermogen van de gezamenlijke huwelijkspartners
huwelijksvermogens	=	huwelijksvermogen
huwelijksvoltrekking	noun	de ceremonie waarin het huwelijk gesloten wordt
huwelijksvoltrekkingen	=	huwelijksvoltrekking
huwelijksvoltrekkinkje	=	huwelijksvoltrekking
huwelijksvoltrekkinkjes	=	huwelijksvoltrekking
huwelijksvoorstel	noun	het voorstel om met elkaar te trouwen
huwelijksvoorstellen	=	huwelijksvoorstel
huwelijksvoorwaarde	noun	overeenkomst tussen echtgenoten waarbij bepaalde vermogensrechtelijke gevolgen van hun huwelijk worden geregeld, bijv. huwelijksvermogensstelsel, een contractuele erfstelling, inbreng van bepaalde goederen, enz.
huwelijksvoorwaarden	=	huwelijksvoorwaarde
huwelijkswet	noun	de wetgeving rond het huwelijk
huwelijkswetgeving	noun	de wetten die betrekking hebben op het huwelijk
huwelijkswetgevingen	=	huwelijkswetgeving
huwelijkswetten	=	huwelijkswet
huwelijkszegen	noun	de goddelijke steun die men vraagt en/of krijgt bij het sluiten van het huwelijk
huwelijkszegens	=	huwelijkszegen
huwelijkszwendel	noun	alle criminele oneerlijkheid die kan plaatsvinden rond huwelijken
huwelijkszwendelaar	noun	iemand die vrouwen en meisjes oplicht met een voorgespiegeld huwelijk en daarvoor vaak ook nog geld en goederen afhandig probeert te maken
huwelijkszwendelaars	=	huwelijkszwendelaar
huwen	verb	in de echt treden, trouwen
huwend	=	huwen
huwende	=	huwen
huwt	=	huwen
huysdier	=	huisdier
huzaar	noun	een ruiterijsoldaat
huzaaraap	noun	Erythrocebus patas een Afrikaanse meerkat.
huzaaraapje	=	huzaaraap
huzaaraapjes	=	huzaaraap
huzaarapen	=	huzaaraap
huzaartje	=	huzaar
huzaartjes	=	huzaar
huzaren	=	huzaar
huzarenhoop	noun|obsolete	flapdrol
huzarenhoopje	=	huzarenhoop
huzarenhoopjes	=	huzarenhoop
huzarenhopen	=	huzarenhoop
huzarensalaadje	=	huzarensalade
huzarensalaadjes	=	huzarensalade
huzarensalade	noun	een salade gemaakt van mayonaise, gekookte aardappelen, groenten en hardgekookt ei
huzarensalades	=	huzarensalade
huzarensaladetje	=	huzarensalade
huzarensaladetjes	=	huzarensalade
huzarenstuk	noun	een (te) moedige spectaculaire geslaagde daad
huzarenstukje	=	huzarenstuk
huzarenstukjes	=	huzarenstuk
huzarenstukken	=	huzarenstuk
hvl	=	hoeveel
hy	=	hij
hyacint	noun	doorzichtig, bruinrood zirkoon
hyacintara	noun	Anodorhynchus hyacinthinus een papegaai van het geslacht van de blauwe ara's (Anodorhynchus)
hyacintara's	=	hyacintara
hyacintaraatje	=	hyacintara
hyacintaraatjes	=	hyacintara
hyacintbonen	=	hyacintboon
hyacintboon	noun	bepaald soort bonenplant, Lablab purpureus, die in de tropen wordt geteeld en waarvan zowel de zaden (bonen), bladeren als wortels als voedsel worden gebruikt
hyacintboontje	=	hyacintboon
hyacintboontjes	=	hyacintboon
hyacinten	=	hyacint
hyacintje	=	hyacint
hyacintjes	=	hyacint
hyacintniltava	noun	Cyornis hyacinthinus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
hyacintniltava's	=	hyacintniltava
hyacintniltavaatje	=	hyacintniltava
hyacintniltavaatjes	=	hyacintniltava
hyacintorchis	noun	Himantoglossum robertianum een Europese orchidee.
hyacintorchisje	=	hyacintorchis
hyacintorchisjes	=	hyacintorchis
hyacintorchissen	=	hyacintorchis
hyacintroest	noun	Uromyces muscari een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
hyacintroesten	=	hyacintroest
hyacintroestje	=	hyacintroest
hyacintroestjes	=	hyacintroest
hybride	noun	entiteit met twee of meer heel verschillende eigenschappen	adj	met twee of meer heel verschillende eigenschappen
hybrideauto	noun	auto met zowel een elektrische- als een brandstofmotor
hybrideauto's	=	hybrideauto
hybrideautootje	=	hybrideauto
hybrideautootjes	=	hybrideauto
hybridediesel	noun	auto met zowel een elektrische- als een dieselmotor
hybridediesels	=	hybridediesel
hybridefiets	noun	stevige fiets die het midden houdt tussen een mountainbike en een toerfiets
hybridefietsen	=	hybridefiets
hybridefietsje	=	hybridefiets
hybridefietsjes	=	hybridefiets
hybriden	=	hybride
hybrider	=	hybride
hybridere	=	hybride
hybriders	=	hybride
hybrides	=	hybride
hybridetje	=	hybride
hybridisatie	noun	het kruisen van organismen van een verschillend ras of soort
hybridisaties	=	hybridisatie
hybridisch	adj	uit ongelijksoortige elementen bestaand
hybridische	=	hybridisch
hybridischer	=	hybridisch
hybridischere	=	hybridisch
hybridischers	=	hybridisch
hybridiseer	=	hybridiseren
hybridiseerde	=	hybridiseren
hybridiseerden	=	hybridiseren
hybridiseert	=	hybridiseren
hybridisere	=	hybridiseren
hybridiseren	verb	hybrides maken van
hybridiserend	=	hybridiseren
hybridiserende	=	hybridiseren
hybriedst	=	hybride
hybriedste	=	hybride
hybris	noun|formal	overmoed, overdreven trots, hoogmoed, grootheidswaanzin
hydra	noun	veelkoppige waterslang
hydra's	=	hydra
hydraat	noun	een moleculaire verbinding van een stof met water
hydrant	noun	een speciale uitgeruste waterkraan geplaatst ten behoeve van de brandweer
hydranten	=	hydrant
hydrantje	=	hydrant
hydrantjes	=	hydrant
hydratatie	noun	chemisch proces waarbij water aan een scheikundige verbinding wordt toegevoegd
hydrataties	=	hydratatie
hydrateer	=	hydrateren
hydrateerde	=	hydrateren
hydrateerden	=	hydrateren
hydrateert	=	hydrateren
hydraten	=	hydraat
hydratere	=	hydrateren
hydrateren	verb	proces waarbij een materiaal water opneemt
hydraterend	=	hydrateren
hydraterende	=	hydrateren
hydraulica	noun	de leer van de vloeistoffen, omvattende de hydrostatica en de hydrodynamica
hydrauliek	noun	aandrijftechniek die gebruikmaakt van vloeistof, de hydraulische vloeistof, onder (hoge) druk.
hydraulisch	adj	de hydraulica betreffend
hydraulische	=	hydraulisch
hydraulischer	=	hydraulisch
hydraulischere	=	hydraulisch
hydraulischers	=	hydraulisch
hydraulischt	=	hydraulisch
hydraulischte	=	hydraulisch
hydrazine	noun	giftige, uiterst brandbare brandstof die men in raketten en vliegtuigen gebruikt; een anorganische verbinding van stikstof en waterstof, met als molecuulformule N₂H₄
hydrazinen	=	hydrazine
hydrazines	=	hydrazine
hydreer	=	hydreren
hydreerde	=	hydreren
hydreerden	=	hydreren
hydreert	=	hydreren
hydrere	=	hydreren
hydreren	verb	bevochtigen, vocht inbrengen, inweken, vocht toevoegen aan
hydrerend	=	hydreren
hydrerende	=	hydreren
hydride	noun	een ionogene verbinding die het waterstofanion H⁻ bevat
hydriden	=	hydride
hydrides	=	hydride
hydro-elektriciteit	noun	elektrische stroom die is opgewekt door neervallend water als primaire energiebron
hydro-elektrisch	adj	betrekking hebbend op de productie van elektriciteit door waterkracht
hydro-elektrische	=	hydro-elektrisch
hydro-elektrischer	=	hydro-elektrisch
hydro-elektrischere	=	hydro-elektrisch
hydro-elektrischers	=	hydro-elektrisch
hydro-ureter	noun	verwijding van een urineleider door ophoping van urine
hydro-ureters	=	hydro-ureter
hydroalcoholisch	adj	met betrekking tot of bestaande uit water en alcohol
hydrocephalus	noun	waterhoofd
hydrochloride	noun	een zuurzout dat ontstaat uit de reactie van zoutzuur en een organische base
hydrochloriden	=	hydrochloride
hydrochlorides	=	hydrochloride
hydroculturen	=	hydrocultuur
hydrocultuur	noun	manier om gewassen te telen zonder dat men daar aarde als voedingsbodem voor gebruikt
hydrocultuurtje	=	hydrocultuur
hydrocultuurtjes	=	hydrocultuur
hydrodynamica	noun	leer van de beweging van de vloeistoffen
hydrodynamisch	adj	op de beweging van vloeistoffen betrekking hebbend
hydrodynamische	=	hydrodynamisch
hydrodynamischer	=	hydrodynamisch
hydrodynamischere	=	hydrodynamisch
hydrodynamischers	=	hydrodynamisch
hydrofiel	adj	water aantrekkend, waterminnend
hydrofiele	=	hydrofiel
hydrofieler	=	hydrofiel
hydrofielere	=	hydrofiel
hydrofielers	=	hydrofiel
hydrofiels	=	hydrofiel
hydrofielst	=	hydrofiel
hydrofielste	=	hydrofiel
hydrofiet	=	hydrofyt
hydrofobe	=	hydrofoob
hydrofober	=	hydrofoob
hydrofobere	=	hydrofoob
hydrofobers	=	hydrofoob
hydrofobie	noun	een pathologische angst voor water, aan water gerelateerde activiteiten als zwemmen of soms andere vloeistoffen
hydrofoob	adj	waterafstotend.
hydrofoobs	=	hydrofoob
hydrofoobst	=	hydrofoob
hydrofoobste	=	hydrofoob
hydrofoon	noun	microfoon waarmee men geluiden onderwater kan opvangen
hydrofoons	=	hydrofoon
hydrofoor	noun	perspomp waarmee de waterleiding binnen een gebouw op druk gehouden wordt
hydrofoorinstallatie	noun	een installatie om voldoende druk in waterleidingen te krijgen
hydrofoorinstallaties	=	hydrofoorinstallatie
hydrofoorinstallatietje	=	hydrofoorinstallatie
hydrofoorinstallatietjes	=	hydrofoorinstallatie
hydrofoors	=	hydrofoor
hydrofoortje	=	hydrofoor
hydroforen	=	hydrofoor
hydrofyt	noun	benaming voor plantensoorten die in het water groeien en niet in de bodem wortelen
hydrofyten	=	hydrofyt
hydrofytje	=	hydrofyt
hydrofytjes	=	hydrofyt
hydrogeen	noun	waterstof
hydrogenium	noun|obsolete	waterstof
hydrograaf	noun	persoon die zich stelselmatig verdiept in de eigenschappen van wateroppervlakken en de beschrijving daarvan
hydrografen	=	hydrograaf
hydrografie	noun	een aardkunde die gericht is op het beschrijven van de waterbodem
hydrografieën	=	hydrografie
hydrografisch	adj	met een speciale drukmethope
hydrografische	=	hydrografisch
hydrografischer	=	hydrografisch
hydrografischere	=	hydrografisch
hydrografischers	=	hydrografisch
hydrogram	noun	een grafiek voor een bepaald waterbekken, riviergedeelte etc, waarin het watervolume (waterstand) als functie van de tijd is weergegeven
hydrogrammen	=	hydrogram
hydrogrammetje	=	hydrogram
hydrogrammetjes	=	hydrogram
hydrographie	=	hydrografie
hydrologen	=	hydroloog
hydrologie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van het gedrag en de eigenschappen van water in de atmosfeer, op en onder het aardoppervlak
hydrologisch	adj	betrekking hebbend op de hydrologie, waterkundig
hydrologische	=	hydrologisch
hydrologischer	=	hydrologisch
hydrologischere	=	hydrologisch
hydrologischers	=	hydrologisch
hydroloog	noun	een deskundige op het gebied van (de kringloop van) water (hydrologie)
hydrolyse	noun	de splitsing van scheikundige verbindingen onder opneming van water
hydromechanica	noun	mechanica van vloeistoffen, omvattende de hydrostatica en de hydrodynamica
hydromotor	noun	omzetter van hydraulische energie naar mechanische energie
hydromotoren	=	hydromotor
hydromotors	=	hydromotor
hydromotortje	=	hydromotor
hydromotortjes	=	hydromotor
hydroniem	noun	een toponiem dat betrekking heeft op een waterloop
hydroniemen	=	hydroniem
hydroniempje	=	hydroniem
hydroniempjes	=	hydroniem
hydrophobie	=	hydrofobie
hydrosfeer	noun	het water op aarde, beschouwd als een vloeibaar omhulsel van de aardbol
hydrostatica	noun	leer van het evenwicht van de vloeistoffen
hydrostatisch	adj	de hydrostatica betreffend
hydrostatische	=	hydrostatisch
hydrostatischer	=	hydrostatisch
hydrostatischere	=	hydrostatisch
hydrostatischers	=	hydrostatisch
hydrotechnisch	adj	met betrekking tot de hydrotechniek
hydrotechnische	=	hydrotechnisch
hydrotechnischer	=	hydrotechnisch
hydrotechnischere	=	hydrotechnisch
hydrotechnischers	=	hydrotechnisch
hydrotherapie	noun	behandeling van patiënten door middel van waterbaden
hydrotherapieën	=	hydrotherapie
hydrothorax	noun	vocht in de borstholte
hydrotropisme	noun	de eigenschap van plantendelen om naar water te groeien
hydroxide	noun	verbinding die een of meer basische of neutrale hydroxylgroepen bevat
hydroxiden	=	hydroxide
hydroxides	=	hydroxide
hydroxylamine	noun	een reactieve anorganische verbinding met als brutoformule NH₂OH
hydroxylgroep	noun	een functionele groep bestaande uit een zuurstof- en een waterstofatoom, die via het zuurstofatoom aan de rest van het molecuul vast zit
hydroxylgroepen	=	hydroxylgroep
hydroïdpoliep	noun	een soort uit de klasse Hydrozoa van de neteldieren (Cnidaria), waartoe onder andere de zoetwaterpoliepen en brandkoralen behoren.
hydroïdpoliepen	noun	een klasse Hydrozoa van de neteldieren (Cnidaria), waartoe onder andere de zoetwaterpoliepen en brandkoralen behoren.
hydroïdpoliepje	=	hydroïdpoliep
hydroïdpoliepjes	=	hydroïdpoliep
hyena	noun	benaming voor zoogdieren uit de onderfamilie Hyaeninae, middelgrote nachtroofdieren
hyena's	noun	Hyaenidae een familie van middelgrote roofdieren die voorkomen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika.
hyenaatje	=	hyena
hyenaatjes	=	hyena
hyenacoproliet	noun	versteende drol van een hyena
hyenacoprolieten	=	hyenacoproliet
hyenadrol	noun	de uitwerpselen van een hyena
hyenadrollen	=	hyenadrol
hyenapoep	noun	de opmerkelijk witte en harde uitwerpselen van hyena's, veroorzaakt door hun dieet van botten en hoorns die hun sterke kaken vermalen en verteren
hyetometer	noun|obsolete	toestel om te bepalen hoeveel neerslag er in een bepaalde periode op een bepaald plaats is gevallen
hyetometers	=	hyetometer
hyfe	noun	de lange, zich vertakkende draad van een schimmel
hyfen	=	hyfe
hygge	noun	manier van leven die vooral is gericht op knusse gezelligheid
hygiëne	noun	alles wat een goede gezondheid vereist en de handelingen, inrichtingen en instellingen die deze bevorderen zoals b.v. het schoon-zijn om infectie te voorkomen, gezondheidsleer
hygiënecode	noun	een branche-specifiek handboek waarin wordt beschreven hoe de voedselveiligheid van producten voor de consument kan worden gegarandeerd
hygiënecodes	=	hygiënecode
hygiënemaatregel	noun	een maatregel die er op gericht is iets te bereiken door het vergroten van de hygiëne
hygiënemaatregelen	=	hygiënemaatregel
hygiënemaatregels	=	hygiënemaatregel
hygiënemaatregeltje	=	hygiënemaatregel
hygiënemaatregeltjes	=	hygiënemaatregel
hygiënenorm	noun	richtlijn die betrekking heeft op (infectie)ziektepreventie; richtlijn hoe men iets moet schoonhouden; richtlijn hoe schoon iets moet zijn
hygiënenormen	=	hygiënenorm
hygiënisch	adj	schoon, gezond
hygiënische	=	hygiënisch
hygiënischer	=	hygiënisch
hygiënischere	=	hygiënisch
hygiënischers	=	hygiënisch
hygiënischt	=	hygiënisch
hygiënischte	=	hygiënisch
hygiënist	noun	deskundige op het gebied van de hygiëne
hygiëniste	=	hygiënist
hygiënisten	=	hygiënist
hygiënistje	=	hygiënist
hygrofyt	noun	vochtminnende plant
hygrofyten	=	hygrofyt
hygrofytje	=	hygrofyt
hygrofytjes	=	hygrofyt
hygrograaf	noun	een toestel dat de relatieve luchtvochtigheid registreert
hygrograafje	=	hygrograaf
hygrograafjes	=	hygrograaf
hygrografen	=	hygrograaf
hygrogram	noun	door een hygrograaf opgetekende registratie van de relatieve luchtvochtigheid
hygrogrammen	=	hygrogram
hygrogrammetje	=	hygrogram
hygrogrammetjes	=	hygrogram
hygrologie	noun	leer van de luchtvochtigheid
hygrometer	noun	een instrument om vochtigheid van de lucht te meten
hygrometers	=	hygrometer
hygrometertje	=	hygrometer
hygrometertjes	=	hygrometer
hygrometrie	noun	leer van de meting van de luchtvochtigheid
hygroscoop	noun	direct afleesbare luchtvochtigheidsmeter
hygroscopen	=	hygroscoop
hygroscopisch	adj	de vochtigheid van de lucht tot zich nemend
hygroscopische	=	hygroscopisch
hygroscopischer	=	hygroscopisch
hygroscopischere	=	hygroscopisch
hygroscopischers	=	hygroscopisch
hyliota	noun	Hyliota een geslacht van zangvogels uit de familie Hyliotidae.
hyliota's	=	hyliota
hyliotaatje	=	hyliota
hyliotaatjes	=	hyliota
hymen	noun	maagdenvlies
hymens	=	hymen
hymne	noun	een verheven loflied op een bepaald onderwerp (zoals een land, God of een godheid, of een gebeurtenis zoals de Olympische Spelen)
hymneboek	noun	een religieus liedboek met lofzangen die in de christelijke traditie gezongen worden om God, Jezus of een heilige te eren
hymneboeken	=	hymneboek
hymneboekje	=	hymneboek
hymneboekjes	=	hymneboek
hymnen	=	hymne
hymnes	=	hymne
hymnetje	=	hymne
hymnetjes	=	hymne
hymnisch	adj	passend bij een plechtige lofzang
hymnische	=	hymnisch
hymnischer	=	hymnisch
hymnischere	=	hymnisch
hymnischers	=	hymnisch
hypallage	noun	het verschijnsel dat een bijvoeglijk naamwoord qua betekenis eigenlijk meer bij iets anders hoort dan de constituent zn [2] waar het deel van uitmaakt, terwijl er meestal wel sprake is van een zekere betekenisrelatie met dat laatste
hype	noun	rage
hypeje	=	hype
hypen	verb	ergens een hype van maken; iets groter maken dan het is; iets kleins opblazen tot iets groots
hypend	=	hypen
hypende	=	hypen
hyper	noun	hypermarkt	adj	Erg druk
hyperactief	adj	overmatig bezig
hyperactiefs	=	hyperactief
hyperactiefst	=	hyperactief
hyperactiefste	=	hyperactief
hyperactieve	=	hyperactief
hyperactiever	=	hyperactief
hyperactievere	=	hyperactief
hyperactievers	=	hyperactief
hyperactiviteit	noun	het hyperactief-zijn
hyperactiviteiten	=	hyperactiviteit
hyperacusis	noun	overgevoeligheid voor bepaalde externe geluiden
hyperaldosteronisme	noun	verhoogde productie van hormonen door de bijnierschors
hyperalgesie	noun	verhoogde gevoeligheid voor pijn
hyperbaar	adj	met een hogere luchtdruk dan in de atmosfeer
hyperbaars	=	hyperbaar
hyperbar	noun	gebied met hogere druk dan de normale atmosferische
hyperbare	=	hyperbaar
hyperbaren	=	hyperbar
hyperboek	noun	e-book met plaatjes, filmpjes en geluidsfragmenten
hyperboeken	=	hyperboek
hyperbolen	=	hyperbool
hyperbolisch	adj	de vorm van een hyperbool hebbend of daarop lijkend
hyperbolische	=	hyperbolisch
hyperbolischer	=	hyperbolisch
hyperbolischere	=	hyperbolisch
hyperbolischers	=	hyperbolisch
hyperboliseer	=	hyperboliseren
hyperboliseerde	=	hyperboliseren
hyperboliseerden	=	hyperboliseren
hyperboliseert	=	hyperboliseren
hyperbolisere	=	hyperboliseren
hyperboliseren	verb	overdrijven, aandikken, opblazen, opkloppen, opsmukken
hyperboliserend	=	hyperboliseren
hyperboliserende	=	hyperboliseren
hyperboloïde	noun	omwentelingslichaam gegenereerd door een hyperbool
hyperboloïden	=	hyperboloïde
hyperboloïdes	=	hyperboloïde
hyperboloïdetje	=	hyperboloïde
hyperboloïdetjes	=	hyperboloïde
hyperbool	noun	kegelsnede die wordt gevormd door de snijlijnen van een kegel en een vlak dat beide helften van de kegel snijdt
hyperbooltje	=	hyperbool
hyperboreeër	noun	iemand afkomstig uit noordelijke streken met en koud klimaat
hyperboreeërs	=	hyperboreeër
hypercapnie	noun	een te hoog CO₂-gehalte van het bloed
hypercomplex	adj	betrekking hebbend op elementen van algebra's die voortborduren of verder gaan rekenen met complexe getallen
hypercomplexe	=	hypercomplex
hypercorrect	adj	foutief uit vrees voor vermeende, schijnbaar analoge onjuistheid
hypercorrecte	=	hypercorrect
hypercorrectie	noun	onjuiste vorm die die ontstaat doordat een op zichzelf correcte vorm ten onrechte is opgevat als een fout die verbeterd moet worden
hypercorrecties	=	hypercorrectie
hypercorrects	=	hypercorrect
hyperdactylie	noun	het hebben van meer dan vijf vingers of tenen aan een hand of voet
hypere	=	hyper
hyperemesis	noun	overmatig braken
hyperemie	noun	bloedaandrang, overmatig bloedgehalte van een orgaan of lichaamsdeel
hyperesthesie	noun	overmatige gevoeligheid
hypergevoelig	adj	overmatig gevoelig; overmatig reageren om een normale prikkel
hypergevoelige	=	hypergevoelig
hypergevoeligs	=	hypergevoelig
hyperglycemie	noun	het te hoog zijn van de bloedglucosespiegel
hyperglycemisch	adj	betrekking hebbend op hyperglycemie
hyperglycemische	=	hyperglycemisch
hyperglycemischer	=	hyperglycemisch
hyperglycemischere	=	hyperglycemisch
hyperglycemischers	=	hyperglycemisch
hyperglykemie	noun	verhoogd suikergehalte in het bloed
hyperglykemisch	adj	met betrekking tot hyperglykemie
hyperglykemische	=	hyperglykemisch
hyperglykemischer	=	hyperglykemisch
hyperglykemischere	=	hyperglykemisch
hyperglykemischers	=	hyperglykemisch
hyperhidrosis	noun	overmatige zweetafscheiding
hyperig	adj	best wel druk
hyperige	=	hyperig
hyperiger	=	hyperig
hyperigere	=	hyperig
hyperigers	=	hyperig
hyperigs	=	hyperig
hyperigst	=	hyperig
hyperigste	=	hyperig
hyperinflatie	noun	zeer snelle geldontwaarding
hyperinflaties	=	hyperinflatie
hyperintelligent	adj	heel erg slim
hyperintelligente	=	hyperintelligent
hyperintelligents	=	hyperintelligent
hyperion	noun	benaming voor torren uit het geslacht Hyperion uit de familie van de loopkevers (Carabidae), dat 1 soort omvat
hyperionen	=	hyperion
hyperkeratose	noun	overmatige verhoorning van de huid
hyperkinesie	noun	overmatige bewegingsdrang
hyperkinetisch	adj	gepaard gaand met extreme beweeglijkheid (hyperkinesie)
hyperkinetische	=	hyperkinetisch
hyperkinetischer	=	hyperkinetisch
hyperkinetischere	=	hyperkinetisch
hyperkinetischers	=	hyperkinetisch
hyperkritisch	adj	al te kritisch
hyperkritische	=	hyperkritisch
hyperkritischer	=	hyperkritisch
hyperkritischere	=	hyperkritisch
hyperkritischers	=	hyperkritisch
hyperlink	noun	een gekleurd en/of onderstreept tekstgedeelte dat een onderliggende verwijzing bevat
hyperlinkje	=	hyperlink
hyperlinkjes	=	hyperlink
hyperlinks	=	hyperlink
hyperlipidemie	noun	verhoogd vetgehalte in het bloed
hypermarché	noun	zeer grote supermarkt die ook kenmerken van een warenhuis heeft
hypermarchés	=	hypermarché
hypermarkt	noun	zeer grote supermarkt met naast levensmiddelen ook het assortiment van een warenhuis
hypermarkten	=	hypermarkt
hypermetamorfose	noun	ontwikkeling waarbij een larve twee heel verschillende opeenvolgende vormen heeft
hypermetamorfosen	=	hypermetamorfose
hypermetamorfoses	=	hypermetamorfose
hypermetroop	adj	verziend
hypermetroops	=	hypermetroop
hypermetrope	=	hypermetroop
hypermetropie	noun	verziendheid
hypermodern	adj	met een erg actuele en toekomstgerichte opzet
hypermoderne	=	hypermodern
hypermoderns	=	hypermodern
hypernerveus	adj	heel erg zenuwachtig
hypernerveuze	=	hypernerveus
hyperon	noun	baryon dat minstens één strange-quark bevat
hyperonen	=	hyperon
hyperoniem	noun	een woord dat een verzameling van verwante specifiekere woorden omvat, een overkoepelende term
hyperoniemen	=	hyperoniem
hyperoniempje	=	hyperoniem
hyperoniempjes	=	hyperoniem
hyperonymie	noun	een algemener begrip zijn ten opzichte van een bepaald voorbeeld daarvan
hyperoppervlak	noun	een (n-1)-dimensionale deelruimte binnen een n-dimensionale ruimte
hyperoppervlakken	=	hyperoppervlak
hyperopvoeder	noun	persoon met een zeer beschermende opvoedingsstijl
hyperopvoeders	=	hyperopvoeder
hyperostose	noun	beenuitwas, op verschillende plaatsen optredende botverdikking
hyperouder	noun	ouder met een zeer beschermende opvoedingsstijl
hyperouders	=	hyperouder
hyperplasie	noun	bovenmatige vermeerdering van weefsel
hyperpolarisatie	noun	het ongevoeliger maken van een zenuwcel
hyperpolarisaties	=	hyperpolarisatie
hyperpyrexie	noun	hoge koorts
hyperrealisme	noun	kunststroming waarbij een kunstwerk er 'echter dan echt' uitziet
hyperrealistisch	adj	van een geschilderde afbeelding dat het net een foto lijkt
hyperrealistische	=	hyperrealistisch
hyperrealistischer	=	hyperrealistisch
hyperrealistischere	=	hyperrealistisch
hyperrealistischers	=	hyperrealistisch
hyperreflectie	noun	overdreven doordenken van eigen ervaringen
hyperreflecties	=	hyperreflectie
hyperreflexie	noun	een verhoogde reactie op prikkels (te hoge reflex)
hyperruimte	noun	een fictieve sneller dan het licht-transportmethode in de sciencefiction die vooralsnog tot de onmogelijkheden wordt gerekend
hyperruimten	=	hyperruimte
hyperruimtes	=	hyperruimte
hypers	=	hyper
hyperscale	noun	datacenters van meer dan 10 hectare in omvang en met een elektriciteitsvraag van 70 megawatt of meer.
hyperscaler	noun	datacenters van meer dan 10 hectare in omvang en met een elektriciteitsvraag van 70 megawatt of meer.
hyperscalers	=	hyperscaler
hyperscales	=	hyperscale
hypersecretie	noun	verhoogde afscheiding
hyperseksualiteit	noun	seksualiteit met een geslachtsdrift die overactiever is dan men in de samenleving als normaal of wenselijk beschouwt
hypersensitiviteit	noun	verhoogde gevoeligheid
hypersone	=	hypersoon
hypersonisch	adj	een snelheid vanaf 5 keer zo snel als het geluid door lucht (mach 5)
hypersonische	=	hypersonisch
hypersonischer	=	hypersonisch
hypersonischere	=	hypersonisch
hypersonischers	=	hypersonisch
hypersoon	adj	met een zeer hoge frequentie (meer dan één miljard hertz ??)
hypersoons	=	hypersoon
hyperspits	noun	het drukste deel van de spits, in Nederland tussen 7:30 en 8:30
hyperspitsen	=	hyperspits
hyperspitsje	=	hyperspits
hyperspitsjes	=	hyperspits
hyperstimulatie	noun	overmatige prikkeling
hypertekst	noun	tekst met direct activeerbare hyperlinks naar andere tekstgedeeltes, geluid, beeld en grafische voorstellingen
hyperteksten	=	hypertekst
hypertekstje	=	hypertekst
hypertekstjes	=	hypertekst
hypertensie	noun	verhoogde bloeddruk
hypertensies	=	hypertensie
hypertensietje	=	hypertensie
hyperthermie	noun	verhoogde lichaamstemperatuur door uitwendige invloeden zoals de zon
hyperthymie	noun	te goede stemming (manisch)
hypertje	=	hyper
hypertjes	=	hyper
hypertone	=	hypertoon
hypertoner	=	hypertoon
hypertonere	=	hypertoon
hypertoners	=	hypertoon
hypertonie	noun	verhoogde (spier)spanning
hypertonisch	adj	een hogere of te hoge spanning hebbend
hypertonische	=	hypertonisch
hypertonischer	=	hypertonisch
hypertonischere	=	hypertonisch
hypertonischers	=	hypertonisch
hypertoon	adj	met of van een hogere druk of concentratie
hypertoons	=	hypertoon
hypertoonst	=	hypertoon
hypertoonste	=	hypertoon
hypertrichose	noun	overmatige haargroei
hypertrofe	=	hypertroof
hypertrofie	noun	bovenmatige groei
hypertrofieën	=	hypertrofie
hypertrofisch	adj	hypertrofie vertonend
hypertrofische	=	hypertrofisch
hypertrofischer	=	hypertrofisch
hypertrofischere	=	hypertrofisch
hypertrofischers	=	hypertrofisch
hypertroof	adj	bovenmatig groeiend
hypertroofs	=	hypertroof
hyperurikemie	noun	overmaat aan urinezuur in het bloed
hyperventilatie	noun	het sneller-dan-normaal ademhalen, ofwel oppervlakkig ofwel diep
hyperventileer	=	hyperventileren
hyperventileerde	=	hyperventileren
hyperventileerden	=	hyperventileren
hyperventileert	=	hyperventileren
hyperventilere	=	hyperventileren
hyperventileren	verb	door te veelvuldig ademhalen het koolzuurgehalte van het bloed dusdanig ontregelen dat men duizelig wordt
hyperventilerend	=	hyperventileren
hyperventilerende	=	hyperventileren
hypervitaminose	noun	overmaat aan vitamine
hypervlak	noun	een k-dimensionale deelruimte binnen een n-dimensionale ruimte, waarbij k < n
hypervlakken	=	hypervlak
hypervolemie	noun	te groot bloedvolume
hypes	=	hype
hypet	=	hypen
hypete	=	hypen
hypeten	=	hypen
hypnolepsie	noun	slaapzucht
hypnose	noun	een kunstmatig gecreëerde staat van bewustzijn waarin men ontspannen is en geconcentreerd op een bepaald onderwerp
hypnosen	=	hypnose
hypnoses	=	hypnose
hypnotherapie	noun	psychotherapie waarbij de patiënt onder hypnose wordt gebracht
hypnotherapieën	=	hypnotherapie
hypnotisch	adj	met betrekking tot hypnose (een tijdelijke trance-achtige toestand)
hypnotische	=	hypnotisch
hypnotischer	=	hypnotisch
hypnotischere	=	hypnotisch
hypnotischers	=	hypnotisch
hypnotiseer	=	hypnotiseren
hypnotiseerde	=	hypnotiseren
hypnotiseerden	=	hypnotiseren
hypnotiseert	=	hypnotiseren
hypnotisere	=	hypnotiseren
hypnotiseren	verb	het onder hypnose brengen van mensen
hypnotiserend	=	hypnotiseren
hypnotiserende	=	hypnotiseren
hypnotiseur	noun	iemand die beroepsmatig anderen hypnotiseert
hypnotiseurs	=	hypnotiseur
hypnotiseurtje	=	hypnotiseur
hypnotiseurtjes	=	hypnotiseur
hypnotiseuse	noun	vrouwelijke vorm van hypnotiseur
hypnotiseuses	=	hypnotiseuse
hypnotisme	noun	de praktijk van het hypnotiseren: het onder hypnose brengen van mensen
hypo	noun	te weinig glucose in het bloed
hypo's	=	hypo
hypo-urikemie	noun	onvoldoende urinezuur in het bloed
hypoacousis	noun	hardhorigheid
hypoalgesie	noun	verlaagde gevoeligheid voor pijn
hypoallergeen	adj	met weinig kans om een allergische reactie te veroorzaken
hypoallergeens	=	hypoallergeen
hypoallergeenst	=	hypoallergeen
hypoallergeenste	=	hypoallergeen
hypoallergene	=	hypoallergeen
hypoallergener	=	hypoallergeen
hypoallergenere	=	hypoallergeen
hypoallergeners	=	hypoallergeen
hypobaar	adj	met een lagere luchtdruk dan in de atmosfeer
hypobaars	=	hypobaar
hypobare	=	hypobaar
hypocentra	=	hypocentrum
hypocentrum	noun	het punt in het inwendige van de aarde dat de haard van een aardbeving is, de aardbevingshaard
hypochonder	noun	iemand die aan hypochondrie lijdt	adj	hypochondrisch
hypochondere	=	hypochonder
hypochonders	=	hypochonder
hypochondrie	noun	overdreven bezorgdheid om de eigen gezondheid
hypochondrisch	adj	passend bij iemand die snel denkt ziek te zijn
hypochondrische	=	hypochondrisch
hypochondrischer	=	hypochondrisch
hypochondrischere	=	hypochondrisch
hypochondrischers	=	hypochondrisch
hypochrome	=	hypochroom
hypochroom	adj	zwak gepigmenteerd
hypochrooms	=	hypochroom
hypocriet	noun	iemand die voordoet bepaalde waarden te huldigen, maar zich er zelf niet aan houdt	adj	huichelachtig.
hypocriete	=	hypocriet
hypocrieten	=	hypocriet
hypocrieter	=	hypocriet
hypocrietere	=	hypocriet
hypocrieters	=	hypocriet
hypocrietje	=	hypocriet
hypocrietjes	=	hypocriet
hypocriets	=	hypocriet
hypocrietst	=	hypocriet
hypocrietste	=	hypocriet
hypocrisie	noun	huichelarij, schijnheiligheid
hypocrisietje	=	hypocrisie
hypocrisieën	=	hypocrisie
hypocritisch	adj	met duidelijke tegenstelling tussen beleden opvattingen en vertoond gedrag
hypocritische	=	hypocritisch
hypocritischer	=	hypocritisch
hypocritischere	=	hypocritisch
hypocritischers	=	hypocritisch
hypocycloïde	noun	kromme beschreven door een punt op een cirkel die langs de binnenomtrek van een andere cirkel rolt
hypocycloïden	=	hypocycloïde
hypocycloïdes	=	hypocycloïde
hypocycloïdetje	=	hypocycloïde
hypocycloïdetjes	=	hypocycloïde
hypodactylie	noun	een aangeboren afwijking bij mensen, die erin bestaat dat ze minder dan vijf vingers of tenen hebben
hypodermaal	adj	onder de huid toegediend, onderhuids
hypodermaals	=	hypodermaal
hypodermale	=	hypodermaal
hypodermis	noun	lederhuid
hypodermissen	=	hypodermis
hypodiastole	noun	leesteken in het Oudgrieks (⸒) gebruikt om in doorlopend schrift aan te geven dat een reeks letters niet als één maar als twee woorden moet worden gelezen; het is op te vatten als een voorloper van de komma en heeft ook de vorm van een komma-achtig haakje dat laag op de regel wordt geplaatst
hypofysair	adj	met betrekking tot het hersenaanhangsel
hypofyse	noun	een klier aan de onderzijde van de hersenen, die o.a. groeihormoon produceert en de schildklier aanstuurt
hypofysen	=	hypofyse
hypofyses	=	hypofyse
hypofysetje	=	hypofyse
hypofysetjes	=	hypofyse
hypoglycemie	noun	te weinig glucose in het bloed
hypoglycemisch	adj	lijdend aan hypoglycemie
hypoglycemische	=	hypoglycemisch
hypoglycemischer	=	hypoglycemisch
hypoglycemischere	=	hypoglycemisch
hypoglycemischers	=	hypoglycemisch
hypoglykemie	noun	te laag gehalte aan bloedsuiker
hypoglykemisch	adj	met betrekking tot hypoglykemie
hypoglykemische	=	hypoglykemisch
hypoglykemischer	=	hypoglykemisch
hypoglykemischere	=	hypoglykemisch
hypoglykemischers	=	hypoglykemisch
hypogonadisme	noun	onvoldoende werking van de geslachtklieren
hypogram	noun	een neologisme waarin twee of meer bestaande woorden naar de vorm worden gecombineerd in een betekenis die betekeniselementen van alle originele woorden bevat
hypogrammen	=	hypogram
hypogrammetje	=	hypogram
hypogrammetjes	=	hypogram
hypokrisie	=	hypocrisie
hypomanie	noun	lichte vorm van ziekelijke aandrift (psychische opwindingstoestand)
hyponiem	noun	een woord dat behoort tot een verzameling van vergelijkbare woorden die met een algemenere term wordt aangeduid
hyponiemen	=	hyponiem
hypootje	=	hypo
hypootjes	=	hypo
hypoplasie	noun	onvoldoende ontwikkeling
hypostase	noun	het wezenlijke, de essentie
hypostasen	=	hypostase
hypotaxis	noun	onderschikking
hypotaxissen	=	hypotaxis
hypotensie	noun	lage bloeddruk
hypotensief	adj	wat de bloeddruk verlaagt
hypotensies	=	hypotensie
hypotensietje	=	hypotensie
hypotenusa	noun	de schuine zijde van een rechthoekige driehoek
hypotenusa's	=	hypotenusa
hypotenusaatje	=	hypotenusa
hypotenusaatjes	=	hypotenusa
hypothalamisch	adj	met betrekking tot een deel van de tussenhersenen
hypothalamus	noun	deel van de hersenen dat een directe verbinding heeft met het hormonale systeem
hypothecair	adj	een hypotheek betreffend
hypothecairder	=	hypothecair
hypothecairdere	=	hypothecair
hypothecairders	=	hypothecair
hypothecaire	=	hypothecair
hypothecairs	=	hypothecair
hypothecairst	=	hypothecair
hypothecairste	=	hypothecair
hypotheek	noun	zakelijke zekerheid die een onroerend goed zonder buitenbezitstelling bezwaart om een vordering tot terugbetaling van een geldlening bij voorrang boven concurrente schuldeisers te verhalen
hypotheekadvies	noun	voorlichting aan een individuele consument met betrekking tot het aangaan van een hypothecaire lening
hypotheekadviesbureau	noun	organisatie die consumenten adviseert op het gebied van hypotheken
hypotheekadviesbureaus	=	hypotheekadviesbureau
hypotheekadviesbureautje	=	hypotheekadviesbureau
hypotheekadviesbureautjes	=	hypotheekadviesbureau
hypotheekadviezen	=	hypotheekadvies
hypotheekadviseur	noun	iemand die een klant zou moeten adviseren t.a.v. de voor hem meest geschikte hypotheek (op een huis)
hypotheekadviseurs	=	hypotheekadviseur
hypotheekadviseurtje	=	hypotheekadviseur
hypotheekadviseurtjes	=	hypotheekadviseur
hypotheekaftrek	noun	een belastingvoordeel voor de bezitters van een eigen huis die hypotheekrente betalen
hypotheekbank	noun	onderneming die geld uitleent met onroerend goed als onderpand voor de betaling van rente en aflossing
hypotheekbanken	=	hypotheekbank
hypotheekbedrag	noun	de hoogte van de hypotheekschuld
hypotheekbedragen	=	hypotheekbedrag
hypotheekbedragje	=	hypotheekbedrag
hypotheekbedragjes	=	hypotheekbedrag
hypotheekbedrijf	noun	een bedrijf dat hypothecaire leningen verschaft
hypotheekbedrijfje	=	hypotheekbedrijf
hypotheekbedrijfjes	=	hypotheekbedrijf
hypotheekbedrijven	=	hypotheekbedrijf
hypotheekbetaling	noun	geld dat met betaalt voor de rente en aflossing van een hypotheek
hypotheekbetalingen	=	hypotheekbetaling
hypotheekcrises	=	hypotheekcrisis
hypotheekcrisis	noun	een economische zeepbel die periodiek voorkomt in vastgoedmarkten met als gevolg dat vele eigenaren een hypotheekschuld hoger dan de waarde van het bezit overhouden.
hypotheekcrisisje	=	hypotheekcrisis
hypotheekcrisisjes	=	hypotheekcrisis
hypotheekcrisissen	=	hypotheekcrisis
hypotheekdeel	noun	een gedeelte van een hypothecaire lening
hypotheekdelen	=	hypotheekdeel
hypotheekfraude	noun	bedrog met hypothecaire lening
hypotheekfraudes	=	hypotheekfraude
hypotheekgarantie	noun	extra garantie die de bank krijgt dat een hypotheek wordt afgelost als de hypotheekgever dat niet kan en de woning bij gedwongen verkoop onvoldoende geld opbrengt om de hypotheekschuld te betalen
hypotheekgaranties	=	hypotheekgarantie
hypotheekgegevens	noun	alle informatie betreffende de hypothecaire leningen die een persoon heeft lopeb
hypotheekgeld	noun	geld dat men gebruikt voor het aflossen van een hypotheek; geld dat men opzij heeft gezet voor het aflossen van een hypotheejk
hypotheekgelden	=	hypotheekgeld
hypotheekhouder	noun	geldverstrekker, bijvoorbeeld een bank, die geld uitleent aan een hypotheekgever, bijvoorbeeld een koper van een huis
hypotheekhouders	=	hypotheekhouder
hypotheekje	=	hypotheek
hypotheekjes	=	hypotheek
hypotheekkosten	noun	geld dat men (maandelijks) moet betalen voor rente en aflossing van een hypotheek
hypotheeklast	noun	verplichte betalingen in verband met een hypotheekschuld
hypotheeklasten	=	hypotheeklast
hypotheekleed	noun	de sociaaleconomische ellende als gevolg van onbetaalbare hypotheekrente en -aflossingen
hypotheeklening	noun	lening waarbij de lener een onderpand ter beschikking stelt aan de kredietverlener
hypotheekleningen	=	hypotheeklening
hypotheekleninkje	=	hypotheeklening
hypotheekleninkjes	=	hypotheeklening
hypotheekmarkt	noun	de vraag naar en het aanbod van hypotheken
hypotheekmarkten	=	hypotheekmarkt
hypotheekportefeuille	noun	de hypotheekleningen die een hypotheekverstrekker heeft uitstaan
hypotheekportefeuilles	=	hypotheekportefeuille
hypotheekrecht	noun	een zekerheidsrecht op een registergoed, dat gekoppeld is aan een lening, althans een maximaal te lenen bedrag
hypotheekrechten	=	hypotheekrecht
hypotheekregister	noun	officiële lijst op de kantoren van de bewaarders van hypotheken en van het kadaster, die de hypotheken, eigendomsoverdrachten en zakelijke rechten op onroerend goed vermeldt
hypotheekregisters	=	hypotheekregister
hypotheekregistertje	=	hypotheekregister
hypotheekregistertjes	=	hypotheekregister
hypotheekrente	noun	over een hypotheek berekende rente
hypotheekrenteaftrek	noun	een belastingvoordeel voor de bezitters van een eigen huis die hypotheekrente betalen
hypotheekrenteaftrekken	=	hypotheekrenteaftrek
hypotheekrenten	=	hypotheekrente
hypotheekrentes	=	hypotheekrente
hypotheekrentetje	=	hypotheekrente
hypotheekschuld	noun	het nog niet terug betaalde deel van een lening met onderpand
hypotheekschulden	=	hypotheekschuld
hypotheeksouffleetje	=	hypotheeksoufflé
hypotheeksouffleetjes	=	hypotheeksoufflé
hypotheeksoufflé	noun	crisis die is ontstaan omdat er te veel en te hoge slechte hypotheekleningen zijn afgesloten
hypotheeksoufflés	=	hypotheeksoufflé
hypotheekverstrekker	noun	bedrijf dat hypothecaire leningen verschaft aan huizenkopers
hypotheekverstrekkers	=	hypotheekverstrekker
hypotheekverstrekkertje	=	hypotheekverstrekker
hypotheekverstrekkertjes	=	hypotheekverstrekker
hypotheekverstrekking	noun	het aanbieden van een hypothecaire lening
hypotheekverstrekkingen	=	hypotheekverstrekking
hypotheekverstrekkinkje	=	hypotheekverstrekking
hypotheekverstrekkinkjes	=	hypotheekverstrekking
hypotheekvorm	noun	de manier waarop men een hypotheeklening aflost
hypotheekvormen	=	hypotheekvorm
hypothekeer	=	hypothekeren
hypothekeerde	=	hypothekeren
hypothekeerden	=	hypothekeren
hypothekeert	=	hypothekeren
hypotheken	=	hypotheek
hypothekere	=	hypothekeren
hypothekeren	verb	als hypotheek stellen
hypothekerend	=	hypothekeren
hypothekerende	=	hypothekeren
hypothermie	noun	onderkoeling
hypothese	noun	veronderstelling of aanname waar je van uitgaat, zonder dat je zeker weet dat die juist is
hypothesen	=	hypothese
hypotheses	=	hypothese
hypothesetje	=	hypothese
hypothetisch	adj	op een vooronderstelling berustend
hypothetische	=	hypothetisch
hypothetischer	=	hypothetisch
hypothetischere	=	hypothetisch
hypothetischers	=	hypothetisch
hypothetischt	=	hypothetisch
hypothetischte	=	hypothetisch
hypothymie	noun	duurzame depressieve stemming
hypotone	=	hypotoon
hypotoner	=	hypotoon
hypotonere	=	hypotoon
hypotoners	=	hypotoon
hypotonie	noun	verlaagde spierspanning
hypotonisch	adj	een te lage spanning hebbend
hypotonische	=	hypotonisch
hypotoon	adj	met of van een lagere druk of concentratie
hypotoons	=	hypotoon
hypotoonst	=	hypotoon
hypotoonste	=	hypotoon
hypotrofie	noun	onvoldoende groei
hypotrofisch	adj	hypotrofie vertonend
hypotrofische	=	hypotrofisch
hypotrofischer	=	hypotrofisch
hypotrofischere	=	hypotrofisch
hypotrofischers	=	hypotrofisch
hypoventilatie	noun	tekortschietende ademhaling
hypovitaminose	noun	tekort aan vitamine
hypovolemie	noun	onvoldoende bloedvolume
hypoxemie	noun	zuurstoftekort in het bloed
hypoxie	noun	zuurstoftekort in de weefsels
hypoxieën	=	hypoxie
hysop	noun	Hyssopus officinalis, een gewas met geneeskundige kracht
hyssop	=	hysop
hysterectomie	noun	verwijdering van de baarmoeder
hysterectomietje	=	hysterectomie
hysterectomieën	=	hysterectomie
hysterese	noun	het verschijnsel dat het verband tussen oorzaak en gevolg niet alleen afhangt van de grootte van de oorzaak, maar ook van de richting waarin de oorzaak verandert
hysterica	noun	over emotionele, aanstellerige vrouw lijdend aan hysterie
hysterica's	=	hysterica
hystericae	=	hysterica
hysterici	=	hystericus
hystericus	noun	iemand die hysterisch is
hysterie	noun	zenuwziekte, die zich uit in de gemoedsstemming, krampen en andere verschijnselen
hysteriek	=	hysterisch
hysterisch	adj	aan hysterie lijdend
hysterische	=	hysterisch
hysterischer	=	hysterisch
hysterischere	=	hysterisch
hysterischers	=	hysterisch
hyve	=	hyven
hyvede	=	hyven
hyveden	=	hyven
hyven	verb	bezig zijn op de site Hyves.nl, zoals berichten bij gebruikers plaatsen
hyvend	=	hyven
hyvende	=	hyven
hyvespagina	noun|obsolete	de persoonlijke, digitale profielpagina op de voormalige Nederlandse sociale netwerksite Hyves
hyvespagina's	=	hyvespagina
hyvespaginaatje	=	hyvespagina
hyvespaginaatjes	=	hyvespagina
hyvet	=	hyven
hz	=	hoezo
hè	intj	uitroep van verbazing
hèhè	intj	uitroep die aangeeft dat je blij bent dat iets (eindelijk) klaar is, uitroep van opluchting en vermoeidheid
hé	intj	een uitroep om aandacht
hét	article	bij uitstek het, het alle kenmerkende eigenschappen uitzonderlijk sterk bezittend
hòfi	noun	boomgaard, park, tuin
hòfi's	=	hòfi
hôtel	=	hotel
hörk	=	hork
hüttenkäse	noun	zeer eiwitrijke, op kwark lijkende ongerijpte kaas van niet geperste wrongel, met een frisse smaak
i	noun	de negende letter van het alfabet
i's	=	i
i'tje	=	i
i'tjes	=	i
i-generatie	noun	groep mensen die geboren is tussen 1990 en 2005 en vertrouwd is geraakt met het internet
i-generaties	=	i-generatie
i-grec	noun	de letter ypsilon
i-grecje	=	i-grec
i-grecs	=	i-grec
i-les	noun	les op de iPad
i-lesje	=	i-les
i-lesjes	=	i-les
i-lessen	=	i-les
ia	intj	geluid van een ezel die balkt
iaat	=	iaën
iade	=	iaën
iaden	=	iaën
ianthiniet	noun	een mineraal met de chemische formule UO₂.5(UO₃) .10(H₂O)
iar	noun	tweede maand van joodse jaar, in april-mei, achtste maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
iatrogeen	adj	door medisch ingrijpen veroorzaakt
iatrogeens	=	iatrogeen
iatrogeenst	=	iatrogeen
iatrogeenste	=	iatrogeen
iatrogene	=	iatrogeen
iatrogener	=	iatrogeen
iatrogenere	=	iatrogeen
iatrogeners	=	iatrogeen
iatrosofen	=	iatrosoof
iatrosofie	noun	een omstreden 'geneeswijze' uitgaande van esoterische inzichten, antroposofie en homeopathie
iatrosoof	noun	iemand die elk ingrijpen van de reguliere geneeskunde afwijst
iaë	=	iaën
iaën	verb	een ezelsgeluid maken
iaënd	=	iaën
iaënde	=	iaën
ib	noun	heffing van de overheid, waarbij inwoners een deel van hun inkomen aan de staat moeten afdragen
ibadanprachtwever	noun	Malimbus ibadanensis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
ibadanprachtwevers	=	ibadanprachtwever
ibadanprachtwevertje	=	ibadanprachtwever
ibadanprachtwevertjes	=	ibadanprachtwever
iban	noun	afkorting van International Bank Account Number, het bankrekeningnummer
ibaniseer	=	ibaniseren
ibaniseerde	=	ibaniseren
ibaniseerden	=	ibaniseren
ibaniseert	=	ibaniseren
ibanisere	=	ibaniseren
ibaniseren	verb	een rekeningnummer omzetten in internationaal IBAN-formaat
ibaniserend	=	ibaniseren
ibaniserende	=	ibaniseren
ibbel	=	iebel
iberadikbekje	noun	Sporophila iberaensis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
iberadikbekjes	=	iberadikbekje
iberisch	adj	betrekking hebbend op het zuidwestelijke schiereiland van Europa waarop Spanje en Portugal liggen
iberische	=	iberisch
iberischer	=	iberisch
iberischere	=	iberisch
iberischers	=	iberisch
iberischt	=	iberisch
iberischtalig	adj	de Iberische taal sprekend
iberischtalige	=	iberischtalig
iberischtaligs	=	iberischtalig
iberischte	=	iberisch
iberiër	noun	een (mannelijke) bewoner van het Iberisch schiereiland, of iemand afkomstig hiervan
iberiërs	=	iberiër
ibidem	adv	aldaar, op dezelfde plaats
ibis	noun	een vogel met een lange gebogen snavel behorend tot de familie Threskiornithidae
ibisje	=	ibis
ibisjes	=	ibis
ibissen	noun	Threskiornithinae een onderfamilie van vogels uit de familie ibissen en lepelaars (Threskiornithidae).
ibissnavel	noun	Ibidorhyncha struthersii een steltloperachtige uit de familie van de ibissnavels (Ibidorhynchidae)
ibissnavels	noun	Ibidorhynchidae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen.
ibissnaveltje	=	ibissnavel
ibissnaveltjes	=	ibissnavel
ibm-computer	noun	elektronisch apparaat voor gegevensverwerking gemaakt door IBM
ibm-computers	=	ibm-computer
ibri	noun	lid van een bepaalde min of meer nomadische bevolking of (lagere) sociale groep, waarmee de Israëlieten worden aangeduid (28×: Gen. 14:13 +, Ex. 2:6 +, Deut. 4:21 +, 1 Sam. 4:6 +, Jer. 34:9 +, Jona 1:9)
ibs	noun	inbewaringstelling
ibs'en	=	ibs
ibuprofen	noun	iso-butyl-propanoic-phenylic acid) is een pijnstillend middel dat behoort tot de groep van niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID's)
ibuprofenpil	noun	tablet met de pijnstiller ibuprofen
ibuprofenpillen	=	ibuprofenpil
ibuprofenpilletje	=	ibuprofenpil
ibuprofenpilletjes	=	ibuprofenpil
ibuprofens	=	ibuprofen
ic	noun	intercity
ic's	=	ic
ic-afdeling	noun	een afdeling in een ziekenhuis waar intensive zorg (intensive care) wordt verleend
ic-afdelingen	=	ic-afdeling
ic-arts	noun	een arts die in een ziekenhuis werkzaam is op de intensive care
ic-artsen	=	ic-arts
ic-artsje	=	ic-arts
ic-artsjes	=	ic-arts
ic-bed	noun	een bed op de intensive care van een ziekenhuis
ic-bedden	=	ic-bed
ic-verpleegkundige	noun	een verpleegkundige die werkzaam is op de intensive care van een ziekenhuis
ic-verpleegkundigen	=	ic-verpleegkundige
icarusblauwtje	noun	Polyommatus icarus een vlinder uit de familie van de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes (Lycaenidae).
icarusblauwtjes	=	icarusblauwtje
icbc	noun	Industrial and Commercial Bank of China. de grootste bank van de wereld
icd	noun	implanteerbare defibrillator
icd's	=	icd
ice-nummer	noun	nummer dat in de contactlijst van een telefoon is opgeslagen en door een hulpverlener kan worden gebeld in een noodsituatie
ice-nummers	=	ice-nummer
icecream	noun	bevroren vloeistof die geschikt is om te eten
icecreams	=	icecream
icetea	noun	frisdrank met de smaak van thee
iceteas	=	icetea
ichthyose	noun	visschubbenziekte
ichtyofaag	noun	een viseter	adj	visetend
ichtyofaagje	=	ichtyofaag
ichtyofaagjes	=	ichtyofaag
ichtyofaags	=	ichtyofaag
ichtyofage	=	ichtyofaag
ichtyofagen	=	ichtyofaag
ichtyofagie	noun	het eten van vissen
ichtyologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de studie van vissen
ichtyosis	noun	huidziekte met schubvorming
icing	noun	eetbare versiering voor taartjes en koekjes
icings	=	icing
icinkje	=	icing
icinkjes	=	icing
ick	noun	vervelende, irritante gewoonte van iemand waarop een beginnende relatie stukloopt
icks	=	ick
icon	noun	icoon
iconen	=	icoon
iconenschilder	noun	kunstenaar die traditionele portretten van heiligen met verf op hout maakt
iconenschilders	=	iconenschilder
iconisch	adj	van een eigenschap dat deze kenmerkend is voor iets of iemand
iconische	=	iconisch
iconischer	=	iconisch
iconischere	=	iconisch
iconischers	=	iconisch
iconoclasme	noun	religieus gemotiveerde vernietiging van de afbeeldingen van vereerde personen
iconoclasmen	=	iconoclasme
iconoclast	noun	beeldenstormer, iemand die uit godsdienstige overtuiging beelden en afbeeldingen van personen vernielt
iconoclasten	=	iconoclast
iconoclastje	=	iconoclast
iconoclastjes	=	iconoclast
iconografie	noun	bestudering en beschrijving van onderwerpen die in de beeldende kunst worden getoond
iconografieën	=	iconografie
iconografisch	adj	betrekking hebbend op de iconografie
iconografische	=	iconografisch
iconografischer	=	iconografisch
iconografischere	=	iconografisch
iconografischers	=	iconografisch
iconologie	noun	leer van de zinnebeelden, achterliggende betekenis die traditioneel aan bepaalde afbeeldingen wordt toegekend
iconologisch	adj	betrekking hebbend op de iconologie
iconologische	=	iconologisch
iconologischer	=	iconologisch
iconologischere	=	iconologisch
iconologischers	=	iconologisch
iconostase	noun	een iconenwand die het altaar van het schip scheidt in de Russisch-orthodoxe kerk
iconostasen	=	iconostase
iconostases	=	iconostase
icons	=	icon
icoon	noun	een heiligenafbeelding zoals deze in de kerken van het oosten vereerd wordt
icoontje	=	icoon
icoontjes	=	icoon
icosaëder	noun	regelmatig twintigvlak
icosaëders	=	icosaëder
icosaëdertje	=	icosaëder
icosaëdertjes	=	icosaëder
icsibehandeling	noun	is een medische vruchtbaarheidsbehandeling die wordt toegepast als zwanger worden op de natuurlijke manier niet lukt, vaak vanwege een ernstig verminderde zaadkwaliteit.
icsibehandelingen	=	icsibehandeling
icsibehandelingetje	=	icsibehandeling
icsibehandelingetjes	=	icsibehandeling
ict	noun	de technologie die zich richt op het digitaal exploiteren van gegevens
ict'er	noun	iemand die werkt in de ICT
ict'ers	=	ict'er
ict-afdeling	noun	afdeling in een bedrijf verantwoordelijk voor de ICT
ict-afdelingen	=	ict-afdeling
ict-basis	noun	minimale kennis en vaardigheden die nodig zijn om digitale technologieën, zoals computers, smartphones en internet, te kunnen gebruiken
ict-bedrijf	noun	bedrijf met activiteiten in de ICT
ict-bedrijfje	=	ict-bedrijf
ict-bedrijfjes	=	ict-bedrijf
ict-bedrijven	=	ict-bedrijf
ict-beheerder	noun	beheerder van ICT-projekten, iemand die zich met ICT-beheer bezighoudt
ict-beheerders	=	ict-beheerder
ict-beleid	noun	beleid t.a.v. de ICT
ict-branche	noun	de bedrijfstak van de ICT, een vakgebied dat zich bezighoudt met informatiesystemen, telecommunicatie en computers
ict-branches	=	ict-branche
ict-coördinator	noun	coördinator t.a.v. de ICT-activiteiten
ict-coördinatoren	=	ict-coördinator
ict-coördinators	=	ict-coördinator
ict-deskundige	noun	deskundige op het gebied van de ICT
ict-deskundigen	=	ict-deskundige
ict-infrastructuren	=	ict-infrastructuur
ict-infrastructuur	noun	infrastructuur van de ICT, het geheel van ICT-voorzieningen dat nodig is om een land, bedrijf of instelling, te ondersteunen bij een reeks van bedrijfskundige processen zoals financiën, logistiek, planning, verslaglegging, rapportages en communicatie
ict-kennis	noun	kennis op het gebied van de ICT
ict-manager	noun	manager van ICT-activiteiten
ict-managers	=	ict-manager
ict-medewerker	noun	medewerker op ICT-gebied
ict-medewerkers	=	ict-medewerker
ict-onderwijs	noun	onderwijs in de ICT
ict-opleiding	noun	een onderwijstraject (MBO, HBO of WO) dat opleidt tot specialist in informatie- en communicatietechnologie.
ict-opleidingen	=	ict-opleiding
ict-opleidinkje	=	ict-opleiding
ict-opleidinkjes	=	ict-opleiding
ict-professional	noun	iemand met ICT als beroep
ict-professionals	=	ict-professional
ict-project	noun	project in de informatica
ict-projecten	=	ict-project
ict-projectje	=	ict-project
ict-projectjes	=	ict-project
ict-sector	noun	alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van informatietechnologie
ict-sectoren	=	ict-sector
ict-sectors	=	ict-sector
ict-vaardigheden	=	ict-vaardigheid
ict-vaardigheid	noun	vaardigheid m.b.t. de ICT
icterus	noun	geelzucht
id	noun	meest oorspronkelijke deel van iemands onderbewustzijn
id'er	noun	aanhanger van de pseudowetenschappelijke opvatting die stelt dat bepaalde kenmerken van het universum en het leven het best kunnen worden verklaard als het werk van een (bovennatuurlijke) intelligente "ontwerper"
id'ers	=	id'er
id's	=	id
id-baan	noun|obsolete	gesubsidieerde arbeidsplaats (tot 2004)
id-banen	=	id-baan
id-bewijs	noun	een middel om aan te tonen wie je bent
id-bewijsje	=	id-bewijs
id-bewijsjes	=	id-bewijs
id-bewijzen	=	id-bewijs
id-kaart	noun	document waarmee iemand kan laten zien hoe hij als uniek persoon door een autoriteit is geregistreerd
id-kaarten	=	id-kaart
idahokruisbek	noun	Loxia sinesciuris een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
idahokruisbekje	=	idahokruisbek
idahokruisbekjes	=	idahokruisbek
idahokruisbekken	=	idahokruisbek
idd	intj	bevestiging dat iets het geval is
ideaal	noun	iets wat men zich voorstelt als het hoogste en dat men wil verwezenlijken	adj	zo gunstig als mogelijk
ideaalbeeld	noun	de gedachte dat iemand helemaal perfect is
ideaalbeelden	=	ideaalbeeld
ideaalbeeldje	=	ideaalbeeld
ideaalbeeldjes	=	ideaalbeeld
ideaalloos	adj	zonder idealen, zonder passie
ideaalloost	=	ideaalloos
ideaallooste	=	ideaalloos
ideaalloze	=	ideaalloos
ideaallozer	=	ideaalloos
ideaallozere	=	ideaalloos
ideaallozers	=	ideaalloos
ideaals	=	ideaal
ideaalst	=	ideaal
ideaalste	=	ideaal
ideaaltje	=	ideaal
ideaaltjes	=	ideaal
ideaaltypisch	adj	een theoretisch, geconstrueerd model (niet-empirisch) dat de meest essentiële kenmerken van een maatschappelijk of historisch verschijnsel overdrijft om de werkelijkheid beter te begrijpen en te analyseren
ideaaltypische	=	ideaaltypisch
ideaaltypischer	=	ideaaltypisch
ideaaltypischere	=	ideaaltypisch
ideaaltypischers	=	ideaaltypisch
ideale	=	ideaal
idealen	=	ideaal
idealer	=	ideaal
idealere	=	ideaal
idealers	=	ideaal
idealisatie	noun	het idealiseren
idealisaties	=	idealisatie
idealiseer	=	idealiseren
idealiseerde	=	idealiseren
idealiseerden	=	idealiseren
idealiseert	=	idealiseren
idealisere	=	idealiseren
idealiseren	verb	iets gunstiger of zelfs als ideaal beoordelen
idealiserend	=	idealiseren
idealiserende	=	idealiseren
idealisering	noun	te goede en perfecte voorstelling van iets of iemand
idealiseringen	=	idealisering
idealisme	noun	streven naar een betere wereld
idealismes	=	idealisme
idealismetje	=	idealisme
idealismus	=	idealisme
idealist	noun	iemand die idealen nastreeft
idealiste	noun	vrouw die met veel overtuiging idealen nastreeft
idealisten	=	idealist
idealistes	=	idealiste
idealistetje	=	idealiste
idealistetjes	=	idealiste
idealistisch	adj	als je idealen hebt
idealistische	=	idealistisch
idealistischer	=	idealistisch
idealistischere	=	idealistisch
idealistischers	=	idealistisch
idealistischt	=	idealistisch
idealistischte	=	idealistisch
idealistje	=	idealist
idealistjes	=	idealist
idealiteit	noun	de volmaaktheid, de hoedanigheid van ideaal te zijn
idealiteiten	=	idealiteit
idealiteitje	=	idealiteit
idealiteitjes	=	idealiteit
idealiter	adv|formal	in het ideale geval
ideatie	noun	bewustwording en ontwikkeling van een abstract denkbeeld
ideaties	=	ideatie
idee	noun	gedachte, plan
idee-fixe	noun	een gedachte, angst of gevoel waardoor iemand volledig beheerst wordt en dat iemand niet van zich af kan zetten
idee-fixen	=	idee-fixe
ideeloos	adj	zonder achterliggende gedachte, zonder principe dat eraan ten grondslag ligt
ideeloze	=	ideeloos
ideetje	=	idee
ideetjes	=	idee
ideeëloos	adj	niet in staat op een nieuw idee te komen
ideeëloost	=	ideeëloos
ideeëlooste	=	ideeëloos
ideeëloze	=	ideeëloos
ideeëlozer	=	ideeëloos
ideeëlozere	=	ideeëloos
ideeëlozers	=	ideeëloos
ideeën	=	idee
ideeënboek	noun	boek vol met ideeën
ideeënboeken	=	ideeënboek
ideeënboekje	=	ideeënboek
ideeënboekjes	=	ideeënboek
ideeënbus	noun	een plaats waar men in een organisatie nieuwe ideeën kan inbrengen
ideeënbussen	=	ideeënbus
ideeëngeschiedenis	noun	de uitdrukking, bewaring en verandering van menselijke ideeën in de loop der tijden
ideeëngeschiedenissen	=	ideeëngeschiedenis
ideeëngoed	noun	de gedachten die iemand heeft
ideeënlieden	=	ideeënman
ideeënloos	=	ideeëloos
ideeënloost	adj	ideeënloost # verouderde spelling of vorm van ideeëloost tot 2006
ideeënlooste	adj	ideeënlooste # verouderde spelling of vorm van ideeëlooste tot 2006
ideeënloze	adj	ideeënloze # verouderde spelling of vorm van ideeëloze tot 2006
ideeënlozer	adj	ideeënlozer # verouderde spelling of vorm van ideeëlozer tot 2006
ideeënlozere	adj	ideeënlozere # verouderde spelling of vorm van ideeëlozere tot 2006
ideeënlozers	adj	ideeënlozers # verouderde spelling of vorm van ideeëlozers tot 2006
ideeënlui	=	ideeënman
ideeënman	noun	iemand met aansprekende plannen of opvattingen, maar minder in staat om ze te verwezenlijken
ideeënmannen	=	ideeënman
ideeënmannetje	=	ideeënman
ideeënmannetjes	=	ideeënman
ideeënroman	noun	roman die vooral uiting geeft aan een visie over mens en maatschappij
ideeënromannetje	=	ideeënroman
ideeënromannetjes	=	ideeënroman
ideeënromans	=	ideeënroman
ideeënstrijd	noun	strijd over het gedachtegoed binnen een politieke partij, een belangengroep etc.
ideeënstrijden	=	ideeënstrijd
ideeënwereld	noun	het geheel van gedachten, meningen, opvattingen, ideeën van een persoon of groep
ideeënwerelden	=	ideeënwereld
ideeënwereldje	=	ideeënwereld
ideeënwereldjes	=	ideeënwereld
idem	adv	dezelfde, hetzelfde, net zo, gebruikt om aan te geven dat een eerdere uitspraak hier opnieuw van toepassing is
identiek	adj	volledig hetzelfde, van dezelfde oorsprong
identieke	=	identiek
identieker	=	identiek
identiekere	=	identiek
identiekers	=	identiek
identieks	=	identiek
identiekst	=	identiek
identiekste	=	identiek
identificatie	noun	vaststelling identiteit
identificatiebewijs	noun	document waarmee men kan aangeven wie men is
identificatiebewijsje	=	identificatiebewijs
identificatiebewijsjes	=	identificatiebewijs
identificatiebewijzen	=	identificatiebewijs
identificatiemiddel	noun	methode waarmee personen kunnen aantonen wie men is
identificatiemiddelen	=	identificatiemiddel
identificatienummer	noun	een nummer waarmee men geïdentificeerd wordt
identificatienummers	=	identificatienummer
identificatienummertje	=	identificatienummer
identificatienummertjes	=	identificatienummer
identificatieplicht	noun	de verplichting zich te kunnen identificeren wat in veel landen nodig is boven een bepaalde leeftijd
identificatieplichten	=	identificatieplicht
identificatieproces	noun	serie handelingen waarbij men de naam van een onbekend persoon of voorwerp bepaalt
identificatieprocessen	=	identificatieproces
identificaties	=	identificatie
identificatiesysteem	noun	samenhangend geheel van methoden en technieken waardoor men kan bepalen wie iemand is
identificatiesystemen	=	identificatiesysteem
identificatieteam	noun	groep specialisten die achterhalen wat de naam is van een onbekend persoon of de resten van een onbekend persoon
identificatieteams	=	identificatieteam
identificeer	=	identificeren
identificeerbaar	adj	kunnen bepalen wie of wat iets of iemand is
identificeerbaarder	=	identificeerbaar
identificeerbaardere	=	identificeerbaar
identificeerbaarders	=	identificeerbaar
identificeerbaars	=	identificeerbaar
identificeerbaarst	=	identificeerbaar
identificeerbaarste	=	identificeerbaar
identificeerbare	=	identificeerbaar
identificeerde	=	identificeren
identificeerden	=	identificeren
identificeert	=	identificeren
identificere	=	identificeren
identificeren	verb	de identiteit van iets vaststellen
identificerend	=	identificeren
identificerende	=	identificeren
identisch	adj	gelijk of gelijkwaardig
identische	=	identisch
identischer	=	identisch
identischere	=	identisch
identischers	=	identisch
identiteit	noun	geheel van eigenschappen dat je onderscheidt van anderen en bepaalt wie je bent
identiteiten	=	identiteit
identiteitje	=	identiteit
identiteitjes	=	identiteit
identiteitloos	adj	zonder identiteit, anoniem
identiteitloost	=	identiteitloos
identiteitlooste	=	identiteitloos
identiteitloze	=	identiteitloos
identiteitlozer	=	identiteitloos
identiteitlozere	=	identiteitloos
identiteitlozers	=	identiteitloos
identiteits-chip	noun	een chip die wordt gebruikt voor het registreren van de identiteit van een individu
identiteits-chipje	=	identiteits-chip
identiteits-chipjes	=	identiteits-chip
identiteits-chips	=	identiteitschip
identiteitsbewijs	noun	een document waaruit de identiteit van iemand blijkt
identiteitsbewijsje	=	identiteitsbewijs
identiteitsbewijsjes	=	identiteitsbewijs
identiteitsbewijzen	=	identiteitsbewijs
identiteitschip	noun	electronica op een klein stukje halfgeleiderkristal gebruikt om snel en betrouwbaar vast te stellen wie je bent
identiteitschipje	=	identiteitschip
identiteitschipjes	=	identiteitschip
identiteitschips	=	identiteitschip
identiteitsconstructie	noun	een zinsconstructie met dit, dat of het, gevolgd door het koppelwerkwoord zijn, en vervolgens het naamwoordelijke deel van het gezegde waar dit, dat of het naar verwijst
identiteitscontrole	noun	het nagaan wie iemand in juridische zin is; het vaststellen van de identiteit van een persoon
identiteitscontroles	=	identiteitscontrole
identiteitscrises	=	identiteitscrisis
identiteitscrisis	noun	toestand van onzekerheid omtrent de eigen identiteit
identiteitscrisisje	=	identiteitscrisis
identiteitscrisisjes	=	identiteitscrisis
identiteitscrisissen	=	identiteitscrisis
identiteitsdiefstal	noun	diefstal van persoonsgegevens (zonder dat er misbruik van gemaakt is)
identiteitsdiefstallen	=	identiteitsdiefstal
identiteitsdocument	noun	document waarmee men kan aantonen wie men is
identiteitsdocumenten	=	identiteitsdocument
identiteitsfraude	noun	fraude waarbij iemand op slinkse manier persoonlijke gegevens verwerft van iemand anders (identiteitsdiefstal) om zich dan voor te doen als deze persoon
identiteitsfraudes	=	identiteitsfraude
identiteitsgegeven	noun	een stukje informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon
identiteitsgegevens	=	identiteitsgegeven
identiteitskaart	noun	een identiteitsbewijs dat op een kaart gedrukt is
identiteitskaarten	=	identiteitskaart
identiteitskaartje	=	identiteitskaart
identiteitskaartjes	=	identiteitskaart
identiteitsloos	adj	zonder identiteit, anoniem
identiteitsloost	=	identiteitsloos
identiteitslooste	=	identiteitsloos
identiteitsloze	=	identiteitsloos
identiteitslozer	=	identiteitsloos
identiteitslozere	=	identiteitsloos
identiteitslozers	=	identiteitsloos
identiteitspapier	noun	een papier of bewijs waarmee iemand kan aantonen wie hij of zij is
identiteitspapieren	=	identiteitspapier
identiteitsplaatje	noun	op lichaam of kleding gedragen metalen schijfje met ingeponste tekst waardoor men kan vaststellen wie iemand is of was
identiteitsplaatjes	=	identiteitsplaatje
identiteitspolitiek	noun	nastreven van beleid waarin het behoren tot een specifieke achtergestelde groep maatgevend is Het gaat meestal om het behoren tot één of meer soms zelf-gedefinieerde groepen die vanwege etniciteit, gender, geslacht of geaardheid gemarginaliseerde zijn.
identiteitspolitieke	=	identiteitspolitiek
identiteitspolitieks	=	identiteitspolitiek
identiteitsprobleem	noun	niet goed (meer) weten wie jezelf bent en wat je onderscheidt van anderen
identiteitsprobleempje	=	identiteitsprobleem
identiteitsprobleempjes	=	identiteitsprobleem
identiteitsproblemen	=	identiteitsprobleem
identiteitsroof	noun	het roven van iemands identiteit
identiteitsroven	=	identiteitsroof
identiteitstheorie	noun	de aanname dat mentale verschijnselen gelijk zijn aan fysieke verschijnselen, ofwel dat de geest niets anders is dan een hersenproces
identiteitstheorietje	=	identiteitstheorie
identiteitstheorietjes	=	identiteitstheorie
identiteitstheorieën	=	identiteitstheorie
identiteitsvorming	noun	ontwikkeling van een eigen karakter en persoonlijkheid
identiteitsvormingen	=	identiteitsvorming
ideofonen	=	ideofoon
ideofoon	noun	een woordsoort van woorden die de associatie met een klank, kleur, gevoel, smaak of andere gewaarwoording oproepen
ideogram	noun	een grafisch teken dat een voorwerp symboliseert
ideogrammen	=	ideogram
ideogrammetje	=	ideogram
ideogrammetjes	=	ideogram
ideogramstreep	noun	een determinatief in de vorm van een vertikale streep die aanduidt dat de hiëroglief waaraan het toegevoegd wordt als ideogram geïnterpreteerd moet worden
ideogramstreepje	=	ideogramstreep
ideogramstreepjes	=	ideogramstreep
ideogramstrepen	=	ideogramstreep
ideologen	=	ideoloog
ideologie	noun	het geheel van ideeën dat ten grondslag ligt aan een wijsgerig stelsel, m.b.t. hun maatschappelijke of politieke strekking
ideologieloos	adj	zonder ideologie, zonder levensbeschouwing
ideologieloost	=	ideologieloos
ideologielooste	=	ideologieloos
ideologieloze	=	ideologieloos
ideologielozer	=	ideologieloos
ideologielozere	=	ideologieloos
ideologielozers	=	ideologieloos
ideologietje	=	ideologie
ideologietjes	=	ideologie
ideologieën	=	ideologie
ideologisch	adj	van, betreffend of volgens een ideologie
ideologische	=	ideologisch
ideologischer	=	ideologisch
ideologischere	=	ideologisch
ideologischers	=	ideologisch
ideoloog	noun	iemand die een ideologie opstelt
ideoloogje	=	ideoloog
ideoloogjes	=	ideoloog
ideoplastisch	adj	steunend op het vormgeven van een idee
ideoplastische	=	ideoplastisch
ideëel	adj	denkbeeldig, niet reëel
ideëels	=	ideëel
ideëelst	=	ideëel
ideëelste	=	ideëel
ideële	=	ideëel
ideëler	=	ideëel
ideëlere	=	ideëel
ideëlers	=	ideëel
idiofonen	=	idiofoon
idiofoon	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die toon/geluid voortbrengen door het trillen van het materiaal
idiofoontje	=	idiofoon
idiolect	noun	het taalgebruik van één individu
idiolecten	=	idiolect
idiolectje	=	idiolect
idiomatisch	adj	het idioom betreffend
idiomatische	=	idiomatisch
idiomatischer	=	idiomatisch
idiomatischere	=	idiomatisch
idiomatischers	=	idiomatisch
idiomen	=	idioom
idiomusculair	adj	een bepaalde spier betreffend
idiomusculaire	=	idiomusculair
idiomusculairs	=	idiomusculair
idioom	noun	een bijzondere uitdrukking in een bepaalde taal die samengesteld is door eigenaardig taalgebruik
idioompje	=	idioom
idioompjes	=	idioom
idioot	noun	iemand die zwakzinnig is in de hoogste graad	adj	zwakzinnig in de hoogste graad
idiootje	=	idioot
idiootjes	=	idioot
idioots	=	idioot
idiootst	=	idioot
idiootste	=	idioot
idiopathisch	adj	van onbekende oorzaak
idiopathische	=	idiopathisch
idiopathischer	=	idiopathisch
idiopathischere	=	idiopathisch
idiopathischers	=	idiopathisch
idiosyncrasie	noun	aangeboren overgevoeligheid voor bepaalde voedings- en geneesmiddelen
idiosyncrasietje	=	idiosyncrasie
idiosyncrasieën	=	idiosyncrasie
idiosyncratisch	adj	met heel individuele, eigen kenmerken
idiosyncratische	=	idiosyncratisch
idiosyncratischer	=	idiosyncratisch
idiosyncratischere	=	idiosyncratisch
idiosyncratischers	=	idiosyncratisch
idiosyncratischt	=	idiosyncratisch
idiosyncratischte	=	idiosyncratisch
idiote	=	idioot
idioten	=	idioot
idioter	=	idioot
idiotere	=	idioot
idioterie	noun	volstrekte dwaasheid
idioterietje	=	idioterie
idioterietjes	=	idioterie
idioterieën	=	idioterie
idioters	=	idioot
idiotica	=	idioticon
idioticon	noun	woordenboek van een dialect
idioticonnetje	=	idioticon
idioticonnetjes	=	idioticon
idioticons	=	idioticon
idiotie	noun	complete waanzin
idiotieën	=	idiotie
idiotisme	noun	hoogste graad van zwakzinnigheid
idiotismen	=	idiotisme
idioventriculair	adj	de hartkamers betreffend
idioventriculaire	=	idioventriculair
idioventriculairs	=	idioventriculair
idist	noun	spreker van het Ido
idiste	noun	vrouwelijke vorm van idist
idisten	=	idist
idistes	=	idiste
idolaat	adj	iets heel erg goed vindend maar dat veel te emotioneel uitend en belevend
idolaats	=	idolaat
idolaatst	=	idolaat
idolaatste	=	idolaat
idolate	=	idolaat
idolater	=	idolaat
idolatere	=	idolaat
idolaters	=	idolaat
idolatrie	noun	beeldendienst, afgoderij
idolatrieën	=	idolatrie
idolen	=	idool
idoliseer	=	idoliseren
idoliseerde	=	idoliseren
idoliseerden	=	idoliseren
idoliseert	=	idoliseren
idolisere	=	idoliseren
idoliseren	verb	buitensporig vereren
idoliserend	=	idoliseren
idoliserende	=	idoliseren
idolisering	noun	buitensporige bewondering
idolopeia	noun	stijlfiguur waarbij mensen die zijn overleden sprekend worden opgevoerd.
idool	noun	een persoon die verheerlijkt wordt.
idooltje	=	idool
idooltjes	=	idool
idotalig	adj	Ido sprekend
idotalige	=	idotalig
idotaligs	=	idotalig
idylle	noun	een genre gedichten, korte verhalen en schilderijen, waarin eenvoudige, onschuldige mensen figureren, die harmonisch leven in een vredige, natuurlijke omgeving
idyllen	=	idylle
idylles	=	idylle
idylletje	=	idylle
idyllisch	adj	bekoorlijk door landelijke eenvoud en liefelijkheid
idyllische	=	idyllisch
idyllischer	=	idyllisch
idyllischere	=	idyllisch
idyllischers	=	idyllisch
idyllischt	=	idyllisch
idyllischte	=	idyllisch
ie	pron	clitische vorm van de 3e persoon enkelvoud mannelijk nominatief.
iebel	adj	naar, misselijk
iebele	=	iebel
iebeler	=	iebel
iebelere	=	iebel
iebelers	=	iebel
iebelig	adj	licht geërgerd of enigszins geprikkeld
iebelige	=	iebelig
iebeliger	=	iebelig
iebeligere	=	iebelig
iebeligers	=	iebelig
iebeligs	=	iebelig
iebeligst	=	iebelig
iebeligste	=	iebelig
iebels	=	iebel
iebelst	=	iebel
iebelste	=	iebel
ieder	pron	elk, alle afzonderlijk
iedere	pron	verbogen vorm van ieder
iedereen	pron	elke persoon
iedereens	=	iedereen
ieders	pron	genitief van ieder, wordt in bezittelijke zin gebruikt
iegelijk	pron	ieder, elk
iegelijke	=	iegelijk
ieks	intj	uitroep van schrik, oorspronkelijk vooral gebruikt in stripverhalen rond Donald Duck
iel	adj	heel fijntjes
iele	=	iel
ieler	=	iel
ielere	=	iel
ielers	=	iel
iels	=	iel
ielst	=	iel
ielste	=	iel
iemand	pron	een bepaald persoon
iemanden	=	iemand
iemands	pron	genitief van iemand
iemker	noun	iemand die bijen houdt voor het verkrijgen van honing
iemkeren	=	imkeren
iemkerij	=	imkerij
iemkers	=	iemker
iemkertje	=	iemker
iep	noun	een geslacht Ulmus van loofbomen, met veernervige bladeren en een gezaagde of dubbelgezaagde bladrand
iep-grasluis	noun	Tetraneura ulmi (syn.
iep-grasluisje	=	iep-grasluis
iep-grasluisjes	=	iep-grasluis
iep-grasluizen	=	iep-grasluis
iepen	adj	van iepenhout vervaardigd
iepenballonnetje	noun	Amphisphaeria umbrina een schimmel behorend tot de familie Amphisphaeriaceae.
iepenballonnetjes	=	iepenballonnetje
iepenbladrandmineermot	noun	Stigmella lemniscella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
iepenbladrandmineermotje	=	iepenbladrandmineermot
iepenbladrandmineermotjes	=	iepenbladrandmineermot
iepenbladrandmineermotten	=	iepenbladrandmineermot
iepenbladroller	noun	Acleris kochiella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
iepenbladrollers	=	iepenbladroller
iepenbladrollertje	=	iepenbladroller
iepenbladrollertjes	=	iepenbladroller
iepenbuisjeszwam	noun	Rigidoporus ulmarius een schimmel uit de familie Meripilaceae.
iepenbuisjeszwammen	=	iepenbuisjeszwam
iepenbuisjeszwammetje	=	iepenbuisjeszwam
iepenbuisjeszwammetjes	=	iepenbuisjeszwam
iepenfamilie	noun	een familie Ulmaceae van bomen.
iepenfamilietje	=	iepenfamilie
iepenfamilietjes	=	iepenfamilie
iepengouduil	noun	Xanthia gilvago een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
iepengouduilen	=	iepengouduil
iepengouduiltje	=	iepengouduil
iepengouduiltjes	=	iepengouduil
iepenhaantje	noun	Xanthogaleruca luteola een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
iepenhaantjes	=	iepenhaantje
iepenholtekussentje	noun	Dothidella ulmi een schimmel behorend tot de Didymellaceae.
iepenholtekussentjes	=	iepenholtekussentje
iepenhout	noun	hout van een iepenboom
iepenknobbelmijt	noun	Aceria campestricola een mijt in de familie Eriophyidae.
iepenknobbelmijten	=	iepenknobbelmijt
iepenknobbelmijtje	=	iepenknobbelmijt
iepenknobbelmijtjes	=	iepenknobbelmijt
iepenknoopjeskorst	noun	Bacidia rubella een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
iepenknoopjeskorsten	=	iepenknoopjeskorst
iepenknoopjeskorstje	=	iepenknoopjeskorst
iepenknoopjeskorstjes	=	iepenknoopjeskorst
iepenkokermot	noun	Coleophora badiipennella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
iepenkokermotje	=	iepenkokermot
iepenkokermotjes	=	iepenkokermot
iepenkokermotten	=	iepenkokermot
iepenkraterkorst	noun	Caloplaca ulcerosa een korstmos van het geslacht Caloplaca uit de familie Teloschistaceae.
iepenkraterkorsten	=	iepenkraterkorst
iepenkraterkorstje	=	iepenkraterkorst
iepenkraterkorstjes	=	iepenkraterkorst
iepenkruikje	noun	Splanchnonema foedans een paddenstoel uit de familie Pleomassariaceae.
iepenkruikjes	=	iepenkruikje
iepenmineermot	noun	Stigmella ulmivora een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
iepenmineermotje	=	iepenmineermot
iepenmineermotjes	=	iepenmineermot
iepenmineermotten	=	iepenmineermot
iepenmineerwesp	noun	Fenusa ulmi een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
iepenmineerwespen	=	iepenmineerwesp
iepenmineerwespje	=	iepenmineerwesp
iepenmineerwespjes	=	iepenmineerwesp
iepenmos	noun	een geslacht Zygodon van topkapselmossen uit de haarmutsfamilie (Orthotrichaceae).
iepenmosje	=	iepenmos
iepenmosjes	=	iepenmos
iepenmossen	=	iepenmos
iepennerfgalmug	noun	Janetiella lemeei een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
iepennerfgalmuggen	=	iepennerfgalmug
iepennerfgalmuggetjes	=	iepennerfgalmug
iepennerfgalmugje	=	iepennerfgalmug
iepenpage	noun	Satyrium w-album een vlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
iepenpages	=	iepenpage
iepenridderwants	noun	Arocatus melanocephalus een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae)
iepenridderwantsen	=	iepenridderwants
iepenridderwantsje	=	iepenridderwants
iepenridderwantsjes	=	iepenridderwants
iepenschaduwplatvoetje	noun	Platycheirus splendidus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
iepenschaduwplatvoetjes	=	iepenschaduwplatvoetje
iepenspikkel	noun	een korstmos Swinscowia affinis uit de familie Strigulaceae.
iepenspikkels	=	iepenspikkel
iepenspikkeltje	=	iepenspikkel
iepenspikkeltjes	=	iepenspikkel
iepenspintkever	noun	bepaald soort tor, Scolytus scolytus, die een belangrijke rol speelt in de verspreiding van iepziekte
iepenspintkevers	=	iepenspintkever
iepentakvlinder	noun	Ennomos autumnaria een nachtvlinder uit de familie van de Geometridae, de spanners.
iepentakvlinders	=	iepentakvlinder
iepentakvlindertje	=	iepentakvlinder
iepentakvlindertjes	=	iepentakvlinder
iepenuil	noun	Cosmia diffinis een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
iepenuilen	=	iepenuil
iepenuiltje	=	iepenuil
iepenuiltjes	=	iepenuil
iepenvlekgalmug	noun	Physemocecis ulmi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
iepenvlekgalmuggen	=	iepenvlekgalmug
iepenvlekgalmuggetjes	=	iepenvlekgalmug
iepenvlekgalmugje	=	iepenvlekgalmug
iepenziekte	noun	schimmelziekte die het geslacht iep en zelkova aantast
iepenziekten	=	iepenziekte
iepenziektes	=	iepenziekte
iepenzigzagbladwesp	noun	Aproceros leucopoda een vliesvleugelig insect uit de familie argusbladwespen (Argidae).
iepenzigzagbladwespen	=	iepenzigzagbladwesp
iepenzigzagbladwespje	=	iepenzigzagbladwesp
iepenzigzagbladwespjes	=	iepenzigzagbladwesp
iepenzonnetje	noun	Cerothallia luteoalba een korstmossoort uit de familie Teloschistaceae.
iepenzonnetjes	=	iepenzonnetje
iepje	=	iep
iepjes	=	iep
iepziekte	noun	schimmelziekte die het geslacht iep en zelkova aantast
iepziekten	=	iepziekte
iepziektes	=	iepziekte
ier	noun	jachthond van een bepaald uit Ierland afkomstig ras
ieren	=	ier
iers	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Ierland
ierse	noun	een vrouwelijke inwoner van Ierland, of een vrouw afkomstig uit Ierland
iersen	=	ierse
ierser	=	iers
iersere	=	iers
iersers	=	iers
ierst	=	iers
ierstalig	adj	de Ierse taal sprekend
ierstalige	=	ierstalig
ierstaligs	=	ierstalig
ierste	=	iers
iertje	=	ier
iesj	noun	man
iesja	noun	vrouw
iesje	noun	vrouw
iesjes	=	iesje
iet	pron	iets: een onbepaalde of niet-gespecificeerde, stoffelijke of onstoffelijke zaak; een ongenoemd voorwerp
iets	adv	een beetje, enigszins	pron	een onbepaalde of niet-gespecificeerde, stoffelijke of onstoffelijke zaak; een ongenoemd voorwerp
ietsepietsie	noun	heel klein beetje
ietsepietsje	noun	heel klein beetje
ietsiepietsie	noun	een heel klein beetje
ietsisme	noun	overtuiging dat er iets hogers is (dat zin geeft aan het menselijk bestaan) zonder evenwel een officiële religie aan te hangen
ietsismen	=	ietsisme
ietsistisch	adj	betreft de overtuiging dat er 'iets' van een hogere macht, onbenoembare kracht of spiritualiteit tussen hemel en aarde bestaat, zonder dit concreet in te vullen als een god of religieus dogma
ietsistische	=	ietsistisch
ietsistischer	=	ietsistisch
ietsistischere	=	ietsistisch
ietsistischers	=	ietsistisch
ietsje	adv	een (klein) beetje
ietsjes	adv|informal	een beetje, enigszins
ietwat	adv	in bescheiden mate
ieveranst	adv	Zuid-Nederlands voor ergens
ievers	adv|obsolete	ergens
iezegrim	noun	iemand die neigt tot mopperen
iezegrimmen	=	iezegrim
iezegrimmetje	=	iezegrim
iezegrimmetjes	=	iezegrim
iezegrimmig	adj	griezelig, grimmig
iezegrimmige	=	iezegrimmig
iezegrimmiger	=	iezegrimmig
iezegrimmigere	=	iezegrimmig
iezegrimmigers	=	iezegrimmig
iezegrimmigs	=	iezegrimmig
iezegrimmigst	=	iezegrimmig
iezegrimmigste	=	iezegrimmig
iezegrims	=	iezegrim
ifosfamide	noun	alkylerend oncolyticum, structureel verwant met cyclofosfamide
ifrita's	noun	Ifritidae een familie van zangvogels.
iftar	noun	maaltijd die gedurende de vastenmaand ramadan door moslims genuttigd wordt direct na zonsondergang
iftarmaaltijd	noun	het avondmaal waarmee moslims tijdens de ramadan direct na zonsondergang het vasten verbreken
iftarmaaltijden	=	iftarmaaltijd
iftars	=	iftar
igbo	noun	iemand die behoort tot het gelijknamige volk in Nigeria
igbos	=	igbo
igbotalig	adj	Igbo sprekend
igbotalige	=	igbotalig
igbotaligs	=	igbotalig
igeret	noun	herderlijk schrijven, essay
iglo	noun	een traditionele, meestal ronde behuizing van de Inuit die vervaardigd is van stevige sneeuwblokken
iglo's	=	iglo
iglootje	=	iglo
iglootjes	=	iglo
ignorant	adj	niet op de hoogte zijnd, onwetend
ignorante	=	ignorant
ignoranter	=	ignorant
ignorantere	=	ignorant
ignoranters	=	ignorant
ignorantie	noun	onwetendheid
ignorants	=	ignorant
ignorantst	=	ignorant
ignorantste	=	ignorant
ignoreer	=	ignoreren
ignoreerde	=	ignoreren
ignoreerden	=	ignoreren
ignoreert	=	ignoreren
ignorere	=	ignoreren
ignoreren	verb	geen aandacht aan iets of iemand besteden
ignorerend	=	ignoreren
ignorerende	=	ignoreren
igrot	=	igeret
iguanodon	noun	Iguanodon een geslacht van uitgestorven plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de groep van de Euornithopoda, die tijdens het Vroeg-Krijt leefden in het gebied van het huidige Europa
iguanodonnetje	=	iguanodon
iguanodonnetjes	=	iguanodon
iguanodonten	=	iguanodon
ii	=	twee
iig	adv	in ieder geval: wat er ook gebeurt
iii	=	drie
iiwi	noun	Drepanis coccinea een vogel uit het geslacht Drepanis in de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
iiwi's	=	iiwi
iiwietje	=	iiwi
iiwietjes	=	iiwi
ij	noun	speciale klinker in het Nederlands
ij's	=	ij
ij'tje	=	ij
ij'tjes	=	ij
ijaw	noun	lid van een inheems volk dat leeft in Zuid-Nigeria
ijaws	=	ijaw
ijdel	adj	vol van zelfbewondering, een te hoge dunk hebbend van het eigen voorkomen en/of de eigen bekwaamheden
ijdele	=	ijdel
ijdeler	=	ijdel
ijdelere	=	ijdel
ijdelers	=	ijdel
ijdelheden	=	ijdelheid
ijdelheid	noun	het zich toeleggen op betekenisloze uiterlijkheden
ijdelheidje	=	ijdelheid
ijdelheidjes	=	ijdelheid
ijdellijk	adv	zonder goede reden
ijdels	=	ijdel
ijdelst	=	ijdel
ijdelste	=	ijdel
ijdeltuit	noun	iemand met te veel aandacht en waardering voor het eigen uiterlijk
ijdeltuiten	=	ijdeltuit
ijdeltuiterij	noun	het zichzelf mooier voordoen dan men eigenlijk is; zich bezighouden met nodeloze opschik
ijdeltuiterijen	=	ijdeltuiterij
ijdeltuitje	=	ijdeltuit
ijdeltuitjes	=	ijdeltuit
ijk	noun	merkteken dat bij het ijken wordt aangebracht
ijkboson	noun	een boson dat fungeert als drager van een van de fundamentele natuurkrachten
ijkbosonen	=	ijkboson
ijkbosonnetje	=	ijkboson
ijke	=	ijken
ijken	verb	door meting van bekende standaarden de meting met een instrument op een juiste schaal brengen
ijkend	=	ijken
ijkende	=	ijken
ijker	noun	iemand die controleert of een meetinstrument de goede waarde aangeeft
ijkers	=	ijker
ijking	noun	controleren of meetapparatuur de juiste waarde aangeeft aan de hand van een wettelijke standaard
ijkingen	=	ijking
ijkinkje	=	ijking
ijkinkjes	=	ijking
ijkje	=	ijk
ijkmaat	noun	een standaardmaat waaraan men andere zaken afmeet
ijkmaten	=	ijkmaat
ijkmerk	noun	teken dat een meetinstrument door een officiële instantie geijkt is
ijkmerken	=	ijkmerk
ijkmoment	noun	korte tijdsspanne waarin men vaststelt of de gestelde doelen behaald zijn
ijkmomenten	=	ijkmoment
ijkpersonen	=	ijkpersoon
ijkpersoon	noun	profiel van het 'gemiddelde' lid van een (doel)groep
ijkpunt	noun	norm of maatstaf (nulpunt) gebruikt om vast te stellen of de schaalverdeling op een meetinstrument juist is
ijkpunten	=	ijkpunt
ijkpuntje	=	ijkpunt
ijkpuntjes	=	ijkpunt
ijkt	=	ijken
ijkte	=	ijken
ijkten	=	ijken
ijl	adj	met een lage dichtheid
ijlbode	noun	zeer snelle bode
ijlboden	=	ijlbode
ijlbodes	=	ijlbode
ijlbodetje	=	ijlbode
ijlde	=	ijlen
ijlden	=	ijlen
ijle	=	ijl
ijlen	verb	als gevolg van lichamelijke ziekte (bijv. hoge koorts) wartaal spreken
ijlend	=	ijlen
ijlende	=	ijlen
ijler	=	ijl
ijlere	=	ijl
ijlers	=	ijl
ijlgoed	noun	vracht die met grote spoed geleverd moet worden
ijlgoederen	=	ijlgoed
ijlheid	noun	lichtheid, dunheid van een atmosfeer
ijlhoofd	noun	een dwaas
ijlhoofden	=	ijlhoofd
ijlhoofdig	adj	niet al te helder van gedachten
ijlhoofdige	=	ijlhoofdig
ijlhoofdiger	=	ijlhoofdig
ijlhoofdigere	=	ijlhoofdig
ijlhoofdigers	=	ijlhoofdig
ijlhoofdigheden	=	ijlhoofdigheid
ijlhoofdigheid	noun	het ijlhoofdig zijn
ijlhoofdigs	=	ijlhoofdig
ijlhoofdigst	=	ijlhoofdig
ijlhoofdigste	=	ijlhoofdig
ijlhoofdje	=	ijlhoofd
ijlhoofdjes	=	ijlhoofd
ijlings	adv	met grote haast
ijlkoorts	noun	organische psychose veroorzaakt door koorts gekenmerkt door hallucinaties, waandenkbeelden, motorische onrust en een wisselend verlaagd bewustzijn
ijlkoortsen	=	ijlkoorts
ijls	=	ijl
ijlst	=	ijl
ijlste	=	ijl
ijlt	=	ijlen
ijltempo	noun	heel erg snel omdat er nood situatie is
ijltempootje	=	ijltempo
ijo	noun	lid van een inheems volk dat leeft in Zuid-Nigeria
ijo's	=	ijo
ijp	=	iep
ijs	noun	de vaste vorm van water, bevroren water
ijsachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van ijs
ijsachtige	=	ijsachtig
ijsachtiger	=	ijsachtig
ijsachtigere	=	ijsachtig
ijsachtigers	=	ijsachtig
ijsachtigs	=	ijsachtig
ijsachtigst	=	ijsachtig
ijsachtigste	=	ijsachtig
ijsafzetting	noun	bevroren water dat zich ergens aan vastgehecht heeft
ijsafzettingen	=	ijsafzetting
ijsappel	noun	gekoelde appel
ijsappelen	=	ijsappel
ijsappels	=	ijsappel
ijsappeltje	=	ijsappel
ijsappeltjes	=	ijsappel
ijsazijn	noun	geconcentreerd en gekristalliseerd ethaanzuur (=azijnzuur)
ijsbaan	noun	een ijsoppervlak dat vrij van sneeuw gehouden wordt om op te schaatsen
ijsbaantje	=	ijsbaan
ijsbaantjes	=	ijsbaan
ijsbad	noun	een waterbad dat een temperatuur heeft van 0 ᵒC
ijsbaden	=	ijsbad
ijsbadje	=	ijsbad
ijsbadjes	=	ijsbad
ijsbal	noun	zeer harde sneeuwbal
ijsballen	=	ijsbal
ijsballet	noun	kunstrijden op de schaats met muzikale begeleiding
ijsballetje	=	ijsbal
ijsballetjes	=	ijsbal
ijsballetten	=	ijsballet
ijsbanen	=	ijsbaan
ijsbank	noun	een zitbank van ijs
ijsbanken	=	ijsbank
ijsbankje	=	ijsbank
ijsbankjes	=	ijsbank
ijsbar	noun	horecagelegenheid waar men consumptie-ijs serveert en kan gebruiken
ijsbars	=	ijsbar
ijsbedekking	noun	de mate waarin een bepaald oppervlak – zoals de oceaan, een meer, rivier of zelfs een heel landschap – is bedekt met ijs.
ijsbedekkingen	=	ijsbedekking
ijsbedekkinkje	=	ijsbedekking
ijsbedekkinkjes	=	ijsbedekking
ijsbeeld	noun	beeldhouwwerken gemaakt van bevroren water
ijsbeelden	=	ijsbeeld
ijsbeeldje	=	ijsbeeld
ijsbeeldjes	=	ijsbeeld
ijsbeen	noun	heupbeen, darmbeen, zitbeen, schaambeen
ijsbeer	noun	bepaald soort zoogdier, Ursus maritimus, een grote witte beer die van nature in het Noordpoolgebied leeft
ijsbeerde	=	ijsberen
ijsbeerden	=	ijsberen
ijsbeert	=	ijsberen
ijsbeertje	=	ijsbeer
ijsbeertjes	=	ijsbeer
ijsbeervacht	noun	vacht van een ijsbeer
ijsbeervachten	=	ijsbeervacht
ijsbeervachtje	=	ijsbeervacht
ijsbeervachtjes	=	ijsbeervacht
ijsbeervel	noun	vel van een ijsbeer
ijsbeervellen	=	ijsbeervel
ijsbeervelletje	=	ijsbeervel
ijsbeervelletjes	=	ijsbeervel
ijsbeerwelp	noun	jong van een ijsbeer
ijsbeerwelpen	=	ijsbeerwelp
ijsbeerwelpje	=	ijsbeerwelp
ijsbeerwelpjes	=	ijsbeerwelp
ijsbeker	noun	een pot consumptie-ijs
ijsbekers	=	ijsbeker
ijsbekertje	=	ijsbeker
ijsbekertjes	=	ijsbeker
ijsbenen	=	ijsbeen
ijsbere	=	ijsberen
ijsbereider	noun	iemand die consumptieijs maakt
ijsbereiders	=	ijsbereider
ijsbereidertje	=	ijsbereider
ijsbereidertjes	=	ijsbereider
ijsberen	verb	rusteloos heen en weer lopen
ijsberend	=	ijsberen
ijsberende	=	ijsberen
ijsberg	noun	een zeer groot brok ijs dat in de zee drijft
ijsbergen	=	ijsberg
ijsbergje	=	ijsberg
ijsbergjes	=	ijsberg
ijsbergsla	noun	slasoort Lactuca sativa var. capitata
ijsbergwater	noun	water afkomstig van een gesmolten ijsberg
ijsbijl	noun	een pikhouweel met handvat dat men gebruikt bij het beklimmen van een ijswand
ijsbijlen	=	ijsbijl
ijsbijltje	=	ijsbijl
ijsbijltjes	=	ijsbijl
ijsblauw	adj	een lichte kleur blauw
ijsblauwe	=	ijsblauw
ijsblauwen	=	ijsblauw
ijsblauwer	=	ijsblauw
ijsblauwere	=	ijsblauw
ijsblauwers	=	ijsblauw
ijsblauws	=	ijsblauw
ijsblauwst	=	ijsblauw
ijsblauwste	=	ijsblauw
ijsbloem	noun	afzettingen van ijskristallen (op een koud raam) die vanwege hun vorm lijken op bloemen
ijsbloemen	=	ijsbloem
ijsbloemetje	=	ijsbloem
ijsbloemetjes	=	ijsbloem
ijsblok	noun	een brok ijs
ijsblokje	=	ijsblok
ijsblokjes	=	ijsblok
ijsblokjesmachine	noun	apparaat dat automatisch water omzet in ijsblokjes, waardoor je niet handmatig mallen of zakjes hoeft te vullen en in de vriezer te leggen
ijsblokjesmachines	=	ijsblokjesmachine
ijsblokjesmachinetje	=	ijsblokjesmachine
ijsblokjesmachinetjes	=	ijsblokjesmachine
ijsblokjestang	noun	handig hulpmiddel, meestal gemaakt van roestvrij staal (RVS), ontworpen om hygiënisch en eenvoudig ijsblokjes uit een ijsemmer of vriezer te pakken
ijsblokjestangen	=	ijsblokjestang
ijsblokjestangetje	=	ijsblokjestang
ijsblokjestangetjes	=	ijsblokjestang
ijsblokjesvorm	noun	keukenhulpmiddel, meestal een bakje of tray met kleine vakjes, dat wordt gebruikt om water te bevriezen tot individuele ijsblokjes
ijsblokjesvormen	=	ijsblokjesvorm
ijsblokjesvormpje	=	ijsblokjesvorm
ijsblokjesvormpjes	=	ijsblokjesvorm
ijsblokken	=	ijsblok
ijsboer	noun	verkoper van consumptieijs
ijsboeren	=	ijsboer
ijsboertje	=	ijsboer
ijsboertjes	=	ijsboer
ijsbok	noun	houten bescherming van brugpeilers tegen kruiend ijs
ijsbokken	=	ijsbok
ijsbol	noun	een bol (consumptie)ijs
ijsbolknijper	noun	handig keukenhulpje om gelijkmatige bollen ijs te scheppen
ijsbolknijpers	=	ijsbolknijper
ijsbolknijpertje	=	ijsbolknijper
ijsbolknijpertjes	=	ijsbolknijper
ijsbollen	=	ijsbol
ijsbolletje	=	ijsbol
ijsbolletjes	=	ijsbol
ijsbolletjestang	noun	handig keukenhulpje om gelijkmatige bollen ijs te scheppen
ijsbolletjestangen	=	ijsbolletjestang
ijsbolletjestangetje	=	ijsbolletjestang
ijsbolletjestangetjes	=	ijsbolletjestang
ijsbolschep	noun	handig keukenhulpje waarmee je perfecte bolletjes uit ijs kunt scheppen
ijsbolschepje	=	ijsbolschep
ijsbolschepjes	=	ijsbolschep
ijsbolscheppen	=	ijsbolschep
ijsboltang	noun	handig keukenhulpje om gelijkmatige bollen ijs te scheppen
ijsboltangen	=	ijsboltang
ijsboltangetje	=	ijsboltang
ijsboltangetjes	=	ijsboltang
ijsbond	noun	vereniging van de Friese ijswegencentrales die het natuurijs verzorgen
ijsbonden	=	ijsbond
ijsbondje	=	ijsbond
ijsbondjes	=	ijsbond
ijsbout	noun	soort winterstoofpeer
ijsbouten	=	ijsbout
ijsbox	noun	een doos waarin je zaken koel kunt houden
ijsboxen	=	ijsbox
ijsbrand	noun	jongensnaam
ijsbranden	=	ijsbrand
ijsbrandje	=	ijsbrand
ijsbrandjes	=	ijsbrand
ijsbreker	noun	een sterk, krachtig schip dat speciaal gebouwd en uitgerust wordt om zich een weg door het ijs te banen en alzo een vaargeul voor andere schepen te openen
ijsbrekers	=	ijsbreker
ijsbrekertje	=	ijsbreker
ijsbrekertjes	=	ijsbreker
ijsbrekervormig	adj	vorm van een ijsbreker hebbend
ijsbrekervormige	=	ijsbrekervormig
ijsbrekervormiger	=	ijsbrekervormig
ijsbrekervormigere	=	ijsbrekervormig
ijsbrekervormigers	=	ijsbrekervormig
ijsbrekervormigs	=	ijsbrekervormig
ijsbrekervormigst	=	ijsbrekervormig
ijsbrekervormigste	=	ijsbrekervormig
ijscappuccino	noun	met ijs gekoelde cappuccino, vaak met slagroom erop
ijscappuccino's	=	ijscappuccino
ijsclub	noun	sportvereniging voor het beoefenen van de schaatssport
ijsclubs	=	ijsclub
ijsco	noun	ijsje
ijsco's	=	ijsco
ijscokar	noun	wagen waar een ambulante koopman ijsjes verkoopt
ijscokarren	=	ijscokar
ijscokarretje	=	ijscokar
ijscokarretjes	=	ijscokar
ijscoman	noun	iemand die consumptie-ijs verkoopt vanuit een ijskraam
ijscomannen	=	ijscoman
ijscomannetje	=	ijscoman
ijscomannetjes	=	ijscoman
ijscootje	=	ijsco
ijscootjes	=	ijsco
ijscoupe	noun	een glazen schaaltje op een pootje waarin consumptieijs zit
ijscoupes	=	ijscoupe
ijscovrouw	=	ijscoman
ijscowagen	noun	kar waarmee een ambulante koopman ijsjes verkoopt
ijscowagens	=	ijscowagen
ijscowagentje	=	ijscowagen
ijscowagentjes	=	ijscowagen
ijscrème	noun	roomijs
ijscrèmepje	=	ijscrème
ijscrèmes	=	ijscrème
ijsdag	noun	periode van 24 uur dat de temperatuur niet boven het vriespunt uitkomt
ijsdagen	=	ijsdag
ijsdagje	=	ijsdag
ijsdam	noun	een natuurlijke dam in een rivier die ontstaat door kruiend drijfijs
ijsdammen	=	ijsdam
ijsdammetje	=	ijsdam
ijsdammetjes	=	ijsdam
ijsdans	=	ijsdansen
ijsdanse	=	ijsdansen
ijsdansen	verb	een discipline van het kunstschaatsen
ijsdansend	=	ijsdansen
ijsdansende	=	ijsdansen
ijsdanst	=	ijsdansen
ijsdanste	=	ijsdansen
ijsdansten	=	ijsdansen
ijsde	=	ijzen
ijsdek	noun	een ijslaag die de grond bedekt
ijsdekje	=	ijsdek
ijsdekjes	=	ijsdek
ijsdekken	=	ijsdek
ijsden	=	ijzen
ijsdikte	noun	de dikte van de ijsvloer waarop men wil schaatsen
ijsdikten	=	ijsdikte
ijsdiktes	=	ijsdikte
ijsduif	noun	soort sierduif
ijsduifje	=	ijsduif
ijsduifjes	=	ijsduif
ijsduiker	noun	bepaald soort vogel Gavia immer, uit het geslacht Zeeduikers
ijsduikers	=	ijsduiker
ijsduikertje	=	ijsduiker
ijsduikertjes	=	ijsduiker
ijsduiven	=	ijsduif
ijsdwerg	noun	een hemellichaam binnen ons zonnestelsel waarvan de baan buiten die van Neptunus ligt
ijsdwergen	=	ijsdwerg
ijseend	noun	Clangula hyemalis een vogel uit de eendachtigen
ijseenden	=	ijseend
ijseendje	=	ijseend
ijseendjes	=	ijseend
ijselijk	adj	afschuwelijk.
ijselijke	=	ijselijk
ijselijker	=	ijselijk
ijselijkere	=	ijselijk
ijselijkers	=	ijselijk
ijselijks	=	ijselijk
ijselijkst	=	ijselijk
ijselijkste	=	ijselijk
ijsemmer	noun	een emmer waarin men ijs bewaart om andere zaken (zoals flessen met vloeistof) te koelen of koel te houden
ijsemmers	=	ijsemmer
ijsemmertje	=	ijsemmer
ijsemmertjes	=	ijsemmer
ijsemmeruitdaging	noun	weddenschap waarbij iemand een emmer met ijskoud water over zijn hoofd uitgiet om zo donaties te verkrijgen voor onderzoek naar ALS
ijsemmeruitdagingen	=	ijsemmeruitdaging
ijsemmeruitdaginkje	=	ijsemmeruitdaging
ijsemmeruitdaginkjes	=	ijsemmeruitdaging
ijsfabriek	noun	bedrijf waar blokken ijs worden gemaakt die gebruikt worden als koelmiddel
ijsfabrieken	=	ijsfabriek
ijsfabriekje	=	ijsfabriek
ijsfabriekjes	=	ijsfabriek
ijsfabrikant	noun	persoon die ijs produceert
ijsfabrikanten	=	ijsfabrikant
ijsfabrikantje	=	ijsfabrikant
ijsfabrikantjes	=	ijsfabrikant
ijsfestival	noun	een evenement waarbij er van alles te doen is op en rond ijs
ijsfestivals	=	ijsfestival
ijsgala	noun	een feestelijke voorstelling door schaatsers op het ijs
ijsgala's	=	ijsgala
ijsgang	noun	bewegend ijs op waterwegen
ijsgeld	noun	geld dat men betaalt voor het breken van het ijs dat schepen belemmert om naar open water te varen
ijsglad	adj	heel erg glad door ijs
ijsgladde	=	ijsglad
ijsglads	=	ijsglad
ijsgors	noun	Calcarius lapponicus een vogel uit de familie Calcariidae die in toendragebieden broedt en zuidwaarts trekt om in gematigde klimaten te overwinteren
ijsgorsen	=	ijsgors
ijsgroei	noun	het dikker worden van een ijslaag bij temperaturen die lager dan het vriespunt zijn
ijsgrot	noun	grot waarin het hele jaar veel ijs aanwezig is
ijsgrotje	=	ijsgrot
ijsgrotjes	=	ijsgrot
ijsgrotten	=	ijsgrot
ijsgruis	noun	tot gruis vermalen ijsblokjes
ijshaar	noun	bosjes draden van ijs die bij hoge luchtvochtigheid en temperaturen net onder het vriespunt op rottend hout kunnen ontstaan door voortdurende bevriezing van het water dat schimmels uitscheiden
ijshal	noun	overdekte hal waarin geschaatst kan worden op bijvoorbeeld een 111 meter-baan (shorttrack), 400 meter-baan (langebaan-schaatsen) of een ijshockeybaan
ijshallen	=	ijshal
ijshanden	noun	handen die vuil en plakkerig zijn geworden door smeltende en lekkende ijsjes
ijsharen	=	ijshaar
ijsheilige	noun	elk van de vier heiligen wier naamdag valt in de periode van 11-14 mei
ijsheiligen	=	ijsheilige
ijshockey	noun	ijssport waarbij twee teams van ieder vijf personen plus goalie met behulp van een stick een schijfje (puck) in het doel van de tegenstander proberen te schieten
ijshockeybaan	noun	een, meestal aangelegde, ijsvloer waarop men ijshockey kan spelen
ijshockeybaantje	=	ijshockeybaan
ijshockeybaantjes	=	ijshockeybaan
ijshockeybanen	=	ijshockeybaan
ijshockeyclub	noun	vereniging van ijshockeyspelers
ijshockeyclubje	=	ijshockeyclub
ijshockeyclubjes	=	ijshockeyclub
ijshockeyclubs	=	ijshockeyclub
ijshockeyde	=	ijshockeyen
ijshockeyden	=	ijshockeyen
ijshockeydoel	noun	het officiële frame met een net bij ijshockey waarin een puck moet worden geschoten om te scoren
ijshockeydoelen	=	ijshockeydoel
ijshockeydoeltje	=	ijshockeydoel
ijshockeydoeltjes	=	ijshockeydoel
ijshockeye	=	ijshockeyen
ijshockeyen	verb	de ijssport ijshockey beoefenen
ijshockeyend	=	ijshockeyen
ijshockeyende	=	ijshockeyen
ijshockeyer	noun	iemand die ijshockey speelt
ijshockeyers	=	ijshockeyer
ijshockeyertje	=	ijshockeyer
ijshockeyertjes	=	ijshockeyer
ijshockeykeeper	noun	de speler die het doel bij ijshockey beschermt, dikke beschermkleding draagt en de puck tegenhoudt
ijshockeykeepers	=	ijshockeykeeper
ijshockeykeepertje	=	ijshockeykeeper
ijshockeykeepertjes	=	ijshockeykeeper
ijshockeypuck	noun	officiële speelschijf in de ijshockeysport
ijshockeypuckje	=	ijshockeypuck
ijshockeypuckjes	=	ijshockeypuck
ijshockeypucks	=	ijshockeypuck
ijshockeyschaats	noun	schaats speciaal gemaakt voor het ijshockeyen
ijshockeyschaatsen	=	ijshockeyschaats
ijshockeyschaatsje	=	ijshockeyschaats
ijshockeyschaatsjes	=	ijshockeyschaats
ijshockeyseizoen	noun	periode van het jaar dat men ijshockey kan spelen
ijshockeyseizoenen	=	ijshockeyseizoen
ijshockeyseizoentje	=	ijshockeyseizoen
ijshockeyseizoentjes	=	ijshockeyseizoen
ijshockeyspeler	noun	sporter die in een ijshockeyteam speelt
ijshockeyspelers	=	ijshockeyspeler
ijshockeystadion	noun	plaats waar bezoekers naar ijshockeywedstrijden kunnen kijken
ijshockeystadionnetje	=	ijshockeystadion
ijshockeystadionnetjes	=	ijshockeystadion
ijshockeystadions	=	ijshockeystadion
ijshockeyster	noun	vrouwelijke ijshockeyspeler
ijshockeysters	=	ijshockeyster
ijshockeystick	noun	het sportattribuut dat een ijshockeyer gebruikt om de puck te passen, te controleren en op het doel te schieten
ijshockeystickje	=	ijshockeystick
ijshockeystickjes	=	ijshockeystick
ijshockeysticks	=	ijshockeystick
ijshockeysucces	noun	goede prestatie bij het ijshockeyen
ijshockeysuccesje	=	ijshockeysucces
ijshockeysuccesjes	=	ijshockeysucces
ijshockeysuccessen	=	ijshockeysucces
ijshockeyt	=	ijshockeyen
ijshockeyteam	noun	groep samenwerkende ijshockeyspelers die samen spelen in een ijshockeywedstrijd
ijshockeyteams	=	ijshockeyteam
ijshockeyterrein	noun	een, meestal aangelegde, ijsvloer waarop men ijshockey kan spelen
ijshockeyterreinen	=	ijshockeyterrein
ijshockeyterreintje	=	ijshockeyterrein
ijshockeyterreintjes	=	ijshockeyterrein
ijshockeytrainer	noun	oefenmeester van ijshockeyers en ijshockeyteams
ijshockeytrainers	=	ijshockeytrainer
ijshockeytraining	noun	de keer dat men het ijshockeyen oefent
ijshockeytrainingen	=	ijshockeytraining
ijshockeyuitrusting	noun	alle materialen die een ijshockeyspeler nodig heeft om te kunnen ijshockeyen
ijshockeyuitrustingen	=	ijshockeyuitrusting
ijshockeyuitrustinkje	=	ijshockeyuitrusting
ijshockeyuitrustinkjes	=	ijshockeyuitrusting
ijshockeyveld	noun	een, meestal aangelegde, ijsvloer waarop men ijshockey kan spelen
ijshockeyvelden	=	ijshockeyveld
ijshockeyveldje	=	ijshockeyveld
ijshockeyveldjes	=	ijshockeyveld
ijshockeywedstrijd	noun	wedstrijd tussen twee ijshockeyteams
ijshockeywedstrijden	=	ijshockeywedstrijd
ijshockeywedstrijdje	=	ijshockeywedstrijd
ijshockeywedstrijdjes	=	ijshockeywedstrijd
ijshoenders	noun	Chionididae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen.
ijshoofdpijn	noun	hoofdpijn gekregen hebben van (te veel) ijs
ijshoofdpijnen	=	ijshoofdpijn
ijshoofdpijntje	=	ijshoofdpijn
ijshoofdpijntjes	=	ijshoofdpijn
ijshoorntje	noun	ijsje in een kegelvormig opgerold wafeltje of bakje van deegwaar
ijshoorntjes	=	ijshoorntje
ijshotel	noun	tijdelijk hotel geheel opgebouwd uit sneeuw en uitgehouwen blokken ijs
ijshotels	=	ijshotel
ijshut	noun	een ruimte gemaakt van ijs
ijshutten	=	ijshut
ijsje	noun	portie van een uit roomijs of waterijs vervaardigde lekkernij
ijsjes	=	ijsje
ijskanaal	noun	de door mensen gemaakte ijsbaan bij bobsleeën
ijskanalen	=	ijskanaal
ijskap	noun	een koepelvormige, aaneengesloten ijsmassa van grote omvang
ijskappen	=	ijskap
ijskar	noun	een wagentje met koelvak van waaruit men consumptie-ijs verkoopt
ijskarren	=	ijskar
ijskarretje	=	ijskar
ijskarretjes	=	ijskar
ijskast	noun	de koelkast, een apparaat om dingen koel te houden
ijskastdiplomatie	noun	zeer koele vorm van diplomatieke relaties tussen twee of meer landen
ijskasteel	noun	een kasteel dat uit ijs opgebouwd is
ijskasteeltje	=	ijskasteel
ijskasteeltjes	=	ijskasteel
ijskastelen	=	ijskasteel
ijskasten	=	ijskast
ijskastje	=	ijskast
ijskastjes	=	ijskast
ijskegel	noun	kegelvormige hoeveelheid ijs die ontstaat doordat water, meestal van smeltende sneeuw of ijs, dat over een rand druipt geleidelijk weer bevriest
ijskegels	=	ijskegel
ijskegeltje	=	ijskegel
ijskegeltjes	=	ijskegel
ijskelder	noun	goed geïsoleerde, koele ruimte waarin men ijs kan bewaren; ruimte die met ijs gekoeld wordt
ijskelders	=	ijskelder
ijskeldertje	=	ijskelder
ijskeldertjes	=	ijskelder
ijskern	noun	een cilindervormig monster van ijs, afkomstig van een gletsjer of ijskap
ijskernen	=	ijskern
ijskist	noun	koelbox
ijskisten	=	ijskist
ijskistje	=	ijskist
ijskistjes	=	ijskist
ijsklomp	noun	een hoeveelheid ijs, iets dat heel koud is
ijsklompen	=	ijsklomp
ijsklompje	=	ijsklomp
ijsklompjes	=	ijsklomp
ijsklont	noun	stuk ijs
ijsklonten	=	ijsklont
ijsklontje	=	ijsklont
ijsklontjes	=	ijsklont
ijsklontjesmachine	noun	apparaat dat automatisch water omzet in ijsblokjes, waardoor men niet handmatig mallen of zakjes hoeft te vullen en in de vriezer te leggen
ijsklontjesmachines	=	ijsklontjesmachine
ijsklontjesmachinetje	=	ijsklontjesmachine
ijsklontjesmachinetjes	=	ijsklontjesmachine
ijsklontjesvorm	noun	keukenhulpmiddel, meestal een bakje of tray met kleine vakjes, dat wordt gebruikt om water te bevriezen tot individuele ijsblokjes
ijsklontjesvormen	=	ijsklontjesvorm
ijsklontjesvormpje	=	ijsklontjesvorm
ijsklontjesvormpjes	=	ijsklontjesvorm
ijsknijper	noun	handig keukenhulpje om gelijkmatige bollen ijs te scheppen
ijsknijpers	=	ijsknijper
ijsknijpertje	=	ijsknijper
ijsknijpertjes	=	ijsknijper
ijskoffie	noun	gekoelde koffie
ijskoffies	=	ijskoffie
ijskonijn	noun	iemand die niet emotioneel is, iemand die geen medegevoel kent
ijskonijnen	=	ijskonijn
ijskonijntje	=	ijskonijn
ijskonijntjes	=	ijskonijn
ijskoning	noun	Koning Winter; de personificatie van de winter
ijskoningen	=	ijskoning
ijskoningin	noun	een koningin die leeft in een wereld van sneeuw en ijs en dat uitstraalt
ijskoninginnen	=	ijskoningin
ijskoninginnetje	=	ijskoningin
ijskoninginnetjes	=	ijskoningin
ijskorst	noun	laag ijs die over iets heen ligt; laag ijs over een vast oppervlak; laag ijs over een water
ijskorsten	=	ijskorst
ijskou	noun	een kou waarbij de temperatuur onder het vriespunt ligt
ijskoud	adj	met de temperatuur van ijs, of zo koud als ijs aanvoelt
ijskoude	=	ijskoud
ijskouds	=	ijskoud
ijskraam	noun	een verplaatsbare tent waar je ijs kunt kopen
ijskraampje	=	ijskraam
ijskraampjes	=	ijskraam
ijskrabber	noun	een klein handzaam voorwerp dat gebruikt wordt om ijs of rijp van autoruiten te verwijderen
ijskrabbers	=	ijskrabber
ijskrabbertje	=	ijskrabber
ijskrabbertjes	=	ijskrabber
ijskramen	=	ijskraam
ijskristal	noun	kristal van bevroren water
ijskristallen	=	ijskristal
ijskristalletje	=	ijskristal
ijskristalletjes	=	ijskristal
ijskruid	noun	Mesembryanthemum crystallinum een plant uit de familie Aizoaceae.
ijskruiden	=	ijskruid
ijskruidfamilie	noun	een familie Aizoaceae van kruidachtige planten in de orde Caryophyllales.
ijskruidfamilietje	=	ijskruidfamilie
ijskruidfamilietjes	=	ijskruidfamilie
ijskruidje	=	ijskruid
ijskruidjes	=	ijskruid
ijslaag	noun	ijs dat als een laag ergens overheen ligt m.n. over wegen
ijslaagje	=	ijslaag
ijslaagjes	=	ijslaag
ijslagen	=	ijslaag
ijslam	noun	een traditionele ijstaart in België die bestaat uit een voetstuk vervaardigd uit roomijs
ijslammeren	=	ijslam
ijslammetje	=	ijslam
ijslammetjes	=	ijslam
ijslander	noun	een paardenras afkomstig uit IJsland
ijslanders	=	ijslander
ijslandertje	=	ijslander
ijslandertjes	=	ijslander
ijslands	adj	gerelateerd aan IJsland of het IJslands
ijslandse	noun	een vrouwelijke inwoner van IJsland, of een vrouw afkomstig uit IJsland
ijslandsen	=	ijslandse
ijslandser	=	ijslands
ijslandsere	=	ijslands
ijslandsers	=	ijslands
ijslandst	=	ijslands
ijslandstalig	adj	de IJslandse taal sprekend
ijslandstalige	=	ijslandstalig
ijslandstaligs	=	ijslandstalig
ijslandste	=	ijslands
ijslepel	noun	lepel om ijs mee te scheppen
ijslepels	=	ijslepel
ijslepeltje	=	ijslepel
ijslepeltjes	=	ijslepel
ijslolly	noun	een waterijsje
ijslolly's	=	ijslolly
ijslolly'tje	=	ijslolly
ijslolly'tjes	=	ijslolly
ijsmaan	noun	volle maan in de winterperiode
ijsmaantje	=	ijsmaan
ijsmaantjes	=	ijsmaan
ijsmachientje	=	ijsmachine
ijsmachientjes	=	ijsmachine
ijsmachine	noun	apparaat waarmee men ijs kan maken
ijsmachines	=	ijsmachine
ijsmachinetje	=	ijsmachine
ijsmachinetjes	=	ijsmachine
ijsmaker	noun	iemand die consumptie-ijs maakt
ijsmakers	=	ijsmaker
ijsman	noun	man die consumptie-ijs verkoopt
ijsmanen	=	ijsmaan
ijsmannen	=	ijsman
ijsmannetje	=	ijsman
ijsmannetjes	=	ijsman
ijsmassa	noun	massa ijs
ijsmassa's	=	ijsmassa
ijsmeester	noun	iemand die instaat voor de kwaliteit van het ijs en de condities op een ijsbaan en ervoor verantwoordelijk is dat de ijsvloer regelmatig wordt gedweild en dat tijdens wedstrijden het ijs de optimale temperatuur heeft.
ijsmeesters	=	ijsmeester
ijsmeestertje	=	ijsmeester
ijsmeestertjes	=	ijsmeester
ijsmerk	noun	de naam van een bedrijf dat consumptie ijs maakt
ijsmerken	=	ijsmerk
ijsmist	noun	mist die bestaat uit zeer kleine ijskristalletjes
ijsmummie	noun	een menselijk of dierlijk lichaam dat na overlijden door ijs en kou is geconserveerd, waardoor weefsel duizenden jaren goed kan blijven
ijsmummies	=	ijsmummie
ijsmummietje	=	ijsmummie
ijsmummietjes	=	ijsmummie
ijsmuren	=	ijsmuur
ijsmuts	noun	een muts die goed beschermt tegen de kou en dus speciaal geschikt is voor schaatsers
ijsmutsen	=	ijsmuts
ijsmutsje	=	ijsmuts
ijsmutsjes	=	ijsmuts
ijsmuur	noun	een muur gemaakt van bevroren water
ijsmuurtje	=	ijsmuur
ijsmuurtjes	=	ijsmuur
ijsnaald	noun	neerslagdeeltje in de vorm van een klein, lang en dun ijskristal, dat alleen zichtbaar is door schittering in zonlicht
ijsnaalden	=	ijsnaald
ijsnaaldje	=	ijsnaald
ijsnaaldjes	=	ijsnaald
ijspaleis	noun	een paleis gemaakt van ijs
ijspaleizen	=	ijspaleis
ijspegel	noun	priemvormig stuk ijs dat ergens aan hangt, en ontstaat door aanvriezend smeltwater
ijspegels	=	ijspegel
ijspegeltje	=	ijspegel
ijspegeltjes	=	ijspegel
ijspiste	noun	een door de mens aangelegde ijsbaan
ijspisten	=	ijspiste
ijspistes	=	ijspiste
ijsplaat	noun	grote drijvende ijsvlakten die vastzitten aan het land
ijsplant	noun	bepaald soort tuinplant, Dorotheanthus bellidiformis
ijsplanten	=	ijsplant
ijsplantje	noun	Mesembryanthemum crystallinum een plant uit de familie Aizoaceae
ijsplantjes	=	ijsplant
ijsplaten	=	ijsplaat
ijsploeg	noun	groep mensen die ijs en sneeuw verwijdert van wegen om deze toegankelijk te houden
ijsploegen	=	ijsploeg
ijsploegje	=	ijsploeg
ijsploegjes	=	ijsploeg
ijspret	noun	het feestelijke en plezierige dat men kan hebben op bevroren wateren
ijspriem	noun	handgreep met ronde, scherpgepunte stalen pen om van een ijsstaaf kleine brokjes af te hakken
ijspriemen	=	ijspriem
ijspriempje	=	ijspriem
ijspriempjes	=	ijspriem
ijsprinses	noun	een prinses die leeft in een wereld van sneeuw en ijs en dat uitstraalt, vaak kwaadaardiger dan een sneeuwprinses
ijsprinsesje	=	ijsprinses
ijsprinsesjes	=	ijsprinses
ijsprinsessen	=	ijsprinses
ijsproducent	noun	bedrijf dat consumptie-ijs maakt
ijsproducenten	=	ijsproducent
ijsproducentje	=	ijsproducent
ijsproducentjes	=	ijsproducent
ijsrace	noun	een wedstrijdsport met motoren op een ijsbaan
ijsracen	verb	met een motorfiets zo snel mogelijk over bevroren water ijs racen
ijsracend	=	ijsracen
ijsracende	=	ijsracen
ijsraces	=	ijsrace
ijsracet	=	ijsracen
ijsracete	=	ijsracen
ijsraceten	=	ijsracen
ijsrand	noun	de rand van een ijsvlakte
ijsranden	=	ijsrand
ijsrandje	=	ijsrand
ijsrandjes	=	ijsrand
ijsregen	noun	neerslag in de vorm van onderkoelde regendruppels die tijdens hun val naar beneden bevriezen tot ijskogeltjes.
ijsregens	=	ijsregen
ijsregentje	=	ijsregen
ijsregentjes	=	ijsregen
ijsrevue	noun	show van kunstrijders op het ijs
ijsrevues	=	ijsrevue
ijsrichel	noun	een uitstekende rand van ijs.
ijsrichels	=	ijsrichel
ijsricheltje	=	ijsrichel
ijsricheltjes	=	ijsrichel
ijsrivier	noun	een hoeveelheid ijs die zich langzaam naar beneden glijdt op een manier die lijkt op die van een rivier
ijsrivieren	=	ijsrivier
ijsriviertje	=	ijsrivier
ijsriviertjes	=	ijsrivier
ijsroom	noun	consumptie-ijs dat voor minimaal 5% bestaat uit melkvet
ijsroompje	=	ijsroom
ijsroompjes	=	ijsroom
ijssalon	noun	etablissement waar men ambachtelijk vervaardigd consumptie-ijs kan kopen en genieten
ijssalonnetje	=	ijssalon
ijssalonnetjes	=	ijssalon
ijssalons	=	ijssalon
ijsschep	noun	speciaal keukeninstrument waarmee je bolletjes kunt maken van roomijs
ijsschepje	=	ijsschep
ijsschepjes	=	ijsschep
ijsscheppen	=	ijsschep
ijsschol	noun	stuk drijfijs
ijsschollen	=	ijsschol
ijsscholletje	=	ijsschol
ijsscholletjes	=	ijsschol
ijsschots	noun	een stuk plat drijfijs waarop je je toevlucht kunt zoeken
ijsschotsen	=	ijsschots
ijsschotsje	=	ijsschots
ijsschotsjes	=	ijsschots
ijsschuit	noun	met zeilen voortbewogen schuitje op schaatsen
ijsschuiten	=	ijsschuit
ijsschuitje	=	ijsschuit
ijsschuitjes	=	ijsschuit
ijssculpturen	=	ijssculptuur
ijssculptuur	noun	beeldhouwwerk uitgehouwen uit een blok ijs
ijssculptuurtje	=	ijssculptuur
ijssculptuurtjes	=	ijssculptuur
ijsselmeervisser	noun	iemand die op het IJsselmeer vist
ijsselmeervissers	=	ijsselmeervisser
ijsshow	noun	een feestelijke voorstelling op het ijs met veel schaatsers en schaatssters
ijsshows	=	ijsshow
ijssla	noun	Lactuca sativa (var. capitata) een knapperig soort sla
ijssmeltwaterdal	noun	een dal dat ontstaan is door smeltwater dat van een gletsjer of ijsbedekking afkomt
ijssmeltwaterdalen	=	ijssmeltwaterdal
ijssouffleetje	=	ijssoufflé
ijssouffleetjes	=	ijssoufflé
ijssoufflé	noun	luchtig gerecht dat men in een diepvriezer heeft laten afkoelen
ijssoufflés	=	ijssoufflé
ijssport	noun	de groep wintersporten die men uitoefent op ijs zoals schaatsen, curling en ijshockey
ijssporten	=	ijssport
ijssportje	=	ijssport
ijssportjes	=	ijssport
ijsstadion	noun	gebouw met een (kunst)ijsbaan en tribunes voor toeschouwers waar schaatswedstrijden gehouden kunnen worden
ijsstadions	=	ijsstadion
ijssteen	noun	kryoliet, een tamelijk zeldzaam mineraal dat slechts van enkele plekken op de wereld bekend is
ijssteentje	=	ijssteen
ijssteentjes	=	ijssteen
ijsstenen	=	ijssteen
ijsstoel	noun	slee die men met twee prikstokken voortbeweegt
ijsstoelen	=	ijsstoel
ijsstoeltje	=	ijsstoel
ijsstoeltjes	=	ijsstoel
ijsstorm	noun	harde wind in een tijd dat het al gevroren heeft
ijsstromen	=	ijsstroom
ijsstroom	noun	langzaam bewegende 'rivier' van ijs en sneeuw
ijssurfen	verb	surfen over ijs op een zeilplank met schaatsen eronder
ijst	=	ijzen
ijstaart	noun	taart gemaakt van consumptieijs
ijstaarten	=	ijstaart
ijstaartje	=	ijstaart
ijstaartjes	=	ijstaart
ijstak	noun	deel van een bedrijf dat consumptie-ijs produceert
ijstakje	=	ijstak
ijstakjes	=	ijstak
ijstakken	=	ijstak
ijstang	noun	een tang waarmee men schepijs kan serveren in de vorm van bolletjes
ijstangen	=	ijstang
ijstangetje	=	ijstang
ijstangetjes	=	ijstang
ijsthee	noun	een theevariant, het is een gekoelde normaal gezette thee, op smaak gebracht met suiker en vaak citroen
ijsthees	=	ijsthee
ijstheetje	=	ijsthee
ijstheetjes	=	ijsthee
ijstheeën	=	ijsthee
ijstijd	noun	een tijdperk waarin de gemiddelde temperatuur lager dan normaal is en uitgestrekte gebieden onder ijs bedolven zijn
ijstijden	=	ijstijd
ijstijdje	=	ijstijd
ijstijdjes	=	ijstijd
ijstoerisme	noun	toerisme waarbij men deelneemt aan schaatsevenementen
ijsval	noun	bevroren waterval
ijsvallen	=	ijsval
ijsvalletje	=	ijsval
ijsvalletjes	=	ijsval
ijsveld	noun	aaneengesloten oppervlakte bedekt met bevroren water
ijsvelden	=	ijsveld
ijsveldje	=	ijsveld
ijsveldjes	=	ijsveld
ijsventer	noun	iemand die op straat ijs verkoopt met een ijscokar
ijsventers	=	ijsventer
ijsvereniging	noun	vereniging die een ijsbaan exploiteert
ijsverenigingen	=	ijsvereniging
ijsverenigingetje	=	ijsvereniging
ijsverenigingetjes	=	ijsvereniging
ijsverkoper	noun	iemand die consumptie-ijs verkoopt
ijsverkopers	=	ijsverkoper
ijsvermaak	noun	het plezier dat men hebben op een bevroren watervlakte; het plezier dat men kan hebben met het schaatsen
ijsvermaken	=	ijsvermaak
ijsvis	noun	Chaenodraco wilsoni een straalvinnige vis behoort tot het monotypische geslacht Chaenodraco uit de familie van Channichthyidae en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
ijsvisje	=	ijsvis
ijsvisjes	=	ijsvis
ijsvissen	verb	een vorm van vissen, waarbij men vissen probeert te vangen met een vishaak of speer door een gat in het ijs van bijvoorbeeld een bevroren zee, meer of vijver
ijsvissend	=	ijsvissen
ijsvissende	=	ijsvissen
ijsvlakte	noun	een grote vlakte van bevroren water
ijsvlakten	=	ijsvlakte
ijsvlaktes	=	ijsvlakte
ijsvloer	noun	laag ijs waarover men zich kan voortbewegen, laag ijs waarop men kan schaatsen
ijsvloeren	=	ijsvloer
ijsvloertje	=	ijsvloer
ijsvloertjes	=	ijsvloer
ijsvogel	noun	bepaald soort blauwgroen vogeltje met oranje borst en spitse snavel, Alcedo atthis, dat vooral van visjes leeft
ijsvogels	noun	Alcedinidae een familie van vrij kleine tot middelgrote, vaak felgekleurde vogels met een lange, dolkvormige snavel uit de orde scharrelaarvogels.
ijsvogeltje	=	ijsvogel
ijsvogeltjes	=	ijsvogel
ijsvogelvlinder	noun	een dagvlinder van het genus Limenitis uit de familie Nymphalidae
ijsvogelvlinders	=	ijsvogelvlinder
ijsvogelvlindertje	=	ijsvogelvlinder
ijsvogelvlindertjes	=	ijsvogelvlinder
ijsvorming	noun	de vorming van ijs.
ijsvormingen	=	ijsvorming
ijsvrij	noun	opheffing van de mogelijkheid of verplichting naar school te gaan, doordat strenge vorst verkeer te gevaarlijk maakt of de kans biedt om te schaatsen	adj	geen ijsafzetting bevattend
ijsvrije	=	ijsvrij
ijsvrijer	=	ijsvrij
ijsvrijere	=	ijsvrij
ijsvrijers	=	ijsvrij
ijsvrijs	=	ijsvrij
ijsvrijst	=	ijsvrij
ijsvrijste	=	ijsvrij
ijsvrijtje	=	ijsvrij
ijswafel	noun	wafel met consumptie-ijs erop
ijswafels	=	ijswafel
ijswafeltje	=	ijswafel
ijswafeltjes	=	ijswafel
ijswagen	noun	een mobiel verkooppunt, vaak een gemotoriseerd voertuig, bakfiets of wagentje, van waaruit ijs wordt verkocht
ijswagens	=	ijswagen
ijswagentje	=	ijswagen
ijswagentjes	=	ijswagen
ijswand	noun	een muur van ijs
ijswanden	=	ijswand
ijswandje	=	ijswand
ijswandjes	=	ijswand
ijswater	noun	water van gesmolten ijs
ijswateren	=	ijswater
ijswaterjuffer	noun	Coenagrion glaciale een juffer uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
ijswaterjuffers	=	ijswaterjuffer
ijswaterjuffertje	=	ijswaterjuffer
ijswaterjuffertjes	=	ijswaterjuffer
ijswaters	=	ijswater
ijswatertje	=	ijswater
ijswatertjes	=	ijswater
ijswijn	noun	een zoete geurige wijn die vaak als dessertwijn wordt gedronken en gemaakt is van bevroren druiven
ijswijnen	=	ijswijn
ijswijntje	=	ijswijn
ijswijntjes	=	ijswijn
ijswinkel	noun	een winkel waar men consumptie ijs verkoopt
ijswinkels	=	ijswinkel
ijswinkeltje	=	ijswinkel
ijswinkeltjes	=	ijswinkel
ijswinter	noun	een winter die zo koud is dat men op natuurijs kan schaatsen
ijswinters	=	ijswinter
ijswintertje	=	ijswinter
ijswintertjes	=	ijswinter
ijswoestijn	noun	een woestijn die uit sneeuw en ijs bestaat.
ijswoestijnen	=	ijswoestijn
ijswoestijntje	=	ijswoestijn
ijswoestijntjes	=	ijswoestijn
ijswolk	noun	wolken die bestaan uit zeer fijne ijskristallen
ijswolken	=	ijswolk
ijswolkje	=	ijswolk
ijswolkjes	=	ijswolk
ijsworm	noun	Mesenchytraeus solifugus een borstelarme worm (Oligochaeta) uit de orde Haplotaxida en de familie Enchytraeidae
ijswormen	=	ijsworm
ijswormpje	=	ijsworm
ijswormpjes	=	ijsworm
ijszaak	noun	een winkel waar men consumptie ijs verkoopt
ijszak	noun	een zak met een koude inhoud waarmee men andere zaken kan koelen
ijszaken	=	ijszaak
ijszakje	=	ijszak
ijszakjes	=	ijszak
ijszakken	=	ijszak
ijszee	noun	zee rond een van de beide polen van de Aarde
ijszeetje	=	ijszee
ijszeeën	=	ijszee
ijszeilen	noun	met een voertuig op schaatsen met een zeil je zo snel mogelijk voortbewegen op het ijs van een bevroren meer
ijszeilende	=	ijszeilen
ijszeiler	noun	iemand die doet aan ijszeilen
ijszeilers	=	ijszeiler
ijszijdebij	noun	Colletes impunctatus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
ijszijdebijen	=	ijszijdebij
ijszijdebijtje	=	ijszijdebij
ijszijdebijtjes	=	ijszijdebij
ijtje	=	ij
ijver	noun	de bereidheid om hard te werken
ijveraar	noun	iemand die zich sterk inzet voor een bepaalde zaak
ijveraars	=	ijveraar
ijveraartje	=	ijveraar
ijveraartjes	=	ijveraar
ijveraren	=	ijveraar
ijverde	=	ijveren
ijverden	=	ijveren
ijvere	=	ijveren
ijveren	verb	moeite doen om een doel na te streven
ijverend	=	ijveren
ijverende	=	ijveren
ijverig	adj	bereid om hard te werken
ijverige	=	ijverig
ijveriger	=	ijverig
ijverigere	=	ijverig
ijverigers	=	ijverig
ijverigs	=	ijverig
ijverigst	=	ijverig
ijverigste	=	ijverig
ijvert	=	ijveren
ijverzucht	noun	de (te) grote neiging om hard te werken
ijverzuchtig	adj	een negatief gevoel veroorzaakt doordat iemand iets heeft of kan krijgen wat je ook wilt hebben of reeds hebt
ijverzuchtige	=	ijverzuchtig
ijverzuchtiger	=	ijverzuchtig
ijverzuchtigere	=	ijverzuchtig
ijverzuchtigers	=	ijverzuchtig
ijverzuchtigs	=	ijverzuchtig
ijverzuchtigst	=	ijverzuchtig
ijverzuchtigste	=	ijverzuchtig
ijze	=	ijzen
ijzel	noun	onderkoelde regen die in ijs overgaat eenmaal in aanraking met de grond
ijzelde	=	ijzelen
ijzelden	=	ijzelen
ijzele	=	ijzelen
ijzelen	verb	het vallen van onderkoelde regen die eenmaal in aanraking met de grond bevriest
ijzelend	=	ijzelen
ijzelende	=	ijzelen
ijzelt	=	ijzelen
ijzen	verb	een gevoel van koude ervaren van schrik of angst
ijzend	=	ijzen
ijzende	=	ijzen
ijzer	noun	een scheikundig element met het symbool Fe en het atoomnummer 26, ook wel bekend als een grijs overgangsmetaal
ijzerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van ijzer, blauw, heel sterk
ijzerachtige	=	ijzerachtig
ijzerachtiger	=	ijzerachtig
ijzerachtigere	=	ijzerachtig
ijzerachtigers	=	ijzerachtig
ijzerachtigs	=	ijzerachtig
ijzerachtigst	=	ijzerachtig
ijzerachtigste	=	ijzerachtig
ijzeratomen	=	ijzeratoom
ijzeratoom	noun	een atoom van het chemisch element ijzer.
ijzeratoompje	=	ijzeratoom
ijzeratoompjes	=	ijzeratoom
ijzerbeslag	noun	ijzerwerk dat ergens ter versiering of ter versteviging op vastgemaakt zijn
ijzerbeslagen	=	ijzerbeslag
ijzerboor	noun	boor waarmee men in staal kan boren
ijzerboortje	=	ijzerboor
ijzerboortjes	=	ijzerboor
ijzerboren	=	ijzerboor
ijzerchloride	noun	een zout van het metaal ijzer en het halogeen chloor en bestaat uit een vorm met twee en één met drie chlooratomen resp.
ijzerchloriden	=	ijzerchloride
ijzerchlorides	=	ijzerchloride
ijzerdraad	noun	stuk draad, getrokken uit ijzer.
ijzerdraadje	=	ijzerdraad
ijzerdraadjes	=	ijzerdraad
ijzerdraden	=	ijzerdraad
ijzeren	adj	van ijzer gemaakt
ijzerenheinig	adj	onverstoorbaar zonder naar anderen te luisteren
ijzerenheinige	=	ijzerenheinig
ijzerenheiniger	=	ijzerenheinig
ijzerenheinigere	=	ijzerenheinig
ijzerenheinigers	=	ijzerenheinig
ijzerenheinigs	=	ijzerenheinig
ijzerenheinigst	=	ijzerenheinig
ijzerenheinigste	=	ijzerenheinig
ijzererts	noun	gesteente waaruit het metaal ijzer gewonnen wordt
ijzerertsen	=	ijzererts
ijzergaren	noun	extra sterk naaigaren, meestal gemaakt van linnen, bijvoorbeeld gebruikt voor het aanzetten van knopen op werkkleding en lederen jassen
ijzergarens	=	ijzergaren
ijzergebrek	noun	aandoening die ontstaat door onvoldoende ijzer opname uit de voeding
ijzergehalte	noun	de hoeveelheid ijzer in het bloed
ijzergehalten	=	ijzergehalte
ijzergehaltes	=	ijzergehalte
ijzergieterij	noun	bedrijf waar men van vloeibaar ijzer producten giet
ijzergieterijen	=	ijzergieterij
ijzergieterijtje	=	ijzergieterij
ijzergieterijtjes	=	ijzergieterij
ijzergrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7011 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7011 ( ).
ijzergrijze	=	ijzergrijs
ijzerhandel	noun	bedrijf dat ijzer in- en verkoopt
ijzerhandels	=	ijzerhandel
ijzerhard	noun	Verbena officinalis is een overblijvende of soms eenjarige plant uit de ijzerhardfamilie Verbenaceae
ijzerharden	=	ijzerhard
ijzerhardfamilie	noun	een familie Verbenaceae van tweezaadlobbige planten.
ijzerhardfamilietje	=	ijzerhardfamilie
ijzerhardje	=	ijzerhard
ijzerhoudend	adj	het element ijzer bevattend
ijzerhoudende	=	ijzerhoudend
ijzerhoudender	=	ijzerhoudend
ijzerhoudendere	=	ijzerhoudend
ijzerhoudenders	=	ijzerhoudend
ijzerhoudends	=	ijzerhoudend
ijzerhoudendst	=	ijzerhoudend
ijzerhoudendste	=	ijzerhoudend
ijzerhout	noun	hardhout
ijzerhouten	adj	vervaardigd van ijzerhout
ijzerhut	noun	eenvoudige hoogoven waarin ijzeroer door houtskoolvuur wordt verhit
ijzerhutten	=	ijzerhut
ijzerlegering	noun	legering waarin ijzer de belangrijkste component is
ijzerlegeringen	=	ijzerlegering
ijzerlegerinkje	=	ijzerlegering
ijzerlegerinkjes	=	ijzerlegering
ijzermenie	noun	een roodbruine grondverf voor met name staalconstructies om corrosie tegen te gaan.
ijzermijn	noun	plaats waar men ijzererts wint
ijzermijnen	=	ijzermijn
ijzermijntje	=	ijzermijn
ijzeroer	noun	ruwe klonten ijzererts in de grond bij beken en moerassen
ijzeroeren	=	ijzeroer
ijzeroxide	noun	een verbinding van ijzer en zuurstof, waarin zuurstof de oxidatietoestand -2 bezit
ijzeroxiden	=	ijzeroxide
ijzeroxides	=	ijzeroxide
ijzerpil	noun	medicament dat ijzer bevat en dat wordt voorgeschreven bij een ijzertekort
ijzerpillen	=	ijzerpil
ijzerpilletje	=	ijzerpil
ijzerpilletjes	=	ijzerpil
ijzerpreparaat	noun	een medicijn waarvan ijzer de werkzame stof is
ijzerpreparaten	=	ijzerpreparaat
ijzers	=	ijzer
ijzerspaat	noun	een ijzer-carbonaat met de chemische formule FeCO₃
ijzerspaten	=	ijzerspaat
ijzerstapeling	noun	het stapelen van ijzer (in het lichaam)
ijzerstapelingen	=	ijzerstapeling
ijzerstapelingsziekte	noun	erfelijke aandoening waarbij de patiënt te veel ijzer opneemt
ijzersteen	noun	een soort ijzererts dat bestaat uit grotere, verharde ijzeroxide-ijzerhydroxide-concreties, die al vele eeuwen geleden dicht onder het maaiveld werden gedolven als grondstof voor de ijzerproductie
ijzersterk	adj	bijzonder sterk, zo sterk als ijzer
ijzersterke	=	ijzersterk
ijzersterks	=	ijzersterk
ijzersulfaat	noun	is een ijzerzout van zwavelzuur, er zijn twee vormen één met als brutoformule FeSO₄ en de andere met Fe₂(SO₄)₃
ijzersulfaten	=	ijzersulfaat
ijzertekort	noun	aandoening die ontstaat door onvoldoende ijzer opname uit de voeding
ijzertekorten	=	ijzertekort
ijzertijd	noun	tijdperk in de menselijke geschiedenis waarin men ijzer leerde winnen.
ijzertijdperk	noun	prehistorische cultuurperiode, volgende op het bronstijdperk
ijzertje	=	ijzer
ijzertjes	=	ijzer
ijzervaren	noun	Cyrtomium falcatum een van oorsprong Oost-Aziatische varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae) die door cultivatie wereldwijd verspreid is en zich sinds enige jaren in België en Nederland ook in het wild voortplant
ijzervarens	=	ijzervaren
ijzervarentje	=	ijzervaren
ijzervarentjes	=	ijzervaren
ijzervarken	noun|obsolete	egel
ijzervarkens	=	ijzervarken
ijzervarkentje	=	ijzervarken
ijzervarkentjes	=	ijzervarken
ijzerverbinding	noun	chemische verbinding waarbij ijzeratomen (Fe) binden met andere elementen, zoals halogenen of chalcogenen
ijzerverbindingen	=	ijzerverbinding
ijzerverbindinkje	=	ijzerverbinding
ijzerverbindinkjes	=	ijzerverbinding
ijzervijlsel	noun	vijlsel afkomstig van het verspanen van ijzer
ijzervlechter	noun	vakman die ijzeren of stalen staven knipt, buigt en aan elkaar bevestigt om de wapening voor het beton te maken
ijzervlechters	=	ijzervlechter
ijzervoorraad	noun	de hoeveelheid ijzer die in het lichaam aanwezig is
ijzervoorraadje	=	ijzervoorraad
ijzervoorraadjes	=	ijzervoorraad
ijzervoorraden	=	ijzervoorraad
ijzervreetster	=	ijzervreter
ijzervreter	noun	vuurvreter, gehard militair
ijzervreters	=	ijzervreter
ijzervretertje	=	ijzervreter
ijzerwaar	noun	van metaal gemaakt product
ijzerwaren	noun	eenvoudige handelswaren gemaakt van metaal
ijzerwarenwinkel	noun	zaak waar men ijzerwaren zoals spijkers en schroeven verkoopt
ijzerwarenwinkels	=	ijzerwarenwinkel
ijzerwarenwinkeltje	=	ijzerwarenwinkel
ijzerwarenwinkeltjes	=	ijzerwarenwinkel
ijzerwerk	noun	een voorwerp gemaakt van ijzer
ijzerwerken	=	ijzerwerk
ijzerwerkje	=	ijzerwerk
ijzerwerkjes	=	ijzerwerk
ijzerwinkel	noun	winkel waar ijzerwaren worden verkocht.
ijzerwinkels	=	ijzerwinkel
ijzerwinkeltje	=	ijzerwinkel
ijzerwinkeltjes	=	ijzerwinkel
ijzerzaag	noun	fijn getande zaag waarmee men ook ijzer (en andere metalen) kan zagen
ijzerzaagje	=	ijzerzaag
ijzerzaagjes	=	ijzerzaag
ijzerzagen	=	ijzerzaag
ijzerzout	noun	een zout waarin het element ijzer de baserest vormt.
ijzerzouten	=	ijzerzout
ijzig	adj	met een lage temperatuur
ijzige	=	ijzig
ijziger	=	ijzig
ijzigere	=	ijzig
ijzigers	=	ijzig
ijzigheden	=	ijzigheid
ijzigheid	noun	koude, kilte qua temperatuur
ijzigs	=	ijzig
ijzigst	=	ijzig
ijzigste	=	ijzig
ijzing	noun	het ijzen
ijzingen	=	ijzing
ijzingwekkend	adj	angstaanjagend; waardoor je de koude rillingen over het lijf lopen
ijzingwekkende	=	ijzingwekkend
ijzingwekkender	=	ijzingwekkend
ijzingwekkendere	=	ijzingwekkend
ijzingwekkenders	=	ijzingwekkend
ijzingwekkends	=	ijzingwekkend
ijzingwekkendst	=	ijzingwekkend
ijzingwekkendste	=	ijzingwekkend
ijzinkje	=	ijzing
ijzinkjes	=	ijzing
ik	pron	nominatief (onderwerp), verwijst naar de spreker of schrijver met uitsluiting van anderen	noun	ego, de eigenlijke zelfstandige persoon
ik-besef	noun	het besef van zichzelf (het ik, ego)
ik-figuren	=	ik-figuur
ik-figuur	noun	persoon die wordt bedoeld als in een verhaal, gedicht of lied de eerste persoonsvorm ("ik") wordt gebruikt
ik-figuurtje	=	ik-figuur
ik-figuurtjes	=	ik-figuur
ik-roman	noun	roman geschreven in de ik-vorm
ik-romannetje	=	ik-roman
ik-romannetjes	=	ik-roman
ik-romans	=	ik-roman
ik-tijdperk	noun	periode waarin de belangstelling sterk individueel en op het eigen belang gericht is
ik-tijdperken	=	ik-tijdperk
ik-vorm	noun	een manier van vertellen waarbij de verteller als 'ik' optreedt
ik-vormen	=	ik-vorm
ik-zucht	noun	neiging om zich vooral met het eigen ik bezig te houden
ikakopruim	noun	Chrysobalanus icaco een plant uit de familie Chrysobalanaceae.
ikakopruimen	=	ikakopruim
ikakopruimpje	=	ikakopruim
ikakopruimpjes	=	ikakopruim
ikea-roman	noun	een roman bestaande uit verschillende onderdelen waarvan de samenhang niet helemaal duidelijk is
ikea-romannetje	=	ikea-roman
ikea-romannetjes	=	ikea-roman
ikea-romans	=	ikea-roman
ikebana	noun	Japanse bloemschikkunst gericht op het scheppen van een fraaie compositie
ikenobo	noun	oudste stijl van Japanse bloemschikkunst
ikje	=	ik
ikjes	=	ik
ikke	pron|informal	ik
ikken	=	ik
ikonisch	=	iconisch
ikoon	=	icoon
ikzelf	pron	versterkte vorm van ik
ilan	noun	boom
ileus	noun	belemmering van de darmwerking
ileïtis	noun	ontsteking van het laatste deel van de dunne darm
ilinnevelrat	noun	Crateromys paulus knaagdier uit het geslacht Crateromys dat voorkomt op Ilin, een klein eilandje ten zuiden van Mindoro in de westelijke Filipijnen.
ilinnevelratje	=	ilinnevelrat
ilinnevelratjes	=	ilinnevelrat
ilinnevelratten	=	ilinnevelrat
illatief	noun	naamval die een beweging naar binnen aanduidt	adj	een gevolgtrekking aanduidend of inhoudend
illatiefs	=	illatief
illatieve	=	illatief
illatieven	=	illatief
illegaal	noun	een buitenlander die zonder werk- en verblijfsvergunning in een land verblijft	adj	in weerwil van de wet, onwettig, door de wet verboden
illegaals	=	illegaal
illegaalst	=	illegaal
illegaalste	=	illegaal
illegaaltje	=	illegaal
illegaaltjes	=	illegaal
illegale	=	illegaal
illegalen	=	illegaal
illegalenbeleid	noun	de manier waarop de overheid omgaat men personen die zonder verblijfsvergunning in een land wonen of verblijven
illegalenprobleem	noun	het vraagstuk hoe om te gaan met mensen die zonder verblijfsvergunning ergens zijn
illegalenproblemen	=	illegalenprobleem
illegaler	=	illegaal
illegalere	=	illegaal
illegalers	=	illegaal
illegaliteit	noun	de wereld van diegenen die zich niet storen aan de regels van de heersende macht
illegaliteiten	=	illegaliteit
illegaliteitje	=	illegaliteit
illegaliteitjes	=	illegaliteit
illegitiem	adj	niet door de wetgeving bekrachtigd of toegestaan
illegitieme	=	illegitiem
illegitiemer	=	illegitiem
illegitiemere	=	illegitiem
illegitiemers	=	illegitiem
illegitiems	=	illegitiem
illegitiemst	=	illegitiem
illegitiemste	=	illegitiem
illiberaal	adj	niet liberaal
illiberaals	=	illiberaal
illiberaalst	=	illiberaal
illiberaalste	=	illiberaal
illiberale	=	illiberaal
illiberaler	=	illiberaal
illiberalere	=	illiberaal
illiberalers	=	illiberaal
illiciet	adj	ongeoorloofd, illegaal
illiciete	=	illiciet
illicieter	=	illiciet
illicietere	=	illiciet
illicieters	=	illiciet
illiciets	=	illiciet
illicietst	=	illiciet
illicietste	=	illiciet
illiquide	adj	nog niet vereffend, niet verrekenbaar, niet direct in contanten om te zetten
illiquides	=	illiquide
illuminati	noun	benaming voor een verondersteld geheim genootschap in diverse complottheorieën
illuminatie	noun	verlichting
illuminaties	=	illuminatie
illuminator	noun	verluchter van handschriften, illustrator
illuminatoren	=	illuminator
illuminators	=	illuminator
illuminatortje	=	illuminator
illuminatortjes	=	illuminator
illumineer	=	illumineren
illumineerde	=	illumineren
illumineerden	=	illumineren
illumineert	=	illumineren
illuminere	=	illumineren
illumineren	verb	feestelijk verlichten
illuminerend	=	illumineren
illuminerende	=	illumineren
illusie	noun	zinsbegoocheling
illusieloos	adj	zonder illusie, zonder valse hoop
illusieloost	=	illusieloos
illusielooste	=	illusieloos
illusieloze	noun	iemand zonder illusies
illusielozen	=	illusieloze
illusielozer	=	illusieloos
illusielozere	=	illusieloos
illusielozers	=	illusieloos
illusiepolitiek	noun	politiek, gebaseerd op denkbeelden die niet overeenkomen met de werkelijkheid
illusies	=	illusie
illusietje	=	illusie
illusionair	adj	van de aard van of veroorzaakt door een illusie
illusionairder	=	illusionair
illusionairdere	=	illusionair
illusionairders	=	illusionair
illusionaire	=	illusionair
illusionairs	=	illusionair
illusionairst	=	illusionair
illusionairste	=	illusionair
illusionisme	noun	leer dat alle menselijke voorstellingen en begrippen slechts illusies zijn
illusionist	noun	iemand die mensen door middel van optische illusies voor de mal houdt, de illusionist goochelt met mensen een goochelaar meestal met kleinere voorwerpen
illusioniste	=	illusionist
illusionisten	=	illusionist
illusionistisch	adj	betrekking hebbend op het illusionisme of een illusionist
illusionistische	=	illusionistisch
illusionistischer	=	illusionistisch
illusionistischere	=	illusionistisch
illusionistischers	=	illusionistisch
illusoir	adj	alleen maar in de verbeelding bestaand
illusoirder	=	illusoir
illusoirdere	=	illusoir
illusoirders	=	illusoir
illusoire	=	illusoir
illusoirs	=	illusoir
illusoirst	=	illusoir
illusoirste	=	illusoir
illuster	adj	beroemd, zeer bekend van reputatie
illusterder	=	illuster
illusterdere	=	illuster
illusterders	=	illuster
illustere	=	illuster
illusters	=	illuster
illusterst	=	illuster
illusterste	=	illuster
illustrateur	=	illustrator
illustratie	noun	afbeelding in een boek of tijdschrift
illustratief	adj	verduidelijkend
illustratiefs	=	illustratief
illustratiefst	=	illustratief
illustratiefste	=	illustratief
illustratiemateriaal	noun	beelden waarmee men een tekst kan verlevendigen en verduidelijken
illustratiematerialen	=	illustratiemateriaal
illustraties	=	illustratie
illustratietje	=	illustratie
illustratieve	=	illustratief
illustratiever	=	illustratief
illustratievere	=	illustratief
illustratievers	=	illustratief
illustrator	noun	iemand die een werk van illustraties voorziet
illustratoren	=	illustrator
illustrators	=	illustrator
illustratortje	=	illustrator
illustratrice	=	illustrator
illustreer	=	illustreren
illustreerde	=	illustreren
illustreerden	=	illustreren
illustreert	=	illustreren
illustrere	=	illustreren
illustreren	verb	van afbeeldingen voorzien
illustrerend	=	illustreren
illustrerende	=	illustreren
illustrering	noun	het illustreren
illustreringen	=	illustrering
iloei	noun	geniaal persoon
iloejiem	=	iloei
ima	noun	moeder, mama
ima's	=	ima
image	noun	het beeld dat van een persoon of instelling bestaat
imagebuilding	noun	het proces van het bewust bouwen aan en versterken van het imago van een persoon, organisatie of merk.
images	=	image
imaginair	adj	denkbeeldig
imaginairder	=	imaginair
imaginairdere	=	imaginair
imaginairders	=	imaginair
imaginaire	=	imaginair
imaginairs	=	imaginair
imaginairst	=	imaginair
imaginairste	=	imaginair
imaginatie	noun	het vermogen om mentale beelden, ideeën en/of gevoelens op te roepen, zonder dat men deze zintuiglijk waarneemt
imaginaties	=	imaginatie
imagines	=	imago
imago	noun	bepaald beeld dat van een persoon of instelling bestaat
imago's	=	imago
imagocampagne	noun	reeks activiteiten die erop gericht is het aanzien van iets of iemand te verbeteren
imagocampagnes	=	imagocampagne
imagootje	=	imago
imagootjes	=	imago
imagoprobleem	noun	het probleem dat ontstaat als mensen een bepaald (verkeerd) beeld van iets of iemand hebben
imagoprobleempje	=	imagoprobleem
imagoprobleempjes	=	imagoprobleem
imagoproblemen	=	imagoprobleem
imagoschade	noun	aantasting van de reputatie van iets of iemand
imagoschaden	=	imagoschade
imagoschades	=	imagoschade
imagoverandering	noun	verandering van het beeld dat mensen over iets of iemand hebben
imagoveranderingen	=	imagoverandering
imagoveranderingetje	=	imagoverandering
imagoveranderingetjes	=	imagoverandering
imagoverbetering	noun	verandering in positieve richting van het beeld dat mensen over iets of iemand hebben
imagoverbeteringen	=	imagoverbetering
imagoverlies	noun	verslechtering van de reputatie van iets of iemand
imagoverliezen	=	imagoverlies
imagoversterking	noun	het verbeteren van het beeld dat mensen van een persoon of bedrijf hebben
imagoversterkingen	=	imagoversterking
imagoversterkinkje	=	imagoversterking
imagoversterkinkjes	=	imagoversterking
imahot	noun	de vier aartsmoeders: Sara, Rebekka, Lea en Rachel
imam	noun	voorganger bij het gebed
imamopleiding	noun	opleiding tot islamitisch geestelijke
imamopleidingen	=	imamopleiding
imamopleidinkje	=	imamopleiding
imamopleidinkjes	=	imamopleiding
imampje	=	imam
imampjes	=	imam
imams	=	imam
imbeciel	noun	zwakzinnige	adj	zwakzinnig in de op een na hoogste graad
imbeciele	=	imbeciel
imbecielen	=	imbeciel
imbecieler	=	imbeciel
imbecielere	=	imbeciel
imbecielers	=	imbeciel
imbeciels	=	imbeciel
imbecielst	=	imbeciel
imbecielste	=	imbeciel
imbecieltje	=	imbeciel
imbeciliteit	noun	extreme vorm van domheid
imbeciliteiten	=	imbeciliteit
imeriorpheusmierkruiper	noun	Hypocnemis flavescens een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
imeriorpheusmierkruipers	=	imeriorpheusmierkruiper
imeriorpheusmierkruipertje	=	imeriorpheusmierkruiper
imeriorpheusmierkruipertjes	=	imeriorpheusmierkruiper
imf	noun	Internationaal Monetair Fonds
imidazolidinylureum	noun	naam van een bepaalde stof met de formule C₁₁H₁₆N₈O₈ die vaak als conserveermiddel wordt gebruikt
imitatie	noun	het nabootsen
imitatiegedrag	noun	handelingen die men doet in navolging van anderen
imitatiekaas	noun	product gemaakt van witte (geraffineerde) palmolie, melkeiwit en zetmeel
imitatiekazen	=	imitatiekaas
imitatieleer	noun	kunststof die eruit ziet als leer
imitatieparel	noun	met laagjes paarlemoer beklede kraal die op een echte parel lijkt
imitatieparels	=	imitatieparel
imitatiepareltje	=	imitatieparel
imitatiepareltjes	=	imitatieparel
imitaties	=	imitatie
imitatietje	=	imitatie
imitatietjes	=	imitatie
imitator	noun	iemand die een ander persoon nadoet
imitatoren	=	imitator
imitators	=	imitator
imitatortje	=	imitator
imitatortjes	=	imitator
imiteer	=	imiteren
imiteerde	=	imiteren
imiteerden	=	imiteren
imiteert	=	imiteren
imitere	=	imiteren
imiteren	verb	doen wat iemand anders doet
imiterend	=	imiteren
imiterende	=	imiteren
imker	noun	iemand die bijen houdt voor het verkrijgen van honing
imkerde	=	imkeren
imkerden	=	imkeren
imkere	=	imkeren
imkeren	verb	bijen houden
imkerend	=	imkeren
imkerende	=	imkeren
imkerij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op de bijenteelt
imkerijen	=	imkerij
imkerijtje	=	imkerij
imkerijtjes	=	imkerij
imkerin	=	imker
imkers	=	imker
imkersvereniging	noun	een lokale of landelijke organisatie van imkers en bijenliefhebbers.
imkersverenigingen	=	imkersvereniging
imkersverenigingetje	=	imkersvereniging
imkersverenigingetjes	=	imkersvereniging
imkert	=	imkeren
imkertje	=	imker
imkertjes	=	imker
immanent	adj	in zichzelf besloten (inherent aan iets en niet te scheiden daarvan hoewel het wel als iets aparts beschouwd kan worden)
immanente	=	immanent
immanenter	=	immanent
immanentere	=	immanent
immanenters	=	immanent
immanentie	noun	het immanent zijn
immanenties	=	immanentie
immanents	=	immanent
immanentst	=	immanent
immanentste	=	immanent
immaterieel	adj	niet stoffelijk, niet tastbaar
immaterieels	=	immaterieel
immaterieelst	=	immaterieel
immaterieelste	=	immaterieel
immateriële	=	immaterieel
immateriëler	=	immaterieel
immateriëlere	=	immaterieel
immateriëlers	=	immaterieel
immatriculatie	noun	inschrijving
immatriculaties	=	immatriculatie
immatriculeer	=	immatriculeren
immatriculeerde	=	immatriculeren
immatriculeerden	=	immatriculeren
immatriculeert	=	immatriculeren
immatriculere	=	immatriculeren
immatriculeren	verb	zich als student of lid inschrijven bij een onderwijsinstelling of vereniging
immatriculerend	=	immatriculeren
immatriculerende	=	immatriculeren
immature	=	immatuur
immaturiteit	noun	onrijpheid
immatuur	adj|formal	onrijp
immatuurder	=	immatuur
immatuurdere	=	immatuur
immatuurders	=	immatuur
immatuurs	=	immatuur
immatuurst	=	immatuur
immatuurste	=	immatuur
imme	noun	geheel van bijennest en bijenvolk
immediaat	adj	meteen, onmiddellijk
immediaats	=	immediaat
immediaatst	=	immediaat
immediaatste	=	immediaat
immediate	=	immediaat
immediater	=	immediaat
immediatere	=	immediaat
immediaters	=	immediaat
immen	=	imme
immens	adj	heel erg groot, groter dan de menselijke maat
immense	=	immens
immenser	=	immens
immensere	=	immens
immensers	=	immens
immensiteit	noun	het immens zijn, de onmetelijkheid
immensiteiten	=	immensiteit
immenst	=	immens
immenste	=	immens
immensurabel	adj	onmeetbaar
immensurabele	=	immensurabel
immensurabeler	=	immensurabel
immensurabelere	=	immensurabel
immensurabelers	=	immensurabel
immensurabels	=	immensurabel
immensurabelst	=	immensurabel
immensurabelste	=	immensurabel
immer	adv	op ieder moment
immergroen	adj	groen loof dragend dat niet afvalt
immergroene	=	immergroen
immergroens	=	immergroen
immers	adv	een logisch verband aangevend met iets dat eerder gezegd is, meestal in een vraag
immersie	noun	onderdompeling, virtual reality
immersieonderwijs	noun	onderwijs dat gegeven wordt in een vreemde, met als doel deze vreemde taal te leren
immersies	=	immersie
immetje	=	imme
immetjes	=	imme
immigrant	noun	iemand die zich in een voor hem nieuw land vestigt of recentelijk heeft gevestigd, een inkomend landverhuizer
immigrante	noun	vrouw die oorspronkelijk uit een ander land komt
immigranten	=	immigrant
immigrantenscheepje	=	immigrantenschip
immigrantenscheepjes	=	immigrantenschip
immigrantenschepen	=	immigrantenschip
immigrantenschip	noun	schip vol immigranten (b.v. met Afrikanen die naar Europa willen)
immigrantenzonen	=	immigrantenzoon
immigrantenzoon	noun	zoon van een persoon die geboren is in een ander land dan het land waar hij of zij nu woont
immigrantenzoons	=	immigrantenzoon
immigrantes	=	immigrante
immigrantje	=	immigrant
immigrantjes	=	immigrant
immigratie	noun	het zich metterwoon vestigen van allochtonen in een land
immigratieambtenaar	noun	persoon die in overheidsdienst betrokken is bij het immigratie proces
immigratieambtenaars	=	immigratieambtenaar
immigratieambtenaren	=	immigratieambtenaar
immigratiebeleid	noun	het regeringsbeleid dat gevoerd wordt bij het omgaan met de instroom van vreemdelingen in het eigen land
immigratiedebat	noun	de politieke en maatschappelijke discussie over de verschillende aspecten van immigratie
immigratiedebatten	=	immigratiedebat
immigratiedienst	noun	overheidsdienst die beslist over de toelating van immigranten
immigratiediensten	=	immigratiedienst
immigratiegolf	noun	de tijdelijke, plotselinge toename van het aantal immigranten in een land
immigratiegolfje	=	immigratiegolf
immigratiegolfjes	=	immigratiegolf
immigratiegolven	=	immigratiegolf
immigratieland	noun	land waar meer mensen naartoe komen om er te wonen dan dat er mensen zijn die het land verlaten; land met een immigratieoverschot
immigratielanden	=	immigratieland
immigratiepolitiek	noun	politiek die wordt gevolgd t.a.v. immigratie
immigratieprobleem	noun	het vraagstuk hoe om te gaan met het verschijnsel dat mensen uit andere landen zich blijvend in het ontvangende land vestigen
immigratieproblemen	=	immigratieprobleem
immigratieregel	noun	wettelijke regelingen die gelden rond het gaan wonen van buitenlanders in een land
immigratieregels	=	immigratieregel
immigraties	=	immigratie
immigratiesamenleving	noun	samenleving met een hogere immigratie dan emigratie
immigratiesamenlevingen	=	immigratiesamenleving
immigratiestop	noun	rem op het aantal mensen dat vanuit het buitenland in een land gaat wonen
immigratiestops	=	immigratiestop
immigratiestromen	=	immigratiestroom
immigratiestroom	noun	de gestage toevloed van immigranten naar een bepaald land
immigratiestroompje	=	immigratiestroom
immigratiestroompjes	=	immigratiestroom
immigratievraagstuk	noun	het als een probleem ervaren van het verschijnsel dat mensen uit het buitenland zich in een land vestigen
immigratievraagstukken	=	immigratievraagstuk
immigratiewet	noun	wet die regelt welke mensen, vanuit het buitenland, in een land mogen gaan wonen
immigratiewetgeving	noun	wetgeving die bepaalt of iemand van buitenlandseafkomst in een land mag wonen
immigratiewetgevingen	=	immigratiewetgeving
immigratiewetten	=	immigratiewet
immigratiezaak	noun	alle administratie rondom het proces van immigratie
immigratiezaakje	=	immigratiezaak
immigratiezaakjes	=	immigratiezaak
immigratiezaken	=	immigratiezaak
immigreer	=	immigreren
immigreerde	=	immigreren
immigreerden	=	immigreren
immigreert	=	immigreren
immigrere	=	immigreren
immigreren	verb	een land binnenkomen om zich er metterwoon te vestigen
immigrerend	=	immigreren
immigrerende	=	immigreren
imminent	adj	van iets dat het op korte termijn kan gebeuren
imminente	=	imminent
imminenter	=	imminent
imminentere	=	imminent
imminenters	=	imminent
imminents	=	imminent
imminentst	=	imminent
imminentste	=	imminent
immissie	noun	het binnendringen van iets (bijv. geluid of een verontreinigende stof)
immobiel	adj	vast op zijn plaats blijvend of weinig van plaats veranderend
immobiele	=	immobiel
immobieler	=	immobiel
immobielere	=	immobiel
immobielers	=	immobiel
immobiels	=	immobiel
immobielst	=	immobiel
immobielste	=	immobiel
immobilia	noun	vastgoed, de grond en de gebouwen (opstal) op deze grond, zaken die niet eenvoudig verplaatst kunnen worden
immobilisatie	noun	onbeweeglijk maken
immobilisaties	=	immobilisatie
immobiliseer	=	immobiliseren
immobiliseerde	=	immobiliseren
immobiliseerden	=	immobiliseren
immobiliseert	=	immobiliseren
immobilisere	=	immobiliseren
immobiliseren	verb	het onbeweeglijk maken van gekwetste ledematen
immobiliserend	=	immobiliseren
immobiliserende	=	immobiliseren
immobiliteit	noun	niet kunnen bewegen
immobiliën	noun	onroerend goed, zoals gebouwen
immobiliënsector	noun	de bedrijfstak van het onroerend goed
immobiliënsectoren	=	immobiliënsector
immobiliënsectors	=	immobiliënsector
immobord	noun	reclamebord dat makelaars gebruiken om onroerend goed te koop of te huur aan te bieden
immoborden	=	immobord
immobordje	=	immobord
immobordjes	=	immobord
immokantoor	noun	kantoor van een makelaar in onroerende goederen
immokantoren	=	immokantoor
immoraliteit	noun	het gewetenloos denken en handelen
immoraliteiten	=	immoraliteit
immoraliteitje	=	immoraliteit
immoreel	adj	tegen geweten, moraal, zeden of normen ingaand
immoreels	=	immoreel
immoreelst	=	immoreel
immoreelste	=	immoreel
immorele	=	immoreel
immoreler	=	immoreel
immorelere	=	immoreel
immorelers	=	immoreel
immortelle	noun	benaming voor planten uit het geslacht Helichrysum
immortellen	=	immortelle
immortellenkrans	noun	krans vervaardigd van immortellen (en bestemd om op graven te worden geplaatst)
immortellenkransen	=	immortellenkrans
immortellenkransje	=	immortellenkrans
immortellenkransjes	=	immortellenkrans
immune	=	immuun
immuner	=	immuun
immunere	=	immuun
immuners	=	immuun
immunisatie	noun	opwekken van onvatbaarheid
immunisaties	=	immunisatie
immuniseer	=	immuniseren
immuniseerde	=	immuniseren
immuniseerden	=	immuniseren
immuniseert	=	immuniseren
immunisere	=	immuniseren
immuniseren	verb	beschermen tegen een infectieziekte door het geven van een ongevaarlijke vorm van een micro-organisme dat wel het immuunsysteem stimuleert maar geen ziekte veroorzaakt
immuniserend	=	immuniseren
immuniserende	=	immuniseren
immuniteit	noun	onvatbaarheid voor een ziekte
immuniteiten	=	immuniteit
immunogeen	noun	antigeen dat een immuunreactie oproept	adj	wat onvatbaarheid (afweer) veroorzaakt
immunogeens	=	immunogeen
immunogeenst	=	immunogeen
immunogeenste	=	immunogeen
immunogene	=	immunogeen
immunogenen	=	immunogeen
immunogener	=	immunogeen
immunogenere	=	immunogeen
immunogeners	=	immunogeen
immunogeniciteit	noun	het vermogen om immuniteit te veroorzaken
immunologen	=	immunoloog
immunologie	noun	de leer van het afweersysteem dat verantwoordelijk is voor: afweer tegen besmettelijke ziekten; allergische reacties; en afstotingsreacties tegen (vreemde) weefsels
immunologisch	adj	met betrekking tot onvatbaarheid voor schadelijke invloeden
immunologische	=	immunologisch
immunologischer	=	immunologisch
immunologischere	=	immunologisch
immunologischers	=	immunologisch
immunoloog	noun	deskundige op het gebied van het afweersysteem van levende organismen
immunosuppressivum	noun	afweeronderdrukker
immunotherapie	noun	behandeling door het stimuleren van het afweersysteem; een therapie, die er op is gericht het immuunsysteem zo te laten functioneren dat het lichaam zich zo goed mogelijk tegen vreemde factoren verzet
immunotherapieën	=	immunotherapie
immuun	adj	onvatbaar
immuundeficiëntie	noun	een niet of niet goed functionerend immuunsysteem (afweersysteem), veroorzaakt door een ziekte of door een geneesmiddel dat een patiënt gebruikt
immuunreactie	noun	afweerreactie van het lichaam op lichaamsvreemde stoffen
immuunreacties	=	immuunreactie
immuunrespons	noun	de reactie van het immuunsysteem op een infectie of vaccinatie
immuunresponsen	=	immuunrespons
immuuns	=	immuun
immuunst	=	immuun
immuunste	=	immuun
immuunstof	noun	een stof die door het immuunsysteem wordt aangemaakt om ziekteverwekkers te bestrijden
immuunstoffen	=	immuunstof
immuunstofje	=	immuunstof
immuunstofjes	=	immuunstof
immuunsysteem	noun	een verdedigingssysteem in een organisme met als doel indringers of veranderde eigen cellen te bestrijden
immuunsysteempje	=	immuunsysteem
immuunsysteempjes	=	immuunsysteem
immuunsystemen	=	immuunsysteem
immuuntherapie	noun	behandeling door het stimuleren van het afweersysteem
immuuntherapieën	=	immuuntherapie
immuunziekte	noun	een ziekte die het immuunsysteem van een organisme aantast
immuunziekten	=	immuunziekte
immuunziektes	=	immuunziekte
impact	noun	invloed, effect
impactanalyse	noun	onderzoek naar de mogelijke effecten van bepaalde veranderingen of maatregelen
impactanalysen	=	impactanalyse
impactanalyses	=	impactanalyse
impacteer	=	impacteren
impacteerde	=	impacteren
impacteerden	=	impacteren
impacteert	=	impacteren
impactere	=	impacteren
impacteren	verb	in invloed hebben op
impacterend	=	impacteren
impacterende	=	impacteren
impacts	=	impact
impactstudie	noun	onderzoek naar de mogelijke effecten van bepaalde veranderingen of maatregelen
impactstudies	=	impactstudie
impala	noun	Aepyceros melampus, een van de meest succesvolle soorten antilopen in zuidelijk Afrika
impala's	=	impala
impalaatje	=	impala
impalaatjes	=	impala
impardonnabel	adj	onvergeeflijk
impardonnabele	=	impardonnabel
impardonnabeler	=	impardonnabel
impardonnabelere	=	impardonnabel
impardonnabelers	=	impardonnabel
impardonnabels	=	impardonnabel
impardonnabelst	=	impardonnabel
impardonnabelste	=	impardonnabel
impasse	noun	een vastgelopen situatie die moeilijk is op te lossen
impassen	=	impasse
impasses	=	impasse
impasto	noun	een schildertechniek waarbij de verf in zeer dikke streken of klodders op het kunstwerk wordt aangebracht
impeachmentprocedure	noun	afzettingsprocedure van een bestuurder in het algemeen
impeachmentprocedures	=	impeachmentprocedure
impedantie	noun	de frequentieafhankelijke mate waarin een materiaal het passeren van elektrische lading bemoeilijkt (schijnbare weerstand)
impedanties	=	impedantie
impedantietje	=	impedantie
impedantietjes	=	impedantie
impediment	noun	iets dat de voortgang van iets belemmert
impedimenten	=	impediment
impenetrabel	adj	ondoordringbaar
impenetrabele	=	impenetrabel
impenetrabeler	=	impenetrabel
impenetrabelere	=	impenetrabel
impenetrabelers	=	impenetrabel
impenetrabels	=	impenetrabel
impenetrabelst	=	impenetrabel
impenetrabelste	=	impenetrabel
imperatief	noun	de vorm waarin een werkwoord gebruikt wordt als iets zeker gedaan moet worden	adj	gebiedend
imperatiefje	=	imperatief
imperatiefs	=	imperatief
imperatiefst	=	imperatief
imperatiefste	=	imperatief
imperatieve	=	imperatief
imperatieven	=	imperatief
imperatiever	=	imperatief
imperatievere	=	imperatief
imperatievers	=	imperatief
imperator	noun	eretitel voor Romeins opperbevelhebber
imperatoren	=	imperator
imperators	=	imperator
imperatortje	=	imperator
imperatortjes	=	imperator
imperfect	adj	niet volmaakt, nog een of meer gebreken hebbend	noun|obsolete	vormen van het werkwoord die voortduren van een handeling in het verleden uitdrukken
imperfecta	=	imperfectum
imperfecte	=	imperfect
imperfecter	=	imperfect
imperfectere	=	imperfect
imperfecters	=	imperfect
imperfectie	noun	iets dat niet helemaal goed is
imperfecties	=	imperfectie
imperfectietje	=	imperfectie
imperfects	=	imperfect
imperfectst	=	imperfect
imperfectste	=	imperfect
imperfectum	noun	vervoegingen van een werkwoord die aangeven dat iets in het verleden gebeurt
imperfectums	=	imperfectum
imperia	=	imperium
imperiaal	noun	bagagerek op het dak van een auto	adj	keizerlijk
imperiaals	=	imperiaal
imperiaalst	=	imperiaal
imperiaalste	=	imperiaal
imperiaaltje	=	imperiaal
imperiaaltjes	=	imperiaal
imperiale	=	imperiaal
imperialen	=	imperiaal
imperialer	=	imperiaal
imperialere	=	imperiaal
imperialers	=	imperiaal
imperialisme	noun	politiek van staatkundige, economische en culturele expansie (vaak bereikt met militaire middelen)
imperialismen	=	imperialisme
imperialist	noun	iemand die streeft naar staatkundige en economische expansie, aanhanger van het imperialisme
imperialisten	=	imperialist
imperialistisch	adj	strevend naar machtsuitbreiding buiten de eigen natie (of nog liever naar de wereldheerschappij) of uit dit streven voortvloeiend
imperialistische	=	imperialistisch
imperialistischer	=	imperialistisch
imperialistischere	=	imperialistisch
imperialistischers	=	imperialistisch
imperialistischt	=	imperialistisch
imperialistischte	=	imperialistisch
imperialistje	=	imperialist
imperialistjes	=	imperialist
imperium	noun	keizerrijk
imperiumpje	=	imperium
imperiumpjes	=	imperium
imperiums	=	imperium
impermeabel	noun	waterdichte regenjas	adj	van een afgrenzing dat er niets doorheen kan gaan
impermeabele	=	impermeabel
impermeabeler	=	impermeabel
impermeabelere	=	impermeabel
impermeabelers	=	impermeabel
impermeabels	=	impermeabel
impermeabelst	=	impermeabel
impermeabelste	=	impermeabel
impersonatie	noun	het aannemen van een andere gedaante of identiteit om je voor te doen als iemand anders
impertinent	adj	te intiem en niet ter zake doende
impertinente	=	impertinent
impertinenter	=	impertinent
impertinentere	=	impertinent
impertinenters	=	impertinent
impertinentie	noun	handeling die uiting geeft aan een gebrek aan achting of beleefdheid
impertinenties	=	impertinentie
impertinents	=	impertinent
impertinentst	=	impertinent
impertinentste	=	impertinent
impetigo	noun	etterige huidontsteking
implantaat	noun	een stof, voorwerp, toestel etc. dat in een lichaam wordt aangebracht
implantaatje	=	implantaat
implantaatjes	=	implantaat
implantaatoverkappingprothese	noun	overkappingprothese die bevestigd is aan een in de kaak aanwezig implantaat
implantaatoverkappingprothesen	=	implantaatoverkappingprothese
implantaatoverkappingprotheses	=	implantaatoverkappingprothese
implantaten	=	implantaat
implantatie	noun	inplanting (van levend weefsel, een voorwerp of een geneesmiddel)
implantaties	=	implantatie
implanteer	=	implanteren
implanteerbaar	adj	in het lichaam te plaatsen voor langere tijd
implanteerbaarder	=	implanteerbaar
implanteerbaardere	=	implanteerbaar
implanteerbaarders	=	implanteerbaar
implanteerbaars	=	implanteerbaar
implanteerbaarst	=	implanteerbaar
implanteerbaarste	=	implanteerbaar
implanteerbare	=	implanteerbaar
implanteerde	=	implanteren
implanteerden	=	implanteren
implanteert	=	implanteren
implantere	=	implanteren
implanteren	verb	het in een lichaam aanbrengen van een stof, voorwerp, toestel etc.
implanterend	=	implanteren
implanterende	=	implanteren
implementatie	noun	is de invoering van een nieuw systeem, plan, idee, model, ontwerp, standaard of beleid in een organisatie
implementaties	=	implementatie
implementatietechniek	noun	de wijze waarop iets verwezenlijkt wordt
implementatietje	=	implementatie
implementeer	=	implementeren
implementeerbaar	adj	van iets nieuws dat het toe te passen is
implementeerbaarder	=	implementeerbaar
implementeerbaardere	=	implementeerbaar
implementeerbaarders	=	implementeerbaar
implementeerbaars	=	implementeerbaar
implementeerbaarst	=	implementeerbaar
implementeerbaarste	=	implementeerbaar
implementeerbare	=	implementeerbaar
implementeerde	=	implementeren
implementeerden	=	implementeren
implementeert	=	implementeren
implementere	=	implementeren
implementeren	verb	tot uitvoering brengen
implementerend	=	implementeren
implementerende	=	implementeren
implementering	noun	het implementeren
implementeringen	=	implementering
implicatie	noun	verwikkeling
implicaties	=	implicatie
implicatietje	=	implicatie
impliceer	=	impliceren
impliceerde	=	impliceren
impliceerden	=	impliceren
impliceert	=	impliceren
implicere	=	impliceren
impliceren	verb	stilzwijgend ten gevolge hebben
implicerend	=	impliceren
implicerende	=	impliceren
impliciet	adj	niet uitdrukkelijk gezegd of erbij geschreven, maar wel in het gezegde of geschrevene opgesloten liggend
impliciete	=	impliciet
implicieter	=	impliciet
implicietere	=	impliciet
implicieters	=	impliciet
impliciets	=	impliciet
implicietst	=	impliciet
implicietste	=	impliciet
implodeer	=	imploderen
implodeerde	=	imploderen
implodeerden	=	imploderen
implodeert	=	imploderen
implodere	=	imploderen
imploderen	verb	in elkaar ploffen
imploderend	=	imploderen
imploderende	=	imploderen
implosie	noun	een zeer snel ineenklappen van een holle ruimte door overdruk van buitenaf, doorgaans met een knal, maar in principe zonder vuurverschijnselen.
implosief	noun	spraakklank die wordt gevormd door tegelijk de mondholte te openen en de lucht naar binnen te zuigen	adj	inplofbaar
implosiefje	=	implosief
implosiefjes	=	implosief
implosiefs	=	implosief
implosiefst	=	implosief
implosiefste	=	implosief
implosies	=	implosie
implosietje	=	implosie
implosietjes	=	implosie
implosieve	=	implosief
implosieven	=	implosief
implosiever	=	implosief
implosievere	=	implosief
implosievers	=	implosief
imponeer	=	imponeren
imponeerde	=	imponeren
imponeerden	=	imponeren
imponeerhouding	noun	is een specifieke houding of gedraging die een dier (of soms mens) aanneemt om indruk te maken, dominantie te tonen of ontzag in te boezemen bij soortgenoten of tegenstanders.
imponeerhoudingen	=	imponeerhouding
imponeerhoudinkje	=	imponeerhouding
imponeerhoudinkjes	=	imponeerhouding
imponeert	=	imponeren
imponere	=	imponeren
imponeren	verb	ontzag inboezemen
imponerend	adj	ontzag inboezemend.
imponerende	=	imponeren
imponerender	=	imponerend
imponerendere	=	imponerend
imponerenders	=	imponerend
imponerends	=	imponerend
imponerendst	=	imponerend
imponerendste	=	imponerend
impopulair	adj	niet geliefd bij het grote publiek
impopulairder	=	impopulair
impopulairdere	=	impopulair
impopulairders	=	impopulair
impopulaire	=	impopulair
impopulairs	=	impopulair
impopulairst	=	impopulair
impopulairste	=	impopulair
impopulariteit	noun	het niet geliefd zijn bij veel mensen
impopulariteiten	=	impopulariteit
import	noun	invoer zn van handelswaar vanuit het buitenland
important	adj|obsolete	van groot belang, van betekenis
importante	=	important
importanter	=	important
importantere	=	important
importanters	=	important
importantie	noun	belangrijkheid, belang
importants	=	important
importantst	=	important
importantste	=	important
importbelasting	noun	belasting die men moet betalen over goederen die worden geïmporteerd uit het buitenland
importbelastingen	=	importbelasting
importbruid	noun	een bruid die uit het buitenland komt
importbruidegom	=	importbruid
importbruiden	=	importbruid
importbruidje	=	importbruid
importbruidjes	=	importbruid
importcapaciteit	noun	de hoeveelheid die vantuit het buitenland ingevoerd kan worden
importcapaciteiten	=	importcapaciteit
importeconomie	noun	een land dat meer importeert dan exporteert; een land met een negatieve handelsbalans
importeconomieën	=	importeconomie
importeer	=	importeren
importeerde	=	importeren
importeerden	=	importeren
importeert	=	importeren
importen	=	import
importere	=	importeren
importeren	verb	invoeren
importerend	=	importeren
importerende	=	importeren
importeur	noun	iemand die goederen uit het buitenland importeert
importeurs	=	importeur
importeurtje	=	importeur
importeurtjes	=	importeur
importgas	noun	gas dat uit het buitenland ingevoerd wordt voor binnenlands gebruik
importgassen	=	importgas
importheffing	noun	belasting die moet worden betaald op ingevoerde goederen
importheffingen	=	importheffing
importheffinkje	=	importheffing
importheffinkjes	=	importheffing
importhuwelijk	noun	een huwelijk waarbij een iemand zijn partner uit het buitenland laat overkomen
importhuwelijken	=	importhuwelijk
importje	=	import
importproduct	noun	product dat is het buitenland is gemaakt en in een land wordt ingevoerd
importproducten	=	importproduct
importproductje	=	importproduct
importproductjes	=	importproduct
importstop	noun	het staken van de invoer van bepaalde goederen
importstops	=	importstop
importstromen	=	importstroom
importstroom	noun	de gestage aanvoer van goederen uit het buitenland
importstroompje	=	importstroom
importstroompjes	=	importstroom
importtarief	noun	belasting die men moet betalen over goederen die men in het buitenland koopt
importtarieven	=	importtarief
importune	=	importuun
importuner	=	importuun
importunere	=	importuun
importuners	=	importuun
importuun	adj	op een tijdstip dat niet geschikt is of niet uitkomt
importuuns	=	importuun
importuunst	=	importuun
importuunste	=	importuun
importverbod	noun	het verbod om bepaalde goederen (uit bepaalde landen) in te voeren
importverboden	=	importverbod
importverbodje	=	importverbod
importverbodjes	=	importverbod
imposant	adj	indrukwekkend
imposante	=	imposant
imposanter	=	imposant
imposantere	=	imposant
imposanters	=	imposant
imposants	=	imposant
imposantst	=	imposant
imposantste	=	imposant
impost	noun	accijns
imposta	noun	kerkelijke belasting op handelswinst
impostas	=	imposta
imposten	=	impost
impotent	adj	onbekwaam
impotente	=	impotent
impotenter	=	impotent
impotentere	=	impotent
impotenters	=	impotent
impotentie	noun	onvermogen
impotenties	=	impotentie
impotents	=	impotent
impotentst	=	impotent
impotentste	=	impotent
impregnatie	noun	het impregneren
impregnaties	=	impregnatie
impregnatietje	=	impregnatie
impregnatietjes	=	impregnatie
impregneer	=	impregneren
impregneerde	=	impregneren
impregneerden	=	impregneren
impregneert	=	impregneren
impregnere	=	impregneren
impregneren	verb	een poreuze vaste stof doordrenken met een vloeistof om hem waterdicht, onbrandbaar enz. te maken
impregnerend	=	impregneren
impregnerende	=	impregneren
impresariaat	noun	organisatie die optredens voor artiesten, acteurs, muzikanten regelt
impresariaten	=	impresariaat
impresario	noun	een organisator van toneeluitvoeringen, concerten enz
impresario's	=	impresario
impressa	=	impressum
impressie	noun	de uitwerking van iets op het gemoed of de geest, de indruk
impressief	adj	indrukwekkend
impressiefs	=	impressief
impressiefst	=	impressief
impressiefste	=	impressief
impressies	=	impressie
impressietje	=	impressie
impressietjes	=	impressie
impressieve	=	impressief
impressiever	=	impressief
impressievere	=	impressief
impressievers	=	impressief
impressionant	adj	een grote indruk achterlatend
impressionante	=	impressionant
impressionanter	=	impressionant
impressionantere	=	impressionant
impressionanters	=	impressionant
impressionants	=	impressionant
impressionantst	=	impressionant
impressionantste	=	impressionant
impressioneer	=	impressioneren
impressioneerde	=	impressioneren
impressioneerden	=	impressioneren
impressioneert	=	impressioneren
impressionere	=	impressioneren
impressioneren	verb	indruk maken op
impressionerend	=	impressioneren
impressionerende	=	impressioneren
impressionisme	noun	in de 19e eeuw vanuit de Franse schilderkunst opgekomen stroming, waarbij niet realistisch wordt uitgebeeld maar volgens vage indrukken
impressionist	noun	kunstenaar die volgens het impressionisme te werk gaat
impressionisten	=	impressionist
impressionistisch	adj	betrekking hebbend op het impressionisme
impressionistische	=	impressionistisch
impressionistischer	=	impressionistisch
impressionistischere	=	impressionistisch
impressionistischers	=	impressionistisch
impressum	noun	een in Duitsland wettelijk verplichte verklaring van het eigenaar- en auteurschap van een document.
impressums	=	impressum
imprimatur	noun	het worde gedrukt (de Latijnse benaming voor de officiële toestemming van een bisschop uit de Katholieke Kerk, nodig voor het drukken van geschriften als Bijbelteksten, boeken over theologie, kerkgeschiedenis of kerkelijk recht en devotieprentjes)
imprimaturs	=	imprimatur
imprint	noun	merkteken van een drukker of uitgever
imprints	=	imprint
impro	noun	een vorm van theater waarbij de spelers het verhaal, de personages en de dialogen ter plekke verzinnen
impro's	=	impro
improductief	adj	geen nuttige zaken voortbrengend; van iets dat het niet de beoogde werking heeft
improductiefs	=	improductief
improductiefst	=	improductief
improductiefste	=	improductief
improductieve	=	improductief
improductiever	=	improductief
improductievere	=	improductief
improductievers	=	improductief
improductiviteit	noun	het niet nuttig of productief zijn; het niets nuttigs voortbrengen
impromptu	noun	geïmproviseerd muziekstuk
impromptu's	=	impromptu
improvisatie	noun	ter plekke verzonnen versie van een muziekstuk, voorlezing, enz. die niet van te voren bedacht is
improvisaties	=	improvisatie
improvisatietalent	noun	het talent om ter plekke te kunnen verzinnen hoe er het beste gereageerd kan worden
improvisatietalenten	=	improvisatietalent
improvisatietalentje	=	improvisatietalent
improvisatietalentjes	=	improvisatietalent
improvisatietje	=	improvisatie
improvisatietjes	=	improvisatie
improvisatievermogen	noun	in staat zijn om te kunnen reageren op een niet vooraf bedachte manier
improvisatievermogens	=	improvisatievermogen
improvisatievermogentje	=	improvisatievermogen
improvisatievermogentjes	=	improvisatievermogen
improvisator	noun	iemand die improviseert
improvisatoren	=	improvisator
improvisatorisch	adj	het karakter dragend of op de wijze van een improvisatie
improvisatorische	=	improvisatorisch
improvisatorischer	=	improvisatorisch
improvisatorischere	=	improvisatorisch
improvisatorischers	=	improvisatorisch
improvisators	=	improvisator
improvisatortje	=	improvisator
improvisatortjes	=	improvisator
improviseer	=	improviseren
improviseerde	=	improviseren
improviseerden	=	improviseren
improviseert	=	improviseren
improvisere	=	improviseren
improviseren	verb	iets bedenken zonder vooropgesteld plan
improviserend	=	improviseren
improviserende	=	improviseren
improviserenderwijs	adv	terwijl geïmproviseerd wordt
impuls	noun	innerlijke drang, opwelling bijv. een driftimpuls, dwangimpuls
impulsaankoop	noun	aankoop in een opwelling
impulsaankopen	=	impulsaankoop
impulsartikel	noun	artikel dat (alleen maar) in een spontane opwelling gekocht wordt en zelden omdat de koper het echt nodig heeft
impulsartikelen	=	impulsartikel
impulsartikels	=	impulsartikel
impulsartikeltje	=	impulsartikel
impulsartikeltjes	=	impulsartikel
impulsbeheersing	noun	het kunnen beheersen van impulsen
impulsbeheersingen	=	impulsbeheersing
impulsbeheersinkje	=	impulsbeheersing
impulsbeheersinkjes	=	impulsbeheersing
impulseer	=	impulseren
impulseerde	=	impulseren
impulseerden	=	impulseren
impulseert	=	impulseren
impulsen	=	impuls
impulsere	=	impulseren
impulseren	verb	aandrijven
impulserend	=	impulseren
impulserende	=	impulseren
impulsief	adj	zonder ergens van te voren bij stil te staan, spontaan handelend
impulsiefe	=	impulsief
impulsiefer	=	impulsief
impulsiefere	=	impulsief
impulsiefers	=	impulsief
impulsiefs	=	impulsief
impulsiefst	=	impulsief
impulsiefste	=	impulsief
impulsieve	=	impulsief
impulsiever	=	impulsief
impulsievere	=	impulsief
impulsievers	=	impulsief
impulsijs	noun	ijsje dat in een spontane opwelling wordt gekocht
impulsijsje	=	impulsijs
impulsiviteit	noun	neiging tot handelen vanuit plotselinge opwellingen en niet volgens weloverwogen plannen
impulsiviteiten	=	impulsiviteit
impulsje	=	impuls
impulsjes	=	impuls
impulsklas	noun	klas met leerlingen die gedragsproblemen hebben
impulsklasje	=	impulsklas
impulsklasjes	=	impulsklas
impulsklassen	=	impulsklas
impulsmoment	noun	Het impulsmoment L van een deeltje ten opzichte van een punt (O) wordt gedefinieerd als het uitproduct tussen de plaatsvector r van het deeltje tot dat punt (O) en de impuls p van het deeltje: mathbf L= mathbf r× mathbf p
impulsmomenten	=	impulsmoment
impulszone	noun	de zone vlak voor de kassa in een supermarkt of andere winkel waar de klant verleid wordt om impulsaankopen te doen
impulszones	=	impulszone
imputatie	noun|formal	aantijging, beschuldiging, telastlegging, aanwrijving, tenlastelegging
imputaties	=	imputatie
imputeer	=	imputeren
imputeerde	=	imputeren
imputeerden	=	imputeren
imputeert	=	imputeren
imputere	=	imputeren
imputeren	verb	iemand de schuld geven van een fout of vergissing
imputerend	=	imputeren
imputerende	=	imputeren
in	prep	met het inwendige van iets anders als locatie; binnen vz	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: naar binnen
in-vitrofertilisatie	noun	reageerbuisbevruchting
in-vitrofertilisaties	=	in-vitrofertilisatie
in-vitrofertilisatietje	=	in-vitrofertilisatie
in-vitrofertilisatietjes	=	in-vitrofertilisatie
in-vitrovlees	noun	vlees dat gekweekt is uit de stamcellen van een dier
inaan	adj	leeg, zinloos
inaans	=	inaan
inaanst	=	inaan
inaanste	=	inaan
inacceptabel	adj	onaanvaardbaar
inacceptabele	=	inacceptabel
inacceptabeler	=	inacceptabel
inacceptabelere	=	inacceptabel
inacceptabelers	=	inacceptabel
inacceptabels	=	inacceptabel
inacceptabelst	=	inacceptabel
inacceptabelste	=	inacceptabel
inaccessibel	adj|formal	ontoegankelijk, ongenaakbaar
inaccessibele	=	inaccessibel
inaccessibeler	=	inaccessibel
inaccessibelere	=	inaccessibel
inaccessibelers	=	inaccessibel
inaccessibels	=	inaccessibel
inaccessibelst	=	inaccessibel
inaccessibelste	=	inaccessibel
inaccessible-eilandral	noun	Laterallus rogersi een vogel uit de familie van rallen (Gruiformes).
inaccessible-eilandrallen	=	inaccessible-eilandral
inaccessible-eilandralletje	=	inaccessible-eilandral
inaccessible-eilandralletjes	=	inaccessible-eilandral
inaccessiblegors	noun	Nesospiza acunhae een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
inaccessiblegorsje	=	inaccessiblegors
inaccessiblegorsjes	=	inaccessiblegors
inaccessiblegorzen	=	inaccessiblegors
inaccessibleral	noun	Laterallus rogersi een vogels uit de familie van rallen (Gruiformes).
inaccessiblerallen	=	inaccessibleral
inaccessibleralletje	=	inaccessibleral
inaccessibleralletjes	=	inaccessibleral
inaccuraat	adj	niet nauwkeurig
inaccuraats	=	inaccuraat
inaccuraatst	=	inaccuraat
inaccuraatste	=	inaccuraat
inaccurate	=	inaccuraat
inaccurater	=	inaccuraat
inaccuratere	=	inaccuraat
inaccuraters	=	inaccuraat
inachtneming	noun	naleving, het rekening houden met
inachtnemingen	=	inachtneming
inachtneminkje	=	inachtneming
inachtneminkjes	=	inachtneming
inactief	adj	onwerkzaam, niks aan het doen, niet actief
inactiefs	=	inactief
inactiefst	=	inactief
inactiefste	=	inactief
inactieve	noun	persoon die geen betaald werk verricht
inactieven	=	inactieve
inactiever	=	inactief
inactievere	=	inactief
inactievers	=	inactief
inactiveer	=	inactiveren
inactiveerde	=	inactiveren
inactiveerden	=	inactiveren
inactiveert	=	inactiveren
inactivere	=	inactiveren
inactiveren	verb	zorgen dat iets niet meer actief is
inactiverend	=	inactiveren
inactiverende	=	inactiveren
inactiviteit	noun	het niet actief zijn; het niet in beweging zijn
inadem	=	inademen
inademde	=	inademen
inademden	=	inademen
inademe	=	inademen
inademen	verb	lucht uit de omgeving opnemen
inademend	=	inademen
inademende	=	inademen
inademing	noun	de beweging van lucht van buiten, via de luchtwegen naar de longblaasjes
inademingen	=	inademing
inademingetje	=	inademing
inademt	=	inademen
inadequaat	adj	niet passend
inadequaats	=	inadequaat
inadequaatst	=	inadequaat
inadequaatste	=	inadequaat
inadequate	=	inadequaat
inadequater	=	inadequaat
inadequatere	=	inadequaat
inadequaters	=	inadequaat
inaguaboself	noun	Nesophlox lyrura een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
inaguaboselfen	=	inaguaboself
inaguaboselfje	=	inaguaboself
inaguaboselfjes	=	inaguaboself
inaguaboselven	=	inaguaboself
inambarimuggenvanger	noun	Polioptila attenboroughi een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
inambarimuggenvangers	=	inambarimuggenvanger
inambarimuggenvangertje	=	inambarimuggenvanger
inambarimuggenvangertjes	=	inambarimuggenvanger
inambarimuisspecht	noun	Lepidocolaptes fatimalimae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
inambarimuisspechten	=	inambarimuisspecht
inambarimuisspechtje	=	inambarimuisspecht
inambarimuisspechtjes	=	inambarimuisspecht
inane	=	inaan
inaner	=	inaan
inanere	=	inaan
inaners	=	inaan
inappellabel	adj	niet vatbaar voor hoger beroep
inappellabele	=	inappellabel
inappellabels	=	inappellabel
inauguratie	noun	de feestelijke of plechtige inwijding in een ambt
inauguratierede	noun	lezing die een persoon geeft bij aanvaarding van een ambt; met name dat van hoogleraar
inauguratieredes	=	inauguratierede
inauguraties	=	inauguratie
inauguratietje	=	inauguratie
inauguratietjes	=	inauguratie
inaugureel	adj	betreffende een inauguratie (inwijding)
inaugureels	=	inaugureel
inaugureer	=	inaugureren
inaugureerde	=	inaugureren
inaugureerden	=	inaugureren
inaugureert	=	inaugureren
inaugurele	=	inaugureel
inaugurere	=	inaugureren
inaugureren	verb	op een plechtige wijze als functionaris aangesteld worden
inaugurerend	=	inaugureren
inaugurerende	=	inaugureren
inbaar	adj	van rekeningen dat men de betaling kan opeisen; van rekeningen dat men ze kan innen
inbaarder	=	inbaar
inbaardere	=	inbaar
inbaarders	=	inbaar
inbaars	=	inbaar
inbaarst	=	inbaar
inbaarste	=	inbaar
inbak	=	inbakken
inbaker	=	inbakeren
inbakerde	=	inbakeren
inbakerden	=	inbakeren
inbakere	=	inbakeren
inbakeren	verb	een zuigeling geheel in windselen inwikkelen
inbakerend	=	inbakeren
inbakerende	=	inbakeren
inbakert	=	inbakeren
inbakke	=	inbakken
inbakken	verb	iets ergens vast in opnemen
inbakkend	=	inbakken
inbakkende	=	inbakken
inbakt	=	inbakken
inbakte	=	inbakken
inbakten	=	inbakken
inbare	=	inbaar
inbed	=	inbedden
inbedde	=	inbedden
inbedden	verb	een plaats geven als onderdeel
inbeddend	=	inbedden
inbeddende	=	inbedden
inbedding	noun	het inbedden
inbeddingen	=	inbedding
inbeddinkje	=	inbedding
inbeddinkjes	=	inbedding
inbedrijfname	noun	het starten van het bedrijfsmatig gebruik van iets
inbedrijfnamen	=	inbedrijfname
inbedrijfnames	=	inbedrijfname
inbedroefd	adj	buitengewoon verdrietig
inbedroefde	=	inbedroefd
inbedroefds	=	inbedroefd
inbedt	=	inbedden
inbeeld	=	inbeelden
inbeeldde	=	inbeelden
inbeeldden	=	inbeelden
inbeelde	=	inbeelden
inbeelden	verb	zich ~: denken dat iets wat onmogelijk is toch waar is
inbeeldend	=	inbeelden
inbeeldende	=	inbeelden
inbeelding	noun	een voorstelling die in de geest wordt gemaakt
inbeeldingen	=	inbeelding
inbeeldingsvermogen	noun	het vermogen om zich voorstellingen in te kunnen beelden
inbeeldingsvermogens	=	inbeeldingsvermogen
inbeeldinkje	=	inbeelding
inbeeldinkjes	=	inbeelding
inbeeldt	=	inbeelden
inbeet	=	inbijten
inbegrepen	adj	erbij horend, erbij geteld
inbegrepens	=	inbegrepen
inbegrip	noun	met inbegrip van = inclusief
inbeitel	=	inbeitelen
inbeitelde	=	inbeitelen
inbeitelden	=	inbeitelen
inbeitele	=	inbeitelen
inbeitelen	verb	met een beitel 'graveren' in steen
inbeitelend	=	inbeitelen
inbeitelende	=	inbeitelen
inbeitelt	=	inbeitelen
inbel	=	inbellen
inbelde	=	inbellen
inbelden	=	inbellen
inbelkost	noun|obsolete	geld dat men betaalt om met een telefoonverbinding contact te maken met een computersysteem
inbelkosten	noun	geld dat men betaalt om met een telefoonverbinding contact te maken met een computersysteem
inbelle	=	inbellen
inbellen	verb	telefoneren om mee te kunnen doen met een bepaald spel of programma
inbellend	=	inbellen
inbellende	=	inbellen
inbelpunt	noun	locatie waarnaar of waarop men kan inbellen (bijv. met een modem voor verbinding met een netwerk)
inbelpunten	=	inbelpunt
inbelpuntje	=	inbelpunt
inbelpuntjes	=	inbelpunt
inbelt	=	inbellen
inbelverbinding	noun	een verouderde internettechnologie waarbij een computer via een modem en een standaard telefoonlijn inbelt naar een internetprovider (ISP).
inbelverbindingen	=	inbelverbinding
inbelverbindinkje	=	inbelverbinding
inbelverbindinkjes	=	inbelverbinding
inbeschuldigingstelling	noun	strafrechtelijke stap waarbij wordt aangegeven welke wetsartikelen zouden zijn overtreden en een verdachte een beschuldigde wordt
inbeschuldigingstellingen	=	inbeschuldigingstelling
inbeslagname	noun	een civielrechtelijke of strafrechtelijke maatregel die iemand de beschikking over een voorwerp of vermogensrecht ontneemt of beperkt ten behoeve van een ander (het civiele recht) of de maatschappij (het strafrecht)
inbeslagnamen	=	inbeslagname
inbeslagnames	=	inbeslagname
inbeslagneming	noun	een civielrechtelijke of strafrechtelijke maatregel die iemand de beschikking over een voorwerp of vermogensrecht ontneemt of beperkt ten behoeve van een ander (het civiele recht) of de maatschappij (het strafrecht)
inbeslagnemingen	=	inbeslagneming
inbesteding	noun	het besluit van een organisatie (vaak een overheid) om taken, goederen of diensten door de eigen organisatie te laten uitvoeren of produceren, in plaats van deze extern in te kopen.
inbestedingen	=	inbesteding
inbestedinkje	=	inbesteding
inbestedinkjes	=	inbesteding
inbete	=	inbijten
inbeten	=	inbijten
inbetonneer	=	inbetonneren
inbetonneerde	=	inbetonneren
inbetonneerden	=	inbetonneren
inbetonneert	=	inbetonneren
inbetonnere	=	inbetonneren
inbetonneren	verb	door betonneren omgeven met beton
inbetonnerend	=	inbetonneren
inbetonnerende	=	inbetonneren
inbeuk	=	inbeuken
inbeuke	=	inbeuken
inbeuken	verb	met een ram zich toegang verschaffen tot een afgesloten ruimte
inbeukend	=	inbeuken
inbeukende	=	inbeuken
inbeukt	=	inbeuken
inbeukte	=	inbeuken
inbeukten	=	inbeuken
inbewaringstelling	noun	het in voorlopige hechtenis nemen van een verdachte voor een zekere tijd tot maximaal 14 dagen.
inbewaringstellingen	=	inbewaringstelling
inbezitneming	noun	iets gaan behandelen alsof het jou toebehoort
inbezitnemingen	=	inbezitneming
inbig	=	inbiggen
inbigde	=	inbiggen
inbigden	=	inbiggen
inbiggen	verb	als buitenstaander door doelbewust optreden deel van een groep worden
inbiggend	=	inbiggen
inbigt	=	inbiggen
inbijt	=	inbijten
inbijte	=	inbijten
inbijten	verb	bijtend inwerken
inbijtend	=	inbijten
inbijtende	=	inbijten
inbijtte	=	inbijten
inbijtten	=	inbijten
inbind	=	inbinden
inbinde	=	inbinden
inbinden	verb	door stevige omwikkeling bijeenhouden
inbindend	=	inbinden
inbindende	=	inbinden
inbindt	=	inbinden
inbitter	adj|obsolete	heel bitter
inbittere	=	inbitter
inbitters	=	inbitter
inblaas	=	inblazen
inblaast	=	inblazen
inblauw	adj	heel blauw
inblauwe	=	inblauw
inblaze	=	inblazen
inblazen	verb	nieuw leven inblazen: iets (opnieuw) actief maken
inblazend	=	inblazen
inblazende	=	inblazen
inblazing	noun	gedachte die door iets of iemand anders opgewekt wordt
inblazingen	=	inblazing
inbleek	adj	zonder de gewone kleur, bijna helemaal wit
inbleke	=	inbleek
inblies	=	inblazen
inbliest	=	inblazen
inblieze	=	inblazen
inbliezen	=	inblazen
inblij	adj	diep gelukkig
inblijde	adj|obsolete	zeer verheugd
inblije	=	inblij
inblik	=	inblikken
inblikke	=	inblikken
inblikken	verb	voedsel conserveren door het in een blikken vat luchtdicht te verpakken
inblikkend	=	inblikken
inblikkende	=	inblikken
inblikt	=	inblikken
inblikte	=	inblikken
inblikten	=	inblikken
inboedel	noun	de gebruiksvoorwerpen die horen tot de inrichting van een huis, zoals het meubilair, klein- en groothuishoudelijke apparatuur en de huishoudwaar (keukengerei en tafelwaar)
inboedels	=	inboedel
inboedelschade	noun	beschadiging van de gebruiksvoorwerpen die horen tot de inrichting van een huis, zoals het meubilair, klein- en groothuishoudelijke apparatuur en de huishoudwaar (keukengerei en tafelwaar)
inboedelschaden	=	inboedelschade
inboedelschades	=	inboedelschade
inboedeltje	=	inboedel
inboedeltjes	=	inboedel
inboedelverzekering	noun	verzekering tegen schade van alle goederen ín het huis
inboedelverzekeringen	=	inboedelverzekering
inboedelverzekeringetje	=	inboedelverzekering
inboedelverzekeringetjes	=	inboedelverzekering
inboek	=	inboeken
inboeke	=	inboeken
inboeken	verb	opnemen in de boekhouding
inboekend	=	inboeken
inboekende	=	inboeken
inboekt	=	inboeken
inboekte	=	inboeken
inboekten	=	inboeken
inboeringscursus	noun	cursus waarin mensen leren hoe het eraan toegaat op het platteland
inboeringscursussen	=	inboeringscursus
inboet	=	inboeten
inboete	=	inboeten
inboeten	verb	minder hebben dan voorheen
inboetend	=	inboeten
inboetende	=	inboeten
inboette	=	inboeten
inboetten	=	inboeten
inboezem	=	inboezemen
inboezemde	=	inboezemen
inboezemden	=	inboezemen
inboezeme	=	inboezemen
inboezemen	verb	iemand een gevoel geven van (afkeer, ontzag, respect, vertrouwen, vrees, bewondering, angst enz.)
inboezemend	=	inboezemen
inboezemende	=	inboezemen
inboezemt	=	inboezemen
inbogen	=	inbuigen
inbond	=	inbinden
inbonden	=	inbinden
inboog	=	inbuigen
inboor	=	inboren
inboorde	=	inboren
inboorden	=	inboren
inboorling	noun	een autochtone bewoner van een niet-westers land
inboorlinge	noun	vrouw die geboren is in de plaats of het gebied waar ze woont
inboorlingen	=	inboorling
inboorlinges	=	inboorlinge
inboorlingetje	=	inboorling
inboorlingetjes	=	inboorling
inboort	=	inboren
inboos	adj	heel kwaad
inbore	=	inboren
inboren	verb	met een draaiende beweging een gat maken in een voorwerp
inborend	=	inboren
inborende	=	inboren
inborst	noun	het karakter van iemand (wat iemand in het diepst van zijn hart eigenlijk is)
inborsten	=	inborst
inborstje	=	inborst
inbouw	=	inbouwen
inbouwapparatuur	noun	toestellen die in een groter geheel zijn opgenomen en dus niet losstaand zijn
inbouwde	=	inbouwen
inbouwden	=	inbouwen
inbouwdoos	noun	installatiedoos die in de muur verzonken zit met de opening naar buiten waarin men schakelaars en stopcontacten kan monteren
inbouwdoosje	=	inbouwdoos
inbouwdoosjes	=	inbouwdoos
inbouwdozen	=	inbouwdoos
inbouwe	=	inbouwen
inbouwen	verb	een gebouw, terrein, enz. met andere gebouwen omgeven
inbouwend	=	inbouwen
inbouwende	=	inbouwen
inbouwkast	noun	een kast die een integraal deel van het gebouw is
inbouwkasten	=	inbouwkast
inbouwkastje	=	inbouwkast
inbouwkastjes	=	inbouwkast
inbouwkeuken	noun	geheel van grote apparaten, bergmeubels en werkvlakken die zo op elkaar zijn afgestemd dat ze een doordacht ontworpen en passende inrichting van de kookruimte in een bepaalde woning vormen (meestal als geheel verkocht en geplaatst)
inbouwkeukens	=	inbouwkeuken
inbouwmotor	noun	motorblok dat door producenten van auto's en motorfietsen van een andere producent wordt gekocht om in te bouwen in eigen modellen
inbouwmotoren	=	inbouwmotor
inbouwmotors	=	inbouwmotor
inbouwmotortje	=	inbouwmotor
inbouwmotortjes	=	inbouwmotor
inbouwt	=	inbouwen
inbox	noun	postvak-in bij een e-mailprogramma
inboxen	=	inbox
inboze	=	inboos
inbraaf	adj	heel gehoorzaam
inbraak	noun	het zich, met geweld, onbevoegd toegang verschaffen tot een gebouw
inbraakaantrekkelijk	adj	gemakkelijk om binnen te gaan om waardevolle zaken te stelen
inbraakaantrekkelijke	=	inbraakaantrekkelijk
inbraakaantrekkelijker	=	inbraakaantrekkelijk
inbraakaantrekkelijkere	=	inbraakaantrekkelijk
inbraakaantrekkelijkers	=	inbraakaantrekkelijk
inbraakaantrekkelijks	=	inbraakaantrekkelijk
inbraakaantrekkelijkst	=	inbraakaantrekkelijk
inbraakaantrekkelijkste	=	inbraakaantrekkelijk
inbraakalarm	noun	alarminstallatie die een alarm afgeeft als er ingebroken wordt
inbraakalarmen	=	inbraakalarm
inbraakalarmpje	=	inbraakalarm
inbraakalarmpjes	=	inbraakalarm
inbraakbeveiliging	noun	maatregelen die men neemt om de kans op een inbraak te verminderen
inbraakbeveiligingen	=	inbraakbeveiliging
inbraakbeveiligingetje	=	inbraakbeveiliging
inbraakbeveiligingetjes	=	inbraakbeveiliging
inbraakje	=	inbraak
inbraakjes	=	inbraak
inbraakmelding	noun	keer dat de politie een bericht over een inbraak ontvangt
inbraakmeldingen	=	inbraakmelding
inbraakpoging	noun	het proberen om illegaal een gebouw of een object open te breken om dit binnen te gaan
inbraakpogingen	=	inbraakpoging
inbraakpoginkje	=	inbraakpoging
inbraakpoginkjes	=	inbraakpoging
inbraakpreventie	noun	alle maatregelen die men neemt om een inbraak te voorkomen
inbraakpreventies	=	inbraakpreventie
inbraakschade	noun	schade die ontstaat door ze actie van het inbreken zelf, daarnaast is er nog het verlies van de gestolen goederen
inbraakschaden	=	inbraakschade
inbraakschades	=	inbraakschade
inbraakt	=	inbreken
inbraakwerktuig	noun	gereedschap dat men gebruikt voor het plegen van een inbraak
inbraakwerktuigen	=	inbraakwerktuig
inbraakwerktuigje	=	inbraakwerktuig
inbraakwerktuigjes	=	inbraakwerktuig
inbracht	=	inbrengen
inbrachte	=	inbrengen
inbrachten	=	inbrengen
inbrak	=	inbreken
inbrake	=	inbreken
inbraken	=	inbraak
inbrakt	=	inbreken
inbrand	=	inbranden
inbrandde	=	inbranden
inbrandden	=	inbranden
inbrande	=	inbranden
inbranden	verb	beschadigd raken door te lange blootstelling aan hitte, straling of bijtende stoffen
inbrandend	=	inbranden
inbrandende	=	inbranden
inbranding	noun	het ontstaan van een permanente schaduwafbeelding of verkleuring op een beeldscherm door langdurige weergave van statische beelden.
inbrandingen	=	inbranding
inbrandinkje	=	inbranding
inbrandinkjes	=	inbranding
inbrandt	=	inbranden
inbrave	=	inbraaf
inbreek	=	inbreken
inbreekster	noun	Vrouwelijke inbreker, een dievegge die steelt dmv. het zich met geweld toegang verschaffen.
inbreeksters	=	inbreekster
inbreekstertje	=	inbreekster
inbreekstertjes	=	inbreekster
inbreekt	=	inbreken
inbrei	=	inbreien
inbreid	=	inbreiden
inbreidde	=	inbreiden
inbreidden	=	inbreiden
inbreide	=	inbreien
inbreiden	verb	vergroten door eerder leeggelaten ruimten te benutten, niet door nieuwbouw aan de buitenkant
inbreidend	=	inbreiden
inbreidende	=	inbreiden
inbreiding	noun	het bouwen of ontwikkelen van woningen en voorzieningen binnen bestaand bebouwd gebied.
inbreidingen	=	inbreiding
inbreidingetje	=	inbreiding
inbreidinkje	=	inbreiding
inbreidinkjes	=	inbreiding
inbreidt	=	inbreiden
inbreie	=	inbreien
inbreien	verb|figurative	iets inpassen in een groter geheel
inbreiend	=	inbreien
inbreiende	=	inbreien
inbreit	=	inbreien
inbreke	=	inbreken
inbreken	verb	zich met geweld een toegang verschaffen
inbrekend	=	inbreken
inbrekende	=	inbreken
inbreker	noun	iemand die inbreekt
inbrekers	=	inbreker
inbrekersalarm	noun	alarmsysteem om inbrekers of andere ongewenste bezoekers te signaleren
inbrekersalarmen	=	inbrekersalarm
inbrekersgilde	noun	alle inbrekers tezamen
inbrekersgilden	=	inbrekersgilde
inbrekersgildes	=	inbrekersgilde
inbrekerspad	noun	*op het inbrekerspad gaan uit stelen gaan
inbrekerspaden	=	inbrekerspad
inbrekersrisico	noun	het risico dat inbrekers lopen om gewond te raken of dood te gaan tijdens het inbreken als ze betrapt worden op heterdaad
inbrekersrisico's	=	inbrekersrisico
inbrekertje	=	inbreker
inbrekertjes	=	inbreker
inbreng	noun	hetgeen wat ingebracht wordt
inbrenge	=	inbrengen
inbrengen	verb	naar binnen brengen
inbrengend	=	inbrengen
inbrengende	=	inbrengen
inbrenger	noun	iemand die iets ter verkoop aanbiedt in een veiling of winkel voor tweedehandsspullen
inbrengers	=	inbrenger
inbrenging	noun	de handeling of het proces waarbij iets (zoals geld, goederen, ideeën of arbeid) ergens in wordt gebracht.
inbrengingen	=	inbrenging
inbrenginkje	=	inbrenging
inbrenginkjes	=	inbrenging
inbrengt	=	inbrengen
inbreuk	noun	iets schenden
inbreuken	=	inbreuk
inbreukje	=	inbreuk
inbreukjes	=	inbreuk
inbreukmaker	noun	iemand die de (auteurs-,merk-) rechten van iemand schendt
inbreukmakers	=	inbreukmaker
inbreukzaak	noun	rechtsgeding over een schending van iemands auteursrecht of een ander intellectueel eigendomsrecht
inbreukzaken	=	inbreukzaak
inbruin	adj	heel bruin
inbruine	=	inbruin
inbuig	=	inbuigen
inbuige	=	inbuigen
inbuigen	verb	door buigen ergens ingaan
inbuigend	=	inbuigen
inbuigende	=	inbuigen
inbuiging	noun	bocht, kromming naar binnen of naar beneden
inbuigingen	=	inbuiging
inbuiginkje	=	inbuiging
inbuiginkjes	=	inbuiging
inbuigt	=	inbuigen
inburger	=	inburgeren
inburgeraar	noun	Iemand die inburgert, meestal een allochtoon die een cursus doet over taal en samenleving van het nieuwe land waarin hij woont.
inburgeraars	=	inburgeraar
inburgerde	=	inburgeren
inburgerden	=	inburgeren
inburgere	=	inburgeren
inburgeren	verb	wennen in een nieuwe cultuur en het aanleren van de plaatselijke taal
inburgerend	=	inburgeren
inburgerende	=	inburgeren
inburgering	noun	het inburgeren d.w.z. in een nieuwe cultuur integreren
inburgeringen	=	inburgering
inburgeringetje	=	inburgering
inburgeringsbeleid	noun	alle plannen en handelingen die erop gericht zijn om mensen zich thuis te laten voelen in hun nieuwe vaderland; alle handelingen die erop gericht zijn om mensen aan te passen aan de geldende normen en waarden van hun nieuwe vaderland
inburgeringscontract	noun	afspraak tussen de overheid en een zich hier vestigende immigrant waarbij beide partijen zich verplichten tot inspanningen die een spoedige integratie mogelijk moeten maken
inburgeringscontracten	=	inburgeringscontract
inburgeringscursus	noun	cursus voor immigranten om te helpen in te burgeren in het land waarin zij zijn komen wonen
inburgeringscursusje	=	inburgeringscursus
inburgeringscursusjes	=	inburgeringscursus
inburgeringscursussen	=	inburgeringscursus
inburgeringsexamen	noun	examen dat immigranten moeten afleggen voordat ze zich definitief in Nederland mogen vestigen
inburgeringsexamens	=	inburgeringsexamen
inburgeringsexamentje	=	inburgeringsexamen
inburgeringsexamentjes	=	inburgeringsexamen
inburgeringsplicht	noun	verplichting om een inburgeringscursus te volgen voor immigranten van buiten de EU die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven
inburgeringsplichten	=	inburgeringsplicht
inburgeringsproces	noun	de reeks gebeurtenissen en handelingen die ervoor zorgen dat een nieuwkomer zich de taal en de cultuur van het nieuwe land eigen maakt
inburgeringsprocessen	=	inburgeringsproces
inburgeringsprogramma	noun	een serie activiteiten die erop gericht is, dat een immigrant zich thuis kan voelen in het land waarin hij is gaan wonen
inburgeringsprogramma's	=	inburgeringsprogramma
inburgeringsstelsel	noun	samenhangend geheel vaan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat immigranten deel worden van de samenleving
inburgeringsstelsels	=	inburgeringsstelsel
inburgeringstraject	noun	het pad dat een nieuwkomer doorloopt om zich de taal en de cultuur van het nieuwe land eigen te maken
inburgeringstrajecten	=	inburgeringstraject
inburgeringstrajectje	=	inburgeringstraject
inburgeringstrajectjes	=	inburgeringstraject
inburgert	=	inburgeren
inbus	noun	bevestigingsmateriaal met een binnenzeskant die alleen met een inbussleutel kan worden aan- of losgedraaid
inbusbout	noun	een bout met een binnenzeskant die alleen met een inbussleutel kan worden aan- of losgedraaid
inbusbouten	=	inbusbout
inbusboutje	=	inbusbout
inbusboutjes	=	inbusbout
inbusje	=	inbus
inbussen	=	inbus
inbussleutel	noun	een stuk gereedschap om inbusschroeven vast te zetten of los te draaien
inbussleutels	=	inbussleutel
inbussleuteltje	=	inbussleutel
inbussleuteltjes	=	inbussleutel
inca-achtig	adj	in de stijl van de Inca's
inca-achtige	=	inca-achtig
inca-achtiger	=	inca-achtig
inca-achtigere	=	inca-achtig
inca-achtigers	=	inca-achtig
inca-achtigs	=	inca-achtig
inca-achtigst	=	inca-achtig
inca-achtigste	=	inca-achtig
incaduif	noun	Columbina inca een vogel uit de familie Columbidae (duiven)
incaduifje	=	incaduif
incaduifjes	=	incaduif
incaduiven	=	incaduif
incagaai	noun	Cyanocorax yncas een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
incagaaien	=	incagaai
incagaaitje	=	incagaai
incagaaitjes	=	incagaai
incakaketoe	noun	Lophochroa leadbeateri een vogel uit de orde der papegaaien en uit de familie der kaketoes.
incakaketoes	=	incakaketoe
incakaketoetje	=	incakaketoe
incakaketoetjes	=	incakaketoe
incalculeer	=	incalculeren
incalculeerde	=	incalculeren
incalculeerden	=	incalculeren
incalculeert	=	incalculeren
incalculere	=	incalculeren
incalculeren	verb	in de berekening meenemen
incalculerend	=	incalculeren
incalculerende	=	incalculeren
incalelie	noun	een geslacht Alstroemeria van vaste planten uit de familie Alstroemeriaceae.
incalelies	=	incalelie
incalelietje	=	incalelie
incalelietjes	=	incalelie
incaleliën	=	incalelie
incaleptopogon	noun	Leptopogon taczanowskii een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
incaleptopogonnetje	=	incaleptopogon
incaleptopogonnetjes	=	incaleptopogon
incaleptopogons	=	incaleptopogon
incanagraszanger	noun	Incana incana een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
incanagraszangers	=	incanagraszanger
incanagraszangertje	=	incanagraszanger
incanagraszangertjes	=	incanagraszanger
incantatie	noun	toverspreuk
incantaties	=	incantatie
incapabel	adj	de vaardigheden niet hebben die nodig zijn voor het uitvoeren van een taak
incapabele	=	incapabel
incapabeler	=	incapabel
incapabelere	=	incapabel
incapabelers	=	incapabel
incapabels	=	incapabel
incapabelst	=	incapabel
incapabelste	=	incapabel
incarceratie	noun	inklemming
incarijk	noun	het rijk van de Inca's
incarnatie	noun	het incarneren, de vleeswording, de gebeurtenis dat God mens werd in Jezus Christus
incarnaties	=	incarnatie
incassant	noun	iemand die belast is met het innen van gelden voor iets of iemand anders
incassanten	=	incassant
incassatie	noun	incasseren, het in ontvangst nemen (van geld).
incassaties	=	incassatie
incasseer	=	incasseren
incasseerbaar	adj	geïncasseerd kunnende worden, in ontvangst genomen kunnende worden
incasseerbaarder	=	incasseerbaar
incasseerbaardere	=	incasseerbaar
incasseerbaarders	=	incasseerbaar
incasseerbaars	=	incasseerbaar
incasseerbaarst	=	incasseerbaar
incasseerbaarste	=	incasseerbaar
incasseerbare	=	incasseerbaar
incasseerde	=	incasseren
incasseerden	=	incasseren
incasseeren	=	incasseren
incasseering	=	incassering
incasseert	=	incasseren
incassere	=	incasseren
incasseren	verb	in ontvangst nemen
incasserend	=	incasseren
incasserende	=	incasseren
incassering	noun	incasseren, het in ontvangst nemen (van geld).
incasseringen	=	incassering
incasseringsvermogen	noun	het vermogen om een aanval te kunnen verdragen
incasseringsvermogens	=	incasseringsvermogen
incasso	noun	het ontvangen van geld
incasso's	=	incasso
incassobedrijf	noun	onderneming die zich bezighoudt met het innen van openstaande vorderingen in opdracht van, hoofdzakelijk, andere ondernemingen
incassobedrijfje	=	incassobedrijf
incassobedrijfjes	=	incassobedrijf
incassobedrijven	=	incassobedrijf
incassobeleid	noun	de manier waarop men nog niet betaalde rekeningen probeert te innen
incassobureau	noun	onderneming die zich bezighoudt met het innen van openstaande vorderingen in opdracht van, hoofdzakelijk, andere ondernemingen
incassobureaus	=	incassobureau
incassobureautje	=	incassobureau
incassobureautjes	=	incassobureau
incassokost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als men zijn rekeningen te laat betaalt
incassokosten	noun	geld dat men moet betalen als men zijn rekeningen te laat betaalt
incassootje	=	incasso
incastern	noun	Larosterna inca een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
incasternen	=	incastern
incasterns	=	incastern
incasterntje	=	incastern
incasterntjes	=	incastern
incawinterkoning	noun	Pheugopedius eisenmanni een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
incawinterkoningen	=	incawinterkoning
incawinterkoninkje	=	incawinterkoning
incawinterkoninkjes	=	incawinterkoning
incel	noun	man die onvoldoende of nooit seks heeft ondanks dit wel te willen
incels	=	incel
incentief	noun	beloning voor gewenst gedrag
incentiefje	=	incentief
incentieven	=	incentief
incentive	noun	vooraf beloofde speciale beloning om een buitengewone inspanning of resultaat te bereiken
incentives	=	incentive
incest	noun	geslachtsverkeer met zeer naë verwanten zoals eigen kinderen of broers, zussen
incestbedrog	noun	leugenachtige incestbeschuldigingen
incestbeschuldiging	noun	de keer dat iemand aangeklaagd wordt wegens het seksueel misbruiken van een eigen kind of stiefkind
incestbeschuldigingen	=	incestbeschuldiging
incestgolf	noun	plotselinge, tijdelijke toename van aandacht voor seksueel misbruik van kinderen door één van de ouders
incesthysterie	noun	de overdreven en onterechte opwinding over vermeend seksueel misbruik van kinderen door ouders
incestkwestie	noun	het maatschappelijk, politieke aaandacht voor het seksuele misbruik van kinderen door ouders of stiefouders
incestkwesties	=	incestkwestie
incestkwestietje	=	incestkwestie
incestkwestietjes	=	incestkwestie
incestmisdrijf	noun	seksueel misbruik van kinderen door ouders
incestmisdrijven	=	incestmisdrijf
incestpaniek	noun	een heftige angst die ontstaan is door een enorme toename van incestzaken
incestproces	noun	rechtszaak die een een kwestie behandelt van een verboden seksuele relatie tussen twee bloedverwanten
incestprocesje	=	incestproces
incestprocesjes	=	incestproces
incestprocessen	=	incestproces
incestschandaal	noun	een incestzaak die veel opschudding veroorzaakt
incestschandaaltje	=	incestschandaal
incestschandaaltjes	=	incestschandaal
incestschandalen	=	incestschandaal
incestslachtoffer	noun	slachtoffer van incest; iemand die is aangerand door een ouder of stiefouder
incestslachtoffers	=	incestslachtoffer
incestslachtoffertje	=	incestslachtoffer
incestslachtoffertjes	=	incestslachtoffer
incesttheorie	noun	een hypothese betreffende seksuele relaties tussen ouders en kinderen
incesttheorietje	=	incesttheorie
incesttheorietjes	=	incesttheorie
incesttheorieën	=	incesttheorie
incestueus	adj	op incest betrekking hebbend
incestueust	=	incestueus
incestueuste	=	incestueus
incestueuze	=	incestueus
incestueuzer	=	incestueus
incestueuzere	=	incestueus
incestueuzers	=	incestueus
incestverbod	noun	verbod om incest te plegen
incestverboden	=	incestverbod
incestverbodje	=	incestverbod
incestverbodjes	=	incestverbod
incestvermijding	noun	het sociale, culturele of biologische fenomeen waarbij seksuele relaties en huwelijken tussen naaste bloedverwanten (familieleden) worden vermeden of verboden.
incestvermijdingen	=	incestvermijding
incestvermijdinkje	=	incestvermijding
incestvermijdinkjes	=	incestvermijding
incestzaak	noun	rechtszaak waarbij iemand wordt verdacht seksuele omgang te hebben gehad met een van zijn eigen kinderen
incestzaakje	=	incestzaak
incestzaakjes	=	incestzaak
incestzaken	=	incestzaak
inch	noun	Engelse duim, lengtemaat van 2,54 cm
incheck	=	inchecken
incheckbalie	noun	Een punt waar men gecontroleerd kan worden voor men ergens binnengaat (vaak bij vliegtuigen).
incheckbalies	=	incheckbalie
incheckbalietje	=	incheckbalie
incheckbalietjes	=	incheckbalie
inchecke	=	inchecken
inchecken	verb	zich aanmelden aan een balie om een instapkaart te krijgen en eventueel bagage af te geven, voor vertrek met een vliegtuig of schip
incheckend	=	inchecken
incheckende	=	inchecken
incheckpaal	noun	paal waarbij men kan inchecken
incheckpaaltje	=	incheckpaal
incheckpaaltjes	=	incheckpaal
incheckpalen	=	incheckpaal
incheckt	=	inchecken
incheckte	=	inchecken
incheckten	=	inchecken
inches	=	inch
inchoatief	noun	werkwoord dat een aanvangende handeling uitdrukt	adj	een aanvangende handeling aangevend
inchoatiefs	=	inchoatief
inchoatiefst	=	inchoatief
inchoatiefste	=	inchoatief
inchoatieve	=	inchoatief
inchoatieven	=	inchoatief
inchoatiever	=	inchoatief
inchoatievere	=	inchoatief
inchoatievers	=	inchoatief
inci	noun	International Nomenclature of Cosmetic Ingredients
incideer	=	incideren
incideerde	=	incideren
incideerden	=	incideren
incideert	=	incideren
incident	noun	een opschudding verwekkend voorval
incidenteel	adj	niet stelselmatig voorkomend
incidenteels	=	incidenteel
incidenteelst	=	incidenteel
incidenteelste	=	incidenteel
incidentele	=	incidenteel
incidenteler	=	incidenteel
incidentelere	=	incidenteel
incidentelers	=	incidenteel
incidenten	=	incident
incidentenpolitiek	noun	politiek die gericht is op het oplossen van een actueel probleem, maar die een langetermijnvisie ontbeert
incidentie	noun	het voorkomen
incidenties	=	incidentie
incidentje	=	incident
incidentjes	=	incident
incidere	=	incideren
incideren	verb	insnijden
inciderend	=	incideren
inciderende	=	incideren
incipit	noun	eerste woorden van een tekst of partituur
incipits	=	incipit
incisie	noun	insnijding
incisief	noun	snijtand	adj	snijdend, insnijdend, bijtend, scherp
incisiefs	=	incisief
incisies	=	incisie
incisietje	=	incisie
incisietjes	=	incisie
incisieve	=	incisief
incisieven	=	incisief
inciviek	adj	politiek onbetrouwbaar, in het bijzonder: blijk gevend van steun aan de nazi's	noun	iemand die door gedrag en opvattingen niet langer als betrouwbaar staatsburger wordt gezien (vooral gebruikt voor Belgen die met de nazi's hadden geheuld)
incivieke	=	inciviek
incivieken	=	inciviek
incivieker	=	inciviek
inciviekere	=	inciviek
inciviekers	=	inciviek
incivieks	=	inciviek
inciviekst	=	inciviek
inciviekste	=	inciviek
incivisme	noun	met gebrek aan fatsoenlijk, burgerlijk gedrag
inclinatie	noun	hoek van een vrij zwevende magneetnaald met het vlak van de horizon
inclinatiekaart	noun	kaart waar de magnetische inclinaties zijn aangegeven d.m.v. isoclinen
inclinatiekaarten	=	inclinatiekaart
inclinaties	=	inclinatie
inclinatietje	=	inclinatie
inclinatoria	=	inclinatorium
inclinatorium	noun	toestel om de inclinatie te meten
inclinatoriumpje	=	inclinatorium
inclinatoriumpjes	=	inclinatorium
inclinatoriums	=	inclinatorium
inclineer	=	inclineren
inclineerde	=	inclineren
inclineerden	=	inclineren
inclineert	=	inclineren
inclinere	=	inclineren
inclineren	verb|formal	tenderen, overhellen, neigen
inclinerend	=	inclineren
inclinerende	=	inclineren
inclinometer	noun	een indicator die aangeeft hoeveel graden een (zeil-)schip zijwaarts overhelt
inclinometers	=	inclinometer
inclinometertje	=	inclinometer
inclinometertjes	=	inclinometer
includeer	=	includeren
includeerde	=	includeren
includeerden	=	includeren
includeert	=	includeren
includere	=	includeren
includeren	verb	insluiten
includerend	=	includeren
includerende	=	includeren
incluis	adj	inclusief, meegerekend, met inbegrip van
inclusie	noun	insluiting
inclusief	adj	omvattend, incorporerend	prep	met inbegrip van
inclusiefs	=	inclusief
inclusiefst	=	inclusief
inclusiefste	=	inclusief
inclusies	=	inclusie
inclusieve	=	inclusief
inclusiever	=	inclusief
inclusievere	=	inclusief
inclusievers	=	inclusief
inclusiviteit	noun	betrokkenheid, deelname, insluiting
incognito	adj	ongekend	noun	het verborgen houden van de identiteit
incoherent	adj	geen samenhangend geheel vormen	adv	op een niet samenhangende manier
incoherente	=	incoherent
incoherenter	=	incoherent
incoherentere	=	incoherent
incoherenters	=	incoherent
incoherentie	noun	gemis van samenhang
incoherenties	=	incoherentie
incoherents	=	incoherent
incoherentst	=	incoherent
incoherentste	=	incoherent
incommensurabel	adj	onvergelijkbaar
incommensurabele	=	incommensurabel
incommensurabeler	=	incommensurabel
incommensurabelere	=	incommensurabel
incommensurabelers	=	incommensurabel
incommensurabels	=	incommensurabel
incommensurabelst	=	incommensurabel
incommensurabelste	=	incommensurabel
incommunicado	adj	zonder contact met de buitenwereld
incompatibel	adj	onverenigbaar
incompatibele	=	incompatibel
incompatibeler	=	incompatibel
incompatibelere	=	incompatibel
incompatibelers	=	incompatibel
incompatibels	=	incompatibel
incompatibelst	=	incompatibel
incompatibelste	=	incompatibel
incompatibiliteit	noun	het onverenigbaar zijn van twee of meer zaken of personen
incompatibiliteiten	=	incompatibiliteit
incompetent	adj	onbevoegd
incompetente	=	incompetent
incompetenter	=	incompetent
incompetentere	=	incompetent
incompetenters	=	incompetent
incompetentie	noun	het incompetent zijn
incompetenties	=	incompetentie
incompetents	=	incompetent
incompetentst	=	incompetent
incompetentste	=	incompetent
incompleet	adj	niet volledig
incompleets	=	incompleet
incompleetst	=	incompleet
incompleetste	=	incompleet
incomplete	=	incompleet
incompleter	=	incompleet
incompletere	=	incompleet
incompleters	=	incompleet
incompressibel	adj	niet samenpersbaar
incompressibele	=	incompressibel
incompressibeler	=	incompressibel
incompressibelere	=	incompressibel
incompressibelers	=	incompressibel
incompressibels	=	incompressibel
incompressibelst	=	incompressibel
incompressibelste	=	incompressibel
incongruent	adj	niet overeenstemmend
incongruente	=	incongruent
incongruenter	=	incongruent
incongruentere	=	incongruent
incongruenters	=	incongruent
incongruentie	noun	als onderwerp en persoonsvorm niet bij elkaar passen
incongruenties	=	incongruentie
incongruents	=	incongruent
incongruentst	=	incongruent
incongruentste	=	incongruent
inconsequent	adj	met zichzelf in tegenspraak, niet altijd hetzelfde
inconsequente	=	inconsequent
inconsequenter	=	inconsequent
inconsequentere	=	inconsequent
inconsequenters	=	inconsequent
inconsequentie	noun	iets wat in tegenspraak is met zichzelf
inconsequenties	=	inconsequentie
inconsequents	=	inconsequent
inconsequentst	=	inconsequent
inconsequentste	=	inconsequent
inconsistent	adj	met weinig samenhang, met zichzelf in tegenspraak
inconsistente	=	inconsistent
inconsistenter	=	inconsistent
inconsistentere	=	inconsistent
inconsistenters	=	inconsistent
inconsistentie	noun	gebrek aan samenhang, innerlijke tegenstrijdigheid
inconsistenties	=	inconsistentie
inconsistentietje	=	inconsistentie
inconsistents	=	inconsistent
inconsistentst	=	inconsistent
inconsistentste	=	inconsistent
inconstitutioneel	adj	niet in overeenstemming met de constitutie (grondwet), ongrondwettig
inconstitutioneels	=	inconstitutioneel
inconstitutioneelst	=	inconstitutioneel
inconstitutioneelste	=	inconstitutioneel
inconstitutionele	=	inconstitutioneel
inconstitutioneler	=	inconstitutioneel
inconstitutionelere	=	inconstitutioneel
inconstitutionelers	=	inconstitutioneel
incontinent	adj	niet in staat de urine of ontlasting te beheersen
incontinente	=	incontinent
incontinenter	=	incontinent
incontinentere	=	incontinent
incontinenters	=	incontinent
incontinentie	noun	het onvermogen om urine of ontlasting op te houden
incontinentieluier	noun	op het onderlichaam gedragen stof die urineverlies opneemt zonder vochtig aan te voelen
incontinentieluiers	=	incontinentieluier
incontinentiemateriaal	noun	artikelen die worden gebruikt als mensen niet volledig kunnen beheersen wanneer ze poepen of plassen
incontinentiematerialen	noun	artikelen die worden gebruikt als mensen niet volledig kunnen beheersen wanneer ze poepen of plassen
incontinenties	=	incontinentie
incontinentietje	=	incontinentie
incontinents	=	incontinent
incontinentst	=	incontinent
incontinentste	=	incontinent
incontournabel	adj	met zoveel steun of kracht dat aan een herkenbare rol bij de besluitvorming niet valt te ontkomen
incontournabele	=	incontournabel
incontournabeler	=	incontournabel
incontournabelere	=	incontournabel
incontournabelers	=	incontournabel
incontournabels	=	incontournabel
incontournabelst	=	incontournabel
incontournabelste	=	incontournabel
inconveniënt	adj	ongepast, ongerieflijk
inconveniënte	=	inconveniënt
inconveniënter	=	inconveniënt
inconveniëntere	=	inconveniënt
inconveniënters	=	inconveniënt
inconveniënts	=	inconveniënt
inconveniëntst	=	inconveniënt
inconveniëntste	=	inconveniënt
incorporatie	noun	inlijving, opneming
incorporaties	=	incorporatie
incorporeer	=	incorporeren
incorporeerde	=	incorporeren
incorporeerden	=	incorporeren
incorporeert	=	incorporeren
incorporere	=	incorporeren
incorporeren	verb	inlijven bij
incorporerend	=	incorporeren
incorporerende	=	incorporeren
incorrect	adj	fout, verkeerd, onjuist
incorrecte	=	incorrect
incorrecter	=	incorrect
incorrectere	=	incorrect
incorrecters	=	incorrect
incorrects	=	incorrect
incorrectst	=	incorrect
incorrectste	=	incorrect
incourant	adj	niet gangbaar
incourante	=	incourant
incouranter	=	incourant
incourantere	=	incourant
incouranters	=	incourant
incourants	=	incourant
incourantst	=	incourant
incourantste	=	incourant
increment	noun	toename, toeneming
incrementeel	adj	met betrekking tot een toename
incrementeels	=	incrementeel
incrementeelst	=	incrementeel
incrementeelste	=	incrementeel
incrementele	=	incrementeel
incrementeler	=	incrementeel
incrementelere	=	incrementeel
incrementelers	=	incrementeel
incrementen	=	increment
incriminatie	noun|formal	beschuldiging
incriminaties	=	incriminatie
incrimineer	=	incrimineren
incrimineerde	=	incrimineren
incrimineerden	=	incrimineren
incrimineert	=	incrimineren
incriminere	=	incrimineren
incrimineren	verb	als strafbaar of onrechtmatig aanrekenen
incriminerend	adj	van bewijsmateriaal dat het wijst op schuld of betrokkenheid bij een strafbaar feit.
incriminerende	=	incriminerend
incriminerender	=	incriminerend
incriminerendere	=	incriminerend
incriminerenders	=	incriminerend
incriminerends	=	incriminerend
incriminerendst	=	incriminerend
incriminerendste	=	incriminerend
incrowd	noun	mensen die bij een gesloten groep horen (een groep die weinig prikkels van buiten krijgt)
incrowds	=	incrowd
incubatie	noun	het sluimeren van een ziektekiem
incubatieperiode	noun	tijdsverloop tussen besmetting en het ontstaan van de eerste ziekte verschijnselen
incubatieperioden	=	incubatieperiode
incubatieperiodes	=	incubatieperiode
incubaties	=	incubatie
incubatietijd	noun	de tijd tussen besmetting met een microorganisme en het uitbreken van de ziekte
incubatietijden	=	incubatietijd
incubator	noun	broedmachine, broedstoof
incubatoren	=	incubator
incubators	=	incubator
incubatortje	=	incubator
incubatortjes	=	incubator
inculturatie	noun	het proces waarbij elementen uit een bepaalde religie of cultuur geïntegreerd worden in een andere cultuur; meestal gebruikt in rooms-katholieke context
incunabel	noun	een boek of geschrift dat gezet is met losse letters en gedrukt vóór 1 januari 1501 (in Europa)
incunabelen	=	incunabel
incunabelist	noun	kenner van incunabelen
incunabels	=	incunabel
incunabeltje	=	incunabel
incurabel	adj	ongeneeslijk
incurabele	=	incurabel
incurabeler	=	incurabel
incurabelere	=	incurabel
incurabelers	=	incurabel
incurabels	=	incurabel
incurabelst	=	incurabel
incurabelste	=	incurabel
incus	noun	een paddenstoelvormige wolk die zich soms boven een buienwolk ontwikkeld
indaag	=	indagen
indaagde	=	indagen
indaagden	=	indagen
indaagt	=	indagen
indaal	=	indalen
indaalde	=	indalen
indaalden	=	indalen
indaalt	=	indalen
indacht	=	indenken
indachte	=	indenken
indachten	=	indenken
indachtig	adj	volledig iets beseffend
indage	=	indagen
indagen	verb	iemand voor het gerecht roepen
indagend	=	indagen
indagende	=	indagen
indaging	noun	dagvaarding
indagingen	=	indaging
indaginkje	=	indaging
indaginkjes	=	indaging
indale	=	indalen
indalen	verb	duidelijk worden, bewust worden
indalend	=	indalen
indalende	=	indalen
indam	=	indammen
indamde	=	indammen
indamden	=	indammen
indamme	=	indammen
indammen	verb	binnen vooraf bepaalde grenzen houden
indammend	=	indammen
indammende	=	indammen
indamming	noun	van een water of een stuk land dat het door een dam is afgegrensd van een water
indammingen	=	indamming
indamp	=	indampen
indampe	=	indampen
indampen	verb	het concentreren van een oplossing door het oplosmiddel te laten verdampen
indampend	=	indampen
indampende	=	indampen
indampt	=	indampen
indampte	=	indampen
indampten	=	indampen
indamt	=	indammen
inde	=	innen
indecent	adj	niet volgens de regels van fatsoen (meestal gebruikt bij fatsoensregels die met seksualiteit te maken hebben)
indecente	=	indecent
indecenter	=	indecent
indecentere	=	indecent
indecenters	=	indecent
indecentie	noun	het indecent zijn
indecenties	=	indecentie
indecents	=	indecent
indecentst	=	indecent
indecentste	=	indecent
indecisie	noun	besluiteloosheid, onbeslistheid
indeclinabel	adj	onmogelijk te verbuigen
indeclinabele	=	indeclinabel
indeclinabeler	=	indeclinabel
indeclinabelere	=	indeclinabel
indeclinabelers	=	indeclinabel
indeclinabels	=	indeclinabel
indeclinabelst	=	indeclinabel
indeclinabelste	=	indeclinabel
indeden	=	indoen
indeed	=	indoen
indeel	=	indelen
indeelde	=	indelen
indeelden	=	indelen
indeelt	=	indelen
indefiniet	adj	onbepaald
indefiniete	=	indefiniet
indefiniets	=	indefiniet
indek	=	indekken
indekke	=	indekken
indekken	verb	voorzorgsmaatregelen nemen
indekkend	=	indekken
indekkende	=	indekken
indekking	noun	bescherming tegen mogelijke tegenvallers
indekkingen	=	indekking
indekkinkje	=	indekking
indekkinkjes	=	indekking
indekt	=	indekken
indekte	=	indekken
indekten	=	indekken
indele	=	indelen
indelen	verb	delen van een beschikbare ruimte toewijzen aan iets
indelend	=	indelen
indelende	=	indelen
indeler	noun	iemand die een groter geheel verdeelt in kleinere eenheden
indelers	=	indeler
indelicaat	adj	onkies
indelicaats	=	indelicaat
indelicaatst	=	indelicaat
indelicaatste	=	indelicaat
indelicate	=	indelicaat
indelicater	=	indelicaat
indelicatere	=	indelicaat
indelicaters	=	indelicaat
indeling	noun	een ordening in groepen
indelingen	=	indeling
indelinkje	=	indeling
indelinkjes	=	indeling
indemniteit	noun	schadevergoeding
indemniteiten	=	indemniteit
indemniteitswet	noun	wet, waarbij uitgaven, waartegen de Rekenkamer bezwaar heeft gemaakt, achteraf worden goedgekeurd
indemniteitswetje	=	indemniteitswet
indemniteitswetjes	=	indemniteitswet
indemniteitswetten	=	indemniteitswet
inden	=	innen
indenk	=	indenken
indenke	=	indenken
indenken	verb	iets van te voren in het plan opnemen
indenkend	=	indenken
indenkende	=	indenken
indenkt	=	indenken
independent	adj|formal	onafhankelijk
independente	=	independent
independenter	=	independent
independentere	=	independent
independenters	=	independent
independents	=	independent
independentst	=	independent
independentste	=	independent
indeplaatsstelling	noun	de keer dat een persoon of organisatie de plaats van een ander inneemt met name bij de militaire dienstplicht en bij erfenissen
indeplaatsstellingen	=	indeplaatsstelling
inderdaad	adv	een bevestiging dat iets het geval is
inderdaed	=	inderdaad
inderdaet	=	inderdaad
inderhaast	adv	met grote spoed, zonder enige voorbereiding, zonder treuzelen
inderlijk	=	innerlijk
inderminneregeling	noun	iets 'in der minne' regelen; dat je een conflict of probleem oplost in goed overleg, zonder tussenkomst van een rechter of een lange juridische strijd.
inderminneregelingen	=	inderminneregeling
inderminneregelingetje	=	inderminneregeling
inderminneregelingetjes	=	inderminneregeling
indertijd	adv	in die periode, meestal een omstandigheid aanduidend die in de huidige tijd niet meer geldt
indeterminisme	noun	levensbeschouwing volgens welke niet alle gebeurtenissen in de wereld door voorafgaande oorzaken bepaald zijn, en dat dus de wil tot op zekere hoogte vrij is
indeuk	=	indeuken
indeuke	=	indeuken
indeuken	verb	het maken van een deuk
indeukend	=	indeuken
indeukende	=	indeuken
indeukt	=	indeuken
indeukte	=	indeuken
indeukten	=	indeuken
index	noun	register [1], inhoudsopgave, catalogus (bijv. een webindex)
indexaanpassing	noun	prijscompensatie
indexaanpassingen	=	indexaanpassing
indexafhouding	noun	het niet doorgaan van een verwachte verhoging van lonen, sociale uitkeringen of pensioenen – die normaal gesproken automatisch plaatsvindt door inflatie (indexatie)
indexafhoudingen	=	indexafhouding
indexafhoudinkje	=	indexafhouding
indexafhoudinkjes	=	indexafhouding
indexatie	noun	het bepalen van het prijsindexcijfer
indexaties	=	indexatie
indexbeleggen	noun	is een vorm van passief vermogensbeheer waarbij het vermogen belegd wordt volgens de samenstelling van een aandelenindex of een andere financiële index b.v. d.m.v. een indexfonds
indexbeleggende	=	indexbeleggen
indexcijfer	noun	in zijn simpelste vorm een getal (in de vorm van een percentage) dat de verhouding uitdrukt van een grootheid tot een referentiewaarde (grondslag)
indexcijfers	=	indexcijfer
indexcijfertje	=	indexcijfer
indexcijfertjes	=	indexcijfer
indexeer	=	indexeren
indexeerde	=	indexeren
indexeerden	=	indexeren
indexeeren	=	indexeren
indexeert	=	indexeren
indexen	=	index
indexere	=	indexeren
indexeren	verb	iets van een index (inhoudsopgave) voorzien
indexerend	=	indexeren
indexerende	=	indexeren
indexering	noun	het aanpassen van inkomens of uitkeringen aan de inflatie zodat de koopkracht gelijk blijft, indexatie
indexeringen	=	indexering
indexfonds	noun	beleggingsfonds dat een afspiegeling is van een beursindex
indexfondsen	=	indexfonds
indexfondsje	=	indexfonds
indexfondsjes	=	indexfonds
indexfossiel	noun	een fossiel dat gebruikt kan worden om een gesteentelaag te dateren
indexfossielen	=	indexfossiel
indexfossieltje	=	indexfossiel
indexfossieltjes	=	indexfossiel
indexje	=	index
indexjes	=	index
indexlening	noun	lening waarbij de couponrente op basis van het prijsindexcijfer wordt gecorrigeerd
indexleningen	=	indexlening
indexleninkje	=	indexlening
indexleninkjes	=	indexlening
indexlonen	=	indexloon
indexloon	noun	loon dat wisselt met de index van de kosten voor levensonderhoud
indexloontje	=	indexloon
indexloontjes	=	indexloon
indexmanipulatie	noun	interventie in de automatische vorming van het prijsindexcijfer
indexmanipulaties	=	indexmanipulatie
indexpagina	noun	de startpagina van een website of document, die vaak dient als een soort inhoudsopgave en koppelingen bevat naar andere pagina's en inhoud
indexpagina's	=	indexpagina
indexpaginaatje	=	indexpagina
indexpaginaatjes	=	indexpagina
indexpersonen	=	indexpersoon
indexpersoon	noun	iemand waarbij de besmetting of ziekte als eerste vastgesteld is
indexpolis	noun	verzekeringspolis waarbij het verzekerd bedrag en de te betalen premie automatisch het prijsindexcijfer volgen
indexpolisje	=	indexpolis
indexpolisjes	=	indexpolis
indexpolissen	=	indexpolis
indexsprong	noun	een beslissing waarbij de automatische aanpassing van lonen, sociale uitkeringen en pensioenen aan de stijgende levensduurte (de indexatie) eenmalig wordt overgeslagen
indexsprongen	=	indexsprong
indiaan	noun	inwoner van Amerika voor de komst van de Europeanen
indiaans	adj	van of als van de indianen
indiaanse	noun	vrouw behorend tot een van de oorspronkelijke volken van Amerika
indiaansen	=	indiaanse
indiaanser	=	indiaans
indiaansere	=	indiaans
indiaansers	=	indiaans
indiaanst	=	indiaans
indiaanste	=	indiaans
indiaantje	=	indiaan
indiaantjes	=	indiaan
indiaas	adj	op India betrekking hebbend
indiaast	=	indiaas
indiaaste	=	indiaas
indianen	=	indiaan
indianenbevolking	noun	de inheemse bewoners van Noord-Amerika
indianenboek	noun	geromantiseerd avonturenboek over cowboys en indianen in het Wilde Westen
indianenboeken	=	indianenboek
indianenboekje	=	indianenboek
indianenboekjes	=	indianenboek
indianenculturen	=	indianencultuur
indianencultuur	noun	de kunst, taal, religie en manier van leven van de Noord-Amerikaanse indianen
indianendans	noun	sierlijke, ritmische bewegingen op muziek door de oorspronkelijke bewoners van Amerika
indianendansen	=	indianendans
indianendansje	=	indianendans
indianendansjes	=	indianendans
indianendorp	noun	nederzetting van inheemse Amerikanen
indianendorpen	=	indianendorp
indianendorpje	=	indianendorp
indianendorpjes	=	indianendorp
indianenkreet	noun	kreet zoals een indiaan die zou slaken
indianenkreetje	=	indianenkreet
indianenkreetjes	=	indianenkreet
indianenkreten	=	indianenkreet
indianenreservaat	noun	stukken grond in de VS en Canada die door de overheid aan de oorspronkelijke bewoners, de indianen, toegewezen zijn
indianenreservaatje	=	indianenreservaat
indianenreservaatjes	=	indianenreservaat
indianenreservaten	=	indianenreservaat
indianenstam	noun	groep oorspronkelijke Amerikanen die verwanten van elkaar zijn
indianenstammen	=	indianenstam
indianentent	noun	tijdelijke verblijfplaats zoals de oorspronkelijke bevolking van Noord-Amerika die maakten
indianententen	=	indianentent
indianenverhaal	noun	een verhaal waarin indianen de hoofdrol spelen
indianenverhaaltje	=	indianenverhaal
indianenverhaaltjes	=	indianenverhaal
indianenverhalen	=	indianenverhaal
indianenvissen	noun	een familie Pataecidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
indianenvolk	noun	groep oorspronkelijke bewoners van Amerika die verwant aan elkaar zijn
indianenvolken	=	indianenvolk
indianenvolkeren	=	indianenvolk
indianenvolkje	=	indianenvolk
indianenvolkjes	=	indianenvolk
indiase	noun	een vrouwelijke inwoner van India, of een vrouw afkomstig uit India
indiasen	=	indiase
indiaser	=	indiaas
indiasere	=	indiaas
indiasers	=	indiaas
indicateur	noun	aanwijzer
indicateurdiagram	noun	diagram waarbij het volume tegen de druk in een motor is afgezet (pV-diagram)
indicateurdiagrammen	=	indicateurdiagram
indicateurdiagrammetje	=	indicateurdiagram
indicateurdiagrammetjes	=	indicateurdiagram
indicateurs	=	indicateur
indicateurtje	=	indicateur
indicateurtjes	=	indicateur
indicatie	noun	aanwijzing
indicatief	adj	een aanwijzing bevattende	noun	de vorm van het werkwoord die de werkelijkheid aangeeft
indicatiefs	=	indicatief
indicatiefst	=	indicatief
indicatiefste	=	indicatief
indicatiegebied	noun	alle aandoeningen ter bestrijding waarvan een bepaald geneesmiddel of behandelmethode wordt ingezet
indicatiegebieden	=	indicatiegebied
indicatiegebiedje	=	indicatiegebied
indicatiegebiedjes	=	indicatiegebied
indicatielamp	noun	een lamp die aangeeft dat een proces gaande is
indicatielampen	=	indicatielamp
indicatielampje	=	indicatielamp
indicatielampjes	=	indicatielamp
indicatieorgaan	noun	organisatie die bepaald op iemand recht heeft op een bepaalde voorziening
indicatieorgaantje	=	indicatieorgaan
indicatieorgaantjes	=	indicatieorgaan
indicatieorganen	=	indicatieorgaan
indicaties	=	indicatie
indicatiestelling	noun	het stellen van een indicatie (bijv. van een ziekteverschijnsel dat aanleiding is voor een bepaalde behandeling)
indicatiestellingen	=	indicatiestelling
indicatietje	=	indicatie
indicatieve	=	indicatief
indicatieven	=	indicatief
indicatiever	=	indicatief
indicatievere	=	indicatief
indicatievers	=	indicatief
indicator	noun	verschijnsel dat op iets wijst, factor die iets aangeeft (b.v. een indicatielamp)
indicatoren	=	indicator
indicators	=	indicator
indicatortje	=	indicator
indicatortjes	=	indicator
indice	noun	mededeling, aanwijzing
indiceer	=	indiceren
indiceerde	=	indiceren
indiceerden	=	indiceren
indiceert	=	indiceren
indicere	=	indiceren
indiceren	verb	een aanwijzing zijn voor
indicerend	=	indiceren
indicerende	=	indiceren
indices	=	index
indicie	noun	grond voor een vermoeden
indicies	=	indicie
indiciën	=	indicie
indictie	noun	een vijftienjarige cyclus die door keizer Justinianus (keizer van 527 – 565) in 537 – waarschijnlijk in het kader van de belastingheffing – definitief werd vastgelegd
indicties	=	indictie
indien	conj	onder de voorwaarde dat
indiende	=	indienen
indienden	=	indienen
indiene	=	indienen
indienen	verb	een document zoals een aanvraag of protest, afgeven aan een instantie
indienend	=	indienen
indienende	=	indienen
indiener	noun	iemand die een tekst voorlegt die officieel moet worden behandeld
indieners	=	indiener
indiening	noun	het indienen
indieningen	=	indiening
indieningstermijn	noun	periode dat men een verzoek kan indienen
indieningstermijnen	=	indieningstermijn
indienstneming	noun	de keer dat men iets of iemand opneemt in de reguliere werkzaamheden
indienstnemingen	=	indienstneming
indienststelling	noun	de keer dat men iets opneemt in de reguliere werkzaamheden
indienststellingen	=	indienststelling
indiensttreding	noun	moment dat je begint te werken bij een bedrijf of organisatie
indiensttredingen	=	indiensttreding
indiensttredinkje	=	indiensttreding
indiensttredinkjes	=	indiensttreding
indient	=	indienen
indiepop	noun	popmuziek die op muziekdragers uitgebracht werd door kleine onafhankelijke platenlabels of door musici met een eigen label.
indifferent	adj	zonder effect, zonder indruk
indifferente	=	indifferent
indifferenter	=	indifferent
indifferentere	=	indifferent
indifferenters	=	indifferent
indifferents	=	indifferent
indifferentst	=	indifferent
indifferentste	=	indifferent
indigestie	noun	ziek worden door te veel en te snel te eten
indigesties	=	indigestie
indignado	noun	iemand die boos is over grote economische ongelijkheid en corruptie, vooral gebruikt voor deelnemers aan protestbewegingen in Spaanstalige landen in het begin de de 21 eeuw
indignado's	=	indignado
indigo	noun	een kleur die in het het lichtspectrum voorkomt met een golflengte van 440 tot 420 nanometer	adj	een kleur bezittend als die van de kleurstof indigo
indigo's	=	indigo
indigoberghoningkruiper	noun	Diglossa indigotica een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
indigoberghoningkruipers	=	indigoberghoningkruiper
indigoberghoningkruipertje	=	indigoberghoningkruiper
indigoberghoningkruipertjes	=	indigoberghoningkruiper
indigobisschop	noun	Cyanoloxia glaucovaerulea een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
indigobisschopje	=	indigobisschop
indigobisschopjes	=	indigobisschop
indigobisschoppen	=	indigobisschop
indigoblauw	adj	met een bepaalde kleur tussen blauw en violet in
indigoblauwe	=	indigoblauw
indigoblauwen	=	indigoblauw
indigoblauwer	=	indigoblauw
indigoblauwere	=	indigoblauw
indigoblauwers	=	indigoblauw
indigoblauws	=	indigoblauw
indigoblauwst	=	indigoblauw
indigoblauwste	=	indigoblauw
indigoboleet	noun	Gyroporus cyanescens een schimmel behorend tot de familie Gyroporaceae.
indigoboleetje	=	indigoboleet
indigoboleetjes	=	indigoboleet
indigoboleten	=	indigoboleet
indigodikbekje	noun	Amaurospiza concolor een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
indigodikbekjes	=	indigodikbekje
indigogors	noun	Passerina cyanea een kleine zaadetende zangvogel uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae)
indigogorsje	=	indigogors
indigogorsjes	=	indigogors
indigogorzen	=	indigogors
indigokind	noun	extravert kind met veel paranormale gaven dat speciale taken in het leven zou hebben
indigokinderen	=	indigokind
indigokindje	=	indigokind
indigokindjes	=	indigokind
indigoplant	noun	benaming voor planten uit het geslacht Indigofera waaruit een bepaalde blauwe kleurstof kan worden gewonnen
indigoplanten	=	indigoplant
indigoslang	noun	Drymarchon corais een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
indigoslangen	=	indigoslang
indigoslangetje	=	indigoslang
indigoslangetjes	=	indigoslang
indigovliegenvanger	noun	Eumyias indigo een kleine zangvogel uit de familie van de vliegenvangers (muscicapidae) en de onderfamilie vliegenvangers van de Oude Wereld.
indigovliegenvangers	=	indigovliegenvanger
indigovliegenvangertje	=	indigovliegenvanger
indigovliegenvangertjes	=	indigovliegenvanger
indijk	=	indijken
indijke	=	indijken
indijken	verb	een gebied of een water met een dijk omgeven
indijkend	=	indijken
indijkende	=	indijken
indijking	noun	stuk land dat is omgeven door een dijk; water dat is omgeven door een dijk
indijkingen	=	indijking
indijkinkje	=	indijking
indijkinkjes	=	indijking
indijkt	=	indijken
indijkte	=	indijken
indijkten	=	indijken
indik	=	indikken
indikke	=	indikken
indikken	verb	iets minder beweeglijk maken door de vrije ruimte te verminderen
indikkend	=	indikken
indikkende	=	indikken
indikking	noun	het weghalen van overbodige details; het weghalen van overbodige vloeistof
indikkingen	=	indikking
indikkinkje	=	indikking
indikkinkjes	=	indikking
indikt	=	indikken
indikte	=	indikken
indikten	=	indikken
indirect	adj	niet rechtstreeks, onrechtstreeks
indirecte	=	indirect
indirectelijk	adj	niet rechtstreeks, middellijk, of via een omweg
indirectelijke	=	indirectelijk
indirectelijker	=	indirectelijk
indirectelijkere	=	indirectelijk
indirectelijkers	=	indirectelijk
indirectelijks	=	indirectelijk
indirectelijkst	=	indirectelijk
indirectelijkste	=	indirectelijk
indirecter	=	indirect
indirectere	=	indirect
indirecters	=	indirect
indirectheden	=	indirectheid
indirectheid	noun	het met veel omhaal communiceren
indirects	=	indirect
indirectst	=	indirect
indirectste	=	indirect
indirekt	=	indirect
indisch	adj	op Nederlands-Indië (nu Indonesië) betrekking hebbend of daarvan afkomstig
indische	=	indisch
indischer	=	indisch
indischere	=	indisch
indischers	=	indisch
indiscreet	adj	onbescheiden
indiscreets	=	indiscreet
indiscreetst	=	indiscreet
indiscreetste	=	indiscreet
indiscrete	=	indiscreet
indiscreter	=	indiscreet
indiscretere	=	indiscreet
indiscreters	=	indiscreet
indiscretie	noun	een brutaliteit; een ongepastheid; een inbreuk op de goede zeden
indiscreties	=	indiscretie
indiscutabel	adj	waarover niet gediscussieerd hoeft te worden (omdat het evident is)
indiscutabele	=	indiscutabel
indiscutabeler	=	indiscutabel
indiscutabelere	=	indiscutabel
indiscutabelers	=	indiscutabel
indiscutabels	=	indiscutabel
indiscutabelst	=	indiscutabel
indiscutabelste	=	indiscutabel
indisponibel	adj	niet beschikbaar
indisponibele	=	indisponibel
indisponibeler	=	indisponibel
indisponibelere	=	indisponibel
indisponibelers	=	indisponibel
indisponibels	=	indisponibel
indisponibelst	=	indisponibel
indisponibelste	=	indisponibel
indium	noun	een scheikundig element en zilvergrijs overgangsmetaal met het symbool In en het atoomnummer 49
indiumatomen	=	indiumatoom
indiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element indium.
indiumatoompje	=	indiumatoom
indiumatoompjes	=	indiumatoom
individu	noun	een enkele persoon in het bijzonder
individu's	=	individu
individualisatie	noun	proces waarbij iemand zich steeds verder onderscheidt van anderen
individualisaties	=	individualisatie
individualiseer	=	individualiseren
individualiseerde	=	individualiseren
individualiseerden	=	individualiseren
individualiseering	=	individualisering
individualiseert	=	individualiseren
individualisere	=	individualiseren
individualiseren	verb	afzonderen, afzonderlijk aanwijzen.
individualiserend	adj	steeds meer op zichzelf aangewezen zijnd
individualiserende	=	individualiseren
individualiserender	=	individualiserend
individualiserendere	=	individualiserend
individualiserenders	=	individualiserend
individualiserends	=	individualiserend
individualiserendst	=	individualiserend
individualiserendste	=	individualiserend
individualisering	noun	het proces waardoor mensen meer als individu in plaats van als groep in de samenleving komen te staan
individualiseringen	=	individualisering
individualisme	noun	leer die de rechten van het individu boven die van de gemeenschap stelt
individualist	noun	iemand die altijd op zichzelf wil staan
individualisten	=	individualist
individualistisch	adj	nadrukkelijk onafhankelijk van anderen
individualistische	=	individualistisch
individualistischer	=	individualistisch
individualistischere	=	individualistisch
individualistischers	=	individualistisch
individualistischt	=	individualistisch
individualistischte	=	individualistisch
individualistje	=	individualist
individualistjes	=	individualist
individualiteit	noun	eigenheid, persoonlijkheid
individualiteiten	=	individualiteit
individualpsychologie	noun	stroming die van een holistische benadering van de mens uitgaat
individueel	adj	afzonderlijk, op zichzelf
individueels	=	individueel
individueelst	=	individueel
individueelste	=	individueel
individuele	=	individueel
individueler	=	individueel
individuelere	=	individueel
individuelers	=	individueel
individuen	=	individu
individuutje	=	individu
individuutjes	=	individu
indiëganger	noun	iemand die voor langere tijd naar Indië ging
indiëgangers	=	indiëganger
indiër	noun	inwoner van India, of iemand afkomstig uit India
indiërs	=	indiër
indiërtje	=	indiër
indiërtjes	=	indiër
indiëweigeraar	noun	iemand die weigerde te vechten in Nederlands-Indië
indiëweigeraars	=	indiëweigeraar
indiëweigeraartje	=	indiëweigeraar
indiëweigeraartjes	=	indiëweigeraar
indo	noun	in Nederlands-Indië: halfbloed van gemengde Europese en inheemse afstamming
indo's	=	indo
indo-europeaan	noun	lid van een prehistorisch volk en spreker van het Proto-Indo-Europees
indo-europeaanse	=	indo-europeaan
indo-europeaantje	=	indo-europeaan
indo-europeaantjes	=	indo-europeaan
indo-europeanen	=	indo-europeaan
indo-europees	adj	betrekking hebbend op Indo-Europeanen
indo-europeesch	=	indo-europees
indo-europeest	=	indo-europees
indo-europeeste	=	indo-europees
indo-europese	=	indo-europees
indo-europeser	=	indo-europees
indo-europesere	=	indo-europees
indo-europesers	=	indo-europees
indochinees	noun	inwoner of iemand afkomstig uit Indochina	adj	afkomstig uit of met betrekking tot Indochina
indochineest	=	indochinees
indochineeste	=	indochinees
indochinese	noun	inwoonster van Indochina, of een vrouw afkomstig uit Indochina
indochinesen	=	indochinese
indochineser	=	indochinees
indochinesere	=	indochinees
indochinesers	=	indochinees
indochinezen	=	indochinees
indoctrinatie	noun	het systematisch en eenzijdig onderwijzen (met de nodige druk) van overtuigingen, met de bedoeling dat deze kritiekloos worden aanvaard
indoctrinaties	=	indoctrinatie
indoctrineer	=	indoctrineren
indoctrineerde	=	indoctrineren
indoctrineerden	=	indoctrineren
indoctrineert	=	indoctrineren
indoctrinere	=	indoctrineren
indoctrineren	verb	dwingen om bepaalde opvattingen te aanvaarden
indoctrinerend	=	indoctrineren
indoctrinerende	=	indoctrineren
indodikkop	noun	Pheidole fervens een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
indodikkopje	=	indodikkop
indodikkopjes	=	indodikkop
indodikkoppen	=	indodikkop
indoe	=	indoen
indoen	verb	inbrengen, invoeren
indoend	=	indoen
indoende	=	indoen
indoet	=	indoen
indoke	=	induiken
indoken	=	induiken
indolent	adj	traag en/of onverschillig
indolente	=	indolent
indolenter	=	indolent
indolentere	=	indolent
indolenters	=	indolent
indolentie	noun	houding waarbij je niets doet en nalaat om te reageren
indolents	=	indolent
indolentst	=	indolent
indolentste	=	indolent
indologie	noun	studie naar de cultuur van Indonesië (het voormalig Nederlands Indië)
indologisch	adj	met betrekking tot de indologie
indologische	=	indologisch
indologischer	=	indologisch
indologischere	=	indologisch
indologischers	=	indologisch
indom	adj	buitengewoon onwetend, heel onverstandig
indomme	=	indom
indommel	=	indommelen
indommelde	=	indommelen
indommelden	=	indommelen
indommele	=	indommelen
indommelen	verb	in een lichte slaap vallen
indommelend	=	indommelen
indommelende	=	indommelen
indommelt	=	indommelen
indompeling	noun	iets of iemand in een hoeveelheid vloeistof doen
indompelingen	=	indompeling
indoms	=	indom
indonesisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Indonesië
indonesische	noun	een vrouwelijke inwoner van Indonesië, of een vrouw afkomstig uit Indonesië
indonesischen	=	indonesische
indonesischer	=	indonesisch
indonesischere	=	indonesisch
indonesischers	=	indonesisch
indonesischt	=	indonesisch
indonesischtalig	adj	de Indonesische taal sprekend
indonesischtalige	=	indonesischtalig
indonesischtaligs	=	indonesischtalig
indonesischte	=	indonesisch
indonesiër	noun	een inwoner van Indonesië, of iemand afkomstig uit Indonesië
indonesiërs	=	indonesiër
indonesiërtje	=	indonesiër
indook	=	induiken
indookt	=	induiken
indoop	=	indopen
indoopt	=	indopen
indoopte	=	indopen
indoopten	=	indopen
indoor	adj	binnen een gebouw; overdekt plaatsvindend
indooratletiek	noun	atletiek die men beoefent in een overdekte ruimte
indoorbaan	noun	overdekte atletiekbaan; overdekte wielerbaan; overdekte tennisbaan die men vooral in de wintermaanden gebruikt
indoorbaantje	=	indoorbaan
indoorbaantjes	=	indoorbaan
indoorbanen	=	indoorbaan
indoorkampioenschap	noun	wedstrijd op een overdekte lokatie waar men een kampioenstitel kan winnen
indoorkampioenschapje	=	indoorkampioenschap
indoorkampioenschapjes	=	indoorkampioenschap
indoorkampioenschappen	=	indoorkampioenschap
indoorrecord	noun	zeer goede sport prestatie die in een overdekte sportlocatie is behaald
indoorrecordje	=	indoorrecord
indoorrecordjes	=	indoorrecord
indoorrecords	=	indoorrecord
indoorroeier	noun	een fitnesstoestel dat roeien nabootst
indoorroeiers	=	indoorroeier
indoorroeiertje	=	indoorroeier
indoorroeiertjes	=	indoorroeier
indoors	=	indoor
indoorseizoen	noun	deel van het jaar dat er voornamelijk overdekt atletiekwedstrijden worden gehouden; de periode van 1 oktober tot 1 april
indoorseizoenen	=	indoorseizoen
indoorseizoentje	=	indoorseizoen
indoorseizoentjes	=	indoorseizoen
indoorspeelparadijs	noun	overdekte recreatieruimte die speciaal is ingericht voor kinderen om veilig te kunnen spelen, ongeacht het weer
indoorspeelparadijsje	=	indoorspeelparadijs
indoorspeelparadijsjes	=	indoorspeelparadijs
indoorspeelparadijzen	=	indoorspeelparadijs
indoorspeelpark	noun	een overdekte recreatieruimte die speciaal is ingericht voor kinderen om veilig te kunnen spelen, ongeacht het weer
indoorspeelparken	=	indoorspeelpark
indoorspeelparkje	=	indoorspeelpark
indoorspeelparkjes	=	indoorspeelpark
indoorspeelplaats	noun	overdekte recreatieruimte die speciaal is ingericht voor kinderen om veilig te kunnen spelen, ongeacht het weer
indoorspeelplaatsen	=	indoorspeelplaats
indoorspeelplaatstje	=	indoorspeelplaats
indoorspeelplaatstjes	=	indoorspeelplaats
indoorspeeltuin	noun	een overdekte recreatieruimte die speciaal is ingericht voor kinderen om veilig te kunnen spelen, ongeacht het weer
indoorspeeltuinen	=	indoorspeeltuin
indoorspeeltuintje	=	indoorspeeltuin
indoorspeeltuintjes	=	indoorspeeltuin
indoorsport	noun	sportactiviteit die men in een zaal uitoefent
indoorsporten	=	indoorsport
indoortoernooi	noun	reeks sportwedstrijden die in een overdekte ruimte wordt gehouden
indoortoernooien	=	indoortoernooi
indoortoernooitje	=	indoortoernooi
indoortoernooitjes	=	indoortoernooi
indoorwedstrijd	noun	een overdekte wedstrijd; een wedstrijd die niet in de buitenlucht wordt gehouden
indoorwedstrijden	=	indoorwedstrijd
indoorwedstrijdje	=	indoorwedstrijd
indoorwedstrijdjes	=	indoorwedstrijd
indootje	=	indo
indootjes	=	indo
indope	=	indopen
indopen	verb	voorzichtig in een vloeistof stoppen
indopend	=	indopen
indopende	=	indopen
indosseer	=	indosseren
indosseerde	=	indosseren
indosseerden	=	indosseren
indosseert	=	indosseren
indossere	=	indosseren
indosseren	verb	aan een ander overdragen door op de rugzijde te ondertekenen en te dagtekenen
indosserend	=	indosseren
indosserende	=	indosseren
indraag	=	indragen
indraagt	=	indragen
indraai	=	indraaien
indraaide	=	indraaien
indraaiden	=	indraaien
indraaie	=	indraaien
indraaien	verb	met een draaibeweging naar binnen gaan
indraaiend	=	indraaien
indraaiende	=	indraaien
indraait	=	indraaien
indrage	=	indragen
indragen	verb	iets ergens naar binnen dragen of brengen
indragend	=	indragen
indragende	=	indragen
indreef	=	indrijven
indreven	=	indrijven
indri	noun	Indri indri de grootste nog levende halfaap enkel voorkomend in het noordoosten van Madagaskar.
indri's	=	indri
indriachtige	noun	zoogdier uit de familie Indriidae van lemuren.
indriachtigen	noun	Indriidae een familie van lemuren.
indrietje	=	indri
indrietjes	=	indri
indrift	noun	toegangspad
indriften	=	indrift
indriftje	=	indrift
indriftjes	=	indrift
indrijf	=	indrijven
indrijft	=	indrijven
indrijve	=	indrijven
indrijven	verb	met kracht ergens inslaan
indrijvend	=	indrijven
indrijvende	=	indrijven
indring	=	indringen
indringe	=	indringen
indringen	verb	binnendringen, door dringen ergens in.
indringend	adj	indruk makend, emotie losmakend
indringende	=	indringend
indringender	=	indringend
indringendere	=	indringend
indringenders	=	indringend
indringendheid	noun	het indruk kunnen maken; het emoties kunnen opwekken
indringends	=	indringend
indringendst	=	indringend
indringendste	=	indringend
indringer	noun	iemand die zich met geweld toegang verschaft
indringerig	adj	de neiging hebbende om zich (in iets of bij iemand) in te dringen
indringerige	=	indringerig
indringeriger	=	indringerig
indringerigere	=	indringerig
indringerigers	=	indringerig
indringerigs	=	indringerig
indringerigst	=	indringerig
indringerigste	=	indringerig
indringers	=	indringer
indringertje	=	indringer
indringertjes	=	indringer
indringing	noun	de keer dat iets of iemand ergens met kracht of geweld naar binnen gaat
indringingen	=	indringing
indringinkje	=	indringing
indringinkjes	=	indringing
indringster	noun	vrouw die zich met geweld toegang verschaft
indringsters	=	indringster
indringstertje	=	indringster
indringstertjes	=	indringster
indringt	=	indringen
indrink	=	indrinken
indrinke	=	indrinken
indrinken	verb	alvast een flinke hoeveelheid alcohol nuttigen, zodat men later minder hoeft te drinken om dronken te worden en dus goedkoper uit is
indrinkend	=	indrinken
indrinkende	=	indrinken
indrinkt	=	indrinken
indroeg	=	indragen
indroegen	=	indragen
indroevig	adj	buitengewoon triest
indroevige	=	indroevig
indroevigs	=	indroevig
indroge	=	indroog
indrogen	verb	door het verlies van vocht krimpen
indrogend	=	indrogen
indrogende	=	indrogen
indroging	noun	verlies van gewicht en volume door verdamping van vocht
indrogingen	=	indroging
indroginkje	=	indroging
indroginkjes	=	indroging
indrong	=	indringen
indrongen	=	indringen
indrongt	=	indringen
indronk	=	indrinken
indronken	=	indrinken
indroog	noun	vermindering van hoeveelheid door vochtverlies	adj	geheel van vocht ontdaan
indroogde	=	indrogen
indroogden	=	indrogen
indroogs	=	indroog
indroogt	=	indrogen
indruis	=	indruisen
indruischen	=	indruisen
indruise	=	indruisen
indruisen	verb	~ tegen tegenstrijdig zijn met iets, een regel overtreden
indruisend	=	indruisen
indruisende	=	indruisen
indruist	=	indruisen
indruiste	=	indruisen
indruisten	=	indruisen
indruk	noun	de uitwerking van iets op het gemoed of de geest
indrukje	=	indruk
indrukjes	=	indruk
indrukke	=	indrukken
indrukken	verb	door middel van drukken naar binnen doen bewegen
indrukkend	=	indrukken
indrukkende	=	indrukken
indrukking	noun	een fysieke deuk, afdruk of markering die door duwen of persen in een materiaal ontstaat.
indrukkingen	=	indrukking
indrukkinkje	=	indrukking
indrukkinkjes	=	indrukking
indrukt	=	indrukken
indrukte	=	indrukken
indrukten	=	indrukken
indrukwekkend	adj	een grote indruk achterlatend
indrukwekkende	=	indrukwekkend
indrukwekkender	=	indrukwekkend
indrukwekkendere	=	indrukwekkend
indrukwekkenders	=	indrukwekkend
indrukwekkends	=	indrukwekkend
indrukwekkendst	=	indrukwekkend
indrukwekkendste	=	indrukwekkend
induceer	=	induceren
induceerde	=	induceren
induceerden	=	induceren
induceert	=	induceren
inducere	=	induceren
induceren	verb	uit een klein aantal gegevens een algemene regel afleiden
inducerend	=	induceren
inducerende	=	induceren
inductantie	noun	een imaginair getal ter grootte van ωL, waar ω de hoekfrequentie is en L de zelfinductie
inductanties	=	inductantie
inductantietje	=	inductantie
inductantietjes	=	inductantie
inductie	noun	opwekking, teweegbrenging, beïnvloeding
inductief	adj	na detailonderzoek, uit het bijzondere tot het algemene besluitend
inductiefs	=	inductief
inductiefst	=	inductief
inductiefste	=	inductief
inductielamp	noun	elektrische lamp waarbij het licht door een elektromagnetisch veld wordt opgewekt enigszins vergelijkbaar met een tl-buis
inductielampen	=	inductielamp
inductielampje	=	inductielamp
inductielampjes	=	inductielamp
inductiemotor	noun	elektromotor voor wisselstroom waarbij in een lus van het anker een magnetisch veld wordt opgewekt
inductiemotoren	=	inductiemotor
inductiemotors	=	inductiemotor
inductiemotortje	=	inductiemotor
inductiemotortjes	=	inductiemotor
inducties	=	inductie
inductiespoel	noun	aantal windingen die daardoor beschikt over een zelfinductie
inductiespoelen	=	inductiespoel
inductiespoeltje	=	inductiespoel
inductiespoeltjes	=	inductiespoel
inductiestromen	=	inductiestroom
inductiestroom	noun	elektrische stroom die in een geleider ontstaat door de werking van een veranderend magnetisch veld of een wisselende elektrische stroom in een tweede geleider
inductiestroompje	=	inductiestroom
inductiestroompjes	=	inductiestroom
inductieve	=	inductief
inductiever	=	inductief
inductievere	=	inductief
inductievers	=	inductief
inductor	noun	wikkeling van stroomdraad die leidt tot een wisselwerking tussen elektrische stroom en een magnetisch veld
inductoren	=	inductor
inductors	=	inductor
induen	noun	eerste tijdsnede van het tijdvak vroegtrias, van 252,2 tot 251,2 miljoen jaar geleden
induffel	=	induffelen
induffelde	=	induffelen
induffelden	=	induffelen
induffele	=	induffelen
induffelen	verb	zich warm aankleden
induffelend	=	induffelen
induffelende	=	induffelen
induffelt	=	induffelen
induik	=	induiken
induike	=	induiken
induiken	verb	ergens met grote snelheid binnengaan
induikend	=	induiken
induikende	=	induiken
induikt	=	induiken
indulgentie	noun	aflaat
indulgenties	=	indulgentie
indult	noun	pauselijk genadebrief of vrijbrief waarin aan iets of iemand toestemming wordt gegeven te doen wat normaliter verboden is
indulten	=	indult
induratie	noun	verharding
indusdolfijn	noun	Platanista minor een zoogdier uit de familie van de Indische rivierdolfijnen (Platanistidae).
indusdolfijnen	=	indusdolfijn
indusdolfijntje	=	indusdolfijn
indusdolfijntjes	=	indusdolfijn
industrialisatie	noun	het proces van veranderingen in het productieproces door mechanisatie en de daaropvolgende veranderingen in de productieorganisatie
industrialisaties	=	industrialisatie
industrialiseer	=	industrialiseren
industrialiseerde	=	industrialiseren
industrialiseerden	=	industrialiseren
industrialiseert	=	industrialiseren
industrialisere	=	industrialiseren
industrialiseren	verb	het veranderen van de economie door het vergroten van de nijverheid
industrialiserend	=	industrialiseren
industrialiserende	=	industrialiseren
industrialisering	noun	het proces van veranderingen in het productieproces door mechanisatie en de daaropvolgende veranderingen in de produktieorganisatie
industrialiseringen	=	industrialisering
industrie	noun	nijverheid
industriebeleid	noun	alle plannen die men heeft met betrekking tot de ontwikkeling van de industrie
industriebond	noun	vakverbond voor werknemers in industriële fabrieken
industriebonden	=	industriebond
industriebondje	=	industriebond
industriebondjes	=	industriebond
industriebouw	noun	het bouwen van industriële complexen en andere voor de industrie noodzakelijke bouwwerken
industriecentra	=	industriecentrum
industriecentrum	noun	plaats waar veel fabrieken zijn gevestigd
industriecentrums	=	industriecentrum
industriecomplex	noun	groep met elkaar verbonden industriële fabrieken; groot, samenhangend geheel van fabrieken en industriële installaties
industriecomplexen	=	industriecomplex
industriecomplexje	=	industriecomplex
industriecomplexjes	=	industriecomplex
industrieconcern	noun	bedrijf met meerdere fabrieken
industrieconcerns	=	industrieconcern
industrieconglomeraat	noun	groep industriële bedrijven die functioneren onder één leiding; samenklontering van verschillende industriële bedrijven
industrieconglomeraten	=	industrieconglomeraat
industriediamant	noun	diamant voor industriële toepassingen zoals zagen
industriediamanten	=	industriediamant
industrieel	adj	tot de industrie behorend	noun	eigenaar van een fabriek
industrieels	=	industrieel
industrieelst	=	industrieel
industrieelste	=	industrieel
industrieeltje	=	industrieel
industrieeltjes	=	industrieel
industriefunctie	noun	bouwwerk die de gebruikersfunctie heeft om gebruikt te worden voor industrie
industriefuncties	=	industriefunctie
industriegebied	noun	deel van een land waar veel fabrieken gevestigd zijn
industriegebieden	=	industriegebied
industriegebiedje	=	industriegebied
industriegebiedjes	=	industriegebied
industriegrond	noun	aarde die men kan gebruiken voor industriële activiteiten
industriegronden	=	industriegrond
industriehaven	noun	haven voor vrachtschepen die grondstoffen vervoeren voor industriële activiteiten; haven die niet ten dienste staat van dienstverleners die goederen van en voor derden overslaan, maar die rechtstreeks ten dienste staat van de aan deze havens gevestigde industrieën
industriehavens	=	industriehaven
industriehaventje	=	industriehaven
industriehaventjes	=	industriehaven
industrieland	noun	land met veel industriële activiteit
industrielanden	=	industrieland
industrielandje	=	industrieland
industrielandjes	=	industrieland
industriepark	noun	bedrijven terrein met vooral industriële bedrijven
industrieparken	=	industriepark
industrieparkje	=	industriepark
industrieparkjes	=	industriepark
industriepolitiek	noun	economisch beleid ter bevordering van industriële productie
industrieproductie	noun	de goederen die in een fabriek worden gemaakt
industrieproducties	=	industrieproductie
industrieschap	noun	organisatie die industriële ontwikkeling stimuleert
industrieschappen	=	industrieschap
industriescholen	=	industrieschool
industrieschool	noun	school waar industriearbeiders worden opgeleid
industriesector	noun	deel van de economie, dat wordt gekenmerkt door de productie en verwerking van materiële goederen of artikelen in fabrieken en ondernemingen, veelal gekenmerkt door een hoge graad van mechanisering en automatisering
industriesectoren	=	industriesector
industriesectors	=	industriesector
industriesectortje	=	industriesector
industriesectortjes	=	industriesector
industriestaat	noun	land met een sterk ontwikkelde industrie; deel staat met een sterk ontwikkelde industrie
industriestad	noun	stad met veel fabrieken
industriestadje	=	industriestad
industriestadjes	=	industriestad
industriestandaard	noun	een reeks normen voor een deelprobleem zoals die door de industrie wordt toegepast bijv. metrisch, ISO, ANSI, DIN en NEN
industriestandaarden	=	industriestandaard
industriestandaardje	=	industriestandaard
industriestandaardjes	=	industriestandaard
industriestandaards	=	industriestandaard
industriestaten	=	industriestaat
industriesteden	=	industriestad
industrietak	noun	groep gelijksoortige industriële bedrijven
industrietakje	=	industrietak
industrietakjes	=	industrietak
industrietakken	=	industrietak
industrieterrein	noun	is een zone die in het plan van ruimtelijke ordening aangemerkt wordt als geschikt voor grote bedrijven en (zware) industrie
industrieterreinen	=	industrieterrein
industrieterreintje	=	industrieterrein
industrieterreintjes	=	industrieterrein
industrietje	=	industrie
industrietjes	=	industrie
industrievestiging	noun	de vestiging (of het vestigen) van een industrieel bedrijf.
industrievestigingen	=	industrievestiging
industrievestigingetje	=	industrievestiging
industrievestigingetjes	=	industrievestiging
industriewater	noun	water dat men gebruikt voor industriële processen
industriewereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de industriële productie in fabrieken
industriezaak	noun	industriëel bedrijf; industriële onderneming
industriezaakje	=	industriezaak
industriezaakjes	=	industriezaak
industriezaken	=	industriezaak
industriezand	noun	zand dat voor industriële processen wordt gebruikt
industriezone	noun	een gebied dat gekenmerkt wordt door een concentratie van industrie
industriezones	=	industriezone
industrieën	=	industrie
industriële	=	industrieel
industriëlen	=	industrieel
industriëler	=	industrieel
industriëlere	=	industrieel
industriëlers	=	industrieel
indut	=	indutten
indutte	=	indutten
indutten	verb	langzaam in slaap vallen voor een korte slaap
induttend	=	indutten
induttende	=	indutten
induw	=	induwen
induwde	=	induwen
induwden	=	induwen
induwe	=	induwen
induwen	verb	door een drukkende beweging naar beneden bewegen
induwend	=	induwen
induwende	=	induwen
induwt	=	induwen
ineen	adv	tot één geheel verenigd
ineendoken	=	ineenduiken
ineendook	=	ineenduiken
ineendookt	=	ineenduiken
ineendraai	=	ineendraaien
ineendraaide	=	ineendraaien
ineendraaiden	=	ineendraaien
ineendraaie	=	ineendraaien
ineendraaien	verb	meerdere verschillende draden tot één draad draaien
ineendraaiend	=	ineendraaien
ineendraaiende	=	ineendraaien
ineendraait	=	ineendraaien
ineendring	=	ineendringen
ineendringe	=	ineendringen
ineendringen	verb	door dringen verdichten, comprimeren
ineendringend	=	ineendringen
ineendringende	=	ineendringen
ineendringt	=	ineendringen
ineendrong	=	ineendringen
ineendrongen	=	ineendringen
ineendruk	=	ineendrukken
ineendrukke	=	ineendrukken
ineendrukken	verb	met kracht samenpersen
ineendrukkend	=	ineendrukken
ineendrukkende	=	ineendrukken
ineendrukt	=	ineendrukken
ineendrukte	=	ineendrukken
ineendrukten	=	ineendrukken
ineenduik	=	ineenduiken
ineenduike	=	ineenduiken
ineenduiken	verb	zichzelf klein maken
ineenduikend	=	ineenduiken
ineenduikende	=	ineenduiken
ineenduikt	=	ineenduiken
ineenflans	=	ineenflansen
ineenflanse	=	ineenflansen
ineenflansen	verb	snel en onzorgvuldig in elkaar zetten
ineenflansend	=	ineenflansen
ineenflansende	=	ineenflansen
ineenflanst	=	ineenflansen
ineenflanste	=	ineenflansen
ineenflansten	=	ineenflansen
ineengedoken	=	ineenduiken
ineengedraaid	=	ineendraaien
ineengedraaide	=	ineendraaien
ineengedrongen	=	ineendringen
ineengedrukt	adj	met kracht samengeperst
ineengedrukte	=	ineengedrukt
ineengedrukter	=	ineengedrukt
ineengedruktere	=	ineengedrukt
ineengedrukters	=	ineengedrukt
ineengedrukts	=	ineengedrukt
ineengedruktst	=	ineengedrukt
ineengedruktste	=	ineengedrukt
ineengeflanst	=	ineenflansen
ineengeflanste	=	ineenflansen
ineengegrepen	=	ineengrijpen
ineengekrompen	=	ineenkrimpen
ineengeschoven	=	ineenschuiven
ineengeschrompeld	=	ineenschrompelen
ineengeschrompelde	=	ineenschrompelen
ineengeslagen	=	ineenslaan
ineengesmolten	=	ineensmelten
ineengestort	=	ineenstorten
ineengestorte	=	ineenstorten
ineengestuikt	=	ineenstuiken
ineengevouwen	=	ineenvouwen
ineengezakt	=	ineenzakken
ineengezet	=	ineenzetten
ineengreep	=	ineengrijpen
ineengrepen	=	ineengrijpen
ineengrijp	=	ineengrijpen
ineengrijpe	=	ineengrijpen
ineengrijpen	verb	tandsgewijs in aanraking met elkaar zijn
ineengrijpend	=	ineengrijpen
ineengrijpende	=	ineengrijpen
ineengrijpt	=	ineengrijpen
ineenkrimp	=	ineenkrimpen
ineenkrimpe	=	ineenkrimpen
ineenkrimpen	verb	zich samentrekken
ineenkrimpend	=	ineenkrimpen
ineenkrimpende	=	ineenkrimpen
ineenkrimpt	=	ineenkrimpen
ineenkromp	=	ineenkrimpen
ineenkrompe	=	ineenkrimpen
ineenkrompen	=	ineenkrimpen
ineenkrompt	=	ineenkrimpen
ineens	adv	snel en onverwachts
ineenschoof	=	ineenschuiven
ineenschoven	=	ineenschuiven
ineenschrompel	=	ineenschrompelen
ineenschrompelde	=	ineenschrompelen
ineenschrompelden	=	ineenschrompelen
ineenschrompele	=	ineenschrompelen
ineenschrompelen	verb	heel erg in omvang afnemen
ineenschrompelend	=	ineenschrompelen
ineenschrompelende	=	ineenschrompelen
ineenschrompelt	=	ineenschrompelen
ineenschuif	=	ineenschuiven
ineenschuift	=	ineenschuiven
ineenschuive	=	ineenschuiven
ineenschuiven	verb	van twee of meer organisaties één geheel maken
ineenschuivend	=	ineenschuiven
ineenschuivende	=	ineenschuiven
ineensla	=	ineenslaan
ineenslaan	verb	ineendrukken door er hard op te slaan
ineenslaand	=	ineenslaan
ineenslaande	=	ineenslaan
ineenslaat	=	ineenslaan
ineensloeg	=	ineenslaan
ineensloegen	=	ineenslaan
ineensmelt	=	ineensmelten
ineensmelte	=	ineensmelten
ineensmelten	verb	door versmelting tot een geheel maken
ineensmeltend	=	ineensmelten
ineensmeltende	=	ineensmelten
ineensmolt	=	ineensmelten
ineensmolten	=	ineensmelten
ineenstort	=	ineenstorten
ineenstorte	=	ineenstorten
ineenstorten	verb	in stukken uiteenvallen, instorten, gewoonlijk tot een veel kleiner volume
ineenstortend	=	ineenstorten
ineenstortende	=	ineenstorten
ineenstorting	noun	het ineenstorten
ineenstortingen	=	ineenstorting
ineenstortte	=	ineenstorten
ineenstortten	=	ineenstorten
ineenstuik	=	ineenstuiken
ineenstuike	=	ineenstuiken
ineenstuiken	verb	in elkaar storten
ineenstuikend	=	ineenstuiken
ineenstuikende	=	ineenstuiken
ineenstuikt	=	ineenstuiken
ineenstuikte	=	ineenstuiken
ineenstuikten	=	ineenstuiken
ineenvouw	=	ineenvouwen
ineenvouwde	=	ineenvouwen
ineenvouwden	=	ineenvouwen
ineenvouwe	=	ineenvouwen
ineenvouwen	verb	herhaaldelijk samenbuigen
ineenvouwend	=	ineenvouwen
ineenvouwende	=	ineenvouwen
ineenvouwt	=	ineenvouwen
ineenzak	=	ineenzakken
ineenzakke	=	ineenzakken
ineenzakken	verb	flauwvallen door verlies van kracht en bewustzijnsverlies
ineenzakkend	=	ineenzakken
ineenzakkende	=	ineenzakken
ineenzakt	=	ineenzakken
ineenzakte	=	ineenzakken
ineenzakten	=	ineenzakken
ineenzet	=	ineenzetten
ineenzette	=	ineenzetten
ineenzetten	verb	in elkaar zetten
ineenzettend	=	ineenzetten
ineenzettende	=	ineenzetten
ineffectief	adj	zonder (voldoende) werking om het gewilde resultaat op te leveren
ineffectiefs	=	ineffectief
ineffectiefst	=	ineffectief
ineffectiefste	=	ineffectief
ineffectieve	=	ineffectief
ineffectiever	=	ineffectief
ineffectievere	=	ineffectief
ineffectievers	=	ineffectief
ineffectiviteit	noun	iets dat niet werkt; iets dat geen nuttig effect heeft
ineffectiviteiten	=	ineffectiviteit
inefficiënt	adj	van een werkmethode dat het veel moeite kost en maar weinig oplevert
inefficiënte	=	inefficiënt
inefficiënter	=	inefficiënt
inefficiëntere	=	inefficiënt
inefficiënters	=	inefficiënt
inefficiëntie	noun	het met veel moeite en kosten weinig bereiken
inefficiënties	=	inefficiëntie
inefficiënts	=	inefficiënt
inefficiëntst	=	inefficiënt
inefficiëntste	=	inefficiënt
inelastisch	adj	niet kunnende rekken
inelastische	=	inelastisch
inelastischer	=	inelastisch
inelastischere	=	inelastisch
inelastischers	=	inelastisch
inelastischt	=	inelastisch
inelastischte	=	inelastisch
inelatief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel vanuit uitgedrukt wordt: een beweging vanuit de binnenzijde van iets anders
inelatiefje	=	inelatief
inelatiefjes	=	inelatief
inelatieven	=	inelatief
inent	=	inenten
inente	=	inenten
inenten	verb	iemand door middel van een injectie beschermen tegen een ziekte
inentend	=	inenten
inentende	=	inenten
inenting	noun	het inspuiten van een middel ter voorkoming van bepaalde infectieziektes
inentingen	=	inenting
inentingsbewijs	noun	document dat bevestigt dat iemand een bepaalde vaccinatie ondergaan heeft
inentingsbewijsje	=	inentingsbewijs
inentingsbewijsjes	=	inentingsbewijs
inentingsbewijzen	=	inentingsbewijs
inentingscampagne	noun	actie waarbij men in een relatief beperkte tijd zeer veel mensen vaccineert
inentingscampagnes	=	inentingscampagne
inentingsprogramma	noun	een schema waarmee een overheid een aantal als essentieel beoordeelde vaccinaties aanbeveelt of verplicht stelt
inentingsprogramma's	=	inentingsprogramma
inentte	=	inenten
inentten	=	inenten
inept	adj	ongerijmd, zot
inepte	=	inept
inepter	=	inept
ineptere	=	inept
inepters	=	inept
ineptie	noun	zotheid, ongerijmdheid
inepts	=	inept
ineptst	=	inept
ineptste	=	inept
inergatief	adj	nooit met een lijdend voorwerp maar wel met een onderwerp dat duidelijk de handeling uitvoert Bijvoorbeeld "blaffen": in "de hond blaft" is er een onderwerp dat duidelijk als agens optreedt: de hond.
inergatiefs	=	inergatief
inergatieve	=	inergatief
inergatiever	=	inergatief
inergatievere	=	inergatief
inergatievers	=	inergatief
inert	adj	traag, willoos
inerte	=	inert
inerter	=	inert
inertere	=	inert
inerters	=	inert
inertheden	=	inertheid
inertheid	noun	het inert zijn
inertiaalstelsel	noun	een coördinatenstelsel waarin voorwerpen, waar geen kracht op inwerkt, stilstaan of een eenparig rechtlijnige beweging maken
inertiaalstelsels	=	inertiaalstelsel
inertie	noun	traagheid
inerties	=	inertie
inerts	=	inert
inertst	=	inert
inertste	=	inert
inessief	noun	een naamval die voorkomt in talen als Fins of Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel binnen of in uitgedrukt wordt: een toestand van rust aan de binnenzijde van iets anders
inessiefje	=	inessief
inessiefjes	=	inessief
inessieven	=	inessief
inexact	adj	niet heel precies, ongeveer
inexacte	=	inexact
inexacter	=	inexact
inexactere	=	inexact
inexacters	=	inexact
inexacts	=	inexact
inexactst	=	inexact
inexactste	=	inexact
inezia	noun	Inezia een geslacht van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae).
inezia's	=	inezia
ineziaatje	=	inezia
ineziaatjes	=	inezia
infaam	adj	eerloos, snood; schandelijk	adv	bijwoord van graad
infaams	=	infaam
infaamst	=	infaam
infaamste	=	infaam
infame	=	infaam
infamer	=	infaam
infamere	=	infaam
infamers	=	infaam
infant	noun	Spaanse of Portugese prins
infante	noun	koninklijke prinses (vooral in Spanje en Portugal)
infanten	=	infant
infanterie	noun	de soldaten die te voet vechten
infanteriebataljon	noun	zelfstandige legereenheid met soldaten die te voet strijden
infanteriebataljons	=	infanteriebataljon
infanteriebrigade	noun	legereenheid van 3000 tot 4000 soldaten die te voet vechten
infanteriebrigaden	=	infanteriebrigade
infanteriebrigades	=	infanteriebrigade
infanteriedivisie	noun	legeronderdeel bestaande uit 10.000 tot 25.000 manschappen die te voet vechten
infanteriedivisies	=	infanteriedivisie
infanterieregiment	noun	gevechtseenheid van grondtroepen met voetvolk
infanterieregimenten	=	infanterieregiment
infanteries	=	infanterie
infanterieën	=	infanterie
infanterist	noun	soldaat die te voet met een draagbaar wapen vecht
infanteriste	=	infanterist
infanteristen	=	infanterist
infanteristje	=	infanterist
infantes	=	infante
infanticide	noun	het doden van pasgeboren kinderen, babymoord
infanticiden	=	infanticide
infanticides	=	infanticide
infantiel	adj	zoals een kind iets zou doen
infantiele	=	infantiel
infantieler	=	infantiel
infantielere	=	infantiel
infantielers	=	infantiel
infantiels	=	infantiel
infantielst	=	infantiel
infantielste	=	infantiel
infantiliseer	=	infantiliseren
infantiliseerde	=	infantiliseren
infantiliseerden	=	infantiliseren
infantiliseert	=	infantiliseren
infantilisere	=	infantiliseren
infantiliseren	verb	zorgen dat volwassene zich als een kind gaat gedragen
infantiliserend	=	infantiliseren
infantiliserende	=	infantiliseren
infantilisering	noun	het volwassen behandelen alsof ze onwetende kinderen zijn; het kinderachtiger maken van iets
infantiliseringen	=	infantilisering
infantilisme	noun	het blijven steken in een kinderlijke ontwikkelingsfase
infantiliteit	noun	het al te kinderlijk zijn
infantiliteiten	=	infantiliteit
infarct	noun	verstopping van een ader of slagader, leidend tot de afsterving van weefsel
infarcten	=	infarct
infarctje	=	infarct
infarctjes	=	infarct
infatsoenlijk	adj	heel keurig
infatsoenlijke	=	infatsoenlijk
infaust	adj	ongunstig
infauste	=	infaust
infauster	=	infaust
infaustere	=	infaust
infausters	=	infaust
infausts	=	infaust
infaustst	=	infaust
infaustste	=	infaust
infavorabel	adj	ongunstig, onvoordelig
infavorabele	=	infavorabel
infavorabeler	=	infavorabel
infavorabelere	=	infavorabel
infavorabelers	=	infavorabel
infavorabels	=	infavorabel
infavorabelst	=	infavorabel
infavorabelste	=	infavorabel
infect	adj	corrupt, besmet, bedorven, verdorven, verpest
infecte	=	infect
infecteer	=	infecteren
infecteerde	=	infecteren
infecteerden	=	infecteren
infecteeren	=	infecteren
infecteert	=	infecteren
infecten	=	infect
infecter	=	infect
infectere	=	infect
infecteren	verb	aansteken, besmetten
infecterend	=	infecteren
infecterende	=	infecteren
infecters	=	infect
infectie	noun	een besmetting van lichaamsweefsel met ziekteverwekkers als bacteriën, virussen, schimmels of parasieten en de daaropvolgende ontstekingsreactie
infectiebestrijding	noun	het voorkomen en behandelen van besmettelijke aandoeningen
infectiebestrijdingen	=	infectiebestrijding
infectiebestrijdinkje	=	infectiebestrijding
infectiebestrijdinkjes	=	infectiebestrijding
infectiebron	noun	punt van waaruit een infectie zich verspreidt; bron van een infectie
infectiebronnen	=	infectiebron
infectiedruk	noun	het aantal besmettingen die in een bepaalde tijd in een bepaalde populatie plaatsvindt
infectiegevaar	noun	de kans dat men een besmettelijke ziekte oploopt
infectiegeval	noun	iemand die door iets geïnfecteerd geraakt is
infectiegevallen	=	infectiegeval
infectiegevaren	=	infectiegevaar
infectiehaard	noun	de plaats van waaruit een besmettelijke ziekte zich sterk verspreid
infectiehaarden	=	infectiehaard
infectiehaardje	=	infectiehaard
infectiehaardjes	=	infectiehaard
infectiemodel	noun	een wetenschappelijk model volgens welke de verwachte overdracht van een infectieziekte zal (gaan) plaatsvinden
infectiemodellen	=	infectiemodel
infectiepreventie	noun	het voorkomen van het kunnen optreden van infecties
infectiepreventies	=	infectiepreventie
infecties	=	infectie
infectietje	=	infectie
infectietjes	=	infectie
infectieus	adj	besmettelijk
infectieust	=	infectieus
infectieuste	=	infectieus
infectieuze	=	infectieus
infectieuzer	=	infectieus
infectieuzere	=	infectieus
infectieuzers	=	infectieus
infectieziekte	noun	ziekte veroorzaakt door bacteriën, virussen of parasieten
infectieziektebestrijding	noun	alle maatregelen en organisaties die zich bezighouden met het indammen van een besmettelijke ziekte
infectieziektebestrijdingen	=	infectieziektebestrijding
infectieziektebestrijdinkje	=	infectieziektebestrijding
infectieziektebestrijdinkjes	=	infectieziektebestrijding
infectieziekten	=	infectieziekte
infectieziektes	=	infectieziekte
infects	=	infect
infectst	=	infect
infectste	=	infect
infectueus	adj	ziekteverwekkende organismen bevattend; van een materiaal dat het een ander organisme ziek kan maken
infectueust	=	infectueus
infectueuste	=	infectueus
infectueuze	=	infectueus
infectueuzer	=	infectueus
infectueuzere	=	infectueus
infectueuzers	=	infectueus
inferentie	noun	conclusie
inferenties	=	inferentie
inferentietje	=	inferentie
inferentietjes	=	inferentie
inferieur	adj	minderwaardig
inferieurder	=	inferieur
inferieurdere	=	inferieur
inferieurders	=	inferieur
inferieure	=	inferieur
inferieurs	=	inferieur
inferieurst	=	inferieur
inferieurste	=	inferieur
inferioriteit	noun	van mindere waarde of kwaliteit zijnde
inferioriteiten	=	inferioriteit
infernaal	adj	hels, duivels
infernaals	=	infernaal
infernaalst	=	infernaal
infernaalste	=	infernaal
infernale	=	infernaal
infernaler	=	infernaal
infernalere	=	infernaal
infernalers	=	infernaal
inferno	noun	hel, oord van helse verschrikkingen
inferno's	=	inferno
infernootje	=	inferno
infertiel	adj	het zich niet kunnen voortplanten bij dieren en planten
infertiele	=	infertiel
infertieler	=	infertiel
infertielere	=	infertiel
infertielers	=	infertiel
infertiels	=	infertiel
infertielst	=	infertiel
infertielste	=	infertiel
infertiliteit	noun	het verschijnsel waardoor een mens, dier of plant zich niet voort kan planten
infertiliteiten	=	infertiliteit
infideel	adj	ontrouw
infideels	=	infideel
infideelst	=	infideel
infideelste	=	infideel
infidele	=	infideel
infideler	=	infideel
infidelere	=	infideel
infidelers	=	infideel
infiltraat	noun	geïnfiltreerde stof
infiltrant	noun	iemand die deelneemt aan een organisatie om die organisatie te bespioneren
infiltranten	=	infiltrant
infiltrantje	=	infiltrant
infiltraten	=	infiltraat
infiltratie	noun	langzame doordringing
infiltratiepoging	noun	infiltratiepoging is een gerichte, vaak heimelijke poging om binnen te dringen in een organisatie, netwerk of besloten groep met als doel informatie te stelen, sabotage te plegen of invloed uit te oefenen
infiltratiepogingen	=	infiltratiepoging
infiltratiepoginkje	=	infiltratiepoging
infiltratiepoginkjes	=	infiltratiepoging
infiltraties	=	infiltratie
infiltreer	=	infiltreren
infiltreerde	=	infiltreren
infiltreerden	=	infiltreren
infiltreert	=	infiltreren
infiltrere	=	infiltreren
infiltreren	verb	langzaam of tersluiks binnendringen
infiltrerend	=	infiltreren
infiltrerende	=	infiltreren
infiniet	adj	zonder grens, zonder einde
infiniete	=	infiniet
infiniets	=	infiniet
infinitesimaal	noun	oneindig klein getal, maar groter dan nul	adj	oneindig klein, maar groter dan nul
infinitesimaalrekening	noun	differentiaalrekening en integraalrekening
infinitesimaalrekeningen	=	infinitesimaalrekening
infinitesimaals	=	infinitesimaal
infinitesimale	=	infinitesimaal
infinitesimalen	=	infinitesimaal
infinitief	noun	het hele werkwoord
infinitiefje	=	infinitief
infinitiefjes	=	infinitief
infinitieven	=	infinitief
infirmatie	noun|obsolete	uitspraak of rechtshandeling waarbij een eerdere uitspraak of rechtshandeling buiten werking wordt gesteld
infirmaties	=	infirmatie
infirmerie	noun	verpleegpost, of -afdeling
infirmeries	=	infirmerie
infirmerieën	=	infirmerie
infix	noun	een gebonden morfeem dat op gelijksoortige manier als een interfix wordt ingevoegd, maar dat wel extra betekenis draagt (het voornaamste verschil tussen een infix en een interfix is dat een interfix niet binnenin een morfeem maar tussen twee morfemen in wordt geplaatst).
infixen	=	infix
infixje	=	infix
infixjes	=	infix
inflammatie	noun	ontsteking
inflammaties	=	inflammatie
inflammatietje	=	inflammatie
inflammatietjes	=	inflammatie
inflammatoir	adj	van de aard van, betrekking hebbend op een ontsteking
inflammatoirder	=	inflammatoir
inflammatoirdere	=	inflammatoir
inflammatoirders	=	inflammatoir
inflammatoire	=	inflammatoir
inflammatoirs	=	inflammatoir
inflammatoirst	=	inflammatoir
inflammatoirste	=	inflammatoir
inflatie	noun	stijging van het prijspeil, waardoor het geld in waarde daalt
inflatieangst	noun	de vrees voor al te sterke geldontwaarding
inflatieangsten	=	inflatieangst
inflatieberekening	noun	het bepalen van de hoogte van de waardevermindering van geld
inflatieberekeningen	=	inflatieberekening
inflatiebestrijding	noun	het tegengaan van geldontwaarding
inflatiebestrijdingen	=	inflatiebestrijding
inflatiebestrijdinkje	=	inflatiebestrijding
inflatiebestrijdinkjes	=	inflatiebestrijding
inflatiecijfer	noun	percentage van de gemiddelde prijsstijging in een bepaalde periode
inflatiecijfers	=	inflatiecijfer
inflatiecorrectie	noun	aanpassen van geldbedragen aan de inflatie zodat het reële bedrag gelijk blijft, d.w.z. dezelfde (gemiddelde) koopkracht blijft vertegenwoordigen
inflatiecorrecties	=	inflatiecorrectie
inflatiecorrectietje	=	inflatiecorrectie
inflatiecorrectietjes	=	inflatiecorrectie
inflatiedoelstelling	noun	het gewenste niveau van geldontwaarding
inflatiedoelstellingen	=	inflatiedoelstelling
inflatiedreiging	noun	het risico dat de prijzen van goederen en diensten in een economie stijgen, waardoor geld minder waard wordt.
inflatiedreigingen	=	inflatiedreiging
inflatiedreiginkje	=	inflatiedreiging
inflatiedreiginkjes	=	inflatiedreiging
inflatiedruk	noun	de kracht die wordt uitgeoefend door factoren die de geldontwaarding stimuleren
inflatiegolf	noun	een begrensde periode met toegenomen geldontwaarding
inflatiegolfje	=	inflatiegolf
inflatiegolfjes	=	inflatiegolf
inflatiegolven	=	inflatiegolf
inflatieniveau	noun	de hoogte van de prijsstijgingen
inflatieniveaus	=	inflatieniveau
inflatiepeil	noun	de hoogte van de inflatie
inflatiepeilen	=	inflatiepeil
inflatiepercentage	noun	geldontwaarding uit gedrukt in procenten per jaar
inflatiepercentages	=	inflatiepercentage
inflatieprobleem	noun	het vraagstuk hoe de geldontwaarding op een optimaal niveau te houden
inflatieproblemen	=	inflatieprobleem
inflaties	=	inflatie
inflatiespiraal	noun	een voortdurende inflatie doordat hogere lonen leiden tot prijsverhogingen en hogere prijzen weer tot hogere lonen leiden
inflatiespiraaltje	=	inflatiespiraal
inflatiespiraaltjes	=	inflatiespiraal
inflatiespiralen	=	inflatiespiraal
inflatiespoken	=	inflatiespook
inflatiespook	noun	het schrikbeeld van de inflatie
inflatiespookje	=	inflatiespook
inflatiespookjes	=	inflatiespook
inflatiestijging	noun	versnelling van de geldontwaarding; versnelling van de prijsstijgingen
inflatiestijgingen	=	inflatiestijging
inflatiestijginkje	=	inflatiestijging
inflatiestijginkjes	=	inflatiestijging
inflatietheorie	noun	de theorie dat het heelal vrijwel direct na de oerknal gedurende 10⁻³⁵ seconde een fase van exponentiële uitbreiding heeft doorgemaakt
inflatietheorietje	=	inflatietheorie
inflatietheorietjes	=	inflatietheorie
inflatietheorieën	=	inflatietheorie
inflatietje	=	inflatie
inflatieverwachting	noun	de verwachting over hoe de inflatie zich in de komende tijd gaat ontwikkelen
inflatieverwachtingen	=	inflatieverwachting
inflatiewinst	noun	het voordeel dat men kan behalen als er sprake is van een flinke geldontwaarding
inflatiewinsten	=	inflatiewinst
inflatoir	adj	de geldontwaarding bevorderend
inflatoirder	=	inflatoir
inflatoirdere	=	inflatoir
inflatoirders	=	inflatoir
inflatoire	=	inflatoir
inflatoirs	=	inflatoir
inflatoirst	=	inflatoir
inflatoirste	=	inflatoir
inflexibel	adj	niet in staat of bereid tot een snelle aanpassing
inflexibele	=	inflexibel
inflexibeler	=	inflexibel
inflexibelere	=	inflexibel
inflexibelers	=	inflexibel
inflexibels	=	inflexibel
inflexibelst	=	inflexibel
inflexibelste	=	inflexibel
inflexibiliteit	noun	het inflexibel zijn
inflexibiliteiten	=	inflexibiliteit
influence	=	influencen
influencen	verb	op het internet mensen actief aanzetten tot een bepaald gedrag zoals bijvoorbeeld het kopen van een bepaald artikel
influencend	=	influencen
influencende	=	influencen
influencer	noun	iemand die, voornamelijk door de eigen aanhang op sociale media, via internet beïnvloedt waar een doelgroep haar geld en tijd aan besteedt
influencers	=	influencer
influencertje	=	influencer
influencertjes	=	influencer
influencet	=	influencen
influencete	=	influencen
influenceten	=	influencen
influentie	noun	invloed
influenties	=	influentie
influenza	noun	een ziekte die veroorzaakt wordt door een griepvirus
influenza's	=	influenza
influenzavirus	noun	benaming voor de soorten uit familie Orthomyxoviridae, die zware griep veroorzaken
influenzavirussen	=	influenzavirus
influister	=	influisteren
influisterde	=	influisteren
influisterden	=	influisteren
influistere	=	influisteren
influisteren	verb	iemand heimelijk iets zeggen
influisterend	=	influisteren
influisterende	=	influisteren
influistering	noun	wat men op een stiekeme, fluisterende manier wordt verteld, vaak gaat het over iets dat moreel verwerpelijk is
influisteringen	=	influistering
influistert	=	influisteren
influx	noun	instroom, toevloed
influxen	=	influx
info	noun|informal	informatie
info's	=	info
infoactie	noun	georganiseerde actie, zoals een evenement of campagne, met als doel om informatie te verspreiden over een bepaald onderwerp
infoacties	=	infoactie
infoactietje	=	infoactie
infoactietjes	=	infoactie
infoavond	noun	informatiebijeenkomst die 's-avonds plaatsvindt
infoavonden	=	infoavond
infobalie	noun	balie waar men informatie verschaft of kan krijgen
infobalies	=	infobalie
infobesitas	noun	overdreven angst, m.n. bij jongeren, om informatie die via de sociale media verspreid wordt mis te lopen
infobord	noun	een vlak voorwerp waarop men informatie kan zetten of lezen
infoborden	=	infobord
infobordje	=	infobord
infobordjes	=	infobord
infobox	noun	een tabelvormige sectie op een artikel waar de belangrijkste kerngegevens van een artikel nog eens worden samengevat, meestal gegoten in een sjabloon.
infoboxen	=	infobox
infoboxje	=	infobox
infoboxjes	=	infobox
infobus	noun	een omgebouwde touringcar die dient om mensen over een bepaald onderwerp te informeren; mobiel informatiebureau
infobusje	=	infobus
infobusjes	=	infobus
infobussen	=	infobus
infocentra	=	infocentrum
infocentrum	noun	gebouw waar men informatie kan ontvangen; organisatie die informatie verschaft
infocentrums	=	infocentrum
infodag	noun	grote voorlichtingsbijeenkomst met meerdere onderdelen binnen één etmaal
infodagen	=	infodag
infodemie	noun	het snel verspreiden van vaak onjuiste informatie in grote hoeveelheden
infodemies	=	infodemie
infodemietje	=	infodemie
infodemietjes	=	infodemie
infodemieën	=	infodemie
infographic	noun	infographic of informatieve illustratie geeft een informatieve weergave van verschillende objecten met een combinatie van tekst en beeld
infographics	=	infographic
infolijn	noun	telefoonnummer waar je informatie over een bepaald onderwerp kunt krijgen
infolijnen	=	infolijn
infomap	noun	mapje met nuttige inlichtingen over een bepaald onderwerp
infomapje	=	infomap
infomapjes	=	infomap
infomappen	=	infomap
infomarkt	noun	markt waar bedrijven of instellingen informatie verschaffen door middel van folders, films etc.
infomarkten	=	infomarkt
infomarktje	=	infomarkt
infomarktjes	=	infomarkt
infonomie	noun	interdisciplinaire wetenschap die de digitalisering en informatisering van de samenleving bestudeert
infonomietje	=	infonomie
infonomietjes	=	infonomie
infonomieën	=	infonomie
infootje	=	info
infootjes	=	info
informaliseerde	=	informaliseren
informaliseren	verb	iets minder formeel maken
informaliserend	=	informaliseren
informaliserende	=	informaliseren
informaliteit	noun	strijdig met de officiële manier van doen, niet door protocol gereguleerde omgang met elkaar
informaliteiten	=	informaliteit
informant	noun	iemand die informeert (= inlichtingen verstrekt) (aan de autoriteiten over het gebeuren in de onderwereld of het verzet)
informanten	=	informant
informantenbescherming	noun	het anoniem mogen blijven van mensen die geheime informatie hebben doorgespeeld naar journalisten
informantenbeschermingen	=	informantenbescherming
informantje	=	informant
informantjes	=	informant
informateur	noun	iemand die informeert (informatie vergaart en verstrekt)
informateurs	=	informateur
informateurtje	=	informateur
informateurtjes	=	informateur
informatica	noun	de leer van de mechanische verzameling en verwerking van informatie
informaticaboek	noun	een schoolboek waarin geleerd wordt over computers en software.
informaticaboeken	=	informaticaboek
informaticaboekje	=	informaticaboek
informaticaboekjes	=	informaticaboek
informaticaleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin geleerd wordt over computers en software.
informaticaleraars	=	informaticaleraar
informaticaleraartje	=	informaticaleraar
informaticaleraartjes	=	informaticaleraar
informaticaleraren	=	informaticaleraar
informaticalerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin geleerd wordt over computers en software.
informaticaleraresje	=	informaticalerares
informaticaleraresjes	=	informaticalerares
informaticaleraressen	=	informaticalerares
informaticales	noun	een schoolvak waarin geleerd wordt over computers en software.
informaticalesje	=	informaticales
informaticalesjes	=	informaticales
informaticalessen	=	informaticales
informaticalokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin geleerd wordt over computers en software.
informaticalokaaltje	=	informaticalokaal
informaticalokaaltjes	=	informaticalokaal
informaticalokalen	=	informaticalokaal
informaticaonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak informatica.
informaticaopleiding	noun	een studie die zich richt op de theoretische en praktische grondslagen van computersystemen, softwareontwikkeling en informatieverwerking.
informaticaopleidingen	=	informaticaopleiding
informaticaopleidinkje	=	informaticaopleiding
informaticaopleidinkjes	=	informaticaopleiding
informaticasector	noun	alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van informatietechnologie
informaticasectoren	=	informaticasector
informaticasectors	=	informaticasector
informaticastudent	noun	student die een ICT-opleiding volgt
informaticastudenten	=	informaticastudent
informaticastudentje	=	informaticastudent
informaticastudentjes	=	informaticastudent
informatici	=	informaticus
informaticus	noun	beoefenaar van de informatica
informaticusje	=	informaticus
informatie	noun	de kennis die iemand te horen krijgt
informatie-uitwisseling	noun	het delen van informatie tussen twee of meer verschillende organisaties
informatie-uitwisselingen	=	informatie-uitwisseling
informatie-uitwisselingetje	=	informatie-uitwisseling
informatie-uitwisselingetjes	=	informatie-uitwisseling
informatieaanbod	noun	de hoeveelheid kennis die men beschikbaar stelt; de beschikbare kennisO
informatieachterstand	noun	minder kennis hebben over iets dan anderen
informatieachterstanden	=	informatieachterstand
informatieanalist	noun	persoon die onderzoek welke informatiebehoeften er bestaan bij de gebruikers van computerapplicaties het is een functie die de schakel vormt tussen de gebruiker en de programmeur
informatieanalisten	=	informatieanalist
informatieanalistje	=	informatieanalist
informatieanalistjes	=	informatieanalist
informatieanalyse	noun	analyse van de essentiële entiteiten die nodig zijn om alle relevante informatie van een bedrijf vast te leggen alsmede de daarbij behorende attributen
informatieanalysen	=	informatieanalyse
informatieanalyses	=	informatieanalyse
informatieavond	noun	bijeenkomst in avonduren waarin de bezoekers informatie over een bepaald onderwerp krijgen
informatieavonden	=	informatieavond
informatieavondje	=	informatieavond
informatieavondjes	=	informatieavond
informatiebalie	noun	langgerekte bank van waarachter men klanten kan informeren
informatiebalies	=	informatiebalie
informatiebank	noun	een plaats waar informatie over bepaalde onderwerpen in digitale vorm verzameld, opgeslagen en geconsulteerd kan worden
informatiebanken	=	informatiebank
informatiebankje	=	informatiebank
informatiebankjes	=	informatiebank
informatiebeheer	noun	management dat er voor zorgt dat de informatiebehoefte van een organisatie wordt gedekt
informatiebehoefte	noun	het nodig hebben van kennis over een bepaald onderwerp
informatiebehoeften	=	informatiebehoefte
informatiebehoeftes	=	informatiebehoefte
informatiebeleid	noun	de manier waarop men omgaat met (privacy gevoelige) gegevens
informatiebeveiliging	noun	is het geheel van preventieve, detectieve, repressieve en correctieve maatregelen alsmede procedures en processen die de beschikbaarheid, exclusiviteit en integriteit van alle vormen van informatie binnen een organisatie of een maatschappij garanderen, met als doel de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening te waarborgen en de eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten tot een acceptabel, vooraf bepaald niveau te beperken.
informatiebeveiligingen	=	informatiebeveiliging
informatiebeveiligingetje	=	informatiebeveiliging
informatiebeveiligingetjes	=	informatiebeveiliging
informatiebijeenkomst	noun	samenkomst waar een groep mensen over een bepaalde kwestie wordt geïnformeerd
informatiebijeenkomsten	=	informatiebijeenkomst
informatieblaadje	=	informatieblad
informatieblaadjes	=	informatieblad
informatieblad	noun	blad (papier) met informatie
informatiebladen	=	informatieblad
informatieboek	noun	non-fictie boek dat is geschreven om de lezer te informeren over een specifiek onderwerp
informatieboeken	=	informatieboek
informatieboekje	=	informatieboek
informatieboekjes	=	informatieboek
informatiebord	noun	is een bord met daarop specifieke, actuele informatie.
informatieborden	=	informatiebord
informatiebordje	=	informatiebord
informatiebordjes	=	informatiebord
informatiebrochure	noun	boekje van geringe omvang dat informatie over een specifiek onderwerp bevat
informatiebrochures	=	informatiebrochure
informatiebrochuretje	=	informatiebrochure
informatiebrochuretjes	=	informatiebrochure
informatiebron	noun	aanbieder van inlichtingen of kennis
informatiebronnen	=	informatiebron
informatiebronnetje	=	informatiebron
informatiebulletin	noun	bericht dat dient om mensen over een bepaald onderwerp te informeren
informatiebulletins	=	informatiebulletin
informatiebureau	noun	bureau (van een instelling enz.) waar meer informatie te verkrijgen valt
informatiebureaus	=	informatiebureau
informatiebureautje	=	informatiebureau
informatiebureautjes	=	informatiebureau
informatiecampagne	noun	actie om mensen over een bepaald onderwerp in te lichten
informatiecampagnes	=	informatiecampagne
informatiecentra	=	informatiecentrum
informatiecentrum	noun	plaats waar men kennis kan vergaren over een bepaald onderwerp
informatiecentrums	=	informatiecentrum
informatieconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse wetenschappelijke uitgeverijen
informatieconcerns	=	informatieconcern
informatiecontainer	noun	fysiek opslagmiddel voor vertrouwelijke documenten
informatiecontainers	=	informatiecontainer
informatiecontainertje	=	informatiecontainer
informatiecontainertjes	=	informatiecontainer
informatiedag	noun	dag dat belangstellenden inlichtingen over een bepaalde instelling of bedrijf kunnen krijgen
informatiedagen	=	informatiedag
informatiedienst	noun	organisatie die als taak heeft mensen in te lichten over een bepaald onderwerp
informatiediensten	=	informatiedienst
informatiedienstverlening	noun	dienstverlening van informatie
informatiedienstverleningen	=	informatiedienstverlening
informatiedrager	noun	Het fysieke medium dat de drager is van de informatie (krant, boek, cd, harde schijf, USB-stick etc.)
informatiedragers	=	informatiedrager
informatiedragertje	=	informatiedrager
informatiedragertjes	=	informatiedrager
informatief	adj	leerzaam, informatie gevend
informatiefolder	noun	een folder met informatie over bijvoorbeeld een bedrijf, instantie of product
informatiefolders	=	informatiefolder
informatiefoldertje	=	informatiefolder
informatiefoldertjes	=	informatiefolder
informatiefs	=	informatief
informatiefst	=	informatief
informatiefste	=	informatief
informatiegaring	noun	het verzamelen van kennis over een bepaald onderwerp
informatiegaringen	=	informatiegaring
informatiegebied	noun	alles wat betrekking heeft op de verspreiding van kennis, informatie en nieuws
informatiegebieden	=	informatiegebied
informatiegids	noun	boekwerk met uitleg en informatie over een bepaald onderwerp
informatiegidsen	=	informatiegids
informatiegidsje	=	informatiegids
informatiegidsjes	=	informatiegids
informatiehonger	noun	niet te stuiten behoefte aan informatie
informatiehuishouding	noun	het geheel aan regels, structuren, processen en voorzieningen voor het creëren, opslaan, beheren, ontsluiten en vernietigen van informatie binnen een organisatie.
informatiehuishoudingen	=	informatiehuishouding
informatiehuishoudinkje	=	informatiehuishouding
informatiehuishoudinkjes	=	informatiehuishouding
informatiekanaal	noun	weg waarlangs of middel waardoor informatie wordt overgedragen
informatiekanaaltje	=	informatiekanaal
informatiekanaaltjes	=	informatiekanaal
informatiekanalen	=	informatiekanaal
informatiekantoor	noun	instelling waar meer informatie te verkrijgen valt
informatiekantoren	=	informatiekantoor
informatiekatern	noun	deel van een krant dat de lezer over een bepaald onderwerp informeert
informatiekaternen	=	informatiekatern
informatiekloof	noun	groot verschil in kennis over bepaalde zaken tussen twee of meer personen of organisaties
informatiekloofje	=	informatiekloof
informatiekloofjes	=	informatiekloof
informatiekloven	=	informatiekloof
informatiekrant	noun	papieren uitgave waarin een bedrijf of instantie informatie geeft aan het publiek
informatiekranten	=	informatiekrant
informatiekrantje	=	informatiekrant
informatiekrantjes	=	informatiekrant
informatiekunde	noun	de wetenschap die zich richt op de wisselwerking van informatie en communicatie en de invloed van informatietechnologie (ICT) hierbij
informatieleverancier	noun	bedrijf dat informatie verzamelt en doorverkoopt
informatieleveranciers	=	informatieleverancier
informatielijn	noun	telefoonnummer dat men kan bellen als men informatie over een bepaald onderwerp wil krijgen
informatielijnen	=	informatielijn
informatielijntje	=	informatielijn
informatielijntjes	=	informatielijn
informatieluchtbel	noun	met name op het internet dat gebruikers van sociale media op basis van hun profielen vooral/alleen gefilterde informatie gesuggereerd krijgen
informatieluchtbellen	=	informatieluchtbel
informatieluchtbelletje	=	informatieluchtbel
informatieluchtbelletjes	=	informatieluchtbel
informatiemaatschappij	noun	samenleving, waarin informatie als de belangrijkste productiefactor gezien wordt.
informatiemaatschappijen	=	informatiemaatschappij
informatiemaatschappijtje	=	informatiemaatschappij
informatiemakelaar	noun	crimineel die vertrouwelijke informatie doorverkoopt aan criminelen
informatiemakelaars	=	informatiemakelaar
informatiemakelaren	=	informatiemakelaar
informatiemanagement	noun	management dat er voor zorgt dat de informatiebehoefte van een organisatie wordt gedekt
informatiemanager	noun	een functionaris die verantwoordelijk is voor informatiemanagement
informatiemanagers	=	informatiemanager
informatiemanagertje	=	informatiemanager
informatiemanagertjes	=	informatiemanager
informatiemap	noun	bundeltje papieren met een hardere kaft waarin informatie over een bepaald onderwerp is verzameld
informatiemapje	=	informatiemap
informatiemapjes	=	informatiemap
informatiemappen	=	informatiemap
informatiemarkt	noun	markt waar bedrijven of instellingen informatie verschaffen door middel van folders, films etc.
informatiemarkten	=	informatiemarkt
informatiemarktje	=	informatiemarkt
informatiemarktjes	=	informatiemarkt
informatiemateriaal	noun	materiaal dat ter informatie dient, vaak in de vorm van een tekst
informatiematerialen	=	informatiemateriaal
informatiemedia	=	informatiemedium
informatiemedium	noun	gegevensdrager voor informatie
informatiemonopolie	noun	het geheel beheersen van de markt van de informatieverstrekking
informatiemonopolies	=	informatiemonopolie
informatiemonopoliën	=	informatiemonopolie
informatienetwerk	noun	stelsel van zaken of personen die informatie verzamelen en met elkaar uitwisselen
informatienetwerken	=	informatienetwerk
informatienummer	noun	telefoonnummer met een speciaal tarief deze nummers beginnen met 0800, 0900, 0906 of 0909
informatienummers	=	informatienummer
informatienummertje	=	informatienummer
informatienummertjes	=	informatienummer
informatieoverdracht	noun	het informeren van een andere persoon of instantie
informatieoverdrachten	=	informatieoverdracht
informatiepaal	noun	paal waarop informatie aanwezig is
informatiepagina	noun	pagina in een academische scriptie die direct na de titelpagina komt en belangrijke details over het onderzoek bevat, zoals de titel, je naam, studentnummer, opleiding, instelling en begeleiders, evenals de inleverdatum
informatiepagina's	=	informatiepagina
informatiepaginaatje	=	informatiepagina
informatiepaginaatjes	=	informatiepagina
informatiepakket	noun	groep documenten die informeren over een bepaalde zaak of persoon
informatiepakketje	=	informatiepakket
informatiepakketjes	=	informatiepakket
informatiepakketten	=	informatiepakket
informatiepalen	=	informatiepaal
informatiepaneel	noun	bord waarop informatie staat vermeld
informatiepaneeltje	=	informatiepaneel
informatiepaneeltjes	=	informatiepaneel
informatiepanelen	=	informatiepaneel
informatieplicht	noun	de verplichting om bepaalde informatie te delen
informatieplichten	=	informatieplicht
informatiepositie	noun	de kennis die iemand heeft
informatieposities	=	informatiepositie
informatieproces	noun	een eerste stap in de vorming van een
informatieprocesje	=	informatieproces
informatieprocesjes	=	informatieproces
informatieprocessen	=	informatieproces
informatieproduct	noun	digitaal of fysiek product dat informatie aanbiedt aan een gebruiker
informatieproducten	=	informatieproduct
informatieproductje	=	informatieproduct
informatieproductjes	=	informatieproduct
informatiepunt	noun	plaats waar men kennis over een bepaald persoon of zaak kan ontvangen
informatiepunten	=	informatiepunt
informatierecht	noun	een verzamelnaam voor een aantal rechtsgebieden, respectievelijk onderdelen daarvan, die met informatie van doen hebben
informatierechten	=	informatierecht
informatierevolutie	noun	de zeer grote en snelle maatschappelijke veranderingen die zijn ontstaan door ICT, computers en internet
informatierevoluties	=	informatierevolutie
informatierevolutietje	=	informatierevolutie
informatierevolutietjes	=	informatierevolutie
informatieronde	noun	rondgang langs alle betrokken partijen met als doel te vragen wat hun meningen en opinies zijn
informatierondes	=	informatieronde
informaties	=	informatie
informatiesamenleving	noun	een samenleving waarin de creatie, de distributie, de verspreiding, het gebruik, de integratie en manipulatie van informatie een belangrijke economische, politieke en culturele activiteit is
informatiesamenlevingen	=	informatiesamenleving
informatiescherm	noun	een beeldscherm waarop men informatie kan projecteren met name gebruikt in openbare ruimtes zoals vliegvelden en stations
informatieschermen	=	informatiescherm
informatiesector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de (automatische) dataverwerking
informatiesectoren	=	informatiesector
informatiesectors	=	informatiesector
informatiesessie	noun	voorlichtingsbijeenkomst waarin mensen over een bepaald onderwerp wordt bijgepraat
informatiesessies	=	informatiesessie
informatiesessietje	=	informatiesessie
informatiesessietjes	=	informatiesessie
informatiestand	noun	plaats (op een tentoonstelling) waar men informatie over een bepaald onderwerp verstrekt
informatiestandje	=	informatiestand
informatiestandjes	=	informatiestand
informatiestands	=	informatiestand
informatiestress	noun	psychische spanning of geestelijke onrust door de grote hoeveelheid onderwerpen die om je aandacht vragen; vooral via digitale media
informatiestromen	=	informatiestroom
informatiestroom	noun	de voortdurende hoeveelheid informatie die iemand ontvangt of verstuurt
informatiestroompje	=	informatiestroom
informatiestroompjes	=	informatiestroom
informatiesysteem	noun	het geheel van mensen, middelen, procedures en regels dat de informatievoorziening verzorgt
informatiesysteempje	=	informatiesysteem
informatiesysteempjes	=	informatiesysteem
informatiesystemen	=	informatiesysteem
informatietechniek	noun	techniek die men gebruikt voor de communicatie
informatietechnieken	=	informatietechniek
informatietechnologie	noun	het ontwerpen en beheren van informatiesystemen
informatietechnologieën	=	informatietechnologie
informatietechnologisch	adj	betrekking hebbend op de informatietechnologie
informatietechnologische	=	informatietechnologisch
informatietechnologischer	=	informatietechnologisch
informatietechnologischere	=	informatietechnologisch
informatietechnologischers	=	informatietechnologisch
informatietheorie	noun	is de wiskundige theorie die zich bezighoudt met het zo efficiënt en betrouwbaar mogelijk overdragen en opslaan van informatie via onbetrouwbare kanalen (media) Informatietheorie is diep wiskundig van aard, en is verbonden met andere disciplines zoals regelsystemen, kunstmatige intelligentie, complexiteitstheorie, communicatietheorie, coderingstheorie, kansrekening, statistiek en cybernetica
informatietheorietje	=	informatietheorie
informatietheorietjes	=	informatietheorie
informatietheorieën	=	informatietheorie
informatietijdperk	noun	een tijdperk waarin informatie centraal staat
informatietijdperken	=	informatietijdperk
informatietonen	=	informatietoon
informatietoon	noun	toon die men hoort bij het kiezen van een nog niet verstrekt telefoonnummer
informatietoontje	=	informatietoon
informatietoontjes	=	informatietoon
informatieve	=	informatief
informatiever	=	informatief
informatievere	=	informatief
informatievergaring	noun	het verzamelen van informatie over een bepaald onderwerp
informatievergaringen	=	informatievergaring
informatievers	=	informatief
informatieverschaffing	noun	het informeren van mensen over bepaalde zaken; het mensen voorlichten over bepaalde zaken
informatieverschaffingen	=	informatieverschaffing
informatieverschaffinkje	=	informatieverschaffing
informatieverschaffinkjes	=	informatieverschaffing
informatieverspreiding	noun	het actief delen van informatie
informatieverspreidingen	=	informatieverspreiding
informatieverspreidinkje	=	informatieverspreiding
informatieverspreidinkjes	=	informatieverspreiding
informatieverstrekking	noun	het verstrekken van informatie
informatieverstrekkingen	=	informatieverstrekking
informatieverstrekkinkje	=	informatieverstrekking
informatieverstrekkinkjes	=	informatieverstrekking
informatievervuiling	noun	het verschijnsel dat informatie vervuild is d.w.z. veel onjuistheden bevat
informatieverwerkend	adj	van iets dat informatie verzamelt, bewerkt en bewaart
informatieverwerkende	=	informatieverwerkend
informatieverwerkenders	=	informatieverwerkend
informatieverwerkends	=	informatieverwerkend
informatieverwerking	noun	het analyseren van van informatie zodat men er bruikbare conclusies uit kan trekken die men kan gebruiken voor het maken van beslissingen
informatieverwerkingen	=	informatieverwerking
informatieverzameling	noun	het vergaren van gegevens over een bepaald onderwerp
informatieverzamelingen	=	informatieverzameling
informatieverzamelingetje	=	informatieverzameling
informatieverzamelingetjes	=	informatieverzameling
informatieverzorging	noun	het geheel van mensen, middelen en activiteiten dat nodig is om informatie te verzamelen, bewerken, beheren en beschikbaar te stellen.
informatieverzorgingen	=	informatieverzorging
informatieverzorginkje	=	informatieverzorging
informatieverzorginkjes	=	informatieverzorging
informatievoorsprong	noun	het meer kennis hebben (dan bijvoorbeeld de concurrentie of de vijand)
informatievoorsprongen	=	informatievoorsprong
informatievoorsprongetje	=	informatievoorsprong
informatievoorsprongetjes	=	informatievoorsprong
informatievoorziening	noun	het geheel van mensen, middelen en maatregelen, gericht op informatiebehoefte
informatievoorzieningen	=	informatievoorziening
informatievrijheden	=	informatievrijheid
informatievrijheid	noun	de bescherming van het recht op vrijheid van meningsuiting met betrekking tot de internet- en informatietechnologie
informatiewaarde	noun	het belang dat de ontvanger heeft bij het verkrijgen van bepaalde kennis of informatie
informatiewaarden	=	informatiewaarde
informatiewaardes	=	informatiewaarde
informatiezuil	noun	paal waar men informatie over een bepaald onderwerp kan krijgen
informatiezuilen	=	informatiezuil
informatiezuiltje	=	informatiezuil
informatiezuiltjes	=	informatiezuil
informationeel	adj	betrekking hebbend op informatie
informationeels	=	informationeel
informationeelst	=	informationeel
informationeelste	=	informationeel
informationele	=	informationeel
informationeler	=	informationeel
informationelere	=	informationeel
informationelers	=	informationeel
informatiseer	=	informatiseren
informatiseerde	=	informatiseren
informatiseerden	=	informatiseren
informatiseert	=	informatiseren
informatisere	=	informatiseren
informatiseren	verb	automatiseren met behulp van computers en informatiesystemen
informatiserend	=	informatiseren
informatiserende	=	informatiseren
informatisering	noun	het invoeren van gegevensverwerkende technieken in bepaalde processen
informatiseringen	=	informatisering
informatiseringsbank	noun	zelfstandig werkende overheidsorganisatie die grote aantallen mensen geautomatiseerd van dienst is
informatiseringsbanken	=	informatiseringsbank
informatorisch	adj	als informatie
informatorische	=	informatorisch
informatorischer	=	informatorisch
informatorischere	=	informatorisch
informatorischers	=	informatorisch
informatrice	noun	vrouwelijke vorm van informateur
informatricen	=	informatrice
informatrices	=	informatrice
informatricetje	=	informatrice
informatricetjes	=	informatrice
informeel	adj	niet-officieel
informeels	=	informeel
informeelst	=	informeel
informeelste	=	informeel
informeer	=	informeren
informeerde	=	informeren
informeerden	=	informeren
informeert	=	informeren
informele	=	informeel
informeler	=	informeel
informelere	=	informeel
informelers	=	informeel
informere	=	informeren
informeren	verb	~ over: inlichten
informerend	=	informeren
informerende	=	informeren
infosessie	noun	een bijeenkomst waarin men informatie geeft en ontvangt
infosessies	=	infosessie
infostand	noun	plaats waar men inlichtingen over een bepaalde zaak kan ontvangen
infostanden	=	infostand
infostandje	=	infostand
infostandjes	=	infostand
infostands	=	infostand
infostress	noun	stress die is te wijten aan een overvloed aan informatie die men te verwerken krijgt
infotainment	noun	informatie die primair tot doel heeft het beoogde publiek te vermaken
infotheek	noun	plaats waar men inlichtingen uit een verscheidenheid van soorten bronnen kan krijgen Vaak op te vatten als een soort bibliotheek die ook tijdschriften, documentatie, audio-visueel materiaal of digitale media aanbiedt.
infotheken	=	infotheek
infra	adv	onder
infra's	=	infra
infraai	adj	heel mooi
infraaie	=	infraai
infracatering	noun	de catering verzorgd op plaatsen waar de aanleg of het onderhoud van infrastructuur plaatsvindt
infraheffing	noun	een door de overheid opgelegde betaling die bedrijven moeten voldoen voor het gebruik van overheidsgefinancierde infrastructuur.
infraheffingen	=	infraheffing
infraheffinkje	=	infraheffing
infraheffinkjes	=	infraheffing
infrarode	=	infrarood
infraroden	=	infrarood
infrarood	noun	het golflengtegebied tussen 780 nm en ca. 1 mm van het elektromagnetische spectrum	adj	betrekking hebbend op het golflengtegebied tussen 780 nm en ca. 1 mm van het elektromagnetische spectrum
infraroodcamera	noun	camera die gevoelig is voor infrarode straling; camera die gevoelig is voor warmtestraling
infraroodcamera's	=	infraroodcamera
infraroodcameraatje	=	infraroodcamera
infraroodcameraatjes	=	infraroodcamera
infraroodfotografie	noun	fotografie met behulp van infrarood licht, waarmee bv. in het donker warmte uitstralende objecten kunnen worden gefotografeerd
infraroods	=	infrarood
infraroodstraling	noun	elektromagnetische straling met een golflengte die langer is dan die van het zichtbare rood
infraroodstralingen	=	infraroodstraling
infraroodtelescoop	noun	een optisch meetinstrument dat gevoelig is voor infraroodstraling
infraroodtelescopen	=	infraroodtelescoop
infrasone	=	infrasoon
infrasoner	=	infrasoon
infrasonere	=	infrasoon
infrasoners	=	infrasoon
infrasoon	adj	beneden de frequentie van (voor mensen hoorbare) geluidstrillingen liggend, lager dan 20 hertz
infrasoons	=	infrasoon
infrasoonst	=	infrasoon
infrasoonste	=	infrasoon
infrastructureel	adj	met betrekking tot de infrastructuur
infrastructureels	=	infrastructureel
infrastructureelst	=	infrastructureel
infrastructureelste	=	infrastructureel
infrastructurele	=	infrastructureel
infrastructureler	=	infrastructureel
infrastructurelere	=	infrastructureel
infrastructurelers	=	infrastructureel
infrastructuren	=	infrastructuur
infrastructuur	noun	het totaal van onroerende voorzieningen zoals (spoor)wegen, vliegvelden, havens, bekabeling, riolering enzovoort
infrastructuurfonds	noun	fonds ter verbetering van de infrastructuur
infrastructuurfondsen	=	infrastructuurfonds
infrastructuurkosten	noun	uitgaven aan onroerende voorzieningen zoals (spoor)wegen, vliegvelden, havens, bekabeling en riolering
infrastructuurplan	noun	voornemens die betrekking hebben op het ontwikkelen van wegen, spoorwegen, elektriciteitsnetwerken en andere basisvoorwaarden die nodig zijn voor het functioneren van de samenleving
infrastructuurplannen	=	infrastructuurplan
infrastructuurplannetje	=	infrastructuurplan
infrastructuurplannetjes	=	infrastructuurplan
infrastructuurproject	noun	in tijd begrensde onderneming betreffende de bouw van onroerende voorzieningen zoals wegen, havens, rioleringen en het elektriciteitsnetwerk
infrastructuurprojecten	=	infrastructuurproject
infrastructuurprojectje	=	infrastructuurproject
infrastructuurprojectjes	=	infrastructuurproject
infrastructuurtje	=	infrastructuur
infrastructuurtjes	=	infrastructuur
infrees	=	infrezen
infreesde	=	infrezen
infreesden	=	infrezen
infreest	=	infrezen
infrequent	adj	niet vaak optredend
infrequente	=	infrequent
infrequenter	=	infrequent
infrequentere	=	infrequent
infrequenters	=	infrequent
infrequents	=	infrequent
infrequentst	=	infrequent
infrequentste	=	infrequent
infreze	=	infrezen
infrezen	verb	met een frees (een roterend snijgereedschap) een gleuf, uitsparing of vorm in een oppervlak maken — meestal in hout, metaal, kunststof of steen.
infrezend	=	infrezen
infrezende	=	infrezen
infunctietreding	noun	het officieel beginnen in een functie of ambt.
infunctietredingen	=	infunctietreding
infunctietredinkje	=	infunctietreding
infunctietredinkjes	=	infunctietreding
infusen	=	infuus
infusie	noun	een infuus
infusies	=	infusie
infusietje	=	infusie
infusietjes	=	infusie
infusoriën	noun	in het water levende eencellige dieren die van bacteriën leven
infusoriënaarde	noun	is een organogeen sediment dat geheel of voor het grootste deel bestaat uit de skeletjes van eencellige kiezelwieren of diatomeeën.
infuus	noun	vochttoediening in de bloedvaten
infuusfiets	noun	driewieler waar een infuuspaal aan gekoppeld kan worden
infuusfietsen	=	infuusfiets
infuusfietsje	=	infuusfiets
infuusfietsjes	=	infuusfiets
infuusfles	noun	een glazen fles waarin infuusvloeistof zit die men direct in de bloedbaan kan toedienen
infuusflesje	=	infuusfles
infuusflesjes	=	infuusfles
infuusflessen	=	infuusfles
infuusje	=	infuus
infuusjes	=	infuus
infuuspaal	noun	medisch hulpmiddel dat wordt gebruikt om infuuszakken of -flessen op hoogte te hangen, zodat vloeistoffen of medicatie via zwaartekracht in het lichaam van de patiënt kunnen stromen
infuuspaaltje	=	infuuspaal
infuuspaaltjes	=	infuuspaal
infuuspalen	=	infuuspaal
infuusvloeistof	noun	vloeistof die in een bloedvat of het onderhuidsebindweefsel kan worden toegediend
infuusvloeistoffen	=	infuusvloeistof
infuuszak	noun	een flexibele, kunststof zak gevuld met vloeistof (zoals vocht, medicijnen, bloed of voeding) die via een slang naar een infuus (een naald in een bloedvat) wordt geleid om dit direct in het lichaam van een patiënt te brengen
infuuszakje	=	infuuszak
infuuszakjes	=	infuuszak
infuuszakken	=	infuuszak
infuuts	noun	driewieler waar een infuuspaal aan gekoppeld kan worden
infuzen	=	infuus
inga	=	ingaan
ingaaft	=	ingeven
ingaan	verb	~ op: ergens op reageren
ingaand	adj	aanvangend, beginnend
ingaande	prep	in werking tredend op, geldend vanaf (gevolgd door de aanduiding van een datum)
ingaands	=	ingaand
ingaat	=	ingaan
ingaf	=	ingeven
ingang	noun	een trefwoord dat te vinden is in een woordenboek
ingangen	=	ingang
ingangetje	=	ingang
ingangetjes	=	ingang
ingangsdata	=	ingangsdatum
ingangsdatum	noun	de dag dat iets begint of van kracht wordt
ingangsdatums	=	ingangsdatum
ingangsexamen	noun	een examen waarbij de deelnemer na het voldoende afleggen wordt toegelaten tot bijvoorbeeld een opleiding of beroep of club
ingangsexamens	=	ingangsexamen
ingangspoort	noun	Met deuren afsluitbare ingang van een woning of gebouw
ingangspoorten	=	ingangspoort
ingangspoortje	=	ingangspoort
ingangspoortjes	=	ingangspoort
ingangsspanning	noun	de spanning die aanwezig is op de ingangsklemmen van een apparaat
ingangsspanningen	=	ingangsspanning
ingave	noun	het ingeven
ingaven	=	ingeven
ingeademd	=	inademen
ingeademde	=	inademen
ingebakerd	=	inbakeren
ingebakerde	=	inbakeren
ingebakken	=	inbakken
ingebed	adj	als onderdeel opgenomen
ingebedde	=	inbedden
ingebeds	=	ingebed
ingebeeld	verb	Dat heeft hij zich ingebeeld	adj	wat in de verbeelding bestaat
ingebeelde	=	ingebeeld
ingebeelder	=	ingebeeld
ingebeeldere	=	ingebeeld
ingebeelders	=	ingebeeld
ingebeelds	=	ingebeeld
ingebeeldst	=	ingebeeld
ingebeeldste	=	ingebeeld
ingebeiteld	=	inbeitelen
ingebeitelde	=	inbeitelen
ingebeld	=	inbellen
ingebeten	=	inbijten
ingebetonneerd	=	inbetonneren
ingebetonneerde	=	inbetonneren
ingebeukt	=	inbeuken
ingebeukte	=	inbeuken
ingebigd	=	inbiggen
ingebijt	=	inbijten
ingebijte	=	inbijten
ingeblazen	=	inblazen
ingeblikt	=	inblikken
ingeboekt	=	inboeken
ingeboekte	=	inboeken
ingeboet	=	inboeten
ingeboete	=	inboeten
ingeboezemd	=	inboezemen
ingeboezemde	=	inboezemen
ingebogen	=	inbuigen
ingebonden	=	inbinden
ingeboord	=	inboren
ingeboorde	=	inboren
ingeboren	adj	eigenschap die iemand al vanaf zijn geboorte heeft
ingeborens	=	ingeboren
ingebouwd	adj	als blijvend onderdeel toegevoegd
ingebouwde	=	inbouwen
ingebouwds	=	ingebouwd
ingebracht	adj	in een lichaam gedaan
ingebrachte	=	inbrengen
ingebrachts	=	ingebracht
ingebrand	=	inbranden
ingebrande	=	inbranden
ingebreid	=	inbreiden
ingebreide	=	inbreiden
ingebrekestelling	noun	schriftelijke mededeling van de schuldeiser waarbij de schuldenaar wordt aangemaand om de overeengekomen prestatie te verrichten, waarbij tevens een redelijke termijn wordt gegeven om alsnog die prestatie te verrichten
ingebrekestellingen	=	ingebrekestelling
ingebroken	=	inbreken
ingebruikname	noun	gelegenheid waarbij men iets voor het eerst gaat benutten
ingebruiknamen	=	ingebruikname
ingebruiknames	=	ingebruikname
ingebruikneming	noun	moment dat men iets gaat functioneren
ingebruiknemingen	=	ingebruikneming
ingebruikstelling	noun	starten met het gebruiken van iets; in werking zetten
ingebruikstellingen	=	ingebruikstelling
ingeburgerd	adj	algemeen aanvaard, in gebruik geraakt
ingeburgerde	=	inburgeren
ingeburgerder	=	ingeburgerd
ingeburgerdere	=	ingeburgerd
ingeburgerders	=	ingeburgerd
ingeburgerds	=	ingeburgerd
ingeburgerdst	=	ingeburgerd
ingeburgerdste	=	ingeburgerd
ingecalculeerd	=	incalculeren
ingecalculeerde	=	incalculeren
ingecheckt	=	inchecken
ingecheckte	=	inchecken
ingedaagd	=	indagen
ingedaagde	=	indagen
ingedaald	=	indalen
ingedaan	=	indoen
ingedacht	=	indenken
ingedachte	=	indenken
ingedamd	=	indammen
ingedamde	=	indammen
ingedampt	=	indampen
ingedampte	=	indampen
ingedeeld	=	indelen
ingedeelde	=	indelen
ingedekt	=	indekken
ingedeukt	adj	een deuk hebbende
ingedeukte	=	indeuken
ingedeukter	=	ingedeukt
ingedeuktere	=	ingedeukt
ingedeukters	=	ingedeukt
ingedeukts	=	ingedeukt
ingedeuktst	=	ingedeukt
ingedeuktste	=	ingedeukt
ingediend	=	indienen
ingediende	=	indienen
ingedijkt	=	indijken
ingedijkte	=	indijken
ingedikt	=	indikken
ingedikte	=	indikken
ingedoken	=	induiken
ingedommeld	=	indommelen
ingedommelde	=	indommelen
ingedoopt	=	indopen
ingedoopte	=	indopen
ingedraaid	=	indraaien
ingedraaide	=	indraaien
ingedragen	=	indragen
ingedreven	=	indrijven
ingedrongen	=	indringen
ingedronken	=	indrinken
ingedroogd	adj	van iets waaruit al het vocht is verdampt
ingedroogde	=	ingedroogd
ingedroogds	=	ingedroogd
ingedruist	=	indruisen
ingedrukt	=	indrukken
ingedrukte	=	indrukken
ingeduffeld	=	induffelen
ingeduffelde	=	induffelen
ingedut	=	indutten
ingeduwd	=	induwen
ingeduwde	=	induwen
ingeef	=	ingeven
ingeeft	=	ingeven
ingeel	adj	erg geel
ingefluisterd	=	influisteren
ingefluisterde	=	influisteren
ingefreesd	=	infrezen
ingegaan	=	ingaan
ingegeven	=	ingeven
ingegipst	=	ingipsen
ingegipste	=	ingipsen
ingegleden	=	inglijden
ingegooid	=	ingooien
ingegooide	=	ingooien
ingegoten	=	ingieten
ingegraveerd	=	ingraveren
ingegraveerde	=	ingraveren
ingegraven	=	ingraven
ingegrepen	=	ingrijpen
ingegrift	=	ingriffen
ingegroefd	=	ingroeven
ingegroeid	=	ingroeien
ingehaakt	=	inhaken
ingehaakte	=	inhaken
ingehaald	=	inhalen
ingehaalde	=	inhalen
ingehad	=	inhebben
ingehakt	=	inhakken
ingehakte	=	inhakken
ingehamerd	=	inhameren
ingehangen	=	inhangen
ingeheid	=	inheien
ingehouden	=	inhouden
ingehouwen	=	inhouwen
ingehuld	=	inhullen
ingehulde	=	inhullen
ingehuldigd	=	inhuldigen
ingehuldigde	=	inhuldigen
ingehuurd	=	inhuren
ingehuurde	=	inhuren
ingejaagd	=	injagen
ingekaderd	=	inkaderen
ingekakt	=	inkakken
ingekalfd	=	inkalven
ingekankerd	adj	van iets slechts dat het diep in de aard van iets of iemand zit en dus niet makkelijk kan worden verbeterd
ingekankerde	=	inkankeren
ingekankerder	=	ingekankerd
ingekankerdere	=	ingekankerd
ingekankerders	=	ingekankerd
ingekankerds	=	ingekankerd
ingekankerdst	=	ingekankerd
ingekankerdste	=	ingekankerd
ingekapseld	=	inkapselen
ingekapselde	=	inkapselen
ingekeept	=	inkepen
ingekeerd	adj	naar binnnen gericht, in zichzelf gekeerd, zonder aandacht voor de omgeving
ingekeerde	=	inkeren
ingekeerder	=	ingekeerd
ingekeerdere	=	ingekeerd
ingekeerders	=	ingekeerd
ingekeerds	=	ingekeerd
ingekeerdst	=	ingekeerd
ingekeerdste	=	ingekeerd
ingekeken	=	inkijken
ingekerfd	=	inkerven
ingekerfde	=	inkerven
ingeklaard	=	inklaren
ingeklaarde	=	inklaren
ingeklapt	=	inklappen
ingeklapte	=	inklappen
ingeklede	=	inkleden
ingekleed	=	inkleden
ingeklemd	=	inklemmen
ingeklemde	=	inklemmen
ingekleurd	=	inkleuren
ingeklommen	=	inklimmen
ingeklonken	=	inklinken
ingeklopt	=	inkloppen
ingeknipt	=	inknippen
ingeknipte	=	inknippen
ingekocheld	=	inkochelen
ingekochelde	=	inkochelen
ingekocht	=	inkopen
ingekochte	=	inkopen
ingekohierd	=	inkohieren
ingekomen	=	inkomen
ingekookt	=	inkoken
ingekookte	=	inkoken
ingekopt	=	inkoppen
ingekopte	=	inkoppen
ingekorfd	=	inkorven
ingekorfde	=	inkorven
ingekort	=	inkorten
ingekorte	=	inkorten
ingekorven	=	inkerven
ingekrast	=	inkrassen
ingekraste	=	inkrassen
ingekregen	=	inkrijgen
ingekrompen	=	inkrimpen
ingekropen	=	inkruipen
ingekuild	=	inkuilen
ingekuilde	=	inkuilen
ingekwartierd	=	inkwartieren
ingekwartierde	=	inkwartieren
ingeladen	=	inladen
ingeland	noun	iemand die eigendommen (land) heeft binnen een (Nederlands) waterschap
ingelanden	=	ingeland
ingelapt	=	inlappen
ingelast	=	inlassen
ingelaste	=	inlassen
ingelaten	=	inlaten
ingele	=	ingeel
ingeleefd	=	inleven
ingeleend	=	inlenen
ingeleerd	=	inleren
ingelegd	=	inleggen
ingelegerd	=	inlegeren
ingeleid	=	inleiden
ingeleide	=	inleiden
ingelepeld	=	inlepelen
ingeleverd	=	inleveren
ingeleverde	=	inleveren
ingelezen	=	inlezen
ingelicht	=	inlichten
ingelichte	=	inlichten
ingelijfd	=	inlijven
ingelijfde	=	inlijven
ingelijst	adj	van een voorwerp dat er een lijst omheen gemaakt is om het te kunnen tentoonstellen
ingelijste	=	inlijsten
ingelijster	=	ingelijst
ingelijstere	=	ingelijst
ingelijsters	=	ingelijst
ingelijsts	=	ingelijst
ingelijstst	=	ingelijst
ingelijstste	=	ingelijst
ingelogd	=	inloggen
ingelokt	=	inlokken
ingeloodst	=	inloodsen
ingeloot	=	inloten
ingelopen	=	inlopen
ingelost	=	inlossen
ingeloste	=	inlossen
ingelote	=	inloten
ingelovig	adj	diep overtuigd
ingelovige	=	ingelovig
ingeluid	=	inluiden
ingeluide	=	inluiden
ingelukkig	adj	heel verheugd
ingelukkige	=	ingelukkig
ingelukkigs	=	ingelukkig
ingemaakt	=	inmaken
ingemaakte	=	inmaken
ingemeen	adj	erg grof, heel onaangenaam
ingemeens	=	ingemeen
ingemene	=	ingemeen
ingemengd	=	inmengen
ingemeten	=	inmeten
ingemetseld	=	inmetselen
ingemetselde	=	inmetselen
ingemetst	=	inmetsen
ingenaaid	adj	van een boek dat de pagina's aan de rugzijde aan elkaar zijn geplakt en dat het een slappe kaft heeft
ingenaaide	=	innaaien
ingenaaids	=	ingenaaid
ingenieur	noun	iemand die is opgeleid in het hoger onderwijs om allerhande technische, technologische en organisatorische problemen op te lossen
ingenieurs	=	ingenieur
ingenieursbedrijf	noun	een technisch bedrijf waar vooral veel ingenieurs werken
ingenieursbedrijven	=	ingenieursbedrijf
ingenieursbureau	noun	een bedrijf waar ingenieurs werkzaam zijn die adviseren en begeleiding geven bij technische projecten
ingenieursbureaus	=	ingenieursbureau
ingenieursbureautje	=	ingenieursbureau
ingenieursbureautjes	=	ingenieursbureau
ingenieursfirma	noun	een bedrijf waar ingenieurs werkzaam zijn die adviseren en begeleiding geven bij technische projecten
ingenieursfirma's	=	ingenieursfirma
ingenieursleven	noun	de loopbaan van een ingenieur
ingenieurslevens	=	ingenieursleven
ingenieursopleiding	noun	een hogere technische opleiding; een universitaire technische opleiding
ingenieursopleidingen	=	ingenieursopleiding
ingenieursopleidinkje	=	ingenieursopleiding
ingenieursopleidinkjes	=	ingenieursopleiding
ingenieursstudie	noun	een technische studie op academisch niveau
ingenieursstudies	=	ingenieursstudie
ingenieurswetenschap	noun	het toepassen van natuurwetenschappen en technische kennis voor het oplossing van technische, technologische en organisatorische problemen
ingenieurswetenschappen	=	ingenieurswetenschap
ingenieurtje	=	ingenieur
ingenieurtjes	=	ingenieur
ingenieus	adj	vernuftig, vindingrijk, goed bedacht en gemaakt
ingenieust	=	ingenieus
ingenieuste	=	ingenieus
ingenieuze	=	ingenieus
ingenieuzer	=	ingenieus
ingenieuzere	=	ingenieus
ingenieuzers	=	ingenieus
ingenomen	=	innemen
ingenomenheden	=	ingenomenheid
ingenomenheid	noun	goedkeurende gezindheid
ingenottreding	noun	de juridische term voor de datum waarop een koper van onroerend goed (zoals een huis) het feitelijke bezit en genot van de woning krijgt, meestal bij het verlijden van de notariële akte.
ingenottredingen	=	ingenottreding
ingenottredinkje	=	ingenottreding
ingenottredinkjes	=	ingenottreding
ingenuïteit	noun	het ingénu zijn
ingeoefend	=	inoefenen
ingeoefende	=	inoefenen
ingeolied	=	inoliën
ingeoliede	=	inoliën
ingepakt	=	inpakken
ingepakte	=	inpakken
ingepalmd	=	inpalmen
ingepalmde	=	inpalmen
ingeparkeerd	=	inparkeren
ingeparkeerde	=	inparkeren
ingepast	=	inpassen
ingepaste	=	inpassen
ingepekeld	=	inpekelen
ingepekelde	=	inpekelen
ingepekt	=	inpekken
ingepeperd	=	inpeperen
ingepeperde	=	inpeperen
ingeperkt	=	inperken
ingeperkte	=	inperken
ingeperst	=	inpersen
ingepikt	=	inpikken
ingepikte	=	inpikken
ingeplakt	=	inplakken
ingeplakte	=	inplakken
ingepland	=	inplannen
ingeplande	=	inplannen
ingeplant	=	inplanten
ingeplante	=	inplanten
ingeplugd	=	inpluggen
ingeplugde	=	inpluggen
ingepolderd	=	inpolderen
ingepolderde	=	inpolderen
ingepompt	=	inpompen
ingeponst	=	inponsen
ingepraat	=	inpraten
ingeprate	=	inpraten
ingeprent	=	inprenten
ingeprente	=	inprenten
ingeprikt	=	inprikken
ingepropt	=	inproppen
ingeraamd	=	inramen
ingeraamde	=	inramen
ingereden	=	inrijden
ingeregeld	=	inregelen
ingeregen	=	inrijgen
ingeregend	=	inregenen
ingereisd	=	inreizen
ingerekend	=	inrekenen
ingerekende	=	inrekenen
ingerend	=	inrennen
ingericht	adj	voorzien van meubelen en andere zaken die noodzakelijk zijn om in een ruimte te kunnen wonen
ingerichte	=	inrichten
ingerichter	=	ingericht
ingerichtere	=	ingericht
ingerichters	=	ingericht
ingerichts	=	ingericht
ingerichtst	=	ingericht
ingerichtste	=	ingericht
ingeroeid	=	inroeien
ingeroepen	=	inroepen
ingeroest	adj	van iets dat het onlosmakelijk ergens mee verbonden is geraakt; van iets dat het een gewoonte is geworden en daarom moeilijk valt te veranderen
ingeroeste	=	inroesten
ingeroester	=	ingeroest
ingeroestere	=	ingeroest
ingeroesters	=	ingeroest
ingeroests	=	ingeroest
ingeroestst	=	ingeroest
ingeroestste	=	ingeroest
ingerold	=	inrollen
ingerolde	=	inrollen
ingeroosterd	=	inroosteren
ingeroosterde	=	inroosteren
ingeruild	=	inruilen
ingeruilde	=	inruilen
ingeruimd	=	inruimen
ingeruimde	=	inruimen
ingerukt	=	inrukken
ingerukte	=	inrukken
ingescand	=	inscannen
ingescande	=	inscannen
ingeschaald	=	inschalen
ingeschaalde	=	inschalen
ingeschakeld	=	inschakelen
ingeschakelde	=	inschakelen
ingeschapen	adj	ingeboren, aangeboren
ingeschapens	=	ingeschapen
ingeschat	=	inschatten
ingeschatte	=	inschatten
ingescheept	=	inschepen
ingescheepte	=	inschepen
ingescheurd	=	inscheuren
ingescheurde	=	inscheuren
ingeschikt	=	inschikken
ingeschonken	=	inschenken
ingeschopt	=	inschoppen
ingeschopte	=	inschoppen
ingeschoten	=	inschieten
ingeschoven	=	inschuiven
ingeschreven	=	inschrijven
ingeschrevene	noun	een persoon van wie een persoonslijst is opgenomen in de basisregistratie
ingeschrevenen	=	ingeschrevene
ingeseind	=	inseinen
ingeseinde	=	inseinen
ingesijpeld	=	insijpelen
ingeslagen	=	inslaan
ingeslapen	=	inslapen
ingeslepen	=	inslijpen
ingesleten	=	inslijten
ingeslikt	=	inslikken
ingeslikte	=	inslikken
ingesloken	=	insluiken
ingeslokt	=	inslokken
ingeslopen	=	insluipen
ingesloten	=	insluiten
ingesluimerd	=	insluimeren
ingesluisd	=	insluizen
ingesluisde	=	insluizen
ingesmeerd	=	insmeren
ingesmeerde	=	insmeren
ingesmeten	=	insmijten
ingesmolten	=	insmelten
ingesneden	=	insnijden
ingesneeuwd	=	insneeuwen
ingesneeuwde	=	insneeuwen
ingesnoerd	=	insnoeren
ingesnoerde	=	insnoeren
ingesnoven	=	insnuiven
ingesopt	=	insoppen
ingespannen	=	inspannen
ingespeeld	adj	gewend om onderling nauw samen te werken
ingespeelde	=	ingespeeld
ingespeelds	=	ingespeeld
ingespoeld	=	inspoelen
ingesponnen	=	inspinnen
ingespoten	=	inspuiten
ingesprektonen	=	ingesprektoon
ingesprektoon	noun	toon die men in een telefoon hoort als een nummer in gesprek is, bezettoon
ingesprektoontje	=	ingesprektoon
ingesprektoontjes	=	ingesprektoon
ingesproken	=	inspreken
ingesprongen	=	inspringen
ingestaan	=	instaan
ingestampt	=	instampen
ingestampte	=	instampen
ingestapt	=	instappen
ingestegen	=	instijgen
ingesteld	adj	vooraf bewust bepaald
ingestelde	=	instellen
ingestelds	=	ingesteld
ingestemd	=	instemmen
ingestie	noun	innemen van voedsel en drank
ingesties	=	ingestie
ingestoken	=	insteken
ingestonken	=	instinken
ingestopt	=	instoppen
ingestopte	=	instoppen
ingestormd	=	instormen
ingestort	adj	in elkaar gevallen, vervallen
ingestorte	=	ingestort
ingestorts	=	ingestort
ingestoten	=	instoten
ingestouwd	=	instouwen
ingestoven	=	instuiven
ingestraald	=	instralen
ingestreken	=	instrijken
ingestroomd	=	instromen
ingestudeerd	=	instuderen
ingestudeerde	=	instuderen
ingestulpt	=	instulpen
ingestuurd	=	insturen
ingestuurde	=	insturen
ingestuwd	=	instuwen
ingestuwde	=	instuwen
ingesuft	=	insuffen
ingesukkeld	adj	van iets of iemand dat hij niet waakzaam of actief is
ingesukkelde	=	ingesukkeld
ingesukkelds	=	ingesukkeld
ingetapet	=	intapen
ingetapete	=	intapen
ingeteerd	=	interen
ingeteerde	=	interen
ingetekend	=	intekenen
ingetekende	=	intekenen
ingetikt	=	intikken
ingetikte	=	intikken
ingetoetst	=	intoetsen
ingetoetste	=	intoetsen
ingetogen	adj	bescheiden, rustig, stemmig
ingetogene	noun	iemand die bezonnen leeft en daarom terughoudend is met wereldse bezigheden en vermaak	adj|obsolete	verbogen vorm van de stellende trap van ingetogen
ingetogenen	=	ingetogene
ingetogener	=	ingetogen
ingetogenere	=	ingetogen
ingetogeners	=	ingetogen
ingetogenheid	noun	keurige en bescheiden manier van doen
ingetogens	=	ingetogen
ingetogenst	=	ingetogen
ingetogenste	=	ingetogen
ingetoomd	=	intomen
ingetoomde	=	intomen
ingetrapt	=	intrappen
ingetrapte	=	intrappen
ingetreden	=	intreden
ingetroefd	=	introeven
ingetrokken	=	intrekken
ingetrouwd	=	introuwen
ingetuigd	=	intuigen
ingetuigde	=	intuigen
ingetuind	=	intuinen
ingetypt	=	intypen
ingetypte	=	intypen
ingeval	conj	in het geval dat
ingevallen	adj	hol, ingezakt
ingevallens	=	ingevallen
ingevangen	=	invangen
ingevaren	=	invaren
ingeve	=	ingeven
ingeveegd	=	invegen
ingeven	verb	in gedachte of bewustzijn brengen
ingevend	=	ingeven
ingevende	=	ingeven
ingevet	=	invetten
ingeving	noun	een gedachte die zomaar opkomt
ingevingen	=	ingeving
ingevinkje	=	ingeving
ingevinkjes	=	ingeving
ingevloeid	=	invloeien
ingevlogen	=	invliegen
ingevlucht	=	invluchten
ingevocht	=	invochten
ingevochte	=	invochten
ingevochten	=	invechten
ingevoegd	=	invoegen
ingevoegde	=	invoegen
ingevoeld	=	invoelen
ingevoelde	=	invoelen
ingevoelig	adj	heel ontvankelijk voor emotionele indrukken
ingevoelige	=	ingevoelig
ingevoerd	adj	deskundig, ergens in thuis zijn
ingevoerde	=	invoeren
ingevoerds	=	ingevoerd
ingevolgd	=	involgen
ingevolge	prep|formal	voortvloeiend uit, op grond van, in overeenstemming met
ingevorderd	=	invorderen
ingevorderde	=	invorderen
ingevouwen	=	invouwen
ingevreten	=	invreten
ingevroren	=	invriezen
ingevuld	adj	een open plek op een formulier die beschreven is of als alle open plekken op het formulier beschreven zijn
ingevulde	=	invullen
ingevulds	=	ingevuld
ingewaaid	=	inwaaien
ingewacht	=	inwachten
ingewachte	=	inwachten
ingewand	noun	orgaan dat in de buikholte ligt
ingewanden	noun	verzamelnaam voor de inwendige organen van het darmkanaal
ingewandje	=	ingewand
ingewandjes	=	ingewand
ingewandsziekte	noun	een ziekte van het maag-darmkanaal
ingewandsziekten	=	ingewandsziekte
ingewandsziektes	=	ingewandsziekte
ingewassen	=	inwassen
ingewaterd	=	inwateren
ingewaterde	=	inwateren
ingeweekt	=	inweken
ingeweekte	=	inweken
ingeweken	adj	geïmmigreerd
ingewekene	noun	immigrant
ingewekenen	=	ingewekene
ingewerkt	=	inwerken
ingewerkte	=	inwerken
ingeweven	=	inweven
ingewijd	=	inwijden
ingewijde	noun	iemand die bekend is met een geheim
ingewijden	=	ingewijde
ingewikkeld	adj	niet eenvoudig; uit veel verschillende onderdelen bestaand
ingewikkelde	=	inwikkelen
ingewikkelder	=	ingewikkeld
ingewikkeldere	=	ingewikkeld
ingewikkelders	=	ingewikkeld
ingewikkeldheden	=	ingewikkeldheid
ingewikkeldheid	noun	de mate waarin iets complex is
ingewikkelds	=	ingewikkeld
ingewikkeldst	=	ingewikkeld
ingewikkeldste	=	ingewikkeld
ingewilligd	=	inwilligen
ingewilligde	=	inwilligen
ingewipt	=	inwippen
ingewipte	=	inwippen
ingewisseld	=	inwisselen
ingewisselde	=	inwisselen
ingewogen	=	inwegen
ingewonnen	=	inwinnen
ingewoond	=	inwonen
ingeworpen	=	inwerpen
ingeworteld	adj	diep en vast in iemand verankerd
ingewortelde	=	ingeworteld
ingewortelder	=	ingeworteld
ingeworteldere	=	ingeworteld
ingewortelders	=	ingeworteld
ingewortelds	=	ingeworteld
ingeworteldst	=	ingeworteld
ingeworteldste	=	ingeworteld
ingewreven	=	inwrijven
ingezaagd	=	inzagen
ingezaagde	=	inzagen
ingezaaid	=	inzaaien
ingezaaide	=	inzaaien
ingezakt	adj	in elkaar gedrukt
ingezakte	=	ingezakt
ingezakter	=	ingezakt
ingezaktere	=	ingezakt
ingezakters	=	ingezakt
ingezakts	=	ingezakt
ingezaktst	=	ingezakt
ingezaktste	=	ingezakt
ingezameld	=	inzamelen
ingezamelde	=	inzamelen
ingezeept	=	inzepen
ingezeepte	=	inzepen
ingezegen	=	inzijgen
ingezegend	=	inzegenen
ingezegende	=	inzegenen
ingezeild	=	inzeilen
ingezet	adj	begonnen
ingezeten	=	inzitten
ingezetene	noun	een bewoner die over een gelegaliseerde identiteit beschikt.
ingezetenen	=	ingezetene
ingezetenschap	noun	het ingezetene zijn van een staat
ingezets	=	ingezet
ingezette	=	inzetten
ingezien	=	inzien
ingeziene	=	inzien
ingezogen	=	inzuigen
ingezonden	=	inzenden
ingezongen	=	inzingen
ingezonken	=	inzinken
ingezoomd	=	inzoomen
ingezoomde	=	inzoomen
ingezouten	=	inzouten
ingezwachteld	=	inzwachtelen
ingezwachtelde	=	inzwachtelen
ingezwolgen	=	inzwelgen
ingezwommen	=	inzwemmen
ingezworen	=	inzweren
ingeënt	=	inenten
ingeënte	=	inenten
ingierig	adj	heel vrekkig
ingierige	=	ingierig
ingiet	=	ingieten
ingiete	=	ingieten
ingieten	verb	iets ~:een vloeistof onder werking van de zwaartekracht ergens in laten stromen
ingietend	=	ingieten
ingietende	=	ingieten
inging	=	ingaan
inginge	=	ingaan
ingingen	=	ingaan
ingingt	=	ingaan
ingipipa	noun	bepaald soort bladverliezende boom die tot 60 meter hoog kan worden, Couratari guianensis
ingipipa's	=	ingipipa
ingips	=	ingipsen
ingipse	=	ingipsen
ingipsen	verb	verbinden van een fractuur met een gipsverband
ingipsend	=	ingipsen
ingipsende	=	ingipsen
ingipst	=	ingipsen
ingipste	=	ingipsen
ingipsten	=	ingipsen
ingleden	=	inglijden
ingleed	=	inglijden
inglij	=	inglijden
inglijd	=	inglijden
inglijde	=	inglijden
inglijden	verb	maken van een sliding
inglijdend	=	inglijden
inglijdende	=	inglijden
inglijdt	=	inglijden
ingoed	adj	buitengewoon vriendelijk en rechtschapen
ingoede	=	ingoed
ingoeds	=	ingoed
ingooi	noun	de inworp van de bal bij voetbal
ingooide	=	ingooien
ingooiden	=	ingooien
ingooie	=	ingooien
ingooien	verb	de bal door werpen weer in het spel brengen
ingooiend	=	ingooien
ingooiende	=	ingooien
ingooit	=	ingooien
ingoor	adj	heel smerig
ingoot	=	ingieten
ingore	=	ingoor
ingote	=	ingieten
ingoten	=	ingieten
ingraaf	=	ingraven
ingraaft	=	ingraven
ingrappig	adj	erg komisch
ingrappige	=	ingrappig
ingrave	=	ingraven
ingraveer	=	ingraveren
ingraveerde	=	ingraveren
ingraveerden	=	ingraveren
ingraveert	=	ingraveren
ingraven	verb	zich ~: door een gat of graaf aan te leggen zich dekking verschaffen
ingravend	=	ingraven
ingravende	=	ingraven
ingravere	=	ingraveren
ingraveren	verb	met een scherpe naald een tekst of afbeelding in metaal snijden zonder dat men daar een afdruk van wil maken
ingraverend	=	ingraveren
ingraverende	=	ingraveren
ingrediënt	noun	benodigd bestanddeel (in een recept)
ingrediënten	=	ingrediënt
ingrediëntenlijst	noun	lijst van ingrediënten (voor een recept)
ingrediëntenlijsten	=	ingrediëntenlijst
ingrediëntenlijstje	=	ingrediëntenlijst
ingrediëntenlijstjes	=	ingrediëntenlijst
ingrediëntenverhouding	noun	verhoudingen tussen de ingrediënten van een recept of samenstelling
ingrediëntenverhoudingen	=	ingrediëntenverhouding
ingrediëntenverhoudinkje	=	ingrediëntenverhouding
ingrediëntenverhoudinkjes	=	ingrediëntenverhouding
ingrediëntje	=	ingrediënt
ingrediëntjes	=	ingrediënt
ingreep	noun	een handeling die erger moet voorkomen
ingreepje	=	ingreep
ingreepjes	=	ingreep
ingreept	=	ingrijpen
ingrepe	=	ingrijpen
ingrepen	=	ingreep
ingrif	=	ingriffen
ingriffe	=	ingriffen
ingriffen	verb	inkrassen, graveren, inkerven
ingriffend	=	ingriffen
ingriffende	=	ingriffen
ingrift	=	ingriffen
ingrifte	=	ingriffen
ingriften	=	ingriffen
ingrijp	=	ingrijpen
ingrijpe	=	ingrijpen
ingrijpen	verb	handelen om een probleem te voorkomen of op te lossen
ingrijpend	adj	diep doordringend en voelbaar
ingrijpende	=	ingrijpen
ingrijpender	=	ingrijpend
ingrijpendere	=	ingrijpend
ingrijpenders	=	ingrijpend
ingrijpends	=	ingrijpend
ingrijpendst	=	ingrijpend
ingrijpendste	=	ingrijpend
ingrijpt	=	ingrijpen
ingrijs	adj	diep grijs
ingrijze	=	ingrijs
ingriër	noun	iemand die behoort tot een aan het Fins verwante taal sprekend volk uit het gebied rond Sint Petersburg in Rusland
ingriërs	=	ingriër
ingroef	=	ingraven
ingroefde	=	ingroeven
ingroefden	=	ingroeven
ingroeft	=	ingroeven
ingroei	=	ingroeien
ingroeide	=	ingroeien
ingroeiden	=	ingroeien
ingroeie	=	ingroeien
ingroeien	verb	door groeien naar binnen gaan
ingroeiend	=	ingroeien
ingroeiende	=	ingroeien
ingroeiquota	=	ingroeiquotum
ingroeiquotum	noun	verplichting voor beursgenoteerde bedrijven dat de raad van commissarissen minimaal 30% vrouwen en 30% mannen moet bevatten en nieuwe benoemingen moeten bijdragen aan het behalen van dit quotum
ingroeiquotums	=	ingroeiquotum
ingroeiregeling	noun	een tijdelijke financiële of fiscale regeling waarbij lasten, kortingen of winstaandeel stapsgewijs worden aangepast naar de definitieve eindsituatie.
ingroeiregelingen	=	ingroeiregeling
ingroeiregelingetje	=	ingroeiregeling
ingroeiregelingetjes	=	ingroeiregeling
ingroeit	=	ingroeien
ingroen	adj	heel groen
ingroene	=	ingroen
ingroeve	=	ingroeven
ingroeven	verb	groeven maken in
ingroevend	=	ingroeven
ingroevende	=	ingroeven
ingrosseer	=	ingrosseren
ingrosseerde	=	ingrosseren
ingrosseerden	=	ingrosseren
ingrosseert	=	ingrosseren
ingrossere	=	ingrosseren
ingrosseren	verb	een officieel afschrift (grosse) opstellen; eertijds vaak in het Latijn
ingrosserend	=	ingrosseren
ingrosserende	=	ingrosseren
inguinaal	adj	met betrekking tot de liesstreek
ingénu	adj	onbedorven en naïef, argeloos
ingénu's	=	ingénu
ingénue	noun	naïef, onschuldig meisje
ingénues	=	ingénue
inhaak	=	inhaken
inhaakt	=	inhaken
inhaakte	=	inhaken
inhaakten	=	inhaken
inhaal	=	inhalen
inhaalactie	noun	actie die gericht is om een achterstand weg te werken
inhaalacties	=	inhaalactie
inhaalassistent	noun	apparaat dat een bestuurder assisteert bij het veilig inhalen
inhaalassistenten	=	inhaalassistent
inhaalbeweging	noun	handeling die erop gericht is een achterstand te niet te doen
inhaalbewegingen	=	inhaalbeweging
inhaalbeweginkje	=	inhaalbeweging
inhaalbeweginkjes	=	inhaalbeweging
inhaaldag	noun	een dag waarop men iets doet, wat men door omstandigheden op een eerdere dag niet kon doen
inhaaldagen	=	inhaaldag
inhaalde	=	inhalen
inhaalden	=	inhalen
inhaalduel	noun	wedstrijd die men houdt omdat men die eerder heeft moeten uitstellen
inhaalduellen	=	inhaalduel
inhaalduelletje	=	inhaalduel
inhaalduelletjes	=	inhaalduel
inhaalduels	=	inhaalduel
inhaaleffect	noun	iets wat ontstaat omdat een achterstand wordt ingelopen
inhaaleffecten	=	inhaaleffect
inhaalmanoeuvre	noun	een actie waarbij men een ander rijdend voertuig voorbij rijdt, vooral als het motorvoertuigen betreft
inhaalmanoeuvres	=	inhaalmanoeuvre
inhaaloperatie	noun	handeling die erop gericht is om een opgelopen achterstand in te halen
inhaaloperaties	=	inhaaloperatie
inhaaloperatietje	=	inhaaloperatie
inhaaloperatietjes	=	inhaaloperatie
inhaalpoging	noun	de keer dat men probeert een ander voertuig in te halen
inhaalpogingen	=	inhaalpoging
inhaalpoginkje	=	inhaalpoging
inhaalpoginkjes	=	inhaalpoging
inhaalprogramma	noun	uitgesteld programma dat men nu uitzendt of uitvoert
inhaalprogramma's	=	inhaalprogramma
inhaalprogrammaatje	=	inhaalprogramma
inhaalprogrammaatjes	=	inhaalprogramma
inhaalrace	noun|figurative	een zware inspanning die men levert om een achterstand in te lopen
inhaalraces	=	inhaalrace
inhaalslag	noun	strijd die geleverd wordt om een achterstand goed te maken
inhaalslagen	=	inhaalslag
inhaalslagje	=	inhaalslag
inhaalslagjes	=	inhaalslag
inhaalstroken	=	inhaalstrook
inhaalstrook	noun	een gedeelte van de weg die gereserveerd is om andere voertuigen in te halen
inhaalstrookje	=	inhaalstrook
inhaalstrookjes	=	inhaalstrook
inhaalt	=	inhalen
inhaalverbod	noun	officiele regel die het voorbijrijden van een andere auto strafbaar stelt
inhaalverboden	=	inhaalverbod
inhaalvraag	noun	uitgestelde vraag naar bepaalde goederen of diensten omdat deze een tijd niet beschikbaar waren
inhaalvraagje	=	inhaalvraag
inhaalvraagjes	=	inhaalvraag
inhaalvragen	=	inhaalvraag
inhaalwedstrijd	noun	wedstrijd die men houdt omdat men die eerder heeft moeten uitstellen
inhaalwedstrijden	=	inhaalwedstrijd
inhaalwedstrijdje	=	inhaalwedstrijd
inhaalwedstrijdjes	=	inhaalwedstrijd
inhaerent	=	inherent
inhak	=	inhakken
inhake	=	inhaken
inhaken	verb	aanknopen bij, aansluiten op
inhakend	=	inhaken
inhakende	=	inhaken
inhaker	noun	lied, bedoeld om het publiek te laten inhaken (en meedeinen)
inhakers	=	inhaker
inhakertje	=	inhaker
inhakertjes	=	inhaker
inhakke	=	inhakken
inhakken	verb	met een bijl of ander scherp voorwerp in iets (met name hout of steen) of iemand slaan zodat er stukken van losbreken
inhakkend	=	inhakken
inhakkende	=	inhakken
inhakt	=	inhakken
inhakte	=	inhakken
inhakten	=	inhakken
inhalatie	noun	inademing van dampen, gassen of poeders
inhalaties	=	inhalatie
inhalatietoestel	noun	apparaat waarmee men bepaalde medicatie kan inademen
inhalatietoestellen	=	inhalatietoestel
inhalator	noun	apparaatje om mee te inhaleren
inhalatoren	=	inhalator
inhalators	=	inhalator
inhalatortje	=	inhalator
inhalatortjes	=	inhalator
inhale	=	inhalen
inhaleer	=	inhaleren
inhaleerde	=	inhaleren
inhaleerden	=	inhaleren
inhaleert	=	inhaleren
inhalen	verb	binnen of binnenboord brengen
inhalend	=	inhalen
inhalende	=	inhalen
inhaler	noun	inhalator
inhalere	=	inhaleren
inhaleren	verb	een stof door diep in te ademen tot zich nemen
inhalerend	=	inhaleren
inhalerende	=	inhaleren
inhalers	=	inhaler
inhalertje	=	inhaler
inhalig	adj	van een persoon dat hij veel dingen pakt om in bezit te nemen
inhalige	=	inhalig
inhaliger	=	inhalig
inhaligere	=	inhalig
inhaligers	=	inhalig
inhaligheden	=	inhaligheid
inhaligheid	noun	hebzucht
inhaligs	=	inhalig
inhaligst	=	inhalig
inhaligste	=	inhalig
inhaling	noun	feestelijke verwelkoming
inhalingen	=	inhaling
inham	noun	kleine baai
inhameren	verb	herhaald met kracht proberen je ideeën aan een andere op te dringen
inhamerend	=	inhameren
inhamerende	=	inhameren
inhammen	=	inham
inhammetje	=	inham
inhammetjes	=	inham
inhang	=	inhangen
inhangen	verb	iets of iemand ergens in ophangen
inhangend	=	inhangen
inhangt	=	inhangen
inhebbe	=	inhebben
inhebben	verb|informal	er de pee inhebben; er de pest inhebben: heel boos zijn
inhebbend	=	inhebben
inhebbende	=	inhebben
inhechtenisneming	noun	het opsluiten van iemand in een gevangenis
inhechtenisnemingen	=	inhechtenisneming
inheems	adj	van oorsprong ergens voorkomend
inheemsch	=	inheems
inheemse	noun	iemand die ergens al woont sinds zijn/haar geboorte
inheemsen	noun	verzamelterm voor de bewoners van een bepaalde plaats of gebied die daar ook zijn geboren
inheemser	=	inheems
inheemsere	=	inheems
inheemsers	=	inheems
inheemst	=	inheems
inheemste	=	inheems
inheet	adj	buitengewoon heet
inhei	=	inheien
inheide	=	inheien
inheiden	=	inheien
inheie	=	inheien
inheien	verb	door heien een pilaar in de grond of de bodem stampen
inheiend	=	inheien
inheiende	=	inheien
inheit	=	inheien
inherent	adj	onlosmakelijk samengaand, een vaste eigenschap vormend
inherente	=	inherent
inherenter	=	inherent
inherentere	=	inherent
inherenters	=	inherent
inherentie	noun	het inherent (onlosmakelijk) zijn, onafscheidelijkheid, onlosmakelijkheid
inherenties	=	inherentie
inherents	=	inherent
inherentst	=	inherent
inherentste	=	inherent
inhete	=	inheet
inhibeer	=	inhiberen
inhibeerde	=	inhiberen
inhibeerden	=	inhiberen
inhibeert	=	inhiberen
inhibere	=	inhiberen
inhiberen	verb	zorgen dat iets minder of niet gebeurt
inhiberend	=	inhiberen
inhiberende	=	inhiberen
inhibitie	noun	remming
inhibities	=	inhibitie
inhield	=	inhouden
inhielde	=	inhouden
inhielden	=	inhouden
inhieldt	=	inhouden
inhieuw	=	inhouwen
inhieuwen	=	inhouwen
inhieuwt	=	inhouwen
inhing	=	inhangen
inhingen	=	inhangen
inhingt	=	inhangen
inhomogeen	adj	niet homogeen
inhomogeens	=	inhomogeen
inhomogeenst	=	inhomogeen
inhomogeenste	=	inhomogeen
inhomogene	=	inhomogeen
inhomogener	=	inhomogeen
inhomogenere	=	inhomogeen
inhomogeners	=	inhomogeen
inhou	=	inhouden
inhoud	noun	datgene wat bevat is in een ander lichaam
inhoude	=	inhouden
inhoudelijk	adj	meer de inhoud betreffende dan de vorm
inhoudelijke	=	inhoudelijk
inhoudelijker	=	inhoudelijk
inhoudelijkere	=	inhoudelijk
inhoudelijkers	=	inhoudelijk
inhoudelijkheden	=	inhoudelijkheid
inhoudelijkheid	noun	dat wat betrekking heeft op de inhoudelijke kant van de zaak
inhoudelijks	=	inhoudelijk
inhoudelijkst	=	inhoudelijk
inhoudelijkste	=	inhoudelijk
inhouden	verb	een deel van het loon niet uitbetalen om het voor een ander doel te bestemmen
inhoudend	=	inhouden
inhoudende	=	inhouden
inhouding	noun	vermindering van een salaris of uitkering als sanctie of als betaling van een belasting
inhoudingen	=	inhouding
inhoudinkje	=	inhouding
inhoudinkjes	=	inhouding
inhoudje	=	inhoud
inhoudjes	=	inhoud
inhoudloos	adj	zonder enige betekenis, zonder enig belang
inhoudloost	=	inhoudloos
inhoudlooste	=	inhoudloos
inhoudloze	=	inhoudloos
inhoudlozer	=	inhoudloos
inhoudlozere	=	inhoudloos
inhoudlozers	=	inhoudloos
inhoudsloos	adj	zonder inhoud, oppervlakkig
inhoudsloost	=	inhoudsloos
inhoudslooste	=	inhoudsloos
inhoudsloze	=	inhoudsloos
inhoudslozer	=	inhoudsloos
inhoudslozere	=	inhoudsloos
inhoudslozers	=	inhoudsloos
inhoudsmaat	noun	een eenheid/maat om de inhoud van iets op te meten.
inhoudsmaten	=	inhoudsmaat
inhoudsopgaaf	noun	een al of niet genummerde opsomming van de hoofdstukken en paragrafen in een boek, gerangschikt in de volgorde waarin de onderdelen verschijnen
inhoudsopgave	noun	een al of niet genummerde opsomming van de hoofdstukken en paragrafen in een boek, gerangschikt in de volgorde waarin de onderdelen verschijnen
inhoudsopgaven	=	inhoudsopgaaf
inhoudsopgaves	=	inhoudsopgave
inhoudsopgavetje	=	inhoudsopgave
inhoudstafel	noun	opsomming van de inhoud van een werk met per onderdeel een paginanummer of andere verwijzing om dat snel te kunnen vinden
inhoudstafels	=	inhoudstafel
inhoudsvol	adj	met veel inhoud
inhoudsvolle	=	inhoudsvol
inhoudsvoller	=	inhoudsvol
inhoudsvollere	=	inhoudsvol
inhoudsvollers	=	inhoudsvol
inhoudsvols	=	inhoudsvol
inhoudsvolst	=	inhoudsvol
inhoudsvolste	=	inhoudsvol
inhoudt	=	inhouden
inhouse	adj	binnen een organisatie georganiseerd, gefaciliteerd
inhousetrading	noun	het handelelen door een financieel bedrijf, zoals bijvoorbeeld een bank, voor eigen rekening en risico, in plaats van voor klanten
inhout	noun	het hout van het geraamte van een schip
inhouten	=	inhout
inhouw	=	inhouwen
inhouwe	=	inhouwen
inhouwen	verb	door houwen in iets aanbrengen
inhouwend	=	inhouwen
inhouwende	=	inhouwen
inhouwt	=	inhouwen
inhul	=	inhullen
inhulde	=	inhullen
inhulden	=	inhullen
inhuldig	=	inhuldigen
inhuldigde	=	inhuldigen
inhuldigden	=	inhuldigen
inhuldige	=	inhuldigen
inhuldigen	verb	hulde brengen ter gelegenheid van iemands installatie in een bepaalde functie of titel
inhuldigend	=	inhuldigen
inhuldigende	=	inhuldigen
inhuldiging	noun	feestelijke gelegenheid waarbij iemand wordt gehuldigd, zoals een koning/vorst door diens onderdanen, bij aanvaarding van diens ambt
inhuldigingen	=	inhuldiging
inhuldigingetje	=	inhuldiging
inhuldigingetjes	=	inhuldiging
inhuldigingsceremonie	noun	de ceremonie die met een inhuldiging plaatsvindt
inhuldigingsceremonies	=	inhuldigingsceremonie
inhuldigingsceremonietje	=	inhuldigingsceremonie
inhuldigingsceremonietjes	=	inhuldigingsceremonie
inhuldigingsceremonieën	=	inhuldigingsceremonie
inhuldigingsceremoniën	=	inhuldigingsceremonie
inhuldigingsfeest	noun	een feest dat gehouden wordt bij de aanstelling van een nieuwe vorst of andere machthebber
inhuldigingsfeesten	=	inhuldigingsfeest
inhuldigingsfeestje	=	inhuldigingsfeest
inhuldigingsfeestjes	=	inhuldigingsfeest
inhuldigingsmantel	noun	de mantel die gedragen wordt tijdens de inhuldigingsceremonie.
inhuldigingsmantels	=	inhuldigingsmantel
inhuldigingsmanteltje	=	inhuldigingsmantel
inhuldigingsmanteltjes	=	inhuldigingsmantel
inhuldigingspenning	noun	een speciale munt die ter ere van een inhuldiging wordt geslagen
inhuldigingspenningen	=	inhuldigingspenning
inhuldigingspenninkje	=	inhuldigingspenning
inhuldigingspenninkjes	=	inhuldigingspenning
inhuldigingstoespraak	noun	redevoering tijdens de plechtige gelegenheid waarbij het koningsschap of een vergelijkbaar hoog ambt wordt aanvaard
inhuldigingstoespraken	=	inhuldigingstoespraak
inhuldigt	=	inhuldigen
inhulle	=	inhullen
inhullen	verb	van alle zijden met een hulsel omgeven
inhullend	=	inhullen
inhullende	=	inhullen
inhult	=	inhullen
inhumaan	adj	beschikkend over veel negatieve eigenschappen van de mens vooral tegenover zijn medemens
inhumaans	=	inhumaan
inhumaanst	=	inhumaan
inhumaanste	=	inhumaan
inhumane	=	inhumaan
inhumaner	=	inhumaan
inhumanere	=	inhumaan
inhumaners	=	inhumaan
inhumatie	noun	begraving van doden
inhumaties	=	inhumatie
inhure	=	inhuren
inhuren	verb	iemand tijdelijk in dienst/iets tijdelijk in gebruik nemen
inhurend	=	inhuren
inhurende	=	inhuren
inhuur	=	inhuren
inhuurde	=	inhuren
inhuurden	=	inhuren
inhuurt	=	inhuren
initiaal	noun	elk van de eerste letters van iemands namen	adj	initieel, aanvankelijk
initiaals	=	initiaal
initiaalst	=	initiaal
initiaalste	=	initiaal
initiaaltje	=	initiaal
initiaaltjes	=	initiaal
initiaalwoord	noun	een woord dat is samengesteld uit de beginletters van afzonderlijke woorden en dat wordt uitgesproken als een reeks letternamen (omschrijving volgens de Nederlandse Taalunie).
initiaalwoorden	=	initiaalwoord
initiaalwoordje	=	initiaalwoord
initiaalwoordjes	=	initiaalwoord
initiale	=	initiaal
initialen	=	initiaal
initialer	=	initiaal
initialere	=	initiaal
initialers	=	initiaal
initialiseer	=	initialiseren
initialiseerde	=	initialiseren
initialiseerden	=	initialiseren
initialiseert	=	initialiseren
initialisere	=	initialiseren
initialiseren	verb	iets klaarmaken voor een eerste gebruik; met name opslag media klaarmaken voor het opslaan van gegevens
initialiserend	=	initialiseren
initialiserende	=	initialiseren
initiatie	noun	officiële en plechtige toelating tot een bepaalde groep
initiatiecursus	noun	reeks lessen waarin de eerste beginselen van iets wordt bijgebracht
initiatiecursusje	=	initiatiecursus
initiatiecursusjes	=	initiatiecursus
initiatiecursussen	=	initiatiecursus
initiatief	noun	het ter hand nemen van iets nieuws
initiatiefgroep	noun	team van mensen die een activiteit starten
initiatiefgroepen	=	initiatiefgroep
initiatiefgroepje	=	initiatiefgroep
initiatiefgroepjes	=	initiatiefgroep
initiatiefje	=	initiatief
initiatiefjes	=	initiatief
initiatiefloos	adj	zonder initiatief
initiatiefloost	=	initiatiefloos
initiatieflooste	=	initiatiefloos
initiatiefloze	=	initiatiefloos
initiatieflozer	=	initiatiefloos
initiatieflozere	=	initiatiefloos
initiatieflozers	=	initiatiefloos
initiatiefneemster	noun	vrouw die een handeling begint of begonnen is
initiatiefneemsters	=	initiatiefneemster
initiatiefnemer	noun	iemand die het initiatief tot iets neemt
initiatiefnemers	=	initiatiefnemer
initiatiefnemertje	=	initiatiefnemer
initiatiefrecht	noun	recht om wetsontwerpen in te dienen (in het bijzonder van een volksvertegenwoordiging)
initiatiefrechten	=	initiatiefrecht
initiatiefrijk	adj	rijk aan initiatief, ondernemend
initiatiefrijke	=	initiatiefrijk
initiatiefrijker	=	initiatiefrijk
initiatiefrijkere	=	initiatiefrijk
initiatiefrijkers	=	initiatiefrijk
initiatiefrijks	=	initiatiefrijk
initiatiefrijkst	=	initiatiefrijk
initiatiefrijkste	=	initiatiefrijk
initiatiefvoorstel	noun	wetsvoorstel vanuit de Tweede Kamer
initiatiefvoorstellen	=	initiatiefvoorstel
initiatiefwet	noun	wet waartoe het parlement (de Tweede Kamer) het initiatief genomen heeft
initiatiefwetje	=	initiatiefwet
initiatiefwetjes	=	initiatiefwet
initiatiefwetsontwerp	noun	een voorgestelde wet die nog niet is aangenomen in de volksvertegenwoordiging
initiatiefwetsontwerpen	=	initiatiefwetsontwerp
initiatiefwetsvoorstel	noun	wetsvoorstel vanuit de Tweede Kamer
initiatiefwetsvoorstellen	=	initiatiefwetsvoorstel
initiatiefwetten	=	initiatiefwet
initiatierite	noun	inwijdingsritueel
initiatieriten	=	initiatierite
initiatierites	=	initiatierite
initiaties	=	initiatie
initiatietje	=	initiatie
initiatieven	=	initiatief
initiator	noun	initiatiefnemer
initiatoren	=	initiator
initiators	=	initiator
initiatortje	=	initiator
initiatortjes	=	initiator
initieel	adj	aanvankelijk geldend
initieels	=	initieel
initieelst	=	initieel
initieelste	=	initieel
initieer	=	initiëren
initieerde	=	initiëren
initieerden	=	initiëren
initieert	=	initiëren
initiële	=	initieel
initiëler	=	initieel
initiëlere	=	initieel
initiëlers	=	initieel
initiëre	=	initiëren
initiëren	verb	inwijden, invoeren
initiërend	=	initiëren
initiërende	=	initiëren
injaag	=	injagen
injaagde	=	injagen
injaagden	=	injagen
injaagt	=	injagen
injage	=	injagen
injagen	verb	met grote kracht en snelheid iets ergens naartoe gooien of schieten
injagend	=	injagen
injagende	=	injagen
injecteer	=	injecteren
injecteerde	=	injecteren
injecteerden	=	injecteren
injecteert	=	injecteren
injectere	=	injecteren
injecteren	verb	het inbrengen van een vloeistof in een gesloten vat of lichaam middels een holle naald
injecterend	=	injecteren
injecterende	=	injecteren
injecteur	noun	apparaat dat iets kan injecteren
injecteurs	=	injecteur
injectie	noun	inspuiting
injectiemotor	noun	verbrandingsmotor waarin de brandstof (mechanisch, elektronisch of computer gestuurd) geïnjecteerd wordt
injectiemotoren	=	injectiemotor
injectiemotors	=	injectiemotor
injectiemotortje	=	injectiemotor
injectiemotortjes	=	injectiemotor
injectienaald	noun	een holle naald die gebruikt wordt om medicatie bij een patiënt in te spuiten, maar ook gebruikt kan worden voor het afnemen van vloeistoffen uit het lichaam
injectienaalden	=	injectienaald
injectienaaldje	=	injectienaald
injectienaaldjes	=	injectienaald
injecties	=	injectie
injectiespuit	noun	een cilinder met een holle naald, bedoeld om iets te kunnen inspuiten
injectiespuiten	=	injectiespuit
injectiespuitje	=	injectiespuit
injectiespuitjes	=	injectiespuit
injectietje	=	injectie
injector	noun	apparaat dat een vloeistof in iets spuit
injectoren	=	injector
injectors	=	injector
injoeg	=	injagen
injoegen	=	injagen
inkader	=	inkaderen
inkaderde	=	inkaderen
inkaderden	=	inkaderen
inkadere	=	inkaderen
inkaderen	verb	aangeven binnen welke grenzen iets is en welke verhouding het met de omgeving heeft
inkaderend	=	inkaderen
inkaderende	=	inkaderen
inkadert	=	inkaderen
inkak	=	inkakken
inkakke	=	inkakken
inkakken	verb	minder actief worden
inkakkend	=	inkakken
inkakkende	=	inkakken
inkakt	=	inkakken
inkakte	=	inkakken
inkakten	=	inkakken
inkalelie	=	incalelie
inkalf	=	inkalven
inkalfde	=	inkalven
inkalfden	=	inkalven
inkalft	=	inkalven
inkalve	=	inkalven
inkalven	verb	afschuiven van hellingen door onderspoeling
inkalvend	=	inkalven
inkalvende	=	inkalven
inkanker	=	inkankeren
inkankerde	=	inkankeren
inkankerden	=	inkankeren
inkankere	=	inkankeren
inkankeren	verb	steeds verder en dieper ingroeien van een slechte eigenschap in een persoon of organisatie zodat het er een onlosmakelijk en onuitroeibaar onderdeel van gaat uitmaken
inkankerend	=	inkankeren
inkankerende	=	inkankeren
inkankert	=	inkankeren
inkapsel	=	inkapselen
inkapselde	=	inkapselen
inkapselden	=	inkapselen
inkapsele	=	inkapselen
inkapselen	verb	door weefsels omsluiten
inkapselend	=	inkapselen
inkapselende	=	inkapselen
inkapselt	=	inkapselen
inkarnaat	noun	vleeskleur, hoogrode kleur, kleur tussen kersrood en rozerood	adj	vleeskleurig, hoogrood, rozerood
inkarnaatklaver	noun	Trifolium incarnatum een eenjarige, soms tweejarige plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
inkarnaatklavers	=	inkarnaatklaver
inkarnaatklavertje	=	inkarnaatklaver
inkarnaatklavertjes	=	inkarnaatklaver
inkarnaats	=	inkarnaat
inkarnate	=	inkarnaat
inkarnaten	=	inkarnaat
inkassatie	=	incassatie
inkasseren	=	incasseren
inkassering	=	incassering
inkeek	=	inkijken
inkeekt	=	inkijken
inkeep	noun	kerf, insnijding, uitholling
inkeept	=	inkepen
inkeepte	=	inkepen
inkeepten	=	inkepen
inkeer	noun	het anders gaan denken of doen als iemand zich realiseert dat die fout dacht of handelde
inkeerde	=	inkeren
inkeerden	=	inkeren
inkeerregeling	noun	een regeling waarbij mensen tot inkeer kunnen komen en zo minder/geen straf krijgen voor hun daden
inkeerregelingen	=	inkeerregeling
inkeerregelingetje	=	inkeerregeling
inkeerregelingetjes	=	inkeerregeling
inkeert	=	inkeren
inkeke	=	inkijken
inkeken	=	inkijken
inkel	noun	gemaasde trechter in fuik
inkels	=	inkel
inkepe	=	inkepen
inkepen	verb	een of meer kepen maken in
inkepend	=	inkepen
inkepende	=	inkepen
inkeping	noun	een door insnijding ontstane gleuf
inkepingen	=	inkeping
inkepinkje	=	inkeping
inkepinkjes	=	inkeping
inkere	=	inkeren
inkeren	verb	tot inkeer komen, zijn leven willen beteren
inkerend	=	inkeren
inkerende	=	inkeren
inkerf	=	inkerven
inkerfde	=	inkerven
inkerfden	=	inkerven
inkerft	=	inkerven
inkerve	=	inkerven
inkerven	verb	met een scherp voorwerp ergens in snijden zodat er een groef ontstaat
inkervend	=	inkerven
inkervende	=	inkerven
inkerving	noun	met een scherp voorwerp gemaakte snee die iets niet in twee delen verdeelt
inkervingen	=	inkerving
inkervinkje	=	inkerving
inkervinkjes	=	inkerving
inkijk	noun	mogelijkheid om van buitenaf de binnenkant te zien
inkijke	=	inkijken
inkijken	verb	vluchtig kennisnemen van de inhoud van (vooral van een boek of geschrift)
inkijkend	=	inkijken
inkijkende	=	inkijken
inkijkje	=	inkijk
inkijkjes	=	inkijk
inkijkoperatie	noun	politieoptreden waarbij buiten het medeweten of zonder de toestemming van de bewoner/eigenaar huiszoeking wordt gedaan
inkijkoperaties	=	inkijkoperatie
inkijkt	=	inkijken
inkjet	noun	een printer die werkt met kleine druppeltjes inkt die op het papier gespoten worden
inkjets	=	inkjet
inklaar	=	inklaren
inklaarde	=	inklaren
inklaarden	=	inklaren
inklaarder	noun	iemand die douaneformaliteiten vervult voor in te voeren goederen
inklaarders	=	inklaarder
inklaart	=	inklaren
inklap	=	inklappen
inklapbaar	adj	samenvouwbaar en daardoor kleiner en makkelijker mee te nemen of op te bergen
inklapbaarder	=	inklapbaar
inklapbaardere	=	inklapbaar
inklapbaarders	=	inklapbaar
inklapbaars	=	inklapbaar
inklapbaarst	=	inklapbaar
inklapbaarste	=	inklapbaar
inklapbare	=	inklapbaar
inklappe	=	inklappen
inklappen	verb	een voorwerp verkleinen in omvang door scharnierende delen naar binnen te bewegen
inklappend	=	inklappen
inklappende	=	inklappen
inklapt	=	inklappen
inklapte	=	inklappen
inklapten	=	inklappen
inklare	=	inklaren
inklaren	verb	van in te voeren goederen dat men ze aangeeft om er invoerbelasting over te betalen
inklarend	=	inklaren
inklarende	=	inklaren
inklaring	noun	doen van aangifte van goederen waarvoor men invoerrechten moet betalen
inklaringen	=	inklaring
inklede	=	inkleden
inkleden	verb	iemand van kleren voorzien
inkledend	=	inkleden
inkledende	=	inkleden
inkleding	noun	de handeling waarbij postulanten hun noviciaat beginnen en voor het eerst het kloostergewaad ontvangen
inkledingen	=	inkleding
inkleed	=	inkleden
inkleedde	=	inkleden
inkleedden	=	inkleden
inkleedt	=	inkleden
inklem	=	inklemmen
inklemde	=	inklemmen
inklemden	=	inklemmen
inklemme	=	inklemmen
inklemmen	verb	vast komen zitten tussen twee of meer andere zaken
inklemmend	=	inklemmen
inklemmende	=	inklemmen
inklemming	noun	het inklemmen
inklemmingen	=	inklemming
inklemt	=	inklemmen
inkleur	=	inkleuren
inkleurde	=	inkleuren
inkleurden	=	inkleuren
inkleure	=	inkleuren
inkleuren	verb	met kleuren invullen
inkleurend	=	inkleuren
inkleurende	=	inkleuren
inkleuring	noun	het inkleuren
inkleuringen	=	inkleuring
inkleurt	=	inkleuren
inklim	=	inklimmen
inklimme	=	inklimmen
inklimmen	verb	klauterend betreden
inklimmend	=	inklimmen
inklimmende	=	inklimmen
inklimmer	noun	verstekeling in een vrachtwagen
inklimmers	=	inklimmer
inklimmertje	=	inklimmer
inklimmertjes	=	inklimmer
inklimming	noun	de keer dat een persoon ergens zonder toestemminbg van de eigenaar naar binnen klimt
inklimmingen	=	inklimming
inklimt	=	inklimmen
inklink	=	inklinken
inklinke	=	inklinken
inklinken	verb	geleidelijk aan dunner en minder vruchtbaar worden
inklinkend	=	inklinken
inklinkende	=	inklinken
inklinking	noun	het compacter worden van de grond en dalen van het niveau van het maaiveld door de afvoer van water
inklinkingen	=	inklinking
inklinkt	=	inklinken
inklom	=	inklimmen
inklommen	=	inklimmen
inklonk	=	inklinken
inklonke	=	inklinken
inklonken	=	inklinken
inklonkt	=	inklinken
inklop	=	inkloppen
inkloppe	=	inkloppen
inkloppen	verb	iets ergens op aanbrengen of ergens iets inbrengen door erop te tikken
inkloppend	=	inkloppen
inkloppende	=	inkloppen
inklopt	=	inkloppen
inklopte	=	inkloppen
inklopten	=	inkloppen
inknip	=	inknippen
inknippe	=	inknippen
inknippen	verb	met een schaar ergens een knip in geven
inknippend	=	inknippen
inknippende	=	inknippen
inknipt	=	inknippen
inknipte	=	inknippen
inknipten	=	inknippen
inkochel	=	inkochelen
inkochelde	=	inkochelen
inkochelden	=	inkochelen
inkochele	=	inkochelen
inkochelen	verb	de huid, gewoonlijk van het gezicht, inwrijven met sneeuw
inkochelend	=	inkochelen
inkochelende	=	inkochelen
inkochelt	=	inkochelen
inkocht	=	inkopen
inkochte	=	inkopen
inkochten	=	inkopen
inkohier	=	inkohieren
inkohierde	=	inkohieren
inkohierden	=	inkohieren
inkohiere	=	inkohieren
inkohieren	verb	inschrijven in een register met gegevens voor het vaststellen van een bepaalde belasting; officiële vaststelling van een belastingschuld
inkohierend	=	inkohieren
inkohierende	=	inkohieren
inkohiert	=	inkohieren
inkoke	=	inkoken
inkoken	verb	door verdamping bij het kookpunt het volume van een vloeistof verkleinen
inkokend	=	inkoken
inkokende	=	inkoken
inkom	=	inkomen
inkome	=	inkomen
inkomen	verb	binnendringen in een afgesloten ruimte	noun	regelmatig verkregen som geld (bijv. uit arbeid of vermogen)
inkomend	adj	van iets of iemand dat het ergens arriveert
inkomende	=	inkomen
inkomends	=	inkomend
inkomens	=	inkomen
inkomensachteruitgang	noun	het minder inkomen ontvangen; het armer worden
inkomensachteruitgangen	=	inkomensachteruitgang
inkomensafhankelijk	adj	waarvan de hoogte wordt bepaald aan de hand van de opbrengsten die iemand uit bezit en werk heeft
inkomensafhankelijke	=	inkomensafhankelijk
inkomensafhankelijker	=	inkomensafhankelijk
inkomensafhankelijkere	=	inkomensafhankelijk
inkomensafhankelijkers	=	inkomensafhankelijk
inkomensafhankelijks	=	inkomensafhankelijk
inkomensafhankelijkst	=	inkomensafhankelijk
inkomensafhankelijkste	=	inkomensafhankelijk
inkomensbelasting	noun	belasting die wordt geheven over iemands inkomen
inkomensbelastingen	=	inkomensbelasting
inkomensbeleid	noun	strategie die betrekking heeft op de ontwikkeling van de hoeveelheid geld die mensen verdienen
inkomensbescherming	noun	behoud van (een deel van) het inkomen bij ziekte, tijdelijke arbeidsongeschiktheid of werkloosheid
inkomensbeschermingen	=	inkomensbescherming
inkomensbron	noun	daar waar men zijn geld mee verdient
inkomensbronnen	=	inkomensbron
inkomenscategorie	noun	inkomensgroep met een bepaalde boven- en ondergrens; inkomensgroep die een deel uitmaakt van een rangschikking
inkomenscategorieën	=	inkomenscategorie
inkomenscompensatie	noun	reparatie van een geleden inkomensverlies
inkomenscompensaties	=	inkomenscompensatie
inkomensdaling	noun	vermindering van de hoeveelheid geld die men verdient
inkomensdalingen	=	inkomensdaling
inkomensdeel	noun	onderdeel van het inkomen
inkomensdelen	=	inkomensdeel
inkomensderving	noun	verlies van potentiële inkomsten
inkomensdervingen	=	inkomensderving
inkomenseffect	noun	het effect van een maatregel op het inkomen
inkomenseffecten	=	inkomenseffect
inkomenseis	noun	voorwaarde die betrekking heeft op de hoeveelheid geld die men verdient
inkomenseisen	=	inkomenseis
inkomensgarantie	noun	belofte dat men een bepaald inkomen zal kunnen genereren
inkomensgaranties	=	inkomensgarantie
inkomensgegeven	noun	een stukje informatie betreffende het inkomen
inkomensgegevens	=	inkomensgegeven
inkomensgegeventje	=	inkomensgegeven
inkomensgegeventjes	=	inkomensgegeven
inkomensgrens	noun	het maximale of minimale inkomen dat iemand mag verdienen om in bepaalde groep ingedeeld te worden
inkomensgrenzen	=	inkomensgrens
inkomensgroei	noun	de toename van de hoeveelheid geld die men verdient
inkomensgroep	noun	groep van mensen met een inkomen dat tussen een bepaalde boven- en ondergrens in zit
inkomensgroepen	=	inkomensgroep
inkomensgroepje	=	inkomensgroep
inkomensgroepjes	=	inkomensgroep
inkomensheffing	noun	een directe belasting die je in Nederland betaalt over je verdiende geld, zoals loon, winst uit onderneming, of een uitkering.
inkomensheffingen	=	inkomensheffing
inkomensheffinkje	=	inkomensheffing
inkomensheffinkjes	=	inkomensheffing
inkomensherverdeling	noun	het herverdelen van de inkomens tussen de verschillende leden van een samenleving door de overheid door middel van uitkeringen en belastingen
inkomensherverdelingen	=	inkomensherverdeling
inkomensklasse	noun	een inkomen tussen een bepaalde ondergrens en een bepaalde bovengrens
inkomensklassen	=	inkomensklasse
inkomenskloof	noun	groot verschil in inkomen tussen verschillende groepen van de bevolking
inkomenskloofje	=	inkomenskloof
inkomenskloofjes	=	inkomenskloof
inkomenskloven	=	inkomenskloof
inkomensmatiging	noun	verwijst naar situaties waarin personen, beroepsgroepen of belangenorganisaties (zoals vakbonden) bewust afzien van hoge inkomens- of looneisen.
inkomensmatigingen	=	inkomensmatiging
inkomensmatigingetje	=	inkomensmatiging
inkomensmatigingetjes	=	inkomensmatiging
inkomensniveau	noun	de grootte van de hoeveelheid geld die men regelmatig ontvangt
inkomensniveaus	=	inkomensniveau
inkomensniveautje	=	inkomensniveau
inkomensniveautjes	=	inkomensniveau
inkomensnivellering	noun	het verkleinen van verschillen in de hoogte van het inkomen
inkomensnivelleringen	=	inkomensnivellering
inkomensonafhankelijk	adj	niet beïnvloed door de hoogte van het inkomen
inkomensonafhankelijke	=	inkomensonafhankelijk
inkomensonafhankelijker	=	inkomensonafhankelijk
inkomensonafhankelijkere	=	inkomensonafhankelijk
inkomensonafhankelijkers	=	inkomensonafhankelijk
inkomensonafhankelijks	=	inkomensonafhankelijk
inkomensonafhankelijkst	=	inkomensonafhankelijk
inkomensonafhankelijkste	=	inkomensonafhankelijk
inkomensondersteuning	noun	uitkeringen en toeslagen die de overheid uitkeert om te bewerkstelligen dat een ieder voldoende goed kan leven
inkomensondersteuningen	=	inkomensondersteuning
inkomensongelijkheden	=	inkomensongelijkheid
inkomensongelijkheid	noun	het verschijnsel dat sommige personen meer geld verdienen dan andere personen
inkomensontwikkeling	noun	verandering van het inkomen van individuele personen, of van groepen van mensen in de loop van de tijd
inkomensontwikkelingen	=	inkomensontwikkeling
inkomenspolitiek	noun	beïnvloeding door de overheid van lonen, winsten, rente enz
inkomenspolitieke	=	inkomenspolitiek
inkomenspolitieker	=	inkomenspolitiek
inkomenspolitiekere	=	inkomenspolitiek
inkomenspolitiekers	=	inkomenspolitiek
inkomenspolitieks	=	inkomenspolitiek
inkomenspolitiekst	=	inkomenspolitiek
inkomenspolitiekste	=	inkomenspolitiek
inkomenspositie	noun	de stand van zaken betreffende het inkomen dat iemand verdient
inkomensposities	=	inkomenspositie
inkomensregeling	noun	manier waarop de belastingdienst omgaat met de belastbaarheid van speciale inkomsten
inkomensregelingen	=	inkomensregeling
inkomensschade	noun	schade die is ontstaat door verlies van verdienvermogen
inkomensschaden	=	inkomensschade
inkomensschades	=	inkomensschade
inkomenssituatie	noun	de manier waarop iemand zijn inkomen verwerft
inkomenssituaties	=	inkomenssituatie
inkomenssteun	noun	financiële ondersteuning voor het levensonderhoud
inkomensstijging	noun	de toename van het geld dat men verdient
inkomensstijgingen	=	inkomensstijging
inkomensstijginkje	=	inkomensstijging
inkomensstijginkjes	=	inkomensstijging
inkomensstromen	=	inkomensstroom
inkomensstroom	noun	gestage hoeveelheid geld die men als inkomen ontvangt
inkomensstroompje	=	inkomensstroom
inkomensstroompjes	=	inkomensstroom
inkomenstoets	noun	het controleren van het inkomen van een burger om te bepalden of hij wel of niet in aanmerking komt voor een bepaalde overheidsmaatregek
inkomenstoetsen	=	inkomenstoets
inkomensval	noun	een sterke daling van het inkomen
inkomensverandering	noun	een stijging of daling van het beschikbare geldbedrag dat een persoon of huishouden ontvangt uit arbeid, vermogen of uitkeringen.
inkomensveranderingen	=	inkomensverandering
inkomensveranderingetje	=	inkomensverandering
inkomensveranderingetjes	=	inkomensverandering
inkomensverbetering	noun	verhoging van het inkomen
inkomensverbeteringen	=	inkomensverbetering
inkomensverdeling	noun	de verdeling van het nationaal inkomen over personen of huishoudens
inkomensverdelingen	=	inkomensverdeling
inkomensverhouding	noun	de administratie bij de Belastingdienst (meestal inkomstenverhouding genoemd)
inkomensverhoudingen	=	inkomensverhouding
inkomensverhoudinkje	=	inkomensverhouding
inkomensverhoudinkjes	=	inkomensverhouding
inkomensverklaring	noun	officiële bevestiging van de hoeveelheid geld die men gewoonlijk als inkomen ontvangt
inkomensverklaringen	=	inkomensverklaring
inkomensverklarinkje	=	inkomensverklaring
inkomensverklarinkjes	=	inkomensverklaring
inkomensverlies	noun	vermindering van loon of andere geldbronnen
inkomensverliesje	=	inkomensverlies
inkomensverliesjes	=	inkomensverlies
inkomensverliezen	=	inkomensverlies
inkomensverschil	noun	het verschil in inkomen (tussen verschillende groeperingen in de maatschappij)
inkomensverschillen	=	inkomensverschil
inkomensverschilletje	=	inkomensverschil
inkomensverschilletjes	=	inkomensverschil
inkomensvoorziening	noun	een regeling die het inkomen aanvult tot het sociaal minimum
inkomensvoorzieningen	=	inkomensvoorziening
inkomenszekerheden	=	inkomenszekerheid
inkomenszekerheid	noun	het vertrouwen dat men mag hebben dat men voldoende inkomen heeft om een voldoende goed leven te kunnen leiden
inkomentje	=	inkomen
inkomentjes	=	inkomen
inkomgeld	noun	geld dat je moet betalen om ergens binnen te mogen gaan
inkomgelden	=	inkomgeld
inkomhal	noun	ruimte in een gebouw waar bezoekers binnenkomen en verblijven totdat zij verder naar binnen mogen
inkomhallen	=	inkomhal
inkomhalletje	=	inkomhal
inkomhalletjes	=	inkomhal
inkomkaart	noun	toegangsbewijs in de vorm van een papiertje
inkomkaarten	=	inkomkaart
inkomkaartje	=	inkomkaart
inkomkaartjes	=	inkomkaart
inkompleet	=	incompleet
inkomst	noun	intocht
inkomsten	noun	alles wat aan geld ontvangen wordt
inkomstenbelasting	noun	heffing van de overheid, waarbij inwoners een deel van hun inkomen aan de staat moeten afdragen
inkomstenbelastingen	=	inkomstenbelasting
inkomstenbelastingetje	=	inkomstenbelasting
inkomstenbelastingtarief	noun	percentage van het inkomen dat men als belasting moet betalen
inkomstenbelastingtarieven	=	inkomstenbelastingtarief
inkomstenbron	noun	manier waarop men geld ontvangt
inkomstenbronnen	=	inkomstenbron
inkomstenbronnetje	=	inkomstenbron
inkomstenbronnetjes	=	inkomstenbron
inkomstenbudgettering	noun	onderbrengen in een begroting van inkomsten
inkomstendaling	noun	verlaging van de hoeveelheid geld die men als inkomen ontvangt; vermindering van de verdiensten
inkomstendalingen	=	inkomstendaling
inkomstendalinkje	=	inkomstendaling
inkomstendalinkjes	=	inkomstendaling
inkomstenderving	noun	verlies van geld dat men kan verdienen
inkomstendervingen	=	inkomstenderving
inkomstenkant	noun	de zijde van een boekhouding waar de inkomsten worden genoteerd
inkomstenkanten	=	inkomstenkant
inkomstenstijging	noun	verhoging van de inkomsten; verhoging van de verdiensten
inkomstenstijgingen	=	inkomstenstijging
inkomstenstijginkje	=	inkomstenstijging
inkomstenstijginkjes	=	inkomstenstijging
inkomstenstromen	=	inkomstenstroom
inkomstenstroom	noun	gestage hoeveelheid geld die men verdient
inkomstenstroompje	=	inkomstenstroom
inkomstenstroompjes	=	inkomstenstroom
inkomstenverhoging	noun	de toename van het geld dat iemand of een organisatie verdient.
inkomstenverhogingen	=	inkomstenverhoging
inkomstenverhoginkje	=	inkomstenverhoging
inkomstenverhoginkjes	=	inkomstenverhoging
inkomstenverlies	noun	vermindering van de hoeveelheid geld die men verdient
inkomstenverliesje	=	inkomstenverlies
inkomstenverliesjes	=	inkomstenverlies
inkomstenverliezen	=	inkomstenverlies
inkomt	=	inkomen
inkook	=	inkoken
inkookt	=	inkoken
inkookte	=	inkoken
inkookten	=	inkoken
inkoomt	verb	gij-vorm enkelvoud tegenwoordige tijd van inkomen #:*... dat gij inkoomt.
inkoop	noun	aanschaf van goederen
inkoopactie	noun	actie van een groep consumenten om als groep gunstige inkoopvoorwaarden bij leveranciers te bedingen
inkoopacties	=	inkoopactie
inkoopactietje	=	inkoopactie
inkoopactietjes	=	inkoopactie
inkoopafdeling	noun	deel van een bedrijf of organisatie waar men producten en diensten inkoopt van andere bedrijven
inkoopafdelingen	=	inkoopafdeling
inkoopafdelinkje	=	inkoopafdeling
inkoopafdelinkjes	=	inkoopafdeling
inkoopbeleid	noun	de manier waarop men het kopen van producten of diensten heeft geregeld
inkoopboek	noun	een register waarin alle inkoopfacturen van een bedrijf worden bijgehouden
inkoopboeken	=	inkoopboek
inkoopboekje	=	inkoopboek
inkoopboekjes	=	inkoopboek
inkoopcombinatie	noun	groep bedrijven of organisaties die samen hun inkopen doen bij producenten
inkoopcombinaties	=	inkoopcombinatie
inkoopcoöperatie	noun	samenwerkingsverband van verschillende ondernemers met een gemeenschappelijke inkoop van diensten en producten met als doel een grotere inkoopsmacht te vormen
inkoopcoöperaties	=	inkoopcoöperatie
inkoopcoöperatietje	=	inkoopcoöperatie
inkoopcoöperatietjes	=	inkoopcoöperatie
inkoopfacturen	=	inkoopfactuur
inkoopfactuur	noun	rekening waarop staat wat men wanneer heeft gekocht voor welk bedrag
inkoopje	=	inkoop
inkoopjes	=	inkoop
inkoopkantoor	noun	organisatie die zorg draagt voor de inkoop van producten en diensten voor andere organisaties en bedrijven
inkoopkantoortje	=	inkoopkantoor
inkoopkantoortjes	=	inkoopkantoor
inkoopkantoren	=	inkoopkantoor
inkoopkartel	noun	samenwerkingsverband dat een monopoliepositie heeft op het gebied van de vraag naar bepaalde producten en diensten
inkoopkartels	=	inkoopkartel
inkoopkost	noun|obsolete	uitgaven die men maakt bij het inkoopproces
inkoopkosten	noun	uitgaven die men maakt bij het inkoopproces
inkoopkracht	noun	de macht die een organisatie of onderneming heeft wat betreft de voorwaarden bij de inkoop van goederen of producten
inkoopkrachten	=	inkoopkracht
inkoopmacht	noun	de macht die een organisatie of onderneming heeft wat betreft de voorwaarden bij de inkoop van goederen of producten
inkoopmachten	=	inkoopmacht
inkoopmanager	noun	persoon die de inkoop managet
inkoopmanagers	=	inkoopmanager
inkoopmanagersindex	noun	maatstaf voor de hoeveelheid grondstoffen die een bedrijf inkoopt
inkoopmanagersindexen	=	inkoopmanagersindex
inkoopmanagersindices	=	inkoopmanagersindex
inkoopmarkt	noun	de verhoudingen van de vraag en het antwoord bij het inkopen van goederen en diensten
inkoopmarkten	=	inkoopmarkt
inkooporganisatie	noun	instelling die de inkoop van materialen regelt
inkooporganisaties	=	inkooporganisatie
inkoopprijs	noun	de prijs die een handelaar moet betalen voor een product of dienst
inkoopprijsje	=	inkoopprijs
inkoopprijsjes	=	inkoopprijs
inkoopprijzen	=	inkoopprijs
inkoopprogramma	noun	het planmatig kopen van bepaalde goederen of diensten
inkoopprogramma's	=	inkoopprogramma
inkoopsom	noun	bedrag dat een winkelier betaalt aan de fabrikant of groothandelaar voor de goederen die hij in zijn winkel gaat verkopen
inkoopsommen	=	inkoopsom
inkoopsommetje	=	inkoopsom
inkoopsommetjes	=	inkoopsom
inkoopsprijs	noun	de prijs die een handelaar of winkelier betaalt voor een product
inkoopsprijsje	=	inkoopsprijs
inkoopsprijsjes	=	inkoopsprijs
inkoopsprijzen	=	inkoopsprijs
inkoopt	=	inkopen
inkoopvereniging	noun	samenwerking van verschillende bedrijven, organisaties of consumenten betreffende het kopen van bepaalde producten of diensten met als doel een grotere inkoopsmacht te vormen
inkoopverenigingen	=	inkoopvereniging
inkoopverenigingetje	=	inkoopvereniging
inkoopverenigingetjes	=	inkoopvereniging
inkoopwaarde	noun	de prijs die men heeft betaalt voor producten en diensten die men heeft ingekocht
inkoopwaarden	=	inkoopwaarde
inkoopwaardes	=	inkoopwaarde
inkop	=	inkoppen
inkope	=	inkopen
inkopen	verb	door kopen een voorraad aanleggen	noun	aangeschafte goederen
inkopend	=	inkopen
inkopende	=	inkopen
inkoper	noun	iemand die voor zijn beroep goederen koopt bijvoorbeeld voor een winkel of restaurant
inkopers	=	inkoper
inkopertje	=	inkoper
inkopertjes	=	inkoper
inkoppe	=	inkoppen
inkoppen	verb	de bal in het doel koppen
inkoppend	=	inkoppen
inkoppende	=	inkoppen
inkopt	=	inkoppen
inkopte	=	inkoppen
inkopten	=	inkoppen
inkorf	=	inkorven
inkorfde	=	inkorven
inkorfden	=	inkorven
inkorft	=	inkorven
inkorporeren	=	incorporeren
inkort	=	inkorten
inkorte	=	inkorten
inkorten	verb	Iets korter maken.
inkortend	=	inkorten
inkortende	=	inkorten
inkorting	noun	het minder lang maken van iets
inkortingen	=	inkorting
inkortte	=	inkorten
inkortten	=	inkorten
inkorve	=	inkorven
inkorven	verb	in korven doen
inkorvend	=	inkorven
inkorvende	=	inkorven
inkoud	adj	ver afgekoeld
inkoude	=	inkoud
inkouds	=	inkoud
inkras	=	inkrassen
inkrasse	=	inkrassen
inkrassen	verb	met een scherp voorwerp een afbeelding blijvend aanbrengen in het oppervlak van een ander voorwerp
inkrassend	=	inkrassen
inkrassende	=	inkrassen
inkrast	=	inkrassen
inkraste	=	inkrassen
inkrasten	=	inkrassen
inkreeg	=	inkrijgen
inkregen	=	inkrijgen
inkrijg	=	inkrijgen
inkrijge	=	inkrijgen
inkrijgen	verb	in een bepaalde ruimte brengen
inkrijgend	=	inkrijgen
inkrijgende	=	inkrijgen
inkrijgt	=	inkrijgen
inkrimp	=	inkrimpen
inkrimpe	=	inkrimpen
inkrimpen	verb	tot kleinere omvang terugbrengen
inkrimpend	=	inkrimpen
inkrimpende	=	inkrimpen
inkrimping	noun	het kleiner maken van iets
inkrimpingen	=	inkrimping
inkrimpt	=	inkrimpen
inkromp	=	inkrimpen
inkrompe	=	inkrimpen
inkrompen	=	inkrimpen
inkrompt	=	inkrimpen
inkroop	=	inkruipen
inkropen	=	inkruipen
inkruip	=	inkruipen
inkruipe	=	inkruipen
inkruipen	verb	kruipend betreden
inkruipend	=	inkruipen
inkruipende	=	inkruipen
inkruipt	=	inkruipen
inkt	noun	een gekleurde vloeistof waarmee men kan schrijven en tekenen
inktaap	noun	fictief dier, dat verzot is op verdikte Chinese inkt
inktaapje	=	inktaap
inktaapjes	=	inktaap
inktachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van inkt
inktachtige	=	inktachtig
inktachtiger	=	inktachtig
inktachtigere	=	inktachtig
inktachtigers	=	inktachtig
inktachtigs	=	inktachtig
inktachtigst	=	inktachtig
inktachtigste	=	inktachtig
inktapen	=	inktaap
inkte	=	inkten
inkten	verb	van inkt voorzien
inktend	=	inkten
inktende	=	inkten
inktgom	noun	vlakgom waarmee men met inkt geschreven tekst kan verwijderen
inktgommen	=	inktgom
inktje	=	inkt
inktjes	=	inkt
inktkoelie	noun|humorous	kantoorbediende
inktkoelies	=	inktkoelie
inktkoker	noun	holle buis waarin inkt bewaard wordt
inktkokers	=	inktkoker
inktlap	noun	een stuk textiel waaraan men de inkt van een kroontjespen of vulpen kan afwrijven
inktlapje	=	inktlap
inktlapjes	=	inktlap
inktlappen	=	inktlap
inktlint	noun	een lint dat als drager dient voor inkt dat men gebruikt in typemachines en rekenmachines met een afdrukmechanisme
inktlinten	=	inktlint
inktmop	noun	inktvlek
inktmoppen	=	inktmop
inktmot	noun	Amphisbatis incongruella een nachtvlinder uit de familie van de zaksikkelmotten (Lypusidae).
inktmotje	=	inktmot
inktmotjes	=	inktmot
inktmotten	=	inktmot
inktpot	noun	een meestal glazen of plastic vaatje waar inkt in bewaard wordt
inktpotje	=	inktpot
inktpotjes	=	inktpot
inktpotloden	=	inktpotlood
inktpotlood	noun	potlood waarvan men door bevochtiging inktschrift krijgen kan
inktpotloodje	=	inktpotlood
inktpotloodjes	=	inktpotlood
inktpotten	=	inktpot
inktrol	noun	een cilinder die de drukinkt over de drukplaat verdeelt
inktrollen	=	inktrol
inktrolletje	=	inktrol
inktrolletjes	=	inktrol
inktspatkorst	noun	Arthonia spadicea een korstmos uit de familie Arthoniaceae. ;Uiterlijke kenmerken Inktspatkorst is een bruingroen tot grijs, korstvormig korstmos.
inktspatkorsten	=	inktspatkorst
inktspatkorstje	=	inktspatkorst
inktspatkorstjes	=	inktspatkorst
inktsteen	noun	een enigszins holle, iets ruwe steen om Oost-Indische inkt te maken.
inktsteentje	=	inktsteen
inktsteentjes	=	inktsteen
inktstel	noun	samenstelling van een aantal voorwerpen waarmee men met inkt kan schrijven
inktstellen	=	inktstel
inktstelletje	=	inktstel
inktstelletjes	=	inktstel
inktstenen	=	inktsteen
inktte	=	inkten
inktten	=	inkten
inktvis	noun	een koppotig weekdier met vangarmen dat een inktachtig vocht afscheidt ter verdediging
inktvisje	=	inktvis
inktvisjes	=	inktvis
inktvisring	noun	een plakje van een tentakel van een inktvis dat men kan eten
inktvisringen	=	inktvisring
inktvisringetje	=	inktvisring
inktvisringetjes	=	inktvisring
inktvissen	noun	Cephalopoda een klasse dieren behorend tot de stam der weekdieren (Mollusca).
inktviszwam	noun	een schimmel Clathrus archeri (syn.: Anthurus archeri) uit de grote familie Phallaceae ofwel stinkzwammenfamilie.
inktviszwammen	=	inktviszwam
inktviszwammetje	=	inktviszwam
inktviszwammetjes	=	inktviszwam
inktvlek	noun	een vlek gemaakt met inkt of op het papier waarop geschreven is of op de kleding die men aanheeft tijdens het schrijven
inktvlekje	=	inktvlek
inktvlekjes	=	inktvlek
inktvlekken	=	inktvlek
inktvraat	noun	aantasting van het papier van oude documenten door die geschreven zijn met ijzergallusinkt
inktzwam	noun	benaming voor plaatjeszwammen uit het geslacht Coprinus die zwarte sporen hebben en bij ouder worden vervloeien tot een inktzwarte vloeistof
inktzwammen	=	inktzwam
inktzwart	adj	diep zwart
inktzwarte	=	inktzwart
inktzwarten	=	inktzwart
inktzwarts	=	inktzwart
inkuil	=	inkuilen
inkuilde	=	inkuilen
inkuilden	=	inkuilen
inkuile	=	inkuilen
inkuilen	verb	gemaaide plantenresten onder luchtdichte omstandigheden bewaren in verdiepte ruimte
inkuilend	=	inkuilen
inkuilende	=	inkuilen
inkuilt	=	inkuilen
inkwaamt	=	inkomen
inkwam	=	inkomen
inkwame	=	inkomen
inkwamen	=	inkomen
inkwartier	=	inkwartieren
inkwartierde	=	inkwartieren
inkwartierden	=	inkwartieren
inkwartiere	=	inkwartieren
inkwartieren	verb	iemand, gewoonlijk een soldaat, een tijdelijk verblijf toewijzen in andermans woning
inkwartierend	=	inkwartieren
inkwartierende	=	inkwartieren
inkwartiering	noun	het met dwang in woningen van de bevolking huisvesten van militairen en anderen die men tijdelijk moet huisvesten; onderdak bij burgers
inkwartieringen	=	inkwartiering
inkwartiert	=	inkwartieren
inlaad	=	inladen
inlaadde	=	inladen
inlaadden	=	inladen
inlaadt	=	inladen
inlaag	noun	inleg (gestorte geldsom), het inleggen
inlaagdijk	noun	reservewaterkering aangelegd in verband met het risico van wegzakken van een dijk
inlaagdijken	=	inlaagdijk
inlaagdijkje	=	inlaagdijk
inlaagdijkjes	=	inlaagdijk
inlaagje	=	inlaag
inlaagpolder	noun	polder die gelegen is tussen de oude, verzwakte zeedijk en een nieuwere, meer landinwaarts gelegen reservedijk die men ook wel de inlaagdijk noemt
inlaagpolders	=	inlaagpolder
inlaagpoldertje	=	inlaagpolder
inlaagpoldertjes	=	inlaagpolder
inlaast	=	inlezen
inlaat	noun	voorziening voor het laten binnenstromen van gas of vloeistof
inlaatje	=	inlaat
inlade	=	inladen
inladen	verb	een voer- of vaartuig van een lading voorzien
inladend	=	inladen
inladende	=	inladen
inlading	noun	het proces waarbij goederen, vracht of bagage aan boord van een vervoermiddel – meestal een schip – worden gebracht
inladingen	=	inlading
inladinkje	=	inlading
inladinkjes	=	inlading
inlage	noun	moerasachtige gebieden tussen de zeedijk en reservedijk
inlagen	=	inlaag
inlander	noun|obsolete	gekleurd iemand die in het land zelf geboren is, lid van de inheemse bevolking
inlanders	=	inlander
inlands	adj	uit het land zelf
inlandsch	=	inlands
inlandse	=	inlands
inlandser	=	inlands
inlandsere	=	inlands
inlandsers	=	inlands
inlandst	=	inlands
inlandste	=	inlands
inlap	=	inlappen
inlappe	=	inlappen
inlappen	verb	inplakken
inlappend	=	inlappen
inlappende	=	inlappen
inlapt	=	inlappen
inlapte	=	inlappen
inlapten	=	inlappen
inlas	=	inlassen
inlasschen	=	inlassen
inlasse	=	inlassen
inlassen	verb	iets in een bestaande reeks tussenschuiven
inlassend	=	inlassen
inlassende	=	inlassen
inlassing	noun	iets toevoegen in iets anders
inlassingen	=	inlassing
inlast	=	inlassen
inlaste	=	inlassen
inlasten	=	inlassen
inlate	=	inlaten
inlaten	verb	zich ~ met bemoeienis hebben met iets of iemand
inlatend	=	inlaten
inlatende	=	inlaten
inlaut	noun	positie middenin een woord, dus voorafgegaan en gevolgd door andere klanken
inlauten	=	inlaut
inlazen	=	inlezen
inleef	=	inleven
inleefbaar	adj	invoelbaar, je te kunnen verplaatsen in de leefwereld en de gevoelens van een ander
inleefbaarder	=	inleefbaar
inleefbaardere	=	inleefbaar
inleefbaarders	=	inleefbaar
inleefbaars	=	inleefbaar
inleefbaarst	=	inleefbaar
inleefbaarste	=	inleefbaar
inleefbare	=	inleefbaar
inleefde	=	inleven
inleefden	=	inleven
inleeft	=	inleven
inleefvakantie	noun	een vakantie waarin je je dompelt in het leven van een andere en zo meer begrip voor die persoon of groep kunt krijgen
inleefvakanties	=	inleefvakantie
inleefvakantietje	=	inleefvakantie
inleefvakantietjes	=	inleefvakantie
inleen	=	inlenen
inleenbasis	noun	het principe dat een bedrijf (de inlener) tijdelijk personeel inhuurt van een andere onderneming (de uitlener), zoals een uitzendbureau, om werkzaamheden te verrichten onder leiding van de inlener
inleende	=	inlenen
inleenden	=	inlenen
inleenkracht	noun	door een bedrijf ingehuurde uitzendkracht
inleenkrachten	=	inleenkracht
inleent	=	inlenen
inleer	=	inleren
inleerde	=	inleren
inleerden	=	inleren
inleert	=	inleren
inlees	=	inlezen
inleeskost	noun|obsolete	uitgaven die men maakt bij het zich lezend verwerven van noodzakelijke informatie over een bepaald onderwerp
inleeskosten	noun	uitgaven die men maakt bij het zich lezend verwerven van noodzakelijke informatie over een bepaald onderwerp
inleest	=	inlezen
inleg	noun	bedrag dat ingelegd wordt
inlegde	=	inleggen
inlegden	=	inleggen
inleger	=	inlegeren
inlegerde	=	inlegeren
inlegerden	=	inlegeren
inlegere	=	inlegeren
inlegeren	verb	in garnizoen of bezetting leggen
inlegerend	=	inlegeren
inlegerende	=	inlegeren
inlegert	=	inlegeren
inlegge	=	inleggen
inleggeld	noun	geld dat men betaalt om mee te mogen doen aan een wedstrijd of loterij
inleggelden	=	inleggeld
inleggen	verb	het vatten van edelstenen in edelmetaal of hout in ander hout
inleggend	=	inleggen
inleggende	=	inleggen
inlegger	noun	iets dat je in een onderbroek of slipje kunt dragen om ongewenst verloren urine op te vangen
inleggers	=	inlegger
inleggertje	=	inlegger
inleggertjes	=	inlegger
inlegje	=	inleg
inlegjes	=	inleg
inlegkruis	=	inlegkruisje
inlegkruisje	noun	dunne vorm van het klassieke maandverband, dat door vrouwen in de onderbroek gedragen wordt op de dagen waarop men niet, of licht menstrueert, zelfklevend maandverband
inlegkruisjes	=	inlegkruisje
inlegt	=	inleggen
inlegvel	noun	een los vel papier dat in een drukwerk wordt toegevoegd
inlegvellen	=	inlegvel
inlegwerk	noun	iets dat versierd is door inleggen waarbij verschillende delen als een legpuzzel op elkaar aansluiten
inlegwerken	=	inlegwerk
inlegwerkje	=	inlegwerk
inlegwerkjes	=	inlegwerk
inlegzolen	=	inlegzool
inlegzool	noun	een zool die men in een schoen kan leggen, zodat de schoen beter past of de voeten minder stinken
inlegzooltje	=	inlegzool
inlegzooltjes	=	inlegzool
inleid	=	inleiden
inleidde	=	inleiden
inleidden	=	inleiden
inleide	=	inleiden
inleiden	verb	kunstmatig op gang brengen b.v. bij een bevalling
inleidend	adj	van iets dat het dient als voorbereiding op de eigenlijke activiteit
inleidende	=	inleiden
inleidends	=	inleidend
inleider	noun	iemand die een lezing houdt als begin van een congres of cursus
inleiders	=	inleider
inleiding	noun	een tekst waarmee men een indruk probeert te geven van de inhoud van een langere tekst
inleidingen	=	inleiding
inleidinkje	=	inleiding
inleidinkjes	=	inleiding
inleidt	=	inleiden
inlelijk	adj	heel onaantrekkelijk om te zien
inlelijke	=	inlelijk
inlelijks	=	inlelijk
inlene	=	inlenen
inlenen	verb	door lenen tijdelijk opnemen in het eigen personeelsbestand
inlenend	=	inlenen
inlenende	=	inlenen
inlener	noun	persoon die iets in leen heeft
inleners	=	inlener
inlepel	=	inlepelen
inlepelde	=	inlepelen
inlepelden	=	inlepelen
inlepele	=	inlepelen
inlepelen	verb	iemand op een dwingende manier iets toedienen, waarbij de ontvanger een passieve, kritiekloze houding dient aan te nemen
inlepelend	=	inlepelen
inlepelende	=	inlepelen
inlepelt	=	inlepelen
inlere	=	inleren
inleren	verb	verwerven van een vaardigheid
inlerend	=	inleren
inlerende	=	inleren
inleuk	adj	buitengewoon leuk
inleuke	=	inleuk
inleunwoning	noun	zelfstandige seniorenwoning die zich direct in of in de directe nabijheid van een verzorgings- of verpleeghuis bevindt.
inleunwoningen	=	inleunwoning
inleunwoninkje	=	inleunwoning
inleunwoninkjes	=	inleunwoning
inleve	=	inleven
inleven	verb	zich geheel en al met zijn gedachten in iets verplaatsen
inlevend	=	inleven
inlevende	=	inleven
inlever	=	inleveren
inleveractie	noun	activiteit waarbij men bepaalde goederen ergens kan afleveren zonder dat men daarvoor een vergoeding ontvangt
inleveracties	=	inleveractie
inleveractietje	=	inleveractie
inleveractietjes	=	inleveractie
inleverapparaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
inleverapparaatje	=	inleverapparaat
inleverapparaatjes	=	inleverapparaat
inleverapparaten	=	inleverapparaat
inleverautomaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
inleverautomaatje	=	inleverautomaat
inleverautomaatjes	=	inleverautomaat
inleverautomaten	=	inleverautomaat
inleverdata	=	inleverdatum
inleverdatum	noun	de (laatste) dag dat je iets (nog) in kunt leveren
inleverdatums	=	inleverdatum
inleverde	=	inleveren
inleverden	=	inleveren
inlevere	=	inleveren
inleveren	verb	afstand doen van koopkracht of van een deel van het inkomen
inleverend	=	inleveren
inleverende	=	inleveren
inlevering	noun	de keer dat men goederen ergens (terug) brengt
inleveringen	=	inlevering
inlevermachine	noun	een apparaat dat lege statiegeldflessen en blikjes automatisch inneemt, controleert en verwerkt
inlevermachines	=	inlevermachine
inlevermachinetje	=	inlevermachine
inlevermachinetjes	=	inlevermachine
inlevert	=	inleveren
inleving	noun	het (proberen te) begrijpen en mee te voelen wat een ander aan emoties heeft
inlevingen	=	inleving
inlevingsvermogen	noun	de kunde of vaardigheid om zich in te leven in de situatie en gevoelens van anderen
inlevingsvermogens	=	inlevingsvermogen
inleze	=	inlezen
inlezen	verb	door een leesproces informatie inbrengen
inlezend	=	inlezen
inlezende	=	inlezen
inlicht	=	inlichten
inlichte	=	inlichten
inlichten	verb	opheldering geven
inlichtend	=	inlichten
inlichtende	=	inlichten
inlichting	noun	een hoeveelheid informatie die ter opheldering gevraagd of verstrekt wordt
inlichtingen	=	inlichting
inlichtingenbureau	noun	bureau dat inlichtingen verzamelt
inlichtingenbureaus	=	inlichtingenbureau
inlichtingenchef	noun	hoofd van een spionagedienst; hoofd van de geheime dienst
inlichtingenchefs	=	inlichtingenchef
inlichtingendienst	noun	spionagedienst van een staat
inlichtingendiensten	=	inlichtingendienst
inlichtingendienstje	=	inlichtingendienst
inlichtingendienstjes	=	inlichtingendienst
inlichtingenkantoor	noun	plaats waar een geheime dienst is gevestigd
inlichtingenkantoren	=	inlichtingenkantoor
inlichtingenofficier	noun	officier die inlichtingen verzamelt
inlichtingenofficieren	=	inlichtingenofficier
inlichtingenofficiers	=	inlichtingenofficier
inlichtingenwerk	noun	het verzamelen van informatie
inlichtingenwerken	=	inlichtingenwerk
inlichtinkje	=	inlichting
inlichtinkjes	=	inlichting
inlichtte	=	inlichten
inlichtten	=	inlichten
inlief	adj	heel dierbaar, om erg van het houden
inliefs	=	inlief
inliep	=	inlopen
inliepe	=	inlopen
inliepen	=	inlopen
inliept	=	inlopen
inliet	=	inlaten
inliete	=	inlaten
inlieten	=	inlaten
inlieve	=	inlief
inlijf	=	inlijven
inlijfde	=	inlijven
inlijfden	=	inlijven
inlijft	=	inlijven
inlijst	=	inlijsten
inlijste	=	inlijsten
inlijsten	verb	van een lijst voorzien
inlijstend	=	inlijsten
inlijstende	=	inlijsten
inlijstte	=	inlijsten
inlijstten	=	inlijsten
inlijve	=	inlijven
inlijven	verb	iemand in een groep opnemen
inlijvend	=	inlijven
inlijvende	=	inlijven
inlijving	noun	het verplicht of gedwongen toetreden tot een groep
inlijvingen	=	inlijving
inlijvinkje	=	inlijving
inlijvinkjes	=	inlijving
inline	noun	verkorting van inlineskates; soort rolschaatsen met 4 wieltjes die achterelkaar in één lijn staan
inlines	=	inline
inlineskate	noun	soort rolschaats met 4 wieltjes die achterelkaar in één lijn staan
inlineskaten	verb	rijden op een skate met 4 wieltjes.
inlineskatend	=	inlineskaten
inlineskatende	=	inlineskaten
inlineskates	=	inlineskate
inlineskatet	=	inlineskaten
inlineskatete	=	inlineskaten
inlineskateten	=	inlineskaten
inlog	=	inloggen
inlogcode	noun	een geheime code die je moet invoeren om een apparaat of iets anders te kunnen gebruiken
inlogcodes	=	inlogcode
inlogde	=	inloggen
inlogden	=	inloggen
inlogge	=	inloggen
inloggegeven	noun	een stukje informatie dat men nodig heeft om toegang te krijgen tot een bepaalde website
inloggegevens	=	inloggegeven
inloggen	verb	Verbinding bewerken met een centrale computer via modem of toetsenbord op afstand
inloggend	=	inloggen
inloggende	=	inloggen
inlognaam	noun	een naam die samen met een wachtwoord toegang verschaft tot een computersysteem
inlognamen	=	inlognaam
inlogpagina	noun	webpagina of scherm waar een gebruiker zijn of haar inloggegevens, meestal een gebruikersnaam en wachtwoord, invoert om toegang te krijgen tot een beveiligd systeem, applicatie of website
inlogpagina's	=	inlogpagina
inlogpaginaatje	=	inlogpagina
inlogpaginaatjes	=	inlogpagina
inlogt	=	inloggen
inlok	=	inlokken
inlokke	=	inlokken
inlokken	verb	mens of dier verleiden ergens in te komen
inlokkend	=	inlokken
inlokkende	=	inlokken
inlokt	=	inlokken
inlokte	=	inlokken
inlokten	=	inlokken
inloods	=	inloodsen
inloodse	=	inloodsen
inloodsen	verb	een schip begeleiden bij het binnengaan van een haven
inloodsend	=	inloodsen
inloodsende	=	inloodsen
inloodst	=	inloodsen
inloodste	=	inloodsen
inloodsten	=	inloodsen
inloop	noun	herhaald veelvuldig bezoek
inloopavond	noun	avondbijeenkomst waarvoor men zich niet hoeft aan te melden
inloopavonden	=	inloopavond
inloopavondje	=	inloopavond
inloopavondjes	=	inloopavond
inloopbaan	noun	baan waarop atleten zich warm kunnen lopen
inloopbaantje	=	inloopbaan
inloopbaantjes	=	inloopbaan
inloopbanen	=	inloopbaan
inloopcentra	=	inloopcentrum
inloopcentrum	noun	centrum waar men zonder afspraak terecht kan, bv. voor advies
inloopcentrums	=	inloopcentrum
inloopdouche	noun	een douche waar je onder kunt staan zonder eerst een drempel over te hoeven gaan vaak heeft deze douche ook geen douchedeur
inloopdouches	=	inloopdouche
inloopdouchetje	=	inloopdouche
inloophuis	noun	vrij toegankelijke ruimte voor een specifieke doelgroep om tegemoet te komen aan behoeften van deze doelgroep b.v. een gesprek
inloophuisje	=	inloophuis
inloophuisjes	=	inloophuis
inloophuizen	=	inloophuis
inloopkast	noun	grote kast (liefst kamer) waar men in kan lopen, met name voor kleding
inloopkasten	=	inloopkast
inloopkastje	=	inloopkast
inloopkastjes	=	inloopkast
inloopspreekuren	=	inloopspreekuur
inloopspreekuur	noun	spreekuur waar men terecht kan zonder voorafgaande afspraak
inloopt	=	inlopen
inlooptijd	noun	periode, tijd die iemand of iets nodig heeft om zich in te werken
inlooptijden	=	inlooptijd
inloopuren	=	inloopuur
inloopuur	noun	een tijdsperiode waarin men iemand (met name een hulpverlener of bestuurder) kan bezoeken zonder vooraf een afspraak gemaakt te hebben
inloopuurtje	=	inloopuur
inloopuurtjes	=	inloopuur
inloopwinkel	noun	laagdrempelige instelling waar men vrijblijvend binnenloopt om wat te neuzen
inloopwinkels	=	inloopwinkel
inloopwinkeltje	=	inloopwinkel
inloopwinkeltjes	=	inloopwinkel
inloot	=	inloten
inlootte	=	inloten
inlootten	=	inloten
inlope	=	inlopen
inlopen	verb	een ruimte betreden
inlopend	=	inlopen
inlopende	=	inlopen
inlos	=	inlossen
inlosse	=	inlossen
inlossen	verb	door betaling van een schuld iets weer in zijn bezit krijgen
inlossend	=	inlossen
inlossende	=	inlossen
inlossing	noun	nakomen van een gedane belofte
inlossingen	=	inlossing
inlost	=	inlossen
inloste	=	inlossen
inlosten	=	inlossen
inlote	=	inloten
inloten	verb	door loten geselecteerd worden
inlotend	=	inloten
inlotende	=	inloten
inlui	adj	heel vadsig
inluid	=	inluiden
inluidde	=	inluiden
inluidden	=	inluiden
inluide	=	inluiden
inluiden	verb	letterlijk: met klokgelui verwelkomen
inluidend	=	inluiden
inluidende	=	inluiden
inluiding	noun	de handeling van het officieel openen, aankondigen of starten van iets.
inluidingen	=	inluiding
inluidinkje	=	inluiding
inluidinkjes	=	inluiding
inluidt	=	inluiden
inluie	=	inlui
inmaak	noun	het inmaken
inmaakazijn	noun	azijn om in te maken
inmaakazijnen	=	inmaakazijn
inmaakpot	noun	een glazen pot waarin voedsel na verwarming luchtdicht langdurig bewaard kan worden
inmaakpotje	=	inmaakpot
inmaakpotjes	=	inmaakpot
inmaakpotten	=	inmaakpot
inmaakt	=	inmaken
inmaakte	=	inmaken
inmaakten	=	inmaken
inmaakuitje	noun	speciaal ras van kleine uien (Allium cepa) geteeld en geschikt om in te maken
inmaakuitjes	=	inmaakuitje
inmake	=	inmaken
inmaken	verb	conserveren (d.m.v. inleggen in zout of een marinade of ander conserveermiddel)
inmakend	=	inmaken
inmakende	=	inmaken
inmat	=	inmeten
inmaten	=	inmeten
inmeet	=	inmeten
inmeng	=	inmengen
inmengde	=	inmengen
inmengden	=	inmengen
inmenge	=	inmengen
inmengen	verb	geleidelijk toevoegen op zo'n manier dat het toegevoegde in het geheel opgaat en daarin niet meer is te onderscheiden
inmengend	=	inmengen
inmengende	=	inmengen
inmenging	noun	toevoeging, meer in het bijzonder: toevoeging op zo'n manier dat het toegevoegde niet meer te onderscheiden is
inmengingen	=	inmenging
inmenginkje	=	inmenging
inmenginkjes	=	inmenging
inmengt	=	inmengen
inmete	=	inmeten
inmeten	verb	ergens de maat van nemen
inmetend	=	inmeten
inmetende	=	inmeten
inmets	=	inmetsen
inmetse	=	inmetsen
inmetsel	=	inmetselen
inmetselde	=	inmetselen
inmetselden	=	inmetselen
inmetsele	=	inmetselen
inmetselen	verb	door metselen iets insluiten of omsluiten
inmetselend	=	inmetselen
inmetselende	=	inmetselen
inmetselt	=	inmetselen
inmetsen	verb	inmetselen
inmetsend	=	inmetsen
inmetsende	=	inmetsen
inmetst	=	inmetsen
inmetste	=	inmetsen
inmetsten	=	inmetsen
inmiddels	adv	in de tussentijd
inmooi	adj	heel aantrekkelijk, heerlijk om te zien
inmooie	=	inmooi
inmoois	=	inmooi
innaai	=	innaaien
innaaide	=	innaaien
innaaiden	=	innaaien
innaaie	=	innaaien
innaaien	verb	met een draad in iets vastmaken
innaaiend	=	innaaien
innaaiende	=	innaaien
innaait	=	innaaien
innaamt	=	innemen
innam	=	innemen
inname	noun	het innemen
innameapparaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
innameapparaatje	=	innameapparaat
innameapparaatjes	=	innameapparaat
innameapparaten	=	innameapparaat
innameautomaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
innameautomaatje	=	innameautomaat
innameautomaatjes	=	innameautomaat
innameautomaten	=	innameautomaat
innamemachine	noun	een apparaat dat lege statiegeldflessen en blikjes automatisch inneemt, controleert en verwerkt
innamemachines	=	innamemachine
innamemachinetje	=	innamemachine
innamemachinetjes	=	innamemachine
innamen	=	innemen
innames	=	inname
innameschema	noun	voorschrift waarin staat hoe en wanneer een patiënt bepaalde medicatie moet gebruiken
innameschema's	=	innameschema
innameschemaatje	=	innameschema
innameschemaatjes	=	innameschema
inne	=	innen
inneem	=	innemen
inneembaar	adj	overwinbaar
inneembaarder	=	inneembaar
inneembaardere	=	inneembaar
inneembaarders	=	inneembaar
inneembaars	=	inneembaar
inneembaarst	=	inneembaar
inneembaarste	=	inneembaar
inneembare	=	inneembaar
inneemt	=	innemen
inneme	=	innemen
innemen	verb	binnengaan en in bezit nemen
innemend	adj	aardig, sympathiek
innemende	=	innemend
innemender	=	innemend
innemendere	=	innemend
innemenders	=	innemend
innemendheid	noun	de hoedanigheid van het innemend zijn
innemends	=	innemend
innemendst	=	innemend
innemendste	=	innemend
inneming	noun	het innemen
innemingen	=	inneming
innen	verb	verschuldigd geld in ontvangst nemen
innend	=	innen
innende	=	innen
inner	noun	iemand die int
innerlijk	adj	wat betreft het geestesleven
innerlijke	=	innerlijk
innerlijken	=	innerlijk
innerlijker	=	innerlijk
innerlijkere	=	innerlijk
innerlijkers	=	innerlijk
innerlijks	=	innerlijk
innerlijkst	=	innerlijk
innerlijkste	=	innerlijk
inners	=	inner
innertje	=	inner
innervatie	noun	zenuwwerking
innesteling	noun	het innestelen
innestelingen	=	innesteling
innestelingsbloed	noun	bloed dat kan vrijkomen bij de innesteling van een bevruchte eicel in de baarmoeder
innestelingsbloeden	=	innestelingsbloed
innestelingsbloedje	=	innestelingsbloed
innestelingsbloedjes	=	innestelingsbloed
innet	adj	heel keurig
innetjes	adj	heel keurig
innets	=	innet
innette	=	innet
innidatie	noun	inbedding van de bevruchte eicel in slijmvlies van de baarmoeder
innidaties	=	innidatie
innig	adj	van binnen gevoeld, intiem, vurig, zeer.
innige	=	innig
inniger	=	innig
innigere	=	innig
innigers	=	innig
innigheden	=	innigheid
innigheid	noun	vriendschappelijkheid vaak met lichamelijk contact
inniglijk	adj	vanuit het diepste van het hart
inniglijke	=	inniglijk
inniglijker	=	inniglijk
inniglijkere	=	inniglijk
inniglijkers	=	inniglijk
inniglijks	=	inniglijk
inniglijkst	=	inniglijk
inniglijkste	=	inniglijk
innigs	=	innig
innigst	=	innig
innigste	=	innig
inning	noun	handeling om iemand geld dat hij je schuldig is te laten betalen
inningen	=	inning
innings	=	inning
inningskosten	noun	uitgaven die men maakt om het geld van een nog niet betaalde rekening alsnog te ontvangen
inninkje	=	inning
inninkjes	=	inning
innocent	adj	zich van geen kwaad bewust, niet wetend dat mensen slechte bedoelingen kunnen hebben
innocente	=	innocent
innocenter	=	innocent
innocentere	=	innocent
innocenters	=	innocent
innocents	=	innocent
innocentst	=	innocent
innocentste	=	innocent
innovatie	noun	invoering van iets nieuws
innovatiebeleid	noun	strategie met betrekking tot doen en toepassen van uitvindingen en vernieuwingen
innovatiebereidheid	noun	bereidheid tot vernieuwing
innovatiecentra	=	innovatiecentrum
innovatiecentrum	noun	plaats of organisatie waar men nieuwe producten ontwikkelt
innovatiecentrums	=	innovatiecentrum
innovatief	adj	vernieuwend
innovatiefonds	noun	fonds dat door middel van geldschenkingen of leningen uitvindingen wil stimuleren
innovatiefondsen	=	innovatiefonds
innovatiefs	=	innovatief
innovatiefst	=	innovatief
innovatiefste	=	innovatief
innovatieklimaat	noun	toestand, omstandigheden voor zover die van invloed zijn op innovaties
innovatieklimaten	=	innovatieklimaat
innovatiekracht	noun	het vermogen om te kunnen vernieuwen, het vermogen uitvindingen te kunnen doen
innovatiekrachten	=	innovatiekracht
innovatieoorlog	noun	strijd waarbij men probeert elkaar af te troeven door technische vernieuwing
innovatieoorlogen	=	innovatieoorlog
innovatieoorlogje	=	innovatieoorlog
innovatieoorlogjes	=	innovatieoorlog
innovatieplatform	noun	een platform dat innovatie kan stimuleren
innovatieplatformen	=	innovatieplatform
innovatieplatformpje	=	innovatieplatform
innovatieplatformpjes	=	innovatieplatform
innovatieplatforms	=	innovatieplatform
innovatieprijs	noun	een beloning die men krijgt voor de beste uitvinding
innovatieprijzen	=	innovatieprijs
innovatieprogramma	noun	programma volgens hetwelk vernieuwingen doorgevoerd gaan worden
innovatieprogramma's	=	innovatieprogramma
innovatieprogrammaatje	=	innovatieprogramma
innovatieprogrammaatjes	=	innovatieprogramma
innovaties	=	innovatie
innovatietechnologie	noun	zeer geavanceerde technologie, hightech
innovatietje	=	innovatie
innovatietjes	=	innovatie
innovatieve	=	innovatief
innovatiever	=	innovatief
innovatievere	=	innovatief
innovatievermogen	noun	het vermogen om zaken te kunnen vernieuwen
innovatievermogens	=	innovatievermogen
innovatievers	=	innovatief
innovativiteit	noun	de mate waarin iets of iemand vernieuwend is
innovativiteiten	=	innovativiteit
innovator	noun	iemand die innoveert, een vernieuwer
innovatoren	=	innovator
innovators	=	innovator
innovatortje	=	innovator
innovatortjes	=	innovator
innoveer	=	innoveren
innoveerde	=	innoveren
innoveerden	=	innoveren
innoveert	=	innoveren
innovere	=	innoveren
innoveren	verb	iets nieuws bedenken of maken
innoverend	adj	betrekking hebbend op vernieuwingen en uitvindingen
innoverende	=	innoveren
innoverender	=	innoverend
innoverendere	=	innoverend
innoverenders	=	innoverend
innoverends	=	innoverend
innoverendst	=	innoverend
innoverendste	=	innoverend
innuendo	noun	het op een bedekte manier iets suggereren
innuendo's	=	innuendo
inoculatie	noun	overenting van bacteriën of schimmels op een voedingsbodem
inoculaties	=	inoculatie
inoculatietje	=	inoculatie
inoculeer	=	inoculeren
inoculeerde	=	inoculeren
inoculeerden	=	inoculeren
inoculeert	=	inoculeren
inoculere	=	inoculeren
inoculeren	verb	enten van bacteriën of schimmels op een voedingsbodem
inoculerend	=	inoculeren
inoculerende	=	inoculeren
inoefen	=	inoefenen
inoefende	=	inoefenen
inoefenden	=	inoefenen
inoefene	=	inoefenen
inoefenen	verb	door herhaling iets nieuws leren
inoefenend	=	inoefenen
inoefenende	=	inoefenen
inoefent	=	inoefenen
inofficieel	adj	niet-officieel
inofficieels	=	inofficieel
inofficieelst	=	inofficieel
inofficieelste	=	inofficieel
inofficiële	=	inofficieel
inofficiëler	=	inofficieel
inofficiëlere	=	inofficieel
inofficiëlers	=	inofficieel
inolie	=	inoliën
inoliede	=	inoliën
inolieden	=	inoliën
inoliet	=	inoliën
inolië	=	inoliën
inoliën	verb	insmeren met olie
inoliënd	=	inoliën
inoliënde	=	inoliën
inontvangstneming	noun	het aanvaarden van een aflevering
inontvangstnemingen	=	inontvangstneming
inoperabel	adj	niet meer heelkundig te behandelen
inoperabele	=	inoperabel
inoperabeler	=	inoperabel
inoperabelere	=	inoperabel
inoperabelers	=	inoperabel
inoperabels	=	inoperabel
inoperabelst	=	inoperabel
inoperabelste	=	inoperabel
inopportune	=	inopportuun
inopportuner	=	inopportuun
inopportunere	=	inopportuun
inopportuners	=	inopportuun
inopportuun	adj	niet passend voor een bepaald ogenblik
inopportuuns	=	inopportuun
inopportuunst	=	inopportuun
inopportuunste	=	inopportuun
inotroop	adj	van invloed op de hartspier
inotrope	=	inotroop
inotroper	=	inotroop
inotropere	=	inotroop
inox	noun	roestvrijstaal	adj	van inox gemaakt
inoxidabel	adj	roestvrij
inoxidabele	=	inoxidabel
inoxidabeler	=	inoxidabel
inoxidabelere	=	inoxidabel
inoxidabelers	=	inoxidabel
inoxidabels	=	inoxidabel
inoxidabelst	=	inoxidabel
inoxidabelste	=	inoxidabel
inpak	=	inpakken
inpakafdeling	noun	onderdeel van het bedrijf dat de taak heeft om producten in te pakken
inpakafdelingen	=	inpakafdeling
inpakafdelinkje	=	inpakafdeling
inpakafdelinkjes	=	inpakafdeling
inpakke	=	inpakken
inpakken	verb	in een verpakking doen
inpakkend	=	inpakken
inpakkende	=	inpakken
inpakker	noun	iemand die producten verpakt
inpakkers	=	inpakker
inpakkertje	=	inpakker
inpakkertjes	=	inpakker
inpakpapier	noun	stevig, kleurrijk papier waarmee men gekochte producten feestelijk kan verpakken
inpakpapieren	=	inpakpapier
inpakpapiersnijder	noun	een klein, handig hulpmiddel dat is ontworpen om inpakpapier snel, recht en veilig op maat te snijden
inpakpapiersnijders	=	inpakpapiersnijder
inpakpapiersnijdertje	=	inpakpapiersnijder
inpakpapiersnijdertjes	=	inpakpapiersnijder
inpakpapiertje	=	inpakpapier
inpakpapiertjes	=	inpakpapier
inpakservice	noun	dienstverlening aan klanten die bestaat uit het feestelijk inpakken van gekochte producten zodat deze als presentje gegeven kunnen worden
inpakservices	=	inpakservice
inpakster	noun	vrouwelijke inpakker, iemand die producten in een fabriek of winkel inpakt
inpaksters	=	inpakster
inpakt	=	inpakken
inpakte	=	inpakken
inpakten	=	inpakken
inpakwerk	noun	inpakken als betaalde arbeid
inpakwerken	=	inpakwerk
inpakwerkje	=	inpakwerk
inpakwerkjes	=	inpakwerk
inpalm	=	inpalmen
inpalmde	=	inpalmen
inpalmden	=	inpalmen
inpalme	=	inpalmen
inpalmen	verb	zich op min of meer onrechtmatige wijze meester maken van iets
inpalmend	=	inpalmen
inpalmende	=	inpalmen
inpalmt	=	inpalmen
inpandgeving	noun	het in pand geven
inpandgevingen	=	inpandgeving
inpandig	adj	binnen een gebouw
inpandige	=	inpandig
inpandiger	=	inpandig
inpandigere	=	inpandig
inpandigers	=	inpandig
inpandigs	=	inpandig
inpandigst	=	inpandig
inpandigste	=	inpandig
inparkeer	=	inparkeren
inparkeerde	=	inparkeren
inparkeerden	=	inparkeren
inparkeert	=	inparkeren
inparkere	=	inparkeren
inparkeren	verb	een auto tussen twee andere auto's in parkeren
inparkerend	=	inparkeren
inparkerende	=	inparkeren
inpas	=	inpassen
inpasbaar	adj	zo te plaatsen dat het goed in het geheel kan opgaan
inpasbaarder	=	inpasbaar
inpasbaardere	=	inpasbaar
inpasbaarders	=	inpasbaar
inpasbaarheden	=	inpasbaarheid
inpasbaarheid	noun	de mate waarin iets of iemand op te nemen is in een groter geheel
inpasbaars	=	inpasbaar
inpasbaarst	=	inpasbaar
inpasbaarste	=	inpasbaar
inpasbare	=	inpasbaar
inpasse	=	inpassen
inpassen	verb	in een bestaand geheel invoegen
inpassend	=	inpassen
inpassende	=	inpassen
inpassing	noun	het inpassen
inpassingen	=	inpassing
inpast	=	inpassen
inpaste	=	inpassen
inpasten	=	inpassen
inpeiling	noun	opmeting van de bodem voor aanvang van de werkzaamheden
inpeilingen	=	inpeiling
inpek	=	inpekken
inpekel	=	inpekelen
inpekelde	=	inpekelen
inpekelden	=	inpekelen
inpekele	=	inpekelen
inpekelen	verb	ter conserving in de pekel zetten
inpekelend	=	inpekelen
inpekelende	=	inpekelen
inpekelt	=	inpekelen
inpekke	=	inpekken
inpekken	verb	iets met pek dichtmaken
inpekkend	=	inpekken
inpekkende	=	inpekken
inpekt	=	inpekken
inpekte	=	inpekken
inpekten	=	inpekken
inpeper	=	inpeperen
inpeperde	=	inpeperen
inpeperden	=	inpeperen
inpepere	=	inpeperen
inpeperen	verb	bestrooien van voedingsmiddelen met peper
inpeperend	=	inpeperen
inpeperende	=	inpeperen
inpepert	=	inpeperen
inperk	=	inperken
inperke	=	inperken
inperken	verb	begrenzen, binnen de perken houden, in bedwang houden
inperkend	=	inperken
inperkende	=	inperken
inperking	noun	maatregelen die je handelen binnen al of niet gewenste grenzen houdt
inperkingen	=	inperking
inperkt	=	inperken
inperkte	=	inperken
inperkten	=	inperken
inpers	=	inpersen
inperse	=	inpersen
inpersen	verb	met grote kracht een grote hoeveelheid materiaal in een kleine ruimte proppen
inpersend	=	inpersen
inpersende	=	inpersen
inperst	=	inpersen
inperste	=	inpersen
inpersten	=	inpersen
inpik	=	inpikken
inpikke	=	inpikken
inpikken	verb	iets je toe-eigenen, je ergens van meester maken
inpikkend	=	inpikken
inpikkende	=	inpikken
inpikt	=	inpikken
inpikte	=	inpikken
inpikten	=	inpikken
inplak	=	inplakken
inplakke	=	inplakken
inplakken	verb	iets door plakken ergens in aanbrengen (meestal gaat het over een plaatje of foto in een soort plakboek)
inplakkend	=	inplakken
inplakkende	=	inplakken
inplakt	=	inplakken
inplakte	=	inplakken
inplakten	=	inplakken
inplan	=	inplannen
inplande	=	inplannen
inplanden	=	inplannen
inplanne	=	inplannen
inplannen	verb	een activiteit opnemen in de planning
inplannend	=	inplannen
inplannende	=	inplannen
inplant	noun	jonge aanplant
inplante	=	inplanten
inplanten	verb	in de grond zetten, in de bodem stoppen
inplantend	=	inplanten
inplantende	=	inplanten
inplanting	noun	inpassing in een groter geheel
inplantingen	=	inplanting
inplantte	=	inplanten
inplantten	=	inplanten
inplug	=	inpluggen
inplugde	=	inpluggen
inplugden	=	inpluggen
inplugge	=	inpluggen
inpluggen	verb	door middel van een stekker met elkaar verbinden
inpluggend	=	inpluggen
inpluggende	=	inpluggen
inplugt	=	inpluggen
inpolder	=	inpolderen
inpolderde	=	inpolderen
inpolderden	=	inpolderen
inpoldere	=	inpolderen
inpolderen	verb	door het aanleggen van dijken en aanbrengen van een bemalingssysteem een stuk buitendijks land tot polder maken
inpolderend	=	inpolderen
inpolderende	=	inpolderen
inpoldering	noun	om een stuk land of moeras een dijk leggen en omdijkte gebied droogmaken en drooghouden
inpolderingen	=	inpoldering
inpoldert	=	inpolderen
inpomp	=	inpompen
inpompe	=	inpompen
inpompen	verb	naar binnen pompen
inpompend	=	inpompen
inpompende	=	inpompen
inpompt	=	inpompen
inpompte	=	inpompen
inpompten	=	inpompen
inpons	=	inponsen
inponse	=	inponsen
inponsen	verb	ergens gaten in boren of slaan
inponsend	=	inponsen
inponsende	=	inponsen
inponst	=	inponsen
inponste	=	inponsen
inponsten	=	inponsen
inpraat	=	inpraten
inpraatte	=	inpraten
inpraatten	=	inpraten
inprate	=	inpraten
inpraten	verb	inpraten op iemand of jezelf: proberen door veel en indringend praten de mening van iemand of je zelf te veranderen
inpratend	=	inpraten
inpratende	=	inpraten
inprent	=	inprenten
inprente	=	inprenten
inprenten	verb	diep in het geheugen vastleggen
inprentend	=	inprenten
inprentende	=	inprenten
inprenting	noun	het permanent opslaan van een waarneming in het geheugen
inprentingen	=	inprenting
inprentte	=	inprenten
inprentten	=	inprenten
inprik	=	inprikken
inprikke	=	inprikken
inprikken	verb	met een scherp voorwerp ergens insteken
inprikkend	=	inprikken
inprikkende	=	inprikken
inprikt	=	inprikken
inprikte	=	inprikken
inprikten	=	inprikken
inprop	=	inproppen
inproppe	=	inproppen
inproppen	verb	met (te) veel kracht iets of iemand ergens instoppen
inproppend	=	inproppen
inproppende	=	inproppen
inpropt	=	inproppen
inpropte	=	inproppen
inpropten	=	inproppen
input	noun	bijdrage aan een proces of product
inputs	=	input
inquisiteur	noun	functionaris van de kerkelijke rechtbank die ketters moet opsporen en bestraffen
inquisiteurs	=	inquisiteur
inquisitie	noun	een rechtbank van de Rooms-Katholieke Kerk, die was belast met de opsporing, het onderzoek en het straffen van 'ketters' (niet-christenen)
inquisitiedemocratie	noun	democratie waarin bij maatschappelijke problemen de schuldvraag centraal wordt gesteld en de eventueel aangewezen verantwoordelijken publiekelijk ter verantwoording worden geroepen
inquisitiedemocratietje	=	inquisitiedemocratie
inquisitiedemocratietjes	=	inquisitiedemocratie
inquisitiedemocratieën	=	inquisitiedemocratie
inquisities	=	inquisitie
inquisitoir	adj	met de mogelijkheid om te onderzoeken
inquisitoirder	=	inquisitoir
inquisitoirdere	=	inquisitoir
inquisitoirders	=	inquisitoir
inquisitoire	=	inquisitoir
inquisitoirs	=	inquisitoir
inquisitoirst	=	inquisitoir
inquisitoirste	=	inquisitoir
inquisitoriaal	adj	tot het ambt van een inquisiteur behorend, van hem uitgaand
inquisitoriaals	=	inquisitoriaal
inquisitoriaalst	=	inquisitoriaal
inquisitoriaalste	=	inquisitoriaal
inquisitoriale	=	inquisitoriaal
inquisitorialer	=	inquisitoriaal
inquisitorialere	=	inquisitoriaal
inquisitorialers	=	inquisitoriaal
inraam	=	inramen
inraamde	=	inramen
inraamden	=	inramen
inraamt	=	inramen
inrame	=	inramen
inramen	verb	een diafilm in een diaraampje plaatsen zodat ze met een diaprojector vertoond kan worden
inramend	=	inramen
inramende	=	inramen
inrede	=	inrijden
inreden	=	inrijden
inreed	=	inrijden
inreedt	=	inrijden
inreeg	=	inrijgen
inregel	=	inregelen
inregelde	=	inregelen
inregelden	=	inregelen
inregele	=	inregelen
inregelen	verb	aanpassen van de instellingen van een apparaat of installatie
inregelend	=	inregelen
inregelende	=	inregelen
inregelt	=	inregelen
inregen	=	inrijgen
inregende	=	inregenen
inregene	=	inregenen
inregenen	verb	door lekkage bij regen nat worden
inregenend	=	inregenen
inregenende	=	inregenen
inregent	=	inregenen
inreis	=	inreizen
inreisbeperking	noun	maatregel die de soort reizigers dat een land mag binnengaan beperkt
inreisbeperkingen	=	inreisbeperking
inreiscontrole	noun	de controle op goederen of mensen bij het binnenreizen van een land of ander gebied
inreiscontroles	=	inreiscontrole
inreisde	=	inreizen
inreisden	=	inreizen
inreist	=	inreizen
inreisverbod	noun	verbod om in een staat in te reizen
inreisverboden	=	inreisverbod
inreisverbodje	=	inreisverbod
inreisvisa	=	inreisvisum
inreisvisum	noun	een visum dat men moet hebben om een land in te mogen reizen
inreisvisums	=	inreisvisum
inreize	=	inreizen
inreizen	verb	een gebied door te reizen binnenkomen
inreizend	=	inreizen
inreizende	=	inreizen
inreken	=	inrekenen
inrekende	=	inrekenen
inrekenden	=	inrekenen
inrekene	=	inrekenen
inrekenen	verb	in hechtenis nemen
inrekenend	=	inrekenen
inrekenende	=	inrekenen
inrekening	noun	door de politie gearresteerd worden
inrekeningen	=	inrekening
inrekent	=	inrekenen
inrennen	verb	heel snel ergens naar binnen lopen
inrennend	=	inrennen
inricht	=	inrichten
inrichte	=	inrichten
inrichten	verb	een woning ~: een ruimte geschikt maken voor bewoning met vloerbedekking, behang, huisraad, enzovoort
inrichtend	=	inrichten
inrichtende	=	inrichten
inrichter	noun	organisator
inrichters	=	inrichter
inrichting	noun	instituut voor ontspoorden
inrichtingen	=	inrichting
inrichtingetje	=	inrichting
inrichtingskost	noun|obsolete	aan het inrichten van iets nieuws verbonden kosten
inrichtingskosten	noun	aan het inrichten van iets nieuws verbonden kosten
inrichtingsplan	noun	wat men met de inrichting van een gebouw of gebied van plan is te gaan doen
inrichtingsplannen	=	inrichtingsplan
inrichtingsplannetje	=	inrichtingsplan
inrichtingsplannetjes	=	inrichtingsplan
inrichtingswerker	noun	persoon die werkt in een instelling waarin patiënten voor langere tijd zijn opgenomen
inrichtingswerkers	=	inrichtingswerker
inrichtingswerkertje	=	inrichtingswerker
inrichtingswerkertjes	=	inrichtingswerker
inrichtinkje	=	inrichting
inrichtte	=	inrichten
inrichtten	=	inrichten
inriep	=	inroepen
inriepe	=	inroepen
inriepen	=	inroepen
inriept	=	inroepen
inrij	=	inrijden
inrijd	=	inrijden
inrijdam	noun	een smal stuk grond in een watergang (sloot) om op een stuk grond (weiland, landbouwgrond, huisperceel) te komen
inrijdammen	=	inrijdam
inrijdammetje	=	inrijdam
inrijdammetjes	=	inrijdam
inrijde	=	inrijden
inrijden	verb	rijdend ingaan, binnenkomen
inrijdend	=	inrijden
inrijdende	=	inrijden
inrijdt	=	inrijden
inrijg	=	inrijgen
inrijge	=	inrijgen
inrijgen	verb	in iets anders rijgen
inrijgend	=	inrijgen
inrijgende	=	inrijgen
inrijgt	=	inrijgen
inrijpoort	noun	poortvormige ingang, meestal voor voertuigen
inrijpoorten	=	inrijpoort
inrijpoortje	=	inrijpoort
inrijpoortjes	=	inrijpoort
inrijverbod	noun	het gebod dat men ergens naar binnen mag rijden
inrijverboden	=	inrijverbod
inrit	noun	een weg die van de straat naar een gebouw e.d. voert
inritje	=	inrit
inritjes	=	inrit
inritten	=	inrit
inroei	=	inroeien
inroeide	=	inroeien
inroeiden	=	inroeien
inroeie	=	inroeien
inroeien	verb	roeiend tegen de stroom ingaan
inroeiend	=	inroeien
inroeiende	=	inroeien
inroeit	=	inroeien
inroep	=	inroepen
inroepe	=	inroepen
inroepen	verb	vragen of iemand tussenbeide of te hulp komt
inroepend	=	inroepen
inroepende	=	inroepen
inroeping	noun	het vragen of iets of iemand tussenbeide of te hulp komt
inroepingen	=	inroeping
inroept	=	inroepen
inroest	=	inroesten
inroeste	=	inroesten
inroesten	verb	door roest ingevreten worden
inroestend	=	inroesten
inroestende	=	inroesten
inroestte	=	inroesten
inroestten	=	inroesten
inrol	=	inrollen
inrolde	=	inrollen
inrolden	=	inrollen
inrolle	=	inrollen
inrollen	verb	ergens bij betrokken raken zonder dat je het vooraf wilde
inrollend	=	inrollen
inrollende	=	inrollen
inrolt	=	inrollen
inrooster	=	inroosteren
inroosterde	=	inroosteren
inroosterden	=	inroosteren
inroostere	=	inroosteren
inroosteren	verb	in het rooster zetten
inroosterend	=	inroosteren
inroosterende	=	inroosteren
inroostering	noun	de keer dat een persoon in een werkschema is ingepland
inroosteringen	=	inroostering
inroostert	=	inroosteren
inruil	=	inruilen
inruilactie	noun	actie waarbij men iets onder gunstige voorwaarden voor iets anders kan inruilen
inruilacties	=	inruilactie
inruilactietje	=	inruilactie
inruilactietjes	=	inruilactie
inruilauto	noun	de auto die men verkoopt als men een nieuwe auto koopt
inruilauto's	=	inruilauto
inruilautootje	=	inruilauto
inruilautootjes	=	inruilauto
inruilbomen	=	inruilboom
inruilboom	noun	kerstboom die men na de feestdagen weer kan terugbrengen bij de verkoper die de boom herplant zodat deze boom het volgende jaar weer gebruikt kan worden
inruilboompje	=	inruilboom
inruilboompjes	=	inruilboom
inruilde	=	inruilen
inruilden	=	inruilen
inruile	=	inruilen
inruilen	verb	~ tegen: iets ouds verkopen terwijl men een nieuwe versie koopt
inruilend	=	inruilen
inruilende	=	inruilen
inruilpremie	noun	korting die men krijgt op de aanschafprijs van een nieuw product als men een verouderd product inruilt
inruilpremies	=	inruilpremie
inruilpremietje	=	inruilpremie
inruilpremietjes	=	inruilpremie
inruilt	=	inruilen
inruilwaarde	noun	de hoeveelheid geld die men voor een oud product krijgt als men een nieuw, vervangend product koop
inruilwaarden	=	inruilwaarde
inruilwaardes	=	inruilwaarde
inruilwagen	noun	de auto die men verkoopt als men een nieuwe auto koopt
inruilwagens	=	inruilwagen
inruilwagentje	=	inruilwagen
inruilwagentjes	=	inruilwagen
inruilwoning	noun	een woning die door een projectontwikkelaar, woningcorporatie of belegger wordt ingezet om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen.
inruilwoningen	=	inruilwoning
inruilwoninkje	=	inruilwoning
inruilwoninkjes	=	inruilwoning
inruim	=	inruimen
inruimde	=	inruimen
inruimden	=	inruimen
inruime	=	inruimen
inruimen	verb	plaatsen in
inruimend	=	inruimen
inruimende	=	inruimen
inruiming	noun	het vrijhouden of vrijmaken van een plaats voor iets of iemand
inruimingen	=	inruiming
inruimt	=	inruimen
inruk	=	inrukken
inruke	=	inrukken
inruken	=	inrukken
inrukend	=	inrukken
inrukke	=	inrukken
inrukken	verb	snel een gebied binnenvallen
inrukkend	=	inrukken
inrukkende	=	inrukken
inrukt	=	inrukken
inrukte	=	inrukken
inrukten	=	inrukken
inscan	=	inscannen
inscande	=	inscannen
inscanden	=	inscannen
inscanne	=	inscannen
inscannen	verb	door een scanner informatie in de computer opslaan
inscannend	=	inscannen
inscannende	=	inscannen
inscant	=	inscannen
inschaal	=	inschalen
inschaalde	=	inschalen
inschaalden	=	inschalen
inschaalt	=	inschalen
inschakel	=	inschakelen
inschakelde	=	inschakelen
inschakelden	=	inschakelen
inschakele	=	inschakelen
inschakelen	verb	een toestel in actie stellen
inschakelend	=	inschakelen
inschakelende	=	inschakelen
inschakeling	noun	het inschakelen
inschakelingen	=	inschakeling
inschakelt	=	inschakelen
inschale	=	inschalen
inschalen	verb	iets of iemand op waarde schatten ten opzichte van andere zaken of mensen en daar dan een financiële beloning of salaris aan vastkoppelen
inschalend	=	inschalen
inschalende	=	inschalen
inschaling	noun	het proces van een persoon of functie in een loonschaal plaatsen
inschalingen	=	inschaling
inschalk	adj|obsolete	heel gedurfd grappig
inschalke	=	inschalk
inscharing	noun	afbrokkeling van een oever door uitschuring door de stroming
inscharingen	=	inscharing
inschat	=	inschatten
inschatte	=	inschatten
inschatten	verb	beoordelen, ramen
inschattend	=	inschatten
inschattende	=	inschatten
inschatting	noun	een niet heel nauwkeurige meting
inschattingen	=	inschatting
inschattingsfout	noun	een fout in het beoordelen van een persoon of situatie
inschattingsfouten	=	inschattingsfout
inschattingsfoutje	=	inschattingsfout
inschattingsfoutjes	=	inschattingsfout
inschattingsvermogen	noun	de kennis en de kunde die men nodig heeft om een situatie juist te kunnen beoordelen
inschattingsvermogens	=	inschattingsvermogen
inschattinkje	=	inschatting
inschattinkjes	=	inschatting
inscheep	=	inschepen
inscheept	=	inschepen
inscheepte	=	inschepen
inscheepten	=	inschepen
inschenk	=	inschenken
inschenkassistent	noun	iemand die helpt met het inschenken van dranken
inschenkassistenten	=	inschenkassistent
inschenkassistentje	=	inschenkassistent
inschenkassistentjes	=	inschenkassistent
inschenke	=	inschenken
inschenken	verb	een vloeistof in een beker of glas laten stromen
inschenkend	=	inschenken
inschenkende	=	inschenken
inschenkt	=	inschenken
inschepe	=	inschepen
inschepen	verb	zich ~: aan boord gaan van een schip voor een reis ermee
inschepend	=	inschepen
inschepende	=	inschepen
inscheping	noun	aan boord gaan van een schip
inschepingen	=	inscheping
inscheur	=	inscheuren
inscheurde	=	inscheuren
inscheurden	=	inscheuren
inscheure	=	inscheuren
inscheuren	verb	scheuren van de rand naar het midden van een voorwerp
inscheurend	=	inscheuren
inscheurende	=	inscheuren
inscheurt	=	inscheuren
inschiet	=	inschieten
inschiete	=	inschieten
inschieten	verb	verontschuldigend zeggen dat je een afspraak niet bent nagekomen omdat je er geen tijd voor had of omdat je het vergeten bent
inschietend	=	inschieten
inschietende	=	inschieten
inschik	=	inschikken
inschikke	=	inschikken
inschikkelijk	adj	van een persoon dat deze genegen is zich aan te passen aan andere mensen
inschikkelijke	=	inschikkelijk
inschikkelijker	=	inschikkelijk
inschikkelijkere	=	inschikkelijk
inschikkelijkers	=	inschikkelijk
inschikkelijkheden	=	inschikkelijkheid
inschikkelijkheid	noun	het inschikkelijk zijn
inschikkelijks	=	inschikkelijk
inschikkelijkst	=	inschikkelijk
inschikkelijkste	=	inschikkelijk
inschikken	verb	opschuiven zodat iedereen meer plaats heeft
inschikkend	=	inschikken
inschikkende	=	inschikken
inschikt	=	inschikken
inschikte	=	inschikken
inschikten	=	inschikken
inschone	=	inschoon
inschonk	=	inschenken
inschonke	=	inschenken
inschonken	=	inschenken
inschonkt	=	inschenken
inschoof	=	inschuiven
inschoon	adj	heel mooi, heel rein
inschoone	=	inschoon
inschoons	=	inschoon
inschoot	=	inschieten
inschop	=	inschoppen
inschoppe	=	inschoppen
inschoppen	verb	met een trappende beweging een voetbal in het doel schieten
inschoppend	=	inschoppen
inschoppende	=	inschoppen
inschopt	=	inschoppen
inschopte	=	inschoppen
inschopten	=	inschoppen
inschoten	=	inschieten
inschoven	=	inschuiven
inschreef	=	inschrijven
inschreeft	=	inschrijven
inschreve	=	inschrijven
inschreven	=	inschrijven
inschrift	noun	een tekst die dieper dan het oppervlak van een voorwerp ligt
inschriften	=	inschrift
inschrijf	=	inschrijven
inschrijfdata	=	inschrijfdatum
inschrijfdatum	noun	dag dat men zich ergens voor inschrijft
inschrijfdatums	=	inschrijfdatum
inschrijfduur	noun	de lengte van de tijd dat men ergens (bijvoorbeeld op een wachtlijst) is ingeschreven
inschrijfformulier	noun	stuk papier of in een website waarin je op gestructureerde manier gegevens moet invullen waardoor je ergens aan mee kunt doen.
inschrijfformulieren	=	inschrijfformulier
inschrijfformuliertje	=	inschrijfformulier
inschrijfformuliertjes	=	inschrijfformulier
inschrijfgeld	noun	contributie die men moet betalen als men wil deelnemen aan een activiteit (zoals bijvoorbeeld een cursus of wedstrijd), of als men lid wil worden van een club, vereniging e.d.
inschrijfgelden	=	inschrijfgeld
inschrijfkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als men zich op een lijst van deelnemers wil plaatsen
inschrijfkosten	noun	geld dat men moet betalen als men zich op een lijst van deelnemers wil plaatsen
inschrijft	=	inschrijven
inschrijftermijn	noun	de periode dat men kan aangeven dat men ergens aan wil meedoen; periode dat men zich voor een activiteit kan inschrijven
inschrijftermijnen	=	inschrijftermijn
inschrijfvergoeding	noun	eenmalige betaling die je doet bij het registreren van een nieuwe onderneming of organisatie in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (Kvk).
inschrijfvergoedingen	=	inschrijfvergoeding
inschrijfvergoedinkje	=	inschrijfvergoeding
inschrijfvergoedinkjes	=	inschrijfvergoeding
inschrijve	=	inschrijven
inschrijven	verb	zich ~: een lidmaatschap of deelnemerschap schriftelijk vastleggen
inschrijvend	=	inschrijven
inschrijvende	=	inschrijven
inschrijving	noun	de daad van het inschrijven
inschrijvingen	=	inschrijving
inschrijvingsformulier	noun	een stuk papier waarop je gegevens moet invullen die nodig zijn om je ergens voor aan te melden
inschrijvingsformulieren	=	inschrijvingsformulier
inschrijvingsformuliertje	=	inschrijvingsformulier
inschrijvingsformuliertjes	=	inschrijvingsformulier
inschrijvingsgeld	noun	contributie die men moet betalen om te kunnen deelnemen aan een activiteit (zoals bijvoorbeeld een cursus of wedstrijd), of als men lid van een club, vereniging e.d. wil worden
inschrijvingsgelden	=	inschrijvingsgeld
inschrijvingskosten	noun	geld dat men moet betalen om zich op een lijst van deelnemers te laten plaatsen
inschrijvingsperiode	noun	de tijdsperiode dat men kan aangeven dat men ergens aan wil deelnemen
inschrijvingsperioden	=	inschrijvingsperiode
inschrijvingsperiodes	=	inschrijvingsperiode
inschrijvingsprocedure	noun	de manier waarop het inschrijven voor iets is geregeld
inschrijvingsprocedures	=	inschrijvingsprocedure
inschrijvingstermijn	noun	periode dat men kan aangeven ergens aan mee te willen doen
inschrijvingstermijnen	=	inschrijvingstermijn
inschrijvinkje	=	inschrijving
inschrijvinkjes	=	inschrijving
inschuif	=	inschuiven
inschuifbaar	adj	met de mogelijkheid kleiner te worden door onderdelen t.o.v. elkaar te schuiven
inschuifbaarder	=	inschuifbaar
inschuifbaardere	=	inschuifbaar
inschuifbaarders	=	inschuifbaar
inschuifbaars	=	inschuifbaar
inschuifbaarst	=	inschuifbaar
inschuifbaarste	=	inschuifbaar
inschuifbare	=	inschuifbaar
inschuift	=	inschuiven
inschuive	=	inschuiven
inschuiven	verb	naar binnen schuiven
inschuivend	=	inschuiven
inschuivende	=	inschuiven
inschuld	noun	het geld dat iemand nog kan vorderen
inschulden	=	inschuld
inscriptie	noun	Een opschrift dat in de ondergrond is gemaakt (meestal gebeiteld in steen of gegraveerd in metaal).
inscripties	=	inscriptie
inscriptietje	=	inscriptie
inscriptietjes	=	inscriptie
insect	noun	geleedpotige met drie paar poten en geen, één of twee paar vleugels
insectachtig	adj	lijkend op een geleedpotige
insectachtige	=	insectachtig
insectachtiger	=	insectachtig
insectachtigere	=	insectachtig
insectachtigers	=	insectachtig
insectachtigs	=	insectachtig
insectachtigst	=	insectachtig
insectachtigste	=	insectachtig
insectaria	=	insectarium
insectarium	noun	vivarium voor insecten
insectariumpje	=	insectarium
insectariumpjes	=	insectarium
insectariums	=	insectarium
insecten	noun	een klasse Insecta van zespotige, ongewervelde dieren die behoren tot de geleedpotigen (Arthropoda).
insectenbeet	noun	beschadiging van de huid door een beet met de monddelen van een insect waarbij het insect zich voedt met het bloed van het slachtoffer
insectenbeetje	=	insectenbeet
insectenbeetjes	=	insectenbeet
insectenbeten	=	insectenbeet
insectenboek	noun	boek waarin insecten worden besproken
insectenboeken	=	insectenboek
insectenboekje	=	insectenboek
insectenboekjes	=	insectenboek
insectencopulatie	noun|humorous	overmatige aandacht voor kleinigheden
insectendoder	noun	iets dat insecten doodt
insectendoders	=	insectendoder
insectenetend	adj	insecten als voedsel nuttigend
insectenetende	=	insectenetend
insectenetends	=	insectenetend
insecteneter	noun	dier dat zich voedt met insecten
insecteneters	noun	een orde Eulipotyphla van zoogdieren die tegenwoordig de families der egels, mollen, spitsmuizen, solenodons en Nesophontidae omvat, naast een aantal fossiele, uitgestorven families
insectenetertje	=	insecteneter
insectenetertjes	=	insecteneter
insectenhotel	noun	voorwerp of bouwsel met veel holletjes bedoeld om insecten een schuilplaats te bieden
insectenhotelletje	=	insectenhotel
insectenhotelletjes	=	insectenhotel
insectenhotels	=	insectenhotel
insectenkunde	noun	de wetenschap die geleedpotigen onderzoekt; tak van de zoölogie (dierkunde) die zich bezighoudt met de studie van insecten
insectenleven	noun	het voorkomen van insecten insecta
insectenlevens	=	insectenleven
insectenpen	noun	een product in penvorm dat wordt gebruikt om de huid te verzachten en te verzorgen na insectensteken of aanraking met irriterende planten zoals brandnetels
insectenpennen	=	insectenpen
insectenpennetje	=	insectenpen
insectenpennetjes	=	insectenpen
insectenplaag	noun	onaangename situatie door een overmaat aan geleedpotigen
insectenplaagje	=	insectenplaag
insectenplaagjes	=	insectenplaag
insectenplagen	=	insectenplaag
insectenpoeder	noun	poeder dat insecten doodt
insectenpoeders	=	insectenpoeder
insectenpoedertje	=	insectenpoeder
insectenpoedertjes	=	insectenpoeder
insectensnack	noun	klein hapje dat bestaat uit (gefrituurde) insecten
insectensnacks	=	insectensnack
insectenspray	noun	insecten dodende vloeistof die men gebruikt door ze te verstuiven tot een nevel
insectensprays	=	insectenspray
insectensterfte	noun	de sterfte van insecten
insectenverdelger	noun	middel dat insecten doodt
insectenverdelgers	=	insectenverdelger
insectenwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het leven van de insecten
insectenwerelden	=	insectenwereld
insectenwereldje	=	insectenwereld
insectenwereldjes	=	insectenwereld
insecticide	noun	een scheikundig product om insecten te doden
insecticiden	=	insecticide
insecticides	=	insecticide
insectivoor	noun	een insectenetend dier	adj	insecten als voedsel nuttigend
insectivoors	=	insectivoor
insectivoortje	=	insectivoor
insectivoortjes	=	insectivoor
insectivore	=	insectivoor
insectivoren	=	insectivoor
insectje	=	insect
insectjes	=	insect
insectkunde	noun	de wetenschap die geleedpotigen onderzoekt; tak van de zoölogie (dierkunde) die zich bezighoudt met de studie van insecten
insein	=	inseinen
inseinde	=	inseinen
inseinden	=	inseinen
inseine	=	inseinen
inseinen	verb	iemand informeren
inseinend	=	inseinen
inseinende	=	inseinen
inseint	=	inseinen
insekt	=	insect
insekten	=	insecten
insekteneter	=	insecteneter
insektivoor	=	insectivoor
inseminatie	noun	het in de vrouwelijke geslachtsorganen inbrengen van sperma
inseminatiefraude	noun	medisch wangedrag waarbij een arts of andere medewerker zonder toestemming of medeweten van de wensouders eigen zaad of niet-anoniem zaad gebruikt bij een vruchtbaarheidsbehandeling
inseminatiefraudes	=	inseminatiefraude
inseminaties	=	inseminatie
inseminator	noun	iemand die insemineert
inseminators	=	inseminator
inseminatortje	=	inseminator
inseminatortjes	=	inseminator
insemineer	=	insemineren
insemineerde	=	insemineren
insemineerden	=	insemineren
insemineert	=	insemineren
inseminere	=	insemineren
insemineren	verb	bevruchten
inseminerend	=	insemineren
inseminerende	=	insemineren
inseparabel	adj	onscheidbaar, onafscheidelijk
inseparabele	=	inseparabel
inseparabeler	=	inseparabel
inseparabelere	=	inseparabel
inseparabelers	=	inseparabel
inseparabels	=	inseparabel
inseparabelst	=	inseparabel
inseparabelste	=	inseparabel
insert	noun	een toets op een computertoetsenbord.
insertie	noun	aanhechting
insertiemutagenese	noun	een vorm van DNA-mutagenese die wordt veroorzaakt door insertie van een of meerdere basenparen
insertiemutagenesen	=	insertiemutagenese
inserties	=	insertie
inserts	=	insert
inserviceopleiding	noun	een opleiding die binnen een bedrijf of instelling gegeven wordt; een opleiding waarbij de cursist reeds werkzaam is in zijn functie als leerling of assistent
inserviceopleidingen	=	inserviceopleiding
inserviceopleidinkje	=	inserviceopleiding
inserviceopleidinkjes	=	inserviceopleiding
insgelijks	adv	eveneens, hetzelfde, evenzo	intj	gewoonlijk na een wens of groet: hetzelfde
insider	noun	iemand die uit eigen ervaring kennis heeft van zaken, een ingewijde
insiders	=	insider
insidertje	=	insider
insidertjes	=	insider
insidertrading	noun	handel met financiële instrumenten (bijvoorbeeld aandelen, obligaties of andere effecten) terwijl de handelaar meer informatie over de onderliggende waarde heeft dan de markt
insidertradings	=	insidertrading
insigne	noun	Onderscheidingsteken voor rang of verdienste
insignes	=	insigne
insignificant	adj	onbeduidend, onbelangrijk, gering
insignificante	=	insignificant
insignificanter	=	insignificant
insignificantere	=	insignificant
insignificanters	=	insignificant
insignificants	=	insignificant
insignificantst	=	insignificant
insignificantste	=	insignificant
insijpel	=	insijpelen
insijpelde	=	insijpelen
insijpelden	=	insijpelen
insijpele	=	insijpelen
insijpelen	verb	druppelsgewijs ergens in gaan
insijpelend	=	insijpelen
insijpelende	=	insijpelen
insijpeling	noun	het insijpelen
insijpelingen	=	insijpeling
insijpelt	=	insijpelen
insinuatie	noun	bedekte beschuldiging, zijdelingse verdachtmaking
insinuaties	=	insinuatie
insinueer	=	insinueren
insinueerde	=	insinueren
insinueerden	=	insinueren
insinueeren	=	insinueren
insinueert	=	insinueren
insinuere	=	insinueren
insinueren	verb	iemand ergens van beschuldigen zonder dat duidelijk te zeggen
insinuerend	=	insinueren
insinuerende	=	insinueren
insipide	adj	zonder gedrevenheid
insipider	=	insipide
insipidere	=	insipide
insipiders	=	insipide
insipides	=	insipide
insisteer	=	insisteren
insisteerde	=	insisteren
insisteerden	=	insisteren
insisteert	=	insisteren
insistere	=	insisteren
insisteren	verb	aandringen
insisterend	=	insisteren
insisterende	=	insisteren
insjallah	intj	"bij Gods wil", kreet geuit door moslims bij activiteiten of bij het uiten van een wens
insla	=	inslaan
inslaan	verb	met grote snelheid met een stilstaand voorwerp in botsing komen
inslaand	=	inslaan
inslaap	=	inslapen
inslaapmiddel	noun	slaapmiddel met zeer kortdurende werking om in slaap te geraken
inslaapmiddelen	=	inslaapmiddel
inslaapmiddeltje	=	inslaapmiddel
inslaapmiddeltjes	=	inslaapmiddel
inslaapt	=	inslapen
inslaat	=	inslaan
inslag	noun	horizontale draden die tijdens het weven tussen de opgespannen draden van de schering worden ingebracht
inslagen	=	inslag
inslagje	=	inslag
inslagjes	=	inslag
inslagkrater	noun	een schaalvormige uitholling in het oppervlak van een hemellichaam veroorzaakt door de inslag van een ander lichaam
inslagkraters	=	inslagkrater
inslagkratertje	=	inslagkrater
inslagkratertjes	=	inslagkrater
inslagpunt	noun	plaats waar iets inslaat
inslagpunten	=	inslagpunt
inslagpuntje	=	inslagpunt
inslagpuntjes	=	inslagpunt
inslagtheorie	noun	de theorie dat de inslag van een komeet in Mexico het uitsterven van de dinosauriërs heeft veroorzaakt
inslagtheorietje	=	inslagtheorie
inslagtheorietjes	=	inslagtheorie
inslagtheorieën	=	inslagtheorie
inslape	=	inslapen
inslapen	verb	in slapende toestand geraken
inslapend	=	inslapen
inslapende	=	inslapen
inslaper	noun	iemand die inslaapt, mannelijke vorm van inslaapster
inslapers	=	inslaper
inslapertje	=	inslaper
inslapertjes	=	inslaper
inslecht	adj	heel verwerpelijk, zeer minderwaardig
inslechte	=	inslecht
inslechts	=	inslecht
insleep	=	inslijpen
insleet	=	inslijten
inslepen	=	inslijpen
insleten	=	inslijten
insliep	=	inslapen
insliepe	=	inslapen
insliepen	=	inslapen
insliept	=	inslapen
inslijp	=	inslijpen
inslijpe	=	inslijpen
inslijpen	verb	door slijpen aanbrengen in
inslijpend	=	inslijpen
inslijpende	=	inslijpen
inslijpt	=	inslijpen
inslijt	=	inslijten
inslijte	=	inslijten
inslijten	verb	materiaalverlies veroorzaken door aanhoudende wrijving over dezelfde plaats
inslijtend	=	inslijten
inslijtende	=	inslijten
inslik	=	inslikken
inslikke	=	inslikken
inslikken	verb	iets door de keel de slokdarm in doen bewegen
inslikkend	=	inslikken
inslikkende	=	inslikken
inslikt	=	inslikken
inslikte	=	inslikken
inslikten	=	inslikken
insloeg	=	inslaan
insloege	=	inslaan
insloegen	=	inslaan
insloegt	=	inslaan
inslok	=	inslokken
insloken	=	insluiken
inslokke	=	inslokken
inslokken	verb	snel eten of drinken
inslokkend	=	inslokken
inslokkende	=	inslokken
inslokt	=	inslokken
inslokte	=	inslokken
inslokten	=	inslokken
inslook	=	insluiken
inslookt	=	insluiken
insloop	=	insluipen
insloopt	=	insluipen
insloot	=	insluiten
inslope	=	insluipen
inslopen	=	insluipen
inslote	=	insluiten
insloten	=	insluiten
insluik	=	insluiken
insluike	=	insluiken
insluiken	verb	heimelijk naar binnen brengen, binnensmokkelen
insluikend	=	insluiken
insluikende	=	insluiken
insluikt	=	insluiken
insluimer	=	insluimeren
insluimerde	=	insluimeren
insluimerden	=	insluimeren
insluimere	=	insluimeren
insluimeren	verb	langzaam in slaap vallen
insluimerend	=	insluimeren
insluimerende	=	insluimeren
insluimert	=	insluimeren
insluip	=	insluipen
insluipe	=	insluipen
insluipen	verb	sluipend naar binnen gaan of komen
insluipend	=	insluipen
insluipende	=	insluipen
insluiper	noun	een 'inbreker' die niets heeft hoeven te beschadigen om een pand binnen te komen
insluipers	=	insluiper
insluipertje	=	insluiper
insluipertjes	=	insluiper
insluiping	noun	ergens ongeoorloogd naar binnendringen zonder schade te veroorzaken bij dit binnendringen
insluipingen	=	insluiping
insluipt	=	insluipen
insluis	=	insluizen
insluisde	=	insluizen
insluisden	=	insluizen
insluist	=	insluizen
insluit	=	insluiten
insluite	=	insluiten
insluiten	verb	opsluiten in iets
insluitend	=	insluiten
insluitende	=	insluiten
insluiting	noun	de keer dat men iets ergens in een gesloten omgeving wegsluit
insluitingen	=	insluiting
insluize	=	insluizen
insluizen	verb	geleidelijk doelbewust naar binnen brengen
insluizend	=	insluizen
insluizende	=	insluizen
insmeer	=	insmeren
insmeerde	=	insmeren
insmeerden	=	insmeren
insmeert	=	insmeren
insmeet	=	insmijten
insmelt	=	insmelten
insmelte	=	insmelten
insmelten	verb	door smelten in volume afnemen
insmeltend	=	insmelten
insmeltende	=	insmelten
insmere	=	insmeren
insmeren	verb	bedekken met een dunne laag olie of zalf
insmerend	=	insmeren
insmerende	=	insmeren
insmeten	=	insmijten
insmijt	=	insmijten
insmijte	=	insmijten
insmijten	verb	met kracht werpen in
insmijtend	=	insmijten
insmijtende	=	insmijten
insmolt	=	insmelten
insmolten	=	insmelten
insnede	noun	het insnijden
insneden	=	insnijden
insneed	=	insnijden
insneedt	=	insnijden
insneeuw	=	insneeuwen
insneeuwde	=	insneeuwen
insneeuwden	=	insneeuwen
insneeuwe	=	insneeuwen
insneeuwen	verb	van sneeuw binnendringen in de woning
insneeuwend	=	insneeuwen
insneeuwende	=	insneeuwen
insneeuwt	=	insneeuwen
insnij	=	insnijden
insnijd	=	insnijden
insnijde	=	insnijden
insnijden	verb	een snee maken in
insnijdend	=	insnijden
insnijdende	=	insnijden
insnijding	noun	een met een scherp voorwerp gemaakte snee
insnijdingen	=	insnijding
insnijdinkje	=	insnijding
insnijdinkjes	=	insnijding
insnijdt	=	insnijden
insnoer	=	insnoeren
insnoerde	=	insnoeren
insnoerden	=	insnoeren
insnoere	=	insnoeren
insnoeren	verb	met een snoer plaatselijk vernauwen
insnoerend	=	insnoeren
insnoerende	=	insnoeren
insnoert	=	insnoeren
insnoof	=	insnuiven
insnooft	=	insnuiven
insnove	=	insnuiven
insnoven	=	insnuiven
insnuif	=	insnuiven
insnuift	=	insnuiven
insnuive	=	insnuiven
insnuiven	verb	luidruchtig met kracht via de neus ademen en ruiken
insnuivend	=	insnuiven
insnuivende	=	insnuiven
insolent	adj	onbeschaamd, grof, brutaal
insolente	=	insolent
insolenter	=	insolent
insolentere	=	insolent
insolenters	=	insolent
insolentie	noun	grove brutaliteit
insolenties	=	insolentie
insolents	=	insolent
insolentst	=	insolent
insolentste	=	insolent
insolide	adj	niet betrouwbaar
insolider	=	insolide
insolidere	=	insolide
insoliders	=	insolide
insolides	=	insolide
insolied	adj	niet solide; niet stevig
insoliede	=	insolied
insolieder	=	insolied
insoliedere	=	insolied
insolieders	=	insolied
insolieds	=	insolied
insoliedst	=	insolide
insoliedste	=	insolide
insolvabel	adj	niet kunnen betalen van financiële verplichtingen
insolvabele	=	insolvabel
insolvabeler	=	insolvabel
insolvabelere	=	insolvabel
insolvabelers	=	insolvabel
insolvabels	=	insolvabel
insolvabelst	=	insolvabel
insolvabelste	=	insolvabel
insolvent	adj	niet in staat om aan de betalingsverplichtingen te voldoen
insolvente	=	insolvent
insolventer	=	insolvent
insolventere	=	insolvent
insolventers	=	insolvent
insolventie	noun	het onvermogen om aan financiële verplichtingen te voldoen
insolvents	=	insolvent
insolventst	=	insolvent
insolventste	=	insolvent
insomnia	noun	slapeloosheid
insomnie	noun	het niet of slecht kunnen slapen
insop	=	insoppen
insoppe	=	insoppen
insoppen	verb	indopen in een vloeistof
insoppend	=	insoppen
insoppende	=	insoppen
insopt	=	insoppen
insopte	=	insoppen
insopten	=	insoppen
inspan	=	inspannen
inspande	=	inspannen
inspanden	=	inspannen
inspanne	=	inspannen
inspannen	verb	het voor een voertuig of ploeg vastmaken van een lastdier
inspannend	adj	van iets dat het vermoeiend is of moeite kost
inspannende	=	inspannen
inspannender	=	inspannend
inspannendere	=	inspannend
inspannenders	=	inspannend
inspannends	=	inspannend
inspannendst	=	inspannend
inspannendste	=	inspannend
inspanning	noun	de fysieke moeite die men voor iets doet
inspanningen	=	inspanning
inspanningsastma	noun	een uiting van astma dat zich kenmerkt door een benauwd gevoel bij inspanning
inspanningsfysiologen	=	inspanningsfysioloog
inspanningsfysiologie	noun	tak van de fysiologie die zich bezighoudt met het meten van de invloed van lichamelijke inspanningen
inspanningsfysioloog	noun	persoon die de effecten van lichamelijke inspanning op het lichaam bestudeert met name om hierdoor het inspanningsvermogen van een sporter te verhogen
inspanningstest	noun	een proef waarbij de proefpersoon lichamelijke arbeid moet verrichten en men verschillende fysiologische parameters meet
inspanningstesten	=	inspanningstest
inspanningstestje	=	inspanningstest
inspanningstestjes	=	inspanningstest
inspanningsverplichting	noun	het moeten leveren van een, serieuze, inspanning om een bepaald resultaat te behalen; contractuele verplichting om de nodige inspanningen te leveren of om bepaalde middelen aan te wenden om het bedongen resultaat te bereiken
inspanningsverplichtingen	=	inspanningsverplichting
inspanninkje	=	inspanning
inspanninkjes	=	inspanning
inspant	=	inspannen
inspecteer	=	inspecteren
inspecteerde	=	inspecteren
inspecteerden	=	inspecteren
inspecteert	=	inspecteren
inspectere	=	inspecteren
inspecteren	verb	grondig en nauwkeurig bekijken
inspecterend	=	inspecteren
inspecterende	=	inspecteren
inspecteur	noun	iemand wiens taak het is inspecties uit te voeren
inspecteurs	=	inspecteur
inspecteurtje	=	inspecteur
inspecteurtjes	=	inspecteur
inspectie	noun	een grondige en nauwkeurige controle
inspectiebezoek	noun	bezoek waarbij een keurende instantie controleert of alles wel in orde is
inspectiebezoeken	=	inspectiebezoek
inspectiebezoekje	=	inspectiebezoek
inspectiebezoekjes	=	inspectiebezoek
inspectiecommissie	noun	groep mensen die aangesteld is om zaken te controleren door ze ter plekke te bestuderen
inspectiecommissies	=	inspectiecommissie
inspectiecommissietje	=	inspectiecommissie
inspectiecommissietjes	=	inspectiecommissie
inspectiedienst	noun	instelling die controles uitvoert
inspectiediensten	=	inspectiedienst
inspectiekosten	noun	uitgaven die men doet om iets grondig te bekijken en te onderzoeken
inspectierapport	noun	schriftelijke verslaglegging van een onderzoek door de inspectie
inspectierapporten	=	inspectierapport
inspectierapportje	=	inspectierapport
inspectierapportjes	=	inspectierapport
inspectiereis	noun	reis die gemaakt wordt om zaken te controleren
inspectiereisje	=	inspectiereis
inspectiereisjes	=	inspectiereis
inspectiereizen	=	inspectiereis
inspectieronde	noun	rondgang waarbij men een controle uitvoert
inspectieronden	=	inspectieronde
inspectierondes	=	inspectieronde
inspecties	=	inspectie
inspectieteam	noun	groep mensen die samen iets grondig en nauwkeurig controleren
inspectieteams	=	inspectieteam
inspectietje	=	inspectie
inspectietjes	=	inspectie
inspectievakantie	noun	tijdelijke vrijstelling van gebruikelijke overheidsinspecties als er sprake is van een deugdelijke zelfregulatie
inspectievakanties	=	inspectievakantie
inspectievakantietje	=	inspectievakantie
inspectievakantietjes	=	inspectievakantie
inspectievlucht	noun	vliegtocht die men gebruikt om controlerende observaties uit te voeren
inspectievluchten	=	inspectievlucht
inspectievluchtje	=	inspectievlucht
inspectievluchtjes	=	inspectievlucht
inspector	noun	inspecteur
inspectoraal	adj	van, behorend tot het werkgebied van een inspecteur
inspectoraals	=	inspectoraal
inspectoraat	noun	het ambt/de functie van inspecteur
inspectoraatje	=	inspectoraat
inspectoraatjes	=	inspectoraat
inspectorale	=	inspectoraal
inspectoraten	=	inspectoraat
inspectrice	noun	vrouwelijke vorm van inspecteur
inspectrices	=	inspectrice
inspeel	=	inspelen
inspeelde	=	inspelen
inspeelden	=	inspelen
inspeelt	=	inspelen
inspele	=	inspelen
inspelen	verb	aanpassen aan gebeurtenissen
inspelend	=	inspelen
inspelende	=	inspelen
inspiciënt	noun	persoon die bij een voorstelling verantwoordelijk is voor decor, rekwisieten, de toepassing van licht- en geluidseffecten etc.
inspiciënten	=	inspiciënt
inspin	=	inspinnen
inspinne	=	inspinnen
inspinnen	verb	met spinsel omwikkelen
inspinnend	=	inspinnen
inspinnende	=	inspinnen
inspint	=	inspinnen
inspiratie	noun	een gevoel over hoe men iets kan aanpakken
inspiratiebron	noun	iets of iemand die je geleerd heeft hoe je zaken kunt aanpakken; oorspronkelijk had het begrip vooral betrekking op kunstenaars
inspiratiebronnen	=	inspiratiebron
inspiratieloos	adj	zonder inspiratie
inspiratieloost	=	inspiratieloos
inspiratielooste	=	inspiratieloos
inspiratieloze	=	inspiratieloos
inspiratielozer	=	inspiratieloos
inspiratielozere	=	inspiratieloos
inspiratielozers	=	inspiratieloos
inspiraties	=	inspiratie
inspiratietje	=	inspiratie
inspirator	noun	iemand die anderen ergens enthousiast over maakt
inspiratoren	=	inspirator
inspirators	=	inspirator
inspiratortje	=	inspirator
inspiratrice	noun	vrouwelijke vorm van inspirator
inspiratrices	=	inspiratrice
inspiratricetje	=	inspiratrice
inspiratricetjes	=	inspiratrice
inspireer	=	inspireren
inspireerde	=	inspireren
inspireerden	=	inspireren
inspireeren	=	inspireren
inspireert	=	inspireren
inspirere	=	inspireren
inspireren	verb	op bepaalde gedachten komen door een externe prikkel; op bepaalde gedachten brengen door een externe prikkel
inspirerend	adj	nieuwe gedachten (ingeblazen)krijgend
inspirerende	=	inspirerend
inspirerender	=	inspirerend
inspirerendere	=	inspirerend
inspirerenders	=	inspirerend
inspirerends	=	inspirerend
inspirerendst	=	inspirerend
inspirerendste	=	inspirerend
inspoele	=	inspoelen
inspoelen	verb	door de stroming van water binnentreden
inspoelende	=	inspoelen
inspon	=	inspinnen
insponnen	=	inspinnen
inspoot	=	inspuiten
inspote	=	inspuiten
inspoten	=	inspuiten
inspraak	noun	de kans om zijn mening te uiten
inspraakavond	noun	bijeenkomst in de avonduren waarin personen hun mening over een bepaalde zaak kunnen geven
inspraakavonden	=	inspraakavond
inspraakavondje	=	inspraakavond
inspraakavondjes	=	inspraakavond
inspraakbijeenkomst	noun	vergadering waarin belanghebbenden kunnen zeggen wat hun wensen zijn
inspraakbijeenkomsten	=	inspraakbijeenkomst
inspraakbijeenkomstje	=	inspraakbijeenkomst
inspraakbijeenkomstjes	=	inspraakbijeenkomst
inspraakmogelijkheden	=	inspraakmogelijkheid
inspraakmogelijkheid	noun	gelegenheid voor degenen die door een voorgenomen besluit van een autoriteit worden geraakt om hun opvattingen daarover te laten weten zodat die autoriteit daar rekening mee kan houden
inspraakorgaan	noun	organisatie of instelling die mensen de gelegenheid geeft om hun mening te uiten over iets dat hun direct aangaat
inspraakorganen	=	inspraakorgaan
inspraakprocedure	noun	manier waarop men direct belanghebbenden betrekt bij de besluitvorming
inspraakprocedures	=	inspraakprocedure
inspraakronde	noun	het betrekken van de belanghebbenden bij een bepaalde fase in de besluitvorming
inspraakronden	=	inspraakronde
inspraakrondes	=	inspraakronde
inspraakt	=	inspreken
insprak	=	inspreken
insprake	=	inspreken
inspraken	=	inspreken
inspreek	=	inspreken
inspreekt	=	inspreken
inspreke	=	inspreken
inspreken	verb	door praten een overtuiging bewerkstelligen
insprekend	=	inspreken
insprekende	=	inspreken
inspreker	noun	iemand die zijn mening geeft tijdens een inspraakbijeenkomst
insprekers	=	inspreker
inspring	=	inspringen
inspringe	=	inspringen
inspringen	verb	met een sprong zich in iets begeven
inspringend	=	inspringen
inspringende	=	inspringen
inspringing	noun	opzettelijk grotere kantlijn
inspringingen	=	inspringing
inspringinkje	=	inspringing
inspringinkjes	=	inspringing
inspringt	=	inspringen
insprong	=	inspringen
inspronge	=	inspringen
insprongen	=	inspringen
insprongt	=	inspringen
inspuit	=	inspuiten
inspuite	=	inspuiten
inspuiten	verb	door druk op een vloeistof uit te oefenen deze door een nauwe opening ergens in doen bewegen
inspuitend	=	inspuiten
inspuitende	=	inspuiten
inspuiting	noun	een vloeistof met kracht door een nauwe opening naar binnen brengen
inspuitingen	=	inspuiting
inspuitinkje	=	inspuiting
insta	=	instaan
instaakt	=	insteken
instaan	verb	ergens borg voor staan
instaand	=	instaan
instaande	=	instaan
instaat	=	instaan
instabiel	adj	niet stabiel, zonder evenwicht
instabiele	=	instabiel
instabieler	=	instabiel
instabielere	=	instabiel
instabielers	=	instabiel
instabiels	=	instabiel
instabielst	=	instabiel
instabielste	=	instabiel
instabiliteit	noun	het instabiel zijn, de onbestendigheid
instabiliteiten	=	instabiliteit
instafamous	adj	beroemd zijn op de social media app Instagram; heel veel volgers hebben op Instagram
instagram	=	instagrammen
instagramde	=	instagrammen
instagramden	=	instagrammen
instagramme	=	instagrammen
instagrammen	verb	foto's en video's delen op Instagram
instagrammend	=	instagrammen
instagrammende	=	instagrammen
instagrampagina	noun	online identiteit op het socialemediaplatform Instagram waar gebruikers foto's en video's delen met volgers
instagrampagina's	=	instagrampagina
instagrampaginaatje	=	instagrampagina
instagrampaginaatjes	=	instagrampagina
instagramt	=	instagrammen
instak	=	insteken
instake	=	insteken
instaken	=	insteken
installateur	noun	iemand die (elektrische) installaties installeert
installateurs	=	installateur
installateurtje	=	installateur
installateurtjes	=	installateur
installatie	noun	de actie van het installeren (bijv. het zich ergens vestigen en inrichten)
installatieautomaat	noun	een toestel dat de stroom uitschakelt als deze een maximumwaarde te boven gaat
installatieautomaten	=	installatieautomaat
installatiebedrijf	noun	onderneming die de technische installaties in gebouwen aanlegt
installatiebedrijfje	=	installatiebedrijf
installatiebedrijfjes	=	installatiebedrijf
installatiebedrijven	=	installatiebedrijf
installatiebestand	noun	computerprogramma dat dient om een programma te plaatsen en te laten functioneren op een computersysteen
installatiebestanden	=	installatiebestand
installatiebestandje	=	installatiebestand
installatiebestandjes	=	installatiebestand
installatiebranche	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het aanleggen van technische installaties in gebouwen
installatiebranches	=	installatiebranche
installatiebureau	noun	bedrijf dat betrokken is bij het aanleggen en ontwerpen van de technische installaties van een gebouw
installatiebureaus	=	installatiebureau
installatiebureautje	=	installatiebureau
installatiebureautjes	=	installatiebureau
installatieconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse installatiebedrijven
installatieconcerns	=	installatieconcern
installatiedoos	noun	doos waarin de verbindingen in een elektrische installatie tot stand worden gebracht
installatiedoosje	=	installatiedoos
installatiedoosjes	=	installatiedoos
installatiedozen	=	installatiedoos
installatiedraad	noun	elektriciteitsdraad dat gebruikt wordt in een elektrische installatie (in Nederland) bestaande uit een massieve koperen kern en een isolatie (meestal vinyl)
installatiedraadje	=	installatiedraad
installatiedraadjes	=	installatiedraad
installatiedraden	=	installatiedraad
installatiehandleiding	noun	een document met stapsgewijze instructies om een product of software bedrijfsklaar te maken.
installatiehandleidingen	=	installatiehandleiding
installatiehandleidinkje	=	installatiehandleiding
installatiehandleidinkjes	=	installatiehandleiding
installatiekost	noun|obsolete	uitgaven die men maakt bij het plaatsen van toestellen zodat ze hun functie kunnen verrichten
installatiekosten	noun	uitgaven die men maakt bij het plaatsen van toestellen zodat ze hun functie kunnen verrichten
installatiemonteur	noun	monteur die installaties aanbrengt
installatiemonteurs	=	installatiemonteur
installatieproces	noun	het aanleggen van de technische installaties van een gebouw
installatieprocessen	=	installatieproces
installatieprogramma	noun	computerprogramma dat zorgt voor de plaatsing en activering van bepaalde software op een computersysteem
installatieprogramma's	=	installatieprogramma
installatieprogrammaatje	=	installatieprogramma
installatieprogrammaatjes	=	installatieprogramma
installaties	=	installatie
installatietechniek	noun	aantal vakgebieden waarin een verzameling van technische componenten wordt samengesteld tot een functioneel geheel
installatietechnieken	=	installatietechniek
installatietje	=	installatie
installatietjes	=	installatie
installatiewerk	noun	werk dat verricht moet worden voor het aanleggen van de technische voorzieningen in een gebouw
installatiewerken	=	installatiewerk
installeer	=	installeren
installeerde	=	installeren
installeerden	=	installeren
installeert	=	installeren
installere	=	installeren
installeren	verb	in een positie brengen waarin voortaan een bepaalde functie kan worden vervuld
installerend	=	installeren
installerende	=	installeren
installering	noun	het aanstellen van een persoon in een functie
installeringen	=	installering
instamp	=	instampen
instampe	=	instampen
instampen	verb	door stampen in elkaar duwen
instampend	=	instampen
instampende	=	instampen
instampt	=	instampen
instampte	=	instampen
instampten	=	instampen
instandhouding	noun	het in stand houden, het doen blijven bestaan
instandhoudingen	=	instandhouding
instandhoudinkje	=	instandhouding
instandhoudinkjes	=	instandhouding
instant	adj	meteen te gebruiken, zonder veel voorbereiding beschikbaar
instantaneetje	=	instantané
instantaneetjes	=	instantané
instantané	noun	snel genomen foto gemaakt met een korte sluitingstijd
instantanés	=	instantané
instantelijk	adj	op slag
instantelijke	=	instantelijk
instantelijker	=	instantelijk
instantelijkere	=	instantelijk
instantelijkers	=	instantelijk
instantelijks	=	instantelijk
instantelijkst	=	instantelijk
instantelijkste	=	instantelijk
instantie	noun	instelling [2]
instanties	=	instantie
instantietje	=	instantie
instantietjes	=	instantie
instantkoffie	noun	koffie die wordt bereid door poeder of gevriesdroogd granulaat in warm water te strooien
instantkoffies	=	instantkoffie
instants	=	instant
instantsoep	noun	soep die men maakt door een poeder op te lossen in heet water
instantsoepen	=	instantsoep
instantsoepje	=	instantsoep
instantsoepjes	=	instantsoep
instap	noun	zich vervoegen in een verband
instapdrempel	noun	de drempel van een voertuig die men moet nemen bij het instappen in dat voertuig
instapdrempels	=	instapdrempel
instapdrempeltje	=	instapdrempel
instapdrempeltjes	=	instapdrempel
instapje	=	instap
instapjes	=	instap
instapkaart	noun	een kaart die je nodig hebt om met een vliegtuig te reizen
instapkaarten	=	instapkaart
instapkaartje	=	instapkaart
instapkaartjes	=	instapkaart
instapkost	noun|obsolete	uitgaven die men doet als men ergens aan wil deelnemen
instapkosten	noun	uitgaven die men doet als men ergens aan wil deelnemen
instapmodel	noun	met meest eenvoudige en goedkope type van iets
instapmodellen	=	instapmodel
instapmodelletje	=	instapmodel
instapmodelletjes	=	instapmodel
instapmoment	noun	tijdstip wanneer men met iets begint; tijdstip wanneer men besluit ergens aan mee te doen
instapmomenten	=	instapmoment
instapmomentje	=	instapmoment
instapmomentjes	=	instapmoment
instapniveau	noun	het niveau dat past bij personen die met een bepaalde activiteit beginnen en nog geen ervaring hebben; wat je nodig hebt om ergens mee te kunnen beginnen
instapniveaus	=	instapniveau
instapniveautje	=	instapniveau
instapniveautjes	=	instapniveau
instappe	=	instappen
instappen	verb	binnengaan in een voertuig
instappend	adj	een vervoermiddel ingaand
instappende	=	instappend
instappends	=	instappend
instapper	noun	schoen zonder veters
instappers	=	instapper
instappertje	noun	alleen verkleinwoord kind dat voor het eerst naar school gaat of zal gaan
instappertjes	=	instapper
instapprijs	noun	de hoeveelheid geld die je voor de basisuitvoering van iets moet betalen
instapprijsje	=	instapprijs
instapprijsjes	=	instapprijs
instapprijzen	=	instapprijs
instapt	=	instappen
instapte	=	instappen
instapten	=	instappen
instaptoets	noun	toelatingsexamen dat men doet om te zien of men voldoende voorbereid is om bepaald onderwijs te volgen
instaptoetsen	=	instaptoets
instaptoetsje	=	instaptoets
instaptoetsjes	=	instaptoets
instaslet	noun	iemand die zeer actief is op Instagram en veel de aandacht van anderen probeert te trekken
instasletje	=	instaslet
instasletjes	=	instaslet
instasletten	=	instaslet
insteeg	=	instijgen
insteek	noun	handeling van het insteken
insteekboek	noun	boek voor het bewaren en ordenen van postzegels, waarbij de postzegels achter stroken van pergamijn of plastic worden geschoven
insteekboeken	=	insteekboek
insteekboekje	=	insteekboek
insteekboekjes	=	insteekboek
insteekhaven	noun	een doodlopende haven waarvan de invaart een hoek met de vaarweg en die vanaf de vaarweg niet geheel is te overzien
insteekhavens	=	insteekhaven
insteekhaventje	=	insteekhaven
insteekhaventjes	=	insteekhaven
insteekhoes	noun	een kunststoffen mapje waarin veelal papier van het A4-formaat wordt bewaard
insteekhoesje	=	insteekhoes
insteekhoesjes	=	insteekhoes
insteekhoezen	=	insteekhoes
insteekje	=	insteek
insteekjes	=	insteek
insteekslot	noun	slot dat in een gleuf van een deur verwerkt is
insteeksloten	=	insteekslot
insteekslotje	=	insteekslot
insteekslotjes	=	insteekslot
insteekt	=	insteken
instegen	=	instijgen
insteke	=	insteken
insteken	verb	een scherp voorwerp inbrengen
instekend	=	insteken
instekende	=	insteken
insteker	noun	persoon die iets insteekt
instekers	=	insteker
instekertje	=	insteker
instekertjes	=	insteker
instel	=	instellen
instelbaar	adj	het zelf kunnen regelen van hoe een product zal functioneren
instelbaarder	=	instelbaar
instelbaardere	=	instelbaar
instelbaarders	=	instelbaar
instelbaars	=	instelbaar
instelbaarst	=	instelbaar
instelbaarste	=	instelbaar
instelbare	=	instelbaar
instelde	=	instellen
instelden	=	instellen
instelle	=	instellen
instellen	verb	het op een gewenste wijze regelen van iets
instellend	=	instellen
instellende	=	instellen
instelling	noun	keer dat iets wordt ingesteld; dat wat ingesteld is
instellingen	=	instelling
instellinkje	=	instelling
instellinkjes	=	instelling
instelpotmeter	noun	onderdeel waarmee de werking van de elektrisch apparaat wordt geregeld door de hoogte van een bepaalde elektrische spanning in te stellen
instelpotmeters	=	instelpotmeter
instelt	=	instellen
instem	=	instemmen
instemde	=	instemmen
instemden	=	instemmen
instemme	=	instemmen
instemmen	verb	het eens zijn
instemmend	adj	van iets dat het wijst op toestemming
instemmende	=	instemmen
instemmender	=	instemmend
instemmendere	=	instemmend
instemmenders	=	instemmend
instemmends	=	instemmend
instemmendst	=	instemmend
instemmendste	=	instemmend
instemming	noun	adhesie, toestemming
instemmingen	=	instemming
instemmingsrecht	noun	recht van inspraakorganen om al dan niet in te stemmen met besluiten van een bestuur
instemmingsrechten	=	instemmingsrecht
instemmingsverklaring	noun	een formeel, schriftelijk document waarmee een persoon of organisatie akkoord gaat met een specifiek besluit, handeling of verzoek
instemmingsverklaringen	=	instemmingsverklaring
instemmingsverklarinkje	=	instemmingsverklaring
instemmingsverklarinkjes	=	instemmingsverklaring
instemt	=	instemmen
instiet	=	instoten
instieten	=	instoten
instigatie	noun	aandrijving, aansporing
instigaties	=	instigatie
instigator	noun	iemand die instigeert (aanzet geeft tot iets)
instigatoren	=	instigator
instigators	=	instigator
instigatortje	=	instigator
instigatortjes	=	instigator
instigatrice	noun	vrouwelijke vorm van instigator
instigatrices	=	instigatrice
instigatricetje	=	instigatrice
instigatricetjes	=	instigatrice
instigeer	=	instigeren
instigeerde	=	instigeren
instigeerden	=	instigeren
instigeert	=	instigeren
instigere	=	instigeren
instigeren	verb	aansporen
instigerend	=	instigeren
instigerende	=	instigeren
instijg	=	instijgen
instijge	=	instijgen
instijgen	verb	een koets, rijtuig of ander vervoermiddel ingaan
instijgend	=	instijgen
instijgende	=	instijgen
instijgt	=	instijgen
instillatie	noun	indruppeling
instinct	noun	gedrag dat geheel genetisch bepaald is
instincten	=	instinct
instinctief	adj	direkt uit de instincten ontstaand zonder nadenken of beredeneren
instinctiefs	=	instinctief
instinctiefst	=	instinctief
instinctiefste	=	instinctief
instinctieve	=	instinctief
instinctiever	=	instinctief
instinctievere	=	instinctief
instinctievers	=	instinctief
instinctje	=	instinct
instinctjes	=	instinct
instinctmatig	adj	betrekking hebbend op aangeboren gedrag
instinctmatige	=	instinctmatig
instinctmatiger	=	instinctmatig
instinctmatigere	=	instinctmatig
instinctmatigers	=	instinctmatig
instinctmatigs	=	instinctmatig
instinctmatigst	=	instinctmatig
instinctmatigste	=	instinctmatig
instink	=	instinken
instinke	=	instinken
instinken	verb	voor de mal gehouden zijn; zich hebben laten beetnemen
instinkend	=	instinken
instinkende	=	instinken
instinker	noun	een vraag waarbij het uitdrukkelijk de bedoeling is dat de antwoorder een verkeerd antwoord geeft; een misleidende vraag
instinkers	=	instinker
instinkertje	=	instinker
instinkertjes	=	instinker
instinkt	=	instinken
institueer	=	institueren
institueerde	=	institueren
institueerden	=	institueren
institueert	=	institueren
instituere	=	institueren
institueren	verb	instellen, stichten
instituerend	=	institueren
instituerende	=	institueren
instituten	=	instituut
instituteur	noun	kostschoolhouder
instituteurs	=	instituteur
instituteurtje	=	instituteur
instituteurtjes	=	instituteur
institutie	noun	staatsrechtelijke of burgerlijke organisatie
instituties	=	institutie
institutionaliseer	=	institutionaliseren
institutionaliseerde	=	institutionaliseren
institutionaliseerden	=	institutionaliseren
institutionaliseert	=	institutionaliseren
institutionalisere	=	institutionaliseren
institutionaliseren	verb	iets tot een gevestigde instelling maken
institutionaliserend	=	institutionaliseren
institutionaliserende	=	institutionaliseren
institutionalisering	noun	creatie van gouvernementele instituties of bepaalde lichamen die verantwoordelijk zijn voor het implementeren van beleid
institutionaliseringen	=	institutionalisering
institutioneel	adj	voortkomend uit de processen, het beleid en de regels (geschreven en ongeschreven) van organisaties
institutioneels	=	institutioneel
institutioneelst	=	institutioneel
institutioneelste	=	institutioneel
institutionele	=	institutioneel
institutioneler	=	institutioneel
institutionelere	=	institutioneel
institutionelers	=	institutioneel
institutrice	noun	vrouwelijke vorm van instituteur
institutrices	=	institutrice
institutricetje	=	institutrice
institutricetjes	=	institutrice
instituut	noun	instelling [1] voor onderzoek, onderwijs, verpleging e.d
instituutje	=	instituut
instituutjes	=	instituut
instond	=	instaan
instonden	=	instaan
instonk	=	instinken
instonke	=	instinken
instonken	=	instinken
instonkt	=	instinken
instoof	=	instuiven
instoot	=	instoten
instootte	=	instoten
instootten	=	instoten
instop	=	instoppen
instoppe	=	instoppen
instoppen	verb	indoen
instoppend	=	instoppen
instoppende	=	instoppen
instopt	=	instoppen
instopte	=	instoppen
instopten	=	instoppen
instore	adj	binnen een winkel
instorm	=	instormen
instormde	=	instormen
instormden	=	instormen
instorme	=	instormen
instormen	verb	met veel lawaai, kracht en snelheid ergens naar binnengaan of binnendringen
instormend	=	instormen
instormende	=	instormen
instormt	=	instormen
instort	=	instorten
instorte	=	instorten
instorten	verb	zwichten voor de zwaartekracht
instortend	=	instorten
instortende	noun	hij of zij die aan het vergaan is
instortenden	=	instortende
instorting	noun	het kapot gaan van een constructie door naar beneden vallen
instortingen	=	instorting
instortingsgevaar	noun	de kans dat iets op een gevaarlijke manier in elkaar kan vallen door de zwaartekracht
instortingsgevaren	=	instortingsgevaar
instortinkje	=	instorting
instortte	=	instorten
instortten	=	instorten
instote	=	instoten
instoten	verb	met een stotende beweging iets kapot maken
instotend	=	instoten
instotende	=	instoten
instouw	=	instouwen
instouwde	=	instouwen
instouwden	=	instouwen
instouwe	=	instouwen
instouwen	verb	iets in een grotere ruimte opbergen
instouwend	=	instouwen
instouwende	=	instouwen
instouwt	=	instouwen
instoven	=	instuiven
instraal	=	instralen
instraalde	=	instralen
instraalden	=	instralen
instraalt	=	instralen
instrale	=	instralen
instralen	verb	paranormale handeling waarbij een medium kosmische energie doorgeeft naar bepaalde voorwerpen of personen
instralend	=	instralen
instralende	=	instralen
instraling	noun	de ontvangen straling
instralingen	=	instraling
instreek	=	instrijken
instreken	=	instrijken
instrijk	=	instrijken
instrijke	=	instrijken
instrijken	verb	strijkend aanbrengen in of op
instrijkend	=	instrijken
instrijkende	=	instrijken
instrijkt	=	instrijken
instrome	=	instromen
instromen	verb	ergens binnenkomen
instromend	=	instromen
instromende	=	instromen
instroming	noun	het naar binnen stromen van water
instromingen	=	instroming
instroom	noun	toeloop
instroombeperking	noun	het remmen van de toeloop
instroombeperkingen	=	instroombeperking
instroomcijfer	noun	getal dat een toeloop beschrijft
instroomcijfers	=	instroomcijfer
instroomde	=	instromen
instroomden	=	instromen
instroompje	=	instroom
instroompjes	=	instroom
instroomprocedure	noun	de wijze waarop men de toeloop reguleert
instroomprocedures	=	instroomprocedure
instroomt	=	instromen
instructeur	noun	iemand die anderen instrueert (onderricht) in een vaardigheid
instructeurs	=	instructeur
instructeursopleiding	noun	een leertraject dat mensen voorbereidt op het geven van praktijkgerichte lessen, trainingen en instructies.
instructeursopleidingen	=	instructeursopleiding
instructeursopleidinkje	=	instructeursopleiding
instructeursopleidinkjes	=	instructeursopleiding
instructeurtje	=	instructeur
instructeurtjes	=	instructeur
instructie	noun	een order, een aanwijzing
instructiebad	noun	zwembassin voor het geven van zwemles
instructiebaden	=	instructiebad
instructiebadje	=	instructiebad
instructiebadjes	=	instructiebad
instructieblaadje	=	instructieblad
instructieblaadjes	=	instructieblad
instructieblad	noun	blad waarop instructies staan
instructiebladen	=	instructieblad
instructieboek	noun	boek waarin instructies staan
instructieboeken	=	instructieboek
instructieboekje	=	instructieboek
instructieboekjes	=	instructieboek
instructief	noun	naamval die het gebruikte middel aanduidt	adj	instructies bevattend, leerzaam
instructiefilm	noun	een film waarin uitleg en instructies worden gegeven hoe te handelen
instructiefilmpje	=	instructiefilm
instructiefilmpjes	=	instructiefilm
instructiefilms	=	instructiefilm
instructiefs	=	instructief
instructiefst	=	instructief
instructiefste	=	instructief
instructiehandboek	noun	handboek waarin instructies staan
instructiehandboeken	=	instructiehandboek
instructiehandboekje	=	instructiehandboek
instructiehandboekjes	=	instructiehandboek
instructielijst	noun	opsomming met opdrachten en aanwijzingen
instructielijsten	=	instructielijst
instructielijstje	=	instructielijst
instructielijstjes	=	instructielijst
instructies	=	instructie
instructieset	noun	verzameling van alle mogelijke instructies die een processor kan verwerken
instructiesets	=	instructieset
instructietje	=	instructie
instructietjes	=	instructie
instructieve	=	instructief
instructieven	=	instructief
instructiever	=	instructief
instructievere	=	instructief
instructieverpleegkundige	noun	verpleegkundige die onderricht geeft in de praktijk
instructieverpleegkundigen	=	instructieverpleegkundige
instructievers	=	instructief
instructievlucht	noun	vliegtocht ter onderrichting van het vliegpersoneel
instructor	noun	persoon die instructies geeft over een bepaalde praktische vaardigheid
instructoren	=	instructor
instructors	=	instructor
instructrice	noun	vrouwelijke vorm van instructeur
instructrices	=	instructrice
instructricetje	=	instructrice
instructricetjes	=	instructrice
instrueer	=	instrueren
instrueerde	=	instrueren
instrueerden	=	instrueren
instrueert	=	instrueren
instruere	=	instrueren
instrueren	verb	een vaardigheid onderwijzen
instruerend	=	instrueren
instruerende	=	instrueren
instrument	noun	werktuig
instrumentaal	adj	met behulp van instrumenten uitgevoerd
instrumentaals	=	instrumentaal
instrumentaalst	=	instrumentaal
instrumentaalste	=	instrumentaal
instrumentair	adj	voor de vorm
instrumentairder	=	instrumentair
instrumentairdere	=	instrumentair
instrumentairders	=	instrumentair
instrumentaire	=	instrumentair
instrumentairs	=	instrumentair
instrumentairst	=	instrumentair
instrumentairste	=	instrumentair
instrumentale	=	instrumentaal
instrumentaler	=	instrumentaal
instrumentalere	=	instrumentaal
instrumentalers	=	instrumentaal
instrumentales	=	instrumentalis
instrumentalis	noun	een naamval die aangeeft dat een zelfstandig naamwoord het object is waarmee een actie wordt uitgevoerd
instrumentalisje	=	instrumentalis
instrumentalisjes	=	instrumentalis
instrumentalisme	noun	een methodologische visie waarin ideeën nuttige instrumenten zijn en de waarde van een idee afhangt van hoe effectief het is in het verklaren en voorspellen van natuurverschijnselen
instrumentalissen	=	instrumentalis
instrumentalist	noun	persoon die een muziekinstrument bespeelt
instrumentalisten	=	instrumentalist
instrumentalistje	=	instrumentalist
instrumentalistjes	=	instrumentalist
instrumentaria	=	instrumentarium
instrumentarium	noun	de voor een bepaald doel benodigde gezamenlijke instrumenten
instrumentariumpje	=	instrumentarium
instrumentariumpjes	=	instrumentarium
instrumentariums	=	instrumentarium
instrumentatie	noun	orkestratie, het zodanig toekennen van muziekinstrumenten aan een muziekstuk of het zodanig bewerken van een partij voor een instrument dat deze goed speelbaar is op dat instrument
instrumentaties	=	instrumentatie
instrumenteel	adj	dienend als, met de aard van een instrument, een hulpmiddel
instrumenteels	=	instrumenteel
instrumenteelst	=	instrumenteel
instrumenteelste	=	instrumenteel
instrumentele	=	instrumenteel
instrumenteler	=	instrumenteel
instrumentelere	=	instrumenteel
instrumentelers	=	instrumenteel
instrumenten	=	instrument
instrumentenbord	noun	paneel met meet- en eventueel regelinstrumenten
instrumentenborden	=	instrumentenbord
instrumentenbordje	=	instrumentenbord
instrumentenbordjes	=	instrumentenbord
instrumentenbouwer	noun	iemand die werktuigen bouwt
instrumentenbouwers	=	instrumentenbouwer
instrumentenlanding	noun	vliegtuiglanding zonder grondzicht, waarbij dus alleen op de instrumenten gevlogen wordt
instrumentenlandingen	=	instrumentenlanding
instrumentenlandinkje	=	instrumentenlanding
instrumentenlandinkjes	=	instrumentenlanding
instrumentenmaker	noun	persoon die precisiewerktuigen maakt
instrumentenmakers	=	instrumentenmaker
instrumentenpaneel	noun	paneel met de afleesvensters van instrumenten in een voertuig
instrumentenpaneeltje	=	instrumentenpaneel
instrumentenpaneeltjes	=	instrumentenpaneel
instrumentenpanelen	=	instrumentenpaneel
instrumentist	noun	bespeler van een (muziek)instrument; muzikant
instrumentisten	=	instrumentist
instrumentje	=	instrument
instrumentjes	=	instrument
instrumentkabel	noun	kabel die een of ander elektrisch muziekinstrument met de ingang van een versterker verbindt
instrumentkabels	=	instrumentkabel
instrumentkabeltje	=	instrumentkabel
instrumentkabeltjes	=	instrumentkabel
instrumentmaker	noun	iemand die instrumenten maakt
instrumentmakers	=	instrumentmaker
instudeer	=	instuderen
instudeerde	=	instuderen
instudeerden	=	instuderen
instudeert	=	instuderen
instudere	=	instuderen
instuderen	verb	iets zo goed leren, oefenen en repeteren dat je het je eigen gemaakt hebt
instuderend	=	instuderen
instuderende	=	instuderen
instuif	noun	informele receptie in iemands woonhuis naar aanleiding van een of andere gelegenheid
instuifje	=	instuif
instuifjes	=	instuif
instuift	=	instuiven
instuive	=	instuiven
instuiven	verb	naar binnen stuiven
instuivend	=	instuiven
instuivende	=	instuiven
instulp	=	instulpen
instulpe	=	instulpen
instulpen	verb	op een zekere plaats op een oppervlak binnen dat oppervlak doen komen, zonder dat het oppervlak beschadigd of verbroken wordt
instulpend	=	instulpen
instulpende	=	instulpen
instulping	noun	door instulpen gevormde holte
instulpingen	=	instulping
instulpinkje	=	instulping
instulpinkjes	=	instulping
instulpt	=	instulpen
instulpte	=	instulpen
instulpten	=	instulpen
insture	=	insturen
insturen	verb	door te zenden bij iemand laten aankomen
insturend	=	insturen
insturende	=	insturen
instuur	=	insturen
instuurde	=	insturen
instuurden	=	insturen
instuurt	=	insturen
instuw	=	instuwen
instuwde	=	instuwen
instuwden	=	instuwen
instuwe	=	instuwen
instuwen	verb	door een voortstuwing ergens in of naartoe gedreven worden
instuwend	=	instuwen
instuwende	=	instuwen
instuwt	=	instuwen
insubordinatie	noun	het verzet van iemand lager in rang tegen iemand die hoger in rang staat, vooral in militaire omstandigheden
insubordinaties	=	insubordinatie
insuf	=	insuffen
insuffe	=	insuffen
insuffen	verb	slaperig worden
insuffend	=	insuffen
insuffende	=	insuffen
insufficiënt	adj	onvoldoende (functionerend)
insufficiënte	=	insufficiënt
insufficiënter	=	insufficiënt
insufficiëntere	=	insufficiënt
insufficiënters	=	insufficiënt
insufficiëntie	noun	het onvoldoende functioneren
insufficiënties	=	insufficiëntie
insufficiënts	=	insufficiënt
insufficiëntst	=	insufficiënt
insufficiëntste	=	insufficiënt
insuft	=	insuffen
insufte	=	insuffen
insuften	=	insuffen
insulair	adj	betrekking hebbend op eilanden, eiland-
insulairder	=	insulair
insulairdere	=	insulair
insulairders	=	insulair
insulaire	=	insulair
insulairs	=	insulair
insulairst	=	insulair
insulairste	=	insulair
insuline	noun	een hormoon gemaakt in de bètacellen van de pancreas in de zogenaamde eilandjes van Langerhans, dat de lever aanzet bloedglucose op te nemen en op te slaan in de vorm van glycogeen
insulineafhankelijk	adj	van diabetes mellitus patiënten dat ze insuline nodig hebben
insulineafhankelijke	=	insulineafhankelijk
insulineafhankelijker	=	insulineafhankelijk
insulineafhankelijkere	=	insulineafhankelijk
insulineafhankelijkers	=	insulineafhankelijk
insulineafhankelijks	=	insulineafhankelijk
insulineafhankelijkst	=	insulineafhankelijk
insulineafhankelijkste	=	insulineafhankelijk
insulinebehandeling	noun	het toedienen van het hormoon insuline om een te hoge bloedsuikerspiegel (bloedglucose) te verlagen.
insulinebehandelingen	=	insulinebehandeling
insulinebehandelingetje	=	insulinebehandeling
insulinebehandelingetjes	=	insulinebehandeling
insulinegevoeligheid	noun	de mate waarin het lichaam kan reageren op verhoogde insulinespiegels
insulinen	=	insuline
insulinepomp	noun	apparaatje dat insuline in het lichaam brengt bij diabetici zodat injectiespuiten niet meer nodig zijn
insulinepompen	=	insulinepomp
insulinepompje	=	insulinepomp
insulinepompjes	=	insulinepomp
insulines	=	insuline
insulinomen	=	insulinoom
insulinoom	noun	neuro-endocriene tumor die uitgaat van de insulineproducerende bètacellen in het pancreas
insult	noun	een epileptische aanval, een toeval
insulten	=	insult
insultje	=	insult
insultjes	=	insult
insurgent	noun	opstandeling, oproerling	adj	opstandig, revolutionair, rebels, oproerig
insurgente	=	insurgent
insurgenten	=	insurgent
insurgenter	=	insurgent
insurgentere	=	insurgent
insurgenters	=	insurgent
insurgents	=	insurgent
insurgentst	=	insurgent
insurgentste	=	insurgent
inswinger	noun	bal die met een boog het doel ingaat
inswingers	=	inswinger
int	=	innen
intact	adj	in goede staat, onaangetast
intacte	=	intact
intacter	=	intact
intactere	=	intact
intacters	=	intact
intacts	=	intact
intactst	=	intact
intactste	=	intact
intake	noun	eerste gesprek bij een hulpverlener dat vaak dient om te kijken of de hulpverlener de cliënt verder kan helpen
intakegesprek	noun	inventariserend gesprek bij inschrijving
intakegesprekje	=	intakegesprek
intakegesprekjes	=	intakegesprek
intakegesprekken	=	intakegesprek
intakes	=	intake
intape	=	intapen
intapen	verb	met tape omwikkelen.
intapend	=	intapen
intapende	=	intapen
intapet	=	intapen
intapete	=	intapen
intapeten	=	intapen
intarsia	noun	inlegwerk (in hout)
inteder	adj	heel liefdevol
intedere	=	inteder
inteders	=	inteder
inteelt	noun	een wetenschappelijk begrip dat inhoudt het kruisen binnen een soort, ondersoort of ras van nauw aan elkaar verwante individuen
inteer	=	interen
inteerde	=	interen
inteerden	=	interen
inteert	=	interen
integendeel	adv	luidt een verrassende tegenstelling in
integer	adj	waarin men vertrouwen kan hebben
integerder	=	integer
integerdere	=	integer
integerders	=	integer
integere	=	integer
integers	=	integer
integerst	=	integer
integerste	=	integer
integraal	noun	limiet van de som van onbepaald afnemende termen	adj	in zijn geheel, met alle onderdelen waaruit het bestaat
integraalhelm	noun	valhelm die het hoofd volledig beschermt
integraalhelmen	=	integraalhelm
integraalhelmpje	=	integraalhelm
integraalhelmpjes	=	integraalhelm
integraaloperator	noun	deze operator is de inverse van de differentiaaloperator, werkt op een functie en heeft als resultaat een primitieve van die functie
integraalrekening	noun	methode om de oppervlakte te berekenen begrensd door de grafiek van een functie en de horizontale coördinaatas (x-as), tussen twee verticale lijnen (de begin- en eindwaarde van de integraal)
integraalrekeningen	=	integraalrekening
integraalrekeningetje	=	integraalrekening
integraalrekeningetjes	=	integraalrekening
integraals	=	integraal
integraalst	=	integraal
integraalste	=	integraal
integraaltje	=	integraal
integrale	=	integraal
integralen	=	integraal
integraler	=	integraal
integralere	=	integraal
integralers	=	integraal
integraliteit	noun	het één samenhangend geheel zijn van iets
integraliteiten	=	integraliteit
integratie	noun	het integreren d.w.z. het opnemen in één (harmonisch) geheel
integratiebeleid	noun	beleid gericht op de bevordering van integratie (van allochtonen of immigranten)
integratiecursus	noun	een onderwijsprogramma voor nieuwkomers in een land om de taal, cultuur en maatschappelijke regels te leren.
integratiecursusje	=	integratiecursus
integratiecursusjes	=	integratiecursus
integratiecursussen	=	integratiecursus
integratiedebat	noun	discussie over hoe, waarom en tot op welke hoogte mensen van buitenlandse afkomst zich moeten aanpassen aan de 'Nederlandse' cultuur
integratiedebatje	=	integratiedebat
integratiedebatjes	=	integratiedebat
integratiedebatten	=	integratiedebat
integratief	adj	niet gebonden aan een specifieke behandelwijze
integratiefs	=	integratief
integratiefst	=	integratief
integratiefste	=	integratief
integratiekosten	noun	uitgaven die men maakt om iets of iemand deel uit te laten maken van iets waar het nu nog geen deel van uitmaakt
integratiemethode	noun	een methode die gebruikt kan worden om een integraal te berekenen
integratiemethoden	=	integratiemethode
integratieplan	noun	voornemen om iets of iemand op te nemen in een groter geheel
integratieplannen	=	integratieplan
integratieplannetje	=	integratieplan
integratieplannetjes	=	integratieplan
integratiepolitiek	noun	beleid over hoe men personen kan opnemen in de samenleving
integratieprobleem	noun	het vraagstuk hoe immigranten een deel kunnen worden van de samenleving van hun nieuwe land
integratieprobleempje	=	integratieprobleem
integratieprobleempjes	=	integratieprobleem
integratieproblematiek	noun	de problematiek van integratie in de maatschappij.
integratieproblematieken	=	integratieproblematiek
integratieproblematiekje	=	integratieproblematiek
integratieproblematiekjes	=	integratieproblematiek
integratieproblemen	=	integratieprobleem
integratieproces	noun	bepalen van de oorspronkelijke functie als de afgeleide functie gegeven is
integratieprocessen	=	integratieproces
integratieproject	noun	aantal in de tijd begrensde handelingen die erop gericht zijn mensen (weer) op te nemen in een samenleving
integratieprojecten	=	integratieproject
integratieprojectje	=	integratieproject
integratieprojectjes	=	integratieproject
integraties	=	integratie
integratietraject	noun	de reeks gebeurtenissen betreffende de integratie
integratietrajecten	=	integratietraject
integratieve	=	integratief
integratiever	=	integratief
integratievere	=	integratief
integratievers	=	integratief
integrator	noun	toestel die een integrerende actie uitvoert of een signaal integreert
integratoren	=	integrator
integrators	=	integrator
integratortje	=	integrator
integratortjes	=	integrator
integreer	=	integreren
integreerbaar	adj	inpasbaar in een groter geheel
integreerbaarder	=	integreerbaar
integreerbaardere	=	integreerbaar
integreerbaarders	=	integreerbaar
integreerbaars	=	integreerbaar
integreerbaarst	=	integreerbaar
integreerbaarste	=	integreerbaar
integreerbare	=	integreerbaar
integreerde	=	integreren
integreerden	=	integreren
integreeren	=	integreren
integreert	=	integreren
integrere	=	integreren
integreren	verb	door een leerproces en aanpassing deel worden van de samenleving
integrerend	adj	gericht op het opnemen in een groter geheel
integrerende	=	integreren
integrerends	=	integrerend
integrering	noun	het integreren
integreringen	=	integrering
integrist	noun	aanhanger van het islamitisch fundamentalisme
integristen	=	integrist
integriteit	noun	onschendbaarheid, eerlijkheid, oprechtheid
integriteiten	=	integriteit
integriteitsbeleid	noun	de voornemens die men maakt om ervoor te zorgen dat (bestuurders) zich correct gedragen zonder misbruik te maken van hun positie
integriteitsbewaking	noun	het systematisch controleren en beschermen van de betrouwbaarheid, eerlijkheid en ethische normen binnen een organisatie.
integriteitsbewakingen	=	integriteitsbewaking
integriteitsbewakinkje	=	integriteitsbewaking
integriteitsbewakinkjes	=	integriteitsbewaking
integriteitschending	noun	het handelen in strijd met de (gedrags)regels, normen en waarden van een organisatie of de wet.
integriteitschendingen	=	integriteitschending
integriteitschendinkje	=	integriteitschending
integriteitschendinkjes	=	integriteitschending
integriteitscursus	noun	een programma dat medewerkers bewust maakt van ethisch handelen, morele dilemma's op de werkvloer leert herkennen en bespreekbaar maakt
integriteitscursusje	=	integriteitscursus
integriteitscursusjes	=	integriteitscursus
integriteitscursussen	=	integriteitscursus
integriteitseis	noun	voorwaarden die worden gesteld aan een persoon betreffende zijn of haar correctheid en eerlijkheid
integriteitseisen	=	integriteitseis
integriteitsonderzoek	noun	onderzoek of iemand wel eerlijk is; onderzoek naar mogelijke corruptie
integriteitsonderzoeken	=	integriteitsonderzoek
integriteitsschandaal	noun	een schandaal met betrekking tot de integriteit van een persoon of organisatie
integriteitsschandalen	=	integriteitsschandaal
integriteitsschending	noun	de keer dat men incorrect, oneerlijk of frauduleus handelt; de keer dat men het gestelde vertrouwen beschaamt
integriteitsschendingen	=	integriteitsschending
integriteitsschendinkje	=	integriteitsschending
integriteitsschendinkjes	=	integriteitsschending
integriteitsverklaring	noun	een ondertekend document waarin een (potentiële) medewerker verklaart eerlijk en ethisch te handelen, nevenfuncties meldt en geen betrokkenheid bij strafzaken heeft.
integriteitsverklaringen	=	integriteitsverklaring
integriteitsverklarinkje	=	integriteitsverklaring
integriteitsverklarinkjes	=	integriteitsverklaring
integritis	noun	neging om andere mensen te beschuldigen van een gebrek aan eerlijkheid en oprechtheid
integument	noun	bedekking: vacht, verenkleed, schil enz.
integumenten	=	integument
inteken	=	intekenen
intekenaar	noun	iemand die zich door intekenen tot iets verbindt
intekenaars	=	intekenaar
intekenaren	=	intekenaar
intekende	=	intekenen
intekenden	=	intekenen
intekene	=	intekenen
intekenen	verb	schriftelijk een verbintenis aangaan
intekenend	=	intekenen
intekenende	=	intekenen
intekening	noun	het door je naam op een lijst te zetten een belofte doen
intekeningen	=	intekening
intekenlijst	noun	Lijst waarop men zijn naam kan (laten) zetten om aan te geven dat men belooft ergens aan mee te doen (vaak bij collectes en activiteiten).
intekenlijsten	=	intekenlijst
intekenlijstje	=	intekenlijst
intekenlijstjes	=	intekenlijst
intekent	=	intekenen
intellect	noun	geheel van verstandelijke vermogens van een mens
intellecten	=	intellect
intellectualisatie	noun	het intellectualiseren
intellectualisaties	=	intellectualisatie
intellectualiseer	=	intellectualiseren
intellectualiseerde	=	intellectualiseren
intellectualiseerden	=	intellectualiseren
intellectualiseert	=	intellectualiseren
intellectualisere	=	intellectualiseren
intellectualiseren	verb	zich losmaken van het emotionele aspect van een ervaring door die vooral verstandelijk te benaderen
intellectualiserend	=	intellectualiseren
intellectualiserende	=	intellectualiseren
intellectualisme	noun	wereldbeschouwing die het einddoel van alle menselijk streven ziet in een verstandelijk begrijpen van de werkelijkheid
intellectualist	noun	persoon die het verstand, de rede boven alles stelt
intellectualisten	=	intellectualist
intellectualistisch	adj	overeenkomstig het intellectualisme
intellectualistische	=	intellectualistisch
intellectualistischer	=	intellectualistisch
intellectualistischere	=	intellectualistisch
intellectualistischers	=	intellectualistisch
intellectualistje	=	intellectualist
intellectualistjes	=	intellectualist
intellectueel	noun	iemand met een verstandelijke instelling	adj	betrekking hebbend op het verstand, verstandelijk
intellectueels	=	intellectueel
intellectueelst	=	intellectueel
intellectueelste	=	intellectueel
intellectueeltje	=	intellectueel
intellectueeltjes	=	intellectueel
intellectuele	=	intellectueel
intellectuelen	=	intellectueel
intellectueler	=	intellectueel
intellectuelere	=	intellectueel
intellectuelers	=	intellectueel
intelligent	adj	met een goed verstand of daarvan blijk gevend
intelligente	=	intelligent
intelligenter	=	intelligent
intelligentere	=	intelligent
intelligenters	=	intelligent
intelligentie	noun	een eigenschap van de werking van de hersenen van mensen met veel verschillende functies, of de simulatie daarvan in een computer
intelligentieniveau	noun	de hoogte van iemands IQ; maat voor het onderwijsniveau dat een leerling aankan
intelligentieniveaus	=	intelligentieniveau
intelligentieniveautje	=	intelligentieniveau
intelligentiequotiënt	noun	getal waarmee de intelligentie van iemand wordt uitgedrukt als verhouding tot een referentie van 100, de afkorting hiervan is IQ
intelligentiequotiënten	=	intelligentiequotiënt
intelligentiequotiëntje	=	intelligentiequotiënt
intelligentiequotiëntjes	=	intelligentiequotiënt
intelligenties	=	intelligentie
intelligentietest	noun	de meting meten van de verstandelijke vermogens van iemand
intelligentietesten	=	intelligentietest
intelligentietestje	=	intelligentietest
intelligentietestjes	=	intelligentietest
intelligentietests	=	intelligentietest
intelligentietje	=	intelligentie
intelligents	=	intelligent
intelligentsia	noun	de klasse der intellectuelen
intelligentst	=	intelligent
intelligentste	=	intelligent
intelligibel	adj	hetgeen begrepen kan worden
intelligibele	=	intelligibel
intelligibeler	=	intelligibel
intelligibelere	=	intelligibel
intelligibelers	=	intelligibel
intelligibels	=	intelligibel
intelligibelst	=	intelligibel
intelligibelste	=	intelligibel
intendance	noun	zorg voor beheer en administratie van een bezitting, rentmeesterschap
intendances	=	intendance
intendant	noun	artistiek leider met ook zakelijke zeggenschap over een culturele organisatie
intendanten	=	intendant
intens	adj	zeer krachtig, hevig	adv	in hoge mate
intense	=	intens
intenser	=	intens
intensere	=	intens
intensers	=	intens
intensie	noun	de begripsinhoud van een woord of woordgroep
intensief	noun	een werkwoord waarvan de vorm een versterkte werking aangeeft, in het bijzonder door de van de stam van een bestaand werkwoord de slotmedeklinker is verscherpt	adj	met veel ingrepen en aandacht, zo intens mogelijk
intensiefs	=	intensief
intensiefst	=	intensief
intensiefste	=	intensief
intensies	=	intensie
intensieve	=	intensief
intensieven	=	intensief
intensiever	=	intensief
intensievere	=	intensief
intensievers	=	intensief
intensifieer	=	intensifiëren
intensifieerde	=	intensifiëren
intensifieerden	=	intensifiëren
intensifieert	=	intensifiëren
intensifiëre	=	intensifiëren
intensifiëren	verb	intensiever maken
intensifiërend	=	intensifiëren
intensifiërende	=	intensifiëren
intensiteit	noun	het intens zijn, de hevigheid, sterkte
intensiteiten	=	intensiteit
intensivecareafdeling	noun	een afdeling in een ziekenhuis die zich richt op intensieve zorg
intensivecareafdelingen	=	intensivecareafdeling
intensivecarebed	noun	een bed op de afdeling intensive care (intensieve zorg) van een ziekenhuis
intensivecarebedden	=	intensivecarebed
intensiveer	=	intensiveren
intensiveerde	=	intensiveren
intensiveerden	=	intensiveren
intensiveeren	=	intensiveren
intensiveert	=	intensiveren
intensivere	=	intensiveren
intensiveren	verb	intenser (heviger, krachtiger) maken
intensiverend	=	intensiveren
intensiverende	=	intensiveren
intensivering	noun	verheviging door iets krachtiger of vaker te doen
intensiveringen	=	intensivering
intensivist	noun	een medisch specialist die zich verder gespecialiseerd heeft in de intensieve zorg
intensivisten	=	intensivist
intensiviteit	noun	het intens zijn, de hevigheid, sterkte
intensiviteiten	=	intensiviteit
intenst	=	intens
intenste	=	intens
intentie	noun	het doel wat men voor ogen heeft.
intentieboek	noun	boek in de Katholieke Kerk waarin gelovigen hun zorgen en de namen van overleden dierbaren kunnen opschrijven, zodat de gemeenschap hiervoor kan bidden
intentieboeken	=	intentieboek
intentieboekje	=	intentieboek
intentieboekjes	=	intentieboek
intentieovereenkomst	noun	verklaring dat men de bedoeling heeft om tot een gemeenschappelijke besluit te komen
intentieovereenkomsten	=	intentieovereenkomst
intentieovereenkomstje	=	intentieovereenkomst
intentieovereenkomstjes	=	intentieovereenkomst
intentieproces	noun	beschuldiging op grond van veronderstelde bedoelingen
intentieprocessen	=	intentieproces
intenties	=	intentie
intentietje	=	intentie
intentietjes	=	intentie
intentietremor	noun	beving bij beweging
intentieverklaring	noun	een verklaring van een partij omtrent een bedoeling (intentie)
intentieverklaringen	=	intentieverklaring
intentieverklarinkje	=	intentieverklaring
intentieverklarinkjes	=	intentieverklaring
intentionaliteit	noun	het intentioneel zijn, het gericht zijn
intentionaliteiten	=	intentionaliteit
intentioneel	adj	opzettelijk, expres, met een zekere bedoeling
intentioneels	=	intentioneel
intentioneelst	=	intentioneel
intentioneelste	=	intentioneel
intentionele	=	intentioneel
intentioneler	=	intentioneel
intentionelere	=	intentioneel
intentionelers	=	intentioneel
interacteer	=	interacteren
interacteerde	=	interacteren
interacteerden	=	interacteren
interacteert	=	interacteren
interactere	=	interacteren
interacteren	verb	deelnemen aan een interactie
interacterend	=	interacteren
interacterende	=	interacteren
interactie	noun	onderlinge beïnvloeding, wisselwerking
interactie-effect	noun	het verschijnsel dat het effect van een onafhankelijke variabele op een afhankelijke variabele verandert, afhankelijk van het niveau of de waarde van een andere onafhankelijke variabele
interactie-effecten	=	interactie-effect
interactief	adj	in wisselwerking
interactiefs	=	interactief
interactiefst	=	interactief
interactiefste	=	interactief
interacties	=	interactie
interactieve	=	interactief
interactiever	=	interactief
interactievere	=	interactief
interactievers	=	interactief
interactiviteit	noun	de mate waarin de leerlingen, kiezers en publiek actief kunnen participeren in een handeling
interactiviteiten	=	interactiviteit
interageer	=	interageren
interageerde	=	interageren
interageerden	=	interageren
interageert	=	interageren
interagere	=	interageren
interageren	verb	deelnemen aan een interactie
interagerend	=	interageren
interagerende	=	interageren
interbancair	adj	tussen banken plaatsvindend
interbancairder	=	interbancair
interbancairdere	=	interbancair
interbancairders	=	interbancair
interbancaire	=	interbancair
interbancairs	=	interbancair
interbancairst	=	interbancair
interbancairste	=	interbancair
interbankentoernooi	noun	een sportevenement, waarin werknemers van de verschillende banken, de Stichting Bankbeveiligingsdienst Suriname (SBBDS) en verzekeringsmaatschappij Assuria NV het tegen elkaar opnemen
interbankentoernooien	=	interbankentoernooi
interbellum	noun	periode tussen twee oorlogen, vooral die tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog
interbellumpje	=	interbellum
interbellumpjes	=	interbellum
interbellums	=	interbellum
interbestuurlijk	adj	betrekking hebbend op de relatie tussen verschillende besturen of bestuurslagen
interbestuurlijke	=	interbestuurlijk
interbestuurlijker	=	interbestuurlijk
interbestuurlijkere	=	interbestuurlijk
interbestuurlijkers	=	interbestuurlijk
interbestuurlijks	=	interbestuurlijk
interbestuurlijkst	=	interbestuurlijk
interbestuurlijkste	=	interbestuurlijk
intercalatie	noun	het proces van het invoegen
intercalaties	=	intercalatie
intercedent	noun	bemiddelaar bij verzekeringsmaatschappijen en uitzendbureau's
intercedente	noun	vrouwelijke bemiddelaar bij verzekeringsmaatschappijen en uitzendbureau
intercedenten	=	intercedent
intercedentes	=	intercedente
intercellulair	adj	zich tussen de cellen bevindend
intercellulairder	=	intercellulair
intercellulairdere	=	intercellulair
intercellulairders	=	intercellulair
intercellulaire	=	intercellulair
intercellulairs	=	intercellulair
intercellulairst	=	intercellulair
intercellulairste	=	intercellulair
intercepteer	=	intercepteren
intercepteerde	=	intercepteren
intercepteerden	=	intercepteren
intercepteert	=	intercepteren
interceptere	=	intercepteren
intercepteren	verb	van berichten dat als ze op weg naar de ontvanger zijn gelezen worden door iemand die niet de beoogde ontvanger is
intercepterend	=	intercepteren
intercepterende	=	intercepteren
interceptie	noun	onderschepping m.n. van vijandelijke raketten, vliegtuigen en schepen
intercepties	=	interceptie
interceptor	noun	wapensysteem dat ballistische raketten kan onderscheppen
interceptoren	=	interceptor
interceptors	=	interceptor
intercity	noun	een trein die tussen grote steden rijdt zonder op tussengelegen stations te stoppen
intercity's	=	intercity
intercity'tje	=	intercity
intercitylijn	noun	snelle treinverbinding tussen grotere steden
intercitylijnen	=	intercitylijn
intercitylijntje	=	intercitylijn
intercitylijntjes	=	intercitylijn
intercitystation	noun	station waar de intercitytreinen stoppen
intercitystations	=	intercitystation
intercitytrein	noun	trein die de verbinding tussen grote steden verzorgt
intercitytreinen	=	intercitytrein
intercitytreintje	=	intercitytrein
intercitytreintjes	=	intercitytrein
intercityverbinding	noun	snelle treinverbinding tussen grotere steden
intercityverbindingen	=	intercityverbinding
intercityverbindinkje	=	intercityverbinding
intercityverbindinkjes	=	intercityverbinding
intercollegiaal	adj	tussen collega's
intercollegiaals	=	intercollegiaal
intercollegiaalst	=	intercollegiaal
intercollegiaalste	=	intercollegiaal
intercollegiale	=	intercollegiaal
intercollegialer	=	intercollegiaal
intercollegialere	=	intercollegiaal
intercollegialers	=	intercollegiaal
intercom	noun	communicatiesysteem binnen één gebouw
intercommetje	=	intercom
intercommetjes	=	intercom
intercommunaal	adj	wat tussen gemeentes onderling gebeurt
intercommunaals	=	intercommunaal
intercommunaalst	=	intercommunaal
intercommunaalste	=	intercommunaal
intercommunale	noun	organisatie van twee of meer gemeenten die als doel heeft om taken van gemeenschappelijk belang uit te voeren
intercommunaler	=	intercommunaal
intercommunalere	=	intercommunaal
intercommunalers	=	intercommunaal
intercommunales	=	intercommunale
intercoms	=	intercom
intercomsysteem	noun	systeem voor telefoonverbindingen tussen twee vaste punten
intercomsysteempje	=	intercomsysteem
intercomsysteempjes	=	intercomsysteem
intercomsystemen	=	intercomsysteem
intercontinentaal	adj	van een verbinding dat die verschillende continenten met elkaar verbindt
intercontinentaals	=	intercontinentaal
intercontinentaalst	=	intercontinentaal
intercontinentaalste	=	intercontinentaal
intercontinentale	=	intercontinentaal
intercontinentaler	=	intercontinentaal
intercontinentalere	=	intercontinentaal
intercontinentalers	=	intercontinentaal
intercostaal	adj	tussen de ribben
intercostaals	=	intercostaal
intercostale	=	intercostaal
intercultureel	adj	tussen verschillende culturen in, op het raakvlak van meerdere culturen
intercultureels	=	intercultureel
intercultureelst	=	intercultureel
intercultureelste	=	intercultureel
interculturele	=	intercultureel
intercultureler	=	intercultureel
interculturelere	=	intercultureel
interculturelers	=	intercultureel
interdepartementaal	adj	betrekking hebbend op meerdere ministeries
interdepartementaals	=	interdepartementaal
interdepartementaalst	=	interdepartementaal
interdepartementaalste	=	interdepartementaal
interdepartementale	=	interdepartementaal
interdepartementaler	=	interdepartementaal
interdepartementalere	=	interdepartementaal
interdepartementalers	=	interdepartementaal
interdependent	adj	onderling afhankelijk
interdependente	=	interdependent
interdependenter	=	interdependent
interdependentere	=	interdependent
interdependenters	=	interdependent
interdependentie	noun	onderlinge afhankelijkheid
interdependenties	=	interdependentie
interdependents	=	interdependent
interdependentst	=	interdependent
interdependentste	=	interdependent
interdict	noun	gerechtelijk verbod
interdicten	=	interdict
interdictie	noun	wettelijk verbod
interdicties	=	interdictie
interdigitaal	adj	tussen de vingers of tenen
interdigitaals	=	interdigitaal
interdigitale	=	interdigitaal
interdiocesaan	adj	betrekking hebbend op, plaatsvindend tussen bisdommen onderling
interdiocesaans	=	interdiocesaan
interdiocesaanst	=	interdiocesaan
interdiocesaanste	=	interdiocesaan
interdiocesane	=	interdiocesaan
interdiocesaner	=	interdiocesaan
interdiocesanere	=	interdiocesaan
interdiocesaners	=	interdiocesaan
interdisciplinair	adj	samenwerkend tussen verschillende disciplines
interdisciplinairder	=	interdisciplinair
interdisciplinairdere	=	interdisciplinair
interdisciplinairders	=	interdisciplinair
interdisciplinaire	=	interdisciplinair
interdisciplinairs	=	interdisciplinair
interdisciplinairst	=	interdisciplinair
interdisciplinairste	=	interdisciplinair
intere	=	interen
interen	verb	zoveel van een kapitaal gebruiken dat dit kapitaal van jaar tot jaar achteruit gaat
interend	=	interen
interende	=	interen
interessant	adj	wekt interesse
interessante	=	interessant
interessanter	=	interessant
interessantere	=	interessant
interessanters	=	interessant
interessanterwijze	adv	onderstreept dat het gezegde opmerkelijk is
interessants	=	interessant
interessantst	=	interessant
interessantste	=	interessant
interesse	noun	belang, belangrijkheid, importantie
interesseer	=	interesseren
interesseerde	=	interesseren
interesseerden	=	interesseren
interesseert	=	interesseren
interessegebied	noun	datgene waar je belangstelling voor hebt
interessegebieden	=	interessegebied
interessegebiedje	=	interessegebied
interessegebiedjes	=	interessegebied
interessen	=	interesse
interessere	=	interesseren
interesseren	verb	nieuwsgierig maken
interesserend	=	interesseren
interesserende	=	interesseren
interesses	=	interesse
interest	noun	percentage vergoeding voor geleend geld of andere zaken
interesten	=	interest
interestje	=	interest
interetnisch	adj	met meerdere etnische groepen
interetnische	=	interetnisch
interetnischer	=	interetnisch
interetnischere	=	interetnisch
interetnischers	=	interetnisch
interface	noun	koppeling tussen verschillende (computer)systemen
interfaces	=	interface
interfacultair	adj	betrekking hebbend op, plaatsvindend tussen faculteiten onderling
interfacultairder	=	interfacultair
interfacultairdere	=	interfacultair
interfacultairders	=	interfacultair
interfacultaire	=	interfacultair
interfacultairs	=	interfacultair
interfacultairst	=	interfacultair
interfacultairste	=	interfacultair
interfase	noun	ruststadium tussen opeenvolgende mitotische celdelingen
interfasen	=	interfase
interfases	=	interfase
interfasetje	=	interfase
interfasetjes	=	interfase
interfereer	=	interfereren
interfereerde	=	interfereren
interfereerden	=	interfereren
interfereert	=	interfereren
interferentie	noun	verstoring
interferentiepatronen	=	interferentiepatroon
interferentiepatroon	noun	beeld dat ontstaat als twee of meer golven op dezelfde plaats en tijd elkaar versterken of verzwakken
interferentiepatroontje	=	interferentiepatroon
interferentiepatroontjes	=	interferentiepatroon
interferenties	=	interferentie
interferere	=	interfereren
interfereren	verb	tussenbeide komen
interfererend	=	interfereren
interfererende	=	interfereren
interferometer	noun	een meetinstrument dat gebruikmaakt van interferentie van licht of andere golven
interferometers	=	interferometer
interferon	noun	eiwit dat het lichaam zelf produceert als onderdeel van het afweersysteem tegen virussen, bacteriën enz
interferonnen	=	interferon
interfix	noun	een affix zonder eigen betekenis dat tussen twee delen van een samenstelling geplaatst wordt of tussen een naamwoord en een achtervoegsel.
interfixen	=	interfix
interfixje	=	interfix
interfixjes	=	interfix
intergalactisch	adj	het heelal betreffend
intergalactische	=	intergalactisch
intergalactischer	=	intergalactisch
intergalactischere	=	intergalactisch
intergalactischers	=	intergalactisch
intergemeentelijk	adj	betreffende een samenwerking tussen verschillende gemeenten
intergemeentelijke	=	intergemeentelijk
intergemeentelijker	=	intergemeentelijk
intergemeentelijkere	=	intergemeentelijk
intergemeentelijkers	=	intergemeentelijk
intergemeentelijks	=	intergemeentelijk
intergemeentelijkst	=	intergemeentelijk
intergemeentelijkste	=	intergemeentelijk
intergerechtelijk	adj	betrekking hebbend op de verhouding tussen verschillende landen met hun verschillende wetten
intergerechtelijke	=	intergerechtelijk
intergerechtelijker	=	intergerechtelijk
intergerechtelijkere	=	intergerechtelijk
intergerechtelijkers	=	intergerechtelijk
intergerechtelijks	=	intergerechtelijk
intergerechtelijkst	=	intergerechtelijk
intergerechtelijkste	=	intergerechtelijk
intergewestelijk	adj	betrekking hebbend op samenwerkingen, verbanden, of acties die de grenzen van de Belgische Gewesten overschrijden
intergewestelijke	=	intergewestelijk
intergewestelijker	=	intergewestelijk
intergewestelijkere	=	intergewestelijk
intergewestelijkers	=	intergewestelijk
intergewestelijks	=	intergewestelijk
intergewestelijkst	=	intergewestelijk
intergewestelijkste	=	intergewestelijk
interglaciaal	noun	warmere fase tussen twee glacialen in	adj	van, betreffende een interglaciaal
interglaciaals	=	interglaciaal
interglaciaalst	=	interglaciaal
interglaciaalste	=	interglaciaal
interglaciale	=	interglaciaal
interglacialen	=	interglaciaal
interglacialer	=	interglaciaal
interglacialere	=	interglaciaal
interglacialers	=	interglaciaal
intergouvernementeel	adj	tussen landsbesturen, van of over samenwerkende staten
intergouvernementeels	=	intergouvernementeel
intergouvernementeelst	=	intergouvernementeel
intergouvernementeelste	=	intergouvernementeel
intergouvernementele	=	intergouvernementeel
intergouvernementeler	=	intergouvernementeel
intergouvernementelere	=	intergouvernementeel
intergouvernementelers	=	intergouvernementeel
interieur	noun	het inwendige van een gebouw, auto, vliegtuig...
interieurarchitect	noun	persoon die de binnenkant van een gebouw ontwerpt
interieurarchitecten	=	interieurarchitect
interieurbeplanter	noun	persoon die zorgt voor de groenvoorziening in een gebouw
interieurbeplanters	=	interieurbeplanter
interieuren	=	interieur
interieurontwerper	noun	iemand die beroepsmatig interieurs ontwerpt
interieurontwerpers	=	interieurontwerper
interieurs	=	interieur
interieurtje	=	interieur
interieurtjes	=	interieur
interieurverzorgster	noun	schoonmaakster
interieurverzorgsters	=	interieurverzorgster
interieurzaak	noun	winkel waar men producten kan kopen waarmee men een huis kan inrichten
interieurzaakje	=	interieurzaak
interieurzaakjes	=	interieurzaak
interieurzaken	=	interieurzaak
interim	noun	periode die als overbrugging dient
interim-aandeel	noun	voorlopig aandeel
interim-aandeeltje	=	interim-aandeel
interim-aandeeltjes	=	interim-aandeel
interim-aandelen	=	interim-aandeel
interim-advies	noun	tussentijds uitgebracht, voorlopig advies
interim-adviezen	=	interim-advies
interim-akkoord	noun	tussentijds akkoord
interim-akkoorden	=	interim-akkoord
interim-besturen	=	interim-bestuur
interim-bestuur	noun	tijdelijk bestuur in een overgangsperiode
interim-bestuurder	noun	tijdelijke extra-dure bestuurder in een overgangsperiode
interim-bestuurders	=	interim-bestuurder
interim-bondscoach	noun	tijdelijk bondscoach gedurende een overgangsperiode
interim-bondscoaches	=	interim-bondscoach
interim-comiteetje	=	interim-comité
interim-comiteetjes	=	interim-comité
interim-comité	noun	groep mensen datk tijdelijk een functie vervult totdat er een vaste groep in aangesteld
interim-comités	=	interim-comité
interim-dividend	noun	vooruitbetaald deel van het dividend
interim-dividenden	=	interim-dividend
interim-manager	noun	manager die op tijdelijke basis ofwel tijdelijke problemen oplost, ofwel een transitie verzekert, ofwel tijd aan een specifiek project besteedt.
interim-managers	=	interim-manager
interim-premier	noun	iemand die gedurende een overgangstijd het ambt van premier vervult
interim-premiers	=	interim-premier
interim-premiertje	=	interim-premier
interim-premiertjes	=	interim-premier
interim-president	noun	iemand die gedurende een overgangstijd het ambt van president vervult
interim-presidenten	=	interim-president
interim-rapport	noun	tussentijds uitgebracht, voorlopig rapport
interim-rapporten	=	interim-rapport
interim-rapportje	=	interim-rapport
interim-rapportjes	=	interim-rapport
interim-regeling	noun	tijdelijke regeling, overgangsmaatregel
interim-regelingen	=	interim-regeling
interim-regering	noun	tijdelijk landsbestuur, samengesteld voor een tussenperiode
interim-regeringen	=	interim-regering
interim-trainer	noun	iemand die oefenmeester is in de periode tussen het ontslag van de vorige oefenmeester en de aanstelling van zijn opvolger
interim-trainers	=	interim-trainer
interim-wet	noun	door de overheid vastgestelde algemene regeling die voor een tussenperiode geldt, meestal vooruitlopend op blijvende regels
interim-wetten	=	interim-wet
interimaat	noun	tijdelijke waarneming
interimaatje	=	interimaat
interimaatjes	=	interimaat
interimair	adj	tijdelijk
interimairder	=	interimair
interimairdere	=	interimair
interimairders	=	interimair
interimaire	=	interimair
interimairs	=	interimair
interimairst	=	interimair
interimairste	=	interimair
interimaris	noun	iemand die gedurende een tussenperiode een bepaalde functie vervult
interimarissen	=	interimaris
interimaten	=	interimaat
interimbedrijf	noun	uitzendbureau
interimbedrijven	=	interimbedrijf
interimbureau	noun	uitzendbureau
interimbureaus	=	interimbureau
interimbureautje	=	interimbureau
interimbureautjes	=	interimbureau
interimjob	noun	tijdelijke baan; baan die men vervult via een uitzendbureau
interimjobje	=	interimjob
interimjobjes	=	interimjob
interimjobs	=	interimjob
interimkantoor	noun	uitzendbureau
interimkantoortje	=	interimkantoor
interimkantoortjes	=	interimkantoor
interimkantoren	=	interimkantoor
interimmetje	=	interim
interimmetjes	=	interim
interimpje	=	interim
interimpjes	=	interim
interims	=	interim
interindividueel	adj	van mens tot mens, tussen personen
interindividueels	=	interindividueel
interindividueelst	=	interindividueel
interindividueelste	=	interindividueel
interindividuele	=	interindividueel
interindividueler	=	interindividueel
interindividuelere	=	interindividueel
interindividuelers	=	interindividueel
interjectie	noun	tussenwerpsel
interjecties	=	interjectie
interkerkelijk	adj	tussen kerken, van meerdere kerkgenootschappen
interkerkelijke	=	interkerkelijk
interkerkelijker	=	interkerkelijk
interkerkelijkere	=	interkerkelijk
interkerkelijkers	=	interkerkelijk
interkerkelijks	=	interkerkelijk
interkerkelijkst	=	interkerkelijk
interkerkelijkste	=	interkerkelijk
interkwartielafstand	noun	het verschil tussen het eerste en derde kwartiel waarbij het eerste kwartiel de getalswaarde is die de laagste 25% van de getalswaarden onderscheidt van de hogere waarden, ook wel 25e percentiel genoemd, en derde kwartiel de getalswaarde die de hoogste 25% van de getalswaarden onderscheidt van de lagere waarden (ook wel 75e percentiel genoemd)
interkwartielafstanden	=	interkwartielafstand
interkwartielafstandje	=	interkwartielafstand
interkwartielafstandjes	=	interkwartielafstand
interland	noun	wedstrijd tussen teams uit verschillende landen
interlandcarrière	noun	deel van een sporters loopbaan dat hij of zij uitkomt voor een nationaal team
interlandcarrières	=	interlandcarrière
interlandelijk	adj	tussen verschillende landen; met betrekking tot de relaties tussen verschillende landen
interlandelijke	=	interlandelijk
interlandelijks	=	interlandelijk
interlandje	=	interland
interlandjes	=	interland
interlandloopbaan	noun	carrière als sporter in internationale wedstrijden
interlandloopbanen	=	interlandloopbaan
interlands	=	interland
interlandshirt	noun	kledingstuk voor het bovenlichaam van iemand die in het nationale team speelt
interlandshirtje	=	interlandshirt
interlandshirtjes	=	interlandshirt
interlandshirts	=	interlandshirt
interlandspeler	noun	sporter die speelt in een nationaalelftal dat uitkomt tegen andere landen
interlandspelers	=	interlandspeler
interlandspelertje	=	interlandspeler
interlandspelertjes	=	interlandspeler
interlandvoetbal	noun	voetbalwedstrijden tussen nationale teams
interlandwedstrijd	noun	wedstrijd tussen teams uit verschillende landen
interlandwedstrijden	=	interlandwedstrijd
interlevensbeschouwelijk	adj	betrekking hebbend op zaken tussen levensbeschouwingen
interlevensbeschouwelijke	=	interlevensbeschouwelijk
interlevensbeschouwelijker	=	interlevensbeschouwelijk
interlevensbeschouwelijkere	=	interlevensbeschouwelijk
interlevensbeschouwelijkers	=	interlevensbeschouwelijk
interlevensbeschouwelijks	=	interlevensbeschouwelijk
interlevensbeschouwelijkst	=	interlevensbeschouwelijk
interlevensbeschouwelijkste	=	interlevensbeschouwelijk
interlineair	adj	tussen de regels (geschreven of gedrukt)
interlineairder	=	interlineair
interlineairdere	=	interlineair
interlineairders	=	interlineair
interlineaire	=	interlineair
interlineairs	=	interlineair
interlineairst	=	interlineair
interlineairste	=	interlineair
interliner	noun	busdienst tussen verschillende (grote) plaatsen
interliners	=	interliner
interlinguaal	adj	betrekking hebbend op meerdere talen tegelijk
interlinguaals	=	interlinguaal
interlinguale	=	interlinguaal
interlinguatalig	adj	Interlingua sprekend
interlinguatalige	=	interlinguatalig
interlinguataligs	=	interlinguatalig
interlinguetalig	adj	Interlingue sprekend
interlinguetalige	=	interlinguetalig
interlinguetaligs	=	interlinguetalig
interlinie	noun	de afstand tussen twee opeenvolgende regels
interlinies	=	interlinie
interlock	noun	dubbel breigoed van fijne garens
interlockje	=	interlock
interlockjes	=	interlock
interlocks	=	interlock
interlocuteur	noun	iemand waarmee men spreekt
interlocuteurs	=	interlocuteur
interlocutoir	adj	voorlopig
interlocutoire	=	interlocutoir
interlocutoirs	=	interlocutoir
interlokaal	adj	tussen gemeenten onderling, tussen bepaalde gebieden
interlokaals	=	interlokaal
interlokaalst	=	interlokaal
interlokaalste	=	interlokaal
interlokale	=	interlokaal
interlokaler	=	interlokaal
interlokalere	=	interlokaal
interlokalers	=	interlokaal
interludia	=	interludium
interludium	noun	de muziek die wordt gespeeld tussen twee akten of bedrijven van een theaterstuk, opera, ballet etc.
interludiumpje	=	interludium
interludiumpjes	=	interludium
interludiums	=	interludium
intermediair	noun	de bemiddeling	adj	bemiddelend.
intermediaire	=	intermediair
intermediairs	=	intermediair
intermedieer	=	intermediëren
intermedieerde	=	intermediëren
intermedieerden	=	intermediëren
intermedieert	=	intermediëren
intermediëre	=	intermediëren
intermediëren	verb	bemiddelen
intermediërend	=	intermediëren
intermediërende	=	intermediëren
intermenselijk	adj	betrekking hebbend op de relaties van mensen onderling
intermenselijke	=	intermenselijk
intermenselijker	=	intermenselijk
intermenselijkere	=	intermenselijk
intermenselijkers	=	intermenselijk
intermenselijks	=	intermenselijk
intermenselijkst	=	intermenselijk
intermenselijkste	=	intermenselijk
intermezzo	noun	kleine vertoning, zangspel of ballet tussen de bedrijven van een toneelstuk gegeven
intermezzo's	=	intermezzo
intermezzootje	=	intermezzo
intermezzootjes	=	intermezzo
intermitterend	adj	met onderbrekingen
intermitterende	=	intermitterend
intermitterender	=	intermitterend
intermitterendere	=	intermitterend
intermitterenders	=	intermitterend
intermitterends	=	intermitterend
intermitterendst	=	intermitterend
intermitterendste	=	intermitterend
intern	adj	aan de binnenkant, inwendig
internaat	noun	een onderwijsinstelling waar de personen niet alleen studeren/werken, maar ook kost en inwoning genieten
internaatje	=	internaat
internaatscholen	=	internaatschool
internaatschool	noun	school waar de leerlingen niet alleen les krijgen maar waar ze ook wonen
internaatschooltje	=	internaatschool
internaatschooltjes	=	internaatschool
internaliseer	=	internaliseren
internaliseerde	=	internaliseren
internaliseerden	=	internaliseren
internaliseert	=	internaliseren
internalisere	=	internaliseren
internaliseren	verb	iets een deel van het innerlijk maken
internaliserend	=	internaliseren
internaliserende	=	internaliseren
internaten	=	internaat
internationaal	adj	waar meer dan één land bij is betrokken, in is vertegenwoordigd e.d.
internationaal-economisch	adj	gerelateerd aan de onderlinge economische relaties, transacties en afhankelijkheden tussen landen, waaronder handel, kapitaalverkeer en financiële stromen
internationaal-economische	=	internationaal-economisch
internationaal-economischer	=	internationaal-economisch
internationaal-economischere	=	internationaal-economisch
internationaal-economischers	=	internationaal-economisch
internationaalrechtelijk	adj	met betrekking tot het internationale recht
internationaalrechtelijke	=	internationaalrechtelijk
internationaalrechtelijker	=	internationaalrechtelijk
internationaalrechtelijkere	=	internationaalrechtelijk
internationaalrechtelijkers	=	internationaalrechtelijk
internationaalrechtelijks	=	internationaalrechtelijk
internationaalrechtelijkst	=	internationaalrechtelijk
internationaalrechtelijkste	=	internationaalrechtelijk
internationaals	=	internationaal
internationaalst	=	internationaal
internationaalste	=	internationaal
internationaaltje	=	internationaal
international	noun	speler uit de officiële ploeg die voor zijn land uitkomt in een landenwedsrijd
internationale	=	internationaal
internationalen	=	internationaal
internationaler	=	internationaal
internationalere	=	internationaal
internationalers	=	internationaal
internationalisatie	noun	het internationaliseren, de internationalisering
internationalisaties	=	internationalisatie
internationaliseer	=	internationaliseren
internationaliseerde	=	internationaliseren
internationaliseerden	=	internationaliseren
internationaliseert	=	internationaliseren
internationalisere	=	internationaliseren
internationaliseren	verb	internationaal maken
internationaliserend	=	internationaliseren
internationaliserende	=	internationaliseren
internationalisering	noun	is het proces waarbij betrekkingen over steeds grotere afstanden worden aangegaan en zo over de landsgrenzen heen reiken
internationaliseringen	=	internationalisering
internationalisme	noun	de politieke wereldbeschouwing die internationale samenwerking voorstaat
internationalistisch	adj	internationale samenwerking voorstaand
internationalistische	=	internationalistisch
internationalistischer	=	internationalistisch
internationalistischere	=	internationalistisch
internationalistischers	=	internationalistisch
internationals	=	international
internaut	noun	ervaren gebruiker van het internet
internauten	=	internaut
internautje	=	internaut
internautjes	=	internaut
interne	=	intern
interneer	=	interneren
interneerde	=	interneren
interneerden	=	interneren
interneeringskamp	=	interneringskamp
interneert	=	interneren
interner	=	intern
internere	=	intern
interneren	verb	een verplichte verblijfplaats aanwijzen
internerend	=	interneren
internerende	=	interneren
internering	noun	het interneren, opsluiting in een gevangenis, huis van bewaring, concentratiekamp, strafkamp enz
interneringen	=	internering
interneringskamp	noun	plaats war politiek ongewenste personen gevangen gehouden worden
interneringskampen	=	interneringskamp
interners	=	intern
internet	noun	een wereldwijd netwerk van computers met een gemeenschappelijk, gestandaardiseerd protocol (het Internet Protocol, IP)
internet-encyclopedie	=	internetencyclopedie
internetaanbieder	noun	organisatie of persoon die diensten levert op of via het internet met name de toegang hiertoe
internetaanbieders	=	internetaanbieder
internetaandeel	noun	aandeel in een bedrijf dat internetdiensten aanbiedt
internetaandeeltje	=	internetaandeel
internetaandeeltjes	=	internetaandeel
internetaandelen	=	internetaandeel
internetaansluiting	noun	plaats waar men verbinding kan maken met internet
internetaansluitingen	=	internetaansluiting
internetabonnement	noun	abonnement voor toegang tot het internet
internetabonnementen	=	internetabonnement
internetaccount	noun	een combinatie van een gebruikersnaam en een wachtwoord die toegang geeft tot een specifieke dienst of website op het internet, zoals e-mail, sociale media, of internetbankieren
internetaccountje	=	internetaccount
internetaccountjes	=	internetaccount
internetaccounts	=	internetaccount
internetadres	noun	adres van een internetsite, webadres
internetadresje	=	internetadres
internetadresjes	=	internetadres
internetadressen	=	internetadres
internetafhankelijk	adj	sterk leunend op het internet
internetafhankelijke	=	internetafhankelijk
internetafhankelijker	=	internetafhankelijk
internetafhankelijkere	=	internetafhankelijk
internetafhankelijkers	=	internetafhankelijk
internetafhankelijks	=	internetafhankelijk
internetafhankelijkst	=	internetafhankelijk
internetafhankelijkste	=	internetafhankelijk
internetapplicatie	noun	software die op een webserver draait en via de webbrowser kan worden benaderd
internetapplicaties	=	internetapplicatie
internetbank	noun	financiële instelling die zijn diensten (uitsluitend) online aanbiedt
internetbanken	=	internetbank
internetbankier	=	internetbankieren
internetbankierde	=	internetbankieren
internetbankierden	=	internetbankieren
internetbankiere	=	internetbankieren
internetbankieren	verb	het regelen via internet van zijn bankzaken door een klant
internetbankierend	=	internetbankieren
internetbankierende	=	internetbankieren
internetbankiert	=	internetbankieren
internetbankje	=	internetbank
internetbankjes	=	internetbank
internetbedrijf	noun	bedrijf dat zich met het verlenen van internetdiensten bezig houdt, bijv. een provider
internetbedrijfje	=	internetbedrijf
internetbedrijfjes	=	internetbedrijf
internetbedrijven	=	internetbedrijf
internetbehandeling	noun	een behandelingsmethode voor psychologische problemen waarbij waarbij het contact tussen de e-therapeut en cliënt verloopt via een website, e-mail of chatprogramma
internetbehandelingen	=	internetbehandeling
internetbel	=	internetbellen
internetbelde	=	internetbellen
internetbelden	=	internetbellen
internetbelle	=	internetbellen
internetbellen	verb	telefoneren via het internet
internetbellend	=	internetbellen
internetbellende	=	internetbellen
internetbelt	=	internetbellen
internetbericht	noun	een mededeling geplaatst op internet dat kan als post in een forum of als e-mail.
internetberichten	=	internetbericht
internetberichtje	=	internetbericht
internetberichtjes	=	internetbericht
internetbetaling	noun	financiele transactie via het internet
internetbetalingen	=	internetbetaling
internetbetalinkje	=	internetbetaling
internetbetalinkjes	=	internetbetaling
internetbeveiliger	noun	persoon of bedrijf dat er zorg voor draagt dat het internetverkeer veilig verloopt
internetbeveiligers	=	internetbeveiliger
internetbeveiliging	noun	de zorg voor een veilig en goed functionerend internet
internetbeveiligingen	=	internetbeveiliging
internetboek	noun	een digitaal boek dat je online kunt lezen op apparaten zoals een e-reader, tablet, smartphone of computer
internetboeken	=	internetboek
internetboekhandel	noun	bedrijf dat boeken verkoopt via het internet
internetboekhandels	=	internetboekhandel
internetboekhandeltje	=	internetboekhandel
internetboekhandeltjes	=	internetboekhandel
internetboeking	noun	reservering via het internet
internetboekingen	=	internetboeking
internetboekje	=	internetboek
internetboekjes	=	internetboek
internetbranche	noun	bedrijfstak bestaande uit bedrijven die actief zijn op het internet
internetbranches	=	internetbranche
internetbrowser	noun	computerprogramma om webpagina's te kunnen bekijken (al dan niet op internet)
internetbrowsers	=	internetbrowser
internetbubbel	noun	kortdurende economische opleving door de opkomst van de internetsector
internetbubbels	=	internetbubbel
internetbureau	noun	bedrijf dat onderzoek doet naar internetgebruik en internetverkeer
internetbureaus	=	internetbureau
internetcafeetje	=	internetcafé
internetcafeetjes	=	internetcafé
internetcafé	noun	een plaats waar je tegen betaling een computer kan gebruiken om te internetten
internetcafés	=	internetcafé
internetcensuren	=	internetcensuur
internetcensuur	noun	controle of onderdrukking van de toegang tot en het plaatsen van informatie op het internet, zoals dat met name in China en Arabische staten voorkomt
internetcommunicatie	noun	het verzenden en ontvangen van berichten via het internet
internetconsument	noun	de consument die aankopen doet via het internet
internetconsumenten	=	internetconsument
internetconsumentje	=	internetconsument
internetconsumentjes	=	internetconsument
internetcriminaliteit	noun	computercriminaliteit bedreven via internet zoals het inbreken in (hacken van) computernetwerken of het verspreiden van kinderporno
internetcrimineel	noun	iemand die misdaden pleegt met behulp van het internet
internetcrimineeltje	=	internetcrimineel
internetcrimineeltjes	=	internetcrimineel
internetcriminelen	=	internetcrimineel
internetdagboek	noun	een persoonlijke website of online logboek waarop de auteur (blogger) regelmatig berichten plaatst in chronologische volgorde
internetdagboeken	=	internetdagboek
internetdagboekje	=	internetdagboek
internetdagboekjes	=	internetdagboek
internetdate	noun	afspraak gemaakt via het internet
internetdaten	verb	het maken van een '(date)' (afspraak) via internet
internetdatend	=	internetdaten
internetdatende	=	internetdaten
internetdates	=	internetdate
internetdatet	=	internetdaten
internetdatete	=	internetdaten
internetdateten	=	internetdaten
internetdemocratie	noun	samenleving waarin het internet een belangrijke rol speelt bij de politieke besluitvorming
internetdemocratieën	=	internetdemocratie
internetdetective	noun	iemand die door speurwerk misdaden op internet opheldert
internetdetectives	=	internetdetective
internetdieet	noun	een dieet dat gepubliceerd is op het internet
internetdieetje	=	internetdieet
internetdieetjes	=	internetdieet
internetdienst	noun	diensten die worden aangeboden op het internet (het wereldwijde web)
internetdiensten	=	internetdienst
internetdiploma	noun	diploma dat men verkrijgt als men een cursus heeft gevolgd over veilig internetgebruik
internetdiploma's	=	internetdiploma
internetdiplomaatje	=	internetdiploma
internetdiplomaatjes	=	internetdiploma
internetdiëten	=	internetdieet
internetdomein	noun	domein (naam) binnen het het naamgevingssysteem op internet waarmee netwerken, computers, webservers, mailservers en andere toepassingen worden geïdentificeerd
internetdomeinen	=	internetdomein
interneteconomie	noun	handel en bedrijfsvoering via elektronische weg, met name internet
interneteconomieën	=	interneteconomie
internetencyclopedie	noun	encyclopedie die via internet te raadplegen is
internetencyclopedietje	=	internetencyclopedie
internetencyclopedietjes	=	internetencyclopedie
internetencyclopedieën	=	internetencyclopedie
internetfiets	noun	fiets die men kiest en koopt via een internetwinkel
internetfietsen	=	internetfiets
internetfilter	noun	programma dat bepaalde internetsites of onderdelen daarvan blokkeert wanneer daarop bepaalde onderwerpen of beelden (m.n. porno) worden getoond
internetfilters	=	internetfilter
internetfiltertje	=	internetfilter
internetfiltertjes	=	internetfilter
internetfora	=	internetforum
internetforum	noun	website waar men speciaal informatie kan uitwisselen en kan discussiëren over een bepaald (specialistisch) onderwerp
internetforumpje	=	internetforum
internetforums	=	internetforum
internetfraude	noun	fraude via internet zoals b.v. het plaatsen van advertenties voor producten die na betaling nooit geleverd worden
internetfraudes	=	internetfraude
internetgebied	noun	alles wat betrekking heeft op het internet; de wereld van het internet
internetgebruik	noun	het toepassen van het internet voor bijvoorbeeld werk, studie en recreatie
internetgebruiker	noun	iemand die het internet benut
internetgebruikers	=	internetgebruiker
internetgebruikertje	=	internetgebruiker
internetgebruikertjes	=	internetgebruiker
internetgedrag	noun	de manier waarop iemand gebruikmaakt van het internet
internetgeliefde	noun	geliefde via internet
internetgeliefden	=	internetgeliefde
internetgemeenschap	noun	alle gebruikers van het web
internetgemeenschappen	=	internetgemeenschap
internetgeneratie	noun	de eerste generatie personen die hun hele leven bekend zijn met de aanwezigheid van het internet; personen geboren tussen 1980 en 1996; generatie Y
internetgeneraties	=	internetgeneratie
internetgeneratietje	=	internetgeneratie
internetgeneratietjes	=	internetgeneratie
internetgesprek	noun	een gesprek dat via internet plaatsvindt met tekstberichten
internetgesprekje	=	internetgesprek
internetgesprekjes	=	internetgesprek
internetgesprekken	=	internetgesprek
internetgigant	noun	zeer groot bedrijf dat actief is op het internet
internetgiganten	=	internetgigant
internethandel	noun	handel via internet
internethandels	=	internethandel
internethandeltje	=	internethandel
internethandeltjes	=	internethandel
internethype	noun	een hausse die duurde van 1997 tot voorjaar 2000 tijdens welke de koersen van aan internet gerelateerde bedrijven snel rezen tot onwaarschijnlijke hoogten
internethypeje	=	internethype
internethypejes	=	internethype
internethypes	=	internethype
internetindustrie	noun	verzameling van alle grote bedrijven die actief zijn op het internet
internetindustrietje	=	internetindustrie
internetindustrietjes	=	internetindustrie
internetindustrieën	=	internetindustrie
internetinfrastructuren	=	internetinfrastructuur
internetinfrastructuur	noun	alles wat nodig is om het internet te laten functioneren
internetinfrastructuurtje	=	internetinfrastructuur
internetinfrastructuurtjes	=	internetinfrastructuur
internetinspecteur	noun	rechercheur die internetcriminaliteit onderzoekt
internetinspecteurs	=	internetinspecteur
internetje	=	internet
internetjes	=	internet
internetjournalist	noun	verslaggever die publiceert over het internet
internetjournalisten	=	internetjournalist
internetjournalistiek	noun	journalistiek via het internet, over het internet of met internet als bron	adj	met betrekking tot de bovenstaande vorm van journalistiek
internetjournalistieke	=	internetjournalistiek
internetjournalistieks	=	internetjournalistiek
internetjournalistje	=	internetjournalist
internetjournalistjes	=	internetjournalist
internetkabel	noun	kabel voor internetverkeer
internetkabels	=	internetkabel
internetkabeltje	=	internetkabel
internetkabeltjes	=	internetkabel
internetknooppunt	noun	een knooppunt op internet
internetknooppunten	=	internetknooppunt
internetkrant	noun	krant die uitsluitend op het internet wordt gepubliceerd
internetkranten	=	internetkrant
internetkrantje	=	internetkrant
internetkrantjes	=	internetkrant
internetkunst	noun	interactieve kunst speciaal gemaakt voor internet
internetkunsten	=	internetkunst
internetkunstje	=	internetkunst
internetkunstjes	=	internetkunst
internetlek	noun	beveiligingslek via het internet waardoor onbevoegden computerbestanden kunnen inzien en veranderen
internetlekken	=	internetlek
internetlijn	noun	communicatielijn waarmee een gebruiker met internet is verbonden
internetlijnen	=	internetlijn
internetlijntje	=	internetlijn
internetlijntjes	=	internetlijn
internetlink	noun	aanklikbare verwijzing naar een internetpagina
internetlinkje	=	internetlink
internetlinkjes	=	internetlink
internetlinks	=	internetlink
internetloos	adj	zonder internet
internetloost	=	internetloos
internetlooste	=	internetloos
internetloze	=	internetloos
internetlozer	=	internetloos
internetlozere	=	internetloos
internetlozers	=	internetloos
internetmagazine	noun	op het internet uitgegeven tijdschrift
internetmagazines	=	internetmagazine
internetmarketing	noun	aan de man brengen van producten of diensten via internet
internetmarkt	noun	de vraag en het aanbod van internetdiensten
internetmarkten	=	internetmarkt
internetmarktje	=	internetmarkt
internetmarktjes	=	internetmarkt
internetmeme	noun	een concept (idee, gedrag of stijl) dat zich via het internet verspreidt
internetmemes	=	internetmeme
internetmisdaad	noun	verzamelnaam voor criminele activiteiten die via internet of computers worden gepleegd
internetmisdaadje	=	internetmisdaad
internetmisdaadjes	=	internetmisdaad
internetmisdaden	=	internetmisdaad
internetnieuws	noun	actualiteiten die worden gepubliceerd op het internet
internetondernemer	noun	persoon die een onderneming leidt die (vooral) online actief is
internetondernemers	=	internetondernemer
internetonderneming	noun	onderneming die haar diensten (vooral) online aanbeidt
internetondernemingen	=	internetonderneming
internetpagina	noun	een pagina op het internet, onderdeel van een website
internetpagina's	=	internetpagina
internetpaginaatje	=	internetpagina
internetpaginaatjes	=	internetpagina
internetparkeren	verb	betaald parkeren waarbij men zich via een website aanmeldt en afmeldt
internetparkerend	=	internetparkeren
internetparkerende	=	internetparkeren
internetpesten	verb	online pesten
internetpester	noun	pester die via het internet zijn of haar slachtoffers pest
internetpesters	=	internetpester
internetpestertje	=	internetpester
internetpestertjes	=	internetpester
internetpionier	noun	persoon die in een vroeg stadium activiteiten heeft ondernomen op het internet
internetpioniers	=	internetpionier
internetpioniertje	=	internetpionier
internetpioniertjes	=	internetpionier
internetplatform	noun	internetsite waarop verschillende informatieaanbieders hun informatie kunnen delen
internetplatformen	=	internetplatform
internetplatforms	=	internetplatform
internetpoot	noun	deel van een bedrijf dat internetactiviteiten ontplooit
internetpootje	=	internetpoot
internetpootjes	=	internetpoot
internetportaal	noun	webpagina die toegang geeft tot vele websites van min of meer gerelateerde organisaties
internetportaaltje	=	internetportaal
internetportaaltjes	=	internetportaal
internetportalen	=	internetportaal
internetpoten	=	internetpoot
internetproject	noun	een in de tijd begrensde online activiteit
internetprojecten	=	internetproject
internetprojectje	=	internetproject
internetprojectjes	=	internetproject
internetprotocol	noun	protocol dat gebruikt wordt om computernetwerken met elkaar te laten communiceren op internet
internetprotocollen	=	internetprotocol
internetprotocols	=	internetprotocol
internetprovider	noun	organisatie of persoon die diensten levert op of via het internet
internetproviders	=	internetprovider
internetprovidertje	=	internetprovider
internetprovidertjes	=	internetprovider
internetpublicatie	noun	publicatie op het internet
internetpublicaties	=	internetpublicatie
internetradio	noun	een uitzending van audio via internet volgens het broadcastingprincipe (alle ontvangers krijgen dezelfde informatie)
internetradio's	=	internetradio
internetradiootje	=	internetradio
internetradiootjes	=	internetradio
internetrechercheur	noun	politieagent die onderzoek doet naar internetcriminaliteit
internetrechercheurs	=	internetrechercheur
internetrechtbank	noun	adviesorgaan dat goedkoop en snel een vonnis velt in eenvoudige civiele zaken met behulp van het internet
internetrechtbanken	=	internetrechtbank
internetreclame	noun	de onvermijdelijke reclame die op internet aanwezig is
internetreclames	=	internetreclame
internetredacteur	noun	iemand die stukjes schrijft of bewerkt voor een krant of tijdschrift dat op het internet verschijnt
internetredacteuren	=	internetredacteur
internetredacteurtje	=	internetredacteur
internetredacteurtjes	=	internetredacteur
internetredactie	noun	groep schrijvers en journalisten die de inhoud van een internetsite verzorgen
internetredacties	=	internetredactie
internetredactrice	noun	vrouw die stukjes schrijft of bewerkt voor een krant of tijdschrift dat op het internet verschijnt
internetredactrices	=	internetredactrice
internetrevolutie	noun	revolutionaire verandering van de sociaaleconomische orde als gevolg van de invloed van internet in de zakelijke en de persoonlijke levenssfeer
internetrevoluties	=	internetrevolutie
internetsector	noun	de verzameling van bedrijven die actief zijn op het internet
internetsectoren	=	internetsector
internetsectors	=	internetsector
internetsectortje	=	internetsector
internetsectortjes	=	internetsector
internetserver	noun	webserver
internetservers	=	internetserver
internetshop	noun	een website waar producten of diensten online worden verkocht
internetshopje	=	internetshop
internetshopjes	=	internetshop
internetshops	=	internetshop
internetsite	noun	een plaats waar zich informatie bevindt op het internet, aangeduid met een URL
internetsiteje	=	internetsite
internetsitejes	=	internetsite
internetsites	=	internetsite
internetspaarder	noun	iemand die online zijn spaarrekening beheert
internetspaarders	=	internetspaarder
internetspaarrekening	noun	online spaarrekening die door de eigenaar via het internet wordt beheerd
internetspaarrekeningen	=	internetspaarrekening
internetsparen	verb	een spaarrekening beheren via het internet
internetsparend	=	internetsparen
internetsparende	=	internetsparen
internetspel	noun	spel dat men speelt op een computer met een internetverbinding
internetspelen	=	internetspel
internetspellen	=	internetspel
internetspelletje	=	internetspel
internetspelletjes	=	internetspel
internetspionage	noun	het stiekem onderzoeken en achterhalen van (staats- of bedrijfs-)geheimen via internet
internetstalker	noun	iemand die het internet, sociale media, e-mail of andere digitale middelen gebruikt om iemand anders stelselmatig te achtervolgen, lastig te vallen, te bedreigen of in de gaten te houden
internetstalkers	=	internetstalker
internetstalkertje	=	internetstalker
internetstalkertjes	=	internetstalker
internetstalking	noun	het herhaaldelijk en opzettelijk lastigvallen, bespioneren of bedreigen van iemand via digitale middelen.
internetstem	noun	een stem bij een verkiezing die men uitbrengt via een internetverbinding
internetstemmen	=	internetstem
internetstoring	noun	onderbreking van de internetverbinding
internetstoringen	=	internetstoring
internetstorinkje	=	internetstoring
internetstorinkjes	=	internetstoring
internetstrategie	noun	plan van aanpak betreffende het gebruik van het internet door een bedrijf of organisatie
internetstrategieën	=	internetstrategie
internetsurveillant	noun	iemand die in opdracht van de politie speurt naar criminele activiteiten op het internet
internetsurveillanten	=	internetsurveillant
internettaal	noun	jargon voor internetgebruikers
internettaaltje	=	internettaal
internettaaltjes	=	internettaal
internettalen	=	internettaal
internette	=	internetten
internettechnologie	noun	de techniek die internet mogelijk maakt
internettechnologieën	=	internettechnologie
internettelefonie	noun	telefonie via internet
internettelefoon	noun	mobiele telefoon die tevens toegang biedt tot het internet (smartphone)
internettelefoons	=	internettelefoon
internettelefoontje	=	internettelefoon
internettelefoontjes	=	internettelefoon
internettelevisie	noun	video of televisie via het internet
internetten	verb	gebruik maken van het internet
internettend	=	internetten
internettende	=	internetten
internetter	noun	iemand die internet op internet
internetters	=	internetter
internettijd	noun	universele tijdrekening op het internet waarbij de dag wordt verdeeld in 1000 eenheden van 86,4 seconden
internettijden	=	internettijd
internettijdperk	noun	tijdsperiode dat het internet van groot belang is
internettoegang	noun	de technische mogelijkheid om het internet te kunnen gebruiken
internettoegangen	=	internettoegang
internettransactie	noun	het via het internet betalen van een geldbedrag voor het verkrijgen van een product of dienst
internettransacties	=	internettransactie
internettransactietje	=	internettransactie
internettransactietjes	=	internettransactie
internettrol	noun	iemand (persoon of robot) die systematisch propaganda voert op het internet die voornamelijk is gebaseerd op pertinente leugens met als doel zoveel mogelijk chaos te veroorzaken
internettrollen	=	internettrol
internettrolletje	=	internettrol
internetveiligheid	noun	de veiligheid t.a.v. gebruikersgegevens en toegang tot informatiesystemen op internet
internetveiling	noun	onlineveiling via internet waarin iedereen direct goederen kan veilen (kopen en verkopen)
internetveilingen	=	internetveiling
internetverbinding	noun	een verbinding met het internet
internetverbindingen	=	internetverbinding
internetverbindinkje	=	internetverbinding
internetverbindinkjes	=	internetverbinding
internetverbod	noun	een verbod op het gebruik van het internet
internetverboden	=	internetverbod
internetverbodje	=	internetverbod
internetverbodjes	=	internetverbod
internetverhaal	noun	een verhaal dat speciaal gemaakt is om op het World Wide Web te publiceren
internetverhaaltje	=	internetverhaal
internetverhaaltjes	=	internetverhaal
internetverhalen	=	internetverhaal
internetverkeer	noun	gegevens die via het internet worden verstuurd
internetverkoop	noun	de verkoop van goederen diensten met behulp van het internet
internetverkopen	=	internetverkoop
internetversie	noun	de variant van een uitgave die gepubliceerd wordt via het internet
internetversies	=	internetversie
internetversietje	=	internetversie
internetversietjes	=	internetversie
internetverslaving	noun	problematisch veel internetgebruik vanuit een innerlijke drang met verwaarlozing van andere belangrijke zaken
internetverslavingen	=	internetverslaving
internetvirus	noun	computervirus dat zich via het internet verspreidt
internetvirusje	=	internetvirus
internetvirusjes	=	internetvirus
internetvirussen	=	internetvirus
internetwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het internet
internetwerelden	=	internetwereld
internetwereldje	=	internetwereld
internetwereldjes	=	internetwereld
internetwinkel	noun	een winkel waar je je aankopen plaatst via het internet, waarna deze thuis worden bezorgd
internetwinkels	=	internetwinkel
internetwinkeltje	=	internetwinkel
internetwinkeltjes	=	internetwinkel
internetwoordenboek	noun	woordenboek gericht op online en computergerelateerde termen, zoals computerjargon, afkortingen en nieuwe woorden die online ontstaan
internetwoordenboeken	=	internetwoordenboek
internetwoordenboekje	=	internetwoordenboek
internetwoordenboekjes	=	internetwoordenboek
internetzeepbel	noun	een hausse op de aandelenmarkt als gevolg van de snelle groei op het internet waarbij voorbij gegaan wordt aan de onderlinge samenhang van omzet, verlies, winst en kapitaal en zonder te letten op de netto-inkomsten.
internetzeepbellen	=	internetzeepbel
internetzeepbelletje	=	internetzeepbel
internetzeepbelletjes	=	internetzeepbel
internetzoekmachine	noun	een website op het internet waarmee men kan zoeken naar andere websites op het internet
internetzoekmachines	=	internetzoekmachine
internetzoekmachinetje	=	internetzoekmachine
internetzoekmachinetjes	=	internetzoekmachine
internist	noun	arts die gespecialiseerd is in inwendige ziekten
interniste	noun	vrouwelijke vorm van internist
internisten	=	internist
internistes	=	interniste
interns	=	intern
internst	=	intern
internste	=	intern
internuntii	=	internuntius
internuntius	noun	een diplomatiek vertegenwoordiger van lagere rang, gelijk aan een buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister, die gewoonlijk geen bisschop was, maar een apostolisch protonotaris
internuntiussen	=	internuntius
interoperabel	adj	onderling samenwerkend
interoperabele	=	interoperabel
interoperabeler	=	interoperabel
interoperabelere	=	interoperabel
interoperabelers	=	interoperabel
interoperabels	=	interoperabel
interoperabelst	=	interoperabel
interoperabelste	=	interoperabel
interoperabiliteit	noun	het met elkaar kunnen communiceren en samenwerken van verschillende diensten
interoperabiliteiten	=	interoperabiliteit
interparlementair	adj	betrekking hebbend op meerdere parlementen
interparlementairder	=	interparlementair
interparlementairdere	=	interparlementair
interparlementairders	=	interparlementair
interparlementaire	=	interparlementair
interparlementairs	=	interparlementair
interparlementairst	=	interparlementair
interparlementairste	=	interparlementair
interpellant	noun	iemand die interpelleert
interpellanten	=	interpellant
interpellatie	noun	vraag om inlichtingen aan een bestuurder, vooral in de kamer door een kamerlid gesteld aan een minister
interpellatiedebat	noun	discussie waarbij men vraagt om inlichtingen aan een bestuurder, vooral in de kamer door een kamerlid gesteld aan een minister
interpellatiedebatje	=	interpellatiedebat
interpellatiedebatjes	=	interpellatiedebat
interpellatiedebatten	=	interpellatiedebat
interpellaties	=	interpellatie
interpelleer	=	interpelleren
interpelleerde	=	interpelleren
interpelleerden	=	interpelleren
interpelleert	=	interpelleren
interpellere	=	interpelleren
interpelleren	verb	om opheldering of inlichtingen vragen
interpellerend	=	interpelleren
interpellerende	=	interpelleren
interpersoonlijk	adj	van iets dat het te maken heeft met de relatie tussen twee of meer personen
interpersoonlijke	=	interpersoonlijk
interpersoonlijker	=	interpersoonlijk
interpersoonlijkere	=	interpersoonlijk
interpersoonlijkers	=	interpersoonlijk
interpersoonlijks	=	interpersoonlijk
interpersoonlijkst	=	interpersoonlijk
interpersoonlijkste	=	interpersoonlijk
interplanetair	adj	tussen de planeten
interplanetairder	=	interplanetair
interplanetairdere	=	interplanetair
interplanetairders	=	interplanetair
interplanetaire	=	interplanetair
interplanetairs	=	interplanetair
interplanetairst	=	interplanetair
interplanetairste	=	interplanetair
interpolatie	noun	het vervangen van woorden of zinnen door andere bij het kopiëren van een tekst, met als doel zich bepaalde rechten toe te eigenen of een ideologie te verdedigen
interpolaties	=	interpolatie
interpoleer	=	interpoleren
interpoleerde	=	interpoleren
interpoleerden	=	interpoleren
interpoleert	=	interpoleren
interpolere	=	interpoleren
interpoleren	verb	uit bekende termen van een reeks (een benadering van) daartussen gelegen termen berekenen
interpolerend	=	interpoleren
interpolerende	=	interpoleren
interpolitiek	adj	tussen politieke groeperingen onderling
interpolitieke	=	interpolitiek
interpolitieks	=	interpolitiek
interpreet	noun	uitlegger
interpretabel	adj	voor interpretatie vatbaar, te interpreteren
interpretabele	=	interpretabel
interpretabeler	=	interpretabel
interpretabelere	=	interpretabel
interpretabelers	=	interpretabel
interpretabels	=	interpretabel
interpretabelst	=	interpretabel
interpretabelste	=	interpretabel
interpretatie	noun	de manier waarop je iets beschouwt, duiding, lezing, uitlegging
interpretatief	adj	interpreterend van aard
interpretatiefout	noun	vergissing in het beoordelen van iets of iemand
interpretatiefouten	=	interpretatiefout
interpretatiefoutje	=	interpretatiefout
interpretatiefoutjes	=	interpretatiefout
interpretatiefs	=	interpretatief
interpretatiefst	=	interpretatief
interpretatiefste	=	interpretatief
interpretatiemogelijkheden	=	interpretatiemogelijkheid
interpretatiemogelijkheid	noun	kans om aan iets een bepaalde betekenis toe te kennen; uitleg die aan iets kan worden gegeven
interpretatieprobleem	noun	moeilijkheid om te bepalen wat iets betekend
interpretatieprobleempje	=	interpretatieprobleem
interpretatieprobleempjes	=	interpretatieprobleem
interpretatieproblemen	=	interpretatieprobleem
interpretaties	=	interpretatie
interpretatietje	=	interpretatie
interpretatietjes	=	interpretatie
interpretatieve	=	interpretatief
interpretatiever	=	interpretatief
interpretatievere	=	interpretatief
interpretatievers	=	interpretatief
interpretatieverschil	noun	het verschil in een persoonlijke duiding van een waarneming, een tekst of een stuk muziek tussen verschillende personen of instanties
interpretatieverschillen	=	interpretatieverschil
interpretatieverschilletje	=	interpretatieverschil
interpretatieverschilletjes	=	interpretatieverschil
interpretatiën	=	interpretatie
interpretator	noun	iemand die of iets dat interpreteert (uitlegt), een vertolker, uitlegger
interpretatoren	=	interpretator
interpretators	=	interpretator
interpretatortje	=	interpretator
interpretatortjes	=	interpretator
interpretatrice	noun	vrouwelijke vorm van interpretator
interpretatrices	=	interpretatrice
interpretatricetje	=	interpretatrice
interpretatricetjes	=	interpretatrice
interpreteer	=	interpreteren
interpreteerbaar	adj	de mogelijk hebben om er een betekenis aan te geven, verklaarbaar
interpreteerbaarder	=	interpreteerbaar
interpreteerbaardere	=	interpreteerbaar
interpreteerbaarders	=	interpreteerbaar
interpreteerbaars	=	interpreteerbaar
interpreteerbaarst	=	interpreteerbaar
interpreteerbaarste	=	interpreteerbaar
interpreteerbare	=	interpreteerbaar
interpreteerde	=	interpreteren
interpreteerden	=	interpreteren
interpreteert	=	interpreteren
interpreten	=	interpreet
interpreter	noun	dat wat interpreteert, vertolker
interpretere	=	interpreteren
interpreteren	verb	uitleggen, opvatten, begrijpen
interpreterend	=	interpreteren
interpreterende	=	interpreteren
interpretering	noun	interpretatie
interpreteringen	=	interpretering
interpreters	=	interpreter
interprofessioneel	adj	m.b.t. verschillende beroepsgroepen, beroepsorganisaties, economische sectoren in hun onderlinge relatie
interprofessioneels	=	interprofessioneel
interprofessioneelst	=	interprofessioneel
interprofessioneelste	=	interprofessioneel
interprofessionele	=	interprofessioneel
interprofessioneler	=	interprofessioneel
interprofessionelere	=	interprofessioneel
interprofessionelers	=	interprofessioneel
interprovinciaal	adj	tussen verschillende provincies; waar verschillende provincies bij betrokken zijn
interprovinciaals	=	interprovinciaal
interprovinciaalst	=	interprovinciaal
interprovinciaalste	=	interprovinciaal
interprovinciale	=	interprovinciaal
interprovincialer	=	interprovinciaal
interprovincialere	=	interprovinciaal
interprovincialers	=	interprovinciaal
interpunct	noun	een leesteken bestaande uit een punt op de middenhoogte van de letters
interpuncten	=	interpunct
interpunctie	noun	de plaatsing van leestekens in een zin
interpuncties	=	interpunctie
interpunctieteken	noun	leesteken dat aangeeft waar men een pauze kan inlassen tijdens het voorlezen van een tekst
interpunctietekens	=	interpunctieteken
interpunctietje	=	interpunctie
interpunctietjes	=	interpunctie
interpunctje	=	interpunct
interpunctjes	=	interpunct
interraciaal	adj	tussen verschillende etnische groeperingen
interraciaals	=	interraciaal
interraciaalst	=	interraciaal
interraciaalste	=	interraciaal
interraciale	=	interraciaal
interracialer	=	interraciaal
interracialere	=	interraciaal
interracialers	=	interraciaal
interregio	noun	regio aan weerszijden van een landsgrens
interregio's	=	interregio
interregionaal	adj	over de grenzen van een regio gaand
interregionaals	=	interregionaal
interregionaalst	=	interregionaal
interregionaalste	=	interregionaal
interregionale	=	interregionaal
interregionaler	=	interregionaal
interregionalere	=	interregionaal
interregionalers	=	interregionaal
interregna	=	interregnum
interregnum	noun	een korte regeringsperiode tussen twee langere regeerperioden in
interregnumpje	=	interregnum
interregnums	=	interregnum
interreligieus	adj	met betrekking tot de relaties tussen verschillende religies en kerkgenootschappen
interreligieust	=	interreligieus
interreligieuste	=	interreligieus
interreligieuze	=	interreligieus
interreligieuzer	=	interreligieus
interreligieuzere	=	interreligieus
interreligieuzers	=	interreligieus
interrobang	noun	combinatie van een vraagteken en een uitroepteken
interrobangs	=	interrobang
interrogatie	noun	ondervraging
interrogatief	noun	vragend voornaamwoord	adj	vragend
interrogatiefs	=	interrogatief
interrogaties	=	interrogatie
interrogatietje	=	interrogatie
interrogatietjes	=	interrogatie
interrogatieve	=	interrogatief
interrogatieven	=	interrogatief
interrogeer	=	interrogeren
interrogeerde	=	interrogeren
interrogeerden	=	interrogeren
interrogeert	=	interrogeren
interrogere	=	interrogeren
interrogeren	verb	ondervragen
interrogerend	=	interrogeren
interrogerende	=	interrogeren
interrumpeer	=	interrumperen
interrumpeerde	=	interrumperen
interrumpeerden	=	interrumperen
interrumpeert	=	interrumperen
interrumpere	=	interrumperen
interrumperen	verb	iemand in de rede vallen die een betoog aan het houden is
interrumperend	=	interrumperen
interrumperende	=	interrumperen
interrupt	noun	een verzoek om aandacht van een hardwarecomponent aan een andere.
interruptie	noun	Onderbreking
interruptiedebat	noun	discussie waarbij het toegestaan is een spreker te onderbreken (nadat de voorzitter daar toestemming voor heeft gegeven)
interruptiedebatje	=	interruptiedebat
interruptiedebatjes	=	interruptiedebat
interruptiedebatten	=	interruptiedebat
interruptiemicrofoon	noun	microfoon waarmee men op een gereguleerde wijze een spreker kan onderbreken
interruptiemicrofoons	=	interruptiemicrofoon
interrupties	=	interruptie
interruptietje	=	interruptie
interruptietjes	=	interruptie
interruptje	=	interrupt
interruptjes	=	interrupt
interrupts	=	interrupt
interscolair	adj	tussen scholen onderling
interscolairder	=	interscolair
interscolairdere	=	interscolair
interscolairders	=	interscolair
interscolaire	=	interscolair
interscolairs	=	interscolair
interscolairst	=	interscolair
interscolairste	=	interscolair
intersectie	noun	de verzameling van die elementen van twee verzamelingen die element zijn van beide verzamelingen; iets wat hoort tot twee verzamelingen of aandachtsgebieden
intersecties	=	intersectie
interseks	noun	tweeslachtig wezen, mens, dier of plant met tegelijk vrouwelijke en mannelijke kenmerken	adj	gelijktijdig vrouwelijke en mannelijke kenmerken bezittend
intersekse	noun	het hebben van lichamelijke kenmerken van zowel een man als een vrouw
interseksen	=	interseks
interseksepersonen	=	interseksepersoon
interseksepersoon	noun	iemand die de lichamelijke kenmerken vertoont van zowel een man als een vrouw
interseksualiteit	noun	de potentie om zich zowel naar het mannelijke als naar het vrouwelijke geslacht te ontwikkelen
interseksueel	noun	persoon met bovenstaande kenmerken	adj	met betrekking tot een lichaam met zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken
interseksueels	=	interseksueel
interseksueelst	=	interseksueel
interseksueelste	=	interseksueel
interseksueeltje	=	interseksueel
interseksueeltjes	=	interseksueel
interseksuele	=	interseksueel
interseksuelen	=	interseksueel
interseksueler	=	interseksueel
interseksuelere	=	interseksueel
interseksuelers	=	interseksueel
interstatelijk	adj	tussen verschillende staten; betrekking hebbend op de relatie tussen verschillende staten
interstatelijke	=	interstatelijk
interstatelijker	=	interstatelijk
interstatelijkere	=	interstatelijk
interstatelijkers	=	interstatelijk
interstatelijks	=	interstatelijk
interstatelijkst	=	interstatelijk
interstatelijkste	=	interstatelijk
interstellair	adj	zich bevindend tussen de sterren
interstellairder	=	interstellair
interstellairdere	=	interstellair
interstellairders	=	interstellair
interstellaire	=	interstellair
interstellairs	=	interstellair
interstellairst	=	interstellair
interstellairste	=	interstellair
interstitie	noun	tijdruimte, tijdperiode
interstitieel	adj	tussen de structuren, tussenliggend
interstitieels	=	interstitieel
interstitieelst	=	interstitieel
interstitieelste	=	interstitieel
interstities	=	interstitie
interstitietje	=	interstitie
interstitietjes	=	interstitie
interstitiële	=	interstitieel
interstitiëler	=	interstitieel
interstitiëlere	=	interstitieel
interstitiëlers	=	interstitieel
interstitiën	=	interstitie
intersubjectief	adj	plaatsvindend in (intellectuele of emotionele) communicatie tussen twee of meer subjecten
intersubjectiefs	=	intersubjectief
intersubjectiefst	=	intersubjectief
intersubjectiefste	=	intersubjectief
intersubjectieve	=	intersubjectief
intersubjectiever	=	intersubjectief
intersubjectievere	=	intersubjectief
intersubjectievers	=	intersubjectief
intersubjectiviteit	noun	het delen van objecten tussen subjecten
intersubjectiviteiten	=	intersubjectiviteit
intertekstualiteit	noun	het voorkomen in literaire teksten van echo's van andere (literaire) teksten; verwijzing naar andere literaire teksten
intertekstualiteiten	=	intertekstualiteit
intertekstueel	adj	met betrekking tot de onderlinge relatie van teksten
intertekstueels	=	intertekstueel
intertekstueelst	=	intertekstueel
intertekstueelste	=	intertekstueel
intertekstuele	=	intertekstueel
intertekstueler	=	intertekstueel
intertekstuelere	=	intertekstueel
intertekstuelers	=	intertekstueel
intertrigo	noun	wondpijn van de huid
interuniversitair	adj	betreffende een samenwerking tussen verschillende universiteiten
interuniversitairder	=	interuniversitair
interuniversitairdere	=	interuniversitair
interuniversitairders	=	interuniversitair
interuniversitaire	=	interuniversitair
interuniversitairs	=	interuniversitair
interuniversitairst	=	interuniversitair
interuniversitairste	=	interuniversitair
interval	noun	de tijd tussen twee tijdstippen van een tijdlijn, of de afstand tussen twee punten van een lijn
intervallen	=	interval
intervalletje	=	interval
intervalletjes	=	interval
intervaltraining	noun	een trainingsmethode waarbij een periode van hoge intensiteit training wordt afgewisseld met een lage intensiteit training
intervaltrainingen	=	intervaltraining
intervenieer	=	interveniëren
intervenieerde	=	interveniëren
intervenieerden	=	interveniëren
intervenieert	=	interveniëren
interveniënt	noun	persoon die zich partij stelt in een proces door zich bij eéén van de partijen aan te sluiten; tussenkomende partij
interveniënten	=	interveniënt
interveniëre	=	interveniëren
interveniëren	verb	zich mengen in een conflict of op een markt
interveniërend	=	interveniëren
interveniërende	=	interveniëren
interventie	noun	tussenkomst
interventiemacht	noun	legermacht waarmee men kan ingrijpen in een buitenland waar een zeer ongewenste mensenrechtensituatie is ontstaan
interventiemachten	=	interventiemacht
interventiemachtje	=	interventiemacht
interventiepolitiek	noun	gewapend ingrijpen in een buitenland om daar een ongewenste situatie te veranderen
interventies	=	interventie
interventieteam	noun	groep samenwerkende personen die ingrijpen bij een ongewenste situatie
interventieteampje	=	interventieteam
interventieteampjes	=	interventieteam
interventieteams	=	interventieteam
interventietje	=	interventie
interventionisme	noun	opvatting dat het dikwijls nodig is dat een overheid de werking van de markt beïnvloedt
interventionistisch	adj	betrekking hebbend op het interventionisme of een interventionistist
interventionistische	=	interventionistisch
interventionistischer	=	interventionistisch
interventionistischere	=	interventionistisch
interventionistischers	=	interventionistisch
interversie	noun	omkering
interversies	=	interversie
interversietje	=	interversie
interversietjes	=	interversie
intervertebraal	adj	tussen twee wervels
interview	noun	vraaggesprek met iemand over diens opvattingen en ervaringen
interviewboek	noun	boek dat een verzameling interviews bevat, vaak met een specifiek thema of een bepaalde persoon.
interviewboeken	=	interviewboek
interviewboekje	=	interviewboek
interviewboekjes	=	interviewboek
interviewde	=	interviewen
interviewden	=	interviewen
interviewe	=	interviewen
interviewen	verb	een vraaggesprek met iemand houden
interviewend	=	interviewen
interviewende	=	interviewen
interviewer	noun	de persoon die de vragen stelt in een vraaggesprek, de geïnterviewde geeft de antwoorden.
interviewers	=	interviewer
interviewertje	=	interviewer
interviewertjes	=	interviewer
interviewfragment	noun	gedeelte van een vraaggesprek
interviewfragmenten	=	interviewfragment
interviewfragmentje	=	interviewfragment
interviewfragmentjes	=	interviewfragment
interviewprogramma	noun	uitzending met vraaggesprekken
interviewprogramma's	=	interviewprogramma
interviewprogrammaatje	=	interviewprogramma
interviewprogrammaatjes	=	interviewprogramma
interviewreeks	noun	een serie vraaggesprekken
interviewreeksen	=	interviewreeks
interviews	=	interview
interviewserie	noun	een aantal bij elkaar horende vraaggesprekken
interviewseries	=	interviewserie
interviewserietje	=	interviewserie
interviewserietjes	=	interviewserie
interviewster	noun	een vrouw die een vraaggesprek afneemt
interviewsters	=	interviewster
interviewstertje	=	interviewster
interviewstertjes	=	interviewster
interviewt	=	interviewen
interviewtechniek	noun	manier waarop men een vraaggesprek voert; de kunde hoe een goed vraaggesprek te voeren
interviewtechnieken	=	interviewtechniek
interviewtechniekje	=	interviewtechniek
interviewtechniekjes	=	interviewtechniek
interviewtje	=	interview
interviewtjes	=	interview
interviewverzoek	noun	verzoek om een vraaggesprek met iemand te voeren dat men later in een publicatie kan gebruiken
interviewverzoeken	=	interviewverzoek
intervisie	noun	overleg over de manier waarop je je werk doet en de problemen die je daarbij tegenkomt met personen die vergelijkbaar werk doen, maar in een andere omgeving waardoor je gewoonlijk niet met elkaar te maken hebt Gebruikt als een methode om mensen terugkoppeling op hun functioneren te geven buiten een verhouding leidinggevende-ondergeschikte.
intervisies	=	intervisie
intervocalisch	adj	betreft de uitspraak van een medeklinker (consonant) die zich tussen twee klinkers (vocalen) bevindt.
intervocalische	=	intervocalisch
intervocalischer	=	intervocalisch
intervocalischere	=	intervocalisch
intervocalischers	=	intervocalisch
interweb	noun|informal	internet
interwebs	=	interweb
interwiki	noun	een doorverbinding met overeenkomstige pagina's van anderstalige wiki's
interwiki's	=	interwiki
interwikiconflict	noun	een situatie op een wiki waarbij twee pagina's naar één en dezelfde anderstalige pagina verwijzen
interwikiconflicten	=	interwikiconflict
interwikiconflictje	=	interwikiconflict
interwikiconflictjes	=	interwikiconflict
interwikilink	noun	link vanaf een wiki naar een overeenkomstige wiki in een andere taal
interwikilinkje	=	interwikilink
interwikilinkjes	=	interwikilink
interwikilinks	=	interwikilink
interzonaal	adj	tussen verschillende zones plaatshebbend, geldend enz
interzonaals	=	interzonaal
interzonaalst	=	interzonaal
interzonaalste	=	interzonaal
interzonale	=	interzonaal
interzonaler	=	interzonaal
interzonalere	=	interzonaal
interzonalers	=	interzonaal
intestaat	noun	iemand die overlijdt zonder testament
intestaatje	=	intestaat
intestaatjes	=	intestaat
intestaten	=	intestaat
intestinaal	adj	met betrekking tot de darm
intestinaals	=	intestinaal
intestinaalst	=	intestinaal
intestinaalste	=	intestinaal
intestinale	=	intestinaal
intestinaler	=	intestinaal
intestinalere	=	intestinaal
intestinalers	=	intestinaal
intevreden	adj	verder niets meer verlangend, zeer gelukkig
intevredens	=	intevreden
intiem	adj	in het diepste, binnenste gelegen
intieme	=	intiem
intiemer	=	intiem
intiemere	=	intiem
intiemers	=	intiem
intiems	=	intiem
intiemst	=	intiem
intiemste	=	intiem
intifada	noun	opstand van Palestijnen vanaf 1987
intifada's	=	intifada
intijds	adv	als er nog tijd voor is, (net) op tijd
intijdse	=	intijds
intik	=	intikken
intikke	=	intikken
intikken	verb	via het toetsenbord invoeren van data in een computersysteem
intikkend	=	intikken
intikkende	=	intikken
intikker	noun	een makkelijk te maken doelpunt na een goede assist
intikkers	=	intikker
intikkertje	=	intikker
intikkertjes	=	intikker
intikt	=	intikken
intikte	=	intikken
intikten	=	intikken
intimi	=	intimus
intimidatie	noun	het intimideren
intimidatieculturen	=	intimidatiecultuur
intimidatiecultuur	noun	manier van samenleven waarin veel gebruik gemaakt wordt van intimidatie en bedreigingen
intimidatiepoging	noun	de keer dat men door het oproepen van angst iemands gedrag probeert te beïnvloeden
intimidatiepogingen	=	intimidatiepoging
intimidatiepoginkje	=	intimidatiepoging
intimidatiepoginkjes	=	intimidatiepoging
intimidatiepraktijk	noun	het stelselmatig angst aanjagen als middel om macht uit te oefenen
intimidatiepraktijken	=	intimidatiepraktijk
intimidatiepraktijkje	=	intimidatiepraktijk
intimidatiepraktijkjes	=	intimidatiepraktijk
intimidaties	=	intimidatie
intimidatietje	=	intimidatie
intimideer	=	intimideren
intimideerde	=	intimideren
intimideerden	=	intimideren
intimideert	=	intimideren
intimidere	=	intimideren
intimideren	verb	iemands gedrag beïnvloeden door hem angst aan te jagen
intimiderend	=	intimideren
intimiderende	=	intimideren
intimistisch	adj	intiem, zoetsappig, verstild
intimistische	=	intimistisch
intimistischer	=	intimistisch
intimistischere	=	intimistisch
intimistischers	=	intimistisch
intimiteit	noun	het intiem zijn, de vertrouwdheid
intimiteiten	=	intimiteit
intimiteitje	=	intimiteit
intimiteitjes	=	intimiteit
intimiteitscoördinator	noun	iemand die bij filmopnames er op toe ziet dat naaktscènes en seksscènes volgens het draaiboek verlopen
intimiteitscoördinatoren	=	intimiteitscoördinator
intimiteitscoördinators	=	intimiteitscoördinator
intimiteitsvacuüm	noun	het ontbreken van intimiteit tussen partners in een liefdesrelatie
intimus	noun	zeer vertrouwd persoon
intitangare	noun	Heliothraupis oneilli een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
intitangaren	=	intitangare
intitangaretje	=	intitangare
intitangaretjes	=	intitangare
intocht	noun	al dan niet feestelijke binnenkomst van iets of iemand
intochten	=	intocht
intochtje	=	intocht
intoets	=	intoetsen
intoetse	=	intoetsen
intoetsen	verb	op de toetsen van een toetsenbord drukken
intoetsend	=	intoetsen
intoetsende	=	intoetsen
intoetst	=	intoetsen
intoetste	=	intoetsen
intoetsten	=	intoetsen
intolerabel	adj	niet te accepteren
intolerabele	=	intolerabel
intolerabeler	=	intolerabel
intolerabelere	=	intolerabel
intolerabelers	=	intolerabel
intolerabels	=	intolerabel
intolerabelst	=	intolerabel
intolerabelste	=	intolerabel
intolerant	adj	onverdraagzaam
intolerante	=	intolerant
intoleranter	=	intolerant
intolerantere	=	intolerant
intoleranters	=	intolerant
intolerantie	noun	het negatief reageren op andere meningen, mensen
intoleranties	=	intolerantie
intolerantietje	=	intolerantie
intolerants	=	intolerant
intolerantst	=	intolerant
intolerantste	=	intolerant
intome	=	intomen
intomen	verb	bedwingen, doen matigen van (heftige) emoties
intomend	=	intomen
intomende	=	intomen
intoming	noun	het zichzelf of anderen bedwingen, matigen en beheersen
intomingen	=	intoming
intonatie	noun	het verloop van de toonhoogte in woord en zin, tijdens het spreken, stembuiging
intonatieprobleem	noun	moeilijkheden bij de toonvorming en het verloop van de toonhoogte
intonatieprobleempje	=	intonatieprobleem
intonatieprobleempjes	=	intonatieprobleem
intonatieproblemen	=	intonatieprobleem
intonaties	=	intonatie
intoneer	=	intoneren
intoneerde	=	intoneren
intoneerden	=	intoneren
intoneert	=	intoneren
intonere	=	intoneren
intoneren	verb	een bepaalde stembuiging volgen in het spreken
intonerend	=	intoneren
intonerende	=	intoneren
intoneur	noun	stemmer van muziekinstrumenten
intoneurs	=	intoneur
intoneurtje	=	intoneur
intoneurtjes	=	intoneur
intoom	=	intomen
intoomde	=	intomen
intoomden	=	intomen
intoomt	=	intomen
intoxicatie	noun	vergiftiging
intoxicaties	=	intoxicatie
intoxicatietje	=	intoxicatie
intoxicatietjes	=	intoxicatie
intra	prep	op een positie te midden van
intra-individueel	adj	bij dezelfde mens verschillend
intra-individueels	=	intra-individueel
intra-individueelst	=	intra-individueel
intra-individueelste	=	intra-individueel
intra-individuele	=	intra-individueel
intra-individueler	=	intra-individueel
intra-individuelere	=	intra-individueel
intra-individuelers	=	intra-individueel
intra-uterien	adj	binnen de baarmoeder gelegen, plaatsvindend, aangebracht
intra-uteriene	=	intra-uterien
intra-uteriener	=	intra-uterien
intra-uterienere	=	intra-uterien
intra-uterieners	=	intra-uterien
intra-uteriens	=	intra-uterien
intra-uterienst	=	intra-uterien
intra-uterienste	=	intra-uterien
intraadt	=	intreden
intracellulair	adj	met betrekking tot iets binnen de cellen
intracellulairder	=	intracellulair
intracellulairdere	=	intracellulair
intracellulairders	=	intracellulair
intracellulaire	=	intracellulair
intracellulairs	=	intracellulair
intracellulairst	=	intracellulair
intracellulairste	=	intracellulair
intracommunautair	adj	binnen de EU
intracommunautairder	=	intracommunautair
intracommunautairdere	=	intracommunautair
intracommunautairders	=	intracommunautair
intracommunautaire	=	intracommunautair
intracommunautairs	=	intracommunautair
intracommunautairst	=	intracommunautair
intracommunautairste	=	intracommunautair
intracranieel	adj	binnen de schedel gelegen
intracranieels	=	intracranieel
intracranieelst	=	intracranieel
intracranieelste	=	intracranieel
intracraniële	=	intracranieel
intracraniëler	=	intracranieel
intracraniëlere	=	intracranieel
intracraniëlers	=	intracranieel
intrad	=	intreden
intrade	=	intreden
intraden	=	intreden
intramuraal	adj	binnen de muren (van een ziekenhuis of andere inrichting) plaatshebbend
intramuraals	=	intramuraal
intramuraalst	=	intramuraal
intramuraalste	=	intramuraal
intramurale	=	intramuraal
intramuraler	=	intramuraal
intramuralere	=	intramuraal
intramuralers	=	intramuraal
intramusculair	adj	in de spier
intramusculairder	=	intramusculair
intramusculairdere	=	intramusculair
intramusculairders	=	intramusculair
intramusculaire	=	intramusculair
intramusculairs	=	intramusculair
intramusculairst	=	intramusculair
intramusculairste	=	intramusculair
intranet	noun	een persoonlijk computernetwerk van een persoon of organisatie, dat gebruik maakt van de protocollen van het internet.
intranetje	=	intranet
intranetjes	=	intranet
intranetten	=	intranet
intransigent	adj	star, zich niet schikkend, niet tegemoetkomend, niet plooibaar
intransigente	=	intransigent
intransigenter	=	intransigent
intransigentere	=	intransigent
intransigenters	=	intransigent
intransigents	=	intransigent
intransigentst	=	intransigent
intransigentste	=	intransigent
intransitief	adj	zonder de mogelijkheid van een lijdend of meewerkend voorwerp	noun	onovergankelijk werkwoord
intransitiefje	=	intransitief
intransitiefjes	=	intransitief
intransitiefs	=	intransitief
intransitiefst	=	intransitief
intransitiefste	=	intransitief
intransitieve	=	intransitief
intransitieven	=	intransitief
intransitiever	=	intransitief
intransitievere	=	intransitief
intransitievers	=	intransitief
intransparant	adj	onduidelijk, ondoorzichtig, onbegrijpelijk
intransparante	=	intransparant
intransparanter	=	intransparant
intransparantere	=	intransparant
intransparanters	=	intransparant
intransparants	=	intransparant
intransparantst	=	intransparant
intransparantste	=	intransparant
intraoculair	adj	in het inwendige van het oog
intraoculairder	=	intraoculair
intraoculairdere	=	intraoculair
intraoculairders	=	intraoculair
intraoculaire	=	intraoculair
intraoculairs	=	intraoculair
intraoculairst	=	intraoculair
intraoculairste	=	intraoculair
intrap	=	intrappen
intrapersoonlijk	adj	betrekking hebbend op processen binnen één individu
intrapersoonlijke	=	intrapersoonlijk
intrapersoonlijker	=	intrapersoonlijk
intrapersoonlijkere	=	intrapersoonlijk
intrapersoonlijkers	=	intrapersoonlijk
intrapersoonlijks	=	intrapersoonlijk
intrapersoonlijkst	=	intrapersoonlijk
intrapersoonlijkste	=	intrapersoonlijk
intrappe	=	intrappen
intrappen	verb	met geweld openen met name van een deur
intrappend	=	intrappen
intrappende	=	intrappen
intrapreneur	noun	iemand die zich binnen een organisatie ondernemend gedraagt.
intrapreneurs	=	intrapreneur
intrapsychisch	adj	binnen de geest of ziel
intrapsychische	=	intrapsychisch
intrapsychischer	=	intrapsychisch
intrapsychischere	=	intrapsychisch
intrapsychischers	=	intrapsychisch
intrapsychischt	=	intrapsychisch
intrapsychischte	=	intrapsychisch
intrapt	=	intrappen
intrapte	=	intrappen
intrapten	=	intrappen
intrarenaal	adj	binnenin een nier
intrarenaals	=	intrarenaal
intrarenale	=	intrarenaal
intrastatelijk	adj	binnen de grenzen van één staat
intrastatelijke	=	intrastatelijk
intrastatelijker	=	intrastatelijk
intrastatelijkere	=	intrastatelijk
intrastatelijkers	=	intrastatelijk
intrastatelijks	=	intrastatelijk
intrastatelijkst	=	intrastatelijk
intrastatelijkste	=	intrastatelijk
intrathecaal	adj	binnen de hersen- of ruggemergsvliezen
intravasaal	adj	intravasculair, in een (bloed)vat
intravasaals	=	intravasaal
intravasale	=	intravasaal
intraveneus	adj	in de ader gelegen of plaatvindend
intraveneust	=	intraveneus
intraveneuste	=	intraveneus
intraveneuze	=	intraveneus
intraveneuzer	=	intraveneus
intraveneuzere	=	intraveneus
intraveneuzers	=	intraveneus
intrede	noun	entree
intreden	verb	tot een kloostergemeenschap gaan behoren
intredend	=	intreden
intredende	=	intreden
intredes	=	intrede
intreding	noun	deel gaan uitmaken van een groep
intredingen	=	intreding
intredinkje	=	intreding
intredinkjes	=	intreding
intree	noun	de keer dat men ergens binnenkomst; de plaats waar men binnenkomt
intreed	=	intreden
intreedster	noun	vrouw die een bepaalde activiteit begint, vrouwelijke vorm van intreder
intreedsters	=	intreedster
intreedt	=	intreden
intrek	noun	~ nemen bij iemand: bij iemand gaan wonen
intrekke	=	intrekken
intrekken	verb	een eerdere toezegging of regeling ongedaan maken
intrekkend	=	intrekken
intrekkende	=	intrekken
intrekking	noun	het ongeldig verklaren van iets
intrekkingen	=	intrekking
intrekkinkje	=	intrekking
intrekkinkjes	=	intrekking
intrekt	=	intrekken
intrest	noun	rente die men verkrijgt op een uitgeleend kapitaal
intresten	=	intrest
intrestje	=	intrest
intreurig	adj	dieptreurig
intreurige	=	intreurig
intreurigs	=	intreurig
intriest	adj	heel verdrietig
intrieste	=	intriest
intriests	=	intriest
intrigant	noun	iemand die intrigeert (op slinkse wijze te werk gaat om zijn doel te bereiken)
intrigante	noun	vrouw die stiekem haar doel probeert te bereiken door te beïnvloeden hoe anderen over elkaar denken
intriganten	=	intrigant
intrigantes	=	intrigante
intrigantje	=	intrigant
intrige	noun	het tweede bedrijf van een grieks drama
intrigeer	=	intrigeren
intrigeerde	=	intrigeren
intrigeerden	=	intrigeren
intrigeert	=	intrigeren
intrigere	=	intrigeren
intrigeren	verb	interesse wekken, fascineren
intrigerend	adj	boeiend, interessant, raadselachtig
intrigerende	=	intrigerend
intrigerender	=	intrigerend
intrigerendere	=	intrigerend
intrigerenders	=	intrigerend
intrigerends	=	intrigerend
intrigerendst	=	intrigerend
intrigerendste	=	intrigerend
intriges	=	intrige
intrigetje	=	intrige
intrigetjes	=	intrige
intrinsiek	adj	van binnen, de kern vormend
intrinsieke	=	intrinsiek
intrinsieker	=	intrinsiek
intrinsiekere	=	intrinsiek
intrinsiekers	=	intrinsiek
intrinsieks	=	intrinsiek
intrinsiekst	=	intrinsiek
intrinsiekste	=	intrinsiek
intro	noun	inleidend stukje muziek
intro's	=	intro
introducee	noun	vrouwelijk persoon die ergens geïntroduceerd (ingeleid) wordt
introduceer	=	introduceren
introduceerde	=	introduceren
introduceerden	=	introduceren
introduceert	=	introduceren
introducees	=	introducee
introduceetje	=	introducé
introduceetjes	=	introducee
introducere	=	introduceren
introduceren	verb	iets nieuws inbrengen of invoeren in een bepaalde omgeving of een groter geheel
introducerend	=	introduceren
introducerende	=	introduceren
introductie	noun	de presentatie van iets nieuws (in omloop brengen), of de inleiding van een nieuwkomer (bemiddeling)
introductieaanbod	noun	speciale aanbieding die gedaan wordt bij de marktintroductie van een product of dienst
introductieactie	noun	een tijdelijke aanbieding om een nieuw product of dienst te lanceren en bekend te maken, vaak met korting of een speciale deal.
introductieacties	=	introductieactie
introductieactietje	=	introductieactie
introductieactietjes	=	introductieactie
introductiebrief	noun	brief waarmee een persoon door iemand wordt voorgesteld
introductiebriefje	=	introductiebrief
introductiebriefjes	=	introductiebrief
introductiebrieven	=	introductiebrief
introductiecursus	noun	een aantal lessen waarin iemand de beginselen van een bepaald onderwerp leert
introductiecursusje	=	introductiecursus
introductiecursusjes	=	introductiecursus
introductiecursussen	=	introductiecursus
introductiedag	noun	dag waarop men in de gelegenheid wordt gesteld kennis te maken met een nieuwe situatie
introductiedagen	=	introductiedag
introductiedagje	=	introductiedag
introductiedagjes	=	introductiedag
introductief	adj	inleidend
introductiefs	=	introductief
introductiekaart	noun	een kaart die ter introductie wordt verstrekt
introductiekaarten	=	introductiekaart
introductiekaartje	=	introductiekaart
introductiekaartjes	=	introductiekaart
introductiekoers	noun	de koers waartegen men een nieuw aandeel voor het eerst verkoopt
introductiekoersen	=	introductiekoers
introductiepagina	noun	eerste pagina van een website die als ingang dient en doorgaans links naar andere pagina's bevat
introductiepagina's	=	introductiepagina
introductiepaginaatje	=	introductiepagina
introductiepaginaatjes	=	introductiepagina
introductieperiode	noun	tijdsperiode waarin men bekend met iets wordt
introductieperioden	=	introductieperiode
introductieperiodes	=	introductieperiode
introductieperiodetje	=	introductieperiode
introductieperiodetjes	=	introductieperiode
introductieprijs	noun	hoeveelheid geld die men vraagt voor een product dat nieuw op de markt is verschenen
introductieprijsje	=	introductieprijs
introductieprijsjes	=	introductieprijs
introductieprijzen	=	introductieprijs
introductieprogramma	noun	een speciaal programma dat ter gelegenheid van een introductie wordt geboden
introductieprogramma's	=	introductieprogramma
introductieprogrammaatje	=	introductieprogramma
introductieprogrammaatjes	=	introductieprogramma
introductieregeling	noun	een speciale regeling die ter gelegenheid van een introductie van toepassing is
introductieregelingen	=	introductieregeling
introductieregelingetje	=	introductieregeling
introductieregelingetjes	=	introductieregeling
introducties	=	introductie
introductietekst	noun	tekst die dient als inleiding van de eigenlijke hoofdtekst en daaraan voorafgaat
introductieteksten	=	introductietekst
introductietekstje	=	introductietekst
introductietekstjes	=	introductietekst
introductietijd	noun	periode waarin men in de gelegenheid wordt gesteld kennis te maken met een nieuwe situatie
introductietijden	=	introductietijd
introductietijdje	=	introductietijd
introductietijdjes	=	introductietijd
introductietje	=	introductie
introductietjes	=	introductie
introductieve	=	introductief
introductieweek	noun	week waarin men in de gelegenheid wordt gesteld kennis te maken met een nieuwe situatie
introductieweekje	=	introductieweek
introductieweekjes	=	introductieweek
introductieweken	=	introductieweek
introducé	noun	mannelijk persoon die ergens geïntroduceerd (ingeleid) wordt
introducés	=	introducé
introef	=	introeven
introefde	=	introeven
introefden	=	introeven
introeft	=	introeven
introeve	=	introeven
introeven	verb	een troef uitspelen bij een kaart van een andere kleur
introevend	=	introeven
introevende	=	introeven
introk	=	intrekken
introkke	=	intrekken
introkken	=	intrekken
introkt	=	intrekken
intron	noun	stukje DNA dat zich bevindt in een gen maar dat niet wordt gebruikt om het eiwit te coderen
intronen	=	intron
intronnetje	=	intron
intronnetjes	=	intron
introns	=	intron
introotje	=	intro
introotjes	=	intro
introspectie	noun	activiteit waarbij de eigen gedachten, gevoelens en herinneringen tot onderwerp van overdenking gemaakt worden, innerlijke zelfwaarneming
introspectief	adj	van de aard van, behorend tot de introspectie
introspectiefs	=	introspectief
introspectiefst	=	introspectief
introspectiefste	=	introspectief
introspecties	=	introspectie
introspectieve	=	introspectief
introspectiever	=	introspectief
introspectievere	=	introspectief
introspectievers	=	introspectief
introuw	=	introuwen
introuwde	=	introuwen
introuwden	=	introuwen
introuwe	=	introuwen
introuwen	verb	na een huwelijk intrekken
introuwend	=	introuwen
introuwende	=	introuwen
introuwt	=	introuwen
introversie	noun	aandacht die naar binnen gericht is
introvert	adj	naar binnen (op het innerlijk) gericht
introverte	=	introvert
introverten	=	introvert
introverter	=	introvert
introvertere	=	introvert
introverters	=	introvert
introvertje	=	introvert
introverts	=	introvert
introvertst	=	introvert
introvertste	=	introvert
introïtus	noun	antifoon met psalmvers als inleiding tot de mis
intrusie	noun	het binnendringen, het indringen
intrusief	adj	op een wijze waarbij, zonder toestemming of daartoe geautoriseerd, uitgenodigd of welkom te zijn, wordt binnengedrongen, desnoods op slinkse wijze of met gebruik van geweld of hulpmiddelen
intrusiefs	=	intrusief
intrusiefst	=	intrusief
intrusiefste	=	intrusief
intrusies	=	intrusie
intrusieve	=	intrusief
intrusiever	=	intrusief
intrusievere	=	intrusief
intrusievers	=	intrusief
intubatie	noun	het inbrengen van een beademingsbuis
intubaties	=	intubatie
intubatietje	=	intubatie
intubatietjes	=	intubatie
intubeer	=	intuberen
intubeerde	=	intuberen
intubeerden	=	intuberen
intubeert	=	intuberen
intubere	=	intuberen
intuberen	verb	voorzien van een buigzaam buisje dat door keel en luchtpijp loopt om verstikking te voorkomen
intuberend	=	intuberen
intuberende	=	intuberen
intueer	=	intueren
intueerde	=	intueren
intueerden	=	intueren
intueert	=	intueren
intuere	=	intueren
intueren	verb	door intuïtie ervaren
intuerend	=	intueren
intuerende	=	intueren
intuig	=	intuigen
intuigde	=	intuigen
intuigden	=	intuigen
intuige	=	intuigen
intuigen	verb	een dier inspannen in een tuig
intuigend	=	intuigen
intuigende	=	intuigen
intuigt	=	intuigen
intuin	=	intuinen
intuinde	=	intuinen
intuinden	=	intuinen
intuine	=	intuinen
intuinen	verb	zich voor de gek laten houden; zich laten bedriegen; zich beet laten nemen
intuinend	=	intuinen
intuinende	=	intuinen
intuint	=	intuinen
intusschen	=	intussen
intussen	adv	gedurende de tijd die het genoemde vereist
intuïtie	noun	direct inzicht zonder nadenken (of waarnemen)
intuïtief	adj	gevoelsmatig, instinctmatig, gedachteloos
intuïtiefs	=	intuïtief
intuïtiefst	=	intuïtief
intuïtiefste	=	intuïtief
intuïties	=	intuïtie
intuïtieve	=	intuïtief
intuïtiever	=	intuïtief
intuïtievere	=	intuïtief
intuïtievers	=	intuïtief
intuïtionisme	noun	intuïtieve stroming uit de wiskunde die b.v. het 'bewijs uit het ongerijmde' als methode verwerpt
intyp	=	intypen
intype	=	intypen
intypen	verb	gegevens via een toetsenbord in de computer invoeren
intypend	=	intypen
intypende	=	intypen
intypt	=	intypen
intypte	=	intypen
intypten	=	intypen
inuit	noun	naam waarmee het merendeel van de Eskimo's zichzelf aanduidt De Eskimo's die in Groenland en het noorden van Canada en Alaska leven, spreken een verwante taal en ervaren Eskimo als een neerbuigende benaming die anderen hun hebben gegeven.
inuits	=	inuit
inuk	noun	naam waarmee het merendeel van de Eskimo's zichzelf aanduidt
inundatie	noun	het onder water zetten van lage gronden, b.v. als middel tot verdediging en om hoogwater in een rivier te voorkomen
inundatiekanaal	noun	een kanaal waarmee een gebied onder water wordt gezet (geïnundeerd)
inundatiekanaaltje	=	inundatiekanaal
inundatiekanaaltjes	=	inundatiekanaal
inundatiekanalen	=	inundatiekanaal
inundaties	=	inundatie
inundeer	=	inunderen
inundeerde	=	inunderen
inundeerden	=	inunderen
inundeert	=	inunderen
inundere	=	inunderen
inunderen	verb	een stuk land onder water zetten
inunderend	=	inunderen
inunderende	=	inunderen
invaar	=	invaren
invaart	noun	het invaren
invaarten	=	invaart
inval	noun	het plotseling met een leger- of politiemacht binnendringen in een gebouw of gebied
invalbaan	noun	tijdelijke functie ter vervanging van de vaste kracht die tijdelijk niet kan werken
invalbaantje	=	invalbaan
invalbaantjes	=	invalbaan
invalbanen	=	invalbaan
invalbeurt	noun	keer dat men een optreden heeft omdat men moet invallen voor iemand die is uitgevallen
invalbeurten	=	invalbeurt
invalbeurtje	=	invalbeurt
invalbeurtjes	=	invalbeurt
invaldocent	noun	een leerkracht die tijdelijk de plaats inneemt van een vaste docent die afwezig is, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschapsverlof of scholing
invaldocenten	=	invaldocent
invaldocentje	=	invaldocent
invaldocentjes	=	invaldocent
invalidatie	noun	ongeldigverklaring
invalidaties	=	invalidatie
invalidatietje	=	invalidatie
invalidatietjes	=	invalidatie
invalide	adj	door een gebrek beperkt in zijn mogelijkheden	noun	iemand die door een gebrek beperkt is in zijn mogelijkheden
invalideer	=	invalideren
invalideerde	=	invalideren
invalideerden	=	invalideren
invalideert	=	invalideren
invaliden	=	invalide
invalidenparkeerkaart	noun	kaart die iemand met een lichamelijke beperking krijgt en daardoor het recht heeft om op speciale plekken te mogen parkeren
invalidenparkeerkaarten	=	invalidenparkeerkaart
invalidenparkeerkaartje	=	invalidenparkeerkaart
invalidenparkeerkaartjes	=	invalidenparkeerkaart
invalidenparkeerplaats	noun	parkeerplaats die gereserveerd is voor personen met een lichamelijke handicap
invalidenparkeerplaatsen	=	invalidenparkeerplaats
invalidenparkeerplaatsje	=	invalidenparkeerplaats
invalidenparkeerplaatsjes	=	invalidenparkeerplaats
invalidenplaats	noun	plaats bestemd voor invalide
invalidenplaatsen	=	invalidenplaats
invalidentoilet	noun	wc die geschikt is voor mensen met een lichamelijke handicap
invalidentoiletje	=	invalidentoilet
invalidentoiletjes	=	invalidentoilet
invalidentoiletten	=	invalidentoilet
invalidenwagen	noun	een voertuig bedoeld voor mensen met een handicap
invalidenwagens	=	invalidenwagen
invalidenwagentje	=	invalidenwagen
invalidenwagentjes	=	invalidenwagen
invalidenwoning	noun	een huis dat speciaal is ontworpen of verbouwd voor mensen met een fysieke beperking.
invalidenwoningen	=	invalidenwoning
invalidenwoninkje	=	invalidenwoning
invalidenwoninkjes	=	invalidenwoning
invalider	=	invalide
invalidere	=	invalide
invalideren	verb	ongeldig verklaren
invaliderend	=	invalideren
invaliderende	=	invalideren
invaliders	=	invalide
invalides	=	invalide
invalidetje	=	invalide
invaliditeit	noun	een blijvend lichamelijk of geestelijk gebrek hebben
invaliditeiten	=	invaliditeit
invaliditeitspensioen	noun	uitkering die een gehandicapte ontvangt
invaliditeitspensioenen	=	invaliditeitspensioen
invaliditeitspensioentje	=	invaliditeitspensioen
invaliditeitspensioentjes	=	invaliditeitspensioen
invaliditeitsuitkering	noun	uitkering die een gehandicapte ontvangt
invaliditeitsuitkeringen	=	invaliditeitsuitkering
invaliditeitsuitkerinkje	=	invaliditeitsuitkering
invaliditeitsuitkerinkjes	=	invaliditeitsuitkering
invaliditeitsverzekering	noun	een verzekering die uitbetaalt bij invaliditeit
invaliditeitsverzekeringen	=	invaliditeitsverzekering
invaliditeitsverzekeringetje	=	invaliditeitsverzekering
invaliditeitsverzekeringetjes	=	invaliditeitsverzekering
invaliedst	=	invalide
invaliedste	=	invalide
invalkracht	noun	tijdelijke werknemer die de functie van een vaste kracht overneemt als deze gedurende een bepaalde periode zijn of haar werk niet kan doen
invalkrachten	=	invalkracht
invalkrachtje	=	invalkracht
invalkrachtjes	=	invalkracht
invalle	=	invallen
invalleerkracht	noun	een leerkracht die tijdelijk de plaats inneemt van een vaste docent die afwezig is, bijvoorbeeld door ziekte, zwangerschapsverlof of scholing
invalleerkrachten	=	invalleerkracht
invalleerkrachtje	=	invalleerkracht
invalleerkrachtjes	=	invalleerkracht
invallen	verb	vallend iets binnengaan
invallend	adj	binnendringend
invallende	=	invallen
invallends	=	invallend
invaller	noun	Iemand die plotseling de taak van iemand anders moet overnemen.
invallers	=	invaller
invallertje	=	invaller
invallertjes	=	invaller
invalletje	=	inval
invalletjes	=	inval
invalpool	noun	vaste groep invalkrachten waar een bedrijf of organisatie gebruik van kan maken als iemand van een vaste personeel is uitgevallen
invalpools	=	invalpool
invalpooltje	=	invalpool
invalpooltjes	=	invalpool
invalshoek	noun	de richting vanwaaruit je iets bekijkt
invalshoeken	=	invalshoek
invalshoekje	=	invalshoek
invalshoekjes	=	invalshoek
invalster	noun	Vrouwelijke invaller.
invalsters	=	invalster
invalstertje	=	invalster
invalstertjes	=	invalster
invalsweg	noun	weg die de kern van een dichtbebouwd gebied verbindt met een grote doorgaande weg
invalswegen	=	invalsweg
invalt	=	invallen
invalwerk	noun	tijdelijke arbeid die men verricht als de werknemer die het werk normaliter niet doet, dit werk tijdelijk niet kan verrichten
invalwerken	=	invalwerk
invang	=	invangen
invange	=	invangen
invangen	verb	iets dat vrij was bij zich binden
invangend	=	invangen
invangende	=	invangen
invangt	=	invangen
invare	=	invaren
invaren	verb	met een vaartuig een nauw water ingaan
invarend	=	invaren
invarende	=	invaren
invariabel	adj	onveranderlijk
invariabele	=	invariabel
invariabeler	=	invariabel
invariabelere	=	invariabel
invariabelers	=	invariabel
invariabels	=	invariabel
invariabelst	=	invariabel
invariabelste	=	invariabel
invariant	noun	onveranderd blijvende grootheid	adj	onveranderlijk
invariante	=	invariant
invarianten	=	invariant
invarianter	=	invariant
invariantere	=	invariant
invarianters	=	invariant
invariants	=	invariant
invariantst	=	invariant
invariantste	=	invariant
invasie	noun	het binnendringen van een legermacht in een ander land
invasief	adj	ongewenst met kracht binnenkomend
invasiefs	=	invasief
invasiefst	=	invasief
invasiefste	=	invasief
invasieleger	noun	een leger dat een gebied binnengaat dat onder een ander land valt
invasielegers	=	invasieleger
invasiemacht	noun	legermacht die een andere land binnenvalt
invasiemachten	=	invasiemacht
invasiemachtje	=	invasiemacht
invasiemachtjes	=	invasiemacht
invasies	=	invasie
invasietje	=	invasie
invasietjes	=	invasie
invasieve	=	invasief
invasiever	=	invasief
invasievere	=	invasief
invasievers	=	invasief
invasievloot	noun	groep schepen waarmee men een leger over de zee naar een vijandig land kan brengen om dat land te kunnen veroveren
invasievloten	=	invasievloot
invecht	=	invechten
invechte	=	invechten
invechten	verb	zich ~: met moeite ergens binnen proberen te komen
invechtend	=	invechten
invechtende	=	invechten
invectief	noun	honende uitspraak
invectieven	=	invectief
inveeg	=	invegen
inveegde	=	invegen
inveegden	=	invegen
inveegt	=	invegen
invege	=	invegen
invegen	verb	door vegen ergens in doen komen
invegend	=	invegen
invegende	=	invegen
inventaris	noun	het totaal aan ergens aanwezige voorwerpen en goederen
inventarisatie	noun	het inventariseren, het opmaken van de inventaris
inventarisatielijst	noun	lijst van alle voorwerpen die in een gebouw aanwezig zijn
inventarisatielijsten	=	inventarisatielijst
inventarisatielijstje	=	inventarisatielijst
inventarisatielijstjes	=	inventarisatielijst
inventarisaties	=	inventarisatie
inventarisatietje	=	inventarisatie
inventariseer	=	inventariseren
inventariseerde	=	inventariseren
inventariseerden	=	inventariseren
inventariseert	=	inventariseren
inventarisere	=	inventariseren
inventariseren	verb	op een geordende manier nagaan en vastleggen
inventariserend	=	inventariseren
inventariserende	=	inventariseren
inventarisering	noun	het maken van een lijst van bezittingen
inventariseringen	=	inventarisering
inventarisje	=	inventaris
inventarislijst	noun	opsomming van het totaal aan ergens aanwezige voorwerpen en goederen
inventarislijsten	=	inventarislijst
inventarislijstje	=	inventarislijst
inventarislijstjes	=	inventarislijst
inventarissen	=	inventaris
inventie	noun	uitvinding, vinding
inventief	adj	vindingrijk
inventiefs	=	inventief
inventiefst	=	inventief
inventiefste	=	inventief
inventies	=	inventie
inventieve	=	inventief
inventiever	=	inventief
inventievere	=	inventief
inventievers	=	inventief
inventiviteit	noun	het inventief zijn, vindingrijkheid
inventiviteiten	=	inventiviteit
inverdien	=	inverdienen
inverdiend	=	inverdienen
inverdiende	=	inverdienen
inverdienden	=	inverdienen
inverdiene	=	inverdienen
inverdieneffect	noun	effect waarbij de overheid bepaalde uitgaven gedeeltelijk terugverdient doordat die elders extra inkomsten opleveren
inverdieneffecten	=	inverdieneffect
inverdienen	verb	terugverdienen van eerder gemaakte kosten
inverdienend	=	inverdienen
inverdienende	=	inverdienen
inverdient	=	inverdienen
inverlegen	adj	heel schuchter
invers	adj	omgekeerd
inverse	noun	functie of afbeelding die het effect van een andere functie of afbeelding tenietdoet, of anders gezegd de omgekeerde bewerking verzorgt
inversen	=	inverse
inverser	=	invers
inversere	=	invers
inversers	=	invers
inversie	noun	omkering (van de gewone orde)
inversielaag	noun	laag van de aardatmosfeer waarin de temperatuur een omgekeerd verloop heeft ten opzichte van de normale situatie
inversielaagje	=	inversielaag
inversielaagjes	=	inversielaag
inversielagen	=	inversielaag
inversies	=	inversie
inverst	=	invers
inverste	=	invers
invert	adj	omgekeerd, tegengesteld
invertase	noun	een enzym dat sacharose afbreekt tot fructose en glucose
invertasen	=	invertase
invertasetje	=	invertase
invertasetjes	=	invertase
inverte	=	invert
invertebraat	noun	een dier zonder een wervelkolom of ruggengraat
invertebrata	noun	klasse der ongewervelde dieren
invertebraten	=	invertebraat
inverteer	=	inverteren
inverteerde	=	inverteren
inverteerden	=	inverteren
inverteert	=	inverteren
inverter	noun	maakt van een 0 een 1 en omgekeerd
invertere	=	invert
inverteren	verb	omkeren, omdraaien
inverterend	=	inverteren
inverterende	=	inverteren
inverters	=	inverter
invertertje	=	inverter
invertertjes	=	inverter
invertor	noun	inverter
invertors	=	invertor
invertortje	=	invertor
invertortjes	=	invertor
inverts	=	invert
invertst	=	invert
invertste	=	invert
invertsuiker	noun	een mengsel van gelijke delen glucose (druivensuiker) en fructose (vruchtensuiker)
inverzekeringstelling	noun	aanhouding en in voorlopige hechtenis nemen van een verdachte
inverzekeringstellingen	=	inverzekeringstelling
investeer	=	investeren
investeerde	=	investeren
investeerden	=	investeren
investeerder	noun	iemand die ergens geld, tijd en/of moeite in steekt
investeerders	=	investeerder
investeerdersgroep	noun	verzameling personen die geld bij elkaar brengen om een bepaalde economische activiteit te strarten of te contineren
investeerdersgroepen	=	investeerdersgroep
investeerdersgroepje	=	investeerdersgroep
investeerdersgroepjes	=	investeerdersgroep
investeerdertje	=	investeerder
investeerdertjes	=	investeerder
investeert	=	investeren
investere	=	investeren
investeren	verb	aanwenden met een productieve bestemming
investerend	=	investeren
investerende	=	investeren
investering	noun	een opoffering in tijd, geld of mankracht ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald
investeringen	=	investering
investeringsaanvraag	noun	verzoek om een kapitaal dat dient om een economische activiteit te starten
investeringsaanvraagje	=	investeringsaanvraag
investeringsaanvraagjes	=	investeringsaanvraag
investeringsaanvragen	=	investeringsaanvraag
investeringsaftrek	noun	korting op de te betalen belasting als men een bepaalde investering doet
investeringsaftrekken	=	investeringsaftrek
investeringsbank	noun	is een bank die bedrijven en overheden helpt in het aantrekken van geld door middel van het uitgeven en verkopen van financiële constructies in de kapitaalmarkten, b.v. aandelen of obligaties.
investeringsbanken	=	investeringsbank
investeringsbankje	=	investeringsbank
investeringsbedrag	noun	de hoeveelheid geld die men gebruikt voor een investering
investeringsbedragen	=	investeringsbedrag
investeringsbedragje	=	investeringsbedrag
investeringsbedragjes	=	investeringsbedrag
investeringsbedrijf	noun	een organisatie die geld verdient door geld te investeren in zaken of in andere bedrijven
investeringsbedrijven	=	investeringsbedrijf
investeringsbeleid	noun	de de voornemens betreffende investeringen
investeringsbereidheid	noun	de mate waarin men genegen is investeringen te doen
investeringsbeslissing	noun	de gemaakte keuze betreffende een investering
investeringsbeslissingen	=	investeringsbeslissing
investeringsbeslissinkje	=	investeringsbeslissing
investeringsbeslissinkjes	=	investeringsbeslissing
investeringsbudget	noun	hoeveelheid geld die men tot zijn beschikking heeft voor een investering
investeringsbudgetje	=	investeringsbudget
investeringsbudgetjes	=	investeringsbudget
investeringsbudgets	=	investeringsbudget
investeringsbudgetten	=	investeringsbudget
investeringscapaciteit	noun	hoeveelheid geld die men tot zijn beschikking heeft voor een investering
investeringscapaciteiten	=	investeringscapaciteit
investeringsfirma	noun	bedrijf dat investeringen doet in andere bedrijven en organisaties
investeringsfirma's	=	investeringsfirma
investeringsfirmaatje	=	investeringsfirma
investeringsfirmaatjes	=	investeringsfirma
investeringsfonds	noun	fonds waarvan het kapitaal wordt gebruikt voor het doen van investeringen
investeringsfondsen	=	investeringsfonds
investeringsgeld	noun	geld dat men kan gebruiken voor het doen van investeringen
investeringsgelden	=	investeringsgeld
investeringsgroep	noun	groep bedrijven of personen die investeringen doet
investeringsgroepen	=	investeringsgroep
investeringsgroepje	=	investeringsgroep
investeringsgroepjes	=	investeringsgroep
investeringsimpuls	noun	bevordering van het doen van investeringen
investeringsimpulsen	=	investeringsimpuls
investeringsimpulsje	=	investeringsimpuls
investeringsimpulsjes	=	investeringsimpuls
investeringsinstelling	noun	organisatie met het doel geld te beleggen in activiteiten die uit maatschappelijke of politieke overwegingen belangrijk zijn
investeringsinstellingen	=	investeringsinstelling
investeringskapitaal	noun	beschikbaar vermogen voor het doen van investeringen
investeringskapitaaltje	=	investeringskapitaal
investeringskapitaaltjes	=	investeringskapitaal
investeringskapitalen	=	investeringskapitaal
investeringsklimaat	noun	eigenschappen van een samenleving die bepalen hoe rendabel men er een economische activiteit kan beginnen
investeringsklimaatje	=	investeringsklimaat
investeringsklimaatjes	=	investeringsklimaat
investeringsklimaten	=	investeringsklimaat
investeringskost	noun|obsolete	aan iets nieuws verbonden kosten (voor die investering)
investeringskosten	noun	aan iets nieuws verbonden kosten (voor die investering)
investeringsland	noun	land waarin men investeringen doet
investeringslanden	=	investeringsland
investeringsmaatschappij	noun	een bedrijf dat geld investeert in bedrijven en instellingen om winst te maken
investeringsmaatschappijen	=	investeringsmaatschappij
investeringsmaatschappijtje	=	investeringsmaatschappij
investeringsmaatschappijtjes	=	investeringsmaatschappij
investeringsniveau	noun	de hoogte van de investeringen
investeringsniveaus	=	investeringsniveau
investeringsniveautje	=	investeringsniveau
investeringsniveautjes	=	investeringsniveau
investeringsplan	noun	voornemen om bepaalde investeringen te doen
investeringsplannen	=	investeringsplan
investeringsplannetje	=	investeringsplan
investeringsplannetjes	=	investeringsplan
investeringspolitiek	noun	het beleid dat aan de basis van het doen van investeringen ligt
investeringspremieregeling	noun	een financiële regeling van de overheid.
investeringspremieregelingen	=	investeringspremieregeling
investeringspremieregelingetje	=	investeringspremieregeling
investeringspremieregelingetjes	=	investeringspremieregeling
investeringsprogramma	noun	lijst van investeringen die men wil doen
investeringsprogramma's	=	investeringsprogramma
investeringsprogrammaatje	=	investeringsprogramma
investeringsprogrammaatjes	=	investeringsprogramma
investeringsproject	noun	een bedrijvigheid die eerst (veel) geld kost, maar naar verwachting later winstgevend zal worden
investeringsprojecten	=	investeringsproject
investeringsprojectje	=	investeringsproject
investeringsprojectjes	=	investeringsproject
investeringsregeling	noun	wettelijke regeling betreffende investeringen
investeringsregelingen	=	investeringsregeling
investeringsregelingetje	=	investeringsregeling
investeringsregelingetjes	=	investeringsregeling
investeringsstop	noun	het niet meer doen van bepaalde investeringen
investeringsstops	=	investeringsstop
investeringsstromen	=	investeringsstroom
investeringsstroom	noun	het gestaag doen van investeringen
investeringsstroompje	=	investeringsstroom
investeringsstroompjes	=	investeringsstroom
investeringssubsidie	noun	geld dat wordt gegeven aan personen of organisaties die investeringen doen
investeringssubsidies	=	investeringssubsidie
investeringssubsidietje	=	investeringssubsidie
investeringssubsidietjes	=	investeringssubsidie
investeringsvehikel	noun	iets dat dient om investeringen mogelijk te maken
investeringsvehikels	=	investeringsvehikel
investeringsvehikeltje	=	investeringsvehikel
investeringsvehikeltjes	=	investeringsvehikel
investerinkje	=	investering
investerinkjes	=	investering
investituren	=	investituur
investituur	noun	plechtige bekleding van iemand met ambtsgezag of een waardigheid
invet	=	invetten
invetkwast	noun	keukengerei dat wordt gebruikt voor het invetten van bakvormen
invetkwasten	=	invetkwast
invetkwastje	=	invetkwast
invetkwastjes	=	invetkwast
invette	=	invetten
invetten	verb	met vet besmeren als bescherming van hout, aardewerk, leer enz
invettend	=	invetten
invettende	=	invetten
inviel	=	invallen
inviele	=	invallen
invielen	=	invallen
invielt	=	invallen
invies	adj	erg smerig
invieze	=	invies
inving	=	invangen
invinge	=	invangen
invingen	=	invangen
invingt	=	invangen
invisibel	adj	onzichtbaar
invisibele	=	invisibel
invisibeler	=	invisibel
invisibelere	=	invisibel
invisibelers	=	invisibel
invisibels	=	invisibel
invisibelst	=	invisibel
invisibelste	=	invisibel
invitatie	noun	uitnodiging
invitaties	=	invitatie
invitatietje	=	invitatie
invitatietoernooi	noun	toernooi waaraan de teams en sporters na een uitnodiging mogen deelnemen
invitatietoernooien	=	invitatietoernooi
invite	noun	uitkomen met een lage kaart of met een laag bod in een bepaalde kleur als teken aan je partner dat je nog meer hoge kaarten in die kleur hebt
invitee	noun	vrouwelijke vorm van invité
inviteer	=	inviteren
inviteerde	=	inviteren
inviteerden	=	inviteren
inviteert	=	inviteren
invitees	=	invitee
inviteetje	=	invité
inviteetjes	=	invité
invitere	=	inviteren
inviteren	verb|formal	uitnodigen
inviterend	=	inviteren
inviterende	=	inviteren
invites	=	invite
invité	noun|formal	genodigde, gast zn [1]
invités	=	invité
invlieg	=	invliegen
invliege	=	invliegen
invliegen	verb	vliegend binnengaan
invliegend	=	invliegen
invliegende	=	invliegen
invlieger	noun	piloot die een nieuw type vliegtuig uitprobeert
invliegers	=	invlieger
invliegt	=	invliegen
invliegverbod	noun	het niet naar een bepaald land mogen vliegen
invliegverboden	=	invliegverbod
invloed	noun	inwerking van een persoon, zaak of omstandigheid op een andere
invloeden	=	invloed
invloedfactor	noun	de mate van invloed
invloedfactoren	=	invloedfactor
invloedje	=	invloed
invloedjes	=	invloed
invloedrijk	adj	een grote invloed uitoefenend
invloedrijke	=	invloedrijk
invloedrijker	=	invloedrijk
invloedrijkere	=	invloedrijk
invloedrijkers	=	invloedrijk
invloedrijks	=	invloedrijk
invloedrijkst	=	invloedrijk
invloedrijkste	=	invloedrijk
invloedsfactor	noun	de mate van invloed
invloedsfactoren	=	invloedsfactor
invloedsfeer	noun	een kring of gebied waarbinnen iets of iemand (een staat) invloed heeft
invloedsfeertje	=	invloedsfeer
invloedsfeertjes	=	invloedsfeer
invloedsferen	=	invloedsfeer
invloedssfeer	noun	een kring of gebied waarbinnen iemand of een staat invloed heeft
invloedssfeertje	=	invloedssfeer
invloedssfeertjes	=	invloedssfeer
invloedssferen	=	invloedssfeer
invloedszone	noun	het gebied waarbinnen iets of iemand (een staat) invloed heeft
invloedszones	=	invloedszone
invloei	=	invloeien
invloeide	=	invloeien
invloeiden	=	invloeien
invloeie	=	invloeien
invloeien	verb	naar binnen stromen, vloeien, komen of gaan
invloeiend	=	invloeien
invloeiende	=	invloeien
invloeit	=	invloeien
invlogen	=	invliegen
invloog	=	invliegen
invloogt	=	invliegen
invlucht	=	invluchten
invluchte	=	invluchten
invluchten	verb	ergens naar binnen gaan om een gevaar te ontwijken
invluchtend	=	invluchten
invluchtende	=	invluchten
invluchtte	=	invluchten
invluchtten	=	invluchten
invocatie	noun	de hulp van god inroepen aan het begin van een gebeurtenis
invocaties	=	invocatie
invocht	=	invechten
invochte	=	invochten
invochten	verb	vochtig maken
invochtend	=	invochten
invochtende	=	invochten
invochtte	=	invochten
invochtten	=	invochten
invoeg	=	invoegen
invoegde	=	invoegen
invoegden	=	invoegen
invoege	=	invoegen
invoegen	verb	met een vervoermiddel in een op de weg rijdende stroom een plaats vinden
invoegend	=	invoegen
invoegende	=	invoegen
invoegetreding	noun	invoering, inwerkingtreding, vaststelling
invoegetredingen	=	invoegetreding
invoegetredinkje	=	invoegetreding
invoegetredinkjes	=	invoegetreding
invoeging	noun	het invoegen
invoegingen	=	invoeging
invoeginkje	=	invoeging
invoeginkjes	=	invoeging
invoegsel	noun	een affix zonder eigen betekenis dat tussen twee delen van een samenstelling geplaatst wordt of tussen een naamwoord en een achtervoegsel.
invoegsels	=	invoegsel
invoegseltje	=	invoegsel
invoegseltjes	=	invoegsel
invoegstroken	=	invoegstrook
invoegstrook	noun	extra rijstrook op een autoweg of autosnelweg voor verkeer dat op die weg wil gaan rijden, maar eerst nog de goede snelheid moet hebben en een goed moment afwachten om op de weg in te voegen
invoegstrookje	=	invoegstrook
invoegt	=	invoegen
invoel	=	invoelen
invoelbaar	adj	te voelen wat een ander voelt alsof je het zelf voelt
invoelbaarder	=	invoelbaar
invoelbaardere	=	invoelbaar
invoelbaarders	=	invoelbaar
invoelbaars	=	invoelbaar
invoelbaarst	=	invoelbaar
invoelbaarste	=	invoelbaar
invoelbare	=	invoelbaar
invoelde	=	invoelen
invoelden	=	invoelen
invoele	=	invoelen
invoelen	verb	weten wat de emoties van een ander mens zijn door medegevoel
invoelend	=	invoelen
invoelende	=	invoelen
invoeling	noun	het invoelen
invoelingen	=	invoeling
invoelingsvermogen	noun	het vermogen om zich in een ander in te voelen
invoelingsvermogens	=	invoelingsvermogen
invoelt	=	invoelen
invoer	noun	toevoeging van buiten aan een proces
invoerbelasting	noun	belasting die moet worden betaald bij import van goederen vanuit het buitenland
invoerbelastingen	=	invoerbelasting
invoerbepaling	noun	bepaling die geldt bij import van goederen vanuit het buitenland
invoerbepalingen	=	invoerbepaling
invoerdata	=	invoerdatum
invoerdatum	noun	dag dat iets inwerking treedt
invoerdatums	=	invoerdatum
invoerde	=	invoeren
invoerden	=	invoeren
invoerder	noun	iemand die invoert (uit het buitenland), een importeur
invoerders	=	invoerder
invoere	=	invoeren
invoeren	verb	iets nieuws introduceren
invoerend	=	invoeren
invoerende	=	invoeren
invoergegeven	noun	een stukje informatie betreffende de invoer (van producten, gegevens etc.)
invoergegevens	=	invoergegeven
invoergegeventje	=	invoergegeven
invoergegeventjes	=	invoergegeven
invoerhaven	noun	haven waar men goederen uit andere landen kan importeren
invoerhavens	=	invoerhaven
invoerhaventje	=	invoerhaven
invoerhaventjes	=	invoerhaven
invoerheffing	noun	belasting die moet worden betaald bij import van goederen vanuit het buitenland
invoerheffingen	=	invoerheffing
invoerheffinkje	=	invoerheffing
invoerheffinkjes	=	invoerheffing
invoering	noun	het invoeren, implementatie.
invoeringen	=	invoering
invoeringsdata	=	invoeringsdatum
invoeringsdatum	noun	het tijdstip dat een regeleing van kracht gaat
invoeringsdatums	=	invoeringsdatum
invoeringskosten	noun	uitgaven die men maakt bij de introductie van iets#:▸ 3. Enorme invoeringskosten bij gemeenten: honderden miljoenen euros en een enorme groei aan structurele uitvoeringskosten (honderden miljoenen)
invoeringsprobleem	noun	vraagstuk dat zich tijdelijk voordoet als een maatregel of verandering voor het eerst wordt doorgevoerd
invoeringsproblemen	=	invoeringsprobleem
invoeringstermijn	noun	de tijdsduur die het kost voordat bepaalde maatregelen in werking treden; termijn waarbinnen een wetsvoorstel of regeling toegepast of van kracht gaat worden
invoeringstermijnen	=	invoeringstermijn
invoeringstermijntje	=	invoeringstermijn
invoeringstermijntjes	=	invoeringstermijn
invoerinkje	=	invoering
invoerinkjes	=	invoering
invoerkeuring	noun	keuring dat een product moet ondergaan alvorens het mag worden ingevoerd
invoerkeuringen	=	invoerkeuring
invoerquota	noun	hoeveelheid goederen die men mag importeren
invoerquota's	=	invoerquota
invoerrecht	noun	belasting die bij de invoer hiervan geheven wordt op een product
invoerrechten	=	invoerrecht
invoert	=	invoeren
invoerverbod	noun	het verbod om bepaalde goederen te importeren
invoerverboden	=	invoerverbod
invoerverbodje	=	invoerverbod
invoerverbodjes	=	invoerverbod
invoervergunning	noun	juridische toestemming om iets te importeren
invoervergunningen	=	invoervergunning
invoervergunninkje	=	invoervergunning
invoervergunninkjes	=	invoervergunning
invoice	noun	factuur die met de goederen wordt meegestuurd
invoices	=	invoice
involg	=	involgen
involgde	=	involgen
involgden	=	involgen
involge	=	involgen
involgen	verb	goedkeuren, toestemmen, honoreren, gehoorzamen, instemmen
involgend	=	involgen
involgende	=	involgen
involgt	=	involgen
involucra	=	involucrum
involucrum	noun	omhullend vlies, omhulsel, omslag
involutie	noun	natuurlijke veroudering
involuties	=	involutie
involutietje	=	involutie
involutietjes	=	involutie
involveer	=	involveren
involveerde	=	involveren
involveerden	=	involveren
involveert	=	involveren
involvere	=	involveren
involveren	verb|formal	betrekken bij, verwikkelen in
involverend	=	involveren
involverende	=	involveren
invorder	=	invorderen
invorderaar	noun	persoon die een verschuldigd bedrag bij iemand opeist namens de schuldeiser
invorderaars	=	invorderaar
invorderaartje	=	invorderaar
invorderaartjes	=	invorderaar
invorderbaar	adj	betreft dat een schuld of betaling wettelijk en daadwerkelijk opgeëist en geïncasseerd kan worden
invorderbaarder	=	invorderbaar
invorderbaardere	=	invorderbaar
invorderbaarders	=	invorderbaar
invorderbaars	=	invorderbaar
invorderbaarst	=	invorderbaar
invorderbaarste	=	invorderbaar
invorderbare	=	invorderbaar
invorderde	=	invorderen
invorderden	=	invorderen
invordere	=	invorderen
invorderen	verb	betaling eisen van (een schuld of te veel ontvangen bedrag)
invorderend	=	invorderen
invorderende	=	invorderen
invordering	noun	het invorderen
invorderingen	=	invordering
invorderingskosten	noun	uitgaven die men moet doen om een onbetaalde rekening betaald te krijgen
invordert	=	invorderen
invouw	=	invouwen
invouwde	=	invouwen
invouwden	=	invouwen
invouwe	=	invouwen
invouwen	verb	een kleinere omvang krijgen door vouwen
invouwend	=	invouwen
invouwende	=	invouwen
invouwt	=	invouwen
invrat	=	invreten
invraten	=	invreten
invreet	=	invreten
invrete	=	invreten
invreten	verb	zich ~ bijtend binnendringen, corroderen, aantasten
invretend	=	invreten
invretende	=	invreten
invries	=	invriezen
invriest	=	invriezen
invrieze	=	invriezen
invriezen	verb	voor langdurige bewaring op een zeer lage temperatuur (ca. -20 ᵒC) brengen
invriezend	=	invriezen
invriezende	=	invriezen
invrijheidsstelling	noun	persoon die gevangen is weer loslaten
invrijheidsstellingen	=	invrijheidsstelling
invrijheidstelling	noun	beëindiging volgens de geldende regels van een periode van opsluiting
invrijheidstellingen	=	invrijheidstelling
invroor	=	invriezen
invroort	=	invriezen
invrore	=	invriezen
invroren	=	invriezen
invuil	adj	heel smerig
invuile	=	invuil
invul	=	invullen
invulbaar	adj	makkelijk te vullen leegte
invulbaarder	=	invulbaar
invulbaardere	=	invulbaar
invulbaarders	=	invulbaar
invulbaars	=	invulbaar
invulbaarst	=	invulbaar
invulbaarste	=	invulbaar
invulbare	=	invulbaar
invulde	=	invullen
invulden	=	invullen
invulformulier	noun	een stuk papier waarop voorgedrukte vragen kunnen worden beantwoord
invulformulieren	=	invulformulier
invulformuliertje	=	invulformulier
invulformuliertjes	=	invulformulier
invulle	=	invullen
invullen	verb	een daarvoor opengelaten plek beschrijven met desbetreffende informatie
invullend	=	invullen
invullende	=	invullen
invuller	noun	iemand die een formulier voorziet van de gevraagde informatie
invullers	=	invuller
invulling	noun	het invullen, de concretisering, uitwerking
invullingen	=	invulling
invullinkje	=	invulling
invullinkjes	=	invulling
invuloefening	noun	oefening waarbij de leerling slechts één woord of cijfer hoeft op te schrijven of in te vullen
invuloefeningen	=	invuloefening
invuloefeningetje	=	invuloefening
invuloefeningetjes	=	invuloefening
invult	=	invullen
invulvak	noun	plaats op een formulier waar je informatie moet schrijven
invulvakje	=	invulvak
invulvakjes	=	invulvak
invulvakken	=	invulvak
invulveld	noun	ruimte op een (elektronisch) formulier waar men bepaalde gegevens kan invoeren
invulvelden	=	invulveld
invurig	adj	zeer verhit
invurige	=	invurig
inwaai	=	inwaaien
inwaaide	=	inwaaien
inwaaiden	=	inwaaien
inwaaie	=	inwaaien
inwaaien	verb	door de wind ergens in geblazen worden
inwaaiend	=	inwaaien
inwaaiende	=	inwaaien
inwaait	=	inwaaien
inwaarts	adj	naar binnen gericht	adv	naar binnen
inwaartse	=	inwaarts
inwacht	=	inwachten
inwachte	=	inwachten
inwachten	verb	wachten op iets dat nog gebeuren moet
inwachtend	=	inwachten
inwachtende	=	inwachten
inwachtte	=	inwachten
inwachtten	=	inwachten
inwarm	adj	helemaal een hoge temperatuur hebbend
inwarme	=	inwarm
inwas	=	inwassen
inwasse	=	inwassen
inwassen	verb	(van een (semi-)vloeibare substantie) aanbrengen in (met een spons of iets dergelijks)
inwassend	=	inwassen
inwassende	=	inwassen
inwast	=	inwassen
inwaste	=	inwassen
inwasten	=	inwassen
inwater	=	inwateren
inwaterde	=	inwateren
inwaterden	=	inwateren
inwatere	=	inwateren
inwateren	verb	water naar binnen laten lopen via een waterkering
inwaterend	=	inwateren
inwaterende	=	inwateren
inwatert	=	inwateren
inweef	=	inweven
inweefde	=	inweven
inweefden	=	inweven
inweeft	=	inweven
inweeg	=	inwegen
inweegt	=	inwegen
inweek	=	inweken
inweekt	=	inweken
inweekte	=	inweken
inweekten	=	inweken
inwege	=	inwegen
inwegen	verb	het meten van het lichaamsgewicht van een krachtsporter vlak voor de wedstrijd
inwegend	=	inwegen
inwegende	=	inwegen
inweke	=	inweken
inweken	verb	in een vloeistof liggen om week te worden
inwekend	=	inweken
inwekende	=	inweken
inwendig	adj	in het lichaam bevindend
inwendige	=	inwendig
inwendiger	=	inwendig
inwendigere	=	inwendig
inwendigers	=	inwendig
inwendigs	=	inwendig
inwendigst	=	inwendig
inwendigste	=	inwendig
inwerk	=	inwerken
inwerke	=	inwerken
inwerken	verb	uitwerking hebben, invloed hebben
inwerkend	=	inwerken
inwerkende	=	inwerken
inwerking	noun	het inwerken
inwerkingen	=	inwerking
inwerkingstelling	noun	het activeren van iets
inwerkingstellingen	=	inwerkingstelling
inwerkingtreding	noun	het inwerking treden (van kracht worden)
inwerkingtredingen	=	inwerkingtreding
inwerkingtredinkje	=	inwerkingtreding
inwerkingtredinkjes	=	inwerkingtreding
inwerkkosten	noun	uitgaven die men maakt om iemand vertrouwd te maken met een nieuwe functie
inwerkperiode	noun	periode waarin iemand bekend gemaakt wordt met een bepaalde taak
inwerkperioden	=	inwerkperiode
inwerkperiodes	=	inwerkperiode
inwerkt	=	inwerken
inwerkte	=	inwerken
inwerkten	=	inwerken
inwerktijd	noun	periode waarin iemand bekend gemaakt wordt met een bepaalde taak
inwerktijden	=	inwerktijd
inwerktijdje	=	inwerktijd
inwerktijdjes	=	inwerktijd
inwerp	=	inwerpen
inwerpe	=	inwerpen
inwerpen	verb	met een worp iets ergens inbrengen
inwerpend	=	inwerpen
inwerpende	=	inwerpen
inwerper	noun	iemand die de bal door gooien weer in het spel brengt bij voetbal
inwerpers	=	inwerper
inwerpt	=	inwerpen
inweve	=	inweven
inweven	verb	bij of door weven aanbrengen in
inwevend	=	inweven
inwevende	=	inweven
inwierp	=	inwerpen
inwierpe	=	inwerpen
inwierpen	=	inwerpen
inwierpt	=	inwerpen
inwijd	=	inwijden
inwijdde	=	inwijden
inwijdden	=	inwijden
inwijde	=	inwijden
inwijden	verb	ritueel voor een bepaalde geheiligde functie geschikt maken
inwijdend	=	inwijden
inwijdende	=	inwijden
inwijding	noun	serie handelingen om iemand op te nemen in een groep
inwijdingen	=	inwijding
inwijdingsfeest	noun	feestelijke ingebruikname van iets
inwijdingsfeesten	=	inwijdingsfeest
inwijdingsritueel	noun	ceremonie die gehouden wordt als iemand lid wordt van een groep of organisatie
inwijdingsrituelen	=	inwijdingsritueel
inwijdinkje	=	inwijding
inwijdinkjes	=	inwijding
inwijdt	=	inwijden
inwijk	=	inwijken
inwijke	=	inwijken
inwijkeling	noun	iemand die van buiten ergens komt wonen
inwijkelingen	=	inwijkeling
inwijkelinkje	=	inwijkeling
inwijken	verb	immigreren
inwijkend	=	inwijken
inwijkende	=	inwijken
inwijking	noun	immigratie
inwijkingen	=	inwijking
inwijkinkje	=	inwijking
inwijkinkjes	=	inwijking
inwijkt	=	inwijken
inwijs	adj|obsolete	zeer wijs
inwijze	=	inwijs
inwikkel	=	inwikkelen
inwikkelde	=	inwikkelen
inwikkelden	=	inwikkelen
inwikkele	=	inwikkelen
inwikkelen	verb	in een omhulsel doen
inwikkelend	=	inwikkelen
inwikkelende	=	inwikkelen
inwikkelt	=	inwikkelen
inwillig	=	inwilligen
inwilligde	=	inwilligen
inwilligden	=	inwilligen
inwillige	=	inwilligen
inwilligen	verb	aan een verzoek voldoen
inwilligend	=	inwilligen
inwilligende	=	inwilligen
inwilliging	noun	het iets toestaan wat door een ander gewild of geëist is
inwilligingen	=	inwilliging
inwilligingetje	=	inwilliging
inwilligingetjes	=	inwilliging
inwilligt	=	inwilligen
inwin	=	inwinnen
inwinne	=	inwinnen
inwinnen	verb	verzamelen van met name informatie en advies
inwinnend	=	inwinnen
inwinnende	=	inwinnen
inwinning	noun	het verzamelen (van informatie)
inwinningen	=	inwinning
inwint	=	inwinnen
inwip	=	inwippen
inwippe	=	inwippen
inwippen	verb	met een snelle beweging ergens naar binnen gaan
inwippend	=	inwippen
inwippende	=	inwippen
inwipt	=	inwippen
inwipte	=	inwippen
inwipten	=	inwippen
inwissel	=	inwisselen
inwisselbaar	adj	als je iets kunt wisselen voor iets anders
inwisselbaarder	=	inwisselbaar
inwisselbaardere	=	inwisselbaar
inwisselbaarders	=	inwisselbaar
inwisselbaars	=	inwisselbaar
inwisselbaarst	=	inwisselbaar
inwisselbaarste	=	inwisselbaar
inwisselbare	=	inwisselbaar
inwisselde	=	inwisselen
inwisselden	=	inwisselen
inwissele	=	inwisselen
inwisselen	verb	iets ruilen voor iets anders
inwisselend	=	inwisselen
inwisselende	=	inwisselen
inwisseling	noun	het omruilen van iets (zoals waardebonnen, statiegeld, of vreemde valuta) voor iets anders, vaak geld of een goed.
inwisselingen	=	inwisseling
inwisselingetje	=	inwisseling
inwisselingetjes	=	inwisseling
inwisselt	=	inwisselen
inwit	adj	heel wit, buitengewoon bleek
inwits	=	inwit
inwitte	=	inwit
inwitten	=	inwit
inwoei	=	inwaaien
inwoeien	=	inwaaien
inwogen	=	inwegen
inwon	=	inwinnen
inwone	=	inwonen
inwonen	verb	iemands anders huis medebewonen
inwonend	adj	in hetzelfde huis wonend
inwonende	=	inwonen
inwonends	=	inwonend
inwoner	noun	persoon die in een bepaalde plaats of een bepaald land woont
inwoneraantal	noun	aantal personen dat ergens woont
inwoneraantallen	=	inwoneraantal
inwoners	=	inwoner
inwonersaantal	noun	het aantal bewoners van een bepaald geografisch gebied
inwonersaantallen	=	inwonersaantal
inwonersaantalletje	=	inwonersaantal
inwonersaantalletjes	=	inwonersaantal
inwonertal	noun	het aantal inwoners in een bepaald gebied
inwonertallen	=	inwonertal
inwonertje	=	inwoner
inwonertjes	=	inwoner
inwoning	noun	het wonen in een huis dat het tehuis van anderen is
inwoningen	=	inwoning
inwoninkje	=	inwoning
inwoninkjes	=	inwoning
inwonne	=	inwinnen
inwonnen	=	inwinnen
inwont	=	inwinnen
inwoog	=	inwegen
inwoon	=	inwonen
inwoonde	=	inwonen
inwoonden	=	inwonen
inwoonder	=	inwoner
inwoonster	noun	vrouw die in een bepaald gebied woont
inwoonsters	=	inwoonster
inwoont	=	inwonen
inworp	noun	betalen door een munt in een automaat te werpen
inworpen	=	inworp
inwortel	=	inwortelen
inwortelde	=	inwortelen
inwortelden	=	inwortelen
inwortele	=	inwortelen
inwortelen	verb	wortelschieten
inwortelend	=	inwortelen
inwortelende	=	inwortelen
inwortelt	=	inwortelen
inwreef	=	inwrijven
inwreven	=	inwrijven
inwrijf	=	inwrijven
inwrijft	=	inwrijven
inwrijve	=	inwrijven
inwrijven	verb	iets of iemand insmeren met iets anders
inwrijvend	=	inwrijven
inwrijvende	=	inwrijven
inyospitsmuis	noun	Sorex tenellus insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
inyospitsmuisje	=	inyospitsmuis
inyospitsmuisjes	=	inyospitsmuis
inyospitsmuizen	=	inyospitsmuis
inzaag	=	inzagen
inzaagde	=	inzagen
inzaagden	=	inzagen
inzaagt	=	inzagen
inzaai	=	inzaaien
inzaaide	=	inzaaien
inzaaiden	=	inzaaien
inzaaie	=	inzaaien
inzaaien	verb	zaaien in een daarvoor voorbereide ondergrond
inzaaiend	=	inzaaien
inzaaiende	=	inzaaien
inzaaiing	noun	het opzettelijk verspreiden van zaden in een voorbereide ondergrond, zoals akkers, gazons of bloemenstroken.
inzaaiingen	=	inzaaiing
inzaaiinkje	=	inzaaiing
inzaaiinkjes	=	inzaaiing
inzaait	=	inzaaien
inzacht	adj	met minimale kracht, heel behoedzaam
inzachte	=	inzacht
inzag	=	inzien
inzage	noun	dat je iets mag inzien
inzagen	verb	met een zaag een snee of kerf (in hout) maken
inzagend	=	inzagen
inzagende	=	inzagen
inzagerecht	noun	het recht van een burger om inzage te hebben in de gegevens die over hem of haar zijn verzameld
inzagerechten	=	inzagerecht
inzages	=	inzage
inzak	=	inzakken
inzake	prep	waar het betreft
inzakke	=	inzakken
inzakken	verb	door eigen gewicht indringen
inzakkend	=	inzakken
inzakkende	=	inzakken
inzakking	noun	een schadelijke daling of vermindering
inzakkingen	=	inzakking
inzakkinkje	=	inzakking
inzakkinkjes	=	inzakking
inzakt	=	inzakken
inzakte	=	inzakken
inzakten	=	inzakken
inzamel	=	inzamelen
inzamelaar	noun	persoon die giften in ontvangst neemt van donateurs
inzamelaars	=	inzamelaar
inzamelaartje	=	inzamelaar
inzamelaartjes	=	inzamelaar
inzamelactie	noun	kortdurend project waarbij men iets verzamelt
inzamelacties	=	inzamelactie
inzamelactietje	=	inzamelactie
inzamelactietjes	=	inzamelactie
inzamelapparaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
inzamelapparaatje	=	inzamelapparaat
inzamelapparaatjes	=	inzamelapparaat
inzamelapparaten	=	inzamelapparaat
inzamelaren	=	inzamelaar
inzamelautomaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
inzamelautomaatje	=	inzamelautomaat
inzamelautomaatjes	=	inzamelautomaat
inzamelautomaten	=	inzamelautomaat
inzamelde	=	inzamelen
inzamelden	=	inzamelen
inzamele	=	inzamelen
inzamelen	verb	bijeenbrengen
inzamelend	=	inzamelen
inzamelende	=	inzamelen
inzameling	noun	het inzamelen van geld voor een goed doel, of het inzamelen van goederen voor hergebruik (bijvoorbeeld kleding opnieuw dragen of een apparaat opnieuw gebruiken) en/of recycling (verwerking van de materialen waar de goederen uit bestaan)
inzamelingen	=	inzameling
inzamelingetje	=	inzameling
inzamelingetjes	=	inzameling
inzamelingsactie	noun	actie waarbij iets wordt ingezameld, m.n. omwille van een goed doel
inzamelingsacties	=	inzamelingsactie
inzamelingsactietje	=	inzamelingsactie
inzamelingsactietjes	=	inzamelingsactie
inzamelinkje	=	inzameling
inzamelmachine	noun	een apparaat dat lege statiegeldflessen en blikjes automatisch inneemt, controleert en verwerkt
inzamelmachines	=	inzamelmachine
inzamelmachinetje	=	inzamelmachine
inzamelmachinetjes	=	inzamelmachine
inzamelpunt	noun	plaats waar men iets kan inleveren dat door een ander wordt verzameld
inzamelpunten	=	inzamelpunt
inzamelpuntje	=	inzamelpunt
inzamelpuntjes	=	inzamelpunt
inzamelsysteem	noun	methode om iets te verzamelen
inzamelsysteempje	=	inzamelsysteem
inzamelsysteempjes	=	inzamelsysteem
inzamelsystemen	=	inzamelsysteem
inzamelt	=	inzamelen
inzat	=	inzitten
inzate	=	inzitten
inzaten	=	inzitten
inzeeg	=	inzijgen
inzeep	=	inzepen
inzeept	=	inzepen
inzeepte	=	inzepen
inzeepten	=	inzepen
inzegen	=	inzegenen
inzegende	=	inzegenen
inzegenden	=	inzegenen
inzegene	=	inzegenen
inzegenen	verb	een persoon of zaak heilig maken (bijv. de inzegening van een kerk) zodat ze gereed zijn voor hun religieuze taak
inzegenend	=	inzegenen
inzegenende	=	inzegenen
inzegening	noun	het inzegenen
inzegeningen	=	inzegening
inzegent	=	inzegenen
inzeil	=	inzeilen
inzeilde	=	inzeilen
inzeilden	=	inzeilen
inzeile	=	inzeilen
inzeilen	verb	alvast wat oefenen met zeilen voor het begin van een wedstrijd
inzeilend	=	inzeilen
inzeilende	=	inzeilen
inzeilt	=	inzeilen
inzend	=	inzenden
inzende	=	inzenden
inzenden	verb	een bijdrage naar een zekere instantie sturen
inzendend	=	inzenden
inzendende	=	inzenden
inzender	noun	iemand die een artikel, brief of iets anders naar een krant of tijdschrift stuurt
inzenders	=	inzender
inzendertje	=	inzender
inzendertjes	=	inzender
inzending	noun	Dat wat men naar een bepaalde plaats zendt.
inzendingen	=	inzending
inzendinkje	=	inzending
inzendinkjes	=	inzending
inzendt	=	inzenden
inzendtermijn	noun	tijdsperiode dat men iets kan indienen
inzendtermijnen	=	inzendtermijn
inzendtermijntje	=	inzendtermijn
inzendtermijntjes	=	inzendtermijn
inzepe	=	inzepen
inzepen	verb	met zeep insmeren
inzepend	=	inzepen
inzepende	=	inzepen
inzet	noun	wat men aan het risico van het spel blootstelt
inzetbaar	adj	klaar zijn voor gebruik
inzetbaarder	=	inzetbaar
inzetbaardere	=	inzetbaar
inzetbaarders	=	inzetbaar
inzetbaarheden	=	inzetbaarheid
inzetbaarheid	noun	het inzetbaar zijn
inzetbaars	=	inzetbaar
inzetbaarst	=	inzetbaar
inzetbaarste	=	inzetbaar
inzetbare	=	inzetbaar
inzetje	=	inzet
inzetjes	=	inzet
inzetsel	noun	wat men ergens inzet als opvulling van een beschadiging
inzetsels	=	inzetsel
inzetstuk	noun	iets dat in een holte van een ander voorwerp geplaatst kan worden
inzetstukje	=	inzetstuk
inzetstukjes	=	inzetstuk
inzetstukken	=	inzetstuk
inzette	=	inzetten
inzetten	verb	iets van waarde aan het risico van het spel onderwerpen
inzettend	=	inzetten
inzettende	=	inzetten
inzetter	noun	iemand die een eerste bod doet op een veiling
inzetters	=	inzetter
inzetting	noun	het daadwerkelijk gebruikmaken van beschikbare middelen om een bepaald doel te bereiken; het inzetten
inzettingen	=	inzetting
inzicht	noun	het doorhebben hoe iets in elkaar zit
inzichtelijk	adj	inzicht gevend of vereisend
inzichtelijke	=	inzichtelijk
inzichtelijker	=	inzichtelijk
inzichtelijkere	=	inzichtelijk
inzichtelijkers	=	inzichtelijk
inzichtelijkheden	=	inzichtelijkheid
inzichtelijkheid	noun	het transparant en begrijpelijk zijn van iets of iemand; het inzichtelijk zijn
inzichtelijks	=	inzichtelijk
inzichtelijkst	=	inzichtelijk
inzichtelijkste	=	inzichtelijk
inzichten	=	inzicht
inzichtje	=	inzicht
inzichtjes	=	inzicht
inzie	=	inzien
inzien	verb	documenten (vluchtig) lezen	noun	inzicht
inziend	=	inzien
inziende	=	inzien
inziens	=	inzien
inziet	=	inzien
inzijg	=	inzijgen
inzijge	=	inzijgen
inzijgen	verb	naar binnen zijgen
inzijgend	=	inzijgen
inzijgende	=	inzijgen
inzijgt	=	inzijgen
inzing	=	inzingen
inzinge	=	inzingen
inzingen	verb	het maken van een geluidsopname van een lied
inzingend	=	inzingen
inzingende	=	inzingen
inzingt	=	inzingen
inzink	=	inzinken
inzinke	=	inzinken
inzinken	verb	zinken in iets anders
inzinkend	=	inzinken
inzinkende	=	inzinken
inzinking	noun	het inzinken, het ineenstorten
inzinkingen	=	inzinking
inzinkinkje	=	inzinking
inzinkinkjes	=	inzinking
inzinkpaal	noun	een verkeerspaal die in de grond kan zakken of omhoog kan komen, vaak met behulp van een hydraulisch of elektrisch mechanisme.
inzinkpaaltje	=	inzinkpaal
inzinkpaaltjes	=	inzinkpaal
inzinkpalen	=	inzinkpaal
inzinkt	=	inzinken
inzit	=	inzitten
inzitte	=	inzitten
inzitten	verb	ergens in aanwezig zijn
inzittend	=	inzitten
inzittende	noun	iemand die meereist in een voertuig zonder de bestuurder of bemanningslid te zijn
inzittenden	=	inzittende
inzoet	adj	heel zoet, heel lief
inzoete	=	inzoet
inzoets	=	inzoet
inzogen	=	inzuigen
inzond	=	inzenden
inzonde	=	inzenden
inzonden	=	inzenden
inzonderheid	adv|formal	meer in het bijzonder
inzondt	=	inzenden
inzong	=	inzingen
inzongen	=	inzingen
inzonk	=	inzinken
inzonke	=	inzinken
inzonken	=	inzinken
inzonkt	=	inzinken
inzoog	=	inzuigen
inzoom	=	inzoomen
inzoomde	=	inzoomen
inzoomden	=	inzoomen
inzoome	=	inzoomen
inzoomen	verb	met filmen en fotograferen een beeld dichterbij halen door te werken met een lens die een langere brandpuntsafstand heeft
inzoomend	=	inzoomen
inzoomende	=	inzoomen
inzoomt	=	inzoomen
inzout	adj	buitengewoon zout
inzoute	verb	Het Vet dezer Dieren is in 't eerst zoo zoet als merg, doch binnen weinige dagen word het rans, tenzy men het inzoute, wanneer het veel langer kan goed blyven.
inzouten	verb	door middel van zout conserveren, in zout inleggen
inzoutend	=	inzouten
inzoutende	=	inzouten
inzouts	=	inzout
inzoutte	=	inzouten
inzoutten	=	inzouten
inzuig	=	inzuigen
inzuige	=	inzuigen
inzuigen	verb	zuigend in zich opnemen
inzuigend	=	inzuigen
inzuigende	=	inzuigen
inzuigt	=	inzuigen
inzure	=	inzuur
inzuur	adj	heel zuur
inzuurs	=	inzuur
inzwachtel	=	inzwachtelen
inzwachtelde	=	inzwachtelen
inzwachtelden	=	inzwachtelen
inzwachtele	=	inzwachtelen
inzwachtelen	verb	in zwachtels wikkelen
inzwachtelend	=	inzwachtelen
inzwachtelende	=	inzwachtelen
inzwachtelt	=	inzwachtelen
inzwak	adj	heel slap
inzwakke	=	inzwak
inzwaks	=	inzwak
inzwart	adj	buitengewoon zwart
inzwarte	=	inzwart
inzwarts	=	inzwart
inzweer	=	inzweren
inzweert	=	inzweren
inzwelg	=	inzwelgen
inzwelge	=	inzwelgen
inzwelgen	verb	heel snel opeten of drinken
inzwelgend	=	inzwelgen
inzwelgende	=	inzwelgen
inzwelgt	=	inzwelgen
inzwem	=	inzwemmen
inzwemme	=	inzwemmen
inzwemmen	verb	zwemmend een warming-up doen
inzwemmend	=	inzwemmen
inzwemmende	=	inzwemmen
inzwemt	=	inzwemmen
inzwere	=	inzweren
inzweren	verb	beëdigen, iemand de (ambts)eed af laten leggen
inzwerend	=	inzweren
inzwerende	=	inzweren
inzwoer	=	inzweren
inzwoeren	=	inzweren
inzwoert	=	inzweren
inzwolg	=	inzwelgen
inzwolgen	=	inzwelgen
inzwom	=	inzwemmen
inzwommen	=	inzwemmen
inzwoor	=	inzweren
inzworen	=	inzweren
ioanninaheremiet	noun	Pseudochazara amymone een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (aurelia's).
ioanninaheremieten	=	ioanninaheremiet
ioanninaheremietje	=	ioanninaheremiet
ioanninaheremietjes	=	ioanninaheremiet
ion	noun	atoom of een molecuul die elektrisch geladen is door een gebrek aan of overschot van één of meer elektronen
ionen	=	ion
ionenlading	noun	de elektrische lading van een atoom of molecuul dat elektronen heeft afgestaan (positief, kation) of opgenomen (negatief, anion)
ionenladingen	=	ionenlading
ionenladinkje	=	ionenlading
ionenladinkjes	=	ionenlading
ionenmotor	noun	een raketmotor voor de voortstuwing van een ruimtevaartuig, die zijn voortstuwingskracht produceert door ionen met hoge snelheid af te stoten
ionenmotoren	=	ionenmotor
ionenmotors	=	ionenmotor
ionenmotortje	=	ionenmotor
ionenmotortjes	=	ionenmotor
ionenrooster	noun	kristalrooster dat uit ionen is opgebouwd
ionenroosters	=	ionenrooster
ionenroostertje	=	ionenrooster
ionenroostertjes	=	ionenrooster
ionentheorie	noun	theorie volgens welke stoffen, die in een oplosmiddel de elektrische stroom geleiden, zich in ionen splitsen
ionentheorieën	=	ionentheorie
ionenwisselaar	noun	bolletjes van gesulfoneerde kunsthars die ongewenste ionen uit een vloeistof (meestal water) kunnen verwijderen door ze uit te wisselen tegen andere ionen
ionenwisselaars	=	ionenwisselaar
ionisatie	noun	ontleding in ionen (elektrisch geladen atomen of moleculen)
ionisatiekamer	noun	afgesloten ruimte waarin ionisatie plaatsvindt
ionisatiekamers	=	ionisatiekamer
ionisatiekamertje	=	ionisatiekamer
ionisatiekamertjes	=	ionisatiekamer
ionisatiepotentiaal	noun	de potentiaal die nodig is om een vrij atoom (of molecuul) in een vacuüm een elektron te doen verliezen
ionisatiepotentiaaltje	=	ionisatiepotentiaal
ionisatiepotentiaaltjes	=	ionisatiepotentiaal
ionisatiepotentialen	=	ionisatiepotentiaal
ionisaties	=	ionisatie
ionisator	noun	apparaat of oorzaak die ioniseert (waardoor een stof vrije ionen vormt)
ionisatoren	=	ionisator
ionisators	=	ionisator
ionisatortje	=	ionisator
ionisatortjes	=	ionisator
ionisch	adj	wat ionen betreft	noun	de kerktoonsoort gebaseerd op c
ionische	=	ionisch
ionischer	=	ionisch
ionischere	=	ionisch
ionischers	=	ionisch
ioniseer	=	ioniseren
ioniseerde	=	ioniseren
ioniseerden	=	ioniseren
ioniseert	=	ioniseren
ionisere	=	ioniseren
ioniseren	verb	ionen vormen
ioniserend	adj	een neutraal atoom kunnen veranderen in een geladen ion
ioniserende	=	ioniserend
ioniserender	=	ioniserend
ioniserendere	=	ioniserend
ioniserenders	=	ioniserend
ioniserends	=	ioniserend
ioniserendst	=	ioniserend
ioniserendste	=	ioniserend
ioniër	noun	een inwoner van Ionië, of iemand afkomstig hiervan
ioniërs	=	ioniër
ionogram	noun	beeld van de ontleding in ionen
ionosfeer	noun	gedeelte van de atmosfeer van de aarde buiten de stratosfeer
ionosferen	=	ionosfeer
ionosferisch	adj	betrekking hebbend op de ionosfeer
ionosferische	=	ionosferisch
ionosferischer	=	ionosferisch
ionosferischere	=	ionosferisch
ionosferischers	=	ionosferisch
iora's	noun	Aegithinidae een familie van kleine, oscine zangvogels die voorkomen in India en Zuidoost-Azië
ip	noun	afkorting voor internetprotocol
ip's	=	ip
ip-adres	noun	een combinatie van getallen waarmee een computer in een IP-netwerk kan worden herkend
ip-adresje	=	ip-adres
ip-adresjes	=	ip-adres
ip-adressen	=	ip-adres
ip-waarde	noun	tweetal cijfers die aangeven hoe goed een voorwerp dat met elektriciteit werkt, is afgesloten tegen het binnendringen van stof en van vocht Deze waarden zijn vastgelegd in de internationale standaard IEC 60529 en lopen vanaf 0 (geen bescherming) op tot 6 bij droge stof en 9 bij vloeistoffen.
ip-waarden	=	ip-waarde
ip-waardes	=	ip-waarde
ipa	noun	'extra hoppig' lichtbier of pils, waarbij vóór het rijpingsproces extra hop wordt toegevoegd IPA
ipa's	=	ipa
ipad	=	ipadden
ipadcollectant	noun	iemand die met behulp van een tablet geld ophaalt voor een goed doel
ipadcollectanten	=	ipadcollectant
ipadcollecte	noun	geld ophalen voor een goed doel waarbij men gebruik maakt van een tablet in plaats van een collectebus
ipadcollectes	=	ipadcollecte
ipadde	=	ipadden
ipadden	verb	gebruik maken van een iPad
ipaddend	=	ipadden
ipaddende	=	ipadden
ipadscholen	=	ipadschool
ipadschool	noun	bijnaam van een Steve Jobsschool, een type school waar de iPad het belangrijkste leermiddel is
ipadt	=	ipadden
iphismonarch	noun	Pomarea iphis een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
iphismonarchen	=	iphismonarch
iphismonarchje	=	iphismonarch
iphismonarchjes	=	iphismonarch
iphoneapplicatie	noun	computerprogramma dat men kan gebruiken op een iPhone
iphoneapplicatietje	=	iphoneapplicatie
iphoneapplicatietjes	=	iphoneapplicatie
ipko	noun	overleg tussen de verschillende parlementen van het Koninkrijk der Nederlanden
ipod	noun	speler voor digitale muziekbestanden
ipods	=	ipod
ippon	noun	bij judo, jiujitsu: een vol wedstrijdpunt
ippons	=	ippon
ipsilateraal	adj	aan dezelfde kant t.o.v. een gezamenlijk referentiepunt
ipsilateraals	=	ipsilateraal
ipsilaterale	=	ipsilateraal
iq	noun	intelligentiequotiënt
iq's	=	iq
iq-score	noun	niveau van het IQ (intelligentiequotiënt) van een persoon
iq-scores	=	iq-score
iq-test	noun	een bepaling van het IQ (intelligentiequotiënt) van een persoon
iq-testen	=	iq-test
iq-testje	=	iq-test
iq-testjes	=	iq-test
iq-tests	=	iq-test
iquicocanastero	noun	Asthenes heterura een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
iquicocanastero's	=	iquicocanastero
iquicocanasterootje	=	iquicocanastero
iquicocanasterootjes	=	iquicocanastero
iquitosmuggenvanger	noun	Polioptila clementsi een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
iquitosmuggenvangers	=	iquitosmuggenvanger
iquitosmuggenvangertje	=	iquitosmuggenvanger
iquitosmuggenvangertjes	=	iquitosmuggenvanger
iraaks	adj	op Irak betrekking hebbend
iraakse	=	iraaks
iraakser	=	iraaks
iraaksere	=	iraaks
iraaksers	=	iraaks
iraakst	=	iraaks
iraakste	=	iraaks
iraans	adj	op Iran betrekking hebbend
iraanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Iran, of een vrouw afkomstig uit Iran
iraansen	=	iraanse
iraanser	=	iraans
iraansere	=	iraans
iraansers	=	iraans
iraanst	=	iraans
iraanste	=	iraans
irakees	noun	een inwoner van Irak, of iemand afkomstig uit Irak	adj	met betrekking tot Irak, of tot iemand afkomstig hiervan
irakeesje	=	irakees
irakeesjes	=	irakees
irakeest	=	irakees
irakeeste	=	irakees
irakese	noun	een vrouwelijke inwoner van Irak, of een vrouw afkomstig uit Irak
irakesen	=	irakese
irakeser	=	irakees
irakesere	=	irakees
irakesers	=	irakees
irakezen	=	irakees
iraki	noun	een inwoner van Irak, of iemand afkomstig uit Irak
iraki's	=	iraki
iranees	noun	een inwoner van Iran, of iemand afkomstig uit Iran	adj	op Iran betrekking hebbend
iraneesje	=	iranees
iraneesjes	=	iranees
iranese	noun	een vrouwelijke inwoner van Iran, of een vrouw afkomstig uit Iran
iranesen	=	iranese
iranezen	=	iranees
iraniër	noun	een inwoner van Iran, of iemand afkomstig uit Iran
iraniërs	=	iraniër
iraniërtje	=	iraniër
irazukolibrie	noun	Panterpe insignis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
irazukolibries	=	irazukolibrie
irazukolibrietje	=	irazukolibrie
irazukolibrietjes	=	irazukolibrie
irena's	noun	Irenidae een familie uit de orde van de zangvogels (Passeriformes).
irene	noun	een ras van kruimige aardappels met een rode schil
irenes	=	irene
irenisch	adj	gericht op of passend bij het in stand houden van vrede
irenische	=	irenisch
irenischer	=	irenisch
irenischere	=	irenisch
irenischers	=	irenisch
iridectomie	noun	verwijdering van de iris
iridectomietje	=	iridectomie
iridectomietjes	=	iridectomie
iridectomieën	=	iridectomie
irideremie	noun	aandoening waarbij de iris ontbreekt
iridium	noun	een scheikundig element met symbool Ir en atoomnummer 77. Het is een zilvergrijs overgangsmetaal
iridiumatomen	=	iridiumatoom
iridiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element iridium.
iridiumatoompje	=	iridiumatoom
iridiumatoompjes	=	iridiumatoom
iridocyclitis	noun	gepaarde ontsteking van regenboogvlies en straallichaam
iringajanfrederik	noun	Sheppardia lowei een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
iringajanfrederiken	=	iringajanfrederik
iringajanfrederikje	=	iringajanfrederik
iringajanfrederikjes	=	iringajanfrederik
iriomotekat	noun	bepaald soort zoogdier, Prionailurus iriomotensis een zeer zeldzame katachtige die alleen voorkomt op de Riukiu-eilanden en het Japanse eiland Iriomote De Iriomotekat wordt door biologen beschouwd als een "levend fossiel", dit omdat het lichaam van deze kat nauwelijks is geëvolueerd.
iriomotekatje	=	iriomotekat
iriomotekatjes	=	iriomotekat
iriomotekatten	=	iriomotekat
iriomotemees	noun	Sittiparus olivaceus een zangvogel uit de familie echte mezen.
iriomotemeesje	=	iriomotemees
iriomotemeesjes	=	iriomotemees
iriomotemezen	=	iriomotemees
iris	noun	orgaan in het oog van vele organismen, waaronder de mens, dat als een diafragma werkt en de hoeveelheid tot het oog toegelaten licht regelt
irisbladwesp	noun	Rhadinoceraea micans insect behorend tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera) en de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
irisbladwespen	=	irisbladwesp
irisbladwespje	=	irisbladwesp
irisbladwespjes	=	irisbladwesp
iriscopie	noun	een alternatieve vorm van geneeskunde die claimt aan de iris van het oog te kunnen zien aan welke kwalen iemand lijdt
iriscopieën	=	iriscopie
iriscopist	noun	iemand die totale gezondheid van een patiënt kan aflezen aan zijn regenboogvlies in het oog, het is een niet wettelijk erkende genezer
iriscopisten	=	iriscopist
irisdiagnostiek	noun	een techniek uit de alternatieve geneeskunde waarvan de voorstanders geloven dat patronen, kleuren en andere kenmerken van de iris als diagnosemiddel kunnen dienen om ziekten en functionele verstoringen in het lichaam vast te stellen
iriseer	=	iriseren
iriseerde	=	iriseren
iriseerden	=	iriseren
iriseert	=	iriseren
irisere	=	iriseren
iriseren	verb	de kleuren van de regenboog vertonen
iriserend	=	iriseren
iriserende	=	iriseren
irisje	=	iris
irisjes	=	iris
irislori	noun	Saudareos iris een vogel uit de onderfamilie lori's (Loriinae).
irislori's	=	irislori
irislorietje	=	irislori
irislorietjes	=	irislori
irisroest	noun	Puccinia iridis een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
irisroesten	=	irisroest
irisroestje	=	irisroest
irisroestjes	=	irisroest
irisscan	noun	een afbeelding van de iris, gebruikt ter identificatie van personen
irisscans	=	irisscan
irissen	=	iris
iritis	noun	regenboogvliesontsteking
irl	adv	in real life; in de werkelijkheid; niet virtueel
irma-effect	noun	sterk toegenomen belangstelling voor het volgen van de opleiding voor gebarentolk door de opvallende manier waarop Irma Sluis die taak vervulde tijdens de persconferenties van de regering tijdens de coronapandemie
irmawallaby	noun	Macropus irma een wallaby uit het geslacht Macropus.
irmawallaby's	=	irmawallaby
irmawallaby'tje	=	irmawallaby
irmawallaby'tjes	=	irmawallaby
ironici	=	ironicus
ironicus	noun	iemand die zich spottend uitlaat over andere personen of zaken
ironie	noun	vorm van spot waarbij je het tegendeel zegt van wat je bedoelt
ironieteken	noun	leesteken dat aangeeft dat het voorafgaande ironisch bedoeld is en de vorm heeft van en bliksemschicht met een punt; tegenwoordig vervangen het emoticon ';)' of ';-)'
ironietekens	=	ironieteken
ironietje	=	ironie
ironieën	=	ironie
ironisch	adj	iets in een merkwaardig of lachwekkend daglicht stellend
ironische	=	ironisch
ironischer	=	ironisch
ironischere	=	ironisch
ironischers	=	ironisch
ironischt	=	ironisch
ironischte	=	ironisch
ironiseer	=	ironiseren
ironiseerde	=	ironiseren
ironiseerden	=	ironiseren
ironiseert	=	ironiseren
ironisere	=	ironiseren
ironiseren	verb	de spot drijven met iets of iemand
ironiserend	=	ironiseren
ironiserende	=	ironiseren
irradiatie	noun	verschijnsel dat helder verlichte of sterk zelflichtende lichamen groter doet schijnen dan ze in werkelijkheid zijn
irradiaties	=	irradiatie
irrationaal	adj	niet precies uit te drukken als een breuk van twee gehele getallen
irrationaals	=	irrationaal
irrationaalst	=	irrationaal
irrationaalste	=	irrationaal
irrationale	=	irrationaal
irrationaler	=	irrationaal
irrationalere	=	irrationaal
irrationalers	=	irrationaal
irrationalisme	noun	het zich niet rationeel gedragen
irrationaliteit	noun	het irrationeel zijn
irrationaliteiten	=	irrationaliteit
irrationeel	adj	niet volgens logisch nadenken, zonder het gebruik van je verstand, strijdig met de rede
irrationeels	=	irrationeel
irrationeelst	=	irrationeel
irrationeelste	=	irrationeel
irrationele	=	irrationeel
irrationeler	=	irrationeel
irrationelere	=	irrationeel
irrationelers	=	irrationeel
irrawaddydolfijn	noun	Orcaella brevirostris een dolfijn uit het geslacht Orcaella.
irrawaddydolfijnen	=	irrawaddydolfijn
irrawaddydolfijntje	=	irrawaddydolfijn
irrawaddydolfijntjes	=	irrawaddydolfijn
irrealis	noun	werkwoordsvorm van de onwerkelijkheid.
irrealissen	=	irrealis
irredentisme	noun	het streven van Italiaanse nationalisten om alle gebieden waar een Italiaanstalige bevolkingsgroep woonachtig is, deel te laten uitmaken van de staat Italië.
irredentismen	=	irredentisme
irregulair	adj	onregelmatig
irregulairder	=	irregulair
irregulairdere	=	irregulair
irregulairders	=	irregulair
irregulaire	=	irregulair
irregulairs	=	irregulair
irregulairst	=	irregulair
irregulairste	=	irregulair
irregulier	adj	niet geregeld of verwacht
irregulierder	=	irregulier
irregulierdere	=	irregulier
irregulierders	=	irregulier
irreguliere	=	irregulier
irreguliers	=	irregulier
irregulierst	=	irregulier
irregulierste	=	irregulier
irrelevant	adj	van geen belang voor de huidige zaak
irrelevante	=	irrelevant
irrelevanter	=	irrelevant
irrelevantere	=	irrelevant
irrelevanters	=	irrelevant
irrelevants	=	irrelevant
irrelevantst	=	irrelevant
irrelevantste	=	irrelevant
irreparabel	adj	onherstelbaar
irreparabele	=	irreparabel
irreparabeler	=	irreparabel
irreparabelere	=	irreparabel
irreparabelers	=	irreparabel
irreparabels	=	irreparabel
irreparabelst	=	irreparabel
irreparabelste	=	irreparabel
irreversibel	adj	onomkeerbaar
irreversibele	=	irreversibel
irreversibeler	=	irreversibel
irreversibelere	=	irreversibel
irreversibelers	=	irreversibel
irreversibels	=	irreversibel
irreversibelst	=	irreversibel
irreversibelste	=	irreversibel
irreëel	adj	niet in overeenstemming met de werkelijkheid, niet realistisch
irreëele	=	irreëel
irreëeler	=	irreëel
irreëelere	=	irreëel
irreëelers	=	irreëel
irreëels	=	irreëel
irreëelst	=	irreëel
irreëelste	=	irreëel
irreële	=	irreëel
irreëler	=	irreëel
irreëlere	=	irreëel
irreëlers	=	irreëel
irri	=	irritant
irrigatie	noun	het op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeien
irrigatiekanaal	noun	kanaal waardoor water stroomt om een terrein te bevloeien (irrigeren)
irrigatiekanaaltje	=	irrigatiekanaal
irrigatiekanaaltjes	=	irrigatiekanaal
irrigatiekanalen	=	irrigatiekanaal
irrigatielandbouw	noun	Landbouw waarbij je met kanalen en dijken water naar de akkers brengt.
irrigaties	=	irrigatie
irrigatiesysteem	noun	systeem om gewassen van water te voorzien
irrigatiesysteempje	=	irrigatiesysteem
irrigatiesysteempjes	=	irrigatiesysteem
irrigatiesystemen	=	irrigatiesysteem
irrigatiewater	noun	water dat nodig is voor het bevloeien van akkers
irrigatiewerk	noun	inrichting voor bevloeiing
irrigatiewerken	noun	inrichtingen voor bevloeiing
irrigatiewerkje	=	irrigatiewerk
irrigatiewerkjes	=	irrigatiewerk
irrigator	noun	toestel voor het reinigen van wonden en het uitspoelen van lichaamsholten
irrigatoren	=	irrigator
irrigators	=	irrigator
irrigatortje	=	irrigator
irrigatortjes	=	irrigator
irrigeer	=	irrigeren
irrigeerde	=	irrigeren
irrigeerden	=	irrigeren
irrigeert	=	irrigeren
irrigere	=	irrigeren
irrigeren	verb	op grote schaal water naar landbouwgrond transporteren om de gewassen mee te bevloeien
irrigerend	=	irrigeren
irrigerende	=	irrigeren
irritant	adj	in hoge mate vervelend
irritante	=	irritant
irritanter	=	irritant
irritantere	=	irritant
irritanters	=	irritant
irritants	=	irritant
irritantst	=	irritant
irritantste	=	irritant
irritatie	noun	uitslag
irritatiefactor	noun	iets dat ergernis veroorzaakt
irritatiefactoren	=	irritatiefactor
irritatiefactortje	=	irritatiefactor
irritatiefactortjes	=	irritatiefactor
irritatiegrens	noun	het uiterste van wat men acceptabel vindt; het uiterste wat men kan accepteren
irritatiegrensje	=	irritatiegrens
irritatiegrensjes	=	irritatiegrens
irritatiegrenzen	=	irritatiegrens
irritaties	=	irritatie
irritatietje	=	irritatie
irritatietjes	=	irritatie
irriteer	=	irriteren
irriteerde	=	irriteren
irriteerden	=	irriteren
irriteert	=	irriteren
irritere	=	irriteren
irriteren	verb	op onaangename wijze prikkelen
irriterend	adj	ongemak, wrevel veroorzakend
irriterende	=	irriteren
irriterender	=	irriterend
irriterendere	=	irriterend
irriterenders	=	irriterend
irriterends	=	irriterend
irriterendst	=	irriterend
irriterendste	=	irriterend
is	verb	derde persoon tegenwoordige tijd enkelvoud van zijn
is-aanhanger	noun	persoon die de Islamitische Staat (in Irak en de Levant) ondersteunt
is-aanhangers	=	is-aanhanger
is-baby	noun	een baby die geboren is in het gebied van IS of die meegenomen is naar dat gebied
is-baby's	=	is-baby
is-baby'tje	=	is-baby
is-baby'tjes	=	is-baby
is-benzine	noun	benzine die door Islamitische Staat wordt verkocht en waarvan de inkomsten worden gebruikt voor het in stand houden van de Islamitische Staat
is-gelijkteken	=	isgelijkteken
is-leden	=	is-lid
is-lid	noun	persoon die deel uit maakt van de terreurorganisatie Islamitische Staat
is-olie	noun	olie waarvan de opbrengsten worden gebruikt door de tereurorganisatie Islamitische Staat
is-olies	=	is-olie
is-oliën	=	is-olie
is-strijder	noun	iemand die actief deelneemt aan de strijd van de terreurorganisatie Islamitische Staat
is-strijders	=	is-strijder
is-strijdertje	=	is-strijder
is-strijdertjes	=	is-strijder
isaackathaai	noun	Holohalaelurus regani een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
isaackathaaien	=	isaackathaai
isaackathaaitje	=	isaackathaai
isaackathaaitjes	=	isaackathaai
isabelawielewaal	noun	Oriolus isabellae een wielewaal die alleen voorkomt in de Filipijnen.
isabelawielewaaltje	=	isabelawielewaal
isabelawielewaaltjes	=	isabelawielewaal
isabelawielewalen	=	isabelawielewaal
isabelbeer	noun	Ursus arctos isabellinus De Isabelbeer (Ursus arctos isabellinus), ook wel: Himalayabeer, is een ondersoort van de bruine beer.
isabelbeertje	=	isabelbeer
isabelbeertjes	=	isabelbeer
isabelberen	=	isabelbeer
isabellapluimbroekje	noun	Eriocnemis isabellae een endemische vogelsoort uit de familie Trochilidae (kolibries) die alleen in bergbossen van Colombia voorkomt.
isabellapluimbroekjes	=	isabellapluimbroekje
isbn	noun	internationaal standaardnummer voor edities van boeken, gebruikt door uitgeverijen en boekhandels
isbn's	=	isbn
ischemie	noun	plaatselijk tekort aan bloedtoevoer
ischemieën	=	ischemie
ischemisch	adj	met betrekking tot de ischemie
ischemische	=	ischemisch
ischemischer	=	ischemisch
ischemischere	=	ischemisch
ischemischers	=	ischemisch
ischemischt	=	ischemisch
ischemischte	=	ischemisch
ischialgie	noun	pijn in de heup
ischialgieën	=	ischialgie
ischias	noun	een zenuwontsteking bij de heup
isdn	noun	de afkorting voor Integrated Services Digital Network, een vorm van digitale telefonie
isdn-verbinding	noun	verouderde, digitale technologie die spraak, data en video tegelijkertijd over een koperen telefoonlijn transporteert.
isdn-verbindingen	=	isdn-verbinding
isdn-verbindinkje	=	isdn-verbinding
isdn-verbindinkjes	=	isdn-verbinding
isgelijkteken	noun	het symbool '= dat een gelijkheid aanduidt
isgelijktekens	=	isgelijkteken
isgelijktekentje	=	isgelijkteken
ishiharatest	noun	veelgebruikte proef voor kleurenblindheid, waarmee beperkingen bij het zien van het verschil tussen rood en groen worden opgespoord
ishiharatesten	=	ishiharatest
isis	noun	organisatie die in het tweede decennium van de 21e eeuw probeerde met geweld een kalifaat in het Midden-Oosten te vestigen
islam	noun	monotheïstische godsdienst die na alle profeten uit het jodendom en Christus, Mohammed als laatste profeet ziet
islamdeskundige	noun	persoon die veel kennis heeft over de islam
islamdeskundigen	=	islamdeskundige
islamiet	noun	een geloofsaanhanger van de islam
islamieten	=	islamiet
islamietje	=	islamiet
islamietjes	=	islamiet
islamiseer	=	islamiseren
islamiseerde	=	islamiseren
islamiseerden	=	islamiseren
islamiseert	=	islamiseren
islamisere	=	islamiseren
islamiseren	verb	de maatschappij organiseren volgens islamitische principes
islamiserend	=	islamiseren
islamiserende	=	islamiseren
islamisering	noun	bekeren tot de islam
islamiseringen	=	islamisering
islamisme	noun	stroming van moslims die een grote invloed van de islam op het politieke leven voorstaan en die geen scheiding van kerk en staat willen
islamist	noun	islamiet, die wil dat een staat volgens het islamitische geloof wordt ingevoerd bij voorkeur met als regime de sharia
islamisten	=	islamist
islamistisch	adj	met betrekking tot het islamisme
islamistische	=	islamistisch
islamistischer	=	islamistisch
islamistischere	=	islamistisch
islamistischers	=	islamistisch
islamistischt	=	islamistisch
islamistischte	=	islamistisch
islamistje	=	islamist
islamistjes	=	islamist
islamitisch	adj	van, betreffende de islam
islamitisch-fundamentalistisch	adj	betreft een radicale stroming binnen de islam die streeft naar een strikte, letterlijke naleving van de Koran en Hadith, vaak als reactie tegen westerse invloeden en modernisering
islamitisch-fundamentalistische	=	islamitisch-fundamentalistisch
islamitisch-fundamentalistischer	=	islamitisch-fundamentalistisch
islamitisch-fundamentalistischere	=	islamitisch-fundamentalistisch
islamitisch-fundamentalistischers	=	islamitisch-fundamentalistisch
islamitische	=	islamitisch
islamitischer	=	islamitisch
islamitischere	=	islamitisch
islamitischers	=	islamitisch
islamitischt	=	islamitisch
islamitischte	=	islamitisch
islamkenner	noun	persoon die veel kennis heeft over de islam
islamkenners	=	islamkenner
islamkennertje	=	islamkenner
islamkennertjes	=	islamkenner
islamofilie	noun	overdreven positieve houding tegenover het geloof van moslims
islamofobe	=	islamofoob
islamofoben	=	islamofoob
islamofober	=	islamofoob
islamofobere	=	islamofoob
islamofobers	=	islamofoob
islamofobie	noun	angst voor en afkeer van alles wat met de islam te maken heeft
islamofobieën	=	islamofobie
islamofoob	noun	iemand met een grote afkeer of angst voor de islam	adj	met een grote afkeer of angst voor de islam
islamofoobje	=	islamofoob
islamofoobjes	=	islamofoob
islamofoobs	=	islamofoob
islamofoobst	=	islamofoob
islamofoobste	=	islamofoob
islamologen	=	islamoloog
islamologie	noun	de wetenschap die zich met de islam bezig houdt
islamologisch	adj	betrekking hebbend op de islamologie
islamologische	=	islamologisch
islamologischer	=	islamologisch
islamologischere	=	islamologisch
islamologischers	=	islamologisch
islamoloog	noun	deskundige op het gebied van de Islam
islamsafari	noun	een tocht door een gebied dat vermeend geïslamiseerd is
islamsafari's	=	islamsafari
islamscholen	=	islamschool
islamschool	noun	school op islamitische grondslag
islamschooltje	=	islamschool
islamschooltjes	=	islamschool
ismaëliet	noun	Arabier
ismaëlieten	=	ismaëliet
ismaëlietje	=	ismaëliet
ismaëlietjes	=	ismaëliet
isme	noun	verzamelnaam voor allerlei religieuze, politieke en culturele stromingen die eindigen op het achtervoegsel -isme
ismen	=	isme
ismes	=	isme
iso-elektrisch	adj	met hetzelfde aantal elektronen of dezelfde elektronenconfiguratie EN dezelfde structuur (aantal atomen en manier waarop de atomen aan elkaar gebonden zijn), onafhankelijk van de betrokken elementen (soort atomen)
iso-elektrische	=	iso-elektrisch
isobaar	noun	een verzameling punten onder constant houden van de druk gemeten	adj	bij constant houden van de druk
isobaarder	=	isobaar
isobaardere	=	isobaar
isobaarders	=	isobaar
isobaars	=	isobaar
isobaarst	=	isobaar
isobaarste	=	isobaar
isobaartje	=	isobaar
isobaartjes	=	isobaar
isobaat	noun	lijn op zeekaarten, die alle punten met dezelfde diepte verbindt
isobaatje	=	isobaat
isobaatjes	=	isobaat
isobare	=	isobaar
isobaren	=	isobaar
isobarometrisch	adj	op (de meting van) punten met gelijke luchtdruk betrekking hebbend
isobarometrische	=	isobarometrisch
isobase	noun	hoogtelijn
isobasen	=	isobase
isobasetje	=	isobase
isobasetjes	=	isobase
isobaten	=	isobaat
isobutanol	noun	een vertakt isomeer van butanol met de iupac-naam 2-methylpropan-1-ol
isochoor	noun	een verzameling punten onder constant houden van volume gemeten	adj	bij constant houden van het volume
isochoors	=	isochoor
isochoortje	=	isochoor
isochoortjes	=	isochoor
isochore	=	isochoor
isochoren	=	isochoor
isochromatisch	adj	in dezelfde mate gevoelig voor alle kleuren
isochromatische	=	isochromatisch
isochromatischer	=	isochromatisch
isochromatischere	=	isochromatisch
isochromatischers	=	isochromatisch
isochromosomen	=	isochromosoom
isochromosoom	noun	een chromosoom dat één van zijn armen is verloren en dit heeft vervangen door een exacte kopie van de andere arm
isochromosoompje	=	isochromosoom
isochromosoompjes	=	isochromosoom
isochrone	=	isochroon
isochroner	=	isochroon
isochronere	=	isochroon
isochroners	=	isochroon
isochronie	noun	Term uit de prosodie voor de (als zodanig ervaren) gelijkheid van tijdsafstand tussen prominente (accent) syllaben in een vers-1
isochronietje	=	isochronie
isochronietjes	=	isochronie
isochronieën	=	isochronie
isochroon	adj	met gelijke werkingstijd, tijd of tijdsduur
isochroons	=	isochroon
isochroonst	=	isochroon
isochroonste	=	isochroon
isocline	noun	lijn op een kaart die de plaatsen verenigt waar de helling van een in het zwaartepunt opgehangen magneetnaald (de magnetische inclinatie) even groot is
isoclinen	=	isocline
isoclinetje	=	isocline
isoclinetjes	=	isocline
isodont	adj	met gelijke (of gelijkvormige) gebitselementen
isodonte	=	isodont
isodonts	=	isodont
isodynaam	noun	lijn op een kaart, die de plaatsen verbindt waarop de sterkte van het aardmagnetisch veld even groot is
isodynaampje	=	isodynaam
isodynaampjes	=	isodynaam
isodynamen	=	isodynaam
isofonen	=	isofoon
isofoon	noun	lijn van constante luidheid
isofoontje	=	isofoon
isofoontjes	=	isofoon
isofoot	noun	lijn van gelijke helderheid
isofootje	=	isofoot
isofootjes	=	isofoot
isofoten	=	isofoot
isoftaalzuren	=	isoftaalzuur
isoftaalzuur	noun	een isomeer van ftaalzuur (1,2-benzeendicarbonzuur) en tereftaalzuur (1,4-benzeendicarbonzuur) met als formule 1,3-benzeendicarbonzuur
isoftalaat	noun	een zout afgeleid van isoftaalzuur
isoftalaten	=	isoftalaat
isogamie	noun	gelijkheid van voortplantingscellen
isogeen	adj	van gelijke oorsprong
isogeens	=	isogeen
isogene	=	isogeen
isoglosse	noun	lijn op een dialectkaart (isoglossekaart) die gebieden begrenst waarbinnen een bepaald taalverschijnsel voorkomt
isoglossen	=	isoglosse
isoglucose	noun	suiker in stroopvorm, vervaardigd uit mais, aardappelen, tarwe of een ander koolhydraatrijk voedsel
isoglucosen	=	isoglucose
isoglucoses	=	isoglucose
isogonaal	adj	gelijke hoeken makend
isogonaals	=	isogonaal
isogonale	=	isogonaal
isogonen	=	isogoon
isogonisch	adj	gelijkhoekig
isogonische	=	isogonisch
isogoon	noun	lijn op een kaart, die de plaatsen verbindt waar de horizontale afwijking van de kompasnaald (de kompasvariatie) gelijk is
isogoontje	=	isogoon
isogoontjes	=	isogoon
isogram	noun	een woord waarin elke letter slechts eenmaal voorkomt
isogrammen	=	isogram
isogrammetje	=	isogram
isogrammetjes	=	isogram
isohyeet	noun	lijn op een kaart die punten met dezelfde hoeveelheid neerslag verbindt
isohyeten	=	isohyeet
isohypse	noun	hoogtelijn
isohypsen	=	isohypse
isohypsetje	=	isohypse
isohypsetjes	=	isohypse
isolatie	noun	ruimtelijke afzondering van anderen, als sanitaire maatregel
isolatieband	noun	een tape waarmee men draden die onder elektrische spanning staan van elkaar kan scheiden
isolatiebanden	=	isolatieband
isolatiebedrijf	noun	bedrijf dat gebouwen isoleert zodat deze gebouwen minder energie nodig hebben voor de verwarming
isolatiebedrijfje	=	isolatiebedrijf
isolatiebedrijfjes	=	isolatiebedrijf
isolatiebedrijven	=	isolatiebedrijf
isolatiecel	noun	ruimte in een psychiatrisch ziekenhuis waar een patiënt
isolatiecellen	=	isolatiecel
isolatiecelletje	=	isolatiecel
isolatiecelletjes	=	isolatiecel
isolatiedeken	noun	deken die de warmteverliezen vermindert
isolatiedekens	=	isolatiedeken
isolatiedekentje	=	isolatiedeken
isolatiedekentjes	=	isolatiedeken
isolatiekamer	noun	kamer in een ziekenhuis waarin een patiënt i.v.m. besmettingsgevaar in afzondering wordt verpleegd
isolatiekamers	=	isolatiekamer
isolatiekamertje	=	isolatiekamer
isolatiekamertjes	=	isolatiekamer
isolatiekosten	noun	uitgaven die men doet voor het afschermen van iets
isolatielaag	noun	een ondoorlaatbare scheidingslaag die warmte of stroom tegenhoudt
isolatielaagje	=	isolatielaag
isolatielaagjes	=	isolatielaag
isolatielagen	=	isolatielaag
isolatiemateriaal	noun	een stof die dient om geleiding van warmte en/of elektriciteit tegen te gaan
isolatiemateriaaltje	=	isolatiemateriaal
isolatiemateriaaltjes	=	isolatiemateriaal
isolatiematerialen	=	isolatiemateriaal
isolatieniveau	noun	bescherming tegen elektrische spanning tot een bepaalde hoogte
isolatieniveaus	=	isolatieniveau
isolatieprogramma	noun	plan van aanpak voor het isoleren van gebouwen
isolatieprogramma's	=	isolatieprogramma
isolatieprogrammaatje	=	isolatieprogramma
isolatieprogrammaatjes	=	isolatieprogramma
isolatieproject	noun	in tijd en ruimte begrensde activiteit betreffende de warmte-isolatie van gebouwen
isolatieprojecten	=	isolatieproject
isolatieprojectje	=	isolatieproject
isolatieprojectjes	=	isolatieproject
isolatieruimte	noun	een ruimte in een ziekenhuis waar iemand met een besmettelijke ziekte geïsoleerd kan worden
isolatieruimten	=	isolatieruimte
isolatieruimtes	=	isolatieruimte
isolaties	=	isolatie
isolatieschuim	noun	schuim dat een warmte-isolerende werking heeft
isolatietape	noun	tape dat om een geleider kan worden geplakt ter elektrische isolatie en ter voorkoming van ongewenste stromen
isolatietapes	=	isolatietape
isolatiewaarde	noun	de mate waarin iets warmte-isolerend is
isolatiewaarden	=	isolatiewaarde
isolatiewaardes	=	isolatiewaarde
isolationisme	noun	politieke stroming die erop gericht is zich af te zonderen van de buitenwereld
isolationistisch	adj	zich afzijdig houdend
isolationistische	=	isolationistisch
isolationistischer	=	isolationistisch
isolationistischere	=	isolationistisch
isolationistischers	=	isolationistisch
isolator	noun	stof die of lichaam dat isoleert tegen geleiding van elektriciteit (vaak van glas of porselein)
isolatoren	=	isolator
isolators	=	isolator
isolatortje	=	isolator
isolatortjes	=	isolator
isoleer	=	isoleren
isoleercel	noun	in een gevangenis een cel waar de gevangene in afzondering kan worden opgesloten als strafmaatregel, of voorzorgsregel
isoleercellen	=	isoleercel
isoleercelletje	=	isoleercel
isoleercelletjes	=	isoleercel
isoleerde	=	isoleren
isoleerden	=	isoleren
isoleerkan	noun	afsluitbaar vat dat zo is gemaakt dat een verschil in temperatuur tussen de inhoud en de omgeving lang blijft bestaan, meestal uitgevoerd met een handgreep en schenktuit
isoleerkannen	=	isoleerkan
isoleerkannetje	=	isoleerkan
isoleerkannetjes	=	isoleerkan
isoleert	=	isoleren
isolement	noun	afgeschermdheid, zonder contact met anderen of met iets anders
isolementen	=	isolement
isolere	=	isoleren
isoleren	verb	afsluiten van alle omgang met andere mensen
isolerend	adj	uitwisseling met de omgeving voorkomend; geleiding voorkomend
isolerende	=	isoleren
isolerender	=	isolerend
isolerendere	=	isolerend
isolerenders	=	isolerend
isolerends	=	isolerend
isolerendst	=	isolerend
isolerendste	=	isolerend
isolering	noun	het isoleren, de isolatie
isoleringen	=	isolering
isoleucine	noun	een proteïnogeen aminozuur
isolex	noun	begrenzingslijn van een woordbetekenis
isolexen	=	isolex
isomeer	noun	een stof die zich van een andere stof alleen onderscheidt in een andere rangschikking van de atomen, bij dezelfde samenstelling	adj	de eigenschap van bovengenoemde stof vertonend
isomeers	=	isomeer
isomeertje	=	isomeer
isomere	=	isomeer
isomeren	=	isomeer
isomerisatie	noun	het isomeriseren
isomerisaties	=	isomerisatie
isomerisch	adj	de eigenschap van een isomeer hebbend
isomerische	=	isomerisch
isomeriseer	=	isomeriseren
isomeriseerde	=	isomeriseren
isomeriseerden	=	isomeriseren
isomeriseert	=	isomeriseren
isomerisere	=	isomeriseren
isomeriseren	verb	overgaan in een isomeer
isomeriserend	=	isomeriseren
isomeriserende	=	isomeriseren
isometrie	noun	gelijkheid van maat of vorm
isometrisch	adj	met behoud van metrische eigenschappen de maat of vorm in een andere figuur overbrengend
isometrische	=	isometrisch
isometrischer	=	isometrisch
isometrischere	=	isometrisch
isometrischers	=	isometrisch
isomo	noun	stijf en heel licht materiaal bestaand uit schuim van kunststof	adj	bestaand uit piepschuim
isomorf	noun	lijn waardoor een gebied met bepaalde dialectische buigingsvormen afgebakend wordt	adj	van dezelfde vorm
isomorfe	=	isomorf
isomorfen	=	isomorf
isomorfer	=	isomorf
isomorfere	=	isomorf
isomorfers	=	isomorf
isomorfie	noun	gelijkheid in vorm
isomorfietje	=	isomorfie
isomorfietjes	=	isomorfie
isomorfieën	=	isomorfie
isomorfisme	noun	het isomorf zijn
isomorfismen	=	isomorfisme
isomorfismes	=	isomorfisme
isomorfismetje	=	isomorfisme
isomorfismetjes	=	isomorfisme
isomorfs	=	isomorf
isomorfst	=	isomorf
isomorfste	=	isomorf
isopiëstisch	adj	onder condities van gelijke dampdruk
isopiëstische	=	isopiëstisch
isopleet	noun	lijn die op een kaart een aantal punten verbindt waarvoor één of andere functie een gelijke waarde heeft
isopleeth	noun	een verzameling punten onder constant houden van de molaire samenstelling gemeten	adj	bij constant houden van de (molaire) samenstelling
isopleethje	=	isopleeth
isopleethjes	=	isopleeth
isopleetje	=	isopleet
isopleetjes	=	isopleet
isopleten	=	isopleet
isoplethe	=	isopleeth
isoplethen	=	isopleeth
isoponen	=	isopoon
isopoon	noun	lijn die plaatsen verbindt die op gelijke afstand van een bepaald centrum liggen
isopoontje	=	isopoon
isopoontjes	=	isopoon
isorachie	noun	een verzameling punten getrokken door plaatsen waar vloed tegelijkertijd optreedt
isorachieën	=	isorachie
isoseist	noun	een gesloten kromme die punten van gelijke aarbevingsintensiteit verbindt
isoseisten	=	isoseist
isoseistje	=	isoseist
isoseistjes	=	isoseist
isostasie	noun	het isostatisch zijn
isostatisch	adj	met betrekking tot het evenwicht van het drijven van een voorwerp in een vloeistof
isostatische	=	isostatisch
isosyllabisme	noun	gelijkheid in het aantal lettergrepen per versregel
isotagme	noun	grenslijn van syntactische verschijnselen
isotagmen	=	isotagme
isotherm	noun	een verzameling punten constante temperatuur gemeten of waar de temperatuur dezelfde waarde heeft	adj	bij constante temperatuur
isotherme	=	isotherm
isothermen	=	isotherm
isothermer	=	isotherm
isothermere	=	isotherm
isothermers	=	isotherm
isothermpje	=	isotherm
isothermpjes	=	isotherm
isotherms	=	isotherm
isothermst	=	isotherm
isothermste	=	isotherm
isotone	=	isotoon
isotoner	=	isotoon
isotonere	=	isotoon
isotoners	=	isotoon
isotonisch	adj	van gelijke osmotische druk als de omgeving
isotonische	=	isotonisch
isotoon	adj	van gelijke spanning of osmotische druk
isotoons	=	isotoon
isotoonst	=	isotoon
isotoonste	=	isotoon
isotoop	noun	atoom van hetzelfde chemische element als een ander atoom, en dus met hetzelfde aantal protonen, waarin het aantal neutronen in de atoomkern verschilt
isotoopje	=	isotoop
isotopen	=	isotoop
isotopenonderzoek	noun	meting van de verhouding tussen de verschillende atomen van één bepaald chemisch element in een monster
isotopenonderzoeken	=	isotopenonderzoek
isotopenonderzoekje	=	isotopenonderzoek
isotopenonderzoekjes	=	isotopenonderzoek
isotopenverhouding	noun	de relatieve hoeveelheid van verschillende isotopen van een specifiek element ten opzichte van elkaar in een monster
isotopenverhoudingen	=	isotopenverhouding
isotopenverhoudinkje	=	isotopenverhouding
isotopenverhoudinkjes	=	isotopenverhouding
isotopie	noun	het voorkomen van isotopen
isotopietje	=	isotopie
isotopietjes	=	isotopie
isotopieën	=	isotopie
isotopisch	adj	betrekking hebbend op een isotoop
isotopische	=	isotopisch
isotopischer	=	isotopisch
isotopischere	=	isotopisch
isotopischers	=	isotopisch
isotroop	adj	in alle richtingen dezelfde eigenschappen hebbend
isotroops	=	isotroop
isotrope	=	isotroop
isotropen	=	isotroop
isp	noun	afkorting voor internetserviceprovider
isp's	=	isp
israëli	noun	een inwoner van Israël, of iemand afkomstig uit Israël
israëli's	=	israëli
israëliet	noun	jood
israëlieten	=	israëliet
israëlisch	adj	van het moderne Israël, op Israël betrekking hebbend
israëlische	noun	een vrouwelijke inwoner van Israël, of een vrouw afkomstig uit Israël
israëlischen	=	israëlische
israëlischer	=	israëlisch
israëlischere	=	israëlisch
israëlischers	=	israëlisch
israëlischt	=	israëlisch
israëlischte	=	israëlisch
israëlitisch	adj	van het volk Israël in Bijbelse tijden
israëlitische	=	israëlitisch
israëlitischer	=	israëlitisch
israëlitischere	=	israëlitisch
israëlitischers	=	israëlitisch
israëliër	noun	een inwoner van Israël, of iemand afkomstig uit Israël
israëliërs	=	israëliër
isroe	verb	bind
issue	noun	iets dat bespreking en aandacht vereist
issues	=	issue
issuetje	=	issue
issuetjes	=	issue
isteken	noun	de naam van het wiskundige symbool =
istekens	=	isteken
istekentje	=	isteken
istekentjes	=	isteken
istmi	=	istmus
istmus	noun	een smalle strook land die twee grotere landmassa's verbindt
istmussen	=	istmus
istro-roemeenstalig	adj	de Istro-Roemeense taal sprekend
istro-roemeenstalige	=	istro-roemeenstalig
istro-roemeenstaligs	=	istro-roemeenstalig
it	noun	afkorting voor informatietechnologie, een vakgebied dat zich bezighoudt met informatiesystemen, telecommunicatie en computers
it'er	noun	expert in de informatietechnologie
it'ers	=	it'er
it'ertje	=	it'er
it-afdeling	noun	deel van een bedrijf of organisatie dat zich bezighoudt met de (elektronische) informatievoorziening en daarvoor benodigde computers en netwerken
it-afdelingen	=	it-afdeling
it-bedrijf	noun	bedrijf dat gespecialiseerd is in het leveren van informatiesystemen, telecommunicatie en computers
it-bedrijfje	=	it-bedrijf
it-bedrijfjes	=	it-bedrijf
it-bedrijven	=	it-bedrijf
it-beveiliging	noun	het geheel van maatregelen en strategieën om informatietechnologie – zoals systemen, netwerken en data – te beschermen tegen cyberdreigingen, ongeautoriseerde toegang en beschadiging.
it-beveiligingen	=	it-beveiliging
it-beveiligingetje	=	it-beveiliging
it-beveiligingetjes	=	it-beveiliging
it-girl	noun	aantrekkelijke jonge vrouw die veel aandacht in de media krijgt omdat ze 'het' heeft
it-manager	noun	leidinggevende die betrokken is bij de informatiesystemen, telecommunicatie en computers van een bedrijf
it-managers	=	it-manager
it-oplossing	noun	een systeem, toepassing of technische voorziening op het gebied van informatietechnologie dat is ontwikkeld om een bepaalde behoefte te vervullen
it-oplossingen	=	it-oplossing
it-sector	noun	ICT-sector
it-sectoren	=	it-sector
it-sectors	=	it-sector
itajara	noun	Epinephelus itajara een straalvinnige vis uit de familie van zaag- of zeebaarzen (Serranidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het westen, het oosten van de Atlantische Oceaan, het zuidwesten van de Atlantische Oceaan en de Grote Oceaan en het zuidoosten van de Grote Oceaan
itajara's	=	itajara
italiaan	noun	restaurant met een Italiaanse keuken
italiaans	adj	betreffende Italië of het Italiaans
italiaanse	adj	uit Italië afkomstig	noun	vrouwelijke persoon die uit Italië komt
italiaansen	=	italiaanse
italiaanser	=	italiaans
italiaansere	=	italiaans
italiaansers	=	italiaans
italiaanst	=	italiaans
italiaanstalig	adj	de Italiaanse taal sprekend
italiaanstalige	=	italiaanstalig
italiaanstaligs	=	italiaanstalig
italiaanste	=	italiaans
italiaantje	=	italiaan
italiaantjes	=	italiaan
italiaen	=	italiaan
italianen	=	italiaan
italianisant	noun	Nederlandse of Vlaamse landschapschilder die de Italiaanse schildertrant navolgde
italianisanten	=	italianisant
italianiseer	=	italianiseren
italianiseerde	=	italianiseren
italianiseerden	=	italianiseren
italianiseert	=	italianiseren
italianisere	=	italianiseren
italianiseren	verb	Italiaans worden; de levenswijze, gewoonten, taal e.d. van de Italianen overnemen
italianiserend	=	italianiseren
italianiserende	=	italianiseren
italisch	adj	van, betrekking hebbend op het Italisch schiereiland en zijn inwoners, vóór de eenwording van Italië
italische	=	italisch
italischer	=	italisch
italischere	=	italisch
italischers	=	italisch
italiër	noun	bewoner van Italië in de klassieke oudheid
italiërs	=	italiër
itatiaiastekelstaart	noun	Asthenes moreirae een zangvogel uit de familie der ovenvogels (Furnariidae)
itatiaiastekelstaarten	=	itatiaiastekelstaart
itatiaiastekelstaartje	=	itatiaiastekelstaart
itatiaiastekelstaartjes	=	itatiaiastekelstaart
item	noun	onderwerp dat aan bod komt
itempje	=	item
itempjes	=	item
items	=	item
iteratie	noun	herhaling
iteratief	noun	werkwoord dat een herhaalde werking aangeeft	adj	herhalend, herhaald
iteratiefs	=	iteratief
iteratiefst	=	iteratief
iteratiefste	=	iteratief
iteraties	=	iteratie
iteratietje	=	iteratie
iteratietjes	=	iteratie
iteratieve	=	iteratief
iteratieven	=	iteratief
iteratiever	=	iteratief
iteratievere	=	iteratief
iteratievers	=	iteratief
itereer	=	itereren
itereerde	=	itereren
itereerden	=	itereren
itereert	=	itereren
iterere	=	itereren
itereren	verb	herhalen
itererend	=	itereren
itererende	=	itereren
itineraria	=	itinerarium
itinerarium	noun|formal	reisgids
itinerariumpje	=	itinerarium
itinerariumpjes	=	itinerarium
itombwevliegenvanger	noun	Muscicapa itombwensis een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
itombwevliegenvangers	=	itombwevliegenvanger
itombwevliegenvangertje	=	itombwevliegenvanger
itombwevliegenvangertjes	=	itombwevliegenvanger
itu	noun	International Telecommunications Union
itu-r	noun	International Telecommunications Union - Radiocommunications sector
iturigierzwaluw	noun	Telacanthura melanopygia een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
iturigierzwaluwen	=	iturigierzwaluw
iturigierzwaluwtje	=	iturigierzwaluw
iturigierzwaluwtjes	=	iturigierzwaluw
iturivliegenvanger	noun	Batis ituriensis een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
iturivliegenvangers	=	iturivliegenvanger
iturivliegenvangertje	=	iturivliegenvanger
iturivliegenvangertjes	=	iturivliegenvanger
iugs	abbrev	internationale unie voor aardwetenschappen
iupac	noun	International Union of Pure and Applied Chemistry
iv	adj	intraveneus
ivf	noun	voortplantingstechniek waarbij de bevruchting buiten het menselijk lichaam plaatsvindt
ivf'je	=	ivf
ivf'jes	=	ivf
ivf's	=	ivf
ivf-behandeling	noun	zorg gericht op het bereiken van zwangerschap door eicellen na bevruchting buiten het lichaam in de baarmoeder te plaatsen
ivf-behandelingen	=	ivf-behandeling
ivf-behandelinkje	=	ivf-behandeling
ivf-behandelinkjes	=	ivf-behandeling
ivf-bevruchting	noun	bevruchting ontstaan door in-vitrofertilisatie
ivf-bevruchtingen	=	ivf-bevruchting
ivf-bevruchtinkje	=	ivf-bevruchting
ivf-bevruchtinkjes	=	ivf-bevruchting
ivoor	noun	wit materiaal afkomstig van de slagtanden van vooral de olifant
ivooraratinga	noun	Eupsittula canicularis een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
ivooraratinga's	=	ivooraratinga
ivooraratingaatje	=	ivooraratinga
ivooraratingaatjes	=	ivooraratinga
ivoorfranjekelkje	noun	Lachnum eburneum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
ivoorfranjekelkjes	=	ivoorfranjekelkje
ivoorhandel	noun	de, illegale, handel in ivoor of producten gemaakt van ivoor
ivoorkarton	noun	glanzend, wit karton met kleiachtige coating
ivoorkleur	noun	gebroken witte kleur zoals de slagtanden van de olifant
ivoorkleurig	adj	met eeb gebroken witte kleur zoals de slagtanden van de olifant	noun	tint geel met RAL-nummer 1014 ( )
ivoorkleurige	=	ivoorkleurig
ivoorkleuriger	=	ivoorkleurig
ivoorkleurigere	=	ivoorkleurig
ivoorkleurigers	=	ivoorkleurig
ivoorkleurigs	=	ivoorkleurig
ivoorkleurigst	=	ivoorkleurig
ivoorkleurigste	=	ivoorkleurig
ivoorkoraaltje	noun	Ramariopsis kunzei een schimmel behorend tot de familie Clavariaceae.
ivoorkoraaltjes	=	ivoorkoraaltje
ivoorkroeskopje	noun	Triaxomasia caprimulgella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
ivoorkroeskopjes	=	ivoorkroeskopje
ivoormeeuw	noun	Pagophila eburnea een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae).
ivoormeeuwen	=	ivoormeeuw
ivoormeeuwtje	=	ivoormeeuw
ivoormeeuwtjes	=	ivoormeeuw
ivoormosdiertje	noun	Crisia aculeata een mosdiertjessoort uit de familie van de Crisiidae.
ivoormosdiertjes	=	ivoormosdiertje
ivoorpok	noun	Amphibalanus eburneus; een zeepokkensoort uit de familie van de Balanidae.
ivoorpokken	=	ivoorpok
ivoorsnavel	noun	dier (vogel) met een ivoorkleurige snavel
ivoorsnavelmuisspecht	noun	Xiphorhynchus flavigaster een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
ivoorsnavelmuisspechten	=	ivoorsnavelmuisspecht
ivoorsnavelmuisspechtje	=	ivoorsnavelmuisspecht
ivoorsnavelmuisspechtjes	=	ivoorsnavelmuisspecht
ivoorsnavels	=	ivoorsnavel
ivoorsnaveltje	=	ivoorsnavel
ivoorsnaveltjes	=	ivoorsnavel
ivoorspikkelbladroller	noun	Cnephasia pumicana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
ivoorspikkelbladrollers	=	ivoorspikkelbladroller
ivoorspikkelbladrollertje	=	ivoorspikkelbladroller
ivoorspikkelbladrollertjes	=	ivoorspikkelbladroller
ivoortje	=	ivoor
ivoortjes	=	ivoor
ivoorwesp	noun	Lestica alata een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
ivoorwespen	=	ivoorwesp
ivoorwespje	=	ivoorwesp
ivoorwespjes	=	ivoorwesp
ivoorzwam	noun	Hygrophorus eburneus een schimmel uit de familie Hygrophoraceae.
ivoorzwammen	=	ivoorzwam
ivoorzwammetje	=	ivoorzwam
ivoorzwammetjes	=	ivoorzwam
ivoorzwart	noun	diep zwarte verfstof verkregen uit verkoold ivoor	adj	diep zwart
ivoorzwarte	=	ivoorzwart
ivoorzwarten	=	ivoorzwart
ivoorzwarter	=	ivoorzwart
ivoorzwartere	=	ivoorzwart
ivoorzwarters	=	ivoorzwart
ivoorzwarts	=	ivoorzwart
ivoorzwartst	=	ivoorzwart
ivoorzwartste	=	ivoorzwart
ivoren	adj	de bijvoeglijk gebruikte naam van het materiaal ivoor
ivoriaan	noun	een inwoner van Ivoorkust, of iemand afkomstig uit Ivoorkust
ivoriaans	adj	op Ivoorkust betrekking hebbend
ivoriaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Ivoorkust, of een vrouw afkomstig uit Ivoorkust
ivoriaansen	=	ivoriaanse
ivoriaanser	=	ivoriaans
ivoriaansere	=	ivoriaans
ivoriaansers	=	ivoriaans
ivoriaanst	=	ivoriaans
ivoriaanste	=	ivoriaans
ivoriaantje	=	ivoriaan
ivoriaantjes	=	ivoriaan
ivorianen	=	ivoriaan
ivri	noun	lid van een bepaalde min of meer nomadische bevolking of (lagere) sociale groep, waarmee de Israëlieten worden aangeduid (28×: Gen. 14:13 +, Ex. 2:6 +, Deut. 4:21 +, 1 Sam. 4:6 +, Jer. 34:9 +, Jona 1:9)
ivriet	noun	Modern-Hebreeuws
ix	=	negen
ixia	noun	een geslacht Ixia van wantsen uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
ixia's	=	ixia
izabel	noun	soort bleekgele of perkamentachtige kleurentint bij dieren, als mengeling van dominant aanwezig geel en wit
izabelholengraver	noun	Geositta isabellina een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
izabelholengravers	=	izabelholengraver
izabelholengravertje	=	izabelholengraver
izabelholengravertjes	=	izabelholengraver
izabelkleurig	adj	geel-, beige-, of chamoiskleurig
izabelkleurige	=	izabelkleurig
izabelkleuriger	=	izabelkleurig
izabelkleurigere	=	izabelkleurig
izabelkleurigers	=	izabelkleurig
izabelkleurigs	=	izabelkleurig
izabelkleurigst	=	izabelkleurig
izabelkleurigste	=	izabelkleurig
izabelkrombek	noun	Sylvietta isabellina een zangvogel uit de familie Macrosphenidae.
izabelkrombekje	=	izabelkrombek
izabelkrombekjes	=	izabelkrombek
izabelkrombekken	=	izabelkrombek
izabeltapuit	noun	Oenanthe isabellina een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
izabeltapuiten	=	izabeltapuit
izabeltapuitje	=	izabeltapuit
izabeltapuitjes	=	izabeltapuit
izabeltortel	noun	Streptopelia roseogrisea een tortelduif die wordt beschouwd als de wilde voorouder van de lachduif
izabeltortels	=	izabeltortel
izabeltorteltje	=	izabeltortel
izabeltorteltjes	=	izabeltortel
izegrim	noun	iemand die overdreven veel moppert
izegrimmen	=	izegrim
izegrimmetje	=	izegrim
izegrimmetjes	=	izegrim
izegrims	=	izegrim
izuboszanger	noun	Phylloscopus ijimae een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
izuboszangers	=	izuboszanger
izuboszangertje	=	izuboszanger
izuboszangertjes	=	izuboszanger
izukathaai	noun	Scyliorhinus tokubee een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
izukathaaien	=	izukathaai
izukathaaitje	=	izukathaai
izukathaaitjes	=	izukathaai
izulijster	noun	Turdus celaenops een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
izulijsters	=	izulijster
izulijstertje	=	izulijster
izulijstertjes	=	izulijster
izuroodborst	noun	Larvivora tanensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
izuroodborsten	=	izuroodborst
izuroodborstje	=	izuroodborst
izuroodborstjes	=	izuroodborst
j	noun	de tiende letter van het alfabet
j's	=	j
j'tje	=	j
j'tjes	=	j
j-kromme	noun	grafische verbeelding van exponentiële groei
j-krommen	=	j-kromme
ja	intj	kreet van opwinding	noun	bevestigend of instemmend antwoord
ja's	=	ja
ja-knik	=	jaknik
ja-neevraag	noun	vraag waarop met ja of nee geantwoord moet worden
ja-neevraagje	=	ja-neevraag
ja-neevraagjes	=	ja-neevraag
ja-neevragen	=	ja-neevraag
ja-stem	noun	uitgesproken steun voor een voorstel bij besluitvorming waarbij alle leden van een groep zich voor of tegen kunnen uitspreken
ja-stemmen	=	ja-stem
jaag	=	jagen
jaagbaar	adj	waarop gejaagd mag worden
jaagbaarder	=	jaagbaar
jaagbaardere	=	jaagbaar
jaagbaarders	=	jaagbaar
jaagbaars	=	jaagbaar
jaagbaarst	=	jaagbaar
jaagbaarste	=	jaagbaar
jaagbare	=	jaagbaar
jaagde	=	jagen
jaagden	=	jagen
jaaglijn	noun	een voor het scheepsjagen gebruikt sleeptouw
jaaglijnen	=	jaaglijn
jaaglijntje	=	jaaglijn
jaaglijntjes	=	jaaglijn
jaagpaadje	=	jaagpad
jaagpaadjes	=	jaagpad
jaagpaard	noun	paard dat een trekschuit voortbeweegt
jaagpaarden	=	jaagpaard
jaagpaardje	=	jaagpaard
jaagpad	noun	een pad langs de kant van een kanaal of vaart waarover eertijds de trekdieren van de trekschuit werden voortgedreven
jaagpaden	=	jaagpad
jaagpadje	=	jaagpad
jaagpadjes	=	jaagpad
jaagster	=	jager
jaagt	=	jagen
jaagzalm	noun	Hoplias macrophthalmus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de forelzalmen (Erythrinidae).
jaagzalmen	=	jaagzalm
jaagzalmpje	=	jaagzalm
jaagzalmpjes	=	jaagzalm
jaap	noun	lelijke wond, diepe snee
jaapje	=	jaap
jaapjes	=	jaap
jaapt	=	japen
jaapte	=	japen
jaapten	=	japen
jaar	noun	de duur van een omloop van de aarde om de zon van circa 365 dagen
jaarabonnement	noun	abonnement met een loopduur van 1 jaar
jaarabonnementen	=	jaarabonnement
jaarabonnementje	=	jaarabonnement
jaarabonnementjes	=	jaarabonnement
jaarbasis	noun	op basis van een jaar
jaarbedrag	noun	een hoeveelheid geld dat betrekking heeft op één jaar
jaarbedragen	=	jaarbedrag
jaarbegin	noun	het moment waarop een nieuw jaar begint
jaarbegroting	noun	totaalbedrag beschikbaar voor bepaalde uitgaven binnen een bepaalde periode van 12 maanden
jaarbegrotingen	=	jaarbegroting
jaarbericht	noun	inhoudelijk jaarverslag van de belangrijkste bevindingen van een organisatie
jaarberichten	=	jaarbericht
jaarberichtje	=	jaarbericht
jaarberichtjes	=	jaarbericht
jaarbeurs	noun	gebouw waarin regelmatig een grote jaarbeurs gehouden wordt
jaarbeursje	=	jaarbeurs
jaarbeursjes	=	jaarbeurs
jaarbeurzen	=	jaarbeurs
jaarboek	noun	verslag over het afgelopen jaar
jaarboeken	=	jaarboek
jaarboekje	=	jaarboek
jaarboekjes	=	jaarboek
jaarbudget	noun	hoeveelheid geld die men jaarlijks te besteden heeft
jaarbudgetje	=	jaarbudget
jaarbudgetjes	=	jaarbudget
jaarbudgets	=	jaarbudget
jaarbudgetten	=	jaarbudget
jaarcijfer	noun	boekhoudgegevens die een heel boekjaar betreffen
jaarcijfers	=	jaarcijfer
jaarclub	noun	een club met studiegenoten die in hetzelfde jaar zijn begonnen met de studie
jaarclubje	=	jaarclub
jaarclubjes	=	jaarclub
jaarclubs	=	jaarclub
jaardag	noun	dag waarop men iets herdenkt dat precies een jaar geleden is gebeurd
jaardagen	=	jaardag
jaardicht	noun	vers waarin de letters die ook Romeinse cijfers zijn kunnen worden opgeteld tot een jaartal dat betekenis heeft die verband houdt met de strekking van het vers
jaardichten	=	jaardicht
jaardienst	noun	een mis die elk jaar na de dood van een overledene wordt opgedragen
jaardiensten	=	jaardienst
jaareinde	noun	laatste deel van een kalenderjaar
jaareinden	=	jaareinde
jaareindes	=	jaareinde
jaarfeest	noun	jaarlijks terugkerend feest
jaarfeesten	=	jaarfeest
jaarfeestje	=	jaarfeest
jaarfeestjes	=	jaarfeest
jaargang	noun	de in één jaar uitgegeven afleveringen van een tijdschrift
jaargangen	=	jaargang
jaargangetje	=	jaargang
jaargangetjes	=	jaargang
jaargeld	noun	hoeveelheid geld die iemand jaarlijks ontvangt
jaargelden	=	jaargeld
jaargeldje	=	jaargeld
jaargeldjes	=	jaargeld
jaargenoot	noun	iemand die in dezelfde fase van de studie is
jaargenootje	=	jaargenoot
jaargenootjes	=	jaargenoot
jaargenote	noun	vrouwelijke medestudent die in het zelfde jaar van de studie zit
jaargenoten	=	jaargenoot
jaargenotes	=	jaargenote
jaargetij	noun	een jaarlijks terugkerende periode van 3 maanden die vooral op de hogere breedten van de aarde samen gaan met duidelijke verschillende klimatologische periodes
jaargetijde	noun	een deel van het jaar met unieke eigenschappen
jaargetijden	=	jaargetijde
jaargetijen	=	jaargetij
jaarhelft	noun	de helft van een kalenderjaar
jaarhelften	=	jaarhelft
jaarinkomen	noun	wat men in een jaar verdient
jaarinkomens	=	jaarinkomen
jaarkaart	noun	een kaart bij een abonnement waarmee men gedurende het hele jaar toegang heeft tot iets
jaarkaarten	=	jaarkaart
jaarkaartje	=	jaarkaart
jaarkaartjes	=	jaarkaart
jaarkalender	noun	kalender met alle data op één blad
jaarkalenders	=	jaarkalender
jaarkalendertje	=	jaarkalender
jaarkalendertjes	=	jaarkalender
jaarklas	noun	klas waarin men het gehele jaar zit ??
jaarklasje	=	jaarklas
jaarklasjes	=	jaarklas
jaarklasse	noun	lichting (alle items met dezelfde geboortedatum)
jaarklassen	=	jaarklas
jaarklassensysteem	noun	de systematiek, waarbij scholieren en studenten in een bepaalde leergang collectief dezelfde leerstof krijgen aangeboden
jaarklassensysteempje	=	jaarklassensysteem
jaarklassensysteempjes	=	jaarklassensysteem
jaarklassensystemen	=	jaarklassensysteem
jaarkring	noun	een periode van precies een jaar voorgesteld als een cirkel
jaarkringen	=	jaarkring
jaarlijks	adj	eenmaal per jaar	adv	eenmaal per jaar, per jaar
jaarlijksch	=	jaarlijks
jaarlijkse	=	jaarlijks
jaarling	noun	een dier dat een jaar oud is
jaarlingen	=	jaarling
jaarlingetje	=	jaarling
jaarlingetjes	=	jaarling
jaarlonen	=	jaarloon
jaarloon	noun	salaris dat men per jaar ontvangt
jaarloontje	=	jaarloon
jaarloontjes	=	jaarloon
jaarmarkt	noun	markt die elk jaar op een vaste tijd wordt gehouden
jaarmarkten	=	jaarmarkt
jaarmarktje	=	jaarmarkt
jaarmarktjes	=	jaarmarkt
jaaromzet	noun	de totale hoeveelheid geld dat een bedrijf ontvangt door het verkopen van producten of diensten gedurende een kalenderjaar
jaaromzetten	=	jaaromzet
jaaropbrengst	noun	nuttig resultaat per jaar
jaaropbrengsten	=	jaaropbrengst
jaaroverzicht	noun	een samenvattend overzicht over een jaar, gegeven in de media zoals televisieprogramma's tegen het einde van een jaar.
jaaroverzichten	=	jaaroverzicht
jaaroverzichtje	=	jaaroverzicht
jaaroverzichtjes	=	jaaroverzicht
jaarplan	noun	een plan van een persoon, bedrijf of organisatie waarin staat wat men het komende jaar probeert te doen
jaarplannen	=	jaarplan
jaarplannetje	=	jaarplan
jaarplannetjes	=	jaarplan
jaarplanning	noun	een document of schema waarin je de doelen, activiteiten en mijlpalen voor de komende twaalf maanden vastlegt
jaarplanningen	=	jaarplanning
jaarproductie	noun	dat wat in één jaar gemaakt wordt
jaarproducties	=	jaarproductie
jaarrecord	noun	de beste prestatie van een bepaald jaar
jaarrecordje	=	jaarrecord
jaarrecordjes	=	jaarrecord
jaarrecords	=	jaarrecord
jaarrede	noun	toespraak die gehouden wordt bij het begin van het jaar
jaarredes	=	jaarrede
jaarrekening	noun	een jaarlijks overzicht van ontvangsten en uitgaven van een bedrijf over een heel boekjaar
jaarrekeningen	=	jaarrekening
jaarrente	noun	de jaarlijkse rente die men ontvangt als men geld heeft uitgeleend
jaarrenten	=	jaarrente
jaarrentes	=	jaarrente
jaarresultaat	noun	de winst of het verlies in een jaar behaald
jaarresultaatje	=	jaarresultaat
jaarresultaatjes	=	jaarresultaat
jaarresultaten	=	jaarresultaat
jaarring	noun	ringen die zichtbaar zijn op een dwarsdoorsnede van een boom die in één jaar gevormd zijn
jaarringen	=	jaarring
jaarringetje	=	jaarring
jaarritme	noun	een vast ritme voor mensen hoe een jaar ingedeeld is
jaarritmes	=	jaarritme
jaarrond	adv	gedurende het gehele jaar; gedurende een geheel jaar
jaarrooster	noun	overzicht voor een jaar
jaarroosters	=	jaarrooster
jaars	adj	per jaar, met de duur van één jaar
jaarsalaris	noun	de hoeveelheid geld die men per jaar als loon ontvangt
jaarsalarisje	=	jaarsalaris
jaarsalarisjes	=	jaarsalaris
jaarsalarissen	=	jaarsalaris
jaarse	=	jaars
jaarswisseling	noun	de overgang van het oude kalenderjaar naar het nieuwe jaar, die in de westerse wereld in de nacht van 31 december (oudejaarsavond) op 1 januari (nieuwjaarsdag) plaatsvindt
jaarswisselingen	=	jaarswisseling
jaarswisselingetje	=	jaarswisseling
jaarswisselingetjes	=	jaarswisseling
jaartal	noun	getal dat staat voor een bepaald jaar volgens de betreffende jaartelling
jaartallen	=	jaartal
jaartalletje	=	jaartal
jaartalletjes	=	jaartal
jaartelling	noun	een systeem van tijdrekening waarbij men de tijd rekent in jaren
jaartellingen	=	jaartelling
jaartemperaturen	=	jaartemperatuur
jaartemperatuur	noun	de gemiddelde temperatuur over een periode van een jaar gemeten
jaartemperatuurtje	=	jaartemperatuur
jaartemperatuurtjes	=	jaartemperatuur
jaarthema	noun	het onderwerp dat men in een bepaald jaar behandelt
jaarthema's	=	jaarthema
jaarthemata	=	jaarthema
jaartijd	noun	jaarlijkse herdenking van de sterfdag van een familielid
jaartijden	=	jaartijd
jaartje	=	jaar
jaartjes	=	jaar
jaartotaal	noun	het totale aantal van een jaar
jaartotalen	=	jaartotaal
jaarvak	noun	vak dat op een universiteit op het einde van het studiejaar wordt afgesloten en geëxamineerd
jaarvakje	=	jaarvak
jaarvakjes	=	jaarvak
jaarvakken	=	jaarvak
jaarvergadering	noun	een jaarlijkse algemene vergadering van een bedrijf of vereniging
jaarvergaderingen	=	jaarvergadering
jaarverslag	noun	verslag, meestal inhoudende meerdere verslagen, betreffende de werkzaamheden, gebeurtenissen enz. in een afgelopen jaar
jaarverslagen	=	jaarverslag
jaarverslagje	=	jaarverslag
jaarvogel	noun	vogelsoort die het gehele jaar in een bepaald gebied waargenomen wordt
jaarvogels	=	jaarvogel
jaarwedde	noun	het salaris dat iemand per jaar verdient
jaarwedden	=	jaarwedde
jaarweddes	=	jaarwedde
jaarwende	noun	overgang van het ene naar het andere kalenderjaar
jaarwenden	=	jaarwende
jaarwendes	=	jaarwende
jaarwerk	noun	het opmaken van de jaarrekening van een bedrijf of organisatie
jaarwerken	=	jaarwerk
jaarwinst	noun	het profijt dat men maakt in één jaar
jaarwinsten	=	jaarwinst
jaarwinstje	=	jaarwinst
jaarwinstjes	=	jaarwinst
jaarwisseling	noun	de overgang naar een nieuw kalenderjaar
jaarwisselingen	=	jaarwisseling
jaarwisselingetje	=	jaarwisseling
jaarwisselingetjes	=	jaarwisseling
jaatje	=	ja
jab	noun	directe stoot met de voorste arm (bij rechtshandigen, die het linkerbeen voor zetten: de linker arm)
jabiroe	noun	Jabiru mycteria de enige soort in zijn geslacht.
jabiroes	=	jabiroe
jabiroetje	=	jabiroe
jabiroetjes	=	jabiroe
jabot	noun	Aanvankelijk: een geplooide strook aan de borst van een mannenoverhemd.
jabotje	=	jabot
jabotjes	=	jabot
jabots	=	jabot
jabroeder	=	jabroer
jabroer	noun	iemand die overal mee instemt zonder zich een eigen oordeel te vormen
jabroers	=	jabroer
jabs	=	jab
jacampagne	noun	geheel van activiteiten dat erop gericht is kiezers bij een volksraadpleging te laten instemmen met het voorstel
jacampagnes	=	jacampagne
jacana	noun	Jacana spinosa een vogel uit de familie Jacanidae (Jacana's).
jacana's	noun	Jacanidae een familie van tropische watervogels.
jacanaatje	=	jacana
jacanaatjes	=	jacana
jacaranda	noun	benaming voor bomen uit het geslacht Jacaranda van oorsprong Zuid-Amerikaanse boomsoorten die uitbundig bloeien met lila bloesems
jacaranda's	=	jacaranda
jacarandaatje	=	jacaranda
jacarandaatjes	=	jacaranda
jacarinagors	noun	Volatinia jacarina een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
jacarinagorsje	=	jacarinagors
jacarinagorsjes	=	jacarinagors
jacarinagorzen	=	jacarinagors
jacht	noun	/ het achtervolgen van wilde dieren met als doel ze te doden en op te eten
jachtbak	noun	een onderdeel van het toilet waarin het water voor de spoeling wordt vast gehouden
jachtbakje	=	jachtbak
jachtbakjes	=	jachtbak
jachtbakken	=	jachtbak
jachtbommenwerper	noun	snel vliegende bommenwerper die ook geschikt is voor luchtgevechten
jachtbommenwerpers	=	jachtbommenwerper
jachtbuit	noun	datgene wat men op een jachtpartij gevangen of gedood heeft
jachtchalet	noun	tijdelijke verblijfplaats voor mensen die wilde dieren achtervolgen
jachtchalets	=	jachtchalet
jachtclub	noun	vereniging van liefhebbers van de zeilsport
jachtclubs	=	jachtclub
jachte	=	jachten
jachten	verb	zich gehaast en onder tijdsdruk gedragen
jachtend	=	jachten
jachtende	=	jachten
jachteskader	noun	eskader jachtvliegtuigen
jachteskaders	=	jachteskader
jachtgebied	noun	streek waarin gejaagd wordt
jachtgebieden	=	jachtgebied
jachtgebiedje	=	jachtgebied
jachtgebiedjes	=	jachtgebied
jachtgenot	noun	het genoegen bij het jagen (wat echte jagers vast wel zullen beleven)
jachtgeweer	noun	geweer dat voor de jacht op wild wordt gebruikt
jachtgeweertje	=	jachtgeweer
jachtgeweertjes	=	jachtgeweer
jachtgeweren	=	jachtgeweer
jachtgezelschap	noun	groep jagers en alle mensen, paarden en honden die daarbij horen
jachtgezelschappen	=	jachtgezelschap
jachtgoed	noun	een afgebakend particulier gebied met natuur en bos waar een jager het wettelijke recht heeft om te jagen
jachtgoederen	=	jachtgoed
jachtgrond	noun	gebied bestemd voor de jacht
jachtgronden	=	jachtgrond
jachthaven	noun	haven voor pleziervaartuigen
jachthavens	=	jachthaven
jachthaventje	=	jachthaven
jachthaventjes	=	jachthaven
jachthobo	noun	een primitieve hobo met een gekromde resonantiebuis, die onder meer als signaalinstrument bij de jacht is gebruikt
jachthobo's	=	jachthobo
jachthobootje	=	jachthobo
jachthobootjes	=	jachthobo
jachthond	noun	hond die speciaal gefokt wordt voor de jacht
jachthonden	=	jachthond
jachthondje	=	jachthond
jachthondjes	=	jachthond
jachthoorn	noun	een hoorn als signaalinstrument op de jacht
jachthoornen	=	jachthoorn
jachthoorns	=	jachthoorn
jachthoorntje	=	jachthoorn
jachthoorntjes	=	jachthoorn
jachthoren	=	jachthoorn
jachthuis	noun	landhuis oorspronkelijk bestemt voor jagers
jachthuisje	=	jachthuis
jachthuisjes	=	jachthuis
jachthuizen	=	jachthuis
jachthut	noun	hut gebruikt als uitkijktoren bij het jagen
jachthutje	=	jachthut
jachthutjes	=	jachthut
jachthutten	=	jachthut
jachtig	adj	snel, haastig
jachtige	=	jachtig
jachtiger	=	jachtig
jachtigere	=	jachtig
jachtigers	=	jachtig
jachtigheden	=	jachtigheid
jachtigheid	noun	het (te) haastig zijn
jachtigs	=	jachtig
jachtigst	=	jachtig
jachtigste	=	jachtig
jachtinstinct	noun	de aangeboren neiging van roofdieren om te jagen
jachtinstincten	=	jachtinstinct
jachtje	=	jacht
jachtjes	=	jacht
jachtkrabspinnen	noun	Sparassidae een familie van spinnen bestaande uit 1094 soorten in 83 geslachten
jachtliefhebber	noun	iemand die uit liefhebberij jaagt
jachtliefhebbers	=	jachtliefhebber
jachtliefhebbertje	=	jachtliefhebber
jachtliefhebhertjes	=	jachtliefhebber
jachtluipaard	noun	zeer snel, betrekkelijk groot Afrikaans katachtig roofdier, Acinonyx jubatus, gekenmerkt door een lange staart, geelachtige huid met donkere vlekken, lange poten met niet-intrekbare klauwen en een kleine kop met een eigenaardige zwarte traanstreep van ooghoek naar mondhoek
jachtluipaarden	=	jachtluipaard
jachtluipaardje	=	jachtluipaard
jachtluipaardjes	=	jachtluipaard
jachtmeester	noun	persoon die de jacht (op dieren) regelt en leidt
jachtmeesters	=	jachtmeester
jachtmeestertje	=	jachtmeester
jachtmeestertjes	=	jachtmeester
jachtmes	noun	groot mes waarmee men dieren kan doden of dat men voor andere doeleinden tijdens de jacht kan gebruiken; het kan ook als wapen gebruikt worden zonder dat er sprake is van een jacht op dieren
jachtmessen	=	jachtmes
jachtmunitie	noun	schietbenodigdheden voor de jacht
jachtongeluk	noun	ongeval tijdens het jagen op dieren
jachtongelukje	=	jachtongeluk
jachtongelukjes	=	jachtongeluk
jachtongelukken	=	jachtongeluk
jachtopzichter	noun	iemand die toezit op naleving van de jachtwet
jachtopzichters	=	jachtopzichter
jachtopziener	noun	persoon die toeziet op naleving van jachtwet
jachtopzieners	=	jachtopziener
jachtopzienertje	=	jachtopziener
jachtopzienertjes	=	jachtopziener
jachtpartij	noun	een groep mensen die gaat jagen
jachtpartijen	=	jachtpartij
jachtpartijtje	=	jachtpartij
jachtpartijtjes	=	jachtpartij
jachtpaviljoen	noun	buitenverblijf dat voor de jacht wordt gebruikt
jachtpaviljoenen	=	jachtpaviljoen
jachtpaviljoentje	=	jachtpaviljoen
jachtpaviljoentjes	=	jachtpaviljoen
jachtschotel	noun	ovenschotel in de Hollandse versie bestaande uit (rund)vlees, aardappelen, zure appels en uien
jachtschotels	=	jachtschotel
jachtschoteltje	=	jachtschotel
jachtschoteltjes	=	jachtschotel
jachtseizoen	noun	de periode waarin er gejaagd mag worden (op een bepaalde wildsoort)
jachtseizoenen	=	jachtseizoen
jachtsneeuw	noun	fijne sneeuw die gemakkelijk stuift
jachtspin	noun	spin die geen web maakt, maar op insectenjacht gaat
jachtspinnen	=	jachtspin
jachtspinnetje	=	jachtspin
jachtspinnetjes	=	jachtspin
jachtspringen	verb	het heel snel afleggen van een springparcours met een paard
jachtspringend	=	jachtspringen
jachtspringende	=	jachtspringen
jachtstoet	noun	een groep jagers en honden die op jacht gaan
jachtstoeten	=	jachtstoet
jachttaal	noun	de taal die vaak bij de jacht gebruikt wordt
jachttaaltje	=	jachttaal
jachttaaltjes	=	jachttaal
jachttalen	=	jachttaal
jachtte	=	jachten
jachtten	=	jachten
jachtterrein	noun	gebied bestemd voor de jacht
jachtterreinen	=	jachtterrein
jachttijd	noun	de tijd van het jaar dat men mag jagen
jachttijden	=	jachttijd
jachttrip	noun	uitstapje met als doel om te gaan jagen
jachttripje	=	jachttrip
jachttripjes	=	jachttrip
jachttrips	=	jachttrip
jachttrofee	noun	bewijs dat men succesvol gejaagd heeft
jachttrofees	=	jachttrofee
jachttrofeeën	=	jachttrofee
jachttuig	noun	benodigdheden voor de jacht
jachttuigen	=	jachttuig
jachttuigje	=	jachttuig
jachttuigjes	=	jachttuig
jachtveld	noun	terrein waar men kan en mag jagen
jachtvelden	=	jachtveld
jachtverbod	noun	wettelijk verbod om te jagen op wilde dieren
jachtverboden	=	jachtverbod
jachtvereniging	noun	club van jagers en natuurliefhebbers die zich inzet voor het verantwoord beheer van de natuur, wildstand en het behartigen van de belangen van de jacht
jachtverenigingen	=	jachtvereniging
jachtverenigingetje	=	jachtvereniging
jachtverenigingetjes	=	jachtvereniging
jachtvergunning	noun	wettelijke toestemming om te jagen
jachtvergunningen	=	jachtvergunning
jachtverhaal	noun	een vertelling over een jacht op mensen of dieren
jachtverhaaltje	=	jachtverhaal
jachtverhaaltjes	=	jachtverhaal
jachtverhalen	=	jachtverhaal
jachtvlieger	noun	piloot op een jachtvliegtuig of jachtbommenwerper
jachtvliegers	=	jachtvlieger
jachtvliegtuig	noun	een gevechtsvliegtuig dat als doel heeft luchtoverwicht te bereiken in een gewapend conflict.
jachtvliegtuigen	=	jachtvliegtuig
jachtvliegtuigje	=	jachtvliegtuig
jachtvliegtuigjes	=	jachtvliegtuig
jachtvogel	noun	een roofvogel (die is afgericht voor de jacht)
jachtvogels	=	jachtvogel
jachtwachter	noun	iemand die toeziet op naleving van de jachtwet
jachtwachters	=	jachtwachter
jachtwapen	noun	wapen dat men in de jacht op wilde dieren gebruikt
jachtwapenen	=	jachtwapen
jachtwapens	=	jachtwapen
jachtwet	noun	de wet die de jacht regelt, vanaf 2017 vervangen door de Wet natuurbescherming
jachtwetten	=	jachtwet
jachtworst	noun	worst gemaakt van wild
jachtworsten	=	jachtworst
jachtworstje	=	jachtworst
jachtworstjes	=	jachtworst
jack	noun	soort (sportief) jasje
jacket	noun	jasje of vest
jackets	=	jacket
jackfruit	noun	vrucht die aan de stam van Artocarpus heterophyllus groeit, tot 55 kg kan wegen en daarmee de grootste boomvrucht ter wereld is
jackfruits	=	jackfruit
jackje	=	jack
jackjes	=	jack
jackpot	noun	een grote meevaller
jackpots	=	jackpot
jackpotten	=	jackpot
jackpotting	noun	het leeg halen van een pinautomaat met behulp van kwaadaardige software
jacks	=	jack
jacob	noun	jongensnaam
jacobiaan	noun	de determinant van de matrix van alle eerste orde partiële afgeleiden van een functie
jacobianen	=	jacobiaan
jacobijnkoekoek	noun	Clamator jacobinus een vogel uit de familie van de koekoeken.
jacobijnkoekoeken	=	jacobijnkoekoek
jacobijnkoekoekje	=	jacobijnkoekoek
jacobijnkoekoekjes	=	jacobijnkoekoek
jacobinia	noun	Justicia carnea een plant uit de familie Acanthaceae.
jacobinia's	=	jacobinia
jacobje	=	jacob
jacobjes	=	jacob
jacobs	=	jacob
jacobskruiskruid	noun	Jacobaea vulgaris
jacobskruiskruiden	=	jacobskruiskruid
jacobskruiskruidje	=	jacobskruiskruid
jacobskruiskruidjes	=	jacobskruiskruid
jacobsladder	=	jakobsladder
jacobus	=	jacob
jacquard	noun	breiwerk met motieven in verschillende kleuren
jacquards	=	jacquard
jacquet	noun	kostuum voor mannen waarvan de jas weggesneden panden heeft en waarbij meestal een gestreepte broek wordt gedragen
jacquets	=	jacquet
jacquetten	=	jacquet
jacuzzi	noun	badkuip voorzien van kleine openingen waardoor luchtbelletjes of waterstralen om het lichaam te masseren naar binnen worden geperst
jacuzzi's	=	jacuzzi
jacuzzietje	=	jacuzzi
jacuzzietjes	=	jacuzzi
jad	noun	aanwijzer bij het voorlezen van de Tora
jadajim	noun	handen
jade	noun	siersteen bestaande uit jadeïet of nefriet	adj	helder groen met een blauwe of grijze tint, zoals van de gelijknamige siersteen
jaden	adj	bestaande uit jade
jadriech	noun	rouwkamer, uitvaartcentrum
jads	=	jad
jae	=	ja
jaeger	noun	grof wollen weefsel voor onderkleding
jaegertje	=	jaeger
jaegertjes	=	jaeger
jaffa	noun	sinaasappelras uit de plaats Jaffa
jaffa's	=	jaffa
jage	=	jagen
jagen	verb	bewegende wezens (m.n. wilde dieren) proberen te vangen
jagend	adj	bezig met een achtervolging van een vijand of prooi
jagende	=	jagen
jagends	=	jagend
jagendst	=	jagend
jager	noun	iemand die op jacht gaat
jager-verzamelaar	noun	iemand die leeft van voedsel dat hij in de natuur vindt of wild dat hij vangt Het woord beschrijft een vroege ontwikkelingsfase van de menselijke beschaving, voordat er akkerbouw en veeteelt was.
jager-verzamelaars	=	jager-verzamelaar
jageres	noun	een vrouw die jaagt
jageressen	=	jageres
jagerij	noun	het jagen en de wereld van de jagers
jagerijen	=	jagerij
jagers	noun	Stercorariidae een familie van zeevogels binnen de familie Stercorariidae uit de orde steltloperachtigen.
jagers-verzamelaars	=	jager-verzamelaar
jagersjas	noun	een dikke, meestal groen gekleurde en warme jas die jagers tijdens de jacht gebruiken
jagersjasje	=	jagersjas
jagersjasjes	=	jagersjas
jagersjassen	=	jagersjas
jagerslatijn	noun	opschepperij van jagers
jagerspak	noun	groene camouflagekleding van iemand die jaagt
jagerspakje	=	jagerspak
jagerspakjes	=	jagerspak
jagerspakken	=	jagerspak
jagerstas	noun	tas waarin de jager zijn geschoten wild bewaart
jagerstassen	=	jagerstas
jagersvereniging	noun	club van mensen die op jacht gaan
jagersverenigingen	=	jagersvereniging
jagersverenigingetje	=	jagersvereniging
jagersverenigingetjes	=	jagersvereniging
jagertje	=	jager
jagertjes	=	jager
jagerzeil	noun	driehoekig zeil bevestigd aan de voorstag en boven de kluiver, de jager
jagerzeilen	=	jagerzeil
jagerzeiltje	=	jagerzeil
jagerzeiltjes	=	jagerzeil
jagger	noun	een gepensioneerde die zich nog jong, vitaal en energiek voelt
jaggers	=	jagger
jaguar	noun	bepaald soort zoogdier, Panthera onca, uit de familie van de katachtigen dat voorkomt in Midden-Amerika en een groot deel van Zuid-Amerika Hij lijkt oppervlakkig sterk op de luipaard, maar is zwaarder gebouwd en heeft een forsere rozettentekening.
jaguars	=	jaguar
jaguartje	=	jaguar
jaguartjes	=	jaguar
jaguarundi	noun	bepaald soort zoogdier, Herpailurus yaguaroundi, uit de geslachtengroep Acinonychini van de katachtigen Verondersteld wordt dat dit roofdier zich uit dezelfde voorouder als de poema heeft ontwikkeld.
jaguarundi's	=	jaguarundi
jaguarundietje	=	jaguarundi
jaguarundietjes	=	jaguarundi
jaha	=	ja
jahadoet	noun	jodendom
jailbreak	noun	handeling die het mogelijk maakt om Apple apparatuur bruikbaar te maken voor programma's en apparatuur die niet door Apple zijn erkend
jailbreaken	verb	het proces waarbij softwarebeperkingen, opgelegd door de fabrikant van een apparaat of de ontwikkelaar van een applicatie, worden verwijderd
jailbreakend	=	jailbreaken
jailbreakende	=	jailbreaken
jailbreaks	=	jailbreak
jajem	noun	sterke drank, met name jenever
jajempie	=	jajem
jajempje	=	jajem
jajems	=	jajem
jajin	noun	wijn
jak	noun	kort jasje
jakamp	noun	groep stemgerechtigden dat 'ja' stemt
jakampen	=	jakamp
jakartaan	noun	een inwoner van Jakarta, of iemand afkomstig uit Jakarta
jakartaans	adj	op Jakarta betrekking hebbend
jakartaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Jakarta, of een vrouw afkomstig uit Jakarta
jakartaansen	=	jakartaanse
jakartaas	adj	op Jakarta betrekking hebbend
jakartanen	=	jakartaan
jakartase	noun	een vrouwelijke inwoner van Jakarta, of een vrouw afkomstig uit Jakarta
jakartasen	=	jakartase
jakartaër	noun	een inwoner van Jakarta, of iemand afkomstig uit Jakarta
jakartaërs	=	jakartaër
jakhals	noun	soort hondachtig roofdier, Canis aureus
jakhalsbes	noun	Diospyros mespiliformis een tweehuizige plant uit het de familie Ebenaceae, die verwant is aan de bekende kaki (Diospyros kaki).
jakhalsbesje	=	jakhalsbes
jakhalsbesjes	=	jakhalsbes
jakhalsbessen	=	jakhalsbes
jakhalsbuizerd	noun	Buteo rufofuscus een roofvogel uit de familie der havikachtigen (Accipitridae).
jakhalsbuizerdje	=	jakhalsbuizerd
jakhalsbuizerdjes	=	jakhalsbuizerd
jakhalsbuizerds	=	jakhalsbuizerd
jakhalsde	=	jakhalzen
jakhalsden	=	jakhalzen
jakhalsje	=	jakhals
jakhalsjes	=	jakhals
jakhalst	=	jakhalzen
jakhalsvos	noun	individu uit een geslacht Lycalopex van Zuid-Amerikaanse hondachtigen.
jakhalsvosje	=	jakhalsvos
jakhalsvosjes	=	jakhalsvos
jakhalsvossen	noun	Lycalopex een geslacht van Zuid-Amerikaanse hondachtigen.
jakhalze	=	jakhalzen
jakhalzen	noun	een groep van middelgrote hondachtigen uit het geslacht Canis, waartoe ook de hond, de coyote, de wolf, de rode wolf en de Ethiopische wolf behoren.
jakhalzend	=	jakhalzen
jakhalzende	=	jakhalzen
jakje	=	jak
jakjes	=	jak
jakke	=	jakken
jakken	verb	snel rijden of lopen, jakkeren
jakkend	=	jakken
jakkende	=	jakken
jakker	=	jakkeren
jakkerde	=	jakkeren
jakkerden	=	jakkeren
jakkere	=	jakkeren
jakkeren	verb	zich haastig, jachtig ergens heen voortbewegen
jakkerend	=	jakkeren
jakkerende	=	jakkeren
jakkert	=	jakkeren
jakkes	intj|informal	een uitroep die afkeuring over iets vies of ontoepasselijks uitdrukt
jakkie	intj	uitroep die afkeuring over iets vies uitdrukt
jaknik	noun	blijk van instemming door met het hoofd kort voorover te kantelen
jaknikje	=	jaknik
jaknikken	verb	overal mee instemmen, meningsloos zijn
jaknikkend	adj	bezig met het kritiekloos instemmen
jaknikkende	=	jaknikken
jaknikkends	=	jaknikkend
jaknikker	noun	iemand die de eigen mening niet uitspreekt
jaknikkers	=	jaknikker
jaknikkertje	=	jaknikker
jaknikkertjes	=	jaknikker
jakob	=	jacob
jakobakan	noun	koffie- of melkkan van verglaasd bruin aardewerk
jakobakannen	=	jakobakan
jakobakannetje	=	jakobakan
jakobakannetjes	=	jakobakan
jakobiet	noun	aanhanger van Jacobus II van Engeland of van zijn zoon Bonnie Prince Charlie
jakobieten	=	jakobiet
jakobijn	noun	revolutionair republikein in het Frankrijk van vlak na de Franse revolutie
jakobijnen	=	jakobijn
jakobijnenmuts	noun	rode muts die gedragen werd door de revolutionaire van de eerste Franse revolutie afgeleid van de frygische muts
jakobijnenmutsen	=	jakobijnenmuts
jakobijnenmutsje	=	jakobijnenmuts
jakobijnenmutsjes	=	jakobijnenmuts
jakobsbladroller	noun	een vlinder Cochylichroa atricapitana uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
jakobsbladrollers	=	jakobsbladroller
jakobsbladrollertje	=	jakobsbladroller
jakobsbladrollertjes	=	jakobsbladroller
jakobskruid	noun	een geslacht Jacobaea van plantensoorten, die tot de familie Asteraceae behoren.
jakobskruidaardvlo	noun	Longitarsus jacobaeae een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
jakobskruidaardvlooien	=	jakobskruidaardvlo
jakobskruidaardvlooitje	=	jakobskruidaardvlo
jakobskruidaardvlooitjes	=	jakobskruidaardvlo
jakobskruiden	=	jakobskruid
jakobskruidje	=	jakobskruid
jakobskruidjes	=	jakobskruid
jakobskruiskruid	noun	Jacobaea vulgaris subsp. vulgaris een wilde, in de regel tweejarige plant met gele bloempjes uit het geslacht Jacobaea (Jacobskruid).
jakobskruiskruidboorvlieg	noun	Merzomyia westermanni een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
jakobskruiskruidboorvliegen	=	jakobskruiskruidboorvlieg
jakobskruiskruidboorvliegje	=	jakobskruiskruidboorvlieg
jakobskruiskruidboorvliegjes	=	jakobskruiskruidboorvlieg
jakobskruiskruiden	=	jakobskruiskruid
jakobskruiskruidje	=	jakobskruiskruid
jakobsladder	noun	de zeer lange ladder die aartsvader Jakob in een droom zag
jakobsladders	=	jakobsladder
jakobsladdertje	=	jakobsladder
jakobsladdertjes	=	jakobsladder
jakobsmantel	noun	bepaald soort weekdier, Pecten jacobaeus uit de familie mantels (Pectinidae)
jakobsmantels	=	jakobsmantel
jakobsmanteltje	=	jakobsmantel
jakobsmanteltjes	=	jakobsmantel
jakobsschelp	noun	benaming voor bepaald soort mosselachtig schelpdier
jakobsschelpen	=	jakobsschelp
jakobsschelpje	=	jakobsschelp
jakobsschelpjes	=	jakobsschelp
jakobsvlinder	noun	een dagactieve nachtvlinder Tyria jacobaeae uit de familie van de spinneruilen (Erebidae) en de onderfamilie van de beervlinders (Arctiinae).
jakobsvlinders	=	jakobsvlinder
jakobsvlindertje	=	jakobsvlinder
jakobsvlindertjes	=	jakobsvlinder
jakobus	=	jacob
jakoetstalig	adj	de Jakoetse taal sprekend
jakoetstalige	=	jakoetstalig
jakoetstaligs	=	jakoetstalig
jaks	=	jak
jakt	=	jakken
jakte	=	jakken
jakten	=	jakken
jalap	noun	Ipomoea purga een plant uit de familie Convolvulaceae en de orde Solanales
jalapje	=	jalap
jalapjes	=	jalap
jalappe	noun	Ipomoea purga een plant uit de familie Convolvulaceae en de orde Solanales
jalappen	=	jalap
jalappetje	=	jalappe
jalappetjes	=	jalappe
jalcatapaculo	noun	Scytalopus frankeae een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
jalcatapaculo's	=	jalcatapaculo
jalcatapaculootje	=	jalcatapaculo
jalcatapaculootjes	=	jalcatapaculo
jaloers	adj	een negatief gevoel veroorzaakt doordat iemand iets heeft of kan krijgen wat je ook wilt hebben of reeds hebt
jaloersch	=	jaloers
jaloerse	=	jaloers
jaloerser	=	jaloers
jaloersere	=	jaloers
jaloersers	=	jaloers
jaloersheden	=	jaloersheid
jaloersheid	noun	een wrok die iemand koestert omdat men een ander niet gunt wat men zelf begeert
jaloersheidje	=	jaloersheid
jaloersmakend	adj	van iets dat je niet hebt maar wel graag zou willen hebben
jaloersmakende	=	jaloersmakend
jaloersmakender	=	jaloersmakend
jaloersmakendere	=	jaloersmakend
jaloersmakenders	=	jaloersmakend
jaloersmakends	=	jaloersmakend
jaloersmakendst	=	jaloersmakend
jaloersmakendste	=	jaloersmakend
jaloerst	=	jaloers
jaloerste	=	jaloers
jaloezie	noun	gevoel van leed of spijt over het goede dat een ander te beurt valt en dat men hem niet gunt
jaloezietje	=	jaloezie
jaloezietjes	=	jaloezie
jaloezieën	=	jaloezie
jalon	noun	een ronde rood-witte stok met stalen punt, gebruikt bij het landmeten.
jalons	=	jalon
jam	noun	een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg
jamaica-amazone	noun	Amazona agilis een papegaaiachtige uit het geslacht van de amazonepapegaaien (familie: papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld; Psittacidae).
jamaica-amazonen	=	jamaica-amazone
jamaica-amazones	=	jamaica-amazone
jamaica-amazonetje	=	jamaica-amazone
jamaica-amazonetjes	=	jamaica-amazone
jamaica-elenia	noun	Myiopagis cotta een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
jamaica-elenia's	=	jamaica-elenia
jamaica-eleniaatje	=	jamaica-elenia
jamaica-eleniaatjes	=	jamaica-elenia
jamaicaan	noun	een inwoner van Jamaica, of iemand afkomstig uit Jamaica
jamaicaans	adj	gerelateerd aan Jamaica
jamaicaanse	noun	een inwoonster van Jamaica, of een vrouw afkomstig uit Jamaica
jamaicaansen	=	jamaicaanse
jamaicaanser	=	jamaicaans
jamaicaansere	=	jamaicaans
jamaicaansers	=	jamaicaans
jamaicaanst	=	jamaicaans
jamaicaanste	=	jamaicaans
jamaicaantje	=	jamaicaan
jamaicaantjes	=	jamaicaan
jamaicaduif	noun	Patagioenas caribaea een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
jamaicaduifje	=	jamaicaduif
jamaicaduifjes	=	jamaicaduif
jamaicaduiven	=	jamaicaduif
jamaicagrondvink	noun	Loxipasser anoxanthus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
jamaicagrondvinken	=	jamaicagrondvink
jamaicagrondvinkje	=	jamaicagrondvink
jamaicagrondvinkjes	=	jamaicagrondvink
jamaicanen	=	jamaicaan
jamaicapauraque	noun	Siphonorhis americana een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
jamaicapauraques	=	jamaicapauraque
jamaicapauraquetje	=	jamaicapauraque
jamaicapauraquetjes	=	jamaicapauraque
jamaicapeper	noun	boomsoort Eugenia dioica die op de Antillen voorkomt
jamaicapepers	=	jamaicapeper
jamaicapiewie	noun	Contopus pallidus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
jamaicapiewies	=	jamaicapiewie
jamaicapiewietje	=	jamaicapiewie
jamaicapiewietjes	=	jamaicapiewie
jamaicaspecht	noun	Melanerpes radiolatus een vogel uit de familie Picidae.
jamaicaspechten	=	jamaicaspecht
jamaicaspechtje	=	jamaicaspecht
jamaicaspechtjes	=	jamaicaspecht
jamaicastompstaartrat	noun	Geocapromys brownii knaagdier uit de familie van de hutia's (Capromyidae)
jamaicastompstaartratje	=	jamaicastompstaartrat
jamaicastompstaartratjes	=	jamaicastompstaartrat
jamaicastompstaartratten	=	jamaicastompstaartrat
jamaicatiran	noun	Myiarchus barbirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
jamaicatirannen	=	jamaicatiran
jamaicatirannetje	=	jamaicatiran
jamaicatirannetjes	=	jamaicatiran
jamaicavruchtenvampier	noun	Artibeus jamaicensis een vleermuis uit de familie der bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomatidae).
jamaicavruchtenvampiers	=	jamaicavruchtenvampier
jamaicavruchtenvampiertje	=	jamaicavruchtenvampier
jamaicavruchtenvampiertjes	=	jamaicavruchtenvampier
jamaicazanger	noun	Setophaga pharetra een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
jamaicazangers	=	jamaicazanger
jamaicazangertje	=	jamaicazanger
jamaicazangertjes	=	jamaicazanger
jamavond	noun	avond waarop (jazz)musici samen improviserend muziek maken
jamavonden	=	jamavond
jambalaya	noun	rijstschotel die ontstaan is in de Creoolse en Cajunse keuken in Louisiana (Verenigde Staten).
jambandustaalvink	noun	Vidua raricola een vogel uit de familie van de Viduidae.
jambandustaalvinken	=	jambandustaalvink
jambandustaalvinkje	=	jambandustaalvink
jambandustaalvinkjes	=	jambandustaalvink
jambe	noun	versvoet van een onbeklemtoonde lettergreep, gevolgd door een beklemtoonde
jamben	=	jambe
jambisch	adj	met het ritme van een jambe, een versvoet van een onbeklemtoonde lettergreep, gevolgd door een beklemtoonde
jambische	=	jambisch
jambischer	=	jambisch
jambischere	=	jambisch
jambischers	=	jambisch
jambolan	noun	Syzygium cumini een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae)
jamboree	noun	een grote bijeenkomst van scouts in de leeftijd van 14 tot 17 jaar uit landen verspreid over de gehele wereld die eens per 4 jaar wordt georganiseerd
jamborees	=	jamboree
jambujufferduif	noun	Ptilinopus jambu een kleine kleurrijke jufferduif die voorkomt op het schiereiland Malakka, Sumatra en Borneo.
jambujufferduifje	=	jambujufferduif
jambujufferduifjes	=	jambujufferduif
jambujufferduiven	=	jambujufferduif
jamcake	noun	gebak op smaak gebracht met een vruchtengelei
jamcakeje	=	jamcake
jamcakejes	=	jamcake
jamcakes	=	jamcake
jamde	=	jammen
jamden	=	jammen
jamiem	=	jom
jamme	=	jammen
jammen	verb	op een improviserende manier muziek maken
jammend	=	jammen
jammende	=	jammen
jammer	noun	muzikant die met andere muzikanten onvoorbereid en improviserend samenspeelt	intj	uitroep van teleurstelling
jammeraar	noun	iemand die gauw jammert
jammeraars	=	jammeraar
jammerde	=	jammeren
jammerden	=	jammeren
jammerder	=	jammer
jammerdere	=	jammer
jammerders	=	jammer
jammere	=	jammer
jammeren	verb	klagende, huilende geluiden maken
jammerend	=	jammeren
jammerende	=	jammeren
jammergraszanger	noun	Cisticola lais een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
jammergraszangers	=	jammergraszanger
jammergraszangertje	=	jammergraszanger
jammergraszangertjes	=	jammergraszanger
jammerhartig	adj	erbarmelijk, ellendig
jammerhartige	=	jammerhartig
jammerhartigs	=	jammerhartig
jammerklacht	noun	op een klagende toon geuit teken van pijn en verdriet
jammerklachten	=	jammerklacht
jammerkreet	noun	uitroep van iemand die (doet of hij) pijn of verdriet heeft
jammerkreetje	=	jammerkreet
jammerkreetjes	=	jammerkreet
jammerkreten	=	jammerkreet
jammerlijk	adj	beklagenswaardig, bedroevend	adv	totaal, volkomen (negatief)
jammerlijke	=	jammerlijk
jammerlijker	=	jammerlijk
jammerlijkere	=	jammerlijk
jammerlijkers	=	jammerlijk
jammerlijks	=	jammerlijk
jammerlijkst	=	jammerlijk
jammerlijkste	=	jammerlijk
jammers	=	jammer
jammerst	=	jammer
jammerste	=	jammer
jammert	=	jammeren
jammertje	=	jammer
jammertjes	=	jammer
jammetje	=	jam
jammie	intj	uitroep dat je iets lekker vindt
jampot	noun	verpakking voor jam
jampotje	=	jampot
jampotjes	=	jampot
jampotten	=	jampot
jams	=	jam
jamsessie	noun	een min of meer spontane, onvoorbereide vorm van muzikaal samenspel, meestal in het jazzgenre of aanverwante popgenres als hardrock, blues en rock
jamsessies	=	jamsessie
jamsession	noun	bijeenkomst waar men al improviserend muziek maakt
jamsessions	=	jamsession
jamt	=	jammen
jan	noun	eerste kalendermaand, januari
jan-in-de-zak	noun	gerecht uit bloem, gist en rozijnen, in een toegebonden zak of doek in heet water gekookt en met stroop geserveerd
jan-in-de-zakken	=	jan-in-de-zak
jan-van-gent	noun	bepaalde zeevogel, Morus bassanus uit de familie Sulidae, in de orde van de Pelikaanachtigen
jan-van-genten	=	jan-van-gent
jan-van-gentje	=	jan-van-gent
jan-van-gentjes	=	jan-van-gent
jan-van-gents	=	jan-van-gent
janboel	noun|informal	wanordelijke omstandigheden, een rommel
jandoedel	noun	een goedige maar erg domme man
jandoedels	=	jandoedel
jandoedeltje	=	jandoedel
jandorie	intj|vulgar	een uitroep van ergernis, bastaardvloek van godverdomme.
janet	noun	homoseksueel
janetje	=	janet
janette	=	janet
janetten	=	janet
janfrederik	noun	Sheppardia aurantiithorax Zuid-Afrikaanse naam voor een groep zangvogelsoorten uit de familie van de vliegenvangers (Muscicapidae)
janfrederiken	=	janfrederik
janfrederikje	=	janfrederik
janfrederikjes	=	janfrederik
jangat	noun	dom persoon
jangats	=	jangat
jangatten	=	jangat
janhagel	noun	rechthoekig, broos koekje, bedekt met grove suiker en eventueel amandelschaafsel
janhagels	=	janhagel
janhageltje	=	janhagel
janhen	noun	onmannelijke man, pantoffelheld
janhennen	=	janhen
jank	=	janken
jankbui	noun	een aanval van aanhoudend gejank
jankbuien	=	jankbui
jankbuitje	=	jankbui
jankbuitjes	=	jankbui
janke	=	janken
janken	verb	traanvocht uitscheiden door emotie
jankend	adj	bezig met huilen
jankende	=	janken
jankends	=	jankend
janker	noun	iemand die of dier dat jankt
jankerd	noun	iemand die gauw jankt
jankerdje	=	jankerd
jankerdjes	=	jankerd
jankerds	=	jankerd
jankerig	adj	van een persoon dat die vaak heel zielig doet zonder het echt te zijn
jankerige	=	jankerig
jankeriger	=	jankerig
jankerigere	=	jankerig
jankerigers	=	jankerig
jankerigs	=	jankerig
jankerigst	=	jankerig
jankerigste	=	jankerig
jankers	=	janker
jankertje	=	janker
jankertjes	=	janker
jankt	=	janken
jankte	=	janken
jankten	=	janken
janlul	noun	een onbelangrijke, domme man
janlullen	=	janlul
janmaat	noun	matroos
janmaatje	=	janmaat
janmaats	=	janmaat
jannen	=	jan
janoom	noun|humorous	bank van lening
janooms	=	janoom
janplezier	noun	door paarden getrokken, overkapt rijtuig voor een groot aantal personen
janplezieren	=	janplezier
janpleziers	=	janplezier
janpleziertje	=	janplezier
janpleziertjes	=	janplezier
jansalie	noun	suffe, saaie man
jansaliegeest	noun	lamlendige houding
jansalies	=	jansalie
jansenisme	noun	religieuze en politieke beweging uit de 17e en 18e eeuw waarin soberheid en predestinatie een grote rol spelen De stroming ontstond vooral in Frankrijk als reactie op bepaalde ontwikkelingen in de katholieke kerk en op het absolutisme van de vorsten uit die dagen, in navolging van de opvattingen van de Ieperse bisschop Jansenius.
jansenist	noun	navolger van de strenge opvattingen van Cornelius Jansenius, bisschop van Ieper, waarin soberheid en predestinatie een grote rol spelen
jansenisten	=	jansenist
jansenistisch	adj	met de zeer strenge godsdienstige of ethische principes van een jansenist
jansenistische	=	jansenistisch
jansenistischer	=	jansenistisch
jansenistischere	=	jansenistisch
jansenistischers	=	jansenistisch
janslootje	=	janslot
janslootjes	=	janslot
janslot	noun	late uitloper aan een boom (van na 24 juni, Sint-Jansdag)
jansloten	=	janslot
jantje	=	jan
jantje-van-leiden	noun	gemakzuchtige mooiprater
jantjes	=	jan
januari	noun	de eerste maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender
januari's	=	januari
januari-editie	noun	uitgave voor de maand januari
januari-edities	=	januari-editie
januari-editietje	=	januari-editie
januari-editietjes	=	januari-editie
januari-effect	noun	een effect dat voornamelijk in januari optreedt
januari-effecten	=	januari-effect
januari-effectje	=	januari-effect
januari-effectjes	=	januari-effect
januariactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand januari
januariacties	=	januariactie
januariactietje	=	januariactie
januariactietjes	=	januariactie
januariavond	noun	een avond in januari
januariavonden	=	januariavond
januaricijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand januari
januaricijfers	=	januaricijfer
januaricijfertje	=	januaricijfer
januaricijfertjes	=	januaricijfer
januaridag	noun	een dag in de eerste maand van het jaar
januaridagen	=	januaridag
januarimaand	noun	eerste maand van het jaar
januarimaanden	=	januarimaand
januarimiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand januari
januarimiddagen	=	januarimiddag
januarimiddagje	=	januarimiddag
januarimiddagjes	=	januarimiddag
januarimorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand januari
januarimorgens	=	januarimorgen
januarimorgentje	=	januarimorgen
januarimorgentjes	=	januarimorgen
januarinacht	noun	een van de lange nachten in de maand januari
januarinachten	=	januarinacht
januarinamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand januari
januarinamiddagen	=	januarinamiddag
januarinamiddagje	=	januarinamiddag
januarinamiddagjes	=	januarinamiddag
januarinummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 1ste maand van het jaar
januarinummers	=	januarinummer
januariochtend	noun	deel van de dag in de maand januari tussen 6.00 en 12.00 uur
januariochtenden	=	januariochtend
januariochtendje	=	januariochtend
januariochtendjes	=	januariochtend
januaritemperaturen	=	januaritemperatuur
januaritemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand januari
januaritemperatuurtje	=	januaritemperatuur
januaritemperatuurtjes	=	januaritemperatuur
januariweek	noun	week in de maand week in de maand januari
januariweekje	=	januariweek
januariweekjes	=	januariweek
januariweer	noun	het winterweer zoals dat normaal is voor januari
januariweken	=	januariweek
januariwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand januari
januariwijnen	=	januariwijn
januariwijntje	=	januariwijn
januariwijntjes	=	januariwijn
januariwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand januari
januariwinden	=	januariwind
januariwindje	=	januariwind
januariwindjes	=	januariwind
januarizon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand januari
januarizonnen	=	januarizon
januarizonnetje	=	januarizon
januarizonnetjes	=	januarizon
janus	noun	onbetrouwbaar persoon
januskop	noun	een hoofd met zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde een gezicht
januskoppen	=	januskop
janussen	=	janus
jap	noun	Japanner
japanisatie	noun	proces waarbij de Japanse cultuur andere culturen domineert of beïnvloed
japanisaties	=	japanisatie
japannees	noun	een inwoner van Japan, of iemand afkomstig uit Japan	adj	op Japan betrekking hebbend
japanner	noun	iets dat gemaakt is in Japan of door een Japanse firma
japanners	=	japanner
japannertje	=	japanner
japannertjes	=	japanner
japannese	noun	een vrouwelijke inwoner van Japan, of een vrouw afkomstig uit Japan
japannesen	=	japannese
japannezen	=	japannees
japanologisch	adj	betrekking hebbend op de japanologie
japanologische	=	japanologisch
japanologischer	=	japanologisch
japanologischere	=	japanologisch
japanologischers	=	japanologisch
japans	adj	betreffende Japan of het Japans
japansch	=	japans
japanse	noun	een vrouw afkomstig uit Japan
japansen	=	japanse
japanser	=	japans
japansere	=	japans
japansers	=	japans
japanst	=	japans
japanstalig	adj	de Japanse taal sprekend
japanstalige	=	japanstalig
japanstaligs	=	japanstalig
japanste	=	japans
jape	=	japen
japen	verb	heftig uithalen met een mes of ander scherp voorwerp
japend	=	japen
japende	=	japen
japon	noun	lang kledingstuk voor vrouwen
japonnen	=	japon
japonnetje	=	japon
japonnetjes	=	japon
jappen	=	jap
jappenkamp	noun	Japans concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog
jappenkampen	=	jappenkamp
jappenkampje	=	jappenkamp
japper	=	japperen
japperde	=	japperen
japperden	=	japperen
jappere	=	japperen
japperen	verb	door gerichte inspanning snel verplaatsen
japperend	=	japperen
jappert	=	japperen
japs	=	jap
jaren	=	jaar
jarendertigwoning	noun	type huis uit het interbellum (ongeveer 1920-1945) dat bekendstaat om zijn degelijke kwaliteit en warme, karakteristieke uitstraling.
jarendertigwoningen	=	jarendertigwoning
jarendertigwoninkje	=	jarendertigwoning
jarendertigwoninkjes	=	jarendertigwoning
jareneis	noun	voorwaarde die betrekking heeft op een aantal jaren
jarenlang	adj	jaren durend	adv	gedurende een lange tijd, over meerdere jaren
jarenlange	=	jarenlang
jarenlangs	=	jarenlang
jargon	noun	vaktaal, specifiek taalgebruik binnen een bepaalde groep, vaak moeilijk te volgen voor een buitenstaander
jargonnetje	=	jargon
jargons	=	jargon
jarig	adj	iemand is jarig op zijn verjaardag
jarige	noun	iemand die jarig is
jarigen	=	jarige
jariger	=	jarig
jarigere	=	jarig
jarigers	=	jarig
jarigs	=	jarig
jarigst	=	jarig
jarigste	=	jarig
jarkandhaas	noun	Lepus yarkandensis haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
jarkandhaasje	=	jarkandhaas
jarkandhaasjes	=	jarkandhaas
jarkandhazen	=	jarkandhaas
jarkandhert	noun	een ondersoort Cervus hanglu yarkandensis van Cervus hanglu in de familie van de hertachtigen (Cervidae).
jarkandherten	=	jarkandhert
jarkandhertje	=	jarkandhert
jarkandhertjes	=	jarkandhert
jarmoelke	noun	kapje, kalotje (gedragen door religieuze mannen)
jarmoelkes	=	jarmoelke
jarosiet	noun	geelbruin glanzende verbinding van kalium-ijzersulfaat (KFe³⁺₃(SO₄)₂(OH)₆)
jarosieten	=	jarosiet
jarretel	noun	aan een kledingstuk bevestigde band, om een kous mee op te houden, kousophouder
jarretelfeminisme	noun	politieke stroming waarbij vrouwen hun aantrekkelijkheid inzetten om de positie van vrouwen te verbeteren
jarretelfilosofie	noun	politieke stroming waarbij vrouwen hun aantrekkelijkheid inzetten om de positie van vrouwen te verbeteren
jarretelgordel	noun	gordel met jarretellen
jarretelgordels	=	jarretelgordel
jarretelgordeltje	=	jarretelgordel
jarretelgordeltjes	=	jarretelgordel
jarretelle	noun	aan een kledingstuk bevestigde band, om een kous mee op te houden, kousophouder
jarretellen	=	jarretel
jarretellengordel	noun	gordel met jarretellen
jarretellengordels	=	jarretellengordel
jarretellengordeltje	=	jarretellengordel
jarretellengordeltjes	=	jarretellengordel
jarretelles	=	jarretelle
jarretelletje	=	jarretelle
jarretelletjes	=	jarretelle
jarretels	=	jarretel
jas	noun	kledingstuk voor in de buitenlucht, dat over andere kledingstukken heen gedragen wordt en dat zowel de romp als de armen bedekt
jasbeschermer	noun	afscherming langs het achterwiel van een fiets ter bescherming van de kleding van de berijder
jasbeschermers	=	jasbeschermer
jasbeschermertje	=	jasbeschermer
jasbeschermertjes	=	jasbeschermer
jasiusvlinder	noun	Charaxes jasius een vlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
jasiusvlinders	=	jasiusvlinder
jasiusvlindertje	=	jasiusvlinder
jasiusvlindertjes	=	jasiusvlinder
jasje	noun	alleen verkleinwoord kledingstuk dat romp en armen bedekt, van voren met knopen wordt gesloten en over andere kledingstukken wordt gedragen
jasjes	=	jas
jasmijn	noun	benaming voor planten uit het geslacht Jasminum uit de olijffamilie (Oleaceae), zowel gebruikt voor het struikgewas als de bloemen
jasmijnen	=	jasmijn
jasmijngeur	noun	geur die verspreid wordt door de bloemen van de jasmijn
jasmijngeuren	=	jasmijngeur
jasmijnolie	noun	welriekende olie gewonnen uit de bloemen van de jasmijn Jasminum sambac
jasmijnolies	=	jasmijnolie
jasmijnoliën	=	jasmijnolie
jasmijnrijst	noun	naar jasmijn geurende Thaise langkorrelrijst die is gearomatiseerd met het blad van de pandanpalm
jasmijnthee	noun	aftreksel van de bloemenbladeren van de jasmijn vermengd met groene of witte thee, als drank genuttigd
jasmijnthees	=	jasmijnthee
jasmijntheeën	=	jasmijnthee
jasmijntje	=	jasmijn
jasmijntjes	=	jasmijn
jasmine	=	jasmijn
jaspand	noun	onderste en achterste deel van een jasje zoals dat hoort bij een pak of rokkostuum
jaspanden	=	jaspand
jaspandje	=	jaspand
jaspandjes	=	jaspand
jaspis	noun	voorwerp door bewerking uit het gelijknamige mineraal gemaakt
jaspissen	=	jaspis
jasschort	noun|obsolete	lang schort dat aan de voorkant geopend kan worden als een jas
jasschorten	=	jasschort
jasschortje	=	jasschort
jasschortjes	=	jasschort
jasse	=	jas
jassen	=	jas
jassend	=	jas
jassende	=	jas
jasses	intj	kreet van afgrijzen
jast	=	jas
jaste	=	jas
jasten	=	jas
jaszak	noun	Een zak in een jas waarin je dingen kunt opbergen of waarin je je handen kunt stoppen om ze warm te houden.
jaszakje	=	jaszak
jaszakjes	=	jaszak
jaszakken	=	jaszak
jat	noun	hand
jatagan	noun	korte sabel van Ottomaanse herkomst
jatagans	=	jatagan
jatje	=	jat
jatjes	=	jat
jatmoos	noun	handgeld
jatmoosje	=	jatmoos
jatmozen	=	jatmoos
jatropha	noun	een geslacht Jatropha uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
jatropha's	=	jatropha
jatrophaolie	noun	een plantaardige olie die gemaakt wordt uit de zaden van de purgeernoot (Jatropha curcas), een struikvormige plant die in subtropische gebieden groeit.
jatschore	noun	gestolen goed
jatten	=	jat
jatter	noun	iemand die steelt
jatters	=	jatter
jatwerk	noun	idee of intellectueel eigendom wat is overgenomen van een andere persoon of uit een ander werk
jatwerken	=	jatwerk
java-aap	noun	Macaca fascicularis een aap van het geslacht makaken (Macaca), die van nature voorkomt in Zuidoost-Azië
java-aapje	=	java-aap
java-aapjes	=	java-aap
java-apen	=	java-aap
java-appel	noun	Syzygium samarangense een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae)
java-appelen	=	java-appel
java-appels	=	java-appel
java-appeltje	=	java-appel
java-appeltjes	=	java-appel
javaan	noun	een inwoner van Java, of iemand afkomstig uit Java
javaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Java
javaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Java, of een vrouw afkomstig uit Java
javaansen	=	javaanse
javaanser	=	javaans
javaansere	=	javaans
javaansers	=	javaans
javaanst	=	javaans
javaanstalig	adj	de Javaanse taal sprekend
javaanstalige	=	javaanstalig
javaanstaligs	=	javaanstalig
javaanste	=	javaans
javamens	noun	prehistorische mensensoort, Homo erectus erectus, waarvan Eugene Dubois op Java resten gevonden heeft die jij oorspronkelijk Pithecanthropus erectus noemde
javamensen	=	javamens
javamos	noun	Vesicularia dubyana een mossoort die in zoet water in Azië groeit.
javamosje	=	javamos
javamosjes	=	javamos
javamossen	=	javamos
javanen	=	javaan
javanisme	noun	Javaanse religieuze traditie, bestaand uit een samensmelting van animistische, boeddhistische en islamitische, vooral soefi geloven en praktijken
javel	noun	waterige natriumhypochloriet oplossing die men in het huishouden gebruikt om iets schoon te maken
jawel	adv	ja, antwoordend op een ontkennende vraag
jawoord	noun	het bevestigende antwoord op een huwelijksaanzoek
jawoorden	=	jawoord
jawoordje	=	jawoord
jawoordjes	=	jawoord
jazegger	noun	iemand die een bepaalde vraag met ja heeft beantwoord
jazeggers	=	jazegger
jazeker	intj	een bevestiging die alle onzekerheid ontkent
jazz	noun	muziekstijl die rond 1900 ontstaan is bij de zwarte bevolking in Amerika, vooral gekenmerkt door syncope en vermenging van ritme en door improvisatie
jazz-zanger	=	jazzzanger
jazz-zangeres	=	jazzzangeres
jazzballet	noun	een vrije manier van dansen die qua structuur lijkt op klassiek ballet maar is gebaseerd op populaire muziek zoals jazz, rock en hiphop
jazzballetten	=	jazzballet
jazzband	noun	muziekgezelschap dat jazz speelt, bestaande uit een ritmesectie en een melodiesectie
jazzbandje	=	jazzband
jazzbandjes	=	jazzband
jazzbands	=	jazzband
jazzcafeetje	=	jazzcafé
jazzcafeetjes	=	jazzcafé
jazzcafé	noun	een uitgaangsgelegenheid waar men (live) jazzmuziek kan beluisteren
jazzcafés	=	jazzcafé
jazzclub	noun	uitgaangsgelegenheid waar jazzmuziek wordt gespeeld
jazzclubje	=	jazzclub
jazzclubjes	=	jazzclub
jazzclubs	=	jazzclub
jazzconcert	noun	een uitvoering van jazzmuziek
jazzconcerten	=	jazzconcert
jazzconcertje	=	jazzconcert
jazzconcertjes	=	jazzconcert
jazzdance	noun	vrije manier van dansen die lijkt op klassiek ballet maar is gebaseerd op populaire muziek zoals jazz, rock en hiphop
jazzdans	noun	een vrije manier van dansen die qua structuur lijkt op klassiek ballet maar is gebaseerd op populaire muziek zoals jazz, rock en hiphop.
jazzdansen	=	jazzdans
jazzdansje	=	jazzdans
jazzdansjes	=	jazzdans
jazzfestival	noun	feestelijke muzikale bijeenkomst waar men jazzmuziek speelt
jazzfestivalletje	=	jazzfestival
jazzfestivalletjes	=	jazzfestival
jazzfestivals	=	jazzfestival
jazzgitaar	noun	speciale elektrische gitaar die men gebruikt voor het spelen van jazzmuziek
jazzgitaren	=	jazzgitaar
jazzgroep	noun	groep muzikanten die samen jazzmuziek spelen
jazzgroepen	=	jazzgroep
jazzgroepje	=	jazzgroep
jazzgroepjes	=	jazzgroep
jazzlegende	noun	beroemde, overleden jazzmuzikant waarover veel wordt gesproken
jazzlegenden	=	jazzlegende
jazzlegendes	=	jazzlegende
jazzmusici	=	jazzmusicus
jazzmusicus	noun	persoon die jazz muziek maakt
jazzmuziek	noun	oorspronkelijk Afro-Amerikaanse, ritmische, en geïmproviseerde muziek ontstaan in New Orleans
jazzmuziekje	=	jazzmuziek
jazzmuziekjes	=	jazzmuziek
jazzmuzikant	noun	iemand die op instrumenten jazzmuziek speelt of jazzmuziek componeert
jazzmuzikanten	=	jazzmuzikant
jazzmuzikantje	=	jazzmuzikant
jazzmuzikantjes	=	jazzmuzikant
jazzorkest	noun	muziekgezelschap dat jazz speelt, bestaande uit een ritmesectie en een melodiesectie
jazzorkesten	=	jazzorkest
jazzorkestje	=	jazzorkest
jazzorkestjes	=	jazzorkest
jazzpianist	noun	iemand die jazzmuziek speelt op een piano
jazzpianisten	=	jazzpianist
jazzplaat	noun	muziekdrager met jazzmuziek
jazzplaatje	=	jazzplaat
jazzplaatjes	=	jazzplaat
jazzplaten	=	jazzplaat
jazzrap	noun	een hiphopsubgenre dat hiphop mengt met jazzinvloeden.
jazzrapje	=	jazzrap
jazzrapjes	=	jazzrap
jazzraps	=	jazzrap
jazztrio	noun	groep van drie muzikanten die jazzmuziek spelen
jazztrio's	=	jazztrio
jazzverleden	noun	vroeger betrokken geweest met jazz
jazzwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij jazzmuziek
jazzwerelden	=	jazzwereld
jazzwereldje	=	jazzwereld
jazzwereldjes	=	jazzwereld
jazzy	adj	op een manier die hoort bij jazz
jazzy's	=	jazzy
jazzyer	=	jazzy
jazzyere	=	jazzy
jazzyers	=	jazzy
jazzyest	=	jazzy
jazzyeste	=	jazzy
jazzyst	=	jazzy
jazzyste	=	jazzy
jazzzanger	noun	zanger die veel jazz zingt
jazzzangeres	noun	een vrouwelijke persoon die zich op het zingen van jazz toelegt
jazzzangeresje	=	jazzzangeres
jazzzangeresjes	=	jazzzangeres
jazzzangeressen	=	jazzzangeres
jazzzangerestje	=	jazzzangeres
jazzzangers	=	jazzzanger
jazzzangertje	=	jazzzanger
jazzzangertjes	=	jazzzanger
je	pron	onbenadrukte vorm van jij.
je-m'en-foutisme	noun	houding waarbij men zich niets aantrekt van de opvattingen van anderen
je-weet-wel-kater	noun	gecastreerde kater
je-weet-wel-katers	=	je-weet-wel-kater
je-weet-wel-katertje	=	je-weet-wel-kater
je-weet-wel-katertjes	=	je-weet-wel-kater
je-weet-welkater	noun	gecastreerde kater
je-weet-welkaters	=	je-weet-welkater
je-weet-welkatertje	=	je-weet-welkater
je-weet-welkatertjes	=	je-weet-welkater
jean	=	jeans
jeanet	noun	mannelijke homoseksueel
jeanette	noun	man die zich gedraagt als een vrouw
jeanetten	=	jeanet
jeannetje	=	jeannette
jeannette	noun	homofiele man
jeannetten	=	jeannette
jeans	noun	bijzonder sterke, gekeperde katoenen stof, spijkerstof
jeansbroek	noun	een stevige broek gemaakt van spijkerstof
jeansbroeken	=	jeansbroek
jeansbroekje	=	jeansbroek
jeansbroekjes	=	jeansbroek
jeansje	=	jeans
jeanskoper	noun	persoon die spijkerbroeken koopt
jeanskopers	=	jeanskoper
jeansmarkt	noun	vraag en aanbod naar spijkerbroeken
jeansmarkten	=	jeansmarkt
jeansmerk	noun	modemerk dat spijkerbroeken verkoopt
jeansmerken	=	jeansmerk
jeansvest	noun	jasje gemaakt van spijkerstof, deel van een spijkerpak
jeansvesten	=	jeansvest
jeansvestje	=	jeansvest
jeansvestjes	=	jeansvest
jebusiet	noun	lid van een oorspronkelijke bevolkingsgroep van Kanaän-2, in en bij de plaats Jebus, die later Jeruzalem-1 heet (41×: Gen. 10:16 +, Ex. 3:8 +, Num. 13:29, Deut. 7:1 +, Joz. 3:10 +, Recht. 1:21 +, 2 Sam. 5:6 +, 1 Kon. 9:20, Zach. 9:7, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 1 Kron. 1:14 +, 2 Kron. 3:1 +)
jebusieten	=	jebusiet
jee	intj	uitroep die (lichte) ontsteltenis uitdrukt, vaak voorafgegaan door oh tw
jeej	intj	uitroep van verraste of uitbundige vreugde over iets
jeen	noun	wijn van
jeep	noun	terreinwagen, een voertuig dat speciaal geschikt is om door ruig terrein te rijden
jeepje	=	jeep
jeepjes	=	jeep
jeeps	=	jeep
jeepsafari	noun	tocht door de wildernis met een kleine open legerwagen
jeepsafari's	=	jeepsafari
jees	=	jee
jeetje	intj	uitdrukking van milde ontsteltenis en verbazing
jeetjemina	intj	uitroep van verbazing of ergernis
jegens	prep	ten aanzien van, tegenover, naar ... toe (figuurlijk, niet in de betekenis "door een ruimte"); vooral gebruikt bij personen	adv|obsolete	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord tegenover
jegging	noun	legging van spijkerbroek
jeggings	=	jegging
jegginkje	=	jegging
jegginkjes	=	jegging
jehoede	noun	jood
jehoedeeër	noun	lid van de stam Juda-2, inwoner van het gebied van Juda-3, ook Jood in het algemeen (89×: 2 Kon. 16:6 +, Jer. 32:12 +, Zach. 8:23, Dan. 3:8 +, Est. 2:5 +, Ezra 4:12 +, Neh. 1:2 +)
jehoedeeërs	=	jehoedeeër
jehoedem	=	jehoede
jehoedes	=	jehoede
jehoedese	noun	vrouwelijk lid van de stam Juda-2 (1 Kron. 4:18)
jehoedi	noun	jood
jehoediem	=	jehoedi
jehova	noun	Jehova's getuige
jehova's	=	jehova
jeile	noun	drukte
jeiling	noun	drukte
jein	noun	een ondersteunende pakking
jeinde	=	jeinen
jeinden	=	jeinen
jeine	=	jeinen
jeinen	verb	een pakking dichten
jeinend	=	jeinen
jeinende	=	jeinen
jeint	=	jeinen
jejunum	noun	deel van dunne darm
jekke	noun	naam voor Duitse joden (ook spotnaam)
jekker	noun	korte overjas van zware stof
jekkers	=	jekker
jekkertje	=	jekker
jekkertjes	=	jekker
jekkes	=	jekke
jekkisj	adj	precies, netjes
jekkisje	=	jekkisj
jeladiem	=	jeled
jeled	noun	kind
jelie	pron	nominatief (onderwerp) met werkwoordsvorm op -t
jelodem	=	jeled
jelui	pron	nominatief (onderwerp) met werkwoordsvorm op -t
jemee	noun	dagen van
jemenastrild	noun	Estrilda rufibarba een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
jemenastrilden	=	jemenastrild
jemenastrildje	=	jemenastrild
jemenastrildjes	=	jemenastrild
jemeniet	noun	een inwoner van Jemen, of iemand afkomstig uit Jemen
jemenieten	=	jemeniet
jemenitisch	adj	op Jemen of de Jemenieten betrekking hebbend
jemenitische	noun	een vrouwelijke inwoner van Jemen, of een vrouw afkomstig uit Jemen
jemenitischen	=	jemenitische
jemenitischer	=	jemenitisch
jemenitischere	=	jemenitisch
jemenitischers	=	jemenitisch
jemenkameleon	noun	Chamaeleo calyptratus een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
jemenkameleonnetje	=	jemenkameleon
jemenkameleonnetjes	=	jemenkameleon
jemenkameleons	=	jemenkameleon
jemenlijster	noun	Turdus menachensis een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
jemenlijsters	=	jemenlijster
jemenlijstertje	=	jemenlijster
jemenlijstertjes	=	jemenlijster
jemig	intj	een uitdrukking van milde ontstelling en verbazing
jeminee	intj|vulgar	uitroep van verbazing of bezorgdheid
jen	=	jennen
jenaplanscholen	=	jenaplanschool
jenaplanschool	noun	school gebaseerd op de ideeën van Peter Petersen
jenaplanschooltje	=	jenaplanschool
jenaplanschooltjes	=	jenaplanschool
jendayaparkiet	noun	Aratinga jandaya een vogel uit de familie van de Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld) afkomstig uit Zuid-Amerika met name Brazilië
jendayaparkieten	=	jendayaparkiet
jendayaparkietje	=	jendayaparkiet
jendayaparkietjes	=	jendayaparkiet
jende	=	jennen
jenden	=	jennen
jenever	noun	gedestilleerde alcoholische drank vervaardigd op basis van graan (mout)
jeneverbes	noun	Juniperus communis een conifeer die ook in de Benelux voorkomt
jeneverbesbekertje	noun	Pithya cupressina een schimmel behorend tot de familie Sarcoscyphaceae.
jeneverbesbekertjes	=	jeneverbesbekertje
jeneverbesdwergbladroller	noun	Pammene juniperana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
jeneverbesdwergbladrollers	=	jeneverbesdwergbladroller
jeneverbesdwergbladrollertje	=	jeneverbesdwergbladroller
jeneverbesdwergbladrollertjes	=	jeneverbesdwergbladroller
jeneverbesdwergspanner	noun	Eupithecia pusillata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
jeneverbesdwergspanners	=	jeneverbesdwergspanner
jeneverbesdwergspannertje	=	jeneverbesdwergspanner
jeneverbesdwergspannertjes	=	jeneverbesdwergspanner
jeneverbeshaakpalpmot	noun	Gelechia sabinellus een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
jeneverbeshaakpalpmotje	=	jeneverbeshaakpalpmot
jeneverbeshaakpalpmotjes	=	jeneverbeshaakpalpmot
jeneverbeshaakpalpmotten	=	jeneverbeshaakpalpmot
jeneverbesje	=	jeneverbes
jeneverbesjes	=	jeneverbes
jeneverbeskielwants	noun	Cyphostethus tristriatus een wants uit de familie kielwantsen (Acanthosomatidae).
jeneverbeskielwantsen	=	jeneverbeskielwants
jeneverbeskielwantsje	=	jeneverbeskielwants
jeneverbeskielwantsjes	=	jeneverbeskielwants
jeneverbesmot	noun	Dichomeris marginella een vlinder uit de familie van de tastermotten (Gelechiidae).
jeneverbesmotje	=	jeneverbesmot
jeneverbesmotjes	=	jeneverbesmot
jeneverbesmotten	=	jeneverbesmot
jeneverbespalpmot	noun	palpmot die op de jenever is gespecialiseerd
jeneverbespalpmotje	=	jeneverbespalpmot
jeneverbespalpmotjes	=	jeneverbespalpmot
jeneverbespalpmotten	=	jeneverbespalpmot
jeneverbesrandwants	noun	Gonocerus juniperi een wants uit de familie randwantsen (Coreidae)
jeneverbesrandwantsen	=	jeneverbesrandwants
jeneverbesrandwantsje	=	jeneverbesrandwants
jeneverbesrandwantsjes	=	jeneverbesrandwants
jeneverbesschildwants	noun	Chlorochroa juniperina een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
jeneverbesschildwantsen	=	jeneverbesschildwants
jeneverbesschildwantsje	=	jeneverbesschildwants
jeneverbesschildwantsjes	=	jeneverbesschildwants
jeneverbessen	=	jeneverbes
jeneverbesspanner	noun	Thera juniperata een nachtvlinder uit de familie van de Geometridae, de spanners.
jeneverbesspanners	=	jeneverbesspanner
jeneverbesspannertje	=	jeneverbesspanner
jeneverbesspannertjes	=	jeneverbesspanner
jeneverbesstruik	noun	bepaald soort struik, Juniperus communis, waaraan jeneverbessen groeien
jeneverbesstruiken	=	jeneverbesstruik
jeneverbesstruikje	=	jeneverbesstruik
jeneverbesstruikjes	=	jeneverbesstruik
jeneverbesstruweel	noun	Juniperus communis groep jeneverbesstruiken; struikgewas van jeneverbesstruiken
jeneverbesstruwelen	=	jeneverbesstruweel
jeneverbladwesp	noun	Monoctenus juniperi een vliesvleugelig insect uit de familie van de dennenbladwespen (Diprionidae).
jeneverbladwespen	=	jeneverbladwesp
jeneverbladwespje	=	jeneverbladwesp
jeneverbladwespjes	=	jeneverbladwesp
jeneverfles	noun	fles met jenever; fles waarin jenever gedaan kan worden
jeneverflesch	=	jeneverfles
jeneverflesje	=	jeneverfles
jeneverflesjes	=	jeneverfles
jeneverflessen	=	jeneverfles
jeneverglaasje	=	jeneverglas
jeneverglaasjes	=	jeneverglas
jeneverglas	noun	glaasje met een inhoud van ongeveer 50 ml waaruit men een borrel kan drinken
jeneverglazen	=	jeneverglas
jeneverkruik	noun	stenen fles voor het bewaren van jenever
jeneverkruiken	=	jeneverkruik
jeneverkruikje	=	jeneverkruik
jeneverkruikjes	=	jeneverkruik
jeneverlucht	noun	de geur of stank van sterke drank
jeneverluchtje	=	jeneverlucht
jeneverluchtjes	=	jeneverlucht
jenevermoed	noun	moed die iemand krijgt door het drinken van alcoholische drank
jenevers	=	jenever
jeneverstokerij	noun	een stokerij waar jenever gestookt wordt.
jeneverstokerijen	=	jeneverstokerij
jeneverstokerijtje	=	jeneverstokerij
jeneverstokerijtjes	=	jeneverstokerij
jeneverstruik	noun	Juniperus communis conifeer waaraan jeneverbessen groeien
jeneverstruiken	=	jeneverstruik
jeneverstruikje	=	jeneverstruik
jeneverstruikjes	=	jeneverstruik
jenevertje	=	jenever
jenevertjes	=	jenever
jengel	=	jengelen
jengelde	=	jengelen
jengelden	=	jengelen
jengele	=	jengelen
jengelen	verb	zeuren, zaniken, jammeren, tot last zijn
jengelend	=	jengelen
jengelende	=	jengelen
jengelt	=	jengelen
jengelzone	noun	de zone vlak voor de kassa in een supermarkt of andere winkel waar de klant verleid wordt om impulsaankopen te doen
jengelzones	=	jengelzone
jenne	=	jennen
jennen	verb	pesten, uitdagen
jennend	=	jennen
jennende	=	jennen
jenner	noun	persoon die een ander plaagt en sart
jenners	=	jenner
jenoffel	noun	bepaald soort sierplant, Dianthus caryophyllus
jenoffels	=	jenoffel
jent	=	jennen
jente	noun	ordinaire vrouw, kletstante
jentes	=	jente
jentinkduiker	noun	Cephalophus jentinki een evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
jentinkduikers	=	jentinkduiker
jentinkduikertje	=	jentinkduiker
jentinkduikertjes	=	jentinkduiker
jerboa	noun	zoogdier uit de familie Dipodidae van knaagdieren uit de onderorde Myomorpha
jerboa's	noun	Dipodidae een familie van knaagdieren uit de onderorde Myomorpha
jerboaatje	=	jerboa
jerboaatjes	=	jerboa
jeremiade	noun	jammerklacht
jeremiaden	=	jeremiade
jeremiades	=	jeremiade
jeremiadetje	=	jeremiade
jeremieer	=	jeremiëren
jeremieerde	=	jeremiëren
jeremieerden	=	jeremiëren
jeremieert	=	jeremiëren
jeremiëre	=	jeremiëren
jeremiëren	verb	luidkeels klagen, jammerklachten aanheffen
jeremiërend	=	jeremiëren
jeremiërende	=	jeremiëren
jerrycan	noun	een tank voor vloeistoffen, oorspronkelijk gemaakt van plaatstaal en bedoeld voor brandstof
jerrycannetje	=	jerrycan
jerrycannetjes	=	jerrycan
jerrycans	=	jerrycan
jersey	noun	machinaal gebreide kledingstof van wol of katoen
jerseys	=	jersey
jerseytje	=	jersey
jerseytjes	=	jersey
jeruzalemmer	noun	een inwoner van Jeruzalem, of iemand afkomstig uit Jeruzalem
jeruzalemmers	=	jeruzalemmer
jeruzalems	adj	op Jeruzalem betrekking hebbend
jeruzalemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Jeruzalem, of een vrouw afkomstig uit Jeruzalem
jeruzalemsen	=	jeruzalemse
jesjieve	noun	Talmoedschool
jesjieveboocher	noun	student aan een Talmoedschool
jesjieveboochers	=	jesjieveboocher
jesjieves	=	jesjieve
jesjiva	noun	Talmoedschool
jesjiva's	=	jesjiva
jesjivot	=	jesjiva
jesjkouch	intj	moge het u goed gaan!, dank u wel!
jesuiet	=	jezuïet
jesuijt	=	jezuïet
jesuit	=	jezuïet
jet	noun	een straalvliegtuig
jetera	adj	extra
jetje	=	jet
jetjes	=	jet
jetlag	noun	situatie waarin iemand zich niet lekker voelt door verstoring van o.a. het slaap waakritme, meestal als gevolg van een snelle verre vliegreis naar een andere tijdzone.
jetlags	=	jetlag
jetmotor	noun	straalturbine van een vliegtuig
jetmotoren	=	jetmotor
jetmotors	=	jetmotor
jetmotortje	=	jetmotor
jetmotortjes	=	jetmotor
jeton	noun	een van de muntjes of andere kleine voorwerpen die worden gebruikt als eenheid van waarde waarom gespeeld wordt, of als bewijst dat men ergens recht op heeft
jetons	=	jeton
jets	=	jet
jetser	noun|informal	iets bijzonder groots of opvallends
jetsers	=	jetser
jetsertje	=	jetser
jetset	noun	journalistieke term die vooral in de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw werd gebruikt om een internationale groep rijke mensen, die overal ter wereld (vaak in exclusieve oorden) deel namen aan feesten en andere mondaine activiteiten, te omschrijven
jetsets	=	jetset
jetsiat	noun	uittocht
jetski	noun	een soort scooter voor op het water, die aangedreven wordt door een waterjetmotor
jetski's	=	jetski
jetskiede	=	jetskiën
jetskieden	=	jetskiën
jetskiester	=	jetskiër
jetskiet	=	jetskiën
jetskietje	=	jetski
jetskietjes	=	jetski
jetskië	=	jetskiën
jetskiën	verb	zich over het water voortbewegen met een soort waterscooter
jetskiënd	=	jetskiën
jetskiënde	=	jetskiën
jetskiër	noun	iemand die aan jetskiën doet
jetskiërs	=	jetskiër
jetskiërtje	=	jetskiër
jetstream	noun	een zeer sterke wind die in de regel op 9 à 10 kilometer hoogte waait
jetstreams	=	jetstream
jeu	noun	wat zwier, kleurigheid aan een zaak verleent
jeu-de-boul	=	jeu-de-boulen
jeu-de-boulde	=	jeu-de-boulen
jeu-de-boulden	=	jeu-de-boulen
jeu-de-boule	=	jeu-de-boulen
jeu-de-boulen	verb	het spel jeu de boules spelen
jeu-de-boulend	=	jeu-de-boulen
jeu-de-boulende	=	jeu-de-boulen
jeu-de-boult	=	jeu-de-boulen
jeugd	noun	de tijd van iemands leven dat iemand nog jong is
jeugdafdeling	noun	Dat deel van een vereniging of club waar alleen jongeren lid van kunnen zijn.
jeugdafdelingen	=	jeugdafdeling
jeugdafdelinkje	=	jeugdafdeling
jeugdafdelinkjes	=	jeugdafdeling
jeugdambassadeur	noun	een jonge vertegenwoordiger, tussenpersoon en/of bewaker van of voor het doel waarvoor hij of zij werkt
jeugdambassadeuren	=	jeugdambassadeur
jeugdambassadeurs	=	jeugdambassadeur
jeugdambassadeurtje	=	jeugdambassadeur
jeugdambassadeurtjes	=	jeugdambassadeur
jeugdarts	noun	een arts met brede sociaal-geneeskundige kennis en vaardigheden op het gebied van het opgroeiend kind
jeugdartsen	=	jeugdarts
jeugdavonturen	=	jeugdavontuur
jeugdavontuur	noun	een spannende gebeurtenis die plaatsvond toen iemand nog jong was
jeugdavontuurtje	=	jeugdavontuur
jeugdavontuurtjes	=	jeugdavontuur
jeugdbeleid	noun	beleid gevoerd t.a.v. de jeugd
jeugdbende	noun	groep criminele jongeren
jeugdbenden	=	jeugdbende
jeugdbendes	=	jeugdbende
jeugdbendetje	=	jeugdbende
jeugdbendetjes	=	jeugdbende
jeugdbescherming	noun	organisatie die kinderen opvangt die in een gevaarlijke situatie opgroeien
jeugdbeschermingen	=	jeugdbescherming
jeugdbeweging	noun	een organisatie waar kinderen een dag in de week naar toe gaan (dikwijls zaterdag of zondag) en onder begeleiding van vrijwilligers beziggehouden worden met allerlei activiteiten
jeugdbewegingen	=	jeugdbeweging
jeugdbeweginkje	=	jeugdbeweging
jeugdbeweginkjes	=	jeugdbeweging
jeugdbijeenkomst	noun	ontmoeting die wordt georganiseerd voor deelnemers in eenleeftijdscategorie die hoofdzakelijk tussen 10 en 25 jaar ligt
jeugdbijeenkomsten	=	jeugdbijeenkomst
jeugdboek	noun	boek voor de jeugd
jeugdboeken	=	jeugdboek
jeugdboekje	=	jeugdboek
jeugdboekjes	=	jeugdboek
jeugdcellenhuis	noun	gevangenis voor kinderen die onder voorarrest staan (m.n. in Suriname)
jeugdcellenhuizen	=	jeugdcellenhuis
jeugdcentra	=	jeugdcentrum
jeugdcentrisme	noun	het verzet van jongeren tegen hun ouders en het zich vastklampen aan leeftijdsgenoten
jeugdcentrum	noun	sociaal cultureel centrum voor jongeren
jeugdcentrums	=	jeugdcentrum
jeugdclub	noun	club voor de jeugd
jeugdclubje	=	jeugdclub
jeugdclubjes	=	jeugdclub
jeugdclubs	=	jeugdclub
jeugdconferentie	noun	bijeenkomst om een of meer onderwerpen te bespreken, georganiseerd voor vertegenwoordigers van en uit een leeftijdscategorie die hoofdzakelijk tussen 10 en 25 jaar ligt
jeugdconferenties	=	jeugdconferentie
jeugdcriminaliteit	noun	misdadigheid van jongeren tot 24 jaar
jeugdculturen	=	jeugdcultuur
jeugdcultuur	noun	een subcultuur van jongeren die zich onderscheidt van de dominante cultuur door specifieke stijlen, gedragingen, en interesses, zoals muziek, kleding en taalgebruik
jeugdcultuurtje	=	jeugdcultuur
jeugdcultuurtjes	=	jeugdcultuur
jeugddebat	noun	discussie met jongeren over het te voeren beleid
jeugddebatten	=	jeugddebat
jeugddetentie	noun	vrijheidsstraf voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar
jeugddetenties	=	jeugddetentie
jeugddromen	=	jeugddroom
jeugddroom	noun	iets waar men tijdens zijn jeugd naar verlangde; ideaal van een jongere
jeugddroompje	=	jeugddroom
jeugddroompjes	=	jeugddroom
jeugdelftal	noun	voetbalteam met jeugdige spelers
jeugdelftallen	=	jeugdelftal
jeugdelftalletje	=	jeugdelftal
jeugdelftalletjes	=	jeugdelftal
jeugdervaring	noun	zaken die je door ondervinding hebt geleeerd in tijd dat je jong was
jeugdervaringen	=	jeugdervaring
jeugdervarinkje	=	jeugdervaring
jeugdervarinkjes	=	jeugdervaring
jeugdevenement	noun	belangrijke gebeurtenis georganiseerd voor bezoekers in een doelgroep in een leeftijdscategorie die hoofdzakelijk tussen 5 en 25 jaar ligt
jeugdevenementen	=	jeugdevenement
jeugdfilm	noun	film voor de jeugd
jeugdfilmpje	=	jeugdfilm
jeugdfilmpjes	=	jeugdfilm
jeugdfilms	=	jeugdfilm
jeugdfoto	noun	een foto van iemand toen die persoon nog jong was
jeugdfoto's	=	jeugdfoto
jeugdfotootje	=	jeugdfoto
jeugdfotootjes	=	jeugdfoto
jeugdgenot	noun	iets waarvan je geniet als je jong bent
jeugdgevangenis	noun	gevangenis voor jeugdige misdadigers
jeugdgevangenisje	=	jeugdgevangenis
jeugdgevangenisjes	=	jeugdgevangenis
jeugdgevangenissen	=	jeugdgevangenis
jeugdgezondheidszorg	noun	preventieve geneeskunde gericht op jongeren
jeugdheldin	noun	vrouwelijk persoon die men als kind vereerde als een held
jeugdheldinnen	=	jeugdheldin
jeugdheldinnetje	=	jeugdheldin
jeugdheldinnetjes	=	jeugdheldin
jeugdhepatitis	noun	een zeer ernstige acute leverontsteking waarvan de oorzaak onbekend is
jeugdherberg	noun	herberg, vooral voor reizende jongeren, waar relatief goedkoop kan worden overnacht en gegeten
jeugdherbergen	=	jeugdherberg
jeugdherbergje	=	jeugdherberg
jeugdherbergjes	=	jeugdherberg
jeugdherinnering	noun	herinnering aan iets dat zich in iemands jeugd heeft voorgedaan
jeugdherinneringen	=	jeugdherinnering
jeugdherinneringetje	=	jeugdherinnering
jeugdhonk	noun	ontmoetingsplaats van en voor jongeren
jeugdhonken	=	jeugdhonk
jeugdhuis	noun	een vereniging van jongeren die meestal door jongeren zelf opgericht wordt
jeugdhuisje	=	jeugdhuis
jeugdhuisjes	=	jeugdhuis
jeugdhuizen	=	jeugdhuis
jeugdhulp	noun	psychosociale hulpverlening aan kinderen
jeugdhulpen	=	jeugdhulp
jeugdhulpverlening	noun	organisatie die psycho- sociale hulp aan jongeren verleent
jeugdhulpverleningen	=	jeugdhulpverlening
jeugdig	adj	jong, fris, onbevangen
jeugdige	noun	jong persoon
jeugdigen	=	jeugdige
jeugdiger	=	jeugdig
jeugdigere	=	jeugdig
jeugdigers	=	jeugdig
jeugdigheden	=	jeugdigheid
jeugdigheid	noun	iets dat de eigenschappen van de jeugd heeft
jeugdigs	=	jeugdig
jeugdigst	=	jeugdig
jeugdigste	=	jeugdig
jeugdinformatie	noun	informatie die betrekking heeft op de leefwereld van kinderen, tieners en jongeren
jeugdinrichting	noun	instituut waar jongeren verblijven die niet in een gezin kunnen of mogen verblijven
jeugdinrichtingen	=	jeugdinrichting
jeugdinternaat	noun	een instelling waar probleemjongeren verblijven
jeugdinternaatje	=	jeugdinternaat
jeugdinternaatjes	=	jeugdinternaat
jeugdinternaten	=	jeugdinternaat
jeugdinternational	noun	jonge sporter die uitkomt voor het nationale team dat wedstrijden speelt tegen buitenlandse nationale teams
jeugdinternationals	=	jeugdinternational
jeugdjaar	noun	een jaar uit iemands jeugd
jeugdjaren	noun	de tijd dat men kind is
jeugdjournaal	noun	een dagelijkse nieuwsuitzending, gericht op kinderen
jeugdjournaals	=	jeugdjournaal
jeugdjournaaltje	=	jeugdjournaal
jeugdjournaaltjes	=	jeugdjournaal
jeugdjournalen	=	jeugdjournaal
jeugdkamp	noun	kamp voor de jeugd
jeugdkampen	=	jeugdkamp
jeugdkampje	=	jeugdkamp
jeugdkampjes	=	jeugdkamp
jeugdkeeper	noun	doelverdediger in een jeugdteam
jeugdkeepers	=	jeugdkeeper
jeugdkeepertje	=	jeugdkeeper
jeugdkeepertjes	=	jeugdkeeper
jeugdkerk	noun	een kerk gericht op jongeren, vaak met een evangeliserend karakter
jeugdkerken	=	jeugdkerk
jeugdkerkje	=	jeugdkerk
jeugdkerkjes	=	jeugdkerk
jeugdkoor	noun	zangkoor van jongeren
jeugdkoortje	=	jeugdkoor
jeugdkoortjes	=	jeugdkoor
jeugdkoren	=	jeugdkoor
jeugdlectuur	noun	boeken die geschikt zijn voor jeugdige lezers
jeugdleden	=	jeugdlid
jeugdleider	noun	iemand die leiding geeft aan de jongerenafdeling van een club of vereniging
jeugdleiders	=	jeugdleider
jeugdlid	noun	een jong iemand die lid is van een vereniging waar ook volwassenen lid van kunnen zijn
jeugdlidje	=	jeugdlid
jeugdlidjes	=	jeugdlid
jeugdliefde	noun	iemand waarop je verliefd was tijdens je jeugd
jeugdliefdes	=	jeugdliefde
jeugdliefdetje	=	jeugdliefde
jeugdliefdetjes	=	jeugdliefde
jeugdliteratuur	noun	literatuur voor kinderen
jeugdlonen	=	jeugdloon
jeugdloon	noun	het minimumloon voor mensen jonger dan 23 jaar
jeugdloontje	=	jeugdloon
jeugdloontjes	=	jeugdloon
jeugdontmoeting	noun	samenzijn dat wordt georganiseerd voor deelnemers in een leeftijdscategorie die hoofdzakelijk tussen 10 en 25 jaar ligt
jeugdontmoetingen	=	jeugdontmoeting
jeugdopleiding	noun	opleiding voor jonge, veelbelovende sporters
jeugdopleidingen	=	jeugdopleiding
jeugdopleidinkje	=	jeugdopleiding
jeugdopleidinkjes	=	jeugdopleiding
jeugdorganisatie	noun	vereniging speciaal voor jongeren
jeugdorganisaties	=	jeugdorganisatie
jeugdpagina	noun	specifiek gedeelte of sectie binnen een website, krant of ander medium dat gericht is op de jeugd
jeugdpagina's	=	jeugdpagina
jeugdpaginaatje	=	jeugdpagina
jeugdpaginaatjes	=	jeugdpagina
jeugdparticipatie	noun	actieve betrokkenheid door jeugd en jongeren in zaken die anders alleen door volwassen worden geregeld
jeugdparticipaties	=	jeugdparticipatie
jeugdplan	noun	een aantal voorgenomen handelingen en maatregelen die gericht zijn op het ontwikkelen van jonge sporters
jeugdplannen	=	jeugdplan
jeugdplannetje	=	jeugdplan
jeugdplannetjes	=	jeugdplan
jeugdpuistje	noun	een aandoening van de huid -vooral in het gezicht- die vaak de opgroeiende jeugd treft
jeugdpuistjes	=	jeugdpuistje
jeugdraad	noun	orgaan dat adviseert inzake jeugdbeleid
jeugdraadje	=	jeugdraad
jeugdraadjes	=	jeugdraad
jeugdraden	=	jeugdraad
jeugdrecht	noun	wetgeving die betrekking heeft op minderjarigen
jeugdrechter	noun	rechter betreffende het jeugdrecht
jeugdrechters	=	jeugdrechter
jeugdreclassering	noun	organisatie die de resocialisatie van jeugdige criminelen verzorgt
jeugdreclasseringen	=	jeugdreclassering
jeugdrecord	noun	een officiële recordtijd of -prestatie, behaald door een atleet die nog geen 18 jaar oud is
jeugdrecordje	=	jeugdrecord
jeugdrecordjes	=	jeugdrecord
jeugdrecords	=	jeugdrecord
jeugdroman	noun	roman voor de jeugd
jeugdromannetje	=	jeugdroman
jeugdromannetjes	=	jeugdroman
jeugdromans	=	jeugdroman
jeugdsentiment	noun	emotioneel geladen herinneringen aan de jeugd, heimwee naar het persoonlijk verleden
jeugdsentimenten	=	jeugdsentiment
jeugdsentimentje	=	jeugdsentiment
jeugdsoos	noun	informele ontmoetingsplek voor jongeren waar ze elkaar kunnen ontmoeten, gezellig kunnen samenzijn en activiteiten kunnen ondernemen
jeugdsoosje	=	jeugdsoos
jeugdsoosjes	=	jeugdsoos
jeugdsosen	=	jeugdsoos
jeugdsozen	=	jeugdsoos
jeugdspeler	noun	een sporter die op basis van zijn kalenderleeftijd tot de jeugd wordt gerekend
jeugdspelers	=	jeugdspeler
jeugdspelertje	=	jeugdspeler
jeugdspelertjes	=	jeugdspeler
jeugdsport	noun	sportactiviteit voor jongerwn
jeugdsporten	=	jeugdsport
jeugdstrafrecht	noun	strafrecht dat geldt voor minderjarige delinquenten tussen de 12 en 18 jaar
jeugdtaal	noun	manier van verbaal communiceren die typisch is voor jongeren
jeugdtaaltje	=	jeugdtaal
jeugdtaaltjes	=	jeugdtaal
jeugdtalen	=	jeugdtaal
jeugdteam	noun	een sportteam dat bestaat uit jongeren
jeugdteams	=	jeugdteam
jeugdtheater	noun	schouwburg speciaal voor een publiek van kinderen en jongeren tot 16 jaar
jeugdtheaters	=	jeugdtheater
jeugdtheatertje	=	jeugdtheater
jeugdtheatertjes	=	jeugdtheater
jeugdtijdschrift	noun	tijdschrift voor een jeugdig publiek
jeugdtijdschriften	=	jeugdtijdschrift
jeugdtijdschriftje	=	jeugdtijdschrift
jeugdtijdschriftjes	=	jeugdtijdschrift
jeugdtitel	noun	onderscheiding voor de kampioen in de categorie van jongere sporters
jeugdtitels	=	jeugdtitel
jeugdtoerisme	noun	toerisme beoefent door of bestemd voor de jeugd
jeugdtoernooi	noun	meerdaagse wedstrijd voor teams met jonge spelers
jeugdtoernooien	=	jeugdtoernooi
jeugdtoernooitje	=	jeugdtoernooi
jeugdtoernooitjes	=	jeugdtoernooi
jeugdtoneel	noun	een theatervorm waarbij kinderen en jongeren de dienst uitmaken, vaak gebruikt om talen te leren
jeugdtonelen	=	jeugdtoneel
jeugdtrainer	noun	oefenmeester voor jonge sporters
jeugdtrainers	=	jeugdtrainer
jeugdtrauma	noun	trauma dat ontstaan is door ervaringen in de jeugd
jeugdtrauma's	=	jeugdtrauma
jeugdtraumaatje	=	jeugdtrauma
jeugdtraumaatjes	=	jeugdtrauma
jeugdtraumata	=	jeugdtrauma
jeugdverantwoordelijke	noun	aanspreekpunt binnen het bestuur die de organisatie en opvolging van activiteiten voor jeugdleden op zich neemt
jeugdverantwoordelijken	=	jeugdverantwoordelijke
jeugdvereniging	noun	een organisatie waar jongeren lid van kunnen worden
jeugdverenigingen	=	jeugdvereniging
jeugdverenigingetje	=	jeugdvereniging
jeugdverenigingetjes	=	jeugdvereniging
jeugdverhaal	noun	verhaal over iemands kindertijd
jeugdverhalen	=	jeugdverhaal
jeugdverpleegkundige	noun	een verpleegkundige met brede sociaal-geneeskundige kennis en vaardigheden op het gebied van het opgroeiend kind
jeugdverpleegkundigen	=	jeugdverpleegkundige
jeugdvriend	noun	een vriend van iemand toen die persoon nog jong was, vriend van vroeger
jeugdvrienden	=	jeugdvriend
jeugdvriendin	noun	vrouw waarmee men als sinds de jeugd bevriend is
jeugdvriendinnen	=	jeugdvriendin
jeugdvriendinnetje	=	jeugdvriendin
jeugdvriendinnetjes	=	jeugdvriendin
jeugdvriendje	=	jeugdvriend
jeugdvriendjes	=	jeugdvriend
jeugdwerk	noun	groepsgericht sociaal-cultureel werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de jeugd buiten schoolverband
jeugdwerken	=	jeugdwerk
jeugdwerker	noun	iemand die een baan heeft in het vormingswerk en cultureel werk voor de jeugd
jeugdwerkers	=	jeugdwerker
jeugdwerkje	=	jeugdwerk
jeugdwerkjes	=	jeugdwerk
jeugdwerkloosheid	noun	werkloosheid onder jongeren
jeugdzaak	noun	rechtszaak binnen het jeugdrecht en het jeugdstrafrecht
jeugdzaakje	=	jeugdzaak
jeugdzaakjes	=	jeugdzaak
jeugdzaken	=	jeugdzaak
jeugdzonde	noun	misser begaan in de jeugdjaren
jeugdzonden	=	jeugdzonde
jeugdzondes	=	jeugdzonde
jeugdzondetje	=	jeugdzonde
jeugdzorg	noun	maatschappelijke verzorging van de jeugd
jeuk	noun	kriebel
jeuke	=	jeuken
jeuken	verb	een onaangenaam kriebelend gevoel op de huid veroorzaken
jeukend	=	jeuken
jeukende	=	jeuken
jeukerig	adj	een gevoel dat iemand aanzet tot krabben
jeukerige	=	jeukerig
jeukeriger	=	jeukerig
jeukerigere	=	jeukerig
jeukerigers	=	jeukerig
jeukerigs	=	jeukerig
jeukerigst	=	jeukerig
jeukerigste	=	jeukerig
jeukpiek	noun	het moment in een periode wanneer men de meeste jeuk heeft
jeukpieken	=	jeukpiek
jeukpiekje	=	jeukpiek
jeukpiekjes	=	jeukpiek
jeukrups	noun	eikenprocessierups
jeukrupsen	=	jeukrups
jeukrupsje	=	jeukrups
jeukrupsjes	=	jeukrups
jeuksel	noun	wat een irriterend, kriebelend gevoel veroorzaakt; het irriterende, kriebelende gevoel
jeukt	=	jeuken
jeukte	=	jeuken
jeukten	=	jeuken
jeukwoord	noun	woord dat irritatie opwekt
jeukwoorden	=	jeukwoord
jeukziekte	noun	huidziekte met puistjes die erg jeuken
jeukziekten	=	jeukziekte
jeukziektes	=	jeukziekte
jeun	=	jeunen
jeunde	=	jeunen
jeunden	=	jeunen
jeune	=	jeunen
jeunen	verb	voldoening hebben dat iemand anders iets heeft of verkrijgt
jeunend	=	jeunen
jeunt	=	jeunen
jeuzel	=	jeuzelen
jeuzelde	=	jeuzelen
jeuzelden	=	jeuzelen
jeuzele	=	jeuzelen
jeuzelen	verb	oeverloos praten, zeuren, ongericht bezig zijn
jeuzelend	=	jeuzelen
jeuzelende	=	jeuzelen
jeuzelt	=	jeuzelen
jeuïg	adj|informal	plezierig en uitnodigend door vorm en samenstelling
jeuïge	=	jeuïg
jeuïger	=	jeuïg
jeuïgere	=	jeuïg
jeuïgers	=	jeuïg
jeuïgs	=	jeuïg
jeuïgst	=	jeuïg
jeuïgste	=	jeuïg
jevama	noun	schoonzuster, in het bijzonder: weduwe van kinderloos gestorven man, nu gehuwd met diens broer
jevamot	=	jevama
jevoesiet	noun	lid van een oorspronkelijke bevolkingsgroep van Kanaän-2, in en bij de plaats Jebus, die later Jeruzalem-1 heet (41×: Gen. 10:16 +, Ex. 3:8 +, Num. 13:29, Deut. 7:1 +, Joz. 3:10 +, Recht. 1:21 +, 2 Sam. 5:6 +, 1 Kon. 9:20, Zach. 9:7, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 1 Kron. 1:14 +, 2 Kron. 3:1 +)
jevoesieten	=	jevoesiet
jewelcase	noun	standaard, doorzichtige plastic beschermdoos voor een cd of andere optische schijf, die zowel de schijf als de bijbehorende hoesjes en boekjes veilig opbergt
jewelcases	=	jewelcase
jewelste	adv	van aanzienlijk formaat, heel groot; heel echt
jezelf	pron	tweede persoon enkelvoud, versterkte vorm van je
jezidi	noun	aanhanger van een Koerdische 'volksreligie' (het jezidisme)
jezidi's	=	jezidi
jezospar	noun	Picea jezoensis een naaldboom uit de familie der dennen (Pinaceae).
jezosparren	=	jezospar
jezosparretje	=	jezospar
jezosparretjes	=	jezospar
jezus	intj	christus
jezusbeeld	noun	van stevig materiaal gemaakte nabootsing van Jezus Christus als persoon
jezusbeelden	=	jezusbeeld
jezusbeeldje	=	jezusbeeld
jezusbeeldjes	=	jezusbeeld
jezusfreak	noun	iemand die openlijk en overdreven christelijk is
jezusfreaks	=	jezusfreak
jezusmina	intj|vulgar	soort van vloek, of een uiting van ergernis
jezuïet	noun	lid van de Sociëteit van Jezus, een rooms-katholieke orde
jezuïeten	=	jezuïet
jezuïetenpater	noun	pater van de jezuïeten
jezuïetenpaters	=	jezuïetenpater
jezuïetenstreek	noun	listige misleiding
jezuïetenstreekje	=	jezuïetenstreek
jezuïetenstreekjes	=	jezuïetenstreek
jezuïetenstreken	=	jezuïetenstreek
jezuïetje	=	jezuïet
jezuïetjes	=	jezuïet
jezuïtisch	adj	betrekking hebbend op een jezuïet
jezuïtische	=	jezuïtisch
jezuïtischer	=	jezuïtisch
jezuïtischere	=	jezuïtisch
jezuïtischers	=	jezuïtisch
jezuïtisme	noun	de leer, geest en beginselen van de Jezuïeten
jiaogulan	noun	Gynostemma pentaphyllum een klimplant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae) die in Zuidoost-China, Japan en Thailand in het wild voorkomt.
jiboem	noun	zwagerhuwelijk, leviraatshuwelijk (Deut. 25:5-10)
jiboemiem	=	jiboem
jichoed	noun	eenheid, met name van God
jicht	noun	een pijnlijke ontsteking als gevolg van gekristalliseerd uraat in een gewricht
jichten	=	jicht
jichtig	adj	aangetast door jicht
jichtige	=	jichtig
jichtiger	=	jichtig
jichtigere	=	jichtig
jichtigers	=	jichtig
jichtigs	=	jichtig
jichtigst	=	jichtig
jichtigste	=	jichtig
jichtje	=	jicht
jichtknobbel	noun	verdikking bij door jicht aangetaste gewrichten
jichtknobbels	=	jichtknobbel
jichtknobbeltje	=	jichtknobbel
jichtknobbeltjes	=	jichtknobbel
jichtpatiënt	noun	persoon die een gewrichtsontsteking heeft door jicht
jichtpatiënten	=	jichtpatiënt
jid	noun	jood
jidden	=	jid
jiddisch	adj	behorend tot, gesteld in het Jiddisch
jiddische	=	jiddisch
jiddischer	=	jiddisch
jiddischere	=	jiddisch
jiddischers	=	jiddisch
jiddischtalig	adj	het Jiddisch sprekend
jiddischtalige	=	jiddischtalig
jiddischtaligs	=	jiddischtalig
jiddisj	adj	van of in de Jiddisje taal
jiddisje	=	jiddisj
jiddisjer	=	jiddisj
jiddisjere	=	jiddisj
jiddisjers	=	jiddisj
jiddisjkait	noun	joodsheid
jiddisjkat	noun	joodsheid
jiddisjt	=	jiddisj
jiddisjtalig	adj	het Jiddisj sprekend
jiddisjtalige	=	jiddisjtalig
jiddisjtaligs	=	jiddisjtalig
jiddisjte	=	jiddisj
jieches	noun	afstamming
jiffybag	noun	met luchtkussentjes of watten gevoerde enveloppe
jiffybags	=	jiffybag
jihad	noun	religieuze inspanning bij de moslim
jihadganger	noun	iemand die actief wil gaan deelnemen aan een (vermeende) islamitische heilige oorlog
jihadgangers	=	jihadganger
jihadgangertje	=	jihadganger
jihadgangertjes	=	jihadganger
jihadgezin	noun	gezin waarvan één of meer leden deelnemen aan de gewapende jihad
jihadgezinnen	=	jihadgezin
jihadi	noun	moslim die strijdt voor de islam
jihadi's	=	jihadi
jihadisme	noun	extreme politieke ideologie, die gekenmerkt wordt door een streven om door middel van het voeren van een ‘heilige oorlog’ tegen alle 'ongelovigen' te voldoen aan de als goddelijke ervaren plicht om de islam over de wereld te verspreiden
jihadist	noun	jihadstrijder, moslimstrijder
jihadiste	noun	vrouwelijke variant van de jihadist, een jihadstrijdster, moslimstrijdster
jihadisten	=	jihadist
jihadistisch	adj	van, betreffende de jihad
jihadistische	=	jihadistisch
jihadistischer	=	jihadistisch
jihadistischere	=	jihadistisch
jihadistischers	=	jihadistisch
jihadistje	=	jihadist
jihadistjes	=	jihadist
jihadje	=	jihad
jihadofficier	noun	officier van justitie die jihadstrijders vervolgt
jihadofficieren	=	jihadofficier
jihads	=	jihad
jihadstrijder	noun	moslim die een heilige oorlog voert
jihadstrijders	=	jihadstrijder
jihadstrijdertje	=	jihadstrijder
jihadstrijdertjes	=	jihadstrijder
jihadteam	noun	politieteam dat zich toelegt op het opsporen en vervolgen van jihadstrijders
jihadteams	=	jihadteam
jihadvakantie	noun	vakantie die men gebruikt om te strijden in oorlogslanden om voor de jihad te vechten
jihadvakanties	=	jihadvakantie
jij	pron	tweede persoon enkelvoud informeel
jij-bak	noun	reactie op iemands kritiek door die eenvoudig dezelfde kritiek terug te geven
jij-bakke	=	jij-bakken
jij-bakken	verb	het maken van een jij-bak
jij-bakkend	=	jij-bakken
jij-bakkende	=	jij-bakken
jij-bakt	=	jij-bakken
jij-bakte	=	jij-bakken
jij-bakten	=	jij-bakken
jijbak	=	jij-bak
jijde	=	jijen
jijden	=	jijen
jije	=	jijen
jijen	verb	iemand aanspreken met jij en jou in plaats van met u
jijend	=	jijen
jijende	=	jijen
jijn	noun	takel voor zware lasten, hijswerktuig
jijnblok	noun	groot en zwaar drieschijfsblok.
jijnblokje	=	jijnblok
jijnblokjes	=	jijnblok
jijnblokken	=	jijnblok
jijnen	=	jijn
jijns	=	jijn
jijt	=	jijen
jijzelf	pron	versterkte vorm van jij, alleen gebruikt voor het onderwerp
jingle	noun	een kort muziekje dat dient ter herkenning van een programma of programma onderdeel
jingles	=	jingle
jingletje	=	jingle
jingletjes	=	jingle
jingo	noun	een fanatieke, dweepzieke, oorlogszuchtige Engelse nationalist	intj	houzee
jingo's	=	jingo
jingoïsme	noun	een vorm van overdreven patriottisme
jinx	=	jinxen
jinxe	=	jinxen
jinxen	verb	onheil over iets of iemand afroepen
jinxend	=	jinxen
jinxende	=	jinxen
jinxt	=	jinxen
jinxte	=	jinxen
jinxten	=	jinxen
jip-en-janneketaal	noun	erg eenvoudig en helder taalgebruik, zoals met kinderen gebezigd
jip-en-janneketaaltje	=	jip-en-janneketaal
jippie	intj	een uiting van vreugde
jirat	noun	angst voor
jisjoev	noun	het geheel van de Joodse bevolking in het mandaatgebied Palestina, vóór de stichting van de staat Israël
jitsj	noun	besnijdenis
jitsje	=	jitsjen
jitsjen	verb	besnijden
jitsjend	=	jitsjen
jitsjende	=	jitsjen
jitsjt	=	jitsjen
jitsjte	=	jitsjen
jitsjten	=	jitsjen
jiujitsu	noun	een zeer technische zelfverdedigingskunst
jive	noun	levendige Amerikaanse stijldans op jazzmuziek of rock-'n-roll, rond 1940 ontwikkeld uit de "jitterbug", door de Amerikaanse soldaten meegebracht naar Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog
jives	=	jive
jizkor	noun	gebed ter herdenking van een dode, voorkomend in de ochtenddienst van verschillende feestdagen na de Toralezing
jizkoriem	=	jizkor
jizkors	=	jizkor
jo-jo	=	jojo
joachimitisch	adj	betrekking hebbend op de spirituele opvattingen van Joachim van Fiore (circa 1135-1202)
joachimitische	=	joachimitisch
joachimitischer	=	joachimitisch
joachimitischere	=	joachimitisch
joachimitischers	=	joachimitisch
job	noun	baan zn [1], werk zn [2]
jobaanbieding	noun	een openstaande baan die een bedrijf publiekelijk aanbiedt aan potentiële werknemers, met de bedoeling dat er iemand op solliciteert
jobaanbiedingen	=	jobaanbieding
jobaanbiedinkje	=	jobaanbieding
jobaanbiedinkjes	=	jobaanbieding
jobaanbod	noun	onvervulde arbeidsplaats op de arbeidsmarkt
jobbe	=	jobben
jobben	verb	extra inkomen verwerven met werk zonder dienstverband
jobbend	=	jobben
jobbende	=	jobben
jobber	noun	productiebedrijf dat losse opdrachten voor andere bedrijven uitvoert
jobbers	=	jobber
jobbeurs	noun	bijeenkomst waar verschillende bedrijven laten zien welke vacatures ze hebben
jobbeurzen	=	jobbeurs
jobclub	noun	club waar werkzoekenden begeleid worden bij het solliciteren
jobclubje	=	jobclub
jobclubjes	=	jobclub
jobclubs	=	jobclub
jobcoach	noun	begeleider van een werknemer (die langdurig arbeidsongeschikt of werkloos is geweest) bij het vinden van werk
jobcoaches	=	jobcoach
jobcoachje	=	jobcoach
jobcoachjes	=	jobcoach
jobcrafting	noun	het verschijnsel dat een werknemer zijn baan herdefinieert naar zijn eigen behoeften en inzichten
jobde	=	jobben
jobden	=	jobben
jobdienst	noun	bemiddelingsdienst voor klusjes en baantjes meestal voor studenten
jobdiensten	=	jobdienst
jobhop	=	jobhoppen
jobhoppe	=	jobhoppen
jobhoppen	verb	het regelmatig veranderen van werkgever
jobhoppend	=	jobhoppen
jobhoppende	=	jobhoppen
jobhopt	=	jobhoppen
jobhopte	=	jobhoppen
jobhopten	=	jobhoppen
jobiparadijskraai	noun	Manucodia jobiensis een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
jobiparadijskraaien	=	jobiparadijskraai
jobiparadijskraaitje	=	jobiparadijskraai
jobiparadijskraaitjes	=	jobiparadijskraai
jobje	=	job
jobjes	=	job
jobrotation	noun	het periodiek veranderen van functie binnen een organisatie, om werknemers de kans te geven steeds nieuwe werkervaring op te doen
jobrozo	noun	jodiumhoudend zout dat men gebruikt voor de bereiding van brood
jobs	=	job
jobsbode	noun	iemand die een jobstijding brengt
jobsboden	=	jobsbode
jobsbodes	=	jobsbode
jobsgeduld	noun|figurative	eindeloos groot geduld
jobsite	noun	internetsite waar banen worden aangeboden
jobsites	=	jobsite
jobstijding	noun	erg slecht nieuws
jobstijdingen	=	jobstijding
jobstijdinkje	=	jobstijding
jobstijdinkjes	=	jobstijding
jobstranen	noun	bepaalde tropische grassoort, Coix lacryma-jobi
jobstudent	noun	iemand die hoger onderwijs volgt maar ook kleine baantjes heeft om geld te verdienen
jobstudente	noun	vrouwelijke vorm van jobstudent
jobstudenten	=	jobstudent
jobstudentes	=	jobstudente
jobstudentje	=	jobstudent
jobstudentjes	=	jobstudent
jobt	=	jobben
joch	noun|informal	jongeman in de tijd rond de puberteit
jochie	=	joch
jock	noun|informal	diskjockey
jockey	noun	ruiter bij paardenrennen
jockeypet	noun	pet met grote klep die een jockey tijdens paardenrennen draagt
jockeypetten	=	jockeypet
jockeys	=	jockey
jockeytje	=	jockey
jockeytjes	=	jockey
jocks	=	jock
jocotocomierpitta	noun	Grallaria ridgelyi een zangvogel uit de familie Grallariidae.
jocotocomierpitta's	=	jocotocomierpitta
jocotocomierpittaatje	=	jocotocomierpitta
jocotocomierpittaatjes	=	jocotocomierpitta
jod	noun	tiende letter van het alfabet
jodeer	=	joderen
jodeerde	=	joderen
jodeerden	=	joderen
jodeert	=	joderen
jodekoek	=	jodenkoek
jodel	=	jodelen
jodelaar	noun	iemand die jodelt
jodelaars	=	jodelaar
jodelaarster	noun	vrouwelijke vorm van jodelaar
jodelaarsters	=	jodelaarster
jodelaarstertje	=	jodelaarster
jodelaarstertjes	=	jodelaarster
jodelde	=	jodelen
jodelden	=	jodelen
jodele	=	jodelen
jodelen	verb	zingen met een snelle wisseling van buikstem naar kopstem
jodelend	=	jodelen
jodelende	=	jodelen
jodellied	noun	lied waarin om onbekende redenen wordt gejodeld
jodelliederen	=	jodellied
jodelliedje	=	jodellied
jodelliedjes	=	jodellied
jodelt	=	jodelen
joden	=	jood
jodendom	noun	verzamelnaam voor de joden in de wereld
jodenfooi	noun|informal	te kleine beloning
jodenfooien	=	jodenfooi
jodenhaat	noun	afkeer van het joodse geloof en zijn aanhangers
jodenhater	noun	iemand die een afkeer heeft van mensen met een Joodse afkomst
jodenhaters	=	jodenhater
jodenkerk	noun|obsolete	een joods gebedshuis
jodenkerken	=	jodenkerk
jodenkerkje	=	jodenkerk
jodenkerkjes	=	jodenkerk
jodenkind	noun	een kind met een of twee joodse ouders
jodenkinderen	=	jodenkind
jodenkindje	=	jodenkind
jodenkindjes	=	jodenkind
jodenkoek	noun	grote, platte koek van zanddeeg
jodenkoeken	=	jodenkoek
jodenkoekje	=	jodenkoek
jodenkoekjes	=	jodenkoek
jodenlijm	noun	spuug, speeksel, kwijl
jodenrekening	noun	een tabel met statistische gegevens die betrekking hebben op de joodse bevolking
jodenrekeningen	=	jodenrekening
jodenster	noun	gele davidster die de Joden in de nazitijd moesten dragen
jodensterren	=	jodenster
jodensterretje	=	jodenster
jodensterretjes	=	jodenster
jodenstreek	noun	achterbakse, oneerlijke, gemene daad
jodenstreekje	=	jodenstreek
jodenstreekjes	=	jodenstreek
jodenstreken	=	jodenstreek
jodenvernietiging	noun	de massamoord op de Europese joden zoals deze plaatsvond tijdens het Duitse Naziregime
jodenvervolging	noun	systematische actie om joden tot bekering te dwingen en hen anders het leven onmogelijk te maken of te doden
jodenvervolgingen	=	jodenvervolging
jodenvervolginkje	=	jodenvervolging
jodenvervolginkjes	=	jodenvervolging
jodenvet	noun	ouderwets snoepgoed, dat in het begin van de 20e eeuw erg populair was
jodenwijk	noun	wijk waar vooral joden (soms gedwongen moesten) wonen
jodenwijken	=	jodenwijk
jodenwijkje	=	jodenwijk
jodenwijkjes	=	jodenwijk
jodere	=	joderen
joderen	verb	ontsmetten met jodium tinctuur
joderend	=	joderen
joderende	=	joderen
jodide	noun	een chemische verbinding waarin het element jodium voorkomt in een oxidatietoestand van -1
jodiden	=	jodide
jodides	=	jodide
jodigzuur	noun	de onstabiele verbinding HIO₂.
jodin	noun	volgens de joodse traditie een vrouw die geboren is uit een joodse moeder; verder een vrouw die is toegetreden tot het jodendom; ook een vrouw die het joodse geloof belijdt# verouderde spelling of vorm van Jodin tot 2006
jodinnen	=	jodin
jodinnetje	=	jodin
jodinnetjes	=	jodin
jodium	noun	scheikundig element met symbool I en atoomnummer 53 Het is een violet- donkergrijs halogeen
jodiumatomen	=	jodiumatoom
jodiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element jodium.
jodiumatoompje	=	jodiumatoom
jodiumatoompjes	=	jodiumatoom
jodiumpil	noun	een medicament dat extra jodium aanbiedt aan het lichaam
jodiumpillen	=	jodiumpil
jodiumpilletje	=	jodiumpil
jodiumpilletjes	=	jodiumpil
jodiumtablet	noun	jodium bevattende tablet die men moet slikken ter voorkoming van besmetting met radioactieve jodium als gevolg van een kernongeval
jodiumtabletje	=	jodiumtablet
jodiumtabletjes	=	jodiumtablet
jodiumtabletten	=	jodiumtablet
jodiumtincturen	=	jodiumtinctuur
jodiumtinctuur	noun	desinfecterende oplossing van 2% jood en 2,5% natriumjodide opgelost in alcohol en water
jodocus	noun	goedzak, sukkel
jodocussen	=	jodocus
jodoform	noun	CHJ₃; jodium verbinding die men gebruikt als ontsmettingsmiddel
jodokus	noun|informal	sufferd
jods	=	jod
joe	intj|informal	ja hoor
joechasien	noun	regels voor het bepalen van iemands familiestatus
joechei	intj|informal	jippie, joepie, hoera
joechjach	=	joechjachen
joechjache	=	joechjachen
joechjachen	verb	feestgedruis voortbrengen, lachend door elkaar roepen
joechjachend	=	joechjachen
joechjachende	=	joechjachen
joechjacht	=	joechjachen
joechjachte	=	joechjachen
joechjachten	=	joechjachen
joed	noun	tiende letter van het alfabet
joedelen	=	jodelen
joeden	=	joed
joeds	=	joed
joeg	=	jagen
joege	=	jagen
joegen	=	jagen
joego	noun	afkorting voor joegoslaaf en Joegoslaaf
joego's	=	joego
joegootje	=	joego
joegoslaaf	noun	restaurant met een Joegoslavische keuken
joegoslaven	=	joegoslaaf
joegoslavisch	adj	op Joegoslavië betrekking hebbend
joegoslavische	noun	een vrouwelijke inwoner van Joegoslavië, of een vrouw afkomstig uit Joegoslavië
joegoslavischen	=	joegoslavische
joegoslavischer	=	joegoslavisch
joegoslavischere	=	joegoslavisch
joegoslavischers	=	joegoslavisch
joegoslaviër	noun	een inwoner van Joegoslavië, of iemand afkomstig uit Joegoslavië
joegoslaviërs	=	joegoslaviër
joegt	=	jagen
joehoe	intj|informal	begroeting, of uitroep om (op enige afstand) iemands aandacht te trekken
joekel	noun|informal	iets bijzonder groots of opvallends
joekels	=	joekel
joekeltje	=	joekel
joekeltjes	=	joekel
joel	=	joelen
joelde	=	joelen
joelden	=	joelen
joele	=	joelen
joelen	verb	luidkeels van afkeuring blijkgeven; meestal gezegd van een groep mensen
joelend	adj	bezig met heel hard te schreeuwen
joelende	=	joelen
joelends	=	joelend
joelfeest	noun	Germaans feest, gevierd in de dagen rond de winterzonnewende
joelfeesten	=	joelfeest
joelfeestje	=	joelfeest
joelfeestjes	=	joelfeest
joelraadje	=	joelrad
joelraadjes	=	joelrad
joelrad	noun	een symbool dat bestaat uit een gelijkzijdig kruis in een cirkel
joelraderen	=	joelrad
joelradertje	=	joelrad
joelradertjes	=	joelrad
joelradje	=	joelrad
joelradjes	=	joelrad
joelt	=	joelen
joep	intj	bij een plotselinge beweging na het verzamelen van kracht
joepe	=	joepen
joepen	verb	springen, wippen	noun	borsten, tieten
joepend	=	joepen
joepende	=	joepen
joepie	intj	uitroep van vreugde
joept	=	joepen
joepte	=	joepen
joepten	=	joepen
joert	noun	een traditionele, ronde tent die al duizenden jaren gebruikt wordt door nomadische volkeren in Centraal-Azië
joerten	=	joert
joertje	=	joert
joertjes	=	joert
joet	noun	tien
joeten	=	joet
joetje	=	joet
joetjes	=	joet
joets	=	joet
jofel	adj	leuk, aardig, populair, getapt, prettig, mooi, sympathiek
jofele	=	jofel
jofeler	=	jofel
jofelere	=	jofel
jofelers	=	jofel
jofels	=	jofel
jofelst	=	jofel
jofelste	=	jofel
joffer	noun	jonge vrouw
joffers	=	joffer
joffertje	=	joffer
joffertjes	=	joffer
jog	=	joggen
jogde	=	joggen
jogden	=	joggen
jogge	=	joggen
joggel	=	joggelen
joggelde	=	joggelen
joggelden	=	joggelen
joggele	=	joggelen
joggelen	verb	aan staal een waterdicht aansluitende rand vormen
joggelend	=	joggelen
joggelende	=	joggelen
joggelt	=	joggelen
joggen	verb	hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven
joggend	=	joggen
joggende	=	joggen
jogger	noun	iemand die jogt
joggers	=	jogger
joggertje	=	jogger
joggertjes	=	jogger
jogging	noun	het hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven
joggingbroek	noun	gemakkelijke, losjes zittende broek met een elastieken band, om mee te kunnen joggen, e.d.
joggingbroeken	=	joggingbroek
joggingbroekje	=	joggingbroek
joggingbroekjes	=	joggingbroek
joggingpak	noun	modieus trainingspak van glimmende stof
joggingpakje	=	joggingpak
joggingpakjes	=	joggingpak
joggingpakken	=	joggingpak
joggings	=	jogging
joggingsbroek	noun	een broek veelvuldig gebruikt om in te joggen
joggingsbroeken	=	joggingsbroek
joggingsbroekje	=	joggingsbroek
joggingsbroekjes	=	joggingsbroek
joghurt	=	yoghurt
jogster	=	jogger
jogt	=	joggen
joh	intj	spreekt iemand aan om ontsteltenis of protest uit te drukken
johannesbroden	=	johannesbrood
johannesbrood	noun	Ceratonia siliqua de eetbare vrucht (de peulen) van de johannesbroodboom
johannesbroodbomen	=	johannesbroodboom
johannesbroodboom	noun	Ceratonia siliqua boom die bekend staat om de hoge voedingswaarde van de peulen, die johannesbrood worden genoemd
johannesbroodboompeul	noun	de peul van de johannesbroodboom
johannesbroodboompeulen	=	johannesbroodboompeul
johannesbroodboompeultje	=	johannesbroodboompeul
johannesbroodboompeultjes	=	johannesbroodboompeul
johannesbroodboompje	=	johannesbroodboom
johannesbroodboompjes	=	johannesbroodboom
johannesbroodje	=	johannesbrood
johannesbroodjes	=	johannesbrood
johannesbroodmot	noun	Apomyelois ceratoniae een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
johannesbroodmotje	=	johannesbroodmot
johannesbroodmotjes	=	johannesbroodmot
johannesbroodmotten	=	johannesbroodmot
johannesbroodpitmeel	noun	een wit tot geelwit poeder dat wordt verkregen door het malen van de kiemende zaden van de johannesbroodboom dat onder nummer E410 is toegelaten als verdikkingsmiddel in de voedingsindustrie
johanneskever	noun	Phyllopertha horticola, kever die omstreeks Sint Johannes, 24 juni, rondvliegt, tuinkever, rozenkever
johanneskevers	=	johanneskever
johanneskevertje	=	johanneskever
johanneskevertjes	=	johanneskever
johanneskruid	noun	Hypericum perforatum plant uit de hertshooifamilie bekend als geneeskrachtig kruid en als plantaardig antidepressivum
johanneskruiden	=	johanneskruid
johannisskink	noun	Ablepharus kitaibelii een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
johannisskinken	=	johannisskink
johannisskinkje	=	johannisskink
johannisskinkjes	=	johannisskink
joinen	=	djoinen
joint	noun	met hasjiesj of marihuana gevulde sigaret die men samen met meerdere personen oprookt
jointje	=	joint
jointjes	=	joint
joints	=	joint
jojo	noun	speelgoed, bestaande uit twee schijfjes die langs een koord, dat ertussen gewonden is, afloopt, en door het impulsmoment zichzelf weer omhoog werkt
jojo's	=	jojo
jojo-effect	noun	sterke schommeling (in een slecht geregeld systeem)
jojo-effecten	=	jojo-effect
jojo-effectje	=	jojo-effect
jojo-effectjes	=	jojo-effect
jojoba	noun	Simmondsia chinensis een struikgewas (1-2m hoog) dat groeit in de woestijnachtige gebieden van Mexico, Californië en Arizona.
jojobeleid	noun	sterk veranderlijk, inconsequent beleid
jojode	=	jojoën
jojoden	=	jojoën
jojolockdown	noun	een tijdsbestek waarin (strenge) lockdowns (als het niet goed gaat) afgewisseld worden met versoepelingen (als het wat beter gaat)
jojolockdowns	=	jojolockdown
jojoot	=	jojoën
jojootje	=	jojo
jojootjes	=	jojo
jojoë	=	jojoën
jojoën	verb	spelen met een jojo
jojoënd	=	jojoën
jojoënde	=	jojoën
jok	=	jokken
jokari	noun	behendigheidsspel waarbij spelers met een racket of bat een balletje slaan dat met een elastiek aan een vast punt is bevestigd
jokari's	=	jokari
jokdorpel	noun	natuurstenen balk waarover de sluisdeuren draaien aan het einde van een sluiskolk
jokdorpels	=	jokdorpel
joke	noun	uiting of handeling die erop gericht is mensen aan het lachen te maken
joken	verb|obsolete	door een prikkelend gevoel in de huid de neiging tot krabben of wrijven oproepen
jokend	=	joken
jokende	=	joken
joker	noun	grappenmaker, komiek, komisch figuur, nar, paljas
jokerde	=	jokeren
jokerden	=	jokeren
jokere	=	jokeren
jokeren	verb	een spel waarin kaarten in groepen van drie of meer verzameld worden
jokerend	=	jokeren
jokerende	=	jokeren
jokerjaar	noun	jaar dat een ex-student naar keuze geen studieschuld hoeft af te lossen
jokerjaren	=	jokerjaar
jokers	=	joker
jokert	=	jokeren
jokertje	=	joker
jokertjes	=	joker
jokes	=	joke
jokete	=	joken
jokke	=	jokken
jokkebel	noun	iemand die aanhoudend liegt
jokkebellen	=	jokkebel
jokkebelletje	=	jokkebel
jokkebelletjes	=	jokkebel
jokkebrok	noun	een kind dat liegt (jokt)
jokkebrokje	=	jokkebrok
jokkebrokjes	=	jokkebrok
jokkebrokken	=	jokkebrok
jokken	verb|informal	een relatief onschuldige leugen vertellen	noun|obsolete	scherts, grap, leugen
jokkenaar	noun	leugenaar
jokkenaars	=	jokkenaar
jokkenaartje	=	jokkenaar
jokkenaartjes	=	jokkenaar
jokkend	=	jokken
jokkende	=	jokken
jokkens	=	jokken
jokkentje	=	jokken
jokkentjes	=	jokken
jokker	noun	persoon die aanhoudend liegt
jokkers	=	jokker
jokkertje	=	jokker
jokkertjes	=	jokker
jokt	=	jokken
jokte	=	jokken
jokten	=	jokken
jol	noun	een klein soort boot met een verticale spiegel
jolen	=	jool
jolig	adj	vol vrolijkheid, vrolijk, plezierig
jolige	=	jolig
joliger	=	jolig
joligere	=	jolig
joligers	=	jolig
joligheden	=	joligheid
joligheid	noun	onbenullige, onbekommerde, dartele, speelse vrolijkheid
joligheidje	=	joligheid
joligheidjes	=	joligheid
joligs	=	jolig
joligst	=	jolig
joligste	=	jolig
jolijt	noun	pret, plezier
jolleman	=	jollenman
jollen	=	jol
jollenman	noun|historical	iemand die met een roeiboot passagiers vervoert
jollenmannen	=	jollenman
jolletje	=	jol
jolletjes	=	jol
jom	noun	dag
jomanda-effect	noun	het effect die het zelfverklaarde paranormale medium Jomanda had op haar volgers
jomanda-effecten	=	jomanda-effect
jomkipper	noun	Grote Verzoendag, op 10 tisjri, dag van vasten en boetedoening
jomo	noun	genoegen door het besef dat je niet voortdurend contact hoeft te onderhouden met anderen
jomo's	=	jomo
jon	=	jonnen
jonagold	noun	Malus domestica een appelras dat een kruising is tussen de jonathan en de golden delicious
jonagolds	=	jonagold
jonas	noun	onnozel persoon die veel tegenslag heeft
jonasje	=	jonas
jonasjes	=	jonas
jonasse	=	jonassen
jonassen	verb	aan armen en benen heen en weer slingeren
jonassend	=	jonassen
jonassende	=	jonassen
jonast	=	jonassen
jonaste	=	jonassen
jonasten	=	jonassen
jonathan	noun	Malus domestica appelras
jonathans	=	jonathan
jonde	=	jonnen
jonden	=	jonnen
jonen	=	joon
jonesrondbladneus	noun	Hipposideros jonesi vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Oude Wereld (Hipposideridae).
jonesrondbladneusje	=	jonesrondbladneus
jonesrondbladneusjes	=	jonesrondbladneus
jonesrondbladneuzen	=	jonesrondbladneus
jong	noun	een directe nakomeling van een dier (m.n. van een zoogdier of reptiel)	adj	van geringe leeftijd
jongde	=	jongen
jongden	=	jongen
jonge	noun	iemand die jong is
jongedame	noun	een jonge vrouw van aanzienlijke beschaving
jongedames	=	jongedame
jongedametje	=	jongedame
jongedametjes	=	jongedame
jongedochter	noun	ongehuwde vrouw
jongedochters	=	jongedochter
jongedochtertje	=	jongedochter
jongedochtertjes	=	jongedochter
jongeheer	noun	een jong persoon van het mannelijk geslacht
jongeheertje	=	jongeheer
jongeheertjes	=	jongeheer
jongeheren	=	jongeheer
jongejuffrouw	noun	defite, jonge, ongehuwde vrouw
jongejuffrouwen	=	jongejuffrouw
jongelieden	=	jongmens
jongeling	noun	jong persoon
jongelingen	=	jongeling
jongelingetje	=	jongeling
jongelingetjes	=	jongeling
jongelingsjaar	noun	een jaar dat men jongeling is
jongelingsjaartje	=	jongelingsjaar
jongelingsjaartjes	=	jongelingsjaar
jongelingsjaren	noun	de periode dat men een jong persoon is
jongelingsvereniging	noun	een historische jongerenorganisatie – doorgaans verbonden aan een protestantse of gereformeerde kerk – waar jonge mannen (jongelingen) in hun vrije tijd samenkwamen voor bijbelstudie, morele vorming en maatschappelijke ontwikkeling
jongelingsverenigingen	=	jongelingsvereniging
jongelingsverenigingetje	=	jongelingsvereniging
jongelingsverenigingetjes	=	jongelingsvereniging
jongelui	noun	aanspreektitel voor een groep jongeren
jongeman	noun	een jeugdig persoon van het mannelijk geslacht
jongemannen	=	jongeman
jongemansliefde	noun|obsolete	benaming in Suriname voor de roze maagdenpalm Catharanthus roseus een plant met roze of witte bloemen
jongemansliefdes	=	jongemansliefde
jongen	verb	nageslacht ter wereld brengen	noun	onvolwassen man
jongend	=	jongen
jongende	=	jongen
jongens	noun	jongelui in het algemeen
jongensachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van jongens
jongensachtige	=	jongensachtig
jongensachtiger	=	jongensachtig
jongensachtigere	=	jongensachtig
jongensachtigers	=	jongensachtig
jongensachtigs	=	jongensachtig
jongensachtigst	=	jongensachtig
jongensachtigste	=	jongensachtig
jongensarm	noun	de onbehaarde arm van een jongen
jongensarmen	=	jongensarm
jongensarmpje	=	jongensarm
jongensarmpjes	=	jongensarm
jongensboek	noun	boek dat geschreven is voor mannelijke kinderen en waarin vaak ook mannelijke kinderen de hoofdrol spelen
jongensboekachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van jongensboek
jongensboekachtige	=	jongensboekachtig
jongensboekachtiger	=	jongensboekachtig
jongensboekachtigere	=	jongensboekachtig
jongensboekachtigers	=	jongensboekachtig
jongensboekachtigs	=	jongensboekachtig
jongensboekachtigst	=	jongensboekachtig
jongensboekachtigste	=	jongensboekachtig
jongensboeken	=	jongensboek
jongensboekje	=	jongensboek
jongensboekjes	=	jongensboek
jongensdromen	=	jongensdroom
jongensdroom	noun	een wens die al sedert de vroege jeugd wordt gekoesterd (maar nooit is uitgekomen)
jongensdroompje	=	jongensdroom
jongensdroompjes	=	jongensdroom
jongensfiets	noun	een kinderfiets voor jongens
jongensfietsen	=	jongensfiets
jongensfietsje	=	jongensfiets
jongensfietsjes	=	jongensfiets
jongensgek	noun	meisje dat overmatig probeert om de aandacht van mannelijke leeftijdgenoten te krijgen
jongensgekken	=	jongensgek
jongensgezicht	noun	het gelaat van een jonge man
jongensgezichten	=	jongensgezicht
jongensgezichtje	=	jongensgezicht
jongensgezichtjes	=	jongensgezicht
jongensgroep	noun	Boyband, muziekgroep bestaande uit alleen maar jongens.
jongensgroepen	=	jongensgroep
jongensgroepje	=	jongensgroep
jongensgroepjes	=	jongensgroep
jongenshoer	noun	jonge mannelijke prostitué meestal voor mannelijke klanten
jongenshoeren	=	jongenshoer
jongenshoertje	=	jongenshoer
jongenshoertjes	=	jongenshoer
jongensjaar	noun	een jaar dat men jongen is
jongensjaartje	=	jongensjaar
jongensjaartjes	=	jongensjaar
jongensjaren	noun	de tijd van de jeugd van een man
jongenskamer	noun	kamer van een mannelijk kind
jongenskamers	=	jongenskamer
jongenskamertje	=	jongenskamer
jongenskamertjes	=	jongenskamer
jongenskind	noun	een mannelijk kind
jongenskinderen	=	jongenskind
jongenskindje	=	jongenskind
jongenskindjes	=	jongenskind
jongenskleding	noun	kleren specifiek ontworpen voor opgroeiende jongens tot aan de volwassenheid.
jongenskoor	noun	zangkoor met mannelijke kinderen
jongenskoortje	=	jongenskoor
jongenskoortjes	=	jongenskoor
jongenskoren	=	jongenskoor
jongenskostscholen	=	jongenskostschool
jongenskostschool	noun	kostschool voor jongens
jongensmeisje	noun	meisje dat zich jongensachtig gedraagt
jongensmeisjes	=	jongensmeisje
jongensmode	noun	heersende mode voor jongens
jongensmodes	=	jongensmode
jongensnaam	noun	een voornaam die doorgaans gegeven wordt aan kinderen van het mannelijk geslacht
jongensnaampje	=	jongensnaam
jongensnamen	=	jongensnaam
jongensscholen	=	jongensschool
jongensschool	noun	school voor personen van het mannelijk geslacht
jongensschooltje	=	jongensschool
jongensschooltjes	=	jongensschool
jongensstem	noun	de (zang)stem van een jonge man
jongensstemmen	=	jongensstem
jongensstemmetje	=	jongensstem
jongensstemmetjes	=	jongensstem
jongenstehuis	noun	kindertehuis voor jongens die meer hulp nodig hebben dan hun ouders kunnen of willen geven
jongenstehuisje	=	jongenstehuis
jongenstehuisjes	=	jongenstehuis
jongenstehuizen	=	jongenstehuis
jongenszaal	noun	slaapzaal voor mannelijke kinderen
jongenszaaltje	=	jongenszaal
jongenszaaltjes	=	jongenszaal
jongenszalen	=	jongenszaal
jonger	=	jong
jongere	noun	een persoon van jeugdige leeftijd
jongeren	=	jongere
jongerenadviescentra	=	jongerenadviescentrum
jongerenadviescentrum	noun	instelling die hulp en advies verleent aan jongeren (met problemen)
jongerenadviescentrums	=	jongerenadviescentrum
jongerenafdeling	noun	deel van een vereniging of politieke partij waarin de jeugdige leden verenigd zijn
jongerenafdelingen	=	jongerenafdeling
jongerenbeleid	noun	voorgenomen maatregelen die dienen om jongeren te ondersteunen
jongerenbeweging	noun	een organisatie voor jongeren vanaf 12 jaar met een actieve doelstelling
jongerenbewegingen	=	jongerenbeweging
jongerenbeweginkje	=	jongerenbeweging
jongerenbeweginkjes	=	jongerenbeweging
jongerencafeetje	=	jongerencafé
jongerencafeetjes	=	jongerencafé
jongerencafé	noun	uitgaansgelegenheid voor jonge mensen
jongerencafés	=	jongerencafé
jongerencentra	=	jongerencentrum
jongerencentrum	noun	een instelling waar jongeren, meestal schoolgaande jeugd, terecht kunnen om zich te ontspannen of om informatie te verkrijgen over allerhande thema’s of onderwerpen die aansluiten bij hun specifieke leefwereld
jongerencentrumpje	=	jongerencentrum
jongerencentrumpjes	=	jongerencentrum
jongerencentrums	=	jongerencentrum
jongerenclub	noun	een organisatie of ontmoetingsplek voor jongeren waar ze elkaar kunnen ontmoeten, ontspannen en deelnemen aan activiteiten
jongerenclubje	=	jongerenclub
jongerenclubjes	=	jongerenclub
jongerenclubs	=	jongerenclub
jongerencongres	noun	grote bijeenkomst met inleidingen en discussies over politieke of maatschappelijke onderwerpen, voor deelnemers in een leeftijdscategorie die hoofdzakelijk tussen 15 en 30 jaar ligt
jongerencongressen	=	jongerencongres
jongerenculturen	=	jongerencultuur
jongerencultuur	noun	een subcultuur van jongeren die zich onderscheidt van de dominante cultuur door specifieke stijlen, gedragingen, en interesses, zoals muziek, kleding en taalgebruik
jongerencultuurtje	=	jongerencultuur
jongerencultuurtjes	=	jongerencultuur
jongerendag	noun	bijeenkomst voor jeugdige leden van een politieke partij, kerkgenootschap en dergelijke
jongerendagen	=	jongerendag
jongerengroep	noun	vereniging voor jongeren vanaf 12 jaar
jongerengroepen	=	jongerengroep
jongerengroepering	noun	vereniging voor jongeren, vaak als deel van een grotere organisatie waarvan ook volwassenen lid zijn
jongerengroeperingen	=	jongerengroepering
jongerengroeperinkje	=	jongerengroepering
jongerengroeperinkjes	=	jongerengroepering
jongerengroepje	=	jongerengroep
jongerengroepjes	=	jongerengroep
jongerenhotel	noun	logiesbedrijf waar jongeren voordelig kunnen overnachten omdat de aangeboden voorzieningen op hen zijn afgestemd
jongerenhotels	=	jongerenhotel
jongerenklassement	noun	ranglijst van jonge sporters die meedoen aan een klassementswedstrijd
jongerenklassementen	=	jongerenklassement
jongerenloket	noun	plaats waar jonge mensen met sociale problemen terecht kunnen voor hulp en advies
jongerenloketje	=	jongerenloket
jongerenloketjes	=	jongerenloket
jongerenloketten	=	jongerenloket
jongerenomroep	noun	omroep met programma's die gericht zijn op jonge mensen
jongerenomroepen	=	jongerenomroep
jongerenorganisatie	noun	organisatie met alleen maar jeugdige leden; organisatie die de belangen van jongeren behartigt
jongerenorganisaties	=	jongerenorganisatie
jongerenparlement	noun	parlement bestaande uit jongeren
jongerenpartij	noun	politieke partij die zich vooral richt op het belang van jongeren
jongerenpartijen	=	jongerenpartij
jongerenprobleem	noun	het vraagstuk hoe men met jongeren moet omgaan
jongerenproblemen	=	jongerenprobleem
jongerenprogramma	noun	radio- of televisieuitzending speciaal gemaakt voor een jong publiek
jongerenprogramma's	=	jongerenprogramma
jongerenprogrammaatje	=	jongerenprogramma
jongerenprogrammaatjes	=	jongerenprogramma
jongerenproject	noun	in tijd begrensde serie handelingen gericht op de jeugd
jongerenprojecten	=	jongerenproject
jongerenraad	noun	orgaan dat zich met jongerenproblemen bezig houdt en waarin ook jongeren zelf participeren
jongerenraadje	=	jongerenraad
jongerenraadjes	=	jongerenraad
jongerenraden	=	jongerenraad
jongerentaal	noun	het taalgebruik van jongeren
jongerentaaltje	=	jongerentaal
jongerentaaltjes	=	jongerentaal
jongerentalen	=	jongerentaal
jongerentheater	noun	schouwburg speciaal voor een publiek van kinderen en jongeren tot 16 jaar
jongerentheaters	=	jongerentheater
jongerentheatertje	=	jongerentheater
jongerentheatertjes	=	jongerentheater
jongerenvereniging	noun	organisatie waar alleen jonge mensen lid van kunnen zijn
jongerenverenigingen	=	jongerenvereniging
jongerenverenigingetje	=	jongerenvereniging
jongerenverenigingetjes	=	jongerenvereniging
jongerenwerk	noun	sociaal-cultureelwerk voor jongeren van 12 - 23 jaar
jongerenwerken	=	jongerenwerk
jongerenwerker	noun	iemand die een baan heeft in het vormingswerk en cultureel werk voor de jeugd
jongerenwerkers	=	jongerenwerker
jongerenzender	noun	radio- of televisiezender die zich speciaal richt op een jeugdig publiek
jongerenzenders	=	jongerenzender
jongers	=	jong
jongetje	=	jongen
jongetjes	=	jongen
jonggeboren	adj	pasgeboren
jonggeborene	noun	pasgeborene
jonggeborenen	=	jonggeborene
jonggeborens	=	jonggeboren
jonggehuwd	adj	nog maar zeer korte tijd getrouwd
jonggehuwde	noun	iemand die pas getrouwd is
jonggehuwden	=	jonggehuwde
jonggehuwds	=	jonggehuwd
jonggestorven	adj	op jonge leeftijd overleden
jonggestorvens	=	jonggestorven
jonggetrouwd	adj	van een persoon dat deze op jonge leeftijd is getrouwd
jonggetrouwde	noun	iemand die pas getrouwd is; iemand die op jonge leeftijd getrouwd is
jonggetrouwden	=	jonggetrouwde
jonggetrouwds	=	jonggetrouwd
jonggezel	noun	jonge (ongehuwde) man
jonggezellen	=	jonggezel
jonggezelletje	=	jonggezel
jonggezelletjes	=	jonggezel
jonggezellin	=	jonggezel
jongheden	=	jongheid
jongheid	noun	het jong zijn
jongleer	=	jongleren
jongleerde	=	jongleren
jongleerden	=	jongleren
jongleerder	noun	de artiest die zo veel mogelijk objecten weet op te gooien en weer weet op te vangen, zonder dat er een op de grond terecht komt (die jongleert)
jongleerders	=	jongleerder
jongleerdertje	=	jongleerder
jongleerdertjes	=	jongleerder
jongleeren	=	jongleren
jongleerfestival	noun	evenement waarbij een groot aantal jongleurs optreedt
jongleerfestivalletje	=	jongleerfestival
jongleerfestivalletjes	=	jongleerfestival
jongleerfestivals	=	jongleerfestival
jongleerster	noun	de artieste die zo veel mogelijk objecten weet op te gooien en weer weet op te vangen, zonder dat er een op de grond terecht komt (die jongleert)
jongleersters	=	jongleerster
jongleerstertje	=	jongleerster
jongleerstertjes	=	jongleerster
jongleert	=	jongleren
jonglere	=	jongleren
jongleren	verb	ter vermaak meerdere voorwerpen beurtelings gooiend gelijktijdig in de lucht houden
jonglerend	=	jongleren
jonglerende	=	jongleren
jongleur	noun	de artiest die zo veel mogelijk objecten weet op te gooien en weer weet op te vangen, zonder dat er een op de grond terecht komt (die jongleert)
jongleurs	=	jongleur
jongleurtje	=	jongleur
jongleurtjes	=	jongleur
jongmaatje	noun	jeugdig hulpje; jongste bediende
jongmaatjes	=	jongmaatje
jongmens	noun	een jong persoon, jongeman, jonge meid
jongons	=	jongens
jongs	=	jong
jongske	=	jong
jongst	=	jong
jongste	=	jong
jongstleden	adj	afgelopen, vorig
jongt	=	jongen
jonguh	=	jongen
jongvee	noun	onvolwassen landbouwhuisdieren met name jonge runderen
jongvolwassen	adj	betrekking hebbend op mensen die net de leeftijd van 18 jaar zijn gepasseerd
jongvolwassene	noun	adolescent, ouder dan de puber, iemand in de leeftijd van 18 tot 25 jaar (al worden er ook andere leeftijdsgrenzen gebruikt)
jongvolwassenen	=	jongvolwassene
jongvolwassenenprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma dat gemaakt is voor mensen die pas enkele jaren volwassen zijn
jongvolwassenenprogramma's	=	jongvolwassenenprogramma
jongvolwassenenprogrammaatje	=	jongvolwassenenprogramma
jongvolwassenenprogrammaatjes	=	jongvolwassenenprogramma
jongvolwassens	=	jongvolwassen
jonk	noun	voor en achter hoog oplopend Chinees zeilschip met drie masten
jonken	=	jonk
jonker	noun	jonkheer
jonkers	noun	Pseudagrion een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
jonkertje	=	jonker
jonkertjes	=	jonker
jonkheer	noun	Dit predicaat wordt gevoerd door de meeste leden van adellijke families.
jonkheertje	=	jonkheer
jonkheertjes	=	jonkheer
jonkheid	noun	het jong zijn
jonkheren	=	jonkheer
jonkie	noun	jongen, knaap, jongdier, jong iemand.
jonkies	=	jonkie
jonkietje	=	jonkie
jonkietjes	=	jonkie
jonkje	=	jonk
jonkjes	=	jonk
jonkman	noun	jonge man
jonkmannetje	=	jonkman
jonkmannetjes	=	jonkman
jonkmans	=	jonkman
jonko	noun|informal	een joint
jonko's	=	jonko
jonkootje	=	jonko
jonkootjes	=	jonko
jonktuig	noun	tuigage van een jonk
jonktuigen	=	jonktuig
jonktuigje	=	jonktuig
jonktuigjes	=	jonktuig
jonkvrouw	noun	Dit predicaat wordt gevoerd door de meeste vrouwelijke leden van adellijke families.
jonkvrouwe	noun	deftige adelijke dame
jonkvrouwelijk	adj	op een manier die past bij jonkvrouwen
jonkvrouwelijke	=	jonkvrouwelijk
jonkvrouwelijker	=	jonkvrouwelijk
jonkvrouwelijkere	=	jonkvrouwelijk
jonkvrouwelijkers	=	jonkvrouwelijk
jonkvrouwelijks	=	jonkvrouwelijk
jonkvrouwelijkst	=	jonkvrouwelijk
jonkvrouwelijkste	=	jonkvrouwelijk
jonkvrouwen	=	jonkvrouw
jonkvrouwtje	=	jonkvrouw
jonkvrouwtjes	=	jonkvrouw
jonne	=	jonnen
jonnen	verb	verlenen, gunnen, toestaan
jonnend	=	jonnen
jonnende	=	jonnen
jonquille	noun	Narcissus jonquilla een plantensoort uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
jont	=	jonnen
jontef	noun	feestdag
jontefdik	adj	feestelijk, horend bij of bestemd voor een feestdag
jontefs	=	jontef
jontouvem	noun	feestdagen, Jiddisch gevormd meervoud van jontef
jood	noun	aanhanger van het joodse geloof, volgens de joodse traditie iemand of een man die geboren is uit een joodse moeder; verder iemand of een man die is toegetreden tot het jodendom; ook iemand of een man die het joodse geloof belijdt
joodje	=	jood
joodjes	=	jood
joods	adj	te maken hebbend met de joodse godsdienst, het jodendom
joods-christelijk	adj	te maken hebbend met het christendom of het jodendom
joods-christelijke	=	joods-christelijk
joods-christelijker	=	joods-christelijk
joods-christelijkere	=	joods-christelijk
joods-christelijkers	=	joods-christelijk
joods-christelijks	=	joods-christelijk
joods-christelijkst	=	joods-christelijk
joods-christelijkste	=	joods-christelijk
joods-orthodox	adj	volgens de traditionele opvatting van de joodse godsdienst, het jodendom
joods-orthodoxe	=	joods-orthodox
joods-orthodoxer	=	joods-orthodox
joods-orthodoxere	=	joods-orthodox
joods-orthodoxers	=	joods-orthodox
joods-orthodoxt	=	joods-orthodox
joods-orthodoxte	=	joods-orthodox
joodsch	=	joods
joodse	=	joods
joodser	=	joods
joodsere	=	joods
joodsers	=	joods
joodst	=	joods
joodste	=	joods
joodstikstof	noun	een zeer instabiele anorganische verbinding met de formule NI₃
joodvis	noun	Epinephelus nigritus een straalvinnige vis uit de familie van zaagbaarzen (Serranidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het noordwesten, het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan
joodvisje	=	joodvis
joodvisjes	=	joodvis
joodvissen	=	joodvis
joodzuur	noun	de verbinding HIO₃
jook	=	joken
jookt	=	joken
jookte	=	joken
jookten	=	joken
jool	noun	pret, feest
joon	noun	ton met daaruit oprijzende stok om een vaarweg voor kleine vaartuigen aan te geven, of de plaats van een visnet of vislijn
joop	noun	haagdoorn
jop	=	jaap
jopen	=	joop
jopenbier	noun	dik, bruin, Duits bier gemaakt van de vrucht van de meidoorn
jopenbieren	=	jopenbier
jopenbiertje	=	jopenbier
jopenbiertjes	=	jopenbier
joppe	adj	in orde
jopper	noun	halflange, overjas met ritssluiting en hoge kraag
joppers	=	jopper
joppertje	=	jopper
joppertjes	=	jopper
jor	noun	jaar
jordaans	adj	op Jordanië betrekking hebbend
jordaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Jordanië, of een vrouw afkomstig uit Jordanië
jordaansen	=	jordaanse
jordaanser	=	jordaans
jordaansere	=	jordaans
jordaansers	=	jordaans
jordaanst	=	jordaans
jordaanste	=	jordaans
jordanisch	adj	betreffende Jordanië of zijn inwoners
jordanische	=	jordanisch
jordanischer	=	jordanisch
jordanischere	=	jordanisch
jordanischers	=	jordanisch
jordaniër	noun	een inwoner van Jordanië, of iemand afkomstig uit Jordanië
jordaniërs	=	jordaniër
jordaniërtje	=	jordaniër
jordankromme	noun	curve die continu en doorsnedevrij is en die een beginpunt en een eindpunt heeft
jordankrommen	=	jordankromme
jortsait	noun	jaarlijkse herdenking van de sterfdag van een familielid
jortsaiten	=	jortsait
josplateaustaalvink	noun	Vidua maryae een vogel uit de familie van de Viduidae.
josplateaustaalvinken	=	josplateaustaalvink
josplateaustaalvinkje	=	josplateaustaalvink
josplateaustaalvinkjes	=	josplateaustaalvink
jostabes	noun	Ribes ×nidigrolaria een gecultiveerde struik uit de ribesfamilie (Grossulariaceae).
jostabesje	=	jostabes
jostabesjes	=	jostabes
jostabessen	=	jostabes
jota	noun	de Griekse letter "i" de kleinste letter van het alfabet
jota's	=	jota
jota-uil	noun	Autographa jota een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
jota-uilen	=	jota-uil
jota-uiltje	=	jota-uil
jota-uiltjes	=	jota-uil
jotaatje	=	jota
jotavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter jota
jotavarianten	=	jotavariant
jotserot	noun	benaming van een reeks pioetiem (pioet), op sjabbat en feestdagen ingevoegd in de brachot (bracha) voor en na het Sjema
jottem	intj	uitroep van enthousiaste instemming, vooral gebruikt in de tweede helft van de 20e eeuw
jottum	intj	uitroep van enthousiaste instemming, vooral gebruikt in de tweede helft van de 20e eeuw
jou	pron	tweede persoon enkelvoud accusatief (datief) informeel
joude	=	jouen
jouden	=	jouen
joue	=	jouen
jouen	verb	jij en jou als aanspreekvorm gebruiken (terwijl u misschien meer op zijn plaats zou zijn)
jouend	=	jouen
jouende	=	jouen
jouker	adj	duur, kostbaar
joukere	=	jouker
joukers	=	jouker
joule	noun	de eenheid van energie (arbeid of arbeidsvermogen) in het SI-stelsel, weergegeven met symbool J en is gedefinieerd als de energie die nodig is om een lichaam te verplaatsen met een kracht van 1 newton over een afstand van 1 meter
joule-effect	noun	het opwarmen van een geleider (weerstand) als er stroom door vloeit
joules	=	joule
joum	noun	dag
joune	=	jouwe
jour	noun	dag (als tijdsbestek waarin iets gebeurt of waarin het licht is), alleen in onderstaande verbindingen
journaal	noun	een televisieprogramma dat dagelijks het nieuws brengt
journaallus	noun	doorlopende herhalingen van het journaal op televisie.
journaallusje	=	journaallus
journaallusjes	=	journaallus
journaallussen	=	journaallus
journaalpresentator	noun	persoon die het nieuws vertelt in een nieuwsuitzending
journaalpresentatoren	=	journaalpresentator
journaalpresentators	=	journaalpresentator
journaals	=	journaal
journaaltje	=	journaal
journaaltjes	=	journaal
journaaluitzending	noun	een televisie- of radioprogramma dat op vaste tijden het recente nieuws uit binnen- en buitenland brengt.
journaaluitzendingen	=	journaaluitzending
journaaluitzendinkje	=	journaaluitzending
journaaluitzendinkjes	=	journaaluitzending
journaille	noun	de gehele schrijvende pers of dat deel wat zich alleen met sensatie bezig houdt
journailles	=	journaille
journailletje	=	journaille
journalen	=	journaal
journalist	noun	verslaggever, iemand die nieuwsfeiten publiceert
journaliste	noun	vrouw die journalist is
journalisten	=	journalist
journalistenbond	noun	vakbond voor verslaggevers
journalistenbonden	=	journalistenbond
journalistencafeetje	=	journalistencafé
journalistencafeetjes	=	journalistencafé
journalistencafé	noun	uitgaansgelegenheid voor journalisten
journalistencafés	=	journalistencafé
journalistenjargon	noun	het typische taalgebruik van verslaggevers
journalistenvakbond	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van journalisten als arbeidskracht
journalistenvakbonden	=	journalistenvakbond
journalistenvereniging	noun	een organisatie die opkomt voor de belangen van professionals in de journalistiek.
journalistenverenigingen	=	journalistenvereniging
journalistenverenigingetje	=	journalistenvereniging
journalistenverenigingetjes	=	journalistenvereniging
journalistes	=	journaliste
journalistiek	noun	verstrekking van informatie via de media	adj	betrekking hebbend op de nieuwsgaring
journalistieke	=	journalistiek
journalistieker	=	journalistiek
journalistiekere	=	journalistiek
journalistiekers	=	journalistiek
journalistieks	=	journalistiek
journalistiekst	=	journalistiek
journalistiekste	=	journalistiek
journalistisch	adj	betrekking hebbend op de journalistiek of journalisten
journalistische	=	journalistisch
journalistischer	=	journalistisch
journalistischere	=	journalistisch
journalistischers	=	journalistisch
journalistje	=	journalist
journalistjes	=	journalist
jours	=	jour
jout	=	jouen
joutse	adj	in 'joutse zijn': zijn plicht doen
jouw	noun	uitroep (van vreugde)	pron|informal	van jou
jouwbuizer	noun	iemand die regelmatig zelfgemaakte filmpjes op YouTube plaatst
jouwbuizers	=	jouwbuizer
jouwde	=	jouwen
jouwden	=	jouwen
jouwe	noun	zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot jou behoort	pron	zelfstandige vorm van jouwe, tweede persoon enkelvoud informeel
jouwen	verb	luidkeels van afkeuring en minachting blijk geven
jouwend	=	jouwen
jouwende	=	jouwen
jouwer	pron|obsolete	genitief (van) jouw
jouws	pron|obsolete	genitief (van) jouw
jouwt	=	jouwen
jouzelf	pron	tweede persoon enkelvoud, versterkte vorm van jou
jouïsseer	=	jouïsseren
jouïsseerde	=	jouïsseren
jouïsseerden	=	jouïsseren
jouïsseert	=	jouïsseren
jouïssere	=	jouïsseren
jouïsseren	verb	met innig genoegen beleven
jouïsserend	=	jouïsseren
jouïsserende	=	jouïsseren
joveel	noun	jubeljaar
jovelot	=	joveel
joviaal	adj	opgewekt en tegelijk aardig en vriendschappelijk in de omgang
joviaals	=	joviaal
joviaalst	=	joviaal
joviaalste	=	joviaal
joviale	=	joviaal
jovialer	=	joviaal
jovialere	=	joviaal
jovialers	=	joviaal
jovialiteit	noun	het aardig, vriendelijk en gezellig zijn
jovialiteiten	=	jovialiteit
joyeus	adj	vol vreugde die met de omgeving gedeeld wordt
joyeust	=	joyeus
joyeuste	=	joyeus
joyeuze	=	joyeus
joyeuzer	=	joyeus
joyeuzere	=	joyeus
joyeuzers	=	joyeus
joyriden	verb	tocht maken met een gestolen voertuig; een tocht maken met een voertuig zonder toestemming van de eigenaar
joyridend	=	joyriden
joyridende	=	joyriden
joyrider	noun	persoon die zonder toestemming van de eigenaar een tocht maakt met een voertuig
joyriders	=	joyrider
joyridertje	=	joyrider
joyridertjes	=	joyrider
joyriding	noun	het rijden in andermans motorvoertuig, zonder dat de eigenaar hiervoor toestemming heeft gegeven.
joyrijden	verb	rijden met een gestolen voertuig; stelen van een auto om ermee te kunnen rijden
joyrijdende	=	joyrijden
joystick	noun	stuurknuppeltje waarmee men o.a. een computerspel kan besturen
joystickje	=	joystick
joystickjes	=	joystick
joysticks	=	joystick
jozef	noun	een eerbare man
jozefs	=	jozef
jozefshuwelijk	noun	een huwelijk zonder geslachtsverkeer
jozefshuwelijken	=	jozefshuwelijk
jp-norm	noun	salarisnorm voor ambtenaren dat ze niet meer mogen verdienen dan de minister-president
jp-normen	=	jp-norm
jsf	noun	21e-eeuws gevechtsvliegtuig dat ook gronddoelen kan aanvallen en nauwelijks zichtbaar is voor vijandelijke radar Dit toestel is ontwikkeld door de VS in de jaren 90 van de 20e eeuw en onder meer door België en Nederland aangekocht als opvolger van de F16 gevechtsvliegtuigen.
jsf's	=	jsf
ju	intj	een uitroep om paarden en andere trekdieren aan te sporen
juan-fernandezkolibrie	noun	Sephanoides fernandensis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
juan-fernandezkolibries	=	juan-fernandezkolibrie
juan-fernandezkolibrietje	=	juan-fernandezkolibrie
juan-fernandezkolibrietjes	=	juan-fernandezkolibrie
juan-fernandezmeestiran	noun	Anairetes fernandezianus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen of Amerikaanse vliegenvangers).
juan-fernandezmeestirannen	=	juan-fernandezmeestiran
juan-fernandezmeestirannetje	=	juan-fernandezmeestiran
juan-fernandezmeestirannetjes	=	juan-fernandezmeestiran
juanfernandezzeebeer	noun	Arctocephalus philippii een zoogdier uit de familie van de oorrobben (Otariidae).
juanfernandezzeebeertje	=	juanfernandezzeebeer
juanfernandezzeebeertjes	=	juanfernandezzeebeer
juanfernandezzeeberen	=	juanfernandezzeebeer
jubee	noun	afscheiding tussen het koor en het schip van een kerk
jubees	=	jubee
jubel	noun	grote vreugde
jubelde	=	jubelen
jubelden	=	jubelen
jubele	=	jubelen
jubelen	verb	juichen
jubelend	adj	bezig met te juichen
jubelende	=	jubelen
jubelender	=	jubelend
jubelendere	=	jubelend
jubelenders	=	jubelend
jubelends	=	jubelend
jubelendst	=	jubelend
jubelendste	=	jubelend
jubelfeest	noun	jubileum
jubelfeesten	=	jubelfeest
jubelfeestje	=	jubelfeest
jubelfeestjes	=	jubelfeest
jubeljaar	noun	joveel, elk vijftigste jaar, waarin volgens de Bijbel (Lev. 25) schulden werden kwijtgescholden en land weer in het bezit van de oorspronkelijke eigenaar kwam
jubeljaren	=	jubeljaar
jubelkreet	noun	juichkreet
jubelkreetje	=	jubelkreet
jubelkreetjes	=	jubelkreet
jubelkreten	=	jubelkreet
jubellied	noun	lied waarin van vreugde wordt gejubeld
jubelliederen	=	jubellied
jubelliedje	=	jubellied
jubelliedjes	=	jubellied
jubelstemming	noun	een blijde, feestelijke, emotionele toestand passend bij een overwinning
jubelstemmingen	=	jubelstemming
jubelt	=	jubelen
jubeltje	=	jubel
jubeltjes	=	jubel
jubelton	noun	belastingvrije schenking die men aan iemand die daarmee de eigenwoning kan financieren
jubeltonnen	=	jubelton
jubelzang	noun	het zingen waarmee men uiting geeft aan zijn blijdschap
jubelzangen	=	jubelzang
jubilaresse	noun	vrouwelijke jubilaris
jubilaressen	=	jubilaresse
jubilaresses	=	jubilaresse
jubilaris	noun	iemand die zijn of haar jubileum viert
jubilarissen	=	jubilaris
jubilea	=	jubileum
jubilee	noun	jubileum
jubileer	=	jubileren
jubileerde	=	jubileren
jubileerden	=	jubileren
jubileert	=	jubileren
jubilees	=	jubilee
jubilere	=	jubileren
jubileren	verb	een jubileum vieren
jubilerend	=	jubileren
jubilerende	=	jubileren
jubileum	noun	feestelijke herdenking van de dag waarop iets gebeurde of begon
jubileumactie	noun	een feestelijke promotie die een bedrijf of organisatie organiseert ter viering van een jubileum
jubileumacties	=	jubileumactie
jubileumactietje	=	jubileumactie
jubileumactietjes	=	jubileumactie
jubileumboek	noun	boek dat geschreven is ter gelegenheid van een feestelijke herdenking
jubileumboeken	=	jubileumboek
jubileumboekje	=	jubileumboek
jubileumboekjes	=	jubileumboek
jubileumfeest	noun	feest ter gelegenheid van de dag waarop iets gebeurde of begon
jubileumfeesten	=	jubileumfeest
jubileumfeestje	=	jubileumfeest
jubileumfeestjes	=	jubileumfeest
jubileumjaar	noun	een jaar waarin gevierd wordt dat iets een aantal jaren bestaat; meestal gaat het om een aantal dat een veelvoud is van 5 of een deel van 100
jubileumjaren	=	jubileumjaar
jubileumnummer	noun	herdenkingsnummer van een krant of tijdschrift
jubileumnummers	=	jubileumnummer
jubileumpje	=	jubileum
jubileumpjes	=	jubileum
jubileums	=	jubileum
jubileumuitgave	noun	productie gemaakt in het kader van een jubileum
jubileumuitgaven	=	jubileumuitgave
jubileumuitzending	noun	een programma dat wordt gemaakt ter gelegenheid van een mijlpaal in de tijd
jubileumuitzendingen	=	jubileumuitzending
jubileumuitzendinkje	=	jubileumuitzending
jubileumuitzendinkjes	=	jubileumuitzending
jubileumviering	noun	feestelijke herdenking van de dag waarop iets gebeurde of begon
jubileumvieringen	=	jubileumviering
jubé	=	jubee
jucht	noun	van juchtleder, juchtleer
juchten	=	jucht
juchtleder	noun	zeer zacht waterdicht kalfs- of runderleer dat door de behandeling met berkenteerolie (betuline) een kenmerkende geur heeft
juchtleer	noun	oorspronkelijk uit Rusland afkomstig waterafstotend leer dat met berkenteerolie bereid is
juchtleerkever	noun	Osmoderma eremita een keversoort uit de familie van de bladsprietkevers (Scarabeidae).
juchtleerkevers	=	juchtleerkever
juchtleerkevertje	=	juchtleerkever
juchtleerkevertjes	=	juchtleerkever
juchtleren	adj	van juchtleer vervaardigd
judas	noun	onbetrouwbaar persoon
judasbomen	=	judasboom
judasboom	noun	Cercis siliquastrum een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
judasboompje	=	judasboom
judasboompjes	=	judasboom
judashouding	noun	een verraderlijke of onbetrouwbare houding, vaak gekenmerkt door schijnbare vriendschap terwijl men iemand in de rug valt.
judashoudingen	=	judashouding
judashoudinkje	=	judashouding
judashoudinkjes	=	judashouding
judasje	=	judas
judasjes	=	judas
judaskus	noun|figurative	vriendelijk gebaar van een iemand die veinst een vriend te zijn, kort voordat zijn ware bedoelingen duidelijk worden
judaskusje	=	judaskus
judaskusjes	=	judaskus
judaskussen	=	judaskus
judasluik	noun	getralied luik in een deur
judasluiken	=	judasluik
judasluikje	=	judasluik
judasluikjes	=	judasluik
judasogen	=	judasoog
judasoog	noun	een klein groothoekkijkertje in een deur
judasoogje	=	judasoog
judasoogjes	=	judasoog
judaspenning	noun	naam voor planten uit het geslacht Lunaria, kruisbloemige planten met platte, zilverwitte peulen
judaspenningen	=	judaspenning
judaspenninkje	=	judaspenning
judaspenninkjes	=	judaspenning
judasse	=	judassen
judassen	verb	bewust ergeren of bij herhaling uitdagend kwetsen
judassend	=	judassen
judassende	=	judassen
judasstreek	noun	zeer verraderlijke daad
judasstreken	=	judasstreek
judast	=	judassen
judaste	=	judassen
judasten	=	judassen
judaïca	noun	niet-Hebreeuwse boeken over het jodendom
judaïsme	noun	de religie van het Joodse volk en de oudste of een van de vroegst ontstane monotheïstische godsdiensten en behoort tot de oudste religieuze tradities die vandaag de dag nog worden beoefend
judees	adj	van, met betrekking tot of afkomstig uit Judea, het Joodse gebied rond Jerusalem
judeesch	=	judees
judeest	=	judees
judeeste	=	judees
judeeër	noun	lid van de stam Juda-2, inwoner van het gebied van Juda-3, ook Jood in het algemeen (89×: 2 Kon. 16:6 +, Jer. 32:12 +, Zach. 8:23, Dan. 3:8 +, Est. 2:5 +, Ezra 4:12 +, Neh. 1:2 +)
judeeërs	=	judeeër
judeo-arabischtalig	adj	de Judeo-Arabische taal sprekend
judeo-arabischtalige	=	judeo-arabischtalig
judeo-arabischtaligs	=	judeo-arabischtalig
judeo-christelijk	adj	betrekking hebbend op de gedeelde historische en culturele wortels tussen het jodendom en het christendom, waarbij het christendom voortkomt uit het jodendom met Jezus, een Joodse figuur
judeo-christelijke	=	judeo-christelijk
judeo-christelijker	=	judeo-christelijk
judeo-christelijkere	=	judeo-christelijk
judeo-christelijkers	=	judeo-christelijk
judeo-christelijks	=	judeo-christelijk
judeo-christelijkst	=	judeo-christelijk
judeo-christelijkste	=	judeo-christelijk
judeo-perzischtalig	adj	de Judeo-Perzische taal sprekend
judeo-perzischtalige	=	judeo-perzischtalig
judeo-perzischtaligs	=	judeo-perzischtalig
judese	noun	vrouwelijk lid van de stam Juda (1 Kron. 4:18)
judeser	=	judees
judesere	=	judees
judesers	=	judees
judezmo	noun	op het Castiliaans gebaseerde taal van nakomelingen van Sefardische joden die in 1492 uit Spanje werden verdreven, geschreven met Hebreeuwse letters
judicia	=	judicium
judicieel	adj	rechterlijk
judicieels	=	judicieel
judicieelst	=	judicieel
judicieelste	=	judicieel
judicium	noun	vonnis
judiciums	=	judicium
judiciële	=	judicieel
judiciëler	=	judicieel
judiciëlere	=	judicieel
judiciëlers	=	judicieel
judo	noun	een Japanse vechtsport, heden ten dage beoefend als wedstrijdsport
judoband	noun	band waarvan de kleur aangeeft hoe sterk de judoër is
judobanden	=	judoband
judocoach	noun	iemand die judotrainingen geeft
judocoaches	=	judocoach
judode	=	judoën
judoden	=	judoën
judogi	noun	pak bestaande uit een ruime broek, wijd openvallend jasje en band van stevige stof die traditioneel bij het beoefenen van judo worden gedragen
judogi's	=	judogi
judoka	noun	een beoefenaar(ster) van judo
judoka's	=	judoka
judokaatje	=	judoka
judokaatjes	=	judoka
judokampioen	noun	winnaar van een of meer judowedstrijden, winnaar van een judokampioenschap
judokampioenen	=	judokampioen
judokleding	noun	de speciale, stevige kleding die wordt gedragen tijdens het beoefenen van de Japanse vechtsport judo.
judoles	noun	les waarin men leert te judoën
judolesje	=	judoles
judolesjes	=	judoles
judolessen	=	judoles
judomat	noun	een dikke veerkrachtige mat waarop men veilig kan judoën
judomatje	=	judomat
judomatjes	=	judomat
judomatten	=	judomat
judoot	=	judoën
judovereniging	noun	sportorganisatie waar de Japanse zelfverdedigingskunst judo wordt beoefend.
judoverenigingen	=	judovereniging
judoverenigingetje	=	judovereniging
judoverenigingetjes	=	judovereniging
judowedstrijd	noun	een sportieve confrontatie op een mat, waarbij twee judoka's proberen de ander te werpen of in een houdgreep te krijgen
judowedstrijden	=	judowedstrijd
judowedstrijdje	=	judowedstrijd
judowedstrijdjes	=	judowedstrijd
judoë	=	judoën
judoën	verb	de judosport beoefenen
judoënd	=	judoën
judoënde	=	judoën
jue	noun	een oud type Chinese wijnkan die gebruikt werd om warme wijn te serveren
juf	noun|informal	lerares van een lagere school of peuterklas
juffelde	=	juffelen
juffelen	verb	juffen die kletsen
juffelend	=	juffelen
juffelende	=	juffelen
juffen	=	juf
juffendag	noun	de dag dat men de verjaardag van al het onderwijzend personeel van een school tegelijkertijd viert
juffendagen	=	juffendag
juffendagje	=	juffendag
juffendagjes	=	juffendag
juffer	noun	juffrouw
jufferblok	noun	op oude zeilschepen: een van de twee houten blokken (zonder draaiende schijven) van een wantspanner
jufferblokje	=	jufferblok
jufferblokjes	=	jufferblok
jufferblokken	=	jufferblok
jufferde	=	jufferen
jufferden	=	jufferen
jufferduif	noun	een duif uit het geslacht Ptilinopus
jufferduifje	=	jufferduif
jufferduifjes	=	jufferduif
jufferduiven	noun	een geslacht Drepanoptila van vogels uit de familie duiven (Columbidae)
juffere	=	jufferen
jufferen	verb	"juf" of "juffrouw" zeggen
jufferend	=	jufferen
jufferende	=	jufferen
jufferkraanvogel	noun	Grus virgo een vogel uit de familie van de kraanvogels (Gruidae).
jufferkraanvogels	=	jufferkraanvogel
jufferkraanvogeltje	=	jufferkraanvogel
jufferkraanvogeltjes	=	jufferkraanvogel
juffers	noun	een onderorde Zygoptera van de libellen (Odonata).
juffershond	noun	kleine hond (Canis lupus familiaris) om te vertroetelen, vooral geliefd bij vrouwen
juffershonden	=	juffershond
juffershondje	=	juffershond
juffershondjes	=	juffershond
juffert	=	jufferen
juffertje	=	juffer
juffertje-in-'t-groen	noun	bepaald soort eenjarige plant met sterk gereduceerde veerdelige bladeren, Nigella damascena uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae), die 20-45 cm hoog wordt en vaak in tuinen staat als sierplant wordt toegepast
juffertje-in-het-groen	noun	bepaald soort eenjarige plant met sterk gereduceerde veerdelige bladeren, Nigella damascena uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae), die 20-45 cm hoog wordt en vaak in tuinen staat als sierplant wordt toegepast
juffertjes	=	juffer
juffertjes-in-'t-groen	=	juffertje-in-'t-groen
juffertjes-in-het-groen	=	juffertje-in-het-groen
juffie	=	juf
juffies	=	juf
juffrouw	noun	gewoonlijk ongehuwde, vrouw
juffrouwen	=	juffrouw
juffrouwtje	=	juffrouw
juffrouwtjes	=	juffrouw
jufje	=	juf
jufjes	=	juf
jufs	=	juf
jugendstil	noun	stroming die tussen 1880 en 1914 op verschillende plaatsen in Europa populair was, voornamelijk als reactie op het vormvervagende impressionisme
jugendstilcafeetje	=	jugendstilcafé
jugendstilcafeetjes	=	jugendstilcafé
jugendstilcafé	noun	uitgaangsgelegenheid gebouwd in de stijl van de jugendstil
jugendstilcafés	=	jugendstilcafé
jugendstilpand	noun	gebouw dat gebouwd is in de stijl van de art nouveau
jugendstilpanden	=	jugendstilpand
jugendstilpandje	=	jugendstilpand
jugendstilpandjes	=	jugendstilpand
juicekanaal	noun	kanaal op het internet waar via sappige roddels gedeeld worden
juicekanalen	=	juicekanaal
juicequeen	noun	bekende blogster of vlogster die een roddelblog bijhoudt over beroemdheden
juicequeens	=	juicequeen
juich	=	juichen
juiche	=	juichen
juichen	verb	op luide wijze vreugde uiten
juichend	adj	op een luide manier heel blij zijn
juichende	=	juichen
juichender	=	juichend
juichendere	=	juichend
juichenders	=	juichend
juichends	=	juichend
juichendst	=	juichend
juichendste	=	juichend
juichens	noun	genitief van juichen
juicher	noun	iemand die zijn vreugde, enthousiasme, of goedkeuring uit met luide, vrolijke geluiden, zoals roepen of schreeuwen, vaak in een groep, zoals bij een sportwedstrijd of een feestelijke gebeurtenis.
juichers	=	juicher
juichertje	=	juicher
juichertjes	=	juicher
juichkreet	noun	een luide uitroep van blijdschap
juichkreetje	=	juichkreet
juichkreetjes	=	juichkreet
juichkreten	=	juichkreet
juichpak	noun	een kledingset bestemd voor supporters van een sportteam
juichpakje	=	juichpak
juichpakjes	=	juichpak
juichpakken	=	juichpak
juichstemming	noun	psychische gesteldheid als men heel blij en vrolijk is
juichstemmingen	=	juichstemming
juicht	=	juichen
juichte	=	juichen
juichten	=	juichen
juichtonen	=	juichtoon
juichtoon	noun	een manier van spreken die wijst op grote instemming en vreugde
juin	=	ajuin
juist	adv	daarnet, daarstraks, zopas, net, zo-even, zojuist, zonet	adj	zoals het moet, waar
juiste	=	juist
juister	=	juist
juistere	=	juist
juisters	=	juist
juistheden	=	juistheid
juistheid	noun	het juist, correct zijn
juists	=	juist
juistst	=	juist
juistste	=	juist
jujube	noun	Ziziphus jujuba Ziziphus mauritiana besachtige eetbare steenvrucht van een oosterse boom
jujubes	=	jujube
jujubetje	=	jujube
jujubetjes	=	jujube
juk	noun	houten pasvorm die op de schouders gedragen wordt en twee te dragen gewichten (emmers, manden) verbindt
jukbeen	noun	een van de beenderen van de schedel (os zygomaticum)
jukbeenderen	=	jukbeen
jukbeentje	=	jukbeen
jukbeentjes	=	jukbeen
jukbenen	=	jukbeen
jukbogen	=	jukboog
jukboog	noun	bot in het aangezicht onder oog, naast de neus en boven de bovenkaak
jukboogje	=	jukboog
jukboogjes	=	jukboog
jukebox	noun	muziekautomaat met veel single's
jukeboxen	=	jukebox
jukeboxje	=	jukebox
jukeboxjes	=	jukebox
jukje	=	juk
jukjes	=	juk
jukken	=	juk
jul	noun	zevende kalendermaand, juli
juli	noun	de zevende maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender
juli's	=	juli
juli-editie	noun	uitgave voor de maand juli
juli-edities	=	juli-editie
juli-editietje	=	juli-editie
juli-editietjes	=	juli-editie
juliaans	adj	van of met betrekking tot Julius Caesar
juliaanse	=	juliaans
juliaanser	=	juliaans
juliaansere	=	juliaans
juliaansers	=	juliaans
juliaanst	=	juliaans
juliaanste	=	juliaans
juliactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand juli
juliacties	=	juliactie
juliactietje	=	juliactie
juliactietjes	=	juliactie
juliavond	noun	een avond in de maand juli
juliavonden	=	juliavond
julicijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand juli
julicijfers	=	julicijfer
julicijfertje	=	julicijfer
julicijfertjes	=	julicijfer
julidag	noun	dag in de zevende maand van het jaar
julidagen	=	julidag
julienne	noun	in dunne staafjes gesneden of gehakte vorm van groente, vergelijkbaar met de vorm en grootte van luciferhoutjes
juliennerasp	noun	handig keukenhulpje waarmee je groenten en fruit in flinterdunne, gelijkmatige reepjes snijdt
julienneraspen	=	juliennerasp
julienneraspje	=	juliennerasp
julienneraspjes	=	juliennerasp
julienneschiller	noun	handig keukenhulpje waarmee je groenten en fruit in flinterdunne, gelijkmatige reepjes snijdt
julienneschillers	=	julienneschiller
julienneschillertje	=	julienneschiller
julienneschillertjes	=	julienneschiller
juliennesnijder	noun	handig keukenhulpje waarmee je groenten en fruit in flinterdunne, gelijkmatige reepjes snijdt
juliennesnijders	=	juliennesnijder
juliennesnijdertje	=	juliennesnijder
juliennesnijdertjes	=	juliennesnijder
juliennesoep	noun	heldere soep met zeer fijn gesneden groenten
juliennesoepen	=	juliennesoep
juliennesoepje	=	juliennesoep
juliennesoepjes	=	juliennesoep
julietje	=	juli
julikever	noun	Polyphylla fullo een kever uit de familie van de bladsprietkevers (Scarabaeidae).
julikevers	=	julikever
julikevertje	=	julikever
julikevertjes	=	julikever
julimaand	noun	de zevende maand van een kalenderjaar, een van de zomermaanden
julimaanden	=	julimaand
julimiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand juli
julimiddagen	=	julimiddag
julimiddagje	=	julimiddag
julimiddagjes	=	julimiddag
julimorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand juli
julimorgens	=	julimorgen
julimorgentje	=	julimorgen
julimorgentjes	=	julimorgen
julinacht	noun	een van de lange nachten in de maand juli
julinachten	=	julinacht
julinamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand juli
julinamiddagen	=	julinamiddag
julinamiddagje	=	julinamiddag
julinamiddagjes	=	julinamiddag
julinummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 7de maand van het jaar
julinummers	=	julinummer
juliochtend	noun	deel van de dag in de maand juli tussen 6.00 en 12.00 uur
juliochtenden	=	juliochtend
juliochtendje	=	juliochtend
juliochtendjes	=	juliochtend
julitemperaturen	=	julitemperatuur
julitemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand juli
julitemperatuurtje	=	julitemperatuur
julitemperatuurtjes	=	julitemperatuur
juliweek	noun	week in de maand juli
juliweekje	=	juliweek
juliweekjes	=	juliweek
juliweer	noun	het zomerweer zoals dat normaal is voor juli
juliweken	=	juliweek
juliwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand juli
juliwijnen	=	juliwijn
juliwijntje	=	juliwijn
juliwijntjes	=	juliwijn
juliwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand juli
juliwinden	=	juliwind
juliwindje	=	juliwind
juliwindjes	=	juliwind
julizon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand juli
julizonnen	=	julizon
julizonnetje	=	julizon
julizonnetjes	=	julizon
jullie	pron	nominatief (onderwerp)
julliezelf	pron	tweede persoon meervoud, versterkte vorm van jullie (maar zelden gebruikt)
jumbo	noun	zeer groot viermotorig vliegtuig voor vervoer van passagiers en vracht
jumbo's	=	jumbo
jumbojet	noun	zeer groot vliegtuig, de Boeing-747, is een viermotorig passagiers- en vrachtvliegtuig van de Amerikaanse fabrikant Boeing
jumbojetje	=	jumbojet
jumbojetjes	=	jumbojet
jumbojets	=	jumbojet
jumbootje	=	jumbo
jumbootjes	=	jumbo
jumelage	noun	vriendschapsband tussen twee steden, organisaties etc.
jumelages	=	jumelage
jumeleerd	=	jumeleren
jumeleerde	=	jumeleren
jumeleren	verb	vriendschap sluiten tussen vrouwen
jumelerend	=	jumeleren
jump	noun	sprong
jumpe	=	jumpen
jumpen	verb	over iets of iemand heen springen
jumpend	=	jumpen
jumpende	=	jumpen
jumper	noun	trui voor dames en kinderen
jumpers	=	jumper
jumpertje	=	jumper
jumpertjes	=	jumper
jumping	noun	wedstrijd waarbij ruiters zo snel mogelijk een parcours afleggen met hindernissen waar het paard zonder fouten overheen moet springen
jumps	=	jump
jumpshot	noun	al springend een worp in de basket doen bij het spelen van basketbal
jumpshots	=	jumpshot
jumpsuit	noun	broekpak uit één stuk
jumpsuits	=	jumpsuit
jumpt	=	jumpen
jumpte	=	jumpen
jumpten	=	jumpen
jun	noun	zesde kalendermaand, juni
junco	noun	Junco een geslacht van vogels uit de familie van de Amerikaanse gorzen.
junco's	=	junco
juncootje	=	junco
juncootjes	=	junco
junctie	noun	verbinding
juncties	=	junctie
junctis	prep	uitgelegd in samenhang met, in verband met
juncto	prep	uitgelegd in samenhang met, in verband met
juncturen	=	junctuur
junctuur	noun	verbinding
junctuurs	=	junctuur
jungle	noun	tropisch oerbos
junglebabbelaar	noun	Argya striata een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
junglebabbelaars	=	junglebabbelaar
junglebabbelaartje	=	junglebabbelaar
junglebabbelaartjes	=	junglebabbelaar
jungledwergijsvogel	noun	Ceyx erithaca een vogel uit de familie van de ijsvogels (Alcedinidae).
jungledwergijsvogels	=	jungledwergijsvogel
jungledwergijsvogeltje	=	jungledwergijsvogel
jungledwergijsvogeltjes	=	jungledwergijsvogel
jungledwergpatrijs	noun	Perdicula asiatica een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
jungledwergpatrijsje	=	jungledwergpatrijs
jungledwergpatrijsjes	=	jungledwergpatrijs
jungledwergpatrijzen	=	jungledwergpatrijs
jungledwerguil	noun	Glaucidium radiatum een vogel uit de familie van de uilen.
jungledwerguilen	=	jungledwerguil
jungledwerguiltje	=	jungledwerguil
jungledwerguiltjes	=	jungledwerguil
junglekamzwaluw	noun	Psalidoprocne nitens een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
junglekamzwaluwen	=	junglekamzwaluw
junglekamzwaluwtje	=	junglekamzwaluw
junglekamzwaluwtjes	=	junglekamzwaluw
junglekapitalisme	noun	vorm van kapitalisme waarbij geld boven ethiek gaat
junglemaina	noun	Acridotheres fuscus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
junglemaina's	=	junglemaina
junglemainaatje	=	junglemaina
junglemainaatjes	=	junglemaina
junglemes	noun	een groot mes of klein zwaard waarmee men zich een weg door het oerwoud kan banen
junglemessen	=	junglemes
junglenachtzwaluw	noun	Caprimulgus indicus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
junglenachtzwaluwen	=	junglenachtzwaluw
junglenachtzwaluwtje	=	junglenachtzwaluw
junglenachtzwaluwtjes	=	junglenachtzwaluw
jungleprinia	noun	Prinia sylvatica een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
jungleprinia's	=	jungleprinia
junglepriniaatje	=	jungleprinia
junglepriniaatjes	=	jungleprinia
jungles	=	jungle
jungletje	=	jungle
jungletjes	=	jungle
junglevliegenvanger	noun	een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
junglevliegenvangers	noun	een geslacht Vauriella van zangvogels uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae)
junglevliegenvangertje	=	junglevliegenvanger
junglevliegenvangertjes	=	junglevliegenvanger
juni	noun	de zesde maand van het jaar volgens de gregoriaanse kalender
juni's	=	juni
juni-editie	noun	uitgave voor de maand juni
juni-edities	=	juni-editie
juni-editietje	=	juni-editie
juni-editietjes	=	juni-editie
juniachtig	adj	passend bij de maand juni
juniachtige	=	juniachtig
juniachtiger	=	juniachtig
juniachtigere	=	juniachtig
juniachtigers	=	juniachtig
juniachtigs	=	juniachtig
juniachtigst	=	juniachtig
juniachtigste	=	juniachtig
juniactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand juni
juniacties	=	juniactie
juniactietje	=	juniactie
juniactietjes	=	juniactie
juniavond	noun	een avond in de maand juni
juniavonden	=	juniavond
junicijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand juni
junicijfers	=	junicijfer
junicijfertje	=	junicijfer
junicijfertjes	=	junicijfer
junidag	noun	een dag in de zesde maand van het jaar
junidagen	=	junidag
junietje	=	juni
junikever	noun	Amphimallon solstitiale een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae)
junikevers	=	junikever
junimaand	noun	de zesde maand van het jaar
junimaanden	=	junimaand
junimiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand juni
junimiddagen	=	junimiddag
junimiddagje	=	junimiddag
junimiddagjes	=	junimiddag
junimorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand juni
junimorgens	=	junimorgen
junimorgentje	=	junimorgen
junimorgentjes	=	junimorgen
juninacht	noun	een van de korte nachten in de maand juni
juninachten	=	juninacht
juninamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand juni
juninamiddagen	=	juninamiddag
juninamiddagje	=	juninamiddag
juninamiddagjes	=	juninamiddag
junincanastero	noun	Asthenes virgata een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
junincanastero's	=	junincanastero
junincanasterootje	=	junincanastero
junincanasterootjes	=	junincanastero
juninmierpitta	noun	Grallaria obscura een zangvogel uit de familie Grallariidae.
juninmierpitta's	=	juninmierpitta
juninmierpittaatje	=	juninmierpitta
juninmierpittaatjes	=	juninmierpitta
juninmoortiran	noun	Knipolegus signatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
juninmoortirannen	=	juninmoortiran
juninmoortirannetje	=	juninmoortiran
juninmoortirannetjes	=	juninmoortiran
junintapaculo	noun	Scytalopus gettyae een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
junintapaculo's	=	junintapaculo
junintapaculootje	=	junintapaculo
junintapaculootjes	=	junintapaculo
juninummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 6de maand van het jaar
juninummers	=	juninummer
juniochtend	noun	deel van de dag in de maand juni tussen 6.00 en 12.00 uur
juniochtenden	=	juniochtend
juniochtendje	=	juniochtend
juniochtendjes	=	juniochtend
junioortje	=	junior
junior	noun	iemand in een jongere leeftijdsklasse	adj	een vaak achtergeplaatste aanduiding die een zoon aanduidt die de gelijke naam heeft als de vader
junioren	=	junior
juniorenelftal	noun	voetbalteam met jeugdige spelers
juniorenelftallen	=	juniorenelftal
juniorenkampioen	noun	de winnaar van een toernooi of competitie voor jongere spelers
juniorenkampioenen	=	juniorenkampioen
juniorenklasse	noun	groep jonge sporters die jonger zijn dan een bepaalde leeftijd
juniorenklassen	=	juniorenklasse
juniorenteam	noun	team met jonge spelers
juniorenteams	=	juniorenteam
juniorentijd	noun	periode van iemands leven dat men kan meedoen met de klasse van de jongere sporters; de tijd van iemands leven dat iemand nog jong is
juniorentijden	=	juniorentijd
juniorenwedstrijd	noun	sportieve strijd waar jonge mensen aan deelnemen
juniorenwedstrijden	=	juniorenwedstrijd
juniorenwedstrijdje	=	juniorenwedstrijd
juniorenwedstrijdjes	=	juniorenwedstrijd
juniores	=	junior
juniorkamer	noun	elk van de lokale afdelingen van een internationale organisatie die beoogt de ontwikkeling van en onderlinge samenwerking tussen personen tot veertig jaar te bevorderen
juniorkamers	=	juniorkamer
juniorkamertje	=	juniorkamer
juniorkamertjes	=	juniorkamer
juniors	=	junior
juniorzaag	noun	een kleine ijzerzaag met een verwisselbaar zaagblad dat kleiner is dan bij een 'gewone' ijzerzaag
juniorzaagje	=	juniorzaag
juniorzaagjes	=	juniorzaag
juniorzagen	=	juniorzaag
junitemperaturen	=	junitemperatuur
junitemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand juni
junitemperatuurtje	=	junitemperatuur
junitemperatuurtjes	=	junitemperatuur
juniweek	noun	week in de maand juni
juniweekje	=	juniweek
juniweekjes	=	juniweek
juniweer	noun	het vroege zomerweer zoals dat normaal is voor juni
juniweken	=	juniweek
juniwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand juni
juniwijnen	=	juniwijn
juniwijntje	=	juniwijn
juniwijntjes	=	juniwijn
juniwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand juni
juniwinden	=	juniwind
juniwindje	=	juniwind
juniwindjes	=	juniwind
junizon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand juni
junizonnen	=	junizon
junizonnetje	=	junizon
junizonnetjes	=	junizon
junk	noun	iemand die aan drugsgebruik verslaafd is, een drugsverslaafde
junkbond	noun	risicovolle obligatie van een niet al te best gewaardeerde onderneming die daardoor echter wel een hoog rendement heeft
junkbondje	=	junkbond
junkbondjes	=	junkbond
junkbonds	=	junkbond
junken	=	junk
junkfood	noun	een verzamelnaam voor voedsel dat snel bereid en geserveerd wordt en relatief goedkoop is, maar helaas wel ongezond is
junkfoodbelasting	noun	belasting die geheven wordt over ongezond voedsel om obesitas te voorkomen
junkfoodbelastingen	=	junkfoodbelasting
junkfoodtaks	noun	belasting die geheven wordt over ongezond voedsel om obesitas te voorkomen
junkfoodtaksen	=	junkfoodtaks
junkie	noun	iemand die aan drugsgebruik verslaafd is
junkies	=	junkie
junkmail	noun	ongewenste e-mail, spam
junkmails	=	junkmail
junks	=	junk
junta	noun	groep hoge militairen die samen de baas zijn over het bestuur van een land
junta's	=	junta
juntaleider	noun	persoon die het hoofd is van een militaire regering
juntaleiders	=	juntaleider
jup	intj|informal	duidt bevestiging of instemming uit
jupiter	noun	iemand met het hoogste gezag (als een soort oppergod)
jupiterdampkring	noun	het gasvormig omhulsel van de grote planeet Jupiter
jupiters	=	jupiter
jura	noun	geologische tijdperk, tweede periode van het era mesozoïcum, waarin veel nieuwe soorten dinosauriërs ontstonden, van 200 tot 145 miljoen jaar geleden
jurassisch	adj	van, als van, betreffende de Jura of jura
jurassische	=	jurassisch
jurassischer	=	jurassisch
jurassischere	=	jurassisch
jurassischers	=	jurassisch
jurator	noun|obsolete	beëdigde klerk
jureer	=	jureren
jureerde	=	jureren
jureerden	=	jureren
jureert	=	jureren
jurere	=	jureren
jureren	verb	als jury optreden, beoordelen als jurylid
jurerend	=	jureren
jurerende	=	jureren
jurering	noun	beoordeling door een groep deskundigen
jureringen	=	jurering
juridisch	adj	betrekking hebbend op het recht en de rechtsleer
juridisch-technisch	adj	betreffende het automatiseren en efficiënter maken van juridische procedures
juridisch-technische	=	juridisch-technisch
juridisch-technischer	=	juridisch-technisch
juridisch-technischere	=	juridisch-technisch
juridisch-technischers	=	juridisch-technisch
juridische	=	juridisch
juridischer	=	juridisch
juridischere	=	juridisch
juridischers	=	juridisch
juridischt	=	juridisch
juridischte	=	juridisch
jurisdictie	noun	rechtspraak, rechtsmacht
jurisdicties	=	jurisdictie
jurisdictiën	=	jurisdictie
jurisprudentie	noun	het geheel van uitspraken van rechters
jurist	noun	een deskundige op het gebied van rechtsleer
juriste	noun	vrouwelijke deskundige op het gebied van recht
juristen	=	jurist
juristenhuis	noun	kantoor van enkele samenwerkende juristen; bureau voor juridische dienstverlening
juristenhuizen	=	juristenhuis
juristenvereniging	noun	een professionele belangenvereniging of netwerkorganisatie voor juristen.
juristenverenigingen	=	juristenvereniging
juristenverenigingetje	=	juristenvereniging
juristenverenigingetjes	=	juristenvereniging
juristes	=	juriste
juristje	=	jurist
juristjes	=	jurist
jurk	noun	een kledingstuk voor vrouwen, dat van de schouders tot op de benen reikt en die vaak helemaal bedekt
jurkangst	noun	angst van mannen voor het ‘vrouwelijke’ in zichzelf
jurkangsten	=	jurkangst
jurken	=	jurk
jurkje	noun	jurk van geringe omvang dat veel van het lichaam onbedekt laat
jurkjes	=	jurk
jurrietuig	noun	noodtuigage voor een schip
jurrietuigen	=	jurrietuig
jurrietuigje	=	jurrietuig
jurrietuigjes	=	jurrietuig
jury	noun	een groep mensen die oordeelkundig geacht wordt en gevraagd een oordeel ergens over uit te spreken
jury's	=	jury
jury'tje	=	jury
jury'tjes	=	jury
juryberaad	noun	overleg door leden van eeb jury
juryberaadje	=	juryberaad
juryberaadjes	=	juryberaad
juryberaden	=	juryberaad
juryleden	=	jurylid
jurylid	noun	persoon die deel uitmaakt van een jury
jurylidje	=	jurylid
jurylidjes	=	jurylid
juryrapport	noun	verslag van een groep mensen die iets of iemand heeft beoordeeld
juryrapporten	=	juryrapport
juryrapportje	=	juryrapport
juryrapportjes	=	juryrapport
juryrechtspraak	noun	rechtspraak waarbij een groep burgers, die een afspiegeling is van de bevolking, zich uitspreekt over de schuldvraag en soms ook over de schuldmaat.
juryrechtspraken	=	juryrechtspraak
jurysysteem	noun	de werkwijze waarop een jury tot een gezamenlijk aardeel komt
jurysysteempje	=	jurysysteem
jurysysteempjes	=	jurysysteem
jurysystemen	=	jurysysteem
juryuitspraak	noun	uitspraak van leken tijdens een rechtszaak
juryuitspraken	=	juryuitspraak
juryvoorzitter	noun	voorzitter van een raad die een oordeel over iets of iemand velt
juryvoorzitters	=	juryvoorzitter
jurywagen	noun	auto van waaruit de wedstrijdleiding een wegwedstrijd volgt
jurywagens	=	jurywagen
jus	noun	saus voor spijzen, bereid uit vleesnat
jusboot	noun	een veelal bootvormige kom waarin saus of jus wordt opgediend
jusbootje	=	jusboot
jusbootjes	=	jusboot
jusboten	=	jusboot
juskom	noun	een kommetje met een tuit van waaruit men jus kan schenken over het eten
juskommen	=	juskom
juslepel	noun	diepe opscheplepel met gebogen steel
juslepels	=	juslepel
juslepeltje	=	juslepel
juslepeltjes	=	juslepel
juspan	noun	pan waarin men jus kan bereiden
juspannen	=	juspan
juspannetje	=	juspan
juspannetjes	=	juspan
justeer	=	justeren
justeerde	=	justeren
justeerden	=	justeren
justeert	=	justeren
justere	=	justeren
justeren	verb	juist stellen
justerend	=	justeren
justerende	=	justeren
justificatie	noun	reden waarom iets juist is, of juist zou kunnen zijn
justificaties	=	justificatie
justificeer	=	justificeren
justificeerde	=	justificeren
justificeerden	=	justificeren
justificeert	=	justificeren
justificere	=	justificeren
justificeren	verb	rechtvaardigen
justificerend	=	justificeren
justificerende	=	justificeren
justitiabel	adj	aan de rechtsmacht van een rechtsprekende instantie onderworpen
justitiabele	noun	rechtzoekende, deelnemer aan een juridisch proces
justitiabelen	=	justitiabele
justitiabeler	=	justitiabel
justitiabelere	=	justitiabel
justitiabelers	=	justitiabel
justitiabels	=	justitiabel
justitiabelst	=	justitiabel
justitiabelste	=	justitiabel
justitie	noun	de macht waar binnen een territoriaal gebied de rechtspraak aan toegewezen is
justitieapparaat	noun	de organisatie die de rechtelijke macht van een land in handen heeft
justitieapparaten	=	justitieapparaat
justitieassistent	noun	een sociaal werker, in dienst van een justitiehuis
justitieassistenten	=	justitieassistent
justitieel	adj	gerechtelijk
justitieels	=	justitieel
justitieelst	=	justitieel
justitieelste	=	justitieel
justitiekosten	noun	geld dat men moet uitgeven voor juridische ondersteuning
justitieminister	noun	politiek leidinggevende van het Ministerie van Justitie
justitieministers	=	justitieminister
justitieministertje	=	justitieminister
justitieministertjes	=	justitieminister
justitiepaleis	noun	het paleis van justitie; een gerechtsgebouw waarin een gerechtshof is gevestigd (Arnhem, Leeuwarden, Den Haag, Amsterdam, 's-Hertogenbosch)
justitiepaleizen	=	justitiepaleis
justitiewoordvoerder	noun	persoon die het beleid van de rechtelijke macht toelicht namens deze rechtelijke macht
justitiewoordvoerders	=	justitiewoordvoerder
justitiële	=	justitieel
justitiëler	=	justitieel
justitiëlere	=	justitieel
justitiëlers	=	justitieel
justje	=	jus
justjes	=	jus
jut	noun	iemand uit Jutland ?
jute	noun	bastvezels van een soort van hennep (Corchorus olitorius of Corchorus capsularis) waar bijvoorbeeld zakken van gemaakt worden	adj	gemaakt van jute
juten	adj	van jute vervaardigd
juteweefsel	noun	een grof weefsel van jute vervaardigd
juteweefsels	=	juteweefsel
jutezak	noun	een zak gemaakt van jute, gemaakt voor het vervoer van grove goederen zoals bijvoorbeeld kolen, de zak van Sinterklaas is meestal ook een jutezak
jutezakje	=	jutezak
jutezakjes	=	jutezak
jutezakken	=	jutezak
jutmis	noun	een mis die zou worden opgedragen aan de niet bestaande Sint-Jut (en dus nooi opgedragen wordt)
jutmisje	=	jutmis
jutmisjes	=	jutmis
jutmissen	=	jutmis
jutte	=	jutten
juttemis	noun	Viering van de mis op een niet bestaande heiligendag te weten: Sint-Jut
juttemisje	=	juttemis
juttemisjes	=	juttemis
juttemissen	=	juttemis
jutten	verb	zich op de kust aangespoeld materiaal toeëigenen
juttend	=	jutten
juttende	=	jutten
juttepeer	noun	Nederlands ras van vroege, saprijke zomerperen met bruine, harde schil met beperkte houdbaarheid
jutteperen	=	juttepeer
jutter	noun	iemand die aangespoelde voorwerpen meeneemt zonder daarvoor toestemming te hebben van de overheid
jutters	=	jutter
juun	=	ajuin
juut	noun	politieagent
juutje	=	juut
juutjes	=	juut
juvenaat	noun	onderwijsinstelling die vaak aan mannenkloosters was verbonden en die de eerste fase vormt in de opleiding tot kloosterling
juvenaten	=	juvenaat
juveniel	adj	met betrekking tot de jeugd
juveniele	=	juveniel
juvenielen	=	juveniel
juvenieler	=	juveniel
juvenielere	=	juveniel
juvenielers	=	juveniel
juveniels	=	juveniel
juvenielst	=	juveniel
juvenielste	=	juveniel
juvenieltje	=	juveniel
juweel	noun	sieraad van grote schoonheid en hoge waarde
juweelanemonen	=	juweelanemoon
juweelanemoon	noun	Corynactis viridis een felgekleurde Corallimorphariasoort uit de familie van de Corallimorphidae.
juweelanemoontje	=	juweelanemoon
juweelanemoontjes	=	juweelanemoon
juweelkardinaalbaars	noun	Pterapogon kauderni een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
juweelkardinaalbaarsje	=	juweelkardinaalbaars
juweelkardinaalbaarsjes	=	juweelkardinaalbaars
juweelkardinaalbaarzen	=	juweelkardinaalbaars
juweeltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort pissebed, Androniscus dentiger uit de familie Trichoniscidae; de wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1908 door Karl Wilhelm Verhoeff
juweeltjes	=	juweel
juweelvogel	noun	bepaald soort van kolibrie, Topaza pella
juweelvogels	=	juweelvogel
juweelvogeltje	=	juweelvogel
juweelvogeltjes	=	juweelvogel
juweelwesp	noun	Hedychrum nobile een wesp uit de familie goudwespen (Chrysididae).
juweelwespen	=	juweelwesp
juweelwespje	=	juweelwesp
juweelwespjes	=	juweelwesp
juweelzweefvlieg	noun	Caliprobola speciosa een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
juweelzweefvliegen	=	juweelzweefvlieg
juweelzweefvliegje	=	juweelzweefvlieg
juweelzweefvliegjes	=	juweelzweefvlieg
juwelen	adj	met juwelen vervaardigd
juwelendief	noun	iemand die juwelen steelt
juwelendiefje	=	juwelendief
juwelendiefjes	=	juwelendief
juwelendiefstal	noun	juwelenroof, een diefstal waarbij de buit bestaat uit juwelen.
juwelendiefstallen	=	juwelendiefstal
juwelendiefstalletje	=	juwelendiefstal
juwelendiefstalletjes	=	juwelendiefstal
juwelendieven	=	juwelendief
juwelenkettinkje	noun	Stauridiosarsia gemmifera een hydroïdpoliep uit de familie Corynidae.
juwelenkettinkjes	=	juwelenkettinkje
juwelenkist	noun	afsluitbare doos van stevig materiaal waarin men sieraden bewaart
juwelenkisten	=	juwelenkist
juwelenkistje	=	juwelenkist
juwelenkistjes	=	juwelenkist
juwelenroof	noun	juwelenroof, een roof waarbij de buit bestaat uit juwelen.
juwelenroven	=	juwelenroof
juwelier	noun	iemand die juwelen vervaardigt en erin handelt
juweliers	=	juwelier
juwelierster	noun	vrouw die juwelen vervaardigt en erin handelt
juweliersters	=	juwelierster
juwelierstertje	=	juwelierster
juwelierswinkel	noun	zaak waar men juwelen verkoopt, inkoopt en repareert
juwelierswinkels	=	juwelierswinkel
juwelierswinkeltje	=	juwelierswinkel
juwelierswinkeltjes	=	juwelierswinkel
juwelierszaak	noun	winkel waar men sieraden verkoopt, inkoopt en repareert
juwelierszaakje	=	juwelierszaak
juwelierszaakjes	=	juwelierszaak
juwelierszaken	=	juwelierszaak
juweliertje	=	juwelier
juweliertjes	=	juwelier
juxtaponeer	=	juxtaponeren
juxtaponeerde	=	juxtaponeren
juxtaponeerden	=	juxtaponeren
juxtaponeert	=	juxtaponeren
juxtaponere	=	juxtaponeren
juxtaponeren	verb	naast elkaar plaatsen
juxtaponerend	=	juxtaponeren
juxtaponerende	=	juxtaponeren
juxtapositie	noun	het naast elkaar zetten van meerdere zaken om zo een verband te suggereren (dat er soms helemaal niet is)
juxtaposities	=	juxtapositie
jèrriaistalig	adj	Jèrriais sprekend
jèrriaistalige	=	jèrriaistalig
jèrriaistaligs	=	jèrriaistalig
jíj	=	jij
jíȷ́	=	jij
k	noun	de elfde letter van het alfabet
k's	=	k
k'tje	=	k
k'tjes	=	k
k-pop	noun	popmuziek uit Zuid-Korea
ka	noun	kade	intj	geluid van een kraai of kauw, wordt vaak een paar keer herhaald
ka's	=	ka
kaad	=	kaden
kaadde	=	kaden
kaadden	=	kaden
kaadt	=	kaden
kaag	noun	stuk buitendijks land
kaagje	=	kaag
kaagjes	=	kaag
kaai	noun	kade, aanlegplaats
kaaide	=	kaaien
kaaiden	=	kaaien
kaaidraaier	noun	bootje van waaruit artikelen aan opvarenden van zeeschepen verkocht kunnen worden
kaaidraaiers	=	kaaidraaier
kaaie	=	kaaien
kaaien	verb	een schip aan de kade leggen, waarbij de ra's in een andere stand gezet worden om ruimte te sparen
kaaiend	=	kaaien
kaaiende	=	kaaien
kaailoper	noun	een ongeschoolde arbeider die schepen laadt en lost
kaailopers	=	kaailoper
kaailopertje	=	kaailoper
kaailopertjes	=	kaailoper
kaaiman	noun	krokodilachtige uit de onderfamilie Caimaninae van de familie alligators
kaaimaneilander	noun	inwoner van de Kaaimaneilanden, of iemand afkomstig uit de Kaaimaneilanden
kaaimaneilanders	=	kaaimaneilander
kaaimaneilands	adj	op de Kaaimaneilanden betrekking hebbend
kaaimaneilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Kaaimaneilanden, of een vrouw afkomstig uit de Kaaimaneilanden
kaaimaneilandsen	=	kaaimaneilandse
kaaimaneilandser	=	kaaimaneilands
kaaimaneilandsere	=	kaaimaneilands
kaaimaneilandsers	=	kaaimaneilands
kaaimaneilandst	=	kaaimaneilands
kaaimaneilandste	=	kaaimaneilands
kaaimannen	noun	een onderfamilie Caimaninae van krokodilachtigen die behoren tot de familie alligators en kaaimannen (Alligatoridae)
kaaimannetje	=	kaaiman
kaaimannetjes	=	kaaiman
kaaimans	=	kaaiman
kaaimansateetje	=	kaaimansaté
kaaimansateetjes	=	kaaimansaté
kaaimansaté	noun	geroosterd krokodillenvlees aan een stokje
kaaimansatés	=	kaaimansaté
kaaimansnoek	noun	Lepisosteus osseus een primitieve beenvis uit de familie Lepisosteidae
kaaimansnoeken	noun	een familie Lepisosteidae van straalvinnige vissen uit de orde van beensnoeken (Lepisosteiformes)
kaaimansnoekje	=	kaaimansnoek
kaaimansnoekjes	=	kaaimansnoek
kaaimanteju	noun	Dracaena guianensis een hagedis uit de familie tejuhagedissen (Teiidae)
kaaimanteju's	=	kaaimanteju
kaaimantejuutje	=	kaaimanteju
kaaimantejuutjes	=	kaaimanteju
kaaimanzanger	noun	Setophaga vitellina een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
kaaimanzangers	=	kaaimanzanger
kaaimanzangertje	=	kaaimanzanger
kaaimanzangertjes	=	kaaimanzanger
kaaimuren	=	kaaimuur
kaaimuur	noun	gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
kaaimuurtje	=	kaaimuur
kaaimuurtjes	=	kaaimuur
kaait	=	kaaien
kaaitje	=	kaai
kaaitjes	=	kaai
kaak	noun	het beendergestel dat de mondholte omsluit en waarin de tanden en kiezen geplaatst zijn
kaakbeen	noun	een van de beenderen van de schedel
kaakbeenderen	=	kaakbeen
kaakbeentje	=	kaakbeen
kaakbeentjes	=	kaakbeen
kaakbenen	=	kaakbeen
kaakbot	noun	bot waar tanden en kiezen aan vastzitten
kaakbotje	=	kaakbot
kaakbotjes	=	kaakbot
kaakbotten	=	kaakbot
kaakchirurg	noun	een chirurg gespecialiseerd in operaties die betrekking hebben op de kaak en de omgevende weefsel zoals het gebit
kaakchirurgen	=	kaakchirurg
kaakchirurgie	noun	heelkunde van de kaak
kaakdier	noun	benaming voor vissen uit de infrastam Gnathostomata
kaakdieren	noun	een infrastam Gnathostomata van dieren die behoort tot de chordadieren (Chordata).
kaakgewricht	noun	het gewricht tussen de onderkaak en het slaapbeen van de schedel
kaakgewrichten	=	kaakgewricht
kaakgewrichtje	=	kaakgewricht
kaakgewrichtjes	=	kaakgewricht
kaakholteontsteking	noun	een ontsteking van de neusbijholtes in het kaakbeen
kaakholteontstekingen	=	kaakholteontsteking
kaakholteontstekinkje	=	kaakholteontsteking
kaakholteontstekinkjes	=	kaakholteontsteking
kaakje	noun	alleen verkleinwoord klein, vrij hard baksel van meel dat bij de koffie of de thee genuttigd wordt
kaakjes	=	kaak
kaakklem	noun	een mogelijk dodelijke infectieziekte veroorzaakt door Colistridium tetani
kaakklemmen	=	kaakklem
kaakkramp	noun	het niet kunnen openen van de mond als gevolg van afwijkingen van de kauwspieren, het kaakgewricht of mond- of gebitsontstekingen
kaakkrampen	=	kaakkramp
kaaklijn	noun	het beloop van de onderkaak
kaaklijnen	=	kaaklijn
kaakloos	adj	zonder beweeglijke botten met tanden rond de mondholte
kaakloze	noun	benaming voor zeedieren behorend tot de superklasse Agnatha
kaaklozen	noun	superklasse Agnatha, waterdieren met een langgerekt lichaam zonder schubben en een ronde bek met tanden
kaakmes	noun	mes waarmee men een haring ontdoet van de ingewanden
kaakmesje	=	kaakmes
kaakmesjes	=	kaakmes
kaakmessen	=	kaakmes
kaakontsteking	noun	een verzamelnaam voor een infectie in het kaakbot of de omliggende weefsels.
kaakontstekingen	=	kaakontsteking
kaakontstekinkje	=	kaakontsteking
kaakontstekinkjes	=	kaakontsteking
kaakpijn	noun	pijn in de kaakgewrichten of kauwspieren
kaakpijnen	=	kaakpijn
kaakpijntje	=	kaakpijn
kaakpijntjes	=	kaakpijn
kaaksbeen	noun	het benige deel van de onderkaak of bovenkaak
kaaksbeenderen	=	kaaksbeen
kaaksbeentje	=	kaaksbeen
kaaksbeentjes	=	kaaksbeen
kaaksbenen	=	kaaksbeen
kaakslag	noun	klap tegen de kaak (of een ander deel van het gelaat)
kaakslagen	=	kaakslag
kaakslagje	=	kaakslag
kaakspecialist	noun	een arts, tandarts of kinesitherapeut / fysiotherapeut die zich gespecialiseerd heeft op problemen met de kaak.
kaakspecialisten	=	kaakspecialist
kaakspecialistje	=	kaakspecialist
kaakspecialistjes	=	kaakspecialist
kaakspier	noun	spier waarmee men de kaken kan sluiten zodat men kan kauwen
kaakspieren	=	kaakspier
kaakspiertje	=	kaakspier
kaakspiertjes	=	kaakspier
kaakstoot	noun	een stomp tegen de onderkaak
kaakstoten	=	kaakstoot
kaakt	=	kaken
kaaktaster	noun	een gepaard orgaan aan de onderkaak van insecten dat gebruikt wordt bij het opnemen van voedsel
kaaktasters	=	kaaktaster
kaaktastertje	=	kaaktaster
kaaktastertjes	=	kaaktaster
kaakte	=	kaken
kaakten	=	kaken
kaakvissen	noun	een familie Opistognathidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
kaakvormig	adj	vorm van een kaak hebbend
kaakvormige	=	kaakvormig
kaakvormiger	=	kaakvormig
kaakvormigere	=	kaakvormig
kaakvormigers	=	kaakvormig
kaakvormigs	=	kaakvormig
kaakvormigst	=	kaakvormig
kaakvormigste	=	kaakvormig
kaal	noun	joodse gemeente	adj	zonder of met heel weinig hoofdhaar, veren, bladeren, begroeiing, enzovoort
kaalbuikgrafvleermuis	noun	Taphozous nudiventris vleermuis uit de familie van de schedestaartvleermuizen (Emballonuridae).
kaalbuikgrafvleermuisje	=	kaalbuikgrafvleermuis
kaalbuikgrafvleermuisjes	=	kaalbuikgrafvleermuis
kaalbuikgrafvleermuizen	=	kaalbuikgrafvleermuis
kaalde	=	kalen
kaalden	=	kalen
kaalgegraasd	adj	van een gebied dat er zoveel gras is gegeten door grazende dieren dat er geen gras meer over is
kaalgegraasde	=	kaalgegraasd
kaalgegraasds	=	kaalgegraasd
kaalgekapt	=	kaalkappen
kaalgekapte	=	kaalkappen
kaalgeknipt	=	kaalknippen
kaalgeknipte	=	kaalknippen
kaalgeplukt	=	kaalplukken
kaalgeplukte	=	kaalplukken
kaalgeschoren	=	kaalscheren
kaalgeslagen	=	kaalslaan
kaalgevreten	=	kaalvreten
kaalgezichtsaki	noun	Pithecia irrorata primaat uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae).
kaalgezichtsaki's	=	kaalgezichtsaki
kaalgezichtsakietje	=	kaalgezichtsaki
kaalgezichtsakietjes	=	kaalgezichtsaki
kaalheid	noun	het kaal zijn
kaalhoofd	noun	persoon zonder haar op zijn of haar hoofd
kaalhoofden	=	kaalhoofd
kaalhoofdig	adj	geen hoofdhaar hebbend
kaalhoofdige	=	kaalhoofdig
kaalhoofdiger	=	kaalhoofdig
kaalhoofdigere	=	kaalhoofdig
kaalhoofdigers	=	kaalhoofdig
kaalhoofdigs	=	kaalhoofdig
kaalhoofdigst	=	kaalhoofdig
kaalhoofdigste	=	kaalhoofdig
kaalhoofdje	=	kaalhoofd
kaalhoofdjes	=	kaalhoofd
kaalkap	=	kaalkappen
kaalkappe	=	kaalkappen
kaalkappen	verb	helemaal van bomen ontdoen
kaalkappend	=	kaalkappen
kaalkappende	=	kaalkappen
kaalkapt	=	kaalkappen
kaalkapte	=	kaalkappen
kaalkapten	=	kaalkappen
kaalknip	=	kaalknippen
kaalknippe	=	kaalknippen
kaalknippen	verb	met een schaar van alle haar ontdoen
kaalknippend	=	kaalknippen
kaalknippende	=	kaalknippen
kaalknipt	=	kaalknippen
kaalknipte	=	kaalknippen
kaalknipten	=	kaalknippen
kaalkop	noun	iemand zonder haar op zijn hoofd
kaalkopbaardvogel	noun	Gymnobucco calvus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
kaalkopbaardvogels	=	kaalkopbaardvogel
kaalkopbaardvogeltje	=	kaalkopbaardvogel
kaalkopbaardvogeltjes	=	kaalkopbaardvogel
kaalkopbuulbuul	noun	Nok hualon een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
kaalkopbuulbuuls	=	kaalkopbuulbuul
kaalkopbuulbuultje	=	kaalkopbuulbuul
kaalkopbuulbuultjes	=	kaalkopbuulbuul
kaalkopje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort in Nederland voorkomende paddenstoel Psilocybe semilanceata met dunne steel en kleine hoed die populair is als hallucinogeen en verkocht wordt in 'smartshops'
kaalkopjes	=	kaalkopje
kaalkopkiekendief	noun	Polyboroides typus een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae).
kaalkopkiekendiefje	=	kaalkopkiekendief
kaalkopkiekendiefjes	=	kaalkopkiekendief
kaalkopkiekendieven	=	kaalkopkiekendief
kaalkopkraaien	noun	Picathartes een geslacht van zangvogels uit de familie Picathartidae
kaalkopkruiper	noun	Harpalus signaticornis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kaalkopkruipers	=	kaalkopkruiper
kaalkopkruipertje	=	kaalkopkruiper
kaalkopkruipertjes	=	kaalkopkruiper
kaalkoplijstertimalia	noun	Melanocichla calva een zangvogel uit de familie Timaliidae.
kaalkoplijstertimalia's	=	kaalkoplijstertimalia
kaalkoplijstertimaliaatje	=	kaalkoplijstertimalia
kaalkoplijstertimaliaatjes	=	kaalkoplijstertimalia
kaalkopmiervogel	noun	Gymnocichla nudiceps een vogel uit de familie Thamnophilidae.
kaalkopmiervogels	=	kaalkopmiervogel
kaalkopmiervogeltje	=	kaalkopmiervogel
kaalkopmiervogeltjes	=	kaalkopmiervogel
kaalkopooievaar	noun	bepaald soort grote waadvogel, Mycteria americana uit de familie van de ooievaars, die voorkomt in Amerika
kaalkopooievaars	=	kaalkopooievaar
kaalkopooievaartje	=	kaalkopooievaar
kaalkopooievaartjes	=	kaalkopooievaar
kaalkopooievaren	=	kaalkopooievaar
kaalkoppapegaai	noun	Pyrilia aurantiocephala een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
kaalkoppapegaaien	=	kaalkoppapegaai
kaalkoppapegaaitje	=	kaalkoppapegaai
kaalkoppapegaaitjes	=	kaalkoppapegaai
kaalkoppen	=	kaalkop
kaalkopspreeuw	noun	Sarcops calvus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
kaalkopspreeuwen	noun	een monotypisch geslacht Sarcops van zangvogels uit de familie Sturnidae (spreeuwen)
kaalkopspreeuwtje	=	kaalkopspreeuw
kaalkopspreeuwtjes	=	kaalkopspreeuw
kaalkruin	noun	persoon zonder haar op zijn of haar hoofd
kaalkruinen	=	kaalkruin
kaalkruintje	=	kaalkruin
kaalkruintjes	=	kaalkruin
kaalnekvruchtenkraai	noun	Gymnoderus foetidus een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
kaalnekvruchtenkraaien	=	kaalnekvruchtenkraai
kaalnekvruchtenkraaitje	=	kaalnekvruchtenkraai
kaalnekvruchtenkraaitjes	=	kaalnekvruchtenkraai
kaalpluk	=	kaalplukken
kaalplukke	=	kaalplukken
kaalplukken	verb	door plukken kaal maken
kaalplukkend	=	kaalplukken
kaalplukkende	=	kaalplukken
kaalplukt	=	kaalplukken
kaalplukte	=	kaalplukken
kaalplukten	=	kaalplukken
kaalpootschreeuwuil	noun	Megascops clarkii een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
kaalpootschreeuwuilen	=	kaalpootschreeuwuil
kaalpootschreeuwuiltje	=	kaalpootschreeuwuil
kaalpootschreeuwuiltjes	=	kaalpootschreeuwuil
kaals	=	kaal
kaalscheer	=	kaalscheren
kaalscheert	=	kaalscheren
kaalschere	=	kaalscheren
kaalscheren	verb	alle haar van het hoofd verwijderen
kaalscherend	=	kaalscheren
kaalscherende	=	kaalscheren
kaalschildgrootrug	noun	Megalonotus dilatatus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
kaalschildgrootruggen	=	kaalschildgrootrug
kaalschildgrootruggetje	=	kaalschildgrootrug
kaalschildgrootruggetjes	=	kaalschildgrootrug
kaalschildgrootrugje	=	kaalschildgrootrug
kaalschildgrootrugjes	=	kaalschildgrootrug
kaalschoor	=	kaalscheren
kaalschoren	=	kaalscheren
kaalsla	=	kaalslaan
kaalslaan	verb	een gebied ontdoen van alles wat erop staat
kaalslaand	=	kaalslaan
kaalslaande	=	kaalslaan
kaalslaat	=	kaalslaan
kaalslag	noun	het vellen van alle bomen op een stuk grond
kaalslagen	=	kaalslag
kaalslak	noun	Cadlina laevis een slakkensoort uit de familie van de Cadlinidae.
kaalslakje	=	kaalslak
kaalslakjes	=	kaalslak
kaalslakken	noun	een geslacht Cadlina van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
kaalsloeg	=	kaalslaan
kaalsloege	=	kaalslaan
kaalsloegen	=	kaalslaan
kaalsloegt	=	kaalslaan
kaalst	=	kaal
kaalstaartbuidelrat	noun	Metachirus nudicaudatus buideldier uit de familie van de Didelphidae
kaalstaartbuidelratje	=	kaalstaartbuidelrat
kaalstaartbuidelratjes	=	kaalstaartbuidelrat
kaalstaartbuidelratten	=	kaalstaartbuidelrat
kaalste	=	kaal
kaalt	=	kalen
kaalte	noun	deel van de schedel waar geen haar meer groeit
kaaltjes	adv	al te leeg of schraal
kaalvrat	=	kaalvreten
kaalvrate	=	kaalvreten
kaalvraten	=	kaalvreten
kaalvreet	=	kaalvreten
kaalvrete	=	kaalvreten
kaalvreten	verb	door vraat van alle begroeiing ontdoen
kaalvretend	=	kaalvreten
kaalvretende	=	kaalvreten
kaam	noun	een vliezig laagje op een vloeistof
kaampje	=	kaam
kaampjes	=	kaam
kaan	noun	knapperig uitgebakken overblijfsel van een stuk(je) varkensspek ook wel uitgebakken speklap, (met of zonder zwoerd)
kaande	=	kaan
kaanden	=	kaan
kaant	=	kaan
kaantje	noun	alleen verkleinwoord klein stukje uitgebraden vet, spek of reuzel
kaantjes	noun	alleen verkleinwoord vliezige restanten van uitgebakken spek
kaap	noun	een in zee vooruitstekende landpunt.
kaapje	=	kaap
kaapjes	=	kaap
kaapleeuwindoornsnavel	noun	Acanthiza inornata een endemische vogel in de familie van de Acanthizidae (Australische zangers).
kaapleeuwindoornsnavels	=	kaapleeuwindoornsnavel
kaapleeuwindoornsnaveltje	=	kaapleeuwindoornsnavel
kaapleeuwindoornsnaveltjes	=	kaapleeuwindoornsnavel
kaaps	adj	op de Kaap (Kaap de Goede Hoop) betrekking hebbend
kaapsch	=	kaaps
kaapse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Kaap (Kaap de Goede Hoop), of een vrouw afkomstig uit de Kaap
kaapsen	=	kaapse
kaapser	=	kaaps
kaapsere	=	kaaps
kaapsers	=	kaaps
kaapst	=	kaaps
kaapstads	adj	op Kaapstad (Capetown) betrekking hebbend
kaapstadse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kaapstad (Capetown), of een vrouw afkomstig uit Kaapstad
kaapstadsen	=	kaapstadse
kaapstander	noun	een vertikaal opgestelde windas die rondgedraaid wordt door middel van vier of meer handspaken, en waarmee zware lasten kunnen worden geheven of verplaatst
kaapstanders	=	kaapstander
kaapstandertje	=	kaapstander
kaapstandertjes	=	kaapstander
kaapstatter	noun	een inwoner van Kaapstad (Capetown), of iemand afkomstig uit Kaapstad
kaapstatters	=	kaapstatter
kaapste	=	kaaps
kaapt	=	kapen
kaapte	=	kapen
kaapten	=	kapen
kaapverdisch	adj	op Kaapverdië betrekking hebbend
kaapverdische	noun	een vrouwelijke inwoner van Kaapverdië, of een vrouw afkomstig uit Kaapverdië
kaapverdischen	=	kaapverdische
kaapverdischer	=	kaapverdisch
kaapverdischere	=	kaapverdisch
kaapverdischers	=	kaapverdisch
kaapverdiër	noun	een inwoner van Kaapverdië, of iemand afkomstig uit Kaapverdië
kaapverdiërs	=	kaapverdiër
kaar	noun	/ een depressie in een bergwand ontstaan door verwering en glaciale processen
kaard	noun	plant van het geslacht Dipsacus, waarvan vroeger de bollen werden gebruikt om wol te kaarden
kaardde	=	kaarden
kaardden	=	kaarden
kaarde	noun	een handgreep waaraan uitstekende naalden zijn bevestigd om daarmee de afgeschoren lange haren van dieren als schapen zo glad te strijken dat er draad van kan worden gesponnen
kaarden	verb	het behandelen van ruwe katoen of wol met behulp van een kaard
kaardenachtig	adj	lijkend op een distel
kaardenachtige	=	kaardenachtig
kaardenachtiger	=	kaardenachtig
kaardenachtigere	=	kaardenachtig
kaardenachtigers	=	kaardenachtig
kaardenachtigs	=	kaardenachtig
kaardenachtigst	=	kaardenachtig
kaardenachtigste	=	kaardenachtig
kaardenbol	noun	een geslacht Dipsacus van ongeveer veertien soorten bloeiende planten uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
kaardenbolbladroller	noun	Endothenia gentianaeana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kaardenbolbladrollers	=	kaardenbolbladroller
kaardenbolbladrollertje	=	kaardenbolbladroller
kaardenbolbladrollertjes	=	kaardenbolbladroller
kaardenbolfamilie	noun	een familie Dipsacaceae van tweezaadlobbige planten.
kaardenbolfamilietje	=	kaardenbolfamilie
kaardenbolfamilietjes	=	kaardenbolfamilie
kaardenbolgalmug	noun	Contarinia dipsacearum een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kaardenbolgalmuggen	=	kaardenbolgalmug
kaardenbolgalmugje	=	kaardenbolgalmug
kaardenbolgalmugjes	=	kaardenbolgalmug
kaardenbollen	=	kaardenbol
kaardenbolletje	=	kaardenbol
kaardenbolletjes	=	kaardenbol
kaardend	=	kaarden
kaardende	=	kaarden
kaardertjes	noun	Dictynidae een familie van spinnen met een cribellum of zeefplaatje waarmee zeer fijne spindraden gemaakt kunnen worden.
kaardrog	noun	Leucoraja fullonica een vissensoort uit de familie Rajidae.
kaardroggen	=	kaardrog
kaardroggetje	=	kaardrog
kaardroggetjes	=	kaardrog
kaardrogje	=	kaardrog
kaardrogjes	=	kaardrog
kaardt	=	kaarden
kaars	noun	een staaf of klomp van brandbaar materiaal met een lont
kaarsen	=	kaars
kaarsendover	noun	een werktuig om kaarsen mee te doven
kaarsendovers	=	kaarsendover
kaarsendovertje	=	kaarsendover
kaarsendovertjes	=	kaarsendover
kaarsenfabriek	noun	bedrijf waar men kaarsen produceert
kaarsenfabrieken	=	kaarsenfabriek
kaarsenfabriekje	=	kaarsenfabriek
kaarsenfabriekjes	=	kaarsenfabriek
kaarsenhouder	noun	voorwerp waarin men een kaars kan laten branden
kaarsenhouders	=	kaarsenhouder
kaarsenkronen	=	kaarsenkroon
kaarsenkroon	noun	een oude, veelarmige hangende kroonluchter
kaarsenkroontje	=	kaarsenkroon
kaarsenkroontjes	=	kaarsenkroon
kaarsenmaker	noun	producent van (was)kaarsen
kaarsenmakerij	noun	het maken van kaarsen
kaarsenmakerijen	=	kaarsenmakerij
kaarsenmakers	=	kaarsenmaker
kaarsenmakertje	=	kaarsenmaker
kaarsenpan	noun	schotelvormige kandelaar met een oor of handvat en een houder om er de kaars in te plaatsen
kaarsenpannen	=	kaarsenpan
kaarsenpannetje	=	kaarsenpan
kaarsenpannetjes	=	kaarsenpan
kaarsenpit	noun	katoenen koord in het midden van een kaars, dat werkt door capillaire werking om de brandstof (kaarsvet) naar de vlam te transporteren
kaarsenpitje	=	kaarsenpit
kaarsenpitjes	=	kaarsenpit
kaarsenpitten	=	kaarsenpit
kaarsensnuiter	noun	een schaar met een bakje om de pit van een kaars af te knippen en tegelijkertijd de afgeknipte pit op te vangen, om roken en roet te voorkomen
kaarsensnuiters	=	kaarsensnuiter
kaarsensnuitertje	=	kaarsensnuiter
kaarsensnuitertjes	=	kaarsensnuiter
kaarsenstandaard	noun	een houder waarin kaarsen kunnen staan als ze branden
kaarsenstandaarden	=	kaarsenstandaard
kaarsenstandaardje	=	kaarsenstandaard
kaarsenstandaards	=	kaarsenstandaard
kaarsenstok	noun	standaard waarop kaarsen staan
kaarsenstokje	=	kaarsenstok
kaarsenstokjes	=	kaarsenstok
kaarsenstokken	=	kaarsenstok
kaarsfilter	noun	een filter in de vorm van een poreus cilindrisch lichaam
kaarsfilters	=	kaarsfilter
kaarsfiltertje	=	kaarsfilter
kaarsfiltertjes	=	kaarsfilter
kaarshouder	noun	standaard voor kaarsen
kaarshouders	=	kaarshouder
kaarshoudertje	=	kaarshouder
kaarshoudertjes	=	kaarshouder
kaarsje	=	kaars
kaarsjes	=	kaars
kaarslantaarn	noun	lamp waarin een brandende kaars de lichtbron is
kaarslantaarns	=	kaarslantaarn
kaarslantaarntje	=	kaarslantaarn
kaarslantaarntjes	=	kaarslantaarn
kaarslicht	noun	het schijnsel van een brandende kaars
kaarslichtje	=	kaarslicht
kaarslichtjes	=	kaarslicht
kaarsmaker	noun	persoon die kaarsen maakt
kaarsmakers	=	kaarsmaker
kaarsmooi	adj	een term die wordt gebruikt om iets te beschrijven dat zo mooi is als een kaarsvlam.
kaarsmooie	=	kaarsmooi
kaarsmoois	=	kaarsmooi
kaarsrecht	adj	zo recht als een kaars, zonder enige bocht of buiging
kaarsrechte	=	kaarsrecht
kaarsrechts	=	kaarsrecht
kaarsroet	noun	vet waarvan een vetkaars is gemaakt
kaarsroeten	=	kaarsroet
kaarsvet	noun	van een brandende kaars afgedropen vet
kaarsvlam	noun	een open vuur dat ontstaat door de verbranding van het kaarsvet in de pit van een kaars
kaarsvlammen	=	kaarsvlam
kaarsvlammetje	=	kaarsvlam
kaarsvlammetjes	=	kaarsvlam
kaart	noun	schematische afbeelding van een ruimtelijk gebied op een plat vlak in een verkleinde schaal
kaartautomaat	noun	verkoopautomaat waar men bijvoorbeeld vervoersbewijzen of toegansbewijzen kan kopen
kaartautomaatje	=	kaartautomaat
kaartautomaatjes	=	kaartautomaat
kaartautomaten	=	kaartautomaat
kaartboek	noun	verzamelwerk van landkaarten, zoals een atlas
kaartboeken	=	kaartboek
kaartboekje	=	kaartboek
kaartboekjes	=	kaartboek
kaartclub	noun	een vereniging waar men kaartspellen speelt, een club van kaarters
kaartclubje	=	kaartclub
kaartclubjes	=	kaartclub
kaartclubs	=	kaartclub
kaartcontrole	noun	controle van de plaatsbewijzen
kaartcontroles	=	kaartcontrole
kaarte	=	kaarten
kaarten	verb	een kaartspel spelen
kaartenactie	noun	een initiatief waarbij mensen worden aangemoedigd om kaarten te versturen naar een specifieke groep ontvangers, zoals bewoners van een hospice of eenzame ouderen, om hen een hart onder de riem te steken
kaartenacties	=	kaartenactie
kaartenactietje	=	kaartenactie
kaartenactietjes	=	kaartenactie
kaartenbak	noun	een lade waarin een (een deel van een) kaartsysteem in opgeborgen is
kaartenbakje	=	kaartenbak
kaartenbakjes	=	kaartenbak
kaartenbakken	=	kaartenbak
kaartend	=	kaarten
kaartende	=	kaarten
kaartenhuis	noun	constructie van tegen elkaar gezette speelkaarten
kaartenhuisje	=	kaartenhuis
kaartenhuisjes	=	kaartenhuis
kaartenhuizen	=	kaartenhuis
kaartenkamer	noun	ruimte aan boord van een schip waar de kaarten bewaard en geraadpleegd worden
kaartenkamers	=	kaartenkamer
kaartenkamertje	=	kaartenkamer
kaartenkamertjes	=	kaartenkamer
kaartenmaker	noun	organisatie of persoon die afbeeldingen maakt die informatie bevatten over het oppervlak van de aarde
kaartenmakers	=	kaartenmaker
kaartenmolen	noun	een draaibaar rek waarin (wens)kaarten worden gepresenteerd
kaartenmolens	=	kaartenmolen
kaartenmolentje	=	kaartenmolen
kaartenmolentjes	=	kaartenmolen
kaartenschudder	noun	een apparaat dat wordt gebruikt om speelkaarten automatisch en willekeurig te mengen
kaartenschudders	=	kaartenschudder
kaartenschuddertje	=	kaartenschudder
kaartenschuddertjes	=	kaartenschudder
kaartenschudmachine	noun	een apparaat dat wordt gebruikt om speelkaarten automatisch en willekeurig te mengen
kaartenschudmachines	=	kaartenschudmachine
kaartenschudmachinetje	=	kaartenschudmachine
kaartenschudmachinetjes	=	kaartenschudmachine
kaarter	noun	iemand die een kaartspel speelt
kaarters	=	kaarter
kaartertje	=	kaarter
kaartertjes	=	kaarter
kaartgespeeld	=	kaartspelen
kaarthouder	noun	iemand die een kaart bezit en daardoor kan bewijzen bepaalde rechten te hebben (met name voor de toegang tot iets)
kaarthouders	=	kaarthouder
kaartje	noun	papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname
kaartjes	=	kaart
kaartjesautomaat	noun	automaat die kaartjes verstrekt
kaartjesautomaatje	=	kaartjesautomaat
kaartjesautomaatjes	=	kaartjesautomaat
kaartjesautomaten	=	kaartjesautomaat
kaartjescontroleur	noun	iemand die (in het openbaar vervoer) controleert of een reiziger een geldig vervoersbewijs bezit
kaartjescontroleurs	=	kaartjescontroleur
kaartjescontroleurtje	=	kaartjescontroleur
kaartjescontroleurtjes	=	kaartjescontroleur
kaartjesknipper	noun|informal	conducteur, iemand die toegangsbewijzen controleert
kaartjesknippers	=	kaartjesknipper
kaartjesknippertje	=	kaartjesknipper
kaartjesknippertjes	=	kaartjesknipper
kaartjesloket	noun	balie waar men een toegangsbewijs kan kopen
kaartjesloketje	=	kaartjesloket
kaartjesloketjes	=	kaartjesloket
kaartjesloketten	=	kaartjesloket
kaartjesverkoop	noun	de verkoop van toegangsbewijzen
kaartjesverkopen	=	kaartjesverkoop
kaartlees	=	kaartlezen
kaartlegging	noun	de keer dat men een voorspelling doet door het leggen van tarotkaarten
kaartleggingen	=	kaartlegging
kaartlegginkje	=	kaartlegging
kaartlegginkjes	=	kaartlegging
kaartlegster	noun	vrouw die de toekomst leest uit de kaarten
kaartlegsters	=	kaartlegster
kaartlezen	verb	het bestuderen van een landkaart, meestal om de goede weg te kunnen vinden bij een reis
kaartlezend	=	kaartlezen
kaartlezende	=	kaartlezen
kaartlezer	noun	toestel dat de (gecodeerde) informatie die op een kaart staat kan lezen
kaartlezers	=	kaartlezer
kaartlezertje	=	kaartlezer
kaartlezertjes	=	kaartlezer
kaartmot	noun	vlinders (van het geslacht Agonopterix) uit de familie grasmineermotten (Elachistidae)
kaartmotje	=	kaartmot
kaartmotjes	=	kaartmot
kaartmotten	=	kaartmot
kaartregister	noun	kaartsysteem
kaartregisters	=	kaartregister
kaartregistertje	=	kaartregister
kaartregistertjes	=	kaartregister
kaartspeel	=	kaartspelen
kaartspeelde	=	kaartspelen
kaartspeelden	=	kaartspelen
kaartspeelt	=	kaartspelen
kaartspel	noun	een spel met speelkaarten
kaartspele	=	kaartspelen
kaartspelen	verb	kaarten
kaartspelend	=	kaartspelen
kaartspelende	=	kaartspelen
kaartspeler	noun	iemand die vaak een kaartspel speelt zoals bijv. klaverjassen en bridge
kaartspelers	=	kaartspeler
kaartspelertje	=	kaartspeler
kaartspelertjes	=	kaartspeler
kaartspellen	=	kaartspel
kaartspelletje	=	kaartspel
kaartspelletjes	=	kaartspel
kaartsysteem	noun	een niet-digitaal gegevensbestand, waarbij het stuk dun karton van de kaart dient als gegevensdrager
kaartsysteempje	=	kaartsysteem
kaartsysteempjes	=	kaartsysteem
kaartsystemen	=	kaartsysteem
kaartte	=	kaarten
kaarttelefoon	noun|historical	openbaar telefoontoestel dat in werking wordt gesteld door het insteken van een elektronische kaart
kaarttelefoons	=	kaarttelefoon
kaartten	=	kaarten
kaartverkoop	noun	het verkopen van kaartjes voor evenementen
kaartverkopen	=	kaartverkoop
kaas	noun	voedingsproduct gemaakt van gestremde melk
kaasautomaat	noun	gekoelde verkoopautomaat waar je direct kaas kunt kopen zonder tussenkomst van een winkelier
kaasautomaatje	=	kaasautomaat
kaasautomaatjes	=	kaasautomaat
kaasautomaten	=	kaasautomaat
kaasbereiding	noun	het proces waarbij melk door toevoeging van stremsel en zuursel wordt omgezet in kaas.
kaasbereidingen	=	kaasbereiding
kaasbereidinkje	=	kaasbereiding
kaasbereidinkjes	=	kaasbereiding
kaasblokje	noun	een kubus vormig stukje kaas van ongeveer 2 x 2 x 2 cm
kaasblokjes	=	kaasblokje
kaasboer	noun	handelaar in kaas
kaasboerderij	noun	boerderij waar men kaas maakt (en vaak ook verkoopt)
kaasboerderijen	=	kaasboerderij
kaasboeren	=	kaasboer
kaasboertje	=	kaasboer
kaasboertjes	=	kaasboer
kaasbol	noun	een kaas in de vorm van een bal, een Edammerkaasje
kaasbollen	=	kaasbol
kaasbolletje	noun	alleen verkleinwoord traktatie in de vorm van een rond, met kaas gevuld of naar kaas smakend hapje
kaasbolletjes	=	kaasbol
kaasboor	noun	smalle steekboor lijkend op appelboor om de kwaliteit van kaas te onderzoeken
kaasboortje	=	kaasboor
kaasboortjes	=	kaasboor
kaasboren	=	kaasboor
kaasbroodje	noun	broodje belegd met kaas; broodje kaas
kaasbroodjes	=	kaasbroodje
kaasburger	noun	broodje met een hamburger en een plak kaas
kaasburgers	=	kaasburger
kaasburgertje	=	kaasburger
kaasburgertjes	=	kaasburger
kaasde	=	kazen
kaasden	=	kazen
kaasdoek	noun	is een los geweven doek, gemaakt van katoen of netels, die in de keuken als een vorm van zeef wordt gebruikt
kaasdoeken	=	kaasdoek
kaasdragersveem	noun	een vennootschap van kaasdragers, met name in Alkmaar
kaasdragersvemen	=	kaasdragersveem
kaasfabriek	noun	een groot bedrijf waar men kaas maakt
kaasfabrieken	=	kaasfabriek
kaasfabriekje	=	kaasfabriek
kaasfabriekjes	=	kaasfabriek
kaasfondue	noun	een gerecht waarbij etenswaren in een saus van kaas gedompeld worden
kaasfondues	=	kaasfondue
kaasfonduetje	=	kaasfondue
kaasfonduetjes	=	kaasfondue
kaasgerecht	noun	een schotel waarin kaas een belangrijk ingrediënt is
kaasgerechten	=	kaasgerecht
kaasgerechtje	=	kaasgerecht
kaasgerechtjes	=	kaasgerecht
kaashandel	noun	een winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van kaas en vaak ook andere zuivelproducten en gerelateerde etenswaren
kaashandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep kaas in- en verkoopt
kaashandelaars	=	kaashandelaar
kaashandelaartje	=	kaashandelaar
kaashandelaartjes	=	kaashandelaar
kaashandelaren	=	kaashandelaar
kaashandels	=	kaashandel
kaashandeltje	=	kaashandel
kaashandeltjes	=	kaashandel
kaashoer	noun	ontuchtige blanke of Nederlandse vrouw
kaashoeren	=	kaashoer
kaashoertje	=	kaashoer
kaashoertjes	=	kaashoer
kaasje	=	kaas
kaasjes	=	kaas
kaasjeskruid	noun	benaming voor kruidachtige planten uit het geslacht Malva in de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
kaasjeskruiddikkopje	noun	Carcharodus alceae een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes
kaasjeskruiddikkopjes	=	kaasjeskruiddikkopje
kaasjeskruidfamilie	noun	een familie Malvaceae van tweezaadlobbige planten.
kaasjeskruidfamilies	=	kaasjeskruidfamilie
kaasjeskruidfamilietje	=	kaasjeskruidfamilie
kaasjeskruidfamilietjes	=	kaasjeskruidfamilie
kaasjeskruidmot	noun	Platyedra subcinerea een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
kaasjeskruidmotje	=	kaasjeskruidmot
kaasjeskruidmotjes	=	kaasjeskruidmot
kaasjeskruidmotten	=	kaasjeskruidmot
kaasjeskruidroest	noun	Puccinia malvacearum een soort binnen het geslacht Puccinia die bekend staat om het infecteren van leden van de familie Malvaceae.
kaasjeskruidroesten	=	kaasjeskruidroest
kaasjeskruidroestje	=	kaasjeskruidroest
kaasjeskruidroestjes	=	kaasjeskruidroest
kaaskamer	noun	vertrek waar verse kaas gemaakt of bewaard wordt
kaaskamers	=	kaaskamer
kaaskar	noun	een rijdende tafel of wagen die wordt gebruikt in (luxe) restaurants om een selectie van kazen op een aantrekkelijke manier te presenteren en te serveren
kaaskarren	=	kaaskar
kaaskarretje	=	kaaskar
kaaskarretjes	=	kaaskar
kaaskop	noun	een Nederlander, meer in het bijzonder iemand uit Noord- of Zuid-Holland (streken waar van oudsher veel kazen worden geproduceerd)
kaaskopje	=	kaaskop
kaaskopjes	=	kaaskop
kaaskopmier	noun	Lasius carniolicus een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
kaaskopmieren	=	kaaskopmier
kaaskopmiertje	=	kaaskopmier
kaaskopmiertjes	=	kaaskopmier
kaaskoppen	=	kaaskop
kaaskorst	noun	buitenste, wat hardere beschermende laag van een voedingsproduct gemaakt uit gestremde melk, vooral gebruikt voor het deel van die laag dat de rand vormt van uit het product gesneden plakken
kaaskorsten	=	kaaskorst
kaaskorstje	=	kaaskorst
kaaskorstjes	=	kaaskorst
kaaskraam	noun	mobiele verkoopplek op een markt waar een gespecialiseerde handelaar verschillende soorten kaas en aanverwante producten verkoopt
kaaskraampje	=	kaaskraam
kaaskraampjes	=	kaaskraam
kaaskramen	=	kaaskraam
kaaskroket	noun	kroket waarin kaas is verwerkt alsmede bloem, boter, melk en kruiden of drank zoals kirsch
kaaskroketje	=	kaaskroket
kaaskroketjes	=	kaaskroket
kaaskroketten	=	kaaskroket
kaasland	noun	een land waar men veel kaas maakt en eet
kaaslanden	=	kaasland
kaaslandje	=	kaasland
kaaslandjes	=	kaasland
kaasmaak	=	kaasmaken
kaasmaakster	noun	vrouw die kaas produceert
kaasmaaksters	=	kaasmaakster
kaasmaken	verb	produceren van kaas; het bereiden van kaas
kaasmakend	=	kaasmaken
kaasmakende	=	kaasmaken
kaasmaker	noun	iemand die kazen produceert
kaasmakerij	noun	het maken van kaas
kaasmakerijen	=	kaasmakerij
kaasmakerijtje	=	kaasmakerij
kaasmakerijtjes	=	kaasmakerij
kaasmakers	=	kaasmaker
kaasmakertje	=	kaasmaker
kaasmarkt	noun	een markt waar voornamelijk kaas wordt verhandeld
kaasmarkten	=	kaasmarkt
kaasmarktje	=	kaasmarkt
kaasmarktjes	=	kaasmarkt
kaasmes	noun	Groot mes waarmee een winkelier de kaas voor zijn klanten snijdt
kaasmesje	=	kaasmes
kaasmesjes	=	kaasmes
kaasmessen	=	kaasmes
kaasmijt	noun	Tyrophagus casei een mijt die zich voedt met eiwitten van kaas.
kaasmijten	=	kaasmijt
kaasmijtje	=	kaasmijt
kaasmijtjes	=	kaasmijt
kaasnugget	noun	gefrituurd bolletje met kaas als vulling
kaasnuggets	=	kaasnugget
kaaspannenkoek	noun	een pannenkoek met kaas
kaaspannenkoeken	=	kaaspannenkoek
kaaspannenkoekje	=	kaaspannenkoek
kaaspannenkoekjes	=	kaaspannenkoek
kaaspiet	noun	helper van Sinterklaas met een geelkleurig gelaat
kaaspieten	=	kaaspiet
kaaspietje	=	kaaspiet
kaaspietjes	=	kaaspiet
kaasplank	noun	al dan niet houten plank om kaas op te snijden
kaasplanken	=	kaasplank
kaasplankje	=	kaasplank
kaasplankjes	=	kaasplank
kaasrasp	noun	rasp om kaas mee te raspen
kaasraspen	=	kaasrasp
kaasraspje	=	kaasrasp
kaasraspjes	=	kaasrasp
kaassaus	noun	een saus lijkend op bechamelsaus waarin gesmolten kaas verwerkt is
kaassausen	=	kaassaus
kaassausje	=	kaassaus
kaassausjes	=	kaassaus
kaassauzen	=	kaassaus
kaasschaaf	noun	een gebruiksvoorwerp waarmee een dun plakje van een stuk kaas kan worden gesneden
kaasschaafje	=	kaasschaaf
kaasschaafjes	=	kaasschaaf
kaasschaafmethode	noun	een term waarmee bezuinigingen worden aangeduid waarbij alle ministeries of onderdelen van een bedrijf iets moeten inleveren
kaasschaafmethoden	=	kaasschaafmethode
kaasschaafmethodes	=	kaasschaafmethode
kaasschaamte	noun	gevoel van schaamte vanwege het eten van kaas, omdat de productie hiervan voor zware milieubelasting zorgt
kaasschaven	=	kaasschaaf
kaassnijder	noun	mes waarmee men kazen kan snijden
kaassnijders	=	kaassnijder
kaassnijdertje	=	kaassnijder
kaassnijdertjes	=	kaassnijder
kaassoort	noun	een van de vele typen kaas
kaassoorten	=	kaassoort
kaassouffleetje	=	kaassoufflé
kaassouffleetjes	=	kaassoufflé
kaassoufflé	noun	een gefrituurde snack van een stuk kaas met daaromheen bladerdeeg en paneermeel
kaassoufflés	=	kaassoufflé
kaasstengel	noun	een langwerpig hartig koekje van bladerdeeg met geraspte kaas
kaasstengels	=	kaasstengel
kaasstengeltje	=	kaasstengel
kaasstengeltjes	=	kaasstengel
kaasstolp	noun	klokvormig glas op een schaal, om kaas onder te bewaren
kaasstolpen	=	kaasstolp
kaasstolpje	=	kaasstolp
kaasstolpjes	=	kaasstolp
kaast	=	kazen
kaasvlieg	noun	Piophila casei een vliegensoort uit de familie Piophilidae.
kaasvliegen	=	kaasvlieg
kaasvliegje	=	kaasvlieg
kaasvliegjes	=	kaasvlieg
kaaswaag	noun	stedelijke waag om kaas te wegen
kaaswagen	noun	een rijdende tafel of wagen die wordt gebruikt in (luxe) restaurants om een selectie van kazen op een aantrekkelijke manier te presenteren en te serveren
kaaswagens	=	kaaswagen
kaaswagentje	=	kaaswagen
kaaswagentjes	=	kaaswagen
kaaswinkel	noun	een winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van kaas en vaak ook andere zuivelproducten en gerelateerde etenswaren
kaaswinkels	=	kaaswinkel
kaaswinkeltje	=	kaaswinkel
kaaswinkeltjes	=	kaaswinkel
kaaszaak	noun	een winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van kaas en vaak ook andere zuivelproducten en gerelateerde etenswaren
kaaszaken	=	kaaszaak
kaaszwam	noun	een schimmel uit de orde Polyporales
kaaszwammen	=	kaaszwam
kaaszwammetje	=	kaaszwam
kaaszwammetjes	=	kaaszwam
kaatje	=	ka
kaatjes	=	ka
kaats	=	kaatsen
kaatsbaan	noun	plaats waar het kaatsspel gespeeld kan worden
kaatsbanen	=	kaatsbaan
kaatse	=	kaatsen
kaatsen	verb	een (vooral in Friesland beoefende) balsport spelen waarbij twee teams met de hand een balletje naar de tegenpartij slaan en daarbij op bepaalde manieren punten kunnen scoren
kaatsend	=	kaatsen
kaatsende	=	kaatsen
kaatser	noun	iemand die een bal terugkaatst zonder er zelf veel mee te doen
kaatsers	=	kaatser
kaatsertje	=	kaatser
kaatsertjes	=	kaatser
kaatsspel	noun	een traditionele balsport waarbij spelers een kleine bal (de kaatsbal) met de blote of beschermde handpalm over een veld slaan.
kaatsspelen	=	kaatsspel
kaatsspellen	=	kaatsspel
kaatsspelletje	=	kaatsspel
kaatst	=	kaatsen
kaatste	=	kaatsen
kaatsten	=	kaatsen
kaatsvereniging	noun	een sportclub die zich richt op de traditionele balsport kaatsen.
kaatsverenigingen	=	kaatsvereniging
kaatsverenigingetje	=	kaatsvereniging
kaatsverenigingetjes	=	kaatsvereniging
kabaai	noun	een jasje dat in Indonesië over een sarong gedragen wordt
kabaaien	=	kabaai
kabaaitje	=	kabaai
kabaaitjes	=	kabaai
kabaal	noun|obsolete	mensen die stiekem samenwerken ten nadele van anderen
kabaalmaker	noun	iets dat of iemand die veel lawaai veroorzaakt
kabaalmakers	=	kabaalmaker
kabaaltje	=	kabaal
kabaalvijver	noun	kleine. ondiepe, door mensen aangelegde waterplas waar kinderen in kunnen spelen
kabaalvijvers	=	kabaalvijver
kabaalvijvertje	=	kabaalvijver
kabaalvijvertjes	=	kabaalvijver
kabaja	noun	hemd of huisjasje voor vrouwen uit Indonesië
kabaja's	=	kabaja
kabalat	noun	ontvangst van
kabalen	=	kabaal
kabardijnstalig	adj	de Kabardijnse taal sprekend
kabardijnstalige	=	kabardijnstalig
kabardijnstaligs	=	kabardijnstalig
kabbala	noun	mystieke joodse leer, vanaf de 12de eeuw
kabbalist	noun	aanhanger van de kabbala
kabbalisten	=	kabbalist
kabbalistisch	adj	van de kabbala, zoals in de kabbala
kabbalistische	=	kabbalistisch
kabbalistischer	=	kabbalistisch
kabbalistischere	=	kabbalistisch
kabbalistischers	=	kabbalistisch
kabbel	=	kabbelen
kabbelde	=	kabbelen
kabbelden	=	kabbelen
kabbele	=	kabbelen
kabbelen	verb	zacht stromen en geluid maken
kabbelend	adj	rustig, traag voortgaand
kabbelende	=	kabbelen
kabbelends	=	kabbelend
kabbeling	noun	het kabbelen van een beek
kabbelingen	=	kabbeling
kabbelingetje	=	kabbeling
kabbelingetjes	=	kabbeling
kabbelkabinet	noun	een kabinet dat voortkabbelt en beleidsbeslissingen overlaat aan een nieuw kabinet
kabbelkabinetje	=	kabbelkabinet
kabbelkabinetjes	=	kabbelkabinet
kabbelkabinetten	=	kabbelkabinet
kabbelt	=	kabbelen
kabben	=	kappen
kabberdoes	noun|informal	goedkope herberg of drinkgelegenheid
kabberdoesje	=	kabberdoes
kabberdoesjes	=	kabberdoes
kabberdoeske	=	kabberdoes
kabberdoeskes	=	kabberdoes
kabberdoezen	=	kabberdoes
kabel	noun	lijn van 3 tot 6 ineengedraaide touwen van hennep, kunststof, staal of ander materiaal
kabel-tv	noun	radio- en televisiesignalen die via de kabel (en dus niet via een antenne) naar de huiskamer gaan
kabelaanbod	noun	de diensten waaruit men kan kiezen die via een kabel beschikbaar zijn
kabelaansluiting	noun	aansluiting op een kabelnetwerk
kabelaansluitingen	=	kabelaansluiting
kabelaansluitinkje	=	kabelaansluiting
kabelaansluitinkjes	=	kabelaansluiting
kabelaar	noun	bedrijf dat via een hybride fiber-coaxiaal netwerk telefoon, televisie en internet aanbiedt
kabelaars	=	kabelaar
kabelaring	noun	een relatief kort stuk dik kabeltouw dat in de scheepvaart gebruikt wordt om andere trossen zoals een ankertros of zware sleeptros binnen te halen
kabelarings	=	kabelaring
kabelbaan	noun	transportlift waarbij cabines of stoeltjes langs een in de lucht hangende kabel omhoog getrokken worden
kabelbaantje	=	kabelbaan
kabelbaantjes	=	kabelbaan
kabelbacterie	noun	benaming voor sommige microscopisch wezens behorend tot de familie Desulfobulbaceae die een draad vormen met goede geleidbaarheid voor elektrische stroom
kabelbacteriën	=	kabelbacterie
kabelbanen	=	kabelbaan
kabelbinder	noun	kunststof reep met hoekige ribbels, die aan de ene kant in een punt toeloopt en aan de andere kant in een soort gesp, waar de punt maar in één richting doorheen kan worden getrokken Oorspronkelijk bedoeld om losse kabels snel in een bundel vast te maken, maar ook gebruikt voor andere toepassingen als het sluiten van zakken, het boeien van personen of het vastmaken van zeil aan een stellage.
kabelbinders	=	kabelbinder
kabelboer	noun|informal	kabelexploitant
kabelboeren	=	kabelboer
kabelboertje	=	kabelboer
kabelboertjes	=	kabelboer
kabelbreuk	noun	breuk in/van een kabel
kabelbreuken	=	kabelbreuk
kabelconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die kabelverbindingen exploiteren
kabelconcerns	=	kabelconcern
kabelexploitant	noun	exploitant van een kabelnetwerk
kabelexploitanten	=	kabelexploitant
kabelgast	noun	een matroos die was belast met het toezicht, de inventaris en het uitgeven en onderhoud van de in het kabelgat opgeslagen dekuitrusting
kabelgasten	=	kabelgast
kabelgat	noun	een ruimte in het voorschip van een schip, onder het voor- of bakdek.
kabelgaten	=	kabelgat
kabelgoot	noun	koker waar kabels gebundeld doorheen gaan
kabelgootje	=	kabelgoot
kabelgootjes	=	kabelgoot
kabelgoten	=	kabelgoot
kabelgracht	noun	een in de grond gegraven sleuf waarin men kabels legt
kabelgrachten	=	kabelgracht
kabelgrachtje	=	kabelgracht
kabelgrachtjes	=	kabelgracht
kabelheffing	noun	verwijst doorgaans naar een belasting of vergoeding die door gemeenten wordt opgelegd aan eigenaren van kabels en leidingen in, op of boven openbare grond.
kabelheffingen	=	kabelheffing
kabelheffinkje	=	kabelheffing
kabelheffinkjes	=	kabelheffing
kabelinternet	noun	internetverbinding via een kabelnet
kabeljauw	noun	middelgrote zoutwatervis en uitstekende consumptievis, Gadus morhua
kabeljauwachtigen	noun	een orde Gadiformes van straalvinnige beenvissen (Volgens FishBase)
kabeljauwen	noun	een familie Gadidae van zeevissen die behoren tot de orde van de kabeljauwachtigen (Gadiformes).
kabeljauwfilet	noun	een stuk kabeljauw zonder graten of vel
kabeljauwfilets	=	kabeljauwfilet
kabeljauwlever	noun	lever van kabeljauw Gadus morhua voor opslag van bloed, galproductie en stofwisseling
kabeljauwlevers	=	kabeljauwlever
kabeljauwlevertje	=	kabeljauwlever
kabeljauwlevertjes	=	kabeljauwlever
kabeljauwtje	=	kabeljauw
kabeljauwtjes	=	kabeljauw
kabelknipper	noun	persoon die tv-programma's niet meer bekijkt via de klassieke kabeltelevisie maar via internet
kabelknippers	=	kabelknipper
kabelknippertje	=	kabelknipper
kabelknippertjes	=	kabelknipper
kabelknipster	=	kabelknipper
kabelkrant	noun	multimediale informatie verspreidt via de kabel-tv door de opkomst van internet is de kabelkrant alweer verouderd
kabelkranten	=	kabelkrant
kabellift	noun	een verzamelnaam voor een transportsysteem dat personen of goederen verplaatst met behulp van een kabel, om hoogteverschillen te overbruggen
kabelliften	=	kabellift
kabelliftje	=	kabellift
kabelliftjes	=	kabellift
kabelmaatschappij	noun	bedrijf dat het kabelnetwerk beheert dat dient voor de verspreiding van radio- en televisieprogramma's en tegenwoordig ook voor telefonie en internet wordt gebruikt
kabelmaatschappijen	=	kabelmaatschappij
kabelmarkt	noun	verzameling van alle aanbieders van diensten op de kabel (bijvoorbeeld internetaanbieders, televisieaanbieders) en hun potentiële klanten
kabelmarkten	=	kabelmarkt
kabelmodem	noun	is een speciaal type modem dat wordt gebruikt om data over het kabeltelevisienetwerk te transporteren en wordt onder andere gebruikt voor internet over de coaxkabel
kabelmodems	=	kabelmodem
kabelnet	noun	een verzameling met elkaar verbonden draden die stroom en/of informatie kunnen transporteren
kabelnetten	=	kabelnet
kabelnetwerk	noun	netwerk van de kabeltelevisie
kabelnetwerken	=	kabelnetwerk
kabelnetwerkje	=	kabelnetwerk
kabelnetwerkjes	=	kabelnetwerk
kabelpont	noun	een pont die via een kabel verbonden is met beide oevers
kabelponten	=	kabelpont
kabelpontje	=	kabelpont
kabelpontjes	=	kabelpont
kabels	=	kabel
kabelschoen	noun	metalen huls al dan niet met oog om het uiteinde van een kabel
kabelschoenen	=	kabelschoen
kabelschoentang	noun	een tang waarmee de hulsjes van kabelschoenen aan elektriciteitssnoeren en kabels worden vastgeknepen
kabelschoentangen	=	kabelschoentang
kabelschoentangetje	=	kabelschoentang
kabelschoentangetjes	=	kabelschoentang
kabelschoentje	=	kabelschoen
kabelschoentjes	=	kabelschoen
kabelsleuf	noun	in een terrein gemaakte uitgraving om kabels in te leggen waarna de uitgraving gedempt wordt
kabelsleufje	=	kabelsleuf
kabelsleufjes	=	kabelsleuf
kabelsleuven	=	kabelsleuf
kabelspoor	noun	een spoorweg waarover een kabeltrein rijdt, een trein die over een steile baan door een kabel wordt voortgetrokken
kabelspoortje	=	kabelspoor
kabelspoortjes	=	kabelspoor
kabelspoorweg	noun	bergspoorweg waarbij de wagens met een kabel naar boven getrokken worden
kabelspoorwegen	=	kabelspoorweg
kabelspoorwegje	=	kabelspoorweg
kabelspoorwegjes	=	kabelspoorweg
kabelsporen	=	kabelspoor
kabeltelegram	noun	overzees telegram, geseind langs een kabel
kabeltelegrammen	=	kabeltelegram
kabeltelegrammetje	=	kabeltelegram
kabeltelegrammetjes	=	kabeltelegram
kabeltelevisie	noun	systeem waarmee televisieprogramma's worden doorgegeven aan de aangesloten toestellen via een kabelnet
kabeltje	=	kabel
kabeltjes	=	kabel
kabeltouw	noun	heel sterk touw
kabeltouwen	=	kabeltouw
kabeltram	noun	railvoertuig voor personenvervoer in stedelijk gebied, voortgetrokken door een touw van staal onder het wegdek
kabeltrammen	=	kabeltram
kabeltrams	=	kabeltram
kabeltrein	noun	trein die over een spoorweg rijdt en wordt voortgetrokken door een kabel
kabeltreinen	=	kabeltrein
kabeltreintje	=	kabeltrein
kabeltreintjes	=	kabeltrein
kabeltrui	noun	een gebreide trui met een kabelmotief
kabeltruien	=	kabeltrui
kabeltruitje	=	kabeltrui
kabeltruitjes	=	kabeltrui
kabelverbinding	noun	fysieke, bekabelde 1-op-1 verbinding die stroom of signalen (data, audio, video) tussen twee punten overbrengt.
kabelverbindingen	=	kabelverbinding
kabelverbindinkje	=	kabelverbinding
kabelverbindinkjes	=	kabelverbinding
kabelverdeelkast	noun	straatmeubel waarin elektriciteit over verschillende stroomdraden wordt verdeeld
kabelverdeelkasten	=	kabelverdeelkast
kabelverdeelkastje	=	kabelverdeelkast
kabelverdeelkastjes	=	kabelverdeelkast
kabelvoering	noun	touw waarmee de ankerring omwoeld is
kabelvoeringen	=	kabelvoering
kabelvoerinkje	=	kabelvoering
kabelvoerinkjes	=	kabelvoering
kaberdoes	noun|informal	goedkope herberg of drinkgelegenheid
kaberdoesje	=	kaberdoes
kaberdoesjes	=	kaberdoes
kaberdoeske	=	kaberdoes
kaberdoeskes	=	kaberdoes
kaberdoezen	=	kaberdoes
kabinet	noun	een bestuursorgaan bestaande uit hooggeplaatste leden van een regering, de regering.
kabinet-rutte	noun	regering met Mark Rutte als premier
kabinetje	=	kabinet
kabinetjes	=	kabinet
kabinetsadviseur	noun	medewerker van een ministerieel kabinet
kabinetsadviseurs	=	kabinetsadviseur
kabinetsadviseurtje	=	kabinetsadviseur
kabinetsadviseurtjes	=	kabinetsadviseur
kabinetsattaché	noun	medewerker van een ministerieel kabinet, in rang onder kabinetsadviseur
kabinetsattachés	=	kabinetsattaché
kabinetsbeleid	noun	de plannen van het kabinet
kabinetsberaad	noun	overleg van de ministerraad
kabinetsberaden	=	kabinetsberaad
kabinetsbeslissing	noun	besluiten die door de ministerraad zijn genomen
kabinetsbeslissingen	=	kabinetsbeslissing
kabinetsbesluit	noun	een beslissing gemaakt door de ministerraad
kabinetsbesluiten	=	kabinetsbesluit
kabinetschef	noun	persoon die het kabinet van een koning, minister, gouverneur or burgemeester aanstuurt
kabinetschefs	=	kabinetschef
kabinetscrises	=	kabinetscrisis
kabinetscrisis	noun	een situatie waarin de val van het kabinet dreigt
kabinetscrisisje	=	kabinetscrisis
kabinetscrisisjes	=	kabinetscrisis
kabinetscrisissen	=	kabinetscrisis
kabinetsdeelname	noun	het deelnemen van een politieke partij aan een coalitieregering
kabinetsdeelnamen	=	kabinetsdeelname
kabinetsdeelnames	=	kabinetsdeelname
kabinetsformateur	noun	iemand die een ministerraad vormt in opdracht van de Tweede Kamer, vaak is het de toekomstige minister-president
kabinetsformateurs	=	kabinetsformateur
kabinetsformatie	noun	het vormen van een regering die voldoende steun in de volksvertegenwoordiging heeft
kabinetsformaties	=	kabinetsformatie
kabinetsformatietje	=	kabinetsformatie
kabinetsformatietjes	=	kabinetsformatie
kabinetsleden	=	kabinetslid
kabinetslid	noun	iemand die als minister of staatssecretaris deel uitmaakt van een regering
kabinetsperiode	noun	periode van maximaal 4 jaar dat een kabinet kan regeren in Nederland
kabinetsperioden	=	kabinetsperiode
kabinetsperiodes	=	kabinetsperiode
kabinetsperiodetje	=	kabinetsperiode
kabinetsperiodetjes	=	kabinetsperiode
kabinetsplan	noun	een idee van een regering dat men wil gaan doen
kabinetsplannen	=	kabinetsplan
kabinetsplannetje	=	kabinetsplan
kabinetsplannetjes	=	kabinetsplan
kabinetsraad	noun	de vergadering van ministers onder leiding van de minister-president
kabinetsraadje	=	kabinetsraad
kabinetsraadjes	=	kabinetsraad
kabinetsraden	=	kabinetsraad
kabinetssecretaris	noun	ambtenaar die het kabinet van ministers ondersteunt en adviseert
kabinetssecretarissen	=	kabinetssecretaris
kabinetsstandpunt	noun	standpunt van het kabinet
kabinetsstandpunten	=	kabinetsstandpunt
kabinetsvergadering	noun	bespreking van de ministers en staatssecretarissen
kabinetsvergaderingen	=	kabinetsvergadering
kabinetsvoorstel	noun	plan van de regering dat ter goedkeuring aan de volksvertegenwoordiging wordt voorgelegd
kabinetsvoorstellen	=	kabinetsvoorstel
kabinetsvorming	noun	het samenstellen van een ministerraad in de periode tussen de verkiezingen voor de Tweede Kamer en de beëdiging van het kabinet door de koning in deze periode handelt het demissionaire kabinet de lopende zaken af zonder nieuwe beleid te maken
kabinetsvormingen	=	kabinetsvorming
kabinetswijziging	noun	de vervanging van de zittende ploeg ministers en staatssecretarissen door een nieuwe samenstelling.
kabinetswijzigingen	=	kabinetswijziging
kabinetswijzigingetje	=	kabinetswijziging
kabinetswijzigingetjes	=	kabinetswijziging
kabinetswisseling	noun	het aftreden van de oude ministersploeg en het aantreden van een nieuwe ministersploeg
kabinetswisselingen	=	kabinetswisseling
kabinetswisselingetje	=	kabinetswisseling
kabinetswisselingetjes	=	kabinetswisseling
kabinetten	=	kabinet
kabinetten-rutte	=	kabinet-rutte
kablering	noun	wijze waarop verschillende zaken met draden op elkaar zijn aangesloten
kableringen	=	kablering
kabobo-apalis	noun	Apalis kaboboensis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
kabobo-apalisje	=	kabobo-apalis
kabobo-apalisjes	=	kabobo-apalis
kabobo-apalissen	=	kabobo-apalis
kaboela	=	kabula
kaboeler	noun	een inwoner van Kaboel/Kabul, of iemand afkomstig uit Kaboel/Kabul
kaboelers	=	kaboeler
kaboels	adj	op Kaboel/Kabul betrekking hebbend
kaboelse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kaboel/Kabul, of een vrouw afkomstig uit Kaboel/Kabul
kaboelsen	=	kaboelse
kabonga	intj	eureka, ik heb het, het is gelukt
kabots	noun	een platte muts of monnikskap die de kruin bedekt	intj	een woord dat de knal van een botsing aangeeft
kabotseke	=	kabots
kabotseken	=	kabots
kabotsekens	=	kabots
kabotsekes	=	kabots
kabotsen	=	kabots
kabouter	noun	sprookjesfiguur in de vorm van een klein mannetje, traditioneel met een puntmuts dat meestal wat mensenschuw is en zich plagerig of juist vriendelijk gedraagt
kabouterhoningzuiger	noun	Cinnyris minullus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
kabouterhoningzuigers	=	kabouterhoningzuiger
kabouterhoningzuigertje	=	kabouterhoningzuiger
kabouterhoningzuigertjes	=	kabouterhoningzuiger
kabouterkind	noun	kind van een klein, op een mens lijkend sprookjesfiguur
kabouterkinderen	=	kabouterkind
kaboutermos	noun	een soort Buxbaumia aphylla uit de kaboutermosfamilie (Buxbaumiaceae).
kaboutermosje	=	kaboutermos
kaboutermosjes	=	kaboutermos
kaboutermossen	=	kaboutermos
kaboutermuts	noun	spits toelopend hoofddeksel van textiel, zoals dat door kleine mensachtige sprookjesfiguren wordt gedragen
kaboutermutsen	=	kaboutermuts
kaboutermutsje	=	kaboutermuts
kaboutermutsjes	=	kaboutermuts
kabouters	=	kabouter
kaboutertje	=	kabouter
kaboutertjes	=	kabouter
kabouteruil	noun	Micrathene whitneyi de kleinst bekende uil.
kabouteruilen	=	kabouteruil
kabouteruiltje	=	kabouteruil
kabouteruiltjes	=	kabouteruil
kabouterwasplaat	noun	Hygrocybe insipida een paddenstoel uit de familie Hygrophoraceae.
kabouterwasplaatje	=	kabouterwasplaat
kabouterwasplaatjes	=	kabouterwasplaat
kabouterwasplaten	=	kabouterwasplaat
kabran	noun	lid van de chevra kadiesja; lijkbezorger, doodgraver
kabraniem	=	kabran
kabren	noun	lid van de chevre kadiesje; lijkbezorger, doodgraver
kabriet	noun	Capra aegagrus hircus geit: evenhoevig zoogdier
kabrieten	=	kabriet
kabronem	=	kabren
kabuis	=	kombuis
kabuki	noun	traditionele Japanse volkstoneel waarbij alle rollen door mannen worden gespeeld
kabuki's	=	kabuki
kabukisyndromen	=	kabukisyndroom
kabukisyndroom	noun	een zeldzame, vermoedelijk erfelijke aandoening die gekenmerkt wordt door een opvallende gelaatsuitdrukking en een verstandelijke beperking
kabula	noun	erotische dans
kabuler	noun	een inwoner van Kaboel/Kabul, of iemand afkomstig uit Kaboel/Kabul
kabulers	=	kabuler
kabuls	adj	op Kaboel/Kabul betrekking hebbend
kabulse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kaboel/Kabul, of een vrouw afkomstig uit Kaboel/Kabul
kabulsen	=	kabulse
kabuys	=	kombuis
kabylisch	adj	betrekking hebbend op het Kabylisch
kabylische	=	kabylisch
kabylischer	=	kabylisch
kabylischere	=	kabylisch
kabylischers	=	kabylisch
kabylischtalig	adj	de Kabylische taal sprekend
kabylischtalige	=	kabylischtalig
kabylischtaligs	=	kabylischtalig
kachel	noun	apparaat waarin energie wordt omgezet in warmte met de bedoeling een ruimte te verwarmen	adj|informal	dronken
kachelde	=	kachelen
kachelden	=	kachelen
kachele	=	kachelen
kachelen	verb	kuieren, wandelen
kachelend	=	kachelen
kachelende	=	kachelen
kachelglas	noun	hittebestendig, hard en doorzichtig materiaal waarachter men het vuur in de haard kan zien branden
kachelhout	noun	hout dat men gebruikt om in een kachel te verbranden
kachelhoutje	=	kachelhout
kachelhoutjes	=	kachelhout
kacheloven	noun	een kachel (oven) die met tegels (kachels) is bekleed
kachelovens	=	kacheloven
kacheloventje	=	kacheloven
kacheloventjes	=	kacheloven
kachelpijp	noun	een buis waardoor de verbrandingsgassen van een kachel het gebouw kunnen verlaten
kachelpijpen	=	kachelpijp
kachelpijpje	=	kachelpijp
kachelpijpjes	=	kachelpijp
kachelruit	noun	venster van hittebestendig materiaal waarachter men het vuur in een haard kan zien branden
kachelruiten	=	kachelruit
kachelruitje	=	kachelruit
kachelruitjes	=	kachelruit
kachels	=	kachel
kachelsmeden	=	kachelsmid
kachelsmid	noun	een persoon die ovens, haarden en gelijkaardige stookplaatsen alsmede rookkanalen ontwerpt en bouwt maar niet installeert
kachelt	=	kachelen
kacheltje	=	kachel
kacheltjes	=	kachel
kachtel	noun	een jong van een paard
kachtels	=	kachtel
kachteltje	=	kachtel
kachteltjes	=	kachtel
kachu	noun	muziekinstrument gemaakt van een koehoorn
kachu's	=	kachu
kackerlack	=	kakkerlak
kackerlacker	=	kakkerlak
kadaster	noun	openbaar raadpleegbaar register waarin de onroerende goederen en hun eigenaars staan vermeld
kadasterkaart	noun	landkaart waarop men kan zien waar de grenzen van de verschillende percelen lopen
kadasterkaarten	=	kadasterkaart
kadasters	=	kadaster
kadastraal	adj	van het kadaster, tot het kadaster behorend
kadastraals	=	kadastraal
kadastraalst	=	kadastraal
kadastraalste	=	kadastraal
kadastrale	=	kadastraal
kadastraler	=	kadastraal
kadastralere	=	kadastraal
kadastralers	=	kadastraal
kadastreer	=	kadastreren
kadastreerde	=	kadastreren
kadastreerden	=	kadastreren
kadastreert	=	kadastreren
kadastrere	=	kadastreren
kadastreren	verb	een afbakening maken van de eigendomsrechten van grondbezit en deze in kaart brengen
kadastrerend	=	kadastreren
kadastrerende	=	kadastreren
kadaver	noun	dood lichaam van een dier
kadaverdiscipline	noun	tucht waarbij een onvoorwaardelijke (blinde) gehoorzaamheid verlangd wordt
kadaverdisciplines	=	kadaverdiscipline
kadavers	=	kadaver
kadavertje	=	kadaver
kadavertjes	=	kadaver
kadavuwaaierstaart	noun	Rhipidura personata een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
kadavuwaaierstaarten	=	kadavuwaaierstaart
kadavuwaaierstaartje	=	kadavuwaaierstaart
kadavuwaaierstaartjes	=	kadavuwaaierstaart
kaddesj	noun	joods gebed waarin Gods naam wordt geheiligd, in verschillende vormen en op verschillende plaatsen voorkomend in de synagogedienst, onder andere aan het eind van elke dienst en voorafgaand aan het Sjema; ook gezegd bij begrafenis en dodenherdenking
kaddiesj	noun	joods gebed waarin Gods naam wordt geheiligd, in verschillende vormen en op verschillende plaatsen voorkomend in de synagogedienst, onder andere aan het eind van elke dienst en voorafgaand aan het Sjema; ook gezegd bij begrafenis en dodenherdenking
kaddiesjiem	=	kaddiesj
kaddisj	noun	een joods gebed waarin Gods naam wordt geheiligd, onder meer uitgesproken bij het begraven en herdenken van overledenen
kaddisjen	=	kaddisj
kade	noun	beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
kadee	noun	iemand die ergens heel goed in is
kadees	=	kadee
kadeetje	=	kadee
kadeetjes	=	kadee
kadeeën	=	kadee
kadeheffing	noun	een door een overheid (vaak de gemeente) of havenbedrijf opgelegde betaling voor het gebruik van gemeentelijke kades, oevers of vaarwater met vaartuigen.
kadeheffingen	=	kadeheffing
kadeheffinkje	=	kadeheffing
kadeheffinkjes	=	kadeheffing
kademuren	=	kademuur
kademuur	noun	muur die een gracht begrenst; muur langs het water
kademuurtje	=	kademuur
kademuurtjes	=	kademuur
kaden	verb	een oever van een kade voorzien
kadend	=	kaden
kadende	=	kaden
kadeni-stofuil	noun	Caradrina kadenii (syn Platyperigea kadenii) een vlinder uit de familie van de Noctuidae (uilen).
kadeni-stofuilen	=	kadeni-stofuil
kadeni-stofuiltje	=	kadeni-stofuil
kadeni-stofuiltjes	=	kadeni-stofuil
kader	noun	rand die om iets (m.n. een afbeelding of schilderij) heen wordt aangebracht
kadercursus	noun	een gerichte opleiding of cursus om mensen op te leiden voor een leidinggevende, coördinerende of gespecialiseerde functie binnen een organisatie, sector of vakbond
kadercursusje	=	kadercursus
kadercursusjes	=	kadercursus
kadercursussen	=	kadercursus
kaderde	=	kaderen
kaderden	=	kaderen
kadere	=	kaderen
kaderen	verb	inkaderen
kaderend	=	kaderen
kaderende	=	kaderen
kaderfunctie	noun	leidinggevende functie
kaderfuncties	=	kaderfunctie
kaderleden	=	kaderlid
kaderlid	noun	leidinggevende in een organisatie
kaderlidje	=	kaderlid
kaderopleiding	noun	opleiding voor leidinggevenden in een bedrijf of organisatie
kaderopleidingen	=	kaderopleiding
kaderopleidinkje	=	kaderopleiding
kaderopleidinkjes	=	kaderopleiding
kaderpartij	noun	partij waarin het beleid niet door de partijleden maar in hoofdzaak door het kader, de partijtop wordt bepaald
kaderpartijen	=	kaderpartij
kaderpersoneel	noun	leidinggevend pesoneel
kaders	=	kader
kaderscholen	=	kaderschool
kaderschool	noun	school waar het militaire kader wordt opgeleid
kaderschooltje	=	kaderschool
kaderschooltjes	=	kaderschool
kaderstelling	noun	het bepalen van een geheel van formele regels
kaderstellingen	=	kaderstelling
kadert	=	kaderen
kadertje	=	kader
kadertjes	=	kader
kaderwet	noun	een wet die de algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures regelt, maar geen gedetailleerde regels bevat
kaderwetten	=	kaderwet
kades	=	kade
kadet	noun	zacht broodje in de vorm van een bol
kadetje	noun	alleen verkleinwoord zacht broodje in de vorm van een bol
kadetjes	=	kadet
kadetten	=	kadet
kadi	noun	islamitisch rechter die op grond van de sharia, de islamitische wetgeving, oordeelt
kadi's	=	kadi
kadiesja	adj	heilige
kadiesje	adj	gezelschap van vrijwilligers, ook wel betaalde personen, die overledenen verzorgen voor de begrafenis
kadijk	noun	kade langs een wetering
kadijken	=	kadijk
kado	=	cadeau
kadodder	noun	klein gedrongen mannetje
kadodders	=	kadodder
kadoddertje	=	kadodder
kadoddertjes	=	kadodder
kadraaier	noun	bootje van waaruit artikelen aan opvarenden van zeeschepen verkocht kunnen worden
kadraaiers	=	kadraaier
kadreer	=	kadreren
kadreerde	=	kadreren
kadreerden	=	kadreren
kadreert	=	kadreren
kadrere	=	kadreren
kadreren	verb	in een kader plaatsen
kadrerend	=	kadreren
kadrerende	=	kadreren
kadrering	noun	de uitsnede van de werkelijkheid die een beeldend kunstenaar vastlegt
kadreringen	=	kadrering
kaduke	=	kaduuk
kaduker	=	kaduuk
kadukere	=	kaduuk
kadukers	=	kaduuk
kaduuk	adj	in een zeer slechte staat van onderhoud verkerend
kaduuks	=	kaduuk
kaduukst	=	kaduuk
kaduukste	=	kaduuk
kaenozoïcum	noun	geologisch tijdperk, het derde en laatste era van het fanerozoïcum, vanaf 66 miljoen jaar geleden
kaeuw	=	kauw
kaf	noun	de vliezen rondom de graankorrels
kaffa	noun	soort zijden weefsel
kaffa's	=	kaffa
kaffabrilvogel	noun	Zosterops kaffensis een vogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kaffabrilvogels	=	kaffabrilvogel
kaffabrilvogeltje	=	kaffabrilvogel
kaffabrilvogeltjes	=	kaffabrilvogel
kaffer	noun	lomperd, stommeling
kafferbuffel	noun	Syncerus caffer een Afrikaans rund, de enige nog levende soort uit het geslacht Syncerus.
kafferbuffels	=	kafferbuffel
kafferde	=	kafferen
kafferden	=	kafferen
kaffere	=	kafferen
kafferen	verb	vloeken en tieren zonder dat het onderwerp waartegen men vloekt genoemd wordt
kafferend	=	kafferen
kafferende	=	kafferen
kafferkoor	noun	een koor van kaffers
kafferkoortje	=	kafferkoor
kafferkoortjes	=	kafferkoor
kafferkoren	noun	Sorghum bicolor Het zaad van dit gewas wordt gebruikt als voedsel, veevoer en voor de productie van kafirbier.
kafferpruim	noun	Dovyalis caffra Harpephyllum caffrum
kafferpruimen	=	kafferpruim
kafferpruimpje	=	kafferpruim
kafferpruimpjes	=	kafferpruim
kaffers	=	kaffer
kafferspitsmuis	noun	Myosorex cafer insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
kafferspitsmuisje	=	kafferspitsmuis
kafferspitsmuisjes	=	kafferspitsmuis
kafferspitsmuizen	=	kafferspitsmuis
kaffert	=	kafferen
kaffertje	=	kaffer
kaffertjes	=	kaffer
kaffiya	noun	geblokte doek die traditioneel voornamelijk door mannen in Arabische landen en landen met een droog klimaat over het hoofd gedragen wordt als bescherming tegen kou, zon, stof en zand
kaffiya's	=	kaffiya
kafir	noun	graansoort, Sorghum bicolor, die kan worden gebruikt als een soort rijst of gemalen tot meel
kafirs	=	kafir
kafje	noun	alleen verkleinwoord , vliesje rondom een graankorrel
kafjes	=	kafje
kafjesbruin	noun	Phaeosphaeria nodorum anam.
kafjesbruinen	=	kafjesbruin
kafjesbruintje	=	kafjesbruin
kafjesbruintjes	=	kafjesbruin
kafka	adj	op een onwerkelijke manier die lijkt op de situatie van het verhaal "Het proces" van Franz Kafka
kafka's	=	kafka
kafka-achtig	adj	in een onbegrijpelijke en dreigende sfeer waar je geen invloed op hebt, vaak als gevolg van bureaucratie
kafka-achtige	=	kafka-achtig
kafka-achtiger	=	kafka-achtig
kafka-achtigere	=	kafka-achtig
kafka-achtigers	=	kafka-achtig
kafka-achtigs	=	kafka-achtig
kafka-achtigst	=	kafka-achtig
kafka-achtigste	=	kafka-achtig
kafkaiaans	adj	in een onbegrijpelijke en dreigende sfeer waar je geen invloed op hebt, vaak als gevolg van bureaucratie en een zinloze, desoriënterende en nachtmerrieachtige complexiteit
kafkaiaanse	=	kafkaiaans
kafkaiaanser	=	kafkaiaans
kafkaiaansere	=	kafkaiaans
kafkaiaansers	=	kafkaiaans
kafkaiaanst	=	kafkaiaans
kafkaiaanste	=	kafkaiaans
kafkaësk	adj	zoals een onbegrijpelijke en dreigende sfeer waar je geen invloed op hebt, vaak als gevolg van bureaucratie en een zinloze, desoriënterende en nachtmerrieachtige complexiteit
kafkaëske	=	kafkaësk
kafkaësker	=	kafkaësk
kafkaëskere	=	kafkaësk
kafkaëskers	=	kafkaësk
kafkaësks	=	kafkaësk
kafkaëskst	=	kafkaësk
kafkaëskste	=	kafkaësk
kafs	=	kaf
kaft	noun	het bekleedsel aan de buitenkant van een boek.
kaftan	noun	lang kleed met riem om het middel dat lijkt op een jurk, gedragen door mannen uit het Midden-Oosten
kaftans	=	kaftan
kafte	=	kaften
kaften	verb	een boek van een beschermende omslag voorzien
kaftend	=	kaften
kaftende	=	kaften
kaftje	=	kaft
kaftjes	=	kaft
kaftte	=	kaften
kaftten	=	kaften
kafverbranding	noun	het verbranden van padiekaf (de lege hulzen die overblijven bij het pellen van rijst).
kafverbrandingen	=	kafverbranding
kafverbrandinkje	=	kafverbranding
kafverbrandinkjes	=	kafverbranding
kafzak	noun	met kaf gevulde zak die men kan gebruiken als beddezak
kafzakken	=	kafzak
kagchel	=	kachel
kagcheloven	=	kacheloven
kagen	=	kaag
kaggenest	=	kakenest
kagoe	noun	Rhynochetos jubatus een vogelsoort uit de orde der Eurypygiformes.
kagoes	noun	Rhynochetos een geslacht van vogels uit de familie van de Rhynochetidae.
kagoetje	=	kagoe
kagoetjes	=	kagoe
kahal	noun	joodse gemeente
kahikatea	noun	Dacrycarpus dacrydioides een conifeer uit de familie Podocarpaceae.
kahikatea's	=	kahikatea
kaibrilvogel	noun	Zosterops grayi een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kaibrilvogels	=	kaibrilvogel
kaibrilvogeltje	=	kaibrilvogel
kaibrilvogeltjes	=	kaibrilvogel
kaik	=	kijk
kaiken	=	kijken
kailan	noun	een variëteit Brassica oleracea var. alboglabra en bladgroente die ook bekendstaat onder de naam Chinese broccoli
kaimonarch	noun	Symposiachrus leucurus een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
kaimonarchen	=	kaimonarch
kaimonarchje	=	kaimonarch
kaimonarchjes	=	kaimonarch
kain	noun	een rok gedragen door mannen en vrouwen in Indonesië en Maleisië, vergelijkbaar met een sarong, maar met aan elkaar genaaide uiteinden
kairowinde	noun	Ipomoea cairica een plant uit de windefamilie (Convolvulaceae).
kairowinden	=	kairowinde
kairowindes	=	kairowinde
kairowindetje	=	kairowinde
kairowindetjes	=	kairowinde
kaisoi	noun	Surinaamse koolsoort
kaispoorkoekoek	noun	Centropus spilopterus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
kaispoorkoekoeken	=	kaispoorkoekoek
kaispoorkoekoekje	=	kaispoorkoekoek
kaispoorkoekoekjes	=	kaispoorkoekoek
kajak	noun	gesloten kano om in wild water of op zee te varen
kajakje	=	kajak
kajakjes	=	kajak
kajakke	=	kajakken
kajakken	verb	de kajaksport beoefenen
kajakkend	=	kajakken
kajakkende	=	kajakken
kajakpolo	noun	water- en balsport, die kan worden beschouwd als een combinatie van kanoën en waterpolo
kajakpolo's	=	kajakpolo
kajaks	=	kajak
kajakt	=	kajakken
kajakte	=	kajakken
kajakten	=	kajakken
kajapoetbomen	=	kajapoetboom
kajapoetboom	noun	bepaald soort boom Melaleuca cajaputi, uit de takken en bladeren waarvan de etherische kajapoetolie gewonnen wordt
kajapoetolie	noun	de etherische olie gewonnen uit de kajapoetboom, gewoonlijk Melaleuca cajaputi, hoewel olie van M. leucadendron soms ook deze naam verleend wordt
kajapoetvaseline	noun	vaseline waarin de insectenwerende kajapoetolie verwerkt is
kajatehoutspanner	noun	Pelurga comitata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
kajatehoutspanners	=	kajatehoutspanner
kajatehoutspannertje	=	kajatehoutspanner
kajatehoutspannertjes	=	kajatehoutspanner
kajotster	noun	lid van de Vrouwelijke Katholieke Arbeiders Jeugd
kajotsters	=	kajotster
kajotstertje	=	kajotster
kajotstertjes	=	kajotster
kajuit	noun	overdekte gemeenschappelijke verblijfplaats op schepen
kajuitboot	noun	pleziervaartuig met een overdekte verblijfplaats
kajuitbootje	=	kajuitboot
kajuitbootjes	=	kajuitboot
kajuitboten	=	kajuitboot
kajuiten	=	kajuit
kajuitingang	noun	toegang tot een overdekte gezamenlijke verblijfplaats op een schip
kajuitingangen	=	kajuitingang
kajuitjacht	noun	jacht met een kajuit
kajuitjachten	=	kajuitjacht
kajuitjachtje	=	kajuitjacht
kajuitjachtjes	=	kajuitjacht
kajuitje	=	kajuit
kajuitjes	=	kajuit
kajuitmotorboot	noun	met brandstof aangedreven pleziervaartuig dat een overdekte verblijfplaats heeft
kajuitmotorbootje	=	kajuitmotorboot
kajuitmotorbootjes	=	kajuitmotorboot
kajuitmotorboten	=	kajuitmotorboot
kajuittrap	noun	trap in een schip
kajuittrapje	=	kajuittrap
kajuittrapjes	=	kajuittrap
kajuittrappen	=	kajuittrap
kajuitzeilboot	noun	pleziervaartuig met een overdekte verblijfplaats en voortgestuwd door doeken om de wind op te vangen
kajuitzeilbootje	=	kajuitzeilboot
kajuitzeilbootjes	=	kajuitzeilboot
kajuitzeilboten	=	kajuitzeilboot
kak	noun|informal	ontlasting [2]	intj|obsolete	uitdrukking die verachting of ergernis uitdrukt
kaka	noun	ontlasting
kaka's	=	kaka
kakaatje	=	kaka
kakaatjes	=	kaka
kakadoris	noun	een marktventer of kwakzalver
kakadorisje	=	kakadoris
kakadorisjes	=	kakadoris
kakadorissen	=	kakadoris
kakadudwergcichlide	noun	Apistogramma cacatuoides een dwergcichlide die oorspronkelijk uit Oost-Peru komt.
kakadudwergcichliden	=	kakadudwergcichlide
kakamegabuulbuul	noun	Arizelocichla kakamegae een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
kakamegabuulbuuls	=	kakamegabuulbuul
kakamegabuulbuultje	=	kakamegabuulbuul
kakamegabuulbuultjes	=	kakamegabuulbuul
kakapipikapitalisme	noun	kapitalisme waarin beide ouders kostwinner zijn moeten om rond te kunnen komen en daardoor geen tijd hebben om hun kinderen zindelijkheid aan te leren
kakapo	noun	Strigops habroptila een herbivore, zware en niet-vliegende papegaaiachtige die endemisch is in Nieuw-Zeeland.
kakapo's	=	kakapo
kakapootje	=	kakapo
kakapootjes	=	kakapo
kakariki	noun	Cyanoramphus auriceps, Cyanoramphus malherbi & Cyanoramphus novaezelandiae een parkiet uit Nieuw-Zeeland.
kakariki's	noun	een geslacht Cyanoramphus van vogels uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
kakarikietje	=	kakariki
kakarikietjes	=	kakariki
kakatoe	=	kaketoe
kakbal	noun	bekakt persoon
kakballen	=	kakbal
kakballetje	=	kakbal
kakballetjes	=	kakbal
kakdoos	noun|informal	toilet
kakdoosje	=	kakdoos
kakdoosjes	=	kakdoos
kakdozen	=	kakdoos
kake	=	kaken
kakebeen	noun	het been van de boven- en onderkaak
kakebeenderen	=	kakebeen
kakebeentje	=	kakebeen
kakebeentjes	=	kakebeen
kakebenen	=	kakebeen
kakejiku	noun	een Japanse, verticale, oprolbare schildering of kalligrafie die bedoeld is om aan de muur te hangen
kakel	noun	iemand die veel kletst
kakelaar	noun	iemand die veel kakelt met name gebruikt in vogelnamen
kakelaars	=	kakelaar
kakelaartje	=	kakelaar
kakelaartjes	=	kakelaar
kakelbont	adj	met veel schreeuwende, opzichtige, niet bij elkaar passende kleuren
kakelbonte	=	kakelbont
kakelbonts	=	kakelbont
kakelde	=	kakelen
kakelden	=	kakelen
kakele	=	kakelen
kakelen	verb	geluiden voortbrengen zoals kippen dat doen
kakelend	adj	bezig met geluiden voort te brengen die passen bij kippen
kakelende	=	kakelen
kakelender	=	kakelend
kakelendere	=	kakelend
kakelenders	=	kakelend
kakelends	=	kakelend
kakelendst	=	kakelend
kakelendste	=	kakelend
kakelnest	noun	jonɡste vogel uit een broedsel
kakelnesten	=	kakelnest
kakelnestje	=	kakelnest
kakelnestjes	=	kakelnest
kakels	=	kakel
kakelt	=	kakelen
kakeltje	=	kakel
kakeltjes	=	kakel
kakelvers	adj	pas gelegd
kakelverse	=	kakelvers
kakelverser	=	kakelvers
kakelverst	=	kakelvers
kakement	noun	kaak of de kaken, de kaakbeenderen, het kaakgestel
kakementen	=	kakement
kakemono	noun	een Japanse, verticale, oprolbare schildering of kalligrafie die bedoeld is om aan de muur te hangen
kakemono's	=	kakemono
kakemonootje	=	kakemono
kakemonootjes	=	kakemono
kaken	verb	een vis van de ingewanden ontdoen
kakend	=	kaken
kakende	=	kaken
kakenest	noun	jongste vogeltje uit een legsel dat als laatste het nest van de ouders verlaat
kakenesten	=	kakenest
kakenestje	=	kakenest
kakenestjes	=	kakenest
kaker	noun	iemand die gevangen vis ontdoet van een deel van de ingewanden om houdbaarheid en smaak te verbeteren
kakers	=	kaker
kakertje	=	kaker
kakertjes	=	kaker
kaketoe	noun	benaming voor papegaaiachtige vogels uit de familie Cacatuidae
kaketoes	noun	Cacatuidae een familie van 22 soorten.
kaketoetje	=	kaketoe
kaketoetjes	=	kaketoe
kakhuis	noun	klein bouwsel waar men kan poepen en plassen
kakhuisje	=	kakhuis
kakhuisjes	=	kakhuis
kakhuizen	=	kakhuis
kaki	noun	Diospyros kaki de economisch belangrijkste boom uit het geslacht Diospyros, die wordt gekweekt voor zijn vruchten.	adj	de kleur van de stof kaki hebbend, dof geelbruin
kaki's	=	kaki
kakiemon	noun	Japans porselein met versieringen in een kenmerkende stijl
kakietje	=	kaki
kakietjes	=	kaki
kakigrijs	noun	tint tussen bruin en grijs met RAL-nummer 7008 ( ).	adj	in een tint tussen bruin en grijs met RAL-nummer 7008 ( ).
kakigrijze	=	kakigrijs
kakikleurig	adj	een dof bruingele kleur hebbend
kakikleurige	=	kakikleurig
kakikleuriger	=	kakikleurig
kakikleurigere	=	kakikleurig
kakikleurigers	=	kakikleurig
kakikleurigs	=	kakikleurig
kakikleurigst	=	kakikleurig
kakikleurigste	=	kakikleurig
kakistocratie	noun	heerschappij van de slechtste, minst geschikte mensen
kakistocratietje	=	kakistocratie
kakistocratieën	=	kakistocratie
kakiuniform	noun	uniform met een geelbruine aardkleur
kakiuniformen	=	kakiuniform
kakje	=	kak
kakjes	=	kak
kakke	=	kakken
kakken	verb|informal	poepen
kakkend	=	kakken
kakkende	=	kakken
kakker	noun	iemand die kakt
kakkerig	adj	met de eigenschappen van of behorend tot een kakker (verwaand, bekakt, persoon)
kakkerige	=	kakkerig
kakkerigs	=	kakkerig
kakkerij	noun|informal	frequente dunne ontlasting
kakkerijen	=	kakkerij
kakkerlak	noun	benaming voor insecten uit de orde Blattodea, oppervlakkig lijkend op een kever maar hier wel sterk van verschillend
kakkerlakachtigen	noun	superorde Dictyoptera (Cohort) uit de gevleugelde insecten (Pterygota)
kakkerlakje	=	kakkerlak
kakkerlakjes	=	kakkerlak
kakkerlakken	noun	een orde Blattodea van insecten, die oppervlakkig enigszins lijken op kevers, maar hiervan toch sterk verschillen, onder andere door het ontbreken van een volledige gedaanteverwisseling.
kakkerlakkendoder	noun	Tachysphex obscuripennis een wesp die behoort tot de familie van de graafwespen (Crabronidae) en komt vooral voor in zandige gebieden.
kakkerlakkendoders	noun	Ampulicidae een familie van vliesvleugeligen (Hymenoptera).
kakkerlakkendodertje	=	kakkerlakkendoder
kakkerlakkendodertjes	=	kakkerlakkendoder
kakkerlakkenplaag	noun	ongemak veroorzaakt door de aanwezigheid van grote hoeveelheden kakkerlakken
kakkerlakkenplaagje	=	kakkerlakkenplaag
kakkerlakkenplaagjes	=	kakkerlakkenplaag
kakkerlakkenplagen	=	kakkerlakkenplaag
kakkernest	=	kakenest
kakkers	=	kakker
kakkertje	=	kakker
kakkertjes	=	kakker
kakkie	noun	gewoonlijk meervoud voet, been
kakkies	=	kakkie
kakkineus	adj	bekakt
kakkineust	=	kakkineus
kakkineuste	=	kakkineus
kakkineuze	=	kakkineus
kakkineuzer	=	kakkineus
kakkineuzere	=	kakkineus
kakkineuzers	=	kakkineus
kakmadam	noun	bekakt en verwaand vrouwspersoon
kakmadammen	=	kakmadam
kakmadammetje	=	kakmadam
kakmadammetjes	=	kakmadam
kakmadams	=	kakmadam
kakmaker	noun	iemand die erg tevreden is over zichzelf en daarom onverdiend de aandacht opeist
kakmakers	=	kakmaker
kakmakertje	=	kakmaker
kakmakertjes	=	kakmaker
kakofonie	noun	rommelig geheel van vele klanken door elkaar
kakofonies	=	kakofonie
kakofonietje	=	kakofonie
kakofonietjes	=	kakofonie
kakofonieën	=	kakofonie
kakofonisch	adj	met de eigenschappen van een kakofonie
kakofonische	=	kakofonisch
kakofonischer	=	kakofonisch
kakofonischere	=	kakofonisch
kakofonischers	=	kakofonisch
kakscholen	=	kakschool
kakschool	noun	school voor verwaande rijkeluiskinderen (kakkers)
kakschooltje	=	kakschool
kakschooltjes	=	kakschool
kakster	noun	vrouw die poept
kaksters	=	kakster
kakstoel	noun|informal	kinderstoel (waarin een po is aangebracht)
kakstoelen	=	kakstoel
kakstoeltje	=	kakstoel
kakstoeltjes	=	kakstoel
kakt	=	kakken
kakte	=	kakken
kaktee	=	cactee
kakten	=	kakken
kaktus	=	cactus
kakuro	noun	de wiskundige variant van een kruiswoordpuzzel waarbij op een rij een getal slechts één keer mag voorkomen.
kakuro's	=	kakuro
kakurootje	=	kakuro
kakurootjes	=	kakuro
kal	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
kala	noun	bruid
kalaharigraszanger	noun	Cisticola aridulus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
kalaharigraszangers	=	kalaharigraszanger
kalaharigraszangertje	=	kalaharigraszanger
kalaharigraszangertjes	=	kalaharigraszanger
kalahariwaaierstaart	noun	Cercotrichas paena een vogelsoort uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
kalahariwaaierstaarten	=	kalahariwaaierstaart
kalahariwaaierstaartje	=	kalahariwaaierstaart
kalahariwaaierstaartjes	=	kalahariwaaierstaart
kalanchoë	noun	een geslacht Kalanchoe uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae).
kalander	noun	pers met twee draaiende cilinders om weefsel, leer of papier glad en glanzend te maken
kalanderde	=	kalanderen
kalanderden	=	kalanderen
kalandere	=	kalanderen
kalanderen	verb	tussen rollen machinaal glad en glanzend persen
kalanderend	=	kalanderen
kalanderende	=	kalanderen
kalanderleeuwerik	noun	Melanocorypha calandra een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae).
kalanderleeuweriken	=	kalanderleeuwerik
kalanderleeuwerikje	=	kalanderleeuwerik
kalanderleeuwerikjes	=	kalanderleeuwerik
kalandermachine	noun	machine om te kalanderen
kalandermachines	=	kalandermachine
kalandermachinetje	=	kalandermachine
kalandermachinetjes	=	kalandermachine
kalanders	=	kalander
kalandert	=	kalanderen
kalandertje	=	kalander
kalandertjes	=	kalander
kalant	=	klant
kalaoniltava	noun	Cyornis kalaoensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
kalaoniltava's	=	kalaoniltava
kalaoniltavaatje	=	kalaoniltava
kalaoniltavaatjes	=	kalaoniltava
kalasjnikov	noun	Russisch machinegeweer
kalasjnikovs	=	kalasjnikov
kalbas	noun	kalebas
kalbasje	=	kalbas
kalbasjes	=	kalbas
kalbassen	=	kalbas
kalde	=	kallen
kalden	=	kallen
kale	noun	iemand die een kaal hoofd heeft
kalebas	noun	houtige, vaak holle schijnvrucht
kalebasje	=	kalebas
kalebasjes	=	kalebas
kalebassen	=	kalebas
kalefaat	=	kalefaten
kalefaatte	=	kalefaten
kalefaatten	=	kalefaten
kalefate	=	kalefaten
kalefaten	verb	opknappen, herstellen van een schip door de kieren tussen de gangen van de huid of tussen de planken van het bovendek dicht te maken met behulp van uitgeplozen touw (hennep) en pek of teer
kalefatend	=	kalefaten
kalefatende	=	kalefaten
kalefater	=	kalefateren
kalefaterde	=	kalefateren
kalefaterden	=	kalefateren
kalefatere	=	kalefateren
kalefateren	verb	kalfateren, kalefaten
kalefaterend	=	kalefateren
kalefaterende	=	kalefateren
kalefatert	=	kalefateren
kalei	noun	soort gevelverf met kalk als bindmiddel
kaleide	=	kaleien
kaleiden	=	kaleien
kaleidoscoop	noun	kijker, bestaand uit een spiegelende veelhoekige buis of koker die aan het ene einde een compartiment met gekleurde kralen of andere kleurige voorwerpen bevat en zo bij ronddraaien om de lengteas telkens wisselende patronen laat zien
kaleidoscopen	=	kaleidoscoop
kaleidoskoop	=	kaleidoscoop
kaleie	=	kaleien
kaleien	verb	verven van een gevel met kalei
kaleiend	=	kaleien
kaleiende	=	kaleien
kaleit	=	kaleien
kalen	verb	kaal op het hoofd worden
kalend	adj	haren verliezend
kalende	=	kalen
kalender	noun	tabel die de verdeling van het jaar in dagen, weken of jaren aangeeft, evt. met feestdagen enz
kalenderblok	noun	gebonden opeenvolgende bladen van een drukwerk dat alle dagen in een jaar of vergelijkbare periode overzichtelijk opsomt
kalenderblokje	=	kalenderblok
kalenderblokjes	=	kalenderblok
kalenderblokken	=	kalenderblok
kalenderdag	noun	de tijdsduur van 24 uur - van middernacht tot de eerstvolgende middernacht - waarvoor op de kalender een datum staat
kalenderdagen	=	kalenderdag
kalenderdagje	=	kalenderdag
kalenderdagjes	=	kalenderdag
kalendere	=	kalend
kalendereffect	noun	een effect waarbij iets afhangt van de kalender
kalendereffecten	=	kalendereffect
kalenderjaar	noun	een periode van een jaar, beginnend op 1 januari van een gegeven jaar en eindigend op 31 december van hetzelfde jaar
kalenderjaren	=	kalenderjaar
kalenderleeftijd	noun	leeftijd van iemand volgens de officiële tijdrekening
kalenderleeftijden	=	kalenderleeftijd
kalendermaand	noun	een periode die van de eerste tot de laatste dag van een maand loopt
kalendermaanden	=	kalendermaand
kalenders	=	kalender
kalenderspreuk	noun	een 'wijze' spreuk of citaat die op een kalender vermeld staat
kalenderspreuken	=	kalenderspreuk
kalenderspreukje	=	kalenderspreuk
kalenderspreukjes	=	kalenderspreuk
kalendertje	=	kalender
kalendertjes	=	kalender
kalenderweek	noun	week volgens de kalender die men uniek kan identificeren met een weeknummer
kalenderweken	=	kalenderweek
kalends	=	kalend
kalendst	=	kalend
kalendste	=	kalend
kaler	=	kaal
kalere	=	kaal
kalers	=	kaal
kalf	noun	jong van het rund en sommige andere zoogdieren
kalfaten	=	kalefateren
kalfater	=	kalfateren
kalfaterde	=	kalfateren
kalfaterden	=	kalfateren
kalfatere	=	kalfateren
kalfateren	verb	de naden, spleten en voegen tussen de planken van de buitenhuid of dekken van een houten schip dichtstoppen met vezels en pek teneinde het binnendringen van water te voorkomen
kalfaterend	=	kalfateren
kalfaterende	=	kalfateren
kalfatert	=	kalfateren
kalfde	=	kalven
kalfden	=	kalven
kalfje	=	kalf
kalfjes	=	kalf
kalfkoe	noun	zwangere koe
kalfkoeien	=	kalfkoe
kalfsbiefstuk	noun	biefstuk van een kalf
kalfsbiefstukje	=	kalfsbiefstuk
kalfsbiefstukjes	=	kalfsbiefstuk
kalfsbiefstukken	=	kalfsbiefstuk
kalfsborst	noun	borst van een kalf
kalfsborsten	=	kalfsborst
kalfsfricandeau	noun	een vleeswaar vervaardigd van mager vlees van het achtereind van een kalf
kalfsfricandeaus	=	kalfsfricandeau
kalfsgehakt	noun	gemalen kalfsvlees
kalfshaas	noun	mals vlees afkomstig van de rugspieren in de lende van een jong rund
kalfshaasje	=	kalfshaas
kalfshaasjes	=	kalfshaas
kalfshazen	=	kalfshaas
kalfskop	noun	het hoofd van een kalf, vlees dat komt van het hoofd van een kalf
kalfskoppen	=	kalfskop
kalfskotelet	noun	kotelet van kalfsvlees
kalfskoteletje	=	kalfskotelet
kalfskoteletjes	=	kalfskotelet
kalfskoteletten	=	kalfskotelet
kalfslap	noun	stuk vlees van een kalf
kalfslapje	=	kalfslap
kalfslapjes	=	kalfslap
kalfslappen	=	kalfslap
kalfsleder	noun	leer gemaakt van de huid van een jonge koe of stier
kalfsleer	noun	zacht leer gemaakt van de huid van een kalf o.a. gebruikt voor boekbinden
kalfsleren	adj	gemaakt van de huid van een kalf
kalfslever	noun	de eetbare lever van een jonge koe
kalfslevers	=	kalfslever
kalfslevertje	=	kalfslever
kalfslevertjes	=	kalfslever
kalfsoester	noun	gepaneerd stuk kalfsvlees
kalfsoesters	=	kalfsoester
kalfsoestertje	=	kalfsoester
kalfsoestertjes	=	kalfsoester
kalfsogen	=	kalfsoog
kalfsoog	noun	het oog van een jong rund
kalfsschenkel	noun	schenkel van een kalf
kalfsschenkels	=	kalfsschenkel
kalfsschenkeltje	=	kalfsschenkel
kalfsschenkeltjes	=	kalfsschenkel
kalfsschnitzel	noun	gepaneerd, platstuk kalfsvlees
kalfsschnitzels	=	kalfsschnitzel
kalfsschnitzeltje	=	kalfsschnitzel
kalfsschnitzeltjes	=	kalfsschnitzel
kalfstong	noun	de tong van een kalf die als voeding kan dienen
kalfstongen	=	kalfstong
kalfsvel	noun	het vel van een kalf
kalfsvellen	=	kalfsvel
kalfsvlees	noun	vlees van een kalf (dus rundvlees)
kalfszwezerik	noun	onontwikkelde thymusklier van een kalf
kalfszwezeriken	=	kalfszwezerik
kalfszwezerikje	=	kalfszwezerik
kalfszwezerikjes	=	kalfszwezerik
kalft	=	kalven
kali	noun	kaliumhydroxide, wordt gebruikt als reinigingsmiddel, ontsmettingsmiddel, verfafbijtmiddel en gootsteenontstopper.
kali's	=	kali
kaliber	noun	middellijn van de ziel van vuurwapens, kogels en buizen enz
kalibers	=	kaliber
kalibertje	=	kaliber
kalibratie	noun	het kalibreren
kalibraties	=	kalibratie
kalibreer	=	kalibreren
kalibreerde	=	kalibreren
kalibreerden	=	kalibreren
kalibreert	=	kalibreren
kalibrere	=	kalibreren
kalibreren	verb	van een kaliber voorzien
kalibrerend	=	kalibreren
kalibrerende	=	kalibreren
kalief	noun	wereldlijk opvolger van de profeet Mohammed, vooral van betekenis in de soennitische moslimgemeenschap.
kaliefen	=	kalief
kaliefje	=	kalief
kaliefjes	=	kalief
kaliefs	=	kalief
kalifaat	noun	waardigheid en functie van een kalief
kalifaatganger	noun	moslim die naar IS gebied gaat om daar te vechten voor het kalifaat
kalifaatgangers	=	kalifaatganger
kalifaatje	=	kalifaat
kalifaatjes	=	kalifaat
kalifaatvrij	adj	zonder grondstoffen of producten uit een kalifaat
kalifaatvrije	=	kalifaatvrij
kalifaatvrijer	=	kalifaatvrij
kalifaatvrijere	=	kalifaatvrij
kalifaatvrijers	=	kalifaatvrij
kalifaatvrijs	=	kalifaatvrij
kalifaatvrijst	=	kalifaatvrij
kalifaatvrijste	=	kalifaatvrij
kalifaten	=	kalifaat
kalig	adj	van een schedel: zonder haren
kalige	=	kalig
kaliger	=	kalig
kaligere	=	kalig
kaligers	=	kalig
kaligs	=	kalig
kaligst	=	kalig
kaligste	=	kalig
kalimineraal	noun	mineraal met een hoog gehalte aan kalium
kalimineraaltje	=	kalimineraal
kalimineraaltjes	=	kalimineraal
kalimineralen	=	kalimineraal
kalinagowinterkoning	noun	Troglodytes martinicensis een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
kalinagowinterkoningen	=	kalinagowinterkoning
kalinagowinterkoninkje	=	kalinagowinterkoning
kalinagowinterkoninkjes	=	kalinagowinterkoning
kalis	noun	zwerver, landloper, vagebond
kalisse	noun	zoethout
kalissen	=	kalis
kalissewater	noun	dropwater gemaakt van zoethout
kalium	noun	scheikundig element met symbool K en atoomnummer 19. Het is een zilverwit alkalimetaal
kaliumacetaat	noun	is een zout van azijnzuur.
kaliumacetaten	=	kaliumacetaat
kaliumatomen	=	kaliumatoom
kaliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element kalium.
kaliumatoompje	=	kaliumatoom
kaliumatoompjes	=	kaliumatoom
kaliumbicarbonaat	noun	is een kaliumzout van diwaterstofcarbonaat, met als brutoformule KHCO3.
kaliumbicarbonaten	=	kaliumbicarbonaat
kaliumbromide	noun	chemische verbinding van kalium en broom, een witte vaste stof die oplosbaar is in water en gebruikt wordt bij de vervaardiging van film en fotografische platen.
kaliumbromiden	=	kaliumbromide
kaliumcarbonaat	noun	koolzuurzout van kalium dat o.a. gebruikt wordt bij het maken van zachte zeep en kleurstoffen en bij de productie van glas.
kaliumcarbonaten	=	kaliumcarbonaat
kaliumchloraat	noun	chloorzuurzout van kalium dat gebruikt wordt in explosieven, vuurwerk, lucifers en onkruidverdelgers
kaliumchloride	noun	kan echter zonder probleem oraal gebruikt worden, en dient soms als alternatief voor tafelzout.
kaliumchloriden	=	kaliumchloride
kaliumchlorides	=	kaliumchloride
kaliumcyanide	noun	Kaliumcyanide is een sterk en snelwerkend vergif dat inwerkt op de celademhaling.
kaliumdichromaat	noun	is het kaliumzout van dichroomzuur en bezit als brutoformule K₂Cr₂O₇.
kaliumferrocyanide	noun	ook bekend als voedingsadditief E536, komt voor als trihydraat (K₄Fe(CN)₆.3H₂O).Toepassingen: bereiding van Pruisisch blauw verven van wol temperen van staal vloeimiddel in de metaalindustrie reagens op het Fe³⁺-ion oertiterstof voor kaliumpermanganaat
kaliumfosfaat	noun	het kaliumzout van fosforzuur met als brutoformule K₃PO₄
kaliumfosfaten	=	kaliumfosfaat
kaliumhydroxide	noun	Kaliumhydroxide is een anorganische verbinding van kalium, met als brutoformule KOH. De stof komt voor als een witte hygroscopische vaste stof, die zeer corrosief is voor de huid en de ogen.
kaliumhydroxides	=	kaliumhydroxide
kaliumjodide	noun	chemische verbinding van kalium, jodium, waterstof en zuurstof, een witte, gemakkelijk in water oplosbare stof, vooral.
kaliumjodiden	=	kaliumjodide
kaliumnatriumtartraat	noun	is het kalium-natrium-zout van wijnsteenzuur.
kaliumnatriumtartraten	=	kaliumnatriumtartraat
kaliumnitraat	noun	salpeterzuur van kalium, o.a. gebruikt in kruit en kunstmest
kaliumnitraten	=	kaliumnitraat
kaliumnitriet	noun	is het kaliumzout van waterstofnitriet en heeft als formule (KNO₂) Het is een voedingsadditief (249) en wordt gebruikt als conserveermiddel.
kaliumpermanganaat	noun	Kaliumpermanganaat, KMnO4 is het kaliumzout van permangaanzuur.
kaliumpropionaat	noun	is een kaliumzout van propionzuur, een natuurlijk zuur, aanwezig in kleine hoeveelheden in zeer veel producten.
kaliumsorbaat	noun	is het kaliumzout van sorbinezuur, met als brutoformule C₆H₇KO₂.
kaliumsulfaat	noun	wordt hoofdzakelijk als kunstmest gebruikt in de vorm van chloorarme kali of patentkali.
kaliumsulfaten	=	kaliumsulfaat
kaliumsulfiet	noun	is het kaliumzout van waterstofsulfiet, met als brutoformule K₂SO₃.
kaliumsulfieten	=	kaliumsulfiet
kalk	noun	aanduiding voor een aantal alkalische zouten van calcium, zoals calciumoxide (ook wel ongebluste kalk), calciumhydroxide (gebluste kalk) en calciumcarbonaat en calciumwaterstofcarbonaat
kalkaanslag	noun	afzetting van kalk door het koken of verwarmen van water met veel kalk
kalkaanslagen	=	kalkaanslag
kalkachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van kalk
kalkachtige	=	kalkachtig
kalkachtiger	=	kalkachtig
kalkachtigere	=	kalkachtig
kalkachtigers	=	kalkachtig
kalkachtigs	=	kalkachtig
kalkachtigst	=	kalkachtig
kalkachtigste	=	kalkachtig
kalkadoongrassluiper	noun	Amytornis ballarae een zangvogel uit de familie Maluridae (elfjes).
kalkadoongrassluipers	=	kalkadoongrassluiper
kalkadoongrassluipertje	=	kalkadoongrassluiper
kalkadoongrassluipertjes	=	kalkadoongrassluiper
kalkafzetting	noun	proces waarbij uit hard water calciumcarbonaat neerslaat
kalkafzettingen	=	kalkafzetting
kalkarm	adj	met een laag gehalte aan calcium (in de vorm van alkalische kalkzouten)
kalkarme	=	kalkarm
kalkarmer	=	kalkarm
kalkarmere	=	kalkarm
kalkarmers	=	kalkarm
kalkarms	=	kalkarm
kalkarmst	=	kalkarm
kalkarmste	=	kalkarm
kalkaster	noun	Aster linosyris een overblijvende plant uit de composietenfamilie (Asteraceae)
kalkasters	=	kalkaster
kalkastertje	=	kalkaster
kalkastertjes	=	kalkaster
kalkbak	noun	bakje met metselspecie dat de metselaar gebruikt samen met een troffel bij het metselen
kalkbakje	=	kalkbak
kalkbakjes	=	kalkbak
kalkbakken	=	kalkbak
kalkbandspanner	noun	Cataclysme riguata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
kalkbandspanners	=	kalkbandspanner
kalkbandspannertje	=	kalkbandspanner
kalkbandspannertjes	=	kalkbandspanner
kalkbedstro	noun	Asperula cynanchica een plant in de sterbladigenfamilie (Rubiaceae).
kalkbedstrootje	=	kalkbedstro
kalkbedstrootjes	=	kalkbedstro
kalkbemesting	noun	het uitrijden van kalk uit mergel (een vorm van kalk) op akkers als natuurlijke meststof
kalkbemestingen	=	kalkbemesting
kalkbemestinkje	=	kalkbemesting
kalkbemestinkjes	=	kalkbemesting
kalkblaaskaakje	noun	Myopa variegata een vliegensoort uit de familie van de blaaskopvliegen (Conopidae).
kalkblaaskaakjes	=	kalkblaaskaakje
kalkblaaskorst	noun	Thalloidima sedifolium een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
kalkblaaskorsten	=	kalkblaaskorst
kalkblaaskorstje	=	kalkblaaskorst
kalkblaaskorstjes	=	kalkblaaskorst
kalkbodemkrabspin	noun	Ozyptila pullata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de krabspinnen (Thomisidae)
kalkbodemkrabspinnen	=	kalkbodemkrabspin
kalkbodemkrabspinnetje	=	kalkbodemkrabspin
kalkbodemkrabspinnetjes	=	kalkbodemkrabspin
kalkbollenzweefvlieg	noun	Eumerus tricolor een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kalkbollenzweefvliegen	=	kalkbollenzweefvlieg
kalkbollenzweefvliegje	=	kalkbollenzweefvlieg
kalkbollenzweefvliegjes	=	kalkbollenzweefvlieg
kalkboterbloem	noun	Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemoides een vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
kalkboterbloemen	=	kalkboterbloem
kalkboterbloemetje	=	kalkboterbloem
kalkboterbloemetjes	=	kalkboterbloem
kalkboterbloempje	=	kalkboterbloem
kalkboterbloempjes	=	kalkboterbloem
kalkbranderij	noun	oven waarin een calciumcarbonaat (CaCO3) bevattende grondstof (schelpen of kalksteen) wordt gebrand, waarbij ongebluste kalk (CaO) ontstaat.
kalkbranderijen	=	kalkbranderij
kalkcitroenkorst	noun	Xanthocarpia marmorata een korstmos behorend tot de familie Teloschistaceae.
kalkcitroenkorsten	=	kalkcitroenkorst
kalkcitroenkorstje	=	kalkcitroenkorst
kalkcitroenkorstjes	=	kalkcitroenkorst
kalkdikkopmos	noun	Brachythecium glareosum een mos uit het geslacht dikkopmos (Brachythecium).
kalkdikkopmosje	=	kalkdikkopmos
kalkdikkopmosjes	=	kalkdikkopmos
kalkdikkopmossen	=	kalkdikkopmos
kalkdoddegras	noun	Phleum phleoides een vaste plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
kalkdoddegrasje	=	kalkdoddegras
kalkdoddegrasjes	=	kalkdoddegras
kalkdoddegrassen	=	kalkdoddegras
kalkdoorntje	noun	Tetrix tenuicornis een rechtvleugelig insect uit de familie doornsprinkhanen (Tetrigidae), onderfamilie Tetriginae
kalkdoorntjes	=	kalkdoorntje
kalke	=	kalken
kalkei	noun	kunstmatig vogelei
kalkeieren	=	kalkei
kalkeitje	=	kalkei
kalkeitjes	=	kalkei
kalken	verb	(tekst) aanbrengen	adj	van kalk gemaakt of ermee bedekt
kalkend	=	kalken
kalkende	=	kalken
kalketrip	noun	bepaalde eenjarige of tweejarige plantensoort, Centaurea calcitrapa, die behoort tot de composietenfamilie
kalkgebrek	noun	tekort aan calcium in de voeding
kalkglimschoteltje	noun	Lecania sylvestris een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
kalkglimschoteltjes	=	kalkglimschoteltje
kalkgoudmos	noun	Campyliadelphus chrysophyllus een mossoort uit het geslacht goudmos (Campyliadelphus).
kalkgoudmosje	=	kalkgoudmos
kalkgoudmosjes	=	kalkgoudmos
kalkgoudmossen	=	kalkgoudmos
kalkgrasdwergspin	noun	Metopobactrus prominulus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
kalkgrasdwergspinnen	=	kalkgrasdwergspin
kalkgrasdwergspinnetje	=	kalkgrasdwergspin
kalkgrasdwergspinnetjes	=	kalkgrasdwergspin
kalkgraslanddikkopje	noun	Spialia sertorius een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
kalkgraslanddikkopjes	=	kalkgraslanddikkopje
kalkgraslandmineermot	noun	Elachista subnigrella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
kalkgraslandmineermotje	=	kalkgraslandmineermot
kalkgraslandmineermotjes	=	kalkgraslandmineermot
kalkgraslandmineermotten	=	kalkgraslandmineermot
kalkgraslandwespbij	noun	Nomada piccioliana een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
kalkgraslandwespbijen	=	kalkgraslandwespbij
kalkgraslandwespbijtje	=	kalkgraslandwespbij
kalkgraslandwespbijtjes	=	kalkgraslandwespbij
kalkgraslandwimperzwam	noun	Scutellinia barlae een schimmel uit de familie Pyronemataceae.
kalkgraslandwimperzwammen	=	kalkgraslandwimperzwam
kalkgraslandwimperzwammetje	=	kalkgraslandwimperzwam
kalkgraslandwimperzwammetjes	=	kalkgraslandwimperzwam
kalkgroefkop	noun	Parophonus maculicornis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kalkgroefkopje	=	kalkgroefkop
kalkgroefkopjes	=	kalkgroefkop
kalkgroefkoppen	=	kalkgroefkop
kalkgrond	noun	kalkhoudende grond
kalkgronden	=	kalkgrond
kalkhoornbloem	noun	Cerastium brachypetalum een eenjarige plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
kalkhoornbloemen	=	kalkhoornbloem
kalkhoornbloemetje	=	kalkhoornbloem
kalkhoornbloemetjes	=	kalkhoornbloem
kalkhoornbloempje	=	kalkhoornbloem
kalkhoornbloempjes	=	kalkhoornbloem
kalkhoudend	adj	kalk bevattende, CaCO3 bevattend
kalkhoudende	=	kalkhoudend
kalkhoudender	=	kalkhoudend
kalkhoudendere	=	kalkhoudend
kalkhoudenders	=	kalkhoudend
kalkhoudends	=	kalkhoudend
kalkhoudendst	=	kalkhoudend
kalkhoudendste	=	kalkhoudend
kalkje	=	kalk
kalkjes	=	kalk
kalkknikmos	noun	Bryum bavaricum een mos uit de familie Bryaceae.
kalkknikmosje	=	kalkknikmos
kalkknikmosjes	=	kalkknikmos
kalkknikmossen	=	kalkknikmos
kalkknikspriet	noun	Microdon devius een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kalkkniksprieten	=	kalkknikspriet
kalkkniksprietje	=	kalkknikspriet
kalkkniksprietjes	=	kalkknikspriet
kalkknoopjeskorst	noun	Bacidina caligans een korstmos uit de familie Ramalinaceae.
kalkknoopjeskorsten	=	kalkknoopjeskorst
kalkknoopjeskorstje	=	kalkknoopjeskorst
kalkknoopjeskorstjes	=	kalkknoopjeskorst
kalkkokerwormen	noun	een familie Serpulidae van borstelwormen
kalkkrieltje	noun	Paragus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae)
kalkkrieltjes	=	kalkkrieltje
kalkkruiper	noun	Harpalus dimidiatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kalkkruipers	=	kalkkruiper
kalkkruipertje	=	kalkkruiper
kalkkruipertjes	=	kalkkruiper
kalklaag	noun	laag van kalkgesteente. witkalk of andere kalkspecie
kalklaagje	=	kalklaag
kalklaagjes	=	kalklaag
kalklagen	=	kalklaag
kalklangsprietwapenvlieg	noun	Stratiomys chamaeleon een insect uit de familie wapenvliegen (Stratiomyidae)
kalklangsprietwapenvliegen	=	kalklangsprietwapenvlieg
kalklangsprietwapenvliegje	=	kalklangsprietwapenvlieg
kalklangsprietwapenvliegjes	=	kalklangsprietwapenvlieg
kalklicht	noun	intens wit licht ontstaan door ongebluste kalk op zeer hoge temperatuur te laten stralen
kalklichten	=	kalklicht
kalklichtje	=	kalklicht
kalklichtjes	=	kalklicht
kalklijn	noun	lijn van kalk, met name om een speelveld te markeren
kalklijnbladroller	noun	Phiaris umbrosana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kalklijnbladrollers	=	kalklijnbladroller
kalklijnbladrollertje	=	kalklijnbladroller
kalklijnbladrollertjes	=	kalklijnbladroller
kalklijnen	=	kalklijn
kalkmelk	noun	emulsie van gebluste kalk in water
kalkmergel	noun	soort mergel waarvan het voornaamste bestanddeel koolzure kalk is
kalkmijdend	adj	groeiend op kalkarme grond
kalkmijdende	=	kalkmijdend
kalkmijdender	=	kalkmijdend
kalkmijdendere	=	kalkmijdend
kalkmijdenders	=	kalkmijdend
kalkmijdends	=	kalkmijdend
kalkmijdendst	=	kalkmijdend
kalkmijdendste	=	kalkmijdend
kalkmijnspin	noun	Atypus piceus een spin binnen de familie der mijnspinnen (Atypidae).
kalkmijnspinnen	=	kalkmijnspin
kalkmijnspinnetje	=	kalkmijnspin
kalkmijnspinnetjes	=	kalkmijnspin
kalkminnend	adj	groeiend op kalkhoudende grond
kalkminnende	=	kalkminnend
kalkminnender	=	kalkminnend
kalkminnendere	=	kalkminnend
kalkminnenders	=	kalkminnend
kalkminnends	=	kalkminnend
kalkminnendst	=	kalkminnend
kalkminnendste	=	kalkminnend
kalkmolen	noun	molen waar schelpen of steenkalk worden gemalen
kalkmolens	=	kalkmolen
kalkmolentje	=	kalkmolen
kalkmolentjes	=	kalkmolen
kalkmortel	noun	metselspecie met kalk als bindmiddel
kalkmortels	=	kalkmortel
kalknachtloper	noun	Cymindis axillaris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kalknachtlopers	=	kalknachtloper
kalknachtlopertje	=	kalknachtloper
kalknachtlopertjes	=	kalknachtloper
kalknagel	noun	sterk verdikte, brokkelige harde nagel, ontstaan door een opeenhoping van afgestoten cellen
kalknagelen	=	kalknagel
kalknagels	=	kalknagel
kalknageltje	=	kalknagel
kalknageltjes	=	kalknagel
kalkoen	noun	bepaald soort gedomesticeerde vogel, Meleagris gallopavo
kalkoenborst	noun	borst van een kalkoen
kalkoenborsten	=	kalkoenborst
kalkoenen	noun	Meleagrididae een voormalige onderfamilie van vogels uit de orde hoendervogels.
kalkoenfilet	noun	plat stuk vlees van een kalkoen zonder botten
kalkoenfilets	=	kalkoenfilet
kalkoenlever	noun	orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een kalkoen Meleagris gallopavo
kalkoenlevers	=	kalkoenlever
kalkoenlevertje	=	kalkoenlever
kalkoenlevertjes	=	kalkoenlever
kalkoenparelhoen	noun	Agelastes meleagrides een vogel uit de familie van de parelhoenders.
kalkoenparelhoenderen	=	kalkoenparelhoen
kalkoenparelhoenders	=	kalkoenparelhoen
kalkoenparelhoentje	=	kalkoenparelhoen
kalkoenparelhoentjes	=	kalkoenparelhoen
kalkoens	adj	oosters, Indisch
kalkoense	=	kalkoens
kalkoenser	=	kalkoens
kalkoensere	=	kalkoens
kalkoensers	=	kalkoens
kalkoenst	=	kalkoens
kalkoenste	=	kalkoens
kalkoentje	=	kalkoen
kalkoentjes	=	kalkoen
kalkoven	noun	torenvormige oven waarin kalk wordt gebrand uit strandschelpen of ander materiaal
kalkovens	=	kalkoven
kalkoventje	=	kalkoven
kalkoventjes	=	kalkoven
kalkpapier	noun	mat doorzichtig papier waarop met inkt een ondergelegen tekening kan worden overgetekend.
kalkpapieren	=	kalkpapier
kalkpapiertje	=	kalkpapier
kalkpapiertjes	=	kalkpapier
kalkpoot	noun	poot van een kip met een kalkachtige afscheiding, veroorzaakt door schurftmijt
kalkpootje	=	kalkpoot
kalkpootjes	=	kalkpoot
kalkpoten	=	kalkpoot
kalkput	noun	put waarin men natte gebluste klak bewaart
kalkputje	=	kalkput
kalkputjes	=	kalkput
kalkputten	=	kalkput
kalkraket	noun	Calepina irregularis een eenjarige of tweejarige plant, die als enige soort behoort tot het geslacht Calepina van de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
kalkraketje	=	kalkraket
kalkraketjes	=	kalkraket
kalkraketten	=	kalkraket
kalkrijk	adj	met een hoog kalkgehalte
kalkrijke	=	kalkrijk
kalkrijker	=	kalkrijk
kalkrijkere	=	kalkrijk
kalkrijkers	=	kalkrijk
kalkrijks	=	kalkrijk
kalkrijkst	=	kalkrijk
kalkrijkste	=	kalkrijk
kalkrots	noun	witte rotsen die bestaan uit kalksteen
kalkrotsen	=	kalkrots
kalkrotsje	=	kalkrots
kalkrotsjes	=	kalkrots
kalkrozijnenmos	noun	Lempholemma chalazanum een korstmossoort uit de familie Lichinaceae.
kalkrozijnenmosje	=	kalkrozijnenmos
kalkrozijnenmosjes	=	kalkrozijnenmos
kalkrozijnenmossen	=	kalkrozijnenmos
kalksalpeter	noun	het calciumzout van salpeterzuur met als brutoformule Ca(NO₃)₂, een stikstofrijke kunstmest
kalksalpeters	=	kalksalpeter
kalkschaal	noun	schaal van kalk (van eieren)
kalkschaaltje	=	kalkschaal
kalkschaaltjes	=	kalkschaal
kalkschalen	=	kalkschaal
kalkschotelkorst	noun	Polyozosia albescens een korstmos uit de familie Lecanoraceae.
kalkschotelkorsten	=	kalkschotelkorst
kalkschotelkorstje	=	kalkschotelkorst
kalkschotelkorstjes	=	kalkschotelkorst
kalkschriftmos	noun	Alyxoria mougeotii een schriftmos behorend tot de familie Lecanographaceae.
kalkschriftmosje	=	kalkschriftmos
kalkschriftmosjes	=	kalkschriftmos
kalkschriftmossen	=	kalkschriftmos
kalksinter	noun	een uit koolzure kalk bestaande product van korrelige of vezelachtige structuur, wit of geel van kleur
kalksinters	=	kalksinter
kalksmaltandmos	noun	Ditrichum flexicaule een soort bladmos van het geslacht Ditrichum.
kalksmaltandmosje	=	kalksmaltandmos
kalksmaltandmosjes	=	kalksmaltandmos
kalksmaltandmossen	=	kalksmaltandmos
kalkspaat	noun	calciet
kalkspikkel	noun	een korstmos Dichoporis taylori behorend tot de familie Strigulaceae.
kalkspikkels	=	kalkspikkel
kalkspikkeltje	=	kalkspikkel
kalkspikkeltjes	=	kalkspikkel
kalkspons	noun	individu uit een klasse van de stam van sponsdieren (Porifera)
kalksponsen	=	kalkspons
kalksponsje	=	kalkspons
kalksponsjes	=	kalkspons
kalksponzen	noun	een klasse Calcarea van de stam van sponsdieren (Porifera).
kalkspray	noun	witte kalkhoudende spray waarmee men een tijdelijke lijn op een sportveld trekt
kalksprays	=	kalkspray
kalksteen	noun	een natuurlijk gesteente dat rijk aan kalk is
kalksteengroeve	noun	een ondergrondse of bovengrondse groeve waar kalksteen uit de grond wordt gehaald
kalksteengroeven	=	kalksteengroeve
kalksteengroeves	=	kalksteengroeve
kalksteenlaag	noun	een laag in de bodem die bestaat uit kalksteen
kalksteenlaagje	=	kalksteenlaag
kalksteenlaagjes	=	kalksteenlaag
kalksteenlagen	=	kalksteenlaag
kalksteenmijn	noun	een ondergrondse groeve voor het in gangen en kamers winnen van kalksteen
kalksteenmijnen	=	kalksteenmijn
kalksteenmijntje	=	kalksteenmijn
kalksteenmijntjes	=	kalksteenmijn
kalksteenpilaar	noun	een kolom van kalksteen, meestal in een kalksteengroeve
kalksteenpilaartje	=	kalksteenpilaar
kalksteenpilaartjes	=	kalksteenpilaar
kalksteenpilaren	=	kalksteenpilaar
kalksteentje	=	kalksteen
kalksteentjes	=	kalksteen
kalkstenen	adj	van kalksteen vervaardigd
kalkstikstof	noun	een verbinding van calcium met formule CaCN₂ die onder meer gebruikt wordt als meststof
kalkt	=	kalken
kalkte	=	kalken
kalkten	=	kalken
kalktrapmos	noun	een soort Lophozia perssonii uit het geslacht trapmos (Lophozia).
kalktrapmosje	=	kalktrapmos
kalktrapmosjes	=	kalktrapmos
kalktrapmossen	=	kalktrapmos
kalkvaleriaan	noun	Valeriana wallrothii een overblijvende plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
kalkvaleriaantje	=	kalkvaleriaan
kalkvaleriaantjes	=	kalkvaleriaan
kalkvalerianen	=	kalkvaleriaan
kalkvedermos	noun	Fissidens dubius een mossensoort uit het geslacht vedermos (Fissidens).
kalkvedermosje	=	kalkvedermos
kalkvedermosjes	=	kalkvedermos
kalkvedermossen	=	kalkvedermos
kalkverfdrupje	noun	Oxycera pardalina een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
kalkverfdrupjes	=	kalkverfdrupje
kalkvleugeltjesbloem	noun	Polygala calcarea een overblijvende plant uit de vleugeltjesbloemfamilie (Polygalaceae).
kalkvleugeltjesbloemen	=	kalkvleugeltjesbloem
kalkvleugeltjesbloemetje	=	kalkvleugeltjesbloem
kalkvleugeltjesbloemetjes	=	kalkvleugeltjesbloem
kalkvleugeltjesbloempje	=	kalkvleugeltjesbloem
kalkvleugeltjesbloempjes	=	kalkvleugeltjesbloem
kalkvuurzwammetje	noun	Hygrocybe calciphila een schimmel.
kalkvuurzwammetjes	=	kalkvuurzwammetje
kalkwalstro	noun	Galium pumilum een vaste plant, die behoort tot de sterbladigenfamilie (Rubiaceae).
kalkwalstro's	=	kalkwalstro
kalkwalstrootje	=	kalkwalstro
kalkwalstrootjes	=	kalkwalstro
kalkwater	noun	melkachtig mengsel van water en kalk (kalkmelk)
kalkzandsteen	noun	steen gemaakt van bovenstaand materiaal
kalkzandstenen	=	kalkzandsteen
kalkzwavel	noun	een anorganische verbinding van calcium en zwavel met formule CaSₓ.
kalkzwelmos	noun	Scytinium schraderi een korstmos uit de familie Collemataceae.
kalkzwelmosje	=	kalkzwelmos
kalkzwelmosjes	=	kalkzwelmos
kalkzwelmossen	=	kalkzwelmos
kalkzwenkgras	noun	Festuca pallens een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
kalkzwenkgrassen	=	kalkzwenkgras
kalle	noun	naam gebruikt voor verschillende soorten vogels als de ekster, kraai, kauw, gaai
kallechevre	noun	vereniging met als doelstelling onbemiddelde bruiden een uitzet te geven
kallechevres	=	kallechevre
kallen	verb	spreken, praten
kallend	=	kallen
kallende	=	kallen
kalles	=	kalle
kalletje	noun	alleen verkleinwoord meisje, jonge meid
kalletjes	=	kalle
kalligrafeer	=	kalligraferen
kalligrafeerde	=	kalligraferen
kalligrafeerden	=	kalligraferen
kalligrafeeren	=	kalligraferen
kalligrafeert	=	kalligraferen
kalligrafere	=	kalligraferen
kalligraferen	verb	zeer mooi en kunstig met de hand schrijven
kalligraferend	=	kalligraferen
kalligraferende	=	kalligraferen
kalligrafie	noun	de kunst van het schoonschrift
kalligrafietje	=	kalligrafie
kalligrafieën	=	kalligrafie
kalligrafisch	adj	betrekking hebbend op de kalligrafie
kalligrafische	=	kalligrafisch
kalligrafischer	=	kalligrafisch
kalligrafischere	=	kalligrafisch
kalligrafischers	=	kalligrafisch
kallipygisch	adj	met een mooi achterste
kallipygische	=	kallipygisch
kalm	adj	weinig in beroering, zonder opwinding
kalme	=	kalm
kalmeer	=	kalmeren
kalmeerde	=	kalmeren
kalmeerden	=	kalmeren
kalmeert	=	kalmeren
kalmer	=	kalm
kalmere	=	kalm
kalmeren	verb	kalm worden
kalmerend	adj	iets of iemand tot kalmte brengend
kalmerende	=	kalmerend
kalmerender	=	kalmerend
kalmerendere	=	kalmerend
kalmerenders	=	kalmerend
kalmerends	=	kalmerend
kalmerendst	=	kalmerend
kalmerendste	=	kalmerend
kalmering	noun	het kalmeren
kalmeringen	=	kalmering
kalmeringsmiddel	noun	geneesmiddelen met een rustgevende, en vaak ook slaapbevorderende werking
kalmeringsmiddelen	=	kalmeringsmiddel
kalmeringsmiddeltje	=	kalmeringsmiddel
kalmeringsmiddeltjes	=	kalmeringsmiddel
kalmeringsteam	noun	groep getrainde vrijwilligers die tijdens uitgaansuren proberen opstootjes en ruzies in de kiem te smoren
kalmeringsteams	=	kalmeringsteam
kalmers	=	kalm
kalmink	noun	aan een zijde glazende wollenstof die men als stoelbekleding gebruikt
kalmoes	noun	Acorus calamus een vaste moerasplant uit de familie Acoraceae, waarvan de wortelstok als smaakmaker dient.
kalmoesfamilie	noun	een familie Acoraceae van eenzaadlobbigen.
kalmpjes	adv	zonder haast, in een ontspannen tempo
kalms	=	kalm
kalmst	=	kalm
kalmste	=	kalm
kalmte	noun	rust, stilte, koelbloedigheid, gemoedsrust
kalmtes	=	kalmte
kalmweg	adv	op een kalme manier, zonder paniek
kalomel	noun	kwikchloruur gebruikt als laxeermiddel
kalong	noun	grote vleerhond, Pteropus vampyrus, een van de grootste vleermuissoorten, die voorkomt in Zuidoost-Azië De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Vespertilio vampyrus gepubliceerd door Carl Linnaeus
kalongetje	=	kalong
kalongetjes	=	kalong
kalongs	=	kalong
kalot	noun	eenvoudig rond kapje dat op het hoofd wordt gedragen, vooral over een tonsuur
kalotje	=	kalot
kalotjes	=	kalot
kalotten	=	kalot
kalpee	=	krapé
kals	=	kal
kalt	=	kallen
kaltgesteld	=	kaltstellen
kaltgestelde	=	kaltstellen
kaltgestellt	=	kaltstellen
kaltstel	=	kaltstellen
kaltstelde	=	kaltstellen
kaltstelden	=	kaltstellen
kaltstelle	=	kaltstellen
kaltstellen	verb	monddood maken, m.n. de (politieke of culturele) invloed van iemand verminderen dan wel elimineren
kaltstellend	=	kaltstellen
kaltstellende	=	kaltstellen
kaltstelt	=	kaltstellen
kaluta	noun	Dasykaluta rosamondae een buidelmuis uit de geslachtengroep Dasyurini die voorkomt in de Pilbara en het westen van het Little Sandy Desert in het noordwesten van West-Australië.
kaluta's	=	kaluta
kalutaatje	=	kaluta
kalutaatjes	=	kaluta
kalve	=	kalven
kalven	verb	een jong baren bij runderen
kalvend	=	kalven
kalvende	=	kalven
kalverachtig	adj|figurative	dwaas en grappig als een kalf (of een kind)	adv|figurative	op kinderachtige wijze
kalverachtige	=	kalverachtig
kalverachtiger	=	kalverachtig
kalverachtigere	=	kalverachtig
kalverachtigers	=	kalverachtig
kalverachtigs	=	kalverachtig
kalverachtigst	=	kalverachtig
kalverachtigste	=	kalverachtig
kalverbox	noun	een afgeschoten stalling voor één kalf in een stal
kalverboxen	=	kalverbox
kalverboxje	=	kalverbox
kalverboxjes	=	kalverbox
kalveren	=	kalf
kalverhouderij	noun	het houden en opfokken van kalveren voor de productie van kalfsvlees
kalverhouderijen	=	kalverhouderij
kalverliefde	noun	eerste, voorbijgaande verliefdheid, jeugdige verliefdheid, jeugdliefde
kalverliefden	=	kalverliefde
kalverliefdes	=	kalverliefde
kalvermarkt	noun	koop en verkoop van kalveren in het algemeen
kalvermarkten	=	kalvermarkt
kalvermarktje	=	kalvermarkt
kalvermarktjes	=	kalvermarkt
kalvermester	noun	iemand die kalveren slachtrijp opkweekt
kalvermesterij	noun	een bedrijf dat zich met het houden en opfokken van kalveren voor de productie van kalfsvlees bevat
kalvermesterijen	=	kalvermesterij
kalvermesters	=	kalvermester
kalverschets	noun	document waarin het patroon dat de huid van een jong rund vertoont wordt vastgelegd om het dier te identificeren
kalverschetsen	verb	het patroon dat de huid van een jong rund vertoont vastleggen in een document dat kan worden gebruikt om het dier te identificeren
kalvertjes	=	kalf
kalvijn	noun	soort appel
kalvijnen	=	kalvijn
kam	noun	getand object om haren mee te verzorgen
kamats	noun	bepaald schriftteken voor klinker met a-karakter en in bepaalde posities een o-karakter
kambaarzen	noun	een familie Kurtidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
kamboskalkoen	noun	Aepypodius arfakianus een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
kamboskalkoenen	=	kamboskalkoen
kamboskalkoentje	=	kamboskalkoen
kamboskalkoentjes	=	kamboskalkoen
kamde	=	kammen
kamden	=	kammen
kamduiker	noun	bepaald soort watervogel, Anas fuligula
kamduikers	=	kamduiker
kamduikertje	=	kamduiker
kamduikertjes	=	kamduiker
kameel	noun	bepaald soort hoefdier met twee bulten op de rug, Camelus bactrianus
kameelachtige	noun	zoogdier uit de enige familie Camelidae binnen de onderorde eeltpotigen (Tylopoda) van de orde evenhoevigen (Artiodactyla).
kameelachtigen	noun	Camelidae de enige familie binnen de onderorde eeltpotigen (Tylopoda) van de orde evenhoevigen (Artiodactyla).
kameeldoorn	noun	Alhagi maurorum een struik of lage boom uit de familie Fabaceae die groeit in het Midden-Oosten en Centraal Azië.
kameeldoornen	=	kameeldoorn
kameeldoorns	=	kameeldoorn
kameeldoorntje	=	kameeldoorn
kameeldoorntjes	=	kameeldoorn
kameelgeit	noun	lama
kameelgeiten	=	kameelgeit
kameelgeitje	=	kameelgeit
kameelgeitjes	=	kameelgeit
kameelgras	noun	Cymbopogon schoenanthus een grassoort waarmee vooral kamelen zich voeden.
kameelgrasje	=	kameelgras
kameelgrasjes	=	kameelgras
kameelgrassen	=	kameelgras
kameelhaar	noun	het haar van een kameel (als soortnaam)
kameelhalsvlieg	noun	gevleugelde geleedpotige uit de orde Raphidioptera Ondanks de naam zijn het geen echte vliegen, maar behoren ze tot de netvleugeligachtigen (Neuropterida).
kameelhalsvliegen	noun	Raphidioptera een orde van gevleugelde insecten.
kameelhalsvliegje	=	kameelhalsvlieg
kameelhalsvliegjes	=	kameelhalsvlieg
kameelhalswesp	noun	Lestica clypeata een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
kameelhalswespen	=	kameelhalswesp
kameelhalswespje	=	kameelhalswesp
kameelhalswespjes	=	kameelhalswesp
kameelharen	adj	gemaakt van vezels uit de vacht van kamelen Camelus bactrianus
kameelschaap	noun	Lama glama lama
kameelschaapje	=	kameelschaap
kameelschaapjes	=	kameelschaap
kameelschapen	=	kameelschaap
kameeltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort nachtvlinder, Notodonta ziczac uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae), die verspreid over Europa voorkomt, tot aan Centraal Azië; heeft een spanwijdte van 40 tot 45 mm en overwintert als pop in een losse cocon in de grond
kameeltjes	=	kameel
kamelen	noun	Camelus een geslacht van evenhoevige zoogdieren uit de familie van de kameelachtigen (Camelidae).
kamelenchocolade	noun	chocolademelk gemaakt met kamelenmelk
kamelenfokkerij	noun	het fokken van kamelen
kamelenfokkerijen	=	kamelenfokkerij
kamelenhoest	noun	ernstige, besmettelijke, virale longaandoening die wordt overgebracht door kamelen; Middle East respiratory syndrome (MERS)
kamelenhoestpatiënt	noun	iemand die lijdt aan kamelenhoest een ernstige longziekte veroorzaakt door een MERS-coronavirus
kamelenhoestpatiënten	=	kamelenhoestpatiënt
kamelenkuch	noun	ernstige, besmettelijke, virale longaandoening die wordt overgebracht door kamelen; Middle East respiratory syndrome (MERS)
kamelenneuker	noun	scheldwoord voor Arabier
kamelenneukers	=	kamelenneuker
kamelenneukertje	=	kamelenneuker
kamelenneukertjes	=	kamelenneuker
kamelenpoep	noun	ontlasting van een kameel
kamelenrug	noun	bovenzijde van de romp van een rijdier uit het geslacht Camelus (kameel of dromedaris)
kamelenruggen	=	kamelenrug
kamelenteen	noun	teen van een kameel
kamelenteentje	=	kamelenteen
kamelenteentjes	=	kamelenteen
kamelentenen	=	kamelenteen
kamelenweg	noun	slecht onderhouden weg met veel gaten en bobbels
kamelenwegen	=	kamelenweg
kameleon	noun	tropische hagedis uit de familie Chamaeleonidae vooral bekend voor zijn snelle kleurveranderingen
kameleonbladroller	noun	Acleris hastiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kameleonbladrollers	=	kameleonbladroller
kameleonbladrollertje	=	kameleonbladroller
kameleonbladrollertjes	=	kameleonbladroller
kameleonnetje	=	kameleon
kameleonnetjes	=	kameleon
kameleons	noun	een familie Chamaeleonidae van hagedissen die behoren tot de leguaanachtigen (Iguania).
kameleontisch	adj|figurative	te snel de mening en gedrag aanpassen aan de omgeving
kameleontische	=	kameleontisch
kameleontischer	=	kameleontisch
kameleontischere	=	kameleontisch
kameleontischers	=	kameleontisch
kameleontorpedobaars	noun	Hoplolatilus chlupatyi een straalvinnige vissensoort uit de familie van tegelvissen (Malacanthidae).
kameleontorpedobaarsje	=	kameleontorpedobaars
kameleontorpedobaarsjes	=	kameleontorpedobaars
kameleontorpedobaarzen	=	kameleontorpedobaars
kamelot	noun	kostbaar oosters weefsel
kamelots	=	kamelot
kamelotten	=	kamelot
kamen	=	kaam
kamenier	noun	vrouwelijke dienares van een (adellijke) dame
kamenierde	=	kamenieren
kamenierden	=	kamenieren
kameniere	=	kamenieren
kamenieren	verb	kameniersdiensten vervullen
kamenierend	=	kamenieren
kamenierende	=	kamenieren
kameniers	=	kamenier
kamenierster	noun	kamenier
kameniersters	=	kamenierster
kameniert	=	kamenieren
kamer	noun	een van de rest door muren afgescheiden deel van een huis met een eigen functie
kameraad	noun	vriend; makker; maat; (in overdrachtelijke zin): in de oorlog en nadien in het communisme ook gebruikt als aanduiding voor gelijkgestemde, i.c. lid van de NSB, vaak afgekort tot Kam., of de (communistische) Partij.
kameraadje	=	kameraad
kameraadjes	=	kameraad
kameraads	=	kameraad
kameraadschap	noun	het vriend zijn
kameraadschappelijk	adj	op een manier die gebruikelijk is voor vrienden
kameraadschappelijke	=	kameraadschappelijk
kameraadschappelijker	=	kameraadschappelijk
kameraadschappelijkere	=	kameraadschappelijk
kameraadschappelijkers	=	kameraadschappelijk
kameraadschappelijkheden	=	kameraadschappelijkheid
kameraadschappelijkheid	noun	iets wat hoort bij de manier van doen die gebruikelijk is bij vrienden
kameraadschappelijks	=	kameraadschappelijk
kameraadschappelijkst	=	kameraadschappelijk
kameraadschappelijkste	=	kameraadschappelijk
kameraadschappen	=	kameraadschap
kameraanbod	noun	de verzameling kamers die te huur worden aangeboden door verhuurders
kameraar	noun	gemeenteambtenaar
kameraars	=	kameraar
kameraden	=	kameraad
kamerantenne	noun	een antenne die in de huiskamer bij de ontvanger is geplaatst
kamerantennen	=	kamerantenne
kamerantennes	=	kamerantenne
kamerantennetje	=	kamerantenne
kamerantennetjes	=	kamerantenne
kamerarrest	noun	verbanning naar iemands eigen kamer; verbod om de eigen kamer te verlaten
kamerarresten	=	kamerarrest
kamerarrestje	=	kamerarrest
kamerbehandeling	noun	het proces waarbij de Tweede of Eerste Kamer wetsvoorstellen of beleid van de regering bespreekt, controleert en uiteindelijk goed- of afkeurt.
kamerbehandelingen	=	kamerbehandeling
kamerbehandelingetje	=	kamerbehandeling
kamerbehandelingetjes	=	kamerbehandeling
kamerbewoner	noun	iemand die een of meer kamers in een huis huurt en dus niet de hele woning, vaak gaat het hier om eenpersoonshuishoudens van studenten
kamerbewoners	=	kamerbewoner
kamerbrede	=	kamerbreed
kamerbreed	adj	zo breed als een kamer, vooral van tapijt dat 400 cm breed is
kamerbreeds	=	kamerbreed
kamerbrem	noun	Genista ×spachiana plant die vaak wordt aangeboden in het voorjaar en met de overdadige gele bloei in de trend van de laatste jaren past om ook met Pasen het huis te versieren
kamerbureau	noun	organisatie die kamers verhuurt of bemiddelt in kamerverhuur
kamerbureaus	=	kamerbureau
kamercommissie	noun	groep Nederlandse Kamerleden die uit verschillende politieke partijen is samengesteld om aandacht te geven aan een bepaald beleidsterrein of onderwerp
kamercommissies	=	kamercommissie
kamerdebat	noun	een discussie in de Eerste of Tweede Kamer van de Staten-Generaal
kamerdebatje	=	kamerdebat
kamerdebatjes	=	kamerdebat
kamerdebatten	=	kamerdebat
kamerdelegatie	noun	afvaardiging bestaand uit een groep parlementariërs die een van de twee Kamers van de Staten-Generaal uit zijn midden heeft aangewezen
kamerdelegaties	=	kamerdelegatie
kamerdelegatietje	=	kamerdelegatie
kamerdelegatietjes	=	kamerdelegatie
kamerden	noun	Araucaria heterophylla een conifeer die endemisch is op het eiland Norfolk (ten oosten van Australië).
kamerdennen	=	kamerden
kamerdennetje	=	kamerden
kamerdennetjes	=	kamerden
kamerdeur	noun	een deur die een kamer afsluit of de uitgang vormt van een kamer.
kamerdeuren	=	kamerdeur
kamerdeurtje	=	kamerdeur
kamerdeurtjes	=	kamerdeur
kamerdienaar	noun	persoonlijke bediende van een rijk of machtig persoon
kamerdienaars	=	kamerdienaar
kamerdienaren	=	kamerdienaar
kamerfibrilleer	=	kamerfibrilleren
kamerfibrilleren	verb	een toestand waarbij de spiervezels van de hartkamers ongecoördineerd samentrekken zodat er geen pompfunctie bestaat.
kamerfibrillerend	=	kamerfibrilleren
kamerfibrillerende	=	kamerfibrilleren
kamergebouw	noun	gebouw waar de Nederlandse volksvertegenwoordiging vergadert
kamergebouwen	=	kamergebouw
kamergeleerde	noun	een theoreticus, iemand die zeer geleerd is maar niets van de praktijk weet
kamergeleerden	=	kamergeleerde
kamergenoot	noun	iemand met wie iemand de kamer deelt als woonruimte
kamergenootje	=	kamergenoot
kamergenootjes	=	kamergenoot
kamergenote	noun	vrouwelijke kamergenoot, vrouwelijk persoon waarmee je een kamer deelt
kamergenoten	=	kamergenoot
kamergenotes	=	kamergenote
kamergrootte	noun	omvang, vooral de oppervlakte, van een vertrek
kamergrootten	=	kamergrootte
kamergroottes	=	kamergrootte
kamerheer	noun	belangrijk adviseur van de koning of koningin
kamerheren	=	kamerheer
kamerhuren	=	kamerhuur
kamerhuur	noun	huurprijs voor een kamer
kamerjapon	noun	lange kledingstuk dat men alleen in de huiselijke kring draagt
kamerjaponnen	=	kamerjapon
kamerjaponnetje	=	kamerjapon
kamerjaponnetjes	=	kamerjapon
kamerjas	noun	een lange huisjas
kamerjasje	=	kamerjas
kamerjasjes	=	kamerjas
kamerjassen	=	kamerjas
kamerjongen	noun	een mannelijke bediende die de kamers in een hotel op orde houdt
kamerjongens	=	kamerjongen
kamerkoor	noun	een klein koor van maximaal 40 zangers
kamerkoortje	=	kamerkoor
kamerkoortjes	=	kamerkoor
kamerkoren	=	kamerkoor
kamerleden	=	kamerlid
kamerlid	noun	iemand die een zetel in een der kamers van de volksvertegenwoordiging bekleedt
kamerlidje	=	kamerlid
kamerlidmaatschap	noun	status van parlementariër
kamerlidmaatschapje	=	kamerlidmaatschap
kamerlidmaatschapjes	=	kamerlidmaatschap
kamerlidmaatschappen	=	kamerlidmaatschap
kamerlinde	noun	Sparrmannia africana een plant uit de kaasjeskruidfamilie.
kamerlinden	=	kamerlinde
kamerlindes	=	kamerlinde
kamerlindetje	=	kamerlinde
kamerlindetjes	=	kamerlinde
kamerling	noun	kamerheer
kamerlingen	=	kamerling
kamermeerderheden	=	kamermeerderheid
kamermeerderheid	noun	meer dan de helft van de parlementsleden in het Nederlandse parlement
kamermeisje	noun	een vrouwelijke bediende die de kamers in een hotel op orde houdt
kamermeisjes	=	kamermeisje
kamermusici	=	kamermusicus
kamermusicus	noun	iemand die muziek maakt samen met een paar andere mensen
kamermuziek	noun	muziek die geschikt is om te spelen in een (grote) huiskamer, m.n. voor strijkkwartetten is veel muziek geschreven
kamermuziekfestival	noun	serie concerten waarin klassieke muziek voor kleine bezetting (tot ongeveer 9 musici) ten gehore wordt gebracht
kamermuziekfestivals	=	kamermuziekfestival
kamermuziekje	=	kamermuziek
kamernoden	=	kamernood
kamernood	noun	het tekort aan woonruimte voor studenten
kamernummer	noun	het nummer van een (hotel)kamer
kamernummers	=	kamernummer
kameroenbrilvogel	noun	Zosterops melanocephalus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kameroenbrilvogels	=	kameroenbrilvogel
kameroenbrilvogeltje	=	kameroenbrilvogel
kameroenbrilvogeltjes	=	kameroenbrilvogel
kameroendolfijn	noun	Sousa teuszii een soort dolfijn die leeft aan de kusten van West-Afrika
kameroendolfijnen	=	kameroendolfijn
kameroendolfijntje	=	kameroendolfijn
kameroendolfijntjes	=	kameroendolfijn
kameroendwerguil	noun	Glaucidium sjostedti een vogel uit de familie van de uilen.
kameroendwerguilen	=	kameroendwerguil
kameroendwerguiltje	=	kameroendwerguil
kameroendwerguiltjes	=	kameroendwerguil
kameroener	noun	een inwoner van Kameroen, of iemand afkomstig uit Kameroen
kameroeners	=	kameroener
kameroenfrankolijn	noun	Pternistis camerunensis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
kameroenfrankolijnen	=	kameroenfrankolijn
kameroenfrankolijntje	=	kameroenfrankolijn
kameroenfrankolijntjes	=	kameroenfrankolijn
kameroenhavik	noun	Accipiter castanilius een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
kameroenhaviken	=	kameroenhavik
kameroenhavikje	=	kameroenhavik
kameroenhavikjes	=	kameroenhavik
kameroenjanfrederik	noun	Cossypha isabellae een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
kameroenjanfrederiken	=	kameroenjanfrederik
kameroenjanfrederikje	=	kameroenjanfrederik
kameroenjanfrederikjes	=	kameroenjanfrederik
kameroenkamzwaluw	noun	Psalidoprocne fuliginosa een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
kameroenkamzwaluwen	=	kameroenkamzwaluw
kameroenkamzwaluwtje	=	kameroenkamzwaluw
kameroenkamzwaluwtjes	=	kameroenkamzwaluw
kameroenloofbuulbuul	noun	Phyllastrephus poensis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
kameroenloofbuulbuuls	=	kameroenloofbuulbuul
kameroenloofbuulbuultje	=	kameroenloofbuulbuul
kameroenloofbuulbuultjes	=	kameroenloofbuulbuul
kameroenolijfduif	noun	Columba sjostedti een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
kameroenolijfduifje	=	kameroenolijfduif
kameroenolijfduifjes	=	kameroenolijfduif
kameroenolijfduiven	=	kameroenolijfduif
kameroens	adj	op Kameroen betrekking hebbend
kameroense	noun	een vrouwelijke inwoner van Kameroen, of een vrouw afkomstig uit Kameroen
kameroensen	=	kameroense
kameroenser	=	kameroens
kameroensere	=	kameroens
kameroensers	=	kameroens
kameroenst	=	kameroens
kameroenste	=	kameroens
kameroenstruikzanger	noun	Bradypterus lopezi een zangvogel uit de familie Locustellidae.
kameroenstruikzangers	=	kameroenstruikzanger
kameroenstruikzangertje	=	kameroenstruikzanger
kameroenstruikzangertjes	=	kameroenstruikzanger
kamerolifant	noun	benaming voor iemand die erg dik is
kamerolifanten	=	kamerolifant
kamerolifantje	=	kamerolifant
kamerolifantjes	=	kamerolifant
kamerontbinding	noun	Kamerontbinding is het voortijdig beëindigen van de zittingsperiode van de Eerste of Tweede Kamer door de regering via een koninklijk besluit.
kamerontbindingen	=	kamerontbinding
kamerontbindinkje	=	kamerontbinding
kamerontbindinkjes	=	kamerontbinding
kameropera	noun	een opera voor een klein gezelschap
kameropera's	=	kameropera
kameroperaatje	=	kameropera
kameroperaatjes	=	kameropera
kamerorkest	noun	klein orkest dat kamermuziek speelt
kamerorkesten	=	kamerorkest
kamerorkestje	=	kamerorkest
kamerorkestjes	=	kamerorkest
kamerplant	noun	een cultuurplant die binnenshuis ter decoratie - vaak in een bloempot - gehouden wordt
kamerplanten	=	kamerplant
kamerplantje	=	kamerplant
kamerplantjes	=	kamerplant
kamerprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen voor een overnachting in een hotelkamer
kamerprijzen	=	kamerprijs
kamerraam	noun	raam van een kamer
kamerramen	=	kamerraam
kamers	=	kamer
kamerscherm	noun	een meubelstuk bestaand uit meerdere panelen, die verbonden zijn door scharnieren of op andere wijze
kamerschermen	=	kamerscherm
kamerschermpje	=	kamerscherm
kamerschermpjes	=	kamerscherm
kamerschut	noun	een kamerscherm dat men gebruikt tegen de tocht
kamerschutje	=	kamerschut
kamerschutjes	=	kamerschut
kamerschutten	=	kamerschut
kamerspel	noun	spel dat in een kamer, in een besloten ruimte gegeven, vertoond wordt
kamerspelen	=	kamerspel
kamerspelletje	=	kamerspel
kamerspelletjes	=	kamerspel
kamerstuk	noun	een tussen de Nederlandse regering en het Nederlands parlement uitgewisseld schriftelijk document
kamerstukje	=	kamerstuk
kamerstukken	=	kamerstuk
kamersupplement	noun	de extra kosten die iemand betaalt om in een ziekenhuis in een eenpersoonskamer te mogen liggen, voorheen ook voor een tweepersoonskamer in plaats van een meerpersoonskamer
kamersupplementen	=	kamersupplement
kamertemperaturen	=	kamertemperatuur
kamertemperatuur	noun	de normale temperatuur voor een woonkamer dus ongeveer 20 graden Celsius
kamertemperatuurtje	=	kamertemperatuur
kamertemperatuurtjes	=	kamertemperatuur
kamertje	=	kamer
kamertjes	=	kamer
kamertonen	=	kamertoon
kamertoon	noun	standaardmuziektoon van a¹ = 440 Hz
kamertoontje	=	kamertoon
kamertoontjes	=	kamertoon
kamerverhuren	=	kamerverhuur
kamerverhuur	noun	het verhuren van kamers voor toeristen of studenten door particulieren
kamerverhuurbedrijf	noun	onderneming die kamers verhuurt aan met name studenten en andere jongeren
kamerverhuurbedrijfje	=	kamerverhuurbedrijf
kamerverhuurbedrijfjes	=	kamerverhuurbedrijf
kamerverhuurbedrijven	=	kamerverhuurbedrijf
kamerverhuurster	noun	vrouw die kamers verhuurt
kamerverhuursters	=	kamerverhuurster
kamerverkiezing	noun	verkiezing van de leden van het Nederlandse parlement
kamerverkiezingen	=	kamerverkiezing
kamerverslag	noun	schriftelijke rapportage van een Kamerdebat
kamerverslagen	=	kamerverslag
kamervoorzitster	noun	De vrouw die de vergaderingen van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal leidt.
kamervoorzitsters	=	kamervoorzitster
kamervoorzitter	noun	De persoon die de vergaderingen van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal leidt.
kamervoorzitters	=	kamervoorzitter
kamervraag	noun	een vraag die gesteld wordt door een lid van de Eerste Kamer of Tweede Kamer aan de regering
kamervraagje	=	kamervraag
kamervraagjes	=	kamervraag
kamervragen	=	kamervraag
kamerwacht	noun	iemand die met het toezicht en de zorg voor een soldatenkamer is belast
kamerwachten	=	kamerwacht
kamerzetel	noun|figurative	positie als lid van een parlement
kamerzetels	=	kamerzetel
kamerzeteltje	=	kamerzetel
kamerzeteltjes	=	kamerzetel
kamets	noun	bepaald schriftteken voor klinker met a-karakter en in bepaalde posities een o-karakter
kamfer	noun	een stof met een brutoformule van C₁₀H₁₆O die voorkomt in het hout van de kamferboom Cinnamonum camphora en die witte tot transparante, wasachtige kristallen met een karakteristieke penetrante geur vormt
kamferalant	noun	Dittrichia graveolens een eenjarige plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
kamferalanten	=	kamferalant
kamferbomen	=	kamferboom
kamferboom	noun	Cinnamomum camphora een groenblijvende boom die 20–30 m hoog wordt.
kamferboompje	=	kamferboom
kamferboompjes	=	kamferboom
kamferzwameter	noun	Hypomyces odoratus een schimmel behorend tot de familie Hypocreaceae.
kamferzwameters	=	kamferzwameter
kamferzwametertje	=	kamferzwameter
kamferzwametertjes	=	kamferzwameter
kamgaren	noun	wollen draden gemaakt van lange vezels zonder bedekking door vilt	adj	gemaakt van kamgaren
kamgarens	=	kamgaren
kamgras	noun	Cynosurus cristatus een vaste, zodevormende plant die behoort tot de Grassenfamilie
kamhout	noun	hout waarvan men weverskammen maakt
kamig	adj	van bier en wijn: bedekt met een vlokkig vlies
kamige	=	kamig
kamiger	=	kamig
kamigere	=	kamig
kamigers	=	kamig
kamigs	=	kamig
kamigst	=	kamig
kamigste	=	kamig
kamikaze	noun	Japanse piloot in de Tweede Wereldoorlog die vijandelijke schepen aanviel door daarop expres met zijn vliegtuig neer te storten en daarmee zelfmoord pleegde
kamikazeachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebben van japanse zelfmoord piloten
kamikazeachtige	=	kamikazeachtig
kamikazeachtiger	=	kamikazeachtig
kamikazeachtigere	=	kamikazeachtig
kamikazeachtigers	=	kamikazeachtig
kamikazeachtigs	=	kamikazeachtig
kamikazeachtigst	=	kamikazeachtig
kamikazeachtigste	=	kamikazeachtig
kamikazeactie	noun	actie waarbij de dood van de uitvoerende praktisch onvermijdelijk is
kamikazeacties	=	kamikazeactie
kamikazeactietje	=	kamikazeactie
kamikazeactietjes	=	kamikazeactie
kamikazecoalitie	noun	een regeringscoalitie die alles in zich heeft om te mislukken
kamikazecoalities	=	kamikazecoalitie
kamikazedrone	noun	onbemand, op afstand bestuurd vliegtuigje, beladen met explosieven dat ontploft bij inslag
kamikazedrones	=	kamikazedrone
kamikazefiets	noun|informal	rijwiel zonder remmen Zulke fietsen worden gebruikt op wielerbanen of bij acrobatiek (of door sommige fietskoeriers), maar zijn niet toegestaan op de openbare weg, want de berijder kan ze alleen tot stilstand brengen door achteruit trappen wat te lang duurt als de fiets een behoorlijke vaart heeft.
kamikazefietsen	=	kamikazefiets
kamikazes	=	kamikaze
kamikazesatelliet	noun	sateliet voor het verzamelen en opruimen van ruimte puin en bij terugkeer op aarde verbrandt
kamikazesatellieten	=	kamikazesatelliet
kamille	noun	een geslacht Matricaria uit de composietenfamilie (Asteraceae).
kamillebladroller	noun	Cochylidia implicitana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kamillebladrollers	=	kamillebladroller
kamillebladrollertje	=	kamillebladroller
kamillebladrollertjes	=	kamillebladroller
kamillen	=	kamille
kamilles	=	kamille
kamilletje	=	kamille
kamilletjes	=	kamille
kamillevlinder	noun	Cucullia chamomillae een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
kamillevlinders	=	kamillevlinder
kamillevlindertje	=	kamillevlinder
kamillevlindertjes	=	kamillevlinder
kaminata	noun	wandeltocht, wandeling
kaminata's	=	kaminata
kamisa	noun	traditionele kleding voor mannelijke marrons bestaande uit een rechthoekige lap stof die gedragen wordt tussen de benen en bevestigd is met een koord rond het middel
kamisa's	=	kamisa
kamizolen	=	kamizool
kamizool	noun	vest, vooral voor mannen, traditioneel met lange mouwen en diepe zakken
kamizooltje	=	kamizool
kamizooltjes	=	kamizool
kamkameleon	noun	Trioceros cristatus een kameleonsoort die oorspronkelijk voorkomt in de bossen en halfopen beboste habitats in Centraal-Afrika.
kamkameleonnetje	=	kamkameleon
kamkameleonnetjes	=	kamkameleon
kamkameleons	=	kamkameleon
kamkoekoekspinnendoder	noun	Evagetes pectinipes een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
kamkoekoekspinnendoders	=	kamkoekoekspinnendoder
kamkoekoekspinnendodertje	=	kamkoekoekspinnendoder
kamkoekoekspinnendodertjes	=	kamkoekoekspinnendoder
kamme	=	kammen
kammen	verb	met een kam haar in orde brengen
kammend	=	kammen
kammende	=	kammen
kammer	noun	iemand die kamt
kammers	=	kammer
kammertje	=	kammer
kammertjes	=	kammer
kammetje	=	kam
kammetjes	=	kam
kammetjesstekelzwam	noun	Hericium coralloides een paddenstoel uit de familie Hericiaceae. ;Uiterlijke kenmerken Het vruchtlichaam is 100 tot 400 millimeter hoog, vlezig, broos en eerst wit van kleur, later bleek okerkleurig.
kammetjesstekelzwammen	=	kammetjesstekelzwam
kammetjesstekelzwammetje	=	kammetjesstekelzwam
kammetjesstekelzwammetjes	=	kammetjesstekelzwam
kammos	noun	Ctenidium molluscum een plant uit de familie Hypnaceae.
kammosje	=	kammos
kammosjes	=	kammos
kammossen	=	kammos
kamp	noun	een plaats waar een aantal troepen geruime tijd of permanent gehuisvest zijn.
kampalpje	noun	Centromerus capucinus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
kampalpjes	=	kampalpje
kampanje	noun	verhoogd achterdek op oude zeilschepen
kampanjes	=	kampanje
kamparts	noun	oorlogsmisdadiger die men arts noemt, werkt in een concentratiekamp en vaak experimenteert met de gevangenen
kampartsen	=	kamparts
kampbeul	noun	sadistisch optredende opzichter in een strafkamp of concentratiekamp
kampbeulen	=	kampbeul
kampbevolking	noun	de mensen die in het kamp leven
kampbevolkingen	=	kampbevolking
kampbevolkinkje	=	kampbevolking
kampbevolkinkjes	=	kampbevolking
kampbewaker	noun	iemand die zorgt dat gevangenen niet uit een concentratiekamp kunnen ontsnappen
kampbewakers	=	kampbewaker
kampbewaking	noun	de bewaking van het kamp
kampbewakingen	=	kampbewaking
kampcommandant	noun	bevelvoerder van een legerkamp, strafkamp of concentratiekamp
kampcommandanten	=	kampcommandant
kampdag	noun	dag van een vakantie in een vakantiekamp
kampdagen	=	kampdag
kampdagje	=	kampdag
kampdagjes	=	kampdag
kampe	=	kampen
kampeer	=	kamperen
kampeerauto	noun	een auto waarin men tijdens de vakantie ook kan slapen en eten
kampeerauto's	=	kampeerauto
kampeerautootje	=	kampeerauto
kampeerautootjes	=	kampeerauto
kampeerboerderij	noun	boerderij waarvan een gedeelte is ingericht om te kunnen overnachten, of waar je een eigen tent of caravan kunt neerzetten
kampeerboerderijen	=	kampeerboerderij
kampeerbus	noun	een bestelauto omgebouwd tot een wagen waarin men kan overnachten
kampeerbusje	=	kampeerbus
kampeerbusjes	=	kampeerbus
kampeerbussen	=	kampeerbus
kampeercarnet	noun	een (internationaal erkende) identiteitskaart voor kampeerders
kampeercarnetje	=	kampeercarnet
kampeercarnetjes	=	kampeercarnet
kampeercarnets	=	kampeercarnet
kampeerde	=	kamperen
kampeerden	=	kamperen
kampeerder	noun	iemand die, gewoonlijk tijdens de vakantie, in een tent bivakkeert
kampeerders	=	kampeerder
kampeerdertje	=	kampeerder
kampeerdertjes	=	kampeerder
kampeerplaats	noun	plek (op een kampeerterrein) waar men kan kamperen
kampeerplaatsen	=	kampeerplaats
kampeerplek	noun	plaats waar men met een tent kan overnachten
kampeerplekken	=	kampeerplek
kampeersafari	noun	trektocht door wildgebieden in Afrika, waarbij je in een tent of ander tijdelijk onderkomen overnacht
kampeersafari's	=	kampeersafari
kampeerspul	noun	materiaal dat men gebruikt bij het in een tent verblijven in de buitenlucht
kampeerspullen	noun	materiaal dat men gebruikt bij het in een tent verblijven in de buitenlucht
kampeerspulletje	=	kampeerspul
kampeerspulletjes	=	kampeerspul
kampeerster	noun	vrouw die kampeert in een tent of caravan op een camping
kampeersters	=	kampeerster
kampeerstertje	=	kampeerster
kampeerstertjes	=	kampeerster
kampeert	=	kamperen
kampeertent	noun	een tent (meestal op een camping) waarin men ook kan overnachten
kampeertenten	=	kampeertent
kampeertentje	=	kampeertent
kampeertentjes	=	kampeertent
kampeerterrein	noun	terrein met voorzieningen die het geschikt maken om op te kamperen
kampeerterreinen	=	kampeerterrein
kampeerterreintje	=	kampeerterrein
kampeerterreintjes	=	kampeerterrein
kampeertoerisme	noun	niet voor iedereen begrijpelijke vorm van toerisme waarbij men 's nachts verblijft in tenten
kampeeruitrusting	noun	alle zaken die men nodig heeft om te kunnen gaan kamperen zoals een tent, slaapzak, matrasje en kooktoestel
kampeeruitrustingen	=	kampeeruitrusting
kampeeruitrustinkje	=	kampeeruitrusting
kampeeruitrustinkjes	=	kampeeruitrusting
kampeervakantie	noun	vakantie waarbij men verblijft in een tent of caravan
kampeervakanties	=	kampeervakantie
kampeervakantietje	=	kampeervakantie
kampeervakantietjes	=	kampeervakantie
kampeervereniging	noun	een recreatieve organisatie van kampeerders die samen een eigen kampeerterrein beheren of het recht hebben om op een specifieke locatie, zoals een beschermd stuk duin of strand, te verblijven.
kampeerverenigingen	=	kampeervereniging
kampeerverenigingetje	=	kampeervereniging
kampeerverenigingetjes	=	kampeervereniging
kampeerwagen	noun	een auto waarin men kan overnachten
kampeerwagens	=	kampeerwagen
kampement	noun	militair terrein met kazerne en bijgebouwen
kampementen	=	kampement
kampen	verb	~ met van iets moeilijkheden ondervinden
kampend	=	kampen
kampende	=	kampen
kamper	noun	iemand die aan een (wed)kamp (wedstrijd) meedoet
kampere	=	kamperen
kamperen	verb	in de buitenlucht verblijven met een tent
kamperend	=	kamperen
kamperende	=	kamperen
kamperfoelie	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lonicera, klimstruiken met sterk geurende, witte tot gele buis- of trechtervormige bloemen die 's nachts opengaan voor bestuiving door nachtvlinders
kamperfoelie-uil	noun	Xylocampa areola een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
kamperfoelie-uilen	=	kamperfoelie-uil
kamperfoelie-uiltje	=	kamperfoelie-uil
kamperfoelie-uiltjes	=	kamperfoelie-uil
kamperfoeliebladwesp	noun	Abia fasciata een vliesvleugelig insect uit de familie van de knotssprietbladwespen (Cimbicidae).
kamperfoeliebladwespen	=	kamperfoeliebladwesp
kamperfoeliebladwespje	=	kamperfoeliebladwesp
kamperfoeliebladwespjes	=	kamperfoeliebladwesp
kamperfoeliefamilie	noun	een familie Caprifoliaceae van tweezaadlobbige planten.
kamperfoeliefamilies	=	kamperfoeliefamilie
kamperfoeliefamilietje	=	kamperfoeliefamilie
kamperfoeliefamilietjes	=	kamperfoeliefamilie
kamperfoeliemineermot	noun	Perittia obscurepunctella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
kamperfoeliemineermotje	=	kamperfoeliemineermot
kamperfoeliemineermotjes	=	kamperfoeliemineermot
kamperfoeliemineermotten	=	kamperfoeliemineermot
kamperfoeliepalpmot	noun	Athrips mouffetella een nachtvlinder uit de familie van de tastermotten (Gelechiidae).
kamperfoeliepalpmotje	=	kamperfoeliepalpmot
kamperfoeliepalpmotjes	=	kamperfoeliepalpmot
kamperfoeliepalpmotten	=	kamperfoeliepalpmot
kamperfoelies	=	kamperfoelie
kamperfoelietje	=	kamperfoelie
kamperfoelietopgalmug	noun	Macrolabis lonicerae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kamperfoelietopgalmuggen	=	kamperfoelietopgalmug
kamperfoelietopgalmuggetjes	=	kamperfoelietopgalmug
kamperfoelietopgalmugje	=	kamperfoelietopgalmug
kamperfoelievouwmot	noun	Phyllonorycter emberizaepenella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
kamperfoelievouwmotje	=	kamperfoelievouwmot
kamperfoelievouwmotjes	=	kamperfoelievouwmot
kamperfoelievouwmotten	=	kamperfoelievouwmot
kampernoelie	noun	bepaald soort eetbare paddenstoel, Agaricus bisporus
kampernoelies	=	kampernoelie
kampernoelje	noun	bepaald soort eetbare paddenstoel, Agaricus bisporus
kampernoeljes	=	kampernoelje
kampers	=	kamper
kampersteur	noun	gekookte eieren in mosterdsaus
kampersteuren	=	kampersteur
kampertje	=	kamper
kampertjes	=	kamper
kampioen	noun	de winnaar van een kampioenschap
kampioene	noun	winnares van een competitie, toernooi of wedstrijd die direct of indirect alle andere deelnemers heeft overtroffen
kampioenen	=	kampioen
kampioenenmaker	noun	trainer van sporters die later winnaars van wedstrijden worden
kampioenenmakers	=	kampioenenmaker
kampioenes	=	kampioene
kampioenetje	=	kampioene
kampioenetjes	=	kampioene
kampioensbeker	noun	een beker die je wint als je kampioen wordt, vaak is het een wisselbeker
kampioensbekers	=	kampioensbeker
kampioenschap	noun	wedstrijd waar bepaald wordt wie de kampioenstitel mag dragen
kampioenschapje	=	kampioenschap
kampioenschapjes	=	kampioenschap
kampioenschappen	=	kampioenschap
kampioensfeest	noun	het feest dat gevierd wordt als men de winnaar is geworden
kampioensfeesten	=	kampioensfeest
kampioensfeestje	=	kampioensfeest
kampioensfeestjes	=	kampioensfeest
kampioensploeg	noun	de sportploeg die een kampioenschap heeft behaald
kampioensploegen	=	kampioensploeg
kampioensschaal	noun	een schaal die de winnaar van een competitie of toernooi ontvangt als tegen dat hij of zij gewonnen heeft
kampioensschaaltje	=	kampioensschaal
kampioensschaaltjes	=	kampioensschaal
kampioensschalen	=	kampioensschaal
kampioentje	=	kampioen
kampioentjes	=	kampioen
kampje	=	kamp
kampjes	=	kamp
kampkaart	noun	kampeervergunning
kampkaarten	=	kampkaart
kampleider	noun	iemand die leiding geeft aan een groep mensen die samen ergens in tijdelijke huisvesting verblijven
kampleiders	=	kampleider
kampleiding	noun	de leiding (leiders en leidsters) van een kamp
kampleidingen	=	kampleiding
kampleidinkje	=	kampleiding
kampleidinkjes	=	kampleiding
kampleidster	noun	vrouw die de leiding heeft van een groep mensen die in een kamp verblijven
kampleidsters	=	kampleidster
kampleidstertje	=	kampleidster
kampleidstertjes	=	kampleidster
kampleven	noun	de manier waarop men leeft in een tijdelijke verblijfplaats voor groepen
kamplevens	=	kampleven
kamplied	noun	een lied dat vaak tijdens een vakantiekamp wordt gezonden
kampliederen	=	kamplied
kampliedje	=	kamplied
kampliedjes	=	kamplied
kampong	noun	Indonesisch dorp of dorpgemeenschap
kampongs	=	kampong
kampoot	noun	een spinnensoort van de familie bodemjachtspinnen (Gnaphosidae)
kampootje	=	kampoot
kampootjes	=	kampoot
kampoten	=	kampoot
kampplaats	noun	plaats waar een wedstrijd plaatsvindt
kampplaatsen	=	kampplaats
kampplaatsje	=	kampplaats
kampplaatsjes	=	kampplaats
kamprechter	noun	iemand die toezicht houdt bij wedstrijden enz
kamprechters	=	kamprechter
kampslachtoffer	noun	slachtoffer van een (concentratie)kamp
kampslachtoffers	=	kampslachtoffer
kampstraat	noun	straat in een legerkamp
kampstraatje	=	kampstraat
kampstraatjes	=	kampstraat
kampstraten	=	kampstraat
kampsyndromen	=	kampsyndroom
kampsyndroom	noun	syndroom dat iemand kan oplopen indien hij of zij lange tijd in een concentratiekamp is gevangengezet geweest
kampsyndroompje	=	kampsyndroom
kampsyndroompjes	=	kampsyndroom
kampt	=	kampen
kampte	=	kampen
kampten	=	kampen
kampterrein	noun	stuk grond waarop men kampeert
kampterreinen	=	kampterrein
kampterreintje	=	kampterrein
kampterreintjes	=	kampterrein
kampvechter	noun	iemand die in een tweegevecht vecht
kampvechters	=	kampvechter
kampvuren	=	kampvuur
kampvuur	noun	vuur in de buitenlucht waaromheen mensen zich (voor de gezelligheid) verzamelen
kampvuurtje	=	kampvuur
kampvuurtjes	=	kampvuur
kampweek	noun	een vakantieweek op een vaste plaats voor een groep
kampweekje	=	kampweek
kampweekjes	=	kampweek
kampweken	=	kampweek
kampwinkel	noun	een winkel op een kamp of een kampeerterrein
kampwinkels	=	kampwinkel
kampwinkeltje	=	kampwinkel
kampwinkeltjes	=	kampwinkel
kamrad	noun	tandrad, tandwiel
kamraderen	=	kamrad
kamrat	noun	zoogdier uit de familie Ctenomyidae van Zuid-Amerikaanse knaagdieren.
kamratje	=	kamrat
kamratjes	=	kamrat
kamratten	noun	Ctenomyidae een familie van Zuid-Amerikaanse knaagdieren.
kamsalamander	noun	Triturus cristatus salamander uit de familie van de echte salamanders
kamsalamanders	=	kamsalamander
kamsin	noun	hete, uiterst droge zuid­en­wind vanuit de oostelijke Sahara en Arabië vaak als zandstorm over de Levant waait
kamsins	=	kamsin
kamspinnen	noun	Ctenidae een familie van spinnen die in Europa van nature niet voorkomen.
kamsprietkokermot	noun	Coleophora mayrella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
kamsprietkokermotje	=	kamsprietkokermot
kamsprietkokermotjes	=	kamsprietkokermot
kamsprietkokermotten	=	kamsprietkokermot
kamstaartbuidelmuis	noun	Dasycercus cristicauda een buidelmuis uit het geslacht Dasycercus
kamstaartbuidelmuisje	=	kamstaartbuidelmuis
kamstaartbuidelmuisjes	=	kamstaartbuidelmuis
kamstaartbuidelmuizen	noun	Dasycercus een geslacht van echte roofbuideldieren dat voorkomt in de droge binnenlanden van Australië
kamstaartbuidelrat	noun	Dasyuroides byrnei een roofbuideldier, en de enige soort in het geslacht Dasyuroides, dat soms tot Dasycercus wordt gerekend
kamstaartbuidelratje	=	kamstaartbuidelrat
kamstaartbuidelratjes	=	kamstaartbuidelrat
kamstaartbuidelratten	=	kamstaartbuidelrat
kamstaartjes	noun	Hahniidae een kleine familie van spinnen waarvan de soorten vrij klein blijven.
kamster	noun	Astropecten irregularis een kamster uit de familie Astropectinidae.
kamsterren	noun	een orde Paxillosida van de zeesterren (Asteroidea)
kamsterretje	=	kamster
kamsterretjes	=	kamster
kamsters	=	kamster
kamstertje	=	kamster
kamt	=	kammen
kamtandlantaarnhaai	noun	Etmopterus decacuspidatus een vis uit de familie Etmopteridae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
kamtandlantaarnhaaien	=	kamtandlantaarnhaai
kamtandlantaarnhaaitje	=	kamtandlantaarnhaai
kamtandlantaarnhaaitjes	=	kamtandlantaarnhaai
kamteenspringmuis	noun	Paradipus ctenodactylus knaagdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
kamteenspringmuisje	=	kamteenspringmuis
kamteenspringmuisjes	=	kamteenspringmuis
kamteenspringmuizen	=	kamteenspringmuis
kamtoor	=	kantoor
kamtsjatkabeer	noun	Ursus arctos beringianus een ondersoort van de bruine beer (Ursus arctos), die van nature voorkomt op het Russische schiereiland Kamtsjatka en op het Karaginski-eiland.
kamtsjatkabeertje	=	kamtsjatkabeer
kamtsjatkabeertjes	=	kamtsjatkabeer
kamtsjatkaberen	=	kamtsjatkabeer
kamtsjatkaboszanger	noun	Phylloscopus examinandus een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
kamtsjatkaboszangers	=	kamtsjatkaboszanger
kamtsjatkaboszangertje	=	kamtsjatkaboszanger
kamtsjatkaboszangertjes	=	kamtsjatkaboszanger
kamtsjatkamarmot	noun	Marmota camtschatica knaagdier uit de familie der eekhoorns (Sciuridae).
kamtsjatkamarmotje	=	kamtsjatkamarmot
kamtsjatkamarmotjes	=	kamtsjatkamarmot
kamtsjatkamarmotten	=	kamtsjatkamarmot
kamtsjatkameeuw	noun	Larus schistisagus een vogel uit de familie Laridae.
kamtsjatkameeuwen	=	kamtsjatkameeuw
kamtsjatkameeuwtje	=	kamtsjatkameeuw
kamtsjatkameeuwtjes	=	kamtsjatkameeuw
kamtsjatkasneeuwschaap	noun	Ovis nivicola nivicola de nominaatondersoort van het sneeuwschaap (Ovis nivicola) dat behoort tot de familie der holhoornigen.
kamtsjatkasneeuwschaapje	=	kamtsjatkasneeuwschaap
kamtsjatkasneeuwschaapjes	=	kamtsjatkasneeuwschaap
kamtsjatkasneeuwschapen	=	kamtsjatkasneeuwschaap
kamut	noun	khorasantarwe , een tetraploïde ondersoort van emmertarwe (Triticum turgidum)
kamvaren	noun	Dryopteris cristata een kosmopolitische niervaren (Dryopteris).
kamvarens	=	kamvaren
kamvarentje	=	kamvaren
kamvarentjes	=	kamvaren
kamvormig	adj	qua structuur gelijkend op een kam
kamvormige	=	kamvormig
kamvormiger	=	kamvormig
kamvormigere	=	kamvormig
kamvormigers	=	kamvormig
kamvormigs	=	kamvormig
kamvormigst	=	kamvormig
kamvormigste	=	kamvormig
kamwiel	noun	het grote tandrad bij de trappers van een fiets
kamwielen	=	kamwiel
kamwieletje	=	kamwiel
kamwieletjes	=	kamwiel
kamwol	noun	gekamde langstapelige wol
kan	noun	serviesgoed om vloeistoffen uit te schenken
kana	noun	verzamelterm voor lettergreepschriften die in de Japanse talen voorkomt
kana's	=	kana
kanaal	noun	gegraven waterweg, (scheepvaartkanaal)
kanaalarm	noun	zijtak van een door mensen gegraven waterweg
kanaalarmen	=	kanaalarm
kanaalbrug	noun	een bouwwerk ontworpen om een kanaal te dragen en ongelijkvloers bovenlangs te kruisen met bijvoorbeeld een andere waterweg, een vallei of verkeersweg
kanaalbruggen	=	kanaalbrug
kanaalcodering	noun	een methode die als doel heeft het bewerkstelligen van betrouwbaar transport van informatie over een niet geheel betrouwbaar kanaal d.m.v. het aanbrengen van redundante bits waardoor foutdetectie en -correctie mogelijk is
kanaalcoderingen	=	kanaalcodering
kanaalharing	noun	het deel van de haringpopulatie dat in het zuidelijk deel van de Noordzee en het Kanaal paait
kanaalharingen	=	kanaalharing
kanaalharinkje	=	kanaalharing
kanaalharinkjes	=	kanaalharing
kanaaljuffer	noun	Erythromma lindenii een juffer met een vleugelspanwijdte van 40–50 millimeter.
kanaaljufferen	=	kanaaljuffer
kanaaljuffers	=	kanaaljuffer
kanaaljuffertje	=	kanaaljuffer
kanaaljuffertjes	=	kanaaljuffer
kanaalkiezer	noun	onderdeel van een (radio of) televisie die regelt op welk kanaal het toestel staat
kanaalkiezers	=	kanaalkiezer
kanaalkiezertje	=	kanaalkiezer
kanaalkiezertjes	=	kanaalkiezer
kanaallijn	noun	begrip uit de technische analyse van koersen van beursfondsen d.m.v. grafieken
kanaallijnen	=	kanaallijn
kanaallijntje	=	kanaallijn
kanaallijntjes	=	kanaallijn
kanaalmanager	noun	persoon die bij de publieke televisie verantwoordelijk is voor de opzet van een heel kanaal (en NIET voor de programmering van één omroep)
kanaalmanagers	=	kanaalmanager
kanaalmanagertje	=	kanaalmanager
kanaalmanagertjes	=	kanaalmanager
kanaalmeerval	noun	Ictalurus punctatus een straalvinnige vis uit de familie van de Noord-Amerikaanse katvissen (Ictaluridae) en behoort derhalve tot de orde van meervalachtigen (Siluriformes).
kanaalmeervallen	=	kanaalmeerval
kanaalmeervalletje	=	kanaalmeerval
kanaalmeervalletjes	=	kanaalmeerval
kanaalpeil	noun	niveau of stand van water (peil) met als referentie het Normaal Amsterdams Peil
kanaalpeilen	=	kanaalpeil
kanaalpoging	noun	een poging om het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk over te zwemmen, over te vliegen of dit op een andere aparte manier te realiseren
kanaalpogingen	=	kanaalpoging
kanaalrat	noun	storm die zich ontwikkelt boven de Atlantische Oceaan en via het Kanaal naar de Belgische en Nederlandse kust gaat Is vooral 's winters gevaarlijk omdat er zich dan rukwinden kunnen voordoen tot 130 km per uur.
kanaalratten	=	kanaalrat
kanaalscheiding	noun	de mate van scheiding tussen de kanalen indien een systeem over meerdere daarvan beschikt
kanaalscheidingen	=	kanaalscheiding
kanaalscheidinkje	=	kanaalscheiding
kanaalscheidinkjes	=	kanaalscheiding
kanaaltje	=	kanaal
kanaaltjes	=	kanaal
kanaaltunnel	noun	een tunnel onder een kanaal
kanaaltunnels	=	kanaaltunnel
kanaaltunneltje	=	kanaaltunnel
kanaaltunneltjes	=	kanaaltunnel
kanaalverbinding	noun	een verbinding door middel van een kanaal
kanaalverbindingen	=	kanaalverbinding
kanaalwater	noun	water dat in een kanaal aanwezig is; water dat afkomstig is uit een kanaal
kanaalzwem	=	kanaalzwemmen
kanaalzwemmen	verb|humorous	zappen
kanaalzwemmend	=	kanaalzwemmen
kanaalzwemmende	=	kanaalzwemmen
kanaalzwemmer	noun|humorous	iemand die aan kanaalzwemmen doet d.w.z. voortdurend van het ene naar het andere kanaal zapt, een zapper
kanaalzwemmers	=	kanaalzwemmer
kanaaniet	=	kanaäniet
kanaanijt	=	kanaäniet
kanaat	noun	gebied dat wordt bestuurd door een Mongoolse of Turkse heerser met de titel "kan"
kanada	=	canada
kanadikoningsmakreel	noun	Scomberomorus plurilineatus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
kanadikoningsmakreeltje	=	kanadikoningsmakreel
kanadikoningsmakreeltjes	=	kanadikoningsmakreel
kanadikoningsmakrelen	=	kanadikoningsmakreel
kanalen	=	kanaal
kanalisatie	noun	het kanaliseren
kanalisaties	=	kanalisatie
kanaliseer	=	kanaliseren
kanaliseerde	=	kanaliseren
kanaliseerden	=	kanaliseren
kanaliseert	=	kanaliseren
kanalisere	=	kanaliseren
kanaliseren	verb	rechttrekken tot een kanaal
kanaliserend	=	kanaliseren
kanaliserende	=	kanaliseren
kanalisering	noun	het rechttrekken van een meanderende waterloop.
kanaliseringen	=	kanalisering
kanalje	=	canaille
kanarie	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Serinus
kanariebomen	=	kanarieboom
kanarieboom	noun	benaming voor tropische bomen uit het geslacht Canarium_(Burseraceae) in de familie der Burseraceae
kanarieboompje	=	kanarieboom
kanarieboompjes	=	kanarieboom
kanariegeel	noun	een heldergele kleur zoals die van sommige kanaries	adj	de kleur kanariegeel hebbend
kanariegeels	=	kanariegeel
kanariegeelst	=	kanariegeel
kanariegeelste	=	kanariegeel
kanariegele	=	kanariegeel
kanariegelen	=	kanariegeel
kanariegeler	=	kanariegeel
kanariegelere	=	kanariegeel
kanariegelers	=	kanariegeel
kanariegras	noun	Phalaris canariensis gras van wiens zaad het kanariezaad afkomstig is (ingevoerd van de Canarische Eilanden) die de kanarie zo graag verorbert
kanariegrassen	=	kanariegras
kanariekooi	noun	kooi waarin sommige arme kanarievogels hun leven moeten doorbrengen
kanariekooien	=	kanariekooi
kanariekooitje	=	kanariekooi
kanariekooitjes	=	kanariekooi
kanariekut	noun	domme, verachtelijke vrouw
kanariekutje	=	kanariekut
kanariekutjes	=	kanariekut
kanariekutten	=	kanariekut
kanarieneuker	noun|informal	pietluttig persoon, muggenzifter, kommaneuker, mierenneuker, pietjesneuker
kanarieneukers	=	kanarieneuker
kanarieneukertje	=	kanarieneuker
kanarieneukertjes	=	kanarieneuker
kanariepiet	noun|informal	bepaald soort kleine vogel, Serinus canaria
kanariepieten	=	kanariepiet
kanariepietje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vlinder, Agapeta zoegana uit de familie Tortricidae, de bladrollers
kanariepietjes	=	kanariepiet
kanaries	=	kanarie
kanariesmalsnuitje	noun	Aethes rutilana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kanariesmalsnuitjes	=	kanariesmalsnuitje
kanarietje	=	kanarie
kanarietjes	=	kanarie
kanarievliegenvanger	noun	Culicicapa helianthea een zangvogel uit de familie Stenostiridae.
kanarievliegenvangers	=	kanarievliegenvanger
kanarievliegenvangertje	=	kanarievliegenvanger
kanarievliegenvangertjes	=	kanarievliegenvanger
kanarievoer	noun	het voer voor de kanarie waarschijnlijk bestaande uit kanariezaad
kanarievogel	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Serinus
kanarievogels	=	kanarievogel
kanarievogeltje	=	kanarievogel
kanarievogeltjes	=	kanarievogel
kanariewijn	noun	een zoete, zware wijn, die leek op madera die tot halverwege de 19de eeuw voor de Canarische Eilanden een belangrijk exportproduct was
kanariewijnen	=	kanariewijn
kanariewijntje	=	kanariewijn
kanariewijntjes	=	kanariewijn
kanariezaad	noun	Phalaris canariensis Het zaad (de vruchten) van kanariegras dat van de Canarische Eilanden is ingevoerd en heel geschikt lijkt te zijn als kanarievoer
kanariezaden	=	kanariezaad
kanaten	=	kanaat
kanaäniet	noun	lid van (een overheersende groep van) de oorspronkelijke bevolking van Kanaän-2 (71×: Gen. 10:18 +, Ex. 3:8 +, Num. 13:29 +, Deut. 1:7 +, Joz. 3:10 +, Recht. 1:1 +, 2 Sam. 24:7, 1 Kon. 9:16, Ez. 16:3, Ob. 20, Zach. 14:21, Ezra 9:1, Neh. 9:8)
kanaänieten	=	kanaäniet
kandavuhoningeter	noun	Meliphacator provocator een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
kandavuhoningeters	=	kandavuhoningeter
kandavuhoningetertje	=	kandavuhoningeter
kandavuhoningetertjes	=	kandavuhoningeter
kandavuparkiet	noun	Prosopeia splendens een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
kandavuparkieten	=	kandavuparkiet
kandavuparkietje	=	kandavuparkiet
kandavuparkietjes	=	kandavuparkiet
kandeel	noun	op advocaat gelijkende warme drank, bereid uit brandewijn met dooiers van eieren, suiker en kaneel
kandeeltje	=	kandeel
kandelaar	noun	standaard waarop één of meer kaarsen geplaatst kunnen worden
kandelaarde	=	kandelaren
kandelaarden	noun	Araucaria araucana
kandelaardennen	=	kandelaarden
kandelaars	=	kandelaar
kandelaart	=	kandelaren
kandelaartje	noun	alleen verkleinwoord Saxifraga tridactylites een plant uit de steenbreekfamilie (Saxifragaceae).
kandelaartjes	=	kandelaar
kandelaartoorts	noun	Verbascum speciosum een tweejarige plant uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae).
kandelaartoortsen	=	kandelaartoorts
kandelaartoortsje	=	kandelaartoorts
kandelaartoortsjes	=	kandelaartoorts
kandelaber	noun	kandelaar met verscheidene armen
kandelabers	=	kandelaber
kandelabertje	=	kandelaber
kandelabertjes	=	kandelaber
kandelare	=	kandelaren
kandelaren	verb	tot op de stam snoeien
kandelarend	=	kandelaren
kandelarende	=	kandelaren
kandelen	=	kandeel
kandidaat	noun	iemand die zich verkiesbaar gesteld heeft voor een politiek ambt
kandidaat-raadsleden	=	kandidaat-raadslid
kandidaat-raadslid	noun	iemand die verkozen wil worden als lid van de gemeenteraad
kandidaatje	=	kandidaat
kandidaatjes	=	kandidaat
kandidaats	noun|obsolete	een universitair diploma dat de universiteit aan studenten uitreikt die met goed gevolg het kandidaatsexamen hebben afgelegd
kandidaatschap	noun	het kandidaat zijn
kandidaatschapje	=	kandidaatschap
kandidaatschappen	=	kandidaatschap
kandidaatstelling	noun	het zich verkiesbaar stellen voor een ambt of iets anders
kandidaatstellingen	=	kandidaatstelling
kandidate	noun	vrouw die zich verkiesbaar gesteld heeft voor een politiek ambt
kandidaten	=	kandidaat
kandidatenlijst	noun	lijst met kandidaten voor een bepaalde functie
kandidatenlijsten	=	kandidatenlijst
kandidatenlijstje	=	kandidatenlijst
kandidatenlijstjes	=	kandidatenlijst
kandidatenziekte	noun	ingebeelde aandoening bij iemand die halverwege zijn medische opleiding is en denkt dat hij zelf de ziekte heeft die hij net aan het bestuderen is
kandidates	=	kandidate
kandidaturen	=	kandidatuur
kandidatuur	noun	het voorgedragen worden voor, of het zelf dingen naar een ambt
kandidatuurtje	=	kandidatuur
kandideer	=	kandideren
kandideerde	=	kandideren
kandideerden	=	kandideren
kandideert	=	kandideren
kandidere	=	kandideren
kandideren	verb	als kandidaat voorstellen
kandiderend	=	kandideren
kandiderende	=	kandideren
kandij	noun	gekristalliseerde, vaak bruine suiker in klontvorm
kandijkoek	noun	peperkoek of ontbijtkoek die aan de bovenkant bestrooid is met kandijkorrels
kandijkoeken	=	kandijkoek
kandijkoekje	=	kandijkoek
kandijkoekjes	=	kandijkoek
kandijstroop	noun	stroop die ontstaat bij de kristallisatie van kandijsuiker, dikke suikerstroop
kandijstropen	=	kandijstroop
kandijsuiker	noun	brokken suiker, meestal bruingelig van kleur, wordt verkregen door onder langzame afkoeling, in een warme suikeroplossing, suikerkristallen te laten groeien
kandijsuikers	=	kandijsuiker
kandijsuikertje	=	kandijsuiker
kandijsuikertjes	=	kandijsuiker
kandratiki	noun	bepaald soort zilvergrijze vis die tot 100 cm lang kan worden, Cynoscion virescens
kane	=	kaan
kaneel	noun	een specerij van de gedroogde binnenbast van de kaneelboom, gebruikt als smaakmaker in vele gerechten
kaneelattila	noun	Attila cinnamomeus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kaneelattila's	=	kaneelattila
kaneelattilaatje	=	kaneelattila
kaneelattilaatjes	=	kaneelattila
kaneelbeer	noun	Ursus americanus cinnamomum een ondersoort van de zwarte beer (Ursus americanium) en is inheems in Colorado, New Mexico, Utah, Idaho, Montana, Washington, Wyoming, Alberta, en Brits-Columbia.
kaneelbeertje	=	kaneelbeer
kaneelbeertjes	=	kaneelbeer
kaneelbekarde	noun	Pachyramphus cinnamomeus een zangvogel uit de familie Tityridae.
kaneelbekardes	=	kaneelbekarde
kaneelbekardetje	=	kaneelbekarde
kaneelbekardetjes	=	kaneelbekarde
kaneelberen	=	kaneelbeer
kaneelboleet	noun	Gyroporus castaneus een paddenstoel uit de familie Gyroporaceae.
kaneelboleetje	=	kaneelboleet
kaneelboleetjes	=	kaneelboleet
kaneelboleten	=	kaneelboleet
kaneelbomen	=	kaneelboom
kaneelboom	noun	cinnamomum, boom die kaneel voortbrengt
kaneelboompje	=	kaneelboom
kaneelboompjes	=	kaneelboom
kaneelborstbaardvogel	noun	Capito brunneipectus een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
kaneelborstbaardvogels	=	kaneelborstbaardvogel
kaneelborstbaardvogeltje	=	kaneelborstbaardvogel
kaneelborstbaardvogeltjes	=	kaneelborstbaardvogel
kaneelborstfluiter	noun	Pachycephala johni een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
kaneelborstfluiters	=	kaneelborstfluiter
kaneelborstfluitertje	=	kaneelborstfluiter
kaneelborstfluitertjes	=	kaneelborstfluiter
kaneelborstkatvogel	noun	Ailuroedus stonii een van de meer dan twintig soorten prieelvogels.
kaneelborstkatvogels	=	kaneelborstkatvogel
kaneelborstkatvogeltje	=	kaneelborstkatvogel
kaneelborstkatvogeltjes	=	kaneelborstkatvogel
kaneelborstmonarch	noun	Myiagra ruficollis een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
kaneelborstmonarchen	=	kaneelborstmonarch
kaneelborstmonarchje	=	kaneelborstmonarch
kaneelborstmonarchjes	=	kaneelborstmonarch
kaneelborsttangare	noun	Thlypopsis ornata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kaneelborsttangaren	=	kaneelborsttangare
kaneelborsttangaretje	=	kaneelborsttangare
kaneelborsttangaretjes	=	kaneelborsttangare
kaneelborsttodietiran	noun	Hemitriccus cinnamomeipectus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kaneelborsttodietirannen	=	kaneelborsttodietiran
kaneelborsttodietirannetje	=	kaneelborsttodietiran
kaneelborsttodietirannetjes	=	kaneelborsttodietiran
kaneelbroden	=	kaneelbrood
kaneelbrood	noun	Zweeds broodje met een boter-kaneelvulling
kaneelbroodje	=	kaneelbrood
kaneelbroodjes	=	kaneelbrood
kaneelbuikboomklever	noun	Sitta cinnamoventris een zangvogel uit het geslacht sitta.
kaneelbuikboomklevers	=	kaneelbuikboomklever
kaneelbuikboomklevertje	=	kaneelbuikboomklever
kaneelbuikboomklevertjes	=	kaneelbuikboomklever
kaneelbuikpiha	noun	Lipaugus lanioides een zangvogel uit de familie der cotinga's (Cotingidae).
kaneelbuikpiha's	=	kaneelbuikpiha
kaneelbuikpihaatje	=	kaneelbuikpiha
kaneelbuikpihaatjes	=	kaneelbuikpiha
kaneeldikbekje	noun	Sporophila cinnamomea een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kaneeldikbekjes	=	kaneeldikbekje
kaneelflankamazilia	noun	Ramosomyia wagneri een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
kaneelflankamazilia's	=	kaneelflankamazilia
kaneelflankamaziliaatje	=	kaneelflankamazilia
kaneelflankamaziliaatjes	=	kaneelflankamazilia
kaneelgeur	noun	de reuk van kaneel
kaneelgeuren	=	kaneelgeur
kaneelgeurtje	=	kaneelgeur
kaneelgeurtjes	=	kaneelgeur
kaneelglasvleugelwants	noun	Corizus hyoscyami een ongeveer 11 millimeter lange wants uit de familie glasvleugelwantsen (Rhopalidae).
kaneelglasvleugelwantsen	=	kaneelglasvleugelwants
kaneelglasvleugelwantsje	=	kaneelglasvleugelwants
kaneelglasvleugelwantsjes	=	kaneelglasvleugelwants
kaneelijs	noun	consumptieijs met een kaneelsmaak
kaneelijsje	=	kaneelijs
kaneelijsjes	=	kaneelijs
kaneelkleurig	adj	de kleur van kaneel hebbend
kaneelkleurige	=	kaneelkleurig
kaneelkleuriger	=	kaneelkleurig
kaneelkleurigere	=	kaneelkleurig
kaneelkleurigers	=	kaneelkleurig
kaneelkleurigs	=	kaneelkleurig
kaneelkleurigst	=	kaneelkleurig
kaneelkleurigste	=	kaneelkleurig
kaneelkoffie	noun	koffie met kaneel
kaneelmanakin	noun	Neopipo cinnamomea een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kaneelmanakinnetje	=	kaneelmanakin
kaneelmanakinnetjes	=	kaneelmanakin
kaneelmanakins	=	kaneelmanakin
kaneelpieper	noun	Anthus cinnamomeus een zangvogelsoort uit de familie piepers en kwikstaarten.
kaneelpiepers	=	kaneelpieper
kaneelpiepertje	=	kaneelpieper
kaneelpiepertjes	=	kaneelpieper
kaneelpijp	noun	kaneelbast opgerold tot een pijpje
kaneelpijpen	=	kaneelpijp
kaneelpijpje	=	kaneelpijp
kaneelpijpjes	=	kaneelpijp
kaneelpoeder	noun	tot poeder vermalen kaneel
kaneelpoeders	=	kaneelpoeder
kaneelpoedertje	=	kaneelpoeder
kaneelpoedertjes	=	kaneelpoeder
kaneelroos	noun	Rosa majalis een roos die in het wild voorkomt van Noord-Europa en Oost-Europa tot aan Centraal-Siberië.
kaneelroosje	=	kaneelroos
kaneelroosjes	=	kaneelroos
kaneelrozen	=	kaneelroos
kaneelsikkelmot	noun	Metalampra cinnamomea een nachtvlinder uit de familie Oecophoridae, de sikkelmotten
kaneelsikkelmotje	=	kaneelsikkelmot
kaneelsikkelmotjes	=	kaneelsikkelmot
kaneelsikkelmotten	=	kaneelsikkelmot
kaneelstaartgors	noun	Peucaea sumichrasti een vogelsoort uit de familie emberizidae.
kaneelstaartgorsje	=	kaneelstaartgors
kaneelstaartgorsjes	=	kaneelstaartgors
kaneelstaartgorzen	=	kaneelstaartgors
kaneelstekelstaart	noun	Synallaxis cinnamomea een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kaneelstekelstaarten	=	kaneelstekelstaart
kaneelstekelstaartje	=	kaneelstekelstaart
kaneelstekelstaartjes	=	kaneelstekelstaart
kaneelstok	noun	een qua vorm op een zuurstok gelijkend soort snoepgoed met de smaak van kaneel
kaneelstokje	=	kaneelstok
kaneelstokjes	=	kaneelstok
kaneelstokken	=	kaneelstok
kaneelstruikzanger	noun	Bradypterus cinnamomeus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
kaneelstruikzangers	=	kaneelstruikzanger
kaneelstruikzangertje	=	kaneelstruikzanger
kaneelstruikzangertjes	=	kaneelstruikzanger
kaneelstuitbladspeurder	noun	Philydor pyrrhodes een zangvogel uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
kaneelstuitbladspeurders	=	kaneelstuitbladspeurder
kaneelstuitbladspeurdertje	=	kaneelstuitbladspeurder
kaneelstuitbladspeurdertjes	=	kaneelstuitbladspeurder
kaneelstuitdikbekje	noun	Sporophila torqueola een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kaneelstuitdikbekjes	=	kaneelstuitdikbekje
kaneeltaling	noun	Spatula cyanoptera een eend van het Amerikaanse continent
kaneeltalingen	=	kaneeltaling
kaneeltalinkje	=	kaneeltaling
kaneeltalinkjes	=	kaneeltaling
kaneeltangare	noun	Schistochlamys ruficapillus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kaneeltangaren	=	kaneeltangare
kaneeltangaretje	=	kaneeltangare
kaneeltangaretjes	=	kaneeltangare
kaneeltiran	noun	Pyrrhomyias cinnamomeus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kaneeltirannen	=	kaneeltiran
kaneeltirannetje	=	kaneeltiran
kaneeltirannetjes	=	kaneeltiran
kaneeltortel	noun	Columba larvata een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
kaneeltortels	=	kaneeltortel
kaneeltorteltje	=	kaneeltortel
kaneeltorteltjes	=	kaneeltortel
kaneelvaren	noun	Osmundastrum cinnamomeum een varen uit de koningsvarenfamilie (Osmundaceae).
kaneelvarens	=	kaneelvaren
kaneelvarentje	=	kaneelvaren
kaneelvarentjes	=	kaneelvaren
kaneelvleugelspreeuw	noun	Onychognathus tenuirostris een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
kaneelvleugelspreeuwen	=	kaneelvleugelspreeuw
kaneelvleugelspreeuwtje	=	kaneelvleugelspreeuw
kaneelvleugelspreeuwtjes	=	kaneelvleugelspreeuw
kaneelwafel	noun	krokant wafeltje bestrooid met kaneel
kaneelwafels	=	kaneelwafel
kaneelwafeltje	=	kaneelwafel
kaneelwafeltjes	=	kaneelwafel
kaneelwever	noun	Ploceus badius een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
kaneelwevers	=	kaneelwever
kaneelwevertje	=	kaneelwever
kaneelwevertjes	=	kaneelwever
kanen	=	kaan
kanend	=	kaan
kanende	=	kaan
kanfes	noun	hoekpunten
kanfot	noun	vleugels, hoekpunten
kanfous	noun	vleugels, hoekpunten
kangaroo-islandemoe	noun	Dromaius novaehollandiae baudinianus een ondersoort van de emoe uit de familie van de dromaiidae (Emoes).
kangaroo-islandemoes	=	kangaroo-islandemoe
kangaroo-islandemoetje	=	kangaroo-islandemoe
kangaroo-islandemoetjes	=	kangaroo-islandemoe
kangaroo-islandkangoeroe	noun	Macropus fuliginosus fuliginosus een ondersoort (de nominale ondersoort) van de westelijke grijze reuzenkangoeroe (M. fuliginosus) die alleen voorkomt op Kangaroo-eiland voor de kust van Zuid-Australië
kangaroo-islandkangoeroes	=	kangaroo-islandkangoeroe
kangaroo-islandkangoeroetje	=	kangaroo-islandkangoeroe
kangaroo-islandkangoeroetjes	=	kangaroo-islandkangoeroe
kangeans	adj	betreffende Kangean
kangeanse	=	kangeans
kangeanser	=	kangeans
kangeansere	=	kangeans
kangeansers	=	kangeans
kangeanshamalijster	noun	Copsychus nigricauda een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
kangeanshamalijsters	=	kangeanshamalijster
kangeanshamalijstertje	=	kangeanshamalijster
kangeanshamalijstertjes	=	kangeanshamalijster
kangeanst	=	kangeans
kangeanste	=	kangeans
kangeantimalia	noun	Mixornis prillwitzi een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
kangeantimalia's	=	kangeantimalia
kangeantimaliaatje	=	kangeantimalia
kangeantimaliaatjes	=	kangeantimalia
kangoeroe	noun	benaming voor zoogdieren uit het geslacht Macropus, met korte voorpoten, lange achterpoten, een lange sterke steunstaart die hun jongen in een huidplooi op de buik mee kunnen dragen
kangoeroebal	noun	een speelgoedbal waar men op kan zitten en waaraan men zich kan vasthouden en waarmee men sprongen kan maken die lijken op de sprongen van een kangoeroe
kangoeroeballen	=	kangoeroebal
kangoeroeballetje	=	kangoeroebal
kangoeroeballetjes	=	kangoeroebal
kangoeroepoep	noun	ontlasting van een kangoeroe
kangoeroepoot	noun	een geslacht Anigozanthos uit de familie Haemodoraceae.
kangoeroepootje	=	kangoeroepoot
kangoeroepootjes	=	kangoeroepoot
kangoeroepoten	=	kangoeroepoot
kangoeroerat	noun	Potoroidae individu van een familie van klimbuideldieren uit Australië
kangoeroeratje	=	kangoeroerat
kangoeroeratjes	=	kangoeroerat
kangoeroeratten	noun	Potoroidae een familie van klimbuideldieren uit Australië.
kangoeroes	noun	Macropodidae de op een na grootste familie van buideldieren (na de opossums), met ongeveer 54 soorten in 13 geslachten.
kangoeroetje	=	kangoeroe
kangoeroetjes	=	kangoeroe
kangoeroewonen	verb	blijvend behuisd zijn in een combinatie van huis, uitgebreid met een verblijfseenheid voor een persoon of klein gezin die het mogelijk maakt elkaar eenvoudig dagelijks aandacht te geven De toegevoegde verblijfseenheid heeft vaak een eigen voordeur en sanitair, maar is ook binnendoor verbonden met de hoofdwoning.
kangoeroewonend	=	kangoeroewonen
kangoeroewonende	=	kangoeroewonen
kangoeroewoning	noun	huis dat is uitgebreid met een verblijfseenheid voor een persoon of klein gezin zodat bewoners elkaar eenvoudig dagelijks aandacht kunnen geven De toegevoegde verblijfseenheid heeft vaak een eigen voordeur en sanitair, maar is vaak ook binnendoor verbonden met de hoofdwoning.
kangoeroewoningen	=	kangoeroewoning
kangoeroewoninkje	=	kangoeroewoning
kangoeroewoninkjes	=	kangoeroewoning
kaninefaat	noun	lid van een Keltisch-Germaanse volk vermeld in Romeinse bronnen, dat vermoedelijk leefde aan de Noordzeekust in het huidige Noord-Holland ten tijde van de Romeinse aanwezigheid in Nederland
kaninefaten	=	kaninefaat
kanis	noun	viskorf met deksel
kanisje	=	kanis
kanisjes	=	kanis
kanissen	=	kanis
kanjant	noun|obsolete	stof die afhankelijk van de lichtval verschillende kleuren laat zien doordat ze uit verschillend gekleurde vezels is geweven
kanjer	noun	iets bijzonder groots of opvallends
kanjers	=	kanjer
kanjertje	=	kanjer
kanjertjes	=	kanjer
kanjertraining	noun	training om kinderen weerbaar te maken tegen pesten en plagen
kanjertrainingen	=	kanjertraining
kanji	noun	schrift dat wordt gebruikt om het Japans weer te geven
kankantri	noun	benaming voor Ceiba pentandra
kankantri's	=	kankantri
kanker	noun	aandoening die gekenmerkt wordt door het ongecontroleerd vermenigvuldigen van cellen
kankeraar	noun	iemand die overmatig veel klaagt
kankeraars	=	kankeraar
kankeraarster	noun	een vrouw die overmatig veel klaagt
kankeraarsters	=	kankeraarster
kankeraarstertje	=	kankeraarster
kankeraarstertjes	=	kankeraarster
kankeraartje	=	kankeraar
kankeraartjes	=	kankeraar
kankerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van kanker
kankerachtige	=	kankerachtig
kankerachtiger	=	kankerachtig
kankerachtigere	=	kankerachtig
kankerachtigers	=	kankerachtig
kankerachtigs	=	kankerachtig
kankerachtigst	=	kankerachtig
kankerachtigste	=	kankerachtig
kankerbehandeling	noun	Een kankerbehandeling is een medische ingreep gericht op het vernietigen van kankercellen, het remmen van de tumorgroei of het verlichten van klachten, vaak met als doel genezing.
kankerbehandelingen	=	kankerbehandeling
kankerbehandelingetje	=	kankerbehandeling
kankerbehandelingetjes	=	kankerbehandeling
kankerbestrijding	noun	alle handelingen die er op gericht zijn om kanker te voorkomen en te genezen
kankerbestrijdingen	=	kankerbestrijding
kankerbestrijdinkje	=	kankerbestrijding
kankerbestrijdinkjes	=	kankerbestrijding
kankerbos	noun	bos met bomen die aangeplant zijn ter herdenking van aan kanker overleden patiënten
kankerbosje	=	kankerbos
kankerbossen	=	kankerbos
kankercel	noun	een zich ongecontroleerd vermenigvuldigende cel
kankercellen	=	kankercel
kankercelletje	=	kankercel
kankercelletjes	=	kankercel
kankercentra	=	kankercentrum
kankercentrum	noun	een gespecialiseerde afdeling of instituut binnen een ziekenhuis (zoals het Amsterdam UMC's Cancer Center of het Erasmus MC Kanker Instituut) dat alle zorg rondom kanker bundelt, van diagnose en behandeling (chirurgie, chemo, bestraling) tot nazorg en onderzoek, vaak met een multidisciplinair team voor integrale totaalzorg en ondersteuning voor patiënten en naasten, gericht op het verbeteren van kwaliteit van leven en genezing
kankercentrumpje	=	kankercentrum
kankercentrumpjes	=	kankercentrum
kankercentrums	=	kankercentrum
kankerde	=	kankeren
kankerden	=	kankeren
kankere	=	kankeren
kankeren	verb	klagen, zich ontevreden uiten, zeuren
kankerend	=	kankeren
kankerende	=	kankeren
kankerfonds	noun	organisatie die geld inzamelt voor de voorkoming en genezing van kanker
kankerfondsen	=	kankerfonds
kankergen	noun	genetische aanleg die iemand specifiek gevoelig maakt voor een bepaalde soort kanker
kankergenen	=	kankergen
kankergezwel	noun	een zwelling van het weefsel door kwaadaardige groei
kankergezwellen	=	kankergezwel
kankergezwelletje	=	kankergezwel
kankergezwelletjes	=	kankergezwel
kankerherrie	noun|vulgar	erg luid en onaangenaam geluid
kankerhoer	noun|vulgar	verachtelijke vrouw #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
kankerhoeren	=	kankerhoer
kankerhoertje	=	kankerhoer
kankerhoertjes	=	kankerhoer
kankerhond	noun|vulgar	minderwaardig persoon #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
kankerhonden	=	kankerhond
kankerinstituten	=	kankerinstituut
kankerinstituut	noun	organisatie voor de genezing en bestudering van kanker
kankerkunde	noun	de wetenschap die de ontwikkeling, diagnostiek en behandeling van kankers onderzoekt
kankerlijder	noun	iemand die aan kanker lijdt
kankerlijders	=	kankerlijder
kankerlijdertje	=	kankerlijder
kankerlijdertjes	=	kankerlijder
kankerlijer	noun	onaangenaam persoon #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
kankerlijers	=	kankerlijer
kankerlijertje	=	kankerlijer
kankermedicijn	noun	geneesmiddel dat gebruikt wordt bij de behandeling van kanker
kankermedicijnen	=	kankermedicijn
kankerneurose	noun	neurose veroorzaakt door het lijden aan kanker
kankerneurosen	=	kankerneurose
kankerneuroses	=	kankerneurose
kankernicht	noun	akelige homofiel #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
kankernichten	=	kankernicht
kankernichtje	=	kankernicht
kankernichtjes	=	kankernicht
kankeronderzoek	noun	onderzoek naar de verschillende aspecten van kwaadaardige aandoeningen
kankeronderzoeken	=	kankeronderzoek
kankerpatiënt	noun	iemand die lijdt aan de ziekte kanker, iemand met kanker
kankerpatiënte	noun	vrouwelijke vorm van kankerpatiënt
kankerpatiënten	=	kankerpatiënt
kankerpatiëntes	=	kankerpatiënte
kankerpatiëntje	=	kankerpatiënt
kankerpatiëntjes	=	kankerpatiënt
kankerpit	noun	iemand die altijd ontevreden is
kankerpitje	=	kankerpit
kankerpitjes	=	kankerpit
kankerpitten	=	kankerpit
kankers	=	kanker
kankerslet	noun	uiterste onaangename vrouw #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
kankersletten	=	kankerslet
kankerspecialist	noun	een medisch specialist die zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
kankerspecialisten	=	kankerspecialist
kankerspecialistje	=	kankerspecialist
kankerspecialistjes	=	kankerspecialist
kankerstok	noun	afkeurende benaming voor sigaretten of sigaren
kankerstokje	=	kankerstok
kankerstokjes	=	kankerstok
kankerstokken	=	kankerstok
kankert	=	kankeren
kankertherapie	noun	behandeling van kanker
kankertherapieën	=	kankertherapie
kankertje	=	kanker
kankertjes	=	kanker
kankerverwekkend	adj	betekent dat wanneer men in contact met de stof komt, dit kanker kan veroorzaken
kankerverwekkende	=	kankerverwekkend
kankerverwekkender	=	kankerverwekkend
kankerverwekkendere	=	kankerverwekkend
kankerverwekkenders	=	kankerverwekkend
kankerverwekkends	=	kankerverwekkend
kankerverwekkendst	=	kankerverwekkend
kankerverwekkendste	=	kankerverwekkend
kankervormend	adj	waarbinnen woekering ontstaat die tot gezwellen leidt
kankervormende	=	kankervormend
kankervormends	=	kankervormend
kankerziekenhuis	noun	ziekenhuis dat gespecialiseerd is in de diagnostiek, behandeling en begeleiding van kankerpatiënten
kankerziekenhuisje	=	kankerziekenhuis
kankerziekenhuisjes	=	kankerziekenhuis
kankerziekenhuizen	=	kankerziekenhuis
kankerzooi	noun|vulgar	iets vaak heel erg onaangenaams
kankerzooitje	=	kankerzooi
kankerzooitjes	=	kankerzooi
kannadatalig	adj	Kannada sprekend
kannadatalige	=	kannadatalig
kannadataligs	=	kannadatalig
kannen	=	kan
kannenkijker	noun	iemand die te veel alcohol drinkt
kannenkijkers	=	kannenkijker
kannetje	=	kan
kannetjes	=	kan
kannibaal	noun	mens die of dier dat vlees van zijn eigen soort eet
kannibaaltje	=	kannibaal
kannibaaltjes	=	kannibaal
kannibaaltomaat	noun	Solanum uporo een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
kannibaaltomaatje	=	kannibaaltomaat
kannibaaltomaatjes	=	kannibaaltomaat
kannibaaltomaten	=	kannibaaltomaat
kannibalen	=	kannibaal
kannibalendorp	noun	nederzetting waar menseneters wonen
kannibalendorpen	=	kannibalendorp
kannibalendorpje	=	kannibalendorp
kannibalendorpjes	=	kannibalendorp
kannibalisatie	noun	het slopen van een apparaat om de onderdelen te gebruiken voor het herstel van andere
kannibalisaties	=	kannibalisatie
kannibaliseer	=	kannibaliseren
kannibaliseerde	=	kannibaliseren
kannibaliseerden	=	kannibaliseren
kannibaliseert	=	kannibaliseren
kannibalisere	=	kannibaliseren
kannibaliseren	verb|figurative	kapotmaken, vernietigen
kannibaliserend	=	kannibaliseren
kannibaliserende	=	kannibaliseren
kannibalisme	noun	het eten van het vlees van een soortgenoot m.n. als het gaat over mensen die mensenvlees eten
kannibalistisch	adj	betrekking hebbend op het kannibalisme
kannibalistische	=	kannibalistisch
kannibalistischer	=	kannibalistisch
kannibalistischere	=	kannibalistisch
kannibalistischers	=	kannibalistisch
kano	noun	rank bootje dat men door middel van een peddel voortbeweegt
kano's	=	kano
kanode	=	kanoën
kanoden	=	kanoën
kanoet	noun	Calidris canutus middelgrote strandloper
kanoeten	=	kanoet
kanoetje	=	kanoet
kanoetjes	=	kanoet
kanon	noun	een instrument om explosieve projectielen weg te schieten
kanongebulder	noun	het lawaai dat schietend geschut maakt
kanonkogel	=	kanonskogel
kanonnade	noun	hevig en aanhoudend kanonvuur
kanonnades	=	kanonnade
kanonneer	=	kanonneren
kanonneerboot	noun	een kleine boot met enkele stukken zwaar geschut
kanonneerbootje	=	kanonneerboot
kanonneerbootjes	=	kanonneerboot
kanonneerboten	=	kanonneerboot
kanonneerde	=	kanonneren
kanonneerden	=	kanonneren
kanonneeren	=	kanonneren
kanonneert	=	kanonneren
kanonnen	=	kanon
kanonnenvlees	noun	soldatenvolk dat in de strijd gemakkelijk wordt opgeofferd in plaats van een andere oplossing te zoeken
kanonnenvleesch	=	kanonnenvlees
kanonnenvoeder	=	kanonnenvoer
kanonnenvoer	noun	soldatenvolk dat in de strijd gemakkelijk wordt opgeofferd in plaats van een betere oplossing te zoeken
kanonnenvoertje	=	kanonnenvoer
kanonnenvoertjes	=	kanonnenvoer
kanonnere	=	kanonneren
kanonneren	verb	met kanonnen beschieten
kanonnerend	=	kanonneren
kanonnerende	=	kanonneren
kanonnetje	=	kanon
kanonnetjes	=	kanon
kanonnevoer	=	kanonnenvoer
kanonnier	noun	een artillerist met een soldatenrang
kanonniers	=	kanonnier
kanonniertje	=	kanonnier
kanonniertjes	=	kanonnier
kanons	=	kanon
kanonschot	noun	de keer dat men een kanon afvuurt
kanonschoten	=	kanonschot
kanonskogel	noun	een projectiel dat afgevuurd wordt uit een kanon
kanonskogelbomen	=	kanonskogelboom
kanonskogelboom	noun	Couroupita guianensis een plant uit de familie Lecythidaceae.
kanonskogelboompje	=	kanonskogelboom
kanonskogelboompjes	=	kanonskogelboom
kanonskogels	=	kanonskogel
kanonskogeltje	=	kanonskogel
kanonskogeltjes	=	kanonskogel
kanonslag	noun	zeer zwaar knalvuurwerk
kanonslagen	=	kanonslag
kanonvuren	=	kanonvuur
kanonvuur	noun	het schieten met kanonnen
kanoot	=	kanoën
kanootje	=	kano
kanootjes	=	kano
kanopolo	noun	water- en balsport, die kan worden beschouwd als een combinatie van kanoën en waterpolo
kanotocht	noun	een (recreatieve) reis over het water met een kano
kanotochten	=	kanotocht
kanotochtje	=	kanotocht
kanotochtjes	=	kanotocht
kanovaar	=	kanovaren
kanovaren	verb	varen in een kano door middel van een peddel, waarbij de kanovaarder met het gezicht in de vaarrichting zit
kanovarend	=	kanovaren
kanovarende	=	kanovaren
kanovereniging	noun	een sportclub waar de kanosport wordt beoefend, of de gezamenlijke leden van zo'n club.
kanoverenigingen	=	kanovereniging
kanoverenigingetje	=	kanovereniging
kanoverenigingetjes	=	kanovereniging
kanoë	=	kanoën
kanoën	verb	varen in een smalle boot die met behulp van peddels wordt voortbewogen
kanoënd	=	kanoën
kanoënde	=	kanoën
kanoër	noun	iemand die vaart in een kano
kanoërs	=	kanoër
kanoërtje	=	kanoër
kanoërtjes	=	kanoër
kans	noun	mogelijkheid dat er iets gaat gebeuren
kansarm	adj	zonder veel kansen te hebben gekregen
kansarme	noun	iemand die kansarm is
kansarmen	=	kansarme
kansarmer	=	kansarm
kansarmere	=	kansarm
kansarmers	=	kansarm
kansarmoede	noun	een gebrek aan (sociaal-economische) kansen
kansarms	=	kansarm
kansarmst	=	kansarm
kansarmste	=	kansarm
kansberekening	noun	een tak van de wiskunde die zich bezighoudt met situaties waarin het toeval een rol speelt
kansberekeningen	=	kansberekening
kansberekeningetje	=	kansberekening
kansberekeningetjes	=	kansberekening
kansdichtheden	=	kansdichtheid
kansdichtheid	noun	een functie waarmee de kansverdeling van een continue stochastische variabele kan worden beschreven
kansel	noun	een kerkelijk, meestal verhoogd, meubelstuk waarvanaf de voorganger in de dienst zijn preek uitspreekt
kanselarij	noun	bureau waar de oorkondes en andere documenten van een bepaalde vorst of andere bestuurlijke instelling werden opgesteld, bezegeld en uitgevaardigd, griffie
kanselarijen	=	kanselarij
kanselier	noun	eerste minister
kanselieren	=	kanselier
kanseliers	=	kanselier
kanseliersbonus	noun	extra steun voor een partij bij kiezers en media als waardering voor de daaruit afkomstige bondskanselier
kanseliersbonussen	=	kanseliersbonus
kanselierschap	noun	het kanselier zijn; de functie van kanselier
kanselierschappen	=	kanselierschap
kanseliertje	=	kanselier
kanseliertjes	=	kanselier
kanselrede	noun	een rede die op of van de kansel wordt uitgesproken; een preek dus
kanselredes	=	kanselrede
kansels	=	kansel
kanselstijl	noun	bombastische manier van spreken of schrijven
kanselstijlen	=	kanselstijl
kanseltje	=	kansel
kanseltjes	=	kansel
kansen	=	kans
kansengelijkheid	noun	het beginsel dat iedereen met dezelfde talenten evenveel kans zou moeten kunnen maken op ontwikkeling hiervan onafhankelijk van sexe, maatschappelijke status etc.
kansenparel	noun	immigrant uit een niet-westers land
kansenparels	=	kansenparel
kansenpareltje	=	kansenparel
kansenpareltjes	=	kansenparel
kanshebber	noun	iemand waarvan men denkt dat hij of zij zal winnen
kanshebbers	=	kanshebber
kansje	=	kans
kansjes	=	kans
kanskaart	noun	een type kaart uit het bordspel Monopoly
kanskaarten	=	kanskaart
kansloos	adj	zonder kans, niet meer te redden
kansloosheden	=	kansloosheid
kansloosheid	noun	het kansloos zijn
kansloost	=	kansloos
kanslooste	=	kansloos
kansloze	=	kansloos
kanslozer	=	kansloos
kanslozere	=	kansloos
kanslozers	=	kansloos
kansrekening	noun	een tak van de wiskunde die zich bezighoudt met situaties waarin het toeval een rol speelt.
kansrekeningen	=	kansrekening
kansrekeningetje	=	kansrekening
kansrekeningetjes	=	kansrekening
kansrijk	adj	kans op succes hebbend
kansrijke	=	kansrijk
kansrijker	=	kansrijk
kansrijkere	=	kansrijk
kansrijkers	=	kansrijk
kansrijks	=	kansrijk
kansrijkst	=	kansrijk
kansrijkste	=	kansrijk
kansspel	noun	spel waarbij het toeval doorslaggevend is
kansspelautomaat	noun	gokautomaat
kansspelautomaten	=	kansspelautomaat
kansspelbelasting	noun	een directe belasting die door de rijksoverheid op kansspelen wordt geheven
kansspelbelastingen	=	kansspelbelasting
kansspelen	=	kansspel
kansspellen	=	kansspel
kansspelletje	=	kansspel
kansspelletjes	=	kansspel
kansulijstergaai	noun	Ianthocincla sukatschewi een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
kansulijstergaaien	=	kansulijstergaai
kansulijstergaaitje	=	kansulijstergaai
kansulijstergaaitjes	=	kansulijstergaai
kansverdeling	noun	de verzameling kansen behorende bij de mogelijke resultaten van een toevalsexperiment
kansverdelingen	=	kansverdeling
kanswijk	noun	achterstandswijk die ontwikkeld wordt door sociale, culturele en economische projecten
kanswijken	=	kanswijk
kanswoord	noun	term waarmee in een uitspraak de mate van zekerheid wordt uitgedrukt
kanswoorden	=	kanswoord
kant	noun	/, een vorm van vlechtwerk gemaakt van dunne linnen of katoenen draden
kant-en-klaar	adj	klaar voor gebruik, product dat (bijna) geen bereiding/installatie behoeft
kant-en-klaarder	=	kant-en-klaar
kant-en-klaardere	=	kant-en-klaar
kant-en-klaarders	=	kant-en-klaar
kant-en-klaargerecht	noun	een gerecht dat nauwelijks/geen bereiding nodig heeft en direct gegeten kan worden
kant-en-klaargerechten	=	kant-en-klaargerecht
kant-en-klaargerechtje	=	kant-en-klaargerecht
kant-en-klaargerechtjes	=	kant-en-klaargerecht
kant-en-klaarmaaltijd	noun	een maaltijd die nauwelijks/geen bereiding nodig heeft maar direct genuttigd kan worden
kant-en-klaarmaaltijden	=	kant-en-klaarmaaltijd
kant-en-klaarmaaltijdje	=	kant-en-klaarmaaltijd
kant-en-klaarmaaltijdjes	=	kant-en-klaarmaaltijd
kant-en-klaarmeubel	noun	een meubel dat je als bouwpakket koopt.
kant-en-klaarmeubelen	=	kant-en-klaarmeubel
kant-en-klaarmeubels	=	kant-en-klaarmeubel
kant-en-klaarmeubeltje	=	kant-en-klaarmeubel
kant-en-klaarmeubeltjes	=	kant-en-klaarmeubel
kant-en-klaarpakket	noun	een groep producten die je tegelijk als één pakket koopt omdat ze alleen samen met elkaar bruikbaar zijn
kant-en-klaarpakketje	=	kant-en-klaarpakket
kant-en-klaarpakketjes	=	kant-en-klaarpakket
kant-en-klaarpakketten	=	kant-en-klaarpakket
kant-en-klaarpizza	noun	een pizza die je alleen maar hoeft af te bakken
kant-en-klaarpizza's	=	kant-en-klaarpizza
kant-en-klaarpizzaatje	=	kant-en-klaarpizza
kant-en-klaarpizzaatjes	=	kant-en-klaarpizza
kant-en-klaarproduct	noun	een product dat je direct kunt gebruiken als je het koopt
kant-en-klaarproducten	=	kant-en-klaarproduct
kant-en-klaarproductje	=	kant-en-klaarproduct
kant-en-klaarproductjes	=	kant-en-klaarproduct
kant-en-klaars	=	kant-en-klaar
kant-en-klaarst	=	kant-en-klaar
kant-en-klaarste	=	kant-en-klaar
kant-en-klare	=	kant-en-klaar
kantaloep	noun	soort knobbelige meloen en variëteit Cucumis melo var. cantalupensis van de meloenplant Cucumis melo
kantaloepen	=	kantaloep
kantappel	noun	bepaalde appelsoort
kantappels	=	kantappel
kantappeltje	=	kantappel
kantappeltjes	=	kantappel
kante	=	kant
kanteel	noun	elk van de opstaande delen van de getande bovenkant van (oude) verdedigingsmuren
kanteeltje	=	kanteel
kanteeltjes	=	kanteel
kantel	=	kantelen
kantelbaar	adj	als iets op een andere zijde gedraaid kan worden
kantelbaarder	=	kantelbaar
kantelbaardere	=	kantelbaar
kantelbaarders	=	kantelbaar
kantelbaars	=	kantelbaar
kantelbaarst	=	kantelbaar
kantelbaarste	=	kantelbaar
kantelbare	=	kantelbaar
kantelbed	noun	een bed dat tegen de muur kan worden opgeklapt als het niet in gebruik is
kantelbedden	=	kantelbed
kantelbrug	noun	een brug die over de zijde gekanteld of gedraaid wordt om de scheepvaart door te laten
kantelbruggen	=	kantelbrug
kantelbrugje	=	kantelbrug
kantelbrugjes	=	kantelbrug
kantelde	=	kantelen
kantelden	=	kantelen
kanteldeur	noun	garagedeur die als één geheel naar boven en naar achteren kantelt om de garage te openen, waarbij de onderkant eerst iets naar buiten komt en de deur vervolgens onder het plafond verdwijnt
kanteldeuren	=	kanteldeur
kanteldeurtje	=	kanteldeur
kanteldeurtjes	=	kanteldeur
kanteldijk	noun	waterkering rond de uitgang van een tunnel in een polder, zodat een overstroming van de tunnel niet leidt tot overstroming van de polder en andersom
kanteldijken	=	kanteldijk
kanteldijkje	=	kanteldijk
kanteldijkjes	=	kanteldijk
kantele	=	kantelen
kantelen	verb	omvallen door onevenwicht
kantelend	=	kantelen
kantelende	=	kantelen
kantelfrequentie	noun	is de frequentie waarbij het uitgangssignaal meer dan 3 dB zwakker wordt
kantelfrequenties	=	kantelfrequentie
kanteling	noun	een val waardoor iets of iemand op zijn kant terecht komt
kantelingen	=	kanteling
kantelkenteken	noun	kenteken dat makkelijk gekanteld kan worden om herkenning door flitspalen te voorkomen
kantelkentekens	=	kantelkenteken
kanteloep	noun	knobbelige meloen
kanteloepen	=	kanteloep
kantelpoort	noun	garagepoort die bestaat uit één enkel vlak dat naar boven en naar binnen kantelt om te openen en te sluiten
kantelpoorten	=	kantelpoort
kantelpoortje	=	kantelpoort
kantelpoortjes	=	kantelpoort
kantelpunt	noun	vaste draaipunt bij een hefboom
kantelpunten	=	kantelpunt
kantelraam	noun	een raam dat kan draaien om een horizontale as
kantelraampje	=	kantelraam
kantelraampjes	=	kantelraam
kantelramen	=	kantelraam
kantelt	=	kantelen
kanten	verb	zich verzetten tegen	adj	van kant vervaardigd
kantend	=	kanten
kantende	=	kanten
kanter	noun	iemand die kant ((stenen) recht hakt)
kantere	=	kant
kanterkaas	noun	benaming voor soorten gele kaas uit koemelk, vaak bereid met komijnen of kruidnagels
kanterkazen	=	kanterkaas
kanters	=	kant
kantertje	=	kanter
kantertjes	=	kanter
kantiaan	noun	aanhanger van de filosofie van Imanuel Kant
kantianen	=	kantiaan
kantianisme	noun	richting in de wijsbegeerte die voortvloeit uit het gedachtegoed van Immanuel Kant, een Duitse filosoof uit de tijd van de Verlichting
kantiek	noun	kerkzang
kantieken	=	kantiek
kantig	adj	met veel hoeken
kantige	=	kantig
kantiger	=	kantig
kantigere	=	kantig
kantigers	=	kantig
kantigs	=	kantig
kantigst	=	kantig
kantigste	=	kantig
kantine	noun	eetgelegenheid in bedrijven, scholen, verenigingen
kantinebaas	noun	de beheerder van een eet- en drinkgelegenheid van een sportclub of bedrijf
kantinebaasje	=	kantinebaas
kantinebaasjes	=	kantinebaas
kantinebazen	=	kantinebaas
kantinejuffrouw	noun	een (jonge) vrouw die werkt in een kantine
kantinejuffrouwen	=	kantinejuffrouw
kantines	=	kantine
kantinetje	=	kantine
kantje	noun	een zijde van een stuk schrijfpapier
kantjes	=	kant
kantjiel	=	kantjil
kantjil	noun	bepaald soort zoogdier, Tragulus kanchil, uit de familie van de dwergherten (Tragulidae), de kleinste evenhoevige
kantjils	=	kantjil
kantjiltje	=	kantjil
kantjiltjes	=	kantjil
kantkleur	noun	de kleur van de stof kant hebbend
kantkleurig	adj	de kleur kantkleurig hebbend
kantkleurige	=	kantkleurig
kantkleurigs	=	kantkleurig
kantklos	=	kantklossen
kantklossen	verb	het maken van een rand aan een stof d.m.v. klosjes en dun wit garen
kantklossend	=	kantklossen
kantklossende	=	kantklossen
kantklosster	noun	een vrouw die kantklost
kantklossters	=	kantklosster
kantklost	=	kantklossen
kantkloste	=	kantklossen
kantklosten	=	kantklossen
kantkoek	noun	langwerpige stukken koek die over blijven als gebakken koek op de gewenste maat wordt gesneden en die apart worden verkocht
kantkoeken	=	kantkoek
kantlijn	noun	een onbeschreven rand naast de tekst waar iemand aantekeningen (kanttekeningen) kan maken; de marge
kantlijnen	=	kantlijn
kantlijnsporter	noun	sporter die een sport beoefend waarvoor in de media weinig aandacht is
kantlijnsporters	=	kantlijnsporter
kantlijnsportertje	=	kantlijnsporter
kantlijnsportertjes	=	kantlijnsporter
kantlijntje	=	kantlijn
kantlijntjes	=	kantlijn
kantmos	noun	een geslacht Lophocolea uit de terpentijnmosfamilie (Geocalycaceae).
kantmosje	=	kantmos
kantmosjes	=	kantmos
kantmossen	=	kantmos
kanton	noun	een bestuurseenheid; deze term wordt in verschillende landen gebruikt voor gebieden van sterk verschillende grootte
kantonees	noun	Iemand uit Kanton	adj	met betrekking tot Kanton of het Kantonees (taal)
kantoneest	=	kantonees
kantoneestalig	adj	de Kantoneese taal sprekend
kantoneestalige	=	kantoneestalig
kantoneestaligs	=	kantoneestalig
kantoneeste	=	kantonees
kantonese	=	kantonees
kantoneser	=	kantonees
kantonesere	=	kantonees
kantonesers	=	kantonees
kantonezen	=	kantonees
kantongerecht	noun	de laagste rechtbank
kantongerechten	=	kantongerecht
kantongerechtje	=	kantongerecht
kantongerechtjes	=	kantongerecht
kantonnaal	adj	betrekking hebbend op (Zwitserse) kantons
kantonnale	=	kantonnaal
kantonneer	=	kantonneren
kantonneerde	=	kantonneren
kantonneerden	=	kantonneren
kantonneert	=	kantonneren
kantonnement	noun	een plaats waar troepen gelegerd zijn
kantonnementen	=	kantonnement
kantonnere	=	kantonneren
kantonneren	verb	troepen legeren in dorpen en steden
kantonnerend	=	kantonneren
kantonnerende	=	kantonneren
kantonnetje	=	kanton
kantonnetjes	=	kanton
kantonnier	noun	arbeider belast met het dagelijkse onderhoud van wegen en sluizen
kantonniers	=	kantonnier
kantonrechter	noun	een rechter in een kantongerecht
kantonrechterformule	noun	door de kantonrechter gehanteerde formule bij het berekenen van een ontslagvergoeding, waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd van de ontslagen werknemer, zijn dienstjaren en de mate van verwijtbaarheid van het ontslag aan de werkgever
kantonrechterformules	=	kantonrechterformule
kantonrechters	=	kantonrechter
kantonrechtersformule	noun	door de kantonrechter gehanteerde formule bij het berekenen van een ontslagvergoeding, waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd van de ontslagen werknemer, zijn dienstjaren en de mate van verwijtbaarheid van het ontslag aan de werkgever
kantonrechtersformules	=	kantonrechtersformule
kantonrechtertje	=	kantonrechter
kantonrechtertjes	=	kantonrechter
kantons	=	kanton
kantoor	noun	een instelling waar allerlei administratieve handelingen worden uitgevoerd
kantooradres	noun	locatie van een bedrijf of organisatie waar post naartoe gestuurd kan worden maar waar verder weinig activiteiten zijn
kantooradressen	=	kantooradres
kantooragenda	noun	boek waarin per dag of per week afspraken genoteerd kunnen worden dat gebruikt wordt op een kantoor
kantooragenda's	=	kantooragenda
kantoorartikel	noun	zaken die men nodig heeft voor kantoorwerk
kantoorartikelen	=	kantoorartikel
kantoorartikels	=	kantoorartikel
kantoorartikeltje	=	kantoorartikel
kantoorartikeltjes	=	kantoorartikel
kantoorbaan	noun	werk dat je achter een bureau op een kantoor verricht, tegenwoordig is het meestal werken achter een computer
kantoorbaantje	=	kantoorbaan
kantoorbaantjes	=	kantoorbaan
kantoorbanen	=	kantoorbaan
kantoorbediende	noun	iemand die op kantoor werkt
kantoorbedienden	=	kantoorbediende
kantoorbediendes	=	kantoorbediende
kantoorbediendetje	=	kantoorbediende
kantoorbediendetjes	=	kantoorbediende
kantoorbenodigdheden	=	kantoorbenodigdheid
kantoorbenodigdheid	noun	hulpmiddelen die men gebruikt tijdens kantoorwerkzaamheden
kantoorblok	noun	blok van verschillende kantoren
kantoorblokje	=	kantoorblok
kantoorblokjes	=	kantoorblok
kantoorblokken	=	kantoorblok
kantoorboek	noun	verzameling van zaken die men nodig heeft om een administratie te voeren
kantoorboeken	=	kantoorboek
kantoorboekhandel	noun	winkel waar men kantoorartikelen kan kopen
kantoorboekhandels	=	kantoorboekhandel
kantoorboekhandeltje	=	kantoorboekhandel
kantoorboekhandeltjes	=	kantoorboekhandel
kantoorboekje	=	kantoorboek
kantoorboekjes	=	kantoorboek
kantoorcontainer	noun	een verplaatsbare, modulaire werkruimte die is ingericht als een volwaardig kantoor
kantoorcontainers	=	kantoorcontainer
kantoorcontainertje	=	kantoorcontainer
kantoorcontainertjes	=	kantoorcontainer
kantoorfunctie	noun	gebouw die de gebruikersfunctie heeft om gebruikt te worden voor kantoren
kantoorfuncties	=	kantoorfunctie
kantoorgebouw	noun	een gebouw waarin één of meer organisaties hun kantoor hebben ondergebracht
kantoorgebouwen	=	kantoorgebouw
kantoorgebouwtje	=	kantoorgebouw
kantoorgebouwtjes	=	kantoorgebouw
kantoorkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het kunnen voeren van een kantoorruimte
kantoorkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het kunnen voeren van een kantoorruimte
kantoorlucht	noun	de meestal niet heel prettige of gezonde atmosfeer van een kantoorpand
kantoormeubel	noun	meubel dat men gebruikt bij het verrichten van kantoorwerkzaamheden
kantoormeubelen	=	kantoormeubel
kantoormeubels	=	kantoormeubel
kantoormeubeltje	=	kantoormeubel
kantoormeubeltjes	=	kantoormeubel
kantoorpand	noun	een bedrijfspand geschikt om er administratieve werkzaamheden te verrichten.
kantoorpanden	=	kantoorpand
kantoorpandje	=	kantoorpand
kantoorpandjes	=	kantoorpand
kantoorpersoneel	noun	mensen die in loondienst administratieve werkzaamheden op een kantoor verrichten
kantoorpik	noun	fantasieloze saaie man die op een bureau werkt
kantoorpikken	=	kantoorpik
kantoorruimte	noun	ruimte voor kantoorwerkzaamheden
kantoorruimten	=	kantoorruimte
kantoorruimtes	=	kantoorruimte
kantoorslet	noun	een vrouwelijke kantoorbediende die een (seksuele) relatie aanknoopt met haar meerdere
kantoorsletje	=	kantoorslet
kantoorsletjes	=	kantoorslet
kantoorsletten	=	kantoorslet
kantoorsloerie	noun	een vrouwelijke kantoorbediende die een (seksuele) relatie aanknoopt met haar meerdere
kantoorsloeries	=	kantoorsloerie
kantoorspul	noun	zaken die men nodig heeft voor kantoorwerk
kantoorspullen	=	kantoorspul
kantoorspulletje	=	kantoorspul
kantoorspulletjes	=	kantoorspul
kantoorstoel	noun	een stoel die men gebruikt in een kantoor waarvan meestal de zitting kan draaien en de poten op wieltjes staan.
kantoorstoelen	=	kantoorstoel
kantoorstoeltje	=	kantoorstoel
kantoorstoeltjes	=	kantoorstoel
kantoortijd	noun	deel van de werkdag dat gewoonlijk medewerkers aanwezig zijn op plaatsen waar administratief werk wordt gedaan Deze is afhankelijk van plaats en tijdperk.
kantoortijden	=	kantoortijd
kantoortijdenscholen	=	kantoortijdenschool
kantoortijdenschool	noun	basisschool die een programma van 08:00 's-ochtends tot 18:00 uur 's-avonds heeft voor de leerlingen
kantoortje	=	kantoor
kantoortjes	=	kantoor
kantoortoren	noun	smal en hoog bedrijfsgebouw waarin kantoren zijn gevestigd
kantoortorens	=	kantoortoren
kantoortuin	noun	ruimte waarin veel mensen kantoorwerk verrichten; open kantooromgeving
kantoortuinen	=	kantoortuin
kantoortuintje	=	kantoortuin
kantoortuintjes	=	kantoortuin
kantooruren	noun	vastgestelde periode dat er op een bureau wordt gewerkt
kantoorurenscholen	=	kantoorurenschool
kantoorurenschool	noun	basisschool die een programma van 08:00 's-ochtends tot 18:00 uur 's-avonds heeft voor de leerlingen
kantooruur	noun	een uur waarin op een bureau wordt gewerkt
kantoorwandelen	verb	beuwst het kantoorwerk onderbreken voor een wandeling om aan de nodige beweging te komen
kantoorwandelend	=	kantoorwandelen
kantoorwandelende	=	kantoorwandelen
kantoorwerk	noun	werk op een kantoor
kantoorwerken	=	kantoorwerk
kantoorwijk	noun	een gebied in een stad waar een hoge concentratie van bedrijven en commercie is gevestigd
kantoorwijken	=	kantoorwijk
kantoorwijkje	=	kantoorwijk
kantoorwijkjes	=	kantoorwijk
kantoorwoning	noun	een kantoor dat omgebouwd is tot woning
kantoorwoningen	=	kantoorwoning
kantoorwoninkje	=	kantoorwoning
kantoorwoninkjes	=	kantoorwoning
kantore	=	kantoor
kantoren	=	kantoor
kantorencomplex	noun	groep gebouwen waarin één of meer organisaties hun kantoor hebben ondergebracht
kantorencomplexen	=	kantorencomplex
kantorenmarkt	noun	de situatie die bestaat op het gebied van de vraag en aanbod naar kantoorruimte
kantorenmarkten	=	kantorenmarkt
kantorenwijk	noun	een gebied in een stad waar een hoge concentratie van bedrijven en commercie is gevestigd
kantorenwijken	=	kantorenwijk
kantorenwijkje	=	kantorenwijk
kantorenwijkjes	=	kantorenwijk
kantrecht	=	kantrechten
kantrechte	=	kantrechten
kantrechten	verb	haaks afzagen
kantrechtend	=	kantrechten
kantrechtende	=	kantrechten
kantrechtte	=	kantrechten
kantrechtten	=	kantrechten
kants	=	kant
kantst	=	kant
kantste	=	kant
kantstipspanner	noun	Scopula ornata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae
kantstipspanners	=	kantstipspanner
kantstipspannertje	=	kantstipspanner
kantstipspannertjes	=	kantstipspanner
kantte	=	kanten
kanttekening	noun	kleine notitie die kritisch is, commentaar geeft, over de grote lijn van het betoog
kanttekeningen	=	kanttekening
kanttekeningetje	=	kanttekening
kanttekeningetjes	=	kanttekening
kantten	=	kanten
kantwerk	noun	licht, in patronen opengewerkt weefsel, vaak gebruikt als versiering van randen
kantwerke	=	kantwerken
kantwerken	verb	licht, in patronen opengewerkt weefsel vervaardigen
kantwerkend	=	kantwerken
kantwerkende	=	kantwerken
kantwerkje	=	kantwerk
kantwerkjes	=	kantwerk
kantwerkster	noun	vrouw die aan kantwerken doet, vrouwelijke vorm van kantwerker
kantwerksters	=	kantwerkster
kantwerkstertje	=	kantwerkster
kantwerkstertjes	=	kantwerkster
kantwerkt	=	kantwerken
kantwerkte	=	kantwerken
kantwerkten	=	kantwerken
kanunnik	noun	een titel die aan bepaalde geestelijken wordt verleend binnen enkele christelijke kerkgemeenschappen.
kanunnikaat	noun	de waardigheid en taken van een kanunnik
kanunnikaatje	=	kanunnikaat
kanunnikaatjes	=	kanunnikaat
kanunnikaten	=	kanunnikaat
kanunniken	=	kanunnik
kanunnikje	=	kanunnik
kanunniksdij	noun	de waardigheid en taken van een kanunnik
kanunniksdijen	=	kanunniksdij
kanunniksdijtje	=	kanunniksdij
kanunniksdijtjes	=	kanunniksdij
kaolien	noun	erts bestaande uit aluminium-fylosilicaat (kaoliniet): Al₂Si₂O₅(OH)₄
kaolo	adj	heel erg; fucking
kaom	=	chaam
kaon	noun	een subatomair deeltje, meer bepaald een hadron, nog meer bepaald een meson en zelf opgebouwd uit twee quarks, met een heeltallige spin [1] en daardoor ook een boson
kaonen	=	kaon
kaons	=	kaon
kaontje	=	kaon
kaontjes	=	kaon
kap	noun	bedekking ergens boven of overheen bijv. een lampenkap
kapara	noun	verzoening
kaparot	=	kapara
kapbeweging	noun	een specifieke passeer- of schijnbeweging in het voetbal.
kapbewegingen	=	kapbeweging
kapbeweginkje	=	kapbeweging
kapbeweginkjes	=	kapbeweging
kapblok	noun	hakblok
kapblokken	=	kapblok
kapbord	noun	plank waarop men groente of vlees kan snijden
kapborden	=	kapbord
kapconstructie	noun	de constructie van de kap (dak)
kapconstructies	=	kapconstructie
kapdoos	noun	en doos die alle benodigdheden voor het kappen (van haar) bevat
kapdoosje	=	kapdoos
kapdoosjes	=	kapdoos
kapdozen	=	kapdoos
kape	=	kapen
kapel	noun	klein kerkgebouw
kapelaan	noun	een priester van de katholieke kerk, werkzaam in een parochie
kapelaans	=	kapelaan
kapelaanschap	noun	de functie en waardigheid van het kapelaan zijn
kapelaanschapje	=	kapelaanschap
kapelaanschapjes	=	kapelaanschap
kapelaanschappen	=	kapelaanschap
kapelaantje	=	kapelaan
kapelaantjes	=	kapelaan
kapelanie	noun	een kapel waarin erediensten plaatsvinden en waaraan een priester verbonden is
kapelanieën	=	kapelanie
kapelanij	noun	instelling met een eigen vermogen dat gebruikt wordt om een kapel in stand te houden en daarin missen op te dragen, ook gebruikt als aanduiding voor de betreffende kapel
kapelanijen	=	kapelanij
kapelenia	noun	Elaenia cristata een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kapelenia's	=	kapelenia
kapeleniaatje	=	kapelenia
kapeleniaatjes	=	kapelenia
kapellen	=	kapel
kapelletje	=	kapel
kapelletjes	=	kapel
kapelmeester	noun	is iemand die de leiding heeft bij het uitvoeren van muziek
kapelmeesters	=	kapelmeester
kapelmeestertje	=	kapelmeester
kapelmeestertjes	=	kapelmeester
kapen	verb	het stelen van een voertuig (vrnl. schepen en vliegtuigen)
kapenaar	noun	bepaald soort vis, Argyrozona argyrozona uit de familie van zeebrasems Sparidae
kapenaars	=	kapenaar
kapenaartje	=	kapenaar
kapenaartjes	=	kapenaar
kapenaren	=	kapenaar
kapend	=	kapen
kapende	=	kapen
kaper	noun	vroegere zeerover die met een machtiging van de overheid werkte
kaperbrief	noun	een brief door de overheid of koning geschreven, waarmee een schip dat die brieven aan boord had het recht werd gegeven om schepen van vijandelijke mogendheden aan te vallen en leeg te roven
kaperbriefje	=	kaperbrief
kaperbriefjes	=	kaperbrief
kaperbrieven	=	kaperbrief
kaperij	noun	het gewelddadig overnemen van een voertuig waarbij de bemanning al of niet gegijzeld wordt
kaperijen	=	kaperij
kaperkapitein	noun	commandant van een kaperschip
kaperkapiteinen	=	kaperkapitein
kaperkapiteins	=	kaperkapitein
kapers	=	kaper
kapersbrief	=	kaperbrief
kaperscheepje	=	kaperschip
kaperscheepjes	=	kaperschip
kaperschepen	=	kaperschip
kaperschip	noun	schip dat de kaapvaart beoefende
kapersnest	noun	thuishaven van kapers (ook in figuurlijke zin)
kapersnesten	=	kapersnest
kapersschip	=	kaperschip
kapertje	=	kaper
kapertjes	=	kaper
kapgier	noun	Necrosyrtes monachus een gier van de Oude Wereld uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae) en het monotypische geslacht Necrosyrtes.
kapgieren	=	kapgier
kapgiertje	=	kapgier
kapgiertjes	=	kapgier
kaphamerhaai	noun	Sphyrna tiburo een vis uit de familie van de hamerhaaien (Sphyrnidae) en de orde van de roofhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in de Grote Oceaan en Atlantische Oceaan.
kaphamerhaaien	=	kaphamerhaai
kaphamerhaaitje	=	kaphamerhaai
kaphamerhaaitjes	=	kaphamerhaai
kaphooiwagens	noun	Trogulidae een familie uit de orde der hooiwagens (Opiliones).
kaphout	noun	onverwerkt hout, gevelde bomen
kaping	noun	het met geweld, of onder bedreiging met geweld, overnemen van iets (vaak een voertuig).
kapingen	=	kaping
kapinkje	=	kaping
kapinkjes	=	kaping
kapitaal	noun	groot bedrag	adj	van de hoogste rang, van de grootste soort
kapitaalaccumulatie	noun	toename van kapitaal door investeringen
kapitaalaccumulaties	=	kapitaalaccumulatie
kapitaalaccumulatietje	=	kapitaalaccumulatie
kapitaalaccumulatietjes	=	kapitaalaccumulatie
kapitaalband	noun	randje van gekleurd garen zoals dat als versiering bij gebonden boeken met harde kaft aan de boven- en onderkant van de rug te zien is
kapitaalbanden	=	kapitaalband
kapitaalbandje	=	kapitaalband
kapitaalbandjes	=	kapitaalband
kapitaalbases	=	kapitaalbasis
kapitaalbasis	noun	financiële middelen en activa die een onderneming of bank bezit; de financiële grondslag van een bedrijf
kapitaalbasissen	=	kapitaalbasis
kapitaalbehoefte	noun	het kapitaal dat een bedrijf nodig heeft om te kunnen starten of om de activiteiten door te zetten
kapitaalbehoeften	=	kapitaalbehoefte
kapitaalbehoeftes	=	kapitaalbehoefte
kapitaalbelasting	noun	belasting die werd geheven over het bijeenbrengen van een vermogen voor een bedrijf
kapitaalbelastingen	=	kapitaalbelasting
kapitaalbeweging	noun	de verplaatsing van vermogen (geld) tussen verschillende partijen, sectoren of landen.
kapitaalbewegingen	=	kapitaalbeweging
kapitaalbeweginkje	=	kapitaalbeweging
kapitaalbeweginkjes	=	kapitaalbeweging
kapitaaldekking	noun	een financieringsmethode waarbij premies of inleg worden gespaard en belegd om later uitkeringen te kunnen doen.
kapitaaldekkingen	=	kapitaaldekking
kapitaaldekkinkje	=	kapitaaldekking
kapitaaldekkinkjes	=	kapitaaldekking
kapitaalgoed	noun	een goed zoals een fabriek, machine, stuk gereedschap, grondstof of dienst waarmee andere goederen worden geproduceerd
kapitaalgoederen	noun	goederen (zoals fabrieken, machines, gereedschappen, grondstoffen en voorraden eindproduct) en diensten waarmee andere goederen worden geproduceerd
kapitaalgoederenindustrie	noun	die kapitaalgoederen produceert
kapitaalgoederenindustrieën	=	kapitaalgoederenindustrie
kapitaalgoedje	=	kapitaalgoed
kapitaalgoedjes	=	kapitaalgoed
kapitaalinjectie	noun	een bijdrage van een grote hoeveelheid geld
kapitaalinjecties	=	kapitaalinjectie
kapitaalintensief	adj	waarvoor veel kapitaal nodig is in verhouding tot het aantal arbeidskrachten
kapitaalintensiefs	=	kapitaalintensief
kapitaalintensiefst	=	kapitaalintensief
kapitaalintensiefste	=	kapitaalintensief
kapitaalintensieve	=	kapitaalintensief
kapitaalintensiever	=	kapitaalintensief
kapitaalintensievere	=	kapitaalintensief
kapitaalintensievers	=	kapitaalintensief
kapitaalkost	noun|obsolete	uitgaven die men doet voor het verkrijgen en onderhouden van kapitaalgoederen
kapitaalkosten	noun	uitgaven die men doet voor het verkrijgen en onderhouden van kapitaalgoederen
kapitaalkrachtig	adj	ruim voldoende financiële middelen hebbend
kapitaalkrachtige	=	kapitaalkrachtig
kapitaalkrachtiger	=	kapitaalkrachtig
kapitaalkrachtigere	=	kapitaalkrachtig
kapitaalkrachtigers	=	kapitaalkrachtig
kapitaalkrachtigs	=	kapitaalkrachtig
kapitaalkrachtigst	=	kapitaalkrachtig
kapitaalkrachtigste	=	kapitaalkrachtig
kapitaallast	noun	geld dat men moet betalen voor investeringen in kapitaalgoederen zoals machines, voertuigen en vastgoed Bestaan uit de toegerekende rentelasten over het geïnvesteerde geld en de waardevermindering (afschrijvingskosten) van het kapitaalgoed.
kapitaallasten	noun	geld dat men moet betalen voor investeringen in kapitaalgoederen zoals machines, voertuigen en vastgoed Bestaan uit de toegerekende rentelasten over het geïnvesteerde geld en de waardevermindering (afschrijvingskosten) van het kapitaalgoed.
kapitaalmarkt	noun	markt waarop vermogenstitels worden verhandeld met een onbepaalde looptijd, of met looptijden vanaf circa twee jaar
kapitaalmarkten	=	kapitaalmarkt
kapitaals	=	kapitaal
kapitaalsbases	=	kapitaalsbasis
kapitaalsbasis	noun	financiële middelen en activa die een onderneming of bank bezit
kapitaalsbasissen	=	kapitaalsbasis
kapitaalschaarste	noun	gebrek aan geld
kapitaalschaarsten	=	kapitaalschaarste
kapitaalschaarstes	=	kapitaalschaarste
kapitaalsgarantie	noun	(verzekering) een veilige belegging
kapitaalsgaranties	=	kapitaalsgarantie
kapitaalst	=	kapitaal
kapitaalste	=	kapitaal
kapitaalsuitbreiding	noun	het vergroten van het eigen vermogen van een onderneming, meestal door de uitgifte van nieuwe aandelen.
kapitaalsuitbreidingen	=	kapitaalsuitbreiding
kapitaalsuitbreidinkje	=	kapitaalsuitbreiding
kapitaalsuitbreidinkjes	=	kapitaalsuitbreiding
kapitaalsverhoging	noun	een proces waarbij een bedrijf nieuw kapitaal aantrekt door extra aandelen uit te geven of de nominale waarde van bestaande aandelen te verhogen.
kapitaalsverhogingen	=	kapitaalsverhoging
kapitaalsverhoginkje	=	kapitaalsverhoging
kapitaalsverhoginkjes	=	kapitaalsverhoging
kapitaalsvernietiging	noun	het laten verdwijnen van economische waarden
kapitaalsvernietigingen	=	kapitaalsvernietiging
kapitaalsvernietigingetje	=	kapitaalsvernietiging
kapitaalsvernietigingetjes	=	kapitaalsvernietiging
kapitaaltje	=	kapitaal
kapitaaltjes	=	kapitaal
kapitaaluitbreiding	noun	het vergroten van het eigen vermogen van een onderneming, meestal door de uitgifte van nieuwe aandelen.
kapitaaluitbreidingen	=	kapitaaluitbreiding
kapitaaluitbreidinkje	=	kapitaaluitbreiding
kapitaaluitbreidinkjes	=	kapitaaluitbreiding
kapitaalverhoging	noun	een proces waarbij een bedrijf nieuw kapitaal aantrekt door extra aandelen uit te geven of de nominale waarde van bestaande aandelen te verhogen.
kapitaalverhogingen	=	kapitaalverhoging
kapitaalverhoginkje	=	kapitaalverhoging
kapitaalverhoginkjes	=	kapitaalverhoging
kapitaalvernietiging	noun	het verloren gaan van de waarde van een kapitaal of van kapitaalgoederen
kapitaalvernietigingen	=	kapitaalvernietiging
kapitaalvernietigingetje	=	kapitaalvernietiging
kapitaalvernietigingetjes	=	kapitaalvernietiging
kapitaalvlucht	noun	het naar elders laten verdwijnen van geld om te voorkomen dat je er belasting over moet betalen of om het veilig te stellen bij economische onzekerheid
kapitaalvluchten	=	kapitaalvlucht
kapitale	=	kapitaal
kapitalen	=	kapitaal
kapitaler	=	kapitaal
kapitalere	=	kapitaal
kapitalers	=	kapitaal
kapitalisatie	noun	het kapitaliseren
kapitalisaties	=	kapitalisatie
kapitaliseer	=	kapitaliseren
kapitaliseerde	=	kapitaliseren
kapitaliseerden	=	kapitaliseren
kapitaliseert	=	kapitaliseren
kapitalisere	=	kapitaliseren
kapitaliseren	verb	bij het kapitaal voegen
kapitaliserend	=	kapitaliseren
kapitaliserende	=	kapitaliseren
kapitalisme	noun	maatschappelijk stelsel en de verschijnselen van de productiewijze gekenmerkt door het privébezit van de productiemiddelen en met nadruk op het individu, het winststreven, de kapitaalaccumulatie, het marktmechanisme en de ondernemingsgewijze productie
kapitalist	noun	persoon die fanatiek met geld bezig is
kapitalisten	=	kapitalist
kapitalistisch	adj	van de aard van, gekenmerkt door kapitalisme
kapitalistische	=	kapitalistisch
kapitalistischer	=	kapitalistisch
kapitalistischere	=	kapitalistisch
kapitalistischers	=	kapitalistisch
kapitalistje	=	kapitalist
kapitalistjes	=	kapitalist
kapiteel	noun	het bovenstuk van een zuil
kapiteeltje	=	kapiteel
kapiteeltjes	=	kapiteel
kapitein	noun	gezagvoerder van een schip [1], bijv. van een koopvaardijschip
kapitein-luitenant-ter-zee	noun	hoofdofficier bij de marine en de mariniers, één rang lager dan kapitein-ter-zee en gelijk aan luitenant-kolonel bij de landmacht en luchtmacht
kapitein-luitenants-ter-zee	=	kapitein-luitenant-ter-zee
kapiteinen	=	kapitein
kapiteins	=	kapitein
kapiteinschap	noun	het kapitein zijn; de functie van kapitein
kapiteinschappen	=	kapiteinschap
kapiteinshut	noun	de hut waar de kapitein van een schip slaapt en die meestal een directe verbinding met de brug heeft zodat de kapitein snel gewaarschuwd kan worden bij noodsituaties
kapiteinshutje	=	kapiteinshut
kapiteinshutjes	=	kapiteinshut
kapiteinshutten	=	kapiteinshut
kapiteintje	=	kapitein
kapiteintjes	=	kapitein
kapitelen	=	kapiteel
kapittel	noun	hoofdstuk (uit de Bijbel)
kapittelde	=	kapittelen
kapittelden	=	kapittelen
kapittele	=	kapittelen
kapittelen	verb	berispen, iemand de les leren
kapittelend	=	kapittelen
kapittelende	=	kapittelen
kapittelkerk	noun	een rooms-katholieke kerk die bediend wordt door een kapittel van kanunniken
kapittelkerken	=	kapittelkerk
kapittelkerkje	=	kapittelkerk
kapittelkerkjes	=	kapittelkerk
kapittels	=	kapittel
kapittelt	=	kapittelen
kapitteltje	=	kapittel
kapitteltjes	=	kapittel
kapittelzaal	noun	vertrek waar kloosterlingen samenkomen om te lezen en te discussiëren
kapittelzalen	=	kapittelzaal
kapjaar	noun	jaar waarin men hout moet hakken
kapjaren	=	kapjaar
kapje	noun	de eerste of laatste boterham van een brood
kapjes	=	kap
kapjesmorielje	noun	een eetbare sponsachtige zakjeszwam Mitrophora semilibera (syn.: Morchella semilibera) behorend tot de familie Morchellaceae.
kapjesmorieljes	=	kapjesmorielje
kapjesorchis	noun	Neottianthe cucullata een vaste plant uit de orchideeënfamilie (Orchidaceae).
kapjesorchisje	=	kapjesorchis
kapjesorchisjes	=	kapjesorchis
kapjesorchissen	=	kapjesorchis
kapjesspeldenkussentje	noun	Pertusaria pseudocorallina een korstmossoort uit het geslacht Pertusaria.
kapjesspeldenkussentjes	=	kapjesspeldenkussentje
kapjesvingermos	noun	een korstmossoort Physcia adscendens (syn.: Parmelia stellaris var. hispida) uit het geslacht vingermos (Physcia).
kapjesvingermosje	=	kapjesvingermos
kapjesvingermosjes	=	kapjesvingermos
kapjesvingermossen	=	kapjesvingermos
kapkar	noun	wagen met een stoffen overkapping
kapkarren	=	kapkar
kapkarretje	=	kapkar
kapkarretjes	=	kapkar
kaplaars	noun	laars met hoge schacht
kaplaarsje	=	kaplaars
kaplaarsjes	=	kaplaars
kaplaarzen	=	kaplaars
kapmantel	noun	een mantel met capuchon
kapmantels	=	kapmantel
kapmanteltje	=	kapmantel
kapmanteltjes	=	kapmantel
kapmeeuw	noun	bepaald soort zeevogel, Larus ridibundus, een soort meeuw met een gekleurde kop en een lachende roep
kapmeeuwen	=	kapmeeuw
kapmeeuwtje	=	kapmeeuw
kapmeeuwtjes	=	kapmeeuw
kapmes	noun	lang stevig mes waarmee men zich al kappend een weg kan banen in het oerwoud
kapmesje	=	kapmes
kapmesjes	=	kapmes
kapmessen	=	kapmes
kapoelasan	noun	Nephelium ramboutan-ake een plant uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae).
kapoelasans	=	kapoelasan
kapoen	noun	gesneden of gecastreerde haan
kapoenen	=	kapoen
kapoentje	=	kapoen
kapoentjes	=	kapoen
kapoere	adj	verloren, weg, dood
kapoeres	adj	verloren, weg, dood
kapoets	noun	hoofddeksel dat het gehele hoofd omvat
kapoetsen	=	kapoets
kapoetsensijs	noun	Spinus cucullatus een vogel uit de familie Fringillidae.
kapoetsensijsje	=	kapoetsensijs
kapoetsensijsjes	=	kapoetsensijs
kapoetsensijzen	=	kapoetsensijs
kapoeweri	noun	kreupelhout, boomaanwas op een plek die eerder gerooid is
kapoeweri's	=	kapoeweri
kapok	noun	zaadpluis van kapokboom dat werd gebruikt als vulmiddel voor kussens en matrassen
kapokbed	noun	met kapok gevulde beddenzak
kapokbedden	=	kapokbed
kapokbedje	=	kapokbed
kapokbedjes	=	kapokbed
kapokbomen	=	kapokboom
kapokboom	noun	Ceiba pentandra Oost-Indische boom die kapok oplevert
kapokboompje	=	kapokboom
kapokboompjes	=	kapokboom
kapokmatras	noun	matras gevuld met kapok
kapokmatrasje	=	kapokmatras
kapokmatrasjes	=	kapokmatras
kapokmatrassen	=	kapokmatras
kapore	noun	verzoening	adj	verloren, weg, dood
kapores	noun	verzoening, zoenoffer
kapot	adj	gebroken (van glas, porselein en dergelijke)	noun|obsolete	ruime mantel met een kap die het hoofd tegen regen beschermt
kapotbeet	=	kapotbijten
kapotbeten	=	kapotbijten
kapotbeuken	verb	iets vernielen door er hard op te slaan
kapotbeukend	=	kapotbeuken
kapotbeukende	=	kapotbeuken
kapotbezuinigd	=	kapotbezuinigen
kapotbezuinigen	verb	zo zuinig met geld (of iets anders) omgaan dat men uiteindelijk zichzelf schade berokkent
kapotbijt	=	kapotbijten
kapotbijte	=	kapotbijten
kapotbijten	verb	kapot breken door met de tanden en kiezen te bijten
kapotbijtend	=	kapotbijten
kapotbijtende	=	kapotbijten
kapotga	=	kapotgaan
kapotgaan	verb	beschadigd raken waardoor iets niet meer functioneert
kapotgaand	=	kapotgaan
kapotgaande	=	kapotgaan
kapotgaat	=	kapotgaan
kapotgebeten	=	kapotbijten
kapotgebeukt	=	kapotbeuken
kapotgebeukte	=	kapotbeuken
kapotgebombardeerd	adj	door een beschieting met bommen vernitigd
kapotgebombardeerde	=	kapotgebombardeerd
kapotgebombardeerds	=	kapotgebombardeerd
kapotgegaan	=	kapotgaan
kapotgegooid	=	kapotgooien
kapotgemaakt	adj	vernietigd of onklaar gemaakt
kapotgemaakte	=	kapotgemaakt
kapotgemaakts	=	kapotgemaakt
kapotgescheurd	=	kapotscheuren
kapotgeschoten	=	kapotschieten
kapotgeslagen	=	kapotslaan
kapotgesneden	=	kapotsnijden
kapotgevroren	=	kapotvriezen
kapotgewerkt	=	kapotwerken
kapotging	=	kapotgaan
kapotginge	=	kapotgaan
kapotgingen	=	kapotgaan
kapotgingt	=	kapotgaan
kapotgooi	=	kapotgooien
kapotgooide	=	kapotgooien
kapotgooiden	=	kapotgooien
kapotgooie	=	kapotgooien
kapotgooien	verb	door smijten iets stukmaken
kapotgooiend	=	kapotgooien
kapotgooiende	=	kapotgooien
kapotgooit	=	kapotgooien
kapothoedje	noun	dameshoed zonder rand met verhoogde voorrand en achterzijde geopend
kapothoedjes	=	kapothoedje
kapotjas	noun	overjas voor soldaten naar het model van de Franse capote
kapotjasje	=	kapotjas
kapotjasjes	=	kapotjas
kapotjassen	=	kapotjas
kapotje	=	kapot
kapotjes	=	kapot
kapotmaak	=	kapotmaken
kapotmaakt	=	kapotmaken
kapotmaakte	=	kapotmaken
kapotmaakten	=	kapotmaken
kapotmake	=	kapotmaken
kapotmaken	verb	zorgen dat iets beschadigd raakt waardoor iets niet meer functioneert (met opzet)
kapotmakend	=	kapotmaken
kapotmakende	=	kapotmaken
kapots	=	kapot
kapotscheur	=	kapotscheuren
kapotscheurde	=	kapotscheuren
kapotscheurden	=	kapotscheuren
kapotscheure	=	kapotscheuren
kapotscheuren	verb	door scheuren kapot maken
kapotscheurend	=	kapotscheuren
kapotscheurende	=	kapotscheuren
kapotscheurt	=	kapotscheuren
kapotschiet	=	kapotschieten
kapotschiete	=	kapotschieten
kapotschieten	verb	door kogels of bommen kapot gemaakt
kapotschietend	=	kapotschieten
kapotschietende	=	kapotschieten
kapotschoot	=	kapotschieten
kapotschoten	=	kapotschieten
kapotsla	=	kapotslaan
kapotslaan	verb	iets beschadigen door het met geweld te raken
kapotslaand	=	kapotslaan
kapotslaande	=	kapotslaan
kapotslaat	=	kapotslaan
kapotsloeg	=	kapotslaan
kapotsloege	=	kapotslaan
kapotsloegen	=	kapotslaan
kapotsloegt	=	kapotslaan
kapotsneden	=	kapotsnijden
kapotsneed	=	kapotsnijden
kapotsnijde	=	kapotsnijden
kapotsnijden	verb	door snijden stukmaken
kapotsnijdende	=	kapotsnijden
kapotst	=	kapot
kapotste	=	kapot
kapotte	=	kapot
kapotten	=	kapot
kapotter	=	kapot
kapottere	=	kapot
kapotters	=	kapot
kapotvries	=	kapotvriezen
kapotvriest	=	kapotvriezen
kapotvrieze	=	kapotvriezen
kapotvriezen	verb	door vorst beschadigd raken
kapotvriezend	=	kapotvriezen
kapotvriezende	=	kapotvriezen
kapotvroor	=	kapotvriezen
kapotvroren	=	kapotvriezen
kapotwerk	=	kapotwerken
kapotwerke	=	kapotwerken
kapotwerken	verb	zich erg inspannen tot uitputting volgt
kapotwerkend	=	kapotwerken
kapotwerkende	=	kapotwerken
kapotwerkt	=	kapotwerken
kapotwerkte	=	kapotwerken
kapotwerkten	=	kapotwerken
kappa	noun	de tiende letter van het Griekse alfabet
kappa's	=	kappa
kappaatje	=	kappa
kapparkiet	noun	Psephotellus dissimilis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
kapparkieten	=	kapparkiet
kapparkietje	=	kapparkiet
kapparkietjes	=	kapparkiet
kappavariant	noun	variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter kappa
kappavarianten	=	kappavariant
kappe	=	kappen
kappeling	noun	afgehakt stuk hout bij het kappen
kappelingen	=	kappeling
kappelingetje	=	kappeling
kappelingetjes	=	kappeling
kappen	verb	het hoofdhaar knippen en in model brengen
kappend	=	kappen
kappende	=	kappen
kapper	noun	iemand die beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt, haarkapper
kapperkolen	=	kapperkool
kapperkool	noun	Brassica oleracea savooiekool
kapperkooltje	=	kapperkool
kapperkooltjes	=	kapperkool
kappers	=	kapper
kappersaus	noun	saus van kappertjes
kappersausen	=	kappersaus
kappersausje	=	kappersaus
kappersausjes	=	kappersaus
kappersauzen	=	kappersaus
kappersblaadje	=	kappersblad
kappersblaadjes	=	kappersblad
kappersblad	noun	typisch soort tijdschrift wat men wachtend bij de kapper kan genieten
kappersbladen	=	kappersblad
kapperseczeem	noun	huidaandoening bij kappers die het gevolg is van contact met bepaalde chemische stoffen, met name permanentvloeistof
kapperseczemen	=	kapperseczeem
kapperskolen	=	kapperskool
kapperskool	noun	Brassica oleracea savooiekool
kapperskooltje	=	kapperskool
kapperskooltjes	=	kapperskool
kappersopleiding	noun	een beroepsopleiding die opleidt tot kapper of kapster, waarbij je leert knippen, kleuren, wassen, stylen en haarverzorgingsadvies geven.
kappersopleidingen	=	kappersopleiding
kappersopleidinkje	=	kappersopleiding
kappersopleidinkjes	=	kappersopleiding
kapperspaal	noun	een traditioneel, vaak rood-wit-blauw gestreept uithangbord dat de ingang van een barbershop markeert
kapperspaaltje	=	kapperspaal
kapperspaaltjes	=	kapperspaal
kapperspalen	=	kapperspaal
kappersscholen	=	kappersschool
kappersschool	noun	beroepsopleiding om het kappersvak te leren
kappersstoel	noun	stoel waarin de klant zit als hij wordt geknipt
kappersstoelen	=	kappersstoel
kappersstoeltje	=	kappersstoel
kappersstoeltjes	=	kappersstoel
kapperstruik	noun	Capparis spinosa een in Zuid-Europa voorkomende heester waarvan de ingelegde bloemknoppen worden gebruikt in o.m. kappertjessaus etc.
kapperstruiken	=	kapperstruik
kappersvakscholen	=	kappersvakschool
kappersvakschool	noun	vakschool voor de opleiding van kappers
kapperswinkel	noun	zaak waar een kapper de haren van zijn klanten verzorgt
kapperswinkels	=	kapperswinkel
kapperswinkeltje	=	kapperswinkel
kapperswinkeltjes	=	kapperswinkel
kapperszaak	noun	de onderneming waar het knippen en scheren plaatsvindt
kapperszaakconferentie	noun	vergadering zonder vrouwen
kapperszaakconferenties	=	kapperszaakconferentie
kapperszaakje	=	kapperszaak
kapperszaakjes	=	kapperszaak
kapperszaken	=	kapperszaak
kappertje	noun	alleen verkleinwoord klein groen bloemknopje van de kappertjesplant, Capparis spinosa, dat meestal op zuur bewaard wordt en dat als kruiderij gebruikt wordt
kappertjes	=	kapper
kappertjesplant	noun	Capparis spinosa een struikachtige plant uit de familie Capparaceae.
kappertjesplanten	=	kappertjesplant
kappertjesplantje	=	kappertjesplant
kappertjesplantjes	=	kappertjesplant
kappewerie	noun	kreupelhout, boomaanwas op een plek die eerder gerooid is
kappie	noun	zure room
kappitta	noun	Pitta sordida een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
kappitta's	=	kappitta
kappittaatje	=	kappitta
kappittaatjes	=	kappitta
kapplergordeldier	noun	Dasypus kappleri buideldier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
kapplergordeldieren	=	kapplergordeldier
kapplergordeldiertje	=	kapplergordeldier
kapplergordeldiertjes	=	kapplergordeldier
kapreiger	noun	Pilherodius pileatus een vogel uit de familie Ardeidae (Reigers).
kapreigers	=	kapreiger
kapreigertje	=	kapreiger
kapreigertjes	=	kapreiger
kaproen	noun	nauw om het hoofd sluitend hoofddeksel voor mannen
kaproenen	=	kaproen
kaproentje	=	kaproen
kaproentjes	=	kaproen
kapsalon	noun	gelegenheid waar mensen hun haren laten knippen en hun kapsels laten verzorgen
kapsalonnetje	=	kapsalon
kapsalonnetjes	=	kapsalon
kapsalons	=	kapsalon
kapseis	=	kapseizen
kapseisde	=	kapseizen
kapseisden	=	kapseizen
kapseist	=	kapseizen
kapseize	=	kapseizen
kapseizen	verb	ondersteboven komen liggen
kapseizend	=	kapseizen
kapseizende	=	kapseizen
kapsel	noun	de manier waarop het haar geknipt is
kapselde	=	kapselen
kapselen	verb	maken van een kapsel
kapselend	=	kapselen
kapselende	=	kapselen
kapsels	=	kapsel
kapseltje	=	kapsel
kapseltjes	=	kapsel
kapsijs	noun	Spinus magellanicus een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
kapsijsje	=	kapsijs
kapsijsjes	=	kapsijs
kapsijzen	=	kapsijs
kapsones	noun	drukte; in 'kapsones hebben': het hoog in de bol hebben, een overdreven hoge dunk van zichzelf.
kapsoneslijer	noun|informal	opschepper
kapsoneslijers	=	kapsoneslijer
kapspiegel	noun	een spiegel die men gebruikt om zichzelf te (laten) kappen en op te (laten) maken
kapspiegels	=	kapspiegel
kapspiegeltje	=	kapspiegel
kapspiegeltjes	=	kapspiegel
kapster	noun	vrouwelijke kapper
kapsters	=	kapster
kapstertje	=	kapster
kapstertjes	=	kapster
kapstok	noun	een meubelstuk bedoeld om jassen en hoeden aan op te hangen
kapstokhaak	noun	een functionele haak die wordt gebruikt voor het ophangen van kledingstukken zoals jassen en vesten, maar ook voor accessoires zoals tassen, hoeden en sjaals
kapstokhaakje	=	kapstokhaak
kapstokhaakjes	=	kapstokhaak
kapstokhaken	=	kapstokhaak
kapstokje	=	kapstok
kapstokjes	=	kapstok
kapstokken	=	kapstok
kapt	=	kappen
kaptafel	noun	een tafel met een spiegel erboven en met laatjes voor toiletbenodigdheden
kaptafels	=	kaptafel
kaptafeltje	=	kaptafel
kaptafeltjes	=	kaptafel
kaptangare	noun	Nemosia pileata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kaptangaren	=	kaptangare
kaptangaretje	=	kaptangare
kaptangaretjes	=	kaptangare
kapte	=	kappen
kaptein	noun|informal	kapitein
kapteins	=	kaptein
kapteintje	=	kaptein
kapteintjes	=	kaptein
kapten	=	kappen
kapucijn	noun	lid van een van de drie takken van de eerste orde van St.-Franciscus
kapucijnaap	noun	Cebinae lid van een onderfamilie van dagactieve breedneusapen vernoemd naar de kloosterorde van de kapucijnen
kapucijnaapje	=	kapucijnaap
kapucijnaapjes	=	kapucijnaap
kapucijnapen	noun	Cebinae een onderfamilie van dagactieve breedneusapen.
kapucijnen	=	kapucijn
kapucijner	noun	een erwt die bruin is na koken en dan ook veel lijkt op een bruine boon
kapucijnergors	noun	Arremon abeillei een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
kapucijnergorsje	=	kapucijnergors
kapucijnergorsjes	=	kapucijnergors
kapucijnergorzen	=	kapucijnergors
kapucijnerlijster	noun	Turdus olivater een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
kapucijnerlijsters	=	kapucijnerlijster
kapucijnerlijstertje	=	kapucijnerlijster
kapucijnerlijstertjes	=	kapucijnerlijster
kapucijners	=	kapucijner
kapucijnertje	=	kapucijner
kapucijnertjes	=	kapucijner
kapucijnkever	noun	Bostrichus capucinus een keversoort uit de familie boorkevers (Bostrichidae).
kapucijnkevers	=	kapucijnkever
kapucijnkevertje	=	kapucijnkever
kapucijnkevertjes	=	kapucijnkever
kapucijnluiaard	noun	Bradypus variegatus een zoogdier uit de familie van de drievingerige luiaards (Bradypodidae).
kapucijnluiaardje	=	kapucijnluiaard
kapucijnluiaardjes	=	kapucijnluiaard
kapucijnluiaards	=	kapucijnluiaard
kapucijntimalia	noun	Turdoides atripennis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
kapucijntimalia's	=	kapucijntimalia
kapucijntimaliaatje	=	kapucijntimalia
kapucijntimaliaatjes	=	kapucijntimalia
kapucijntje	=	kapucijn
kapucijntjes	=	kapucijn
kapverbod	noun	het verbod om bomen of bossen te vellen
kapverboden	=	kapverbod
kapvergunning	noun	officiële toestemming voor het vellen van een boom of bos
kapvergunningen	=	kapvergunning
kapwoning	noun	een woningtype waarbij twee huizen direct aan elkaar zijn gebouwd en één gezamenlijke scheidingsmuur en dakconstructie delen.
kapwoningen	=	kapwoning
kapwoninkje	=	kapwoning
kapwoninkjes	=	kapwoning
kapzaag	noun	zaag voor fijn timmerwerk (dwars op de draad)
kapzaagje	=	kapzaag
kapzaagjes	=	kapzaag
kapzagen	=	kapzaag
kar	noun	voertuig (oorspronkelijk met twee wielen)
karaak	=	kraak
karaat	noun	een eenheid voor het gewicht van een edelsteen ter grootte van 200 milligram
karaats	=	karaat
karabijn	noun	een geweer met ingekorte loop en soms ook ingekorte schoudersteun
karabijnen	=	karabijn
karabijnhaak	noun	een haak met een scharnierend deel dat de opening van iets geheel afsluit
karabijnhaken	=	karabijnhaak
karabijntje	=	karabijn
karabijntjes	=	karabijn
karabiner	noun	haak met een scharnierend of schroefbaar deel dat de opening van de haak geheel kan afsluiten, m.n. gebruikt als onderdeel van een sportuitrusting
karabiners	=	karabiner
karabinier	noun	ruiter bewapend met een geweer
karabiniers	=	karabinier
karaf	noun	tafelfles met wijde buik en smalle hals voor het schenken van wijn, water, likeur enz.
karaffen	=	karaf
karafje	=	karaf
karafjes	=	karaf
karakter	noun	aard, geaardheid, inborst, natuur, wezen
karakteracteur	noun	speler de persoonlijkheid van een rol heel geloofwaardig doet uitkomen Gebruikt in tegenstelling tot "steracteur" waarbij de aantrekkingskracht van de eigen persoonlijkheid overheerst.
karakteracteurs	=	karakteracteur
karakterbeschrijving	noun	de beschrijving van iemands karakter
karakterbeschrijvingen	=	karakterbeschrijving
karaktereigenschap	noun	een manier van doen die typerend is voor een bepaald persoon
karaktereigenschapje	=	karaktereigenschap
karaktereigenschapjes	=	karaktereigenschap
karaktereigenschappen	=	karaktereigenschap
karakterfout	noun	een eigenschap die door de waarnemer als foutief wordt beschouwd in het karakter van de beschouwde persoon
karakterfouten	=	karakterfout
karakterfoutje	=	karakterfout
karakterfoutjes	=	karakterfout
karakterieel	adj	het karakter betreffende
karakterieels	=	karakterieel
karakterieelst	=	karakterieel
karakterieelste	=	karakterieel
karakteriseer	=	karakteriseren
karakteriseerde	=	karakteriseren
karakteriseerden	=	karakteriseren
karakteriseeren	=	karakteriseren
karakteriseert	=	karakteriseren
karakterisere	=	karakteriseren
karakteriseren	verb	kenmerken
karakteriserend	=	karakteriseren
karakteriserende	=	karakteriseren
karakterisering	noun	schets van kenmerkende eigenschappen
karakteriseringen	=	karakterisering
karakteriserinkje	=	karakterisering
karakteriserinkjes	=	karakterisering
karakteristiek	noun	typerende eigenschap, waarmee iets of iemand zich onderscheidt van andere(n).	adj	kenmerkend, tekenend.
karakteristieke	=	karakteristiek
karakteristieken	=	karakteristiek
karakteristieker	=	karakteristiek
karakteristiekere	=	karakteristiek
karakteristiekers	=	karakteristiek
karakteristiekje	=	karakteristiek
karakteristiekjes	=	karakteristiek
karakteristieks	=	karakteristiek
karakteristiekst	=	karakteristiek
karakteristiekste	=	karakteristiek
karakteriële	=	karakterieel
karakteriëler	=	karakterieel
karakteriëlere	=	karakterieel
karakteriëlers	=	karakterieel
karakterloos	adj	zonder karakter
karakterloosheden	=	karakterloosheid
karakterloosheid	noun	het karakterloos zijn
karakterloost	=	karakterloos
karakterlooste	=	karakterloos
karakterloze	=	karakterloos
karakterlozer	=	karakterloos
karakterlozere	=	karakterloos
karakterlozers	=	karakterloos
karakterman	noun	mannelijk persoon die in staat is karakter te tonen
karaktermanneke	=	karakterman
karaktermannekes	=	karakterman
karaktermannen	=	karakterman
karaktermens	noun	iemand met een sterk karakter die daardoor vaak een grote invloed op zijn of haar omgeving uitoefent
karaktermensen	=	karaktermens
karaktermensje	=	karaktermens
karaktermensjes	=	karaktermens
karaktermoord	noun	het opzettelijk en ernstig aantasten van iemands goede naam
karaktermoorden	=	karaktermoord
karakterologen	=	karakteroloog
karakterologisch	adj	betrekking hebbend op eigenschappen van de persoonlijkheid
karakterologische	=	karakterologisch
karakterologischer	=	karakterologisch
karakterologischere	=	karakterologisch
karakterologischers	=	karakterologisch
karakteroloog	noun	iemand die blijvende kenmerken van de persoonlijkheid van mensen bestudeert
karakterprobleem	noun	een fout in het karakter van een persoon of organisatie
karakterprobleempje	=	karakterprobleem
karakterprobleempjes	=	karakterprobleem
karakterproblemen	=	karakterprobleem
karakterrol	noun	toneel- of filmrol waarbij de nadruk ligt op de uitbeelding van het karakter
karakterrollen	=	karakterrol
karakterrolletje	=	karakterrol
karakterrolletjes	=	karakterrol
karakters	=	karakter
karakterschets	noun	Typering, kenschets, karakterisering, beschrijving.
karakterschetsen	=	karakterschets
karakterschetsje	=	karakterschets
karakterschetsjes	=	karakterschets
karakterschildering	noun	schildering van het karakter en/of de kenmerkende eigenschappen van iets of iemand, karaktertekening
karakterschilderingen	=	karakterschildering
karakterschilderingetje	=	karakterschildering
karakterschilderingetjes	=	karakterschildering
karakterset	noun	verzameling van tekens die zijn ontworpen om samen met elkaar te worden gebruikt voor teksten in drukwerk of op schermen
karaktersets	=	karakterset
karakterspeler	noun	iemand die karakterrollen speelt
karakterspelers	=	karakterspeler
karakterspelertje	=	karakterspeler
karakterspelertjes	=	karakterspeler
karakterstuk	noun	toneelstuk waarin de nadruk ligt op karakterontwikkeling
karakterstukje	=	karakterstuk
karakterstukjes	=	karakterstuk
karakterstukken	=	karakterstuk
karaktertekening	noun	tekening van het karakter en/of de kenmerkende eigenschappen van iets of iemand
karaktertekeningen	=	karaktertekening
karaktertekeningetje	=	karaktertekening
karaktertekeningetjes	=	karaktertekening
karaktertje	=	karakter
karaktertjes	=	karakter
karaktertrek	noun	een kenmerkend deel van iemands persoonlijkheid
karaktertrekje	=	karaktertrek
karaktertrekjes	=	karaktertrek
karaktertrekken	=	karaktertrek
karaktervol	adj	met veel karakter
karaktervolle	=	karaktervol
karaktervoller	=	karaktervol
karaktervollere	=	karaktervol
karaktervollers	=	karaktervol
karaktervols	=	karaktervol
karaktervolst	=	karaktervol
karaktervolste	=	karaktervol
karaktervormend	adj	wat het karakter vormt
karaktervormende	=	karaktervormend
karaktervormender	=	karaktervormend
karaktervormendere	=	karaktervormend
karaktervormenders	=	karaktervormend
karaktervormends	=	karaktervormend
karaktervormendst	=	karaktervormend
karaktervormendste	=	karaktervormend
karaktervorming	noun	het ontwikkelen van duurzame karaktereigenschappen
karaktervormingen	=	karaktervorming
karakterzwakte	noun	een zwakke niet standvastige persoonlijkheid; het afwezig zijn van werklust en doorzettingsvermogen
karakterzwakten	=	karakterzwakte
karakterzwaktes	=	karakterzwakte
karamel	noun	gebrande suiker
karamelbrok	noun	hard stuk half verbrande suiker
karamelbrokje	=	karamelbrok
karamelbrokjes	=	karamelbrok
karamelbrokken	=	karamelbrok
karamelfrappuccino	noun	met ijs gekoelde cappuccino gemakt met extra karamelsmaak, vaak met slagroom erop
karamelfrappuccino's	=	karamelfrappuccino
karameliseren	=	karamelliseren
karamelkleurig	adj	met de oranje bruine kleur van karamel (gebrande suiker)
karamelkleurige	=	karamelkleurig
karamelkleuriger	=	karamelkleurig
karamelkleurigere	=	karamelkleurig
karamelkleurigers	=	karamelkleurig
karamelkleurigs	=	karamelkleurig
karamelkleurigst	=	karamelkleurig
karamelkleurigste	=	karamelkleurig
karamellen	=	karamel
karamellenvers	noun|humorous	slechte poëzie zonder kunstwaarde
karamellenversje	=	karamellenvers
karamellenversjes	=	karamellenvers
karamellenverzen	=	karamellenvers
karamelletje	=	karamel
karamelliseer	=	karamelliseren
karamelliseerde	=	karamelliseren
karamelliseerden	=	karamelliseren
karamelliseert	=	karamelliseren
karamellisere	=	karamelliseren
karamelliseren	verb	door verhitting, suiker omzetten tot karamel
karamelliserend	=	karamelliseren
karamelliserende	=	karamelliseren
karamelpudding	noun	een klassiek, zacht nagerecht bestaande uit een romige custard (gemaakt van melk, eieren en suiker) met een bovenliggende laag vloeibare karamel
karamelpuddingen	=	karamelpudding
karamelpuddinkje	=	karamelpudding
karamelpuddinkjes	=	karamelpudding
karamels	=	karamel
karamoja-apalis	noun	Apalis karamojae een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
karamoja-apalisje	=	karamoja-apalis
karamoja-apalisjes	=	karamoja-apalis
karamoja-apalissen	=	karamoja-apalis
karaoke	noun	vorm van vermaak, waarbij muziek wordt afgespeeld van een lied, en de amateur zanger in een microfoon de tekst (die op een televisiescherm te lezen is) live zingt
karaokeavond	noun	gezellige sociale activiteit waarbij mensen live zingen met behulp van een microfoon, begeleid door een instrumentale versie van een populair liedje
karaokeavonden	=	karaokeavond
karaokeavondje	=	karaokeavond
karaokeavondjes	=	karaokeavond
karaokebar	noun	een horecagelegenheid waar je kunt meezingen met liedjes waarvan de tekst op een beeldscherm zichtbaar is en de muziek wordt afgespeeld
karaokebars	=	karaokebar
karaoken	verb	meezingen van populaire liedjes waarbij men de muziek zonder zang hoort en de tekst op een beeldscherm verschijnt
karaokend	=	karaoken
karaokende	=	karaoken
karaook	=	karaoken
karaookt	=	karaoken
karaookte	=	karaoken
karaookten	=	karaoken
karate	noun	Japanse gevechtsport
karateka	noun	iemand die karate beoefent
karateka's	=	karateka
karaten	=	karaat
karateslag	noun	een klap met de handen tijdens een karategevecht
karateslagen	=	karateslag
karateslagje	=	karateslag
karateslagjes	=	karateslag
karavaan	noun	groep reizigers
karavaantje	=	karavaan
karavaantjes	=	karavaan
karavanen	=	karavaan
karavanserai	noun	historische overnachtingsplek langs een weg; overnachtingsplaats voor karavanen
karavanserais	=	karavanserai
karaïeten	noun	joodse groepering, vooral van de 8ste tot 12de eeuw, maar nog steeds bestaand, die zich alleen baseert op de schriftelijke leer, dat wil zeggen op de Tenach (OT), dus niet op de Talmoedische, rabbijnse traditie
karaïtisch	adj	van of betreffende de karaïeten
karaïtische	=	karaïtisch
karbats	noun|obsolete	leren zweep met handvat
karbatsen	=	karbats
karbeel	noun	stenen console
karbelen	=	karbeel
karbies	noun	platte gevlochten mand met twee oren, langwerpig-vierkant van vorm en van boven open
karbiesje	=	karbies
karbiesjes	=	karbies
karbiezen	=	karbies
karbolchampignon	noun	Agaricus xanthodermus een paddenstoel uit de familie Agaricaceae.
karbolchampignonnetje	=	karbolchampignon
karbolchampignonnetjes	=	karbolchampignon
karbolchampignons	=	karbolchampignon
karbonaadje	=	karbonade
karbonaadjes	=	karbonade
karbonade	noun	een stuk vlees van een varken, kalf of lam
karbonaden	=	karbonade
karbonades	=	karbonade
karbonadetje	=	karbonade
karbonadetjes	=	karbonade
karbonkel	noun	ernstige huidinfectie
karbonkelen	=	karbonkel
karbonkels	=	karbonkel
karbonkeltje	=	karbonkel
karbonkeltjes	=	karbonkel
karbouw	noun	bepaald soort zoogdier, Bubalus arnee bubalis, een tot de runderen behorend trekdier dat veel gebruikt wordt op rijstvelden
karbouwen	=	karbouw
kardamom	noun	bepaald soort plant waarvan de zaden en zaaddozen als specerij gebruikt worden, Elettaria cardamomum, verwant aan gember
kardamon	noun	bepaald soort plant waarvan de zaden en zaaddozen als specerij gebruikt worden, Elettaria cardamomum, verwant aan gember
karde	=	karren
kardeel	noun	touw dat gebruikt wordt om een vlag of wimpel op de gewenste hoogte te houden
kardeeltje	=	kardeel
kardeeltjes	=	kardeel
kardelen	=	kardeel
kardemom	noun	kruidachtige plant Elettaria cardamomum, groene kardemom, uit de gemberfamilie Zingiberaceae
kardemompoeder	noun	tot poeder vermalen zaden uit de zaaddozen van Elettaria cardamomum
kardemompoeders	=	kardemompoeder
kardemompoedertje	=	kardemompoeder
kardemompoedertjes	=	kardemompoeder
karden	=	karren
kardinaal	noun	hoge geestelijke in de hiërarchie van de Rooms-Katholieke Kerk, hij mag deelnemen aan de verkiezing van een nieuwe paus	adj	voornaamste
kardinaal-deken	noun	hoofd van het college van kardinalen
kardinaal-dekens	=	kardinaal-deken
kardinaal-dekentje	=	kardinaal-deken
kardinaal-dekentjes	=	kardinaal-deken
kardinaalachtigen	noun	Cardinalidae een familie uit de orde zangvogels
kardinaalbaarzen	noun	een familie Apogonidae van vissen die tot de orde van baarsachtigen (Perciformes) behoort
kardinaaldwerghoningeter	noun	Myzomela cardinalis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
kardinaaldwerghoningeters	=	kardinaaldwerghoningeter
kardinaaldwerghoningetertje	=	kardinaaldwerghoningeter
kardinaaldwerghoningetertjes	=	kardinaaldwerghoningeter
kardinaalgetal	noun	dit getal karakteriseert de 'grootte' van een oneindige verzameling
kardinaalgetallen	=	kardinaalgetal
kardinaalgetalletje	=	kardinaalgetal
kardinaalgetalletjes	=	kardinaalgetal
kardinaallori	noun	Pseudeos cardinalis een vogel uit de familie van de Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
kardinaallori's	=	kardinaallori
kardinaallorietje	=	kardinaallori
kardinaallorietjes	=	kardinaallori
kardinaalrode	=	kardinaalrood
kardinaalroden	=	kardinaalrood
kardinaalroder	=	kardinaalrood
kardinaalrodere	=	kardinaalrood
kardinaalroders	=	kardinaalrood
kardinaalrood	adj	rood als de toog van een kardinaal
kardinaalroods	=	kardinaalrood
kardinaalroodst	=	kardinaalrood
kardinaalroodste	=	kardinaalrood
kardinaals	=	kardinaal
kardinaalsbladroller	noun	Argyroploce arbutella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kardinaalsbladrollers	=	kardinaalsbladroller
kardinaalsbladrollertje	=	kardinaalsbladroller
kardinaalsbladrollertjes	=	kardinaalsbladroller
kardinaalshoed	noun	rode, breedgerande, aan weerszijden met vijftien rode kwasten versierde hoed, een van de tekenen van de kardinaalswaardigheid
kardinaalshoeden	=	kardinaalshoed
kardinaalsmantel	noun	dagvlinder uit de familie Nymphalidae
kardinaalsmantels	=	kardinaalsmantel
kardinaalsmanteltje	=	kardinaalsmantel
kardinaalsmanteltjes	=	kardinaalsmantel
kardinaalsmuts	noun	benaming voor heesters uit het geslacht Euonymus
kardinaalsmutsen	=	kardinaalsmuts
kardinaalsmutsfamilie	noun	een familie Celastraceae van tweezaadlobbige struiken, bomen en lianen
kardinaalsmutsfamilies	=	kardinaalsmutsfamilie
kardinaalsmutsfamilietje	=	kardinaalsmutsfamilie
kardinaalsmutsfamilietjes	=	kardinaalsmutsfamilie
kardinaalsmutsje	=	kardinaalsmuts
kardinaalsmutsjes	=	kardinaalsmuts
kardinaalsmutsmeeldauw	noun	een meeldauw Erysiphe euonymi die voorkomt op de kardinaalsmuts.
kardinaalsmutsmeeldauwtje	=	kardinaalsmutsmeeldauw
kardinaalsmutsmeeldauwtjes	=	kardinaalsmutsmeeldauw
kardinaalsmutsstippelmot	noun	Yponomeuta cagnagella een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae)
kardinaalsmutsstippelmotje	=	kardinaalsmutsstippelmot
kardinaalsmutsstippelmotjes	=	kardinaalsmutsstippelmot
kardinaalsmutsstippelmotten	=	kardinaalsmutsstippelmot
kardinaalspecht	noun	Dendropicos fuscescens een vogel uit de familie Picidae (spechten).
kardinaalspechten	=	kardinaalspecht
kardinaalspechtje	=	kardinaalspecht
kardinaalspechtjes	=	kardinaalspecht
kardinaalst	=	kardinaal
kardinaalste	=	kardinaal
kardinaalswinde	noun	Ipomoea quamoclit een plant uit de windefamilie (Convolvulaceae).
kardinaalswinden	=	kardinaalswinde
kardinaalswindes	=	kardinaalswinde
kardinaalswindetje	=	kardinaalswinde
kardinaalswindetjes	=	kardinaalswinde
kardinaalteken	noun	het teken #
kardinaaltekens	=	kardinaalteken
kardinaaltekentje	=	kardinaalteken
kardinaaltekentjes	=	kardinaalteken
kardinaaltetra	noun	bepaalde kleurrijke kleine vissoort uit Zuid-Amerika, Paracheirodon axelrodi, die veel in aquaria gehouden wordt
kardinaaltetra's	=	kardinaaltetra
kardinaaltetraatje	=	kardinaaltetra
kardinaaltetraatjes	=	kardinaaltetra
kardinaaltje	=	kardinaal
kardinaaltjes	=	kardinaal
kardinaalwever	noun	Quelea cardinalis een Afrikaanse wevervogel.
kardinaalwevers	=	kardinaalwever
kardinaalwevertje	=	kardinaalwever
kardinaalwevertjes	=	kardinaalwever
kardinale	=	kardinaal
kardinalen	noun	een geslacht Gubernatrix een monotypisch geslacht van vogels uit de familie tangaren (Thraupidae)
kardinaler	=	kardinaal
kardinalere	=	kardinaal
kardinalers	=	kardinaal
kardinaliteit	noun	een algemene vorm om aan te duiden hoeveel elementen een verzameling bevat
kardinaliteiten	=	kardinaliteit
kardoen	noun	distelachtige plant Cynara cardunculus met dikvlezige, gegroefde stengels
kardoenen	=	kardoen
kardoens	=	kardoen
kardoentje	=	kardoen
kardoes	noun	papieren huls voor buskruit
kardoesje	=	kardoes
kardoesjes	=	kardoes
kardoezen	=	kardoes
kareet	noun	straf van een voortijdige dood (door de hemel te voltrekken)
karekiet	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Acrocephalus van de familie Acrocephalidae
karekieten	=	karekiet
karekietje	=	karekiet
karekietjes	=	karekiet
karelischtalig	adj	de Karelische taal sprekend
karelischtalige	=	karelischtalig
karelischtaligs	=	karelischtalig
karen	=	kaar
karet	noun	rubber, elastiek
karetschildpad	noun	Eretmochelys imbricata een schildpad uit de familie van de zeeschildpadden (Cheloniidae).
karetschildpadden	=	karetschildpad
karetschildpadje	=	karetschildpad
karetschildpadjes	=	karetschildpad
karetten	=	karet
karhengst	noun	lomperd, botterik
karhengsten	=	karhengst
karhengstje	=	karhengst
karhengstjes	=	karhengst
kariatide	noun	vrouwenbeeld dat gebruikt wordt als pilaren of pilasters
kariatiden	=	kariatide
kariboe	noun	Rangifer tarandus een zoogdier uit de familie der hertachtigen (Cervidae) dat in het wild voorkomt in de taiga en toendra van Noord-Europa, het noorden van Azië en Noord-Amerika
kariboes	=	kariboe
karig	adj	zuinig, gierig, armoedig, gering
karige	=	karig
kariger	=	karig
karigere	=	karig
karigers	=	karig
karigheden	=	karigheid
karigheid	noun	een (te) kleine hoeveelheid geven
kariglijk	adj	met heel weinig middelen
kariglijke	=	kariglijk
kariglijker	=	kariglijk
kariglijkere	=	kariglijk
kariglijkers	=	kariglijk
kariglijks	=	kariglijk
kariglijkst	=	kariglijk
kariglijkste	=	kariglijk
karigs	=	karig
karigst	=	karig
karigste	=	karig
karikaturaal	adj	met op een grappige manier uitvergrote kenmerkende eigenschappen
karikaturaals	=	karikaturaal
karikaturaalst	=	karikaturaal
karikaturaalste	=	karikaturaal
karikaturale	=	karikaturaal
karikaturaler	=	karikaturaal
karikaturalere	=	karikaturaal
karikaturalers	=	karikaturaal
karikaturen	=	karikatuur
karikaturiseer	=	karikaturiseren
karikaturiseerde	=	karikaturiseren
karikaturiseerden	=	karikaturiseren
karikaturiseert	=	karikaturiseren
karikaturisere	=	karikaturiseren
karikaturiseren	verb	een karikatuur maken van
karikaturiserend	=	karikaturiseren
karikaturiserende	=	karikaturiseren
karikaturist	noun	tekenaar van spottende tekeningen
karikaturisten	=	karikaturist
karikatuur	noun	een humoristische voorstelling van een persoon of zaak, waarbij de meest kenmerkende trekken sterk overdreven worden
karikatuurtje	=	karikatuur
karikatuurtjes	=	karikatuur
karimuidwergnachtzwaluw	noun	Aegotheles terborghi een vogel uit de familie dwergnachtzwaluwen (Aegothelidae).
karimuidwergnachtzwaluwen	=	karimuidwergnachtzwaluw
karimuidwergnachtzwaluwtje	=	karimuidwergnachtzwaluw
karimuidwergnachtzwaluwtjes	=	karimuidwergnachtzwaluw
karinthisch	adj	betreffende Karinthië (Kärnten), de zuidelijkste deelstaat van Oostenrijk
karinthische	=	karinthisch
karinthischer	=	karinthisch
karinthischere	=	karinthisch
karinthischers	=	karinthisch
karkant	noun	type sieraad
karkanten	=	karkant
karkantje	=	karkant
karkantjes	=	karkant
karkas	noun	het skelet dat overblijft als het lichaam van een dood dier verder geheel is vergaan (ook wel in figuurlijke zin voor niet organische zaken zoals gebouwen)
karkasje	=	karkas
karkasjes	=	karkas
karkassen	=	karkas
karkiet	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Acrocephalus
karkieten	=	karkiet
karkietje	=	karkiet
karkietjes	=	karkiet
karkó	noun	Strombus gigas roze vleugelhoorn
karkós	=	karkó
karkóvangst	noun	het vangen van karkó
karkóvangsten	=	karkóvangst
karma	noun	de leer van oorzaak en gevolg, waarbij je al je acties en reacties weer bij jezelf terugkomen
karma's	=	karma
karmeliet	noun	bedelmonnik van de orde onzer lieve-vrouwe van den Berg Karmel
karmelieten	=	karmeliet
karmelietenklooster	noun	klooster waarin kloosterlingen van de orde van de karmelieten wonen
karmelietenkloosters	=	karmelietenklooster
karmelieter	adj	met betrekking tot de bedelorde der karmelieten gesticht in Palestina in de XIII-e eeuw
karmelietes	noun	kloosterlinge die de regel van de karmelieten volgt (het belijden van collectieve armoede)
karmelietessen	=	karmelietes
karmeliethoningzuiger	noun	Chalcomitra fuliginosa een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
karmeliethoningzuigers	=	karmeliethoningzuiger
karmeliethoningzuigertje	=	karmeliethoningzuiger
karmeliethoningzuigertjes	=	karmeliethoningzuiger
karmijn	noun	een rode kleurstof die wordt gewonnen uit een soort schildluis, de Cochenilleluis, Dactylopius coccus Costa met E-nummer E120
karmijnen	=	karmijn
karmijnkeelbaardvogel	noun	Psilopogon malabaricus een vogel uit de familie Megalaimidae (Aziatische baardvogels).
karmijnkeelbaardvogels	=	karmijnkeelbaardvogel
karmijnkeelbaardvogeltje	=	karmijnkeelbaardvogel
karmijnkeelbaardvogeltjes	=	karmijnkeelbaardvogel
karmijnrode	=	karmijnrood
karmijnroden	=	karmijnrood
karmijnroder	=	karmijnrood
karmijnrodere	=	karmijnrood
karmijnroders	=	karmijnrood
karmijnrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3002 ( ); de rode kleur van karmijn.	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3002 ( ).
karmijnroods	=	karmijnrood
karmijnroodst	=	karmijnrood
karmijnroodste	=	karmijnrood
karmijnvliegenvanger	noun	Petroica pusilla een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
karmijnvliegenvangers	=	karmijnvliegenvanger
karmijnvliegenvangertje	=	karmijnvliegenvanger
karmijnvliegenvangertjes	=	karmijnvliegenvanger
karmisch	adj	met betrekking tot het karma
karmische	=	karmisch
karmischer	=	karmisch
karmischere	=	karmisch
karmischers	=	karmisch
karmosijn	=	karmozijn
karmosyn	=	karmozijn
karmozijn	noun	purperverf
karmozijnastrild	noun	Pyrenestes sanguineus een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
karmozijnastrilden	=	karmozijnastrild
karmozijnastrildje	=	karmozijnastrild
karmozijnastrildjes	=	karmozijnastrild
karmozijnbesfamilie	noun	een familie Phytolaccaceae van kruiden, bomen en heesters.
karmozijnbesfamilies	=	karmozijnbesfamilie
karmozijnbesfamilietje	=	karmozijnbesfamilie
karmozijnbesfamilietjes	=	karmozijnbesfamilie
karmozijnbuikparkiet	noun	Pyrrhura perlata een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
karmozijnbuikparkieten	=	karmozijnbuikparkiet
karmozijnbuikparkietje	=	karmozijnbuikparkiet
karmozijnbuikparkietjes	=	karmozijnbuikparkiet
karmozijndwerghoningeter	noun	Myzomela chermesina een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
karmozijndwerghoningeters	=	karmozijndwerghoningeter
karmozijndwerghoningetertje	=	karmozijndwerghoningeter
karmozijndwerghoningetertjes	=	karmozijndwerghoningeter
karmozijnen	adj	een bepaalde kleur purperrood bevattend
karmozijnens	=	karmozijnen
karmozijnkoptangare	noun	Piranga rubriceps een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
karmozijnkoptangaren	=	karmozijnkoptangare
karmozijnkoptangaretje	=	karmozijnkoptangare
karmozijnkoptangaretjes	=	karmozijnkoptangare
karmozijnrode	=	karmozijnrood
karmozijnroden	=	karmozijnrood
karmozijnroder	=	karmozijnrood
karmozijnrodere	=	karmozijnrood
karmozijnroders	=	karmozijnrood
karmozijnrood	noun	de rode kleur van karmijn	adj	rood als karmozijn
karmozijnroods	=	karmozijnrood
karmozijnroodst	=	karmozijnrood
karmozijnroodste	=	karmozijnrood
karmozijnvruchtenkraai	noun	Haematoderus militaris een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
karmozijnvruchtenkraaien	=	karmozijnvruchtenkraai
karmozijnvruchtenkraaitje	=	karmozijnvruchtenkraai
karmozijnvruchtenkraaitjes	=	karmozijnvruchtenkraai
karmozyn	=	karmozijn
karn	noun	een vat met een stamper bedoeld om er room tot boter in te karnen
karnde	=	karnen
karnden	=	karnen
karne	=	karnen
karnemelk	noun	gefermenteerde melk (vroeger: melkproduct dat overblijft na het karnen van de melk)
karnemelken	=	karnemelk
karnemelks	adj	met karnemelk vervaardigd
karnemelkse	=	karnemelks
karnen	verb	melk langdurig mechanisch bewerken, wat het melkvet tot karnemelk of boter doet samenklonteren
karnend	=	karnen
karnende	=	karnen
karnstoel	noun	onderstel van een bepaald type vat waarin uit melk boter kan worden gemaakt
karnstoelen	=	karnstoel
karnt	=	karnen
karntje	=	karn
karntjes	=	karn
karnton	noun	vat voor het karnen van room tot boter
karntonnen	=	karnton
karntonnetje	=	karnton
karntonnetjes	=	karnton
karolingisch	adj	van, betreffende de Karolingers, een Frankische koningsdynastie (achtste eeuw tot en met de tiende eeuw)
karolingische	=	karolingisch
karolingischer	=	karolingisch
karolingischere	=	karolingisch
karolingischers	=	karolingisch
karonje	noun	vrouw die zich gemeen of walgelijk gedraagt (soms ook gebruikt voor mannen)
karonjes	=	karonje
karoo-eremomela	noun	Eremomela gregalis een vogel uit een geslacht van zangvogels uit de familie Cisticolidae.
karoo-eremomela's	=	karoo-eremomela
karoo-eremomelaatje	=	karoo-eremomela
karoo-eremomelaatjes	=	karoo-eremomela
karoolangsnavelleeuwerik	noun	Certhilauda subcoronata een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
karoolangsnavelleeuweriken	=	karoolangsnavelleeuwerik
karoolangsnavelleeuwerikje	=	karoolangsnavelleeuwerik
karoolangsnavelleeuwerikjes	=	karoolangsnavelleeuwerik
karooleeuwerik	noun	Calendulauda albescens een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
karooleeuweriken	=	karooleeuwerik
karooleeuwerikje	=	karooleeuwerik
karooleeuwerikjes	=	karooleeuwerik
karoolijster	noun	Turdus smithi een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
karoolijsters	=	karoolijster
karoolijstertje	=	karoolijster
karoolijstertjes	=	karoolijster
karooprinia	noun	Prinia maculosa een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
karooprinia's	=	karooprinia
karoopriniaatje	=	karooprinia
karoopriniaatjes	=	karooprinia
karoospekvreter	noun	Emarginata schlegelii een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
karoospekvreters	=	karoospekvreter
karoospekvretertje	=	karoospekvreter
karoospekvretertjes	=	karoospekvreter
karoot	=	kroot
karoowaaierstaart	noun	Cercotrichas coryphoeus een vogelsoort uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
karoowaaierstaarten	=	karoowaaierstaart
karoowaaierstaartje	=	karoowaaierstaart
karoowaaierstaartjes	=	karoowaaierstaart
karopibrilvogel	noun	Tephrozosterops stalkeri een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
karopibrilvogels	=	karopibrilvogel
karopibrilvogeltje	=	karopibrilvogel
karopibrilvogeltjes	=	karopibrilvogel
karos	noun	bijnaam voor auto
karosje	=	karos
karosjes	=	karos
karossen	=	karos
karot	noun	rol tabaksblad voor het maken van snuiftabak
karote	=	kroot
karotje	=	karot
karotjes	=	karot
karotten	=	karot
karottentrekker	noun	iemand die aandacht of steun probeert te krijgen door overdreven gedrag
karottentrekkers	=	karottentrekker
karp	=	karper
karpas	noun	speciale groente bij de sedermaaltijd, vaak peterselie, selderie of radijs
karpat	noun	teek
karpatenbergerebia	noun	Erebia sudetica een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
karpatenbergerebia's	=	karpatenbergerebia
karpatenbergerebiaatje	=	karpatenbergerebia
karpatenbergerebiaatjes	=	karpatenbergerebia
karpatengems	noun	Rupicapra carpatica De karpatengems (Rupicapra carpatica of Rupicapra rupicapra carpatica) is een soort uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
karpatengemsje	=	karpatengems
karpatengemsjes	=	karpatengems
karpatengemzen	=	karpatengems
karpatenklokje	noun	bepaald soort plant, Campanula carpatica uit de klokjesfamilie
karpatenklokjes	=	karpatenklokje
karpatenkop	noun	man die op een botte manier vasthoudt aan ondoordachte opvattingen
karpatenkoppen	=	karpatenkop
karpatenlynx	noun	een ondersoort Lynx lynx carpathicus van de Euraziatische lynx (Lynx lynx), die voorkomt in het Karpatenbekken van Roemenië, Noord-Italië, Slowakije, Hongarije, Oekraïne en Bulgarije
karpatenlynxen	=	karpatenlynx
karpatenlynxje	=	karpatenlynx
karpatenlynxjes	=	karpatenlynx
karpatensalamander	noun	Lissotriton montandoni een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
karpatensalamanders	=	karpatensalamander
karpatensalamandertje	=	karpatensalamander
karpatensalamandertjes	=	karpatensalamander
karpathenklokje	=	karpatenklokje
karpathosheivlinder	noun	Hipparchia christenseni een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
karpathosheivlinders	=	karpathosheivlinder
karpathosheivlindertje	=	karpathosheivlinder
karpathosheivlindertjes	=	karpathosheivlinder
karpathoslandsalamander	noun	Lyciasalamandra helverseni een salamander uit de familie van de echte salamanders (Salamandridae) die op drie Griekse eilanden voorkomt
karpathoslandsalamanders	=	karpathoslandsalamander
karpathoslandsalamandertje	=	karpathoslandsalamander
karpathoslandsalamandertjes	=	karpathoslandsalamander
karpatisch	adj	betreffende de Karpaten, een groot hooggebergte in Midden- en Oost-Europa
karpatische	=	karpatisch
karpatischer	=	karpatisch
karpatischere	=	karpatisch
karpatischers	=	karpatisch
karpatten	=	karpat
karpattenziekte	noun	een door teken overgebrachte infectieziekte die vooral honden treft en in veel mindere mate ook mensen en katten
karpattenziekten	=	karpattenziekte
karpattenziektes	=	karpattenziekte
karpel	=	karper
karper	noun	bepaald soort grote zoetwatervis met een hoge rug, die van oorsprong uit Azië komt, Cyprinus carpio
karperachtigen	noun	een orde Cypriniformes van de straalvinnigen.
karperluis	noun	Argulus foliaceus een parasitaire kreeftachtige die wordt aangetroffen op zoetwatervissen.
karperluisje	=	karperluis
karperluisjes	=	karperluis
karperluizen	=	karperluis
karpers	=	karper
karpertje	=	karper
karpertjes	=	karper
karperzalmachtigen	noun	een orde Characiformes van straalvinnige vissen.
karperzalmen	noun	een familie Characidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
karpet	noun	vloerkleed dat deel van de vloer bedekt
karpetje	=	karpet
karpetjes	=	karpet
karpetten	=	karpet
karrad	noun	wagenwiel, karrenwiel
karraderen	=	karrad
karradje	=	karrad
karradjes	=	karrad
karre	=	karren
karren	verb	met een voertuig rijden	noun	smalle gleuven in rotsen die ontstaan door regen- of smeltwater dat langdurig stroomt over kalksteen, steenzout of andere gesteenten die kunnen oplossen in water
karrend	=	karren
karrende	=	karren
karrenspoor	noun	een (onverharde)weg met 2 sporen zodat er voor ieder wiel een apart spoor is
karrenspoortje	=	karrenspoor
karrensporen	=	karrenspoor
karrenvracht	noun	een lading ter grootte van die van een volbeladen kar
karrenvrachten	=	karrenvracht
karrenvrachtje	=	karrenvracht
karrenvrachtjes	=	karrenvracht
karrenwiel	noun	het (houten) wiel van een voertuig met twee wielen
karrenwielen	=	karrenwiel
karrenwieltje	=	karrenwiel
karrenwieltjes	=	karrenwiel
karrespoor	=	karrenspoor
karretje	=	kar
karretjes	=	kar
karspel	=	kerspel
karst	noun	de verzameling verschijnselen die samenhangen met de oplosbaarheid van kalksteen onder invloed van koolzuur in de atmosfeer
karstboszanger	noun	Phylloscopus calciatilis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
karstboszangers	=	karstboszanger
karstboszangertje	=	karstboszanger
karstboszangertjes	=	karstboszanger
karsten	=	karst
karsthagedis	noun	Podarcis melisellensis een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
karsthagedisje	=	karsthagedis
karsthagedisjes	=	karsthagedis
karsthagedissen	=	karsthagedis
kart	noun	klein vierwielig eenzitsvoertuig zonder carrosserie gemaakt voor gebruik op een racebaan
karte	=	karten
karteer	=	karteren
karteerde	=	karteren
karteerden	=	karteren
karteert	=	karteren
kartel	noun	verbond van producenten, bedoeld om de markt te beheersen
kartelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een kartel
kartelachtige	=	kartelachtig
kartelachtiger	=	kartelachtig
kartelachtigere	=	kartelachtig
kartelachtigers	=	kartelachtig
kartelachtigs	=	kartelachtig
kartelachtigst	=	kartelachtig
kartelachtigste	=	kartelachtig
kartelblaadje	=	kartelblad
kartelblaadjes	=	kartelblad
kartelblad	noun	een geslacht Pedicularis van kruidachtige planten uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae)
kartelbladbladroller	noun	Gynnidomorpha minimana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kartelbladbladrollers	=	kartelbladbladroller
kartelbladbladrollertje	=	kartelbladbladroller
kartelbladbladrollertjes	=	kartelbladbladroller
kartelbladen	=	kartelblad
kartelbladeren	=	kartelblad
kartelblaren	=	kartelblad
karteldarm	noun	het gedeelte van de dikke darm zonder de blindedarm
karteldarmen	=	karteldarm
karteldarmpje	=	karteldarm
karteldarmpjes	=	karteldarm
kartelde	=	kartelen
karteldemocratie	noun	democratie waarin politieke partijen ondanks politieke tegenstellingen langdurig samenwerken om de macht te behouden en andere politieke partijen van de regering buiten te sluiten
karteldemocratietje	=	karteldemocratie
karteldemocratietjes	=	karteldemocratie
karteldemocratieën	=	karteldemocratie
kartelden	=	kartelen
kartele	=	kartelen
kartelen	verb	kartels krijgen
kartelend	=	kartelen
kartelende	=	kartelen
kartelhalskortschildkever	noun	Anotylus rugosus een keversoort uit de familie van de kortschildkevers (Staphylinidae)
kartelhalskortschildkevers	=	kartelhalskortschildkever
kartelhalskortschildkevertje	=	kartelhalskortschildkever
kartelhalskortschildkevertjes	=	kartelhalskortschildkever
kartelig	adj	ruw met scherpe punten
kartelige	=	kartelig
karteliger	=	kartelig
karteligere	=	kartelig
karteligers	=	kartelig
karteligs	=	kartelig
karteligst	=	kartelig
karteligste	=	kartelig
kartelletje	=	kartel
kartelletjes	=	kartel
kartelmes	noun	een mes waarvan de scherpe kant gegolfd is
kartelmesje	=	kartelmes
kartelmesjes	=	kartelmes
kartelmessen	=	kartelmes
kartelpolitie	noun	instelling die controleert of er geen sprake is van het ontstaan van een groep bedrijven die samen de markt beheersen en zo de prijzen onnodig hoog kunnen houden
kartelrand	noun	een onregelmatige rand met kartels
kartelranden	=	kartelrand
kartelrandje	=	kartelrand
kartelrandjes	=	kartelrand
kartels	=	kartel
kartelschaar	noun	werktuig om te knippen met snijranden die van hoekige tanden zijn voorzien
kartelschaartje	=	kartelschaar
kartelschaartjes	=	kartelschaar
kartelscharen	=	kartelschaar
kartelt	=	kartelen
karteltje	=	kartel
karteltjes	=	kartel
kartelverbod	noun	een wettelijk verbod (o.a. in de Mededingingswet en artikel 101 VWEU) op afspraken tussen bedrijven die de onderlinge concurrentie beperken of vervalsen, zoals prijsafspraken, marktverdeling of het uitwisselen van concurrentiegevoelige informatie.
kartelverboden	=	kartelverbod
kartelverbodje	=	kartelverbod
kartelverbodjes	=	kartelverbod
kartelvorming	noun	vorming van een kartel (verbond)
kartelvormingen	=	kartelvorming
kartelwaakhond	noun	instelling die controleert of er geen sprake is van het ontstaan van een groep bedrijven die samen de markt beheersen en zo de prijzen onnodig hoog kunnen houden
kartelwaakhonden	=	kartelwaakhond
kartelzaak	noun	strafzaak betreffende illegale afspraken tussen bedrijven om bijvoorbeeld prijzen af te spreken of een markt te verdelen, wat nadelig is voor consumenten
kartelzaakje	=	kartelzaak
kartelzaakjes	=	kartelzaak
kartelzaken	=	kartelzaak
karten	verb	racen met karts
kartend	=	karten
kartende	=	karten
kartere	=	karteren
karteren	verb	een kaart maken van (een bepaald gebied)
karterend	=	karteren
karterende	=	karteren
kartering	noun	het karteren
karteringen	=	kartering
kartets	noun	bus met kogels die men met een houwitser of een kanon wegschiet
kartetsen	=	kartets
kartetsvuur	noun	beschieting met patronen waarin veel schroot is verwerkt
karthalabrilvogel	noun	Zosterops mouroniensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
karthalabrilvogels	=	karthalabrilvogel
karthalabrilvogeltje	=	karthalabrilvogel
karthalabrilvogeltjes	=	karthalabrilvogel
karting	noun	een autosportvariant waarbij men het tegen elkaar opneemt in kleine, vierwielige, speciaal voor dit doel gemaakte eenzitsvoertuigen zonder carrosserie, de zogenaamde karts
kartje	=	kart
kartjes	=	kart
karton	noun	dik, uit enige lagen bestaand bordpapier
kartonfabriek	noun	een bedrijf waar karton wordt gemaakt
kartonfabrieken	=	kartonfabriek
kartonfabriekje	=	kartonfabriek
kartonfabriekjes	=	kartonfabriek
kartonmeniezwammetje	noun	een schimmel Nectria funicola (syn.: Nectriella funicola) behorend tot de familie Nectriaceae.
kartonmeniezwammetjes	=	kartonmeniezwammetje
kartonnage	noun	het maken van kartonwerk
kartonnages	=	kartonnage
kartonneer	=	kartonneren
kartonneerde	=	kartonneren
kartonneerden	=	kartonneren
kartonneeren	=	kartonneren
kartonneert	=	kartonneren
kartonnen	noun	zelfstandig gebruik van het bijvoeglijk naamwoord: uit karton vervaardigde	adj	van karton gemaakt
kartonnere	=	kartonneren
kartonneren	verb	een boek voorzien van een kartonnen band
kartonnerend	=	kartonneren
kartonnerende	=	kartonneren
kartonnetje	=	karton
kartonnetjes	=	karton
kartonpapier	noun	een stevig, dit soort papier dat lijkt op karton
kartons	=	karton
kartouw	noun	een 16e/17e-eeuws gietijzeren of bronzen kanon met een relatief korte loop
kartouwen	=	kartouw
kartouwtje	=	kartouw
karts	=	kart
kartte	=	karten
kartten	=	karten
kartuizer	noun	kloosterling van de strenge contemplatieve orde van Sint-Bruno	adj	van de kartuizers
kartuizerin	noun	kloosterlinge die behoort tot de strenge contemplatieve orde van Sint-Bruno
kartuizerinnen	=	kartuizer
kartuizers	=	kartuizer
karveel	noun	gladboordig gebouwd (relatief) snel zeilschip uit Spanje en Portugal
karveelbouw	noun	gladde constructie van scheepshuiden, waarbij de kant van de ene plank tegen die van de andere aanstuit met als nadeel dat er een naad ontstaat
karveels	=	karveel
karveeltje	=	karveel
karveeltjes	=	karveel
karvelen	=	karveel
karviel	noun	zwaar hijsblok
karvielblok	noun	zwaar hijsblok op schepen
karvielblokje	=	karvielblok
karvielblokjes	=	karvielblok
karvielblokken	=	karvielblok
karvielen	=	karviel
karvieltje	=	karviel
karvieltjes	=	karviel
karwats	noun	slagwerktuig van zwiepend materiaal
karwatsen	=	karwats
karwatsje	=	karwats
karwatsjes	=	karwats
karwei	noun	een klus of hoeveelheid werk die gedaan of afgerond moet worden
karweien	=	karwei
karweitje	=	karwei
karweitjes	=	karwei
karwij	noun	plant Carum carvi uit de schermbloemenfamilie Apiaceae
karwijen	=	karwij
karwijmot	noun	Depressaria daucella een vlinder uit de familie der sikkelmotten (Depressariidae).
karwijmotje	=	karwijmot
karwijmotjes	=	karwijmot
karwijmotten	=	karwijmot
karwijplatlijfje	noun	bepaald soort vlinder, Depressaria daucella uit de familie der grasmineermotten (Elachistidae) De wetenschappelijke naam werd in 1775 gepubliceerd door Michael Denis en Ignaz Schiffermüller.
karwijplatlijfjes	=	karwijplatlijfje
karwijselie	noun	Selinum carvifolia een tweejarige plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae).
karwijtje	=	karwij
karwijtjes	=	karwij
karwijvarkenskervel	noun	Dichoropetalum carvifolia een vaste plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
karwijvarkenskervels	=	karwijvarkenskervel
karwijzaad	noun	gedroogde (gemalen) aromatische zaad van Carum carvi, dat sterker, scherper en minder bitter van smaak is dan komijnzaad
karwijzaadgalmug	noun	Lasioptera carophila een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
karwijzaadgalmuggen	=	karwijzaadgalmug
karwijzaadgalmugje	=	karwijzaadgalmug
karwijzaadgalmugjes	=	karwijzaadgalmug
karwijzaadje	=	karwijzaad
karwijzaadjes	=	karwijzaad
karwijzaden	=	karwijzaad
karyatide	=	kariatide
karyolyse	noun	het oplossen van een celkern
karyolysetje	=	karyolyse
karyolysetjes	=	karyolyse
kas	noun	een doorzichtige en meest glazen constructie die het cultiveren mogelijk maakt van planten die een ander klimaat vergen dan buiten heerst
kasadministratie	noun	boekhouding van contant ontvangen gelden
kasadministraties	=	kasadministratie
kasba	noun	het verdedigbare deel (citadel) van de medina (stadswijk in steden in Noord-Afrika)
kasba's	=	kasba
kasbasis	noun	boekhoudkundig principe waarbij uitgaven en inkomsten worden geregistreerd op het moment van de daadwerkelijke betaling of ontvangst van geld, in plaats van de factuurdatum
kasbloem	noun	in een kas gekweekte of gehouden bloem of bloemdragende plant
kasbloemen	=	kasbloem
kasbloemetje	=	kasbloem
kasbloemetjes	=	kasbloem
kasboek	noun	een schriftelijke notatie van alle inkomsten en uitgaven die bij een geldkas hoort
kasboeken	=	kasboek
kasboekje	=	kasboek
kasboekjes	=	kasboek
kasbon	noun	een door een kredietinstelling uitgegeven obligatie, waarin een financiële instelling bevestigt dat ze een bepaald bedrag in ontvangst heeft genomen en dat ze deze som zal teruggeven na verloop van een bepaalde periode
kasbonnen	=	kasbon
kasbons	=	kasbon
kascommissie	noun	een speciale commissie die de boekhouding van de vereniging controleert
kascommissies	=	kascommissie
kasdeeër	noun	bewoner van het zuidwesten van Mesopotamië, met name van Babel-2; in Tanach (2007): Kasdiemer (71×: Gen. 11:28 +, 2 Kon. 24:2 +, Jes. 13:19 +, Jer. 21:4 +, Ez. 1:3 +, Hab. 1:6, Job 1:17, Dan. 1:4 +, Neh. 9:7, 2 Kron. 36:17)
kasdeeërs	=	kasdeeër
kaseko	noun	vrolijke Surinaamse dansmuziek
kasekoband	noun	muziekgroep die Surinaamse dansmuziek speelt
kasekobands	=	kasekoband
kasekogroep	noun	muziekband die Surinaamse danksmuziek speelt
kasekogroepen	=	kasekogroep
kasekomuziek	noun	Surinaamse dansmuziek
kasekonummer	noun	Surinaams muzieknummer waarop men kan dansen
kasekonummers	=	kasekonummer
kasekozanger	noun	persoon die Surinaamse dansliedjes zingt
kasekozangers	=	kasekozanger
kasfruit	noun	in kassen gekweekt fruit
kasgeld	noun	contant geld; geld in de vorm van munten en biljetten
kasgelden	=	kasgeld
kasgeurmier	noun	Linepithema iniquum een mierensoort uit de onderfamilie geurmieren (Dolichoderinae).
kasgeurmieren	=	kasgeurmier
kasgeurmiertje	=	kasgeurmier
kasgeurmiertjes	=	kasgeurmier
kasgroente	noun	een groente die gekweekt is in kassen
kasgroenten	=	kasgroente
kasgroentes	=	kasgroente
kashba	noun	het verdedigbare deel (citadel) van de medina
kashba's	=	kashba
kashmirboomklever	noun	Sitta cashmirensis een zangvogel uit het geslacht sitta.
kashmirboomklevers	=	kashmirboomklever
kashmirboomklevertje	=	kashmirboomklever
kashmirboomklevertjes	=	kashmirboomklever
kashmirstruikzanger	noun	Locustella major een zangvogel uit de familie van de Locustellidae.
kashmirstruikzangers	=	kashmirstruikzanger
kashmirstruikzangertje	=	kashmirstruikzanger
kashmirstruikzangertjes	=	kashmirstruikzanger
kashmirvliegenvanger	noun	Ficedula subrubra een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
kashmirvliegenvangers	=	kashmirvliegenvanger
kashmirvliegenvangertje	=	kashmirvliegenvanger
kashmirvliegenvangertjes	=	kashmirvliegenvanger
kashouder	noun	de beheerder van de kas; persoon die belast is met het bijhouden van de kas
kashouders	=	kashouder
kashupete	noun	cashewnoot
kashupetes	=	kashupete
kasiri	noun	licht alcoholische casavedrank
kasja	noun	pap uit grutten van boekweit
kasjak	=	kazak
kasje	noun	kwestie, vraag, probleem
kasjeer	adj	ritueel geoorloofd, volgens joodse spijswetten bereid
kasjer	=	kasjeren
kasjerde	=	kasjeren
kasjerden	=	kasjeren
kasjere	=	kasjeren
kasjeren	verb	koosjer maken, ritueel geoorloofd maken
kasjerend	=	kasjeren
kasjerende	=	kasjeren
kasjert	=	kasjeren
kasjes	=	kasje
kasjeweine	adj	verdwenen
kasjmier	noun	fijne stof van geitendons van de Kasjmirgeit	adj	gemaakt van kasjmier zn
kasjmiere	=	kasjmier
kasjmieren	adj	gemaakt van de zeer fijne zachte wol afkomstig van de Kasjmirgeit
kasjmirbosmuis	noun	Apodemus rusiges knaagdier uit het geslacht bosmuizen (Apodemus) dat voorkomt in de Himalaya van Noord-Pakistan (districten Baltistan en Hazara) en Noordwest-India (Jammu en Kasjmir).
kasjmirbosmuisje	=	kasjmirbosmuis
kasjmirbosmuisjes	=	kasjmirbosmuis
kasjmirbosmuizen	=	kasjmirbosmuis
kasjmiredelhert	noun	een ondersoort Cervus hanglu hanglu uit de familie van de hertachtigen (Cervidae).
kasjmiredelherten	=	kasjmiredelhert
kasjmiredelhertje	=	kasjmiredelhert
kasjmiredelhertjes	=	kasjmiredelhert
kasjmirhoelman	noun	Semnopithecus ajax een langoerensoort, behorende tot de hoelmans of grijze langoeren.
kasjmirhoelmannetje	=	kasjmirhoelman
kasjmirhoelmannetjes	=	kasjmirhoelman
kasjmirhoelmans	=	kasjmirhoelman
kasjmiritalig	adj	Kasjmiri sprekend
kasjmiritalige	=	kasjmiritalig
kasjmiritaligs	=	kasjmiritalig
kasjoebischtalig	adj	de Kasjoebische taal sprekend
kasjoebischtalige	=	kasjoebischtalig
kasjoebischtaligs	=	kasjoebischtalig
kasjoebomen	=	kasjoeboom
kasjoeboom	noun	Anacardium occidentale een tot 15 m hoge, laag vertakte, groenblijvende boom.
kasjoeboompje	=	kasjoeboom
kasjoeboompjes	=	kasjoeboom
kasjres	noun	het ritueel geoorloofd zijn
kasjroet	noun	het ritueel geoorloofd zijn
kaskaardespin	noun	Uloborus plumipes een spinnensoort uit de familie wielwebkaardespinnen.
kaskaardespinnen	=	kaskaardespin
kaskaardespinnetje	=	kaskaardespin
kaskaardespinnetjes	=	kaskaardespin
kaskoe	noun	cashcow
kaskoeien	=	kaskoe
kaskraker	noun	een film of uitvoering die alle verwachtingen overtreft wat betreft de opkomst van publiek
kaskrakers	=	kaskraker
kaskrakertje	=	kaskraker
kaskrakertjes	=	kaskraker
kasmiddel	noun	contant geld dat men direct tot zijn beschikking heeft
kasmiddelen	=	kasmiddel
kasmirasnapper	noun	Lutjanus kasmira een straalvinnige vis uit de familie van snappers (Lutjanidae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
kasmirasnappers	=	kasmirasnapper
kasmirasnappertje	=	kasmirasnapper
kasmirasnappertjes	=	kasmirasnapper
kasmoni	noun	een roulerend spaar- en kredietsysteem dat veel voorkomt in Suriname, met name onder de Creoolse bevolking
kasplant	noun	plant opgekweekt in een broeikas
kasplanten	=	kasplant
kasplantje	=	kasplant
kasplantjes	=	kasplant
kasregister	noun	een mechanisch of elektronisch apparaat in een winkel, waarmee men artikelen kan afrekenen
kasregisters	=	kasregister
kasregistertje	=	kasregister
kasregistertjes	=	kasregister
kasreserve	noun	geld dat men in reserve houdt om direct te kunnen gebruiken
kasreserves	=	kasreserve
kassa	noun	een plaats in een winkel waar men zijn aankopen betaalt
kassa's	=	kassa
kassa-inkomst	noun	een inkomst die via de kas (contant) worden voldaan
kassa-inkomsten	noun	inkomsten die via de kas (contant) worden voldaan
kassaatje	=	kassa
kassaatjes	=	kassa
kassabalkje	noun	een balkje voor het scheiden van koopartikelen op een kassaband in bijvoorbeeld een supermarkt
kassabalkjes	=	kassabalkje
kassaband	noun	een lopende band bij een kassa in een supermarkt waar klanten hun boodschappen op leggen om af te rekenen
kassabanden	=	kassaband
kassabandje	=	kassaband
kassabandjes	=	kassaband
kassabediende	noun	iemand die in een winkel de kassa bedient
kassabediendes	=	kassabediende
kassabon	noun	een stukje papier waarop staat wat men wanneer gekocht heeft en hoeveel men daarvoor betaald heeft.
kassabonnen	=	kassabon
kassabonnetje	=	kassabon
kassabonnetjes	=	kassabon
kassabons	=	kassabon
kassakorting	noun	een korting die bij de kassa pas van de prijs afgaat.
kassakortingen	=	kassakorting
kassakortinkje	=	kassakorting
kassakortinkjes	=	kassakorting
kassala	noun	een lade die dient als bewaarplaats voor contant geld, zoals munten en bankbiljetten, in een kassa
kassala's	=	kassala
kassalaatje	=	kassala
kassalaatjes	=	kassala
kassalade	noun	een lade die dient als bewaarplaats voor contant geld, zoals munten en bankbiljetten, in een kassa
kassaladen	=	kassalade
kassalades	=	kassalade
kassaladetje	=	kassalade
kassaladetjes	=	kassalade
kassamedewerker	noun	iemand die in een winkel de kassa bedient
kassamedewerkers	=	kassamedewerker
kassamedewerkster	noun	vrouw of meisje met de taak de betalingen van klanten in een winkel of amusementsbedrijf te verwerken
kassamedewerksters	=	kassamedewerkster
kassaticket	noun	strookje papier dat afgedrukt wordt door een kassa, waar de bedragen op staan die afgerekend zijn
kassaticketje	=	kassaticket
kassaticketjes	=	kassaticket
kassatickets	=	kassaticket
kassaticketten	=	kassaticket
kassavie	noun	bankbiljet
kassavies	=	kassavie
kasse	=	kassen
kassei	noun	straatkei gemaakt van natuursteen met de grootte van het hoofd van een kind en een afgeronde bovenkant
kasseien	=	kassei
kasseienachtig	adj	lijkend op straatkeien
kasseienachtige	=	kasseienachtig
kasseienachtigs	=	kasseienachtig
kasseienrenner	noun	wielrenner die op kasseien rijdt
kasseienrenners	=	kasseienrenner
kasseienweg	noun	weg bedekt met gladde van boven halfronde keien; weg bedekt met 'kinderkopjes'
kasseienwegen	=	kasseienweg
kasseienweggetje	=	kasseienweg
kasseienweggetjes	=	kasseienweg
kasseienwegje	=	kasseienweg
kasseienwegjes	=	kasseienweg
kasseier	noun	stratenmaker, straatmaker
kasseiers	=	kasseier
kasseilegger	noun	stratenmaker die wegen plaveit met keien van bewerkte natuursteen
kasseileggers	=	kasseilegger
kasseirijder	noun	wielrenner die op kasseien rijdt
kasseirijders	=	kasseirijder
kasseistroken	=	kasseistrook
kasseistrook	noun	smalle weg met kasseien
kasseitje	=	kassei
kasseitjes	=	kassei
kasseiweg	noun	zeer hobbelige weg, geplaveid met kinderkopjes
kasseiwegen	=	kasseiweg
kasseiweggetje	=	kasseiweg
kasseiweggetjes	=	kasseiweg
kasseiwegje	=	kasseiweg
kasseiwegjes	=	kasseiweg
kassen	verb	elkaar door op het water te slaan nat spatten
kassenbouw	noun	het bouwen van kassen voor de tuinbouw
kassend	=	kassen
kassende	=	kassen
kasserol	noun	grote braadpan
kasserollen	=	kasserol
kasserolletje	=	kasserol
kasserolletjes	=	kasserol
kassian	intj	uitroep van medelijden, uit het Maleis
kassier	noun	iemand die het beheer heeft over de kas en de kaswijzigingen bijhoudt
kassiers	=	kassier
kassierster	noun	vrouw die het beheer heeft over contant geld en de kaswijzigingen bijhoudt
kassiersters	=	kassierster
kassierstertje	=	kassierster
kassierstertjes	=	kassierster
kassiertje	=	kassier
kassiertjes	=	kassier
kassieweine	adj	verdwenen
kassiewijle	adj	verdwenen
kassiewijlen	=	kassiewijle
kassij	=	kassei
kassière	noun	vrouw of meisje met de taak de betalingen van klanten in een winkel of amusementsbedrijf te verwerken
kassières	=	kassière
kassièretje	=	kassière
kasspringspin	noun	Hasarius adansoni een spinnensoort uit de familie springspinnen (Salticidae).
kasspringspinnen	=	kasspringspin
kasspringspinnetje	=	kasspringspin
kasspringspinnetjes	=	kasspringspin
kassprinkhaan	noun	Tachycines asynamorus een rechtvleugelig insect uit de familie grottensprinkhanen (Rhaphidophoridae), onderfamilie Rhaphidophorinae
kassprinkhaantje	=	kassprinkhaan
kassprinkhaantjes	=	kassprinkhaan
kassprinkhanen	=	kassprinkhaan
kasstromen	=	kasstroom
kasstroom	noun	de in- en uitstroom van liquide middelen van een onderneming
kasstroomoverzicht	noun	Een kasstroomoverzicht (Engels: "cash flow statement") is een overzicht van de feitelijke geldstromen die in een organisatie in de loop van een boekjaar binnenkomen en uitgaan.
kasstroomoverzichten	=	kasstroomoverzicht
kasstroompje	=	kasstroom
kasstroompjes	=	kasstroom
kasstuk	noun	film of uitvoering die alle verwachtingen overtreft wat betreft de opkomst van publiek
kasstukken	=	kasstuk
kassucces	noun	film of een andersoortig product dat veel geld oplevert
kassuccessen	=	kassucces
kast	noun	een meubel om gebruiksvoorwerpen in op te bergen, meestal voorzien van horizontale schappen
kastaar	noun	hele kerel, stoere vent
kastaars	=	kastaar
kastanje	noun	benaming voor loofbomen uit het geslacht Castanea, vooral inheems in subtropische gebieden	adj	de kleur van een kastanje hebbend
kastanje-inktzwam	noun	Parasola auricoma een schimmel uit de familie Psathyrellaceae.
kastanje-inktzwammen	=	kastanje-inktzwam
kastanje-inktzwammetje	=	kastanje-inktzwam
kastanje-inktzwammetjes	=	kastanje-inktzwam
kastanjebandtapuittiran	noun	Ochthoeca thoracica een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kastanjebandtapuittirannen	=	kastanjebandtapuittiran
kastanjebandtapuittirannetje	=	kastanjebandtapuittiran
kastanjebandtapuittirannetjes	=	kastanjebandtapuittiran
kastanjebekarde	noun	Pachyramphus castaneus een zangvogel uit de familie Tityridae.
kastanjebekardes	=	kastanjebekarde
kastanjebekardetje	=	kastanjebekarde
kastanjebekardetjes	=	kastanjebekarde
kastanjeboleet	noun	een eetbare paddenstoel Imleria badia uit de familie Boletaceae.
kastanjeboleetje	=	kastanjeboleet
kastanjeboleetjes	=	kastanjeboleet
kastanjeboleten	=	kastanjeboleet
kastanjebomen	=	kastanjeboom
kastanjeboom	noun	Grote loofboom die grote bruine vruchten voortbrengt.
kastanjeboompje	=	kastanjeboom
kastanjeboompjes	=	kastanjeboom
kastanjeborstwitgezicht	noun	Aphelocephala pectoralis een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
kastanjeborstwitgezichten	=	kastanjeborstwitgezicht
kastanjeborstwitgezichtje	=	kastanjeborstwitgezicht
kastanjeborstwitgezichtjes	=	kastanjeborstwitgezicht
kastanjebruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8015 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8015 ( ).
kastanjebruine	=	kastanjebruin
kastanjebruinen	=	kastanjebruin
kastanjebruiner	=	kastanjebruin
kastanjebruinere	=	kastanjebruin
kastanjebruiners	=	kastanjebruin
kastanjebruins	=	kastanjebruin
kastanjebruinst	=	kastanjebruin
kastanjebruinste	=	kastanjebruin
kastanjebuikboomgors	noun	Poospiza whitii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kastanjebuikboomgorsje	=	kastanjebuikboomgors
kastanjebuikboomgorsjes	=	kastanjebuikboomgors
kastanjebuikboomgorzen	=	kastanjebuikboomgors
kastanjebuikboomklever	noun	Sitta nagaensis een zangvogel uit het geslacht sitta.
kastanjebuikboomklevers	=	kastanjebuikboomklever
kastanjebuikboomklevertje	=	kastanjebuikboomklever
kastanjebuikboomklevertjes	=	kastanjebuikboomklever
kastanjebuikcotinga	noun	Doliornis remseni een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
kastanjebuikcotinga's	=	kastanjebuikcotinga
kastanjebuikcotingaatje	=	kastanjebuikcotinga
kastanjebuikcotingaatjes	=	kastanjebuikcotinga
kastanjebuikijsvogel	noun	Todiramphus farquhari een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
kastanjebuikijsvogels	=	kastanjebuikijsvogel
kastanjebuikijsvogeltje	=	kastanjebuikijsvogel
kastanjebuikijsvogeltjes	=	kastanjebuikijsvogel
kastanjebuikmees	noun	Sittiparus castaneoventris een zangvogel uit de familie echte mezen.
kastanjebuikmeesje	=	kastanjebuikmees
kastanjebuikmeesjes	=	kastanjebuikmees
kastanjebuikmezen	=	kastanjebuikmees
kastanjebuikmonarch	noun	Monarcha castaneiventris een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
kastanjebuikmonarchen	=	kastanjebuikmonarch
kastanjebuikmonarchje	=	kastanjebuikmonarch
kastanjebuikmonarchjes	=	kastanjebuikmonarch
kastanjebuikorganist	noun	Euphonia pectoralis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
kastanjebuikorganisten	=	kastanjebuikorganist
kastanjebuikorganistje	=	kastanjebuikorganist
kastanjebuikorganistjes	=	kastanjebuikorganist
kastanjechampignon	noun	eetbare bruine paddenstoel van de soort Agaricus bisporus, iets steviger, houdbaarder en meer naar noot smakend dan hun witte soortgenoten
kastanjechampignons	=	kastanjechampignon
kastanjehalsmeestimalia	noun	Staphida torqueola een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kastanjehalsmeestimalia's	=	kastanjehalsmeestimalia
kastanjehalsmeestimaliaatje	=	kastanjehalsmeestimalia
kastanjehalsmeestimaliaatjes	=	kastanjehalsmeestimalia
kastanjekanker	noun	Cryphonectria parasiticas een schimmel in de orde Diaporthales van de ascomyceten, die op tamme kastanjes voorkomt.
kastanjekankers	=	kastanjekanker
kastanjekankertje	=	kastanjekanker
kastanjekankertjes	=	kastanjekanker
kastanjekaplijstergaai	noun	Garrulax treacheri een vogel uit de familie van de Leiothrichidae.
kastanjekaplijstergaaien	=	kastanjekaplijstergaai
kastanjekaplijstergaaitje	=	kastanjekaplijstergaai
kastanjekaplijstergaaitjes	=	kastanjekaplijstergaai
kastanjeknikker	noun	Dendrostoma castaneum een schimmel hehorend tot de orde Diaporthales.
kastanjeknikkers	=	kastanjeknikker
kastanjeknikkertje	=	kastanjeknikker
kastanjeknikkertjes	=	kastanjeknikker
kastanjekopboszanger	noun	Phylloscopus castaniceps een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
kastanjekopboszangers	=	kastanjekopboszanger
kastanjekopboszangertje	=	kastanjekopboszanger
kastanjekopboszangertjes	=	kastanjekopboszanger
kastanjekopchachalaca	noun	Ortalis ruficeps een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
kastanjekopchachalaca's	=	kastanjekopchachalaca
kastanjekopchachalacaatje	=	kastanjekopchachalaca
kastanjekopchachalacaatjes	=	kastanjekopchachalaca
kastanjekoplijster	noun	Geokichla interpres een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
kastanjekoplijsters	=	kastanjekoplijster
kastanjekoplijstertje	=	kastanjekoplijster
kastanjekoplijstertjes	=	kastanjekoplijster
kastanjekopral	noun	Rufirallus castaneiceps een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
kastanjekoprallen	=	kastanjekopral
kastanjekopralletje	=	kastanjekopral
kastanjekopralletjes	=	kastanjekopral
kastanjekoptangare	noun	Thlypopsis pyrrhocoma een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kastanjekoptangaren	=	kastanjekoptangare
kastanjekoptangaretje	=	kastanjekoptangare
kastanjekoptangaretjes	=	kastanjekoptangare
kastanjekoptesia	noun	Cettia castaneocoronata een zangvogel uit de familie van Cettiidae.
kastanjekoptesia's	=	kastanjekoptesia
kastanjekoptesiaatje	=	kastanjekoptesia
kastanjekoptesiaatjes	=	kastanjekoptesia
kastanjekruinpiha	noun	Lipaugus weberi een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
kastanjekruinpiha's	=	kastanjekruinpiha
kastanjekruinpihaatje	=	kastanjekruinpiha
kastanjekruinpihaatjes	=	kastanjekruinpiha
kastanjekuifmiervogel	noun	Rhegmatorhina cristata een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
kastanjekuifmiervogels	=	kastanjekuifmiervogel
kastanjekuifmiervogeltje	=	kastanjekuifmiervogel
kastanjekuifmiervogeltjes	=	kastanjekuifmiervogel
kastanjelijster	noun	Turdus rubrocanus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
kastanjelijsters	=	kastanjelijster
kastanjelijstertje	=	kastanjelijster
kastanjelijstertjes	=	kastanjelijster
kastanjemus	noun	Passer eminibey een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
kastanjemusje	=	kastanjemus
kastanjemusjes	=	kastanjemus
kastanjemussen	=	kastanjemus
kastanjenon	noun	Lonchura atricapilla een kalm vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
kastanjenonnen	=	kastanjenon
kastanjenonnetje	=	kastanjenon
kastanjenonnetjes	=	kastanjenon
kastanjeoorlijstergaai	noun	Ianthocincla konkakinhensis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
kastanjeoorlijstergaaien	=	kastanjeoorlijstergaai
kastanjeoorlijstergaaitje	=	kastanjeoorlijstergaai
kastanjeoorlijstergaaitjes	=	kastanjeoorlijstergaai
kastanjepuree	noun	puree vervaardigd uit tamme kastanjes en suiker
kastanjepurees	=	kastanjepuree
kastanjeroos	noun	Rosa roxburghii een wilde roos die in het zuidwesten van China voorkomt.
kastanjeroosje	=	kastanjeroos
kastanjeroosjes	=	kastanjeroos
kastanjerozen	=	kastanjeroos
kastanjerugbuulbuul	noun	Hemixos castanonotus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
kastanjerugbuulbuuls	=	kastanjerugbuulbuul
kastanjerugbuulbuultje	=	kastanjerugbuulbuul
kastanjerugbuulbuultjes	=	kastanjerugbuulbuul
kastanjerugmees	noun	Poecile rufescens een zangvogel uit de familie van de Paridae (mezen).
kastanjerugmeesje	=	kastanjerugmees
kastanjerugmeesjes	=	kastanjerugmees
kastanjerugmezen	=	kastanjerugmees
kastanjerugtangare	noun	Stilpnia preciosa een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kastanjerugtangaren	=	kastanjerugtangare
kastanjerugtangaretje	=	kastanjerugtangare
kastanjerugtangaretjes	=	kastanjerugtangare
kastanjes	=	kastanje
kastanjespecht	noun	Celeus castaneus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
kastanjespechten	=	kastanjespecht
kastanjespechtje	=	kastanjespecht
kastanjespechtjes	=	kastanjespecht
kastanjestekelstaart	noun	Synallaxis castanea een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kastanjestekelstaarten	=	kastanjestekelstaart
kastanjestekelstaartje	=	kastanjestekelstaart
kastanjestekelstaartjes	=	kastanjestekelstaart
kastanjestromakelkje	noun	Lanzia echinophila een paddenstoel uit de familie Rutstroemiaceae.
kastanjestromakelkjes	=	kastanjestromakelkje
kastanjetaling	noun	Anas castanea een eend uit de familie van de Anatidae
kastanjetalingen	=	kastanjetaling
kastanjetalinkje	=	kastanjetaling
kastanjetalinkjes	=	kastanjetaling
kastanjetje	=	kastanje
kastanjetjes	=	kastanje
kastanjevleugellijstergaai	noun	Garrulax berthemyi een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
kastanjevleugellijstergaaien	=	kastanjevleugellijstergaai
kastanjevleugellijstergaaitje	=	kastanjevleugellijstergaai
kastanjevleugellijstergaaitjes	=	kastanjevleugellijstergaai
kastanjevleugelspreeuw	noun	Onychognathus fulgidus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
kastanjevleugelspreeuwen	=	kastanjevleugelspreeuw
kastanjevleugelspreeuwtje	=	kastanjevleugelspreeuw
kastanjevleugelspreeuwtjes	=	kastanjevleugelspreeuw
kastanjevleugelwipstaart	noun	Cinclodes albidiventris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kastanjevleugelwipstaarten	=	kastanjevleugelwipstaart
kastanjevleugelwipstaartje	=	kastanjevleugelwipstaart
kastanjevleugelwipstaartjes	=	kastanjevleugelwipstaart
kastanjewever	noun	Ploceus rubiginosus een zangvogel en komt voor in zuidelijk Afrika.
kastanjewevers	=	kastanjewever
kastanjewevertje	=	kastanjewever
kastanjewevertjes	=	kastanjewever
kastanjewinterkoning	noun	Cantorchilus nigricapillus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
kastanjewinterkoningen	=	kastanjewinterkoning
kastanjewinterkoninkje	=	kastanjewinterkoning
kastanjewinterkoninkjes	=	kastanjewinterkoning
kastanjezanger	noun	Setophaga castanea een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
kastanjezangers	=	kastanjezanger
kastanjezangertje	=	kastanjezanger
kastanjezangertjes	=	kastanjezanger
kastdeur	noun	een deur bedoeld om er een kast mee af te sluiten
kastdeuren	=	kastdeur
kastdeurtje	=	kastdeur
kastdeurtjes	=	kastdeur
kaste	noun	streng gescheiden stand binnen de hindoeïstische samenleving
kasteel	noun	middeleeuwse versterkte woning
kasteelachtig	adj	lijkend op een kasteel
kasteelachtige	=	kasteelachtig
kasteelachtiger	=	kasteelachtig
kasteelachtigere	=	kasteelachtig
kasteelachtigers	=	kasteelachtig
kasteelachtigs	=	kasteelachtig
kasteelachtigst	=	kasteelachtig
kasteelachtigste	=	kasteelachtig
kasteelboerderij	noun	een boerderijtype die onderdeel was van het grootgrondbezit van de kasteelheer
kasteelboerderijen	=	kasteelboerderij
kasteelboerderijtje	=	kasteelboerderij
kasteelboerderijtjes	=	kasteelboerderij
kasteelgracht	noun	diepe, brede gracht, droog of gevuld met water, dat een kasteel of gebouw omringt
kasteelgrachten	=	kasteelgracht
kasteelheer	noun	mannelijke eigenaar van een kasteel
kasteelheertje	=	kasteelheer
kasteelheertjes	=	kasteelheer
kasteelheren	=	kasteelheer
kasteelkever	noun	insect uit de familie Omalisidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
kasteelkevers	noun	Omalisidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
kasteelkevertje	=	kasteelkever
kasteelkevertjes	=	kasteelkever
kasteelmuren	=	kasteelmuur
kasteelmuur	noun	ommuring van een kasteel ter verdediging tegen de vijand
kasteelpark	noun	een parkgebied dat bij een kasteel of landhuis werd aangelegd, meestal ter verfraaiing van een landgoed
kasteelparken	=	kasteelpark
kasteelpoort	noun	De meestal versterkte ingang van een kasteel.
kasteelpoorten	=	kasteelpoort
kasteelpoortje	=	kasteelpoort
kasteelpoortjes	=	kasteelpoort
kasteelroman	noun	roman die zich afspeelt in de hogere lagen van de samenleving behoort tot de triviaalliteratuur
kasteelromannetje	=	kasteelroman
kasteelromannetjes	=	kasteelroman
kasteelromans	=	kasteelroman
kasteelterrein	noun	terrein waarop een kasteel gebouwd is
kasteelterreinen	=	kasteelterrein
kasteeltje	=	kasteel
kasteeltjes	=	kasteel
kasteeltuin	noun	een tuin direkt bij het kasteel of landhuis
kasteeltuinen	=	kasteeltuin
kasteelvoogd	noun	iemand die het beheer voert over een burcht in naam van de eigenaar
kasteelvoogden	=	kasteelvoogd
kasteelvrouwe	noun	hoofdbewoonster van een kasteel
kasteelvrouwen	=	kasteelvrouwe
kasteelwijn	noun	alcoholische drank gemaakt van druiven die geteeld zijn op een met een kasteel verbonden wijngaard
kasteelwijnen	=	kasteelwijn
kasteelwijntje	=	kasteelwijn
kasteelwijntjes	=	kasteelwijn
kastekort	noun	verschil tussen wat er in kas zou moeten zijn en wat er werkelijk aanwezig is
kastekorten	=	kastekort
kastekortje	=	kastekort
kastekortjes	=	kastekort
kastelein	noun	de plaatsvervanger van de kasteelheer in het beheer van het kasteel
kasteleines	noun	de vrouw van een logementhouder of herbergier, vrouwelijke vorm van kastelein
kasteleinesse	=	kasteleines
kasteleinessen	=	kasteleines
kasteleins	=	kastelein
kasteleinse	noun	de vrouw van een logementhouder of herbergier, vrouwelijke vorm van kastelein
kasteleinsen	=	kasteleinse
kasteleintje	=	kastelein
kasteleintjes	=	kastelein
kastelen	=	kasteel
kasteloos	adj	zonder kaste
kasteloze	=	kasteloos
kasten	=	kast
kastenmaker	noun	meubelmaker die kasten maakt
kastenmakers	=	kastenmaker
kastenstelsel	noun	een systeem van rangen en standen in de maatschappij
kastenstelsels	=	kastenstelsel
kastenstelseltje	=	kastenstelsel
kastenstelseltjes	=	kastenstelsel
kastensysteem	noun	een kastenstelsel
kastensysteempje	=	kastensysteem
kastensysteempjes	=	kastensysteem
kastensystemen	=	kastensysteem
kastenwand	noun	een muur van een kamer waarin kasten zijn opgenomen
kastenwanden	=	kastenwand
kastenwandje	=	kastenwand
kastenwandjes	=	kastenwand
kastetje	=	kaste
kasthomo	noun	homoseksueel die dat niet publiekelijk bekend maakt
kasthomo's	=	kasthomo
kasticket	noun	kassabon
kasticketje	=	kasticket
kasticketjes	=	kasticket
kastickets	=	kasticket
kasticketten	=	kasticket
kastie	noun	balsport die enigszins lijkt op honkbal
kastiebal	noun	een balsport die enigszins lijkt op honkbal
kastijd	noun	periode waarin een plant in een broeikas wordt opgekweekt
kastijdde	=	kastijden
kastijdden	=	kastijden
kastijde	=	kastijden
kastijden	noun	tijdstippen waartussen een kantoor de gelegenheid geeft voor transacties met contant geld	verb	lijfstraf in uitvoering brengen
kastijdend	=	kastijden
kastijdende	=	kastijden
kastijding	noun	een lijfelijke afstraffing
kastijdingen	=	kastijding
kastijdinkje	=	kastijding
kastijdinkjes	=	kastijding
kastijdt	=	kastijden
kastijen	=	kastijden
kastje	=	kast
kastjes	=	kast
kastplank	noun	plat langwerpig stuk hout waarop spullen kunnen worden gezet, als onderdeel van een bergmeubel
kastplanken	=	kastplank
kastplankje	=	kastplank
kastplankjes	=	kastplank
kastrol	noun	kasserol
kastrollen	=	kastrol
kastrolletje	=	kastrol
kastrolletjes	=	kastrol
kastruimte	noun	opbergruimte beschikbaar in kasten
kastruimten	=	kastruimte
kastruimtes	=	kastruimte
kastsleutel	noun	sleutel waarmee men het slot van een kastdeur kan openen en sluiten
kastsleutels	=	kastsleutel
kastsleuteltje	=	kastsleutel
kastsleuteltjes	=	kastsleutel
kastíj́den	=	kastijden
kasuaris	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Casuarius, grote vogels afkomstig uit de tropische regenwouden van Nieuw-Guinea en Australië
kasuarisje	=	kasuaris
kasuarisjes	=	kasuaris
kasuarisral	noun	Megacrex inepta een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
kasuarisrallen	=	kasuarisral
kasuarisralletje	=	kasuarisral
kasuarisralletjes	=	kasuarisral
kasuarissen	noun	Casuarius een geslacht van grote loopvogels uit de familie Casuariidae (kasuarissen en emoes).
kasverschil	noun	verschil tussen de hoeveelheid contact geld dat aanwezig is en dat aanwezig zou moeten zijn volgens de administratie
kasverschillen	=	kasverschil
kaswittevlieg	noun	Trialeurodes vaporariorum een plantenluis uit de familie Aleyrodidae die voorkomt in de gematigde klimaatzones.
kaswittevliegje	=	kaswittevlieg
kaswittevliegjes	=	kaswittevlieg
kaswittevliegs	=	kaswittevlieg
kat	noun	bepaald soort zoogdier, Felis sylvestris catus, tot de katachtigen behorende soort die tam is geworden
kat-en-muis-spel	=	kat-en-muisspel
kat-en-muisspel	noun	interactie tussen twee groepen waarbij beide groepen proberen het handelen van de andere groep te ontwijken of onschadelijk te maken
kat-en-muisspelen	=	kat-en-muisspel
kat-en-muisspellen	=	kat-en-muisspel
kat-en-muisspelletje	=	kat-en-muisspel
kat-en-muisspelletjes	=	kat-en-muisspel
kataal	noun	kleine, jonge paling
kataaltje	=	kataal
kataaltjes	=	kataal
katabole	=	katabool
kataboler	=	katabool
katabolere	=	katabool
katabolers	=	katabool
katabolisme	noun	geheel van de afbraakprocessen in een lichaam
katabool	adj	weefselafbrekend
katabools	=	katabool
kataboolst	=	katabool
kataboolste	=	katabool
katachtig	adj	aan een kat herinnerend of erop gelijkend
katachtige	noun	Felidae benaming voor dieren die tot de familie van de katachtigen (Felidae) behoren
katachtigen	noun	Felidae een familie van sterk gespecialiseerde landroofdieren.
katachtiger	=	katachtig
katachtigere	=	katachtig
katachtigers	=	katachtig
katachtigs	=	katachtig
katachtigst	=	katachtig
katachtigste	=	katachtig
katafalk	noun	een kleine verhoging, waarop een doodskist wordt opgebaard
katafalken	=	katafalk
katakana	noun	afzonderlijk karakter uit het Japans lettergreepschrift voor leenwoorden, klanknabootsingen, en soortbenamingen
katakana's	=	katakana
katal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, weergegeven met symbool kat, gelijk aan één mol per seconde
katalen	=	kataal
katalepsie	noun	aandoening waarbij de spieren in het hele lichaam of een deel ervan verstijven
katals	=	katal
katalysator	noun	stof die een chemisch proces bespoedigt of vertraagt zonder zelf verbruikt te worden
katalysatoren	=	katalysator
katalysators	=	katalysator
katalyse	noun	de werking van een katalysator: Het versnellen of het vertragen van een scheikundige reactie door een toegevoegde stof die bij de reactie niet verbruikt wordt
katalyseer	=	katalyseren
katalyseerde	=	katalyseren
katalyseerden	=	katalyseren
katalyseert	=	katalyseren
katalysen	noun	katalyses, weinig gangbare meervoudsvorm van katalyse
katalysere	=	katalyseren
katalyseren	verb	snel voort doen gaan
katalyserend	=	katalyseren
katalyserende	=	katalyseren
katalyses	=	katalyse
katalytisch	adj	als een, van de aard van katalyse
katalytische	=	katalytisch
katalytischer	=	katalytisch
katalytischere	=	katalytisch
katalytischers	=	katalytisch
katan	adj	klein
katana	noun	een Japans zwaard
katana's	=	katana
katangamaskerwever	noun	Ploceus katangae een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
katangamaskerwevers	=	katangamaskerwever
katangamaskerwevertje	=	katangamaskerwever
katangamaskerwevertjes	=	katangamaskerwever
katanker	noun	een stokanker zonder stok en met slechts één ankerarm
katankers	=	katanker
katankertje	=	katanker
katankertjes	=	katanker
kataplexie	noun	plotselinge verstijving of verslapping
katapult	noun	apparaat om stenen en andere objecten mee weg te schieten
katapulteer	=	katapulteren
katapulteerde	=	katapulteren
katapulteerden	=	katapulteren
katapulteert	=	katapulteren
katapulten	=	katapult
katapultere	=	katapulteren
katapulteren	verb	met een katapult wegschieten
katapulterend	=	katapulteren
katapulterende	=	katapulteren
katapultje	=	katapult
katapultjes	=	katapult
katarakt	=	cataract
katbeer	noun	Ailurus fulgens, een klein roofdier dat in Azië leeft
katbeertje	=	katbeer
katbeertjes	=	katbeer
katberen	=	katbeer
katenspek	noun	gekookt en daarna gerookt doorregen spek uit de buikstreek van een varken
kater	noun	mannetje van de kat
katern	noun	samengevouwen pagina's perkament of papier van een boek, brochure of krant die één geheel vormen zowel fysiek als qua inhoud
katernen	=	katern
katerntje	=	katern
katerntjes	=	katern
katers	=	kater
katertje	=	kater
katertjes	=	kater
katfret	noun	benaming voor zoogdieren uit het geslacht Bassariscus in de familie kleine beren Procyonidae
katfretje	=	katfret
katfretjes	=	katfret
katfretten	noun	Bassariscus een geslacht van de roofdieren uit de familie kleine beren (Procyonidae)
kathaai	noun	Scyliorhinus stellaris een kraakbeenvis uit de familie van de kathaaien.
kathaaien	noun	een familie Scyliorhinidae van grondhaaien die volgens huidige inzichten bestaat uit 7 geslachten en 50 soorten.
kathaaitje	=	kathaai
kathaaitjes	=	kathaai
kathaar	noun	aanhanger van een Middeleeuwse christelijke sekte die door de toenmalige rooms-katholieke kerk als ketters werd beschouwd en met geweld vervolgd tot alle katharen waren uitgeroeid
kathaars	adj	met betrekking tot de religieuze sekte der katharen
kathaarse	=	kathaars
kathaarser	=	kathaars
kathaarsere	=	kathaars
kathaarsers	=	kathaars
kathak	noun	bepaalde klassieke Indiase dansstijl
katharen	=	kathaar
katharinaparkiet	noun	Bolborhynchus lineola een in midden- en Zuid-Amerika voorkomende parkiet die in groepen leeft.
katharinaparkieten	=	katharinaparkiet
katharinaparkietje	=	katharinaparkiet
katharinaparkietjes	=	katharinaparkiet
katheder	noun	spreekgestoelte
katheders	=	katheder
kathedersocialist	noun	iemand die pretendeert socialist te zijn, maar zich in werkelijkheid een kapitalistische levensstijl aanmeet
kathedersocialisten	=	kathedersocialist
kathedersocialistje	=	kathedersocialist
kathedersocialistjes	=	kathedersocialist
kathedertje	=	katheder
kathedertjes	=	katheder
kathedraal	noun	een hoofdkerk van een bisdom	adj	van, bij een kathedraal
kathedraals	=	kathedraal
kathedraalst	=	kathedraal
kathedraalste	=	kathedraal
kathedraaltje	=	kathedraal
kathedraaltjes	=	kathedraal
kathedrale	=	kathedraal
kathedralen	=	kathedraal
kathedraler	=	kathedraal
kathedralere	=	kathedraal
kathedralers	=	kathedraal
katheter	noun	buisje dat tijdelijk in een lichaamsholte wordt aangebracht, bijv. om lichaamsvocht op te vangen of een medicijn toe te dienen
katheterisatie	noun	inbrenging van een katheterslangetje
katheterisaties	=	katheterisatie
katheteriseer	=	katheteriseren
katheteriseerde	=	katheteriseren
katheteriseerden	=	katheteriseren
katheteriseert	=	katheteriseren
katheterisere	=	katheteriseren
katheteriseren	verb	het inbrengen van een katheter
katheteriserend	=	katheteriseren
katheteriserende	=	katheteriseren
katheters	=	katheter
kathetertje	=	katheter
kathetertjes	=	katheter
kathode	noun	een elektrische geleider waarlangs elektronen een elektrolyt binnengeleid worden
kathoden	=	kathode
kathodes	=	kathode
kathodestraal	noun	een stroom vrije elektronen in een vacuüm
kathodestraalbuis	noun	een elektronenbuis voorzien van een fluorescentiescherm dat oplicht als het getroffen wordt door de elektronenstraal en een afbuigmechanisme waarmee de elektronenstraal bestuurd kan worden zodat een afbeelding zichtbaar wordt
kathodestraalbuisje	=	kathodestraalbuis
kathodestraalbuizen	=	kathodestraalbuis
kathodestraaltje	=	kathodestraal
kathodestraaltjes	=	kathodestraal
kathodestralen	=	kathodestraal
kathodetje	=	kathode
kathodetjes	=	kathode
kathodisch	adj	betrekking hebbend op de kathode
kathodische	=	kathodisch
kathodischer	=	kathodisch
kathodischere	=	kathodisch
kathodischers	=	kathodisch
katholicisme	noun	betrekking hebbend op de katholieken of de katholieke Kerk
katholiek	adj	overeenkomstig de geloofsleer van de Katholieke Kerk	noun	iemand die het katholieke geloof aanhangt/lid is van de Katholieke Kerk
katholieke	=	katholiek
katholieken	=	katholiek
katholieker	=	katholiek
katholiekere	=	katholiek
katholiekers	=	katholiek
katholiekje	=	katholiek
katholiekjes	=	katholiek
katholieks	=	katholiek
katholiekst	=	katholiek
katholiekste	=	katholiek
katijf	noun	feeks, boosaardig vrouwmens	adj|obsolete	ellendig, ongelukkig
katijfje	=	katijf
katijfjes	=	katijf
katijfst	=	katijf
katijfste	=	katijf
katijve	=	katijf
katijven	=	katijf
katijver	=	katijf
katijvere	=	katijf
kation	noun	positief geladen ion
kationen	=	kation
katipo	noun	Latrodectus katipo een spinnensoort uit de familie kogelspinnen (Theridiidae).
katipo's	=	katipo
katipootje	=	katipo
katipootjes	=	katipo
katjang	noun	aardnoot afkomstig van Arachis hypogaea
katjangs	=	katjang
katje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor de bloeiwijze van sommige planten en bomen
katjen	=	katje
katjes	=	kat
katjesdrop	noun	zoete drop in de vorm van katjes
katjesdropje	=	katjesdrop
katjesdropjes	=	katjesdrop
katjesdroppen	=	katjesdrop
katjeslichtmot	noun	Vitula biviella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
katjeslichtmotje	=	katjeslichtmot
katjeslichtmotjes	=	katjeslichtmot
katjeslichtmotten	=	katjeslichtmot
katjessmalvleugelmot	noun	Batrachedra praeangusta een vlinder uit de familie smalvleugelmotten (Batrachedridae).
katjessmalvleugelmotje	=	katjessmalvleugelmot
katjessmalvleugelmotjes	=	katjessmalvleugelmot
katjessmalvleugelmotten	=	katjessmalvleugelmot
katjesspel	noun	speelse plagerij waar licht krakeel van komt
katjesspelen	=	katjesspel
katjetje	=	katje
katknuppel	=	katknuppelen
katknuppelen	verb	met harde slagen een tussen twee bomen omgehangen ton in duigen slaan zodat de daarin opgesloten kat kan ontsnappen
katknuppelend	=	katknuppelen
katknuppelende	=	katknuppelen
katmaki	noun	zoogdier uit het geslacht Cheirogaleus van nachtactieve kleine lemuren uit de familie der dwergmaki's.
katmaki's	noun	Cheirogaleus een geslacht van nachtactieve kleine lemuren uit de familie der dwergmaki's.
katmakietje	=	katmaki
katmakietjes	=	katmaki
katoen	noun	een zachte vezel die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant groeit
katoendaguil	noun	Helicoverpa armigera een nachtvlinder die behoort tot de Noctuidae (nachtuiljes).
katoendaguilen	=	katoendaguil
katoendaguiltje	=	katoendaguil
katoendaguiltjes	=	katoendaguil
katoendraad	noun	van katoen gesponnen draad
katoendraden	=	katoendraad
katoendrukker	noun	iemand die katoen bedrukt
katoendrukkers	=	katoendrukker
katoendrukkertje	=	katoendrukker
katoendrukkertjes	=	katoendrukker
katoenen	adj	van katoen vervaardigd
katoenfabriek	noun	fabriek waar men katoen verwerkt
katoenfabrieken	=	katoenfabriek
katoenfabriekje	=	katoenfabriek
katoenfabriekjes	=	katoenfabriek
katoengroenuil	noun	Earias insulana een vlinder uit de familie van de visstaartjes (Nolidae).
katoengroenuilen	=	katoengroenuil
katoengroenuiltje	=	katoengroenuil
katoengroenuiltjes	=	katoengroenuil
katoenplant	noun	een geslacht Gossypium van circa veertig struiken uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
katoenplantage	noun	landbouwbedrijf waar men katoen kweekt
katoenplantages	=	katoenplantage
katoenplanten	=	katoenplant
katoenplantje	=	katoenplant
katoenplantjes	=	katoenplant
katoenpluis	noun	vezels van cellulose rondom het zaad van een katoenplant Gossypium, waarvan draden voor weefsels kunnen worden gesponnen
katoenpluisje	noun	vlokje cellulosevezels van een katoenplant Gossypium, zoals dat bij het produceren of slijten van textiel ontstaat
katoenpluisjes	=	katoenpluisje
katoenpluizen	=	katoenpluis
katoenrat	noun	Sigmodon hispidus een zoogdier uit de familie van de Muridae.
katoenratje	=	katoenrat
katoenratjes	=	katoenrat
katoenratten	noun	Sigmodon een geslacht van de Zuid-Amerikaanse knaagdieren van de onderfamilie Sigmodontinae.
katoensnuitkever	noun	bepaald soort tor, Anthonomus grandis uit de familie van de snuitkevers (Curculionidae).
katoensnuitkevers	=	katoensnuitkever
katoensnuitkevertje	=	katoensnuitkever
katoensnuitkevertjes	=	katoensnuitkever
katoentje	=	katoen
katoentjes	=	katoen
katoenuil	noun	Spodoptera littoralis een vlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
katoenuilen	=	katoenuil
katoenuiltje	=	katoenuil
katoenuiltjes	=	katoenuil
katoenzaad	noun	zaad van de katoenplant
katoenzaadje	=	katoenzaad
katoenzaadjes	=	katoenzaad
katoenzaadolie	noun	een plantaardige olie (spijsolie) die gebruikt kan worden voor bakken en braden en de bereiding van margarine
katoenzaden	=	katoenzaad
katogen	=	katoog
katon	adj	klein
katoog	noun	een witte reflector vooraan op een fiets
katrol	noun	een werktuigonderdeel dat het mogelijk maakt een last met een beperkte kracht op te hijsen, te laten zakken of te verplaatsen
katrollen	=	katrol
katrolletje	=	katrol
katrolletjes	=	katrol
katsav	noun	slager
katsef	noun	slager
katsjing	intj|informal	gebruikt om de ontvangst van een aanzienlijk geldbedrag te benadrukken
katsjoe	noun	ingedroogd aftreksel (bruin) uit het hout van acacia's Acacia of (geel) de bladeren van Uncaria gambir Katsjoe bevat veel tannine en wordt gebruikt als looi- en verfstof, als samentrekkend geneesmiddel of als additief bij voedsel of snoep
katskinken	noun	een geslacht Ristella van skinken
katslang	noun	Telescopus fallax een slangensoort uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
katslangen	=	katslang
katslangetje	=	katslang
katslangetjes	=	katslang
katsovem	=	katsef
katte	=	katten
kattebel	noun	kort briefje
kattebellen	=	kattebel
kattebelletje	=	kattebel
kattebelletjes	=	kattebel
kattedoorn	=	kattendoorn
kattekruid	=	kattenkruid
kattekwaad	=	kattenkwaad
katten	verb	kattige opmerkingen maken
kattenbak	noun	een bak waarin katten hun behoefte kunnen doen
kattenbakgrit	noun	korrels die dienen als vulling van een kattenbak
kattenbakje	=	kattenbak
kattenbakjes	=	kattenbak
kattenbakken	=	kattenbak
kattenbakschep	noun	een onmisbaar stuk gereedschap voor katteneigenaren om de kattenbak snel en hygiënisch te reinigen
kattenbakschepje	=	kattenbakschep
kattenbakschepjes	=	kattenbakschep
kattenbakscheppen	=	kattenbakschep
kattencafé	noun	café speciaal voor kattenliefhebbers waarin katten vrij rondlopen
kattencafés	=	kattencafé
kattend	=	katten
kattendarm	noun	darm van een kat
kattendarmen	=	kattendarm
kattendarmpje	=	kattendarm
kattendarmpjes	=	kattendarm
kattende	=	katten
kattendoorn	noun	Ononis spinosa subsp. spinosa een kleine struik, die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
kattendoorns	=	kattendoorn
kattendoorntje	=	kattendoorn
kattendoorntjes	=	kattendoorn
kattengaatje	=	kattengat
kattengat	noun	nauwe doorgang voor een kat
kattengaten	=	kattengat
kattengejank	noun	heel lelijke, valse muziek met name van een viool
kattengespin	noun	het knorrende geluid van een tevreden kat
kattenhaar	noun	een haar van een kat
kattenhaartje	=	kattenhaar
kattenhaartjes	=	kattenhaar
kattenharen	=	kattenhaar
kattenklauw	noun	de verzameling van scherpe nagels aan de poot van een kat
kattenklauwen	=	kattenklauw
kattenklauwtje	=	kattenklauw
kattenklauwtjes	=	kattenklauw
kattenkop	noun	de kop van een kat
kattenkopje	=	kattenkop
kattenkopjes	=	kattenkop
kattenkoppen	=	kattenkop
kattenkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Nepeta
kattenkruidbij	noun	Anthophora quadrimaculata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae), geslacht sachembijen (Anthophora).
kattenkruidbijen	=	kattenkruidbij
kattenkruidbijtje	=	kattenkruidbij
kattenkruidbijtjes	=	kattenkruidbij
kattenkruiden	=	kattenkruid
kattenkruidje	=	kattenkruid
kattenkruidjes	=	kattenkruid
kattenkwaad	noun	verzamelterm voor streken die uitgehaald worden door kinderen, en die als de dader al wordt gevonden hooguit met een berisping of kleine straf worden afgedaan
kattenliefhebber	noun	iemand die veel van katten en poezen houdt
kattenliefhebbers	=	kattenliefhebber
kattenlintworm	noun	Taenia taeniaeformis een lintworm die als gastheren ratten en muizen en katachtigen en andere roofdieren heeft.
kattenlintwormen	=	kattenlintworm
kattenlintwormpje	=	kattenlintworm
kattenlintwormpjes	=	kattenlintworm
kattenluik	noun	poezenluik, een kleine doorgang die wordt gesloten met een luik dat in een of twee richtingen kan scharnieren.
kattenluiken	=	kattenluik
kattenluikje	=	kattenluik
kattenluikjes	=	kattenluik
kattenogen	=	kattenoog
kattenoog	noun	oog van een kat, oog in de vorm van een kattenoog
kattenoogje	=	kattenoog
kattenoogjes	=	kattenoog
kattenpension	noun	een pension waar katten kunnen komen logeren, bv omdat het baasje op vakantie gaat
kattenpensions	=	kattenpension
kattenpis	noun	letterlijk de urine van een kat
kattenpoep	noun	de ontlasting van katten
kattenpoot	noun	ledemaat van een kat
kattenpootje	=	kattenpoot
kattenpootjes	=	kattenpoot
kattenpoten	=	kattenpoot
kattenras	noun	categorie van huiskatten met omschreven erfelijke eigenschappen, vaak gekweekt om die kenmerkende eigenschappen in stand te houden of te benadrukken
kattenrassen	=	kattenras
kattenrug	noun	de hoge rug van een blazende kat
kattenruggen	=	kattenrug
kattensnor	noun	Cleome spinosa een eenjarige tuinplant
kattensnorren	=	kattensnor
kattensnorretje	=	kattensnor
kattensnorretjes	=	kattensnor
kattensoort	noun	Felis silvestris catus een bepaald kattenras
kattensoorten	=	kattensoort
kattensoortje	=	kattensoort
kattensoortjes	=	kattensoort
kattenspeelgoed	noun	voorwerpen die zijn ontworpen om de natuurlijke instincten en behoeften van een kat te stimuleren, waardoor ze mentaal en fysiek actief blijven
kattenspoelworm	noun	Toxocara cati een vrij lange parasitaire rondworm (Nematode) die voorkomt in de darmen van een aantal soorten katachtigen.
kattenspoelwormen	=	kattenspoelworm
kattenspoelwormpje	=	kattenspoelworm
kattenspoelwormpjes	=	kattenspoelworm
kattenstaart	noun	staart van een kat
kattenstaartaardvlo	noun	Altica lythri een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
kattenstaartaardvlooien	=	kattenstaartaardvlo
kattenstaartaardvlooitje	=	kattenstaartaardvlo
kattenstaartaardvlooitjes	=	kattenstaartaardvlo
kattenstaartamarant	noun	bepaalde eenjarige, exotische plant, Amaranthus caudatus, die in Nederland voorkomt als verwilderde tuinplant en waarvan de bladeren en zaden eetbaar zijn behorend tot de amarantenfamilie
kattenstaartamaranten	=	kattenstaartamarant
kattenstaartdikpoot	noun	Melitta nigricans een vliesvleugelig insect uit de familie Melittidae.
kattenstaartdikpootje	=	kattenstaartdikpoot
kattenstaartdikpootjes	=	kattenstaartdikpoot
kattenstaartdikpoten	=	kattenstaartdikpoot
kattenstaarten	=	kattenstaart
kattenstaartfamilie	noun	een familie Lythraceae van tweezaadlobbige, kruidachtige planten en bomen.
kattenstaartfamilies	=	kattenstaartfamilie
kattenstaartfamilietje	=	kattenstaartfamilie
kattenstaartfamilietjes	=	kattenstaartfamilie
kattenstaartfranjekelkje	noun	een zwam Lachnum salicariae behorend tot de familie Lachnaceae.
kattenstaartfranjekelkjes	=	kattenstaartfranjekelkje
kattenstaartgalmug	noun	Bayeriola salicariae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kattenstaartgalmuggen	=	kattenstaartgalmug
kattenstaartgalmugje	=	kattenstaartgalmug
kattenstaartgalmugjes	=	kattenstaartgalmug
kattenstaarthaantje	noun	Galerucella calmariensis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
kattenstaarthaantjes	=	kattenstaarthaantje
kattenstaartje	=	kattenstaart
kattenstaartjes	=	kattenstaart
kattentong	noun	een orgaan in de mond van een kat
kattentongen	=	kattentong
kattentongetje	=	kattentong
kattentongetjes	=	kattentong
kattenvel	noun	de huid van een kat
kattenvellen	=	kattenvel
kattenvelletje	=	kattenvel
kattenvelletjes	=	kattenvel
kattenvlo	noun	Ctenocephalides felis bloedzuigende parasiet die op katten, maar ook mensen en honden leeft
kattenvlooien	=	kattenvlo
kattenvoer	noun	voedsel speciaal voor katten gemaakt.
kattenwasje	noun	een snelle, kleine, vluchtige wasbeurt
kattenwasjes	=	kattenwasje
kattenzeik	noun	de stinkende urine van katten en poezen
kattenziekte	noun	een parvovirus infectie bij katten waardoor de kat lusteloos is en koorts heeft, slecht eet en overgeeft
kattenziekten	=	kattenziekte
kattenziektes	=	kattenziekte
kattepierig	adj	humeurig, slecht gestemd zijn, nukkig, kribbig, nors, kwalijk gezind
katterig	adj	ziek en gammel na teveel alcohol gedronken te hebben
katterige	=	katterig
katteriger	=	katterig
katterigere	=	katterig
katterigers	=	katterig
katterigheden	=	katterigheid
katterigheid	noun	een vervelend lichamelijk gevoel dat kan ontstaan na overmatig alcoholgebruik
katterigs	=	katterig
katterigst	=	katterig
katterigste	=	katterig
kattestaart	=	kattenstaart
kattig	adj	onvriendelijk, de onaardige variant van assertief, en dat alles vooral als het over een meisje gaat
kattige	=	kattig
kattiger	=	kattig
kattigere	=	kattig
kattigers	=	kattig
kattigs	=	kattig
kattigst	=	kattig
kattigste	=	kattig
kattin	noun	vrouwelijke kat Felis sylvestris catus
kattinnen	=	kattin
kattinnetje	=	kattin
kattinnetjes	=	kattin
katuil	noun	Tyto alba uil die net als katten muizen vangt en geen oorpluimpjes heeft waardoor de kop op die van een kat lijkt
katuilen	=	katuil
katuiltje	=	katuil
katvanger	noun	iemand die, bij illegale of criminele activiteiten, in naam eigenaar of houder van een voertuig, bedrijf, bankrekening etc. is, met als doel om de werkelijke eigenaar of houder buiten bereik van de autoriteiten te houden
katvangers	=	katvanger
katvangertje	=	katvanger
katvangertjes	=	katvanger
katvis	noun	Epinephelus adscensionis een straalvinnige vis uit de familie van zaagbaarzen (Serranidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het noordwesten, het westen, het zuidwesten, het oosten en het zuidoosten van de Atlantische Oceaan
katvissen	=	katvis
katvogel	noun	Dumetella carolinensis een vogel uit de familie van de spotlijsters.
katvogels	noun	een geslacht Ailuroedus van zangvogels uit de familie prieelvogels (Ptilonorhynchidae).
katvogeltje	=	katvogel
katvogeltjes	=	katvogel
katvogelzanger	noun	Sylvia galinieri een vogel uit de orde Passeriformes en de familie Sylviidae (grasmussen)
katvogelzangers	=	katvogelzanger
katvogelzangertje	=	katvogelzanger
katvogelzangertjes	=	katvogelzanger
katwijker	noun	een inwoner van Katwijk, of iemand afkomstig uit Katwijk	adj	op Katwijk betrekking hebbend
katwijkers	=	katwijker
katwijks	adj	op Katwijk betrekking hebbend
katwijkse	noun	een vrouwelijke inwoner van Katwijk, of een vrouw afkomstig uit Katwijk
katwijksen	=	katwijkse
katwilg	noun	bepaald soort loofboom Salix viminalis, die inheems is in de Benelux en tot 10 meter hoog kan worden, waarvan de tenen worden gebruikt als rijshout
katwilgbladrandgalmug	noun	Rabdophaga roskami een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
katwilgbladrandgalmuggen	=	katwilgbladrandgalmug
katwilgbladrandgalmuggetjes	=	katwilgbladrandgalmug
katwilgbladrandgalmugje	=	katwilgbladrandgalmug
katwilgbladrandwesp	noun	Phyllocolpa scotaspis een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
katwilgbladrandwespen	=	katwilgbladrandwesp
katwilgbladrandwespje	=	katwilgbladrandwesp
katwilgbladrandwespjes	=	katwilgbladrandwesp
katwilgbladwesp	noun	Pontania viminalis een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
katwilgbladwespen	=	katwilgbladwesp
katwilgbladwespje	=	katwilgbladwesp
katwilgbladwespjes	=	katwilgbladwesp
katwilgen	=	katwilg
katwilgje	=	katwilg
katwilgjes	=	katwilg
katwilgtakgalmug	noun	Rabdophaga viminalis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
katwilgtakgalmuggen	=	katwilgtakgalmug
katwilgtakgalmuggetjes	=	katwilgtakgalmug
katwilgtakgalmugje	=	katwilgtakgalmug
katwilguiltje	noun	Brachylomia viminalis een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
katwilguiltjes	=	katwilguiltje
katzwijm	noun	bewusteloosheid die maar kort duurt
kauai-akialoa	noun	Akialoa stejnegeri een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
kauai-akialoa's	=	kauai-akialoa
kauai-akialoaatje	=	kauai-akialoa
kauai-akialoaatjes	=	kauai-akialoa
kauai-elepaio	noun	Chasiempis sclateri een vogelsoort uit het geslacht Chasiempis uit de familie monarchen (Monarchidae), een familie van oscine zangvogels
kauai-elepaio's	=	kauai-elepaio
kauai-elepaiootje	=	kauai-elepaio
kauai-elepaiootjes	=	kauai-elepaio
kauaikruiper	noun	Oreomystis bairdi een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
kauaikruipers	=	kauaikruiper
kauaikruipertje	=	kauaikruiper
kauaikruipertjes	=	kauaikruiper
kauainukupuu	noun	Hemignathus hanapepe een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
kauainukupuu's	=	kauainukupuu
kauainukupuutje	=	kauainukupuu
kauainukupuutjes	=	kauainukupuu
kaukasisch	adj	op Kaukasus betrekking hebbend
kaukasische	noun	een vrouwelijke inwoner van Kaukasus, of een vrouw afkomstig uit Kaukasus
kaukasischen	=	kaukasische
kaukasischer	=	kaukasisch
kaukasischere	=	kaukasisch
kaukasischers	=	kaukasisch
kaukasiër	noun	een inwoner van Kaukasus, of iemand afkomstig uit Kaukasus
kaukasiërs	=	kaukasiër
kaukasusadder	noun	Vipera kaznakovi een giftige slang uit de familie adders (Viperidae)
kaukasusadders	=	kaukasusadder
kaukasusaddertje	=	kaukasusadder
kaukasusaddertjes	=	kaukasusadder
kaukasusbosmuis	noun	Apodemus hyrcanicus knaagdier uit het geslacht bosmuizen (Apodemus) dat voorkomt in Zuidoost-Azerbeidzjan en in Noord-Iran, tot op 1830 m hoogte.
kaukasusbosmuisje	=	kaukasusbosmuis
kaukasusbosmuisjes	=	kaukasusbosmuis
kaukasusbosmuizen	=	kaukasusbosmuis
kaukasuseekhoorn	noun	Sciurus anomalus eekhoorn (Sciurus vulgaris), waar hij van verschilt door de gelige buik en het ontbreken van de oorpluimen.
kaukasuseekhoorns	=	kaukasuseekhoorn
kaukasuseekhoorntje	=	kaukasuseekhoorn
kaukasuseekhoorntjes	=	kaukasuseekhoorn
kaukasushert	noun	Cervus elaphus maral een ondersoort van het edelhert (Cervus elaphus) en komt uit de familie der hertachtigen (Cervidae).
kaukasusherten	=	kaukasushert
kaukasushertje	=	kaukasushert
kaukasushertjes	=	kaukasushert
kaulisj	noun	grote challe met rozijnen
kaulisjen	=	kaulisj
kaulo	=	kaolo
kauri	noun	benaming voor voor verschillende soorten slakken uit de familie Cypraeidae met glanzend gekleurde schelpen, gebruikt voor versiering en als ruilmiddel
kauri's	=	kauri
kauri'tje	=	kauri
kautere	noun	bepaalde grassoort, Andropogon bicornis, die meer dan 50 cm hoog wordt en voorkomt in Zuid-Amerika, ook in Suriname
kauw	noun	Corvus monedula, een zwarte zangvogel met een grijze nek uit de Corvidae
kauwde	=	kauwen
kauwden	=	kauwen
kauwdop	noun	een veilig, vaak siliconen, hulpmiddel dat over het uiteinde van een pen of potlood wordt geschoven, zodat mensen (zowel kinderen als volwassenen) die de neiging hebben om op schrijfgerei te kauwen, dit op een veilige en hygiënische manier kunnen doen
kauwdopje	=	kauwdop
kauwdopjes	=	kauwdop
kauwdoppen	=	kauwdop
kauwe	=	kauwen
kauwen	verb	fijnmaken met de tanden
kauwend	=	kauwen
kauwende	=	kauwen
kauwer	noun	iemand die kauwt, mannelijke vorm van kauwster
kauwers	=	kauwer
kauwgoed	noun	Sceletium tortuosum een in Zuid-Afrika voorkomende vetplant uit de ijskruidfamilie die bekendstaat vanwege zijn psycho-actieve en anti-depressieve werking.
kauwgoederen	=	kauwgoed
kauwgoedje	=	kauwgoed
kauwgoedjes	=	kauwgoed
kauwgom	noun	een zacht samenhangend snoepgoed dat niet bedoeld is om in te slikken
kauwgombal	noun	snoep bestaande uit kauwgom in de vorm van een ronde bal die bedekt is met een laagje suiker met een smaakje en kleurstof.
kauwgomballen	=	kauwgombal
kauwgomballenautomaat	noun	een (vaak rode) mechanische dispenser met een glazen of kunststof bol, gevuld met kauwgomballen
kauwgomballenautomaatje	=	kauwgomballenautomaat
kauwgomballenautomaatjes	=	kauwgomballenautomaat
kauwgomballenautomaten	=	kauwgomballenautomaat
kauwgomballenmachine	noun	een (vaak rode) mechanische dispenser met een glazen of kunststof bol, gevuld met kauwgomballen
kauwgomballenmachines	=	kauwgomballenmachine
kauwgomballenmachinetje	=	kauwgomballenmachine
kauwgomballenmachinetjes	=	kauwgomballenmachine
kauwgomballetje	=	kauwgombal
kauwgomballetjes	=	kauwgombal
kauwgommen	=	kauwgom
kauwgommetje	=	kauwgom
kauwgommetjes	=	kauwgom
kauwgommos	noun	Diplotomma canescens een korstmos uit de familie Caliciaceae.
kauwgommosje	=	kauwgommos
kauwgommosjes	=	kauwgommos
kauwgommossen	=	kauwgommos
kauwgompje	=	kauwgom
kauwgoms	=	kauwgom
kauwgum	noun	een snoepgoed oorspronkelijk vervaardigd van het plantensap van de boom Manilkara chicle, nu vaak vervangn door polyisobuteen
kauwgumbal	=	kauwgombal
kauwgummen	=	kauwgum
kauwgummetje	=	kauwgum
kauwgummetjes	=	kauwgum
kauwgums	=	kauwgum
kauwketting	noun	een hulpmiddel van medische siliconen bedoeld om de natuurlijke kauwbehoefte veilig te reguleren.
kauwkettingen	=	kauwketting
kauwt	=	kauwen
kauwtje	=	kauw
kauwtjes	=	kauw
kava	noun	Piper methysticum een plant uit de familie Piperaceae.
kava's	=	kava
kavalje	noun	een oud en vervallen huis
kavaljes	=	kavalje
kavana	noun	toewijding bij godsdienstige handelingen
kavanot	=	kavana
kavel	noun	stuk grond dat als één geheel in kadaster wordt beschreven
kavelde	=	kavelen
kavelden	=	kavelen
kavele	=	kavelen
kavelen	verb	verloten
kavelend	=	kavelen
kavelende	=	kavelen
kaveling	noun	een afgescheiden deel van een geheel
kavelingen	=	kaveling
kavels	=	kavel
kavelt	=	kavelen
kaveltje	=	kavel
kaveltjes	=	kavel
kaviaar	noun	De onbevruchte eitjes van de steur
kaviaarsocialist	noun	iemand die linkse opvattingen uitdraagt, maar door inkomen en opleiding ver van de arbeidersklasse verwijderd geraakt is
kaviaarsocialisten	=	kaviaarsocialist
kavod	noun	eer, prestige, decorum
kawina	noun	Surinaamse muziekstijl waarop men kan dansen
kawinaband	noun	muziekgroep die Surinaamse dansmuziek speelt
kawinabandje	=	kawinaband
kawinabandjes	=	kawinaband
kawinabands	=	kawinaband
kayumangginachtzwaluw	noun	Caprimulgus griseatus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
kayumangginachtzwaluwen	=	kayumangginachtzwaluw
kayumangginachtzwaluwtje	=	kayumangginachtzwaluw
kayumangginachtzwaluwtjes	=	kayumangginachtzwaluw
kazach	noun	een inwoner van Kazachstan, of iemand afkomstig uit Kazachstan
kazachen	=	kazach
kazachje	=	kazach
kazachs	adj	op Kazachstan betrekking hebbend
kazachse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kazachstan, of een vrouw afkomstig uit Kazachstan
kazachsen	=	kazachse
kazachser	=	kazachs
kazachsere	=	kazachs
kazachsers	=	kazachs
kazachst	=	kazachs
kazachstalig	adj	de Kazachse taal sprekend
kazachstalige	=	kazachstalig
kazachstaligs	=	kazachstalig
kazachste	=	kazachs
kazak	noun	tas om boeken of gymspullen in mee te nemen
kazakdraaier	noun	iemand zonder een eigen mening
kazakdraaiers	=	kazakdraaier
kazakje	=	kazak
kazakjes	=	kazak
kazakken	=	kazak
kazakkendraaier	noun	iemand zonder eigen mening; iemand die makkelijk zijn opinie verandert
kazakkendraaiers	=	kazakkendraaier
kazaks	adj	op Kazachstan betrekking hebbend
kazakse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kazachstan, of een vrouw afkomstig uit Kazachstan
kazaksen	=	kazakse
kaze	=	kazen
kazemat	noun	een tegen vijandelijk vuur gedekte en van schietgaten voorziene ruimte voor de opstelling van een vuurwapen, aanvankelijk deel uitmakend van een vesting
kazematje	=	kazemat
kazematjes	=	kazemat
kazematten	=	kazemat
kazen	verb	kaas maken
kazend	=	kazen
kazende	=	kazen
kazerne	noun	gebouw waar soldaten gelegerd zijn
kazerneer	=	kazerneren
kazerneerde	=	kazerneren
kazerneerden	=	kazerneren
kazerneert	=	kazerneren
kazernen	=	kazerne
kazernere	=	kazerneren
kazerneren	verb	in een kazerne te verblijven, in een kazerne laten verblijven
kazernerend	=	kazerneren
kazernerende	=	kazerneren
kazernes	=	kazerne
kazerneterrein	noun	grodgebied waarop gebouwen staan waar soldaten zijn gelegerd
kazerneterreinen	=	kazerneterrein
kazerneterreintje	=	kazerneterrein
kazerneterreintjes	=	kazerneterrein
kazernetje	=	kazerne
kazernewijk	noun	een wijk waarin of waarnaast een of meerdere kazernes gelegen zijn
kazernewijken	=	kazernewijk
kazernewijkje	=	kazernewijk
kazernewijkjes	=	kazernewijk
kazoo	noun	eenvoudig, klein blaasinstrument waarbij men langs een membraan blaast
kazoos	=	kazoo
kazuifel	noun	mouwloos opperkleed dat door een priester gedragen wordt bij het lezen van de mis
kazuifels	=	kazuifel
kazuifeltje	=	kazuifel
kazuifeltjes	=	kazuifel
kaïn	noun|figurative	afgunstig, wrevelig, wraakzuchtig persoon
kaïns	=	kaïn
kaïnsmerk	noun|figurative	uiterlijk kenmerk waaruit wordt afgeleid dat iemand niet deugt of iets misdaan heeft
kaïnsmerken	=	kaïnsmerk
kaïnsteken	noun|figurative	uiterlijk kenmerk waaruit wordt afgeleid dat iemand niet deugt of iets misdaan heeft
kaïnstekens	=	kaïnsteken
kca	noun	afkorting van klein chemisch afval, huishoudelijk afval waar chemische stoffen in zitten die schadelijk zijn voor de gezondheid en voor het milieu
kdw	noun	een getal dat uitdrukt wanneer de neerslag van een bepaalde stof ernstige schade toebrengt aan de natuur
kdw's	=	kdw
kea	noun	Nestor notabilis De kea is een vogelsoort uit de kleine familie (Strigopidae) van inheemse papegaaiachtigen die met name leeft in de buurt van Mount Cook in Nieuw-Zeeland.
kea's	=	kea
keaatje	=	kea
keaatjes	=	kea
kebab	noun	gebraden gekruid schapen-, rund-, lams-, kalfs- of kippenvlees (en dus zeker geen varkensvlees!)
kebabje	=	kebab
kebabjes	=	kebab
kebabs	=	kebab
kebon	noun	aanplant
kebons	=	kebon
kech	noun|vulgar	prostituee
kechie	=	kech
kechje	=	kech
kechs	=	kech
ked	=	ket
kedaaches	noun	in 'iemand het kedaaches insmoezen': iemand onnodig bang maken
kedde	=	ket
kedien	adj	mooi
kedive	noun	titel van de gouverneur van Egypte ten tijde van het Ottomaanse Rijk in de periode van 1867 tot 1914
kediven	=	kedive
kedives	=	kedive
kedivetje	=	kedive
kedoesja	noun	heiligheid, heiliging
kedoesjot	=	kedoesja
kedosja	adj	heilige
kedosjot	adj	heilige
keds	noun	gymschoen, sneaker
kedsen	=	keds
keef	=	kijven
keefskind	noun	necht kind, bastaard
keefskinderen	=	keefskind
keefskinders	=	keefskind
keefskindje	=	keefskind
keefskindjes	=	keefskind
keeft	=	kijven
keek	=	kijken
keekt	=	kijken
keel	noun	/: voorste, uitwendige gedeelte van de hals
keel-neus-oorarts	noun	dokter die zich gespecialiseerd heeft in ziekten van organen binnen het hoofd die direct contact met de buitenlucht hebben
keel-neus-oorartsen	=	keel-neus-oorarts
keelaandoening	noun	medisch probleem in de keel
keelaandoeningen	=	keelaandoening
keelaandoeninkje	=	keelaandoening
keelaandoeninkjes	=	keelaandoening
keelamandel	noun	klieren achter in de mondholte en in de keel gelegen, waarvan de vorm lijkt op die van een amandel [1]
keelamandelen	=	keelamandel
keelamandels	=	keelamandel
keelamandeltje	=	keelamandel
keelamandeltjes	=	keelamandel
keelarts	noun	de dokter voor keelziekten.
keelartsen	=	keelarts
keelartsje	=	keelarts
keelartsjes	=	keelarts
keelband	noun	band of lint aan een hoofddeksel
keelbanden	=	keelband
keelbandje	=	keelband
keelde	=	kelen
keelden	=	kelen
keelgaatje	=	keelgat
keelgaatjes	=	keelgat
keelgat	noun	bovenste opening van de slokdarm, isthmus faucium
keelgaten	=	keelgat
keelgeluid	noun	een geluid dat (die) uit de keel komt, een ongearticuleerd geluid
keelgeluiden	=	keelgeluid
keelgeluidje	=	keelgeluid
keelgeluidjes	=	keelgeluid
keelholte	noun	holte achter de mondholte en net voor het begin van de slokdarm
keelholten	=	keelholte
keelholtes	=	keelholte
keelkanker	noun	plaveiselcelcarcinoom in het hoofd halsgebied meestal uitgaande van het epitheel van de mond- keelholte
keelkankers	=	keelkanker
keelklank	noun	diep uit de keel klinkende klank
keelklanken	=	keelklank
keelklankje	=	keelklank
keellijst	noun	golfvormig geprofileerde sierlijst (s-vormig, bol en hol) aan een gebouw
keellijsten	=	keellijst
keellijstje	=	keellijst
keellijstjes	=	keellijst
keelmonster	noun	kleine hoeveelheid keelslijmvlies die men met een wattenstaafje bij mensen of dieren afneemt voor chemisch en/of biologisch onderzoek
keelmonsters	=	keelmonster
keelontsteking	noun	een infectie van de slijmhuid van de keel
keelontstekingen	=	keelontsteking
keelontstekinkje	=	keelontsteking
keelontstekinkjes	=	keelontsteking
keeloperatie	noun	operatie aan de keel
keeloperaties	=	keeloperatie
keeloperatietje	=	keeloperatie
keeloperatietjes	=	keeloperatie
keelpad	noun	Sclerophrys gutturalis een amfibie uit de familie padden (Bufonidae).
keelpadden	=	keelpad
keelpadje	=	keelpad
keelpadjes	=	keelpad
keelpijn	noun	pijnlijke irritatie van het slijmvlies in de keelholte, meestal door een ontsteking ervan
keelpijnen	=	keelpijn
keelpijntje	=	keelpijn
keelpijntjes	=	keelpijn
keelstem	noun	zangstem zittend tussen borststem en kopstem
keelstemmen	=	keelstem
keelt	=	kelen
keeltandigen	noun	een onderfamilie Astronesthinae van straalvinnige vissen uit de orde van draakvisachtigen (Stomiiformes)
keeltje	=	keel
keeltjes	=	keel
keelzak	noun	uitrekbaar deel van de huid aan de keel
keelzakken	=	keelzak
keelzang	noun	het zingen van twee klanken uit één keel
keelzangen	=	keelzang
keelziekte	noun	een ziekte in het gebied van de keel.
keelziekten	=	keelziekte
keelziektes	=	keelziekte
keelziektetje	=	keelziekte
keelziektetjes	=	keelziekte
keen	noun	kloof, spleet, scheur
keende	=	kenen
keenden	=	kenen
keent	=	kenen
keentje	=	keen
keentjes	=	keen
keep	noun	inkeping, insnijding, kerf met betrekkelijk wijde opening
keepe	=	keepen
keepen	verb	proberen de bal of puck uit het doel te houden
keepend	=	keepen
keepende	=	keepen
keeper	noun	Een doelman, keeper (van het Engelse goalkeeper), doelverdediger, goalie of doelwachter is een speler van een sportploeg die moet voorkomen dat de tegenstander een punt scoort.
keepers	=	keeper
keepersprobleem	noun	moeilijkheid met het vinden van een goede keeper voor een voetbalelftal
keepersproblemen	=	keepersprobleem
keeperstrainer	noun	persoon die zorgt voor de opleiding van doelverdedigers
keeperstrainers	=	keeperstrainer
keepertje	=	keeper
keepertjes	=	keeper
keepje	=	keep
keepjes	=	keep
keeplat	noun	stuk hout met inkepingen die dient ter ondersteuning van een andere lat zoals bijvoorbeeld een wouterman
keeplatje	=	keeplat
keeplatjes	=	keeplat
keeplatten	=	keeplat
keeps	=	keep
keepster	noun	Vrouwelijke keeper
keepsters	=	keepster
keepstertje	=	keepster
keepstertjes	=	keepster
keept	=	keepen
keepte	=	keepen
keepten	=	keepen
keer	noun	telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
keeraafs	adj	in onjuiste, tegengestelde richting, in strijd met wat correct is
keeraafse	=	keeraafs
keerborstel	noun	een veelzijdige borstel die wordt gebruikt voor het opvegen van stof en vuil, vaak met een steel, en is ontworpen om stof en vuil gemakkelijk op te nemen
keerborstels	=	keerborstel
keerborsteltje	=	keerborstel
keerborsteltjes	=	keerborstel
keerdam	noun	een dam die het water tegenhoudt
keerdammen	=	keerdam
keerdammetje	=	keerdam
keerde	=	keren
keerden	=	keren
keerdicht	noun	gedicht waarvan een of twee regels enkele malen terugkeren
keerdichten	=	keerdicht
keeren	=	keren
keerkring	noun	de begrenzing van de zone waarbinnen de zon in het zenit kan staan
keerkringen	=	keerkring
keerkringetje	=	keerkring
keerkringvogelachtigen	noun	orde Phaethontiformes, die uit 3 soorten zeevogels bestaat
keerkringvogels	noun	Phaethontidae een familie van vogels die het grootste gedeelte van het jaar boven zee doorbrengen en vrijwel alleen tijdens het broedseizoen aan land te vinden zijn
keerkromme	noun	bijzondere geval van een richtkromme voor een regeloppervlak waarbij, voor elk punt van de richtkromme, de beschrijvende dezelfde richting heeft als de raakvector aan het beschouwde punt van de richtkromme
keerkrommen	=	keerkromme
keerlus	noun	lus in een weg die voertuigen de gelegenheid geeft om te keren
keerlussen	=	keerlus
keermuren	=	keermuur
keermuur	noun	een steile wand waarachter grond of water wordt vastgehouden
keermuurtje	=	keermuur
keermuurtjes	=	keermuur
keerploeg	noun	ploeg waarbij het rister afzonderlijk naar links of naar rechts gesteld kan worden en die daardoor zijn werk in twee richtingen (links- en rechtswerpend) kan verrichten
keerploegen	=	keerploeg
keerploegje	=	keerploeg
keerploegjes	=	keerploeg
keerpunt	noun	plaats waar men om moet of kan keren
keerpunten	=	keerpunt
keerpuntje	=	keerpunt
keerpuntjes	=	keerpunt
keerrooster	noun	het laatste rooster voor de anode in een pentode.
keerroosters	=	keerrooster
keerroostertje	=	keerrooster
keerroostertjes	=	keerrooster
keersluis	noun	een sluis die water keert, oftewel tegenhoudt
keersluisje	=	keersluis
keersluisjes	=	keersluis
keersluizen	=	keersluis
keert	=	keren
keerteken	noun	een symbool dat wordt gebruikt om een vermenigvuldiging aan te duiden
keertekens	=	keerteken
keertekentje	=	keerteken
keertekentjes	=	keerteken
keertje	=	keer
keertjes	=	keer
keerwand	noun	een steile wand waarachter grond of water wordt vastgehouden
keerwanden	=	keerwand
keerwandje	=	keerwand
keerwandjes	=	keerwand
keerweer	noun	doodlopende weg
keerweertje	=	keerweer
keerweertjes	=	keerweer
keerweg	noun	doodlopende weg waarop men moet keren om verder te kunnen gaan
keerwegen	=	keerweg
keerwegje	=	keerweg
keerwegjes	=	keerweg
keerweren	=	keerweer
keerwoord	noun	term waarvan de letters in omgekeerde volgorde dezelfde term vormen
keerwoorden	=	keerwoord
keerzij	noun	de andere kant van een munt of medaille, meestal de minder goede of mooie kant
keerzijde	noun	de andere kant van een munt of medaille, meestal de minder goede of mooie kant
keerzijden	=	keerzijde
keerzijdes	=	keerzijde
kees	noun	in samenstellingen (zie hieronder)
keesde	=	kees
keesden	=	kees
keeshond	noun	langharige, middelgrote hond met pluimstaart
keeshonden	=	keeshond
keeshondje	=	keeshond
keeshondjes	=	keeshond
keesje	noun	alleen verkleinwoord dunnere kabel waarmee een dikkere kabel wordt overgehaald
keesjes	=	kees
keest	=	kees
keet	noun	gebouwtje voor tijdelijk verblijf
keetje	=	keet
keetjes	=	keet
keette	=	keten
keetten	=	keten
kef	noun	kort, hoog blaffend geluid van een kleine hond
keffe	=	keffen
keffen	verb	blaffen van een kleine hond
keffend	=	keffen
keffende	=	keffen
keffer	noun	klein hondje dat hinderlijk veel blaft
keffers	=	keffer
keffertje	=	keffer
keffertjes	=	keffer
keffiyeh	noun	geblokte doek die traditioneel voornamelijk door mannen in Arabische landen en landen met een droog klimaat over het hoofd gedragen wordt als bescherming tegen kou, zon, stof en zand
keffiyehs	=	keffiyeh
keffiyehsjaal	noun	een traditioneel hoofddeksel dat voornamelijk door mannen in Arabische landen en landen met een droog klimaat gedragen wordt om hen te beschermen tegen kou, zon, stof en zand
keffiyehsjaals	=	keffiyehsjaal
keffiyehsjaaltje	=	keffiyehsjaal
keffiyehsjaaltjes	=	keffiyehsjaal
kefir	noun	door gisting met een mengsel van verschillende melkzuurbacteriën en gisten verkregen licht alcoholisch melkproduct
kefje	=	kef
kefjes	=	kef
keft	=	keffen
kefta	noun	in de Noord-Afrikaanse keuken een gerecht van gekruid (lams)gehakt
kefte	=	keffen
keften	=	keffen
keg	noun	een blok met één schuine kant, waarmee men iets kan vastklemmen of het wegrollen van bijv. een wiel kan verhinderen. (De doorsnede van een keg is een rechthoekige driehoek, van een wig is dat een gelijkbenige driehoek.
kegde	=	keggen
kegden	=	keggen
kegel	noun	een meetkundig lichaam met een cirkel als grondvlak en uitlopend in een punt
kegelaar	noun	beoefenaar van de kegelsport
kegelaars	=	kegelaar
kegelaartje	=	kegelaar
kegelaartjes	=	kegelaar
kegelbaan	noun	baan waarop het kegelspel wordt gespeeld
kegelbaantje	=	kegelbaan
kegelbaantjes	=	kegelbaan
kegelbanen	=	kegelbaan
kegelbij	noun	een bij uit de familie Megachilidae
kegelbijen	=	kegelbij
kegelbijtje	=	kegelbij
kegelbijtjes	=	kegelbij
kegelbijvlieg	noun	Eristalis pertinax een insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae).
kegelbijvliegen	=	kegelbijvlieg
kegelbijvliegje	=	kegelbijvlieg
kegelbijvliegjes	=	kegelbijvlieg
kegelbladroller	noun	Cydia strobilella een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
kegelbladrollers	=	kegelbladroller
kegelbladrollertje	=	kegelbladroller
kegelbladrollertjes	=	kegelbladroller
kegelcelsatijnzwam	noun	Entoloma tibiicystidiatum een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
kegelcelsatijnzwammen	=	kegelcelsatijnzwam
kegelcelsatijnzwammetje	=	kegelcelsatijnzwam
kegelcelsatijnzwammetjes	=	kegelcelsatijnzwam
kegelclub	noun	een sportvereniging waarvan de leden de kegelsport beoefenen
kegelclubs	=	kegelclub
kegelde	=	kegelen
kegelden	=	kegelen
kegeldragend	adj	voorzien van een kegel
kegeldragende	=	kegeldragend
kegeldragends	=	kegeldragend
kegele	=	kegelen
kegelen	verb	het kegelspel spelen
kegelend	=	kegelen
kegelende	=	kegelen
kegelmorielje	noun	een eetbare paddenstoel Morchella elata behorend tot de familie Morchellaceae.
kegelmorieljes	=	kegelmorielje
kegelmos	noun	Conocephalum conicum een levermossoort uit de familie Conocephalaceae.
kegelmosje	=	kegelmos
kegelmosjes	=	kegelmos
kegelmossen	=	kegelmos
kegelnarcisvlieg	noun	Merodon avidus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kegelnarcisvliegen	=	kegelnarcisvlieg
kegelnarcisvliegje	=	kegelnarcisvlieg
kegelnarcisvliegjes	=	kegelnarcisvlieg
kegelpalpje	noun	Centromerus pabulator een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
kegelpalpjes	=	kegelpalpje
kegelpoederparasol	noun	Cystolepiota pulverulenta een meercellige schimmel behorende tot de familie Agaricaceae.
kegelpoederparasolletje	=	kegelpoederparasol
kegelpoederparasolletjes	=	kegelpoederparasol
kegelpoederparasols	=	kegelpoederparasol
kegels	=	kegel
kegelsilene	noun	Silene conica een eenjarige plant, die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
kegelsilenen	=	kegelsilene
kegelsilenes	=	kegelsilene
kegelsilenetje	=	kegelsilene
kegelsilenetjes	=	kegelsilene
kegelslak	noun	carnivoor geslacht van slakken (Conidae) genoemd naar de kegelvormige schelp met platte windingen
kegelslakje	=	kegelslak
kegelslakjes	=	kegelslak
kegelslakken	noun	Conidae een familie van carnivore slakken
kegelsnaveltangare	noun	Conothraupis mesoleuca een ernstig bedreigde endemische zangvogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren)
kegelsnaveltangaren	=	kegelsnaveltangare
kegelsnaveltangaretje	=	kegelsnaveltangare
kegelsnaveltangaretjes	=	kegelsnaveltangare
kegelsnede	noun	een kromme gevormd door het snijden van een kegel met een plat vlak
kegelsneden	=	kegelsnede
kegelsnedetje	=	kegelsnede
kegelsnedetjes	=	kegelsnede
kegelsnee	=	kegelsnede
kegelspel	noun	het spelen met kegels
kegelspelen	=	kegelspel
kegelspellen	=	kegelspel
kegelspin	noun	Cyclosa conica een kleine spinnensoort uit de familie wielwebspinnen (Araneidae).
kegelspinnen	=	kegelspin
kegelspinnetje	=	kegelspin
kegelspinnetjes	=	kegelspin
kegelt	=	kegelen
kegeltje	=	kegel
kegeltjes	=	kegel
kegeltolhorens	noun	Jujubinus een geslacht van zeeslakken, mariene buikpotige weekdieren in de familie van de Trochidae
kegelviltmollisia	noun	Mollisia strobilicola een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
kegelviltmollisia's	=	kegelviltmollisia
kegelviltmollisiaatje	=	kegelviltmollisia
kegelviltmollisiaatjes	=	kegelviltmollisia
kegelvlak	noun	het (gebogen) oppervlak van een kegel
kegelvlakje	=	kegelvlak
kegelvlakjes	=	kegelvlak
kegelvlakken	=	kegelvlak
kegelvlekbarbeel	noun	Trigonostigma heteromorpha een tropische vis die ook als aquariumvis gehouden wordt.
kegelvlekbarbeeltje	=	kegelvlekbarbeel
kegelvlekbarbeeltjes	=	kegelvlekbarbeel
kegelvlekbarbelen	=	kegelvlekbarbeel
kegelvorm	noun	het uiterlijk hebben dat lijkt op een kegel
kegelvormen	=	kegelvorm
kegelvormig	adj	vorm van een kegel hebbend
kegelvormige	=	kegelvormig
kegelvormiger	=	kegelvormig
kegelvormigere	=	kegelvormig
kegelvormigers	=	kegelvormig
kegelvormigs	=	kegelvormig
kegelvormigst	=	kegelvormig
kegelvormigste	=	kegelvormig
kegelvormpje	=	kegelvorm
kegelvormpjes	=	kegelvorm
kegge	noun	ijzeren wig
keggen	verb	met een wig uit elkaar duwen of vastklemmen
keggend	=	keggen
keggende	=	keggen
keggetje	=	keg
keggetjes	=	keg
keghelsne	=	kegelsnede
kegje	=	keg
kegjes	=	keg
kegt	=	keggen
kehatiet	noun	nakomeling van Kehat, lid van het Levietengeslacht van de Kehatieten (15×: Num. 3:27 +, Joz. 21:4 +, 1 Kron. 6:18 +, 2 Kron. 20:19 +)
kehatieten	=	kehatiet
kehila	noun	joodse gemeente
kehila's	=	kehila
kehille	noun	joodse gemeente
kehilles	=	kehille
kehilletje	=	kehille
kehillo	noun	joodse gemeente
kehillous	=	kehillo
kehilot	=	kahal
kei	noun	brok gesteente
kei-appel	noun	Dovyalis caffra een plant uit de wilgenfamilie (Salicaceae).
kei-appelen	=	kei-appel
kei-appels	=	kei-appel
kei-appeltje	=	kei-appel
kei-appeltjes	=	kei-appel
kei-besarbrilvogel	noun	Zosterops grayi een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kei-besarbrilvogels	=	kei-besarbrilvogel
kei-besarbrilvogeltje	=	kei-besarbrilvogel
kei-besarbrilvogeltjes	=	kei-besarbrilvogel
kei-kecilbrilvogel	noun	Zosterops uropygialis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kei-kecilbrilvogels	=	kei-kecilbrilvogel
kei-kecilbrilvogeltje	=	kei-kecilbrilvogel
kei-kecilbrilvogeltjes	=	kei-kecilbrilvogel
keiachtig	adj	lijkend op een steen; de eigenschappen hebbend van een steen
keiachtige	=	keiachtig
keiachtiger	=	keiachtig
keiachtigere	=	keiachtig
keiachtigers	=	keiachtig
keiachtigs	=	keiachtig
keiachtigst	=	keiachtig
keiachtigste	=	keiachtig
keibronskoekoek	noun	Chalcites crassirostris een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
keibronskoekoeken	=	keibronskoekoek
keibronskoekoekje	=	keibronskoekoek
keibronskoekoekjes	=	keibronskoekoek
keichic	adj	heel erg deftig
keichics	=	keichic
keichique	=	keichic
keicool	adj	heel erg hip en modern
keicoole	=	keicool
keicools	=	keicool
keien	=	kei
keigaaf	adj	heel erg gunstig of aantrekkelijk
keigaafs	=	keigaaf
keigave	=	keigaaf
keigezellig	adj|informal	heel erg gezellig
keigezellige	=	keigezellig
keigezelligs	=	keigezellig
keigoed	adj	heel erg goed
keigoede	=	keigoed
keigoeds	=	keigoed
keihard	adj	heel erg hard: zo hard als een kei	adv	heel erg luid
keiharde	=	keihard
keihards	=	keihard
keikever	noun	insect uit de familie Psephenidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde Polyphaga. ;Externe links
keikevers	noun	Psephenidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde Polyphaga. ;Externe links
keikevertje	=	keikever
keikevertjes	=	keikever
keikomisch	adj|informal	erg grappig, erg komisch
keikomische	=	keikomisch
keikop	noun	een koppig, eigenwijs persoon die niet snel zijn uitgesproken mening veranderd
keikopje	=	keikop
keikopjes	=	keikop
keikoppen	=	keikop
keil	noun	stevig voorwerp met een rand waar twee vlakken elkaar onder een scherpe hoek raken; kan worden gebruikt om iets vast te klemmen, het wegrollen van een wiel te verhinderen of materiaal op een breuklijn verder te splijten	adj	dronken
keilbout	noun	bout in een tapse plug ter bevestiging van zware voorwerpen aan muren
keilbouten	=	keilbout
keilde	=	keilen
keilden	=	keilen
keilder	=	keilderen
keilderde	=	keilderen
keilderden	=	keilderen
keildere	=	keilderen
keilderen	verb	ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert
keilderend	=	keilderen
keilderende	=	keilderen
keildert	=	keilderen
keile	=	keilen
keileem	noun	een grondsoort die uit een mengsel van grind, zand, keien en leem bestaat
keilef	noun	hond
keilemen	=	keileem
keilen	verb	ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert
keilend	=	keilen
keilende	=	keilen
keiler	noun	iemand die met stenen gooit
keilers	=	keiler
keilertje	=	keiler
keilertjes	=	keiler
keileuk	adj	heel erg plezierig
keileuke	=	keileuk
keileuks	=	keileuk
keilief	adj	heel erg aardig en vriendelijk
keiliefs	=	keilief
keilieve	=	keilief
keilsteen	noun	platte steen die men over het wateroppervlak kan laten ketsen
keilstenen	=	keilsteen
keilt	=	keilen
keiltje	=	keil
keiltjes	=	keil
keimooi	adj	heel erg mooi
keimooie	=	keimooi
keimoois	=	keimooi
keinijg	adj	uiterst aantrekkelijk	adv	in hoogste mate
keinijge	=	keinijg
keinijgs	=	keinijg
keiretsu	noun	conglomeraat van exclusief met elkaar samenwerkende producenten en toeleveranciers in Japan
keirin	noun	een discipline in het baanwielrennen, ontstaan in Japan waarbij de eerste ronden achter gangmakers op derny's worden gereden
keirins	=	keirin
keirupsvogel	noun	Edolisoma dispar een rupsvogel die endemisch is op een aantal kleine eilanden in de Zuid-Molukken (Indonesië), onder andere de Kei-eilanden
keirupsvogels	=	keirupsvogel
keirupsvogeltje	=	keirupsvogel
keirupsvogeltjes	=	keirupsvogel
keisimpel	adj|informal	heel erg eenvoudig en makkelijk
keisimpele	=	keisimpel
keisimpels	=	keisimpel
keistad	noun	bijnaam voor Amersfoort
keisteen	noun	stuk natuursteen, meer in het bijzonder: een stuk vuursteen
keisteentje	=	keisteen
keisteentjes	=	keisteen
keistenen	=	keisteen
keitje	=	kei
keitjes	=	kei
keitof	adj	heel erg goed
keitoffe	=	keitof
keitofs	=	keitof
keiveel	adv|informal	erg veel
keiveroves	noun	begraafplaats
keizand	noun	mengsel van zand en grind
keizanden	=	keizand
keizer	noun	een monarch van de allerhoogste rang, oorspronkelijk die van het Romeinse rijk
keizeraalscholver	noun	Leucocarbo atriceps een zwart-witte zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers), uit het zuiden van Zuid-Amerika.
keizeraalscholvers	=	keizeraalscholver
keizeraalscholvertje	=	keizeraalscholver
keizeraalscholvertjes	=	keizeraalscholver
keizeramazone	noun	Amazona imperialis een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
keizeramazonen	=	keizeramazone
keizeramazones	=	keizeramazone
keizeramazonetje	=	keizeramazone
keizeramazonetjes	=	keizeramazone
keizerarend	noun	Aquila heliaca een vogel uit de familie van arendachtigen (Accipitridae).
keizerarenden	=	keizerarend
keizerarendje	=	keizerarend
keizerarendjes	=	keizerarend
keizerbaars	noun	Hoplostethus atlanticus een straalvinnige vis uit de familie van zaagbuikvissen (Trachichthyidae) en behoort derhalve tot de orde van slijmkopvissen (Beryciformes)
keizerbaarsje	=	keizerbaars
keizerbaarsjes	=	keizerbaars
keizerbaarzen	=	keizerbaars
keizerdom	noun	afgebakend gebied waarin een keizer heerst
keizerdommen	=	keizerdom
keizerelfje	noun	Malurus cyanocephalus een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
keizerelfjes	=	keizerelfje
keizergans	noun	Anser canagicus een gans uit de familie Anatidae (Eendachtigen)
keizergansje	=	keizergans
keizergansjes	=	keizergans
keizerganzen	=	keizergans
keizerin	noun	een vrouwelijke monarch van de allerhoogste rang, oorspronkelijk die van het Romeinse rijk
keizerinbriljantkolibrie	noun	Heliodoxa imperatrix een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
keizerinbriljantkolibries	=	keizerinbriljantkolibrie
keizerinbriljantkolibrietje	=	keizerinbriljantkolibrie
keizerinbriljantkolibrietjes	=	keizerinbriljantkolibrie
keizerinnen	=	keizerin
keizerinnetje	=	keizerin
keizerinnetjes	=	keizerin
keizerkroon	=	keizerskroon
keizerlibelle	noun	insect uit de geslacht Anax van echte libellen (Anisoptera) uit de familie glazenmakers (Aeschnidae).
keizerlibellen	noun	Anax een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie glazenmakers (Aeschnidae).
keizerlibelletje	=	keizerlibelle
keizerlibelletjes	=	keizerlibelle
keizerlijk	adj	van, als van een keizer
keizerlijke	=	keizerlijk
keizerlijker	=	keizerlijk
keizerlijkere	=	keizerlijk
keizerlijkers	=	keizerlijk
keizerlijks	=	keizerlijk
keizerlijkst	=	keizerlijk
keizerlijkste	=	keizerlijk
keizerpinguïn	=	keizerspinguïn
keizerreiger	noun	Ardea insignis een vogel uit de familie der reigers.
keizerreigers	=	keizerreiger
keizerreigertje	=	keizerreiger
keizerreigertjes	=	keizerreiger
keizerrijk	noun	het gebied waar een keizer het staatshoofd is
keizerrijken	=	keizerrijk
keizerrijkje	=	keizerrijk
keizerrijkjes	=	keizerrijk
keizerrotshagedis	noun	Platysaurus imperator een hagedis uit de familie gordelstaarthagedissen (Cordylidae)
keizerrotshagedisje	=	keizerrotshagedis
keizerrotshagedisjes	=	keizerrotshagedis
keizerrotshagedissen	=	keizerrotshagedis
keizers	=	keizer
keizerschap	noun	het keizer zijn; de functie van keizer
keizerschappen	=	keizerschap
keizerschorpioen	noun	Pandinus imperator een schorpioen uit de familie Scorpionidae.
keizerschorpioenen	=	keizerschorpioen
keizerschorpioentje	=	keizerschorpioen
keizerschorpioentjes	=	keizerschorpioen
keizersgalmot	noun	Goniodoma limoniella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
keizersgalmotje	=	keizersgalmot
keizersgalmotjes	=	keizersgalmot
keizersgalmotten	=	keizersgalmot
keizerskaars	noun	Verbascum phlomoides een tweejarige plant uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae).
keizerskaarsen	=	keizerskaars
keizerskaarsje	=	keizerskaars
keizerskaarsjes	=	keizerskaars
keizerskronen	=	keizerskroon
keizerskroon	noun	hoofdsieraad van een heerser over koningen
keizerskroontje	=	keizerskroon
keizerskroontjes	=	keizerskroon
keizersmammoet	noun	Mammuthus imperator een uitgestorven mammoetsoort die leefde in Noord-Amerika van het Plioceen tot het Pleistoceen, dus van 4,9 miljoen tot 11.000 jaar geleden
keizersmammoeten	=	keizersmammoet
keizersmammoetje	=	keizersmammoet
keizersmammoetjes	=	keizersmammoet
keizersmammoets	=	keizersmammoet
keizersmantel	noun	Argynnis paphia een vlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
keizersmantels	=	keizersmantel
keizersmanteltje	=	keizersmantel
keizersmanteltjes	=	keizersmantel
keizersnede	noun	operatieve verlossing in tegenstelling tot een gewone bevalling
keizersneden	=	keizersnede
keizersnedes	=	keizersnede
keizersnedetje	=	keizersnede
keizersnedetjes	=	keizersnede
keizersnee	noun|informal	bevalling met behulp van een operatie
keizersneetje	=	keizersnede
keizersneetjes	=	keizersnede
keizersneeën	=	keizersnee
keizersnip	noun	Gallinago imperialis een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
keizersnipje	=	keizersnip
keizersnipjes	=	keizersnip
keizersnippen	=	keizersnip
keizerspecht	noun	Campephilus imperialis een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
keizerspechten	=	keizerspecht
keizerspechtje	=	keizerspecht
keizerspechtjes	=	keizerspecht
keizerspinguïn	noun	Aptenodytes forsteri de grootste pinguïnsoort
keizerspinguïnnetje	=	keizerspinguïn
keizerspinguïnnetjes	=	keizerspinguïn
keizerspinguïns	=	keizerspinguïn
keizerspinguïntje	=	keizerspinguïn
keizerspinguïntjes	=	keizerspinguïn
keizerstitel	noun	erenaam van het regeringshoofd van een keizerrijk
keizerstitels	=	keizerstitel
keizersvis	noun	Pomacanthus imperator een soort uit de familie van de engel- of keizersvissen.
keizersvisje	=	keizersvis
keizersvisjes	=	keizersvis
keizersvissen	noun	een geslacht Pomacanthus van de familie engel- of keizersvissen (Pomacanthidae) waarvan de soorten veel voorkomen op koraalriffen van de Indische Oceaan en Stille Oceaan en in de Rode Zee.
keizersvlieg	noun	Lucilia caesar een vlieg die behoort tot de familie der bromvliegen (Calliphoridae).
keizersvliegen	=	keizersvlieg
keizersvliegje	=	keizersvlieg
keizersvliegjes	=	keizersvlieg
keizertamarin	noun	Saguinus imperator behoort tot de familie van Callitrichidae.
keizertamarinnetje	=	keizertamarin
keizertamarinnetjes	=	keizertamarin
keizertamarins	=	keizertamarin
keizertetra	noun	Nematobrycon palmeri een tropische vis die ook als aquariumvis gehouden wordt uit de familie van de karperzalmen (Characidae).
keizertetra's	=	keizertetra
keizertijd	noun	het tijdperk dat keizers aan de macht zijn of waren
keizertje	=	keizer
keizertjes	=	keizer
kejn	num	geen
kek	adj	modieus
keke	=	kijken
keken	=	kijken
keker	noun	benaming voor de kikkererwt, Cicer arietinum
kekererwt	noun	benaming voor de kikkererwt, Cicer arietinum
kekererwten	=	kekererwt
kekers	=	keker
kekke	=	kek
kekker	=	kekkeren
kekkerde	=	kekkeren
kekkerden	=	kekkeren
kekkere	=	kek
kekkeren	verb	lawaai maken zoals een Vlaamse gaai of een havik
kekkerend	=	kekkeren
kekkerende	=	kekkeren
kekkers	=	kek
kekkert	=	kekkeren
keks	=	kek
kekst	=	kek
kekste	=	kek
kelder	noun	een ondergrondse bergruimte in een woning
kelder-glansslak	noun	Oxychilus cellarius een slakkensoort uit de familie van de Oxychilidae.
kelder-glansslakje	=	kelder-glansslak
kelder-glansslakjes	=	kelder-glansslak
kelder-glansslakken	=	kelder-glansslak
kelderbox	noun	opbergruimte beneden in een flatgebouw die niet direct via de woning bereikbaar is, iedere woning heeft een aparte eigen kelderbox
kelderboxen	=	kelderbox
kelderde	=	kelderen
kelderden	=	kelderen
kelderdeur	noun	een deur binnenshuis die toegang geeft tot de kelder
kelderdeuren	=	kelderdeur
kelderdeurtje	=	kelderdeur
kelderdeurtjes	=	kelderdeur
keldere	=	kelderen
kelderen	verb|figurative	snel omlaag gaan
kelderend	=	kelderen
kelderende	=	kelderen
keldergat	noun	een gat in een muur of vloer dat toegang geeft tot de kelder(trap)
keldergaten	=	keldergat
keldergewelf	noun	holle ruimte ruimte onder een gebouw met een gemetselde, gebogen, schaalvormige bouwconstructie als zoldering
keldergewelven	=	keldergewelf
kelderkast	noun	een kast met een bodem die lager ligt dan de vloer van de ruimte ervoor
kelderkasten	=	kelderkast
kelderkastje	=	kelderkast
kelderkastjes	=	kelderkast
kelderkleinoogje	noun	Porrhomma egeria een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
kelderkleinoogjes	=	kelderkleinoogje
kelderlucht	noun	een muffe geur zoals die in koude, vochtige kelders kan heersen
kelderluchten	=	kelderlucht
kelderluik	noun	een luik dat de toegang naar een kelder afsluit
kelderluiken	=	kelderluik
kelderpissebed	noun	Oniscus asellus, een landpissebed uit de klasse Malacostraca, die Nederland en Vlaanderen algemeen voorkomt
kelderpissebedden	=	kelderpissebed
kelderpissebedje	=	kelderpissebed
kelderpissebedjes	=	kelderpissebed
kelderraam	noun	raam van een kelder dat zicht geeft op de buitenlucht
kelderraampje	=	kelderraam
kelderraampjes	=	kelderraam
kelderramen	=	kelderraam
kelderruimte	noun	ruimte in het ondergrondse deel van een gebouw
kelderruimten	=	kelderruimte
kelderruimtes	=	kelderruimte
kelders	=	kelder
keldert	=	kelderen
keldertje	=	kelder
keldertjes	=	kelder
keldertrap	noun	trap waarmee men in een kelder kan afdalen
keldertrapje	=	keldertrap
keldertrapjes	=	keldertrap
keldertrappen	=	keldertrap
kelderverdieping	noun	woonlaag van een gebouw die geheel of gedeeltelijk onder de grond is gelegen
kelderverdiepingen	=	kelderverdieping
kelderwoning	noun	woning die (gedeeltelijk) ondergronds gelegen is en daardoor vaak koud en vochtig is
kelderwoningen	=	kelderwoning
kelderwoninkje	=	kelderwoning
kelderwoninkjes	=	kelderwoning
kele	=	kelen
kelen	verb	iemand doden door het afsnijden van de keel	adj	van keel
kelend	=	kelen
kelende	=	kelen
kelerelijer	noun	iemand die aan de 'kelere' (cholera ?) lijdt
kelerelijers	=	kelerelijer
kelerelijertje	=	kelerelijer
kelerelijertjes	=	kelerelijer
kelim	noun	een plat handgeweven tapijt zonder pool met ingewikkelde of geometrische patronen
kelims	=	kelim
kelk	noun	soort drinkgerei met een kom op een voet
kelkblaadje	=	kelkblad
kelkblad	noun	de (meestal groene) bladeren van de buitenste krans van de bloem die ingeplant staan op de bloembodem
kelkbladen	=	kelkblad
kelkbladeren	=	kelkblad
kelkblaren	=	kelkblad
kelken	=	kelk
kelkglas	noun	uit doorzichtig materiaal gemaakte drinkbeker die naar onder toe smaller wordt en uitloopt in een voet
kelkglazen	=	kelkglas
kelkje	=	kelk
kelkjes	=	kelk
kelkvela	=	kelkvelum
kelkvelum	noun	een vierkante doek die tijdens de Heilige Mis wordt gebruikt om vóór de offerande de miskelk mee af te dekken
kelkvelums	=	kelkvelum
kelkvormig	adj	vorm van een kelk hebbend
kelkvormige	=	kelkvormig
kelkvormiger	=	kelkvormig
kelkvormigere	=	kelkvormig
kelkvormigers	=	kelkvormig
kelkvormigs	=	kelkvormig
kelkvormigst	=	kelkvormig
kelkvormigste	=	kelkvormig
kelkworm	noun	Pedicellina cernua een dier uit de familie Pedicellinidae.
kelkwormen	noun	een stam Entoprocta van het dierenrijk die 170 wetenschappelijk beschreven soorten telt.
kelkwormpje	=	kelkworm
kelkwormpjes	=	kelkworm
kelle	noun	een meertje dat op het strand achterblijft als het eb wordt
kellen	=	kelle
kelletje	=	kelle
kelner	noun	een bediende in een restaurant of café
kelnerin	noun	een vrouwelijke kelner
kelnerinnen	=	kelnerin
kelnerinnetje	=	kelnerin
kelnerinnetjes	=	kelnerin
kelners	=	kelner
kelnertje	=	kelner
kelnertjes	=	kelner
kelole	noun	vloek, verwensing
keloles	=	kelole
kelp	noun	zeewier dat in koudere streken groeit
kelper	=	karper
kelpgans	noun	Chloephaga hybrida een gans uit de familie van de Anatidae.
kelpgansje	=	kelpgans
kelpgansjes	=	kelpgans
kelpganzen	=	kelpgans
kelpmeeuw	noun	Larus dominicanus een vogel uit de familie meeuwen (Laridae).
kelpmeeuwen	=	kelpmeeuw
kelpmeeuwtje	=	kelpmeeuw
kelpmeeuwtjes	=	kelpmeeuw
kelten	noun	Indo-Europees volk waarvan de meeste leden op de Britse eilanden en in Bretagne leven
keltisch	adj	met betrekking tot Kelten
keltische	=	keltisch
keltischer	=	keltisch
keltischere	=	keltisch
keltischers	=	keltisch
keltischt	=	keltisch
keltischte	=	keltisch
kelvin	noun	SI-eenheid van absolute temperatuur (symbool: K)
kelvins	=	kelvin
kema-keur	noun	kwaliteitsmerk, verleend door het Instituut voor Keuring van Elektrotechnische Materialen
kemel	noun|figurative	blunder, flater, een stomme grote fout die je eigenlijk niet had hoeven maken
kemelen	=	kemel
kemels	=	kemel
kemelshaar	noun	het haar van een kameel
kemelsharen	adj	textiel gemaakt van de haren van een kameel
kemeltje	=	kemel
kemeltjes	=	kemel
kemirienoot	noun	de noot van de kemirieboom Aleurites moluccana
kemirienootje	=	kemirienoot
kemirienootjes	=	kemirienoot
kemirienoten	=	kemirienoot
kemirinoot	noun	Aleurites moluccana een boomsoort uit de plantenfamilie Euphorbiaceae
kemirinootje	=	kemirinoot
kemirinootjes	=	kemirinoot
kemirinoten	=	kemirinoot
kemp	noun	kampvechter
kempen	verb	vechten, strijden	adj	gemaakt van of bestaande uit hennep of kennep
kempenaar	noun	een vrachtschip dat speciaal gebouwd is om de smalle en relatief ondiepe kanalen in Zuid-Nederland en Noordoost-België te bevaren
kempenaars	=	kempenaar
kempenaren	=	kempenaar
kempend	=	kempen
kempende	=	kempen
kempens-gotisch	adj	betreffende een regionale, vaak versoberde variant van de Brabantse gotiek, veelal toegepast in de 15e en 16e eeuw in de Kempen (België en Nederland)
kempens-gotische	=	kempens-gotisch
kempens-gotischer	=	kempens-gotisch
kempens-gotischere	=	kempens-gotisch
kempens-gotischers	=	kempens-gotisch
kemphaan	noun	bepaald soort vogel, Calidris pugnax, uit de familie van de snipachtigen Scolopacidae
kemphaantje	=	kemphaan
kemphaantjes	=	kemphaan
kemphaen	=	kemphaan
kemphanen	=	kemphaan
kempisch	adj	betrekking hebbend op de Kempen
kempische	noun	een vrouw afkomstig uit de Kempen
kempischen	=	kempische
kempischer	=	kempisch
kempischere	=	kempisch
kempischers	=	kempisch
ken	=	kennen
kenaischiereilandwolf	noun	Canis lupus alces een uitgestorven ondersoort van de wolf die leefde op het schiereiland Kenai in het zuiden van Alaska.
kenaischiereilandwolfje	=	kenaischiereilandwolf
kenaischiereilandwolfjes	=	kenaischiereilandwolf
kenaischiereilandwolven	=	kenaischiereilandwolf
kenau	noun	moedige, sterke of strijdlustige vrouw, een vrouw met haar op haar tanden
kenaus	=	kenau
kenautje	=	kenau
kenautjes	=	kenau
kenaäniet	noun	lid van (een overheersende groep van) de oorspronkelijke bevolking van Kanaän-2 (71×: Gen. 10:18 +, Ex. 3:8 +, Num. 13:29 +, Deut. 1:7 +, Joz. 3:10 +, Recht. 1:1 +, 2 Sam. 24:7, 1 Kon. 9:16, Ez. 16:3, Ob. 20, Zach. 14:21, Ezra 9:1, Neh. 9:8)
kenaänieten	=	kenaäniet
kenbaar	adj	het aan andere mensen laten weten, duidelijk
kenbaarder	=	kenbaar
kenbaardere	=	kenbaar
kenbaarders	=	kenbaar
kenbaarheden	=	kenbaarheid
kenbaarheid	noun	dat iets te kennen, begrijpen is of te herkennen is
kenbaars	=	kenbaar
kenbaarst	=	kenbaar
kenbaarste	=	kenbaar
kenbare	=	kenbaar
kende	=	kennen
kenden	=	kennen
kendo	noun	een Japanse zwaardvechtkunst die in de 16e eeuw is ontwikkeld waarbij met stokken wordt geschermd
kendo's	=	kendo
kendoementaliteit	noun	het Rotterdamse vertrouwen dat iets wel zal lukken als men maar zijn best doet; de mentaliteit van geen woorden maar daden
kene	=	kenen
kenen	verb	ontkiemen
kenend	=	kenen
kenende	=	kenen
kenepa	noun	bepaald soort fruitboom in de Amerikaanse tropen, Melicoccus bijugatus
kenepa's	=	kenepa
kenepabomen	=	kenepaboom
kenepaboom	noun	fruitboom in de Amerikaanse tropen Melicoccus bijugatus
kenepaboompje	=	kenepaboom
kenepaboompjes	=	kenepaboom
kengetal	noun	een netnummer bij telefonie.
kengetallen	=	kengetal
kengetalletje	=	kengetal
kengetalletjes	=	kengetal
keniaan	noun	een inwoner van Kenia, of iemand afkomstig uit Kenia
keniaans	adj	op Kenia betrekking hebbend
keniaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kenia, of een vrouw afkomstig uit Kenia
keniaansen	=	keniaanse
keniaanser	=	keniaans
keniaansere	=	keniaans
keniaansers	=	keniaans
keniaanst	=	keniaans
keniaanste	=	keniaans
kenianen	=	keniaan
keniet	noun	lid van een nomadisch volk in of bij het Bijbelse land Israël-3 dat is voortgekomen uit Kajin (12×: Gen. 15:19, Num. 24:21, Recht. 1:16 +, 1 Sam. 15:6 +, 1 Kron. 2:55)
kenieten	=	keniet
kenleer	noun	de tak van de filosofie die de aard, oorsprong, voorwaarden voor en reikwijdte van kennis onderzoekt
kenmerk	noun	karakteristieke eigenschap
kenmerke	=	kenmerken
kenmerken	verb	een herkenningspunt ergens van zijn
kenmerkend	adj	een hoedanigheid vormend die iets of iemand identificeert
kenmerkende	=	kenmerkend
kenmerkender	=	kenmerkend
kenmerkendere	=	kenmerkend
kenmerkenders	=	kenmerkend
kenmerkends	=	kenmerkend
kenmerkendst	=	kenmerkend
kenmerkendste	=	kenmerkend
kenmerkje	=	kenmerk
kenmerkjes	=	kenmerk
kenmerkt	=	kenmerken
kenmerkte	=	kenmerken
kenmerkten	=	kenmerken
kenne	=	kennen
kennel	noun	onderkomen voor (meerdere) honden (of katten)
kennelijk	adv	zoals inmiddels duidelijk is geworden
kennelijke	=	kennelijk
kennelijker	=	kennelijk
kennelijkere	=	kennelijk
kennelijkers	=	kennelijk
kennelijks	=	kennelijk
kennelijkst	=	kennelijk
kennelijkste	=	kennelijk
kennels	=	kennel
kenneltje	=	kennel
kenneltjes	=	kennel
kennen	verb	bekend, vertrouwd zijn met
kennend	=	kennen
kennende	=	kennen
kenner	noun	deskundige
kenners	=	kenner
kennersblik	noun	het oordeel van een deskundige zonder dat deze persoon een uitgebreid onderzoek heeft hoeven in te stellen
kennersblikken	=	kennersblik
kennersogen	=	kennersoog
kennersoog	noun	het oordeel van een kenner die direct zonder verder onderzoek weet hoe iets is
kennertje	=	kenner
kennertjes	=	kenner
kennis	noun	iemand met wie men bekend is
kennisachterstand	noun	het niet hebben van informatie die up to date is
kennisachterstanden	=	kennisachterstand
kennisbank	noun	systeem van kunstmatige intelligentie waarin gegevens oproepbaar zijn opgeslagen.
kennisbanken	=	kennisbank
kennisbases	=	kennisbasis
kennisbasis	noun	de kennis en vaardigheden die iemand moet beheersen om te functioneren in een bepaald vakgebied of een specifieke beroep
kennisbasissen	=	kennisbasis
kennisbron	noun	een plaats waar je kennis en informatie over iets kunt vinden
kennisbronnen	=	kennisbron
kenniscafeetje	=	kenniscafé
kenniscafeetjes	=	kenniscafé
kenniscafé	noun	gezellige bijeenkomst waar men spreekt over wetenschappelijke onderwerpen
kenniscafés	=	kenniscafé
kenniscentra	=	kenniscentrum
kenniscentrum	noun	plek waar wetenschappelijk onderzoek of technologisch vernieuwende ontwikkeling geconcentreerd is
kenniscentrumpje	=	kenniscentrum
kenniscentrumpjes	=	kenniscentrum
kenniscentrums	=	kenniscentrum
kennisdeling	noun	het proces waarbij mensen of organisaties informatie, kennis en expertise met elkaar delen
kennisdelingen	=	kennisdeling
kennisdomein	noun	kennisgebied
kennisdomeinen	=	kennisdomein
kenniseconomie	noun	economie waarin naast de productiefactoren arbeid, natuur en kapitaal de productiefactor kennis steeds belangrijker wordt
kenniseconomieën	=	kenniseconomie
kennisgemaakt	=	kennismaken
kennisgenomen	=	kennisnemen
kennisgeving	noun	dat waarmee je iets bekendmaakt
kennisgevingen	=	kennisgeving
kennisgevinkje	=	kennisgeving
kennisgevinkjes	=	kennisgeving
kennisinstelling	noun	de verzamelnaam voor alle universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstellingen en academische ziekenhuizen
kennisinstellingen	=	kennisinstelling
kennisinstituten	=	kennisinstituut
kennisinstituut	noun	organisatie die onderzoek doet over een bepaald onderwerp
kennisintensief	adj	van een (economische) activiteit dat er veel geweten moet worden om die verrichting uit te voeren
kennisintensiefs	=	kennisintensief
kennisintensiefst	=	kennisintensief
kennisintensiefste	=	kennisintensief
kennisintensieve	=	kennisintensief
kennisintensiever	=	kennisintensief
kennisintensievere	=	kennisintensief
kennisintensievers	=	kennisintensief
kennisje	=	kennis
kennisjes	=	kennis
kennisleer	noun	de tak van de filosofie die de aard, oorsprong en reikwijdte van kennis en het weten onderzoekt
kennismaak	=	kennismaken
kennismaakt	=	kennismaken
kennismaakte	=	kennismaken
kennismaakten	=	kennismaken
kennismake	=	kennismaken
kennismaken	verb	het voor de eerste keer begroeten van een persoon
kennismakend	=	kennismaken
kennismakende	=	kennismaken
kennismaking	noun	het leren kennen van iets of iemand
kennismakingen	=	kennismaking
kennismakingsactie	noun	promotie-aanbieding om potentiële nieuwe klanten een eerste kennismaking met een product of dienst te bieden, vaak tegen een gereduceerde prijs
kennismakingsacties	=	kennismakingsactie
kennismakingsactietje	=	kennismakingsactie
kennismakingsactietjes	=	kennismakingsactie
kennismakingsbezoek	noun	een ontmoeting die als doel heeft elkaar te leren kennen
kennismakingsbezoeken	=	kennismakingsbezoek
kennismakingsbezoekje	=	kennismakingsbezoek
kennismakingsbezoekjes	=	kennismakingsbezoek
kennismakingsgesprek	noun	een (eerste) gesprek dat dient om elkaar te leren kennen
kennismakingsgesprekje	=	kennismakingsgesprek
kennismakingsgesprekjes	=	kennismakingsgesprek
kennismakingsgesprekken	=	kennismakingsgesprek
kennismakingsronde	noun	onderdeel van het evenement waar deelnemers elkaar leren kennen
kennismakingsronden	=	kennismakingsronde
kennismakingsrondes	=	kennismakingsronde
kennismakinkje	=	kennismaking
kennismakinkjes	=	kennismaking
kennismanagement	noun	beheer van de kennis in een organisatie
kennismarkt	noun	markt van informatie
kennismarkten	=	kennismarkt
kennismigrant	noun	iemand zonder de Nederlandse nationaliteit, met een wetenschappelijke opleiding die onder bepaalde voorwaarden ook zonder werkvergunning in Nederland mag werken
kennismigranten	=	kennismigrant
kennisnam	=	kennisnemen
kennisname	noun	het zich verschaffen van kennis van, bekendheid met; het geïnformeerd raken
kennisnamen	=	kennisnemen
kennisnames	=	kennisname
kennisneem	=	kennisnemen
kennisneemt	=	kennisnemen
kennisneme	=	kennisnemen
kennisnemen	verb|formal	bericht ontvangen, gaan weten (van iets dat je nog niet wist)
kennisnemend	=	kennisnemen
kennisnemende	=	kennisnemen
kennisneming	noun	het geïnformeerd raken
kennisnemingen	=	kennisneming
kennisnet	noun	een netwerk van mensen en organisaties dat veel verstand heeft van een bepaald onderwerp
kennisnetten	=	kennisnet
kennisniveau	noun	hoe ver men is met het verwerven van informatie over een bepaald onderwerp
kennisniveaus	=	kennisniveau
kennisobject	noun	een persoon, voorwerp of verschijnsel in de realiteit waarnaar de kennis verwijst
kennisobjecten	=	kennisobject
kennisobjectje	=	kennisobject
kennisobjectjes	=	kennisobject
kennisontwikkeling	noun	ontwikkeling van kennis
kennisontwikkelingen	=	kennisontwikkeling
kennisoverdracht	noun	de doorgeven van informatie, kennis en vaardigheden
kennisoverdrachten	=	kennisoverdracht
kennissen	=	kennis
kennissenkring	noun	de groep van mensen die je (niet heel goed) kent
kennissenkringen	=	kennissenkring
kennissysteem	noun	computersysteem dat kennis bevat op een bepaald (vak)gebied en in staat is daarmee vragen te beantwoorden of problemen op te lossen (bijv. een diagnose stellen)
kennissysteempje	=	kennissysteem
kennissysteempjes	=	kennissysteem
kennissystemen	=	kennissysteem
kennistechnologie	noun	interdisciplinaire wetenschap die zich naast wiskunde en informatica met name bezig houdt met kunstmatige intelligentie
kennistechnologieën	=	kennistechnologie
kennistheoretisch	adj	betrekking hebbend op de tak van de filosofie die de aard, oorsprong, voorwaarden voor en reikwijdte van kennis en het weten onderzoekt
kennistheoretische	=	kennistheoretisch
kennistheoretischer	=	kennistheoretisch
kennistheoretischere	=	kennistheoretisch
kennistheoretischers	=	kennistheoretisch
kennistheorie	noun	de tak van de filosofie die de aard, oorsprong en reikwijdte van kennis en het weten onderzoekt
kennistheorieën	=	kennistheorie
kennisuitwisseling	noun	het delen van informatie waarvan alle partijen die meedoen voordeel hebben
kennisuitwisselingen	=	kennisuitwisseling
kennisuitwisselingetje	=	kennisuitwisseling
kennisuitwisselingetjes	=	kennisuitwisseling
kennisverspreiding	noun	het actief delen, overdragen of verspreiden van informatie, inzichten en ervaringen om deze toegankelijk te maken voor een breder publiek of binnen organisaties.
kennisverspreidingen	=	kennisverspreiding
kennisverspreidinkje	=	kennisverspreiding
kennisverspreidinkjes	=	kennisverspreiding
kennisvoorsprong	noun	het meer weten dan de tegenstander of concurrent
kennisvoorsprongen	=	kennisvoorsprong
kenniswerker	noun	iemand die vooral met kennis en informatie werkt en bij voorkeur onorthodox te werk gaat
kenniswerkers	=	kenniswerker
kenniswerkertje	=	kenniswerker
kenniswerkertjes	=	kenniswerker
kenobject	noun	een persoon, voorwerp of verschijnsel in de realiteit waarnaar de kennis verwijst
kenobjecten	=	kenobject
kenobjectje	=	kenobject
kenobjectjes	=	kenobject
kenopia	noun	Kenopia een geslacht van vogels uit de familie van de Pellorneidae.
kenopia's	=	kenopia
kenopiaatje	=	kenopia
kenopiaatjes	=	kenopia
kenschets	noun	een globale, beeldende beschrijving van iets
kenschetse	=	kenschetsen
kenschetsen	verb	de kenmerkende eigenschappen van iets of iemand beschrijven
kenschetsend	adj	waardoor iemand kort en bondig wordt omschreven
kenschetsende	=	kenschetsen
kenschetsender	=	kenschetsend
kenschetsendere	=	kenschetsend
kenschetsenders	=	kenschetsend
kenschetsends	=	kenschetsend
kenschetsendst	=	kenschetsend
kenschetsendste	=	kenschetsend
kenschetst	=	kenschetsen
kenschetste	=	kenschetsen
kenschetsten	=	kenschetsen
kensoort	noun	plantensoort die in een bepaalde plantengemeenschap vaker voorkomt dan in een andere
kensoorten	=	kensoort
kensoortje	=	kensoort
kensoortjes	=	kensoort
kenspreuk	noun	een spreuk die als kenteken wordt gebruikt
kenspreuken	=	kenspreuk
kent	=	kennen
kentaur	noun	een wezen dat half mens, half paard is
kentauren	=	kentaur
kenteken	noun	een teken waaraan iets of iemand herkenbaar is
kentekenbewijs	noun	een identificatiedocument voor voertuigen
kentekenbewijsje	=	kentekenbewijs
kentekenbewijsjes	=	kentekenbewijs
kentekenbewijzen	=	kentekenbewijs
kentekencamera	noun	een camera die de kentekens van voertuigen registreerd
kentekencamera's	=	kentekencamera
kentekenen	=	kenteken
kentekennummer	noun	de combinatie van cijfers en letters op de kentekenplaat van een motorvoertuig of aanhanger
kentekennummers	=	kentekennummer
kentekennummertje	=	kentekennummer
kentekennummertjes	=	kentekennummer
kentekenparkeren	verb	vorm van betaald parkeren waarbij men het kenteken van de auto invoert in de parkeerautomaat
kentekenparkerend	=	kentekenparkeren
kentekenparkerende	=	kentekenparkeren
kentekenplaat	noun	een strook metaal waarop een kentekennummer is vermeld
kentekenplaatje	=	kentekenplaat
kentekenplaatjes	=	kentekenplaat
kentekenplaten	=	kentekenplaat
kentekens	=	kenteken
kentekentje	=	kenteken
kentekentjes	=	kenteken
kenter	=	kenteren
kenterde	=	kenteren
kenterden	=	kenteren
kentere	=	kenteren
kenteren	verb	veranderen in het tegendeel
kenterend	=	kenteren
kenterende	=	kenteren
kentering	noun	het omslaan van een schip
kenteringen	=	kentering
kentert	=	kenteren
kentheoretisch	adj	betrekking hebbend op de kennisleer
kentheoretische	=	kentheoretisch
kentheoretischer	=	kentheoretisch
kentheoretischere	=	kentheoretisch
kentheoretischers	=	kentheoretisch
kentheorie	noun	de tak van de filosofie die de aard, oorsprong en reikwijdte van kennis en het weten onderzoekt
kentheorietje	=	kentheorie
kentheorietjes	=	kentheorie
kentheorieën	=	kentheorie
kentjoer	noun	Kaempferia galanga plant die verwant is aan gember
kentjoers	=	kentjoer
kentuckyrivierkreeft	noun	Faxonius juvenilis een kreeftensoort uit de familie van de Cambaridae.
kentuckyrivierkreeften	=	kentuckyrivierkreeft
kentuckyrivierkreeftje	=	kentuckyrivierkreeft
kentuckyrivierkreeftjes	=	kentuckyrivierkreeft
kentuckyzanger	noun	Geothlypis formosa een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
kentuckyzangers	=	kentuckyzanger
kentuckyzangertje	=	kentuckyzanger
kentuckyzangertjes	=	kentuckyzanger
kenvermogen	noun	het vermogen van de mens om te kennen
kenvermogens	=	kenvermogen
kenwijsje	noun	het muziekstukje om een feuilleton aan te kondigen op TV
kenwijsjes	=	kenwijsje
kenyaan	noun	een inwoner van Kenia, of iemand afkomstig uit Kenia
kenyaans	adj	op Kenia betrekking hebbend
kenyaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kenia, of een vrouw afkomstig uit Kenia
kenyaansen	=	kenyaanse
kenyaanser	=	kenyaans
kenyaansere	=	kenyaans
kenyaansers	=	kenyaans
kenyaanst	=	kenyaans
kenyaanste	=	kenyaans
kenyanen	=	kenyaan
kepel	noun	Stelechocarpus burahol een plant uit de familie Annonaceae.
kepen	=	keep
keper	noun	patroon dat ontstaat door de manier waarop de ketting en de inslag door elkaar gevoerd worden
keperbinding	noun	een van de drie hoofdweeftechnieken, herkenbaar aan een duidelijk zichtbaar diagonaal ribbelpatroon in de stof.
keperbindingen	=	keperbinding
keperbindinkje	=	keperbinding
keperbindinkjes	=	keperbinding
keperde	=	keperen
keperden	=	keperen
kepere	=	keperen
keperen	verb	met een keper weven
keperend	=	keperen
keperende	=	keperen
kepers	=	keper
kepert	=	keperen
kepertje	=	keper
kepertjes	=	keper
kepi	noun	militair hoofddeksel
kepie	noun	militair hoofddeksel met klep
kepies	=	kepie
kepietje	=	kepie
kepietjes	=	kepie
keppel	noun	hoofddeksel in de vorm van een ondiep bolsegment, gedragen door religieuze (Joodse) mannen
keppels	=	keppel
keppeltje	=	keppel
keppeltjes	=	keppel
keralagoudborstbuulbuul	noun	Rubigula gularis een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
keralagoudborstbuulbuuls	=	keralagoudborstbuulbuul
keralagoudborstbuulbuultje	=	keralagoudborstbuulbuul
keralagoudborstbuulbuultjes	=	keralagoudborstbuulbuul
keralaniltava	noun	Cyornis pallidipes een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
keralaniltava's	=	keralaniltava
keralaniltavaatje	=	keralaniltava
keralaniltavaatjes	=	keralaniltava
keramiek	noun	materiaal dat noch een metaal noch een polymeer is.
keramieken	adj	van keramiek vervaardigd
keramisch	adj	de keramiek betreffende
keramische	=	keramisch
keramischer	=	keramisch
keramischere	=	keramisch
keramischers	=	keramisch
keramist	noun	kunstenaar die aardewerk maakt
keramiste	noun	vrouwelijke pottenbakker
keramisten	=	keramist
keramistes	=	keramiste
keratine	noun	taai, slecht oplosbaar eiwit dat bij alle gewervelde dieren is te vinden in lichaamsdelen als haren, schubben, hoorns, nagels, klauwen en hoeven
keratinebehandeling	noun	een intensieve, semi-permanente haarbehandeling die dof, droog, pluizig of beschadigd haar voedt, herstelt en glad maakt.
keratinebehandelingen	=	keratinebehandeling
keratinebehandelingetje	=	keratinebehandeling
keratinebehandelingetjes	=	keratinebehandeling
keratinen	=	keratine
keratines	=	keratine
keratitis	noun	oogbindvliesontsteking
keratoacanthomen	=	keratoacanthoom
keratoacanthoom	noun	afwijking aan de huid bestaande uit een knobbeltje met een centrale deuk; een goedaardig, snelgroeiend huidgezwel dat uiterlijk en histologisch sterk op een plaveiselcelcarcinoom lijkt
keratoconjunctivitis	noun	ontsteking van oogbindvlies en hoornvlies
keratoconus	noun	oogaandoening waarbij het hoornvlies langzaam dunner wordt en een kegelvormige (conus) vervorming ondergaat
keratolyticum	noun	middel dat de hoornlaag van de huid verweekt
keratoplastiek	noun	chirurgische ingreep waarbij het hoornvlies wordt vervangen b.v. bij keratoconus
keratose	noun	abnormale verharding van de huid
keratosen	=	keratose
kere	=	keren
kerel	noun	forse, stevige man (een echte vent)
kerels	=	kerel
kereltje	=	kerel
kereltjes	=	kerel
keren	verb	de andere zijde toewenden
kerend	=	keren
kerende	=	keren
keretiet	noun	lid van de lijfwacht van David-1, bestaande uit Keretieten en Peletieten; deze namen houden mogelijk verband met Kreta en Filistijnen (10×: 1 Sam. 30:14, 2 Sam. 8:18 +, 1 Kon. 1:38 +, Ez. 25:16, Sef. 2:5, 1 Kron. 18:17)
keretieten	=	keretiet
kerf	noun	een ingesneden groef
kerfde	=	kerven
kerfden	=	kerven
kerfje	=	kerf
kerfjes	=	kerf
kerfmes	noun	klein scherp mesje waarmee men tabak fijn kan snijden voor rook- of pruimtabak
kerfmesje	=	kerfmes
kerfmesjes	=	kerfmes
kerfmessen	=	kerfmes
kerfstok	noun	iets op je kerfstok hebben: dingen die je misdaan hebt
kerfstokje	=	kerfstok
kerfstokjes	=	kerfstok
kerfstokken	=	kerfstok
kerft	=	kerven
kerftabak	noun	fijngesneden ('gekorven') tabaksbladeren die een betrekkelijk hoog vochtgehalte bezitten en die worden verwerkt in pruimtabak, pijptabak en shag
kerftabakken	=	kerftabak
kerguelenaalscholver	noun	Leucocarbo verrucosus een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers)
kerguelenaalscholvers	=	kerguelenaalscholver
kerguelenaalscholvertje	=	kerguelenaalscholver
kerguelenaalscholvertjes	=	kerguelenaalscholver
kerguelenkolen	=	kerguelenkool
kerguelenkool	noun	Pringlea antiscorbutica een soort uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae), die voorkomt op meerdere eilanden in het zuiden van de Indische Oceaan.
kerguelenkooltje	=	kerguelenkool
kerguelenkooltjes	=	kerguelenkool
kerguelenpijlstaart	noun	Anas eatoni een eend uit de familie van de Anatidae.
kerguelenpijlstaarten	=	kerguelenpijlstaart
kerguelenpijlstaartje	=	kerguelenpijlstaart
kerguelenpijlstaartjes	=	kerguelenpijlstaart
kerguelenstern	noun	Sterna virgata een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini)
kerguelensternen	=	kerguelenstern
kerguelensterns	=	kerguelenstern
kerguelensterntje	=	kerguelenstern
kerguelensterntjes	=	kerguelenstern
kerguelenstormvogel	noun	Aphrodroma brevirostris een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
kerguelenstormvogels	=	kerguelenstormvogel
kerguelenstormvogeltje	=	kerguelenstormvogel
kerguelenstormvogeltjes	=	kerguelenstormvogel
kerguelenzeebeer	noun	bepaald soort zoogdier, Arctocephalus gazella, een oorrob uit de onderfamilie der zeeberen (Arctocephalinae) Deze soort komt voor in de zeeën rond Antarctica.
kerguelenzeebeertje	=	kerguelenzeebeer
kerguelenzeebeertjes	=	kerguelenzeebeer
kerguelenzeeberen	=	kerguelenzeebeer
kering	noun	iets dat keert (tegenhoudt)
keringen	=	kering
kerinkje	=	kering
kerk	noun	openbaar gebouw voor religieuze handelingen of samenkomsten
kerkachtig	adj	iets kerkelijks hebbend
kerkachtige	=	kerkachtig
kerkachtiger	=	kerkachtig
kerkachtigere	=	kerkachtig
kerkachtigers	=	kerkachtig
kerkachtigs	=	kerkachtig
kerkachtigst	=	kerkachtig
kerkachtigste	=	kerkachtig
kerkasiel	noun	recht op ongestoord verblijf in een kerk tijdens religieuze bezigheden
kerkasielen	=	kerkasiel
kerkasiels	=	kerkasiel
kerkbalans	noun	een jaarlijkse actie waarin vier Nederlandse kerkgenootschappen hun leden oproepen een financiële bijdrage te leveren ten bate van het onderhoud van hun plaatselijke kerk, parochie of gemeente
kerkbalansen	=	kerkbalans
kerkbalansje	=	kerkbalans
kerkbalansjes	=	kerkbalans
kerkbaljuw	noun	een persoon die in een kerk de orde bewaart
kerkbaljuwen	=	kerkbaljuw
kerkbaljuws	=	kerkbaljuw
kerkbaljuwtje	=	kerkbaljuw
kerkbaljuwtjes	=	kerkbaljuw
kerkban	noun	het uitgesloten worden van de sacramenten of uit de kerkgemeenschap
kerkbank	noun	harde langwerpige constructie waar in een kerkgebouw waarop gelovigen tijdens een dienst kunnen zitten
kerkbanken	=	kerkbank
kerkbankje	=	kerkbank
kerkbankjes	=	kerkbank
kerkbannen	=	kerkban
kerkbazaar	noun	tijdelijke markt voor het goede doel georganiseerd door de leden van een parochie
kerkbazaars	=	kerkbazaar
kerkbazaartje	=	kerkbazaar
kerkbazaartjes	=	kerkbazaar
kerkbel	noun	een bel naast de ingang van de sacristie die tijdens kerkdiensten geluid wordt
kerkbelasting	noun	een vorm van belasting die door kerkgenootschappen geheven wordt
kerkbelastingen	=	kerkbelasting
kerkbellen	=	kerkbel
kerkbelletje	=	kerkbel
kerkbelletjes	=	kerkbel
kerkbesturen	=	kerkbestuur
kerkbestuur	noun	bestuur van een kerk
kerkbestuurtje	=	kerkbestuur
kerkbestuurtjes	=	kerkbestuur
kerkbezoek	noun	bezoek aan een kerk voor de godsdienstoefening
kerkbezoeken	=	kerkbezoek
kerkbezoekje	=	kerkbezoek
kerkbezoekjes	=	kerkbezoek
kerkblaadje	=	kerkblad
kerkblaadjes	=	kerkblad
kerkblad	noun	periodieke uitgave van een plaatselijk kerkgenootschap
kerkbladen	=	kerkblad
kerkbode	noun	iemand die allerlei praktische klusjes doet in een protestantse kerk
kerkboden	=	kerkbode
kerkbodes	=	kerkbode
kerkboek	noun	boek dat men meeneemt naar de mis in de kerk
kerkboeken	=	kerkboek
kerkboekje	=	kerkboek
kerkboekjes	=	kerkboek
kerkbouw	noun	het bouwen van een kerkgebouw
kerkbruggeling	noun	een inwoner van Kerkbrugge-Langerbrugge, of iemand afkomstig uit Kerkbrugge-Langerbrugge
kerkbruggelingen	=	kerkbruggeling
kerkbrugs	adj	op Kerkbrugge-Langerbrugge betrekking hebbend
kerkbrugse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kerkbrugge-Langerbrugge, of een vrouw afkomstig uit Kerkbrugge-Langerbrugge
kerkbrugsen	=	kerkbrugse
kerkbuurt	noun	een gemeenschap rond een kerk
kerkbuurten	=	kerkbuurt
kerkcafeetje	=	kerkcafé
kerkcafeetjes	=	kerkcafé
kerkcafé	noun	bijeenkomst in een kerk
kerkcafés	=	kerkcafé
kerkcentra	=	kerkcentrum
kerkcentrum	noun	gebouw waar o.a. een kerk in gehuisvest is
kerkcentrums	=	kerkcentrum
kerkcitroenkorst	noun	Flavoplaca ruderum een korstmos uit de familie Teloschistaceae.
kerkcitroenkorsten	=	kerkcitroenkorst
kerkcitroenkorstje	=	kerkcitroenkorst
kerkcitroenkorstjes	=	kerkcitroenkorst
kerkdag	noun	dag dat men gewoonlijk naar de kerk gaat
kerkdagen	=	kerkdag
kerkdak	noun	de bovenste bedekking van een religieus gebouw
kerkdaken	=	kerkdak
kerkdetective	noun	iemand die speurwerk doet in dienst van een religieus genootschap
kerkdetectives	=	kerkdetective
kerkdeur	noun	een deur van een kerk
kerkdeuren	=	kerkdeur
kerkdeurtje	=	kerkdeur
kerkdeurtjes	=	kerkdeur
kerkdienaar	noun	leek die klusjes doet in een kerkgebouw
kerkdienaars	=	kerkdienaar
kerkdienaartje	=	kerkdienaar
kerkdienaartjes	=	kerkdienaar
kerkdienaren	=	kerkdienaar
kerkdienst	noun	bijeenkomst van een christelijke gemeente waarin God vereerd wordt
kerkdiensten	=	kerkdienst
kerkdienstje	=	kerkdienst
kerkdienstjes	=	kerkdienst
kerkdorp	noun	nederzetting gevormd rond een enkele kerk
kerkdorpen	=	kerkdorp
kerkdorpje	=	kerkdorp
kerkdorpjes	=	kerkdorp
kerke	=	kerk
kerkebuur	=	kerkbuurt
kerkelijk	adj	verband hebbend met de kerk
kerkelijke	=	kerkelijk
kerkelijker	=	kerkelijk
kerkelijkere	=	kerkelijk
kerkelijkers	=	kerkelijk
kerkelijkheden	=	kerkelijkheid
kerkelijkheid	noun	het kerkelijk zijn
kerkelijks	=	kerkelijk
kerkelijkst	=	kerkelijk
kerkelijkste	=	kerkelijk
kerken	=	kerk
kerkenbouw	noun	het bouwen van kerken
kerkenpaadje	=	kerkenpad
kerkenpaadjes	=	kerkenpad
kerkenpad	noun	voetweg op het platteland die bewoners konden gebruiken om naar de kerk te gaan
kerkenpaden	=	kerkenpad
kerkenpadje	=	kerkenpad
kerkenpadjes	=	kerkenpad
kerkenraad	noun	college van ouderlingen en diakenen, de predikant, en soms kerkvoogden dat het toezicht heeft over een protestantse kerkelijke gemeente
kerkenraadje	=	kerkenraad
kerkenraadjes	=	kerkenraad
kerkenraden	=	kerkenraad
kerker	noun	een ondergrondse ruimte die bestemd is voor het opsluiten van gevangenen
kerkeraad	=	kerkenraad
kerkerde	=	kerkeren
kerkerden	=	kerkeren
kerkere	=	kerkeren
kerkeren	verb	iemand opsluiten in een onderaardse gevangenis
kerkerend	=	kerkeren
kerkerende	=	kerkeren
kerkers	=	kerker
kerkert	=	kerkeren
kerkertje	=	kerker
kerkertjes	=	kerker
kerkfabriek	noun	een openbare instelling die de materiële middelen beheert, nodig voor de uitoefening van de eredienst in de parochie.
kerkfabrieken	=	kerkfabriek
kerkfabriekje	=	kerkfabriek
kerkfabriekjes	=	kerkfabriek
kerkfeest	noun	viering die onderdeel is van de tradities van een bepaalde geloofsrichting
kerkfeesten	=	kerkfeest
kerkfusie	noun	het samengaan van twee of meer kerkgenootschappen
kerkfusies	=	kerkfusie
kerkgang	noun	bezoek van de kerkdienst
kerkgangen	=	kerkgang
kerkganger	noun	een gelovige die zich naar de kerk begeeft om de kerkdienst bij te wonen (mannelijke vorm)
kerkgangers	=	kerkganger
kerkgangertje	=	kerkganger
kerkgangertjes	=	kerkganger
kerkgangetje	=	kerkgang
kerkgangetjes	=	kerkgang
kerkgangster	noun	een gelovige vrouw die zich naar de kerk begeeft om de kerkdienst bij te wonen (vrouwelijke vorm)
kerkgangsters	=	kerkgangster
kerkgangstertje	=	kerkgangster
kerkgangstertjes	=	kerkgangster
kerkgebouw	noun	een gebouw dat door een kerkelijke organisatie gebruikt wordt voor het houden van religieuze diensten
kerkgebouwen	=	kerkgebouw
kerkgebouwtje	=	kerkgebouw
kerkgebouwtjes	=	kerkgebouw
kerkgebruik	noun	een set gebruiken gedeeld binnen een kerkgemeenschap
kerkgebruiken	=	kerkgebruik
kerkgebruikje	=	kerkgebruik
kerkgebruikjes	=	kerkgebruik
kerkgemeenschap	noun	een gemeenschap gevormd door mensen die tot dezelfde kerkelijke groepering behoren
kerkgemeenschapje	=	kerkgemeenschap
kerkgemeenschapjes	=	kerkgemeenschap
kerkgemeenschappen	=	kerkgemeenschap
kerkgemeente	noun	gemeenschap van gelovigen, parochie
kerkgemeenten	=	kerkgemeente
kerkgemeentes	=	kerkgemeente
kerkgenootschap	noun	een zelfstandige organisatie die een kerk of godsdienstige gemeenschap vertegenwoordigt
kerkgenootschapje	=	kerkgenootschap
kerkgenootschapjes	=	kerkgenootschap
kerkgenootschappen	=	kerkgenootschap
kerkgeschiedenis	noun	een deel van de wereldgeschiedenis zoals die zich verhoudt tot het christendom
kerkgeschiedenissen	=	kerkgeschiedenis
kerkgewelf	noun	gewelf in een kerk
kerkgewelfje	=	kerkgewelf
kerkgewelfjes	=	kerkgewelf
kerkgewelven	=	kerkgewelf
kerkgezang	noun	het zingen in een kerk van meestal religieuze liederen
kerkgezangen	=	kerkgezang
kerkgoed	noun	eigendommen van een kerkgemeenschap
kerkheer	noun	een persoon zoals een priester of pastoor die een kerk aanstuurt
kerkheertje	=	kerkheer
kerkheertjes	=	kerkheer
kerkheren	=	kerkheer
kerkhervormer	noun	een persoon die de geldende status quo in de kerk waartoe die behoort probeert te veranderen
kerkhervormers	=	kerkhervormer
kerkhervormertje	=	kerkhervormer
kerkhervormertjes	=	kerkhervormer
kerkhervorming	noun	verandering, aanpassing van een kerkgenootschap
kerkhervormingen	=	kerkhervorming
kerkhistorica	=	kerkhistoricus
kerkhistorici	=	kerkhistoricus
kerkhistoricus	noun	iemand die zich gespecialiseerd heeft in de geschiedenis van het christendom
kerkhistoricusje	=	kerkhistoricus
kerkhistoricusjes	=	kerkhistoricus
kerkhistorie	noun	een deel van de wereldgeschiedenis zoals die zich verhoudt tot het christendom
kerkhistorisch	adj	betrekking hebbende op de historie, de geschiedenis van de Kerk
kerkhistorische	=	kerkhistorisch
kerkhof	noun	terrein waar overledenen begraven worden
kerkhofbaan	noun	een baan om de aarde waar ruimteschroot min of meer veilig geparkeerd kan worden.
kerkhofbanen	=	kerkhofbaan
kerkhoff	=	kerkhof
kerkhofje	=	kerkhof
kerkhofjes	=	kerkhof
kerkhofkever	noun	insect uit de familie Monotomidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
kerkhofkevers	noun	Monotomidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
kerkhofkevertje	=	kerkhofkever
kerkhofkevertjes	=	kerkhofkever
kerkhoven	=	kerkhof
kerkje	=	kerk
kerkjes	=	kerk
kerkklok	noun	een bel in de toren van een kerk
kerkklokje	=	kerkklok
kerkklokjes	=	kerkklok
kerkklokken	=	kerkklok
kerkkoor	noun	koor dat zingt tijdens de godsdienstoefening in de kerk
kerkkoortje	=	kerkkoor
kerkkoortjes	=	kerkkoor
kerkkoren	=	kerkkoor
kerkleden	=	kerklid
kerkleer	noun	officiële geloofsleer van een kerk
kerkleider	noun	persoon die een leidende functie binnen een kerkgenootschap heeft
kerkleiders	=	kerkleider
kerkleiding	noun	de personen of organen die een leidende, besturende of beleidsbepalende functie hebben binnen een kerkgenootschap of christelijke organisatie.
kerkleidingen	=	kerkleiding
kerkleidinkje	=	kerkleiding
kerkleidinkjes	=	kerkleiding
kerkleraar	noun	eretitel die in de Rooms-Katholieke Kerk wordt toegekend aan schrijvers die uitmunten door hun schrijftalent
kerkleraars	=	kerkleraar
kerkleraren	=	kerkleraar
kerklid	noun	iemand die lid is van een kerkgenootschap of geloofsgemeenschap
kerklied	noun	lied bedoeld om tijdens de eredienst of mis te zingen
kerkliederen	=	kerklied
kerkliedje	=	kerklied
kerkliedjes	=	kerklied
kerkmeester	noun	beheerder van een kerkgebouw
kerkmeesters	=	kerkmeester
kerkmis	noun	religieuze bijeenkomst in een kerkgebouw
kerkmisje	=	kerkmis
kerkmisjes	=	kerkmis
kerkmissen	=	kerkmis
kerkmosterdkorst	noun	Leproplaca chrysodeta een korstmossoort uit het geslacht Leproplaca.
kerkmosterdkorsten	=	kerkmosterdkorst
kerkmosterdkorstje	=	kerkmosterdkorst
kerkmosterdkorstjes	=	kerkmosterdkorst
kerkmuren	=	kerkmuur
kerkmusici	=	kerkmusicus
kerkmusicus	noun	iemand die voor zijn beroep de muziek tijdens kerkdienst speelt
kerkmuur	noun	de hoge dikke muur van een kerk waar hoge ramen in zitten
kerkmuurtje	=	kerkmuur
kerkmuurtjes	=	kerkmuur
kerkmuziek	noun	muziek die voor godsdienstoefeningen is gemaakt en in een kerk wordt gespeeld
kerkordelijk	adj	betreffende de orde en regels van een kerkgenootschap
kerkordelijke	=	kerkordelijk
kerkordelijker	=	kerkordelijk
kerkordelijkere	=	kerkordelijk
kerkordelijkers	=	kerkordelijk
kerkordelijks	=	kerkordelijk
kerkordelijkst	=	kerkordelijk
kerkordelijkste	=	kerkordelijk
kerkorgel	noun	pijporgel dat zich bevindt in een kerkgebouw
kerkorgels	=	kerkorgel
kerkorgeltje	=	kerkorgel
kerkorgeltjes	=	kerkorgel
kerkpaadje	=	kerkpad
kerkpaadjes	=	kerkpad
kerkpad	noun	voetweg op het platteland die bewoners konden gebruiken om naar de kerk te gaan
kerkpaden	=	kerkpad
kerkpadje	=	kerkpad
kerkpadjes	=	kerkpad
kerkpijn	noun	de emotionele pijn die een persoon ervaart als hij of zij door geloofsgenoten wordt afgewezen
kerkplein	noun	het plein voor de kerk, vaak het centrale plein van dorp of stad
kerkpleinen	=	kerkplein
kerkpleintje	=	kerkplein
kerkpleintjes	=	kerkplein
kerkportaal	noun	de ingang van een kerkgebouw
kerkportalen	=	kerkportaal
kerkprovincie	noun	rooms katholieke kerk: groep bisdommen die onder één aartsbisschop vallen
kerkprovincies	=	kerkprovincie
kerkprovincietje	=	kerkprovincie
kerkprovincietjes	=	kerkprovincie
kerkprovinciën	=	kerkprovincie
kerkraad	noun	het bestuur van een kerkelijke gemeente in de protestantse kerk
kerkraads	adj	van, uit, betreffende of als in Kerkrade
kerkraadse	=	kerkraads
kerkraadser	=	kerkraads
kerkraadsere	=	kerkraads
kerkraadsers	=	kerkraads
kerkraadst	=	kerkraads
kerkraadste	=	kerkraads
kerkraam	noun	raam van een kerk; gebrandschilderd venster
kerkraampje	=	kerkraam
kerkraampjes	=	kerkraam
kerkraden	=	kerkraad
kerkramen	=	kerkraam
kerkrat	noun	een beklagenswaardig figuur, zoals een rat die in een kerk leeft en daar weinig voedsel vindt
kerkratten	=	kerkrat
kerkrecht	noun	de wetten en de rechtspraak binnen de de Roooms-katholieke of anglicaanse kerk
kerkrechtelijk	adj	volgens het kerkelijk recht
kerkrechtelijke	=	kerkrechtelijk
kerkrechtelijker	=	kerkrechtelijk
kerkrechtelijkere	=	kerkrechtelijk
kerkrechtelijkers	=	kerkrechtelijk
kerkrechtelijks	=	kerkrechtelijk
kerkrechtelijkst	=	kerkrechtelijk
kerkrechtelijkste	=	kerkrechtelijk
kerkrechten	=	kerkrecht
kerkring	noun	cirkelvormig plein, pad of stratenpatroon direct rondom een dorpskerk, inclusief het bijbehorende kerkhof
kerkringen	=	kerkring
kerkringetje	=	kerkring
kerkringetjes	=	kerkring
kerkrooster	noun	metalen rooster, bij wijze van brug, als voor vee, varkens en honden onbegaanbare toegang tot een kerkhof
kerkroosters	=	kerkrooster
kerkroostertje	=	kerkrooster
kerkroostertjes	=	kerkrooster
kerkruimte	noun	ruimte geschikt voor het houden van een mis of eredienst
kerkruimten	=	kerkruimte
kerkruimtes	=	kerkruimte
kerks	adj	van een persoon dat hij een trouwe kerkganger en een voorstander van de kerk is
kerksch	=	kerks
kerkscheuring	noun	een groep gelovigen die zich afscheidt van de oorspronkelijke kerk
kerkscheuringen	=	kerkscheuring
kerkschotelkorst	noun	Polyozosia antiqua een korst behorend tot de familie Lecanoraceae.
kerkschotelkorsten	=	kerkschotelkorst
kerkschotelkorstje	=	kerkschotelkorst
kerkschotelkorstjes	=	kerkschotelkorst
kerkse	=	kerks
kerkser	=	kerks
kerksere	=	kerks
kerksers	=	kerks
kerkst	=	kerks
kerkste	=	kerks
kerkstoel	noun	stoel in een kerk
kerkstoelen	=	kerkstoel
kerkstoeltje	=	kerkstoel
kerkstoeltjes	=	kerkstoel
kerktijd	noun	periode dat men naar de kerk gaat; periode dat er kerkdiensten zijn
kerktijden	=	kerktijd
kerktoonladder	noun	elk van de toonladders die in de middeleeuwen gebruikelijk waren
kerktoonladders	=	kerktoonladder
kerktoonladdertje	=	kerktoonladder
kerktoonladdertjes	=	kerktoonladder
kerktoren	noun	een toren bij een kerk
kerktorenmentaliteit	noun	Niet verder kijken dan zijn onmiddellijke omgeving
kerktorenmentaliteiten	=	kerktorenmentaliteit
kerktorens	=	kerktoren
kerktorentje	=	kerktoren
kerktorentjes	=	kerktoren
kerkuil	noun	bepaald soort vogel, Tyto alba, met een lichte onderzijde en een opvallende, hartvormige sluier die gewoonlijk in gebouwen broedt
kerkuilen	noun	Tytonidae de kleinste familie in de orde der uilen (Strigiformes).
kerkuiltje	=	kerkuil
kerkuiltjes	=	kerkuil
kerkvader	noun	aanduiding voor de schrijvers en leraren (meestal bisschoppen) van de vroeg-christelijke Kerk, van wie de theologische werken bewaard zijn gebleven
kerkvaderen	=	kerkvader
kerkvaders	=	kerkvader
kerkvergadering	noun	bijeenkomst van kerkelijke leiders
kerkvergaderingen	=	kerkvergadering
kerkverlating	noun	het breken met een kerk als instituut
kerkverlatingen	=	kerkverlating
kerkvervolging	noun	gewelddadige vervolging van de leden van een kerkgenootschap
kerkvervolgingen	=	kerkvervolging
kerkvervolginkje	=	kerkvervolging
kerkvervolginkjes	=	kerkvervolging
kerkvloer	noun	de vloer van een kerk, vaak met zerken
kerkvloeren	=	kerkvloer
kerkvolk	noun	gelovigen die geen speciale functie in de kerk bekleden
kerkvoogd	noun	beheerder van een kerkgebouw
kerkvoogden	=	kerkvoogd
kerkvoogdje	=	kerkvoogd
kerkvorm	noun	een van de uiterlijke gedaanten die een kerk kan hebben
kerkvormen	=	kerkvorm
kerkvorst	noun	hooggeplaatste geestelijke in een kerk
kerkvorsten	=	kerkvorst
kerkvorstje	=	kerkvorst
kerkvorstjes	=	kerkvorst
kerkweg	noun	de weg die naar de kerk leidt
kerkwegen	=	kerkweg
kerkwet	noun	wettelijke regelingen binnen een kerkgenootschap; canonieke wet
kerkwetten	=	kerkwet
kerkwijding	noun	inwijding van een kerkgebouw
kerkwijdingen	=	kerkwijding
kerkwijdingsfeest	noun	viering als herinnering aan het moment waarop een kerk in gebruik is genomen
kerkwijdingsfeesten	=	kerkwijdingsfeest
kerkwijdinkje	=	kerkwijding
kerkwijdinkjes	=	kerkwijding
kerkzaal	noun	grotere ruimte in een gebouw bestemd voor missen of vieringen
kerkzaaltje	=	kerkzaal
kerkzaaltjes	=	kerkzaal
kerkzak	noun	buidel waarin men geld kan stoppen tijdens de collecte in de kerk
kerkzakje	=	kerkzak
kerkzakjes	=	kerkzak
kerkzakken	=	kerkzak
kerkzalen	=	kerkzaal
kerkzang	noun	het zingen tijdens een kerkdienst; de manier van zingen tijdens een kerkdienst
kerkzangen	=	kerkzang
kerkzesogen	=	kerkzesoog
kerkzesoog	noun	Segestria florentina een spin uit de familie zesoogspinnen (Segestriidae).
kerkzesoogje	=	kerkzesoog
kerkzesoogjes	=	kerkzesoog
kerm	=	kermen
kermadecstormvogel	noun	Pterodroma neglecta een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
kermadecstormvogels	=	kermadecstormvogel
kermadecstormvogeltje	=	kermadecstormvogel
kermadecstormvogeltjes	=	kermadecstormvogel
kermadecwitnekstormvogel	noun	Pterodroma cervicalis een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
kermadecwitnekstormvogels	=	kermadecwitnekstormvogel
kermadecwitnekstormvogeltje	=	kermadecwitnekstormvogel
kermadecwitnekstormvogeltjes	=	kermadecwitnekstormvogel
kermde	=	kermen
kermden	=	kermen
kerme	=	kermen
kermen	verb	van pijn en ellende kreunende geluid voortbrengen
kermend	adj	bezig met zachtjes te huilen als teken van pijn en verdriet
kermende	=	kermen
kermends	=	kermend
kermes	noun	benaming voor schildluizen uit het geslacht Kermes en in het bijzonder de soorten waaruit een rode kleurstof wordt gewonnen Oorspronkelijk werden deze schildluizen niet als diertjes, maar ook wel als planten (besjes) gezien.
kermessen	=	kermes
kermis	noun	een feest met attracties
kermisachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van kermis
kermisachtige	=	kermisachtig
kermisachtiger	=	kermisachtig
kermisachtigere	=	kermisachtig
kermisachtigers	=	kermisachtig
kermisachtigs	=	kermisachtig
kermisachtigst	=	kermisachtig
kermisachtigste	=	kermisachtig
kermisattractie	noun	een attractie die typisch is voor op een kermis
kermisattracties	=	kermisattractie
kermisattractietje	=	kermisattractie
kermisattractietjes	=	kermisattractie
kermisbed	noun	een matras op de grond als slaapplaats
kermisbedden	=	kermisbed
kermisbedje	=	kermisbed
kermisbedjes	=	kermisbed
kermisbedrijf	noun	een bedrijf dat zich bezig houdt met het organiseren van kermissen of kermisattracties exploiteert
kermisbedrijven	=	kermisbedrijf
kermisbond	noun	een organisatie die de belangen van kermisbedrijven vertegenwoordigd
kermisbonden	=	kermisbond
kermisexploitant	noun	exploitant van een kermisattractie
kermisexploitanten	=	kermisexploitant
kermisexploitantje	=	kermisexploitant
kermisexploitantjes	=	kermisexploitant
kermisgast	noun	iemand die een kermis bezoekt
kermisgasten	=	kermisgast
kermishouden	verb	kermis vieren
kermishoudend	=	kermishouden
kermishoudende	=	kermishouden
kermisje	=	kermis
kermisjes	=	kermis
kermisklant	noun	kermisbezoeker, kermisganger, kermisgast
kermisklanten	=	kermisklant
kermisklantje	=	kermisklant
kermiskoek	noun	een koek bereid met honing, roggebloem en kandijsuiker
kermiskoeken	=	kermiskoek
kermisorgel	noun	een draaiorgel dat op kermissen werd gebruikt en daar in staat was met een groot volume muziek te produceren
kermisorgels	=	kermisorgel
kermisorgeltje	=	kermisorgel
kermisorgeltjes	=	kermisorgel
kermispop	noun	kinderpop op de kermis gekocht
kermispopje	=	kermispop
kermispopjes	=	kermispop
kermispoppen	=	kermispop
kermissen	=	kermis
kermisterrein	noun	de locatie van de kermis
kermisterreinen	=	kermisterrein
kermisterreintje	=	kermisterrein
kermisterreintjes	=	kermisterrein
kermisvolk	noun	mensen die betrokken zijn bij circusvoorstellingen
kermisvolkje	=	kermisvolk
kermisvolkjes	=	kermisvolk
kermiswagen	noun	woonwagen zoals gebruikt door exploitanten van rondtrekkende attracties
kermiswagens	=	kermiswagen
kermiswagentje	=	kermiswagen
kermiswagentjes	=	kermiswagen
kermisweek	noun	periode van ongeveer een week waarin op een bepaalde plaats de kermis aanwezig is
kermisweekje	=	kermisweek
kermisweekjes	=	kermisweek
kermisweken	=	kermisweek
kermosijn	=	karmozijn
kermosyn	=	karmozijn
kermozijn	=	karmozijn
kermozyn	=	karmozijn
kermt	=	kermen
kern	noun	het meest belangrijke
kernaandrijving	noun	voortstuwing door atoomkracht (kernenergie)
kernaandrijvingen	=	kernaandrijving
kernaanval	noun	een aanval met atoombommen
kernaanvallen	=	kernaanval
kernachtig	adj	raak gezegd, in weinig woorden raak samenvattend	adv	op kernachtige wijze
kernachtige	=	kernachtig
kernachtiger	=	kernachtig
kernachtigere	=	kernachtig
kernachtigers	=	kernachtig
kernachtigheden	=	kernachtigheid
kernachtigheid	noun	teruggebracht tot de essentie als eigenschap; zonder enige overbodigheden
kernachtigs	=	kernachtig
kernachtigst	=	kernachtig
kernachtigste	=	kernachtig
kernactiviteit	noun	de belangrijkste activiteit van een bedrijf of organisatie
kernactiviteiten	=	kernactiviteit
kernafval	noun	materiaal dat radioactieve isotopen bevat of daarmee gecontamineerd is, in concentraties hoger dan wat minimaal meetbaar is en waarvoor geen praktische toepassingen bekend zijn
kernbegrip	noun	de centrale betekenis of woord van iets waar andere betekenissen van worden afgeleid
kernbegrippen	=	kernbegrip
kernbewapening	noun	de atoomwapens die men bezit
kernbewapeningen	=	kernbewapening
kernbom	noun	bom die gebaseerd is op kernenergie
kernbommen	=	kernbom
kernbommetje	=	kernbom
kernbommetjes	=	kernbom
kernboodschap	noun	de essentie van wat men te vertellen heeft
kernboodschappen	=	kernboodschap
kernbrandstof	noun	materie die men kan gebruiken als energiebron in kerncentrales
kernbrandstoffen	=	kernbrandstof
kerncentrale	noun	elektriciteitscentrale die energie opwekt met behulp van kernsplijting
kerncentrales	=	kerncentrale
kerncentraletje	=	kerncentrale
kerncentraletjes	=	kerncentrale
kernchemie	noun	chemie van de radioactieve elementen
kerncompetentie	noun	belangrijkste competentie (van een organisatie)
kerncompetenties	=	kerncompetentie
kerndeeltje	noun	deeltje in de atoomkern
kerndeeltjes	=	kerndeeltje
kerndeflatie	noun	de deflatie zonder de energieprijzen en voedselprijzen erin
kerndeflaties	=	kerndeflatie
kerndeflatietje	=	kerndeflatie
kerndeflatietjes	=	kerndeflatie
kerndeling	noun	splitsing van de kern van een levende cel
kerndelingen	=	kerndeling
kerndoel	noun	een aantal door het Nederlands ministerie van Onderwijs vastgestelde streefdoelen voor het basisonderwijs en de basisvorming in Nederland
kerndoelen	=	kerndoel
kernen	=	kern
kernenergie	noun	energie geproduceerd door kernfusie of kernsplijting, waarmee in een kerncentrale elektriciteit wordt opgewekt
kernenergiecentrale	noun	elektriciteitscentrale die energie opwekt met behulp van kernenergie
kernenergiecentrales	=	kernenergiecentrale
kernenergiewet	noun	wettelijke regelgevingen met betrekking tot kernenergie
kernenergiewetje	=	kernenergiewet
kernenergiewetjes	=	kernenergiewet
kernenergiewetten	=	kernenergiewet
kernengeheugen	noun	computergeheugen dat was opgebouwd uit een groot aantal kleine magneetkernen
kernengeheugens	=	kernengeheugen
kernexplosie	noun	ontploffing door een atoombom
kernexplosies	=	kernexplosie
kernfusie	noun	het proces waarbij twee atoomkernen botsen en één zwaardere kern vormen waarbij energie vrij komt
kernfusies	=	kernfusie
kernfysica	noun	natuurkunde van de atoomkernen
kernfysici	=	kernfysicus
kernfysicus	noun	natuurkundige die verstand heeft van kernreacties
kernfysisch	adj	betrekking hebbend op de kernfysica
kernfysische	=	kernfysisch
kernfysischer	=	kernfysisch
kernfysischere	=	kernfysisch
kernfysischers	=	kernfysisch
kerngedachte	noun	de belangrijkste, centrale gedachte die men ergens over heeft
kerngedachten	=	kerngedachte
kerngedachtes	=	kerngedachte
kerngegeven	noun	een stukje fundamentele informatie
kerngegevens	=	kerngegeven
kerngegeventje	=	kerngegeven
kerngegeventjes	=	kerngegeven
kerngeleerde	noun	persoon die verstand heeft van kernenergie en kernwapens
kerngeleerden	=	kerngeleerde
kerngetal	noun	getal dat als norm wordt aangenomen
kerngetallen	=	kerngetal
kerngetalletje	=	kerngetal
kerngetalletjes	=	kerngetal
kerngezin	noun	ouders en hun minderjarige kinderen
kerngezinnen	=	kerngezin
kerngezinnetje	=	kerngezin
kerngezinnetjes	=	kerngezin
kerngezond	adj	in uitstekende gezondheid verkerend, volkomen gezond en fit
kerngezonde	=	kerngezond
kerngezonds	=	kerngezond
kerngroep	noun	een groep binnen een grotere organisatie die de voorhoede vormt of het belangrijkste is
kerngroepen	=	kerngroep
kerngroepje	=	kerngroep
kerngroepjes	=	kerngroep
kernhout	noun	hout van het binnenste van een boom
kernidee	noun	belangrijkste idee
kernideeën	=	kernidee
kerninflatie	noun	de inflatie zonder de energieprijzen en voedselprijzen erin
kerninflaties	=	kerninflatie
kerninflatietje	=	kerninflatie
kerninflatietjes	=	kerninflatie
kernkabinet	noun	deel van de ministerraad dat bestaat uit de ministers met de belangrijkste posten zoals de minister-president en de minister van financiën
kernkabinetje	=	kernkabinet
kernkabinetten	=	kernkabinet
kernkop	noun	springkop van een kernraket of kernbom
kernkopje	=	kernkop
kernkopjes	=	kernkop
kernkoppen	=	kernkop
kernkracht	noun	de krachten die werkzaam zijn binnen de atoomkern
kernkrachten	=	kernkracht
kernlading	noun	totale positieve elektrische lading van een atoomkern, bepaald door het aantal protonen
kernladingen	=	kernlading
kernladinkje	=	kernlading
kernladinkjes	=	kernlading
kernland	noun	staat met een centrale positie in een unie of gemeenschap Dit kan betrekking hebben op de geschiedenis (langdurig lidmaatschap), geografische ligging of een doorslaggevende rol bij besluitvorming.
kernlanden	=	kernland
kernleden	=	kernlid
kernlichaamstemperaturen	=	kernlichaamstemperatuur
kernlichaamstemperatuur	noun	lichaamstemperatuur in het binnenste van het lichaam van een dier of mens
kernlid	noun	een belangrijk, onmisbaar en leidinggevend lid van een organisatie of vereniging
kernloos	adj	zonder kern
kernloost	=	kernloos
kernlooste	=	kernloos
kernloze	=	kernloos
kernlozer	=	kernloos
kernlozere	=	kernloos
kernlozers	=	kernloos
kernmacht	noun	landen die de beschikking hebben over kernwapens en de middelen om ze voor militaire doeleinden te gebruiken
kernmachten	=	kernmacht
kernmateriaal	noun	splijtstof die men kan gebruiken in kerncentrales en kernwapens
kernmaterialen	=	kernmateriaal
kernmogendheden	=	kernmogendheid
kernmogendheid	noun	land dat de beschikking heeft over kernwapens en de middelen om ze voor militaire doeleinden te gebruiken
kernnet	noun	het spoornet waarop Nederlandse Spoorwegen (NS) tot 2025 behoudens uitzonderingen het alleenrecht heeft voor het rijden van reizigerstreinen
kernnetten	=	kernnet
kernonderdeel	noun	iets dat van essentieel belang is
kernonderzeeër	noun	een onderzeeboot die voor haar energievoorziening met één of meerdere kernreactoren is uitgerust
kernonderzeeërs	=	kernonderzeeër
kernongeluk	noun	ongeval waarbij radioactief materiaal of ioniserende straling vrijkomt
kernongelukken	=	kernongeluk
kernongeval	noun	een ongeval met radioactief materiaal
kernongevallen	=	kernongeval
kernoorlog	noun	een oorlog waarin beide strijdende partijen kernwapens gebruiken
kernoorlogen	=	kernoorlog
kernploeg	noun	groep van topsporters die meedoen aan internationale wedstrijden
kernploegen	=	kernploeg
kernprobleem	noun	moeilijkheid die de oorzaak is van van alle andere moeilijkheden
kernproblemen	=	kernprobleem
kernproef	noun	een experiment waarbij een atoombom, kernwapen tot ontploffing wordt gebracht
kernproefje	=	kernproef
kernproefjes	=	kernproef
kernproeven	=	kernproef
kernprogramma	noun	het belangrijkste deel van een (onderwijs)project
kernprogramma's	=	kernprogramma
kernprogrammaatje	=	kernprogramma
kernprogrammaatjes	=	kernprogramma
kernpunt	noun	het meest wezenlijke punt
kernpunten	=	kernpunt
kernpuntje	=	kernpunt
kernpuntjes	=	kernpunt
kernraket	noun	raket die sterk genoeg is om een kernwapen naar het doel te schieten
kernraketje	=	kernraket
kernraketjes	=	kernraket
kernraketten	=	kernraket
kernramp	noun	ramp met een kerncentrale of atoombom
kernrampen	=	kernramp
kernrampje	=	kernramp
kernrampjes	=	kernramp
kernreactie	noun	natuurkundige reactie waarbij de samenstelling van een atoomkern veranderd wordt
kernreacties	=	kernreactie
kernreactor	noun	installatie waarin een nucleair splijtingsprocess plaats vindt
kernreactoren	=	kernreactor
kernreactors	=	kernreactor
kernreactortje	=	kernreactor
kernreactortjes	=	kernreactor
kernsmelting	noun	een rampzalige gebeurtenis waarbij de brandstof van een kernreactor smelt door het wegvallen van de koeling
kernsmeltingen	=	kernsmelting
kernspin	noun	snelle, draaiende beweging om een as van de atoomkern
kernspinnen	=	kernspin
kernspinnetje	=	kernspin
kernspinnetjes	=	kernspin
kernspinresonantie	noun	een natuurkundig fenomeen dat onder andere toepassing vindt in de chemie en in de geneeskunde (namelijk bij MRI-scanners)
kernspinresonanties	=	kernspinresonantie
kernsplijting	noun	een proces waarbij een zware onstabiele atoomkern zich deelt of splijt in twee of meer lichtere kernen, waarbij aanzienlijke hoeveelheden energie vrijkomen
kernsplijtingen	=	kernsplijting
kernsplijtinkje	=	kernsplijting
kernsplijtinkjes	=	kernsplijting
kernsplitsing	noun	een proces waarbij een zware onstabiele atoomkern zich deelt of splijt in twee of meer lichtere kernen, waarbij aanzienlijke hoeveelheden energie vrijkomen
kernsplitsingen	=	kernsplitsing
kerntaak	noun	datgene wat hoofdzaak is van datgene waar men verantwoordelijk voor is
kerntaken	=	kerntaak
kerntakendiscussie	noun	twistgesprek over wat de belangrijkste taken van iets of iemand zijn
kerntakendiscussies	=	kerntakendiscussie
kerntakendiscussietje	=	kerntakendiscussie
kerntakendiscussietjes	=	kerntakendiscussie
kernteam	noun	de belangrijkste leden van een grotere groep samenwerkende mensen
kernteams	=	kernteam
kerntechnologie	noun	alle kennis en kunde die nodig is voor het exploiteren van atoomcentrales of het maken van atoomwapens
kerntechnologieën	=	kerntechnologie
kernthema	noun	belangrijkste punt van aandacht
kernthema's	=	kernthema
kernthemata	=	kernthema
kerntje	=	kern
kerntjes	=	kern
kerntrilzwam	noun	Naematelia encephala een schimmel behorend tot de familie Tremellaceae.
kerntrilzwammen	=	kerntrilzwam
kerntrilzwammetje	=	kerntrilzwam
kerntrilzwammetjes	=	kerntrilzwam
kernuitstap	noun	het stoppen met het produceren van energie door kernsplitsing; het sluiten van bestaande kerncentrales
kernvak	noun	een van de belangrijkste vakken van een opleiding
kernvakken	=	kernvak
kernvoorwaarde	noun	het belangrijkste en centrale vereiste
kernvoorwaarden	=	kernvoorwaarde
kernvraag	noun	de belangrijkste vraag in een kwestie, de vraag waar het eigenlijk om gaan
kernvragen	=	kernvraag
kernwaarde	noun	een regel die zo belangrijk is dat men op geen enkele manier zo'n voorschrift mag overtreden
kernwaarden	=	kernwaarde
kernwaardes	=	kernwaarde
kernwapen	noun	een type wapen dat gebruikmaakt van de energie die is opgeslagen in de kernen van atomen om een ontploffing te veroorzaken.
kernwapenafval	noun	radioactief afval dat vrijkomt bij de productie kan atoomwapens
kernwapenarsenaal	noun	de atoombommen die men tot zijn beschikking heeft
kernwapenarsenalen	=	kernwapenarsenaal
kernwapenbezit	noun	het beschikbaar hebben van atoomwapens
kernwapenclub	noun	alle landen die in het bezit zijn van atoombommen
kernwapenclubje	=	kernwapenclub
kernwapendiscussie	noun	#:▸ Toen hij vroeg of ze zich toevalligerwijs een treinreis in Sôrmland van vierentwintig jaar geleden herinnerde dacht ze eerst dat hij een grapje maakte.
kernwapendiscussies	=	kernwapendiscussie
kernwapendiscussietje	=	kernwapendiscussie
kernwapendiscussietjes	=	kernwapendiscussie
kernwapendoel	noun	wat men wil treffen met een atoombom
kernwapendoelen	=	kernwapendoel
kernwapenfabriek	noun	locatie voor serieproductie van atoombommen
kernwapenfabrieken	=	kernwapenfabriek
kernwapenprogramma	noun	plannen voor de ontwikkeling en productie van kernwapens
kernwapenprogramma's	=	kernwapenprogramma
kernwapenprogrammaatje	=	kernwapenprogramma
kernwapenprogrammaatjes	=	kernwapenprogramma
kernwapens	=	kernwapen
kernwapentje	=	kernwapen
kernwapentjes	=	kernwapen
kernwapenverdrag	noun	bindende afspraak tussen twee of meer landen die hen beperkingen oplegt in het aantal atoomwapens dat ze mogen bezitten of de omstandigheden waarin ze die mogen gebruiken
kernwapenverdragen	=	kernwapenverdrag
kernwapenvrij	adj	zonder atoomwapens
kernwapenvrije	=	kernwapenvrij
kernwapenvrijer	=	kernwapenvrij
kernwapenvrijere	=	kernwapenvrij
kernwapenvrijers	=	kernwapenvrij
kernwapenvrijs	=	kernwapenvrij
kernwapenvrijst	=	kernwapenvrij
kernwapenvrijste	=	kernwapenvrij
kernwapenwedloop	noun	competitie waarbij men streeft meer en betere atoomwapens te hebben dan de mogelijke vijand
kernwapenwedlopen	=	kernwapenwedloop
kernwapenwinter	noun	langdurige verkoeling van een klimaat die zou kunnen ontstaan na een mondiale kernwapenoorlog
kernwetenschap	noun	kernfysica
kernwetenschappen	=	kernwetenschap
kernwier	noun	Mastocarpus stellatus een roodwier uit de klasse Florideophyceae.
kernwieren	=	kernwier
kernwiertje	=	kernwier
kernwiertjes	=	kernwier
kernwoord	noun	term waarmee een belangrijk deel van een boodschap wordt uitgedrukt
kernwoorden	=	kernwoord
kernwoordje	=	kernwoord
kernwoordjes	=	kernwoord
kernzin	noun	de belangrijkste zin die de hoofdgedachte van een alinea bevat
kernzinnen	=	kernzin
kernzinnetje	=	kernzin
kernzinnetjes	=	kernzin
kernzwamknopje	noun	Polydesmia pruinosa een schimmel uit de orde Helotiales.
kernzwamknopjes	=	kernzwamknopje
keroev	noun	deels menselijk, deels dierlijk wezen met vleugels en één of meer gezichten waarvan de functie verband houdt met het goddelijke (91×: Gen. 3:24, Ex. 25:18 +, Num. 7:89, 1 Sam. 4:4, 2 Sam. 22:11, 1 Kon. 6:23 +, 2 Kon. 19:15, Jes. 37:16, Ez. 9:3 +, Ps. 18:11 +, 1 Kron. 13:6 +, 2 Kron. 3:7 +)
kerosine	noun	een vrij zware fractie alkanen die met name als vliegtuigbrandstof gebruikt wordt
kerosines	=	kerosine
kerosineschimmel	noun	een schimmel Amorphotheca resinae (teleomorf), (syn.: Hormoconis resinae (anamorf)) die in zeer veel uiteenlopende biotopen voorkomt
kerosineschimmels	=	kerosineschimmel
kerosineschimmeltje	=	kerosineschimmel
kerosineschimmeltjes	=	kerosineschimmel
kerp	=	karper
kerpel	=	karper
kerper	=	karper
kerrie	noun	in de keuken gebruikt mengsel van specerijen
kerriebomen	=	kerrieboom
kerrieboom	noun	Murraya koenigii een van oorsprong Indiase tropische en subtropische boom uit de wijnruitfamilie
kerrieboompje	=	kerrieboom
kerrieboompjes	=	kerrieboom
kerriegeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1027 ( ); een gelige kleur zoals die van kerrie.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1027 ( ).
kerriegeels	=	kerriegeel
kerriegele	=	kerriegeel
kerrieplant	noun	Helichrysum italicum een overblijvend kruid uit de composietenfamilie.
kerrieplanten	=	kerrieplant
kerrieplantje	=	kerrieplant
kerrieplantjes	=	kerrieplant
kerries	=	kerrie
kerriesaus	noun	gele met kerrie gemaakte saus
kerriesausen	=	kerriesaus
kerriesausje	=	kerriesaus
kerriesausjes	=	kerriesaus
kerriesauzen	=	kerriesaus
kerrieschotel	noun	gerecht waarin veel kerrie verwerkt is
kerrieschotels	=	kerrieschotel
kerrieschoteltje	=	kerrieschotel
kerrieschoteltjes	=	kerrieschotel
kers	noun	steenvrucht van een kersenboom, Prunus subg.
kersdag	=	kerstdag
kerselaar	noun	een boom uit het geslacht Prunus
kerselaars	=	kerselaar
kerselaartje	=	kerselaar
kerselaartjes	=	kerselaar
kerselaren	=	kerselaar
kersen	noun	het hout van een kersenboom	adj	gemaakt van het hout van een kersenboom
kersenautomaat	noun	onbemande zelfbedieningsautomaat waar je direct bij de teler verse kersen kunt kopen
kersenautomaatje	=	kersenautomaat
kersenautomaatjes	=	kersenautomaat
kersenautomaten	=	kersenautomaat
kersenbladroller	noun	Pandemis cerasana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
kersenbladrollers	=	kersenbladroller
kersenbladrollertje	=	kersenbladroller
kersenbladrollertjes	=	kersenbladroller
kersenbladwesp	noun	Caliroa cerasi een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
kersenbladwespen	=	kersenbladwesp
kersenbladwespje	=	kersenbladwesp
kersenbladwespjes	=	kersenbladwesp
kersenbloesem	noun	bloem van een kersenboom
kersenbloesems	=	kersenbloesem
kersenbomen	=	kersenboom
kersenboom	noun	benaming voor bomen waaraan kleine ronde vruchten groeien, uit het ondergeslacht Prunus subg.
kersenboompje	=	kersenboom
kersenboompjes	=	kersenboom
kersenbuik	noun	Pelvicachromis pulcher een vis die behoort tot de baarsachtigen (Perciformes) en tot de familie cichliden (Cichlidae).
kersenbuiken	=	kersenbuik
kersenbuikje	=	kersenbuik
kersenbuikjes	=	kersenbuik
kersencake	noun	zoet zacht gebak met met vruchtjes van de kersenboom Prunus subg.
kersencakes	=	kersencake
kersengebak	noun	taartje met kersen; desert met kersen
kersengebakje	=	kersengebak
kersengebakjes	=	kersengebak
kersengoudhaantje	noun	Orsodacne cerasi een keversoort uit de familie schijnhaantjes (Orsodacnidae).
kersengoudhaantjes	=	kersengoudhaantje
kersenhouten	adj	gemaakt van het hout van een kersenboom
kersenjam	noun	jam gemaakt met kersen
kersenjams	=	kersenjam
kersenontpitter	noun	apparaat waarmee men de pitten uit kersen kan verwijderen
kersenontpitters	=	kersenontpitter
kersenontpittertje	=	kersenontpitter
kersenontpittertjes	=	kersenontpitter
kersenpannenkoek	noun	een pannenkoek met kersen
kersenpannenkoeken	=	kersenpannenkoek
kersenpannenkoekje	=	kersenpannenkoek
kersenpannenkoekjes	=	kersenpannenkoek
kersenpedaalmot	noun	Argyresthia pruniella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
kersenpedaalmotje	=	kersenpedaalmot
kersenpedaalmotjes	=	kersenpedaalmot
kersenpedaalmotten	=	kersenpedaalmot
kersenpit	noun	de harde pit van een kers
kersenpit-hoornschaal	noun	Sphaerium nucleus een in zoetwater levende tweekleppigensoort uit de familie van de Sphaeriidae.
kersenpit-hoornschaaltje	=	kersenpit-hoornschaal
kersenpit-hoornschaaltjes	=	kersenpit-hoornschaal
kersenpit-hoornschalen	=	kersenpit-hoornschaal
kersenpitje	=	kersenpit
kersenpitjes	=	kersenpit
kersenpitkever	noun	Anthonomus rectirostris een soort uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
kersenpitkevers	=	kersenpitkever
kersenpitkevertje	=	kersenpitkever
kersenpitkevertjes	=	kersenpitkever
kersenpitten	=	kersenpit
kersenrode	=	kersenrood
kersenroden	=	kersenrood
kersenroder	=	kersenrood
kersenrodere	=	kersenrood
kersenroders	=	kersenrood
kersenrood	adj	zo rood als rijpe kersen
kersenroods	=	kersenrood
kersenroodst	=	kersenrood
kersenroodste	=	kersenrood
kersensap	noun	het sap van kersen
kersensappen	=	kersensap
kersensoep	noun	koude soep uit de Hongaarse keuken, gemaakt van zure kersen, kruidnagels en kaneel, gebonden met maïszetmeel of aardappelzetmeel en gegarneerd met een schep zure room
kersensoepen	=	kersensoep
kersensoepje	=	kersensoep
kersensoepjes	=	kersensoep
kersenspinner	noun	Odonestis pruni een nachtvlinder behorende tot de familie van de spinners . Het is de enige soort in het genus Odonestis
kersenspinners	=	kersenspinner
kersenspinnertje	=	kersenspinner
kersenspinnertjes	=	kersenspinner
kersensteel	noun	deel van kersenboom waarmee een kers aan de stengel vast zit
kersensteeltje	=	kersensteel
kersensteeltjes	=	kersensteel
kersenstelen	=	kersensteel
kersentaart	noun	taart met kersen erin verwerkt
kersentaarten	=	kersentaart
kersentaartje	=	kersentaart
kersentaartjes	=	kersentaart
kersentijd	noun	de tijd dat de kersen geoogst en verkocht worden in Nederland afhankelijk van het weer van half juni tot eind juli
kersentijden	=	kersentijd
kersentrilzwam	noun	Ditangium cerasi een schimmel behorend tot de familie Sebacinaceae.
kersentrilzwammen	=	kersentrilzwam
kersentrilzwammetje	=	kersentrilzwam
kersentrilzwammetjes	=	kersentrilzwam
kersentuin	noun	tuin met kersenbomen
kersentuinen	=	kersentuin
kersenvlaai	noun	een vlaai, die met kersen en kersengelei is gevuld.
kersenvlaaien	=	kersenvlaai
kersenvlaaitje	=	kersenvlaai
kersenvlaaitjes	=	kersenvlaai
kersenvlieg	noun	Rhagoletis cerasi een tweevleugelige uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
kersenvliegen	=	kersenvlieg
kersenvliegje	=	kersenvlieg
kersenvliegjes	=	kersenvlieg
kersenvouwmot	noun	Phyllonorycter cerasicolella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
kersenvouwmotje	=	kersenvouwmot
kersenvouwmotjes	=	kersenvouwmot
kersenvouwmotten	=	kersenvouwmot
kersgalwesp	noun	Trigonaspis synaspis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
kersgalwespen	=	kersgalwesp
kersgalwespje	=	kersgalwesp
kersgalwespjes	=	kersgalwesp
kersje	=	kers
kersjes	=	kers
kersouw	noun	madeliefje
kersouwen	=	kersouw
kersouwke	=	kersouw
kersouwkes	=	kersouw
kersouwtje	=	kersouw
kersouwtjes	=	kersouw
kerspel	noun	gebied van een kerkgemeente of parochie
kerspelen	=	kerspel
kerspels	=	kerspel
kerspeltje	=	kerspel
kerspruim	noun	bepaalde plant, Prunus cerasifera uit de rozenfamilie (Rosaceae)
kerspruimpje	=	kerspruim
kerspruimpjes	=	kerspruim
kersrode	=	kersrood
kersroden	=	kersrood
kersroder	=	kersrood
kersrodere	=	kersrood
kersroders	=	kersrood
kersrood	adj	zo rood als rijpe kersen
kersroods	=	kersrood
kersroodst	=	kersrood
kersroodste	=	kersrood
kerst	noun	de periode van kerstavond tot en met tweede kerstdag
kerst-cd	noun	een cd waarop kerstliedjes staan
kerst-cd's	=	kerst-cd
kerst-cd'tje	=	kerst-cd
kerst-cd'tjes	=	kerst-cd
kerst-in	noun	gemeenschappelijke, voor ieder toegankelijke kerstviering
kerst-ins	=	kerst-in
kerstaanbieding	noun	iets voordelig te koop aanbieden in de kerstperiode
kerstaanbiedingen	=	kerstaanbieding
kerstachtig	adj	op een manier lijkend op kerst
kerstachtige	=	kerstachtig
kerstachtiger	=	kerstachtig
kerstachtigere	=	kerstachtig
kerstachtigers	=	kerstachtig
kerstachtigs	=	kerstachtig
kerstachtigst	=	kerstachtig
kerstachtigste	=	kerstachtig
kerstactie	noun	georganiseerde campagne in de kerstperiode die een bepaald (sociaal) doel nastreeft
kerstacties	=	kerstactie
kerstaflevering	noun	in een televisieserie een televisieaflevering dat in het teken staat van de kerst
kerstafleveringen	=	kerstaflevering
kerstarrangement	noun	verschillende tot een aantrekkelijk geheel samengevoegde elementen of (programma-)onderdelen in de kerstperiode
kerstarrangementen	=	kerstarrangement
kerstartikel	noun	een voorwerp dat te koop is, zoals kleding voor tijdens de kerstdagen of kerstdecoratie
kerstartikelen	=	kerstartikel
kerstartikels	=	kerstartikel
kerstartikeltje	=	kerstartikel
kerstartikeltjes	=	kerstartikel
kerstattentie	noun	een geschenk met Kerstmis
kerstattenties	=	kerstattentie
kerstattributen	=	kerstattribuut
kerstattribuut	noun	voorwerp ten behoeve van het kerstfeest
kerstaugurk	noun	kerstdecoratie in de vorm van een augurk
kerstaugurken	=	kerstaugurk
kerstaugurkje	=	kerstaugurk
kerstaugurkjes	=	kerstaugurk
kerstavond	noun	de avond voor kerst op 24 december
kerstavondblok	noun	de verering van de heilige boom de beuk door op kerstavond een blok beukenhout (of sparren- of dennenhout) te verbranden
kerstavondblokken	=	kerstavondblok
kerstavonden	=	kerstavond
kerstavondje	=	kerstavond
kerstavondjes	=	kerstavond
kerstbal	noun	een bal die men als versiering ophangt, vaak aan de takken van een kerstboom
kerstballen	=	kerstbal
kerstballenset	noun	een aantal kerstballen in dezelfde stijl die als combinatie verkocht wordt
kerstballensets	=	kerstballenset
kerstballetje	=	kerstbal
kerstballetjes	=	kerstbal
kerstbals	=	kerstbal
kerstbel	noun	kerstversiering in de vorm van een klokje
kerstbellen	=	kerstbel
kerstbelletje	=	kerstbel
kerstbelletjes	=	kerstbel
kerstbestand	noun	wapenstilstand tijdens de kerstdagen
kerstbestanden	=	kerstbestand
kerstbingo	noun	een feestelijke variant op het traditionele bingospel, waarbij cijfers vaak zijn vervangen door kerstgerelateerde elementen zoals plaatjes, liedjes of specifieke gebeurtenissen
kerstbingo's	=	kerstbingo
kerstblok	noun	de verering van de heilige boom de beuk door op kerstavond een blok beukenhout (of sparren- of dennenhout) te verbranden
kerstblokken	=	kerstblok
kerstblues	noun	mistroostig gevoel wanneer de feestdagen voorbij zijn
kerstboek	noun	een boek waarin een kerstverhaal beschreven staat
kerstboeken	=	kerstboek
kerstboekje	=	kerstboek
kerstboekjes	=	kerstboek
kerstbol	noun	een transparante bol waarin een miniatuurscène te zien is in de vorm van een (sneeuw)landschap, met in de bol een vlokken die als sneeuw kan vallen
kerstbollen	=	kerstbol
kerstbomen	=	kerstboom
kerstbomenmarkt	noun	verkoopgelegenheid waar men kerstbomen verkoopt
kerstbomenmarkten	=	kerstbomenmarkt
kerstbomenverbranding	noun	een traditie, vaak begin januari, waarbij afgedankte kerstbomen uit huiskamers worden verzameld en verbrand.
kerstbomenverbrandingen	=	kerstbomenverbranding
kerstbomenverbrandinkje	=	kerstbomenverbranding
kerstbomenverbrandinkjes	=	kerstbomenverbranding
kerstbonus	noun	een extra beloning die de medewerkers van een organisatie krijgen rond de kerstdagen
kerstbonusje	=	kerstbonus
kerstbonusjes	=	kerstbonus
kerstbonussen	=	kerstbonus
kerstboodschap	noun	toespraak van een persoon die door velen als belangrijk wordt aanschouwd, zoals een koning of paus, met daarin kerstwensen en oproepen voor het nieuwe jaar
kerstboodschapje	=	kerstboodschap
kerstboodschapjes	=	kerstboodschap
kerstboodschappen	=	kerstboodschap
kerstboom	noun	rond Kerstmis opgestelde naaldboom met allerlei versieringen
kerstboomachtig	adj	op een manier lijkend op een kerstboom
kerstboomachtige	=	kerstboomachtig
kerstboomachtigs	=	kerstboomachtig
kerstboombal	noun	een bal die men als versiering ophangt aan de takken van een kerstboom
kerstboomballen	=	kerstboombal
kerstboomballetje	=	kerstboombal
kerstboomballetjes	=	kerstboombal
kerstboombewaker	noun	iemand die bij een kerstboom moet zorgen dat deze in tact blijft en niet beschadigd raakt
kerstboombewakers	=	kerstboombewaker
kerstboomdecoratie	noun	aangekochte of zelfgemaakte voorwerpen die gebruikt worden om de kerstboom te versieren ter gelegenheid van Kerstmis
kerstboomdecoraties	=	kerstboomdecoratie
kerstboomdecoratietje	=	kerstboomdecoratie
kerstboomdecoratietjes	=	kerstboomdecoratie
kerstboomengel	noun	kerstboomversiering in de vorm van een engel die vaak bovenop de top van de kerstboom wordt geplaatst
kerstboomengelen	=	kerstboomengel
kerstboomengeltje	=	kerstboomengel
kerstboomengeltjes	=	kerstboomengel
kerstboomfeest	noun	viering in de midwintertijd waarbij men elkaar rond een versierde dennenboom ontmoet, met samenzang, lekkernijen en de uitwisseling van cadeautjes
kerstboomfeesten	=	kerstboomfeest
kerstboomfeestje	=	kerstboomfeest
kerstboomfeestjes	=	kerstboomfeest
kerstboomfoto	noun	een foto van een kerstboom
kerstboomfoto's	=	kerstboomfoto
kerstboomgeur	noun	de geur van een kerstboom
kerstboomgeuren	=	kerstboomgeur
kerstboomgeurtje	=	kerstboomgeur
kerstboomgeurtjes	=	kerstboomgeur
kerstboomhanger	noun	kerstdecoratie die opgehangen dient te worden in een kerstboom
kerstboomhangers	=	kerstboomhanger
kerstboomhangertje	=	kerstboomhanger
kerstboomhangertjes	=	kerstboomhanger
kerstboompiek	noun	kerstversiering in de vorm van een engel die vaak bovenop de top van de kerstboom wordt geplaatst
kerstboompieken	=	kerstboompiek
kerstboompiekje	=	kerstboompiek
kerstboompiekjes	=	kerstboompiek
kerstboompje	=	kerstboom
kerstboompjes	=	kerstboom
kerstboomslinger	noun	kerstversiering in de vorm van een slinger om in een kerstboom op te hangen
kerstboomslingers	=	kerstboomslinger
kerstboomslingertje	=	kerstboomslinger
kerstboomslingertjes	=	kerstboomslinger
kerstboomstandaard	noun	een hulpmiddel dat wordt gebruikt om een kerstboom, zowel een echte dennenboom als een kunstboom, stevig en rechtop te houden
kerstboomstandaarden	=	kerstboomstandaard
kerstboomstandaardje	=	kerstboomstandaard
kerstboomstandaardjes	=	kerstboomstandaard
kerstboomstandaards	=	kerstboomstandaard
kerstboomster	noun	kerstboomversiering in de vorm van een ster die vaak bovenop de top van de kerstboom wordt geplaatst
kerstboomsterren	=	kerstboomster
kerstboomsterretje	=	kerstboomster
kerstboomsterretjes	=	kerstboomster
kerstboomtheorie	noun	een theorie vernoemd naar (de vorm van) een kerstboom
kerstboomtheorieën	=	kerstboomtheorie
kerstboomvariant	noun	een kerstboom die op enige wijze van de gebruikelijke versie afwijkt
kerstboomvarianten	=	kerstboomvariant
kerstboomverbranding	noun	een traditie waarbij de kerstbomen die in de huiskamers gestaan hebben worden verzameld en worden verbrand
kerstboomverbrandingen	=	kerstboomverbranding
kerstboomverbrandinkje	=	kerstboomverbranding
kerstboomverbrandinkjes	=	kerstboomverbranding
kerstboomverlichting	noun	elektrische verlichting van een kerstboom met een snoer kleine lampjes, vroeger ook wel met echte kaarsjes
kerstboomverlichtingen	=	kerstboomverlichting
kerstboomversiering	noun	aangekochte of zelfgemaakte voorwerpen die gebruikt worden om de kerstboom te versieren ter gelegenheid van Kerstmis
kerstboomversieringen	=	kerstboomversiering
kerstboomvorm	noun	iets dat de vorm heeft van een kerstboom
kerstboomvormen	=	kerstboomvorm
kerstboomvormig	adj	vorm van een kerstboom hebbend
kerstboomvormige	=	kerstboomvormig
kerstboomvormigs	=	kerstboomvormig
kerstboomvormpje	=	kerstboomvorm
kerstboomvormpjes	=	kerstboomvorm
kerstboomworm	noun	Spirobranchus giganteus een kleine kokerworm die leeft op koraal.
kerstboomwormen	=	kerstboomworm
kerstboomwormpje	=	kerstboomworm
kerstboomwormpjes	=	kerstboomworm
kerstborrel	noun	een borrel die gehouden wordt op een van de dagen voorafgaand of rond de kerst.
kerstborrels	=	kerstborrel
kerstborreltje	=	kerstborrel
kerstborreltjes	=	kerstborrel
kerstboter	noun	boter die langdurig in koelhuizen werd bewaard
kerstboters	=	kerstboter
kerstbrief	noun	een brief waarmee een kerstboodschap wordt overgebracht
kerstbrieven	=	kerstbrief
kerstbroden	=	kerstbrood
kerstbrood	noun	een speciaal brood gebakken voor de kerst gevuld met noten, vruchten en spijs
kerstbroodje	=	kerstbrood
kerstbroodjes	=	kerstbrood
kerstbrunch	noun	een brunch in de kerstperiode in kerstsferen
kerstbrunchen	=	kerstbrunch
kerstbrunches	=	kerstbrunch
kerstbuche	noun	een gebak in de vorm van een stronk dat met kerst gegeten wordt
kerstbuches	=	kerstbuche
kerstbuffet	noun	tafel met allerlei etenswaar die je zelf kunt uitkiezen en pakken tijdens kerstavond of de kerstdagen
kerstbuffetje	=	kerstbuffet
kerstbuffetjes	=	kerstbuffet
kerstbuffetten	=	kerstbuffet
kerstcactus	noun	Schlumbergera truncata een cactus uit de cactusfamilie.
kerstcactusje	=	kerstcactus
kerstcactusjes	=	kerstcactus
kerstcactussen	=	kerstcactus
kerstcadeau	noun	presentjes die traditioneel met Kerstmis gegeven worden
kerstcadeaus	=	kerstcadeau
kerstcadeautje	=	kerstcadeau
kerstcadeautjes	=	kerstcadeau
kerstcantate	noun	een muzikale compositie voor met kerst voor een of meer zangers, begeleid door instrumenten
kerstcantaten	=	kerstcantate
kerstcantates	=	kerstcantate
kerstcircus	noun	een circus dat in de kerstperiode voorstellingen geeft
kerstcircussen	=	kerstcircus
kerstconcert	noun	uitvoering ter gelegenheid van Kerstmis, vaak met speciaal voor Kerstmis geschreven muziek
kerstconcerten	=	kerstconcert
kerstconcertje	=	kerstconcert
kerstconcertjes	=	kerstconcert
kerstcoup	noun	een machtsovername/coup tijdens de kerstdagen
kerstcoups	=	kerstcoup
kerstcrises	=	kerstcrisis
kerstcrisis	noun	een crisis (bijv. politiek of economisch) die vlak voor of tijdens de kerstdagen plaatsvindt
kerstcrisisje	=	kerstcrisis
kerstcrisisjes	=	kerstcrisis
kerstcrisissen	=	kerstcrisis
kerstcross	noun	een wedstrijd door open terrein vol natuurlijke hindernissen tijdens de kerstperiode
kerstcrossen	=	kerstcross
kerstcrosses	=	kerstcross
kerstcycli	=	kerstcyclus
kerstcyclus	noun	de eerste periode van het kerkelijk jaar vanaf de eerste zondag van de advent tot de vierde zondag na epifanie
kerstcyclussen	=	kerstcyclus
kerstdag	noun	25 december, de dag waarop de christenen Christus' geboorte feestelijk herdenken
kerstdagen	=	kerstdag
kerstdagje	=	kerstdag
kerstdagjes	=	kerstdag
kerstdecoratie	noun	versiering die aangebracht is ter viering van het kerstfeest
kerstdecoraties	=	kerstdecoratie
kerstdecoratietje	=	kerstdecoratie
kerstdecoratietjes	=	kerstdecoratie
kerstdicht	noun	dichtkunst met kerst als thema
kerstdichten	=	kerstdicht
kerstdichtje	=	kerstdicht
kerstdichtjes	=	kerstdicht
kerstdienst	noun	een kerkdienst met de kerstdagen
kerstdiensten	=	kerstdienst
kerstdienstje	=	kerstdienst
kerstdienstjes	=	kerstdienst
kerstdiner	noun	een maaltijd uit meerdere gangen op grond van Kerstmis
kerstdiners	=	kerstdiner
kerstdinertje	=	kerstdiner
kerstdinertjes	=	kerstdiner
kerstdis	noun	het kerstdiner waar de hele familie komt eten
kerstdissen	=	kerstdis
kerstdonatie	noun	een schenking/gift speciaal gedaan in de kerstperiode
kerstdonaties	=	kerstdonatie
kerstdoolhof	noun	een doolhof speciaal aangelegd/geopend in de kerstperiode en versierd in kerstsferen
kerstdoolhofje	=	kerstdoolhof
kerstdoolhofjes	=	kerstdoolhof
kerstdoolhoven	=	kerstdoolhof
kerstdorp	noun	een landschap van miniatuurhuisjes als kerstdecoratie
kerstdorpen	=	kerstdorp
kerstdorpje	=	kerstdorp
kerstdorpjes	=	kerstdorp
kerstdrink	noun	een borrel die gehouden wordt op een van de dagen voorafgaand of rond de kerst
kerstdrinks	=	kerstdrink
kerstdrive	noun	een gezellige en feestelijke bijeenkomst in de kerstperiode
kerstdrives	=	kerstdrive
kerstdrukte	noun	veel dingen te doen hebben in de kerstperiode, het druk zijn, vooral met de voorbereidingen
kerstdruktes	=	kerstdrukte
kersteditie	noun	speciale uitgave, druk van een boek, krant of ander informatiemedium, doorgaans in de kerstperiode
kerstedities	=	kersteditie
kerstekind	noun	een op Kerstmis geboren kind
kerstekinderen	=	kerstekind
kerstekindje	=	kerstekind
kerstekindjes	=	kerstekind
kerstelf	noun	volgens verhalen de hulpjes van de kerstman
kerstelfje	=	kerstelf
kerstelfjes	=	kerstelf
kerstelven	=	kerstelf
kersten	=	kerstenen
kerstenboek	noun	een boek dat gebruikt wordt om de christelijke feestdagen te vieren.
kerstenboeken	=	kerstenboek
kerstenboekje	=	kerstenboek
kerstenboekjes	=	kerstenboek
kerstende	=	kerstenen
kerstenden	=	kerstenen
kerstendom	=	christendom
kerstene	=	kerstenen
kerstenen	verb	tot een christen maken
kerstenend	=	kerstenen
kerstenende	=	kerstenen
kerstengel	noun	een engel die aanwezig zou zijn geweest bij de geboorte van Jezus
kerstengelen	=	kerstengel
kerstengeltje	=	kerstengel
kerstengeltjes	=	kerstengel
kerstening	noun	het proces waarbij heidense volkeren zich, al dan niet massaal, tot het christendom bekeren; veelal in historische context
kersteningen	=	kerstening
kerstent	=	kerstenen
kerstessay	noun	een speciaal essay gepubliceerd in de kerstperiode
kerstessays	=	kerstessay
kerstessaytje	=	kerstessay
kerstessaytjes	=	kerstessay
kerstetalage	noun	een etalage van een winkel die uitgebreid gedecoreerd is in kerststijl
kerstetalages	=	kerstetalage
kerstevangelie	noun	de blijde boodschap van Kerstmis die het christendom predikt
kerstevangelies	=	kerstevangelie
kerstevangeliën	=	kerstevangelie
kerstexamen	noun	een examen dat in de kerstperiode wordt afgenomen
kerstexamens	=	kerstexamen
kerstfee	noun	een fee die in een kerstverhaal voorkomt
kerstfeest	noun	een belangrijk christelijk feest in het kerkelijk jaar waarin de geboorte van Jezus-Christus gevierd wordt
kerstfeesten	=	kerstfeest
kerstfeestje	=	kerstfeest
kerstfeestjes	=	kerstfeest
kerstfeeën	=	kerstfee
kerstfilm	noun	een film waarin een kerstverhaal verteld wordt staat
kerstfilmpje	=	kerstfilm
kerstfilmpjes	=	kerstfilm
kerstfilms	=	kerstfilm
kerstfondue	noun	een gerecht waarbij kleine stukjes voeding (bv vlees, vis, etc) worden ondergedompeld in een hete vloeistof (bv olie, kaas)
kerstfondues	=	kerstfondue
kerstgala	noun	een gala georganiseerd in de kerstperiode
kerstgala's	=	kerstgala
kerstgalaatje	=	kerstgala
kerstgalaatjes	=	kerstgala
kerstgans	noun	gevulde, vetgemeste gans die men tijdens de kerstmaaltijd eet
kerstganzen	=	kerstgans
kerstgave	noun	een geschenk aan de armen uitgereikt met Kerstmis
kerstgaven	=	kerstgave
kerstgebak	noun	typisch gebak dat tijdens de kerstdagen gegeten wordt
kerstgebakje	=	kerstgebak
kerstgebakjes	=	kerstgebak
kerstgebeuren	noun	het geheel van voorvallen en effecten ten aanzien van het kerstfeest
kerstgebruik	noun	een standaard manier van doen van iets in de kerstperiode
kerstgebruiken	=	kerstgebruik
kerstgedachte	noun	de instelling het beste te doen voor de mensen, zoals voorgehouden tijdens kerst
kerstgedachten	=	kerstgedachte
kerstgedachtes	=	kerstgedachte
kerstgedachtetje	=	kerstgedachte
kerstgedachtetjes	=	kerstgedachte
kerstgedicht	noun	een gedicht met als thema het kerstfeest
kerstgedichten	=	kerstgedicht
kerstgedichtje	=	kerstgedicht
kerstgedichtjes	=	kerstgedicht
kerstgedoe	noun	een geheel van omslachtigheden in de kerstperiode
kerstgedoetje	=	kerstgedoe
kerstgedoetjes	=	kerstgedoe
kerstgekte	noun	overdreven drukte in de aanloop naar of met de kerstdagen
kerstgektes	=	kerstgekte
kerstgerecht	noun	een gerecht dat op tafel wordt gezet met de kerstdagen
kerstgerechten	=	kerstgerecht
kerstgerechtje	=	kerstgerecht
kerstgerechtjes	=	kerstgerecht
kerstgeschenk	noun	cadeau ter gelegenheid van Kerstmis en dat meestal onderaan de kerstboom gelegd wordt
kerstgeschenken	=	kerstgeschenk
kerstgeschenkje	=	kerstgeschenk
kerstgeschenkjes	=	kerstgeschenk
kerstgevoel	noun	de emotionele toestand tijdens in de kerstperiode, met name tijdens de kerstdagen
kerstgezang	noun	het zingen van kerstliederen
kerstgezangen	=	kerstgezang
kerstgratificatie	noun	financieel extraatje die de medewerkers van een organisatie krijgen rond de kerstdagen
kerstgratificaties	=	kerstgratificatie
kerstgroen	noun	groene takken die gebruikt worden als kerstdecoratie
kerstgroep	noun	groep van beeldjes als kerstdecoratie in een kerststal, inclusief Jezus, Maria en Jozef
kerstgroepen	=	kerstgroep
kerstgroepje	=	kerstgroep
kerstgroepjes	=	kerstgroep
kerstgroet	noun	iemand aangename kerstdagen toewensen
kerstgroeten	=	kerstgroet
kerstgroetje	=	kerstgroet
kerstgroetjes	=	kerstgroet
kerstguirlande	noun	kerstdecoratie in de vorm van een slinger, vaak van groene (kunst)takken
kerstguirlandes	=	kerstguirlande
kersthaatster	noun	iemand die kerst niet leuk vindt of haat
kersthaatsters	=	kersthaatster
kersthanger	noun	kerstdecoratie die opgehangen dient te worden, bijvoorbeeld in een kerstboom
kersthangers	=	kersthanger
kersthangertje	=	kersthanger
kersthangertjes	=	kersthanger
kersthater	noun	iemand die kerst niet leuk vindt of haat
kersthaters	=	kersthater
kersthistorica	noun	een historica die zich verdiept heeft in de geschiedenis en oorsprong van het kerstfeest
kersthistorica's	=	kersthistorica
kersthistorici	=	kersthistoricus
kersthistoricus	noun	een historicus die zich verdiept heeft in de geschiedenis en oorsprong van het kerstfeest
kersthit	noun	een lied dat in de kerstperiode erg populair is
kersthitje	=	kersthit
kersthitjes	=	kersthit
kersthits	=	kersthit
kersthuis	noun	een rijkelijk in kerstsfeer versierd huis, veelal voorzien van veel kerstverlichting
kersthuisje	=	kersthuis
kersthuisjes	=	kersthuis
kersthuizen	=	kersthuis
kersthulp	noun	iemand die extra komt helpen in de kerstperiode
kersthulpen	=	kersthulp
kersthulpje	=	kersthulp
kersthulpjes	=	kersthulp
kerstig	adj|informal	de sfeer van het kerstfeest hebbende
kerstige	=	kerstig
kerstiger	=	kerstig
kerstigere	=	kerstig
kerstigers	=	kerstig
kerstigs	=	kerstig
kerstigst	=	kerstig
kerstigste	=	kerstig
kerstijsbaan	noun	een ijsbaan die speciaal in de kerstperiode geopend is en/of in kerstsfeer versierd is
kerstijsbaantje	=	kerstijsbaan
kerstijsbaantjes	=	kerstijsbaan
kerstijsbanen	=	kerstijsbaan
kerstinkoop	noun	de inkoop die gedaan worden ter voorbereiding op de kerstdagen
kerstinkoopje	=	kerstinkoop
kerstinkoopjes	=	kerstinkoop
kerstinkopen	noun	de aankopen die gedaan worden ter voorbereiding op de kerstdagen
kerstinn	noun	een gezamenlijke viering van het kerstfeest
kerstinns	=	kerstinn
kerstjurk	noun	een jurk die met de kerstdagen gedragen wordt
kerstjurken	=	kerstjurk
kerstjurkje	=	kerstjurk
kerstjurkjes	=	kerstjurk
kerstkaars	noun	een kaars voor de kerstperiode/kerstdagen, veelal versierd in kerstsfeer
kerstkaarsen	=	kerstkaars
kerstkaarsje	=	kerstkaars
kerstkaarsjes	=	kerstkaars
kerstkaart	noun	een wenskaart die wordt gekenmerkt door een kerstgroet en wensen voor het komende nieuwe jaar
kerstkaarten	=	kerstkaart
kerstkaartengolf	noun	gedurende korte periode grote hoeveelheid kerstkaarten die verstuurd worden
kerstkaartengolven	=	kerstkaartengolf
kerstkaartje	=	kerstkaart
kerstkaartjes	=	kerstkaart
kerstkado	=	kerstcadeau
kerstkalkoen	noun	een kalkoen die men eet tijdens een diner ter gelegenheid van Kerstmis
kerstkalkoenen	=	kerstkalkoen
kerstkalkoentje	=	kerstkalkoen
kerstkalkoentjes	=	kerstkalkoen
kerstkamperen	verb	kamperen met de kerstdagen
kerstkamperende	=	kerstkamperen
kerstkilo	noun	het als gevolg van het rijke uitgebreide kerstdiner aankomen van extra lichaamsgewicht
kerstkilo's	=	kerstkilo
kerstkilootje	=	kerstkilo
kerstkilootjes	=	kerstkilo
kerstkind	noun	op Kerstmis geboren kind
kerstkinderen	=	kerstkind
kerstkindje	=	kerstkind
kerstkindjes	=	kerstkind
kerstklassieker	noun	iets wat met de kerstperiode al lange tijd populair is
kerstklassiekers	=	kerstklassieker
kerstklassiekertje	=	kerstklassieker
kerstklassiekertjes	=	kerstklassieker
kerstkleding	noun	feestelijke kleren speciaal voor kerstmis waarin vaak de kleur rood overheersend is
kerstkleertje	=	kerstkleren
kerstkleertjes	=	kerstkleren
kerstkleren	noun	feestelijke kleding speciaal voor Kerstmis waarin vaak de kleur rood overheersend is
kerstklok	noun	kerstbel, kerstversiering in de vorm van een klokje
kerstklokje	=	kerstklok
kerstklokjes	=	kerstklok
kerstklokken	=	kerstklok
kerstkoek	noun	koekjes in kerststijl die met de kerstdagen gebakken worden
kerstkoeken	=	kerstkoek
kerstkoekje	=	kerstkoek
kerstkoekjes	=	kerstkoek
kerstkoor	noun	een koor dat in de kerstperiode liederen ten gehore brengt
kerstkoortje	=	kerstkoor
kerstkoortjes	=	kerstkoor
kerstkoorts	noun	toestand van innerlijke opwinding ten aanzien van de kerst
kerstkoren	=	kerstkoor
kerstkostuum	noun	een kostuum die met de kerstdagen gedragen wordt
kerstkostuumpje	=	kerstkostuum
kerstkostuumpjes	=	kerstkostuum
kerstkostuums	=	kerstkostuum
kerstkous	noun	een traditionele, vaak versierde (fleece)sok die tijdens de kerstperiode wordt opgehangen aan de schouw, open haard, trap of in de kerstboom
kerstkousen	=	kerstkous
kerstkousje	=	kerstkous
kerstkousjes	=	kerstkous
kerstkraam	noun	een kraam die tijdens de kerstperiode ingericht is en vaak te vinden is op kerstmarkten
kerstkraampje	=	kerstkraam
kerstkraampjes	=	kerstkraam
kerstkramen	=	kerstkraam
kerstkrans	noun	krans gemaakt van dennentakken die in de kersttijd aan de voordeur gehangen wordt als versiering
kerstkransen	=	kerstkrans
kerstkransje	=	kerstkrans
kerstkransjes	=	kerstkrans
kerstkrib	noun	kerstversiering in een kerststal waarbij het kindje Jezus in een voederbak gelegd is
kerstkribbe	noun	kerstversiering in een kerststal waarbij het kindje Jezus in een voederbak gelegd is
kerstkribben	=	kerstkrib
kerstkribbes	=	kerstkrib
kerstkribbetje	=	kerstkribbe
kerstkribbetjes	=	kerstkribbe
kerstkribje	=	kerstkrib
kerstkribjes	=	kerstkrib
kerstkriebel	noun	een gevoel van aangename onrust en zin om iets in kerstsfeer te doen
kerstkriebels	=	kerstkriebel
kerstkriebeltje	=	kerstkriebel
kerstkriebeltjes	=	kerstkriebel
kerstkring	noun	de eerste periode van het kerkelijk jaar vanaf de eerste zondag van de advent tot de vierde zondag na epifanie
kerstkringen	=	kerstkring
kerstkwis	noun	een kwis die met de kerstdagen gehouden wordt en/of als thema Kerstmis heeft
kerstkwisje	=	kerstkwis
kerstkwisjes	=	kerstkwis
kerstkwissen	=	kerstkwis
kerstlam	noun	een lam dat in de kerstperiode geboren is
kerstlammeren	=	kerstlam
kerstlammetje	=	kerstlam
kerstlammetjes	=	kerstlam
kerstlamp	noun	een lamp in kerstsfeer, kerstverlichting
kerstlampen	=	kerstlamp
kerstlampje	=	kerstlamp
kerstlampjes	=	kerstlamp
kerstlandschap	noun	een landschap van miniatuurhuisjes als kerstdecoratie
kerstlandschapje	=	kerstlandschap
kerstlandschapjes	=	kerstlandschap
kerstlandschappen	=	kerstlandschap
kerstlichtje	noun	kerstlamp, kerstverlichting
kerstlichtjes	=	kerstlichtje
kerstlied	noun	een op Kerstmis betrekking hebbend lied
kerstliederen	=	kerstlied
kerstliedje	=	kerstlied
kerstliedjes	=	kerstlied
kerstlingerie	noun	lingerie die met de kerstdagen gedragen wordt en vaak versierd is
kerstlingeries	=	kerstlingerie
kerstlingerietje	=	kerstlingerie
kerstlingerietjes	=	kerstlingerie
kerstlingerieën	=	kerstlingerie
kerstlint	noun	kerstdecoratie in de vorm van een lint
kerstlinten	=	kerstlint
kerstlintje	=	kerstlint
kerstlintjes	=	kerstlint
kerstliturgie	noun	het geheel van voorgeschreven gebeden, ceremoniën en handelingen van de kerstmis
kerstliturgieën	=	kerstliturgie
kerstlunch	noun	een lunch in de kerstperiode in kerstsferen
kerstlunchen	=	kerstlunch
kerstlunches	=	kerstlunch
kerstmaal	noun	de maaltijd die op kerstavond of de kerstdagen gegeten wordt
kerstmaaltijd	noun	de maaltijd die op kerstavond of de kerstdagen gegeten wordt
kerstmaaltijden	=	kerstmaaltijd
kerstmaaltje	=	kerstmaal
kerstmaaltjes	=	kerstmaal
kerstmaand	noun	de maand december, de maand waarin Kerstmis wordt gevierd
kerstmaanden	=	kerstmaand
kerstmaandje	=	kerstmaand
kerstmaandjes	=	kerstmaand
kerstmagazine	noun	een tijdschrift dat speciaal ter gelegenheid van Kerstmis wordt uitgegeven
kerstmagazines	=	kerstmagazine
kerstmagie	noun	de magie die speciaal is voor de kerstdagen/kerstperiode
kerstmalen	=	kerstmaal
kerstman	noun	iemand die voor Kerstman speelt
kerstmanintocht	noun	de aankomst van de kerstman in een plaats, eventueel met een parade
kerstmanintochten	=	kerstmanintocht
kerstmankostuum	noun	de rood-witte kleding die door de kerstman gedragen wordt
kerstmankostuums	=	kerstmankostuum
kerstmannen	=	kerstman
kerstmannenpak	noun	de rood-witte kleding die door de kerstman gedragen wordt
kerstmannenpakje	=	kerstmannenpak
kerstmannenpakjes	=	kerstmannenpak
kerstmannenpakken	=	kerstmannenpak
kerstmannetje	=	kerstman
kerstmannetjes	=	kerstman
kerstmanpak	noun	de rood-witte kleding die door de kerstman gedragen wordt
kerstmanpakje	=	kerstmanpak
kerstmanpakjes	=	kerstmanpak
kerstmanpakken	=	kerstmanpak
kerstmantel	noun	een rood-witte mantel die vaak door de kerstman gedragen wordt
kerstmantels	=	kerstmantel
kerstmanteltje	=	kerstmantel
kerstmanteltjes	=	kerstmantel
kerstmaretak	noun	kerstversiering die hoog opgehangen wordt en het de bedoeling is dat als je er samen met iemand onder staat deze persoon kust
kerstmaretakje	=	kerstmaretak
kerstmaretakjes	=	kerstmaretak
kerstmaretakken	=	kerstmaretak
kerstmarkt	noun	is een markt die, eenmalig of vaak wel enkele weken lang, voor Kerstmis wordt gehouden
kerstmarkten	=	kerstmarkt
kerstmarktje	=	kerstmarkt
kerstmarktjes	=	kerstmarkt
kerstmatinee	noun	voorstelling die overdag met de kerstdagen plaatsvindt
kerstmatinees	=	kerstmatinee
kerstmenu	noun	het geheel aan eten dat met een kerstmaaltijd gegeten kan worden
kerstmenu's	=	kerstmenu
kerstmenuutje	=	kerstmenu
kerstmenuutjes	=	kerstmenu
kerstmiddag	noun	de middag van een kerstdag
kerstmiddagen	=	kerstmiddag
kerstmis	noun	een mis ter viering van het kerstfeest
kerstmisje	=	kerstmis
kerstmisjes	=	kerstmis
kerstmissen	=	kerstmis
kerstmorgen	noun	de morgen van Kerstmis
kerstmorgens	=	kerstmorgen
kerstmusical	noun	toneelstuk of film waarin wordt gedanst en een deel van de tekst gezongen wordt, een kerstverhaal vertelt en/of in de kerstperiode opgevoerd wordt
kerstmusicals	=	kerstmusical
kerstmuts	noun	rode met bont gevoerde muts die hoort bij het kerstfeest
kerstmutsen	=	kerstmuts
kerstmutsje	=	kerstmuts
kerstmutsjes	=	kerstmuts
kerstmuziek	noun	muziek voor tijdens het kerstfeest
kerstmuziekje	=	kerstmuziek
kerstmuziekjes	=	kerstmuziek
kerstnacht	noun	de nacht van 24 op 25 december
kerstnachtdienst	noun	de liturgie die op kerstavond, de avond van 24 december en/of de nacht die erop volgt, wordt gevierd ter ere van de geboorte van Jezus Christus in een protestantse kerk
kerstnachtdiensten	=	kerstnachtdienst
kerstnachten	=	kerstnacht
kerstnachtje	=	kerstnacht
kerstnachtjes	=	kerstnacht
kerstnachtmis	noun	de liturgie die op kerstavond, de avond van 24 december en/of de nacht die erop volgt, wordt gevierd ter ere van de geboorte van Jezus Christus
kerstnachtmissen	=	kerstnachtmis
kerstnoveen	noun	in de christelijke liturgie de periode tussen 17 en 24 december
kerstnovenen	=	kerstnoveen
kerstnummer	noun	een lied dat over kerst gaat
kerstnummers	=	kerstnummer
kerstnummertje	=	kerstnummer
kerstnummertjes	=	kerstnummer
kerstochtend	noun	de ochtend van Kerstmis
kerstochtenden	=	kerstochtend
kerstoctaaf	noun	feestperiode waarbij de viering van de geboorte van Jezus verspreid over acht dagen plaatsvindt
kerstoctaafje	=	kerstoctaaf
kerstoctaafjes	=	kerstoctaaf
kerstoctaven	=	kerstoctaaf
kerstoffensief	noun	een aanvallende actie tijdens/rond de kerstdagen
kerstoffensieven	=	kerstoffensief
kerstomaat	noun	Lycopersicon esculentum (var. cerasiforme) een trostomaat zo groot als een kers
kerstomaatje	=	kerstomaat
kerstomaatjes	=	kerstomaat
kerstomaten	=	kerstomaat
kerstomzet	noun	som van alle bruto-opbrengsten (exclusief btw) uit verkoop in de kerstperiode
kerstomzetje	=	kerstomzet
kerstomzetjes	=	kerstomzet
kerstomzetten	=	kerstomzet
kerstontbijt	noun	een ontbijt gegeten met de kerst
kerstontbijten	=	kerstontbijt
kerstontbijtje	=	kerstontbijt
kerstontbijtjes	=	kerstontbijt
kerstoptocht	noun	optocht in kerstsfeer in de kerstperiode
kerstoptochten	=	kerstoptocht
kerstoratoria	=	kerstoratorium
kerstoratorium	noun	een omvangrijk vocaal werk in het teken van de kerst
kerstoratoriums	=	kerstoratorium
kerstorchidee	noun	Cattleya trianae een rechtopstaande, epifytische orchidee, die van december tot januari bloeit met onder elk blad langwerpige, verdikte stengeldelen, die door een vliezige schede worden omgeven.
kerstorchideetje	=	kerstorchidee
kerstorchideetjes	=	kerstorchidee
kerstorchideeën	=	kerstorchidee
kerstornament	noun	kerstdecoratie, vaak opgehangen in een kerstboom
kerstornamenten	=	kerstornament
kerstornamentje	=	kerstornament
kerstornamentjes	=	kerstornament
kerstoutfit	noun	een kledingset die met de kerstdagen gedragen wordt
kerstoutfitje	=	kerstoutfit
kerstoutfitjes	=	kerstoutfit
kerstoutfits	=	kerstoutfit
kerstpacht	noun	geld betaald op kerstavond voor het vruchtgebruik van grond waar men niet de eigenaar van is
kerstpachten	=	kerstpacht
kerstpak	noun	een vaak vrolijk pak dat met de kerstdagen gedragen wordt
kerstpakje	=	kerstpak
kerstpakjes	=	kerstpak
kerstpakken	=	kerstpak
kerstpakket	noun	een samengesteld cadeau dat bijvoorbeeld een werkgever omstreeks Kerstmis aan zijn personeelsleden geeft
kerstpakketdoos	noun	de doos waarin de spullen van het kerstpakket verpakt zijn
kerstpakketdozen	=	kerstpakketdoos
kerstpakketje	=	kerstpakket
kerstpakketjes	=	kerstpakket
kerstpakketten	=	kerstpakket
kerstpakkettenmaker	noun	iemand die kerstpakketten samenstelt
kerstpakkettenmakers	=	kerstpakkettenmaker
kerstparade	noun	parade in kerstsfeer in de kerstperiode
kerstparades	=	kerstparade
kerstparadetje	=	kerstparade
kerstparadetjes	=	kerstparade
kerstpartij	noun	hoeveelheid koopwaar die in het teken staat van kerst
kerstpartijen	=	kerstpartij
kerstpartijtje	=	kerstpartij
kerstpartijtjes	=	kerstpartij
kerstpegel	noun	kerstdecoratie in de vorm van een ijspegel
kerstpegels	=	kerstpegel
kerstpegeltje	=	kerstpegel
kerstpegeltjes	=	kerstpegel
kerstperiode	noun	de tijd rond kerstmis
kerstperioden	=	kerstperiode
kerstperiodes	=	kerstperiode
kerstpiek	noun	kerstversiering in de vorm van een engel die vaak bovenop de top van de kerstboom wordt geplaatst
kerstpieken	=	kerstpiek
kerstpiekje	=	kerstpiek
kerstpiekjes	=	kerstpiek
kerstpiramide	noun	een kerstdecoratie in de vorm van een carrousel met op verschillende niveaus een aantal beeltenissen van christelijke motieven, zoals engelen of kribbe-scènes
kerstpiramiden	=	kerstpiramide
kerstpiramides	=	kerstpiramide
kerstplaat	noun	een lied dat over kerst gaat
kerstplaatje	=	kerstplaat
kerstplaatjes	=	kerstplaat
kerstplaten	=	kerstplaat
kerstpost	noun	post die ter viering van het kerstfeest verstuurd wordt
kerstpot	noun	een pot waarin mensen voor een goed doel geld kunnen doneren
kerstpotje	=	kerstpot
kerstpotjes	=	kerstpot
kerstpotten	=	kerstpot
kerstpottenactie	noun	georganiseerde campagne in de kerstperiode waarbij mensen geld kunnen doneren in een kerstpot
kerstpottenacties	=	kerstpottenactie
kerstpreek	noun	een preek gehouden in de kerstperiode in het teken van Kerstmis
kerstpreken	=	kerstpreek
kerstpresident	noun	iemand die met de kerstdagen president is of wordt
kerstpresidenten	=	kerstpresident
kerstprogramma	noun	een uitzending op radio of televisie in kerstsferen in de kerstperiode
kerstprogramma's	=	kerstprogramma
kerstprogrammering	noun	het geheel aan programma's op radio of televisie in kerstsferen in de kerstperiode
kerstprogrammeringen	=	kerstprogrammering
kerstpudding	noun	een pudding die met de kerstdagen gegeten wordt
kerstpuddingen	=	kerstpudding
kerstpuddinkje	=	kerstpudding
kerstpuddinkjes	=	kerstpudding
kerstpuzzel	noun	een speciale puzzel die met de kerstdagen gepubliceerd en/of als thema Kerstmis heeft
kerstpuzzels	=	kerstpuzzel
kerstpuzzeltje	=	kerstpuzzel
kerstpuzzeltjes	=	kerstpuzzel
kerstquiz	noun	een quiz die met de kerstdagen gehouden wordt en/of als thema Kerstmis heeft
kerstquizje	=	kerstquiz
kerstquizjes	=	kerstquiz
kerstquizzen	=	kerstquiz
kerstrapport	noun	een schriftelijk bericht over de voortgang op school, uitgegeven vlak voor de kerstdagen
kerstrapporten	=	kerstrapport
kerstrapportje	=	kerstrapport
kerstrapportjes	=	kerstrapport
kerstreceptie	noun	een gelegenheid waarbij gasten ontvangen worden naar aanleiding van de aankomende kerstdagen en de afsluiting van het voorbije jaar
kerstrecepties	=	kerstreceptie
kerstreceptietje	=	kerstreceptie
kerstreceptietjes	=	kerstreceptie
kerstreces	noun	een reces in de kerstperiode
kerstrecesje	=	kerstreces
kerstrecesjes	=	kerstreces
kerstrecessen	=	kerstreces
kerstreclame	noun	een reclame in kerstsferen in de kerstperiode
kerstreclames	=	kerstreclame
kerstrede	noun	een speciale rede gehouden in de kerstperiode waarin kerst ook aan bod komt
kerstredes	=	kerstrede
kerstreis	noun	grote, lange tocht of trip in de kerstperiode
kerstreizen	=	kerstreis
kerstrendier	noun	kerstdecoratie in de vorm van een rendier
kerstrendieren	=	kerstrendier
kerstrendiertje	=	kerstrendier
kerstrendiertjes	=	kerstrendier
kerstrol	noun	een soort cake met lagen die rondom het midden gewenteld zijn en met de kerst gegeten wordt
kerstrollen	=	kerstrol
kerstrolletje	=	kerstrol
kerstrolletjes	=	kerstrol
kerstroos	noun	Helleborus niger plant uit het geslacht nieskruid, waartoe ook de lenteroos (Helleborus oriëntalis) en stinkend nieskruid (Helleborus foetida) behoren en die in de winter bloeit.
kerstroosje	=	kerstroos
kerstroosjes	=	kerstroos
kerstroosschoteltje	noun	Hymenoscyphus rozei een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
kerstroosschoteltjes	=	kerstroosschoteltje
kerstrozen	=	kerstroos
kerstsalon	noun	kamer die (tijdelijk) is ingericht en versierd om het kerstfeest in te kunnen vieren
kerstsalonnetje	=	kerstsalon
kerstsalonnetjes	=	kerstsalon
kerstsalons	=	kerstsalon
kerstseizoen	noun	de jaarlijks terugkerende periode van rond de kerstdagen
kerstseizoenen	=	kerstseizoen
kerstsfeer	noun	de sfeer die er tijdens de kerstperiode is dankzij de kerstverlichting, kerstversiering, het gezellig samen zijn, de gemoedstoestand van de mensen, enzovoorts
kerstsfeertje	=	kerstsfeer
kerstsfeertjes	=	kerstsfeer
kerstsferen	=	kerstsfeer
kerstshop	noun	een winkel waar (alleen) allerlei benodigdheden worden verkocht voor de viering van het kerstfeest
kerstshoppe	=	kerstshoppen
kerstshoppen	verb	met de kerstperiode gaan winkelen
kerstshoppend	=	kerstshoppen
kerstshoppende	=	kerstshoppen
kerstshops	=	kerstshop
kerstshopt	=	kerstshoppen
kerstshopte	=	kerstshoppen
kerstshopten	=	kerstshoppen
kerstshow	noun	een feestelijke voorstelling in kerstsfeer, vaak met dans en muziek dat op of vlak voor de kerstdagen wordt opgevoerd
kerstshows	=	kerstshow
kerstshowtje	=	kerstshow
kerstshowtjes	=	kerstshow
kerstsingle	noun	een lied dat over kerst gaat
kerstsingles	=	kerstsingle
kerstsingletje	=	kerstsingle
kerstsingletjes	=	kerstsingle
kerstslee	noun	een slee die door de kerstman gebruikt wordt om zich voort te bewegen
kerstsleetje	=	kerstslee
kerstsleetjes	=	kerstslee
kerstsleeën	=	kerstslee
kerstslinger	noun	kerstversiering in de vorm van een slinger die vaak in een kerstboom of aan de schoorsteenmantel opgehangen wordt
kerstslingers	=	kerstslinger
kerstslingertje	=	kerstslinger
kerstslingertjes	=	kerstslinger
kerstsneeuwbol	noun	een transparante bol waarin een miniatuurscène te zien is in de vorm van een (kerst/sneeuw)landschap, met in de bol vlokken die als sneeuw kunnen vallen
kerstsneeuwbollen	=	kerstsneeuwbol
kerstsneeuwman	noun	kerstdecoratie in de vorm van een sneeuwman
kerstsneeuwmannen	=	kerstsneeuwman
kerstsneeuwmannetje	=	kerstsneeuwman
kerstsneeuwmannetjes	=	kerstsneeuwman
kerstsneeuwpop	noun	kerstdecoratie in de vorm van een sneeuwpop
kerstsneeuwpopje	=	kerstsneeuwpop
kerstsneeuwpopjes	=	kerstsneeuwpop
kerstsneeuwpoppen	=	kerstsneeuwpop
kerstsneeuwvlok	noun	kerstdecoratie in de vorm van een sneeuwvlok
kerstsneeuwvlokje	=	kerstsneeuwvlok
kerstsneeuwvlokjes	=	kerstsneeuwvlok
kerstsneeuwvlokken	=	kerstsneeuwvlok
kerstsok	noun	een traditionele, vaak versierde (fleece)sok die tijdens de kerstperiode wordt opgehangen aan de schouw, open haard, trap of in de kerstboom
kerstsokje	=	kerstsok
kerstsokjes	=	kerstsok
kerstsokken	=	kerstsok
kerstspar	noun	een spar die als kerstboom gebruikt wordt
kerstsparren	=	kerstspar
kerstspecial	noun	publicatie of tv-programma tijdens de kerstperiode dat aan één onderwerp is gewijd en daardoor een aparte plaats binnen een reeks of gebruikelijke programmering inneemt
kerstspecials	=	kerstspecial
kerstspeeldoos	noun	een muziekinstrument dat na opwinden of door te draaien een kerstmuziekje afspeelt
kerstspeeldoosje	=	kerstspeeldoos
kerstspeeldoosjes	=	kerstspeeldoos
kerstspeeldozen	=	kerstspeeldoos
kerstspel	noun	een toneelstuk waarbij de spelers het kerstverhaal uitbeelden
kerstspelen	=	kerstspel
kerstspelletje	=	kerstspel
kerstspelletjes	=	kerstspel
kerstsprookje	noun	een sprookje dat zich rond kerst afspeelt
kerstsprookjes	=	kerstsprookje
kerstspul	noun	spul dat gebruikt worden als kerstdecoratie
kerstspullen	noun	spullen die gebruikt worden als kerstdecoratie
kerststaaf	noun	een banketstaaf die met de kerst gegeten wordt en gemaakt is van spijs en bladerdeeg
kerststaafje	=	kerststaaf
kerststaafjes	=	kerststaaf
kerststad	noun	een stad dat (met name in de kerstperiode) uitgebreid versierd is in kerstsfeer en allerlei kerstactiviteiten organiseerd
kerststal	noun	een voorstelling van de geboorte van Jezus met figuren van hout of gips, die vooral in katholieke gezinnen rond Kerstmis in huis te vinden is, vaak onder de kerstboom
kerststallen	=	kerststal
kerststalletje	=	kerststal
kerststalletjes	=	kerststal
kerststam	noun	een gebak in de vorm van een stronk dat met kerst gegeten wordt
kerststammen	=	kerststam
kerststammetje	=	kerststam
kerststammetjes	=	kerststam
kerststaven	=	kerststaaf
kerststeden	=	kerststad
kerststemming	noun	een mentale of emotionele toestand die mensen met en rond de kerstdagen hebben
kerststemmingen	=	kerststemming
kerstster	noun	Euphorbia pulcherrima een plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
kerststerren	=	kerstster
kerststerretje	=	kerstster
kerststerretjes	=	kerstster
kerststijl	noun	de manier van versieren die als typisch gezien wordt voor de kerstperiode, vaak uitgevoerd in de kleuren rood, wit en groen
kerststijlen	=	kerststijl
kerststijltje	=	kerststijl
kerststijltjes	=	kerststijl
kerststol	noun	een speciaal brood gebakken voor de kerst gevuld met noten, vruchten en spijs
kerststollen	=	kerststol
kerststolletje	=	kerststol
kerststolletjes	=	kerststol
kerststorm	noun	een storm die met de kerstdagen woedt
kerststormen	=	kerststorm
kerststormpje	=	kerststorm
kerststormpjes	=	kerststorm
kerststraat	noun	een straat die uitgebreid versierd is in kerstsfeer
kerststraatje	=	kerststraat
kerststraatjes	=	kerststraat
kerststraten	=	kerststraat
kerststress	noun	de stress die komt kijken bij de voorbereiding van kerst en/of de kerst zelf
kerststronk	noun	een gebak in de vorm van een stronk dat met kerst gegeten wordt
kerststronken	=	kerststronk
kerststronkje	=	kerststronk
kerststronkjes	=	kerststronk
kerststuk	noun	een bloemstuk dat vooral in de maand december voor kerstmis wordt vervaardigd en in huis geplaatst als versiering of tafeldecoratie bij een kerstdiner
kerststukje	=	kerststuk
kerststukjes	=	kerststuk
kerststukken	=	kerststuk
kersttaart	noun	een taart die in kerststijl versierd is
kersttaarten	=	kersttaart
kersttaartje	=	kersttaart
kersttaartjes	=	kersttaart
kersttafel	noun	de gedekte tafel waaraan het kerstontbijt, kerstbrunch, kerstlunch of kerstdiner gegeten wordt
kersttafels	=	kersttafel
kersttafereel	noun	een uitbeelding van het kerstverhaal of andere uitbeelding in kerstsfeer
kersttafereeltje	=	kersttafereel
kersttafereeltjes	=	kersttafereel
kersttaferelen	=	kersttafereel
kerstthema	noun	een onderwerp dat behandeld wordt met bijvoorbeeld een kerstverhaal of kerstversiering
kerstthema's	=	kerstthema
kerstthemata	=	kerstthema
kersttijd	noun	de tijd rond kerstmis
kersttijden	=	kersttijd
kersttimp	noun	een puntvormig broodje dat gevuld is met krenten, rozijnen en vruchten
kersttimpen	=	kersttimp
kersttimpje	=	kersttimp
kersttimpjes	=	kersttimp
kersttip	noun	een inlichting over iets ten aanzien van de kerstperiode
kersttipje	=	kersttip
kersttipjes	=	kersttip
kersttips	=	kersttip
kersttoernooi	noun	een sporttoernooi dat met/rond de kerstdagen gehouden wordt
kersttoernooien	=	kersttoernooi
kersttoernooitje	=	kersttoernooi
kersttoernooitjes	=	kersttoernooi
kersttoespraak	noun	redevoering ter gelegenheid van Kerstmis
kersttoespraakje	=	kersttoespraak
kersttoespraakjes	=	kersttoespraak
kersttoespraaktraditie	noun	de traditie van het jaarlijks geven van een toespraak tijdens/rond de kerstdagen
kersttoespraaktradities	=	kersttoespraaktraditie
kersttoespraken	=	kersttoespraak
kersttoneelstuk	noun	een toneelstuk opgevoerd in de kerstperiode waarin een kerstverhaal verteld wordt
kersttoneelstukje	=	kersttoneelstuk
kersttoneelstukjes	=	kersttoneelstuk
kersttoneelstukken	=	kersttoneelstuk
kersttooi	noun	kerstversiersel dat dient om te tooien
kersttooien	=	kersttooi
kersttram	noun	een tram die speciaal met de kerstdagen rijdt
kersttrammen	=	kersttram
kersttrams	=	kersttram
kersttrui	noun	een trui die met de kerstdagen gedragen wordt en vaak versierd is
kersttruien	=	kersttrui
kersttruitje	=	kersttrui
kersttruitjes	=	kersttrui
kersttulp	noun	een vroeg bloeiende tulp die al in december bloeit
kersttulpen	=	kersttulp
kersttulpje	=	kersttulp
kersttulpjes	=	kersttulp
kerstuitzending	noun	een uitzending op radio of televisie in kerstsferen in de kerstperiode
kerstuitzendingen	=	kerstuitzending
kerstvakantie	noun	een schoolvakantie op het einde van het jaar die gewoonlijk twee weken duurt
kerstvakanties	=	kerstvakantie
kerstvakantietje	=	kerstvakantie
kerstvakantietjes	=	kerstvakantie
kerstvandalisme	noun	vandalisme van bijvoorbeeld kerststallen, kerstversiering en meer
kerstverhaal	noun	beschrijving van de geboorte van Jezus Christus, zoals in het Nieuwe Testament (Luc. 2:1-20, Matt. 1:18-25)
kerstverhaaltje	=	kerstverhaal
kerstverhaaltjes	=	kerstverhaal
kerstverhalen	=	kerstverhaal
kerstverkoop	noun	de verkoop in de kerstperiode, de drukste verkoopperiode van het jaar voor veel winkels
kerstverkopen	=	kerstverkoop
kerstverlichting	noun	verlichting die dient als versiering in de kersttijd
kerstverlichtingen	=	kerstverlichting
kerstverlof	noun	verlof in de kerstperiode
kerstverloven	=	kerstverlof
kerstversiering	noun	aangekochte of zelfgemaakte voorwerpen die gebruikt worden om de tafel, het huis of openbare plekken te versieren ter gelegenheid van Kerstmis
kerstversieringen	=	kerstversiering
kerstversierinkje	=	kerstversiering
kerstversierinkjes	=	kerstversiering
kerstvertelling	noun	een kerstverhaal dat bedoeld is om verteld te worden
kerstvertellingen	=	kerstvertelling
kerstvierder	noun	iemand die kerst viert
kerstvierders	=	kerstvierder
kerstviering	noun	een kerkdienst of andere bijeenkomst om de geboorte van Jezus Christus te herdenkend en te vieren
kerstvieringen	=	kerstviering
kerstvlok	noun	kerstdecoratie in de vorm van een sneeuwvlok
kerstvlokje	=	kerstvlok
kerstvlokjes	=	kerstvlok
kerstvlokken	=	kerstvlok
kerstvoetbal	noun	voetbalwedstrijden die gespeeld worden met/rond de kerstdagen
kerstvoorstelling	noun	een voorstelling die gegeven wordt rond de kerstdagen
kerstvoorstellingen	=	kerstvoorstelling
kerstvrede	noun	het stoppen van de vijandelijkheden tijdens de kerstdagen
kerstvreugde	noun	een blij gevoel ten aanzien van kerst
kerstvrouw	noun	de vrouw van de kerstman
kerstvrouwen	=	kerstvrouw
kerstvrouwtje	=	kerstvrouw
kerstvrouwtjes	=	kerstvrouw
kerstvuren	=	kerstvuur
kerstvuur	noun	een vuur dat op kerstavond of met/rond de kerstdagen brandt
kerstvuurtje	=	kerstvuur
kerstvuurtjes	=	kerstvuur
kerstwake	noun	een wake in de kerstperiode ter ere van Kerstmis
kerstwaken	=	kerstwake
kerstwandeling	noun	een wandeling met de kerstdagen of in de kerstperiode
kerstwandelingen	=	kerstwandeling
kerstwarmte	noun	warmte tijdens de kerstdagen, vaak figuurlijk bedoeld
kerstwarmtes	=	kerstwarmte
kerstweek	noun	de week van Kerstmis tot Nieuwjaar
kerstweekeinde	noun	Kerstmis dat op een weekend valt
kerstweekeinden	=	kerstweekeinde
kerstweekeindes	=	kerstweekeinde
kerstweekend	noun	Kerstmis dat op een weekend valt
kerstweekenden	=	kerstweekend
kerstweekendje	=	kerstweekend
kerstweekendjes	=	kerstweekend
kerstweekends	=	kerstweekend
kerstweekje	=	kerstweek
kerstweekjes	=	kerstweek
kerstweer	noun	het weer tijdens de kerstdagen
kerstweertje	=	kerstweer
kerstweg	noun	de symbolische weergave van wat geleid heeft tot de geboorte van Jezus in de vorm van schilderijen of beeldhouwwerken
kerstwegen	=	kerstweg
kerstwegge	noun	een ruitvormig kerstbroodje met krenten
kerstweggen	=	kerstwegge
kerstweken	=	kerstweek
kerstwens	noun	iets wat iemand een ander of zichzelf toewenst
kerstwensen	=	kerstwens
kerstwensje	=	kerstwens
kerstwensjes	=	kerstwens
kerstwijn	noun	wijn die verkocht wordt om tijdens de kerstdagen gedronken te worden
kerstwijnen	=	kerstwijn
kerstwijntje	=	kerstwijn
kerstwijntjes	=	kerstwijn
kerstwinkel	noun	een winkel waar (alleen) allerlei benodigdheden worden verkocht voor de viering van het kerstfeest
kerstwinkels	=	kerstwinkel
kerstwinkeltje	=	kerstwinkel
kerstwinkeltjes	=	kerstwinkel
kerstwonder	noun	een wonder dat tijdens of rond Kerstmis zou plaatsvinden
kerstwonderen	=	kerstwonder
kerstwondertje	=	kerstwonder
kerstwondertjes	=	kerstwonder
kerstzang	noun	het zingen van kerstliederen
kerstzangen	=	kerstzang
kerstzegel	noun	een postzegel die tijdens de kerstperiode gebruikt kan worden om goedkoper kerstkaarten te versturen
kerstzegels	=	kerstzegel
kerstzegeltje	=	kerstzegel
kerstzegeltjes	=	kerstzegel
kerstzuurstok	noun	een zoetzuur staafje waarvan afgebeten kan worden, vaak rood-wit gekleurd
kerstzuurstokje	=	kerstzuurstok
kerstzuurstokjes	=	kerstzuurstok
kerstzuurstokken	=	kerstzuurstok
kersvers	adj	bijzonder vers
kersverse	=	kersvers
kerve	=	kerven
kervel	noun	een eenjarige plant Anthriscus cerefolium uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae) wikidata: kervel
kervelgitje	noun	Cheilosia pagana een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kervelgitjes	=	kervelgitje
kervelplatlijfje	noun	Depressaria chaerophylli een vlinder uit de familie van de grasmineermotten (Elachistidae).
kervelplatlijfjes	=	kervelplatlijfje
kervelsoep	noun	soep met kervel
kervelsoepen	=	kervelsoep
kerven	verb	met een scherp voorwerp een insnijding trachten te maken in een hard oppervlak
kervend	=	kerven
kervende	=	kerven
kerver	noun	iemand die kerft, mannelijke vorm van kerfster
kervers	=	kerver
kervertje	=	kerver
kervertjes	=	kerver
kerykeion	noun	staf van Mercurius, met bovenaan twee vleugels en omwonden door twee slangen, in de oudheid gedragen door boodschappers als teken van hun functie
kerykeions	=	kerykeion
kesambibomen	=	kesambiboom
kesambiboom	noun	Schleichera oleosa een boom uit de Sapindaceae uit India en Indonesië waarvan de noten de makassarolie voortbrengen
kesambiboompje	=	kesambiboom
kesambiboompjes	=	kesambiboom
kesause	adj	Curaçaose
kesausies	noun	pinda's
kesef	noun	zilver
kesjtengen	noun	kastanjes
kesp	noun	een korte draagbalk van hout of beton die in een paalfundering het overgangsdeel vormt tussen heipaal en vloerhout
kespen	=	kesp
kesselaar	noun	een inwoner van Kessel-Lo, of iemand afkomstig uit Kessel-Lo
kesselaars	=	kesselaar
kesselaren	=	kesselaar
ket	noun	een klein soort paard
keta	=	ketamine
ketamine	noun	verdovingsmiddel voor mensen en dieren dat zorgt voor een dissociatieve pijnstilling
ketaminen	=	ketamine
ketanot	=	katan
ketariem	=	keter
ketchup	noun	een Amerikaanse saus op basis van tomaten
ketchupje	=	ketchup
ketchups	=	ketchup
kete	=	keten
ketel	noun	meestal rond metalen vat, vaak geschikt om onder druk gezet te worden
ketelaar	noun	matroos die moet wachtlopen en dus pas later kan eten dan de anderen
ketelaars	=	ketelaar
ketelbink	noun	scheepsjongen
ketelbinken	=	ketelbink
ketelbinkie	noun	manusje-van-alles in de leeftijd van 12 tot 17 jaar aan boord van een schip
ketelbinkies	=	ketelbinkie
ketelbinkje	=	ketelbink
keteldal	noun	een half cirkelvormige vallei gevormd door de erosie die een gletsjer veroorzaakt
keteldalen	=	keteldal
keteldalletje	=	keteldal
keteldalletjes	=	keteldal
keteldruk	noun	overdruk in een ketel
keteldrukken	=	keteldruk
ketelen	=	kietelen
ketelhuis	noun	gebouw waarin (stoom)ketels van een fabriek opgesteld zijn
ketelhuisje	=	ketelhuis
ketelhuisjes	=	ketelhuis
ketelhuizen	=	ketelhuis
ketelkoek	noun	gerecht uit meel, melk en stroop, in een toegebonden zak of doek in de ketel gekookt
ketelkoeken	=	ketelkoek
ketelkoekje	=	ketelkoek
ketelkoekjes	=	ketelkoek
ketelkost	noun	eenpansgerecht van verschillende groenten en vlees in een ketel op open vuur bereid
ketellapper	noun	handwerksman die ketels herstelde, vooral rondreizend koperslager
ketellappers	noun	een geslacht Pogoniulus van vogels uit de familie Afrikaanse baardvogels (Lybiidae)
ketellappertje	=	ketellapper
ketellappertjes	=	ketellapper
ketelmuziek	noun	geraas met potten, pannen, ketels enz., vergezeld van een oorverdovend geschreeuw
ketelmuziekje	=	ketelmuziek
ketelmuziekjes	=	ketelmuziek
ketelruim	noun	het ruim van een schip waar de stookketel(s) staan voor de aandrijving van het schip.
ketelruimen	=	ketelruim
ketelruimpje	=	ketelruim
ketelruimpjes	=	ketelruim
ketelruimte	noun	de ruimte waar de stookketel is en waar vuur gestookt wordt.
ketelruimten	=	ketelruimte
ketelruimtes	=	ketelruimte
ketelruimtetje	=	ketelruimte
ketelruimtetjes	=	ketelruimte
ketels	=	ketel
ketelsteen	noun	afzetting vooral in ketels als gevolg van het koken van te hard water
keteltje	=	ketel
keteltjes	=	ketel
ketelvoeding	noun	het voeden van de ketel (met de gewenste vloeistof)
ketelwagen	noun	een goederenwagon waarop een ketel gemonteerd is, geschikt voor het vervoer van vloeibare producten
ketelwagens	=	ketelwagen
ketelwagentje	=	ketelwagen
ketelwagentjes	=	ketelwagen
ketembilla	noun	Dovyalis hebecarpa een plant uit de wilgenfamilie (Salicaceae).
ketembilla's	=	ketembilla
keten	noun	uit losse, vaak metalen, schakels in een enkele rij aaneengeregen voorwerp	verb|informal	lol trappen, op een rumoerige manier plezier hebben
ketenaansprakelijkheden	=	ketenaansprakelijkheid
ketenaansprakelijkheid	noun	aansprakelijkheid voor een hoofdaannemer als de door hem aangenomen onderaannemers geen loonbelasting of sociale premies afdragen
ketenbeheer	noun	het onder controle houden van een groep opeenvolgende handelingen en producten die samen tot een eindresultaat leiden
ketenbepaling	noun	een wettelijke regeling die bepaalt wanneer tijdelijke contracten automatisch overgaan in een vast contract.
ketenbepalingen	=	ketenbepaling
ketenbepalinkje	=	ketenbepaling
ketenbepalinkjes	=	ketenbepaling
ketenbewaking	noun	het continu controleren van een aaneengesloten reeks systemen, processen of apparaten (de 'keten') om de goede werking en veiligheid te garanderen.
ketenbewakingen	=	ketenbewaking
ketenbewakinkje	=	ketenbewaking
ketenbewakinkjes	=	ketenbewaking
ketend	=	keten
ketende	=	ketenen
ketenden	=	ketenen
ketendicht	noun	gedicht waarvan de regels als een keten aan elkander geschakeld zijn doordat het laatste woord van een versregel rijmt op het eerste woord van de volgende
ketendichten	=	ketendicht
ketendichtje	=	ketendicht
ketendichtjes	=	ketendicht
ketene	=	ketenen
ketenen	verb	iemand in ketens binden
ketenend	=	ketenen
ketenende	=	ketenen
ketenmanagement	noun	management van de achtereenvolgende processen in de voortbrenging van een product of dienst
ketenpartner	noun	een andere instelling of dienstverlener waarmee de eigen activiteiten worden afgestemd omdat zij eerder of later een rol spelen in het traject rond dezelfde personen
ketenpartners	=	ketenpartner
ketens	=	keten
ketent	=	ketenen
ketentje	=	keten
ketentjes	=	keten
ketenzorg	noun	zorgverlening waarbij de achtereenvolgende onderdelen van de zorg goed op elkaar aansluiten en afgestemd zijn
keter	noun	kroon
ketiev	noun	term voor datgene wat er staat geschreven, als volgens de masoreten iets anders moet worden gelezen (qeree)
ketjap	noun	een Indonesische sojasaus gemaakt van een mengsel van sojabonenmeel, grof gemalen tarwe, kruiden en zout
ketjapje	=	ketjap
ketjaps	=	ketjap
ketje	noun	kind uit Brussel
ketjes	=	ketje
keto-acidose	noun	spelling met facultatief streepje van ketoacidose
ketoacidose	noun	zuurvergiftiging (verstoring van de stofwisseling) bij suikerziekte
ketodieet	noun	een dieet dat erop gericht is om de vorming van ketonen in het lichaam te bevorderen
ketodieetje	=	ketodieet
ketodieetjes	=	ketodieet
ketodiëten	=	ketodieet
ketoeba	noun	huwelijkscontract
ketoebot	=	ketoeba
ketoembar	noun	gemalen korianderzaad
ketoeviem	noun	geschriften
ketogeen	adj	wat de vorming van ketonen veroorzaakt
ketogeens	=	ketogeen
ketogene	=	ketogeen
keton	noun	een organische verbinding met een functionele groep R₁-(C=O)-R₂ (waarbij R₁,R₂≠H)
ketonen	=	keton
ketose	noun	een metabool proces dat gekenmerkt wordt door een verhoogde concentratie ketonen in het bloed, veroorzaakt door afbraak van vetzuren (ketogenese)
ketozuren	=	ketozuur
ketozuur	noun	een organische verbinding waarvan het molecule zowel een keton- als een carbonzuurgroep draagt.
kets	=	ketsen
ketse	=	ketsen
ketsen	verb	een vorm van tijdverdrijf of sport waarbij men een plat klein steentje met grote vaart op het water gooit en probeert het steentje zo vaak mogelijk te laten 'stuiteren' op het water
ketsend	=	ketsen
ketsende	=	ketsen
ketser	noun	iets dat ketst
ketsers	=	ketser
ketsertje	=	ketser
ketsertjes	=	ketser
ketsienem	=	kootsen
ketst	=	ketsen
ketste	=	ketsen
ketsten	=	ketsen
ketten	=	ket
ketter	noun	iemand die vanwege afwijking van de katholieke leer tot misdadiger verklaard was
ketterbeweging	noun	een religieuze groepering of stroming waarvan de leer en opvattingen bewust afwijken van de officiële, door de kerk (destijds met name de Rooms-Katholieke Kerk) als orthodox of 'rechtzinnig' beschouwde geloofsleer.
ketterbewegingen	=	ketterbeweging
ketterbeweginkje	=	ketterbeweging
ketterbeweginkjes	=	ketterbeweging
ketterde	=	ketteren
ketterden	=	ketteren
kettere	=	ketteren
ketteren	verb	het aanhangen, verkondigen of voorstaan van een afwijkende mening of godsdienst
ketterend	=	ketteren
ketterende	=	ketteren
ketterij	noun	het ingaan in woord of gedachte tegen de doctrines van de kerk
ketterijen	=	ketterij
ketterijtje	=	ketterij
ketterijtjes	=	ketterij
ketters	=	ketter
kettert	=	ketteren
kettertje	=	ketter
kettertjes	=	ketter
ketterverbranding	noun	de historische terechtstelling van personen die afweken van de officiële kerkleer (ketters) door hen op de brandstapel te doden.
ketterverbrandingen	=	ketterverbranding
ketterverbrandinkje	=	ketterverbranding
ketterverbrandinkjes	=	ketterverbranding
kettervervolger	noun	vervolger van ketters
kettervervolgers	=	kettervervolger
kettervervolgertje	=	kettervervolger
kettervervolgertjes	=	kettervervolger
kettervervolging	noun	vervolging van ketters in het verleden met name toegepast door de R.K.-kerk
ketting	noun	een aaneengesloten reeks van gelijksoortige elementen, feiten, acties, gebeurtenissen etc.
ketting-schepje	noun	Philine catena een slakkensoort uit de familie van de Philinidae.
ketting-schepjes	=	ketting-schepje
kettingaandrijving	noun	gebruik van een keten van metalen schakels om beweging tussen tandwielen over te brengen
kettingaandrijvingen	=	kettingaandrijving
kettingbeding	noun	contractuele verplichting die aan een opvolger moet worden doorgeven
kettingbedingen	=	kettingbeding
kettingbedingetje	=	kettingbeding
kettingbedingetjes	=	kettingbeding
kettingbotsing	noun	een aanrijding van vanachter waarbij de aangereden auto doorschiet tegen zijn voorligger aan
kettingbotsingen	=	kettingbotsing
kettingbotsinkje	=	kettingbotsing
kettingbotsinkjes	=	kettingbotsing
kettingbreuk	noun	breuk van een ketting
kettingbreuken	=	kettingbreuk
kettingbreukje	=	kettingbreuk
kettingbreukjes	=	kettingbreuk
kettingbrief	noun	een brief of e-mail die de ontvanger enige malen moet kopiëren en dan doorsturen zodat zoveel mogelijk mensen de brief ontvangen
kettingbriefje	=	kettingbrief
kettingbriefjes	=	kettingbrief
kettingbrieven	=	kettingbrief
kettingdief	noun	rover van kettingen
kettingdieven	=	kettingdief
kettingen	=	ketting
kettinghond	noun	waakhond die vastligt aan een ketting
kettinghonden	=	kettinghond
kettinghondje	=	kettinghond
kettingkast	noun	metalen, linnen of plastic hoes om een fietsketting die ook de kettingwielen omvat, bedoeld om de ketting en de kleding van de fietser te beschermen
kettingkasten	=	kettingkast
kettingkastje	=	kettingkast
kettingkastjes	=	kettingkast
kettingkathaai	noun	Scyliorhinus retifer een haai uit de familie der kathaaien (Scyliorhinidae).
kettingkathaaien	=	kettingkathaai
kettingkathaaitje	=	kettingkathaai
kettingkathaaitjes	=	kettingkathaai
kettingloos	adj	zonder ketting
kettingloze	=	kettingloos
kettingpapier	noun	een aaneengesloten stapel of rol papier waarvan de afzonderlijke vellen via perforatielijnen aan elkaar vastzitten en gemakkelijk van elkaar kunnen worden afgescheurd
kettingpapieren	=	kettingpapier
kettingpons	noun	stuk gereedschap waarmee men een fietsketting kan inkorten
kettingponsen	=	kettingpons
kettingponsje	=	kettingpons
kettingponsjes	=	kettingpons
kettingreactie	noun	reactie die zodanig verloopt dat daarbij ontstane stoffen of deeltjes de reactie in stand houden
kettingreacties	=	kettingreactie
kettingregel	noun	is een formule voor het bepalen van de afgeleide van een samengestelde functie.
kettingregels	=	kettingregel
kettingregeltje	=	kettingregel
kettingregeltjes	=	kettingregel
kettingroken	verb	aan een stuk door roken van voornamelijk sigaretten	noun	het aan een stuk door roken van voornamelijk sigaretten
kettingrokend	=	kettingroken
kettingrokende	=	kettingroken
kettingroker	noun	iemand die de ene sigaret met de andere aansteekt en dus voortdurend rookt
kettingrokers	=	kettingroker
kettingrokertje	=	kettingroker
kettingrook	=	kettingroken
kettingrookster	noun	vrouw die erg veel sigaretten rookt
kettingrooksters	=	kettingrookster
kettingrookstertje	=	kettingrookster
kettingrookstertjes	=	kettingrookster
kettingschallebijter	noun	Carabus granulatus een kever uit de familie loopkevers (Carabidae).
kettingschallebijters	=	kettingschallebijter
kettingschallebijtertje	=	kettingschallebijter
kettingschallebijtertjes	=	kettingschallebijter
kettingschepje	noun	bepaald soort slak, Philine catena uit de familie van de Philinidae; de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1803 voor het eerst geldig gepubliceerd door George Montagu
kettingschepjes	=	kettingschepje
kettingscheprad	noun	ronddraaiende riem of ketting waaraan bakken zijn bevestigd die graan, modder enz. naar boven brengen
kettingschepraderen	=	kettingscheprad
kettingschepradje	=	kettingscheprad
kettingschepradjes	=	kettingscheprad
kettingscherm	noun	scherm dat een aandrijfketting afschermt, b.v. van een fiets
kettingschermen	=	kettingscherm
kettingschermpje	=	kettingscherm
kettingschermpjes	=	kettingscherm
kettingslot	noun	een ketting die met een hangslot gesloten kan worden vaak gebruikt voor het sluiten van hekken
kettingsloten	=	kettingslot
kettingsnoek	noun	Esox niger een straalvinnige vissensoort uit de familie van de snoeken (Esocidae).
kettingsnoeken	=	kettingsnoek
kettingsnoekje	=	kettingsnoek
kettingsnoekjes	=	kettingsnoek
kettingzaag	noun	motorzaag die een ketting met getande schakels heeft
kettingzaagje	=	kettingzaag
kettingzaagjes	=	kettingzaag
kettingzagen	=	kettingzaag
kettinkje	=	ketting
kettinkjes	=	ketting
keu	noun	een onmisbaar hulpmiddel voor het biljarten en dient om de speelbal in de juiste richting te dirigeren met een bepaalde snelheid en een gewenst effect
keuen	=	keu
keukelen	=	kukelen
keuken	noun	een plaats waar gekookt wordt, ruimte waarin mensen hun voedsel bereiden
keukenafval	noun	onbruikbare resten van voedingswaren die overblijven na het bereiden van voedsel
keukenapparaat	noun	elektrisch apparaat voor in de keuken dat een aantal voor de bereiding van gerechten noodzakelijke karweitjes kan verrichten
keukenapparaatje	=	keukenapparaat
keukenapparaatjes	=	keukenapparaat
keukenapparaten	=	keukenapparaat
keukenapparatuur	noun	de verzameling van alle keukenapparaten die in een keuken aanwezig zijn
keukenblok	noun	het geheel bestaande uit een aanrecht, ingebouwde spoelbak en kastjes
keukenblokje	=	keukenblok
keukenblokjes	=	keukenblok
keukenblokken	=	keukenblok
keukenboek	noun	een boek dat recepten bevat voor de bereiding van gerechten, vaak aangevuld met informatie over kooktechnieken, ingrediënten en keukengerei
keukenboeken	=	keukenboek
keukenboekje	=	keukenboek
keukenboekjes	=	keukenboek
keukencontainer	noun	een grote vuilniscontainer (bouw- en sloopafval) die wordt gehuurd tijdens het verbouwen of slopen van een keuken
keukencontainers	=	keukencontainer
keukencontainertje	=	keukencontainer
keukencontainertjes	=	keukencontainer
keukendeur	noun	een deur binnenshuis die toegang geeft tot de keuken
keukendeuren	=	keukendeur
keukendeurtje	=	keukendeur
keukendeurtjes	=	keukendeur
keukendoek	noun	in de keuken gebruikte doek als hulpmiddel bij het bereiden van voedsel
keukendoeken	=	keukendoek
keukendoekje	=	keukendoek
keukendoekjes	=	keukendoek
keukenfornuis	noun	kooktoestel met een kookplaat en een oven voor in de keuken
keukenfornuisje	=	keukenfornuis
keukenfornuisjes	=	keukenfornuis
keukenfornuizen	=	keukenfornuis
keukengereedschap	noun	werktuig dat is gemaakt om te worden gebruikt bij het bereiden van maaltijden
keukengereedschapje	=	keukengereedschap
keukengereedschapjes	=	keukengereedschap
keukengereedschappen	=	keukengereedschap
keukengerei	noun	alle gebruiksvoorwerpen in de keuken
keukengerief	noun	gereedschap dat men in de keuken gebruikt
keukengoed	noun	een breed scala aan artikelen die in de keuken worden gebruikt, van textiel zoals theedoeken en handdoeken tot divers keukengerei en accessoires
keukengoederen	=	keukengoed
keukengoedje	=	keukengoed
keukengoedjes	=	keukengoed
keukenhanddoek	noun	doek waarmee men de handen in de keuken kan afdrogen
keukenhanddoeken	=	keukenhanddoek
keukenhanddoekje	=	keukenhanddoek
keukenhanddoekjes	=	keukenhanddoek
keukenhandschoen	noun	handschoenen die men draagt bij het huishouden om de handen te beschermen
keukenhandschoenen	=	keukenhandschoen
keukenhulp	noun	iemand die in de keuken meehelpt
keukenhulpen	=	keukenhulp
keukenhulpje	=	keukenhulp
keukenhulpjes	=	keukenhulp
keukenhulpmiddel	noun	een instrument of gadget dat koken, voorbereiden en eten makkelijker, veiliger en efficiënter maakt
keukenhulpmiddelen	=	keukenhulpmiddel
keukenhulpmiddeltje	=	keukenhulpmiddel
keukenhulpmiddeltjes	=	keukenhulpmiddel
keukeningang	noun	toegang tot een huis die direct leidt naar de keuken
keukeningangen	=	keukeningang
keukeninrichting	noun	alle meubels en apparatuur die aanwezig zijn in een keuken
keukeninrichtingen	=	keukeninrichting
keukenkast	noun	een kast in de keuken
keukenkasten	=	keukenkast
keukenkastje	=	keukenkast
keukenkastjes	=	keukenkast
keukenkoning	noun	iemand die heel erg goed is in het bereiden van eten
keukenkoningen	=	keukenkoning
keukenkoninkje	=	keukenkoning
keukenkoninkjes	=	keukenkoning
keukenla	noun	uitschuifbare bergplaats onder het aanrecht
keukenla's	=	keukenla
keukenlaatje	=	keukenla
keukenlaatjes	=	keukenla
keukenlamp	noun	verlichting in een ruimte waarin met het eten bereidt
keukenlampen	=	keukenlamp
keukenlampje	=	keukenlamp
keukenlampjes	=	keukenlamp
keukenlatijn	noun	zeer slecht Latijn
keukenlift	noun	kleine goederenlift die specifiek is ontworpen voor het verticaal vervoeren van etenswaren, borden, drankjes en ander servies tussen verschillende verdiepingen
keukenliften	=	keukenlift
keukenliftje	=	keukenlift
keukenliftjes	=	keukenlift
keukenmachientje	=	keukenmachine
keukenmachientjes	=	keukenmachine
keukenmachine	noun	elektrisch apparaat voor in de keuken dat een aantal voor de bereiding van gerechten noodzakelijke karweitjes kan verrichten
keukenmachines	=	keukenmachine
keukenmachinetje	=	keukenmachine
keukenmachinetjes	=	keukenmachine
keukenmeester	noun	leidinggevende in een keuken
keukenmeesters	=	keukenmeester
keukenmeestertje	=	keukenmeester
keukenmeid	noun	in een huishouding met meer dienstmeiden is zij degene die in de keuken werkt en het eten bereidt
keukenmeiden	=	keukenmeid
keukenmeidenroman	noun	roman geschreven voor het lagere personeel behorende tot de triviaalliteratuur
keukenmeidenromannetje	=	keukenmeidenroman
keukenmeidenromannetjes	=	keukenmeidenroman
keukenmeidenromans	=	keukenmeidenroman
keukenmeisje	=	keukenmeid
keukenmeisjes	=	keukenmeid
keukenmes	noun	een mes dat in de keuken dient voor het bereiden van eten
keukenmesje	=	keukenmes
keukenmesjes	=	keukenmes
keukenmessen	=	keukenmes
keukenmixer	noun	een krachtig keukenapparaat dat speciaal is ontworpen voor het mixen, kloppen en kneden van ingrediënten
keukenmixers	=	keukenmixer
keukenmixertje	=	keukenmixer
keukenmixertjes	=	keukenmixer
keukenpapier	noun	vocht absorberend papier om de aanrecht schoon te maken.
keukenpapieren	=	keukenpapier
keukenpapiertje	=	keukenpapier
keukenpapiertjes	=	keukenpapier
keukenpersoneel	noun	mensen die in loondienst in een keuken werken
keukenpiet	noun	iemand die goed kan koken
keukenpieten	=	keukenpiet
keukenplank	noun	plank in de keuken waarop men keukenbenodigdheden kan zetten
keukenplanken	=	keukenplank
keukenplankje	=	keukenplank
keukenplankjes	=	keukenplank
keukenprins	noun	een mannelijke keukenprinses: een man die heel handig is met koken
keukenprinsen	=	keukenprins
keukenprinses	noun	een vrouw die heel goed kan koken
keukenprinsesje	=	keukenprinses
keukenprinsesjes	=	keukenprinses
keukenprinsessen	=	keukenprinses
keukenprinsje	=	keukenprins
keukenprinsjes	=	keukenprins
keukenraam	noun	een deur binnenshuis die toegang geeft tot de keuken
keukenraampje	=	keukenraam
keukenraampjes	=	keukenraam
keukenramen	=	keukenraam
keukenrek	noun	open opbergruimte in de keuken
keukenrekje	=	keukenrek
keukenrekjes	=	keukenrek
keukenrekken	=	keukenrek
keukenrobot	noun	een machine die veel verschillende werkzaamheden in de keuken kan vergemakkelijken
keukenrobotje	=	keukenrobot
keukenrobotjes	=	keukenrobot
keukenrobots	=	keukenrobot
keukenrobotten	=	keukenrobot
keukenrol	noun	een met papier/gerecycled papier omwikkelde kartonnen rol die vaak in de keuken word opgehangen in een houder om vervolgens gebruikt te worden als je bijvoorbeeld een glas drinken omgooit
keukenrolhouder	noun	een handig hulpmiddel, vaak een staander of wandhouder, ontworpen om een rol keukenpapier op zijn plek te houden en gemakkelijk af te kunnen scheuren
keukenrolhouders	=	keukenrolhouder
keukenrolhoudertje	=	keukenrolhouder
keukenrolhoudertjes	=	keukenrolhouder
keukenrollen	=	keukenrol
keukenrolletje	=	keukenrol
keukenrolletjes	=	keukenrol
keukens	=	keuken
keukenschaar	noun	knipgereedschap voor gebruik in de keuken
keukenschaartje	=	keukenschaar
keukenschaartjes	=	keukenschaar
keukenscharen	=	keukenschaar
keukenschort	noun	kledingstuk dat je voor en over je normale kleding draagt tijdens het werken in de keuken om je normale kleding schoon te houden
keukenschorten	=	keukenschort
keukenschortje	=	keukenschort
keukenschortjes	=	keukenschort
keukensnufje	noun	'onmisbare' vondst op het gebied van de keukenbenodigdheden of voor in de keuken
keukensnufjes	=	keukensnufje
keukenstoel	noun	Een stoel die in de keuken wordt gebruikt meestal aan de keukentafel
keukenstoelen	=	keukenstoel
keukenstoeltje	=	keukenstoel
keukenstoeltjes	=	keukenstoel
keukentafel	noun	De tafel in de keuken wordt gebruikt om aan te eten en om het eten te bereiden.
keukentafelgesprek	noun	informeel gesprek dat aan de keukentafel plaats vindt
keukentafelgesprekken	=	keukentafelgesprek
keukentafels	=	keukentafel
keukentafeltje	=	keukentafel
keukentafeltjes	=	keukentafel
keukenteam	noun	groep van mensen die samen in de keuken werken van een restaurant of andere instelling werken.
keukenteampje	=	keukenteam
keukenteampjes	=	keukenteam
keukenteams	=	keukenteam
keukentimer	noun	een apparaatje dat een geluidssignaal geeft nadat een vooraf ingestelde tijd is verstreken
keukentimers	=	keukentimer
keukentimertje	=	keukentimer
keukentimertjes	=	keukentimer
keukentje	=	keuken
keukentjes	=	keuken
keukentrap	noun	inklapbaar trappetje voor huishoudelijk werk
keukentrapje	=	keukentrap
keukentrapjes	=	keukentrap
keukentrappen	=	keukentrap
keukenvloer	noun	de meestal harde, gladde vloer van een keuken die makkelijk schoongemaakt kan worden en goed bestand is tegen vocht
keukenvloeren	=	keukenvloer
keukenvloertje	=	keukenvloer
keukenvloertjes	=	keukenvloer
keukenvuren	=	keukenvuur
keukenvuur	noun	haard in een keuken die gebruikt wordt voor de bereiding van voedsel
keukenwand	noun	kant van een muur die naar de keuken gericht is
keukenwanden	=	keukenwand
keukenwandje	=	keukenwand
keukenwandjes	=	keukenwand
keukenwant	noun	handschoen met één deel voor de vingers en een ander deel voor de duim, voor het aanvatten van pannen, schalen en andere hete voorwerpen
keukenwanten	=	keukenwant
keukenweegschaal	noun	een compact, nauwkeurig meetinstrument dat wordt gebruikt om ingrediënten zoals bloem, suiker en boter in grammen of vloeistoffen in milliliters af te wegen bij koken en bakken
keukenweegschaaltje	=	keukenweegschaal
keukenweegschaaltjes	=	keukenweegschaal
keukenweegschalen	=	keukenweegschaal
keukenwekker	noun	een apparaatje dat in de keuken gebruikt wordt om de tijd te meten
keukenwekkers	=	keukenwekker
keukenwekkertje	=	keukenwekker
keukenwekkertjes	=	keukenwekker
keukenwerktuig	noun	een specifiek hulpmiddel, gebruiksvoorwerp of apparaat dat wordt gebruikt bij de bereiding, verwerking en het serveren van voedsel
keukenwerktuigen	=	keukenwerktuig
keukenwerktuigje	=	keukenwerktuig
keukenwerktuigjes	=	keukenwerktuig
keukenzaak	noun	winkel waar men keukens en keukenapparatuur verkoopt
keukenzaakje	=	keukenzaak
keukenzaakjes	=	keukenzaak
keukenzaken	=	keukenzaak
keukenzout	noun	kleurloze of witte kristallijne vaste stof, voornamelijk natriumchloride, die veelvuldig in gemalen of korrelige vorm wordt gebruikt als smaakmaker en conserveringsmiddel
keulenaar	noun	een grote, in de streek van Keulen gebouwde rijnaak
keulenaars	=	keulenaar
keulenaartje	=	keulenaar
keulenaren	=	keulenaar
keuls	noun	een lokaal, Ripuarisch dialect dat in Keulen wordt gesproken	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Keulen
keulse	noun	een vrouwelijke inwoner van Keulen, of een vrouw afkomstig uit Keulen
keulsen	=	keulse
keulser	=	keuls
keulsere	=	keuls
keulsers	=	keuls
keulst	=	keuls
keulste	=	keuls
keur	noun	stempelmerk dat het gehalte aan goud of zilver aangeeft
keurbende	noun	korps van de beste militairen
keurbenden	=	keurbende
keurbendes	=	keurbende
keurbendetje	=	keurbende
keurbendetjes	=	keurbende
keurboek	noun	een historisch wetboek dat een verzameling is van 'keuren', dit zijn officiële verordeningen of regels
keurboeken	=	keurboek
keurboekje	=	keurboek
keurboekjes	=	keurboek
keurbomen	=	keurboom
keurboom	noun	Virgilia oroboides een boom uit de Fabaceae die endemisch in Zuid-Afrika in de provincie West-Kaap.
keurboompje	=	keurboom
keurboompjes	=	keurboom
keurcorps	=	keurkorps
keurde	=	keuren
keurden	=	keuren
keurder	noun	iemand die keurt, een keurmeester
keurders	=	keurder
keure	=	keuren
keuren	verb	zich een oordeel vormen over de waarde of deugdelijkheid van iets
keurend	adj	bezig met het maken van een beoordeling
keurende	=	keuren
keurender	=	keurend
keurendere	=	keurend
keurenders	=	keurend
keurends	=	keurend
keurendst	=	keurend
keurendste	=	keurend
keurgroep	noun	groep die is geselecteerd uit een (veel) grotere groep
keurgroepen	=	keurgroep
keurgroepje	=	keurgroep
keurgroepjes	=	keurgroep
keurig	adj	erg netjes en beleefd	adv	goed verzorgd
keurige	=	keurig
keuriger	=	keurig
keurigere	=	keurig
keurigers	=	keurig
keurigs	=	keurig
keurigst	=	keurig
keurigste	=	keurig
keurijzer	noun	stempel waarmee een keurmerk wordt aangebracht
keurijzers	=	keurijzer
keuring	noun	proces van het keuren
keuringen	=	keuring
keuringsarts	noun	arts die medische keuringen uitvoert, die arts onderzoekt een persoon om te zien of die persoon geschikt voor een bepaalde activiteit is
keuringsartsen	=	keuringsarts
keuringsbureau	noun	instelling die controleert of producten en diensten wel aan bepaalde eisen voldoen
keuringsbureaus	=	keuringsbureau
keuringscommissie	noun	groep mensen die iets inspecteert en keurt; groep mensen die een keuring uitvoert
keuringscommissies	=	keuringscommissie
keuringsdienst	noun	organisatie die producten onderzoekt en beoordeelt
keuringsdiensten	=	keuringsdienst
keuringsgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een keuring
keuringsgegevens	=	keuringsgegeven
keuringsinstituten	=	keuringsinstituut
keuringsinstituut	noun	instelling die producten of personeel onderzoekt en beoordeelt
keuringskosten	noun	uitgaven die men moet maken om iets te laten testen; uitgaven die men moet maken om iets te laten onderzoeken
keuringsrapport	noun	schriftelijk verslag van een keuring
keuringsrapporten	=	keuringsrapport
keuringsrapportje	=	keuringsrapport
keuringsrapportjes	=	keuringsrapport
keurinkje	=	keuring
keurinkjes	=	keuring
keurkorps	noun	korps van de beste militairen
keurkorpsen	=	keurkorps
keurkorpsje	=	keurkorps
keurlijk	adj|obsolete	heel goed aan de gebruikelijke eisen voldoend
keurlijke	=	keurlijk
keurlijks	=	keurlijk
keurling	noun	iemand die een keuring moet ondergaan
keurlingen	=	keurling
keurlingetje	=	keurling
keurlingetjes	=	keurling
keurlinkje	=	keurling
keurlinkjes	=	keurling
keurman	noun	iemand die de kwaliteit van een product test
keurmannen	=	keurman
keurmede	noun	door de heer te kiezen beste stuk uit de nalatenschap van een horige (keurmedige)
keurmeden	=	keurmede
keurmedige	noun	horige
keurmedigen	=	keurmedige
keurmeester	noun	iemand belast met het uitvoeren van keuringen
keurmeesters	=	keurmeester
keurmeestertje	=	keurmeester
keurmeestertjes	=	keurmeester
keurmerk	noun	merkteken als bewijs van keuring
keurmerken	verb	van een keurmerk voorzien
keurmerkje	=	keurmerk
keurmerkjes	=	keurmerk
keurs	noun	keurslijf, korset
keursen	=	keurs
keursje	=	keurs
keursjes	=	keurs
keurslager	noun	kwaliteitsslager aangesloten bij een bepaalde controlerende slagersvereniging
keurslagers	=	keurslager
keurslagertje	=	keurslager
keurslagertjes	=	keurslager
keurslijf	noun	ouderwets korset
keurslijfje	=	keurslijf
keurslijfjes	=	keurslijf
keurslijven	=	keurslijf
keursoldaat	noun	uitgelezen soldaat, elitesoldaat
keursoldaatje	=	keursoldaat
keursoldaatjes	=	keursoldaat
keursoldaten	=	keursoldaat
keurstamboek	noun	boek waarin alle dieren zijn opgenomen inclusief hun afstamming die voldoen aan de raseigenschappen van een bepaald ras
keurstamboeken	=	keurstamboek
keurstamboekje	=	keurstamboek
keurstamboekjes	=	keurstamboek
keursteen	noun	steentje (lat. calculus) van een bepaalde kleur waarmee men in de oudheid zijn stem voor of tegen een persoon uitbracht
keursteentje	=	keursteen
keursteentjes	=	keursteen
keurstempel	noun	stempel als bewijs van keuring, keurmerk
keurstempels	=	keurstempel
keurstempeltje	=	keurstempel
keurstempeltjes	=	keurstempel
keurstenen	=	keursteen
keurt	=	keuren
keurteken	noun	merk dat een officiële keuringsinstantie, zoals een gilde of de munt, op voorwerpen van goud of zilver aanbrengt als garantie dat de legering waarvan het gemaakt is voldoet aan het vereiste gehalte
keurtekenen	=	keurteken
keurtekens	=	keurteken
keurtekentje	=	keurteken
keurtekentjes	=	keurteken
keurtje	=	keur
keurtjes	=	keur
keurtroep	noun	elite korps, elite eenheid, special forces
keurtroepen	noun	elite korps, elite eenheid, special forces
keurtroepje	=	keurtroep
keurvorst	noun	rijksvorst in het Heilige Roomse Rijk die het recht had om de Rooms-koning, of later de keizer, te kiezen
keurvorstelijk	adj	van een keurvorst; aan een keurvorst eigen; aan, bij, of tot een keurvorst behorend
keurvorstelijke	=	keurvorstelijk
keurvorstelijker	=	keurvorstelijk
keurvorstelijkere	=	keurvorstelijk
keurvorstelijkers	=	keurvorstelijk
keurvorstelijks	=	keurvorstelijk
keurvorstelijkst	=	keurvorstelijk
keurvorstelijkste	=	keurvorstelijk
keurvorsten	=	keurvorst
keurvorstendom	noun	het rijk van een keurvorst
keurvorstendommen	=	keurvorstendom
keurvorstje	=	keurvorst
keurvorstjes	=	keurvorst
keurzen	=	keurs
keurzone	noun	gebied rond de dijk waar gebruiksbeperkingen zijn opgelegd door de regels van het waterschap
keurzones	=	keurzone
keus	noun	gelegenheid om óf het een óf het ander te nemen
keusje	=	keus
keusjes	=	keus
keuspot	noun	een onderdeel van het taatslager van de puntdeuren van een sluis.
keuspotje	=	keuspot
keuspotjes	=	keuspot
keuspotten	=	keuspot
keutel	noun	Ontlasting in de vorm van kleine ronde kogeltjes
keutelaar	noun	iemand die zich drukmaakt over kleinigheden
keutelaars	=	keutelaar
keutelaartje	=	keutelaar
keutelaartjes	=	keutelaar
keutelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van keutels
keutelachtige	=	keutelachtig
keutelachtiger	=	keutelachtig
keutelachtigere	=	keutelachtig
keutelachtigers	=	keutelachtig
keutelachtigs	=	keutelachtig
keutelachtigst	=	keutelachtig
keutelachtigste	=	keutelachtig
keutelde	=	keutelen
keutelden	=	keutelen
keutele	=	keutelen
keutelen	verb	rustig, ongestructureerd, nutteloos bezig zijn
keutelend	=	keutelen
keutelende	=	keutelen
keutelig	adj	kleinburgerlijk
keutelige	=	keutelig
keuteliger	=	keutelig
keuteligere	=	keutelig
keuteligers	=	keutelig
keuteligs	=	keutelig
keuteligst	=	keutelig
keuteligste	=	keutelig
keutelkaalkopje	noun	Deconica merdicola een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
keutelkaalkopjes	=	keutelkaalkopje
keutelkut	noun|obsolete	minderwaardige vrouw
keutelkutten	=	keutelkut
keutels	=	keutel
keutelt	=	keutelen
keuteltje	=	keutel
keuteltjes	=	keutel
keuter	noun	kleine boer
keuterboer	noun	boer met een dusdanig eigen klein bedrijf dat hij alleen kan overleven met extra nevenverdiensten
keuterboeren	=	keuterboer
keuterboerin	=	keuterboer
keuterboertje	=	keuterboer
keuterboertjes	=	keuterboer
keuterde	=	keuteren
keuterden	=	keuteren
keutere	=	keuteren
keuteren	verb	koteren
keuterend	=	keuteren
keuterende	=	keuteren
keuterij	noun	behuizing van een keuterboer meestal met alleen een stenen voorgevel terwijl de rest van het huis van hout gemaakt is, met minder sociale status dan een volwaardige boerderij, maar meer dan het huisje van een landarbeider
keuterijen	=	keuterij
keuterijtje	=	keuterij
keuterijtjes	=	keuterij
keuters	=	keuter
keutert	=	keuteren
keutertje	=	keuter
keutertjes	=	keuter
keutje	=	keu
keutjes	=	keu
keuvel	noun	kap van een mantel (van een kloosterling), kovel
keuvelaar	noun	een gezellige prater
keuvelaars	=	keuvelaar
keuvelde	=	keuvelen
keuvelden	=	keuvelen
keuvele	=	keuvelen
keuvelen	verb	gezellig praten zonder al te veel diepgang
keuvelend	=	keuvelen
keuvelende	=	keuvelen
keuvels	=	keuvel
keuvelt	=	keuvelen
keuveltimp	noun	de timp, tip of punt van de kap of muts van de keuvel
keuveltimpen	=	keuveltimp
keuveltje	=	keuvel
keuveltjes	=	keuvel
keuze	noun	het besluit om uit verschillende mogelijkheden er één te nemen
keuzeaanbod	noun	verscheidenheid aan opties, activiteiten, materialen of diensten waaruit men kan kiezen
keuzeaxioma	noun	Zij X een oneindige collectie niet-lege verzamelingen, dan kan men uit elke verzameling van die collectie een element (lidmaat) kiezen, dat wil zeggen dat er een keuzefunctie f, gedefinieerd op X bestaat, zodanig dat voor elke verzameling V in X geldt, dat f(V) een element van V is
keuzeaxioma's	=	keuzeaxioma
keuzebegeleiding	noun	de wettelijke verplichting voor pensioenuitvoerders om deelnemers actief te ondersteunen bij het maken van pensioenkeuzes.
keuzebegeleidingen	=	keuzebegeleiding
keuzebegeleidinkje	=	keuzebegeleiding
keuzebegeleidinkjes	=	keuzebegeleiding
keuzebepaling	noun	een regeling of clausule die de betrokken partijen de mogelijkheid geeft om op een later moment te beslissen hoe een bepaalde situatie wordt afgehandeld
keuzebepalingen	=	keuzebepaling
keuzebepalinkje	=	keuzebepaling
keuzebepalinkjes	=	keuzebepaling
keuzegids	noun	een drukwerk waarin de verschillende mogelijkheden waaruit men kan kiezen worden besproken
keuzegidsen	=	keuzegids
keuzeheer	noun	eimand die de spelers uitkiest voor een nationaal team
keuzeheren	=	keuzeheer
keuzehulp	noun	hulpmiddel om (makkelijker) te kunnen kiezen uit verschillende mogelijkheden
keuzehulpen	=	keuzehulp
keuzehulpje	=	keuzehulp
keuzehulpjes	=	keuzehulp
keuzekaart	noun	kaart waarop de verschillende alternatieven (met de verschillende voor- en nadelen) staan vermeld waaruit men een keuze kan maken
keuzekaarten	=	keuzekaart
keuzekaartje	=	keuzekaart
keuzekaartjes	=	keuzekaart
keuzelijst	noun	lijst met items waaruit je kunt kiezen
keuzelijsten	=	keuzelijst
keuzelijstje	=	keuzelijst
keuzelijstjes	=	keuzelijst
keuzemenu	noun	in een computerprogramma dat de gebruiker een keuze kan maken tussen verschillende opties
keuzemenu's	=	keuzemenu
keuzemenuutje	=	keuzemenu
keuzemenuutjes	=	keuzemenu
keuzemogelijkheden	=	keuzemogelijkheid
keuzemogelijkheid	noun	elk van de zaken waartussen men kan kiezen
keuzen	=	keus
keuzeopdracht	noun	een taak die bestaat uit verschillende onderdelen waarbij de student mag kiezen welke opdracht hij maakt
keuzeopdrachten	=	keuzeopdracht
keuzeopdrachtje	=	keuzeopdracht
keuzeopdrachtjes	=	keuzeopdracht
keuzepakket	noun	een groep producten die je al of niet kunt kiezen
keuzepakketten	=	keuzepakket
keuzeprobleem	noun	het vraagstuk dat veroorzaakt wordt door het grote aantal alternatieven waaruit je kunt kiezen
keuzeprobleempje	=	keuzeprobleem
keuzeprobleempjes	=	keuzeprobleem
keuzeproblemen	=	keuzeprobleem
keuzes	=	keus
keuzeschakelaar	noun	schakelaar met meerdere standen
keuzeschakelaars	=	keuzeschakelaar
keuzeschakelaartje	=	keuzeschakelaar
keuzeschakelaartjes	=	keuzeschakelaar
keuzeset	noun	verzameling van dingen waaruit je kunt kiezen
keuzesetje	=	keuzeset
keuzesetjes	=	keuzeset
keuzesets	=	keuzeset
keuzestress	noun	spanning door een te groot aanbod van diensten of producten waaruit men kan kiezen
keuzetje	=	keuze
keuzetjes	=	keuze
keuzevak	noun	vak dat niet verplicht is voor een bepaalde opleiding
keuzevakje	noun	alleen verkleinwoord hokje op een beeldscherm dat aangevinkt kan worden om een keuze kenbaar te maken
keuzevakjes	=	keuzevak
keuzevakken	=	keuzevak
keuzevrijheden	=	keuzevrijheid
keuzevrijheid	noun	de mate waarin vrij kan worden gekozen
kevarot	=	kever
keve	=	kijven
kevel	noun	een tandeloze kaak
kevels	=	kevel
keven	=	kijven
kever	noun	benaming voor insecten uit de orde Coleoptera
keverde	=	keveren
keverden	=	keveren
keverdoder	noun	insect uit de familie Tiphiidae uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
keverdoders	noun	Tiphiidae een familie uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
keverdodertje	=	keverdoder
keverdodertjes	=	keverdoder
kevere	=	keveren
keveren	verb	met een kromme rug lopen zodat men lijkt op een kever
keverend	=	keveren
keverende	=	keveren
keverorchis	noun	benaming voor orchideeën uit het geslacht Listera
keverorchisje	=	keverorchis
keverorchisjes	=	keverorchis
keverorchissen	=	keverorchis
kevers	noun	een orde Coleoptera van gevleugelde insecten.
keverslak	noun	benaming voor dieren uit de klasse Polyplacophora, platte ovale zeedieren met een schelp die uit 8 segmenten bestaat
keverslakje	=	keverslak
keverslakken	noun	klasse Polyplacophora, een groep platte ovale zeedieren met een schelp die uit 8 segmenten bestaat
kevert	=	keveren
kevertje	=	kever
kevertjes	=	kever
kevie	noun	constructie van tralies, vlechtwerk of rasters waardoor de inhoud niet weg kan maar in contact blijft met de omgeving
kevies	=	kevie
kevinisme	noun|humorous	trend bij ouders die minder onderwijs genoten hebben om hun kinderen buitenlandse namen uit de massacultuur te geven, bijvoorbeeld namen van helden uit tv-series of bioscoopfilms, voetballers of fotomodellen
kevlar	noun	een synthetische vezel die erg sterk is	adj	gemaakt van kevlar
keyboard	noun	een elektronisch muziekinstrument met een toetsenbord
keyboarden	=	keyboard
keyboardje	=	keyboard
keyboardjes	=	keyboard
keyboards	=	keyboard
keycard	noun	een plastic kaart ter grootte van een creditcard die werkt als een sleutel
keycards	=	keycard
keycord	noun	koord dat men om de hals draagt waaraan sleutels kunnen hangen
keycordje	=	keycord
keycords	=	keycord
keylog	=	keyloggen
keylogde	=	keyloggen
keylogden	=	keyloggen
keylogge	=	keyloggen
keyloggen	verb	registreren van toetsaanslagen op een computer om zo stiekem informatie te verkrijgen
keyloggend	=	keyloggen
keyloggende	=	keyloggen
keylogger	noun	een programma (meestal 'malware') of een stuk hardware waarmee men de toetsaanslagen tot de muisbewegingen van een computergebruiker kan registreren.
keyloggers	=	keylogger
keyloggertje	=	keylogger
keyloggertjes	=	keylogger
keylogging	noun	de stiekeme registratie van de toetsaanslagen die gedaan worden op het toetsenbord een computer
keylogt	=	keyloggen
keynesiaans	adj	volgens de economische leer van John Maynard Keynes waarbij de regering een anticyclische begrotingspolitiek zou moeten voeren: grotere tekorten maken als er crisis is en bezuinigen als de economie groeit
keynesiaanse	=	keynesiaans
keynesiaanser	=	keynesiaans
keynesiaansere	=	keynesiaans
keynesiaansers	=	keynesiaans
keynesiaanst	=	keynesiaans
keynesiaanste	=	keynesiaans
keytar	noun	een piano die je bespeelt alsof het een gitaar is.
keytars	=	keytar
keze	=	kees
kezen	=	kees
kezend	=	kees
kezende	=	kees
kga	noun	klein gevaarlijk afval
kgb	noun	de geheime dienst van de eertijdse Sovjetunie
khakkhara	noun	met metalen ringen bekroonde staf die traditioneel wordt gedragen door boeddhistische monniken
khan	=	kan
khanaat	=	kanaat
khandadiksnavelmees	noun	Paradoxornis heudei polivanovi een zangvogel uit de familie van de Sylviidae (Zangers van de Oude Wereld).
khandadiksnavelmeesje	=	khandadiksnavelmees
khandadiksnavelmeesjes	=	khandadiksnavelmees
khandadiksnavelmezen	=	khandadiksnavelmees
khao-luangbaardvogel	noun	Psilopogon chersonesus een Aziatische baardvogel die voorkomt in Zuid-Thailand.
khao-luangbaardvogels	=	khao-luangbaardvogel
khao-luangbaardvogeltje	=	khao-luangbaardvogel
khao-luangbaardvogeltjes	=	khao-luangbaardvogel
khartoemer	noun	een inwoner van Khartoem, of iemand afkomstig uit Khartoem
khartoemers	=	khartoemer
khartoems	adj	op Khartoem betrekking hebbend
khartoemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Khartoem, of een vrouw afkomstig uit Khartoem
khartoemsen	=	khartoemse
khasiasluiptimalia	noun	Spelaeornis longicaudatus een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
khasiasluiptimalia's	=	khasiasluiptimalia
khasiasluiptimaliaatje	=	khasiasluiptimalia
khasiasluiptimaliaatjes	=	khasiasluiptimalia
khimar	noun	door religieuze moslima's gedragen hoofddoek die tevens de boezem bedekt
khimars	=	khimar
khmer	noun|figurative	groep die haar opvattingen op een brute manier aan anderen opdringt Gebruikt als tweede deel van een verbinding, waarbij het voorafgaande bijvoeglijk naamwoord aangeeft om wat voor opvattingen het gaat
khmers	=	khmer
ki	noun	bevruchting van vrouwen door zaadcellen zonder seks in het lichaam te brengen
ki's	=	ki
kiang	noun	Equus kiang de grootste van de wilde ezels.
kiangetje	=	kiang
kiangetjes	=	kiang
kiangs	=	kiang
kibbel	=	kibbelen
kibbelaar	noun	iemand die teveel ruzie zoekt of maakt
kibbelaars	=	kibbelaar
kibbelaartje	=	kibbelaar
kibbelaartjes	=	kibbelaar
kibbelarij	noun	het kibbelen
kibbelarijen	=	kibbelarij
kibbelarijtje	=	kibbelarij
kibbelarijtjes	=	kibbelarij
kibbelde	=	kibbelen
kibbelden	=	kibbelen
kibbele	=	kibbelen
kibbelen	verb	woordenstrijd hebben
kibbelend	=	kibbelen
kibbelende	=	kibbelen
kibbeling	noun	een snack die bestaat uit stukken gesneden vis (oorspronkelijk gezouten kabeljauwswangen) die in een beslag worden gedompeld en daarna gefrituurd
kibbelingen	=	kibbeling
kibbelingetje	=	kibbeling
kibbelkabinet	noun	kabinet met ministers en staatssecretarissen die veel ruzie met elkaar maken
kibbelkabinetje	=	kibbelkabinet
kibbelkabinetten	=	kibbelkabinet
kibbelpartij	noun	een ruzie waarbij gekibbeld wordt vooral door kinderen of volwassenen die zich kinderachtig gedragen
kibbelpartijen	=	kibbelpartij
kibbelt	=	kibbelen
kibboets	noun	collectieve gemeenschap en (landbouw)nederzetting van pioniers in Israël, die particulier bezit en hiërarchie hadden afgeschaft en zich wijdden aan landbouw en later ook kleine industrie
kibboetsen	=	kibboets
kibboetsiem	=	kibboets
kibboetsje	=	kibboets
kibboetsjes	=	kibboets
kibboetsnik	noun	iemand die leeft in een kibboets
kibboetsniks	=	kibboetsnik
kibibyte	noun	1024 bytes, weergegeven met symbool KiB
kibibyteje	=	kibibyte
kibibytejes	=	kibibyte
kibibytes	=	kibibyte
kiboed	noun	eerbetoon
kiboets	noun	bepaald schriftteken voor klinker oe
kiboetsen	=	kiboets
kiboetsiem	=	kiboets
kiboetsnik	noun	lid van een kibboets
kiboetsnikiem	=	kiboetsnik
kiboetsniks	=	kiboetsnik
kibrahacha	noun	bepaald soort boom met zeer hard hout en gele bloemen, Aspidosperma quebracho-blanco
kibrahacha's	=	kibrahacha
kick	noun	hoedanigheid van verrukking/opwinding
kick-off	noun	begin van een activiteit, de aftrap van iets
kick-offs	=	kick-off
kickboks	=	kickboksen
kickbokse	=	kickboksen
kickboksen	verb	genoemde vechtsport beoefenen	noun	een bepaalde vechtsport met elementen uit boksen, karate en judo.
kickboksend	=	kickboksen
kickboksende	=	kickboksen
kickbokser	noun	beoefenaar van het kickboksen dat een mengeling is van boksen, judo en karate
kickboksers	=	kickbokser
kickboksertje	=	kickbokser
kickbokst	=	kickboksen
kickbokste	=	kickboksen
kickboksten	=	kickboksen
kickboxer	=	kickbokser
kicke	=	kicken
kicken	verb	plotseling gevoel van opwinding, een plezierig gevoel, een kick krijgen, genieten
kickend	=	kicken
kickende	=	kicken
kicker	noun	speler met een goede traptechniek, speciaal voor een team geselecteerd om velddoelpunten te scoren
kickers	=	kicker
kickertafel	noun	lage bak op heuphoogte met daarin twee ploegen van elf houten of kunststof pionnen die met ijzeren stangen aan de zijkanten van de tafel zijn verbonden om tafelvoetbal mee te spelen Met een handvat kan een speler zijn pionnen opzij laten bewegen of door draaien een schoppende beweging laten maken tegen een balletje in de bak.
kickertafels	=	kickertafel
kickertje	=	kicker
kickertjes	=	kicker
kickfinish	noun	een finish waarbij de schaats(st)er zijn of haar been naar voren schopt om zo tijdswinst te behalen
kickje	=	kick
kickjes	=	kick
kicks	=	kick
kickt	=	kicken
kickte	=	kicken
kickten	=	kicken
kid	noun|informal	jong kind dat wordt grootgebracht
kid's	=	kid
kidde	=	ket
kidden	=	kid
kidepoleeuwerik	noun	Corypha kidepoensis een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
kidepoleeuweriken	=	kidepoleeuwerik
kidepoleeuwerikje	=	kidepoleeuwerik
kidepoleeuwerikjes	=	kidepoleeuwerik
kidfluencer	noun	kind dat actief is op sociale media, zoals Instagram en YouTube, door het creëren van video's en foto's om een groot publiek te bereiken; minderjarige influencer
kidfluencers	=	kidfluencer
kidnap	noun	ontvoering
kidnapje	=	kidnap
kidnapjes	=	kidnap
kidnappe	=	kidnappen
kidnappen	verb	wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen
kidnappend	=	kidnappen
kidnappende	=	kidnappen
kidnapper	noun	iemand die mensen kidnapt of ontvoert
kidnappers	=	kidnapper
kidnappertje	=	kidnapper
kidnappertjes	=	kidnapper
kidnapping	noun	het ontvoeren (van een kind) teneinde losgeld te verkrijgen
kidnappings	=	kidnapping
kidnappinkje	=	kidnapping
kidnappinkjes	=	kidnapping
kidnaps	=	kidnap
kidnapt	=	kidnappen
kidnapte	=	kidnappen
kidnapten	=	kidnappen
kidoesj	noun	heiliging
kidoesjiem	=	kidoesj
kidoesjien	noun	huwelijkssluiting
kids	=	kid
kidult	noun	volwassene die zich als een kind gedraagt; een groot kind
kidults	=	kidult
kie	noun	voortplantingstechniek waarbij zaad van de eigen partner kort na de eisprong door een buisje in de baarmoederhals wordt gebracht
kie's	=	kie
kiechelech	noun	bepaald baksel bij Poeriem (gefrituurd dun deeg met ruitvorm)
kief	noun|obsolete	goedkoop roesmiddel gemaakt uit delen van vrouwelijke hennepplanten Cannabis sativa, dat meestal vermengd met tabak wordt gerookt
kiek	noun	fotografische opname met beperkte kwaliteit, vooral bedoeld als herinnering
kiek'n	=	kieken
kieke	=	kieken
kiekeboe	noun	iets verborgen houden zodat het onverwacht zichtbaar wordt	intj	uitroep waarmee iemand plotseling tevoorschijn komt
kieken	noun	kip	verb	een foto maken
kiekenborst	noun	uitdrukking voor een smalle, vooruitstekende borstkas, lijkend op die van een kip (kieken), een fysieke eigenschap waarbij het borstbeen naar voren staat, bekend als pectus carinatum in medische termen
kiekenborsten	=	kiekenborst
kiekenborstje	=	kiekenborst
kiekenborstjes	=	kiekenborst
kiekend	=	kieken
kiekende	=	kieken
kiekendief	noun	benaming voor slanke, middelgrote, valkachtige dagroofvogels met lange staart en vleugels uit de onderfamilie Circinae
kiekendiefje	=	kiekendief
kiekendiefjes	=	kiekendief
kiekendieven	noun	Circinae een onderfamilie van slanke, middelgrote roofvogels die bij de echte roofvogels (stootvogels) (Accipitridae of havikachtigen) behoren.
kiekenkot	noun	kooi of ander gebouwtje waarin hoenders nabij een woning kunnen worden gehouden
kiekenkoten	=	kiekenkot
kiekenkotten	=	kiekenkot
kiekens	=	kieken
kiekentje	=	kieken
kiekentjes	=	kieken
kiekje	=	kiek
kiekjes	=	kiek
kieks	=	kiek
kiekt	=	kieken
kiekte	=	kieken
kiekten	=	kieken
kiel	noun	wigvormig pennetje waarmee in toetsinstrumenten zoals een klavecimbel, een snaar wordt getokkeld
kielde	=	kielen
kielden	=	kielen
kielduizendknoop	noun	een geslacht Fallopia van kruidachtige planten uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
kielduizendknoopje	=	kielduizendknoop
kielduizendknoopjes	=	kielduizendknoop
kielduizendknopen	=	kielduizendknoop
kiele	intj	uitroep van iemand die een ander kietelt; doorgaans drie keer of meer achter elkaar geroepen
kiele-kiele	=	kielekiele
kielekiele	adj	op het nippertje	intj	uitroep wanneer een kind wordt gekieteld
kielen	verb	zijdelings scheef in het water komen te liggen, al of niet om reparaties uit te voeren
kielend	=	kielen
kielende	=	kielen
kielerbocht	noun	baai in het zuidwesten van de Oostzee
kielerbochts	=	kielerbocht
kielhaal	=	kielhalen
kielhaalde	=	kielhalen
kielhaalden	=	kielhalen
kielhaalt	=	kielhalen
kielhagedissen	noun	een geslacht Algyroides van hagedissen
kielhale	=	kielhalen
kielhalen	verb	iemand ter bestraffing aan een touw onder een gekield schip doorhalen
kielhalend	=	kielhalen
kielhalende	=	kielhalen
kielhout	noun|poetic	grote gebogen balk die onder een schip precies in het midden in de lengterichting loopt
kielhouten	=	kielhout
kielhoutje	noun	alleen verkleinwoord onderdeel aan de bovenkant van de toets, waar de snaren vanaf de toets naar de stemschroeven of stemmechanieken lopen, met als doel het handhaven van de onderlinge afstanden tussen de snaren, en de afstand tussen toets en snaren
kielhoutjes	=	kielhoutje
kielnagelgalago	noun	zoogdier uit het geslacht Euoticus uit de familie galago's (Galagidae)
kielnagelgalago's	noun	een geslacht Euoticus uit de familie galago's (Galagidae) met 2 soorten
kielnagelgalagootje	=	kielnagelgalago
kielnagelgalagootjes	=	kielnagelgalago
kielpalpwever	noun	Megalepthyphantes nebulosus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
kielpalpwevers	=	kielpalpwever
kielpalpwevertje	=	kielpalpwever
kielpalpwevertjes	=	kielpalpwever
kielschubhagedissen	noun	een geslacht Ichnotropis van hagedissen uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
kielslakken	noun	Carinaria een geslacht van slakken uit de familie van de Carinariidae
kielsnavelmotmot	noun	Electron carinatum een vogel uit de familie Momotidae (motmots).
kielsnavelmotmotje	=	kielsnavelmotmot
kielsnavelmotmotjes	=	kielsnavelmotmot
kielsnavelmotmots	=	kielsnavelmotmot
kielsnavelmotmotten	=	kielsnavelmotmot
kielstaartkegelbij	noun	Coelioxys alata een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
kielstaartkegelbijen	=	kielstaartkegelbij
kielstaartkegelbijtje	=	kielstaartkegelbij
kielstaartkegelbijtjes	=	kielstaartkegelbij
kielstaartleguaan	noun	Tropidurus hispidus een hagedis uit de familie kielstaartleguaanachtigen (Tropiduridae)
kielstaartleguaanachtigen	noun	een familie Tropiduridae van hagedissen
kielstaartleguaantje	=	kielstaartleguaan
kielstaartleguaantjes	=	kielstaartleguaan
kielstaartleguanen	noun	een geslacht Tropidurus van hagedissen uit de familie kielstaartleguaanachtigen (Tropiduridae)
kielt	=	kielen
kieltje	=	kiel
kieltjes	=	kiel
kieltuin	noun	vlechtwerk van twijgen om in de grond geslagen staken tot steun van een glooiing of steenzetting; vlechtwerk waartegen de boleinden van de rijsbossen aansluiten; vlechtwerk aan de buitenkant van rijswerk
kieltuinen	=	kieltuin
kieltuintje	=	kieltuin
kieltuintjes	=	kieltuin
kielvlak	noun	het verticale vlak van de staart van een vliegtuig dat dient voor stabiliteit om de top-as.
kielvlakje	=	kielvlak
kielvlakjes	=	kielvlak
kielvlakken	=	kielvlak
kielwants	noun	insect uit de familie Acanthosomatidae van insecten die behoren tot de wantsen (Heteroptera).
kielwantsen	noun	een familie Acanthosomatidae van insecten die behoren tot de wantsen (Heteroptera).
kielwantsje	=	kielwants
kielwantsjes	=	kielwants
kielwater	noun	de streep bruisend water achter een varend schip
kielzog	noun	de waterstromen die een varend schip achterlaat, kielwater
kiem	noun	beginsel waaruit iets groeit
kiembak	noun	bak waarin graankorrels kunnen ontkiemen
kiembakje	=	kiembak
kiembakjes	=	kiembak
kiembakken	=	kiembak
kiembol	noun	De nog uit ongedifferentieerde cellen bestaande groep topcellen waaruit later het embryo zich ontwikkelt
kiembollen	=	kiembol
kiembolletje	=	kiembol
kiembolletjes	=	kiembol
kiemcel	noun	cel die zich tot een nieuw individu kan ontwikkelen
kiemcellen	=	kiemcel
kiemcelletje	=	kiemcel
kiemcelletjes	=	kiemcel
kiemde	=	kiemen
kiemden	=	kiemen
kieme	=	kiemen
kiemen	verb	de eerste scheut gaan vormen
kiemend	=	kiemen
kiemende	=	kiemen
kiemgetal	noun	het aantal levende kiemen (bacteriën) per ml product
kiemgetallen	=	kiemgetal
kiemgetalletje	=	kiemgetal
kiemgetalletjes	=	kiemgetal
kieming	noun	het proces, waarbij het in een zaad aanwezige embryo of kiem door de zaadhuid heenbreekt en vervolgens tot een kiemplant uitgroeit
kiemingen	=	kieming
kiemkracht	noun	van zaad geeft het percentage zaden aan dat na een bepaald aantal dagen op een kiemtafel onder ideale omstandigheden een volwaardige kiemplant geeft
kiemkrachten	=	kiemkracht
kiemkrachtig	adj	grote kiemkracht hebbend
kiemkrachtige	=	kiemkrachtig
kiemkrachtiger	=	kiemkrachtig
kiemkrachtigere	=	kiemkrachtig
kiemkrachtigers	=	kiemkrachtig
kiemkrachtigs	=	kiemkrachtig
kiemkrachtigst	=	kiemkrachtig
kiemkrachtigste	=	kiemkrachtig
kiemlob	noun	het eerste bladachtige deel van een plantenkiem
kiemlobben	=	kiemlob
kiempje	=	kiem
kiempjes	=	kiem
kiemplant	noun	een jonge plant, die zich ontwikkelt uit het embryo in het zaad
kiemplanten	=	kiemplant
kiemplantje	=	kiemplant
kiemplantjes	=	kiemplant
kiemt	=	kiemen
kiemvrij	adj	vrij van micro-organismen; zonder ziektekiemen
kiemvrije	=	kiemvrij
kiemvrijer	=	kiemvrij
kiemvrijere	=	kiemvrij
kiemvrijers	=	kiemvrij
kiemvrijs	=	kiemvrij
kiemvrijst	=	kiemvrij
kiemvrijste	=	kiemvrij
kiemwit	noun	het weefsel in de zaden van zaadplanten, dat vaak een rol speelt bij de opslag van reservestoffen ten behoeve van de kieming, de groei van het embryo en van de jonge plant
kiemwortel	noun	het eerste wortelachtige deel van een zaailing dat bij ontkieming verschijnt
kiemwortels	=	kiemwortel
kiemworteltje	=	kiemwortel
kiemworteltjes	=	kiemwortel
kien	adj	slim, pienter
kiende	=	kienen
kienden	=	kienen
kiendop	noun	gehalveerd balletje of schijfje van stevig materiaal met daarop een nummer van 1 tot 90 De spelleider bij het kienen schudt deze dopjes in een ondoorzichtige zak en haalt ze er dan blindelings een voor een uit en roept het betreffende nummer af; de deelnemers hebben kaarten met een rooster waarin een deel van deze nummers telkens in een per kaart verschillend patroon staat, hierop moeten ze bijhouden welke nummers zijn afgeroepen om als eerste een kaart te hebben waarop alle nummers in een rij of op de hele kaart zijn afgeroepen.
kiendopje	noun	alleen verkleinwoord houten schijfje met een nummer erop, dat bij het kienen afgeroepen wordt
kiendopjes	=	kiendopje
kiendoppen	=	kiendop
kiene	=	kien
kienen	verb	het kienspel spelen
kienend	=	kienen
kienende	=	kienen
kiener	=	kien
kienere	=	kien
kieners	=	kien
kienhout	noun	half gefossiliseerd hout dat bewaard is gebleven in veenlagen
kienkaart	noun	kaart gebruikt bij het kienspel
kienkaarten	=	kienkaart
kiens	=	kien
kienspaan	noun	spaantje van kienhout of veenhout als ontstekings- of verlichtingsmiddel
kienspaantje	=	kienspaan
kienspaantjes	=	kienspaan
kienspanen	=	kienspaan
kienspel	noun	spel dat lijkt op bingo
kienspelen	=	kienspel
kienspellen	=	kienspel
kienspelletje	=	kienspel
kienst	=	kien
kienste	=	kien
kient	=	kienen
kiep	noun	keeper, doelverdediger
kiepauto	noun	vrachtauto waarvan men de laadbak kan kantelen om de lading te lossen.
kiepauto's	=	kiepauto
kiepautootje	=	kiepauto
kiepautootjes	=	kiepauto
kiepbak	noun	een grote bak die men kan kantelen om te legen
kiepbakken	=	kiepbak
kiepe	=	kiepen
kiepen	verb	laten kantelen
kiepend	=	kiepen
kiepende	=	kiepen
kieper	=	kieperen
kieperde	=	kieperen
kieperden	=	kieperen
kiepere	=	kieperen
kieperen	verb	iets wegwerpen, gewoonlijk door een vat om te keren
kieperend	=	kieperen
kieperende	=	kieperen
kiepert	=	kieperen
kiepkar	noun	een wagen met een kantelbare laadbak, zodat de lading eenvoudig gelost kan worden
kiepkarren	=	kiepkar
kiepkarretje	=	kiepkar
kiepkarretjes	=	kiepkar
kiepraam	noun	een raam dat, door scharnieren aan de onderkant, naar boven toe kan openen om te ventileren zonder het volledig te openen
kiepraampje	=	kiepraam
kiepraampjes	=	kiepraam
kiepramen	=	kiepraam
kiept	=	kiepen
kiepte	=	kiepen
kiepten	=	kiepen
kiepwagen	noun	kar of motorvoertuig waarvan men de laadbak kan kantelen om de lading te lossen
kiepwagens	=	kiepwagen
kiepwagentje	=	kiepwagen
kiepwagentjes	=	kiepwagen
kier	noun	een dunne opening
kierafdichting	noun	afdichting van kieren o.a. ter voorkoming van tocht en geluidsoverlast
kierdichtheden	=	kierdichtheid
kierdichtheid	noun	de mate waarin een bouwwerk vrij is van kieren
kieren	=	kier
kierewiet	adj	helemaal gek en verward
kierewiets	=	kierewiet
kierketel	noun	ketel voor het reinigen van garens d.m.v. koken
kierketels	=	kierketel
kierketeltje	=	kierketel
kierketeltjes	=	kierketel
kierkogelspin	noun	Theridion asopi een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).
kierkogelspinnen	=	kierkogelspin
kierkogelspinnetje	=	kierkogelspin
kierkogelspinnetjes	=	kierkogelspin
kierleeuwenbek	noun	een geslacht Chaenorhinum van planten uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
kierleeuwenbekje	=	kierleeuwenbek
kierleeuwenbekjes	=	kierleeuwenbek
kierleeuwenbekken	=	kierleeuwenbek
kierstand	noun	stand van iets (raam, deur) waarbij een kier aanwezig is
kierstanden	=	kierstand
kierstandhouder	noun	beveiliging van een venster of buitendeur die alleen een smalle opening toelaat zodat binnendringen onmogelijk wordt
kierstandhouders	=	kierstandhouder
kierstandje	=	kierstand
kierstandjes	=	kierstand
kierstands	=	kierstand
kiertje	=	kier
kiertjes	=	kier
kies	noun	een vrij grote tand die achter in de mond staat	adj	van een nette smaak blijk gevend
kiesbaar	adj	als iets of iemand gekozen kan worden omdat er een reële kans is op voldoende stemmen
kiesbaarder	=	kiesbaar
kiesbaardere	=	kiesbaar
kiesbaarders	=	kiesbaar
kiesbaars	=	kiesbaar
kiesbaarst	=	kiesbaar
kiesbaarste	=	kiesbaar
kiesbare	=	kiesbaar
kiesbevoegd	adj	gerechtigd te kiezen
kiesbevoegde	=	kiesbevoegd
kiesbevoegdheid	noun	het kiesbevoegd zijn
kiesbevoegds	=	kiesbevoegd
kiesbrief	noun	schriftelijke oproep om te gaan stemmen bij een verkiezing
kiesbriefje	=	kiesbrief
kiesbriefjes	=	kiesbrief
kiesbrieven	=	kiesbrief
kiesbureau	noun	de instantie die de verkiezingen organiseert en controleert
kiesbureaus	=	kiesbureau
kiescollege	noun	groep gemachtigden die een volksvertegenwoordiging mogen kiezen
kiescolleges	=	kiescollege
kiescommissie	noun	organisatie die een verkiezing organiseert, controleert en uiteindelijk de uitslag van de verkiezing bekend maakt
kiescommissies	=	kiescommissie
kiesdeler	noun	in een kiessysteem van evenredige vertegenwoordiging het aantal benodigde stemmen per te behalen zetel
kiesdelers	=	kiesdeler
kiesdistrict	noun	een van de delen waarin een land wordt verdeeld bij verkiezingen en voor ieder district een of meer vertegenwoordigers worden gekozen
kiesdistricten	=	kiesdistrict
kiesdistrictje	=	kiesdistrict
kiesdistrictjes	=	kiesdistrict
kiesdrempel	noun	minimale aantal stemmen dat vereist is om verkozen te worden in een vertegenwoordiging
kiesdrempels	=	kiesdrempel
kiese	=	kies
kieser	=	kies
kiesere	=	kies
kiesers	=	kies
kiesgedrag	noun	de redenen waarom iemand op een bepaalde manier stemt bij verkiezingen
kiesgerechtigd	adj	het recht hebbend om iemand te kiezen of zelf gekozen te worden
kiesgerechtigde	noun	iemand die het recht heeft om te kiezen bij verkiezingen
kiesgerechtigden	=	kiesgerechtigde
kiesgerechtigds	=	kiesgerechtigd
kiesheden	=	kiesheid
kiesheid	noun	het getuigen van goede smaak
kiesje	=	kies
kiesjelisj	noun	bepaald baksel bij Poeriem (gefrituurd dun deeg met ruitvorm)
kiesjes	=	kies
kieskaas	noun	publieke vrouw
kieskauw	=	kieskauwen
kieskauwde	=	kieskauwen
kieskauwden	=	kieskauwen
kieskauwe	=	kieskauwen
kieskauwen	verb	met grote tegenzin langzaam iets eten
kieskauwend	=	kieskauwen
kieskauwende	=	kieskauwen
kieskauwer	noun	een kieskeurige fijnproever
kieskauwers	=	kieskauwer
kieskauwt	=	kieskauwen
kieskazen	=	kieskaas
kieskeurig	adj	niet snel tevreden met een keuze
kieskeurige	=	kieskeurig
kieskeuriger	=	kieskeurig
kieskeurigere	=	kieskeurig
kieskeurigers	=	kieskeurig
kieskeurigheden	=	kieskeurigheid
kieskeurigheid	noun	de mate van het kieskeurig zijn
kieskeurigs	=	kieskeurig
kieskeurigst	=	kieskeurig
kieskeurigste	=	kieskeurig
kieskompas	noun	website (http://www.kieskompas.nl/) waar kiezers kunnen achterhalen welke politieke partij het dichtst bij ze staat
kieskompassen	=	kieskompas
kieskring	noun	een gebied, waar bij verkiezingen op dezelfde kandidaten kan worden gestemd
kieskringen	=	kieskring
kieskringetje	=	kieskring
kieslieden	=	kiesman
kieslijst	noun	lijst met kandidaten die voor een partij tijdens verkiezingen verkozen kunnen worden
kieslijsten	=	kieslijst
kieslijstje	=	kieslijst
kieslijstjes	=	kieslijst
kieslui	=	kiesman
kiesman	noun	iemand die lid is van het kiescollege dat uiteindelijk de president van de Verenigde Staten kiest
kiesmannen	=	kiesman
kiesmannetje	=	kiesman
kiesmannetjes	=	kiesman
kiesmens	noun	iemand die lid is van het kiescollege dat uiteindelijk de president van de Verenigde Staten kiest
kiesmensen	=	kiesmens
kiesmensje	=	kiesmens
kiesmensjes	=	kiesmens
kiesnummer	noun	getal dat men uit een reeks kan kiezen
kiesnummers	=	kiesnummer
kiesomschrijving	noun	deelgebied, waar bij verkiezingen op dezelfde kandidaten kan worden gestemd
kiesomschrijvingen	=	kiesomschrijving
kiespijn	noun	pijn in één of meerdere kiezen
kiespijnen	=	kiespijn
kiespijntje	=	kiespijn
kiespijntjes	=	kiespijn
kiesquotiënt	noun	aantal stemmen dat een partij recht geeft op een zetel
kiesquotiënten	=	kiesquotiënt
kiesquotiëntje	=	kiesquotiënt
kiesquotiëntjes	=	kiesquotiënt
kiesraad	noun	raadsorgaan dat de Nederlandse regering en het Nederlandse parlement adviseert in uitvoeringstechnische zaken op het gebied van kiesrecht en verkiezingen
kiesraadje	=	kiesraad
kiesraadjes	=	kiesraad
kiesraden	=	kiesraad
kiesrecht	noun	recht om deel te nemen aan de verkiezingen voor vertegenwoordigende lichamen
kiesrechten	=	kiesrecht
kiesrechtje	=	kiesrecht
kiesregister	noun	register van politieke partijen die aan de verkiezingen mogen deelnemen
kiesregisters	=	kiesregister
kiesregistertje	=	kiesregister
kiesregistertjes	=	kiesregister
kiesreglement	noun	eglement dat de regels en voorschriften voor het kiezen, de verkiezing etc. behelst
kiesreglementen	=	kiesreglement
kiesschijf	noun	een mechanisch middel waarmee men op telefoontoestellen een telefoonnummer kan kiezen
kiesschijven	=	kiesschijf
kiesstelsel	noun	een kiessysteem
kiesstelsels	=	kiesstelsel
kiesstelseltje	=	kiesstelsel
kiesstelseltjes	=	kiesstelsel
kiessysteem	noun	de wijze waarop de volksvertegenwoordiging bij verkiezingen wordt gekozen.
kiessysteempje	=	kiessysteem
kiessysteempjes	=	kiessysteem
kiessystemen	=	kiessysteem
kiest	=	kiezen
kieste	=	kies
kiestonen	=	kiestoon
kiestoon	noun	signaal dat aangeeft dat men een telefoonnummer kan kiezen
kiestoontje	=	kiestoon
kiestoontjes	=	kiestoon
kiesvee	noun	minachtende aanduiding voor het electoraat
kiesvereniging	noun	een lokale vereniging van gelijkgezinde kiezers die is opgericht om politieke kandidaten voor te dragen en te ondersteunen bij verkiezingen.
kiesverenigingen	=	kiesvereniging
kiesverenigingetje	=	kiesvereniging
kiesverenigingetjes	=	kiesvereniging
kieswet	noun	wet waarin zaken rond verkiezingen geregeld worden
kieswetten	=	kieswet
kietel	=	kietelen
kietelaar	noun	iemand die bij een ander door lichte aanraking van gevoelige stukken huid een lachreflex veroorzaakt
kietelaars	=	kietelaar
kietelaartje	=	kietelaar
kietelaartjes	=	kietelaar
kietelde	=	kietelen
kietelden	=	kietelen
kietele	=	kietelen
kietelen	verb	het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
kietelend	=	kietelen
kietelende	=	kietelen
kietelig	adj	dat iets zachtjes kriebelt
kietelige	=	kietelig
kieteliger	=	kietelig
kieteligere	=	kietelig
kieteligers	=	kietelig
kieteligs	=	kietelig
kieteligst	=	kietelig
kieteligste	=	kietelig
kietelt	=	kietelen
kieuw	noun	ademhalingsorgaan van vele in water levende dieren
kieuwademhaling	noun	ademhaling door innemen van water door de mond en verwijdering hiervan door het kieuwdeksel
kieuwademhalingen	=	kieuwademhaling
kieuwdarm	noun	keelholte bij vissen en amfibieën waar de voedselopname plaatsvindt
kieuwdarmen	=	kieuwdarm
kieuwdarmpje	=	kieuwdarm
kieuwdarmpjes	=	kieuwdarm
kieuwen	=	kieuw
kieuwopening	noun	bij vissen de spleet waardoor het water uit de kieuwen wegvloeit.
kieuwopeningen	=	kieuwopening
kieuwopeningetje	=	kieuwopening
kieuwopeningetjes	=	kieuwopening
kieuwslak	noun	door kieuwen ademende slakken
kieuwslakje	=	kieuwslak
kieuwslakjes	=	kieuwslak
kieuwslakken	=	kieuwslak
kieuwspleet	noun	bij vissen de spleet waardoor het water uit de kieuwen wegvloeit.
kieuwspleetalen	noun	een orde Synbranchiformes van straalvinnige vissen, gelijkend op palingachtigen (Anguilliformes) maar bezitten stekelige stralen, waardoor ze tot de superorde van de stekelvinnigen (Acanthopterygii) behoren
kieuwspleetje	=	kieuwspleet
kieuwspleetjes	=	kieuwspleet
kieuwspleten	=	kieuwspleet
kieuwtje	=	kieuw
kieuwtjes	=	kieuw
kieuwzakmeervallen	noun	een familie Clariidae in de orde van meervalachtigen (Siluriformes).
kieuwzeef	noun	in de binnenkant van de bek gelegen deel van een kieuw dat dient om de kieuw te beschermen en, bij eters van plankton, om voedsel uit het water te zeven
kieuwzeefje	=	kieuwzeef
kieuwzeefjes	=	kieuwzeef
kieuwzeven	=	kieuwzeef
kieviet	noun	bepaald soort weidevogel, Vanellus vanellus
kievieten	=	kieviet
kievietje	=	kieviet
kievietjes	=	kieviet
kievietsei	noun	het ei van een kieviet vooral bekend van het zoeken naar kievietseieren dat gedaan wordt in Friesland
kievietseieren	=	kievietsei
kievietseitje	=	kievietsei
kievietseitjes	=	kievietsei
kievit	noun	Vanellus vanellus een soort weidevogel
kieviten	=	kievit
kievitje	=	kievit
kievitjes	=	kievit
kievitsei	noun	het ei van een kievit vooral bekend van het zoeken naar kievitseieren dat gedaan wordt in Friesland
kievitseieren	=	kievitsei
kievitseitje	=	kievitsei
kievitseitjes	=	kievitsei
kieze	=	kiezen
kiezel	noun	kiezelsteen
kiezelaarde	noun	sediment bestaande uit de skeletten van kiezelwieren
kiezelbed	noun	een laag met afgeronde kiezelstenen; een laag met grind
kiezelbedden	=	kiezelbed
kiezelgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7032 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7032 ( ).
kiezelgrijze	=	kiezelgrijs
kiezelhard	adj	heel erg stevig, heel erg sterk
kiezelharde	=	kiezelhard
kiezelharder	=	kiezelhard
kiezelhardere	=	kiezelhard
kiezelharders	=	kiezelhard
kiezelhards	=	kiezelhard
kiezelhardst	=	kiezelhard
kiezelhardste	=	kiezelhard
kiezelpaadje	=	kiezelpad
kiezelpaadjes	=	kiezelpad
kiezelpad	noun	met grind verharde smalle weg
kiezelpaden	=	kiezelpad
kiezelplant	noun	benaming voor plantensoorten die vooral groeien op een bodem die uit siliciumdioxide bestaat en daardoor ook relatief veel van dit mineraal bevatten
kiezelplanten	=	kiezelplant
kiezelplantje	=	kiezelplant
kiezelplantjes	=	kiezelplant
kiezels	=	kiezel
kiezelsprinkhaan	noun	Sphingonotus caerulans een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Oedipodinae.
kiezelsprinkhaantje	=	kiezelsprinkhaan
kiezelsprinkhaantjes	=	kiezelsprinkhaan
kiezelsprinkhanen	=	kiezelsprinkhaan
kiezelsteen	noun	afgeronde, gladde klasten (keien, stenen of grind, naargelang de korrelgrootte).
kiezelsteentje	=	kiezelsteen
kiezelsteentjes	=	kiezelsteen
kiezelstenen	=	kiezelsteen
kiezelstrand	noun	een strand dat voor het grootste deel is opgebouwd uit kiezels met hier en daar wat stenen
kiezelstranden	=	kiezelstrand
kiezelstrandje	=	kiezelstrand
kiezeltje	=	kiezel
kiezeltjes	=	kiezel
kiezelvlekje	noun	Bryostigma lapidicola een korstmos behorend tot de familie Arthoniaceae.
kiezelvlekjes	=	kiezelvlekje
kiezelweg	noun	een weg waarvan de bovenlaag bestaat uit kiezelstenen
kiezelwegen	=	kiezelweg
kiezelwegje	=	kiezelweg
kiezelwegjes	=	kiezelweg
kiezelwier	noun	benaming voor een eencellige alg met een pantser van silica uit de stam Bacillariophyta, die ongeveer 10.000 soorten kent
kiezelwieren	noun	stam van eencellige organismen Bacillariophyta, waarvan de leden een extern skelet van kiezel (siliciumdioxide, SiO₂) hebben
kiezelzuren	=	kiezelzuur
kiezelzuur	noun	een zwak zuur dat is afgeleid van siliciumdioxide (SiO₂) met de algemene formule SiO₂.n H₂O (met n geheel)
kiezelzuurtje	=	kiezelzuur
kiezelzuurtjes	=	kiezelzuur
kiezelzwemwants	noun	Aphelocheirus aestivalis een wants uit de familie Aphelocheiridae (rivierbodemwantsen).
kiezelzwemwantsen	=	kiezelzwemwants
kiezelzwemwantsje	=	kiezelzwemwants
kiezelzwemwantsjes	=	kiezelzwemwants
kiezen	verb	uit meerdere mogelijkheden één nemen
kiezend	=	kiezen
kiezende	=	kiezen
kiezentrekker	noun	persoon die kiezen trekt
kiezentrekkers	=	kiezentrekker
kiezer	noun	iemand die stemt bij een politieke verkiezing
kiezere	=	kies
kiezers	=	kiezer
kiezersbedrog	noun	dat een politicus in zijn zittingsperiode impliciet of expliciet gedane beloften tijdens de voorafgaande verkiezingsstrijd niet nakomt
kiezerslijst	noun	lijst van alle kiesgerechtigden bij een verkiezing
kiezerslijsten	=	kiezerslijst
kiezersregister	noun	register van kiesgerechtigde inwoners in een gemeente.
kiezersregisters	=	kiezersregister
kiezersregistertje	=	kiezersregister
kiezersregistertjes	=	kiezersregister
kiezersregistratie	noun	registratie bij de overheid zodat men kan deelnemen aan verkiezingen
kiezersregistraties	=	kiezersregistratie
kiezersregistratietje	=	kiezersregistratie
kiezersregistratietjes	=	kiezersregistratie
kiezertje	=	kiezer
kiezertjes	=	kiezer
kiezing	noun	het kiezen
kiezingen	=	kiezing
kif	noun	softdrug, bereid uit ingedikt sap van gedroogde en fijngestampte vrouwelijke hennepbloemen met een hoog gehalte aan het werkzame bestanddeel THC
kifesh	intj	wat is er aan de hand? ; hoe? ; wat?
kift	noun	onenigheid als gevolg van afgunst
kifte	=	kiften
kiften	verb	ruzie maken
kiftend	=	kiften
kiftende	=	kiften
kiftig	adj	iemand niet gunnen dat die iets heeft dat men zelf wil hebben
kiftige	=	kiftig
kiftiger	=	kiftig
kiftigere	=	kiftig
kiftte	=	kiften
kiftten	=	kiften
kigel	noun	bepaalde zoete lekkernij van gebakken of gekookt deeg, meestal met bovenop peren of appels
kigels	=	kigel
kijf	noun	onenigheid die gepaard gaat met wederzijdse verwijten en beschuldigingen
kijfachtig	adj	geneigd tot ruziemaken
kijfachtige	=	kijfachtig
kijfachtiger	=	kijfachtig
kijfachtigere	=	kijfachtig
kijfachtigers	=	kijfachtig
kijfachtigs	=	kijfachtig
kijfachtigst	=	kijfachtig
kijfachtigste	=	kijfachtig
kijfde	=	kijven
kijfden	=	kijven
kijflust	noun	lust om te kijven
kijfster	noun	vrouw die op een luidruchtige manier ruzie maakt
kijfsters	=	kijfster
kijft	=	kijven
kijfziek	adj	extreem ruzieachtig of met een ziekelijke behoefte om ruzie te maken/te kijven
kijfzieke	noun	iemand die kijfziek is
kijfzieken	=	kijfzieke
kijfzieker	=	kijfziek
kijfziekere	=	kijfziek
kijfziekers	=	kijfziek
kijfzieks	=	kijfziek
kijfziekst	=	kijfziek
kijfziekste	=	kijfziek
kijk	noun	manier van iets te beschouwen
kijkavond	noun	avond waarop iets te bezichtigen is
kijkavonden	=	kijkavond
kijkavondje	=	kijkavond
kijkavondjes	=	kijkavond
kijkboek	noun	boek met veel illustraties en weinig tekst, bedoeld om kinderen te stimuleren de afbeeldingen te verkennen en hun fantasie te gebruiken
kijkboeken	=	kijkboek
kijkboekje	=	kijkboek
kijkboekjes	=	kijkboek
kijkbuis	noun|informal	televisie
kijkbuisje	=	kijkbuis
kijkbuisjes	=	kijkbuis
kijkbuisoperatie	noun	medische ingreep waarbij via een flexibele slang in het lichaam wordt geopereerd
kijkbuisoperaties	=	kijkbuisoperatie
kijkbuizen	=	kijkbuis
kijkcijfer	noun	een statistische bepaling van het aantal kijkers en hun waardering van een bepaald televisieprogramma
kijkcijferkanon	noun	een TV-programma dat heel veel kijkers trekt
kijkcijferkanonnen	=	kijkcijferkanon
kijkcijferkanonnetje	=	kijkcijferkanon
kijkcijferkanonnetjes	=	kijkcijferkanon
kijkcijfers	=	kijkcijfer
kijkcijfertje	=	kijkcijfer
kijkcijfertjes	=	kijkcijfer
kijkdag	noun	dag dat men goederen kan bekijken die later geveild zullen worden
kijkdagen	=	kijkdag
kijkdagje	=	kijkdag
kijkdichtheden	=	kijkdichtheid
kijkdichtheid	noun	percentage van een bepaalde doelgroep dat (gemiddeld) naar een bepaalde uitzending heeft gekeken
kijkdoos	noun	een doos of schoenendoos als knutselwerk waarin een voorstelling van figuurtjes is gemaakt, op een zodanige manier dat deze te bekijken is door een gat in de zijkant van de doos
kijkdoosje	=	kijkdoos
kijkdoosjes	=	kijkdoos
kijkdozen	=	kijkdoos
kijkduin	noun	een duin die hoger is dan dan de andere duinen en vanwaar men een ruim uitzicht heeft
kijkduinen	=	kijkduin
kijkduintje	=	kijkduin
kijkduintjes	=	kijkduin
kijke	=	kijken
kijken	verb	met de ogen waarnemen
kijkend	=	kijken
kijkende	=	kijken
kijker	noun	iemand die naar iets kijkt
kijkerd	noun|informal	oog, in de betekenis van (lichaamsdeel voor) visuele waarneming
kijkerds	=	kijkerd
kijkers	=	kijker
kijkersaantal	noun	getal dat aangeeft hoeveel mensen ergens (bijvoorbeeld een tv-programma) naar gekeken hebben
kijkersaantallen	=	kijkersaantal
kijkertje	=	kijker
kijkertjes	=	kijker
kijkfile	noun	een opstopping die is ontstaan doordat weggebruikers uit nieuwsgierigheid afremmen en kijken naar een gebeurtenis (ongeval, kettingbotsing of pechgeval) die meestal op de andere rijbaan heeft plaatsgevonden
kijkfiles	=	kijkfile
kijkfiletje	=	kijkfile
kijkfiletjes	=	kijkfile
kijkgaatje	noun	bepaald soort nachtvlinder, Monopis laevigella uit de familie Tineidae, de echte motten; de wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst als Tinea laevigella geldig gepubliceerd door Michael Denis & Ignaz Schiffermüller in 1775
kijkgaatjes	=	kijkgat
kijkgat	noun	opening waardoor men (stiekem) kan kijken
kijkgaten	=	kijkgat
kijkgedrag	noun	gedrag van de kijkers t.a.v. tv-programma's
kijkgeld	noun	geld dat men als belasting moest betalen als men een televisietoestel bezat (in Nederland afgeschaft per 1-1-2000)
kijkgelden	=	kijkgeld
kijkglaasje	=	kijkglas
kijkglaasjes	=	kijkglas
kijkglas	noun	stuk glas waardoor men naar binnen kan kijken
kijkglazen	=	kijkglas
kijkgraag	adj	verlangend iets te zien
kijkgraags	=	kijkgraag
kijkgrage	=	kijkgraag
kijkgroen	noun	plantsoen of andere groenvoorziening zo aangelegd dat mensen zich er niet in kunnen vermaken, maar er alleen naar kunnen kijken
kijkhoest	noun|obsolete	kinderziekte die in het eerste stadium op verkoudheid lijkt, veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis
kijkhut	noun	een klein gebouw van waaruit men wilde dieren kan waarnemen
kijkhutje	=	kijkhut
kijkhutjes	=	kijkhut
kijkhutten	=	kijkhut
kijkje	noun	snelle visuele waarnemeing
kijkjes	=	kijkje
kijkkast	noun	televisie
kijkkasten	=	kijkkast
kijkkastje	=	kijkkast
kijkkastjes	=	kijkkast
kijklustig	adj	met sterke behoefte iets te zien
kijklustige	=	kijklustig
kijklustiger	=	kijklustig
kijklustigere	=	kijklustig
kijklustigers	=	kijklustig
kijklustigs	=	kijklustig
kijklustigst	=	kijklustig
kijklustigste	=	kijklustig
kijkonderzoek	noun	meting betreffende de hoeveelheid mensen die kijken naar een bepaald televisieprogramma
kijkonderzoeken	=	kijkonderzoek
kijkoperatie	noun	het opereren via een flexibele slang die via een kleine opening in het lichaam wordt geschoven
kijkoperaties	=	kijkoperatie
kijkoperatietje	=	kijkoperatie
kijkoperatietjes	=	kijkoperatie
kijkschaamte	noun	schaamte die mensen ervaren als ze naar een televisieprogramma kijken waarnaar ze eigenlijk niet zouden mogen kijken volgens zichzelf of bepaalde andere mensen in hun omgving
kijksluiter	noun	video waarin de werking en het gebruik van een medicament wordt uitgelegd; bijsluiter op video
kijksluiters	=	kijksluiter
kijkspel	noun	optreden dat speciaal opgevoerd wordt om naar te kijken
kijkspelen	=	kijkspel
kijkspellen	=	kijkspel
kijkspelletje	=	kijkspel
kijkster	noun	vrouwelijke vorm van kijker, vrouw die kijkt
kijksters	=	kijkster
kijkt	=	kijken
kijkuit	noun	uitkijk
kijkuiten	=	kijkuit
kijkuitje	=	kijkuit
kijkuitjes	=	kijkuit
kijkvee	noun	lieden die volgens de waarnemer kritiekloos consumeren wat de buis presenteert
kijkvoer	noun|informal	plaatjesboeken, films, tv-programma's e.d. die uitsluitend dienen ter verstrooiing
kijkwijzer	noun	gestandaardiseerde indicatie voor een film of televisieprogramma waarvan de inhoud schadelijk geacht wordt voor kinderen onder een bepaalde leeftijd, bedoeld als hulpmiddel voor ouders en opvoeders
kijkwijzers	=	kijkwijzer
kijkwijzertje	=	kijkwijzer
kijkwijzertjes	=	kijkwijzer
kijkwoning	noun	een woning die bedoeld is om potentiële kopers of huurders te laten kennismaken met de geboden woonruimte
kijkwoningen	=	kijkwoning
kijkwoninkje	=	kijkwoning
kijkwoninkjes	=	kijkwoning
kijt	noun	kuit, viskuit
kijten	=	kijt
kijtje	=	kijt
kijtjes	=	kijt
kijve	=	kijven
kijven	verb	ruzie maken, een woordenstrijd hebben
kijvend	=	kijven
kijvende	=	kijven
kijver	noun	iemand die kijft
kijverij	noun	het op een vervelende manier met woorden ruzie maken
kijverijen	=	kijverij
kijverijtje	=	kijverij
kijverijtjes	=	kijverij
kijvers	=	kijver
kijvertje	=	kijver
kijvertjes	=	kijver
kik	noun	een enkel kort geluid voortgebracht in de keel
kikauhoningeter	noun	Foulehaio procerior een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
kikauhoningeters	=	kikauhoningeter
kikauhoningetertje	=	kikauhoningeter
kikauhoningetertjes	=	kikauhoningeter
kikdode	=	kikdood
kikdood	adj	dat iets of iemand ineens, plotseling, of geheel en al dood is, ook in figuurlijke zin
kikdoods	=	kikdood
kikje	=	kik
kikjes	=	kik
kikke	=	kikken
kikken	verb	een zacht geluid voortbrengen
kikkend	=	kikken
kikkende	=	kikken
kikker	noun	benaming voor amfibieën uit de orde Anura, gewervelde dieren met vier poten zonder staart
kikkerbad	noun	een klein ondiep kinderzwembad speciaal geschikt voor kinderen die nog niet kunnen zwemmen
kikkerbaden	=	kikkerbad
kikkerbadje	=	kikkerbad
kikkerbadjes	=	kikkerbad
kikkerbeet	noun	Hydrocharis morsus-ranae een overblijvende waterplant die behoort tot de waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae).
kikkerbeetje	=	kikkerbeet
kikkerbeetjes	=	kikkerbeet
kikkerbek	noun	bek van een kikker
kikkerbekijsvogel	noun	Clytoceyx rex een vogel uit de familie ijsvogels (Alcedinidae).
kikkerbekijsvogels	=	kikkerbekijsvogel
kikkerbekijsvogeltje	=	kikkerbekijsvogel
kikkerbekijsvogeltjes	=	kikkerbekijsvogel
kikkerbekje	=	kikkerbek
kikkerbekjes	=	kikkerbek
kikkerbekken	noun	het bekken van een kikker
kikkerbekkens	=	kikkerbekken
kikkerbekkentje	=	kikkerbekken
kikkerbekkentjes	=	kikkerbekken
kikkerbeten	=	kikkerbeet
kikkerbil	noun	achterpoot en bil van een kikker als gerecht
kikkerbillen	=	kikkerbil
kikkerbillenbijter	noun	Culex territans een muggensoort uit de familie van de steekmuggen (Culicidae).
kikkerbillenbijters	=	kikkerbillenbijter
kikkerbillenbijtertje	=	kikkerbillenbijter
kikkerbillenbijtertjes	=	kikkerbillenbijter
kikkerbilletje	=	kikkerbil
kikkerbilletjes	=	kikkerbil
kikkerde	=	kikkeren
kikkerden	=	kikkeren
kikkerdril	noun	Kikkers zetten de eieren (kikkerdril; ook wel kikkerrit genoemd) af in het water, dit is een verzameling eieren die een gelatineus en glibberig, doorzichtig omhulsel hebben.
kikkere	=	kikkeren
kikkerei	noun	ei van een kikker
kikkereieren	=	kikkerei
kikkereiertjes	=	kikkerei
kikkereitje	=	kikkerei
kikkereitjes	=	kikkerei
kikkeren	verb	in gehurkte houding rondspringen
kikkerend	=	kikkeren
kikkerende	=	kikkeren
kikkererwt	noun	bepaald soort plant Cicer arietinum
kikkererwten	=	kikkererwt
kikkererwtenmeel	noun	fijn gemalen kikkererwten
kikkererwtje	=	kikkererwt
kikkererwtjes	=	kikkererwt
kikkerkopschildpad	noun	Phrynops hilarii een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
kikkerkopschildpadden	noun	een geslacht Mesoclemmys van schildpadden uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae).
kikkerkopschildpadje	=	kikkerkopschildpad
kikkerkopschildpadjes	=	kikkerkopschildpad
kikkerland	noun	een moerassig land waar veel kikkers leven
kikkerlanden	=	kikkerland
kikkerlandje	=	kikkerland
kikkerlandjes	=	kikkerland
kikkerpak	noun	een kledingstuk of kostuum in de vorm van een kikker
kikkerpakje	=	kikkerpak
kikkerpakjes	=	kikkerpak
kikkerpakken	=	kikkerpak
kikkerperspectief	noun	term uit de fotografie en film waarbij de camera laag bij de grond wordt geplaatst om de wereld van onderaf te laten zien, vergelijkbaar met het standpunt van een kikker
kikkerperspectiefje	=	kikkerperspectief
kikkerperspectieven	=	kikkerperspectief
kikkerpoel	noun	een kleine poel waar de omstandigheden geschikt zijn voor de voortplanting van kikkers, padden en salamanders
kikkerpoelen	=	kikkerpoel
kikkerpoeltje	=	kikkerpoel
kikkerpoeltjes	=	kikkerpoel
kikkerpoep	noun	poep van kikkers
kikkerpoepen	=	kikkerpoep
kikkerpoepje	=	kikkerpoep
kikkerpoepjes	=	kikkerpoep
kikkerrit	noun	een snoer eieren van een kikvors
kikkerritje	=	kikkerrit
kikkerritjes	=	kikkerrit
kikkerritten	=	kikkerrit
kikkers	noun	een orde Anura van een van de drie groepen van amfibieën, naast de salamanders (Caudata) en de wormsalamanders (Gymnophiona).
kikkersprong	noun	een oefening waarbij je vanuit een diepe hurkzit explosief omhoog springt, de benen gestrekt spreidt in de lucht en weer landt in hurkhouding, vergelijkbaar met een sprong van een echte kikker
kikkersprongen	=	kikkersprong
kikkersprongetje	=	kikkersprong
kikkersprongetjes	=	kikkersprong
kikkert	=	kikkeren
kikkertje	=	kikker
kikkertjes	=	kikker
kikkervis	noun|historical	benaming voor sommige voelsprietvissen Antennariidae, in de 19e eeuw opgevat als het geslacht "Chironectes"
kikkervisje	noun	Anura larve van de kikker of pad, in het stadium van uit het ei komen tot 6-9 weken; het bestaat uit een ovaalvormig lichaam en een lange staart en heeft alleen inwendige kieuwen
kikkervisjes	=	kikkervis
kikkervissen	=	kikkervis
kikt	=	kikken
kikte	=	kikken
kikten	=	kikken
kikuyubrilvogel	noun	Zosterops kikuyuensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kikuyubrilvogels	=	kikuyubrilvogel
kikuyubrilvogeltje	=	kikuyubrilvogel
kikuyubrilvogeltjes	=	kikuyubrilvogel
kikuyubuulbuul	noun	Arizelocichla kikuyuensis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
kikuyubuulbuuls	=	kikuyubuulbuul
kikuyubuulbuultje	=	kikuyubuulbuul
kikuyubuulbuultjes	=	kikuyubuulbuul
kikuyugras	noun	Pennisetum clandestinum een plant, die in tropisch laagland groeit en behoort tot de grassenfamilie (Poaceae)
kikuyugrassen	=	kikuyugras
kikvors	noun	Anura een dier behorende tot een van de drie groepen huidige amfibieën, waarvan de volwassen exemplaren geen staart meer hebben
kikvorsachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van kikvors
kikvorsachtige	=	kikvorsachtig
kikvorsachtiger	=	kikvorsachtig
kikvorsachtigere	=	kikvorsachtig
kikvorsachtigers	=	kikvorsachtig
kikvorsachtigs	=	kikvorsachtig
kikvorsachtigst	=	kikvorsachtig
kikvorsachtigste	=	kikvorsachtig
kikvorsch	=	kikvors
kikvorsen	=	kikvors
kikvorsenzalf	noun	kwikpleister
kikvorsje	=	kikvors
kikvorsjes	=	kikvors
kikvorsman	noun	duiker met rubberen pak, duikbril en ademhalingsapparatuur
kikvorsmannen	=	kikvorsman
kikvorsmannetje	=	kikvorsman
kikvorsmannetjes	=	kikvorsman
kikvorsperspectief	noun	perspectief waarbij het oogpunt zich lager dan het voorwerp bevindt
kikvorsperspectieven	=	kikvorsperspectief
kikvorsvissen	noun	een familie Batrachoididae van straalvinnige vissen in de orde Batrachoidiformes
kil	adj	een koud gevoel gevend	noun	kreek, smal en diep riviertje, door stromend water diep uitgesleten geul van een rivier of tussen wadden
kilde	=	killen
kilden	=	killen
kilheden	=	kilheid
kilheid	noun	het koud of koel zijn van iets qua temperatuur
kilimanjarobrilvogel	noun	Zosterops eurycricotus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kilimanjarobrilvogels	=	kilimanjarobrilvogel
kilimanjarobrilvogeltje	=	kilimanjarobrilvogel
kilimanjarobrilvogeltjes	=	kilimanjarobrilvogel
kilimanjarohoningzuiger	noun	Cinnyris mediocris een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
kilimanjarohoningzuigers	=	kilimanjarohoningzuiger
kilimanjarohoningzuigertje	=	kilimanjarohoningzuiger
kilimanjarohoningzuigertjes	=	kilimanjarohoningzuiger
kilkoud	adj	heel koud (zowel qua temperatuur als qua gevoel)
kilkoude	=	kilkoud
kilkouder	=	kilkoud
kilkoudere	=	kilkoud
kilkouders	=	kilkoud
kilkouds	=	kilkoud
kilkoudst	=	kilkoud
kilkoudste	=	kilkoud
kill	noun	jongen
killdeerplevier	noun	Charadrius vociferus een waadvogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
killdeerplevieren	=	killdeerplevier
killdeerpleviertje	=	killdeerplevier
killdeerpleviertjes	=	killdeerplevier
kille	noun	joodse gemeente
killen	verb	van het leven beroven, vermoorden
killend	=	killen
killende	=	killen
killer	noun	moordenaar
killerbij	noun	zeer gevaarlijke bij
killerbijen	=	killerbij
killerbijtje	=	killerbij
killerbijtjes	=	killerbij
killerbody	noun	een mooi strak gespierd lichaam
killerbody's	=	killerbody
killerclown	noun	misdadiger die zich op een enge manier geschminkt en gekleed heeft om mensen zodanig te laten schrikken dat men die mensen kan beroven
killerclowns	=	killerclown
killere	=	kil
killergezicht	noun	het gezicht dat typisch zou zijn voor een moordenaar
killergezichten	=	killergezicht
killergezichtje	=	killergezicht
killergezichtjes	=	killergezicht
killerhond	noun	gevaarlijke, bijtgrage hond
killerhonden	=	killerhond
killerhondje	=	killerhond
killerhondjes	=	killerhond
killers	=	kil
killersblik	noun	de oogopslag die zou passen bij een moordenaar
killersblikken	=	killersblik
killersgezicht	noun	het gezicht dat typisch zou zijn voor een moordenaar
killersgezichten	=	killersgezicht
killersgezichtje	=	killersgezicht
killersgezichtjes	=	killersgezicht
killersinstinct	noun	de aangeboren aanleg om koste wat het kost te willen winnen in een wedstrijd
killersinstincten	=	killersinstinct
killertje	=	killer
killertjes	=	killer
killerziekte	noun	een hele ernstige ziekte
killerziekten	=	killerziekte
killes	=	kaal
killetje	=	kille
killetjes	=	kille
killie	=	kill
killig	adj	onprettig koud of fris
killige	=	killig
killiger	=	killig
killigere	=	killig
killigers	=	killig
killigs	=	killig
killigst	=	killig
killigste	=	killig
killivissen	noun	een kleine groep van eierleggende tandkarpers die in een groot deel van de wereld voorkomen, met name in de Zuid-Amerikaanse regenwouden maar ook in Zuidelijk Afrika, Zuid-Europa en de regenwouden van Azië.
kills	=	kill
kilo	noun	informele afkorting van "kilogram" de SI-eenheid van massa (symbool: kg)
kilo's	=	kilo
kilo-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10³ ohm of 1.000 ohm, weergegeven met symbool kΩ
kilo-ohmpje	=	kilo-ohm
kilo-ohmpjes	=	kilo-ohm
kilo-ohms	=	kilo-ohm
kiloampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10³ ampère of 1.000 ampère, weergegeven met symbool kA
kiloampères	=	kiloampère
kiloampèretje	=	kiloampère
kiloampèretjes	=	kiloampère
kiloannum	noun	een periode van duizend jaar, weergegeven met symbool ka
kilobar	noun	1000 bar
kilobars	=	kilobar
kilobecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10³ becquerel of 1.000 becquerel, weergegeven met symbool kBq
kilobecquerels	=	kilobecquerel
kilobit	noun	1024 bit of 1000 bit ??
kilobits	=	kilobit
kilobyte	noun	1000 bytes, weergegeven met symbool kB
kilobyteje	=	kilobyte
kilobytejes	=	kilobyte
kilobytes	=	kilobyte
kilocalorie	noun|obsolete	een eenheid van warmte, gelijk aan 10³ calorie of 1.000 calorie, weergegeven met symbool kcal of Cal
kilocalorieën	=	kilocalorie
kilocandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10³ candela of 1.000 candela, weergegeven met symbool kcd
kilocandela's	=	kilocandela
kilocoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10³ coulomb of 1.000 coulomb, weergegeven met symbool kC
kilocoulombs	=	kilocoulomb
kilocoulombtje	=	kilocoulomb
kilocoulombtjes	=	kilocoulomb
kilofarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10³ farad of 1.000 farad, weergegeven met symbool kF
kilofaradje	=	kilofarad
kilofaradjes	=	kilofarad
kilofarads	=	kilofarad
kilogram	noun	de SI-basiseenheid van massa (gewicht), een waarde van 10³ gram of 1.000 gram, weergegeven met symbool kg
kilogrammen	=	kilogram
kilogrammetje	=	kilogram
kilogrammetjes	=	kilogram
kilogray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10³ gray of 1.000 gray, weergegeven met symbool kGy
kilograys	=	kilogray
kilograytje	=	kilogray
kilograytjes	=	kilogray
kilohenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10³ henry of 1.000 henry, weergegeven met symbool kH
kilohenry's	=	kilohenry
kilohenry'tje	=	kilohenry
kilohenry'tjes	=	kilohenry
kilohertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10³ hertz of 1.000 hertz, weergegeven met symbool kHz
kilohertzen	=	kilohertz
kilojoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10³ joule of 1.000 joule, weergegeven met symbool kJ
kilojoules	=	kilojoule
kilokatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10³ katal of 1.000 katal, weergegeven met symbool kkat
kilokatals	=	kilokatal
kilokelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10³ kelvin of 1.000 kelvin, weergegeven met symbool kK
kiloknaller	noun	winkel die vlees in grote porties goedkoop aanbiedt #product dat zo goedkoop wordt aangeboden dat men wel mag aannemen dat het het niet milieu- of mensvriendelijk is geproduceerd
kiloknallers	=	kiloknaller
kiloliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 1.000 liter, weergegeven met symbool kl, kL of kℓ
kiloliters	=	kiloliter
kilolitertje	=	kiloliter
kilolitertjes	=	kiloliter
kilolumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10³ lumen of 1.000 lumen, weergegeven met symbool klm
kilolumens	=	kilolumen
kilolux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10³ lux of 1.000 lux, weergegeven met symbool klx
kilomberograszanger	noun	Cisticola bakerorum een vogel uit de familie Cisticolidae die endemisch is in Tanzania.
kilomberograszangers	=	kilomberograszanger
kilomberograszangertje	=	kilomberograszanger
kilomberograszangertjes	=	kilomberograszanger
kilomberowever	noun	Ploceus burnieri een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
kilomberowevers	=	kilomberowever
kilomberowevertje	=	kilomberowever
kilomberowevertjes	=	kilomberowever
kilometer	noun	een lengtemaat met een waarde van 10³ meter of 1.000 meter, weergegeven met symbool km
kilometeradministratie	noun	het bijhouden van het aantal zakelijkse kilometers dat men rijdt met een privé-auto
kilometeradministraties	=	kilometeradministratie
kilometerheffing	noun	een belasting op het gebruik van een bepaald wegennet, die berekend wordt op basis van het aantal gereden kilometers
kilometerheffingen	=	kilometerheffing
kilometerheffinkje	=	kilometerheffing
kilometerheffinkjes	=	kilometerheffing
kilometerkosten	noun	uitgaven per afgelegde kilometer
kilometerpaal	noun	een paal die langs wegen staat en waarop de afstand tot een bepaald startpunt is aangegeven uitgedrukt in kilometers
kilometerpaaltje	=	kilometerpaal
kilometerpaaltjes	=	kilometerpaal
kilometerpalen	=	kilometerpaal
kilometerprijs	noun	de kosten per gereden kilometer
kilometerprijzen	=	kilometerprijs
kilometers	=	kilometer
kilometerslang	adj	met een lengte van meerdere kilometers
kilometerslange	=	kilometerslang
kilometerslangs	=	kilometerslang
kilometerstand	noun	het aantal kilometers dat een voertuig heeft afgelegd (zoals men kan aflezen van de kilometerteller)
kilometerstanden	=	kilometerstand
kilometerteller	noun	meetinstrument dat de totaal afgelegde afstand in kilometers aangeeft
kilometertellers	=	kilometerteller
kilometertellertje	=	kilometerteller
kilometertellertjes	=	kilometerteller
kilometertje	=	kilometer
kilometertjes	=	kilometer
kilometervergoeding	noun	vergoeding die werknemers of vrijwilligers krijgen als ze voor hun werk moeten reizen met een privé-auto
kilometervergoedingen	=	kilometervergoeding
kilometervergoedinkje	=	kilometervergoeding
kilometervergoedinkjes	=	kilometervergoeding
kilometervreter	noun|informal	iemand die in korte tijd een groot aantal kilometers aflegt met een voertuig
kilometervreters	=	kilometervreter
kilometervretertje	=	kilometervreter
kilometervretertjes	=	kilometervreter
kilomol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10³ mol of 1.000 mol, weergegeven met symbool kmol
kilomolen	=	kilomol
kilonewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10³ newton of 1.000 newton, weergegeven met symbool kN
kilonewtons	=	kilonewton
kilootje	=	kilo
kilootjes	=	kilo
kiloparsec	noun	een afstandsmaat, gelijk aan 1.000 parsec, weergegeven met symbool kpc
kiloparsecs	=	kiloparsec
kilopascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10³ pascal of 1.000 pascal, weergegeven met symbool kPa
kiloprijs	noun	prijs die een product per kilo kost
kiloprijsje	=	kiloprijs
kiloprijsjes	=	kiloprijs
kiloprijzen	=	kiloprijs
kiloseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10³ seconde of 1.000 seconden, weergegeven met symbool ks
kiloseconden	=	kiloseconde
kilosecondes	=	kiloseconde
kilosiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10³ siemens of 1.000 siemens, weergegeven met symbool kS
kilosiemensen	=	kilosiemens
kilosiemensje	=	kilosiemens
kilosiemensjes	=	kilosiemens
kilosievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10³ sievert of 1.000 sievert, weergegeven met symbool kSv
kilotesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10³ tesla of 1.000 tesla, weergegeven met symbool kT
kiloton	noun	1000 ton
kilotonnen	=	kiloton
kilovolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10³ volt of 1.000 volt, weergegeven met symbool kV
kilovoltampère	noun	een eenheid van complex of schijnbaar elektrisch vermogen, gelijk aan 10³ voltampère of 0,001 megavoltampère, weergegeven met symbool kVA
kilovoltampères	=	kilovoltampère
kilovoltampèretje	=	kilovoltampère
kilovoltampèretjes	=	kilovoltampère
kilovoltje	=	kilovolt
kilovoltjes	=	kilovolt
kilovolts	=	kilovolt
kilowatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10³ watt of 1.000 watt, weergegeven met symbool kW
kilowattje	=	kilowatt
kilowattjes	=	kilowatt
kilowatts	=	kilowatt
kilowatturen	=	kilowattuur
kilowattuur	noun	een eenheid van arbeid of elektrische energie, gelijk aan 1.000 wattuur, weergegeven met symbool kWh
kilowattuurmeter	noun	is een meetinstrument voor het elektriciteitsverbruik van een huishouden of bedrijf
kilowattuurmeters	=	kilowattuurmeter
kilowattuurmetertje	=	kilowattuurmeter
kilowattuurmetertjes	=	kilowattuurmeter
kiloweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10³ weber of 1.000 weber, weergegeven met symbool kWb
kilowebers	=	kiloweber
kilozak	noun	een verpakking met een inhoud van 1000 gram
kilozakken	=	kilozak
kils	=	kil
kilst	=	kil
kilste	=	kil
kilt	noun	geruite wollen rok deel van het Schotse nationale kostuum
kilte	noun	de kou
kiltes	=	kilte
kilts	=	kilt
kim	noun	de horizon: de lijn waarboven, bij vrij uitzicht zoals op zee, de hemellichamen zichtbaar zijn	intj	akkoord!, in orde!, oké!, goed!
kimberleyhoningeter	noun	Territornis fordiana een endemische vogel uit het noorden van Australië
kimberleyhoningeters	=	kimberleyhoningeter
kimberleyhoningetertje	=	kimberleyhoningeter
kimberleyhoningetertjes	=	kimberleyhoningeter
kimblad	noun	enkel blad dat met een omgevouwen strook aan de zijkant in een katern is meegenaaid
kimbladen	=	kimblad
kimblok	noun	één uit de rij stapelblokken die de kimmen van een schip in een droogdok ondersteunen
kimblokje	=	kimblok
kimblokjes	=	kimblok
kimblokken	=	kimblok
kimchi	noun	Koreaanse groentenschotel bestaande uit gefermenteerde aangemaakte kool of andere groente
kimchi's	=	kimchi
kimde	=	kimmen
kimden	=	kimmen
kimduiking	noun	het dalen van de kim bij toenemende waarnemingshoogte
kimduikingen	=	kimduiking
kimduikinkje	=	kimduiking
kimduikinkjes	=	kimduiking
kimgang	noun	Deel van de scheepshuid, aan weerszijden van het schip, die het vlak van het staande deel van het boord afscheidt
kimgangen	=	kimgang
kimgangetje	=	kimgang
kimgangetjes	=	kimgang
kimkiel	noun	strook die aan de wand van een schip vastzit om de stabiliteit te verhogen
kimkielen	=	kimkiel
kimme	noun	de horizon: de lijn waarboven, bij vrij uitzicht zoals op zee, de hemellichamen zichtbaar zijn
kimmel	noun	drie
kimmeloos	adj	zonder kim
kimmeloze	=	kimmeloos
kimmen	verb	een schip met behulp van een paard voorttrekken
kimmend	=	kimmen
kimmende	=	kimmen
kimmetje	=	kimme
kimmetjes	=	kimme
kimnaad	noun	hoek tussen de vloer en de muur
kimnaadje	=	kimnaad
kimnaadjes	=	kimnaad
kimnaden	=	kimnaad
kimono	noun	traditioneel Japans kledingstuk (Japans: letterlijk: hetgeen iemand draagt)
kimono's	=	kimono
kimonootje	=	kimono
kimonootjes	=	kimono
kimspiegel	noun	een halfdoorlatende spiegel van een sextant of octant, waardoorheen men tegelijk de horizon, en een gereflecteerd van een hemellichaam kan zien
kimspiegels	=	kimspiegel
kimspiegeltje	=	kimspiegel
kimspiegeltjes	=	kimspiegel
kimt	=	kimmen
kimweger	noun	Onderdeel van het langscheeps verband in houten schepen en vaartuigen
kimwegers	=	kimweger
kimwegertje	=	kimweger
kimwegertjes	=	kimweger
kin	noun	vooruitstekende deel van de onderkaak	intj	akkoord!, in orde!, oké!, goed!
kina	noun	benaming voor planten uit het geslacht Cinchona, ongeveer 38 soorten planten uit de familie Rubiaceae, uit het tropische Andesbos in westelijk Zuid-Amerika.
kina's	=	kina
kinabaludwergsalangaan	noun	Collocalia dodgei een vogel uit de familie der Apodidae (gierzwaluwen).
kinabaludwergsalangaantje	=	kinabaludwergsalangaan
kinabaludwergsalangaantjes	=	kinabaludwergsalangaan
kinabaludwergsalanganen	=	kinabaludwergsalangaan
kinabalujunglevliegenvanger	noun	Vauriella gularis een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
kinabalujunglevliegenvangers	=	kinabalujunglevliegenvanger
kinabalujunglevliegenvangertje	=	kinabalujunglevliegenvanger
kinabalujunglevliegenvangertjes	=	kinabalujunglevliegenvanger
kinabalukitta	noun	Cissa jefferyi een vogelsoort uit montane tropische bossen van Borneo (Indonesië en Oost-Maleisië).
kinabalukitta's	=	kinabalukitta
kinabalukittaatje	=	kinabalukitta
kinabalukittaatjes	=	kinabalukitta
kinabaluslangenarend	noun	Spilornis kinabaluensis een roofvogel uit het geslacht Spilornis van de familie havikachtigen (Accipitridae).
kinabaluslangenarenden	=	kinabaluslangenarend
kinabaluslangenarendje	=	kinabaluslangenarend
kinabaluslangenarendjes	=	kinabaluslangenarend
kinabalustruikzanger	noun	Locustella accentor een zangvogel uit de familie van de Locustellidae
kinabalustruikzangers	=	kinabalustruikzanger
kinabalustruikzangertje	=	kinabalustruikzanger
kinabalustruikzangertjes	=	kinabalustruikzanger
kinabast	noun	de bast van de kinaboom
kinase	noun	een verzamelnaam voor een groep enzymen die een fosfaatgroep kan aanbrengen op een ander eiwit of een ander molecuul
kinasen	=	kinase
kinband	noun	een strook stof of leer aan een hoofddeksel die onder de kin doorloopt met als doel dat hoofddeksel op zijn plaats te houden
kinbanden	=	kinband
kinbandje	=	kinband
kinbandjes	=	kinband
kinbesturing	noun	besturing van een apparaat met de kin
kinbesturingen	=	kinbesturing
kinbesturinkje	=	kinbesturing
kinbesturinkjes	=	kinbesturing
kinckel	=	kinkel
kind	noun	mens [1] in de leeftijd tussen 0 en 18 jaar, iemand die nog minderjarig is
kindeke	=	kind
kindeken	=	kind
kindekes	=	kind
kindelijn	=	kind
kinderachtig	adj	zich niet als volwassene gedragend alsof men nog een kind is
kinderachtige	=	kinderachtig
kinderachtiger	=	kinderachtig
kinderachtigere	=	kinderachtig
kinderachtigers	=	kinderachtig
kinderachtigheden	=	kinderachtigheid
kinderachtigheid	noun	Het kinderachtig zijn
kinderachtigheidje	=	kinderachtigheid
kinderachtigheidjes	=	kinderachtigheid
kinderachtigs	=	kinderachtig
kinderachtigst	=	kinderachtig
kinderachtigste	=	kinderachtig
kinderafdeling	noun	een afdeling in een organisatie speciaal gericht op kinderen
kinderafdelingen	=	kinderafdeling
kinderafdelinkje	=	kinderafdeling
kinderafdelinkjes	=	kinderafdeling
kinderaftrek	noun	vermindering van de belastinggrondslag wegens het hebben van kinderen
kinderaftrekje	=	kinderaftrek
kinderaftrekjes	=	kinderaftrek
kinderaftrekken	=	kinderaftrek
kinderalimentatie	noun	bijdrage in de kosten van de opvoeding en verzorging van kinderen uit een relatie die verbroken is meestal door de man aan de vrouw te betalen
kinderalimentaties	=	kinderalimentatie
kinderarbeid	noun	het geregeld werken van kinderen
kinderarmoede	noun	een vorm van armoede waaraan sommige kinderen lijden
kinderarts	noun	een arts die gespecialiseerd is in de behandeling van kinderen
kinderartsen	=	kinderarts
kinderartsje	=	kinderarts
kinderartsjes	=	kinderarts
kinderauto	noun	elektrisch bestuurbare speelgoedauto (accu-auto) waarin een kind zelf kan zitten en rijden
kinderauto's	=	kinderauto
kinderautootje	=	kinderauto
kinderautootjes	=	kinderauto
kinderbad	noun	badje (teil) voor kinderen
kinderbaden	=	kinderbad
kinderbadje	=	kinderbad
kinderbadjes	=	kinderbad
kinderbal	noun	een feest voor kinderen met muziek en dans
kinderballen	=	kinderbal
kinderballetje	=	kinderbal
kinderballetjes	=	kinderbal
kinderbed	noun	bedje voor een kind
kinderbedden	=	kinderbed
kinderbedje	=	kinderbed
kinderbedjes	=	kinderbed
kinderbedtijd	noun	tijd voor kinderen om naar bed te gaan
kinderbedtijden	=	kinderbedtijd
kinderbescherming	noun	zorg ter bescherming van kinderen
kinderbeschermingen	=	kinderbescherming
kinderbewaarplaats	noun	plaats waar jonge kinderen overdag onder toezicht kunnen verblijven (zodat de ouders kunnen werken)
kinderbewaarplaatsen	=	kinderbewaarplaats
kinderbier	noun	schuimend nat zonder alcohol
kinderbieren	=	kinderbier
kinderbiertje	=	kinderbier
kinderbiertjes	=	kinderbier
kinderbijbel	noun	voor kinderen aangepaste geïllustreerde Bijbel
kinderbijbels	=	kinderbijbel
kinderbijbeltje	=	kinderbijbel
kinderbijbeltjes	=	kinderbijbel
kinderbijslag	noun	toeslag van staatswege, bedoeld om de opvoeding van kinderen gemakkelijker te maken
kinderbijslagen	=	kinderbijslag
kinderbijslagwet	noun	de wet die bepaalt wie hoeveel kinderbijslag ontvangt
kinderbijslagwetten	=	kinderbijslagwet
kinderbint	noun	kleine balk in een balklaag van een vloer die haaks op de moerbint ligt
kinderbinten	=	kinderbint
kinderbintje	=	kinderbint
kinderbintjes	=	kinderbint
kinderbisschop	noun	een kind dat (in de middeleeuwen) op allerkinderendag in de kerk als bisschop fungeerde
kinderbisschopje	=	kinderbisschop
kinderbisschopjes	=	kinderbisschop
kinderbisschoppen	=	kinderbisschop
kinderblik	noun	de oogopslag van een kind
kinderblikje	=	kinderblik
kinderblikjes	=	kinderblik
kinderblikken	=	kinderblik
kinderblok	noun	aaneengesloten reeks kinderprogramma's bij radio of televisie
kinderblokje	=	kinderblok
kinderblokjes	=	kinderblok
kinderblokken	=	kinderblok
kinderboek	noun	boek speciaal voor kinderen
kinderboeken	=	kinderboek
kinderboekenschrijfster	noun	vrouw die boeken schrijft die ook door kinderen met plezier gelezen kunnen worden
kinderboekenschrijfsters	=	kinderboekenschrijfster
kinderboekenschrijfstertje	=	kinderboekenschrijfster
kinderboekenschrijver	noun	een schrijver van kinderboeken
kinderboekenschrijvers	=	kinderboekenschrijver
kinderboekenschrijvertje	=	kinderboekenschrijver
kinderboekenserie	noun	een reeks boeken met doorlopende personages, thema's of verhaallijnen, specifiek geschreven voor kinderen (peuter tot ca. 12 jaar) om leesplezier en taalontwikkeling te stimuleren
kinderboekenseries	=	kinderboekenserie
kinderboekenserietje	=	kinderboekenserie
kinderboekenserietjes	=	kinderboekenserie
kinderboekenweek	noun	een jaarlijks terugkerende week die gewijd is aan kinderboeken
kinderboekenweekje	=	kinderboekenweek
kinderboekenweekjes	=	kinderboekenweek
kinderboekenweken	=	kinderboekenweek
kinderboekje	=	kinderboek
kinderboekjes	=	kinderboek
kinderboerderij	noun	boerderij met dieren, ter lering ende vermaak van kinderen ingericht
kinderboerderijen	=	kinderboerderij
kinderboerderijtje	=	kinderboerderij
kinderboerderijtjes	=	kinderboerderij
kinderbrowser	noun	webbrowser dit geschikt gemaakt is voor kinderen zodat ze niet naar onwenselijke sites kunnen gaan
kinderbrowsers	=	kinderbrowser
kindercardiologen	=	kindercardioloog
kindercardioloog	noun	een medicus die zich bezig houdt met de hart- en vaat-aandoeningen bij kinderen
kindercardioloogje	=	kindercardioloog
kindercardioloogjes	=	kindercardioloog
kindercarnaval	noun	carnaval voor kinderen
kindercarnavals	=	kindercarnaval
kinderchirurg	noun	chirurg die gespecialiseerd is in operaties bij kinderen
kinderchirurgen	=	kinderchirurg
kinderchirurgie	noun	chirurgie toegepast op het kind
kinderchirurgieën	=	kinderchirurgie
kinderclub	noun	organisatie die erop gericht is een groep jeugdigen tot een jaar of twaalf een plezierige tijdsbesteding te bieden
kinderclubs	=	kinderclub
kindercola	noun	cola zonder cafeïne
kindercola's	=	kindercola
kindercolaatje	=	kindercola
kindercolaatjes	=	kindercola
kindercomiteetje	=	kindercomité
kindercomiteetjes	=	kindercomité
kindercomité	noun	een groep studenten die tijdens de oorlog ongeveer 1100 joodse kinderen heeft gered
kindercomités	=	kindercomité
kindercourant	noun	courant (krant) of ander periodiek voor kinderen
kindercouranten	=	kindercourant
kindercourantje	=	kindercourant
kindercourantjes	=	kindercourant
kindercrèche	noun	bewaarplaats voor zuigelingen en kleuters
kindercrèches	=	kindercrèche
kinderdag	noun	feestdag die in het teken van het kind staat
kinderdagen	=	kinderdag
kinderdagverblijf	noun	plaats waar jonge kinderen overdag onder toezicht kunnen verblijven
kinderdagverblijfje	=	kinderdagverblijf
kinderdagverblijfjes	=	kinderdagverblijf
kinderdagverblijven	=	kinderdagverblijf
kinderdichter	noun	dichter van kindergedichten
kinderdichters	=	kinderdichter
kinderdief	noun	misdadiger die kinderen steelt, vaak voor losgeld
kinderdiefje	=	kinderdief
kinderdiefjes	=	kinderdief
kinderdieven	=	kinderdief
kinderdisco	noun	discotheek speciaal voor kinderen
kinderdisco's	=	kinderdisco
kinderdoding	noun	het vermoorden van (pasgeboren) kinderen
kinderdodingen	=	kinderdoding
kinderdodingetje	=	kinderdoding
kinderdodinkje	=	kinderdoding
kinderdoodslag	noun	doodslag van een kind
kinderdoodslagen	=	kinderdoodslag
kinderdorp	noun	terrein waar kinderen onder begeleiding zich kunnen uitleven met bijv. het bouwen van hutten etc.
kinderdorpen	=	kinderdorp
kinderdorpje	=	kinderdorp
kinderdorpjes	=	kinderdorp
kinderdramaserie	noun	serie tv-uitzendingen met kinderen in de hoofdrol in een emotioneel verhaal
kinderdramaseries	=	kinderdramaserie
kinderdramaserietje	=	kinderdramaserie
kinderdramaserietjes	=	kinderdramaserie
kinderdromen	=	kinderdroom
kinderdroom	noun	iets wat een kind graag zou willen hebben of bereiken
kinderdroompje	=	kinderdroom
kinderdroompjes	=	kinderdroom
kinderen	=	kind
kinderfantasie	noun	iets wat alleen een kinder kan verzinnen; het verbeeldingsvermogen van een kind
kinderfantasietje	=	kinderfantasie
kinderfantasietjes	=	kinderfantasie
kinderfantasieën	=	kinderfantasie
kinderfeest	noun	feest voor kinderen
kinderfeesten	=	kinderfeest
kinderfeestje	=	kinderfeest
kinderfeestjes	=	kinderfeest
kinderfiets	noun	driewieler
kinderfietsen	=	kinderfiets
kinderfietsje	=	kinderfiets
kinderfietsjes	=	kinderfiets
kinderfilm	noun	film gemaakt voor kinderen (tot ongeveer de leeftijd van 12 jaar)
kinderfilmpje	=	kinderfilm
kinderfilmpjes	=	kinderfilm
kinderfilms	=	kinderfilm
kindergeblèr	noun	het luidruchtige, zeurende gehuil van kinderen
kindergedicht	noun	gedicht gemaakt voor kinderen
kindergedichten	=	kindergedicht
kindergedichtje	=	kindergedicht
kindergedichtjes	=	kindergedicht
kindergek	noun	iemand die heel veel van kinderen houdt	adj	heel erg gesteld zijn op jeugdige, nog opgroeiende mensen
kindergekje	=	kindergek
kindergekjes	=	kindergek
kindergekke	=	kindergek
kindergekken	=	kindergek
kindergekker	=	kindergek
kindergekkere	=	kindergek
kindergekkers	=	kindergek
kindergeks	=	kindergek
kindergekst	=	kindergek
kindergekste	=	kindergek
kindergeld	noun	het geld wat men op enigerleiwijze ontvangt voor een kind, bijv. kinderbijslag
kindergelden	=	kindergeld
kindergeneeskunde	noun	tak van de geneeskunde die de medische zorg van zuigelingen, kinderen en adolescenten behelst
kindergezicht	noun	het gelaat van een jong mens
kindergezichten	=	kindergezicht
kindergezichtje	=	kindergezicht
kindergezichtjes	=	kindergezicht
kindergoed	noun	verzamelterm voor lichaamsbedekking die door mensen in de leeftijd tussen ongeveer 2 en 12 jaar wordt gedragen
kinderhand	noun	hand van een kind
kinderhandel	noun	handel in kinderen met het doel hen te exploiteren
kinderhandels	=	kinderhandel
kinderhandeltje	=	kinderhandel
kinderhandeltjes	=	kinderhandel
kinderhanden	=	kinderhand
kinderhandje	=	kinderhand
kinderhandjes	=	kinderhand
kinderhart	noun	het gevoel, de emoties van een kind
kinderharten	=	kinderhart
kinderhartje	=	kinderhart
kinderhartjes	=	kinderhart
kinderhepatitis	noun	een zeer ernstige acute leverontsteking waarvan de oorzaak onbekend is
kinderhoek	noun	een deel van een ruimte die is ingericht om kinderen gelegenheid te geven te spelen en te ravotten, veelal toegepast in winkelbedrijven om de ouders als klanten te binden
kinderhoeken	=	kinderhoek
kinderhoekje	=	kinderhoek
kinderhoekjes	=	kinderhoek
kinderhoofd	noun	hoofd van een kind, ook gebruikt als aanduiding van een bepaald formaat
kinderhoofden	=	kinderhoofd
kinderhoofdje	noun	alleen verkleinwoord straatkei gemaakt van natuursteen met een afgeronde bovenkant
kinderhoofdjes	=	kinderhoofd
kinderhuis	noun	tehuis voor kinderen
kinderhuisje	=	kinderhuis
kinderhuisjes	=	kinderhuis
kinderhuizen	=	kinderhuis
kinderhuwelijk	noun	huwelijk tussen kinderen of tussen een volwassene en een kind
kinderhuwelijken	=	kinderhuwelijk
kinderjaar	noun	een jaar uit het leven van een kind
kinderjaartje	=	kinderjaar
kinderjaartjes	=	kinderjaar
kinderjaren	noun	de periode waarin men nog kind is
kinderjuf	noun|informal	lerares van een lagere school of peuterklas
kinderjuffen	=	kinderjuf
kinderjuffrouw	noun	kindermeisje (in een huishouden)
kinderjuffrouwen	=	kinderjuffrouw
kinderjuffrouwtje	=	kinderjuffrouw
kinderjuffrouwtjes	=	kinderjuffrouw
kinderjufje	=	kinderjuf
kinderjufjes	=	kinderjuf
kinderjufs	=	kinderjuf
kinderjury	noun	jury die uitsluitend uit kinderen bestaat (bijv. voor het beoordelen van de meest gewaardeerde kinderboeken)
kinderjury's	=	kinderjury
kinderkaart	noun	gereduceerd toegangsbewijs voor kinderen
kinderkaarten	=	kinderkaart
kinderkaartje	=	kinderkaart
kinderkaartjes	=	kinderkaart
kinderkamer	noun	een kamer die speciaal is ingericht voor kinderen
kinderkamers	=	kinderkamer
kinderkamertje	=	kinderkamer
kinderkamertjes	=	kinderkamer
kinderkanker	noun	kwaadaardige aandoeningen die zich voordoen bij jeugdigen
kinderkerk	noun	een dienst of andere activiteiten voor kinderen gelijktijdig met een kerkdienst
kinderkerken	=	kinderkerk
kinderklank	noun	geluid dat klinkt als de stem van een mens jonger dan een jaar of 10
kinderklanken	=	kinderklank
kinderklederen	=	kinderkleed
kinderkledij	noun	verzamelterm voor lichaamsbedekking die door mensen in de leeftijd tussen ongeveer 2 en 12 jaar wordt gedragen
kinderkleding	noun	alle kleren die speciaal gemaakt zijn voor kinderen
kinderkleed	noun	kleding die door mensen in de leeftijd tussen ongeveer 2 en 12 jaar wordt gedragen
kinderkleertje	=	kinderkleed
kinderkleertjes	=	kinderkleren
kinderkleren	noun	verzamelterm voor lichaamsbedekking die door mensen in de leeftijd tussen ongeveer 2 en 12 jaar wordt gedragen
kinderkoets	noun	kinderwagen
kinderkoetsen	=	kinderkoets
kinderkoetsje	=	kinderkoets
kinderkoetsjes	=	kinderkoets
kinderkookcafeetje	=	kinderkookcafé
kinderkookcafeetjes	=	kinderkookcafé
kinderkookcafé	noun	uitgaansgelegenheid waar kinderen koken en bedienen
kinderkookcafés	=	kinderkookcafé
kinderkoor	noun	een groep kinderen die samen zingen
kinderkoortje	=	kinderkoor
kinderkoortjes	=	kinderkoor
kinderkopje	noun	natuurstenen kei met ronde bovenkant gebruikt voor verharden van wegen
kinderkopjes	=	kinderkopje
kinderkoren	=	kinderkoor
kinderkost	noun	voedsel voor kinderen
kinderkosten	=	kinderkost
kinderkrant	noun	een krant die speciaal is gemaakt voor kinderen
kinderkranten	=	kinderkrant
kinderkrantje	=	kinderkrant
kinderkrantjes	=	kinderkrant
kinderkrib	noun	kindercrèche
kinderkribbe	noun	een plaats waar jonge kinderen (baby's en peuters) worden opgevangen
kinderkribben	=	kinderkrib
kinderkribbes	=	kinderkribbe
kinderkribbetje	=	kinderkribbe
kinderkribbetjes	=	kinderkribbe
kinderkribje	=	kinderkrib
kinderkribjes	=	kinderkrib
kinderledikant	noun	klein bed voor een kind
kinderledikanten	=	kinderledikant
kinderledikantje	=	kinderledikant
kinderledikantjes	=	kinderledikant
kinderleed	noun	verdriet, zoals een heel jeugdig mens ervaart
kinderleeftijd	noun	de leeftijd van een kind, jonger dan 18 jaar
kinderleeftijden	=	kinderleeftijd
kinderleger	noun	leger dat voornamelijk bestaat uit kindsoldaten
kinderlegers	=	kinderleger
kinderlegertje	=	kinderleger
kinderlegertjes	=	kinderleger
kinderleven	noun	de belevenis wereld van een kind
kinderlevens	=	kinderleven
kinderleventje	=	kinderleven
kinderleventjes	=	kinderleven
kinderlichaam	noun	het lichaam van een jong mens
kinderlichamen	=	kinderlichaam
kinderlied	noun	lied geschreven voor of gezongen door kinderen
kinderliederen	=	kinderlied
kinderliedje	=	kinderlied
kinderliedjes	=	kinderlied
kinderliefde	noun	liefde van ouder voor de kinderen
kinderliefdes	=	kinderliefde
kinderlijf	noun	het lichaam van een kind; de romp van een kind
kinderlijfje	=	kinderlijf
kinderlijfjes	=	kinderlijf
kinderlijk	adj	overeenkomstig de aard van een kind (kindsheid), zoals een kind is of doet	noun	dode lichaam van een kind
kinderlijke	=	kinderlijk
kinderlijken	=	kinderlijk
kinderlijker	=	kinderlijk
kinderlijkere	=	kinderlijk
kinderlijkers	=	kinderlijk
kinderlijkheden	=	kinderlijkheid
kinderlijkheid	noun	de mate waarin iemand nog de gevoelens en het gedrag van een kind heeft
kinderlijkje	=	kinderlijk
kinderlijkjes	=	kinderlijk
kinderlijks	=	kinderlijk
kinderlijkst	=	kinderlijk
kinderlijkste	=	kinderlijk
kinderlijven	=	kinderlijf
kinderliteratuur	noun	fictie boeken speciaal geschreven voor kinderen en waarin kinderen meestal de hoofdrol spelen
kinderlokker	noun	iemand die kinderen meelokt (vaak met de bedoeling hen seksueel te misbruiken)
kinderlokkers	=	kinderlokker
kinderlokkertje	=	kinderlokker
kinderlokkertjes	=	kinderlokker
kinderloos	adj	zonder kinderen
kinderloosheid	noun	het kinderloos zijn
kinderloze	=	kinderloos
kindermaker	noun|obsolete	iemand die kinderen heeft voortgebracht (vaak gebruikt voor een letterlijke verklaring van: proletariër)
kindermakers	=	kindermaker
kindermeid	noun	vrouwelijk persoon anders dan de moeder, die als beroep voor de kinderen zorg
kindermeiden	=	kindermeid
kindermeisje	noun	alleen verkleinwoord jongedame die als taak heeft op de kinderen te passen
kindermeisjes	=	kindermeisje
kindermenu	noun	een menu in een restaurant speciaal voor kinderen, vaak bestaande uit patat, appelmoes en kroket
kindermenu's	=	kindermenu
kindermenuutje	=	kindermenu
kindermenuutjes	=	kindermenu
kindermis	noun	kerkdienst die speciaal geschikt is voor kinderen
kindermisbruik	noun	de behandeling van een kind met het toebrengen van fysieke of psychische schade als doel
kindermisbruiker	noun	persoon die kinderen jonger dan 13 seksueel misbruikt of heeft misbruikt
kindermisbruikers	=	kindermisbruiker
kindermishandeling	noun	de mishandeling van een kind door het toebrengen van fysieke of psychische schade
kindermishandelingen	=	kindermishandeling
kindermisje	=	kindermis
kindermisjes	=	kindermis
kindermissen	=	kindermis
kindermode	noun	kleding voor kinderen
kindermodes	=	kindermode
kindermond	noun	de kleine mond van een kind
kindermonden	=	kindermond
kindermondje	=	kindermond
kindermondjes	=	kindermond
kindermoord	noun	het om het leven brengen van een kind
kindermoorden	=	kindermoord
kindermoordenaar	noun	iemand die één of meer kinderen opzettelijk heeft doodgemaakt
kindermoordenaars	=	kindermoordenaar
kindermoordenaartje	=	kindermoordenaar
kindermoordenaartjes	=	kindermoordenaar
kindermoordje	=	kindermoord
kindernaam	noun	de voornaam die ouders aan hun kind geven
kindernaampje	=	kindernaam
kindernaampjes	=	kindernaam
kindernamen	=	kindernaam
kinderogen	=	kinderoog
kinderombudslieden	=	kinderombudsman
kinderombudslui	=	kinderombudsman
kinderombudsman	noun	een landelijk functionerend instituut dat naleving van de rechten van kinderen en jongeren onafhankelijk aan de orde stelt.
kinderombudsmannen	=	kinderombudsman
kinderombudsmannetje	=	kinderombudsman
kinderombudsmannetjes	=	kinderombudsman
kinderoog	noun	het oog van een jong persoon
kinderoogje	=	kinderoog
kinderoogjes	=	kinderoog
kinderoor	noun	oren waarmee kinderen kunnen horen
kinderoortje	=	kinderoor
kinderoortjes	=	kinderoor
kinderoppas	noun	een persoon die op andermans kinderen past
kinderoppasje	=	kinderoppas
kinderoppasjes	=	kinderoppas
kinderoppassen	=	kinderoppas
kinderopvang	noun	verzorging van kinderen gedurende de afwezigheid van de ouders
kinderopvangcentra	=	kinderopvangcentrum
kinderopvangcentrum	noun	een instituut door zorgt voor kinderen als de ouders dat (niet) meer kunnen
kinderopvangcentrumpje	=	kinderopvangcentrum
kinderopvangcentrumpjes	=	kinderopvangcentrum
kinderopvangcentrums	=	kinderopvangcentrum
kinderopvangen	=	kinderopvang
kinderopvangplaats	noun	plaats waar een kind kan worden opgevangen
kinderopvangplaatsen	=	kinderopvangplaats
kinderopvangtoeslag	noun	een toeslag die ouders krijgen als ze beiden werken, of in het geval van een éénoudergezin als de ouder werkt om (een deel van) de kosten van de kinderopvang te betalen
kinderopvangtoeslagen	=	kinderopvangtoeslag
kinderopvoeding	noun	het proces waarbij volwassenen (meestal ouders) kinderen begeleiden, ondersteunen en vormen tot zelfstandige, sociale en verantwoordelijke volwassenen.
kinderopvoedingen	=	kinderopvoeding
kinderopvoedinkje	=	kinderopvoeding
kinderopvoedinkjes	=	kinderopvoeding
kinderoren	=	kinderoor
kinderpagina	noun	deel van een publicatie dat speciaal gemaakt is voor kinderen
kinderpagina's	=	kinderpagina
kinderpaginaatje	=	kinderpagina
kinderpaginaatjes	=	kinderpagina
kinderpardon	noun	een algemeen geldende pardonregeling om kinderen die in Nederland geboren zijn, opgegroeid zijn en wonen, maar te boek staan als asielzoeker, een verblijfstatus te geven
kinderpardons	=	kinderpardon
kinderparticipatie	noun	een proces waarin kinderen de kans krijgen bewust een eigen mening te leren vormen en de mogelijkheid krijgen die mening te uiten, met het doel zo veel mogelijk te worden betrokken en voorbereid op de maatschappij
kinderparticipaties	=	kinderparticipatie
kinderpartijtje	noun	feestje gehouden voor kinderen
kinderpartijtjes	=	kinderpartijtje
kinderpek	noun	eerste zeer taaie ontlasting van een pasgeboren kind of dier
kinderpekje	=	kinderpek
kinderpekjes	=	kinderpek
kinderpersconferentie	noun	bijeenkomst waar kinderen die zich hebben voorbereid vragen stellen aan mensen die bekend zijn of een bekende organisatie vertegenwoordigen zodat aanwezige media hier aandacht aan besteden en veel meer kinderen informatie krijgen
kinderpersconferenties	=	kinderpersconferentie
kinderporno	noun	pornografie met kinderen
kinderpornografie	noun	tekst- en beeldmateriaal bestemd om pedofielen op te winden
kinderpornografisch	adj	betreffende pornografisch materiaal met kinderen
kinderpornografische	=	kinderpornografisch
kinderpornografischer	=	kinderpornografisch
kinderpornografischere	=	kinderpornografisch
kinderpornografischers	=	kinderpornografisch
kinderpornozaak	noun	strafzaak betreffende seksueel misbruik van minderjarigen
kinderpornozaakje	=	kinderpornozaak
kinderpornozaakjes	=	kinderpornozaak
kinderpornozaken	=	kinderpornozaak
kinderpostzegel	noun	postzegels waarvan de toeslag, het bedrag boven op de frankeerwaarde, gebruikt wordt voor projecten die ten goede komen aan de jeugd
kinderpostzegels	=	kinderpostzegel
kinderpostzegeltje	=	kinderpostzegel
kinderpostzegeltjes	=	kinderpostzegel
kinderpraat	noun|informal	onzinnig/naïef gepraat
kinderpraatje	=	kinderpraat
kinderpraatjes	=	kinderpraat
kinderprogramma	noun	een televisie-, radio-, of theaterprogramma dat speciaal voor kinderen wordt gemaakt
kinderprogramma's	=	kinderprogramma
kinderprogrammaatje	=	kinderprogramma
kinderprogrammaatjes	=	kinderprogramma
kinderprostitutie	noun	betaalde seks met kinderen
kinderpsychiater	noun	medisch specialist die kinderen met mentale aandoeningen behandelt
kinderpsychiaters	=	kinderpsychiater
kinderpsychologen	=	kinderpsycholoog
kinderpsychologie	noun	wetenschap die zich bezighoudt met de psychologie van het kind
kinderpsycholoog	noun	psycholoog die gespecialiseerd is in de psyche van kinderen
kinderpsycholoogje	=	kinderpsycholoog
kinderpsycholoogjes	=	kinderpsycholoog
kinderrecht	noun	de rechtsregels m.b.t. minderjarigen
kinderrechten	=	kinderrecht
kinderrechtenactiviste	noun	vrouw die opkomst voor de rechten van kinderen; vrouw die zich inzet in de strijd tegen mishandeling van kinderen
kinderrechtenactivistes	=	kinderrechtenactiviste
kinderrechtenverdrag	noun	een overeenkomst tussen verschillende landen die lid zijn van de VN betreffende de plichten van de overheid m.b.t. de zorg voor de jeugd
kinderrechtenverdragen	=	kinderrechtenverdrag
kinderrechter	noun	een rechter die zowel civiele kinderzaken als kinderstrafzaken kan behandelen.
kinderrechters	=	kinderrechter
kinderrijk	adj	met veel kinderen
kinderrijke	=	kinderrijk
kinderrijker	=	kinderrijk
kinderrijkere	=	kinderrijk
kinderrijkers	=	kinderrijk
kinderrijks	=	kinderrijk
kinderrijkst	=	kinderrijk
kinderrijkste	=	kinderrijk
kinders	=	kind
kinderschaar	noun	grote groep kinderen; menigte kinderen; troep kinderen
kinderschaartje	=	kinderschaar
kinderschaartjes	=	kinderschaar
kinderschare	noun	een flinke verzameling kinderen
kinderscharen	=	kinderschaar
kinderschedel	noun	deel van het skelet dat de hersenen van een kind omgeeft
kinderschedels	=	kinderschedel
kinderschedeltje	=	kinderschedel
kinderschedeltjes	=	kinderschedel
kinderschoen	noun	kleine schoenen geschikt voor kinderen
kinderschoenen	=	kinderschoen
kinderschoentje	=	kinderschoen
kinderschoentjes	=	kinderschoen
kinderschrik	noun	eertijds door ouders bedachte boeman om hun kinderen mee te dreigen en ze op die manier tot gehoorzaamheid te brengen
kinderschrikje	=	kinderschrik
kinderschrikjes	=	kinderschrik
kinderschrikken	=	kinderschrik
kindersekstoerisme	noun	bezoek aan een plaats omdat het daar mogelijk is seks te hebben met minderjarigen
kinderserie	noun	een reeks tv- of radi-programma's voor jonge mensen
kinderseries	=	kinderserie
kinderserietje	=	kinderserie
kinderserietjes	=	kinderserie
kindershow	noun	een vermakelijk programma of voorstelling, zoals een tv-programma, theaterstuk of poppenshow, dat speciaal is gemaakt voor kinderen
kindershows	=	kindershow
kindershowtje	=	kindershow
kindershowtjes	=	kindershow
kindersite	noun	een website die specifiek is ontworpen en ingericht voor kinderen
kindersiteje	=	kindersite
kindersitejes	=	kindersite
kindersites	=	kindersite
kinderskelet	noun	het geraamte van een kind; de verzameling botten van een kind
kinderskeletje	=	kinderskelet
kinderskeletjes	=	kinderskelet
kinderskeletten	=	kinderskelet
kinderslavernij	noun	slavernij waarbij kinderen als slaaf optreden
kinderslot	noun	stand van een slot van een autoportier waardoor het achterportier niet van binnenuit geopend kan worden
kindersloten	=	kinderslot
kinderslotje	=	kinderslot
kinderslotjes	=	kinderslot
kindersmokkel	noun	illegaal kinderen de grens over brengen om ze te laten adopteren; illegale adoptie
kindersmokkels	=	kindersmokkel
kindersok	noun	kleine sok geschikt voor kinderen
kindersokje	=	kindersok
kindersokjes	=	kindersok
kindersokken	=	kindersok
kinderspeelgoed	noun	speelgoed bestemd en geschikt voor kinderen
kinderspeelgoedje	=	kinderspeelgoed
kinderspeelgoedjes	=	kinderspeelgoed
kinderspeelplaats	noun	plaats waar kinderen kunnen rennen en spelen
kinderspeelplaatsen	=	kinderspeelplaats
kinderspeelplaatsje	=	kinderspeelplaats
kinderspeelplaatsjes	=	kinderspeelplaats
kinderspeeltuin	noun	een plek waar kinderen kunnen spelen en die is voorzien van speeltoestellen of speeltuigen
kinderspeeltuinen	=	kinderspeeltuin
kinderspeeltuintje	=	kinderspeeltuin
kinderspeeltuintjes	=	kinderspeeltuin
kinderspel	noun	een spel dat voor kinderen geschikt is en dus niet heel moeilijk kan zijn
kinderspelen	=	kinderspel
kinderspellen	=	kinderspel
kinderspelletje	=	kinderspel
kinderspelletjes	=	kinderspel
kinderspul	noun	zaken die kinderen gebruiken; zaken gemaakt voor kinderen
kinderspullen	=	kinderspul
kinderstem	noun	het geluid dat kinderen met hun mond maken
kinderstemmen	=	kinderstem
kinderstemmetje	=	kinderstem
kinderstemmetjes	=	kinderstem
kindersterfte	noun	het overlijden van een kind dat jonger is dan vijf jaar
kindersterften	=	kindersterfte
kindersterftes	=	kindersterfte
kinderstoel	noun	Een speciale stoel op hoge poten voor kleine kinderen.
kinderstoelen	=	kinderstoel
kinderstoeltje	=	kinderstoel
kinderstoeltjes	=	kinderstoel
kindertaal	noun	een taal die kinderen spreken
kindertaaltje	=	kindertaal
kindertaaltjes	=	kindertaal
kindertal	noun	aantal kinderen
kindertalen	=	kindertaal
kindertallen	=	kindertal
kindertehuis	noun	een huis waar kinderen wonen die niet thuis kunnen wonen of geen thuis meer hebben
kindertehuisje	=	kindertehuis
kindertehuisjes	=	kindertehuis
kindertehuizen	=	kindertehuis
kindertekening	noun	een tekening gemaakt door een kind
kindertekeningen	=	kindertekening
kindertekeningetje	=	kindertekening
kindertekeningetjes	=	kindertekening
kindertelefoon	noun	De Kindertelefoon is een Nederlandse telefonische hulpdienst voor kinderen, waar kinderen en jongeren tot 18 jaar gratis naar kunnen bellen die behoefte aan een gesprek over welk onderwerp dan ook hebben.
kindertelefoons	=	kindertelefoon
kindertelefoontje	=	kindertelefoon
kindertelefoontjes	=	kindertelefoon
kindertelevisie	noun	televisieprogramma's die speciaal voor kinderen gemaakt worden
kindertheater	noun	een theater of theatergezelschap speciaal voor en soms ook door kinderen
kindertheaters	=	kindertheater
kindertheatertje	=	kindertheater
kindertheatertjes	=	kindertheater
kindertijd	noun	periode waarin men de leeftijd van een kind heeft
kindertijden	=	kindertijd
kindertijdje	=	kindertijd
kindertje	=	kind
kindertjes	=	kind
kindertoeslag	noun	geld dat iemand met kinderen extra ontvangt
kindertoeslagen	=	kindertoeslag
kindertop	noun	bijeenkomst waar de hoogste gezagsdragers spreken over zaken die kinderen betreffen
kindertoppen	=	kindertop
kindertops	=	kindertop
kindertuin	noun	tuin waarin kinderen kunnen spelen en leren
kindertuinen	=	kindertuin
kindertuintje	=	kindertuin
kindertuintjes	=	kindertuin
kinderuren	=	kinderuur
kinderuur	noun	tijdsperiode die gereserveerd is voor kinderen of kinderprogramma's
kinderuurtje	=	kinderuur
kinderuurtjes	=	kinderuur
kinderveilig	adj	veilig voor kinderen
kinderveilige	=	kinderveilig
kinderveiliger	=	kinderveilig
kinderveiligere	=	kinderveilig
kinderveiligers	=	kinderveilig
kinderveiligs	=	kinderveilig
kinderveiligst	=	kinderveilig
kinderveiligste	=	kinderveilig
kinderverbod	noun	wet die bepaalt dat kinderen onder de 12 jaar niet in de industrie mogen werken, terwijl ook nachtwerk verboden wordt voor meisjes tussen 12 en 21 jaar
kinderverboden	=	kinderverbod
kinderverbodje	=	kinderverbod
kinderverbodjes	=	kinderverbod
kinderverkrachter	noun	iemand die kinderen seksueel misbruikt
kinderverkrachters	=	kinderverkrachter
kinderverkrachtertje	=	kinderverkrachter
kinderverkrachtertjes	=	kinderverkrachter
kinderverkrachting	noun	het tegen hun wil seksueel misbruiken van kinderen
kinderverkrachtingen	=	kinderverkrachting
kinderverlamming	noun	virusinfectie van de grijze stof in het ruggenmerg, waardoor vooral bij kinderen blijvende verlammingsverschijnselen kunnen optreden
kinderverlammingen	=	kinderverlamming
kinderverpleegkunde	noun	de kennis over het verzorgen van zieke kinderen
kinderverpleegkundige	noun	een verpleegkundige op de kinderafdeling van een ziekenhuis
kinderverpleegkundigen	=	kinderverpleegkundige
kindervers	noun	eenvoudig gedichtje voor kinderen
kinderversje	=	kindervers
kinderversjes	=	kindervers
kinderverzen	=	kindervers
kinderverzorger	noun	verzorger van kinderen
kinderverzorgers	=	kinderverzorger
kinderverzorging	noun	het kleden, voeden en wassen van kinderen
kinderverzorgingen	=	kinderverzorging
kinderverzorginkje	=	kinderverzorging
kinderverzorginkjes	=	kinderverzorging
kinderverzorgster	noun	verzorgster van kinderen
kinderverzorgsters	=	kinderverzorgster
kinderverzorgstertje	=	kinderverzorgster
kinderverzorgstertjes	=	kinderverzorgster
kindervoeding	noun	specifiek samengestelde voeding voor baby’s (0-12 maanden) en jonge kinderen (peuters, 12-36 maanden) om een gezonde groei en ontwikkeling te ondersteunen.
kindervoedingen	=	kindervoeding
kindervoedinkje	=	kindervoeding
kindervoedinkjes	=	kindervoeding
kindervoet	noun	de (kleine) voet van een kind
kindervoeten	=	kindervoet
kindervoetje	=	kindervoet
kindervoetjes	=	kindervoet
kindervoorstelling	noun	uitvoering bedoeld voor een publiek in de leeftijd tot ongeveer 12 jaar
kindervoorstellingen	=	kindervoorstelling
kindervriend	noun	iemand die graag en gemakkelijk met kinderen omgaat
kindervrienden	=	kindervriend
kindervriendje	=	kindervriend
kindervriendjes	=	kindervriend
kindervrij	adj	bewust zonder kinderen
kindervrije	=	kindervrij
kindervrijer	=	kindervrij
kindervrijere	=	kindervrij
kindervrijers	=	kindervrij
kindervrijheden	=	kindervrijheid
kindervrijheid	noun	bewuste kinderloosheid; vrijwillige kinderloosheid
kindervrijs	=	kindervrij
kindervrijst	=	kindervrij
kindervrijste	=	kindervrij
kindervrind	=	kindervriend
kindervuurwerk	noun	vuurwerk uit de lichtere categorie (F1) dat speciaal is ontworpen om veilig te worden gebruikt door kinderen onder toezicht van een volwassene
kinderwagen	noun	een voertuig waarin zuigelingen of kleuters met de hand verreden kunnen worden
kinderwagens	=	kinderwagen
kinderwagentje	=	kinderwagen
kinderwagentjes	=	kinderwagen
kinderwens	noun	wens van een kind
kinderwensen	=	kinderwens
kinderwensje	=	kinderwens
kinderwensjes	=	kinderwens
kinderwereld	noun	alles wat voor kinderen van belang is
kinderwerelden	=	kinderwereld
kinderwereldje	=	kinderwereld
kinderwereldjes	=	kinderwereld
kinderwerk	noun	iets wat heel gemakkelijk is om te doen
kinderwerken	=	kinderwerk
kinderwerkje	=	kinderwerk
kinderwerkjes	=	kinderwerk
kinderwet	noun	de wet van 1874 die kinderarbeid verbood
kinderwetje	=	kinderwet
kinderwetjes	=	kinderwet
kinderwetten	=	kinderwet
kinderwoord	noun	een woord dat populair is onder kinderen en jongeren en jaarlijks door een kinderjury wordt verkozen
kinderwoorden	=	kinderwoord
kinderwoordenboek	noun	woordenboek bestemd voor kinderen
kinderwoordenboeken	=	kinderwoordenboek
kinderwoordenboekje	=	kinderwoordenboek
kinderwoordenboekjes	=	kinderwoordenboek
kinderwoordje	=	kinderwoord
kinderwoordjes	=	kinderwoord
kinderzegel	noun	kinderpostzegel
kinderzegels	=	kinderzegel
kinderzegen	noun	de nakomelingen, het kroost
kinderzegens	=	kinderzegen
kinderzegentje	=	kinderzegen
kinderzegentjes	=	kinderzegen
kinderziekenhuis	noun	een ziekenhuis gespecialiseerd in de behandeling van kinderen
kinderziekenhuisje	=	kinderziekenhuis
kinderziekenhuisjes	=	kinderziekenhuis
kinderziekenhuizen	=	kinderziekenhuis
kinderziekte	noun	ziekte die vooral bij kinderen voorkomt
kinderziekten	=	kinderziekte
kinderziektes	=	kinderziekte
kinderziektetje	=	kinderziekte
kinderziel	noun	ziel van een kind
kinderzielen	=	kinderziel
kinderzieltje	=	kinderziel
kinderzieltjes	=	kinderziel
kinderzin	noun	de reine, onschuldige gezindheid van kinderen
kinderzinnen	=	kinderzin
kinderzinnetje	=	kinderzin
kinderzinnetjes	=	kinderzin
kinderzitje	noun	Iets waarin een klein kind veilig kan zitten voor bijvoorbeeld in de auto of op de fiets of brommer
kinderzitjes	=	kinderzitje
kinderzorg	noun	de brede zorg en ondersteuning voor kinderen (0-18 jaar) en hun gezinnen, variërend van dagelijkse verzorging, begeleiding bij ontwikkeling en opvoeding, tot gespecialiseerde medische zorg, vaak in de eigen omgeving van het kind (thuis, school, kinderopvang) en gericht op zelfstandigheid
kinderzorgen	=	kinderzorg
kindgebonden	adj	afhangend van het wel of geen kinderen hebben
kindgebondens	=	kindgebonden
kindgericht	adj	gericht op het niveau en de belangstelling van het kind
kindgerichte	=	kindgericht
kindgerichter	=	kindgericht
kindgerichtere	=	kindgericht
kindgerichters	=	kindgericht
kindgerichts	=	kindgericht
kindgerichtst	=	kindgericht
kindgerichtste	=	kindgericht
kindheden	=	kindheid
kindheid	noun	het kind zijn, de kindertijd
kindhuwelijk	noun	huwelijk waarbij minstens een van de partners nog geen 18 jaar oud is
kindhuwelijken	=	kindhuwelijk
kindje	=	kind
kindje-op-moeders-schoot	noun	Tolmiea menziesii een plant uit de steenbreekfamilie (Saxifragaceae) De plant maakt nieuwe scheutjes aan in de bladoksels van de oude bladeren.
kindje-op-moeders-schootje	=	kindje-op-moeders-schoot
kindje-op-moeders-schootjes	=	kindje-op-moeders-schoot
kindje-op-moeders-schoten	=	kindje-op-moeders-schoot
kindjes	=	kind
kindjes-op-moeders-schoot	=	kindje-op-moeders-schoot
kindlief	noun	een kind dat te veel verwend wordt door de ouders	intj	in een uitroep van verbazing
kindliefje	=	kindlief
kindliefjes	=	kindlief
kindlint	noun	gemarkeerde speciale kinderveilige route waarlangs kinderen zelfstandig door de stad kunnen bewegen
kindlinten	=	kindlint
kindloos	=	kinderloos
kindonvriendelijk	adj	ongeschikt voor (kleine) kinderen
kindonvriendelijke	=	kindonvriendelijk
kindonvriendelijker	=	kindonvriendelijk
kindonvriendelijkere	=	kindonvriendelijk
kindonvriendelijkers	=	kindonvriendelijk
kindonvriendelijks	=	kindonvriendelijk
kindonvriendelijkst	=	kindonvriendelijk
kindonvriendelijkste	=	kindonvriendelijk
kindplaats	noun	plaats in een kinderdagverblijf
kindplaatsen	=	kindplaats
kinds	adj	geestelijk afgetakeld door de ouderdom
kindsbeen	noun	vroegste kindsheid gebruikt in o.a. in de uitdrukking: van kindsbeen af
kindsbeenderen	=	kindsbeen
kindsbeentje	=	kindsbeen
kindsbeentjes	=	kindsbeen
kindsbenen	=	kindsbeen
kindschap	noun	het kind zijn
kindschappen	=	kindschap
kindsdeel	noun	gedeelte van een nalatenschap dat door de kinderen wordt geërfd wanneer er geen testament is opgemaakt
kindsdelen	=	kindsdeel
kindse	=	kinds
kindser	=	kinds
kindsere	=	kinds
kindsers	=	kinds
kindsgedeelte	noun	kindsdeel
kindsgedeelten	=	kindsgedeelte
kindsgedeeltes	=	kindsgedeelte
kindsgedeeltetje	=	kindsgedeelte
kindsgedeeltetjes	=	kindsgedeelte
kindsheid	noun	tijd van de kinderjaren
kindskind	noun	kind van je kind
kindskinderen	=	kindskind
kindskindertjes	=	kindskind
kindskindje	=	kindskind
kindslachtoffer	noun	slachtoffer dat nog een kind is
kindslachtoffers	=	kindslachtoffer
kindsoldaat	noun	kind dat dienstdoet in een regeringsleger of in een georganiseerde gewapende politieke groep
kindsoldaatje	=	kindsoldaat
kindsoldaatjes	=	kindsoldaat
kindsoldaten	=	kindsoldaat
kindst	=	kinds
kindste	=	kinds
kindster	noun	kind dat als muzikant of filmster beroemd is geworden
kindsterren	=	kindster
kindsterretje	=	kindster
kindsterretjes	=	kindster
kindveilig	adj	veilig voor kinderen
kindveilige	=	kindveilig
kindveiliger	=	kindveilig
kindveiligere	=	kindveilig
kindveiligers	=	kindveilig
kindveiligs	=	kindveilig
kindveiligst	=	kindveilig
kindveiligste	=	kindveilig
kindvriendelijk	adj	geschikt voor kinderen, met voorzieningen die gezinnen met kinderen waarderen
kindvriendelijke	=	kindvriendelijk
kindvriendelijker	=	kindvriendelijk
kindvriendelijkere	=	kindvriendelijk
kindvriendelijkers	=	kindvriendelijk
kindvriendelijks	=	kindvriendelijk
kindvriendelijkst	=	kindvriendelijk
kindvriendelijkste	=	kindvriendelijk
kindvrij	adj	bewust zonder kinderen
kindvrije	=	kindvrij
kindvrijer	=	kindvrij
kindvrijere	=	kindvrij
kindvrijers	=	kindvrij
kindvrijs	=	kindvrij
kindvrijst	=	kindvrij
kindvrijste	=	kindvrij
kindvrouwtje	noun	onnozele, onvolwassen en domme vrouw, maar vaak wel mooi en daardoor begeerlijk
kindvrouwtjes	=	kindvrouwtje
kindzorg	noun	de brede zorg en ondersteuning voor kinderen (0-18 jaar) en hun gezinnen, variërend van dagelijkse verzorging, begeleiding bij ontwikkeling en opvoeding, tot gespecialiseerde medische zorg, vaak in de eigen omgeving van het kind (thuis, school, kinderopvang) en gericht op zelfstandigheid
kine	noun|informal	paramedische behandeling van klachten aan het steun- en bewegingsapparaat van de mens
kine's	=	kine
kineast	noun	iemand die films maakt
kineasten	=	kineast
kineastje	=	kineast
kineastjes	=	kineast
kinebehandeling	noun	behandelmethode die gericht is op het verbeteren van bewegingsproblemen en lichamelijke klachten
kinebehandelingen	=	kinebehandeling
kinebehandelingetje	=	kinebehandeling
kinebehandelingetjes	=	kinebehandeling
kinematica	noun	een onderdeel van de klassieke mechanica die zich bezighoudt met beweging
kinesiologie	noun	bewegingsleer van het lichaam gebruik makend van principes uit de biomechanica, de anatomie en de fysiologie
kinesionomie	noun	leer waarin de verbinding wordt gelegd tussen de kinesiologie en de haptonomie
kinesist	noun	paramedicus die door massage of door het aanleren van oefeningen een patiënt behandelt die problemen heeft met het bewegingsapparaat
kinesiste	noun	vrouwelijke paramedicus die door massage of door het aanleren van oefeningen een patiënt behandelt die problemen heeft met het bewegingsapparaat
kinesisten	=	kinesist
kinesistes	=	kinesiste
kinesistje	=	kinesist
kinesitherapeut	noun	paramedicus die door massage of door het aanleren van oefeningen een patiënt behandelt die problemen heeft met het bewegingsapparaat
kinesitherapeuten	=	kinesitherapeut
kinesitherapeutje	=	kinesitherapeut
kinesitherapie	noun	paramedisch beroep dat zich bezighoudt met de behandeling van klachten aan het steun- en bewegingsapparaat van de mens
kinesitherapieën	=	kinesitherapie
kinesthetisch	adj	betrekking hebbend op het gevoel voor beweging
kinesthetische	=	kinesthetisch
kinesthetischer	=	kinesthetisch
kinesthetischere	=	kinesthetisch
kinesthetischers	=	kinesthetisch
kinetica	noun	bewegingsleer
kinetiek	noun	de leer over beweging en bewegende voorwerpen
kinetisch	adj	wat beweging veroorzaakt
kinetische	=	kinetisch
kinetischer	=	kinetisch
kinetischere	=	kinetisch
kinetischers	=	kinetisch
kinetograaf	noun|historical	toestel waarmee bewegende beelden op een filmstrook worden vastgelegd, zoals die eind 19e, begin 20e eeuw werden in een kinetoscoop werden werden getoond
kinetografen	=	kinetograaf
kinetoscoop	noun|historical	toestel dat een kijker eind 19e en begin 20e eeuw bewegende beelden liet zien
kinetoscopen	=	kinetoscoop
kingkrab	noun	Paralithodes camtschaticus een koudwaterschaaldier, oorspronkelijk afkomstig uit de Beringzee
kingkrabben	=	kingkrab
kingmaker	noun	persoon die ervoor zorgt dat iemand koning wordt of benoemd wordt in een andere machtige positie
kingmakers	=	kingmaker
kingsize	adj	heel groot
kinine	noun	extract van de bast van plantensoorten uit het geslacht Cinchona, gebruikt als middel tegen koorts en om dranken een bittere smaak te geven
kinjan	noun	handeling waarbij iemand vanuit vrijwilligheid wettige rechten verwerft, die zaken en personen kunnen betreffen; met name handeling van het tekenen van de ketoeba
kink	noun	door torderen ontstane kronkel in een (staal-)kabel, touw of snoer
kinkajoe	noun	bepaald soort zoogdier, Potos flavus uit de familie der kleine beren, dat in Latijns-Amerika voorkomt met een lengte kop-romp van 40–57 cm, een staart van 39–57 cm, een schouderhoogte van 17–25 cm en een gewicht van circa 4,5 kg
kinkajoes	=	kinkajoe
kinkajoetje	=	kinkajoe
kinkajoetjes	=	kinkajoe
kinkel	noun	pummel, lomperd
kinkels	=	kinkel
kinkeltje	=	kinkel
kinkeltjes	=	kinkel
kinken	=	kink
kinkhoest	noun	een bepaalde kinderziekte die veroorzaakt wordt door de bacterie Bordetella pertussis
kinkhoorn	noun	Buccinum undatum een in zee levende kieuwslak.
kinkhoornen	=	kinkhoorn
kinkhoorns	=	kinkhoorn
kinkhoorntje	=	kinkhoorn
kinkhoorntjes	=	kinkhoorn
kinkhoren	noun	de schelp van een porseleinslak Buccinum undatum
kinkhorens	=	kinkhoren
kinkhorentje	=	kinkhoren
kinkhorentjes	=	kinkhoren
kinkimavo	noun	Tylas eduardi een zangvogel uit de familie Vangidae (vanga's).
kinkimavo's	=	kinkimavo
kinkimavootje	=	kinkimavo
kinkimavootjes	=	kinkimavo
kinkje	=	kink
kinkjes	=	kink
kinky	adj	opwindend door een beetje sm
kinky's	=	kinky
kinkyer	=	kinky
kinkyere	=	kinky
kinkyers	=	kinky
kinkyst	=	kinky
kinkyste	=	kinky
kinnebak	noun	onderkaak en wang
kinnebakje	=	kinnebak
kinnebakjes	=	kinnebak
kinnebakken	=	kinnebak
kinnem	noun	ongedierte, luizen
kinnen	=	kin
kinnesinne	noun	jaloezie, afgunst
kinnetje	=	kin
kinnetjes	=	kin
kinot	=	kina
kinsena	noun	termijn van een halve maand (15 dagen) waarover men loon betaalt
kinsena's	=	kinsena
kinshasaas	adj	op Kinshasa betrekking hebbend
kinshasase	=	kinshasaas
kioea	noun	Chaetoptila angustipluma een vogel uit de familie Mohoidae waarvan alle soorten zijn uitgestorven
kioea's	=	kioea
kioeaatje	=	kioea
kioeaatjes	=	kioea
kiosk	noun	klein vrijstaand winkeltje waar men snoep, koffie, kranten en tijdschriften kan kopen
kiosken	=	kiosk
kioskje	=	kiosk
kioskjes	=	kiosk
kip	noun	gedomesticeerde vogel van het geslacht huishoen, Gallus gallus
kip-en-eiprobleem	noun	probleem waarbij van twee fenomenen moeilijk te bepalen is welk van beide oorzaak en welk gevolg is
kip-en-eiprobleempje	=	kip-en-eiprobleem
kip-en-eiprobleempjes	=	kip-en-eiprobleem
kip-en-eiproblemen	=	kip-en-eiprobleem
kipa	noun	kapje, kalotje (gedragen door religieuze mannen)
kipauto	noun|obsolete	wagen met een beweegbare laadbak die gebruikt wordt voor het vervoer van los materiaal zoals zand en aard
kipauto's	=	kipauto
kipautootje	=	kipauto
kipautootjes	=	kipauto
kipballetje	noun	een balletje van kippenvlees
kipballetjes	=	kipballetje
kipcorn	noun	langwerpige snack lijkend op de frikandel waarin kip verwerkt is
kipcorns	=	kipcorn
kipcorntje	=	kipcorn
kipcorntjes	=	kipcorn
kipengerekanarie	noun	Crithagra melanochroa een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
kipengerekanaries	=	kipengerekanarie
kipengerekanarietje	=	kipengerekanarie
kipengerekanarietjes	=	kipengerekanarie
kipfilet	noun	het vetarme en lichtverteerbare borstdeel van de kip. (kippenvlees zonder bot of vel)
kipfiletje	=	kipfilet
kipfiletjes	=	kipfilet
kipfilets	=	kipfilet
kipgerecht	noun	maaltijd met kippenvlees als belangrijkste ingrediënt
kipgerechten	=	kipgerecht
kipgerechtje	=	kipgerecht
kipgerechtjes	=	kipgerecht
kipje	=	kip
kipjes	=	kip
kipkap	noun	haksel van meestal varkensvlees, maar ook van andere dieren, van voornamelijk de kop, staart en de oren
kipkerriesalade	noun	broodbeleg met kip die met kerrie gekruid is als smaakbepalend ingrediënt
kipkerriesalades	=	kipkerriesalade
kipkroket	noun	kroket waarin kip is verwerkt
kipkroketje	=	kipkroket
kipkroketjes	=	kipkroket
kipkroketten	=	kipkroket
kiplekker	adj	je helemaal gezond en fit voelend, zeer wel
kiplekkerder	=	kiplekker
kiplekkerdere	=	kiplekker
kiplekkerders	=	kiplekker
kiplekkere	=	kiplekker
kiplekkers	=	kiplekker
kiplekkerst	=	kiplekker
kiplekkerste	=	kiplekker
kipnoedels	noun	gerecht met noedels en kip
kipnugget	noun	gefrituurde of gebakken snack samengesteld uit een pasta van fijn gemarineerd kippenvlees en kippenhuid (!) die wordt gehuld in beslag of broodkruimels
kipnuggets	=	kipnugget
kipoer	noun	verzoening
kipoeriem	=	kipoer
kipot	=	kipa
kippe	=	kip
kippe-ei	=	kippenei
kippen	=	kip
kippenbedrijf	noun	bedrijf waar men kippen houdt
kippenbedrijven	=	kippenbedrijf
kippenboer	noun	een boer die kippen houdt.
kippenboerderij	noun	agrarisch bedrijf waar men kippen houdt voor het vlees of de eieren
kippenboerderijen	=	kippenboerderij
kippenboeren	=	kippenboer
kippenboertje	=	kippenboer
kippenboertjes	=	kippenboer
kippenborst	noun	borst van een kip
kippenborsten	=	kippenborst
kippenborstje	=	kippenborst
kippenborstjes	=	kippenborst
kippenbouillon	noun	extract getrokken van kippenvlees en kippenbotten
kippenbouillonnetje	=	kippenbouillon
kippenbouillonnetjes	=	kippenbouillon
kippenbouillons	=	kippenbouillon
kippenbout	noun	vlees van een kippenpoot, bereid met het bot er nog aan, zodat het ook zonder bestek kan worden gegeten
kippenbouten	=	kippenbout
kippenboutje	=	kippenbout
kippenboutjes	=	kippenbout
kippenbril	noun	plastic of metalen plaatje dat op de snavel van een kip wordt bevestigd om het zicht recht naar voren te belemmeren
kippenbrillen	=	kippenbril
kippenbrilletje	=	kippenbril
kippenbrilletjes	=	kippenbril
kippend	=	kip
kippende	=	kip
kippendief	noun	iemand die kippen steelt
kippendiefje	=	kippendief
kippendiefjes	=	kippendief
kippendieven	=	kippendief
kippendrift	noun	Zenuwachtige haast (als van kippen wanneer er voer gestrooid wordt)
kippendrum	noun	het onderste gedeelte van de bout van de kip, voor bij buffetten of als borrelhapje
kippendrummetje	=	kippendrum
kippendrummetjes	=	kippendrum
kippendrums	=	kippendrum
kippenei	noun	het ei van een kip
kippeneieren	=	kippenei
kippeneindje	noun	een heel korte afstand
kippeneindjes	=	kippeneindje
kippeneitje	=	kippenei
kippeneitjes	=	kippenei
kippenfokkerij	noun	het fokken van kippen
kippenfokkerijen	=	kippenfokkerij
kippengaas	noun	zeskantsgaas gemaakt van dun verzint ijzerdraad (ongeveer 1 mm dik) met mazen van ongeveer 50 mm o.a. gebruikt voor het maken van een kippenren
kippengazen	=	kippengaas
kippenhok	noun	hok voor kippen
kippenhokje	=	kippenhok
kippenhokjes	=	kippenhok
kippenhokken	=	kippenhok
kippenkont	noun	het achterwerk van een kip
kippenkonten	=	kippenkont
kippenkontje	=	kippenkont
kippenkontjes	=	kippenkont
kippenkoorts	noun	bepaalde kippenziekte
kippenkraam	noun	een verkoopkraam of wagen op een weekmarkt, braderie of evenement waar je verse en warme kipproducten koopt
kippenkraampje	=	kippenkraam
kippenkraampjes	=	kippenkraam
kippenkramen	=	kippenkraam
kippenlever	noun	orgaan dat een grote rol speelt in de stofwisseling van een hoen, Gallus gallus
kippenlevers	=	kippenlever
kippenlevertje	=	kippenlever
kippenlevertjes	=	kippenlever
kippenluis	noun	Menacanthus stramineus een ongevleugeld, zeer klein insect uit de familie Menoponidae en is vooral bekend door de parasiterende levenswijze op pluimvee.
kippenluisje	=	kippenluis
kippenluisjes	=	kippenluis
kippenluizen	=	kippenluis
kippennest	noun	de plaats waar kippen hun eieren leggen; het ondiepe gat in de grond waar kippen hun eieren in leggen
kippennesten	=	kippennest
kippenneuker	noun	afschuwelijk of pietluttig persoon
kippenneukers	=	kippenneuker
kippenneukertje	=	kippenneuker
kippenneukertjes	=	kippenneuker
kippenpoep	noun	poep van kippen
kippenpoepen	=	kippenpoep
kippenpoepje	=	kippenpoep
kippenpoepjes	=	kippenpoep
kippenpoot	noun	poot van een kip, m.n. de botjes met het vlees als vleesgerecht
kippenpootje	=	kippenpoot
kippenpootjes	=	kippenpoot
kippenpoten	=	kippenpoot
kippenragout	noun	ragout gemaakt met in stukjes gesneden kippenvlees
kippenragoutje	=	kippenragout
kippenragoutjes	=	kippenragout
kippenragouts	=	kippenragout
kippenren	noun	afgesloten loopplaats voor kippen, meestal direct naast het nachthok (kippenhok)
kippenrennen	=	kippenren
kippenrennetje	=	kippenren
kippenrennetjes	=	kippenren
kippensateetje	=	kippensaté
kippensateetjes	=	kippensaté
kippensaté	noun	vleesgerecht bestaande uit stukjes geroosterd kippenvlees die op een stokje zijn geprikt
kippensatés	=	kippensaté
kippenslang	noun	Spilotes pullatus een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
kippenslangen	=	kippenslang
kippenslangetje	=	kippenslang
kippenslangetjes	=	kippenslang
kippensoep	noun	kippenbouillon (getrokken van kippenvlees), al dan niet met stukjes kip erin
kippensoepen	=	kippensoep
kippensoepje	=	kippensoep
kippensoepjes	=	kippensoep
kippenspeelgoed	noun	objecten en activiteiten die bedoeld zijn om kippen mentaal en fysiek te stimuleren
kippenstal	noun	gebouw waarin men kippen houdt
kippenstallen	=	kippenstal
kippenvel	noun	het verschijnsel waarbij als gevolg van kou, afgrijzen of schrik de huid er uit ziet als die van een geplukte kip
kippenvelfinale	noun	een finale die zo mooi/sterk is dat ze kippenvel oplevert
kippenvelfinales	=	kippenvelfinale
kippenvelfinaletje	=	kippenvelfinale
kippenvelfinaletjes	=	kippenvelfinale
kippenvellen	=	kippenvel
kippenvelletje	=	kippenvel
kippenvelmoment	noun	moment waarop men een dusdanige sensatie ervaart dat men kippenvel krijgt
kippenvelmomenten	=	kippenvelmoment
kippenvelmomentje	=	kippenvelmoment
kippenvelmomentjes	=	kippenvelmoment
kippenvet	noun	vet van een kip, vet dat vrijkomt als men een kip braadt of grilt
kippenvlees	noun	het vlees van een kip
kippenvleesbacterie	noun	bacterie die vooral op kippenvlees voorkomt (ESBL en salmonella)
kippenvleesbacterietje	=	kippenvleesbacterie
kippenvleesbacterietjes	=	kippenvleesbacterie
kippenvleesbacteriën	=	kippenvleesbacterie
kippenvoeder	=	kippenvoer
kippenvoer	noun	voer speciaal geschikt voor kippen
kippenzaak	noun	een slager die gespecialiseerd is in gevogelte en wild, zoals kip
kippenzaakje	=	kippenzaak
kippenzaakjes	=	kippenzaak
kippenzaken	=	kippenzaak
kipper	noun	gefileerde haring die gezouten en gerookt is
kipperagoût	=	kippenragout
kippers	=	kipper
kippetje	=	kip
kippetjes	=	kip
kippetjespraat	noun|informal	niet-zinvol gepraat
kippetjespraatje	=	kippetjespraat
kippetjespraatjes	=	kippetjespraat
kippevel	=	kippenvel
kippeëi	=	kippenei
kippig	adj	iemand die kippig is, is bijziend
kippige	=	kippig
kippiger	=	kippig
kippigere	=	kippig
kippigers	=	kippig
kippigs	=	kippig
kippigst	=	kippig
kippigste	=	kippig
kippoer	noun	verzoening
kipptoestel	noun	een toestel bestaande uit drie vaten boven elkaar, waarmee naar believen met een chemische reactie een hoeveelheid gas gegenereerd kan worden
kipptoestellen	=	kipptoestel
kipptoestelletje	=	kipptoestel
kipptoestelletjes	=	kipptoestel
kipsalade	noun	een salade met kip
kipsalades	=	kipsalade
kipsateetje	=	kipsaté
kipsateetjes	=	kipsaté
kipsaté	noun	saté gemaakt van kippenvlees
kipsatés	=	kipsaté
kipschnitzel	noun	schnitzel gemaakt van kippenvlees
kipschnitzels	=	kipschnitzel
kipt	=	kip
kipte	=	kip
kipten	=	kip
kipvidé	noun	pasteitje gevuld met ragout van kippenvlees
kipvidés	=	kipvidé
kipwagen	noun	kar of motorvoertuig waarvan men de laadbak kan kantelen om de lading te lossen
kipwagens	=	kipwagen
kipwagentje	=	kipwagen
kipwagentjes	=	kipwagen
kipziekte	noun	ziekte waarbij organen zoals zenuwbanen, ogen, huid en ingewanden van de kip worden aangetast
kir	noun	een mengsel van een bourgogne Aligoté met een scheutje Crème de cassis
kirde	=	kirren
kirden	=	kirren
kirgies	noun	een inwoner van Kirgistan, of iemand afkomstig uit Kirgistan
kirgiezen	=	kirgies
kirgiezenspar	noun	Picea schrenkiana een naaldboom uit de familie der dennen (Pinaceae).
kirgiezensparren	=	kirgiezenspar
kirgiezensparretje	=	kirgiezenspar
kirgiezensparretjes	=	kirgiezenspar
kirgizisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Kirgizië
kirgizische	noun	een vrouwelijke inwoner van Kirgistan, of een vrouw afkomstig uit Kirgistan
kirgizischen	=	kirgizische
kirgizischer	=	kirgizisch
kirgizischere	=	kirgizisch
kirgizischers	=	kirgizisch
kirgizischt	=	kirgizisch
kirgizischtalig	adj	de Kirgizische taal sprekend
kirgizischtalige	=	kirgizischtalig
kirgizischtaligs	=	kirgizischtalig
kirgizischte	=	kirgizisch
kiribatisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Kiribati
kiribatische	noun	een vrouwelijke inwoner van Kiribati, of een vrouw afkomstig uit Kiribati
kiribatischen	=	kiribatische
kiribatischer	=	kiribatisch
kiribatischere	=	kiribatisch
kiribatischers	=	kiribatisch
kiribatiër	noun	een inwoner van Kiribati, of iemand afkomstig uit Kiribati
kiribatiërs	=	kiribatiër
kiritikazanger	noun	Thamnornis chloropetoides een zangvogel uit de familie Bernieridae.
kiritikazangers	=	kiritikazanger
kiritikazangertje	=	kiritikazanger
kiritikazangertjes	=	kiritikazanger
kirre	=	kirren
kirren	verb	het geluid van duiven maken
kirrend	adj	tevreden lachend
kirrende	=	kirren
kirrender	=	kirrend
kirrendere	=	kirrend
kirrenders	=	kirrend
kirrends	=	kirrend
kirrendst	=	kirrend
kirrendste	=	kirrend
kirs	=	kir
kirsch	noun	een alcoholische drank die bereid wordt door gegist kersensap te destilleren
kirschen	=	kirsch
kirschje	=	kirsch
kirschjes	=	kirsch
kirt	=	kirren
kirunditalig	adj	Kirundi sprekend
kirunditalige	=	kirunditalig
kirunditaligs	=	kirunditalig
kis	=	kissen
kishumikan	noun	Citrus kinokuni een 2,5 tot 4,5 cm grote citrusvrucht, die afkomstig is uit de provincie Jiangxi in Zuid-China.
kisjke	noun	kippenmaag
kisjkes	=	kisjke
kiskas	=	kiskassen
kiskasse	=	kiskassen
kiskassen	verb	keilen met platte steentjes over het wateroppervlak
kiskassend	=	kiskassen
kiskassende	=	kiskassen
kiskast	=	kiskassen
kiskaste	=	kiskassen
kiskasten	=	kiskassen
kislev	noun	negende maand van het joodse jaar, in november-december (Zach. 7:1, Neh. 1:1); derde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
kislew	noun	negende maand van het joodse jaar, in november-december (Zach. 7:1, Neh. 1:1); derde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
kismet	noun	het onvermijdelijke van bepaalde gebeurtenissen volgens de islamitische leer
kiss-and-gozone	noun	gebied bij de ingang van een school bestemd om leerlingen vlot te kunnen afzetten of ophalen met een auto en te voorkomen dat grote aantallen stilstaande auto's tot overlast of gevaarlijke situaties leiden; soms ook wel gebruikt voor een kiss-and-ride
kiss-and-gozones	=	kiss-and-gozone
kiss-and-ride	noun	stopplaats voor auto's dicht bij een station, bestemd voor het snel afzetten of ophalen van treinreizigers, of een vergelijkbare parkeerplaats bij een andere bestemming waar veel bezoekers met de auto gehaald en gebracht worden en het dus wenselijk is dat dit verkeer blijft doorstromen
kiss-and-rides	=	kiss-and-ride
kisse	=	kissen
kissebis	=	kissebissen
kissebisse	=	kissebissen
kissebissen	verb	langdurig een twistgeprek voeren
kissebissend	=	kissebissen
kissebissende	=	kissebissen
kissebist	=	kissebissen
kissebiste	=	kissebissen
kissebisten	=	kissebissen
kissen	verb	braden of bakken
kissend	=	kissen
kissende	=	kissen
kisserlederkop	noun	Philemon kisserensis een zangvogel uit de familie van de honingeters.
kisserlederkopje	=	kisserlederkop
kisserlederkopjes	=	kisserlederkop
kisserlederkoppen	=	kisserlederkop
kist	noun	vrij grote stevige rechthoekige doos voor opslag of vervoer van losse goederen
kistdam	noun	tijdelijke dam die men gebruikt bij hoogwater
kistdammen	=	kistdam
kistdammetje	=	kistdam
kiste	=	kissen
kisten	verb	een kisting of kist maken
kistend	=	kisten
kistende	=	kisten
kistenmaker	noun	persoon die kasten maakt
kistenmakerij	noun	het maken van kisten
kistenmakerijen	=	kistenmakerij
kistenmakerijtje	=	kistenmakerij
kistenmakerijtjes	=	kistenmakerij
kistenmakers	=	kistenmaker
kisting	noun	het een lijk in een lijkkist stoppen
kistingen	=	kisting
kistje	=	kist
kistjes	=	kist
kistkalf	noun|obsolete	kalf dat men vetmestte met volle melk in het donker in een klein hok, sinds 2004 is deze manier van dierhouderij verboden
kistkalveren	=	kistkalf
kistte	=	kisten
kistten	=	kisten
kistwerk	noun	muurwerk van evenwijdige wanden, opgevuld met mortel en breuksteen
kistwerken	=	kistwerk
kit	noun	/ en verzamelnaam voor dikvloeibare materialen, gebruikt voor verlijming of afdichting
kitchenette	noun	minikeuken
kitchenettes	=	kitchenette
kite	noun	grote matrasvormige met twee lijnen bestuurbare vlieger, waaraan men zich laat voorttrekken
kiteboard	noun	surfplank die door een vlieger wordt voortgetrokken
kiteboarder	noun	iemand die kitesurft, kitesurfer, kiteboarder
kiteboarders	=	kiteboarder
kiteboardertje	=	kiteboarder
kiteboardertjes	=	kiteboarder
kiteboards	=	kiteboard
kiteje	=	kite
kitejes	=	kite
kitel	noun	doodskleed
kitels	=	kitel
kiter	noun	iemand die kitesurft, kitesurfer, kiteboarder
kiters	=	kiter
kitertje	=	kiter
kitertjes	=	kiter
kites	=	kite
kitesurf	=	kitesurfen
kitesurfde	=	kitesurfen
kitesurfden	=	kitesurfen
kitesurfe	=	kitesurfen
kitesurfen	verb	genoemde sport beoefenen	noun	surfen op een speciaal surfboard, waarbij men wordt voortgetrokken door een kite (= vlieger)
kitesurfend	=	kitesurfen
kitesurfende	=	kitesurfen
kitesurfer	noun	iemand die kitesurft, kiter, kiteboarder
kitesurfers	=	kitesurfer
kitesurfertje	=	kitesurfer
kitesurfertjes	=	kitesurfer
kitesurft	=	kitesurfen
kitesurfte	=	kitesurfen
kitesurften	=	kitesurfen
kitje	=	kit
kitjes	=	kit
kits	noun	een zeiljacht met twee langsgetuigde masten, waarbij de achterste ruim voor de positie van het roer is geplaatst	adj	in orde, goed, prettig
kitsch	noun	schijnkunst die niet aanslaat met veel versieringen en/of de verkeerde materialen waarvan de meeste mensen denken dat het wansmaak is
kitscherig	adj	lijkend op/gelijk aan kitsch
kitscherige	=	kitscherig
kitscheriger	=	kitscherig
kitscherigere	=	kitscherig
kitscherigers	=	kitscherig
kitscherigs	=	kitscherig
kitscherigst	=	kitscherig
kitscherigste	=	kitscherig
kitsen	=	kits
kitsje	=	kits
kitsjes	=	kits
kitsoer	noun	verkorting
kitsoeriem	=	kitsoer
kitte	=	kitten
kittel	=	kittelen
kittelaar	noun	uiterst gevoelig gedeelte van het uitwendig geslachtsorgaan van de vrouw dat zich direct boven de vaginaopening bevindt, clitoris
kittelaars	=	kittelaar
kittelaartje	=	kittelaar
kittelaartjes	=	kittelaar
kittelachtig	adj	geneigd zijn tot kittelen
kittelachtige	=	kittelachtig
kittelachtiger	=	kittelachtig
kittelachtigere	=	kittelachtig
kittelachtigers	=	kittelachtig
kittelachtigs	=	kittelachtig
kittelachtigst	=	kittelachtig
kittelachtigste	=	kittelachtig
kittelbloem	noun	Clitoria ternatea een plant uit de vlinderbloemenfamilie.
kittelbloemen	=	kittelbloem
kittelbloemetje	=	kittelbloem
kittelbloemetjes	=	kittelbloem
kittelbloempje	=	kittelbloem
kittelbloempjes	=	kittelbloem
kittelde	=	kittelen
kittelden	=	kittelen
kittele	=	kittelen
kittelen	verb	aangenaam prikkelen
kittelend	=	kittelen
kittelende	=	kittelen
kittelig	adj	graag gestreeld worden
kittelige	=	kittelig
kitteliger	=	kittelig
kitteligere	=	kittelig
kitteligers	=	kittelig
kitteligs	=	kittelig
kitteligst	=	kittelig
kitteligste	=	kittelig
kittelorig	adj	lichtgeraakt, prikkelbaar
kittelorige	=	kittelorig
kitteloriger	=	kittelorig
kittelorigere	=	kittelorig
kittelorigers	=	kittelorig
kittelorigs	=	kittelorig
kittelorigst	=	kittelorig
kittelorigste	=	kittelorig
kittelt	=	kittelen
kitten	noun	pas geboren kat
kittend	=	kitten
kittende	=	kitten
kittenfishing	noun	het zich mooier, rijker, slimmer presenteren op een datingsite dan men werkelijk is; een milde vorm van catfishing
kittens	=	kitten
kittentje	=	kitten
kittentjes	=	kitten
kittig	adj	van een meisje (en ook wel van een paard) dat ze bijdehand, speels en vurig is
kittige	=	kittig
kittiger	=	kittig
kittigere	=	kittig
kittigers	=	kittig
kittigs	=	kittig
kittigst	=	kittig
kittigste	=	kittig
kitvos	noun	een klein soort vos Vulpes velox uit de prairies van Noord-Amerika.
kitvosje	=	kitvos
kitvosjes	=	kitvos
kitvossen	=	kitvos
kiut	adj	schattig, beeldig
kivu-apalis	noun	Apalis personata een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
kivu-apalisje	=	kivu-apalis
kivu-apalisjes	=	kivu-apalis
kivu-apalissen	=	kivu-apalis
kiwi	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Apteryx, die voorkomen in Nieuw-Zeeland
kiwi's	noun	Apterygiformes een orde van loopvogels die van nature alleen voorkomen in Nieuw-Zeeland.
kiwi-ijs	noun	ijs met kiwismaak die hopelijk afkomstig is van kiwi's
kiwi-ijsje	=	kiwi-ijs
kiwi-ijsjes	=	kiwi-ijs
kiwietje	=	kiwi
kiwietjes	=	kiwi
kiwifamilie	noun	een familie Actinidiaceae van tweezaadlobbige planten.
kiwifamilies	=	kiwifamilie
kiwifamilietje	=	kiwifamilie
kiwifamilietjes	=	kiwifamilie
kiwischil	noun	schil van een kiwi
kiwischillen	=	kiwischil
kiwischilletje	=	kiwischil
kiwischilletjes	=	kiwischil
kiwiyoghurt	noun	yoghurt met kiwivruchtenpulp
kiwiyoghurts	=	kiwiyoghurt
kiyu	noun	een van de graden bij judo
kiyu's	=	kiyu
kizukispecht	noun	Yungipicus kizuki een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
kizukispechten	=	kizukispecht
kizukispechtje	=	kizukispecht
kizukispechtjes	=	kizukispecht
kj	=	kalenderjaar
kk	=	kanker
klaaf	noun	halshout om vee mee vast te binden
klaag	=	klagen
klaagde	=	klagen
klaagden	=	klagen
klaagdicht	noun	een gedicht dat uiting geeft aan verdriet
klaagdichten	=	klaagdicht
klaagfeminisme	noun	zeurderig feminisme, vervuld van mannenhaat
klaaggraszanger	noun	Cisticola guinea een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
klaaggraszangers	=	klaaggraszanger
klaaggraszangertje	=	klaaggraszanger
klaaggraszangertjes	=	klaaggraszanger
klaaghuis	noun	een huis waar men rouwt
klaaghuizen	=	klaaghuis
klaaglied	noun	treurig lied waarin het beklag gedaan wordt over een situatie of waar geklaagd wordt over het verlies van een beminde
klaagliederen	=	klaaglied
klaagliedje	=	klaaglied
klaagliedjes	=	klaaglied
klaaglijk	adj	van een persoon dat deze (te) veel klaagt
klaaglijke	=	klaaglijk
klaaglijker	=	klaaglijk
klaaglijkere	=	klaaglijk
klaaglijkers	=	klaaglijk
klaaglijks	=	klaaglijk
klaaglijkst	=	klaaglijk
klaaglijkste	=	klaaglijk
klaagmuren	=	klaagmuur
klaagmuur	noun|figurative	persoon of plaats waarbij veel mensen hun klachten kunnen uiten
klaagschrift	noun	geschrift waarin een klacht formeel tot uiting wordt gebracht
klaagschriften	=	klaagschrift
klaagstem	noun	een geluid dat mensen maken als ze aangeven dat ze helemaal niet blij zijn; klagende stem
klaagstemmen	=	klaagstem
klaagstemmetje	=	klaagstem
klaagstemmetjes	=	klaagstem
klaagster	noun	een vrouw die veel en misschien wel altijd klaagt
klaagsters	=	klaagster
klaagt	=	klagen
klaagtonen	=	klaagtoon
klaagtoon	noun	klagende toon
klaagtoontje	=	klaagtoon
klaagtoontjes	=	klaagtoon
klaagvrouw	noun	vrouw die, tegen betaling, jammert als iemand is overleden
klaagvrouwen	=	klaagvrouw
klaagvrouwtje	=	klaagvrouw
klaagvrouwtjes	=	klaagvrouw
klaagzang	noun	een klagend gezongen lied of gesproken woord
klaagzangen	=	klaagzang
klaagzangetje	=	klaagzang
klaagziek	adj	met een bijna ziekelijke neiging tot klagen en dat vaak zonder enige reden
klaagzieke	=	klaagziek
klaagzieker	=	klaagziek
klaagziekere	=	klaagziek
klaagziekers	=	klaagziek
klaagzieks	=	klaagziek
klaagziekst	=	klaagziek
klaagziekste	=	klaagziek
klaar	adj	in staat van gereedheid gebracht, gereed	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
klaar-over	noun	schoolbrigadier die schoolkinderen helpt bij het oversteken op punten met druk verkeer	intj	roep waarmee voornoemd verkeersbrigadier kinderen het sein geeft om een verkeersweg over te steken
klaar-overs	=	klaar-over
klaar-overtje	=	klaar-over
klaar-overtjes	=	klaar-over
klaarblijkelijk	adj	kennelijk.
klaarblijkelijke	=	klaarblijkelijk
klaarblijkelijker	=	klaarblijkelijk
klaarblijkelijkere	=	klaarblijkelijk
klaarblijkelijkers	=	klaarblijkelijk
klaarblijkelijkheden	=	klaarblijkelijkheid
klaarblijkelijkheid	noun	het klaarblijkelijk zijn
klaarblijkelijks	=	klaarblijkelijk
klaarblijkelijkst	=	klaarblijkelijk
klaarblijkelijkste	=	klaarblijkelijk
klaarde	=	klaren
klaarden	=	klaren
klaarder	=	klaar
klaardere	=	klaar
klaarders	=	klaar
klaargekomen	=	klaarkomen
klaargelegd	=	klaarleggen
klaargelegde	=	klaarleggen
klaargelegen	=	klaarliggen
klaargemaakt	=	klaarmaken
klaargemaakte	=	klaarmaken
klaargespeeld	=	klaarspelen
klaargespeelde	=	klaarspelen
klaargestaan	=	klaarstaan
klaargestoomd	=	klaarstomen
klaargestoomde	=	klaarstomen
klaargezet	=	klaarzetten
klaargezeten	=	klaarzitten
klaargezette	=	klaarzetten
klaarheid	noun	duidelijkheid, scherpheid
klaarhelder	adj	zonder wolken en stof
klaarheldere	=	klaarhelder
klaarhelders	=	klaarhelder
klaarkom	=	klaarkomen
klaarkome	=	klaarkomen
klaarkomen	verb	afgemaakt worden
klaarkomend	=	klaarkomen
klaarkomende	=	klaarkomen
klaarkomt	=	klaarkomen
klaarkwaamt	=	klaarkomen
klaarkwam	=	klaarkomen
klaarkwame	=	klaarkomen
klaarkwamen	=	klaarkomen
klaarlaagt	=	klaarliggen
klaarlag	=	klaarliggen
klaarlagen	=	klaarliggen
klaarleg	=	klaarleggen
klaarlegde	=	klaarleggen
klaarlegden	=	klaarleggen
klaarlegge	=	klaarleggen
klaarleggen	verb	iets zo leggen dat het gereed is voor gebruik of het meenemen ervan
klaarleggend	=	klaarleggen
klaarleggende	=	klaarleggen
klaarlegt	=	klaarleggen
klaarlicht	adj	als het helder licht is (en dan dingen doen die 'het daglicht niet kunnen verdragen')
klaarlichte	=	klaarlicht
klaarlichts	=	klaarlicht
klaarlig	=	klaarliggen
klaarligge	=	klaarliggen
klaarliggen	verb	gereed liggen voor gebruik of verwerking
klaarliggend	=	klaarliggen
klaarliggende	=	klaarliggen
klaarligt	=	klaarliggen
klaarlijk	adj	van iets dat het absoluut zeker en vanzelfsprekend is
klaarlijke	=	klaarlijk
klaarlijker	=	klaarlijk
klaarlijkere	=	klaarlijk
klaarlijkers	=	klaarlijk
klaarlijks	=	klaarlijk
klaarlijkst	=	klaarlijk
klaarlijkste	=	klaarlijk
klaarmaak	=	klaarmaken
klaarmaakt	=	klaarmaken
klaarmaakte	=	klaarmaken
klaarmaakten	=	klaarmaken
klaarmake	=	klaarmaken
klaarmaken	verb	voorbereiden
klaarmakend	=	klaarmaken
klaarmakende	=	klaarmaken
klaars	=	klaar
klaarspeel	=	klaarspelen
klaarspeelde	=	klaarspelen
klaarspeelden	=	klaarspelen
klaarspeelt	=	klaarspelen
klaarspele	=	klaarspelen
klaarspelen	verb	iets moeilijks in orde of ten einde brengen
klaarspelend	=	klaarspelen
klaarspelende	=	klaarspelen
klaarst	=	klaar
klaarsta	=	klaarstaan
klaarstaan	verb	gereed voor gebruik staan
klaarstaand	=	klaarstaan
klaarstaat	=	klaarstaan
klaarste	=	klaar
klaarstome	=	klaarstomen
klaarstomen	verb	iemand in versneld tempo trachten op iets voor te bereiden
klaarstomend	=	klaarstomen
klaarstomende	=	klaarstomen
klaarstond	=	klaarstaan
klaarstonde	=	klaarstaan
klaarstonden	=	klaarstaan
klaarstondt	=	klaarstaan
klaarstoom	=	klaarstomen
klaarstoomde	=	klaarstomen
klaarstoomden	=	klaarstomen
klaarstoomt	=	klaarstomen
klaart	=	klaren
klaarte	noun	helderheid, duidelijkheid, ondubbelzinnigheid
klaarten	=	klaarte
klaartes	=	klaarte
klaarwakker	adj	helemaal wakker, helder wakker, zonder enige slaperigheid
klaarwakkere	=	klaarwakker
klaarwakkers	=	klaarwakker
klaarzat	=	klaarzitten
klaarzaten	=	klaarzitten
klaarzet	=	klaarzetten
klaarzette	=	klaarzetten
klaarzetten	verb	iets ergens gereed voor gebruik neerzetten
klaarzettend	=	klaarzetten
klaarzettende	=	klaarzetten
klaarziend	adj	scherpzinnig
klaarziende	=	klaarziend
klaarziender	=	klaarziend
klaarziendere	=	klaarziend
klaarzienders	=	klaarziend
klaarziends	=	klaarziend
klaarziendst	=	klaarziend
klaarziendste	=	klaarziend
klaarzit	=	klaarzitten
klaarzitte	=	klaarzitten
klaarzitten	verb	gereed zitten of zijn voor verwerking
klaarzittend	=	klaarzitten
klaarzittende	=	klaarzitten
klaas	noun	manspersoon in het algemeen
klaasje	=	klaas
klaasjes	=	klaas
klabak	noun	smeris, juut, politieagent
klabakje	=	klabak
klabakken	=	klabak
klacht	noun	een aanklacht
klachtbehandeling	noun	het gestructureerde proces waarin een organisatie of overheid binnenkomende klachten over geleverde zorg, producten of gedragingen opvangt, onderzoekt en afhandelt.
klachtbehandelingen	=	klachtbehandeling
klachtbehandelingetje	=	klachtbehandeling
klachtbehandelingetjes	=	klachtbehandeling
klachtbrief	noun	een brief waarin je een of meer zaken noemt waar je niet tevreden over bent
klachtbriefje	=	klachtbrief
klachtbriefjes	=	klachtbrief
klachtbrieven	=	klachtbrief
klachtdelict	noun	strafbaar feit waarbij de verdachte pas vervolgd kan worden als het slachtoffer van het delict heeft aangegeven strafrechtelijke vervolging te wensen
klachtdelicten	=	klachtdelict
klachten	=	klacht
klachtenbehandeling	noun	het gestructureerde proces waarin een organisatie of overheid binnenkomende klachten over geleverde zorg, producten of gedragingen opvangt, onderzoekt en afhandelt.
klachtenbehandelingen	=	klachtenbehandeling
klachtenbehandelingetje	=	klachtenbehandeling
klachtenbehandelingetjes	=	klachtenbehandeling
klachtenboek	noun	een boek waarin je ontevredenheid kunt vastleggen over de dienstverlening of behandeling binnen een organisatie of instelling.
klachtenboeken	=	klachtenboek
klachtenboekje	=	klachtenboek
klachtenboekjes	=	klachtenboek
klachtenbrief	noun	een brief waarin je een of meer zaken noemt waar je niet tevreden over bent
klachtenbriefje	=	klachtenbrief
klachtenbriefjes	=	klachtenbrief
klachtenbrieven	=	klachtenbrief
klachtenbureau	noun	bureau waar klanten van een organisatie kunnen aangeven dat ze niet tevreden zijn over de organisatie en waar geprobeerd wordt in onderling overleg een oplossing voor het probleem te vinden
klachtenbureaus	=	klachtenbureau
klachtencommissie	noun	groep officieel aangestelde mensen die bezwaren van mensen beoordelen
klachtencommissies	=	klachtencommissie
klachtenformulier	noun	stuk papier met voorbedrukte vragen waarmee men kan aangeven welke bezwaren heeft op bepaalde zaken of bepaald gedrag
klachtenformulieren	=	klachtenformulier
klachtenformuliertje	=	klachtenformulier
klachtenformuliertjes	=	klachtenformulier
klachteninstituten	=	klachteninstituut
klachteninstituut	noun	instituut dat klachten en misstanden onafhankelijk onderzoekt
klachtenlijn	noun	telefoonnummer dat men kan bellen als men bezwaren heeft over bepaalde zaken
klachtenlijnen	=	klachtenlijn
klachtenloket	noun	plaats waar men zijn bezwaren kenbaar kan maken
klachtenloketje	=	klachtenloket
klachtenloketjes	=	klachtenloket
klachtenloketten	=	klachtenloket
klachtenprocedure	noun	methodiek hoe men omgaat met klachten
klachtenprocedures	=	klachtenprocedure
klachtenregeling	noun	methodiek hoe men omgaat met klachten
klachtenregelingen	=	klachtenregeling
klachtenregen	noun	een zeer grote hoeveelheid kritiek
klachtenregens	=	klachtenregen
klachtje	=	klacht
klachtjes	=	klacht
klachtvereiste	noun	eis dat een klacht ingediend is, als voorwaarde voor vervolging
klachtvereisten	=	klachtvereiste
klad	noun	stukje dat van een wat vloeibaar geheel is losgeraakt, ook als het na verloop van tijd is opgedroogd; vooral gebruikt als het zit op een oppervlak waar dat ongewenst is
kladblaadje	noun	goedkoop stuk papier om snel aantekeningen of schetsen op te maken
kladblaadjes	=	kladblad
kladblad	noun	vel papier met voorlopige schetsen of aantekeningen
kladbladen	=	kladblad
kladblok	noun	een blok met kladpapier
kladblokje	=	kladblok
kladblokjes	=	kladblok
kladblokken	=	kladblok
kladboek	noun	een aantekenboek
kladboeken	=	kladboek
kladboekje	=	kladboek
kladboekjes	=	kladboek
kladde	=	kladden
kladden	verb	knoeien, vlekken maken
kladdend	=	kladden
kladdende	=	kladden
kladder	=	kladderen
kladderadatsch	noun	plotselinge maatschappelijke verstoring en/of ineenstorting, waarbij de gebruikelijke normen en waarden veelal niet meer gelden
kladderde	=	kladderen
kladderden	=	kladderen
kladdere	=	kladderen
kladderen	verb	slecht of onverzorgd schrijven
kladderend	=	kladderen
kladderende	=	kladderen
kladderig	adj	vol met kladden
kladderige	=	kladderig
kladderiger	=	kladderig
kladderigere	=	kladderig
kladderigers	=	kladderig
kladderigs	=	kladderig
kladderigst	=	kladderig
kladderigste	=	kladderig
kladderij	noun	iets wat op een slordige manier is gemaakt, bijv. slordig geschilderd of geschreven
kladderijen	=	kladderij
kladdert	=	kladderen
klade	noun	een groep bestaande uit alle soorten die afstammen van een bepaalde gemeenschappelijke evolutionaire voorouder
kladen	=	klade
kladje	=	klad
kladjes	=	klad
kladkasboek	noun	kasboek, waarin de ontvangsten en uitgaven het eerst aangetekend worden, zodra ze plaats hebben, teneinde ze later over te boeken in het netkasboek
kladkasboeken	=	kladkasboek
kladkasboekje	=	kladkasboek
kladkasboekjes	=	kladkasboek
kladpapier	noun	minderwaardig soort papier waarop je vluchtige aantekeningen kunt maken
kladpapieren	=	kladpapier
kladpapiertje	=	kladpapier
kladpapiertjes	=	kladpapier
kladt	=	kladden
kladversie	noun	een voorlopige, eerste, ruwe, ongecorrigeerde versie van een tekst die later nog in het net moet worden overgeschreven
kladversies	=	kladversie
kladwerk	noun	werk dat (nog) niet goed en netje is gemaakt
kladwerken	=	kladwerk
kladwerkje	=	kladwerk
kladwerkjes	=	kladwerk
klaft	noun	vinger, meestal alleen in meervoud gebruikt
klafte	noun	scheldnaam voor een vrouw
klaften	=	klaft
klaftes	=	klafte
klaftje	=	klaft
klaftjes	=	klaft
klage	=	klagen
klagelijk	adj	op een manier die uiting geeft aan je verdriet en droevenis
klagelijke	=	klagelijk
klagelijker	=	klagelijk
klagelijkere	=	klagelijk
klagelijkers	=	klagelijk
klagelijks	=	klagelijk
klagelijkst	=	klagelijk
klagelijkste	=	klagelijk
klagen	verb	ongenoegen uiten
klagend	adj	bezig met het uiten van ongenoegen
klagende	=	klagen
klagender	=	klagend
klagendere	=	klagend
klagenders	=	klagend
klagends	=	klagend
klagendst	=	klagend
klagendste	=	klagend
klager	noun	iemand die klaagt
klagerig	adj	op een droevige, klagende toon
klagerige	=	klagerig
klageriger	=	klagerig
klagerigere	=	klagerig
klagerigers	=	klagerig
klagerigs	=	klagerig
klagerigst	=	klagerig
klagerigste	=	klagerig
klagers	=	klager
klagertje	=	klager
klagt	=	klacht
klak	noun	klikkend geluid, lager klinkend en langer durend dan een tik	intj	weergave van een klikkend geluid, lager klinkend en langer durend dan een tik
klakje	=	klak
klakjes	=	klak
klakke	=	klakken
klakkebus	noun	buis waarmee je een prop of een papieren pijltje kunt wegschieten door er met kracht lucht in te persen
klakkebussen	=	klakkebus
klakkeloos	adv	direct, zonder nadenken of te controleren, kritiekloos
klakken	verb	een plotseling luid geluid maken door twee zaken tegen elkaar te slaan, met name het slaan van de tong tegen het verhemelte of mondbodem
klakkend	=	klakken
klakkende	=	klakken
klakske	=	klak
klakt	=	klakken
klakte	=	klakken
klakten	=	klakken
klam	adj	een beetje vochtig aanvoelend
klamboe	noun	fijn net waaronder men slaapt om muggen buiten te houden
klamboes	=	klamboe
klamboetje	=	klamboe
klamheden	=	klamheid
klamheid	noun	het warm en vochtig zijn
klamme	=	klam
klammer	=	klam
klammere	=	klam
klammers	=	klam
klammig	adj	niet helemaal droog
klammige	=	klammig
klammiger	=	klammig
klammigere	=	klammig
klammigers	=	klammig
klammigs	=	klammig
klammigst	=	klammig
klammigste	=	klammig
klamp	noun	een plank of lat die haaks of schuin over andere is aangebracht, als deel van de constructie of als houvast voor hand of voet
klampe	=	klampen
klampen	verb	met een klamp vastmaken of verbinden
klampend	=	klampen
klampende	=	klampen
klamper	noun	benaming roofvogels die overdag jagen zoals sperwers, haviken en wouwen
klampers	=	klamper
klampje	=	klamp
klampjes	=	klamp
klampkever	noun	Dryops auriculatus een keversoort uit de familie ruighaarkevers (Dryopidae).
klampkevers	=	klampkever
klampkevertje	=	klampkever
klampkevertjes	=	klampkever
klampt	=	klampen
klampte	=	klampen
klampten	=	klampen
klams	=	klam
klamst	=	klam
klamste	=	klam
klander	=	kalander
klandizie	noun	de klanten van een winkel of bedrijf
klank	noun	in het algemeen wordt hiermee het totaal aan eigenschappen van een geluid aangeduid
klank-en-lichtspel	noun	son et lumière
klankanalyse	noun	het ontleden van klanken in hun samenstellende delen
klankanalysen	=	klankanalyse
klankanalyses	=	klankanalyse
klankanalysetje	=	klankanalyse
klankanalysetjes	=	klankanalyse
klankassociatie	noun	min of meer onwillekeurige verbinding van bepaalde klanken in woorden of van gehele woorden met bepaalde voorstellingen, alleen op grond van die klank
klankassociaties	=	klankassociatie
klankbeeld	noun	registratie door middel van klanken, geluiden
klankbeelden	=	klankbeeld
klankbehandeling	noun	een therapeutische methode die geluidstrillingen van instrumenten zoals klankschalen, gongs en stemvorken gebruikt om diepe ontspanning te bevorderen, stress te verminderen en het zelfherstellend vermogen van lichaam en geest te stimuleren.
klankbehandelingen	=	klankbehandeling
klankbehandelingetje	=	klankbehandeling
klankbehandelingetjes	=	klankbehandeling
klankbeker	noun	het zich naar voren verwijdende gedeelte van de opening van sommige blaasinstrumenten
klankbekers	=	klankbeker
klankbekertje	=	klankbeker
klankbekertjes	=	klankbeker
klankbeweging	noun	lichamelijke beweging gericht op het voortbrengen van klanken
klankbewegingen	=	klankbeweging
klankbeweginkje	=	klankbeweging
klankbeweginkjes	=	klankbeweging
klankbodem	noun	klankbord
klankbodempje	=	klankbodem
klankbodempjes	=	klankbodem
klankbodems	=	klankbodem
klankbord	noun	paneel voor een luidspreker dat als functie heeft te voorkomen dat de druk voor en achter de conus meteen worden vereffend en waardoor dus een betere akoestische koppeling met de lucht optreedt
klankborden	=	klankbord
klankbordgroep	noun	groep mensen die als klankbord fungeert
klankbordgroepen	=	klankbordgroep
klankbordgroepje	=	klankbordgroep
klankbordgroepjes	=	klankbordgroep
klankbordje	=	klankbord
klankbordjes	=	klankbord
klankbron	noun	een plek waar geluid vandaan komt
klankbronnen	=	klankbron
klankbronnetje	=	klankbron
klankbronnetjes	=	klankbron
klankdemper	noun	voorwerp waarmee het geluid van blaas- en strijkinstrumenten gedempt wordt
klankdempers	=	klankdemper
klankdicht	noun	gedicht waarvan de woorden niets betekenen en waarbij dus alleen de klank ertoe doet
klankdichten	=	klankdicht
klankdichter	noun	iemand die klankdichten schrijft
klankdichters	=	klankdichter
klankdichtertje	=	klankdichter
klankdichtertjes	=	klankdichter
klankdichtje	=	klankdicht
klankdichtjes	=	klankdicht
klanken	=	klank
klankexpressie	noun	gevoelsuiting waarin de klank de drager van het gevoel is
klankexpressies	=	klankexpressie
klankfiguren	=	klankfiguur
klankfiguur	noun	elk van de figuren waarin zandkorrels e.d. zich plaatsen op een plaat die met een strijkstok tot klinken wordt gebracht
klankfiguurtje	=	klankfiguur
klankfiguurtjes	=	klankfiguur
klankgaatje	=	klankgat
klankgaatjes	=	klankgat
klankgat	noun	opening in een klankbodem
klankgaten	=	klankgat
klankgedicht	noun	gedicht waarbij niet de betekenis van de woorden maar de klank centraal staat
klankgedichten	=	klankgedicht
klankgedichtje	=	klankgedicht
klankgedichtjes	=	klankgedicht
klankholte	noun	een met lucht gevulde holte van een muziekinstrument die de klank versterkt door de resonantie die er in kan optreden
klankje	=	klank
klankjes	=	klank
klankkast	noun	lichaam van een viool, gitaar e.d
klankkasten	=	klankkast
klankkastje	=	klankkast
klankkastjes	=	klankkast
klankkleur	noun	het kenmerkende van een klank dat ontstaat door het aantal en de verhouding van de meeklinkende boventonen
klankkleuren	=	klankkleur
klankkleurtje	=	klankkleur
klankkleurtjes	=	klankkleur
klankleer	noun	onderdeel van de taalkunde dat de spraakklanken bestudeert
klankleren	=	klankleer
klanklieden	=	klankman
klankloos	adj	zonder klank
klankloost	=	klankloos
klanklooste	=	klankloos
klankloze	=	klankloos
klanklozer	=	klankloos
klanklozere	=	klankloos
klanklozers	=	klankloos
klanklui	=	klankman
klankman	noun	iemand die het geluid verzorgt
klankmannen	=	klankman
klankmeter	noun	meetinstrument waarmee de kracht van een stem of een geluid gemeten wordt
klankmeters	=	klankmeter
klankmetertje	=	klankmeter
klankmetertjes	=	klankmeter
klankmethode	noun	leesmethode waarbij de letters met hun natuurlijke klank worden benoemd
klankmethoden	=	klankmethode
klankmethodes	=	klankmethode
klankmethodetje	=	klankmethode
klankmethodetjes	=	klankmethode
klanknabootsend	adj	de klank van iets weergevend, vooral van woorden die door hun klank datgene wat zij benoemen suggereren
klanknabootsende	=	klanknabootsend
klanknabootsender	=	klanknabootsend
klanknabootsendere	=	klanknabootsend
klanknabootsenders	=	klanknabootsend
klanknabootsends	=	klanknabootsend
klanknabootsendst	=	klanknabootsend
klanknabootsendste	=	klanknabootsend
klanknabootsing	noun	het (proberen) een zelfde geluid te produceren
klanknabootsingen	=	klanknabootsing
klanknabootsingetje	=	klanknabootsing
klanknabootsinkje	=	klanknabootsing
klanknabootsinkjes	=	klanknabootsing
klankpot	noun	vazen van aardewerk die op hun kant werden verwerkt in de muren van middeleeuwse kerken om de weergave van de menselijke stem te verbeteren
klankpotten	=	klankpot
klankregisseur	noun	leidinggevende functionaris bij muziekopnamen in een studio e.d
klankregisseurs	=	klankregisseur
klankregisseurtje	=	klankregisseur
klankregisseurtjes	=	klankregisseur
klankrijk	adj	met een rijke volle klank
klankrijke	=	klankrijk
klankrijker	=	klankrijk
klankrijkere	=	klankrijk
klankrijkers	=	klankrijk
klankrijks	=	klankrijk
klankrijkst	=	klankrijk
klankrijkste	=	klankrijk
klankschaal	noun	groot (oorspronkelijk Tibetaans) bekkenvormig slaginstrument
klankschaaltje	=	klankschaal
klankschaaltjes	=	klankschaal
klankschalen	=	klankschaal
klankschap	noun	geheel van geluiden in een omgeving
klankschapje	=	klankschap
klankschapjes	=	klankschap
klankschappen	=	klankschap
klankschildering	noun	uitbeelding van een handeling of gevoel door het gebruik van expressieve klanken en woorden
klankschilderingen	=	klankschildering
klankschrift	noun	schrift waarvan de tekens klanken voorstellen
klankspoor	noun	het spoor van een registratieapparaat waar een klank wordt vastgelegd
klankspoortje	=	klankspoor
klankspoortjes	=	klankspoor
klanksporen	=	klankspoor
klanksteen	noun|obsolete	rots, bestaand uit een bepaald soort groengrijs uitvloeiingsgesteente
klankstelsel	noun	geheel van spraakklanken van een taal
klankstelsels	=	klankstelsel
klankstelseltje	=	klankstelsel
klankstelseltjes	=	klankstelsel
klankstenen	=	klanksteen
klanksymboliek	noun	het suggereren van op zichzelf geluidloze verschijnsels of van begrippen door klanken
klanksymbolieken	=	klanksymboliek
klanksysteem	noun	rangschikking van taalklanken volgens een bepaald schema
klanksysteempje	=	klanksysteem
klanksysteempjes	=	klanksysteem
klanksystemen	=	klanksysteem
klanktaal	noun	geheel van geluiden en klankkleuren dat karakteristiek is voor een componist of stijl
klanktaaltje	=	klanktaal
klanktaaltjes	=	klanktaal
klanktalen	=	klanktaal
klanktapijt	noun	geheel van nauw met elkaar verweven klanken
klanktapijten	=	klanktapijt
klanktapijtje	=	klanktapijt
klanktapijtjes	=	klanktapijt
klankverandering	noun	het verschijnsel dat een klank in een taal in de loop van de tijd vervangen wordt door een andere klank
klankveranderingen	=	klankverandering
klankveranderinkje	=	klankverandering
klankveranderinkjes	=	klankverandering
klankverhouding	noun	de relatie, het verschil of de balans tussen verschillende klanken in de fonologie of de muziek
klankverhoudingen	=	klankverhouding
klankverhoudinkje	=	klankverhouding
klankverhoudinkjes	=	klankverhouding
klankverschuiving	noun	het verschijnsel dat een klank in een taal vervangen wordt door een andere klank (vooral als dit regelmatig en in relatief korte tijd gebeurt)
klankverschuivingen	=	klankverschuiving
klankverschuivinkje	=	klankverschuiving
klankverschuivinkjes	=	klankverschuiving
klankvol	adj	met veel harmonische bijklanken
klankvolle	=	klankvol
klankvoller	=	klankvol
klankvollere	=	klankvol
klankvollers	=	klankvol
klankvols	=	klankvol
klankvolst	=	klankvol
klankvolste	=	klankvol
klankvolume	noun	sterkte van het geluid waarmee een zanger, een muziekinstrument, een orkest, de ruimte vult waarin wordt opgetreden
klankvolumen	=	klankvolume
klankvolumes	=	klankvolume
klankvorm	noun	kenmerkend patroon van geluiden
klankvormen	=	klankvorm
klankwet	noun	een bewering die wordt gedaan over een bepaalde klankontwikkeling in een taal onder bepaalde condities
klankwetje	=	klankwet
klankwetjes	=	klankwet
klankwetten	=	klankwet
klankwijziging	noun	taalkundig proces waarbij een klank in de loop van de tijd wordt vervangen door een andere klank, of verandert onder invloed van omliggende klanken.
klankwijzigingen	=	klankwijziging
klankwijzigingetje	=	klankwijziging
klankwijzigingetjes	=	klankwijziging
klant	noun	afnemer van een product of dienst van een leverancier
klantaccount	noun	een verzameling klantgegevens (persoonlijke gegevens, bankgegevens, bestelgeschiedenis, lopende bestellingen, verlanglijst) in het EDP-systeem van een bedrijf, die door het bedrijf en de klant kunnen worden bekeken en die door het bedrijf volledig en door de klant gedeeltelijk kunnen worden gewijzigd (bijv. de bankgegevens)
klantaccountje	=	klantaccount
klantaccountjes	=	klantaccount
klantaccounts	=	klantaccount
klante	=	klant
klanten	=	klant
klantenbasis	noun	de klanten van een bedrijf
klantenbeoordeling	noun	het waardeoordel dat een kant geeft over de geleverde diensten en producten
klantenbeoordelingen	=	klantenbeoordeling
klantenbestand	noun	database met gegevens over klanten en hun aankopen
klantenbestanden	=	klantenbestand
klantenbezoek	noun	persoonlijk contact met mensen die producten kopen van een bedrijf of organisatie
klantenbezoeken	=	klantenbezoek
klantenbinding	noun	maatregelen (anders dan het leveren van goede producten voor een goede prijs) die een bedrijf neemt om er voor te zorgen dat een klant producten blijft afnemen van dat bedrijf
klantenbindingen	=	klantenbinding
klantenbindinkje	=	klantenbinding
klantenbindinkjes	=	klantenbinding
klantencontact	noun	de keer dat men communiceert met mensen die producten afnemen van een bedrijf of organisatie
klantencontacten	=	klantencontact
klantendienst	noun	afdeling van een bedrijf of organisatie die als doel heeft problemen van klanten op te lossen
klantendiensten	=	klantendienst
klantengegeven	noun	een stukje informatie betreffende een klant
klantengegevens	=	klantengegeven
klantengegeventje	=	klantengegeven
klantengegeventjes	=	klantengegeven
klantenjacht	noun	het werven van klanten
klantenkaart	noun	een kaart waarmee je speciale kortingen kan krijgen in een winkel, maar waardoor de winkeleigenaar ook kan zien welke producten je koopt
klantenkaarten	=	klantenkaart
klantenkaartje	=	klantenkaart
klantenkring	noun	groep mensen die producten koopt in een bepaalde winkel of onderneming
klantenkringen	=	klantenkring
klantenmolen	noun	dat zich beperkt tot het malen van het graan dat het voor betaling in contanten of graan heeft ontvangen.
klantenmolens	=	klantenmolen
klantenpas	noun	een kaart waarmee de klant extra voordelen kan krijgen bij een winkel
klantenpasje	=	klantenpas
klantenpasjes	=	klantenpas
klantenpassen	=	klantenpas
klantenservice	noun	afdeling binnen een bedrijf dat problemen van klanten oplost
klantenservices	=	klantenservice
klantentevredenheid	noun	de positieve gevoelens van klanten t.o.v. de producten en de service van een bedrijf
klantenwerving	noun	de werving van nieuwe klanten
klantenwervingen	=	klantenwerving
klantgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een klant
klantgegevens	noun	data die men over klanten verzameld heeft
klantgegeventje	=	klantgegeven
klantgegeventjes	=	klantgegeven
klantgericht	adj	alles wat een bedrijf doet naar de klant toe.
klantgerichte	=	klantgericht
klantgerichter	=	klantgericht
klantgerichtere	=	klantgericht
klantgerichters	=	klantgericht
klantgerichtheid	noun	het gericht zijn op de belangen en wensen van de klant en daarna handelen
klantgerichts	=	klantgericht
klantgerichtst	=	klantgericht
klantgerichtste	=	klantgericht
klantje	=	klant
klantjes	=	klant
klantmanager	noun	intermediair tussen de klant en de organisatie die hij vertegenwoordigt (b.v. bij een bank iemand die een cliënt adviseert over geldbelegging en andere geldzaken)
klantmanagers	=	klantmanager
klantmanagertje	=	klantmanager
klantmanagertjes	=	klantmanager
klantnummer	noun	identificatienummer van een klant bij een bedrijf.
klantnummers	=	klantnummer
klantnummertje	=	klantnummer
klantnummertjes	=	klantnummer
klantonvriendelijk	adj	niet aardig voor de klanten, niet communicatief naar de klanten, geen aandacht hebben voor de klanten
klantonvriendelijke	=	klantonvriendelijk
klantonvriendelijker	=	klantonvriendelijk
klantonvriendelijkere	=	klantonvriendelijk
klantonvriendelijkers	=	klantonvriendelijk
klantonvriendelijks	=	klantonvriendelijk
klantonvriendelijkst	=	klantonvriendelijk
klantonvriendelijkste	=	klantonvriendelijk
klanttevredenheid	noun	de mate waarin de afnemers tevreden zijn over de geleverde producten of diensten
klantvriendelijk	adj	aardig voor de klanten
klantvriendelijke	=	klantvriendelijk
klantvriendelijker	=	klantvriendelijk
klantvriendelijkere	=	klantvriendelijk
klantvriendelijkers	=	klantvriendelijk
klantvriendelijkheden	=	klantvriendelijkheid
klantvriendelijkheid	noun	het geven van hoge prioriteit aan de behoeften van de klant
klantvriendelijks	=	klantvriendelijk
klantvriendelijkst	=	klantvriendelijk
klantvriendelijkste	=	klantvriendelijk
klap	noun	plotselinge, luidruchtige slag
klapband	noun	een luchtband die door een lek zeer plotseling, met een klap geheel leegloopt en waardoor het besturen van het voertuig plotseling heel moeilijk is
klapbanden	=	klapband
klapbes	noun	Ribes uva-crispa kruisbes
klapbessen	=	klapbes
klapbord	noun	een draagbaar, A-vormig reclamebord dat bedrijven buiten hun pand plaatsen
klapborden	=	klapbord
klapbordje	=	klapbord
klapbordjes	=	klapbord
klapbus	noun	proppenschieter: kinderspeeltuig waarmee men propjes kan wegschieten
klapbussen	=	klapbus
klapchi	noun	vuurwerk
klapchi's	=	klapchi
klapdak	noun	een opklapbaar dak van een auto
klapdaken	=	klapdak
klapdakje	=	klapdak
klapdakjes	=	klapdak
klapdeur	noun	een deur die naar binnen en naar buiten kan draaien en met een veer weer in de ruststand komt, een zelfsluitende deur
klapdeuren	=	klapdeur
klapdeurtje	=	klapdeur
klapdeurtjes	=	klapdeur
klapekster	noun	Lanius excubitor vogel ter grootte van een merel met een kenmerkende haaksnavel en zwart-grijs verenkleed uit de familie der klauwieren
klapeksters	=	klapekster
klapekstertje	=	klapekster
klapgelopen	=	klaplopen
klaphek	noun	een hek dat vanzelf dichtklapt als men erdoorheen is gegaan
klaphekje	=	klaphek
klaphekjes	=	klaphek
klaphekken	=	klaphek
klapje	=	klap
klapjes	=	klap
klapkauwgom	noun	kauwgum die men kan opblazen tot ballonnetjes, die men kan laten knappen bij verder opblazen
klapkauwgoms	=	klapkauwgom
klapkut	noun	vrouw
klapkutje	=	klapkut
klapkutjes	=	klapkut
klapkutten	=	klapkut
klapliep	=	klaplopen
klapliepen	=	klaplopen
klaplong	noun	een longziekte waarbij lucht aanwezig is in de borstholte buiten de longen
klaplongen	=	klaplong
klaplongetje	=	klaplong
klaplongetjes	=	klaplong
klaploop	verb	gebiedende wijs van klaplopen
klaploopt	=	klaplopen
klaploopte	=	klaplopen
klaploopten	=	klaplopen
klaplope	=	klaplopen
klaplopen	verb	werkschuw rondlopen, profiterend van anderen
klaplopend	=	klaplopen
klaplopende	=	klaplopen
klaploper	noun	iemand die profiteert van andermans goedheid
klaplopers	=	klaploper
klaplopertje	=	klaploper
klapluis	noun	politieagent
klapluizen	=	klapluis
klaplul	noun	man
klaplullen	=	klaplul
klaplulletje	=	klaplul
klaplulletjes	=	klaplul
klapmechanisme	noun	mechanisme waarmee iets kan omklappen
klapmechanismen	=	klapmechanisme
klapmechanismes	=	klapmechanisme
klapmuts	noun	bepaald soort zoogdier, Cystophora cristata, uit de familie van Zeehonden Phocidae
klapmutsen	=	klapmuts
klapmutsje	=	klapmuts
klapmutsjes	=	klapmuts
klapneusvleermuis	noun	zoogdier uit de familie Rhinopomatidae uit de orde der vleermuizen (Chiroptera) met slechts één geslacht, Rhinopoma
klapneusvleermuisje	=	klapneusvleermuis
klapneusvleermuisjes	=	klapneusvleermuis
klapneusvleermuizen	noun	Rhinopomatidae een familie uit de orde der vleermuizen (Chiroptera) met slechts één geslacht, Rhinopoma
klappe	=	klappen
klappei	noun	vrouw die veel te veel kletst
klappeien	=	klappei
klappen	verb	als vertoon van bijval, dank of bewondering de open handen ineenslaan
klappend	=	klappen
klappende	=	klappen
klapper	noun	Cocos nucifera een kokosnoot, de vrucht van de kokospalm (die zelf ook 'klapper' heet)
klapperaap	noun	lampongaap
klapperaapje	=	klapperaap
klapperaapjes	=	klapperaap
klapperapen	=	klapperaap
klapperbomen	=	klapperboom
klapperboom	noun	kokospalm
klapperboompje	=	klapperboom
klapperboompjes	=	klapperboom
klapperde	=	klapperen
klapperden	=	klapperen
klapperdop	noun	de dop van een kokosnoot
klapperdopje	=	klapperdop
klapperdopjes	=	klapperdop
klapperdoppen	=	klapperdop
klappere	=	klapperen
klapperen	verb	snel en luidruchtig tussen twee standen heen en weer wentelen
klapperend	=	klapperen
klapperende	=	klapperen
klapperkruid	noun	Artemisia dracunculus kruid met een bittere, peperachtige anijssmaak
klapperkruiden	=	klapperkruid
klapperleeuwerik	noun	Mirafra apiata een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
klapperleeuweriken	=	klapperleeuwerik
klapperleeuwerikje	=	klapperleeuwerik
klapperleeuwerikjes	=	klapperleeuwerik
klappermelk	noun	kokosmelk
klappermelkje	=	klappermelk
klappernoot	noun	de vrucht van de klapperboom
klappernootje	=	klappernoot
klappernoten	=	klappernoot
klapperolie	noun	een olie verkregen uit kokosnoten
klapperolies	=	klapperolie
klapperoliën	=	klapperolie
klapperpistolen	=	klapperpistool
klapperpistool	noun	speelgoedpistool dat door kleine hoeveelheid kruit een hard geluid kan maken
klapperpistooltje	=	klapperpistool
klapperpistooltjes	=	klapperpistool
klapperral	noun	Rallus crepitans een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
klapperrallen	=	klapperral
klapperralletje	=	klapperral
klapperralletjes	=	klapperral
klappers	=	klapper
klappersprinkhaan	noun	Psophus stridulus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Oedipodinae (vroeger:Acrididae)
klappersprinkhaantje	=	klappersprinkhaan
klappersprinkhaantjes	=	klappersprinkhaan
klappersprinkhanen	=	klappersprinkhaan
klappert	=	klapperen
klappertand	=	klappertanden
klappertandde	=	klappertanden
klappertandden	=	klappertanden
klappertande	=	klappertanden
klappertanden	verb	zodanig rillen van de kou dat de tanden klapperen
klappertandend	adj	van mensen dat ze het heel koud hebben
klappertandende	=	klappertanden
klappertandends	=	klappertandend
klappertandt	=	klappertanden
klappertje	=	klapper
klappertjes	=	klapper
klappertjespistolen	=	klappertjespistool
klappertjespistool	noun	speelgoedpistool dat door kleine hoeveelheid kruit een hard geluid kan maken
klappertjespistooltje	=	klappertjespistool
klappertjespistooltjes	=	klappertjespistool
klappervezel	noun	een vezel gewonnen uit de schil van een kokosnoot
klaproos	noun	bepaald soort plant met een felrode bloem, Papaver rhoeas uit de familie Papaveraceae
klaproosgalwesp	noun	Aylax minor een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
klaproosgalwespen	=	klaproosgalwesp
klaproosgalwespje	=	klaproosgalwesp
klaproosgalwespjes	=	klaproosgalwesp
klaproosje	=	klaproos
klaproosjes	=	klaproos
klaprooswasplaat	noun	Hygrocybe splendidissima een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
klaprooswasplaatje	=	klaprooswasplaat
klaprooswasplaatjes	=	klaprooswasplaat
klaprooswasplaten	=	klaprooswasplaat
klaprozen	=	klaproos
klapschaats	noun	een schaats die bij het langeafstandsschaatsen gebruikt wordt.
klapschaatsen	=	klapschaats
klapschaatsje	=	klapschaats
klapschaatsjes	=	klapschaats
klapschakelaar	noun	een schakelaar die reageert op het geluid van een klap.
klapschakelaars	=	klapschakelaar
klapschakelaartje	=	klapschakelaar
klapschakelaartjes	=	klapschakelaar
klapschroef	noun	propeller met bladen die zich in het verlengde van de as draaien als hij niet draait, zodat er zo weinig mogelijk weerstand is wanneer hij niet voor aandrijving zorgt
klapschroeven	=	klapschroef
klapsigaar	noun	een sigaar met een explosieve stof die ontploft tijdens het roken van de sigaar
klapsigaartje	=	klapsigaar
klapsigaartjes	=	klapsigaar
klapsigaren	=	klapsigaar
klapspaan	noun|figurative	babbelziek persoon, klikspaan
klapspaantje	=	klapspaan
klapspaantjes	=	klapspaan
klapspanen	=	klapspaan
klapstoel	noun	stoel met opklapbare zitting
klapstoelen	=	klapstoel
klapstoeltje	=	klapstoel
klapstoeltjes	=	klapstoel
klapstuk	noun	stuk rundvlees van de borst of klaprib zeer populair ingrediënt in hutspot en hete bliksem
klapstukje	=	klapstuk
klapstukjes	=	klapstuk
klapstukken	=	klapstuk
klapt	=	klappen
klaptafel	noun	tafel die men in kan klappen
klaptafels	=	klaptafel
klaptafeltje	=	klaptafel
klaptafeltjes	=	klaptafel
klapte	=	klappen
klaptelefoon	noun	een mobiele telefoon die bestaat uit twee delen die door een scharnier verbonden zijn, waardoor de telefoon verticaal open en dichtgeklapt kan worden
klaptelefoons	=	klaptelefoon
klaptelefoontje	=	klaptelefoon
klaptelefoontjes	=	klaptelefoon
klapten	=	klappen
klapvee	noun	publiek dat op het juiste moment braaf klapt
klapwiek	=	klapwieken
klapwieke	=	klapwieken
klapwieken	verb	heftig slaan met de vleugels
klapwiekend	=	klapwieken
klapwiekende	=	klapwieken
klapwiekt	=	klapwieken
klapwiekte	=	klapwieken
klapwiekten	=	klapwieken
klapziek	adj|obsolete	of Vlaams: tot klappen (met de bek, met de mond) geneigd, praatzuchtig, babbelziek
klapzieke	noun	iemand die klapziek is
klapzieken	=	klapzieke
klapzoen	noun	stevige zoen
klapzoenen	=	klapzoen
klapzoentje	=	klapzoen
klapzoentjes	=	klapzoen
klare	noun	zuivere jenever
klaren	verb	helder maken
klarend	=	klaren
klarende	=	klaren
klares	=	klare
klaret	noun	heldere wijn
klaretten	=	klaret
klarinet	noun	een houten blaasinstrument waarop de melodie wordt gespeeld in een harmonie
klarinetje	=	klarinet
klarinetjes	=	klarinet
klarinetten	=	klarinet
klarinettist	noun	iemand die (beroepshalve) klarinet speelt
klarinettisten	=	klarinettist
klarinettistje	=	klarinettist
klarinettistjes	=	klarinettist
klaring	noun	het helder maken van een vloeistof
klaringen	=	klaring
klaroen	noun	een soort trompet met een schelle klank
klaroenen	=	klaroen
klaroengeschal	noun	het geschal van klaroenen
klaroenstoot	noun	luide geluidsstoot met een koperen blaasinstrument dat lijkt op een trompet maar zonder ventielen
klaroenstoten	=	klaroenstoot
klaroentje	=	klaroen
klarun	noun	Amaranthus dubius Surinaamse spinazie
klas	noun	een groep leerlingen die een tijdlang gezamenlijk les krijgen
klasbak	noun	sportman of -vrouw van uitzonderlijke klasse
klasbakje	=	klasbak
klasbakjes	=	klasbak
klasbakken	=	klasbak
klasbeheer	noun	als leraar doelgericht omgaan met leerlingen die in een vaste groep leeftijdsgenoten les krijgen
klasboek	noun	logboek waarin de leraar de lesstof, het huiswerk, de absentielijst en eventuele opmerkingen opschrijft en waarin ook het rooster staat
klasboeken	=	klasboek
klasboekje	=	klasboek
klasboekjes	=	klasboek
klasgenoot	noun	een medeleerling, iemand die in dezelfde schoolklas zit
klasgenootje	=	klasgenoot
klasgenootjes	=	klasgenoot
klasgenote	noun	een vrouwelijk persoon die in dezelfde klas zit
klasgenoten	=	klasgenoot
klasgenotes	=	klasgenote
klasgesprek	noun	een gestructureerd gesprek tussen de leraar en de leerlingen in een klas, waarbij een specifiek thema, onderwerp of leervraagstuk centraal staat
klasgesprekje	=	klasgesprek
klasgesprekjes	=	klasgesprek
klasgesprekken	=	klasgesprek
klasje	=	klas
klasjes	=	klas
klasleerkracht	noun	leraar die een specifieke klas begeleidt, verantwoordelijk is voor het creëren van een goed pedagogisch klimaat en de persoonlijke noden van leerlingen in de gaten houdt
klasleerkrachten	=	klasleerkracht
klasleerkrachtje	=	klasleerkracht
klasleerkrachtjes	=	klasleerkracht
klaslokaal	noun	een ruimte in een school voor het geven van les aan scholieren
klaslokaaltje	=	klaslokaal
klaslokaaltjes	=	klaslokaal
klaslokalen	=	klaslokaal
klasloos	adj	zonder een vaste groep kinderen om les aan te geven
klasloze	=	klasloos
klasmanagement	noun	als leraar doelgericht omgaan met leerlingen die in een vaste groep leeftijdsgenoten les krijgen
klaspis	noun	benaming voor Thlaspi arvense
klaspisje	=	klaspis
klaspisjes	=	klaspis
klasse	noun	verzameling gelijkwaardige individuen	intj|informal	heel goed, prima
klassebak	noun	grote, dure auto met hoge kwaliteit
klassebakje	=	klassebak
klassebakjes	=	klassebak
klassebakken	=	klassebak
klasseer	=	klasseren
klasseerde	=	klasseren
klasseerden	=	klasseren
klasseert	=	klasseren
klassejustitie	=	klassenjustitie
klasseleraar	noun	iemand die heel goed is in het geven van onderwijs
klasseleraars	=	klasseleraar
klasseleraartje	=	klasseleraar
klasseleraartjes	=	klasseleraar
klasseleraren	=	klasseleraar
klasseloos	adj	met een bevolking die niet star verdeeld is in sociaal-economische categorieën
klasseloost	=	klasseloos
klasselooste	=	klasseloos
klasseloze	=	klasseloos
klasselozer	=	klasseloos
klasselozere	=	klasseloos
klasselozers	=	klasseloos
klassement	noun	de rangorde van deelnemers aan een wedstrijd
klassementen	=	klassement
klassementje	=	klassement
klassementjes	=	klassement
klassementsleider	noun	persoon die in een reeks wedstrijden het klassement aanvoert
klassementsleiders	=	klassementsleider
klassementsrenner	noun	wielrenners die voor de overwinning in het algemeen klassement gaan
klassementsrenners	=	klassementsrenner
klassen	verb	stapelen
klassenassistent	noun	assistent van een leraar in een klas van het onderwijs
klassenassistenten	=	klassenassistent
klassenassistentje	=	klassenassistent
klassenassistentjes	=	klassenassistent
klassenbelang	noun	het eigenbelang van een bepaalde sociaaleconomische klasse
klassenbelangen	=	klassenbelang
klassenbewust	adj	zich bewust zijn tot een klasse te behoren (en de belangen daarvan te moeten voorstaan)
klassenbewuste	=	klassenbewust
klassenbewuster	=	klassenbewust
klassenbewustere	=	klassenbewust
klassenbewusters	=	klassenbewust
klassenbewusts	=	klassenbewust
klassenbewustst	=	klassenbewust
klassenbewustste	=	klassenbewust
klassenbewustzijn	noun	het besef dat arbeiders behoren tot een eigen sociale klasse omdat zij gemeenschappelijke belangen hebben op grond van hun gedeelde economische positie
klassenboek	noun	een logboek waarin de leraar de lesstof, het huiswerk, de absentielijst en eventuele opmerkingen opschrijft en waarin ook het rooster staat
klassenboeken	=	klassenboek
klassenboekje	=	klassenboek
klassenboekjes	=	klassenboek
klassenfeest	noun	feest dat men met een schoolklas viert
klassenfeesten	=	klassenfeest
klassenfeestje	=	klassenfeest
klassenfeestjes	=	klassenfeest
klassenfoto	noun	een foto van een schoolklas vaak met een of meer leraren
klassenfoto's	=	klassenfoto
klassengerecht	noun	klassenjustitie
klassengerechten	=	klassengerecht
klassengerechtje	=	klassengerecht
klassengerechtjes	=	klassengerecht
klassengesprek	noun	een gestructureerd gesprek tussen de leraar en de leerlingen in een klas, waarbij een specifiek thema, onderwerp of leervraagstuk centraal staat
klassengesprekje	=	klassengesprek
klassengesprekjes	=	klassengesprek
klassengesprekken	=	klassengesprek
klasseninstinct	noun	vermeende aangeboren eigenschappen die horen bij de maatschappelijke klasse waarin men geboren is
klasseninstincten	=	klasseninstinct
klassenjustitie	noun	vorm van justitie die een heersende klasse bevoordeelt boven anderen
klassenleerkracht	noun	leraar die een specifieke klas begeleidt, verantwoordelijk is voor het creëren van een goed pedagogisch klimaat en de persoonlijke noden van leerlingen in de gaten houdt
klassenleerkrachten	=	klassenleerkracht
klassenleerkrachtje	=	klassenleerkracht
klassenleerkrachtjes	=	klassenleerkracht
klassenleraar	noun	leraar die aan een bepaalde schoolklas is verbonden voor het gehele onderwijs en die eindverantwoordelijk is voor de behaalde resultaten
klassenleraars	=	klassenleraar
klassenleraren	=	klassenleraar
klassenlokaal	noun	het vaste lokaal waar een schoolklas les krijgt
klassenlokaaltje	=	klassenlokaal
klassenlokaaltjes	=	klassenlokaal
klassenlokalen	=	klassenlokaal
klassenloos	adj	klassenloos # verouderde spelling of vorm van klasseloos tot 2006
klassenloze	adj	klassenloze # verouderde spelling of vorm van klasseloze tot 2006
klassenlozer	adj	klassenlozer # verouderde spelling of vorm van klasselozer tot 2006
klassenlozere	adj	klassenlozere # verouderde spelling of vorm van klasselozere tot 2006
klassenmaatschappij	noun	een samenleving waarin de maatschappelijke positie van een persoon bepaald wordt door diens sociaal-economische positie, vaak gebaseerd op de klasse van de ouders, inkomen, functie of vermogen
klassenmaatschappijen	=	klassenmaatschappij
klassenmaatschappijtje	=	klassenmaatschappij
klassenmaatschappijtjes	=	klassenmaatschappij
klassenmanagement	noun	al die maatregelen die een leerkracht neemt om een klimaat te scheppen waarin leerlingen met succes kunnen leren en werken.
klassenmidden	noun	het middelste getal van de waarden van een klasse
klassenmiddens	=	klassenmidden
klassenmigrant	noun	persoon die gedurende zijn of haar leven is gaan behoren tot een andere maatschappelijke klasse
klassenmigranten	=	klassenmigrant
klassenonderscheid	noun	onderscheid dat wordt gemaakt vanwege het behoren tot een bepaalde klasse
klassenonderscheiden	=	klassenonderscheid
klassenoudste	noun	de leerling die de agenda van de klas meedraagt en als aanspreekpunt voor de leerlingen fungeert
klassenoudsten	=	klassenoudste
klassenpatiënt	noun	patiënt met een particuliere verzekering die speciale privileges geniet boven ziekenfondspatiënten
klassenpatiënten	=	klassenpatiënt
klassenpatiëntje	=	klassenpatiënt
klassenpatiëntjes	=	klassenpatiënt
klassenraad	noun	college in een secundaire school bestaande uit de directie en de leerkrachten die les geven aan een bepaalde klas
klassenraadje	=	klassenraad
klassenraadjes	=	klassenraad
klassenraden	=	klassenraad
klassenstrijd	noun	strijd die voortvloeit uit de tegengestelde belangen van de verschillende klassen van de maatschappij met name arbeiders en kapitalisten of burgers en adellijken
klassenstrijden	=	klassenstrijd
klassenstrijdje	=	klassenstrijd
klassenteam	noun	groep samenwerkende sporters die allen in één schoolklas zitten
klassenteampje	=	klassenteam
klassenteampjes	=	klassenteam
klassenteams	=	klassenteam
klassentitularis	noun	leraar in het basisonderwijs die aan een bepaalde schoolklas is verbonden voor het gehele onderwijs en die eindverantwoordelijk is voor de behaalde resultaten
klassentitularissen	=	klassentitularis
klassenuitje	noun	georganiseerde groepsactiviteit voor leerlingen en hun docent(en) buiten de normale schoolomgeving
klassenuitjes	=	klassenuitje
klassenverhouding	noun	de relatie tussen de verschillende sociaaleconomische lagen van een samenleving
klassenverhoudingen	=	klassenverhouding
klassenverhoudinkje	=	klassenverhouding
klassenverhoudinkjes	=	klassenverhouding
klassenverkleining	noun	zorgen dat het aantal leerlingen per schoolklas kleiner wordt
klassenverkleiningen	=	klassenverkleining
klassenverpleging	noun	een systeem in ziekenhuizen waarbij patiënten tegen een hogere premie (particuliere verzekering) recht hadden op meer luxe, zoals een eenpersoonskamer of betere voorzieningen.
klassenverplegingen	=	klassenverpleging
klassenverpleginkje	=	klassenverpleging
klassenverpleginkjes	=	klassenverpleging
klassenverschil	noun	de verschillende belangen van mensen die horen tot andere sociaal economische klassen van de samenleving
klassenverschillen	=	klassenverschil
klassenverschilletje	=	klassenverschil
klassenverschilletjes	=	klassenverschil
klassenvertegenwoordiger	noun	een leerling die in naam van de klas waar hij deel van uitmaakt het woord voert
klassenvertegenwoordigers	=	klassenvertegenwoordiger
klassenvertegenwoordigertje	=	klassenvertegenwoordiger
klassenvertegenwoordigertjes	=	klassenvertegenwoordiger
klassenvertegenwoordigster	noun	vrouwelijke vorm van klassenvertegenwoordiger
klassenvertegenwoordigsters	=	klassenvertegenwoordigster
klassenvertegenwoordigstertje	=	klassenvertegenwoordigster
klassenvertegenwoordigstertjes	=	klassenvertegenwoordigster
klassenvijand	noun	iemand uit een andere maatschappelijke stand
klassenvijanden	=	klassenvijand
klassere	=	klasseren
klasseren	verb	in een volgorde plaatsen
klasserend	=	klasseren
klasserende	=	klasseren
klassering	noun	de plaats die iemand heeft in een ranglijst
klasseringen	=	klassering
klassespeelster	noun	vrouw die een sport beoefent en daar erg goed in is
klassespeelsters	=	klassespeelster
klassespeler	noun	beoefenaar van een sport die daar erg goed in is
klassespelers	=	klassespeler
klassespelertje	=	klassespeler
klassespelertjes	=	klassespeler
klassetje	=	klasse
klassetjes	=	klasse
klassevol	adj	een aanzienlijke klasse bezittend
klassevolle	=	klassevol
klassevoller	=	klassevol
klassevollere	=	klassevol
klassevollers	=	klassevol
klassevols	=	klassevol
klassevolst	=	klassevol
klassevolste	=	klassevol
klassewagen	noun	auto van zeer hoge kwaliteit
klassewagens	=	klassewagen
klassewagentje	=	klassewagen
klassewagentjes	=	klassewagen
klassewerk	noun	werk van zeer hoge kwaliteit
klassewerken	=	klassewerk
klassewerkje	=	klassewerk
klassewerkjes	=	klassewerk
klassiek	adj	bij uitstek kenmerkend
klassieke	=	klassiek
klassieken	noun	kunstenaars, schrijvers van de oudheid
klassieker	noun	een wedstrijd die al sinds vele jaren gehouden wordt
klassiekere	=	klassiek
klassiekers	=	klassieker
klassiekertje	=	klassieker
klassiekertjes	=	klassieker
klassieks	=	klassiek
klassiekst	=	klassiek
klassiekste	=	klassiek
klassikaal	adj	met de hele klas
klassikaals	=	klassikaal
klassikaalst	=	klassikaal
klassikaalste	=	klassikaal
klassikale	=	klassikaal
klassikaler	=	klassikaal
klassikalere	=	klassikaal
klassikalers	=	klassikaal
klastisch	adj	betrekking hebbend op gruisvrorming (van gesteentes)
klastische	=	klastisch
klastischer	=	klastisch
klastischere	=	klastisch
klastischers	=	klastisch
klastitularis	noun	leraar in het basisonderwijs die aan een bepaalde schoolklas is verbonden voor het gehele onderwijs en die eindverantwoordelijk is voor de behaalde resultaten
klastitularissen	=	klastitularis
klateerde	=	klateren
klater	=	klateren
klaterde	=	klateren
klaterden	=	klateren
klatere	=	klateren
klateren	verb	snel op elkaar volgende, heldere geluiden voortbrengen
klaterend	adj	het geluid van stromend, spattend water makend
klaterende	=	klateren
klaterender	=	klaterend
klaterendere	=	klaterend
klaterenders	=	klaterend
klaterends	=	klaterend
klaterendst	=	klaterend
klaterendste	=	klaterend
klatergoud	noun	alles wat niet echt is
klatert	=	klateren
klats	noun	kleine hoeveelheid vloeibaar of strooibaar materiaal	intj	geluid van een klap met iets dat een veerkrachtig of vloeibaar oppervlak heeft
klatsj	=	klatsjen
klatsje	=	klatsjen
klatsjen	verb	vals spelen
klatsjend	=	klatsjen
klatsjende	=	klatsjen
klatsjt	=	klatsjen
klatsjte	=	klatsjen
klatsjten	=	klatsjen
klatéren	=	klateren
klaus	noun	klein leerhuis, kleine jesjieve
klausen	=	klaus
klauter	=	klauteren
klauterde	=	klauteren
klauterden	=	klauteren
klautere	=	klauteren
klauteren	verb	klimmen, zich verticaal verplaatsen met behulp van alle vier de ledematen
klauterend	=	klauteren
klauterende	=	klauteren
klauterpartij	noun	de keer dat men met handen en voeten naar boven klimt
klauterpartijen	=	klauterpartij
klauterpartijtje	=	klauterpartij
klauterpartijtjes	=	klauterpartij
klautert	=	klauteren
klauw	noun	uiteinde van een poot met kromme nagels van een roofdier
klauwaap	noun	benaming voor aapjes uit de familie Callitrichidae
klauwaapje	=	klauwaap
klauwaapjes	noun	Callitrichidae een familie van de parvorde breedneusapen (Platyrrhini)
klauwaard	noun	aanhanger van de Vlaamse beweging
klauwaardje	=	klauwaard
klauwaards	=	klauwaard
klauwachtig	adj	lijkend op een klauw
klauwachtige	=	klauwachtig
klauwachtigs	=	klauwachtig
klauwanker	noun	muuranker met weerhaken
klauwankers	=	klauwanker
klauwankertje	=	klauwanker
klauwankertjes	=	klauwanker
klauwapen	=	klauwaap
klauwde	=	klauwen
klauwden	=	klauwen
klauwe	=	klauwen
klauwen	verb	iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
klauwend	=	klauwen
klauwende	=	klauwen
klauwer	noun	iemand die gewoon is te krabben
klauwers	=	klauwer
klauwhamer	noun	een hamer met aan de ene kant een ronde platte vorm en aan de andere kant, een soort klauw, die gebruikt wordt om nagels uit het hout te verwijderen
klauwhamers	=	klauwhamer
klauwhamertje	=	klauwhamer
klauwhamertjes	=	klauwhamer
klauwhoek	noun	de hoek van een gaffelgetuigd zeil voor bovenin, in de hoek van de klauw van de gaffel en de mast
klauwhoeken	=	klauwhoek
klauwhoekje	=	klauwhoek
klauwhoekjes	=	klauwhoek
klauwier	noun	Lanius geslacht van vleesetende(!) zangvogels met haaksnavel, die de gewoonte hebben hun prooi te spietsen op puntige uiteinden om zo een voorraad aan te leggen
klauwieren	noun	Laniidae een familie uit de orde van de zangvogels.
klauwiertangare	noun	een zangvogel van het geslacht Lanio en de familie Thraupidae (tangaren)
klauwiertangaren	=	klauwiertangare
klauwiertangaretje	=	klauwiertangare
klauwiertangaretjes	=	klauwiertangare
klauwiertje	=	klauwier
klauwiertjes	=	klauwier
klauwiervliegenvanger	noun	Melaenornis silens een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
klauwiervliegenvangers	noun	een monotypisch geslacht Megabyas van zangvogels uit de familie Vangidae (vanga's)
klauwiervliegenvangertje	=	klauwiervliegenvanger
klauwiervliegenvangertjes	=	klauwiervliegenvanger
klauwkikker	noun	Xenopus laevis een kikker uit het geslacht klauwkikkers en de familie tongloze kikkers (Pipidae)
klauwkikkers	noun	Xenopus een geslacht van kikkers uit de familie tongloze kikkers (Pipidae).
klauwkikkertje	=	klauwkikker
klauwkikkertjes	=	klauwkikker
klauwmachine	noun	een glazen speelautomaat waarin je met een mechanische grijper prijzen probeert te pakken, zoals knuffels of gadgets
klauwmachines	=	klauwmachine
klauwmachinetje	=	klauwmachine
klauwmachinetjes	=	klauwmachine
klauwplaat	noun	het onderdeel van een draaibank waarin een werkstuk wordt vastgeklemd
klauwplaatje	=	klauwplaat
klauwplaatjes	=	klauwplaat
klauwplaten	=	klauwplaat
klauwsalamanders	noun	Onychodactylus een geslacht van salamanders uit de familie Aziatische landsalamanders (Hynobiidae).
klauwt	=	klauwen
klauwtje	=	klauw
klauwtjes	=	klauw
klauwtjesmos	noun	een geslacht Hypnum van mossen uit de klasse Bryopsida (bladmossen).
klauwtjesmosfamilie	noun	een familie Hypnaceae van mossen uit de orde Hypnales.
klauwtjesmosfamilies	=	klauwtjesmosfamilie
klauwtjesmosfamilietje	=	klauwtjesmosfamilie
klauwtjesmosfamilietjes	=	klauwtjesmosfamilie
klauwtjesmosje	=	klauwtjesmos
klauwtjesmosjes	=	klauwtjesmos
klauwtjesmossen	=	klauwtjesmos
klauwval	noun	de lijn waarmee de klauw van de gaffel (en dus het zeil) in de mast gehesen wordt (op een zeilboot)
klauwvallen	=	klauwval
klauwvalletje	=	klauwval
klauwvalletjes	=	klauwval
klauwvormig	adj	vorm van een klauw hebbend
klauwvormige	=	klauwvormig
klauwvormiger	=	klauwvormig
klauwvormigere	=	klauwvormig
klauwvormigers	=	klauwvormig
klauwvormigs	=	klauwvormig
klauwvormigst	=	klauwvormig
klauwvormigste	=	klauwvormig
klauwzeer	noun	schapenziekte
klavarscribo	=	klavarskribo
klavarscribomethode	=	klavarskribomethode
klavarskribo	noun	muzieknotatie die aansluit op de indeling van toetsen op toetsinstrumenten zodat men zo'n instrument gemakkelijker leert bespelen
klavarskribomethode	noun	instructie om een toetsinstrument te leren bespelen waarbij een bepaald vereenvoudigd notenschrift wordt gebruikt
klavarskribomethoden	=	klavarskribomethode
klavarskribomethodes	=	klavarskribomethode
klavechord	noun	langwerpig vierkant toetsinstrument dat behoort tot de muzikale familie van de toetsinstrumenten
klavechordje	=	klavechord
klavechordjes	=	klavechord
klavechords	=	klavechord
klavecimbel	noun	toetsinstrument waarbij de in het verlengde van de toetsen geplaatste snaren worden getokkeld
klavecimbels	=	klavecimbel
klavecimbeltje	=	klavecimbel
klavecimbeltjes	=	klavecimbel
klavecinist	noun	een bespeler van een klavecimbel
klavecinisten	=	klavecinist
klavecinistje	=	klavecinist
klavecinistjes	=	klavecinist
klaven	=	klaaf
klaver	noun	Trifolium spp. een of meer vlinderbloemige planten van het geslacht Trifolium, met driedelige blaadjes
klaveraas	noun	de aas van klaveren
klaverazen	=	klaveraas
klaverbandspanner	noun	Scotopteryx bipunctaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
klaverbandspanners	=	klaverbandspanner
klaverbandspannertje	=	klaverbandspanner
klaverbandspannertjes	=	klaverbandspanner
klaverbehangersbij	noun	Megachile ligniseca een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
klaverbehangersbijen	=	klaverbehangersbij
klaverbehangersbijtje	=	klaverbehangersbij
klaverbehangersbijtjes	=	klaverbehangersbij
klaverblaadje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort nachtvlinder, Macaria notata uit de familie Geometridae, de spanners De spanwijdte bedraagt tussen de 28 en 32 millimeter.
klaverblaadjes	=	klaverblad
klaverblad	noun	een knooppunt van autosnelwegen in de vorm van een klavertjevier
klaverbladen	=	klaverblad
klaverbladeren	=	klaverblad
klaverbladgalmug	noun	Dasineura trifolii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
klaverbladgalmuggen	=	klaverbladgalmug
klaverbladgalmugje	=	klaverbladgalmug
klaverbladgalmugjes	=	klaverbladgalmug
klaverbladknoop	noun	de eenvoudigste niet-triviale knoop in de wiskunde en een populair decoratief symbool
klaverbladknoopje	=	klaverbladknoop
klaverbladknoopjes	=	klaverbladknoop
klaverbladknooppunt	noun|formal	ongelijkvloers kruispunt van twee snelwegen met eigen afritten voor verbindingswegen linksaf, die zijn uitgevoerd als lussen
klaverbladknooppunten	=	klaverbladknooppunt
klaverbladknopen	=	klaverbladknoop
klaverbladvaren	noun	Marsilea quadrifolia een varen uit de pilvarenfamilie (Marsileaceae).
klaverbladvarens	=	klaverbladvaren
klaverbladvarentje	=	klaverbladvaren
klaverbladvarentjes	=	klaverbladvaren
klaverblaren	=	klaverblad
klaverblauwtje	noun	Cyaniris semiargus een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
klaverblauwtjes	=	klaverblauwtje
klaverboer	noun	speelkaart van de soort klaveren die hoger is dan een klavertien en lager dan een klavervrouw en bij klaverjassen een speciale functie heeft
klaverboeren	=	klaverboer
klaverdikpoot	noun	Melitta leporina een vliesvleugelig insect uit de familie Melittidae.
klaverdikpootje	=	klaverdikpoot
klaverdikpootjes	=	klaverdikpoot
klaverdikpoten	=	klaverdikpoot
klaveren	noun	een van de vier (Franse) kleuren in het kaartspel
klaverenaas	noun	de/het aas van klaveren
klaverenazen	verb	het spelen van een-twee-drie-klaveraas, een schijnbaar eenvoudig kansspel, vaak gebruikt om mensen te bedriegen
klaverendrie	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken klaveren met een waarde van 3
klaverendrieën	=	klaverendrie
klaverennegen	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken klaveren met een waarde van 9
klaverennegens	=	klaverennegen
klaverens	=	klaveren
klaverentien	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken klaveren met een waarde van 10
klaverentienen	=	klaverentien
klaverentwee	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken klaveren met een waarde van 2
klaverentweeën	=	klaverentwee
klaverenvier	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken klaveren met een waarde van 4
klaverenvieren	=	klaverenvier
klaverenvijf	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken klaveren met een waarde van 5
klaverenvijven	=	klaverenvijf
klaverenzes	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken klaveren met een waarde van 6
klaverenzessen	=	klaverenzes
klaverenzeven	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken klaveren met een waarde van 7
klaverenzevens	=	klaverenzeven
klaverhoning	noun	honing gemaakt van nectar uit klaverbloemen
klaverhoningen	=	klaverhoning
klaverjas	=	klaverjassen
klaverjasse	=	klaverjassen
klaverjassen	verb	een kaartspel spelen met twee paren tegenstanders, waarbij slagen met troef en roem gemaakt worden
klaverjassend	=	klaverjassen
klaverjassende	=	klaverjassen
klaverjast	=	klaverjassen
klaverjaste	=	klaverjassen
klaverjasten	=	klaverjassen
klaverkers	noun	Cardamine trifolia een plantensoort uit de kruisbloemenfamilie.
klaverkersen	=	klaverkers
klaverkersje	=	klaverkers
klaverkersjes	=	klaverkers
klavermeeldauw	noun	een echte meeldauw Erysiphe trifolii uit de familie Erysiphaceae.
klavermeeldauwtje	=	klavermeeldauw
klavermeeldauwtjes	=	klavermeeldauw
klavermetselbij	noun	Hoplitis ravouxi een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
klavermetselbijen	=	klavermetselbij
klavermetselbijtje	=	klavermetselbij
klavermetselbijtjes	=	klavermetselbij
klavermoe	adj	van grond niet meer geschikt om gezonden klaver voort te kunnen brengen
klavermoes	=	klavermoe
klavermoeë	=	klavermoe
klaverrenazen	=	klaveraas
klaverroest	noun	Uromyces fallens een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
klaverroesten	=	klaverroest
klaverroestje	=	klaverroest
klaverroestjes	=	klaverroest
klaverroetstreepzwammetje	noun	Polythrincium trifolii een paddenstoel uit de familie Mycosphaerellaceae.
klaverroetstreepzwammetjes	=	klaverroetstreepzwammetje
klavers	=	klaver
klaverschijnbekertje	noun	Pseudopeziza trifolii een schimmel uit de familie Drepanopezizaceae.
klaverschijnbekertjes	=	klaverschijnbekertje
klaversnuitkever	noun	Sitona hispidulus een keversoort uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
klaversnuitkevers	=	klaversnuitkever
klaversnuitkevertje	=	klaversnuitkever
klaversnuitkevertjes	=	klaversnuitkever
klaverspanner	noun	Semiothisa clathrata een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spanners.
klaverspanners	=	klaverspanner
klaverspannertje	=	klaverspanner
klaverspannertjes	=	klaverspanner
klavertje	=	klaver
klavertje-vier	=	klavertjevier
klavertjes	=	klaver
klavertjesvier	=	klavertjevier
klavertjevier	noun	vierdelig klaverblad, door sommigen beschouwd als gelukssymbool
klavertjevieren	=	klavertjevier
klavertjeviertje	=	klavertjevier
klavertjeviertjes	=	klavertjevier
klaverveld	noun	stuk land waarin klaver is gezaaid
klavervelden	=	klaverveld
klaverveldje	=	klaverveld
klaverveldjes	=	klaverveld
klavervier	noun	een viertallig klaverblad
klavervieren	=	klavervier
klaverviertje	=	klavervier
klaverviertjes	=	klavervier
klavervouwmot	noun	Phyllonorycter insignitella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
klavervouwmotje	=	klavervouwmot
klavervouwmotjes	=	klavervouwmot
klavervouwmotten	=	klavervouwmot
klavervreter	noun	Orobanche minor een parasitaire, vaste plant uit de bremraapfamilie Orobanchaceae
klavervreters	=	klavervreter
klavervretertje	=	klavervreter
klavervretertjes	=	klavervreter
klaverwei	noun	grasveld met veel klaver en ander kruid
klaverweien	=	klaverwei
klaverweitje	=	klaverwei
klaverweitjes	=	klaverwei
klaverwespvlinder	noun	Bembecia ichneumoniformis een vlinder uit de familie wespvlinders (Sesiidae), onderfamilie Sesiinae
klaverwespvlinders	=	klaverwespvlinder
klaverwespvlindertje	=	klaverwespvlinder
klaverwespvlindertjes	=	klaverwespvlinder
klaverzandbij	noun	Andrena Bij uit een geslacht van vliesvleugelige insecten uit de familie Andrenidae
klaverzuring	noun	een geslacht Oxalis van planten in de klaverzuringfamilie (Oxalidaceae).
klaverzuringen	=	klaverzuring
klaverzuringfamilie	noun	een familie Oxalidaceae van tweezaadlobbige planten.
klaverzuringfamilietje	=	klaverzuringfamilie
klaverzuringroest	noun	Puccinia oxalidis een heteroecische roest die tot de Basidiomycota behoort.
klaverzuringroesten	=	klaverzuringroest
klaverzuringroestje	=	klaverzuringroest
klaverzuringroestjes	=	klaverzuringroest
klaverzurinkje	=	klaverzuring
klavichord	noun	langwerpig vierkant toetsinstrument dat behoort tot de muzikale familie van de toetsinstrumenten
klavichorden	=	klavichord
klavichordje	=	klavichord
klavichordjes	=	klavichord
klavichords	=	klavichord
klavier	noun	toetsenbord (van bijv. een computer of muziekinstrument)
klavieren	=	klavier
klavierridder	noun	iemand die zich op sociale media of nieuwssites zeer moraliserend en fel uitlaat en dit in het echte leven niet zou durven doen
klavierridders	=	klavierridder
klavierriddertje	=	klavierridder
klavierriddertjes	=	klavierridder
klaviertje	=	klavier
klaviertjes	=	klavier
klazen	=	klaas
kledder	noun	een uiteengespatte hoeveelheid kleverig of gelei-achtig materiaal
kledderde	=	kledderen
kledderden	=	kledderen
kleddere	=	kledderen
kledderen	verb|informal	laten vallen
kledderend	=	kledderen
kledderende	=	kledderen
kledderig	adj	modderig, slijkerig, papperig
kledderige	=	kledderig
kledderiger	=	kledderig
kledderigere	=	kledderig
kledderigers	=	kledderig
kledderigs	=	kledderig
kledderigst	=	kledderig
kledderigste	=	kledderig
kleddernat	adj	door- en doornat
kleddernats	=	kleddernat
kleddernatte	=	kleddernat
kledders	=	kledder
kleddert	=	kledderen
kleddertje	=	kledder
kleddertjes	=	kledder
klede	=	kleden
kleden	verb	kleren aandoen
kledend	=	kleden
kledende	=	kleden
klederdracht	noun	Met klederdracht of streekdracht (kortweg: dracht) wordt bedoeld de traditionele kleding die in gemeenschappen gedragen wordt of werd door een groot deel van de bevolking.
klederdrachten	=	klederdracht
klederdrachtje	=	klederdracht
klederdrachtjes	=	klederdracht
klederen	=	kleed
kledermaker	=	kleermaker
kledij	noun|formal	kleding
kleding	noun	het textiel voor de bedekking van het lichaam
kledingbank	noun	instelling die gratis kleding verstrekt aan mensen die het niet zelf kleding kunnen kopen
kledingbanken	=	kledingbank
kledingberg	noun	de grote hoeveelheden gebruikte kleren die de westerse landen naar derde wereld landen sturen en die daar een negatieve invloed op de bevoling en het milieu hebben
kledingbergen	=	kledingberg
kledingbibliotheek	noun	een plek waar kleding geleend kan worden
kledingbibliotheekje	=	kledingbibliotheek
kledingbibliotheekjes	=	kledingbibliotheek
kledingbibliotheken	=	kledingbibliotheek
kledingcoach	noun	iemand die adviezen over kleding geeft
kledingcoaches	=	kledingcoach
kledingconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse kledingfabrieken
kledingconcerns	=	kledingconcern
kledingfabrikant	noun	een bedrijf dat kleren produceert
kledingfabrikanten	=	kledingfabrikant
kledingfreak	noun|informal	groot liefhebber van kleding met bijzondere vormgeving
kledingfreaks	=	kledingfreak
kledinghanger	noun	raamwerk van hout, metaal of kunststof waarover je jassen, overhemden en soms ook andere bovenkleding kunt draperen en dat met een haak zelf weer aan een stang of haak in een kast, rek of garderobe kan worden vastgemaakt
kledinghangers	=	kledinghanger
kledinghangertje	=	kledinghanger
kledinghangertjes	=	kledinghanger
kledingindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het op grote schaal produceren van kleding
kledingindustrieën	=	kledingindustrie
kledingkast	noun	kast of bewaarplaats voor kleren
kledingkasten	=	kledingkast
kledingkastje	=	kledingkast
kledingkastjes	=	kledingkast
kledingkeuze	noun	de selectie van de kleren die men heeft aangetrokken
kledingkeuzen	=	kledingkeuze
kledingkeuzes	=	kledingkeuze
kledingkraam	noun	een kraam op een (week)markt waar kleding wordt verkocht
kledingkraampje	=	kledingkraam
kledingkraampjes	=	kledingkraam
kledingkramen	=	kledingkraam
kledinglijn	noun	een serie aanverwante kledingstukken die door één fabrikant worden geproduceerd
kledinglijnen	=	kledinglijn
kledinglijntje	=	kledinglijn
kledinglijntjes	=	kledinglijn
kledingmaat	noun	de labelmaat die gebruikt wordt om confectiekleding in te delen naar grootte
kledingmagazijn	noun	magazijn voor legerkleding
kledingmagazijnen	=	kledingmagazijn
kledingmaten	=	kledingmaat
kledingmerk	noun	logo of beeldmerk dat in kleding wordt aangebracht als bewijs dat het door een bepaald bedrijf op de markt is gebracht
kledingmerken	=	kledingmerk
kledingmerkje	=	kledingmerk
kledingmerkjes	=	kledingmerk
kledingontwerper	noun	iemand die kleding ontwerpt
kledingontwerpers	=	kledingontwerper
kledingontwerpertje	=	kledingontwerper
kledingontwerpertjes	=	kledingontwerper
kledingontwerpster	noun	een vrouw die kleding ontwerpt
kledingontwerpsters	=	kledingontwerpster
kledingontwerpstertje	=	kledingontwerpster
kledingontwerpstertjes	=	kledingontwerpster
kledingrek	noun	een vrijstaand, vaak verplaatsbaar meubelstuk (soms met wieltjes) dat bestaat uit één of meer stangen waaraan kledinghangers kunnen worden gehangen
kledingrekje	=	kledingrek
kledingrekjes	=	kledingrek
kledingrekken	=	kledingrek
kledingroller	noun	een handig hulpmiddel om snel pluisjes, haren, stof en roos van kleding en andere stoffen oppervlakken te verwijderen
kledingrollers	=	kledingroller
kledingrollertje	=	kledingroller
kledingrollertjes	=	kledingroller
kledingsmaak	noun	de voorkeur die een persoon heeft voor bepaalde kleding
kledingsmaken	=	kledingsmaak
kledingstijl	noun	de wijze waarop men zicht kleedt; een bepaalde manier van kleden die past bij een bepaalde groep mensen
kledingstijlen	=	kledingstijl
kledingstuk	noun	een deel van de kleding
kledingstukje	=	kledingstuk
kledingstukjes	=	kledingstuk
kledingstukken	=	kledingstuk
kledingszaak	noun	winkel die zich specialiseert in de verkoop van kleding aan consumenten
kledingszaakje	=	kledingszaak
kledingszaakjes	=	kledingszaak
kledingszaken	=	kledingszaak
kledingtoelage	noun	geld dat je krijgt om je kleren van te kunnen kopen
kledingtoelagen	=	kledingtoelage
kledingtoelages	=	kledingtoelage
kledingvoorschrift	noun	een sociale code die aangeeft welke soort kleding geschikt geacht wordt
kledingvoorschriften	=	kledingvoorschrift
kledingwarenhuis	noun	warenhuis dat zich richt op het verkopen van kleding
kledingwarenhuizen	=	kledingwarenhuis
kledingwinkel	noun	winkel waar men kleding aan consumenten verkoopt
kledingwinkels	=	kledingwinkel
kledingwinkeltje	=	kledingwinkel
kledingwinkeltjes	=	kledingwinkel
kledingzaak	noun	een winkel die zich specialiseert in de verkoop van kleding
kledingzaakje	=	kledingzaak
kledingzaakjes	=	kledingzaak
kledingzaken	=	kledingzaak
klee	noun	gebruiksvoorwerp
kleed	noun	een stuk weefsel
kleedcabine	noun	kleine ruimte waarin men zich ongezien kan verkleden
kleedcabines	=	kleedcabine
kleedde	=	kleden
kleedden	=	kleden
kleedermaker	=	kleermaker
kleedgeld	noun	zakgeld waarvoor men kleren kan kopen
kleedgelden	=	kleedgeld
kleedhok	noun	een kleine ruimte waar je je kunt omkleden in een zwembad of sportgelegenheid
kleedhokje	=	kleedhok
kleedhokjes	=	kleedhok
kleedhokken	=	kleedhok
kleeding	=	kleding
kleedje	=	kleed
kleedjes	=	kleed
kleedjesmarkt	noun	vrijmarkt speciaal voor kinderen waarbij zij hun waren op een kleedje uitstallen
kleedjesmarkten	=	kleedjesmarkt
kleedkamer	noun	een ruimte waar men zich omkleden kan, zoals bij sport, toneel e.d.
kleedkamers	=	kleedkamer
kleedkamertje	=	kleedkamer
kleedkamertjes	=	kleedkamer
kleedruimte	noun	vertrek waar men zich kan omkleden
kleedruimten	=	kleedruimte
kleedruimtes	=	kleedruimte
kleedsel	noun	kleding
kleedsels	=	kleedsel
kleedster	noun	vrouw die helpt bij het kleden (bijv. bij toneelvoorstellingen)
kleedsters	=	kleedster
kleedstertje	=	kleedster
kleedstertjes	=	kleedster
kleedt	=	kleden
kleef	=	kleven
kleefband	noun	plakband
kleefbanden	=	kleefband
kleefbandje	=	kleefband
kleefbandjes	=	kleefband
kleefde	=	kleven
kleefden	=	kleven
kleefkruid	noun	Galium aparine een plant uit de sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
kleefkruidgalmug	noun	Dasineura aparines een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kleefkruidgalmuggen	=	kleefkruidgalmug
kleefkruidgalmugje	=	kleefkruidgalmug
kleefkruidgalmugjes	=	kleefkruidgalmug
kleefkruidgraafwants	noun	Legnotus limbosus een wants uit de familie graafwantsen (Cydnidae).
kleefkruidgraafwantsen	=	kleefkruidgraafwants
kleefkruidgraafwantsje	=	kleefkruidgraafwants
kleefkruidgraafwantsjes	=	kleefkruidgraafwants
kleefkruidroest	noun	Puccinia difformis een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
kleefkruidroesten	=	kleefkruidroest
kleefkruidroestje	=	kleefkruidroest
kleefkruidroestjes	=	kleefkruidroest
kleefkruidschildwants	noun	Dyroderes umbraculatus een wants uit de familie van de schildwantsen (Pentatomidae).
kleefkruidschildwantsen	=	kleefkruidschildwants
kleefkruidschildwantsje	=	kleefkruidschildwants
kleefkruidschildwantsjes	=	kleefkruidschildwants
kleefmaiszetmeel	noun	bindmiddel dat uit de korrels van kleefmais (gemodificeerd Zea mays) wordt gewonnen
kleefnotitie	noun	klein, los vel papier met een zelfklevende strook, bedoeld om er aantekeningen op te schrijven en ze tijdelijk ergens op te plakken, bijvoorbeeld in een boek of op een oppervlak
kleefnotities	=	kleefnotitie
kleefnotitietje	=	kleefnotitie
kleefnotitietjes	=	kleefnotitie
kleefpasta	noun	kneedbare stof waarmee men zaken aan elkaar kan plakken
kleefpasta's	=	kleefpasta
kleefpleister	noun	strookje verband met een plaklaag
kleefpleisters	=	kleefpleister
kleefrand	noun	de zelfklevende rand van een medisch hulpmiddel (zoals een pleister, wondverband of stoma-accessoire), die ervoor zorgt dat het product stevig op zijn plaats blijft zitten zonder dat er extra fixatie nodig is
kleefranden	=	kleefrand
kleefrandje	=	kleefrand
kleefrandjes	=	kleefrand
kleefrijst	noun	rijstsoort die veel zetmeel bevat en daardoor na het koken aan elkaar plakt, zaden van Oryza sativa)var. glutinosa
kleefroller	noun	een handig hulpmiddel om snel pluisjes, haren, stof en roos van kleding en andere stoffen oppervlakken te verwijderen
kleefrollers	=	kleefroller
kleefrollertje	=	kleefroller
kleefrollertjes	=	kleefroller
kleefsnedemycena	noun	Mycena vulgaris een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
kleefsnedemycena's	=	kleefsnedemycena
kleefsnedemycenaatje	=	kleefsnedemycena
kleefsnedemycenaatjes	=	kleefsnedemycena
kleefsteelstropharia	noun	Protostropharia semiglobata een plaatjeszwam in de familie Strophariaceae.
kleefsteelstropharia's	=	kleefsteelstropharia
kleefsteelstrophariaatje	=	kleefsteelstropharia
kleefsteelstrophariaatjes	=	kleefsteelstropharia
kleefstift	noun	een technisch hulpmiddel in de vorm van een koker met een vaste, draaibare lijm voor het schoon en eenvoudig aanbrengen van een klevende stof
kleefstiften	=	kleefstift
kleefstiftje	=	kleefstift
kleefstiftjes	=	kleefstift
kleefstof	noun	lijm
kleefstoffen	=	kleefstof
kleefstofje	=	kleefstof
kleefstofjes	=	kleefstof
kleeft	=	kleven
kleen	=	klein
kleerborstel	noun	zachte borstel waarmee men stof van kleding kan verwijderen
kleerborstels	=	kleerborstel
kleerborsteltje	=	kleerborstel
kleerborsteltjes	=	kleerborstel
kleerenmaker	=	kleermaker
kleerhaak	noun	een haak die aan de muur vastzit waaraan men kleren kan ophangen
kleerhaakje	=	kleerhaak
kleerhaakjes	=	kleerhaak
kleerhaken	=	kleerhaak
kleerhanger	noun	rek van hout, metaal of kunststof waaraan je jassen en overhemden kunt hangen
kleerhangers	=	kleerhanger
kleerhangertje	=	kleerhanger
kleerhangertjes	=	kleerhanger
kleerkast	noun	een meubelstuk dat dient als bergplaats voor kleren
kleerkasten	=	kleerkast
kleerkastje	=	kleerkast
kleerkastjes	=	kleerkast
kleerluis	noun	Pediculus humanus humanus een parasitair insect, dat zich voedt met menselijk bloed dat met de zuigsnuit wordt opgezogen uit de lichaamshuid.
kleerluisje	=	kleerluis
kleerluisjes	=	kleerluis
kleerluizen	=	kleerluis
kleermaak	=	kleermaken
kleermaakster	noun	vrouwelijke vorm van kleermaker, vrouw die kleding vervaardigt
kleermaaksters	=	kleermaakster
kleermaakstertje	=	kleermaakster
kleermaken	verb	bovenkleding vervaardigen
kleermakend	=	kleermaken
kleermakende	=	kleermaken
kleermaker	noun	iemand wiens beroep bestaat uit het maken van kleding
kleermakerij	noun	atelier waar kleding wordt gemaakt; werkplaats van een kleermaker
kleermakerijen	=	kleermakerij
kleermakerijtje	=	kleermakerij
kleermakerijtjes	=	kleermakerij
kleermakers	=	kleermaker
kleermakerskrijt	noun	schijfje talk dat gebruikt wordt om tijdelijke markeringen op textiel aan te brengen
kleermakerszit	noun	een manier van zitten waarbij men de benen onder zicht vouwt zoals een kleermaker doet
kleermakertje	=	kleermaker
kleermakertjes	=	kleermaker
kleermot	noun	Tineola bisselliella bruin nachtvlindertje waarvan de rupsen wolgoederen eten en tijdens het eten een web spinnen
kleermotten	=	kleermot
kleerscheur	noun	schade aan het weefsel van een kledingstuk in de vorm van een langgerekt gat
kleerscheuren	noun	schadelijke gevolgen, vooral in de combinatie ergens zonder kleerscheuren vanaf komen
kleerscheurtje	=	kleerscheur
kleerscheurtjes	=	kleerscheur
kleertje	=	kleren
kleertjes	=	kleed
kleerwinkel	noun	winkel waar je kleren kunt kopen
kleerwinkels	=	kleerwinkel
kleerwinkeltje	=	kleerwinkel
kleerwinkeltjes	=	kleerwinkel
klef	adj	kleverig
kleffe	=	klef
kleffen	verb	kleven, plakken
kleffend	=	kleffen
kleffende	=	kleffen
kleffer	=	klef
kleffere	=	klef
klefferig	adj	plakkerig, zacht en vochtig
klefferige	=	klefferig
klefferiger	=	klefferig
klefferigere	=	klefferig
klefferigers	=	klefferig
klefferigs	=	klefferig
klefferigst	=	klefferig
klefferigste	=	klefferig
kleffers	=	klef
kleffig	adj	door vocht plakkerig
kleffige	=	kleffig
kleffiger	=	kleffig
kleffigere	=	kleffig
kleffigers	=	kleffig
kleffigs	=	kleffig
kleffigst	=	kleffig
kleffigste	=	kleffig
klefheden	=	klefheid
klefheid	noun	te zoetsappig sentiment
klefkees	noun	slijmbal
klefkezen	=	klefkees
klefs	=	klef
klefst	=	klef
klefste	=	klef
kleft	=	kleffen
klefte	=	kleffen
kleften	=	kleffen
klei	noun	een zeer fijne, klastisch sedimentaire grondsoort, die voor meer dan 25% bestaat uit lutum (gronddeeltjes kleiner dan 2 µm), die sterk plakt en hard wordt bij droogte
kleiachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van klei
kleiachtige	=	kleiachtig
kleiachtiger	=	kleiachtig
kleiachtigere	=	kleiachtig
kleiachtigers	=	kleiachtig
kleiachtigs	=	kleiachtig
kleiachtigst	=	kleiachtig
kleiachtigste	=	kleiachtig
kleibodem	noun	bodem van klei
kleibodempje	=	kleibodem
kleibodempjes	=	kleibodem
kleibodems	=	kleibodem
kleiboer	noun	boer wiens landbouwgrond voornamelijk uit kleigrond bestaat
kleiboeren	=	kleiboer
kleiboertje	=	kleiboer
kleiboertjes	=	kleiboer
kleibontloper	noun	Acupalpus exiguus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kleibontlopers	=	kleibontloper
kleibontlopertje	=	kleibontloper
kleibontlopertjes	=	kleibontloper
kleibosrussula	noun	Russula pseudointegra een vrij zeldzame paddenstoel behorend tot het geslacht Russula.
kleibosrussula's	=	kleibosrussula
kleibosrussulaatje	=	kleibosrussula
kleibosrussulaatjes	=	kleibosrussula
kleidam	noun	waterkering gemaakt van klei
kleidammen	=	kleidam
kleide	=	kleien
kleiden	=	kleien
kleidubbeltandmos	noun	Didymodon fallax een mossoort in de familie Pottiaceae.
kleidubbeltandmosje	=	kleidubbeltandmos
kleidubbeltandmosjes	=	kleidubbeltandmos
kleidubbeltandmossen	=	kleidubbeltandmos
kleiduif	noun	een schijf van geperst composiet van zand en milieuvriendelijke bindmiddelen of van geperste klei die mechanisch wordt weggeworpen en dan dient als doel bij schietoefeningen
kleiduifje	=	kleiduif
kleiduifjes	=	kleiduif
kleiduifschieten	verb	met een geweer proberen zoveel mogelijk na elkaar in de lucht geworpen schijfjes (kleiduiven) te raken
kleiduifschietend	=	kleiduifschieten
kleiduifschietende	=	kleiduifschieten
kleiduiven	=	kleiduif
kleiduivenschiet	=	kleiduivenschieten
kleiduivenschieten	verb	met een geweer proberen zoveel mogelijk na elkaar in de lucht geworpen schijfjes (kleiduiven) te raken
kleiduivenschietend	=	kleiduivenschieten
kleiduivenschietende	=	kleiduivenschieten
kleie	=	kleien
kleien	verb	met klei werken	adj	van klei
kleiend	=	kleien
kleiende	=	kleien
kleigreppelmos	noun	Dicranum varia een plant uit de familie Dicranaceae.
kleigreppelmosje	=	kleigreppelmos
kleigreppelmosjes	=	kleigreppelmos
kleigreppelmossen	=	kleigreppelmos
kleigroefbij	noun	Lasioglossum pauxillum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
kleigroefbijen	=	kleigroefbij
kleigroefbijtje	=	kleigroefbij
kleigroefbijtjes	=	kleigroefbij
kleigrond	noun	grond bestaande uit klei: een sedimentair gesteente, dat voornamelijk bestaat uit lutum, gronddeeltjes kleiner dan 2 µm
kleigronden	=	kleigrond
kleiig	adj	lijkend op klei, vochtig, glad, koud
kleiige	=	kleiig
kleiiger	=	kleiig
kleiigere	=	kleiig
kleiigers	=	kleiig
kleiigs	=	kleiig
kleiigst	=	kleiig
kleiigste	=	kleiig
kleikist	noun	verticale laag klei om een waterkering waterdicht te maken
kleikisten	=	kleikist
kleikistje	=	kleikist
kleikistjes	=	kleikist
kleilaag	noun	een horizontale bodemlaag bestaande uit klei
kleilaagje	=	kleilaag
kleilaagjes	=	kleilaag
kleilagen	=	kleilaag
kleiland	noun	stuk land met klei als grondsoort
kleilanden	=	kleiland
kleilandje	=	kleiland
kleilandjes	=	kleiland
kleimasker	noun	kunstmatig gelaat uit gebakken leem dat voor het eigen gezicht wordt gehouden om de indruk van een ander persoon of wezen te geven
kleimaskers	=	kleimasker
kleimineraal	noun	mineraal van klei en schalie
kleimineraaltje	=	kleimineraal
kleimineraaltjes	=	kleimineraal
kleimineralen	=	kleimineraal
kleimortel	noun	kleimengsel als metselspecie of pleistermateriaal
kleimortels	=	kleimortel
kleimosfamilie	noun	een familie Pottiaceae uit de orde Pottiales.
kleimosfamilies	=	kleimosfamilie
kleimosfamilietje	=	kleimosfamilie
kleimosschijfje	noun	Octospora crosslandii een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronomataceae.
kleimosschijfjes	=	kleimosschijfje
klein	adj	van geringe grootte	adv	van geringe omvang
klein-aziatisch	adj	betreft alles wat te maken heeft met Klein-Azië (Latijn: Asia Minor), het historische en geografische schiereiland in het uiterste westen van Azië dat grotendeels het huidige Turkije (Anatolië) beslaat.
klein-aziatische	=	klein-aziatisch
klein-aziatischer	=	klein-aziatisch
klein-aziatischere	=	klein-aziatisch
klein-aziatischers	=	klein-aziatisch
kleinakkoord	noun	een drie- of meerklank met minimaal: “een begintoon (prime), een kleine terts en een reine kwint”
kleinakkoorden	=	kleinakkoord
kleinakkoordje	=	kleinakkoord
kleinakkoordjes	=	kleinakkoord
kleinbedrijf	noun	onderneming op kleine schaal
kleinbedrijfje	=	kleinbedrijf
kleinbedrijfjes	=	kleinbedrijf
kleinbedrijven	=	kleinbedrijf
kleinbeeld	noun	beeldformaat (24 x 36 mm) voor kleinbeeldcamera's en -films
kleinbeelden	=	kleinbeeld
kleinbeeldje	=	kleinbeeld
kleinbeeldjes	=	kleinbeeld
kleinbehuisd	adj	wonend in een klein huis
kleinbehuisde	=	kleinbehuisd
kleinbehuisds	=	kleinbehuisd
kleinbekbaars	noun	Micropterus dolomieu een straalvinnige uit de familie van de zonnebaarzen (Centrarchidae) en behoort tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
kleinbekbaarsje	=	kleinbekbaars
kleinbekbaarsjes	=	kleinbekbaars
kleinbekbaarzen	=	kleinbekbaars
kleinbekijshaai	noun	Scymnodon obscurus een vis uit de familie van valse doornhaaien (Dalatiidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
kleinbekijshaaien	=	kleinbekijshaai
kleinbekijshaaitje	=	kleinbekijshaai
kleinbekijshaaitjes	=	kleinbekijshaai
kleinbeksalamander	noun	Ambystoma texanum een salamander uit de familie molsalamanders (Ambystomatidae).
kleinbeksalamanders	=	kleinbeksalamander
kleinbeksalamandertje	=	kleinbeksalamander
kleinbeksalamandertjes	=	kleinbeksalamander
kleinbladig	adj	waarvan de bladeren minder oppervlak hebben dan verwante soorten
kleinbladige	=	kleinbladig
kleinbladiger	=	kleinbladig
kleinbladigere	=	kleinbladig
kleinbladigers	=	kleinbladig
kleinbladigs	=	kleinbladig
kleinbladigst	=	kleinbladig
kleinbladigste	=	kleinbladig
kleinbloemig	adj	met kleine bloemen
kleinbloemige	=	kleinbloemig
kleinbloemigs	=	kleinbloemig
kleinbuikkathaai	noun	Apristurus indicus een vis uit de familie van de Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van grondhaaien (Carcharhiniformes).
kleinbuikkathaaien	=	kleinbuikkathaai
kleinbuikkathaaitje	=	kleinbuikkathaai
kleinbuikkathaaitjes	=	kleinbuikkathaai
kleinburger	noun	dat gedeelte van de bevolking van een stad die behoort tot de sociale laag tussen de arbeidersklasse en de "grote" burgerij
kleinburgerlijk	adj	met betrekking tot het gedeelte van de bevolking van een stad die behoort tot de sociale laag tussen de arbeidersklasse en de "grote" burgerij
kleinburgerlijke	=	kleinburgerlijk
kleinburgerlijker	=	kleinburgerlijk
kleinburgerlijkere	=	kleinburgerlijk
kleinburgerlijkers	=	kleinburgerlijk
kleinburgerlijkheden	=	kleinburgerlijkheid
kleinburgerlijkheid	noun	iets dat past bij een conservatief, burgerlijk persoon die bekrompen opvattingen heeft
kleinburgerlijks	=	kleinburgerlijk
kleinburgerlijkst	=	kleinburgerlijk
kleinburgerlijkste	=	kleinburgerlijk
kleinburgers	=	kleinburger
kleincirkel	noun	een cirkel op een bol waarvan de middelpunten niet samenvallen; de doorsnede van de cirkel is kleiner dan die van de bol, en het vlak van de cirkel verdeelt de bol in ongelijke delen
kleincirkels	=	kleincirkel
kleincirkeltje	=	kleincirkel
kleincirkeltjes	=	kleincirkel
kleindensuikerbos	noun	Protea aristata een plantensoort van het geslacht protea uit de kleine karoo-streek van de provincie West-Kaap van Zuid-Afrika.
kleindensuikerbosje	=	kleindensuikerbos
kleindensuikerbosjes	=	kleindensuikerbos
kleindensuikerbossen	=	kleindensuikerbos
kleindochter	noun	een dochter van iemands kind, een vrouwelijk kleinkind
kleindochters	=	kleindochter
kleindochtertje	=	kleindochter
kleindochtertjes	=	kleindochter
kleinduimpje	noun	heel klein persoontje
kleinduimpjes	=	kleinduimpje
kleine	noun	persoon met geringere lengte
kleine-antillenorganist	noun	Chlorophonia flavifrons een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
kleine-antillenorganisten	=	kleine-antillenorganist
kleine-antillenorganistje	=	kleine-antillenorganist
kleine-antillenorganistjes	=	kleine-antillenorganist
kleine-soendaparadijsmonarch	noun	Terpsiphone floris een zangvogel uit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae
kleine-soendaparadijsmonarchen	=	kleine-soendaparadijsmonarch
kleine-soendaparadijsmonarchje	=	kleine-soendaparadijsmonarch
kleine-soendaparadijsmonarchjes	=	kleine-soendaparadijsmonarch
kleine-soendawaaierstaart	noun	Rhipidura semicollaris een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
kleine-soendawaaierstaarten	=	kleine-soendawaaierstaart
kleine-soendawaaierstaartje	=	kleine-soendawaaierstaart
kleine-soendawaaierstaartjes	=	kleine-soendawaaierstaart
kleineer	=	kleineren
kleineerde	=	kleineren
kleineerden	=	kleineren
kleineert	=	kleineren
kleinen	=	kleine
kleinepimpernelroest	noun	Phragmidium sanguisorbae een schimmel behorend tot de familie Phragmidiaceae.
kleinepimpernelroesten	=	kleinepimpernelroest
kleinepimpernelroestje	=	kleinepimpernelroest
kleinepimpernelroestjes	=	kleinepimpernelroest
kleiner	=	klein
kleinere	=	klein
kleineren	verb	iets of iemand met minder dan het gepaste respect behandelen
kleinerend	adj	minachting uitend
kleinerende	=	kleineren
kleinerender	=	kleinerend
kleinerendere	=	kleinerend
kleinerenders	=	kleinerend
kleinerends	=	kleinerend
kleinerendst	=	kleinerend
kleinerendste	=	kleinerend
kleinering	noun	handeling waarmee men iemand niet met de gepaste hoeveelheid eerbied en respect behandelt
kleineringen	=	kleinering
kleinerinkje	=	kleinering
kleinerinkjes	=	kleinering
kleiners	=	klein
kleinetertstoonaard	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen; steeds ligt de derde trap een kleine terts boven de grondtoon
kleinetertstoonaarden	=	kleinetertstoonaard
kleinetertstoonaardje	=	kleinetertstoonaard
kleinetertstoonaardjes	=	kleinetertstoonaard
kleinetertstoonladder	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen, steeds ligt de derde trap een kleine terts boven de grondtoon
kleinetertstoonladders	=	kleinetertstoonladder
kleinetertstoonladdertje	=	kleinetertstoonladder
kleinetertstoonladdertjes	=	kleinetertstoonladder
kleinetertstoonschaal	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen, steeds ligt de derde trap een kleine terts boven de grondtoon
kleinetertstoonschaaltje	=	kleinetertstoonschaal
kleinetertstoonschaaltjes	=	kleinetertstoonschaal
kleinetertstoonschalen	=	kleinetertstoonschaal
kleinetertstoonsoort	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen, maar de derde trap ligt steeds een kleine terts boven de grondtoon
kleinetertstoonsoorten	=	kleinetertstoonsoort
kleinetertstoonsoortje	=	kleinetertstoonsoort
kleinetertstoonsoortjes	=	kleinetertstoonsoort
kleinfles	noun	een niet-oriënteerbaar oppervlak, een oppervlak (als twee-dimensionale variëteit) zonder aanwijsbare "binnen" en "buitenkant", dit omdat ze geleidelijk in elkaar overgaan
kleinflesje	=	kleinfles
kleinflesjes	=	kleinfles
kleinflessen	=	kleinfles
kleingeestig	adj	iemand die niet verder kan en wil denken dan zijn neus lang is
kleingeestige	=	kleingeestig
kleingeestiger	=	kleingeestig
kleingeestigere	=	kleingeestig
kleingeestigers	=	kleingeestig
kleingeestigheden	=	kleingeestigheid
kleingeestigheid	noun	het alleen maar kunnen denken in heel nauwe en beperkte kaders zonder enig voorstellingsvermogen of fantasie
kleingeestigs	=	kleingeestig
kleingeestigst	=	kleingeestig
kleingeestigste	=	kleingeestig
kleingekregen	=	kleinkrijgen
kleingeld	noun	geld in kleine coupures, vooral in munten
kleingelovigheid	noun	het maar een zwak geloof hebben; weinig vertrouwen hebben in iets of iemand
kleingesneden	=	kleinsnijden
kleingoed	noun	kleine items, spulletjes, of zaken
kleingoederen	=	kleingoed
kleingoedje	=	kleingoed
kleingoedjes	=	kleingoed
kleinhandel	noun	de handel die tastbare producten direct aan consumenten verkoopt
kleinhandelaar	noun	een handelaar die zijn producten aan consumenten verkoopt.
kleinhandelaars	=	kleinhandelaar
kleinhandelaartje	=	kleinhandelaar
kleinhandelaartjes	=	kleinhandelaar
kleinhandelaren	=	kleinhandelaar
kleinhandels	=	kleinhandel
kleinhandeltje	=	kleinhandel
kleinhandeltjes	=	kleinhandel
kleinhartig	adj	van een persoon dat hij weinig moed en durf heeft
kleinhartige	=	kleinhartig
kleinhartiger	=	kleinhartig
kleinhartigere	=	kleinhartig
kleinhartigers	=	kleinhartig
kleinhartigs	=	kleinhartig
kleinhartigst	=	kleinhartig
kleinhartigste	=	kleinhartig
kleinheden	=	kleinheid
kleinheid	noun	het klein zijn
kleinigheden	=	kleinigheid
kleinigheid	noun	iets onbelangrijks
kleinigheidje	=	kleinigheid
kleinigheidjes	=	kleinigheid
kleinkapitaal	noun	letter die qua omvang klein is maar qua vorm een hoofdletter is
kleinkapitalen	=	kleinkapitaal
kleinkind	noun	kind van zoon of dochter
kleinkinderen	=	kleinkind
kleinkindje	=	kleinkind
kleinkindjes	=	kleinkind
kleinklauwotter	noun	bepaald soort zoogdier, Aonyx cinereus, de kleinste otter ter wereld: 55 cm lang, exclusief de 30 cm lange staart en een gewicht van zo'n 3 kg Dwergotters hebben een afgeplat hoofd en korte, dikke nekken; ogen bevinden zich naar de voorkant van het hoofd.
kleinklauwotters	=	kleinklauwotter
kleinklauwottertje	=	kleinklauwotter
kleinklauwottertjes	=	kleinklauwotter
kleinkopbamboevleermuis	noun	Tylonycteris pachypus een vleermuis uit het geslacht Tylonycteris die voorkomt van India en Zuid-China tot de Filipijnen en Bali.
kleinkopbamboevleermuisje	=	kleinkopbamboevleermuis
kleinkopbamboevleermuisjes	=	kleinkopbamboevleermuis
kleinkopbamboevleermuizen	=	kleinkopbamboevleermuis
kleinkreeg	=	kleinkrijgen
kleinkregen	=	kleinkrijgen
kleinkrijg	=	kleinkrijgen
kleinkrijge	=	kleinkrijgen
kleinkrijgen	verb	onderwerpen, onder zijn gezag plaatsen
kleinkrijgend	=	kleinkrijgen
kleinkrijgende	=	kleinkrijgen
kleinkrijgt	=	kleinkrijgen
kleinkunst	noun	podiumkunst in de eerste plaats bedoeld om te amuseren zoals cabaret maar ook het luisterlied en de musical
kleinkunsten	=	kleinkunst
kleinkunstenaar	noun	iemand die voor zijn beroep de kleinkunst beoefent (cabaret, luisterlied en musical)
kleinkunstenaars	=	kleinkunstenaar
kleinmenselijk	adj	wat past bij de individuele mens
kleinmenselijke	=	kleinmenselijk
kleinmenselijker	=	kleinmenselijk
kleinmenselijkere	=	kleinmenselijk
kleinmenselijkers	=	kleinmenselijk
kleinmenselijks	=	kleinmenselijk
kleinmenselijkst	=	kleinmenselijk
kleinmenselijkste	=	kleinmenselijk
kleinmetaal	noun	het totaal aan kleine werktuigbouwkundige bedrijven die metalen producten maken of verhandelen
kleinmoedig	adj	niet bijzonder moedig zijn
kleinmoedige	=	kleinmoedig
kleinmoediger	=	kleinmoedig
kleinmoedigere	=	kleinmoedig
kleinmoedigers	=	kleinmoedig
kleinmoedigheden	=	kleinmoedigheid
kleinmoedigheid	noun	het kleinmoedig zijn
kleinmoedigs	=	kleinmoedig
kleinmoedigst	=	kleinmoedig
kleinmoedigste	=	kleinmoedig
kleinmotorisch	adj	betreffende de fijne bewegingen die gemaakt worden met de kleine spieren van o.a. de hand
kleinmotorische	=	kleinmotorisch
kleinmotorischer	=	kleinmotorisch
kleinmotorischere	=	kleinmotorisch
kleinmotorischers	=	kleinmotorisch
kleinoden	=	kleinood
kleinodiën	=	kleinood
kleinood	noun	klein voorwerp van hoge waarde
kleinoodje	=	kleinood
kleinoodjes	=	kleinood
kleinoogdraakvis	noun	Hydrolagus affinis een vis uit de familie kortneusdraakvissen.
kleinoogdraakvisje	=	kleinoogdraakvis
kleinoogdraakvisjes	=	kleinoogdraakvis
kleinoogdraakvissen	=	kleinoogdraakvis
kleinoogdwerghaai	noun	Squaliolus aliae een vissensoort uit de familie van de valse doornhaaien (Dalatiidae).
kleinoogdwerghaaien	=	kleinoogdwerghaai
kleinoogdwerghaaitje	=	kleinoogdwerghaai
kleinoogdwerghaaitjes	=	kleinoogdwerghaai
kleinooghamerhaai	noun	Sphyrna tudes een zeer kleine haai (1,25 m. tot 1,48 m.) uit de familie van hamerhaaien.
kleinooghamerhaaien	=	kleinooghamerhaai
kleinooghamerhaaitje	=	kleinooghamerhaai
kleinooghamerhaaitjes	=	kleinooghamerhaai
kleinoogkathaai	noun	Apristurus microps een vis uit de familie van de Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van grondhaaien (Carcharhiniformes).
kleinoogkathaaien	=	kleinoogkathaai
kleinoogkathaaitje	=	kleinoogkathaai
kleinoogkathaaitjes	=	kleinoogkathaai
kleinoogombervis	noun	Nebris microps een straalvinnige vissensoort uit de familie van ombervissen (Sciaenidae).
kleinoogombervisje	=	kleinoogombervis
kleinoogombervisjes	=	kleinoogombervis
kleinoogombervissen	=	kleinoogombervis
kleinoogrog	noun	Raja microocellata een rog uit de familie Rajidae.
kleinoogroggen	=	kleinoogrog
kleinoogroggetje	=	kleinoogrog
kleinoogroggetjes	=	kleinoogrog
kleinoogrogje	=	kleinoogrog
kleinoogrogjes	=	kleinoogrog
kleinoogspeldenknopje	noun	Zabrachia minutissima een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
kleinoogspeldenknopjes	=	kleinoogspeldenknopje
kleinoogtoonhaai	noun	Mustelus higmani een haai uit de familie van de gladde haaien
kleinoogtoonhaaien	=	kleinoogtoonhaai
kleinoogtoonhaaitje	=	kleinoogtoonhaai
kleinoogtoonhaaitjes	=	kleinoogtoonhaai
kleinoogweidemier	noun	Lasius myops een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
kleinoogweidemieren	=	kleinoogweidemier
kleinoogweidemiertje	=	kleinoogweidemier
kleinoogweidemiertjes	=	kleinoogweidemier
kleinoogzweeppalpspin	noun	Mastigusa arietina een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kaardertjes (Dictynidae)
kleinoogzweeppalpspinnen	=	kleinoogzweeppalpspin
kleinoogzweeppalpspinnetje	=	kleinoogzweeppalpspin
kleinoogzweeppalpspinnetjes	=	kleinoogzweeppalpspin
kleins	=	klein
kleinschalig	adj	kleiner van schaal, omvang dan normaal
kleinschalige	=	kleinschalig
kleinschaliger	=	kleinschalig
kleinschaligere	=	kleinschalig
kleinschaligers	=	kleinschalig
kleinschaligheden	=	kleinschaligheid
kleinschaligheid	noun	werkwijze of structuur waarin hoeveelheden of aantallen beperkt zijn, zodat mensen die nog eenvoudig kunnen overzien
kleinschaligheidstoeslag	noun	toeslag op de investeringspremie voor ondernemers die minder dan een bepaald bedrag hebben geïnvesteerd
kleinschaligheidstoeslagen	=	kleinschaligheidstoeslag
kleinschaligs	=	kleinschalig
kleinschaligst	=	kleinschalig
kleinschaligste	=	kleinschalig
kleinschijfsidderrog	noun	Tetronarce microdiscus een vissensoort uit de familie van de sidderroggen (Torpedinidae).
kleinschijfsidderroggen	=	kleinschijfsidderrog
kleinschijfsidderroggetje	=	kleinschijfsidderrog
kleinschijfsidderroggetjes	=	kleinschijfsidderrog
kleinschijfsidderrogje	=	kleinschijfsidderrog
kleinschijfsidderrogjes	=	kleinschijfsidderrog
kleinseminarie	noun	rooms-katholiek gymnasium en internaat voor jongens die priester willen worden
kleinseminaries	=	kleinseminarie
kleinseptiemakkoord	noun	een vierklank van een mineurakkoord plus een kleine septiem
kleinseptiemakkoorden	=	kleinseptiemakkoord
kleinseptiemakkoordje	=	kleinseptiemakkoord
kleinseptiemakkoordjes	=	kleinseptiemakkoord
kleinsneden	=	kleinsnijden
kleinsneed	=	kleinsnijden
kleinsnij	=	kleinsnijden
kleinsnijd	=	kleinsnijden
kleinsnijde	=	kleinsnijden
kleinsnijden	verb	aan kleine stukjes snijden
kleinsnijdend	=	kleinsnijden
kleinsnijdende	=	kleinsnijden
kleinsnijdt	=	kleinsnijden
kleinspringzaadroest	noun	Puccinia komarovii een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
kleinspringzaadroesten	=	kleinspringzaadroest
kleinspringzaadroestje	=	kleinspringzaadroest
kleinspringzaadroestjes	=	kleinspringzaadroest
kleinst	=	klein
kleinste	=	klein
kleinstedelijk	adj	betreffende een kleine stad of groot dorp
kleinstedelijke	=	kleinstedelijk
kleinstedelijker	=	kleinstedelijk
kleinstedelijkere	=	kleinstedelijk
kleinstedelijkers	=	kleinstedelijk
kleinstedelijks	=	kleinstedelijk
kleinstedelijkst	=	kleinstedelijk
kleinstedelijkste	=	kleinstedelijk
kleinsteeds	adj	het karakter hebbend van een kleine stad of van haar inwoners
kleinsteedsch	=	kleinsteeds
kleinsteedse	=	kleinsteeds
kleinsteedser	=	kleinsteeds
kleinsteedsere	=	kleinsteeds
kleinsteedsers	=	kleinsteeds
kleinsteedst	=	kleinsteeds
kleinsteedste	=	kleinsteeds
kleinstekeldraakvis	noun	Harriotta haeckeli een vis uit de familie langneusdraakvissen. de vis komt voor in de Atlantische Oceaan de Indische Oceaan en de Grote Oceaan.
kleinstekeldraakvisje	=	kleinstekeldraakvis
kleinstekeldraakvisjes	=	kleinstekeldraakvis
kleinstekeldraakvissen	=	kleinstekeldraakvis
kleintandwezelmaki	noun	Lepilemur microdon primaat uit de familie van de wezelmaki's (Lepilemuridae).
kleintandwezelmaki's	=	kleintandwezelmaki
kleintandwezelmakietje	=	kleintandwezelmaki
kleintandwezelmakietjes	=	kleintandwezelmaki
kleintandzaagvis	noun	Pristis pectinata een vis uit de orde Rhinopristiformes
kleintandzaagvisje	=	kleintandzaagvis
kleintandzaagvisjes	=	kleintandzaagvis
kleintandzaagvissen	=	kleintandzaagvis
kleintandzandtijgerhaai	noun	Odontaspis ferox een vis uit de familie van de tijgerhaaien (Odontaspididae) en behoort derhalve tot de orde van makreelhaaien (Lamniformes).
kleintandzandtijgerhaaien	=	kleintandzandtijgerhaai
kleintandzandtijgerhaaitje	=	kleintandzandtijgerhaai
kleintandzandtijgerhaaitjes	=	kleintandzandtijgerhaai
kleinte	noun	het klein zijn
kleinten	=	kleinte
kleintes	=	kleinte
kleintje	noun	persoon van klein formaat, kind, peuter
kleintjes	=	kleintje
kleinvee	noun	alle vee dat kleiner is dan een ezel zoals schapen, geiten, pluimvee en varkens
kleinverbruik	noun	verbruik op kleine schaal
kleinverbruiker	noun	particuliere personen die slechts kleine hoeveelheden van een bepaald product afnemen (vaak gebruikt bij gas- en elektriciteitsgebruikers)
kleinverbruikers	=	kleinverbruiker
kleinverbruikersheffing	noun	een door de overheid opgelegde belasting op het verbruik van elektriciteit en aardgas voor huishoudens en kleine bedrijven.
kleinverbruikersheffingen	=	kleinverbruikersheffing
kleinverbruikersheffinkje	=	kleinverbruikersheffing
kleinverbruikersheffinkjes	=	kleinverbruikersheffing
kleinverpakking	noun	een verpakking van een product in een kleine, handzame hoeveelheid of portie.
kleinverpakkingen	=	kleinverpakking
kleinverpakkinkje	=	kleinverpakking
kleinverpakkinkjes	=	kleinverpakking
kleinvinkathaai	noun	Apristurus parvipinnis een vis uit de familie van Pentanchidae, orde roofhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan.
kleinvinkathaaien	=	kleinvinkathaai
kleinvinkathaaitje	=	kleinvinkathaai
kleinvinkathaaitjes	=	kleinvinkathaai
kleinvinzwelghaai	noun	Centrophorus moluccensis een vis uit de familie van zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
kleinvinzwelghaaien	=	kleinvinzwelghaai
kleinvinzwelghaaitje	=	kleinvinzwelghaai
kleinvinzwelghaaitjes	=	kleinvinzwelghaai
kleinvlekplatbek	noun	Trichopsomyia flavitarsis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kleinvlekplatbekje	=	kleinvlekplatbek
kleinvlekplatbekjes	=	kleinvlekplatbek
kleinvlekplatbekken	=	kleinvlekplatbek
kleinvleugelig	adj	kleine vleugels hebbend.
kleinvleugelige	=	kleinvleugelig
kleinvleugeligs	=	kleinvleugelig
kleinzakelijk	adj	betrekking hebbend op kleine ondernemingen
kleinzakelijke	=	kleinzakelijk
kleinzakelijker	=	kleinzakelijk
kleinzakelijkere	=	kleinzakelijk
kleinzakelijkers	=	kleinzakelijk
kleinzakelijks	=	kleinzakelijk
kleinzakelijkst	=	kleinzakelijk
kleinzakelijkste	=	kleinzakelijk
kleinzeerig	=	kleinzerig
kleinzerig	adj	het zich sterk aantrekken van kleine onaangenaamheden, gauw pijn voelend, bang voor pijn.
kleinzerige	=	kleinzerig
kleinzeriger	=	kleinzerig
kleinzerigere	=	kleinzerig
kleinzerigers	=	kleinzerig
kleinzerigheden	=	kleinzerigheid
kleinzerigheid	noun	een heel lage pijndrempel hebben en snel en veel klagen over een ongemak
kleinzerigs	=	kleinzerig
kleinzerigst	=	kleinzerig
kleinzerigste	=	kleinzerig
kleinzielig	adj	bekrompen in uitingen en opvattingen of daarvan getuigend
kleinzielige	=	kleinzielig
kleinzieliger	=	kleinzielig
kleinzieligere	=	kleinzielig
kleinzieligers	=	kleinzielig
kleinzieligheden	=	kleinzieligheid
kleinzieligheid	noun	het bekrompen en benepen zijn van opvattingen en uitingen
kleinzieligs	=	kleinzielig
kleinzieligst	=	kleinzielig
kleinzieligste	=	kleinzielig
kleinzonen	=	kleinzoon
kleinzoon	noun	een zoon van iemands kind, een mannelijk kleinkind
kleinzoons	=	kleinzoon
kleinzoontje	=	kleinzoon
kleinzoontjes	=	kleinzoon
kleipeermos	noun	Pohlia melanodon een mossoort uit de sterrenmosfamilie (Mniaceae).
kleipeermosje	=	kleipeermos
kleipeermosjes	=	kleipeermos
kleipeermossen	=	kleipeermos
kleipissebed	noun	Trachelipus rathkii een pissebed uit de familie Trachelipodidae.
kleipissebedden	=	kleipissebed
kleipissebedje	=	kleipissebed
kleipissebedjes	=	kleipissebed
kleiplastiek	noun	voorwerp van plastische kunst uit klei
kleiplastieken	=	kleiplastiek
kleipop	noun	pop gemaakt van klei
kleipopje	=	kleipop
kleipopjes	=	kleipop
kleipoppen	=	kleipop
kleipriemkever	noun	Bembidion semipunctatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kleipriemkevers	=	kleipriemkever
kleipriemkevertje	=	kleipriemkever
kleipriemkevertjes	=	kleipriemkever
kleiput	noun	plaats waar men klei opgraaft om te gebruiken in steenfabrieken
kleiputje	=	kleiput
kleiputjes	=	kleiput
kleiputten	=	kleiput
kleiribbel	noun	Haplophthalmus mengii een pissebedsoort uit de familie Trichoniscidae.
kleiribbels	=	kleiribbel
kleiribbeltje	=	kleiribbel
kleiribbeltjes	=	kleiribbel
kleis	noun	vleesballetje, deegbal, matsebal
kleismaragdsteeltje	noun	Barbula unguiculata een mossoort die behoort tot de kleimosfamilie (Pottiaceae). ;Uiterlijke kenmerken
kleismaragdsteeltjes	=	kleismaragdsteeltje
kleisnavelmos	noun	Oxyrrhynchium hians een soort uit het geslacht snavelmos (Oxyrrhynchium).
kleisnavelmosje	=	kleisnavelmos
kleisnavelmosjes	=	kleisnavelmos
kleisnavelmossen	=	kleisnavelmos
kleisteen	noun	een sedimentair gesteente dat voornamelijk bestaat uit klei, zonder duidelijke splijting
kleistenen	=	kleisteen
kleistreek	noun	streek, landsdeel, waar de grond uitsluitend of hoofdzakelijk kleigrond is
kleistreekje	=	kleistreek
kleistreekjes	=	kleistreek
kleistreken	=	kleistreek
kleit	=	kleien
kleitablet	noun	gedroogde of gebakken plaat van klei
kleitabletje	=	kleitablet
kleitabletjes	=	kleitablet
kleitabletten	=	kleitablet
kleivedermos	noun	Fissidens taxifolius een mossensoort uit het geslacht vedermos (Fissidens).
kleivedermosje	=	kleivedermos
kleivedermosjes	=	kleivedermos
kleivedermossen	=	kleivedermos
kleiweg	noun	een onverharde weg van klei, meest voorkomende weg tot ver in de 19e eeuw in kleigebieden
kleiwegen	=	kleiweg
kleizen	=	kleis
klem	noun	een werktuig waarin iets door samendrukken bijeengehouden of vastgezet kan worden
klemblaar	noun	blaar die ontstaat door te grote druk op de huid
klemblaartje	=	klemblaar
klemblaartjes	=	klemblaar
klemblaren	=	klemblaar
klembord	noun	een plankje met klem waarop je papier kunt vasthouden en beschrijven
klemborden	=	klembord
klembordje	=	klembord
klembordjes	=	klembord
klembus	noun	klem waarmee men werkstukken kan vastmaken aan een draaibank
klembussen	=	klembus
klemde	=	klemmen
klemden	=	klemmen
klemgereden	=	klemrijden
klemgezet	=	klemzetten
klemmap	noun	een map waarbij de papier door middel van een klem bijeen gehouden worden
klemmapje	=	klemmap
klemmapjes	=	klemmap
klemmappen	=	klemmap
klemme	=	klemmen
klemmen	verb	strak tegen elkaar aandrukken (zodat schuiven niet meer mogelijk is)
klemmend	adj	van iets dat het vast gedrukt zit en niet meer los wil raken
klemmende	=	klemmen
klemmender	=	klemmend
klemmendere	=	klemmend
klemmenders	=	klemmend
klemmends	=	klemmend
klemmendst	=	klemmend
klemmendste	=	klemmend
klemmetje	=	klem
klemmetjes	=	klem
klemming	noun	het beklemd raken
klemmingen	=	klemming
klemreden	=	klemrijden
klemreed	=	klemrijden
klemrij	=	klemrijden
klemrijd	=	klemrijden
klemrijde	=	klemrijden
klemrijden	verb	een voertuig voor dat van en ander plaatsen zó dat die niet meer zijn weg kan vervolgen
klemrijdend	=	klemrijden
klemrijdende	=	klemrijden
klemrijdt	=	klemrijden
klemt	=	klemmen
klemtonen	=	klemtoon
klemtoon	noun	sterkere intonatie waarmee een lettergreep van een woord wordt uitgesproken
klemtoonhomograaf	noun	een woordenpaar dat niet in spelling maar wel in klemtoon verschilt
klemtoonhomografen	=	klemtoonhomograaf
klemtoonhomogram	noun	een woordenpaar dat niet in spelling maar wel in klemtoon verschilt
klemtoonhomogrammen	=	klemtoonhomogram
klemtoonteken	noun	diakritisch teken of symbool om aan te geven dat een lettergreep met extra klemtoon wordt uitgesproken
klemtoontekens	=	klemtoonteken
klemtoontje	=	klemtoon
klemtoontjes	=	klemtoon
klemtoonverschuiving	noun	het verplaatsen van de klemtoon binnen een woord of woordgroep om het ritme te verbeteren er kan wel of geen betekenis verandering optreden
klemtoonverschuivingen	=	klemtoonverschuiving
klemtoonverschuivinkje	=	klemtoonverschuiving
klemtoonverschuivinkjes	=	klemtoonverschuiving
klemvast	adj	heel erg vast door klemmen
klemvaste	=	klemvast
klemvaster	=	klemvast
klemvastere	=	klemvast
klemvasters	=	klemvast
klemvasts	=	klemvast
klemvastst	=	klemvast
klemvastste	=	klemvast
klemzet	=	klemzetten
klemzette	=	klemzetten
klemzetten	verb|figurative	iets of iemand dusdanig benaderen dat hij geen kant meer op kan
klemzettend	=	klemzetten
klemzettende	=	klemzetten
klep	noun	scharnierend bevestigde afsluiting die open en dicht kan
klepboor	noun	buisvormige grondboor met een klepvormige sluiting
klepboortje	=	klepboor
klepboortjes	=	klepboor
klepboren	=	klepboor
klepbreuk	noun	het breken van een klep (hartklep, aortaklep, mitraalklep, pulmonalisklep etc.)
klepbreuken	=	klepbreuk
klepbreukje	=	klepbreuk
klepbreukjes	=	klepbreuk
klepbroek	noun	een broek met een klep als sluiting
klepbroeken	=	klepbroek
klepbroekje	=	klepbroek
klepbroekjes	=	klepbroek
klepel	noun	peervormige staaf die in een klok bij het luiden tegen de rand slaat en zo de klok geluid doet geven
klepelde	=	klepelen
klepelden	=	klepelen
klepele	=	klepelen
klepelen	verb	geluid maken door het bewegen van een klepel in een klok
klepelend	=	klepelen
klepelende	=	klepelen
klepelklokje	noun	Sarsia tubulosa een hydroïdpoliep uit de familie Corynidae.
klepelklokjes	=	klepelklokje
klepels	=	klepel
klepelt	=	klepelen
klepeltje	=	klepel
klepeltjes	=	klepel
klepje	=	klep
klepjes	=	klep
klepkooi	noun	kooi voor dieren die met behulp van een neervallende klep gesloten kan worden en zo gebruikt wordt om dieren te vangen zonder ze te verwonden
klepkooien	=	klepkooi
klepkous	noun	persoon die (te) veel praat
klepkousen	=	klepkous
klepkousje	=	klepkous
klepkousjes	=	klepkous
kleploos	adj	zonder klep
kleploze	=	kleploos
kleppe	=	kleppen
kleppeloos	adj	geen kleppen hebbend
kleppeloze	=	kleppeloos
kleppen	verb	een klappend geluid voortbrengen
kleppend	=	kleppen
kleppende	=	kleppen
kleppenloos	adj	kleppenloos # verouderde spelling of vorm van kleppeloos tot 2006
kleppenloze	adj	kleppenloze # verouderde spelling of vorm van kleppeloze tot 2006
klepper	noun	nachtwaker, die regelmatig zijn ronden liep en om te waarschuwen een kleppend geluid maakte met een daarvoor gemaakt voorwerp
klepperde	=	klepperen
klepperden	=	klepperen
kleppere	=	klepperen
klepperen	verb	voortdurend een kleppend geluid maken
klepperend	=	klepperen
klepperende	=	klepperen
klepperlieden	=	klepperman
klepperlui	=	klepperman
klepperman	noun	nachtwaker, die gebruik maakte van een klepper om de aandacht te trekken wanneer hij informatie verspreidde
kleppermannen	=	klepperman
kleppermannetje	noun	alleen verkleinwoord klein metalen amulet als versiering van paardentuig
kleppermannetjes	=	klepperman
kleppers	=	klepper
kleppert	=	klepperen
kleppertje	=	klepper
kleppertjes	=	klepper
kleppet	noun	een hoofddeksel met een plat uitsteeksel dat de ogen tegen direkte zonnestraling beschermt
kleppetje	=	kleppet
kleppetjes	=	kleppet
kleppetten	=	kleppet
klepraam	noun	naar buiten draaiend, klein raam met scharnieren aan de bovenzijde, vaak geplaatst boven deuren of in kozijnen voor ventilatie
klepraampje	=	klepraam
klepraampjes	=	klepraam
klepramen	=	klepraam
klepschildpadden	noun	een geslacht Kinixys van schildpadden uit de familie der landschildpadden (Testudinidae).
klept	=	kleppen
klepte	=	kleppen
klepten	=	kleppen
kleptocraat	noun	dictator die zich persoonlijk verrijkt ten koste van zijn volk door de staatskas te plunderen
kleptocraten	=	kleptocraat
kleptocratentaks	noun	hoge belasting om extreem hoge inkomens van zakkenvullers af te romen
kleptocratentaksen	=	kleptocratentaks
kleptocratie	noun|humorous	uiterst corrupte regering
kleptocratietje	=	kleptocratie
kleptocratietjes	=	kleptocratie
kleptocratieën	=	kleptocratie
kleptocratisch	adj	volgens de principes van een kleptocratie oftewel erop los jattend
kleptocratische	=	kleptocratisch
kleptocratischer	=	kleptocratisch
kleptocratischere	=	kleptocratisch
kleptocratischers	=	kleptocratisch
kleptomaan	noun	iemand die een ziekelijke neiging tot stelen heeft
kleptomaantje	=	kleptomaan
kleptomaantjes	=	kleptomaan
kleptomanen	=	kleptomaan
kleptomanie	noun	de onweerstaanbare drang om te stelen
klepwespblaaskop	noun	Leopoldius valvatus een vliegensoort uit de familie van de blaaskopvliegen (Conopidae).
klepwespblaaskopje	=	klepwespblaaskop
klepwespblaaskopjes	=	klepwespblaaskop
klepwespblaaskoppen	=	klepwespblaaskop
klepzeiker	noun|informal	ouwehoer
klepzeikers	=	klepzeiker
klere	adj	beroerd, slecht, waar men grote afkeer van heeft
klerelijer	noun	vervelend, hinderlijk persoon aan wie je een hekel hebt
klerelijers	=	klerelijer
klerelijertje	=	klerelijer
kleren	noun	kleding of kledingstukken
klerenborstel	noun	borstel waarmee je kleren kunt ontdoen van stof en pluisjes
klerenborstels	=	klerenborstel
klerenborsteltje	=	klerenborstel
klerenborsteltjes	=	klerenborstel
klerengek	noun	iemand die heel erg veel van kleren houdt
klerengekken	=	klerengek
klerenkast	noun	een meubel waarin men kleren kan opbergen
klerenkasten	=	klerenkast
klerenkastje	=	klerenkast
klerenkastjes	=	klerenkast
klerenmaker	noun	persoon die kleding maakt of herstelt
klerenmakers	=	klerenmaker
klerenmakertje	=	klerenmaker
klerenmakertjes	=	klerenmaker
klerenmot	noun	Tineola biseliella een nachtvlinder uit de familie Tineidae, de echte motten.
klerenmotje	=	klerenmot
klerenmotjes	=	klerenmot
klerenmotten	=	klerenmot
klerenstandaard	noun	staand meubelstuk waaraan men zijn kledingstukken kan ophangen
klerenstandaarden	=	klerenstandaard
klerenstandaardje	=	klerenstandaard
klerenstandaardjes	=	klerenstandaard
klerenstandaards	=	klerenstandaard
klerenwinkel	noun	winkel waar je kleren kunt kopen
klerenwinkels	=	klerenwinkel
klerenwinkeltje	=	klerenwinkel
klerenwinkeltjes	=	klerenwinkel
klerenzaak	noun	een vorm van detailhandel gespecialiseerd in de verkoop van kleding
klerenzaakje	=	klerenzaak
klerenzaakjes	=	klerenzaak
klerenzaken	=	klerenzaak
klerestreek	noun	gemene of rotte streek
klerestreekje	=	klerestreek
klerestreekjes	=	klerestreek
klerestreken	=	klerestreek
klerevent	noun	heel vervelende man
klereventen	=	klerevent
klerewijf	noun	vervelende ordinaire vrouw
klerewijfje	=	klerewijf
klerewijven	=	klerewijf
klerezooi	noun	ongeordend geheel dat moet worden opgeruimd en/of schoongemaakt, chaos
klerezooitje	=	klerezooi
klerikaal	adj	de geestelijke stand betreffend	noun	iemand die de invloed van de geestelijkheid (clerus) in de maatschappij wil bevorderen
klerikaals	=	klerikaal
klerikaalst	=	klerikaal
klerikaalste	=	klerikaal
klerikaaltje	=	klerikaal
klerikaaltjes	=	klerikaal
klerikale	=	klerikaal
klerikalen	=	klerikaal
klerikaler	=	klerikaal
klerikalere	=	klerikaal
klerikalers	=	klerikaal
klerikalisme	noun	ideologie die aan de geestelijkheid meer macht toekent dan haar rechtens toekomt
klerk	noun	iemand die administratieve werkzaamheden verricht
klerken	=	klerk
klerkje	=	klerk
klerkjes	=	klerk
klessebes	noun	praatzieke vrouw
klessebessen	=	klessebes
klets	noun	een klap met de open hand, als bestraffing of dreigement (op de broek, in het gezicht)
kletsbui	noun	periode waarin mensen sterke behoefte voelen om een praatje te maken
kletsbuien	=	kletsbui
kletse	=	kletsen
kletsen	verb	iemand een klets geven, iemand slaan
kletsend	=	kletsen
kletsende	=	kletsen
kletser	noun	iemand die veel en nodeloos praat
kletserig	adj	de neiging hebbend om te keuvelen
kletserige	=	kletserig
kletseriger	=	kletserig
kletserigere	=	kletserig
kletserigers	=	kletserig
kletserigs	=	kletserig
kletserigst	=	kletserig
kletserigste	=	kletserig
kletserij	noun	inhoudsloos gepraat
kletserijen	=	kletserij
kletsers	=	kletser
kletsersbaas	noun	persoon die (te) veel praat
kletsersbaasje	=	kletsersbaas
kletsersbaasjes	=	kletsersbaas
kletsersbazen	=	kletsersbaas
kletsje	=	klets
kletsjes	=	klets
kletskassa	noun	een kassa waar eenzame mensen een praatje kunnen maken
kletskassa's	=	kletskassa
kletskassaatje	=	kletskassa
kletskassaatjes	=	kletskassa
kletskoek	noun|informal	onzinnig gepraat
kletskoeken	=	kletskoek
kletskont	noun|informal	iemand die veel kletst, een kletser
kletskonten	=	kletskont
kletskontje	=	kletskont
kletskontjes	=	kletskont
kletskop	noun	een zeer hoofd door een besmettelijke schimmelinfectie van de huid
kletskopje	=	kletskop
kletskopjes	=	kletskop
kletskoppen	=	kletskop
kletskous	noun	kletser
kletskousen	=	kletskous
kletskousje	=	kletskous
kletskousjes	=	kletskous
kletsmajoor	noun	iemand die te veel praat, oorspronkelijk een legerpredikant
kletsmajoors	=	kletsmajoor
kletsmajoortje	=	kletsmajoor
kletsmajoortjes	=	kletsmajoor
kletsmeier	noun	kletser
kletsmeiers	=	kletsmeier
kletsmeiertje	=	kletsmeier
kletsmeiertjes	=	kletsmeier
kletsnat	adj	heel erg nat, helemaal doorweekt
kletsnats	=	kletsnat
kletsnatte	=	kletsnat
kletsoor	noun	uiteinde van de zweep van een koetsier
kletsoren	=	kletsoor
kletspraat	noun	onzin die iemand vertelt
kletspraatje	=	kletspraat
kletspraatjes	=	kletspraat
kletsregen	=	kletsregenen
kletsregende	=	kletsregenen
kletsregenden	=	kletsregenen
kletsregene	=	kletsregenen
kletsregenen	verb	neerslag van druppels die hard spetteren
kletsregenend	=	kletsregenen
kletsregenende	=	kletsregenen
kletsregent	=	kletsregenen
kletst	=	kletsen
kletstafel	noun|informal	gelegenheid in een sociëteit of vergelijkbare ontmoetingsruimte waar mensen gezellig met elkaar kunnen babbelen
kletstafels	=	kletstafel
kletstafeltje	=	kletstafel
kletstafeltjes	=	kletstafel
kletstante	noun	een vrouw die graag en veel babbelt
kletstantes	=	kletstante
kletste	=	kletsen
kletsten	=	kletsen
kletsverbod	noun	verbod om te kletsen, gebod om ergens stil te zijn
kletsverboden	=	kletsverbod
kletsverbodje	=	kletsverbod
kletsverbodjes	=	kletsverbod
kletsverhaal	noun	onzinnig verhaal dat geen belangrijke waarheid bevat
kletsverhaaltje	=	kletsverhaal
kletsverhaaltjes	=	kletsverhaal
kletsverhalen	=	kletsverhaal
kletter	=	kletteren
kletterde	=	kletteren
kletterden	=	kletteren
klettere	=	kletteren
kletteren	verb	met veel lawaai vallen
kletterend	adj	veel scherp geluid makend
kletterende	=	kletteren
kletterends	=	kletterend
klettert	=	kletteren
kleum	=	kleumen
kleumde	=	kleumen
kleumden	=	kleumen
kleume	=	kleumen
kleumen	verb	verstijfd van de kou zijn
kleumend	=	kleumen
kleumende	=	kleumen
kleumer	noun	persoon die snel last heeft van kou; kouwelijk persoon
kleumerig	adj	verstijfd van de kou
kleumerige	=	kleumerig
kleumeriger	=	kleumerig
kleumerigere	=	kleumerig
kleumerigers	=	kleumerig
kleumerigs	=	kleumerig
kleumerigst	=	kleumerig
kleumerigste	=	kleumerig
kleumers	=	kleumer
kleums	adj	tot kleumen geneigd, kouwelijk
kleumse	=	kleums
kleumser	=	kleums
kleumsere	=	kleums
kleumsers	=	kleums
kleumst	=	kleums
kleumste	=	kleums
kleumt	=	kleumen
kleun	=	kleunen
kleunde	=	kleunen
kleunden	=	kleunen
kleune	=	kleunen
kleunen	verb	harde slagen geven, kloppen, stampen
kleunend	=	kleunen
kleunende	=	kleunen
kleunt	=	kleunen
kleur	noun	het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van licht
kleuraanpassing	noun	het zich aanpassen van dieren aan de kleur van hun omgeving
kleuraanpassingen	=	kleuraanpassing
kleuradaptatie	noun	de uiterlijke aanpassing van organismes aan de kleur van hun omgeving
kleuradaptaties	=	kleuradaptatie
kleurbad	noun	bad waarmee een stof een bepaalde kleur krijgt
kleurbaden	=	kleurbad
kleurbadje	=	kleurbad
kleurbadjes	=	kleurbad
kleurboek	noun	een boek waar afbeeldingen ongekleurd in omtrekken gedrukt zijn en waarbij de gebruiker zelf de plaatjes kan inkleuren
kleurboeken	=	kleurboek
kleurboekje	=	kleurboek
kleurboekjes	=	kleurboek
kleurcode	noun	een code in kleur die daarmee een waarde van iets anders vastlegt
kleurcodes	=	kleurcode
kleurcombinatie	noun	een verzameling naast elkaar geplaatste kleuren; bij elkaar voeging van verschillende kleuren
kleurcombinaties	=	kleurcombinatie
kleurcontrast	noun	een term die aangeeft dat kleuren elkaar kunnen versterken of verzwakken door de invloed die zij bij waarneming op elkaar lijken te hebben
kleurcontrasten	=	kleurcontrast
kleurcontrastje	=	kleurcontrast
kleurcontrastjes	=	kleurcontrast
kleurde	=	kleuren
kleurden	=	kleuren
kleurdoos	noun	doos met kleurpotloden
kleurdoosje	=	kleurdoos
kleurdoosjes	=	kleurdoos
kleurdozen	=	kleurdoos
kleure	=	kleuren
kleurecht	adj	de kleur waarin stoffen geverfd zijn goed behoudend bij wassen, onder invloed van licht etc.
kleurechte	=	kleurecht
kleurechter	=	kleurecht
kleurechtere	=	kleurecht
kleurechters	=	kleurecht
kleurechts	=	kleurecht
kleurechtst	=	kleurecht
kleurechtste	=	kleurecht
kleureffect	noun	door een kleur veroorzaakt effect
kleureffecten	=	kleureffect
kleuren	verb	van kleur voorzien met potloden, stiften, waskrijt etc.
kleuren-tv	noun	televisietoestel dat in staat is een beeld in kleuren te produceren
kleuren-tv's	=	kleuren-tv
kleuren-tv'tje	=	kleuren-tv
kleuren-tv'tjes	=	kleuren-tv
kleurenadviseur	noun	iemand die adviezen geeft over toe te passen kleuren
kleurenadviseurs	=	kleurenadviseur
kleurenadviseurtje	=	kleurenadviseur
kleurenadviseurtjes	=	kleurenadviseur
kleurenbeeld	noun	beeld, gevormd door de reeks van kleuren welke zichtbaar wordt bij de ontleding van het licht van een lichtbron
kleurenbeelden	=	kleurenbeeld
kleurenblind	adj	het niet volledig normaal waarnemen van kleuren
kleurenblinde	noun	iemand die kleuren niet of maar beperkt kan zien
kleurenblinden	=	kleurenblinde
kleurenblinder	=	kleurenblind
kleurenblindere	=	kleurenblind
kleurenblinders	=	kleurenblind
kleurenblindheid	noun	het niet goed kunnen onderscheiden van verschillende kleuren
kleurenblinds	=	kleurenblind
kleurenblindst	=	kleurenblind
kleurenblindste	=	kleurenblind
kleurencombinatie	noun	een samenstel van verschillende tinten naast elkaar
kleurencombinaties	=	kleurencombinatie
kleurencontrast	=	kleurcontrast
kleurend	=	kleuren
kleurende	=	kleuren
kleurendruk	noun	druktechniek waarmee men werk in verschillende kleuren kan maken
kleurendrukken	=	kleurendruk
kleurenfilm	noun	een lichtgevoelige film waarmee men kleurenopnames kan maken
kleurenfilmpje	=	kleurenfilm
kleurenfilmpjes	=	kleurenfilm
kleurenfilms	=	kleurenfilm
kleurenfilter	noun	lichtfilter dat voor het oog duidelijk kleur vertoont
kleurenfilters	=	kleurenfilter
kleurenfiltertje	=	kleurenfilter
kleurenfiltertjes	=	kleurenfilter
kleurenfoto	noun	een foto waarop de kleuren van het afgebeelde object zijn afgebeeld
kleurenfoto's	=	kleurenfoto
kleurenfotografie	noun	het maken van foto's waarbij in de afbeelding de kleurindrukken van het origineel benaderd worden
kleurenfotografieën	=	kleurenfotografie
kleurenfotootje	=	kleurenfoto
kleurenfotootjes	=	kleurenfoto
kleurengamma	noun	een reeks in elkaar overvloeiende bij elkaar passende kleuren
kleurengamma's	=	kleurengamma
kleurenkaart	noun	een kaart waarop diverse kleuren met hun code zijn afgebeeld
kleurenkaarten	=	kleurenkaart
kleurenkaartje	=	kleurenkaart
kleurenkaartjes	=	kleurenkaart
kleurenkopie	noun	een kopie van een afbeelding in kleur
kleurenkopietje	=	kleurenkopie
kleurenkopietjes	=	kleurenkopie
kleurenkopieën	=	kleurenkopie
kleurenleer	noun	theorie met betrekking tot de kleuren en hun perceptie
kleurenleertje	=	kleurenleer
kleurennegatief	noun	negatief in de complementaire kleuren van het origineel
kleurennegatieven	=	kleurennegatief
kleurenpalet	noun	verzameling van kleuren die men ziet of kan gebruiken
kleurenpaletten	=	kleurenpalet
kleurenpatronen	=	kleurenpatroon
kleurenpatroon	noun	een patroon vol kleuren
kleurenpatroons	=	kleurenpatroon
kleurenpatroontje	=	kleurenpatroon
kleurenpatroontjes	=	kleurenpatroon
kleurenpracht	noun	de schoonheid die ontstaat door de prachtige kleuren
kleurenpsychologie	noun	leer van de uitwerking van kleuren op de gemoedstoestand
kleurenschema	noun	verzameling bij elkaar passende kleuren die in een bepaalde situatie gebruikt kunnen worden
kleurenschema's	=	kleurenschema
kleurenschemaatje	=	kleurenschema
kleurenschemaatjes	=	kleurenschema
kleurenspectra	=	kleurenspectrum
kleurenspectrum	noun	kleurenbeeld dat ontstaat door de ontleding van samengesteld licht
kleurenspectrums	=	kleurenspectrum
kleurenspel	noun	de speelse indruk ontstaan door de combinatie van vele kleuren
kleurenspelen	=	kleurenspel
kleurenspellen	=	kleurenspel
kleurenspelletje	=	kleurenspel
kleurenstaal	noun	monster met een bepaalde kleur die als voorbeeld kan dienen
kleurenstaaltje	=	kleurenstaal
kleurenstaaltjes	=	kleurenstaal
kleurenstalen	=	kleurenstaal
kleurensymboliek	noun	symbolische betekenis die aan bepaalde kleuren wordt toegekend
kleurensymbolieken	=	kleurensymboliek
kleurentelevisie	noun	toestel voor de ontvangst van uitzendingen in kleur, tegenwoordig vanzelfsprekend
kleurentelevisies	=	kleurentelevisie
kleurentelevisietje	=	kleurentelevisie
kleurentelevisietjes	=	kleurentelevisie
kleurentheorie	noun	theorie omtrent de wijze waarop kleurwaarneming plaatsvindt (eigenschappen, combinaties en effecten hiervan)
kleurentheorieën	=	kleurentheorie
kleurenwaaier	noun	aantal kleuren in de vorm van een waaier (in schijfvorm)
kleurenwaaiers	=	kleurenwaaier
kleurenwaaiertje	=	kleurenwaaier
kleurenwaaiertjes	=	kleurenwaaier
kleurenweelde	noun	een prachtige hoeveelheid kleuren
kleurenzien	noun	het vermogen om kleuren te kunnen onderscheiden
kleurfilter	noun	lichtfilter dat voor het oog duidelijk kleur vertoont, o.a. gebruikt in de fotografie
kleurfilters	=	kleurfilter
kleurfiltertje	=	kleurfilter
kleurfiltertjes	=	kleurfilter
kleurgebruik	noun	het toepassen kleur in een (kunst)werk
kleurgevoelig	adj	gevoelig voor kleuren
kleurgevoelige	=	kleurgevoelig
kleurgevoeliger	=	kleurgevoelig
kleurgevoeligere	=	kleurgevoelig
kleurgevoeligers	=	kleurgevoelig
kleurgevoeligheden	=	kleurgevoeligheid
kleurgevoeligheid	noun	het kleurgevoelig zijn
kleurgevoeligs	=	kleurgevoelig
kleurgevoeligst	=	kleurgevoelig
kleurgevoeligste	=	kleurgevoelig
kleurhoudend	adj	de kleur behoudend, niet verschietend
kleurhoudende	=	kleurhoudend
kleurhoudender	=	kleurhoudend
kleurhoudendere	=	kleurhoudend
kleurhoudenders	=	kleurhoudend
kleurhoudends	=	kleurhoudend
kleurhoudendst	=	kleurhoudend
kleurhoudendste	=	kleurhoudend
kleurig	adj	een kleur hebbend (gekleurd) of een verscheidenheid aan kleuren vertonend
kleurige	=	kleurig
kleuriger	=	kleurig
kleurigere	=	kleurig
kleurigers	=	kleurig
kleurigs	=	kleurig
kleurigst	=	kleurig
kleurigste	=	kleurig
kleurindex	noun	index ter bepaling van het gehalte aan kleurstof
kleurindexen	=	kleurindex
kleurindexje	=	kleurindex
kleurindexjes	=	kleurindex
kleurindices	=	kleurindex
kleuring	noun	het kleuren
kleuringen	=	kleuring
kleurkaart	noun	kaart waarop verschillende kleuren zijn afgebeeld met hun code
kleurkaarten	=	kleurkaart
kleurkaartenactie	noun	inzamelingsactie waarbij mensen een prent of kaart inkleuren tegen betaling, met als doel geld op te halen voor een goed doel, zoals de restauratie of bouw van een gebouw
kleurkaartenacties	=	kleurkaartenactie
kleurkaartenactietje	=	kleurkaartenactie
kleurkaartenactietjes	=	kleurkaartenactie
kleurkaartje	=	kleurkaart
kleurkaartjes	=	kleurkaart
kleurkatern	noun	in kleurendruk uitgevoerd katern bij een krant of tijdschrift
kleurkaternen	=	kleurkatern
kleurkrijt	noun	een wit krijtje waaraan een kleur is toegevoegd
kleurkrijtje	=	kleurkrijt
kleurkrijtjes	=	kleurkrijt
kleurling	noun	iemand van gemengd ras
kleurlingen	=	kleurling
kleurlingenhater	noun	iemand met een afkeer van mensen met een zichtbare afstamming buiten Europa
kleurlingenhaters	=	kleurlingenhater
kleurlingetje	=	kleurling
kleurlingetjes	=	kleurling
kleurloos	adj	zonder kleur
kleurloosheden	=	kleurloosheid
kleurloosheid	noun	het kleurloos zijn
kleurloost	=	kleurloos
kleurlooste	=	kleurloos
kleurloze	=	kleurloos
kleurlozer	=	kleurloos
kleurlozere	=	kleurloos
kleurlozers	=	kleurloos
kleurmenging	noun	het proces waarbij twee of meer kleuren worden gecombineerd om een nieuwe kleur of tint te creëren.
kleurmengingen	=	kleurmenging
kleurmenginkje	=	kleurmenging
kleurmenginkjes	=	kleurmenging
kleurmiddel	noun	iets waarmee iets een andere kleur kunt geven
kleurmiddelen	=	kleurmiddel
kleurmiddeltje	=	kleurmiddel
kleurmiddeltjes	=	kleurmiddel
kleuroproller	noun	Armadillidium pictum een pissebed uit de familie Armadillidiidae.
kleuroprollers	=	kleuroproller
kleuroprollertje	=	kleuroproller
kleuroprollertjes	=	kleuroproller
kleurpatronen	=	kleurpatroon
kleurpatroon	noun	hoe de verschillende kleuren over een oppervlak verdeeld zijn
kleurpatroontje	=	kleurpatroon
kleurpatroontjes	=	kleurpatroon
kleurplaat	noun	een tekening om in te kleuren, meestal bedoeld voor kleine kinderen
kleurplaatje	=	kleurplaat
kleurplaatjes	=	kleurplaat
kleurplaten	=	kleurplaat
kleurpotloden	=	kleurpotlood
kleurpotlood	noun	potlood om mee te kleuren
kleurpotloodje	=	kleurpotlood
kleurpotloodjes	=	kleurpotlood
kleurpotloodtekening	noun	een tekening gemaakt met een kleurpotlood
kleurpotloodtekeningen	=	kleurpotloodtekening
kleurpotloodtekeningetje	=	kleurpotloodtekening
kleurpotloodtekeningetjes	=	kleurpotloodtekening
kleurrijk	adj	vol opvallende kleuren
kleurrijke	=	kleurrijk
kleurrijker	=	kleurrijk
kleurrijkere	=	kleurrijk
kleurrijkers	=	kleurrijk
kleurrijks	=	kleurrijk
kleurrijkst	=	kleurrijk
kleurrijkste	=	kleurrijk
kleurruimte	noun	een ruimte waarin het fenomeen van de kleuren mathematisch wordt voorgesteld
kleurschifting	noun	ontleding van licht in verschillende kleuren doordat de voortplantingssnelheid in een materiaal verschillend is voor de verschillende frequentiecomponenten waaruit dat licht is opgebouwd
kleurschiftingen	=	kleurschifting
kleurschiftinkje	=	kleurschifting
kleurschiftinkjes	=	kleurschifting
kleursel	noun	stof waarmee je iets een bepaalde kleur kan geven
kleursels	=	kleursel
kleurshampoo	noun	vloeibare zeep om het hoofdhaar te reinigen, met bestanddelen om een de tint ervan te beïnvloeden
kleurshampoos	=	kleurshampoo
kleurspoeling	noun	haarverf, haarkleurmiddel, het verven van het haar door middel van een spoeling.
kleurspoelingen	=	kleurspoeling
kleurspoelinkje	=	kleurspoeling
kleurspoelinkjes	=	kleurspoeling
kleurstelling	noun	het palet van de gebruikte kleuren
kleurstellingen	=	kleurstelling
kleurstof	noun	stof waarmee men iets kleurt
kleurstoffen	=	kleurstof
kleurstofje	=	kleurstof
kleurstofjes	=	kleurstof
kleurt	=	kleuren
kleurtemperaturen	=	kleurtemperatuur
kleurtemperatuur	noun	temperatuur waarbij een zwart lichaam licht zou uitstralen met dezelfde kleurindruk
kleurtemperatuurtje	=	kleurtemperatuur
kleurtemperatuurtjes	=	kleurtemperatuur
kleurtje	=	kleur
kleurtjes	=	kleur
kleurvast	adj	kleurecht
kleurvaste	=	kleurvast
kleurvaster	=	kleurvast
kleurvastere	=	kleurvast
kleurvasters	=	kleurvast
kleurvasts	=	kleurvast
kleurvastst	=	kleurvast
kleurvastste	=	kleurvast
kleurverandering	noun	een optredende verandering in de tint van iets of iemand
kleurveranderingen	=	kleurverandering
kleurveranderingetje	=	kleurverandering
kleurveranderingetjes	=	kleurverandering
kleurverschil	noun	het niet (precies) dezelfde kleur zijn
kleurverschillen	=	kleurverschil
kleurverschilletje	=	kleurverschil
kleurverschilletjes	=	kleurverschil
kleurvlak	noun	een aaneengesloten deel van een oppervlak dat gekleurd is met één kleur
kleurvlakje	=	kleurvlak
kleurvlakjes	=	kleurvlak
kleurvlakken	=	kleurvlak
kleurwaarneming	noun	het mechanisme waarmee kleuren worden waargenomen
kleurwaarnemingen	=	kleurwaarneming
kleurwedstrijd	noun	wedstrijd waarbij de deelnemers proberen om de mooiste tekening te maken en een jury bepaalt wie daarin het beste geslaagd is
kleurwedstrijden	=	kleurwedstrijd
kleurwedstrijdje	=	kleurwedstrijd
kleurwedstrijdjes	=	kleurwedstrijd
kleurwisseling	noun	het veranderen van kleur, vaak als aanpassing aan de omgeving of door inwendige processen, zoals bij dieren (bv. kameleons, hermelijn)
kleurwisselingen	=	kleurwisseling
kleurwisselingetje	=	kleurwisseling
kleurwisselingetjes	=	kleurwisseling
kleuter	noun	een jong kind in de leeftijd van vier tot zes jaar
kleuterbad	noun	badkuipje
kleuterbaden	=	kleuterbad
kleuterbadje	=	kleuterbad
kleuterbadjes	=	kleuterbad
kleuterde	=	kleuteren
kleuterden	=	kleuteren
kleutere	=	kleuteren
kleuteren	verb	zich gedragen als een kleuter die nog niet schoolrijp is
kleuterend	=	kleuteren
kleuterende	=	kleuteren
kleutergedrag	noun	een manier van handelen die past bij kinderen van 4-6 jaar
kleuterjuf	noun	vrouw die verantwoordelijk is voor de opvang en vorming van kleuters in het onderwijs
kleuterjuffen	=	kleuterjuf
kleuterjuffie	=	kleuterjuf
kleuterjuffies	=	kleuterjuf
kleuterjufje	=	kleuterjuf
kleuterjufjes	=	kleuterjuf
kleuterjufs	=	kleuterjuf
kleuterklas	noun	een schookklas met kleuters, groep 1 en 2 van de basisschool
kleuterklasje	=	kleuterklas
kleuterklasjes	=	kleuterklas
kleuterklassen	=	kleuterklas
kleuterleeftijd	noun	de levensfase tussen de 4 en 6 jaar
kleuterleeftijden	=	kleuterleeftijd
kleuterleider	=	kleuterleidster
kleuterleidster	noun	leidster / onderwijzeres van een kleuterklas in een kleuterschool
kleuterleidsters	=	kleuterleidster
kleuterleidstertje	=	kleuterleidster
kleutermodus	noun	manier die past bij een kleuter maar niet bij een volwassene
kleuteronderwijs	noun	onderwijs aan kleuters (op de kleuterschool of in Nederland tegenwoordig groep 1 en 2 van het basisonderwijs)
kleuterprogramma	noun	programma speciaal gemaakt voor kleuters die naar groep 1 en 2 van de basisschool gaan
kleuterprogramma's	=	kleuterprogramma
kleuterprogrammaatje	=	kleuterprogramma
kleuterprogrammaatjes	=	kleuterprogramma
kleuters	=	kleuter
kleuterscholen	=	kleuterschool
kleuterschool	noun|historical	een school voor de leeftijdsgroep 4-6 jaar
kleuterschoolkind	noun	een kind met een leeftijd van 4-6 jaar die naar de kleuterschool gaat
kleuterschoolkinderen	=	kleuterschoolkind
kleuterschoolkindje	=	kleuterschoolkind
kleuterschoolkindjes	=	kleuterschoolkind
kleuterschooltje	=	kleuterschool
kleuterschooltjes	=	kleuterschool
kleuterspeelplaats	noun	speciaal ontworpen buitenruimte, vaak bij een school of kinderdagverblijf, waar jonge kinderen veilig kunnen spelen en zich kunnen ontwikkelen met behulp van speeltoestellen en andere speelelementen
kleuterspeelplaatsen	=	kleuterspeelplaats
kleuterspeelplaatsje	=	kleuterspeelplaats
kleuterspeelplaatsjes	=	kleuterspeelplaats
kleutert	=	kleuteren
kleutertijd	noun	levensfase dat men kleuter is; levensfase tussen de 4 en 6 jaar
kleutertijden	=	kleutertijd
kleutertje	=	kleuter
kleutertjes	=	kleuter
kleutertuin	noun	school voor kleuters; groep 1 en 2 van de basisschool
kleutertuinen	=	kleutertuin
kleutertuintje	=	kleutertuin
kleutertuintjes	=	kleutertuin
kleve	=	kleven
kleven	verb	met een lijm bevestigen
klevend	adj	met de neiging om te plakken
klevende	=	kleven
klevender	=	klevend
klevendere	=	klevend
klevenders	=	klevend
klevends	=	klevend
klevendst	=	klevend
klevendste	=	klevend
klever	noun	iets dat of iemand die kleeft
kleverberghoningkruiper	noun	Diglossa sittoides een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kleverberghoningkruipers	=	kleverberghoningkruiper
kleverberghoningkruipertje	=	kleverberghoningkruiper
kleverberghoningkruipertjes	=	kleverberghoningkruiper
kleverig	adj	vasthechtend bij aanraking
kleverige	=	kleverig
kleveriger	=	kleverig
kleverigere	=	kleverig
kleverigers	=	kleverig
kleverigs	=	kleverig
kleverigst	=	kleverig
kleverigste	=	kleverig
klevers	=	klever
klevertje	=	klever
klevertjes	=	klever
klewang	noun	een kort Indonesisch zwaard geschikt voor man-tot-mangevechten
klewangetje	=	klewang
klewangetjes	=	klewang
klewangs	=	klewang
klezmer	noun	bepaald soort Asjkenazisch-joodse muziek
klezmorem	noun	spelers van klezmermuziek
klieder	noun	knoeier
kliederaar	noun	persoon die door morsen en versmeren bij zijn activiteiten veel besmeurt
kliederaars	=	kliederaar
kliederaartje	=	kliederaar
kliederaartjes	=	kliederaar
kliederboel	noun	iets wat heel smerig is gemaakt; iets wat ontstaan is door kliederen
kliederde	=	kliederen
kliederden	=	kliederen
kliedere	=	kliederen
kliederen	verb	nat- of vuilmaken door gemors of gesmeer
kliederend	=	kliederen
kliederende	=	kliederen
kliederig	adj	heel slordig met een hoop bijkomende rotzooi
kliederige	=	kliederig
kliederiger	=	kliederig
kliederigere	=	kliederig
kliederigers	=	kliederig
kliederigs	=	kliederig
kliederigst	=	kliederig
kliederigste	=	kliederig
klieders	=	klieder
kliedert	=	kliederen
kliedertje	=	klieder
kliedertjes	=	klieder
klief	=	klieven
kliefde	=	klieven
kliefden	=	klieven
klieft	=	klieven
kliek	noun	groep van mensen die veel samen doen en andere mensen buiten de groep houden
klieken	=	kliek
kliekje	noun	alleen verkleinwoord opgewarmd voedsel dat overgebleven is van een eerdere maaltijd
kliekjes	=	kliek
klien	noun	veengrond, waar goede turf uit valt te winnen
klier	noun	een orgaan dat een lichaamsstof afscheidt
klierachtig	adj	lijkend op een klier
klierachtige	=	klierachtig
klierachtiger	=	klierachtig
klierachtigere	=	klierachtig
klierachtigers	=	klierachtig
klierachtigs	=	klierachtig
klierachtigst	=	klierachtig
klierachtigste	=	klierachtig
klierde	=	klieren
klierden	=	klieren
kliere	=	klieren
klieren	verb	zich onaangenaam gedragen
klierend	=	klieren
klierende	=	klieren
klierganzenvoet	noun	een geslacht Dysphania uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
klierganzenvoeten	=	klierganzenvoet
klierganzenvoetje	=	klierganzenvoet
klierganzenvoetjes	=	klierganzenvoet
klierig	adj	van een persoon dat deze een ander persoon expres tot last is
klierige	=	klierig
klieriger	=	klierig
klierigere	=	klierig
klierigers	=	klierig
klierigs	=	klierig
klierigst	=	klierig
klierigste	=	klierig
klierkamille	noun	een geslacht Tripleurospermum van de geslachtengroep Anthemideae binnen de Asteraceae.
klierkamillen	=	klierkamille
klierkamilles	=	klierkamille
klierkamilletje	=	klierkamille
klierkamilletjes	=	klierkamille
klierkoorts	noun	ziekte waarbij de lymfeklieren ontstoken zijn door besmetting met een bepaald herpesvirus, het epstein-barrvirus
klierkoortsen	=	klierkoorts
klierstaartzalmen	noun	een onderfamilie Glandulocaudinae uit de orde van de Characiformes (Karperzalmachtigen)
kliert	=	klieren
kliertje	=	klier
kliertjes	=	klier
kliervormig	adj	vorm van een klier hebbend
kliervormige	=	kliervormig
kliervormiger	=	kliervormig
kliervormigere	=	kliervormig
kliervormigers	=	kliervormig
kliervormigs	=	kliervormig
kliervormigst	=	kliervormig
kliervormigste	=	kliervormig
klierziekte	noun	een ontsteking van een lymfeklier in de hals, die verband houdt met tuberculose
klierziekten	=	klierziekte
klierziektes	=	klierziekte
klieve	=	klieven
klieven	verb	langs een scherp breukvlak in tweeën hakken
klievend	=	klieven
klievende	=	klieven
kliever	noun	iemand die klieft
klievers	=	kliever
klieving	noun	plaats waar iets dat oorspronkelijk een geheel was in twee of meer delen is gespleten
klievingen	=	klieving
klif	noun	steile hoge rots
klifchilia	noun	Ochetorhynchus melanurus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
klifchilia's	=	klifchilia
klifchiliaatje	=	klifchilia
klifchiliaatjes	=	klifchilia
klifchipmunk	noun	Tamias dorsalis knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
klifchipmunkje	=	klifchipmunk
klifchipmunkjes	=	klifchipmunk
klifchipmunks	=	klifchipmunk
kliffen	=	klif
klifgrondtiran	noun	Muscisaxicola albifrons een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen) en het geslacht Muscisaxicola (grondtirannen).
klifgrondtirannen	=	klifgrondtiran
klifgrondtirannetje	=	klifgrondtiran
klifgrondtirannetjes	=	klifgrondtiran
klifje	=	klif
klifjes	=	klif
klifparkiet	noun	Myiopsitta luchsi een endemische parkiet uit Midden-Bolivia.
klifparkieten	=	klifparkiet
klifparkietje	=	klifparkiet
klifparkietjes	=	klifparkiet
klik	noun	kort, scherp en droog geluid
klikbaar	adj	aanklikbaar, met de mogelijkheid om op een internetpagina d.m.v. een muis een link aan te klikken
klikbaarder	=	klikbaar
klikbaardere	=	klikbaar
klikbaarders	=	klikbaar
klikbaars	=	klikbaar
klikbaarst	=	klikbaar
klikbaarste	=	klikbaar
klikbare	=	klikbaar
kliken	=	klikken
klikfonds	noun	beleggingsfonds dat de op effecten behaalde koerswinst bij een bepaald koersniveau veilig stelt (d.m.v. opties)
klikfondsen	=	klikfonds
klikfondsje	=	klikfonds
klikfondsjes	=	klikfonds
klikfondszaak	noun	de strafrechtelijke vervolging in 1997 in Nederland, bekend als 'Operatie Clickfonds', waarbij fraude op de effectenbeurs van Amsterdam werd onderzocht.
klikfondszaakje	=	klikfondszaak
klikfondszaakjes	=	klikfondszaak
klikfondszaken	=	klikfondszaak
klikfoneem	noun	een foneem van bijzondere klakkende klanken die vooral bij Zuidafrikaanse volken voorkomt
klikfoneempje	=	klikfoneem
klikfoneempjes	=	klikfoneem
klikfonemen	=	klikfoneem
klikfraude	noun	vorm van internetfraude waarbij een webadvertentie die per klik inkomsten oplevert zeer vaak door een stroman of software wordt aangeklikt zodat de website-eigenaar ten onrechte geld ontvangt
klikfraudes	=	klikfraude
klikfraudetje	=	klikfraude
klikfraudetjes	=	klikfraude
klikhit	noun	link op een internetpagina die vaak aangeklikt wordt
klikhits	=	klikhit
klikje	=	klik
klikjes	=	klik
klikke	=	klikken
klikken	verb	een klikkend geluid maken
klikkend	=	klikken
klikkende	=	klikken
klikker	noun	iemand die tegen het bevoegd gezag vertelt dat iemand anders iets verkeerds heeft gedaan
klikkerig	adj	geneigd tot klikken
klikkerige	=	klikkerig
klikkeriger	=	klikkerig
klikkerigere	=	klikkerig
klikkerigers	=	klikkerig
klikkerigs	=	klikkerig
klikkerigst	=	klikkerig
klikkerigste	=	klikkerig
klikkers	=	klikker
klikkertje	=	klikker
klikkertjes	=	klikker
klikklak	noun	soort passeerbeweging
klikklakje	=	klikklak
klikklakjes	=	klikklak
klikklakke	=	klikklakken
klikklakken	verb	spelen met een klikklak
klikklakkend	=	klikklakken
klikklakkende	=	klikklakken
klikklakt	=	klikklakken
klikklakte	=	klikklakken
klikklakten	=	klikklakken
kliklijn	noun	een telefoonlijn (of website) voor het (anoniem) melden van misstanden zoals bijv. fraude
kliklijnen	=	kliklijn
kliklijntje	=	kliklijn
kliklijntjes	=	kliklijn
kliko	noun	standaard plastic container op wieltjes die meestal gebruikt wordt voor het deponeren van huishoudelijk afval dat later door de reinigingsdienst wordt opgehaald
kliko's	=	kliko
klikocrimineel	noun	iemand die vuilnis dumpt in de vuilnisbak van een ander
klikocriminelen	=	klikocrimineel
kliks	=	klik
klikspaan	noun	iemand die regelmatig klikt
klikspaantje	=	klikspaan
klikspaantjes	=	klikspaan
klikspanen	=	klikspaan
klikt	=	klikken
klikte	=	klikken
klikten	=	klikken
klikwerker	noun	iemand die heel eenvoudig en laagbetaald werk achter een computer doet waarbij hij of zij alleen maar wat zaken hoeft aan te klikken
klikwerkers	=	klikwerker
klim	noun	een tocht waarbij geklommen wordt or moet worden
klimaat	noun	de gemiddelde natuurlijke gesteldheid van de lucht en het weer in een gebied op een planeet
klimaataanpak	noun	de manier waarop men met de klimaatproblematiek omgaat
klimaatactiegroep	noun	een groep mensen die actie voeren om de klimaatverandering een halt toe te roepen
klimaatactiegroepen	=	klimaatactiegroep
klimaatactiegroepje	=	klimaatactiegroep
klimaatactiegroepjes	=	klimaatactiegroep
klimaatactivist	noun	iemand die zich actief inzet om de klimaatverandering te voorkomen
klimaatactivisten	=	klimaatactivist
klimaatadaptatie	noun	maatregelen die bedoeld zijn om zich aan te passen aan klimaatveranderingen
klimaatakkoord	noun	een eventueel bereikt akkoord over de klimaatverandering op een klimaattop
klimaatakkoorden	=	klimaatakkoord
klimaatakkoordje	=	klimaatakkoord
klimaatakkoordjes	=	klimaatakkoord
klimaatalarmisme	noun	het alarm slaan om te trachten te voorkomen dat het klimaat door menselijke invloed kan veranderen
klimaatalarmist	noun	iemand waarvan sommigen vinden dat die voortdurend de mening uitdraagt dat een rampzalige klimaatverandering aanstaande is (een waarheid als een koe) en dat de mens daarvoor verantwoordelijk is
klimaatalarmisten	=	klimaatalarmist
klimaatarts	noun	medicus die beleidsadviezen en voorlichting geeft over de effecten van klimaatverandering op de gezondheid
klimaatartsen	=	klimaatarts
klimaatbeheersing	noun	het reguleren van de toestand van de lucht in een afgesloten ruimte
klimaatbeheersingen	=	klimaatbeheersing
klimaatbeleid	noun	alle plannen om de door mensen veroorzaakte klimaatverandering te beperken
klimaatbeleiden	=	klimaatbeleid
klimaatbescherming	noun	een handeling die erop gericht is de verandering en verslechtering van de leefomgeving tegen te gaan
klimaatbeweging	noun	het geheel aan organisaties en individuen die zich bezighouden met activiteiten rond het thema klimaatverandering
klimaatbewegingen	=	klimaatbeweging
klimaatbeweginkje	=	klimaatbeweging
klimaatbeweginkjes	=	klimaatbeweging
klimaatboek	noun	boek waarin de klimaat problematiek wordt besproken
klimaatboeken	=	klimaatboek
klimaatboekje	=	klimaatboek
klimaatboekjes	=	klimaatboek
klimaatbos	noun	bos aangeplant om kooldioxide uit de atmosfeer op te slaan
klimaatbosje	=	klimaatbos
klimaatbosjes	=	klimaatbos
klimaatbossen	=	klimaatbos
klimaatbudget	noun	het budget dat beschikbaar is om klimaatverandering te voorkomen
klimaatbudgets	=	klimaatbudget
klimaatbudgetten	=	klimaatbudget
klimaatbuffer	noun	een gebied waar natuurlijke processen de ruimte krijgen waardoor deze gebieden kunnen meegroeien met klimaatverandering en de zeespiegelstijging en een rol kunnen vervullen bij het vasthouden en opvangen van water, het voorkomen van wateroverlast en watertekorten, het temperen van hitte en het verminderen van kooldioxide in de atmosfeer
klimaatbuffers	=	klimaatbuffer
klimaatcatastrofe	noun	de ramp van de verandering van het klimaat
klimaatcatastrofen	=	klimaatcatastrofe
klimaatcatastrofes	=	klimaatcatastrofe
klimaatcentra	=	klimaatcentrum
klimaatcentrum	noun	organisatie waar activiteiten rond de klimaatverandering zijn geconcentreerd
klimaatcentrums	=	klimaatcentrum
klimaatconferentie	noun	grote vergadering waarbij verandering van het klimaat het belangrijkste onderwerp is
klimaatconferenties	=	klimaatconferentie
klimaatcrises	=	klimaatcrisis
klimaatcrisis	noun	een plotselinge ontregeling van de gemiddelde natuurlijke gesteldheid van de lucht en het weer in een gebied op een planeet
klimaatcrisissen	=	klimaatcrisis
klimaatdebacle	noun	nalatigheid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen als oorzaak van rampzalige wereldwijde temperatuurverhoging
klimaatdebacles	=	klimaatdebacle
klimaatdebat	noun	discussie over hoe de klimaatverandering voorkomen kan worden
klimaatdebatten	=	klimaatdebat
klimaatdemonstratie	noun	protestmars waarbij de demonstranten aangeven het niet eens te zijn met het gevoerde klimaatbeleid
klimaatdemonstraties	=	klimaatdemonstratie
klimaatdemonstratietje	=	klimaatdemonstratie
klimaatdemonstratietjes	=	klimaatdemonstratie
klimaatdiagram	noun	een diagram dat per maand de gemiddelde waarde van de temperatuur en de neerslag weergeeft voor een bepaalde plaats over de laatste 30 jaar
klimaatdiagrammen	=	klimaatdiagram
klimaatdoel	noun	iets wat men wil bereiken met het uitvoeren van klimaatmaatregelen
klimaatdoelen	=	klimaatdoel
klimaatdoelstelling	noun	resultaten die men wil bereiken met klimaatbeleid
klimaatdoelstellingen	=	klimaatdoelstelling
klimaatdrammer	noun	iemand die hamert op het nemen van noodzakelijke klimaatmaatregelen die door anderen als te draconisch worden gezien
klimaatdrammers	=	klimaatdrammer
klimaatdrammertje	=	klimaatdrammer
klimaatdrammertjes	=	klimaatdrammer
klimaateffect	noun	het effect op het klimaat van allerlei demografische, economische en industriële factoren
klimaateffecten	=	klimaateffect
klimaateffectje	=	klimaateffect
klimaateffectjes	=	klimaateffect
klimaatexpert	noun	deskundige op het gebied van klimaatverandering
klimaatexperts	=	klimaatexpert
klimaatfonds	noun	een fonds waarmee financiële middelen worden verzameld om een gemeenschap, streek of land – veelal in de ontwikkelingslanden – aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering, of om de uitstoot van broeikasgassen in de wereld tegen te gaan
klimaatfondsen	=	klimaatfonds
klimaatgebied	noun	streken die over meer jaren gezien hetzelfde weer hebben
klimaatgebieden	=	klimaatgebied
klimaatgegeven	noun	een stukje informatie betreffende het klimaat
klimaatgegevens	=	klimaatgegeven
klimaatgetal	noun	cijfermatige data betreffende het klimaat
klimaatgetallen	=	klimaatgetal
klimaatgevel	noun	een 'actieve' gevel die op een slimme manier gebruikmaakt van daglicht, zonnewarmte en luchtverversing om het binnenklimaat te regelen
klimaatgevels	=	klimaatgevel
klimaatgevoeligheden	=	klimaatgevoeligheid
klimaatgevoeligheid	noun	het klimaatgevoelig zijn
klimaatgevoeligheidje	=	klimaatgevoeligheid
klimaatgevoeligheidjes	=	klimaatgevoeligheid
klimaatgordel	noun	een strook met een bepaald klimaat
klimaatgordels	=	klimaatgordel
klimaathypotheek	noun	goedkope lening voor milieuvriendelijke investeringen aan een woning
klimaathypotheken	=	klimaathypotheek
klimaathysterie	noun	niet bestaande ziekte waarvan klimaatontkenners denken dat hun tegenstanders daaraan lijden
klimaatimpactonderzoek	noun	onderzoek naar de gevolgen van klimaatverandering
klimaatimpactonderzoeken	=	klimaatimpactonderzoek
klimaatje	=	klimaat
klimaatjes	=	klimaat
klimaatkamer	noun	vertrek met een constante temperatuur, relatieve vochtigheid etc. dat een bepaald klimaat simuleert
klimaatkamers	=	klimaatkamer
klimaatkast	noun	kast met een constante temperatuur, relatieve vochtigheid etc. waarin een bepaald klimaat wordt gesimuleerd
klimaatkasten	=	klimaatkast
klimaatkastje	=	klimaatkast
klimaatkastjes	=	klimaatkast
klimaatklever	noun	activist die zichzelf vastlijmt aan een object om op die manier aandacht te vragen voor het klimaatprobleem
klimaatklevers	=	klimaatklever
klimaatkwestie	noun	zaken die betrekking hebben op de klimaatverandering
klimaatkwesties	=	klimaatkwestie
klimaatlockdown	noun	dwingende, vrijheidsbeperkende overheidsmaatregelen die de CO₂-uitstoot verminderen
klimaatlockdowns	=	klimaatlockdown
klimaatmaatregel	noun	maatregel die wordt genomen om de klimaatverandering te compenseren
klimaatmaatregelen	=	klimaatmaatregel
klimaatmaatregels	=	klimaatmaatregel
klimaatmaatregeltje	=	klimaatmaatregel
klimaatmaatregeltjes	=	klimaatmaatregel
klimaatmigrant	noun	iemand die naar een ander land vlucht omdat het klimaat op de beginplaats ondragelijk is geworden
klimaatmigranten	=	klimaatmigrant
klimaatmitigatie	noun	maatregelen die bedoeld zijn om de omvang of snelheid van opwarming van de Aarde te beperken
klimaatmodel	noun	wiskundige modellen waarmee men probeert het klimaat te voorspellen
klimaatmodellen	=	klimaatmodel
klimaatmodelletje	=	klimaatmodel
klimaatmodelletjes	=	klimaatmodel
klimaatnegationisme	noun	het ontkennen dat er sprake is van een klimaatwijziging door de activiteiten van de mens
klimaatnegationist	noun	iemand die het feit ontkent dat er sprake is van een klimaatwijziging door de activiteiten van de mens
klimaatnegationisten	=	klimaatnegationist
klimaatneutraal	adj	geen effect op het klimaat hebbend, m.n. doordat de hoeveelheid broeikasgassen die wordt uitgestoten bij een bepaalde activiteit, wordt gecompenseerd, bijv. door het planten van bomen
klimaatneutraals	=	klimaatneutraal
klimaatneutraalst	=	klimaatneutraal
klimaatneutraalste	=	klimaatneutraal
klimaatneutrale	=	klimaatneutraal
klimaatneutraler	=	klimaatneutraal
klimaatneutralere	=	klimaatneutraal
klimaatneutralers	=	klimaatneutraal
klimaatneutraliteit	noun	zodanige vormgeving van menselijke activiteiten dat ze niet tot een verandering van weerpatronen leiden
klimaatnoodtoestand	noun	een verklaring van een overheid dat de opwarming van de Aarde een kritieke situatie schept waardoor dringend bijkomende klimaatmaatregelen moeten getroffen worden
klimaatnoodtoestanden	=	klimaatnoodtoestand
klimaatnota	noun	officieel overheidsdocument dat maatregelen beschrijft om de opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan tegen te gaan
klimaatnota's	=	klimaatnota
klimaatonderzoek	noun	wetenschap die het klimaat en de klimaatverandering bestudeert
klimaatonderzoeken	=	klimaatonderzoek
klimaatonderzoeker	noun	iemand die zich bezighoudt met klimaatonderzoek
klimaatonderzoekers	=	klimaatonderzoeker
klimaatontkenner	noun	iemand die niet gelooft of ontkent dat er sprake is van een klimaatverandering of dat de mens ervoor verantwoordelijk is
klimaatontkenners	=	klimaatontkenner
klimaatontkenning	noun	het ontkennen dat er een klimaatverandering kan optreden door menselijk handelen
klimaatontkenningen	=	klimaatontkenning
klimaatopwarming	noun	het warmer worden van het klimaat
klimaatoverleg	noun	overleg over mogelijke maatregelen die klimaatverandering kunnen voorkomen
klimaatoverleggen	=	klimaatoverleg
klimaatpakket	noun	groep maatregelen die worden genomen om de klimaatverandering te verminderen
klimaatpakketje	=	klimaatpakket
klimaatpakketjes	=	klimaatpakket
klimaatpakketten	=	klimaatpakket
klimaatpauper	noun	iemand die een laag inkomen heeft en als gevolg van klimaatmaatregelen de energierekening niet meer kan betalen
klimaatpaupers	=	klimaatpauper
klimaatplakker	noun	iemand die zich aan een schilderij of wegdek vastplakt om zo aandacht te krijgen voor de klimaatcrisis
klimaatplakkers	=	klimaatplakker
klimaatpolitiek	noun	beleid betreffende maatregelen die effect hebben op de klimaat verandering
klimaatprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan door de opwarming van de aarde
klimaatprobleempje	=	klimaatprobleem
klimaatprobleempjes	=	klimaatprobleem
klimaatproblematiek	noun	moeilijkheden die ontstaan door de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen
klimaatproblematieken	=	klimaatproblematiek
klimaatproblemen	=	klimaatprobleem
klimaatprojectie	noun	verwachting van het klimaat in de toekomst op basis van het huidige klimaat en de voorspelde veranderingen daarvan
klimaatprojecties	=	klimaatprojectie
klimaatregelaar	noun	installatie die de verwarming, vochtigheidsgraad en ventilatie in een gebouw afregelt op de gewenste waarden
klimaatregelaars	=	klimaatregelaar
klimaatregelaartje	=	klimaatregelaar
klimaatregelaartjes	=	klimaatregelaar
klimaatregeling	noun	systeem dat de verwarming, vochtigheidsgraad en ventilatie in een gebouw regelt
klimaatregelingen	=	klimaatregeling
klimaatregelinkje	=	klimaatregeling
klimaatsceptici	=	klimaatscepticus
klimaatscepticus	noun	iemand die (sterk) betwijfelt dat de mens verantwoordelijk is voor de klimaatverandering
klimaatscepticusje	=	klimaatscepticus
klimaatschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen als handelingen verrichten die klimaatverandering bevorderen
klimaatschade	noun	Schade die (door menselijk handelen) is of zal ontstaan aan het klimaat
klimaatschadetje	=	klimaatschade
klimaatschadetjes	=	klimaatschade
klimaatscholier	noun	scholier die actievoert om de regering aan te zetten tot meer activiteiten die de opwarming van de aarde tegengaan
klimaatscholieren	=	klimaatscholier
klimaatschommeling	noun	schommeling in het klimaat wat op een bepaalde plaats aanwezig is
klimaatschommelingen	=	klimaatschommeling
klimaatsopwarming	noun	opwarming van het klimaat
klimaatspijbel	=	klimaatspijbelen
klimaatspijbelaar	noun	iemand die spijbelt om te protesteren voor een beter klimaatbeleid, met name een scholier
klimaatspijbelaars	=	klimaatspijbelaar
klimaatspijbelde	=	klimaatspijbelen
klimaatspijbelden	=	klimaatspijbelen
klimaatspijbele	=	klimaatspijbelen
klimaatspijbelen	verb	spijbelen om te kunnen protesteren tegen de klimaatverandering
klimaatspijbelend	=	klimaatspijbelen
klimaatspijbelende	=	klimaatspijbelen
klimaatspijbelt	=	klimaatspijbelen
klimaatstaak	=	klimaatstaken
klimaatstaakt	=	klimaatstaken
klimaatstaakte	=	klimaatstaken
klimaatstaakten	=	klimaatstaken
klimaatstake	=	klimaatstaken
klimaatstaken	verb	staken om politieke druk uit te oefenen om de klimaatverandering tegen te gaan
klimaatstakend	=	klimaatstaken
klimaatstakende	=	klimaatstaken
klimaatsverandering	noun	verandering van het weer op de lange termijn
klimaatsveranderingen	=	klimaatsverandering
klimaatsveranderingetje	=	klimaatsverandering
klimaatsveranderingetjes	=	klimaatsverandering
klimaatswijziging	noun	langdurige verandering van het gemiddelde weer op aarde, zoals een stijgende temperatuur, gewijzigde neerslag en stijgende zeespiegels
klimaatswijzigingen	=	klimaatswijziging
klimaatswijzigingetje	=	klimaatswijziging
klimaatswijzigingetjes	=	klimaatswijziging
klimaatsysteem	noun	alle toestellen in een gebouw die zorgen voor de regeling van het inwendige klimaat
klimaatsystemen	=	klimaatsysteem
klimaattaks	noun	taks die geheven zou kunnen worden om klimaatplannen te financieren
klimaattaksen	=	klimaattaks
klimaattop	noun	een topconferentie over de klimaatverandering en hoe de meest catastrofale effecten hiervan mogelijk kunnen worden verminderd
klimaattopje	=	klimaattop
klimaattopjes	=	klimaattop
klimaattoppen	=	klimaattop
klimaatuitdaging	noun	een moeilijk te verwezenlijken resultaat met betrekking tot de klimaatverandering
klimaatuitdagingen	=	klimaatuitdaging
klimaatverandering	noun	de verandering van het klimaat in een bepaald gebied over een bepaalde periode, m.n. de wereldwijde opwarming sinds de 19e eeuw
klimaatveranderingen	=	klimaatverandering
klimaatveranderingetje	=	klimaatverandering
klimaatveranderingetjes	=	klimaatverandering
klimaatverdrag	noun	overeenstemming om handelingen te verrichten die een verdere klimaatverandering tegengaan
klimaatverdragen	=	klimaatverdrag
klimaatvluchteling	noun	iemand die moet vluchten om aan de gevolgen van de klimaatverandering te ontkomen (al dan niet veroorzaakt door de menselijke invloed op de opwarming van de aarde)
klimaatvluchtelingen	=	klimaatvluchteling
klimaatvriendelijk	adj	de uitstoot van broeikasgassen beperkend
klimaatvriendelijke	=	klimaatvriendelijk
klimaatvriendelijker	=	klimaatvriendelijk
klimaatvriendelijkere	=	klimaatvriendelijk
klimaatvriendelijkers	=	klimaatvriendelijk
klimaatvriendelijks	=	klimaatvriendelijk
klimaatvriendelijkst	=	klimaatvriendelijk
klimaatvriendelijkste	=	klimaatvriendelijk
klimaatwaakhond	noun	toezichthouder op de naleving van klimaatwetgeving
klimaatwaakhonden	=	klimaatwaakhond
klimaatwanhoper	noun	iemand die denkt dat het al te laat is om iets aan de door de mens veroorzaakte klimaatopwarming te doen
klimaatwanhopers	=	klimaatwanhoper
klimaatwet	noun	een wet die maatregelen moet bevatten die nodig zijn om de klimaatdoelstellingen te halen
klimaatwetenschap	noun	wetenschap die zich bezighoudt met klimaat en klimaatverandering
klimaatwetenschappen	=	klimaatwetenschap
klimaatwetenschapper	noun	deskundige op het gebied van klimaat en klimaatverandering
klimaatwetenschappers	=	klimaatwetenschapper
klimaatwetje	=	klimaatwet
klimaatwetten	=	klimaatwet
klimaatwijziging	noun	langdurige verandering van het gemiddelde weer op aarde, zoals een stijgende temperatuur, gewijzigde neerslag en stijgende zeespiegels
klimaatwijzigingen	=	klimaatwijziging
klimaatwijzigingetje	=	klimaatwijziging
klimaatwijzigingetjes	=	klimaatwijziging
klimaatzone	noun	een gebied waar hetzelfde klimaat heerst
klimaatzones	=	klimaatzone
klimaten	=	klimaat
klimatologen	=	klimatoloog
klimatologie	noun	leer van de lucht- en weersgesteldheid
klimatologisch	adj	op het klimaat of de klimatologie betrekking hebbend
klimatologische	=	klimatologisch
klimatologischer	=	klimatologisch
klimatologischere	=	klimatologisch
klimatologischers	=	klimatologisch
klimatoloog	noun	beoefenaar van klimatologie, de leer van de lucht- en weersgesteldheid
klimatoloogje	=	klimatoloog
klimatoloogjes	=	klimatoloog
klimaugurk	noun	Akebia quinata een klimplant uit de familie Lardizabalaceae.
klimaugurken	=	klimaugurk
klimaugurkje	=	klimaugurk
klimaugurkjes	=	klimaugurk
klimbaars	noun	Anabas testudineus een straalvinnige vis uit de familie van klimbaarzen (Anabantidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes)
klimbaarsje	=	klimbaars
klimbaarsjes	=	klimbaars
klimbaarzen	noun	een familie Anabantidae van vissen uit de orde baarsachtigen
klimbonen	=	klimboon
klimboon	noun	Phaseolus vulgaris plant van de sperzieboon
klimbuideldier	noun	zoogdier uit de grootste orde van de buideldieren Diprotodontia
klimbuideldieren	noun	Diprotodontia de grootste orde van de buideldieren
klimbuideldiertje	=	klimbuideldier
klimbuideldiertjes	=	klimbuideldier
klimdag	noun	dag waarop men klimt
klimdagen	=	klimdag
klimdagje	=	klimdag
klimdagjes	=	klimdag
klimhal	noun	sporthal waarin klimmuren aanwezig zijn waarop de klimsport beoefend wordt
klimhallen	=	klimhal
klimijzer	noun	een metalen plaatje met punten dat onder de schoenen wordt vastgemaakt voor een betere grip bij het bergbeklimmen
klimijzers	=	klimijzer
klimkers	noun	een geslacht Tropaeolum van planten uit de familie Tropaeolaceae.
klimkersen	=	klimkers
klimkersje	=	klimkers
klimkersjes	=	klimkers
klimlelie	noun	Gloriosa superba een klimplant uit de herfsttijloosfamilie (Colchicaceae).
klimlelies	=	klimlelie
klimlelietje	=	klimlelie
klimlelietjes	=	klimlelie
klimleliën	=	klimlelie
klimmaat	noun	iemand waarmee men samen een berg beklimt
klimmaatje	=	klimmaat
klimmaatjes	=	klimmaat
klimmaten	=	klimmaat
klimme	=	klimmen
klimmeervallen	noun	een familie Astroblepidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
klimmen	verb	bewegen in een omhooggaande richting dan wel over obstakels
klimmend	adj	bezig met te stijgen; bezig met te klauteren
klimmende	=	klimmen
klimmender	=	klimmend
klimmendere	=	klimmend
klimmenders	=	klimmend
klimmends	=	klimmend
klimmendst	=	klimmend
klimmendste	=	klimmend
klimmer	noun	iemand die de bergsport beoefend
klimmers	=	klimmer
klimmertje	=	klimmer
klimmertjes	=	klimmer
klimmetje	=	klim
klimmetjes	=	klim
klimming	noun	het klimmen, de stijging, de helling
klimmingen	=	klimming
klimmuren	=	klimmuur
klimmuur	noun	een speciaal geprepareerde muur waarop men kan leren klimmen
klimmuurtje	=	klimmuur
klimmuurtjes	=	klimmuur
klimnet	noun	een net van stevige touwen waarin men kan klimmen, dat lijkt op het want van een zeilschip
klimnetten	=	klimnet
klimoefening	noun	training om te klimmen
klimoefeningen	=	klimoefening
klimop	noun	Hedera helix, een groenblijvende houtige plant die groeit op vochtige, voedselrijke grond langs muren en tegen bomen waaraan de plant zich met korte luchtwortels vastklampt
klimopbij	noun	Colletes hederae een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
klimopbijen	=	klimopbij
klimopbijtje	=	klimopbij
klimopbijtjes	=	klimopbij
klimopbladroller	noun	Clepsis dumicolana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
klimopbladrollers	=	klimopbladroller
klimopbladrollertje	=	klimopbladroller
klimopbladrollertjes	=	klimopbladroller
klimopbremraap	noun	Orobanche hederae een lage tot middelhoge (10–60 cm), bleke, overblijvende plant uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
klimopbremraapje	=	klimopbremraap
klimopbremraapjes	=	klimopbremraap
klimopbremrapen	=	klimopbremraap
klimopdwergzesogen	=	klimopdwergzesoog
klimopdwergzesoog	noun	Tapinesthis inermis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de dwergcelspinnen (Oonopidae)
klimopdwergzesoogje	=	klimopdwergzesoog
klimopdwergzesoogjes	=	klimopdwergzesoog
klimopereprijs	noun	Veronica hederifolia een lage, eenjarige plant met lichtblauw tot lila bloempjes van een paar mm
klimopfamilie	noun	een familie Araliaceae van tweezaadlobbige planten.
klimopfamilies	=	klimopfamilie
klimopfamilietje	=	klimopfamilie
klimopfamilietjes	=	klimopfamilie
klimopje	=	klimop
klimopjes	=	klimop
klimopkever	noun	Ochina ptinoides een keversoort uit de familie klopkevers (Anobiidae).
klimopkevers	=	klimopkever
klimopkevertje	=	klimopkever
klimopkevertjes	=	klimopkever
klimopklokje	noun	Wahlenbergia hederacea een vaste plant die behoort tot de klokjesfamilie.
klimopklokjes	=	klimopklokje
klimopnetwants	noun	Derephysia foliacea een insect uit de familie van netwantsen (Tingidae)
klimopnetwantsen	=	klimopnetwants
klimopnetwantsje	=	klimopnetwants
klimopnetwantsjes	=	klimopnetwants
klimoppen	=	klimop
klimopplant	noun	exemplaat van de klimplant Hedera helix
klimopplanten	=	klimopplant
klimopplantje	=	klimopplant
klimopplantjes	=	klimopplant
klimops	=	klimop
klimoptaailing	noun	Marasmius epiphylloides een schimmel behoren tot de familie Marasmiaceae.
klimoptaailingen	=	klimoptaailing
klimoptaailinkje	=	klimoptaailing
klimoptaailinkjes	=	klimoptaailing
klimopwaterranonkel	noun	Ranunculus hederaceus De klimopwaterranonkel is een eenjarige of tweejarige waterplant die behoort tot de ranonkelfamilie Ranunculaceae
klimopwaterranonkels	=	klimopwaterranonkel
klimopwaterranonkeltje	=	klimopwaterranonkel
klimopwaterranonkeltjes	=	klimopwaterranonkel
klimpaal	noun	paal om in te klimmen
klimpaaltje	=	klimpaal
klimpaaltjes	=	klimpaal
klimpalen	=	klimpaal
klimpartij	noun	de keer dat men klimt
klimpartijen	=	klimpartij
klimpartijtje	=	klimpartij
klimpartijtjes	=	klimpartij
klimplant	noun	planten die tegen voorwerpen aan omhoog kunnen groeien
klimplanten	=	klimplant
klimplantje	=	klimplant
klimplantjes	=	klimplant
klimrek	noun	sport- of speeltoestel waarop men klimt
klimrekje	=	klimrek
klimrekjes	=	klimrek
klimrekken	=	klimrek
klimroos	noun	groep van krachtig groeiende rozen, die met hun kruipende, lange, soepele takken 5-6 m hoog in bomen en tegen muren op kunnen klimmen
klimroosje	=	klimroos
klimroosjes	=	klimroos
klimrozen	=	klimroos
klimslangen	noun	een geslacht Elaphe van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
klimsport	noun	een diverse fysieke activiteit waarbij men met handen en voeten steile wanden, rotsen of bergen beklimt, gericht op het bereiken van een top of het voltooien van een route
klimsporten	=	klimsport
klimsportje	=	klimsport
klimsportjes	=	klimsport
klimster	noun	vrouwelijke beoefenaar van de bergsport
klimsters	=	klimster
klimstok	noun	stok waar klimplanten tegenaan omhoog kunnen groeien
klimstokje	=	klimstok
klimstokjes	=	klimstok
klimstokken	=	klimstok
klimstroken	=	klimstrook
klimstrook	noun	rijstrook voor trager rijdend verkeer, waaronder vrachtwagens, zodat het andere snellere verkeer bij het beklimmen van een helling niet gehinderd wordt
klimstrookje	=	klimstrook
klimstrookjes	=	klimstrook
klimt	=	klimmen
klimtocht	noun	een wandeltoch waarbij veel geklommen moet worden
klimtochten	=	klimtocht
klimtochtje	=	klimtocht
klimtochtjes	=	klimtocht
klimtoestel	noun	een constructie, zowel binnen (gymnastiek) als buiten (speelplein/tuin), ontworpen voor kinderen om in te klimmen, klauteren en spelen, vaak met als doel de motoriek en energieontwikkeling te stimuleren
klimtoestelleje	=	klimtoestel
klimtoestellen	=	klimtoestel
klimtoestelletjes	=	klimtoestel
klimtol	noun	speelgoed, bestaande uit twee schijfjes die langs een koord, dat ertussen gewonden is, afloopt, en door het impulsmoment zichzelf weer omhoog werkt
klimtollen	=	klimtol
klimtolletje	=	klimtol
klimtolletjes	=	klimtol
klimtouw	noun	een touw dat zo dik is dat een mens erin kan klimmen
klimtouwen	=	klimtouw
klimtuig	noun	een constructie bedoeld om beklommen te worden
klimtuigen	=	klimtuig
klimtuigje	=	klimtuig
klimtuigjes	=	klimtuig
klimwand	noun	een muur met noppen waartegen men kan opklimmen terwijl iemand anders ander zorgt dat je niet kan vallen met behulp van een touw
klimwanden	=	klimwand
klimwandje	=	klimwand
klimwandjes	=	klimwand
klimwerk	noun	het stijgen op een berg (bijvoorbeeld tijdens een fietstocht)
kling	noun	het scherpe deel van een mes, sabel, zwaard of bajonet
klingalees	noun|historical	iemand van Zuidaziatische afkomst, Indiër
klingaleesje	=	klingalees
klingaleesjes	=	klingalees
klingalezen	=	klingalees
klingel	=	klingelen
klingelde	=	klingelen
klingelden	=	klingelen
klingele	=	klingelen
klingelen	verb	een kort, zacht, helder geluid dat ontstaat als metalen of glazen voorwerpen herhaaldelijk tegen elkaar aanstoten, het zijn vooral kleine bellen die klingelen
klingelend	=	klingelen
klingelende	=	klingelen
klingelt	=	klingelen
klingen	=	kling
klingetje	=	kling
klingetjes	=	kling
klingontalig	adj	Klingon sprekend
klingontalige	=	klingontalig
klingontaligs	=	klingontalig
kliniek	noun	inrichting waar patiënten medische zorg krijgen en worden verpleegd
klinieken	=	kliniek
kliniekje	=	kliniek
kliniekjes	=	kliniek
klinisch	adj	direct voor de arts (hulpverlener) zichtbaar
klinisch-wetenschappelijk	adj	betreffende onderzoek dat direct bij mensen (patiënten) wordt uitgevoerd om de effectiviteit en veiligheid van nieuwe behandelingen, diagnostiek of medische hulpmiddelen te testen
klinisch-wetenschappelijke	=	klinisch-wetenschappelijk
klinisch-wetenschappelijker	=	klinisch-wetenschappelijk
klinisch-wetenschappelijkere	=	klinisch-wetenschappelijk
klinisch-wetenschappelijkers	=	klinisch-wetenschappelijk
klinisch-wetenschappelijks	=	klinisch-wetenschappelijk
klinisch-wetenschappelijkst	=	klinisch-wetenschappelijk
klinisch-wetenschappelijkste	=	klinisch-wetenschappelijk
klinische	=	klinisch
klinischer	=	klinisch
klinischere	=	klinisch
klinischers	=	klinisch
klink	noun	handvat om de deur te openen of te sluiten
klinkaard	noun	naam van zekere gouden munt uit de 14de eeuw in Brabant
klinkaards	=	klinkaard
klinkdicht	noun	sonnet
klinkdichten	=	klinkdicht
klinkdichtje	=	klinkdicht
klinke	=	klinken
klinken	verb	een bepaald geluid (klank) voortbrengen
klinkend	adj	een luid geluid makend
klinkende	=	klinken
klinkender	=	klinkend
klinkenders	=	klinkend
klinkends	=	klinkend
klinkendst	=	klinkend
klinkendste	=	klinkend
klinker	noun	elke spraakklank waarbij de ademstroom nergens wordt afgeknepen
klinkerbotsing	noun	opeenvolging van klinkers die samen als één klank gelezen kunnen worden, maar die apart gelezen moeten worden, bv. 'placebo-effect'.
klinkerbotsingen	=	klinkerbotsing
klinkerd	=	klinker
klinkerharmonie	noun	het verschijnsel dat klinkers in een woord 'harmoniëren', dat wil zeggen bepaalde articulatiekenmerken gemeen hebben
klinkerharmonieën	=	klinkerharmonie
klinkerpaadje	=	klinkerpad
klinkerpad	noun	een kleine, verharde weg die gemaakt is van bakstenen
klinkerpaden	=	klinkerpad
klinkerpadje	=	klinkerpad
klinkerplaat	noun	plaat met dubbele wapening, met klinkers van cement ertussen
klinkerplaatje	=	klinkerplaat
klinkerplaatjes	=	klinkerplaat
klinkerplaten	=	klinkerplaat
klinkerreductie	noun	reductie van een klinker, doorgaans tot een sjwa
klinkerrijm	noun	rijmvorm met gelijkheid van klank van de klinkers van de beklemtoonde lettergrepen
klinkerrijmen	=	klinkerrijm
klinkerrijmpje	=	klinkerrijm
klinkerrijmpjes	=	klinkerrijm
klinkers	=	klinker
klinkertje	=	klinker
klinkertjes	=	klinker
klinkerweg	noun	straat, verhard met klinkers
klinkerwegen	=	klinkerweg
klinkerweggetje	=	klinkerweg
klinkerweggetjes	=	klinkerweg
klinkerwegje	=	klinkerweg
klinkerwegjes	=	klinkerweg
klinkerwisseling	noun	morfologisch proces waarbij de klinkers veranderen binnen een bepaald paradigma, zoals bij sterke werkwoorden
klinkerwisselingen	=	klinkerwisseling
klinkerwisselingetje	=	klinkerwisseling
klinkerwisselingetjes	=	klinkerwisseling
klinket	noun	een kleine deur in een grote deur
klinketje	=	klinket
klinketjes	=	klinket
klinketten	=	klinket
klinkhamer	noun	slagwerktuig in de vorm een steel met haaks daarop een zware kop met uiteinden, die geschikt zijn om klinknagels vast te slaan
klinkhamers	=	klinkhamer
klinkhamertje	=	klinkhamer
klinkhamertjes	=	klinkhamer
klinkhoef	noun|poetic	een paard, met name een dier met klinkende hoeven
klinkhoefje	=	klinkhoef
klinkhoefjes	=	klinkhoef
klinkhoeven	=	klinkhoef
klinkje	=	klink
klinkjes	=	klink
klinkklaar	adj	zeer duidelijk, overduidelijk
klinkklaars	=	klinkklaar
klinkklare	=	klinkklaar
klinkmachine	noun	Machine om klinknagels mee te kunnen vastklinken
klinkmachines	=	klinkmachine
klinkmachinetje	=	klinkmachine
klinkmachinetjes	=	klinkmachine
klinknagel	noun	een metalen verbinding tussen twee platen bestaande uit twee cilidrische delen die van weerszijden die meestal onder verhitting door vervorming vast bevestigd worden
klinknagelmot	noun	Chrysoclista linneella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
klinknagelmotje	=	klinknagelmot
klinknagelmotjes	=	klinknagelmot
klinknagelmotten	=	klinknagelmot
klinknagels	=	klinknagel
klinknageltje	=	klinknagel
klinknageltjes	=	klinknagel
klinksteen	noun|obsolete	soort groengrijs uitvloeiingsgesteente
klinkstenen	=	klinksteen
klinkt	=	klinken
klinkzand	noun	rood gekleurd fijn zand dat men gebruikt als opvulzand en dat door (regen)water goed inklinkt
klip	noun	een althans tijdelijk uit zee oprijzende rots
klip-en-klaar	adv	zo duidelijk dat elk misverstand uitgesloten is
klip-en-klaarder	=	klip-en-klaar
klip-en-klaardere	=	klip-en-klaar
klip-en-klaarders	=	klip-en-klaar
klip-en-klaars	=	klip-en-klaar
klip-en-klaarst	=	klip-en-klaar
klip-en-klaarste	=	klip-en-klaar
klip-en-klare	=	klip-en-klaar
klipdas	noun	op knaagdier lijkend zoogdier uit Afrika en Zuidwest-Azië uit de familie Procaviidae
klipdasachtigen	noun	een kleine orde Hyracoidea van op knaagdieren lijkende zoogdieren uit Afrika en Zuidwest-Azië.
klipdasje	=	klipdas
klipdassen	noun	een orde Hyracoidea van zoogdieren die met de nauw verwante slurfdieren en zeekoeien weer tot de Paenungulata worden gerekend.
klipduif	noun	Columba rupestris een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
klipduifje	=	klipduif
klipduifjes	=	klipduif
klipduiven	=	klipduif
klipje	=	klip
klipjes	=	klip
kliplipvis	noun	Ctenolabrus rupestris een soort uit de familie van de lipvissen (Labridae) en behoort tot de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
kliplipvisje	=	kliplipvis
kliplipvisjes	=	kliplipvis
kliplipvissen	=	kliplipvis
klipolifantspitsmuis	noun	Elephantulus rupestris een zoogdier uit de familie van de springspitsmuizen (Macroscelididae).
klipolifantspitsmuisje	=	klipolifantspitsmuis
klipolifantspitsmuisjes	=	klipolifantspitsmuis
klipolifantspitsmuizen	=	klipolifantspitsmuis
klippen	=	klip
klipper	noun	snel zeilschip met scherpe boeg en een of meer masten
klipperaak	noun	aak met de steven van een klipper
klipperaakje	=	klipperaak
klipperaakjes	=	klipperaak
klipperaken	=	klipperaak
klippers	=	klipper
klipspringer	noun	Oreotragus oreotragus een kleine Afrikaanse antilope uit de geslachtengroep der dwergantilopen (Neotragini).
klipspringers	=	klipspringer
klipspringertje	=	klipspringer
klipvis	noun	gezouten gedroogde (door uitspreiding op de klippen) zeevis
klipvisje	=	klipvis
klipvissen	=	klipvis
klis	noun	benaming voor planten met stekelige, droge bloemen uit het geslacht Arctium in de familie Asteraceae
klispalpmot	noun	Metzneria lappella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
klispalpmotje	=	klispalpmot
klispalpmotjes	=	klispalpmot
klispalpmotten	=	klispalpmot
klisse	=	klissen
klissen	verb	gevangen nemen, aanhouden
klissend	=	klissen
klissende	=	klissen
klist	=	klissen
kliste	=	klissen
klisteer	noun	Hoeveelheid vloeistof door de aarsopening in het darmkanaal gespoten
klisteerde	=	klisteren
klisteerden	=	klisteren
klisteerspuit	noun	instrument waarmee klysma's worden toegediend
klisteerspuiten	=	klisteerspuit
klisteerspuitje	=	klisteerspuit
klisteert	=	klisteren
klisteertje	=	klisteer
klisten	=	klissen
klister	noun	bolknop
klistere	=	klisteren
klisteren	verb	toedienen van een klysma, lavement of darmspoeling om de ontlasting te bevorderen
klisterend	=	klisteren
klisterende	=	klisteren
klisters	=	klister
klisuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza inornata een schimmel behorend tot de familie Ploettnerulaceae.
klisuitbreekkommetjes	=	klisuitbreekkommetje
klit	noun	benaming voor planten uit het geslacht Arctium in de familie Asteraceae
klitgitje	noun	Cheilosia vulpina een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
klitgitjes	=	klitgitje
klitje	=	klit
klitjes	=	klit
klitte	=	klitten
klitten	verb	vastklampen, plakken
klittenband	noun	een sluiting van aan elkaar klevend materiaal, wat betrekkelijk gemakkelijk losgemaakt kan worden
klittenbanden	=	klittenband
klittenbandje	=	klittenband
klittenbandjes	=	klittenband
klittend	=	klitten
klittende	=	klitten
klm	noun	Koninklijke Luchtvaart Maatschappij
klodde	noun	vod, lor
klodden	=	klodde
klodder	noun	hoeveelheid dik vloeibaar materiaal
klodderde	=	klodderen
klodderden	=	klodderen
kloddere	=	klodderen
klodderen	verb	ruw neersmijten van half vloeibare smerigheden
klodderend	=	klodderen
klodderende	=	klodderen
klodderkathaai	noun	Scyliorhinus meadi een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
klodderkathaaien	=	klodderkathaai
klodderkathaaitje	=	klodderkathaai
klodderkathaaitjes	=	klodderkathaai
klodders	=	klodder
kloddert	=	klodderen
kloddertje	=	klodder
kloddertjes	=	klodder
kloddetje	=	klodde
kloef	noun	klomp, (houten schoen)
kloefen	=	kloef
kloefkapper	noun	klompenmaker
kloefkappers	=	kloefkapper
kloefkappertje	=	kloefkapper
kloefkappertjes	=	kloefkapper
kloeg	=	klagen
kloege	=	klagen
kloegen	=	klagen
kloegt	=	klagen
kloek	adj	groter dan gemiddeld	noun	vrouwtje van een hoenderachtige (en dan vooral kip) die kuikens heeft, broedende hen
kloeke	=	kloek
kloeken	=	kloek
kloeker	=	kloek
kloekere	=	kloek
kloekers	=	kloek
kloekheden	=	kloekheid
kloekheid	noun	geestelijke durf en kracht
kloekje	=	kloek
kloekjes	=	kloek
kloekmoedig	adj	flink en moedig handelen
kloekmoedige	=	kloekmoedig
kloekmoediger	=	kloekmoedig
kloekmoedigere	=	kloekmoedig
kloekmoedigers	=	kloekmoedig
kloekmoedigs	=	kloekmoedig
kloekmoedigst	=	kloekmoedig
kloekmoedigste	=	kloekmoedig
kloeks	=	kloek
kloekst	=	kloek
kloekste	=	kloek
kloet	noun	vaarboom, lange stok voor het voortbewegen van een boot
kloete	=	kloeten
kloeteling	noun	kubusvormige, aan een zijde met dicht gras begroeide spit klei, gestoken van een rijpe schor
kloetelingen	=	kloeteling
kloetelingetje	=	kloeteling
kloetelingetjes	=	kloeteling
kloeten	verb	zich met een vaarboom in een bootje voortbewegen
kloetend	=	kloeten
kloetende	=	kloeten
kloetinger	noun	inwoner van Kloetinge, een Zeeuws dorp
kloetingers	=	kloetinger
kloetje	=	kloet
kloette	=	kloeten
kloetten	=	kloeten
klof	noun|obsolete	nette bovenkleding
kloffie	noun	armoedige, informele, eenvoudige kleding
kloffies	=	kloffie
klojo	noun	iemand die aanrommelt, domme dingen doet
klojo's	=	klojo
klojootje	=	klojo
klojootjes	=	klojo
klok	noun	een instrument dat de tijd bijhoudt	intj	het geluid van een vloeistof die schoksgewijs door een vernauwing stroomt
klokbeker	noun	een kenmerkende, klokvormige aardewerk beker uit de Klokbekercultuur (ca. 2500-1900 v.Chr.) in het laat-neolithicum en de vroege Bronstijd, genoemd naar de vorm die lijkt op een omgekeerde kerkklok, en die werd gebruikt voor huishoudelijke doeleinden en als grafgift bij de doden in grafheuvels
klokbekers	=	klokbeker
klokbekertje	=	klokbeker
klokbekertjes	=	klokbeker
klokbladroller	noun	Philedone gerningana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
klokbladrollers	=	klokbladroller
klokbladrollertje	=	klokbladroller
klokbladrollertjes	=	klokbladroller
klokbloemig	adj	een klokvormige bloemkroon hebbend
klokbloemige	=	klokbloemig
klokbloemigs	=	klokbloemig
klokgalwesp	noun	Andricus glandulae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
klokgalwespen	=	klokgalwesp
klokgalwespje	=	klokgalwesp
klokgalwespjes	=	klokgalwesp
klokgebeier	noun	het geluid maken met een kerkklok door het bewegen van de klepel
klokgekeken	=	klokkijken
klokgelui	noun	het langdurig laten klinken van (kerk)klokken, meestal om een kerkdienst aan te kondigen
klokgewijs	adj	in de ridchting waarin de wijzers van de klok gaan
klokgewijze	=	klokgewijs
klokhen	noun	vrouwtje van een hoenderachtige (en dan vooral kip) die kuikens heeft, broedende hen
klokhennen	=	klokhen
klokhennetje	=	klokhen
klokhuis	noun	binnenste van vruchten als appels en peren, met een holle ruimte voor de pitten
klokhuisbomen	=	klokhuisboom
klokhuisboom	noun	spontaan opgeschoten appelboom uit een klokhuis
klokhuisboompje	=	klokhuisboom
klokhuisboompjes	=	klokhuisboom
klokhuisje	=	klokhuis
klokhuisjes	=	klokhuis
klokhuizen	=	klokhuis
klokje	noun	alleen verkleinwoord aanduiding voor een plant met klokvormige bloemen
klokjes	=	klok
klokjesachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van klokjes
klokjesachtige	=	klokjesachtig
klokjesachtiger	=	klokjesachtig
klokjesachtigere	=	klokjesachtig
klokjesachtigers	=	klokjesachtig
klokjesachtigs	=	klokjesachtig
klokjesachtigst	=	klokjesachtig
klokjesachtigste	=	klokjesachtig
klokjesboorvlieg	noun	Platyparea discoidea een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
klokjesboorvliegen	=	klokjesboorvlieg
klokjesboorvliegje	=	klokjesboorvlieg
klokjesboorvliegjes	=	klokjesboorvlieg
klokjesdikpoot	noun	Melitta haemorrhoidalis een vliesvleugelig insect uit de familie Melittidae.
klokjesdikpootje	=	klokjesdikpoot
klokjesdikpootjes	=	klokjesdikpoot
klokjesdikpoten	=	klokjesdikpoot
klokjesdwergspanner	noun	Eupithecia denotata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
klokjesdwergspanners	=	klokjesdwergspanner
klokjesdwergspannertje	=	klokjesdwergspanner
klokjesdwergspannertjes	=	klokjesdwergspanner
klokjesfamilie	noun	een familie Campanulaceae van tweezaadlobbige planten.
klokjesfamilies	=	klokjesfamilie
klokjesfamilietje	=	klokjesfamilie
klokjesfamilietjes	=	klokjesfamilie
klokjesgentiaan	noun	Gentiana pneumonanthe bloem met donkerblauwe bladeren
klokjesgentiaantje	=	klokjesgentiaan
klokjesgentianen	=	klokjesgentiaan
klokjesglansbij	noun	Dufourea inermis een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
klokjesglansbijen	=	klokjesglansbij
klokjesglansbijtje	=	klokjesglansbij
klokjesglansbijtjes	=	klokjesglansbij
klokjesgroefbij	noun	Lasioglossum costulatum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
klokjesgroefbijen	=	klokjesgroefbij
klokjesgroefbijtje	=	klokjesgroefbij
klokjesgroefbijtjes	=	klokjesgroefbij
klokke	adv	precies op het ronde uur
klokkeek	=	klokkijken
klokkeekt	=	klokkijken
klokkeke	=	klokkijken
klokkeken	=	klokkijken
klokken	verb	een tijd opnemen
klokkend	adj	klokrond, wijd uitvallend
klokkende	=	klokken
klokkender	=	klokkend
klokkendere	=	klokkend
klokkenders	=	klokkend
klokkends	=	klokkend
klokkendst	=	klokkend
klokkendste	=	klokkend
klokkengalg	noun	een stellage waarin één klok of meer klokken zijn opgehangen
klokkengalgen	=	klokkengalg
klokkengalgje	=	klokkengalg
klokkengalgjes	=	klokkengalg
klokkenist	noun	iemand die een klokkenspel, beiaard of carillon bespeelt
klokkenisten	=	klokkenist
klokkenistje	=	klokkenist
klokkenistjes	=	klokkenist
klokkenluiden	verb	openbaar maken van geobserveerde misstanden
klokkenluidend	=	klokkenluiden
klokkenluidende	=	klokkenluiden
klokkenluider	noun	iemand die de klok luidt (van een kerk)
klokkenluiders	=	klokkenluider
klokkenluidersregeling	noun	regeling die ervoor zorgt dat mensen zonder gevaar misstanden kunen melden
klokkenluidersregelingen	=	klokkenluidersregeling
klokkenluiderssite	noun	website waar mensen veilig misstanden kunnen melden
klokkenluiderssites	=	klokkenluiderssite
klokkenluiderswebsite	noun	website waar mensen veilig misstanden kunnen melden
klokkenluiderswebsites	=	klokkenluiderswebsite
klokkenluidertje	=	klokkenluider
klokkenluidertjes	=	klokkenluider
klokkenluidster	noun	vrouw die een kerkklok luidt
klokkenluidsters	=	klokkenluidster
klokkenluidstertje	=	klokkenluidster
klokkenluidstertjes	=	klokkenluidster
klokkenmaker	noun	iemand die klokken fabriceert of repareert
klokkenmakers	=	klokkenmaker
klokkenmakertje	=	klokkenmaker
klokkenmakertjes	=	klokkenmaker
klokkenspel	noun	een in kerktoren, of vrijstaande klokkentoren (campanile), opgesteld muziekinstrument, dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurd
klokkenspeler	noun	iemand die een beiaard of carillon bespeelt
klokkenspelers	=	klokkenspeler
klokkenspelertje	=	klokkenspeler
klokkenspelertjes	=	klokkenspeler
klokkenspellen	=	klokkenspel
klokkenspelletje	=	klokkenspel
klokkenspelletjes	=	klokkenspel
klokkenstoel	noun	een constructie die dient voor het ophangen van een of meerdere klokken
klokkenstoelen	=	klokkenstoel
klokkenstoeltje	=	klokkenstoel
klokkenstoeltjes	=	klokkenstoel
klokkentoren	noun	smal hoog bouwwerk met bovenin een of meer lui- of slagklokken of een carillon
klokkentorens	=	klokkentoren
klokkentorentje	=	klokkentoren
klokkentorentjes	=	klokkentoren
klokkentouw	noun	touw waarmee een hoog opgehangen grote bel in beweging wordt gebracht om een op grote afstand hoorbaar geluid voort te brengen
klokkentouwen	=	klokkentouw
klokkentouwtje	=	klokkentouw
klokkentouwtjes	=	klokkentouw
klokkestoel	=	klokkenstoel
klokkijk	=	klokkijken
klokkijke	=	klokkijken
klokkijken	verb	kijken hoe laat het is op een (analoge) klok
klokkijkend	=	klokkijken
klokkijkende	=	klokkijken
klokkijkt	=	klokkijken
kloklezen	verb	op een analoge klok met wijzers en een wijzerplaat kunnen zien hoe laat het is
kloklezend	=	kloklezen
kloklezende	=	kloklezen
klokmechanisme	noun	een mechanisme om de tijd te meten
klokmechanismen	=	klokmechanisme
klokmechanismes	=	klokmechanisme
klokojief	noun	rand als versiering met een doorsnee die boven half hol en van onder half bol is
klokojieven	=	klokojief
klokradio	noun	radio met klok die als wekker kan dienen
klokradio's	=	klokradio
klokreep	noun	touw waarmee een hoog opgehangen grote bel in beweging wordt gebracht om een op grote afstand hoorbaar geluid voort te brengen
klokreepje	=	klokreep
klokreepjes	=	klokreep
klokrepen	=	klokreep
klokrok	noun	een rok die aansluit bij de taille en naar beneden steeds wijder wordt
klokrokje	=	klokrok
klokrokjes	=	klokrok
klokrokken	=	klokrok
klokschildpad	noun	Testudo marginata een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
klokschildpadden	=	klokschildpad
klokschildpadje	=	klokschildpad
klokschildpadjes	=	klokschildpad
kloksgewijs	adj	in de richting waarin de wijzers van de klok gaan
kloksgewijze	=	kloksgewijs
klokslag	noun	heel plecies op tijd zijn op een moment dat de klok het hele of halve uur slaat
klokslagen	=	klokslag
klokspijs	noun	legering waarvan men klokken giet, te weten in de regel een mengsel van ongeveer 80% koper, 18-24% tin en maximaal 4% verontreiniging
klokspijzen	=	klokspijs
klokt	=	klokken
klokte	=	klokken
klokten	=	klokken
klokthermostaat	noun	thermostaat met ingebouwde klok (en schakelklok)
klokthermostaten	=	klokthermostaat
kloktijd	noun	officiële of wettelijke tijd
kloktijden	=	kloktijd
klokuren	=	klokuur
klokuur	noun	een periode van 60 minuten
klokvast	adj	precies volgens een starre dienstregeling die gebaseerd is op exacte aankomst- en vertrektijden.
klokvaste	=	klokvast
klokvaster	=	klokvast
klokvastere	=	klokvast
klokvasters	=	klokvast
klokvasts	=	klokvast
klokvastst	=	klokvast
klokvastste	=	klokvast
klokvogel	noun	Procnias een vogel die zo genoemd wordt vanwege zijn geluid, dat op een klok of bel lijkt
klokvogels	=	klokvogel
klokvogeltje	=	klokvogel
klokvogeltjes	=	klokvogel
klokvormig	adj	vorm van een klok hebbend
klokvormige	=	klokvormig
klokvormiger	=	klokvormig
klokvormigere	=	klokvormig
klokvormigers	=	klokvormig
klokvormigs	=	klokvormig
klokvormigst	=	klokvormig
klokvormigste	=	klokvormig
klokwinde	noun	Cobaea scandens een klimplant uit de vlambloemfamilie (Polemoniaceae).
klokwinden	=	klokwinde
klokwindes	=	klokwinde
klokwindetje	=	klokwinde
klokwindetjes	=	klokwinde
klokzeel	noun	touw waarmee een hoog opgehangen grote bel in beweging wordt gebracht om een op grote afstand hoorbaar geluid voort te brengen
klokzelen	=	klokzeel
klokzwiepfluiter	noun	Psophodes occidentalis een zangvogel uit de familie Psophodidae (zwiepfluiters).
klokzwiepfluiters	=	klokzwiepfluiter
klokzwiepfluitertje	=	klokzwiepfluiter
klokzwiepfluitertjes	=	klokzwiepfluiter
klom	=	klimmen
klomme	=	klimmen
klommen	=	klimmen
klomp	noun	schoeisel van hout, eventueel in combinatie met leer
klompachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een klomp
klompachtige	=	klompachtig
klompachtiger	=	klompachtig
klompachtigere	=	klompachtig
klompachtigers	=	klompachtig
klompachtigs	=	klompachtig
klompachtigst	=	klompachtig
klompachtigste	=	klompachtig
klompdansvlieg	noun	Empis femorata een vliegensoort uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
klompdansvliegen	=	klompdansvlieg
klompdansvliegje	=	klompdansvlieg
klompdansvliegjes	=	klompdansvlieg
klompen	=	klomp
klompendans	noun	oud-Hollandse volksdans die vaak op polkamuziek uitgevoerd wordt in de vorm van een paardans in een groep
klompendansen	=	klompendans
klompendansje	=	klompendans
klompendansjes	=	klompendans
klompenmaker	noun	persoon die houten klompen maakt
klompenmakerij	noun	het bedrijf en ambacht van het vervaardigen van klompen.
klompenmakerijen	=	klompenmakerij
klompenmakerijtje	=	klompenmakerij
klompenmakerijtjes	=	klompenmakerij
klompenmakers	=	klompenmaker
klompenpad	noun	een lokaal gemarkeerde wandelroute
klompenpaden	=	klompenpad
klompgeelvlekbladjager	noun	Dioctria bicincta een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
klompgeelvlekbladjagers	=	klompgeelvlekbladjager
klompgeelvlekbladjagertje	=	klompgeelvlekbladjager
klompgeelvlekbladjagertjes	=	klompgeelvlekbladjager
klompje	=	klomp
klompjes	=	klomp
klomplaars	noun	een klomp voorzien van een sluitende leren beenbescherming
klomplaarsje	=	klomplaars
klomplaarsjes	=	klomplaars
klomplaarzen	=	klomplaars
klompschoen	noun	schoen met houten onderwerk
klompschoenen	=	klompschoen
klompschoentje	=	klompschoen
klompschoentjes	=	klompschoen
klompvoet	noun	verzamelnaam voor een aantal aangeboren en verworven misvormingen van de voet
klompvoeten	=	klompvoet
klompvoetje	=	klompvoet
klompvoetjes	=	klompvoet
klompvoetkikkers	noun	Atelopus een geslacht van amfibieën uit de familie padden (Bufonidae).
klompvormig	adj	vorm van een klomp hebbend
klompvormige	=	klompvormig
klompvormiger	=	klompvormig
klompvormigere	=	klompvormig
klompvormigers	=	klompvormig
klompvormigs	=	klompvormig
klompvormigst	=	klompvormig
klompvormigste	=	klompvormig
klomt	=	klimmen
klone	=	klonen
kloneer	=	kloneren
kloneerde	=	kloneren
kloneerden	=	kloneren
kloneert	=	kloneren
klonen	verb	een identieke kopie van een levend wezen maken
klonend	=	klonen
klonende	=	klonen
klonere	=	kloneren
kloneren	verb	maken van een genetisch identieke kopie van een organisme
klonerend	=	kloneren
klonerende	=	kloneren
klonering	noun	het maken van een genetisch identiek organismen
kloneringen	=	klonering
klonisch	adj	ritmisch samentrekkend
klonische	=	klonisch
klonischer	=	klonisch
klonischere	=	klonisch
klonischers	=	klonisch
klonk	=	klinken
klonke	=	klinken
klonken	=	klinken
klonkt	=	klinken
klont	noun	een hoeveelheid verdikt materiaal met een omvang die niet goed te definiëren is
klonten	verb	één of enkele klonten vormen
klontend	=	klonten
klontende	=	klonten
klonter	noun	een brok min of meer vaste stof in een vloeiende massa
klonterde	=	klonteren
klonterden	=	klonteren
klontere	=	klonteren
klonteren	verb	klonten vormen
klonterend	=	klonteren
klonterende	=	klonteren
klonterig	adj	met klonten
klonterige	=	klonterig
klonteriger	=	klonterig
klonterigere	=	klonterig
klonterigers	=	klonterig
klonterigs	=	klonterig
klonterigst	=	klonterig
klonterigste	=	klonterig
klonters	=	klonter
klontert	=	klonteren
klontertje	=	klonter
klontertjes	=	klonter
klontje	=	klont
klontjes	=	klont
klontjessuiker	noun	suiker in de vorm van klontjes
klontjessuikers	=	klontjessuiker
klontjestang	noun	tangetje waarmee men suikerklontjes kan pakken
klontjestangen	=	klontjestang
klontjestrilzwam	noun	Myxarium nucleatum een trilzwam in de familie Hyaloriaceae.
klontjestrilzwammen	=	klontjestrilzwam
klontjestrilzwammetje	=	klontjestrilzwam
klontjestrilzwammetjes	=	klontjestrilzwam
klontte	=	klonten
klontten	=	klonten
kloof	noun	een ten gevolge van erosie, diep uitgesleten rivierdal, met steile wanden
kloofbaar	adj	van iets dat het in stukken gespleten, gesplitst of gedeeld kan worden, vaak met kracht of langs natuurlijke lijnen.
kloofbaarder	=	kloofbaar
kloofbaardere	=	kloofbaar
kloofbaarders	=	kloofbaar
kloofbaars	=	kloofbaar
kloofbaarst	=	kloofbaar
kloofbaarste	=	kloofbaar
kloofbare	=	kloofbaar
kloofde	=	kloven
kloofden	=	kloven
kloofe	=	klieven
kloofen	=	klieven
kloofje	=	kloof
kloofjes	=	kloof
kloofmes	noun	zwaar, scherp mes waarmee men hout kan klieven; deel van een houtklover
kloofmesje	=	kloofmes
kloofmesjes	=	kloofmes
kloofmessen	=	kloofmes
klooft	=	kloven
kloofvlak	noun	vlak waarlangs iets gekloofd is of wordt
kloofvlakje	=	kloofvlak
kloofvlakjes	=	kloofvlak
kloofvlakken	=	kloofvlak
kloofwinterkoning	noun	Catherpes mexicanus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
kloofwinterkoningen	=	kloofwinterkoning
kloofwinterkoninkje	=	kloofwinterkoning
kloofwinterkoninkjes	=	kloofwinterkoning
klooi	noun	kloot
klooide	=	klooi
klooiden	=	klooi
klooie	=	klooi
klooien	=	klooi
klooiend	=	klooi
klooiende	=	klooi
klooier	noun	iemand die klooit
klooiers	=	klooier
klooiertje	=	klooier
klooiertjes	=	klooier
klooit	=	klooi
klooitje	=	klooi
kloon	noun	een levend wezen dat een exacte genetische kopie is van een ander wezen
kloonde	=	klonen
kloonden	=	klonen
kloonkind	noun	kind dat een kloon is van een ouder
kloonkinderen	=	kloonkind
kloonkindje	=	kloonkind
kloonkindjes	=	kloonkind
kloont	=	klonen
kloontje	=	kloon
kloontjes	=	kloon
klooster	noun	een gebouw waarin een kloostergemeenschap gevestigd is
kloostercel	noun	kleine ruimte in een klooster waarin een kloosterling slaapt en woont
kloostercellen	=	kloostercel
kloostercelletje	=	kloostercel
kloostercelletjes	=	kloostercel
kloostercomplex	noun	verzameling gebouwen die bij een klooster horen
kloostercomplexen	=	kloostercomplex
kloostercongregatie	noun	vereniging van kloosters met een generaal kapittel, opgericht met een praktisch doel als onderwijs of missie, ontstaan na 1550
kloostercongregaties	=	kloostercongregatie
kloostergalerij	noun	een galerij in een klooster, hier hangen bijvoorbeeld schilderijen
kloostergalerijen	=	kloostergalerij
kloostergalerijtje	=	kloostergalerij
kloostergalerijtjes	=	kloostergalerij
kloostergang	noun	overdekte gang met arcaden rond een kloosterhof
kloostergangen	=	kloostergang
kloostergelofte	noun	gelofte (van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid) die men moet afleggen om in het klooster opgenomen te worden
kloostergeloften	=	kloostergelofte
kloostergeloftes	=	kloostergelofte
kloostergemeenschap	noun	gemeenschap bestaande uit de kloosterlingen die binnen het klooster leven
kloostergemeenschapje	=	kloostergemeenschap
kloostergemeenschapjes	=	kloostergemeenschap
kloostergemeenschappen	=	kloostergemeenschap
kloostergoed	noun	een historisch kloosterterrein dat wordt herontwikkeld tot een woongebied
kloostergoederen	=	kloostergoed
kloostergoedje	=	kloostergoed
kloostergoedjes	=	kloostergoed
kloosterkerk	noun	een kerk die bij een klooster hoort
kloosterkerken	=	kloosterkerk
kloosterkerkje	=	kloosterkerk
kloosterkerkjes	=	kloosterkerk
kloosterleven	noun	de de stille, teruggetrokken manier van leven in een klooster
kloosterlevens	=	kloosterleven
kloosterlijk	adj	van, als in een klooster
kloosterlijke	=	kloosterlijk
kloosterlijker	=	kloosterlijk
kloosterlijkere	=	kloosterlijk
kloosterlijkers	=	kloosterlijk
kloosterlijks	=	kloosterlijk
kloosterlijkst	=	kloosterlijk
kloosterlijkste	=	kloosterlijk
kloosterling	noun	iemand die gekozen heeft voor het leven in een klooster
kloosterlinge	noun	vrouw die religieuze geloften heeft afgelegd
kloosterlingen	=	kloosterling
kloosterlingetje	=	kloosterling
kloosterlingetjes	=	kloosterling
kloostermop	noun	e grote baksteen
kloostermoppen	=	kloostermop
kloostermuren	=	kloostermuur
kloostermuur	noun	de muur die om een kloosterterrein loopt en de bewoners van het klooster afschermt van van de buitenwereld
kloostermuurtje	=	kloostermuur
kloostermuurtjes	=	kloostermuur
kloosterorde	noun	organisatie van kloosterlingen die leven volgens een gemeenschappelijke kloosterregel, één kloosterorde bestaat meestal uit meerdere kloosters
kloosterorden	=	kloosterorde
kloosterordes	=	kloosterorde
kloosterordetje	=	kloosterorde
kloosteroverste	noun	geestelijke die leiding geeft aan een instelling waarbinnen mensen zich terugtrekken om een godsdienstig leven te leiden
kloosteroversten	=	kloosteroverste
kloosterpoort	noun	ingang van een klooster
kloosterpoorten	=	kloosterpoort
kloosterpoortje	=	kloosterpoort
kloosterpoortjes	=	kloosterpoort
kloosters	=	klooster
kloosterscholen	=	kloosterschool
kloosterschool	noun	in of bij een klooster opgerichte school waar les wordt gegeven door kloosterlingen
kloosterschooltje	=	kloosterschool
kloosterschooltjes	=	kloosterschool
kloostertafel	noun	eenvoudige, stevige, zware tafel zoals die in kloosters (zouden) staan
kloostertafels	=	kloostertafel
kloostertafeltje	=	kloostertafel
kloostertafeltjes	=	kloostertafel
kloostertje	=	klooster
kloostertjes	=	klooster
kloostertuin	noun	tuin die grenst aan of wordt omgeven door een klooster en vaak een moestuin, een kruidentuin en een boomgaard bevat
kloostertuinen	=	kloostertuin
kloostertuintje	=	kloostertuin
kloostertuintjes	=	kloostertuin
kloosterzuster	noun	vrouw die met andere vrouwen afgezonderd leeft om zich helammal aan haar godsdienst te wijden
kloosterzusters	=	kloosterzuster
kloosterzustertje	=	kloosterzuster
kloosterzustertjes	=	kloosterzuster
kloot	noun	voorwerp dat bestaat uit samengedrukt materiaal
kloothannes	noun|vulgar	ergerlijke sukkel van een man
kloothannesen	=	kloothannes
kloothannesend	=	kloothannes
kloothannesende	=	kloothannes
kloothommel	noun|informal	klootzak
kloothommels	=	kloothommel
kloothommeltje	=	kloothommel
kloothommeltjes	=	kloothommel
klootje	=	kloot
klootjes	=	kloot
klootjesvolk	noun	niet al te kritisch deel van het gewone volk.
klootjesvolkje	=	klootjesvolk
klootjesvolkjes	=	klootjesvolk
klootschiet	=	klootschieten
klootschieten	verb	gooien met een zware houten bal (de kloot)
klootschietend	=	klootschieten
klootschietende	=	klootschieten
klootschieter	noun	beoefenaar van het klootschieten
klootschieters	=	klootschieter
klootschietertje	=	klootschieter
klootschietertjes	=	klootschieter
klootspiraal	noun|informal	naarling, etterbak
klootspiraaltje	=	klootspiraal
klootspiraaltjes	=	klootspiraal
klootspiralen	=	klootspiraal
klootte	=	kloot
klootten	=	kloot
klootviolen	=	klootviool
klootviool	noun	enorme sukkel, kloothommel
klootviooltje	=	klootviool
klootviooltjes	=	klootviool
klootzak	noun	balzak, scrotum zn
klootzakje	=	klootzak
klootzakjes	=	klootzak
klootzakken	=	klootzak
klop	noun	hoorbare slag	intj	het geluid dat ontstaat door met een vingergewricht tegen een hard oppervlak te tikken
klopappel	noun	bepaalde neotropische struik of kleine boom die eetbare vruchten heeft, Ambelania acida
klopappels	=	klopappel
klopappeltje	=	klopappel
klopappeltjes	=	klopappel
klopboor	noun	boormachine (meestal elektrisch) met hamerfunctie die met stoten boort
klopboormachine	noun	boormachine (meestal elektrisch) met hamerfunctie die met stoten boort
klopboormachines	=	klopboormachine
klopboortje	=	klopboor
klopboortjes	=	klopboor
klopboren	=	klopboor
klopgeest	noun	een geest die zich kenbaar zou maken door te kloppen
klopgeesten	=	klopgeest
klopgeestje	=	klopgeest
klophengst	noun	mannelijk paard waarbij één of beide teelballen in de buikholte is blijven zitten en dus niet is afgedaald in de balzak of dat onvruchtbaar is gemaakt
klophengsten	=	klophengst
klophout	noun	houten instrument waarmee men kan kloppen (o.a. in de orgelmakerij, de leerlooierij, textielindustrie en bij borstelmakers)
klophouten	=	klophout
klophoutje	=	klophout
klophoutjes	=	klophout
klopjacht	noun	grote drijfjacht op dieren
klopjachten	=	klopjacht
klopjachtje	=	klopjacht
klopjachtjes	=	klopjacht
klopje	=	klop
klopjes	=	klop
klopke	=	klop
klopkever	noun	kever uit de familie Ptinidae van houtetende kevers
klopkevers	noun	Ptinidae een familie van houtetende kevers
klopkevertje	=	klopkever
klopkevertjes	=	klopkever
kloppe	=	kloppen
kloppen	verb	hoorbaar tegen of op iets slaan
kloppend	adj	van iets dat het helemaal correct is
kloppende	=	kloppen
kloppender	=	kloppend
kloppendere	=	kloppend
kloppenders	=	kloppend
kloppends	=	kloppend
kloppendst	=	kloppend
kloppendste	=	kloppend
klopper	noun	voorwerp om mee te kloppen
kloppers	=	klopper
kloppertje	=	klopper
kloppertjes	=	klopper
klopping	noun	het kloppen
kloppingen	=	klopping
klopt	intj	bevestiging, geeft als antwoord aan dat het vragenderwijs gestelde juist is
klopte	=	kloppen
klopten	=	kloppen
kloptor	noun	bepaald soort insect, Anobium punctatum waarvan de larven in en van hout leven
kloptorren	=	kloptor
klopvast	adj	van zodanige aard dat de motor niet gaat kloppen
klopvaste	=	klopvast
klopvaster	=	klopvast
klopvastere	=	klopvast
klopvasters	=	klopvast
klopvastheid	noun	het klopvast zijn
klopvasts	=	klopvast
klopvastst	=	klopvast
klopvastste	=	klopvast
kloris	noun|humorous	de man waarmee een vrouw of meisje verkering heeft
klorissen	=	kloris
klos	noun	spoel waaromheen een draad gewonden is
klosjaar	=	clochard
klosje	=	klos
klosjes	=	klos
kloskant	noun	gekloste kant, een artistiek kunstmatig handgemaakt weefsel, gemaakt met katoenen garens die gevlochten worden volgens een getekend patroon
klosse	=	klossen
klossen	verb	winden ww op een klos zn [1]
klossend	=	klossen
klossende	=	klossen
klost	=	klossen
kloste	=	klossen
klosten	=	klossen
klote	adj	erg onaangenaam, grote weerzin oproepend	intj|vulgar	uitroep die ergernis uitdrukt
klote-idee	noun	een stom, vervelend plan of gedachte
klote-ideetje	=	klote-idee
klote-ideetjes	=	klote-idee
klote-ideeën	=	klote-idee
kloteding	noun	een onhandig voorwerp waar je last van hebt
klotedingen	=	kloteding
klotedingetje	=	kloteding
klotedingetjes	=	kloteding
klotedorpsfeest	noun	een zeer vervelend dorpsfeest
klotedorpsfeesten	=	klotedorpsfeest
klotedorpsfeestje	=	klotedorpsfeest
klotedorpsfeestjes	=	klotedorpsfeest
klotefilm	noun	vervelende, slechte, hinderlijke film
klotefilms	=	klotefilm
klotegat	noun|informal	heel vervelende kuil of opening
klotegaten	=	klotegat
klotegebouw	noun	een zeer vervelend, rot gebouw; gebouw waar men een slecht gevoel bij heeft
klotegebouwen	=	klotegebouw
klotegebouwtje	=	klotegebouw
klotegebouwtjes	=	klotegebouw
kloten	=	kloot
klotend	=	kloot
klotende	=	kloot
kloterig	adj	heel vervelend
kloterige	=	kloterig
kloteriger	=	kloterig
kloterigere	=	kloterig
kloterigers	=	kloterig
kloterigs	=	kloterig
kloterigst	=	kloterig
kloterigste	=	kloterig
kloterij	noun	onzinnige en vervelende praatjes
kloterijen	=	kloterij
klotes	=	klote
klotesituatie	noun	moeilijke, vervelende, lastige toestand; beroerde toestand
klotesituaties	=	klotesituatie
klotesituatietje	=	klotesituatie
klotesituatietjes	=	klotesituatie
klotestreek	noun|vulgar	heel vervelende en gemene handeling van iemand
klotestreken	=	klotestreek
klotevak	noun	een vervelend schoolvak
klotevakken	=	klotevak
kloteweer	noun	zeer slecht of onaangenaam weer
klotewoord	noun|informal	een verveld, stom woord; een woord met een hele nare betekenis
klotewoorden	=	klotewoord
klotewoordje	=	klotewoord
klotewoordjes	=	klotewoord
klotezooi	noun|informal	iets dat helemaal niet goed is; scheldwoord waarmee men zijn ongenoegen kan uiten
klotig	adj	heel vervelend
klotige	=	klotig
klotiger	=	klotig
klotigere	=	klotig
klotigers	=	klotig
klotigs	=	klotig
klotigst	=	klotig
klotigste	=	klotig
klots	=	klotsen
klotse	=	klotsen
klotsen	verb	zich door een vloeistof (meestal water) heen bewegen
klotsend	adj	van een vloeistof dat deze hoorbaar heen en weer beweegt
klotsende	=	klotsen
klotsends	=	klotsend
klotst	=	klotsen
klotste	=	klotsen
klotsten	=	klotsen
klotterde	=	klotteren
klotteren	verb	inkopen doen voor het sinterklaasfeest
klove	=	kloven
kloven	verb	het op bepaalde wijzen splijten van een materiaal b.v. diamant en hout
klovend	=	kloven
klovende	=	kloven
klovenier	noun	soldaat die een schietbus gebruikt
kloveniers	=	klovenier
klucht	noun	meestal kort toneelstuk waarvan de plot komisch is
kluchten	=	klucht
kluchtig	adj	grappig in de meer boerse zin van het woord
kluchtigaard	noun	iemand die heel goed moppen kan vertellen
kluchtigaards	=	kluchtigaard
kluchtige	=	kluchtig
kluchtiger	=	kluchtig
kluchtigere	=	kluchtig
kluchtigers	=	kluchtig
kluchtigs	=	kluchtig
kluchtigst	=	kluchtig
kluchtigste	=	kluchtig
kluchtje	=	klucht
kluchtjes	=	klucht
kluft	noun	wijk of buurtschap van een dorp
kluften	=	kluft
kluftje	=	kluft
kluftjes	=	kluft
kluif	noun	stuk been met vlees dat men er alleen afkrijgt door het af te kluiven
kluiffok	noun	driehoekig zeil dat bij zwakke wind op de boegspriet van kleine schepen vóór de gewone fok wordt uitgezet om meer wind te vangen
kluiffokje	=	kluiffok
kluiffokjes	=	kluiffok
kluiffokken	=	kluiffok
kluifje	=	kluif
kluifjes	=	kluif
kluifrotonde	noun	twee rotondes die door een korte weg met elkaar verbonden zijn
kluifrotonden	=	kluifrotonde
kluifrotondes	=	kluifrotonde
kluift	=	kluiven
kluifzwameter	noun	Hypomyces cervinus een schimmel behorend tot de familie Hypocreaceae.
kluifzwameters	=	kluifzwameter
kluifzwametertje	=	kluifzwameter
kluifzwametertjes	=	kluifzwameter
kluifzwammen	noun	een geslacht Helvella van schimmels.
kluis	noun	een tegen inbraak en brand beveiligde kist of kast
kluisdeur	noun	de afsluitbare deur van een brandkast
kluisdeuren	=	kluisdeur
kluisdeurtje	=	kluisdeur
kluisdeurtjes	=	kluisdeur
kluisje	=	kluis
kluisjes	=	kluis
kluisruimte	noun	ruimte met meerdere afzonderlijke afsluitbare kluizen
kluisruimten	=	kluisruimte
kluisruimtes	=	kluisruimte
kluisruimtetje	=	kluisruimte
kluisruimtetjes	=	kluisruimte
kluister	noun	keten bedoeld voor het boeien van de voeten
kluisterde	=	kluisteren
kluisterden	=	kluisteren
kluistere	=	kluisteren
kluisteren	verb	in bewegingen en invloed beperken
kluisterend	=	kluisteren
kluisterende	=	kluisteren
kluisters	=	kluister
kluistert	=	kluisteren
kluistertje	=	kluister
kluistertjes	=	kluister
kluisverklaring	noun	een vertrouwelijke, schriftelijke verklaring van een getuige of verdachte in een strafzaak, die bij een notaris wordt 'opgesloten' en pas wordt vrijgegeven als aan specifieke, vooraf afgesproken voorwaarden is voldaan.
kluisverklaringen	=	kluisverklaring
kluisverklarinkje	=	kluisverklaring
kluisverklarinkjes	=	kluisverklaring
kluit	noun	de aarde om een wortelstelsel van een plant
kluiten	=	kluit
kluitje	noun	iemand met een kluitje in het riet sturen = Iemand wegsturen zonder echte hulp of een echt antwoord te geven = afschepen.
kluitjes	=	kluit
kluive	=	kluiven
kluiven	verb	een bot in handen houden en er vlees van afhappen
kluivend	=	kluiven
kluivende	=	kluiven
kluivenduiker	noun	iemand die langs de straat zwerft en er aan zijn brood tracht te komen met vage karweitjes, een zwerver, schooier
kluivenduikers	=	kluivenduiker
kluivenduikertje	=	kluivenduiker
kluivenduikertjes	=	kluivenduiker
kluiver	noun	driehoekig zeil aan de boegspriet (kluifhout) van een schip, een kluiffok
kluivers	=	kluiver
kluivertje	=	kluiver
kluivertjes	=	kluiver
kluizen	=	kluis
kluizenaar	noun	iemand die alleen en in afzondering leeft
kluizenaars	=	kluizenaar
kluizenaarsbestaan	noun	het leven in afzondering van andere mensen
kluizenaarschap	noun	het kluizenaar zijn
kluizenaarschappen	=	kluizenaarschap
kluizenaarsleven	noun	het leven van mensen die in afzondering leven
kluizenaarslevens	=	kluizenaarsleven
kluizenaarsleventje	=	kluizenaarsleven
kluizenaarsleventjes	=	kluizenaarsleven
kluizenaarstinamoe	noun	Tinamus solitarius een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
kluizenaarstinamoes	=	kluizenaarstinamoe
kluizenaarstinamoetje	=	kluizenaarstinamoe
kluizenaarstinamoetjes	=	kluizenaarstinamoe
kluizenaarswoning	noun	de vaste verblijfplaats van een kluizenaar.
kluizenaarswoningen	=	kluizenaarswoning
kluizenaarswoninkje	=	kluizenaarswoning
kluizenaarswoninkjes	=	kluizenaarswoning
kluizenaartje	=	kluizenaar
kluizenaartjes	=	kluizenaar
kluizenaren	=	kluizenaar
kluizenares	=	kluizenaar
kluizenarij	noun	een woning van een kluizenaar
kluizenarijen	=	kluizenarij
kluizenarijtje	=	kluizenarij
kluizenarijtjes	=	kluizenarij
kluizens	adj	op Kluizen betrekking hebbend
kluizense	noun	een vrouwelijke inwoner van Kluizen, of een vrouw afkomstig uit Kluizen
kluizensen	=	kluizense
klune	=	klunen
klunen	verb	op schaatsen over de wal lopen
klunend	=	klunen
klunende	=	klunen
klungel	noun	onhandig iemand, meestal van het mannelijk geslacht
klungelaar	noun	een onhandig persoon.
klungelaars	=	klungelaar
klungelaartje	=	klungelaar
klungelaartjes	=	klungelaar
klungelde	=	klungelen
klungelden	=	klungelen
klungele	=	klungelen
klungelen	verb	prutsen, werk van lage kwaliteit leveren
klungelend	=	klungelen
klungelende	=	klungelen
klungelig	adj	op onhandige wijze
klungelige	=	klungelig
klungeliger	=	klungelig
klungeligere	=	klungelig
klungeligers	=	klungelig
klungeligs	=	klungelig
klungeligst	=	klungelig
klungeligste	=	klungelig
klungels	=	klungel
klungelt	=	klungelen
klungeltje	=	klungel
klungeltjes	=	klungel
klungelwerk	noun	iets wat heel onzorgvuldig of erg ondeskundig gedaan wordt
klungelwerken	=	klungelwerk
kluns	noun	een onhandig persoon
klunsde	=	klunzen
klunsden	=	klunzen
klunsje	=	kluns
klunsjes	=	kluns
klunst	=	klunzen
klunze	=	klunzen
klunzen	verb	zich onhandig gedragen
klunzend	=	klunzen
klunzende	=	klunzen
klunzerig	adj	klunzig
klunzerige	=	klunzerig
klunzeriger	=	klunzerig
klunzerigere	=	klunzerig
klunzerigers	=	klunzerig
klunzerigs	=	klunzerig
klunzerigst	=	klunzerig
klunzerigste	=	klunzerig
klunzig	adj	als passend bij een onhandige prutser
klunzige	=	klunzig
klunziger	=	klunzig
klunzigere	=	klunzig
klunzigers	=	klunzig
klunzigs	=	klunzig
klunzigst	=	klunzig
klunzigste	=	klunzig
kluppel	noun	kort dik stuk hout
kluppelde	=	kluppelen
kluppelden	=	kluppelen
kluppele	=	kluppelen
kluppelen	verb	met een knuppel gooien of slaan
kluppelend	=	kluppelen
kluppelende	=	kluppelen
kluppels	=	kluppel
kluppelt	=	kluppelen
kluppeltje	=	kluppel
kluppeltjes	=	kluppel
klus	noun	karwei, in het bijzonder met de hand en met behulp van gereedschap; bij uitbreiding ook andere soorten werkzaamheden
klusdag	noun	een dag dat men in en rond het huis verbeteringen of reparaties verricht
klusdagen	=	klusdag
klusdagje	=	klusdag
klusdagjes	=	klusdag
klusgeluid	noun	lawaai dat ontstaat hij het klussen
klusgeluiden	=	klusgeluid
klusgeluidje	=	klusgeluid
klusgeluidjes	=	klusgeluid
klusje	=	klus
klusjes	=	klus
klusjeslieden	=	klusjesman
klusjeslui	=	klusjesman
klusjesman	noun	Een manusje-van-alles, ook wel klusjesman of factotum (van het Latijnse fac totum, "maak alles") genoemd, is een term die gebruikt wordt om iemand aan te duiden die vele kleine karweitjes opknapt.
klusjesmannen	=	klusjesman
klusjesmannetje	=	klusjesman
klusjesmannetjes	=	klusjesman
klusman	noun	iemand die vele werkjes kan opknappen in en rond het huis
klusmannen	=	klusman
kluspand	noun	gebouw of woning die door de eigenaar, vaak een gemeente of een woningcorporatie, specifiek wordt aangeboden aan kopers met de bedoeling dat deze het pand zelf renoveren of verbouwen.
kluspanden	=	kluspand
kluspandje	=	kluspand
kluspandjes	=	kluspand
klusse	=	klussen
klussen	verb	in en rond het huis verbeteringen of reparaties verrichten, al dan niet tegen betaling
klussencollectief	noun	kleinschalig aannemersbedrijf waarin mogelijk verschillende kleine ondernemers samenwerken
klussencollectieven	=	klussencollectief
klussend	=	klussen
klussende	=	klussen
klusser	noun	iemand die onderhoudswerkzaamheden aan een huis doet en dat niet doet als hoofdverdienste
klussers	=	klusser
klust	=	klussen
kluste	=	klussen
klusten	=	klussen
klusverbod	noun	verbod van klussen
klusverboden	=	klusverbod
klusverbodje	=	klusverbod
klusverbodjes	=	klusverbod
kluswarenhuis	noun	warenhuis dat zich richt op het verkopen van materialen en gereedschap voor klussers
kluswarenhuizen	=	kluswarenhuis
kluswoning	noun	woning waaraan nog veel verbouwd moet worden voordat men er in kan gaan wonen, maar die daardoor wel aanmerkelijk goedkoper is
kluswoningen	=	kluswoning
kluswoninkje	=	kluswoning
kluswoninkjes	=	kluswoning
kluten	noun	Recurvirostridae een familie van waadvogels.
kluts	noun	ritmische beweging, slag
klutse	=	klutsen
klutsei	noun	gerecht gemaakt van gebakken eieren en losgeklopte melk
klutseieren	=	klutsei
klutseitje	=	klutsei
klutseitjes	=	klutsei
klutsen	verb	door elkaar slaand mengen
klutsend	=	klutsen
klutsende	=	klutsen
klutsje	=	kluts
klutsjes	=	kluts
klutst	=	klutsen
klutste	=	klutsen
klutsten	=	klutsen
kluun	=	klunen
kluunde	=	klunen
kluunden	=	klunen
kluunplaats	noun	plaats waar men over een dijk of iets dergelijks kan klunen
kluunplaatsen	=	kluunplaats
kluunt	=	klunen
kluut	noun	bepaald soort watervogel, Recurvirostra avosetta, uit de familie Recurvirostridae
kluutje	=	kluut
kluwe	=	kluwen
kluwen	noun	los om zichzelf opgewonden hoeveelheid wol, garen enz
kluwenhoornbloem	noun	Cerastium glomeratum een eenjarige plant uit de anjerfamilie.
kluwenhoornbloemen	=	kluwenhoornbloem
kluwenhoornbloemetje	=	kluwenhoornbloem
kluwenhoornbloemetjes	=	kluwenhoornbloem
kluwenhoornbloempje	=	kluwenhoornbloem
kluwenhoornbloempjes	=	kluwenhoornbloem
kluwenklokje	noun	Campanula glomerata een vaste plant uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
kluwenklokjes	=	kluwenklokje
kluwens	=	kluwen
kluwentje	=	kluwen
kluwentjes	=	kluwen
kluwenzuring	noun	Rumex conglomeratus een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
kluwenzurinkje	=	kluwenzuring
kluwenzurinkjes	=	kluwenzuring
klysma	noun	het inbrengen van een vloeistof in de darmen via de anus (darmspoeling)
klysma's	=	klysma
klysmaatje	=	klysma
klystron	noun	elektronenbuis voor het opwekken of versterken van trillingen in het gebied van de microgolven
klystronnetje	=	klystron
klystronnetjes	=	klystron
klystrons	=	klystron
kláteren	=	klateren
kmi	noun	Koninklijk Meteorologisch Instituut; het federaal Belgisch instituut voor wetenschappelijk onderzoek in de meteorologie
kmo	noun	afkorting van kleine of middelgrote onderneming, bedrijven met maximaal 250 werknemers
kmo'er	noun	ondernemer die minder dan 250 werknemers in dienst heeft
kmo'ers	=	kmo'er
kmo's	=	kmo
kmo'tje	=	kmo
kmo'tjes	=	kmo
knaag	=	knagen
knaagde	=	knagen
knaagden	=	knagen
knaagdier	noun	benaming voor dieren uit de orde Rodentia, vrij kleine zoogdieren met twee paar op beitels lijkende en steeds aangroeiende snijtanden
knaagdieren	noun	orde Rodentia, zoogdieren, die buiten Antarctica op alle continenten in verscheidene leefgebieden voorkomt, zowel in bomen, onder de grond als in zoet water De knaagdieren vormen de grootste groep binnen de zoogdieren; bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort tot deze orde.
knaagdierman	noun	mannelijk type met een smal postuur en wat spits gezicht dat aantrekkelijk wordt gevonden
knaagdiermannen	=	knaagdierman
knaagdiertje	=	knaagdier
knaagdiertjes	=	knaagdier
knaagt	=	knagen
knaagtand	noun	een van de voorste 4 snijtanden die vooral bij knaagdieren sterk zijn ontwikkeld
knaagtanden	=	knaagtand
knaagtandje	=	knaagtand
knaak	noun	oud muntstuk van ƒ 2,50
knaakje	=	knaak
knaakjes	=	knaak
knaap	noun	jongen of jongeman
knaapje	noun	alleen verkleinwoord aan een kapstok te hangen voorwerp om kleding over te hangen
knaapjes	=	knaap
knabbel	=	knabbelen
knabbelde	=	knabbelen
knabbelden	=	knabbelen
knabbele	=	knabbelen
knabbelen	verb	~ aan, ~ op met de tanden stukjes ergens van afbijten, met kleine beten knagen
knabbelend	=	knabbelen
knabbelende	=	knabbelen
knabbelt	=	knabbelen
knage	=	knagen
knagen	verb	met de tanden aanvreten
knagend	adj	bezig met bijten
knagende	=	knagen
knagender	=	knagend
knagendere	=	knagend
knagenders	=	knagend
knagends	=	knagend
knagendst	=	knagend
knagendste	=	knagend
knager	noun	iemand die knaagt
knagers	=	knager
knagertje	=	knager
knagertjes	=	knager
knaging	noun	het vreten met de tanden
knagingen	=	knaging
knaginkje	=	knaging
knaginkjes	=	knaging
knak	noun	kort, droog geluid van iets dat breekt (knakt)
knakaal	noun	een door een machine gedode aal die gebroken is in het midden
knakalen	=	knakaal
knaken	=	knaak
knakje	=	knak
knakjes	=	knak
knakke	=	knakken
knakken	verb	breken waarbij de uiteinden nog aan elkaar vast blijven
knakkend	=	knakken
knakkende	=	knakken
knakker	noun|informal	rare vent, vreemde snuiter
knakkers	=	knakker
knakkertje	=	knakker
knakkertjes	=	knakker
knakt	=	knakken
knakte	=	knakken
knakten	=	knakken
knakworst	noun	zachte, gerookte worst van gekruid varkens- of rundvlees, soms ook met ander vlees
knakworsten	=	knakworst
knakworstje	=	knakworst
knakworstjes	=	knakworst
knal	noun	kort, hard en luid geluid als van een ontploffing	adj|obsolete	buitengewoon, geweldig
knalblauw	adj	met heel opvallende blauwe kleur
knalblauwe	=	knalblauw
knalblauwer	=	knalblauw
knalblauwere	=	knalblauw
knalblauwers	=	knalblauw
knalblauws	=	knalblauw
knalblauwst	=	knalblauw
knalblauwste	=	knalblauw
knalbonbon	noun	klein feestelijk vuurwerk met zilverfulminaat dat knalt als men de twee delen uit elkaar trekt
knalbonbons	=	knalbonbon
knalde	=	knallen
knaldemper	noun	een apparaat ontworpen om het lawaai geproduceerd door de uitlaat van een interne verbrandingsmotor te reduceren, en zo geluidshinder te verminderen
knaldempers	=	knaldemper
knalden	=	knallen
knaldrang	noun	sterke behoefte om te feesten en te fuiven (b.v. naar aanleiding van corona)
knaleffect	noun	een handeling die veel indruk maakt
knaleffecten	=	knaleffect
knalerwt	noun	consumentenvuurwerk in de vorm van een bolletje dat met een hard geluid ontploft als het ergens met kracht tegenaan botst
knalerwten	=	knalerwt
knalerwtje	=	knalerwt
knalerwtjes	=	knalerwt
knalfeest	noun	een druk, groot en luidruchtig feest
knalfeesten	=	knalfeest
knalfuif	noun	geweldig, groots en spetterend feest
knalfuifje	=	knalfuif
knalfuifjes	=	knalfuif
knalfuiven	=	knalfuif
knalgas	noun	een mengsel van zuurstof en waterstof in (ongeveer) de verhouding 1:2
knalgasbacterie	noun	een bacterie die zijn energie haalt uit de oxidatie van waterstof
knalgasbacterietje	=	knalgasbacterie
knalgasbacterietjes	=	knalgasbacterie
knalgasbacteriën	=	knalgasbacterie
knalgassen	=	knalgas
knalgeel	adj	heel erg helder geel
knalgeels	=	knalgeel
knalgeelst	=	knalgeel
knalgeelste	=	knalgeel
knalgele	=	knalgeel
knalgelen	=	knalgeel
knalgeler	=	knalgeel
knalgelere	=	knalgeel
knalgelers	=	knalgeel
knalgroen	adj	met een heel erg helder en verzadigd groene kleur
knalgroene	=	knalgroen
knalgroenen	=	knalgroen
knalgroener	=	knalgroen
knalgroenere	=	knalgroen
knalgroeners	=	knalgroen
knalgroens	=	knalgroen
knalgroenst	=	knalgroen
knalgroenste	=	knalgroen
knalhard	adj	heel erg luid
knalharde	=	knalhard
knalhards	=	knalhard
knalkleur	noun	felle opvallende kleur
knalkleuren	=	knalkleur
knalkwik	noun	kwikzout, dat bij de lichtste wrijving ontploft en gebruikt wordt als detonator in penvuurpatronen en randvuurpatronen om de hoofdlading te ontsteken
knalle	=	knallen
knallen	verb	een hard geluid of knal geven
knallend	adj	een plotseling kortdurend luid geluid voortbrengend
knallende	=	knallen
knallends	=	knallend
knallendst	=	knallend
knaller	noun	een plotseling hard kortdurend geluid zoals dat van donderslagen, vuurwerk of een zweep
knallers	=	knaller
knallertje	=	knaller
knallertjes	=	knaller
knalletje	=	knal
knalletjes	=	knal
knaloranje	adj	heel fel oranje
knaloranjes	=	knaloranje
knalpaars	adj	met een opvallend heldere en verzadigde paarse kleur
knalpaarse	=	knalpaars
knalpaarser	=	knalpaars
knalpaarsere	=	knalpaars
knalpaarsers	=	knalpaars
knalpaarst	=	knalpaars
knalpaarste	=	knalpaars
knalpijp	noun	pijp die het geluid van een verbrandingsmotor dempt en de uitlaatgassen naar buiten geleid
knalpijpen	=	knalpijp
knalpijpje	=	knalpijp
knalpijpjes	=	knalpijp
knalpot	noun	een apparaat ontworpen om het lawaai geproduceerd door de uitlaat van een interne verbrandingsmotor te reduceren, en zo geluidshinder te verminderen
knalpotje	=	knalpot
knalpotjes	=	knalpot
knalpotten	=	knalpot
knalpotterreur	noun	zeer ernstige, moedwillige geluidsoverlast door motorvoertuigen met een te grote motor en een slecht functionerende uitlaat
knalprijs	noun	zeer aantrekkelijke prijs
knalprijzen	=	knalprijs
knalrode	=	knalrood
knalroden	=	knalrood
knalroder	=	knalrood
knalrodere	=	knalrood
knalroders	=	knalrood
knalrood	adj	opvallend heldere en verzadigde kleur rood
knalroods	=	knalrood
knalroodst	=	knalrood
knalroodste	=	knalrood
knalroze	adj	opvallend helder en verzadigd roze
knalrozes	=	knalroze
knalt	=	knallen
knalvuurwerk	noun	vuurwerk dat er op gericht is om een of meer harde knallen te produceren
knalvuurwerken	=	knalvuurwerk
knalwerk	noun	vuurwerk dat vooral een harde knal geeft
knalwerken	=	knalwerk
knalwerkje	=	knalwerk
knalwerkjes	=	knalwerk
knalzure	=	knalzuur
knalzuren	=	knalzuur
knalzuur	noun	anorganische verbinding met als brutoformule HCNO	adj	met betrekking tot knalzuur
knalzuurs	=	knalzuur
knap	adj	behendig, handig	noun	een geluid waarbij iets hards of stijfs opeens breekt
knapen	=	knaap
knapenkoor	noun	zangkoor dat uit jonge jongens bestaat
knapenkoortje	=	knapenkoor
knapenkoortjes	=	knapenkoor
knapenkoren	=	knapenkoor
knapenliefde	noun	erotisch-seksuele gevoelens van volwassenen (met name mannen) voor jonge jongens
knapenliefdes	=	knapenliefde
knapenliefdetje	=	knapenliefde
knapenschender	noun	man die jongens seksueel heeft misbruikt
knapenschenders	=	knapenschender
knapenschendertje	=	knapenschender
knapenschendertjes	=	knapenschender
knapenschenner	noun|obsolete	man die seksuele omgang met jongens of veel jongere mannen heeft
knapenschenners	=	knapenschenner
knapenschennertje	=	knapenschenner
knapenvereniging	noun	een club of vereniging speciaal voor jongens (vaak in de leeftijd van 12 tot 18 jaar).
knapenverenigingen	=	knapenvereniging
knapenverenigingetje	=	knapenvereniging
knapenverenigingetjes	=	knapenvereniging
knapheden	=	knapheid
knapheid	noun	een mooi, aantrekkelijk uiterlijk
knapje	=	knap
knapjes	=	knap
knapkoek	noun	harde, luchtig gebakken, zoete koek
knapkoeken	=	knapkoek
knapkoekje	=	knapkoek
knapkoekjes	=	knapkoek
knapkop	noun	iemand die intelligent is; een knappe kop
knapkopje	=	knapkop
knapkopjes	=	knapkop
knapkoppen	=	knapkop
knappe	=	knap
knappen	verb	hoorbaar zijdelings bezwijken
knappend	=	knappen
knappende	=	knappen
knapper	noun	iemand die of iets dat een knappend geluid maakt
knapperd	noun	knap, intelligent mens
knapperde	=	knapperen
knapperden	=	knapperen
knapperdje	=	knapperd
knapperdjes	=	knapperd
knapperds	=	knapperd
knappere	=	knap
knapperen	verb	een knetterend of knisperend geluid maken
knapperend	=	knapperen
knapperende	=	knapperen
knapperig	adj	met een harde korst
knapperige	=	knapperig
knapperiger	=	knapperig
knapperigere	=	knapperig
knapperigers	=	knapperig
knapperigs	=	knapperig
knapperigst	=	knapperig
knapperigste	=	knapperig
knappers	=	knap
knappert	=	knapperen
knappertje	=	knapper
knappertjes	=	knapper
knaps	=	knap
knapst	=	knap
knapste	=	knap
knapt	=	knappen
knapte	=	knappen
knapten	=	knappen
knapzak	noun	een zak waarin men proviand voor een tocht kan bewaren en meenemen
knapzakje	=	knapzak
knapzakjes	=	knapzak
knapzakken	=	knapzak
knapzakprobleem	noun	een NP-volledig probleem in de wiskunde, informatica en cryptografie
knapzakprobleempje	=	knapzakprobleem
knapzakprobleempjes	=	knapzakprobleem
knapzakproblemen	=	knapzakprobleem
knar	noun	iemand die oud en taai is
knarp	=	knarpen
knarpe	=	knarpen
knarpen	verb	ontvreemden, stelen, kapen
knarpend	=	knarpen
knarpende	=	knarpen
knarpt	=	knarpen
knarpte	=	knarpen
knarpten	=	knarpen
knarren	=	knar
knarretje	=	knar
knarretjes	=	knar
knars	=	knarsen
knarse	=	knarsen
knarsen	verb	geluid voortbrengen door twee hard oneffen voorwerpen met kracht over elkaar heen te bewegen
knarsend	adj	een piepend, malend geluid makend alsof je de kiezen met kracht over elkaar wrijft
knarsende	=	knarsen
knarsender	=	knarsend
knarsendere	=	knarsend
knarsenders	=	knarsend
knarsends	=	knarsend
knarsendst	=	knarsend
knarsendste	=	knarsend
knarsetand	=	knarsetanden
knarsetandde	=	knarsetanden
knarsetandden	=	knarsetanden
knarsetande	=	knarsetanden
knarsetanden	verb	de kaken op elkaar geklemd over elkaar bewegen, gewoonlijk uit ergernis of frustratie
knarsetandend	adj	met boosheid of spijt
knarsetandende	=	knarsetanden
knarsetandends	=	knarsetandend
knarsetandt	=	knarsetanden
knarsing	noun	het krachtig en met veel lawaai over elkaar laten gaan van de tanden en kiezen als teken van pijn en spijt
knarsingen	=	knarsing
knarst	=	knarsen
knarste	=	knarsen
knarsten	=	knarsen
knas	noun	boete
knasse	=	knassen
knassen	verb	beboeten
knassend	=	knassen
knassende	=	knassen
knast	=	knassen
knaste	=	knassen
knasten	=	knassen
knautia	noun	een geslacht Knautia van bloeiende planten uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
knautia's	=	knautia
knautiaatje	=	knautia
knautiaatjes	=	knautia
knautiabij	noun	Andrena hattorfiana een soort die behoort tot de solitaire bijen.
knautiabijen	=	knautiabij
knautiabijtje	=	knautiabij
knautiabijtjes	=	knautiabij
knautiawespbij	noun	Nomada armata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
knautiawespbijen	=	knautiawespbij
knautiawespbijtje	=	knautiawespbij
knautiawespbijtjes	=	knautiawespbij
knauw	noun	harde beet
knauwde	=	knauwen
knauwden	=	knauwen
knauwe	=	knauwen
knauwen	verb	~ op iets trachten door te bijten
knauwend	=	knauwen
knauwende	=	knauwen
knauwt	=	knauwen
knauwtje	=	knauw
knauwtjes	=	knauw
knaw	noun	organisatie van nationale wetenschappelijke instituten in Nederland
knaänisch	adj	betrekking hebbende op de West-Slavische taal, die vooral van de 11e tot de 13e eeuw door de Joden in Tsjechië en aangrenzende gebieden in Duitsland en Polen werd gesproken
knaänische	=	knaänisch
knaänischer	=	knaänisch
knaänischere	=	knaänisch
knaänischers	=	knaänisch
knecht	noun	iemand die in dienst is van iemand anders
knechte	=	knechten
knechtelijk	adj	op een onderdanig, slaafse, dienstbare manier
knechtelijke	=	knechtelijk
knechtelijker	=	knechtelijk
knechtelijkere	=	knechtelijk
knechtelijkers	=	knechtelijk
knechtelijks	=	knechtelijk
knechtelijkst	=	knechtelijk
knechtelijkste	=	knechtelijk
knechten	verb	tot dienstbaarheid onderwerpen
knechtend	=	knechten
knechtende	=	knechten
knechtenkamer	noun	ruimte waarin bedienden verblijven; slaapkamer voor bedienden
knechtenkamers	=	knechtenkamer
knechtenkamertje	=	knechtenkamer
knechtenkamertjes	=	knechtenkamer
knechting	noun	onderwerping tot dienstbaarheid
knechtingen	=	knechting
knechtje	=	knecht
knechtjes	=	knecht
knechts	=	knecht
knechtschap	noun	het moeten gehoorzamen en dienen van een meester
knechtschappen	=	knechtschap
knechtte	=	knechten
knechtten	=	knechten
knede	=	kneden
kneden	verb	een massa soepel maken door er steeds in te knijpen
knedend	=	kneden
knedende	=	kneden
kneder	noun	iemand die kneedt, mannelijke vorm van kneedster
kneders	=	kneder
kneding	noun	het met kracht en druk door elkaar mengen, vormen of bewerken van een substantie zoals deeg, klei
knedingen	=	kneding
knedinkje	=	kneding
knedinkjes	=	kneding
kneed	=	kneden
kneedbaar	adj	wat door bewerken met de handen soepel gemaakt kan worden
kneedbaarder	=	kneedbaar
kneedbaardere	=	kneedbaar
kneedbaarders	=	kneedbaar
kneedbaarheden	=	kneedbaarheid
kneedbaarheid	noun	het kneedbaar zijn
kneedbaars	=	kneedbaar
kneedbaarst	=	kneedbaar
kneedbaarste	=	kneedbaar
kneedbare	=	kneedbaar
kneedbom	noun	explosief gemaakt van kneedbaar materiaal
kneedbommen	=	kneedbom
kneedbommetje	=	kneedbom
kneedbommetjes	=	kneedbom
kneedde	=	kneden
kneedden	=	kneden
kneedhaak	noun	deel van een huishoudmachine waarmee men (brood)deeg kan kneden
kneedhaakje	=	kneedhaak
kneedhaakjes	=	kneedhaak
kneedhaken	=	kneedhaak
kneedlegering	noun	legering die door een vervormingstechniek (kneden) haar uiteindelijke vorm krijgt
kneedlegeringen	=	kneedlegering
kneedlegerinkje	=	kneedlegering
kneedlegerinkjes	=	kneedlegering
kneedt	=	kneden
kneep	noun	listigheid, truc, vaardigheid
kneepje	=	kneep
kneepjes	=	kneep
kneept	=	knijpen
kneien	=	knoeien
kneippkuren	=	kneippkuur
kneippkuur	noun	het baden in afwisselend warm en koud water
kneiter	noun|informal	iets dat heel groot of krachtig is, ook gebruikt als versterkend eerste deel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden
kneiters	=	kneiter
kneitertje	=	kneiter
knejdlech	noun	noedels, matseballen
knekel	noun	een bot van een dood persoon
knekelen	=	knekel
knekelhuis	noun	bouwwerk waarin menselijke botten na het ruimen van graven worden bewaard
knekelhuisje	=	knekelhuis
knekelhuisjes	=	knekelhuis
knekelhuizen	=	knekelhuis
knekels	=	knekel
knekeltje	=	knekel
knekeltjes	=	knekel
knel	noun	beklemde toestand, situatie waarin gewenste voortgang onmogelijk is
knelde	=	knellen
knelden	=	knellen
knelle	=	knellen
knellen	verb	pijnlijk drukken
knellend	adj	van iets dat het iets of iemand te strak omklemt
knellende	=	knellen
knellender	=	knellend
knellendere	=	knellend
knellenders	=	knellend
knellends	=	knellend
knellendst	=	knellend
knellendste	=	knellend
knelling	noun	het onvrije gevoel dat ontstaat als een kledingstuk te krap zit
knellingen	=	knelling
knellinkje	=	knelling
knellinkjes	=	knelling
knelpunt	noun	moeilijk probleem dat nog niet geheel is opgelost
knelpuntberoep	noun	beroep waarvoor het moeilijk is vacatures te vervullen
knelpuntberoepen	=	knelpuntberoep
knelpunten	=	knelpunt
knelpuntje	=	knelpunt
knelpuntjes	=	knelpunt
knelt	=	knellen
knelverband	noun	een strakke band die wordt aangelegd om een levensbedreigende slagaderlijke bloeding te stoppen
knelverbanden	=	knelverband
knelverbandje	=	knelverband
knelverbandjes	=	knelverband
knepe	=	knijpen
knepen	=	knijpen
knerp	=	knerpen
knerpe	=	knerpen
knerpen	verb	het maken van een piepend, knarsend, krakend geluid
knerpend	=	knerpen
knerpende	=	knerpen
knerpt	=	knerpen
knerpte	=	knerpen
knerpten	=	knerpen
kners	=	knersen
knerse	=	knersen
knersen	verb	geluid voortbrengen door twee hard oneffen voorwerpen met kracht over elkaar heen te bewegen
knersend	=	knersen
knersende	=	knersen
knerst	=	knersen
knerste	=	knersen
knersten	=	knersen
knesses	noun	gemeente, gemeenschap van gelovigen
knesset	noun	vergadering; geloofsgemeenschap, gemeente, synagoge
knetter	adj	waanzinnig gedrag vertonend
knetterbal	noun	plastic balletje met kruit en cracklings dat na het aansteken meerdere keren knalt en een knetterend effect produceert
knetterballen	=	knetterbal
knetterballetje	=	knetterbal
knetterballetjes	=	knetterbal
knetterbek	adj	knettergek
knetterde	=	knetteren
knetterden	=	knetteren
knetterder	=	knetter
knetterdere	=	knetter
knetterders	=	knetter
knettere	=	knetteren
knetteren	verb	een serie korte scherpe geluiden voortbrengen
knetterend	adj	het scherpe, knappende, ploffende geluid dat lijkt op dat van brandend hout dat nog veel vocht bevat
knetterende	=	knetteren
knetterender	=	knetterend
knetterendere	=	knetterend
knetterenders	=	knetterend
knetterends	=	knetterend
knetterendst	=	knetterend
knetterendste	=	knetterend
knettergek	adj	ontzettend gek
knettergekke	=	knettergek
knettergekker	=	knettergek
knettergekkere	=	knettergek
knettergekkers	=	knettergek
knettergeks	=	knettergek
knettergekst	=	knettergek
knettergekste	=	knettergek
knetterhard	adj	ontzettend luid of intensief
knetterharde	=	knetterhard
knetterhards	=	knetterhard
knetterlint	noun	een stuk vuurwerk dat een knetterend effect produceert door meerdere kleine knallen achter elkaar af te geven
knetterlinten	=	knetterlint
knetterlintje	=	knetterlint
knetterlintjes	=	knetterlint
knetters	=	knetter
knetterst	=	knetter
knetterste	=	knetter
knettert	=	knetteren
kneu	noun	bepaald soort vinkachtige, Carduelis cannabina
kneuen	=	kneu
kneukel	noun	knokkel
kneukels	=	kneukel
kneukeltje	=	kneukel
kneukeltjes	=	kneukel
kneus	noun	ingedeukte of gekneusde plek
kneusde	=	kneuzen
kneusden	=	kneuzen
kneusje	=	kneus
kneusjes	=	kneus
kneust	=	kneuzen
kneuter	noun	bepaald soort vinkachtige, Carduelis cannabina
kneuterbal	noun	kneuter
kneuterballen	=	kneuterbal
kneuterballetje	=	kneuterbal
kneuterballetjes	=	kneuterbal
kneuterde	=	kneuteren
kneuterden	=	kneuteren
kneutere	=	kneuteren
kneuteren	verb	morren, mopperen, pruttelen [2]
kneuterend	=	kneuteren
kneuterende	=	kneuteren
kneuterig	adj	knus	adv	op gezellige wijze
kneuterige	=	kneuterig
kneuteriger	=	kneuterig
kneuterigere	=	kneuterig
kneuterigers	=	kneuterig
kneuterigs	=	kneuterig
kneuterigst	=	kneuterig
kneuterigste	=	kneuterig
kneuters	=	kneuter
kneutert	=	kneuteren
kneutertje	=	kneuter
kneutertjes	=	kneuter
kneutje	=	kneu
kneutjes	=	kneu
kneuze	=	kneuzen
kneuzen	verb	letsel aan onderhuids weefsel oplopen door stomp geweld
kneuzend	=	kneuzen
kneuzende	=	kneuzen
kneuzing	noun	een onderhuidse beschadiging van het zachte weefsel, veelal veroorzaakt door een bot voorwerp of een val
kneuzingen	=	kneuzing
kneuzinkje	=	kneuzing
kneuzinkjes	=	kneuzing
knevel	noun	een prop, doek of stuk plakband waarmee iemand het spreken belet wordt
knevelaar	noun	iemand die een ander knevelt
knevelaars	=	knevelaar
knevelarij	noun	afpersing van geld of goed
knevelarijen	=	knevelarij
knevelarijtje	=	knevelarij
knevelarijtjes	=	knevelarij
knevelbaardkoekoek	noun	Malacoptila mystacalis een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
knevelbaardkoekoeken	=	knevelbaardkoekoek
knevelbaardkoekoekje	=	knevelbaardkoekoek
knevelbaardkoekoekjes	=	knevelbaardkoekoek
knevelcontract	noun	wurgcontract
knevelcontracten	=	knevelcontract
knevelcontractje	=	knevelcontract
knevelcontractjes	=	knevelcontract
knevelde	=	knevelen
knevelden	=	knevelen
knevele	=	knevelen
knevelen	verb	binden, boeien
knevelend	=	knevelen
knevelende	=	knevelen
kneveling	noun	het strak vastbinden van iemand
knevelingen	=	kneveling
knevelmeerkat	noun	Cercopithecus cephus De knevelmeerkat, blauwlipmeerkat, snormeerkat of knevelmakako (Cercopithecus cephus) is een aap van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
knevelmeerkatje	=	knevelmeerkat
knevelmeerkatjes	=	knevelmeerkat
knevelmeerkatten	=	knevelmeerkat
knevels	=	knevel
knevelt	=	knevelen
kneveltje	=	knevel
kneveltjes	=	knevel
knevelverband	noun	een strakke band die wordt aangelegd om een levensbedreigende slagaderlijke bloeding te stoppen
knevelverbanden	=	knevelverband
knevelverbandje	=	knevelverband
knevelverbandjes	=	knevelverband
knevelwet	noun	een onrechtvaardige, vrijheid beperkende wet
knevelwetten	=	knevelwet
knevelwinterkoning	noun	Pheugopedius genibarbis een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
knevelwinterkoningen	=	knevelwinterkoning
knevelwinterkoninkje	=	knevelwinterkoning
knevelwinterkoninkjes	=	knevelwinterkoning
kngmg	noun	Koninklijk Nederlands Geologisch-Mijnbouwkundig Genootschap
knibbel	=	knibbelen
knibbelaar	noun	iemand met veel kritiek op ondergeschikte punten
knibbelaars	=	knibbelaar
knibbelde	=	knibbelen
knibbelden	=	knibbelen
knibbele	=	knibbelen
knibbelen	verb	op onbelangrijke zaken afdingen
knibbelend	=	knibbelen
knibbelende	=	knibbelen
knibbelt	=	knibbelen
knickerbocker	noun	wijde korte broek wa
knickerbockers	=	knickerbocker
knicks	noun	een eerbiedige buiging
knicksen	=	knicks
knicksje	=	knicks
knicksjes	=	knicks
knie	noun	gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt
knieaandoening	noun	ziekte van de knie; afwijking aan de knie
knieaandoeningen	=	knieaandoening
knieaandoeninkje	=	knieaandoening
knieaandoeninkjes	=	knieaandoening
knieairbag	noun	airbag die op kniehoogte is gemonteerd met als doel het onderlichaam bij een botsing te beschermen
knieairbags	=	knieairbag
knieartrose	noun	aandoening waarbij het kraakbeen van het kniegewricht beschadigd is
knieband	noun	pees die een onderdeel vormt van het knie gewricht
kniebanden	=	knieband
kniebeschermer	noun	beschermend omhulsel of kledingstuk dat over of in de buurt van de knie wordt gedragen
kniebeschermers	=	kniebeschermer
kniebeschermertje	=	kniebeschermer
kniebeschermertjes	=	kniebeschermer
knieblessure	noun	tijdens sportbeoefening ontstaan letsel aan de knie
knieblessuren	=	knieblessure
knieblessures	=	knieblessure
knieblessuretje	=	knieblessure
knieblessuretjes	=	knieblessure
kniebroek	noun	broek met pijpen tot en met de knie of tot net boven de knie
kniebroeken	=	kniebroek
kniebroekje	=	kniebroek
kniebroekjes	=	kniebroek
kniebuiging	noun	vanuit een staande positie door de benen zakken tot een min of meer gehurkte houding
kniebuigingen	=	kniebuiging
kniebuiginkje	=	kniebuiging
kniebuiginkjes	=	kniebuiging
kniedicht	noun	geïmproviseerd gedicht, voor de vuist weg geschreven
kniedichten	=	kniedicht
kniedichtje	=	kniedicht
kniedichtjes	=	kniedicht
kniediep	adj	van iets dat het tot aan de knieën reikt (iets meer dan een halve meter)
kniediepe	=	kniediep
kniedieps	=	kniediep
kniegewricht	noun	het scharniergewricht tussen het bovenbeen en het onderbeen
kniegewrichten	=	kniegewricht
kniegewrichtje	=	kniegewricht
kniegewrichtjes	=	kniegewricht
kniehoge	=	kniehoog
knieholte	noun	Holte achter het kniegewricht
knieholten	=	knieholte
knieholtes	=	knieholte
knieholtetje	=	knieholte
knieholtetjes	=	knieholte
kniehoog	adj	tot de knieën reikend
kniehoogs	=	kniehoog
kniehoogte	noun	ter hoogte van waar bij een gemiddeld mens de knieën zitten
kniehoogten	=	kniehoogte
kniehoogtes	=	kniehoogte
kniekap	noun	leren kniebescherming op een kous
kniekapje	=	kniekap
kniekapjes	=	kniekap
kniekappen	=	kniekap
knieklacht	noun	hinder die men ondervindt van de knie
knieklachten	=	knieklacht
kniekous	noun	hoge kous die tot aan de knie het onderbeen omsluit
kniekousen	=	kniekous
kniekousje	=	kniekous
kniekousjes	=	kniekous
kniekuilcyste	noun	niet-pijnlijke bult in de knieholte die is gevuld met gewrichtsvloeistof
kniekuilcysten	=	kniekuilcyste
kniekuilcystes	=	kniekuilcyste
kniel	=	knielen
knielap	noun	een stuk leer dat de knie beschermt
knielapje	=	knielap
knielapjes	=	knielap
knielappen	=	knielap
knielbank	noun	een soms rijkelijk versierde kerkbank, waaraan een leuning en een trede (ca. 20 cm) is bevestigd aan de voorzijde waarop men kan knielen
knielbanken	=	knielbank
knielbankje	=	knielbank
knielbankjes	=	knielbank
knielbus	noun	personenbus waarvan de carrosserie kan zakken tijdens stilstand zodat instappen makkelijker is
knielbussen	=	knielbus
knielde	=	knielen
knielden	=	knielen
kniele	=	knielen
knielen	verb	op de knieën gaan
knielend	=	knielen
knielende	=	knielen
knieletsel	noun	beschadiging van de knie door een ongeval
knieletsels	=	knieletsel
knieling	noun	de keer dat men knielt
knielingen	=	knieling
knielinkje	=	knieling
knielinkjes	=	knieling
knielt	=	knielen
knieontsteking	noun	een reactie van het kniegewricht op irritatie, overbelasting of beschadiging.
knieontstekingen	=	knieontsteking
knieontstekinkje	=	knieontsteking
knieontstekinkjes	=	knieontsteking
knieoperatie	noun	chirurgische ingreep waarmee men een afwijking aan de knie probeert te herstellen
knieoperaties	=	knieoperatie
knieperd	noun	vrek, gierigaard
knieperds	=	knieperd
knieperig	adj	te zuinig
knieperige	=	knieperig
knieperiger	=	knieperig
knieperigere	=	knieperig
knieperigers	=	knieperig
knieperigs	=	knieperig
knieperigst	=	knieperig
knieperigste	=	knieperig
kniepertje	=	knieperd
kniepertjes	=	knieperd
kniepijn	noun	pijn aan de knie
kniepijnen	=	kniepijn
kniepijntje	=	kniepijn
kniepijntjes	=	kniepijn
knier	noun	draaiverbinding voor een deur of raam
knieren	=	knier
kniertje	=	knier
kniertjes	=	knier
knies	=	kniezen
knieschijf	noun	het schijfvormige bot in de knie
knieschijfje	=	knieschijf
knieschijfjes	=	knieschijf
knieschijven	=	knieschijf
kniesde	=	kniezen
kniesden	=	kniezen
kniesj	noun	pasteitje van deeg, gevuld met bijvoorbeeld vlees of aardappel
kniesjes	=	kniesj
knieslot	noun	apparaat dat ervoor zorgt dat de drager ervan niet meer verder kan lopen (met name gebruikt voor tbs'er op verlof)
kniesoor	noun	iemand die voortdurend chagrijnig is
kniesoortje	=	kniesoor
kniesoortjes	=	kniesoor
kniesoren	=	kniesoor
kniest	=	kniezen
knietje	noun	stoot tegen de schaamdelen met een knie
knietjes	=	knie
knietjevrijen	verb	liefkozen door contact tussen elkaars knieën
knietjevrijend	=	knietjevrijen
knietjevrijende	=	knietjevrijen
knieval	noun	buiging waarbij één knie op de grond rust
knievallen	=	knieval
knievalletje	=	knieval
knievalletjes	=	knieval
knieviolen	=	knieviool
knieviool	noun	benaming voor een strijkinstrument dat bij het bespelen tussen de knieën wordt gehouden
knievormig	adj	vorm van een knie hebbend
knievormige	=	knievormig
knievormiger	=	knievormig
knievormigere	=	knievormig
knievormigers	=	knievormig
knievormigs	=	knievormig
knievormigst	=	knievormig
knievormigste	=	knievormig
kniewater	noun	overtollig vocht in de knie bij een hydrops
knieze	=	kniezen
kniezen	verb	zich in sombere of wrokkige gedachten wentelen
kniezend	=	kniezen
kniezende	=	kniezen
kniezer	noun	iemand die boos, verdrietig en verongelijkt is
kniezerig	adj	op een zeurende manier
kniezerige	=	kniezerig
kniezeriger	=	kniezerig
kniezerigere	=	kniezerig
kniezerigers	=	kniezerig
kniezerigs	=	kniezerig
kniezerigst	=	kniezerig
kniezerigste	=	kniezerig
kniezers	=	kniezer
kniezertje	=	kniezer
kniezertjes	=	kniezer
kniezig	adj	in slechte stemming, slecht gehumeurd, snel boos
kniezige	=	kniezig
knieziger	=	kniezig
kniezigere	=	kniezig
kniezigers	=	kniezig
kniezigs	=	kniezig
kniezigst	=	kniezig
kniezigste	=	kniezig
knieën	=	knie
knijp	noun	een stuk gereedschap om een warme pan of ketel mee vast te houden.
knijpbril	noun	ouderwetse bril die op de neus geknepen werd gedragen
knijpbrillen	=	knijpbril
knijpbrilletje	=	knijpbril
knijpbrilletjes	=	knijpbril
knijpe	=	knijpen
knijpen	verb	tussen twee punten druk uitoefenen
knijpend	=	knijpen
knijpende	=	knijpen
knijper	noun	iets dat of iemand die knijpt
knijperig	adj	al te zuinig
knijperige	=	knijperig
knijperiger	=	knijperig
knijperigere	=	knijperig
knijperigers	=	knijperig
knijperigs	=	knijperig
knijperigst	=	knijperig
knijperigste	=	knijperig
knijpers	=	knijper
knijpertje	=	knijper
knijpertjes	=	knijper
knijpfles	noun	een plastic fles waaruit men de vloeistof kan knijpen via de dop
knijpflesje	=	knijpfles
knijpflesjes	=	knijpfles
knijpflessen	=	knijpfles
knijpje	=	knijp
knijpjes	=	knijp
knijpkat	noun	een batterijloze met de hand aangedreven elektrische zaklantaarn, zoals deze in de Tweede Wereldoorlog populair was
knijpkatje	=	knijpkat
knijpkatten	=	knijpkat
knijpkont	noun	bangerik, angsthaas, schijtlaars
knijpkonten	=	knijpkont
knijpkontje	=	knijpkont
knijpkontjes	=	knijpkont
knijplamp	noun	een met de hand aangedreven elektrische zaklantaarn, zoals deze in de Tweede Wereldoorlog populair was
knijplampen	=	knijplamp
knijplampje	=	knijplamp
knijplampjes	=	knijplamp
knijprem	noun	rem die men in werking stelt door met de hand te knijpen
knijpremmen	=	knijprem
knijpt	=	knijpen
knijptang	noun	tang waarmee je spijkers kunt uittrekken
knijptangen	=	knijptang
knijptangetje	=	knijptang
knijptangetjes	=	knijptang
knijt	noun	lang puntig mes
knijten	=	knijt
knik	noun	een snelle neerwaartse beweging met het hoofd als bevestiging of groet
knikbloem	noun	Chondrilla juncea een vaste plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
knikbloemen	=	knikbloem
knikbloemetje	=	knikbloem
knikbloemetjes	=	knikbloem
knikbloempje	=	knikbloem
knikbloempjes	=	knikbloem
knikje	=	knik
knikjes	=	knik
knikke	=	knikken
knikkebol	=	knikkebollen
knikkebolde	=	knikkebollen
knikkebolden	=	knikkebollen
knikkebolle	=	knikkebollen
knikkebollen	verb	zittend half in slaap vallen
knikkebollend	=	knikkebollen
knikkebollende	=	knikkebollen
knikkebolt	=	knikkebollen
knikken	verb	een verticale beweging met het hoofd maken
knikkend	adj	om één as buigend
knikkende	=	knikken
knikkends	=	knikkend
knikker	noun	balletje van glas, marmer, steen, hout of klei, meestal gebruikt door kinderen om ermee te knikkeren
knikkerbaan	noun	een baan met een traject, vaak van boven naar beneden, waarop knikkers rollen en onderweg diverse effecten zoals wissel, hefbomen en loopings tegenkomen
knikkerbaantje	=	knikkerbaan
knikkerbaantjes	=	knikkerbaan
knikkerbanen	=	knikkerbaan
knikkerde	=	knikkeren
knikkerden	=	knikkeren
knikkere	=	knikkeren
knikkeren	verb	een spel met vele variëteiten gespeeld met knikkers
knikkerend	=	knikkeren
knikkerende	=	knikkeren
knikkergal	noun	Andricus kollari een gladde, ronde, 10–20 mm grote gal, die voorkomt in bladoksels van tweejarig hout van de zomer- en wintereik en wordt veroorzaakt door de galwesp (Andricus kollari).
knikkergallen	=	knikkergal
knikkergalletje	=	knikkergal
knikkergalletjes	=	knikkergal
knikkergalwesp	noun	Andricus kollari galwesp die veroorzaker is van de knikkergal voorkomend op zomereik en wintereik
knikkergalwespen	=	knikkergalwesp
knikkergalwespje	=	knikkergalwesp
knikkergalwespjes	=	knikkergalwesp
knikkernoot	noun	geheel met stekels bedekte struik uit de tropen, Caesalpinia bonduc, met op knikker gelijkende vruchten in een harde schaal die voor het galacang-spel gebruikt worden
knikkernootje	=	knikkernoot
knikkernootjes	=	knikkernoot
knikkernoten	=	knikkernoot
knikkerpot	noun	een bakje of kuil in de grond of tegel gebruikt door kinderen met de bedoeling de knikker(s) erin te krijgen
knikkerpotje	=	knikkerpot
knikkerpotjes	=	knikkerpot
knikkerpotten	=	knikkerpot
knikkers	=	knikker
knikkersterretje	noun	Syntrichia papillosa een mos in de familie Pottiaceae.
knikkersterretjes	=	knikkersterretje
knikkert	=	knikkeren
knikkertijd	noun	bepaalde periode(s) in een jaar waarin kinderen knikkers meenemen om te knikkeren
knikkertijden	=	knikkertijd
knikkertijdje	=	knikkertijd
knikkertijdjes	=	knikkertijd
knikkertje	=	knikker
knikkertjes	=	knikker
knikmos	noun	een geslacht Bryum van mossen uit de knikmosfamilie Bryaceae.
knikmosfamilie	noun	een familie Bryaceae van mossen met wereldwijde spreiding.
knikmosfamilietje	=	knikmosfamilie
knikmosfamilietjes	=	knikmosfamilie
knikmosje	=	knikmos
knikmosjes	=	knikmos
knikmosschijfje	noun	Octospora coccinea een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronomataceae.
knikmosschijfjes	=	knikmosschijfje
knikmossen	=	knikmos
knikoefening	noun	oefening waarbij men het hoofd enkele malen voor- en achterover buigt als behandeling voor draaiduizeligheid
knikoefeningen	=	knikoefening
knikoefeningetje	=	knikoefening
knikoefeningetjes	=	knikoefening
knikspant	noun	een bepaalde vorm van de romp, die uitsluitend bestaat uit rechte stukken (in de lengte), die elkaar onder een hoek raken
knikspanten	=	knikspant
knikspantje	=	knikspant
knikspantjes	=	knikspant
kniksprietvlokreeftjes	noun	Bathyporeiidae een familie uit de suborde Senticaudata van de orde vlokreeften (Amphipoda).
knikt	=	knikken
knikte	=	knikken
knikten	=	knikken
knikwaaierworm	noun	Parasabella langerhansi een borstelworm uit de familie Sabellidae.
knikwaaierwormen	=	knikwaaierworm
knikwaaierwormpje	=	knikwaaierworm
knikwaaierwormpjes	=	knikwaaierworm
knip	noun	een knippend geluid of een knippende beweging
knip-en-plakwerk	noun	afbeelding of decoratie gemaakt met aan elkaar gelijmde onderdelen die uit papier zijn geknipt
knip-en-plakwerken	=	knip-en-plakwerk
knip-en-plakwerkje	=	knip-en-plakwerk
knip-en-plakwerkjes	=	knip-en-plakwerk
knipbeurt	noun	het knippen van het haar bij de kapper
knipbeurten	=	knipbeurt
knipbeurtje	=	knipbeurt
knipbeurtjes	=	knipbeurt
knipje	=	knip
knipjes	=	knip
knipkaart	noun	abonnementskaart voor een bepaald aantal bezoeken waar bij ieder bezoek een stuk uit de kaart wordt geknipt
knipkaarten	=	knipkaart
knipklei	noun	zeer taaie kleisoort
kniples	noun	les waarin een toekomstige naaister stoffen leert knippen
kniplessen	=	kniples
knipmes	noun	opvouwbaar mes waarbij vaak een veer zorgt voor het uitklappen
knipmesje	=	knipmes
knipmesjes	=	knipmes
knipmessen	=	knipmes
knipmesvinger	noun	aandoening waarbij een vinger of duim niet soepel, maar alleen schoksgewijs kan buigen en strekken
knipmesvingers	=	knipmesvinger
knipoge	=	knipogen
knipogen	verb	een teken geven door snel een oog te sluiten en weer te openen
knipogend	=	knipogen
knipogende	=	knipogen
knipoog	noun	teken in de vorm van het kort toeknijpen van een oog om verstandhouding, waardering of een humoristische bedoeling uit te drukken
knipoogde	=	knipogen
knipoogden	=	knipogen
knipooggeweld	noun	ludiek 'geweld' dat actievoerders aanwenden om media-aandacht te krijgen
knipoogje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort korstmos, Micarea curvata uit de familie Micareaceae; een zeldzame onopvallende soort die in Nederland hoofdzakelijk in het noorden wordt gevonden, vooral op hunebedden en in België op enkele plaatsen in de Ardennen
knipoogjes	=	knipoog
knipoogt	=	knipogen
knippa	noun	Melicoccus bijugatus een fruitboom uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae).
knippa's	=	knippa
knippe	=	knippen
knippen	verb	met een schaar (uit)snijden
knippend	=	knippen
knippende	=	knippen
knipper	noun	iemand die knipt
knipperbol	noun	een oranje bol met een kipperend licht erin op een paal
knipperbollen	=	knipperbol
knipperde	=	knipperen
knipperden	=	knipperen
knippere	=	knipperen
knipperen	verb	snel openen en sluiten, met name van de ogen
knipperend	adj	herhaaldelijk open- en dichtgaand van de ogen
knipperende	=	knipperen
knipperends	=	knipperend
knipperlicht	noun	lamp die in snelle afwisseling aan en uit gaat, meestal gebruikt als waarschuwingssignaal
knipperlichten	=	knipperlicht
knipperlichtje	=	knipperlicht
knipperlichtjes	=	knipperlicht
knipperlichtrelatie	noun	verhouding waarbij het tussen de partners nu eens aan en dan weer uit is
knipperlichtrelaties	=	knipperlichtrelatie
knippers	=	knipper
knippert	=	knipperen
knippertje	=	knipper
knippertjes	=	knipper
knips	=	knip
knipschaar	noun	schaar
knipscharen	=	knipschaar
knipsel	noun	het product of resultaat van knippen.
knipselarchief	noun	verzameling uitgeknipte (kranten)berichten
knipselarchieven	=	knipselarchief
knipselmap	noun	map met uitgeknipte krantenartikelen
knipselmapje	=	knipselmap
knipselmapjes	=	knipselmap
knipselmappen	=	knipselmap
knipsels	=	knipsel
knipseltje	=	knipsel
knipseltjes	=	knipsel
knipstoel	noun	stoel waarin de klant zit als hij wordt geknipt
knipstoelen	=	knipstoel
knipstoeltje	=	knipstoel
knipstoeltjes	=	knipstoel
knipt	=	knippen
kniptang	noun	twee stelen die kruislings door een as zijn verbonden met aan de ene kant dicht bij die as scherpe stalen randen tegenover elkaar en aan de andere kant langere uiteinden die met de hand naar elkaar geduwd worden zodat met de scherpe randen metaaldraad kan worden doorgesneden
kniptangen	=	kniptang
kniptangetje	=	kniptang
kniptangetjes	=	kniptang
knipte	=	knippen
knipten	=	knippen
kniptor	noun	Elateridae kever uit een familie van kevers
kniptorren	noun	Elateridae een familie van kevers.
knipvlies	noun	Membrana nictitans: lichtdoorlatend derde ooglid bij dieren
knipvliezen	=	knipvlies
knisper	=	knisperen
knisperboek	noun	stoffen boekje voor baby's dat geluiden maakt wanneer je het aanraakt
knisperboeken	=	knisperboek
knisperboekje	=	knisperboek
knisperboekjes	=	knisperboek
knisperde	=	knisperen
knisperden	=	knisperen
knispere	=	knisperen
knisperen	verb	een licht knetterend geluid maken
knisperend	=	knisperen
knisperende	=	knisperen
knispert	=	knisperen
knister	=	knisteren
knisterde	=	knisteren
knisterden	=	knisteren
knistere	=	knisteren
knisteren	verb	een knetterend geluid maken
knisterend	=	knisteren
knisterende	=	knisteren
knistert	=	knisteren
knittelvers	noun	een gedicht dat nagenoeg geen enkel regelmatig metrum bezit
knittelversje	=	knittelvers
knittelversjes	=	knittelvers
knittelverzen	=	knittelvers
knmi	noun	Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
kno	noun	afkorting voor keel-, neus- en oorheelkunde
kno's	=	kno
kno-arts	noun	een medisch specialist op het gebied van otorinolaryngologie, die zich bezighoudt met onderzoek en behandeling van aandoeningen van keel, neus en oren
kno-artsen	=	kno-arts
knobbel	noun	halfbolvormige, meestal vrij harde, uitwas
knobbelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van knobbel
knobbelachtige	=	knobbelachtig
knobbelachtiger	=	knobbelachtig
knobbelachtigere	=	knobbelachtig
knobbelachtigers	=	knobbelachtig
knobbelachtigs	=	knobbelachtig
knobbelachtigst	=	knobbelachtig
knobbelachtigste	=	knobbelachtig
knobbelakkerdwergspin	noun	Oedothorax apicatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
knobbelakkerdwergspinnen	=	knobbelakkerdwergspin
knobbelakkerdwergspinnetje	=	knobbelakkerdwergspin
knobbelakkerdwergspinnetjes	=	knobbelakkerdwergspin
knobbelbladjager	noun	Dioctria rufipes een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
knobbelbladjagers	=	knobbelbladjager
knobbelbladjagertje	=	knobbelbladjager
knobbelbladjagertjes	=	knobbelbladjager
knobbelbollenzweefvlieg	noun	Eumerus funeralis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
knobbelbollenzweefvliegen	=	knobbelbollenzweefvlieg
knobbelbollenzweefvliegje	=	knobbelbollenzweefvlieg
knobbelbollenzweefvliegjes	=	knobbelbollenzweefvlieg
knobbelde	=	knobbelen
knobbelden	=	knobbelen
knobbeldijplatbek	noun	Pipiza austriaca een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
knobbeldijplatbekje	=	knobbeldijplatbek
knobbeldijplatbekjes	=	knobbeldijplatbek
knobbeldijplatbekken	=	knobbeldijplatbek
knobbeldwergtandkaak	noun	Gnathonarium dentatum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
knobbeldwergtandkaakje	=	knobbeldwergtandkaak
knobbeldwergtandkaakjes	=	knobbeldwergtandkaak
knobbeldwergtandkaken	=	knobbeldwergtandkaak
knobbele	=	knobbelen
knobbeleend	noun	Sarkidiornis melanotos een vogel uit de familie Anatidae.
knobbeleenden	=	knobbeleend
knobbeleendje	=	knobbeleend
knobbeleendjes	=	knobbeleend
knobbelen	verb	dobbelen met drie dobbelstenen
knobbelend	=	knobbelen
knobbelende	=	knobbelen
knobbelhagedissen	noun	een familie Xenosauridae van hagedissen
knobbelhokko	noun	Crax globulosa een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
knobbelhokko's	=	knobbelhokko
knobbelhokkootje	=	knobbelhokko
knobbelhokkootjes	=	knobbelhokko
knobbelig	adj	met veel bulten en knobbels, met halfbolvormige verhevenheden
knobbelige	=	knobbelig
knobbeliger	=	knobbelig
knobbeligere	=	knobbelig
knobbeligers	=	knobbelig
knobbeligs	=	knobbelig
knobbeligst	=	knobbelig
knobbeligste	=	knobbelig
knobbeljicht	noun	reumatische aandoening waarbij kalkachtige knobbels aan de beenderen ontstaan
knobbeljufferduif	noun	Ptilinopus insolitus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
knobbeljufferduifje	=	knobbeljufferduif
knobbeljufferduifjes	=	knobbeljufferduif
knobbeljufferduiven	=	knobbeljufferduif
knobbelklaverzuring	noun	Oxalis dillenii een eenjarige tot vaste plant uit de klaverzuringfamilie (Oxalidaceae).
knobbelklaverzuringen	=	knobbelklaverzuring
knobbelklaverzurinkje	=	knobbelklaverzuring
knobbelklaverzurinkjes	=	knobbelklaverzuring
knobbellandschildpad	noun	Psammobates tentorius een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
knobbellandschildpadden	=	knobbellandschildpad
knobbellandschildpadje	=	knobbellandschildpad
knobbellandschildpadjes	=	knobbellandschildpad
knobbellangsprietplatbek	noun	Pipizella pennina een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
knobbellangsprietplatbekje	=	knobbellangsprietplatbek
knobbellangsprietplatbekjes	=	knobbellangsprietplatbek
knobbellangsprietplatbekken	=	knobbellangsprietplatbek
knobbelmeerkoet	noun	bepaald soort vogel, Fulica cristata, verwant van de meerkoet die vanaf Spanje tot in Zuid-Afrika voorkomt
knobbelmeerkoeten	=	knobbelmeerkoet
knobbelmeerkoetje	=	knobbelmeerkoet
knobbelmeerkoetjes	=	knobbelmeerkoet
knobbelmelaatsheid	noun	elefantiasis, olifantsziekte
knobbelpalpje	noun	Gonatium rubellum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
knobbelpalpjes	=	knobbelpalpje
knobbelpalpwevertje	noun	Tenuiphantes cristatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
knobbelpalpwevertjes	=	knobbelpalpwevertje
knobbelrugje	noun	Hilaira excisa een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
knobbelrugjes	=	knobbelrugje
knobbels	=	knobbel
knobbelsalamanders	noun	Chiropterotriton een geslacht van salamanders uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
knobbelscheenplaatschildpad	noun	Podocnemis sextuberculata een schildpad uit de familie scheenplaatschildpadden (Podocnemididae)
knobbelscheenplaatschildpadden	=	knobbelscheenplaatschildpad
knobbelscheenplaatschildpadje	=	knobbelscheenplaatschildpad
knobbelscheenplaatschildpadjes	=	knobbelscheenplaatschildpad
knobbelslangachtigen	noun	een familie Xenodermidae van reptielen die behoren tot de slangen (Serpentes)
knobbelspoorsatijnzwam	noun	Entoloma undulatosporum een schimmel in de familie Entolomataceae.
knobbelspoorsatijnzwammen	=	knobbelspoorsatijnzwam
knobbelspoorsatijnzwammetje	=	knobbelspoorsatijnzwam
knobbelspoorsatijnzwammetjes	=	knobbelspoorsatijnzwam
knobbelt	=	knobbelen
knobbeltje	=	knobbel
knobbeltjes	=	knobbel
knobbelvormig	adj	vorm van een knobbel hebbend
knobbelvormige	=	knobbelvormig
knobbelvormiger	=	knobbelvormig
knobbelvormigere	=	knobbelvormig
knobbelvormigers	=	knobbelvormig
knobbelvormigs	=	knobbelvormig
knobbelvormigst	=	knobbelvormig
knobbelvormigste	=	knobbelvormig
knobbelziekte	noun	ziekte waarbij knobbels aan het subject ontstaan
knobbelzwaan	noun	Cygnus olor talrijkste Europese zwaan met een grote knobbel op zijn snavel
knobbelzwaantje	=	knobbelzwaan
knobbelzwaantjes	=	knobbelzwaan
knobbelzwanen	=	knobbelzwaan
knobbelzwijn	noun	Phacochoerus africanus
knobbelzwijnen	noun	een geslacht Phacochoerus van zoogdieren uit de familie van de Suidae (varkens)
knobbelzwijntje	=	knobbelzwijn
knobbelzwijntjes	=	knobbelzwijn
knobel	=	knobelen
knobelde	=	knobelen
knobelden	=	knobelen
knobele	=	knobelen
knobelen	verb	gokken, dobbelen, knobbelen
knobelend	=	knobelen
knobelende	=	knobelen
knobelt	=	knobelen
knock-out	noun	in de vechtsport het beëindiging van een wedstrijd als gevolg van vermoeidheid, een blessure, evenwichtsverlies of bewusteloosheid	adj	met betrekking tot een knock-out
knock-outbieding	noun	een extreem hoog overnamebod of aankoopbod dat bedoeld is om concurrenten direct uit te schakelen.
knock-outbiedingen	=	knock-outbieding
knock-outbiedinkje	=	knock-outbieding
knock-outbiedinkjes	=	knock-outbieding
knock-outfase	noun	deel van een toernooi waarbij de verliezende partij van een wedstrijd het toernooi moet verlaten
knock-outfasen	=	knock-outfase
knock-outfases	=	knock-outfase
knock-outs	=	knock-out
knock-outsysteem	noun	toernooisysteem waarbij de verliezer van een wedstrijd het toernooi meteen moet verlaten.
knock-outsysteempje	=	knock-outsysteem
knock-outsysteempjes	=	knock-outsysteem
knock-outsystemen	=	knock-outsysteem
knockdown	noun	een stoot die zo krachtig is dat de tegenstander erdoor neergaat, maar minder krachtig dan een knock-out
knockdowns	=	knockdown
knoddig	adj	kluchtig, vermakelijk, koddig, grappig
knoddige	=	knoddig
knoddiger	=	knoddig
knoddigere	=	knoddig
knoddigers	=	knoddig
knoddigs	=	knoddig
knoddigst	=	knoddig
knoddigste	=	knoddig
knoedel	noun	een bal of balletje gemaakt van pastadeeg, aardappeldeeg, brooddeeg of een ander deeg en vaak een mengvorm van de hiervoor genoemde deegsoorten, of van oud brood
knoedelduif	noun	Lopholaimus antarcticus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
knoedelduifje	=	knoedelduif
knoedelduifjes	=	knoedelduif
knoedelduiven	=	knoedelduif
knoedels	=	knoedel
knoedelsoep	noun	warm vloeibaar gerecht waarin stukjes deeg zijn verwerkt
knoedelsoepen	=	knoedelsoep
knoedelsoepje	=	knoedelsoep
knoedelsoepjes	=	knoedelsoep
knoedeltje	=	knoedel
knoedeltjes	=	knoedel
knoei	noun	ongewenste toestand als gevolg van menselijk toedoen
knoeiboel	noun	viezigheid ontstaan door morsen
knoeiboeltje	=	knoeiboel
knoeiboeltjes	=	knoeiboel
knoeide	=	knoeien
knoeiden	=	knoeien
knoeie	=	knoeien
knoeien	verb	slecht of slordig werk leveren
knoeiend	=	knoeien
knoeiende	=	knoeien
knoeier	noun	iemand die slecht werk aflevert
knoeierig	adj	van iets dat het niet netjes en opgeruimd is
knoeierige	=	knoeierig
knoeieriger	=	knoeierig
knoeierigere	=	knoeierig
knoeierigers	=	knoeierig
knoeierigs	=	knoeierig
knoeierigst	=	knoeierig
knoeierigste	=	knoeierig
knoeierij	noun	oneerlijk, onnauwkeurig of onkundig handelen
knoeierijen	=	knoeierij
knoeierijtje	=	knoeierij
knoeierijtjes	=	knoeierij
knoeiers	=	knoeier
knoeiertje	=	knoeier
knoeiertjes	=	knoeier
knoeipot	noun	een slordig persoon die veel knoeit en daardoor zijn omgeving vies maakt
knoeipotje	=	knoeipot
knoeipotjes	=	knoeipot
knoeipotten	=	knoeipot
knoeit	=	knoeien
knoeiwerk	noun	slordig en slecht werk
knoeiwerken	=	knoeiwerk
knoeiwerkje	=	knoeiwerk
knoeiwerkjes	=	knoeiwerk
knoek	noun	stok met een ijzeren haak
knoeper	noun	iets dat enorm groot is
knoeperd	noun	reusachtig groot exemplaar
knoeperds	=	knoeperd
knoeperhard	adj	heel erg luid
knoeperharde	=	knoeperhard
knoeperharder	=	knoeperhard
knoeperhardere	=	knoeperhard
knoeperharders	=	knoeperhard
knoeperhards	=	knoeperhard
knoeperhardst	=	knoeperhard
knoeperhardste	=	knoeperhard
knoepers	=	knoeper
knoepert	=	knoeperd
knoert	noun	iets bijzonder groots en opvallends
knoerten	=	knoert
knoerthard	adj	met grote kracht, heel snel, met hoge intensiteit
knoertharde	=	knoerthard
knoerthards	=	knoerthard
knoertje	=	knoert
knoertjes	=	knoert
knoest	noun	de plaats waar een zijtak aan de boom groeide, het hout is er minder sterk en moeilijker bewerkbaar, het is dan ook een houtgebrek
knoesten	=	knoest
knoesterig	adj	nogal wat knoesten bevattend
knoesterige	=	knoesterig
knoesteriger	=	knoesterig
knoesterigere	=	knoesterig
knoesterigers	=	knoesterig
knoesterigs	=	knoesterig
knoesterigst	=	knoesterig
knoesterigste	=	knoesterig
knoestig	adj	van bomen dat de stam veel onregelmatigheden heeft door takken die vroeger zijn afgebroken
knoestige	=	knoestig
knoestiger	=	knoestig
knoestigere	=	knoestig
knoestigers	=	knoestig
knoestigheden	=	knoestigheid
knoestigheid	noun	de mate waarin iets of iemand ruw en niet afgewerkt is
knoestigs	=	knoestig
knoestigst	=	knoestig
knoestigste	=	knoestig
knoestje	=	knoest
knoestjes	=	knoest
knoet	noun	karwats
knoeten	=	knoet
knoeterhard	adj	heel erg luid
knoeterharde	=	knoeterhard
knoeterhards	=	knoeterhard
knoetje	=	knoet
knoetjes	=	knoet
knoffel	=	knoffelen
knoffelaar	noun|obsolete	iemand die knijpt
knoffelaars	=	knoffelaar
knoffelaarster	noun	vrouwelijke vorm van knoffelaar
knoffelaartje	=	knoffelaar
knoffelaartjes	=	knoffelaar
knoffelde	=	knoffelen
knoffelden	=	knoffelen
knoffele	=	knoffelen
knoffelen	verb	lompe, onhandige bewegingen maken, prutsen
knoffelend	=	knoffelen
knoffelende	=	knoffelen
knoffelt	=	knoffelen
knofloken	=	knoflook
knoflook	noun	bepaald overblijvend bolgewas, Allium sativum uit de lookonderfamilie met samengevouwen bol en roze tot violette tweeslachgtige bloemen
knoflookbomen	=	knoflookboom
knoflookboom	noun	Cordia alliodora een neotropische boom uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
knoflookboompje	=	knoflookboom
knoflookboompjes	=	knoflookboom
knoflookboter	noun	vet uit gekarnde room met sap dat uit Allium sativum geperst is; gebruikt om gerechten meer smaak te geven en om op broodjes te smeren
knoflookboters	=	knoflookboter
knoflookje	=	knoflook
knoflookjes	=	knoflook
knoflookpad	noun	Pelobates fuscus een padachtige kikker uit de familie knoflookpadden (Pelobatidae)
knoflookpadden	noun	Pelobatidae een familie van pad-achtige kikkers (Anura)
knoflookpadje	=	knoflookpad
knoflookpadjes	=	knoflookpad
knoflookpers	noun	een handig keukenhulpje dat wordt gebruikt om rauwe teentjes knoflook door kleine gaatjes te duwen, waardoor ze transformeren in een fijne pasta of kleine blokjes
knoflookpersen	=	knoflookpers
knoflookpersje	=	knoflookpers
knoflookpersjes	=	knoflookpers
knoflooksaus	noun	een variant op mayonaise of yogonaise met knoflook als smaakbepaler
knoflooksausen	=	knoflooksaus
knoflooksausje	=	knoflooksaus
knoflooksausjes	=	knoflooksaus
knoflooksauzen	=	knoflooksaus
knok	noun	knook
knoken	=	knook
knokfilm	noun	film waarin veel geknokt wordt
knokfilms	=	knokfilm
knokig	adj	met uitstekende benen maar wel stevig
knokige	=	knokig
knokiger	=	knokig
knokigere	=	knokig
knokigers	=	knokig
knokigs	=	knokig
knokigst	=	knokig
knokigste	=	knokig
knokje	=	knok
knokjes	=	knok
knokke	=	knokken
knokkel	noun	het gewricht dat de vingers met de hand verbindt, vooral zichtbaar als men de vingers buigt
knokkelig	adj	van een hand: met uitstekend knokkels
knokkelige	=	knokkelig
knokkeliger	=	knokkelig
knokkeligere	=	knokkelig
knokkeligers	=	knokkelig
knokkeligs	=	knokkelig
knokkeligst	=	knokkelig
knokkeligste	=	knokkelig
knokkelkoorts	noun	een besmettelijke tropische ziekte die wordt veroorzaakt door het denguevirus.
knokkelkoortsen	=	knokkelkoorts
knokkelkoortspatiënt	noun	iemand die lijdt aan dengue
knokkelkoortspatiënten	=	knokkelkoortspatiënt
knokkelkoortspatiëntje	=	knokkelkoortspatiënt
knokkelkoortspatiëntjes	=	knokkelkoortspatiënt
knokkelkoortsvirus	noun	benaming voor de verwekker van de ziekte dengue, Dengue virus
knokkelkoortsvirussen	=	knokkelkoortsvirus
knokkels	=	knokkel
knokkeltje	=	knokkel
knokkeltjes	=	knokkel
knokken	verb	vechten
knokkend	=	knokken
knokkende	=	knokken
knokker	noun	iemand die vecht
knokkers	=	knokker
knokkertje	=	knokker
knokkertjes	=	knokker
knokpartij	noun	vechtpartij zonder wapens
knokpartijen	=	knokpartij
knokpartijtje	=	knokpartij
knokpartijtjes	=	knokpartij
knokploeg	noun	groep personen die in opdracht en in georganiseerd verband vecht met tegenstanders van de opdrachtgever
knokploegen	=	knokploeg
knokploegje	=	knokploeg
knokploegjes	=	knokploeg
knokt	=	knokken
knokte	=	knokken
knokten	=	knokken
knol	noun	een verdikte wortelstok waarin een plant voedsel opslaat
knolamaniet	noun	giftige paddenstoel met knolvormige voet
knolamanieten	=	knolamaniet
knolbeemdgras	noun	Poa bulbosa een vaste plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
knolbeemdgrasje	=	knolbeemdgras
knolbeemdgrasjes	=	knolbeemdgras
knolbeemdgrassen	=	knolbeemdgras
knolboterbloem	noun	Ranunculus bulbosus een kruidachtige plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
knolboterbloemen	=	knolboterbloem
knolboterbloemetje	=	knolboterbloem
knolboterbloemetjes	=	knolboterbloem
knolboterbloempje	=	knolboterbloem
knolboterbloempjes	=	knolboterbloem
knolcapucien	noun	Tropaeolum tuberosum een klimplant uit de familie Tropaeolaceae.
knolcyperus	noun	Cyperus esculentus een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
knolcyperussen	=	knolcyperus
knoldistel	noun	Cirsium tuberosum een overblijvende plant, die behoort tot de composietenfamilie.
knoldistels	=	knoldistel
knoldisteltje	=	knoldistel
knoldisteltjes	=	knoldistel
knolduizendknoop	noun	Polygonum viviparum een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
knolduizendknoopje	=	knolduizendknoop
knolduizendknoopjes	=	knolduizendknoop
knolduizendknopen	=	knolduizendknoop
knolgewas	noun	gewas dat om de knol geteeld wordt
knolgewasje	=	knolgewas
knolgewasjes	=	knolgewas
knolgewassen	=	knolgewas
knolglanshaver	noun	Arrhenatherum elatius subsp. bulbosum een wilde plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
knolglanshavers	=	knolglanshaver
knolglanshavertje	=	knolglanshaver
knolglanshavertjes	=	knolglanshaver
knolhoningzwam	noun	Armillaria gallica een paddenstoel uit de familie Physalacriaceae.
knolhoningzwammen	=	knolhoningzwam
knolhoningzwammetje	=	knolhoningzwam
knolhoningzwammetjes	=	knolhoningzwam
knolkartelblaadje	=	knolkartelblad
knolkartelblaadjes	=	knolkartelblad
knolkartelblad	noun	Pedicularis tuberosa een kruidachtige plant uit de bremraapfamilie (Orobanchacea).
knolkartelbladen	=	knolkartelblad
knolkartelbladeren	=	knolkartelblad
knolkartelblaren	=	knolkartelblad
knollathyrus	noun	Lathyrus linifolius een vaste plant, die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
knollathyrussen	=	knollathyrus
knolle	=	knol
knollen	=	knol
knollenbladwesp	noun	Athalia rosae een wesp uit de familie bladwespen.
knollenbladwespen	=	knollenbladwesp
knollenbladwespje	=	knollenbladwesp
knollenbladwespjes	=	knollenbladwesp
knollentuin	noun	een stuk land waarop knollen verbouwd worden
knollentuinen	=	knollentuin
knollentuintje	=	knollentuin
knollentuintjes	=	knollentuin
knolletje	=	knol
knolletjes	=	knol
knolletjesgreppelmos	noun	Dicranella staphylina Knolletjesgreppelmos vormt ijle zoden of solitair groeiende planten.
knolletjesgreppelmosje	=	knolletjesgreppelmos
knolletjesgreppelmosjes	=	knolletjesgreppelmos
knolletjesgreppelmossen	=	knolletjesgreppelmos
knolletjesleemhoed	noun	Agrocybe arvalis een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
knolletjesleemhoeden	=	knolletjesleemhoed
knolletjesleemhoedje	=	knolletjesleemhoed
knolletjesleemhoedjes	=	knolletjesleemhoed
knolparasolzwam	noun	een schimmel Chlorophyllum rhacodes (syn.: Macrolepiota rhacodes) uit de familie Agaricaceae
knolparasolzwammen	=	knolparasolzwam
knolparasolzwammetje	=	knolparasolzwam
knolparasolzwammetjes	=	knolparasolzwam
knolpoliepzwammetje	noun	Melanospora fallax een schimmel behorend tot de familie Ceratostomataceae.
knolpoliepzwammetjes	=	knolpoliepzwammetje
knolraap	noun	bepaald soort plant met een eetbare knol, Brassica rapa
knolraapje	=	knolraap
knolraapjes	=	knolraap
knolrapen	=	knolraap
knolribzaad	noun	Chaerophyllum bulbosum een tweejarige, kruidachtige plant uit de schermbloemenfamilie.
knolribzaadje	=	knolribzaad
knolribzaadjes	=	knolribzaad
knolribzaden	=	knolribzaad
knolrus	noun	Juncus bulbosus een plantensoort uit de russenfamilie (Juncaceae).
knolrusje	=	knolrus
knolrusjes	=	knolrus
knolrussen	=	knolrus
knolselder	noun	bepaalde plant die een eetbare knol net boven de grond ontwikkelt: Apium graveolens var. rapaceum, een variant van de selderij, Apium graveolens
knolselderie	noun	selderie met knolvormig verdikte stengelvoet
knolselderij	noun	een variëteit Apium graveolens var. rapaceum van het kruid selderij die net boven de grond een knol vormt.
knolselderijen	=	knolselderij
knolselderijtje	=	knolselderij
knolselders	=	knolselder
knolsmeerwortel	noun	Symphytum tuberosum een vaste plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
knolsmeerwortels	=	knolsmeerwortel
knolsmeerworteltje	=	knolsmeerwortel
knolsmeerworteltjes	=	knolsmeerwortel
knolspirea	noun	Filipendula vulgaris een vaste plant uit de rozenfamilie (Rosaceae).
knolspirea's	=	knolspirea
knolsteenbreek	noun	Saxifraga granulata een plant uit de steenbreekfamilie (Saxifragaceae).
knolsteenbreekje	=	knolsteenbreek
knolsteenbreken	=	knolsteenbreek
knolvenkel	noun	Foeniculum vulgare (Azoricumgroep) venkel waarvan het dikke stengelgedeelte als groente wordt gegeten
knolvenkels	=	knolvenkel
knolvezelkop	noun	een schimmel van het geslacht Inocybe behorend tot de familie Inocybaceae
knolvezelkopje	=	knolvezelkop
knolvezelkopjes	=	knolvezelkop
knolvezelkoppen	=	knolvezelkop
knolvormig	adj	vorm van een knol hebbend
knolvormige	=	knolvormig
knolvormiger	=	knolvormig
knolvormigere	=	knolvormig
knolvormigers	=	knolvormig
knolvormigs	=	knolvormig
knolvormigst	=	knolvormig
knolvormigste	=	knolvormig
knolvossenstaart	noun	Alopecurus bulbosus een zodevormende vaste plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
knolvossenstaarten	=	knolvossenstaart
knolvossenstaartje	=	knolvossenstaart
knolvossenstaartjes	=	knolvossenstaart
knolzijdeplant	noun	Asclepias tuberosa een vaste plant in de familie Asclepiadaceae, oorspronkelijk uit Noord-Amerika.
knolzijdeplanten	=	knolzijdeplant
knolzijdeplantje	=	knolzijdeplant
knolzijdeplantjes	=	knolzijdeplant
knook	noun	een been of bot in het lichaam
knookje	=	knook
knookjes	=	knook
knoop	noun	een vastgetrokken lus in garen, draad, koord of touw om daarin een verdikking te maken, om einden ervan aan elkaar te bevestigen of ter bevestiging aan een ander voorwerp of weefsel
knoopcel	noun	een platte knoopvormige batterij die meestal in draagbare elektronische apparatuur wordt gebruikt
knoopcellen	=	knoopcel
knoopcelletje	=	knoopcel
knoopcelletjes	=	knoopcel
knoopje	=	knoop
knoopjes	=	knoop
knoopjeskorst	noun	een geslacht Bacidia van korstmossen behorend tot de familie Ramalinaceae.
knoopjeskorsten	=	knoopjeskorst
knoopjeskorstje	=	knoopjeskorst
knoopjeskorstjes	=	knoopjeskorst
knoopkruid	noun	Centaurea jacea een kruidachtige plant uit de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae)
knoopkruidbladroller	noun	een vlinder Cochylimorpha straminea uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
knoopkruidbladrollers	=	knoopkruidbladroller
knoopkruidbladrollertje	=	knoopkruidbladroller
knoopkruidbladrollertjes	=	knoopkruidbladroller
knoopkruidgalboorvlieg	noun	Urophora jaceana een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
knoopkruidgalboorvliegen	=	knoopkruidgalboorvlieg
knoopkruidgalboorvliegje	=	knoopkruidgalboorvlieg
knoopkruidgalboorvliegjes	=	knoopkruidgalboorvlieg
knoopkruidgalmug	noun	Loewiola centaureae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
knoopkruidgalmuggen	=	knoopkruidgalmug
knoopkruidgalmugje	=	knoopkruidgalmug
knoopkruidgalmugjes	=	knoopkruidgalmug
knoopkruidgalwesp	noun	Isocolus jaceae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
knoopkruidgalwespen	=	knoopkruidgalwesp
knoopkruidgalwespje	=	knoopkruidgalwesp
knoopkruidgalwespjes	=	knoopkruidgalwesp
knoopkruidknoopvlekje	noun	Pelochrista caecimaculana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
knoopkruidknoopvlekjes	=	knoopkruidknoopvlekje
knoopkruidkokermot	noun	Coleophora conspicuella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
knoopkruidkokermotje	=	knoopkruidkokermot
knoopkruidkokermotjes	=	knoopkruidkokermot
knoopkruidkokermotten	=	knoopkruidkokermot
knoopkruidmot	noun	een vlinder Paratalanta hyalinalis uit de familie van de grasmotten (Crambidae).
knoopkruidmotje	=	knoopkruidmot
knoopkruidmotjes	=	knoopkruidmot
knoopkruidmotten	=	knoopkruidmot
knoopkruidpalpmot	noun	Metzneria metzneriella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
knoopkruidpalpmotje	=	knoopkruidpalpmot
knoopkruidpalpmotjes	=	knoopkruidpalpmot
knoopkruidpalpmotten	=	knoopkruidpalpmot
knoopkruidparelmoervlinder	noun	Melitaea phoebe een vlinder uit de familie Nymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders).
knoopkruidparelmoervlinders	=	knoopkruidparelmoervlinder
knoopkruidparelmoervlindertje	=	knoopkruidparelmoervlinder
knoopkruidparelmoervlindertjes	=	knoopkruidparelmoervlinder
knoopkruidschildwants	noun	Carpocoris purpureipennis een insect is een behorend tot de familie Pentatomidae
knoopkruidschildwantsen	=	knoopkruidschildwants
knoopkruidschildwantsje	=	knoopkruidschildwants
knoopkruidschildwantsjes	=	knoopkruidschildwants
knooplook	noun|obsolete	knoflook
knoopmier	noun	Myrmicinae rode mier met twee knoopvormige geledingen tussen borststuk en achterlijf horend tot een onderfamilie van mieren, waartoe ongeveer 140 geslachten worden gerekend.
knoopmieren	noun	Myrmicinae een onderfamilie van mieren, waartoe ongeveer 140 geslachten worden gerekend.
knoopmiertje	=	knoopmier
knoopmiertjes	=	knoopmier
knooppunt	noun	een kruispunt van twee of meer grote wegen
knooppunten	=	knooppunt
knooppuntje	=	knooppunt
knooppuntjes	=	knooppunt
knooppuntsspanning	noun	de spanning tussen twee knooppunten
knooppuntsspanningen	=	knooppuntsspanning
knoopsgaatje	=	knoopsgat
knoopsgaatjes	=	knoopsgat
knoopsgat	noun	spleet die in een stuk stof is gemaakt zodat een ander stuk stof daaraan kan worden vastgemaakt met behulp van een op het tweede stuk stof bevestigd schijfje dat net door die spleet past
knoopsgaten	=	knoopsgat
knoopsluiting	noun	een sluiting met een knoop en een knoopsgat
knoopsluitingen	=	knoopsluiting
knoopsluitinkje	=	knoopsluiting
knoopsluitinkjes	=	knoopsluiting
knoopt	=	knopen
knooptafelbomen	=	knooptafelboom
knooptafelboom	noun	Cordia nodosa een struik of boompje.
knooptafelboompje	=	knooptafelboom
knooptafelboompjes	=	knooptafelboom
knoopte	=	knopen
knoopten	=	knopen
knoopwerk	noun	iets dat bestaat uit geknoopte draden, touwen e.d.
knoopwerken	=	knoopwerk
knoopwerkje	=	knoopwerk
knoopwerkjes	=	knoopwerk
knoopzwam	noun	een paddenstoel waarvan de vruchtlichamen vaak knopvormig zijn
knoopzwammen	=	knoopzwam
knoopzwammetje	=	knoopzwam
knoopzwammetjes	=	knoopzwam
knop	noun	klein, meestal rond, uitstekend deel van een apparaat bedoeld om in te drukken ter besturing ervan
knopbies	noun	Schoenus nigricans een plant uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
knopbiesje	=	knopbies
knopbiesjes	=	knopbies
knopbiesparelmot	noun	Glyphipterix schoenicolella een nachtvlinder uit de familie parelmotten (Glyphipterigidae)
knopbiesparelmotje	=	knopbiesparelmot
knopbiesparelmotjes	=	knopbiesparelmot
knopbiesparelmotten	=	knopbiesparelmot
knopbiezen	=	knopbies
knope	=	knopen
knopen	verb	een vastzittende lus in een koord, draad of touw maken
knopend	=	knopen
knopende	=	knopen
knopendraaier	noun|obsolete	flikflooier
knopendraaiers	=	knopendraaier
knopenlijn	noun	De knopenlijn is de lijn die de klimmende en dalende knopen verbindt.
knopenlijnen	=	knopenlijn
knopenlijntje	=	knopenlijn
knopenlijntjes	=	knopenlijn
knophaarsatijnzwam	noun	Entoloma cuspidiferum een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
knophaarsatijnzwammen	=	knophaarsatijnzwam
knophaarsatijnzwammetje	=	knophaarsatijnzwam
knophaarsatijnzwammetjes	=	knophaarsatijnzwam
knopherik	noun	Raphanus raphanistrum een plant uit de familie Brassicaceae
knopheriken	=	knopherik
knopig	adj	vol knopen, met veel knopen
knopige	=	knopig
knopiger	=	knopig
knopigere	=	knopig
knopigers	=	knopig
knopigs	=	knopig
knopigst	=	knopig
knopigste	=	knopig
knopje	=	knop
knopjes	=	knop
knopknotsje	noun	Typhula capitata een schimmel behorend tot de familie Typhulaceae.
knopknotsjes	=	knopknotsje
knopkroos	noun	Lemna turionifera een overblijvende waterplant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
knopkroosje	=	knopkroos
knopkroosjes	=	knopkroos
knopkrozen	=	knopkroos
knopkruid	noun	een geslacht Galinsoga uit de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae).
knopkruiden	=	knopkruid
knopkruidje	=	knopkruid
knopkruidjes	=	knopkruid
knopoor	noun	lang slap hondenoor dat naar beneden hangt en de gehoorgang afsluit
knoporen	=	knopoor
knoppen	=	knop
knoppenkast	noun	het gedeelte van de kop van een strijkinstrument waarin de snaren zijn afgespannen op de stemschroeven
knoppenkasten	=	knoppenkast
knoppenkastje	=	knoppenkast
knoppenkastjes	=	knoppenkast
knoppenvreter	noun|informal	bijnaam voor bepaalde vogels die zich voeden met bloemknoppen, zoals de bloedvink en de dikbek
knoppenvreters	=	knoppenvreter
knoppenvretertje	=	knoppenvreter
knoppenvretertjes	=	knoppenvreter
knoppergalwesp	noun	Andricus quercuscalicis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
knoppergalwespen	=	knoppergalwesp
knoppergalwespje	=	knoppergalwesp
knoppergalwespjes	=	knoppergalwesp
knopspeld	noun	speld met een al dan niet gekleurde, bolle kop
knopspelden	=	knopspeld
knopsprietje	noun	Myrmeleotettix maculatus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae
knopsprietjes	=	knopsprietje
knopstaartgekko's	noun	een geslacht Nephrurus van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Carphodactylidae
knoptaxusfamilie	noun	een kleine familie Cephalotaxaceae van coniferen.
knoptaxusfamilietje	=	knoptaxusfamilie
knoptaxusfamilietjes	=	knoptaxusfamilie
knopvormig	adj	vorm van een knop hebbend
knopvormige	=	knopvormig
knopvormiger	=	knopvormig
knopvormigere	=	knopvormig
knopvormigers	=	knopvormig
knopvormigs	=	knopvormig
knopvormigst	=	knopvormig
knopvormigste	=	knopvormig
knopzakdrager	noun	Bacotia claustrella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
knopzakdragers	=	knopzakdrager
knopzakdragertje	=	knopzakdrager
knopzakdragertjes	=	knopzakdrager
knor	noun	knorrend geluid
knorbeen	noun	kraakbeen
knorbeenderen	=	knorbeen
knorbenen	=	knorbeen
knorde	=	knorren
knorden	=	knorren
knorf	noun	verdikking in een stengel
knorfje	=	knorf
knorfjes	=	knorf
knorhaan	noun	benaming voor zeevissen uit de familie Triglidae
knorhaantje	=	knorhaan
knorhaantjes	=	knorhaan
knorhanen	=	knorhaan
knork	noun	stuk bestek dat de functies van een vork en een mes samensmelt
knorkje	=	knork
knorkjes	=	knork
knorks	=	knork
knorpot	noun	iemand die graag en veel klaagt
knorpotje	=	knorpot
knorpotjes	=	knorpot
knorpotten	=	knorpot
knorre	=	knorren
knorren	verb	een geluid voortbrengen zoals een varken
knorrend	adj	zacht rommelend geluid makend zoals varkens dat doen
knorrende	=	knorren
knorrends	=	knorrend
knorrepos	noun	Micropogonias undulatus een vis die sterk lijkt op een pos.
knorrepossen	=	knorrepos
knorrepot	noun	iemand die vaak ontevreden is en dat ook voortdurend kenbaar maakt
knorrepotje	=	knorrepot
knorrepotjes	=	knorrepot
knorrepotten	=	knorrepot
knorretje	=	knor
knorretjes	=	knor
knorrig	adj	chagrijnig, ontevreden, altijd aan het knorren
knorrige	=	knorrig
knorriger	=	knorrig
knorrigere	=	knorrig
knorrigers	=	knorrig
knorrigheden	=	knorrigheid
knorrigheid	noun	het boos en geïrriteerd zijn
knorrigs	=	knorrig
knorrigst	=	knorrig
knorrigste	=	knorrig
knort	=	knorren
knorven	=	knorf
knorvis	noun	Haemulon plumierii een straalvinnige vissensoort uit de familie van grombaarzen (Haemulidae).
knorvisje	=	knorvis
knorvisjes	=	knorvis
knorvissen	=	knorvis
knot	noun	rond zichzelf opgewonden draad of bundel draden, vezels of haar
knoter	=	knoteren
knoterde	=	knoteren
knoterden	=	knoteren
knotere	=	knoteren
knoteren	verb	mopperen
knoterend	=	knoteren
knoterende	=	knoteren
knotert	=	knoteren
knotje	=	knot
knotjes	=	knot
knots	noun	een stok met een dikker uiteinde	adj	idioot, gek
knotse	=	knots
knotsen	=	knots
knotser	=	knots
knotsere	=	knots
knotsers	=	knots
knotsgalwesp	noun	Andricus inflator een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
knotsgalwespen	=	knotsgalwesp
knotsgalwespje	=	knotsgalwesp
knotsgalwespjes	=	knotsgalwesp
knotsgek	adj	helemaal dwaas, heel erg gek, op een grappige manier gek
knotsgeker	=	knotsgek
knotsgekke	=	knotsgek
knotsgekker	=	knotsgek
knotsgekkere	=	knotsgek
knotsgekkers	=	knotsgek
knotsgeks	=	knotsgek
knotsgekst	=	knotsgek
knotsgekste	=	knotsgek
knotsgezellig	adj	met een sterke sfeer van een levendige groep mensen die genoegen scheppen in elkaars aanwezigheid
knotsgezellige	=	knotsgezellig
knotsgezelliger	=	knotsgezellig
knotsgezelligere	=	knotsgezellig
knotsgezelligers	=	knotsgezellig
knotsgezelligs	=	knotsgezellig
knotsgezelligst	=	knotsgezellig
knotsgezelligste	=	knotsgezellig
knotshoutkever	noun	insect uit de familie Bothrideridae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
knotshoutkevers	noun	Bothrideridae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
knotshoutkevertje	=	knotshoutkever
knotshoutkevertjes	=	knotshoutkever
knotsje	=	knots
knotsjes	=	knots
knotskroesmos	noun	Ulota bruchii een bladmos behorend tot de familie Orthotrichaceae.
knotskroesmosje	=	knotskroesmos
knotskroesmosjes	=	knotskroesmos
knotskroesmossen	=	knotskroesmos
knotskronkel	noun	Cylindroiulus punctatus een soort duizendpoot in de familie Julidae.
knotskronkels	=	knotskronkel
knotskronkeltje	=	knotskronkel
knotskronkeltjes	=	knotskronkel
knotskussentjeszwam	noun	een in Nederland uiterst zeldzame schimmel Hypocrea alutacea (teleomorf), Trichoderma alutaceum (anamorf), (syn.: Podostroma alutaceum) die behoort tot de orde Hypocreales van de ascomyceten.
knotskussentjeszwammen	=	knotskussentjeszwam
knotskussentjeszwammetje	=	knotskussentjeszwam
knotskussentjeszwammetjes	=	knotskussentjeszwam
knotsorchis	noun	Traunsteinera globosa een Europese terrestrische orchidee.
knotsorchisje	=	knotsorchis
knotsorchisjes	=	knotsorchis
knotsorchissen	=	knotsorchis
knotspoliep	noun	Clava multicornis een hydroïdpoliep uit de familie Hydractiniidae.
knotspoliepen	=	knotspoliep
knotspoliepje	=	knotspoliep
knotspoliepjes	=	knotspoliep
knotsslakken	noun	Tergipedidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
knotssprietbladwesp	noun	insect uit de familie Cimbicidae van vliesvleugeligen (Hymenoptera) uit de onderorde Symphyta (zaagwespen).
knotssprietbladwespen	noun	Cimbicidae een kleine familie van vliesvleugeligen (Hymenoptera) uit de onderorde bladwespen (Symphyta) met wereldwijd 130 soorten in 6 geslachten.
knotssprietbladwespje	=	knotssprietbladwesp
knotssprietbladwespjes	=	knotssprietbladwesp
knotssprietkever	noun	een keversoort met een spriet die op een knots lijkt
knotssprietkevers	=	knotssprietkever
knotssprietkevertje	=	knotssprietkever
knotssprietkevertjes	=	knotssprietkever
knotssprietzwemkevertje	noun	Noterus clavicornis een keversoort uit de familie diksprietwaterkevers (Noteridae).
knotssprietzwemkevertjes	=	knotssprietzwemkevertje
knotst	=	knots
knotste	=	knots
knotsvoettrechterzwam	noun	een schimmel Ampulloclitocybe clavipes (syn.: Clitocybe clavipes) behorend tot de familie Tricholomataceae.
knotsvoettrechterzwammen	=	knotsvoettrechterzwam
knotsvoettrechterzwammetje	=	knotsvoettrechterzwam
knotsvoettrechterzwammetjes	=	knotsvoettrechterzwam
knotsvormig	adj	vorm van een knots hebbend
knotsvormige	=	knotsvormig
knotsvormiger	=	knotsvormig
knotsvormigere	=	knotsvormig
knotsvormigers	=	knotsvormig
knotsvormigs	=	knotsvormig
knotsvormigst	=	knotsvormig
knotsvormigste	=	knotsvormig
knotswesp	noun	insect uit de familie Sapygidae van vliesvleugeligen uit de superfamilie wespachtigen (Vespoidea).
knotswespen	noun	Sapygidae een familie van vliesvleugeligen uit de superfamilie wespachtigen (Vespoidea).
knotswespje	=	knotswesp
knotswespjes	=	knotswesp
knotszakpijp	noun	Styela clava een zakpijpensoort uit de familie van de Styelidae.
knotszakpijpen	=	knotszakpijp
knotszakpijpje	=	knotszakpijp
knotszakpijpjes	=	knotszakpijp
knotszegge	noun	Carex buxbaumii een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
knotszeggen	=	knotszegge
knotszeggetje	=	knotszegge
knotszeggetjes	=	knotszegge
knotszwam	noun	een zwam uit het geslacht Clavaria die de vorm van een knots heeft
knotszwammen	=	knotszwam
knotszwammetje	=	knotszwam
knotszwammetjes	=	knotszwam
knotszweefvlieg	noun	Doros profuges een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
knotszweefvliegen	=	knotszweefvlieg
knotszweefvliegje	=	knotszweefvlieg
knotszweefvliegjes	=	knotszweefvlieg
knotte	=	knotten
knotten	verb	van de top of van zijscheuten ontdoen
knottend	=	knotten
knottende	=	knotten
knotwilg	noun	een wilg waarvan men regelmatig de top of de zijscheuten verwijdert
knotwilgen	=	knotwilg
knotwilgje	=	knotwilg
knotwilgjes	=	knotwilg
knotwilgslak	noun	Clausilia dubia een slakkensoort uit de familie van de Clausiliidae.
knotwilgslakje	=	knotwilgslak
knotwilgslakjes	=	knotwilgslak
knotwilgslakken	=	knotwilgslak
knowhow	noun	de kennis en vaardigheid om tot iets in staat te zijn
knudde	adj|informal	heel slecht, waardeloos
knuddes	=	knudde
knuddig	adj	zeer slecht	adv	op knuddige wijze
knuddige	=	knuddig
knuddiger	=	knuddig
knuddigere	=	knuddig
knuddigers	=	knuddig
knuddigs	=	knuddig
knuddigst	=	knuddig
knuddigste	=	knuddig
knuf	noun	korte, droge hoest
knuffel	noun	liefdevolle omhelzing
knuffelaar	noun	iemand die graag knuffelt
knuffelaars	=	knuffelaar
knuffelaarster	noun	vrouw die graag knuffelt
knuffelaarsters	=	knuffelaarster
knuffelaarstertje	=	knuffelaarster
knuffelaarstertjes	=	knuffelaarster
knuffelaartje	=	knuffelaar
knuffelaartjes	=	knuffelaar
knuffelbaar	adj	dat iets of iemand zacht en warm is zodat het prettig is om die persoon of dat ding te knuffelen
knuffelbaarder	=	knuffelbaar
knuffelbaardere	=	knuffelbaar
knuffelbaarders	=	knuffelbaar
knuffelbaars	=	knuffelbaar
knuffelbaarst	=	knuffelbaar
knuffelbaarste	=	knuffelbaar
knuffelbare	=	knuffelbaar
knuffelbeer	noun	een speelgoedbeer gemaakt van een zachte stof zodat het prettig is hem te aaien en te knuffelen
knuffelbeertje	=	knuffelbeer
knuffelbeertjes	=	knuffelbeer
knuffelbeest	noun	een stoffen pop meestal in de vorm van een dier waarop een kind vaak al zijn liefde richt
knuffelbeesten	=	knuffelbeest
knuffelbeestje	=	knuffelbeest
knuffelbeestjes	=	knuffelbeest
knuffelberen	=	knuffelbeer
knuffelcontact	noun	iemand waarmee men op liefdevolle manier lichamelijk contact heeft
knuffelcontacten	=	knuffelcontact
knuffelcontactje	=	knuffelcontact
knuffelcontactjes	=	knuffelcontact
knuffelcrimineel	noun	crimineel die populair is bij het grote publiek en wiens daden min of meer worden vergoelijkt
knuffelcrimineeltje	=	knuffelcrimineel
knuffelcrimineeltjes	=	knuffelcrimineel
knuffelcriminelen	=	knuffelcrimineel
knuffelde	=	knuffelen
knuffelden	=	knuffelen
knuffeldiefstal	noun	vorm van zakkenrollerij waarbij de dader zich eerst voordoet als een hulpbehoevende en na verkregen hulp het slachtoffer knuffelt en berooft
knuffeldiefstallen	=	knuffeldiefstal
knuffeldier	noun	een levend dier, of ding dat lijkt op een dier dat je kunt knuffelen
knuffeldieren	=	knuffeldier
knuffeldiertje	=	knuffeldier
knuffeldiertjes	=	knuffeldier
knuffele	=	knuffelen
knuffelen	verb	een knuffel geven, liefdevol omhelzen
knuffelend	=	knuffelen
knuffelende	=	knuffelen
knuffelhormoon	noun	hormoon dat barensweeën opwekt, de borstvoeding stimuleert en dat gevoelens van verbondenheid, hechting en vertrouwen opwekt
knuffelig	adj	van een persoon die veel wil aangehaald worden
knuffelige	=	knuffelig
knuffeliger	=	knuffelig
knuffeligere	=	knuffelig
knuffeligers	=	knuffelig
knuffeligs	=	knuffelig
knuffeligst	=	knuffelig
knuffeligste	=	knuffelig
knuffeling	noun	een liefdevolle, troostende omhelzing
knuffelingen	=	knuffeling
knuffelingetje	=	knuffeling
knuffelingetjes	=	knuffeling
knuffelkont	noun|informal	iemand die dol is op knuffelen
knuffelkonten	=	knuffelkont
knuffelkontje	=	knuffelkont
knuffelkontjes	=	knuffelkont
knuffelmagistraat	noun	ambtenaar die knuffeldiefstallen aanpakt (diefstal tijdens het knuffelen van het slachtoffer door de dader)
knuffelmagistraten	=	knuffelmagistraat
knuffelmissie	noun	militaire missie die dient om internationale goodwill te kweken
knuffelmissies	=	knuffelmissie
knuffelpraktijk	noun	praktijk waar men zich, tegen betaling, kan laten knuffelen
knuffelpraktijken	=	knuffelpraktijk
knuffels	=	knuffel
knuffelt	=	knuffelen
knuffeltekort	noun	te weinig liefdevolle aanrakingen geven en ontvangen
knuffeltje	=	knuffel
knuffeltjes	=	knuffel
knuffen	=	knuf
knufje	=	knuf
knufjes	=	knuf
knufs	=	knuf
knuist	noun	een samengebalde hand
knuisten	=	knuist
knuistje	=	knuist
knuistjes	=	knuist
knul	noun|informal	jongen, jongeman
knullen	=	knul
knulletje	=	knul
knulletjes	=	knul
knullig	adj	onhandig, dom
knullige	=	knullig
knulliger	=	knullig
knulligere	=	knullig
knulligers	=	knullig
knulligheden	=	knulligheid
knulligheid	noun	iets wat getuigd van grote onhandigheid en domheid
knulligs	=	knullig
knulligst	=	knullig
knulligste	=	knullig
knuppel	noun	korte dikke stok, bedoeld om lijfstraf mee uit te delen
knuppelde	=	knuppelen
knuppelden	=	knuppelen
knuppele	=	knuppelen
knuppelen	verb	met een knots of knuppel slaan, wegslaan, neerslaan of doodslaan
knuppelend	=	knuppelen
knuppelende	=	knuppelen
knuppelgardist	noun	iemand die een bepaalde opvatting of leider steunt met (de dreiging van) georganiseerd lichamelijk geweld in groepsverband tegen andersdenkenden
knuppelgardisten	=	knuppelgardist
knuppels	=	knuppel
knuppelslakken	noun	Eubranchidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
knuppelt	=	knuppelen
knuppeltje	=	knuppel
knuppeltjes	=	knuppel
knuppelvers	noun	een onregelmatig en onhandig rijmpje
knuppelversje	=	knuppelvers
knuppelversjes	=	knuppelvers
knuppelverzen	=	knuppelvers
knurft	noun	dom en/of onhandig iemand, sufferd, sukkel
knurften	=	knurft
knurftje	=	knurft
knurftjes	=	knurft
knus	adj	aangenaam van gezelschap en enigszins intiem
knusheid	noun	het gezellige, vertrouwde en veilige samenzijn
knusjes	adv	op een gezellige, huiselijke manier
knusse	=	knus
knusser	=	knus
knussere	=	knus
knussers	=	knus
knust	=	knus
knuste	=	knus
knut	noun	Ceratopogonidae een klein stekend mugje uit de familie Ceratopogonidae van muggen uit de orde tweevleugeligen (Diptera).
knutje	=	knut
knutjes	=	knut
knutsel	=	knutselen
knutselaar	noun	iemand die knutselt
knutselaars	=	knutselaar
knutselaartje	=	knutselaar
knutselaartjes	=	knutselaar
knutselcontract	noun	een arbeidscontract waarbij een vaste baan wordt aangevuld met een flexibel arbeidscontract
knutselcontracten	=	knutselcontract
knutselde	=	knutselen
knutselden	=	knutselen
knutsele	=	knutselen
knutselen	verb	zelf voorwerpen uit liefhebberij vervaardigen met gebruik van gereedschap als hamer, zaag en schaaf
knutselend	=	knutselen
knutselende	=	knutselen
knutselhond	noun	kruising tussen twee hondenrassen met het doel een hond te 'ontwerpen' die aantrekkelijke eigenschappen voor mensen heeft
knutselhonden	=	knutselhond
knutselhondje	=	knutselhond
knutselhondjes	=	knutselhond
knutselruimte	noun	ruimte om te knutselen
knutselruimten	=	knutselruimte
knutselruimtes	=	knutselruimte
knutselspul	noun	zaken die men nodig heeft voor het knutselen
knutselspullen	=	knutselspul
knutselspulletje	=	knutselspul
knutselspulletjes	=	knutselspul
knutselt	=	knutselen
knutseluren	=	knutseluur
knutseluur	noun	een lesuur dat kinderen kunnen knutselen
knutseluurtje	=	knutseluur
knutseluurtjes	=	knutseluur
knutselwerk	noun	iets wat je uit liefhebberij in elkaar gezet hebt
knutselwerken	=	knutselwerk
knutselwerkje	=	knutselwerk
knutselwerkjes	=	knutselwerk
knuttel	noun	kabel die men eerst in losse draden uiteen draait en dan paarsgewijs weer ineen draait
knuttels	=	knuttel
knutten	noun	Ceratopogonidae een familie van muggen uit de orde tweevleugeligen (Diptera).
knvb	noun	Koninklijke Nederlandse VoetbalBond
knvb-beker	noun	beker die de winnaar van het bekertoernooi van de KNVB wint
knvb-bekers	=	knvb-beker
knysnaspecht	noun	Campethera notata een vogel uit het geslacht Campethera van de familie spechten (Picidae).
knysnaspechten	=	knysnaspecht
knysnaspechtje	=	knysnaspecht
knysnaspechtjes	=	knysnaspecht
knysnatoerako	noun	Tauraco corythaix een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's), die in de altijd groene wouden van zuidelijk en oostelijk Zuid-Afrika en eSwatini voorkomt
knysnatoerako's	=	knysnatoerako
knysnatoerakootje	=	knysnatoerako
knysnatoerakootjes	=	knysnatoerako
knäckebrood	=	knäckebröd
knäckebröd	noun	plat, meestal van roggemeel gemaakt, brood dat erg kort en heet wordt gebakken en daarna wordt gedroogd
knäckebrödje	=	knäckebröd
knäckebrödjes	=	knäckebröd
ko	noun	repeterende stelling bij het go-spel	adj	door een rake slag van de tegenstander buiten bewustzijn geraakt en daardoor uitgeschakeld
ko's	=	ko
koab	=	kobbe
koala	noun	Phascolarctos cinereus, een Australisch buideldier
koala's	noun	Phascolarctidae een familie van klimbuideldieren uit de onderorde Vombatiformes.
koalaatje	=	koala
koalaatjes	=	koala
koalabeer	noun	Phascolarctos cinereus buideldier uit de familie van de koala's die leeft in het oosten van Australië
koalabeertje	=	koalabeer
koalabeertjes	=	koalabeer
koalaberen	=	koalabeer
koalapoep	noun	de poep van een koala
koalatest	noun	taalscreening om vast te stellen hoe ver een kind staat op gebied van de Nederlandse taal
koalatesten	=	koalatest
koan	noun	raadselachtige, vaak innerlijk tegenstrijdige uitspraak die de beperkingen van logisch denken laat zien, gebruikt voor meditatie
koans	=	koan
koantje	=	koan
koantjes	=	koan
koap	=	kobbe
kob	noun	Kobus kob oranjekleurig tot bruine Afrikaanse antilope uit het geslacht der waterbokken (Kobus), die voorkomt van Gambia tot Oeganda en Ethiopië
kobalt	noun	scheikundig element met symbool Co en atoomnummer 27. Het is een zilverkleurig overgangsmetaal
kobaltatomen	=	kobaltatoom
kobaltatoom	noun	een atoom van het chemisch element kobalt.
kobaltatoompje	=	kobaltatoom
kobaltatoompjes	=	kobaltatoom
kobaltblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5013 ( ); een diepblauwe kleur zoals die van bepaalde kobaltzouten, met name kobalt(II)aluminate CoAl₂O₄.	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5013 ( ).
kobaltblauwe	=	kobaltblauw
kobaltblauwen	=	kobaltblauw
kobaltblauwer	=	kobaltblauw
kobaltblauwere	=	kobaltblauw
kobaltblauwers	=	kobaltblauw
kobaltblauws	=	kobaltblauw
kobaltblauwst	=	kobaltblauw
kobaltblauwste	=	kobaltblauw
kobaltblauwtje	noun	Neolysandra coelestina een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
kobaltblauwtjes	=	kobaltblauwtje
kobaltgors	noun	Porphyrospiza caerulescens een zangvogel uit de familie tangaren (Thraupidae).
kobaltgorsje	=	kobaltgors
kobaltgorsjes	=	kobaltgors
kobaltgorzen	=	kobaltgors
kobaltijsvogel	noun	Alcedo semitorquata een vogel uit de familie ijsvogels (Alcedinidae).
kobaltijsvogels	=	kobaltijsvogel
kobaltijsvogeltje	=	kobaltijsvogel
kobaltijsvogeltjes	=	kobaltijsvogel
kobaltniltava	noun	Niltava grandis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
kobaltniltava's	=	kobaltniltava
kobaltniltavaatje	=	kobaltniltava
kobaltniltavaatjes	=	kobaltniltava
kobaltvleugelparkiet	noun	Brotogeris cyanoptera een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
kobaltvleugelparkieten	=	kobaltvleugelparkiet
kobaltvleugelparkietje	=	kobaltvleugelparkiet
kobaltvleugelparkietjes	=	kobaltvleugelparkiet
kobbe	noun	benaming voor dieren uit de orde Araneae
kobben	=	kobbe
kobbenet	noun	spinnenweb
kobbenetje	=	kobbenet
kobbenetjes	=	kobbenet
kobbenetten	=	kobbenet
kobbetje	=	kobbe
kobbetjes	=	kobbe
kobmeeuw	noun	Naam van verschillende soorten van zeemeeuwen, vooral van de zilvermeeuw, (Larus argentatus)
kobmeeuwen	=	kobmeeuw
kobmeeuwtje	=	kobmeeuw
kobmeeuwtjes	=	kobmeeuw
kobold	noun	een kwaadaardige kabouterman (in Germaanse vertellingen)
kobolden	=	kobold
koboldhaai	noun	Mitsukurina owstoni een diepzeehaai die verspreid leeft en waarvan heel weinig bekend is
koboldhaaien	=	koboldhaai
koboldhaaitje	=	koboldhaai
koboldhaaitjes	=	koboldhaai
koboldin	=	kobold
koboldje	=	kobold
koboldjes	=	kobold
kobolds	=	kobold
kobs	=	kob
kocht	=	kopen
kochte	=	kopen
kochten	=	kopen
kodak	noun|obsolete	kleine, eenvoudig te bedienen camera, oorspronkelijk een handelsnaam van Eastman Kodak
kodakje	=	kodak
kodakjes	=	kodak
kodaks	=	kodak
kodde	noun	knuppel, knots
koddebeier	noun	een politieagent of veldwachter
koddebeiers	=	koddebeier
koddebeiertje	=	koddebeier
koddebeiertjes	=	koddebeier
kodden	=	kodde
koddetje	=	kodde
koddetjes	=	kodde
koddig	adj	grappig, lachwekkend
koddige	=	koddig
koddiger	=	koddig
koddigere	=	koddig
koddigers	=	koddig
koddigs	=	koddig
koddigst	=	koddig
koddigste	=	koddig
kodesj	noun	heiligheid
kodiakbeer	noun	Ursus arctos middendorffi de grootste ondersoort van de bruine beer, sommige individuen zijn zelfs groter en zwaarder dan de ijsbeer
kodiakbeertje	=	kodiakbeer
kodiakbeertjes	=	kodiakbeer
kodiakberen	=	kodiakbeer
kodje	=	kodde
kodjes	=	kodde
koe	noun	wijfje van het huisrund en van andere rundersoorten
koeantiloopje	=	koeantilope
koeantiloopjes	=	koeantilope
koeantilope	noun	zoogdier uit de onderfamilie Alcelaphinae uit de familie der holhoornigen (Bovidae), waartoe onder andere de gnoes, het hartenbeest, de bontebok en de lierantilope behoren.
koeantilopen	noun	Alcelaphinae een onderfamilie uit de familie der holhoornigen (Bovidae), waartoe onder andere de gnoes, het hartenbeest, de bontebok en de lierantilope behoren.
koeantilopes	=	koeantilope
koebeest	noun	koe
koebeesten	=	koebeest
koebeestje	=	koebeest
koebel	noun	bel die koeien (vooral in de Alpen) om de nek dragen
koebellen	=	koebel
koebelletje	=	koebel
koebelletjes	=	koebel
koeboer	noun	veehouder die koeien houdt
koeboeren	=	koeboer
koeboertje	=	koeboer
koeboertjes	=	koeboer
koeboets	noun	bepaald schriftteken voor klinker oe
koeboetsen	=	koeboets
koebraam	noun	Rubus ulmifolius een soort uit het geslacht braam (Rubus).
koebraampje	=	koebraam
koebraampjes	=	koebraam
koebramen	=	koebraam
koebrug	noun	loopplank of brug waarover mensen, voertuigen of vee kunnen lopen bij het laden en lossen van een schip
koebruggen	=	koebrug
koebruggetje	=	koebrug
koebruggetjes	=	koebrug
koebrugje	=	koebrug
koebrugjes	=	koebrug
koedoe	noun	Tragelaphus sp. een geslacht van schroefhoornrunderen uit Afrika
koedoes	noun	een geslacht Tragelaphus van middelgrote tot grote antilopen uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
koedoetje	=	koedoe
koedoetjes	=	koedoe
koedokter	noun	dierenarts voor koeien
koedoktoren	=	koedokter
koef	noun	negentiende letter van het alfabet
koefnoen	noun	ontbreken van tegenprestatie, niets	adj	gratis
koefnoens	=	koefnoen
koefnoentje	noun	gratis plaatsbewijs
koefnoentjes	=	koefnoentje
koefs	=	koef
koegel	noun	bepaald gebak van zoet gebakken of gekookt deeg, meestal met bovenop peren of appels
koegels	=	koegel
koehaaien	noun	een familie Hexanchidae van primitieve haaien uit de orde van grauwe haaien (Hexanchiformes).
koehaar	noun	product gemaakt van de haren van de vacht van een rund dat men o.a. gebruikte voor het verstevigen van mortel
koehaartje	=	koehaar
koehaartjes	=	koehaar
koehandel	noun	overeenkomst tussen twee partijen waarbij beide partijen iets hebben moeten toegeven aan de andere partij, het heeft een negatieve betekenis vaak
koehandels	=	koehandel
koehandeltje	=	koehandel
koehandeltjes	=	koehandel
koeharen	=	koehaar
koeherder	noun	iemand die de wacht houdt bij runderen
koeherders	=	koeherder
koeherdertje	=	koeherder
koehoorn	noun	de hoorn van een koe
koehoornen	=	koehoorn
koehoorns	=	koehoorn
koehoren	noun	de hoorn van een rund
koehorens	=	koehoren
koehuid	noun	de vacht van een koe waar de haren nog niet van verwijderd zijn
koehuiden	=	koehuid
koehuidje	=	koehuid
koehuidjes	=	koehuid
koeien	=	koe
koeienboleet	noun	een eetbare paddenstoel Suillus bovinus uit de familie Suillaceae.
koeienboleetje	=	koeienboleet
koeienboleetjes	=	koeienboleet
koeienboleten	=	koeienboleet
koeiendrek	noun	uitwerpselen van een koe
koeienherder	=	koeherder
koeienhuid	noun	de huid van een koe waar leer van gemaakt kan worden
koeienhuiden	=	koeienhuid
koeienhuidje	=	koeienhuid
koeienhuidjes	=	koeienhuid
koeienkak	noun	uitwerpselen van rundvee
koeienkop	noun	het hoofd van een vrouwelijk rund
koeienkoppen	=	koeienkop
koeienletter	noun	Zeer grote letter.
koeienletters	=	koeienletter
koeienmelk	noun	moedermelk afkomstig van een koe
koeienmelken	=	koeienmelk
koeienmest	noun	uitwerpselen van runderen waarmee men de grond vruchtbaar kan maken
koeienogen	=	koeienoog
koeienoog	noun	elk van de twee gezichtsorganen van een rund
koeienpak	noun	een vrolijk verkleedpak met een zwart-witte vlekkenprint, vaak gemaakt als zachte onesie of pluche kostuum
koeienpakje	=	koeienpak
koeienpakjes	=	koeienpak
koeienpakken	=	koeienpak
koeienpistolen	=	koeienpistool
koeienpistool	noun	instrument waarmee een koe voor de slacht wordt verdoofd door een pin in de schedel te schieten
koeienplak	noun|informal	plak koeiendrek, koeienvlaai
koeienplakken	=	koeienplak
koeienpoep	noun	ontlastinɡ van een rund
koeienrooster	noun	weginfrastructuur om voertuigen door te laten en koeien te weren, zonder slagbomen of hekken te gebruiken
koeienroosters	=	koeienrooster
koeienstal	noun	behuizing voor rundvee
koeienstallen	=	koeienstal
koeienstalletje	=	koeienstal
koeienstalletjes	=	koeienstal
koeienstront	noun	de stinkende uitwerpselen van een rund
koeienvanger	noun	stevige metalen of kunststof constructie aan de voorzijde van voertuigen (zoals terreinwagens en vrachtwagens) om schade door aanrijdingen met dieren of obstakels te voorkomen
koeienvangers	=	koeienvanger
koeienvangertje	=	koeienvanger
koeienvangertjes	=	koeienvanger
koeienvlaai	noun	de platte ronde uitwerpselen van een koe
koeienvlaaien	=	koeienvlaai
koeienvlaaitje	=	koeienvlaai
koeienvlaaitjes	=	koeienvlaai
koeienvoet	=	koevoet
koeienziekte	noun	ziekte die bij koeien heerst
koeienziekten	=	koeienziekte
koeienziektes	=	koeienziekte
koeioneer	=	koeioneren
koeioneerde	=	koeioneren
koeioneerden	=	koeioneren
koeioneert	=	koeioneren
koeionere	=	koeioneren
koeioneren	verb	op een vervelende en/of vernederende manier de baas spelen over iemand anders
koeionerend	=	koeioneren
koeionerende	=	koeioneren
koeivoet	=	koevoet
koejeneren	=	koeioneren
koejonneren	=	koeioneren
koek	noun	een baksel uit de oven met als belangrijkste ingrediënt deeg
koekaart	noun	document waarop een boer regelmatig verzamelde gegevens over een door hem gehouden rund vastlegt: oorspronkelijk een voorgedrukt formulier op karton, naderhand een record in een gegevensbestand over de veestapel
koekaarten	=	koekaart
koekalf	noun	vrouwelijk kalfje van een rund
koekalfje	=	koekalf
koekalfjes	=	koekalf
koekalveren	=	koekalf
koekamp	noun	weide, weiland
koekampen	=	koekamp
koekampje	=	koekamp
koekampjes	=	koekamp
koekblik	noun	metalen doos met een deksel of klep bedoeld om koekjes of ontbijtkoek te bewaren
koekblikje	=	koekblik
koekblikjes	=	koekblik
koekblikken	=	koekblik
koekdeeg	noun	een mengsel van meel, boter, ei, en suiker waarvan met koekjes kan bakken
koekdegen	=	koekdeeg
koeke	=	koeken
koekebroden	=	koekebrood
koekebrood	noun	gebakken meelproduct dat gemaakt wordt van bloem, water, gist, zout, olie en rozijnen
koekebroodje	=	koekebrood
koekebroodjes	=	koekebrood
koekegoed	adj	zeer goed
koekegoede	=	koekegoed
koekegoeds	=	koekegoed
koekeloer	=	koekeloeren
koekeloerde	=	koekeloeren
koekeloerden	=	koekeloeren
koekeloere	=	koekeloeren
koekeloeren	verb	aandachtig kijken of bespieden
koekeloerend	=	koekeloeren
koekeloerende	=	koekeloeren
koekeloert	=	koekeloeren
koekemakrank	noun	Gethyllis afra een plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae) die van nature voorkomt in het westen van Zuid-Afrika.
koeken	verb	tot een klont, een koek worden	noun	ruiten
koekenaas	noun	de/het aas van ruiten
koekenazen	=	koekenaas
koekenbak	noun	bereiding van baksels van deeg
koekenbakken	verb	het door middel van bakken vervaardigen van koeken
koekenbakkend	=	koekenbakken
koekenbakkende	=	koekenbakken
koekenbakker	noun	bakker die zich toelegt op het maken van koek of soortgelijk gebak
koekenbakkers	=	koekenbakker
koekenbakkertje	=	koekenbakker
koekenbakkertjes	=	koekenbakker
koekenbrood	=	koekebrood
koekend	=	koeken
koekende	=	koeken
koekenpan	noun	Een koekenpan (Nederlands-Nederlands) of kortweg pan (Belgisch-Nederlands) is een platte pan met een lang handvat.
koekenpannen	=	koekenpan
koekenpannetje	=	koekenpan
koekenpannetjes	=	koekenpan
koekens	=	koeken
koekepan	=	koekenpan
koekepeer	noun	een onhandig persoon
koekepeertje	=	koekepeer
koekepeertjes	=	koekepeer
koekeperen	=	koekepeer
koeketel	noun	grote ton waarin men veevoeder kookt
koeketels	=	koeketel
koekhap	=	koekhappen
koekhappen	verb	geblinddoekt proberen in een koek te happen zonder de handen te gebruiken
koekhappend	=	koekhappen
koekhappende	=	koekhappen
koekie	=	koekje
koekje	noun	alleen verkleinwoord klein baksel dat meestal bij de koffie of thee genuttigd wordt
koekjes	=	koek
koekjesblik	noun	een bewaardoos (vaak van metaal of kunststof) die wordt gebruikt om koekjes in te bewaren en te serveren
koekjesblikje	=	koekjesblik
koekjesblikjes	=	koekjesblik
koekjesblikken	=	koekjesblik
koekjesdeeg	noun	kneedbaar mengsel van meel, vloeistof, rijsmiddel en smaakstoffen waaruit door verhitting in een oven een lekkernij gemaakt wordt
koekjesdoos	noun	doos of trommel waarin men koekjes kan bewaren en waarin ze vers blijven
koekjesdoosje	=	koekjesdoos
koekjesdoosjes	=	koekjesdoos
koekjesdozen	=	koekjesdoos
koekjespot	noun	afsluitbare vaak ronde bus van glas, keramiek of aardewerk bestemd voor het bewaren en presenteren van klein baksel bij de koffie of thee
koekjespotje	=	koekjespot
koekjespotjes	=	koekjespot
koekjespotten	=	koekjespot
koekjessnijder	noun	Isistius brasiliensis een vis uit de familie van de valse doornhaaien (Dalatiidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes)
koekjessnijders	=	koekjessnijder
koekjessnijdertje	=	koekjessnijder
koekjessnijdertjes	=	koekjessnijder
koekjestrommel	noun	een goed afsluitbare blikkentrommel voor het bewaren en vers houden van koekjes
koekjestrommels	=	koekjestrommel
koekjestrommeltje	=	koekjestrommel
koekjestrommeltjes	=	koekjestrommel
koekjesuitsteker	noun	stuk keukengerei waarmee vormpjes uit deeg kunnen worden gedrukt of gesneden
koekjesuitstekers	=	koekjesuitsteker
koekjesuitstekertje	=	koekjesuitsteker
koekjesuitstekertjes	=	koekjesuitsteker
koekjesuniversiteit	noun	universiteit die te gemakkelijk universitaire titels en diploma's verschaft
koekjesuniversiteiten	=	koekjesuniversiteit
koekkruiden	noun	mengsel van specerijen om koek te kruiden (vooral kaneel, nootmuskaat, kruidnagel, gemberpoeder, kardemom, anijs, piment en witte peper)
koekoek	noun	bepaald soort vogel, Cuculus canorus, die zijn jongen door vogels van andere soorten laat grootbrengen
koekoek-klok	=	koekoeksklok
koekoeken	noun	Cuculidae een familie van vogels, behorende tot de koekoeksvogels (Cuculiformes).
koekoekje	=	koekoek
koekoekjes	=	koekoek
koekoekklok	noun	een type klok die het geluid van de koekoek als uursignaal heeft
koekoekklokje	=	koekoekklok
koekoekklokjes	=	koekoekklok
koekoekklokken	=	koekoekklok
koekoeksbloem	noun	de botanische naam voor een niet langer als apart geslacht onderscheiden groep van kruidachtige planten uit de anjerfamilie Caryophyllaceae
koekoeksbloemen	=	koekoeksbloem
koekoeksbloemetje	=	koekoeksbloem
koekoeksbloemmeeldraadbrand	noun	Microbotryum lychnidis-dioicae een paddenstoel uit de familie Microbotryaceae.
koekoeksbloemmeeldraadbrandje	=	koekoeksbloemmeeldraadbrand
koekoeksbloemmeeldraadbrandjes	=	koekoeksbloemmeeldraadbrand
koekoeksbloemmeeldraadbrands	=	koekoeksbloemmeeldraadbrand
koekoeksbloempje	=	koekoeksbloem
koekoeksbloemspanner	noun	Perizoma affinitata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
koekoeksbloemspanners	=	koekoeksbloemspanner
koekoeksbloemspannertje	=	koekoeksbloemspanner
koekoeksbloemspannertjes	=	koekoeksbloemspanner
koekoeksbloemtopgalmug	noun	Neomikiella lychnidis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
koekoeksbloemtopgalmuggen	=	koekoeksbloemtopgalmug
koekoeksbloemtopgalmuggetjes	=	koekoeksbloemtopgalmug
koekoeksbloemtopgalmugje	=	koekoeksbloemtopgalmug
koekoeksdwerguil	noun	Glaucidium cuculoides een vogel uit de familie van de uilen.
koekoeksdwerguilen	=	koekoeksdwerguil
koekoeksdwerguiltje	=	koekoeksdwerguil
koekoeksdwerguiltjes	=	koekoeksdwerguil
koekoekseend	noun	Heteronetta atricapilla een vogel uit de familie Anatidae.
koekoekseenden	=	koekoekseend
koekoekseendje	=	koekoekseend
koekoekseendjes	=	koekoekseend
koekoeksgraad	noun	percentage van het aantal buitenechtelijke kinderen binnen een generatie
koekoekshommel	noun	Psithyrus een hommel van het ondergeslacht van de hommels (Bombus).
koekoekshommels	noun	Psithyrus een ondergeslacht van de hommels (Bombus).
koekoekshommeltje	=	koekoekshommel
koekoekshommeltjes	=	koekoekshommel
koekoeksjong	noun	kuiken van een koekoek zn (Cuculus canorus), vooral bekend omdat het wordt opgevoed in een nest van andere vogelsoorten
koekoeksjongen	=	koekoeksjong
koekoekskind	noun	buitenechtelijk kind, naar analogie van een koekoek die zijn ei in het nest van een andere vogel legt
koekoekskinderen	=	koekoekskind
koekoekskinders	=	koekoekskind
koekoekskindertjes	=	koekoekskind
koekoekskindje	=	koekoekskind
koekoekskindjes	=	koekoekskind
koekoeksklok	noun	een type klok die het geluid van de koekoek als uursignaal heeft
koekoeksklokje	=	koekoeksklok
koekoeksklokjes	=	koekoeksklok
koekoeksklokken	=	koekoeksklok
koekoekslipvis	noun	Labrus mixtus een vis uit het typegeslacht Labrus van de grote familie van de lipvissen (Labridae).
koekoekslipvisje	=	koekoekslipvis
koekoekslipvisjes	=	koekoekslipvis
koekoekslipvissen	=	koekoekslipvis
koekoeksvogels	noun	een monotypische orde Cuculiformes bestaande uit de familie koekoeken (Cuculidae)
koekoekswever	noun	Anomalospiza imberbis een vogel uit de familie van de Viduidae.
koekoekswevers	=	koekoekswever
koekoekswevertje	=	koekoekswever
koekoekswevertjes	=	koekoekswever
koekoekwonen	verb	wonen in leegstaande gebouwen die oorspronkelijk niet als woning bedoeld waren
koekoekwonend	=	koekoekwonen
koekoekwonende	=	koekoekwonen
koekop	noun	het hoofd van een vrouwelijk rund
koekoppen	=	koekop
koekopvis	noun	Naso lituratus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de doktersvissen (Acanthuridae).
koekopvisje	=	koekopvis
koekopvisjes	=	koekopvis
koekopvissen	=	koekopvis
koekplank	noun	een rechthoekige vorm met een beeltenis erin waarmee koeken geproduceerd konden worden
koekplanken	=	koekplank
koekplankje	=	koekplank
koekplankjes	=	koekplank
koekruid	noun	Vaccaria hispanica een monotypisch geslacht van bloemplanten in de anjerfamilie.
koekruiden	=	koekruid
koekruidje	=	koekruid
koekruidjes	=	koekruid
koekt	=	koeken
koekte	=	koeken
koekten	=	koeken
koektrommel	noun	afsluitbare bus waarin men koekjes kan bewaren
koektrommels	=	koektrommel
koektrommeltje	=	koektrommel
koektrommeltjes	=	koektrommel
koekuit	noun	koekoek
koekvreter	noun|humorous	Amsterdammer
koekvreters	=	koekvreter
koekvretertje	=	koekvreter
koekvretertjes	=	koekvreter
koekwaus	noun	iemand die zich dom gedraagt
koekwause	=	koekwaus
koekwausen	=	koekwaus
koekwauser	=	koekwaus
koekwausere	=	koekwaus
koekwausers	=	koekwaus
koekwausje	=	koekwaus
koekwaust	=	koekwaus
koekwauste	=	koekwaus
koekwous	noun	iemand die zich dom gedraagt
koekwousde	=	koekwouzen
koekwouse	=	koekwous
koekwousen	=	koekwous
koekwouser	=	koekwous
koekwousere	=	koekwous
koekwousers	=	koekwous
koekwousje	=	koekwous
koekwoust	=	koekwous
koekwouste	=	koekwous
koekwouzen	verb	informeel praten zonder veel aandacht voor de juistheid van beweringen
koel	adj	met een naar verhouding lagere temperatuur dan de warme of hete omgeving
koelak	noun	herenboer in het oude Rusland
koelakje	=	koelak
koelakjes	=	koelak
koelakken	=	koelak
koelbak	noun	bak met water waarin een smid een werkstuk snel kan laten afkoelen
koelbakken	=	koelbak
koelbloedig	adj	op een rustige, kalme manier
koelbloedige	=	koelbloedig
koelbloediger	=	koelbloedig
koelbloedigere	=	koelbloedig
koelbloedigers	=	koelbloedig
koelbloedigheden	=	koelbloedigheid
koelbloedigheid	noun	het vermogen onder zware druk of bij dreigend gevaar kalm te blijven
koelbloedigs	=	koelbloedig
koelbloedigst	=	koelbloedig
koelbloedigste	=	koelbloedig
koelbox	noun	een afgesloten, thermisch goed geïsoleerde, plastic doos waarin etenswaren gekoeld of koel bewaard kunnen worden
koelboxen	=	koelbox
koelboxje	=	koelbox
koelboxjes	=	koelbox
koelcel	noun	afgesloten ruimte die opzettelijk gekoeld wordt tot een temperatuur vlak boven het vriespunt, vooral in gebruik bij slachthuizen
koelcellen	=	koelcel
koelcelletje	=	koelcel
koelcelletjes	=	koelcel
koelcontainer	noun	een container die kunstmatig gekoeld wordt om de goederen die er in vervoerd worden vers te houden
koelcontainercrisis	noun	en tekort aan de beschikbaarheid van koelcontainers en/of het kunnen vervoeren van die containers
koelcontainercrisissen	=	koelcontainercrisis
koelcontainers	=	koelcontainer
koelcontainertje	=	koelcontainer
koelcontainertjes	=	koelcontainer
koelde	=	koelen
koelden	=	koelen
koele	=	koel
koelen	verb	warmte afvoeren van iets
koelend	=	koelen
koelende	=	koelen
koeler	noun	een goed geisoleerde tas of bak waarin voorwerpen met ijs koel gehouden kunnen worden
koelere	=	koel
koelers	=	koeler
koelertje	=	koeler
koelertjes	=	koeler
koelheden	=	koelheid
koelheid	noun	het koud zijn qua temperatuur
koelhuis	noun	een gebouw waarin men bederfelijke waar door koeling langer goed kan houden
koelhuisboter	noun	boter die langdurig in koelhuizen werd bewaard en daarom geen roomboter mocht heten
koelhuisboters	=	koelhuisboter
koelhuisje	=	koelhuis
koelhuisjes	=	koelhuis
koelhuizen	=	koelhuis
koelie	noun	ongeschoolde arbeider, sjouwer
koelies	=	koelie
koelietje	=	koelie
koelietjes	=	koelie
koeliewerk	noun	zwaar, vervelend, eentonig werk verdacht veel lijkend op slavenwerk
koeliewerken	=	koeliewerk
koeling	noun	het mechanisme dat er voor zorgt dat warmte afgevoerd wordt, het koelen
koelingen	=	koeling
koelinstallatie	noun	installatie die dient om een voldoend lage temperatuur te verkrijgen bijv. ter conservering van voedsel
koelinstallaties	=	koelinstallatie
koelinstallatietje	=	koelinstallatie
koelinstallatietjes	=	koelinstallatie
koelkamer	noun	een kamer waarin de temperatuur laag gehouden wordt voor opslag van bederfelijke chemicaliën of het doen van experimenten
koelkamers	=	koelkamer
koelkamertje	=	koelkamer
koelkamertjes	=	koelkamer
koelkan	noun	kan waarin men koele vloeistoffen kan bewaren
koelkannen	=	koelkan
koelkannetje	=	koelkan
koelkannetjes	=	koelkan
koelkast	noun	een huishoudelijk apparaat voorzien van een koelinstallatie, waarin men consumptiemiddelen kan plaatsen die koel moeten blijven
koelkasten	=	koelkast
koelkastje	=	koelkast
koelkastjes	=	koelkast
koelkastmagneet	noun	magneet met een afbeelding die men op de metalen deur van een koelkast kan plakken en waaronder men notities zoals boodschappenbriefjes kan klemmen
koelkastmagneetje	=	koelkastmagneet
koelkastmagneetjes	=	koelkastmagneet
koelkastmagneten	=	koelkastmagneet
koelkop	noun	cilinderkop met koelvinnen met name in gebruik bij motorfietsen
koelkopje	=	koelkop
koelkopjes	=	koelkop
koelkoppen	=	koelkop
koelleiding	noun	leiding waar koelvloeistof doorheen gaat
koelleidingen	=	koelleiding
koelleidinkje	=	koelleiding
koelleidinkjes	=	koelleiding
koelmiddel	noun	een stof die gebruikt wordt om warmte af te voeren
koelmiddelen	=	koelmiddel
koelmiddeltje	=	koelmiddel
koelmiddeltjes	=	koelmiddel
koelmonteur	noun	monteur die koelsystemen installeert
koelmonteurs	=	koelmonteur
koelolie	noun	in de metaalbewerking toegepast koelmiddel om oververhitting te voorkomen bij verspanende bewerkingen zoals boren, frezen, draaien enz
koeloliën	=	koelolie
koelrek	noun	een metalen rooster dat je gebruikt om gebakken producten zoals koekjes, cake, brood of pizza na het bakken op te laten afkoelen
koelrekje	=	koelrek
koelrekjes	=	koelrek
koelrekken	=	koelrek
koelrib	noun	uitstekende metalen plaat die dient voor koeling via de lucht
koelribben	=	koelrib
koelrooster	noun	een metalen rooster dat wordt gebruikt om gebakken producten zoals cake, brood of koekjes te laten afkoelen
koelroosters	=	koelrooster
koelroostertje	=	koelrooster
koelroostertjes	=	koelrooster
koelruimte	noun	een afgesloten ruimte die opzettelijk gekoeld wordt tot een temperatuur vlak boven het vriespunt
koelruimten	=	koelruimte
koelruimtes	=	koelruimte
koels	=	koel
koelscheepje	=	koelschip
koelscheepjes	=	koelschip
koelschepen	=	koelschip
koelschip	noun	schip met koelinstallaties
koelsmoeds	adj|obsolete	in koelen moede
koelsmoedse	=	koelsmoeds
koelsmoedser	=	koelsmoeds
koelsmoedsere	=	koelsmoeds
koelsmoedsers	=	koelsmoeds
koelsmoedst	=	koelsmoeds
koelsmoedste	=	koelsmoeds
koelst	=	koel
koelste	=	koel
koelsysteem	noun	apparaat dat zorgt dat de temperatuur van iets naar benende gaat
koelsysteempje	=	koelsysteem
koelsysteempjes	=	koelsysteem
koelsystemen	=	koelsysteem
koelt	=	koelen
koeltank	noun	holle ruimte waarin men vloeistoffen koel kan bewaren
koeltanks	=	koeltank
koeltas	noun	tas waarin met etenswaren en dranken koel kan houden door middel van voorgekoelde koelelementen
koeltasje	=	koeltas
koeltasjes	=	koeltas
koeltassen	=	koeltas
koelte	noun	frisheid
koeltechnisch	adj	betreffende de techniek van het koelen
koeltechnische	=	koeltechnisch
koeltechnischer	=	koeltechnisch
koeltechnischere	=	koeltechnisch
koeltechnischers	=	koeltechnisch
koeltekloof	noun	sociale ongelijkheid die zichtbaar wordt doordat je overlast van hittegolven gemakkelijker kan vermijden als je veel geld hebt
koeltekloven	=	koeltekloof
koeltes	=	koelte
koeltje	noun	lichte wind die bij warmte wat verkoeling brengt
koeltjes	adv	met een merkbaar gebrek aan enthousiasme of genegenheid	adj	vrij koud
koeltoer	=	cultuur
koeltoren	noun	een hooggebouw waarin water wordt verdampt om iets te koelen
koeltorens	=	koeltoren
koeltorentje	=	koeltoren
koeltorentjes	=	koeltoren
koelucht	noun	de stank van een koe
koelvak	noun	gekoeld gedeelte van een toonbank
koelvakje	=	koelvak
koelvakjes	=	koelvak
koelvakken	=	koelvak
koelvat	noun	vat waarin men met behulp van ijs en koud water dranken gekoeld kan bewaren
koelvaten	=	koelvat
koelvers	adj	kortstondig gekookt en vervolgens gepasteuriseerd en gekoeld
koelverse	=	koelvers
koelverser	=	koelvers
koelversere	=	koelvers
koelversers	=	koelvers
koelverst	=	koelvers
koelverste	=	koelvers
koelvin	noun	stuk metaal met groot oppervlakte dat warmte kan afgeven aan de passerende lucht
koelvinnen	=	koelvin
koelvinnetje	=	koelvin
koelvinnetjes	=	koelvin
koelvitrine	noun	een langwerpige uitstalkast waarin voedselproducten worden getoond die koel bewaard moeten worden teneinde hun versheid te behouden
koelvitrines	=	koelvitrine
koelvloeistof	noun	verzamelnaam voor vloeistoffen die in ruime mate toepassing vinden als middel om oververhitting te voorkomen zoals bij machines, kernenergiecentrales, electronische apparatuur, koelkasten enz. en bij verspanende bewerkingen zoals boren , frezen, draaien enz
koelvloeistoffen	=	koelvloeistof
koelwagen	noun	vrachtauto of treinwagon waarin men aan bederf onderhevige levensmiddelen op een lage temperatuur kan vervoeren
koelwagens	=	koelwagen
koelwagentje	=	koelwagen
koelwagentjes	=	koelwagen
koelwater	noun	water waarmee men koelt
koelweg	adv	heel rustig zonder emotie; op een koele manier
koelzalf	noun	is een emulsie van water in een zogenaamde vette crème
koelzalven	=	koelzalf
koemaparoe	noun	Cichlasoma bimaculatum een straalvinnige vissensoort uit de familie van de cichliden ( Cichlidae).
koemaparoes	=	koemaparoe
koemarkt	noun	plaats waar men koeien verhandelt
koemarkten	=	koemarkt
koemarktje	=	koemarkt
koemarktjes	=	koemarkt
koemaroe	noun	Myleus rhomboidalis een straalvinnige vissensoort uit de onderfamilie van de piranha's (Serrasalminae).
koemaroes	=	koemaroe
koemboepalm	noun	Oenocarpus bacaba een hoge slanke palm met als verspreidingsgebied het tropische noorden van Zuid-Amerika: het noorden van Brazilië, Colombia en het Guyanagebied
koemboepalmen	=	koemboepalm
koemboepalmpje	=	koemboepalm
koemboepalmpjes	=	koemboepalm
koemelk	noun	moedermelk afkomstig van een koe
koemelken	=	koemelk
koemest	noun	uitwerpselen van koeien die gebruikt worden om het land vruchtbaarder te maken
koemis	noun	gegiste paardenmelk
koemisje	=	koemis
koemisjes	=	koemis
koempel	noun	mijnwerker
koempelmis	noun	een mis die wordt opgedragen aan (verongelukte) mijnwerkers
koempelmisje	=	koempelmis
koempelmisjes	=	koempelmis
koempelmissen	=	koempelmis
koempels	=	koempel
koemukstalig	adj	de Koemukse taal sprekend
koemukstalige	=	koemukstalig
koemukstaligs	=	koemukstalig
koen	adj	dapper, heldhaftig, moedig
koenamie	noun	Clibadium surinamense een forse sterk vertakte struik
koenamies	=	koenamie
koene	=	koen
koener	=	koen
koenere	=	koen
koeners	=	koen
koeneusroggen	noun	een familie Rhinopteridae van pelagisch levende soorten roggen
koenheden	=	koenheid
koenheid	noun	het dapper zijn
koenjit	noun	benaming voor de kurkuma (Curcuma longa), een plant die groeit in het zuiden van Azië
koenlijk	adv	op heldhaftige wijze
koens	=	koen
koensjt	intj	kunst!
koenst	=	koen
koenste	=	koen
koentrees	noun	pamflet
koep	noun	hok onder een trap
koepel	noun	een gewelf in de vorm van een halve bol of een halve ellipsoïde
koepeldak	noun	bolvormig dak
koepeldaken	=	koepeldak
koepeldakje	=	koepeldak
koepeldakjes	=	koepeldak
koepelgevangenis	noun	rond, koepelvormig gebouw dat wordt gebruikt als gevangenis
koepelgevangenissen	=	koepelgevangenis
koepelkerk	noun	een kerkgebouw waarbij het schip overdekt wordt door een koepelvormige kap
koepelkerken	=	koepelkerk
koepelkerkje	=	koepelkerk
koepelkerkjes	=	koepelkerk
koepelmoskee	noun	moskee met een koepel
koepelmoskeetje	=	koepelmoskee
koepelmoskeetjes	=	koepelmoskee
koepelmoskeeën	=	koepelmoskee
koepelorganisatie	noun	een vereniging of stichting waarin een aantal belangenorganisaties vertegenwoordigd zijn
koepelorganisaties	=	koepelorganisatie
koepeloven	noun	een (vat)schacht met een bepaalde diameter die met cokes (gietcokes genaamd), kalksteen, ruwijzer, en ijzerschroot wordt volgestort voor de bereiding van ruwijzer
koepelovens	=	koepeloven
koepeloventje	=	koepeloven
koepeloventjes	=	koepeloven
koepels	=	koepel
koepeltaal	noun	taalvariant die sprekers van uiteenlopende nauw verwante talen of dialecten voor onderlinge communicatie gebruiken
koepeltalen	=	koepeltaal
koepeltent	noun	kampeertent die door de buigzame stokken een koepelvorm heeft
koepeltenten	=	koepeltent
koepeltentje	=	koepeltent
koepeltentjes	=	koepeltent
koepeltje	=	koepel
koepeltjes	=	koepel
koepelvereniging	noun	een overkoepelende vereniging of stichting die verschillende kleinere organisaties, verenigingen of stichtingen met elkaar verbindt.
koepelverenigingen	=	koepelvereniging
koepelverenigingetje	=	koepelvereniging
koepelverenigingetjes	=	koepelvereniging
koepelvormig	adj	vorm van een koepel hebbend
koepelvormige	=	koepelvormig
koepelvormiger	=	koepelvormig
koepelvormigere	=	koepelvormig
koepelvormigers	=	koepelvormig
koepelvormigs	=	koepelvormig
koepelvormigst	=	koepelvormig
koepelvormigste	=	koepelvormig
koepen	=	koep
koepok	noun	huiduitslag of blaasje bij een koe die lijdt aan koepokken
koepokje	=	koepok
koepokjes	=	koepok
koepokken	noun	ziekte bij runderen lijkend op de pokken, veroorzaakt door Variola, gebruikt bij de vaccinatiecampagne tegen de pokken
koer	noun	verhard terrein voor, achter of in een huis
koerd	noun	persoon die afstamt van een Indo-europees volk dat in het Midden-Oosten leeft
koerde	=	koeren
koerden	=	koerd
koerdisch	adj	betreffende Koerdistan of het Koerdisch
koerdische	=	koerdisch
koerdischer	=	koerdisch
koerdischere	=	koerdisch
koerdischers	=	koerdisch
koerdischt	=	koerdisch
koerdischtalig	adj	de Koerdische taal sprekend
koerdischtalige	=	koerdischtalig
koerdischtaligs	=	koerdischtalig
koerdischte	=	koerdisch
koerdje	=	koerd
koere	=	koeren
koereiger	noun	Bubulcus ibis een kleine witte reigersoort
koereigers	=	koereiger
koereigertje	=	koereiger
koeren	verb	een geluid als van duiven voortbrengen
koerend	=	koeren
koerende	=	koeren
koerier	noun	persoon of instantie die berichten, pakjes enz. ophaalt, vervoert en aflevert
koeriers	=	koerier
koeriersbedrijf	noun	bedrijf dat post en pakketten bezorgt
koeriersbedrijfje	=	koeriersbedrijf
koeriersbedrijfjes	=	koeriersbedrijf
koeriersbedrijven	=	koeriersbedrijf
koeriersdienst	noun	bedrijf dat brieven en pakjes aflevert bij de geadresseerde
koeriersdiensten	=	koeriersdienst
koerierster	noun	vrouwelijke koerier
koeriersters	=	koerierster
koerierstertje	=	koerierster
koerierstertjes	=	koerierster
koeriertje	=	koerier
koeriertjes	=	koerier
koerlan	noun	Aramus guarauna de enige soort van de familie Aramidae uit de orde kraanvogelachtigen
koerlannetje	=	koerlan
koerlannetjes	=	koerlan
koerlans	noun	Aramidae een vogelfamilie uit de orde kraanvogelachtigen.
koeroero	noun	Spalacopus cyanus knaagdier uit de familie van de schijnratten (Octodontidae).
koeroero's	=	koeroero
koeroerootje	=	koeroero
koeroerootjes	=	koeroero
koerol	noun	Leptosomus discolor vogel uit een familie die traditioneel tot de orde scharrelaarvogels gerekend wordt.
koerollen	=	koerol
koerolletje	=	koerol
koerolletjes	=	koerol
koers	noun	richting die een vaartuig of een vliegtuig in verloop van tijd aanhoudt
koers-winstverhouding	noun	een financiële maatstaf die aangeeft wat je betaalt voor één euro winst van een bedrijf.
koers-winstverhoudingen	=	koers-winstverhouding
koers-winstverhoudinkje	=	koers-winstverhouding
koers-winstverhoudinkjes	=	koers-winstverhouding
koersaanpassing	noun	een kleine wijziging van de richting
koersaanpassingen	=	koersaanpassing
koersaanpassinkje	=	koersaanpassing
koersaanpassinkjes	=	koersaanpassing
koersaanwijzer	noun	meter waarop de koers af te lezen valt
koersaanwijzers	=	koersaanwijzer
koersaanwijzertje	=	koersaanwijzer
koersaanwijzertjes	=	koersaanwijzer
koersafwijking	noun	afwijking van de uitgezette koers
koersafwijkingen	=	koersafwijking
koersafwijkinkje	=	koersafwijking
koersafwijkinkjes	=	koersafwijking
koersbaken	noun	radiobaken waarmee de koers bepaald kan worden
koersbakens	=	koersbaken
koersbakentje	=	koersbaken
koersbakentjes	=	koersbaken
koersbepaling	noun	het proces waarbij de prijs van een beleggingsproduct, zoals een aandeel, tot stand komt op de beurs door vraag en aanbod
koersbepalingen	=	koersbepaling
koersbepalinkje	=	koersbepaling
koersbepalinkjes	=	koersbepaling
koersbeweging	noun	de verandering in de waarde van een belegging (zoals een aandeel, obligatie of valuta) ten opzichte van een eerder moment.
koersbewegingen	=	koersbeweging
koersbeweginkje	=	koersbeweging
koersbeweginkjes	=	koersbeweging
koersbroek	noun	een strakke fietsbroek gebruikt tijdens wielerwedstrijden
koersbroeken	=	koersbroek
koersbroekje	=	koersbroek
koersbroekjes	=	koersbroek
koerscorrectie	noun	kleine wijziging van de koers om de gewenste richting te behouden
koerscorrecties	=	koerscorrectie
koerscorrectietje	=	koerscorrectie
koerscorrectietjes	=	koerscorrectie
koersdag	noun	dag waarop een wielerwedstrijd wordt verreden
koersdagen	=	koersdag
koersdaling	noun	het minder waard worden van aandelen, effecten of valuta op de beurs
koersdalingen	=	koersdaling
koersdirecteur	noun	leidervan een wielerwedstrijd
koersdirecteuren	=	koersdirecteur
koersdirecteurs	=	koersdirecteur
koersen	=	koers
koersfiets	noun	lichte fiets om zo snel mogelijk te fietsen
koersfietsen	=	koersfiets
koersfietsje	=	koersfiets
koersfietsjes	=	koersfiets
koersgevoelig	adj	invloed op de koers hebbend
koersgevoelige	=	koersgevoelig
koersgevoeliger	=	koersgevoelig
koersgevoeligere	=	koersgevoelig
koersgevoeligers	=	koersgevoelig
koersgevoeligs	=	koersgevoelig
koersgevoeligst	=	koersgevoelig
koersgevoeligste	=	koersgevoelig
koershoudend	adj	niet dalend in koers
koershoudende	=	koershoudend
koershoudender	=	koershoudend
koershoudendere	=	koershoudend
koershoudenders	=	koershoudend
koershoudends	=	koershoudend
koershoudendst	=	koershoudend
koershoudendste	=	koershoudend
koersindex	noun	gewogen gemiddelde van de aandelenkoersen van een aantal (hoofd)fondsen op een effectenbeurs
koersindexen	=	koersindex
koersindexje	=	koersindex
koersindexjes	=	koersindex
koersindices	=	koersindex
koersje	=	koers
koersjes	=	koers
koerslijn	noun	de uitgezette koers die een vliegtuig / vaartuig zou moeten volgen
koerslijnen	=	koerslijn
koerslijntje	=	koerslijn
koerslijntjes	=	koerslijn
koersnotering	noun	opgave van het verloop van de beurskoersen
koersnoteringen	=	koersnotering
koersnoterinkje	=	koersnotering
koersnoterinkjes	=	koersnotering
koersontwikkeling	noun	gestage verandering van de aandelenkoers of munteenheid in een bepaalde richting
koersontwikkelingen	=	koersontwikkeling
koersrally	noun	sterke stijging van de beurskoersen na een periode van dalende of gelijk blijvende koersen
koersrally's	=	koersrally
koersrally'tje	=	koersrally
koersrally'tjes	=	koersrally
koersstijging	noun	waarde vermeerdering van een aandeel
koersstijgingen	=	koersstijging
koersstijginkje	=	koersstijging
koersstijginkjes	=	koersstijging
koersval	noun	ongewoon sterke koersdaling op een beurs
koersvallen	=	koersval
koersvalletje	=	koersval
koersvalletjes	=	koersval
koersvast	adj	goed op koers blijvend, niet makkelijk van zijn koers afgebracht
koersvaste	=	koersvast
koersvaster	=	koersvast
koersvastere	=	koersvast
koersvasters	=	koersvast
koersvasts	=	koersvast
koersvastst	=	koersvast
koersvastste	=	koersvast
koersverandering	noun	kleine wijziging van de richting
koersveranderingen	=	koersverandering
koersveranderingetje	=	koersverandering
koersveranderingetjes	=	koersverandering
koersverhouding	noun	koers-winstverhouding (K/W-verhouding of P/E ratio) is een financiële maatstaf die aangeeft hoeveel beleggers bereid zijn te betalen voor één euro winst van een bedrijf.
koersverhoudingen	=	koersverhouding
koersverhoudinkje	=	koersverhouding
koersverhoudinkjes	=	koersverhouding
koersverlaging	noun	afname van de handelswaarde van aandelen, obligaties of valuta op de beurs
koersverlagingen	=	koersverlaging
koersverlaginkje	=	koersverlaging
koersverlaginkjes	=	koersverlaging
koersverlegging	noun	het veranderen van de richting waarin je vaart
koersverleggingen	=	koersverlegging
koersverlegginkje	=	koersverlegging
koersverlegginkjes	=	koersverlegging
koersverloop	noun	het verloop van de beurskoers van een aandeel
koersverlopen	=	koersverloop
koersverschuiving	noun	een verandering in de richting, koers of het beleid van een organisatie, schip of financiële markt
koersverschuivingen	=	koersverschuiving
koersverschuivinkje	=	koersverschuiving
koersverschuivinkjes	=	koersverschuiving
koerswaarde	noun	de door de koers op de aandelenmarkt bepaalde waarde van iets
koerswaarden	=	koerswaarde
koerswaardes	=	koerswaarde
koerswending	noun	koerswijziging betekent een verandering van de richting waarin men beweegt of denkt.
koerswendingen	=	koerswending
koerswendinkje	=	koerswending
koerswendinkjes	=	koerswending
koerswinst	noun	het positieve verschil tussen de aankoopprijs en de verkoopprijs van een object al dan niet in de vorm van aandelen, obligaties of valuta
koerswinsten	=	koerswinst
koerswinstje	=	koerswinst
koerswinstjes	=	koerswinst
koert	=	koeren
koertje	=	koer
koertjes	=	koer
koes	adj|informal	in kalme houding, zonder geluid voort te brengen	intj|obsolete	uitroep naar een dier om een kalme houding in te nemen zonder geluid voort te brengen
koesambibomen	=	koesambiboom
koesambiboom	noun	bepaald soort boom uit India en Indonesië waarvan de noten de makassarolie voortbrengen Schleichera trijuga uit de familie Sapindaceae
koesambiboompje	=	koesambiboom
koesambiboompjes	=	koesambiboom
koesimanse	noun	Crossarchus obscurus roofdier uit de familie van mangoesten (Herpestidae).
koesimanses	=	koesimanse
koesimansje	=	koesimanse
koesimansjes	=	koesimanse
koesjiet	noun	inwoner van het land bij de Nijl ten zuiden van Egypte; in vertalingen ook: Nubiër, Ethiopiër (22×: 2 Sam. 18:21 +, Jer. 13:23 +, Am. 9:7, Sef. 2:12, Dan. 11:43, 2 Kron. 12:3, +)
koesjieten	=	koesjiet
koeskoes	noun	zoogdier met een grijpstaart en zeer dichte pels, lid van de familie Phalangeridae uit de orde klimbuideldieren Diprotodontia
koeskoesvreter	noun	Marokkaan
koeskoesvreters	=	koeskoesvreter
koeskoesvretertje	=	koeskoesvreter
koeskoesvretertjes	=	koeskoesvreter
koeskoezen	noun	Phalangeridae een familie van buideldieren uit de orde van de Diprotodontia (Klimbuideldieren).
koesoegrasrat	noun	Arvicanthis niloticus knaagdier uit het geslacht Arvicanthis dat voorkomt in grote delen van Afrika.
koesoegrasratje	=	koesoegrasrat
koesoegrasratjes	=	koesoegrasrat
koesoegrasratten	=	koesoegrasrat
koest	adj	rustig, stil	intj	uitroep naar een dier om een kalme houding in te nemen zonder geluid voort te brengen
koestal	noun	overdekte ruimte waarin koeien kunnen verblijven
koestallen	=	koestal
koester	=	koesteren
koesterde	=	koesteren
koesterden	=	koesteren
koestere	=	koesteren
koesteren	verb	iets geliefds nauw aan het hart houden, vertroetelen of verzorgen
koesterend	adj	liefdevol verzorgend
koesterende	=	koesteren
koesterender	=	koesterend
koesterendere	=	koesterend
koesterenders	=	koesterend
koesterends	=	koesterend
koesterendst	=	koesterend
koesterendste	=	koesterend
koestering	noun	het koesteren
koesteringen	=	koestering
koesterkoffer	noun	een koffer waarin foto's en objecten geplaatst zijn om steun te geven bij verlies van een jong kind
koesterkoffers	=	koesterkoffer
koesterkoffertje	=	koesterkoffer
koesterkoffertjes	=	koesterkoffer
koestert	=	koesteren
koet	noun	benaming voor watervogels uit het geslacht Fulica
koeten	noun	Fulica een geslacht van vogels uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
koeter	=	koeteren
koeterde	=	koeteren
koeterden	=	koeteren
koetere	=	koeteren
koeteren	verb	vreemde of onverstaanbare taal, in het bijzonder Frans of Waals, spreken
koeterend	=	koeteren
koeterende	=	koeteren
koetert	=	koeteren
koeterwaal	noun	vreemdeling (vroeger meest Waal of Fransman) die zich van een voor Nederlanders onverstaanbaar taaleigen bedient of het Nederlands gebroken spreekt
koeterwaalde	=	koeterwalen
koeterwaalden	=	koeterwalen
koeterwaals	noun	aanduiding voor een onverstaanbare taal
koeterwaalt	=	koeterwalen
koeterwale	=	koeterwalen
koeterwalen	verb	een onbegrijpelijke taal of dialect spreken
koeterwalend	=	koeterwalen
koeterwalende	=	koeterwalen
koetje	=	koe
koetjes	=	koe
koets	noun	vierwielig rijtuig met vering, vaak gesloten, dat getrokken wordt door paarden
koetsen	=	koets
koetshuis	noun	een gebouw waarin men eertijds zijn koetsen opborg
koetshuisje	=	koetshuis
koetshuisjes	=	koetshuis
koetshuizen	=	koetshuis
koetsier	noun	iemand die de paarden van een koets ment
koetsiers	=	koetsier
koetsiersjas	noun	lange jas die de menner van een koets draagt
koetsiersjasje	=	koetsiersjas
koetsiersjasjes	=	koetsiersjas
koetsiersjassen	=	koetsiersjas
koetsierswoning	noun	het woonhuis van een koetsier.
koetsierswoningen	=	koetsierswoning
koetsierswoninkje	=	koetsierswoning
koetsierswoninkjes	=	koetsierswoning
koetsiertje	=	koetsier
koetsiertjes	=	koetsier
koetsje	=	koets
koetsjes	=	koets
koetspoort	noun	inrijpoort waar een koets doorheen kan rijden
koetspoorten	=	koetspoort
koetspoortje	=	koetspoort
koetspoortjes	=	koetspoort
koetswerk	noun	bovenste deel van rijtuig of auto, bestemd voor mensen en bagage
koetswerken	=	koetswerk
koetswerkje	=	koetswerk
koetswerkjes	=	koetswerk
koevinkje	noun	Aphantopus hyperantus een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
koevinkjes	=	koevinkje
koevoet	noun	stevige metalen stang voorzien van een gespleten einde, gebruikt om er zaken mee open te breken
koevoeten	=	koevoet
koevoetje	=	koevoet
koevoetjes	=	koevoet
koeweide	noun	grasveld waar runderen kunnen grazen
koeweiden	=	koeweide
koeweides	=	koeweide
koeweiter	noun	een inwoner van Koeweit, of iemand afkomstig uit Koeweit
koeweiters	=	koeweiter
koeweiti	noun	een inwoner van Koeweit, of iemand afkomstig uit Koeweit
koeweiti's	=	koeweiti
koeweits	adj	op Koeweit betrekking hebbend
koeweitse	noun	een vrouwelijke inwoner van Koeweit, of een vrouw afkomstig uit Koeweit
koeweitsen	=	koeweitse
koeweitser	=	koeweits
koeweitsere	=	koeweits
koeweitsers	=	koeweits
koeweitst	=	koeweits
koeweitste	=	koeweits
kof	=	koef
koffen	=	koef
koffer	noun	draagbare bergruimte van stevig materiaal met een handvat, waarin spullen kunnen worden meegenomen tijdens het reizen
kofferbak	noun	het gedeelte van een auto waar de bagage in geplaatst wordt
kofferbakje	=	kofferbak
kofferbakjes	=	kofferbak
kofferbakken	=	kofferbak
kofferdeksel	noun	deur waarmee het bagagecompartiment van een auto afgesloten kan worden
kofferdeksels	=	kofferdeksel
kofferdekseltje	=	kofferdeksel
kofferdekseltjes	=	kofferdeksel
kofferdrager	noun	rek waarmee men koffers kan vervoeren op of in een auto of een ander vervoermiddel
kofferdragers	=	kofferdrager
kofferdragertje	=	kofferdrager
kofferdragertjes	=	kofferdrager
koffergrammofonen	=	koffergrammofoon
koffergrammofoon	noun	platenspeler in een draagbare vorm met ingebouwde versterker en luidspreker
koffergrammofoons	=	koffergrammofoon
koffergrammofoontje	=	koffergrammofoon
koffergrammofoontjes	=	koffergrammofoon
kofferlabel	noun	een aan een koffer enz. gebonden kaartje met informatie over eigenaar en bestemming
kofferlabels	=	kofferlabel
kofferlabeltje	=	kofferlabel
kofferlabeltjes	=	kofferlabel
kofferraper	noun	persoon die koffers opraapt en draagt voor zijn beroep
kofferrapers	=	kofferraper
kofferrapertje	=	kofferraper
kofferrapertjes	=	kofferraper
kofferrek	noun	rek waarmee men koffers kan vervoeren op of in een auto of een ander vervoermiddel
kofferrekje	=	kofferrek
kofferrekjes	=	kofferrek
kofferrekken	=	kofferrek
kofferruimte	noun	een ruimte waarin men koffers kan bergen
kofferruimten	=	kofferruimte
kofferruimtes	=	kofferruimte
koffers	=	koffer
kofferschrijfmachientje	=	kofferschrijfmachine
kofferschrijfmachientjes	=	kofferschrijfmachine
kofferschrijfmachine	noun	draagbare typemachine die men in een kofferachtige kist kan vervoeren
kofferschrijfmachines	=	kofferschrijfmachine
kofferset	noun	een set van meerdere bijpassende koffers in verschillende formaten (handbagage, medium, groot) die samen worden verkocht, vaak met prijsvoordeel, en die je kunt stapelen voor gemakkelijke opslag
koffersetje	=	kofferset
koffersetjes	=	kofferset
koffersets	=	kofferset
koffertje	=	koffer
koffertjes	=	koffer
koffervis	noun	Ostracion tropische vis met een benig huidpantser
koffervissen	noun	een familie Ostraciidae van vissen uit de orde kogelvisachtigen, nauw verwant aan de kogelvissen (Tetraodontidae) en de vijlvissen (Monacanthidae).
kofferwoord	noun	een neologisme waarin twee of meer bestaande woorden naar de vorm worden gecombineerd in een betekenis die betekeniselementen van alle originele woorden bevat
kofferwoorden	=	kofferwoord
koffie	noun	een meestal warm genuttigde drank die bereid wordt door heet water over gemalen en gebrande koffiebonen te gieten	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
koffie-extract	noun	sterk geconcentreerd aftreksel van koffie
koffie-extracten	=	koffie-extract
koffie-ijs	noun	een bevroren lekkernij op basis van zuivel met koffiesmaak
koffie-ijsje	=	koffie-ijs
koffie-ijsjes	=	koffie-ijs
koffieapparaat	noun	machine waarmee men koffie kan maken
koffieapparaatje	=	koffieapparaat
koffieapparaatjes	=	koffieapparaat
koffieapparaten	=	koffieapparaat
koffiearoma	noun	aroma van koffie, koffiegeur
koffiearoma's	=	koffiearoma
koffieautomaat	noun	automaat waaruit na inworp van een munt soms een bekertje koffie komt
koffieautomaatje	=	koffieautomaat
koffieautomaatjes	=	koffieautomaat
koffieautomaten	=	koffieautomaat
koffiebar	noun	gelegenheid waar men koffie kan genieten, espressobar
koffiebarretje	=	koffiebar
koffiebarretjes	=	koffiebar
koffiebars	=	koffiebar
koffiebeker	noun	beker waaruit men koffie kan drinken
koffiebekers	=	koffiebeker
koffiebekertje	=	koffiebeker
koffiebekertjes	=	koffiebeker
koffiebes	noun	vrucht van de koffieplant
koffiebesje	=	koffiebes
koffiebesjes	=	koffiebes
koffiebessen	=	koffiebes
koffieblad	noun	blad waarmee men koffie kan presenteren
koffiebladen	=	koffieblad
koffieblik	noun	een metalen bus waarin men koffie kan bewaren
koffieblikje	=	koffieblik
koffieblikjes	=	koffieblik
koffieblikken	=	koffieblik
koffieboek	noun	een groot, luxe en rijk geïllustreerd boek, vaak met veel foto's, dat bedoeld is om op een salontafel te leggen in de woonkamer.
koffieboeken	=	koffieboek
koffieboekje	=	koffieboek
koffieboekjes	=	koffieboek
koffieboer	noun	boer die koffie verbouwt
koffieboeren	=	koffieboer
koffieboertje	=	koffieboer
koffieboertjes	=	koffieboer
koffiebomen	=	koffieboom
koffiebonen	=	koffieboon
koffieboom	noun	Coffea arabica Coffea altijdgroene heester met leerachtige bladeren en witte bloemen waarvan de vrucht twee tegen elkaar liggende zaden bevat (koffiebes, koffieboon), waarvan de koffie bereid wordt
koffieboompje	=	koffieboom
koffieboompjes	=	koffieboom
koffieboon	noun	Coffea arabica (gedroogde of geroosterde) vruchtenpit (zaad) van de koffieboom
koffieboonspin	noun	Steatoda bipunctata een spin behorend tot de kogelspinnen
koffieboonspinnen	=	koffieboonspin
koffieboonspinnetje	=	koffieboonspin
koffieboonspinnetjes	=	koffieboonspin
koffieboontje	=	koffieboon
koffieboontjes	=	koffieboon
koffiebrander	noun	eigenaar van een koffiebranderij
koffiebranderij	noun	bedrijf waar koffie gebrand wordt
koffiebranderijen	=	koffiebranderij
koffiebranders	=	koffiebrander
koffiebroodje	noun	langwerpig luxebroodje met krenten, rozijnen en glazuur, eventueel met een vulling van room of amandelspijs, voor bij de koffie
koffiebroodjes	=	koffiebroodje
koffiebus	noun	goed afsluitbare bus of pot om koffiebonen of gemalen koffie in te bewaren
koffiebusje	=	koffiebus
koffiebusjes	=	koffiebus
koffiebussen	=	koffiebus
koffiecafeetje	=	koffiecafé
koffiecafeetjes	=	koffiecafé
koffiecafé	noun	bijeenkomst waar men koffie met elkaar drinkt; horecagelegenheid waar men geen alcoholische drankjes schenkt
koffiecafés	=	koffiecafé
koffiecapsule	noun	een kleine container uit aluminium of hard plastic, met lang houdbare gemalen koffie
koffiecapsules	=	koffiecapsule
koffiecapsuletje	=	koffiecapsule
koffiecapsuletjes	=	koffiecapsule
koffiecichorei	noun	Cichorium intybus een of meer samengestelde lintbloemige planten van de soort Cichorium intybus var. sativum
koffieconcert	noun	concert in de ochtend, waarbij koffie wordt geserveerd
koffieconcerten	=	koffieconcert
koffieconcertje	=	koffieconcert
koffieconcertjes	=	koffieconcert
koffiecreamer	noun	wit poeder, hoofdzakelijk bestaande uit plantaardige vetten, emulgatoren, antioxidanten en maltodextrine dat koffiemelk vervangt
koffiecreamers	=	koffiecreamer
koffiecreamertje	=	koffiecreamer
koffiecreamertjes	=	koffiecreamer
koffiecrises	=	koffiecrisis
koffiecrisis	noun	daling van de koffieprijs die eind 2001 het laagst was sinds 30 jaar
koffiecrisissen	=	koffiecrisis
koffieculturen	=	koffiecultuur
koffiecultuur	noun	het aanplanten en kweken van koffie
koffiedik	noun	het donkere bezinksel van gemalen koffiebonen dat overblijft na het zetten van koffie
koffiedikkijker	noun	iemand die denkt de toekomst te kunnen voorspellen
koffiedikkijkers	=	koffiedikkijker
koffiedikkijkertje	=	koffiedikkijker
koffiedikkijkertjes	=	koffiedikkijker
koffiedrink	=	koffiedrinken
koffiedrinke	=	koffiedrinken
koffiedrinken	verb	in een sociale gelegenheid zijn waarbij koffie of iets anders genuttigd wordt
koffiedrinkend	=	koffiedrinken
koffiedrinkende	=	koffiedrinken
koffiedrinker	noun	iemand die koffie drinkt
koffiedrinkers	=	koffiedrinker
koffiedrinkt	=	koffiedrinken
koffiedronk	=	koffiedrinken
koffiedronken	=	koffiedrinken
koffiedronkt	=	koffiedrinken
koffiefilter	noun	trechtervormig filter waarin men water op de gemalen koffie kan schenken
koffiefilterhouder	noun	houder waar de koffiefilters voor de koffie in bewaard kunnen worden
koffiefilterhouders	=	koffiefilterhouder
koffiefilters	=	koffiefilter
koffiefiltertje	=	koffiefilter
koffiefiltertjes	=	koffiefilter
koffiegedronken	=	koffiedrinken
koffiegeur	noun	die heerlijke geur van vers gezette koffie
koffiegeuren	=	koffiegeur
koffiegeurtje	=	koffiegeur
koffiegeurtjes	=	koffiegeur
koffiegezet	=	koffiezetten
koffiehandel	noun	handel in koffie
koffiehandels	=	koffiehandel
koffiehandeltje	=	koffiehandel
koffiehandeltjes	=	koffiehandel
koffieheester	noun	Coffea arabica Coffea altijdgroene heester met leerachtige bladeren en witte bloemen waarvan de vrucht twee tegen elkaar liggende zaden bevat (koffiebes, koffieboon), waarvan de koffie bereid wordt
koffieheesters	=	koffieheester
koffieheestertje	=	koffieheester
koffieheestertjes	=	koffieheester
koffiehoek	noun	plek in een winkel of bedrijf om koffie te drinken
koffiehoeken	=	koffiehoek
koffiehoekje	=	koffiehoek
koffiehoekjes	=	koffiehoek
koffiehuis	noun	een uitspanning waar men koffie kan nuttigen
koffiehuisje	=	koffiehuis
koffiehuisjes	=	koffiehuis
koffiehuisschaak	noun	vrijblijvend en amateuristisch schaken, zoals beoefend in een koffiehuis
koffiehuistafel	noun	tafel in een koffiehuis
koffiehuistafels	=	koffiehuistafel
koffiehuistafeltje	=	koffiehuistafel
koffiehuistafeltjes	=	koffiehuistafel
koffiehuizen	=	koffiehuis
koffiejuffrouw	noun	vrouw die koffie serveert in kantines, op kantoren e.d
koffiejuffrouwen	=	koffiejuffrouw
koffiejuffrouwtje	=	koffiejuffrouw
koffiejuffrouwtjes	=	koffiejuffrouw
koffiekamer	noun	zaal, vertrek waar men wat kan drinken, eten en vooral NIET mag roken
koffiekamers	=	koffiekamer
koffiekamertje	=	koffiekamer
koffiekamertjes	=	koffiekamer
koffiekan	noun	kan waar de koffie in aanwezig is voor het schenken in de mokken of koppen
koffiekannen	=	koffiekan
koffiekannetje	=	koffiekan
koffiekannetjes	=	koffiekan
koffieketel	noun	ketel waar in grote hoeveelheden koffie wordt gezet of vervoerd
koffieketels	=	koffieketel
koffieketeltje	=	koffieketel
koffieketeltjes	=	koffieketel
koffiekeuken	noun	kleine keuken voor het zetten van koffie, thee etc.
koffiekeukens	=	koffiekeuken
koffiekeukentje	=	koffiekeuken
koffiekeukentjes	=	koffiekeuken
koffieklets	noun	een praatje tijdens de koffiepauze
koffiekletsje	=	koffieklets
koffiekletsjes	=	koffieklets
koffiekleurig	adj	met een lichtbruine kleur
koffiekleurige	=	koffiekleurig
koffiekleurigs	=	koffiekleurig
koffiekoek	noun	koek die men bij de koffie nuttigt
koffiekoeken	=	koffiekoek
koffiekoekje	=	koffiekoek
koffiekoekjes	=	koffiekoek
koffiekom	noun	kom waar koffie in kan en waaruit die wordt gedronken
koffiekommen	=	koffiekom
koffiekommetje	=	koffiekom
koffiekommetjes	=	koffiekom
koffiekop	noun	Kop waaruit men koffie drinkt.
koffiekopje	=	koffiekop
koffiekopjes	=	koffiekop
koffiekoppen	=	koffiekop
koffiekrans	noun	bijeenkomst van meestal onderling bekenden, die veelal onder het genot van een kopje koffie in een informele sfeer met elkaar praten
koffiekransen	=	koffiekrans
koffiekransje	=	koffiekrans
koffiekransjes	=	koffiekrans
koffieland	noun	land waar veel koffie groeit of geteeld wordt
koffielanden	=	koffieland
koffielandje	=	koffieland
koffielandjes	=	koffieland
koffielepel	noun	lepel om de koffie om te roeren ter vermenging met melk en suiker
koffielepels	=	koffielepel
koffielepeltje	=	koffielepel
koffielepeltjes	=	koffielepel
koffieleut	noun	iemand die graag en veel koffie drinkt
koffieleuten	=	koffieleut
koffieleutje	=	koffieleut
koffieleutjes	=	koffieleut
koffielikeur	noun	likeur met koffiesmaak
koffielikeuren	=	koffielikeur
koffielikeurtje	=	koffielikeur
koffielikeurtjes	=	koffielikeur
koffieloodje	noun	een maatbekertje om de juiste hoeveelheid koffiebonen af te meten die men moet malen om (een aantal koppen) koffie te zetten.
koffieloodjes	=	koffieloodje
koffiemaaltijd	noun	maaltijd met broodjes en koffie
koffiemaaltijden	=	koffiemaaltijd
koffiemaaltijdje	=	koffiemaaltijd
koffiemaaltijdjes	=	koffiemaaltijd
koffiemachine	noun	machine om koffie te zetten
koffiemachines	=	koffiemachine
koffiemachinetje	=	koffiemachine
koffiemachinetjes	=	koffiemachine
koffiemaker	noun	iemand die koffie maakt (zet)
koffiemakers	=	koffiemaker
koffiemama	noun	Erythrina fusca; boomsoort uit het geslacht van de koraalbomen die in Suriname vaak als schaduwboom in de koffieteelt gebruikt werd
koffiemama's	=	koffiemama
koffiemarkt	noun	de markt in koffie
koffiemarkten	=	koffiemarkt
koffiemelk	noun	ingedikte gesteriliseerde melk bedoeld voor in de koffie
koffiemelken	=	koffiemelk
koffiemok	noun	een (stenen) beker met een oor waar je koffie uit kunt drinken
koffiemokken	=	koffiemok
koffiemolen	noun	huishoudelijk apparaat waarin koffiebonen kunnen worden gemalen
koffiemolens	=	koffiemolen
koffiemolentje	=	koffiemolen
koffiemolentjes	=	koffiemolen
koffieonderneming	noun	onderneming in koffie
koffieondernemingen	=	koffieonderneming
koffieonderneminkje	=	koffieonderneming
koffieonderneminkjes	=	koffieonderneming
koffiepad	noun	filter met gemalen koffie dat is bedoeld voor bepaalde type koffiezetapparaten
koffiepads	=	koffiepad
koffiepauze	noun	korte werkonderbreking om koffie te drinken
koffiepauzen	=	koffiepauze
koffiepauzes	=	koffiepauze
koffiepauzetje	=	koffiepauze
koffiepauzetjes	=	koffiepauze
koffieplant	noun	Coffea arabica Coffea altijdgroene heester met leerachtige bladeren en witte bloemen waarvan de vrucht twee tegen elkaar liggende zaden bevat (koffiebes, koffieboon), waarvan de koffie bereid wordt
koffieplantage	noun	stuk grond waarop koffie geteeld wordt
koffieplantages	=	koffieplantage
koffieplanten	=	koffieplant
koffieplantje	=	koffieplant
koffieplantjes	=	koffieplant
koffiepoeder	noun	koffie-extract in poedervorm
koffiepoeders	=	koffiepoeder
koffiepoedertje	=	koffiepoeder
koffiepoedertjes	=	koffiepoeder
koffiepot	noun	pot waarin koffie wordt gezet en warmgehouden
koffiepotje	=	koffiepot
koffiepotjes	=	koffiepot
koffiepotten	=	koffiepot
koffieproductie	noun	het telen, branden en verder verwerken van koffiebonen
koffieproducties	=	koffieproductie
koffieprut	noun	het donkere bezinksel van gemalen koffiebonen dat overblijft na het zetten van koffie
koffierat	noun	Paradoxurus hermaphroditus Indonesisch roofdiertje, uit de familie van de civetkatachtigen Viverridae, dat vooral rijpe koffievruchten eet
koffieratje	=	koffierat
koffieratjes	=	koffierat
koffieratten	=	koffierat
koffieroom	noun	room voor in de koffie met een hoeveelheid melkvet van zo'n 15%
koffieruimte	noun	deel van een gebouw waar men koffie kan drinken en uitrusten tijdens de pauze
koffieruimten	=	koffieruimte
koffieruimtes	=	koffieruimte
koffies	=	koffie
koffieservies	noun	bij elkaar horend vaatwerk dat men gebruikt bij het drinken van koffie
koffieserviesje	=	koffieservies
koffieserviesjes	=	koffieservies
koffieserviezen	=	koffieservies
koffieshop	noun	gelegenheid waar men voornamelijk koffie kan drinken
koffieshopje	=	koffieshop
koffieshopjes	=	koffieshop
koffieshops	=	koffieshop
koffieslak	noun	soort longslak (Melampus coffeus) met een huisje dat op een koffieboon lijkt voorkomend in zoute kustmoerassen
koffieslakje	=	koffieslak
koffieslakjes	=	koffieslak
koffieslakken	=	koffieslak
koffiesoort	noun	de variëteit, bereiding of toevoegingen (zoals melk, water, ijs) die de smaak en sterkte van koffie bepalen
koffiesoorten	=	koffiesoort
koffiesoortje	=	koffiesoort
koffiesoortjes	=	koffiesoort
koffiestroop	noun	koffietoevoegsel bestaande uit gebrande, gekaramelliseerde glucosestroop en melasse dat werd gebruikt om de smaak van koffie te verbeteren
koffiestropen	=	koffiestroop
koffiestruik	noun	Coffea arabica Coffea altijdgroene heester met leerachtige bladeren en witte bloemen waarvan de vrucht twee tegen elkaar liggende zaden bevat (koffiebes, koffieboon), waarvan de koffie bereid wordt
koffiestruiken	=	koffiestruik
koffiestruikje	=	koffiestruik
koffiestruikjes	=	koffiestruik
koffiesurrogaat	noun	vervangingsmiddel van koffie, dat meestal uit geroosterde plantaardige producten (b.v. cichorei) bestaat
koffiesurrogaten	=	koffiesurrogaat
koffietaart	noun	zoet, luchtig gebak waarin bonen van Coffea arabica zijn verwerkt
koffietaarten	=	koffietaart
koffietaartje	=	koffietaart
koffietaartjes	=	koffietaart
koffietafel	noun	eenvoudige broodmaaltijd, meestal met koffiekoeken en/of eenvoudig belegde sandwiches en koffie en thee als dranken
koffietafelboek	noun	rijk geïllustreerd boek, chic gedrukt op glanspapier
koffietafelboeken	=	koffietafelboek
koffietafelboekje	=	koffietafelboek
koffietafelboekjes	=	koffietafelboek
koffietafels	=	koffietafel
koffietafeltje	=	koffietafel
koffietafeltjes	=	koffietafel
koffietent	noun	horecaonderneming waar men koffie kan drinken
koffietenten	=	koffietent
koffietentje	=	koffietent
koffietentjes	=	koffietent
koffietijd	noun	tijd waarop men gewoonlijk koffie drinkt
koffietijden	=	koffietijd
koffietijdje	=	koffietijd
koffietijdjes	=	koffietijd
koffietje	=	koffie
koffietjes	=	koffie
koffieveiling	noun	een plaats waar koffie bij opbod verkocht wordt
koffieveilingen	=	koffieveiling
koffieveilinkje	=	koffieveiling
koffieveilinkjes	=	koffieveiling
koffieverkoper	noun	iemand die koffie verkoopt om zijn boterham (bij de koffie) te verdienen
koffieverkopers	=	koffieverkoper
koffievlek	noun	irritante vlek die ontstaat als koffie wordt gemorst en die moeilijk te verwijderen is
koffievlekje	=	koffievlek
koffievlekjes	=	koffievlek
koffievlekken	=	koffievlek
koffiewagen	noun	wagen waarmee men koffie kan rondbrengen
koffiewagens	=	koffiewagen
koffiewagentje	=	koffiewagen
koffiewagentjes	=	koffiewagen
koffiewater	noun	warm water dat men kan gebruiken voor het maken van koffie
koffiewijf	noun	machoversie voor een vrouw die koffie serveert in kantines, op kantoren e.d
koffiewijfje	=	koffiewijf
koffiewijfjes	=	koffiewijf
koffiewijven	=	koffiewijf
koffiezaak	noun	een horecagelegenheid waar voornamelijk koffie en andere dranken worden geserveerd
koffiezaken	=	koffiezaak
koffiezet	noun	elektrisch apparaat om koffie mee te zetten en warm te houden
koffiezetapparaat	noun	elektrisch apparaat om koffie mee te zetten en warm te houden
koffiezetapparaatje	=	koffiezetapparaat
koffiezetapparaatjes	=	koffiezetapparaat
koffiezetapparaten	=	koffiezetapparaat
koffiezetmachientje	=	koffiezetmachine
koffiezetmachine	noun	apparaat om koffie mee te zetten
koffiezetmachines	=	koffiezetmachine
koffiezetmachinetje	=	koffiezetmachine
koffiezetmachinetjes	=	koffiezetmachine
koffiezette	=	koffiezetten
koffiezetten	verb	koffie bereiden
koffiezettend	=	koffiezetten
koffiezettende	=	koffiezetten
koffiezetter	noun	koffiezetapparaat
koffiezetters	=	koffiezetter
koffiezettertje	=	koffiezetter
koffiezettertjes	=	koffiezetter
koffij	=	koffie
koffykan	=	koffiekan
koffypot	=	koffiepot
kofiauvlagstaartijsvogel	noun	Tanysiptera ellioti een endemische op het eiland Kofiau voor de kust van West-Papoea (Indonesië) vogel
kofiauvlagstaartijsvogels	=	kofiauvlagstaartijsvogel
kofiauvlagstaartijsvogeltje	=	kofiauvlagstaartijsvogel
kofiauvlagstaartijsvogeltjes	=	kofiauvlagstaartijsvogel
kofimama	noun	bepaald soort koraalboom, Erythrina fusca, die in Suriname vaak als schaduwboom in de koffieteelt gebruikt werd
kofimama's	=	kofimama
kofje	=	koef
kofjes	=	koef
kofkapitein	noun	schipper op een bepaald type zeilschip. een tjalk met platte bodem en ronde voor en achtersteven, dat van de 16e tot de 19e eeuw vooral door Groninger schippers werd gebruikt voor kust- en binnenvaart
kofkapiteins	=	kofkapitein
kofs	=	koef
kofscheepje	=	kofschip
kofschepen	=	kofschip
kofschip	noun	't kofschip:ezelsbruggetje om te bepalen hoe bepaalde werkwoordsvormen volgens de Nederlandse spelling geschreven moeten worden
kofschipper	noun	kapitein op een bepaald type zeilschip. een tjalk met platte bodem en ronde voor en achtersteven, dat van de 16e tot de 19e eeuw vooral door Groninger schippers werd gebruikt voor kust- en binnenvaart
kofschippers	=	kofschipper
kog	noun	middeleeuws vrachtschip dat vooral door de Hanze werd gebruikt
kogel	noun	loden projectiel gevuld met buskruit dat gebruikt wordt als munitie van een wapen
kogelbaan	noun	is de kromme die een projectiel, bijvoorbeeld een ronde kanonskogel, beschrijft na afschieten.
kogelbaantje	=	kogelbaan
kogelbaantjes	=	kogelbaan
kogelbanen	=	kogelbaan
kogelbestendig	adj	dat iets kogels kan tegenhouden
kogelbestendige	=	kogelbestendig
kogelbestendiger	=	kogelbestendig
kogelbestendigere	=	kogelbestendig
kogelbestendigers	=	kogelbestendig
kogelbestendigs	=	kogelbestendig
kogelbestendigst	=	kogelbestendig
kogelbestendigste	=	kogelbestendig
kogelbiefstuk	noun	biefstuk van de kogel van een dier
kogelbiefstukje	=	kogelbiefstuk
kogelbiefstukjes	=	kogelbiefstuk
kogelbiefstukken	=	kogelbiefstuk
kogelbies	noun	Scirpoides holoschoenus een overblijvende plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
kogelbiesje	=	kogelbies
kogelbiesjes	=	kogelbies
kogelbiezen	=	kogelbies
kogelbloem	noun	Globularia punctata een giftige, overblijvende plant die behoort tot de weegbreefamilie.
kogelbloemen	=	kogelbloem
kogelbloemetje	=	kogelbloem
kogelbloemetjes	=	kogelbloem
kogelbloempje	=	kogelbloem
kogelbloempjes	=	kogelbloem
kogelbrief	noun	een brief die een kogel bevat, bedoeld als dreigement voor de geaddresseerde
kogelbriefje	=	kogelbrief
kogelbriefjes	=	kogelbrief
kogelbrieven	=	kogelbrief
kogelde	=	kogelen
kogelden	=	kogelen
kogeldistel	noun	een geslacht Echinops uit de composietenfamilie (Asteraceae).
kogeldistels	=	kogeldistel
kogeldisteltje	=	kogeldistel
kogeldisteltjes	=	kogeldistel
kogelduizendknoop	noun	Persicaria capitata een overblijvende plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
kogelduizendknoopje	=	kogelduizendknoop
kogelduizendknoopjes	=	kogelduizendknoop
kogelduizendknopen	=	kogelduizendknoop
kogele	=	kogelen
kogelen	verb	op een ruwe manier iets gooien
kogelend	=	kogelen
kogelende	=	kogelen
kogelfles	noun	een fles met een onder druk staande bovenhals afgesloten met in kogel die ingedrukt kan worden
kogelflesje	=	kogelfles
kogelflesjes	=	kogelfles
kogelflessen	=	kogelfles
kogelgaatje	=	kogelgat
kogelgaatjes	=	kogelgat
kogelgat	noun	een gat ontstaan door doorboring door een kogel
kogelgaten	=	kogelgat
kogelgewricht	noun	een gewricht dat over alle drie de ruimtelijke assen draaibaar is omdat de bolle kop kan draaien in een komvormige holte
kogelgewrichten	=	kogelgewricht
kogelgewrichtje	=	kogelgewricht
kogelgewrichtjes	=	kogelgewricht
kogelgordeldier	noun	Tolypeutes matacus buideldier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
kogelgordeldieren	=	kogelgordeldier
kogelgordeldiertje	=	kogelgordeldier
kogelgordeldiertjes	=	kogelgordeldier
kogelhard	adj	heel erg stevig
kogelharde	=	kogelhard
kogelharder	=	kogelhard
kogelhardere	=	kogelhard
kogelharders	=	kogelhard
kogelhards	=	kogelhard
kogelhardst	=	kogelhard
kogelhardste	=	kogelhard
kogelhoutskoolzwam	noun	Daldinia concentrica een zakjeszwam behorend tot de orde Xylariales.
kogelhoutskoolzwammen	=	kogelhoutskoolzwam
kogelhoutskoolzwammetje	=	kogelhoutskoolzwam
kogelhoutskoolzwammetjes	=	kogelhoutskoolzwam
kogelhuis	noun	een speelgoedhuis waar men ronde houten kogels naar beneden kan laten rollen
kogelhuisje	=	kogelhuis
kogelhuisjes	=	kogelhuis
kogelhuizen	=	kogelhuis
kogelhuls	noun	is bij munitie de houder van de kruitlading die samen met de kogel en het ontstekingsmiddel een patroon vormt
kogelhulsje	=	kogelhuls
kogelhulsjes	=	kogelhuls
kogelhulzen	=	kogelhuls
kogellager	noun	een constructie met vrij draaiende kogels die er voor zorgt dat een draaibeweging met weinig wrijving kan worden uitgevoerd
kogellagers	=	kogellager
kogellagertje	=	kogellager
kogellagertjes	=	kogellager
kogelloken	=	kogellook
kogellook	noun	Allium sphaerocephalon plant uit de lookfamilie.
kogellookje	=	kogellook
kogellookjes	=	kogellook
kogellooks	=	kogellook
kogelloper	noun	Omophron limbatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kogellopers	=	kogelloper
kogellopertje	=	kogelloper
kogellopertjes	=	kogelloper
kogelmeniezwam	noun	Dialonectria episphaeria een schimmel behorend tot de familie Nectriaceae.
kogelmeniezwammen	=	kogelmeniezwam
kogelmeniezwammetje	=	kogelmeniezwam
kogelmeniezwammetjes	=	kogelmeniezwam
kogelmolen	noun	een vijzel met kogelvormige stamper(s) die langdurig geschud of rondgedraaid wordt om een materiaal tot een fijn poeder te malen
kogelmolens	=	kogelmolen
kogelmolentje	=	kogelmolen
kogelmolentjes	=	kogelmolen
kogelpen	noun	balpen
kogelpennen	=	kogelpen
kogelregen	noun|figurative	een schietpartij waarin heel veel kogels worden afgevuurd
kogelregens	=	kogelregen
kogelrond	adj	zo rond als een kogel
kogelronde	=	kogelrond
kogelronder	=	kogelrond
kogelrondere	=	kogelrond
kogelronders	=	kogelrond
kogelronds	=	kogelrond
kogelrondst	=	kogelrond
kogelrondste	=	kogelrond
kogels	=	kogel
kogelslinger	=	kogelslingeren
kogelslingeraar	noun	iemand die aan kogelslingeren doet
kogelslingeraars	=	kogelslingeraar
kogelslingeren	verb	een zware metalen kogel, die aan een draad is bevestigd, zo ver mogelijk weggooien als onderdeel van de atletiek
kogelslingerend	=	kogelslingeren
kogelslingerende	=	kogelslingeren
kogelspin	noun	Anelosimus vittatus een spin die behoort tot de kogelspinnen.
kogelspinnen	noun	Theridiidae een familie van spinnen waarvan er in Nederland en België ongeveer 80 soorten in 12 genera voorkomen; wereldwijd 2297 soorten in 112 genera.
kogelspinnetje	=	kogelspin
kogelspinnetjes	=	kogelspin
kogelstoot	noun	stoot met een kogel
kogelstooten	=	kogelstoten
kogelstootje	=	kogelstoot
kogelstootjes	=	kogelstoot
kogelstoten	verb	onderdeel in de atletiek, waarbij men een metalen bol zo ver mogelijk probeert weg te stoten
kogelstotend	=	kogelstoten
kogelstotende	=	kogelstoten
kogelt	=	kogelen
kogeltje	=	kogel
kogeltjes	=	kogel
kogeltjesmos	noun	Weissia longifolia een mos in de familie Pottiaceae.
kogeltjesmosje	=	kogeltjesmos
kogeltjesmosjes	=	kogeltjesmos
kogeltjesmossen	=	kogeltjesmos
kogeltrein	noun	trein die zo snel gaat als een kogel
kogeltreinen	=	kogeltrein
kogeltrilspin	noun	Spermophora senoculata een spinnensoort uit de familie trilspinnen (Pholcidae).
kogeltrilspinnen	=	kogeltrilspin
kogeltrilspinnetje	=	kogeltrilspin
kogeltrilspinnetjes	=	kogeltrilspin
kogelvingergekko's	noun	een geslacht Sphaerodactylus van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Sphaerodactylidae
kogelvis	noun	benaming voor zeevissen uit het geslacht Tetraodontidae, die in de Stille Oceaan voorkomen en in Japan als een lekkernij gelden
kogelvisachtigen	noun	een orde Tetraodontiformes van straalvinnige vissen
kogelvisje	=	kogelvis
kogelvisjes	=	kogelvis
kogelvissen	noun	een familie Tetraodontidae van beenvissen, uit de orde der kogelvisachtigen die in tropische en subtropische wateren in de Atlantische Oceaan, Indische Oceaan en Grote Oceaan voorkomen.
kogelvormig	adj	vorm van een kogel hebbend
kogelvormige	=	kogelvormig
kogelvormiger	=	kogelvormig
kogelvormigere	=	kogelvormig
kogelvormigers	=	kogelvormig
kogelvormigs	=	kogelvormig
kogelvormigst	=	kogelvormig
kogelvormigste	=	kogelvormig
kogelvrij	adj	niet door afgeschoten kogels te bereiken of te doordringen
kogelvrije	=	kogelvrij
kogelvrijer	=	kogelvrij
kogelvrijere	=	kogelvrij
kogelvrijers	=	kogelvrij
kogelvrijs	=	kogelvrij
kogelvrijst	=	kogelvrij
kogelvrijste	=	kogelvrij
kogelwerend	adj	niet door afgeschoten kogels te bereiken of te doordringen
kogelwerende	=	kogelwerend
kogelwerender	=	kogelwerend
kogelwerendere	=	kogelwerend
kogelwerenders	=	kogelwerend
kogelwerends	=	kogelwerend
kogelwerendst	=	kogelwerend
kogelwerendste	=	kogelwerend
kogelwerper	noun	Sphaerobolus stellatus een schimmel behorend tot de familie Geastraceae.
kogelwerpers	=	kogelwerper
kogelwerpertje	=	kogelwerper
kogelwerpertjes	=	kogelwerper
kogelwond	noun	een wond veroorzaakt door de inslag van een kogel
kogelwonden	=	kogelwond
kogelwondje	=	kogelwond
kogelwondjes	=	kogelwond
kogen	=	koog
kogge	noun	middeleeuws vrachtschip dat vooral door de Hanze werd gebruikt
koggel	noun	bepaald gebak van zoet gebakken of gekookt deeg, meestal met bovenop peren of appels
koggels	=	koggel
koggen	=	kogge
koggetje	=	kogge
koggetjes	=	kogge
kogmeeuw	=	kokmeeuw
kohaniem	=	koheen
koheen	noun	joods priester
kohier	noun	register met gegevens voor het vaststellen van een bepaalde belasting
kohieren	=	kohier
kohl	noun	een mengsel van roet en andere ingrediënten, dat wordt gebruikt om de oogleden donkerder te maken en als mascara voor de wimpers
kohtaowormsalamander	noun	Ichthyophis kohtaoensis een wormsalamander uit de familie Ichthyophiidae.
kohtaowormsalamanders	=	kohtaowormsalamander
kohtaowormsalamandertje	=	kohtaowormsalamander
kohtaowormsalamandertjes	=	kohtaowormsalamander
koi	noun	een ondersoort Cyprinus carpio carpio en nationale vis van Japan.
koilonychie	noun	lepeltjesnagels
koine	noun	algemene omgangstaal tussen mensen die verschillende moedertalen of dialecten spreken
kois	=	koi
koitje	=	koi
koitjes	=	koi
kok	noun	iemand die voedsel bereidt tot een maaltijd
kokarde	noun	onderscheidingsteken of versiersel, bevestigd aan het hoofddeksel
kokarden	=	kokarde
kokardes	=	kokarde
kokardespecht	noun	Leuconotopicus borealis een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
kokardespechten	=	kokardespecht
kokardespechtje	=	kokardespecht
kokardespechtjes	=	kokardespecht
kokardetje	=	kokarde
kokardezaagbek	noun	Lophodytes cucullatus een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
kokardezaagbekje	=	kokardezaagbek
kokardezaagbekjes	=	kokardezaagbek
kokardezaagbekken	=	kokardezaagbek
koke	verb	koke #aanvoegende wijs van koken
koken	verb	een vloeistof (vooral water) net zolang verwarmen totdat er zich in de hele vloeistof bellen vormen die naar boven stijgen en openspringen
kokend	adj	van een vloeistof dat deze de temperatuur heeft van het kookpunt
kokende	=	koken
kokendheet	adj	heel erg heet, zo warm als wanneer het kookt of water zou koken (100 graden Celsius)
kokendheets	=	kokendheet
kokendhete	=	kokendheet
kokends	=	kokend
kokendwaterkraan	noun	een kraan in de keuken waaruit direct kokend water komt, dus zonder te wachten tot het water opgewarmd is.
kokendwaterkraantje	=	kokendwaterkraan
kokendwaterkraantjes	=	kokendwaterkraan
kokendwaterkranen	=	kokendwaterkraan
koker	noun	een smal cilindervormig hol voorwerp, bruikbaar als verpakking
kokeranemonen	=	kokeranemoon
kokeranemoon	noun	een anemoon met een koker
kokeranemoontje	=	kokeranemoon
kokeranemoontjes	=	kokeranemoon
kokerblik	noun	beperkte of engezijdige blik op iets
kokerblikken	=	kokerblik
kokerbomen	=	kokerboom
kokerboom	noun	Aloe dichotoma een plant die uitgroeit en vertakt tot hij de proporties van een flinke knotwilg heeft.
kokerboompje	=	kokerboom
kokerboompjes	=	kokerboom
kokerbromelia	noun	benaming bromelia's uit het geslacht Aechmea, die dikke, harde bladeren die rozetten en trechters vormen
kokerbromelia's	=	kokerbromelia
kokerbromeliaatje	=	kokerbromelia
kokerbromeliaatjes	=	kokerbromelia
kokerel	=	kokerellen
kokerelde	=	kokerellen
kokerelden	=	kokerellen
kokerelle	=	kokerellen
kokerellen	verb	op speelse wijze koken
kokerellend	=	kokerellen
kokerellende	=	kokerellen
kokerelt	=	kokerellen
kokergaststeekmier	noun	Myrmica schenckioides insect dat in 2005 door de biologen P. Boer en J. Noordijk van de universiteit Wageningen werd ontdekt.
kokergaststeekmieren	=	kokergaststeekmier
kokergaststeekmiertje	=	kokergaststeekmier
kokergaststeekmiertjes	=	kokergaststeekmier
kokerij	noun	het koken, de kookkunst
kokerijen	=	kokerij
kokerjuffer	noun	larve van de schietmot, Trichoptera, die in een eigengemaakt kokertje leeft
kokerjuffers	=	kokerjuffer
kokerjuffertje	=	kokerjuffer
kokermot	noun	insect uit de familie Coleophoridae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
kokermotje	=	kokermot
kokermotjes	=	kokermot
kokermotten	noun	een familie Coleophoridae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
kokerpaal	noun	holle stalen paal voor waterbouwkundige werken, meest vierkant of rechthoekig van doorsnede
kokerpaaltje	=	kokerpaal
kokerpaaltjes	=	kokerpaal
kokerpalen	=	kokerpaal
kokerrok	noun	een zakelijke, nauwe, smalle, strakke, rechte rok
kokerrokje	=	kokerrok
kokerrokjes	=	kokerrok
kokerrokken	=	kokerrok
kokers	=	koker
kokersteekmier	noun	Myrmica schencki een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
kokersteekmieren	=	kokersteekmier
kokersteekmiertje	=	kokersteekmier
kokersteekmiertjes	=	kokersteekmier
kokertje	=	koker
kokertjes	=	koker
kokervisie	noun	eenzijdige visie van iemand die slechts een klein deel van het geheel overziet
kokervisies	=	kokervisie
kokervisus	noun	een aandoening waarbij het gezichtsveld beperkt is tot een koker-achtige zone door schade aan het netvlies, wat voorkeur is bij aandoeningen als retinitis pigmentosa en glaucoom
kokervorm	noun	de vorm van een koker hebbend
kokervormen	=	kokervorm
kokervormig	adj	de vorm van een koker hebbende
kokervormige	=	kokervormig
kokervormiger	=	kokervormig
kokervormigere	=	kokervormig
kokervormigers	=	kokervormig
kokervormigs	=	kokervormig
kokervormigst	=	kokervormig
kokervormigste	=	kokervormig
kokervormpje	=	kokervorm
kokervormpjes	=	kokervorm
kokerworm	noun	borstelworm die in kokertjes van zand en stukjes schelp leeft
kokerwormen	noun	een groep gelede wormen die behoren tot de borstelwormen (Polychaeta) en die onder andere de families baardwormen (Siboglinidae), kalkkokerwormen (Serpulidae) en families uit de orde Canalipalpata omvat.
kokerwormkrabbetje	noun	Asthenognathus atlanticus een krabbensoort uit de familie van de Varunidae.
kokerwormkrabbetjes	=	kokerwormkrabbetje
kokerzien	noun	een zeldzame oogziekte met als symptoom een verkleind gezichtsveld, kokervisus, kokerblik
koket	adj	charmant de aandacht trekkend
kokets	=	koket
koketst	=	koket
koketste	=	koket
kokette	=	koket
koketteer	=	koketteren
koketteerde	=	koketteren
koketteerden	=	koketteren
koketteert	=	koketteren
koketter	=	koket
kokettere	=	koket
koketteren	verb	zich behaagziek gedragen
koketterend	=	koketteren
koketterende	=	koketteren
koketterie	noun	op een aanstellerige manier aandacht trekken
koketterieën	=	koketterie
koketters	=	koket
kokhaantje	noun	Cerastoderma edule een schelpdier dat wel als voorafje gegeten wordt in mosselrestaurants
kokhaantjes	=	kokhaantje
kokhals	=	kokhalzen
kokhalsde	=	kokhalzen
kokhalsden	=	kokhalzen
kokhalst	=	kokhalzen
kokhalze	=	kokhalzen
kokhalzen	verb	bijna moeten overgeven als reactie iets wat misselijkheid veroorzaakt of iets wat in de keel steekt
kokhalzend	=	kokhalzen
kokhalzende	=	kokhalzen
kokje	=	kok
kokjes	=	kok
kokke	=	kokken
kokkel	noun	Cardium edule Cerastoderma edule eetbare hartschelp ronder en groter dan een strandgaper, met diep geribbelde schelpen.
kokkelde	=	kokkelen
kokkelden	=	kokkelen
kokkele	=	kokkelen
kokkelen	verb	een geluid voortbrengen zoals dat van een hoen
kokkelend	=	kokkelen
kokkelende	=	kokkelen
kokkelkorrel	noun	Anamirta cocculus De purperrode vruchtjes of zaden van een op de kust van Malabar en de Oost-Indische eilanden voorkomende heester o.a. gebruikt in de homeopathie en als een gif om vis te bedwelmen en dus gemakkelijk te vangen.
kokkelkorrels	=	kokkelkorrel
kokkelkorreltje	=	kokkelkorrel
kokkelkorreltjes	=	kokkelkorrel
kokkels	noun	een geslacht Cerastoderma van tweekleppige weekdieren die tot de familie Cardiidae behoren.
kokkelt	=	kokkelen
kokkeltje	=	kokkel
kokkeltjes	=	kokkel
kokkelzaad	noun	eieren of jonge kokkelschelpen (die men soms op banken uitzaait)
kokkelzaadje	=	kokkelzaad
kokkelzaadjes	=	kokkelzaad
kokkelzaden	=	kokkelzaad
kokken	verb	kokhalzen
kokkend	=	kokken
kokkende	=	kokken
kokker	=	kokkeren
kokkerd	noun	een neus van grote omvang
kokkerde	=	kokkeren
kokkerden	=	kokkeren
kokkerds	=	kokkerd
kokkere	=	kokkeren
kokkerel	=	kokkerellen
kokkerelde	=	kokkerellen
kokkerelden	=	kokkerellen
kokkerelle	=	kokkerellen
kokkerellen	verb	met passie koken, met name als amateur
kokkerellend	=	kokkerellen
kokkerellende	=	kokkerellen
kokkerelt	=	kokkerellen
kokkeren	verb	een geluid maken zoals de fazanthaan doet bij het opvliegen
kokkerend	=	kokkeren
kokkerende	=	kokkeren
kokkert	=	kokkeren
kokkie	noun	iemand die voor het eten zorgt in een huishouding
kokkies	=	kokkie
kokkin	noun	vrouwelijke vorm van kok
kokkinnen	=	kokkin
kokkinnetje	=	kokkin
kokkinnetjes	=	kokkin
kokkins	=	kokkin
koklasfazant	noun	Pucrasia macrolopha een fazantachtige hoendervogel.
koklasfazanten	=	koklasfazant
koklasfazantje	=	koklasfazant
koklasfazantjes	=	koklasfazant
kokmeeuw	noun	bepaald soort zeevogel met een gekleurde kop en een lachende roep, Chroicocephalus ridibundus
kokmeeuwen	=	kokmeeuw
kokmeeuwtje	=	kokmeeuw
kokmeeuwtjes	=	kokmeeuw
kokolampu	noun	eenvoudige olielamp
kokolampu's	=	kokolampu
kokopleiding	noun	een beroepsopleiding die studenten voorbereidt op een carrière in een professionele keuken.
kokopleidingen	=	kokopleiding
kokopleidinkje	=	kokopleiding
kokopleidinkjes	=	kokopleiding
kokos	noun	individuele vrucht of boom (kokospalm)
kokosbomen	=	kokosboom
kokosboom	noun	Cocos nucifera een palm behorend tot de palmenfamilie (Palmae of Arecaceae) die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft
kokosboompje	=	kokosboom
kokosboompjes	=	kokosboom
kokosbroden	=	kokosbrood
kokosbrood	noun	een soort broodbeleg bestaande uit plakjes gezoete kokos
kokosdistrict	noun	bijnaam voor Coronie een district van Suriname
kokosgaren	noun	touw gemaakt van vezels van de schil van een kokosnoot
kokosgarens	=	kokosgaren
kokoskoek	noun	een koek op basis van kokos
kokoskoeken	=	kokoskoek
kokoskoekje	=	kokoskoek
kokoskoekjes	=	kokoskoek
kokoskoekoek	noun	Coccyzus ferrugineus een vogel uit de familie van de koekoeken.
kokoskoekoeken	=	kokoskoekoek
kokoskoekoekje	=	kokoskoekoek
kokoskoekoekjes	=	kokoskoekoek
kokoskrab	noun	Birgus latro een kreeftachtige die behoort tot de heremietkreeften (Paguroidea).
kokoskrabben	=	kokoskrab
kokoskrabbetje	=	kokoskrab
kokoskrabbetjes	=	kokoskrab
kokosmakron	noun	een ronde koek op kokosbasis op een stuk rond eetpapier
kokosmakronen	=	kokosmakron
kokosmakronnen	=	kokosmakron
kokosmakronnetje	=	kokosmakron
kokosmakronnetjes	=	kokosmakron
kokosmakrons	=	kokosmakron
kokosmakroon	noun	een ronde koek op kokosbasis op een stuk rond ouwel
kokosmakroontje	=	kokosmakron
kokosmakroontjes	=	kokosmakron
kokosmat	noun	een deurmat gemaakt van kokosvezel
kokosmatje	=	kokosmat
kokosmatjes	=	kokosmat
kokosmatten	=	kokosmat
kokosmeel	noun	gemalen vruchtvlees van de kokosnoot
kokosmelk	noun	vocht verkregen door het kiemwit van een kokosnoot met water te vermengen en uit te knijpen
kokosmelken	=	kokosmelk
kokosmelkje	=	kokosmelk
kokosmelkzwam	noun	Lactarius glyciosmus een paddenstoel uit de familie Russulaceae.
kokosmelkzwammen	=	kokosmelkzwam
kokosmelkzwammetje	=	kokosmelkzwam
kokosmelkzwammetjes	=	kokosmelkzwam
kokosnoot	noun	holle vrucht van de kokospalm met wit vruchtvlees en een vezelige bast
kokosnootboter	noun	vet in smeerbare vorm, gewonnen uit de vrucht van een kokospalm, Cocos nucifera
kokosnootboters	=	kokosnootboter
kokosnootje	=	kokosnoot
kokosnootjes	=	kokosnoot
kokosnoten	=	kokosnoot
kokosnotenbomen	=	kokosnotenboom
kokosnotenboom	noun	Cocos nucifera een palm behorend tot de palmenfamilie (Palmae of Arecaceae) die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft
kokosnotenboompje	=	kokosnotenboom
kokosnotenboompjes	=	kokosnotenboom
kokosolie	noun	een soort plantaardige olie gewonnen uit kokosnoten
kokosolies	=	kokosolie
kokosoliën	=	kokosolie
kokosorgeade	noun	drank gewonnen uit kokosnootvlees met amandelessence als toevoeging
kokospalm	noun	Cocos nucifera een palm behorend tot de palmenfamilie (Palmae of Arecaceae) die tot 30 m hoog kan worden en 4-6 m lange bladeren heeft.
kokospalmen	=	kokospalm
kokospalmpje	=	kokospalm
kokospalmpjes	=	kokospalm
kokospalmsuiker	noun	kokend tot een bruine suiker ingedikte kokosmelk
kokospalmsuikers	=	kokospalmsuiker
kokosplantage	noun	plaats waar men kokospalmen laat groeien
kokosplantages	=	kokosplantage
kokossen	=	kokos
kokossuiker	noun	door koken tot een bruine suiker ingedikte kokosmelk
kokossuikers	=	kokossuiker
kokosvet	noun	een tropische olie, die wordt verkregen door persen of extractie van kopra, het gedroogde witte vruchtvlees van de vrucht van de kokospalm Cocos nucifera, de kokosnoot
kokosvetten	=	kokosvet
kokosvezel	noun	een vezel gewonnen uit de schil van een kokosnoot
kokosvezels	=	kokosvezel
kokosvlees	noun	vruchtvlees van de kokosnoot
kokoswater	noun	waterig vocht dat in een kokosnoot zit
kokoswaters	=	kokoswater
koks	=	kok
koksbuis	noun	de kledij die koks dragen tijdens hun werk
koksbuisje	=	koksbuis
koksbuisjes	=	koksbuis
koksbuizen	=	koksbuis
koksdiploma	noun	getuigschrift dat je behaalt na het voltooien van de koksopleiding
koksdiploma's	=	koksdiploma
koksdiplomaatje	=	koksdiploma
koksdiplomaatjes	=	koksdiploma
koksmaat	noun	hulpje van de kok
koksmaatje	=	koksmaat
koksmaatjes	=	koksmaat
koksmaats	=	koksmaat
koksmaten	=	koksmaat
koksmes	noun	door de kok gebruikt mes
koksmesje	=	koksmes
koksmesjes	=	koksmes
koksmessen	=	koksmes
koksmuts	noun	hoge witte muts
koksmutsen	=	koksmuts
koksmutsje	=	koksmuts
koksmutsjes	=	koksmuts
koksopleiding	noun	een beroepsopleiding die studenten voorbereidt op een carrière in een professionele keuken.
koksopleidingen	=	koksopleiding
koksopleidinkje	=	koksopleiding
koksopleidinkjes	=	koksopleiding
koksscholen	=	koksschool
koksschool	noun	vakopleiding voor koks
koksschooltje	=	koksschool
koksschooltjes	=	koksschool
kokstoof	=	kokstoven
kokstoofde	=	kokstoven
kokstoofden	=	kokstoven
kokstooft	=	kokstoven
kokstove	=	kokstoven
kokstoven	verb	op listige wijze, in het geheim weten te regelen
kokstovend	=	kokstoven
kokt	=	kokken
kokte	=	kokken
kokten	=	kokken
kol	noun	een heuvel in de wielersport
kola	noun	benaming voor bomen uit het geslacht Cola, tropische bomen die kolanoten leveren
kola's	=	kola
kolam	noun	traditionele Zuid-Indiase kunstvorm van geometrische lijntekeningen, gemaakt met rijstmeel of gekleurd poeder op de grond voor de ingang van een huis
kolanoot	noun	Cola acuminata cafeïne bevattende noot van de kolaboom, werd (en wordt misschien nog) gebruikt ter vervaardiging van opwekkende dranken
kolanoten	=	kolanoot
kolbak	noun	berenmuts
kolbakken	=	kolbak
kolbaks	=	kolbak
kolblei	noun	Blicca bjoerkna een zoetwatervis die tot de karperachtigen behoort
kolbleien	=	kolblei
kolbleitje	=	kolblei
kolbleitjes	=	kolblei
kolchoz	noun	groot collectief landbouwbedrijf in de voormalige communistische landen met name de Sovjet-Unie
kolchozen	=	kolchoz
kolder	noun	leren harnas voor het bovenlijf
kolderde	=	kolderen
kolderden	=	kolderen
koldere	=	kolderen
kolderen	verb	aan de kolder lijden
kolderend	=	kolderen
kolderende	=	kolderen
kolderiek	adj	op een humoristische manier, anders dan anders
kolderieke	=	kolderiek
kolderieker	=	kolderiek
kolderiekere	=	kolderiek
kolderiekers	=	kolderiek
kolderieks	=	kolderiek
kolderiekst	=	kolderiek
kolderiekste	=	kolderiek
kolders	=	kolder
koldert	=	kolderen
koldertje	=	kolder
koldertjes	=	kolder
koleel	noun	instituut voor gevorderde Talmoedstudie
koleire	intj	vreselijke ziekte (cholera)
koleirig	adj	heel boos
koleirige	=	koleirig
koleiriger	=	koleirig
koleirigere	=	koleirig
koleirigers	=	koleirig
koleirigs	=	koleirig
koleirigst	=	koleirig
koleirigste	=	koleirig
koleliem	=	koleel
kolen	noun	brandstof bestaand uit brokken steenkool
kolenaak	noun	boot geschikt voor het vervoer van steenkool op binnenwateren
kolenader	noun	dunne laag kolen tussen gesteente
kolenaders	=	kolenader
kolenaken	=	kolenaak
kolenboer	noun	leverancier van steenkool
kolenboeren	=	kolenboer
kolenboertje	=	kolenboer
kolenboertjes	=	kolenboer
kolenbrander	noun	iemand die houtskool maakt door onder uitsluiting van zuurstof hout te verhitten
kolenbranderij	noun	bedrijf waar houtskool gebrand wordt
kolenbranderijen	=	kolenbranderij
kolenbranders	=	kolenbrander
kolenbranderschildpad	noun	Chelonoidis carbonarius een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
kolenbranderschildpadden	=	kolenbranderschildpad
kolenbranderschildpadje	=	kolenbranderschildpad
kolenbranderschildpadjes	=	kolenbranderschildpad
kolencentrale	noun	thermische centrale die elektrische stroom opwekt door verbranding van steenkool
kolencentrales	=	kolencentrale
kolendamp	noun	een giftig reukloos gas dat ontstaat door onvolledige verbranding
kolendampen	=	kolendamp
kolengruis	noun	tot fijne korrels verbrokkelde steenkool
kolenhaard	noun	kachel waarin men steenkolen verbrandt
kolenhaarden	=	kolenhaard
kolenhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep steenkool in- en verkoopt
kolenhandelaars	=	kolenhandelaar
kolenhandelaartje	=	kolenhandelaar
kolenhandelaartjes	=	kolenhandelaar
kolenhandelaren	=	kolenhandelaar
kolenhok	noun	een donkere vuile ruimte waar men vroeger kolen bewaarde voor de kolenhaard
kolenhokken	=	kolenhok
kolenkachel	noun	verwarmingstoestel waarin steenkolen worden gebruikt als brandstof
kolenkachels	=	kolenkachel
kolenkacheltje	=	kolenkachel
kolenkacheltjes	=	kolenkachel
kolenkalk	noun	onderste formatie van het carboon
kolenkalken	=	kolenkalk
kolenkalkje	=	kolenkalk
kolenkalkjes	=	kolenkalk
kolenkelder	noun	ondergrondse ruimte waarin steenkolen worden opgeslagen
kolenkelders	=	kolenkelder
kolenkeldertje	=	kolenkelder
kolenkeldertjes	=	kolenkelder
kolenkit	noun	ijzeren bak waarin men kolen kan bewaren en in de kachel gooien
kolenkitje	=	kolenkit
kolenkitjes	=	kolenkit
kolenkitten	=	kolenkit
kolenman	noun	werknemer die de kolen aan huis bezorgde (soms verpakt in grote jutezakken)
kolenmannen	=	kolenman
kolenmannetje	=	kolenman
kolenmannetjes	=	kolenman
kolenmijn	noun	een mijn waar steenkool of bruinkool wordt gewonnen
kolenmijnen	=	kolenmijn
kolenmijntje	=	kolenmijn
kolenmijntjes	=	kolenmijn
kolenopslagplaats	noun	een plaats waar kolen opgeslagen worden
kolenschepen	=	kolenschip
kolenschip	noun	vrachtboot die gebruikt wordt voor het vervoer van steenkolen
kolenschop	noun	een schep om kolen mee te scheppen
kolenschopje	=	kolenschop
kolenschopjes	=	kolenschop
kolenschoppen	=	kolenschop
kolenslak	noun	onbrandbaar bestanddeel van steenkool
kolenslakje	=	kolenslak
kolenslakjes	=	kolenslak
kolenslakken	=	kolenslak
kolenstof	noun	zwartkleurig poeder dat bestaat uit verpulverde steenkool
kolenstoffen	=	kolenstof
kolenstofje	=	kolenstof
kolenstofjes	=	kolenstof
kolentip	noun	een installatie om de lading van een kolenwagon in één keer in een schip te lossen of daaruit te zuigen
kolentips	=	kolentip
kolenvergasser	noun	installatie voor het winnen van gas uit steenkool
kolenvergassers	=	kolenvergasser
kolenvoorraad	noun	een hoeveelheid steenkool die men direct tot zijn beschikking heeft
kolenvoorraadje	=	kolenvoorraad
kolenvoorraadjes	=	kolenvoorraad
kolenvoorraden	=	kolenvoorraad
kolenvuren	=	kolenvuur
kolenvuur	noun	vuur dat ontstaat door brandende steenkool
kolenvuurtje	=	kolenvuur
kolenvuurtjes	=	kolenvuur
kolenwagen	noun	open treinwagon waarin kolen worden vervoerd
kolenwagens	=	kolenwagen
kolenwagentje	=	kolenwagen
kolenwagentjes	=	kolenwagen
kolenwasserij	noun	bovengrondse inrichting bij een kolenmijn waar de gedolven steenkool wordt gescheiden van meegedolven gesteente, zoals steenpuin
kolenwasserijen	=	kolenwasserij
kolenwasserijtje	=	kolenwasserij
kolenwasserijtjes	=	kolenwasserij
kolenzak	noun	slap, wat rechthoekig hulsel van jute waarin men steenkolen vervoert
kolenzakje	=	kolenzak
kolenzakjes	=	kolenzak
kolenzakken	=	kolenzak
kolere	noun|informal	uitroep van woede, ergernis e.d. waarmee men iemand iets vervelends toewenst	intj	uitroep van afkeer
koleriek	adj	driftig
kolerieke	=	koleriek
kolerieker	=	koleriek
koleriekere	=	koleriek
koleriekers	=	koleriek
kolerieks	=	koleriek
koleriekst	=	koleriek
koleriekste	=	koleriek
kolerig	adj	van een persoon: snel boos of driftig kunnen worden
kolerige	=	kolerig
koleriger	=	kolerig
kolerigere	=	kolerig
kolerigers	=	kolerig
kolerigs	=	kolerig
kolerigst	=	kolerig
kolerigste	=	kolerig
koleur	=	kleur
koleuren	=	kleuren
kolf	noun	een instrument voor het afzuigen en opvangen van moedermelk
kolfbal	noun	bal die men bij het kolven gebruikt
kolfballen	=	kolfbal
kolfballetje	=	kolfbal
kolfballetjes	=	kolfbal
kolfde	=	kolven
kolfden	=	kolven
kolfje	noun	een kolfje naar iemands hand zijn: iets dat hij graag doet
kolfjes	=	kolf
kolfpaal	noun	paal waartegen de bal bij het kolven geslagen moet worden
kolfpaaltje	=	kolfpaal
kolfpaaltjes	=	kolfpaal
kolfpalen	=	kolfpaal
kolft	=	kolven
kolfvormig	adj	vorm van een kolf hebbend
kolfvormige	=	kolfvormig
kolfvormiger	=	kolfvormig
kolfvormigere	=	kolfvormig
kolfvormigers	=	kolfvormig
kolfvormigs	=	kolfvormig
kolfvormigst	=	kolfvormig
kolfvormigste	=	kolfvormig
kolgans	noun	Anser albifrons een ganzensoort van Noord-Amerika en Europa met een witte kol vlak voor zijn snavel
kolgansje	=	kolgans
kolgansjes	=	kolgans
kolganzen	=	kolgans
kolibrie	noun	een zeer klein vogeltje met een zeer snelle vleugelslag van de familie Trochilidae uit de orde der grootvleugeligen
kolibriemuisspecht	noun	Campylorhamphus trochilirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
kolibriemuisspechten	=	kolibriemuisspecht
kolibriemuisspechtje	=	kolibriemuisspecht
kolibriemuisspechtjes	=	kolibriemuisspecht
kolibries	noun	Trochilidae een familie van vogels die inheems zijn in de beide Amerika's.
kolibrietje	=	kolibrie
kolibrietjes	=	kolibrie
kolibrievlinder	noun	Macroglossum stellatarum een vlinder uit de familie van de pijlstaarten (Sphingidae).
kolibrievlinders	=	kolibrievlinder
kolibrievlindertje	=	kolibrievlinder
kolibrievlindertjes	=	kolibrievlinder
koliek	noun	een hevige pijn door krampen in een hol orgaan, zoals de darmen
kolieken	=	koliek
koliekje	=	koliek
koliekjes	=	koliek
kolk	noun	een slurfvormige draaiing, met name in een watermassa
kolke	=	kolken
kolken	verb	met een draaiiende beweging stijgen of dalen
kolkend	adj	wild stromend en ronddraaiend
kolkende	=	kolkend
kolkends	=	kolkend
kolkgat	noun	plaats waar water met een draaiende beweging in de diepte wegstroomt
kolkgaten	=	kolkgat
kolkje	=	kolk
kolkjes	=	kolk
kolkt	=	kolken
kolkte	=	kolken
kolkten	=	kolken
kollel	noun	instituut voor gevorderde Talmoedstudie
kollels	=	kollel
kollen	=	kol
koller	=	kol
kollerblok	noun	lagerblok van een scheepsschroefas
kollerblokje	=	kollerblok
kollerblokjes	=	kollerblok
kollerblokken	=	kollerblok
kollere	=	kol
kollers	=	kol
kolletje	=	kol
kolletjes	=	kol
kolmogorovruimte	noun	een topologische ruimte waarin elk paar verschillende punten topologisch onderscheidbaar wat betekent dat er voor elke tweetal verschillende punten x en y een open verzameling bestaat die precies een van de punten bevat
kolmogorovruimtes	=	kolmogorovruimte
kolokwint	noun	naam van een soort plant Citrullus colocynthis die groeit op droge zandgrond in het Middellandse Zeegebied en Azië
kolokwinten	=	kolokwint
kolom	noun	een vrijstaand steunpunt van hout, steen, beton of metaal, vergelijk zuil
kolombangaraboszanger	noun	Phylloscopus amoenus een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
kolombangaraboszangers	=	kolombangaraboszanger
kolombangaraboszangertje	=	kolombangaraboszanger
kolombangaraboszangertjes	=	kolombangaraboszanger
kolombekisting	noun	bekisting om een in beton te vervaardigen kolom
kolomboormachine	noun	boortoestel waarbij de boorhouder op een kolom gemonteerd is en met een hefboom omlaag en omhoog bewogen kan worden
kolomboormachines	=	kolomboormachine
kolommen	=	kolom
kolommetje	=	kolom
kolommetjes	=	kolom
kolomradiator	noun	radiator bestaande uit verticale buizen
kolomradiatoren	=	kolomradiator
kolomradiators	=	kolomradiator
kolomradiatortje	=	kolomradiator
kolomradiatortjes	=	kolomradiator
kolomvector	noun	een n×1-matrix die uit een enkele kolom van n elementen bestaat
kolomvectoren	=	kolomvector
kolonel	noun	een hoge opperofficiersrang, nog net onder de doorgaans hoogste rang van generaal
kolonel-generaal	noun	een rang in het Pruisische leger, het Duitse keizerlijke leger en de Wehrmacht, het leger van nazi-Duitsland
kolonel-generaals	=	kolonel-generaal
kolonelletje	=	kolonel
kolonelletjes	=	kolonel
kolonels	=	kolonel
kolonelschap	noun	het kolonel zijn; de functie van kolonel
kolonelschappen	=	kolonelschap
kolong	noun	palen waarop een huis gebouwd was of waarop een bed geconstrueerd was, alsmede de ruimte ertussen in het Nederlands-Indië van weleer
kolongs	=	kolong
koloniaal	noun	militair, die dienst doet in de koloniën	adj	betrekking hebbend op koloniën en het hebben van koloniën
koloniaals	=	koloniaal
koloniaalst	=	koloniaal
koloniaalste	=	koloniaal
koloniaaltje	=	koloniaal
koloniaaltjes	=	koloniaal
koloniale	=	koloniaal
kolonialen	=	koloniaal
kolonialer	=	koloniaal
kolonialere	=	koloniaal
kolonialers	=	koloniaal
kolonialiseer	=	kolonialiseren
kolonialiseerde	=	kolonialiseren
kolonialiseerden	=	kolonialiseren
kolonialiseert	=	kolonialiseren
kolonialisere	=	kolonialiseren
kolonialiseren	verb	een ander land onder bewind van het eigen land stellen
kolonialiserend	=	kolonialiseren
kolonialiserende	=	kolonialiseren
kolonialisme	noun	politiek systeem waarbij een land voor eigen voordeel een of meer andere landen bestuurt
kolonialistisch	adj	betrekking hebbend op het kolonialisme of een kolonialist
kolonialistische	=	kolonialistisch
kolonialistischer	=	kolonialistisch
kolonialistischere	=	kolonialistisch
kolonialistischers	=	kolonialistisch
kolonie	noun	een vestiging van een deel van een bevolking, buiten het eigenlijke territorium van dat volk
koloniehuisvesting	noun	soort kippenren waarin een groep kippen wordt gehouden, zonder uitloop naar buiten
koloniehuisvestingen	=	koloniehuisvesting
kolonies	=	kolonie
kolonietje	=	kolonie
kolonietjes	=	kolonie
kolonisatie	noun	het koloniseren, het vestigen van kolonies
kolonisatiepoging	noun	een gerichte, vaak militaire of politieke onderneming van een staat om een nieuw gebied te veroveren, te bezetten en er de eigen bevolking te vestigen.
kolonisatiepogingen	=	kolonisatiepoging
kolonisatiepoginkje	=	kolonisatiepoging
kolonisatiepoginkjes	=	kolonisatiepoging
kolonisaties	=	kolonisatie
kolonisator	noun	mogendheid of iemand die koloniseert
kolonisatoren	=	kolonisator
kolonisators	=	kolonisator
kolonisatortje	=	kolonisator
kolonisatortjes	=	kolonisator
koloniseer	=	koloniseren
koloniseerde	=	koloniseren
koloniseerden	=	koloniseren
koloniseert	=	koloniseren
kolonisere	=	koloniseren
koloniseren	verb	koloniën vormen
koloniserend	=	koloniseren
koloniserende	=	koloniseren
kolonist	noun	iemand die zich in een kolonie heeft gevestigd
kolonisten	=	kolonist
kolonistenagame	noun	Agama agama een hagedis uit de familie agamen (Agamidae)
kolonistenagamen	=	kolonistenagame
kolonistenagametje	=	kolonistenagame
kolonistenagametjes	=	kolonistenagame
kolonistenbeweging	noun	een georganiseerde groep mensen die zich vestigt in een nieuw, vaak betwist gebied om daar de aanwezigheid, cultuur en politieke macht van hun eigen bevolkingsgroep permanent te verankeren.
kolonistenbewegingen	=	kolonistenbeweging
kolonistenbeweginkje	=	kolonistenbeweging
kolonistenbeweginkjes	=	kolonistenbeweging
kolonistje	=	kolonist
kolonistjes	=	kolonist
koloniën	=	kolonie
koloriet	=	coloriet
kolos	noun	iets heel groots
kolosje	=	kolos
kolosjes	=	kolos
kolossaal	adj	van bijzonder grote omvang
kolossaals	=	kolossaal
kolossaalst	=	kolossaal
kolossaalste	=	kolossaal
kolossale	=	kolossaal
kolossaler	=	kolossaal
kolossalere	=	kolossaal
kolossalers	=	kolossaal
kolossen	=	kolos
kolossus	noun|figurative	iets dat zeer groot is
kolossussen	=	kolossus
kolot	=	kol
kols	=	kol
kolst	=	kol
kolste	=	kol
kolve	=	kolven
kolven	verb	het aftappen van moedermelk van de borst van een moeder
kolvend	=	kolven
kolvende	=	kolven
kolvenier	noun	soldaat die een schietbus gebruikt
kolveniers	=	kolvenier
kolver	noun	beoefenaar van het kolven, van het kolfspel
kom	noun	eetgerei zoals een bord, maar dan dieper
komaan	intj	een bemoedigende aansporing
komaf	noun	afkomst
komaliwant	noun	benaming voor serviesgoed aan boord van een schip
kombucha	noun	drankje van gefermenteerde zoete thee
kombuchaatje	=	kombucha
kombuchabrouwer	noun	persoon of onderneming die het drankje kombucha maakt
kombuchabrouwers	=	kombuchabrouwer
kombuchaproducent	noun	persoon of onderneming die het drankje kombucha produceert
kombuchaproducenten	=	kombuchaproducent
kombuchas	=	kombucha
kombuis	noun	keuken op een schip
kombuisje	=	kombuis
kombuisjes	=	kombuis
kombuizen	=	kombuis
kombuys	=	kombuis
kome	=	komen
komediant	noun	toneelspeler in blijspelen
komedianten	=	komediant
komediantesk	adj	grappig, humorvol
komedianteske	=	komediantesk
komediantesker	=	komediantesk
komedianteskere	=	komediantesk
komedianteskers	=	komediantesk
komediantesks	=	komediantesk
komedianteskst	=	komediantesk
komedianteskste	=	komediantesk
komediantje	=	komediant
komediantjes	=	komediant
komedie	noun	toneelstuk met een komische plot
komedies	=	komedie
komediestuk	noun	toneelvoorstelling met een vrolijk verhaal
komediestukken	=	komediestuk
komedietje	=	komedie
komedietjes	=	komedie
komediën	noun|obsolete	meervoudsvorm van komedie
komeet	noun	een licht hemellichaam van ijs, gas en stof, zich in een baan ver buiten die van de planeten bewegend, dat bij het naderen van de zon een wolk van gas en gruis in de vorm van een staart ontwikkelt
komeetachtig	adj	lijkend op een komeet
komeetachtige	=	komeetachtig
komeetachtiger	=	komeetachtig
komeetachtigere	=	komeetachtig
komeetachtigers	=	komeetachtig
komeetachtigs	=	komeetachtig
komeetachtigst	=	komeetachtig
komeetachtigste	=	komeetachtig
komeetje	=	komeet
komeetjes	=	komeet
komeetkern	noun	het vaste, centrale deel van een komeet
komeetkernen	=	komeetkern
komeetkerntje	=	komeetkern
komeetkerntjes	=	komeetkern
komeetstaartvlinder	noun	Argema mittrei een nachtvlinder uit de familie van de Saturniidae.
komeetstaartvlinders	=	komeetstaartvlinder
komeetstaartvlindertje	=	komeetstaartvlinder
komeetstaartvlindertjes	=	komeetstaartvlinder
komen	verb	bewegen van verder weg naar dichterbij
komend	adj	eerstvolgend
komende	=	komen
komends	=	komend
komenij	noun|obsolete	een (kruideniers)winkel (van Sinkel) waarin zaken van de meest uiteenlopende aard worden verkocht
komenijen	=	komenij
komenijswinkel	noun|obsolete	kruidenierswinkel, komenij
komenijswinkels	=	komenijswinkel
komenijswinkeltje	=	komenijswinkel
komenijswinkeltjes	=	komenijswinkel
komenijtje	=	komenij
komenijtjes	=	komenij
kometen	=	komeet
komfoor	noun	een toestel om iets in warm te maken of te houden
komfoortje	=	komfoor
komfoortjes	=	komfoor
komforen	=	komfoor
komiek	noun	iemand die een publiek vermaakt door ze aan het lachen te brengen	adj	lachlust opwekkend
komieke	=	komiek
komiekeling	noun|informal	grappenmaker
komiekelingen	=	komiekeling
komiekelingetje	=	komiekeling
komiekelingetjes	=	komiekeling
komieken	=	komiek
komieker	=	komiek
komiekere	=	komiek
komiekerig	adj	op een komiek lijkend
komiekerige	=	komiekerig
komiekeriger	=	komiekerig
komiekerigere	=	komiekerig
komiekerigers	=	komiekerig
komiekerigs	=	komiekerig
komiekerigst	=	komiekerig
komiekerigste	=	komiekerig
komiekers	=	komiek
komiekje	=	komiek
komiekjes	=	komiek
komieks	=	komiek
komiekst	=	komiek
komiekste	=	komiek
komijn	noun	synoniem voor de zaden (komijnzaad) van Cuminum cyminum, met een zeer sterk, doordringend aroma dat de spijsvertering bevordert
komijnekaas	noun	kaas met komijnzaad als smaakmaker
komijnekazen	=	komijnekaas
komijntje	=	komijn
komijntjes	=	komijn
komijnzaad	noun	zaden van de komijnplant Cuminum cyminum
komijnzaadje	=	komijnzaad
komijnzaadjes	=	komijnzaad
komijnzaden	=	komijnzaad
komisch	adj	de lachlust opwekkend
komische	=	komisch
komischer	=	komisch
komischere	=	komisch
komischers	=	komisch
komischt	=	komisch
komischte	=	komisch
komke	=	kom
komkom	intj	sussende uitroep
komkommer	noun	Cucumis sativus een langwerpige vrucht die men vooral rauw als salade eet (en die meestal als groente wordt beschouwd)
komkommerfamilie	noun	een familie Cucurbitaceae van tweezaadlobbige planten.
komkommerfamilies	=	komkommerfamilie
komkommerfamilietje	=	komkommerfamilie
komkommerfamilietjes	=	komkommerfamilie
komkommermaand	noun	een maand met (schijnbaar) weinig belangwekkende gebeurtenissen
komkommermaanden	=	komkommermaand
komkommermaandje	=	komkommermaand
komkommermaandjes	=	komkommermaand
komkommerplant	noun	Cucumis sativus plant die de komkommer oplevert
komkommerplanten	=	komkommerplant
komkommers	=	komkommer
komkommersalade	noun	salade bereid met komkommers
komkommersalades	=	komkommersalade
komkommersoep	noun	vloeibaar gerecht, gemaakt door het koken van de langwerpige vrucht van Cucumis sativus
komkommerspinnen	noun	Araniella een geslacht van spinnen uit de familie van de wielwebspinnen (Araneidae).
komkommertijd	noun	periode in het jaar waarin er (ogenschijnlijk) weinig belangrijk nieuws te melden is, in het bijzonder de maanden juli en augustus
komkommertijden	=	komkommertijd
komkommertje	=	komkommer
komkommertjes	=	komkommer
komma	noun	een leesteken dat een pauze aangeeft, weergegeven met symbool
komma's	=	komma
komma-uil	noun	Leucania comma een nachtvlinder uit de familie van de Noctuidae, de uilen.
komma-uilen	=	komma-uil
komma-uiltje	=	komma-uil
komma-uiltjes	=	komma-uil
kommaatje	=	komma
kommaatjes	=	komma
kommabladroller	noun	Aethes smeathmanniana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kommabladrollers	=	kommabladroller
kommabladrollertje	=	kommabladroller
kommabladrollertjes	=	kommabladroller
kommacoronamot	noun	een vlinder Anania perlucidalis uit de familie van de grasmotten (Crambidae).
kommacoronamotje	=	kommacoronamot
kommacoronamotjes	=	kommacoronamot
kommacoronamotten	=	kommacoronamot
kommagaasvlieg	noun	Chrysopa commata een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
kommagaasvliegen	=	kommagaasvlieg
kommagaasvliegje	=	kommagaasvlieg
kommagaasvliegjes	=	kommagaasvlieg
kommagetal	noun	Wat doorgaans met kommagetal wordt aangeduid kan ook decimaal getal of decimale breuk genoemd worden.
kommagetallen	=	kommagetal
kommagetalletje	=	kommagetal
kommagetalletjes	=	kommagetal
kommalie	noun	kom
kommaliebehoefte	noun	tafel- en eetgerei aan boord van een schip
kommaliebehoeften	=	kommaliebehoefte
kommaliebehoeftes	=	kommaliebehoefte
kommaliebehoeftetje	=	kommaliebehoefte
kommaliebehoeftetjes	=	kommaliebehoefte
kommaliegoed	noun	alle tafel- en eetgerei (servies, bestek, schalen) aan boord van een schip
kommaliegoederen	=	kommaliegoed
kommaliegoedje	=	kommaliegoed
kommaliegoedjes	=	kommaliegoed
kommaliewant	noun	tafel- en eetgerei aan boord van een schip
kommaliewanten	=	kommaliewant
kommaneuker	noun	iemand die zich overmatig druk maakt over onbeduidende details
kommaneukers	=	kommaneuker
kommaneukertje	=	kommaneuker
kommapunt	noun	leesteken dat twee nauw aan elkaar gerelateerde zinnen tot een geheel verbindt (;)
kommapunten	=	kommapunt
kommapuntje	=	kommapunt
kommapuntjes	=	kommapunt
kommavlekkroonslak	noun	Doto koenneckeri een slakkensoort uit de familie van de kroonslakken (Dotidae).
kommavlekkroonslakje	=	kommavlekkroonslak
kommavlekkroonslakjes	=	kommavlekkroonslak
kommavlekkroonslakken	=	kommavlekkroonslak
kommavlinder	noun	Hesperia comma een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
kommavlinders	=	kommavlinder
kommavlindertje	=	kommavlinder
kommavlindertjes	=	kommavlinder
kommavormig	adj	vorm van een komma hebbend
kommavormige	=	kommavormig
kommavormiger	=	kommavormig
kommavormigere	=	kommavormig
kommavormigers	=	kommavormig
kommavormigs	=	kommavormig
kommavormigst	=	kommavormig
kommavormigste	=	kommavormig
kommawespenboktor	noun	Chlorophorus varius een kever die behoort tot de familie boktorren (Cerambycidae)
kommawespenboktorren	=	kommawespenboktor
kommawespenboktorretje	=	kommawespenboktor
kommawespenboktorretjes	=	kommawespenboktor
kommawimperzweefvlieg	noun	Dasysyrphus friuliensis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kommawimperzweefvliegen	=	kommawimperzweefvlieg
kommawimperzweefvliegje	=	kommawimperzweefvlieg
kommawimperzweefvliegjes	=	kommawimperzweefvlieg
kommawortelmot	noun	Dichrorampha petiverella een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
kommawortelmotje	=	kommawortelmot
kommawortelmotjes	=	kommawortelmot
kommawortelmotten	=	kommawortelmot
kommen	=	kom
kommer	noun	verdriet, leed
kommerlijk	adj	ellendig, bekommerd, vol zorg, bezorgd
kommerlijke	=	kommerlijk
kommerlijker	=	kommerlijk
kommerlijkere	=	kommerlijk
kommerlijkers	=	kommerlijk
kommerlijks	=	kommerlijk
kommerlijkst	=	kommerlijk
kommerlijkste	=	kommerlijk
kommerloos	adj	zonder kommer
kommerloost	=	kommerloos
kommerlooste	=	kommerloos
kommerloze	=	kommerloos
kommerlozer	=	kommerloos
kommerlozere	=	kommerloos
kommerlozers	=	kommerloos
kommernis	noun	zorg
kommernissen	=	kommernis
kommervol	adj	met veel kommer en kwel, heel moeilijk
kommervolle	=	kommervol
kommervoller	=	kommervol
kommervollere	=	kommervol
kommervollers	=	kommervol
kommervols	=	kommervol
kommervolst	=	kommervol
kommervolste	=	kommervol
kommetje	=	kom
kommetjes	=	kom
kommets	noun	bepaald schriftteken voor klinker met o-karakter, dat onder een letterteken wordt geplaatst
kommetsen	=	kommets
kommunisme	=	communisme
kommunisties	=	communistisch
kommunistisch	=	communistisch
komodovaraan	noun	Varanus komodoensis een hagedis uit de familie varanen (Varanidae)
komodovaraantje	=	komodovaraan
komodovaraantjes	=	komodovaraan
komodovaranen	=	komodovaraan
komorenkathaai	noun	Scyliorhinus comoroensis een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
komorenkathaaien	=	komorenkathaai
komorenkathaaitje	=	komorenkathaai
komorenkathaaitjes	=	komorenkathaai
kompaan	noun	kameraad
kompaantje	=	kompaan
kompanen	=	kompaan
kompas	noun	instrument [1] waarvan de naald het magnetische noorden aanwijst
kompasbeugel	noun	elk van beide ringen waarin het cardanisch opgehangen scheepskompas waterpas blijft hangen
kompasbeugels	=	kompasbeugel
kompasbeugeltje	=	kompasbeugel
kompasbeugeltjes	=	kompasbeugel
kompasfout	noun	afwijking van de kompasnaald t.o.v. het werkelijke noorden
kompasfouten	=	kompasfout
kompashuis	noun	het huis waar het kompas in is opgehangen
kompashuisje	=	kompashuis
kompashuisjes	=	kompashuis
kompashuizen	=	kompashuis
kompasje	=	kompas
kompasjes	=	kompas
kompasketel	noun	geheel vrij opgehangen luchtdichte ketel waarin de kompasroos draait op de pen
kompasketels	=	kompasketel
kompasketeltje	=	kompasketel
kompasketeltjes	=	kompasketel
kompaskwal	noun	bepaald soort kwal, Chrysaora hysoscella, behorend tot de klasse schijfkwallen Scyphozoa
kompaskwallen	=	kompaskwal
kompaskwalletje	=	kompaskwal
kompaskwalletjes	=	kompaskwal
kompasnaald	noun	draaibare magneetnaald van een kompas die altijd naar het magnetische noorden wijst
kompasnaalden	=	kompasnaald
kompasnaaldje	=	kompasnaald
kompasnaaldjes	=	kompasnaald
kompaspen	noun	metalen spits waarop de kompasnaald of de roos rust en draait
kompaspennen	=	kompaspen
kompaspennetje	=	kompaspen
kompaspennetjes	=	kompaspen
kompasplant	noun	plant die zo groeit dat hieruit de ligging van het noorden kan worden afgeleid
kompasplanten	=	kompasplant
kompasplantje	=	kompasplant
kompasplantjes	=	kompasplant
kompasroos	noun	cirkel waarop de windstreken zijn afgebeeld
kompasroosje	=	kompasroos
kompasroosjes	=	kompasroos
kompasrozen	=	kompasroos
kompassen	=	kompas
kompassla	noun	Lactuca serriola plant uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae) waarvan de gedraaide bladtoppen de noord-zuidrichting aanwijzen
kompassla-uil	noun	Hecatera dysodea een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
kompassla-uilen	=	kompassla-uil
kompassla-uiltje	=	kompassla-uil
kompassla-uiltjes	=	kompassla-uil
kompasstreek	noun	elk van de 32 windstreken van het kompas
kompasstreken	=	kompasstreek
kompastermiet	noun	Amitermes meridionalis een termiet die behoort tot de familie Rhinotermitidae.
kompastermieten	=	kompastermiet
kompastermietje	=	kompastermiet
kompastermietjes	=	kompastermiet
kompel	noun	een persoon die werkzaam is in de mijnbouw
kompelkleding	noun	de specifieke, robuuste werkkleding die mijnwerkers droegen tijdens het delven van steenkool of mineralen ondergronds.
kompels	=	kompel
kompeltje	=	kompel
kompeltjes	=	kompel
kompjoeter	=	computer
kompleet	=	compleet
komplot	=	complot
kompres	noun	natte omslag als geneesmiddel of heelmiddel	adj	dicht ineen
kompresje	=	kompres
kompresjes	=	kompres
kompresse	=	kompres
kompressen	=	kompres
kompresser	=	kompres
kompressere	=	kompres
kompressers	=	kompres
komprest	=	kompres
kompreste	=	kompres
komptoir	=	kantoor
komptoor	=	kantoor
komst	noun	het feit dat iemand of iets komt
komsten	=	komst
komt	=	komen
komtoir	=	kantoor
komtoor	=	kantoor
komvormig	adj	vorm van een kom hebbend
komvormige	=	komvormig
komvormiger	=	komvormig
komvormigere	=	komvormig
komvormigers	=	komvormig
komvormigs	=	komvormig
komvormigst	=	komvormig
komvormigste	=	komvormig
kon	=	kunnen
konavink	noun	Chloridops kona een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
konavinken	=	konavink
konavinkje	=	konavink
konavinkjes	=	konavink
kond	adj|obsolete	kennende, wetende, op de hoogte
konde	verb|obsolete	eerste persoon enkelvoud verleden tijd van kunnen
konden	=	kunnen
konder	=	kond
kondere	=	kond
konders	=	kond
kondig	=	kondigen
kondigde	=	kondigen
kondigden	=	kondigen
kondige	=	kondigen
kondigen	verb	officieel bekend maken
kondigend	=	kondigen
kondigt	=	kondigen
konditorei	noun	een banketbakkerij die doorgaans ook dienst doet als café
konditoreien	=	konditorei
konds	=	kond
kondschap	=	kondschappen
kondschappe	=	kondschappen
kondschappen	verb	berichten
kondschappend	=	kondschappen
kondschappende	=	kondschappen
kondschapper	noun	boodschapper, verkondiger
kondschappers	=	kondschapper
kondschappertje	=	kondschapper
kondschappertjes	=	kondschapper
kondschapt	=	kondschappen
kondschapte	=	kondschappen
kondschapten	=	kondschappen
kondst	=	kond
kondste	=	kond
kondt	=	kunnen
konen	=	koon
konfijt	=	konfijten
konfijte	=	konfijten
konfijten	verb	plaatsen van levensmiddelen in suiker om deze te zoeten en te conserveren
konfijtend	=	konfijten
konfijtende	=	konfijten
konfijtte	=	konfijten
konfijtten	=	konfijten
kongeraal	noun	bepaalde straalvinnige vis, Conger conger, die behoort tot de zeepalingen Congridae
kongeralen	=	kongeraal
kongo-eekhoorn	noun	Funisciurus congicus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
kongo-eekhoorns	=	kongo-eekhoorn
kongo-eekhoorntje	=	kongo-eekhoorn
kongo-eekhoorntjes	=	kongo-eekhoorn
kongogras	noun	Brachiaria ruziziensis weidegras uit de Afrikaanse Kongo
kongograssen	=	kongogras
kongolees	=	congolees
kongozalm	noun	Phenacogrammus interruptus een straalvinnige vis uit de familie van de afrikaanse karperzalmen (Alestidae).
kongozalmen	=	kongozalm
kongozalmpje	=	kongozalm
kongozalmpjes	=	kongozalm
kongsi	noun	Chinese handelsvereniging in Nederlands-Indië
kongsi's	=	kongsi
kongsie	=	kongsi
kongsietje	=	kongsi
konijn	noun	bepaald soort zoogdier Oryctolagus cuniculus dat ook gedomesticeerd kan worden gehouden
konijnen	=	konijn
konijnenberg	noun	kunstmatig aangelegde hoogte voor tamme konijnen, om daarin hun holen te graven
konijnenbergen	=	konijnenberg
konijnenbont	noun	bont gemaakt van de huid van een konijn
konijnenbontje	=	konijnenbont
konijnenbontjes	=	konijnenbont
konijneneten	noun	voedsel voor het haasachtige dier Oryctolagus cuniculus, dat vaak als huisdier wordt gehouden
konijnenhok	noun	verblijfplaats voor een of meer konijnen
konijnenhokje	=	konijnenhok
konijnenhokjes	=	konijnenhok
konijnenhokken	=	konijnenhok
konijnenhol	noun	het hol van een konijn
konijnenholen	=	konijnenhol
konijnenholletje	=	konijnenhol
konijnenholletjes	=	konijnenhol
konijnenholsatijnzwam	noun	Entoloma cuniculorum een schimmel in de familie Entolomataceae.
konijnenholsatijnzwammen	=	konijnenholsatijnzwam
konijnenholsatijnzwammetje	=	konijnenholsatijnzwam
konijnenholsatijnzwammetjes	=	konijnenholsatijnzwam
konijnenjacht	noun	de jacht op konijnen
konijnenjachten	=	konijnenjacht
konijnenjachtje	=	konijnenjacht
konijnenjachtjes	=	konijnenjacht
konijnenkooi	noun	een gesloten ruimte met tralies waarin men een konijn als huisdier kan houden
konijnenkooien	=	konijnenkooi
konijnenkooitje	=	konijnenkooi
konijnenkooitjes	=	konijnenkooi
konijnenmestspikkelschijfje	noun	Ascobolus michaudii een schimmel behoren tot de familie Ascobolaceae.
konijnenmestspikkelschijfjes	=	konijnenmestspikkelschijfje
konijnenmesturntje	noun	Podosordaria tulasnei een schimmel behorend tot de familie Xylariaceae.
konijnenmesturntjes	=	konijnenmesturntje
konijnenpak	noun	verkleedkostuum in de vorm van een konijn, meestal met lange oren en een zachte stof
konijnenpakje	=	konijnenpak
konijnenpakjes	=	konijnenpak
konijnenpakken	=	konijnenpak
konijnenpijp	noun	een (lange, smalle) tunnel opengesteld voor het verkeer onder een waterloop, spoorweg of andere hindernis
konijnenpijpen	=	konijnenpijp
konijnenpijpje	=	konijnenpijp
konijnenpijpjes	=	konijnenpijp
konijnenpoep	noun	poep van konijnen
konijnenpoepen	=	konijnenpoep
konijnenpoepje	=	konijnenpoep
konijnenpoepjes	=	konijnenpoep
konijnenpoot	noun	de poot van een konijn dat door sommige mensen gezien wordt als een geluksteken
konijnenpootje	=	konijnenpoot
konijnenpootjes	=	konijnenpoot
konijnenpopulatie	noun	de populatie aan konijnen
konijnenpopulaties	=	konijnenpopulatie
konijnenpoten	=	konijnenpoot
konijnenspeelgoed	noun	een verzamelnaam voor alle objecten en materialen die bedoeld zijn om konijnen fysiek en mentaal te stimuleren
konijnentand	noun	gebitselement van een konijn, Oryctolagus cuniculus
konijnentanden	=	konijnentand
konijnentandje	=	konijnentand
konijnentandjes	=	konijnentand
konijnenvlo	noun	Spilopsyllus cuniculi een soort uit de familie van de vlooien (Pulicidae).
konijnenvlooien	=	konijnenvlo
konijnenvlooitje	=	konijnenvlo
konijnenvlooitjes	=	konijnenvlo
konijnenvoer	noun	voer voor konijnen
konijnenziekte	noun	specifieke ziekte waaraan konijnen kunnen lijden
konijnenziekten	=	konijnenziekte
konijnenziektes	=	konijnenziekte
konijntje	=	konijn
konijntjes	=	konijn
konijnuiltje	noun	bepaald soort klein soort steenuiltje dat op de grond leeft in Noord- en Midden-Amerika, Athene cunicularia
konijnuiltjes	=	konijnuiltje
konijnvissen	noun	een familie Siganidae van baarsachtige straalvinnige vissen.
konikpaard	noun	Equus caballus klein halfwild paard dat oorspronkelijk uit Polen en Wit-Rusland komt
konikpaarden	=	konikpaard
konikpaardje	=	konikpaard
konikpaardjes	=	konikpaard
koning	noun	het mannelijk hoofd van een koninkrijk
koning-stadhouder	noun	titel van iemand die zowel koning als stadhouder is
koning-stadhouders	=	koning-stadhouder
koningen	=	koning
koningen-stadhouders	=	koning-stadhouder
koningentaart	noun	een taart die gebakken wordt naar aanleiding van het driekoningenfeest en waarin een voorwerp zoals een boon, muntstuk of een porseleinen beeldje is verstopt.
koningentaarten	=	koningentaart
koningentaartje	=	koningentaart
koningentaartjes	=	koningentaart
koninggeschoten	=	koningschieten
koningin	noun	het vrouwelijk hoofd van een koninkrijk
koningin-moeder	noun	vorstin waarvan een kind regerend vorst is
koningin-moeders	=	koningin-moeder
koningin-moedertje	=	koningin-moeder
koninginjulianamonarch	noun	bepaald soort vogel, Symposiachrus julianae uit de familie monarchen (Monarchidae)
koninginjulianamonarchen	=	koninginjulianamonarch
koninginjulianamonarchje	=	koninginjulianamonarch
koninginjulianamonarchjes	=	koninginjulianamonarch
koninginnedag	noun	voormalige nationale feestdag in Nederland (30 april), oorspronkelijk de verjaardag van de koningin
koninginnedagconcert	noun	een concert dat op Koninginnedag opgevoerd werd
koninginnedagconcerten	=	koninginnedagconcert
koninginnedagconcertje	=	koninginnedagconcert
koninginnedagconcertjes	=	koninginnedagconcert
koninginnedagdrama	noun	een aanslag tijdens Koninginnedag
koninginnedagdrama's	=	koninginnedagdrama
koninginnedagdramaatje	=	koninginnedagdrama
koninginnedagdramaatjes	=	koninginnedagdrama
koninginnedagen	=	koninginnedag
koninginnedagje	=	koninginnedag
koninginnefeest	noun	een feest voor of met de koningin
koninginnefeesten	=	koninginnefeest
koninginnefeestje	=	koninginnefeest
koninginnefeestjes	=	koninginnefeest
koninginnekind	=	koninginnenkind
koninginnekruid	=	koninginnenkruid
koninginnekruidkokermot	=	koninginnenkruidkokermot
koninginnen	=	koningin
koninginnenacht	noun	de avond en nacht voorafgaande aan Koninginnedag wanneer er allerlei activiteiten, feesten en evenementen georganiseerd worden.
koninginnenachten	=	koninginnenacht
koninginnenachtje	=	koninginnenacht
koninginnenachtjes	=	koninginnenacht
koninginnengelei	noun	het speciale voedsel dat door de voedsters gegeven wordt aan larven die voorbestemd zijn om koningin te worden
koninginnengeleien	=	koninginnengelei
koninginnenhap	noun	pasteitje met kip, gehakt en champignons
koninginnenhapje	=	koninginnenhap
koninginnenhapjes	=	koninginnenhap
koninginnenhappen	=	koninginnenhap
koninginnenkind	noun	dochter of zoon van een vorstin
koninginnenkinderen	=	koninginnenkind
koninginnenkindje	=	koninginnenkind
koninginnenkindjes	=	koninginnenkind
koninginnenkruid	noun	bepaald soort plant, Eupatorium cannabinum uit de composietenfamilie (Asteraceae), die 30-170 cm hoog wordt en op vochtige plaatsen groeit, bijvoorbeeld in ruigtes, aan waterkanten, in moerassen, rietlanden en vochtige bossen
koninginnenkruidkokermot	noun	Coleophora follicularis een vlinder uit de familie van de kokermotten (Coleophoridae).
koninginnenkruidkokermotje	=	koninginnenkruidkokermot
koninginnenkruidkokermotjes	=	koninginnenkruidkokermot
koninginnenkruidkokermotten	=	koninginnenkruidkokermot
koninginnenkruidmollisia	noun	Mollisia coerulans een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
koninginnenkruidmollisia's	=	koninginnenkruidmollisia
koninginnenkruidmollisiaatje	=	koninginnenkruidmollisia
koninginnenkruidmollisiaatjes	=	koninginnenkruidmollisia
koninginnenkruidvulkaantje	noun	Plenodomus agnitus een schimmel uit de familie Leptosphaeriaceae.
koninginnenkruidvulkaantjes	=	koninginnenkruidvulkaantje
koninginnenpage	noun	Papilio machaon een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae).
koninginnenpages	=	koninginnenpage
koninginnenrit	noun	de zwaarste en belangrijkste etappe van een etappewedstrijd
koninginnenritje	=	koninginnenrit
koninginnenritjes	=	koninginnenrit
koninginnenritten	=	koninginnenrit
koninginnensoep	noun	gebonden kippenbouillon met een roux (en doperwtjes)
koninginnensoepen	=	koninginnensoep
koninginnepage	=	koninginnenpage
koninginnetje	=	koningin
koninginnetjes	=	koningin
konings	=	koning
koningsaanval	noun	geheel van zetten waarbij pionnen en stukken die in de buurt van de koning van de tegenstander staan worden aangevallen
koningsaanvallen	=	koningsaanval
koningsalbatros	noun	benaming voor twee soorten grote zeevogels die broeden in de buurt van Nieuw-Zeeland en vroeger als één soort werden beschouwd
koningsalbatrossen	=	koningsalbatros
koningsas	noun	een spil met conische tandwielen, die de rotatie van de krukas van een zuigermotor overbrengt op de nokkenas
koningsasje	=	koningsas
koningsasjes	=	koningsas
koningsassen	=	koningsas
koningsblauw	noun	een bepaalde kleur blauw	adj	de kleur koningsblauw hebbend
koningsblauwe	=	koningsblauw
koningsblauwen	=	koningsblauw
koningsblauwer	=	koningsblauw
koningsblauwere	=	koningsblauw
koningsblauwers	=	koningsblauw
koningsblauws	=	koningsblauw
koningsblauwst	=	koningsblauw
koningsblauwste	=	koningsblauw
koningschap	noun	het geheel van wat het koning zijn inhoudt
koningschapje	=	koningschap
koningschapjes	=	koningschap
koningschappen	=	koningschap
koningschiet	=	koningschieten
koningschieten	verb	feestelijke wedstrijd waarbij schutters schieten op een houten vogel bovenop een hoge paal of boom, waarbij de laatste treffer de eretitel "koning" oplevert
koningschietend	=	koningschieten
koningschietende	=	koningschieten
koningschinchilla	noun	Chinchilla chinchilla knaagdier uit de familie van de wolmuizen (Chinchillidae).
koningschinchilla's	=	koningschinchilla
koningschinchillaatje	=	koningschinchilla
koningschinchillaatjes	=	koningschinchilla
koningscobra	noun	Ophiophagus hannah een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
koningscobra's	=	koningscobra
koningscobraatje	=	koningscobra
koningscobraatjes	=	koningscobra
koningsdag	noun	nationale feestdag in Nederland (27 april) op de verjaardag van de koning
koningsdagen	=	koningsdag
koningsdagje	=	koningsdag
koningsdagjes	=	koningsdag
koningsdochter	noun	de dochter van een koning
koningsdochters	=	koningsdochter
koningsdochtertje	=	koningsdochter
koningsdochtertjes	=	koningsdochter
koningsdopluis	noun	Pulvinaria regalis een schildluis die behoort tot de wollige dopluizen.
koningsdopluisje	=	koningsdopluis
koningsdopluisjes	=	koningsdopluis
koningsdopluizen	=	koningsdopluis
koningsdrama	noun	drama met een koning als centrale figuur
koningsdrama's	=	koningsdrama
koningsdramaatje	=	koningsdrama
koningsdramaatjes	=	koningsdrama
koningsdrongo	noun	Dicrurus macrocercus een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus.
koningsdrongo's	=	koningsdrongo
koningsdrongootje	=	koningsdrongo
koningsdrongootjes	=	koningsdrongo
koningseider	noun	Somateria spectabilis een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
koningseiders	=	koningseider
koningseidertje	=	koningseider
koningseidertjes	=	koningseider
koningsfazant	noun	Syrmaticus reevesii een vogel uit de familie van de fazanten (Phasianidae)
koningsfazanten	=	koningsfazant
koningsfazantje	=	koningsfazant
koningsfazantjes	=	koningsfazant
koningsgeel	noun	een giftig pigment en gele verf, zwavelarseen (arseensulfide As₂S₃)
koningsgeeltje	=	koningsgeel
koningsgeeltjes	=	koningsgeel
koningsgelen	=	koningsgeel
koningsgezind	adj	het voorstander zijn van het koningschap en/of de koninklijke familie
koningsgezinde	noun	een persoon die voorstander is van de koning en/of koninklijke familie
koningsgezinden	=	koningsgezinde
koningsgezinder	=	koningsgezind
koningsgezindere	=	koningsgezind
koningsgezinders	=	koningsgezind
koningsgezinds	=	koningsgezind
koningsgezindst	=	koningsgezind
koningsgezindste	=	koningsgezind
koningsgier	noun	Sarcoramphus papa een vogel uit de familie van de gieren van de Nieuwe Wereld.
koningsgieren	=	koningsgier
koningsgiertje	=	koningsgier
koningsgiertjes	=	koningsgier
koningsglansspreeuw	noun	Lamprotornis regius een vogel uit de familie van de Spreeuwachtigen.
koningsglansspreeuwen	=	koningsglansspreeuw
koningsglansspreeuwtje	=	koningsglansspreeuw
koningsglansspreeuwtjes	=	koningsglansspreeuw
koningshoningzuiger	noun	Cinnyris regius een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
koningshoningzuigers	=	koningshoningzuiger
koningshoningzuigertje	=	koningshoningzuiger
koningshoningzuigertjes	=	koningshoningzuiger
koningshuis	noun	de directe familie van de koning of de koningin
koningshuisje	=	koningshuis
koningshuisjes	=	koningshuis
koningshuizen	=	koningshuis
koningskaars	noun	bepaald soort plant, Verbascum thapsus in de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae), die op onbebouwde zandgrond, tussen kreupelhout groeit
koningskaarsen	=	koningskaars
koningskaarsje	=	koningskaars
koningskapiteinvis	noun	Pentanemus quinquarius een straalvinnige vis uit de familie van de draadvinnigen (Polynemidae) en de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
koningskapiteinvisje	=	koningskapiteinvis
koningskapiteinvisjes	=	koningskapiteinvis
koningskapiteinvissen	=	koningskapiteinvis
koningskind	noun	een kind van een koning.
koningskinderen	=	koningskind
koningskindertje	=	koningskind
koningskindje	=	koningskind
koningskindjes	=	koningskind
koningsklasse	noun	categorie met de beste, snelste of sterkste deelnemers
koningsklassen	=	koningsklasse
koningskrab	noun	benaming voor schaaldieren uit het familie Lithodidae
koningskrabben	=	koningskrab
koningskronen	=	koningskroon
koningskroon	noun	hoofddeksel als teken van de waardigheid van een koning
koningskroonring	noun	een speciale ring die vervaardigd wordt ter ere van de kroning (of inhuldiging) van een koning
koningskroonringen	=	koningskroonring
koningskroonringetje	=	koningskroonring
koningskroonringetjes	=	koningskroonring
koningskroontje	=	koningskroon
koningslepelaar	noun	Platalea regia een vogelsoort uit de familie ibissen en lepelaars.
koningslepelaars	=	koningslepelaar
koningslepelaartje	=	koningslepelaar
koningslepelaartjes	=	koningslepelaar
koningslepelaren	=	koningslepelaar
koningslied	noun	een lied dat ter ere van een koning is geschreven
koningsliederen	=	koningslied
koningsliedje	=	koningslied
koningsliedjes	=	koningslied
koningsmakreel	noun	Scomberomorus cavalla een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
koningsmakreeltje	=	koningsmakreel
koningsmakreeltjes	=	koningsmakreel
koningsmakrelen	noun	een geslacht Scomberomorus van vissen uit de familie van de makrelen (Scombridae).
koningsmantel	noun	een mantel gedragen door een koning of koningin ten tijde van zijn of haar huldiging
koningsmantelmot	noun	Commophila aeneana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
koningsmantelmotje	=	koningsmantelmot
koningsmantelmotjes	=	koningsmantelmot
koningsmantelmotten	=	koningsmantelmot
koningsmantels	=	koningsmantel
koningsmanteltje	=	koningsmantel
koningsmanteltjes	=	koningsmantel
koningsmoord	noun	een bewuste moord op de koning
koningsmoorden	=	koningsmoord
koningsmoordenaar	noun	persoon die een koning gedood heeft of heeft laten doden
koningsmoordenaars	=	koningsmoordenaar
koningsmoordenares	=	koningsmoordenaar
koningsmoordje	=	koningsmoord
koningsmoordjes	=	koningsmoord
koningsmuskaatduif	noun	Ducula pistrinaria een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
koningsmuskaatduifje	=	koningsmuskaatduif
koningsmuskaatduifjes	=	koningsmuskaatduif
koningsmuskaatduiven	=	koningsmuskaatduif
koningsnacht	noun	de avond en nacht voorafgaande aan Koningsdag wanneer er allerlei activiteiten, feesten en evenementen georganiseerd worden.
koningsnachten	=	koningsnacht
koningsnachtje	=	koningsnacht
koningsnachtjes	=	koningsnacht
koningsnummer	noun	het belangrijkste onderdeel van een toernooi waarin meerdere wedstrijden worden gehouden; onderdeel waarmee men de meeste eer kan behalen
koningsnummers	=	koningsnummer
koningsombervis	noun	Menticirrhus americanus een straalvinnige vis uit de familie van de ombervissen (Sciaenidae).
koningsombervisje	=	koningsombervis
koningsombervisjes	=	koningsombervis
koningsombervissen	=	koningsombervis
koningsontbijt	noun	een ontbijt dat georganiseerd wordt ter ere van de koning.
koningsontbijten	=	koningsontbijt
koningsontbijtje	=	koningsontbijt
koningsontbijtjes	=	koningsontbijt
koningspaar	noun	het echtpaar van de koningin met diens echtgenoot
koningspaartje	=	koningspaar
koningspaartjes	=	koningspaar
koningspage	noun	Iphiclides podalirius een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae).
koningspages	=	koningspage
koningspalm	noun	Roystonea regia een rechtopstaande, tot 25 meter hoge palm.
koningspalmen	=	koningspalm
koningspalmpje	=	koningspalm
koningspalmpjes	=	koningspalm
koningspapegaaiamadine	noun	Erythrura regia een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
koningspapegaaiamadines	=	koningspapegaaiamadine
koningspapegaaiamadinetje	=	koningspapegaaiamadine
koningspapegaaiamadinetjes	=	koningspapegaaiamadine
koningsparadijsvogel	noun	Cicinnurus regius een vogel uit de familie van de paradijsvogels (Paradisaeidae).
koningsparadijsvogels	noun	een geslacht Cicinnurus van zangvogels uit de familie paradijsvogels (Paradisaeidae)
koningsparadijsvogeltje	=	koningsparadijsvogel
koningsparadijsvogeltjes	=	koningsparadijsvogel
koningsparen	=	koningspaar
koningspinguïn	noun	Aptenodytes patagonicus een pinguïnsoort die eilanden rond Antarctica bewoont en in grote kolonies broedt.
koningspinguïnnetje	=	koningspinguïn
koningspinguïnnetjes	=	koningspinguïn
koningspinguïns	=	koningspinguïn
koningspinguïntje	=	koningspinguïn
koningsprotea	noun	Protea cynaroides een plant uit de familie Proteaceae.
koningsprotea's	=	koningsprotea
koningspython	noun	Python regius een niet-giftige slang uit de familie pythons (Pythonidae)
koningspythons	=	koningspython
koningspythontje	=	koningspython
koningspythontjes	=	koningspython
koningsral	noun	Rallus elegans een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
koningsrallen	=	koningsral
koningsralletje	=	koningsral
koningsralletjes	=	koningsral
koningsring	noun	een ring die ter ere van een koning wordt vervaardigd
koningsringen	=	koningsring
koningsringetje	=	koningsring
koningsringetjes	=	koningsring
koningsslang	noun	een slang uit het geslacht Lampropeltis van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae)
koningsslangen	noun	een geslacht Lampropeltis van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae)
koningssloep	noun	een speciale sloep die bij koninklijke gelegenheden wordt gebruikt.
koningssloepen	=	koningssloep
koningssloepje	=	koningssloep
koningssloepjes	=	koningssloep
koningsspecht	noun	Campephilus guatemalensis een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
koningsspechten	=	koningsspecht
koningsspechtje	=	koningsspecht
koningsspechtjes	=	koningsspecht
koningsstad	noun	stad vanwaaruit een koning regeert
koningsstadje	=	koningsstad
koningsstadjes	=	koningsstad
koningssteden	=	koningsstad
koningsstern	noun	Thalasseus maximus een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini)
koningssternen	=	koningsstern
koningssterns	=	koningsstern
koningssterntje	=	koningsstern
koningssterntjes	=	koningsstern
koningstiran	noun	Tyrannus tyrannus een zangvogel uit de familie van de tirannen (Tyrannidae).
koningstirannen	noun	een geslacht Tyrannus van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
koningstirannetje	=	koningstiran
koningstirannetjes	=	koningstiran
koningstrekkervis	noun	Balistes vetula een straalvinnige vis uit de familie van de trekkervissen (Balistidae) en de orde van de kogelvisachtigen (Tetraodontiformes), die voorkomt in de Atlantische Oceaan.
koningstrekkervisje	=	koningstrekkervis
koningstrekkervisjes	=	koningstrekkervis
koningstrekkervissen	=	koningstrekkervis
koningstronen	=	koningstroon
koningstroon	noun	de zetel van een koning waarop deze zit bij het verrichten van officiële handelingen (zoals het voorlezen van de troonrede)
koningsvaart	noun	de vaart van een koning bij speciale gelegenheden.
koningsvaarten	=	koningsvaart
koningsvaartje	=	koningsvaart
koningsvaartjes	=	koningsvaart
koningsvaren	noun	benaming voor planten uit het geslacht Osmunda
koningsvarenfamilie	noun	een familie Osmundaceae van ongeveer twintig soorten grote, soms boomvormende varens, die voorkomen van gematigde tot tropische streken.
koningsvarenfamilies	=	koningsvarenfamilie
koningsvarenfamilietje	=	koningsvarenfamilie
koningsvarenfamilietjes	=	koningsvarenfamilie
koningsvarens	noun	geslacht Osmunda
koningsvis	noun	Lampris guttatus een veelkleurige zeevis.
koningsvisje	=	koningsvis
koningsvisjes	=	koningsvis
koningsvissen	noun	een orde Lampriformes van straalvinnige vissen.
koningswater	noun	de triviale naam voor het 3:1-mengsel van geconcentreerd zoutzuur en geconcentreerd salpeterzuur waarin edele metalen zoals goud en platina oplossen
koningswever	noun	Ploceus aurantius een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
koningswevers	=	koningswever
koningswevertje	=	koningswever
koningswevertjes	=	koningswever
koningswida	noun	Vidua regia een vogel uit de familie van de Viduidae.
koningswida's	=	koningswida
koningswidaatje	=	koningswida
koningswidaatjes	=	koningswida
koningswipstaart	noun	Cinclodes aricomae een vogel uit de familie ovenvogels (Furnariidae)
koningswipstaarten	=	koningswipstaart
koningswipstaartje	=	koningswipstaart
koningswipstaartjes	=	koningswipstaart
koningszonen	=	koningszoon
koningszoon	noun	een mannelijk kind van een koning
koningszoons	=	koningszoon
koninkje	=	koning
koninkjes	=	koning
koninklijk	adj	betrekking hebbend op een koning, koningin, aan of bij hem, haar behorend, van hem, haar uitgaand
koninklijke	=	koninklijk
koninklijken	=	koninklijk
koninklijker	=	koninklijk
koninklijkere	=	koninklijk
koninklijkers	=	koninklijk
koninklijks	=	koninklijk
koninklijkst	=	koninklijk
koninklijkste	=	koninklijk
koninkrijk	noun	staatsvorm met een koning aan het hoofd
koninkrijken	=	koninkrijk
koninkrijkje	=	koninkrijk
koninkrijkjes	=	koninkrijk
koninkrijks	=	koninkrijk
koninkrijksberaad	noun	informeel overleg tussen vertegenwoordigers van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland (de landen van het Koninkrijk der Nederlanden)
koninkrijksberaden	=	koninkrijksberaad
koninkrijksconferentie	noun	formeel overleg tussen de landen van het Koninkrijk der Nederlanden (Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland)
koninkrijksconferenties	=	koninkrijksconferentie
koninkrijksdebat	noun	parlementair debat over de verhouding van de landen van het Koninkrijk der Nederlanden
koninkrijksdebatten	=	koninkrijksdebat
koninkrijksland	noun	een van de landen die deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden
koninkrijkslanden	=	koninkrijksland
koninkrijksminister	noun	Nederlandse minister die zich bezighoudt met Koninkrijksaangelegenheden
koninkrijksministers	=	koninkrijksminister
koninkrijksministertje	=	koninkrijksminister
koninkrijksministertjes	=	koninkrijksminister
koninkrijksorgaan	noun	iemand die de belangen van het Koninkrijk der Nederlanden vertegenwoordigt op de Caribische eilanden die deeluitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden
koninkrijksorganen	=	koninkrijksorgaan
koninkrijksoverleg	noun	de overlegstructuur van de parlementen van de landen van het Koninkrijk der Nederlanden
koninkrijksoverleggen	=	koninkrijksoverleg
koninkrijkspartner	noun	een zelfstandig deel van het koninkrijk der Nederlanden
koninkrijkspartners	=	koninkrijkspartner
koninkrijksrelatie	noun	een relatie tussen het Europese en het Caraïbische deel van het Koninkrijk der Nederlanden
koninkrijksrelaties	noun	relaties tussen het Europese en het Caraïbische deel van het Koninkrijk der Nederlanden
koninkrijksteam	noun	een sportteam (met name een honkbalteam) met spelers uit de vier landen van het Koninkrijk der Nederlanden
koninkrijksteams	=	koninkrijksteam
koninkrijksverband	noun	geheel van gebieden of volken die dezelfde koning als heerser hebben
koninkrijksverbanden	=	koninkrijksverband
koninkrijkszaak	noun	kwestie die het Koninkrijk der Nederlanden als geheel aangaan
koninkrijkszaakje	=	koninkrijkszaak
koninkrijkszaakjes	=	koninkrijkszaak
koninkrijkszaken	=	koninkrijkszaak
konjak	noun	Amorphophallus konjac een plant uit de aronskelkfamilie die van nature voorkomt in de warme streken van Japan, China en Indonesië.
konjunktief	=	conjunctief
konkani	noun	iemand afkomstig van de Konkan, het westelijk kustgebied van India
konkel	=	konkelen
konkelaar	noun	onbetrouwbaar persoon die allerlei duistere en oneerlijke zaakjes regelt
konkelaars	=	konkelaar
konkelaartje	=	konkelaar
konkelaartjes	=	konkelaar
konkelachtig	adj	niet netjes, slonzig
konkelachtige	=	konkelachtig
konkelachtiger	=	konkelachtig
konkelachtigere	=	konkelachtig
konkelachtigers	=	konkelachtig
konkelachtigs	=	konkelachtig
konkelachtigst	=	konkelachtig
konkelachtigste	=	konkelachtig
konkelarij	noun	op een verborgen, oneerlijke manier zaken proberen te regelen
konkelarijen	=	konkelarij
konkelarijtje	=	konkelarij
konkelarijtjes	=	konkelarij
konkelde	=	konkelen
konkelden	=	konkelen
konkele	=	konkelen
konkelen	verb	samenspannend intrigeren, onderhandse plannen in werking zetten
konkelend	=	konkelen
konkelende	=	konkelen
konkelfoes	=	konkelfoezen
konkelfoesde	=	konkelfoezen
konkelfoesden	=	konkelfoezen
konkelfoest	=	konkelfoezen
konkelfoeze	=	konkelfoezen
konkelfoezen	verb	stiekem met elkaar praten
konkelfoezend	=	konkelfoezen
konkelfoezende	=	konkelfoezen
konkelt	=	konkelen
konkreet	=	concreet
konnen	=	kunnen
konnichiwa	intj|informal	groet
konsoorten	noun	personen die tot dezelfde groep horen, personen die iemand helpen
konst	=	kunst
konstabel	noun	militair die voor geschut verantwoordelijk is
konstabels	=	konstabel
konsumentenelektronika	=	consumentenelektronica
kont	noun|informal	billen, achterwerk
kontakt	=	contact
kontbeweging	noun	het heen-en-weer en op-en-neer schudden van de billen
kontbewegingen	=	kontbeweging
kontbeweginkje	=	kontbeweging
kontbeweginkjes	=	kontbeweging
kontdraaier	noun	iemand die voortdurend van mening verandert, een draaikont, een wiebelkont
kontdraaiers	=	kontdraaier
kontdraaiertje	=	kontdraaier
kontdraaiertjes	=	kontdraaier
konten	=	kont
konterfeit	=	konterfeiten
konterfeite	=	konterfeiten
konterfeiten	verb	afbeelden, uitschilderen
konterfeitend	=	konterfeiten
konterfeitende	=	konterfeiten
konterfeitsel	noun	weergave van het gelaat, iemands gezicht als onderwerp van een afbeelding
konterfeitsels	=	konterfeitsel
konterfeitseltje	=	konterfeitsel
konterfeitte	=	konterfeiten
konterfeitten	=	konterfeiten
kontgaatje	=	kontgat
kontgaatjes	=	kontgat
kontgat	noun|informal	anus
kontgaten	=	kontgat
konthaar	noun	vezel uit het lichaamshaar rond de anus en op de billen
konthaartje	=	konthaar
konthaartjes	=	konthaar
kontharen	=	konthaar
konthout	noun	Minquartia guianensis een altijdgroene boomsoort die o.a. in Suriname voorkomt
kontje	=	kont
kontjeneuken	=	kontneuken
kontjes	=	kont
kontkruiper	noun|vulgar	iemand die tegenover een iemand die meer geld of macht heeft overdreven vriendelijk en meegaand is
kontkruipers	=	kontkruiper
kontkruipertje	=	kontkruiper
kontkruipertjes	=	kontkruiper
kontkrummel	noun	klein onbeduidend persoontje, een kleintje
kontkrummels	=	kontkrummel
kontkrummeltje	=	kontkrummel
kontkrummeltjes	=	kontkrummel
kontlik	=	kontlikken
kontlike	=	kontlikken
kontliken	=	kontlikken
kontlikend	=	kontlikken
kontlikke	=	kontlikken
kontlikken	verb	met de tong een fijn gevoel bezorgen door de huid rond de anus te stimuleren
kontlikkend	=	kontlikken
kontlikkende	=	kontlikken
kontlikker	noun|vulgar	flemer, slijmerd, slijmbal, vleier
kontlikkers	=	kontlikker
kontlikkertje	=	kontlikker
kontlikt	=	kontlikken
kontlikte	=	kontlikken
kontlikten	=	kontlikken
kontneuk	=	kontneuken
kontneuke	=	kontneuken
kontneuken	verb|vulgar	anale seks bedrijven met iemand
kontneukend	=	kontneuken
kontneukende	=	kontneuken
kontneuker	noun	man die zich seksueel bevredigt in het achterste van iemand anders
kontneukers	=	kontneuker
kontneukt	=	kontneuken
kontneukte	=	kontneuken
kontneukten	=	kontneuken
kontoir	=	kantoor
kontoor	=	kantoor
kontzak	noun|informal	achterzak in een kledingstuk
kontzakje	=	kontzak
kontzakjes	=	kontzak
kontzakken	=	kontzak
konvooi	noun	groep uit veiligheidsreden, samenreizende voertuigen of schepen
konvooien	=	konvooi
konvooitje	=	konvooi
koof	noun	hoofddeksel of hoofdtooi
koog	noun	stuk buitendijks land
kooi	noun	uit tralies of gaas gemaakt voorwerp dat een ruimte omsluit
kooiaap	noun	kleine heftruck die eenvoudig aan de achterkant van een vrachtwagen kan worden meegenomen
kooianker	noun	is een type rotor dat wordt gebruikt in inductiemotoren
kooiankers	=	kooianker
kooiankertje	=	kooianker
kooiankertjes	=	kooianker
kooiapen	=	kooiaap
kooiconstructie	noun	kooiachtig verstevigde constructie b.v. voor de carrosserie van een voertuig
kooiconstructies	=	kooiconstructie
kooide	=	kooien
kooiden	=	kooien
kooie	=	kooien
kooien	verb	een eendenkooi houden
kooiend	=	kooien
kooiende	=	kooien
kooigoed	noun	Helichrysum petiolare een endemische plant uit de Asteraceae uit de provincies West-Kaap en Oost-Kaap van Zuid-Afrika
kooigoederen	=	kooigoed
kooigoedje	=	kooigoed
kooigoedjes	=	kooigoed
kooij	=	kooi
kooiker	noun	houder van een eendenkooi
kooikerhond	noun	hond van een kooiker
kooikerhonden	=	kooikerhond
kooikerhondje	=	kooikerhond
kooikerhondjes	=	kooikerhond
kooikers	=	kooiker
kooikertje	=	kooiker
kooikertjes	=	kooiker
kooilieden	=	kooiman
kooilui	=	kooiman
kooiman	noun	houder van een eendenkooi
kooimannen	=	kooiman
kooimannetje	=	kooiman
kooimannetjes	=	kooiman
kooisysteem	noun	bliksembeveiliging waarbij om het gebouw een 'kooi' van geleidende draden aangebracht is
kooisysteempje	=	kooisysteem
kooisysteempjes	=	kooisysteem
kooisystemen	=	kooisysteem
kooit	=	kooien
kooitje	=	kooi
kooitjes	=	kooi
kooiverbinding	noun	chemische verbinding waarbij de moleculen van één stof zijn opgesloten in de holtes van een ruimtelijk rooster gevormd door een andere stof, het zogenaamde matrixrooster
kooiverbindingen	=	kooiverbinding
kooiverbindinkje	=	kooiverbinding
kooiverbindinkjes	=	kooiverbinding
kooivogel	noun	vogel die in een kooi moet leven
kooivogels	=	kooivogel
kooivogeltje	=	kooivogel
kooivogeltjes	=	kooivogel
kook	noun	de toestand van koken
kookaburra	noun	Dacelo novaeguineae een ijsvogelsoort.
kookaburra's	noun	een geslacht Dacelo van vogels uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
kookaburraatje	=	kookaburra
kookaburraatjes	=	kookaburra
kookblog	noun	weblog waarin men verslag doet van kookactiviteiten
kookblogde	=	kookbloggen
kookblogden	=	kookbloggen
kookblogge	=	kookbloggen
kookbloggen	verb	het bijhouden van een weblog over koken
kookbloggend	=	kookbloggen
kookbloggende	=	kookbloggen
kookblogger	noun	iemand die regelmatig op een website schrijft over de bereiding van gerechten
kookbloggers	=	kookblogger
kookblogs	=	kookblog
kookblogt	=	kookbloggen
kookboek	noun	handboek met recepten voor de bereiding van gerechten
kookboeken	=	kookboek
kookboekje	=	kookboek
kookboekjes	=	kookboek
kookcafeetje	=	kookcafé
kookcafeetjes	=	kookcafé
kookcafé	noun	gezellige bijeenkomst waar de gasten samen koken
kookcafés	=	kookcafé
kookclub	noun	club waarin wordt gekookt
kookclubs	=	kookclub
kookcursus	noun	een reeks lessen die als doel hebben om te leren een maaltijd te bereiden
kookcursusje	=	kookcursus
kookcursusjes	=	kookcursus
kookcursussen	=	kookcursus
kookdemonstratie	noun	het voordoen hoe men iets kan bereiden
kookdemonstraties	=	kookdemonstratie
kookdemonstratietje	=	kookdemonstratie
kookdemonstratietjes	=	kookdemonstratie
kookdocent	noun	iemand die kookles geeft
kookdocenten	=	kookdocent
kookdocentje	=	kookdocent
kookdocentjes	=	kookdocent
kookeiland	noun	een fornuis met toebehoren midden in de keuken
kookeilanden	=	kookeiland
kookeilandje	=	kookeiland
kookeilandjes	=	kookeiland
kookfornuis	noun	kooktoestel, een combinatie kookplaat en oven
kookfornuisje	=	kookfornuis
kookfornuisjes	=	kookfornuis
kookfornuizen	=	kookfornuis
kookgek	noun	iemand die met heel veel plezier eten klaarmaakt
kookgekje	=	kookgek
kookgekjes	=	kookgek
kookgekken	=	kookgek
kookgerei	noun	de benodigdheden van een kok met het koken
kookgerief	noun	gereedschap om mee te koken
kookhoek	noun	deel van een ruimte of lokaal waar men het eten kan bereiden
kookhoeken	=	kookhoek
kookhoekje	=	kookhoek
kookhoekjes	=	kookhoek
kookhok	noun	een eenvoudig ingerichte ruimte waar gekookt kan worden
kookhokje	=	kookhok
kookhokjes	=	kookhok
kookhokken	=	kookhok
kookketel	noun	metalen vat waarin men een vloeistof kan verhitten
kookketels	=	kookketel
kookketeltje	=	kookketel
kookketeltjes	=	kookketel
kookkeuken	noun	ruimte die men gebruik voor het bereiden van de maaltijden
kookkeukens	=	kookkeuken
kookkeukentje	=	kookkeuken
kookkeukentjes	=	kookkeuken
kookkoffie	noun	koffie die wordt gezet door gemalen koffiebonen in water te koken
kookkunst	noun	de kunst van het door middel van koken voor consumptie geschikt maken van voedsel
kookkunsten	=	kookkunst
kookkunstje	=	kookkunst
kookkunstjes	=	kookkunst
kookleraar	noun	iemand die kookles geeft, mannelijke vorm van kooklerares
kookleraartje	=	kookleraar
kookleraartjes	=	kookleraar
kookleraren	=	kookleraar
kookles	noun	les om te leren koken
kooklesje	=	kookles
kooklesjes	=	kookles
kooklessen	=	kookles
kooklucht	noun	de geur van het koken
kookluchten	=	kooklucht
kookluchtje	=	kooklucht
kookluchtjes	=	kooklucht
kooknat	noun	het water waarin met voedsel gekookt heeft
kookpan	noun	een pan om in te koken
kookpannen	=	kookpan
kookpannetje	=	kookpan
kookpannetjes	=	kookpan
kookplaat	noun	kooktoestel dat speciaal is gemaakt om te koken en dus niet een kachel waarop ook gekookt kan worden
kookplaatje	=	kookplaat
kookplaatjes	=	kookplaat
kookplaten	=	kookplaat
kookploeg	noun	groep mensen die (een deel van) een maaltijd bereidt
kookploegen	=	kookploeg
kookploegje	=	kookploeg
kookploegjes	=	kookploeg
kookpot	noun	pot om (eten) in te koken
kookpotje	=	kookpot
kookpotjes	=	kookpot
kookpotten	=	kookpot
kookprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma dat gaat over koken en eten
kookprogramma's	=	kookprogramma
kookprogrammaatje	=	kookprogramma
kookprogrammaatjes	=	kookprogramma
kookpunt	noun	de temperatuur waarbij een stof vanuit de vloeistoffase overgaat naar de gasfase
kookpunten	=	kookpunt
kookpuntje	=	kookpunt
kookpuntsverhoging	noun	verhoging van het kookpunt van een vloeistof als er andere stoffen in opgelost zijn
kookpuntsverhogingen	=	kookpuntsverhoging
kookpuntsverhoginkje	=	kookpuntsverhoging
kookpuntsverhoginkjes	=	kookpuntsverhoging
kookrecept	noun	recept voor het vervaardigen van een maaltijd
kookrecepten	=	kookrecept
kookscholen	=	kookschool
kookschool	noun	school waar men koken kan leren
kookschooltje	=	kookschool
kookschooltjes	=	kookschool
kooksel	noun	iets wat door koken is gemaakt
kooksels	=	kooksel
kookstel	noun	klein toestel waarop men kan koken en braden
kookstellen	=	kookstel
kookstelletje	=	kookstel
kookstelletjes	=	kookstel
kookster	noun	vrouwelijke kok
kooksters	=	kookster
kookstertje	=	kookster
kookstertjes	=	kookster
kookt	=	koken
kookte	=	koken
kookten	=	koken
kooktijd	noun	de tijd die nodig is om voedsel gaar te maken
kooktijden	=	kooktijd
kooktip	noun	tip (stukje informatie) om iets lekkers te koken
kooktipje	=	kooktip
kooktipjes	=	kooktip
kooktips	=	kooktip
kooktoestel	noun	een toestel waarop een pan geplaatst kan worden om via verwarming van de pan de inhoud op te warmen, te koken of te bakken
kooktoestellen	=	kooktoestel
kooktoestelletje	=	kooktoestel
kooktoestelletjes	=	kooktoestel
kooktraject	noun	een temperatuurgebied (in tegenstelling tot kookpunt) waarin een vloeistof(mengsel) overgaat naar de gasvormige fase.
kooktrajecten	=	kooktraject
kooktrajectje	=	kooktraject
kooktrajectjes	=	kooktraject
kookvat	noun	ton waarin vloeistof zo ver wordt verhit dat die gaat verdampen
kookvaten	=	kookvat
kookvocht	noun	vocht dat vrijkomt bij het koken (van groenten) of het vocht waarin gekookt is en vaak wordt afgegoten
kookvochten	=	kookvocht
kookvuren	=	kookvuur
kookvuur	noun	vuur dat speciaal geschikt is om eten op te bereiden
kookvuurtje	=	kookvuur
kookvuurtjes	=	kookvuur
kookwas	noun	schoonmaakproces van textiel waarbij men water van 90-100ᵒC gebruikt
kookwassen	=	kookwas
kookwater	noun	water waarin voedsel is gekookt
kookwedstrijd	noun	een competitie waarbij deelnemers of teams gerechten bereiden en beoordeeld worden op basis van criteria zoals smaak, presentatie, creativiteit en samenwerking
kookwedstrijden	=	kookwedstrijd
kookwedstrijdje	=	kookwedstrijd
kookwedstrijdjes	=	kookwedstrijd
kookwekker	noun	een apparaatje dat in de keuken gebruikt wordt om de tijd te meten
kookwekkers	=	kookwekker
kookwekkertje	=	kookwekker
kookwekkertjes	=	kookwekker
kookwinkel	noun	vorm van detailhandel gespecialiseerd in de verkoop van artikelen die zijn gerelateerd aan koken en de gastronomie in het algemeen, met name keukengerei
kookwinkels	=	kookwinkel
kookwinkeltje	=	kookwinkel
kookwinkeltjes	=	kookwinkel
kookzak	noun	zak waarin men voeding sous-vide (onder vacuum in een warmwaterbad) kan bereiden en daarna bewaren
kookzakken	=	kookzak
kool	noun	een geslacht Brassica uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae).
koolas	noun	as ontstaan door het verbranden van steenkool
koolasje	=	koolas
koolasjes	=	koolas
koolassen	=	koolas
koolbak	noun	bijnaam voor een stoomschip van de Franse kustwacht
koolbakken	=	koolbak
koolbandspanner	noun	Xanthorhoe designata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
koolbandspanners	=	koolbandspanner
koolbandspannertje	=	koolbandspanner
koolbandspannertjes	=	koolbandspanner
koolblaadje	=	koolblad
koolblaadjes	=	koolblad
koolblad	noun	het eetbare blad van een kool
koolbladen	=	koolblad
koolbladeren	=	koolblad
koolbladroller	noun	Clepsis spectrana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
koolbladrollers	=	koolbladroller
koolbladrollertje	=	koolbladroller
koolbladrollertjes	=	koolbladroller
koolblaren	=	koolblad
koolborstel	noun	borstel van koolstof of grafiet bij een elektromotor of generator, bevestigd aan het statische deel (stator) en bedoeld om via de commutator het elektrische contact met het roterende deel (anker) te verzorgen
koolborstels	=	koolborstel
koolborsteltje	=	koolborstel
koolborsteltjes	=	koolborstel
koolbrander	=	kolenbrander
kooldioxide	noun	reukloos gas dat ontstaat bij volledige verbranding van koolstof (CO₂)
kooldioxide-uitstoot	noun	de hoeveelheid CO2 (kooldioxide) die wordt uitgestoten
kooldioxide-uitstootje	=	kooldioxide-uitstoot
kooldioxide-uitstootjes	=	kooldioxide-uitstoot
kooldioxide-uitstoten	=	kooldioxide-uitstoot
kooldioxiden	=	kooldioxide
kooldioxides	=	kooldioxide
kooldraad	noun	verkoolde vezel voor elektrisch gloeilicht dat vroeger werd gebruikt in plaats van wolfraam
kooldraadlamp	noun	voorloper van de gloeilamp met wolfraam-gloeidraad waarbij voor de gloeidraad een verkoolde vezel werd gebruikt
kooldraadlampen	=	kooldraadlamp
kooldraadlampje	=	kooldraadlamp
kooldraadlampjes	=	kooldraadlamp
kooldraden	=	kooldraad
koolen	=	kolen
koolgalmug	noun	Contarinia nasturtii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae)
koolgalmuggen	=	koolgalmug
koolgalmugje	=	koolgalmug
koolgalmugjes	=	koolgalmug
koolhaas	noun	haas die graag een kooltje (Brassica) verschalkt
koolhaasje	=	koolhaas
koolhaasjes	=	koolhaas
koolhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep kool in- en verkoopt
koolhandelaars	=	koolhandelaar
koolhandelaartje	=	koolhandelaar
koolhandelaartjes	=	koolhandelaar
koolhandelaren	=	koolhandelaar
koolhazen	=	koolhaas
koolhof	noun|obsolete	moestuin
koolhofje	=	koolhof
koolhofjes	=	koolhof
koolhoven	=	koolhof
koolhydraat	noun	een bepaald type verbinding van koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen met de brutoformule Cₙ(H₂O)ₙ
koolhydraatje	=	koolhydraat
koolhydraatjes	=	koolhydraat
koolhydraatstofwisseling	noun	stofwisseling die het glucosegehalte - de bloedsuikerspiegel - van het bloed op peil houdt
koolhydraatstofwisselingen	=	koolhydraatstofwisseling
koolhydraten	=	koolhydraat
koolkit	noun	ijzeren bak waarin men kolen kan bewaren en in de kachel gooien
koolkitje	=	koolkit
koolkitjes	=	koolkit
koolkitten	=	koolkit
koollangpootmug	noun	Tipula oleracea een insect uit de orde van de tweevleugeligen en de typesoort van het geslacht Tipula.
koollangpootmuggen	=	koollangpootmug
koollangpootmuggetje	=	koollangpootmug
koollangpootmuggetjes	=	koollangpootmug
koollangpootmugje	=	koollangpootmug
koollangpootmugjes	=	koollangpootmug
koolmees	noun	Parus major een geel met zwarte zangvogel
koolmeesje	=	koolmees
koolmeesjes	=	koolmees
koolmezen	noun	het typegeslacht Parus van de familie van de mezen (Paridae) De wetenschappelijke naam is gepubliceerd in 1758 door Carl Linnaeus in Systema Naturae.
koolmijn	noun	een mijn waar steenkool of bruinkool wordt gewonnen
koolmijnen	=	koolmijn
koolmijntje	=	koolmijn
koolmijntjes	=	koolmijn
koolmonoxide	noun	verbinding met moleculen van één atoom zuurstof (O) en één atoom koolstof (C)
koolmonoxiden	=	koolmonoxide
koolmonoxides	=	koolmonoxide
koolmonoxidetijdbom	noun	een term die wordt gebruikt om een zeer gevaarlijke situatie in huis aan te duiden waarbij koolmonoxide (CO) ongemerkt vrijkomt en zich ophoopt, vaak door een combinatie van slecht onderhouden verbrandingstoestellen en onvoldoende ventilatie
koolmonoxidetijdbommen	=	koolmonoxidetijdbom
koolmonoxidetje	=	koolmonoxide
koolmonoxidetjes	=	koolmonoxide
koolmonoxidevergiftiging	noun	het inademen van teveel van het giftige gas koolmonoxide (CO)
koolmonoxidevergiftigingen	=	koolmonoxidevergiftiging
koolmonoxidevergiftigingetje	=	koolmonoxidevergiftiging
koolmonoxidevergiftigingetjes	=	koolmonoxidevergiftiging
koolmot	noun	Plutella xylostella een trekvlinder afkomstig uit Zuid-Europa, die behoort tot de familie Plutellidae.
koolmotje	=	koolmot
koolmotjes	=	koolmot
koolmotten	noun	Plutellidae een familie van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
koolplant	noun	Brassica oleracea plant die men kweekt i.v.m. de vele eetbare varianten
koolplanten	=	koolplant
koolplantje	=	koolplant
koolplantjes	=	koolplant
koolpot	noun	fornuis dat men stookt met houtskool
koolpotten	=	koolpot
koolraap	noun	Brassica napobrassica een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
koolraapje	=	koolraap
koolraapjes	=	koolraap
koolrabi	noun	Brassica oleracea convar. acephala een groentevariëteit die vermoedelijk uit Noord-Europa stamt.
koolrabi's	=	koolrabi
koolrabietje	=	koolrabi
koolrapen	=	koolraap
koolsalade	noun	salade van ongekookte fijngesneden rodekool of witte kool met soms toevoeging van rozijnen
koolsalades	=	koolsalade
koolsaladetje	=	koolsalade
koolsaladetjes	=	koolsalade
koolschaaf	noun	toestel met meerdere messen om kool in reepjes te snijden
koolschaven	=	koolschaaf
koolschildwants	noun	Eurydema oleracea een 5 tot 7,5 millimeter lange wants uit de familie Pentatomidae
koolschildwantsen	=	koolschildwants
koolschildwantsje	=	koolschildwants
koolschildwantsjes	=	koolschildwants
koolsla	noun	salade van kool (wit soms rood), koolsalade
koolspits	noun	spits toelopende staaf kool, die vroeger gebruikt werden in elektrische booglampen
koolspitsen	=	koolspits
koolstof	noun	een chemisch element en een kleurloos of zwart niet-metaal, met symbool C en atoomnummer 6
koolstofatomen	=	koolstofatoom
koolstofatoom	noun	een atoom van het chemisch element koolstof.
koolstofatoompje	=	koolstofatoom
koolstofatoompjes	=	koolstofatoom
koolstofbron	noun	de stof waarvan men de benodigde koolstofatomen gebruikt
koolstofbronnen	=	koolstofbron
koolstofchemie	noun	onderdeel van de chemie die zich bezighoudt met organische verbindingen; dat wil zeggen met verbindingen die (vrijwel) altijd koolstofatomen bevatten
koolstofcycli	=	koolstofcyclus
koolstofcyclus	noun	kringloop waarmee het element koolstof door het systeem Aarde circuleert
koolstofcyclussen	=	koolstofcyclus
koolstofdatering	noun	methode van radiometrische datering waarmee de ouderdom van organisch materiaal wordt bepaald met behulp van de isotoop koolstof-14
koolstofdateringen	=	koolstofdatering
koolstofdioxide	noun	CO₂, is een kleurloos en reukloos gas dat van nature in de atmosfeer voorkomt en daar een bijdrage levert aan het broeikaseffect
koolstofdioxiden	=	koolstofdioxide
koolstofdioxides	=	koolstofdioxide
koolstoffen	=	koolstof
koolstofgehalte	noun	gehalte aan koolstof
koolstofkringloop	noun	kringloop waarmee het element koolstof door het systeem Aarde circuleert
koolstofkringlopen	=	koolstofkringloop
koolstofmonoxide	noun	verbinding met moleculen van één atoom zuurstof en één atoom koolstof (CO)
koolstofmonoxiden	=	koolstofmonoxide
koolstofmonoxides	=	koolstofmonoxide
koolstofmonoxidetje	=	koolstofmonoxide
koolstofmonoxidetjes	=	koolstofmonoxide
koolstofskelet	noun	basisstructuur van een organisch molecule
koolstofskeletten	=	koolstofskelet
koolstofverbinding	noun	een stof waar minimaal één koolstofatoom in het molecuul zit
koolstofverbindingen	=	koolstofverbinding
koolstofverbindinkje	=	koolstofverbinding
koolstofverbindinkjes	=	koolstofverbinding
koolstofvezel	noun	materiaal bestaande uit extreem dunne vezels van koolstof
koolstofvezels	=	koolstofvezel
koolstofvezeltje	=	koolstofvezel
koolstofvezeltjes	=	koolstofvezel
koolteer	noun	teer verkregen uit steenkolen, een zwarte taaie vloeibare massa die hoofdzakelijk uit polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) bestaat
kooltje	=	kool
kooltje-vuren	=	kooltje-vuur
kooltje-vuur	noun	Adonis flammea een eenjarige plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) afkomstig uit Midden-Europa en Zuid-Europa en West-Azië
kooltje-vuurtje	=	kooltje-vuur
kooltje-vuurtjes	=	kooltje-vuur
kooltjes	=	kool
kooluil	noun	Mamestra brassicae een in Europa algemeen voorkomende mot van de familie Noctuidae
kooluilen	=	kooluil
kooluiltje	=	kooluil
kooluiltjes	=	kooluil
koolvis	noun	bepaald soort vis met donker gekleurde mondholte en rug die voorkomt in het hoge noorden van de Atlantische Oceaan, Pollachius virens uit de familie van kabeljauwen Gadidae in de orde kabeljauwachtigen Gadiformes
koolvissen	noun	een familie Anoplopomatidae in de orde van de schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes).
koolvlieg	noun	Delia radicum een vlieg uit de familie van de bloemvliegen (Anthomyiidae).
koolvliegen	=	koolvlieg
koolvliegje	=	koolvlieg
koolvliegjes	=	koolvlieg
koolwaterstof	noun	een verbinding die uit koolstof en waterstof is opgebouwd
koolwaterstoffen	=	koolwaterstof
koolwaterstofje	=	koolwaterstof
koolwaterstofjes	=	koolwaterstof
koolwaterstofverbinding	noun	een verbinding van koolstof en waterstof
koolwaterstofverbindingen	=	koolwaterstofverbinding
koolwaterstofverbindinkje	=	koolwaterstofverbinding
koolwaterstofverbindinkjes	=	koolwaterstofverbinding
koolwitje	noun	Pieris geel-witte vlinder met zwarte vlekken, waarvan de rups zich o.a. met kool (boerenkool en spruitkool) voedt
koolwitjes	=	koolwitje
koolwittevlieg	noun	Aleyrodes proletella (syn: Aleyrodes brassicae) een 1,5 mm grote witte vlieg met vier grijze vlekken op de vleugels, die behoort tot de familie Aleyrodidae.
koolwittevliegje	=	koolwittevlieg
koolwittevliegjes	=	koolwittevlieg
koolwittevliegs	=	koolwittevlieg
koolzaad	noun	Brassica napus een een- of tweejarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
koolzaadaardvlo	noun	bepaald soort insect, Psylliodes chrysocephala (syn: Psylliodes chrysocephalus) uit de familie bladkevers (Chrysomelidae) en de tribus Alticini, die van nature voorkomt in het westen van het palearctisch gebied, Macaronesië en Noord-Afrika en is geïntroduceerd in Canada.
koolzaadaardvlooien	=	koolzaadaardvlo
koolzaadaardvlooitje	=	koolzaadaardvlo
koolzaadaardvlooitjes	=	koolzaadaardvlo
koolzaadbladhaantje	noun	Psylliodes napi een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
koolzaadbladhaantjes	=	koolzaadbladhaantje
koolzaadgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1021 ( ); gele kleur kleur zoals die van de bloesem van koolzaad.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1021 ( ).
koolzaadgeels	=	koolzaadgeel
koolzaadgele	=	koolzaadgeel
koolzaadglanskever	noun	Meligethes aeneus (syn: Brassicogethes aeneus) een kever die behoort tot de familie van de glanskevers (Nitidulidae).
koolzaadglanskevers	=	koolzaadglanskever
koolzaadglanskevertje	=	koolzaadglanskever
koolzaadglanskevertjes	=	koolzaadglanskever
koolzaadje	=	koolzaad
koolzaadjes	=	koolzaad
koolzaadolie	noun	een plantaardige olie die gewonnen wordt uit de zaden van koolzaad (Brassica napus).
koolzaadolies	=	koolzaadolie
koolzaadoliën	=	koolzaadolie
koolzaden	=	koolzaad
koolzak	noun	jute zak waarin men kolen vervoert
koolzakje	=	koolzak
koolzakjes	=	koolzak
koolzakken	=	koolzak
koolzuren	=	koolzuur
koolzuur	noun	een verbinding van water en koolstofdioxide met de formule H₂CO₃
koolzuurassimilatie	noun	vorming van koolhydraten uit koolstofdioxide en water bij opneming van energie, vooral zonlicht, door groene planten en enkele bacteriën
koolzuurassimilaties	=	koolzuurassimilatie
koolzuurgas	noun	een gas, bestaande uit een verbinding van koolstof (C) en zuurstof(O₂): (CO₂)
koolzuurgasfles	noun	metalen cilinder voor de opslag van koolstofdioxide onder hoge druk
koolzuurgasflesje	=	koolzuurgasfles
koolzuurgasflesjes	=	koolzuurgasfles
koolzuurgasflessen	=	koolzuurgasfles
koolzuurgassen	=	koolzuurgas
koolzuurhoudend	adj	koolzuurgas bevattende
koolzuurhoudende	=	koolzuurhoudend
koolzuurhoudender	=	koolzuurhoudend
koolzuurhoudendere	=	koolzuurhoudend
koolzuurhoudenders	=	koolzuurhoudend
koolzuurhoudends	=	koolzuurhoudend
koolzuurhoudendst	=	koolzuurhoudend
koolzuurhoudendste	=	koolzuurhoudend
koolzuursneeuw	noun	in vlokken uitgekristalliseerde vaste koolstofdioxide
koolzuurtje	=	koolzuur
koolzwammot	noun	Apomyelois bistriatella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
koolzwammotje	=	koolzwammot
koolzwammotjes	=	koolzwammot
koolzwammotten	=	koolzwammot
koolzwart	adj	diepzwart, als de kleur van houtskool	noun	zeer donkere verfstof gemaakt uit resten van onvolledig verbrand hout of turf
koolzwarte	=	koolzwart
koolzwarten	=	koolzwart
koolzwarter	=	koolzwart
koolzwartere	=	koolzwart
koolzwarters	=	koolzwart
koolzwarts	=	koolzwart
koolzwartst	=	koolzwart
koolzwartste	=	koolzwart
koomenij	=	komenij
koomenijswinkel	=	komenijswinkel
koomeny	=	komenij
koomenyswinkel	=	komenijswinkel
koon	noun|formal	wang
koontje	=	koon
koontjes	=	koon
koop	noun	een handeling waarbij men iets in ruil krijgt voor geld
koopakte	noun	officieel document waarin een koop wordt beschreven
koopakten	=	koopakte
koopaktes	=	koopakte
koopavond	noun	een avond waarop de winkels geopend zijn en er dus inkopen gedaan kunnen worden als de meeste mensen niet werken
koopavonden	=	koopavond
koopavondje	=	koopavond
koopavondjes	=	koopavond
koopcentra	=	koopcentrum
koopcentrum	noun	plaats waar meerdere winkels met een onderlinge samenhang gelegen zijn
koopcentrums	=	koopcentrum
koopcontract	noun	officieel document waarin een koop wordt beschreven
koopcontracten	=	koopcontract
koopdag	noun	een dag dat de winkels open zijn er er dus gewinkeld en gekocht kan worden
koopdagen	=	koopdag
koopdrift	noun	drift tot het kopen van veelal onnutte goederen
koopdriften	=	koopdrift
koopdriftje	=	koopdrift
koopdriftjes	=	koopdrift
koopen	=	kopen
koopgedrag	noun	hoe mensen doen tijdens het kopen van producten
koopgoot	noun	verlaagd aangelegde winkelstraat zonder overkapping
koopgoten	=	koopgoot
koopgraag	adj	met de ongeremde behoefte om te kopen
koopgraags	=	koopgraag
koopgraagst	=	koopgraag
koopgraagste	=	koopgraag
koopgrage	=	koopgraag
koopgrager	=	koopgraag
koopgragere	=	koopgraag
koopgragers	=	koopgraag
koophandel	noun	het aankopen en veelal elders voor tegen winst verkopen van goederen
koophuis	noun	huis dat door de bewoners gekocht is
koophuisje	=	koophuis
koophuisjes	=	koophuis
koophuizen	=	koophuis
koophuren	=	koophuur
koophuur	noun	overeenkomst waarbij iemand het casco van een woonhuis huurt, maar de aankleding en inrichting ervan (niet-dragende muren, installaties, keuken, badkamer) zelf koopt
koophuurtje	=	koophuur
koophuurtjes	=	koophuur
koopje	noun	iets wat men voordelig aanschaft
koopjes	=	koopje
koopjesjaagster	=	koopjesjager
koopjesjacht	noun	gang langs verschillende winkels op zoek naar goedkope aanbiedingen
koopjesjachten	=	koopjesjacht
koopjesjager	noun	iemand die zoekt naar afgeprijsde artikelen en die dan koopt
koopjesjagers	=	koopjesjager
koopjesjagertje	=	koopjesjager
koopjesjagertjes	=	koopjesjager
koopjesperiode	noun	de periode waarin producten afgeprijsd zijn
koopjesperioden	=	koopjesperiode
koopjesperiodes	=	koopjesperiode
koopjessafari	noun	speurtoht langs verschillende winkels op zoek naar goedkope aanbiedingen
koopjessafari's	=	koopjessafari
koopkathedraal	noun	zeer grote markthal waar men veel producten en voedsel kan kopen
koopkathedralen	=	koopkathedraal
koopknop	noun	button op een website waarmee men kan aangeven dat men een bepaald product wil kopen
koopknoppen	=	koopknop
koopkracht	noun	de hoeveelheid goederen of diensten die gekocht kan worden met een bepaald geldbedrag, bijvoorbeeld het besteedbaar inkomen
koopkrachtbehoud	noun	het, ondanks de inflatie, onverminderd dezelfde hoeveelheid goederen en diensten kunnen blijven kopen voor het salaris dat men ontvangt
koopkrachtcijfer	noun	kwantificering van de koopkracht
koopkrachtcijfers	=	koopkrachtcijfer
koopkrachtdaling	noun	vermindering van de hoeveelheid goederen of diensten die men voor het ontvangen inkomen kan verwerven
koopkrachtdalingen	=	koopkrachtdaling
koopkrachteffect	noun	uitwerking van een maatregel op de koopkracht
koopkrachteffecten	=	koopkrachteffect
koopkrachten	=	koopkracht
koopkrachtig	adj	geld hebbend om te besteden
koopkrachtige	=	koopkrachtig
koopkrachtiger	=	koopkrachtig
koopkrachtigere	=	koopkrachtig
koopkrachtigers	=	koopkrachtig
koopkrachtigs	=	koopkrachtig
koopkrachtigst	=	koopkrachtig
koopkrachtigste	=	koopkrachtig
koopkrachtklif	noun	financiële 'afgrond' waarin iemand dreigt te raken als de koopkracht zodanig afneemt dat iemand onder de armoedegrens zakt
koopkrachtkliffen	=	koopkrachtklif
koopkrachtmaatregel	noun	handeling die erop gericht is het besteedbaar inkomen van huishoudens te verhogen
koopkrachtmaatregelen	=	koopkrachtmaatregel
koopkrachtmaatregels	=	koopkrachtmaatregel
koopkrachtpariteit	noun	wisselkoers die gecorrigeerd is wat betreft het verschil in prijsniveau tussen twee landen.
koopkrachtpariteiten	=	koopkrachtpariteit
koopkrachtstijging	noun	toename van de hoeveelheid goederen en diensten die men met het verdiende geld kan kopen
koopkrachtstijgingen	=	koopkrachtstijging
koopkrachtstijginkje	=	koopkrachtstijging
koopkrachtstijginkjes	=	koopkrachtstijging
koopkrachttheorie	noun	theorie volgens welke het bedrijfsleven kan worden geactiveerd en de koopkracht kan worden vergroot door de lonen te verhogen
koopkrachttheorieën	=	koopkrachttheorie
koopkrachtverbetering	noun	mate waarin men met het beschikbare inkomen meer dingen kan betalen dan voorheen
koopkrachtverbeteringen	=	koopkrachtverbetering
koopkrachtverdeling	noun	het verdelen van het vormogen om zaken of diensten te kopen tussen de verschillende bevolkingsgroepen
koopkrachtverdelingen	=	koopkrachtverdeling
koopkrachtverhoging	noun	dat je met je beschikbare netto-inkomen meer goederen en diensten kunt kopen dan voorheen.
koopkrachtverhogingen	=	koopkrachtverhoging
koopkrachtverhoginkje	=	koopkrachtverhoging
koopkrachtverhoginkjes	=	koopkrachtverhoging
koopkrachtverlies	noun	vermindering van de hoeveelheid goederen en diensten die men voor het ontvangen inkomen kan kopen
koopkrachtverliesje	=	koopkrachtverlies
koopkrachtverliesjes	=	koopkrachtverlies
koopkrachtverliezen	=	koopkrachtverlies
koopkrachtvermindering	noun	vermindering van de koopkracht (een fenomeen dat slecht politiek te verkopen is)
koopkrachtverminderingen	=	koopkrachtvermindering
kooplieden	=	koopman
kooplui	=	koopman
kooplust	noun	lust, neiging om te kopen
kooplusten	=	kooplust
kooplustig	adj	geneigd om (te veel) te kopen
kooplustige	=	kooplustig
kooplustiger	=	kooplustig
kooplustigere	=	kooplustig
kooplustigers	=	kooplustig
kooplustigs	=	kooplustig
kooplustigst	=	kooplustig
kooplustigste	=	kooplustig
koopman	noun	iemand die in zijn levensonderhoud voorziet door dingen voor meer geld te verkopen dan waarvoor hij het heeft ingekocht
koopmannen	=	koopman
koopmannetje	=	koopman
koopmannetjes	=	koopman
koopmansboek	noun	boek voor de boekhouding van een handelaar of koopman, waarin alle zakelijke transacties worden vastgelegd
koopmansboeken	=	koopmansboek
koopmansboekje	=	koopmansboek
koopmansboekjes	=	koopmansboek
koopmanschap	noun	het koopman zijn; het handeldrijven
koopmansgeest	noun	de mentaliteit van een handelaar
koopmanshuis	noun	woning van een handelaar die ook een opslagfunctie heeft
koopmanshuisje	=	koopmanshuis
koopmanshuisjes	=	koopmanshuis
koopmanshuizen	=	koopmanshuis
kooppenning	noun	handgeld dat bij het sluiten van een koop etc. door de koper gegeven wordt
kooppenningen	=	kooppenning
koopprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen als men een bepaalde zaak in eigendom wil krijgen
koopprijzen	=	koopprijs
koopschaamte	noun	schaamte die mensen kunnen voelen als ze te veel kopen en zo het milieu belasten
koopsector	noun	deel van de woningmarkt die bestaat uit huizen die door de bewoners zelf zijn gekocht
koopsectoren	=	koopsector
koopsectors	=	koopsector
koopsom	noun	de prijs waarvoor men iets koopt of het geld dat men krijgt bij de verkoop van een goed
koopsommen	=	koopsom
koopsompolis	noun	soort levensverzekering waarbij men een bepaalde hoeveelheid geld betaalt om later een periodieke uitkering te krijgen
koopsompolissen	=	koopsompolis
koopstad	noun|obsolete	dichtbevolkte plaats waar veel goederen worden verkocht die op andere plaatsen gebruikt gaan worden
koopstadje	=	koopstad
koopstadjes	=	koopstad
koopsteden	=	koopstad
koopster	noun	vrouw die iets koopt, vrouwelijke vorm van koper
koopsters	=	koopster
koopstertje	=	koopster
koopsubsidie	noun	financiële ondersteuning bij het kopen van iets
koopsubsidies	=	koopsubsidie
koopt	=	kopen
koopvaardij	noun	de handel met behulp van schepen, handelsscheepvaart
koopvaardijen	=	koopvaardij
koopvaardijscheepje	=	koopvaardijschip
koopvaardijscheepjes	=	koopvaardijschip
koopvaardijschepen	=	koopvaardijschip
koopvaardijschip	noun	zeeschip voor het vervoer van handelsgoederen
koopvaart	noun	verscheping van goederen om ze met winst te verhandelen
koopvaarten	=	koopvaart
koopvacua	=	koopvacuüm
koopvacuüm	noun	periode van economische onzekerheid waarin mensen weinig aankopen doen
koopvacuüms	=	koopvacuüm
koopvernietigend	adj	met een of meer eigenschappen waardoor een koopovereenkomst kan worden vernietigd
koopvernietigende	=	koopvernietigend
koopvernietigends	=	koopvernietigend
koopvernietiging	noun	is het juridisch ongedaan maken van een koopovereenkomst, meestal omdat het gekochte product ernstige verborgen gebreken vertoont.
koopvernietigingen	=	koopvernietiging
koopvernietigingetje	=	koopvernietiging
koopvernietigingetjes	=	koopvernietiging
koopvrouw	noun	vrouw die handel drijft
koopvrouwen	=	koopvrouw
koopvrouwtje	=	koopvrouw
koopvrouwtjes	=	koopvrouw
koopwaar	noun	goederen die een koopman wilt verkopen
koopwaartje	=	koopwaar
koopwaartjes	=	koopwaar
koopwaren	=	koopwaar
koopwoede	noun	ziekelijke drift om te kopen
koopwoedes	=	koopwoede
koopwoning	noun	een woning waar men eigenaar van wordt
koopwoningen	=	koopwoning
koopwoninkje	=	koopwoning
koopwoninkjes	=	koopwoning
koopziek	adj	ziekelijke neiging om te veel te kopen
koopzieke	=	koopziek
koopzieker	=	koopziek
koopziekere	=	koopziek
koopziekers	=	koopziek
koopzieks	=	koopziek
koopziekst	=	koopziek
koopziekste	=	koopziek
koopziekte	noun	psychische aandoening waarbij de patiënt een onbedwingbare neiging heeft om (niet noodzakelijke) producten te kopen
koopziekten	=	koopziekte
koopziektes	=	koopziekte
koopzondag	noun	zondag waarop winkels geopend zijn
koopzondagen	=	koopzondag
koopzucht	noun	de ziekelijke neiging om te moeten kopen
koor	noun	een groep mensen die samen zingen
koorballet	noun	danseressen die als groep op optreden tijdens een revue
koorballetje	=	koorballet
koorballetjes	=	koorballet
koorballetten	=	koorballet
koorbank	noun	een rij zitplaatsen tegen de zijwanden van het koor van een kerk, meestal een kathedraal, kapittelkerk of kloosterkerk
koorbanken	=	koorbank
koorbankje	=	koorbank
koorbankjes	=	koorbank
koorboek	noun	boek met muziek en tekst voor religieuze samenzang Vaak uitgevoerd op groot formaat, zodat meerdere zangers een boek konden delen.
koorboeken	=	koorboek
koorboekje	=	koorboek
koorboekjes	=	koorboek
koord	noun	streng van in elkaar gedraaide vezels, gebruikt als middel om zaken bij elkaar te binden of trekkracht uit te oefenen
koorddans	=	koorddansen
koorddanse	=	koorddansen
koorddansen	verb	over een gespannen touw of een staaldraad lopen
koorddansend	=	koorddansen
koorddansende	=	koorddansen
koorddanser	noun	iemand die op een koord danst
koorddanseres	=	koorddanser
koorddansers	=	koorddanser
koorddansertje	=	koorddanser
koorddanst	=	koorddansen
koorddanste	=	koorddansen
koorddansten	=	koorddansen
koorde	noun	een rechte die twee punten van een cirkel of een kromme verbindt
koorden	adj	van koord gemaakt
koordetje	=	koorde
koordetjes	=	koorde
koordje	=	koord
koordjes	=	koord
koorgebed	noun	het dagelijks gezamenlijk bidden van monniken, nonnen en andere religieuzen in het koor van een kerk
koorgebeden	=	koorgebed
koorgezang	noun	zang door een groep zangers voortgebracht
koorgezangen	=	koorgezang
koorhek	noun	hek dat staat tussen het koor en het schip van een kerk
koorhekje	=	koorhek
koorhekjes	=	koorhek
koorhekken	=	koorhek
koorhemd	noun	een wijd, wit linnen hemd, dat reikt tot aan de knieën en gedragen wordt over de toog door een priester of misdienaar
koorhemden	=	koorhemd
koorhemdje	=	koorhemd
koorhemdjes	=	koorhemd
koorkap	noun	priestercape
koorkapje	=	koorkap
koorkappen	=	koorkap
koorkerk	noun	kerkgebouw, ingericht voor het koorgebed
koorkerken	=	koorkerk
koorkerkje	=	koorkerk
koorkerkjes	=	koorkerk
koorkikkers	noun	Pseudacris een geslacht van kikkers uit de familie boomkikkers (Hylidae).
koorknaap	noun	jongen die deel uitmaakt van het kerkkoor (knapenkoor)
koorknaapje	=	koorknaap
koorknaapjes	=	koorknaap
koorknapen	=	koorknaap
koorleden	=	koorlid
koorleider	noun	dirigent van een van een groep mensen die samen zingen
koorleiders	=	koorleider
koorleidster	noun	vrouwelijke dirigent van een groep mensen die samen zingen
koorleidsters	=	koorleidster
koorlid	noun	een lid van een groep zangers
koorlyriek	noun	oorspronkelijk uit Sparta stammende vorm van lyriek
koorn	=	koren
koornaarvis	noun	Atherina presbyter een straalvinnige vis uit de familie koornaarvissen (Atherinidae).
koornaarvisachtigen	noun	een orde Atheriniformes binnen de straalvinnige vissen
koornaarvisje	=	koornaarvis
koornaarvisjes	=	koornaarvis
koornaarvissen	noun	een familie Atherinidae in de orde van koornaarvisachtigen (Atheriniformes).
koornhoen	=	korhoen
kooromgang	noun	overdekte wandelgang rondom, en geopend naar, het koor
kooromgangen	=	kooromgang
koorreis	noun	reis die in het teken staat van koormuziek
koorreisje	=	koorreis
koorreisjes	=	koorreis
koorreizen	=	koorreis
koors	=	koorts
koort	=	koren
koortje	=	koor
koortjes	=	koor
koortonen	=	koortoon
koortoon	noun|obsolete	een stemtoonhoogte die voeger als standaard voor zang gebruikelijk was en die een toon hoger lag dan kamertoon, de stemtoon voor muziekinstrumenten
koortoontje	=	koortoon
koortoontjes	=	koortoon
koorts	noun	verhoging van de lichaamstemperatuur
koortsaanval	noun	plotseling optredende hoge koorts
koortsaanvallen	=	koortsaanval
koortsaanvalletje	=	koortsaanval
koortsaanvalletjes	=	koortsaanval
koortsachtig	adj	alsof je koorts hebt, heel druk
koortsachtige	=	koortsachtig
koortsachtiger	=	koortsachtig
koortsachtigere	=	koortsachtig
koortsachtigers	=	koortsachtig
koortsachtigs	=	koortsachtig
koortsachtigst	=	koortsachtig
koortsachtigste	=	koortsachtig
koortsdelier	noun	door koorts veroorzaakt delirium
koortsdelieren	=	koortsdelier
koortsdromen	=	koortsdroom
koortsdroom	noun	de nachtmerrieachtige beelden die men ervaart als men hoge koorts heeft
koortsdroompje	=	koortsdroom
koortsdroompjes	=	koortsdroom
koortsen	=	koorts
koortsig	adj	een verhoogde lichaamstemperatuur hebbend, meestal door een infectie ziekte
koortsige	=	koortsig
koortsiger	=	koortsig
koortsigere	=	koortsig
koortsigers	=	koortsig
koortsigs	=	koortsig
koortsigst	=	koortsig
koortsigste	=	koortsig
koortsje	=	koorts
koortsjes	=	koorts
koortslip	noun	door het herpes-simplexvirus veroorzaakt infectie van de lip waarbij zich blaasjes vormen
koortslipje	=	koortslip
koortslipjes	=	koortslip
koortslippen	=	koortslip
koortsmeetsysteemstroken	=	koortsmeetsysteemstrook
koortsmeetsysteemstrook	noun	reep papier als onderdeel van een apparaat dat vaststelt of iemand een verhoogde lichaamstemperatuur heeft
koortsstuip	noun	stuip ten gevolge van hoge koorts
koortsstuipen	=	koortsstuip
koortsstuipje	=	koortsstuip
koortsstuipjes	=	koortsstuip
koortsthermometer	noun	meetinstrument voor het bepalen van de lichaamstemperatuur
koortsthermometers	=	koortsthermometer
koortsthermometertje	=	koortsthermometer
koortsthermometertjes	=	koortsthermometer
koortsuitslag	noun	een huidaandoening, vaak aan de lippen als gevolg van een infectie door het herpes simplexvirus, meestal Type I (HSV-1)
koortsuitslagen	=	koortsuitslag
koortsvlieg	noun	Dilophus febrilis een muggensoort uit de familie van de zwarte vliegen (Bibionidae).
koortsvliegen	=	koortsvlieg
koortsvliegje	=	koortsvlieg
koortsvliegjes	=	koortsvlieg
koorwerk	noun	muziekstuk speciaal geschreven voor een zangkoor
koorwerken	=	koorwerk
koorwerkje	=	koorwerk
koorwerkjes	=	koorwerk
koorzang	noun	het samen zingen van een groep mensen
koorzangen	=	koorzang
koorzanger	noun	iemand die de kunst van het samenzingen beoefent in een koor
koorzangeres	=	koorzanger
koorzangers	=	koorzanger
koorzangertje	=	koorzanger
koorzangertjes	=	koorzanger
koos	=	kiezen
koosde	=	kozen
koosden	=	kozen
koosjer	adj	ritueel geoorloofd, volgens joodse spijswetten (joodse godsdienstige voorschriften) bereid (dus voedsel zonder varkensvlees) en daarom geschikt voor consumptie
koosjere	=	koosjer
koosjers	=	koosjer
koosnaam	noun	troetelnaam, vleinaam, niet-officiële naam om genegenheid uit te drukken
koosnaampje	=	koosnaam
koosnaampjes	=	koosnaam
koosnamen	=	koosnaam
koost	=	kiezen
kooswoord	noun	liefkozend woord in het algemeen
kooswoorden	=	kooswoord
kooswoordje	=	kooswoord
kooswoordjes	=	kooswoord
koot	noun	gedeelte van de ondervoet bij het paard tussen kogelgewricht en hoef
kootje	noun	benig lid van het geraamte van vingers en tenen voorbij de middenhands- of middenvoetsbeenderen van een gewervelde
kootjes	=	kootje
kootjongen	verb	kwajongen
kootsen	noun	rijk man
kootte	=	koten
kootten	=	koten
kop	noun	lichaamsdeel van dieren dat homoloog is aan het hoofd [1] van mensen
kop-en-schotel	noun	bij elkaar horende kop en schotel om thee of koffie uit te drinken
kop-en-schotels	=	kop-en-schotel
kop-en-schoteltje	=	kop-en-schotel
kop-en-schoteltjes	=	kop-en-schotel
kop-hals-rompboerderij	noun	boerderij met een klein voorhuis, de kop, en een grote schuur, de romp, met daartussen een verbinding, de hals
kop-hals-rompboerderijen	=	kop-hals-rompboerderij
kop-staartaanrijding	noun	een verkeersongeval waarbij een voertuig van achteren tegen de achterkant van een voorganger botst.
kop-staartaanrijdingen	=	kop-staartaanrijding
kop-staartaanrijdinkje	=	kop-staartaanrijding
kop-staartaanrijdinkjes	=	kop-staartaanrijding
kop-staartbotsing	noun	aanrijding waarbij een voertuig botst tegen een voor hem rijdend voertuig
kop-staartbotsingen	=	kop-staartbotsing
kop-staartbotsinkje	=	kop-staartbotsing
kop-staartbotsinkjes	=	kop-staartbotsing
kop-van-jut	noun	een traditionele kermisattractie waarmee met slagkracht gepoogd wordt een bel te luiden
kopal	noun	barnsteenkleurige halfgefossiliseerde harssoort, waarvan vernissen, plastics e.d. gemaakt worden
kopbal	noun	bij voetbal het spelen van de bal met het hoofd
kopballen	=	kopbal
kopballetje	=	kopbal
kopballetjes	=	kopbal
kopblad	noun	een aparte editie van een krant die onder een eigen naam verschijnt
kopbladen	=	kopblad
kopbomen	=	kopboom
kopboom	noun	Oost-Vlaams voor knotwilg
kopbout	noun	een bout met een ronde of vierkante verdikking aan het uiteinde
kopbouten	=	kopbout
kopbreker	noun	een ingewikkeld raadsel of vraagstuk dat veel denkwerk vereist
kopbrekers	=	kopbreker
kopduel	noun	strijd om balbezit waarbij twee voetballers proberen te koppen
kopduellen	=	kopduel
kopduels	=	kopduel
kope	=	kopen
kopeke	noun	Russische munt, een honderdste deel van een roebel
kopeken	=	kopeke
kopen	verb	in ruil voor geld iets in bezit krijgen
kopend	=	kopen
kopende	=	kopen
kopenhaags	adj	op Kopenhagen betrekking hebbend
kopenhaagse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kopenhagen, of een vrouw afkomstig uit Kopenhagen
kopenhaagsen	=	kopenhaagse
kopenhagenaar	noun	een inwoner van Kopenhagen, of iemand afkomstig uit Kopenhagen
kopenhagenaren	=	kopenhagenaar
koper	noun	persoon die koopt, mannelijke vorm van koopster
koperachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van koper
koperachtige	=	koperachtig
koperachtiger	=	koperachtig
koperachtigere	=	koperachtig
koperachtigers	=	koperachtig
koperachtigs	=	koperachtig
koperachtigst	=	koperachtig
koperachtigste	=	koperachtig
koperaluminiumchloride	noun	een kleurloze vaste stof met een smeltpunt van 225°C en formule CuAlCl₄
koperatomen	=	koperatoom
koperatoom	noun	een atoom van het chemisch element koper.
koperatoompje	=	koperatoom
koperatoompjes	=	koperatoom
koperbeslag	noun	bescherming, versteviging of versiering van iets met koperen voorwerpen
koperbeslagen	=	koperbeslag
koperblazer	noun	een muzikant die op een koperen blaasintrument speelt
koperblazers	=	koperblazer
koperblazertje	=	koperblazer
koperblazertjes	=	koperblazer
koperborstglansvogel	noun	Galbula pastazae een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
koperborstglansvogels	=	koperborstglansvogel
koperborstglansvogeltje	=	koperborstglansvogel
koperborstglansvogeltjes	=	koperborstglansvogel
koperbrons	noun	legering van koper en tin
koperbruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8004 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8004 ( ).
koperbruine	=	koperbruin
koperbruins	=	koperbruin
koperbuikpluimbroekje	noun	Eriocnemis cupreoventris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
koperbuikpluimbroekjes	=	koperbuikpluimbroekje
koperde	=	koperen
koperden	=	koperen
koperdiefstal	noun	het zich onrechtmatig toe-eigenen van koper of andere koperhoudende legeringen zoals brons of messing
koperdiefstallen	=	koperdiefstal
koperdiefstalletje	=	koperdiefstal
koperdiefstalletjes	=	koperdiefstal
koperdraad	noun	een draad gemaakt van koper
koperdraadje	=	koperdraad
koperdraadjes	=	koperdraad
koperdraden	=	koperdraad
koperdruk	noun	drukwerk gemaakt met een koperenplaat
koperdrukken	=	koperdruk
koperdrukkerij	noun|historical	onderneming waar afbeeldingen en teksten in een koperen platen worden gegraveerd waarvan dan met inkt meerdere afdrukken worden gemaakt
koperdrukkerijen	=	koperdrukkerij
kopere	=	koperen
koperen	adj	van koper vervaardigd
koperend	=	koperen
koperende	=	koperen
kopererts	noun	delfstof waaruit men koper kan winnen
koperertsen	=	kopererts
koperertsje	=	kopererts
koperets	noun	drukplaat van koper waarin men een tekening heeft gegraveerd
koperetsen	=	koperets
koperfazant	noun	Syrmaticus soemmerringii een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
koperfazanten	=	koperfazant
koperfazantje	=	koperfazant
koperfazantjes	=	koperfazant
kopergalliumchloride	noun	een kleurloze vaste stof met een smeltpunt van 238 °C en formule CuGaCl₄
koperglanskolibrie	noun	Aglaeactis cupripennis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
koperglanskolibries	=	koperglanskolibrie
koperglanskolibrietje	=	koperglanskolibrie
koperglanskolibrietjes	=	koperglanskolibrie
koperglansstaartkolibrie	noun	Metallura theresiae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
koperglansstaartkolibries	=	koperglansstaartkolibrie
koperglansstaartkolibrietje	=	koperglansstaartkolibrie
koperglansstaartkolibrietjes	=	koperglansstaartkolibrie
kopergraveur	noun	graveur die in een koperen plaat graveert
kopergraveurs	=	kopergraveur
kopergraveurtje	=	kopergraveur
kopergraveurtjes	=	kopergraveur
kopergravure	noun	een afdruk van een gegraveerde koperen plaat
kopergravuren	=	kopergravure
kopergravures	=	kopergravure
kopergroen	noun	groene laag die zich afzet op koperen daken, bronzen standbeelden enz	adj	groen zoals geoxideerd koper
kopergroene	=	kopergroen
kopergroenen	=	kopergroen
kopergroener	=	kopergroen
kopergroenere	=	kopergroen
kopergroeners	=	kopergroen
kopergroens	=	kopergroen
kopergroenst	=	kopergroen
kopergroenste	=	kopergroen
koperhaai	noun	Carcharhinus brachyurus een haai uit de familie van de requiemhaaien
koperhaaien	=	koperhaai
koperhaaitje	=	koperhaai
koperhaaitjes	=	koperhaai
koperhandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep koper in- en verkoopt
koperhandelaars	=	koperhandelaar
koperhandelaartje	=	koperhandelaar
koperhandelaartjes	=	koperhandelaar
koperhandelaren	=	koperhandelaar
koperhoningzuiger	noun	Cinnyris cupreus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
koperhoningzuigers	=	koperhoningzuiger
koperhoningzuigertje	=	koperhoningzuiger
koperhoningzuigertjes	=	koperhoningzuiger
koperkeelhoningzuiger	noun	Leptocoma calcostetha een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
koperkeelhoningzuigers	=	koperkeelhoningzuiger
koperkeelhoningzuigertje	=	koperkeelhoningzuiger
koperkeelhoningzuigertjes	=	koperkeelhoningzuiger
koperkleurig	adj	de kleur van koper hebbend
koperkleurige	=	koperkleurig
koperkleuriger	=	koperkleurig
koperkleurigere	=	koperkleurig
koperkleurigers	=	koperkleurig
koperkleurigs	=	koperkleurig
koperkleurigst	=	koperkleurig
koperkleurigste	=	koperkleurig
koperkop	noun	bepaalde soort gifslang, Agkistrodon contortrix, die voorkomt in Noord-Amerika
koperkoppen	=	koperkop
koperkopsmaragdkolibrie	noun	Microchera cupreiceps een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries) en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
koperkopsmaragdkolibries	=	koperkopsmaragdkolibrie
koperkopsmaragdkolibrietje	=	koperkopsmaragdkolibrie
koperkopsmaragdkolibrietjes	=	koperkopsmaragdkolibrie
koperlegering	noun	legering waarin koper de belangrijkste component is
koperlegeringen	=	koperlegering
koperlegerinkje	=	koperlegering
koperlegerinkjes	=	koperlegering
koperloos	adj	zonder het metaal koper
koperloze	=	koperloos
koperlozer	noun	bedrijf dat koper (Cu) of koperverbindingen naar zijn omgeving uitstoot
koperlozers	=	koperlozer
kopermijn	noun	een (dagbouw)mijn waar men kopererts delft
kopermijnen	=	kopermijn
kopermol	noun	soort zoogdier, Amblysomus hottentotus, dat voorkomt in gematigde, subtropische of tropische droge bossen, regenwouden, struikgewas, savanne, grasland, zandige oevers, akkers, weiden, plantages en stedelijke gebieden in Zuid-Afrika, Swaziland en Lesotho De kopermol heeft verscheidene ondersoorten, waaronder de Zulu goudmol (A. h. iris)
kopermollen	=	kopermol
kopermolletje	=	kopermol
kopermolletjes	=	kopermol
kopermos	noun	Psilolechia leprosa een korstmos behorend tot de familie Parmeliaceae.
kopermosje	=	kopermos
kopermosjes	=	kopermos
kopermossen	=	kopermos
koperoxide	noun	een oxide van koper
koperoxiden	=	koperoxide
koperoxides	=	koperoxide
koperproducent	noun	bedrijf dat kopererts delf
koperproducenten	=	koperproducent
koperrandbladroller	noun	Cochylis hybridella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
koperrandbladrollers	=	koperrandbladroller
koperrandbladrollertje	=	koperrandbladroller
koperrandbladrollertjes	=	koperrandbladroller
koperroden	=	koperrood
koperrood	noun	ferrosulfaat
koperrugamazilia	noun	Saucerottia tobaci een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
koperrugamazilia's	=	koperrugamazilia
koperrugamaziliaatje	=	koperrugamazilia
koperrugamaziliaatjes	=	koperrugamazilia
koperrugkwartellijster	noun	Cinclosoma clarum een zangvogel uit de familie Cinclosomatidae.
koperrugkwartellijsters	=	koperrugkwartellijster
koperrugkwartellijstertje	=	koperrugkwartellijster
koperrugkwartellijstertjes	=	koperrugkwartellijster
kopers	=	koper
koperslager	noun	een ambachtsman die platen koper of andere zachte metalen bewerkt.
koperslagers	=	koperslager
koperslagertje	=	koperslager
koperslagertjes	=	koperslager
kopersmarkt	noun	markt waarop de prijs bepaald wordt door de kopers, door de vraag
kopersmarkten	=	kopersmarkt
kopersmeden	=	kopersmid
kopersmid	noun	Psilopogon haemacephalus een Aziatische baardvogel die voorkomt in het groot gebied dat reikt van Pakistan tot Vietnam in het zuiden van het vasteland van Zuid-Azië en in de Indische Archipel.
kopersmidje	=	kopersmid
kopersmidjes	=	kopersmid
kopersstaking	noun	bepaalde producten niet meer kopen omdat men de producent niet wil steunen
kopersstakingen	=	kopersstaking
kopersstakinkje	=	kopersstaking
kopersstakinkjes	=	kopersstaking
koperstaartamazilia	noun	Saucerottia cupreicauda een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
koperstaartamazilia's	=	koperstaartamazilia
koperstaartamaziliaatje	=	koperstaartamazilia
koperstaartamaziliaatjes	=	koperstaartamazilia
koperstaartglansspreeuw	noun	Hylopsar cupreocauda een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
koperstaartglansspreeuwen	=	koperstaartglansspreeuw
koperstaartglansspreeuwtje	=	koperstaartglansspreeuw
koperstaartglansspreeuwtjes	=	koperstaartglansspreeuw
koperstaartspoorkoekoek	noun	Centropus cupreicaudus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
koperstaartspoorkoekoeken	=	koperstaartspoorkoekoek
koperstaartspoorkoekoekje	=	koperstaartspoorkoekoek
koperstaartspoorkoekoekjes	=	koperstaartspoorkoekoek
koperstaarttrogon	noun	Trogon elegans een vogel uit de familie Trogonidae.
koperstaarttrogonnetje	=	koperstaarttrogon
koperstaarttrogonnetjes	=	koperstaarttrogon
koperstaarttrogons	=	koperstaarttrogon
kopert	=	koperen
kopertje	=	koper
koperuil	noun	Diachrysia chrysitis een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
koperuilen	=	koperuil
koperuiltje	=	koperuil
koperuiltjes	=	koperuil
koperwerk	noun	alles wat van koper is gemaakt
koperwerken	=	koperwerk
koperwerkje	=	koperwerk
koperwiek	noun	Turdus iliacus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
koperwieken	=	koperwiek
koperwiekje	=	koperwiek
koperwiekjes	=	koperwiek
koperzalm	noun	Hasemania nana een vis uit de familie van de Characidae.
koperzalmen	=	koperzalm
koperzalmpje	=	koperzalm
koperzalmpjes	=	koperzalm
koperzuiger	noun	bepaald soort vis, Bagre bagre uit de familie van de zeemeervallen (Ariidae), orde der meervalachtigen (Siluriformes)
koperzuigers	=	koperzuiger
koperzuigertje	=	koperzuiger
koperzuigertjes	=	koperzuiger
kopglaasje	=	kopglas
kopglaasjes	=	kopglas
kopglas	noun|obsolete	bolvormige glazen pot die men gebruikt bij het aderlaten
kopglazen	=	kopglas
kopgroep	noun	groep sporters die een voorsprong heeft op de rest van de deelnemers
kopgroepen	=	kopgroep
kopgroepje	=	kopgroep
kopgroepjes	=	kopgroep
kophout	noun	elk van de twee uitgeholde houten steunen waarop een vat of ton ligt, zodat het op zijn plaats blijft liggen en geheel vrij blijft van de grond
kophouten	=	kophout
kophoutje	noun	verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kophout
kophoutjes	=	kophout
kopie	noun	een afschrift of andere reproductie van een document of ander voorwerp
kopieboek	noun	boek waarin afschriften of kopieën van documenten worden bewaard, zoals brieven, akten of wissels
kopieboeken	=	kopieboek
kopieboekje	=	kopieboek
kopieboekjes	=	kopieboek
kopieer	=	kopiëren
kopieerapparaat	noun	een machine waarmee je een extra afdruk kunt maken van wat op papier staat
kopieerapparaatje	=	kopieerapparaat
kopieerapparaatjes	=	kopieerapparaat
kopieerapparaten	=	kopieerapparaat
kopieerbaar	adj	waar een extra, gelijkend exemplaar van gemaakt kan worden
kopieerbaarder	=	kopieerbaar
kopieerbaardere	=	kopieerbaar
kopieerbaarders	=	kopieerbaar
kopieerbaars	=	kopieerbaar
kopieerbaarst	=	kopieerbaar
kopieerbaarste	=	kopieerbaar
kopieerbare	=	kopieerbaar
kopieerbeveiliging	noun	een technologische maatregel die wordt gebruikt om het ongeoorloofd kopiëren en verspreiden van software, films, muziek en e-books te voorkomen.
kopieerbeveiligingen	=	kopieerbeveiliging
kopieerbeveiligingetje	=	kopieerbeveiliging
kopieerbeveiligingetjes	=	kopieerbeveiliging
kopieerconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die kopieerapparaten maken
kopieerconcerns	=	kopieerconcern
kopieerde	=	kopiëren
kopieerden	=	kopiëren
kopieergedrag	noun	het nadoen wat anderen ook doen
kopieerkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het maken van een afschrift of andere reproductie van een document
kopieerkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het maken van een afschrift of andere reproductie van een document
kopieermachientje	=	kopieermachine
kopieermachientjes	=	kopieermachine
kopieermachine	noun	een toestel waarmee men fotokopieën kan maken
kopieermachines	=	kopieermachine
kopieermachinetje	=	kopieermachine
kopieermachinetjes	=	kopieermachine
kopieerpapier	noun	papier geschikt voor het maken van afdrukken met een fotokopieerapparaat
kopieerpapieren	=	kopieerpapier
kopieerpapiertje	=	kopieerpapier
kopieerpapiertjes	=	kopieerpapier
kopieert	=	kopiëren
kopieertoestel	noun	een apparaat dat gebruikt wordt om afbeeldingen of tekst van papier te kopiëren
kopieertoestellen	=	kopieertoestel
kopieertoestelletje	=	kopieertoestel
kopieertoestelletjes	=	kopieertoestel
kopieervergoeding	noun	een vergoeding die bedrijven, instellingen en overheden betalen voor het maken van kopieën (fotokopieën of digitale scans) van auteursrechtelijk beschermde werken, zoals artikelen, boeken of bladmuziek.
kopieervergoedingen	=	kopieervergoeding
kopieervergoedinkje	=	kopieervergoeding
kopieervergoedinkjes	=	kopieervergoeding
kopieerwerk	noun	dat wat het resultaat is van kopiëren
kopieerwerken	=	kopieerwerk
kopies	=	kopie
kopietje	=	kopie
kopietjes	=	kopie
kopieën	=	kopie
kopiist	noun	iemand (een monnik) die een kopie van een geschrift (of schilderij) vervaardigde
kopiiste	=	kopiist
kopiisten	=	kopiist
kopij	noun	tekst die bestemd is om gedrukt te worden
kopijen	=	kopij
kopijpapier	noun	papier waarop de kopij is gemaakt
kopijpapieren	=	kopijpapier
kopijpapiertje	=	kopijpapier
kopijpapiertjes	=	kopijpapier
kopijrecht	noun	copyright
kopijrechten	=	kopijrecht
kopijtje	=	kopij
kopijtjes	=	kopij
kopijvel	noun	papier waarop men schrijft wat later gedrukt moet worden
kopijvellen	=	kopijvel
kopiëre	=	kopiëren
kopiëren	verb	een duplicaat maken van
kopiërend	=	kopiëren
kopiërende	=	kopiëren
kopiëring	noun	het maken van een reproductie van het origineel
kopiëringen	=	kopiëring
kopiïst	=	kopiist
kopje	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord het hoofd, de nek
kopje-onder	adv	geheel onder water
kopjeduikel	=	kopjeduikelen
kopjeduikelde	=	kopjeduikelen
kopjeduikelden	=	kopjeduikelen
kopjeduikele	=	kopjeduikelen
kopjeduikelen	verb	een koprol maken
kopjeduikelend	=	kopjeduikelen
kopjeduikelende	=	kopjeduikelen
kopjeduikelt	=	kopjeduikelen
kopjegeduikeld	=	kopjeduikelen
kopjes	=	kop
kopjesbekermos	noun	Cladonia fimbriata een korstmos uit het geslacht Cladonia.
kopjespieper	noun	Anthus crenatus een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
kopjespiepers	=	kopjespieper
kopjespiepertje	=	kopjespieper
kopjespiepertjes	=	kopjespieper
kopjeszanger	noun	Euryptila subcinnamomea een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
kopjeszangers	=	kopjeszanger
kopjeszangertje	=	kopjeszanger
kopjeszangertjes	=	kopjeszanger
kopklep	noun	recht boven de verbrandingsruimte staande klep in de kop van een cilinder van een verbrandingsmotor
kopklepmotor	noun	tegenwoordig algemeen toegepaste viertaktmotor waarbij de in- en uitlaatkleppen in de cilinderkop zitten en recht boven de verbrandingsruimte staan
kopklepmotoren	=	kopklepmotor
kopklepmotors	=	kopklepmotor
kopklepmotortje	=	kopklepmotor
kopklepmotortjes	=	kopklepmotor
kopkleppen	=	kopklep
koplaag	noun	laag stenen die met de kleinste kant naar voren zijn gemetseld
koplaagje	=	koplaag
koplaagjes	=	koplaag
koplagen	=	koplaag
koplamp	noun	een witte of gele lamp aan de voorzijde van een voertuig
koplampen	=	koplamp
koplampje	=	koplamp
koplampjes	=	koplamp
koplast	noun	van een schip (of vliegtuig) dat de ligging bij de boeg dieper is dan bij het achterschip
koplasten	=	koplast
koplastig	adj	koplast hebbend
koplastige	=	koplastig
koplastiger	=	koplastig
koplastigere	=	koplastig
koplastigers	=	koplastig
koplastigs	=	koplastig
koplastigst	=	koplastig
koplastigste	=	koplastig
koplastje	=	koplast
koplastjes	=	koplast
koplieden	=	kopman
koploopster	noun	vrouw die in een wedstrijd of een competitie de leidende positie heeft
koploopsters	=	koploopster
koploos	adj	zonder kop
koploper	noun	lijstaanvoerder van een sportcompetitie
koplopers	=	koploper
koplopertje	=	koploper
koplopertjes	=	koploper
koploze	=	koploos
koplui	=	kopman
kopman	noun	de belangrijkste wielrenner van een wielerploeg die gaat voor de overwinning
kopmannen	=	kopman
kopmannetje	=	kopman
kopmannetjes	=	kopman
kopnagel	noun	kopspijker
kopnagels	=	kopnagel
kopnageltje	=	kopnagel
kopnageltjes	=	kopnagel
koppakking	noun	de cruciale afdichting tussen het motorblok en de cilinderkop van een verbrandingsmotor.
koppakkingen	=	koppakking
koppakkinkje	=	koppakking
koppakkinkjes	=	koppakking
koppe	=	koppen
koppel	noun	tweetal
koppelaar	noun	iemand die probeert om mensen in contact met elkaar te brengen om een huwelijk te bewerkstelligen
koppelaars	=	koppelaar
koppelaarster	noun	vrouw die een huwelijk arrangeert
koppelaarsters	=	koppelaarster
koppelarij	noun	is het in contact brengen van personen die op zoek zijn naar een affectieve relatie
koppelarijen	=	koppelarij
koppelarijtje	=	koppelarij
koppelarijtjes	=	koppelarij
koppelbaas	noun	vaak malafide persoon die werknemers aanneemt om ze aan andere bedrijven, die een tekort aan arbeidskrachten hebben, te verhuren waarbij het afdragen van loonbelasting of sociale premies nogal eens achterwege blijft
koppelbaasje	=	koppelbaas
koppelbaasjes	=	koppelbaas
koppelbazen	=	koppelbaas
koppelde	=	koppelen
koppelden	=	koppelen
koppeldicht	noun	strofe van meer dan twee regels ??, tweeregelig rijmpje ??
koppeldichten	=	koppeldicht
koppeldichtje	=	koppeldicht
koppeldichtjes	=	koppeldicht
koppele	=	koppelen
koppelen	verb	de koppeling van een voertuig bedienen
koppelend	=	koppelen
koppelende	=	koppelen
koppeling	noun	een constructie die in een motor of voertuig mechanische krachten op een te onderbreken wijze overbrengt
koppelingen	=	koppeling
koppelingetje	=	koppeling
koppelingetjes	=	koppeling
koppelingspedaal	noun	voetbediening om de verbinding tussen de motor van een voertuig en de wielen te verbreken Kan worden gebruikt om de motor stationair te laten draaien of om zonder schade aan tandwielen te kunnen schakelen naar een andere versnelling.
koppelingspedaaltje	=	koppelingspedaal
koppelingspedalen	=	koppelingspedaal
koppelinkje	=	koppeling
koppelnet	noun	hoogspanningsnetwerk dat verschillende elektriciteitsnetten met elkaar verbindt
koppelnetten	=	koppelnet
koppelriem	noun	brede riem om het middel vaak gemaakt van leer en met zware gesp, oorspronkelijk voor het bevestigen van de sabel
koppelriemen	=	koppelriem
koppels	=	koppel
koppelstang	noun	stang waarmee men twee zaken (tijdelijk) aan elkaar vastmaakt
koppelstangen	=	koppelstang
koppelstangetje	=	koppelstang
koppelstangetjes	=	koppelstang
koppelt	=	koppelen
koppelteken	noun	een streepje om twee of meer woorden een eenheid te laten vormen dat in de Nederlandse spelling vooral van belang is in afleidingen, samenkoppelingen, samenstellingen en woordgroepen
koppeltekens	=	koppelteken
koppeltekentje	=	koppelteken
koppeltekentjes	=	koppelteken
koppeltje	=	koppel
koppeltjes	=	koppel
koppelverband	noun	een combinatie een motorvrachtschip met een duwbak
koppelverbanden	=	koppelverband
koppelverbandje	=	koppelverband
koppelverbandjes	=	koppelverband
koppelverkoop	noun	verkoop waarbij de koper van een artikel verplicht is ook iets anders te kopen
koppelverkopen	=	koppelverkoop
koppelvlak	noun	een interface die volgens een bepaalde standaard de uitwisseling van gegevens tussen informatiesystemen verzorgt
koppelvlakje	=	koppelvlak
koppelvlakjes	=	koppelvlak
koppelvlakken	=	koppelvlak
koppelwerkwoord	noun	een werkwoord dat een eigenschap koppelt aan het onderwerp
koppelwerkwoorden	=	koppelwerkwoord
koppelwerkwoordje	=	koppelwerkwoord
koppelwerkwoordjes	=	koppelwerkwoord
koppen	verb	een bal een stotende beweging met het hoofd geven
koppend	=	koppen
koppende	=	koppen
koppenmaker	noun	redacteur die de krantenkoppen maakt
koppenmakers	=	koppenmaker
koppensnel	=	koppensnellen
koppensnellen	verb	het verzamelen van de afgesneden hoofden van overwonnen vijanden
koppensnellend	=	koppensnellen
koppensnellende	=	koppensnellen
koppensneller	noun	iemand die tot een stam behoort die aan koppensnellen doet
koppensnellers	=	koppensneller
koppensnellertje	=	koppensneller
koppensnellertjes	=	koppensneller
kopper	noun	iemand die bij voetballen de bal met het hoofd speelt
koppermaandag	adv	de eerste maandag na Driekoningen (6 januari)
koppermaandagen	=	koppermaandag
koppers	=	kopper
koppie	=	kop
koppie-peest	noun	ongewijzigd gekopiëerde content
koppie-peests	=	koppie-peest
koppies	=	kop
koppig	adj	vasthoudend aan eigen wil of inzicht
koppigaard	noun	iemand die zijn mening niet kan veranderen
koppigaardje	=	koppigaard
koppigaards	=	koppigaard
koppige	=	koppig
koppiger	=	koppig
koppigere	=	koppig
koppigers	=	koppig
koppigheden	=	koppigheid
koppigheid	noun	de mate van koppigheid
koppigs	=	koppig
koppigst	=	koppig
koppigste	=	koppig
koppijn	noun	heel erge hoofdpijn
koppijnen	=	koppijn
koppijntje	=	koppijn
koppijntjes	=	koppijn
koppositie	noun	sporter of die (voorlopig) voorligt op de andere deelnemers van een wedstrijd of reeks wedstrijden
kopposities	=	koppositie
koppoter	noun	tekening van een menselijk figuur waarbij de romp ontbreekt
koppoters	=	koppoter
koppotertje	=	koppoter
koppotig	adj	met gespierde tentakels rondom de bek (zoals bij inktvissen), behorend tot of betrekking hebbend op inktvissen
koppotige	noun	benaming voor dieren uit de klasse Cephalopoda, waartoe de inktvissen behoren
koppotigen	noun	klasse Cephalopoda, waartoe inktvissen behoren
koppotiger	=	koppotig
koppotigere	=	koppotig
koppotigers	=	koppotig
koppotigs	=	koppotig
koppotigst	=	koppotig
koppotigste	=	koppotig
kopra	noun	Cocos nucifera gedroogd vruchtvlees van de kokosnoot dat een grondstof is voor margarine
kopregel	noun	in grote (hoofd)letters gedrukte tekst boven aan een pagina of (kranten)artikel
kopregels	=	kopregel
kopriem	noun	riem die een deel uitmaakt van een paardenhoofdstel
kopriemen	=	kopriem
kopriempje	=	kopriem
kopriempjes	=	kopriem
koprol	noun	een gymnastische beweging waarbij men vanuit een gehurkte positie een rol maakt over zijn of haar handen, achterhoofd, nek en rug om dan weer in een gehurkte positie te eindigen
koprolde	=	koprollen
koprolden	=	koprollen
koprolle	=	koprollen
koprollen	verb	een koprol maken
koprollend	=	koprollen
koprollende	=	koprollen
koprolletje	=	koprol
koprolletjes	=	koprol
koprolt	=	koprollen
koprus	noun	Juncus capitatus een eenjarige plant, die behoort tot de russenfamilie (Juncaceae).
koprusje	=	koprus
koprusjes	=	koprus
koprussen	=	koprus
kops	adj	betrekking hebbend op het vlak dat is ontstaan bij zaagwerk haaks op de stam van de boom
kopschildkreeftjes	noun	Notostraca een kleine, vrij primitieve orde van de kreeftachtigen.
kopschopkakker	noun	persoon uit een welgesteld milieu die een ander zodanig hard tegen het hoofd schopt dat die persoon overlijdt
kopschopkakkers	=	kopschopkakker
kopschot	noun	een meestal dodelijk schot in het hoofd
kopschoten	=	kopschot
kopschotje	=	kopschot
kopschotjes	=	kopschot
kopschotten	=	kopschot
kopschud	=	kopschudden
kopschudden	verb	ritmisch heen en weer bewegen van het hoofd door een dier
kopschuddend	=	kopschudden
kopschuddende	=	kopschudden
kopschuw	adj	schichtig
kopschuwe	=	kopschuw
kopschuwer	=	kopschuw
kopschuwere	=	kopschuw
kopschuwers	=	kopschuw
kopschuws	=	kopschuw
kopschuwst	=	kopschuw
kopschuwste	=	kopschuw
kopse	=	kops
kopseis	=	kopseizen
kopseisde	=	kopseizen
kopseisden	=	kopseizen
kopseist	=	kopseizen
kopseize	=	kopseizen
kopseizen	verb	ondersteboven komen liggen, kapseizen
kopseizend	=	kopseizen
kopseizende	=	kopseizen
kopser	=	kops
kopsere	=	kops
kopsers	=	kops
kopshout	noun	het door een dwarsdoorsnede van hout gevormde vlak, loodrecht op de nerf/vezels van het hout, waar de jaarringen of gedeelten daarvan zichtbaar zijn; het vlak dat het kopse hout toont van een boomstam, balk, plank, etc.
kopshouten	adj	gemaakt van of samengesteld uit (delen van) kopshout
kopspiegellamp	noun	lamp met een spiegelende laag in de kop, zodat het licht naar boven weerkaatst wordt (vaak in een reflector die dat dan weer terugkaatst)
kopspiegellampen	=	kopspiegellamp
kopspiegellampje	=	kopspiegellamp
kopspiegellampjes	=	kopspiegellamp
kopspijker	noun	een kleine, vlijmscherpe spijker met een platte kop
kopspijkers	=	kopspijker
kopspijkertje	=	kopspijker
kopspijkertjes	=	kopspijker
kopst	=	kops
kopstaanders	noun	een familie Anostomidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
kopstation	noun	een treinstation waar de sporen niet doorlopen (meestal wegens geografische redenenen)
kopstations	=	kopstation
kopste	=	kops
kopstem	noun	de hoogste zangstem
kopstemmen	=	kopstem
kopstemmetje	=	kopstem
kopstoot	noun	een combinatie van een glas bier en een glas jenever
kopstootje	=	kopstoot
kopstootjes	=	kopstoot
kopstoten	=	kopstoot
kopstudie	noun	schilderij van een hoofd dat gemaakt is al oefening of voorbereiding
kopstudies	=	kopstudie
kopstuk	noun	de belangrijkste personen in een bepaalde groep, bobo
kopstukje	=	kopstuk
kopstukjes	=	kopstuk
kopstukken	=	kopstuk
kopt	noun	christelijke afstammeling van de oude Egyptenaren
kopte	=	koppen
koptekening	noun	kleurenpatroon op de kop van een dier; het verenpatroon op de kop van een vogel
koptekeningen	=	koptekening
koptelefoon	noun	stel van twee kleine luidsprekers die men tegen of in de oren plaatst
koptelefoonhouder	noun	accessoire dat is ontworpen om een koptelefoon veilig en netjes op te bergen wanneer deze niet in gebruik is
koptelefoonhouders	=	koptelefoonhouder
koptelefoonhoudertje	=	koptelefoonhouder
koptelefoonhoudertjes	=	koptelefoonhouder
koptelefoons	=	koptelefoon
koptelefoonstandaard	noun	accessoire dat is ontworpen om een hoofdtelefoon veilig en netjes op te bergen wanneer deze niet in gebruik is
koptelefoonstandaarden	=	koptelefoonstandaard
koptelefoonstandaardje	=	koptelefoonstandaard
koptelefoonstandaardjes	=	koptelefoonstandaard
koptelefoonstandaards	=	koptelefoonstandaard
koptelefoontje	=	koptelefoon
koptelefoontjes	=	koptelefoon
kopten	=	koppen
koptisch	adj	betrekking hebbend op de kopten (een christelijk Egyptisch volk)
koptisch-orthodox	adj	van, mbt. de in 43 n.Chr. in het Egyptische Alexandrië gestichte christelijke kerk
koptisch-orthodoxe	=	koptisch-orthodox
koptisch-orthodoxer	=	koptisch-orthodox
koptisch-orthodoxere	=	koptisch-orthodox
koptisch-orthodoxers	=	koptisch-orthodox
koptisch-orthodoxt	=	koptisch-orthodox
koptisch-orthodoxte	=	koptisch-orthodox
koptische	=	koptisch
koptischer	=	koptisch
koptischere	=	koptisch
koptischers	=	koptisch
kopvoddentaks	noun	een voorgestelde belasting op het dragen van hoofddoekjes door moslima
kopvoddentaksen	=	kopvoddentaks
kopvoddentaksje	=	kopvoddentaks
kopvoddentax	noun	een voorgestelde belasting op het dragen van hoofddoekjes door moslima
kopvoeter	noun	tekening van een menselijk figuur waarbij de romp ontbreekt
kopvoetermaatschappij	noun	samenleving bestaande uit arme en rijke mensen zonder dat er sprake is van een goed ontwikkelde middenklasse
kopvoetermaatschappijen	=	kopvoetermaatschappij
kopvoeters	=	kopvoeter
kopvoetersamenleving	noun	samenleving bestaande uit arme en rijke mensen zonder dat er sprake is van een goed ontwikkelde middenklasse
kopvoetersamenlevingen	=	kopvoetersamenleving
kopvoetertje	=	kopvoeter
kopvoorn	noun	Squalius cephalus een straalvinnige uit de familie Cyprinidae (karperachtigen)
kopvoorns	=	kopvoorn
kopvoorntje	=	kopvoorn
kopvoorntjes	=	kopvoorn
kopvrouw	noun	leidster van een (sport)team
kopvrouwen	=	kopvrouw
kopwand	noun	voorkant van een spoorwagon op locomotief
kopwanden	=	kopwand
kopwandwagen	noun	een magazijnwagen met een verticale wand aan de kant van de duwstang
kopwandwagens	=	kopwandwagen
kopwerk	noun	het uit de wind houden van medesporters in een snelheidswedstrijd door vooraan te gaan
kopwerken	=	kopwerk
kopziekte	noun	bepaalde ziekte bij koeien en schapen die ontstaat door een tekort aan magnesium in het voer
kopziekten	=	kopziekte
kopziektes	=	kopziekte
kopzorg	noun	een probleem waar je steeds aan moet blijven denken en waarvan je bang bent dat het niet goed zal aflopen
kopzorgen	=	kopzorg
kopzorgje	=	kopzorg
kor	noun	trechtervormig sleepnet
koraal	noun	skelet van de koraalpoliep
koraalbes	noun	een geslacht Symphoricarpos van ongeveer vijftien soorten planten uit de kamperfoeliefamilie.
koraalbesje	=	koraalbes
koraalbesjes	=	koraalbes
koraalbessen	=	koraalbes
koraalbleking	noun	stressreactie waarbij koralen hun kleurrijke, symbiotische algen afstoten.
koraalblekingen	=	koraalbleking
koraalblekinkje	=	koraalbleking
koraalblekinkjes	=	koraalbleking
koraalbomen	=	koraalboom
koraalboom	noun	een geslacht Erythrina van bedektzadige planten uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
koraalboomken	=	koraalboom
koraalboompje	=	koraalboom
koraalboompjes	=	koraalboom
koraaldeskundige	noun	persoon die verstand heeft van koralen
koraaldeskundigen	=	koraaldeskundige
koraalduivel	noun	benaming voor schorpioenvissen van het geslacht Pterois
koraalduivelen	=	koraalduivel
koraalduivels	=	koraalduivel
koraalduiveltje	=	koraalduivel
koraalduiveltjes	=	koraalduivel
koraaleiland	noun	een eiland dat geheel of grotendeels opgebouwd is uit dood koraal
koraaleilanden	=	koraaleiland
koraaleilandje	=	koraaleiland
koraaleilandjes	=	koraaleiland
koraalfuga	noun	fuga waarin aan het eind een koraal verweven is
koraalfuga's	=	koraalfuga
koraalhaarschubje	noun	Agonimia flabelliformi een korstmossoort uit de familie Verrucariaceae.
koraalhaarschubjes	=	koraalhaarschubje
koraaljuffer	noun	Ceriagrion tenellum een libel uit de familie van de waterjuffers.
koraaljuffers	noun	Ceriagrion een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae)
koraaljuffertje	=	koraaljuffer
koraaljuffertjes	=	koraaljuffer
koraalkleur	noun	de kleur van koraal, een zachte oranjerode kleur
koraalkleurig	adj	de kleur van koraal hebbend, een zachte oranjerode kleur
koraalkleurige	=	koraalkleurig
koraalkleurigs	=	koraalkleurig
koraalklimmers	noun	een familie Cirrhitidae een vissen binnen de orde van de baarsachtigen, klasse straalvinnigen.
koraalmalve	noun	Hibiscus schizopetalus een tot 4 meter hoge struik met dunne, vaak overhangende twijgen.
koraalmalven	=	koraalmalve
koraalmalves	=	koraalmalve
koraalmeervallen	noun	een familie Plotosidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
koraalmeidoorn	noun	Crataegus rhipidophylla een struik of kleine boom, die tot zeven meter hoog kan worden.
koraalmeidoorns	=	koraalmeidoorn
koraalmeidoorntje	=	koraalmeidoorn
koraalmeidoorntjes	=	koraalmeidoorn
koraalrif	noun	een ondiepte in de zee die opgebouwd wordt door koraalpoliepen
koraalrifaquaria	=	koraalrifaquarium
koraalrifaquarium	noun	bak met water waarin rifbouwende bloemdieren worden verzorgd, getoond of gekweekt
koraalrifaquariums	=	koraalrifaquarium
koraalriffen	=	koraalrif
koraalrifje	=	koraalrif
koraalrode	=	koraalrood
koraalroden	=	koraalrood
koraalroder	=	koraalrood
koraalrodere	=	koraalrood
koraalroders	=	koraalrood
koraalrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3016 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3016 ( ).
koraalroods	=	koraalrood
koraalroodst	=	koraalrood
koraalroodste	=	koraalrood
koraalslang	noun	slang uit een geslacht Micrurus van zeer giftige slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
koraalslangachtigen	noun	een familie Elapidae van de slangen
koraalslangen	noun	een geslacht Micrurus van zeer giftige slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
koraalteenboomkikker	noun	Ranoidea caerulea een kikker uit de familie Pelodryadidae.
koraalteenboomkikkers	=	koraalteenboomkikker
koraalteenboomkikkertje	=	koraalteenboomkikker
koraalteenboomkikkertjes	=	koraalteenboomkikker
koraaltje	=	koraal
koraaltjes	=	koraal
koraalverbleking	noun	stressreactie waarbij koralen hun kleurrijke, symbiotische algen afstoten.
koraalverblekingen	=	koraalverbleking
koraalverblekinkje	=	koraalverbleking
koraalverblekinkjes	=	koraalverbleking
koraalvis	noun	verzamelterm voor de gewervelde zeedieren met schubben en kieuwen die leven in de omgeving van koraalriffen en zeeanemonen en die vaak opvallend gekleurd zijn
koraalvisje	=	koraalvis
koraalvisjes	=	koraalvis
koraalvissen	=	koraalvis
koraalvlinders	noun	een familie Chaetodontidae van opvallende, tropische, baarsachtige zeevissen.
koraalwortel	noun	Corallorhiza trifida een orchidee.
koraalwortelen	=	koraalwortel
koraalwortels	=	koraalwortel
koraalworteltje	=	koraalwortel
koraalworteltjes	=	koraalwortel
korachiet	noun	een van de nakomelingen van Korach-3, tempelzanger (7×: Ex. 6:24, Num. 26:58, 1 Kron. 9:19 +, 2 Kron. 20:19)
korachieten	=	korachiet
koralen	adj	van koraal vervaardigd
koralijn	adj	gemaakt van koraal
koralijne	=	koralijn
koralijnen	adj	van (bloed)koraal vervaardigd
koralijns	=	koralijn
koran	noun	exemplaar van de Koran
koranisch	adj	betreffende de Koran het heilige boek van de islam, dat door moslims wordt beschouwd als het letterlijke woord van God (Allah), geopenbaard aan de profeet Mohammed via de engel Gabriël over een periode van 23 jaar.
koranische	=	koranisch
koranischer	=	koranisch
koranischere	=	koranisch
koranischers	=	koranisch
korannetje	=	koran
korannetjes	=	koran
korans	=	koran
koranstudie	noun	bestudering van de Koran het heilige boek van de Moslims
koranstudies	=	koranstudie
korantekst	noun	deel van de Koran het heilige boek van de Moslims
koranteksten	=	korantekst
korantekstje	=	korantekst
korantekstjes	=	korantekst
koranvers	noun	vers uit de Koran
koranversje	=	koranvers
koranversjes	=	koranvers
koranvertaling	noun	de Koran geschreven in een andere taal dan het Arabisch
koranvertalingen	=	koranvertaling
koranverzen	=	koranvers
korarchaeota	noun	stam binnen de oerbacteriën Korarchaeota die leven in heetwaterbronnen
korban	noun	offergave, offer
korbanot	=	korban
korbeel	noun	een vooruitspringend of uitkragend constructiedeel aan een kolom of wand
korbeels	=	korbeel
korbeeltje	=	korbeel
korbeeltjes	=	korbeel
korbelen	=	korbeel
korchiet	noun	een van de nakomelingen van Korach-3, tempelzanger (7×: Ex. 6:24, Num. 26:58, 1 Kron. 9:19 +, 2 Kron. 20:19)
korchieten	=	korchiet
kordaat	adj	vastbesloten, vastberaden
kordaatheden	=	kordaatheid
kordaatheid	noun	het heel doortastend zijn
kordaats	=	kordaat
kordaatst	=	kordaat
kordaatste	=	kordaat
kordate	=	kordaat
kordater	=	kordaat
kordatere	=	kordaat
kordaters	=	kordaat
korde	=	korren
kordeel	noun	zware takel
kordeeltje	=	kordeel
kordeeltjes	=	kordeel
kordelen	=	kordeel
kordelier	noun	kloosterling van de (bedel)orde van de heilige Franciscus van Assisi
kordeliers	=	kordelier
korden	=	korren
kordofangiraffe	noun	Giraffa camelopardalis antiquorum is een giraffenondersoort die van oorsprong met name in Soedan voorkomt.
kordofangiraffen	=	kordofangiraffe
kordofangiraffes	=	kordofangiraffe
kordofangiraffetje	=	kordofangiraffe
kordofangiraffetjes	=	kordofangiraffe
kordofanleeuwerik	noun	Mirafra cordofanica een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
kordofanleeuweriken	=	kordofanleeuwerik
kordofanleeuwerikje	=	kordofanleeuwerik
kordofanleeuwerikjes	=	kordofanleeuwerik
kordon	noun	afzetting gemaakt van posten of personen om een gebied af te sluiten van de omgeving
kordons	=	kordon
kore	=	koren
koreaan	noun	een inwoner van Korea, of iemand afkomstig uit Korea
koreaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Korea
koreaansch	=	koreaans
koreaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Korea, of een vrouw afkomstig uit Korea
koreaansen	=	koreaanse
koreaanser	=	koreaans
koreaansere	=	koreaans
koreaansers	=	koreaans
koreaanst	=	koreaans
koreaanstalig	adj	de Koreaanse taal sprekend
koreaanstalige	=	koreaanstalig
koreaanstaligs	=	koreaanstalig
koreaanste	=	koreaans
koreaantje	=	koreaan
koreaantjes	=	koreaan
koreahaas	noun	Lepus coreanus haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
koreahaasje	=	koreahaas
koreahaasjes	=	koreahaas
koreahazen	=	koreahaas
koreanen	=	koreaan
koredor	noun	strandboulevard op Curaçao
koredors	=	koredor
koree	noun	degene die in de synagoge de Tora voorleest
koren	noun	als gewas geteeld graan
korenaar	noun	bovenste deel van een korenhalm met de graankorrels
korenaartje	=	korenaar
korenaartjes	=	korenaar
korenaren	=	korenaar
korenbeurs	noun	plaats waar men graan verhandelt
korenbeurzen	=	korenbeurs
korenblauw	noun	kleur blauw als van de korenbloem	adj	een korenblauwe kleur hebbend
korenblauwe	=	korenblauw
korenblauwen	=	korenblauw
korenblauwer	=	korenblauw
korenblauwere	=	korenblauw
korenblauwers	=	korenblauw
korenblauws	=	korenblauw
korenblauwst	=	korenblauw
korenblauwste	=	korenblauw
korenbloem	noun	plant met helderblauwe samengestelde bloemen, Centaurea cyanus
korenbloemblauw	noun	een lichte kleur blauw	adj	de kleur korenbloemblauw hebbend
korenbloemblauwe	=	korenbloemblauw
korenbloemblauws	=	korenbloemblauw
korenbloemen	=	korenbloem
korenbloemetje	=	korenbloem
korenbloemgalboorvlieg	noun	Urophora aprica een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
korenbloemgalboorvliegen	=	korenbloemgalboorvlieg
korenbloemgalboorvliegje	=	korenbloemgalboorvlieg
korenbloemgalboorvliegjes	=	korenbloemgalboorvlieg
korenbloemkaartmot	noun	Agonopterix laterella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
korenbloemkaartmotje	=	korenbloemkaartmot
korenbloemkaartmotjes	=	korenbloemkaartmot
korenbloemkaartmotten	=	korenbloemkaartmot
korenbloempje	=	korenbloem
korenbloempjes	=	korenbloem
korenbloemroest	noun	Puccinia cyani een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
korenbloemroesten	=	korenbloemroest
korenbloemroestje	=	korenbloemroest
korenbloemroestjes	=	korenbloemroest
korenbout	noun	libel uit de grote en uiteenlopende familie Libellulidae van echte libellen.
korenbouten	noun	Libellulidae een grote en uiteenlopende familie van echte libellen (Anisoptera).
korenboutje	=	korenbout
korenboutjes	=	korenbout
korend	=	koren
korengeest	noun	magisch wezen dat zich volgens het bijgeloof tussen het graan op de akkers verschuilt
korengeesten	=	korengeest
korenhalm	noun	stengel van dit graangewas
korenhalmen	=	korenhalm
korenhalmpje	=	korenhalm
korenhalmpjes	=	korenhalm
korenmaat	noun	korenschoof
korenmarkt	noun	een marktplaats waar traditioneel voornamelijk koren werd verhandeld
korenmarkten	=	korenmarkt
korenmarktje	=	korenmarkt
korenmarktjes	=	korenmarkt
korenmaten	=	korenmaat
korenmeel	noun	gerstemeel
korenmolen	noun	molen waarmee men koren totkan malen
korenmolens	=	korenmolen
korenmolentje	=	korenmolen
korenmolentjes	=	korenmolen
korenpap	noun	maïspap, maispap
korenschijnspurrie	noun	Spergularia segetalis een eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae), die van nature voorkomt in Zuid- en Zuidwest-Europa.
korenschijnspurries	=	korenschijnspurrie
korenschuren	=	korenschuur
korenschuur	noun	schuur voor het opslaan van graan
korenschuurtje	=	korenschuur
korenschuurtjes	=	korenschuur
korensla	noun	Arnoseris minima een eenjarige plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae)
korenslang	noun	Pantherophis guttatus een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
korenslangen	=	korenslang
korenslangetje	=	korenslang
korenslangetjes	=	korenslang
korenveld	noun	Korenakker.
korenvelden	=	korenveld
korenveldje	=	korenveld
korenveldjes	=	korenveld
korenwan	noun	apparaat waarmee men het koren van het kaf kan scheiden
korenwannen	=	korenwan
korenwijn	noun	een sterke drank met een hoger percentage moutwijn dan jenever
korenwijnen	=	korenwijn
korenwijntje	=	korenwijn
korenwijntjes	=	korenwijn
korenwolf	noun	zeldzame wilde hamster (Cricetus cricetus), die leeft in korenvelden
korenwolfje	=	korenwolf
korenwolfjes	=	korenwolf
korenwolven	=	korenwolf
koreografie	=	choreografie
korf	noun	een mand van vlechtwerk
korfbal	noun	sport waarbij teams die uit zowel mannen als vrouwen bestaan scoren wanneer het lukt de bal bij de tegenstanders door een mand (korf) zonder bodem te gooien
korfbalde	=	korfballen
korfbalden	=	korfballen
korfballe	=	korfballen
korfballen	verb	korfbal spelen
korfballend	=	korfballen
korfballende	=	korfballen
korfbalpaal	noun	het centrale speelelement bij de sport korfbal, waaraan een korf (mand) wordt bevestigd om punten te scoren
korfbalpaaltje	=	korfbalpaal
korfbalpaaltjes	=	korfbalpaal
korfbalpalen	=	korfbalpaal
korfbalt	=	korfballen
korfbalvereniging	noun	een sportclub waar de korfbalsport wordt beoefend en georganiseerd.
korfbalverenigingen	=	korfbalvereniging
korfbalverenigingetje	=	korfbalvereniging
korfbalverenigingetjes	=	korfbalvereniging
korfde	=	korven
korfden	=	korven
korffles	noun	grote mandfles die gebruikt wordt voor het vervoer en bewaren van vloeistoffen, vooral gevaarlijke stoffen zoals zoutzuur of ammoniak
korfflesje	=	korffles
korfflesjes	=	korffles
korfflessen	=	korffles
korfiotisch	adj	betreffende het Griekse eiland Korfoe (of Corfu) en alles wat daarmee te maken heeft, zoals de cultuur, mensen of taal
korfiotische	=	korfiotisch
korfiotischer	=	korfiotisch
korfiotischere	=	korfiotisch
korfiotischers	=	korfiotisch
korfje	=	korf
korfjes	=	korf
korfschelp	noun	Varicorbula gibba een tweekleppigensoort uit de familie van de Corbulidae.
korfschelpen	noun	een familie Corbulidae van tweekleppige weekdieren.
korfschelpje	noun	Corbula gibba een schelpdier uit de Corbulidae
korfschelpjes	=	korfschelpje
korft	=	korven
korhoen	noun	Lyrurus tetrix een vogel uit de ruigpoothoenders
korhoenderen	=	korhoen
korhoenders	=	korhoen
korhoendertjes	=	korhoen
korhoenen	=	korhoen
korhoentje	=	korhoen
korhoentjes	=	korhoen
koriander	noun	zaden van Coriandrum sativum
korianderblaadje	=	korianderblad
korianderblaadjes	=	korianderblad
korianderblad	noun	blad van Coriandrum sativum
korianderbladen	=	korianderblad
korianderbladeren	=	korianderblad
korianderblaren	=	korianderblad
korianderpoeder	noun	gemalen gedroogde zaden van Coriandrum sativum, veel gebruikt in de oosterse keuken
korianderpoeders	=	korianderpoeder
korianderpoedertje	=	korianderpoeder
korianderpoedertjes	=	korianderpoeder
korianderzaad	noun	gedroogde zaden van Coriandrum sativum, veel gebruikt in de oosterse keuken
korianderzaadje	=	korianderzaad
korianderzaadjes	=	korianderzaad
korianderzaden	=	korianderzaad
koriem	=	koree
koringazelle	noun	Eudorcas rufifrons evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
koringazellen	=	koringazelle
koringazelles	=	koringazelle
koringazelletje	=	koringazelle
koringazelletjes	=	koringazelle
korinthisch	adj	van of met betrekking tot Korinthe
korinthische	=	korinthisch
korinthischer	=	korinthisch
korinthischere	=	korinthisch
korinthischers	=	korinthisch
korist	noun	zanger in een koor
koristen	=	korist
koristje	=	korist
koristjes	=	korist
koritrap	noun	Ardeotis kori een grote vliegende vogel uit de familie van trappen.
koritrapje	=	koritrap
koritrapjes	=	koritrap
koritrappen	=	koritrap
korjaakstalig	adj	de Korjaakse taal sprekend
korjaakstalige	=	korjaakstalig
korjaakstaligs	=	korjaakstalig
korjaal	noun	primitieve boot uit West-Indië, gemaakt van een uitgeholde boomstam
korjaaltje	=	korjaal
korjaaltjes	=	korjaal
korjaksneeuwschaap	noun	Ovis nivicola koriakorum een ondersoort van het sneeuwschaap (Ovis nivicola) en behoort tot de familie der holhoornigen.
korjaksneeuwschaapje	=	korjaksneeuwschaap
korjaksneeuwschaapjes	=	korjaksneeuwschaap
korjaksneeuwschapen	=	korjaksneeuwschaap
korjalen	=	korjaal
korlan	noun	Nephelium hypoleucum een weinig bekende verwant van de ramboetan (Nephelium lappaceum).
kormoraan	noun	bepaald soort aalscholver, Phalacrocorax carbo
kormoranen	=	kormoraan
kornak	noun	oppasser en geleider van een olifant
kornaks	=	kornak
kornalijn	noun	een vlees- tot bruinrode, doorschijnende tot ondoorzichtige chalcedoonvariëteit behorend tot de kwartsen
kornalijnen	=	kornalijn
kornet	noun	rang van vaandrig bij de cavalerie en de artillerie bij de Koninklijke Landmacht
kornets	=	kornet
kornetten	=	kornet
kornettist	noun	iemand die de kornet bespeelt
kornettisten	=	kornettist
kornhoen	=	korhoen
kornis	noun	horizontale, vaak wat uitspringende band die als versiering aan de bovenkant van een muur of boven een opening daarin is aangebracht
kornissen	=	kornis
kornoelje	noun	benaming voor planten uit het geslacht Cornus, met dertig tot vijftig soorten struikachtige planten en bomen in de kornoeljefamilie (Cornaceae) met vlezige steenvruchten
kornoeljefamilie	noun	een familie Cornaceae van tweezaadlobbige struiken en bomen.
kornoeljefamilies	=	kornoeljefamilie
kornoeljefamilietje	=	kornoeljefamilie
kornoeljefamilietjes	=	kornoeljefamilie
kornoeljegalmug	noun	Craneiobia corni een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kornoeljegalmuggen	=	kornoeljegalmug
kornoeljegalmugje	=	kornoeljegalmug
kornoeljegalmugjes	=	kornoeljegalmug
kornoeljehout	noun	zwaar, zeer hard hout van de rode kornoelje
kornoeljeluis	noun	Anoecia corni een halfvleugelig insect uit de familie van de Aphididae.
kornoeljeluisje	=	kornoeljeluis
kornoeljeluisjes	=	kornoeljeluis
kornoeljeluizen	=	kornoeljeluis
kornoeljen	=	kornoelje
kornoeljes	=	kornoelje
kornoeljespanner	noun	Asthena anseraria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
kornoeljespanners	=	kornoeljespanner
kornoeljespannertje	=	kornoeljespanner
kornoeljespannertjes	=	kornoeljespanner
kornuit	noun|informal	makker
kornuiten	=	kornuit
kornuitje	=	kornuit
kornuitjes	=	kornuit
koroester	noun	grote zeeoester, die met een kor wordt gevangen
koroesters	=	koroester
korotkofftonen	=	korotkofftoon
korotkofftoon	noun	geluid dat met een stethoscoop te horen is wanneer de extern aangelegde druk in de manchet van een bloeddrukmeter tussen de systolische en diastolische bloeddruk ligt
korotkofftoontje	=	korotkofftoon
korotkofftoontjes	=	korotkofftoon
korotkovtonen	=	korotkovtoon
korotkovtoon	noun	geluid dat met een stethoscoop te horen is wanneer de extern aangelegde druk in de manchet van een bloeddrukmeter tussen de systolische en diastolische bloeddruk ligt
korper	=	karper
korporaal	noun	een rang in de hiërarchie net boven die van soldaat
korporaals	=	korporaal
korporaaltje	=	korporaal
korporaaltjes	=	korporaal
korps	noun	gesloten groep mensen in een zekere functie
korpsbeheerder	noun	beheerder van het (politie)korps, die de hoogste verantwoordelijkheid draagt voor dit korps van die regio
korpsbeheerders	=	korpsbeheerder
korpsbeheerdersberaad	noun	overleg tussen leidinggevenden van verschillende politiekorpsen
korpsbeheerdersberaden	=	korpsbeheerdersberaad
korpschef	noun	hoofd van een (politie)korps
korpschefs	=	korpschef
korpscommandant	noun	bevelvoerder van een leger eenheid
korpscommandanten	=	korpscommandant
korpsen	=	korps
korpsgeest	noun	de mentaliteit die heerst in een legerkorps
korpsje	=	korps
korpsjes	=	korps
korpsleiding	noun	hoofd van een gesloten, zelfstandige organisatie zoals de brandweer of de politie
korpsleidingen	=	korpsleiding
korpsleidinkje	=	korpsleiding
korpsleidinkjes	=	korpsleiding
korre	noun	hond
korrel	noun	een enkele zaad van graan
korrelde	=	korrelen
korrelden	=	korrelen
korrele	=	korrelen
korrelen	verb	korrelig worden
korrelend	=	korrelen
korrelende	=	korrelen
korrelganzenvoet	noun	Lipandra polysperma een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
korrelganzenvoeten	=	korrelganzenvoet
korrelganzenvoetje	=	korrelganzenvoet
korrelganzenvoetjes	=	korrelganzenvoet
korrelgrootte	noun	de omvang van de bolletjes waaruit een kristallijne stof bestaat
korrelgrootten	=	korrelgrootte
korrelgroottes	=	korrelgrootte
korrelhagel	noun	neerslag die bestaat uit vlokjes korrelsneeuw met een ijslaagje
korrelhagels	=	korrelhagel
korrelig	adj	niet glad of egaal maar met stukjes zoals bijvoorbeeld bij rijst
korrelige	=	korrelig
korreliger	=	korrelig
korreligere	=	korrelig
korreligers	=	korrelig
korreligs	=	korrelig
korreligst	=	korrelig
korreligste	=	korrelig
korrelknikmosschijfje	noun	Octospora gemmicola een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronomataceae.
korrelknikmosschijfjes	=	korrelknikmosschijfje
korrelpalpmot	noun	Teleiodes saltuum een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
korrelpalpmotje	=	korrelpalpmot
korrelpalpmotjes	=	korrelpalpmot
korrelpalpmotten	=	korrelpalpmot
korrels	=	korrel
korrelsneeuw	noun	sneeuw waarvan de vlokken vrij dicht en rond van vorm zijn
korrelt	=	korrelen
korreltje	=	korrel
korreltjes	=	korrel
korreltjespeermos	noun	bepaald soort mos met veel zeer kleine, ovaalvormige bolletjes, Pohlia camptotrachela uit de sterrenmosfamilie (Mniaceae), dat groeit op lemig of fijn zand
korreltjespeermosje	=	korreltjespeermos
korreltjespeermosjes	=	korreltjespeermos
korreltjespeermossen	=	korreltjespeermos
korreltjeszwam	noun	Bulbillomyces farinosus een schimmel behorend tot de familie Meruliaceae.
korreltjeszwammen	=	korreltjeszwam
korreltjeszwammetje	=	korreltjeszwam
korreltjeszwammetjes	=	korreltjeszwam
korren	verb	vogelgeluid voortbrengen
korrend	=	korren
korrende	=	korren
korrespondent	=	correspondent
korrespondente	=	correspondente
korretje	=	kor
korretjes	=	kor
korsakov	noun	verkorting van syndroom van Korsakov: een hersenaandoening veroorzaakt door langdurige alcoholgebruik
korset	noun	een verstevigd raamwerk dat vooral bij vrouwen strak om het lichaam heen gebonden wordt om de taille en/of de boezem te accentueren, soms ook om medische redenen gebruikt om het lichaam steun te verlenen
korsetje	=	korset
korsetjes	=	korset
korsets	=	korset
korsetten	=	korset
korsetterie	noun	verzamelnaam voor de kledingstukken die het lichaam van de vrouw vormgeven
korsetterieën	=	korsetterie
korst	noun	een harde buitenste laag om iets dat verder relatief zacht is
korstachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een korst
korstachtige	=	korstachtig
korstachtiger	=	korstachtig
korstachtigere	=	korstachtig
korstachtigers	=	korstachtig
korstachtigs	=	korstachtig
korstachtigst	=	korstachtig
korstachtigste	=	korstachtig
korstdeeg	noun	deeg dat gebruikt wordt om een stevige korst te maken voor een met zachte of losse vulling op te vullen taart, deeg voor pasteien
korstdegen	=	korstdeeg
korsten	=	korst
korsthagedissen	noun	een familie Helodermatidae van hagedissen (Lacertilia) die vertegenwoordigd wordt door twee nog levende soorten; de Mexicaanse korsthagedis en het gilamonster
korsthoutskoolzwam	noun	Hypoxylon deustum een schimmel behorend tot de familie van de Xylariaceae.
korsthoutskoolzwammen	=	korsthoutskoolzwam
korsthoutskoolzwammetje	=	korsthoutskoolzwam
korsthoutskoolzwammetjes	=	korsthoutskoolzwam
korstig	adj	met een stevige rand of laag op een zachtere ondergrond
korstige	=	korstig
korstiger	=	korstig
korstigere	=	korstig
korstigers	=	korstig
korstigs	=	korstig
korstigst	=	korstig
korstigste	=	korstig
korstje	=	korst
korstjes	=	korst
korstmos	noun	veelkleurig organisme, gevormd door in symbiose levende zwammen en algen
korstmosje	=	korstmos
korstmosjes	=	korstmos
korstmoskorrelwebzwam	noun	Nectriopsis lecanodes een paddenstoel uit de familie Bionectriaceae.
korstmoskorrelwebzwammen	=	korstmoskorrelwebzwam
korstmoskorrelwebzwammetje	=	korstmoskorrelwebzwam
korstmoskorrelwebzwammetjes	=	korstmoskorrelwebzwam
korstmoskruiper	noun	Harpalus neglectus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
korstmoskruipers	=	korstmoskruiper
korstmoskruipertje	=	korstmoskruiper
korstmoskruipertjes	=	korstmoskruiper
korstmosrenspin	noun	Philodromus margaritatus een spin uit de familie renspinnen (Philodromidae)
korstmosrenspinnen	=	korstmosrenspin
korstmosrenspinnetje	=	korstmosrenspin
korstmosrenspinnetjes	=	korstmosrenspin
korstmosschelp	noun	Lasaea adansoni een tweekleppigensoort uit de familie van de Lasaeidae.
korstmosschelpen	=	korstmosschelp
korstmosschelpje	=	korstmosschelp
korstmosschelpjes	=	korstmosschelp
korstmossen	=	korstmos
korstmosspanner	noun	Cleorodes lichenaria een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
korstmosspanners	=	korstmosspanner
korstmosspannertje	=	korstmosspanner
korstmosspannertjes	=	korstmosspanner
kort	adj	van geringe duur
kortaangebonden	adj	op (een onvriendelijke manier) kortaf zijn
kortaangebondener	=	kortaangebonden
kortaangebondeners	=	kortaangebonden
kortaangebondens	=	kortaangebonden
kortademig	adj	bij geringe inspanning al lucht tekort hebben
kortademige	=	kortademig
kortademiger	=	kortademig
kortademigere	=	kortademig
kortademigers	=	kortademig
kortademigheid	noun	het snel buiten adem zijn en/of het gevoel van benauwdheid
kortademigs	=	kortademig
kortademigst	=	kortademig
kortademigste	=	kortademig
kortaf	adj	op het onbeleefde af kort in reactie
kortaffe	=	kortaf
kortaffer	=	kortaf
kortaffere	=	kortaf
kortaffers	=	kortaf
kortafs	=	kortaf
kortafst	=	kortaf
kortafste	=	kortaf
kortbaardhoningeter	noun	Melionyx nouhuysi een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
kortbaardhoningeters	=	kortbaardhoningeter
kortbaardhoningetertje	=	kortbaardhoningeter
kortbaardhoningetertjes	=	kortbaardhoningeter
kortbekzeekoet	noun	Uria lomvia een vogel uit de familie van de alken (Alcidae).
kortbekzeekoeten	=	kortbekzeekoet
kortbekzeekoetje	=	kortbekzeekoet
kortbekzeekoetjes	=	kortbekzeekoet
kortbij	adv	dichtbij
kortbijvakantie	noun	een vakantie dicht bij het eigen huis zonder een verre reis te maken
kortbijvakanties	=	kortbijvakantie
kortbijvakantietje	=	kortbijvakantie
kortbijvakantietjes	=	kortbijvakantie
kortborstelbekboorvlieg	noun	Chetostoma stackelbergi een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
kortborstelbekboorvliegen	=	kortborstelbekboorvlieg
kortborstelbekboorvliegje	=	kortborstelbekboorvlieg
kortborstelbekboorvliegjes	=	kortborstelbekboorvlieg
kortcyclisch	adj	betreffende werken in korte, vaste, herhalende periodes (cycli) om snel werkende resultaten op te leveren en continu te kunnen bijsturen, zoals bij Agile/Scrum met sprints van 1-4 weken; het focust op behapbare, repeterende stappen met directe feedback, in tegenstelling tot lange, lineaire projecten, en wordt toegepast in projectmanagement, innovatie en zelfs onderwijs
kortcyclische	=	kortcyclisch
kortcyclischer	=	kortcyclisch
kortcyclischere	=	kortcyclisch
kortcyclischers	=	kortcyclisch
kortduimvleermuis	noun	Furipterus horrens een vleermuis die voorkomt van Costa Rica en Trinidad tot oostelijk Brazilië en Peru ten oosten van de Andes.
kortduimvleermuisje	=	kortduimvleermuis
kortduimvleermuisjes	=	kortduimvleermuis
kortduimvleermuizen	=	kortduimvleermuis
kortdurend	adj	slechts een korte tijd durend
kortdurende	=	kortdurend
kortdurender	=	kortdurend
kortdurendere	=	kortdurend
kortdurenders	=	kortdurend
kortdurends	=	kortdurend
kortdurendst	=	kortdurend
kortdurendste	=	kortdurend
korte	=	kort
korte-snuitvlieg	noun	Rhingia borealis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
korte-snuitvliegen	=	korte-snuitvlieg
korte-snuitvliegje	=	korte-snuitvlieg
korte-snuitvliegjes	=	korte-snuitvlieg
korteafstandsdrone	noun	drone die zelfstandig, mogelijk op afstand bestuurd, opereert op relatief korte afstand tot hooguit iets van 50 kilometer
korteafstandsdrones	=	korteafstandsdrone
korteafstandsloper	noun	hardloper op de korte baan
korteafstandslopers	=	korteafstandsloper
kortelijk	adj	in het kort; om kort te gaan
kortelijke	=	kortelijk
kortelijker	=	kortelijk
kortelijkere	=	kortelijk
kortelijkers	=	kortelijk
kortelijks	=	kortelijk
kortelijkst	=	kortelijk
kortelijkste	=	kortelijk
korteling	noun	iets dat kort is in zijn soort
kortelingen	=	korteling
kortelings	adv	onlangs, kort geleden
kortelingse	=	kortelings
kortelingser	=	kortelings
kortelingsere	=	kortelings
kortelingsers	=	kortelings
kortelingst	=	kortelings
kortelingste	=	kortelings
korten	verb	in geldbedrag verlagen
kortend	=	korten
kortende	=	korten
korter	=	kort
kortere	=	kort
kortergerokt	=	kortgerokt
kortergerokter	=	kortgerokt
kortergeroktere	=	kortgerokt
kortergerokters	=	kortgerokt
korters	=	kort
kortetermijndenken	noun	manier van denken waarbij men alleen naar de meest nabije toekomst kijkt
kortetermijndenkende	=	kortetermijndenken
kortetermijneffect	noun	invloed van iets op de korte termijn
kortetermijneffecten	=	kortetermijneffect
kortetermijngeheugen	noun	geheugen waarin gebeurtenissen, feiten, kennis voor korte tijd opgeslagen worden
kortetermijngeheugens	=	kortetermijngeheugen
kortetermijngevolg	noun	een gevolg dat al snel op de korte termijn merkbaar wordt
kortetermijngevolgen	=	kortetermijngevolg
kortetermijnoplossing	noun	een snelle maar tijdelijke oplossing van een probleem
kortetermijnoplossingen	=	kortetermijnoplossing
kortetermijnpolitiek	noun	politiek die zich beperkt tot het oplossen van problemen die op de korte termijn spelen
kortetermijnwinst	noun	geld dat men heel snel kan verdienen; een snel behaald voordeel
kortetermijnwinsten	=	kortetermijnwinst
kortfilm	noun	opname van bewegende beelden van een zo beperkte duur dat hier gewoonlijk geen afzonderlijke voorstelling aan gewijd wordt
kortfilmpje	=	kortfilm
kortfilmpjes	=	kortfilm
kortfilms	=	kortfilm
kortgeding	noun	rechtszaak met versnelde procedure om over een dringend probleem te beslissen
kortgedingdagvaarding	noun	is een officieel juridisch document waarmee een eiser een gedaagde partij oproept om op korte termijn voor de voorzieningenrechter te verschijnen.
kortgedingdagvaardingen	=	kortgedingdagvaarding
kortgedingdagvaardinkje	=	kortgedingdagvaarding
kortgedingdagvaardinkjes	=	kortgedingdagvaarding
kortgedingen	=	kortgeding
kortgedingetje	=	kortgeding
kortgedingetjes	=	kortgeding
kortgeknipt	adj	zodanig met een schaar bewerkt dat iets van geringe lengte is geworden
kortgeknipte	=	kortgeknipt
kortgeknipts	=	kortgeknipt
kortgeleden	adv	recent, iets terug in het verleden
kortgerokt	adj	een korte rok dragend
kortgerokte	=	kortgerokt
kortgerokts	=	kortgerokt
kortgeroktste	=	kortgerokt
kortgeschoolde	noun	iemand die wel de basisschool heeft gedaan, maar daarna niet een diploma van het secundair onderwijs (middelbare school) gehaald heeft
kortgeschoolden	=	kortgeschoolde
kortgeschoren	adj	door scheren (heel) kort gemaakte haren
kortgeschorens	=	kortgeschoren
kortgesloten	=	kortsluiten
korthaar	noun	een hond of kat met korte haren
korthaarmier	noun	Lasius distinguendus een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
korthaarmieren	=	korthaarmier
korthaarmiertje	=	korthaarmier
korthaarmiertjes	=	korthaarmier
kortharen	=	korthaar
kortharig	adj	kort haar hebbend
kortharige	=	kortharig
korthariger	=	kortharig
kortharigere	=	kortharig
kortharigers	=	kortharig
kortharigs	=	kortharig
kortharigst	=	kortharig
kortharigste	=	kortharig
kortheid	noun	het kort en bondig zijn
kortheidshalve	adv	om het kort te houden
korthoornkameleon	noun	Calumma brevicorne een boombewonende hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
korthoornkameleonnetje	=	korthoornkameleon
korthoornkameleonnetjes	=	korthoornkameleon
korthoornkameleons	=	korthoornkameleon
korthoornpadhagedis	noun	Phrynosoma douglasii een hagedis uit de familie Phrynosomatidae
korthoornpadhagedisje	=	korthoornpadhagedis
korthoornpadhagedisjes	=	korthoornpadhagedis
korthoornpadhagedissen	=	korthoornpadhagedis
korting	noun	verlaging van een te betalen bedrag
kortingbon	noun	een bewijs (vaak een papiertje of digitale code) dat recht geeft op korting op een product, dienst, of toegang tot een attractie/evenement
kortingbonnen	=	kortingbon
kortingbonnetje	=	kortingbon
kortingbonnetjes	=	kortingbon
kortingbons	=	kortingbon
kortingcode	noun	een unieke reeks letters en/of cijfers die je tijdens het afrekenen in een webshop invoert om direct voordeel te ontvangen op je bestelling
kortingcodes	=	kortingcode
kortingcodetje	=	kortingcode
kortingcodetjes	=	kortingcode
kortingen	=	korting
kortingkaart	noun	een kaart die recht geeft op het krijgen van korting op producten of diensten die men koopt bij een bepaald bedrijf
kortingkaarten	=	kortingkaart
kortingkaartje	=	kortingkaart
kortingkaartjes	=	kortingkaart
kortingsactie	noun	actie waarbij op één of andere wijze korting wordt gegeven
kortingsacties	=	kortingsactie
kortingsactietje	=	kortingsactie
kortingsactietjes	=	kortingsactie
kortingsbon	noun	een bewijs (vaak een papiertje of digitale code) dat recht geeft op korting op een product, dienst, of toegang tot een attractie/evenement
kortingsbonnen	=	kortingsbon
kortingsbonnetje	=	kortingsbon
kortingsbonnetjes	=	kortingsbon
kortingsbons	=	kortingsbon
kortingscode	noun	een unieke reeks letters en/of cijfers die je tijdens het afrekenen in een webshop invoert om direct voordeel te ontvangen op je bestelling
kortingscodes	=	kortingscode
kortingscodetje	=	kortingscode
kortingscodetjes	=	kortingscode
kortingskaart	noun	kaart die recht geeft op korting
kortingskaarten	=	kortingskaart
kortingskaartje	=	kortingskaart
kortingskaartjes	=	kortingskaart
kortingsmaatregel	noun	het minder geld uitgeven dan normaal
kortingsmaatregelen	=	kortingsmaatregel
kortingsmaatregels	=	kortingsmaatregel
kortingspas	noun	plastic kaart of digitale pas die korting geeft op uitjes, producten of diensten
kortingspasje	=	kortingspas
kortingspasjes	=	kortingspas
kortingspassen	=	kortingspas
kortingspercentage	noun	een percentage (een deel van 100) waarmee de oorspronkelijke prijs van een product wordt verlaagd, zodat je een lagere prijs betaalt
kortingspercentages	=	kortingspercentage
kortingspercentagetje	=	kortingspercentage
kortingspercentagetjes	=	kortingspercentage
kortingsregeling	noun	afspraak over het geven van goederen tegen een verlaagde prijs aan bepaalde personen of groepen personen
kortingsregelingen	=	kortingsregeling
kortinkje	=	korting
kortinkjes	=	korting
kortjan	noun	matrozenmes, zakmes
kortjannen	=	kortjan
kortkopkikkers	noun	Brachycephalus een geslacht van kikkers uit de familie Brachycephalidae.
kortkopweekschildpad	noun	Chitra indica een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
kortkopweekschildpadden	=	kortkopweekschildpad
kortkopweekschildpadje	=	kortkopweekschildpad
kortkopweekschildpadjes	=	kortkopweekschildpad
kortkopwesp	noun	insect uit de geslacht Vespula uit de onderfamilie van de papierwespen.
kortkopwespen	noun	Vespula een geslacht uit de onderfamilie van de papierwespen.
kortkopwespje	=	kortkopwesp
kortkopwespjes	=	kortkopwesp
kortkuifkoketkolibrie	noun	Lophornis brachylophus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
kortkuifkoketkolibries	=	kortkuifkoketkolibrie
kortkuifkoketkolibrietje	=	kortkuifkoketkolibrie
kortkuifkoketkolibrietjes	=	kortkuifkoketkolibrie
kortkuiftiran	noun	Myiarchus ferox een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kortkuiftirannen	=	kortkuiftiran
kortkuiftirannetje	=	kortkuiftiran
kortkuiftirannetjes	=	kortkuiftiran
kortlijfplatbek	noun	Triglyphus primus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kortlijfplatbekje	=	kortlijfplatbek
kortlijfplatbekjes	=	kortlijfplatbek
kortlijfplatbekken	=	kortlijfplatbek
kortlipstroomrog	noun	Narcine brevilabiata een kraakbeenvis, een soort uit het geslacht Narcine en de familie van de stroomroggen (Narcinidae) die voorkomt in het noordwestelijk deel van de Grote Oceaan van de kust bij Thailand tot het noorden van de China.<br
kortlipstroomroggen	=	kortlipstroomrog
kortlipstroomroggetje	=	kortlipstroomrog
kortlipstroomroggetjes	=	kortlipstroomrog
kortlipstroomrogje	=	kortlipstroomrog
kortlipstroomrogjes	=	kortlipstroomrog
kortlopend	adj	van leningen: met een korte looptijd
kortlopende	=	kortlopend
kortlopends	=	kortlopend
kortneusbuideldas	noun	zoogdier uit het geslacht Isoodon van echte buideldassen (Peramelidae) dat voorkomt in Australië en zuidelijk Nieuw-Guinea.
kortneusbuideldasje	=	kortneusbuideldas
kortneusbuideldasjes	=	kortneusbuideldas
kortneusbuideldassen	noun	Isoodon een geslacht van echte buideldassen (Peramelidae) dat voorkomt in Australië en zuidelijk Nieuw-Guinea.
kortneusdraakvissen	noun	een familie Chimaeridae van zeevissen.
kortneusolifantspitsmuis	noun	Elephantulus brachyrhynchus een zoogdier uit de familie van de springspitsmuizen (Macroscelididae).
kortneusolifantspitsmuisje	=	kortneusolifantspitsmuis
kortneusolifantspitsmuisjes	=	kortneusolifantspitsmuis
kortneusolifantspitsmuizen	=	kortneusolifantspitsmuis
kortneusvleerhond	noun	Cynopterus sphinx vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
kortneusvleerhonden	=	kortneusvleerhond
kortneusvleerhondje	=	kortneusvleerhond
kortneusvleerhondjes	=	kortneusvleerhond
kortom	adv	samenvattend
kortoor	=	kortoren
kortoorde	=	kortoren
kortoorden	=	kortoren
kortoorrotskangoeroe	noun	Petrogale brachyotis een kangoeroe uit het geslacht der rotskangoeroes (Petrogale)
kortoorrotskangoeroes	=	kortoorrotskangoeroe
kortoorrotskangoeroetje	=	kortoorrotskangoeroe
kortoorrotskangoeroetjes	=	kortoorrotskangoeroe
kortoorspitsmuis	noun	Cryptotis parva insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
kortoorspitsmuisje	=	kortoorspitsmuis
kortoorspitsmuisjes	=	kortoorspitsmuis
kortoorspitsmuizen	noun	Cryptotis een geslacht van relatief kleine spitsmuizen met korte oren, die meestal niet zichtbaar zijn, en korte staarten.
kortoort	=	kortoren
kortoorvos	noun	Atelocynus microtis roofdier uit de familie van hondachtigen (Canidae).
kortoorvosje	=	kortoorvos
kortoorvosjes	=	kortoorvos
kortoorvossen	=	kortoorvos
kortore	=	kortoren
kortoren	verb	de oren door wegsnijden inkorten
kortorend	=	kortoren
kortorende	=	kortoren
kortpootsnelloper	noun	Agonum gracilipes een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kortpootsnellopers	=	kortpootsnelloper
kortpootsnellopertje	=	kortpootsnelloper
kortpootsnellopertjes	=	kortpootsnelloper
kortpootwaaierstaart	noun	Rhipidura euryura een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
kortpootwaaierstaarten	=	kortpootwaaierstaart
kortpootwaaierstaartje	=	kortpootwaaierstaart
kortpootwaaierstaartjes	=	kortpootwaaierstaart
kortpotig	adj	met poten die een geringe lengte hebben
kortpotige	noun	iets of iemand met korte poten
kortpotigen	=	kortpotige
kortpotigs	=	kortpotig
kortrijkenaar	noun	een inwoner van Kortrijk, of iemand afkomstig uit Kortrijk
kortrijkenaren	=	kortrijkenaar
kortrijks	adj	op Kortrijk betrekking hebbend
kortrijkse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kortrijk, of een vrouw afkomstig uit Kortrijk
kortrijksen	=	kortrijkse
kortrijkzaan	noun	een inwoner of iemand die afkomstig is van Kortrijk
kortrijkzaans	=	kortrijkzaan
kortrijkzaantje	=	kortrijkzaan
kortrijkzaantjes	=	kortrijkzaan
korts	=	kort
kortschedelig	adj	met een naar verhouding korte, smalle schedel (van mensen)
kortschedelige	=	kortschedelig
kortschedeliger	=	kortschedelig
kortschedeligere	=	kortschedelig
kortschedeligers	=	kortschedelig
kortschedeligs	=	kortschedelig
kortschedeligst	=	kortschedelig
kortschedeligste	=	kortschedelig
kortschildglimworm	noun	Phosphaenus hemipterus een keversoort uit de familie glimwormen (Lampyridae).
kortschildglimwormen	=	kortschildglimworm
kortschildglimwormpje	=	kortschildglimworm
kortschildglimwormpjes	=	kortschildglimworm
kortschildkever	noun	insect uit de familie Staphylinidae uit de orde Coleoptera
kortschildkevers	noun	Staphylinidae een familie van kevers (Coleoptera)
kortschildkevertje	=	kortschildkever
kortschildkevertjes	=	kortschildkever
kortschildkeverwants	noun	Pterotmetus staphyliniformis een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
kortschildkeverwantsen	=	kortschildkeverwants
kortschildkeverwantsje	=	kortschildkeverwants
kortschildkeverwantsjes	=	kortschildkeverwants
kortschrift	noun	journalistieke publicatie die op bondige wijze een bepaald thema presenteert
kortschriften	=	kortschrift
kortschriftje	=	kortschrift
kortsloot	=	kortsluiten
kortslote	=	kortsluiten
kortsloten	=	kortsluiten
kortsluit	=	kortsluiten
kortsluitanker	noun	is een type rotor dat wordt gebruikt in kortsluitankermotoren
kortsluitankermotor	noun	asynchrone draaistroommotor (inductiemotor) met een kortsluitanker
kortsluitankermotoren	=	kortsluitankermotor
kortsluitankermotors	=	kortsluitankermotor
kortsluitankermotortje	=	kortsluitankermotor
kortsluitankermotortjes	=	kortsluitankermotor
kortsluitankers	=	kortsluitanker
kortsluitankertje	=	kortsluitanker
kortsluitankertjes	=	kortsluitanker
kortsluite	=	kortsluiten
kortsluiten	verb	een voortijdige verbinding in een stroomkring maken die de belasting omzeilt
kortsluitend	=	kortsluiten
kortsluitende	=	kortsluiten
kortsluiting	noun	het plaatsvinden van een gewenste of ongewenste weerstandloze verbinding in een stroomkring
kortsluitingen	=	kortsluiting
kortsluitinkje	=	kortsluiting
kortsluitinkjes	=	kortsluiting
kortsluitspanning	noun	de spanning die op de primaire klemmen moet worden aangesloten om bij een kortgesloten secundaire winding de nominale stroom te verkrijgen
kortsluitspanningen	=	kortsluitspanning
kortsnavel	noun	dier met een korte snavel
kortsnavelbladkrabber	noun	Sclerurus rufigularis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kortsnavelbladkrabbers	=	kortsnavelbladkrabber
kortsnavelbladkrabbertje	=	kortsnavelbladkrabber
kortsnavelbladkrabbertjes	=	kortsnavelbladkrabber
kortsnavelboomkruiper	noun	Certhia familiaris een zangvogel uit de familie van echte boomkruipers (Certhiidae).
kortsnavelboomkruipers	=	kortsnavelboomkruiper
kortsnavelboomkruipertje	=	kortsnavelboomkruiper
kortsnavelboomkruipertjes	=	kortsnavelboomkruiper
kortsnavelcanastero	noun	Asthenes baeri een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kortsnavelcanastero's	=	kortsnavelcanastero
kortsnavelcanasterootje	=	kortsnavelcanastero
kortsnavelcanasterootjes	=	kortsnavelcanastero
kortsnavelduif	noun	Patagioenas nigrirostris een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
kortsnavelduifje	=	kortsnavelduif
kortsnavelduifjes	=	kortsnavelduif
kortsnavelduiven	=	kortsnavelduif
kortsnavelelenia	noun	Elaenia parvirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kortsnavelelenia's	=	kortsnavelelenia
kortsnaveleleniaatje	=	kortsnavelelenia
kortsnaveleleniaatjes	=	kortsnavelelenia
kortsnavelhoningasitie	noun	Neodrepanis hypoxantha een vogel uit de familie der Eurylaimidae.
kortsnavelhoningasities	=	kortsnavelhoningasitie
kortsnavelhoningasitietje	=	kortsnavelhoningasitie
kortsnavelhoningasitietjes	=	kortsnavelhoningasitie
kortsnavelhoningspeurder	noun	Indicator pumilio een vogel uit de familie Indicatoridae (Honingspeurders).
kortsnavelhoningspeurders	=	kortsnavelhoningspeurder
kortsnavelhoningspeurdertje	=	kortsnavelhoningspeurder
kortsnavelhoningspeurdertjes	=	kortsnavelhoningspeurder
kortsnavelmenievogel	noun	Pericrocotus brevirostris een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
kortsnavelmenievogels	=	kortsnavelmenievogel
kortsnavelmenievogeltje	=	kortsnavelmenievogel
kortsnavelmenievogeltjes	=	kortsnavelmenievogel
kortsnavelraafkaketoe	noun	Zanda latirostris een vogel uit de familie der kaketoes en het geslacht Zanda
kortsnavelraafkaketoes	=	kortsnavelraafkaketoe
kortsnavelraafkaketoetje	=	kortsnavelraafkaketoe
kortsnavelraafkaketoetjes	=	kortsnavelraafkaketoe
kortsnavels	=	kortsnavel
kortsnavelsuikervogel	noun	Cyanerpes nitidus een vogel uit het geslacht Cyanerpes uit de familie Thraupidae (Tangaren), zangvogels die uitsluitend in de Amerika's leven
kortsnavelsuikervogels	=	kortsnavelsuikervogel
kortsnavelsuikervogeltje	=	kortsnavelsuikervogel
kortsnavelsuikervogeltjes	=	kortsnavelsuikervogel
kortsnaveltangare	noun	Chlorospingus parvirostris een zangvogel uit de familie Emberizidae (Gorzen).
kortsnaveltangaren	=	kortsnaveltangare
kortsnaveltangaretje	=	kortsnaveltangare
kortsnaveltangaretjes	=	kortsnaveltangare
kortsnaveltetraka	noun	Xanthomixis zosterops een zangvogel uit de familie Bernieridae.
kortsnaveltetraka's	=	kortsnaveltetraka
kortsnaveltetrakaatje	=	kortsnaveltetraka
kortsnaveltetrakaatjes	=	kortsnaveltetraka
kortsnaveltinamoe	noun	Crypturellus parvirostris een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
kortsnaveltinamoes	=	kortsnaveltinamoe
kortsnaveltinamoetje	=	kortsnaveltinamoe
kortsnaveltinamoetjes	=	kortsnaveltinamoe
kortsnaveltiran	noun	Myiozetetes luteiventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kortsnaveltirannen	=	kortsnaveltiran
kortsnaveltirannetje	=	kortsnaveltiran
kortsnaveltirannetjes	=	kortsnaveltiran
kortsnaveltje	=	kortsnavel
kortsnaveltjes	=	kortsnavel
kortsnuitbeer	noun	Arctodus simus een sinds de ijstijd uitgestorven berensoort
kortsnuitbeertje	=	kortsnuitbeer
kortsnuitbeertjes	=	kortsnuitbeer
kortsnuitberen	=	kortsnuitbeer
kortsnuitbloedbij	noun	Sphecodes majalis een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
kortsnuitbloedbijen	=	kortsnuitbloedbij
kortsnuitbloedbijtje	=	kortsnuitbloedbij
kortsnuitbloedbijtjes	=	kortsnuitbloedbij
kortsnuitdolfijn	noun	Cephalorhynchus commersonii De kortsnuitdolfijn of Commersons dolfijn (Cephalorhynchus commersonii) is een van de vier soorten dolfijnen uit het geslacht Cephalorhynchus.
kortsnuitdolfijnen	=	kortsnuitdolfijn
kortsnuitdolfijntje	=	kortsnuitdolfijn
kortsnuitdolfijntjes	=	kortsnuitdolfijn
kortsnuitsteur	noun	Acipenser brevirostrum een straalvinnige vissensoort uit de familie van steuren (Acipenseridae).
kortsnuitsteuren	=	kortsnuitsteur
kortsnuitsteurtje	=	kortsnuitsteur
kortsnuitsteurtjes	=	kortsnuitsteur
kortsnuitzaaghaai	noun	Pristiophorus nudipinnis een vis uit de familie van zaaghaaien (Pristiophoridae) en behoort derhalve tot de orde van zaaghaaien (Pristiophoriformes).
kortsnuitzaaghaaien	=	kortsnuitzaaghaai
kortsnuitzaaghaaitje	=	kortsnuitzaaghaai
kortsnuitzaaghaaitjes	=	kortsnuitzaaghaai
kortsnuitzeepaardje	noun	Hippocampus hippocampus een soort uit de familie Syngnathidae.
kortsnuitzeepaardjes	=	kortsnuitzeepaardje
kortspriet-korsetzweefvlieg	noun	Neoascia geniculata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kortspriet-korsetzweefvliegen	=	kortspriet-korsetzweefvlieg
kortspriet-korsetzweefvliegje	=	kortspriet-korsetzweefvlieg
kortspriet-korsetzweefvliegjes	=	kortspriet-korsetzweefvlieg
kortsprietboktor	noun	Asemum striatum een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
kortsprietboktorren	=	kortsprietboktor
kortsprietboktorretje	=	kortsprietboktor
kortsprietboktorretjes	=	kortsprietboktor
kortsprietgroefbij	noun	Lasioglossum brevicorne een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
kortsprietgroefbijen	=	kortsprietgroefbij
kortsprietgroefbijtje	=	kortsprietgroefbij
kortsprietgroefbijtjes	=	kortsprietgroefbij
kortsprietmaskerbij	noun	Hylaeus brevicornis een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
kortsprietmaskerbijen	=	kortsprietmaskerbij
kortsprietmaskerbijtje	=	kortsprietmaskerbij
kortsprietmaskerbijtjes	=	kortsprietmaskerbij
kortsprietrouwvlieg	noun	Bibio nigriventris een muggensoort uit de familie van de zwarte vliegen (Bibionidae).
kortsprietrouwvliegen	=	kortsprietrouwvlieg
kortsprietrouwvliegje	=	kortsprietrouwvlieg
kortsprietrouwvliegjes	=	kortsprietrouwvlieg
kortsprietwespbij	noun	Nomada fucata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
kortsprietwespbijen	=	kortsprietwespbij
kortsprietwespbijtje	=	kortsprietwespbij
kortsprietwespbijtjes	=	kortsprietwespbij
kortst	=	kort
kortstaart	noun	dier met een korte staart
kortstaartapalis	noun	Apalis sharpii een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
kortstaartapalisje	=	kortstaartapalis
kortstaartapalisjes	=	kortstaartapalis
kortstaartapalissen	=	kortstaartapalis
kortstaartboself	noun	Myrmia micrura een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
kortstaartboselfen	=	kortstaartboself
kortstaartboselfje	=	kortstaartboself
kortstaartboselfjes	=	kortstaartboself
kortstaartboselven	=	kortstaartboself
kortstaartbreedbektiran	noun	Platyrinchus cancrominus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kortstaartbreedbektirannen	=	kortstaartbreedbektiran
kortstaartbreedbektirannetje	=	kortstaartbreedbektiran
kortstaartbreedbektirannetjes	=	kortstaartbreedbektiran
kortstaartbuideldas	noun	Echymipera kalubu een buideldas uit het geslacht Echymipera
kortstaartbuideldasje	=	kortstaartbuideldas
kortstaartbuideldasjes	=	kortstaartbuideldas
kortstaartbuideldassen	=	kortstaartbuideldas
kortstaartbuizerd	noun	Buteo brachyurus een roofvogel uit de familie der havikachtigen (Accipitridae)
kortstaartbuizerdje	=	kortstaartbuizerd
kortstaartbuizerdjes	=	kortstaartbuizerd
kortstaartbuizerds	=	kortstaartbuizerd
kortstaartdrongo	noun	Dicrurus striatus een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's en het geslacht Dicrurus.
kortstaartdrongo's	=	kortstaartdrongo
kortstaartdrongootje	=	kortstaartdrongo
kortstaartdrongootjes	=	kortstaartdrongo
kortstaartdwergtiran	noun	Myiornis ecaudatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kortstaartdwergtirannen	=	kortstaartdwergtiran
kortstaartdwergtirannetje	=	kortstaartdwergtiran
kortstaartdwergtirannetjes	=	kortstaartdwergtiran
kortstaarte	=	kortstaarten
kortstaarten	verb	de staart afsnijden of korter maken
kortstaartend	=	kortstaarten
kortstaartende	=	kortstaarten
kortstaartgierzwaluw	noun	Chaetura brachyura een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
kortstaartgierzwaluwen	=	kortstaartgierzwaluw
kortstaartgierzwaluwtje	=	kortstaartgierzwaluw
kortstaartgierzwaluwtjes	=	kortstaartgierzwaluw
kortstaartglansvogel	noun	Galbalcyrhynchus leucotis een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
kortstaartglansvogels	=	kortstaartglansvogel
kortstaartglansvogeltje	=	kortstaartglansvogel
kortstaartglansvogeltjes	=	kortstaartglansvogel
kortstaartgrassluiper	noun	Amytornis merrotsyi een zangvogel uit de familie Maluridae (elfjes).
kortstaartgrassluipers	=	kortstaartgrassluiper
kortstaartgrassluipertje	=	kortstaartgrassluiper
kortstaartgrassluipertjes	=	kortstaartgrassluiper
kortstaarthoningzuiger	noun	Anthreptes seimundi een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
kortstaarthoningzuigers	=	kortstaarthoningzuiger
kortstaarthoningzuigertje	=	kortstaarthoningzuiger
kortstaarthoningzuigertjes	=	kortstaarthoningzuiger
kortstaartjanfrederik	noun	Sheppardia poensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
kortstaartjanfrederiken	=	kortstaartjanfrederik
kortstaartjanfrederikje	=	kortstaartjanfrederik
kortstaartjanfrederikjes	=	kortstaartjanfrederik
kortstaartkameleons	noun	een geslacht Brookesia van kleine hagedissen uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
kortstaartkitta	noun	Cissa thalassina een zangvogel uit de familie van de kraaiachtigen (Corvidae).
kortstaartkitta's	=	kortstaartkitta
kortstaartkittaatje	=	kortstaartkitta
kortstaartkittaatjes	=	kortstaartkitta
kortstaartlantaarnhaai	noun	Etmopterus brachyurus een vis uit de familie Etmopteridae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
kortstaartlantaarnhaaien	=	kortstaartlantaarnhaai
kortstaartlantaarnhaaitje	=	kortstaartlantaarnhaai
kortstaartlantaarnhaaitjes	=	kortstaartlantaarnhaai
kortstaartleeuwerik	noun	Spizocorys fremantlii een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
kortstaartleeuweriken	=	kortstaartleeuwerik
kortstaartleeuwerikje	=	kortstaartleeuwerik
kortstaartleeuwerikjes	=	kortstaartleeuwerik
kortstaartleguanen	noun	een geslacht Stenocercus van hagedissen uit de familie kielstaartleguaanachtigen (Tropiduridae).
kortstaartlijstervliegenvanger	noun	Amalocichla incerta een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
kortstaartlijstervliegenvangers	=	kortstaartlijstervliegenvanger
kortstaartlijstervliegenvangertje	=	kortstaartlijstervliegenvanger
kortstaartlijstervliegenvangertjes	=	kortstaartlijstervliegenvanger
kortstaartmangoeste	noun	Herpestes brachyurus een soort mangoeste uit de regenwouden van Zuidoost-Azië
kortstaartmangoesten	=	kortstaartmangoeste
kortstaartmangoestje	=	kortstaartmangoeste
kortstaartmangoestjes	=	kortstaartmangoeste
kortstaartmierlijster	noun	Chamaeza campanisona een zangvogel uit de familie Formicariidae (miervogels).
kortstaartmierlijsters	=	kortstaartmierlijster
kortstaartmierlijstertje	=	kortstaartmierlijster
kortstaartmierlijstertjes	=	kortstaartmierlijster
kortstaartmiervogel	noun	Sipia berlepschi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
kortstaartmiervogels	=	kortstaartmiervogel
kortstaartmiervogeltje	=	kortstaartmiervogel
kortstaartmiervogeltjes	=	kortstaartmiervogel
kortstaartmolrat	noun	Nesokia indica knaagdier uit het geslacht Nesokia dat voorkomt van Noordoost-Egypte en Turkmenistan tot Sinkiang (Noordwest-China) en Bangladesh.
kortstaartmolratje	=	kortstaartmolrat
kortstaartmolratjes	=	kortstaartmolrat
kortstaartmolratten	=	kortstaartmolrat
kortstaartmuistimalia	noun	Pellorneum maleccensis een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
kortstaartmuistimalia's	=	kortstaartmuistimalia
kortstaartmuistimaliaatje	=	kortstaartmuistimalia
kortstaartmuistimaliaatjes	=	kortstaartmuistimalia
kortstaartnachtzwaluw	noun	Lurocalis semitorquatus een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
kortstaartnachtzwaluwen	=	kortstaartnachtzwaluw
kortstaartnachtzwaluwtje	=	kortstaartnachtzwaluw
kortstaartnachtzwaluwtjes	=	kortstaartnachtzwaluw
kortstaartopossum	noun	Monodelphis brevicaudata buideldier uit de familie van de Didelphidae.
kortstaartopossumpje	=	kortstaartopossum
kortstaartopossumpjes	=	kortstaartopossum
kortstaartopossums	=	kortstaartopossum
kortstaartpapegaai	noun	Graydidascalus brachyurus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
kortstaartpapegaaien	=	kortstaartpapegaai
kortstaartpapegaaitje	=	kortstaartpapegaai
kortstaartpapegaaitjes	=	kortstaartpapegaai
kortstaartparadigalla	noun	Paradigalla brevicauda een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
kortstaartparadigalla's	=	kortstaartparadigalla
kortstaartparadigallaatje	=	kortstaartparadigalla
kortstaartparadigallaatjes	=	kortstaartparadigalla
kortstaartpieper	noun	Anthus brachyurus een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
kortstaartpiepers	=	kortstaartpieper
kortstaartpiepertje	=	kortstaartpieper
kortstaartpiepertjes	=	kortstaartpieper
kortstaartschoffelsnavel	noun	Todirostrum viridanum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kortstaartschoffelsnavels	=	kortstaartschoffelsnavel
kortstaartschoffelsnaveltje	=	kortstaartschoffelsnavel
kortstaartschoffelsnaveltjes	=	kortstaartschoffelsnavel
kortstaartsluiptimalia	noun	Gypsophila brevicaudata een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
kortstaartsluiptimalia's	=	kortstaartsluiptimalia
kortstaartsluiptimaliaatje	=	kortstaartsluiptimalia
kortstaartsluiptimaliaatjes	=	kortstaartsluiptimalia
kortstaartsmaragdkolibrie	noun	Chlorostilbon poortmani een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
kortstaartsmaragdkolibries	=	kortstaartsmaragdkolibrie
kortstaartsmaragdkolibrietje	=	kortstaartsmaragdkolibrie
kortstaartsmaragdkolibrietjes	=	kortstaartsmaragdkolibrie
kortstaartspecht	noun	Hemicircus concretus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
kortstaartspechten	=	kortstaartspecht
kortstaartspechtje	=	kortstaartspecht
kortstaartspechtjes	=	kortstaartspecht
kortstaartspitsmuis	noun	Blarina brevicauda insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
kortstaartspitsmuisje	=	kortstaartspitsmuis
kortstaartspitsmuisjes	=	kortstaartspitsmuis
kortstaartspitsmuizen	=	kortstaartspitsmuis
kortstaartstruikzanger	noun	Urosphena squameiceps een zangvogel uit de familie Cettiidae.
kortstaartstruikzangers	=	kortstaartstruikzanger
kortstaartstruikzangertje	=	kortstaartstruikzanger
kortstaartstruikzangertjes	=	kortstaartstruikzanger
kortstaartte	=	kortstaarten
kortstaartten	=	kortstaarten
kortstaartveldtiran	noun	Muscigralla brevicauda een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kortstaartveldtirannen	=	kortstaartveldtiran
kortstaartveldtirannetje	=	kortstaartveldtiran
kortstaartveldtirannetjes	=	kortstaartveldtiran
kortstaartvliegenvanger	noun	Batis mixta een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
kortstaartvliegenvangers	=	kortstaartvliegenvanger
kortstaartvliegenvangertje	=	kortstaartvliegenvanger
kortstaartvliegenvangertjes	=	kortstaartvliegenvanger
kortstaartwever	noun	Brachycope anomala een zangvogel uit de familie wevers en verwanten (Ploceidae).
kortstaartwevers	=	kortstaartwever
kortstaartwevertje	=	kortstaartwever
kortstaartwevertjes	=	kortstaartwever
kortstaartwolluis	noun	bepaald soort insect, Pseudococcus viburni, een wolluis die in koudere streken vaak in serres en kassen aangetroffen wordt
kortstaartwolluizen	=	kortstaartwolluis
kortstaartwouw	noun	Lophoictinia isura een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae) en het monotypische geslacht Lophoictinia.
kortstaartwouwen	=	kortstaartwouw
kortstaartwouwtje	=	kortstaartwouw
kortstaartwouwtjes	=	kortstaartwouw
kortste	=	kort
kortsteel	noun	een geslacht Brachypodium uit de grassenfamilie (Poaceae).
kortsteel-pissebedvlieg	noun	Phyto melanocephala een vliegensoort uit de familie van de afvalvliegen (Heleomyzidae).
kortsteel-pissebedvliegen	=	kortsteel-pissebedvlieg
kortsteel-pissebedvliegje	=	kortsteel-pissebedvlieg
kortsteel-pissebedvliegjes	=	kortsteel-pissebedvlieg
kortsteelgalmug	noun	Mayetiola hellwigi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kortsteelgalmuggen	=	kortsteelgalmug
kortsteelgalmugje	=	kortsteelgalmug
kortsteelgalmugjes	=	kortsteelgalmug
kortsteelknotsje	noun	Typhula crassipes een schimmel behorend tot de familie Typhulaceae.
kortsteelknotsjes	=	kortsteelknotsje
kortsteelroest	noun	Puccinia brachypodii een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
kortsteelroesten	=	kortsteelroest
kortsteelroestje	=	kortsteelroest
kortsteelroestjes	=	kortsteelroest
kortsteeltje	=	kortsteel
kortsteeltjes	=	kortsteel
kortstekeldoornhaai	noun	Squalus mitsukurii een haai uit de familie van doornhaaien (Squalidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
kortstekeldoornhaaien	=	kortstekeldoornhaai
kortstekeldoornhaaitje	=	kortstekeldoornhaai
kortstekeldoornhaaitjes	=	kortstekeldoornhaai
kortstelen	=	kortsteel
kortstgerokt	=	kortgerokt
kortstondig	adj	dat iets maar kort duurt
kortstondige	=	kortstondig
kortstondiger	=	kortstondig
kortstondigere	=	kortstondig
kortstondigers	=	kortstondig
kortstondigheden	=	kortstondigheid
kortstondigheid	noun	de eigenschap dat iets maar van korte duur is
kortstondigs	=	kortstondig
kortstondigst	=	kortstondig
kortstondigste	=	kortstondig
kortswijl	noun|formal	scherts, grappenmakerij
kortswijlen	=	kortswijl
kortte	=	korten
kortteenleeuwerik	noun	Calandrella brachydactyla een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae)
kortteenleeuweriken	noun	een geslacht Alaudala van zangvogels uit de familie Alaudidae (leeuweriken))
kortteenleeuwerikje	=	kortteenleeuwerik
kortteenleeuwerikjes	=	kortteenleeuwerik
kortteenrotslijster	noun	Monticola brevipes een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
kortteenrotslijsters	=	kortteenrotslijster
kortteenrotslijstertje	=	kortteenrotslijster
kortteenrotslijstertjes	=	kortteenrotslijster
kortteenspoorkoekoek	noun	Centropus rectunguis een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
kortteenspoorkoekoeken	=	kortteenspoorkoekoek
kortteenspoorkoekoekje	=	kortteenspoorkoekoek
kortteenspoorkoekoekjes	=	kortteenspoorkoekoek
kortten	=	korten
korttongwevertje	noun	Kaestneria dorsalis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
korttongwevertjes	=	korttongwevertje
kortvingrootoogbaars	noun	Pempheris poeyi een straalvinnige vissensoort uit de familie van bijlvissen (Pempheridae).
kortvingrootoogbaarsje	=	kortvingrootoogbaars
kortvingrootoogbaarsjes	=	kortvingrootoogbaars
kortvingrootoogbaarzen	=	kortvingrootoogbaars
kortvinmakreelhaai	noun	Isurus oxyrinchus een vis uit de familie Lamnidae en behoort derhalve tot de orde van makreelhaaien (Lamniformes).
kortvinmakreelhaaien	=	kortvinmakreelhaai
kortvinmakreelhaaitje	=	kortvinmakreelhaai
kortvinmakreelhaaitjes	=	kortvinmakreelhaai
kortvleugel	noun	vogel met een korte vleugel
kortvleugelboorkever	noun	Valgus hemipterus een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae) die voorkomt op het noordelijk halfrond.
kortvleugelboorkevers	=	kortvleugelboorkever
kortvleugelboorkevertje	=	kortvleugelboorkever
kortvleugelboorkevertjes	=	kortvleugelboorkever
kortvleugelde	=	kortvleugelen
kortvleugelden	=	kortvleugelen
kortvleugele	=	kortvleugelen
kortvleugelen	verb	de vleugels korter maken
kortvleugelend	=	kortvleugelen
kortvleugelgraszanger	noun	Cisticola brachypterus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
kortvleugelgraszangers	=	kortvleugelgraszanger
kortvleugelgraszangertje	=	kortvleugelgraszanger
kortvleugelgraszangertjes	=	kortvleugelgraszanger
kortvleugelkarekiet	noun	Acrocephalus scirpaceus baeticatus een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
kortvleugelkarekieten	=	kortvleugelkarekiet
kortvleugelkarekietje	=	kortvleugelkarekiet
kortvleugelkarekietjes	=	kortvleugelkarekiet
kortvleugelkoekoek	noun	Cuculus micropterus een koekoekssoort uit het geslacht Cuculus.
kortvleugelkoekoeken	=	kortvleugelkoekoek
kortvleugelkoekoekje	=	kortvleugelkoekoek
kortvleugelkoekoekjes	=	kortvleugelkoekoek
kortvleugelmot	noun	insect uit de familie Chimabachidae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
kortvleugelmotje	=	kortvleugelmot
kortvleugelmotjes	=	kortvleugelmot
kortvleugelmotten	noun	Chimabachidae een familie van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
kortvleugels	noun	een geslacht Heteroxenicus van vogels uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae)
kortvleugelt	=	kortvleugelen
kortvleugeltje	=	kortvleugel
kortvleugeltjes	=	kortvleugel
kortvoer	noun	veevoer dat bestaat uit haksel, haver, erwten, graan enz
kortvoeteilandrat	noun	Brachytarsomys albicauda knaagdier uit de familie van de Nesomyidae
kortvoeteilandratje	=	kortvoeteilandrat
kortvoeteilandratjes	=	kortvoeteilandrat
kortvoeteilandratten	=	kortvoeteilandrat
kortweg	adv	met (te) weinig woorden
kortwiek	=	kortwieken
kortwieke	=	kortwieken
kortwieken	verb	een vogel het vliegvermogen ontnemen door de slagpennen te verwijderen
kortwiekend	=	kortwieken
kortwiekende	=	kortwieken
kortwiekt	=	kortwieken
kortwiekte	=	kortwieken
kortwiekten	=	kortwieken
kortzaag	noun	zaag om af te korten (d.w.z. een lange plank in stukjes te zagen)
kortzaagje	=	kortzaag
kortzaagjes	=	kortzaag
kortzagen	=	kortzaag
kortzichtig	adj	de gevolgen van iets niet voorziend
kortzichtige	=	kortzichtig
kortzichtiger	=	kortzichtig
kortzichtigere	=	kortzichtig
kortzichtigers	=	kortzichtig
kortzichtigheden	=	kortzichtigheid
kortzichtigheid	noun	het alleen maar rekening houden met de korte termijn als karaktereigenschap
kortzichtigs	=	kortzichtig
kortzichtigst	=	kortzichtig
kortzichtigste	=	kortzichtig
kortzuiger	noun	Crocallis elinguaria een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
kortzuigers	=	kortzuiger
kortzuigertje	=	kortzuiger
kortzuigertjes	=	kortzuiger
korund	noun	voorwerp vervaardigd uit het gelijknamige zeer harde mineraal
korunden	=	korund
korundje	=	korund
korundjes	=	korund
korve	=	korven
korven	verb	in een korf brengen
korvend	=	korven
korvende	=	korven
korver	noun	iemand die manden maakt uit natuurlijke materiale zoals riet
korvers	=	korver
korvet	noun	term voor een klein type fregat, doorgaans gaat het om een schip tussen 500 en 2000 ton waterverplaatsing, hoewel ook groter voorkomt
korvetje	=	korvet
korvetten	=	korvet
korvijnagel	noun	een staaf waarmee schoten, vallen en andere lijnen op zeilschepen worden belegd (vastgezet), maar wel snel weer zijn los te maken
korvijnagels	=	korvijnagel
korvijnageltje	=	korvijnagel
korvijnageltjes	=	korvijnagel
korzel	adj	humeurig, lichtgeraakt, opvliegend, kribbig
korzelig	adj	in een wat ontstemde, dysforische, boze, geprikkelde, ongeduldige stemming zijn
korzelige	=	korzelig
korzeliger	=	korzelig
korzeligere	=	korzelig
korzeligers	=	korzelig
korzeligs	=	korzelig
korzeligst	=	korzelig
korzeligste	=	korzelig
kos	=	kus
kosjer	=	koosjer
koslowdwergspringmuis	noun	Salpingotus crassicauda knaagdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
koslowdwergspringmuisje	=	koslowdwergspringmuis
koslowdwergspringmuisjes	=	koslowdwergspringmuis
koslowdwergspringmuizen	=	koslowdwergspringmuis
kosmisch	adj	betrekking hebbend op het heelal
kosmische	=	kosmisch
kosmischer	=	kosmisch
kosmischere	=	kosmisch
kosmischers	=	kosmisch
kosmografie	noun	een wetenschap die alles beschrijft en berekend wat met de kosmos (het heelal) te maken heeft
kosmografieën	=	kosmografie
kosmologen	=	kosmoloog
kosmologie	noun	de wetenschap die de globale structuur en de evolutie van het heelal bestudeert
kosmologisch	adj	betrekking hebbend op de kosmologie of het heelal
kosmologische	=	kosmologisch
kosmologischer	=	kosmologisch
kosmologischere	=	kosmologisch
kosmologischers	=	kosmologisch
kosmoloog	noun	iemand die het heelal als geheel bestudeert
kosmonaut	noun	Russische ruimtevaarder.
kosmonaute	=	kosmonaut
kosmonauten	=	kosmonaut
kosmonautje	=	kosmonaut
kosmonautjes	=	kosmonaut
kosmopoliet	noun	wereldburger die zich overal (en dus eigenlijk ook nergens) thuis voelt
kosmopolieten	=	kosmopoliet
kosmopolietje	=	kosmopoliet
kosmopolitisch	adj	betrekking hebbend op de hele wereld en dus niet alleen maar tot de eigen stad of het eigen land
kosmopolitische	=	kosmopolitisch
kosmopolitischer	=	kosmopolitisch
kosmopolitischere	=	kosmopolitisch
kosmopolitischers	=	kosmopolitisch
kosmopolitischte	=	kosmopolitisch
kosmopolitisme	noun	van een persoon dat deze een gevoel van verbondenheid met de mensheid in het algemeen ervaart, dat sterker is dan enig gevoel voor nationale of regionale identiteit
kosmopolitismus	=	kosmopolitisme
kosmos	noun	het gehele tijd-ruimte continuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
kosmossen	=	kosmos
kosot	noun	bekers
kosovaar	noun	een inwoner van Kosovo, of iemand afkomstig uit Kosovo
kosovaars	adj	op Kosovo betrekking hebbend
kosovaarse	noun	een vrouwelijke inwoner van Kosovo, of een vrouw afkomstig uit Kosovo
kosovaarsen	=	kosovaarse
kosovaarser	=	kosovaars
kosovaarsere	=	kosovaars
kosovaarsers	=	kosovaars
kosovaarst	=	kosovaars
kosovaarste	=	kosovaars
kosovaren	=	kosovaar
kossem	noun	halskwab van een rund
kossems	=	kossem
kost	noun	voedsel, als onderdeel van het dagelijks bestaan In deze betekenis wordt het meervoud niet gebruikt, maar komen de verkleinwoorden wel voor.
kostbaar	adj	duur, waardevol
kostbaarder	=	kostbaar
kostbaardere	=	kostbaar
kostbaarders	=	kostbaar
kostbaarheden	=	kostbaarheid
kostbaarheid	noun	vooral gebruikt als meervoud: voorwerpen die veel waard zijn, voorwerpen die veel kosten
kostbaarheidje	=	kostbaarheid
kostbaars	=	kostbaar
kostbaarst	=	kostbaar
kostbaarste	=	kostbaar
kostbaas	noun	iemand die een kostganger voor een financiële vergoeding voedsel en onderdak biedt
kostbare	=	kostbaar
kostbazen	=	kostbaas
koste	=	kost
kostelijk	adj	heel leuk, heel grappig
kostelijke	=	kostelijk
kostelijker	=	kostelijk
kostelijkere	=	kostelijk
kostelijkers	=	kostelijk
kostelijks	=	kostelijk
kostelijkst	=	kostelijk
kostelijkste	=	kostelijk
kosteloos	adj	zonder kosten
kosteloosheid	noun	het kosteloos zijn
kosteloost	=	kosteloos
kostelooste	=	kosteloos
kosteloze	=	kosteloos
kostelozen	=	kosteloos
kostelozer	=	kosteloos
kostelozere	=	kosteloos
kostelozers	=	kosteloos
kosten	verb	als te betalen prijs hebben	noun	geldbedrag of andere tegenprestatie voor een verkregen voorwerp of dienst of voor veroorzaakte schade
kosten-batenafweging	noun	het proces waarbij u de verwachte kosten van een beslissing, investering of project afzet tegen de verwachte opbrengsten.
kosten-batenafwegingen	=	kosten-batenafweging
kosten-batenafweginkje	=	kosten-batenafweging
kosten-batenafweginkjes	=	kosten-batenafweging
kosten-batenanalyse	noun	analyse van de kosten die gemaakt moeten worden tegenover de daar tegenover staande baten
kosten-batenanalysen	=	kosten-batenanalyse
kosten-batenanalyses	=	kosten-batenanalyse
kosten-batenanalysetje	=	kosten-batenanalyse
kostenbases	=	kostenbasis
kostenbasis	noun	oorspronkelijke bedrag dat voor een investering is betaald, zoals de aankoopprijs van een aandeel zonder dat men rekening houdt met aanvullende kosten zoals transactiekosten en bewaarloon
kostenbasissen	=	kostenbasis
kostenbeheersing	noun	alle maatregelen die erop gericht zijn niet teveel geld uit te geven
kostenbeheersingen	=	kostenbeheersing
kostenbesparend	adj	van iets dat het zorgt dat men minder geld voor iets moet uitgeven
kostenbesparende	=	kostenbesparend
kostenbesparender	=	kostenbesparend
kostenbesparendere	=	kostenbesparend
kostenbesparenders	=	kostenbesparend
kostenbesparends	=	kostenbesparend
kostenbesparendst	=	kostenbesparend
kostenbesparendste	=	kostenbesparend
kostenbesparing	noun	het uitgeven van minder geld voor iets
kostenbesparingen	=	kostenbesparing
kostenbesparingsprogramma	noun	reeks handelingen die gericht zijn op het verminderen van de uitgaven
kostenbesparingsprogramma's	=	kostenbesparingsprogramma
kostenbesparinkje	=	kostenbesparing
kostenbesparinkjes	=	kostenbesparing
kostenbewaking	noun	het continu vergelijken van de werkelijke uitgaven met een vooraf opgesteld budget.
kostenbewakingen	=	kostenbewaking
kostenbewakinkje	=	kostenbewaking
kostenbewakinkjes	=	kostenbewaking
kostenbewustzijn	noun	het weten en beseffen wat de prijs is van iets
kostend	=	kosten
kostende	=	kosten
kostendekkend	adj	van iets dat de inkomsten voldoende zijn om de kosten te betalen
kostendekkende	=	kostendekkend
kostendekkender	=	kostendekkend
kostendekkendere	=	kostendekkend
kostendekkenders	=	kostendekkend
kostendekkends	=	kostendekkend
kostendekkendst	=	kostendekkend
kostendekkendste	=	kostendekkend
kostendekking	noun	het dekken van de kosten
kostendekkingen	=	kostendekking
kostendekkingsgraad	noun	de mate waarin de opbrengsten de totale kosten dekken
kostendekkingsgraadje	=	kostendekkingsgraad
kostendekkingsgraadjes	=	kostendekkingsgraad
kostendekkingsgraden	=	kostendekkingsgraad
kostendekkinkje	=	kostendekking
kostendekkinkjes	=	kostendekking
kostendrukkend	adj	van iets dat het zorgt dat men er minder voor hoeft te betalen; dat het goedkoper wordt
kostendrukkende	=	kostendrukkend
kostendrukkender	=	kostendrukkend
kostendrukkendere	=	kostendrukkend
kostendrukkenders	=	kostendrukkend
kostendrukkends	=	kostendrukkend
kostendrukkendst	=	kostendrukkend
kostendrukkendste	=	kostendrukkend
kosteneffectief	adj	uiteindelijke baten hebbend die hoger zijn dan de kosten
kosteneffectiefs	=	kosteneffectief
kosteneffectiefst	=	kosteneffectief
kosteneffectiefste	=	kosteneffectief
kosteneffectieve	=	kosteneffectief
kosteneffectiever	=	kosteneffectief
kosteneffectievere	=	kosteneffectief
kosteneffectievers	=	kosteneffectief
kostenfactor	noun	iets dat van belang is hoe duur iets is; iets dat van belang is voor de hoogte van de prijs die men moet betalen
kostenfactoren	=	kostenfactor
kostengroei	noun	toename van de prijs die men ergens voor moet betalen
kostenloos	=	kosteloos
kostenmatiging	noun	is een economisch begrip dat inhoudt dat men de stijging van de kosten bewust afremt of beperkt.
kostenmatigingen	=	kostenmatiging
kostenmatigingetje	=	kostenmatiging
kostenmatigingetjes	=	kostenmatiging
kostenniveau	noun	de hoogte van de kosten
kostenniveaus	=	kostenniveau
kostenontwikkeling	noun	verandering in de prijs die men ergens voor moet betalen
kostenontwikkelingen	=	kostenontwikkeling
kostenoverschrijding	noun	het meer uitgeven dan op de begroting staat
kostenoverschrijdingen	=	kostenoverschrijding
kostenoverschrijdinkje	=	kostenoverschrijding
kostenoverschrijdinkjes	=	kostenoverschrijding
kostenoverweging	noun	het proces waarbij de financiële consequenties van een keuze, investering of beslissing worden gewogen.
kostenoverwegingen	=	kostenoverweging
kostenoverweginkje	=	kostenoverweging
kostenoverweginkjes	=	kostenoverweging
kostenplaatje	noun	beschrijving van de hoeveelheid geld die men voor iets moet betalen
kostenplaatjes	=	kostenplaatje
kostenplaats	noun	term voor de rekening waaraan boekingen in een financiële administratie samen worden toegeschreven
kostenplaatsen	=	kostenplaats
kostenpost	noun	uitgaven die men doet voor één bepaalde zaak
kostenposten	=	kostenpost
kostenraming	noun	voorlopige schatting hoeveel geld men voor iets moet betalen
kostenramingen	=	kostenraming
kostenstijging	noun	de toename van de geldmiddelen die nodig voor iets zijn
kostenstijgingen	=	kostenstijging
kostenstijginkje	=	kostenstijging
kostenstijginkjes	=	kostenstijging
kostenverdeling	noun	de verhouding van de financiële lasten tussen de verschillende partijen
kostenverdelingen	=	kostenverdeling
kostenvergelijking	noun	het systematisch naast elkaar leggen en analyseren van de uitgaven of kostprijzen van verschillende alternatieven.
kostenvergelijkingen	=	kostenvergelijking
kostenvergelijkinkje	=	kostenvergelijking
kostenvergelijkinkjes	=	kostenvergelijking
kostenvergoeding	noun	terugbetaling van het geld dat men heeft moeten uitgeven voor een bepaald doel
kostenvergoedingen	=	kostenvergoeding
kostenvergoedinkje	=	kostenvergoeding
kostenvergoedinkjes	=	kostenvergoeding
kostenverhogend	adj	een verhoging van de kosten teweegbrengend
kostenverhogende	=	kostenverhogend
kostenverhogender	=	kostenverhogend
kostenverhogendere	=	kostenverhogend
kostenverhogenders	=	kostenverhogend
kostenverhogends	=	kostenverhogend
kostenverhogendst	=	kostenverhogend
kostenverhogendste	=	kostenverhogend
kostenverhoging	noun	de stijging van de werkelijke productiekosten of operationele uitgaven van een bedrijf.
kostenverhogingen	=	kostenverhoging
kostenverhoginkje	=	kostenverhoging
kostenverhoginkjes	=	kostenverhoging
kostenverlaging	noun	het verminderen van de uitgaven
kostenverlagingen	=	kostenverlaging
kostenverlaginkje	=	kostenverlaging
kostenverlaginkjes	=	kostenverlaging
koster	noun	kerkelijke bediende, die met de zorg van het kerkgebouw, en het vlot verloop van de kerkdiensten belast is
kosteres	noun	een vrouwelijke beheerder van een kerkgebouw
kosteresje	=	kosteres
kosteresjes	=	kosteres
kosteressen	=	kosteres
kosterij	noun	woning waarin de koster van een kerk woont
kosterijen	=	kosterij
kosters	=	koster
kosterswoning	noun	de woning waarin de koster van een kerk woont.
kosterswoningen	=	kosterswoning
kosterswoninkje	=	kosterswoning
kosterswoninkjes	=	kosterswoning
kostertje	=	koster
kostertjes	=	koster
kostganger	noun	iemand die (tegen betaling) bij iemand anders voeding en onderdak ontvangt
kostgangerboleet	noun	een paddenstoel Pseudoboletus parasiticus, (syn.: Boletus parasiticus, Xerocomus parasiticus) die als parasiet leeft op de aardappelbovist.
kostgangerboleetje	=	kostgangerboleet
kostgangerboleetjes	=	kostgangerboleet
kostgangerboleten	=	kostgangerboleet
kostgangers	=	kostganger
kostgangertje	=	kostganger
kostgangertjes	=	kostganger
kostgeld	noun	een vergoeding die thuiswonende kinderen aan hun ouders betalen.
kostgelden	=	kostgeld
kostgeldje	=	kostgeld
kostgeldjes	=	kostgeld
kostgrond	noun	een stuk land dat geschikt is gemaakt voor het telen van gewassen voor eigen gebruik
kostgronden	=	kostgrond
kostgrondje	=	kostgrond
kostgrondjes	=	kostgrond
kosthuis	noun	het huis waar men eet en slaapt
kosthuisje	=	kosthuis
kosthuisjes	=	kosthuis
kosthuizen	=	kosthuis
kostje	=	kost
kostjes	=	kost
kostjuffrouw	noun	vrouw die kamers verhuurt en tevens de maaltijd verzorgt voor haar kostgangers
kostjuffrouwen	=	kostjuffrouw
kostjuffrouwtje	=	kostjuffrouw
kostjuffrouwtjes	=	kostjuffrouw
kostprijs	noun	totaal van de uitgaven die een producent doet om een product te maken
kostprijsberekening	noun	de berekening van de kostprijs van een product of dienst waarvoor verschillende methoden bestaan
kostprijsberekeningen	=	kostprijsberekening
kostprijsje	=	kostprijs
kostprijsjes	=	kostprijs
kostprijzen	=	kostprijs
kostscholen	=	kostschool
kostschool	noun	een school waar de leerlingen vijf dagen per week niet alleen les volgen, maar ook kost en inwoning krijgen
kostschooljongen	noun	een mannelijke leerling die woont en studeert in een kostschool
kostschooljongens	=	kostschooljongen
kostschooljongetje	=	kostschooljongen
kostschooljongetjes	=	kostschooljongen
kostschoolmeisje	noun	vrouwelijk kind dat woont en leert op een school met het daaraan verbonden internaat
kostschoolmeisjes	=	kostschoolmeisje
kostschooltijd	noun	de periode die men doorbrengt op een kostschool
kostschooltijden	=	kostschooltijd
kostschooltje	=	kostschool
kostschooltjes	=	kostschool
kostte	=	kosten
kostten	=	kosten
kostumeer	=	kostumeren
kostumeerde	=	kostumeren
kostumeerden	=	kostumeren
kostumeert	=	kostumeren
kostumere	=	kostumeren
kostumeren	verb	van een kostuum voorzien
kostumerend	=	kostumeren
kostumerende	=	kostumeren
kostuum	noun	de kleding van iemand die bij een bepaalde activiteit, een ambt of een toneelrol hoort
kostuumdrama	noun	zijn films of toneelstukken waarbij de nadruk aanwezig is op kostuums en decors. (meestal spelen die zich af in een andere tijdsperiode dan de huidige)
kostuumdrama's	=	kostuumdrama
kostuumdramaatje	=	kostuumdrama
kostuumdramaatjes	=	kostuumdrama
kostuumfilm	noun	film waarbij extra veel aandacht is besteed aan de fraaie kostuums van de spelers
kostuumfilms	=	kostuumfilm
kostuumontwerper	noun	iemand die de kleren bedenkt die op het toneel of in een film worden gedragen
kostuumontwerpers	=	kostuumontwerper
kostuumpje	=	kostuum
kostuumpjes	=	kostuum
kostuums	=	kostuum
kostuumwisseling	noun	het verwisselen van kleding, specifiek in een theatrale, filmische of optredenscontext waarbij een persoon (zoals een acteur, danser of artiest) een ander kostuum aantrekt
kostuumwisselingen	=	kostuumwisseling
kostuumwisselingetje	=	kostuumwisseling
kostuumwisselingetjes	=	kostuumwisseling
kostwinner	noun	degene in het gezin die het belangrijkste deel van het inkomen verdient en daarmee de rest van het gezin onderhoudt
kostwinners	=	kostwinner
kostwinnersbeginsel	noun	het beginsel dat één inkomen genoeg zou moeten zijn voor het onderhouden van het hele gezin
kostwinnersbeginselen	=	kostwinnersbeginsel
kostwinnersbeginsels	=	kostwinnersbeginsel
kostwinnerschap	noun	het kostwinner zijn
kostwinnerschappen	=	kostwinnerschap
kostwinnersprincipe	noun	het beginsel dat één inkomen genoeg zou moeten zijn voor het onderhouden van het hele gezin
kostwinnersprincipes	=	kostwinnersprincipe
kostwinnersvergoeding	noun	een financiële tegemoetkoming die vroeger werd uitgekeerd aan het thuisfront (vaak het gezin) van een gemobiliseerde soldaat of dienstplichtige.
kostwinnersvergoedingen	=	kostwinnersvergoeding
kostwinnersvergoedinkje	=	kostwinnersvergoeding
kostwinnersvergoedinkjes	=	kostwinnersvergoeding
kostwinnertje	=	kostwinner
kostwinning	noun	iets waarmee iemand zijn brood verdient
kostwinningen	=	kostwinning
kot	noun	klein, armoedig huis
kotbaas	noun	huisbaas van een studentenhuis
kotbazen	=	kotbaas
kote	=	koten
kotelet	noun	een stuk vlees van een varken, kalf of lam dat nog vastzit aan een stuk rib
koteletje	=	kotelet
koteletjes	=	kotelet
koteletten	=	kotelet
koten	verb	behendigheidsspel dat met botje van geslachte dieren of voorwerpen die daarop lijken werd gespeeld Slaat vooral op het door jongens of mannen gespeelde spel; de variant die door meisjes werd gespeeld, werd bikkelen genoemd.
kotend	=	koten
kotende	=	koten
koter	noun	kind, een klein kind
koteraar	noun	een ijzeren stang om het vuur op te porren
koteraars	=	koteraar
koterboer	=	keuterboer
koterde	=	koteren
koterden	=	koteren
kotere	=	koteren
koteren	verb	peuteren, (vooral van de tanden)
koterend	=	koteren
koterende	=	koteren
koterij	noun	schuurtjes, hokken en duivenhokken die aan de achterzijde van woonhuizen worden aangebouwd
koterijen	=	koterij
koters	=	koter
kotert	=	koteren
kotertje	=	koter
kotertjes	=	koter
kotgenoot	noun	een medebewoner van een studentenkot
kotgenootje	=	kotgenoot
kotgenootjes	=	kotgenoot
kotgenoten	=	kotgenoot
kotje	=	kot
kotjes	=	kot
kotkilo	noun	het gewicht dat kotstudenten aankomen door ongezond eten
kotkilo's	=	kotkilo
kotkoti	noun	bepaald soort groot insect dat in zandgrond en veen onderaardse gangen graaft, Gryllotalpa gryllotalpa
kotkoti's	=	kotkoti
kotmadam	noun	iemand die één of meer kamers in haar eigen woonhuis ter beschikking stelt aan een kostganger, student of commensaal
kotmadammen	=	kotmadam
kotmadammetje	=	kotmadam
kotmadammetjes	=	kotmadam
kotmadams	=	kotmadam
kotomisi	noun	vrouw die traditionele Surinaamse kleding draagt
kotomisi's	=	kotomisi
kots	=	kotsen
kotsbeu	adj	van iets dat je het helemaal niet leuk meer vindt
kotsbeue	=	kotsbeu
kotsbeus	=	kotsbeu
kotse	=	kotsen
kotsen	verb|informal	de maaginhoud via de mond weer naar buiten werken
kotsend	=	kotsen
kotsende	=	kotsen
kotser	noun	persoon die regelmatig moet overgeven
kotsers	=	kotser
kotsje	=	kotsen
kotsjes	=	kotsen
kotsmisselijk	adj|informal	met een ziek gevoel in de darmen, neigend naar braken
kotsmisselijke	=	kotsmisselijk
kotsmisselijker	=	kotsmisselijk
kotsmisselijkere	=	kotsmisselijk
kotsmisselijkers	=	kotsmisselijk
kotsmisselijks	=	kotsmisselijk
kotsmisselijkst	=	kotsmisselijk
kotsmisselijkste	=	kotsmisselijk
kotsneiging	noun	is het plotselinge, onvrijwillige gevoel dat je moet overgeven.
kotsneigingen	=	kotsneiging
kotsneiginkje	=	kotsneiging
kotsneiginkjes	=	kotsneiging
kotst	=	kotsen
kotste	=	kotsen
kotsten	=	kotsen
kotstudent	noun	student die op kamers woont
kotstudenten	=	kotstudent
kotstudentje	=	kotstudent
kotstudentjes	=	kotstudent
kotsziek	adj	zo ziek dat je er wel van kan kotsen
kotszieke	=	kotsziek
kotszieks	=	kotsziek
kotteke	=	kot
kotten	=	kot
kotter	noun	snelle lichte zeilboot met één achteroverhellende mast.
kotterde	=	kotteren
kotterden	=	kotteren
kottere	=	kotteren
kotteren	verb	onderwerpen aan een bewerking waarbij het werkstuk stationair is en de apparatuur beweegt
kotterend	=	kotteren
kotterende	=	kotteren
kotters	=	kotter
kottert	=	kotteren
kottertje	=	kotter
kottertjes	=	kotter
kou	noun	situatie met lage temperatuur; de afwezigheid van warmte
koubeitel	noun	beitel die men gebruikt voor het bewerken van koud metaal
koubeitels	=	koubeitel
koubeiteltje	=	koubeitel
koubeiteltjes	=	koubeitel
koud	adj	met een lage temperatuur, fris, kil, koel	adv	amper, nauwelijks (voornamelijk in combinatie met een tijdsaanduiding)
koudbloedig	adj	niet de eigen lichaamstemperatuur regulerend
koudbloedige	=	koudbloedig
koudbloediger	=	koudbloedig
koudbloedigere	=	koudbloedig
koudbloedigers	=	koudbloedig
koudbloedigs	=	koudbloedig
koudbloedigst	=	koudbloedig
koudbloedigste	=	koudbloedig
kouddruklas	noun	las die door koud drukken tot stand is gekomen
kouddruklasje	=	kouddruklas
kouddruklasjes	=	kouddruklas
kouddruklasse	=	kouddruklassen
kouddruklassen	verb	onder hoge druk bij lage temperatuur lassen
kouddruklassend	=	kouddruklassen
kouddruklassende	=	kouddruklassen
koude	noun	het koud zijn
koudebrug	noun	een deel van de buitenschil van een gebouw (muur, dak, vloer) waar de isolatielaag onderbroken is, waardoor warmte sneller naar buiten ontsnapt en kou naar binnen komt
koudebruggen	=	koudebrug
koudebruggetje	=	koudebrug
koudebruggetjes	=	koudebrug
koudefront	noun	plaats waar twee luchtmassa's met verschillende temperaturen elkaar ontmoeten, waarbij de koude lucht onder de warme lucht schuift
koudefronten	=	koudefront
koudefrontje	=	koudefront
koudefrontjes	=	koudefront
koudegetal	noun	optelsom van de absolute waarde van de etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt tussen 1 oktober en 31 maart als maat voor de strengheid van een winter
koudegetallen	=	koudegetal
koudegetalletje	=	koudegetal
koudegetalletjes	=	koudegetal
koudegolf	noun	plotselinge krachtige inval van koude lucht
koudegolven	=	koudegolf
kouder	=	koud
koudere	=	koud
kouderecord	noun	de laagst gemeten temperatuur bij de gegeven omstandigheden
kouderecords	=	kouderecord
kouders	=	koud
koudes	=	koude
koudesj	adj	heilig
koudetest	noun	proefneming waarbij men de proefpersoon blootstelt aan kou
koudetesten	=	koudetest
koudetestje	=	koudetest
koudetestjes	=	koudetest
koudgeperst	adj	waarbij de olie of het zaad voor of tijdens het persen niet met een externe warmtebron verhit is
koudgeperste	=	koudgeperst
koudgepersts	=	koudgeperst
koudheid	noun	het een lage temperatuur hebben
koudjes	adv	met weinig emotie
koudlichtspiegel	noun	gebogen oppervlak dat het licht van een halogeenlamp scherp weerkaatst, maar de warmtestraling daarvan doorlaat zodat de hitte niet gevaarlijk wordt Oorspronkelijk vooral gebruikt als onderdeel van filmprojectoren, maar later ook voor lampen met een gerichte lichtbundel.
koudlichtspiegels	=	koudlichtspiegel
kouds	=	koud
koudst	=	koud
koudste	=	koud
koudvuren	=	koudvuur
koudvuur	noun	de afsterving en ontbinding van een levend organisme
koudwaterkraan	noun	een kraan waaruit onverwarmd water kan stromen
koudwaterkraantje	=	koudwaterkraan
koudwaterkraantjes	=	koudwaterkraan
koudwaterkranen	=	koudwaterkraan
koudwaterleiding	noun	leiding in een drinkwaterinstallatie die onverwarmd water van de watermeter of waterzuivering naar diverse tappunten in een gebouw transporteert.
koudwaterleidingen	=	koudwaterleiding
koudwaterleidinkje	=	koudwaterleiding
koudwaterleidinkjes	=	koudwaterleiding
koudwatervrees	noun	angst voor koud water
koudweg	adv	harteloos, gevoelloos
koufront	noun	de begrenzing tussen twee luchtmassa's met een andere temperatuur, waarbij de koudere onder de warmere schuift
koufronten	=	koufront
koufrontje	=	koufront
koufrontjes	=	koufront
kougevat	=	kouvatten
koukleum	noun	iemand die het snel koud heeft
koukleumde	=	koukleumen
koukleumden	=	koukleumen
koukleume	=	koukleumen
koukleumen	verb	lijden onder een lage temperatuur
koukleumend	=	koukleumen
koukleumende	=	koukleumen
koukleumpje	=	koukleum
koukleumpjes	=	koukleum
koukleumt	=	koukleumen
koupel	=	koepel
kouprey	noun	Bos sauveli ernstig bedreigd wild rund uit Zuidoost-Azië, pas in 1937 voor het eerst beschreven (soms geplaatst in het ondergeslacht Novibos)
koupreys	=	kouprey
koupreytje	=	kouprey
koupreytjes	=	kouprey
koure	noun	degene die in de synagoge de Tora voorleest
kous	noun	een aansluitend, meer of minder elastisch kledingstuk dat de voet en (een deel van) het been bedekt
kouseband	=	kousenband
kousen	=	kous
kousenband	noun	elastische band om de kous op te houden
kousenbanden	=	kousenband
kousenbandje	=	kousenband
kousenbandjes	=	kousenband
kousenbandslang	noun	Thamnophis sirtalis is een veelvoorkomende slang uit de familie gladde slangen Colubridae
kousenbandslangen	noun	een geslacht Thamnophis van slangen uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie waterslangen (Natricinae)
kousenbandslangetje	=	kousenbandslang
kousenbandslangetjes	=	kousenbandslang
kousenbandvis	noun	Lepidopus caudatus een straalvinnige vis uit de familie van haarstaarten (Trichiuridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
kousenbandvisje	=	kousenbandvis
kousenbandvisjes	=	kousenbandvis
kousenbandvissen	=	kousenbandvis
kousenbroek	noun	maillot
kousenbroeken	=	kousenbroek
kousenbroekje	=	kousenbroek
kousenbroekjes	=	kousenbroek
kousenvoet	noun	op kousen lopend
kousenvoeten	=	kousenvoet
kousenvoetje	=	kousenvoet
kousenvoetjes	=	kousenvoet
kouses	noun	bekers
kousje	=	kous
kousjer	adj	ritueel geoorloofd, volgens joodse spijswetten bereid
kousjere	=	kousjer
kousjes	=	kous
kousophouder	noun	aan een kledingstuk bevestigde band, om een kous mee op te houden
kousophouders	=	kousophouder
kout	noun	een gezellig babbeltje
koute	=	kouten
kouten	verb	gezellig praten zonder al te veel diepgang
koutend	=	kouten
koutende	=	kouten
kouter	noun	het verticale mes voor de ploegschaar
kouters	=	kouter
koutertje	=	kouter
koutertjes	=	kouter
koutje	noun	alleen verkleinwoord lichte virusinfectie aan keel of neus
koutjes	=	koutje
koutte	=	kouten
koutten	=	kouten
kouvat	=	kouvatten
kouvatte	=	kouvatten
kouvatten	verb	een infectie met het verkoudheidsvirus oplopen
kouvattend	=	kouvatten
kouvattende	=	kouvatten
kouw	=	kooi
kouwe	=	kou
kouwelijk	adj	van een persoon dat hij het sneller dan de meeste andere mensen koud heeft, dat iemand veel gevoeliger is voor kou dan de meeste andere mensen
kouwelijke	=	kouwelijk
kouwelijker	=	kouwelijk
kouwelijkere	=	kouwelijk
kouwelijkers	=	kouwelijk
kouwelijks	=	kouwelijk
kouwelijkst	=	kouwelijk
kouwelijkste	=	kouwelijk
koved	noun	eer, prestige, decorum
kovel	noun	kleed met kap, van mannelijke en vrouwelijke kloosterlingen
kovels	=	kovel
koveltje	=	kovel
koveltjes	=	kovel
koven	=	koof
kozak	noun	ruiter in het Russische leger
kozakje	=	kozak
kozakken	=	kozak
kozakkenmuts	noun	harig hoofddeksel van Kozakken
kozakkenmutsen	=	kozakkenmuts
kozakkenmutsje	=	kozakkenmuts
kozakkenmutsjes	=	kozakkenmuts
koze	=	kozen
kozen	verb	minnekozen, liefkozen
kozend	=	kozen
kozende	=	kozen
kozijn	noun	rand van een raam of deur waar de ruit of de deur in gevat is
kozijnanker	noun	beugel, meestal van ijzer, bedoeld om bij gebouwen kozijnen aan de gevel te verbinden
kozijnankers	=	kozijnanker
kozijnankertje	=	kozijnanker
kozijnankertjes	=	kozijnanker
kozijnen	=	kozijn
kozijns	=	kozijn
kozijntje	=	kozijn
kozijntjes	=	kozijn
kraafs	adj	in onjuiste, tegengestelde richting, in strijd met wat correct is
kraafse	=	kraafs
kraag	noun	een kledingstuk rond de hals
kraagbeer	noun	Ursus thibetanus
kraagbeertje	=	kraagbeer
kraagbeertjes	=	kraagbeer
kraagberen	=	kraagbeer
kraagbloedbij	noun	Sphecodes spinulosus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
kraagbloedbijen	=	kraagbloedbij
kraagbloedbijtje	=	kraagbloedbij
kraagbloedbijtjes	=	kraagbloedbij
kraagbom	noun	een om de hals van een slachtoffer aangebrachte bom die op afstand tot ontploffing gebracht kan worden
kraagbommen	=	kraagbom
kraagchampignon	noun	Agaricus iodosmus een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
kraagchampignonnetje	=	kraagchampignon
kraagchampignonnetjes	=	kraagchampignon
kraagchampignons	=	kraagchampignon
kraagdragers	noun	een stam Hemichordata van het dierenrijk behorende tot de Deuterostomata, mogelijk nauw verwant aan de Chordata.
kraagfrankolijn	noun	Scleroptila streptophora een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
kraagfrankolijnen	=	kraagfrankolijn
kraagfrankolijntje	=	kraagfrankolijn
kraagfrankolijntjes	=	kraagfrankolijn
kraaghagedis	noun	Chlamydosaurus kingii een hagedis uit de familie agamen (Agamidae).
kraaghagedisje	=	kraaghagedis
kraaghagedisjes	=	kraaghagedis
kraaghagedissen	=	kraaghagedis
kraaghoen	noun	Bonasa umbellus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
kraaghoenderen	=	kraaghoen
kraaghoenders	=	kraaghoen
kraaghoendertje	=	kraaghoen
kraaghoendertjes	=	kraaghoen
kraagje	=	kraag
kraagjes	=	kraag
kraagloos	adj	zonder kraag
kraagloost	=	kraagloos
kraaglooste	=	kraagloos
kraagloze	=	kraagloos
kraaglozer	=	kraagloos
kraaglozere	=	kraagloos
kraaglozers	=	kraagloos
kraagluiaard	noun	Bradypus torquatus een zoogdier uit de familie van de drievingerige luiaards (Bradypodidae).
kraagluiaardje	=	kraagluiaard
kraagluiaardjes	=	kraagluiaard
kraagluiaards	=	kraagluiaard
kraagpapegaai	noun	Deroptyus accipitrinus een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld.
kraagpapegaaien	=	kraagpapegaai
kraagpapegaaitje	=	kraagpapegaai
kraagpapegaaitjes	=	kraagpapegaai
kraagplevier	noun	Charadrius collaris een waadvogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
kraagplevieren	=	kraagplevier
kraagpleviertje	=	kraagplevier
kraagpleviertjes	=	kraagplevier
kraagroos	noun	Rosa agrestis een struik uit de rozenfamilie (Rosaceae) die voorkomt op kalkhoudende grond in gematigde streken van Europa en Noord-Afrika
kraagroosje	=	kraagroos
kraagroosjes	=	kraagroos
kraagrozen	=	kraagroos
kraagsperwer	noun	Microspizias collaris een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
kraagsperwers	=	kraagsperwer
kraagsperwertje	=	kraagsperwer
kraagsperwertjes	=	kraagsperwer
kraagsteen	noun	een, vaak geornamenteerde, uitstekende steen aan een gevel die een dragende functie heeft
kraagsteentje	=	kraagsteen
kraagsteentjes	=	kraagsteen
kraagstenen	=	kraagsteen
kraagstuk	noun	zinkstuk dat de de oever én de bodem beschermt tegen wegspoelen
kraagstukje	=	kraagstuk
kraagstukjes	=	kraagstuk
kraagstukken	=	kraagstuk
kraagtowie	noun	Pipilo ocai een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
kraagtowies	=	kraagtowie
kraagtowietje	=	kraagtowie
kraagtowietjes	=	kraagtowie
kraagtrap	noun	Chlamydotis undulata een grote vliegende vogel uit de familie der trappen (Otididae).
kraagtrapje	=	kraagtrap
kraagtrapjes	=	kraagtrap
kraagtrappen	noun	een geslacht Chlamydotis van vogels uit de familie trappen (Otididae)
kraagvleerhond	noun	Myonycteris torquata vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
kraagvleerhonden	=	kraagvleerhond
kraagvleerhondje	=	kraagvleerhond
kraagvleerhondjes	=	kraagvleerhond
kraagvleugelmot	noun	Nephopterix angustella een vlinder uit de familie van de snuitmotten, de Pyralidae.
kraagvleugelmotje	=	kraagvleugelmot
kraagvleugelmotjes	=	kraagvleugelmot
kraagvleugelmotten	=	kraagvleugelmot
kraai	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Corvus
kraaide	=	kraaien
kraaiden	=	kraaien
kraaie	=	kraaien
kraaien	noun	Corvidae een vogelfamilie in de orde van de zangvogels (Passeriformes) en de superfamilie Corvoidea.	verb	het voor de haan kenmerkende geluid voortbrengen
kraaienbek	noun	nijptangetje met ronde punten
kraaienbekdrongo	noun	Dicrurus annectens een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus
kraaienbekdrongo's	=	kraaienbekdrongo
kraaienbekdrongootje	=	kraaienbekdrongo
kraaienbekdrongootjes	=	kraaienbekdrongo
kraaienbekken	=	kraaienbek
kraaiend	=	kraaien
kraaiende	=	kraaien
kraaienmars	noun	in de uitdrukking: kraaienmars blazen of zingen: de aftocht blazen naar het land van de dood
kraaienmarsen	=	kraaienmars
kraaiennest	noun	nest van een kraai
kraaiennesten	=	kraaiennest
kraaiennestje	=	kraaiennest
kraaiennestjes	=	kraaiennest
kraaienpoot	noun	huidrimpels in de ooghoeken
kraaienpootje	=	kraaienpoot
kraaienpootjes	=	kraaienpoot
kraaienpoten	=	kraaienpoot
kraaiepoot	=	kraaienpoot
kraaier	noun	iemand die nodeloos veel lawaai maakt
kraaiers	=	kraaier
kraaiertje	=	kraaier
kraaiertjes	=	kraaier
kraaihei	noun	Empetrum nigrum een niet bladverliezende overblijvende dwergstruik die behoort tot de heidefamilie (Ericaceae).
kraaiheien	=	kraaihei
kraaiheitje	=	kraaihei
kraaiheitjes	=	kraaihei
kraailoken	=	kraailook
kraailook	noun	Allium vineale een plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
kraailookje	=	kraailook
kraailookjes	=	kraailook
kraailooks	=	kraailook
kraait	=	kraaien
kraaitje	=	kraai
kraaitjes	=	kraai
kraak	noun	een zeemonster, waarschijnlijk de inmiddels goed gedocumenteerde reuzenpijlinktvis, dat ondanks herhaalde waarnemingen door zeelui, door wetenschap en gemeenschap als mythisch werd afgedaan
kraakactie	noun	actie waarbij een leegstaand gebouw wordt gekraakt (om als woning te gaan worden gebruikt)
kraakacties	=	kraakactie
kraakactietje	=	kraakactie
kraakactietjes	=	kraakactie
kraakbaar	adj	dat de beveiliging omzeilt kan worden
kraakbaarder	=	kraakbaar
kraakbaardere	=	kraakbaar
kraakbaarders	=	kraakbaar
kraakbaars	=	kraakbaar
kraakbaarst	=	kraakbaar
kraakbaarste	=	kraakbaar
kraakbare	=	kraakbaar
kraakbeen	noun	een speciale vorm van bindweefsel met een elastisch karakter als gevolg van eigenschappen van de extracellulaire matrix
kraakbeenderen	=	kraakbeen
kraakbeendrieklauw	noun	Amyda cartilaginea een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
kraakbeendrieklauwen	=	kraakbeendrieklauw
kraakbeendrieklauwtje	=	kraakbeendrieklauw
kraakbeendrieklauwtjes	=	kraakbeendrieklauw
kraakbeenganoïden	noun	een onderklasse Chondrostei van voornamelijk kraakbeenvissen.
kraakbeentje	=	kraakbeen
kraakbeentjes	=	kraakbeen
kraakbeenverandering	noun	beschadiging van het kraakbeen zoals dat optreedt bij artrose
kraakbeenveranderingen	=	kraakbeenverandering
kraakbeenvis	noun	benaming voor vissen behorend tot de klasse Chondrichthyes, die een skelet met meer elastische botten van kraakbeen hebben
kraakbeenvisje	=	kraakbeenvis
kraakbeenvissen	noun	een klasse Chondrichthyes
kraakbenen	adj	uit kraakbeen bestaand
kraakbenzine	noun	benzine, verkregen door het thermisch ontleden van de koolwaterstoffen uit zware fracties van aardolie
kraakbenzines	=	kraakbenzine
kraakbeweging	noun	tamelijk anarchistische groep mensen die zich bezighoudt met het kraken van leegstaande panden
kraakbewegingen	=	kraakbeweging
kraakbeweginkje	=	kraakbeweging
kraakbeweginkjes	=	kraakbeweging
kraakcafeetje	=	kraakcafé
kraakcafeetjes	=	kraakcafé
kraakcafé	noun	plaats waar krakers en hun sympathisanten op een informele wijze bij elkaar komen en waar men protestacties organiseert
kraakcafés	=	kraakcafé
kraakfilm	noun	verhaal over een ingewikkelde inbraak, verteld in bewegende beelden
kraakfilms	=	kraakfilm
kraakhelder	adj	heel erg schoon
kraakheldere	=	kraakhelder
kraakhelders	=	kraakhelder
kraakijs	noun	ijs dat kraakt, bomijs
kraakinstallatie	noun	installatie voor het kraken (in kleine stukken breken) van aardolie(moleculen)
kraakinstallaties	=	kraakinstallatie
kraakinstallatietje	=	kraakinstallatie
kraakinstallatietjes	=	kraakinstallatie
kraakje	=	kraak
kraakjes	=	kraak
kraakloof	noun	een geslacht Cetraria van korstmossen uit de familie Parmeliaceae.
kraakloveren	=	kraakloof
kraaknet	adj	heel erg netjes, heel erg schoon
kraaknets	=	kraaknet
kraaknette	=	kraaknet
kraakpand	noun	een woning bewoond door mensen die daar juridisch geen recht hebben
kraakpanden	=	kraakpand
kraakpandje	=	kraakpand
kraakpandjes	=	kraakpand
kraakperswagen	noun	vuilniswagen waarin het vuilnis van achteren wordt ingeworpen en vervolgens samengedrukt wordt
kraakperswagens	=	kraakperswagen
kraakporselein	noun	Chinees porselein, dat speciaal voor de Europese markt werd vervaardigd in de 16e, 17e en 18e eeuw
kraakstem	noun	droog, scherp, schor klinkende stem
kraakstemmen	=	kraakstem
kraakstemmetje	=	kraakstem
kraakstemmetjes	=	kraakstem
kraakt	=	kraken
kraakte	=	kraken
kraakten	=	kraken
kraakverbod	noun	wet die van kracht is sinds 1 oktober 2010, betekent dat het zonder toestemming binnendringen en in gebruik nemen van leegstaande woningen of gebouwen een misdrijf is in Nederland.
kraakverboden	=	kraakverbod
kraakverbodje	=	kraakverbod
kraakverbodjes	=	kraakverbod
kraakvers	adj	zo nieuw dat het nog knapperig is
kraakverse	=	kraakvers
kraakwacht	noun	groep tijdelijke huurders die een leegstaand pand bewonen om te voorkomen dat dit gekraakt wordt
kraakwachten	=	kraakwacht
kraakwagen	noun	vuilniswagen die speciaal is ontworpen voor het ophalen van grofvuil
kraakwagens	=	kraakwagen
kraakwagentje	=	kraakwagen
kraakwagentjes	=	kraakwagen
kraakwilg	noun	bepaald soort loofboom, Salix fragilis, die inheems is in de Benelux en tot 25 meter hoog kan worden
kraakwilgen	=	kraakwilg
kraakwilgroest	noun	Melampsora laricis-pentandrae een paddenstoel uit de familie Melampsoraceae.
kraakwilgroesten	=	kraakwilgroest
kraakwilgroestje	=	kraakwilgroest
kraakwilgroestjes	=	kraakwilgroest
kraal	noun	een doorboord kogeltje van een kleurig materiaal, voornamelijk bedoeld als versiering
kraalde	=	kralen
kraalden	=	kralen
kraalogen	=	kraaloog
kraaloog	noun	een klein schitterend oog
kraaloogje	=	kraaloog
kraaloogjes	=	kraaloog
kraalt	=	kralen
kraaltje	=	kraal
kraaltjes	=	kraal
kraam	noun	verplaatsbare tent waarin (op markten) koopwaar of (op kermissen) vermaak wordt aangeboden
kraamaantekening	noun	aantekening op een diploma voor verpleegkundigen, die de bevoegdheid aangeeft voor de kraamverpleging
kraamaantekeningen	=	kraamaantekening
kraamafdeling	noun	afdeling verloskunde in een ziekenhuis
kraamafdelingen	=	kraamafdeling
kraamafdelinkje	=	kraamafdeling
kraamafdelinkjes	=	kraamafdeling
kraamanijs	noun	alcoholische drank gemaakt met anijszaad, zoals traditioneel geschonken na de geboorte van een kind
kraambed	noun	het bed waarin een vrouw bevalt en waarin zij daarna rust
kraambedden	=	kraambed
kraambedje	=	kraambed
kraambedjes	=	kraambed
kraambeen	noun	door trombose gezwollen been als gevolg van zwangerschap
kraambeentje	=	kraambeen
kraambeentjes	=	kraambeen
kraambenen	=	kraambeen
kraambezoek	noun	bezoek aan een kraamvrouw
kraambezoeken	=	kraambezoek
kraambezoeker	noun	de bezoeker van een marktkraam.
kraambezoekers	=	kraambezoeker
kraambezoekertje	=	kraambezoeker
kraambezoekertjes	=	kraambezoeker
kraambezoekje	=	kraambezoek
kraambezoekjes	=	kraambezoek
kraambox	noun	krappe kooi waarin het moedervarken ligt omgeven door haar biggen
kraamboxen	=	kraambox
kraamde	=	kramen
kraamden	=	kramen
kraameten	noun	bereid voedsel dat vroeger, na de geboorte van een kind, door de buurvrouwen en de buurkinderen naar de moeder en haar gezin werd gebracht
kraametentje	=	kraameten
kraametentjes	=	kraameten
kraamfeest	noun	Een feest ter gelegenheid van de geboorte van een baby meestal in de eerste weken na de geboorte.
kraamfeesten	=	kraamfeest
kraamfeestje	=	kraamfeest
kraamfeestjes	=	kraamfeest
kraamgastenboek	noun	een boek waarin het kraambezoek zijn naam zet
kraamgastenboeken	=	kraamgastenboek
kraamgastenboekje	=	kraamgastenboek
kraamgastenboekjes	=	kraamgastenboek
kraamgeld	noun	uitkering toegekend bij een bevalling in het kader van de gezinsbijslag
kraamgelden	=	kraamgeld
kraamgeldje	=	kraamgeld
kraamgeldjes	=	kraamgeld
kraamhotel	noun	instelling waar een vrouw die niet thuis kan of wil bevallen, met haar verloskundige terechtkan voor de bevalling
kraamhotelletje	=	kraamhotel
kraamhotelletjes	=	kraamhotel
kraamhotels	=	kraamhotel
kraamhouder	noun	de huurder/eigenaar van een marktkraam.
kraamhouders	=	kraamhouder
kraamhoudertje	=	kraamhouder
kraamhoudertjes	=	kraamhouder
kraamhulp	noun	kraamverzorgster
kraamhulpen	=	kraamhulp
kraamhulpje	=	kraamhulp
kraamhulpjes	=	kraamhulp
kraaminrichting	noun	ziekenhuis voor bevallingen
kraaminrichtingen	=	kraaminrichting
kraamkamer	noun	kamer waarin een kraamvrouw verblijft
kraamkamers	=	kraamkamer
kraamkamertje	=	kraamkamer
kraamkamertjes	=	kraamkamer
kraamkliniek	noun	een (afdeling van een) ziekenhuis voor bevallingen
kraamklinieken	=	kraamkliniek
kraamkliniekje	=	kraamkliniek
kraamkliniekjes	=	kraamkliniek
kraamkost	noun	maaltijd die men aan een kraamvrouw cadeau doet
kraamkosten	=	kraamkost
kraammatras	noun	wegwerpkleed over het matras in een kraambed
kraammatrassen	=	kraammatras
kraamperiode	noun	periode vlak na de bevalling van een kind (of jong dier)
kraamperioden	=	kraamperiode
kraamperiodes	=	kraamperiode
kraampje	=	kraam
kraampjes	=	kraam
kraamt	=	kramen
kraamtijd	noun	tijd dat het kraamvrouw-zijn duurt (tot acht dagen na de bevalling)
kraamtijden	=	kraamtijd
kraamverband	noun	verband, dikker dan maandverband, voor de eerste dagen na de bevalling
kraamverlof	noun	verlof wegens de bevalling
kraamverlofje	=	kraamverlof
kraamverlofjes	=	kraamverlof
kraamverloven	=	kraamverlof
kraamverpleegkundige	noun	een verpleegkundige werkzaam op de kraamafdeling
kraamverpleegkundigen	=	kraamverpleegkundige
kraamverpleegster	noun	verpleegkundige met aantekening voor kraamverpleging
kraamverpleegsters	=	kraamverpleegster
kraamverpleegstertje	=	kraamverpleegster
kraamverpleegstertjes	=	kraamverpleegster
kraamverpleging	noun	verzorging van moeder en kind, de eerste dagen na de bevalling
kraamverplegingen	=	kraamverpleging
kraamverpleginkje	=	kraamverpleging
kraamverpleginkjes	=	kraamverpleging
kraamverzorgende	noun	persoon die gezinnen ondersteunt in de eerste week na de bevalling
kraamverzorgenden	=	kraamverzorgende
kraamverzorging	noun	geschoolde hulp na een bevalling voor kraamvrouw en gezin
kraamverzorgster	noun	gediplomeerde hulp in gezin en kraamkamer vlak na de bevalling
kraamverzorgsters	=	kraamverzorgster
kraamvisite	noun	kraambezoek
kraamvisites	=	kraamvisite
kraamvloed	noun	de vaginale uitvloeisels in de kraamtijd
kraamvloeden	=	kraamvloed
kraamvrouw	noun	vrouw die kort geleden bevallen is en nog rust moet houden in het kraambed
kraamvrouwen	=	kraamvrouw
kraamvrouwenkoorts	noun	infectieziekte bij kraamvrouwen veroorzaakt door de groep-A-streptokokbacterie, waarbij de baarmoeder en omliggende delen ontstoken zijn
kraamvrouwtje	=	kraamvrouw
kraamvrouwtjes	=	kraamvrouw
kraamwebspin	noun	Pisaura mirabilis een algemene spin uit de familie kraamwebspinnen (Pisauridae).
kraamwebspinnen	noun	Pisauridae een familie van spinnen bestaande uit 339 soorten in 53 geslachten, waartoe de grootste spin van Nederland en België behoort: de grote gerande oeverspin (Dolomedes plantarius)
kraamwebspinnetje	=	kraamwebspin
kraamwebspinnetjes	=	kraamwebspin
kraamzorg	noun	zorg, verleend aan kraamvrouwen
kraamzorgen	=	kraamzorg
kraamzorgje	=	kraamzorg
kraamzuivering	noun	de vaginale uitvloeisels in de kraamtijd
kraan	noun	bepaald soort vogel Grus grus
kraanarm	noun	het uitschuifbare, draaibare en in hoogte verstelbare deel van een hijskraan
kraanarmen	=	kraanarm
kraanauto	noun	een wagen waarop een kraan gemonteerd is, vaak gebruikt om gestrande wagens op te takelen en naar de garage te brengen
kraanauto's	=	kraanauto
kraanautootje	=	kraanauto
kraanautootjes	=	kraanauto
kraanbrug	noun	een beweegbare brug die open en dicht gaat door te draaien om een verticale z-as
kraanbruggen	=	kraanbrug
kraanbruggetje	=	kraanbrug
kraanbruggetjes	=	kraanbrug
kraanbrugje	=	kraanbrug
kraanbrugjes	=	kraanbrug
kraandrijver	noun	iemand die een hijskraan bedient
kraandrijvers	=	kraandrijver
kraaneiland	noun	kunstmatig werkeiland met een of meer kranen erop
kraaneilanden	=	kraaneiland
kraaneilandje	=	kraaneiland
kraaneilandjes	=	kraaneiland
kraanlijn	noun	een lijn die vanuit de masttop de giek draagt bij weggenomen zeil
kraanlijnen	=	kraanlijn
kraanlijntje	=	kraanlijn
kraanlijntjes	=	kraanlijn
kraanoog	noun	bepaald soort weefsel, een samenstelling van spitskepers in ketting- en inslagrichting
kraanschepen	=	kraanschip
kraanschip	noun	een schip dat speciaal is toegelegd op het hijsen van zware lasten
kraantje	=	kraan
kraantjes	=	kraan
kraantjeswater	noun	gezuiverd water dat via buisleidingen wordt getransporteerd
kraanvogel	noun	bepaald soort grote vogel, Grus grus, met lange poten en een lange nek
kraanvogelachtigen	noun	een orde Gruiformes van vogels, waarschijnlijk geen natuurlijke groep.
kraanvogels	noun	Gruidae een familie van de orde der kraanvogelachtigen (Gruiformes).
kraanvogeltje	=	kraanvogel
kraanvogeltjes	=	kraanvogel
kraanwagen	noun	een voertuig waarop een kraan gemonteerd is, vaak gebruikt om defecte wagens op te takelen en naar de garage te brengen
kraanwagens	=	kraanwagen
kraanwagentje	=	kraanwagen
kraanwagentjes	=	kraanwagen
kraanwater	noun	drinkwater dat via leidingen en kranen bij de gebruiker komt
kraanzaag	noun	Een kraanzaag werd gebruikt voor het zagen van planken of balken uit een boom die hoog was geplaatst op twee bokken.
kraanzaagje	=	kraanzaag
kraanzaagjes	=	kraanzaag
krab	noun	kreeftachtige die leeft in de nabijheid van water
krabbe	=	krabben
krabbehuisje	noun	huisje (schaal) van de krab
krabbehuisjes	=	krabbehuisje
krabbekat	noun	een kat waar men al gauw een kras van krijgt
krabbekatje	=	krabbekat
krabbekatjes	=	krabbekat
krabbekatten	=	krabbekat
krabbel	noun	kleine schram
krabbelaar	noun	iemand die krabbelt
krabbelaars	=	krabbelaar
krabbelaartje	=	krabbelaar
krabbelaartjes	=	krabbelaar
krabbelde	=	krabbelen
krabbelden	=	krabbelen
krabbele	=	krabbelen
krabbelen	verb	de huid met de nagels bewerken
krabbelend	=	krabbelen
krabbelende	=	krabbelen
krabbels	=	krabbel
krabbelt	=	krabbelen
krabbeltje	=	krabbel
krabbeltjes	=	krabbel
krabben	verb	met de nagels bewerken	noun	Brachyura een groep van kreeftachtige dieren die behoren tot de orde tienpotigen (Decapoda).
krabbenbuizerd	noun	Buteogallus aequinoctialis een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen).
krabbenbuizerdje	=	krabbenbuizerd
krabbenbuizerdjes	=	krabbenbuizerd
krabbenbuizerds	=	krabbenbuizerd
krabbend	=	krabben
krabbende	=	krabben
krabbeneter	noun	bepaald soort zoogdier, Lobodon carcinophagus, een zeehond die voorkomt rond Antarctica Het is waarschijnlijk het meest algemene zeeroofdier.
krabbeneters	=	krabbeneter
krabbenetertje	=	krabbeneter
krabbenetertjes	=	krabbeneter
krabbenfluiter	noun	Pachycephala lanioides een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
krabbenfluiters	=	krabbenfluiter
krabbenfluitertje	=	krabbenfluiter
krabbenfluitertjes	=	krabbenfluiter
krabbenhond	noun	Procyon cancrivorus roofdier van de savanne van Zuid-Amerika
krabbenhonden	=	krabbenhond
krabbenhondje	=	krabbenhond
krabbenhondjes	=	krabbenhond
krabbenmand	noun	mand om krabben in te bewaren
krabbenmanden	=	krabbenmand
krabbenmentaliteit	noun	het gedrag waarbij mensen elkaar naar beneden halen, saboteren of het succes niet gunnen wanneer één van hen probeert te ontsnappen of te stijgen
krabbenscheer	noun	Stratiotes aloides een plant uit de waterkaardefamilie
krabbenscheermot	noun	Parapoynx stratiotata een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
krabbenscheermotje	=	krabbenscheermot
krabbenscheermotjes	=	krabbenscheermot
krabbenscheermotten	=	krabbenscheermot
krabbenscheertje	=	krabbenscheer
krabbenscheertjes	=	krabbenscheer
krabbenscheren	=	krabbenscheer
krabbenslang	noun	Fordonia leucobalia een slang uit de familie waterdrogadders (Homalopsidae)
krabbenslangen	=	krabbenslang
krabbenslangetje	=	krabbenslang
krabbenslangetjes	=	krabbenslang
krabbenzakje	noun	Sacculina carcini; een parasitaire rankpootkreeft uit de familie Sacculinidae, die langs de Belgische en Nederlandse kust vrij algemeen wordt aangetroffen
krabbenzakjes	noun	een superorde Rhizocephala van parasitaire rankpootkreeften, die vrij algemeen wordt aangetroffen op vooral krabben, voornamelijk uit de zwemkrabbenfamilie (Portunidae), maar ook op andere tienpotigen.
krabber	noun	voorwerp om mee te krabben, onmisbaar voor schilders die oude verflagen willen verwijderen of mensen die jeuk op hun rug hebben.
krabbers	=	krabber
krabbertje	=	krabber
krabbertjes	=	krabber
krabbetje	noun	gekookte varkensrib
krabbetjes	=	krab
krabbezakje	=	krabbenzakje
krabburger	noun	een burger gemaakt van echt krabvlees of surimi
krabburgers	=	krabburger
krabde	=	krabben
krabden	=	krabben
krabita-anu	noun	heel onhandig zijn (bij het knippen van haren)
krabje	=	krab
krabjes	=	krab
krablot	noun	een biljet waarop één of meer gebieden verborgen zijn achter een ondoorzichtige deklaag
krabloten	=	krablot
krablotje	=	krablot
krablotjes	=	krablot
krabmuren	=	krabmuur
krabmuur	noun	verticale krabvoorziening voor katten die direct aan de muur wordt bevestigd of een hele wand beslaat
krabmuurtje	=	krabmuur
krabmuurtjes	=	krabmuur
krabpaal	noun	"speelgoed" voor katten, dat uit een dikke paal of meerdere palen bestaat die bekleed is/zijn met een stuk ruw tapijt of omwikkeld met een stuk touw en waaraan de kat zijn nagels kan scherpen door te krabben
krabpaaltje	=	krabpaal
krabpaaltjes	=	krabpaal
krabpalen	=	krabpaal
krabplevier	noun	Dromas ardeola
krabplevieren	noun	Dromadidae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen.
krabpleviertje	=	krabplevier
krabpleviertjes	=	krabplevier
krabsalaadje	=	krabsalade
krabsalaadjes	=	krabsalade
krabsalade	noun	salade waarin krab (of surimi) is verwerkt
krabsalades	=	krabsalade
krabsla	noun	een dikke saus gemaakt met het vlees van een krab
krabspin	noun	individu uit een familie van spinnen, de krabspinnen (Thomisidae), die geen web, maar wel enige losse draden spinnen, snel en ook zijdelings kunnen lopen evenals de krab, en zo hun prooi bespringen
krabspinnen	noun	Thomisidae een familie van spinnen
krabspinnetje	=	krabspin
krabspinnetjes	=	krabspin
krabt	=	krabben
krach	noun	ineenstorting van een handelshuis of bank, die een crisis veroorzaakt
krachje	=	krach
krachjes	=	krach
krachs	=	krach
kracht	noun	uitwendige oorzaak die de bewegingstoestand van een lichaam verandert (voor zover er geen andere oorzaak is die dat tegengaat)
krachtbron	noun	motor waar de kracht vandaan
krachtbronnen	=	krachtbron
krachtbronnetje	=	krachtbron
krachtbronnetjes	=	krachtbron
krachtcentrale	noun	centrale voor het opwekken van energie
krachtcentrales	=	krachtcentrale
krachtcentraletje	=	krachtcentrale
krachtdadig	adj	een krachtdadige handeling is een handeling de met kracht wordt uitgevoerd om het beoogde resultaat de bereiken.
krachtdadige	=	krachtdadig
krachtdadiger	=	krachtdadig
krachtdadigere	=	krachtdadig
krachtdadigers	=	krachtdadig
krachtdadigheden	=	krachtdadigheid
krachtdadigheid	noun	de mate waarin iets of iemand doortastend optreedt
krachtdadigs	=	krachtdadig
krachtdadigst	=	krachtdadig
krachtdadigste	=	krachtdadig
krachteloos	adj	zonder kracht
krachteloosheden	=	krachteloosheid
krachteloosheid	noun	het krachteloos zijn
krachteloost	=	krachteloos
krachtelooste	=	krachteloos
krachteloze	=	krachteloos
krachtelozer	=	krachteloos
krachtelozere	=	krachteloos
krachtelozers	=	krachteloos
krachten	=	kracht
krachtens	prep|formal	met het vermogen of bevoegdheid die voortvloeit uit, op grond van
krachtenspel	noun|figurative	werking van een aantal elkaar beïnvloedende krachten (ook )
krachtenspelen	=	krachtenspel
krachtenveld	noun	krachtveld
krachtenvelden	=	krachtenveld
krachthonk	noun	fitnesszaal met apparaten waarmee men de spierkracht kan trainen
krachthonken	=	krachthonk
krachthonkje	=	krachthonk
krachtig	adj	beschikkend over veel kracht
krachtige	=	krachtig
krachtiger	=	krachtig
krachtigere	=	krachtig
krachtigers	=	krachtig
krachtigs	=	krachtig
krachtigst	=	krachtig
krachtigste	=	krachtig
krachtje	=	kracht
krachtjes	=	kracht
krachtlijn	noun	lijnen die aangeven hoe de krachten lopen in een krachtveld
krachtlijnen	=	krachtlijn
krachtloos	adj	zonder kracht
krachtloost	=	krachtloos
krachtlooste	=	krachtloos
krachtloze	=	krachtloos
krachtlozer	=	krachtloos
krachtlozere	=	krachtloos
krachtlozers	=	krachtloos
krachtmeting	noun	de wedstrijd, de strijd, in de natuurkunde kan het ook heel letterlijk het meten van een kracht betekenen.
krachtmetingen	=	krachtmeting
krachtmetinkje	=	krachtmeting
krachtmoment	noun	is in de mechanica en constructieleer een maat voor het effect van een kracht t.o.v. een draaipunt.
krachtmomenten	=	krachtmoment
krachtoefening	noun	oefening die erop gericht is de kracht van de spieren te verhogen
krachtoefeningen	=	krachtoefening
krachtoefeningetje	=	krachtoefening
krachtoefeningetjes	=	krachtoefening
krachtpatser	noun|informal	iemand met zeer grote spierkracht die hierover graag opschept.
krachtpatserij	noun	het duidelijk tentoonstellen van de kracht die men bezit
krachtpatserijen	=	krachtpatserij
krachtpatsers	=	krachtpatser
krachtpatsertje	=	krachtpatser
krachtpatsertjes	=	krachtpatser
krachtproef	noun	proef om het vermogen te onderzoeken
krachtproefje	=	krachtproef
krachtproeven	=	krachtproef
krachtsinspanning	noun	moeite, arbeid, inzet
krachtsinspanningen	=	krachtsinspanning
krachtsinspanninkje	=	krachtsinspanning
krachtsinspanninkjes	=	krachtsinspanning
krachtsport	noun	sport waarbij vooral spierkracht van groot belang is
krachtsporten	=	krachtsport
krachtsportje	=	krachtsport
krachtsportvereniging	noun	een sportclub waar spierkracht, weerstandstraining en gewichtheffen centraal staan.
krachtsportverenigingen	=	krachtsportvereniging
krachtsportverenigingetje	=	krachtsportvereniging
krachtsportverenigingetjes	=	krachtsportvereniging
krachtstromen	=	krachtstroom
krachtstroom	noun	een elektrische aansluiting tussen twee of drie fasen van een driefasensysteem
krachtstroompje	=	krachtstroom
krachtstroompjes	=	krachtstroom
krachtsverhouding	noun	de relatieve kracht van verschillende partijen ten opzichte van elkaar
krachtsverhoudingen	=	krachtsverhouding
krachtsverhoudinkje	=	krachtsverhouding
krachtsverhoudinkjes	=	krachtsverhouding
krachtterm	noun	woord of uitdrukking, vaak in de vorm van een vloek of schuttingwoord, dat emotionele kracht bijzet aan de uiting, ook als versterkend bijwoord of bijvoeglijk naamwoord.
krachttermen	=	krachtterm
krachttermpje	=	krachtterm
krachttermpjes	=	krachtterm
krachttoer	noun	een project dat heel veel lichamelijke of geestelijke kracht vereist
krachttoeren	=	krachttoer
krachttoertje	=	krachttoer
krachttoertjes	=	krachttoer
krachttrain	=	krachttrainen
krachttrainde	=	krachttrainen
krachttrainden	=	krachttrainen
krachttraine	=	krachttrainen
krachttrainen	verb	stelselmatig oefeningen doen die de lichaamskracht te vergroten, vooral met gewichten
krachttrainend	=	krachttrainen
krachttrainende	=	krachttrainen
krachttraining	noun	training die vooral is gericht op het ontwikkelen van meer spierkracht, vaak doet men deze training met gewichten
krachttrainingen	=	krachttraining
krachttraininkje	=	krachttraining
krachttraininkjes	=	krachttraining
krachttraint	=	krachttrainen
krachtveld	noun	deel van de ruimte waar een zekere kracht werkzaam is.
krachtvelden	=	krachtveld
krachtveldje	=	krachtveld
krachtverhouding	noun	relatieve sterkte van verschillende entiteiten ten opzichte van elkaar
krachtverhoudingen	=	krachtverhouding
krachtverhoudinkje	=	krachtverhouding
krachtverhoudinkjes	=	krachtverhouding
krachtverlies	noun	symptoom passend bij verschillende ziekten en aandoeningen waarbij de kracht in één of meer spieren is verminderd
krachtverliezen	=	krachtverlies
krachtvoeder	noun|formal	eten voor dieren dat hun snelle groei bevordert doordat het veel energie en eiwitten in een gemakkelijk verteerbare vorm bevat
krachtvoeders	=	krachtvoeder
krachtvoer	noun	eten voor dieren dat hun snelle groei bevordert doordat het veel energie en eiwitten in een gemakkelijk verteerbare vorm bevat
krachtvoeren	=	krachtvoer
krachtwijk	noun	achterstandswijk die in aanmerking komt voor stimuleringsmaatregelen
krachtwijken	=	krachtwijk
kraft	=	kracht
kragen	=	kraag
krainerbij	noun	Apis mellifera carnica een ondersoort van de honingbij.
krainerbijen	=	krainerbij
krainerbijtje	=	krainerbij
krainerbijtjes	=	krainerbij
kraits	noun	een geslacht Bungarus van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
krak	noun	kort scherp geluid zoals men hoort wanneer stijve voorwerpen breken of dreigen te breken	intj	weergave van het korte scherpe geluid zoals men hoort wanneer stijve voorwerpen breken of dreigen te breken
krake	=	kraken
krakeel	=	krakelen
krakeelde	=	krakelen
krakeelden	=	krakelen
krakeelt	=	krakelen
krakeend	noun	Mareca strepera een vogel uit de familie van de Anatidae (eenden, ganzen en zwanen) met witte vleugelspiegel
krakeenden	=	krakeend
krakeendje	=	krakeend
krakele	=	krakelen
krakelen	verb	luidruchtig ruzie maken
krakelend	=	krakelen
krakelende	=	krakelen
krakeling	noun	een baksel in de vorm van een acht
krakelingen	=	krakeling
krakelingetje	=	krakeling
krakelingetjes	=	krakeling
kraken	verb	een krakend geluid maken	noun	een fabeldier met enorme afmetingen en met enorme tentakels.
krakend	adj	geluiden makend bij het breken of verschuiven
krakende	=	kraken
krakender	=	krakend
krakendere	=	krakend
krakenders	=	krakend
krakends	=	krakend
krakendst	=	krakend
krakendste	=	krakend
krakens	=	kraken
krakentje	=	kraken
kraker	noun	iemand die zich wederrechtelijk metterwoon in een pand vestigt
krakerig	adj	krakend of verdacht veel daarop lijkend
krakerige	=	krakerig
krakeriger	=	krakerig
krakerigere	=	krakerig
krakerigers	=	krakerig
krakerigs	=	krakerig
krakerigst	=	krakerig
krakerigste	=	krakerig
krakers	=	kraker
krakersbeweging	noun	sociale en politieke actiegroep die leegstaande panden bezet (kraakt) om er te wonen of culturele en maatschappelijke ruimtes in te richten.
krakersbewegingen	=	krakersbeweging
krakersbeweginkje	=	krakersbeweging
krakersbeweginkjes	=	krakersbeweging
krakersprobleem	noun	het vraagstuk hoe om te gaan met kraken en krakers
krakersproblemen	=	krakersprobleem
krakerswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het kraken van leegstaande woningen
krakertje	=	kraker
krakertjes	=	kraker
kraking	noun	geluid bestaande uit onregelmatige korte hoge doffe klanken, zoals wanneer iets breekt
krakingen	=	kraking
krakinkje	=	kraking
krakinkjes	=	kraking
krakje	=	krak
krakjes	=	krak
krakke	=	krakken
krakkemikkig	adj	oud en vervallen en daardoor makkelijk kapot gaand
krakkemikkige	=	krakkemikkig
krakkemikkiger	=	krakkemikkig
krakkemikkigere	=	krakkemikkig
krakkemikkigers	=	krakkemikkig
krakkemikkigs	=	krakkemikkig
krakkemikkigst	=	krakkemikkig
krakkemikkigste	=	krakkemikkig
krakken	verb	een kort geluid voortbrengen, alsof iets breekt
krakkend	=	krakken
krakkende	=	krakken
krakt	=	krakken
krakte	=	krakken
krakten	=	krakken
krale	=	kralen
kralen	verb	in de vorm van kralen verschijnen, parelen [1]	adj	met kralen vervaardigd
kralend	=	kralen
kralende	=	kralen
kralenketting	noun	een sieraad bestaande uit een reeks kralen die aan een draad is geregen
kralenkettingen	=	kralenketting
kralenkettinkje	=	kralenketting
kralenkettinkjes	=	kralenketting
kram	noun	U-vormig gebogen bevestigingsmiddel met spitse punten
kramakkelig	adj	op een moeizame manier die gewoonlijk op een kwaal wijst
kramakkelige	=	kramakkelig
kramakkeliger	=	kramakkelig
kramakkeligere	=	kramakkelig
kramakkeligers	=	kramakkelig
kramakkeligs	=	kramakkelig
kramakkeligst	=	kramakkelig
kramakkeligste	=	kramakkelig
krambamboeli	noun	warme punch
kramde	=	krammen
kramden	=	krammen
krame	=	kramen
kramen	verb	in het kraambed liggen
kramend	=	kramen
kramende	=	kramen
kramer	noun	iemand die op de markt of langs de deur goederen verkoopt (venter)
kramerij	noun	spullen waar een kramer mee langs de deur kraamt.
kramerijen	=	kramerij
kramerijtje	=	kramerij
kramerijtjes	=	kramerij
kramers	=	kramer
kramertje	=	kramer
kramertjes	=	kramer
kramiek	noun	een gebakken meelproduct dat gemaakt wordt van bloem, water, gist, zout, olie en rozijnen
kramieken	=	kramiek
krammat	noun	een bescherming van riet die op een kleitalud geplaatst werd als bescherming tegen erosie door water (golven, stroming, maar ook regenval)
krammatten	=	krammat
kramme	=	krammen
krammen	verb	vastmaken met behulp van metalen staafjes die aan beide uiteinden ombuigen tot een haakje dat in het te bevestigen materiaal wordt gestoken
krammend	=	krammen
krammende	=	krammen
krammer	noun	iemand die op een dijk of ander aardwerk een kramwerk aanbrengt
krammers	=	krammer
krammetje	=	kram
krammetjes	=	kram
kramp	noun	een toestand van onwillekeurige en aanhoudende samentrekking van een spier
krampaanval	noun	plotselinge, pijnlijke verkramping van een spier
krampaanvallen	=	krampaanval
krampachtig	adj	met te ingespannen spieren en daardoor niet soepel
krampachtige	=	krampachtig
krampachtiger	=	krampachtig
krampachtigere	=	krampachtig
krampachtigers	=	krampachtig
krampachtigheden	=	krampachtigheid
krampachtigheid	noun	het heel krachtig aan een bepaald denkbeeld vasthouden
krampachtigs	=	krampachtig
krampachtigst	=	krampachtig
krampachtigste	=	krampachtig
krampen	=	kramp
krampje	=	kramp
krampjes	=	kramp
krampstillend	adj	iets wat de ernst van pijnlijke spiersamentrekkingen vermindert
krampstillende	=	krampstillend
krampstillender	=	krampstillend
krampstillendere	=	krampstillend
krampstillenders	=	krampstillend
krampstillends	=	krampstillend
krampstillendst	=	krampstillend
krampstillendste	=	krampstillend
kramsvogel	noun	Turdus pilaris een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae)
kramsvogellen	=	kramsvogel
kramsvogels	=	kramsvogel
kramsvogeltje	=	kramsvogel
kramsvogeltjes	=	kramsvogel
kramt	=	krammen
kranen	=	kraan
kranig	adj	met moed en kracht, niet kleinzerig
kranige	=	kranig
kraniger	=	kranig
kranigere	=	kranig
kranigers	=	kranig
kranigs	=	kranig
kranigst	=	kranig
kranigste	=	kranig
krank	adj	doodziek
kranke	=	krank
kranken	=	krank
kranker	=	krank
krankere	=	krank
krankers	=	krank
krankheden	=	krankheid
krankheid	noun	ziekte
krankheidje	=	krankheid
krankheidjes	=	krankheid
krankjorum	adj	idioot, gestoord, krankzinnig
krankjorume	=	krankjorum
krankjorumer	=	krankjorum
krankjorumere	=	krankjorum
krankjorumers	=	krankjorum
krankjorums	=	krankjorum
krankjorumst	=	krankjorum
krankjorumste	=	krankjorum
kranks	=	krank
krankst	=	krank
krankste	=	krank
krankzinnig	adj	lijdend aan een ernstige psychische ziekte
krankzinnige	=	krankzinnig
krankzinnigengesticht	noun|obsolete	plaats waar psychiatrische patiënten verpleegd en gehuisvest werden
krankzinnigengestichten	=	krankzinnigengesticht
krankzinniger	=	krankzinnig
krankzinnigere	=	krankzinnig
krankzinnigers	=	krankzinnig
krankzinnigheden	=	krankzinnigheid
krankzinnigheid	noun	het lijden aan een geestesziekte
krankzinnigs	=	krankzinnig
krankzinnigst	=	krankzinnig
krankzinnigste	=	krankzinnig
krankzinnigverklaring	noun	een verouderde juridische term voor een officiële verklaring van een arts of psychiater, die vroeger nodig was om iemand tegen de wil op te nemen in een inrichting of onder curatele te stellen.
krankzinnigverklaringen	=	krankzinnigverklaring
krankzinnigverklarinkje	=	krankzinnigverklaring
krankzinnigverklarinkjes	=	krankzinnigverklaring
krans	noun	een rondgaande versiering, met name rond een hoofd of top
kransarend	noun	Buteogallus coronatus een kleine, buizerdachtige arend uit Latijns-Amerika.
kransarenden	=	kransarend
kransarendje	=	kransarend
kransarendjes	=	kransarend
kransbekerharskorstje	noun	Peniophorella praetermissa een schimmel behorend tot de familie Rickenellaceae.
kransbekerharskorstjes	=	kransbekerharskorstje
kransblaadje	=	kransblad
kransblaadjes	=	kransblad
kransblad	noun	Chara een geslacht van kranswieren uit de familie Characeae
kransbladen	=	kransblad
kransbladeren	=	kransblad
kransdiertjes	noun	een stam Cycliophora van microscopisch kleine ongewervelde, veelcellige organismen met een zakachtig en kruikvormig lichaam.
kranse	=	kransen
kransen	verb	een krans vormen
kransend	=	kransen
kransende	=	kransen
kransgras	noun	een plantengeslacht Polypogon dat behoort tot de grassenfamilie.
kransgrasje	=	kransgras
kransgrasjes	=	kransgras
kransgrassen	=	kransgras
kransje	noun	alleen verkleinwoord bijeenkomst van dames die met elkaar de stand van zaken bespreken
kransjes	=	krans
kranskartelblaadje	=	kranskartelblad
kranskartelblaadjes	=	kranskartelblad
kranskartelblad	noun	Pedicularis verticillata een kruidachtige plant uit de bremraapfamilie (Orobanchacea).
kranskartelbladen	=	kranskartelblad
kranskartelbladeren	=	kranskartelblad
kranskartelblaren	=	kranskartelblad
kranskarwij	noun	Trocdaris verticillata een soort uit de schermbloemenfamilie.
kranslegging	noun	op een plechtige manier een (bloemen)krans neerleggen op een gedenkplaats voor overledenen
kransleggingen	=	kranslegging
kranslegginkje	=	kranslegging
kranslegginkjes	=	kranslegging
kransmunt	noun	Mentha ×verticillata een overblijvende plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
kransmunten	=	kransmunt
kransmuntje	=	kransmunt
kransmuntjes	=	kransmunt
kransmuren	=	kransmuur
kransmuur	noun	Polycarpon tetraphyllum een plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
kransmuurtje	=	kransmuur
kransmuurtjes	=	kransmuur
kransnaaldaar	noun	Setaria verticillata een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
kransnaaldaartje	=	kransnaaldaar
kransnaaldaartjes	=	kransnaaldaar
kransnaaldaren	=	kransnaaldaar
kransnemesia	noun	Nemesia melissaefolia een eenjarige plant, die behoort tot de helmkruidfamilie.
kransnemesia's	=	kransnemesia
kranspoliep	noun	Nemertesia antennina een hydroïdpoliep uit de familie Plumulariidae.
kranspoliepen	=	kranspoliep
kranspoliepje	=	kranspoliep
kranspoliepjes	=	kranspoliep
kranssalie	noun	Salvia verticillata een overblijvende plant, die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
kranssalies	=	kranssalie
kranssalomonszegel	noun	Polygonatum verticillatum een giftige, vaste plant, die tegenwoordig gerekend wordt tot de aspergefamilie (Asparagaceae).
kranssalomonszegels	=	kranssalomonszegel
kranssalomonszegeltje	=	kranssalomonszegel
kranssalomonszegeltjes	=	kranssalomonszegel
kransslagader	noun	twee uit de aorta ontspringende slagaders die de hartspier van bloed voorzien
kransslagaderen	=	kransslagader
kransslagaders	=	kransslagader
kransspar	noun	Sciadopitys verticillata een conifeer, die endemisch is in het zuiden van Japan.
kranssparren	=	kransspar
kranssparretje	=	kransspar
kranssparretjes	=	kransspar
kransstandaard	noun	een metalen of houten houder, vaak in ezelvorm of met pinnen, ontworpen om kransen stabiel rechtop te presenteren
kransstandaarden	=	kransstandaard
kransstandaardje	=	kransstandaard
kransstandaardjes	=	kransstandaard
kransstandaards	=	kransstandaard
kranst	=	kransen
kranste	=	kransen
kransten	=	kransen
kransvederkruid	noun	Myriophyllum verticillatum een vaste waterplant die behoort tot de vederkruidfamilie (Haloragaceae).
kransvederkruiden	=	kransvederkruid
kransvederkruidje	=	kransvederkruid
kransvederkruidjes	=	kransvederkruid
kranswier	noun	benaming voor meercellige algen uit groep Charophyta, die in water leven en veel van landplanten hebben
kranswieren	noun	benaming voor soorten wier die behoren tot de Charophyta
krant	noun	klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws
kranten	=	krant
krantenarchief	noun	plaats waar oude kranten systematisch worden bewaard
krantenarchieven	=	krantenarchief
krantenartikel	noun	stukje tekst in een krant
krantenartikelen	=	krantenartikel
krantenartikels	=	krantenartikel
krantenartikeltje	=	krantenartikel
krantenartikeltjes	=	krantenartikel
krantenbak	noun	standaard waarin men kranten kan bergen
krantenbakken	=	krantenbak
krantenbedrijf	noun	onderneming die één of meer kranten uitgeeft
krantenbedrijfje	=	krantenbedrijf
krantenbedrijfjes	=	krantenbedrijf
krantenbedrijven	=	krantenbedrijf
krantenbericht	noun	krantenartikel
krantenberichten	=	krantenbericht
krantenberichtje	=	krantenbericht
krantenberichtjes	=	krantenbericht
krantenbezorger	noun	iemand die de kranten van een krantenwijk bij de abonnees brengt
krantenbezorgers	=	krantenbezorger
krantenbezorgertje	=	krantenbezorger
krantenbezorgertjes	=	krantenbezorger
krantenbezorgster	noun	vrouw die kranten bezorgt
krantenbezorgsters	=	krantenbezorgster
krantenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die dagbladen uitgeven
krantenconcerns	=	krantenconcern
krantenfoto	noun	een foto zoals deze in een krant is afgedrukt
krantenfoto's	=	krantenfoto
krantenfotootje	=	krantenfoto
krantenfotootjes	=	krantenfoto
kranteninterview	noun	een vraaggesprek dat gehouden wordt om er een krantenartikel van te maken
kranteninterviews	=	kranteninterview
kranteninterviewtje	=	kranteninterview
kranteninterviewtjes	=	kranteninterview
krantenjongen	noun	iemand die kranten verkoopt of bezorgt
krantenjongens	=	krantenjongen
krantenjournalist	noun	verslaggever die werkt voor een dagblad
krantenjournalisten	=	krantenjournalist
krantenkiosk	noun	een klein gebouwtje waar men kranten verkoopt
krantenkiosken	=	krantenkiosk
krantenkioskje	=	krantenkiosk
krantenknipsel	noun	een artikel dat men uit de krant heeft geknipt om te bewaren
krantenknipsels	=	krantenknipsel
krantenknipseltje	=	krantenknipsel
krantenknipseltjes	=	krantenknipsel
krantenkop	noun	de titel van een krantenartikel, afgedrukt in een groter lettertype
krantenkopje	=	krantenkop
krantenkoppen	=	krantenkop
krantenlezen	noun	het lezen in een nieuwsblad
krantenlezer	noun	iemand die (regelmatig) een krant leest
krantenlezers	=	krantenlezer
krantenlieden	=	krantenman
krantenlui	=	krantenman
krantenman	noun	iemand die betrokken is bij de productie of verkoop van een krant
krantenmannen	=	krantenman
krantenmannetje	=	krantenman
krantenmannetjes	=	krantenman
krantenpagina	noun	pagina van een krant meestal bedrukt met meerdere tekstkolommen
krantenpagina's	=	krantenpagina
krantenpaginaatje	=	krantenpagina
krantenpaginaatjes	=	krantenpagina
krantenpapier	noun	een soort papier zoals waarop de kranten gedrukt worden
krantenpapieren	=	krantenpapier
krantenpapiertje	=	krantenpapier
krantenpapiertjes	=	krantenpapier
krantenredactie	noun	de groep van medewerkers van een krant die de inhoud van een krant bepalen
krantenredacties	=	krantenredactie
krantenuitgever	noun	een ondernemer die zich toelegt op het drukken van dagbladen
krantenuitgevers	=	krantenuitgever
krantenuitgevertje	=	krantenuitgever
krantenuitgevertjes	=	krantenuitgever
krantenverkoper	noun	iemand die (losse) kranten verkoopt
krantenverkopers	=	krantenverkoper
krantenverkopertje	=	krantenverkoper
krantenverkopertjes	=	krantenverkoper
krantenwijk	noun	een wijk waar men kranten bezorgd
krantenwijken	=	krantenwijk
krantenwijkje	=	krantenwijk
krantenwijkjes	=	krantenwijk
krantje	=	krant
krantjes	=	krant
krap	noun	boekslot	adj	met een kleine maat die nauw sluit
krapa	noun	Carapa guianensis tropische boom die voorkomst in het Amazonegebied
krapaolie	noun	uit krapa gewonnen medicinale olie
krapaolies	=	krapaolie
krapaoliën	=	krapaolie
krapitalist	noun	iemand met weinig geld
krapitalisten	=	krapitalist
krapitalistje	=	krapitalist
krapitalistjes	=	krapitalist
krapje	=	krap
krapjes	adv	niet overvloedig
krappa	noun	Carapa guianensis een boomsoort uit de familie Meliaceae . De boom komt voor in het Amazonegebied, in Centraal-Amerika en in de Caraïben.
krappa's	=	krappa
krappe	=	krap
krappen	=	krap
krapper	=	krap
krappere	=	krap
krappers	=	krap
kraps	=	krap
krapst	=	krap
krapste	=	krap
krapte	noun	situatie waarin de behoefte aan iets groter is dan wat aangeboden kan worden
krapten	=	krapte
kraptes	=	krapte
krapul	=	crapuul
krapuul	=	crapuul
krapé	noun	Chelonia mydas; een zeeschildpaddensoort
krapé-ei	noun	het ei van de krapé, een zeeschildpaddensoort
krapé-eieren	=	krapé-ei
krapés	=	krapé
krapéwiwiri	noun	Batis maritima een tweehuizige, altijdgroene zoutminnende vetplant die hangende of oprijzende stammen van een meter lang vormt en o.a. aan de Surinaamse kust voorkomt.
kraroen	=	klaroen
kras	adj	nog sterk voor zijn jaren	noun	schrapend geluid, als van een scherpe punt of rand over een hard oppervlak of als dat van een kraai of raaf
krasheden	=	krasheid
krasheid	noun	het flink, gezond en sterk zijn van oudere mensen
krasi	adj|slang	belust op seks
krasje	=	kras
krasjes	=	kras
kraskaart	noun	een kaart of biljet met een of meer verborgen vlakken bedekt met een kraslaag; door deze weg te krassen, onthul je een mogelijke prijs (bij kansspelen zoals loterijen), een boodschap (bijvoorbeeld een zwangerschapsaankondiging), of het antwoord op een vraag
kraskaarten	=	kraskaart
kraskaartje	=	kraskaart
kraskaartjes	=	kraskaart
kraskalender	noun	een specifiek type kraslot in de vorm van een kalender, waarbij je gedurende een bepaalde periode elke dag een vakje mag openkrassen.
kraskalenders	=	kraskalender
kraskalendertje	=	kraskalender
kraskalendertjes	=	kraskalender
kraslijnmot	noun	Pima boisduvaliella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
kraslijnmotje	=	kraslijnmot
kraslijnmotjes	=	kraslijnmot
kraslijnmotten	=	kraslijnmot
krasloos	adj	zonder krassen
krasloost	=	krasloos
kraslooste	=	krasloos
kraslot	noun	een lot waarbij men direct weet of men wel of niet gewonnen heeft als men een beschermfolie wegkrast
krasloten	=	kraslot
kraslotje	=	kraslot
kraslotjes	=	kraslot
krasloze	=	krasloos
kraslozer	=	krasloos
kraslozere	=	krasloos
kraslozers	=	krasloos
kraspasser	noun	een meetinstrument of een (meet) gereedschap dat lijkt op een gewone passer, maar dan zonder een schrijfstift
kraspassers	=	kraspasser
kraspassertje	=	kraspasser
kraspassertjes	=	kraspasser
krasplaatje	noun	voorbedrukt plaatje waar je over moet krassen om de afbeelding te zien, of over te brengen op een andere ondergrond
krasplaatjes	=	krasplaatje
krasse	=	kras
krassel	=	krasselen
krasselde	=	krasselen
krasselden	=	krasselen
krassele	=	krasselen
krasselen	verb	technisch slecht schaatsenrijden
krasselend	=	krasselen
krasselende	=	krasselen
krasselt	=	krasselen
krassen	verb	strepen of inkervingen maken
krassend	adj	kleine, langwerpige insnijdingen makend
krassende	=	krassen
krassends	=	krassend
krasser	noun	iemand die krast (lakenkrasser en wolkrasser)
krassere	=	kras
krasserig	adj	met veel krassen
krasserige	=	krasserig
krasseriger	=	krasserig
krasserigere	=	krasserig
krasserigers	=	krasserig
krasserigs	=	krasserig
krasserigst	=	krasserig
krasserigste	=	krasserig
krassers	=	kras
krassertje	=	krasser
krassertjes	=	krasser
krast	=	kras
kraste	=	kras
krasten	=	krassen
krat	noun	houten of plastic doos met openingen in de zijkanten in een standaardformaat, vaak gebruikt voor opslag en het vervoer van flessen, fruit of andere waren
krater	noun	een trechtervormige uitholling in de grond veroorzaakt door een inslag of een (vulkanische) explosie
kraterkorstkogelzwam	noun	Eutypa maura een paddenstoel uit de familie Diatrypaceae.
kraterkorstkogelzwammen	=	kraterkorstkogelzwam
kraterkorstkogelzwammetje	=	kraterkorstkogelzwam
kraterkorstkogelzwammetjes	=	kraterkorstkogelzwam
kratermeer	noun	met water gevulde krater
kratermeertje	=	kratermeer
kratermeertjes	=	kratermeer
kratermeren	=	kratermeer
kraters	=	krater
kratertje	=	krater
kratertjes	=	krater
kratervormig	adj	vorm van een krater hebbend
kratervormige	=	kratervormig
kratervormiger	=	kratervormig
kratervormigere	=	kratervormig
kratervormigers	=	kratervormig
kratervormigs	=	kratervormig
kratervormigst	=	kratervormig
kratervormigste	=	kratervormig
krates	noun	persoon met een bochel; mismaakt persoon
kratje	=	krat
kratjes	=	krat
kraton	noun	Javaans paleis en zijn hofhouding
kratons	=	kraton
krats	noun	een kleine som geld
kratsen	=	krats
kratsje	=	krats
kratten	=	krat
krauw	noun	krab, schram
krauwde	=	krauwen
krauwden	=	krauwen
krauwe	=	krauwen
krauwel	noun	drietandige haak
krauwels	=	krauwel
krauwen	verb	zacht krabben
krauwend	=	krauwen
krauwende	=	krauwen
krauwt	=	krauwen
krauwtje	=	krauw
krauwtjes	=	krauw
kravat	noun	lange, smalle reep stof die onder de kraag van het overhemd wordt vastgeknoopt en waarin een sierknoop gelegd wordt
kravatje	=	kravat
kravatten	=	kravat
krawkraw	noun	bepaald soort bruine, hoogpotige moerasvogel zo groot als een reiger, Aramus guarauna
krawkraws	=	krawkraw
krediet	noun	lening van geld
kredietbank	noun	bank gespecialiseerd in het verstrekken van leningen (vooral aan bedrijven)
kredietbanken	=	kredietbank
kredietbeoordelaar	noun	bedrijf dat onderzoekt hoe veilig men geld kan uitlenen aan een bepaald land of bedrijf
kredietbeoordelaars	=	kredietbeoordelaar
kredietbeoordelaren	=	kredietbeoordelaar
kredietbewaking	noun	de controle van een bank of kredietverstrekker op het nakomen van afspraken rondom een lening.
kredietbewakingen	=	kredietbewaking
kredietbewakinkje	=	kredietbewaking
kredietbewakinkjes	=	kredietbewaking
kredietbrief	noun	brief waarmee men kan aantonen dat men kredietwaardig is; brief waarmee men kan aantonen dat men te vertrouwen is
kredietbriefje	=	kredietbrief
kredietbriefjes	=	kredietbrief
kredietbrieven	=	kredietbrief
kredietcrises	=	kredietcrisis
kredietcrisis	noun	een financiële crisis, gekenmerkt door een schaarste van krediet
kredietcrisisje	=	kredietcrisis
kredietcrisisjes	=	kredietcrisis
kredietcrisissen	=	kredietcrisis
kredieten	=	krediet
kredietfaciliteit	noun	mogelijkheid om geld te kunnen lenen
kredietfaciliteiten	=	kredietfaciliteit
kredietfraude	noun	alle vormen van fraude rond het verstrekken of verwerven van kredieten
kredietfraudes	=	kredietfraude
kredietgarantie	noun	de waarborging van betalingsmiddelen door het verlenen van voorschotten
kredietgaranties	=	kredietgarantie
kredietgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een krediet
kredietgegevens	=	kredietgegeven
kredietgever	noun	iemand of een instelling die krediet verstrekt
kredietgevers	=	kredietgever
krediethypotheek	noun	een krediet in rekening-courant met hypothecair onderpand
krediethypotheken	=	krediethypotheek
kredietinstelling	noun	instelling die kredieten verleent
kredietinstellingen	=	kredietinstelling
kredietje	=	krediet
kredietjes	=	krediet
kredietkaart	noun	een kaart waarmee men op voorschot een betaling kan doen
kredietkaarten	=	kredietkaart
kredietkaartje	=	kredietkaart
kredietkaartjes	=	kredietkaart
kredietnemer	noun	de persoon of instelling die een krediet heeft afgesloten
kredietnemers	=	kredietnemer
kredietnemertje	=	kredietnemer
kredietnemertjes	=	kredietnemer
kredietportefeuille	noun	de verzameling van lening die men uit heeft staan
kredietportefeuilles	=	kredietportefeuille
kredietregistratie	noun	het in een register opnemen van alle leningen die iemand heeft zodat mensen worden beschermt tegen teveel (uit)lenen
kredietregistraties	=	kredietregistratie
kredietrisico	noun	het gevaar dat men loopt dat men zijn uitgeleende geld niet terugkrijgt
kredietrisico's	=	kredietrisico
kredietstatus	noun	het vertrouwen dat een bedrijf of land heeft bij kredietbeoordelaars
kredietstatussen	=	kredietstatus
kredietunie	noun	vereniging van ondernemers die elkaar krediet kunnen verlenen
kredietunies	=	kredietunie
kredietverlening	noun	het geld uitlenen aan personen of organisaties
kredietverleningen	=	kredietverlening
kredietverschaffing	noun	het uitlenen van geld door een financiële instelling, zoals een bank of kredietverstrekker, aan een particulier of bedrijf.
kredietverschaffingen	=	kredietverschaffing
kredietverschaffinkje	=	kredietverschaffing
kredietverschaffinkjes	=	kredietverschaffing
kredietverstrekker	noun	een instelling of persoon die krediet verstrekt
kredietverstrekkers	=	kredietverstrekker
kredietverstrekking	noun	het proces waarbij een financiële instelling (de kredietverstrekker) geld uitleent aan een consument of bedrijf.
kredietverstrekkingen	=	kredietverstrekking
kredietverstrekkinkje	=	kredietverstrekking
kredietverstrekkinkjes	=	kredietverstrekking
kredietvoorwaarde	noun	de eisen die gesteld worden aan de partijen die geld lenen en uitlenen
kredietvoorwaarden	=	kredietvoorwaarde
kredietvraag	noun	de behoefte aan leningen door bedrijven en particulieren
kredietvragen	=	kredietvraag
kredietwaardig	adj	economisch sterk en betrouwbaar genoeg om in aanmerking te komen voor een krediet
kredietwaardige	=	kredietwaardig
kredietwaardiger	=	kredietwaardig
kredietwaardigere	=	kredietwaardig
kredietwaardigers	=	kredietwaardig
kredietwaardigheden	=	kredietwaardigheid
kredietwaardigheid	noun	het kredietwaardig zijn
kredietwaardigs	=	kredietwaardig
kredietwaardigst	=	kredietwaardig
kredietwaardigste	=	kredietwaardig
kredietwezen	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het verstrekken van leningen
kreeft	noun	benaming voor schaaldieren uit de infraorde Astacidea, geleedpotige waterdieren die overal voorkomen, zowel in zoetwater als zoutwater
kreeftachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van kreeft
kreeftachtige	noun	tot de familie van kreeftachtigen (Crustacea) behorend dier
kreeftachtigen	noun	een klasse Crustacea van de stam van de geleedpotigen waartoe de krabben, kreeften, garnalen, krill, pissebedden en zeepokken behoren
kreeftachtiger	=	kreeftachtig
kreeftachtigere	=	kreeftachtig
kreeftachtigers	=	kreeftachtig
kreeftachtigs	=	kreeftachtig
kreeftachtigst	=	kreeftachtig
kreeftachtigste	=	kreeftachtig
kreeftdicht	noun	rederijkersvers dat zowel van voor naar achteren als van achter naar voren kan worden gelezen (net als de kreeft loopt)
kreeftdichten	=	kreeftdicht
kreeften	noun	Astacidea een infraorde van kreeftachtigen die behoort tot de orde tienpotigen.
kreeftensoep	noun	kreeftsoep
kreeftensoepen	=	kreeftensoep
kreeftensoepje	=	kreeftensoep
kreeftensoepjes	=	kreeftensoep
kreeftenstaart	noun	een staart van een kreeft
kreeftenstaarten	=	kreeftenstaart
kreeftenstaartje	=	kreeftenstaart
kreeftenstaartjes	=	kreeftenstaart
kreeftgarnaal	noun	Athanas nitescens een garnalensoort uit de familie van de Alpheidae.
kreeftgarnaaltje	=	kreeftgarnaal
kreeftgarnaaltjes	=	kreeftgarnaal
kreeftgarnalen	=	kreeftgarnaal
kreeftje	=	kreeft
kreeftjes	=	kreeft
kreeftskeerkring	noun	de breedtecirkel die op het noorderlijk halfrond de bovengrens vormt van het gebied waarin de zon zich in een loodrechte positie boven het aardoppervlak bevindt
kreeftskeerkringen	=	kreeftskeerkring
kreeftskeerkringetje	=	kreeftskeerkring
kreeftskeerkringetjes	=	kreeftskeerkring
kreeftsoep	noun	kook een een levende kreeft kort en gebruik het pantser voor een krachtige bouillon.
kreeftsoepen	=	kreeftsoep
kreeftsoepje	=	kreeftsoep
kreeftsoepjes	=	kreeftsoep
kreeg	=	krijgen
kreegt	=	krijgen
kreek	noun	een kleine beschermde inham
kreekhaai	noun	Carcharhinus fitzroyensis een haai uit de familie van de requiemhaaien
kreekhaaien	=	kreekhaai
kreekhaaitje	=	kreekhaai
kreekhaaitjes	=	kreekhaai
kreekje	=	kreek
kreekjes	=	kreek
kreem	=	crème
krees	=	krijsen
kreest	=	krijsen
kreet	noun	doordringende schreeuw
kreetje	=	kreet
kreetjes	=	kreet
krege	=	krijgen
kregel	adj|informal	geïrriteerd, prikkelbaar, ontstemd, wrevelig, gepikeerd, humeurig, knorrig, weerbarstig
kregele	=	kregel
kregeler	=	kregel
kregelere	=	kregel
kregelers	=	kregel
kregelig	adj	wat boos en prikkelbaar
kregelige	=	kregelig
kregeliger	=	kregelig
kregeligere	=	kregelig
kregeligers	=	kregelig
kregeligs	=	kregelig
kregeligst	=	kregelig
kregeligste	=	kregelig
kregels	=	kregel
kregelst	=	kregel
kregelste	=	kregel
kregen	=	krijgen
krein	noun	mierikswortel
krek	adv|informal	precies, juist
krekel	noun	een insect van de familie Gryllidae van de orde Orthoptera (sprinkhanen en krekels).
krekelhuis	=	knekelhuis
krekelkikkers	noun	Acris een geslacht van kikkers uit de familie boomkikkers (Hylidae).
krekelprinia	noun	Spiloptila clamans een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
krekelprinia's	=	krekelprinia
krekelpriniaatje	=	krekelprinia
krekelpriniaatjes	=	krekelprinia
krekels	noun	Gryllidae een familie van insecten die behoren tot de orde rechtvleugeligen (Orthoptera).
krekelsnuitwapenvlieg	noun	Nemotelus uliginosus een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
krekelsnuitwapenvliegen	=	krekelsnuitwapenvlieg
krekelsnuitwapenvliegje	=	krekelsnuitwapenvlieg
krekelsnuitwapenvliegjes	=	krekelsnuitwapenvlieg
krekeltje	=	krekel
krekeltjes	=	krekel
krekelwants	noun	Geocoris grylloides een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
krekelwantsen	=	krekelwants
krekelwantsje	=	krekelwants
krekelwantsjes	=	krekelwants
krekelzanger	noun	Locustella fluviatilis een vogel uit de familie van de Locustellidae, uit het geslacht van de Locustella-zangers (Locustella) met nauw verwante soorten als sprinkhaanzanger en snor
krekelzangers	=	krekelzanger
krekelzangertje	=	krekelzanger
krekelzangertjes	=	krekelzanger
kreken	=	kreek
krekschone	=	krekschoon
krekschoon	adj	heel schoon
krekschoons	=	krekschoon
kremlinpropaganda	noun	activiteiten of materiaal gericht op het beïnvloeden van de mening of het gedrag van grote groepen mensen waarin niet zelden gelogen wordt, afkomstig van het Kremlin of daaraan gelieerde organisaties
kreng	noun	het – vaak al deels ontbonden – stoffelijk overschot van bepaalde dieren (vooral vogels en zoogdieren)
krengen	=	kreng
krengerig	adj	gemeen, onaangenaam, kwaadaardig
krengerige	=	krengerig
krengeriger	=	krengerig
krengerigere	=	krengerig
krengerigers	=	krengerig
krengerigs	=	krengerig
krengerigst	=	krengerig
krengerigste	=	krengerig
krengetje	=	kreng
krengetjes	=	kreng
krengig	adj	krengerig
krengige	=	krengig
krengiger	=	krengig
krengigere	=	krengig
krengigers	=	krengig
krengigs	=	krengig
krengigst	=	krengig
krengigste	=	krengig
krenk	=	krenken
krenke	=	krenken
krenken	verb	beledigen
krenkend	=	krenken
krenkende	=	krenken
krenking	noun	daad of uitlating die krenkend bedoeld is of zo overkomt
krenkingen	=	krenking
krenkinkje	=	krenking
krenkinkjes	=	krenking
krenkt	=	krenken
krenkte	=	krenken
krenkten	=	krenken
krent	noun	gedroogde, pitloze druif van een druivenras dat zeer kleine vruchten geeft, de Vitis vinifera 'Korinthiaka'
krente	=	krenten
krentebaard	=	krentenbaard
krenten	verb	per tros ontdoen van de kleinste druiven, zodat de resterende druiven groter zullen worden
krentenbaard	noun	opgedroogde uitslag op mond of kin die wordt veroorzaakt door bacteriën. (staphylococcus aureus of streptococcus pyogenes)
krentenbaarden	=	krentenbaard
krentenbaardje	=	krentenbaard
krentenbaardjes	=	krentenbaard
krentenbol	noun	klein en enigszins bolvormig broodje met krenten erin
krentenbollen	=	krentenbol
krentenbolletje	=	krentenbol
krentenbolletjes	=	krentenbol
krentenboompje	noun	een geslacht Amelanchier van ongeveer 25 soorten struiken uit de rozenfamilie (Rosaceae).
krentenboompjes	=	krentenboompje
krentenbroden	=	krentenbrood
krentenbrood	noun	een brood waarbij een hoeveelheid krenten (soms ook rozijnen en sukade) wordt meegebakken
krentenbroodje	=	krentenbrood
krentenbroodjes	=	krentenbrood
krentend	=	krenten
krentende	=	krenten
krentenkakker	noun|informal	gierigaard
krentenkakkerig	adj|informal	krenterig
krentenkakkerige	=	krentenkakkerig
krentenkakkeriger	=	krentenkakkerig
krentenkakkerigere	=	krentenkakkerig
krentenkakkerigers	=	krentenkakkerig
krentenkakkerigs	=	krentenkakkerig
krentenkakkerigst	=	krentenkakkerig
krentenkakkerigste	=	krentenkakkerig
krentenkakkers	=	krentenkakker
krentenmik	noun	traditioneel, streekgebonden krentenbrood
krentenmikken	=	krentenmik
krentenslof	noun	langwerpig krentenbrood
krentensloffen	=	krentenslof
krentenslofje	=	krentenslof
krentenslofjes	=	krentenslof
krentenweger	noun	te zuinig, gierig mens
krentenwegers	=	krentenweger
krentenwegge	noun	groot en zwaar krentenbrood
krentenweggen	=	krentenwegge
krenterig	adj	te zuinig
krenterige	=	krenterig
krenteriger	=	krenterig
krenterigere	=	krenterig
krenterigers	=	krenterig
krenterigs	=	krenterig
krenterigst	=	krenterig
krenterigste	=	krenterig
krentje	=	krent
krentjes	=	krent
krentte	=	krenten
krentten	=	krenten
krep	=	kreppen
kreperen	=	creperen
kreplech	noun	gekookte gevulde deegballen, gegeten op Poeriem, Soekot of na Jom Kipoer
kreppe	=	kreppen
kreppen	verb	door het dun afschaven van papier met een veelheid van kreukels crêpepapier vervaardigen
kreppend	=	kreppen
kreppende	=	kreppen
krept	=	kreppen
krepte	=	kreppen
krepten	=	kreppen
krese	=	krijsen
kresen	=	krijsen
kretablauwtje	noun	Plebejus psylorita een vlinder uit de familie Lycaenidae.
kretablauwtjes	=	kretablauwtje
kretaheivlinder	noun	Hipparchia cretica een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
kretaheivlinders	=	kretaheivlinder
kretaheivlindertje	=	kretaheivlinder
kretaheivlindertjes	=	kretaheivlinder
kretahooibeestje	noun	Coenonympha thyrsis een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (aurelia's).
kretahooibeestjes	=	kretahooibeestje
kretapijpbloemvlinder	noun	Zerynthia cretica een vlinder uit de familie pages (Papilionidae).
kretapijpbloemvlinders	=	kretapijpbloemvlinder
kretapijpbloemvlindertje	=	kretapijpbloemvlinder
kretapijpbloemvlindertjes	=	kretapijpbloemvlinder
kretaschemerlibel	noun	Boyeria cretensis een echte libel uit de familie van de glazenmakers (Aeshnidae).
kretaschemerlibellen	=	kretaschemerlibel
kretaschemerlibelletje	=	kretaschemerlibel
kretaschemerlibelletjes	=	kretaschemerlibel
kretaschemerlibeltje	=	kretaschemerlibel
kretaschemerlibeltjes	=	kretaschemerlibel
kretawaterjuffer	noun	Coenagrion intermedium een libellensoort uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae), onderorde juffers (Zygoptera).
kretawaterjuffers	=	kretawaterjuffer
kretawaterjuffertje	=	kretawaterjuffer
kretawaterjuffertjes	=	kretawaterjuffer
krete	=	krijten
kretek	noun	soort sigaret met in kruidnagelolie gesausde tabak
kreteks	=	kretek
kretelijk	adj	vervelende gevoelens opwekkend
kretelijke	=	kretelijk
kretelijker	=	kretelijk
kretelijkere	=	kretelijk
kretelijkers	=	kretelijk
kretelijks	=	kretelijk
kretelijkst	=	kretelijk
kretelijkste	=	kretelijk
kreten	=	kreet
kretenzer	noun	Bewoner of afkomstig van Kreta
kretenzers	=	kretenzer
kretenzertje	=	kretenzer
kretenzisch	adj	Wat de inwoners van Kreta aanbelangt, uit Kreta
kretenzische	noun	een vrouwelijke inwoner van Kreta, of een vrouw afkomstig uit Kreta
kretenzischen	=	kretenzische
kretenzischer	=	kretenzisch
kretenzischere	=	kretenzisch
kretenzischers	=	kretenzisch
kreterig	adj	bestaand uit kreten, hol, oppervlakkig
kreterige	=	kreterig
kreteriger	=	kreterig
kreterigere	=	kreterig
kreterigers	=	kreterig
kreterigs	=	kreterig
kreterigst	=	kreterig
kreterigste	=	kreterig
kretologen	=	kretoloog
kretologie	noun|humorous	het zich te buiten gaan aan leuzen om maar tekst (zonder kop of staart) te produceren
kretologieën	=	kretologie
kretoloog	noun|humorous	iemand die de kretologie beoefent
kretoloogje	=	kretoloog
kretoloogjes	=	kretoloog
kretsjme	noun	kroeg
kretsjmes	=	kretsjme
kreuk	noun	vouw, kreukel
kreukbaar	adj	omkoopbaar, corrupt, frauduleus m.n. van overheidsdienaren
kreukbaarder	=	kreukbaar
kreukbaardere	=	kreukbaar
kreukbaarders	=	kreukbaar
kreukbaars	=	kreukbaar
kreukbaarst	=	kreukbaar
kreukbaarste	=	kreukbaar
kreukbare	=	kreukbaar
kreuke	=	kreuken
kreukecht	adj	niet kreukend
kreukechte	=	kreukecht
kreukechter	=	kreukecht
kreukechtere	=	kreukecht
kreukechters	=	kreukecht
kreukechts	=	kreukecht
kreukechtst	=	kreukecht
kreukechtste	=	kreukecht
kreukel	noun	ongewenste vouw
kreukelberm	noun	beneden hoog water gelegen, met stenen bestorte vlakke strook buiten langs de onderkant van een dijk
kreukelbermen	=	kreukelberm
kreukelde	=	kreukelen
kreukelden	=	kreukelen
kreukele	=	kreukelen
kreukelen	verb	kreukels vormen op een voorheen glad oppervlak
kreukelend	=	kreukelen
kreukelende	=	kreukelen
kreukelig	adj	met kreukels
kreukelige	=	kreukelig
kreukeliger	=	kreukelig
kreukeligere	=	kreukelig
kreukeligers	=	kreukelig
kreukeligs	=	kreukelig
kreukeligst	=	kreukelig
kreukeligste	=	kreukelig
kreukelpaal	noun	lantaarnpaal die meebuigt bij een botsing en zo minder schade veroorzaakt bij een botsing; botsviendelijke lichtmast
kreukelpalen	=	kreukelpaal
kreukels	=	kreukel
kreukelt	=	kreukelen
kreukeltje	=	kreukel
kreukeltjes	=	kreukel
kreukelzone	noun	een deel van een apparaat dat bij een botsing de energie opvangt door zelf te vervormen
kreukelzones	=	kreukelzone
kreuken	verb	het aanbrengen van min of meer permanente vouwtjes in een glad oppervlak
kreukend	=	kreuken
kreukende	=	kreuken
kreukherstellend	adj	vanzelf weer glad wordend
kreukherstellende	=	kreukherstellend
kreukherstellender	=	kreukherstellend
kreukherstellendere	=	kreukherstellend
kreukherstellenders	=	kreukherstellend
kreukherstellends	=	kreukherstellend
kreukherstellendst	=	kreukherstellend
kreukherstellendste	=	kreukherstellend
kreukje	=	kreuk
kreukjes	=	kreuk
kreukloos	adj	zonder kreuken
kreukloost	=	kreukloos
kreuklooste	=	kreukloos
kreukloze	=	kreukloos
kreuklozer	=	kreukloos
kreuklozere	=	kreukloos
kreuklozers	=	kreukloos
kreukt	=	kreuken
kreukte	=	kreuken
kreukten	=	kreuken
kreukvrij	adj	helemaal glad zonder vouwen blijvend
kreukvrije	=	kreukvrij
kreukvrijer	=	kreukvrij
kreukvrijere	=	kreukvrij
kreukvrijers	=	kreukvrij
kreukvrijs	=	kreukvrij
kreukvrijst	=	kreukvrij
kreukvrijste	=	kreukvrij
kreun	noun	ongearticuleerde geluid, vaak van pijn of ander leed
kreunde	=	kreunen
kreunden	=	kreunen
kreune	=	kreunen
kreunen	verb	ongearticuleerde geluiden maken, vaak van pijn of ander leed
kreunend	adj	eigenschap van een geluid dat hoort bij inspanning, pijn of genot
kreunende	=	kreunen
kreunends	=	kreunend
kreunt	=	kreunen
kreuntje	=	kreun
kreuntjes	=	kreun
kreupel	adj	dusdanig aan lichamelijk letsel onderhevig dat men zich niet of niet goed kan voortbewegen
kreupelbos	noun	houtige, niet zo hoge begroeiing met kromme, verstrengelde stammen en takken
kreupelbosje	=	kreupelbos
kreupelbosjes	=	kreupelbos
kreupelbossen	=	kreupelbos
kreupelde	=	kreupelen
kreupelden	=	kreupelen
kreupeldicht	noun	slecht gedicht
kreupeldichten	=	kreupeldicht
kreupele	noun	iemand die door een aandoening aan één been niet goed lopen kan
kreupelen	verb	kreupel slaan, een persoon of dier dusdanig letsel toebrengen dat het zich voortbewegen blijvend bemoeilijkt of onmogelijk wordt
kreupelend	=	kreupelen
kreupelende	=	kreupelen
kreupeler	=	kreupel
kreupelere	=	kreupel
kreupelers	=	kreupel
kreupelheid	noun	het kreupel zijn; het slecht kunnen lopen
kreupelhout	noun	laag stuikgewas waarbij de takken van de boompjes door elkaar heen groeien
kreupelhouten	=	kreupelhout
kreupelhoutje	=	kreupelhout
kreupels	=	kreupel
kreupelst	=	kreupel
kreupelste	=	kreupel
kreupelt	=	kreupelen
krevel	=	krevelen
krevelde	=	krevelen
krevelden	=	krevelen
krevele	=	krevelen
krevelen	verb	kriebelen, jeuken
krevelend	=	krevelen
krevelende	=	krevelen
kreveling	noun	een vlugge, onrustige beweging m.n. met de handen
krevelingen	=	kreveling
krevelt	=	krevelen
kria	noun	het lezen van de Tora in de synagoge
kriat	noun	lezing van
krib	noun	een voor veevoer gebruikte bak die aan de bovenzijde veel ruimer is dan op de bodem
kribbe	noun	een voor veevoer gebruikte bak die aan de bovenzijde veel ruimer is dan op de bodem
kribbebijt	=	kribbebijten
kribbebijten	verb	een ondeugd van ezels en paarden om aan de voerbak of staldeur te knagen
kribbebijtend	=	kribbebijten
kribbebijtende	=	kribbebijten
kribbebijter	noun	een ezel of paard met de ondeugd om aan de voerbak of staldeur te knagen
kribbebijters	=	kribbebijter
kribbebijtertje	=	kribbebijter
kribbebijtertjes	=	kribbebijter
kribbekat	noun	een chagrijnig persoon die met iedereen overhoop ligt
kribbekatje	=	kribbekat
kribbekatjes	=	kribbekat
kribbekatten	=	kribbekat
kribbel	=	kribbelen
kribbelde	=	kribbelen
kribbelden	=	kribbelen
kribbele	=	kribbelen
kribbelen	verb	snel, slordig krassen of schrijven
kribbelend	=	kribbelen
kribbelende	=	kribbelen
kribbelt	=	kribbelen
kribben	=	krib
kribbend	=	krib
kribbende	=	krib
kribbenmos	noun	Cinclidotus een geslacht van bladmossen uit de kleimosfamilie (Pottiaceae).
kribbenmosje	=	kribbenmos
kribbenmosjes	=	kribbenmos
kribbenmossen	=	kribbenmos
kribbes	=	krib
kribbetje	=	kribbe
kribbetjes	=	kribbe
kribbig	adj	zich onvriendelijk gedragend	adv	onvriendelijk
kribbige	=	kribbig
kribbiger	=	kribbig
kribbigere	=	kribbig
kribbigers	=	kribbig
kribbigheden	=	kribbigheid
kribbigheid	noun	de mate waarin men geïrriteerd of boos is
kribbigs	=	kribbig
kribbigst	=	kribbig
kribbigste	=	kribbig
kribde	=	krib
kribden	=	krib
kribje	=	krib
kribjes	=	krib
kribt	=	krib
kriebel	noun	Een ongemak dat jeuk, hoest of irritatie veroorzaakt.
kriebelde	=	kriebelen
kriebelden	=	kriebelen
kriebele	=	kriebelen
kriebelen	verb	licht jeuken
kriebelend	=	kriebelen
kriebelende	=	kriebelen
kriebelhoest	noun	droge niet productieve hoest, die ontstaat door een kriebelend gevoel in de bovenste luchtwegen die meer hinderlijk dan gevaarlijk is
kriebelhoesten	=	kriebelhoest
kriebelig	adj	dat iets jeuk veroorzaakt
kriebelige	=	kriebelig
kriebeliger	=	kriebelig
kriebeligere	=	kriebelig
kriebeligers	=	kriebelig
kriebeligs	=	kriebelig
kriebeligst	=	kriebelig
kriebeligste	=	kriebelig
kriebeling	noun	vaag jeukend gevoel (ontstaan door emotionele opwinding)
kriebelingen	=	kriebeling
kriebelmug	noun	mug uit de grote familie Simuliidae van muggen uit de orde tweevleugeligen (Diptera).
kriebelmuggen	noun	Simuliidae een grote familie van muggen uit de orde tweevleugeligen (Diptera).
kriebelmuggetje	=	kriebelmug
kriebelmuggetjes	=	kriebelmug
kriebels	=	kriebel
kriebelt	=	kriebelen
kriebeltje	=	kriebel
kriebeltjes	=	kriebel
kriebelziekte	noun	ziekte die gepaard gaat grote onrust en een kriebelend gevoel en ontstaat door het eten van moederkoorn
kriebelziekten	=	kriebelziekte
kriebelziektes	=	kriebelziekte
kriegel	adj|informal	makkelijk gedreven tot een boze stemming, in een slecht humeur, prikkelbaar
kriegele	=	kriegel
kriegeler	=	kriegel
kriegelere	=	kriegel
kriegelers	=	kriegel
kriegelig	adj	makkelijk gedreven tot een boze stemming, in een slecht humeur, prikkelbaar
kriegelige	=	kriegelig
kriegeliger	=	kriegelig
kriegeligere	=	kriegelig
kriegeligers	=	kriegelig
kriegeligs	=	kriegelig
kriegeligst	=	kriegelig
kriegeligste	=	kriegelig
kriegels	=	kriegel
kriegelst	=	kriegel
kriegelste	=	kriegel
kriek	noun	laatrijpe, bijna zwarte, zeer zoete kers met grote pit
krieke	=	kriek
kriekelaar	noun	een (wilde) kersenboom
kriekelaars	=	kriekelaar
kriekelaartje	=	kriekelaar
kriekelaartjes	=	kriekelaar
krieken	=	kriek
kriekend	=	kriek
kriekende	=	kriek
kriekentaart	noun	taart met een morellenvulling
kriekentaarten	=	kriekentaart
kriekentaartje	=	kriekentaart
kriekentaartjes	=	kriekentaart
kriekje	=	kriek
kriekjes	=	kriek
kriekt	=	kriek
kriekte	=	kriek
kriekten	=	kriek
kriel	noun	kleintje, klein persoon	adj	levendig, dartel
krielaardappel	noun	kleine aardappel met een grootte van 23 tot 30 mm
krielaardappelen	=	krielaardappel
krielaardappels	=	krielaardappel
krielaardappeltje	=	krielaardappel
krielaardappeltjes	=	krielaardappel
krielde	=	krielen
krielden	=	krielen
kriele	=	kriel
krielei	noun	ei van een dwerghoen of kleine kip
krieleieren	=	krielei
krieleitje	=	krielei
krieleitjes	=	krielei
krielen	verb	krioelen, wemelen, wriemelen, zwermen
krielend	=	krielen
krielende	=	krielen
krieler	=	kriel
krielere	=	kriel
krielers	=	kriel
krielhaan	noun	haan van kleine hoendersoort
krielhaantje	=	krielhaan
krielhaantjes	=	krielhaan
krielhanen	=	krielhaan
krielhen	noun	kleine kippen soort
krielhennen	=	krielhen
krielhennetje	=	krielhen
krielhennetjes	=	krielhen
krielkip	noun	hoen uit een ras dat niet groot wordt
krielkipje	=	krielkip
krielkipjes	=	krielkip
krielkippen	=	krielkip
krielkippetje	=	krielkip
krielkippetjes	=	krielkip
kriels	=	kriel
krielst	=	kriel
krielste	=	kriel
krielt	=	krielen
krieltje	=	kriel
krieltjes	=	kriel
kriep	=	kriepen
kriepe	=	kriepen
kriepen	verb	een hoog krakend geluid voortbrenɡen
kriepend	=	kriepen
kriepende	=	kriepen
kriept	=	kriepen
kriepte	=	kriepen
kriepten	=	kriepen
kriesjme	noun	het zeggen van het Sjemagebed
krieuw	=	krieuwen
krieuwde	=	krieuwen
krieuwden	=	krieuwen
krieuwe	=	krieuwen
krieuwel	=	krieuwelen
krieuwelde	=	krieuwelen
krieuwelden	=	krieuwelen
krieuwele	=	krieuwelen
krieuwelen	verb	krioelen
krieuwelend	=	krieuwelen
krieuwelende	=	krieuwelen
krieuwelt	=	krieuwelen
krieuwen	verb	ruzie maken
krieuwend	=	krieuwen
krieuwt	=	krieuwen
krieë	noun	het lezen van de Tora in de synagoge
krijg	noun	een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen
krijgde	=	krijgen
krijgden	=	krijgen
krijge	=	krijgen
krijgen	verb	verwerven, ontvangen
krijgend	=	krijgen
krijgende	=	krijgen
krijger	noun	iemand die zich toelegt op het voeren van oorlog, met name tussen stammen
krijgers	=	krijger
krijgertje	noun	een kinderspel waarin een van de spelers de tikker is (in het jargon van het spel hem is) en alle andere spelers proberen bij hem uit de buurt te blijven
krijgertjes	=	krijger
krijgerwesp	noun	Megalara garuda een grote wesp, informeel bekend als de koning der wespen, en de enige soort in het geslacht Megalara, familie Crabronidae.
krijgerwespen	=	krijgerwesp
krijgerwespje	=	krijgerwesp
krijgerwespjes	=	krijgerwesp
krijgje	=	krijg
krijgjes	=	krijg
krijgsbedrijf	noun	het voeren van oorlog
krijgsbedrijven	=	krijgsbedrijf
krijgsdienst	noun	militaire dienst
krijgsdiensten	=	krijgsdienst
krijgsdienstje	=	krijgsdienst
krijgsdienstjes	=	krijgsdienst
krijgseer	noun	het eergevoel van een militair
krijgsgeschiedenis	noun	een tak van de geschiedenisstudie die de gebeurtenissen beschrijft die samenhangen met het ontstaan en verloop van oorlogen en andere conflicten
krijgsgeschiedenissen	=	krijgsgeschiedenis
krijgsgevangen	adj	in (of vlak na) een oorlog door de vijand gevangen genomen
krijgsgevangene	noun	iemand die gevangen wordt genomen in de context van een gewapend conflict, m.n. een oorlog
krijgsgevangenen	=	krijgsgevangene
krijgsgevangenenkamp	noun	kamp waar men gevangen soldaten van het vijandelijke leger gevangen houdt
krijgsgevangenenkampen	=	krijgsgevangenenkamp
krijgsgevangenkamp	noun	plaats waar een groep gevangen vijandelijke militairen tijdens een oorlog worden vastgehouden
krijgsgevangenkampen	=	krijgsgevangenkamp
krijgsgevangenschap	noun	het gevangen zijn als militair door een vijandelijk leger
krijgsgevangenschappen	=	krijgsgevangenschap
krijgsgeweld	noun	geweld door oorlogshandelingen
krijgsgewoel	noun	alle drukte tijdens de actieve oorlogsvoering
krijgsgod	noun	god van de oorlog
krijgsgoden	=	krijgsgod
krijgsgodin	=	krijgsgod
krijgshaftig	adj	geschikt en geneigd om oorlog te voeren
krijgshaftige	=	krijgshaftig
krijgshaftiger	=	krijgshaftig
krijgshaftigere	=	krijgshaftig
krijgshaftigers	=	krijgshaftig
krijgshaftigheden	=	krijgshaftigheid
krijgshaftigheid	noun	het geneigd zijn om oorlog te voeren als eigenschap; het durven om oorlog te voeren als eigenschap
krijgshaftigs	=	krijgshaftig
krijgshaftigst	=	krijgshaftig
krijgshaftigste	=	krijgshaftig
krijgsheer	noun	aanvoerder die controle heeft over een beperkt gebied, meestal onafhankelijk van de centrale regering
krijgsheertje	=	krijgsheer
krijgsheertjes	=	krijgsheer
krijgsheren	=	krijgsheer
krijgshof	noun	militaire rechtbank
krijgshoven	=	krijgshof
krijgskunde	noun	de wetenschap van het oorlog voeren
krijgskundig	adj	met betrekking tot de krijgskunde
krijgskundige	=	krijgskundig
krijgskundiger	=	krijgskundig
krijgskundigere	=	krijgskundig
krijgskundigers	=	krijgskundig
krijgskundigs	=	krijgskundig
krijgskundigst	=	krijgskundig
krijgskundigste	=	krijgskundig
krijgskunst	noun	de kunst of kunde van het vechten of oorlogvoeren
krijgskunsten	=	krijgskunst
krijgslied	noun	lied om de moed van de krijgers op te wekken
krijgslieden	=	krijgsman
krijgsliederen	=	krijgslied
krijgsliedje	=	krijgslied
krijgsliedjes	=	krijgslied
krijgslist	noun	een handeling die erop gericht is om door list en bedrog de vijand te misleiden, zoals het verspreiden van valse geruchten
krijgslisten	=	krijgslist
krijgslui	=	krijgsman
krijgsmacht	noun	een overheidsdienst die de veiligheid bewaakt door middel van land-, zee- en luchtmacht
krijgsmachten	=	krijgsmacht
krijgsmachtje	=	krijgsmacht
krijgsmakker	noun	vriend die men kent uit de militaire dienst
krijgsmakkers	=	krijgsmakker
krijgsmakkertje	=	krijgsmakker
krijgsmakkertjes	=	krijgsmakker
krijgsman	noun	militair, soldaat, strijder
krijgsmannen	=	krijgsman
krijgsmannetje	=	krijgsman
krijgsmannetjes	=	krijgsman
krijgsolifant	noun	een olifant die vroeger tijdens op het land uitgevochten oorlogen werd ingezet als strijddier
krijgsolifanten	=	krijgsolifant
krijgsolifantje	=	krijgsolifant
krijgsolifantjes	=	krijgsolifant
krijgsraad	noun	een raad die optreedt als rechtsorgaan in het krijgsrecht
krijgsraadje	=	krijgsraad
krijgsraadjes	=	krijgsraad
krijgsraden	=	krijgsraad
krijgsrecht	noun	het oorlogsrecht zoals dat van toepassing is tijdens een oorlog
krijgsroem	noun	de eer die militairen behalen op het slagveld
krijgsscholen	=	krijgsschool
krijgsschool	noun	school waar officieren in de krijgskunde onderwezen worden
krijgsschooltje	=	krijgsschool
krijgsschooltjes	=	krijgsschool
krijgstocht	noun	militaire campagne; militire veldtocht
krijgstochten	=	krijgstocht
krijgstochtje	=	krijgstocht
krijgstochtjes	=	krijgstocht
krijgstucht	noun	discipline waaraan militairen onderworpen zijn
krijgstuchtelijk	adj	betrekking hebbend op het militaire tuchtrecht
krijgstuchtelijke	=	krijgstuchtelijk
krijgstuchtelijker	=	krijgstuchtelijk
krijgstuchtelijkere	=	krijgstuchtelijk
krijgstuchtelijkers	=	krijgstuchtelijk
krijgstuchtelijks	=	krijgstuchtelijk
krijgstuchtelijkst	=	krijgstuchtelijk
krijgstuchtelijkste	=	krijgstuchtelijk
krijgsverraad	noun	actie van een burger gericht tegen het bezettende leger in tijden van oorlog
krijgsverraden	=	krijgsverraad
krijgsvolk	noun	een (grote of kleine) groep militairen
krijgsvolken	=	krijgsvolk
krijgsvolkeren	=	krijgsvolk
krijgswet	noun	staat van beleg; is een noodtoestand die in werking treedt als het leger de rechtspleging overneemt van de burgerlijke autoriteiten
krijgswetenschap	noun	leer van alles wat met de oorlog te maken heeft
krijgswetenschappen	=	krijgswetenschap
krijgswetten	=	krijgswet
krijgt	=	krijgen
krijn	noun	haarachtig vulsel voor kussens van banken en stoelen
krijntje	=	krijn
krijntjes	=	krijn
krijs	noun	een luide, schrille schreeuw
krijse	=	krijsen
krijsen	verb	luidkeels schreeuwend een hoog geluid voortbrengen
krijsend	=	krijsen
krijsende	=	krijsen
krijslijster	noun	slechte zanger
krijslijsters	=	krijslijster
krijst	=	krijsen
krijste	=	krijsen
krijsten	=	krijsen
krijt	noun	wit mineraal dat uit calciumcarbonaat bestaat
krijtachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van krijt
krijtachtige	=	krijtachtig
krijtachtiger	=	krijtachtig
krijtachtigere	=	krijtachtig
krijtachtigers	=	krijtachtig
krijtachtigs	=	krijtachtig
krijtachtigst	=	krijtachtig
krijtachtigste	=	krijtachtig
krijtbord	noun	harde vlakke plaat waarop men met een krijtje kan schrijven en tekenen
krijtborden	=	krijtbord
krijtbordje	=	krijtbord
krijtbordjes	=	krijtbord
krijte	=	krijten
krijten	verb	het luidkeels om voedsel van de ouders roepen van een jonge vogel
krijtend	=	krijten
krijtende	=	krijten
krijtje	=	krijt
krijtjes	=	krijt
krijtlandmot	noun	Orophia sordidella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
krijtlandmotje	=	krijtlandmot
krijtlandmotjes	=	krijtlandmot
krijtlandmotten	=	krijtlandmot
krijtlijn	noun	markering die met een op kalk gelijkende kleurstof is aangebracht
krijtlijnen	=	krijtlijn
krijtlijntje	=	krijtlijn
krijtlijntjes	=	krijtlijn
krijtrots	noun	een sedimentair gesteente dat vrijwel geheel bestaat uit de kalkskeletjes van algen en andere fauna (zogenaamde coccolieten)
krijtrotsen	=	krijtrots
krijtrotsje	=	krijtrots
krijtrotsjes	=	krijtrots
krijtstreep	noun	een lijn die getrokken is met een krijtje
krijtstreepje	=	krijtstreep
krijtstreepjes	=	krijtstreep
krijtstrepen	=	krijtstreep
krijtte	=	krijten
krijttekening	noun	een tekening die met krijt is gemaakt
krijttekeningen	=	krijttekening
krijttekeningetje	=	krijttekening
krijttekeningetjes	=	krijttekening
krijtten	=	krijten
krijtwit	adj	zo wit als krijt, heel erg wit, meestal van het gelaat van een persoon die erg geschrokken of bang is
krijtwits	=	krijtwit
krijtwitst	=	krijtwit
krijtwitste	=	krijtwit
krijtwitte	=	krijtwit
krijtwitten	=	krijtwit
krijtwitter	=	krijtwit
krijtwittere	=	krijtwit
krijtwitters	=	krijtwit
krik	noun	een voorwerp om zware dingen, zoals een auto, mee op te tillen
krikje	=	krik
krikjes	=	krik
krikke	=	krikken
krikkel	adj	vervelende, geïrriteerde stemming
krikkele	=	krikkel
krikkeler	=	krikkel
krikkelere	=	krikkel
krikkelers	=	krikkel
krikkels	=	krikkel
krikkelst	=	krikkel
krikkelste	=	krikkel
krikkemik	noun	iemand die gebrekkig is
krikkemikken	=	krikkemik
krikkemikkig	adj	oud en vervallen en daardoor makkelijk kapot gaand
krikkemikkige	=	krikkemikkig
krikkemikkiger	=	krikkemikkig
krikkemikkigere	=	krikkemikkig
krikkemikkigers	=	krikkemikkig
krikkemikkigs	=	krikkemikkig
krikkemikkigst	=	krikkemikkig
krikkemikkigste	=	krikkemikkig
krikken	verb	geslachtsgemeenschap hebben
krikkend	=	krikken
krikkende	=	krikken
krikkrak	intj	het geluid van iets dat barst of kraakt
krikkrakke	=	krikkrakken
krikkrakken	verb	een krakend geluid maken
krikkrakkend	=	krikkrakken
krikkrakkende	=	krikkrakken
krikkrakt	=	krikkrakken
krikkrakte	=	krikkrakken
krikkrakten	=	krikkrakken
krikt	=	krikken
krikte	=	krikken
krikten	=	krikken
krill	noun	het geheel van kleine ongewervelde, garnaalachtige zeedieren die behoren tot de orde Euphausiace
krim-tataarstalig	adj	de Krim-Tataarse taal sprekend
krim-tataarstalige	=	krim-tataarstalig
krim-tataarstaligs	=	krim-tataarstalig
krimi	noun	benaming voor verhalen waarin misdaden worden opgelost, in de vorm van een boek, tv-programma, film of een reeks daarvan Het woord wordt vooral gebruikt voor verhalen die uit het Duitse taalgebied afkomstig zijn.
krimi's	=	krimi
krimitje	=	krimi
krimlinde	noun	Tilia × europea een boom met overhangende takken en twijgen.
krimlinden	=	krimlinde
krimlindes	=	krimlinde
krimlindetje	=	krimlinde
krimlindetjes	=	krimlinde
krimp	noun	vermindering van omvang	adj	kort na de vangst levend gesneden voor conservering
krimpdorp	noun	dorp waarvan het aantal inwoners daalt
krimpdorpen	=	krimpdorp
krimpdorpje	=	krimpdorp
krimpdorpjes	=	krimpdorp
krimpe	=	krimpen
krimpen	verb	kleiner in omvang worden
krimpend	adj	kleiner wordend
krimpende	=	krimpen
krimpends	=	krimpend
krimpflatie	noun	geldontwaarding die producenten camoufleren door minder product te leveren voor een gelijkblijvende prijs
krimpflaties	=	krimpflatie
krimpfolie	noun	een transparante plastic film om materiaal te verpakken.
krimpfolies	=	krimpfolie
krimpgebied	noun	deel van het land waar steeds minder inwoners en economische activiteit is
krimpgebieden	=	krimpgebied
krimping	noun	het kleiner worden
krimpingen	=	krimping
krimpje	=	krimp
krimpjes	=	krimp
krimpring	noun	ring die heet om iets gelegd wordt en er dan na afkoeling en krimping vast omheen sluit
krimpringen	=	krimpring
krimpringetje	=	krimpring
krimpringetjes	=	krimpring
krimpt	=	krimpen
krimptang	noun	een tang waarmee de hulsjes van kabelschoenen aan elektriciteitssnoeren en kabels worden vastgeknepen
krimptangen	=	krimptang
krimptangetje	=	krimptang
krimptangetjes	=	krimptang
krimpvrij	adj	niet krimpend
krimpvrije	=	krimpvrij
krimpvrijer	=	krimpvrij
krimpvrijere	=	krimpvrij
krimpvrijers	=	krimpvrij
krimpvrijs	=	krimpvrij
krimpvrijst	=	krimpvrij
krimpvrijste	=	krimpvrij
kring	noun	patroon in de vorm van een cirkel
kringbeweging	noun	een beweging in een cirkel of ring.
kringbewegingen	=	kringbeweging
kringbeweginkje	=	kringbeweging
kringbeweginkjes	=	kringbeweging
kringcementkorst	noun	Diplotomma dispersum een korstmos uit de familie Caliciaceae.
kringcementkorsten	=	kringcementkorst
kringcementkorstje	=	kringcementkorst
kringcementkorstjes	=	kringcementkorst
kringde	=	kring
kringden	=	kring
kringel	=	kringelen
kringelde	=	kringelen
kringelden	=	kringelen
kringele	=	kringelen
kringelen	verb	zich in cirkels blijven bewegen
kringelend	=	kringelen
kringelende	=	kringelen
kringelt	=	kringelen
kringen	=	kring
kringend	=	kring
kringende	=	kring
kringetje	=	kring
kringetjes	=	kring
kringgesprek	noun	gesprek waaraan alle aanwezigen worden geacht om deel te nemen
kringgesprekje	=	kringgesprek
kringgesprekjes	=	kringgesprek
kringgesprekken	=	kringgesprek
kringloop	noun	proces met periodiek terugkerende stadia
kringloopbedrijf	noun	een organisatie die het hergebruik van goederen verzorgt.
kringloopbedrijfje	=	kringloopbedrijf
kringloopbedrijfjes	=	kringloopbedrijf
kringloopbedrijven	=	kringloopbedrijf
kringloopcentra	=	kringloopcentrum
kringloopcentrum	noun	winkel waar men tweedehandsspullen verkoopt; winkel waar men overbodige spullen verzamelt
kringloopcentrums	=	kringloopcentrum
kringloopeconomie	noun	economie die gekenmerkt wordt door de productie en het (her)gebruik van duurzame goederen
kringloopeconomieën	=	kringloopeconomie
kringloopje	=	kringloop
kringloopjes	=	kringloop
kringlooplandbouw	noun	duurzame landbouwmethode waarbij men zorgt dat de stoffen die een systeem uitgaan er ook weer inkomen
kringlooppapier	noun	papier gemaakt van oud papier
kringlooppapieren	=	kringlooppapier
kringlooppapiertje	=	kringlooppapier
kringlooppapiertjes	=	kringlooppapier
kringloopprijs	noun	een kleine hoeveelheid geld die men voor een product hoeft te betalen zoals gebruikelijk is bij een kringloopwinkel
kringloopprijsje	=	kringloopprijs
kringloopprijsjes	=	kringloopprijs
kringloopprijzen	=	kringloopprijs
kringloopproces	noun	een kringloop met de (formeel overbodige) nadruk op proces
kringloopprocesje	=	kringloopproces
kringloopprocesjes	=	kringloopproces
kringloopprocessen	=	kringloopproces
kringloopwinkel	noun	winkel die geen geld betaalt voor de inkoop en een geringe vergoeding vraagt bij de verkoop van goederen
kringloopwinkels	=	kringloopwinkel
kringloopwinkeltje	=	kringloopwinkel
kringloopwinkeltjes	=	kringloopwinkel
kringlopen	=	kringloop
kringproces	noun	gesloten reeks van toestandsveranderingen
kringprocesje	=	kringproces
kringprocesjes	=	kringproces
kringprocessen	=	kringproces
kringsgewijs	adj	als een kring
kringsgewijze	=	kringsgewijs
kringsluiter	noun	kringvormige momentsluiter
kringsluiters	=	kringsluiter
kringsluitertje	=	kringsluiter
kringsluitertjes	=	kringsluiter
kringspier	noun	een ringvormige spier die een buisvormige structuur kan vernauwen of afsluiten
kringspieren	=	kringspier
kringspiertje	=	kringspier
kringspiertjes	=	kringspier
kringt	=	kring
kringtaal	noun	specifiek taalgebruik binnen een bepaalde kring
kringtaaltje	=	kringtaal
kringtaaltjes	=	kringtaal
kringtalen	=	kringtaal
kringvormig	adj	vorm van een kring hebbend
kringvormige	=	kringvormig
kringvormiger	=	kringvormig
kringvormigere	=	kringvormig
kringvormigers	=	kringvormig
kringvormigs	=	kringvormig
kringvormigst	=	kringvormig
kringvormigste	=	kringvormig
kringwinkel	noun	winkel waar men tweedehandsspullen verkoopt; winkel waar men overbodige spullen verzamelt
kringwinkels	=	kringwinkel
krinkel	noun	kronkel, bocht
krinkelde	=	krinkelen
krinkelden	=	krinkelen
krinkele	=	krinkelen
krinkelen	verb	zich in allerlei bochten wringen; zich herhaaldelijk buigen
krinkelend	=	krinkelen
krinkelende	=	krinkelen
krinkels	=	krinkel
krinkelt	=	krinkelen
krinkeltje	=	krinkel
krinkeltjes	=	krinkel
krioel	=	krioelen
krioelde	=	krioelen
krioelden	=	krioelen
krioele	=	krioelen
krioelen	verb	in grote aantallen willekeurig door elkaar heen bewegen
krioelend	=	krioelen
krioelende	=	krioelen
krioelt	=	krioelen
krioyo	adj	behorend tot, met betrekking tot creolen
krioyogerecht	noun	deel van een maaltijd gebaseerd op de Curaçaose keuken
krioyogerechten	=	krioyogerecht
krioyomaaltijd	noun	maaltijd uit de Curaçaose keuken
krioyomaaltijden	=	krioyomaaltijd
krip	noun	in water bewerkte zijden of wollen stof
kripstof	noun	fijne uit wol of zijde los geweven stof die door koken in water een eigenaardig uiterlijk krijgt
kris	noun	Indonesische, Maleisische of Filipijnse dolk met dubbele, vaak gegolfde kling zn waar mystieke krachten aan worden toegeschreven, dikwijls gedragen als teken van gezag of waardigheid
kriskras	adv	willekeurig in alle richtingen
kriskrasse	=	kriskrassen
kriskrassen	verb	chaotisch door elkaar bewegen
kriskrassend	=	kriskrassen
kriskrassende	=	kriskrassen
kriskrast	=	kriskrassen
kriskraste	=	kriskrassen
kriskrasten	=	kriskrassen
krisse	=	krissen
krissen	noun	klapbessen, kruisbessen	verb	het maken van een knetterend of knarsend geluid
krissend	=	krissen
krissende	=	krissen
krist	=	krissen
kristal	noun	een hoeveelheid ordelijk gerangschikte atomen of moleculen in vaste vorm
kristalachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van kristal
kristalachtige	=	kristalachtig
kristalachtiger	=	kristalachtig
kristalachtigere	=	kristalachtig
kristalachtigers	=	kristalachtig
kristalachtigs	=	kristalachtig
kristalachtigst	=	kristalachtig
kristalachtigste	=	kristalachtig
kristalbladroller	noun	Celypha siderana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kristalbladrollers	=	kristalbladroller
kristalbladrollertje	=	kristalbladroller
kristalbladrollertjes	=	kristalbladroller
kristalblauw	adj	helder blauw
kristalblauwe	=	kristalblauw
kristalblauws	=	kristalblauw
kristalchemie	noun	leer van de chemische eigenschappen van kristallen
kristaldetector	noun|obsolete	deze detector, in gebruik voor de komst van de germaniumdiode, bestond uit een loodglanskristal (galeniet) waarop men met een scherpe metalen punt een plek zocht die gelijkrichtend werkte en daarmee demodulatie mogelijk maakte
kristaldetectors	=	kristaldetector
kristaldetectortje	=	kristaldetector
kristaldetectortjes	=	kristaldetector
kristalelektriciteit	noun	elektriciteit die bij verwarming of afkoeling van bepaalde kristallen wordt opgewekt
kristalglas	noun	glas met een percentage loodoxide
kristalhabitus	noun	vorm van een kristal
kristalhelder	adj	heel erg helder en transparant (zoals glas van kristal)
kristalheldere	=	kristalhelder
kristalhelders	=	kristalhelder
kristalkaaszwam	noun	Oligoporus romellii een schimmel uit de familie Dacryobolaceae.
kristalkaaszwammen	=	kristalkaaszwam
kristalkaaszwammetje	=	kristalkaaszwam
kristalkaaszwammetjes	=	kristalkaaszwam
kristalkind	noun	introvert, hooggevoelig nieuwetijdskind
kristalkinderen	=	kristalkind
kristalkindje	=	kristalkind
kristalkindjes	=	kristalkind
kristallen	adj	van kristal vervaardigd
kristallens	=	kristallen
kristalletje	=	kristal
kristalletjes	=	kristal
kristallijn	adj	een inwendige structuur bezittend die zichzelf eindeloos herhaalt
kristallijne	=	kristallijn
kristallijnen	adj	gemaakt van een kristal; met het uiterlijk van een kristal
kristallijner	=	kristallijn
kristallijnere	=	kristallijn
kristallijners	=	kristallijn
kristallijns	=	kristallijn
kristallijnst	=	kristallijn
kristallijnste	=	kristallijn
kristallisatie	noun	het overgaan in kristallen, kristalvorming
kristallisatiepunt	noun	temperatuur waarbij een overgang plaatsvindt van de vloeistof naar vaste fase
kristallisatiepunten	=	kristallisatiepunt
kristallisaties	=	kristallisatie
kristalliseer	=	kristalliseren
kristalliseerde	=	kristalliseren
kristalliseerden	=	kristalliseren
kristalliseert	=	kristalliseren
kristallisere	=	kristalliseren
kristalliseren	verb	het vormingsproces van geordende vaste fasen uit een smelt, damp of oplossing
kristalliserend	=	kristalliseren
kristalliserende	=	kristalliseren
kristallisering	noun	proces waarbij een vaste stof met spontaan gevormde symmetrieën ontstaat
kristalliseringen	=	kristallisering
kristallografie	noun	de wetenschap die zich richt op de studie van kristallen, kristallijne materialen, hun eigenschappen en hun structuur
kristallografisch	adj	betrekking hebbend op de leer der kristallen
kristallografische	=	kristallografisch
kristalontvanger	noun	allereenvoudigste radio-ontvanger met kristaldetector
kristalontvangers	=	kristalontvanger
kristalontvangertje	=	kristalontvanger
kristalontvangertjes	=	kristalontvanger
kristaloscillator	noun	oscillator waarin een piëzo-elektrisch kristal wordt gebruikt voor de frequentiestabiliteit
kristaloscillators	=	kristaloscillator
kristalrooster	noun	de vorm waarin de atomen in een kristal gerangschikt zijn
kristalroosters	=	kristalrooster
kristalslakken	noun	Vitrea een geslacht van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
kristalstelsel	noun	elk van de hoofdafdelingen waartoe men de grondvormen van de kristallen teruggebracht heeft
kristalstelsels	=	kristalstelsel
kristalstelseltje	=	kristalstelsel
kristalstelseltjes	=	kristalstelsel
kristalstructuren	=	kristalstructuur
kristalstructuur	noun	de structuur die een kristal aanneemt afhankelijk van de bouwstoffen daarvan
kristalsuiker	noun	uit suikerkristallen bestaand zoetmiddel
kristalsuikers	=	kristalsuiker
kristalsuikertje	=	kristalsuiker
kristalsuikertjes	=	kristalsuiker
kristalsysteem	noun	systeem voor het classificeren van kristallen
kristalsysteempje	=	kristalsysteem
kristalsysteempjes	=	kristalsysteem
kristalsystemen	=	kristalsysteem
kristalurie	adj	aanwezigheid van kristallen in de urine
kristalvlak	noun	vlak in een kristal
kristalvlakje	=	kristalvlak
kristalvlakjes	=	kristalvlak
kristalvlakken	=	kristalvlak
kristalvorm	noun	kristal als verschijningsvorm van een vaste stof
kristalvormen	=	kristalvorm
kristalvormig	adj	vorm van een kristal hebbend
kristalvormige	=	kristalvormig
kristalvormiger	=	kristalvormig
kristalvormigere	=	kristalvormig
kristalvormigers	=	kristalvormig
kristalvormigs	=	kristalvormig
kristalvormigst	=	kristalvormig
kristalvormigste	=	kristalvormig
kristalvormpje	=	kristalvorm
kristalvormpjes	=	kristalvorm
kristalwater	noun	watermoleculen die een vaste bouwsteen van een kristalstructuur uitmaken
kriste	=	krissen
kristen	=	christen
kritiek	noun	uitingen waarmee bepaald gedrag, een bepaalde zienswijze e.d. van anderen worden veroordeeld of in twijfel getrokken	adj	op het scherp van de snede, met onzekere uitkomst, cruciaal voor de toekomst
kritieke	=	kritiek
kritieken	=	kritiek
kritieker	=	kritiek
kritiekere	=	kritiek
kritiekers	=	kritiek
kritiekje	=	kritiek
kritiekjes	=	kritiek
kritiekloos	adj	zonder kritiek
kritiekloosheden	=	kritiekloosheid
kritiekloosheid	noun	het kritiekloos zijn
kritiekloost	=	kritiekloos
kritieklooste	=	kritiekloos
kritiekloze	=	kritiekloos
kritieklozer	=	kritiekloos
kritieklozere	=	kritiekloos
kritieklozers	=	kritiekloos
kritiekpunt	noun	iets wat men niet goed vindt; iets waar bezwaar tegen gemaakt wordt
kritiekpunten	=	kritiekpunt
kritiekpuntje	=	kritiekpunt
kritiekpuntjes	=	kritiekpunt
kritieks	=	kritiek
kritiekst	=	kritiek
kritiekste	=	kritiek
kritikaliteit	noun	een omstandigheid waaronder voldoende neutronen voorhanden zijn om een kernreactie te onderhouden
kritisch	adj	ernaar geneigd zijn iets te beoordelen (en dus vaak af te keuren)
kritische	=	kritisch
kritischer	=	kritisch
kritischere	=	kritisch
kritischers	=	kritisch
kritischt	=	kritisch
kritischte	=	kritisch
kritiseer	=	kritiseren
kritiseerde	=	kritiseren
kritiseerden	=	kritiseren
kritiseeren	=	kritiseren
kritiseert	=	kritiseren
kritisere	=	kritiseren
kritiseren	verb	bekritiseren, kritiek uitoefenen op
kritiserend	=	kritiseren
kritiserende	=	kritiseren
kritot	=	kareet
kroaat	noun	een inwoner van Kroatië, of iemand afkomstig uit Kroatië
kroaatje	=	kroaat
kroaatjes	=	kroaat
kroaten	=	kroaat
kroatisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Kroatië
kroatische	noun	een vrouwelijke inwoner van Kroatië, of een vrouw afkomstig uit Kroatië
kroatischen	=	kroatische
kroatischer	=	kroatisch
kroatischere	=	kroatisch
kroatischers	=	kroatisch
kroatischtalig	adj	de Kroatische taal sprekend
kroatischtalige	=	kroatischtalig
kroatischtaligs	=	kroatischtalig
kroch	=	krochen
kroche	=	krochen
krochen	verb	kreunen, kermen, steunen; als gevolg van pijn, inspanning of ongemak
krochend	=	krochen
krochende	=	krochen
krocht	noun	verborgen, ondergrondse ruimte, een hol (ook in een figuurlijke zin)
krochte	=	krochen
krochten	=	krocht
krochtje	=	krocht
krochtjes	=	krocht
kroeg	noun	publieke drinkgelegenheid
kroegbaas	noun	iemand die een kroeg bedrijft
kroegbaasje	=	kroegbaas
kroegbaasjes	=	kroegbaas
kroegbazen	=	kroegbaas
kroegen	=	kroeg
kroegentocht	noun	tocht waarbij men van kroeg (café) naar café gaat
kroegentochten	=	kroegentocht
kroegentochtje	=	kroegentocht
kroegentochtjes	=	kroegentocht
kroeghouder	noun	iemand die een kroeg runt
kroeghouders	=	kroeghouder
kroeghoudertje	=	kroeghouder
kroeghoudertjes	=	kroeghouder
kroegje	=	kroeg
kroegjes	=	kroeg
kroegkerk	noun	kerkdienst gehouden in een café
kroegkerken	=	kroegkerk
kroegkerkje	=	kroegkerk
kroegkerkjes	=	kroegkerk
kroegloop	=	kroeglopen
kroeglopen	verb	van de ene kroeg naar de andere lopen om wat in te nemen.
kroeglopend	=	kroeglopen
kroeglopende	=	kroeglopen
kroegloper	noun	iemand die vaak een kroeg bezoekt
kroeglopers	=	kroegloper
kroeglopertje	=	kroegloper
kroeglopertjes	=	kroegloper
kroegtijger	noun|humorous	iemand die graag en regelmatig kroegen en andere drinkgelegenheden bezoekt
kroegtijgers	=	kroegtijger
kroegtijgertje	=	kroegtijger
kroegtijgertjes	=	kroegtijger
kroel	=	kroelen
kroelde	=	kroelen
kroelden	=	kroelen
kroele	=	kroelen
kroelen	verb	kietelen/krabben
kroelend	=	kroelen
kroelende	=	kroelen
kroelt	=	kroelen
kroep	noun	ontsteking, difterie van het strottenhoofd
kroepen	=	kroep
kroeperig	adj	benauwd in de keel
kroeperige	=	kroeperig
kroeperiger	=	kroeperig
kroeperigere	=	kroeperig
kroeperigers	=	kroeperig
kroeperigs	=	kroeperig
kroeperigst	=	kroeperig
kroeperigste	=	kroeperig
kroepoek	noun	een gerecht van Indonesische oorsprong op basis van garnaal gebakken in olie tot een knapperig schuim
kroepoekje	=	kroepoek
kroepoekjes	=	kroepoek
kroes	noun	eenvoudig vuurbestendig vat of eenvoudige beker	adj	krullend
kroesde	=	kroezen
kroesden	=	kroezen
kroeshaar	noun	haar dat typerend is voor negroïde mensen.
kroeshaartje	=	kroeshaar
kroeshaartjes	=	kroeshaar
kroesharen	=	kroeshaar
kroesje	=	kroes
kroesjes	=	kroes
kroeskarper	noun	bepaald soort vis met kort lichaam en hoge rug, Carassius carassius
kroeskarpers	=	kroeskarper
kroeskarpertje	=	kroeskarper
kroeskarpertjes	=	kroeskarper
kroeskop	noun	iemand met gekruld haar
kroeskoparassari	noun	Pteroglossus beauharnaisii een vogel uit de familie Ramphastidae (Toekans).
kroeskoparassari's	=	kroeskoparassari
kroeskoparassarietje	=	kroeskoparassari
kroeskoparassarietjes	=	kroeskoparassari
kroeskopgaai	noun	Cyanocorax cristatellus een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
kroeskopgaaien	=	kroeskopgaai
kroeskopgaaitje	=	kroeskopgaai
kroeskopgaaitjes	=	kroeskopgaai
kroeskopje	=	kroeskop
kroeskopjes	=	kroeskop
kroeskopparadijskraai	noun	Manucodia comrii een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
kroeskopparadijskraaien	=	kroeskopparadijskraai
kroeskopparadijskraaitje	=	kroeskopparadijskraai
kroeskopparadijskraaitjes	=	kroeskopparadijskraai
kroeskoppelikaan	noun	Pelecanus crispus een vogel uit de orde van pelikaanachtigen (Pelecaniformes)
kroeskoppelikaantje	=	kroeskoppelikaan
kroeskoppelikaantjes	=	kroeskoppelikaan
kroeskoppelikanen	=	kroeskoppelikaan
kroeskoppen	=	kroeskop
kroesmos	noun	een geslacht Ulota van mossen uit de haarmutsfamilie (Orthotrichaceae).
kroesmosje	=	kroesmos
kroesmosjes	=	kroesmos
kroesmossen	=	kroesmos
kroest	=	kroezen
kroeste	=	kroes
kroesvormig	adj	vorm van een kroes hebbend
kroesvormige	=	kroesvormig
kroesvormiger	=	kroesvormig
kroesvormigere	=	kroesvormig
kroesvormigers	=	kroesvormig
kroesvormigs	=	kroesvormig
kroesvormigst	=	kroesvormig
kroesvormigste	=	kroesvormig
kroesziekte	noun	plantenziekte waarbij de bladeren omkrullen
kroesziekten	=	kroesziekte
kroesziektes	=	kroesziekte
kroesziektetje	=	kroesziekte
kroesziektetjes	=	kroesziekte
kroet	noun	bepaald soort watervogel, Anas crecca uit de familie Anatidae
kroeten	=	kroet
kroetje	=	kroet
kroetjes	=	kroet
kroeze	=	kroes
kroezel	noun	kruisbes
kroezelde	=	kroezelen
kroezelden	=	kroezelen
kroezele	=	kroezelen
kroezelen	verb	krullen, kroezen
kroezelend	=	kroezelen
kroezelende	=	kroezelen
kroezelhaar	noun	sterk gekruld donker hoofdhaar
kroezelharen	=	kroezelhaar
kroezelig	adj	meestal van haar: dat er veel kleine krullen in zit
kroezelige	=	kroezelig
kroezeliger	=	kroezelig
kroezeligere	=	kroezelig
kroezeligers	=	kroezelig
kroezeligs	=	kroezelig
kroezeligst	=	kroezelig
kroezeligste	=	kroezelig
kroezels	=	kroezel
kroezelt	=	kroezelen
kroezeltje	=	kroezel
kroezeltjes	=	kroezel
kroezen	verb	sterk krullen van haar
kroezend	=	kroezen
kroezende	=	kroezen
kroezer	=	kroes
kroezere	=	kroes
kroezers	=	kroes
kroezig	adj	van haar dat het zeer sterk gekruld is
kroezige	=	kroezig
kroeziger	=	kroezig
kroezigere	=	kroezig
kroezigers	=	kroezig
kroezigs	=	kroezig
kroezigst	=	kroezig
kroezigste	=	kroezig
kroft	=	krocht
krokant	adj	knapperig (randje, korstje bij eten)
krokante	=	krokant
krokanter	=	krokant
krokantere	=	krokant
krokanters	=	krokant
krokants	=	krokant
krokantst	=	krokant
krokantste	=	krokant
kroke	=	kroken
kroken	verb	kreukelen, kreuken
krokend	=	kroken
krokende	=	kroken
kroket	noun	een rol ragout die gepaneerd en gefrituurd wordt
kroketje	=	kroket
kroketjes	=	kroket
kroketten	=	kroket
krokettenmachientje	=	krokettenmachine
krokettenmachientjes	=	krokettenmachine
krokettenmachine	noun	een keukenapparaat dat wordt gebruikt om kroketten van gelijke vorm en grootte te persen uit ragout of aardappelpuree
krokettenmachines	=	krokettenmachine
krokettenmachinetje	=	krokettenmachine
krokettenmachinetjes	=	krokettenmachine
krokettenmaker	noun	iemand die kroketten maakt
krokettenmakers	=	krokettenmaker
krokettenmakertje	=	krokettenmaker
krokettenmakertjes	=	krokettenmaker
krokettenpers	noun	een keukenapparaat dat wordt gebruikt om kroketten van gelijke vorm en grootte te persen uit ragout of aardappelpuree
krokettenpersen	=	krokettenpers
krokettenpersje	=	krokettenpers
krokettenpersjes	=	krokettenpers
kroko	noun	een groot, in het water levend reptiel dat behoort tot de familie der Crocodylidae
kroko's	=	kroko
krokodil	noun	een groot, in het water levend reptiel dat behoort tot de familie der Crocodylidae
krokodilachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van krokodil
krokodilachtige	=	krokodilachtig
krokodilachtigen	noun	een orde Crocodilia van reptielen die sterk aan het water aangepast zijn en in tropische en subtropische gebieden leven.
krokodilachtiger	=	krokodilachtig
krokodilachtigere	=	krokodilachtig
krokodilachtigers	=	krokodilachtig
krokodilachtigs	=	krokodilachtig
krokodilachtigst	=	krokodilachtig
krokodilachtigste	=	krokodilachtig
krokodilhaai	noun	Pseudocarcharias kamoharai een haai uit de familie van krokodilhaaien (Pseudocarchariidae), orde van de makreelhaaien (Lamniformes)
krokodilhaaien	=	krokodilhaai
krokodilhaaitje	=	krokodilhaai
krokodilhaaitjes	=	krokodilhaai
krokodilijsvissen	noun	een familie Channichthyidae in de orde van de baarsachtigen
krokodillen	noun	een geslacht Crocodylus van krokodilachtigen (Crocodilia) uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae)
krokodillenleer	noun	leersoort gemaakt van de huid van een krokodil vooral gebruikt voor luxeartikelen
krokodillenpak	noun	verkleedpak of kostuum in de vorm van een krokodil
krokodillenpakje	=	krokodillenpak
krokodillenpakjes	=	krokodillenpak
krokodillenpakken	=	krokodillenpak
krokodillenpoep	noun	ontlasting van een krokodil; in het oude Egypte gebruikt als anticonceptiemiddel
krokodillentraan	noun	zilt vocht dat grote reptielen uit de familie Crocodylidae door een klier bij de ogen uitscheiden
krokodillentraantje	=	krokodillentraan
krokodillentraantjes	=	krokodillentraan
krokodillentranen	=	krokodillentraan
krokodilletje	=	krokodil
krokodilletjes	=	krokodil
krokodilsalamanders	noun	Tylototriton een geslacht van salamanders uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
krokodilstaarthagedis	noun	Crocodilurus amazonicus een reptiel uit de familie tejuhagedissen (Teiidae)
krokodilstaarthagedisje	=	krokodilstaarthagedis
krokodilstaarthagedisjes	=	krokodilstaarthagedis
krokodilstaarthagedissen	=	krokodilstaarthagedis
krokodilwachter	noun	Pluvianus aegyptius, insectenetende Afrikaanse vogelsoort
krokodilwachters	=	krokodilwachter
krokodilwachtertje	=	krokodilwachter
krokodilwachtertjes	=	krokodilwachter
krokus	noun	bepaald geslacht Crocus uit de lissenfamilie (Iridaceae), dat 90 soorten omvat, waarvan circa een derde deel herfstbloeiers zijn
krokusaanbieding	noun	een voordelig aanbod van een dienst of product in het vroege voorjaar
krokusaanbiedingen	=	krokusaanbieding
krokusaanbiedinkje	=	krokusaanbieding
krokusaanbiedinkjes	=	krokusaanbieding
krokusje	=	krokus
krokusjes	=	krokus
krokussen	=	krokus
krokusvakantie	noun	De voorjaarsvakantie of de carnavalsvakantie is de een week durende schoolvakantie eind februari begin maart
krokusvakanties	=	krokusvakantie
krokusvakantietje	=	krokusvakantie
krokusvakantietjes	=	krokusvakantie
krokusverlof	noun	een week durende schoolvakantie eind februari begin maart
krokusverloven	=	krokusverlof
krol	noun	zacht wit broodje met daarin veel anijszaad
krolde	=	krollen
krolden	=	krollen
krolle	=	krollen
krollen	verb	jankend geluid maken door krolse dieren
krollend	=	krollen
krollende	=	krollen
krolletje	=	krol
krolletjes	=	krol
krols	adj	verlangend naar de paring
krolse	=	krols
krolser	=	krols
krolsere	=	krols
krolsers	=	krols
krolst	=	krols
krolste	=	krols
krolt	=	krollen
krom	adj	niet recht
krombeen	noun	een persoon met kromme benen (een persoon die niet recht op de benen staat)
krombeentje	=	krombeen
krombeentjes	=	krombeen
krombek	noun	Numenius phaeopus soort zangvogel met een kromme bek
krombekhooiwagenkrab	noun	Macropodia deflexa een krab uit de familie Inachidae (vroeger een onderfamilie van de Majidae), die nog niet werd waargenomen voor de Nederlandse en Belgische kust.
krombekhooiwagenkrabben	=	krombekhooiwagenkrab
krombekhooiwagenkrabbetje	=	krombekhooiwagenkrab
krombekhooiwagenkrabbetjes	=	krombekhooiwagenkrab
krombekken	=	krombek
krombekspotlijster	noun	Toxostoma curvirostre een vogelsoort uit de familie Mimidae die voorkomt in het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico.
krombekspotlijsters	=	krombekspotlijster
krombekspotlijstertje	=	krombekspotlijster
krombekspotlijstertjes	=	krombekspotlijster
krombekstrandloper	noun	Calidris ferruginea vogel die vooral in Siberië voorkomt waar hij op de toendra broedt.
krombekstrandlopers	=	krombekstrandloper
krombekstrandlopertje	=	krombekstrandloper
krombekstrandlopertjes	=	krombekstrandloper
krombektinamoe	noun	Nothoprocta curvirostris een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
krombektinamoes	=	krombektinamoe
krombektinamoetje	=	krombektinamoe
krombektinamoetjes	=	krombektinamoe
krombenen	=	krombeen
krombenig	adj	kromme benen hebbend
krombenige	=	krombenig
krombeniger	=	krombenig
krombenigere	=	krombenig
krombenigers	=	krombenig
krombenigs	=	krombenig
krombenigst	=	krombenig
krombenigste	=	krombenig
kromboei	noun	korte ketting met metalen beugels om de nek en de enkels van een gevangene aan elkaar vast te maken, zodat deze voortdurend in een kromme houding wordt gedwongen
kromboeien	=	kromboei
krombogen	=	krombuigen
kromboog	=	krombuigen
krombuig	=	krombuigen
krombuige	=	krombuigen
krombuigen	verb	door buigen krom worden
krombuigend	=	krombuigen
krombuigende	=	krombuigen
krombuigt	=	krombuigen
kromde	=	krommen
kromden	=	krommen
kromgebogen	=	krombuigen
kromgelegen	=	kromliggen
kromgetrokken	=	kromtrekken
kromhals	noun	dier of ding met een kromme hals
kromhalsje	=	kromhals
kromhalsjes	=	kromhals
kromhalzen	=	kromhals
kromheid	noun|figurative	het niet logisch of rechtlijnig zijn van iets
kromhoorn	noun	een dubbelrietinstrument met gekapt riet en gebogen pijp uit de renaissance
kromhoornen	=	kromhoorn
kromhoorns	=	kromhoorn
kromhoorntje	=	kromhoorn
kromhoorntjes	=	kromhoorn
kromlaagt	=	kromliggen
kromlag	=	kromliggen
kromlagen	=	kromliggen
kromlig	=	kromliggen
kromligge	=	kromliggen
kromliggen	verb	allerlei gebrek en ongerief voor lief nemen, gewoonlijk om een ander financieel te steunen
kromliggend	=	kromliggen
kromliggende	=	kromliggen
kromligt	=	kromliggen
kromlijnig	adj	betrekking hebbend op kromme lijnen
kromlijnige	=	kromlijnig
kromlijniger	=	kromlijnig
kromlijnigere	=	kromlijnig
kromlijnigers	=	kromlijnig
kromlijnigs	=	kromlijnig
kromlijnigst	=	kromlijnig
kromlijnigste	=	kromlijnig
kromme	noun	een gebogen lijn, een curve
krommen	verb	krom maken
krommenaas	noun	van krommenaas: doen alsof je niets gezien of gehoord hebt
krommenazen	=	krommenaas
krommend	=	krommen
krommende	=	krommen
krommer	noun	stuk hout met een gebogen vorm
krommere	=	krom
krommers	=	krom
krommertje	=	krommer
krommertjes	=	krommer
krommes	noun	mes met een gekromd lemmet als gereedschap of als wapen
krommessen	=	krommes
krommetje	=	kromme
krommetjes	=	kromme
kromming	noun	het afwijken van een rechte lijn of vlak
krommingen	=	kromming
krommingsgraad	noun	de mate waarin iets gebogen is
krommingsgraadje	=	krommingsgraad
krommingsgraadjes	=	krommingsgraad
krommingsgraden	=	krommingsgraad
kromminkje	=	kromming
kromminkjes	=	kromming
krommunicatie	noun	verkeerde, slechte, misleidende communicatie
krommunicaties	=	krommunicatie
kromp	=	krimpen
krompasser	noun	scharnierende passer met kromme, vaak halvemaanvormige stalen benen die wordt gebruikt voor het opmeten en controleren van buitenmaten van voorwerpen en de dikte ervan
krompassers	=	krompasser
krompassertje	=	krompasser
krompassertjes	=	krompasser
krompe	=	krimpen
krompen	=	krimpen
krompootdoodgraver	noun	Nicrophorus vespillo een soort uit het geslacht doodgravers van de familie aaskevers (Silphidae).
krompootdoodgravers	=	krompootdoodgraver
krompootdoodgravertje	=	krompootdoodgraver
krompootdoodgravertjes	=	krompootdoodgraver
krompt	=	krimpen
kroms	=	krom
kromschedekustworm	noun	Tubificoides diazi een ringworm uit de familie van de Naididae.
kromschedekustwormen	=	kromschedekustworm
kromschedekustwormpje	=	kromschedekustworm
kromschedekustwormpjes	=	kromschedekustworm
kromsnavelmuisspecht	noun	Campylorhamphus procurvoides een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kromsnavelmuisspechten	=	kromsnavelmuisspecht
kromsnavelmuisspechtje	=	kromsnavelmuisspecht
kromsnavelmuisspechtjes	=	kromsnavelmuisspecht
kromsnavelrietkruiper	noun	Limnornis curvirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kromsnavelrietkruipers	=	kromsnavelrietkruiper
kromsnavelrietkruipertje	=	kromsnavelrietkruiper
kromsnavelrietkruipertjes	=	kromsnavelrietkruiper
kromsprietwants	noun	insect uit de familie Alydidae uit de orde der halfvleugeligen (Hemiptera).
kromsprietwantsen	noun	Alydidae een familie uit de orde der halfvleugeligen (Hemiptera).
kromsprietwantsje	=	kromsprietwants
kromsprietwantsjes	=	kromsprietwants
kromst	=	krom
kromstaart	noun	Parapholis incurva een grassoort
kromstaarten	=	kromstaart
kromstaartje	=	kromstaart
kromstaartjes	=	kromstaart
kromstaf	noun	een aan de top gekrulde staf, zoals deze door bisschoppen gevoerd worden
kromstafje	=	kromstaf
kromstafjes	=	kromstaf
kromstaven	=	kromstaf
kromste	=	krom
kromt	=	krommen
kromte	noun	het krom zijn, het niet recht zijn
kromtecirkel	noun	cirkel die drie samengevallen punten met een kromme gemeen heeft
kromtecirkels	=	kromtecirkel
kromten	=	kromte
kromtes	=	kromte
kromtrek	=	kromtrekken
kromtrekke	=	kromtrekken
kromtrekken	verb	vervorming van hout, planken enz. onder invloed van vochtigheid en/of temperatuursveranderingen
kromtrekkend	=	kromtrekken
kromtrekkende	=	kromtrekken
kromtrekt	=	kromtrekken
kromtrok	=	kromtrekken
kromtrokken	=	kromtrekken
kromzaag	noun	zaag met smal zaagblad net als een decoupeerzaag om langs gebogen lijnen te zagen
kromzaagje	=	kromzaag
kromzaagjes	=	kromzaag
kromzagen	=	kromzaag
kromzitter	noun	Asteroscopus sphinx een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
kromzitters	=	kromzitter
kromzittertje	=	kromzitter
kromzittertjes	=	kromzitter
kromzwaard	noun	een zwaard met een gekromde kling waarvan de oorsprong van het ontwerp in West-Azië ligt
kromzwaarden	=	kromzwaard
kromzwaardje	=	kromzwaard
krone	=	kronen
kronen	verb	iemand tot koning of koningin maken door hem of haar in een ceremonie een kroon op het hoofd te zetten
kronend	=	kronen
kronendak	noun	de bovenste laag van een bos die bestaat uit de bladerkronen van de bomen
kronendaken	=	kronendak
kronende	=	kronen
kroniek	noun	een verhaal van of boek met chronologisch geordende gedenkwaardige en/of historische feiten
kronieken	=	kroniek
kroniekje	=	kroniek
kroniekjes	=	kroniek
kroniekschrijver	noun	een schrijver die historische of actuele feiten verzamelt en opschrijft, in principe in een chronologische volgorde
kroniekschrijvers	=	kroniekschrijver
kroniekstijl	noun	stijl van of als van een kroniek
kroniekstijlen	=	kroniekstijl
kroniekstijltje	=	kroniekstijl
kroniekstijltjes	=	kroniekstijl
kroning	noun	ceremonie waarbij een kroon op het hoofd van een vorst, meestal een keizer of koning, wordt geplaatst
kroningen	=	kroning
kroningsdag	noun	de dag waarop de kroning van een koning of koningin plaatsvindt.
kroningsdagen	=	kroningsdag
kroningsdagje	=	kroningsdag
kroningsdagjes	=	kroningsdag
kroningsdeksel	noun	een putdeksel die speciaal voor de kroning van een koning(in) wordt gegoten.
kroningsdeksels	=	kroningsdeksel
kroningsdekseltje	=	kroningsdeksel
kroningsdekseltjes	=	kroningsdeksel
kroningsfeest	noun	feest gehouden ter ere van de inhuldiging van een koning
kroningsfeesten	=	kroningsfeest
kroningswals	noun	een muziekstuk dat gecomponeerd is voor en opgevoerd wordt met de kroning van een koning of koningin
kroningswalsen	=	kroningswals
kroningswalsje	=	kroningswals
kroningswalsjes	=	kroningswals
kroninkje	=	kroning
kroninkjes	=	kroning
kronkel	noun	herhaaldelijk sterk gekromde lijn of vorm
kronkelachtig	adj	geneigd zijn tot kronkelen
kronkelachtige	=	kronkelachtig
kronkelachtiger	=	kronkelachtig
kronkelachtigere	=	kronkelachtig
kronkelachtigers	=	kronkelachtig
kronkelachtigs	=	kronkelachtig
kronkelachtigst	=	kronkelachtig
kronkelachtigste	=	kronkelachtig
kronkelbandmot	noun	Euzophera osseatella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
kronkelbandmotje	=	kronkelbandmot
kronkelbandmotjes	=	kronkelbandmot
kronkelbandmotten	=	kronkelbandmot
kronkeldarm	noun	laatste gedeelte van de dunne darm
kronkeldarmen	=	kronkeldarm
kronkeldarmpje	=	kronkeldarm
kronkeldarmpjes	=	kronkeldarm
kronkelde	=	kronkelen
kronkelden	=	kronkelen
kronkele	=	kronkelen
kronkelen	verb	in veel bochten ergens heen lopen of bewegen
kronkelend	verb	met veel bochten
kronkelende	=	kronkelen
kronkelender	=	kronkelend
kronkelendere	=	kronkelend
kronkelenders	=	kronkelend
kronkelends	=	kronkelend
kronkelendst	=	kronkelend
kronkelendste	=	kronkelend
kronkelhazelaar	noun	Corylus avellana 'Contorta' een heestercultivar van de hazelaar.
kronkelhazelaars	=	kronkelhazelaar
kronkelhazelaartje	=	kronkelhazelaar
kronkelhazelaartjes	=	kronkelhazelaar
kronkelhazelaren	=	kronkelhazelaar
kronkelheidestaartje	noun	Cladonia subulata een korstmos uit de familie Cladoniaceae.
kronkelheidestaartjes	=	kronkelheidestaartje
kronkelig	adj	met veel bochten
kronkelige	=	kronkelig
kronkeliger	=	kronkelig
kronkeligere	=	kronkelig
kronkeligers	=	kronkelig
kronkeligs	=	kronkelig
kronkeligst	=	kronkelig
kronkeligste	=	kronkelig
kronkelpaadje	=	kronkelpad
kronkelpaadjes	=	kronkelpad
kronkelpad	noun	een smalle weg met veel bochten
kronkelpaden	=	kronkelpad
kronkelredenering	noun	kromme redenering naar een gewenste conclusie toe
kronkelredeneringen	=	kronkelredenering
kronkels	=	kronkel
kronkelsteeltjesschijfje	noun	Lamprospora campylopodis een schimmel behorend tot de familie Pyronemataceae.
kronkelsteeltjesschijfjes	=	kronkelsteeltjesschijfje
kronkelt	=	kronkelen
kronkeltje	=	kronkel
kronkeltjes	=	kronkel
kronkelweg	noun	een weg met veel bochten
kronkelwegen	=	kronkelweg
kronkelweggetje	=	kronkelweg
kronkelweggetjes	=	kronkelweg
kronkelwegje	=	kronkelweg
kronkelwegjes	=	kronkelweg
kronkelwilg	noun	bepaald soort loofboom, Salix babylonica, die afkomstig is uit China en tot 12 meter hoog kan worden
kronkelwilgen	=	kronkelwilg
krontjong	noun	Indonesische muziek die is ontstaan bij Jakarta (Batavia) op het eiland Java onder door de Portugese cultuur beïnvloede nieuwkomers in de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie
krontjongs	=	krontjong
krontobana	noun	gerecht gemaakt van kokosmelk en groene bananen samen met vlees of vis
krooien	=	kruien
krooienª	=	kruien
krooiª	=	kruien
krook	=	kroken
krookt	=	kroken
krookte	=	kroken
krookten	=	kroken
kroon	noun	hoofddeksel dat door een vorst [1] gedragen wordt
kroon-domein	=	kroondomein
kroonaalscholver	noun	Microcarbo coronatus een vogel uit de orde van Suliformes.
kroonaalscholvers	=	kroonaalscholver
kroonaalscholvertje	=	kroonaalscholver
kroonaalscholvertjes	=	kroonaalscholver
kroonarend	noun	Stephanoaetus coronatus de Afrikaanse versie van de groep der kuifarenden
kroonarenden	noun	een geslacht Stephanoaetus van vogels uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae)
kroonarendje	=	kroonarend
kroonarendjes	=	kroonarend
kroonbasilisk	noun	Basiliscus plumifrons een grote hagedis uit de familie Corytophanidae en het geslacht van de basilisken (Basiliscus)
kroonbasilisken	=	kroonbasilisk
kroonbasiliskje	=	kroonbasilisk
kroonbasiliskjes	=	kroonbasilisk
kroonblaadje	=	kroonblad
kroonblaadjes	=	kroonblad
kroonblad	noun	het meestal helder gekleurde deel van een bloem
kroonbladen	=	kroonblad
kroonbladeren	=	kroonblad
kroonblaren	=	kroonblad
kroonbosnimf	noun	Thalurania colombica een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
kroonbosnimfen	=	kroonbosnimf
kroonbosnimfje	=	kroonbosnimf
kroonbosnimfjes	=	kroonbosnimf
kroonboszanger	noun	Phylloscopus coronatus een kleine zangvogel uit de familie van Phylloscopidae.
kroonboszangers	=	kroonboszanger
kroonboszangertje	=	kroonboszanger
kroonboszangertjes	=	kroonboszanger
kroonde	=	kronen
kroonden	=	kronen
kroondocent	noun	door de kroon benoemd docent
kroondocenten	=	kroondocent
kroondomein	noun	terrein dat in bezit is van de koning
kroondomeinen	=	kroondomein
kroondomeintje	=	kroondomein
kroonduif	noun	een soort duif van het geslacht Goura die voorkomt in Nieuw-Guinea en op nabijgelegen eilanden
kroonduifje	=	kroonduif
kroonduifjes	=	kroonduif
kroonduiven	=	kroonduif
krooneend	noun	Netta rufina een vogel uit de familie van Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden).
krooneenden	=	krooneend
krooneendje	=	krooneend
krooneendjes	=	krooneend
kroongaai	noun	Cyanocorax dickeyi een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
kroongaaien	=	kroongaai
kroongaaitje	=	kroongaai
kroongaaitjes	=	kroongaai
kroongetuige	noun	de belangrijkste getuige in een rechtszaak (van de openbare aanklager)
kroongetuigen	=	kroongetuige
kroonglas	noun	zeer helder kalkglas dat men voor vensters en optische toepassingen gebruikt
kroonhertshoornvaren	noun	Platycerium coronarium een varen uit de eikvarenfamilie (Polypodiaceae).
kroonhertshoornvarens	=	kroonhertshoornvaren
kroonhertshoornvarentje	=	kroonhertshoornvaren
kroonhertshoornvarentjes	=	kroonhertshoornvaren
kroonjaar	noun	een door 5 of 10 deelbaar aantal jaren
kroonjaartje	=	kroonjaar
kroonjaren	=	kroonjaar
kroonjuweel	noun	kroon en andere juwelen van een koningshuis
kroonjuweeltje	=	kroonjuweel
kroonjuweeltjes	=	kroonjuweel
kroonjuwelen	=	kroonjuweel
kroonkoraalvlinder	noun	Chaetodon paucifasciatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van koraalvlinders (Chaetodontidae).
kroonkoraalvlinders	=	kroonkoraalvlinder
kroonkoraalvlindertje	=	kroonkoraalvlinder
kroonkoraalvlindertjes	=	kroonkoraalvlinder
kroonkruidblauwtje	noun	Plebejus argyrognomon een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
kroonkruidblauwtjes	=	kroonkruidblauwtje
kroonkurk	noun	een metalen dopje voor het afsluiten van flessen
kroonkurkapparaat	noun	een hulpmiddel dat door thuisbrouwers wordt gebruikt om metalen dopjes (kroonkurken) luchtdicht op flessen te persen
kroonkurkapparaatje	=	kroonkurkapparaat
kroonkurkapparaatjes	=	kroonkurkapparaat
kroonkurkapparaten	=	kroonkurkapparaat
kroonkurken	=	kroonkurk
kroonkurkje	=	kroonkurk
kroonkurkjes	=	kroonkurk
kroonlamp	noun	een oude, veelarmige hangende kroonluchter
kroonlampen	=	kroonlamp
kroonlampje	=	kroonlamp
kroonlampjes	=	kroonlamp
kroonleden	=	kroonlid
kroonlid	noun	lid van de SER die door de overheid (de kroon) is aangesteld als onafhankelijke deskundige die zonder last of ruggenspraak advies geeft dat in dienst is van het algemeen belang
kroonlijst	noun	bovenste lijst van een gebouw, meestal uitspringend en geprofileerd of van versieringen voorzien
kroonlijsten	=	kroonlijst
kroonlijstje	=	kroonlijst
kroonlijstjes	=	kroonlijst
kroonluchter	noun	een ronde hanglamp met veel kaarsen of lampen aan verschillende armen
kroonluchters	=	kroonluchter
kroonluchtertje	=	kroonluchter
kroonluchtertjes	=	kroonluchter
kroonmaina	noun	Ampeliceps coronatus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
kroonmaina's	=	kroonmaina
kroonmainaatje	=	kroonmaina
kroonmainaatjes	=	kroonmaina
kroonmaker	noun	het bedrijf dat kronen maakt
kroonmakers	=	kroonmaker
kroonmakertje	=	kroonmaker
kroonmakertjes	=	kroonmaker
kroonmaki	noun	Eulemur coronatus een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
kroonmaki's	=	kroonmaki
kroonmakietje	=	kroonmaki
kroonmakietjes	=	kroonmaki
kroonmeerkat	noun	Cercopithecus pogonias is een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
kroonmeerkatje	=	kroonmeerkat
kroonmeerkatjes	=	kroonmeerkat
kroonmeerkatten	=	kroonmeerkat
kroonorde	noun	ridderorde, o.a. in België
kroonorden	=	kroonorde
kroonordes	=	kroonorde
kroonparelhoen	noun	Guttera pucherani een vogel uit de parelhoenderfamilie, de Numididae.
kroonparelhoenderen	=	kroonparelhoen
kroonparelhoenders	=	kroonparelhoen
kroonparelhoentje	=	kroonparelhoen
kroonparelhoentjes	=	kroonparelhoen
kroonprins	noun	een prins die in een monarchie de eerste is die de rechtmatige vorst opvolgt bij aftreden of overlijden
kroonprinselijk	adj	van of betrekking hebbend op de beoogde troonopvolger
kroonprinselijke	=	kroonprinselijk
kroonprinselijker	=	kroonprinselijk
kroonprinselijkere	=	kroonprinselijk
kroonprinselijkers	=	kroonprinselijk
kroonprinselijks	=	kroonprinselijk
kroonprinselijkst	=	kroonprinselijk
kroonprinselijkste	=	kroonprinselijk
kroonprinsen	=	kroonprins
kroonprinses	noun	een prinses die in een monarchie de eerste is die de rechtmatige vorst opvolgt bij aftreden of overlijden
kroonprinsesje	=	kroonprinses
kroonprinsesjes	=	kroonprinses
kroonprinsessen	=	kroonprinses
kroonprinsje	=	kroonprins
kroonprinsjes	=	kroonprins
kroonraad	noun	adviescollege van de kroon
kroonraadje	=	kroonraad
kroonraadjes	=	kroonraad
kroonraden	=	kroonraad
kroonroest	noun	Puccinia coronata een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
kroonroesten	=	kroonroest
kroonroestje	=	kroonroest
kroonroestjes	=	kroonroest
kroonschakelaar	noun	schakelaar waarmee afzonderlijke lampen van een kroonluchter in- en uitgeschakeld kunnen worden
kroonschakelaars	=	kroonschakelaar
kroonschakelaartje	=	kroonschakelaar
kroonschakelaartjes	=	kroonschakelaar
kroonsifaka	noun	Propithecus coronatus een dagactieve lemuur uit het geslacht van de Sifaka's (Propithecus).
kroonsifaka's	=	kroonsifaka
kroonsifakaatje	=	kroonsifaka
kroonsifakaatjes	=	kroonsifaka
kroonslakken	noun	Dotidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
kroonsteen	noun	geïsoleerd blokje waarmee men elektrische draden met elkaar kan verbinden
kroonsteentje	=	kroonsteen
kroonsteentjes	=	kroonsteen
kroonstenen	=	kroonsteen
kroont	=	kronen
kroontangare	noun	Tachyphonus coronatus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
kroontangaren	=	kroontangare
kroontangaretje	=	kroontangare
kroontangaretjes	=	kroontangare
kroontapuittiran	noun	Silvicultrix frontalis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kroontapuittirannen	=	kroontapuittiran
kroontapuittirannetje	=	kroontapuittiran
kroontapuittirannetjes	=	kroontapuittiran
kroontje	=	kroon
kroontjes	=	kroon
kroontjesknotszwam	noun	Artomyces pyxidatus een schimmel uit de familie Auriscalpiaceae.
kroontjesknotszwammen	=	kroontjesknotszwam
kroontjesknotszwammetje	=	kroontjesknotszwam
kroontjesknotszwammetjes	=	kroontjesknotszwam
kroontjeskorst	noun	een geslacht Sarcogyne van korstmossen uit de familie Acarosporaceae.
kroontjeskorsten	=	kroontjeskorst
kroontjeskorstje	=	kroontjeskorst
kroontjeskorstjes	=	kroontjeskorst
kroontjeskransblaadje	=	kroontjeskransblad
kroontjeskransblaadjes	=	kroontjeskransblad
kroontjeskransblad	noun	Chara braunii een kranswier uit de familie Characeae.
kroontjeskransbladen	=	kroontjeskransblad
kroontjeskransbladeren	=	kroontjeskransblad
kroontjeskransblaren	=	kroontjeskransblad
kroontjeskruid	noun	Euphorbia helioscopia een plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
kroontjeskruiden	=	kroontjeskruid
kroontjeskruidje	=	kroontjeskruid
kroontjeskruidjes	=	kroontjeskruid
kroontjeskruidroest	noun	Melampsora helioscopiae een autoecische schimmel behorend tot de familie Melampsoraceae.
kroontjeskruidroesten	=	kroontjeskruidroest
kroontjeskruidroestje	=	kroontjeskruidroest
kroontjeskruidroestjes	=	kroontjeskruidroest
kroontjespen	noun	een stalen schrijfpen, met een kroonvormige verbreding, die in een penhouder wordt geklemd om te kunnen gebruiken
kroontjespennen	=	kroontjespen
kroontjespennetje	=	kroontjespen
kroontjespennetjes	=	kroontjespen
kroontjeswipper	noun	handgereedschap om een kroonkurk te verwijderen
kroontjeswippers	=	kroontjeswipper
kroonvogel	noun	benaming voor vogels met een sierlijke kuif
kroonvogels	=	kroonvogel
kroonvogeltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort nachtvlinder, Ptilodon capucina uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae), met een voorvleugellengte van 17 tot 22 mm die verspreid over Europa voorkomt en als pop onder de grond overwintert
kroonvogeltjes	=	kroonvogeltje
kroonvormig	adj	vorm van een kroon hebbend
kroonvormige	=	kroonvormig
kroonvormiger	=	kroonvormig
kroonvormigere	=	kroonvormig
kroonvormigers	=	kroonvormig
kroonvormigs	=	kroonvormig
kroonvormigst	=	kroonvormig
kroonvormigste	=	kroonvormig
kroonzaag	noun	koepelvormige zaag voor het zagen van ronde schijven of bodems
kroonzaagje	=	kroonzaag
kroonzaagjes	=	kroonzaag
kroonzagen	=	kroonzaag
kroonzandhoen	noun	Pterocles coronatus een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae)
kroonzandhoenderen	=	kroonzandhoen
kroonzandhoenders	=	kroonzandhoen
kroonzandhoendertje	=	kroonzandhoen
kroonzandhoendertjes	=	kroonzandhoen
kroonzandhoenen	=	kroonzandhoen
kroonzandhoentje	=	kroonzandhoen
kroonzandhoentjes	=	kroonzandhoen
kroop	=	kruipen
kroopt	=	kruipen
kroos	noun	een geslacht van vrij op het water drijvende waterplanten uit de familie Lemnaceae of, tegenwoordig, Araceae
kroosje	=	kroos
kroosjes	=	kroos
kroost	noun	nageslacht, jongen, broedsel
kroostrijk	adj	met veel kinderen of nakomelingen
kroostrijke	=	kroostrijk
kroostrijker	=	kroostrijk
kroostrijkere	=	kroostrijk
kroostrijkers	=	kroostrijk
kroostrijks	=	kroostrijk
kroostrijkst	=	kroostrijk
kroostrijkste	=	kroostrijk
kroosvaren	noun	een geslacht Azolla van acht soorten varens uit de vlotvarenfamilie (Salviniaceae).
kroosvarens	=	kroosvaren
kroosvarensnuittorretje	noun	Stenopelmus rufinasus een snuitkeversoort uit het geslacht Stenopelmus.
kroosvarensnuittorretjes	=	kroosvarensnuittorretje
kroosvarentje	=	kroosvaren
kroosvarentjes	=	kroosvaren
kroosvlindertje	noun	Cataclysta lemnata een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
kroosvlindertjes	=	kroosvlindertje
kroot	noun	rode biet
krootje	=	kroot
krootjes	=	kroot
krop	noun	ronde dichte opeenstapeling van bladeren
kropaar	noun	Dactylis glomerata een plant uit de grassenfamilie (Poaceae), die niet alleen in het wild voorkomt, maar ook ingezaaid wordt voor voederdoeleinden.
kropaartje	=	kropaar
kropaartjes	=	kropaar
kropachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een krop
kropachtige	=	kropachtig
kropachtiger	=	kropachtig
kropachtigere	=	kropachtig
kropachtigers	=	kropachtig
kropachtigs	=	kropachtig
kropachtigst	=	kropachtig
kropachtigste	=	kropachtig
kropandijvie	noun	éénjarige plant Cichorium endiva var. latifolia
kroparen	=	kropaar
krope	=	kruipen
kropen	=	kruipen
kropgazelle	noun	Gazella subgutturosa evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
kropgazellen	=	kropgazelle
kropgazelles	=	kropgazelle
kropgazelletje	=	kropgazelle
kropgazelletjes	=	kropgazelle
kropgezwel	noun	een zwelling in de hals ontstaan door een vergrote schildklier
kropgezwellen	=	kropgezwel
kropje	=	krop
kropjes	=	krop
kroppe	=	kroppen
kroppen	verb	een krop [1] vormen
kroppend	=	kroppen
kroppende	=	kroppen
kroppluisjesmos	noun	Dicranella cerviculata een mossoort uit de familie van de Dicranaceae.
kroppluisjesmosje	=	kroppluisjesmos
kroppluisjesmosjes	=	kroppluisjesmos
kroppluisjesmossen	=	kroppluisjesmos
kropsla	noun	Lactuca sativa (var. capitata) slaplant waarvan de bladeren een vaste krop vormen
kropt	=	kroppen
kropte	=	kroppen
kropten	=	kroppen
kropziekte	noun	vogelziekte die gepaard gaat met braken
kropziekten	=	kropziekte
kropziektes	=	kropziekte
krorokroro	noun	een straalvinnige vissensoort Stellifer rastrifer uit de familie van ombervissen (Sciaenidae)
krorokroro's	=	krorokroro
krot	noun	oude, slechte, kapotte armoedige woning
kroten	=	kroot
krotensoep	noun	bietensoep
krotensoepen	=	krotensoep
krotensoepje	=	krotensoep
krotensoepjes	=	krotensoep
krotje	=	krot
krotjes	=	krot
krotteke	=	krot
krotten	=	krot
krottenwijk	noun	Een sloppenwijk of krottenwijk is een wijk waar mensen wonen die door geldgebrek of woningnood geen betere woning kunnen krijgen.
krottenwijken	=	krottenwijk
krottenwijkje	=	krottenwijk
krottenwijkjes	=	krottenwijk
krotter	noun	losbandig persoon
krotters	=	krotter
krottig	adj	vervallen, niet goed onderhouden met name van gebouwen
krottige	=	krottig
krottiger	=	krottig
krottigere	=	krottig
krottigers	=	krottig
krottigs	=	krottig
krottigst	=	krottig
krottigste	=	krottig
krotwoning	noun	zeer vervallen, onbewoonbaar huis
krotwoningen	=	krotwoning
krotwoninkje	=	krotwoning
krotwoninkjes	=	krotwoning
krozen	=	kroos
krui	=	kruien
kruid	noun	benaming voor kleine groene planten
kruidachtig	adj	niet of in zeer geringe mate verhout en zonder (of met minimale) secundaire diktegroei
kruidachtige	noun	vaatplant die niet of in zeer geringe mate verhout is en geen (of nauwelijks) secundaire diktegroei kent
kruidachtigen	=	kruidachtige
kruidachtiger	=	kruidachtig
kruidachtigere	=	kruidachtig
kruidachtigers	=	kruidachtig
kruidachtigs	=	kruidachtig
kruidachtigst	=	kruidachtig
kruidachtigste	=	kruidachtig
kruidboek	noun	geïllustreerd boek dat planten, hun eigenschappen en hun medicinale toepassingen beschrijft
kruidboeken	=	kruidboek
kruidboekje	=	kruidboek
kruidboekjes	=	kruidboek
kruidcake	noun	cake waarin kruiden zitten voor de smaak
kruidcakeje	=	kruidcake
kruidcakejes	=	kruidcake
kruidcakes	=	kruidcake
kruidde	=	kruiden
kruidden	=	kruiden
kruide	=	kruiden
kruiden	verb	specerij bij een gerecht doen
kruidenazijn	noun	azijn waaraan kruiden zijn toegevoegd
kruidenbad	noun	onderdompeling in warm water waarin extracten van planten zijn opgelost
kruidenbaden	=	kruidenbad
kruidenbitter	noun	alcoholische drank met bittere kruiden op smaak gebracht en minder dan 100 gram suiker per liter
kruidenbitters	=	kruidenbitter
kruidenboek	noun	geïllustreerd naslagwerk dat planten beschrijft en tekent, vaak met informatie over hun eigenschappen en toepassingen
kruidenboeken	=	kruidenboek
kruidenboekje	=	kruidenboek
kruidenboekjes	=	kruidenboek
kruidenboter	noun	boter waardoor kruiden zijn gemengd
kruidenboters	=	kruidenboter
kruidenbotertje	=	kruidenboter
kruidenbotertjes	=	kruidenboter
kruidend	=	kruiden
kruidende	=	kruiden
kruidendokter	noun	iemand die kruiden aanbeveelt ter genezing van ziekten
kruidendokters	=	kruidendokter
kruidengeneeskunde	noun	medische behandeling met planten
kruidenier	noun	winkelier in levensmiddelen
kruideniers	=	kruidenier
kruideniersmentaliteit	noun	een kleingeestige en gierige houding
kruidenierster	=	kruidenier
kruidenierswaar	noun	wat men bij een kruidenier kan kopen
kruidenierswaren	noun	wat men bij een kruidenier kan kopen
kruidenierswinkel	noun	winkel waar je houdbare dagelijke boodscbappen kunt doen, tegenwoordig vervangen door een supermarkt.
kruidenierswinkels	=	kruidenierswinkel
kruidenierswinkeltje	=	kruidenierswinkel
kruidenierswinkeltjes	=	kruidenierswinkel
kruidenierszaak	noun	een winkel voor kruidenierswaren
kruidenierszaakje	=	kruidenierszaak
kruidenierszaakjes	=	kruidenierszaak
kruidenierszaken	=	kruidenierszaak
kruideniertje	=	kruidenier
kruideniertjes	=	kruidenier
kruidenkaas	noun	een smeerbare of vaste kaas met een of meerdere kruiden, zoals dille, peterselie, bieslook of rozemarijn
kruidenkaasje	=	kruidenkaas
kruidenkaasjes	=	kruidenkaas
kruidenkazen	=	kruidenkaas
kruidenkratertje	noun	Stictis stellata een schimmel behorend tot de familie Stictidaceae.
kruidenkratertjes	=	kruidenkratertje
kruidenmand	noun	een mand waarmee men kruiden verzamelt of waarin men kruiden verzameld heeft
kruidenmanden	=	kruidenmand
kruidenmandje	=	kruidenmand
kruidenmandjes	=	kruidenmand
kruidenmarinade	noun	Een kruidig vloeistofmengsel waarin men de etenswaren (vis, vlees etc.) legt waarna dit enige tijd moet inwerken
kruidenmarinades	=	kruidenmarinade
kruidenmeester	noun	persoon met grote kennis van kruiden en hun vaak medicinale toepassingen
kruidenmeesters	=	kruidenmeester
kruidenmeestertje	=	kruidenmeester
kruidenmeestertjes	=	kruidenmeester
kruidenmengsel	noun	een mix van verschillende kruiden
kruidenmengsels	=	kruidenmengsel
kruidenmengseltje	=	kruidenmengsel
kruidenmengseltjes	=	kruidenmengsel
kruidenmix	noun	een smaakmakend mengsel van zout, vulstoffen en suiker waaraan ook nog wat kruiden en specerijen zijn toegevoegd
kruidenmixen	=	kruidenmix
kruidenmollisia	noun	een schimmel Mollisia escharodes (syn.: Pyrenopeziza escharode) behorend tot de familie Mollisiaceae.
kruidenmollisia's	=	kruidenmollisia
kruidenmollisiaatje	=	kruidenmollisia
kruidenmollisiaatjes	=	kruidenmollisia
kruidenporiebultje	noun	Didymella exigua een schimmel behorend tot de Didymellaceae.
kruidenporiebultjes	=	kruidenporiebultje
kruidensnavelkogeltje	noun	Gnomoniopsis comari een schimmel behorend tot de familie Gnomoniaceae.
kruidensnavelkogeltjes	=	kruidensnavelkogeltje
kruidenthee	noun	een op thee lijkende warme drank die gemaakt wordt van kruiden en waaraan vaak allerlei positieve gezondheidseffecten worden toegeschreven
kruidenthees	=	kruidenthee
kruidentheetje	=	kruidenthee
kruidentheetjes	=	kruidenthee
kruidentheeën	=	kruidenthee
kruidentuin	noun	een stuk land waarop kruiden geteeld worden
kruidentuinen	=	kruidentuin
kruidentuintje	=	kruidentuin
kruidentuintjes	=	kruidentuin
kruidenvrouw	noun	vrouw die mensen geneest door het voorschrijven van kruiden
kruidenvrouwen	=	kruidenvrouw
kruidenvrouwtje	=	kruidenvrouw
kruidenvrouwtjes	=	kruidenvrouw
kruidenwijn	noun	wijn waaraan kruiden zijn toegevoegd
kruidenwijnen	=	kruidenwijn
kruidenwis	noun	een uit vele met aandacht en eerbied uitgezochte planten samengesteld boeket dat bij bepaalde rituelen werd gebruikt
kruidenwisje	=	kruidenwis
kruidenwisjes	=	kruidenwis
kruidenwissen	=	kruidenwis
kruidenzout	noun	zout met toegevoegde kruiden
kruiderij	noun	Net als condiment vrij algemene aanduiding voor het gebruik van vele soorten smaakverhogende stoffen (kruiden, specerijen) om de smaak van het eten te veranderen
kruiderijen	=	kruiderij
kruidhangmatspin	noun	Neriene clathrata een spin uit de familie van de hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae).
kruidhangmatspinnen	=	kruidhangmatspin
kruidhangmatspinnetje	=	kruidhangmatspin
kruidhangmatspinnetjes	=	kruidhangmatspin
kruidig	adj	een sterke smaak hebbend alsof er veel kruiden in zitten
kruidige	=	kruidig
kruidiger	=	kruidig
kruidigere	=	kruidig
kruidigers	=	kruidig
kruidigheden	=	kruidigheid
kruidigheid	noun	de mate waarin iets een pittige smaak heeft
kruidigs	=	kruidig
kruidigst	=	kruidig
kruidigste	=	kruidig
kruiding	noun	de manier waarop iets met kruiden op smaak is gebracht
kruidingen	=	kruiding
kruidinkje	=	kruiding
kruidinkjes	=	kruiding
kruidje	=	kruid
kruidje-roer-mij-niet	noun	Mimosa pudica een kruidachtige plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae), waarvan de bladeren zich samentrekken bij aanraking
kruidje-roer-mij-nieten	=	kruidje-roer-mij-niet
kruidje-roer-mij-nietje	=	kruidje-roer-mij-niet
kruidje-roer-mij-nietjes	=	kruidje-roer-mij-niet
kruidjes	=	kruid
kruidjes-roer-mij-niet	=	kruidje-roer-mij-niet
kruidkers	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lepidium met circa 175 plantensoorten uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
kruidkersen	=	kruidkers
kruidkersmot	noun	Eidophasia messingiella een vlinder uit de familie koolmotten (Plutellidae).
kruidkersmotje	=	kruidkersmot
kruidkersmotjes	=	kruidkersmot
kruidkersmotten	=	kruidkersmot
kruidkoek	noun	een koek waarin onder andere honing en specerijen verwerkt zijn, zoals speculaas of oranjekoek
kruidkoeken	=	kruidkoek
kruidlaag	noun	de een na onderste te onderscheiden vegetatielaag van planten tussen 10 en 135 cm hoog
kruidlaagje	=	kruidlaag
kruidlaagjes	=	kruidlaag
kruidlagen	=	kruidlaag
kruidnagel	noun	gedroogde bloemknoppen van de kruidnagelboom Syzygium aromaticum, een specerij met een zeer overheersende smaak
kruidnagelen	=	kruidnagel
kruidnagelmonopolie	noun	het geheel beheersen van de kruidnagelmarkt
kruidnagelmonopolies	=	kruidnagelmonopolie
kruidnagelmonopoliën	=	kruidnagelmonopolie
kruidnagelolie	noun	een etherische olie die door stoomdestillatie uit de bladeren of de bloemknoppen van de kruidnagel wordt verkregen en die wordt gebruikt als geurstof, zowel in parfums en andere cosmetica als in wasmiddelen, verder vroeger als verdovend middel
kruidnagelolies	=	kruidnagelolie
kruidnagels	=	kruidnagel
kruidnageltje	=	kruidnagel
kruidnageltjes	=	kruidnagel
kruidnoot	noun	een op een pepernoot lijkend gekruid stukje koek dat vooral rond Sinterklaas wordt geconsumeerd
kruidnootje	=	kruidnoot
kruidnootjes	=	kruidnoot
kruidnoten	=	kruidnoot
kruidt	=	kruiden
kruidtuin	noun	tuin of deel van een tuin waarin men verschillende planten houdt
kruidtuinen	=	kruidtuin
kruidvlier	noun	Sambucus ebulus een overblijvende plant die behoort tot de muskuskruidfamilie (Adoxaceae).
kruidvlieren	=	kruidvlier
kruidvliertje	=	kruidvlier
kruidvliertjes	=	kruidvlier
kruidwilg	noun	een kruipende soort Salix herbacea uit het geslacht wilg (Salix).
kruidwilgen	=	kruidwilg
kruidwilgje	=	kruidwilg
kruidwilgjes	=	kruidwilg
kruie	=	kruien
kruien	verb	iets vervoeren op een karretje of kruiwagen
kruiend	=	kruien
kruiende	=	kruien
kruier	noun	iemand die bagage vervoert op o.a. stations en vliegvelden
kruiers	=	kruier
kruiertje	=	kruier
kruiertjes	=	kruier
kruif	=	kruiven
kruifde	=	kruiven
kruifden	=	kruiven
kruift	=	kruiven
kruik	noun	een fles of zak die gevuld is met warm water en die dient om het bed te verwarmen
kruiken	=	kruik
kruikenzeiker	noun	bijnaam voor een Tilburger
kruikenzeikers	=	kruikenzeiker
kruikenzeikertje	=	kruikenzeiker
kruikgalwesp	noun	Andricus solitarius een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
kruikgalwespen	=	kruikgalwesp
kruikgalwespje	=	kruikgalwesp
kruikgalwespjes	=	kruikgalwesp
kruikje	=	kruik
kruikjes	=	kruik
kruikmos	noun	Splachnum ampullaceum een soort bladmos uit het geslacht Splachnum.
kruikmosje	=	kruikmos
kruikmosjes	=	kruikmos
kruikmossen	=	kruikmos
kruim	noun	kruimel
kruimde	=	kruimen
kruimden	=	kruimen
kruime	=	kruimen
kruimel	noun	klein afgebroken stukje van brood, koek, beschuit of ander voedsel
kruimelbaan	noun	betrekking die niet veel voorstelt
kruimelbanen	=	kruimelbaan
kruimelbuik	noun	vrouw die regelmatig een miskraam heeft
kruimelbuiken	=	kruimelbuik
kruimelcontract	noun	contract wat niet veel voorstelt
kruimelcontracten	=	kruimelcontract
kruimelcontractje	=	kruimelcontract
kruimelcontractjes	=	kruimelcontract
kruimelcrimineel	noun	crimineel van uitsluitend kleine vergrijpen
kruimelcriminelen	=	kruimelcrimineel
kruimelde	=	kruimelen
kruimeldeeg	noun	deeg dat kruimelig is (omdat het niet wordt gekneed)
kruimeldeegje	=	kruimeldeeg
kruimeldeegjes	=	kruimeldeeg
kruimeldegen	=	kruimeldeeg
kruimelden	=	kruimelen
kruimeldief	noun	een apparaat om te stofzuigen
kruimeldiefje	=	kruimeldief
kruimeldiefjes	=	kruimeldief
kruimeldiefstal	noun	bij herhaling spullen of bedragen met een lage waarde stelen
kruimeldiefstallen	=	kruimeldiefstal
kruimeldiefstalletje	=	kruimeldiefstal
kruimeldiefstalletjes	=	kruimeldiefstal
kruimeldievegge	=	kruimeldief
kruimeldieven	=	kruimeldief
kruimele	=	kruimelen
kruimelen	verb	in kruimels uiteenvallen
kruimelend	=	kruimelen
kruimelende	=	kruimelen
kruimelfraude	noun	fraude op kleine schaal
kruimelfraudes	=	kruimelfraude
kruimelig	adj	makkelijk in kruimels uit elkaar vallend
kruimelige	=	kruimelig
kruimeliger	=	kruimelig
kruimeligere	=	kruimelig
kruimeligers	=	kruimelig
kruimeligs	=	kruimelig
kruimeligst	=	kruimelig
kruimeligste	=	kruimelig
kruimelkoek	noun	verzamelterm voor droog en daardoor bros gebak van deeg
kruimelkoeken	=	kruimelkoek
kruimelpaadje	=	kruimelpad
kruimelpaadjes	=	kruimelpad
kruimelpad	noun	hulpmiddel om een bezoeker van een website meer overzicht te geven, in de vorm van een rijtje hyperlinks die in volgorde achter elkaar staan: op een eerste algemene pagina volgen telkens pagina's die steeds specifieker betrekking hebben op het onderwerp van de huidige pagina
kruimelpaden	=	kruimelpad
kruimelpensioen	noun	een klein pensioen van maximaal zo'n 200 à 300 euro per jaar
kruimels	=	kruimel
kruimelt	=	kruimelen
kruimeltaart	noun	meestal zoet gebak van kruimeldeeg met fruit of andere ingrediënten
kruimeltaarten	=	kruimeltaart
kruimeltaartje	=	kruimeltaart
kruimeltaartjes	=	kruimeltaart
kruimeltje	=	kruimel
kruimeltjes	=	kruimel
kruimelvlaai	noun	vlaai met een bovenlaag van koekkruimels
kruimelvlaaien	=	kruimelvlaai
kruimelvlaaitje	=	kruimelvlaai
kruimelwerk	noun	iets van kleine omvang en weinig belang
kruimelwerken	=	kruimelwerk
kruimelzuiger	noun	handzaam toestel dat aangedreven door een accu kleine deeltjes opzuigt en zo droog vuil van oppervlakken verwijdert Te onderscheiden van stofzuigers die groter zijn en vooral worden gebruikt om vuil van vloeren verwijderen.
kruimelzuigers	=	kruimelzuiger
kruimen	verb	verkruimelen
kruimend	=	kruimen
kruimende	=	kruimen
kruimig	adj	van aardappels dat als ze gekookt zijn ze makkelijk in 'kruimels' uiteenvallen
kruimige	=	kruimig
kruimiger	=	kruimig
kruimigere	=	kruimig
kruimigers	=	kruimig
kruimigs	=	kruimig
kruimigst	=	kruimig
kruimigste	=	kruimig
kruimpje	=	kruim
kruimpjes	=	kruim
kruimt	=	kruimen
kruin	noun	het bovenste deel van het hoofd, dat gewoonlijk met haar bedekt is
kruinen	=	kruin
kruinlaag	noun	de hoogtelaag in een bos waarin zich de kruinen van de meeste bomen bevinden
kruinlaagje	=	kruinlaag
kruinlaagjes	=	kruinlaag
kruinlagen	=	kruinlaag
kruinschering	noun	kaalgeschoren plek op het achterhoofd van een kloosterling
kruinscheringen	=	kruinschering
kruintje	=	kruin
kruintjes	=	kruin
kruip	=	kruipen
kruipbraam	noun	Rubus chamaemorus een soort braam die voorkomt in de gematigde klimaten van het noordelijk halfrond.
kruipbraampje	=	kruipbraam
kruipbraampjes	=	kruipbraam
kruipbramen	=	kruipbraam
kruipbrem	noun	Genista pilosa een giftige, groenblijvende dwergstruik die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
kruipdier	noun	dieren die laag bij de grond lopen
kruipdieren	=	kruipdier
kruipdiertje	=	kruipdier
kruipdiertjes	=	kruipdier
kruipe	=	kruipen
kruipen	verb	zich laag bij de grond, meest op handen en knieën gericht voortbewegen
kruipend	adj	op handen en voeten voortbewegend, laag bij de grond voortbewegend
kruipende	=	kruipen
kruipends	=	kruipend
kruiper	noun	iets dat of iemand die kruipt
kruiperig	adj	onderdanig zijn ten opzichte van iemands meerdere
kruiperige	=	kruiperig
kruiperiger	=	kruiperig
kruiperigere	=	kruiperig
kruiperigers	=	kruiperig
kruiperigheden	=	kruiperigheid
kruiperigheid	noun	de mate waarin men al te gedienstig is
kruiperigs	=	kruiperig
kruiperigst	=	kruiperig
kruiperigste	=	kruiperig
kruiperij	noun	op een overdreven manier proberen in een goed blaadje te komen bij iemand
kruiperijen	=	kruiperij
kruipers	noun	een geslacht Rhabdornis van zangvogels uit de familie spreeuwen (Sturnidae)
kruipertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort wilde eenjarige of vaste plant, Hordeum murinum uit de grassenfamilie (Poaceae)
kruipertjes	=	kruiper
kruipgaatje	=	kruipgat
kruipgaatjes	=	kruipgat
kruipganzerik	noun	Potentilla anglica een vaste plant uit de rozenfamilie (Rosaceae).
kruipganzeriken	=	kruipganzerik
kruipganzerikje	=	kruipganzerik
kruipganzerikjes	=	kruipganzerik
kruipgat	noun	een opening (met een luik) in een vloer waardoor men onder de vloer kan komen
kruipgaten	=	kruipgat
kruipin	noun	klein en eng huisje
kruipinnen	=	kruipin
kruipinnetje	=	kruipin
kruipinnetjes	=	kruipin
kruipkattenstaart	noun	Lythrum junceum een overblijvende plant uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae).
kruipkattenstaarten	=	kruipkattenstaart
kruipkattenstaartje	=	kruipkattenstaart
kruipkattenstaartjes	=	kruipkattenstaart
kruipklokje	noun	Campanula poscharskyana een overblijvend kruid uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
kruipklokjes	=	kruipklokje
kruiplijster	noun	een zangvogel uit de familie timalia's (Timaliidae)
kruiplijsters	noun	een gewezen geslacht Jabouilleia van vogels uit de familie van de Pellorneidae.
kruiplijstertje	=	kruiplijster
kruiplijstertjes	=	kruiplijster
kruipolie	noun	een speciaal soort smeerolie van geringe viscositeit en oppervlaktespanning, waardoor deze door capillaire werking gemakkelijk in zeer kleine ruimten "kruipt"
kruipolies	=	kruipolie
kruipoliën	=	kruipolie
kruippak	noun	kledingstuk (voor heel kleine kinderen) waarbij topje en broek aan elkaar vast zitten
kruippakje	=	kruippak
kruippakjes	=	kruippak
kruippakken	=	kruippak
kruipruimte	noun	ruimte onder een vloer voor ventilatie (van houten balken) en leidingen
kruipruimten	=	kruipruimte
kruipruimtes	=	kruipruimte
kruipt	=	kruipen
kruiptijm	noun	Thymus praecox een vaste plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
kruiptijmpje	=	kruiptijm
kruiptijmpjes	=	kruiptijm
kruipwilg	noun	Salix repens zeer kleine wilg waarvan de takken laag over de grond uitstrekken
kruipwilgbladwesp	noun	Pontania collactanea een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
kruipwilgbladwespen	=	kruipwilgbladwesp
kruipwilgbladwespje	=	kruipwilgbladwesp
kruipwilgbladwespjes	=	kruipwilgbladwesp
kruipwilgen	=	kruipwilg
kruipwilgrozetgalmug	noun	Rabdophaga jaapi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kruipwilgrozetgalmuggen	=	kruipwilgrozetgalmug
kruipwilgrozetgalmuggetjes	=	kruipwilgrozetgalmug
kruipwilgrozetgalmugje	=	kruipwilgrozetgalmug
kruipwilgrussula	noun	Russula persicina een schimmel behorend tot de familie Russulaceae.
kruipwilgrussula's	=	kruipwilgrussula
kruipwilgrussulaatje	=	kruipwilgrussula
kruipwilgrussulaatjes	=	kruipwilgrussula
kruipwilgtakbladwesp	noun	Euura weiffenbachii een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
kruipwilgtakbladwespen	=	kruipwilgtakbladwesp
kruipwilgtakbladwespje	=	kruipwilgtakbladwesp
kruipwilgtakbladwespjes	=	kruipwilgtakbladwesp
kruipwilgtopgalmug	noun	Rabdophaga exsiccans een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kruipwilgtopgalmuggen	=	kruipwilgtopgalmug
kruipwilgtopgalmuggetjes	=	kruipwilgtopgalmug
kruipwilgtopgalmugje	=	kruipwilgtopgalmug
kruipwilgvaalhoed	noun	Hebeloma nigellum een schimmel in de familie Hymenogastraceae.
kruipwilgvaalhoeden	=	kruipwilgvaalhoed
kruipwilgvaalhoedje	=	kruipwilgvaalhoed
kruipwilgvaalhoedjes	=	kruipwilgvaalhoed
kruipwilgvloksteeltje	noun	Flammulaster carpophilus een schimmel behorend tot de familie Tubariaceae.
kruipwilgvloksteeltjes	=	kruipwilgvloksteeltje
kruipwilgvouwmot	noun	Phyllonorycter quinqueguttella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
kruipwilgvouwmotje	=	kruipwilgvouwmot
kruipwilgvouwmotjes	=	kruipwilgvouwmot
kruipwilgvouwmotten	=	kruipwilgvouwmot
kruis	noun	geometrisch figuur waarin twee rechte lijnen elkaar snijden
kruisafneming	noun	het moment waarop volgens het Nieuwe Testament het lichaam van Jezus Christus na diens kruisiging [2] van het kruis zou zijn gehaald
kruisafnemingen	=	kruisafneming
kruisallergie	noun	overgevoeligheid uitgelokt door een bestaande overgevoeligheid
kruisarm	noun	het korte liggende hout van een kruis
kruisarmen	=	kruisarm
kruisband	noun	band binnen in het kniegewricht
kruisbandblessure	noun	beschadiging van een van de kruisbanden in de knie door overmatig gebruik tijdens de beoefening van een sport
kruisbandblessuren	=	kruisbandblessure
kruisbandblessures	=	kruisbandblessure
kruisbanden	=	kruisband
kruisbandje	=	kruisband
kruisbandjes	=	kruisband
kruisbeeld	noun	een beeld waarop Christus aan het kruis te zien is
kruisbeelden	=	kruisbeeld
kruisbeeldje	=	kruisbeeld
kruisbeeldjes	=	kruisbeeld
kruisbek	noun	Loxia curvirostra kleine vinkachtige zangvogel
kruisbekje	=	kruisbek
kruisbekken	noun	een geslacht Loxia van zangvogels uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
kruisbekvink	noun	Dysmorodrepanis munroi een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
kruisbekvinken	noun	een monotypisch geslacht Dysmorodrepanis van uitgestorven zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae)
kruisbekvinkje	=	kruisbekvink
kruisbekvinkjes	=	kruisbekvink
kruisbes	noun	Ribes uva-crispa, een bes die behoort tot het geslacht Ribes, evenals de witte bes, de rode bes en de zwarte bes
kruisbesje	=	kruisbes
kruisbesjes	=	kruisbes
kruisbeslichtmot	noun	Zophodia grossulariella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten
kruisbeslichtmotje	=	kruisbeslichtmot
kruisbeslichtmotjes	=	kruisbeslichtmot
kruisbeslichtmotten	=	kruisbeslichtmot
kruisbesmetting	noun	besmetting van A naar B via een ander voorwerp C; besmetting via een tussenpersoon of tussenvoorwerp
kruisbesmettingen	=	kruisbesmetting
kruisbessen	=	kruisbes
kruisbestuiving	noun	bevruchting van een bloem met het stuifmeel van een andere bloem van dezelfde soort
kruisbestuivingen	=	kruisbestuiving
kruisbeuk	noun	deel van een kerk tussen het koor en het schip dat dwars op de lengteas staat
kruisbeuken	=	kruisbeuk
kruisbeukje	=	kruisbeuk
kruisbeukjes	=	kruisbeuk
kruisbladgentiaan	noun	Gentiana cruciata een plant uit de gentiaanfamilie (Gentianaceae).
kruisbladgentiaantje	=	kruisbladgentiaan
kruisbladgentiaantjes	=	kruisbladgentiaan
kruisbladgentianen	=	kruisbladgentiaan
kruisbladwalstro	noun	Cruciata laevipes een vaste plant, die behoort tot de sterbladigenfamilie (Rubiaceae).
kruisbloem	noun	benaming voor planten uit de kruisbloemenfamilie Brassicaceae ook wel Cruciferae genoemd
kruisbloemen	=	kruisbloem
kruisbloemenfamilie	noun	een wereldwijd voorkomende plantenfamilie Brassicaceae (of Cruciferae: beide namen zijn toegestaan) die bekend staat om de vele eetbare soorten
kruisbloemenfamilietje	=	kruisbloemenfamilie
kruisbloemenfamilietjes	=	kruisbloemenfamilie
kruisbloemig	adj	behorend tot familie Brassicaceae, die in de regel bloemen hebben met vier kelkbladeren en vier kroonbladeren in de vorm van een kruis tegenover elkaar geplaatst
kruisbloemige	noun	tot de familie van kruisbloemigen (Brassicaceae) behorende plant
kruisbloemigen	noun	Brassicaceae of Cruciferae, plantenfamilie waaruit veel wintergroenten komen
kruisbloemigs	=	kruisbloemig
kruisbloempje	=	kruisbloem
kruisbloemzandbij	noun	Andrena distinguenda een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
kruisbloemzandbijen	=	kruisbloemzandbij
kruisbloemzandbijtje	=	kruisbloemzandbij
kruisbloemzandbijtjes	=	kruisbloemzandbij
kruisbogen	=	kruisboog
kruisboog	noun	diagonale boog in een kruisgewelf
kruisboogje	=	kruisboog
kruisboogjes	=	kruisboog
kruisboomkikker	noun	Pseudacris crucifer een klimmende kikker uit de familie boomkikkers (Hylidae).
kruisboomkikkers	=	kruisboomkikker
kruisboomkikkertje	=	kruisboomkikker
kruisboomkikkertjes	=	kruisboomkikker
kruisdak	noun	dakconstructie waarbij twee snijdende daken elkaar kruisen.
kruisdaken	=	kruisdak
kruisdakje	=	kruisdak
kruisdakjes	=	kruisdak
kruisdistel	noun	een geslacht Eryngium uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
kruisdistelgalmug	noun	Lasioptera eryngii een galmuggensoort uit het geslacht Lasioptera.
kruisdistelgalmuggen	=	kruisdistelgalmug
kruisdistelgalmugje	=	kruisdistelgalmug
kruisdistelgalmugjes	=	kruisdistelgalmug
kruisdistelkaartmot	noun	Agonopterix cnicella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
kruisdistelkaartmotje	=	kruisdistelkaartmot
kruisdistelkaartmotjes	=	kruisdistelkaartmot
kruisdistelkaartmotten	=	kruisdistelkaartmot
kruisdisteloesterzwam	noun	een eetbare paddenstoel Pleurotus eryngii uit de familie Pleurotaceae
kruisdisteloesterzwammen	=	kruisdisteloesterzwam
kruisdisteloesterzwammetje	=	kruisdisteloesterzwam
kruisdisteloesterzwammetjes	=	kruisdisteloesterzwam
kruisdistels	=	kruisdistel
kruisdistelsmalsnuitje	noun	Aethes flagellana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kruisdistelsmalsnuitjes	=	kruisdistelsmalsnuitje
kruisdisteltje	=	kruisdistel
kruisdisteltjes	=	kruisdistel
kruisdoorn	noun	Ribes uva-crispa stekelbes, kruisbes
kruisdoornen	=	kruisdoorn
kruisdoorns	=	kruisdoorn
kruisdoorntje	=	kruisdoorn
kruisdoorntjes	=	kruisdoorn
kruisdraging	noun	een cruciaal moment in de christelijke traditie (passie van Christus), waarbij Jezus zijn kruis draagt naar de heuvel Golgotha voor zijn terechtstelling.
kruisdragingen	=	kruisdraging
kruisdraginkje	=	kruisdraging
kruisdraginkjes	=	kruisdraging
kruise	=	kruisen
kruiselings	adj	twee lijnen die elkaar kruisen in de vorm van een kruis
kruiselingse	=	kruiselings
kruiselingser	=	kruiselings
kruiselingsere	=	kruiselings
kruiselingsers	=	kruiselings
kruiselingst	=	kruiselings
kruiselingste	=	kruiselings
kruisen	verb	zich kruiselings heen en weer bewegen
kruisend	=	kruisen
kruisende	=	kruisen
kruiser	noun	een oorlogsschip dat hoge snelheden kan halen
kruisers	=	kruiser
kruisertje	=	kruiser
kruisertjes	=	kruiser
kruisfinale	noun	de laatste reeks wedstrijden in een sportcompetitie of toernooi, bedoeld om de kampioen te bepalen of andere beslissingen te nemen, zoals promotie of degradatie
kruisfinales	=	kruisfinale
kruisgang	noun	een arcade (gaanderij) rond de binnenplaats van een klooster of van een kerk waar kanunniken huizen
kruisgangen	=	kruisgang
kruisgewijs	adj	kruisvormig
kruisgewijze	=	kruisgewijs
kruisgewijzer	=	kruisgewijs
kruisgewijzere	=	kruisgewijs
kruisgewijzers	=	kruisgewijs
kruishoogte	noun	het vliegniveau dat aangehouden wordt om zo economisch mogelijk te kunnen vliegen op kruissnelheid.
kruishoogten	=	kruishoogte
kruishoogtes	=	kruishoogte
kruishoogtetje	=	kruishoogte
kruishoogtetjes	=	kruishoogte
kruishout	noun	een door een blok hout verschuifbare liniaal, die is voorzien van een ijzeren punt, waarmee aftekenlijnen parallel met de zijkant van een werkstuk, kunnen worden gekrast
kruishouten	=	kruishout
kruishoutje	=	kruishout
kruishoutjes	=	kruishout
kruisig	=	kruisigen
kruisigde	=	kruisigen
kruisigden	=	kruisigen
kruisige	=	kruisigen
kruisigen	verb	een vorm van executeren: aan het kruis hangen tot de dood erop volgt
kruisigend	=	kruisigen
kruisigende	=	kruisigen
kruisiging	noun	het executeren van een ter dood veroordeelde door hem aan een kruis te nagelen
kruisigingen	=	kruisiging
kruisigingetje	=	kruisiging
kruisigingetjes	=	kruisiging
kruisigt	=	kruisigen
kruisinfectie	noun	besmetting, opgelopen binnen het ziekenhuis, die tot een infectie leidt
kruising	noun	een punt waar twee of meer wegen samenkomen
kruisingen	=	kruising
kruisinkje	=	kruising
kruisinkjes	=	kruising
kruisjas	noun	kaartspel
kruisjasse	=	kruisjassen
kruisjassen	verb	kruisjas spelen
kruisjassend	=	kruisjassen
kruisjassende	=	kruisjassen
kruisjast	=	kruisjassen
kruisjaste	=	kruisjassen
kruisjasten	=	kruisjassen
kruisje	=	kruis
kruisjes	=	kruis
kruisjesbloem	noun	Phuopsis stylosa een laaggroeiende, matvormende, aromatische meerjarige plant uit de sterbladigenfamilie.
kruisjesbloemen	=	kruisjesbloem
kruisjesbloemetje	=	kruisjesbloem
kruisjesbloemetjes	=	kruisjesbloem
kruisjesbloempje	=	kruisjesbloem
kruisjesbloempjes	=	kruisjesbloem
kruiskerk	noun	een kerkgebouw waarvan de plattegrond een kruisvorm heeft door de aanwezigheid van een dwarsbeuk (transept) tussen het schip en het koor
kruiskerken	=	kruiskerk
kruiskerkje	=	kruiskerk
kruiskerkjes	=	kruiskerk
kruisklompvoetkikker	noun	Atelopus cruciger een kikker uit de familie padden (Bufonidae).
kruisklompvoetkikkers	=	kruisklompvoetkikker
kruisklompvoetkikkertje	=	kruisklompvoetkikker
kruisklompvoetkikkertjes	=	kruisklompvoetkikker
kruiskoepel	noun	Koepel boven een kruising van kerkbeuken
kruiskoepelkerk	noun	een kerkgebouw waarbij de kruising van een kruiskerk wordt overdekt door een koepelvormige kap
kruiskoepelkerken	=	kruiskoepelkerk
kruiskoepelkerkje	=	kruiskoepelkerk
kruiskoepelkerkjes	=	kruiskoepelkerk
kruiskoepels	=	kruiskoepel
kruiskoepeltje	=	kruiskoepel
kruiskoepeltjes	=	kruiskoepel
kruiskop	noun	schroefkop met kruisvormige snede
kruiskoppen	=	kruiskop
kruiskopschroef	noun	schroef met een kruisvormige snede in de kop
kruiskopschroefje	=	kruiskopschroef
kruiskopschroefjes	=	kruiskopschroef
kruiskopschroeven	=	kruiskopschroef
kruiskopschroevendraaier	noun	een schroevendraaier waarvan het uiteinde een kruisvormig profiel heeft
kruiskopschroevendraaiers	=	kruiskopschroevendraaier
kruiskopschroevendraaiertje	=	kruiskopschroevendraaier
kruiskopschroevendraaiertjes	=	kruiskopschroevendraaier
kruiskruid	noun	een geslacht Senecio uit de composietenfamilie (Asteraceae)
kruiskruiddwergspanner	noun	Eupithecia expallidata een vlinder uit de familie spanners (Geometridae).
kruiskruiddwergspanners	=	kruiskruiddwergspanner
kruiskruiddwergspannertje	=	kruiskruiddwergspanner
kruiskruiddwergspannertjes	=	kruiskruiddwergspanner
kruiskruiden	=	kruiskruid
kruiskruidgitje	noun	Cheilosia bergenstammi een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kruiskruidgitjes	=	kruiskruidgitje
kruiskruidhoofdjesgalmug	noun	Contarinia jacobaeae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kruiskruidhoofdjesgalmuggen	=	kruiskruidhoofdjesgalmug
kruiskruidhoofdjesgalmuggetjes	=	kruiskruidhoofdjesgalmug
kruiskruidhoofdjesgalmugje	=	kruiskruidhoofdjesgalmug
kruiskruidje	=	kruiskruid
kruiskruidjes	=	kruiskruid
kruiskruidknopgalmug	noun	Contarinia aequalis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
kruiskruidknopgalmuggen	=	kruiskruidknopgalmug
kruiskruidknopgalmuggetjes	=	kruiskruidknopgalmug
kruiskruidknopgalmugje	=	kruiskruidknopgalmug
kruiskruidmot	noun	Homoeosoma nebulella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten
kruiskruidmotje	=	kruiskruidmot
kruiskruidmotjes	=	kruiskruidmot
kruiskruidmotten	=	kruiskruidmot
kruiskruidnysius	noun	Nysius senecionis een wants uit de onderfamilie Orsillinae en de familie bodemwantsen (Lygaeidae).
kruiskruidnysiussen	=	kruiskruidnysius
kruiskruidroest	noun	Puccinia glomerata een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
kruiskruidroesten	=	kruiskruidroest
kruiskruidroestje	=	kruiskruidroest
kruiskruidroestjes	=	kruiskruidroest
kruiskruidvedermot	noun	Platyptilia isodactylus een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
kruiskruidvedermotje	=	kruiskruidvedermot
kruiskruidvedermotjes	=	kruiskruidvedermot
kruiskruidvedermotten	=	kruiskruidvedermot
kruiskruidzadelmot	noun	Epiblema costipunctana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
kruiskruidzadelmotje	=	kruiskruidzadelmot
kruiskruidzadelmotjes	=	kruiskruidzadelmot
kruiskruidzadelmotten	=	kruiskruidzadelmot
kruiskruidzandbij	noun	Andrena denticulata een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
kruiskruidzandbijen	=	kruiskruidzandbij
kruiskruidzandbijtje	=	kruiskruidzandbij
kruiskruidzandbijtjes	=	kruiskruidzandbij
kruislicht	noun	de verlichting van een voertuig dat bedoeld is om de weg voor het voertuig te verlichten zonder dat daarbij de bestuurders in tegemoetkomende voertuigen te verblinden.
kruislichten	=	kruislicht
kruislichtje	=	kruislicht
kruislichtjes	=	kruislicht
kruislings	adj	twee lijnen die elkaar kruisen in de vorm van een kruis
kruislingse	=	kruislings
kruismast	noun	achterste mast op een volschip met drie of meer masten
kruismasten	=	kruismast
kruismastje	=	kruismast
kruismastjes	=	kruismast
kruismes	noun	een dolk met twee scherpe zijden
kruismesje	=	kruismes
kruismesjes	=	kruismes
kruismessen	=	kruismes
kruismuren	=	kruismuur
kruismuur	noun	Moenchia erecta een kleine eenjarige plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
kruismuurtje	=	kruismuur
kruismuurtjes	=	kruismuur
kruisnet	noun	een vierkant visnet aan twee elkaar kruisende gebogen stokken voor de visvangst
kruisnetten	=	kruisnet
kruispost	noun	een grootboekrekening waarop alle overboekingen geboekt worden
kruisposten	=	kruispost
kruisprocessie	noun	bidprocessie door de velden met het kruis voorop, gehouden tijdens de kruisdagen, om een goede oogst af te smeken
kruisprocessies	=	kruisprocessie
kruisprocessietje	=	kruisprocessie
kruisprocessietjes	=	kruisprocessie
kruisproef	noun	test waarbij het bloed van de (bloed)donor en de patiënt met elkaar wordt gemengd om te zien of een bloedtransfusie of transplantatie veilig kan gebeuren
kruisproeven	=	kruisproef
kruispronkloper	noun	Lebia cruxminor een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kruispronklopers	=	kruispronkloper
kruispronklopertje	=	kruispronkloper
kruispronklopertjes	=	kruispronkloper
kruispunt	noun	een plaats waar twee of meer wegen elkaar kruisen, kruising, wegkruising
kruispunten	=	kruispunt
kruispuntje	=	kruispunt
kruispuntjes	=	kruispunt
kruisraket	noun	een bestuurbare vliegende bom die tijdens de gehele vlucht aangedreven blijft worden
kruisraketje	=	kruisraket
kruisraketten	=	kruisraket
kruisrelatie	noun	wederzijds afhankelijke betrekking
kruisrelaties	=	kruisrelatie
kruisrelatietje	=	kruisrelatie
kruisrelatietjes	=	kruisrelatie
kruisresistentie	noun	gekruiste weerstand, resistent worden van bacteriestam voor antibioticum, verwant aan antibioticum waarmee bacteriestam wordt behandeld
kruisridder	noun	een ridder die op kruistocht gaat
kruisridders	=	kruisridder
kruisriddertje	=	kruisridder
kruisschakelaar	noun	een schakelaar met vier aansluitpunten (A₁, A₂ en B₁, B₂), die in een van de mogelijke standen kruiselings worden verbonden
kruisschakelaars	=	kruisschakelaar
kruisschakelaartje	=	kruisschakelaar
kruisschakelaartjes	=	kruisschakelaar
kruisschroevendraaier	noun	een schroevendraaier om kruisschroeven vast of los te draaien
kruisschroevendraaiers	=	kruisschroevendraaier
kruisschroevendraaiertje	=	kruisschroevendraaier
kruisschroevendraaiertjes	=	kruisschroevendraaier
kruissjorring	noun	een type sjorring dat bij het pionieren wordt gebruikt om twee balken aan elkaar vast te maken die loodrecht op elkaar staan
kruissjorringen	=	kruissjorring
kruissleutel	noun	een sleutel met vier vaste doppen, om de moeren van een autowiel aan of los te draaien
kruissleutels	=	kruissleutel
kruissleuteltje	=	kruissleutel
kruissleuteltjes	=	kruissleutel
kruissmalkop	noun	Panagaeus cruxmajor een keversoort uit de familie loopkevers (Carabidae).
kruissmalkopje	=	kruissmalkop
kruissmalkopjes	=	kruissmalkop
kruissmalkoppen	=	kruissmalkop
kruissnelheden	=	kruissnelheid
kruissnelheid	noun	snelheid waarmee een voertuig zich efficiënt over langere afstanden kan voortbewegen
kruissompuzzel	noun	de wiskundige variant van een kruiswoordpuzzel waarbij op een rij een getal slechts één keer mag voorkomen.
kruissompuzzels	=	kruissompuzzel
kruissompuzzeltje	=	kruissompuzzel
kruissompuzzeltjes	=	kruissompuzzel
kruisspin	noun	in Nederland en België algemeen voorkomende spinnensoort, Araneus diadematus, uit de familie van de wielwebspinnen
kruisspinnen	=	kruisspin
kruisspinnetje	=	kruisspin
kruisspinnetjes	=	kruisspin
kruisstaal	noun	een door een metalen blok verschuifbare liniaal, die is voorzien van een mesje, waarmee aftekenlijnen parallel met de zijkant van een werkstuk, kunnen worden gekrast
kruisstaaltje	=	kruisstaal
kruisstaaltjes	=	kruisstaal
kruisstalen	=	kruisstaal
kruisstelling	noun	stijlfiguur die bestaat uit een herhaling met een omkering
kruisstellingen	=	kruisstelling
kruist	=	kruisen
kruistabel	noun	een tabel waarin de frequentieverdeling of relatieve-frequentieverdeling van combinaties van twee of meer grootheden wordt weergegeven
kruistabellen	=	kruistabel
kruistabelletje	=	kruistabel
kruistabelletjes	=	kruistabel
kruiste	=	kruisen
kruisteken	noun	gebaar met de hand over het hoofd, schouders en lichaam in de vorm van een kruis bij het begin en en einde van een gebed bij katholieken
kruistekenen	=	kruisteken
kruistekens	=	kruisteken
kruistekentje	=	kruisteken
kruistekentjes	=	kruisteken
kruisten	=	kruisen
kruistocht	noun	De kruistochten of ook wel kruisvaarten waren militaire ondernemingen van de westerse christenen tussen 1095 en 1271 in Palestina.
kruistochten	=	kruistocht
kruistochtje	=	kruistocht
kruistochtjes	=	kruistocht
kruisvaarder	noun	iemand die deelnam aan de militaire bezetting van het Heilige Land tussen 1095-1291
kruisvaarders	=	kruisvaarder
kruisvaardertje	=	kruisvaarder
kruisvaart	noun	vaart die andere kruist
kruisvaarten	=	kruisvaart
kruisvaartje	=	kruisvaart
kruisvaartjes	=	kruisvaart
kruisvereniging	noun	organisatie voor preventieve en extramurale gezondheidszorg
kruisverenigingen	=	kruisvereniging
kruisverenigingetje	=	kruisvereniging
kruisverenigingetjes	=	kruisvereniging
kruisverhoor	noun	ondervraging waarbij de ondervraagde vragen krijgt van verschillende ondervragers
kruisverhoortje	=	kruisverhoor
kruisverhoortjes	=	kruisverhoor
kruisverhoren	=	kruisverhoor
kruisverkoop	noun	het verkopen van product(en) die het eerst gekozene product zouden aanvullen
kruisverkopen	=	kruisverkoop
kruisvermogen	noun	vermogen van een motor bij kruissnelheid
kruisvermogens	=	kruisvermogen
kruisvermogentje	=	kruisvermogen
kruisvermogentjes	=	kruisvermogen
kruisvormig	adj	de vorm van een kruis hebbend
kruisvormige	=	kruisvormig
kruisvormiger	=	kruisvormig
kruisvormigere	=	kruisvormig
kruisvormigers	=	kruisvormig
kruisvormigs	=	kruisvormig
kruisvormigst	=	kruisvormig
kruisvormigste	=	kruisvormig
kruisvuren	=	kruisvuur
kruisvuur	noun	een beschieting vanuit meerdere richtingen
kruisweg	noun	de lijdensweg die Jezus Christus aflegde van zijn veroordeling tot aan zijn kruisiging en zijn graf
kruiswegen	=	kruisweg
kruiswegstatie	noun	een van de 14 uitbeeldingen die samen de lijdensweg van Christus vertellen
kruiswegstaties	=	kruiswegstatie
kruiswijzerinstrument	noun	meetinstrument met twee tegen elkaar in uitslaande wijzers, waarvan het kruispunt het verband tussen twee grootheden aangeeft
kruiswijzerinstrumenten	=	kruiswijzerinstrument
kruiswijzerinstrumentje	=	kruiswijzerinstrument
kruiswijzerinstrumentjes	=	kruiswijzerinstrument
kruiswoord	noun	woord in een kruiswoordpuzzel?
kruiswoorden	=	kruiswoord
kruiswoordje	=	kruiswoord
kruiswoordjes	=	kruiswoord
kruiswoordpuzzel	noun	een invulraadsel met letters die elkaar kruisende woorden vormen
kruiswoordpuzzelaar	noun	een puzzelaar die kruiswoordpuzzels maakt.
kruiswoordpuzzelaars	=	kruiswoordpuzzelaar
kruiswoordpuzzelaartje	=	kruiswoordpuzzelaar
kruiswoordpuzzelaartjes	=	kruiswoordpuzzelaar
kruiswoordpuzzels	=	kruiswoordpuzzel
kruiswoordpuzzeltje	=	kruiswoordpuzzel
kruiswoordpuzzeltjes	=	kruiswoordpuzzel
kruiswoordraadsel	noun	kruiswoordpuzzel
kruiswoordraadsels	=	kruiswoordraadsel
kruiswoordraadseltje	=	kruiswoordraadsel
kruiswoordraadseltjes	=	kruiswoordraadsel
kruit	noun	een ontplofbaar mengsel in de vorm van een poeder bestaande uit salpeter (kaliumnitraat), zwavel en fijne houtskool.
kruitdamp	noun	de rook van verbrand buskruit
kruitdampen	=	kruitdamp
kruiten	=	kruit
kruithoorn	noun	hoornvormig bakje waarin men buskruit kan bewaren en waarmee men het kruit in een wapen kan gieten
kruithoornen	=	kruithoorn
kruithoorns	=	kruithoorn
kruitje	=	kruit
kruitmagazijn	noun	verstevigde ruimte waarin men kruit bewaart
kruitmagazijnen	=	kruitmagazijn
kruittoren	noun	smal en hoog gebouw waarin men kruit kan opslaan
kruittorens	=	kruittoren
kruittorentje	=	kruittoren
kruittorentjes	=	kruittoren
kruitvaatje	=	kruitvat
kruitvaatjes	=	kruitvat
kruitvat	noun	ton met buskruit
kruitvaten	=	kruitvat
kruive	=	kruiven
kruiven	verb|obsolete	krullen; golven
kruivend	=	kruiven
kruivende	=	kruiven
kruiwagen	noun	een eenwielige kar met twee lange handgrepen voor het transport van zware, meestal losse lading
kruiwagens	=	kruiwagen
kruiwagentje	=	kruiwagen
kruiwagentjes	=	kruiwagen
kruizemunt	noun	Mentha spicata (var. 'crispa') een sterk geurende, vaste plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
kruizemunten	=	kruizemunt
kruizen	=	kruis
kruk	noun	simpel zitmeubel zonder leuningen
krukas	noun	een excentrische as die een beweging die op en neer, dan wel heen en weer gaat omzet in een roterende draaiende beweging, of omgekeerd.
krukasje	=	krukas
krukasjes	=	krukas
krukassen	=	krukas
krukje	=	kruk
krukjes	=	kruk
krukken	=	kruk
krukkenkruis	noun	een element in de vorm van een kruis met zijbalken aan ieder eind
krukkenkruisje	=	krukkenkruis
krukkenkruisjes	=	krukkenkruis
krukkenkruizen	=	krukkenkruis
krukkig	adj	heel amateuristisch; zoals pas bij iemand die iets niet goed kan
krukkige	=	krukkig
krukkiger	=	krukkig
krukkigere	=	krukkig
krukkigers	=	krukkig
krukkigs	=	krukkig
krukkigst	=	krukkig
krukkigste	=	krukkig
krul	noun	spiraalsgewijs gekromde vorm
krulaardster	noun	Geastrum pseudolimbatum een paddenstoel uit de familie Geastraceae.
krulaardsterren	=	krulaardster
krulaardsterretje	=	krulaardster
krulaardsterretjes	=	krulaardster
krulandijvie	noun	éénjarige plant Cichorium endiva var. crispum
krulde	=	krullen
krulden	=	krullen
kruldistel	noun	Carduus crispus een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
kruldistelboorvlieg	noun	Terellia winthemi een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
kruldistelboorvliegen	=	kruldistelboorvlieg
kruldistelboorvliegje	=	kruldistelboorvlieg
kruldistelboorvliegjes	=	kruldistelboorvlieg
kruldistels	=	kruldistel
kruldisteltje	=	kruldistel
kruldisteltjes	=	kruldistel
krulhaar	noun	een haar die een spiraalvorm heeft
krulhaarkelkzwam	noun	Sarcoscypha austriaca een schimmel behorend tot de familie Sarcoscyphaceae.
krulhaarkelkzwammen	=	krulhaarkelkzwam
krulhaarkelkzwammetje	=	krulhaarkelkzwam
krulhaarkelkzwammetjes	=	krulhaarkelkzwam
krulhaarplatvoetje	noun	Platycheirus ambiguus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
krulhaarplatvoetjes	=	krulhaarplatvoetje
krulhaartje	=	krulhaar
krulhaartjes	=	krulhaar
krulhaarvogelspin	noun	Tliltocatl albopilosum een spin, die behoort tot de vogelspinnen.
krulhaarvogelspinnen	=	krulhaarvogelspin
krulhaarvogelspinnetje	=	krulhaarvogelspin
krulhaarvogelspinnetjes	=	krulhaarvogelspin
krulharen	=	krulhaar
krulijzer	noun	werktuig gebruikt om haar te doen krullen door voorzichtige verhitting
krulijzers	=	krulijzer
krulijzertje	=	krulijzer
krulijzertjes	=	krulijzer
krulle	=	krullen
krullebol	=	krullenbol
krullen	verb	spiraalvormig maken
krullenbol	noun	iemand met krullend haar, meestal vriendelijk bedoeld
krullenbollen	=	krullenbol
krullenbolletje	=	krullenbol
krullenbolletjes	=	krullenbol
krullend	adj	met name van haren dat er veel draaiingen in zitten
krullende	=	krullen
krullender	=	krullend
krullendere	=	krullend
krullenders	=	krullend
krullends	=	krullend
krullendst	=	krullend
krullendste	=	krullend
krullenjongen	noun	jongen die pas in de leer is bij een timmerman
krullenjongens	=	krullenjongen
krullenkop	noun	kapsel met krullend haar
krullenkopje	=	krullenkop
krullenkopjes	=	krullenkop
krullenkoppen	=	krullenkop
kruller	noun	iets dat krullen vormt, een krulspeld
krullerig	adj	met veel bochten en gebogen vormen
krullerige	=	krullerig
krulleriger	=	krullerig
krullerigere	=	krullerig
krullerigers	=	krullerig
krullerigs	=	krullerig
krullerigst	=	krullerig
krullerigste	=	krullerig
krullers	=	kruller
krulletje	=	krul
krulletjes	=	krul
krulletter	noun	een rijkelijk versierde schrijfletter met veel lussen
krulletters	=	krulletter
krullig	adj	met veel kronkels en krullen
krullige	=	krullig
krulliger	=	krullig
krulligere	=	krullig
krulligers	=	krullig
krulligs	=	krullig
krulligst	=	krullig
krulligste	=	krullig
krulling	noun	een bocht of kromming in een voorwerp
krullingen	=	krulling
krullinkje	=	krulling
krullinkjes	=	krulling
krulmoes	noun	de eetbare bovenste krullende bladeren van een bloemkool
krulmos	noun	een geslacht Funaria uit de krulmosfamilie (Funariaceae).
krulmosfamilie	noun	een familie Funariaceae van mossen in de orde Funariales.
krulmosfamilies	=	krulmosfamilie
krulmosfamilietje	=	krulmosfamilie
krulmosfamilietjes	=	krulmosfamilie
krulmosje	=	krulmos
krulmosjes	=	krulmos
krulmosschijfje	noun	Lamprospora carbonicola een schimmel behorend tot de familie Pyronemataceae.
krulmosschijfjes	=	krulmosschijfje
krulmossen	=	krulmos
krulpalpje	noun	Tiso vagans een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
krulpalpjes	=	krulpalpje
krulset	noun	een verzameling rollers die je kunt gebruiken om krullen in stijl haar te maken
krulsets	=	krulset
krulsla	noun	slaplant met gekrulde bladeren zoals bijvoorbeeld eikenbladsla
krulspeld	noun	hulpmiddel waarom je een haarlok kunt wikkelen om krullen te maken in stijlhaar
krulspelden	=	krulspeld
krulspeldje	=	krulspeld
krulspeldjes	=	krulspeld
krulstaart	noun	staart met een krul
krulstaarten	=	krulstaart
krulstaartje	=	krulstaart
krulstaartjes	=	krulstaart
krult	=	krullen
krultabak	noun	in heel dunne reepjes gesneden gedroogde bladeren van de tabaksplant, Nicotiana tabacum, bestemd als rookwaar
krultabakken	=	krultabak
krultandlantaarnhaai	noun	Centroscyllium nigrum een vis uit de familie Etmopteridae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
krultandlantaarnhaaien	=	krultandlantaarnhaai
krultandlantaarnhaaitje	=	krultandlantaarnhaai
krultandlantaarnhaaitjes	=	krultandlantaarnhaai
krultang	noun	werktuig gebruikt om haar te doen krullen door voorzichtige verhitting
krultangen	=	krultang
krultangetje	=	krultang
krultangetjes	=	krultang
krulwilg	noun	Salix babylonica 'Tortuosa' een cultivar van treurwilg (Salix babylonica).
krulwilgen	=	krulwilg
krulwilgje	=	krulwilg
krulwilgjes	=	krulwilg
krulziekte	noun	aandoening waarbij planten door besmetting met een schimmel of virus kronkels in hun bladeren vertonen en ernstig verzwakt raken
krulziekten	=	krulziekte
krulziektes	=	krulziekte
krulzomen	=	krulzoom
krulzoom	noun	een paddenstoel Paxillus involutus uit de familie Paxillaceae
krulzoompje	=	krulzoom
krulzoompjes	=	krulzoom
krulzuring	noun	Rumex crispus een hemikryptofyte, vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
krummel	noun	klein afgebroken stukje van brood, koek, beschuit of ander voedsel
krummels	=	krummel
krummeltje	=	krummel
krummeltjes	=	krummel
krutu	noun	traditionele volksvergadering in Suriname
krutu's	=	krutu
kruudmoes	noun	een gerecht van gort, karnemelk, spek, rookworst, rozijnen en veel verse kruiden
kruudmoesje	=	kruudmoes
kruudmoesjes	=	kruudmoes
krygsgevangen	=	krijgsgevangen
krygsgevangene	=	krijgsgevangene
kryoliet	noun	Na₃AlF₆, een tamelijk zeldzaam mineraal dat slechts van enkele plekken op de wereld bekend is
kryptofyt	noun	terrestrische tweejarige of vaste plant waarvan enkel de ondergrondse delen (bollen, knollen of wortelstokken) een ongunstige periode, zoals een winter, hete zomer of periode met schaduw, overleven
kryptofyten	=	kryptofyt
krypton	noun	scheikundig element met symbool Kr en atoomnummer 36. Het is een kleurloos edelgas
kryptonatomen	=	kryptonatoom
kryptonatoom	noun	een atoom van het chemisch element krypton.
kryptonatoompje	=	kryptonatoom
kryptonatoompjes	=	kryptonatoom
kryptonlamp	noun	bleekpaars licht gevende gasontladingslamp, gevuld met kryptondamp
kryptonlampen	=	kryptonlamp
kryptonlampje	=	kryptonlamp
kryptonlampjes	=	kryptonlamp
kryten	=	krijten
ksi	noun	letter die tot in de 18e eeuw voorkwam in het Cyrillische alfabet Ѯ (bovenkast) / ѯ (onderkast) Gebruikt als getal geeft het de waarde 60 aan.
ksi's	=	ksi
ksi'tje	=	ksi
ksi'tjes	=	ksi
kso	noun	algemeen vormend middelbaar onderwijs met speciale aandacht voor kunsttheorie en -praktijk, waarin de leerling zich voorbereidt op het beroepsleven of op het hoger onderwijs
kuarta	noun	snaarinstrument met 4 snaren dat enige overeenkomst heeft met een ukelele
kuarta's	=	kuarta
kuartavirtuoos	noun	persoon die technisch perfect op een kuarta kan spelen
kuartavirtuozen	=	kuartavirtuoos
kub	noun	achterste deel van een visfuik
kubb	noun	Zweeds buitenspel waarbij men met stokken houten blokken omver moet werpen
kubbe	noun	visfuik
kubben	=	kub
kubbetje	=	kubbe
kubbetjes	=	kubbe
kubboot	noun	een klein (tot vier meter) maar zwaar gebouwd eikenhouten scheepje voor de aalvisserij met kubben
kubbootje	=	kubboot
kubbootjes	=	kubboot
kubboten	=	kubboot
kubeer	=	kuberen
kubeerde	=	kuberen
kubeerden	=	kuberen
kubeert	=	kuberen
kubel	noun	een trechtervormig vat dat op de bouw wordt gebruikt om beton te transporteren en te storten
kubelde	=	kubelen
kubelen	verb	met behulp van een trechtervormige bak over een oppervlak verspreiden
kubels	=	kubel
kubeltje	=	kubel
kubeltjes	=	kubel
kuben	=	kubus
kubere	=	kuberen
kuberen	verb	tot de derde macht verheffen
kuberend	=	kuberen
kuberende	=	kuberen
kubiek	adj	met de vorm van een kubus, dezelfde inhoud hebbend als een kubus met ribben van deze maat
kubieke	=	kubiek
kubiekgetal	noun	geheel getal waaruit de kubiekwortel getrokken kan worden wat als resultaat weer een geheel getal is
kubiekgetallen	=	kubiekgetal
kubiekgetalletje	=	kubiekgetal
kubiekgetalletjes	=	kubiekgetal
kubieks	=	kubiek
kubiekwortel	noun	dat getal dat driemaal met zichzelf vermenigvuldigd een bepaald getal oplevert
kubiekwortels	=	kubiekwortel
kubiekworteltje	=	kubiekwortel
kubiekworteltjes	=	kubiekwortel
kubisch	adj	als hoofdassen vier gelijkwaardige drietallige assen bezittend in de richting van de lichaamsdiagonaal van een kubus samen met drie gelijkwaardige assen in de richting van de ribben van de kubus die ten minste twee- en ten hoogste viertallig zijn
kubische	=	kubisch
kubischer	=	kubisch
kubischere	=	kubisch
kubischers	=	kubisch
kubisme	noun	20-eeuwse stroming binnen de beeldende kunst waarin de werkelijkheid op een sterk vereenvoudigde manier wordt weergegeven
kubist	noun	schilder die werkt in de kubistische stijl
kubisten	=	kubist
kubistisch	adj	volgens of met betrekking tot het kubisme
kubistische	=	kubistisch
kubistischer	=	kubistisch
kubistischere	=	kubistisch
kubistischers	=	kubistisch
kubistje	=	kubist
kubistjes	=	kubist
kubje	=	kub
kubjes	=	kub
kubus	noun	een regelmatig zesvlakkig lichaam, begrensd door zes gelijke vierkanten
kubusje	=	kubus
kubusjes	=	kubus
kubuskwallen	noun	een klasse Cubozoa van vrijwel uitsluitend in de zee voorkomende kwallen (Cnidaria) met circa vijftig beschreven soorten.
kubussen	=	kubus
kubusvormig	adj	vorm van een kubus hebbend
kubusvormige	=	kubusvormig
kubusvormiger	=	kubusvormig
kubusvormigere	=	kubusvormig
kubusvormigers	=	kubusvormig
kubusvormigs	=	kubusvormig
kubusvormigst	=	kubusvormig
kubusvormigste	=	kubusvormig
kubuswoning	noun	opvallend type woning dat de vorm heeft van een gekantelde kubus.
kubuswoningen	=	kubuswoning
kubuswoninkje	=	kubuswoning
kubuswoninkjes	=	kubuswoning
kuch	noun	korte hoest	intj|informal	gebruikt om ironie te markeren; de spreker wil eigenlijk het tegendeel beweren van wat hij zegt
kuche	=	kuchen
kuchen	verb	kort en zacht hoesten
kuchend	=	kuchen
kuchende	=	kuchen
kuchje	=	kuch
kuchjes	=	kuch
kuchscherm	noun	een bij de kassa geplaatste plaat van plastic of plexiglas om de kans op besmetting door kuchen, hoesten, niesen en uitademen te voorkomen
kuchschermen	=	kuchscherm
kuchschermpje	=	kuchscherm
kuchschermpjes	=	kuchscherm
kuchschot	noun	speciaal, meestal doorzichtig, schot dat men tussen mensen plaatst om verspreiding van een besmettelijke ziekte te voorkomen
kuchschotje	=	kuchschot
kuchschotjes	=	kuchschot
kuchschotten	=	kuchschot
kucht	=	kuchen
kuchte	=	kuchen
kuchten	=	kuchen
kudde	noun	een groep samenlevende (zoog)dieren
kuddedier	noun	een dier als lid van een kudde
kuddedieren	=	kuddedier
kuddediertje	=	kuddedier
kuddediertjes	=	kuddedier
kuddegedrag	noun	blinde navolging van het gedrag van anderen door dieren en mensen
kuddegeest	noun	de neiging om hetzelfde te doen wat andere mensen ook doen
kudden	=	kudde
kuddes	=	kudde
kuddetje	=	kudde
kuddetjes	=	kudde
kudos	noun	aanmoediging, applaus via de sociale media
kudzu	noun	Pueraria montana var. lobata een klimplant die vooral bekend is als invasieve soort in de Verenigde Staten en Australië
kuf	noun	slechte kroeg, plaats om prostituees te ontmoeten
kufar	=	kafir
kuffen	=	kuf
kufje	=	kuf
kufjes	=	kuf
kuier	=	kuieren
kuierde	=	kuieren
kuierden	=	kuieren
kuiere	=	kuieren
kuieren	verb	op zijn gemak, zonder haast of vast doel lopen of wandelen
kuierend	=	kuieren
kuierende	=	kuieren
kuierlatten	noun	benen
kuiert	=	kuieren
kuif	noun	opstaande haarlok op het hoofd
kuifaalscholver	noun	Gulosus aristotelis een vogel uit de orde van Suliformes.
kuifaalscholvers	=	kuifaalscholver
kuifaalscholvertje	=	kuifaalscholver
kuifaalscholvertjes	=	kuifaalscholver
kuifaap	noun	Cercopithecini soort aap met een kuif; gewone meerkat
kuifagoeti	noun	Dasyprocta cristata knaagdier uit de familie van de agoeti's en acouchy's (Dasyproctidae).
kuifagoeti's	=	kuifagoeti
kuifagoetietje	=	kuifagoeti
kuifagoetietjes	=	kuifagoeti
kuifalk	noun	Aethia cristatella een vogel uit de familie van alken (Alcidae).
kuifalken	=	kuifalk
kuifalkje	=	kuifalk
kuifalkjes	=	kuifalk
kuifapen	=	kuifaap
kuifarenden	noun	een van de grootste groepen roofvogels van de regenwouden.
kuifbaardvogel	noun	Trachyphonus vaillantii een Afrikaanse baardvogel uit de familie Lybiidae.
kuifbaardvogels	=	kuifbaardvogel
kuifbaardvogeltje	=	kuifbaardvogel
kuifbaardvogeltjes	=	kuifbaardvogel
kuifbekarde	noun	Pachyramphus validus een zangvogel uit de familie Tityridae.
kuifbekardes	=	kuifbekarde
kuifbekardetje	=	kuifbekarde
kuifbekardetjes	=	kuifbekarde
kuifbladspeurder	noun	Anabazenops dorsalis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kuifbladspeurders	=	kuifbladspeurder
kuifbladspeurdertje	=	kuifbladspeurder
kuifbladspeurdertjes	=	kuifbladspeurder
kuifbobwhite	noun	Colinus cristatus een vogel uit de familie Odontophoridae.
kuifbobwhiteje	=	kuifbobwhite
kuifbobwhitejes	=	kuifbobwhite
kuifbobwhites	=	kuifbobwhite
kuifcachalote	noun	Pseudoseisura cristata een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kuifcachalotes	=	kuifcachalote
kuifcachalotetje	=	kuifcachalote
kuifcachalotetjes	=	kuifcachalote
kuifcalyptura	noun	Calyptura cristata een kleine Zuid-Amerikaanse zangvogel en de enige soort uit het geslacht calyptura.
kuifcalyptura's	=	kuifcalyptura
kuifcalypturaatje	=	kuifcalyptura
kuifcalypturaatjes	=	kuifcalyptura
kuifcaracara	noun	Caracara plancus een roofvogel die voorkomt in Zuid-Amerika.
kuifcaracara's	=	kuifcaracara
kuifcaracaraatje	=	kuifcaracara
kuifcaracaraatjes	=	kuifcaracara
kuifcasarca	noun	Tadorna cristata een eend uit de familie van de Anatidae.
kuifcasarca's	=	kuifcasarca
kuifcasarcaatje	=	kuifcasarca
kuifcasarcaatjes	=	kuifcasarca
kuifcoua	noun	Coua cristata een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
kuifcoua's	=	kuifcoua
kuifcouaatje	=	kuifcoua
kuifcouaatjes	=	kuifcoua
kuifdoradito	noun	Pseudocolopteryx sclateri een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kuifdoradito's	=	kuifdoradito
kuifdoraditootje	=	kuifdoradito
kuifdoraditootjes	=	kuifdoradito
kuifdrongo	noun	Dicrurus forficatus een drongo die alleen voorkomt in Madagaskar en het eiland Anjouan van de Comoren.
kuifdrongo's	=	kuifdrongo
kuifdrongootje	=	kuifdrongo
kuifdrongootjes	=	kuifdrongo
kuifduiker	noun	bepaald soort vrij kleine watervogel, Podiceps auritus, die in de broedtijd opvallende oorpluimen heeft
kuifduikers	=	kuifduiker
kuifduikertje	=	kuifduiker
kuifduikertjes	=	kuifduiker
kuifeend	noun	Aythya fuligula een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
kuifeenden	=	kuifeend
kuifeendje	=	kuifeend
kuifeendjes	=	kuifeend
kuiffrankolijn	noun	Ortygornis sephaena een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
kuiffrankolijnen	=	kuiffrankolijn
kuiffrankolijntje	=	kuiffrankolijn
kuiffrankolijntjes	=	kuiffrankolijn
kuifgalito	noun	Rhinocrypta lanceolata een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
kuifgalito's	=	kuifgalito
kuifgalitootje	=	kuifgalito
kuifgalitootjes	=	kuifgalito
kuifgallito	noun	Rhinocrypta lanceolata een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
kuifgallito's	=	kuifgallito
kuifgibbon	noun	Nomascus concolor een soort van de familie gibbons (Hylobatidae) en de superfamilie van de mensapen.
kuifgibbonnetje	=	kuifgibbon
kuifgibbonnetjes	=	kuifgibbon
kuifgibbons	=	kuifgibbon
kuifgors	noun	Emberiza lathami een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
kuifgorsje	=	kuifgors
kuifgorsjes	=	kuifgors
kuifgorzen	noun	een geslacht Lophospingus van zangvogels uit de familie Thraupidae (tangaren)
kuifhaantje	noun	Leptopoecile elegans een zangvogel uit de familie Aegithalidae (staartmezen).
kuifhaantjes	=	kuifhaantje
kuifhaarmuts	noun	een soort Orthotrichum comosum uit het geslacht haarmuts (Orthotrichum).
kuifhaarmutsen	=	kuifhaarmuts
kuifhaarmutsje	=	kuifhaarmuts
kuifhaarmutsjes	=	kuifhaarmuts
kuifhavik	noun	Accipiter trivirgatus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae)
kuifhaviken	=	kuifhavik
kuifhavikje	=	kuifhavik
kuifhavikjes	=	kuifhavik
kuifhert	noun	Elaphodus cephalophus een evenhoevige uit de familie van hertachtigen (Cervidae), het is de enige soort van het geslacht Elaphodus.
kuifherten	=	kuifhert
kuifhertje	=	kuifhert
kuifhertjes	=	kuifhert
kuifhoenderkoet	noun	Chauna torquata een vogel uit de familie van hoenderkoeten (Anhimidae).
kuifhoenderkoeten	=	kuifhoenderkoet
kuifhoenderkoetje	=	kuifhoenderkoet
kuifhoenderkoetjes	=	kuifhoenderkoet
kuifhyacint	noun	Muscari comosum is een bolgewas uit de aspergefamilie Asparagaceae
kuifhyacinten	=	kuifhyacint
kuifibis	noun	Lophotibis cristata een vogel uit de familie Threskiornithidae (Ibissen en lepelaars).
kuifibisje	=	kuifibis
kuifibisjes	=	kuifibis
kuifibissen	=	kuifibis
kuifje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort spin, Walckenaeria monoceros uit de familie van de hangmatspinnen (Linyphiidae); de wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd in 1834 door Wider
kuifjes	=	kuif
kuifkoekoek	noun	Clamator glandarius een vogel uit de familie van de koekoeken (Cuculidae).
kuifkoekoeken	=	kuifkoekoek
kuifkoekoekje	=	kuifkoekoek
kuifkoekoekjes	=	kuifkoekoek
kuifkwartelduif	noun	Geotrygon versicolor een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
kuifkwartelduifje	=	kuifkwartelduif
kuifkwartelduifjes	=	kuifkwartelduif
kuifkwartelduiven	=	kuifkwartelduif
kuiflangoer	noun	Trachypithecus pileatus primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
kuiflangoeren	=	kuiflangoer
kuiflangoertje	=	kuiflangoer
kuiflangoertjes	=	kuiflangoer
kuifleeuwerik	noun	Galerida cristata een vogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae).
kuifleeuweriken	=	kuifleeuwerik
kuifleeuwerikje	=	kuifleeuwerik
kuifleeuwerikjes	=	kuifleeuwerik
kuifmaina	noun	Acridotheres cristatellus een zangvogel uit de familie van de spreeuwen (Sturnidae).
kuifmaina's	=	kuifmaina
kuifmainaatje	=	kuifmaina
kuifmainaatjes	=	kuifmaina
kuifmakaak	noun	Macaca nigra De kuifmakaak, Sulawesimakaak of zwarte makaak (Macaca nigra) is een enkel op het Indonesische eiland Celebes voorkomende apensoort.
kuifmakaakje	=	kuifmakaak
kuifmakaakjes	=	kuifmakaak
kuifmakaken	=	kuifmakaak
kuifmanakin	noun	Ceratopipra cornuta een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
kuifmanakinnetje	=	kuifmanakin
kuifmanakinnetjes	=	kuifmanakin
kuifmanakins	=	kuifmanakin
kuifmangabey	noun	Lophocebus aterrimus een soort van het geslacht Lophocebus.
kuifmangabeys	=	kuifmangabey
kuifmangabeytje	=	kuifmangabey
kuifmangabeytjes	=	kuifmangabey
kuifmees	noun	Lophophanes cristatus een zangvogel uit de familie van echte mezen (Paridae)
kuifmeesje	=	kuifmees
kuifmeesjes	=	kuifmees
kuifmezen	noun	een geslacht Lophophanes van zangvogels uit de familie Paridae (mezen).
kuifmierklauwier	noun	Mackenziaena severa een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
kuifmierklauwieren	=	kuifmierklauwier
kuifmierklauwiertje	=	kuifmierklauwier
kuifmierklauwiertjes	=	kuifmierklauwier
kuifmonarch	noun	Symposiachrus verticalis een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
kuifmonarchen	noun	een geslacht Trochocercus van zangvogels uit de familie monarchen (Monarchidae)
kuifmonarchje	=	kuifmonarch
kuifmonarchjes	=	kuifmonarch
kuifmoortiran	noun	Knipolegus lophotes een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
kuifmoortirannen	=	kuifmoortiran
kuifmoortirannetje	=	kuifmoortiran
kuifmoortirannetjes	=	kuifmoortiran
kuiforeoica	noun	Oreoica gutturalis een zangvogel uit de familie Oreoicidae.
kuiforeoica's	=	kuiforeoica
kuiforeoicaatje	=	kuiforeoica
kuiforeoicaatjes	=	kuiforeoica
kuiforopendola	noun	Psarocolius decumanus een vogel uit de familie van de troepialen Icteridae
kuiforopendola's	=	kuiforopendola
kuiforopendolaatje	=	kuiforopendola
kuiforopendolaatjes	=	kuiforopendola
kuifovenvogel	noun	Furnarius cristatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kuifovenvogels	=	kuifovenvogel
kuifovenvogeltje	=	kuifovenvogel
kuifovenvogeltjes	=	kuifovenvogel
kuifpapegaaiduiker	noun	Fratercula cirrhata een vogel uit de familie van de alken (Alcidae).
kuifpapegaaiduikers	=	kuifpapegaaiduiker
kuifpapegaaiduikertje	=	kuifpapegaaiduiker
kuifpapegaaiduikertjes	=	kuifpapegaaiduiker
kuifparelhoen	noun	Guttera plumifera een vogel uit de parelhoenderfamilie, de Numididae.
kuifparelhoenderen	=	kuifparelhoen
kuifparelhoenders	=	kuifparelhoen
kuifparelhoentje	=	kuifparelhoen
kuifparelhoentjes	=	kuifparelhoen
kuifprachtwever	noun	Malimbus malimbicus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
kuifprachtwevers	=	kuifprachtwever
kuifprachtwevertje	=	kuifprachtwever
kuifprachtwevertjes	=	kuifprachtwever
kuifquetzal	noun	Pharomachrus antisianus een vogel uit de familie van de Trogonidae (Trogons).
kuifquetzals	=	kuifquetzal
kuifquetzaltje	=	kuifquetzal
kuifquetzaltjes	=	kuifquetzal
kuifseriema	noun	Cariama cristata een vogel uit de familie van de seriema's (Cariamidae).
kuifseriema's	=	kuifseriema
kuifseriemaatje	=	kuifseriema
kuifseriemaatjes	=	kuifseriema
kuifsjakohoen	noun	Penelope purpurascens een vogel in de familie Cracidae.
kuifsjakohoenderen	=	kuifsjakohoen
kuifsjakohoenders	=	kuifsjakohoen
kuifsjakohoendertje	=	kuifsjakohoen
kuifsjakohoendertjes	=	kuifsjakohoen
kuifstekelstaart	noun	Cranioleuca subcristata een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kuifstekelstaarten	=	kuifstekelstaart
kuifstekelstaartje	=	kuifstekelstaart
kuifstekelstaartjes	=	kuifstekelstaart
kuiftinamoe	noun	Eudromia elegans een vogel behorende tot de orde tinamoes
kuiftinamoes	=	kuiftinamoe
kuiftinamoetje	=	kuiftinamoe
kuiftinamoetjes	=	kuiftinamoe
kuiftok	noun	Lophoceros alboterminatus een neushoornvogel die voorkomt in het Afrotropisch gebied
kuiftokje	=	kuiftok
kuiftokjes	=	kuiftok
kuiftokken	=	kuiftok
kuiftrap	noun	een vogel uit de familie van de trappen (Otididae) en het geslacht Lophotis
kuiftrapje	=	kuiftrap
kuiftrapjes	=	kuiftrap
kuiftrappen	=	kuiftrap
kuifuil	noun	Lophostrix cristata een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
kuifuilen	=	kuifuil
kuifuiltje	=	kuifuil
kuifuiltjes	=	kuifuil
kuifvleugeltjesbloem	noun	Polygala comosa een vaste plant die behoort tot de vleugeltjesbloemfamilie (Polygalaceae).
kuifvleugeltjesbloemen	=	kuifvleugeltjesbloem
kuifvleugeltjesbloemetje	=	kuifvleugeltjesbloem
kuifvleugeltjesbloemetjes	=	kuifvleugeltjesbloem
kuifvleugeltjesbloempje	=	kuifvleugeltjesbloem
kuifvleugeltjesbloempjes	=	kuifvleugeltjesbloem
kuifvlinder	noun	Cucullia verbasci (syn: Shargacucullia verbasci) een nachtvlinder uit de familie van de nachtuiltjes.
kuifvlinders	=	kuifvlinder
kuifvlindertje	=	kuifvlinder
kuifvlindertjes	=	kuifvlinder
kuiken	noun	jong hoen, of meer algemeen: donzig jong vogeltje
kuikengaas	noun	gaas gemaakt van dun ijzerdraad (ongeveer 0,8 mm dik) met mazen van ongeveer 25 mm
kuikengazen	=	kuikengaas
kuikens	=	kuiken
kuikentje	=	kuiken
kuikentjes	=	kuiken
kuil	noun	een zakvormig visnet
kuilalen	noun	een familie Synaphobranchidae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes)
kuildek	noun	een scheepsdek met een laagte in het midden van de lengte.
kuildekje	=	kuildek
kuildekjes	=	kuildek
kuildekken	=	kuildek
kuilen	=	kuil
kuiler	noun	kolder
kuilers	=	kuiler
kuilgras	noun	gras dat in een sleufsilo, graskuil of in balen door melkzuurgisting wordt geconserveerd
kuilgrassen	=	kuilgras
kuilnet	noun	lang trechtervormig visnet
kuilnetje	=	kuilnet
kuilnetjes	=	kuilnet
kuilnetten	=	kuilnet
kuiltje	=	kuil
kuiltjes	=	kuil
kuilvoer	noun	veevoer dat door inkuilen als wintervoorraad opgeslagen wordt
kuilvoeren	=	kuilvoer
kuilvormig	adj	vorm van een kuil hebbend
kuilvormige	=	kuilvormig
kuilvormiger	=	kuilvormig
kuilvormigere	=	kuilvormig
kuilvormigers	=	kuilvormig
kuilvormigs	=	kuilvormig
kuilvormigst	=	kuilvormig
kuilvormigste	=	kuilvormig
kuilwangmeervallen	noun	een familie Amphiliidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
kuim	adj|obsolete	niet goed, zwak	adv|obsolete	amper, nauwelijks
kuime	=	kuim
kuimer	=	kuim
kuimere	=	kuim
kuimers	=	kuim
kuims	=	kuim
kuimst	=	kuim
kuimste	=	kuim
kuin	adj	koen
kuine	=	kuin
kuiner	=	kuin
kuinere	=	kuin
kuiners	=	kuin
kuins	=	kuin
kuinst	=	kuin
kuinste	=	kuin
kuip	noun	wijd, houten, metalen of plastic vat
kuipbad	noun	kuip waarin men zich kan wassen
kuipbaden	=	kuipbad
kuipbadje	=	kuipbad
kuipbadjes	=	kuipbad
kuipe	=	kuipen
kuipen	verb	met ijzeren banden samenvoegen bij de fabricage van tonnen
kuipend	=	kuipen
kuipende	=	kuipen
kuiper	noun	iemand die vaten of tonnen maakt
kuipergordel	noun	vele duizenden stukken steen en ijs, die om de zon draaien in een schijfvormig gebied voorbij de baan van de planeet Neptunus
kuiperij	noun	het vervaardigen van vaten, kuipen en tonnen
kuiperijen	=	kuiperij
kuiperijtje	=	kuiperij
kuiperijtjes	=	kuiperij
kuiperin	=	kuiper
kuipers	=	kuiper
kuipertje	=	kuiper
kuipertjes	=	kuiper
kuipje	=	kuip
kuipjes	=	kuip
kuipstoel	noun	een stoel waarvan de rugleuning en de armleuningen samen een kommetje vormen
kuipstoelen	=	kuipstoel
kuipstoeltje	=	kuipstoel
kuipstoeltjes	=	kuipstoel
kuipt	=	kuipen
kuipte	=	kuipen
kuipten	=	kuipen
kuis	adj	seksueel ingetogen	noun	jonge koe (jonger dan negen maanden)
kuisch	=	kuis
kuischeid	=	kuisheid
kuischeit	=	kuisheid
kuischen	=	kuisen
kuischeyd	=	kuisheid
kuischeyt	=	kuisheid
kuischheid	=	kuisheid
kuischheit	=	kuisheid
kuischheyd	=	kuisheid
kuischheyt	=	kuisheid
kuise	=	kuisen
kuisen	verb	schoonmaken, opruimen
kuisend	=	kuisen
kuisende	=	kuisen
kuiser	=	kuis
kuisere	=	kuis
kuisers	=	kuis
kuisheid	noun	reinheid, zindelijkheid, helderheid
kuisheidsgordel	noun	gordel met slot (voor vrouwen) die geslachtsgemeenschap onmogelijk maakt
kuisheidsgordels	=	kuisheidsgordel
kuisheidsgordeltje	=	kuisheidsgordel
kuisheidsgordeltjes	=	kuisheidsgordel
kuisheidsring	noun	een ring die een religieuze gelofte symboliseert van onthouding tot het huwelijk
kuisheidsringen	=	kuisheidsring
kuisheit	=	kuisheid
kuisheyd	=	kuisheid
kuisheyt	=	kuisheid
kuisje	=	kuis
kuisploeg	noun	een groep samenwerkende schoonmakers
kuisploegen	=	kuisploeg
kuisploegje	=	kuisploeg
kuist	=	kuisen
kuiste	=	kuisen
kuisten	=	kuisen
kuisvrouw	noun	vrouw die schoonmaakt voor haar beroep
kuisvrouwen	=	kuisvrouw
kuisvrouwtje	=	kuisvrouw
kuit	noun	achterzijde van het been tussen knie en enkel
kuitbeen	noun	het achterste van beide botten in het onderbeen van de mens
kuitbeenderen	=	kuitbeen
kuitbeentje	=	kuitbeen
kuitbeentjes	=	kuitbeen
kuitbenen	=	kuitbeen
kuitbroek	noun	een korte broek die de knieën bedekt
kuitbroeken	=	kuitbroek
kuiten	=	kuit
kuitenbijter	noun	een stevige klim tijdens een wandel- of fietstocht
kuitenbijters	=	kuitenbijter
kuitenbijtertje	=	kuitenbijter
kuitenbijtertjes	=	kuitenbijter
kuiter	noun	kuit bevattende wijfjesvis
kuiters	=	kuiter
kuitertje	=	kuiter
kuitgeschoten	=	kuitschieten
kuitje	=	kuit
kuitjes	=	kuit
kuitschiet	=	kuitschieten
kuitschiete	=	kuitschieten
kuitschieten	verb	van vissen: eieren afzetten
kuitschietend	=	kuitschieten
kuitschietende	=	kuitschieten
kuitschoot	=	kuitschieten
kuitschoten	=	kuitschieten
kuitspier	noun	de spieren van de kuit m.n. de musculus gastrocnemius, de spier die de welving van de kuit veroorzaakt en nodig is voor het strekken van de enkel
kuitspieren	=	kuitspier
kuitspiertje	=	kuitspier
kuitspiertjes	=	kuitspier
kuitvis	noun	vis die eitjes bevat
kuitvissen	=	kuitvis
kuitziek	adj	in de periode dat de eicellen zich sterk ontwikkelen
kuitzieke	=	kuitziek
kuitzieks	=	kuitziek
kuiven	=	kuif
kuizen	=	kuis
kuk	noun	kus
kukel	noun	kus, zoen
kukelde	=	kukelen
kukelden	=	kukelen
kukele	=	kukelen
kukeleku	intj	het geluid van een haan
kukelen	verb	buitelend tuimelen of vallen.
kukelend	=	kukelen
kukelende	=	kukelen
kukels	=	kukel
kukelt	=	kukelen
kukeltje	=	kukel
kukeltjes	=	kukel
kukje	=	kuk
kukjes	=	kuk
kukke	=	kukken
kukkel	noun	kus, zoen
kukkelde	=	kukkelen
kukkelden	=	kukkelen
kukkele	=	kukkelen
kukkelen	verb	knuffelen, zoenen
kukkelend	=	kukkelen
kukkelende	=	kukkelen
kukkels	=	kukkel
kukkelt	=	kukkelen
kukkeltje	=	kukkel
kukkeltjes	=	kukkel
kukken	verb	kussen
kukkend	=	kukken
kukkende	=	kukken
kukt	=	kukken
kukte	=	kukken
kukten	=	kukken
kukusan	noun	stoommandje dat voornamelijk gebruikt wordt in de Indonesische keuken
kul	=	kullen
kulaman	noun	persoon die een boomstamkano voortduwt
kulamans	=	kulaman
kulan	noun	een ondersoort Equus hemionus kulan van de onager (Aziatische wilde ezel), inheems in Centraal-Azië
kulans	=	kulan
kulas	noun	de stootbodem van een kanon, de achterkant van een kanon
kulassen	=	kulas
kulde	=	kullen
kulden	=	kullen
kuli-koro-amarant	noun	Lagonosticta virata een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
kuli-koro-amaranten	=	kuli-koro-amarant
kuli-koro-amarantje	=	kuli-koro-amarant
kuli-koro-amarantjes	=	kuli-koro-amarant
kuli-koroamarant	noun	een zangvogel Lagonosticta virata uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
kuli-koroamaranten	=	kuli-koroamarant
kuli-koroamarantje	=	kuli-koroamarant
kuli-koroamarantjes	=	kuli-koroamarant
kulkoek	noun	onzin, flauwekul, fopperij, leugen, nonsens, larie, kul
kulle	=	kullen
kullen	verb	plagen, tergen tot last zijn, voor de gek houden
kullend	=	kullen
kullende	=	kullen
kulletje	=	kullen
kulletjes	=	kullen
kult	=	kullen
kultuur	=	cultuur
kultuurbarbaar	=	cultuurbarbaar
kumbu	noun	blauwzwarte, ronde vrucht van een soort palmboom Oenocarpus bacaba
kumbu's	=	kumbu
kumbudrank	noun	drank gemaakt van de geperste vruchten van een kumbupalm
kumbudranken	=	kumbudrank
kummel	noun	zaad van karwij, Carum carvi, meestal gebruikt in gemalen vorm
kummellen	=	kummel
kump	=	komen
kumquat	noun	citrusplant Citrus japonica uit het Verre Oosten
kumquatje	=	kumquat
kumquats	=	kumquat
kun	verb	tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van de jij-vorm van kunnen
kuna	noun	munteenheid van Kroatië
kuna's	=	kuna
kunde	noun	bekwaamheid in een vak, wetenschap of in algemene zin
kundes	=	kunde
kundig	adj	in staat vaardigheden toe te passen
kundige	=	kundig
kundiger	=	kundig
kundigere	=	kundig
kundigers	=	kundig
kundigheden	=	kundigheid
kundigheid	noun	de kennis en vaardigheid nodig om een bepaalde taak te verrichten
kundigs	=	kundig
kundigst	=	kundig
kundigste	=	kundig
kunduzakkoord	noun	akkoord dat gesloten is over het onderwerp "Kunduz" of een akkoord dat door diezelfde partijen gesloten is.
kunduzakkoorden	=	kunduzakkoord
kunduzakkoordje	=	kunduzakkoord
kunduzakkoordjes	=	kunduzakkoord
kunekune	noun	een klein tot middelgroot varkensras uit Nieuw-Zeeland.
kungfu	noun	de studie en lering van de Chinese vechtsport
kunne	noun	geslacht, sekse
kunnen	verb	in staat zijn, het vermogen hebben tot iets
kunnend	=	kunnen
kunnende	=	kunnen
kunst	noun	toepassing van opvallende vaardigheid en verbeelding om iets moois of betekenisvols te scheppen
kunst-en-vliegwerk	noun	noodgedwongen snelle, maar niet echt toereikende improvisatie
kunst-en-vliegwerken	=	kunst-en-vliegwerk
kunstaanbod	noun	totale hoeveelheid beschikbare kunstwerken, performances en activiteiten binnen een bepaald gebied of in een bepaalde periode
kunstaas	noun	kunstmatig niet levend lokmiddel dat vissers gebruiken om vis te vangen
kunstaasje	=	kunstaas
kunstaasjes	=	kunstaas
kunstacademie	noun	onderwijsinstelling waar men kunstenaars opleidt
kunstacademies	=	kunstacademie
kunstambacht	noun	het beoefenen van een kunst
kunstambachten	=	kunstambacht
kunstantenne	noun	een antennevervangende belastingsweerstand die op een radiozender kan worden aangesloten om, zonder energie via de antenne uit te stralen, de zender af te regelen en te testen
kunstantennes	=	kunstantenne
kunstantennetje	=	kunstantenne
kunstantennetjes	=	kunstantenne
kunstarm	noun	prothese van een arm
kunstarme	=	kunstarm
kunstarmen	=	kunstarm
kunstarmer	=	kunstarm
kunstarmere	=	kunstarm
kunstarmers	=	kunstarm
kunstarmpje	=	kunstarm
kunstarmpjes	=	kunstarm
kunstarms	=	kunstarm
kunstarmst	=	kunstarm
kunstarmste	=	kunstarm
kunstazen	=	kunstaas
kunstbeen	noun	prothesevoorziening, samengesteld uit onderdelen of componenten, bedoeld om in functie, gebruik, uiterlijk (of een combinatie hiervan) een niet (meer) bestaand oorspronkelijk been of gedeelte daarvan te vervangen
kunstbeentje	=	kunstbeen
kunstbeentjes	=	kunstbeen
kunstbenen	=	kunstbeen
kunstbeoefening	noun	het maken van iets moois en betekenisvols
kunstbeoefeningen	=	kunstbeoefening
kunstbeschermer	noun	iemand die met veel geld of macht het werk van kunstenaars steunt
kunstbeschermers	=	kunstbeschermer
kunstbeschermster	noun	vrouw die met veel geld of macht het werk van kunstenaars steunt
kunstbeschermsters	=	kunstbeschermster
kunstbeschouwing	noun	bespreking van kunstwerken; bijeenkomst waarin men kunstwerken bespreekt
kunstbeschouwingen	=	kunstbeschouwing
kunstbeurs	noun	plaats waar kunst te koop wordt aangeboden
kunstbeursje	=	kunstbeurs
kunstbeursjes	=	kunstbeurs
kunstbeurzen	=	kunstbeurs
kunstbeweging	noun	geheel van kunstenaars die bewust vanuit eenzelfde opvatting actief zijn
kunstbewegingen	=	kunstbeweging
kunstbeweginkje	=	kunstbeweging
kunstbeweginkjes	=	kunstbeweging
kunstbezit	noun	de kunst in eigendom is van een persoon of instelling
kunstbloed	noun	vloeistof die wordt gebruikt als een substituut voor echt bloed
kunstbloem	noun	Nagemaakte, niet echte bloemen.
kunstbloemen	=	kunstbloem
kunstbloemetje	=	kunstbloem
kunstbloemetjes	=	kunstbloem
kunstbloempje	=	kunstbloem
kunstbloempjes	=	kunstbloem
kunstboek	noun	een boek waarin kunstwerken worden besproken en waarin vaak ook veel afbeeldingen staan van kunstwerken
kunstboeken	=	kunstboek
kunstboekje	=	kunstboek
kunstboekjes	=	kunstboek
kunstbomen	=	kunstboom
kunstboom	noun	geen echte maar een namaakboom
kunstboompje	=	kunstboom
kunstboompjes	=	kunstboom
kunstbooster	noun	kunst die dient om de stemming van mensen een oppepper te geven
kunstboosters	=	kunstbooster
kunstbroeder	noun	collega kunstenaar
kunstbroeders	=	kunstbroeder
kunstcafeetje	=	kunstcafé
kunstcafeetjes	=	kunstcafé
kunstcafé	noun	drinkgelegenheid die veel wordt bezocht door kunstenaars en kunstliefhebbers en vaak mogelijkheden biedt om artistiek werk te laten zien
kunstcafés	=	kunstcafé
kunstcentra	=	kunstcentrum
kunstcentrum	noun	organisatie / gebouw voor de kunsten
kunstcentrumpje	=	kunstcentrum
kunstcentrumpjes	=	kunstcentrum
kunstcentrums	=	kunstcentrum
kunstcollectie	noun	een verzameling kunstobjecten
kunstcollecties	=	kunstcollectie
kunstcollectietje	=	kunstcollectie
kunstcollectietjes	=	kunstcollectie
kunstcritici	=	kunstcriticus
kunstcriticus	noun	journalist die kunst beschrijft en beoordeelt
kunstdepot	noun	opslagplaats voor kunst
kunstdepotje	=	kunstdepot
kunstdepotjes	=	kunstdepot
kunstdepots	=	kunstdepot
kunstdruk	noun	het drukken van platen en prenten
kunstdrukje	=	kunstdruk
kunstdrukken	=	kunstdruk
kunsteloos	adj	zonder kunst
kunsteloost	=	kunsteloos
kunstelooste	=	kunsteloos
kunsteloze	=	kunsteloos
kunstelozer	=	kunsteloos
kunstelozere	=	kunsteloos
kunstelozers	=	kunsteloos
kunsten	=	kunst
kunstenaar	noun	iemand die zijn creatieve talenten gebruikt om kunst te maken
kunstenaars	=	kunstenaar
kunstenaarsboek	noun	kunstwerken die uitgevoerd zijn in de vorm van een boek
kunstenaarsboeken	=	kunstenaarsboek
kunstenaarsboekje	=	kunstenaarsboek
kunstenaarsboekjes	=	kunstenaarsboek
kunstenaarscafeetje	=	kunstenaarscafé
kunstenaarscafeetjes	=	kunstenaarscafé
kunstenaarscafé	noun	bijeenkomst waar kunstenaars elkaar ontmoeten
kunstenaarscafés	=	kunstenaarscafé
kunstenaarschap	noun	het maker van kunst zijn
kunstenaarscollectief	noun	samenwerkingsverband van kunstenaars
kunstenaarscollectieven	=	kunstenaarscollectief
kunstenaarsdorp	noun	dorp waarin veel kunstenaars wonen
kunstenaarsdorpen	=	kunstenaarsdorp
kunstenaarsdorpje	=	kunstenaarsdorp
kunstenaarsdorpjes	=	kunstenaarsdorp
kunstenaarsgroep	noun	groep kunstenaars die veel contact met elkaar hebben
kunstenaarsgroepen	=	kunstenaarsgroep
kunstenaarsgroepje	=	kunstenaarsgroep
kunstenaarsgroepjes	=	kunstenaarsgroep
kunstenaarsinitiatief	noun	een door kunstenaars opgezette en beheerde tentoonstellingsruimte (galerie)
kunstenaarsinitiatieven	=	kunstenaarsinitiatief
kunstenaarskolonie	noun	een gesloten gemeenschap van kunstenaars, die zich terug hebben getrokken uit de maatschappij om zich aan de kunst te wijden
kunstenaarskolonies	=	kunstenaarskolonie
kunstenaarskoloniën	=	kunstenaarskolonie
kunstenaarskring	noun	groep kunstenaars die contact met elkaar hebben
kunstenaarskringen	=	kunstenaarskring
kunstenaarspenseel	noun	de schilderskwast van een kunstschilder
kunstenaarspenseeltje	=	kunstenaarspenseel
kunstenaarspenseeltjes	=	kunstenaarspenseel
kunstenaarspenselen	=	kunstenaarspenseel
kunstenaarssociëteit	noun	clubgebouw voor kunstenaars en artiesten
kunstenaarssociëteiten	=	kunstenaarssociëteit
kunstenaarsvereniging	noun	een organisatie waarin kunstenaars zich verenigen om op te komen voor hun gezamenlijke belangen, kennis en ervaringen uit te wisselen en hun kunstwerken collectief tentoon te stellen of te promoten.
kunstenaarsverenigingen	=	kunstenaarsvereniging
kunstenaarsverenigingetje	=	kunstenaarsvereniging
kunstenaarsverenigingetjes	=	kunstenaarsvereniging
kunstenaartje	=	kunstenaar
kunstenaartjes	=	kunstenaar
kunstenaren	=	kunstenaar
kunstenares	noun	iemand die haar creatieve talenten gebruikt om kunst te maken
kunstenaresje	=	kunstenares
kunstenaresjes	=	kunstenares
kunstenaressen	=	kunstenares
kunstenmaker	noun	iemand die acrobatische toeren uitvoert
kunstenmakerij	noun	het maken van kunst
kunstenmakerijen	=	kunstenmakerij
kunstenmakers	=	kunstenmaker
kunstenmakertje	=	kunstenmaker
kunstenmakertjes	=	kunstenmaker
kunstfestival	noun	feestelijk evenement waarbij kunstvormen zoals beeldende kunst, muziek, theater of dans worden gepresenteerd
kunstfestivalletje	=	kunstfestival
kunstfestivalletjes	=	kunstfestival
kunstfestivals	=	kunstfestival
kunstfilm	noun	een (onafhankelijke) film die prioriteit geeft aan artistieke expressie, esthetiek en vernieuwing boven commercieel succes of massavermaak
kunstfilmpje	=	kunstfilm
kunstfilmpjes	=	kunstfilm
kunstfilms	=	kunstfilm
kunstfoto	noun	een foto gemaakt door een kunstenaar; kunstzinnig gemaakte foto
kunstfoto's	=	kunstfoto
kunstfotograaf	noun	iemand die kunstfoto's maakt
kunstfotograafje	=	kunstfotograaf
kunstfotograafjes	=	kunstfotograaf
kunstfotografen	=	kunstfotograaf
kunstgalerie	noun	galerie
kunstgaleries	=	kunstgalerie
kunstgalerietje	=	kunstgalerie
kunstgalerietjes	=	kunstgalerie
kunstgalerieën	=	kunstgalerie
kunstgalerij	noun	plaats waar kunstwerken tentoongesteld worden (om verkocht te worden)
kunstgalerijen	=	kunstgalerij
kunstgalerijtje	=	kunstgalerij
kunstgalerijtjes	=	kunstgalerij
kunstgebit	noun	prothese die de natuurlijke tanden en kiezen vervangt wanneer deze verloren zijn gegaan door cariës of parodontitis
kunstgebitje	=	kunstgebit
kunstgebitjes	=	kunstgebit
kunstgebitten	=	kunstgebit
kunstgeschiedenis	noun	geschiedenis van alle kunstdisciplines: architectuur, beeldende kunst (zowel schilderkunst als beeldhouwkunst), theater, dans, muziek en film. literatuurgeschiedenis en cultuurgeschiedenis zijn er nauw mee verwant
kunstgeschiedenissen	=	kunstgeschiedenis
kunstgewrocht	noun	voortbrengsel in de kunst
kunstgewrochten	=	kunstgewrocht
kunstgewrochtje	=	kunstgewrocht
kunstgewrochtjes	=	kunstgewrocht
kunstgras	noun	kunststof tapijt lijkend op gras en ook als ondergrond kan dienen voor sporten waarbij men eerst op natuurlijk gras speelde zoals hockey en voetbal.
kunstgrasje	=	kunstgras
kunstgrasjes	=	kunstgras
kunstgrassen	=	kunstgras
kunstgrasveld	noun	veld dat bedekt is met een groen tapijt van kunstgras
kunstgrasvelden	=	kunstgrasveld
kunstgrasveldje	=	kunstgrasveld
kunstgrasveldjes	=	kunstgrasveld
kunstgreep	noun	een slimme, handige of listige manier om je doel te bereiken
kunstgreepje	=	kunstgreep
kunstgreepjes	=	kunstgreep
kunstgrepen	=	kunstgreep
kunsthal	noun	een expositieruimte zonder eigen collectie maar wel met medewerkers die de tentoonstellingen organiseren.
kunsthallen	=	kunsthal
kunsthalletje	=	kunsthal
kunsthalletjes	=	kunsthal
kunsthandel	noun	bedrijf dat handelt in kunstvoorwerpen
kunsthandelaar	noun	iemand die voor zijn beroep kunst koopt en verkoopt
kunsthandelaars	=	kunsthandelaar
kunsthandelaartje	=	kunsthandelaar
kunsthandelaren	=	kunsthandelaar
kunsthandels	=	kunsthandel
kunsthandeltje	=	kunsthandel
kunsthandeltjes	=	kunsthandel
kunsthars	noun	kunstmatig materiaal waarvan men voorwerpen kan persen
kunstharsen	=	kunsthars
kunsthart	noun	een door de mens gemaakte functionele vervanging of ondersteuning van het hart
kunstharten	=	kunsthart
kunsthartje	=	kunsthart
kunsthartjes	=	kunsthart
kunsthistorica	noun	vrouwelijke vorm van kunsthistoricus
kunsthistorica's	=	kunsthistorica
kunsthistoricae	=	kunsthistorica
kunsthistorici	=	kunsthistoricus
kunsthistoricus	noun	iemand die kunstgeschiedenis heeft gestudeerd
kunsthistorisch	adj	betrekking hebbend op de geschiedenis van de kunst en de cultuur
kunsthistorische	=	kunsthistorisch
kunsthistorischer	=	kunsthistorisch
kunsthistorischere	=	kunsthistorisch
kunsthistorischers	=	kunsthistorisch
kunstig	adj	op een bijzondere en goede manier gemaakt
kunstige	=	kunstig
kunstiger	=	kunstig
kunstigere	=	kunstig
kunstigers	=	kunstig
kunstigs	=	kunstig
kunstigst	=	kunstig
kunstigste	=	kunstig
kunstijs	noun	ijs dat wordt verkregen door koeling van water met machines
kunstijsbaan	noun	is een schaatsbaan met kunstmatig aangemaakt ijs.
kunstijsbaanmanager	noun	zakelijk leider van een kunstijsbaan
kunstijsbaanmanagers	=	kunstijsbaanmanager
kunstijsbaantje	=	kunstijsbaan
kunstijsbaantjes	=	kunstijsbaan
kunstijsbanen	=	kunstijsbaan
kunstijsje	=	kunstijs
kunstje	=	kunst
kunstjes	=	kunst
kunstkenner	noun	iemand die veel weet van (een bepaald soort) kunst
kunstkenners	=	kunstkenner
kunstkerstbomen	=	kunstkerstboom
kunstkerstboom	noun	een kerstboom die van kunstmatige materialen is vervaardigd
kunstkerstboompje	=	kunstkerstboom
kunstkerstboompjes	=	kunstkerstboom
kunstknie	noun	vervanging van een beschadigde knie
kunstknieën	=	kunstknie
kunstkoe	noun	een beeld van een koe als kunstwerk
kunstkoeien	=	kunstkoe
kunstkoetje	=	kunstkoe
kunstkoetjes	=	kunstkoe
kunstkop	noun	prothese die iemand zegt te krijgen indien hij onder ernstige stress komt te staan
kunstkopje	=	kunstkop
kunstkopjes	=	kunstkop
kunstkoppen	=	kunstkop
kunstkring	noun	groep kunstenaars
kunstkringen	=	kunstkring
kunstkritiek	noun	de bespreking en beoordeling van kunstzinnige uitingen
kunstkritieken	=	kunstkritiek
kunstledemaat	noun	prothese van een ledemaat
kunstledemaatje	=	kunstledemaat
kunstledemaatjes	=	kunstledemaat
kunstledematen	noun	prothesen van de ledematen
kunstlederen	adj	gemaakt van een kunststof die lijkt op leer
kunstleer	noun	een imitatie van leer die bestaat uit een kunststof die aangebracht is op een drager van textiel, namaakleer
kunstlens	noun	een intraoculaire lens die de oorspronkelijke lens vervangt omdat deze troebel is geworden ten gevolge van cataract
kunstlensje	=	kunstlens
kunstlensjes	=	kunstlens
kunstlenzen	=	kunstlens
kunstleren	adj	gemaakt van een kunststof die lijkt op leer
kunstlicht	noun	kunstmatig licht, elektrisch licht
kunstlichten	=	kunstlicht
kunstlichtje	=	kunstlicht
kunstlied	noun	lied als kunstgenre zoals b.v. een lied van Franz Schubert
kunstliederen	=	kunstlied
kunstliedje	=	kunstlied
kunstliedjes	=	kunstlied
kunstliefhebber	noun	iemand die kan genieten van kunst
kunstliefhebbers	=	kunstliefhebber
kunstlievend	adj	veel van kunst houdend
kunstlievende	=	kunstlievend
kunstlievender	=	kunstlievend
kunstlievendere	=	kunstlievend
kunstlievenders	=	kunstlievend
kunstlievends	=	kunstlievend
kunstlievendst	=	kunstlievend
kunstlievendste	=	kunstlievend
kunstlong	noun	ijzeren long zoals ingezet bij poliomyelitis
kunstlongen	=	kunstlong
kunstmaan	noun	kunstmatige satelliet
kunstmaantje	=	kunstmaan
kunstmaantjes	=	kunstmaan
kunstmanen	=	kunstmaan
kunstmarkt	noun	vraag en aanbod in de kunsthandel
kunstmarkten	=	kunstmarkt
kunstmarktje	=	kunstmarkt
kunstmarktjes	=	kunstmarkt
kunstmatig	adj	door menselijk, moedwillig ingrijpen tot stand gekomen
kunstmatige	=	kunstmatig
kunstmatiger	=	kunstmatig
kunstmatigere	=	kunstmatig
kunstmatigers	=	kunstmatig
kunstmatigheden	=	kunstmatigheid
kunstmatigheid	noun	de mate waarin iets onnatuurlijk of onlogisch is
kunstmatigs	=	kunstmatig
kunstmatigst	=	kunstmatig
kunstmatigste	=	kunstmatig
kunstmest	noun	een combinatie van chemische stoffen die aan de aarde wordt toegevoegd ter bemesting daarvan
kunstmesten	=	kunstmest
kunstmestmengsel	noun	een combinatie van twee of meer verschillende chemische stoffen die aan de aarde worden toegevoegd ter bemesting daarvan
kunstmestmengsels	=	kunstmestmengsel
kunstmeststrooier	noun	een landbouwwerktuig, dat achter een tractor gebruikt wordt om kunstmest te strooien
kunstmeststrooiers	=	kunstmeststrooier
kunstminnaar	noun	persoon die erg veel van kunst houdt
kunstminnaars	=	kunstminnaar
kunstminnaartje	=	kunstminnaar
kunstminnaartjes	=	kunstminnaar
kunstminnaren	=	kunstminnaar
kunstminnend	adj	veel van kunst houdend
kunstminnende	=	kunstminnend
kunstminnender	=	kunstminnend
kunstminnendere	=	kunstminnend
kunstminnenders	=	kunstminnend
kunstminnends	=	kunstminnend
kunstminnendst	=	kunstminnend
kunstminnendste	=	kunstminnend
kunstmoeder	noun	iets of iemand dat de moeder vervangt
kunstmoeders	=	kunstmoeder
kunstmoedertje	=	kunstmoeder
kunstmoedertjes	=	kunstmoeder
kunstmusea	=	kunstmuseum
kunstmuseum	noun	museum dat kunstvoorwerpen, zoals schilderijen en beeldhouwwerken, tentoonstelt
kunstmuseumpje	=	kunstmuseum
kunstmuseumpjes	=	kunstmuseum
kunstmuseums	=	kunstmuseum
kunstnier	noun	toestel dat de werking van een nier kan overnemen
kunstnieren	=	kunstnier
kunstniertje	=	kunstnier
kunstniertjes	=	kunstnier
kunstnijverheden	=	kunstnijverheid
kunstnijverheid	noun	een mooi voorwerp dat op een ambachtelijke manier is gemaakt
kunstnijverheidsscholen	=	kunstnijverheidsschool
kunstnijverheidsschool	noun	ambachtsschool voor de kunstnijverheid
kunstobject	noun	iets wat een kunstenaar gemaakt heeft
kunstobjecten	=	kunstobject
kunstogen	=	kunstoog
kunstonderwijs	noun	onderwijs in het vak kunst
kunstoog	noun	een door de mens gemaakte cosmetische vervanging van een verloren gegaan oog; glazen oog
kunstopleiding	noun	opleiding tot kunstenaar
kunstopleidingen	=	kunstopleiding
kunstopleidinkje	=	kunstopleiding
kunstopleidinkjes	=	kunstopleiding
kunstopvatting	noun	de manier waarop kunst wordt beschouwd; meningen over kunst; interpretatie van kunst
kunstopvattingen	=	kunstopvatting
kunstpagina	noun	pagina in een krant met artikelen over kunst
kunstpagina's	=	kunstpagina
kunstpatrimonia	=	kunstpatrimonium
kunstpatrimonium	noun	het cultureel erfgoed ten aanzien van kunst
kunstpatrimoniums	=	kunstpatrimonium
kunstpenis	noun	seksspeeltje dat een mannelijk geslachtsdeel nabootst
kunstpenisje	=	kunstpenis
kunstpenisjes	=	kunstpenis
kunstpenissen	=	kunstpenis
kunstproject	noun	een, in de tijd en middelen begrensde, activiteit waarin men kunst maakt of tentoonstelt
kunstprojecten	=	kunstproject
kunstprojectje	=	kunstproject
kunstprojectjes	=	kunstproject
kunstraad	noun	groep mensen die o.a. beslissen over welke kunstinstellingen wel of geen overheidssubsidie ontvangen
kunstraden	=	kunstraad
kunstrijd	=	kunstrijden
kunstrijden	verb	sport waarbij men kunstige bewegingen uitvoert
kunstrijdend	=	kunstrijden
kunstrijdende	=	kunstrijden
kunstrijder	noun	iemand die de kunstschaatssport beoefent
kunstrijders	=	kunstrijder
kunstrijdster	noun	vrouw die aan kunstschaatsen doet
kunstrijdsters	=	kunstrijdster
kunstrijdstertje	=	kunstrijdster
kunstrijdstertjes	=	kunstrijdster
kunstroof	noun	diefstal van kunstzinnige voorwerpen
kunstroven	=	kunstroof
kunstscene	noun	een besloten groep van kunstenaars
kunstscenes	=	kunstscene
kunstschaats	noun	schaats speciaal gemaakt voor het kunstschaatsen
kunstschaatse	=	kunstschaatsen
kunstschaatsen	noun	sport waarbij individuelen, paren en groepen schaatsers rotaties, sprongen en andere bewegingen op het ijs maken, die vaak met muziek wordt uitgevoerd
kunstschaatsend	=	kunstschaatsen
kunstschaatser	noun	persoon die aan kunstschaatsen doet
kunstschaatsers	=	kunstschaatser
kunstschaatsje	=	kunstschaats
kunstschaatsjes	=	kunstschaats
kunstschaatsster	noun	vrouw die aan kunstschaatsen doet
kunstschaatssters	=	kunstschaatsster
kunstschaatst	=	kunstschaatsen
kunstschaatste	=	kunstschaatsen
kunstschaatsten	=	kunstschaatsen
kunstschat	noun	een kostbaar en belangrijk kunstwerk
kunstschatten	=	kunstschat
kunstschilder	noun	een schilder van kunstwerken
kunstschilderes	noun	een schilderes van kunstwerken
kunstschilderesje	=	kunstschilderes
kunstschilderesjes	=	kunstschilderes
kunstschilderessen	=	kunstschilderes
kunstschilders	=	kunstschilder
kunstschildertje	=	kunstschilder
kunstscholen	=	kunstschool
kunstschool	noun	school waar men aan kunst gerelateerd onderwijs krijgt b.v. de kunstacademie
kunstschooltje	=	kunstschool
kunstschooltjes	=	kunstschool
kunstsector	noun	alles en iedereen die betrokken is bij kunst en de handel in kunst
kunstsectoren	=	kunstsector
kunstsectors	=	kunstsector
kunstsneeuw	noun	sneeuw die kunstmatig vervaardigd wordt door bij vriezend weer water fijn te vernevelen
kunststad	noun	een stad waar men veel kunst kan bewonderen
kunststadje	=	kunststad
kunststadjes	=	kunststad
kunststeden	=	kunststad
kunststof	noun	een materiaal dat langs chemische weg vervaardigd is, veelal een polymeer	adj	van kunststof vervaardigd
kunststofbaan	noun	een baan gemaakt van een kunststof waarop hardloopwedstrijd worden gehouden
kunststofbaantje	=	kunststofbaan
kunststofbaantjes	=	kunststofbaan
kunststofbanen	=	kunststofbaan
kunststofbodem	noun	een bodem gemaakt van plastic
kunststofbodempje	=	kunststofbodem
kunststofbodempjes	=	kunststofbodem
kunststofbodems	=	kunststofbodem
kunststoffen	adj	van kunststof gemaakt
kunststofje	=	kunststof
kunststofjes	=	kunststof
kunststofleiding	noun	is een buis, gemaakt van synthetische materialen (polymeren zoals PVC, PE, of PEX), die wordt gebruikt voor het transporteren van vloeistoffen, gassen of kabels.
kunststofleidingen	=	kunststofleiding
kunststofleidinkje	=	kunststofleiding
kunststofleidinkjes	=	kunststofleiding
kunststofstoel	noun	een stoel gemaakt van plastic
kunststofstoelen	=	kunststofstoel
kunststofstoeltje	=	kunststofstoel
kunststofstoeltjes	=	kunststofstoel
kunststroming	noun	fase in de culturele ontwikkeling met een zekere gelijkaardigheid in stijl en ideeën die kenmerkend zijn voor een bepaalde groep, periode en plaats in de kunstgeschiedenis
kunststromingen	=	kunststroming
kunststrominkje	=	kunststroming
kunststrominkjes	=	kunststroming
kunststuk	noun	iets wat met grote vakbekwaamheid is gemaakt
kunststukje	=	kunststuk
kunststukjes	=	kunststuk
kunststukken	=	kunststuk
kunsttaal	noun	een artificiële of geconstrueerde taal is een taal waarvan de structuur, vocabulair en grammatica speciaal ontworpen is door een individu of een kleine groep, inplaats van op een natuurlijke wijze geëvolueerd in een cultuur
kunsttaaltje	=	kunsttaal
kunsttaaltjes	=	kunsttaal
kunsttalen	noun	verzamelterm voor speciaal ontwikkelde talen die door mensen worden gesproken
kunsttand	noun	door de mens gemaakte tand die dient ter vervanging van een verlorengegame natuurlijke tand
kunsttanden	=	kunsttand
kunsttentoonstelling	noun	gelegenheid waar bezoekers een verzameling kunstwerken kunnen bekijken
kunsttentoonstellingen	=	kunsttentoonstelling
kunsttentoonstellinkje	=	kunsttentoonstelling
kunsttentoonstellinkjes	=	kunsttentoonstelling
kunsttheoretisch	adj	betreft de studie, analyse en interpretatie van kunst op basis van conceptuele kaders, theorieën en wetmatigheden
kunsttheoretische	=	kunsttheoretisch
kunsttheoretischer	=	kunsttheoretisch
kunsttheoretischere	=	kunsttheoretisch
kunsttheoretischers	=	kunsttheoretisch
kunstuiting	noun	een creatief product van een kunstenaar
kunstuitingen	=	kunstuiting
kunstuitleen	noun	instelling of organisatie waar je, tegen betaling, kunstwerken kunt huren of soms ook kopen
kunstuitlenen	=	kunstuitleen
kunstvaardig	adj	bedreven in een kunst of in staat iets moois te maken
kunstvaardige	=	kunstvaardig
kunstvaardiger	=	kunstvaardig
kunstvaardigere	=	kunstvaardig
kunstvaardigers	=	kunstvaardig
kunstvaardigheden	=	kunstvaardigheid
kunstvaardigheid	noun	de kennis en kunde die men nodig heeft om mooie dingen te maken
kunstvaardigs	=	kunstvaardig
kunstvaardigst	=	kunstvaardig
kunstvaardigste	=	kunstvaardig
kunstvak	noun	tak van artistieke vaardigheid als een afgebakend onderdeel van onderwijs of werkzaamheden
kunstvakken	=	kunstvak
kunstveiling	noun	gelegenheid waar kunst per opbod wordt verkocht
kunstveilingen	=	kunstveiling
kunstvereniging	noun	samenwerkingsverband van personen die zich bezighouden met kunst.
kunstverenigingen	=	kunstvereniging
kunstverenigingetje	=	kunstvereniging
kunstverenigingetjes	=	kunstvereniging
kunstverzamelaar	noun	persoon die een kunstverzameling aanlegt
kunstverzamelaars	=	kunstverzamelaar
kunstverzameling	noun	een collectie kunstvoorwerpen
kunstverzamelingen	=	kunstverzameling
kunstverzamelingetje	=	kunstverzameling
kunstverzamelingetjes	=	kunstverzameling
kunstvezel	noun	een kunststof die gebruikt wordt voor het maken van kunstgarens
kunstvezels	=	kunstvezel
kunstvezeltje	=	kunstvezel
kunstvlees	noun	plantaardig product dat lijkt op vlees en dient als vleesvervanger
kunstvlieg	noun	afbeelding van een vlieg
kunstvliegen	verb	stuntvliegen
kunstvliegend	=	kunstvliegen
kunstvliegende	=	kunstvliegen
kunstvliegje	=	kunstvlieg
kunstvliegjes	=	kunstvlieg
kunstvoeding	noun	vloeibare voeding die met behulp van een fles met een daarop bevestigde zuigspeen wordt toegediend (zuigfles), meestal bedoeld voor een baby
kunstvoedingen	=	kunstvoeding
kunstvoedinkje	=	kunstvoeding
kunstvoedinkjes	=	kunstvoeding
kunstvol	adj	met veel kunst
kunstvolle	=	kunstvol
kunstvoller	=	kunstvol
kunstvollere	=	kunstvol
kunstvollers	=	kunstvol
kunstvols	=	kunstvol
kunstvolst	=	kunstvol
kunstvolste	=	kunstvol
kunstvoorwerp	noun	uniek voorwerp dat gemaakt is door een kunstenaar
kunstvoorwerpen	=	kunstvoorwerp
kunstvoorwerpje	=	kunstvoorwerp
kunstvoorwerpjes	=	kunstvoorwerp
kunstvorm	noun	vorm van kunst waarin een kunstenaar zich kan uiten
kunstvormen	=	kunstvorm
kunstvormpje	=	kunstvorm
kunstwereld	noun	het geheel van personen die zich op een of andere manier met kunst bezighouden
kunstwerelden	=	kunstwereld
kunstwereldje	=	kunstwereld
kunstwereldjes	=	kunstwereld
kunstwerk	noun	resultaat van een inspanning om iets te maken dat bijzonder mooi of indringend is
kunstwerken	=	kunstwerk
kunstwerkje	=	kunstwerk
kunstwerkjes	=	kunstwerk
kunstwoord	noun	als vakterm gebruikt, opzettelijk gemaakt woord
kunstwoorden	=	kunstwoord
kunstzaak	noun	winkel waar men kunstvoorwerpen verkoopt; winkel waar men kunst kan kopen
kunstzaakje	=	kunstzaak
kunstzaakjes	=	kunstzaak
kunstzaken	=	kunstzaak
kunstzij	noun	van cellulose gemaakte draad
kunstzijde	noun	van cellulose gemaakte draad
kunstzijden	adj	van kunstzijde gemaakt
kunstzijdes	=	kunstzijde
kunstzin	noun	het gevoel voor kunst
kunstzinnig	adj	op mooie of betekenisvolle manier gemaakt
kunstzinnige	=	kunstzinnig
kunstzinniger	=	kunstzinnig
kunstzinnigere	=	kunstzinnig
kunstzinnigers	=	kunstzinnig
kunstzinnigheden	=	kunstzinnigheid
kunstzinnigheid	noun	het gevoel dat men heeft voor het schone
kunstzinnigs	=	kunstzinnig
kunstzinnigst	=	kunstzinnig
kunstzinnigste	=	kunstzinnig
kunt	verb	tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kunnen
kunukero	noun	iemand die niet in de stad woont
kunukero's	=	kunukero
kunukuhuisje	noun	kleine woning voor slaafgemaakten
kunukuhuisjes	=	kunukuhuisje
kunukumodel	noun	manier van het het bedrijven van landbouw en veeteelt op de Antillen
kunukumodellen	=	kunukumodel
kuras	noun	rugstuk of borststuk van een harnas
kurasje	=	kuras
kurasjes	=	kuras
kurassen	=	kuras
kurassier	noun	zwaarbewapende ruiter met een helm en een borstharnas
kurassiers	=	kurassier
kurassiertje	=	kurassier
kure	=	kuren
kuren	verb	een langdurige behandeling volgen
kurend	=	kuren
kurende	=	kuren
kurk	noun	afdichting voor flessen uit veerkrachtig materiaal dat de flessehals afsluit; oorspronkelijk gemaakt uit de schors van een bepaalde boomsoort (kurkeik, Quercus suber), vanaf de 20e eeuw ook wel uit kunststof
kurkcambia	=	kurkcambium
kurkcambium	noun	cambium waarbij lagen kurk naar buiten toe worden aangemaakt dat zo de scheuren in de epidermis afdekt die ontstaan door de diktegroei
kurkdroge	=	kurkdroog
kurkdroog	adj	heel erg droog
kurkdroogs	=	kurkdroog
kurke	=	kurken
kurkeik	noun	Quercus suber een boom uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae), die van nature voorkomt in Zuid-Europa en Noord-Afrika en die het hele jaar groen blijft.
kurkeiken	=	kurkeik
kurkeikje	=	kurkeik
kurkeikjes	=	kurkeik
kurken	adj	van kurk vervaardigd
kurkend	=	kurken
kurkende	=	kurken
kurkentrekker	noun	een werktuig om flessen te ontkurken
kurkentrekkerregel	noun	een ezelsbruggetje om bij twee gegeven richtingen, een derde te vinden
kurkentrekkerregelen	=	kurkentrekkerregel
kurkentrekkerregels	=	kurkentrekkerregel
kurkentrekkerregeltje	=	kurkentrekkerregel
kurkentrekkerregeltjes	=	kurkentrekkerregel
kurkentrekkers	=	kurkentrekker
kurkentrekkertje	=	kurkentrekker
kurkentrekkertjes	=	kurkentrekker
kurketrekker	=	kurkentrekker
kurkiep	noun	Ulmus minor ('Suberosa' ) gladde iep met opvallende kurklijsten op de takken
kurkiepen	=	kurkiep
kurkje	=	kurk
kurkjes	=	kurk
kurkplaat	noun	een vlak, plat en vrij dun stuk kurk dat men o.a. gebruikt als hulpmiddel bij het zwemmen
kurkplaatje	=	kurkplaat
kurkplaatjes	=	kurkplaat
kurkplaten	=	kurkplaat
kurkt	=	kurken
kurkte	=	kurken
kurkten	=	kurken
kurkuma	noun	meerjarige, wortelstokachtige, kruidachtige plant Curcuma longa afkomstig uit het Indiase subcontinent uit de gemberfamilie Zingiberaceae
kurkuru	noun	mand gemaakt van gevlochten riet waarin men vis kan bewaren
kurkuru's	=	kurkuru
kuroburger	noun	Japanse, zwarte hamburger met een zwart broodje en zwarte kaas
kuroburgers	=	kuroburger
kurper	=	karper
kurrichanelijster	noun	Turdus libonyanus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
kurrichanelijsters	=	kurrichanelijster
kurrichanelijstertje	=	kurrichanelijster
kurrichanelijstertjes	=	kurrichanelijster
kursaal	noun	een gebouw met een of meer zalen in een badplaats of kuuroord
kursalen	=	kursaal
kurtiden	noun	een onderorde Kurtoidei van de baarsachtigen (Perciformes)
kus	noun	het de lippen ergens tegenaandrukken om affectie uit te drukken
kusaiebrilvogel	noun	Zosterops cinereus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
kusaiebrilvogels	=	kusaiebrilvogel
kusaiebrilvogeltje	=	kusaiebrilvogel
kusaiebrilvogeltjes	=	kusaiebrilvogel
kusaiejufferduif	noun	Ptilinopus hernsheimi een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
kusaiejufferduifje	=	kusaiejufferduif
kusaiejufferduifjes	=	kusaiejufferduif
kusaiejufferduiven	=	kusaiejufferduif
kusaieral	noun	Zapornia monasa een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
kusaierallen	=	kusaieral
kusaieralletje	=	kusaieral
kusaieralletjes	=	kusaieral
kusaiespreeuw	noun	Aplonis corvina een uitgestorven zangvogel uit de familie Sturnidae (spreeuwachtigen).
kusaiespreeuwen	=	kusaiespreeuw
kusaiespreeuwtje	=	kusaiespreeuw
kusaiespreeuwtjes	=	kusaiespreeuw
kushand	noun	kus op je eigen hand die je met een wuif gebaar naar iemand anders stuurt, kusgebaar
kushanden	=	kushand
kushandje	=	kushand
kushandjes	=	kushand
kusiet	noun	inwoner van het land bij de Nijl ten zuiden van Egypte; in vertalingen ook: Nubiër, Ethiopiër (22×: 2 Sam. 18:21 +, Jer. 13:23 +, Am. 9:7, Sef. 2:12, Dan. 11:43, 2 Kron. 12:3, +)
kusieten	=	kusiet
kusje	=	kus
kusjes	=	kus
kusse	=	kussen
kussen	verb	een kus of zoen geven	noun	een met zacht materiaal gevulde zak, dienende om het (slaap)comfort van de gebruiker te verbeteren
kussenblok	noun	ondersteuning en lager voor een as
kussenblokje	=	kussenblok
kussenblokjes	=	kussenblok
kussenblokken	=	kussenblok
kussend	=	kussen
kussende	=	kussen
kussengevecht	noun	en speelse manier van stoeien met hoofdkussens.
kussengevechten	=	kussengevecht
kussengevechtje	=	kussengevecht
kussengevechtjes	=	kussengevecht
kussenlava	noun	een vorm van uitvloeiingsgesteente, dat het uiterlijk heeft van min of meer op elkaar gestapelde kussentjes
kussenovertrek	noun	stuk goed waarmee een kussen is of wordt overtrokken.
kussenovertrekje	=	kussenovertrek
kussenovertrekjes	=	kussenovertrek
kussenovertrekken	=	kussenovertrek
kussens	=	kussen
kussensloop	noun	een stoffen omhulsel voor een kussen
kussensloopje	=	kussensloop
kussensloopjes	=	kussensloop
kussenslopen	=	kussensloop
kussentje	=	kussen
kussentjes	=	kussen
kussentjesjeneverbesroest	noun	Gymnosporangium tremelloides een schimmel behorend tot de familie Gymnosporangiaceae.
kussentjesjeneverbesroesten	=	kussentjesjeneverbesroest
kussentjesjeneverbesroestje	=	kussentjesjeneverbesroest
kussentjesjeneverbesroestjes	=	kussentjesjeneverbesroest
kussentjesmos	noun	Leucobryum glaucum een bladmos behorend tot de familie Leucobryaceae.
kussentjesmosje	=	kussentjesmos
kussentjesmosjes	=	kussentjesmos
kussentjesmossen	=	kussentjesmos
kussentjesveenmos	noun	een soort Sphagnum compactum uit het geslacht veenmos (Sphagnum).
kussentjesveenmosje	=	kussentjesveenmos
kussentjesveenmosjes	=	kussentjesveenmos
kussentjesveenmossen	=	kussentjesveenmos
kussenvormig	adj	vorm van een kussen hebbend
kussenvormige	=	kussenvormig
kussenvormiger	=	kussenvormig
kussenvormigere	=	kussenvormig
kussenvormigers	=	kussenvormig
kussenvormigs	=	kussenvormig
kussenvormigst	=	kussenvormig
kussenvormigste	=	kussenvormig
kussmaulademhaling	noun	regelmatige diepe ademhalingen zonder pauze (‘luchthonger’, ‘grote ademhaling’) bij acidose
kust	noun	de waterkant langs de zee
kustaalscholver	noun	Phalacrocorax neglectus een zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
kustaalscholvers	=	kustaalscholver
kustaalscholvertje	=	kustaalscholver
kustaalscholvertjes	=	kustaalscholver
kustaardkruiper	noun	Strigamia maritima een duizendpotensoort uit de familie van de Linotaeniidae.
kustaardkruipers	=	kustaardkruiper
kustaardkruipertje	=	kustaardkruiper
kustaardkruipertjes	=	kustaardkruiper
kustafslag	noun	het door erosie aangetast worden van de kuststrook
kustbaardlieden	=	kustbaardman
kustbaardlui	=	kustbaardman
kustbaardman	noun	Umbrina cirrosa een straalvinnige vissensoort uit de familie van de ombervissen (Sciaenidae).
kustbaardmannen	=	kustbaardman
kustbaardmannetje	=	kustbaardman
kustbaardmannetjes	=	kustbaardman
kustbatterij	noun	een defensieve artillerie-eenheid die aan de kust is opgesteld om oorlogsschepen en andere doelen op zee te bestoken
kustbatterijen	=	kustbatterij
kustbatterijtje	=	kustbatterij
kustbatterijtjes	=	kustbatterij
kustbehangersbij	noun	Megachile maritima een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
kustbehangersbijen	=	kustbehangersbij
kustbehangersbijtje	=	kustbehangersbij
kustbehangersbijtjes	=	kustbehangersbij
kustbescherming	noun	de bescherming van de kust tegen de invloeden van de zee
kustbeschermingen	=	kustbescherming
kustbevolking	noun	de verzamelnaam voor alle mensen die in kustgebieden wonen.
kustbevolkingen	=	kustbevolking
kustbevolkinkje	=	kustbevolking
kustbevolkinkjes	=	kustbevolking
kustbewaking	noun	het bewaken en beveiligen van de kustlijn en het aangrenzende zeegebied.
kustbewakingen	=	kustbewaking
kustbewakinkje	=	kustbewaking
kustbewakinkjes	=	kustbewaking
kustbijvlieg	noun	Eristalis abusiva een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kustbijvliegen	=	kustbijvlieg
kustbijvliegje	=	kustbijvlieg
kustbijvliegjes	=	kustbijvlieg
kustdikkopmot	noun	Scythris siccella een vlinder uit de familie dikkopmotten (Scythrididae).
kustdikkopmotje	=	kustdikkopmot
kustdikkopmotjes	=	kustdikkopmot
kustdikkopmotten	=	kustdikkopmot
kustdorp	noun	dorp gelegen aan de kust van een zee of meer
kustdorpen	=	kustdorp
kustdorpje	=	kustdorp
kustdorpjes	=	kustdorp
kustduikerwants	noun	Corixa affinis een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
kustduikerwantsen	=	kustduikerwants
kustduikerwantsje	=	kustduikerwants
kustduikerwantsjes	=	kustduikerwants
kuste	=	kussen
kusten	=	kust
kustgebergte	noun	evenwijdig aan de kust gelegen gebergte
kustgebergten	=	kustgebergte
kustgebergtes	=	kustgebergte
kustgebied	noun	langs de kust gelegen gebied
kustgebieden	=	kustgebied
kustgebiedje	=	kustgebied
kustgebiedjes	=	kustgebied
kustgemeente	noun	een gemeente die aan de kust gelegen is
kustgemeenten	=	kustgemeente
kustgemeentes	=	kustgemeente
kustgemeentetje	=	kustgemeente
kustgemeentetjes	=	kustgemeente
kustgitje	noun	Cheilosia vernalis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kustgitjes	=	kustgitje
kustgrasmineermot	noun	Elachista consortella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
kustgrasmineermotje	=	kustgrasmineermot
kustgrasmineermotjes	=	kustgrasmineermot
kustgrasmineermotten	=	kustgrasmineermot
kustgraszanger	noun	Cisticola haematocephalus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
kustgraszangers	=	kustgraszanger
kustgraszangertje	=	kustgraszanger
kustgraszangertjes	=	kustgraszanger
kustholengraver	noun	Geositta peruviana een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
kustholengravers	=	kustholengraver
kustholengravertje	=	kustholengraver
kustholengravertjes	=	kustholengraver
kustje	=	kust
kustjes	=	kust
kustkaardertje	noun	Argenna subnigra een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kaardertjes (Dictynidae)
kustkaardertjes	=	kustkaardertje
kustknikmos	noun	Bryum mamillatum een mossoort uit het geslacht knikmos (Bryum).
kustknikmosje	=	kustknikmos
kustknikmosjes	=	kustknikmos
kustknikmossen	=	kustknikmos
kustkransblaadje	=	kustkransblad
kustkransblaadjes	=	kustkransblad
kustkransblad	noun	Chara baltica een kranswier uit de familie Characeae.
kustkransbladen	=	kustkransblad
kustkransbladeren	=	kustkransblad
kustkransblaren	=	kustkransblad
kustkuifbladroller	noun	Endothenia oblongana een nachtvlinder uit de familie van de bladrollers, de Tortricidae.
kustkuifbladrollers	=	kustkuifbladroller
kustkuifbladrollertje	=	kustkuifbladroller
kustkuifbladrollertjes	=	kustkuifbladroller
kustland	noun	grond gelegen aan de kust
kustlanden	=	kustland
kustlandje	=	kustland
kustlandjes	=	kustland
kustlicht	noun	licht dat ten behoeve van de scheepvaart aan de kust brandt
kustlichten	=	kustlicht
kustlichtje	=	kustlicht
kustlichtjes	=	kustlicht
kustlijn	noun	grens tussen land en zee, wijze waarop de kust gevormd is
kustlijnen	=	kustlijn
kustlijntje	=	kustlijn
kustlijntjes	=	kustlijn
kustmammoetbomen	=	kustmammoetboom
kustmammoetboom	noun	Sequoia sempervirens een boom uit de cipresfamilie (Cupressaceae).
kustmammoetboompje	=	kustmammoetboom
kustmammoetboompjes	=	kustmammoetboom
kustmeer	noun	meer dat door afsluiting van een stuk zee is ontstaan
kustmeertje	=	kustmeer
kustmeertjes	=	kustmeer
kustmelde	noun	Atriplex glabriuscula een eenjarige plant die behoort tot de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
kustmelden	=	kustmelde
kustmeldetje	=	kustmelde
kustmeldetjes	=	kustmelde
kustmeren	=	kustmeer
kustnaaldkreeftje	noun	Sinelobus vanhaareni een naaldkreeftjessoort uit de familie van de Tanaididae.
kustnaaldkreeftjes	=	kustnaaldkreeftje
kustoogje	noun	Thiotricha subocellea een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
kustoogjes	=	kustoogje
kustotter	noun	bepaald soort zoogdier, Lontra felina, uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Molina in 1782.
kustotters	=	kustotter
kustottertje	=	kustotter
kustottertjes	=	kustotter
kustpaadje	=	kustpad
kustpaadjes	=	kustpad
kustpad	noun	een smalle weg die vlak langs de kust loopt
kustpaden	=	kustpad
kustpadje	=	kustpad
kustpadjes	=	kustpad
kustpalmborsteltje	noun	Baltidrilus costatus een ringworm uit de familie van de Tubificidae
kustpalmborsteltjes	=	kustpalmborsteltje
kustplaats	noun	aan de kust gelegen woonplaats
kustplaatsen	=	kustplaats
kustplaatsje	=	kustplaats
kustplaatsjes	=	kustplaats
kustplatvoetje	noun	Platycheirus immarginatus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
kustplatvoetjes	=	kustplatvoetje
kustputkopje	noun	Baryphyma trifrons een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
kustputkopjes	=	kustputkopje
kustregio	noun	een gebied dat grenst aan de zee
kustregio's	=	kustregio
kustrif	noun	een rif dat dicht langs de kust is gevormd en globaal de contouren van de kust volgt
kustriffen	=	kustrif
kustrifje	=	kustrif
kustrifjes	=	kustrif
kustscheepje	=	kustschip
kustscheepjes	=	kustschip
kustschepen	=	kustschip
kustschip	noun	een vrij klein schip bedoeld voor de zeevaart in de kustwateren
kustschorsloper	noun	Dromius meridionalis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kustschorslopers	=	kustschorsloper
kustschorslopertje	=	kustschorsloper
kustschorslopertjes	=	kustschorsloper
kustschrijvertje	noun	Gyrinus caspius een keversoort uit de familie van schrijvertjes (Gyrinidae).
kustschrijvertjes	=	kustschrijvertje
kustskinken	noun	een geslacht Emoia van hagedissen uit de familie skinken.
kustspringspin	noun	Sitticus distinguendus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
kustspringspinnen	=	kustspringspin
kustspringspinnetje	=	kustspringspin
kustspringspinnetjes	=	kustspringspin
kustsprinkhaan	noun	Chorthippus albomarginatus een insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae.
kustsprinkhaantje	=	kustsprinkhaan
kustsprinkhaantjes	=	kustsprinkhaan
kustsprinkhanen	=	kustsprinkhaan
kuststaat	noun	land dat gelegen is aan een zee
kuststaatje	=	kuststaat
kuststad	noun	een stad die aan zee gelegen is
kuststadje	=	kuststad
kuststadjes	=	kuststad
kuststaten	=	kuststaat
kuststeden	=	kuststad
kuststeenspringer	noun	Petrobius brevistylis een insect dat behoort tot de orde rotsspringers en de familie Machilidae
kuststeenspringers	=	kuststeenspringer
kuststeenspringertje	=	kuststeenspringer
kuststeenspringertjes	=	kuststeenspringer
kuststekelworm	noun	Clitellio arenarius een ringworm uit de familie van de Naididae.
kuststekelwormen	=	kuststekelworm
kuststekelwormpje	=	kuststekelworm
kuststekelwormpjes	=	kuststekelworm
kuststreek	noun	kustgebied
kuststreken	=	kuststreek
kuststroken	=	kuststrook
kuststromen	=	kuststroom
kuststrook	noun	stuk land dat dicht bij de zee ligt
kuststroom	noun	zeestroming langs de kust
kuststroompje	=	kuststroom
kuststroompjes	=	kuststroom
kusttopi	noun	een ondersoort Damaliscus lunatus topi van de lierantilope.
kusttopi's	=	kusttopi
kustuil	noun	Polymixis lichenea een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
kustuilen	=	kustuil
kustuiltje	=	kustuil
kustuiltjes	=	kustuil
kustvaarder	noun	een vrij klein handelsschip bedoeld voor de zeevaart in de kustwateren
kustvaarders	=	kustvaarder
kustvaardertje	=	kustvaarder
kustvaardertjes	=	kustvaarder
kustvaart	noun	het bedrijven van meestal beroepsmatige scheepvaart langs kusten en op zeearmen
kustvaarten	=	kustvaart
kustvaartuig	noun	een vrij klein schip bedoeld voor de zeevaart in de kustwateren
kustvaartuigen	=	kustvaartuig
kustvaartuigje	=	kustvaartuig
kustvaartuigjes	=	kustvaartuig
kustvak	noun	deel van een kustlijn
kustvakken	=	kustvak
kustverdediging	noun	verdediging van de zeekusten van een staat bijv. met kustbatterijen
kustverdedigingen	=	kustverdediging
kustverdedigingetje	=	kustverdediging
kustverdedigingetjes	=	kustverdediging
kustverdediginkje	=	kustverdediging
kustverontreiniging	noun	verontreiniging van de kust
kustverontreinigingen	=	kustverontreiniging
kustverontreinigingetje	=	kustverontreiniging
kustverontreinigingetjes	=	kustverontreiniging
kustvlakte	noun	naar de zee afhellende vlakte
kustvlakten	=	kustvlakte
kustvlaktes	=	kustvlakte
kustvlekogen	=	kustvlekoog
kustvlekoog	noun	Eristalinus aeneus een vlieg uit de familie zweefvliegen.
kustvlekoogje	=	kustvlekoog
kustvlekoogjes	=	kustvlekoog
kustvogel	noun	vogel die vooral aan de kust vertoeft
kustvogels	=	kustvogel
kustvogeltje	=	kustvogel
kustvogeltjes	=	kustvogel
kustwacht	noun	een staatsorgaan dat de beveiliging van de kustwateren tot taak heeft
kustwachten	=	kustwacht
kustwachter	noun	iemand die op een kustwachtpost werkt
kustwachters	=	kustwachter
kustwachtje	=	kustwacht
kustwachtjes	=	kustwacht
kustwater	noun	stuk zee dat dicht bij de kust ligt
kustwateren	=	kustwater
kustwaters	=	kustwater
kustwatertje	=	kustwater
kustwatertjes	=	kustwater
kustweg	noun	weg langs de kust
kustwegen	=	kustweg
kustweggetje	=	kustweg
kustweggetjes	=	kustweg
kustwegje	=	kustweg
kustwegjes	=	kustweg
kustweidemot	noun	Phycitodes saxicola een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
kustweidemotje	=	kustweidemot
kustweidemotjes	=	kustweidemot
kustweidemotten	=	kustweidemot
kustwolfsmelk	noun	Euphorbia portlandica een plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
kustwolfsmelkje	=	kustwolfsmelk
kustwolfsmelkjes	=	kustwolfsmelk
kustwolfspin	noun	Xerolycosa miniata een spin die behoort tot de wolfspinnen.
kustwolfspinnen	=	kustwolfspin
kustwolfspinnetje	=	kustwolfspin
kustwolfspinnetjes	=	kustwolfspin
kustzakdrager	noun	Whittleia retiella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae)
kustzakdragers	=	kustzakdrager
kustzakdragertje	=	kustzakdrager
kustzakdragertjes	=	kustzakdrager
kustzandspinnendoder	noun	Arachnospila consobrina een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
kustzandspinnendoders	=	kustzandspinnendoder
kustzandspinnendodertje	=	kustzandspinnendoder
kustzandspinnendodertjes	=	kustzandspinnendoder
kustzegge	noun	Carex divisa een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
kustzeggen	=	kustzegge
kustzeggetje	=	kustzegge
kustzeggetjes	=	kustzegge
kustzone	noun	het gebied dat dicht bij de kust ligt bestaande uit kustwateren, strand, duin en de polders vlak achter het duin
kustzones	=	kustzone
kut	noun|vulgar	vrouwelijk schaamdeel	adj	afkeurenswaardig, slecht, onaangenaam
kut-marokkaan	noun	vervelende overlast veroorzakende (Amsterdamse) jongen van Marokkaans origine
kut-marokkaantje	=	kut-marokkaan
kut-marokkaantjes	=	kut-marokkaan
kut-marokkanen	=	kut-marokkaan
kutding	noun	krachtterm die wordt gebruikt om frustratie of irritatie over een voorwerp uit te drukken
kutdingen	=	kutding
kutdingetje	=	kutding
kutdingetjes	=	kutding
kuten	=	kuut
kuthaar	noun	enkele uit beharing afkomstige vezel die zich op een ongewenste plaats bevindt
kuthaartje	=	kuthaar
kuthaartjes	=	kuthaar
kutharen	=	kuthaar
kutje	=	kut
kutjes	=	kut
kutkam	=	kutkammen
kutkamde	=	kutkammen
kutkamden	=	kutkammen
kutkamme	=	kutkammen
kutkammen	verb|vulgar	te lang blijven praten over dingen die niet belangrijk zijn
kutkammend	=	kutkammen
kutkamt	=	kutkammen
kutkind	noun|informal	heel vervelend kind
kutkinderen	=	kutkind
kutkindje	=	kutkind
kutkindjes	=	kutkind
kutleven	noun|vulgar	een heel vervelend leven
kutlevens	=	kutleven
kutleventje	=	kutleven
kutleventjes	=	kutleven
kutlikken	verb|vulgar	beffen
kuts	=	kut
kutsmoes	noun	onbenullig praatje, slechte uitvlucht, slecht verzinsel als uitvlucht, onbenullig voorwendsel
kutsmoesje	=	kutsmoes
kutsmoesjes	=	kutsmoes
kutsmoezen	=	kutsmoes
kutst	=	kut
kutste	=	kut
kutstreek	noun	gemene, vervelende, slechte handeling
kutstreekje	=	kutstreek
kutstreekjes	=	kutstreek
kutstreken	=	kutstreek
kutte	=	kut
kutten	=	kut
kuttenkop	noun	irritante vrouw
kuttenkopje	=	kuttenkop
kuttenkopjes	=	kuttenkop
kuttenkoppen	=	kuttenkop
kutter	=	kut
kuttere	=	kut
kutters	=	kut
kutvent	noun	heel vervelende, slechte man
kutventen	=	kutvent
kutventje	=	kutvent
kutventjes	=	kutvent
kutweer	noun	heel slecht weer
kutweertje	=	kutweer
kutwijf	noun|vulgar	onaangename vrouw #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
kutwijfje	=	kutwijf
kutwijfjes	=	kutwijf
kutwijven	=	kutwijf
kutzooi	noun	onaangename rommel
kutzwager	noun|vulgar	elk van de mannen die met dezelfde vrouw geslachtsgemeenschap hebben gehad
kutzwagers	=	kutzwager
kutzwagertje	=	kutzwager
kutzwagertjes	=	kutzwager
kuub	noun	kubieke meter #meervoud van het zelfstandig naamwoord kuub
kuur	noun	een behandeling ter genezing van een ziekte of een ongezonde situatie (zoals een verslaving)
kuurbad	noun	bad met warm, mineraalrijk water, dat een geneeskrachtige werking zou hebben
kuurbaden	=	kuurbad
kuurde	=	kuren
kuurden	=	kuren
kuurgast	noun	iemand die verblijft in een kuuroord
kuurgasten	=	kuurgast
kuuroord	noun	een oord met geneeskrachtige baden
kuuroorden	=	kuuroord
kuuroordje	=	kuuroord
kuuroordjes	=	kuuroord
kuurt	=	kuren
kuurtje	=	kuur
kuurtjes	=	kuur
kuus	=	kuis
kuut	noun	op Wieringen gangbare naam voor Numenius arquata, een vogel uit de familie van de snipachtigen Scolopacidae
kuutje	=	kuut
kuutjes	=	kuut
kuyscheid	=	kuisheid
kuyscheit	=	kuisheid
kuyschen	=	kuisen
kuyscheyd	=	kuisheid
kuyscheyt	=	kuisheid
kuyschheid	=	kuisheid
kuyschheit	=	kuisheid
kuyschheyd	=	kuisheid
kuyschheyt	=	kuisheid
kuysheid	=	kuisheid
kuysheit	=	kuisheid
kuysheyd	=	kuisheid
kuysheyt	=	kuisheid
kvk	noun|obsolete	instelling met regionale vestigingen die bedrijven officieel registreren en advies en steun geven Een belangrijke taak van de Kamer van Koophandel is het houden van het wettelijke Handelsregister.
kvk's	=	kvk
kvp	noun	Katholieke Volkspartij later opgegaan in het CDA
kvv'er	noun	iemand die een arbeidscontract met een vaste looptijd heeft bij defensie
kvv'ers	=	kvv'er
kwaad	noun	iets dat volkomen tegen de moraal is	adj	onaangenaam, ongunstig
kwaadaardig	adj	schade aanrichtend, schadelijk
kwaadaardige	=	kwaadaardig
kwaadaardiger	=	kwaadaardig
kwaadaardigere	=	kwaadaardig
kwaadaardigers	=	kwaadaardig
kwaadaardigheden	=	kwaadaardigheid
kwaadaardigheid	noun	het innerlijk slecht zijn
kwaadaardigheidje	=	kwaadaardigheid
kwaadaardigs	=	kwaadaardig
kwaadaardigst	=	kwaadaardig
kwaadaardigste	=	kwaadaardig
kwaaddenkend	adj	wantrouwig, ergdenkend, achterdochtig, argwanend
kwaaddenkende	=	kwaaddenkend
kwaaddenkender	=	kwaaddenkend
kwaaddenkendere	=	kwaaddenkend
kwaaddenkenders	=	kwaaddenkend
kwaaddenkends	=	kwaaddenkend
kwaaddenkendst	=	kwaaddenkend
kwaaddenkendste	=	kwaaddenkend
kwaaddoener	noun	persoon die verkeerde dingen doet, een misdadiger, een ondeugende
kwaaddoeners	=	kwaaddoener
kwaaddoenertje	=	kwaaddoener
kwaaddoenertjes	=	kwaaddoener
kwaadgesproken	=	kwaadspreken
kwaadgezind	adj	met slechte bedoelingen
kwaadgezinde	=	kwaadgezind
kwaadgezinder	=	kwaadgezind
kwaadgezindere	=	kwaadgezind
kwaadgezinders	=	kwaadgezind
kwaadgezinds	=	kwaadgezind
kwaadgezindst	=	kwaadgezind
kwaadgezindste	=	kwaadgezind
kwaadheden	=	kwaadheid
kwaadheid	noun	Kwaadheid is een emotie die kan optreden bij iemand die gedwarsboomd of tegengewerkt wordt, als diens "territorium" betreden wordt, of als zijn of haar grenzen overschreden worden.
kwaads	=	kwaad
kwaadschiks	adv	op een niet-constructieve, niet-coöperatieve manier
kwaadschikse	=	kwaadschiks
kwaadspraakt	=	kwaadspreken
kwaadsprak	=	kwaadspreken
kwaadsprake	=	kwaadspreken
kwaadspraken	=	kwaadspreken
kwaadspreek	=	kwaadspreken
kwaadspreekster	=	kwaadspreker
kwaadspreekt	=	kwaadspreken
kwaadspreke	=	kwaadspreken
kwaadspreken	verb	~ van: iets of iemand ten onrechte op een slechte manier weergeven
kwaadsprekend	=	kwaadspreken
kwaadsprekende	=	kwaadspreken
kwaadspreker	noun	iemand die kwaadspreekt
kwaadsprekerij	noun	bewuste verspreiding van negatieve verhalen over iets of iemand
kwaadsprekerijen	=	kwaadsprekerij
kwaadsprekers	=	kwaadspreker
kwaadsprekertje	=	kwaadspreker
kwaadst	=	kwaad
kwaadste	=	kwaad
kwaadwillend	adj	het slechte willen
kwaadwillende	=	kwaadwillend
kwaadwillender	=	kwaadwillend
kwaadwillendere	=	kwaadwillend
kwaadwillenders	=	kwaadwillend
kwaadwillendheden	=	kwaadwillendheid
kwaadwillendheid	noun	het kwaadwillend zijn
kwaadwillends	=	kwaadwillend
kwaadwillendst	=	kwaadwillend
kwaadwillendste	=	kwaadwillend
kwaadwillig	adj	met slechte bedoelingen, voorzien van een kwade wil
kwaadwillige	=	kwaadwillig
kwaadwilliger	=	kwaadwillig
kwaadwilligere	=	kwaadwillig
kwaadwilligers	=	kwaadwillig
kwaadwilligheden	=	kwaadwilligheid
kwaadwilligheid	noun	het kwaadwillig zijn
kwaadwilligs	=	kwaadwillig
kwaadwilligst	=	kwaadwillig
kwaadwilligste	=	kwaadwillig
kwaaie	noun	iemand die snel boos wordt
kwaaien	=	kwaaie
kwaaiig	adj	op een boze, verontwaardigde manier
kwaaiige	=	kwaaiig
kwaaiiger	=	kwaaiig
kwaaiigere	=	kwaaiig
kwaaiigers	=	kwaaiig
kwaaiigs	=	kwaaiig
kwaaiigst	=	kwaaiig
kwaaiigste	=	kwaaiig
kwaak	=	kwaken
kwaakblaas	noun	sterk uitrekbaar stuk huid dat uniek is voor de kikkers en gebruikt wordt bij het kwaken
kwaakblaasje	=	kwaakblaas
kwaakblaasjes	=	kwaakblaas
kwaakblazen	=	kwaakblaas
kwaakt	=	kwaken
kwaakte	=	kwaken
kwaakten	=	kwaken
kwaal	noun	Ziekte, Ziekte is een schadelijke lichamelijke of psychische afwijking van een organisme.
kwaaltje	=	kwaal
kwaaltjes	=	kwaal
kwaamt	=	komen
kwab	noun	een weke massa vlees of vet aan het lichaam
kwabaal	noun	holarctische kabeljauwachtige zoetwaterroofvis Lota lota met dikke kop en baarddraden op de neus en kin
kwabaaltje	=	kwabaal
kwabaaltjes	=	kwabaal
kwabalen	noun	een familie Lotidae in de orde kabeljauwachtigen (Gadiformes) volgens FishBase.
kwabbe	noun	kwab
kwabben	=	kwab
kwabbetje	=	kwab
kwabbetjes	=	kwab
kwabbig	adj	met de eigenschappen van een grote, weke vlees- of vetmassa
kwabbige	=	kwabbig
kwabbiger	=	kwabbig
kwabbigere	=	kwabbig
kwabbigers	=	kwabbig
kwabbigs	=	kwabbig
kwabbigst	=	kwabbig
kwabbigste	=	kwabbig
kwabje	=	kwab
kwabjes	=	kwab
kwacha	noun	benaming voor de munteenheden van Malawi en Zambia
kwacha's	=	kwacha
kwackel	=	kwakkel
kwade	noun	iemand die slecht en boosaardig is
kwaden	=	kwaad
kwader	=	kwaad
kwadere	=	kwaad
kwaders	=	kwaad
kwadraat	noun	het resultaat van de vermenigvuldiging van een getal met zichzelf
kwadraatgetal	noun	een geheel getal dat kan worden geschreven als het kwadraat van een ander geheel getal
kwadraatgetallen	=	kwadraatgetal
kwadraatgetalletje	=	kwadraatgetal
kwadraatgetalletjes	=	kwadraatgetal
kwadraatje	=	kwadraat
kwadraatjes	=	kwadraat
kwadraats	=	kwadraat
kwadraatwortel	noun	dat getal dat met zichzelf vermenigvuldigd een gegeven getal oplevert
kwadraatwortels	=	kwadraatwortel
kwadrant	noun	elk van de vier gelijke delen van een cirkel, verdeeld door twee loodrecht op elkaar staande diameters
kwadranten	=	kwadrant
kwadrantje	=	kwadrant
kwadrantjes	=	kwadrant
kwadrate	=	kwadraat
kwadrateer	=	kwadrateren
kwadrateerde	=	kwadrateren
kwadrateerden	=	kwadrateren
kwadrateert	=	kwadrateren
kwadraten	=	kwadraat
kwadratere	=	kwadrateren
kwadrateren	verb	een getal vermenigvuldigen met zichzelf
kwadraterend	=	kwadrateren
kwadraterende	=	kwadrateren
kwadratisch	adj	van de aard van een kwadraat
kwadratische	=	kwadratisch
kwadratischer	=	kwadratisch
kwadratischere	=	kwadratisch
kwadratischers	=	kwadratisch
kwadraturen	=	kwadratuur
kwadratuur	noun	het berekenen van de oppervlakte van een figuur met behulp van (oneindig klein wordende) vierkantjes, integraalrekening
kwadreer	=	kwadreren
kwadreerde	=	kwadreren
kwadreerden	=	kwadreren
kwadreert	=	kwadreren
kwadrere	=	kwadreren
kwadreren	verb	vierkant maken
kwadrerend	=	kwadreren
kwadrerende	=	kwadreren
kwajongen	noun	een jongen die dingen doet die men niet goedkeurt, maar die men toch aardig vindt
kwajongens	=	kwajongen
kwajongensachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van kwajongens
kwajongensachtige	=	kwajongensachtig
kwajongensachtiger	=	kwajongensachtig
kwajongensachtigere	=	kwajongensachtig
kwajongensachtigers	=	kwajongensachtig
kwajongensachtigs	=	kwajongensachtig
kwajongensachtigst	=	kwajongensachtig
kwajongensachtigste	=	kwajongensachtig
kwajongensstreek	noun	onschuldige, ondoordachte handeling zoals die past bij een ondeugend kind
kwajongensstreekje	=	kwajongensstreek
kwajongensstreekjes	=	kwajongensstreek
kwajongensstreken	=	kwajongensstreek
kwajongetje	=	kwajongen
kwajongetjes	=	kwajongen
kwak	noun	hoeveelheid kleverig of gelei-achtig materiaal
kwakdenker	noun	iemand die aan kwakdenken doet: de overtuiging dat fysieke ziekten van psychologische aard zijn en tussen de oren van de patiënt zitten; het new-agedenken
kwakdenkers	=	kwakdenker
kwakdenkertje	=	kwakdenker
kwakdenkertjes	=	kwakdenker
kwake	=	kwaken
kwaken	verb	het geluid van een eend of kikker maken
kwakend	adj	het geluid van een eend of kikker makend
kwakende	=	kwaken
kwakender	=	kwakend
kwakendere	=	kwakend
kwakenders	=	kwakend
kwakends	=	kwakend
kwakendst	=	kwakend
kwakendste	=	kwakend
kwaker	noun|informal	eend, kikker
kwakers	=	kwaker
kwakertje	=	kwaker
kwakertjes	=	kwaker
kwakje	=	kwak
kwakjes	=	kwak
kwakke	=	kwakken
kwakkel	noun	journalistieke misser, -vaak opzettelijk- onjuist bericht
kwakkelaar	noun	iemand die sukkelt met zijn gezondheid
kwakkelaars	=	kwakkelaar
kwakkelaartje	=	kwakkelaar
kwakkelaartjes	=	kwakkelaar
kwakkelbank	noun	een bank die steeds weer te maken had met geldproblemen en het risico had failliet te gaan
kwakkelbanken	=	kwakkelbank
kwakkelbankje	=	kwakkelbank
kwakkelbankjes	=	kwakkelbank
kwakkelde	=	kwakkelen
kwakkelden	=	kwakkelen
kwakkele	=	kwakkelen
kwakkelen	verb	niet vriezen en niet dooien, onbestendig zijn
kwakkelend	=	kwakkelen
kwakkelende	=	kwakkelen
kwakkelgang	noun	een langzame manier van voortbewegen of voortgaan
kwakkelgangen	=	kwakkelgang
kwakkelig	adj	met zijn gezondheid sukkelend
kwakkelige	=	kwakkelig
kwakkeliger	=	kwakkelig
kwakkeligere	=	kwakkelig
kwakkeligers	=	kwakkelig
kwakkeligs	=	kwakkelig
kwakkeligst	=	kwakkelig
kwakkeligste	=	kwakkelig
kwakkels	=	kwakkel
kwakkelt	=	kwakkelen
kwakkeltje	=	kwakkel
kwakkeltjes	=	kwakkel
kwakkelweer	noun	vrij koud weer met soms natte, maar geen droge sneeuw
kwakkelweertje	=	kwakkelweer
kwakkelweren	=	kwakkelweer
kwakkelwinter	noun	een periode waarin het afwisselend dooit en vriest
kwakkelwinters	=	kwakkelwinter
kwakkelwintertje	=	kwakkelwinter
kwakkelwintertjes	=	kwakkelwinter
kwakken	verb	met enige vaart iets vervormbaars tegen een hard voorwerp gooien
kwakkend	=	kwakken
kwakkende	=	kwakken
kwakkie	=	kwak
kwaksalver	=	kwakzalver
kwakt	=	kwakken
kwakte	=	kwakken
kwakten	=	kwakken
kwakzalf	=	kwakzalven
kwakzalfde	=	kwakzalven
kwakzalfden	=	kwakzalven
kwakzalft	=	kwakzalven
kwakzalve	=	kwakzalven
kwakzalven	verb	de geneeskunde onbevoegd uitoefenen
kwakzalvend	=	kwakzalven
kwakzalvende	=	kwakzalven
kwakzalver	noun	iemand die bedrieglijk minderwaardige geneeskunde uitoefent
kwakzalverij	noun	het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde
kwakzalverijen	=	kwakzalverij
kwakzalverijtje	=	kwakzalverij
kwakzalverijtjes	=	kwakzalverij
kwakzalvers	=	kwakzalver
kwakzalvertje	=	kwakzalver
kwakzalvertjes	=	kwakzalver
kwal	noun	Medusozoa vrijzwemmend, voornamelijk in zee levend ongewerveld dier met een geleiachtig lichaam in de vorm van een klok of paraplu
kwalen	=	kwaal
kwalificatie	noun	toekenning van een eigenschap of titel
kwalificatieafdeling	noun	onderdeel van het secundair onderwijs dat leerlingen voorbereid voor bepaalde functies op de arbeidsmarkt
kwalificatieafdelingen	=	kwalificatieafdeling
kwalificatieduel	noun	duel in het kader van een kwalificatietoernooi
kwalificatieduellen	=	kwalificatieduel
kwalificatieduelletje	=	kwalificatieduel
kwalificatieduelletjes	=	kwalificatieduel
kwalificatieduels	=	kwalificatieduel
kwalificatieplaats	noun	het recht om als deelnemer deel te nemen aan een toernooi
kwalificatieplaatsen	=	kwalificatieplaats
kwalificatiereeks	noun	reeks wedstrijden die men moet spelen om toegelaten te worden tot een bepaald toernooi
kwalificatiereeksen	=	kwalificatiereeks
kwalificatieronde	noun	ronde in een toernooi voor de finales om het uiteindelijke kampioenschap
kwalificatieronden	=	kwalificatieronde
kwalificatierondes	=	kwalificatieronde
kwalificaties	=	kwalificatie
kwalificatietje	=	kwalificatie
kwalificatietoernooi	noun	reeks wedstrijden die moet beslissen welke spelers of sportploegen zich kwalificeren voor de eindronde
kwalificatietoernooien	=	kwalificatietoernooi
kwalificatietoernooitje	=	kwalificatietoernooi
kwalificatietoernooitjes	=	kwalificatietoernooi
kwalificatiewedstrijd	noun	wedstrijd in het kader van een kwalificatietoernooi
kwalificatiewedstrijden	=	kwalificatiewedstrijd
kwalificatiewedstrijdje	=	kwalificatiewedstrijd
kwalificatiewedstrijdjes	=	kwalificatiewedstrijd
kwalificeer	=	kwalificeren
kwalificeerbaar	adj	een handeling onder de noemer van een in het strafrecht benoemde misdaad brengen
kwalificeerbaarder	=	kwalificeerbaar
kwalificeerbaardere	=	kwalificeerbaar
kwalificeerbaarders	=	kwalificeerbaar
kwalificeerbaars	=	kwalificeerbaar
kwalificeerbaarst	=	kwalificeerbaar
kwalificeerbaarste	=	kwalificeerbaar
kwalificeerbare	=	kwalificeerbaar
kwalificeerde	=	kwalificeren
kwalificeerden	=	kwalificeren
kwalificeert	=	kwalificeren
kwalificere	=	kwalificeren
kwalificeren	verb	voldoen aan de voorwaarden om ergens aan mee te kunnen doen, zich plaatsen
kwalificerend	=	kwalificeren
kwalificerende	=	kwalificeren
kwalijk	adj	slecht, niet goed
kwalijke	=	kwalijk
kwalijker	=	kwalijk
kwalijkere	=	kwalijk
kwalijkers	=	kwalijk
kwalijks	=	kwalijk
kwalijkst	=	kwalijk
kwalijkste	=	kwalijk
kwalitatief	adj	naar de hoedanigheid, betreffende de kwaliteit	adv	in een kwalitatieve wijze
kwalitatiefs	=	kwalitatief
kwalitatiefst	=	kwalitatief
kwalitatiefste	=	kwalitatief
kwalitatieve	=	kwalitatief
kwalitatiever	=	kwalitatief
kwalitatievere	=	kwalitatief
kwalitatievers	=	kwalitatief
kwaliteit	noun	peil van uitmuntendheid
kwaliteit-prijsverhouding	noun	de balans tussen de prijs die u betaalt voor een product of dienst en de kwaliteit die u daarvoor terugkrijgt.
kwaliteit-prijsverhoudingen	=	kwaliteit-prijsverhouding
kwaliteit-prijsverhoudinkje	=	kwaliteit-prijsverhouding
kwaliteit-prijsverhoudinkjes	=	kwaliteit-prijsverhouding
kwaliteiten	=	kwaliteit
kwaliteitje	=	kwaliteit
kwaliteitjes	=	kwaliteit
kwaliteitsaanduiding	noun	een label, norm of term die het niveau, de eigenschappen of de herkomst van een product of dienst aangeeft, vaak om de kwaliteit voor de consument te garanderen.
kwaliteitsaanduidingen	=	kwaliteitsaanduiding
kwaliteitsaanduidinkje	=	kwaliteitsaanduiding
kwaliteitsaanduidinkjes	=	kwaliteitsaanduiding
kwaliteitsbepaling	noun	het proces van het onderzoeken, meten en beoordelen van een product, dienst of proces om vast te stellen in welke mate het voldoet aan vooraf gestelde eisen, normen of verwachtingen
kwaliteitsbepalingen	=	kwaliteitsbepaling
kwaliteitsbepalinkje	=	kwaliteitsbepaling
kwaliteitsbepalinkjes	=	kwaliteitsbepaling
kwaliteitsbewaking	noun	het proces waarin de kwaliteit van producten, diensten of processen continu wordt gecontroleerd en gehandhaafd.
kwaliteitsbewakingen	=	kwaliteitsbewaking
kwaliteitsbewakinkje	=	kwaliteitsbewaking
kwaliteitsbewakinkjes	=	kwaliteitsbewaking
kwaliteitsborging	noun	het geheel van geplande en systematische acties en maatregelen dat nodig is om het vertrouwen te geven dat een product of dienst consistent voldoet aan vooraf gedefinieerde standaarden, wetgeving en klantverwachtingen
kwaliteitsborgingen	=	kwaliteitsborging
kwaliteitsborginkje	=	kwaliteitsborging
kwaliteitsborginkjes	=	kwaliteitsborging
kwaliteitscontrole	noun	onderzoek om beoordelen of iets voldoet aan de eisen die eraan gesteld mogen worden
kwaliteitscontroles	=	kwaliteitscontrole
kwaliteitscontroleur	noun	iemand die keurt of het product of de dienst aan de eisen voldoet
kwaliteitscontroleurs	=	kwaliteitscontroleur
kwaliteitseis	noun	een eis die gesteld wordt aan de kwaliteit van iets
kwaliteitseisen	=	kwaliteitseis
kwaliteitseisje	=	kwaliteitseis
kwaliteitseisjes	=	kwaliteitseis
kwaliteitshandboek	noun	een documentatie van de werkwijzen, procedures en richtlijnen die een organisatie hanteert om de kwaliteit van haar producten of diensten te waarborgen en te verbeteren
kwaliteitshandboeken	=	kwaliteitshandboek
kwaliteitshandboekje	=	kwaliteitshandboek
kwaliteitshandboekjes	=	kwaliteitshandboek
kwaliteitsimpuls	noun	gebeurtenis of handeling die het effect heeft dat de kwaliteit verbetert
kwaliteitsimpulsen	=	kwaliteitsimpuls
kwaliteitsjournalistiek	noun	verslaggeving die voldoet aan hoge journalistieke maatstaven; betrouwbare verslaggeving
kwaliteitskeurmerk	noun	keurmerk
kwaliteitskeurmerken	=	kwaliteitskeurmerk
kwaliteitsmanagement	noun	de tak van het management die streeft naar een zo hoog mogelijke kwaliteit van een product, productieproces, dienst of organisatie
kwaliteitsmuziek	noun	zeer goede muziek; muziek die heel goed is gespeeld; muziek die heel goed is opgenomen
kwaliteitsmuziekje	=	kwaliteitsmuziek
kwaliteitsmuziekjes	=	kwaliteitsmuziek
kwaliteitsnorm	noun	de opsomming van de kwaliteitseisen waaraan een product moet voldoen
kwaliteitsnormen	=	kwaliteitsnorm
kwaliteitsonderzoek	noun	onderzoek dat voldoet aan hoge maatstaven
kwaliteitsonderzoeken	=	kwaliteitsonderzoek
kwaliteitspers	noun	kranten en tijdschriften met serieuze, kwalitatief hoogstaande journalistieke artikelen
kwaliteitspersen	=	kwaliteitspers
kwaliteitsprobleem	noun	het niet (kunnen) voldoen aan de gestelde eisen
kwaliteitsprobleempje	=	kwaliteitsprobleem
kwaliteitsprobleempjes	=	kwaliteitsprobleem
kwaliteitsproblemen	=	kwaliteitsprobleem
kwaliteitsproduct	noun	product dat zich onderscheidt door zijn uitmuntendheid
kwaliteitsproducten	=	kwaliteitsproduct
kwaliteitsproductje	=	kwaliteitsproduct
kwaliteitsproductjes	=	kwaliteitsproduct
kwaliteitsscharrel	noun	kortdurende, seksuele relatie waarmee men ook goede gesprekken voert
kwaliteitsscharrels	=	kwaliteitsscharrel
kwaliteitsscharreltje	=	kwaliteitsscharrel
kwaliteitsscharreltjes	=	kwaliteitsscharrel
kwaliteitsslag	noun	een flinke verbetering
kwaliteitsslagen	=	kwaliteitsslag
kwaliteitstaxi	noun	taxi en taxichauffeur die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen
kwaliteitstaxi's	=	kwaliteitstaxi
kwaliteitsverbetering	noun	het beter worden van de kwaliteit
kwaliteitsverbeteringen	=	kwaliteitsverbetering
kwaliteitsverhoging	noun	het proces waarbij de eigenschappen van een product, dienst of proces doelbewust worden verbeterd.
kwaliteitsverhogingen	=	kwaliteitsverhoging
kwaliteitsverhoginkje	=	kwaliteitsverhoging
kwaliteitsverhoginkjes	=	kwaliteitsverhoging
kwaliteitsverklaring	noun	officieel document, vaak afgegeven door een onafhankelijke certificerende instelling, dat bewijst dat een product of proces voldoet aan vooraf vastgestelde kwaliteitsnormen en bouwregelgeving (BBL).
kwaliteitsverklaringen	=	kwaliteitsverklaring
kwaliteitsverklarinkje	=	kwaliteitsverklaring
kwaliteitsverklarinkjes	=	kwaliteitsverklaring
kwaliteitsverlies	noun	vermindering van de goede eigenschappen van iets; verslechtering van iets
kwaliteitsverliesje	=	kwaliteitsverlies
kwaliteitsverliesjes	=	kwaliteitsverlies
kwaliteitsverliezen	=	kwaliteitsverlies
kwaliteitsvol	adj	met veel kwaliteit
kwaliteitsvolle	=	kwaliteitsvol
kwaliteitsvoller	=	kwaliteitsvol
kwaliteitsvollere	=	kwaliteitsvol
kwaliteitsvollers	=	kwaliteitsvol
kwaliteitsvols	=	kwaliteitsvol
kwaliteitsvolst	=	kwaliteitsvol
kwaliteitsvolste	=	kwaliteitsvol
kwaliteitswerk	noun	iets wat met veel aandacht en vakkennis is gemaakt
kwaliteitswerken	=	kwaliteitswerk
kwaliteitswerkje	=	kwaliteitswerk
kwaliteitswerkjes	=	kwaliteitswerk
kwaliteitswijn	noun	wijn die onder goed milieu- en arbeidsomstandigheden geproduceerd is en een hoge kwaliteit heeft
kwaliteitswijnen	=	kwaliteitswijn
kwaliteitswijntje	=	kwaliteitswijn
kwaliteitswijntjes	=	kwaliteitswijn
kwaliteitszorg	noun	medische zorg van hoge kwaliteit
kwaliteitverhouding	noun	De prijs-kwaliteitverhouding geeft aan of een product of dienst zijn geld waard is, waarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen de (objectieve) kwaliteit en de prijs.
kwaliteitverhoudingen	=	kwaliteitverhouding
kwaliteitverhoudinkje	=	kwaliteitverhouding
kwaliteitverhoudinkjes	=	kwaliteitverhouding
kwaliteitvol	=	kwaliteitsvol
kwallen	noun	een verzamelnaam voor een groep in zee levende, vrijzwemmende neteldieren (Cnidaria).
kwallenbeet	noun	de beet van een kwal, geraakt zijn door de tentakels van een kwal.
kwallenbeetje	=	kwallenbeet
kwallenbeetjes	=	kwallenbeet
kwallenbeten	=	kwallenbeet
kwallenvissen	noun	een familie Nomeidae van baarsachtige vissen.
kwallenzwerm	noun	een zwerm van kwallen, een grote groep kwallen.
kwallenzwermen	=	kwallenzwerm
kwallenzwermpje	=	kwallenzwerm
kwallenzwermpjes	=	kwallenzwerm
kwalletje	=	kwal
kwalletjes	=	kwal
kwallig	adj	lijkend op een kwal
kwallige	=	kwallig
kwalliger	=	kwallig
kwalligere	=	kwallig
kwalligers	=	kwallig
kwalligs	=	kwallig
kwalligst	=	kwallig
kwalligste	=	kwallig
kwalm	=	kwalmen
kwalmde	=	kwalmen
kwalmden	=	kwalmen
kwalme	=	kwalmen
kwalmen	verb	een dikke rook afgeven
kwalmend	=	kwalmen
kwalmende	=	kwalmen
kwalmt	=	kwalmen
kwalpoliep	noun	klasse Hydrozoa
kwalpoliepen	=	kwalpoliep
kwalpoliepje	=	kwalpoliep
kwalpoliepjes	=	kwalpoliep
kwalster	noun	bobbelig ijs, half gesmolten sneeuw
kwalsterde	=	kwalsteren
kwalsterden	=	kwalsteren
kwalstere	=	kwalsteren
kwalsteren	verb	zich ontdoen van een overmaat aan speeksel
kwalsterend	=	kwalsteren
kwalsterende	=	kwalsteren
kwalsters	=	kwalster
kwalstert	=	kwalsteren
kwalvlo	noun	Hyperia galba een parasitair vlokreeftje uit de familie Hyperiidae.
kwalvlooien	=	kwalvlo
kwalvlooitje	=	kwalvlo
kwalvlooitjes	=	kwalvlo
kwam	=	komen
kwame	=	komen
kwamen	=	komen
kwansel	=	kwanselen
kwanselarij	noun	het slordig handeldrijven; ruiling
kwanselarijen	=	kwanselarij
kwanselarijtje	=	kwanselarij
kwanselarijtjes	=	kwanselarij
kwanselde	=	kwanselen
kwanselden	=	kwanselen
kwansele	=	kwanselen
kwanselen	verb	sjacheren
kwanselend	=	kwanselen
kwanselende	=	kwanselen
kwanselt	=	kwanselen
kwansuis	adv	op een manier die een bepaalde, onjuiste of niet-gemeende indruk moet geven
kwant	noun|informal	merkwaardig iemand, meestal van het mannelijk geslacht
kwanta	=	kwantum
kwanten	=	kwant
kwantificatie	noun	het kwantificeren, de kwantificering
kwantificaties	=	kwantificatie
kwantificatietje	=	kwantificatie
kwantificeer	=	kwantificeren
kwantificeerbaar	adj	waarvan de hoeveelheid, het aantal bepaald kan worden en uitgedrukt in een getal
kwantificeerbaarder	=	kwantificeerbaar
kwantificeerbaardere	=	kwantificeerbaar
kwantificeerbaarders	=	kwantificeerbaar
kwantificeerbaars	=	kwantificeerbaar
kwantificeerbaarst	=	kwantificeerbaar
kwantificeerbaarste	=	kwantificeerbaar
kwantificeerbare	=	kwantificeerbaar
kwantificeerde	=	kwantificeren
kwantificeerden	=	kwantificeren
kwantificeeren	=	kwantificeren
kwantificeert	=	kwantificeren
kwantificere	=	kwantificeren
kwantificeren	verb	in hoeveelheden, in een getal uitdrukken
kwantificerend	=	kwantificeren
kwantificerende	=	kwantificeren
kwantificering	noun	het kwantificeren
kwantificeringen	=	kwantificering
kwantisatie	noun	het kwantiseren
kwantisaties	=	kwantisatie
kwantisatietje	=	kwantisatie
kwantisatietjes	=	kwantisatie
kwantiseer	=	kwantiseren
kwantiseerde	=	kwantiseren
kwantiseerden	=	kwantiseren
kwantiseert	=	kwantiseren
kwantisere	=	kwantiseren
kwantiseren	verb	in hoeveelheden, in een getal uitdrukken, kwantificeren, mogelijk met de impliciete bijbetekenis dat dit met een beperkte nauwkeurigheid (aantal bits, kwanta) gebeurt
kwantiserend	=	kwantiseren
kwantiserende	=	kwantiseren
kwantitatief	adj	met betrekking tot de hoeveelheid; met betrekking tot het aantal
kwantitatiefs	=	kwantitatief
kwantitatiefst	=	kwantitatief
kwantitatiefste	=	kwantitatief
kwantitatieve	=	kwantitatief
kwantitatiever	=	kwantitatief
kwantitatievere	=	kwantitatief
kwantitatievers	=	kwantitatief
kwantiteit	noun	hoeveelheid, grootte
kwantiteiten	=	kwantiteit
kwantiteitstheorie	noun	theorie waarin de waarde van het geld in betrekking wordt gebracht tot de beschikbare hoeveelheid goederen, en waarbij de goederenprijzen recht evenredig wisselen met de vermeerdering of vermindering van de geldhoeveelheid
kwantiteitstheorietje	=	kwantiteitstheorie
kwantiteitstheorietjes	=	kwantiteitstheorie
kwantiteitstheorieën	=	kwantiteitstheorie
kwantje	=	kwant
kwantjes	=	kwant
kwantor	noun	iets dat een hoeveelheid nader omschrijft
kwantoren	=	kwantor
kwantortje	=	kwantor
kwantortjes	=	kwantor
kwantum	noun	de kleinste karakteristieke eenheid van een natuurkundige grootheid zoals energie, massa, werking enz
kwantumalgoritme	noun	algoritme dat inherent kwantum lijkt te zijn of dat gebruik maakt van een essentieel kenmerk van kwantumberekeningen, zoals kwantumsuperpositie of kwantumverstrengeling
kwantumalgoritmen	=	kwantumalgoritme
kwantumalgoritmes	=	kwantumalgoritme
kwantumbaan	noun	baan waarlangs een elektron zich in een atoom om de kern kan bewegen
kwantumbaantje	=	kwantumbaan
kwantumbaantjes	=	kwantumbaan
kwantumbanen	=	kwantumbaan
kwantumcascadelaser	noun	vaste-stoflaser waarbij de transitie van elektronen plaats vindt tussen subbanden, in plaats van tussen de geleidingsband en de valentieband
kwantumcascadelasers	=	kwantumcascadelaser
kwantumcascadelasertje	=	kwantumcascadelaser
kwantumcascadelasertjes	=	kwantumcascadelaser
kwantumchemie	noun	de toepassing van de kwantumtheorie op chemische problemen
kwantumchromodynamica	noun	is de natuurkundige theorie die de wisselwerking tussen quarks en gluonen (dragers van de sterke interactie) beschrijft
kwantumcomputer	noun	computer die gebruik maakt van kwantumeffecten , die kwantumdeeltjes onder bepaalde omstandigheden vertonen, om te kunnen rekenen
kwantumcomputers	=	kwantumcomputer
kwantumcomputertje	=	kwantumcomputer
kwantumcomputertjes	=	kwantumcomputer
kwantumcryptografie	noun	vorm van onkraakbare beveiliging voor elektronische communicatie of dataverkeer
kwantumcryptografieën	=	kwantumcryptografie
kwantumeffect	noun	een effect dat voortvloeit uit het feit dat volgens de kwantumtheorie een bepaalde eigenschap van een systeem slechts een discreet aantal mogelijkheden heeft en geen waarden tussen die mogelijkheden kan aannemen
kwantumeffecten	=	kwantumeffect
kwantumelektrodynamica	noun	een theorie die een integratie is van de relativistische versie van de Wetten van Maxwell met de theorie van de kwantummechanica
kwantumelektronica	noun	deel van de fysica, betreffende de lasers en masers
kwantumfluctuatie	noun	een fluctuatie van energie in de lege ruimte volgens de onzekerheidsrelaties van Heisenberg
kwantumfysica	noun	deelgebied van de natuurkunde waar het gaat om grootheden die alleen in voorkomen in veelvouden van een minieme hoeveelheid die niet verder kan worden opgedeeld, een kwantum
kwantumgetal	noun	getal dat in de kwantummechanica wordt gebruikt voor het beschrijven van de eigenschappen van bepaalde deeltjes
kwantumgetallen	=	kwantumgetal
kwantumgetalletje	=	kwantumgetal
kwantumgetalletjes	=	kwantumgetal
kwantumgravitatie	noun	een theorie die kwantummechanica en relativiteitstheorie met elkaar zou moeten verenigen
kwantumgroep	noun	een soort van Hopf-algebra
kwantumkorting	noun	korting bij het afnemen van een bepaalde minimale hoeveelheid
kwantumkortingen	=	kwantumkorting
kwantummechanica	noun	studie en beschrijving van het gedrag van de kleinste deeltjes
kwantummechanisch	adj	met betrekking tot de kwantummechanica
kwantummechanische	=	kwantummechanisch
kwantummechanischer	=	kwantummechanisch
kwantummechanischere	=	kwantummechanisch
kwantummechanischers	=	kwantummechanisch
kwantummystiek	noun	poging om vermeende paranormale verschijnselen te verklaren met begrippen uit de kwantummechanica
kwantumoptica	noun	een discipline van de natuurkunde die de kwantumeffecten die bij licht optreden bestudeert en gebruikt
kwantumoptiek	noun	kwantumoptica
kwantumpje	=	kwantum
kwantumpjes	=	kwantum
kwantumput	noun	fysisch potentiaalproces, dat een vlak potentiaalverloop vertoont omringt met heel hoge wanden
kwantumputten	=	kwantumput
kwantumroodverschuiving	noun	een pseudowetenschappelijke theorie, gebaseerd op een hypothetisch kosmologisch model dat volgens enkele creationisten een andere verklaring kan geven voor de roodverschuiving van het sterrenlicht
kwantums	=	kwantum
kwantumschuim	noun	theoretische voorstelling van het universum op de allerkleinste schaal als een voortdurend ontstaan en verdwijnen van materie en antimaterie, net als de belletjes in zeepsop
kwantumsprong	noun	overgang van een atoom van de ene energietoestand in de andere
kwantumsprongen	=	kwantumsprong
kwantumsprongetje	=	kwantumsprong
kwantumsprongetjes	=	kwantumsprong
kwantumtheorie	noun	natuurkundige theorie die het gedrag van materie en energie met interacties van kwanta op atomaire en subatomaire schaal beschrijft
kwantumtheorietje	=	kwantumtheorie
kwantumtheorieën	=	kwantumtheorie
kwantumtoestand	noun	de fysische toestand van een systeem, zoals die wordt beschreven in het kader van de kwantummechanica
kwantumtoestanden	=	kwantumtoestand
kwantumtunneling	noun	het verschijnsel in de kwantummechanica waarbij een deeltje door een barrière heen gaat, terwijl het niet voldoende energie heeft om over de barrière heen te gaan
kwantumveldentheorie	noun	een theoretisch kader voor de constructie van kwantummechanische modellen van veld-achtige systemen of, equivalent, veeldeeltjessystemen
kwantumverstrengeling	noun	een fenomeen uit de kwantummechanica waarbij twee of meer natuurkundige objecten zodanig verbonden zijn, dat het ene object niet meer volledig beschreven kan worden zonder het andere specifiek te noemen - ook al zijn de beide objecten ruimtelijk gescheiden
kwantumverstrengelingen	=	kwantumverstrengeling
kwantumzwaartekracht	noun	kwantumgravitatie
kwantungmoerasschildpad	noun	Mauremys nigricans een schildpad uit de familie Geoemydidae
kwantungmoerasschildpadden	=	kwantungmoerasschildpad
kwantungmoerasschildpadje	=	kwantungmoerasschildpad
kwantungmoerasschildpadjes	=	kwantungmoerasschildpad
kwapoets	noun	jong (mannelijk) persoon die ondeugende, grappige streken uithaalt
kwapoetsen	=	kwapoets
kwapoetsje	=	kwapoets
kwapoetsjes	=	kwapoets
kwar	noun	aanduiding voor planten of dieren die niet goed groeien
kwark	noun	zacht, wit, eiwitrijk, kaasachtig zuivelproduct dat wordt verkregen door het stremmen van melk
kwarken	=	kwark
kwarkje	=	kwark
kwarkjes	=	kwark
kwarktaart	noun	een taart bereid met kwark
kwarktaarten	=	kwarktaart
kwarktaartje	=	kwarktaart
kwarktaartjes	=	kwarktaart
kwarrel	noun	kortdurende, seksuele relatie waarmee men ook goede gesprekken voert
kwarrels	=	kwarrel
kwarreltje	=	kwarrel
kwarreltjes	=	kwarrel
kwarren	=	kwar
kwarretje	=	kwar
kwarretjes	=	kwar
kwart	noun	een vierde deel	num	een vierde deel (¼)
kwarta	noun	25% van iets
kwarta's	=	kwarta
kwartaal	noun	een kwart van een kalenderjaar
kwartaalabonnement	noun	abonnement met een loopduur van 1 kwartaal (13 weken of 3 maanden)
kwartaalabonnementen	=	kwartaalabonnement
kwartaalabonnementje	=	kwartaalabonnement
kwartaalabonnementjes	=	kwartaalabonnement
kwartaalbasis	noun	het meten van iets over periodes van 3 maanden
kwartaalbericht	noun	verslag over een periode van 3 maanden
kwartaalberichten	=	kwartaalbericht
kwartaalblaadje	=	kwartaalblad
kwartaalblaadjes	=	kwartaalblad
kwartaalblad	noun	een tijdschrift dat 4 maal per jaar verschijnt
kwartaalbladen	=	kwartaalblad
kwartaalcijfer	noun	meestal gebruikt in de meervoudsvorm: een of meer getallen die de bedrijfsresultaten beschrijven van 3 maanden
kwartaalcijfers	=	kwartaalcijfer
kwartaaldrinker	noun	iemand die met lange tussenpozen overmatig alcohol gebruikt
kwartaaldrinkers	=	kwartaaldrinker
kwartaalgroei	noun	in een periode van 3 maanden bereikte (economische) groei
kwartaalrapport	noun	verslag over de afgelopen 3 maanden
kwartaalrapporten	=	kwartaalrapport
kwartaalrekening	noun	financieel overzicht betreffende een periode van 3 maanden
kwartaalrekeningen	=	kwartaalrekening
kwartaalresultaat	noun	de winst of het verlies in een kwartaal behaald
kwartaalresultaatje	=	kwartaalresultaat
kwartaalresultaatjes	=	kwartaalresultaat
kwartaalresultaten	=	kwartaalresultaat
kwartaaltje	=	kwartaal
kwartaaltjes	=	kwartaal
kwartaalverlies	noun	het negatieve financiële resultaat dat een bedrijf in een kwartaal heeft behaald
kwartaalverliezen	=	kwartaalverlies
kwartaalwinst	noun	het positieve financiële resultaat van een onderneming in een periode van 3 maanden
kwartaalwinsten	=	kwartaalwinst
kwartaalwinstje	=	kwartaalwinst
kwartaalwinstjes	=	kwartaalwinst
kwartair	noun	quartair (in een tussen 1955 en 1996 officieel toegelaten schrijfwijze)
kwartalen	=	kwartaal
kwartanker	noun	elf flessen wijn
kwartankers	=	kwartanker
kwartankertje	=	kwartanker
kwartankertjes	=	kwartanker
kwarteeuw	noun	een tijdsperiode van 25 jaar
kwarteeuwen	=	kwarteeuw
kwarteeuwtje	=	kwarteeuw
kwarteeuwtjes	=	kwarteeuw
kwartel	noun	Coturnix coturnix, vederwild en hoendervogel
kwartelastrild	noun	Ortygospiza atricollis een klein vogeltje uit de familie van de Estrildidae.
kwartelastrilden	=	kwartelastrild
kwartelastrildje	=	kwartelastrild
kwartelastrildjes	=	kwartelastrild
kwarteldoof	adj	heel erg slechthorend
kwarteldoofs	=	kwarteldoof
kwarteldoofst	=	kwarteldoof
kwarteldoofste	=	kwarteldoof
kwarteldove	=	kwarteldoof
kwarteldover	=	kwarteldoof
kwarteldovere	=	kwarteldoof
kwarteldovers	=	kwarteldoof
kwartelduif	noun	een vogelsoort uit de familie duiven (Columbidae)
kwartelduifje	=	kwartelduif
kwartelduifjes	=	kwartelduif
kwartelduiven	noun	een geslacht Leptotrygon van de vogelfamilie der Columbidae (duiven).
kwartelei	noun	klein, bruingevlekt ei van een kwartel met een fijne smaak
kwarteleieren	=	kwartelei
kwarteleitje	=	kwartelei
kwarteleitjes	=	kwartelei
kwartelkoning	noun	bepaald soort vogel, Crex crex, in Nederland zeldzame ral die leeft in de graslanden met gelig kleed en kenmerkende roep
kwartelkoningen	=	kwartelkoning
kwartelkoninkje	=	kwartelkoning
kwartelkoninkjes	=	kwartelkoning
kwartelkuiken	noun	een jonge kwartel
kwartelkuikens	=	kwartelkuiken
kwartelkuikentje	=	kwartelkuiken
kwartelkuikentjes	=	kwartelkuiken
kwartels	=	kwartel
kwartelsnippen	noun	Thinocoridae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen.
kwartelstaalvink	noun	Vidua nigeriae een vogel uit de familie van de Viduidae.
kwartelstaalvinken	=	kwartelstaalvink
kwartelstaalvinkje	=	kwartelstaalvink
kwartelstaalvinkjes	=	kwartelstaalvink
kwarteltje	=	kwartel
kwarteltjes	=	kwartel
kwarten	=	kwart
kwartet	noun	een groep van vier muzikanten
kwartetje	=	kwartet
kwartetjes	=	kwartet
kwartetspel	noun	Bepaald kaartspel, waarbij men vier kaarten (een kwartet) van eenzelfde groep moet verzamelen.
kwartetspelen	=	kwartetspel
kwartetspellen	=	kwartetspel
kwartette	=	kwartetten
kwartetten	verb	het kwartetspel spelen
kwartettend	=	kwartetten
kwartettende	=	kwartetten
kwartfinale	noun	elk van de vier wedstrijden waarin gestreden wordt voor een plaats in de halve finale(s)
kwartfinaleplaats	noun	het recht om te mogen spelen of uitkomen in de kwartfinale van een toernooi
kwartfinaleplaatsen	=	kwartfinaleplaats
kwartfinaleplaatsje	=	kwartfinaleplaats
kwartfinaleplaatsjes	=	kwartfinaleplaats
kwartfinales	=	kwartfinale
kwartfinaletje	=	kwartfinale
kwartfinaletjes	=	kwartfinale
kwartfinalewedstrijd	noun	een wedstrijd in een toernooi die gespeeld wordt door de laatste acht deelnemers en dient als een ronde voor de halve finale
kwartfinalewedstrijden	=	kwartfinalewedstrijd
kwartfinalewedstrijdje	=	kwartfinalewedstrijd
kwartfinalewedstrijdjes	=	kwartfinalewedstrijd
kwartfinalist	noun	iets of iemand die hoort tot de laatste 8 spelers of 8 teams van een toernooi
kwartfinalisten	=	kwartfinalist
kwartiel	noun	25% van een geordende populatie
kwartielen	=	kwartiel
kwartier	noun	kwart van een uur
kwartieren	=	kwartier
kwartiermaker	noun	officier die de bouw van een kampement voorbereidt
kwartiermakers	=	kwartiermaker
kwartiermeester	noun	rang in de strijdmacht
kwartiermeesters	=	kwartiermeester
kwartiermeestertje	=	kwartiermeester
kwartiermeestertjes	=	kwartiermeester
kwartiers	adv	van gezaagd hout dat de planken min of meer straalsgewijs zijn gezaagd
kwartierstreep	noun	een dunne streep van metaal of kleur waarmee een vrijkwartier van een schild van dezelfde kleur of hetzelfde metaal gescheiden wordt
kwartierstrepen	=	kwartierstreep
kwartiertje	=	kwartier
kwartiertjes	=	kwartier
kwartijn	noun	boek in kwarto-formaat (ongeveer zo groot als een A4)
kwartijnen	=	kwartijn
kwartjaarlijks	adj	elke 3 maanden
kwartjaarlijkse	=	kwartjaarlijks
kwartje	=	kwart
kwartjes	=	kwart
kwartjespooier	noun	souteneur van een goedkope hoer
kwartjespooiers	=	kwartjespooier
kwartnoot	noun	een noot met een lengte die een vierde is van een hele noot
kwartnoten	=	kwartnoot
kwarto	noun	boekformaat, verkregen door een groot bedrukt vel tweemaal te vouwen, zodat een katern met 8 pagina's ontstaat	adj	met het formaat dat ontstaat door groot bedrukt vel tweemaal te vouwen, ruwweg vergelijkbaar met A4
kwarto's	=	kwarto
kwartolen	=	kwartool
kwartool	noun	een viertal muzieknoten of rusten op een plaats waar het gewone patroon, driedelig is.
kwartooltje	=	kwartool
kwartooltjes	=	kwartool
kwartrond	noun	schaaf waarvan de beitel de vorm van een kwartcirkel heeft	adj	waarvan het profiel een kwartcirkel vertoont
kwartronde	=	kwartrond
kwartronden	=	kwartrond
kwartrondje	=	kwartrond
kwartrondjes	=	kwartrond
kwartronds	=	kwartrond
kwartrust	noun	een rust met een lengte die een vierde is van een hele noot
kwartrusten	=	kwartrust
kwarts	noun	een vorm van siliciumdioxide, SiO₂ in kristalvorm met grote kristallen of als microscopisch kleine aggregaten
kwartsblauwtje	noun	Lysandra albicans een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
kwartsblauwtjes	=	kwartsblauwtje
kwartsbrander	noun	kwartslamp
kwartsbranders	=	kwartsbrander
kwartsbrandertje	=	kwartsbrander
kwartsbrandertjes	=	kwartsbrander
kwartsen	=	kwarts
kwartsextakkoord	noun	een tweede omkering van een drieklank (prime, terts, kwint) waaruit het akkoord ontstaat met de intervallen: prime, kwart en sext
kwartsextakkoorden	=	kwartsextakkoord
kwartsextakkoordje	=	kwartsextakkoord
kwartsextakkoordjes	=	kwartsextakkoord
kwartsglas	noun	uit gesmolten kwarts gemaakt glas
kwartsgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7039 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7039 ( ).
kwartsgrijze	=	kwartsgrijs
kwartshorloge	noun	zeer nauwkeurig elektronisch horloge met een kwartskristal als tijdsbepalend element
kwartshorloges	=	kwartshorloge
kwartshorlogetje	=	kwartshorloge
kwartshorlogetjes	=	kwartshorloge
kwartsiet	noun	delfstof die voornamelijk uit het mineraal kwarts bestaat
kwartsieten	=	kwartsiet
kwartsklok	noun	zeer nauwkeurige en goedkope elektronische tijdmeter met een kwartskristal als tijdsbepalend element
kwartsklokje	=	kwartsklok
kwartsklokjes	=	kwartsklok
kwartsklokken	=	kwartsklok
kwartslag	noun	een draai over 90 graden
kwartslagen	=	kwartslag
kwartslagje	=	kwartslag
kwartslamp	noun	kwikbooglamp waarvan de vacuümbuis uit kwartsglas bestaat
kwartslampen	=	kwartslamp
kwartslampje	=	kwartslamp
kwartslampjes	=	kwartslamp
kwartsporfier	noun	kwarts dat uitvloeiingsgesteente bevat
kwartsuurwerk	noun	zeer nauwkeurige en goedkope elektronische tijdmeter met een kwartskristal als tijdsbepalend element
kwartsuurwerken	=	kwartsuurwerk
kwartsuurwerkje	=	kwartsuurwerk
kwartsuurwerkjes	=	kwartsuurwerk
kwartszand	noun	zand dat uit zeer zuivere kwartskorreltjes bestaat
kwarttonen	=	kwarttoon
kwarttoon	noun	een toon van een bepaalde hoogte of een interval.
kwarttoonsysteem	noun	een microtonaal toonstelsel waarbij het octaaf in 24 gelijke intervallen verdeeld is
kwarttoonsysteempje	=	kwarttoonsysteem
kwarttoonsysteempjes	=	kwarttoonsysteem
kwarttoonsystemen	=	kwarttoonsysteem
kwarttoontje	=	kwarttoon
kwarttoontjes	=	kwarttoon
kwarttoonverdeling	noun	een microtonaal toonstelsel waarbij het octaaf in 24 gelijke intervallen verdeeld is
kwarttoonverdelingen	=	kwarttoonverdeling
kwarturen	=	kwartuur
kwartuur	noun	periode van 15 minuten
kwartviolen	=	kwartviool
kwartviool	noun	viersnarig strijkinstrument in een verkleinde uitvoering en daardoor geschikt voor kinderen die viool leren spelen
kwartviooltje	=	kwartviool
kwartviooltjes	=	kwartviool
kwas	noun	licht alcoholische drank uit Oost-Europa
kwasi	=	quasi
kwasibita	noun	Quassia amara struikachtige boom met rode bloemen
kwasibita's	=	kwasibita
kwasimama	noun	Hypophthalmus marginatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de antennemeervallen (Pimelodidae).
kwasimama's	=	kwasimama
kwast	noun	een borstelachtige versiering
kwasten	=	kwast
kwasterig	adj	zoals past bij een rare, vreemde, verwaande kerel
kwasterige	=	kwasterig
kwasteriger	=	kwasterig
kwasterigere	=	kwasterig
kwasterigers	=	kwasterig
kwasterigs	=	kwasterig
kwasterigst	=	kwasterig
kwasterigste	=	kwasterig
kwasterij	noun	verwaand, pedant gedrag
kwasterijen	=	kwasterij
kwastig	adj	lijkend op een kwast
kwastige	=	kwastig
kwastiger	=	kwastig
kwastigere	=	kwastig
kwastigers	=	kwastig
kwastigs	=	kwastig
kwastigst	=	kwastig
kwastigste	=	kwastig
kwastje	=	kwast
kwastjes	=	kwast
kwastjesbloem	noun	een geslacht Soldanella van vaste planten uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae), inheems in de Europese gebergtes Pyreneeën, Alpen, Apennijnen, Karpaten en Balkan
kwastjesbloemen	=	kwastjesbloem
kwastjesbloemetje	=	kwastjesbloem
kwastjesbloemetjes	=	kwastjesbloem
kwastjesbloempje	=	kwastjesbloem
kwastjesbloempjes	=	kwastjesbloem
kwastmot	noun	mot uit de familie Agonoxenidae van vlinders uit de superfamilie Gelechioidea die soms als zelfstandig taxon met de status van familie wordt onderscheiden
kwastmotje	=	kwastmot
kwastmotjes	=	kwastmot
kwastmotten	noun	Agonoxenidae een familie van vlinders uit de superfamilie Gelechioidea.
kwastsnoeken	noun	een familie Polypteridae van tropische Afrikaanse vissen en de enige familie binnen de orde kwastsnoeken (Polypteriformes).
kwaststaartrotskangoeroe	noun	Petrogale penicillata een kangoeroe uit het geslacht der rotskangoeroes (Petrogale) die voorkomt in Zuidoost-Australië.
kwaststaartrotskangoeroes	=	kwaststaartrotskangoeroe
kwaststaartrotskangoeroetje	=	kwaststaartrotskangoeroe
kwaststaartrotskangoeroetjes	=	kwaststaartrotskangoeroe
kwastvinnig	adj	behorend tot de klasse Sarcopterygii, vissen die een begin van longen en ledematen hebben
kwastvinnige	noun	benaming voor dieren uit de klasse Sarcopterygii
kwastvinnigen	noun	klasse Sarcopterygii, vissen die een begin van longen en ledematen hebben
kwastvinnigs	=	kwastvinnig
kwatakama	noun	Parkia pendula een boomsoort die voorkomt in midden-Amerika, van Nicaragua tot Peru en Brazilië.
kwatakama's	=	kwatakama
kwatong	noun	iemand die kwaadspreekt over andere mensen
kwatongen	=	kwatong
kwatrijn	noun	gedicht of couplet met vier regels met aaba als rijmschema
kwatrijnen	=	kwatrijn
kwatrijntje	=	kwatrijn
kwatrijntjes	=	kwatrijn
kwats	noun	onzin, flauwekul, nonsens
kwatta	noun	Ateles paniscus zwart gekleurde slingeraap
kwatta's	=	kwatta
kwatta-aap	noun	Ateles paniscus zwart gekleurde slingeraap
kwatta-aapje	=	kwatta-aap
kwatta-aapjes	=	kwatta-aap
kwatta-apen	=	kwatta-aap
kwebbel	=	kwebbelen
kwebbelaar	noun	persoon die (te) veel praat
kwebbelaars	=	kwebbelaar
kwebbelaartje	=	kwebbelaar
kwebbelaartjes	=	kwebbelaar
kwebbelde	=	kwebbelen
kwebbelden	=	kwebbelen
kwebbele	=	kwebbelen
kwebbelen	verb	praten, babbelen, kletsen
kwebbelend	=	kwebbelen
kwebbelende	=	kwebbelen
kwebbelkont	noun	persoon die (te) veel praat
kwebbelkonten	=	kwebbelkont
kwebbelkontje	=	kwebbelkont
kwebbelkontjes	=	kwebbelkont
kwebbelkous	noun	persoon die (te) veel praat
kwebbelkousen	=	kwebbelkous
kwebbelkousje	=	kwebbelkous
kwebbelkousjes	=	kwebbelkous
kwebbels	=	kwebbelen
kwebbelt	=	kwebbelen
kwebbeltje	=	kwebbelen
kwebbeltjes	=	kwebbelen
kwee	noun	Cydonia oblonga vrucht van die boom
kweeappel	noun	een peervormige vrucht van de Cydonia oblonga
kweeappelen	=	kweeappel
kweeappels	=	kweeappel
kweeappeltje	=	kweeappel
kweeappeltjes	=	kweeappel
kweek	noun	activiteit waarbij men bepaalde planten of andere levende wezens voor een bepaald doel laat groeien
kweekbed	noun	deel van een tuin waar planten in hun eerste ontwikkelingsstadia kunnen opgroeien
kweekbedden	=	kweekbed
kweekbodem	noun	een substraat met voedingsstoffen, bedoeld om schimmels, bacteriën, planten of dieren te kweken
kweekbodempje	=	kweekbodem
kweekbodempjes	=	kweekbodem
kweekbodems	=	kweekbodem
kweekburger	noun	hamburger gemaakt van vlees dat gekweekt is uit stamcellen van een dier
kweekburgers	=	kweekburger
kweekburgertje	=	kweekburger
kweekburgertjes	=	kweekburger
kweekdravik	noun	Bromopsis inermis subsp. inermis een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae).
kweekdraviken	=	kweekdravik
kweekdravikje	=	kweekdravik
kweekdravikjes	=	kweekdravik
kweeken	=	kweken
kweekgras	noun	benaming voor planten uit het geslacht Elytrigia uit de grassenfamilie (Poaceae)
kweekgrassen	=	kweekgras
kweekgrasuil	noun	Apamea sordens een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
kweekgrasuilen	=	kweekgrasuil
kweekgrasuiltje	=	kweekgrasuil
kweekgrasuiltjes	=	kweekgrasuil
kweekje	=	kweek
kweekjes	=	kweek
kweekplaats	noun	plaats waar iets gekweekt wordt
kweekplaatsen	=	kweekplaats
kweekreactor	noun	kernreactor die in een kerncentrale gebruikt kan worden om uit kernbrandstof kernenergie te produceren, en via een speciaal reactorproces behalve warmte ook nieuw splijtmateriaal maakt
kweekreactoren	=	kweekreactor
kweekreactors	=	kweekreactor
kweekschaal	noun	plat rond glazen bakje met een voedingsbodem waarop micro-organismen of cellen zich in afzondering snel kunnen vermenigvuldigen
kweekschaaltje	=	kweekschaal
kweekschaaltjes	=	kweekschaal
kweekschalen	=	kweekschaal
kweekscholen	=	kweekschool
kweekschool	noun	opleidingsschool met name voor onderwijzers (tegenwoordig de pedagogische academie of pabo)
kweekschooltje	=	kweekschool
kweekschooltjes	=	kweekschool
kweeksel	noun	dat wat met menselijke verzorging is gegroeid en vermeerderd
kweeksels	=	kweeksel
kweekt	=	kweken
kweekte	=	kweken
kweekten	=	kweken
kweekvijver	noun	een (kunstmatig) meertje waarin mensen vissen fokken
kweekvijvers	=	kweekvijver
kweekvijvertje	=	kweekvijver
kweekvijvertjes	=	kweekvijver
kweekvlees	noun	vlees dat gekweekt is uit de stamcellen van een dier
kweekzalm	noun	gekweekte zalm
kweekzalmen	=	kweekzalm
kweel	=	kwelen
kweelde	=	kwelen
kweelden	=	kwelen
kweelt	=	kwelen
kween	noun	onvruchtbaar dier dat geslachtskenmerken van beide geslachten bezit, zoals dat kan voorkomen bij runderen, varkens, schapen en geiten
kweentje	=	kween
kweepeer	noun	een peervormige vrucht van de Cydonia oblonga
kweepeertje	=	kweepeer
kweepeertjes	=	kweepeer
kweeperen	=	kweepeer
kweet	=	kwijten
kweetje	=	kwee
kweetjes	=	kwee
kweeën	=	kwee
kwek	=	kwekken
kweke	=	kweken
kwekeling	noun	een leerling van een kweekschool, een onderwijzer in opleiding
kwekelingen	=	kwekeling
kwekelingetje	=	kwekeling
kwekelingetjes	=	kwekeling
kweken	verb	dieren of planten verzorgen en hun voortplanting mogelijk maken
kwekend	=	kweken
kwekende	=	kweken
kweker	noun	iemand die zich toelegt op het kweken van planten of dieren
kwekerij	noun	plaats waar bomen, planten, fruit e.d. gekweekt worden
kwekerijen	=	kwekerij
kwekerijtje	=	kwekerij
kwekerijtjes	=	kwekerij
kwekers	=	kweker
kwekertje	=	kweker
kwekertjes	=	kweker
kwekje	=	kwekken
kwekjes	=	kwekken
kwekke	=	kwekken
kwekken	verb	geluid zoals kikkers, eenden, ganzen en eksters maken
kwekkend	=	kwekken
kwekkende	=	kwekken
kwekker	noun	persoon die (te) veel praat
kwekkers	=	kwekker
kwekkertje	=	kwekker
kwekkertjes	=	kwekker
kwekplek	noun	plaats bij het schoolplein waar de ouders, die hun kinderen komen ophalen, gezellig met elkaar kunnen kletsen
kwekplekje	=	kwekplek
kwekplekjes	=	kwekplek
kwekplekken	=	kwekplek
kwekt	=	kwekken
kwekte	=	kwekken
kwekten	=	kwekken
kwel	noun	het kwellen, kwelling
kweldam	noun	dam aan de binnenzijde van een rivierdijk en daar op twee punten mee verbonden om het kwelwater tegen te houden
kweldammen	=	kweldam
kwelde	=	kwellen
kwelden	=	kwellen
kwelder	noun	onbedijkt stuk drasland dat bij regelmaat blootstaat aan overstroming door zeewater bij hoog tij of stormvloed
kwelder-gifoogdaas	noun	Atylotus latistriatus een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
kwelder-gifoogdaasje	=	kwelder-gifoogdaas
kwelder-gifoogdaasjes	=	kwelder-gifoogdaas
kwelder-gifoogdazen	=	kwelder-gifoogdaas
kwelderbodemkrabspin	noun	Ozyptila westringi een spinnensoort in de taxonomische indeling van de krabspinnen (Thomisidae)
kwelderbodemkrabspinnen	=	kwelderbodemkrabspin
kwelderbodemkrabspinnetje	=	kwelderbodemkrabspin
kwelderbodemkrabspinnetjes	=	kwelderbodemkrabspin
kwelderglimmer	noun	Amara convexiuscula een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kwelderglimmers	=	kwelderglimmer
kwelderglimmertje	=	kwelderglimmer
kwelderglimmertjes	=	kwelderglimmer
kweldergors	noun	Ammospiza maritima een vogelsoort in de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen) en komt voor in de Verenigde Staten.
kweldergorsje	=	kweldergors
kweldergorsjes	=	kweldergors
kweldergorzen	=	kweldergors
kweldergras	noun	diverse grassoorten die groeien op onbedijkt drasland dat bij regelmaat blootstaat aan overstroming door zeewater bij hoog tij of stormvloed
kweldergrassen	=	kweldergras
kwelderkaardertje	noun	Argenna patula een spinnensoort uit de familie van de kaardertjes (Dictynidae).
kwelderkaardertjes	=	kwelderkaardertje
kwelderknikmos	noun	Bryum warneum een mos uit de familie Bryaceae.
kwelderknikmosje	=	kwelderknikmos
kwelderknikmosjes	=	kwelderknikmos
kwelderknikmossen	=	kwelderknikmos
kwelderknotje	noun	Tachys scutellaris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kwelderknotjes	=	kwelderknotje
kwelderpistoolmot	noun	Aristotelia brizella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
kwelderpistoolmotje	=	kwelderpistoolmot
kwelderpistoolmotjes	=	kwelderpistoolmot
kwelderpistoolmotten	=	kwelderpistoolmot
kwelderpriemkever	noun	Bembidion minimum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kwelderpriemkevers	=	kwelderpriemkever
kwelderpriemkevertje	=	kwelderpriemkever
kwelderpriemkevertjes	=	kwelderpriemkever
kwelderrondbuik	noun	Bradycellus distinctus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
kwelderrondbuiken	=	kwelderrondbuik
kwelderrondbuikje	=	kwelderrondbuik
kwelderrondbuikjes	=	kwelderrondbuik
kwelders	=	kwelder
kwelderslak	noun	Alderia modesta een slakkensoort uit de familie van de Limapontiidae.
kwelderslakje	=	kwelderslak
kwelderslakjes	=	kwelderslak
kwelderslakken	=	kwelderslak
kweldersnuitwapenvlieg	noun	Nemotelus notatus een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
kweldersnuitwapenvliegen	=	kweldersnuitwapenvlieg
kweldersnuitwapenvliegje	=	kweldersnuitwapenvlieg
kweldersnuitwapenvliegjes	=	kweldersnuitwapenvlieg
kwelderspringer	noun	Orchestia gammarellus een kleine vlokreeftensoort uit de familie strandvlooien (Talitridae), die in het hele Atlantische gebied voorkomt langs kusten.
kwelderspringers	=	kwelderspringer
kwelderspringertje	=	kwelderspringer
kwelderspringertjes	=	kwelderspringer
kweldertje	=	kwelder
kweldertjes	=	kwelder
kwelderviltvlieg	noun	Thereva cinifera een vliegensoort uit de familie van de viltvliegen (Therevidae).
kwelderviltvliegen	=	kwelderviltvlieg
kwelderviltvliegje	=	kwelderviltvlieg
kwelderviltvliegjes	=	kwelderviltvlieg
kwelderwerken	noun	menselijke ingrepen om landaangroei te stimuleren in buitendijks land dat bij zeer hoog water onderloopt
kwelderzandvleugeltje	noun	Scrobipalpa nitentella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
kwelderzandvleugeltjes	=	kwelderzandvleugeltje
kwelderzegge	noun	Carex extensa een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
kwelderzeggen	=	kwelderzegge
kwelderzeggetje	=	kwelderzegge
kwelderzeggetjes	=	kwelderzegge
kwelduivel	noun	iets of iemand die mensen bang maakt, plaagt of kwelt
kwelduivels	=	kwelduivel
kwelduiveltje	=	kwelduivel
kwelduiveltjes	=	kwelduivel
kwele	=	kwelen
kwelen	verb	liefelijk, sentimenteel zingen
kwelend	=	kwelen
kwelende	=	kwelen
kwelgeest	noun	iemand die iemand anders pest
kwelgeesten	=	kwelgeest
kwelgeestje	=	kwelgeest
kwelgeestjes	=	kwelgeest
kwelkade	noun	waterkering aan de binnenzijde van een rivierdijk en daar op twee punten mee verbonden om het water dat onder de dijk door stroomt tegen te houden
kwelkades	=	kwelkade
kwelle	=	kwellen
kwellen	verb	pijn of ergernis bezorgen
kwellend	adj	van iets of iemand dat het heel vervelend is
kwellende	=	kwellen
kwellender	=	kwellend
kwellendere	=	kwellend
kwellenders	=	kwellend
kwellends	=	kwellend
kwellendst	=	kwellend
kwellendste	=	kwellend
kweller	noun	iemand die een ander kwelt, pest en/of pijnigt
kwellerij	noun	het iets of iemand kwellen
kwellerijen	=	kwellerij
kwellers	=	kweller
kwelletje	=	kwel
kwelling	noun	datgene wat iemand groot ongemak en ellende bezorgt
kwellingen	=	kwelling
kwellinkje	=	kwelling
kwellinkjes	=	kwelling
kwelmoeraswapenvlieg	noun	Odontomyia hydroleon een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
kwelmoeraswapenvliegen	=	kwelmoeraswapenvlieg
kwelmoeraswapenvliegje	=	kwelmoeraswapenvlieg
kwelmoeraswapenvliegjes	=	kwelmoeraswapenvlieg
kwelscherm	noun	ondoorlatende, in de regel verticale, constructie waardoor water moeilijker onder een dijk, sluis of andere constructie door kan stromen
kwelschermen	=	kwelscherm
kwelsloot	noun	smalle watergang aan de binnenzijde van de dijk die tot doel heeft water dat onder de dijk door stroomt op te vangen en af te voeren
kwelslootje	=	kwelsloot
kwelslootjes	=	kwelsloot
kwelsloottje	=	kwelsloot
kwelsloten	=	kwelsloot
kwelspel	noun	dieren pijn doen of pesten als vorm van vermaak
kwelspelen	=	kwelspel
kwelspellen	=	kwelspel
kwelspelletje	=	kwelspel
kwelspelletjes	=	kwelspel
kwelt	=	kwellen
kwelwater	noun	water dat aan de landzijde onder de dijk of andere waterkerende constructtie door stroomt
kwelweg	noun	mogelijk pad dat grondwater dat onder een dijk duin of andere construscite door stroomt kan afleggen, van intreepunt tot uittreepunt
kwelwegen	=	kwelweg
kwelweglengte	noun	afstand welke grondwater dat onder een dijk of andere constructie door stroomt aflegt, van intreepunt tot uittreepunt
kwelweglengtes	=	kwelweglengte
kwenen	=	kween
kwestie	noun	probleem
kwesties	=	kwestie
kwestietje	=	kwestie
kwestietjes	=	kwestie
kwestieus	adj	twijfelachtig, onzeker
kwestieust	=	kwestieus
kwestieuste	=	kwestieus
kwestieuze	=	kwestieus
kwestieuzer	=	kwestieus
kwestieuzere	=	kwestieus
kwestieuzers	=	kwestieus
kwete	=	kwijten
kweten	=	kwijten
kwets	noun	een ondersoort Prunus domestica ssp. domestica van de pruim met kleine, langwerpige, blauwe, weinig sappige vruchten
kwetsbaar	adj	weinig beschermd tegen beschadiging
kwetsbaarder	=	kwetsbaar
kwetsbaardere	=	kwetsbaar
kwetsbaarders	=	kwetsbaar
kwetsbaarheden	=	kwetsbaarheid
kwetsbaarheid	noun	de zwakke, kwetsbare plek van iets of iemand
kwetsbaars	=	kwetsbaar
kwetsbaarst	=	kwetsbaar
kwetsbaarste	=	kwetsbaar
kwetsbaarsten	noun	groep van men mensen die heel vatbaar zijn voor bepaalde aandoeningen of gevaren
kwetsbare	=	kwetsbaar
kwetsbaren	noun	mensen die weinig vermogen hebben om tegenslagen te ontwijken of op te vangen en zo veel risico lopen op ernstig nadeel
kwetse	=	kwetsen
kwetsen	verb	beschadigen, schaden
kwetsend	adj	op een pijnlijke, beschadigende wijze beledigend
kwetsende	=	kwetsen
kwetsender	=	kwetsend
kwetsendere	=	kwetsend
kwetsenders	=	kwetsend
kwetsends	=	kwetsend
kwetsendst	=	kwetsend
kwetsendste	=	kwetsend
kwetsing	noun	het kwetsen
kwetsingen	=	kwetsing
kwetst	=	kwetsen
kwetste	=	kwetsen
kwetsten	=	kwetsen
kwetsuren	=	kwetsuur
kwetsuur	noun	blessure, verwonding, wond
kwetsuurtje	=	kwetsuur
kwetsuurtjes	=	kwetsuur
kwetter	=	kwetteren
kwetterde	=	kwetteren
kwetterden	=	kwetteren
kwettere	=	kwetteren
kwetteren	verb	vrolijk zingen van vogels
kwetterend	=	kwetteren
kwetterende	=	kwetteren
kwettert	=	kwetteren
kwezel	noun	iemand die zo sterk meeloopt in een bepaalde opvatting dat hij sommige dingen niet kan begrijpen
kwezelaar	noun	kwezel, beuzelaar
kwezelaars	=	kwezelaar
kwezelachtig	adj	geneigd zijn tot kwezelen
kwezelachtige	=	kwezelachtig
kwezelachtiger	=	kwezelachtig
kwezelachtigere	=	kwezelachtig
kwezelachtigers	=	kwezelachtig
kwezelachtigs	=	kwezelachtig
kwezelachtigst	=	kwezelachtig
kwezelachtigste	=	kwezelachtig
kwezelde	=	kwezelen
kwezelden	=	kwezelen
kwezele	=	kwezelen
kwezelen	verb	huichelen en/of beuzelen, zemelen
kwezelend	=	kwezelen
kwezelende	=	kwezelen
kwezelig	adj	zoals past bij een overdreven vroom persoon
kwezelige	=	kwezelig
kwezeliger	=	kwezelig
kwezeligere	=	kwezelig
kwezeligers	=	kwezelig
kwezeligs	=	kwezelig
kwezeligst	=	kwezelig
kwezeligste	=	kwezelig
kwezels	=	kwezel
kwezelt	=	kwezelen
kwezeltje	=	kwezel
kwezeltjes	=	kwezel
kwibus	noun	een vreemde, raar, zonderling iemand (meestal een man)
kwibusje	=	kwibus
kwibusjes	=	kwibus
kwibussen	=	kwibus
kwiek	adj	snel en vol levenskracht
kwieke	=	kwiek
kwieker	=	kwiek
kwiekere	=	kwiek
kwiekers	=	kwiek
kwieks	=	kwiek
kwiekst	=	kwiek
kwiekste	=	kwiek
kwiekwie	noun	benaming voor bepaalde soorten pantsermeervallen (familie Callichthyidae) die in Suriname als consumptievis zeer gewild zijn
kwiekwies	=	kwiekwie
kwiestenbiebel	=	kwistenbiebel
kwijl	noun	speeksel dat onwillekeurig uit de mond stroomt
kwijlde	=	kwijlen
kwijlden	=	kwijlen
kwijle	=	kwijlen
kwijlen	verb	een vloed van speeksel onwillekeurig uit de mond laten lopen
kwijlend	adj	van iets of iemand dat er slijm uit de mond loopt
kwijlende	=	kwijlen
kwijlends	=	kwijlend
kwijlt	=	kwijlen
kwijn	=	kwijnen
kwijnde	=	kwijnen
kwijnden	=	kwijnen
kwijne	=	kwijnen
kwijnen	verb	een levend wezen dat steeds minder levendig wordt
kwijnend	=	kwijnen
kwijnende	=	kwijnen
kwijnt	=	kwijnen
kwijt	adj	~ + oorzakelijk voorwerp niet meer weten waar iets is
kwijte	=	kwijten
kwijten	verb	zich ~: een belofte inlossen of aan een verplichting voldoen
kwijtend	=	kwijten
kwijtende	=	kwijten
kwijtgemaakt	=	kwijtmaken
kwijtgemaakte	=	kwijtmaken
kwijtgeraakt	=	kwijtraken
kwijtgeraakte	=	kwijtraken
kwijtgescholden	=	kwijtschelden
kwijtgespeeld	=	kwijtspelen
kwijtgespeelde	=	kwijtspelen
kwijting	noun|formal	de betaling van een schuld
kwijtingen	=	kwijting
kwijtinkje	=	kwijting
kwijtinkjes	=	kwijting
kwijtmaak	=	kwijtmaken
kwijtmaakt	=	kwijtmaken
kwijtmaakte	=	kwijtmaken
kwijtmaakten	=	kwijtmaken
kwijtmake	=	kwijtmaken
kwijtmaken	verb	op een actieve manier iets kwijtraken of verliezen
kwijtmakend	=	kwijtmaken
kwijtmakende	=	kwijtmaken
kwijtraak	=	kwijtraken
kwijtraakt	=	kwijtraken
kwijtraakte	=	kwijtraken
kwijtraakten	=	kwijtraken
kwijtrake	=	kwijtraken
kwijtraken	verb	verloren gaan / verliezen
kwijtrakend	=	kwijtraken
kwijtrakende	=	kwijtraken
kwijts	=	kwijt
kwijtscheld	=	kwijtschelden
kwijtschelde	=	kwijtschelden
kwijtschelden	verb	een schuld schrappen, ontheffen van een plicht (bijv. straf, schuld)
kwijtscheldend	=	kwijtschelden
kwijtscheldende	=	kwijtschelden
kwijtschelding	noun	het vrijwillig prijsgeven van een vordering op iemand
kwijtscheldingen	=	kwijtschelding
kwijtscheldinkje	=	kwijtschelding
kwijtscheldinkjes	=	kwijtschelding
kwijtscheldt	=	kwijtschelden
kwijtschold	=	kwijtschelden
kwijtscholde	=	kwijtschelden
kwijtscholden	=	kwijtschelden
kwijtscholdt	=	kwijtschelden
kwijtschrift	noun	schriftelijk bewijs van betaling, gemaakt door de ontvanger en gegeven aan de betaler
kwijtschriften	=	kwijtschrift
kwijtspeel	=	kwijtspelen
kwijtspeelde	=	kwijtspelen
kwijtspeelden	=	kwijtspelen
kwijtspeelt	=	kwijtspelen
kwijtspele	=	kwijtspelen
kwijtspelen	verb	door ongelukkig of onverstandig handelen verliezen
kwijtspelend	=	kwijtspelen
kwijtspelende	=	kwijtspelen
kwik	noun	een scheikundig element en zilverwit overgangsmetaal met symbool Hg en atoomnummer 80 dat o.a. wordt toegepast in thermometers en gasontladingslampen
kwikachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van kwik, snel, niet makkelijk te pakken
kwikachtige	=	kwikachtig
kwikachtiger	=	kwikachtig
kwikachtigere	=	kwikachtig
kwikachtigers	=	kwikachtig
kwikachtigs	=	kwikachtig
kwikachtigst	=	kwikachtig
kwikachtigste	=	kwikachtig
kwikatomen	=	kwikatoom
kwikatoom	noun	een atoom van het chemisch element kwik.
kwikatoompje	=	kwikatoom
kwikatoompjes	=	kwikatoom
kwikbak	noun	kwikreservoir van een barometer
kwikbakje	=	kwikbak
kwikbakjes	=	kwikbak
kwikbakken	=	kwikbak
kwikdamp	noun	giftige damp van kwik
kwikdampen	=	kwikdamp
kwikdampgelijkrichter	noun	wisselstroomgelijkrichter die werkt met een kwikdampboog tussen een hete kathode en een vrij koele anode geschikt voor hoge elektrische spanningen en grote vermogens
kwikdampgelijkrichters	=	kwikdampgelijkrichter
kwikdampgelijkrichtertje	=	kwikdampgelijkrichter
kwikdampgelijkrichtertjes	=	kwikdampgelijkrichter
kwikdamplamp	noun	fluorescentielamp die gevuld is met kwikdamp en die een helder wit licht geeft
kwikdamplampen	=	kwikdamplamp
kwikdamplampje	=	kwikdamplamp
kwikdamplampjes	=	kwikdamplamp
kwikje	=	kwik
kwikjes	=	kwik
kwikke	=	kwik
kwikker	=	kwik
kwikkere	=	kwik
kwikkers	=	kwik
kwiklamp	noun	gasontladingslamp, gevuld met kwikdamp
kwiklampen	=	kwiklamp
kwiklampje	=	kwiklamp
kwiklampjes	=	kwiklamp
kwikprobleem	noun	vraagstuk hoe de milieuschade door kwik en kwikverbindingen te verminderen
kwikproblemen	=	kwikprobleem
kwiks	=	kwik
kwikst	=	kwik
kwikstaart	noun	benaming voor vogels uit de geslachten Motacilla en Dendronanthus, bonte vogels met lange beweeglijke staart uit de familie Motacillidae
kwikstaarten	=	kwikstaart
kwikstaartje	=	kwikstaart
kwikstaartjes	=	kwikstaart
kwikste	=	kwik
kwikthermometer	noun|obsolete	meetinstrument om de temperatuur te meten op basis van het uitzetten van kwik bij hogere temperatuur
kwikthermometers	=	kwikthermometer
kwikvergiftiging	noun	een ernstige ziekte die ontstaat wanneer het lichaam wordt blootgesteld aan te hoge concentraties kwik.
kwikvergiftigingen	=	kwikvergiftiging
kwikvergiftigingetje	=	kwikvergiftiging
kwikvergiftigingetjes	=	kwikvergiftiging
kwikwi	noun	benaming voor bepaalde soorten pantsermeervallen (familie Callichthyidae) die in Suriname als consumptievis zeer gewild zijn
kwikwi's	=	kwikwi
kwikzand	noun|obsolete	bodem bestaand uit heel kleine korreltjes vergruisd gesteente, verzadigd met zoveel water dat alles wat zwaar is er in wegzakt
kwikzanden	=	kwikzand
kwikzandje	=	kwikzand
kwikzilver	noun	een metaal dat vloeibaar is bij kamertemperatuur
kwikzilverachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van kwikzilver
kwikzilverachtige	=	kwikzilverachtig
kwikzilverachtiger	=	kwikzilverachtig
kwikzilverachtigere	=	kwikzilverachtig
kwikzilverachtigers	=	kwikzilverachtig
kwikzilverachtigs	=	kwikzilverachtig
kwikzilverachtigst	=	kwikzilverachtig
kwikzilverachtigste	=	kwikzilverachtig
kwikzilveren	adj	als kwikzilver
kwikzilverig	adj	op kwikzilver lijkend
kwikzilverige	=	kwikzilverig
kwikzilveriger	=	kwikzilverig
kwikzilverigere	=	kwikzilverig
kwikzilverigers	=	kwikzilverig
kwikzilverigs	=	kwikzilverig
kwikzilverigst	=	kwikzilverig
kwikzilverigste	=	kwikzilverig
kwikzilvertje	=	kwikzilver
kwikzilvertjes	=	kwikzilver
kwimata	noun	Prochilodus rubrotaeniatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de nachtzalmen (Prochilodontidae).
kwimata's	=	kwimata
kwini	noun	Mangifera odorata een plant uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae).
kwink	=	kwinken
kwinke	=	kwinken
kwinkeleer	=	kwinkeleren
kwinkeleerde	=	kwinkeleren
kwinkeleerden	=	kwinkeleren
kwinkeleert	=	kwinkeleren
kwinkelere	=	kwinkeleren
kwinkeleren	verb	vrolijk zingen van vogels
kwinkelerend	=	kwinkeleren
kwinkelerende	=	kwinkeleren
kwinken	verb	opgewekt zingen (van vogels)
kwinkend	=	kwinken
kwinkende	=	kwinken
kwinkje	=	kwinken
kwinkjes	=	kwinken
kwinkslag	noun	korte, kernachtige, grappige opmerking
kwinkslagen	=	kwinkslag
kwinkslagje	=	kwinkslag
kwinkslagjes	=	kwinkslag
kwinkt	=	kwinken
kwinkte	=	kwinken
kwinkten	=	kwinken
kwint	noun	de vijfde trap van een diatonische toonladder
kwintaal	noun	gewicht van honderd pond of honderd kilogram
kwintalen	=	kwintaal
kwinten	=	kwint
kwintessens	noun	wat het voornaamste, het wezenlijke of de hoofdzaak van iets vormt
kwintet	noun	een groep van vijf muzikanten
kwintetje	=	kwintet
kwintetjes	=	kwintet
kwintetten	=	kwintet
kwintijn	noun	een dichtvorm (versvorm) waarbij een strofe bestaat uit vijf verzen
kwintijnen	=	kwintijn
kwintijntje	=	kwintijn
kwintijntjes	=	kwintijn
kwintje	=	kwint
kwintjes	=	kwint
kwintolen	=	kwintool
kwintool	noun	een groepje met een ongewoon aantal van vijf muzieknoten of rusten, dat volgens het gewone patroon bijv. vier of zes noten zou bevatten
kwintooltje	=	kwintool
kwintooltjes	=	kwintool
kwis	noun	spel waarbij de deelnemers vragen moeten proberen te beantwoorden
kwisje	=	kwis
kwisjes	=	kwis
kwispedoor	noun	een pot bestemd voor het opvangen van sputum
kwispedoors	=	kwispedoor
kwispedoortje	=	kwispedoor
kwispedoortjes	=	kwispedoor
kwispedoren	=	kwispedoor
kwispel	noun	bundel haar of draad, gebruikt als versiering
kwispelde	=	kwispelen
kwispelden	=	kwispelen
kwispele	=	kwispelen
kwispelen	verb	druk met de staart zwaaien
kwispelend	adj	vrolijk zwaaiende met de staart
kwispelende	=	kwispelend
kwispelends	=	kwispelend
kwispelgerst	noun	Hordeum jubatum een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie.
kwispellezen	verb	voorlezen door kinderen met taalproblemen aan daarvoor getrainde hond om zo een leesstimulans te krijgen
kwispellezend	=	kwispellezen
kwispellezende	=	kwispellezen
kwispels	=	kwispel
kwispelstaart	=	kwispelstaarten
kwispelstaarte	=	kwispelstaarten
kwispelstaarten	verb	met de staart heen en weer bewegen als teken van vrolijkheid
kwispelstaartend	=	kwispelstaarten
kwispelstaartende	=	kwispelstaarten
kwispelstaartte	=	kwispelstaarten
kwispelstaartten	=	kwispelstaarten
kwispelt	=	kwispelen
kwispeltje	=	kwispel
kwissen	=	kwis
kwisser	noun	persoon die deelneemt aan een quiz
kwissers	=	kwisser
kwisten	verb|obsolete	verkwisten
kwistenbiebel	noun	een merkwaardig, dwaas persoon
kwistenbiebelke	=	kwistenbiebel
kwistenbiebelkes	=	kwistenbiebel
kwistenbiebels	=	kwistenbiebel
kwistenbiebeltje	=	kwistenbiebel
kwistenbiebeltjes	=	kwistenbiebel
kwistig	adj	op lichtzinnige wijze verbruikend
kwistige	=	kwistig
kwistiger	=	kwistig
kwistigere	=	kwistig
kwistigers	=	kwistig
kwistigs	=	kwistig
kwistigst	=	kwistig
kwistigste	=	kwistig
kwitantie	noun	schriftelijk bewijs van betaling, betalingsbewijs
kwitanties	=	kwitantie
kwitantietje	=	kwitantie
kwitantietjes	=	kwitantie
kwiteer	=	kwiteren
kwiteerde	=	kwiteren
kwiteerden	=	kwiteren
kwiteert	=	kwiteren
kwitere	=	kwiteren
kwiteren	verb	vrijstelling verlenen
kwiterend	=	kwiteren
kwiterende	=	kwiteren
kwèken	=	kweken
kynodromen	=	kynodroom
kynodroom	noun	renbaan voor honden
kynofobie	noun	onredelijke angst voor honden
kynologen	=	kynoloog
kynologenvereniging	noun	vereniging van hondenliefhebbers
kynologenverenigingen	=	kynologenvereniging
kynologenverenigingetje	=	kynologenvereniging
kynologenverenigingetjes	=	kynologenvereniging
kynologie	noun	de leer van (ras)honden, het is geen erkende wetenschappelijke discipline
kynologisch	adj	betrekking hebbend op de kynologie of de hond
kynologische	=	kynologisch
kynologischer	=	kynologisch
kynologischere	=	kynologisch
kynologischers	=	kynologisch
kynoloog	noun	iemand die veel weet van honden
kyste	=	cyste
kyu	=	kiyu
kán	verb	persoonsvorm van kunnen in de tegenwoordige tijd als benadrukt wordt dat iets mogelijk hoort te zijn	noun	kan als dat in een zin bijzondere nadruk krijgt in tegenstelling met een ander zinsdeel of een eerdere uitspraak
köfte	noun	gekruide gehaktbal
kür	noun	proef bij een dressuur wedstrijd
küren	=	kür
l	noun	de twaalfde letter van het alfabet
l'en	=	l
l'etje	=	l
l'etjes	=	l
l'hoëstmeerkat	noun	Cercopithecus lhoesti een soort uit het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
l'hoëstmeerkatje	=	l'hoëstmeerkat
l'hoëstmeerkatjes	=	l'hoëstmeerkat
l'hoëstmeerkatten	=	l'hoëstmeerkat
l's	=	l
l-teken	noun	gebaar met duim en wijsvinger op het voorhoofd om aan te geven dat je iemand een sukkel vindt
l-tekens	=	l-teken
l-tekentje	=	l-teken
l-tekentjes	=	l-teken
l-vormig	adj	eruitziend als een langwerpige rechthoek met haaks aan een uiteinde een wat kortere rechthoek
l-vormige	=	l-vormig
l-vormiger	=	l-vormig
l-vormigere	=	l-vormig
l-vormigers	=	l-vormig
l-vormigs	=	l-vormig
l-vormigst	=	l-vormig
l-vormigste	=	l-vormig
la	noun	de zesde muzieknoot in de toonladder
la's	=	la
la'tje	=	la
la'tjes	=	la
la-pazkrombekbladspeurder	noun	Syndactyla striatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
la-pazkrombekbladspeurders	=	la-pazkrombekbladspeurder
la-pazkrombekbladspeurdertje	=	la-pazkrombekbladspeurder
la-pazkrombekbladspeurdertjes	=	la-pazkrombekbladspeurder
la-platameesstekelstaart	noun	Leptasthenura platensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
la-platameesstekelstaarten	=	la-platameesstekelstaart
la-platameesstekelstaartje	=	la-platameesstekelstaart
la-platameesstekelstaartjes	=	la-platameesstekelstaart
laad	=	laden
laadbak	noun	deel van een vrachtauto of bestelauto waarin men lading kan vervoeren.
laadbakje	=	laadbak
laadbakjes	=	laadbak
laadbakken	=	laadbak
laadblok	noun	katrol boven aan de laadboom van een schip
laadblokje	=	laadblok
laadblokjes	=	laadblok
laadblokken	=	laadblok
laadbomen	=	laadboom
laadboom	noun	een draaibare hijs- en takelinstallatie op een boot, bestaande uit een lange paal met touwen en katrollen, waarmee de lading in en uit het ruim gehesen kan worden
laadboompje	=	laadboom
laadboompjes	=	laadboom
laadbrief	noun	document waarin beschreven staat welke lading een schip bevat
laadbriefje	=	laadbrief
laadbriefjes	=	laadbrief
laadbrieven	=	laadbrief
laadbrug	noun	brug met hijskraan
laadbruggen	=	laadbrug
laadbruggetje	=	laadbrug
laadbruggetjes	=	laadbrug
laadbrugje	=	laadbrug
laadbrugjes	=	laadbrug
laadcapaciteit	noun	de hoeveelheid stroom en oplaadapparatuur die beschikbaar is voor het opladen van batterijen en accu's
laadcapaciteiten	=	laadcapaciteit
laadde	=	laden
laadden	=	laden
laaddeur	noun	deur waardoor men lading in een voertuig kan brengen
laaddeuren	=	laaddeur
laadhoofd	noun	opening in het dek van een schip dat toegang tot de ruimen geeft
laadhoofden	=	laadhoofd
laadinfra	noun	alle voorziening die nodig zijn om de accu's van elektrische voertuigen op te laden
laadinfrastructuren	=	laadinfrastructuur
laadinfrastructuur	noun	alle voorziening die nodig zijn om de accu's van elektrische voertuigen op te laden
laadkist	noun	een balkvormige ruimte waarin men goederen kan vervoeren
laadkisten	=	laadkist
laadkistje	=	laadkist
laadkistjes	=	laadkist
laadklep	noun	een klep die de laadruimte van een schip of vrachtwagen afsluit maar in neergeklapte toestand kan dienen voor het laden en lossen van de vracht
laadkleppen	=	laadklep
laadkraan	noun	apparaat om lading te laden of te lossen in of uit een voertuig
laadkraantje	=	laadkraan
laadkraantjes	=	laadkraan
laadkranen	=	laadkraan
laadpaal	noun	een infrastructuurelement dat elektrische energie voorziet om elektrische plug-invoertuigen op te laden
laadpaalexploitant	noun	een bedrijf dat laadpalen in beheer heeft
laadpaalexploitanten	=	laadpaalexploitant
laadpaalkleven	verb	bezethouden van een laadpaal terwijl de auto al opgeladen is
laadpaalklevend	=	laadpaalkleven
laadpaalklevende	=	laadpaalkleven
laadpaalklever	noun	iemand die onnodig lang een laadpaal bezet houdt
laadpaalklevers	=	laadpaalklever
laadpaalklevertje	=	laadpaalklever
laadpaalkosten	noun	uitgaven voor het tanken van elektriciteit bij een oplaadmogelijkheid op straat
laadpaalstress	noun	alle emotionele spanningen die ontstaan door een tekort aan plaatsen waar men een elektrische auto kan opladen
laadpaaltje	=	laadpaal
laadpaaltjes	=	laadpaal
laadpalen	=	laadpaal
laadpas	noun	een pas waarmee automobilisten elektriciteit kunnen tanken bij een laadpaal
laadpasaanbieder	noun	een bedrijf dat een laadpassysteem in beheer heeft om automobilisten bij laadpalen elektriciteit bij te laten laden
laadpasaanbieders	=	laadpasaanbieder
laadpasje	=	laadpas
laadpasjes	=	laadpas
laadpassen	=	laadpas
laadperron	noun	verhoging naast het spoor voor het in- en uitladen
laadperronnetje	=	laadperron
laadperronnetjes	=	laadperron
laadperrons	=	laadperron
laadplaats	noun	een plaats meestal voor voertuigen waar zij hun goederen kunnen inladen
laadplaatsen	=	laadplaats
laadplaatsje	=	laadplaats
laadplaatsjes	=	laadplaats
laadpoort	noun	deur waar een vrachtwagen kan parkeren en lading makkelijk in- en uitgeladen kan worden
laadpoorten	=	laadpoort
laadpoortje	=	laadpoort
laadpoortjes	=	laadpoort
laadpunt	noun	een plaats waar men elektrische apparaten kan opladen, zoals een mobiele telefoon of een elektrische auto
laadpunten	=	laadpunt
laadruim	noun	ruimte in een schip, waarin goederen geladen kunnen worden
laadruimen	=	laadruim
laadruimte	noun	voor lading beschikbare ruimte in een transportmiddel
laadruimten	=	laadruimte
laadruimtes	=	laadruimte
laadschop	noun	machine waarmee men kan graven
laadschopje	=	laadschop
laadschoppen	=	laadschop
laadsnoer	noun	elektriciteitskabel waarmee men de accu of batterij van een apparaat kan opladen
laadsnoeren	=	laadsnoer
laadsnoertje	=	laadsnoer
laadsnoertjes	=	laadsnoer
laadstation	noun	plaats waar elektrische voertuigen kunnen worden opgeladen
laadstationbouwer	noun	bedrijf dat laadstations bouwt
laadstationbouwers	=	laadstationbouwer
laadstations	=	laadstation
laadstok	noun	stang waarmee men een geweer of pistool via de loop kan laden
laadstokje	=	laadstok
laadstokjes	=	laadstok
laadstokken	=	laadstok
laadstress	noun	de angst die een bestuurder van een elektrisch voertuig ervaart als de accu leeg dreigt te raken voordat men het voertuig aan een laadpaal kan opladen
laadt	=	laden
laadtijd	noun	de tijd die nodig is om iets te laden, met name de tijd die nodig is om een oplaadbare batterij weer van stroom te voorzien
laadtijden	=	laadtijd
laadvermogen	noun	de maximale hoeveelheid lading die een vervoermiddel kan of mag dragen
laadvermogens	=	laadvermogen
laadvlak	noun	plat, horizontaal vlak van een transportmiddel waarop men lading kan zetten
laadvlakje	=	laadvlak
laadvlakjes	=	laadvlak
laadvlakken	=	laadvlak
laadvloer	noun	horizontale bodem waarop bagage of lading gelegd kan worden; vloer van een laadbak
laadvloeren	=	laadvloer
laadvloertje	=	laadvloer
laadvloertjes	=	laadvloer
laaf	noun	een vaak gedeeltelijk ingegraven kuip voor het looien van leer
laafde	=	laven
laafden	=	laven
laafje	=	laaf
laafjes	=	laaf
laafloos	=	laveloos
laaft	=	laven
laag	adj	fysiek onder iets zijn; van geringe hoogte zijn	noun	iets dat zich in twee richtingen uitstrekt maar in de derde een beperkte dikte heeft
laag-bij-de-gronds	adj	van gering allooi, van weinig beschaving getuigend, banaal
laag-bij-de-grondse	=	laag-bij-de-gronds
laag-bij-de-grondser	=	laag-bij-de-gronds
laag-bij-de-grondsere	=	laag-bij-de-gronds
laag-bij-de-grondsers	=	laag-bij-de-gronds
laag-bij-de-grondst	=	laag-bij-de-gronds
laag-bij-de-grondste	=	laag-bij-de-gronds
laagbegaafd	adj	door de natuur met weinig gaven bedeeld
laagbegaafde	=	laagbegaafd
laagbegaafder	=	laagbegaafd
laagbegaafdere	=	laagbegaafd
laagbegaafders	=	laagbegaafd
laagbegaafds	=	laagbegaafd
laagbegaafdst	=	laagbegaafd
laagbegaafdste	=	laagbegaafd
laagbetaald	adj	van een persoon dat deze een laag salaris ontvangt
laagbetaalde	noun	werknemer met een laag salaris
laagbetaalden	=	laagbetaalde
laagbetaalds	=	laagbetaald
laagbouw	noun	lage gebouwen (minder dan 5 verdiepingen)
laagbouwen	=	laagbouw
laagbouwwoning	noun	een huis dat bestaat uit slechts één volledige woonlaag (de begane grond) en een kap (zolder of vliering).
laagbouwwoningen	=	laagbouwwoning
laagbouwwoninkje	=	laagbouwwoning
laagbouwwoninkjes	=	laagbouwwoning
laagcalorisch	adj	met een lagere verbrandingswaarde
laagcalorische	=	laagcalorisch
laagcalorischer	=	laagcalorisch
laagcalorischere	=	laagcalorisch
laagcalorischers	=	laagcalorisch
laagconjuncturen	=	laagconjunctuur
laagconjunctuur	noun	tijd waarin het slecht gaat met de economie die zich kenmerkt door een hoge werkloosheid, een geringe economische bedrijvigheid en een voorzichtige bestedingsneiging onder de consumenten
laagdrempelig	adj	op eenvoudige wijze toegankelijk, met weinig hindernissen bereikbaar
laagdrempelige	=	laagdrempelig
laagdrempeliger	=	laagdrempelig
laagdrempeligere	=	laagdrempelig
laagdrempeligers	=	laagdrempelig
laagdrempeligs	=	laagdrempelig
laagdrempeligst	=	laagdrempelig
laagdrempeligste	=	laagdrempelig
laagflatie	noun	toestand van de economie met maar een zeer geringe stijging van de prijzen
laagflaties	=	laagflatie
laagfrequent	adj	elektromagnetische straling met een lange golflengte (met een frequentie die overeenkomt met het hoorbare geluid)
laagfrequente	=	laagfrequent
laagfrequenter	=	laagfrequent
laagfrequentere	=	laagfrequent
laagfrequenters	=	laagfrequent
laagfrequents	=	laagfrequent
laagfrequentst	=	laagfrequent
laagfrequentste	=	laagfrequent
laaggebergte	noun	gebergte waarvan de toppen niet hoger zijn dan 500 m boven de zeespiegel
laaggebergten	=	laaggebergte
laaggebergtes	=	laaggebergte
laaggebergtetje	=	laaggebergte
laaggebergtetjes	=	laaggebergte
laaggeletterd	adj	niet voldoen aan de voorwaarden van functionele geletterdheid
laaggeletterde	noun	iemand die niet goed kan lezen en schrijven
laaggeletterden	=	laaggeletterde
laaggeletterdheid	noun	het laaggeletterd zijn
laaggeletterds	=	laaggeletterd
laaggeplaatst	adj	een ondergeschikte positie hebbend
laaggeplaatste	=	laaggeplaatst
laaggeplaatsts	=	laaggeplaatst
laaggeprijsd	adj	een laag aankoopbedrag hebbend, niet duur zijnd
laaggeprijsde	=	laaggeprijsd
laaggeprijsds	=	laaggeprijsd
laaggeschoold	adj	met weinig schoolse opleiding
laaggeschoolde	noun	een persoon met weinig schoolopleiding
laaggeschoolden	=	laaggeschoolde
laaggeschoolds	=	laaggeschoold
laaggevlogen	=	laagvliegen
laaggradig	adj	van een relatief lage intensiteit of sterkte
laaggradige	=	laaggradig
laaggradiger	=	laaggradig
laaggradigere	=	laaggradig
laaggradigers	=	laaggradig
laaggradigs	=	laaggradig
laaggradigst	=	laaggradig
laaggradigste	=	laaggradig
laaghangend	adj	dicht bij de grond hangend
laaghangende	=	laaghangend
laaghangends	=	laaghangend
laaghartig	adj	een slecht karakter hebbend
laaghartige	=	laaghartig
laaghartiger	=	laaghartig
laaghartigere	=	laaghartig
laaghartigers	=	laaghartig
laaghartigheden	=	laaghartigheid
laaghartigheid	noun	de mate waarin iets of iemand gemeen of verachtelijk is
laaghartigs	=	laaghartig
laaghartigst	=	laaghartig
laaghartigste	=	laaghartig
laagheden	=	laagheid
laagheid	noun	verwerpelijk gedrag dat van weinig menselijkheid of beschaving getuigt
laagje	=	laag
laagjes	=	laag
laagjesmode	noun	stijl die ontstaat door meerdere kledingstukken over elkaar te gedragen Door de mogelijkheid kledingstukken aan of uit te trekken ontstaat er flexibiliteit die zowel praktische (aanpassen aan temperatuur) als stilistische (combinaties van kleuren en patronen) voordelen kan hebben.
laagjesmodes	=	laagjesmode
laagland	noun	laag gelegen, meestal vlak land, niet hoger dan 200 m boven de zeespiegel
laaglandbaan	noun	een ijsbaan die beneden de 200 meter boven de zeespiegel ligt
laaglandbaantje	=	laaglandbaan
laaglandbaantjes	=	laaglandbaan
laaglandbanen	=	laaglandbaan
laaglandborstelmuis	noun	Pogonomelomys bruijni knaagdier uit het geslacht Pogonomelomys dat voorkomt op Nieuw-Guinea en het nabijgelegen eiland Salawati
laaglandborstelmuisje	=	laaglandborstelmuis
laaglandborstelmuisjes	=	laaglandborstelmuis
laaglandborstelmuizen	=	laaglandborstelmuis
laaglanddwergnachtzwaluw	noun	Aegotheles tatei een vogel uit de familie dwergnachtzwaluwen (Aegothelidae).
laaglanddwergnachtzwaluwen	=	laaglanddwergnachtzwaluw
laaglanddwergnachtzwaluwtje	=	laaglanddwergnachtzwaluw
laaglanddwergnachtzwaluwtjes	=	laaglanddwergnachtzwaluw
laaglanden	=	laagland
laaglandgronfolo	noun	Qualea coerulea een boom die meer dan 45 meter hoog kan worden met een stam die erg breed kan worden en met grote plankwortels.
laaglandgronfolo's	=	laaglandgronfolo
laaglandje	=	laagland
laaglandjes	=	laagland
laaglandlevertangare	noun	Piranga flava een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
laaglandlevertangaren	=	laaglandlevertangare
laaglandlevertangaretje	=	laaglandlevertangare
laaglandlevertangaretjes	=	laaglandlevertangare
laaglandtapir	noun	Tapirus terrestris een zoogdier uit de familie der tapirs.
laaglandtapirs	=	laaglandtapir
laaglandtapirtje	=	laaglandtapir
laaglandtapirtjes	=	laaglandtapir
laaglandwisent	noun	Bison bonasus bonasus een ondersoort van de wisent (Bison bonasus).
laaglandwisenten	=	laaglandwisent
laaglandwisentje	=	laaglandwisent
laaglandwisentjes	=	laaglandwisent
laagopgeleid	adj	met weinig scholing
laagopgeleide	noun	persoon die weinig opleiding heeft genoten
laagopgeleiden	=	laagopgeleide
laagopgeleids	=	laagopgeleid
laagpolig	adj	met korte haren, uit een dunne laag opstaand weefsel bestaand
laagpolige	=	laagpolig
laagpoliger	=	laagpolig
laagpoligere	=	laagpolig
laagpoligers	=	laagpolig
laagpoligs	=	laagpolig
laagpoligst	=	laagpolig
laagpoligste	=	laagpolig
laagradioactief	adj	weinig ioniserende straling producerend
laagradioactiefs	=	laagradioactief
laagradioactieve	=	laagradioactief
laags	=	laag
laagseizoen	noun	is de periode buiten het hoogseizoen
laagseizoenen	=	laagseizoen
laagseizoentje	=	laagseizoen
laagseizoentjes	=	laagseizoen
laagsgewijs	adj	in of bij lagen, laag voor laag
laagsgewijze	=	laagsgewijs
laagspanning	noun	is wisselspanning tot 1000 volt en gelijkspanning tot 1500 volt
laagspanningen	=	laagspanning
laagspanninkje	=	laagspanning
laagst	=	laag
laagstaand	adj	dichtbij de horizon
laagstaande	=	laagstaand
laagstaander	=	laagstaand
laagstaandere	=	laagstaand
laagstaanders	=	laagstaand
laagstaands	=	laagstaand
laagstaandst	=	laagstaand
laagstaandste	=	laagstaand
laagstam	noun	een fruitboom met een lage stam zodat de vruchten makkelijker te plukken zijn
laagstammen	=	laagstam
laagstbetaalde	noun	persoon die weinig loon krijgt
laagstbetaalden	=	laagstbetaalde
laagste	=	laag
laagt	=	liggen
laagte	noun	plaats die minder hoog ligt dan zijn omgeving
laagten	=	laagte
laagtepunt	noun	kleinste waarde die een grootheid in een bepaalde periode bereikt
laagtepunten	=	laagtepunt
laagtepuntje	=	laagtepunt
laagtepuntjes	=	laagtepunt
laagterecord	noun	een laagst bereikte waarde gedurende een bepaalde tijd
laagterecordje	=	laagterecord
laagterecordjes	=	laagterecord
laagterecords	=	laagterecord
laagtes	=	laagte
laagtij	noun	de minimale waterhoogte als gevolg van de tijdewerking.
laagtijen	=	laagtij
laagveen	noun	veen waarvan de oppervlakte ongeveer gelijk ligt met die van de omringende wateren
laagvenen	=	laagveen
laagverdeler	noun	instrument om bij het tekenen van ontwerpen in baksteenbouw de verdeling van de steenlagen op de tekening aan te geven
laagverdelers	=	laagverdeler
laagverdelertje	=	laagverdeler
laagverdelertjes	=	laagverdeler
laagvertrouwensamenleving	noun	maatschappij waarin mensen over het algemeen weinig vertrouwen hebben in de overheid
laagvertrouwensamenlevingen	=	laagvertrouwensamenleving
laagvlak	noun	grensvlak tussen opeenvolgende lagen
laagvlakje	=	laagvlak
laagvlakjes	=	laagvlak
laagvlakken	=	laagvlak
laagvlakte	noun	laag gelegen land met weinig hoogteverschil
laagvlakten	=	laagvlakte
laagvlaktes	=	laagvlakte
laagvlieg	=	laagvliegen
laagvliege	=	laagvliegen
laagvliegen	verb	op geringe hoogte vliegen met vliegtuigen
laagvliegend	adj	op geringe hoogte vliegend
laagvliegende	=	laagvliegen
laagvliegends	=	laagvliegend
laagvlieger	noun	persoon die zich niet aan de snelheidsbeperkingen houdt
laagvliegers	=	laagvlieger
laagvliegertje	=	laagvlieger
laagvliegertjes	=	laagvlieger
laagvliegt	=	laagvliegen
laagvlogen	=	laagvliegen
laagvloog	=	laagvliegen
laagvormig	adj	vorm van een laag hebbend
laagvormige	=	laagvormig
laagvormiger	=	laagvormig
laagvormigere	=	laagvormig
laagvormigers	=	laagvormig
laagvormigs	=	laagvormig
laagvormigst	=	laagvormig
laagvormigste	=	laagvormig
laagwaardig	adj	van lage waarde; van geringe waarde; van slechte tot zeer slechte kwaliteit; niet hoogwaardig
laagwaardige	=	laagwaardig
laagwaardiger	=	laagwaardig
laagwaardigere	=	laagwaardig
laagwaardigers	=	laagwaardig
laagwaardigs	=	laagwaardig
laagwaardigst	=	laagwaardig
laagwaardigste	=	laagwaardig
laagwater	noun	toestand van volkomen eb
laagwateren	=	laagwater
laagwaterlijn	noun	lijn die de grens van het laagwater aangeeft
laagwaterlijnen	=	laagwaterlijn
laagwaters	=	laagwater
laagwatertje	=	laagwater
laagwatertjes	=	laagwater
laai	adj	fel brandend	noun|obsolete	vlam, felle flakkering
laaide	=	laaien
laaiden	=	laaien
laaie	=	laai
laaien	verb	heftig en hoorbaar branden
laaiend	adj	heel erg boos
laaiende	=	laaien
laaiender	=	laaiend
laaiendere	=	laaiend
laaienders	=	laaiend
laaiends	=	laaiend
laaiendst	=	laaiend
laaiendste	=	laaiend
laait	=	laaien
laaitje	=	laai
laak	noun	een beek of gegraven waterloop, welke in het verleden de grens vormde tussen twee marken: gemeenschappelijke, ongecultiveerde gronden
laakbaar	adj	verwijtbaar, slecht, afkeurenswaardig, verwerpelijk
laakbaarder	=	laakbaar
laakbaardere	=	laakbaar
laakbaarders	=	laakbaar
laakbaars	=	laakbaar
laakbaarst	=	laakbaar
laakbaarste	=	laakbaar
laakbare	=	laakbaar
laakje	=	laak
laakjes	=	laak
laakt	=	laken
laakte	=	laken
laakten	=	laken
laan	noun	weg die aan beide kanten wordt geflankeerd door bomen
laanbomen	=	laanboom
laanboom	noun	een boom die langs een laan, weg of straat staat
laanboompje	=	laanboom
laanboompjes	=	laanboom
laantje	=	laan
laantjes	=	laan
laar	noun	een open plek in een bos
laarder	=	laar
laardere	=	laar
laarders	=	laar
laars	noun	een schoen met een hoge schacht die een deel van het been bedekt
laarsje	=	laars
laarsjes	=	laars
laarst	=	laar
laarste	=	laar
laartje	=	laar
laartjes	=	laar
laarzen	=	laars
laarzenknecht	noun	een werktuig om vastzittende laarzen of schoenen uit te trekken
laarzenknechten	=	laarzenknecht
laarzenknechtje	=	laarzenknecht
laarzenknechtjes	=	laarzenknecht
laarzenknechts	=	laarzenknecht
laarzenmaker	noun	schoenmaker die laarzen maakt en repareert
laarzenmakers	=	laarzenmaker
laarzenmakertje	=	laarzenmaker
laarzenmakertjes	=	laarzenmaker
laas	intj	een uitroep van spijt, ontgoocheling, verdriet
laast	=	lezen
laat	adj	na het moment dat was voorzien	noun	in de middeleeuwen een halfvrije boer [1] die levenslang verplicht was op een bepaalde plaats bepaalde werkzaamheden voor een landheer te verrichten
laatachttiende-eeuws	adj	afkomstig uit of met betrekking tot de decennia kort voor 1800
laatachttiende-eeuwse	=	laatachttiende-eeuws
laatantiek	adj	daterend uit de nadagen van de klassieke oudheid
laatantieke	=	laatantiek
laatantieker	=	laatantiek
laatantiekere	=	laatantiek
laatantiekers	=	laatantiek
laatantieks	=	laatantiek
laatantiekst	=	laatantiek
laatantiekste	=	laatantiek
laatavondjournaal	noun	journaal dat laat op de avond wordt uitgezonden
laatavondjournaals	=	laatavondjournaal
laatavondjournaaltje	=	laatavondjournaal
laatavondjournaaltjes	=	laatavondjournaal
laatavondjournalen	=	laatavondjournaal
laatbloeiend	adj	laat in het seizoen of het jaar bloeiend
laatbloeiende	=	laatbloeiend
laatbloeiends	=	laatbloeiend
laatbloeier	noun|figurative	iets of iemand die pas na geruime tijd zijn kwaliteiten laat zien
laatbloeiers	=	laatbloeier
laatbloeiertje	=	laatbloeier
laatbloeiertjes	=	laatbloeier
laatdunkend	adj	vanuit de hoogte, vanuit een hoge dunk van zichzelf, arrogant
laatdunkende	=	laatdunkend
laatdunkender	=	laatdunkend
laatdunkendere	=	laatdunkend
laatdunkenders	=	laatdunkend
laatdunkendheid	noun	het jezelf verheven voelen boven de rest van de mensen
laatdunkends	=	laatdunkend
laatdunkendst	=	laatdunkend
laatdunkendste	=	laatdunkend
laatglaciaal	noun	een in Noord-Europa gebruikelijke naam voor een geologisch tijdvak (de zogenaamde "laatste ijstijd") van de periode van 14.650 jaar geleden tot 11.650 jaar geleden	adj	met betrekking tot bovenstaand geologisch tijdvak
laatglaciaals	=	laatglaciaal
laatglaciaalst	=	laatglaciaal
laatglaciaalste	=	laatglaciaal
laatglaciale	=	laatglaciaal
laatglacialer	=	laatglaciaal
laatglacialere	=	laatglaciaal
laatglacialers	=	laatglaciaal
laatgotisch	adj	stammend uit het laatste deel van het tijdperk van de spitsbogenstijl
laatgotische	=	laatgotisch
laatgotischer	=	laatgotisch
laatgotischere	=	laatgotisch
laatgotischers	=	laatgotisch
laathof	noun|historical	onder het ancien régime een lagere rechtbank, gebonden aan een heerlijkheid
laathoven	=	laathof
laatje	=	la
laatjes	=	la
laatkoers	noun	koers waarvoor een effect ter verkoop wordt aangeboden
laatkoersen	=	laatkoers
laatkoersje	=	laatkoers
laatkoersjes	=	laatkoers
laatkomer	noun	iemand die (te) laat komt
laatkomers	=	laatkomer
laatkomertje	=	laatkomer
laatkomertjes	=	laatkomer
laatkop	noun|obsolete	glazen of metalen hulpmiddel bij het aderlaten
laatkopje	=	laatkop
laatkopjes	=	laatkop
laatkoppen	=	laatkop
laatmes	noun|obsolete	mes dat men gebruikte bij het aderlaten
laatmessen	=	laatmes
laatmiddeleeuws	adj	betrekking hebbend op de laatste paar eeuwen van de middeleeuwen
laatmiddeleeuwse	=	laatmiddeleeuws
laatmiddeleeuwser	=	laatmiddeleeuws
laatmiddeleeuwsere	=	laatmiddeleeuws
laatmiddeleeuwsers	=	laatmiddeleeuws
laatmiddeleeuwst	=	laatmiddeleeuws
laatmiddeleeuwste	=	laatmiddeleeuws
laatneolithisch	adj	betreffende de eindfase van de Jonge Steentijd, gekenmerkt door de overgang naar een volledig agrarische samenleving, het gebruik van geslepen stenen bijlen, aardewerk en de opkomst van klokbekerculturen
laatneolithische	=	laatneolithisch
laatneolithischer	=	laatneolithisch
laatneolithischere	=	laatneolithisch
laatneolithischers	=	laatneolithisch
laatromantisch	adj	betreffende de eindfase van de romantiek, ongeveer van het midden van de 19e tot het begin van de 20e eeuw.
laatromantische	=	laatromantisch
laatromantischer	=	laatromantisch
laatromantischere	=	laatromantisch
laatromantischers	=	laatromantisch
laats	=	laat
laatst	adv	onlangs, kort geleden
laatste	noun	wie of wat niet meer door anderen wordt gevolgd	adj	in een reeks door niets meer gevolgd worden
laatstejaars	noun	student in het laatste jaar van zijn studie
laatstejaarsstudent	noun	een student die bezig is met het laatste jaar van zijn studie
laatstejaarsstudenten	=	laatstejaarsstudent
laatstejaarsstudentje	=	laatstejaarsstudent
laatstejaarsstudentjes	=	laatstejaarsstudent
laatstekansvader	noun	mannelijke partner van een vrouw die qua leeftijd misschien nog net kinderen kan krijgen
laatstekansvaders	=	laatstekansvader
laatstekanswoning	noun	woning voor iemand die veel overlast heeft bezorgd
laatstekanswoningen	=	laatstekanswoning
laatstekanswoninkje	=	laatstekanswoning
laatstekanswoninkjes	=	laatstekanswoning
laatstelijk	adv|formal	in de laatste plaats
laatsten	=	laatste
laatstgenoemd	adj	wat eerder in de tekst genoemd is als laatste in een opsomming
laatstgenoemde	noun	de laatste persoon in een eerder genoemde opsomming
laatstgenoemden	=	laatstgenoemde
laatstgenoemds	=	laatstgenoemd
laatstleden	adj	vorig, onmiddellijk voorafgaand
laattijdig	adj	iets wat te laat of niet op tijd gebeurt
laattijdige	=	laattijdig
laattijdiger	=	laattijdig
laattijdigere	=	laattijdig
laattijdigers	=	laattijdig
laattijdigheden	=	laattijdigheid
laattijdigheid	noun	het te laat gebeuren van iets
laattijdigs	=	laattijdig
laattijdigst	=	laattijdig
laattijdigste	=	laattijdig
laatvlieger	noun	Eptesicus serotinus een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae).
laatvliegers	noun	een geslacht Eptesicus van zoogdieren uit de familie van de gladneuzen (Vespertilionidae)
laatvliegertje	=	laatvlieger
laatvliegertjes	=	laatvlieger
lab	noun	een ruimte ingericht voor het doen van natuurwetenschappelijk onderzoek
labaria	noun	Bothrops atrox bruine of groene gifslang
labaria's	=	labaria
labarum	noun	een vexillum (militaire standaard), dat het Chi-Rho-symbool ☧ weergeeft, gevormd uit de eerste twee Griekse letters van het woord "Christus"
labarums	=	labarum
labbekak	noun	lafaard, flauwerd, flauwerik; iemand die tot niets komt, waardeloos persoon
labbekakje	=	labbekak
labbekakjes	=	labbekak
labbekakken	=	labbekak
labbekakkerig	adj	sullig, sloom
labbekakkerige	=	labbekakkerig
labbekakkeriger	=	labbekakkerig
labbekakkerigere	=	labbekakkerig
labbekakkerigers	=	labbekakkerig
labbekakkerigs	=	labbekakkerig
labbekakkerigst	=	labbekakkerig
labbekakkerigste	=	labbekakkerig
labben	verb|obsolete	gezellig praten over zaken die niet belangrijk of waar hoeven te zijn
labber	adj	zacht (van de wind)
labberder	=	labber
labberdere	=	labber
labberders	=	labber
labberdoedas	noun	klap, stomp, oorveeg, oplawaai
labberdoedasje	=	labberdoedas
labberdoedasjes	=	labberdoedas
labberdoedassen	=	labberdoedas
labbere	=	labber
labberlot	noun	een slordig, onachtzaam persoon
labberlotje	=	labberlot
labberlotjes	=	labberlot
labberlotten	=	labberlot
labberlottig	adj	zonder energie, op een zwakke manier
labberlottige	=	labberlottig
labberlottiger	=	labberlottig
labberlottigere	=	labberlottig
labberlottigers	=	labberlottig
labberlottigs	=	labberlottig
labberlottigst	=	labberlottig
labberlottigste	=	labberlottig
labbers	=	labber
labberst	=	labber
labberste	=	labber
labbonen	=	labboon
labboon	noun	plant waaraan tuinbonen groeien Vicia faba
labboontje	=	labboon
labboontjes	=	labboon
label	noun	kaart met extra informatie, etiket
labelde	=	labelen
labelden	=	labelen
labele	=	labelen
labelen	verb	voorzien van een label
labelend	=	labelen
labelende	=	labelen
labeling	noun	voorzien van extra informatie zodat men snel ingelicht is over de aard van een product
labelingen	=	labeling
labelprinter	noun	gespecialiseerde printer voor het snel en efficiënt afdrukken van zelfklevende etiketten, stickers en barcodes op diverse materialen, zoals papier, kunststof, of textiel, in plaats van regulier papier
labelprinters	=	labelprinter
labelprintertje	=	labelprinter
labelprintertjes	=	labelprinter
labels	=	label
labelt	=	labelen
labeltje	=	label
labeltjes	=	label
labeur	noun	noeste arbeid
labeurde	=	labeuren
labeurden	=	labeuren
labeure	=	labeuren
labeuren	verb	heel hard werken
labeurend	=	labeuren
labeurende	=	labeuren
labeurt	=	labeuren
labiaal	noun	met de lippen gevormde medeklinker, lipklank	adj	met de lippen gearticuleerd/gevormd
labiaals	=	labiaal
labiaalst	=	labiaal
labiaalste	=	labiaal
labiaat	noun	lipbloemige plant
labiale	=	labiaal
labialen	=	labiaal
labialer	=	labiaal
labialere	=	labiaal
labialers	=	labiaal
labiaten	=	labiaat
labiel	adj	onstandvastig, wankelbaar, onstabiel
labiele	=	labiel
labieler	=	labiel
labielere	=	labiel
labielers	=	labiel
labiels	=	labiel
labielst	=	labiel
labielste	=	labiel
labiliteit	noun	het onevenwichtig, onstandvastig zijn, het labiel zijn
labiliteiten	=	labiliteit
labiodentaal	noun	medeklinker, gevormd met onderlip en boventanden	adj	met de onderlip en de boventanden gevormd
labiodentaals	=	labiodentaal
labiodentaaltje	=	labiodentaal
labiodentaaltjes	=	labiodentaal
labiodentale	=	labiodentaal
labiodentalen	=	labiodentaal
labjas	noun	witte jas die men over zijn kleding draagt in een laboratorium
labjassen	=	labjas
labje	=	lab
labjes	=	lab
labo	noun	laboratorium
labo's	=	labo
labojas	noun	dunne, witte jas die men over de kleding aantrekt
labojassen	=	labojas
labootje	=	labo
labootjes	=	labo
laborant	noun	iemand die in een laboratorium werkzaam is
laborante	noun	Een vrouwelijke laborant.
laboranten	=	laborant
laborantes	=	laborante
laborantetje	=	laborante
laborantetjes	=	laborante
laborantje	=	laborant
laborantjes	=	laborant
laboratoria	=	laboratorium
laboratorisch	adj	betreffende alles wat te maken heeft met onderzoek in een laboratorium, een speciaal ingerichte, gecontroleerde ruimte voor wetenschappelijke experimenten, analyses of tests
laboratorische	=	laboratorisch
laboratorischer	=	laboratorisch
laboratorischere	=	laboratorisch
laboratorischers	=	laboratorisch
laboratorium	noun	ruimte voor wetenschappelijk onderzoek
laboratoriumachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van een laboratorium
laboratoriumachtige	=	laboratoriumachtig
laboratoriumachtiger	=	laboratoriumachtig
laboratoriumachtigere	=	laboratoriumachtig
laboratoriumachtigers	=	laboratoriumachtig
laboratoriumachtigs	=	laboratoriumachtig
laboratoriumachtigst	=	laboratoriumachtig
laboratoriumachtigste	=	laboratoriumachtig
laboratoriumapparatuur	noun	meettoestellen die men in een laboratorium gebruikt voor wetenschappelijk en medisch onderzoek
laboratoriumdiagnostiek	noun	onderzoek in een laboratorium om een diagnose te stellen, of het verloop van een therapie te volgen
laboratoriumdier	noun	een dier waarop laboratoriumproeven gedaan worden
laboratoriumdieren	=	laboratoriumdier
laboratoriumdiertje	=	laboratoriumdier
laboratoriumdiertjes	=	laboratoriumdier
laboratoriumexperiment	noun	een experiment uitgevoerd in een laboratorium.
laboratoriumexperimenten	=	laboratoriumexperiment
laboratoriumexperimentje	=	laboratoriumexperiment
laboratoriumexperimentjes	=	laboratoriumexperiment
laboratoriumglaswerk	noun	het totaal aan glazen instrumenten die door scheikundigen en biologen worden gebruikt bij wetenschappelijke experimenten
laboratoriumjas	noun	meestal witte jas die wordt gedragen in een laboratorium als een beschermingmiddel van persoon en kleding
laboratoriumjasje	=	laboratoriumjas
laboratoriumjasjes	=	laboratoriumjas
laboratoriumjassen	=	laboratoriumjas
laboratoriumkost	noun|obsolete	geld dat men moet uitgeven voor het doen van laboratoriumonderzoek
laboratoriumkosten	noun	geld dat men moet uitgeven voor het doen van laboratoriumonderzoek
laboratoriumomstandigheden	=	laboratoriumomstandigheid
laboratoriumomstandigheid	noun	nauwkeurig gecontroleerde situatie in een laboratorium of proeffabriek
laboratoriumonderzoek	noun	een onderzoek dat uitgevoerd wordt in een laboratorium
laboratoriumonderzoeken	=	laboratoriumonderzoek
laboratoriumonderzoekje	=	laboratoriumonderzoek
laboratoriumonderzoekjes	=	laboratoriumonderzoek
laboratoriumopstelling	noun	plaatsing van een aantal instrumenten en/of andere hulpmiddelen in een laboratorium voor het verrichten van een experiment of onderzoek
laboratoriumopstellingen	=	laboratoriumopstelling
laboratoriumopstellinkje	=	laboratoriumopstelling
laboratoriumopstellinkjes	=	laboratoriumopstelling
laboratoriumpje	=	laboratorium
laboratoriumpjes	=	laboratorium
laboratoriumproef	noun	een proef die uitgevoerd wordt in een laboratorium.
laboratoriumproefje	=	laboratoriumproef
laboratoriumproefjes	=	laboratoriumproef
laboratoriumproeven	=	laboratoriumproef
laboratoriumrat	noun	een rat die voor proeven in een laboratorium wordt gehouden.
laboratoriumratje	=	laboratoriumrat
laboratoriumratjes	=	laboratoriumrat
laboratoriumratten	=	laboratoriumrat
laboratoriums	=	laboratorium
laboratoriumtest	noun	een test die wordt uitgevoerd in een laboratorium.
laboratoriumtesten	=	laboratoriumtest
laboratoriumtestje	=	laboratoriumtest
laboratoriumtestjes	=	laboratoriumtest
laboratoriumtests	=	laboratoriumtest
laboratoriumuitslag	noun	de uitslag van een onderzoek in een laboratorium.
laboratoriumuitslagen	=	laboratoriumuitslag
laboratoriumuitslagje	=	laboratoriumuitslag
laboratoriumuitslagjes	=	laboratoriumuitslag
laboratoriumvlees	noun	vlees dat gekweekt is uit de stamcellen van een dier
laboratoriumwerk	noun	het werk dat verricht wordt in een laboratorium.
laboratoriumwerken	=	laboratoriumwerk
laboratoriumwerkje	=	laboratoriumwerk
laboratoriumwerkjes	=	laboratoriumwerk
laboreer	=	laboreren
laboreerde	=	laboreren
laboreerden	=	laboreren
laboreert	=	laboreren
laborere	=	laboreren
laboreren	verb	lijden, tobben
laborerend	=	laboreren
laborerende	=	laboreren
laborieus	adj	ijverig, werkzaam, bedrijvig
laborieust	=	laborieus
laborieuste	=	laborieus
laborieuze	=	laborieus
laborieuzer	=	laborieus
laborieuzere	=	laborieus
laborieuzers	=	laborieus
labour	noun	arbeid, werk
labourleider	noun	leider van de sociaal-democratische partij in het Verenigd Koninkrijk
labourleiders	=	labourleider
labradoedel	noun	kruising tussen een labrador-retriever en een poedel
labradoedels	=	labradoedel
labradoodle	noun	kruising tussen een labrador-retriever en een poedel
labradoodles	=	labradoodle
labrador	noun	bepaald ras van grote jachthonden
labrador-retriever	noun	bepaald ras van grote jachthonden
labrador-retrievers	=	labrador-retriever
labradoreend	noun	Camptorhynchus labradorius een in de 19de eeuw uitgestorven opvallende wit- en zwartgekleurde eiderachtige zee-eend in de onderfamilie Merginae
labradoreenden	=	labradoreend
labradoreendje	=	labradoreend
labradoreendjes	=	labradoreend
labradors	=	labrador
labradortje	=	labrador
labradortjes	=	labrador
labradorzee	noun	randzee van de Atlantische Oceaan tussen Groenland in het noordoosten en het schiereiland Labrador en het eiland Newfoundland (beide deel van Canada) in het westen
labrat	noun	korte vorm van laboratoriumrat, een rat die voor proeven in een laboratorium wordt gehouden.
labratje	=	labrat
labratjes	=	labrat
labratten	=	labrat
labs	=	lab
labubu	noun	pop uit een reeks speciaal ontworpen vriendelijk ogende monsters om te verzamelen
labubu's	=	labubu
labyrint	noun	een stelsel van paden of dwaalwegen, zodanig aangelegd dat men daarin moeilijk de weg kan vinden
labyrinten	=	labyrint
labyrintisch	adj	van de aard of vorm van een labyrint
labyrintische	=	labyrintisch
labyrintischer	=	labyrintisch
labyrintischere	=	labyrintisch
labyrintischers	=	labyrintisch
labyrintischt	=	labyrintisch
labyrintischte	=	labyrintisch
labyrintje	=	labyrint
labyrintjes	=	labyrint
labyrintologie	noun	specialisme dat zich richt op de holten in het rotsbeen die zowel van belang zijn voor het gehoor als het evenwicht
labyrintvisachtigen	noun	een onderorde Anabantoidei van de orde baarsachtigen (Perciformes).
laccase	noun	een enzym dat met behulp van koperionen andere stoffen kan oxideren
laccasen	=	laccase
laccases	=	laccase
laceratie	noun	weefselverscheuring
lach	noun	een vrolijkheidsuiting door middel van het optrekken van de mondhoeken en vaak het voortbrengen van een geluid
lachavero	adv	tot zijn vriend
lachband	noun	een geluidsopname van lachende mensen die vaak aan komische televisieprogramma's, zoals sitcoms, wordt toegevoegd om de grappen uit die serie te benadrukken
lachbanden	=	lachband
lachbandje	=	lachband
lachbandjes	=	lachband
lachbek	noun	iemand die veel moet lachen; iemand met gevoel voor humor
lachbekje	=	lachbek
lachbekjes	=	lachbek
lachbekken	=	lachbek
lachbui	noun	aanval van aanhoudend gelach
lachbuien	=	lachbui
lachbuitje	=	lachbui
lachbuitjes	=	lachbui
lachcoach	noun	iemand die beroepsmatig mensen begeleidt met het (laten) lachen
lachcoaches	=	lachcoach
lachduif	noun	Streptopelia risoria een gedomesticeerde vogel met de oorspronkelijke vorm van de izabeltortel (Streptopelia risoria) uit Noord-Afrika.
lachduifje	=	lachduif
lachduifjes	=	lachduif
lachduiven	=	lachduif
lache	=	lachen
lachebek	noun	iemand (vooral over meisjes) die makkelijk en vaak lacht of giebelt en daarom wat dom wordt gevonden
lachebekje	=	lachebek
lachebekjes	=	lachebek
lachebekken	=	lachebek
lacheding	noun	iets wat hooguit grappig, maar verder onbelangrijk is
lachedingen	=	lacheding
lachedingetje	=	lacheding
lachedingetjes	=	lacheding
lachen	verb	zichtbaar en/of hoorbaar blij zijn met iets of iets grappig vinden
lachend	adj	bezig zijn met lachen	adv	bezig zijn met lachen
lachende	=	lachend
lachends	=	lachend
lachens	noun	genitief van lachens
lacher	noun	iemand die lacht
lacherig	adj	makkelijk lachend
lacherige	=	lacherig
lacheriger	=	lacherig
lacherigere	=	lacherig
lacherigers	=	lacherig
lacherigs	=	lacherig
lacherigst	=	lacherig
lacherigste	=	lacherig
lachers	=	lacher
lachertje	=	lacher
lachertjes	=	lacher
lachfilm	noun	komische film, film waarom je kunt lachen
lachfilms	=	lachfilm
lachgas	noun	vluchtige verbinding, N₂O, die mensen in een euforische roes brengt, ook medisch gebruikt voor verdovingen
lachgasje	=	lachgas
lachgasjes	=	lachgas
lachgasrijder	noun	bestuurder van een voertuig die onder invloed van lachgas deelneemt aan het verkeer
lachgasrijders	=	lachgasrijder
lachgassen	=	lachgas
lachje	=	lach
lachjes	=	lach
lachkick	noun	een voortdurend en onbeheerst lachen ten gevolge van inneming van een middel met roesverwekkend of hallucinogene werking
lachkickje	=	lachkick
lachkickjes	=	lachkick
lachkicks	=	lachkick
lachkramp	noun	pijnlijke, niet te stoppen lachbui
lachkrampen	=	lachkramp
lachkrampje	=	lachkramp
lachkrampjes	=	lachkramp
lachlust	noun	neiging of zin om te lachen
lachlusten	=	lachlust
lachmeeuw	noun	Leucophaeus atricilla een vogel uit de familie van de meeuwen (Laridae).
lachmeeuwen	=	lachmeeuw
lachmeeuwtje	=	lachmeeuw
lachmeeuwtjes	=	lachmeeuw
lachsalvo	noun	een zeer luidruchtige lachbui
lachsalvo's	=	lachsalvo
lachsalvootje	=	lachsalvo
lachsalvootjes	=	lachsalvo
lachspel	noun	gekheid, malle dingen
lachspelen	=	lachspel
lachspellen	=	lachspel
lachspelletje	=	lachspel
lachspelletjes	=	lachspel
lachspiegel	noun	gebogen, vervormende spiegel die een lachwekkend effect geeft
lachspiegels	=	lachspiegel
lachspiegeltje	=	lachspiegel
lachspiegeltjes	=	lachspiegel
lachspier	noun	spier die gebruikt wordt om te lachen, gevoel voor humor
lachspieren	=	lachspier
lachspiertje	=	lachspier
lachspiertjes	=	lachspier
lachstern	noun	Gelochelidon nilotica een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini)
lachsternen	=	lachstern
lachsterns	=	lachstern
lachsterntje	=	lachstern
lachsterntjes	=	lachstern
lachstuip	noun	heel heftige, niet te stoppen lachbui die gepaard gaat met ongecontroleerde bewegingen en soms ook met urineverlies
lachstuipen	=	lachstuip
lachstuipje	=	lachstuip
lachstuipjes	=	lachstuip
lacht	=	lachen
lachtaart	noun	vrouw die graag en veelvuldig lacht en positief in het leven staat
lachtaarten	=	lachtaart
lachte	=	lachen
lachten	=	lachen
lachuil	noun	Ninox albifacies een uitgestorven vogel uit de familie Strigidae (Uilen).
lachuilen	=	lachuil
lachuiltje	=	lachuil
lachuiltjes	=	lachuil
lachvalk	noun	Herpetotheres cachinnans, een valkachtige roofvogel uite de neotropen
lachvalken	=	lachvalk
lachvalkje	=	lachvalk
lachvalkjes	=	lachvalk
lachvogel	noun	Dacelo novaeguineae grote, inheemse Australische vogel uit de ijsvogelfamilie, bekend om zijn lach-achtige roep
lachvogels	=	lachvogel
lachvogeltje	=	lachvogel
lachvogeltjes	=	lachvogel
lachwekkend	adj	iets wat aanzet tot lachen
lachwekkende	=	lachwekkend
lachwekkender	=	lachwekkend
lachwekkendere	=	lachwekkend
lachwekkenders	=	lachwekkend
lachwekkendheid	noun	de mate waarin iemand anderen aan het lachen kan maken
lachwekkends	=	lachwekkend
lachwekkendst	=	lachwekkend
lachwekkendste	=	lachwekkend
lachzak	noun	grappig, klein gadget in de vorm van een zakje dat, wanneer je erop drukt, een geluid van lachen produceert om je op te vrolijken, spieren te trainen en een instant humeur-boost te geven
lachzakje	=	lachzak
lachzakjes	=	lachzak
lachzakken	=	lachzak
lachziek	adj	erg gauw geneigd tot lachen
lachzieke	=	lachziek
lachzieker	=	lachziek
lachziekere	=	lachziek
lachziekers	=	lachziek
lachzieks	=	lachziek
lachziekst	=	lachziek
lachziekste	=	lachziek
laconiek	adj	kort en snedig
laconieke	=	laconiek
laconieker	=	laconiek
laconiekere	=	laconiek
laconiekers	=	laconiek
laconieks	=	laconiek
laconiekst	=	laconiek
laconiekste	=	laconiek
laconisch	adj	betreft het rustig blijven zonder je druk te maken zoals de oude Spartanen gewoon waren te doen
laconische	=	laconisch
laconischer	=	laconisch
laconischere	=	laconisch
laconischers	=	laconisch
laconisme	noun	rust en kalmte
laconismen	=	laconisme
lacrimaal	adj	met betrekking tot tranen
lacrimaals	=	lacrimaal
lacrimale	=	lacrimaal
lacrosse	noun	een veldsport waarbij de spelers een stick gebruiken met een netje waarbij het de bedoeling is de harde rubberen bal in het doel van de tegenstander te schieten
lactaat	noun	zuurrest van melkzuur
lactaatje	=	lactaat
lactaatjes	=	lactaat
lactariden	noun	een kleine familie Lactariidae van baarsachtige vissen.
lactariusvis	noun	Lactarius lactarius een straalvinnige vis uit de familie van Lactariidae, orde van baarsachtigen (Perciformes).
lactariusvisje	=	lactariusvis
lactariusvisjes	=	lactariusvis
lactariusvissen	=	lactariusvis
lactase	noun	enzym dat in de dunne darm lactose kan afbreken in glucose en galactose
lactases	=	lactase
lactaten	=	lactaat
lactatie	noun	borstvoeding
lactatiekundige	noun	persoon die advies geeft over het geven van borstvoeding
lactatiekundigen	=	lactatiekundige
lactaties	=	lactatie
lactogeen	adj	de melkvorming bevorderend m.n. in de combinatie lactogene hormonen
lactogeens	=	lactogeen
lactogeenst	=	lactogeen
lactogeenste	=	lactogeen
lactogene	=	lactogeen
lactogener	=	lactogeen
lactogenere	=	lactogeen
lactogeners	=	lactogeen
lactose	noun	een suiker C₁₂H₂₂O₁₁ die o.a. in melk voorkomt en minder zoet is dan sacharose en glucose
lactose-intolerant	adj	het onvermogen hebbend de melksuiker lactose te verteren
lactose-intolerante	=	lactose-intolerant
lactose-intoleranter	=	lactose-intolerant
lactose-intolerantere	=	lactose-intolerant
lactose-intoleranters	=	lactose-intolerant
lactose-intolerantie	noun	het niet kunnen verdragen van melksuiker, waardoor darmklachten ontstaan
lactose-intoleranties	=	lactose-intolerantie
lactose-intolerants	=	lactose-intolerant
lactose-intolerantst	=	lactose-intolerant
lactose-intolerantste	=	lactose-intolerant
lactovegetarisch	adj	betreffende een voedingspatroon zonder vlees, vis, schaal- en schelpdieren of eieren maar wel met zuivelproducten zoals melk, kaas, yoghurt en boter
lactovegetarische	=	lactovegetarisch
lactovegetarischer	=	lactovegetarisch
lactovegetarischere	=	lactovegetarisch
lactovegetarischers	=	lactovegetarisch
lacunair	adj	met betrekking tot lacunes
lacunaire	=	lacunair
lacunairs	=	lacunair
lacune	noun	iets dat ontbreekt
lacunes	=	lacune
lacunetje	=	lacune
lacunetjes	=	lacune
ladder	noun	houten of metalen voorwerp met treden om makkelijk op hoger gelegen plaatsen te komen
ladderboktor	noun	Saperda scalaris een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
ladderboktorren	=	ladderboktor
ladderboktorretje	=	ladderboktor
ladderboktorretjes	=	ladderboktor
ladderde	=	ladderen
ladderden	=	ladderen
laddere	=	ladderen
ladderen	verb	beschadigd raken waardoor een of meer draadjes in een fijn weefsel losraken en een langgerekt patroon van mazen ("ladder") ontstaat
ladderend	=	ladderen
ladderende	=	ladderen
ladders	=	ladder
ladderspecht	noun	Dryobates scalaris een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
ladderspechten	=	ladderspecht
ladderspechtje	=	ladderspecht
ladderspechtjes	=	ladderspecht
laddersport	noun	trede van een ladder; de dwarsregels van een ladder waarop men kan staan
laddersporten	=	laddersport
laddersprinkhaan	noun	Stauroderus scalaris een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae).
laddersprinkhaantje	=	laddersprinkhaan
laddersprinkhaantjes	=	laddersprinkhaan
laddersprinkhanen	=	laddersprinkhaan
laddert	=	ladderen
laddertijger	noun	Nephrotoma scalaris een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
laddertijgers	=	laddertijger
laddertijgertje	=	laddertijger
laddertijgertjes	=	laddertijger
laddertje	=	ladder
laddertjes	=	ladder
laddervormig	adj	vorm van een ladder hebbend
laddervormige	=	laddervormig
laddervormiger	=	laddervormig
laddervormigere	=	laddervormig
laddervormigers	=	laddervormig
laddervormigs	=	laddervormig
laddervormigst	=	laddervormig
laddervormigste	=	laddervormig
laddervrij	adj	niet-ladderend
laddervrije	=	laddervrij
laddervrijer	=	laddervrij
laddervrijere	=	laddervrij
laddervrijers	=	laddervrij
laddervrijs	=	laddervrij
laddervrijst	=	laddervrij
laddervrijste	=	laddervrij
ladderwagen	noun	een brandweerauto waarop men een grote uitschuifbare en in alle richtingen draaibare ladder gemonteerd heeft
ladderwagens	=	ladderwagen
ladderwagentje	=	ladderwagen
ladderwagentjes	=	ladderwagen
ladderzat	adj|informal	zwaar onder invloed van alcohol
ladderzats	=	ladderzat
ladderzatte	=	ladderzat
lade	noun	platte uitschuifbare bak in een meubelstuk, bedoeld als bergplaats van losse voorwerpen
ladekast	noun	bergmeubel met een of meer platte bakken die je eruit kan schuiven door ze naar je toe te trekken
ladekasten	=	ladekast
ladekastje	=	ladekast
ladekastjes	=	ladekast
ladelichter	noun	iemand die steelt
ladelichters	=	ladelichter
laden	verb	van een lading voorzien
ladend	=	laden
ladende	=	laden
ladenkast	=	ladekast
ladenlichter	=	ladelichter
lader	noun	iemand die laadt
laders	=	lader
ladertje	=	lader
ladertjes	=	lader
lades	=	lade
ladetje	=	lade
ladette	noun	slechtgemanierde vrouw; vrouw die even slechtgemanierd is als een man
ladettes	=	ladette
lading	noun	goederen (cargo, vracht) die vervoerd worden
ladingboek	noun	officieel document dat de eigenaar van een zending aangeeft en details bevat zoals de inhoud van de lading, de afzender, de ontvanger en de route
ladingboeken	=	ladingboek
ladingboekje	=	ladingboek
ladingboekjes	=	ladingboek
ladingdichtheden	=	ladingdichtheid
ladingdichtheid	noun	hoeveelheid elektrische lading per lengte-, oppervlakte- of volume-eenheid
ladingen	=	lading
ladingmeester	noun	persoon die toezicht houdt bij het laden en lossen van goederen
ladingmeesters	=	ladingmeester
ladingsdichtheden	=	ladingsdichtheid
ladingsdichtheid	noun	de hoeveelheid elektrische lading per lengte-, oppervlak- of volume-eenheid
ladinischtalig	adj	het Ladinisch sprekend
ladinischtalige	=	ladinischtalig
ladinischtaligs	=	ladinischtalig
ladinkje	=	lading
ladinkjes	=	lading
ladinotalig	adj	Ladino sprekend
ladinotalige	=	ladinotalig
ladinotaligs	=	ladinotalig
lady	noun	beleefde aanduiding voor een vrouw
lady's	=	lady
lady'tje	=	lady
lady'tjes	=	lady
ladyamherstfazant	noun	Chrysolophus amherstiae een vogel die behoort tot het geslacht der kraagfazanten in de familie der fazantachtigen
ladyamherstfazanten	=	ladyamherstfazant
ladyamherstfazantje	=	ladyamherstfazant
ladyamherstfazantjes	=	ladyamherstfazant
ladyboy	noun	een type transgender in Thailand
ladyboys	=	ladyboy
ladykiller	noun	een man die gemakkelijk en vaak vrouwen versiert
ladykillers	=	ladykiller
ladykillertje	=	ladykiller
ladykillertjes	=	ladykiller
ladylike	adj	op de manier die past bij een deftige, chique vrouw
ladyliker	=	ladylike
ladylikere	=	ladylike
ladylikers	=	ladylike
ladylikes	=	ladylike
ladylikest	=	ladylike
ladylikeste	=	ladylike
ladyshave	noun	scheerapparaat voor vrouwen
ladyshaves	=	ladyshave
laesie	noun	beschadiging van het weefsel in een organisme, die doorgaans het gevolg is van ziekte of lichamelijke verwonding
laesies	=	laesie
laesietje	=	laesie
laesietjes	=	laesie
laetare	noun	vierde zondag van de vastentijd
laevulose	=	levulose
laf	adj	een gebrek aan moed tonend
lafaard	noun	iemand die door zijn angst wegvlucht uit gevaarlijke situaties
lafaardje	=	lafaard
lafaardjes	=	lafaard
lafaards	=	lafaard
lafbek	noun	iemand die niet durft voor zichzelf op te komen
lafbekje	=	lafbek
lafbekjes	=	lafbek
lafbekken	=	lafbek
lafenis	noun	dorstlesser, verfrissing, verkwikking, verversing
lafenisje	=	lafenis
lafenissen	=	lafenis
laffe	=	laf
laffelijk	adj	niet moedig
laffelijke	=	laffelijk
laffelijker	=	laffelijk
laffelijkere	=	laffelijk
laffelijkers	=	laffelijk
laffelijks	=	laffelijk
laffelijkst	=	laffelijk
laffelijkste	=	laffelijk
laffer	=	laf
laffere	=	laf
laffers	=	laf
lafhartig	adj	slap en laf
lafhartige	=	lafhartig
lafhartiger	=	lafhartig
lafhartigere	=	lafhartig
lafhartigers	=	lafhartig
lafhartigheden	=	lafhartigheid
lafhartigheid	noun	het slap en laf zijn
lafhartiglijk	adj	zonder moed
lafhartiglijke	=	lafhartiglijk
lafhartiglijker	=	lafhartiglijk
lafhartiglijkere	=	lafhartiglijk
lafhartiglijkers	=	lafhartiglijk
lafhartiglijks	=	lafhartiglijk
lafhartiglijkst	=	lafhartiglijk
lafhartiglijkste	=	lafhartiglijk
lafhartigs	=	lafhartig
lafhartigst	=	lafhartig
lafhartigste	=	lafhartig
lafheden	=	lafheid
lafheid	noun	de neiging keuzes te maken die van weinig moed getuigen
lafheidje	=	lafheid
lafs	=	laf
lafst	=	laf
lafste	=	laf
lag	num	33
lage	=	laag
lage-emissiezone	noun	een zone waarin men probeert om de uitstoot van vervuilende stoffen, zoals uitlaatgassen, laag te houden voor een gezonde leefomgeving
lage-emissiezones	=	lage-emissiezone
lage-energiewoning	noun	een zeer energiezuinig huis dat tot wel de helft minder energie verbruikt dan een traditionele woning.
lage-energiewoningen	=	lage-energiewoning
lage-energiewoninkje	=	lage-energiewoning
lage-energiewoninkjes	=	lage-energiewoning
lagedrukgebied	noun	een gebied waar relatief een lagere druk heerst dan elders
lagedrukgebieden	=	lagedrukgebied
lagedrukgebiedje	=	lagedrukgebied
lagedrukgebiedjes	=	lagedrukgebied
lagekostenluchtvaartmaatschappij	noun	bedrijf dat goedkope vluchten aanbiedt
lagekostenluchtvaartmaatschappijen	=	lagekostenluchtvaartmaatschappij
lagelonenland	noun	een land waarin de lonen laag zijn waardoor er op een goedkope wijze goederen geproduceerd kunnen worden
lagelonenlanden	=	lagelonenland
lagelonenlandje	=	lagelonenland
lagelonenlandjes	=	lagelonenland
lageloonland	=	lagelonenland
lagen	=	liggen
lagenmaat	noun	bij metselwerk: de dikte van de steen plus de dikte van de lintvoeg
lagenmaten	=	lagenmaat
lager	noun	en een constructie die er voor zorgt dat verschillende delen van die constructie beter ten opzichte van elkaar kunnen bewegen door het verlagen van de wrijving
lagerbier	noun	bier dat door ondergisting wordt verkregen
lagerbieren	=	lagerbier
lagerde	=	lageren
lagere	=	laag
lageren	verb	aanbrengen van lagers zodat een wiel soepeler loopt
lagerend	=	lageren
lagerende	=	lageren
lagereschoolleerling	noun|historical	kind dat primair onderwijs volgt
lagereschoolleerlingen	=	lagereschoolleerling
lagereschooltijd	noun|obsolete	de tijd dat men naar de basisschool gaat
lagergelegen	adj	van iets dat het op een lagere niveau ligt dan iets anders
lagerhuis	noun	Tweede Kamer van Groot-Brittannië
lagering	noun	het langdurig opslaan van een vloeistof, met name van alcoholische dranken na afloop van het gistingsproces
lageringen	=	lagering
lagers	=	lager
lagertje	=	lager
lagertjes	=	lager
lagerwal	noun	de benedenwinds liggende oever waar je moeilijk vandaan komt
lagerwallen	=	lagerwal
lagrangepunt	noun	elk van de vijf punten waar een naar verhouding klein voorwerp vrij gemakkelijk in een vaste positie kan blijven ten opzichte van twee veel zwaardere objecten die om een gezamenlijk zwaartepunt draaien
lagrangepunten	=	lagrangepunt
lagune	noun	een ondiep meer aan de kust, dat afgesneden is van de zee door een zandbank, een smalle landtong of iets dergelijks
lagunen	=	lagune
lagunes	=	lagune
lagunetje	=	lagune
lahar	noun	een modderstroom van vulkanoclastisch materiaal (vulkanische as, puimsteen en brokken gesmolten of gestolde lava) die ontstaat als bij een vulkaan de uitgestoten tefra in contact komt met stromend water
lahars	=	lahar
laidback	adj	rustig, kalm of traag
laidbacks	=	laidback
laisser-aller	noun	gedrag waarbij je niets doet om ontwikkelingen te veranderen, houding waarbij je alles op zijn beloop wil laten
laisser-faire	noun	houding die andere mensen vrijlaat in hun doen en laten
laissez-passer	noun	een tijdelijk reisdocument afgegeven door een vertegenwoordiging van een land, i.c. een ambassade of een consulaat(-generaal), om bijvoorbeeld na verlies, diefstal of verdwijning van het reguliere reisdocument (paspoort, identiteitskaart), een inwoner van dat land in de gelegenheid te stellen te reizen over landsgrenzen
laissez-passers	=	laissez-passer
lajen	=	lajenen
lajende	=	lajenen
lajenden	=	lajenen
lajene	=	lajenen
lajenen	verb	het lezen van de Toratekst (bepaalde gezongen voordracht)
lajenend	=	lajenen
lajenende	=	lajenen
lajent	=	lajenen
lak	noun	stof die een dunne beschermlaag vormt nadat ze opgelost in een vluchtig oplosmiddel op oppervlakken als hout, metaal en verf is aangebracht
lakanthurium	noun	Anthurium andraeanum een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
lakanthuriumpje	=	lakanthurium
lakanthuriumpjes	=	lakanthurium
lakanthuriums	=	lakanthurium
lakbomen	=	lakboom
lakboom	noun	Toxicodendron vernicifluum boom waarvan met het sap gebruikt voor het maken van lak
lakboompje	=	lakboom
lakboompjes	=	lakboom
lakdoos	noun	doos van gelakt, vaak ingelegd, hout
lakdoosje	=	lakdoos
lakdoosjes	=	lakdoos
lakdozen	=	lakdoos
lake	=	laken
lakei	noun	Een lakei of dienaar is een bediende werkend aan een koninklijk hof.
lakeien	=	lakei
lakeitje	=	lakei
lakeitjes	=	lakei
laken	noun	wollen stof, die eerst is geweven en daarna vervilt	verb	verwijten uiten over
lakend	=	laken
lakende	=	laken
lakenen	noun|obsolete	meervoudsvorm van laken	adj|obsolete	vervaardigd uit laken
lakenhal	noun	historische markthal waar laken gekeurd werd
lakenhalle	noun	historische markthal waar laken gekeurd werd
lakenhallen	=	lakenhal
lakenhalletje	=	lakenhal
lakenhalletjes	=	lakenhal
lakens	=	laken
lakense	=	laken
lakentje	=	laken
lakentjes	=	laken
lakenvelder	noun	lakenveldse koe van een runderras dat vooral herkenbaar is aan de witte band tussen de voor- en achterpoten om de borst en rug van een verder zwart of rood dier, de z.g. lakenvelder tekening	adj	van een lakenvelds ras
lakenvelders	=	lakenvelder
lakenvelds	adj	een wit middenstuk en rood of zwart achter- en voorstel hebbend
lakenveldse	=	lakenvelds
lakenwever	noun	wever van lakens
lakenwevers	=	lakenwever
lakenzak	noun	een tot een zak met open hoofdeinde, genaaid laken waar men kan slapen; binnenzak van een slaapzak
lakenzakje	=	lakenzak
lakenzakjes	=	lakenzak
lakenzakken	=	lakenzak
lakjas	noun	een jas gemaakt van glad en glimmend lakleer
lakjasje	=	lakjas
lakjasjes	=	lakjas
lakjassen	=	lakjas
lakje	=	lak
lakjes	=	lak
lakke	=	lakken
lakken	verb	van een laklaag voorzien
lakkend	=	lakken
lakkende	=	lakken
laklaag	noun	een laag gedroogd, glimmend en hard geworden verf of email
laklaagje	=	laklaag
laklaagjes	=	laklaag
laklaars	noun	glimmende, gelakte laars
laklaarsje	=	laklaars
laklaarsjes	=	laklaars
laklaarzen	=	laklaars
laklagen	=	laklaag
lakleer	noun	leer dat bedekt is met een glimmende laklaag
lakleren	adj	van lakleer gemaakt
lakmoes	noun	een kleurstof die bereid wordt uit verschillende soorten korstmossen
lakmoesproef	noun	test met behulp van een kleurstof die rood verkleurt in contact met een zure stof en blauw in contact met een basische
lakmoesproefje	=	lakmoesproef
lakmoesproefjes	=	lakmoesproef
lakmoesproeven	=	lakmoesproef
lakooi	noun	benaming voor sierplanten uit het geslacht Matthiola
lakooien	=	lakooi
laks	adj	nalatend, onnadenkend, gemakzuchtig
laksa	noun	pittige soep met noedels van rijst, een gerecht uit Zuidoost-Azië
laksa's	=	laksa
laksaatje	=	laksa
laksaatjes	=	laksa
lakschoen	noun	zwarte, glimmende, gelakte schoen
lakschoenen	=	lakschoen
lakschoentje	=	lakschoen
lakschoentjes	=	lakschoen
lakschurft	noun	door bodemschimmels van het geslacht Rhizoctonia of Thanatephorus veroorzaakte plantenziekte die wortelrot en wortelbrand veroorzaakt in suikerbieten, aardappelen, groente en bolgewassen
lakse	=	laks
lakser	=	laks
laksere	=	laks
laksers	=	laks
laksheden	=	laksheid
laksheid	noun	van een persoon dat deze te lui of te onnadenkend is om iets te doen
laksheiden	=	laksheid
laksheidje	=	laksheid
lakspuit	noun	apparaat om een dunne beschermlaag op oppervlakken aan te brengen door die opgelost in een vluchtig oplosmiddel te vernevelen
lakspuiten	verb	een dunne beschermlaag op oppervlakken aanbrengen door die opgelost in een vluchtig oplosmiddel te vernevelen
lakst	=	laks
lakste	=	laks
laksteeltje	noun	Catapodium marinum een eenjarige plant die behoort tot de grassenfamilie.
laksteeltjes	=	laksteeltje
lakt	=	lakken
lakte	=	lakken
lakten	=	lakken
lakverf	noun	vloeibare kleurstof die tot een stevige, glanzende laag opdroogt
lakverven	=	lakverf
lakwerk	noun	voorwerpen die bewerkt zijn met lak, het bewerken met lak
lakwerken	=	lakwerk
lakwerkje	=	lakwerk
lakwerkjes	=	lakwerk
lakzegel	noun	een door middel van een stempelafdruk gemaakt waarborg voor de echtheid van een fysiek document (bijvoorbeeld een oorkonde) of in het geval van bijvoorbeeld een envelop of een deur ook een waarborg dat deze niet ongeautoriseerd geopend en hersloten is (en in het geval van een envelop ook een waarborg dat deze niet is geopend en de inhoud in een nieuwe envelop is gestopt), en dus ook een waarborg dat de inhoud nog de originele is, en ook niet ongeautoriseerd gelezen/bekeken is
lakzegels	=	lakzegel
lakzwammen	noun	een geslacht Ganoderma van schimmels behorend tot de familie Polyporaceae.
lal	=	lallen
lala	adv	middelmatig, zozo
lalapalm	noun	Hyphaene coriacea een palmsoort uit Zuid-Afrika vruchten
lalapalmen	=	lalapalm
lalapalmpje	=	lalapalm
lalapalmpjes	=	lalapalm
lalde	=	lallen
lalden	=	lallen
lalle	=	lallen
lallen	verb	onverstaanbare en onsamenhangende praat uitslaan, vaak onder invloed van alcohol
lallend	adj	gelal voortbrengend	adv	gedurende het voortbrengen van gelal
lallende	=	lallend
lallends	=	lallend
lalofobie	noun	een pathologische angst voor spreken in het openbaar
lalt	=	lallen
lam	adj	niet in staat om te bewegen, verlamd	noun	jong van het schaap
lama	noun	soort eeltpotig zoogdier Lama glama dat van nature voorkomt in Zuid-Amerika
lama's	=	lama
lamaatje	=	lama
lamaatjes	=	lama
lamakom	adv	tot God
lamantijn	noun	in het water levende zoogdieren uit het geslacht Trichechus
lamantijnen	noun	Trichechus een geslacht binnen de familie Trichechidae en dat al meer dan 50 miljoen jaar bestaat.
lamantijns	=	lamantijn
lamaïsme	noun	Tibetaanse stroming van het boeddhisme waarin men de Dalai Lama vereert als incarnatie van de als god vereerde bodhisattva Avalokitesvara die de compassie van alle boeddha's belichaamt
lamaïst	noun	Tibetaanse boeddhist
lamaïsten	=	lamaïst
lambada	noun	swingende Braziliaanse muzieksoort die opkwam in de jaren tachtig
lambada's	=	lambada
lambda	noun	de elfde letter van het Griekse alfabet
lambda's	=	lambda
lambdaatje	=	lambda
lambdaatjes	=	lambda
lambdapunt	noun	discontinuïteit in fysische eigenschappen bij variatie van de temperatuur
lambdapunten	=	lambdapunt
lambdapuntje	=	lambdapunt
lambdapuntjes	=	lambdapunt
lambdasonde	noun	een sensor die zich bevindend in de uitlaat van een auto met benzinemotor het aandeel zuurstof in het uitlaatgas meet en deze doorgeeft aan het motormanagementsysteem.
lambdasondes	=	lambdasonde
lambdasondetje	=	lambdasonde
lambdasondetjes	=	lambdasonde
lambdavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter lambda
lambdavarianten	=	lambdavariant
lambel	noun	dwarsstreep aan de bovenkant van een wapenschild, voorzien van hangers, gebruikt om andere dan de voornaamste tak van een geslacht aan te geven
lambels	=	lambel
lamberkijn	noun	lambrekijn
lamberkijnen	=	lamberkijn
lambertonmadagascarrat	noun	Nesomys lambertoni knaagdier uit de familie van de Nesomyidae.
lambertonmadagascarratje	=	lambertonmadagascarrat
lambertonmadagascarratjes	=	lambertonmadagascarrat
lambertonmadagascarratten	=	lambertonmadagascarrat
lambertonmadagaskarrat	noun	Nesomys lambertoni knaagdier uit de familie van de Nesomyidae.
lambertonmadagaskarratje	=	lambertonmadagaskarrat
lambertonmadagaskarratjes	=	lambertonmadagaskarrat
lambertonmadagaskarratten	=	lambertonmadagaskarrat
lambertsnoot	noun	Corylus maxima een bladverliezende struik uit de berkenfamilie (Betulaceae).
lambertsnootje	=	lambertsnoot
lambertsnootjes	=	lambertsnoot
lambertsnoten	=	lambertsnoot
lambiek	noun	natuurlijk gegist Belgisch streekbier met een scherpe, zurige smaak, o.a. gebruikt als basisbier voor geuze, kriek of faro
lambieken	=	lambiek
lambiekje	=	lambiek
lambrekijn	noun	versiering van een horizontale rand met geschulpt afhangend textiel
lambrekijns	=	lambrekijn
lambrequin	=	lambrekijn
lambriseer	=	lambriseren
lambriseerde	=	lambriseren
lambriseerden	=	lambriseren
lambriseert	=	lambriseren
lambrisere	=	lambriseren
lambriseren	verb	van een betimmering of beschot voorzien
lambriserend	=	lambriseren
lambriserende	=	lambriseren
lambrisering	noun	houten bekleding van de onderkant van de wand, tegenwoordig meestal tot rugleuninghoogte of lager
lambriseringen	=	lambrisering
lambriserinkje	=	lambrisering
lambrusco	noun	Italiaanse mousserende rode wijn uit de districten Emilia-Romagna en Lombardije
lambrusco's	=	lambrusco
lambruscootje	=	lambrusco
lambruscootjes	=	lambrusco
lamden	noun	geleerde
lamdonem	=	lamden
lamed	noun	twaalfde letter van het alfabet
lameds	=	lamed
lameer	noun	een vrouw die haar tijd verdoet met kletsen
lameerde	=	lameren
lameerden	=	lameren
lameert	=	lameren
lameertje	=	lameer
lameertjes	=	lameer
lamel	noun	jaloezie / zonwerking
lamelle	noun	lange, dunne plaat van een bepaalde stof, bijvoorbeeld gebruikt als vloerbedekking of raambedekking
lamellen	=	lamel
lamellenschijf	noun	een slijpschijf gemaakt van lamellen met een schuurmiddel
lamellenschijfje	=	lamellenschijf
lamellenschijfjes	=	lamellenschijf
lamellenschijven	=	lamellenschijf
lamelletje	=	lamel
lamelletjes	=	lamel
lament	noun	pit van de olielamp of kaars
lamentabel	adj	van iets of iemand dat het in een heel treurige staat verkeert
lamentabele	=	lamentabel
lamentabeler	=	lamentabel
lamentabelere	=	lamentabel
lamentabelers	=	lamentabel
lamentabels	=	lamentabel
lamentabelst	=	lamentabel
lamentabelste	=	lamentabel
lamentatie	noun	jammerklacht
lamentaties	=	lamentatie
lamenteer	=	lamenteren
lamenteerde	=	lamenteren
lamenteerden	=	lamenteren
lamenteert	=	lamenteren
lamenten	=	lament
lamentere	=	lamenteren
lamenteren	verb	een jammerklacht aanheffen
lamenterend	=	lamenteren
lamenterende	=	lamenteren
lamere	=	lameren
lameren	verb	praten, kletsen, zijn tijd verpraten
lamerend	=	lameren
lamerende	=	lameren
lamet	noun	dun strookje (metaal)
lametje	=	lamet
lametjes	=	lamet
lamettagordijn	noun	feestelijke decoratie gemaakt van smalle, glimmende stroken plastic of folie
lamettagordijnen	=	lamettagordijn
lamettagordijntje	=	lamettagordijn
lamettagordijntjes	=	lamettagordijn
lametten	=	lamet
lamfer	noun|historical	van hoofddeksel afhangende doek of sluier van fijn weefsel
lamfers	=	lamfer
lamgelegd	=	lamleggen
lamgelegde	=	lamleggen
lamgeslagen	=	lamslaan
lamheid	noun	een toestand waarin niets meer gebeurt; toestand waarin niemand meer iets doet
laminaat	noun	uit laagjes opgebouwd materiaal m.n. gebruikt als vloerbedekking
laminaatje	=	laminaat
laminaatjes	=	laminaat
laminaatvloer	noun	een vloer die bedekt is met een uit laagjes opgebouwd materiaal dat de uitstraling heeft van hout
laminaatvloeren	=	laminaatvloer
laminair	adj	van de aard van of betrekking hebbend op lagen, gelaagd
laminairder	=	laminair
laminairdere	=	laminair
laminairders	=	laminair
laminaire	=	laminair
laminairs	=	laminair
laminairst	=	laminair
laminairste	=	laminair
laminaten	=	laminaat
laminator	noun	een machine die documenten beschermt door ze te voorzien van een transparant, beschermend plastic laagje
laminatoren	=	laminator
laminators	=	laminator
laminatortje	=	laminator
laminatortjes	=	laminator
lamineer	=	lamineren
lamineerapparaat	noun	een machine die documenten beschermt door ze te voorzien van een transparant, beschermend plastic laagje
lamineerapparaatje	=	lamineerapparaat
lamineerapparaatjes	=	lamineerapparaat
lamineerapparaten	=	lamineerapparaat
lamineerde	=	lamineren
lamineerden	=	lamineren
lamineermachine	noun	een machine die documenten beschermt door ze te voorzien van een transparant, beschermend plastic laagje
lamineermachines	=	lamineermachine
lamineermachinetje	=	lamineermachine
lamineermachinetjes	=	lamineermachine
lamineert	=	lamineren
lamineertoestel	noun	een machine die documenten beschermt door ze te voorzien van een transparant, beschermend plastic laagje
lamineertoestellen	=	lamineertoestel
lamineertoestelletje	=	lamineertoestel
lamineertoestelletjes	=	lamineertoestel
laminere	=	lamineren
lamineren	verb	een verbindingstechniek om meerdere lagen van gelijke en/of verschillende materialen aan elkaar te verbinden
laminerend	=	lamineren
laminerende	=	lamineren
lamleg	=	lamleggen
lamlegde	=	lamleggen
lamlegden	=	lamleggen
lamlegge	=	lamleggen
lamleggen	verb	het functioneren van iets grondig verstoren
lamleggend	=	lamleggen
lamleggende	=	lamleggen
lamlegt	=	lamleggen
lamlendig	adj	lui, passief, futloos en zonder inspiratie
lamlendige	=	lamlendig
lamlendiger	=	lamlendig
lamlendigere	=	lamlendig
lamlendigers	=	lamlendig
lamlendigheden	=	lamlendigheid
lamlendigheid	noun	niet de noodzakelijke kracht of energie hebben om zaken aan te kunnen pakken
lamlendigs	=	lamlendig
lamlendigst	=	lamlendig
lamlendigste	=	lamlendig
lamme	noun	iemand die verlamd is
lammeling	noun	waardeloos, lui en/of slecht persoon
lammelingen	=	lammeling
lammelingetje	=	lammeling
lammelingetjes	=	lammeling
lammen	=	lamme
lammenadig	adj	ellendig
lammenadige	=	lammenadig
lammenadiger	=	lammenadig
lammenadigere	=	lammenadig
lammenadigers	=	lammenadig
lammenadigs	=	lammenadig
lammenadigst	=	lammenadig
lammenadigste	=	lammenadig
lammer	=	lammeren
lammerde	=	lammeren
lammerden	=	lammeren
lammere	=	lam
lammeren	verb	het werpen van jongen
lammerend	=	lammeren
lammerende	=	lammeren
lammergier	noun	Gypaetus barbatus een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae).
lammergieren	=	lammergier
lammergiertje	=	lammergier
lammergiertjes	=	lammergier
lammers	=	lam
lammert	=	lammeren
lammetje	noun	dertig stuivers
lammetjes	=	lammetje
lammetjespap	noun	eenvoudig gerecht bestaand uit een gekookte en gezoete brij van melk en meelbloem
lammetjespappen	=	lammetjespap
lammig	adj	slaperig, lamlendig, zat, futloos
lammige	=	lammig
lammiger	=	lammig
lammigere	=	lammig
lammigers	=	lammig
lammigs	=	lammig
lammigst	=	lammig
lammigste	=	lammig
lamoen	noun	disselraam waarin een trekdier voor een voertuig loopt
lamoenen	=	lamoen
lamottepeer	=	bergamot
lamp	noun	een voorwerp gemaakt om licht te geven, meestal bestaand uit een lichtbron en een armatuur [2]
lampekap	=	lampenkap
lampekapje	=	lampenkapje
lampen	=	lamp
lampenist	noun|obsolete	arbeider die zorgt voor het aansteken van de lampen in een bepaalde buurt of bedrijf
lampenisten	=	lampenist
lampenkap	noun	kap over een lamp om het licht af te schermen
lampenkapje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort hydroïdpoliep, Aequorea vitrina uit de familie Aequoreidae; in 1853 voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Gosse
lampenkapjes	=	lampenkap
lampenkappen	=	lampenkap
lampenolie	noun	een brandbare olie die gebruikt wordt in olielampen en petroleumlampen
lampenolies	=	lampenolie
lampenoliën	=	lampenolie
lampenpit	noun	lont van een olie- of gaslamp
lampenpitje	=	lampenpit
lampenpitjes	=	lampenpit
lampenpitten	=	lampenpit
lampenpoetsergras	noun	een geslacht Cenchrus uit de grassenfamilie (Poaceae).
lampenpoetsergrasje	=	lampenpoetsergras
lampenpoetsergrasjes	=	lampenpoetsergras
lampenpoetsergrassen	=	lampenpoetsergras
lampenwinkel	noun	winkel waar men lampen verkoopt
lampenwinkels	=	lampenwinkel
lampenwinkeltje	=	lampenwinkel
lampenwinkeltjes	=	lampenwinkel
lampenzaak	noun	winkel waar men lampen verkoopt
lampenzaakje	=	lampenzaak
lampenzaakjes	=	lampenzaak
lampenzaken	=	lampenzaak
lampet	noun	waterkan, waskan
lampetkan	noun	een kan met waswater, vaak samen met een ondiepe teil, de waskom (lampetkom), bedoeld om zich in de morgen mee te kunnen wassen
lampetkannen	=	lampetkan
lampetkannetje	=	lampetkan
lampetkannetjes	=	lampetkan
lampetkom	noun	kom van een ouderwets wasstel dat het water opvangt dat uit de lampetkan wordt geschonken
lampetkommen	=	lampetkom
lampetten	=	lampet
lampfitting	noun	fitting voor een elektrische gloeilamp, lamphouder
lampfittingen	=	lampfitting
lampfittings	=	lampfitting
lampfittinkje	=	lampfitting
lampfittinkjes	=	lampfitting
lamphouder	noun	houder voor een elektrische gloeilamp, lampfitting
lamphouders	=	lamphouder
lamphoudertje	=	lamphouder
lamphoudertjes	=	lamphouder
lampion	noun	lamp van helder gekleurd licht materiaal, gebruikt voor een feestelijke stemming of als versiering
lampionnen	=	lampion
lampionnetje	=	lampion
lampionnetjes	=	lampion
lampionoptocht	noun	een optocht waarbij lampionnen worden meegedragen
lampionoptochten	=	lampionoptocht
lampionplant	noun	een geslacht Physalis van 75 tot 90 soorten planten in de nachtschadefamilie (Solanaceae).
lampionplanten	=	lampionplant
lampionplantje	=	lampionplant
lampionplantjes	=	lampionplant
lampions	=	lampion
lampje	=	lamp
lampjes	=	lamp
lamplicht	noun	het schijnsel voortgebracht door een lamp
lamplichten	=	lamplicht
lampolie	noun	een brandbare olie die gebruikt wordt in olielampen en petroleumlampen
lampolies	=	lampolie
lampoliën	=	lampolie
lamprei	noun	benaming voor vissen uit de familie Petromyzontidae
lampreien	=	lamprei
lampreitje	=	lamprei
lampreitjes	=	lamprei
lamprolia	noun	Lamprolia een geslacht van zangvogels uit de familie waaierstaarten (Rhipiduridae).
lamprolia's	=	lamprolia
lamproliaatje	=	lamprolia
lamproliaatjes	=	lamprolia
lams	=	lam
lamsborst	noun	borststuk van een jong schaap, een stuk vlees dat bekend staat om zijn vetgehalte en smaak, en vaak wordt gestoofd, gesmoord, langzaam geroosterd, of opgebonden als een rollade
lamsborsten	=	lamsborst
lamsborstje	=	lamsborst
lamsborstjes	=	lamsborst
lamsbout	noun	het vlees van de bilpartij of bovenbeen van een lam
lamsbouten	=	lamsbout
lamsboutje	=	lamsbout
lamsboutjes	=	lamsbout
lamscarré	noun	vierkant stuk lamsvlees
lamscarrés	=	lamscarré
lamsfilet	noun	vlees zonder bot, afkomstig van een jong schaap
lamsfilets	=	lamsfilet
lamsgehakt	noun	gemalen lamsvlees
lamshaas	noun	mals vlees afkomstig van de rugspieren in de lende van een jong schaap
lamshaasje	=	lamshaas
lamshaasjes	=	lamshaas
lamshazen	=	lamshaas
lamskarbonaadje	=	lamskarbonade
lamskarbonaadjes	=	lamskarbonade
lamskarbonade	noun	een stuk vlees van een lam
lamskarbonaden	=	lamskarbonade
lamskarbonades	=	lamskarbonade
lamskarbonadetje	=	lamskarbonade
lamskarbonadetjes	=	lamskarbonade
lamsla	=	lamslaan
lamslaan	verb	met een slag verlammen, het functioneren onmogelijk maken
lamslaand	=	lamslaan
lamslaande	=	lamslaan
lamslaat	=	lamslaan
lamsloeg	=	lamslaan
lamsloegen	=	lamslaan
lamsoor	noun	Limonium vulgare plant met paarse bloemen die op de kwelders voorkomt
lamsoorroest	noun	Uromyces limonii (DC.) Lév een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
lamsoorroesten	=	lamsoorroest
lamsoorroestje	=	lamsoorroest
lamsoorroestjes	=	lamsoorroest
lamsoortje	=	lamsoor
lamsoorvedermot	noun	Agdistis bennetii een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
lamsoorvedermotje	=	lamsoorvedermot
lamsoorvedermotjes	=	lamsoorvedermot
lamsoorvedermotten	=	lamsoorvedermot
lamsoren	=	lamsoor
lamst	=	lam
lamste	=	lam
lamstraal	noun	waardeloos persoon, lui persoon
lamstraaltje	=	lamstraal
lamstraaltjes	=	lamstraal
lamstralen	=	lamstraal
lamsvel	noun	de huid van een jong schaap
lamsvellen	=	lamsvel
lamsvelletje	=	lamsvel
lamsvelletjes	=	lamsvel
lamsvlees	noun	vlees van een jong schaap
lamsvleesje	=	lamsvlees
lamswol	noun	de zachte maar duurdere wol van een jong schaap
lamswollen	adj	gemaakt van de wol van een jong schaap
lamszadel	noun	rugstuk van een lam
lamszadels	=	lamszadel
lamszwezerik	noun	borstklier van een jong schaap als delicatesse
lamszwezeriken	=	lamszwezerik
lamunchi	noun	citroen
lamunchi's	=	lamunchi
lamzak	noun	een krachteloos of volkomen futloos persoon
lamzakje	=	lamzak
lamzakken	=	lamzak
lamzalig	adj	zonder kracht, futloos
lamzalige	=	lamzalig
lamzaliger	=	lamzalig
lamzaligere	=	lamzalig
lamzaligers	=	lamzalig
lamzaligs	=	lamzalig
lamzaligst	=	lamzalig
lamzaligste	=	lamzalig
lamé	noun	garen of weefsel met een metaalkleurige draad
lan	=	lannen
lanai-akialoa	noun	Akialoa lanaiensis een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
lanai-akialoa's	=	lanai-akialoa
lanai-akialoaatje	=	lanai-akialoa
lanai-akialoaatjes	=	lanai-akialoa
lanailijster	noun	Myadestes lanaiensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
lanailijsters	=	lanailijster
lanailijstertje	=	lanailijster
lanailijstertjes	=	lanailijster
lancaster	noun	katoenen stof voor het maken van rolgordijnen
lanceer	=	lanceren
lanceerbases	=	lanceerbasis
lanceerbasis	noun	een plaats met de bijbehorende faciliteiten om een raket te lanceren
lanceerbasisje	=	lanceerbasis
lanceerbasisjes	=	lanceerbasis
lanceerbasissen	=	lanceerbasis
lanceerde	=	lanceren
lanceerden	=	lanceren
lanceerinstallatie	noun	toestel waarmee men raketten kan afschieten
lanceerinstallaties	=	lanceerinstallatie
lanceerperiode	noun	de dagen die een lanceervenster hebben waarin een bepaalde raket kan worden afgevuurd
lanceerperioden	=	lanceerperiode
lanceerperiodes	=	lanceerperiode
lanceerplaats	noun	plaats waar men iets kan lanceren
lanceerplaatsen	=	lanceerplaats
lanceerplatform	noun	platte verhoging van waaraf men raketten kan afvuren
lanceerplatformen	=	lanceerplatform
lanceerplatforms	=	lanceerplatform
lanceerstandaard	noun	een standaard die gebruikt wordt om vuurwerk in te plaatsen en daarna af te steken
lanceerstandaarden	=	lanceerstandaard
lanceerstandaardje	=	lanceerstandaard
lanceerstandaardjes	=	lanceerstandaard
lanceert	=	lanceren
lanceervenster	noun	de tijdsperiode op een bepaalde dag waarbinnen een bepaalde raket moet worden gelanceerd om zijn doel te bereiken
lanceervensters	=	lanceervenster
lanceervoertuig	noun	voertuig vanwaar projectielen gelanceerd kunnen worden
lanceervoertuigen	=	lanceervoertuig
lanceervoertuigje	=	lanceervoertuig
lanceervoertuigjes	=	lanceervoertuig
lancere	=	lanceren
lanceren	verb	afschieten.
lancerend	=	lanceren
lancerende	=	lanceren
lancering	noun	het afschieten van een ruimteschip of ruimtesonde vanaf een lanceerbasis
lanceringen	=	lancering
lanceringsaanbod	noun	speciale, vaak voordelige aanbieding die wordt gedaan om een nieuw product of dienst te introduceren op de markt en de eerste klanten aan te trekken
lancerinkje	=	lancering
lancerinkjes	=	lancering
lancet	noun	een dubbelsnedig operatiemes
lancetbladig	adj	met zeer langgerekte bladeren als van een lancet
lancetbladige	=	lancetbladig
lancetbladiger	=	lancetbladig
lancetbladigere	=	lancetbladig
lancetbladigers	=	lancetbladig
lancetbladigs	=	lancetbladig
lancetbladigst	=	lancetbladig
lancetbladigste	=	lancetbladig
lancetje	=	lancet
lancetjes	=	lancet
lancetmanakin	noun	Chiroxiphia lanceolata een vogel uit de familie der manakins (Pipridae).
lancetmanakinnetje	=	lancetmanakin
lancetmanakinnetjes	=	lancetmanakin
lancetmanakins	=	lancetmanakin
lancetten	=	lancet
lancetvis	noun	benaming voor zeedieren uit de familie Branchiostomatidae
lancetvisje	=	lancetvis
lancetvisjes	noun	een onderstam Cephalochordata van de chordadieren (Chordata).
lancetvissen	=	lancetvis
lancetvormig	adj	vorm van een lancet hebbend
lancetvormige	=	lancetvormig
lancetvormiger	=	lancetvormig
lancetvormigere	=	lancetvormig
lancetvormigers	=	lancetvormig
lancetvormigs	=	lancetvormig
lancetvormigst	=	lancetvormig
lancetvormigste	=	lancetvormig
land	noun	gedeelte van het aardoppervlak dat boven water (rivieren, zeeën, oceanen e.d.) uitsteekt
landaanwinning	noun	door indammen, of door ophogen van de bodem van zee of rivier, de beschikking krijgen over nieuw land
landaanwinningen	=	landaanwinning
landaanwinninkje	=	landaanwinning
landaanwinninkjes	=	landaanwinning
landadel	noun	adel die zijn macht en status ontleent aan het bezit en beheer van landgoederen; vaak ook betrokken bij de lokale bestuurlijke en militaire zaken binnen zijn territorium
landanker	noun	het anker dat tussen het land en het schip geplaatst is
landankers	=	landanker
landankertje	=	landanker
landankertjes	=	landanker
landarbeid	noun	het op het land werken als landbouwer
landarbeider	noun	een (ongeschoolde) boerenknecht
landarbeiders	=	landarbeider
landarbeidertje	=	landarbeider
landarbeidertjes	=	landarbeider
landarrest	noun	het niet mogen verlaten van het land
landarresten	=	landarrest
landarrestje	=	landarrest
landarrestjes	=	landarrest
landauer	noun	een type geveerde koets waarvan het dak in twee helften, één naar voren en één naar achteren, neergeklapt kan worden.
landauers	=	landauer
landauertje	=	landauer
landauertjes	=	landauer
landbevolking	noun	inwoners van agrarische gebieden
landbevolkingen	=	landbevolking
landbezit	noun	het de eigendomsrechten van een stuk grond bezitten
landbezitter	noun	persoon die de eigenaarsrechten bezit van een stuk land
landbezitters	=	landbezitter
landbouw	noun	het cultiveren van land voor het voortbrengen van voedsel en andere nuttige producten
landbouwactie	noun	protestactie van landbouwers, meestal om te protesteren tegen overheidsbeleid, zoals de stikstofplannen in Nederland, of om betere inkomenssteun te eisen
landbouwacties	=	landbouwactie
landbouwactietje	=	landbouwactie
landbouwactietjes	=	landbouwactie
landbouwattaché	noun	ambtenaar die verbonden is aan een diplomatieke missie en de landbouwbelangen van een land in het buitenland behartigt
landbouwattachés	=	landbouwattaché
landbouwbedrijf	noun	een type bedrijf gericht op landbouw
landbouwbedrijfje	=	landbouwbedrijf
landbouwbedrijfjes	=	landbouwbedrijf
landbouwbedrijven	=	landbouwbedrijf
landbouwbeleid	noun	Alle maatregelen die de overheid neemt op het terrein van de agrarische sector
landbouwcomiteetje	=	landbouwcomité
landbouwcomiteetjes	=	landbouwcomité
landbouwcomité	noun	groep mensen die is aangesteld om agrarische problemen aan te pakken
landbouwcomités	=	landbouwcomité
landbouwcommissaris	noun	lid van de Europese Commissie dat belast is met het landbouwbeleid
landbouwcommissarissen	=	landbouwcommissaris
landbouwconsulent	noun	deskundig raadgever op het gebied van de landbouw
landbouwconsulenten	=	landbouwconsulent
landbouwcrises	=	landbouwcrisis
landbouwcrisis	noun	crisis in de landbouw
landbouwcrisissen	=	landbouwcrisis
landbouwdepartement	noun	een ministerie van de overheid die zich met het vakgebied van landbouw bezig houdt
landbouwdepartementen	=	landbouwdepartement
landbouweconomisch	adj	betreffende de tak van de economie die de productie, distributie en het gebruik van landbouwproducten bestudeert, inclusief de agrarische bedrijfseconomie en sociale aspecten
landbouweconomische	=	landbouweconomisch
landbouweconomischer	=	landbouweconomisch
landbouweconomischere	=	landbouweconomisch
landbouweconomischers	=	landbouweconomisch
landbouwer	noun	iemand die met landbouw of/en veeteelt zijn geld verdient (mannelijke vorm)
landbouwers	=	landbouwer
landbouwertje	=	landbouwer
landbouwertjes	=	landbouwer
landbouwgebied	noun	een streek waar veel landbouwbedrijven zijn
landbouwgebieden	=	landbouwgebied
landbouwgebiedje	=	landbouwgebied
landbouwgebiedjes	=	landbouwgebied
landbouwgewas	noun	planten die men teelt in de landbouw als voedsel of als grondstof
landbouwgewasje	=	landbouwgewas
landbouwgewasjes	=	landbouwgewas
landbouwgewassen	=	landbouwgewas
landbouwgif	noun	giftig bestrijdingsmiddel dat in de landbouw gebruikt wordt
landbouwgiffen	=	landbouwgif
landbouwgift	=	landbouwgif
landbouwgoed	noun	een stuk land dat gebruikt wordt voor de productie van voedsel en andere landbouwproducten
landbouwgoederen	=	landbouwgoed
landbouwgrond	noun	land dat geschikt is (gemaakt) voor het verbouwen van voedselgewassen
landbouwgronden	=	landbouwgrond
landbouwgrondje	=	landbouwgrond
landbouwgrondjes	=	landbouwgrond
landbouwheffing	noun	een specifieke vorm van invoerrechten (of douanerechten) die wordt opgelegd op landbouwproducten die van buiten de Europese Unie (EU) worden ingevoerd.
landbouwheffingen	=	landbouwheffing
landbouwheffinkje	=	landbouwheffing
landbouwheffinkjes	=	landbouwheffing
landbouwhervorming	noun	aanpassing van de agrarische sector
landbouwhervormingen	=	landbouwhervorming
landbouwhogescholen	=	landbouwhogeschool
landbouwhogeschool	noun	landbouwuniversiteit
landbouwhuisdier	noun	beesten die mensen in de eerste plaats houden om er nut van te hebben
landbouwhuisdieren	=	landbouwhuisdier
landbouwhuisdiertje	=	landbouwhuisdier
landbouwhuishoudscholen	=	landbouwhuishoudschool
landbouwhuishoudschool	noun	huishoudschool met extra aandacht voor kleinvee, slachtverwerking en bewaartechnieken
landbouwhuishoudschooltje	=	landbouwhuishoudschool
landbouwhuishoudschooltjes	=	landbouwhuishoudschool
landbouwindustrie	noun	bedrijven die op grote schaal agrarisiche producten maken
landbouwindustrieën	=	landbouwindustrie
landbouwkalk	noun	gebluste kalk voor verbetering van de akkers
landbouwkalkje	=	landbouwkalk
landbouwkalkjes	=	landbouwkalk
landbouwkrediet	noun	kapitaalverstrekking voor de agrarische sector
landbouwkredieten	=	landbouwkrediet
landbouwkunde	noun	wetenschap van de landbouw
landbouwkundig	adj	horend bij de kunde van het agrarisch bedrijf
landbouwkundige	=	landbouwkundig
landbouwkundiger	=	landbouwkundig
landbouwkundigere	=	landbouwkundig
landbouwkundigers	=	landbouwkundig
landbouwkundigs	=	landbouwkundig
landbouwkundigst	=	landbouwkundig
landbouwkundigste	=	landbouwkundig
landbouwlobby	noun	Lobby die de 'belangen' van de landbouwsector behartigt
landbouwlobby's	=	landbouwlobby
landbouwmachine	noun	mechanisch apparaat dat handwerk in het boerenbedrijf vervangt
landbouwmachines	=	landbouwmachine
landbouwmeststrooier	noun	machine waarmee men mest over landbouwgronden strooit
landbouwmeststrooiers	=	landbouwmeststrooier
landbouwmethode	noun	manier waarop de boer het land bewerkt
landbouwmethoden	=	landbouwmethode
landbouwmethodes	=	landbouwmethode
landbouwminister	noun	een minister in een kabinet die zich bezig houdt met de landbouw en tuinbouw
landbouwministers	=	landbouwminister
landbouwministertje	=	landbouwminister
landbouwministertjes	=	landbouwminister
landbouwonderwijs	noun	onderwijs in de landbouwkunde
landbouwontwikkeling	noun	het verbeteren en versterken van de agrarische sector
landbouwontwikkelingen	=	landbouwontwikkeling
landbouworganisatie	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van boeren die werkzaam zijn in de landbouw
landbouworganisaties	=	landbouworganisatie
landbouwplastic	noun	stevig plastic dat men gebruikt om landbouwproducten af te schermen of in te pakken
landbouwplastics	=	landbouwplastic
landbouwpolitiek	noun	politiek waarmee overheden interveniëren in de landbouw om inkomen en bestaanszekerheid van boeren te verbeteren
landbouwprobleem	noun	vraagstuk dat betrekking heeft op één of meer zaken die de agrarische sector betreffen
landbouwproblemen	=	landbouwprobleem
landbouwproduct	noun	voortbrengsel van het boerenbedrijf
landbouwproducten	=	landbouwproduct
landbouwproductie	noun	de hoeveelheid voedsel en andere nuttige producten die geoogst kunnen worden.
landbouwproducties	=	landbouwproductie
landbouwproductiviteit	noun	de hoeveelheid product die per eenheid input zoals arbeid, land, kunstmest en brandstof wordt geproduceerd
landbouwraad	noun	adviescollege voor de landbouw
landbouwraadje	=	landbouwraad
landbouwraadjes	=	landbouwraad
landbouwraden	=	landbouwraad
landbouwscholen	=	landbouwschool
landbouwschool	noun	school voor agrarisch onderwijs
landbouwschooltje	=	landbouwschool
landbouwschooltjes	=	landbouwschool
landbouwsector	noun	alle bedrijvigheid die samenhangt met het verbouwen van de grond en het produceren van voedsel
landbouwsectoren	=	landbouwsector
landbouwsectors	=	landbouwsector
landbouwsubsidie	noun	subsidie verstrekt aan de landbouw
landbouwsubsidies	=	landbouwsubsidie
landbouwsysteem	noun	manier waarop men landbouw bedrijft
landbouwsystemen	=	landbouwsysteem
landbouwtechniek	noun	de verschillende methoden om het land en de oogsten te bewerken
landbouwtechnieken	=	landbouwtechniek
landbouwtentoonstelling	noun	tentoonstelling van landbouwaangelegenheden
landbouwtentoonstellingen	=	landbouwtentoonstelling
landbouwverkeer	noun	het rijden van landbouwvoertuigen
landbouwvoertuig	noun	vervoermiddel dat boeren op hun bedrijf gebruiken
landbouwvoertuigen	=	landbouwvoertuig
landbouwvoertuigje	=	landbouwvoertuig
landbouwvoertuigjes	=	landbouwvoertuig
landbouwwerktuig	noun	gereedschap dat boeren bij hun werk gebruiken
landbouwwerktuigen	=	landbouwwerktuig
landbouwwerktuigje	=	landbouwwerktuig
landbouwwerktuigjes	=	landbouwwerktuig
landbouwwetenschap	noun	is een breed multidisciplinair gebied dat natuurlijke, economische en sociale wetenschappen omvat die in de landbouw worden gebruikt
landbouwwetenschappen	=	landbouwwetenschap
landbouwzaak	noun	een onderneming gericht op agrarische activiteiten, zoals het telen van gewassen (akkerbouw, tuinbouw, fruitteelt) en/of het houden van dieren (veeteelt), met als doel producten voort te brengen voor de economie, vaak synoniem aan een boerderij
landbouwzaakje	=	landbouwzaak
landbouwzaakjes	=	landbouwzaak
landbouwzaken	=	landbouwzaak
landbouwzout	noun	zout dat valt onder het lage BTW tarief en geschikt is voor diervoeding, strooizout en zoutelectrolyse maar niet mag gebruikt worden voor menselijke consumptie
landbrug	noun	een tijdelijke verbinding tussen twee landmassa’s
landbruggen	=	landbrug
landbruggetje	=	landbrug
landbruggetjes	=	landbrug
landbrugje	=	landbrug
landbrugjes	=	landbrug
landdag	noun	parlement
landdagen	=	landdag
landde	=	landen
landdeken	noun	geestelijke die het toezicht heeft over een zeker aantal parochies, deken van het platteland
landdekens	=	landdeken
landdekentje	=	landdeken
landdekentjes	=	landdeken
landden	=	landen
landdier	noun	een dier dat op het land leeft
landdieren	=	landdier
landdiertje	=	landdier
landdiertjes	=	landdier
lande	=	land
landedellieden	=	landedelman
landedellui	=	landedelman
landedelman	noun	iemand van adel die op een landgoed leeft
landedelmannen	=	landedelman
landeigenaar	noun	iemand die landerijen bezit
landeigenaars	=	landeigenaar
landeigenaartje	=	landeigenaar
landeigenaartjes	=	landeigenaar
landeigenaren	=	landeigenaar
landeigendom	noun	het bezit van een stuk grond
landeigendommen	=	landeigendom
landelijk	adj	met betrekking tot of geldend voor het hele land
landelijke	=	landelijk
landelijker	=	landelijk
landelijkere	=	landelijk
landelijkers	=	landelijk
landelijks	=	landelijk
landelijkst	=	landelijk
landelijkste	=	landelijk
landen	verb	vanuit de zee, de lucht of de ruimte voet op vaste bodem zetten
landenbeleid	noun	beleid dat men voert met betrekking tot een bepaald land
landend	=	landen
landende	=	landen
landenfonds	noun	beleggingsfonds dat uitsluitend belegt in effecten van bedrijven in één bepaald land
landenfondsen	=	landenfonds
landenfondsje	=	landenfonds
landenfondsjes	=	landenfonds
landengte	noun	een smalle strook land die twee grotere landmassa's verbindt
landengten	=	landengte
landengtes	=	landengte
landengtetje	=	landengte
landenploeg	noun	nationale sportploeg die deelneemt aan een landenwedstrijd
landenploegen	=	landenploeg
landenploegje	=	landenploeg
landenploegjes	=	landenploeg
landenteam	noun	landenploeg
landenteams	=	landenteam
landentoernooi	noun	toernooi voor landenteams
landentoernooien	=	landentoernooi
lander	noun	voertuig waarmee men kan landen (aan een kust, op een planeet etc.)
landerhoefijzerneus	noun	Rhinolophus landeri een West-Afrikaanse hoefijzerneusvleermuis die waarschijnlijk sterk verwant is met de alcyonehoefijzerneus.
landerhoefijzerneusje	=	landerhoefijzerneus
landerhoefijzerneusjes	=	landerhoefijzerneus
landerhoefijzerneuzen	=	landerhoefijzerneus
landerig	adj	zonder veel energie, futloos
landerige	=	landerig
landeriger	=	landerig
landerigere	=	landerig
landerigers	=	landerig
landerigheden	=	landerigheid
landerigheid	noun	zonder energie zijn en je somber voelen
landerigs	=	landerig
landerigst	=	landerig
landerigste	=	landerig
landerij	noun	geheel van gronden die samen als landbouwbedrijf worden geëxploiteerd
landerijen	noun	vlakke stukken landbouw- of weidegrond behorend tot een landgoed of boerderij
landerijtje	=	landerij
landerijtjes	=	landerij
landers	=	lander
landertje	=	lander
landertjes	=	lander
landgebruik	noun	de hoeveelheid landoppervlak die men ergens voor nodig heeft of gebruikt
landgenoot	noun	iemand uit hetzelfde land
landgenootje	=	landgenoot
landgenootjes	=	landgenoot
landgenote	noun	vrouw uit hetzelfde land
landgenoten	=	landgenoot
landgenotes	=	landgenote
landgericht	noun	het derde niveau binnen de gewone rechtspraak
landgerichte	=	landgericht
landgerichten	=	landgericht
landgerichter	=	landgericht
landgerichtere	=	landgericht
landgerichters	=	landgericht
landgerichts	=	landgericht
landgerichtst	=	landgericht
landgerichtste	=	landgericht
landgoed	noun	een groot landhuis met een uitgestrekt gebied dat als één geheel beheerd wordt, meestal door de landgoedeigenaar
landgoedeigenaar	noun	de eigenaar van een landgoed
landgoedeigenaars	=	landgoedeigenaar
landgoedeigenaartje	=	landgoedeigenaar
landgoedeigenaartjes	=	landgoedeigenaar
landgoedeigenaren	=	landgoedeigenaar
landgoederen	=	landgoed
landgoedje	=	landgoed
landgoedjes	=	landgoed
landgoedterrein	noun	grondgebied dat samen met het landhuis een landgoed vormt
landgoedterreinen	=	landgoedterrein
landgoedterreintje	=	landgoedterrein
landgoedterreintjes	=	landgoedterrein
landgraaf	noun	onmiddellijk aan de koning ondergeschikte graaf
landgraafje	=	landgraaf
landgraafjes	=	landgraaf
landgraven	=	landgraaf
landgravin	noun	vrouwelijke vorm van landgraaf
landgravinnen	=	landgravin
landgravinnetje	=	landgravin
landgravinnetjes	=	landgravin
landgrens	noun	de grens tussen twee landen
landgrenzen	=	landgrens
landheer	noun	eigenaar van een overerfelijk landgoed
landheerlijk	adj	iets dat toebehoort aan een landheer (een grondheer of heer van een bepaald gebied) en onderdeel is van zijn macht
landheerlijke	=	landheerlijk
landheerlijker	=	landheerlijk
landheerlijkere	=	landheerlijk
landheerlijkers	=	landheerlijk
landheerlijks	=	landheerlijk
landheerlijkst	=	landheerlijk
landheerlijkste	=	landheerlijk
landheertje	=	landheer
landheertjes	=	landheer
landheremietkreeften	noun	Coenobitidae een familie van kreeftachtigen uit de klasse van de Malacostraca (hogere kreeftachtigen).
landheren	=	landheer
landhervorming	noun	doelbewuste wijziging in het grondbezit, waartoe door een overheid is besloten
landhervormingen	=	landhervorming
landhoeve	noun	een boerenbedrijf waar met name akkerbouw bedreven wordt
landhoeven	=	landhoeve
landhoeves	=	landhoeve
landhoevetje	=	landhoeve
landhoevetjes	=	landhoeve
landhonger	noun|figurative	de behoefte van heersers om over een groter gebied te regeren
landhoofd	noun	een van de constructies aan de oever van een rivier, waarop een brug rust
landhoofden	=	landhoofd
landhoofdje	=	landhoofd
landhoofdjes	=	landhoofd
landhuis	noun	een groot huis op het platteland
landhuisje	=	landhuis
landhuisjes	=	landhuis
landhuizen	=	landhuis
landijs	noun	een dik ijspakket dat een landgebied van grote omvang bedekt
landing	noun	het aan land gaan vanaf het water of een schip
landingen	=	landing
landingsbaan	noun	vlakke, brede strook land op een vliegveld waarvan vliegtuigen gebruik kunnen maken bij het landen en het opstijgen Een landingsbaan is feitelijk hetzelfde als een startbaan, maar dan benaderd vanuit een vliegtuig dat landt.
landingsbaantje	=	landingsbaan
landingsbaantjes	=	landingsbaan
landingsbaken	noun	radiobaken op vliegvelden voor het landen bij slecht zicht
landingsbakens	=	landingsbaken
landingsbakentje	=	landingsbaken
landingsbakentjes	=	landingsbaken
landingsbanen	=	landingsbaan
landingsgestel	noun	onderstel van een vliegtuig dat het toestel ondersteunt als het niet in de lucht is
landingsgestellen	=	landingsgestel
landingsgestelletje	=	landingsgestel
landingsnota	noun	document dat uitkomsten van onderhandelingen beschrijft met vervolgstappen om tot een resultaat te komen
landingsnota's	=	landingsnota
landingsoefening	noun	de oefening in het landen, met name van een voertuig.
landingsoefeningen	=	landingsoefening
landingsoefeningetje	=	landingsoefening
landingsoefeningetjes	=	landingsoefening
landingspagina	noun	webpagina op een website waarop bezoekers terechtkomen via een advertentie, link of zoekresultaat, met het doel om hen een specifieke actie te laten uitvoeren
landingspagina's	=	landingspagina
landingspaginaatje	=	landingspagina
landingspaginaatjes	=	landingspagina
landingsplaats	noun	terrein waar een vliegtuig kan landen
landingsplaatsen	=	landingsplaats
landingsplek	noun	de plek waar er geland wordt.
landingsplekje	=	landingsplek
landingsplekjes	=	landingsplek
landingsplekken	=	landingsplek
landingspoging	noun	de keer dat men probeert een vliegtuig te laten landen
landingspogingen	=	landingspoging
landingspoginkje	=	landingspoging
landingspoginkjes	=	landingspoging
landingsrecht	noun	recht (en de som gelds) om ergens met een vliegtuig te landen
landingsrechten	=	landingsrecht
landingsstrip	noun	eenvoudige, korte meestal niet verharde landingsbaan voor vliegtuigen
landingsstripje	=	landingsstrip
landingsstripjes	=	landingsstrip
landingsstrippen	=	landingsstrip
landingsstrips	=	landingsstrip
landingsstroken	=	landingsstrook
landingsstrook	noun	eenvoudige, korte meestal niet verharde landingsbaan voor vliegtuigen
landingsstrookje	=	landingsstrook
landingsstrookjes	=	landingsstrook
landingsverbod	noun	een door de overheid of bevoegde instantie opgelegd verbod voor vliegtuigen om op een specifieke luchthaven of binnen het luchtruim te landen
landingsverboden	=	landingsverbod
landingsverbodje	=	landingsverbod
landingsverbodjes	=	landingsverbod
landinkje	=	landing
landinkjes	=	landing
landinwaarts	adj	richting het binnenland, vanaf de kust verder het land in
landinwaartse	=	landinwaarts
landinwaartser	=	landinwaarts
landinwaartsere	=	landinwaarts
landinwaartsers	=	landinwaarts
landinwaartst	=	landinwaarts
landinwaartste	=	landinwaarts
landje	=	land
landjepik	noun	het veroveren of toe-eigenen van een gebied
landjes	=	land
landjonker	noun	iemand van adel die op het platteland woont
landjonkers	=	landjonker
landjuffer	noun	vooraanstaande of welvarende ongehuwde bewoonster van het platteland
landjuffers	=	landjuffer
landjuweel	noun	groot feest van de rederijkers waar de kamers van een land voor werden uitgenodigd waarvan de laatste in 1562 plaatsvond
landjuwelen	=	landjuweel
landkaart	noun	een abstracte weergave van (een stuk van) de aarde
landkaarten	=	landkaart
landkaartje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vlinde, Araschnia levanar uit de familie Nymphalidae
landkaartjes	=	landkaart
landkaartmos	noun	een geslacht Rhizocarpon van korstmossen uit de de familie Rhizocarpaceae.
landkaartmosje	=	landkaartmos
landkaartmosjes	=	landkaartmos
landkaartmossen	=	landkaartmos
landkaartschildpad	noun	Graptemys geographica een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae)
landkaartschildpadden	=	landkaartschildpad
landkaartschildpadje	=	landkaartschildpad
landkaartschildpadjes	=	landkaartschildpad
landklimaat	noun	klimaat dat niet wordt beïnvloed door een zee of oceaan, onder meer gekenmerkt door grote temperatuurverschillen tussen zomer en winter
landklimaatje	=	landklimaat
landklimaatjes	=	landklimaat
landklimaten	=	landklimaat
landkokerjuffer	noun	bepaald soort insect dat voorkomt in het Palearctisch gebied, Enoicyla pusilla uit de familie Limnephilidae
landkokerjuffers	=	landkokerjuffer
landkokerjuffertje	=	landkokerjuffer
landkokerjuffertjes	=	landkokerjuffer
landkwestie	noun	conflict over het bezit van de grond
landkwesties	=	landkwestie
landleven	noun	de manier van leven die gebruikelijk is op het platteland
landlieden	=	landman
landloop	=	landlopen
landlooper	=	landloper
landloopster	=	landloper
landloos	adj	zonder eigen grond
landloost	=	landloos
landlooste	=	landloos
landlopen	verb	zwerven zonder vaste woon- of verblijfplaats over het platteland
landlopend	=	landlopen
landlopende	=	landlopen
landloper	noun	zwerver zonder beroep en vaste verblijf- of woonplaats en/of bestaansmiddelen (op het platteland)
landloperij	noun	het dakloos rondzwerven, het zwerversbestaan
landloperijen	=	landloperij
landlopers	=	landloper
landlopertje	=	landloper
landlopertjes	=	landloper
landloze	=	landloos
landlozer	=	landloos
landlozere	=	landloos
landlozers	=	landloos
landlui	=	landman
landmaat	noun	maat om land te meten, bv. een roede, een meetketting enz
landmacht	noun	krijgsmacht te land
landmachten	=	landmacht
landmachtje	=	landmacht
landmachtjes	=	landmacht
landmachttop	noun	de leiding van de landmacht
landmachttoppen	=	landmachttop
landman	noun|obsolete	een plattelandsbewoner
landmannen	=	landman
landmannetje	=	landman
landmannetjes	=	landman
landmassa	noun	een groot stuk land dat omgeven is door zeeën en oceanen
landmassa's	=	landmassa
landmassaatje	=	landmassa
landmaten	=	landmaat
landmeet	=	landmeten
landmeetkunde	noun	de techniek van het opmeten en vastleggen van de geografische posities van punten op het aardoppervlak
landmerk	noun	een markant punt in een landschap, langs de kust, of aan de horizon
landmerken	=	landmerk
landmerkje	=	landmerk
landmerkjes	=	landmerk
landmeten	verb	gedeelten van de aarde opmeten en in kaart brengen
landmetend	=	landmeten
landmetende	=	landmeten
landmeter	noun	iemand wiens beroep het is land op te meten (bijv. een ambtenaar van het kadaster, die de omvang van grondkavels vaststelt)
landmeters	=	landmeter
landmijn	noun	een explosief toestel dat ingegraven in de aarde op een slachtoffer wacht
landmijnen	=	landmijn
landmijntje	=	landmijn
landmijntjes	=	landmijn
landnaam	=	landsnaam
landnummer	noun	een reeks cijfers aan het begin van een internationaal telefoonnummer die het land identificeert waar het nummer is geregistreerd
landnummers	=	landnummer
landonteigening	noun	de eigendomsrechten van iemand op een stuk land van die persoon afnemen
landonteigeningen	=	landonteigening
landoorlog	noun	oorlog te land
landoorlogen	=	landoorlog
landoppervlak	noun	vlak dat de grens vormt van het land en de lucht
landoppervlakken	=	landoppervlak
landoria	=	landorium
landorium	noun	stokvis
landoriumpje	=	landorium
landoriumpjes	=	landorium
landoriums	=	landorium
landouw	noun	vruchtbaar -gewoonlijk regelmatig overstroomd- veld, weiland of akker; meestal in het meervoud gebruikt
landouwe	=	landouw
landouwen	=	landouw
landouwtje	=	landouw
landpaal	noun	paal die met andere palen de markering van een grens vorm
landpaaltje	=	landpaal
landpaaltjes	=	landpaal
landpalen	=	landpaal
landpissebedden	noun	Oniscidea een onderorde van geleedpotigen die behoren tot de orde Isopoda van de onderstam kreeftachtigen (Crustacea).
landplant	noun	benaming voor organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft uit het onderrijk Embryophyta: alle planten behalve de algen
landplanten	noun	een onderrijk Embryophyta van planten waarbij de individuele planten uitgroeien vanuit een embryo.
landpunt	noun	stuk land dat in zee of onder water uitsteekt
landpunten	=	landpunt
landpuntje	=	landpunt
landpuntjes	=	landpunt
landraad	noun	orgaan dat een heerser advies geeft over het bestuur van een bepaald gebied (met name in de Duitse regio)
landraadje	=	landraad
landraadjes	=	landraad
landraden	=	landraad
landrat	noun	persoon die op het land woont en nooit op zee komt
landratten	=	landrat
landrechtelijk	adj	betreffende regels die betrekking hebben op land, gebied, of de soevereiniteit binnen een land
landrechtelijke	=	landrechtelijk
landrechtelijker	=	landrechtelijk
landrechtelijkere	=	landrechtelijk
landrechtelijkers	=	landrechtelijk
landrechtelijks	=	landrechtelijk
landrechtelijkst	=	landrechtelijk
landrechtelijkste	=	landrechtelijk
landrente	noun	landhuur
landrenten	=	landrente
landrentes	=	landrente
landroofdier	noun	een aantal roofdierfamilies waarvan de aanwezigheid van poten de kenmerkende eigenschap is.
landroofdieren	noun	Fissipedia een informele groep van een aantal roofdierfamilies waarvan de aanwezigheid van poten de kenmerkende eigenschap is.
landroofdiertje	=	landroofdier
landroofdiertjes	=	landroofdier
landrot	noun	een niet zeevaarder zo genoemd door zeevaarders, iemand die zich op land thuisvoelt maar niet op het water
landrotje	=	landrot
landrotjes	=	landrot
landrotten	=	landrot
landrover	noun	bepaald merk terreinauto
landrovers	=	landrover
landrovertje	=	landrover
landrovertjes	=	landrover
landrug	noun	een smalle strook land die hoger ligt dan de omgeving
landruggen	=	landrug
lands	=	land
landsaard	noun	volksaard
landsadel	=	landadel
landsadvocaat	noun	jurist die de overheid verdedigt in rechtszaken
landsadvocaten	=	landsadvocaat
landsalamander	noun	salamander die voornamelijk op het land leeft
landsalamanders	=	landsalamander
landsbelang	noun	van een zaak dat het van groot nut voor het gehele land is
landsbelangen	=	landsbelang
landsbesturen	=	landsbestuur
landsbestuur	noun	regering
landsbond	noun	een entiteit die de bijdragen voor de ziekte- en invaliditeitsverzekering verdeelt
landsbonden	=	landsbond
landschap	noun	hoe een bepaalde streek eruitziet qua geologische vormen en begroeiing
landschapje	=	landschap
landschapjes	=	landschap
landschappelijk	adj	een aantrekkelijk uitzicht om je heen gevend
landschappelijke	=	landschappelijk
landschappelijker	=	landschappelijk
landschappelijkere	=	landschappelijk
landschappelijkers	=	landschappelijk
landschappelijks	=	landschappelijk
landschappelijkst	=	landschappelijk
landschappelijkste	=	landschappelijk
landschappen	=	landschap
landschapsarchitect	noun	iemand die tuinen en parken ontwerpt
landschapsarchitecten	=	landschapsarchitect
landschapsbeheer	noun	de zorg voor een landelijk gebied
landschapsboer	noun	natuurboer
landschapsboeren	=	landschapsboer
landschapsboertje	=	landschapsboer
landschapsboertjes	=	landschapsboer
landschapschilder	noun	een kunstenaar die vooral landschappen schildert
landschapschilderij	noun	een schildergenre waarin taferelen met onder meer bergen, valleien, vlakten, bomen, rivieren, zeeën en bossen het belangrijkste onderwerp vormen
landschapschilderijen	=	landschapschilderij
landschapschilderijtje	=	landschapschilderij
landschapschilderijtjes	=	landschapschilderij
landschapschilders	=	landschapschilder
landschapskamer	noun	kamer met een fraai uitzicht over de natuurlijke omgeving
landschapskamers	=	landschapskamer
landschapskamertje	=	landschapskamer
landschapskamertjes	=	landschapskamer
landschapsonderhoud	noun	alle maatregelen die worden genomen om de natuurlijke leefomgeving voor mens en natuur aantrekkelijk te houden
landschapspark	noun	landschap waarin zowel natuurschoon als cultuurhistorisch erfgoed aandacht krijgen
landschapsparken	=	landschapspark
landschapspijn	noun	het onaangename gevoel dat iemand krijgt als de kwaliteiten van de leefomgeving achteruit gaan
landschapspijnen	=	landschapspijn
landschapsschilder	noun	een kunstenaar die vooral landschappen schildert
landschapsschilderkunst	noun	een schildergenre waarin taferelen met onder meer bergen, valleien, vlakten, bomen, rivieren, zeeën en bossen het belangrijkste onderwerp vormen
landschapsschilderkunsten	=	landschapsschilderkunst
landschapsschilders	=	landschapsschilder
landschapstuin	noun	grote tuin aangelegd als een 'natuurlijk' landschap
landschapstuinen	=	landschapstuin
landschapstuintje	=	landschapstuin
landschapstuintjes	=	landschapstuin
landschapsverzorging	noun	onderhoud van onbebouwde gebieden gericht op gezonde natuur en een aantrekkelijke omgeving
landschapsverzorgingen	=	landschapsverzorging
landschapsverzorginkje	=	landschapsverzorging
landschapsverzorginkjes	=	landschapsverzorging
landschapsvriendelijk	adj	gericht op het beschermen en verbeteren van een landschap
landschapsvriendelijke	=	landschapsvriendelijk
landschapsvriendelijker	=	landschapsvriendelijk
landschapsvriendelijkere	=	landschapsvriendelijk
landschapsvriendelijkers	=	landschapsvriendelijk
landschapsvriendelijks	=	landschapsvriendelijk
landschapsvriendelijkst	=	landschapsvriendelijk
landschapsvriendelijkste	=	landschapsvriendelijk
landscheiding	noun	waterkerende dijk of kade, opgeworpen op de grens van gebieden omdat het waterpeil niet aan beide zijden hetzelfde was
landscheidingen	=	landscheiding
landscheidingsdijk	noun	waterkerende dijk of kade, opgeworpen op de grens van gebieden omdat het waterpeil niet aan beide zijden hetzelfde was
landscheidingsdijken	=	landscheidingsdijk
landscheidinkje	=	landscheiding
landscheidinkjes	=	landscheiding
landschildpad	noun	schildpad uit de familie Testudinidae
landschildpadden	noun	een familie Testudinidae van schildpadden (Testudines).
landschildpadje	=	landschildpad
landschildpadjes	=	landschildpad
landsdeel	noun	een deel van een land, een streek, een groep provincies, vormt niveau 1 van de Europese NUTS-indeling
landsdelen	=	landsdeel
landsdrukkerij	noun	drukkerij voor uitgaven van de (landelijke) overheid
landsdrukkerijen	=	landsdrukkerij
landsfinanciën	noun	de financiën van de staat
landsgrens	noun	de grens tussen twee landen
landsgrenzen	=	landsgrens
landsheer	noun	een algemene benaming voor een vorst die in een bepaald gebied de territoriale soevereiniteit bezat.
landsheerlijk	adj	van een landsheer
landsheerlijke	=	landsheerlijk
landsheerlijks	=	landsheerlijk
landsheertje	=	landsheer
landsheertjes	=	landsheer
landsheren	=	landsheer
landskampioen	noun	het beste team of de beste sporter in een landelijke competitie of in één enkele wedstrijd
landskampioenen	=	landskampioen
landskampioenschap	noun	het winnen van een competitie waar deelnemers uit het hele land aan mee doen
landskampioenschappen	=	landskampioenschap
landsknecht	noun	een soldaat van een groep huurlingen, voornamelijk bestaande uit piekeniers, waarvan de regimenten van de Late Middeleeuwen tot aan de Nieuwe Tijd een belangrijke militaire kracht waren in Europa
landsknechten	=	landsknecht
landslab	noun	laboratorium voor de volksgezondheid op Curaçao
landslabs	=	landslab
landslait	=	landsman
landslak	noun	slak die op het land leeft
landslakje	=	landslak
landslakjes	=	landslak
landslakken	=	landslak
landslieden	=	landsman
landslui	=	landsman
landsman	noun	landgenoot
landsmannen	=	landsman
landsmannetje	=	landsman
landsmannetjes	=	landsman
landsmansjaft	noun	vereniging van mensen uit een bepaald gebied
landsmansjaften	=	landsmansjaft
landsnaam	noun	de naam van een nationale staat
landsnaampje	=	landsnaam
landsnamen	=	landsnaam
landspolitiek	noun	nationale politiek, in tegenstelling tot provinciale of gemeentelijke
landstaal	noun	de taal van het land zelf, de voertaal, de volkstaal, het hoeft dus niet de officiële taal te zijn
landstaaltje	=	landstaal
landstaaltjes	=	landstaal
landstalen	=	landstaal
landstitel	noun	naam die de kampioen van een landelijke competitie krijgt
landstitels	=	landstitel
landstiteltje	=	landstitel
landstiteltjes	=	landstitel
landstreek	noun	een aaneengesloten geografisch gebied met een bepaald taalkundig, cultureel, demografisch en/of institutioneel karakter
landstreekje	=	landstreek
landstreekjes	=	landstreek
landstreken	=	landstreek
landstrijdkracht	noun	deel van een leger dat op het land strijd kan voeren
landstrijdkrachten	noun	deel van een leger dat op het land strijd kan voeren
landstroken	=	landstrook
landstrook	noun	een strook land
landsverdediging	noun	de bescherming van een land tegen aanvallen van buitenaf
landsverdedigingen	=	landsverdediging
landsverdedigingetje	=	landsverdediging
landsverdedigingetjes	=	landsverdediging
landsverdediginkje	=	landsverdediging
landsverraad	=	landverraad
landsverrader	=	landverrader
landsvrouwe	noun	de echtgenote van een landsheer; vrouw met territoriale soevereiniteit
landsvrouwen	=	landsvrouwe
landszaak	noun	kwestie die van belang is voor het gehele land
landszaakje	=	landszaak
landszaakjes	=	landszaak
landszaken	=	landszaak
landt	=	landen
landtong	noun	smalle strook land die zich in zee of meer uitstrekt
landtongen	=	landtong
landtongetje	=	landtong
landvast	noun	een touw of staalkabel waarmee een schip wordt afgemeerd aan een bolder of dukdalf aan de wal
landvasten	=	landvast
landvastje	=	landvast
landvastjes	=	landvast
landverhuister	=	landverhuizer
landverhuizer	noun	iemand die blijvend in een ander land gaat wonen
landverhuizers	=	landverhuizer
landverhuizertje	=	landverhuizer
landverhuizing	noun	het emigreren van het ene naar het andere land
landverhuizingen	=	landverhuizing
landverraad	noun	verzamelnaam van misdrijven waarbij de externe veiligheid van het eigen land in gevaar wordt gebracht
landverraden	=	landverraad
landverrader	noun	een persoon (of organisatie) die in een bepaalde situatie de loyaliteit aan zijn land verruilt voor loyaliteit aan de vijand
landverraders	=	landverrader
landverradertje	=	landverrader
landverradertjes	=	landverrader
landvolk	noun	groep mensen die aan land wonen; mensen die niet gewend zijn aan het varen op zee
landvolken	=	landvolk
landvolkeren	=	landvolk
landvoogd	noun	is in het algemeen de functiebenaming voor een persoon die een land bestuurt als vertegenwoordig(st)er van de vorst of landsheer
landvoogden	=	landvoogd
landvoogdij	noun	het gezag dat wordt uitgeoefend in naam van de soevereine machthebber
landvoogdijen	=	landvoogdij
landvoogdje	=	landvoogd
landvorkje	noun	een geslacht Riccia uit de watervorkjesfamilie (Ricciaceae).
landvorkjes	=	landvorkje
landwaarts	adv	naar het land, van de kust af, van de zee af
landwacht	noun	iemand die lid was van de Landwacht
landwachten	=	landwacht
landweer	noun	een verdedigingslinie uit de late middeleeuwen, bestaande uit een of meer wallen en grachten
landweertje	=	landweer
landweertjes	=	landweer
landweg	noun	meestal een slecht verharde weg buiten de bebouwde kom
landwegen	=	landweg
landweggetje	=	landweg
landweggetjes	=	landweg
landwegje	=	landweg
landwegjes	=	landweg
landweren	=	landweer
landwet	noun|obsolete	wet die bepaalt waar iemand land mag bezitten of te huren
landwetten	=	landwet
landwijn	noun	een beschermde geografische aanduiding voor wijn uit een bepaald land, een eenvoudige wijn maar beter dan een tafelwijn
landwijnen	=	landwijn
landwijntje	=	landwijn
landwijntjes	=	landwijn
landwinning	noun	landaanwinning
landwinningen	=	landwinning
landzaat	noun	inwoner van een land
landzaten	=	landzaat
landziek	adj	heimwee hebbend naar een land
landzieke	=	landziek
landzieker	=	landziek
landziekere	=	landziek
landziekers	=	landziek
landzieks	=	landziek
landziekst	=	landziek
landziekste	=	landziek
landziekte	noun	een ziekelijk verlangen om terug te gaan naar het eigen land of eigen huis
landziekten	=	landziekte
landziektes	=	landziekte
landzij	noun	de kant van het droge land
landzijde	noun	aan de zijde van het land.
landzijden	=	landzijde
landzijdes	=	landzijde
lanen	=	laan
lang	adj	van grote duur, langdurig	adv	absoluut, volstrekt
langarm	noun	iemand die lange armen heeft
langarmen	=	langarm
langarmig	adj	met lange armen
langarmige	=	langarmig
langarmiger	=	langarmig
langarmigere	=	langarmig
langarmigers	=	langarmig
langarmigs	=	langarmig
langarmigst	=	langarmig
langarmigste	=	langarmig
langbaardgras	noun	een geslacht Vulpia uit de grassenfamilie (Poaceae).
langbaardgrasje	=	langbaardgras
langbaardgrasjes	=	langbaardgras
langbaardgrassen	=	langbaardgras
langbaardhoningeter	noun	Melionyx princeps een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
langbaardhoningeters	=	langbaardhoningeter
langbaardhoningetertje	=	langbaardhoningeter
langbaardhoningetertjes	=	langbaardhoningeter
langbeen	noun	een ooievaar
langbeentje	=	langbeen
langbeentjes	=	langbeen
langbekaal	noun	Avocettina infans een straalvinnige vissensoort uit de familie van langbekalen (Nemichthyidae).
langbekaaltje	=	langbekaal
langbekaaltjes	=	langbekaal
langbekalen	noun	een familie Nemichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes)
langbekspeervis	noun	Tetrapturus pfluegeri een straalvinnige vis uit de familie van zeilvissen (Istiophoridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
langbekspeervisje	=	langbekspeervis
langbekspeervisjes	=	langbekspeervis
langbekspeervissen	=	langbekspeervis
langbektuimelaar	noun	Tursiops aduncus De langbektuimelaar of Indische tuimelaar (Tursiops aduncus) is een dolfijnensoort uit de Indische en Stille Oceaan.
langbektuimelaars	=	langbektuimelaar
langbektuimelaartje	=	langbektuimelaar
langbektuimelaartjes	=	langbektuimelaar
langbenen	=	langbeen
langbenig	adj	een of meer lange benen hebbend
langbenige	=	langbenig
langbeniger	=	langbenig
langbenigere	=	langbenig
langbenigers	=	langbenig
langbenigs	=	langbenig
langbenigst	=	langbenig
langbenigste	=	langbenig
langbiansibia	noun	Laniellus langbianis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
langbiansibia's	=	langbiansibia
langbiansibiaatje	=	langbiansibia
langbiansibiaatjes	=	langbiansibia
langde	=	langen
langden	=	langen
langdraadantenne	noun	een draadantenne die korter is dan de golflengte van de radiosignalen, die worden opgevangen of uitgezonden
langdraadantennes	=	langdraadantenne
langdraadantennetje	=	langdraadantenne
langdraadantennetjes	=	langdraadantenne
langdradig	adj	langdurig, vervelend en saai
langdradige	=	langdradig
langdradiger	=	langdradig
langdradigere	=	langdradig
langdradigers	=	langdradig
langdradigs	=	langdradig
langdradigst	=	langdradig
langdradigste	=	langdradig
langdurig	adj	een lange tijd durend.
langdurige	=	langdurig
langduriger	=	langdurig
langdurigere	=	langdurig
langdurigers	=	langdurig
langdurigs	=	langdurig
langdurigst	=	langdurig
langdurigste	=	langdurig
lange	noun	iemand met een lichaamslengte die opvallend meer dan gemiddeld is
lange-afstandsloper	=	langeafstandsloper
langeafstandloper	noun	atleet die zich toelegt op hardloopwedstrijden waarbij meerdere kilometers worden afgelegd
langeafstandlopers	=	langeafstandloper
langeafstandrelatie	noun	een relaties waarbij de partners ver van elkaar wonen
langeafstandrelaties	=	langeafstandrelatie
langeafstandrelatietje	=	langeafstandrelatie
langeafstandrelatietjes	=	langeafstandrelatie
langeafstandsdrone	noun	drone die zelfstandig, mogelijk op afstand bestuurd, opereert op relatief lange afstand van honderden tot duizenden kilometers kilometer
langeafstandsdrones	=	langeafstandsdrone
langeafstandsfietser	noun	iemand die in zijn vrije tijd met een rijwiel zeer lange tochten maakt, die meerdere dagen kunnen duren
langeafstandsfietsers	=	langeafstandsfietser
langeafstandsloopster	noun	een vrouwelijke atleet die zich specialiseert in het lopen van afstanden boven 1500 meter
langeafstandsloopsters	=	langeafstandsloopster
langeafstandsloopstertje	=	langeafstandsloopster
langeafstandsloopstertjes	=	langeafstandsloopster
langeafstandslopen	noun	rennen over lange afstanden
langeafstandsloper	noun	mannelijke atleet die zich specialiseert in het lopen van afstanden boven 1500 meter
langeafstandslopers	=	langeafstandsloper
langeafstandslopertje	=	langeafstandsloper
langeafstandslopertjes	=	langeafstandsloper
langeafstandspad	noun	wandelpad waar men meerdere dagen of weken over kan wandelen voordat men het gehele pad heeft afgelegd
langeafstandspaden	=	langeafstandspad
langeafstandsraket	noun	een ballistische raket die zeer grote afstanden kan afleggen
langeafstandsraketten	=	langeafstandsraket
langeafstandsrelatie	noun	een relatie waarbij de partners op grote afstand van elkaar wonen
langeafstandsrelaties	=	langeafstandsrelatie
langeafstandswandeling	noun	een meerdaagse wandeltocht over een grote afstand
langeafstandswandelingen	=	langeafstandswandeling
langeafstandswandelpad	noun	wandelpad waar men meerdere dagen of weken over kan wandelen voordat men het gehele pad heeft afgelegd
langeafstandswandelpaden	=	langeafstandswandelpad
langeafstandswedstrijd	noun	een wedstrijd over een grotere lengte
langeafstandswedstrijden	=	langeafstandswedstrijd
langebaanschaats	=	langebaanschaatsen
langebaanschaatsen	verb	schaatswedstrijden op een ovale ijsbaan van 400 meter
langebaanschaatsend	=	langebaanschaatsen
langebaanschaatsende	=	langebaanschaatsen
langebaanschaatser	noun	sporter die schaatswedstrijden rijdt op een 400 meter baan
langebaanschaatsers	=	langebaanschaatser
langebaanwedstrijd	noun	schaatswedstrijd over een 400 meter baan
langebaanwedstrijden	=	langebaanwedstrijd
langen	verb	aanreiken, aangeven
langend	=	langen
langende	=	langen
langer	=	lang
langere	=	lang
langers	=	lang
langetermijnbelegging	noun	een investering in bijvoorbeeld aandelen, obligaties of ETF's die u aanhoudt voor een periode van minimaal 5 tot 10 jaar.
langetermijnbeleggingen	=	langetermijnbelegging
langetermijnbelegginkje	=	langetermijnbelegging
langetermijnbelegginkjes	=	langetermijnbelegging
langetermijnbeleid	noun	voorgenomen handelingen voor de verdere toekomst
langetermijncomplicatie	noun	een aandoening die iemand pas na veel tijd krijgt
langetermijncomplicaties	=	langetermijncomplicatie
langetermijndenken	verb	denken waarbij men ook rekening houdt met de verdere toekomst	noun	manier van denken waarbij men ook rekening houdt met de gevolgen op langere termijn
langetermijndenkende	=	langetermijndenken
langetermijndoel	noun	een doelstelling waarvan men weet dat men die pas na een lange tijd zal kunnen bereiken
langetermijndoelen	=	langetermijndoel
langetermijneffect	noun	de gevolgen van iets in de verdere toekomst
langetermijneffecten	=	langetermijneffect
langetermijneffectje	=	langetermijneffect
langetermijneffectjes	=	langetermijneffect
langetermijngeheugen	noun	geheugen waarin gebeurtenissen, feiten, kennis voor lange tijd opgeslagen worden
langetermijngeheugens	=	langetermijngeheugen
langetermijngevolg	noun	een gevolg dat pas op de lange termijn merkbaar wordt
langetermijngevolgen	=	langetermijngevolg
langetermijninvestering	noun	een opoffering in tijd, geld of mankracht ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald
langetermijninvesteringen	=	langetermijninvestering
langetermijnperspectief	noun	vooruitzicht op gunstige mogelijkheden in de verdere toekomst
langetermijnperspectieven	=	langetermijnperspectief
langetermijnplan	noun	een plan dat tot ver in de toekomst reikt
langetermijnplannen	=	langetermijnplan
langetermijnplanning	noun	het zaken regelen die betrekking hebben op een langduriger periode
langetermijnplanningen	=	langetermijnplanning
langetermijnrente	noun	rente die men krijgt voor tegoeden die voor een langere termijn zijn vastgezet
langetermijnrenten	=	langetermijnrente
langetermijnrentes	=	langetermijnrente
langetermijnrentetje	=	langetermijnrente
langetermijnrentetjes	=	langetermijnrente
langetermijnsparen	noun	In België is langetermijnsparen een wettelijk vastgelegde en veilige spaarformule waarmee men tevens een fiscaal voordeel kan bekomen
langetermijnsparende	=	langetermijnsparen
langetermijnstrategie	noun	voornemens die ook betrekking hebben op de verdere toekomst
langetermijnstrategieën	=	langetermijnstrategie
langgekoesterd	adj	die men al lang gekoesterd heeft
langgekoesterde	=	langgekoesterd
langgekoesterds	=	langgekoesterd
langgerekt	adj	lang en smal
langgerekte	=	langgerekt
langgerekter	=	langgerekt
langgerektere	=	langgerekt
langgerekters	=	langgerekt
langgerekts	=	langgerekt
langgerektst	=	langgerekt
langgerektste	=	langgerekt
langgevelboerderij	noun	een rechthoekig boerderijtype waarbij voorhuis, stal en schuur aan elkaar zijn gebouwd en alle deuren geplaatst zijn in de lange gevels
langgevelboerderijen	=	langgevelboerderij
langgevelboerderijtje	=	langgevelboerderij
langgevelboerderijtjes	=	langgevelboerderij
langhaar	noun	dier met lang haar
langhaarmier	noun	Lasius citrinus een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
langhaarmieren	=	langhaarmier
langhaarmiertje	=	langhaarmier
langhaarmiertjes	=	langhaarmier
langhaartje	=	langhaar
langhaartjes	=	langhaar
langhals	noun	voorwerp met een lange hals
langhalsluit	noun	luit met een lange hals, zoals de teorbe in de Europese barokmuziek en de saz in Turkse muziek
langhalsluiten	=	langhalsluit
langhalsschorsloper	noun	Paradromius longiceps een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
langhalsschorslopers	=	langhalsschorsloper
langhalsschorslopertje	=	langhalsschorsloper
langhalsschorslopertjes	=	langhalsschorsloper
langhalzen	=	langhals
langhandsigaar	noun	Sigara longipalis een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
langhandsigaartje	=	langhandsigaar
langhandsigaartjes	=	langhandsigaar
langhandsigaren	=	langhandsigaar
langharen	=	langhaar
langharig	adj	lang haar hebbende
langharige	=	langharig
langhariger	=	langharig
langharigere	=	langharig
langharigers	=	langharig
langharigs	=	langharig
langharigst	=	langharig
langharigste	=	langharig
langhoornkoffervis	noun	Lactoria cornuta een straalvinnige vis uit de familie van de koffervissen (Ostraciidae).
langhoornkoffervisje	=	langhoornkoffervis
langhoornkoffervisjes	=	langhoornkoffervis
langhoornkoffervissen	=	langhoornkoffervis
langjarig	adj	vele jaren
langjarige	=	langjarig
langjariger	=	langjarig
langjarigere	=	langjarig
langjarigers	=	langjarig
langjarigs	=	langjarig
langjarigst	=	langjarig
langjarigste	=	langjarig
langkaakzakspin	noun	Clubiona pseudoneglecta een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
langkaakzakspinnen	=	langkaakzakspin
langkaakzakspinnetje	=	langkaakzakspin
langkaakzakspinnetjes	=	langkaakzakspin
langkamzaagvis	noun	Pristis zijsron een zaagvis uit de familie Pristidae.
langkamzaagvisje	=	langkamzaagvis
langkamzaagvisjes	=	langkamzaagvis
langkamzaagvissen	=	langkamzaagvis
langkapselsterretje	noun	Tortula subulata een plant uit de familie Pottiaceae.
langkapselsterretjes	=	langkapselsterretje
langkielgravertje	noun	Dyschirius tristis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
langkielgravertjes	=	langkielgravertje
langkopadelaarsrog	noun	Aetobatus flagellum een vissensoort uit de familie van de Aetobatidae.
langkopadelaarsroggen	=	langkopadelaarsrog
langkopadelaarsroggetje	=	langkopadelaarsrog
langkopadelaarsroggetjes	=	langkopadelaarsrog
langkopadelaarsrogje	=	langkopadelaarsrog
langkopadelaarsrogjes	=	langkopadelaarsrog
langkopkathaai	noun	Apristurus longicephalus een vis uit de familie van Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
langkopkathaaien	=	langkopkathaai
langkopkathaaitje	=	langkopkathaai
langkopkathaaitjes	=	langkopkathaai
langkopsmaragdgroefbij	noun	Lasioglossum morio een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
langkopsmaragdgroefbijen	=	langkopsmaragdgroefbij
langkopsmaragdgroefbijtje	=	langkopsmaragdgroefbij
langkopsmaragdgroefbijtjes	=	langkopsmaragdgroefbij
langkuifdwergtiran	noun	Lophotriccus eulophotes een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
langkuifdwergtirannen	=	langkuifdwergtiran
langkuifdwergtirannetje	=	langkuifdwergtiran
langkuifdwergtirannetjes	=	langkuifdwergtiran
langkuifneushoornvogel	noun	Berenicornis comatus een neushoornvogel uit het monotypische geslacht Berenicornis.
langkuifneushoornvogels	=	langkuifneushoornvogel
langkuifneushoornvogeltje	=	langkuifneushoornvogel
langkuifneushoornvogeltjes	=	langkuifneushoornvogel
langlauf	=	langlaufen
langlaufe	=	langlaufen
langlaufen	verb	op latten door de sneeuw voortbewegen	noun	wedstrijdsport waarbij de sporters zich voortbewegen op lange ski's
langlaufend	=	langlaufen
langlaufende	=	langlaufen
langlaufer	noun	beoefenaar van het langlaufen
langlaufers	=	langlaufer
langlauft	=	langlaufen
langlaufte	=	langlaufen
langlauften	=	langlaufen
langlip	noun	langere beugel voor het bevestigen van een hekwerk
langlipje	=	langlip
langlipjes	=	langlip
langlippen	=	langlip
langlopend	adj	voor een lange tijdsperiode bestemd
langlopende	=	langlopend
langlopender	=	langlopend
langlopendere	=	langlopend
langlopenders	=	langlopend
langlopends	=	langlopend
langlopendst	=	langlopend
langlopendste	=	langlopend
langnat	noun	dunne waterige saus of soep met weinig smaak of voedingswaarde
langnek	noun	dier met een lange nek
langnekalen	noun	een familie Derichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes)
langnekje	=	langnek
langnekjes	=	langnek
langnekken	=	langnek
langnekslangenhalsschildpad	noun	Chelodina longicollis een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
langnekslangenhalsschildpadden	=	langnekslangenhalsschildpad
langnekslangenhalsschildpadje	=	langnekslangenhalsschildpad
langnekslangenhalsschildpadjes	=	langnekslangenhalsschildpad
langnekzwartschild	noun	Pterostichus longicollis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
langnekzwartschilden	=	langnekzwartschild
langnekzwartschildje	=	langnekzwartschild
langnekzwartschildjes	=	langnekzwartschild
langneusdraakvissen	noun	een familie Rhinochimaeridae van kraakbeenvissen.
langneuspotoroe	noun	Potorous tridactylus een kangoeroerat uit het geslacht der potoroes (Potorous)
langneuspotoroes	=	langneuspotoroe
langneuspotoroetje	=	langneuspotoroe
langneuspotoroetjes	=	langneuspotoroe
langneussteurgarnaal	noun	Palaemon longirostris een garnalensoort uit de familie van de steurgarnalen (Palaemonidae).
langneussteurgarnaaltje	=	langneussteurgarnaal
langneussteurgarnaaltjes	=	langneussteurgarnaal
langneussteurgarnalen	=	langneussteurgarnaal
langneusvleermuis	noun	Rhynchonycteris naso vleermuis uit de familie van de schedestaartvleermuizen (Emballonuridae).
langneusvleermuisje	=	langneusvleermuis
langneusvleermuisjes	=	langneusvleermuis
langneusvleermuizen	=	langneusvleermuis
langoer	noun	Presbytini lid van de geslachtengroep van de familie apen van de Oude Wereld
langoeren	noun	Presbytini een geslachtengroep van de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae) uit het zuiden en zuidoosten van Azië
langoest	noun	is een kreeftachtige uit de orde van tienpotige
langoesten	noun	een familie van kreeftachtigen (Palinuridae) uit de klasse van de Malacostraca
langoestje	=	langoest
langoestjes	=	langoest
langoor	noun	bijnaam voor een (huis)dier met lange oren zoals een konijn, haas, ezel of hond
langoorbuideldas	noun	zoogdier uit het geslacht Macrotis van Australische buideldassen, het enige van de familie Thylacomyidae.
langoorbuideldasje	=	langoorbuideldas
langoorbuideldasjes	=	langoorbuideldas
langoorbuideldassen	noun	Macrotis een geslacht van Australische buideldassen, het enige van de familie Thylacomyidae.
langoorchipmunk	noun	Tamias quadrimaculatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
langoorchipmunkje	=	langoorchipmunk
langoorchipmunkjes	=	langoorchipmunk
langoorchipmunks	=	langoorchipmunk
langooregel	noun	Hemiechinus auritus een soort egel die voornamelijk voorkomt in de Aziatische steppen en woestijnen
langooregels	noun	een geslacht Hemiechinus van zoogdieren uit de familie van de egels (Erinaceidae)
langooregeltje	=	langooregel
langooregeltjes	=	langooregel
langoorhaasrat	noun	Leporillus conditor knaagdier uit het geslacht Leporillus behorend tot de familie van muizen en ratten van de Oude Wereld.
langoorhaasratje	=	langoorhaasrat
langoorhaasratjes	=	langoorhaasrat
langoorhaasratten	=	langoorhaasrat
langoorschreeuwuil	noun	Megascops sanctaecatarinae een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
langoorschreeuwuilen	=	langoorschreeuwuil
langoorschreeuwuiltje	=	langoorschreeuwuil
langoorschreeuwuiltjes	=	langoorschreeuwuil
langoortje	=	langoor
langoortjes	=	langoor
langoren	=	langoor
langoureus	adj	heel sterk verlangend
langoureust	=	langoureus
langoureuste	=	langoureus
langoureuze	=	langoureus
langoureuzer	=	langoureus
langoureuzere	=	langoureus
langoureuzers	=	langoureus
langoustine	noun	benaming voor kleine Noorse kreeft, Nephrops norvegicus
langoustines	=	langoustine
langoustinetje	=	langoustine
langoustinetjes	=	langoustine
langpalpstoringsdwergspin	noun	Erigone longipalpis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
langpalpstoringsdwergspinnen	=	langpalpstoringsdwergspin
langpalpstoringsdwergspinnetje	=	langpalpstoringsdwergspin
langpalpstoringsdwergspinnetjes	=	langpalpstoringsdwergspin
langparkeerder	noun	persoon die zijn auto gedurende een lange tijd ergens parkeert
langparkeerders	=	langparkeerder
langpoot	noun|informal	benaming voor wezens waarvan de ledematen in verhouding tot het lichaam een grote lengte hebben
langpootbodemzakspin	noun	Scotina gracilipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemzakspinnen (Liocranidae).
langpootbodemzakspinnen	=	langpootbodemzakspin
langpootbodemzakspinnetje	=	langpootbodemzakspin
langpootbodemzakspinnetjes	=	langpootbodemzakspin
langpootje	=	langpoot
langpootjes	=	langpoot
langpootkiekendief	noun	Geranospiza caerulescens een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae) uit het monotypische geslacht Geranospiza
langpootkiekendiefje	=	langpootkiekendief
langpootkiekendiefjes	=	langpootkiekendief
langpootkiekendieven	=	langpootkiekendief
langpootkwartel	noun	Rhynchortyx cinctus een vogel uit de familie Odontophoridae.
langpootkwartels	=	langpootkwartel
langpootkwarteltje	=	langpootkwartel
langpootkwarteltjes	=	langpootkwartel
langpootmug	noun	benaming voor muggen met opvallend lange broze poten, die de familie Tipulidae vormen binnen de onderorde der muggen (Nematocera) De muggen zelf zijn niet schadelijk, maar de larven (emelten) kunnen schade aanrichten bij gewassen.
langpootmuggen	noun	een familie Tipulidae van insecten die behoort tot de onderorde der muggen (Nematocera).
langpootmuggetje	=	langpootmug
langpootmuggetjes	=	langpootmug
langpootmugje	=	langpootmug
langpootmugjes	=	langpootmug
langpootpieper	noun	Anthus pallidiventris een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
langpootpiepers	=	langpootpieper
langpootpiepertje	=	langpootpieper
langpootpiepertjes	=	langpootpieper
langpootroofvlieg	noun	Molobratia teutonus een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
langpootroofvliegen	=	langpootroofvlieg
langpootroofvliegje	=	langpootroofvlieg
langpootroofvliegjes	=	langpootroofvlieg
langpootvleermuis	noun	Macrophyllum macrophyllum vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
langpootvleermuisje	=	langpootvleermuis
langpootvleermuisjes	=	langpootvleermuis
langpootvleermuizen	=	langpootvleermuis
langpootvlieg	noun	insect uit de familie Tanypezidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
langpootvliegen	=	langpootvlieg
langpootvliegje	=	langpootvlieg
langpootvliegjes	=	langpootvlieg
langpootzakkever	noun	Labidostomis longimana een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
langpootzakkevers	=	langpootzakkever
langpootzakkevertje	=	langpootzakkever
langpootzakkevertjes	=	langpootzakkever
langpoten	=	langpoot
langs	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord	prep	terzijde van, evenwijdig aan
langsat	noun	Lansium domesticum een plant uit de familie Meliaceae.
langsbracht	=	langsbrengen
langsbrachten	=	langsbrengen
langsbreng	=	langsbrengen
langsbrenge	=	langsbrengen
langsbrengen	verb	goederen op een bepaalde plaats brengen
langsbrengend	=	langsbrengen
langsbrengende	=	langsbrengen
langsbrengt	=	langsbrengen
langsbreuk	noun	breuk die de strekking van de gelaagdheid volgt
langsbreuken	=	langsbreuk
langsbreukje	=	langsbreuk
langsbreukjes	=	langsbreuk
langschedelig	adj	met een naar verhouding lange, smalle schedel (van mensen)
langschedelige	=	langschedelig
langschedeliger	=	langschedelig
langschedeligere	=	langschedelig
langschedeligers	=	langschedelig
langschedeligs	=	langschedelig
langschedeligst	=	langschedelig
langschedeligste	=	langschedelig
langschubmier	noun	Lasius bicornis een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
langschubmieren	=	langschubmier
langschubmiertje	=	langschubmier
langschubmiertjes	=	langschubmier
langsdoorsnede	noun	weergave van het snijvlak als je iets in de lengte in tweeën zou delen
langsdoorsneden	=	langsdoorsnede
langsdoorsnedes	=	langsdoorsnede
langsdoorsnee	noun	weergave van het snijvlak als je iets in de lengte in tweeën zou delen
langsdreef	=	langsdrijven
langsdreven	=	langsdrijven
langsdrijf	=	langsdrijven
langsdrijft	=	langsdrijven
langsdrijve	=	langsdrijven
langsdrijven	verb	op stromend water langskomen
langsdrijvend	=	langsdrijven
langsdrijvende	=	langsdrijven
langsfladderde	=	langsfladderen
langsfladderen	verb	met groot gemak langsgaan
langsga	=	langsgaan
langsgaan	verb	bezoeken, binnenwippen, aanwippen, langslopen
langsgaand	=	langsgaan
langsgaande	=	langsgaan
langsgaat	=	langsgaan
langsgebracht	=	langsbrengen
langsgedreven	=	langsdrijven
langsgefladderd	=	langsfladderen
langsgegaan	=	langsgaan
langsgekomen	=	langskomen
langsgelopen	=	langslopen
langsgereden	=	langsrijden
langsgerend	=	langsrennen
langsgetrokken	=	langstrekken
langsgetuigd	adj	zeil gevoerd in de lengterichting van het schip, eventueel bevestigd aan gaffel en/of giek en/of boom
langsgetuigde	=	langsgetuigd
langsgetuigds	=	langsgetuigd
langsgewipt	=	langswippen
langsging	=	langsgaan
langsginge	=	langsgaan
langsgingen	=	langsgaan
langsgingt	=	langsgaan
langshaven	noun	haven evenwijdig aan de vaarweg; is soms niet meer dan een gemarkeerde ligplaats langs de vaarweg
langshavens	=	langshaven
langshaventje	=	langshaven
langshaventjes	=	langshaven
langsheen	prep	bewegend naast of voorbij, op plaatsen ongeveer evenwijdig aan
langskom	=	langskomen
langskome	=	langskomen
langskomen	verb	voorbijgaan
langskomend	=	langskomen
langskomende	=	langskomen
langskomt	=	langskomen
langskwaamt	=	langskomen
langskwam	=	langskomen
langskwame	=	langskomen
langskwamen	=	langskomen
langslapend	adj	dat iemand langdurig blijft doorslapen
langslapende	=	langslapend
langslapends	=	langslapend
langslaper	noun	iemand die pas laat op de dag wakker wordt, iemand die langer slaapt dan nodig en nuttig is
langslapers	=	langslaper
langslapertje	=	langslaper
langslapertjes	=	langslaper
langsliep	=	langslopen
langsliepe	=	langslopen
langsliepen	=	langslopen
langsliept	=	langslopen
langsloop	=	langslopen
langsloopt	=	langslopen
langslope	=	langslopen
langslopen	verb	alle onderdelen van een lijst een voor een aandacht geven
langslopend	=	langslopen
langslopende	=	langslopen
langsnavel	noun	dier (vogel) met een lange snavel
langsnavel-heremietkolibrie	noun	Phaethornis malaris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
langsnavel-heremietkolibries	=	langsnavel-heremietkolibrie
langsnavel-heremietkolibrietje	=	langsnavel-heremietkolibrie
langsnavel-heremietkolibrietjes	=	langsnavel-heremietkolibrie
langsnavelbrilvogel	noun	Rukia longirostra een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
langsnavelbrilvogels	=	langsnavelbrilvogel
langsnavelbrilvogeltje	=	langsnavelbrilvogel
langsnavelbrilvogeltjes	=	langsnavelbrilvogel
langsnavelbuulbuul	noun	Setornis criniger een zangvogel uit de familie van de buulbuuls en het monotypische geslacht Setornis.
langsnavelbuulbuuls	=	langsnavelbuulbuul
langsnavelbuulbuultje	=	langsnavelbuulbuul
langsnavelbuulbuultjes	=	langsnavelbuulbuul
langsnavelheremietkolibrie	noun	Phaethornis malaris een vogel uit de familie kolibries (Trochilidae).
langsnavelheremietkolibries	=	langsnavelheremietkolibrie
langsnavelheremietkolibrietje	=	langsnavelheremietkolibrie
langsnavelheremietkolibrietjes	=	langsnavelheremietkolibrie
langsnavelhoningasitie	noun	Neodrepanis coruscans een vogel uit de familie der Eurylaimidae.
langsnavelhoningasities	=	langsnavelhoningasitie
langsnavelhoningasitietje	=	langsnavelhoningasitie
langsnavelhoningasitietjes	=	langsnavelhoningasitie
langsnavelhoningeter	noun	Melilestes megarhynchus een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
langsnavelhoningeters	=	langsnavelhoningeter
langsnavelhoningetertje	=	langsnavelhoningeter
langsnavelhoningetertjes	=	langsnavelhoningeter
langsnavelkarekiet	noun	Acrocephalus caffer een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
langsnavelkarekieten	=	langsnavelkarekiet
langsnavelkarekietje	=	langsnavelkarekiet
langsnavelkarekietjes	=	langsnavelkarekiet
langsnavelkoekoek	noun	Chrysococcyx megarhynchus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
langsnavelkoekoeken	=	langsnavelkoekoek
langsnavelkoekoekje	=	langsnavelkoekoek
langsnavelkoekoekjes	=	langsnavelkoekoek
langsnavelkuifleeuwerik	noun	Galerida macrorhyncha een vogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae).
langsnavelkuifleeuweriken	=	langsnavelkuifleeuwerik
langsnavelkuifleeuwerikje	=	langsnavelkuifleeuwerik
langsnavelkuifleeuwerikjes	=	langsnavelkuifleeuwerik
langsnavelmiersluiper	noun	Herpsilochmus longirostris een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
langsnavelmiersluipers	=	langsnavelmiersluiper
langsnavelmiersluipertje	=	langsnavelmiersluiper
langsnavelmiersluipertjes	=	langsnavelmiersluiper
langsnavelmuisspecht	noun	Nasica longirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
langsnavelmuisspechten	=	langsnavelmuisspecht
langsnavelmuisspechtje	=	langsnavelmuisspecht
langsnavelmuisspechtjes	=	langsnavelmuisspecht
langsnavelniltava	noun	Cyornis magnirostris een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
langsnavelniltava's	=	langsnavelniltava
langsnavelniltavaatje	=	langsnavelniltava
langsnavelniltavaatjes	=	langsnavelniltava
langsnavelparkiet	noun	Enicognathus leptorhynchus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
langsnavelparkieten	=	langsnavelparkiet
langsnavelparkietje	=	langsnavelparkiet
langsnavelparkietjes	=	langsnavelparkiet
langsnavelpieper	noun	Anthus similis een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus
langsnavelpiepers	=	langsnavelpieper
langsnavelpiepertje	=	langsnavelpieper
langsnavelpiepertjes	=	langsnavelpieper
langsnavelraafkaketoe	noun	Zanda baudinii een vogel die hoort bij de familie der kaketoes en tot het geslacht der raafkaketoes
langsnavelraafkaketoes	=	langsnavelraafkaketoe
langsnavelraafkaketoetje	=	langsnavelraafkaketoe
langsnavelraafkaketoetjes	=	langsnavelraafkaketoe
langsnavels	=	langsnavel
langsnavelspinnenjager	noun	Arachnothera robusta een zangvogel uit de familie van de honingzuigers.
langsnavelspinnenjagers	=	langsnavelspinnenjager
langsnavelspinnenjagertje	=	langsnavelspinnenjager
langsnavelspinnenjagertjes	=	langsnavelspinnenjager
langsnavelspotlijster	noun	Toxostoma longirostre een vogelsoort uit de familie Mimidae.
langsnavelspotlijsters	=	langsnavelspotlijster
langsnavelspotlijstertje	=	langsnavelspotlijster
langsnavelspotlijstertjes	=	langsnavelspotlijster
langsnavelsterkeelkolibrie	noun	Heliomaster longirostris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
langsnavelsterkeelkolibries	=	langsnavelsterkeelkolibrie
langsnavelsterkeelkolibrietje	=	langsnavelsterkeelkolibrie
langsnavelsterkeelkolibrietjes	=	langsnavelsterkeelkolibrie
langsnaveltje	=	langsnavel
langsnaveltjes	=	langsnavel
langsnavelwinterkoning	noun	Cantorchilus longirostris een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
langsnavelwinterkoningen	=	langsnavelwinterkoning
langsnavelwinterkoninkje	=	langsnavelwinterkoning
langsnavelwinterkoninkjes	=	langsnavelwinterkoning
langsnavelwouw	noun	Chondrohierax uncinatus een vogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
langsnavelwouwen	=	langsnavelwouw
langsnavelwouwtje	=	langsnavelwouw
langsnavelwouwtjes	=	langsnavelwouw
langsnoetmot	noun	Aplota palpella een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
langsnoetmotje	=	langsnoetmot
langsnoetmotjes	=	langsnoetmot
langsnoetmotten	=	langsnoetmot
langsnuit	noun	dier met een lange snuit
langsnuitdolfijn	noun	Stenella longirostris De langsnuitdolfijn of spinnerdolfijn (Stenella longirostris) is een dolfijnensoort die voorkomt in tropische en subtropische wateren over de gehele wereld.
langsnuitdolfijnen	=	langsnuitdolfijn
langsnuitdolfijntje	=	langsnuitdolfijn
langsnuitdolfijntjes	=	langsnuitdolfijn
langsnuitdwerghaai	noun	Heteroscymnoides marleyi een vis uit de familie van valse doornhaaien (Dalatiidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
langsnuitdwerghaaien	=	langsnuitdwerghaai
langsnuitdwerghaaitje	=	langsnuitdwerghaai
langsnuitdwerghaaitjes	=	langsnuitdwerghaai
langsnuiten	=	langsnuit
langsnuitijshaai	noun	Centroscymnus crepidater een vis uit de familie Somniosidae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
langsnuitijshaaien	=	langsnuitijshaai
langsnuitijshaaitje	=	langsnuitijshaai
langsnuitijshaaitjes	=	langsnuitijshaai
langsnuitje	=	langsnuit
langsnuitjes	=	langsnuit
langsnuitkathaai	noun	Apristurus kampae een vis uit de familie van de Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
langsnuitkathaaien	=	langsnuitkathaai
langsnuitkathaaitje	=	langsnuitkathaai
langsnuitkathaaitjes	=	langsnuitkathaai
langsnuitmangoeste	noun	Herpestes naso roofdier uit de familie van de mangoesten (Herpestidae).
langsnuitmangoesten	=	langsnuitmangoeste
langsnuitmangoestje	=	langsnuitmangoeste
langsnuitmangoestjes	=	langsnuitmangoeste
langsnuitpijlstaartrog	noun	Hypanus guttatus een vis uit de familie van pijlstaartroggen (Dasyatidae), orde adelaarsroggen (Myliobatiformes), die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan.
langsnuitpijlstaartroggen	=	langsnuitpijlstaartrog
langsnuitpijlstaartroggetje	=	langsnuitpijlstaartrog
langsnuitpijlstaartroggetjes	=	langsnuitpijlstaartrog
langsnuitpijlstaartrogje	=	langsnuitpijlstaartrog
langsnuitpijlstaartrogjes	=	langsnuitpijlstaartrog
langsnuitrog	noun	Beringraja rhina een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
langsnuitroggen	=	langsnuitrog
langsnuitroggetje	=	langsnuitrog
langsnuitroggetjes	=	langsnuitrog
langsnuitrogje	=	langsnuitrog
langsnuitrogjes	=	langsnuitrog
langsnuitvaalhaai	noun	Iago garricki een haai uit de familie van de gladde haaien
langsnuitvaalhaaien	=	langsnuitvaalhaai
langsnuitvaalhaaitje	=	langsnuitvaalhaai
langsnuitvaalhaaitjes	=	langsnuitvaalhaai
langsnuitzaagstaartkathaai	noun	Galeus longirostris een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
langsnuitzaagstaartkathaaien	=	langsnuitzaagstaartkathaai
langsnuitzaagstaartkathaaitje	=	langsnuitzaagstaartkathaai
langsnuitzaagstaartkathaaitjes	=	langsnuitzaagstaartkathaai
langsnuitzeepaardje	noun	Hippocampus guttulatus een soort uit het geslacht hippocampus (zeepaardjes) uit de familie van de zeenaalden (Syngnathidae).
langsnuitzeepaardjes	=	langsnuitzeepaardje
langsnuitzwelghaai	noun	Centrophorus harrissoni een vis uit de familie van de zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
langsnuitzwelghaaien	=	langsnuitzwelghaai
langsnuitzwelghaaitje	=	langsnuitzwelghaai
langsnuitzwelghaaitjes	=	langsnuitzwelghaai
langsom	adv	naarmate het langer duurt
langspeelfilm	noun	film met een lange speelduur
langspeelfilmpje	=	langspeelfilm
langspeelfilmpjes	=	langspeelfilm
langspeelfilms	=	langspeelfilm
langspeelplaat	noun	grammofoonplaat met een doorsnede van 30 cm en een draaisnelheid van 33 toeren per minuut
langspeelplaaten	=	langspeelplaat
langspeelplaatje	=	langspeelplaat
langspeelplaatjes	=	langspeelplaat
langspeelplaten	=	langspeelplaat
langspoorvezelkop	noun	een schimmel Inocybe stenospora behorend tot de familie Inocybaceae.
langspoorvezelkopje	=	langspoorvezelkop
langspoorvezelkopjes	=	langspoorvezelkop
langspoorvezelkoppen	=	langspoorvezelkop
langsprietberkenhaantje	noun	Luperus longicornis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
langsprietberkenhaantjes	=	langsprietberkenhaantje
langsprietbladjager	noun	Dioctria longicornis een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
langsprietbladjagers	=	langsprietbladjager
langsprietbladjagertje	=	langsprietbladjager
langsprietbladjagertjes	=	langsprietbladjager
langsprietdaas	noun	Heptatoma pellucens een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
langsprietdaasje	=	langsprietdaas
langsprietdaasjes	=	langsprietdaas
langsprietdazen	=	langsprietdaas
langsprietdwergwespbij	noun	Nomada distinguenda een insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
langsprietdwergwespbijen	=	langsprietdwergwespbij
langsprietdwergwespbijtje	=	langsprietdwergwespbij
langsprietdwergwespbijtjes	=	langsprietdwergwespbij
langsprietmot	noun	insect uit de familie Adelidae van vlinders in de superfamilie Adeloidea.
langsprietmotje	=	langsprietmot
langsprietmotjes	=	langsprietmot
langsprietmotten	noun	Adelidae een familie van vlinders in de superfamilie Adeloidea.
langsprietpopulierensnuitkever	noun	Dorytomus longimanus een snuitkever uit de familie snuitkevers (Curculioninae).
langsprietpopulierensnuitkevers	=	langsprietpopulierensnuitkever
langsprietpopulierensnuitkevertje	=	langsprietpopulierensnuitkever
langsprietpopulierensnuitkevertjes	=	langsprietpopulierensnuitkever
langsprietregendaas	noun	Haematopota italica een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
langsprietregendaasje	=	langsprietregendaas
langsprietregendaasjes	=	langsprietregendaas
langsprietregendazen	=	langsprietregendaas
langsprietroeipootkreeft	noun	Acartia (Acanthacartia) tonsa een eenoogkreeftjessoort uit de familie van de Acartiidae.
langsprietroeipootkreeften	=	langsprietroeipootkreeft
langsprietroeipootkreeftje	=	langsprietroeipootkreeft
langsprietroeipootkreeftjes	=	langsprietroeipootkreeft
langspriettijger	noun	Nephrotoma dorsalis een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
langspriettijgers	=	langspriettijger
langspriettijgertje	=	langspriettijger
langspriettijgertjes	=	langspriettijger
langsprietwespbij	noun	Nomada conjungens een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
langsprietwespbijen	=	langsprietwespbij
langsprietwespbijtje	=	langsprietwespbij
langsprietwespbijtjes	=	langsprietwespbij
langsrede	=	langsrijden
langsreden	=	langsrijden
langsreed	=	langsrijden
langsreedt	=	langsrijden
langsren	=	langsrennen
langsrende	=	langsrennen
langsrenden	=	langsrennen
langsrenne	=	langsrennen
langsrennen	verb	hardlopend langsgaan
langsrennend	=	langsrennen
langsrennende	=	langsrennen
langsrent	=	langsrennen
langsrichting	noun	een richting in dezelfde richting als een ander genoemd iets (bijv. de lengte)
langsrichtingen	=	langsrichting
langsrij	=	langsrijden
langsrijd	=	langsrijden
langsrijde	=	langsrijden
langsrijden	verb	met een vervoermiddel langsgaan of voorbijrijden
langsrijdend	=	langsrijden
langsrijdende	=	langsrijden
langsrijdt	=	langsrijden
langsscheeps	adj	in de lengterichting van het schip
langsscheepse	=	langsscheeps
langst	=	lang
langstaart	noun	dier met een lange staart
langstaartbosnimf	noun	Thalurania watertonii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
langstaartbosnimfen	=	langstaartbosnimf
langstaartbosnimfje	=	langstaartbosnimf
langstaartbosnimfjes	=	langstaartbosnimf
langstaartbuideldas	noun	Microperoryctes longicauda een buideldas uit het geslacht Microperoryctes die voorkomt in de bergen van Nieuw-Guinea, westelijk vanaf de Star Mountains in het westen van Papoea-Nieuw-Guinea, op 1000 tot 4000 m hoogte.
langstaartbuideldasje	=	langstaartbuideldas
langstaartbuideldasjes	=	langstaartbuideldas
langstaartbuideldassen	=	langstaartbuideldas
langstaartdwerghamster	noun	Cricetulus longicaudatus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
langstaartdwerghamsters	=	langstaartdwerghamster
langstaartdwerghamstertje	=	langstaartdwerghamster
langstaartdwerghamstertjes	=	langstaartdwerghamster
langstaarten	=	langstaart
langstaartgoral	noun	Naemorhedus caudatus evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
langstaartgorals	=	langstaartgoral
langstaartgoraltje	=	langstaartgoral
langstaartgoraltjes	=	langstaartgoral
langstaartgors	noun	Embernagra longicauda een soort van vogels uit de familie Thraupidae (tangaren).
langstaartgorsje	=	langstaartgors
langstaartgorsjes	=	langstaartgors
langstaartgorzen	=	langstaartgors
langstaartgrasprinia	noun	Laticilla burnesii een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
langstaartgrasprinia's	=	langstaartgrasprinia
langstaartgraspriniaatje	=	langstaartgrasprinia
langstaartgraspriniaatjes	=	langstaartgrasprinia
langstaartgrastimalia	noun	Laticilla burnesii een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
langstaartgrastimalia's	=	langstaartgrastimalia
langstaartgrastimaliaatje	=	langstaartgrastimalia
langstaartgrastimaliaatjes	=	langstaartgrastimalia
langstaartgraszanger	noun	Cisticola aberrans een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
langstaartgraszangers	=	langstaartgraszanger
langstaartgraszangertje	=	langstaartgraszanger
langstaartgraszangertjes	=	langstaartgraszanger
langstaartgrondeekhoorn	noun	Spermophilus undulatus knaagdier uit de familie der eekhoorns (Sciuridae) dat voorkomt in het noordoosten van Azië.
langstaartgrondeekhoorns	=	langstaartgrondeekhoorn
langstaartgrondeekhoorntje	=	langstaartgrondeekhoorn
langstaartgrondeekhoorntjes	=	langstaartgrondeekhoorn
langstaartgrondscharrelaar	noun	Uratelornis chimaera een vogel uit de familie van de grondscharrelaars (Brachypteraciidae).
langstaartgrondscharrelaars	=	langstaartgrondscharrelaar
langstaartgrondscharrelaartje	=	langstaartgrondscharrelaar
langstaartgrondscharrelaartjes	=	langstaartgrondscharrelaar
langstaarthagedissen	noun	een geslacht Takydromus van hagedissen uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
langstaarthavik	noun	Urotriorchis macrourus een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae) en het monotypische geslacht Urotriorchis
langstaarthaviken	=	langstaarthavik
langstaarthavikje	=	langstaarthavik
langstaarthavikjes	=	langstaarthavik
langstaartig	adj	het hebben van een staart meteen relatief lange lengte
langstaartige	=	langstaartig
langstaartklauwier	noun	Lanius schach een zangvogel uit de familie van de klauwieren (Laniidae).
langstaartklauwieren	=	langstaartklauwier
langstaartklauwiertje	=	langstaartklauwier
langstaartklauwiertjes	=	langstaartklauwier
langstaartkoël	noun	Urodynamis taitensis een koekoekssoort uit de familie koekoeken (Cuculidae).
langstaartkoëlletje	=	langstaartkoël
langstaartkoëlletjes	=	langstaartkoël
langstaartkoëls	=	langstaartkoël
langstaartkustworm	noun	Tubificoides heterochaetus een ringworm uit de familie van de Naididae.
langstaartkustwormen	=	langstaartkustworm
langstaartkustwormpje	=	langstaartkustworm
langstaartkustwormpjes	=	langstaartkustworm
langstaartlijster	noun	Zoothera dixoni een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
langstaartlijsters	=	langstaartlijster
langstaartlijstertje	=	langstaartlijster
langstaartlijstertjes	=	langstaartlijster
langstaartlooftiran	noun	Phylloscartes ceciliae een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae)
langstaartlooftirannen	=	langstaartlooftiran
langstaartlooftirannetje	=	langstaartlooftiran
langstaartlooftirannetjes	=	langstaartlooftiran
langstaartmanakin	noun	Chiroxiphia linearis een vogel uit de familie der manakins (Pipridae).
langstaartmanakinnetje	=	langstaartmanakin
langstaartmanakinnetjes	=	langstaartmanakin
langstaartmanakins	=	langstaartmanakin
langstaartmarmot	noun	Marmota caudata knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
langstaartmarmotje	=	langstaartmarmot
langstaartmarmotjes	=	langstaartmarmot
langstaartmarmotten	=	langstaartmarmot
langstaartmeestiran	noun	Uromyias agilis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
langstaartmeestirannen	=	langstaartmeestiran
langstaartmeestirannetje	=	langstaartmeestiran
langstaartmeestirannetjes	=	langstaartmeestiran
langstaartmenievogel	noun	Pericrocotus ethologus een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
langstaartmenievogels	=	langstaartmenievogel
langstaartmenievogeltje	=	langstaartmenievogel
langstaartmenievogeltjes	=	langstaartmenievogel
langstaartmierklauwier	noun	Mackenziaena leachii een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
langstaartmierklauwieren	=	langstaartmierklauwier
langstaartmierklauwiertje	=	langstaartmierklauwier
langstaartmierklauwiertjes	=	langstaartmierklauwier
langstaartmiersluiper	noun	Myrmotherula longicauda een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
langstaartmiersluipers	=	langstaartmiersluiper
langstaartmiersluipertje	=	langstaartmiersluiper
langstaartmiersluipertjes	=	langstaartmiersluiper
langstaartmiervogel	noun	Drymophila caudata een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
langstaartmiervogels	=	langstaartmiervogel
langstaartmiervogeltje	=	langstaartmiervogel
langstaartmiervogeltjes	=	langstaartmiervogel
langstaartmuisspecht	noun	Deconychura longicauda een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
langstaartmuisspechten	=	langstaartmuisspecht
langstaartmuisspechtje	=	langstaartmuisspecht
langstaartmuisspechtjes	=	langstaartmuisspecht
langstaartnachtzwaluw	noun	Caprimulgus climacurus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae) die voorkomt in Sub-Saharisch Afrika
langstaartnachtzwaluwen	=	langstaartnachtzwaluw
langstaartnachtzwaluwtje	=	langstaartnachtzwaluw
langstaartnachtzwaluwtjes	=	langstaartnachtzwaluw
langstaartnimf	noun	Aglaiocercus kingii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
langstaartnimfen	noun	een geslacht Aglaiocercus van vogels uit de familie kolibries (Trochilidae) en de geslachtengroep Lesbiini (komeetkolibries).
langstaartnimfje	=	langstaartnimf
langstaartnimfjes	=	langstaartnimf
langstaartotter	noun	bepaald soort zoogdier, Lontra longicaudis, een ottersoort uit de waterrijke gebieden van Latijns-Amerika
langstaartotters	=	langstaartotter
langstaartottertje	=	langstaartotter
langstaartottertjes	=	langstaartotter
langstaartparadigalla	noun	Paradigalla carunculata een vrij grote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels en de superfamilie Corvoidea
langstaartparadigalla's	=	langstaartparadigalla
langstaartparadigallaatje	=	langstaartparadigalla
langstaartparadigallaatjes	=	langstaartparadigalla
langstaartparadijswida	noun	Vidua interjecta een vogel uit de familie van de Viduidae.
langstaartparadijswida's	=	langstaartparadijswida
langstaartparadijswidaatje	=	langstaartparadijswida
langstaartparadijswidaatjes	=	langstaartparadijswida
langstaartparkiet	noun	Psittacula longicauda een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
langstaartparkieten	=	langstaartparkiet
langstaartparkietje	=	langstaartparkiet
langstaartparkietjes	=	langstaartparkiet
langstaartpurperspreeuw	noun	Aplonis magna een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
langstaartpurperspreeuwen	=	langstaartpurperspreeuw
langstaartpurperspreeuwtje	=	langstaartpurperspreeuw
langstaartpurperspreeuwtjes	=	langstaartpurperspreeuw
langstaartroggen	noun	een familie Arhynchobatidae van roggen (Batoidea)
langstaartroodmus	noun	Carpodacus sibiricus een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
langstaartroodmusje	=	langstaartroodmus
langstaartroodmusjes	=	langstaartroodmus
langstaartroodmussen	=	langstaartroodmus
langstaartrupsvogel	noun	Coracina longicauda een vogel uit de familie van de rupsvogels.
langstaartrupsvogels	=	langstaartrupsvogel
langstaartrupsvogeltje	=	langstaartrupsvogel
langstaartrupsvogeltjes	=	langstaartrupsvogel
langstaartsabelvleugel	noun	Pampa curvipennis excellens een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
langstaartsabelvleugelen	=	langstaartsabelvleugel
langstaartsabelvleugels	=	langstaartsabelvleugel
langstaartsabelvleugeltje	=	langstaartsabelvleugel
langstaartsabelvleugeltjes	=	langstaartsabelvleugel
langstaartschubdier	noun	Phataginus tetradactyla (voorheen Uromanis tetradactyla) een schubdier dat leeft in het westen en het midden van Equatoriaal Afrika
langstaartschubdieren	=	langstaartschubdier
langstaartschubdiertje	=	langstaartschubdier
langstaartschubdiertjes	=	langstaartschubdier
langstaartsibia	noun	Heterophasia picaoides een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
langstaartsibia's	=	langstaartsibia
langstaartsibiaatje	=	langstaartsibia
langstaartsibiaatjes	=	langstaartsibia
langstaartskink	noun	Eutropis longicaudata een reptiel uit de familie skinken (Scincidae)
langstaartskinken	=	langstaartskink
langstaartskinkje	=	langstaartskink
langstaartskinkjes	=	langstaartskink
langstaartsluiptimalia	noun	Spelaeornis chocolatinus een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
langstaartsluiptimalia's	=	langstaartsluiptimalia
langstaartsluiptimaliaatje	=	langstaartsluiptimalia
langstaartsluiptimaliaatjes	=	langstaartsluiptimalia
langstaartsnijdervogel	noun	Orthotomus sutorius een vogel uit de familie van de Cisticolidae.
langstaartsnijdervogels	=	langstaartsnijdervogel
langstaartsnijdervogeltje	=	langstaartsnijdervogel
langstaartsnijdervogeltjes	=	langstaartsnijdervogel
langstaartspitsmuis	noun	Sorex dispar insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
langstaartspitsmuisje	=	langstaartspitsmuis
langstaartspitsmuisjes	=	langstaartspitsmuis
langstaartspitsmuizen	=	langstaartspitsmuis
langstaartspotlijster	noun	Mimus longicaudatus een vogelsoort uit de familie mimidae die voorkomt in het westen van Ecuador en Peru.
langstaartspotlijsters	=	langstaartspotlijster
langstaartspotlijstertje	=	langstaartspotlijster
langstaartspotlijstertjes	=	langstaartspotlijster
langstaartspringmuis	noun	Notomys longicaudatus knaagdier uit het geslacht Notomys
langstaartspringmuisje	=	langstaartspringmuis
langstaartspringmuisjes	=	langstaartspringmuis
langstaartspringmuizen	=	langstaartspringmuis
langstaartstaalvink	noun	Vidua hypocherina een vogel uit de familie van de Viduidae.
langstaartstaalvinken	=	langstaartstaalvink
langstaartstaalvinkje	=	langstaartstaalvink
langstaartstaalvinkjes	=	langstaartstaalvink
langstaartstekelvarken	noun	Trichys fasciculata knaagdier uit de familie van de stekelvarkens van de Oude Wereld (Hystricidae).
langstaartstekelvarkens	=	langstaartstekelvarken
langstaartstekelvarkentje	=	langstaartstekelvarken
langstaartstekelvarkentjes	=	langstaartstekelvarken
langstaartstruikzanger	noun	Locustella caudata een vogelsoort uit de familie van de locustellidae.
langstaartstruikzangers	=	langstaartstruikzanger
langstaartstruikzangertje	=	langstaartstruikzanger
langstaartstruikzangertjes	=	langstaartstruikzanger
langstaarttapaculo	noun	Scytalopus micropterus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
langstaarttapaculo's	=	langstaarttapaculo
langstaarttapaculootje	=	langstaarttapaculo
langstaarttapaculootjes	=	langstaarttapaculo
langstaarttenrek	noun	bepaald soort zoogdier, Microgale longicaudata De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Thomas in 1882.
langstaarttenrekje	=	langstaarttenrek
langstaarttenrekjes	=	langstaarttenrek
langstaarttenreks	=	langstaarttenrek
langstaarttiran	noun	Colonia colonus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
langstaarttirannen	=	langstaarttiran
langstaarttirannetje	=	langstaarttiran
langstaarttirannetjes	=	langstaarttiran
langstaarttriller	noun	Lalage leucopyga een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
langstaarttrillers	=	langstaarttriller
langstaarttrillertje	=	langstaarttriller
langstaarttrillertjes	=	langstaarttriller
langstaarttroepiaal	noun	Quiscalus mexicanus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
langstaarttroepiaaltje	=	langstaarttroepiaal
langstaarttroepiaaltjes	=	langstaarttroepiaal
langstaarttroepialen	=	langstaarttroepiaal
langstaartwezel	noun	bepaald soort zoogdier, Mustela frenata, een marterachtige die leeft in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika
langstaartwezels	=	langstaartwezel
langstaartwezeltje	=	langstaartwezel
langstaartwezeltjes	=	langstaartwezel
langstaartwoelmuis	noun	Microtus longicaudus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
langstaartwoelmuisje	=	langstaartwoelmuis
langstaartwoelmuisjes	=	langstaartwoelmuis
langstaartwoelmuizen	=	langstaartwoelmuis
langstaartwolluis	noun	bepaald soort plaaginsect, Pseudococcus longispinus, een wolluis die veel voorkomt in kassen
langstaartwolluizen	=	langstaartwolluis
langstaartzijdevliegenvanger	noun	Ptiliogonys caudatus een zangvogel uit de familie Ptiliogonatidae (zijdevliegenvangers).
langstaartzijdevliegenvangers	=	langstaartzijdevliegenvanger
langstaartzijdevliegenvangertje	=	langstaartzijdevliegenvanger
langstaartzijdevliegenvangertjes	=	langstaartzijdevliegenvanger
langste	=	lang
langsteelfranjehoed	noun	Parasola conopila een schimmel behorend tot de familie Coprinaceae.
langsteelfranjehoeden	=	langsteelfranjehoed
langsteelfranjehoedje	=	langsteelfranjehoed
langsteelfranjehoedjes	=	langsteelfranjehoed
langsteelgraafwesp	noun	graafwesp uit de familie Sphecidae van graafwespen
langsteelgraafwespen	noun	Sphecidae een familie van graafwespen die meestal als aparte groep (Spheciformes) binnen de superfamilie Apoidea wordt gezien.
langsteelgraafwespje	=	langsteelgraafwesp
langsteelgraafwespjes	=	langsteelgraafwesp
langsteelkribbenmos	noun	Cinclidotus riparius een mossoort uit de kleimosfamilie (Pottiaceae).
langsteelkribbenmosje	=	langsteelkribbenmos
langsteelkribbenmosjes	=	langsteelkribbenmos
langsteelkribbenmossen	=	langsteelkribbenmos
langsteelpruikspijkertje	noun	Microcalicium arenarium een zakjeszwam behorend tot de familie Microcaliciaceae.
langsteelpruikspijkertjes	=	langsteelpruikspijkertje
langstekelijshaai	noun	Centroscymnus macracanthus een vis uit de familie Somniosidae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) die in elk geval behoort tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
langstekelijshaaien	=	langstekelijshaai
langstekelijshaaitje	=	langstekelijshaai
langstekelijshaaitjes	=	langstekelijshaai
langstlevende	noun	de partner in een relatie die overblijft als de andere partner is overleden
langstlevenden	=	langstlevende
langstrek	=	langstrekken
langstrekke	=	langstrekken
langstrekken	verb	voorbijtrekken
langstrekkend	=	langstrekken
langstrekkende	=	langstrekken
langstrekt	=	langstrekken
langstrok	=	langstrekken
langstrokken	=	langstrekken
langstslapende	noun	de persoon die het langst blijft slapen, die het laatste opstaat in de ochtend
langstslapenden	=	langstslapende
langstudeerboete	noun	boete voor iemand die lang over zijn of haar studie doet
langstudeerboeten	=	langstudeerboete
langstudeerboetes	=	langstudeerboete
langstudeerder	noun	iemand die zeer lang over zijn studie doet
langstudeerders	=	langstudeerder
langstudeerdersboete	noun	boete die studenten moesten betalen als ze één of meer jaren studievertraging hadden opgelopen
langstudeerdersboeten	=	langstudeerdersboete
langstudeerdersboetes	=	langstudeerdersboete
langstudeerdersmaatregel	noun	boete die studenten moesten betalen als ze één of meer jaren studievertraging hadden opgelopen
langstudeerdersmaatregelen	=	langstudeerdersmaatregel
langstudeerdersmaatregels	=	langstudeerdersmaatregel
langstzittend	adj	betrekking op een persoon die langer dan alle anderen een ambt of functie vervult
langstzittende	=	langstzittend
langstzittends	=	langstzittend
langsvarend	adj	van een schip dat het ergens, dicht in de buurt, voorbij vaart
langsvarends	=	langsvarend
langswip	=	langswippen
langswippe	=	langswippen
langswippen	verb	kort langs komen
langswippend	=	langswippen
langswippende	=	langswippen
langswippertje	noun	langskomen om even seks te hebben
langswippertjes	=	langswippertje
langswipt	=	langswippen
langswipte	=	langswippen
langswipten	=	langswippen
langszij	adv	op gelijke hoogte komen
langt	=	langen
langtandje	noun	Tapinopa longidens een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
langtandjes	=	langtandje
langtandkoekjessnijder	noun	Isistius plutodus een vis uit de familie van valse doornhaaien (Dalatiidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
langtandkoekjessnijders	=	langtandkoekjessnijder
langtandkoekjessnijdertje	=	langtandkoekjessnijder
langtandkoekjessnijdertjes	=	langtandkoekjessnijder
langte	=	lengte
langteenkievietje	=	langteenkievit
langteenkievietjes	=	langteenkievit
langteenkievit	noun	Vanellus crassirostris een vogel behorend tot de kieviten en plevieren.
langteenkieviten	=	langteenkievit
langteenkievitje	=	langteenkievit
langteenkievitjes	=	langteenkievit
langteenrotslijster	noun	Monticola explorator een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
langteenrotslijsters	=	langteenrotslijster
langteenrotslijstertje	=	langteenrotslijster
langteenrotslijstertjes	=	langteenrotslijster
langteensalamander	noun	Ambystoma macrodactylum een salamander uit de familie molsalamanders (Ambystomatidae).
langteensalamanders	=	langteensalamander
langteensalamandertje	=	langteensalamander
langteensalamandertjes	=	langteensalamander
langtongbijen	noun	een familie Apidae van de vliesvleugeligen (Hymenoptera), waaronder de solitaire bijen, hommels, angelloze bijen en honingbijen vallen.
langtongspinnetje	noun	Diplostyla concolor een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
langtongspinnetjes	=	langtongspinnetje
langtongvleerhonden	noun	Macroglossus een geslacht uit de familie der vleerhonden (Pteropodidae).
languissant	adj	zeer lui en relaxed
languissante	=	languissant
languissanter	=	languissant
languissantere	=	languissant
languissanters	=	languissant
languissants	=	languissant
languissantst	=	languissant
languissantste	=	languissant
languit	adv	zo lang als mogelijke is
langverbeid	adj|formal	langverwacht
langverbeide	=	langverbeid
langverbeids	=	langverbeid
langverwacht	adj	waar al lang naar uitgekeken werd
langverwachte	=	langverwacht
langverwachts	=	langverwacht
langvinkathaai	noun	Apristurus herklotsi een vis uit de familie van Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
langvinkathaaien	=	langvinkathaai
langvinkathaaitje	=	langvinkathaai
langvinkathaaitjes	=	langvinkathaai
langvinmakreelhaai	noun	Isurus paucus een vis uit de familie van de haringhaaien (Lamnidae) en behoort derhalve tot de orde van makreelhaaien (Lamniformes).
langvinmakreelhaaien	=	langvinmakreelhaai
langvinmakreelhaaitje	=	langvinmakreelhaai
langvinmakreelhaaitjes	=	langvinmakreelhaai
langvinvleermuisvis	noun	Platax teira een straalvinnige vissensoort uit de familie van de schopvissen (Ephippidae).
langvinvleermuisvisje	=	langvinvleermuisvis
langvinvleermuisvisjes	=	langvinvleermuisvis
langvinvleermuisvissen	=	langvinvleermuisvis
langvinzaagstaartkathaai	noun	Galeus cadenati een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
langvinzaagstaartkathaaien	=	langvinzaagstaartkathaai
langvinzaagstaartkathaaitje	=	langvinzaagstaartkathaai
langvinzaagstaartkathaaitjes	=	langvinzaagstaartkathaai
langvleugelmiersluiper	noun	Myrmotherula longipennis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
langvleugelmiersluipers	=	langvleugelmiersluiper
langvleugelmiersluipertje	=	langvleugelmiersluiper
langvleugelmiersluipertjes	=	langvleugelmiersluiper
langvleugelnysius	noun	Nysius cymoides een wants uit de onderfamilie Orsillinae en de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
langvleugelnysiussen	=	langvleugelnysius
langvleugelstormvogel	noun	Pterodroma macroptera een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
langvleugelstormvogels	=	langvleugelstormvogel
langvleugelstormvogeltje	=	langvleugelstormvogel
langvleugelstormvogeltjes	=	langvleugelstormvogel
langvleugelvleermuis	noun	Miniopterus schreibersii De langvleugelvleermuis of Schreibers vleermuis (Miniopterus schreibersii) is een vleermuis uit het geslacht Miniopterus.
langvleugelvleermuisje	=	langvleugelvleermuis
langvleugelvleermuisjes	=	langvleugelvleermuis
langvleugelvleermuizen	=	langvleugelvleermuis
langvoer	noun	hooi en stro
langvoettoepaja	noun	Tupaia longipes een zoogdier uit de familie van de echte toepaja's (Tupaiidae).
langvoettoepaja's	=	langvoettoepaja
langvoettoepajaatje	=	langvoettoepaja
langvoettoepajaatjes	=	langvoettoepaja
langwerkend	adj	iets dat een lange tijd actief blijft
langwerkende	=	langwerkend
langwerkends	=	langwerkend
langwerpig	adj	lang en smal van vorm
langwerpige	=	langwerpig
langwerpiger	=	langwerpig
langwerpigere	=	langwerpig
langwerpigers	=	langwerpig
langwerpigs	=	langwerpig
langwerpigst	=	langwerpig
langwerpigste	=	langwerpig
langzaam	adj	met weinig snelheid	adv	met een geringe snelheid
langzaamaan	adv	op een geleidelijke, langzame wijze
langzaamaanactie	noun	een vorm van arbeidsconflict waarbij de werkers niet thuis blijven maar opzettelijk langzaam werken
langzaamaanacties	=	langzaamaanactie
langzaamaanactietje	=	langzaamaanactie
langzaamaanactietjes	=	langzaamaanactie
langzaams	=	langzaam
langzaamst	=	langzaam
langzaamste	=	langzaam
langzame	=	langzaam
langzamer	=	langzaam
langzamere	=	langzaam
langzamerhand	adv	geleidelijk aan
langzamers	=	langzaam
lank	noun	flank
lanken	=	lank
lankje	=	lank
lankjes	=	lank
lankmoedig	adj	blijk gevend van bereidheid om de voorkeur van anderen te volgen
lankmoedige	=	lankmoedig
lankmoediger	=	lankmoedig
lankmoedigere	=	lankmoedig
lankmoedigers	=	lankmoedig
lankmoedigheden	=	lankmoedigheid
lankmoedigheid	noun	het veel kunnen verdragen en vergeven
lankmoediglijk	adj	zeer geduldig, zeer veel kunnen verdragen en vergeven
lankmoediglijke	=	lankmoediglijk
lankmoediglijker	=	lankmoediglijk
lankmoediglijkere	=	lankmoediglijk
lankmoediglijkers	=	lankmoediglijk
lankmoediglijks	=	lankmoediglijk
lankmoediglijkst	=	lankmoediglijk
lankmoediglijkste	=	lankmoediglijk
lankmoedigs	=	lankmoedig
lankmoedigst	=	lankmoedig
lankmoedigste	=	lankmoedig
lanne	=	lannen
lannen	verb	een computerspel spelen op computers die daarvoor met elkaar met kabels in een netwerk worden verbonden
lannend	=	lannen
lannende	=	lannen
lannervalk	noun	Falco biarmicus een langvleugelige, hoekige valk, die lijkt op een lichte, slanke slechtvalk.
lannervalken	=	lannervalk
lannervalkje	=	lannervalk
lannervalkjes	=	lannervalk
lanoline	noun	gezuiverd vet van schapenwol, wolvet
lanolinen	=	lanoline
lanolines	=	lanoline
lanolinezalf	noun	zalf van lanoline en vaseline of water ??
lanolinezalven	=	lanolinezalf
lans	noun	een lang steekwapen met een metalen punt
lansen	=	lans
lanshaarrat	noun	Hoplomys gymnurus knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
lanshaarratje	=	lanshaarrat
lanshaarratjes	=	lanshaarrat
lanshaarratten	=	lanshaarrat
lansier	noun	een cavalerist van een lichte eenheid, geharnast en gewapend met een lans
lansiers	=	lansier
lansiertje	=	lansier
lansje	=	lans
lansjes	=	lans
lansknecht	=	landsknecht
lansman	noun	iemand gewapend met een lans
lansmannen	=	lansman
lanspuntslang	noun	agressieve, zeer giftige Zuid-Amerikaanse slang
lanspuntslangen	noun	een geslacht Bothrops van slangen uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
lansvaren	noun	Polystichum lonchitis een varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae).
lansvarens	=	lansvaren
lansvarentje	=	lansvaren
lansvarentjes	=	lansvaren
lansvis	noun	Alepisaurus ferox een straalvinnige vis uit de familie van lansvissen (Alepisauridae), orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
lansvisje	=	lansvis
lansvisjes	=	lansvis
lansvissen	=	lansvis
lansvormig	adj	vorm van een lans hebbend
lansvormige	=	lansvormig
lansvormiger	=	lansvormig
lansvormigere	=	lansvormig
lansvormigers	=	lansvormig
lansvormigs	=	lansvormig
lansvormigst	=	lansvormig
lansvormigste	=	lansvormig
lant	=	lannen
lantaarn	noun	constructie van glas en metaal of hout, zodat wind en regen geen vat op een brandende lichtbron hebben
lantaarndrager	noun	insect uit de familie Fulgoridae van insecten behorende tot de infraorde der lantaarndragerachtigen (Fulgoromorpha) uit de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha) van de orde der halfvleugeligen (Hemiptera).
lantaarndragerachtigen	noun	Fulgoromorpha een infraorde van insecten die behoren tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera) en de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha)
lantaarndragerdragertjes	=	lantaarndrager
lantaarndragers	noun	Fulgoridae een familie van insecten behorende tot de infraorde der lantaarndragerachtigen (Fulgoromorpha) uit de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha) van de orde der halfvleugeligen (Hemiptera).
lantaarndragertje	=	lantaarndrager
lantaarnhaaien	noun	een familie Etmopteridae uit de orde van de doornhaaiachtigen.
lantaarnhengelvis	noun	Linophryne arborifera een straalvinnige vissensoort uit de familie van de linophryden (Linophrynidae).
lantaarnhengelvisje	=	lantaarnhengelvis
lantaarnhengelvisjes	=	lantaarnhengelvis
lantaarnhengelvissen	=	lantaarnhengelvis
lantaarnlicht	noun	het licht dat een straatlantaarn verspreidt
lantaarnlichten	=	lantaarnlicht
lantaarnlichtje	=	lantaarnlicht
lantaarnlichtjes	=	lantaarnlicht
lantaarnopsteker	noun	iets waarmee men straatlantarens kan aansteken
lantaarnopstekers	=	lantaarnopsteker
lantaarnpaal	noun	een paal met een lichtbron voor de verlichting van de openbare ruimte
lantaarnpaaltje	=	lantaarnpaal
lantaarnpaaltjes	=	lantaarnpaal
lantaarnpalen	=	lantaarnpaal
lantaarnplanten	noun	een geslacht Ceropegia van 160 tot 200 plantensoorten die wereldwijd voorkomen.
lantaarns	=	lantaarn
lantaarntje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort 30 à 34 mm grote juffer, Ischnura elegans, die in vrijwel heel Europa algemeen voorkomt.
lantaarntjes	noun	Ischnura een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae)
lantaarnvis	noun	Lampanyctodes hectoris een straalvinnige vis uit de familie van lantaarnvissen (Myctophidae) en behoort derhalve tot de orde van lantaarnvisachtigen (Myctophiformes).
lantaarnvisachtigen	noun	een orde Myctophiformes binnen de straalvinnige vissen.
lantaarnvisje	=	lantaarnvis
lantaarnvisjes	=	lantaarnvis
lantaarnvissen	noun	een familie Myctophidae van straalvinnige vissen en een van de twee families uit de orde van lantaarnvisachtigen
lantaren	noun	een constructie van glas en metaal of hout die voorkomt dat wind en regen vat op een brandende lichtbron hebben
lantarenpaal	noun	lantaarnpaal
lantarenpaaltje	=	lantarenpaal
lantarenpaaltjes	=	lantarenpaal
lantarenpalen	=	lantarenpaal
lantarens	=	lantaren
lantarentje	=	lantaren
lantarentjes	=	lantaren
lanter	=	lanteren
lanterde	=	lanteren
lanterden	=	lanteren
lantere	=	lanteren
lanteren	verb	luieren terwijl dat op dat moment ongepast is, verbeuzelen van de tijd
lanterend	=	lanteren
lanterende	=	lanteren
lanterfant	noun	iemand die niets doet terwijl hij eigenlijk hard had moeten werken
lanterfante	=	lanterfanten
lanterfanten	verb	luieren terwijl dat op dat moment ongepast is, verbeuzelen van de tijd
lanterfantend	=	lanterfanten
lanterfantende	=	lanterfanten
lanterfanter	noun	iemand die niets of veel te weinig doet
lanterfanters	=	lanterfanter
lanterfantertje	=	lanterfanter
lanterfantje	=	lanterfant
lanterfantte	=	lanterfanten
lanterfantten	=	lanterfanten
lanterlui	noun	enigszins op poker lijkend spel met 32 kaarten en 2 tot 6 spelers, dat tot de 19e eeuw populair was
lantert	=	lanteren
lanthaan	noun	een scheikundig element en een zilverwit lanthanide met het symbool La en het atoomnummer 57
lanthaanatomen	=	lanthaanatoom
lanthaanatoom	noun	een atoom van het chemisch element lanthaan.
lanthaanatoompje	=	lanthaanatoom
lanthaanatoompjes	=	lanthaanatoom
lanthanen	=	lanthaan
lanthanide	noun	reeks van opeenvolgende chemische elementen in het periodiek systeem, omvattend de elementen lantaan atoomnummer 57 tot en met lutetium atoomnummer 71
lanthaniden	=	lanthanide
lanthanium	noun	scheikundig element met symbool La en atoomnummer 57. Het is een zilverwit lanthanide
lanthaniumatomen	=	lanthaniumatoom
lanthaniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element lanthanium.
lanthaniumatoompje	=	lanthaniumatoom
lanthaniumatoompjes	=	lanthaniumatoom
lanyard	noun	om de hals gedragen koord of band waaraan een toegangsbewijs, een sleutel of een ander klein voorwerp op de borst kan worden meegedragen
lanyards	=	lanyard
laos	noun	gemalen laoswortel
laotiaan	noun	een inwoner van Laos, of iemand afkomstig uit Laos
laotiaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Laos
laotiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Laos, of een vrouw afkomstig uit Laos
laotiaansen	=	laotiaanse
laotiaanser	=	laotiaans
laotiaansere	=	laotiaans
laotiaansers	=	laotiaans
laotiaanst	=	laotiaans
laotiaanste	=	laotiaans
laotiaantje	=	laotiaan
laotianen	=	laotiaan
lap	noun	een stuk van iets
lapaceen	noun	een inwoner van La Paz, of iemand afkomstig uit La Paz
lapaceens	adj	op La Paz betrekking hebbend
lapaceense	noun	een vrouwelijke inwoner van La Paz, of een vrouw afkomstig uit La Paz
lapaceensen	=	lapaceense
lapacenen	=	lapaceen
laparoscoop	noun	endoscoop voor het bekijken van de buikholte en de buikorganen die via een in de buikwand gemaakte opening wordt ingebracht
laparoscopen	=	laparoscoop
laparoscopie	noun	met een kijkbuis in de buikholte kijken en opereren
laparoscopieën	=	laparoscopie
laparoscopisch	adj	met behulp van een laparoscoop
laparoscopische	=	laparoscopisch
laparoscopischer	=	laparoscopisch
laparoscopischere	=	laparoscopisch
laparoscopischers	=	laparoscopisch
lapdance	noun	dansnummer waarbij een ontklede of strippende vrouw op de schoot van een bezoeker plaats neemt
lapdances	=	lapdance
lapdancing	noun	erotische dans waarbij een schaars geklede danser(es) op de schoot van een klant zit of zeer dichtbij danst.
lapel	noun	teruggevouwen voorpanden op een jas
lapellen	=	lapel
lapidair	adj	in steen gehouwen
lapidairder	=	lapidair
lapidairdere	=	lapidair
lapidairders	=	lapidair
lapidaire	=	lapidair
lapidairs	=	lapidair
lapidairst	=	lapidair
lapidairste	=	lapidair
lapidaria	=	lapidarium
lapidarium	noun	boek over eigenschappen van edelstenen
lapidariumpje	=	lapidarium
lapidariumpjes	=	lapidarium
lapje	=	lap
lapjes	=	lap
lapjesdeken	noun	een deken die gemaakt is van aan elkaar gestikte stukjes
lapjesdekens	=	lapjesdeken
lapjeskat	noun	huiskat waarvan de vacht oogt als een lappendeken
lapjeskatje	=	lapjeskat
lapjeskatjes	=	lapjeskat
lapjeskatten	=	lapjeskat
lapjesmarkt	noun	een markt waar voornamelijk textiel wordt verhandeld
lapjesmarkten	=	lapjesmarkt
lapjestrui	noun	de trui die in de wielerkoers Tour de France werd gedragen door de leider van het combinatieklassement
lapjestruien	=	lapjestrui
lapjestruitje	=	lapjestrui
lapjestruitjes	=	lapjestrui
laplaceoperator	noun	deze operator (Δ) ook laplaciaan genoemd en aangeduid met de Griekse letter delta ontstaat uit de nabla-operator (∇) als het inwendig product van laatstgenoemde met zichzelf dus volgens Δ=∇²=∇·∇
laplander	noun	een inwoner van Lapland, gebied in het noorden van Europa, of iemand afkomstig hiervan of behorend tot het volk van de Lappen
laplanders	=	laplander
laplands	adj	op Lapland betrekking hebbend
laplandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Lapland, of iemand afkomstig hiervan
laplandsen	=	laplandse
laplanduil	noun	Strix nebulosa een imposante uilensoort uit de familie van de echte uilen (Strigidae).
laplanduilen	=	laplanduil
laplanduiltje	=	laplanduil
laplanduiltjes	=	laplanduil
laplatadolfijn	noun	Pontoporia blainvillei een zoogdier uit de familie van de orinocodolfijnen (Iniidae).
laplatadolfijnen	=	laplatadolfijn
laplatadolfijntje	=	laplatadolfijn
laplatadolfijntjes	=	laplatadolfijn
lapmiddel	noun	een tijdelijke oplossing die geen definitieve oplossing is
lapmiddelen	=	lapmiddel
lapmiddeltje	=	lapmiddel
lapmiddeltjes	=	lapmiddel
lapnaam	noun	een naam die iemand heeft gekregen naast zijn echte naam
lapnaampje	=	lapnaam
lapnaampjes	=	lapnaam
lapnamen	=	lapnaam
laponderaap	noun	Macaca nemestrina is een soort van het geslacht makaken Macaca
laponderapen	=	laponderaap
lappe	=	lappen
lappedeken	=	lappendeken
lappen	verb	een of meer lappen in of op iets zetten (m.n. van kleding)
lappend	=	lappen
lappende	=	lappen
lappendeken	noun	een deken gemaakt uit verschillende losse delen die aan elkaar gestikt zijn
lappendekens	=	lappendeken
lappendekentje	=	lappendeken
lappendekentjes	=	lappendeken
lappenkameleon	noun	Chamaeleo dilepis een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
lappenkameleonnetje	=	lappenkameleon
lappenkameleonnetjes	=	lappenkameleon
lappenkameleons	=	lappenkameleon
lappenmand	noun	mand met verstelwerk
lappenmanden	=	lappenmand
lappenmandje	=	lappenmand
lappenmandjes	=	lappenmand
lappenmarkt	noun	markt waar men voornamelijk textiel kan kopen
lappenmarkten	=	lappenmarkt
lappenpop	noun	van oude lappen gemaakte pop
lappenpopje	=	lappenpop
lappenpopjes	=	lappenpop
lappenpoppen	=	lappenpop
lappenpoppetje	=	lappenpop
lappenpoppetjes	=	lappenpop
lapper	noun	persoon die schoenen repareert; iemand die ketels repareert
lappers	=	lapper
laps	=	lap
lapsjwants	noun	nietsnut
lapsjwantsen	=	lapsjwants
lapsus	noun	het laten vallen van een steek, bijvoorbeeld doordat men iets vergeten heeft.
lapsussen	=	lapsus
lapt	=	lappen
lapte	=	lappen
lapten	=	lappen
laptop	noun	kleine draagbare computer
laptophoes	noun	een beschermende hoes die nauw om je laptop sluit
laptophoesje	=	laptophoes
laptophoesjes	=	laptophoes
laptophoezen	=	laptophoes
laptophouder	noun	onderstel om een schootcomputer in een positie te brengen waarin je er prettiger op kan werken
laptophouders	=	laptophouder
laptophoudertje	=	laptophouder
laptophoudertjes	=	laptophouder
laptopje	=	laptop
laptopjes	=	laptop
laptopnomade	noun	zelfstandige zonder vaste werkplek die overal via zijn laptop kan werken; digitale nomade
laptopnomaden	=	laptopnomade
laptops	=	laptop
laptopscherm	noun	het platte beeldscherm dat in de deksel van een draagbare computer zit.
laptopschermen	=	laptopscherm
laptopschermpje	=	laptopscherm
laptopschermpjes	=	laptopscherm
laptopstandaard	noun	onderstel om een schootcomputer in een positie te brengen waarin je er prettiger op kan werken
laptopstandaarden	=	laptopstandaard
laptopstandaards	=	laptopstandaard
lapwerk	noun	provisorische reparaties
lapwerken	=	lapwerk
lapzak	noun	kleine zak met reparatiewerktuigen bij de brandweer
lapzakje	=	lapzak
lapzakjes	=	lapzak
lapzakken	=	lapzak
lapzalf	noun	middeltje dat een kwaal moet verzachten door het op de huid te smeren, maar waarvan de geneeskrachtige werking wordt betwijfeld
lapzalfde	=	lapzalven
lapzalfden	=	lapzalven
lapzalfje	=	lapzalf
lapzalfjes	=	lapzalf
lapzalft	=	lapzalven
lapzalve	=	lapzalven
lapzalven	verb	een kwaal verzachten met middelen waarvan de geneeskrachtige werking twijfelachtig is
lapzalvend	=	lapzalven
lapzalvende	=	lapzalven
lapzwans	noun	vent van niks, nietsnut, luilak, luiwammes
lapzwansen	verb	zich als een lapzwans gedragen, niks doen
lapzwansend	=	lapzwansen
lapzwansende	=	lapzwansen
lapzwansje	=	lapzwans
lapzwanst	=	lapzwansen
lapzwanste	=	lapzwansen
lapzwansten	=	lapzwansen
laqué	noun	hout dat is afgewerkt met een gekleurde glanzende beschermlaag (oorspronkelijk meestal rood)
laraha	noun	Citrus aurantium subsp. currassuviencis een citrusboom en een ondersoort van de zure sinaasappel.
laraha's	=	laraha
lardeer	=	larderen
lardeerde	=	larderen
lardeerden	=	larderen
lardeert	=	larderen
lardere	=	larderen
larderen	verb	volstoppen met, voorzien van
larderend	=	larderen
larderende	=	larderen
lare	=	laar
laren	=	laar
larf	noun	eerste fase van een insect of amfibie die volkomen afwijkt van het volwassen dier
larfje	=	larve
larfjes	=	larve
large	adj	in een grote maat
larghazeehond	noun	bepaald soort zoogdier, Phoca largha, uit de familie van de zeehonden (Phocidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Pallas in 1811.
larghazeehonden	=	larghazeehond
larghazeehondje	=	larghazeehond
larghazeehondjes	=	larghazeehond
larghetto	adv	enigszins breed, langzaam en gedragen
larghetto's	=	larghetto
largo	adv	heel langzaam gespeeld zodat het gedragen klinkt	noun	muziekstuk of deel daarvan dat heel langzaam gespeeld moet worden
largo's	=	largo
largootje	=	largo
largootjes	=	largo
lari	noun	munteenheid van Georgië
lari's	=	lari
larie	noun|informal	nonsens, onzin
lariefarie	noun	onzinnige flauwekul
lariekoek	noun	onzin nonsens, flauwekul zever
lariks	noun	benaming voor naaldbomen uit het geslacht Larix, die in de winter hun naalden laten vallen
lariks-populierenroest	noun	Melampsora larici-populina een paddenstoel uit de familie Melampsoraceae.
lariks-populierenroesten	=	lariks-populierenroest
lariks-populierenroestje	=	lariks-populierenroest
lariks-populierenroestjes	=	lariks-populierenroest
lariks-wilgenroest	noun	Melampsora caprearum een roestschimmel in de familie Melampsoraceae.
lariks-wilgenroesten	=	lariks-wilgenroest
lariks-wilgenroestje	=	lariks-wilgenroest
lariks-wilgenroestjes	=	lariks-wilgenroest
lariksdubbeloogboktor	noun	bepaald soort insect, Tetropium gabrieli uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
lariksdubbeloogboktorren	=	lariksdubbeloogboktor
lariksdubbeloogboktorretje	=	lariksdubbeloogboktor
lariksdubbeloogboktorretjes	=	lariksdubbeloogboktor
lariksdwergspanner	noun	Eupithecia lariciata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
lariksdwergspanners	=	lariksdwergspanner
lariksdwergspannertje	=	lariksdwergspanner
lariksdwergspannertjes	=	lariksdwergspanner
lariksen	=	lariks
lariksje	=	lariks
lariksjes	=	lariks
larikskankerviltkelkje	noun	Lachnellula willkommii een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
larikskankerviltkelkjes	=	larikskankerviltkelkje
larikskegelmot	noun	Retinia perangustana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
larikskegelmotje	=	larikskegelmot
larikskegelmotjes	=	larikskegelmot
larikskegelmotten	=	larikskegelmot
larikskokermot	noun	Coleophora laricella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
larikskokermotje	=	larikskokermot
larikskokermotjes	=	larikskokermot
larikskokermotten	=	larikskokermot
larikspedaalmot	noun	Argyresthia laevigatella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
larikspedaalmotje	=	larikspedaalmot
larikspedaalmotjes	=	larikspedaalmot
larikspedaalmotten	=	larikspedaalmot
lariksspanner	noun	Macaria signaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
lariksspanners	=	lariksspanner
lariksspannertje	=	lariksspanner
lariksspannertjes	=	lariksspanner
lariksspinselbladwesp	noun	Cephalcia lariciphila een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinselbladwespen (Pamphiliidae).
lariksspinselbladwespen	=	lariksspinselbladwesp
lariksspinselbladwespje	=	lariksspinselbladwesp
lariksspinselbladwespjes	=	lariksspinselbladwesp
lariksviltkelkje	noun	Lachnellula occidentalis een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
lariksviltkelkjes	=	lariksviltkelkje
larix	=	lariks
larmoyant	adj	sentimenteel bedroefd, huilerig
larmoyante	=	larmoyant
larmoyanter	=	larmoyant
larmoyantere	=	larmoyant
larmoyanters	=	larmoyant
larmoyants	=	larmoyant
larmoyantst	=	larmoyant
larmoyantste	=	larmoyant
larp	noun	dikke snee brood of vlees (Groningen)
larpe	=	larpen
larpen	verb|obsolete	gelijktijdig dorsen met alle vlegels.
larpend	=	larpen
larpende	=	larpen
larpt	=	larpen
larpte	=	larpen
larpten	=	larpen
larve	noun	jeugdstadium van de meeste insecten en veel amfibieën
larven	=	larve
larvenamarant	noun	Lagonosticta larvata een tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae) behorend zangvogeltje.
larvenamaranten	=	larvenamarant
larvenamarantje	=	larvenamarant
larvenamarantjes	=	larvenamarant
larvetje	=	larve
larwoshamalijster	noun	Copsychus omissus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
larwoshamalijsters	=	larwoshamalijster
larwoshamalijstertje	=	larwoshamalijster
larwoshamalijstertjes	=	larwoshamalijster
laryngaal	adj	in het strottenhoofd gevormd	noun	medeklinker die in het strottenhoofd gevormd wordt, zoals de h, keelletter
laryngaals	=	laryngaal
laryngale	=	laryngaal
laryngalen	=	laryngaal
laryngectomie	noun	operatieve verwijdering van het strottenhoofd
laryngectomietje	=	laryngectomie
laryngectomietjes	=	laryngectomie
laryngectomieën	=	laryngectomie
laryngitis	noun	slijmvliesontsteking van het strottenhoofd
laryngitissen	=	laryngitis
laryngoscoop	noun	metalen instrument met een handvat en spatel om de larynx van buitenaf te kunnen bekijken
laryngoscopen	=	laryngoscoop
laryngoscopisch	adj	betrekking hebbend op de laryngoscopie
laryngoscopische	=	laryngoscopisch
laryngoscopischer	=	laryngoscopisch
laryngoscopischere	=	laryngoscopisch
laryngoscopischers	=	laryngoscopisch
larynx	noun	bovenste deel van de luchtpijp
larynxen	=	larynx
las	noun	vastverbonden voeg tussen twee metalen voorwerpen
lasagne	noun	Italiaans ovengerecht, met deegplakken en vulsel van tomaten, gehakt en kruiden, alles overdekt met gesmolten kaas
lasagnes	=	lasagne
lasagnetje	=	lasagne
lasagnetjes	=	lasagne
lasapparaat	noun	(voor elektrisch (boog)lassen) is een apparaat dat bij de benodigde spanning (ca. 45 V_(eff) wisselstroom (AC) of 70 V gelijkstroom (DC), de voor het lassen benodigde stroom van grote sterkte levert
lasapparaatje	=	lasapparaat
lasapparaatjes	=	lasapparaat
lasapparaten	=	lasapparaat
lasapparatuur	noun	toestel dat men nodig heeft bij het lassen
lasbaar	adj	mogelijk om te lassen
lasbaarder	=	lasbaar
lasbaardere	=	lasbaar
lasbaarders	=	lasbaar
lasbaars	=	lasbaar
lasbaarst	=	lasbaar
lasbaarste	=	lasbaar
lasband	noun	tape waarmee men zaken met elkaar kan verbinden
lasbanden	=	lasband
lasbare	=	lasbaar
lasbrander	noun	brander met een vlam van zeer hoge temperatuur die men gebruikt bij het lassen
lasbranders	=	lasbrander
lasbril	noun	een bril die de ogen bij laswerk tegen ultraviolette straling beschermt
lasbrillen	=	lasbril
lasbrilletje	=	lasbril
lasbrilletjes	=	lasbril
lascief	adj	een erotische spanning oproepend
lasciefs	=	lascief
lasciefst	=	lascief
lasciefste	=	lascief
lascieve	=	lascief
lasciever	=	lascief
lascievere	=	lascief
lascievers	=	lascief
lasciviteit	noun	het dartel of frivool zijn
lasdoos	noun	doos waarin de verbindingen in een elektrische installatie tot stand worden gebracht, aansluitdoos, installatiedoos
lasdoosje	=	lasdoos
lasdoosjes	=	lasdoos
lasdop	noun	een in de elektrische installatietechniek gebruikt onderdeel om installatiedraden in een lasdoos te verbinden met een lage overgangsweerstand
lasdopje	=	lasdop
lasdopjes	=	lasdop
lasdoppen	=	lasdop
lasdozen	=	lasdoos
laselektrode	noun	metalen staaf om elektrisch mee te lassen
laselektroden	=	laselektrode
laselektrodes	=	laselektrode
laselektrodetje	=	laselektrode
laselektrodetjes	=	laselektrode
laser	noun	lichtbron die uiterst intense lichtstraal van één kleur uitzendt
laserbehandeling	noun	behandeling met behulp van zeer krachtige lichtstralen
laserbehandelingen	=	laserbehandeling
laserbehandelingetje	=	laserbehandeling
laserbehandelingetjes	=	laserbehandeling
laserde	=	laseren
laserden	=	laseren
lasere	=	laseren
laseren	verb	met laser behandelen
laserend	=	laseren
laserende	=	laseren
lasergame	noun	in een donkere ruimte gedaan spel waarbij de spelers elkaar moeten treffen met een lasergeweer dat een infrarood lichtstraal uitzendt
lasergamede	=	lasergamen
lasergameden	=	lasergamen
lasergamen	verb	een lasergame spelen
lasergamend	=	lasergamen
lasergamende	=	lasergamen
lasergames	=	lasergame
lasergamet	=	lasergamen
lasergestuurd	adj	door middel van laserstralen gestuurd
lasergestuurde	=	lasergestuurd
lasergestuurds	=	lasergestuurd
laserlicht	noun	uiterst felle en geconcentreerde lichtstraal in één kleur
laserlichten	=	laserlicht
laserlichtje	=	laserlicht
laserlichtjes	=	laserlicht
laserogen	=	laseroog
laseroog	noun	laserlens
laserpen	noun	een kleine laser in de vorm van een pen
laserpennen	=	laserpen
laserpistolen	=	laserpistool
laserpistool	noun	handwapen waarmee men de vijand kan aanvallen met een laserstraal
laserprinter	noun	een afdrukker die gebruik maakt van laserlicht om een tussen afbeelding te maken voordat de toner op het papier gebrand wordt, tegenwoordig gebruikt men led-licht
laserprinters	=	laserprinter
laserracisme	noun	het met behulp van een laser projecteren van racistische teksten of tekens op een bouwwerk in de openbare ruimte
lasers	=	laser
laserscherp	adj	zo scherp als een laser
laserscherpe	=	laserscherp
laserscherps	=	laserscherp
lasershow	noun	een voorstelling met laserlicht
lasershows	=	lasershow
laserstok	noun	een laser van laag vermogen die gebruikt wordt om op een scherm iets aan te duiden
laserstokje	=	laserstok
laserstokjes	=	laserstok
laserstokken	=	laserstok
laserstraal	noun	krachtige geconcentreerde lichtstraal met licht van maar één golflengte
laserstraaltje	=	laserstraal
laserstraaltjes	=	laserstraal
laserstralen	=	laserstraal
lasert	=	laseren
lasertherapie	noun	behandeling met behulp van laserlicht
lasertherapietje	=	lasertherapie
lasertherapietjes	=	lasertherapie
lasertherapieën	=	lasertherapie
lasertje	=	laser
lasertjes	=	laser
laserwapen	noun	een wapen waarbij een laser gebruikt wordt als middel om te richten of om een vijand te verblinden
laserwapens	=	laserwapen
lasjana	adv	op het jaar
lasje	=	las
lasjes	=	las
lasjon	noun	taal van
laskaar	noun	matroos uit Brits-Indië
laskaars	=	laskaar
laskaartje	=	laskaar
laskaartjes	=	laskaar
laskap	noun	een masker dat de ogen bij laswerk tegen ultraviolette straling beschermt
laskapje	=	laskap
laskapjes	=	laskap
laskappen	=	laskap
laskaren	=	laskaar
lasmes	noun	mes waarmee men overtollig materiaal van een hoepel afsnijdt
lasmesje	=	lasmes
lasmesjes	=	lasmes
lasmessen	=	lasmes
lasnaad	noun	een naad waar iets gelast is
lasnaden	=	lasnaad
lasogen	=	lasoog
lasoog	noun	hoornvliesontsteking door blootstelling aan uv-straling
lasoogje	=	lasoog
lasoogjes	=	lasoog
lasrook	noun	giftig mengsel van dampen, gassen en deeltjes dat vrijkomt bij het lassen
lasrups	noun	bobbelige strook materiaal die door het lassen op de lasnaad ontstaat
lasrupsen	=	lasrups
lassa	noun	Arenaviridae een van de Afrikaanse virale hemorragische koortsen, een groep virusziekten met een grote besmettelijkheid en vaak een dodelijke afloop veroorzaakt door een arenavirus
lassakoorts	noun	een van de Afrikaanse virale hemorragische koortsen, een groep virusziekten met een grote besmettelijkheid en vaak een dodelijke afloop
lasschen	=	lassen
lasse	=	lassen
lassen	verb	door plaatselijke sterke verhitting van de voeg twee metalen voorwerpen met elkaar verbinden
lassend	=	lassen
lassende	=	lassen
lasser	noun	iemand die stukken metaal op een naad door sterke plaatselijke verhitting verbindt
lassers	=	lasser
lassertje	=	lasser
lassertjes	=	lasser
lassitudo	noun	vermoeidheid
lasso	noun	een touw met verschuifbare lus om door er mee te gooien koeien en paarden ermee te vangen
lasso's	=	lasso
lassode	=	lassoën
lassoden	=	lassoën
lassoot	=	lassoën
lassootje	=	lasso
lassootjes	=	lasso
lassoë	=	lassoën
lassoën	verb	iets proberen te vangen door met een lasso werpen
lassoënd	=	lassoën
lassoënde	=	lassoën
lasstaaf	noun	een metalen staaf die bestaat uit smeltbaar materiaal dat men in de lasnaad brengt
lasstaven	=	lasstaaf
last	noun	iets wat een mens hindert
lastarm	noun	een hefboom van b.v. een bouwkraan
lastarmen	=	lastarm
lastarmpje	=	lastarm
lastarmpjes	=	lastarm
lastbrief	noun	geschreven opdracht
lastbrieven	=	lastbrief
lastdier	noun	een gedomesticeerd dier dat men gebruikt om vracht te vervoeren
lastdieren	=	lastdier
lastdiertje	=	lastdier
lastdiertjes	=	lastdier
laste	=	lassen
lasten	=	last
lastenboek	noun	gedetailleerd document met de specificaties van een bouw- of renovatieproject, inclusief de te gebruiken materialen, bouwmethodes, kwaliteitsnormen, en de administratieve en technische voorschriften
lastenboeken	=	lastenboek
lastenboekje	=	lastenboek
lastenboekjes	=	lastenboek
lastend	=	last
lastende	=	last
lastendruk	noun	dat wat men aan belastingen moet betalen
lastenkohier	noun	zeer gedetailleerd omschrijving van een gewenste levering
lastenkohieren	=	lastenkohier
lastens	prep	een beschuldiging vormend tegen, een vordering opleverend ten laste van
lastenstijging	noun	een verhoging van de vaste, periodieke financiële verplichtingen van burgers, bedrijven of overheden.
lastenstijgingen	=	lastenstijging
lastenstijginkje	=	lastenstijging
lastenstijginkjes	=	lastenstijging
lastenverhoging	noun	verhoging van de belastingen
lastenverhogingen	=	lastenverhoging
lastenverhoginkje	=	lastenverhoging
lastenverhoginkjes	=	lastenverhoging
lastenverlaging	noun	het verminderen van belastingen, heffingen of sociale premies door de overheid.
lastenverlagingen	=	lastenverlaging
lastenverlaginkje	=	lastenverlaging
lastenverlaginkjes	=	lastenverlaging
lastenverlichting	noun	verlaging van de financiële lasten van de burgers door belastingverlaging of premieverlaging
lastenverlichtingen	=	lastenverlichting
lastenverschuiving	noun	het verplaatsen van de belastingdruk van de ene grondslag naar de andere, zonder dat het totale belastingniveau per saldo verandert.
lastenverschuivingen	=	lastenverschuiving
lastenverschuivinkje	=	lastenverschuiving
lastenverschuivinkjes	=	lastenverschuiving
lastenverzwaring	noun	verhoging van de belastingen en accijnzen
lastenverzwaringen	=	lastenverzwaring
laster	noun	onterechte beweringen die iemand in een kwaad daglicht stellen
lasteraar	noun	iemand die op een leugenachtige manier kwaadspreekt over anderen
lasteraars	=	lasteraar
lasteraartje	=	lasteraar
lastercampagne	noun	actie met als doel iets of iemand in de goede naam aan te tasten
lastercampagnes	=	lastercampagne
lasterde	=	lasteren
lasterden	=	lasteren
lasterdicht	noun	gedicht waarin iemand wordt belasterd
lasterdichten	=	lasterdicht
lasterdichtje	=	lasterdicht
lasterdichtjes	=	lasterdicht
lastere	=	lasteren
lasteren	verb	ten onrechte kwaadspreken over iemand
lasterend	=	lasteren
lasterende	=	lasteren
lastering	noun	het lasteren
lasteringen	=	lastering
lasterlijk	adj	vol van laster
lasterlijke	=	lasterlijk
lasterlijker	=	lasterlijk
lasterlijkere	=	lasterlijk
lasterlijkers	=	lasterlijk
lasterlijks	=	lasterlijk
lasterlijkst	=	lasterlijk
lasterlijkste	=	lasterlijk
lasterpraat	noun	vertelsel waarin men slechte dingen over iemand zegt zonder dat deze zaken bewezen worden
lasterpraatje	=	lasterpraat
lasterpraatjes	=	lasterpraat
lastert	=	lasteren
lastertje	=	laster
lastertjes	=	laster
lastgeld	noun|obsolete	belasting die een schipper moet betalen in een haven afhankelijk van de hoeveelheid goederen die zijn schip vervoert
lastgelden	=	lastgeld
lastgever	noun	iemand die iemand anders een (politieke) opdracht geeft
lastgevers	=	lastgever
lastgeving	noun	contractuele vertegenwoordiging waarbij de lasthebber zich verplicht om voor rekening van de lastgever een of meer rechtshandelingen (de lasten) te verrichten zonder aan hem ondergeschikt te zijn
lastgevingen	=	lastgeving
lastig	adj	moeilijkheden veroorzakend	adv	met moeite, op lastige wijze
lastige	=	lastig
lastigen	=	lastig
lastiger	=	lastig
lastigere	=	lastig
lastigers	=	lastig
lastiggevallen	=	lastigvallen
lastigs	=	lastig
lastigst	=	lastig
lastigste	=	lastig
lastigval	=	lastigvallen
lastigvalle	=	lastigvallen
lastigvallen	verb	op hinderlijke wijze iemands aandacht opeisen, hinderen, irriteren in iemands concentratie of bezigheden
lastigvallend	=	lastigvallen
lastigvallende	=	lastigvallen
lastigvalt	=	lastigvallen
lastigviel	=	lastigvallen
lastigviele	=	lastigvallen
lastigvielen	=	lastigvallen
lastigvielt	=	lastigvallen
lastje	=	last
lastjes	=	last
lastminute	noun	vakantiereis die kort voor het vertrektijdstip wordt aangeboden (oorspronkelijke vaak een zeer lage prijs, omdat dat voor de verkoper altijd nog aantrekkelijker was dan een onbenutte plaats in een vervoermiddel of accommodatie waarvoor wel kosten zijn gemaakt)
lastminuteaanbieding	noun	een product of dienst, vaak een reis of vliegticket, dat tegen een verlaagde prijs wordt aangeboden vlak voor de vertrekdatum of het einde van de actie
lastminuteaanbiedingen	=	lastminuteaanbieding
lastminuteaanbiedinkje	=	lastminuteaanbieding
lastminuteaanbiedinkjes	=	lastminuteaanbieding
lastminuteboeking	noun	het reserveren van een vakantie, vlucht of hotel kort voor de vertrekdatum—meestal binnen een paar dagen tot zes weken.
lastminuteboekingen	=	lastminuteboeking
lastminuteboekinkje	=	lastminuteboeking
lastminuteboekinkjes	=	lastminuteboeking
lastminutes	=	lastminute
lastpak	noun	een lastig persoon
lastpakje	=	lastpak
lastpakjes	=	lastpak
lastpakken	=	lastpak
lastpost	noun	iemand die veel hinder veroorzaakt
lastposten	=	lastpost
lastpostje	=	lastpost
lastpostjes	=	lastpost
lastransformator	noun	transformator waarmee men bij het lassen spanning en stroom kan regelen
lastrem	noun	rem waarbij de massa van het te remmen voorwerp zorgt voor de remkracht
lastremmen	=	lastrem
lastremmetje	=	lastrem
lastremmetjes	=	lastrem
lastschakelaar	noun	is het onderdeel van een vermogentransformator dat er voor zorgt dat onder vollast de spanning in stappen omhoog of omlaag geregeld kan worden
lastschakelaars	=	lastschakelaar
lastschakelaartje	=	lastschakelaar
lastschakelaartjes	=	lastschakelaar
lastte	=	last
lastten	=	last
laswerk	noun	werkstuk gemaakt door lassen
laswerken	=	laswerk
lat	noun	een lang stuk geschaafd hout van beperkte dikte
lat-relatie	=	latrelatie
latafel	noun	lage kast met boven elkaar geplaatste laden en aan de bovenzijde een werkblad
latafels	=	latafel
late	=	laat
latei	noun	een dragend element van hout, steen, beton of ijzer boven een muuropening
lateien	=	latei
lateitje	=	latei
lateitjes	=	latei
laten	verb	maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: veroorzaken dat het gebeurt
latend	=	laten
latende	=	laten
latent	adj	verborgen blijvend
latente	=	latent
latenter	=	latent
latentere	=	latent
latenters	=	latent
latentie	noun	het latent zijn
latentiefase	noun	de vierde fase van de psycho-seksuele ontwikkeling (volgens Sigmund Freud) die zou beginnen rond het 6e levensjaar en duren tot 11 à 12 jaar
latentiefasen	=	latentiefase
latentiefases	=	latentiefase
latentiefasetje	=	latentiefase
latentiefasetjes	=	latentiefase
latentietijd	noun	tijd tussen prikkeling en reactie (waarin niets merkbaar is)
latentietijden	=	latentietijd
latents	=	latent
latentst	=	latent
latentste	=	latent
later	adj	verder verstreken in de tijd, nieuwer	adv	op een tijd die in de toekomst ligt ten opzichte van het besprokene
lateraal	adj	aan de zijkant (buitenkant)
lateraals	=	lateraal
lateraalst	=	lateraal
lateraalste	=	lateraal
laterale	=	lateraal
lateraler	=	lateraal
lateralere	=	lateraal
lateralers	=	lateraal
lateraliteit	noun	het verschil in specialisatie van de beide hersenhelften in zintuigelijke, motorische, cognitieve en emotieve functies
lateraliteiten	=	lateraliteit
latere	=	laat
latergeboren	adj	op een later tijdstip geboren zijn
latergeborene	noun	persoon (kind) die op een later tijdstip is geboren
latergeborenen	=	latergeborene
lateriet	noun	rode steensoort uit de tropen met een hoog gehalte aan ijzer en aluminium
laterieten	=	lateriet
laters	=	laat
laterzaak	noun|obsolete	kwestie, aangelegenheid, of een onderwerp dat zich in de toekomst afspeelt of later aan de orde komt
laterzaakje	=	laterzaak
laterzaakjes	=	laterzaak
laterzaken	=	laterzaak
latex	noun	melksap van de rubberboom Hevea brasiliensis, waaruit rubber wordt gewonnen	adj	van latex gemaakt
latexallergie	noun	allergie voor latex (natuurrubber)
latexallergieën	=	latexallergie
latexcement	noun	cement waardoor latex gemengd is, gebruikt voor waterdichte vloeren
latexe	=	latexen
latexen	verb	verven met latexverf, een soort muurverf zonder oplosmiddel
latexend	=	latexen
latexende	=	latexen
latexje	=	latex
latexjes	=	latex
latext	=	latexen
latexte	=	latexen
latexten	=	latexen
latexverf	noun	verf op waterbasis met latex
latexverfje	=	latexverf
latexverfjes	=	latexverf
latexverven	=	latexverf
lathyrus	noun	een geslacht Lathyrus uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae oftewel Fabaceae).
lathyrusbij	noun	Megachile ericetorum een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
lathyrusbijen	=	lathyrusbij
lathyrusbijtje	=	lathyrusbij
lathyrusbijtjes	=	lathyrusbij
lathyrusbladgalmug	noun	Lathyromyza schlechtendali een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
lathyrusbladgalmuggen	=	lathyrusbladgalmug
lathyrusbladgalmuggetjes	=	lathyrusbladgalmug
lathyrusbladgalmugje	=	lathyrusbladgalmug
lathyrusje	=	lathyrus
lathyrussen	=	lathyrus
lathyrustopgalmug	noun	Dasineura lathyricola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
lathyrustopgalmuggen	=	lathyrustopgalmug
lathyrustopgalmuggetjes	=	lathyrustopgalmug
lathyrustopgalmugje	=	lathyrustopgalmug
lathyruswikke	noun	Vicia lathyroides een eenjarige of tweejarige plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
lathyruswikkes	=	lathyruswikke
lathyruszwever	noun	Neptis sappho een vlinder uit de onderfamilie Limenitidinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
lathyruszwevers	=	lathyruszwever
lathyruszwevertje	=	lathyruszwever
lathyruszwevertjes	=	lathyruszwever
lati	=	lats
latierbomen	=	latierboom
latierboom	noun	hangende boom die in paardenstallen twee plaatsen afscheidt
latierboompje	=	latierboom
latierboompjes	=	latierboom
latijn	noun	onverstaanbare taal
latijnen	=	latijn
latijns	adj	in of uit het Latijn, de taal van de Romeinen
latijnse	=	latijns
latijnser	=	latijns
latijnsere	=	latijns
latijnsers	=	latijns
latijnst	=	latijns
latijnste	=	latijns
latijntje	=	latijn
lating	noun	aftappen van bloed uit het lichaam met behulp van een bloedzuiger of door het openen van een ader
latingen	=	lating
latiniseer	=	latiniseren
latiniseerde	=	latiniseren
latiniseerden	=	latiniseren
latiniseert	=	latiniseren
latinisere	=	latiniseren
latiniseren	verb	iets een Latijnse, of op Latijn lijkende, naam geven
latiniserend	=	latiniseren
latiniserende	=	latiniseren
latinisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Latijn of gevormd naar Latijns voorbeeld
latinismen	=	latinisme
latinist	noun	iemand die Latijn op school heeft gehad
latiniste	=	latinist
latinisten	=	latinist
latinistje	=	latinist
latiniteit	noun	het gebruik van het Latijn bij bepaalde auteurs of in bepaalde tijden
latiniteiten	=	latiniteit
latino	noun	bewoner van de VS met een afkomst uit Midden- of Zuid-Amerika
latino's	=	latino
latitude	noun|formal	geografische breedte (meer gebruikelijk: breedtegraad)
latituden	=	latitude
latitudes	=	latitude
latitudetje	=	latitude
latitudetjes	=	latitude
latje	=	lat
latjes	=	lat
latkes	noun	aardappelkoekjes
latoen	noun	een legering van koper en zink
latoenen	=	latoen
latoenkoper	noun	messing
latoentje	=	latoen
latoentjes	=	latoen
latreilleskampoot	noun	Zelotes latreillei een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
latreilleskampootje	=	latreilleskampoot
latreilleskampootjes	=	latreilleskampoot
latreilleskampoten	=	latreilleskampoot
latrelatie	noun	een liefdesrelatie waarbij twee minnaars een in hoofdzaak monogame relatie hebben en ervoor kiezen geen gezamenlijke huishouding te voeren, maar apart te blijven wonen
latrelaties	=	latrelatie
latrelatietje	=	latrelatie
latrine	noun	toilet die buiten het huis is gelegen
latrines	=	latrine
latrinetje	=	latrine
latrinevrees	noun	iemand met een irrationele angst voor vreemde of openbare toiletten
lats	noun	de muntsoort van Letland tussen 1922 en 2014
latte	noun	van latte macchiato
latte's	=	latte
latteart	noun	kunstige figuren die men met geschuimde melk kan maken als men deze over koffie heen schenkt
lattefactor	noun	het verschijnsel dat men door het doen van veel relatief kleine luxe uitgaven toch in totaal veel geld kan uitgeven; het weglekken van geld
lattefactoren	=	lattefactor
latten	verb	met latten beslaan	adj	uit latten vervaardigd
lattenbodem	noun	bedbodem die bestaat uit latten die enigszins kunnen veren
lattenbodempje	=	lattenbodem
lattenbodempjes	=	lattenbodem
lattenbodems	=	lattenbodem
lattend	=	latten
lattende	=	latten
lattepapa	noun|humorous	vader zonder betaald werk die fulltime voor de kinderen zorgt.
lattepapa's	=	lattepapa
lattes	=	latte
lattouwe	=	latuw
latu	=	lats
latuw	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lactuca en in het bijzonder Lactuca sativa waarvan de bladeren als groente worden gegeten
latwerk	noun	geraamte of staketsel van dunne balken
latwerken	=	latwerk
latwerkje	=	latwerk
latwerkjes	=	latwerk
laudanum	noun	opiumtinctuur, vroeger gebruikt als geneesmiddel
laudatie	noun	een lofrede ter ere van een bepaalde persoon die wordt gehouden ter gelegenheid van een bijzondere verrichting of een bepaald jubileum van die persoon
laudaties	=	laudatie
laudatio	noun	een lofrede ter ere van een bepaalde persoon die wordt gehouden ter gelegenheid van een bijzondere verrichting of een bepaald jubileum van die persoon
laudatio's	=	laudatio
lauden	noun	tweede getijde van de dag waar weer de nodige gebeden dienen te worden gehouden
launch	noun	de lancering van een raket
launche	=	launchen
launchen	verb	lanceren van een raket
launchend	=	launchen
launchende	=	launchen
launches	=	launch
launcht	=	launchen
launchte	=	launchen
launchten	=	launchen
laureaat	noun	een bekroond kunstenaar, wetenschapper of sporter
laureaatje	=	laureaat
laureaatjes	=	laureaat
laureaten	=	laureaat
laurier	noun	bepaald soort groenblijvende boom of struik Laurus nobilis uit de familie Lauraceae
laurierbes	noun	donkerblauwe steenvrucht van de laurier
laurierbessen	=	laurierbes
laurierblaadje	=	laurierblad
laurierblaadjes	=	laurierblad
laurierblad	noun	loof van Laurus nobilis
laurierbladen	=	laurierblad
laurierbladeren	=	laurierblad
laurierblaren	=	laurierblad
laurierduif	noun	Columba junoniae een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
laurierduifje	=	laurierduif
laurierduifjes	=	laurierduif
laurierduiven	=	laurierduif
laurieren	=	laurier
laurierfamilie	noun	een familie Lauraceae van bedektzadige planten.
laurierfamilies	=	laurierfamilie
laurierfamilietje	=	laurierfamilie
laurierfamilietjes	=	laurierfamilie
laurierkers	noun	Prunus laurocerasus een groenblijvende plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) die van nature voorkomt in Zuidoost-Europa en Klein-Azië.
laurierkersen	=	laurierkers
laurierkersje	=	laurierkers
laurierkersjes	=	laurierkers
laurierpopulier	noun	Populus laurifolia een loofboom uit de wilgenfamilie (Salicaceae).
laurierpopulieren	=	laurierpopulier
laurierpopuliertje	=	laurierpopulier
laurierpopuliertjes	=	laurierpopulier
lauriertje	=	laurier
laurierwilg	noun	bepaald soort loofboom, Salix pentandra, die inheems is in de Benelux en tot 12 meter hoog kan worden
laurierwilgen	=	laurierwilg
laurinezuur	noun	een verzadigd carbonzuur met de formule CH₃(CH₂)₁₀COOH
lauw	adj	een temperatuuraanduiding die tussen warm en koud ligt
lauwe	=	lauw
lauwer	noun	blad van de laurier, met name gebruikt in een krans als eerbetoon
lauwerde	=	lauweren
lauwerden	=	lauweren
lauwere	=	lauw
lauweren	noun|figurative	in het verleden gevierde successen	verb	bewonderen, eren
lauwerend	=	lauweren
lauwerende	=	lauweren
lauwerkrans	noun	een cirkelvormige krans gemaakt van in elkaar hakende takken en bladeren, oorspronkelijk van de laurier
lauwerkransen	=	lauwerkrans
lauwerkransje	=	lauwerkrans
lauwerkransjes	=	lauwerkrans
lauwers	=	lauw
lauwert	=	lauweren
lauwertak	noun	tak van een laurier, symbool van vrede en symbool van overwinning en roem
lauwertakje	=	lauwertak
lauwertakjes	=	lauwertak
lauwertakken	=	lauwertak
lauwertje	=	lauwer
lauwertjes	=	lauwer
lauwhartig	adj	vrij onverschillig
lauwhartige	=	lauwhartig
lauwhartiger	=	lauwhartig
lauwhartigere	=	lauwhartig
lauwhartigers	=	lauwhartig
lauwhartigs	=	lauwhartig
lauwhartigst	=	lauwhartig
lauwhartigste	=	lauwhartig
lauwheid	noun	het lauw zijn
lauws	=	lauw
lauwst	=	lauw
lauwste	=	lauw
lauwte	noun	zonder emotionele betrokkenheid
lauwtjes	adv	zonder uitbundig enthousiasme
lauwwarm	adj	met een temperatuur rond de 37 ᵒC
lauwwarme	=	lauwwarm
lauwwarmer	=	lauwwarm
lauwwarmere	=	lauwwarm
lauwwarmers	=	lauwwarm
lauwwarms	=	lauwwarm
lauwwarmst	=	lauwwarm
lauwwarmste	=	lauwwarm
lava	noun	vloeibaar gesteente dat uit een vulkaan tevoorschijn komt
lava-achtig	adj	lijkend op lava
lava-achtige	=	lava-achtig
lava-achtiger	=	lava-achtig
lava-achtigere	=	lava-achtig
lava-achtigers	=	lava-achtig
lava-achtigs	=	lava-achtig
lava-achtigst	=	lava-achtig
lava-achtigste	=	lava-achtig
lavabo	noun	meubel of plaats in een gebouw met voorzieningen om zich te wassen
lavabo's	=	lavabo
lavabootje	=	lavabo
lavabootjes	=	lavabo
lavadores	noun	degenen die zorgen voor de rituele wassing van een overledene
lavakoepel	noun	koepelvormige structuur die ontstaat als lava die rijk is aan silica naar buiten treedt uit de barsten en spleten van een groeiende kussenachtige structuur
lavakoepels	=	lavakoepel
lavakoepeltje	=	lavakoepel
lavakoepeltjes	=	lavakoepel
lavameeuw	noun	Leucophaeus fuliginosus een vogel uit de familie Laridae (Meeuwen).
lavameeuwen	=	lavameeuw
lavameeuwtje	=	lavameeuw
lavameeuwtjes	=	lavameeuw
lavament	=	lavement
lavanaut	noun	een wetenschapper die ruimtemissies simuleert in een vulkanisch gebied
lavanauten	=	lavanaut
lavanautje	=	lavanaut
lavanautjes	=	lavanaut
lavas	noun	bepaald kruid, Levisticum officinale, dat zowel in de keuken als in de geneeskunde gebruikt wordt
lavassen	=	lavas
lavasteen	noun	steen ontstaan door afgekoeld vulkanisch materiaal
lavasteentje	=	lavasteen
lavasteentjes	=	lavasteen
lavastenen	=	lavasteen
lavastromen	=	lavastroom
lavastroom	noun	een hoeveelheid heet, vloeibaar gesteende dat naar beneden stroomt vanuit een vulkaan tijdens een uitbarsting
lavastroompje	=	lavastroom
lavastroompjes	=	lavastroom
lavavlakte	noun	een vlak gebied bedekt met gestold lava
lavavlakten	=	lavavlakte
lavavlaktes	=	lavavlakte
lave	=	laven
laveer	=	laveren
laveerde	=	laveren
laveerden	=	laveren
laveeren	=	laveren
laveert	=	laveren
laveloos	adj	door buitensporig alcoholgebruik tot niets meer in staat
laveloost	=	laveloos
lavelooste	=	laveloos
laveloze	=	laveloos
lavelozer	=	laveloos
lavelozere	=	laveloos
lavelozers	=	laveloos
lavement	noun	het inbrengen van een vloeistof in de darmen via de anus
lavementen	=	lavement
lavementje	=	lavement
laven	verb	het lessen van iemands dorst
lavend	=	laven
lavende	=	laven
lavendel	noun	een geslacht Lavandula van dwergstruiken (chamefyten) uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
lavendelastrild	noun	Glaucestrilda caerulescens een zangvogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) uit Afrika.
lavendelastrilden	=	lavendelastrild
lavendelastrildje	=	lavendelastrild
lavendelastrildjes	=	lavendelastrild
lavendelblauw	noun	kleurstof met een lichtblauwe naar paars zwemende kleur	adj	met een lichtblauwe naar paars zwemende kleur
lavendelblauwe	=	lavendelblauw
lavendelblauwen	=	lavendelblauw
lavendelblauwer	=	lavendelblauw
lavendelblauwere	=	lavendelblauw
lavendelblauwers	=	lavendelblauw
lavendelblauws	=	lavendelblauw
lavendelblauwst	=	lavendelblauw
lavendelblauwste	=	lavendelblauw
lavendelgeur	noun	de geur die bloeiende lavendel verspreidt of een geur die daarop lijkt
lavendelgeuren	=	lavendelgeur
lavendelgeurtje	=	lavendelgeur
lavendelgeurtjes	=	lavendelgeur
lavendelhei	noun	Andromeda polifolia een dwergstruik die behoort tot de heidefamilie (Ericaceae).
lavendelkleurig	adj	de kleur van lavendel hebbend
lavendelkleurige	=	lavendelkleurig
lavendelkleurigs	=	lavendelkleurig
lavendelkoek	noun	een koekje waarin lavendel de belangrijkste smaakmaker is
lavendelkoeken	=	lavendelkoek
lavendelkoekje	=	lavendelkoek
lavendelkoekjes	=	lavendelkoek
lavendels	=	lavendel
lavendeltje	=	lavendel
lavendelwater	noun	welriekend water uit lavendelbloemen en brandewijn samengesteld.
lavendelwateren	=	lavendelwater
lavendelwaters	=	lavendelwater
lavendelwatertje	=	lavendelwater
lavendelwatertjes	=	lavendelwater
lavere	=	laveren
laveren	verb	bij tegenwind zigzagsgewijs opzeilen
laverend	=	laveren
laverende	=	laveren
lavet	noun	wastafel, spoelbak, waskuip
lavetten	=	lavet
laving	noun	drinken voor iemand die dorst heeft
lavingen	=	laving
lavábo	=	lavabo
lawaai	noun	luid en storend geluid
lawaaibestrijding	noun	het tegengaan van al te harde geluiden
lawaaibestrijdingen	=	lawaaibestrijding
lawaaibestrijdinkje	=	lawaaibestrijding
lawaaibestrijdinkjes	=	lawaaibestrijding
lawaaide	=	lawaaien
lawaaiden	=	lawaaien
lawaaie	=	lawaaien
lawaaien	verb	zeer luidruchtig bezig zijn; veel geluid produceren; veel rumoer maken; drukte maken
lawaaiend	=	lawaaien
lawaaiende	=	lawaaien
lawaaierig	adj	met veel lawaai, met veel afleidend geluid
lawaaierige	=	lawaaierig
lawaaieriger	=	lawaaierig
lawaaierigere	=	lawaaierig
lawaaierigers	=	lawaaierig
lawaaierigs	=	lawaaierig
lawaaierigst	=	lawaaierig
lawaaierigste	=	lawaaierig
lawaaiflitspaal	noun	een flitspaal waarmee men kan vaststellen of een voertuig de geluidsnorm overschrijdt
lawaaiflitspalen	=	lawaaiflitspaal
lawaaihinder	noun	geluidsoverlast
lawaaiig	adj	met veel lawaai, met veel afleidend geluid
lawaaiige	=	lawaaiig
lawaaiiger	=	lawaaiig
lawaaiigere	=	lawaaiig
lawaaiigers	=	lawaaiig
lawaaiigs	=	lawaaiig
lawaaiigst	=	lawaaiig
lawaaiigste	=	lawaaiig
lawaaimaker	noun	iemand (dier of mens) die lawaai maakt
lawaaimakers	=	lawaaimaker
lawaaimakertje	=	lawaaimaker
lawaaimakertjes	=	lawaaimaker
lawaaioverlast	noun	hinder die veroorzaakt wordt door het maken van een te luid geluid
lawaaiprotest	noun	het door het maken van veel kabaal uiten van iemands ongenoegen
lawaaiprotesten	=	lawaaiprotest
lawaait	=	lawaaien
lawaaivergoeding	noun	een financiële compensatie die wordt uitgekeerd aan omwonenden van vliegvelden, industriegebieden of drukke wegen.
lawaaivergoedingen	=	lawaaivergoeding
lawaaivergoedinkje	=	lawaaivergoeding
lawaaivergoedinkjes	=	lawaaivergoeding
lawaat	=	lawaai
laweit	noun	lawaai, herrie, rumoer
laweiten	=	laweit
lawijt	=	lawaai
lawine	noun	een sneeuwverschuiving op een berghelling
lawineairbag	noun	airbag die in een rugzak zit en de wintersporter kan beschermen als hij of zij bedolven dreigt te raken door een lawine
lawineairbags	=	lawineairbag
lawinediode	noun	is een diode die berust op het lawine-effect
lawinedioden	=	lawinediode
lawinediodes	=	lawinediode
lawinegevaar	noun	het risico dat er een gevaarlijke sneeuwverschuiving op een berghelling ontstaat
lawinegevaren	=	lawinegevaar
lawinen	=	lawine
lawinerugzak	noun	rugzak met airbags die skiërs die off-piste gaan skiën kan beschermen als ze bedolven worden onder een lawine
lawinerugzakken	=	lawinerugzak
lawines	=	lawine
lawinetje	=	lawine
lawinetjes	=	lawine
lawntennis	noun	tennis
lawrencium	noun	scheikundig element met symbool Lr en atoomnummer 103.
lawrenciumatomen	=	lawrenciumatoom
lawrenciumatoom	noun	een atoom van het chemisch element lawrencium.
lawrenciumatoompje	=	lawrenciumatoom
lawrenciumatoompjes	=	lawrenciumatoom
laxans	noun	middel dat het ontlasten stimuleert
laxantia	=	laxans
laxatief	noun	een stof die de stoelgang bevordert	adj	de stoelgang bevorderend
laxatiefje	=	laxatief
laxatiefjes	=	laxatief
laxatiefs	=	laxatief
laxatiefst	=	laxatief
laxatiefste	=	laxatief
laxatieve	=	laxatief
laxatieven	=	laxatief
laxatiever	=	laxatief
laxatievere	=	laxatief
laxatievers	=	laxatief
laxativa	=	laxativum
laxativum	noun	een stof die de stoelgang bevordert
laxativumpje	=	laxativum
laxativumpjes	=	laxativum
laxeer	=	laxeren
laxeerde	=	laxeren
laxeerden	=	laxeren
laxeermiddel	noun	een medicijn dat gebruikt wordt bij obstipatie, het middel bevordert de defecatie voornamelijk wanneer deze wordt veroorzaakt door te ver ingedroogde fecaliën
laxeermiddelen	=	laxeermiddel
laxeermiddeltje	=	laxeermiddel
laxeermiddeltjes	=	laxeermiddel
laxeerpil	noun	medicament tegen obstipatie (verstopping) waardoor je weer ontlasting kunt krijgen
laxeerpillen	=	laxeerpil
laxeerpilletje	=	laxeerpil
laxeerpilletjes	=	laxeerpil
laxeert	=	laxeren
laxere	=	laxeren
laxeren	verb	behandelen met laxeermiddelen
laxerend	adj	van iets dat het de stoelgang bevordert en de ontlasting zachter maakt, wat helpt bij obstipatie (verstopping)
laxerende	=	laxeren
laxerender	=	laxerend
laxerendere	=	laxerend
laxerenders	=	laxerend
laxerends	=	laxerend
laxerendst	=	laxerend
laxerendste	=	laxerend
lay-out	noun	opmaak van een grafisch ontwerp
lay-outje	=	lay-out
lay-outjes	=	lay-out
lay-outs	=	lay-out
layardspitssnuitdolfijn	noun	Mesoplodon layardii De Layardspitssnuitdolfijn of Layarddolfijn (Mesoplodon layardii) is een walvisachtige uit de familie der spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae)
layardspitssnuitdolfijnen	=	layardspitssnuitdolfijn
layardspitssnuitdolfijntje	=	layardspitssnuitdolfijn
layardspitssnuitdolfijntjes	=	layardspitssnuitdolfijn
laysanalbatros	noun	Phoebastria immutabilis een meeuw lijkende albatros is de op een na meest voorkomende albatros van de Hawaïaanse eilanden
laysanalbatrosje	=	laysanalbatros
laysanalbatrosjes	=	laysanalbatros
laysanalbatrossen	=	laysanalbatros
laysanapapane	noun	Himatione fraithii een uitgestorven zangvogelsoort uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
laysanapapane's	=	laysanapapane
laysanapapanetje	=	laysanapapane
laysanapapanetjes	=	laysanapapane
laysaneend	noun	Anas laysenensis een eend uit de familie van de Anatidae en de tribus grondeleenden.
laysaneenden	=	laysaneend
laysaneendje	=	laysaneend
laysaneendjes	=	laysaneend
laysanral	noun	Zapornia palmeri een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
laysanrallen	=	laysanral
laysanralletje	=	laysanral
laysanralletjes	=	laysanral
laysanvink	noun	Telespiza cantans een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
laysanvinken	=	laysanvink
laysanvinkje	=	laysanvink
laysanvinkjes	=	laysanvink
lazaret	noun	een grote mobiele medische (militaire) installatie die tijdelijk de taken van een ziekenhuis kan overnemen
lazaretje	=	lazaret
lazaretjes	=	lazaret
lazaretscheepje	=	lazaretschip
lazaretscheepjes	=	lazaretschip
lazaretschepen	=	lazaretschip
lazaretschip	noun	ziekenhuisschip voor soldaten
lazaretten	=	lazaret
lazarist	noun	lid van de kloosterorde der Lazaristen (Congregatie der Missie)
lazaristen	=	lazarist
lazarus	adj|informal	zo dronken dat iemand bijna dood lijkt
laze	=	lezen
lazen	=	lezen
lazer	=	lazeren
lazerde	=	lazeren
lazerden	=	lazeren
lazere	=	lazeren
lazeren	verb|informal	vallen
lazerend	=	lazeren
lazerende	=	lazeren
lazerij	noun	het menselijk lichaam
lazerijen	=	lazerij
lazerijtje	=	lazerij
lazert	=	lazeren
lazischtalig	adj	de Lazische taal sprekend
lazischtalige	=	lazischtalig
lazischtaligs	=	lazischtalig
lazuligors	noun	Passerina amoena een zangvogel uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae).
lazuligorsje	=	lazuligors
lazuligorsjes	=	lazuligors
lazuligorzen	=	lazuligors
lazuren	adj	van lazuur vervaardigd
lazuriet	noun	in geslepen vorm ook lapis lazuli of lazuursteen genaamd, is een zwavelhoudend natrium-calcium-aluminium-silicaat met de chemische formule Na₃CaAl₃Si₃O₁₂S
lazuur	noun	bepaald kostbaar blauw gesteente
lazuurblauw	noun	kleur zoals die van lazuursteen (lapis lazuli)	adj	met de kleur van lazuursteen (lapis lazuli)
lazuurblauwe	=	lazuurblauw
lazuurblauwer	=	lazuurblauw
lazuurblauwere	=	lazuurblauw
lazuurblauwers	=	lazuurblauw
lazuurblauws	=	lazuurblauw
lazuurblauwst	=	lazuurblauw
lazuurblauwste	=	lazuurblauw
lazuursteen	noun	edelsteen van een diepblauwe (azuur) kleur, geslepen vorm van lazuriet
lazuursteentje	=	lazuursteen
lazuursteentjes	=	lazuursteen
lazuurstenen	=	lazuursteen
lazuurverf	noun	soort verf die een doorschijnende laag vormt
lazuurverven	=	lazuurverf
laïcaal	adj	met betrekking tot een leek
laïcaals	=	laïcaal
laïcaalst	=	laïcaal
laïcaalste	=	laïcaal
laïcale	=	laïcaal
laïcaler	=	laïcaal
laïcalere	=	laïcaal
laïcalers	=	laïcaal
laïciseer	=	laïciseren
laïciseerde	=	laïciseren
laïciseerden	=	laïciseren
laïciseert	=	laïciseren
laïcisere	=	laïciseren
laïciseren	verb	het verliezen van de status als priester
laïciserend	=	laïciseren
laïciserende	=	laïciseren
laïcisme	noun	de leer die een scheiding van religie en kerk voorstaat
laïcistisch	adj	betrekking hebbend op het laïcisme of een laïcist
laïcistische	=	laïcistisch
laïcistischer	=	laïcistisch
laïcistischere	=	laïcistisch
laïcistischers	=	laïcistisch
lbo	noun	de afkorting voor lager beroepsonderwijs, een Nederlandse schoolsoort na de lagere school
lbo's	=	lbo
lcd	noun	een display op basis van vloeibare kristallen die de polarisatierichting van licht al dan niet verdraaien afhankelijk van de aangelegde elektrische spanning
lcd's	=	lcd
lcd-scherm	noun	een plat beeldscherm waarbij de pixels worden gemaakt d.m.v. vloeibare kristallen
lcd-schermen	=	lcd-scherm
lcd-schermpje	=	lcd-scherm
lcd-schermpjes	=	lcd-scherm
ldpe	noun	een afkorting voor lagedichtheidpolyetheen, een kunststof, gebruikt als folie
ldvd	=	ludduvuddu
leader	noun	aanloopstuk voor een film, televisieprogramma of radioprogramma
leaders	=	leader
leadgitarist	noun	de gitarist die de melodie van een nummer speelt
leadgitaristen	=	leadgitarist
leadzanger	noun	een zanger of zangeres in een muzikale groep (zoals een koor of rockband), die de leidende (eerste) stem (de melodie, de lead) van het stuk zingt
leadzangeres	noun	zangeres die de melodie van een liedje zingt
leadzangeressen	=	leadzangeres
leadzangers	=	leadzanger
leadzangertje	=	leadzanger
leadzangertjes	=	leadzanger
leaflet	noun	ongevouwen blad dat wordt uitgedeeld en een korte boodschap bevat over een specifiek onderwerp
leaflets	=	leaflet
league	noun	voetbalcompetitie
leagues	=	league
leao	noun	school voor lager beroepsonderwijs in handel en zakelijke dienstverlening
leao's	=	leao
lease	noun	het leasen
leaseauto	noun	een auto die men kan/moet leasen
leaseauto's	=	leaseauto
leaseautootje	=	leaseauto
leaseautootjes	=	leaseauto
leasebedrijf	noun	bedrijf dat (kapitaal)goederen voor een langere, vooraf vastgestelde termijn, verhuurt
leasebedrijfje	=	leasebedrijf
leasebedrijfjes	=	leasebedrijf
leasebedrijven	=	leasebedrijf
leasede	=	leasen
leaseden	=	leasen
leasefiets	noun	fiets die men kan/moet leasen
leasefietsen	=	leasefiets
leasefietsje	=	leasefiets
leasefietsjes	=	leasefiets
leaseje	=	lease
leasemaatschappij	noun	bedrijf dat zaken voor een langere tijd verhuurt aan klanten
leasemaatschappijen	=	leasemaatschappij
leasemaatschappijtje	=	leasemaatschappij
leasemaatschappijtjes	=	leasemaatschappij
leasen	verb	huren voor een langere tijd (vooral van auto's voor een bedrijf)
leasend	=	leasen
leasende	=	leasen
leaser	noun	iemand die iets leaset, mannelijke vorm van leasester
leasers	=	leaser
leases	=	lease
leaset	=	leasen
leasete	=	leasen
leaseten	=	leasen
leasing	noun	een vorm van krediet waarbij de kredietverstrekker of lessor een goed aankoopt en deze gedurende een vooraf overeengekomen termijn en tegen een vaste vergoeding ter beschikking stelt van de kredietnemer of lessee, in het contract staat een koopoptie op het einde van het contract
leasings	=	leasing
leatsmo	adv	tot zichzelf
leb	noun	lebmaag
lebaal	noun	een dikke paling met een gewicht van meer dan 1 kg die men in plakken snijdt voordat men hem opeet
lebalen	=	lebaal
lebbe	noun	leb
lebben	=	leb
lebber	=	lebberen
lebberde	=	lebberen
lebberden	=	lebberen
lebbere	=	lebberen
lebberen	verb	met kleine teugjes drinken
lebberend	=	lebberen
lebberende	=	lebberen
lebberig	adj	door verval aangetast
lebberige	=	lebberig
lebberiger	=	lebberig
lebberigere	=	lebberig
lebberigers	=	lebberig
lebberigs	=	lebberig
lebberigst	=	lebberig
lebberigste	=	lebberig
lebbert	=	lebberen
lebbetje	=	lebbe
lebbetjes	=	lebbe
lebbig	adj	walgelijk, onaangenaam, zuur smakend
lebbige	=	lebbig
lebbiger	=	lebbig
lebbigere	=	lebbig
lebbigers	=	lebbig
lebbigs	=	lebbig
lebbigst	=	lebbig
lebbigste	=	lebbig
lebensraum	noun	leefruimte, een geopolitiek begrip dat van de jaren 1890 tot 1940 gebruikt werd door etnische Duitsers om de kolonisering van Centraal- en Oost-Europa na te streven
lebje	=	leb
lebjes	=	leb
leblam	noun	jong schaap dat niet door de moeder wordt gezoogd, maar door mensen met andere melk wordt grootgebracht
leblammeren	=	leblam
leblammetje	=	leblam
leblammetjes	=	leblam
lebmaag	noun	de vierde maag van een herkauwer, zoals een rund
lebmaagje	=	lebmaag
lebmaagjes	=	lebmaag
lebmagen	=	lebmaag
leccees	noun	dialect (van het Siciliaans) dat in de Italiaanse provincie Lecce en in het bijzonder de gelijknamige hoofdstad wordt gesproken
lechajim	intj	proost! (wens wanneer men iemand toedrinkt)
lechavero	adv	tot zijn vriend
lecithine	noun	fosfatidylcholine, een fosfolipide die de hoofdmoot uitmaakt van een fosfatidefractie die uit eidooier
lecithinen	=	lecithine
lecithines	=	lecithine
lectionaria	=	lectionarium
lectionarium	noun	liturgisch boek met epistels en evangeliën van de mis
lectionariumpje	=	lectionarium
lectionariumpjes	=	lectionarium
lectionariums	=	lectionarium
lector	noun	docent aan een universiteit, een rang lager dan hoogleraar
lectoraat	noun	waardigheid, ambt of rang van lector
lectoraten	=	lectoraat
lectoren	=	lector
lectors	=	lector
lectrice	noun	voorlezeres; vrouwelijke voorlezer
lectrices	=	lectrice
lectricetje	=	lectrice
lectricetjes	=	lectrice
lectuur	noun	verwijst naar alles wat gelezen kan worden
lectuurbak	noun	bak voor het opbergen van tijdschriften en kranten
lectuurbakken	=	lectuurbak
lectuurtje	=	lectuur
lectuurtjes	=	lectuur
led	noun	elektronische lichtbron in de vorm van een diode die licht uitstraalt
ledarmaturen	=	ledarmatuur
ledarmatuur	noun	armatuur voor een ledlamp
ledchip	noun	klein schijfje halfgeleiderkristal met diodes dat licht geeft als er spanning op gezet wordt
ledchips	=	ledchip
lede	=	leed
ledekant	=	ledikant
ledeken	=	lid
ledemaat	noun	een aan de romp aanhangend onderdeel van het lichaam dat door spieren bewogen kan worden en dat uit verscheidene geledingen bestaat
ledemaatje	=	ledemaat
ledemaatjes	=	ledemaat
ledematen	=	ledemaat
leden	=	lid
ledenaantal	noun	aantal mensen dat lid is van een vereniging of club
ledenaantallen	=	ledenaantal
ledenadministratie	noun	de plaats waar gegevens van de leden van een vereniging worden vastgelegd
ledenadministraties	=	ledenadministratie
ledenbestand	noun	bestand met de gegevens over de leden van een vereniging of organisatie
ledenbestanden	=	ledenbestand
ledenblaadje	=	ledenblad
ledenblaadjes	=	ledenblad
ledenblad	noun	tijdschrift dat leden van een vereniging ontvangen
ledenbladen	=	ledenblad
ledencongres	noun	grote vergadering van de leden van een vereniging of politieke partij
ledencongressen	=	ledencongres
ledengeld	=	lidgeld
ledenlijst	noun	lijst van leden, m.n. van een vereniging
ledenlijsten	=	ledenlijst
ledenlijstje	=	ledenlijst
ledenlijstjes	=	ledenlijst
ledenman	noun	houten model van een mens met beweegbare ledematen die in diverse houdingen gezet kan worden
ledenmannen	=	ledenman
ledenmannetje	=	ledenman
ledenmannetjes	=	ledenman
ledenpagina	noun	afgeschermde webpagina die alleen voor leden of abonnees bereikbaar is
ledenpagina's	=	ledenpagina
ledenpaginaatje	=	ledenpagina
ledenpaginaatjes	=	ledenpagina
ledenpop	noun	pop met beweegbare leden, gebruikt om mensen na te bootsen, bv. bij botsproeven in auto's etc.
ledenpopje	=	ledenpop
ledenpopjes	=	ledenpop
ledenpoppen	=	ledenpop
ledenpoppetje	=	ledenpop
ledenpoppetjes	=	ledenpop
ledenraad	noun	raad die de leden van een vereniging vertegenwoordigt
ledenraadje	=	ledenraad
ledenraadjes	=	ledenraad
ledenraadpleging	noun	de keer dat men de leden vraagt hun mening over een bepaalde kwestie te geven
ledenraadplegingen	=	ledenraadpleging
ledenraadpleginkje	=	ledenraadpleging
ledenraadpleginkjes	=	ledenraadpleging
ledenraden	=	ledenraad
ledenradiator	noun	uit verticale geledingen bestaande radiator
ledenradiatoren	=	ledenradiator
ledenradiators	=	ledenradiator
ledenradiatortje	=	ledenradiator
ledenradiatortjes	=	ledenradiator
ledenstop	noun	het niet meer aannemen van nieuwe leden voor een club, vereniging etc.
ledenstops	=	ledenstop
ledental	noun	het aantal leden die aangesloten zijn bij een organisatie
ledentallen	=	ledental
ledenvergadering	noun	vergadering van de leden van een vereniging
ledenvergaderingen	=	ledenvergadering
ledenwerfactie	noun	georganiseerde poging van een vereniging of organisatie om nieuwe leden te werven, door middel van wervende, doelgerichte activiteiten.
ledenwerfacties	=	ledenwerfactie
ledenwerfactietje	=	ledenwerfactie
ledenwerfactietjes	=	ledenwerfactie
ledenwerving	noun	de werving van nieuwe leden
ledenwervingen	=	ledenwerving
ledenwervingspagina	noun	webpagina met als doel potentiële leden te informeren en te overtuigen om zich aan te sluiten bij een vereniging, organisatie of club
ledenwervingspagina's	=	ledenwervingspagina
ledenwervingspaginaatje	=	ledenwervingspagina
ledenwervingspaginaatjes	=	ledenwervingspagina
ledepop	=	ledenpop
leder	noun	leer
lederboktor	noun	Prionus coriarius een kever uit de familie boktorren (Cerambycidae)
lederboktorren	=	lederboktor
lederboktorretje	=	lederboktor
lederboktorretjes	=	lederboktor
ledere	=	leed
lederen	adj	van leder vervaardigd
lederhose	noun	korte leren broek met bretels als deel van een Duitse klederdracht
lederhosen	=	lederhose
lederhosetje	=	lederhose
lederhosetjes	=	lederhose
lederhuid	noun	huidlaag die onmiddellijk onder de opperhuid ligt
lederhuiden	=	lederhuid
lederhuidje	=	lederhuid
lederhuidjes	=	lederhuid
lederkop	noun	dier met leerachtige kop
lederkopje	=	lederkop
lederkopjes	=	lederkop
lederkoppen	=	lederkop
lederkoralen	noun	een familie Alcyoniidae van kolonievormende bloemdieren.
lederlooien	=	leerlooien
lederlooier	=	leerlooier
lederlooierij	=	leerlooierij
ledermosdiertje	noun	Membranipora membranacea een mosdiertjessoort uit de familie van de Membraniporidae.
ledermosdiertjes	=	ledermosdiertje
leders	=	leed
lederschallebijter	noun	Carabus coriaceus een kever uit de familie der loopkevers (Carabidae).
lederschallebijters	=	lederschallebijter
lederschallebijtertje	=	lederschallebijter
lederschallebijtertjes	=	lederschallebijter
lederschildpad	noun	Dermochelys coriacea de grootste in zee levende schildpad uit de familie lederschildpadden (Dermochelyidae).
lederschildpadden	noun	een familie Dermochelyidae van schildpadden.
lederschildpadje	=	lederschildpad
lederschildpadjes	=	lederschildpad
lederslakkenloopkever	noun	Cychrus caraboides een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
lederslakkenloopkevers	=	lederslakkenloopkever
lederslakkenloopkevertje	=	lederslakkenloopkever
lederslakkenloopkevertjes	=	lederslakkenloopkever
ledertje	=	leder
lederwaar	noun	producten gemaakt van leer
lederwaren	=	lederwaar
ledig	adj	leeg, zonder inhoud
ledigde	=	ledigen
ledigden	=	ledigen
ledige	=	ledigen
ledigen	verb	de inhoud volledig verwijderen
ledigend	=	ledigen
ledigende	=	ledigen
lediger	=	ledig
ledigere	=	ledig
ledigers	=	ledig
lediggang	noun	geen bezigheden hebben
lediggangen	=	lediggang
ledigheden	=	ledigheid
ledigheid	noun	het niets doen, het niets te doen hebben
lediging	noun	keer dat men iets leeg maakt
ledigingen	=	lediging
ledigingetje	=	lediging
ledigingetjes	=	lediging
ledigs	=	ledig
ledigst	=	ledig
ledigste	=	ledig
ledigt	=	ledigen
ledikant	noun	een bed
ledikanten	=	ledikant
ledikantje	=	ledikant
ledikantjes	=	ledikant
ledje	=	led
ledjes	=	led
ledlamp	noun	een verlichtingseenheid gebaseerd op lichtgevende diodes
ledlampen	=	ledlamp
ledlampje	=	ledlamp
ledlampjes	=	ledlamp
leds	=	led
ledverlichting	noun	energiezuinige verlichting waarbij men gebruik maakt van licht-emitterende diodes
ledverlichtingen	=	ledverlichting
lee	noun	lende
leebraak	=	leebraken
leebraakt	=	leebraken
leebraakte	=	leebraken
leebraakten	=	leebraken
leebrake	=	leebraken
leebraken	verb|obsolete	martelen door het breken van ledematen
leebrakend	=	leebraken
leebrakende	=	leebraken
leed	noun	verdriet en pijn	adj	onaangenaam
leedconcurrentie	noun	vergelijking van verschillende droevige situaties, waardoor verdriet over een specifieke situatie niet tot zijn recht komt
leeder	=	ladder
leedgras	noun	gras van de soort Elytrigia repens
leedrecreant	noun	iemand die afkomt op een ongeluk of nog liever ramp
leedrecreanten	=	leedrecreant
leeds	=	leed
leedst	=	leed
leedste	=	leed
leedt	=	lijden
leedtoevoeging	noun	een begrip uit het recht en de ethiek dat verwijst naar het bewust berokkenen van nadeel, pijn of ongemak aan een persoon als reactie op een (strafbaar) feit.
leedtoevoegingen	=	leedtoevoeging
leedtoevoeginkje	=	leedtoevoeging
leedtoevoeginkjes	=	leedtoevoeging
leedvermaak	noun	het genoegen scheppen in het leed van een ander
leedwezen	noun	verdriet, spijt
leef	=	leven
leefbaar	adj	geschikt om in te leven
leefbaarder	=	leefbaar
leefbaardere	=	leefbaar
leefbaarders	=	leefbaar
leefbaarheden	=	leefbaarheid
leefbaarheid	noun	de mate waarin iets leefbaar is; de mate waarin je ergens prettig kunt wonen
leefbaars	=	leefbaar
leefbaarst	=	leefbaar
leefbaarste	=	leefbaar
leefbare	=	leefbaar
leefde	=	leven
leefden	=	leven
leefgebied	noun	gebied waar een dier- of plantensoort leeft
leefgebieden	=	leefgebied
leefgebiedje	=	leefgebied
leefgebiedjes	=	leefgebied
leefgeld	noun	een benaming voor het bedrag dat nodig is voor een een- of meerpersoonshuishouden om van te kunnen leven, dat wil zeggen: eten, drinken en persoonlijke verzorging maar ook voor genotsmiddelen en kosten voor huisdieren
leefgelden	=	leefgeld
leefgemeenschap	noun	groep mensen die samenleven
leefgemeenschapje	=	leefgemeenschap
leefgemeenschappen	=	leefgemeenschap
leefgenot	noun	het plezier dat je beleeft door ergens te leven
leefgewoonte	noun	manier waarop men gewend is te leven; het vaste gedrag van een levend organisme
leefgewoonten	=	leefgewoonte
leefgewoontes	=	leefgewoonte
leefgroep	noun	leefgemeenschap
leefgroepen	=	leefgroep
leefgroepje	=	leefgroep
leefgroepjes	=	leefgroep
leefhoek	noun	de woonkamer exclusief de eethoek
leefhoeken	=	leefhoek
leefhouding	noun	de manier waarop je in het leven staat en hoe je met situaties, gebeurtenissen en andere mensen omgaat.
leefhoudingen	=	leefhouding
leefhoudinkje	=	leefhouding
leefhoudinkjes	=	leefhouding
leefkamer	noun	een kamer die primair is ingericht om in te wonen en bezoek te ontvangen
leefkamers	=	leefkamer
leefkamertje	=	leefkamer
leefkamertjes	=	leefkamer
leefklimaat	noun	het geheel van omstandigheden waarin men moet leven
leefklimaatje	=	leefklimaat
leefklimaatjes	=	leefklimaat
leefklimaten	=	leefklimaat
leefkuil	noun	verlaagd gedeelte in een woonkamer waar men kan zitten
leefkuilen	=	leefkuil
leeflaag	noun	bovenste deel van de bodem waarin planten, dieren en micro-organismen leven
leeflaagje	=	leeflaag
leeflaagjes	=	leeflaag
leeflaagmethode	noun	methode voor het saneren van de bodem door de vervuilde laag grond af te dekken met een schone laag
leeflaagmethoden	=	leeflaagmethode
leeflaagmethodes	=	leeflaagmethode
leeflaagmethodetje	=	leeflaagmethode
leeflaagmethodetjes	=	leeflaagmethode
leeflagen	=	leeflaag
leeflonen	=	leefloon
leefloner	noun	iemand die van een leefloon moet rondkomen
leefloners	=	leefloner
leeflonertje	=	leefloner
leeflonertjes	=	leefloner
leefloon	noun	uitkering die iemand krijgt die geen ander inkomen of bezit heeft
leefloontje	=	leefloon
leefloontjes	=	leefloon
leefmilieu	noun	leefomgeving
leefmilieus	=	leefmilieu
leefmilieutje	=	leefmilieu
leefmilieutjes	=	leefmilieu
leefnet	noun	een langwerpig fijnmazig net met als doel de gevangen vis een poosje te bewaren, rond of vierkant van vorm met een gesloten bodem en een vernauwing aan de bovenzijde
leefnetje	=	leefnet
leefnetjes	=	leefnet
leefnetten	=	leefnet
leefomgeving	noun	habitat, leefgebied, standplaats, biotoop, niche
leefomgevingen	=	leefomgeving
leefomgevinkje	=	leefomgeving
leefomstandigheden	noun	omgevings factoren waaronder een levend organisme leeft
leefomstandigheid	noun	geheel van de dingen die het dagelijks bestaan verbeteren of verslechteren
leefomstandigheidje	=	leefomstandigheid
leefregel	noun	regel waar iemand zich aan probeert te houden
leefregels	=	leefregel
leefregeltje	=	leefregel
leefregeltjes	=	leefregel
leefritme	noun	de regelmatige afwisseling van rust en activiteit, waken en slapen in het leven van een organisme
leefritmes	=	leefritme
leefruimte	noun	voldoende ruimte om aangenaam te leven
leefruimten	=	leefruimte
leefruimtes	=	leefruimte
leefsfeer	noun	de omgeving, zowel sociaal, cultureel als fysiek, waarin men leeft
leefsfeertje	=	leefsfeer
leefsfeertjes	=	leefsfeer
leefsferen	=	leefsfeer
leefsituatie	noun	leefbaarheid
leefsituaties	=	leefsituatie
leefsituatietje	=	leefsituatie
leefsituatietjes	=	leefsituatie
leefstijl	noun	manier van leven
leefstijlcoach	noun	iemand die adviezen geeft op het gebied van voeding en beweging
leefstijlcoaches	=	leefstijlcoach
leefstijlen	=	leefstijl
leefstijlprogramma	noun	een serie samenhangende handelingen die gericht is op het verbeteren van de manier van leven
leefstijlprogramma's	=	leefstijlprogramma
leefstijlprogrammaatje	=	leefstijlprogramma
leefstijlprogrammaatjes	=	leefstijlprogramma
leefstijltje	=	leefstijl
leefstijltjes	=	leefstijl
leeft	=	leven
leeftijd	noun	de tijd dat iemand leeft of geleefd heeft, het totaal aantal levensjaren
leeftijdafhankelijk	adj	geheel of gedeeltelijk bepaald door de kalenderleeftijd van iets of iemand
leeftijdafhankelijke	=	leeftijdafhankelijk
leeftijdafhankelijker	=	leeftijdafhankelijk
leeftijdafhankelijkere	=	leeftijdafhankelijk
leeftijdafhankelijkers	=	leeftijdafhankelijk
leeftijdafhankelijks	=	leeftijdafhankelijk
leeftijdafhankelijkst	=	leeftijdafhankelijk
leeftijdafhankelijkste	=	leeftijdafhankelijk
leeftijden	=	leeftijd
leeftijdgebonden	=	leeftijdsgebonden
leeftijdgenoot	noun	iemand die ongeveer even oud is
leeftijdgenootje	=	leeftijdgenoot
leeftijdgenootjes	=	leeftijdgenoot
leeftijdgenoten	=	leeftijdgenoot
leeftijdgrens	noun	een door de kalenderleeftijd bepaalde scheidslijn
leeftijdgrenzen	=	leeftijdgrens
leeftijdje	=	leeftijd
leeftijdjes	=	leeftijd
leeftijdloos	adj	zonder bepaalde leeftijd
leeftijdloost	=	leeftijdloos
leeftijdlooste	=	leeftijdloos
leeftijdloze	=	leeftijdloos
leeftijdlozer	=	leeftijdloos
leeftijdlozere	=	leeftijdloos
leeftijdlozers	=	leeftijdloos
leeftijdsaanduiding	noun	een term of grens die een specifieke levensfase of leeftijdscategorie definieert, zoals 'peuter' (1-2 jaar) of 'minderjarige' (<18 jaar).
leeftijdsaanduidingen	=	leeftijdsaanduiding
leeftijdsaanduidinkje	=	leeftijdsaanduiding
leeftijdsaanduidinkjes	=	leeftijdsaanduiding
leeftijdsafhankelijk	adj	geheel of gedeeltelijk bepaald door de kalenderleeftijd van iets of iemand
leeftijdsafhankelijke	=	leeftijdsafhankelijk
leeftijdsafhankelijker	=	leeftijdsafhankelijk
leeftijdsafhankelijkere	=	leeftijdsafhankelijk
leeftijdsafhankelijkers	=	leeftijdsafhankelijk
leeftijdsafhankelijks	=	leeftijdsafhankelijk
leeftijdsafhankelijkst	=	leeftijdsafhankelijk
leeftijdsafhankelijkste	=	leeftijdsafhankelijk
leeftijdscategorie	noun	een groep die bepaald wordt door de leeftijd van de leden van die groep
leeftijdscategorieën	=	leeftijdscategorie
leeftijdscrises	=	leeftijdscrisis
leeftijdscrisis	noun	een leeftijdgebonden probleem in het leven
leeftijdscrisisje	=	leeftijdscrisis
leeftijdscrisisjes	=	leeftijdscrisis
leeftijdscrisissen	=	leeftijdscrisis
leeftijdsdiscriminatie	noun	het ten onrechte onderscheid maken tussen mensen op basis van leeftijd
leeftijdsdiscriminaties	=	leeftijdsdiscriminatie
leeftijdsgebonden	adj	afhankelijk van hoe oud iemand is
leeftijdsgebondener	=	leeftijdsgebonden
leeftijdsgebondeners	=	leeftijdsgebonden
leeftijdsgebondens	=	leeftijdsgebonden
leeftijdsgebondenst	=	leeftijdsgebonden
leeftijdsgebondenste	=	leeftijdsgebonden
leeftijdsgenoot	noun	iemand van ongeveer dezelfde leeftijd
leeftijdsgenootje	=	leeftijdsgenoot
leeftijdsgenootjes	=	leeftijdsgenoot
leeftijdsgenote	=	leeftijdsgenoot
leeftijdsgenoten	=	leeftijdsgenoot
leeftijdsgrens	noun	een door de kalenderleeftijd bepaalde scheidslijn
leeftijdsgrenzen	=	leeftijdsgrens
leeftijdsgroep	noun	een groep met leden die vallen binnen de gestelde leeftijdsgrenzen
leeftijdsgroepen	=	leeftijdsgroep
leeftijdsgroepje	=	leeftijdsgroep
leeftijdsgroepjes	=	leeftijdsgroep
leeftijdsklasse	noun	categorie mensen of dieren die gekenmerkt wordt door het hebben van een leeftijd boven een ondergrens en/of onder een bovengrens
leeftijdsklassen	=	leeftijdsklasse
leeftijdslimiet	noun	in regelgeving vastgelegd aantal levensjaren dat je minimaal moet of maximaal mag hebben
leeftijdslimieten	=	leeftijdslimiet
leeftijdsloos	adj	zonder bepaalde leeftijd
leeftijdsloost	=	leeftijdsloos
leeftijdslooste	=	leeftijdsloos
leeftijdsloze	=	leeftijdsloos
leeftijdslozer	=	leeftijdsloos
leeftijdslozere	=	leeftijdsloos
leeftijdslozers	=	leeftijdsloos
leeftijdsmunt	noun	munstuk voor mensen boven de 18 jaar waarmee ze een sigarettenautomaat kunnen gebruiken die voor jongeren is geblokkeerd
leeftijdsmunten	=	leeftijdsmunt
leeftijdsmuntje	=	leeftijdsmunt
leeftijdsmuntjes	=	leeftijdsmunt
leeftijdsonderscheid	noun	onderscheid dat wordt gemaakt vanwege het behoren tot een bepaalde klasse
leeftijdsonderscheiden	=	leeftijdsonderscheid
leeftijdsopbouw	noun	samenstelling van een groep ingedeeld naar ouderdom van de leden van die groep
leeftijdsopbouwen	=	leeftijdsopbouw
leeftijdsverbod	noun	wettelijke beperking die bepaalt dat je bepaalde producten, diensten, activiteiten, of plekken pas mag gebruiken of betreden vanaf een bepaalde leeftijd
leeftijdsverboden	=	leeftijdsverbod
leeftijdsverbodje	=	leeftijdsverbod
leeftijdsverbodjes	=	leeftijdsverbod
leeftijdsverschil	noun	de ongelijkheid van de leeftijd; het onderscheid in leeftijd
leeftijdsverschillen	=	leeftijdsverschil
leeftijdsverschilletje	=	leeftijdsverschil
leeftijdsverschilletjes	=	leeftijdsverschil
leeftocht	noun	spijs en drank (met name die levensmiddelen die men op reis meeneemt)
leeftochten	=	leeftocht
leefvorm	noun	een manier van samenleven
leefvormen	=	leefvorm
leefwereld	noun	dat deel van de wereld waarin men leeft volgens het eigen gevoel
leefwerelden	=	leefwereld
leefwereldje	=	leefwereld
leefwereldjes	=	leefwereld
leefwijze	noun	manier van leven
leefwijzen	=	leefwijze
leeg	adj	zonder inhoud
leegat	=	leegeten
leegaten	=	leegeten
leegblaas	=	leegblazen
leegblaast	=	leegblazen
leegblaze	=	leegblazen
leegblazen	verb	door blazen ledigen
leegblazend	=	leegblazen
leegblazende	=	leegblazen
leegblies	=	leegblazen
leegbliezen	=	leegblazen
leegbloed	=	leegbloeden
leegbloedde	=	leegbloeden
leegbloedden	=	leegbloeden
leegbloede	=	leegbloeden
leegbloeden	verb	alle bloed verliezen
leegbloedend	=	leegbloeden
leegbloedende	=	leegbloeden
leegbloedt	=	leegbloeden
leegde	=	legen
leegden	=	legen
leegdrink	=	leegdrinken
leegdrinke	=	leegdrinken
leegdrinken	verb	de inhoud van iets geheel opdrinken
leegdrinkend	=	leegdrinken
leegdrinkende	=	leegdrinken
leegdrinkt	=	leegdrinken
leegdronk	=	leegdrinken
leegdronke	=	leegdrinken
leegdronken	=	leegdrinken
leegdronkt	=	leegdrinken
leegeet	=	leegeten
leegete	=	leegeten
leegeten	verb	door te eten opmaken
leegetend	=	leegeten
leegetende	=	leegeten
leegganger	noun	iemand die niets nuttigs doet, iemand die liever lui dan moe is
leeggangers	=	leegganger
leeggeblazen	=	leegblazen
leeggebloed	=	leegbloeden
leeggebloede	=	leegbloeden
leeggedronken	=	leegdrinken
leeggegeten	=	leegeten
leeggegoten	=	leeggieten
leeggehaald	=	leeghalen
leeggehaalde	=	leeghalen
leeggehamsterd	adj	zonder winkelvoorraad, doordat klanten die dreigende schaarste vrezen meer hebben ingekocht om zelf een voorraad te hebben
leeggehamsterde	=	leeghamsteren
leeggehamsterds	=	leeggehamsterd
leeggekocht	=	leegkopen
leeggekochte	=	leegkopen
leeggelopen	=	leeglopen
leeggemaakt	=	leegmaken
leeggemaakte	=	leegmaken
leeggemalen	=	leegmalen
leeggeplukt	=	leegplukken
leeggeplunderd	=	leegplunderen
leeggeplunderde	=	leegplunderen
leeggepompt	=	leegpompen
leeggepompte	=	leegpompen
leeggereden	=	leegrijden
leeggeroofd	=	leegroven
leeggeroofde	=	leegroven
leeggeruimd	=	leegruimen
leeggeruimde	=	leegruimen
leeggeschonken	=	leegschenken
leeggeschoten	=	leegschieten
leeggeschraapt	=	leegschrapen
leeggespoten	=	leegspuiten
leeggestaan	=	leegstaan
leeggestolen	=	leegstelen
leeggestroomd	=	leegstromen
leeggezogen	=	leegzuigen
leeggiet	=	leeggieten
leeggiete	=	leeggieten
leeggieten	verb	door te gieten een vloeibare inhoud verwijderen
leeggietend	=	leeggieten
leeggietende	=	leeggieten
leeggoed	noun	de verpakking waarvoor geld wordt betaald en men terugkrijgt bij inleveren van die verpakking
leeggoot	=	leeggieten
leeggote	=	leeggieten
leeggoten	=	leeggieten
leeghaal	=	leeghalen
leeghaalde	=	leeghalen
leeghaalden	=	leeghalen
leeghaalt	=	leeghalen
leeghale	=	leeghalen
leeghalen	verb	alles ergens uit weghalen
leeghalend	=	leeghalen
leeghalende	=	leeghalen
leeghamsteren	verb	het door hamsteren helemaal of grotendeels leeg kopen van een winkel
leegheden	=	leegheid
leegheid	noun	iets wat zonder betekenis of enige belangrijke inhoud is, iets nietszeggends
leeghoofd	noun|figurative	iemand zonder hersens, een dom en oppervlakkig persoon
leeghoofden	=	leeghoofd
leeghoofdig	adj	van personen dat er geen gedachten zijn, waar niets inzit
leeghoofdige	=	leeghoofdig
leeghoofdiger	=	leeghoofdig
leeghoofdigere	=	leeghoofdig
leeghoofdigers	=	leeghoofdig
leeghoofdigs	=	leeghoofdig
leeghoofdigst	=	leeghoofdig
leeghoofdigste	=	leeghoofdig
leeghoofdje	=	leeghoofd
leeghoofdjes	=	leeghoofd
leegkap	noun	persoon zonder haar op zijn of haar hoofd
leegkapje	=	leegkap
leegkapjes	=	leegkap
leegkappen	=	leegkap
leegkocht	=	leegkopen
leegkochten	=	leegkopen
leegkoop	=	leegkopen
leegkoopt	=	leegkopen
leegkope	=	leegkopen
leegkopen	verb	zo lang kopen tot alles gekocht is
leegkopend	=	leegkopen
leegkopende	=	leegkopen
leegliep	=	leeglopen
leegliepe	=	leeglopen
leegliepen	=	leeglopen
leegliept	=	leeglopen
leegloop	noun	de tijd dat een productiemiddel geen productie levert
leegloopt	=	leeglopen
leeglope	=	leeglopen
leeglopen	verb	geleidelijk zijn inhoud verliezen
leeglopend	=	leeglopen
leeglopende	=	leeglopen
leegloper	noun	een nutteloos, waardeloos persoon
leeglopers	=	leegloper
leegmaak	=	leegmaken
leegmaakt	=	leegmaken
leegmaakte	=	leegmaken
leegmaakten	=	leegmaken
leegmaal	=	leegmalen
leegmaalde	=	leegmalen
leegmaalden	=	leegmalen
leegmaalt	=	leegmalen
leegmake	=	leegmaken
leegmaken	verb	alle inhoud uit iets verwijderen
leegmakend	=	leegmaken
leegmakende	=	leegmaken
leegmale	=	leegmalen
leegmalen	verb	door malen leegmaken
leegmalend	=	leegmalen
leegmalende	=	leegmalen
leegpluk	=	leegplukken
leegplukke	=	leegplukken
leegplukken	verb	net zo lang plukken tot er niets meer is
leegplukkend	=	leegplukken
leegplukkende	=	leegplukken
leegplukt	=	leegplukken
leegplukte	=	leegplukken
leegplukten	=	leegplukken
leegplunder	=	leegplunderen
leegplunderde	=	leegplunderen
leegplunderden	=	leegplunderen
leegplundere	=	leegplunderen
leegplunderen	verb	plunderen tot er in de plaats niets meer te plunderen valt
leegplunderend	=	leegplunderen
leegplunderende	=	leegplunderen
leegplundert	=	leegplunderen
leegpomp	=	leegpompen
leegpompe	=	leegpompen
leegpompen	verb	door pompen leegmaken
leegpompend	=	leegpompen
leegpompende	=	leegpompen
leegpompt	=	leegpompen
leegpompte	=	leegpompen
leegpompten	=	leegpompen
leegreden	=	leegrijden
leegreed	=	leegrijden
leegrij	=	leegrijden
leegrijd	=	leegrijden
leegrijde	=	leegrijden
leegrijden	verb	door rijden leegmaken
leegrijdend	=	leegrijden
leegrijdende	=	leegrijden
leegrijdt	=	leegrijden
leegroof	=	leegroven
leegroofde	=	leegroven
leegroofden	=	leegroven
leegrooft	=	leegroven
leegrove	=	leegroven
leegroven	verb	inbreken en daarna alles plunderen wat er maar te plunderen valt
leegrovend	=	leegroven
leegrovende	=	leegroven
leegruim	=	leegruimen
leegruimde	=	leegruimen
leegruimden	=	leegruimen
leegruime	=	leegruimen
leegruimen	verb	een ruimte leegmaken
leegruimend	=	leegruimen
leegruimende	=	leegruimen
leegruimt	=	leegruimen
leegs	=	leeg
leegschenk	=	leegschenken
leegschenke	=	leegschenken
leegschenken	verb	door schenken leegmaken
leegschenkend	=	leegschenken
leegschenkende	=	leegschenken
leegschenkt	=	leegschenken
leegschiet	=	leegschieten
leegschiete	=	leegschieten
leegschieten	verb	door te vuren alle munitie die in een vuurwapen zit verbruiken
leegschietend	=	leegschieten
leegschietende	=	leegschieten
leegschonk	=	leegschenken
leegschonken	=	leegschenken
leegschoot	=	leegschieten
leegschoten	=	leegschieten
leegschraap	=	leegschrapen
leegschraapt	=	leegschrapen
leegschraapte	=	leegschrapen
leegschraapten	=	leegschrapen
leegschrape	=	leegschrapen
leegschrapen	verb	door krabben grondig ontdoen van inhoud
leegschrapend	=	leegschrapen
leegschrapende	=	leegschrapen
leegspoot	=	leegspuiten
leegspoten	=	leegspuiten
leegspuit	=	leegspuiten
leegspuite	=	leegspuiten
leegspuiten	verb	snel leeg maken door een vloeistof met kracht ergens uit te (laten) drukken
leegspuitend	=	leegspuiten
leegspuitende	=	leegspuiten
leegst	=	leeg
leegsta	=	leegstaan
leegstaalt	=	leegstelen
leegstaan	verb	onbewoond zijn
leegstaand	=	leegstaan
leegstaat	=	leegstaan
leegstal	=	leegstelen
leegstalen	=	leegstelen
leegstand	noun	het leegstaan
leegstanden	=	leegstand
leegste	=	leeg
leegsteel	=	leegstelen
leegsteelt	=	leegstelen
leegstele	=	leegstelen
leegstelen	verb	tot en met het laatst mogelijke item stelen uit
leegstelend	=	leegstelen
leegstelende	=	leegstelen
leegstond	=	leegstaan
leegstonden	=	leegstaan
leegstrome	=	leegstromen
leegstromen	verb	het weggaan van een vloeistof uit een ruimte
leegstromend	=	leegstromen
leegstromende	=	leegstromen
leegstroom	=	leegstromen
leegstroomde	=	leegstromen
leegstroomden	=	leegstromen
leegstroomt	=	leegstromen
leegt	=	legen
leegte	noun	het leeg en verlaten zijn
leegten	=	leegte
leegtes	=	leegte
leegtetje	=	leegte
leegtetjes	=	leegte
leegzogen	=	leegzuigen
leegzoog	=	leegzuigen
leegzuig	=	leegzuigen
leegzuige	=	leegzuigen
leegzuigen	verb	zo lang zuigen tot iets leeg is, helemaal uitzuigen
leegzuigend	=	leegzuigen
leegzuigende	=	leegzuigen
leegzuigt	=	leegzuigen
leek	noun	iemand die niet deskundig is op een bepaald gebied
leekje	=	leek
leekjes	=	leek
leeks	=	leek
leekst	=	leek
leekste	=	leek
leekt	=	lijken
leekte	=	lijken
leekten	=	lijken
leel	noun	nacht van
leelijk	=	lelijk
leem	noun	sparre-, dennennaald, naald van een conifeer
leemaarde	noun	grondsoort die lijkt op leem en die men in Zuid-Limburg vindt
leemachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van leem
leemachtige	=	leemachtig
leemachtiger	=	leemachtig
leemachtigere	=	leemachtig
leemachtigers	=	leemachtig
leemachtigs	=	leemachtig
leemachtigst	=	leemachtig
leemachtigste	=	leemachtig
leeman	noun	pop met beweegbare ledematen
leemannen	=	leeman
leemans	=	leeman
leembruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8003 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8003 ( ).
leembruine	=	leembruin
leembruins	=	leembruin
leemde	=	lemen
leemden	=	lemen
leemgravertje	noun	Dyschirius intermedius een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
leemgravertjes	=	leemgravertje
leemgrond	noun	gebied met kleiachtige grond; een grondsoort fijner dan zand
leemgronden	=	leemgrond
leemhoed	noun	een paddenstoel uit de familie Strophariaceae waarvan het vruchtlichaam leemkleurig is
leemhoeden	=	leemhoed
leemhoedje	=	leemhoed
leemhoedjes	=	leemhoed
leemhoudend	adj	leem bevattend
leemhoudende	=	leemhoudend
leemhoudender	=	leemhoudend
leemhoudendere	=	leemhoudend
leemhoudenders	=	leemhoudend
leemhoudends	=	leemhoudend
leemhoudendst	=	leemhoudend
leemhoudendste	=	leemhoudend
leemklauwtjesmos	noun	een soort Calliergonella lindbergii uit het geslacht puntmos (Calliergonella).
leemklauwtjesmosje	=	leemklauwtjesmos
leemklauwtjesmosjes	=	leemklauwtjesmos
leemklauwtjesmossen	=	leemklauwtjesmos
leemknotszwam	noun	Clavaria krieglsteineri een schimmel behorend tot de familie Clavariaceae.
leemknotszwammen	=	leemknotszwam
leemknotszwammetje	=	leemknotszwam
leemknotszwammetjes	=	leemknotszwam
leemkuil	noun	kuil waaruit men leem wint of heeft gewonnen
leemkuilen	=	leemkuil
leemkuiltje	=	leemkuil
leemkuiltjes	=	leemkuil
leemmortel	noun	mortel van goed geknede leem, aangemengd met water (en varkenspis)
leemmortels	=	leemmortel
leemput	noun	een laagte ontstaan door het afgraven van leem voor bouwmateriaal (voor vloeren of voor de afwerking van vlechtwerkwanden) of voor de fabricage van bakstenen
leemputje	=	leemput
leemputjes	=	leemput
leemputten	=	leemput
leemt	=	lemen
leemte	noun	een plaats waar iets ontbreekt
leemten	=	leemte
leemtes	=	leemte
leemtetje	=	leemte
leemtetjes	=	leemte
leemvlekbladroller	noun	Cymolomia hartigiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
leemvlekbladrollers	=	leemvlekbladroller
leemvlekbladrollertje	=	leemvlekbladroller
leemvlekbladrollertjes	=	leemvlekbladroller
leemwesp	noun	insect uit de onderfamilie Eumeninae van de plooivleugelwespen (Vespidae).
leemwespen	noun	Eumeninae een onderfamilie van de plooivleugelwespen (Vespidae).
leemwespje	=	leemwesp
leemwespjes	=	leemwesp
leemwoestijn	noun	een woestijn die grotendeels uit opgedroogd leem bestaat.
leemwoestijnen	=	leemwoestijn
leemwoestijntje	=	leemwoestijn
leemwoestijntjes	=	leemwoestijn
leen	noun	onroerend goed (bijv. land, ambt of geldelijke inkomsten) dat door de leenheer voor genot en gebruik werd uitgeleend aan de vazal, in ruil voor een verplichting van persoonlijke trouw, militaire bijstand en belastinginkomsten
leenangst	noun	angst om geld te lenen; angst om schulden aan te gaan
leenauto	noun	auto die je kunt lenen van een garagebedrijf als ze jouw eigen auto repareren
leenauto's	=	leenauto
leencapaciteit	noun	de hoeveelheid geld die men kan lenen
leencapaciteiten	=	leencapaciteit
leende	=	lenen
leenden	=	lenen
leeneden	=	leeneed
leeneed	noun	eed van trouw die een vazal aflegt aan zijn leenheer
leenen	=	lenen
leenfiets	noun	een fiets die is uitgeleend of bedoeld is om uit te lenen
leenfietsen	=	leenfiets
leenfietsje	=	leenfiets
leenfietsjes	=	leenfiets
leengoed	noun	zaken die men te leen heeft en die men dus goed moet beheren en bewaren voor het nageslacht
leengoederen	=	leengoed
leenheer	noun	iemand die een gebied in leen geeft aan een leenman waarvoor hij persoonlijke trouw en militaire bijstand als tegenprestatie verlangt
leenheertje	=	leenheer
leenheren	=	leenheer
leenhof	noun	een gerechtshof dat gespecialiseerd is in het behandelen van zaken een lening betreffende
leenhofje	=	leenhof
leenhofjes	=	leenhof
leenhoven	=	leenhof
leening	=	lening
leenkerstbomen	=	leenkerstboom
leenkerstboom	noun	kerstboom die men na de feestdagen weer terugbrengt naar de kerstbomen kweker die de kerstboom in leven houdt tot het volgende seizoen
leenman	noun	iemand die een gebied van een hogere edele (de leenheer) in leen heeft gekregen in ruil voor militaire bijstand en persoonlijke trouw
leenmannen	=	leenman
leenmannetje	=	leenman
leenrecht	noun	het in leenzaken geldende recht
leenrechtelijk	adj	behorend tot, naar of volgens het leenrecht
leenrechtelijke	=	leenrechtelijk
leenrechtelijker	=	leenrechtelijk
leenrechtelijkere	=	leenrechtelijk
leenrechtelijkers	=	leenrechtelijk
leenrechtelijks	=	leenrechtelijk
leenrechtelijkst	=	leenrechtelijk
leenrechtelijkste	=	leenrechtelijk
leenrechten	=	leenrecht
leenrechtregeling	noun	de regeling die bepaald welke vergoeding bibliotheken moeten betalen voor werken die onder het auteursrecht vallen, zoals boeken, tijdschriften en cd-roms.
leenrechtregelingen	=	leenrechtregeling
leenrechtvergoeding	noun	de vergoeding die bibliotheken moeten betalen voor werken die onder het auteursrecht vallen, zoals boeken, tijdschriften en cd-roms.
leenrechtvergoedingen	=	leenrechtvergoeding
leenrechtvergoedinkje	=	leenrechtvergoeding
leenrechtvergoedinkjes	=	leenrechtvergoeding
leenroerig	adj	afkomstig en afhankelijk van een leenheer
leenroerige	=	leenroerig
leenroerigheden	=	leenroerigheid
leenroerigheid	noun	het leenroerig zijn
leenroerigs	=	leenroerig
leenschuld	noun	een schuld die men heeft gekregen omdat men geld heeft geleend
leenschulden	=	leenschuld
leenstelsel	noun	staatsvorm gebaseerd op een hiërarchie waarvan de leden elkaar eden van trouw zweren
leenstelsels	=	leenstelsel
leenstelseltje	=	leenstelsel
leenstelseltjes	=	leenstelsel
leent	=	lenen
leentje	=	leen
leentjes	=	leen
leenvergoeding	noun	een wettelijke vergoeding die publiek toegankelijke bibliotheken en andere instellingen betalen aan auteurs, illustratoren en uitgevers wanneer hun werken (boeken, cd's) worden uitgeleend.
leenvergoedingen	=	leenvergoeding
leenvergoedinkje	=	leenvergoeding
leenvergoedinkjes	=	leenvergoeding
leenverhouding	noun	verhouding van leenman tot leenheer en omgekeerd
leenverhoudingen	=	leenverhouding
leenverhoudinkje	=	leenverhouding
leenverhoudinkjes	=	leenverhouding
leenvertaling	noun	woord of vaste verbinding, gevormd door de onderdelen van een woord of vaste verbinding in andere taal stuk voor stuk letterlijk te vertalen
leenvertalingen	=	leenvertaling
leenvertalinkje	=	leenvertaling
leenvertalinkjes	=	leenvertaling
leenvorm	noun	soort kredietverlening
leenvormen	=	leenvorm
leenvormpje	=	leenvorm
leenvormpjes	=	leenvorm
leenvorst	noun	vorst als leenheer
leenvorsten	=	leenvorst
leenvrouwe	=	leenheer
leenwoord	noun	een woord dat door een taal uit een andere taal overgenomen is
leenwoorden	=	leenwoord
leenwoordje	=	leenwoord
leenwoordjes	=	leenwoord
leep	adj	sluw, slim, uitgeslapen, gewiekst, geslepen
leepheden	=	leepheid
leepheid	noun	het op een listige manier slim zijn
leepheidje	=	leepheid
leepogen	=	leepoog
leepoog	noun	oog waar vocht uit druppelt als teken van een ontsteking van de oogleden
leeps	=	leep
leepst	=	leep
leepste	=	leep
leer	noun	stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid.
leer-werkplaats	noun	plaats waar men kan leren en werken
leer-werkplaatsen	=	leer-werkplaats
leer-werktraject	noun	periode waarin je wordt geschoold in een vak waarin je ook al begonnen bent te werken
leer-werktrajecten	=	leer-werktraject
leeraar	=	leraar
leerachterstand	noun	achterstand van een leerling ten opzichte van het verwachte niveau
leerachterstanden	=	leerachterstand
leerachterstandje	=	leerachterstand
leerachterstandjes	=	leerachterstand
leerachtig	adj	op leer gelijkend
leerachtige	=	leerachtig
leerachtiger	=	leerachtig
leerachtigere	=	leerachtig
leerachtigers	=	leerachtig
leerachtigs	=	leerachtig
leerachtigst	=	leerachtig
leerachtigste	=	leerachtig
leeractiviteit	noun	een bezigheid die een leerproces in gang zet.
leeractiviteiten	=	leeractiviteit
leeraer	=	leraar
leerbaar	adj	gemakkelijk te leren, goed te leren
leerbaarder	=	leerbaar
leerbaardere	=	leerbaar
leerbaarders	=	leerbaar
leerbaarheden	=	leerbaarheid
leerbaarheid	noun	de mate waarin iets leerbaar is
leerbaars	=	leerbaar
leerbaarst	=	leerbaar
leerbaarste	=	leerbaar
leerbare	=	leerbaar
leerbewerking	noun	het geheel van processen waarmee dierenhuiden verwerkt worden tot schoenen, tassen, riemen en leren broeken
leerbewerkingen	=	leerbewerking
leerboek	noun	een boek bedoeld om er iets uit te leren
leerboeken	=	leerboek
leerboekje	=	leerboek
leerboekjes	=	leerboek
leerboy	noun	liefhebber, drager van leren kleding
leerboys	=	leerboy
leerboytje	=	leerboy
leerboytjes	=	leerboy
leercontract	noun	onderwijs voor leerlingen tussen de 16 en 25 jaar waarbij 1 dag per week theoretische onderwijs wordt gegeven en 4 dagen er een praktische beroepsopleiding is in een onderneming
leercontracten	=	leercontract
leerde	=	leren
leerden	=	leren
leerder	noun	iemand die leert
leerders	=	leerder
leerderswoordenboek	noun	eentalig woordenboek bedoeld voor hen die een taal niet als moedertaal hebben
leerderswoordenboeken	=	leerderswoordenboek
leerderswoordenboekje	=	leerderswoordenboek
leerderswoordenboekjes	=	leerderswoordenboek
leerdicht	noun	gedicht met pedagogische, belerende ondertoon
leerdichten	=	leerdicht
leerdichtje	=	leerdicht
leerdichtjes	=	leerdicht
leerdienst	noun	preek over een vraag uit de Heidelbergse catechismus
leerdiensten	=	leerdienst
leerdoel	noun	doelstelling waarin duidelijk en concreet is gespecificeerd wat men beoogt zichzelf of anderen eigen te maken op het gebied van kennis, inzichten en vaardigheden, hoe men zich dit eigen maakt en dient te tonen aan anderen
leerdoelen	=	leerdoel
leerdoeltje	=	leerdoel
leerdoeltjes	=	leerdoel
leeren	=	leren
leerfase	noun	periode waarin iemand of een systeem nieuwe vaardigheden, kennis of prestaties leert en optimaliseert
leerfasen	=	leerfase
leerfases	=	leerfase
leergang	noun	een samenhangend geheel van cursussen die over verschillende semesters heen gegeven worden
leergangen	=	leergang
leergangetje	=	leergang
leergangetjes	=	leergang
leergebied	noun	terrein waarop kennis en vaardigheden opgedaan worden
leergebieden	=	leergebied
leergebiedje	=	leergebied
leergebiedjes	=	leergebied
leergedrag	noun	gedrag nodig om iets te leren
leergeld	noun	geld dat men moet betalen om onderwijs te volgen
leergelden	=	leergeld
leergezag	noun	het recht hebben om te bepalen wat wel of niet tot de leer van de kerk behoort en die leer te verkondigen
leergierig	adj	het verlangen koesterend te leren
leergierige	=	leergierig
leergieriger	=	leergierig
leergierigere	=	leergierig
leergierigers	=	leergierig
leergierigheid	noun	het graag willen leren, de honger naar kennis
leergierigs	=	leergierig
leergierigst	=	leergierig
leergierigste	=	leergierig
leergraag	adj	met een sterke behoefte aan onderricht, met veel genoegen in het opdoen van kennis
leergraager	=	leergraag
leergraags	=	leergraag
leergraagst	=	leergraag
leergraagste	=	leergraag
leergrage	=	leergraag
leergrager	=	leergraag
leergragere	=	leergraag
leergragers	=	leergraag
leerhuis	noun	een gebouw waar men onderwijs kan ontvangen
leerhuisje	=	leerhuis
leerhuisjes	=	leerhuis
leerhuizen	=	leerhuis
leering	=	lering
leerjaar	noun	een cursusjaar, waarin een lesprogramma wordt gevolgd, een schooljaar
leerjaartje	=	leerjaar
leerjaren	=	leerjaar
leerjongen	noun	jongen die al werkend een vak of ambacht leert
leerjongens	=	leerjongen
leerjongetje	=	leerjongen
leerjongetjes	=	leerjongen
leerkaalkopje	noun	Deconica horizontalis een schimmel uit de familie Strophariaceae.
leerkaalkopjes	=	leerkaalkopje
leerklimaat	noun	heersende algemene omstandigheden waaronder leren mogelijk is
leerklimaatje	=	leerklimaat
leerklimaatjes	=	leerklimaat
leerklimaten	=	leerklimaat
leerkracht	noun	iemand die lesgeeft
leerkrachten	=	leerkracht
leerkrachtenwoning	noun	een woning die specifiek is gekoppeld aan of bestemd is voor onderwijzend personeel.
leerkrachtenwoningen	=	leerkrachtenwoning
leerkrachtenwoninkje	=	leerkrachtenwoning
leerkrachtenwoninkjes	=	leerkrachtenwoning
leerkrachtje	=	leerkracht
leerkrachtjes	=	leerkracht
leerkring	noun	zelfstandig deel van een opleidingscursus
leerkringen	=	leerkring
leerkringetje	=	leerkring
leerkringetjes	=	leerkring
leerlijn	noun	de samenhang en begrenzing (begin, eind en variatie) van de leerroutes die een leerling kan volgen in een opleiding
leerlijnen	=	leerlijn
leerling	noun	iemand die onderwijs volgt
leerling-kok	noun	persoon die een opleiding tot kok volgt
leerling-koks	=	leerling-kok
leerlingadministratie	noun	verplichte administratie die een school bijhoudt over al haar leerlingen, waarin persoonsgegevens, inschrijvingsgegevens, schoolresultaten, afwezigheid en financiële informatie worden vastgelegd
leerlingadministraties	=	leerlingadministratie
leerlingbegeleiding	noun	hulpverlening en geleide aan leerlingen op medisch, psychisch en pedagogisch gebied
leerlingbegeleidingen	=	leerlingbegeleiding
leerlingbegeleidinkje	=	leerlingbegeleiding
leerlingbegeleidinkjes	=	leerlingbegeleiding
leerlingbespreking	noun	een periodiek overleg tussen leerkrachten en onderwijsspecialisten om de ontwikkeling van een leerling te analyseren.
leerlingbesprekingen	=	leerlingbespreking
leerlingbesprekinkje	=	leerlingbespreking
leerlingbesprekinkjes	=	leerlingbespreking
leerlinge	noun	vrouwelijke vorm van leerling
leerlingen	=	leerling
leerlingenadministratie	noun	verplichte administratie die een school bijhoudt over al haar leerlingen, waarin persoonsgegevens, inschrijvingsgegevens, schoolresultaten, afwezigheid en financiële informatie worden vastgelegd
leerlingenadministraties	=	leerlingenadministratie
leerlingenbegeleiding	noun	combinatie van leiding geven, hulpverlening en observeren van leerlingen
leerlingenbegeleidingen	=	leerlingenbegeleiding
leerlingenbegeleidinkje	=	leerlingenbegeleiding
leerlingenbegeleidinkjes	=	leerlingenbegeleiding
leerlingenboek	noun	Lesboeken die bestemt zijn voor de leerlingen.
leerlingenboeken	=	leerlingenboek
leerlingenboekje	=	leerlingenboek
leerlingenboekjes	=	leerlingenboek
leerlingenparticipatie	noun	inspraak van leerlingen in het (voortgezet) onderwijs
leerlingenparticipaties	=	leerlingenparticipatie
leerlingenraad	noun	raad die bestaat uit door de leerlingen (uit leerlingen) gekozen vertegenwoordigers
leerlingenraadje	=	leerlingenraad
leerlingenraadjes	=	leerlingenraad
leerlingenraden	=	leerlingenraad
leerlingenvervoer	noun	vervoer van leerlingen van en naar school
leerlinges	=	leerlinge
leerlingetje	=	leerling
leerlingetjes	=	leerling
leerlinggebonden	adj	van een budget dat door de overheid wordt gegeven aan een school voor de opvang van kinderen met een geestelijke of lichamelijke aandoening
leerlinggebondener	=	leerlinggebonden
leerlinggebondeners	=	leerlinggebonden
leerlinggebondens	=	leerlinggebonden
leerlinggebondenst	=	leerlinggebonden
leerlinggebondenste	=	leerlinggebonden
leerlinggegeven	noun	een stukje informatie betreffende een leerling
leerlinggegevens	=	leerlinggegeven
leerlingschap	noun	het in de leer zijn om een ambacht te leren
leerlingvolgsysteem	noun	systeem om de de studievoortgang van een leerling vast te leggen
leerlingvolgsysteempje	=	leerlingvolgsysteem
leerlingvolgsysteempjes	=	leerlingvolgsysteem
leerlingvolgsystemen	=	leerlingvolgsysteem
leerlooi	=	leerlooien
leerlooide	=	leerlooien
leerlooiden	=	leerlooien
leerlooie	=	leerlooien
leerlooien	verb	huiden tot leder verwerken
leerlooiend	=	leerlooien
leerlooiende	=	leerlooien
leerlooier	noun	iemand die van een dierenhuid leer maakt
leerlooierij	noun	bedrijf waar men dieren huiden bewerkt tot leer
leerlooierijen	=	leerlooierij
leerlooiers	=	leerlooier
leerlooister	noun|historical	vrouw die dierenhuiden bewerkt tot leer
leerlooisters	=	leerlooister
leerlooit	=	leerlooien
leerlust	noun	het willen leren
leerlusten	=	leerlust
leermeester	noun	is een persoon die zijn vakkennis of expertise overdraagt aan zijn leerlingen, al of niet aan een onderwijsinrichting
leermeesteres	noun	vrouw die anderen onderwijst
leermeesteressen	=	leermeesteres
leermeesters	=	leermeester
leermeestertje	=	leermeester
leermeestertjes	=	leermeester
leermethode	noun	doordachte werkwijze om nieuwe kennis en vaardigheden te krijgen
leermethoden	=	leermethode
leermethodes	=	leermethode
leermiddel	noun	iets wat helpt om iets te leren
leermiddelen	=	leermiddel
leermos	noun	een geslacht Peltigera van ongeveer vijftig soorten bladvormige korstmossen behorend tot de familie Peltigeraceae
leermosje	=	leermos
leermosjes	=	leermos
leermossen	=	leermos
leerobject	noun	een logische ordening van herbruikbare bouwstenen uit het onderwijs.
leerobjecten	=	leerobject
leerobjectje	=	leerobject
leerobjectjes	=	leerobject
leeromgeving	noun	het totaal aan objecten rondom de lerende en de onderlinge relaties daartussen
leeromgevingen	=	leeromgeving
leeropbrengst	noun	Het effect van het leren
leeropbrengsten	=	leeropbrengst
leeropdracht	noun	het onderwerp of vak waarin een professor of hoogleraar geacht wordt onderwijs te geven en onderzoek te doen
leeropdrachten	=	leeropdracht
leeropdrachtje	=	leeropdracht
leeropdrachtjes	=	leeropdracht
leerovereenkomst	noun	overeenkomst met een bedrijf betreffende het leerlingstelsel
leerovereenkomsten	=	leerovereenkomst
leerovereenkomstje	=	leerovereenkomst
leerovereenkomstjes	=	leerovereenkomst
leerplan	noun	schema in de tijd van leeractiviteiten om vastgestelde leerdoelen te bereiken en de leerstof, leermiddelen, begeleiding en andere hulpbronnen die daartoe worden ingezet
leerplannen	=	leerplan
leerplannetje	=	leerplan
leerplannetjes	=	leerplan
leerplicht	noun	wettelijke verplichting tot het volgen van onderwijs
leerplichtambtenaar	noun	ambtenaar, belast met het toezicht op de uitvoering van de leerplichtwet
leerplichtambtenaars	=	leerplichtambtenaar
leerplichtambtenaartje	=	leerplichtambtenaar
leerplichtambtenaartjes	=	leerplichtambtenaar
leerplichtambtenaren	=	leerplichtambtenaar
leerplichten	=	leerplicht
leerplichtig	adj	het hebben van een leeftijd waardoor hij of zij verplicht is onderwijs te volgen
leerplichtige	=	leerplichtig
leerplichtiger	=	leerplichtig
leerplichtigere	=	leerplichtig
leerplichtigers	=	leerplichtig
leerplichtigs	=	leerplichtig
leerplichtigst	=	leerplichtig
leerplichtigste	=	leerplichtig
leerplichtverlenging	noun	verplichte extra onderwijstijd voor leerlingen om zich te ontwikkelen op gebieden waar zij van huis uit minder kansen krijgen
leerplichtverlengingen	=	leerplichtverlenging
leerplichtverlenginkje	=	leerplichtverlenging
leerplichtverlenginkjes	=	leerplichtverlenging
leerplichtwet	noun	wet die de leerplicht regelt
leerplichtwetten	=	leerplichtwet
leerprestatie	noun	resultaten die leerlingen behalen door het volgen van onderwijs
leerprestaties	=	leerprestatie
leerprobleem	noun	een obstakel in iemand's vermogen om zich, binnen een aanvaardbare termijn, kennis of vaardigheden eigen te maken
leerprobleempje	=	leerprobleem
leerprobleempjes	=	leerprobleem
leerproblemen	=	leerprobleem
leerproces	noun	het proces van het verwerven van kennis en vaardigheden
leerprocessen	=	leerproces
leerprogramma	noun	een aantal met elkaar samenhangende activiteiten die als doel hebben kennis en vaardigheden te verwerven
leerprogramma's	=	leerprogramma
leerprogrammaatje	=	leerprogramma
leerprogrammaatjes	=	leerprogramma
leerpsychologie	noun	psychologie van het leerproces
leerpunt	noun	een fout waarvan je kunt leren, zodat je hem in de toekomst niet meer maakt
leerpunten	=	leerpunt
leerrijk	adj	ruim gelegenheid biedend om kennis of vaardigheden op te doen
leerrijke	=	leerrijk
leerrijker	=	leerrijk
leerrijkere	=	leerrijk
leerrijkers	=	leerrijk
leerrijks	=	leerrijk
leerrijkst	=	leerrijk
leerrijkste	=	leerrijk
leerroute	noun	de weg die een lerende in het onderwijs aflegt om een opleiding af te ronden, bestaande uit leerdoelen en de stappen om die achtereenvolgens te bereiken
leerrouten	=	leerroute
leerroutes	=	leerroute
leerscene	noun	subcultuur van liefhebbers van het (op erotische wijze) dragen van leren kleding.
leerscenes	=	leerscene
leerscenetje	=	leerscene
leerscenetjes	=	leerscene
leerscholen	=	leerschool
leerschool	noun	plaats waar of omstandigheden waarin men zich in iets bekwaamt
leerschooltje	=	leerschool
leerschooltjes	=	leerschool
leerstellig	adj	betrekking hebbend op een of meer leerstellingen of dogma's
leerstellige	=	leerstellig
leerstelliger	=	leerstellig
leerstelligere	=	leerstellig
leerstelligers	=	leerstellig
leerstelligheden	=	leerstelligheid
leerstelligheid	noun	het leerstellig zijn
leerstelligs	=	leerstellig
leerstelligst	=	leerstellig
leerstelligste	=	leerstellig
leerstelling	noun	een grondbeginsel van een godsdienst
leerstellingen	=	leerstelling
leerstellinkje	=	leerstelling
leerster	=	leerder
leerstijl	noun	manier van leren die een persoon bij voorkeur of van nature toepast
leerstijlen	=	leerstijl
leerstoel	noun	hoogleraarspost
leerstoelen	=	leerstoel
leerstoeltje	=	leerstoel
leerstoeltjes	=	leerstoel
leerstof	noun	de verzameling van alle leermaterialen die een lerende dient te bestuderen
leerstofaanbod	noun	geheel aan kennis, vaardigheden en leerinhouden dat een school aanbiedt aan leerlingen
leerstoornis	noun	stoornis bij het leren
leerstoornissen	=	leerstoornis
leerstraf	noun	een straf die wordt opgelegd op een manier zodat men hoopt dat een dader daar iets van kan leren
leerstraffen	=	leerstraf
leerstrafje	=	leerstraf
leerstrafjes	=	leerstraf
leerstrategie	noun	een aanpak die, naar inschatting van de lerende, het bereiken van leerdoelen vergemakkelijkt.
leerstrategieën	=	leerstrategie
leerstuk	noun	geloofsartikel, dogma
leerstukje	=	leerstuk
leerstukjes	=	leerstuk
leerstukken	=	leerstuk
leert	=	leren
leertent	noun	uitgaansgelegenheid voor leerliefhebbers
leertenten	=	leertent
leertentje	=	leertent
leertentjes	=	leertent
leertheorie	noun	een veronderstelling over hoe mensen kennis, vaardigheden of houding verwerven of aanpassen
leertheorieën	=	leertheorie
leertijd	noun	de periode van het leven dat men (al of niet op school) iets leert
leertijden	=	leertijd
leertje	noun	rubberring, opzetring, rubberen opzetstuk tussen twee metalen pijpstukken ter voorkoming van lekkage
leertjes	=	leer
leervak	noun	een samenhangend geheel van bij elkaar liggende onderwerpen dat als één geheel op school aangeboden wordt.
leervakje	=	leervak
leervakjes	=	leervak
leervakken	=	leervak
leervermogen	noun	het vermogen om iets aan te leren
leervermogens	=	leervermogen
leervis	noun	Lichia amia een straalvinnige vissensoort uit de familie van de horsmakrelen (Carangidae).
leervisje	=	leervis
leervisjes	=	leervis
leervissen	=	leervis
leervlucht	noun	als oefening weer terug naar huis vliegen van postduiven die voor dat doel eerst samen zijn weggebracht
leervluchten	=	leervlucht
leervorm	noun	de wijze waarop de onderwijzer de leerlingen in kennis brengt met de leerstof
leervormen	=	leervorm
leervraag	noun	een doelstelling om iets te leren die de lerende voor zichzelf bepaalt
leervragen	=	leervraag
leerwaar	noun	product gemaakt van leer
leerwaren	noun	van leer gemaakte artikelen
leerweg	noun	hoofdvariant binnen een opleiding, reeks van studie-onderdelen die tot een diploma leidt en die past bij een van de manieren waarop mensen het beste kennis kunnen opdoen
leerwegen	=	leerweg
leerwerk	noun	iets wat gemaakt is van leer
leerwoordenboek	noun	eentalig woordenboek bedoeld voor hen die een taal niet als moedertaal hebben
leerwoordenboeken	=	leerwoordenboek
leerwoordenboekje	=	leerwoordenboek
leerwoordenboekjes	=	leerwoordenboek
leerzaam	adj	waarvan men veel kan leren
leerzaams	=	leerzaam
leerzaamst	=	leerzaam
leerzaamste	=	leerzaam
leerzame	=	leerzaam
leerzamer	=	leerzaam
leerzamere	=	leerzaam
leerzamers	=	leerzaam
lees	noun	spoor
leesachterstand	noun	een achterstand van iemands leesvaardigheid
leesachterstanden	=	leesachterstand
leesachterstandje	=	leesachterstand
leesachterstandjes	=	leesachterstand
leesbaar	adj	van iets dat het makkelijk te lezen of te begrijpen is
leesbaarder	=	leesbaar
leesbaardere	=	leesbaar
leesbaarders	=	leesbaar
leesbaarheden	=	leesbaarheid
leesbaarheid	noun	de mate waarin een tekst begrijpelijk is voor de lezer.
leesbaars	=	leesbaar
leesbaarst	=	leesbaar
leesbaarste	=	leesbaar
leesbare	=	leesbaar
leesbeurt	noun	de keer dat men moet voorlezen tijdens een leesles op school
leesbeurten	=	leesbeurt
leesbeurtje	=	leesbeurt
leesbeurtjes	=	leesbeurt
leesbevordering	noun	alle activiteiten die erop gericht zijn om mensen meer te laten lezen
leesbevorderingen	=	leesbevordering
leesbibliotheek	noun	instituut waar men boeken kan lenen om ze te kunnen lezen
leesbibliotheekje	=	leesbibliotheek
leesbibliotheekjes	=	leesbibliotheek
leesbibliotheken	=	leesbibliotheek
leesblind	adj	niet in staat zijn te kunnen lezen
leesblinde	=	leesblind
leesblinder	=	leesblind
leesblindere	=	leesblind
leesblinders	=	leesblind
leesblindheid	noun	een aandoening waarbij patiënten problemen hebben met het herkennen van het woordbeeld of met het uitspreken van woorden
leesblinds	=	leesblind
leesblindst	=	leesblind
leesblindste	=	leesblind
leesblog	noun	weblog over boeken en literatuur
leesblogs	=	leesblog
leesboek	noun	een boek met teksten, meestal om kinderen te leren lezen
leesboeken	=	leesboek
leesboekje	=	leesboek
leesboekjes	=	leesboek
leesbril	noun	een bril die op leesafstand een scherp beeld geeft
leesbrillen	=	leesbril
leesbrilletje	=	leesbril
leesbrilletjes	=	leesbril
leescafeetje	=	leescafé
leescafeetjes	=	leescafé
leescafé	noun	ontmoedingsplaats in de Bibliotheek waar men kranten en tijdschriften kan lezen en een kopje koffie kan drinken, soms wordt deze ruimte ook gebruikt voor evenementen
leescafés	=	leescafé
leesclub	noun	club waarin men gezamenlijk boeken leest en bespreekt
leesclubje	=	leesclub
leesclubjes	=	leesclub
leesclubs	=	leesclub
leesculturen	=	leescultuur
leescultuur	noun	vorm van leven waarbij lezen van groot belang is
leesdeel	noun	deel van een bi- of multifocaal brillenglas dat geschikt is voor het lezen
leesdelen	=	leesdeel
leesdoel	noun	hoeveel en wat men wil lezen
leesdoelen	=	leesdoel
leesdrama	noun	drama, geschreven om gelezen te worden
leesdrama's	=	leesdrama
leesdramaatje	=	leesdrama
leesdramaatjes	=	leesdrama
leesfout	noun	fout bij het lezen
leesfouten	=	leesfout
leesfoutje	=	leesfout
leesfoutjes	=	leesfout
leesgedrag	noun	de manier waarop men boeken of andere teksten leest
leesgemak	noun	het comfort waarmee men iets kan lezen
leesgemakken	=	leesgemak
leesgenot	noun	plezier om te lezen, leesplezier
leesglaasje	=	leesglas
leesglaasjes	=	leesglas
leesglas	noun	vergrootglas dat men kan gebruiken voor het lezen van (te) kleine letters
leesglazen	=	leesglas
leesgraag	adj	van een persoon dat deze met veel plezier leest
leesgraags	=	leesgraag
leesgraagst	=	leesgraag
leesgraagste	=	leesgraag
leesgrage	=	leesgraag
leesgrager	=	leesgraag
leesgragere	=	leesgraag
leesgragers	=	leesgraag
leesgroep	noun	groepje leerlingen die samen eenzelfde tekst lezen en bespreken
leesgroepen	=	leesgroep
leesgroepje	=	leesgroep
leesgroepjes	=	leesgroep
leeshoek	noun	een ruimte waar men rustig kan lezen
leeshoeken	=	leeshoek
leeshoekje	=	leeshoek
leeshoekjes	=	leeshoek
leeshonger	noun	een grote drang om (nog meer) te lezen; grote behoefte aan leesvoer
leesjaar	noun	periode van 12 maanden waarin men een verzameling boeken leest; leesseizoen
leesjaartje	=	leesjaar
leesjaartjes	=	leesjaar
leesjaren	=	leesjaar
leesje	=	lees
leesjes	=	lees
leeskaart	noun	een term uit de zeevaart waarmee vaarinstructies worden aangeduid
leeskaarten	=	leeskaart
leeskaartje	=	leeskaart
leeskaartjes	=	leeskaart
leeskamer	noun	een rustige kamer waarin men kan lezen
leeskamers	=	leeskamer
leeskop	noun	elektromagneet die informatie van een gemagnetiseerd medium kan lezen
leeskopje	=	leeskop
leeskopjes	=	leeskop
leeskoppen	=	leeskop
leeskring	noun	kring (van personen) waarin gezamenlijk wordt gelezen
leeskringen	=	leeskring
leeskringetje	=	leeskring
leeskringetjes	=	leeskring
leeslamp	noun	een lamp voor bij het lezen
leeslampen	=	leeslamp
leeslampje	=	leeslamp
leeslampjes	=	leeslamp
leesles	noun	een les op school waarin men leert lezen
leeslesje	=	leesles
leeslesjes	=	leesles
leeslessen	=	leesles
leeslijst	noun	een lijst van boeken die men moet lezen voor een examen
leeslijsten	=	leeslijst
leeslijstje	=	leeslijst
leeslijstjes	=	leeslijst
leeslint	noun	een lint dat aan de kop van van een boekblok bevestigd is en waarmee je kunt aangeven waar je weer wil beginnen met lezen
leeslinten	=	leeslint
leeslintje	=	leeslint
leeslintjes	=	leeslint
leeslust	noun	zin om te lezen, leesplezier
leeslusten	=	leeslust
leesmap	noun	map met tijdschriften die men voor korte tijd kan/kon huren
leesmapje	=	leesmap
leesmapjes	=	leesmap
leesmappen	=	leesmap
leesmateriaal	noun	teksten die men kan lezen
leesmaterialen	=	leesmateriaal
leesmoeder	noun	een vrijwilligster, meestal de moeder van een leerling, die kinderen op de basisschool helpt met lezen
leesmoeders	=	leesmoeder
leesniveau	noun	de graad van vaardigheid van een lezer, de graad van moeilijkheid van een tekst
leesniveaus	=	leesniveau
leesonderwijs	noun	onderwijs in het lezen
leesonderzoek	noun	onderzoek naar welke teksten door een bepaalde groep mensen worden gelezen en hoe zij die waarderen
leesonderzoeken	=	leesonderzoek
leesonderzoekje	=	leesonderzoek
leesonderzoekjes	=	leesonderzoek
leesopdracht	noun	dat je iets moet lezen bij een taalcursus
leesopdrachten	=	leesopdracht
leesopdrachtje	=	leesopdracht
leesopdrachtjes	=	leesopdracht
leesouder	noun	een vrijwilliger, meestal de ouder van een leerling, die kinderen op de basisschool helpt met lezen
leesouders	=	leesouder
leespauze	noun	onderbreking van een activiteit om een document dat hiervoor van belang is te kunnen lezen
leespauzen	=	leespauze
leespauzes	=	leespauze
leespauzetje	=	leespauze
leespauzetjes	=	leespauze
leespen	noun	penvormig apparaat met infrarood lamp en fotocel waarmee men streepjescodes kan lezen
leespennen	=	leespen
leesplank	noun	klein houten vlak met richels waarop, onder afbeeldingen, met losse letters woorden gevormd moeten worden teneinde hiermee vertrouwd te raken
leesplanken	=	leesplank
leesplankje	=	leesplank
leesplankjes	=	leesplank
leesplezier	noun	plezier in het lezen, leesgenot
leespleziertje	=	leesplezier
leespleziertjes	=	leesplezier
leesportefeuille	noun	map met tijdschriften die men voor korte tijd kan/kon huren
leesportefeuilles	=	leesportefeuille
leesregel	noun	regel waarop de letters die op het beeldscherm staan in puntjes worden weergegeven en zo door blinden gelezen kan worden
leesregels	=	leesregel
leesregeltje	=	leesregel
leesregeltjes	=	leesregel
leessnelheden	=	leessnelheid
leessnelheid	noun	hoe snel informatie gelezen kan worden van een informatiedrager vaak uitgedrukt in Mb/sec
leesster	noun	vrouwelijke vorm van lezer
leessters	=	leesster
leesstof	noun	alles wat men kan lezen
leesstuk	noun	tekst die vooral geschikt is om te lezen
leesstukje	=	leesstuk
leesstukjes	=	leesstuk
leesstukken	=	leesstuk
leest	noun	een houten of metalen vorm waarop een schoen vervaardigd of gerepareerd wordt
leestafel	noun	tafel om aan te lezen
leestafels	=	leestafel
leestafeltje	=	leestafel
leestafeltjes	=	leestafel
leesteken	noun	een onuitgesproken teken dat aan schrijftaal wordt toegevoegd om de zinsstructuur te verhelderen
leestekens	=	leesteken
leestekentje	=	leesteken
leestekentjes	=	leesteken
leestekst	noun	een tekst om het lezen te oefenen
leesteksten	=	leestekst
leestekstje	=	leestekst
leestekstjes	=	leestekst
leestempo	noun	de snelheid waarmee men (voor)leest of kan lezen
leestempo's	=	leestempo
leesten	=	leest
leestest	noun	test om te kijken hoe goed iemand kan lezen
leestesten	=	leestest
leestestje	=	leestest
leestestjes	=	leestest
leestests	=	leestest
leestijd	noun	de tijd die men gebruikt om te lezen
leestijden	=	leestijd
leestip	noun	een aanbeveling van iets dat lezenswaardig is
leestips	=	leestip
leestje	=	leest
leestjes	=	leest
leestonen	=	leestoon
leestoon	noun	de klank waarmee men een tekst voorleest
leesuren	=	leesuur
leesuur	noun	uur dat men gebruikt om te lezen
leesuurtje	=	leesuur
leesuurtjes	=	leesuur
leesvaardig	adj	in staat om te lezen
leesvaardige	=	leesvaardig
leesvaardiger	=	leesvaardig
leesvaardigere	=	leesvaardig
leesvaardigers	=	leesvaardig
leesvaardigheden	=	leesvaardigheid
leesvaardigheid	noun	de mate waarin iemand kan lezen
leesvaardigs	=	leesvaardig
leesvaardigst	=	leesvaardig
leesvaardigste	=	leesvaardig
leesverhaal	noun	een opgeschreven geschiedenis die geschikt is om gelezen te worden
leesverhaaltje	=	leesverhaal
leesverhaaltjes	=	leesverhaal
leesverhalen	=	leesverhaal
leesvoer	noun	boeken en ander leesmateriaal dat dient om de wens om te lezen te bevredigen
leesvorm	noun	aangepaste manier van presenteren van te lezen tekst zoals luisterboek, e-books en braille
leesvormen	=	leesvorm
leesvormpje	=	leesvorm
leesvormpjes	=	leesvorm
leeswerk	noun	de arbeid die bestaat uit lezen
leeswerken	=	leeswerk
leeswijze	noun	manier van lezen
leeswijzen	=	leeswijze
leeswoede	noun	een enorme drang of dwang om veel te lezen
leeswoedes	=	leeswoede
leeswoordenboek	noun	een naslagwerk waarin de betekenis van woorden uit een tekst of taal wordt uitgelegd, met aandacht voor spelling, uitspraak, gebruik en soms synoniemen
leeswoordenboeken	=	leeswoordenboek
leeswoordenboekje	=	leeswoordenboek
leeswoordenboekjes	=	leeswoordenboek
leeszaal	noun	een (openbare) ruimte waarin men kan lezen en studeren, vaak een deel van een bibliotheek
leeszaaltje	=	leeszaal
leeszaaltjes	=	leeszaal
leeszalen	=	leeszaal
leet	noun	in de middeleeuwen halfvrije boer die levenslang verplicht was op een bepaalde plaats bepaalde werkzaamheden voor een landheer te verrichten
leeurik	=	leeuwerik
leeuw	noun	bepaald soort zoogdier, Panthera leo grote katachtige waarvan het mannetje lange manen heeft
leeuwaapje	noun	Leontopithecus primaat van een geslacht van kleine apen die behoren tot de klauwaapjes die enkel voorkomen in het Atlantisch regenwoud, langs de kust van Zuidoost-Brazilië
leeuwaapjes	noun	Leontopithecus een geslacht van kleine apen die behoren tot de klauwaapjes die enkel voorkomen in het Atlantisch regenwoud, langs de kust van Zuidoost-Brazilië.
leeuwardens	adj	op Leeuwarden betrekking hebbend
leeuwardense	noun	een vrouwelijke inwoner van Leeuwarden, of een vrouw afkomstig uit Leeuwarden
leeuwardensen	=	leeuwardense
leeuwardenser	=	leeuwardens
leeuwardensere	=	leeuwardens
leeuwardensers	=	leeuwardens
leeuwardenst	=	leeuwardens
leeuwardenste	=	leeuwardens
leeuwarder	noun	een inwoner van Leeuwarden, of iemand afkomstig uit Leeuwarden	adj	op Leeuwarden betrekking hebbend
leeuwarders	=	leeuwarder
leeuwardertje	=	leeuwarder
leeuwedeel	=	leeuwendeel
leeuwen	=	leeuw
leeuwenaandeel	noun|figurative	veruit grootste part van een verdeling, voornaamste deel
leeuwenaar	noun	een inwoner van Sint-Pieters-Leeuw, of iemand afkomstig uit Sint-Pieters-Leeuw
leeuwenaars	=	leeuwenaar
leeuwenaren	=	leeuwenaar
leeuwenbek	noun	een plantengeslacht Antirrhinum uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae) waarvan de bloemen lijken op de muil van een leeuw
leeuwenbekje	=	leeuwenbek
leeuwenbekjes	=	leeuwenbek
leeuwenbekken	=	leeuwenbek
leeuwenbekkevertje	noun	Brachypterolus pulicarius een keversoort uit de familie bastaardglanskevers (Kateretidae).
leeuwenbekkevertjes	=	leeuwenbekkevertje
leeuwenbekroest	noun	Puccinia antirrhini een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.Het is een roestschimmel die alleen voorkomt op leeuwenbek (Antirrhinum).
leeuwenbekroesten	=	leeuwenbekroest
leeuwenbekroestje	=	leeuwenbekroest
leeuwenbekroestjes	=	leeuwenbekroest
leeuwendeel	noun	het grootste deel, het belangrijkste deel
leeuwendeeltje	=	leeuwendeel
leeuwendeeltjes	=	leeuwendeel
leeuwendelen	=	leeuwendeel
leeuwenhart	noun	het hart van een leeuw
leeuwenharten	=	leeuwenhart
leeuwenhartje	=	leeuwenhart
leeuwenhartjes	=	leeuwenhart
leeuwenklauw	noun	uiteinde van de poten en de kromme, scherpe nagels van een leeuw
leeuwenklauwen	=	leeuwenklauw
leeuwenkooi	noun	verblijf met wanden die uit tralies of rasters bestaan, bestemd voor het grote katachtige roofdier Panthera leo
leeuwenkooien	=	leeuwenkooi
leeuwenkop	noun	de kop van een leeuw
leeuwenkopje	=	leeuwenkop
leeuwenkopjes	=	leeuwenkop
leeuwenkoppen	=	leeuwenkop
leeuwenkuil	noun|figurative	plaats waar aanvallen of andere gevaren zijn te verwachten
leeuwenkuilen	=	leeuwenkuil
leeuwenmanen	noun	lange, ruigere beharing rond de hals van een mannetjesleeuw
leeuwenmoed	noun	grote dapperheid
leeuwenpak	noun	een verkleedpak of kostuum in de vorm van een leeuw, meestal bestaande uit een zachte onesie, een capuchon met manen en een staart
leeuwenpakje	=	leeuwenpak
leeuwenpakjes	=	leeuwenpak
leeuwenpakken	=	leeuwenpak
leeuwenpoep	noun	poep van een leeuw
leeuwenpoepen	=	leeuwenpoep
leeuwenpoepje	=	leeuwenpoep
leeuwenpoepjes	=	leeuwenpoep
leeuwenpoot	noun	poot van een leeuw
leeuwenpootje	=	leeuwenpoot
leeuwenpootjes	=	leeuwenpoot
leeuwenpoten	=	leeuwenpoot
leeuwenstaartmakaak	noun	Macaca silenus een enkel in India voorkomende soort makaak.
leeuwenstaartmakaakje	=	leeuwenstaartmakaak
leeuwenstaartmakaakjes	=	leeuwenstaartmakaak
leeuwenstaartmakaken	=	leeuwenstaartmakaak
leeuwentand	noun	tand van een leeuw
leeuwentandboorvlieg	noun	Tephritis leontodontis een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
leeuwentandboorvliegen	=	leeuwentandboorvlieg
leeuwentandboorvliegje	=	leeuwentandboorvlieg
leeuwentandboorvliegjes	=	leeuwentandboorvlieg
leeuwentanden	=	leeuwentand
leeuwentemmer	noun	iemand die leeuwen, tijgers en andere grote katachtigen dresseert
leeuwentemmers	=	leeuwentemmer
leeuwentemmertje	=	leeuwentemmer
leeuwentemmertjes	=	leeuwentemmer
leeuwenverblijf	noun	een afgeschermde ruimte in een dierentuin of opvangcentrum waar leeuwen tijdelijk of permanent worden gehuisvest
leeuwenverblijfje	=	leeuwenverblijf
leeuwenverblijfjes	=	leeuwenverblijf
leeuwenverblijven	=	leeuwenverblijf
leeuwenwelp	noun	het jong van een leeuw
leeuwenwelpen	=	leeuwenwelp
leeuwenwelpje	=	leeuwenwelp
leeuwenwelpjes	=	leeuwenwelp
leeuwerik	noun	benaming voor vogels uit de familie Alaudidae die melodieuze zang voortbrengen tijdens het vliegen
leeuweriken	noun	een familie Alaudidae uit de orde van zangvogels (Passeriformes).
leeuwerikgors	noun	Emberiza impetuani een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
leeuwerikgorsje	=	leeuwerikgors
leeuwerikgorsjes	=	leeuwerikgors
leeuwerikgorzen	=	leeuwerikgors
leeuwerikgrondtiran	noun	Muscisaxicola maculirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
leeuwerikgrondtirannen	=	leeuwerikgrondtiran
leeuwerikgrondtirannetje	=	leeuwerikgrondtiran
leeuwerikgrondtirannetjes	=	leeuwerikgrondtiran
leeuwerikje	=	leeuwerik
leeuwerikjes	=	leeuwerik
leeuwerikkwartel	noun	Ortyxelos meiffrenii een vogel uit de familie Turnicidae (vechtkwartels).
leeuwerikkwartels	=	leeuwerikkwartel
leeuwerikkwarteltje	=	leeuwerikkwartel
leeuwerikkwarteltjes	=	leeuwerikkwartel
leeuwerikstruikloper	noun	Coryphistera alaudina een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
leeuwerikstruiklopers	=	leeuwerikstruikloper
leeuwerikstruiklopertje	=	leeuwerikstruikloper
leeuwerikstruiklopertjes	=	leeuwerikstruikloper
leeuwesterk	adj	heel erg krachtig
leeuwesterke	=	leeuwesterk
leeuwesterker	=	leeuwesterk
leeuwesterkere	=	leeuwesterk
leeuwesterkers	=	leeuwesterk
leeuwesterks	=	leeuwesterk
leeuwesterkst	=	leeuwesterk
leeuwesterkste	=	leeuwesterk
leeuwetandboorvlieg	noun	Tephritis leontodontis een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
leeuwetandboorvliegen	=	leeuwetandboorvlieg
leeuwetandboorvliegje	=	leeuwetandboorvlieg
leeuwetandboorvliegjes	=	leeuwetandboorvlieg
leeuwin	noun	vrouwtje van de leeuw
leeuwinnen	=	leeuwin
leeuwinnetje	=	leeuwin
leeuwinnetjes	=	leeuwin
leeuwmakaak	noun	Macaca leonina is een soort van het geslacht makaken (Macaca).
leeuwmakaakje	=	leeuwmakaak
leeuwmakaakjes	=	leeuwmakaak
leeuwmakaken	=	leeuwmakaak
leeuwrik	=	leeuwerik
leeuwtje	=	leeuw
leeuwtjes	=	leeuw
leeven	=	leven
leewater	noun	ophoping van vocht in een ziek of beschadigd gewricht; hydrops
leewerik	=	leeuwerik
leewiek	=	leewieken
leewieke	=	leewieken
leewieken	verb	verwijderen van een stukje vleugel bij jonge vogels om te voorkomen dat ze later kunnen wegvliegen
leewiekend	=	leewieken
leewiekende	=	leewieken
leewiekenden	=	leewieken
leewiekene	=	leewieken
leewiekenen	=	leewieken
leewiekenend	=	leewieken
leewiekent	=	leewieken
leewiekt	=	leewieken
leewiekte	=	leewieken
leewiekten	=	leewieken
leeën	=	lee
lef	noun	durf, branie, moed	adj|obsolete	zonder kracht
lefag	abbrev	lifrat gadol
lefak	abbrev	lifrat katan
lefdoekje	noun|informal	vierkant doekje dat men als decoratie nog net zichtbaar opgevouwen draagt in het borstzakje van een colbert, blazer of dinnerjacket
lefdoekjes	=	lefdoekje
lefebvriaan	noun	aanhanger van een fundamentalistische stroming die vasthoudt aan de opvattingen en eredienst zoals die van de 16e tot en met de 19e eeuw in de rooms-katholieke kerk waren ontwikkeld
lefebvrianen	=	lefebvriaan
lefebvrist	noun	aanhanger van een fundamentalistische stroming die vasthoudt aan de opvattingen en eredienst zoals die van de 16e tot en met de 19e eeuw in de rooms-katholieke kerk waren ontwikkeld
lefebvristen	=	lefebvrist
leffen	=	lef
lefgozer	noun	brutaal persoon, opschepper
lefgozers	=	lefgozer
lefgozertje	=	lefgozer
lefgozertjes	=	lefgozer
lefhebber	noun	druktemaker, opschepper, opsnijder
lefhebbers	=	lefhebber
lefhebbertje	=	lefhebber
lefhebbertjes	=	lefhebber
lefmaker	noun	iemand die onrust veroorzaakt
lefmakers	=	lefmaker
leg	noun	het leggen van eieren
legaal	adj	in overeenstemming met de wet
legaals	=	legaal
legaalst	=	legaal
legaalste	=	legaal
legaat	noun	officier bij de oude Romeinen
legaatje	=	legaat
legale	=	legaal
legaler	=	legaal
legalere	=	legaal
legalers	=	legaal
legalisatie	noun	het legaliseren, het wettig maken
legalisatiekosten	noun	geld dat men moet uitgeven om iets wettig erkend te maken
legalisaties	=	legalisatie
legaliseer	=	legaliseren
legaliseerde	=	legaliseren
legaliseerden	=	legaliseren
legaliseert	=	legaliseren
legalisere	=	legaliseren
legaliseren	verb	de wet zodanig aanpassen dat iets niet langer een vergrijp is
legaliserend	=	legaliseren
legaliserende	=	legaliseren
legalisering	noun	het legaliseren (wettig maken)
legaliseringen	=	legalisering
legaliserinkje	=	legalisering
legaliserinkjes	=	legalisering
legalisme	noun	leer die ervan uitgaat dat men zich moet houden aan de letterlijke (wets)teksten
legalistisch	adj	betrekking hebbend op het legalisme
legalistische	=	legalistisch
legalistischer	=	legalistisch
legalistischere	=	legalistisch
legalistischers	=	legalistisch
legaliteit	noun	wettigheid
legaliteiten	=	legaliteit
legaliteitsbeginsel	noun	in sommige landen: beginsel volgens hetwelk het Openbaar Ministerie moet vervolgen als er een strafbaar feit gepleegd is (in Nederland geldt echter het z.g. opportuniteitsbeginsel)
legaliteitsbeginselen	=	legaliteitsbeginsel
legaliteitsbeginsels	=	legaliteitsbeginsel
legataris	noun	iemand aan wie een legaat ontvangt
legatarissen	=	legataris
legateer	=	legateren
legateerde	=	legateren
legateerden	=	legateren
legateert	=	legateren
legaten	=	legaat
legatere	=	legateren
legateren	verb	nalaten, bij testament toewijzen
legaterend	=	legateren
legaterende	=	legateren
legatie	noun	gezantschap, van mindere rang dan ambassade
legaties	=	legatie
legato	noun	een muziekpassage die gebonden, vloeiend wordt gespeeld	adv	gebonden, vloeiend (De muzieknoten worden zo gespeeld of gezongen dat ze in elkaar overlopen, of naadloos aaneengelast klinken)
legato's	=	legato
legator	noun	degene die iets bij legaat vermaakt
legatoren	=	legator
legators	=	legator
legatortje	=	legator
legatortjes	=	legator
legbak	noun	bak waar kippen eieren in leggen
legbakje	=	legbak
legbakjes	=	legbak
legbakken	=	legbak
legbatterij	noun	een inrichting in een pluimveehouderij waarin legkippen in grote aantallen in kleine hokjes gehouden en verzorgd worden
legbatterijen	=	legbatterij
legbatterijtje	=	legbatterij
legbatterijtjes	=	legbatterij
legboor	noun	buisvormig orgaan aan het achterlijf van sommige vrouwelijke insecten, waarmee zij een gaatje boren om daarin hun eieren te leggen
legboortje	=	legboor
legboortjes	=	legboor
legboren	=	legboor
legbuis	noun	hol orgaan waarmee een insect het ei ergens diep in kan aanbrengen
legbuizen	=	legbuis
legde	=	leggen
legden	=	leggen
lege	=	leeg
legeer	=	legeren
legeerde	=	legeren
legeerden	=	legeren
legeert	=	legeren
legen	verb	van zijn vulling ontdoen
legend	=	legen
legenda	noun	de uitleg over de gebruikte symbolen
legenda's	=	legenda
legendaatje	=	legenda
legendaatjes	=	legenda
legendarisch	adj	waarover legendes verteld worden
legendarische	=	legendarisch
legendarischer	=	legendarisch
legendarischere	=	legendarisch
legendarischers	=	legendarisch
legendarischt	=	legendarisch
legendarischte	=	legendarisch
legende	noun	verhaal dat uit het verleden is overgeleverd
legenden	=	legende
legendes	=	legende
legendetje	=	legende
legendetjes	=	legende
legenestsyndromen	=	legenestsyndroom
legenestsyndroom	noun	complex van klachten die kunnen ontstaan bij ouders als de kinderen het ouderlijk huis verlaten
leger	noun	een militaire strijdmacht
legeraanvoerder	noun	opperbevelhebber van een leger, bevelhebber in een leger
legeraanvoerders	=	legeraanvoerder
legeraanvoerster	=	legeraanvoerder
legeractie	noun	een militair ingrijpen of operatie, zoals het mobiliseren van troepen of het uitvoeren van een specifieke militaire taak.
legeracties	=	legeractie
legeractietje	=	legeractie
legeractietjes	=	legeractie
legerafdeling	noun	een deel van een leger dat zelfstandig kan opereren
legerafdelingen	=	legerafdeling
legerarts	noun	arts die medische zorg verleent aan militairen
legerartsen	=	legerarts
legerauto	noun	een auto gebruikt in het leger
legerauto's	=	legerauto
legerautootje	=	legerauto
legerautootjes	=	legerauto
legerbarak	noun	eenvoudige vaak tijdelijke huisvesting voor soldaten
legerbarakken	=	legerbarak
legerbases	=	legerbasis
legerbasis	noun	militaire basis
legerbasisje	=	legerbasis
legerbasisjes	=	legerbasis
legerbasissen	=	legerbasis
legerbende	noun|obsolete	groep soldaten van willekeurige omvang die als geheel binnen een grotere krijgsmacht zelfstandig slag kunnen leveren
legerbenden	=	legerbende
legerbendes	=	legerbende
legerbericht	noun	een mededeling verstuurd door een leger
legerberichten	=	legerbericht
legerbevelhebber	noun	leidinggevende over een leger
legerbevelhebbers	=	legerbevelhebber
legercommandant	noun	een commandant in een leger
legercommandanten	=	legercommandant
legercommandantje	=	legercommandant
legercommandantjes	=	legercommandant
legercommuniqué	noun	officiële mededeling van het leger
legercommuniqués	=	legercommuniqué
legerde	=	legeren
legerden	=	legeren
legerdienst	noun	als militair bij een krijgsmacht werken
legerdiensten	=	legerdienst
legere	=	leeg
legereenheden	=	legereenheid
legereenheid	noun	een militaire eenheid in het leger
legeren	verb	een leger inkwartieren
legerend	=	legeren
legerende	=	legeren
legergroen	adj	in een effen kleur zoals militairen die gebruiken als camouflage in begroeide gebieden
legergroene	=	legergroen
legergroenen	=	legergroen
legergroener	=	legergroen
legergroenere	=	legergroen
legergroeners	=	legergroen
legergroens	=	legergroen
legergroenst	=	legergroen
legergroenste	=	legergroen
legergroep	noun	militaire eenheid met 400.000 tot 1 miljoen soldaten met een viersterrengeneraal of vijfsterrenmaarschalk als bevelhebber
legergroepen	=	legergroep
legerhelikopter	noun	door het leger gebruikt hefschroefvliegtuig
legerhelikopters	=	legerhelikopter
legerhoofdkwartier	noun	centrale commandopost van een grote militaire organisatie
legerhoofdkwartieren	=	legerhoofdkwartier
legering	noun	materiaal met metaalachtige eigenschappen dat bestaat uit een vaste oplossing of verbinding van twee of meer elementen; waarvan met op enkele uitzonderingen na, de bestanddelen gewoonlijk metalen zijn
legeringen	=	legering
legerinkje	=	legering
legerinkjes	=	legering
legerjas	noun	jas die hoort bij het uniform van een militair
legerjasje	=	legerjas
legerjasjes	=	legerjas
legerjassen	=	legerjas
legerjeep	noun	klein open legervoertuig vooral geschikt voor het vervoer van enkele personen
legerjeeps	=	legerjeep
legerkamp	noun	tenten en/of gebouwen waarin een leger is ondergebracht
legerkampen	=	legerkamp
legerkampje	=	legerkamp
legerkist	noun	een kist die in gebruik is bij het leger
legerkisten	=	legerkist
legerkistje	=	legerkist
legerkistjes	=	legerkist
legerkleding	noun	gestandaardiseerde kleding en uitrusting die is ontworpen voor militair personeel.
legerkorps	noun	deel van een leger met een sterkte van enkele tienduizenden militairen
legerkorpsen	=	legerkorps
legerleider	noun	de bevelhebber van een grote legermacht
legerleiders	=	legerleider
legerleidertje	=	legerleider
legerleiding	noun	leidinggevenden in een leger
legerleidingen	=	legerleiding
legerleidinkje	=	legerleiding
legerleidinkjes	=	legerleiding
legermacht	noun	een grote militaire eenheid
legermachten	=	legermacht
legermateriaal	noun	de zaken die een leger nodig heeft om oorlog te voeren
legermaterialen	=	legermateriaal
legeroefening	noun	training van een legeronderdeel
legeroefeningen	=	legeroefening
legeroffensief	noun	aanval met een leger
legeroffensieven	=	legeroffensief
legerofficier	noun	officier van het leger
legerofficieren	=	legerofficier
legerofficiers	=	legerofficier
legerofficiertje	=	legerofficier
legerofficiertjes	=	legerofficier
legeronderdeel	noun	een bepaalde afdeling binnen het leger
legeronderdeeltje	=	legeronderdeel
legeronderdeeltjes	=	legeronderdeel
legeronderdelen	=	legeronderdeel
legeropstand	noun	poging van militairen om het heersende gezag omver te werpen
legeropstanden	=	legeropstand
legerorder	noun	een opdracht van het leger
legerorders	=	legerorder
legerplaats	noun	een plaats waar een aantal troepen geruime tijd of permanent gehuisvest zijn
legerplaatsen	=	legerplaats
legerplaatsje	=	legerplaats
legerplaatsjes	=	legerplaats
legerpost	noun	de post die door de leden van een leger wordt verstuurd of ontvangen
legerposten	=	legerpost
legerpostje	=	legerpost
legerpostjes	=	legerpost
legerradio	noun	door het leger uitgezonden radioberichten
legerradio's	=	legerradio
legers	=	leger
legerschaar	noun|obsolete	strijdmacht, leger of onderdeel daarvan dat zelfstandig de strijd aan kan gaan
legerschare	noun|obsolete	strijdmacht, leger of onderdeel daarvan dat zelfstandig de strijd aan kan gaan
legerscharen	noun	in vertalingen van de Bijbel hemelse machten (van het Hebreeuws Tsevaot
legerstaf	noun	de leiding van een grote militaire eenheid
legerstaven	=	legerstaf
legerstede	noun	plaats waar soldaten verblijven
legersteden	=	legerstede
legert	=	legeren
legertank	noun	gepantserde legerwagen met een draaibaar kanon en rupsbanden
legertankje	=	legertank
legertankjes	=	legertank
legertanks	=	legertank
legertent	noun	tent zoals die in het leger wordt gebruikt
legertenten	=	legertent
legertentje	=	legertent
legertentjes	=	legertent
legertje	=	leger
legertjes	=	leger
legertop	noun	de leiding van het leger
legertoppen	=	legertop
legertrein	noun	spoortrein waarop men legermateriaal vervoert
legertreinen	=	legertrein
legertros	noun|obsolete	de stoet van paarden, voertuigen en bijbehorend personeel die achter het leger aan kwam om het leger te bevoorraden
legertrossen	=	legertros
legertruck	noun	militaire vrachtwagen
legertrucks	=	legertruck
legeruniform	noun	standaardkleding van een militair waardoor hij of zij herkenbaar is als lid van een bepaald leger(onderdeel)
legeruniformen	=	legeruniform
legervoertuig	noun	voertuig dat men voor militaire doeleinden kan gebruiken
legervoertuigen	=	legervoertuig
legervoorraad	noun	materiaal dat voor later militair gebruik is opgeslagen
legervoorraadje	=	legervoorraad
legervoorraadjes	=	legervoorraad
legervoorraden	=	legervoorraad
legerwoordvoerder	noun	iemand die de pers te woord staat namens de legerleiding
legerwoordvoerders	=	legerwoordvoerder
leges	noun	kosten die moeten worden betaald voor een handeling van een overheid
legeskost	noun|obsolete	kosten die moeten worden betaald voor een handeling van een overheid
legeskosten	noun	kosten die moeten worden betaald voor een handeling van een overheid
legge	=	leggen
leggen	verb	doen liggen
leggend	=	leggen
leggende	=	leggen
legger	noun	persoon die iets plaatst
leggers	=	legger
leggertje	=	legger
leggeslagen	=	lekslaan
legging	noun	een broek van fijn gebreide stof, die strak om het lichaam heen zit.
leggingen	=	legging
leggings	=	legging
legginkje	=	legging
legginkjes	=	legging
leggoed	noun	pootgoed
leggoederen	=	leggoed
leggoedje	=	leggoed
leggoedjes	=	leggoed
leghen	noun	kip die wordt gehouden om de eieren die ze legt
leghennen	=	leghen
leghorn	noun	oorspronkelijk Italiaans kippenras van witte kippen die uitstekend leggen
leghorns	=	leghorn
legio	adj	talloos
legio's	=	legio
legioen	noun	Romeinse legereenheid, eerst 3000, later 6000 en meer man sterk
legioenen	=	legioen
legioentje	=	legioen
legioentjes	=	legioen
legionair	noun	soldaat in het Romeinse Rijk
legionaire	=	legionair
legionairs	=	legionair
legionairsziekte	noun	longontsteking veroorzaakt door de Legionella pneumophila die zich vooral in warm (maar niet te warm) water kan vermenigvuldigen
legionairsziekten	=	legionairsziekte
legionairsziektes	=	legionairsziekte
legionairtje	=	legionair
legionella	noun	bacterie die de veteranenziekte veroorzaakt
legionella's	=	legionella
legionellabacterie	noun	Legionella pneumophila bacterie die de ziekte legionellose (veteranenziekte) veroorzaakt
legionellabacteriën	=	legionellabacterie
legionellose	noun	een infectieziekte die de luchtwegen en de longen aantast veroorzaakt door de legionellabacterie
legislatie	noun	wetgeving
legislatief	adj	wetgevend
legislatiefs	=	legislatief
legislatiefst	=	legislatief
legislatiefste	=	legislatief
legislaties	=	legislatie
legislatietje	=	legislatie
legislatietjes	=	legislatie
legislatieve	=	legislatief
legislatiever	=	legislatief
legislatievere	=	legislatief
legislatievers	=	legislatief
legislaturen	=	legislatuur
legislatuur	noun	het wetgevend lichaam of de wetgevende macht van een bepaald land
legislatuurtje	=	legislatuur
legislatuurtjes	=	legislatuur
legitiem	adj	in overeenstemming met alle eisen van de wet
legitieme	=	legitiem
legitiemer	=	legitiem
legitiemere	=	legitiem
legitiemers	=	legitiem
legitiems	=	legitiem
legitiemst	=	legitiem
legitiemste	=	legitiem
legitimaris	noun	de mensen die bij een erfenis een beroep kunnen doen op de legitieme portie
legitimarissen	=	legitimaris
legitimatie	noun	documenten waarmee je kunt tonen wie je bent, legitimatiebewijs
legitimatiebewijs	noun	een document waarmee iemand kan aantonen dat hij ergens terecht aanspraak op maakt.
legitimatiebewijsje	=	legitimatiebewijs
legitimatiebewijsjes	=	legitimatiebewijs
legitimatiebewijzen	=	legitimatiebewijs
legitimatieplicht	noun	de plicht tot het overleggen van een identiteitsbewijs (een document dat de identiteit van de drager bewijst)
legitimatieplichten	=	legitimatieplicht
legitimaties	=	legitimatie
legitimatietje	=	legitimatie
legitimatietjes	=	legitimatie
legitimeer	=	legitimeren
legitimeerde	=	legitimeren
legitimeerden	=	legitimeren
legitimeert	=	legitimeren
legitimere	=	legitimeren
legitimeren	verb	rechtmatig, legitiem maken
legitimerend	=	legitimeren
legitimerende	=	legitimeren
legitimering	noun	iets wat bepaald gedrag rechtvaardigt
legitimeringen	=	legitimering
legitimist	noun	aanhanger van de leer dat de vorstelijke waardigheid en macht een eigen recht is (onafhankelijk van de volkswil)
legitimisten	=	legitimist
legitimiteit	noun	overeenstemming met het geschreven recht
legitimiteiten	=	legitimiteit
legitimiteitje	=	legitimiteit
legitimiteitjes	=	legitimiteit
legitimiteitscrises	=	legitimiteitscrisis
legitimiteitscrisis	noun	situatie waarin bepaald gezag sterk verminderd is of veel mensen een heersende opvatting niet langer aanvaarden
legitimiteitscrisissen	=	legitimiteitscrisis
legkast	noun	waarin met op legplanken goederen kan bewaren
legkasten	=	legkast
legkastje	=	legkast
legkastjes	=	legkast
legkip	noun	kip, gefokt voor de eierproductie
legkippen	=	legkip
legkippetje	=	legkip
legkippetjes	=	legkip
lego	=	legoën
legoblok	noun	een plastic bouwsteentje met noppen dat gebruikt wordt als speelgoed
legoblokje	=	legoblok
legoblokjes	=	legoblok
legoblokken	=	legoblok
legode	=	legoën
legoden	=	legoën
legodoos	noun	de verpakking van een LEGO-bouwset, die alle benodigde onderdelen, instructies en afbeeldingen bevat om een specifiek model te bouwen
legodoosje	=	legodoos
legodoosjes	=	legodoos
legodozen	=	legodoos
legoendi	noun	bepaald soort struik met paarse bloesem die voorkomt van Afrika tot Polynesië, Vitex trifolia
legoendi's	=	legoendi
legoot	=	legoën
legosteen	noun	een klein plastic bouwblokje van het merk LEGO
legosteentje	=	legosteen
legosteentjes	=	legosteen
legostenen	=	legosteen
legotelefoon	noun	modulaire smartphone die men zelf kan ontwerpen en samenstellen
legotelefoons	=	legotelefoon
legoë	=	legoën
legoën	verb	spelen met LEGO of vergelijkbaar constructiespeelgoed
legoënd	=	legoën
legoënde	=	legoën
legpenning	noun	grote gedenkpenning in een etui die niet bedoeld is om te dragen
legpenningen	=	legpenning
legplaats	noun	plaats, gewoonlijk in een haven etc., waar een schip ligt of pleegt (behoort) te liggen
legplaatsen	=	legplaats
legplank	noun	horizontale plank waarop men bijvoorbeeld kleding kan bergen
legplanken	=	legplank
legplankje	=	legplank
legplankjes	=	legplank
legpuzzel	noun	een in stukken gesneden of gezaagde afbeelding op papier of hout, die weer tot één geheel moet worden gemaakt
legpuzzels	=	legpuzzel
legpuzzeltje	=	legpuzzel
legras	noun	kippensoort die men houdt voor het produceren van eieren
legrassen	=	legras
legsel	noun	de eieren die gezamenlijk afgezet, bebroed of verzorgd worden
legsels	=	legsel
legseltje	=	legsel
legseltjes	=	legsel
legstrand	noun	zandvlakte aan de rand van een zee waar zeeschildpadden en andere reptielen hun eieren begraven
legstranden	=	legstrand
legstrandje	=	legstrand
legstrandjes	=	legstrand
legt	=	leggen
legtijd	noun	de periode van het jaar dat vogels hun eieren leggen en de jongen uitbroeden
legtijden	=	legtijd
leguaan	noun	naam voor hagedissensoorten uit de familie Iguanidae
leguaanachtigen	noun	een infraorde Iguania van hagedissen (onderorde Lacertilia), bestaande uit 16 families.
leguaantje	=	leguaan
leguaantjes	=	leguaan
leguanen	noun	een familie Iguanidae van hagedissen die vertegenwoordigd wordt door ongeveer 40 soorten in 8 geslachten.
lehavdel	noun	woord dat wordt geplaatst voor of tussen twee onverenigbare begrippen (heilig-profaan, levenden-doden, enz.)
lehavdiel	noun	woord dat wordt geplaatst voor of tussen twee onverenigbare begrippen (heilig-profaan, levenden-doden, enz.)
lei	noun	een plat stuk van leisteen
leiband	noun	een lijn, (honden)riem
leibanden	=	leiband
leibandje	=	leiband
leibandjes	=	leiband
leibomen	=	leiboom
leiboom	noun	een boom waarvan de takken in een bepaalde richting geleid worden
leiboompje	=	leiboom
leiboompjes	=	leiboom
leid	=	leiden
leidde	=	leiden
leidden	=	leiden
leide	=	leiden
leidek	=	leidekken
leidekke	=	leidekken
leidekken	verb	voorzien van een leistenen dak
leidekkend	=	leidekken
leidekkende	=	leidekken
leidekker	noun	iemand die daken voorziet van leien al of niet met metalen zoals koper
leidekkerij	noun	het vak van de leidekker
leidekkerijen	=	leidekkerij
leidekkers	=	leidekker
leidekkertje	=	leidekker
leidekkertjes	=	leidekker
leiden	verb	een leidinggevende functie hebben
leidenaar	noun	een inwoner van Leiden, of iemand afkomstig uit Leiden
leidenaars	=	leidenaar
leidenaren	=	leidenaar
leidend	adj	bepalend voor de richting van een beweging of ontwikkeling
leidende	=	leidend
leidender	=	leidend
leidendere	=	leidend
leidenders	=	leidend
leidends	=	leidend
leidendst	=	leidend
leidendste	=	leidend
leider	noun	iemand die leidt of bestuurt
leiders	=	leider
leidersbeginsel	noun	politiek beginsel dat een leider als staatshoofd postuleert
leidersbeginselen	=	leidersbeginsel
leidersbeginsels	=	leidersbeginsel
leiderscapaciteit	noun	geheel van eigenschappen waardoor je goed een overheersende rol kan spelen
leiderscapaciteiten	noun	geheel van eigenschappen waardoor je goed een overheersende rol kan spelen
leiderschap	noun	het geheel aan leiding geven aan medewerkers en volgelingen
leiderschapje	=	leiderschap
leiderschapjes	=	leiderschap
leiderschappen	=	leiderschap
leiderschapsstijl	noun	geheel van gedragingen en opvattingen die kenmerkend zijn voor de manier waarop iemand een organisatie bestuurt
leiderschapsstijlen	=	leiderschapsstijl
leidersplaats	noun	plaats, positie van leider
leidersplaatsen	=	leidersplaats
leidersprincipe	noun	politiek beginsel dat een leider als staatshoofd postuleert
leidersprincipes	=	leidersprincipe
leiderstrui	noun	trui die wordt gedragen door de leider van een klassement in een wielerronde
leiderstruien	=	leiderstrui
leiderstruitje	=	leiderstrui
leiderstruitjes	=	leiderstrui
leidertje	=	leider
leidertjes	=	leider
leiding	noun	het bepalen wat een groep of organisatie behoort te doen
leidingbeugel	noun	pantograaf
leidingbeugels	=	leidingbeugel
leidingbeugeltje	=	leidingbeugel
leidingbeugeltjes	=	leidingbeugel
leidingbrug	noun	een brug of viaduct bestemd voor het dragen van pijpleidingen
leidingbruggen	=	leidingbrug
leidingbuis	noun	holle buis waardoorheen (elektrische) draden getrokken kunnen worden
leidingbuisje	=	leidingbuis
leidingbuisjes	=	leidingbuis
leidingbuizen	=	leidingbuis
leidingdruk	noun	druk van een vloeistof of gas in de leidingbuizen
leidingen	=	leiding
leidingenbrug	noun	een brug of viaduct om pijpleidingen over een water, weg, spoorlijn of ander obstakel heen te laten lopen
leidingenbruggen	=	leidingenbrug
leidinggaaft	=	leidinggeven
leidinggaf	=	leidinggeven
leidinggave	=	leidinggeven
leidinggaven	=	leidinggeven
leidinggeef	=	leidinggeven
leidinggeeft	=	leidinggeven
leidinggegeven	=	leidinggeven
leidinggeve	=	leidinggeven
leidinggeven	verb	leiding geven
leidinggevend	adj	andere mensen leidend
leidinggevende	noun	iemand die in zijn of haar werk leiding geeft aan anderen
leidinggevenden	=	leidinggevende
leidinggevends	=	leidinggevend
leidingnet	noun	een samenstelling van met elkaar verbonden leidingen
leidingnetten	=	leidingnet
leidingwater	noun	Leidingwater is water dat via buisleidingen wordt getransporteerd
leidingwateren	=	leidingwater
leidingwaters	=	leidingwater
leidingwatertje	=	leidingwater
leidingwatertjes	=	leidingwater
leidinkje	=	leiding
leidinkjes	=	leiding
leidmotief	noun	leidende gedachte die telkens terugkeert in bv. een rede, verhaal, muziekstuk
leidmotiefje	=	leidmotief
leidmotieven	=	leidmotief
leidraad	noun	richtsnoer, iets waardoor je je gedrag laat beïnvloeden
leidraadje	=	leidraad
leidraadjes	=	leidraad
leidraden	=	leidraad
leids	adj	van, uit, zoals in, betreffende, enz.
leidse	noun	een vrouwelijke inwoner van Leiden, of een vrouw afkomstig uit Leiden
leidsel	noun	lange leren riem (soms ook gemaakt van touw of stevig lint) die dient als hulpmiddel voor de menner van een paard voor een wagen of kar waarmee hij de aanspanning bestuurt en het tempo onder controle houdt
leidsels	=	leidsel
leidseltje	=	leidsel
leidseltjes	=	leidsel
leidsen	=	leidse
leidser	=	leids
leidsere	=	leids
leidsers	=	leids
leidslieden	=	leidsman
leidslui	=	leidsman
leidsman	noun	iemand die leiding geeft aan anderen
leidsmannen	=	leidsman
leidsmannetje	=	leidsman
leidsmannetjes	=	leidsman
leidsnoer	noun	leidraad, handleiding, richtsnoer
leidsnoeren	=	leidsnoer
leidsnoertje	=	leidsnoer
leidsnoertjes	=	leidsnoer
leidst	=	leids
leidste	=	leids
leidster	noun	vrouwelijke vorm van leider
leidsterren	=	leidster
leidsterretje	=	leidster
leidsters	=	leidster
leidstertje	=	leidster
leidstertjes	=	leidster
leidt	=	leiden
leidtonen	=	leidtoon
leidtoon	noun	de toon van een melodie of van een akkoord, die min of meer duidelijk op de naast gelegen hogere of lagere halve toon is gericht; zo streeft de zevende, de hoogste toon van een toonladder sterk naar de grondtoon
leidtoontje	=	leidtoon
leidtoontjes	=	leidtoon
leien	adj	alleen attributief uit lei vervaardigd
leiens	=	leien
leigedekt	adj	voorzien van een leistenen dak
leigedekte	=	leigedekt
leigedekts	=	leigedekt
leigrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7015 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7015 ( ).
leigrijst	=	leigrijs
leigrijste	=	leigrijs
leigrijze	=	leigrijs
leigrijzen	=	leigrijs
leigrijzer	=	leigrijs
leigrijzere	=	leigrijs
leigrijzers	=	leigrijs
leikleurig	adj	donkergrijs zoals leisteen
leikleurige	=	leikleurig
leikleuriger	=	leikleurig
leikleurigere	=	leikleurig
leikleurigers	=	leikleurig
leikleurigs	=	leikleurig
leikleurigst	=	leikleurig
leikleurigste	=	leikleurig
leikruinbuulbuul	noun	Hypsipetes siquijorensis een zeer zeldzame zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
leikruinbuulbuuls	=	leikruinbuulbuul
leikruinbuulbuultje	=	leikruinbuulbuul
leikruinbuulbuultjes	=	leikruinbuulbuul
leiogen	=	leioog
leioog	noun	een gat of ring waardoor een stang of touw wordt geleid
leioogje	=	leioog
leioogjes	=	leioog
leip	adj|informal	gek, gestoord
leipe	=	leip
leiper	=	leip
leipere	=	leip
leipers	=	leip
leiplaat	noun	dit zwaar stuk leisteen dat men gebruikt voor het maken van biljarttafels
leiplaatje	=	leiplaat
leiplaatjes	=	leiplaat
leiplaten	=	leiplaat
leips	=	leip
leipst	=	leip
leipste	=	leip
leireep	noun	leidsel waarmee men een paard kan leiden
leirepen	=	leireep
leis	noun	lange dunne riem aan de halsband om een jachthond vast te houden
leisel	noun	een aantal paarden die verbonden door touwen kop aan staart lopen
leisels	=	leisel
leisen	=	leis
leisteen	noun	een blauwgrijze gesteente ontstaan door de metamorfose van klei of schalie, dat veel als dakbedekking wordt gebruikt
leistenen	adj	alleen attributief van lei vervaardigd
leisure	noun	vrije tijd
leitje	=	lei
leitjes	=	lei
leitmotiv	noun	een steeds weer terugkomend patroon in een stuk muziek
leitmotiven	=	leitmotiv
leiwerk	noun	de wijze waarop een dak met leien bedekt wordt
leiwiel	noun	draaiende schijf die in een pomp of turbine vloeistof in de gewenste richting laat stromen
leiwielen	=	leiwiel
leiwieltje	=	leiwiel
leiwieltjes	=	leiwiel
leizeel	noun	leidsel voor een hond of paard
leizeels	=	leizeel
leizen	=	leis
lek	noun	ongewenste opening waardoor een vloeistof of een gas in of uit kan	adj	vloeistof of gas doorlatend
lekbak	noun	bak waarin een lekkende vloeistof wordt opgevangen, bv. onder een bierpomp
lekbakje	=	lekbak
lekbakjes	=	lekbak
lekbakken	=	lekbak
lekbier	noun	minderwaardig bier
lekdicht	adj	zonder lek
lekdichte	=	lekdicht
lekdichter	=	lekdicht
lekdichtere	=	lekdicht
lekdichters	=	lekdicht
lekdichts	=	lekdicht
lekdichtst	=	lekdicht
lekdichtste	=	lekdicht
lekdorpel	noun	een horizontale lijst of een rij elementen, die er voor zorgt dat regenwater niet in de constructie kan doordringen
lekdorpels	=	lekdorpel
lekdorpeltje	=	lekdorpel
lekdorpeltjes	=	lekdorpel
leke	=	lijken
leken	=	lijken
lekenapostolaat	noun	het werk dat de leken individueel of georganiseerd doen tot uitbreiding van het christelijk geloof
lekenapostolaten	=	lekenapostolaat
lekenbroeder	noun	monnik die wel geloften heeft afgelegd maar niet tot priester is gewijd, in een klooster vaak belast met ondersteunende praktische werkzaamheden
lekenbroeders	=	lekenbroeder
lekend	=	lijken
lekende	=	lijken
lekenorde	noun	katholieke vereniging voor niet-geestelijken
lekenorden	=	lekenorde
lekenordes	=	lekenorde
lekenrechter	noun	een niet juridisch deskundige burger die meebeslist over de uitspraak in een rechtszaak
lekenrechters	=	lekenrechter
lekenrechtspraak	noun	rechtspraak waarbij niet juridisch geschoolde burgers meebeslissen over schuld en straf
lekenrechtspraken	=	lekenrechtspraak
lekenspel	noun	door amateurs gespeeld toneelstuk
lekenspelen	=	lekenspel
lekenzuster	noun	vrouw die, zonder een kloostergelofte af te leggen, met anderen gemeenschappelijk als geestelijke zuster leeft
lekenzusters	=	lekenzuster
leker	=	leek
lekere	=	leek
lekers	=	leek
lekgat	noun	opening waardoor water of een andere vloeistof kan weglekken
lekgaten	=	lekgat
lekgeprikt	=	lekprikken
lekgeprikte	=	lekprikken
lekgereden	=	lekrijden
lekgeschoten	=	lekschieten
lekgeslagen	=	lekslaan
lekje	=	lek
lekjes	=	lek
lekkage	noun	het binnendringen of wegvloeien van een vloeistof of gas door een lekgat
lekkages	=	lekkage
lekkagetje	=	lekkage
lekke	=	lek
lekken	verb	vloeistof laten ontsnappen
lekkend	=	lekken
lekkende	=	lekken
lekker	adj	aangenaam van smaak
lekkerbek	noun	liefhebber van smakelijk eten
lekkerbekje	=	lekkerbek
lekkerbekjes	=	lekkerbek
lekkerbekke	=	lekkerbekken
lekkerbekken	verb	smullen
lekkerbekkend	=	lekkerbekken
lekkerbekkende	=	lekkerbekken
lekkerbekt	=	lekkerbekken
lekkerbekte	=	lekkerbekken
lekkerbekten	=	lekkerbekken
lekkerder	=	lekker
lekkerdere	=	lekker
lekkerders	=	lekker
lekkere	=	lekker
lekkerkerkerkerkerker	noun	erker van een kerk in Lekkerkerk
lekkerkerkerkerkerkers	=	lekkerkerkerkerkerker
lekkerkoek	noun	bepaald soort peperkoek, gemaakt van roggemeel, suiker en specerijen
lekkerkoeken	=	lekkerkoek
lekkernij	noun	iets lekkers
lekkernijen	=	lekkernij
lekkernijtje	=	lekkernij
lekkernijtjes	=	lekkernij
lekkerpieper	noun	hoge ambtenaar die niet veel hoeft te werken
lekkerpiepers	=	lekkerpieper
lekkers	noun	snoepgoed
lekkerst	=	lekker
lekkerste	=	lekker
lekkertand	noun	persoon die van lekker eten houdt
lekkertanden	=	lekkertand
lekkertandje	=	lekkertand
lekkertandjes	=	lekkertand
lekkertje	noun	een aantrekkelijke jongedame of heer
lekkertjes	=	lekkertje
lekolie	noun	gelekte olie, verspilde olie
lekolies	=	lekolie
lekoved	prep	ter ere van
lekprik	=	lekprikken
lekprikke	=	lekprikken
lekprikken	verb	met een dun, scherp voorwerpen iets dat water- of luchtddicht is water- of luchtdoorlatend maken
lekprikkend	=	lekprikken
lekprikkende	=	lekprikken
lekprikt	=	lekprikken
lekprikte	=	lekprikken
lekprikten	=	lekprikken
lekreden	=	lekrijden
lekreed	=	lekrijden
lekrij	=	lekrijden
lekrijd	=	lekrijden
lekrijde	=	lekrijden
lekrijden	verb	een lekke band krijgen
lekrijdend	=	lekrijden
lekrijdende	=	lekrijden
lekrijdt	=	lekrijden
leks	=	lek
lekschiet	=	lekschieten
lekschiete	=	lekschieten
lekschieten	verb	door schieten lek maken
lekschietend	=	lekschieten
lekschietende	=	lekschieten
lekschoot	=	lekschieten
lekschote	=	lekschieten
lekschoten	=	lekschieten
leksla	=	lekslaan
lekslaan	verb	lek raken door onzacht in aanraking te komen met iets
lekslaand	=	lekslaan
lekslaande	=	lekslaan
lekslaat	=	lekslaan
leksloeg	=	lekslaan
leksloegen	=	lekslaan
lekst	=	lek
lekste	=	lek
leksteen	noun	druipsteen
lekstenen	=	leksteen
lekstok	noun	snoepgoed op een stokje
lekstokje	=	lekstok
lekstokjes	=	lekstok
lekstokken	=	lekstok
lekstromen	=	lekstroom
lekstroom	noun	elektrische stroom die voor nuttig gebruik verloren gaat o.a. doordat er stroom vloeit naar aarde en die optreedt in componenten zoals: condensators, batterijen, accu's, transformators, isolators, halfgeleiders, kabels en dergelijke
lekstroompje	=	lekstroom
lekstroompjes	=	lekstroom
lekt	=	lekken
lekte	=	lekken
lekten	=	lekken
lekvrij	adj	zonder dat er water of andere vloeistof uit kan gaan; helemaal afgesloten
lekvrije	=	lekvrij
lekvrijer	=	lekvrij
lekvrijere	=	lekvrij
lekvrijers	=	lekvrij
lekvrijs	=	lekvrij
lekvrijst	=	lekvrij
lekvrijste	=	lekvrij
lekwater	noun	water dat ergens langs lekt of gelekt is
lel	noun	klap, mep, oplawaai, schop
lelcaracara	noun	Phalcoboenus carunculatus een roofvogel uit de familie van de Falconidae (valkachtigen).
lelcaracara's	=	lelcaracara
lelcaracaraatje	=	lelcaracara
lelcaracaraatjes	=	lelcaracara
leldikkop	noun	Eulacestoma nigropectus een vrij kleine zangvogel uit het monotypische geslacht Eulacestoma.
leldikkopje	=	leldikkop
leldikkopjes	=	leldikkop
leldikkoppen	noun	Eulacestomatidae een familie van zangvogels.
lelgoean	noun	Aburria aburri een vogel in de familie van de Cracidae
lelgoeannetje	=	lelgoean
lelgoeannetjes	=	lelgoean
lelgoeans	=	lelgoean
lelhoningeter	noun	Melipotes carolae een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
lelhoningeters	noun	een geslacht Anthochaera van zangvogels uit de familie honingeters (Meliphagidae)
lelhoningetertje	=	lelhoningeter
lelhoningetertjes	=	lelhoningeter
leliaard	noun	Vlaming die in de middeleeuwen de kant van de Franse koning koos
leliaards	=	leliaard
lelibis	noun	Bostrychia carunculata een vogel uit de familie Threskiornithidae (Ibissen en lepelaars).
lelibisje	=	lelibis
lelibisjes	=	lelibis
lelibissen	=	lelibis
lelie	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lilium uit de familie Liliacecae
lelieachtig	adj	lijkend of eigenschappen hebbend van lelies
lelieachtige	=	lelieachtig
lelieachtiger	=	lelieachtig
lelieachtigere	=	lelieachtig
lelieachtigers	=	lelieachtig
lelieachtigs	=	lelieachtig
lelieachtigst	=	lelieachtig
lelieachtigste	=	lelieachtig
lelieblank	noun	bepaalde kleur, zo wit als een lelie	adj	heel wit, met een kleur zo helder als een lelie
lelieblanke	=	lelieblank
lelieblanker	=	lelieblank
lelieblankere	=	lelieblank
lelieblankers	=	lelieblank
lelieblanks	=	lelieblank
lelieblankst	=	lelieblank
lelieblankste	=	lelieblank
leliefamilie	noun	een familie Liliaceae uit de orde Liliales.
leliefamilies	=	leliefamilie
leliefamilietje	=	leliefamilie
leliefamilietjes	=	leliefamilie
leliehaan	=	leliehaantje
leliehaantje	noun	Lilioceris lilii een opvallende kever uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
leliehaantjes	=	leliehaantje
lelieloper	noun	Actophilornis africanus een watervogel die herkenbaar is aan zijn lange poten en tenen die hem in staat stellen op drijvende waterplanten te lopen in de ondiepe meren waar de soort bij voorkeur leeft.
lelielopers	=	lelieloper
lelielopertje	=	lelieloper
lelielopertjes	=	lelieloper
lelies	=	lelie
lelietje	=	lelie
lelietje-van-dalen	noun	bepaald soort kleine tot 30 centimeter hoge vaste plant, Convallaria majalis, die in het wild voorkomt in bosrijke streken, maar ook als tuinplant wordt gehouden
lelietjes	=	lelie
lelietjes-van-dalen	=	lelietje-van-dalen
lelietjespuntkogeltje	noun	Mycosphaerella brunneola een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
lelietjespuntkogeltjes	=	lelietjespuntkogeltje
leliewit	noun	een kleur zo wit als een lelie	adj	een kleur zo wit als een lelie hebbend
leliewits	=	leliewit
leliewitst	=	leliewit
leliewitste	=	leliewit
leliewitte	=	leliewit
leliewitten	=	leliewit
leliewitter	=	leliewit
leliewittere	=	leliewit
leliewitters	=	leliewit
lelijk	adj	onprettig om naar te kijken, niet mooi
lelijkaard	noun	persoon met een onaantrekkelijk uiterlijk
lelijkaardje	=	lelijkaard
lelijkaardjes	=	lelijkaard
lelijkaards	=	lelijkaard
lelijke	=	lelijk
lelijker	=	lelijk
lelijkerd	noun	iets of iemand die er onaantrekkelijk uitziet
lelijkerdje	=	lelijkerd
lelijkerdjes	=	lelijkerd
lelijkerds	=	lelijkerd
lelijkere	=	lelijk
lelijkers	=	lelijk
lelijketruiendag	noun	21 januari een dag dat men gestimuleerd wordt om een lelijke trui te dragen
lelijketruiendagen	=	lelijketruiendag
lelijkheden	=	lelijkheid
lelijkheid	noun	het minder mooi zijn
lelijks	=	lelijk
lelijkst	=	lelijk
lelijkste	=	lelijk
leliën	=	lelie
leljacana	noun	Jacana jacana een vogel behorend tot het geslacht der jacana's
leljacana's	=	leljacana
leljacanaatje	=	leljacana
leljacanaatjes	=	leljacana
lelkievietje	=	lelkievit
lelkievietjes	=	lelkievit
lelkievit	noun	Vanellus senegallus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
lelkieviten	=	lelkievit
lelkievitje	=	lelkievit
lelkievitjes	=	lelkievit
lelkraanvogel	noun	Grus carunculata een grote vogelsoort uit de familie van de kraanvogels.
lelkraanvogels	=	lelkraanvogel
lelkraanvogeltje	=	lelkraanvogel
lelkraanvogeltjes	=	lelkraanvogel
lellebel	noun	in seksueel of in algemeen opzicht oppervlakkige, ordinaire vrouw
lellebellen	=	lellebel
lellebelletje	=	lellebel
lellebelletjes	=	lellebel
lellen	=	lel
lelletje	=	lel
lelletjes	=	lel
lelrupsvogel	noun	Lobotos lobatus een zeldzame rupsvogel die endemisch is een paar landen in West-Afrika
lelrupsvogels	=	lelrupsvogel
lelrupsvogeltje	=	lelrupsvogel
lelrupsvogeltjes	=	lelrupsvogel
lelsatijnvogel	noun	Loboparadisea sericea een zangvogel uit de familie Cnemophilidae.
lelsatijnvogels	=	lelsatijnvogel
lelsatijnvogeltje	=	lelsatijnvogel
lelsatijnvogeltjes	=	lelsatijnvogel
lelspreeuw	noun	Creatophora cinerea een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
lelspreeuwen	=	lelspreeuw
lelspreeuwtje	=	lelspreeuw
lelspreeuwtjes	=	lelspreeuw
lelwel	noun	een ondersoort Alcelaphus buselaphus lelwel van het hartenbeest, die voorkomt in de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Democratische Republiek Congo, Ethiopië, Kenia, Oeganda, Soedan, Tanzania, Tsjaad en Zuid-Soedan
lelwellen	=	lelwel
lelwelletje	=	lelwel
lelwelletjes	=	lelwel
lelystads	adj	op Lelystad betrekking hebbend
lelystadse	noun	een vrouwelijke inwoner van Lelystad, of een vrouw afkomstig uit Lelystad
lelystadsen	=	lelystadse
lelystadser	=	lelystads
lelystadsere	=	lelystads
lelystadsers	=	lelystads
lelystadst	=	lelystads
lelystadste	=	lelystads
lelystatter	noun	een inwoner van Lelystad, of iemand afkomstig uit Lelystad
lelystatters	=	lelystatter
lemahadrien	adv	voor de preciezen
lemargo	noun	Somniosus rostratus een vis uit de familie van sluimer- of ijshaaien (Somniosidae) en deze familie behoort tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
lemargo's	=	lemargo
lemargootje	=	lemargo
lemargootjes	=	lemargo
leme	=	lemen
lemen	adj	van leem vervaardigd
lemend	=	lemen
lemende	=	lemen
lemig	adj	op leem lijkend
lemige	=	lemig
lemiger	=	lemig
lemigere	=	lemig
lemigers	=	lemig
lemigs	=	lemig
lemigst	=	lemig
lemigste	=	lemig
lemma	noun	het eerste woord van een artikel in een woordenboek of encyclopedie
lemma's	=	lemma
lemmaatje	=	lemma
lemmaatjes	=	lemma
lemmata	=	lemma
lemmer	noun	lemmet
lemmeraak	noun	groot zeilschip voor de binnenvaart van een type dat in de tweede helft van de 19e eeuw ontstond uit visaak
lemmeraken	=	lemmeraak
lemmers	=	lemmer
lemmertje	=	lemmer
lemmertjes	=	lemmer
lemmet	noun	het gedeelte van een mes waarmee gesneden wordt
lemmeten	=	lemmet
lemmetje	noun	Citrus aurantifolia limoen
lemmetjebomen	=	lemmetjeboom
lemmetjeboom	noun	Citrus × aurantiifolia boom waaraan limoenen groeien
lemmetjeboompje	=	lemmetjeboom
lemmetjeboompjes	=	lemmetjeboom
lemmetjes	=	lemmetje
lemming	noun	een knaagdier dat vooral in het hoge noorden op de toendra's voorkomt
lemmingen	noun	een informele groep binnen de onderfamilie woelmuizen (Arvicolinae) die bestaat uit de geslachten echte lemmingen (Lemmus), lemmingmuizen (Synaptomys), boslemming (Myopus) en halsbandlemmingen (Dicrostonyx).
lemmingengedrag	noun	groepsgedrag als van lemmingen die verondersteld worden zich nu en dan met zijn allen in het verderf te storten
lemmings	=	lemming
lemminkje	=	lemming
lemminkjes	=	lemming
lemniscaat	noun	kromme die lijkt op een liggende 8
lemniscaatje	=	lemniscaat
lemniscaten	=	lemniscaat
lemoen	=	lamoen
lemosjee	adv	aan Mozes
lemper	noun	Indonesisch gerecht bestaand uit een rolletje van kleefrijst, gevuld met vleeswaar
lempers	=	lemper
lempertje	=	lemper
lemsteraak	noun	groot zeilschip voor de binnenvaart van een type dat in de tweede helft van de 19e eeuw ontstond uit de visaak
lemsteraken	=	lemsteraak
lemuren	noun	Lemuriformes een infraorde van de orde van primaten.
lemuur	noun	Lemuriformes exemplaar van een groep halfapen die in het wild voorkomen op Madagaskar
lemuurtje	=	lemuur
lemuurtjes	=	lemuur
lende	noun	laagste deel van de rug voor het kruis
lendedoek	=	lendendoek
lendelap	noun	stuk mager vlees afkomstig van een rund
lendelapje	=	lendelap
lendelapjes	=	lendelap
lendelappen	=	lendelap
lendeloos	adj	zeer vermoeid in de lende streek
lendeloost	=	lendeloos
lendelooste	=	lendeloos
lendeloze	=	lendeloos
lendelozer	=	lendeloos
lendelozere	=	lendeloos
lendelozers	=	lendeloos
lenden	=	lende
lendenbiefstuk	noun	runderbiefstuk van de dunne lende
lendenbiefstukken	=	lendenbiefstuk
lendendoek	noun	een kledingstuk doorgaans gedragen door mannen, dat bedoeld is ter bedekking van het geslachtsdeel en (een gedeelte van) de billen
lendendoeken	=	lendendoek
lendendoekje	=	lendendoek
lendendoekjes	=	lendendoek
lendenen	=	lende
lendenstuk	noun	vlees dat komt van de rug van een dier
lendenstukken	=	lendenstuk
lendetje	=	lende
lene	=	lenen
lenen	verb	iets wat eigendom is van een ander tijdelijk gebruiken, al dan niet in ruil voor een kleine vergoeding
lenend	=	lenen
lenende	=	lenen
lener	noun	iemand die iets van iemand anders leent
leners	=	lener
lenertje	=	lener
lenertjes	=	lener
leng	noun	kabeljauwachtige zoutwatervis met kleine kop en zeer lang lichaam die vooral in de Noordzee en de Middellandse Zee voorkomt Molva molva
lengde	=	lengen
lengden	=	lengen
lenge	=	lengen
lengen	verb	langer maken
lengend	=	lengen
lengende	=	lengen
lengetje	=	leng
lengetjes	=	leng
lengt	=	lengen
lengte	noun	de grootste afmeting van een voorwerp
lengteas	noun	as die de middelste punten der breedten verbindt, hartlijn in de lengterichting.
lengteasje	=	lengteas
lengteasjes	=	lengteas
lengteassen	=	lengteas
lengtecirkel	noun	een denkbeeldige lijn over het aardoppervlak van pool naar pool, die haaks staat op de evenaar
lengtecirkels	=	lengtecirkel
lengtegraad	noun	de hoek tussen het meridiaanvlak van Greenwich en het meridiaanvlak van het meetpunt
lengtegraadje	=	lengtegraad
lengtegraden	=	lengtegraad
lengtemaat	noun	een eenheid/maat om de lengte van iets op te meten.
lengtemaatje	=	lengtemaat
lengtemaatjes	=	lengtemaat
lengtematen	=	lengtemaat
lengten	=	lengte
lengterichting	noun	evenwijdig met de langste zijde van iets
lengterichtingen	=	lengterichting
lengtes	=	lengte
lengtetje	=	lengte
lengteverschil	noun	onderscheid in afstand of grootste afmeting
lengteverschillen	=	lengteverschil
lenig	adj	met soepele ledematen	adv	met soepele ledematen
lenigde	=	lenigen
lenigden	=	lenigen
lenige	=	lenig
lenigen	verb	verzachten, minder indringend of nijpend maken
lenigend	=	lenigen
lenigende	=	lenigen
leniger	=	lenig
lenigere	=	lenig
lenigers	=	lenig
lenigheden	=	lenigheid
lenigheid	noun	het lenig zijn
leniging	noun	het oplossen of minder zwaar maken van een nood, probleem of schuld
lenigingen	=	leniging
lenigingetje	=	leniging
lenigingetjes	=	leniging
lenigs	=	lenig
lenigst	=	lenig
lenigste	=	lenig
lenigt	=	lenigen
lening	noun	tijdelijke verschaffing van geld, dat later weer wordt terugbetaald, vaak met vergoeding van rente
leningen	=	lening
leningenportefeuille	noun	de leningen die men bij personen of organisaties heeft uitstaan
leningenportefeuilles	=	leningenportefeuille
leningsvoorwaarde	noun	voorwaarde waaraan een lener moet voldoen en die de geldverstrekker stelt voor het verstrekken van een lening
leningsvoorwaarden	=	leningsvoorwaarde
leninisme	noun	marxisme zoals dat vorm kreeg tijdens en na de Russische revolutie in 1917.
leninist	noun	aanhanger van de leer van Lenin
leninisten	=	leninist
leninisties	=	leninistisch
leninistisch	adj	met betrekking tot het leninisme
leninistische	=	leninistisch
leninistischer	=	leninistisch
leninistischere	=	leninistisch
leninistischers	=	leninistisch
leninistischt	=	leninistisch
leninistischte	=	leninistisch
leninkje	=	lening
leninkjes	=	lening
lenok	noun	Brachymystax lenok een forel uit de familie der zalmen (Salmonidae).
lenoks	=	lenok
lens	noun	een geslepen stuk transparant materiaal dat lichtstralen breekt	adj	lek, lam
lensband	noun	band die de lens van het oog binnen de oogkas houdt
lensbanden	=	lensband
lensbandje	=	lensband
lensbandjes	=	lensband
lensbeursje	noun	capsula lentis, (doorschijnend) kapsel om de lens van het oog
lensbeursjes	=	lensbeursje
lensde	=	lenzen
lensden	=	lenzen
lensdop	noun	ondoorzichtige bescherming die voorop de lens van een fotocamera zit als er geen foto's gemaakt worden
lensdopje	=	lensdop
lensdopjes	=	lensdop
lensdoppen	=	lensdop
lense	=	lensen
lensen	verb|obsolete	een walvis met een lens doorsteken
lensend	=	lensen
lensende	=	lensen
lensgalwesp	noun	Neuroterus quercusbaccarum een wespensoort uit de familie van de galwespen (Cynipidae).
lensgalwespen	=	lensgalwesp
lensgalwespje	=	lensgalwesp
lensgalwespjes	=	lensgalwesp
lensinrichting	noun	apparaat waarin lenzen aanwezig zijn
lensinrichtingen	=	lensinrichting
lensje	=	lens
lensjes	=	lens
lenskap	noun	een ondoorzichtige bescherming aan de voorzijde van een lens die op een camera zit
lenskapje	=	lenskap
lenskapjes	=	lenskap
lenskappen	=	lenskap
lenskop	noun	de bolvormige bovenkant van een schroef
lenskoppen	=	lenskop
lensput	noun	laagste punt van een schip waar zich (lek)water ophoopt en waar dit water kan worden weggepompt
lensputten	=	lensput
lenst	=	lensen
lenste	=	lensen
lenstechniek	noun	toepassing van doorzichtig materiaal met een dikte die zo varieert dat een lamp de gewenste lichtbundel geeft
lenstechnieken	=	lenstechniek
lensten	=	lensen
lensvormig	adj	vorm van een lens hebbend
lensvormige	=	lensvormig
lensvormiger	=	lensvormig
lensvormigere	=	lensvormig
lensvormigers	=	lensvormig
lensvormigs	=	lensvormig
lensvormigst	=	lensvormig
lensvormigste	=	lensvormig
lenswater	noun	water dat in het ruim van het schip gelopen is en zodoende met een lenspomp eruit moet worden gepompt
lenswatertje	=	lenswater
lenswatertjes	=	lenswater
lente	noun	eerste jaargetijde, een van de vier seizoenen
lente-erebia	noun	Erebia epistygne een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
lente-erebia's	=	lente-erebia
lente-erebiaatje	=	lente-erebia
lente-erebiaatjes	=	lente-erebia
lente-orvlinder	noun	Achlya flavicornis een nachtvlinder die behoort tot de Drepanidae, de eenstaartjes.
lente-orvlinders	=	lente-orvlinder
lente-orvlindertje	=	lente-orvlinder
lente-orvlindertjes	=	lente-orvlinder
lente-renspin	noun	Philodromus collinus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de renspinnen (Philodromidae)
lente-renspinnen	=	lente-renspin
lente-renspinnetje	=	lente-renspin
lente-renspinnetjes	=	lente-renspin
lente-ui	noun	een jonge nog onvolgroeide geboste ui met blad
lente-uien	=	lente-ui
lente-uitje	=	lente-ui
lente-uitjes	=	lente-ui
lente-uitverkoop	noun	een gelegenheid in de lente waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
lente-uitverkopen	=	lente-uitverkoop
lenteaanbieding	noun	een speciale aanbieding, vaak met korting of een ander voordeel, die bedrijven speciaal voor de lenteperiode doen
lenteaanbiedingen	=	lenteaanbieding
lenteaanbiedinkje	=	lenteaanbieding
lenteaanbiedinkjes	=	lenteaanbieding
lenteachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van de lente
lenteachtige	=	lenteachtig
lenteachtiger	=	lenteachtig
lenteachtigere	=	lenteachtig
lenteachtigers	=	lenteachtig
lenteachtigs	=	lenteachtig
lenteachtigst	=	lenteachtig
lenteachtigste	=	lenteachtig
lenteactie	noun	commerciële actie of aanbieding die plaatsvindt tijdens het lenteseizoen om klanten aan te trekken
lenteacties	=	lenteactie
lenteactietje	=	lenteactie
lenteactietjes	=	lenteactie
lenteakkoord	noun	een akkoord dat in de lente gesloten wordt.
lenteakkoorden	=	lenteakkoord
lenteakkoordje	=	lenteakkoord
lenteakkoordjes	=	lenteakkoord
lenteanemonen	=	lenteanemoon
lenteanemoon	noun	Pulsatilla vernalis een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die, alhoewel zeldzaam, te vinden is in de meeste Europese gebergtes.
lenteanemoontje	=	lenteanemoon
lenteanemoontjes	=	lenteanemoon
lenteavond	noun	de uren tussen de middag en de nachtelijke uren van een dag in de lente.
lenteavonden	=	lenteavond
lenteavondje	=	lenteavond
lenteavondjes	=	lenteavond
lentebekerzwam	noun	Caloscypha fulgens een schimmel behorend tot de familie Caloscyphaceae.
lentebekerzwammen	=	lentebekerzwam
lentebekerzwammetje	=	lentebekerzwam
lentebekerzwammetjes	=	lentebekerzwam
lentebode	noun	aankondiger van de lente
lenteboden	=	lentebode
lentebodes	=	lentebode
lentedag	noun	een dag in maart, april of mei
lentedagen	=	lentedag
lentedagje	=	lentedag
lentedagjes	=	lentedag
lentefeest	noun	feest waarmee (het begin van) de lente wordt gevierd
lentefeesten	=	lentefeest
lentefeestje	=	lentefeest
lentefeestjes	=	lentefeest
lentefranjehoed	noun	Psathyrella fatua een paddenstoel uit de familie Psathyrellaceae.
lentefranjehoeden	=	lentefranjehoed
lentefranjehoedje	=	lentefranjehoed
lentefranjehoedjes	=	lentefranjehoed
lentefris	adj	opvallend schoon, zuiver, of een prettige geur verspreidend
lentefrisse	=	lentefris
lentefrisser	=	lentefris
lentefrissere	=	lentefris
lentefrissers	=	lentefris
lentefrist	=	lentefris
lentefriste	=	lentefris
lentegroen	noun	de frisse groene kleur zoals die in de lente gezien kan worden	adj	de kleur lentegroen hebbend
lentegroene	=	lentegroen
lentegroener	=	lentegroen
lentegroenere	=	lentegroen
lentegroeners	=	lentegroen
lentegroens	=	lentegroen
lentegroenst	=	lentegroen
lentegroenste	=	lentegroen
lentegroentje	=	lentegroen
lentegroentjes	=	lentegroen
lentehangmatspin	noun	Neriene montana een spinnensoort uit de familie hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae)
lentehangmatspinnen	=	lentehangmatspin
lentehangmatspinnetje	=	lentehangmatspin
lentehangmatspinnetjes	=	lentehangmatspin
lentekleding	noun	kleren die zijn afgestemd op de overgangsperiode tussen de koude winter en de warme zomer, doorgaans gedragen in de maanden maart, april en mei.
lenteklokje	noun	bepaald bolgewas met witte bloempjes, Leucojum vernum uit de familie Amaryllidaceae.
lenteklokjes	=	lenteklokje
lenteknikkertje	noun	Phomatospora berkeleyi een schimmel behorend tot de familie Phomatosporaceae.
lenteknikkertjes	=	lenteknikkertje
lentelangpoot	noun	Tipula vernalis een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
lentelangpootje	=	lentelangpoot
lentelangpootjes	=	lentelangpoot
lentelangpoten	=	lentelangpoot
lentelied	noun	lied dat geschikt lijkt om in de lente te worden gezongen
lenteliederen	=	lentelied
lenteliedje	=	lentelied
lenteliedjes	=	lentelied
lentelucht	noun	de lucht met de eigenschappen die horen bij het voorjaar
lenteluchten	=	lentelucht
lenteluchtje	=	lentelucht
lenteluchtjes	=	lentelucht
lentemaand	noun	de derde, vierde of de vijfde maand van het jaar
lentemaanden	=	lentemaand
lentemaandje	=	lentemaand
lentemaandjes	=	lentemaand
lentemiddag	noun	de uren tussen de ochtend en de avond van een dag in de lente.
lentemiddagen	=	lentemiddag
lentemiddagje	=	lentemiddag
lentemiddagjes	=	lentemiddag
lentemorgen	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in de lente.
lentemorgens	=	lentemorgen
lentemorgentje	=	lentemorgen
lentemorgentjes	=	lentemorgen
lentenacht	noun	de uren van een dag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van dag in de lente.
lentenachten	=	lentenacht
lentenachtevening	noun	datum waarop dag en nacht even lang zijn in de lente d.w.z. op 21 maart
lentenachteveningen	=	lentenachtevening
lentenachtje	=	lentenacht
lentenachtjes	=	lentenacht
lenteochtend	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in de lente.
lenteochtenden	=	lenteochtend
lenteochtendje	=	lenteochtend
lenteochtendjes	=	lenteochtend
lentepunt	noun	het moment dat de zon het denkbeeldige vlak van de evenaar in noordelijke richting passeert
lentepunten	=	lentepunt
lenteroos	noun	Helleborus orientalis plant uit het geslacht nieskruid waartoe ook de kerstroos (Helleborus niger) behoort.
lenteroosje	=	lenteroos
lenteroosjes	=	lenteroos
lenterozen	=	lenteroos
lentes	=	lente
lentestorm	noun	een storm die in het jaargetijde van de lente woedt
lentestormen	=	lentestorm
lentestormpje	=	lentestorm
lentestormpjes	=	lentestorm
lentestrooiselspin	noun	Microneta viaria een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
lentestrooiselspinnen	=	lentestrooiselspin
lentestrooiselspinnetje	=	lentestrooiselspin
lentestrooiselspinnetjes	=	lentestrooiselspin
lentetepelkogeltje	noun	een schimmel Rosellinia aquila behorend tot de familie Xylariaceae.
lentetepelkogeltjes	=	lentetepelkogeltje
lentetje	=	lente
lentetjes	=	lente
lentevakantie	noun	in vakantie in het voorjaar
lentevakanties	=	lentevakantie
lentevakantietje	=	lentevakantie
lentevakantietjes	=	lentevakantie
lentevlucht	noun	een reis met een vliegtuig in de lente
lentevluchten	=	lentevlucht
lentevuurspin	noun	Eresus sandaliatus een spinnensoort uit de familie van de fluweelspinnen (Eresidae).
lentevuurspinnen	=	lentevuurspin
lentevuurspinnetje	=	lentevuurspin
lentevuurspinnetjes	=	lentevuurspin
lenteweder	noun	lenteweer, voorjaarsweer
lenteweer	noun	zacht aangenaam weer zoals dat in het lente soms voorkomt
lenteweertje	=	lenteweer
lenteweertjes	=	lenteweer
lentewind	noun	de meestal niet zo heel harde en niet zo heel koude wind die waait in de lente
lentewinden	=	lentewind
lentewindje	=	lentewind
lentewindjes	=	lentewind
lenticulair	adj	lensvormig
lento	noun	muziekstuk of deel daarvan dat langzaam gespeeld moet worden, maar niet zo gedragen als een largo	adv	langzaam gespeeld (maar niet zo gedragen als largo)
lento's	=	lento
lentootje	=	lento
lentootjes	=	lento
lenze	=	lens
lenzen	verb	leegmaken.
lenzend	=	lenzen
lenzende	=	lenzen
lenzenformule	noun	een formule uit de geometrische optica die het verband beschrijft tussen de beeldafstand, de voorwerpsafstand en de brandpuntsafstand van een lens
lenzenformules	=	lenzenformule
lenzensysteem	noun	een dusdanig samengesteld aantal lenzen dat voldaan wordt aan de gewenste optische eigenschappen
lenzensysteempje	=	lenzensysteem
lenzensysteempjes	=	lenzensysteem
lenzensystemen	=	lenzensysteem
lenzer	=	lens
lenzere	=	lens
lenzers	=	lens
leone	noun	munteenheid van Sierra Leone sinds 1960
leonees	noun	dialect van het Asturisch, gesproken in Spanje
leones	=	leone
leopoldsorde	noun	onderscheiding die door de koning van België wordt gegeven aan mensen die een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd
leopoldsorden	=	leopoldsorde
leopoldsordes	=	leopoldsorde
lep	=	leppen
lepe	=	leep
lepel	noun	een voorwerp bestaande uit een greep en een kom(metje), waarmee vloeibaar voedsel wordt gegeten
lepelaar	noun	Platalea leucorodia, een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel
lepelaars	noun	Plateinae een onderfamilie van vogels uit de familie ibissen en lepelaars (Threskiornithidae).
lepelaartje	=	lepelaar
lepelaartjes	=	lepelaar
lepelaer	=	lepelaar
lepelaren	=	lepelaar
lepelbak	noun	bak om lepels in op te bergen, bestekbak
lepelbakje	=	lepelbak
lepelbakjes	=	lepelbak
lepelbakken	=	lepelbak
lepelbekeend	noun	Malacorhynchus membranaceus een eend uit de familie van de Anatidae.
lepelbekeenden	=	lepelbekeend
lepelbekeendje	=	lepelbekeend
lepelbekeendjes	=	lepelbekeend
lepelbekstrandloper	noun	Calidris pygmaea een vogel uit de familie van de strandlopers en snippen (Scolopacidae).
lepelbekstrandlopers	=	lepelbekstrandloper
lepelbekstrandlopertje	=	lepelbekstrandloper
lepelbekstrandlopertjes	=	lepelbekstrandloper
lepelblaadje	=	lepelblad
lepelblaadjes	=	lepelblad
lepelblad	noun	holle deel van een lepel
lepelbladen	=	lepelblad
lepelbomen	=	lepelboom
lepelboom	noun	benaming voor heideachtige planten uit het geslacht Kalmia
lepelboompje	=	lepelboom
lepelboompjes	=	lepelboom
lepelboor	noun	houtboor met een lepelvormig snijstuk dat het eigenlijke boren doet
lepelboortje	=	lepelboor
lepelboortjes	=	lepelboor
lepelboren	=	lepelboor
lepelde	=	lepelen
lepelden	=	lepelen
lepele	=	lepelen
lepelen	verb	iets op een lepel nemen, iets als een lepel opnemen
lepelend	=	lepelen
lepelende	=	lepelen
lepelexcavateur	noun	graafmachine, voorzien van één grote graafemmer, die als een lepel aan een lange steel is bevestigd
lepelexcavateurs	=	lepelexcavateur
lepelexcavateurtje	=	lepelexcavateur
lepelexcavateurtjes	=	lepelexcavateur
lepelhaak	noun	dubbele ophanghaak die enigszins op een lepel lijkt
lepelhaakje	=	lepelhaak
lepelhaakjes	=	lepelhaak
lepelhaken	=	lepelhaak
lepelhangmatspin	noun	Pityohyphantes phrygianus een spinnensoort uit de familie hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae)
lepelhangmatspinnen	=	lepelhangmatspin
lepelhangmatspinnetje	=	lepelhangmatspin
lepelhangmatspinnetjes	=	lepelhangmatspin
lepelhond	noun	Otocyon megalotis Afrikaanse hondachtige
lepelhonden	=	lepelhond
lepelhondje	=	lepelhond
lepelhondjes	=	lepelhond
lepelkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Cochlearia uit de familie kruisbloemigen
lepelkruiden	=	lepelkruid
lepelmot	noun	Tinagma perdicella een vlinder uit de familie lepelmotten (Douglasiidae).
lepelmotje	=	lepelmot
lepelmotjes	=	lepelmot
lepelmotten	noun	Douglasiidae een familie van vlinders, die als een van de weinige vlinderfamilies niet in een superfamilie is geplaatst maar als een basale groep in de clade Apoditrysia wordt beschouwd.
lepelplant	noun	een geslacht Spathiphyllum uit de aronskelkfamilie (Araceae).
lepelplanten	=	lepelplant
lepelplantje	=	lepelplant
lepelplantjes	=	lepelplant
lepelrek	noun	rek voor lepels in de keuken
lepelrekje	=	lepelrek
lepelrekjes	=	lepelrek
lepelrekken	=	lepelrek
lepels	=	lepel
lepelschelp	noun	Cochlodesma praetenue een tweekleppigensoort uit de familie van de Periplomatidae.
lepelschelpen	noun	een familie Periplomatidae van tweekleppigen uit de orde Anomalodesmata.
lepelschelpje	=	lepelschelp
lepelschelpjes	=	lepelschelp
lepelschildmos	noun	Melanohalea exasperatula een korstmos uit de familie Parmeliaceae.
lepelschildmosje	=	lepelschildmos
lepelschildmosjes	=	lepelschildmos
lepelschildmossen	=	lepelschildmos
lepelschildspinnetje	noun	Ceratinella scabrosa een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
lepelschildspinnetjes	=	lepelschildspinnetje
lepelsgewijs	adj	met telkens kleine schepjes
lepelsgewijze	=	lepelsgewijs
lepelslang	noun	brilslang
lepelslangen	=	lepelslang
lepelslangetje	=	lepelslang
lepelslangetjes	=	lepelslang
lepelsteekmier	noun	Myrmica lonae een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
lepelsteekmieren	=	lepelsteekmier
lepelsteekmiertje	=	lepelsteekmier
lepelsteekmiertjes	=	lepelsteekmier
lepelsteur	noun	bepaald soort vis met lepelvormig verbrede bek die 2 meter lang kan worden en meer dan 80 kilogram kan wegen, Polyodon spathula
lepelsteuren	noun	een primitieve familie Polyodontidae van vissen uit de orde van de steurachtigen (Acipenseriformes).
lepelsteurtje	=	lepelsteur
lepelsteurtjes	=	lepelsteur
lepelt	=	lepelen
lepeltje	=	lepel
lepeltje-lepeltje	adv	in een houding waarin beide op de zij liggen met de voorzijden van hoofd, romp en benen bij de een dicht tegen de achterzijden bij de ander
lepeltjes	=	lepel
lepelvaas	noun	een klein vaasje dat bedoeld is om suikerlepeltjes in te bewaren
lepelvaasje	=	lepelvaas
lepelvaasjes	=	lepelvaas
lepelvazen	=	lepelvaas
lepelvormig	adj	de vorm hebben van een lepel.
lepelvormige	=	lepelvormig
lepelvormiger	=	lepelvormig
lepelvormigere	=	lepelvormig
lepelvormigers	=	lepelvormig
lepelvormigs	=	lepelvormig
lepelvormigst	=	lepelvormig
lepelvormigste	=	lepelvormig
lepelwagen	noun	een wagen die ingericht is om twee banden van een gestrande wagen op te tillen en zo het voertuig en naar de garage te brengen
lepelwagens	=	lepelwagen
lepelwagentje	=	lepelwagen
lepelwagentjes	=	lepelwagen
lepelzucht	noun|obsolete	honger
lepelzuchtje	=	lepelzucht
lepeneut	noun	lepe vrouw
lepeneuten	=	lepeneut
lepeneutje	=	lepeneut
lepeneutjes	=	lepeneut
leper	=	leep
leperaar	=	lepelaar
leperd	noun	een intelligent iemand die niet eerlijk of oprecht is
leperdje	=	leperd
leperdjes	=	leperd
leperds	=	leperd
lepere	=	leep
lepers	=	leep
lepidopterist	noun	iemand die vlinders (Lepidoptera) vangt, verzamelt en bestudeert
lepidopteristen	=	lepidopterist
lepidopteristje	=	lepidopterist
lepidopteristjes	=	lepidopterist
lepidopterologie	noun	wetenschap die vlinders bestudeert
lepidopterologisch	adj	betrekking hebbend op de lepidopterologie
lepidopterologische	=	lepidopterologisch
lepidopterologischer	=	lepidopterologisch
lepidopterologischere	=	lepidopterologisch
lepidopterologischers	=	lepidopterologisch
leplam	=	leblam
leporello	noun	drukwerk dat in meerdere slagen zigzag is gevouwen
leporello's	=	leporello
leporelloboek	noun	boek dat bestaat uit één lange strook papier die in een zigzag- of harmoniemodel is gevouwen, vaak met harde kaften aan de uiteinden
leporelloboeken	=	leporelloboek
leporelloboekje	=	leporelloboek
leporelloboekjes	=	leporelloboek
leppe	=	leppen
leppen	verb	lebberen
leppend	=	leppen
leppende	=	leppen
lepper	=	lepperen
lepperde	=	lepperen
lepperden	=	lepperen
leppere	=	lepperen
lepperen	verb	met kleine teugjes drinken
lepperend	=	lepperen
leppert	=	lepperen
lepra	noun	infectieziekte, veroorzaakt door de bacteriën Mycobacterium leprae of Mycobacterium lepromatosis De ziekte leidt tot huidafwijkingen en schade aan perifere zenuwen en geeft in veel culturen aanleiding tot ernstige stigmatisering.
leprabestrijding	noun	het actief opsporen, behandelen en voorkomen van de chronische infectieziekte lepra (ziekte van Hansen).
leprabestrijdingen	=	leprabestrijding
leprabestrijdinkje	=	leprabestrijding
leprabestrijdinkjes	=	leprabestrijding
lepralijder	noun	melaatse
lepralijders	=	lepralijder
leprapatiënt	noun	persoon lijdend aan lepra, een ernstige huidinfectie
leprapatiënten	=	leprapatiënt
leprapatiëntje	=	leprapatiënt
leprapatiëntjes	=	leprapatiënt
lepreus	adj	lijdend aan lepera
lepreust	=	lepreus
lepreuste	=	lepreus
lepreuze	=	lepreus
lepreuzer	=	lepreus
lepreuzere	=	lepreus
lepreuzers	=	lepreus
leprologen	=	leproloog
leproloog	noun	iemand die door studie veel verstand heeft van lepra.
leproos	noun	melaatse
leproosje	=	leproos
leprosaria	=	leprosarium
leprosarium	noun	een inrichting (ziekenhuis) voor lepralijders (melaatsen)
leprosariumpje	=	leprosarium
leprosariumpjes	=	leprosarium
leprosariums	=	leprosarium
leproze	=	leproos
leprozen	=	leproos
leprozenhuis	noun	verzorgingstehuis voor melaatsen
leprozenhuisje	=	leprozenhuis
leprozenhuisjes	=	leprozenhuis
leprozenhuizen	=	leprozenhuis
leprozerie	noun	inrichting voor mensen die aan lepra lijden, geïsoleerd van de rest van de bevolking, zodat anderen niet besmet raken
leprozerieën	=	leprozerie
lept	=	leppen
lepte	=	leppen
lepten	=	leppen
leptine	noun	een peptidehormoon dat van nature in het menselijk lichaam aanwezig is en een rol speelt bij de regulatie van verzadiging
leptinen	=	leptine
leptines	=	leptine
lepton	noun	een elementair deeltje dat niet uit quarks is samengesteld
leptonen	=	lepton
leptongetal	noun	het aantal leptonen minus het aantal antileptonen
leptongetallen	=	leptongetal
leptongetalletje	=	leptongetal
leptongetalletjes	=	leptongetal
leptopogon	noun	Leptopogon een geslacht van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
leptopogonnetje	=	leptopogon
leptopogonnetjes	=	leptopogon
leptopogons	=	leptopogon
leptosome	=	leptosoom
leptosomen	=	leptosoom
leptosomer	=	leptosoom
leptosomere	=	leptosoom
leptosomers	=	leptosoom
leptosoom	noun	een persoon met langwerpig smal gelaat, scherpe neus en smalle lichaamsbouw	adj	met een langwerpig smal gelaat, een scherpe neus en een smalle lichaamsbouw
leptosoompje	=	leptosoom
leptosoompjes	=	leptosoom
leptosooms	=	leptosoom
leptosoomst	=	leptosoom
leptosoomste	=	leptosoom
leraar	noun	iemand die lesgeeft
leraaropleiding	noun	hogere beroepsopleiding tot onderwijskracht aan scholen voor het secundair onderwijs
leraaropleidingen	=	leraaropleiding
leraaropleidinkje	=	leraaropleiding
leraaropleidinkjes	=	leraaropleiding
leraars	=	leraar
leraarsberoep	noun	het leraar zijn en alles wat daarmee samenhangt
leraarsberoepen	=	leraarsberoep
leraarschap	noun	alles wat hoort bij het leraar zijn
leraarschappen	=	leraarschap
leraarskamer	noun	de kamer waar de leraren aanwezig zijn als ze op school zijn en geen les geven
leraarskamers	=	leraarskamer
leraarskamertje	=	leraarskamer
leraarskamertjes	=	leraarskamer
leraarskorps	noun	de gezamenlijke leraren van een onderwijsinstelling
leraarskorpsen	=	leraarskorps
leraarslokaal	noun	de kamer waar de leraren aanwezig zijn als ze op school zijn en geen les geven
leraarslokaaltje	=	leraarslokaal
leraarslokaaltjes	=	leraarslokaal
leraarslokalen	=	leraarslokaal
leraarsopleiding	noun	hogere beroepsopleiding tot onderwijskracht aan scholen voor het secundair onderwijs
leraarsopleidingen	=	leraarsopleiding
leraarsopleidinkje	=	leraarsopleiding
leraarsopleidinkjes	=	leraarsopleiding
leraartje	=	leraar
leraartjes	=	leraar
leraer	=	leraar
leraren	=	leraar
lerarenkamer	noun	de kamer waar de leraren aanwezig zijn als ze op school zijn en geen les geven
lerarenkamers	=	lerarenkamer
lerarenkamertje	=	lerarenkamer
lerarenkamertjes	=	lerarenkamer
lerarenkorps	noun	de gezamenlijke leraren van een onderwijsinstelling
lerarenkorpsen	=	lerarenkorps
lerarenopleiding	noun	hogere beroepsopleiding tot onderwijskracht aan scholen voor het secundair onderwijs
lerarenopleidingen	=	lerarenopleiding
lerarenopleidinkje	=	lerarenopleiding
lerarenopleidinkjes	=	lerarenopleiding
lerarensalaris	noun	het loon dat een leraar krijgt voor zijn werkzaamheden
lerarensalarissen	=	lerarensalaris
lerarentekort	noun	een tekort (aan vooral mannelijke) leraren
lerarentekorten	=	lerarentekort
lerarenvereniging	noun	een organisatie van en voor leerkrachten en docenten.
lerarenverenigingen	=	lerarenvereniging
lerarenverenigingetje	=	lerarenvereniging
lerarenverenigingetjes	=	lerarenvereniging
lerares	noun	vrouw die les geeft in het lager of middelbaar onderwijs
leraresje	=	lerares
leraresjes	=	lerares
leraressen	=	lerares
lere	=	leren
leren	verb	kennis of vaardigheid verwerven	adj	van leer vervaardigd
lerend	adj	eigenschap van iets of iemand om kennis en vaardigheden te kunnen verwerven, of bezig zijnde die te verwerven
lerende	=	lerend
lerends	=	lerend
lering	noun	les, onderwijzing
leringen	=	lering
lern	=	lernen
lerncafé	noun	cafébijeenkomst voor jongeren waarbij zij lernen
lernde	=	lernen
lernden	=	lernen
lerne	=	lernen
lernen	verb	bestuderen van de Tora en andere godsdienstige geschriften
lernend	=	lernen
lernende	=	lernen
lernt	=	lernen
les	noun	onderricht gedurende een korte tijd	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
lesaanbod	noun	de lessen die een onderwijsinstelling geeft
lesauto	noun	een auto waarin je autorijlessen kunt nemen, de instructeur heeft een extra rem- en ontkoppelingspedaal tot zijn beschikking.
lesauto's	=	lesauto
lesautootje	=	lesauto
lesautootjes	=	lesauto
lesavond	noun	een avond dat er les gegeven wordt
lesavonden	=	lesavond
lesavondje	=	lesavond
lesavondjes	=	lesavond
lesbevoegdheden	=	lesbevoegdheid
lesbevoegdheid	noun	een wettelijk vereiste om als leerkracht in het Nederlandse basis- en voortgezet onderwijs les te kunnen geven
lesbi	noun	vrouw die een seksuele voorkeur heeft voor vrouwen	adj	betrekking hebbend op vrouwen die een seksuele voorkeur hebben voor vrouwen
lesbi's	=	lesbi
lesbienne	noun	vrouw met een seksuele voorkeur voor vrouwen
lesbiennebeweging	noun	De lesbiennebeweging is een sociaal-maatschappelijke en politieke stroming die opkomt voor de rechten, zichtbaarheid en emancipatie van lesbische vrouwen.
lesbiennebewegingen	=	lesbiennebeweging
lesbiennebeweginkje	=	lesbiennebeweging
lesbiennebeweginkjes	=	lesbiennebeweging
lesbiennes	=	lesbienne
lesbisch	adj	homoseksueel van vrouwen
lesbische	=	lesbisch
lesbischer	=	lesbisch
lesbischere	=	lesbisch
lesbischers	=	lesbisch
lesblok	noun	een les die 2 of meer lesuren omvat
lesblokken	=	lesblok
lesbo	noun|informal	homoseksuele vrouw
lesbo's	=	lesbo
lesboek	noun	boek dat gebruikt wordt om iets te leren in een les, op school
lesboeken	=	lesboek
lesboekje	=	lesboek
lesboekjes	=	lesboek
lesboer	noun	docent of leraar die met te weinig betrokkenheid zijn lessen afdraait
lesboeren	=	lesboer
lesboertje	=	lesboer
lesboertjes	=	lesboer
lesbofobie	noun	vrees voor lesbo's (homoseksuele vrouwen) of vrouwelijke homoseksualiteit
lesbofobieën	=	lesbofobie
lesboot	noun	boot bestemd om les mee te geven
lesbootje	=	lesbo
lesbootjes	=	lesbo
lesboten	=	lesboot
lesbrief	noun	lesmateriaal over een bepaald onderwerp in de vorm van een korte tekst, brochure of klein boekje
lesbrieven	=	lesbrief
lesbus	noun	een autobus waarin men leert rijden met een autobus
lesbusje	=	lesbus
lesbusjes	=	lesbus
lesbussen	=	lesbus
lesdag	noun	een dag met lessen / schooldag
lesdagen	=	lesdag
lesdagje	=	lesdag
lesdagjes	=	lesdag
lesgaaft	=	lesgeven
lesgaf	=	lesgeven
lesgave	=	lesgeven
lesgaven	=	lesgeven
lesgebouw	noun	een gebouw waarin men onderwijs geeft
lesgebouwen	=	lesgebouw
lesgebouwtje	=	lesgebouw
lesgebouwtjes	=	lesgebouw
lesgeef	=	lesgeven
lesgeeft	=	lesgeven
lesgegeven	=	lesgeven
lesgeld	noun	geld wat je moet betalen voor onderwijs
lesgelden	=	lesgeld
lesgeve	=	lesgeven
lesgeven	verb	de taak van een leraar op zich nemen
lesgevend	=	lesgeven
lesgevende	=	lesgeven
lesgever	noun	iemand die les geeft
lesgevers	=	lesgever
lesgevertje	=	lesgever
lesgevertjes	=	lesgever
lesgroep	noun	mensen die regelmatig samen onderwijs krijgen, waarbij aanzienlijke onderlinge verschillen in basiskennis kunnen bestaan en het mogelijk is dat er op den duur deelnemers bijkomen of weggaan
lesgroepen	=	lesgroep
lesgroepje	=	lesgroep
lesgroepjes	=	lesgroep
lesie	noun	letsel
lesimcha	adv	in vreugde
lesinhoud	noun	waar de les over gaat, de kennis of de vaardigheid die men wil aanleren bij de leerling
lesinhouden	=	lesinhoud
lesjaar	noun	een tijdsperiode van een jaar dat men naar school gaat of les krijgt
lesjaartje	=	lesjaar
lesjaartjes	=	lesjaar
lesjana	adv	voor een jaar
lesjaren	=	lesjaar
lesje	=	les
lesjeem	adv	in naam
lesjes	=	les
lesjon	noun	taal van
leskaart	noun	een gestructureerde lijst van zaken die in een les of cursus ter sprake moeten komen
leskaarten	=	leskaart
leskaartje	=	leskaart
leskaartjes	=	leskaart
leskist	noun	kist met lesmaterialen over een bepaald onderwerp
leskisten	=	leskist
leskoffer	noun	een koffer met lesmaterialen over een bepaald thema
leskoffers	=	leskoffer
leskoffertje	=	leskoffer
leskoffertjes	=	leskoffer
leslokaal	noun	lokaal waarin les gegeven wordt
leslokaaltje	=	leslokaal
leslokaaltjes	=	leslokaal
leslokalen	=	leslokaal
lesmap	noun	map die een leerling gebruikt bij het bestuderen van een onderwerp
lesmapje	=	lesmap
lesmapjes	=	lesmap
lesmappen	=	lesmap
lesmateriaal	noun	leermiddel
lesmaterialen	=	lesmateriaal
lesmodule	noun	studieonderdeel (soms gebonden aan een bepaalde lesperiode)
lesmodulen	=	lesmodule
lesmodules	=	lesmodule
lesmoduletje	=	lesmodule
lesmoduletjes	=	lesmodule
lesmoduultje	=	lesmodule
lesmoduultjes	=	lesmodule
lesniveau	noun	de moeilijkheidsgraad van een les of cursus
lesniveaus	=	lesniveau
lesopbouw	noun	structuur en opbouw van een onderwijsprogramma
lesothaan	noun	een inwoner van Lesotho, of iemand afkomstig uit Lesotho
lesothaans	adj	op Lesotho betrekking hebbend
lesothaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Lesotho, of een vrouw afkomstig uit Lesotho
lesothaansen	=	lesothaanse
lesothanen	=	lesothaan
lespakket	noun	groep vakken die horen bij een opleiding of cursus
lespakketje	=	lespakket
lespakketjes	=	lespakket
lespakketten	=	lespakket
lesplaats	noun	locatie waar leerlingen onderwijs kunnen ontvangen
lesplaatsen	=	lesplaats
lesplan	noun	een planning van een les of cursus
lesplannen	=	lesplan
lesplannetje	=	lesplan
lesplanning	noun	gestructureerde blauwdruk voor een les, die dient als routekaart om leerdoelen te bereiken
lesplanningen	=	lesplanning
lesprogramma	noun	cursusprogramma, lesplanning, leerprogramma
lesprogramma's	=	lesprogramma
lesprogrammaatje	=	lesprogramma
lesprogrammaatjes	=	lesprogramma
lesrooster	noun	schema waarin staat op welke tijd waar, welke les wordt gegeven aan wie en door wie
lesroosters	=	lesrooster
lesroostertje	=	lesrooster
lesroostertjes	=	lesrooster
lesruimte	noun	ruimte waarin les wordt gegeven
lesruimten	=	lesruimte
lesruimtes	=	lesruimte
lesruimtetje	=	lesruimte
lesruimtetjes	=	lesruimte
lesschema	noun	rooster waarin staat op welke tijd waar, welke les wordt gegeven aan wie en door wie
lesschemaatje	=	lesschema
lesschemaatjes	=	lesschema
lesschemata	=	lesschema
lesse	=	lessen
lessen	verb	met vocht de dorst beëindigen
lessenaar	noun	meubel met een hellend bovenblad als overzichtelijke plaats voor een te lezen of te schrijven tekst Vaak is er onder het bovenblad een bergplaats.
lessenaars	=	lessenaar
lessenaarsdak	noun	een dakvorm die bestaat uit slechts één dakvlak of dakschild, dat onder een zekere helling is aangebracht
lessenaarsdaken	=	lessenaarsdak
lessenaarsdakje	=	lessenaarsdak
lessenaartje	=	lessenaar
lessenaartjes	=	lessenaar
lessend	=	lessen
lessende	=	lessen
lessenrooster	noun	tijdschema waarin staat waar, wanneer de door wie welke lessen gegeven worden
lessenroosters	=	lessenrooster
lessenroostertje	=	lessenrooster
lessing	noun	het met vocht de dorst beëindigen
lessingen	=	lessing
lesstijl	noun	de manier waarop men lesgeeft
lesstijlen	=	lesstijl
lesstijltje	=	lesstijl
lesstijltjes	=	lesstijl
lesstof	noun	in het onderwijs een afgebakende hoeveelheid kennis die men moet opdoen, oftewel datgene dat binnen onderwijs geleerd wordt of dient te worden
lesstoffen	=	lesstof
lest	=	lessen
lestaak	noun	alle werk dat een docent moet doen om les te kunnen geven
lestaken	=	lestaak
leste	=	lessen
lesten	=	lessen
lestijd	noun	het tijdstip van de les, de tijdsduur van een les
lestijden	=	lestijd
lesueurborstelstaartkangoeroerat	noun	Bettongia lesueur een kangoeroerat uit het geslacht der borstelstaartkangoeroeratten (Bettongia)
lesueurborstelstaartkangoeroeratje	=	lesueurborstelstaartkangoeroerat
lesueurborstelstaartkangoeroeratjes	=	lesueurborstelstaartkangoeroerat
lesueurborstelstaartkangoeroeratten	=	lesueurborstelstaartkangoeroerat
lesuitval	noun	het niet doorgaan van een geplande les
lesula	noun	Cercopithecus lomamiensis een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus)
lesula's	=	lesula
lesulaatje	=	lesula
lesulaatjes	=	lesula
lesuren	=	lesuur
lesuur	noun	de periode waarin iemand les heeft
lesuurtje	=	lesuur
lesuurtjes	=	lesuur
lesvliegtuig	noun	een vliegtuig waarin iemand een opleiding tot piloot ontvangt
lesvliegtuigen	=	lesvliegtuig
lesvliegtuigje	=	lesvliegtuig
lesvliegtuigjes	=	lesvliegtuig
lesvlucht	noun	een trip in een vliegtuig als onderdeel van de opleiding tot vliegenier
lesvluchten	=	lesvlucht
lesvoorbereiding	noun	het vooraf plannen, structureren en didactisch uitwerken van een les door een leerkracht, om leerdoelen effectief te bereiken.
lesvoorbereidingen	=	lesvoorbereiding
lesvoorbereidinkje	=	lesvoorbereiding
lesvoorbereidinkjes	=	lesvoorbereiding
leswagen	noun	een speciale auto waarin autorijlessen gegeven kunnen en mogen worden, waarin ook de bijrijder in noodgevallen kan remmen
leswagens	=	leswagen
lesweek	noun	periode van een week dat men lesgeeft op een school
lesweken	=	lesweek
let	noun	onderbreking van het spel die leidt tot een nieuwe opslag zonder dat een punt wordt toegekend, bijvoorbeeld als een opslag de bovenrand van het net raakte
letaal	adj	de dood veroorzakend
letaals	=	letaal
letaalst	=	letaal
letaalste	=	letaal
letale	=	letaal
letaler	=	letaal
letalere	=	letaal
letalers	=	letaal
leten	=	leet
lethargie	noun	een toestand van geestelijke ongevoeligheid
lethargisch	adj	te slaapzuchtig, duf en inactief
lethargische	=	lethargisch
lethargischer	=	lethargisch
lethargischere	=	lethargisch
lethargischers	=	lethargisch
letje	=	let
letjes	=	let
letlander	noun	een inwoner van Letland, of iemand afkomstig uit Letland
letlanders	=	letlander
letlandertje	=	letlander
letlandertjes	=	letlander
letlands	adj	betreffende Letland
letlandse	noun	een inwoonster van Letland, of een vrouw afkomstig uit Letland
letlandsen	=	letlandse
letlandser	=	letlands
letlandsere	=	letlands
letlandsers	=	letlands
letlandst	=	letlands
letlandste	=	letlands
lets	=	let
letsan	noun	clown
letsaniem	=	letsan
letse	noun	een inwoonster van Letland, of een vrouw afkomstig uit Letland
letsel	noun	lichamelijke schade met name aangericht in een ongeluk of gevecht
letseladvocaat	noun	een in letselschade gespecialiseerde advocaat
letseladvocaatje	=	letseladvocaat
letseladvocaatjes	=	letseladvocaat
letseladvocaten	=	letseladvocaat
letsels	=	letsel
letselschade	noun	de lichamelijke en geestelijke (immateriële) schade die iemand ondervindt als hij of zij bij een ongeval betrokken is
letselschadeadvocaat	noun	een in letselschade gespecialiseerde advocaat
letselschadeadvocaatje	=	letselschadeadvocaat
letselschadeadvocaatjes	=	letselschadeadvocaat
letselschadeadvocaten	=	letselschadeadvocaat
letselschadebureau	noun	een organisatie die een slachtoffer kan inschakelen om bij letselschade een schadevergoeding te krijgen
letselschadebureaus	=	letselschadebureau
letselschadeclaim	noun	aanspraak maken op schadevergoeding nadat lichamelijk of geestelijk letsel is ontstaan
letselschadeclaims	=	letselschadeclaim
letselschaden	=	letselschade
letselschades	=	letselschade
letselschadevergoeding	noun	een vergoeding die uitbetaald als er letselschade is ontstaan
letselschadevergoedingen	=	letselschadevergoeding
letselschadezaak	noun	juridisch proces waarbij een slachtoffer schadevergoeding eist voor letsel (lichamelijk of psychisch) dat is veroorzaakt door de schuld of nalatigheid van een ander, zoals bij een aanrijding, bedrijfsongeval of medische fout.
letselschadezaakje	=	letselschadezaak
letselschadezaakjes	=	letselschadezaak
letselschadezaken	=	letselschadezaak
letseltje	=	letsel
letseltjes	=	letsel
letsen	=	letse
letsion	adv	in Zion
letstalig	adj	de Letse taal sprekend
letstalige	=	letstalig
letstaligs	=	letstalig
lette	=	letten
letten	verb	~ op: aandacht aan geven
lettend	=	letten
lettende	=	letten
letter	noun	een teken om in geschreven taal een klank van de gesproken taal weer te geven
letterarassari	noun	Pteroglossus inscriptus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
letterarassari's	=	letterarassari
letterarassarietje	=	letterarassari
letterarassarietjes	=	letterarassari
letterbak	noun	lade met veel verschillende kleine vakjes waarin de loden drukletters worden bewaard door de drukker; letterkast is de professionele benaming
letterbakje	=	letterbak
letterbakjes	=	letterbak
letterbakken	=	letterbak
letterbeeld	noun	indruk die gedrukte letters maken op de lezer
letterbeelden	=	letterbeeld
letterbrij	noun	aantal letters waarin geen woorden of zinnen te herkennen zijn
letterbrijen	=	letterbrij
letterbrijtje	=	letterbrij
letterbrijtjes	=	letterbrij
letterde	=	letteren
letterden	=	letteren
letterdicht	noun	gedicht waarvan de beginletters (of eindletters) van de verzsregels een woord of zin vormen
letterdichten	=	letterdicht
letterdieverij	noun	het overnemen van andermans werk en dat laten doorgaan voor eigen werk
letterdieverijen	=	letterdieverij
letterdoos	noun	Een doos met losse letters om woorden mee te kunnen vormen
letterdoosje	=	letterdoos
letterdoosjes	=	letterdoos
letterdozen	=	letterdoos
letterdruk	noun	het drukken met losse letters
letterdrukken	=	letterdruk
lettere	=	letteren
letteren	noun	wetenschappelijke vakgebied dat zich bezighoudt met het onderzoeken van teksten en taal
letterend	=	letteren
letterende	=	letteren
letterenfaculteit	noun	afdeling van een universiteit waar men talen en literatuur bestudeert
letterenfaculteiten	=	letterenfaculteit
lettergreep	noun	elk van de groepen waarin een woord kan worden verdeeld
lettergreepje	=	lettergreep
lettergreepjes	=	lettergreep
lettergreepwoord	noun	nieuw woord dat wordt gevormd door lettergrepen of delen van bestaande woorden te combineren, vaak als afkorting
lettergreepwoorden	=	lettergreepwoord
lettergreepwoordje	=	lettergreepwoord
lettergreepwoordjes	=	lettergreepwoord
lettergrepen	=	lettergreep
lettergrootte	noun	de verticale grootte van een letter
lettergrootten	=	lettergrootte
lettergroottes	=	lettergrootte
letterhoogte	noun	lengte van de letterstaaf bij het boekdrukken
letterhoogten	=	letterhoogte
letterhoogtes	=	letterhoogte
letterhout	noun	bepaalde boomsoort, Brosimum guianense, die ook in Suriname groeit
letterhouten	=	letterhout
letterkast	noun	kast met veel kleine vakjes waarin de afzonderlijke drukletters geborgen worden bij een letterzetter
letterkasten	=	letterkast
letterkastje	=	letterkast
letterkastjes	=	letterkast
letterkeer	noun	anagram
letterkeerde	=	letterkeren
letterkeerden	=	letterkeren
letterkeerder	noun	iemand die anagrammen maakt
letterkeerders	=	letterkeerder
letterkeerdertje	=	letterkeerder
letterkeerdertjes	=	letterkeerder
letterkeermaker	noun	iemand die anagrammen maakt
letterkeermakers	=	letterkeermaker
letterkeermakertje	=	letterkeermaker
letterkeermakertjes	=	letterkeermaker
letterkeert	=	letterkeren
letterkere	=	letterkeren
letterkeren	verb	het maken van anagrammen
letterkerend	=	letterkeren
letterkerende	=	letterkeren
letterknecht	noun	iemand die eenmaal gemaakte voorschriften zoveel mogelijk letterlijk opvolgt en vaak niet bereid is in te zien dat het ook anders en soms ook beter kan
letterknechten	=	letterknecht
letterknechtje	=	letterknecht
letterknechtjes	=	letterknecht
letterkorting	noun|obsolete	verkorting
letterkortingen	=	letterkorting
letterkunde	noun	de studie van de literatuur
letterkundes	=	letterkunde
letterkundig	adj	met betrekking tot de letterkunde
letterkundige	noun	iemand die teksten bestudeert die tot de literatuur worden gerekend
letterkundigen	=	letterkundige
letterkundiger	=	letterkundig
letterkundigere	=	letterkundig
letterkundigers	=	letterkundig
letterkundigs	=	letterkundig
letterkundigst	=	letterkundig
letterkundigste	=	letterkundig
letterlievend	adj	de literatuur beminnend
letterlievende	=	letterlievend
letterlievender	=	letterlievend
letterlievendere	=	letterlievend
letterlievenders	=	letterlievend
letterlievends	=	letterlievend
letterlievendst	=	letterlievend
letterlievendste	=	letterlievend
letterlijk	adj	zo geïnterpreteerd als gezegd of geschreven, zonder overdrachtelijkheid
letterlijke	=	letterlijk
letterlijker	=	letterlijk
letterlijkere	=	letterlijk
letterlijkers	=	letterlijk
letterlijks	=	letterlijk
letterlijkst	=	letterlijk
letterlijkste	=	letterlijk
letternaam	noun	de naam van een letter zoals deze wordt uitgesproken
letternaampje	=	letternaam
letternaampjes	=	letternaam
letternamen	=	letternaam
letterpons	noun	handgereedschap met een letter in spiegelbeeld aan het uiteinde, waarmee je met een hamer letters in metaal of andere materialen kunt slaan.
letterponsen	=	letterpons
letterponsje	=	letterpons
letterponsjes	=	letterpons
letterreeks	noun	een opeenvolging van letters die een specifieke logische regel of een bepaald patroon volgt
letterreeksen	=	letterreeks
letterreeksje	=	letterreeks
letterreeksjes	=	letterreeks
letterrijm	noun	Germaanse versvorm waarbij elke regel drie beklemtoonde lettergrepen met dezelfde beginletters of met dezelfde klinker in de stam heeft
letterrijmen	=	letterrijm
letterrijmpje	=	letterrijm
letterrijmpjes	=	letterrijm
letters	=	letter
lettersierschildpad	noun	Trachemys scripta een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae)
lettersierschildpadden	=	lettersierschildpad
lettersierschildpadje	=	lettersierschildpad
lettersierschildpadjes	=	lettersierschildpad
lettersjablonen	=	lettersjabloon
lettersjabloon	noun	sjabloon voor het schilderen of tekenen van letters
lettersjabloontje	=	lettersjabloon
lettersjabloontjes	=	lettersjabloon
lettersoort	noun	een stilistisch samenhangende set tekens die meestal letters, cijfers en leestekens uitbeelden
lettersoorten	=	lettersoort
letterstaaf	noun	een gesneden of gegoten letter die wordt gebruikt in een drukpers om boeken te drukken
letterstaafje	=	letterstaaf
letterstaafjes	=	letterstaaf
letterstaven	=	letterstaaf
lettert	=	letteren
lettertang	noun	een apparaat om kleine plastic etiketten te maken
lettertangen	=	lettertang
lettertangetje	=	lettertang
lettertangetjes	=	lettertang
letterteken	noun	elk van de symbolen voor een klank waaruit een alfabet is opgebouwd.
lettertekenen	=	letterteken
lettertekens	=	letterteken
lettertekentje	=	letterteken
lettertekentjes	=	letterteken
lettertje	=	letter
lettertjes	=	letter
lettertype	noun	een stylistisch samenhangende set tekens die meestal letters, cijfers en leestekens uitbeelden
lettertypen	=	lettertype
lettertypes	=	lettertype
lettertypetje	=	lettertype
lettertypetjes	=	lettertype
lettervermicelli	noun	vermicelli in de vorm van letters, vaak gebruikt in vermicellisoep
lettervers	noun	gedicht waarvan de begin- of eindletters een naam of woorden vormen
letterverzen	=	lettervers
lettervijlvis	noun	Aluterus scriptus een straalvinnige vissensoort uit de familie van vijlvissen (Monacanthidae).
lettervijlvisje	=	lettervijlvis
lettervijlvisjes	=	lettervijlvis
lettervijlvissen	=	lettervijlvis
lettervorm	noun	de omtrek van een (druk)letter; het uiterlijk van een drukletter
lettervormen	=	lettervorm
lettervormpje	=	lettervorm
lettervormpjes	=	lettervorm
lettervreter	noun|informal	iemand die alles leest wat hij in handen krijgt
lettervreters	=	lettervreter
lettervretertje	=	lettervreter
lettervretertjes	=	lettervreter
letterwoord	noun	een woord dat gevormd wordt door de beginletters van de afzonderlijke woorden achterelkaar te zetten en dat als één woord uitgesproken wordt (Definitie volgens de Nederlandse Taalunie).
letterwoorden	=	letterwoord
letterwoordje	=	letterwoord
letterwoordjes	=	letterwoord
letterwouw	noun	Elanus scriptus een roofvogel uit de familie der havikachtigen.
letterwouwen	=	letterwouw
letterwouwtje	=	letterwouw
letterwouwtjes	=	letterwouw
letterzet	=	letterzetten
letterzette	=	letterzetten
letterzetten	verb	tekens en spaties naast elkaar zetten en tot woorden vormen
letterzettend	=	letterzetten
letterzettende	=	letterzetten
letterzetter	noun	iemand die met de hand of een toestel letters zet in voorbereiding van het drukken van een bladzijde
letterzetters	=	letterzetter
letterzettertje	=	letterzetter
letterzettertjes	=	letterzetter
leu	noun	benaming voor de munteenheden van Roemenië en Moldavië
leucine	noun	een proteïnogeen aminozuur
leucotomie	=	leukotomie
leugen	noun	mededeling die niet waar is, met de bedoeling om anderen te misleiden
leugenaar	noun	iemand die bewust dingen zegt die niet waar zijn
leugenaars	=	leugenaar
leugenaarsparadox	noun	een bekende logische paradox waarbij een predicaat alleen waar kan zijn dan en slechts dan als hij niet waar is
leugenaarsparadoxen	=	leugenaarsparadox
leugenaarster	noun	vrouw die bewust onwaarheden vertelt
leugenaarsters	=	leugenaarster
leugenaarstertje	=	leugenaarster
leugenaarstertjes	=	leugenaarster
leugenaartje	=	leugenaar
leugenaartjes	=	leugenaar
leugenachtig	adj	geneigd om veel te liegen.
leugenachtige	=	leugenachtig
leugenachtiger	=	leugenachtig
leugenachtigere	=	leugenachtig
leugenachtigers	=	leugenachtig
leugenachtigheden	=	leugenachtigheid
leugenachtigheid	noun	het veel en makkelijk kunnen liegen en bedriegen
leugenachtigs	=	leugenachtig
leugenachtigst	=	leugenachtig
leugenachtigste	=	leugenachtig
leugenbakkes	noun	persoon die veel liegt
leugenbakkesen	=	leugenbakkes
leugenbakkesje	=	leugenbakkes
leugenbakkesjes	=	leugenbakkes
leugenbeest	noun	persoon die aanhoudend liegt
leugenbeesten	=	leugenbeest
leugenbeestje	=	leugenbeest
leugenbeestjes	=	leugenbeest
leugenbrok	noun	persoon die aanhoudend liegt
leugenbrokje	=	leugenbrok
leugenbrokjes	=	leugenbrok
leugenbrokken	=	leugenbrok
leugendetector	noun	apparaat dat bij een ondervraging spanningen bij de ondervraagde persoon registreert
leugendetectoren	=	leugendetector
leugendetectors	=	leugendetector
leugenfabriek	noun	instelling waar op grote schaal leugens worden gefabriceerd
leugenfabrieken	=	leugenfabriek
leugenhond	noun	persoon die veel liegt
leugenhonden	=	leugenhond
leugenhondje	=	leugenhond
leugenhondjes	=	leugenhond
leugenkot	noun	informeel café in Zeeland waar alcohol kan worden genuttigd (cafés werden bij de protestanten geweerd)
leugenkoten	=	leugenkot
leugenkotje	=	leugenkot
leugenkotjes	=	leugenkot
leugenkotten	=	leugenkot
leugenlap	noun	persoon die gewoon is te liegen
leugenlapje	=	leugenlap
leugenlapjes	=	leugenlap
leugenlappen	=	leugenlap
leugenprofeet	noun	iemand die valse voorspellingen doet
leugenprofeten	=	leugenprofeet
leugens	=	leugen
leugentaal	noun	taal die gebruikt wordt om te liegen en te bedriegen
leugentap	noun	persoon die veel liegt
leugentapje	=	leugentap
leugentapjes	=	leugentap
leugentappen	=	leugentap
leugentje	=	leugen
leugentjes	=	leugen
leugenverhaal	noun	onware vertelling waarvan men pretendeert dat ze wel de waarheid bevat
leugenverhaaltje	=	leugenverhaal
leugenverhaaltjes	=	leugenverhaal
leugenverhalen	=	leugenverhaal
leugenzak	noun	persoon die veel liegt
leugenzakje	=	leugenzak
leugenzakjes	=	leugenzak
leugenzakken	=	leugenzak
leuk	adj	grappig, schalks
leuke	=	leuk
leukemie	noun	bloedkanker
leukemiepatiënt	noun	patiënt met een kwaadaardigheid van de witte bloedcellen
leukemiepatiënten	=	leukemiepatiënt
leukemiepatiëntje	=	leukemiepatiënt
leukemiepatiëntjes	=	leukemiepatiënt
leukemieën	=	leukemie
leuker	=	leuk
leukerd	noun	iemand die heel leuk is
leukerdje	=	leukerd
leukerdjes	=	leukerd
leukerds	=	leukerd
leukere	=	leuk
leukers	=	leuk
leukheden	=	leukheid
leukheid	noun	de mate waarin iets of iemand prettig, grappig, of aangenaam is
leukig	adj	geforceerd grappig en daardoor niet echt leuk
leukige	=	leukig
leukiger	=	leukig
leukigere	=	leukig
leukigers	=	leukig
leukigheden	=	leukigheid
leukigheid	noun	het leukig zijn
leukigheidje	=	leukigheid
leukigheidjes	=	leukigheid
leukigheidsmaatschappij	noun	een samenleving waarin alles vooral heel leuk en gezellig moet zijn en waar pijn, ellende en andere onaangename zaken afwezig zouden moeten zijn
leukigheidsmaatschappijen	=	leukigheidsmaatschappij
leukigs	=	leukig
leukigst	=	leukig
leukigste	=	leukig
leukjes	adv	op een fijne, grappige manier
leukocyt	noun	wit bloedlichaampje
leukocytair	adj	met betrekking tot de witte bloedlichaampjes
leukocyten	=	leukocyt
leukocytose	noun	te veel witte bloedcellen
leukopenie	noun	vermindering van het aantal witte bloedlichaampjes
leukoplakie	noun	witte vlekken, plekvormige witte verkleuring van slijmvlies door chronische ontsteking
leukoplast	noun	een type plastide in een plantencel dat gespecialiseerd is in het opslaan van suiker (glucose) in zetmeel (amyloplast), of in olie (elaioplast), of in proteïne (proteïnoplast)
leukoplasten	=	leukoplast
leukorroe	noun	witte vloed
leukose	noun	leukemie
leukotomie	noun	een (op heden niet langer toegepaste) neurochirurgische operatie waarbij de verbinding van het voorhoofdsgedeelte van de hersenen en de rest van de hersenen door een insnijding bijna geheel wordt verbroken
leukotomietje	=	leukotomie
leukotomietjes	=	leukotomie
leukotomieën	=	leukotomie
leuks	=	leuk
leukst	=	leuk
leukste	=	leuk
leukweg	adv	op een nonchalante manier; alsof het heel normaal is
leun	=	leunen
leunde	=	leunen
leunden	=	leunen
leune	=	leunen
leunen	verb	steunen, het evenwicht bewaren door het eigen gewicht deels door iets anders te laten steunen
leunend	=	leunen
leunende	=	leunen
leunes	noun	domme onnozele jongen
leuning	noun	iets waartegen men aan kan leunen
leuningen	=	leuning
leuningstoel	noun	gemakkelijke stoel met leuningen voor de armen
leuningstoelen	=	leuningstoel
leuningstoeltje	=	leuningstoel
leuningstoeltjes	=	leuningstoel
leuninkje	=	leuning
leuninkjes	=	leuning
leunspaan	noun	onderdeel van een kleine draaibank waarop het snijgereedschap zijn ondersteuning vindt
leunspaantje	=	leunspaan
leunspaantjes	=	leunspaan
leunspanen	=	leunspaan
leunstoel	noun	een stoel met leuningen om lekker in te zitten
leunstoelen	=	leunstoel
leunstoeltje	=	leunstoel
leunstoeltjes	=	leunstoel
leunt	=	leunen
leur	noun	waardeloos ding, lor, vod, prul
leurde	=	leuren
leurden	=	leuren
leurder	noun	iemand die leurt, die langs de huizen koopwaren vent
leurders	=	leurder
leure	=	leuren
leuren	verb	huis aan huis of aan voorbijgangers spullen te koop aanbieden, in het bijzonder als die spullen niet erg gewild zijn
leurend	=	leuren
leurende	=	leuren
leurhandel	noun	straathandel; huis-aan-huis verkoop
leurhandeltje	=	leurhandel
leurhandeltjes	=	leurhandel
leurkaart	noun	vergunning om straathandel te drijven of te colporteren
leurkaarten	=	leurkaart
leurt	=	leuren
leus	noun	korte formulering, gebruikt als aansporing naar een groot aantal mensen
leusje	=	leus
leusjes	=	leus
leut	noun|informal	genoegen, plezier, lol
leute	noun	toestand waarin mensen samen veel plezier hebben
leuten	=	leut
leuter	=	leuteren
leuteraar	noun	kletser
leuteraars	=	leuteraar
leuterde	=	leuteren
leuterden	=	leuteren
leutere	=	leuteren
leuteren	verb	praten zonder nuttige inhoud
leuterend	=	leuteren
leuterende	=	leuteren
leuterig	adj	kletserig, zanikerig, dreinerig
leuterige	=	leuterig
leuteriger	=	leuterig
leuterigere	=	leuterig
leuterigers	=	leuterig
leuterigs	=	leuterig
leuterigst	=	leuterig
leuterigste	=	leuterig
leuterkous	noun	iemand die veel kletst
leuterkousen	=	leuterkous
leuterpraat	noun	onzinnig gepraat, nonsens, gezwam
leuterpraatje	=	leuterpraat
leuterpraatjes	=	leuterpraat
leuters	=	leuteren
leutert	=	leuteren
leutertje	=	leuteren
leutertjes	=	leuteren
leutig	adj	op een flauwe maar grappige manier
leutige	=	leutig
leutiger	=	leutig
leutigere	=	leutig
leutigers	=	leutig
leutigs	=	leutig
leutigst	=	leutig
leutigste	=	leutig
leutje	=	leut
leuvenaar	noun	een inwoner van Leuven, of iemand afkomstig uit Leuven
leuvenaars	=	leuvenaar
leuvenaren	=	leuvenaar
leuvens	adj	van, uit, betreffende of als in Leuven
leuvensch	=	leuvens
leuvense	noun	een vrouwelijke inwoner van Leuven, of een vrouw afkomstig uit Leuven
leuvensen	=	leuvense
leuvenser	=	leuvens
leuvensere	=	leuvens
leuvensers	=	leuvens
leuvenst	=	leuvens
leuvenste	=	leuvens
leuver	noun	haak of oog waarmee een zeil aan een stag wordt bevestigd
leuvers	=	leuver
leuvertje	=	leuver
leuvertjes	=	leuver
leuze	noun	korte formulering, gebruikt als aansporing naar een groot aantal mensen
leuzen	=	leus
lev	noun	munteenheid van Bulgarije
leva	=	lev
levaja	noun	begrafenis, uitvaart
levaje	noun	begrafenis, uitvaart
levajes	=	levaje
levajot	=	levaja
levant	noun	sterke en meestal warme en vochtige oostenwind in het Middellandse Zeegebied
levantador	noun	degene die de Tora optilt en toont (erefunctie)
levantadores	=	levantador
levantijns	adj	afkomstig uit of met betrekking tot de Levant
levantijnse	=	levantijns
levantijnser	=	levantijns
levantijnsere	=	levantijns
levantijnsers	=	levantijns
levantijnst	=	levantijns
levantijnste	=	levantijns
levantrombout	noun	Gomphus davidi een echte libel uit de familie van de rombouten (Gomphidae).
levantrombouten	=	levantrombout
levantromboutje	=	levantrombout
levantromboutjes	=	levantrombout
levanttanglibel	noun	Onychogomphus macrodon een echte libel uit de familie van de rombouten (Gomphidae).
levanttanglibellen	=	levanttanglibel
levanttanglibelletje	=	levanttanglibel
levanttanglibelletjes	=	levanttanglibel
leve	=	leven
level	noun	niveau
levelde	=	levelen
levelden	=	levelen
levele	=	levelen
levelen	verb	gelijktrekken, op gelijk niveau komen
levelend	=	levelen
levelende	=	levelen
levels	=	level
levelt	=	levelen
leveltje	=	level
leveltjes	=	level
leven	noun	een voortbestaan van organismen, gericht op groei en/of vermenigvuldiging	verb	het doormaken van het leven, het doormaken van de periode tussen geboorte en dood
levend	adj	waarin de processen die een organisme laten functioneren nog werken
levendbarend	adj	levende jongen voortbrengend
levendbarende	=	levendbarend
levendbarender	=	levendbarend
levendbarendere	=	levendbarend
levendbarenders	=	levendbarend
levendbarends	=	levendbarend
levendbarendst	=	levendbarend
levendbarendste	=	levendbarend
levende	noun	iemand die in leven is
levenden	=	levende
levendig	adj	vol opgewekte drukte
levendige	=	levendig
levendiger	=	levendig
levendigere	=	levendig
levendigers	=	levendig
levendigheden	=	levendigheid
levendigheid	noun	vol met leven zijnde, enthousiast, dartel, vitaliteit, animo
levendigs	=	levendig
levendigst	=	levendig
levendigste	=	levendig
levendmakend	adj	het leven opwekkend
levendmakende	=	levendmakend
levendmakends	=	levendmakend
levends	=	levend
levenloos	adj	zonder leven
levenloosheid	noun	het levenloos zijn
levenloost	=	levenloos
levenlooste	=	levenloos
levenloze	=	levenloos
levenlozer	=	levenloos
levenlozere	=	levenloos
levenlozers	=	levenloos
levenmaker	noun	persoon die een hoop drukte veroorzaakt
levenmakers	=	levenmaker
levens	noun	van het leven
levensaanvaarding	noun	het positief accepteren van het leven in al zijn facetten, inclusief de eindigheid, uitdagingen en het lot (amor fati).
levensaanvaardingen	=	levensaanvaarding
levensaanvaardinkje	=	levensaanvaarding
levensaanvaardinkjes	=	levensaanvaarding
levensadem	noun|poetic	het in leven zijn
levensadems	=	levensadem
levensader	noun|figurative	zeer belangrijke verbinding; verbinding die van levensbelang is
levensaderen	=	levensader
levensaders	=	levensader
levensangst	noun	alle angsten die men kan hebben voor zaken die zouden kunnen gebeuren in het leven
levensangsten	=	levensangst
levensavond	noun	het laatste gedeelte van iemands leven
levensavonden	=	levensavond
levensbalsem	noun	bepaald soort samengesteldbloemig sier- en kamerplantje, Ageratum houstonianum
levensbalsempje	=	levensbalsem
levensbalsempjes	=	levensbalsem
levensbalsems	=	levensbalsem
levensbedreigend	adj	dat iets zo gevaarlijk is dat je er aan dood kunt gaan
levensbedreigende	=	levensbedreigend
levensbedreigender	=	levensbedreigend
levensbedreigendere	=	levensbedreigend
levensbedreigenders	=	levensbedreigend
levensbedreigends	=	levensbedreigend
levensbedreigendst	=	levensbedreigend
levensbedreigendste	=	levensbedreigend
levensbedreiging	noun	dat iemand in direct gevaar verkeert en er een reële kans is dat de persoon hieraan kan overlijden.
levensbedreigingen	=	levensbedreiging
levensbedreiginkje	=	levensbedreiging
levensbedreiginkjes	=	levensbedreiging
levensbeginsel	noun	beginsel waarnaar men zijn leven inricht
levensbeginselen	=	levensbeginsel
levensbeginsels	=	levensbeginsel
levensbehoefte	noun	wat nodig is om te kunnen overleven, (voedsel etc.)
levensbehoeften	=	levensbehoefte
levensbehoeftes	=	levensbehoefte
levensbehoeftetje	=	levensbehoefte
levensbehoeftetjes	=	levensbehoefte
levensbehoud	noun	het voorzien in de basislevensbehoeftes
levensbelang	noun	van zeer groot belang zijnde
levensbelangen	=	levensbelang
levensbericht	noun	bericht over het leven van een bepaald persoon
levensberichten	=	levensbericht
levensbeschouwelijk	adj	betrekking hebbend op een visie op het leven: wat het leven betekent, wat de waarde ervan is en hoe het geleefd moet worden
levensbeschouwelijke	=	levensbeschouwelijk
levensbeschouwelijker	=	levensbeschouwelijk
levensbeschouwelijkere	=	levensbeschouwelijk
levensbeschouwelijkers	=	levensbeschouwelijk
levensbeschouwelijks	=	levensbeschouwelijk
levensbeschouwelijkst	=	levensbeschouwelijk
levensbeschouwelijkste	=	levensbeschouwelijk
levensbeschouwing	noun	geheel van opvattingen over het leven en de manier waarop je zou moeten leven
levensbeschouwingen	=	levensbeschouwing
levensbeschouwinkje	=	levensbeschouwing
levensbeschouwinkjes	=	levensbeschouwing
levensbeschrijfster	=	levensbeschrijver
levensbeschrijver	noun	iemand die het leven van een persoon beschrijft
levensbeschrijvers	=	levensbeschrijver
levensbeschrijvertje	=	levensbeschrijver
levensbeschrijving	noun	een beschrijving van iemands verhaal en/of werken
levensbeschrijvingen	=	levensbeschrijving
levensbeschrijvinkje	=	levensbeschrijving
levensbeschrijvinkjes	=	levensbeschrijving
levensbeëindiging	noun	het opzettelijk beëindigen van iemands leven
levensblij	adj	vol met energie en vrolijkheid
levensblije	=	levensblij
levensblijer	=	levensblij
levensblijere	=	levensblij
levensblijers	=	levensblij
levensblijheden	=	levensblijheid
levensblijheid	noun	het plezier dat men beleeft aan het in leven zijn
levensblijs	=	levensblij
levensblijst	=	levensblij
levensblijste	=	levensblij
levensbloed	noun|figurative	iets wat van levensbelang is
levensbloem	noun	eeuwenoud, geometrisch symbool van overlappende cirkels dat staat voor eenheid, harmonie, de oorsprong van al het leven, en de verbondenheid in het universum, met diepe spirituele betekenis en toegeschreven helende en harmoniserende werking
levensbloemen	=	levensbloem
levensbloempje	=	levensbloem
levensbloempjes	=	levensbloem
levensboek	noun	tastbare verzameling van belangrijke herinneringen, gebeurtenissen, foto's en verhalen uit iemands leven
levensboeken	=	levensboek
levensboekje	=	levensboek
levensboekjes	=	levensboek
levensbomen	=	levensboom
levensboom	noun	naam voor coniferen uit het geslacht Thuja, oorspronkelijk groeiend in Oost-Azië en Noord-Amerika
levensboompje	=	levensboom
levensboompjes	=	levensboom
levenscycli	=	levenscyclus
levenscyclus	noun	de opeenvolgende veranderingen van een organisme tussen ontstaan en hetzelfde stadium in de volgende generatie ofwel het totaal aantal levensfases van een organisme (of product)
levenscyclusanalyse	noun	een methode om de totale milieubelasting te bepalen van een product gedurende de hele levenscyclus
levenscyclusanalysen	=	levenscyclusanalyse
levenscyclusanalyses	=	levenscyclusanalyse
levenscyclussen	=	levenscyclus
levensdag	noun	een dag van iemands leven
levensdagen	=	levensdag
levensdelict	noun	misdaad die andermans dood tot gevolg heeft
levensdelicten	=	levensdelict
levensdoel	noun	het doel wat men zich in het leven stelt, iets waarvoor men leeft
levensdoelen	=	levensdoel
levensdoeltje	=	levensdoel
levensdoeltjes	=	levensdoel
levensdraad	noun|figurative	het leven als een lijn, koord of draad voorgesteld
levensdraden	=	levensdraad
levensdrang	noun	de zucht om in leven te blijven; de drang om het leven door te geven
levensdrift	noun	energie en instinct om te leven
levensdriften	=	levensdrift
levensdromen	=	levensdroom
levensdroom	noun	iets waar men op hoopt om in zijn leven te kunnen vervullen of bereiken
levensduren	=	levensduur
levensduur	noun	de tijd dat iets of iemand in leven is of functioneert
levensduurkost	noun|obsolete	uitgaven die men doet over de gehele gebruiksduur van een product
levensduurkosten	noun	uitgaven die men doet over de gehele gebruiksduur van een product
levensduurtje	=	levensduur
levensduurverlenging	noun	verlenging van de levensduur
levensduurverlengingen	=	levensduurverlenging
levensduurverlenginkje	=	levensduurverlenging
levensduurverlenginkjes	=	levensduurverlenging
levensecht	adj	heel erg behorend tot de werkelijkheid
levensechte	=	levensecht
levensechter	=	levensecht
levensechtere	=	levensecht
levensechters	=	levensecht
levensechtheden	=	levensechtheid
levensechtheid	noun	het helemaal overeenkomen met de levende werkelijkheid
levensechts	=	levensecht
levensechtst	=	levensecht
levensechtste	=	levensecht
levenseinde	noun	einde van iemands leven, zowel het laatste gedeelte ervan, als het sterven
levenseindekliniek	noun	kliniek waar patiënten worden geholpen met de beëindiging van hun leven (mits aan de wetgeving hierover wordt voldaan, en die van hun eigen arts geen euthanasie of hulp bij zelfdoding krijgen)
levenseindeklinieken	=	levenseindekliniek
levenseindekliniekje	=	levenseindekliniek
levenseindekliniekjes	=	levenseindekliniek
levenseinden	=	levenseinde
levenseindes	=	levenseinde
levenselixer	noun	drank die ervoor zou zorgen dat men eeuwig jong en mooi zal blijven; levensverlengende drank
levenselixers	=	levenselixer
levenselixertje	=	levenselixer
levenselixertjes	=	levenselixer
levensenergie	noun	alle energie die nodig is om in leven te blijven; innerlijke kracht
levenservaring	noun	in de praktijk van het leven opgedane wijsheid
levenservaringen	=	levenservaring
levenservarinkje	=	levenservaring
levenservarinkjes	=	levenservaring
levensfase	noun	periode in het leven
levensfasen	=	levensfase
levensfases	=	levensfase
levensfaseverlof	noun	verlof dat een werknemer kan krijgen naar aanleiding van bepaalde specifieke situaties en gebeurtenissen in zijn of haar leven
levensfilosofie	noun	geheel van opvattingen waarmee je richting geeft aan je bestaan
levensfilosofietje	=	levensfilosofie
levensfilosofietjes	=	levensfilosofie
levensfilosofieën	=	levensfilosofie
levensfunctie	noun	hoofdreden van bestaan, belangrijkste rol
levensfuncties	=	levensfunctie
levensgeest	noun|obsolete	een ziel die in ieder levend wezen zou zitten en het levend zou maken
levensgeesten	=	levensgeest
levensgeluk	noun	het plezier en de voldoening die het in leven zijn kan bieden
levensgemeenschap	noun	het tezamen leven van een groep dierlijke of plantaardige organismen in een bepaald gebied
levensgemeenschapje	=	levensgemeenschap
levensgemeenschapjes	=	levensgemeenschap
levensgemeenschappen	=	levensgemeenschap
levensgenieter	noun	iemand die steevast positief in het leven staat en zoveel mogelijk geniet
levensgenieterje	=	levensgenieter
levensgenieters	=	levensgenieter
levensgeschiedenis	noun	het levensverhaal van iemand
levensgeschiedenissen	=	levensgeschiedenis
levensgevaar	noun	omstandigheden die dreigen de dood ten gevolge te hebben
levensgevaarlijk	adj	zo gevaarlijk dat de dood dreigt
levensgevaarlijke	=	levensgevaarlijk
levensgevaarlijker	=	levensgevaarlijk
levensgevaarlijkere	=	levensgevaarlijk
levensgevaarlijkers	=	levensgevaarlijk
levensgevaarlijks	=	levensgevaarlijk
levensgevaarlijkst	=	levensgevaarlijk
levensgevaarlijkste	=	levensgevaarlijk
levensgevaren	=	levensgevaar
levensgevoel	noun	houding ten opzichte van het leven
levensgezel	noun	degene met wie iemand het leven deelt en samenwoont
levensgezellen	=	levensgezel
levensgezelletje	=	levensgezel
levensgezellin	noun	vrouw waarmee men samenleeft
levensgezellinnen	=	levensgezellin
levensgezellinnetje	=	levensgezellin
levensgroot	adj	weerɡeɡeven in de werkelijke grootte, niet met een meer gebruikelijke verkleining
levensgroots	=	levensgroot
levensgrootst	=	levensgroot
levensgrootste	=	levensgroot
levensgrote	=	levensgroot
levensgroter	=	levensgroot
levensgrotere	=	levensgroot
levensgroters	=	levensgroot
levenshouding	noun	de manier waarop iemand in het leven staat; de manier waarop iemand zich opstelt ten opzichte van het leven
levenshoudingen	=	levenshouding
levenshoudinkje	=	levenshouding
levenshoudinkjes	=	levenshouding
levensinstelling	noun	de manier waarop men in het leven staat
levensinstellingen	=	levensinstelling
levensjaar	noun	het aantal jaren dat men leeft, of nog te leven heeft
levensjaartje	=	levensjaar
levensjaartjes	=	levensjaar
levensjaren	=	levensjaar
levenskeus	noun	een belangrijke beslissing die men maakt over hoe men wil leven
levenskeuze	noun	een belangrijke beslissing die men maakt over hoe men wil leven
levenskeuzen	=	levenskeus
levenskeuzes	=	levenskeus
levenskost	noun|obsolete	uitgaven die men moet maken voor de eerste levensbehoeften
levenskosten	noun	uitgaven die men moet maken voor de eerste levensbehoeften
levenskracht	noun	kracht waarmee de levensverschijnselen zich doen gelden.
levenskrachten	=	levenskracht
levenskrachtig	adj	veel lichamelijke en geestelijke kracht hebben die nodig is om verder te kunnen leven
levenskrachtige	=	levenskrachtig
levenskrachtiger	=	levenskrachtig
levenskrachtigere	=	levenskrachtig
levenskrachtigers	=	levenskrachtig
levenskrachtigs	=	levenskrachtig
levenskrachtigst	=	levenskrachtig
levenskrachtigste	=	levenskrachtig
levenskrachtje	=	levenskracht
levenskruis	noun	hiëroglief dat leven betekent
levenskruisen	=	levenskruis
levenskruisje	=	levenskruis
levenskruisjes	=	levenskruis
levenskruizen	=	levenskruis
levenskunst	noun	vaardigheid zich op een maatschappelijk gewenste manier te gedragen
levenskunsten	=	levenskunst
levenskunstenaar	noun	iemand die kan genieten van de mogelijkheden die het leven hem biedt en de onvermijdelijke tegenslagen het hoofd kan bieden
levenskunstenaars	=	levenskunstenaar
levenskunstje	=	levenskunst
levenskunstjes	=	levenskunst
levenskwaliteit	noun	de mate waarin iemand tevreden is met zijn leven
levenskwaliteiten	=	levenskwaliteit
levenskwestie	noun	iets wat van het allergrootste belang is; kwestie van leven en dood
levenskwesties	=	levenskwestie
levenslang	adj	een heel leven durend, tot de dood durend
levenslange	=	levenslang
levenslangs	=	levenslang
levensleerling	noun	iemand die inzicht ontwikkelt uit de ervaringen van zijn bestaan
levensleerlingen	=	levensleerling
levensles	noun	de belangrijke zaken die je niet op school maar in het dagelijkse leven leert
levenslesje	=	levensles
levenslesjes	=	levensles
levenslessen	=	levensles
levenslicht	noun|figurative	het leven als licht voorgesteld en de dood als het duister
levenslied	noun	licht sentimenteel lied waarin gewoon-menselijke dingen worden bezongen
levensliederen	=	levenslied
levensliedje	=	levenslied
levensliedjes	=	levenslied
levenslijn	noun	verbinding van iemand met het leven, contact dat er voor zorgt dat iemand blijft voortbestaan
levenslijnen	=	levenslijn
levensloop	noun	de wijze waarop iemands leven zich ontwikkelt
levensloopbestendig	adj	geschikt voor verschillende levensfasen
levensloopbestendige	=	levensloopbestendig
levensloopbestendiger	=	levensloopbestendig
levensloopbestendigere	=	levensloopbestendig
levensloopbestendigers	=	levensloopbestendig
levensloopbestendigs	=	levensloopbestendig
levensloopbestendigst	=	levensloopbestendig
levensloopbestendigste	=	levensloopbestendig
levensloopregeling	noun	een per 1 januari 2006 in Nederland ingevoerde fiscale regeling om het sparen voor een vervangend inkomen tijdens een periode van onbetaald verlof voordeliger te maken
levensloopregelingen	=	levensloopregeling
levensloopstress	noun	het ervaren van stress als gevolg van gebeurtenissen die zich tijdens de verschillende levensfasen voordoen
levensloos	adj	zonder leven
levensloost	=	levensloos
levenslooste	=	levensloos
levenslopen	=	levensloop
levenslot	noun	zaken die de loop van je leven in een belangrijke maten bepalen of bepaald hebben, maar waarop je geen invloed hebt; alles wat je overkomt en waarvan sommigen denken dat het van hogerhand vooraf en met een bedoeling bepaald is
levenslotje	=	levenslot
levenslotjes	=	levenslot
levensloze	=	levensloos
levenslozer	=	levensloos
levenslozere	=	levensloos
levenslozers	=	levensloos
levenslucht	noun	adem, asem
levenslust	noun	zin in het leven
levenslustig	adj	vol met energie en vrolijkheid
levenslustige	=	levenslustig
levenslustiger	=	levenslustig
levenslustigere	=	levenslustig
levenslustigers	=	levenslustig
levenslustigs	=	levenslustig
levenslustigst	=	levenslustig
levenslustigste	=	levenslustig
levensmiddel	noun	een van de goederen die het leven in stand houden, zoals etenswaren
levensmiddelen	=	levensmiddel
levensmiddelenbedrijf	noun	onderneming die in voedsel en benodigdheden voor het dagelijks leven handelt
levensmiddelenbedrijfje	=	levensmiddelenbedrijf
levensmiddelenbedrijfjes	=	levensmiddelenbedrijf
levensmiddelenbedrijven	=	levensmiddelenbedrijf
levensmiddelenconcern	noun	groot bedrijf dat voedingsmiddelen produceert
levensmiddelenconcerns	=	levensmiddelenconcern
levensmiddelendetaillist	noun	bedrijf waar particulieren hun voedsel en dagelijkse benodigdheden kunnen kopen
levensmiddelendetaillisten	=	levensmiddelendetaillist
levensmiddelenhandel	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de verkoop van voedingsmiddelen
levensmiddelenhandels	=	levensmiddelenhandel
levensmiddelenindustrie	noun	bedrijven die op industriële schaal voedingsmiddelen produceren
levensmiddelenindustrieën	=	levensmiddelenindustrie
levensmiddelentechnologie	noun	wetenschap die zich bezig houdt met de productie, samenstelling, kwaliteit, opslag, bewaring en veiligheid van levensmiddelen
levensmiddelentechnologieën	=	levensmiddelentechnologie
levensmiddelenvoorraad	noun	voor later gebruik opgeslagen of meegenomen voedsel
levensmiddelenvoorraadje	=	levensmiddelenvoorraad
levensmiddelenvoorraadjes	=	levensmiddelenvoorraad
levensmiddelenvoorraden	=	levensmiddelenvoorraad
levensmiddelenwaakhond	noun	organisatie die de handel in en de kwaliteit van levensmiddelen controleert
levensmiddelenwaakhonden	=	levensmiddelenwaakhond
levensmiddelenwinkel	noun	bedrijf waar particulieren hun voedsel en dagelijkse benodigdheden kunnen kopen
levensmiddelenwinkels	=	levensmiddelenwinkel
levensmiddelenwinkeltje	=	levensmiddelenwinkel
levensmiddelenwinkeltjes	=	levensmiddelenwinkel
levensmiddelenzaak	noun	bedrijf waar particulieren hun voedsel en dagelijkse benodigdheden kunnen kopen
levensmiddelenzaken	=	levensmiddelenzaak
levensmiddeltje	=	levensmiddel
levensmiddeltjes	=	levensmiddel
levensmoe	adj	zonder de wil nog langer te bestaan
levensmoed	noun	de geestkracht die men nodig heeft om ook in moeilijke omstandigheden door te kunnen gaan met het leven
levensmoede	noun	iemand die niet langer wil bestaan	adj|obsolete	zonder de wil nog langer te bestaan
levensmoeden	=	levensmoede
levensmoeder	noun	iets of iemand die beschouwd wordt als de oorsprong van wat voortbestaat	adj|obsolete	levensmoeër, de wil sterker missend, overtreffende trap van levensmoede
levensmoeheid	noun	het niet meer willen leven
levensmoes	=	levensmoe
levensmoest	=	levensmoe
levensmoeste	=	levensmoe
levensmoeë	=	levensmoe
levensmoeër	=	levensmoe
levensmoeëre	=	levensmoe
levensmoeërs	=	levensmoe
levensmotto	noun	kernachtige uitspraak die aangeeft hoe iemand in het leven staat
levensmotto's	=	levensmotto
levensmoê	=	levensmoe
levensnevel	noun|poetic	onmogelijkheid om tijdens het dagelijks bestaan tot helder inzicht over fundamentele kwesties te komen
levensnevelen	=	levensnevel
levensnevels	=	levensnevel
levensnoodzaak	noun	iets dat absoluut essentieel is om te leven, een absolute vereiste voor overleven, zoals voedsel, water, zuurstof, of onderdak; het is iets onmisbaars dat de basis vormt voor het bestaan
levensnoodzaakje	=	levensnoodzaak
levensnoodzaakjes	=	levensnoodzaak
levensnoodzakelijk	adj	van iets dat het van zeer groot belang is
levensnoodzakelijke	=	levensnoodzakelijk
levensnoodzakelijker	=	levensnoodzakelijk
levensnoodzakelijkere	=	levensnoodzakelijk
levensnoodzakelijkers	=	levensnoodzakelijk
levensnoodzakelijks	=	levensnoodzakelijk
levensnoodzakelijkst	=	levensnoodzakelijk
levensnoodzakelijkste	=	levensnoodzakelijk
levensnoodzaken	=	levensnoodzaak
levensomstandigheden	noun	de mate waarin een omgeving geschikt is om in te leven
levensomstandigheid	noun	geheel van de dingen die het dagelijks bestaan beïnvloeden
levensomstandigheidje	=	levensomstandigheid
levensomstandigheidjes	=	levensomstandigheid
levensonderhoud	noun	het voorzien in de benodigdheden van het leven, zoals voedsel, kleding e.d
levensopvatting	noun	een visie op het leven: wat het leven betekent, wat de waarde ervan is en hoe het geleefd moet worden
levensopvattingen	=	levensopvatting
levensovertuiging	noun	hoe je vindt dat het leven geleefd zou moeten worden
levensovertuigingen	=	levensovertuiging
levensovertuiginkje	=	levensovertuiging
levensovertuiginkjes	=	levensovertuiging
levenspaadje	=	levenspad
levenspaadjes	=	levenspad
levenspad	noun	pad des levens
levenspaden	=	levenspad
levenspadje	=	levenspad
levenspadjes	=	levenspad
levenspartner	noun	persoon met wie men het leven deelt
levenspartners	=	levenspartner
levenspatronen	=	levenspatroon
levenspatroon	noun	de manier van leven
levenspatroontje	=	levenspatroon
levenspatroontjes	=	levenspatroon
levenspeil	noun	het niveau van welvaart waarop een volk (of de mens in het algemeen) op economisch, sociaal en cultureel vlak leeft
levenspeilen	=	levenspeil
levensprobleem	noun	vraagstukken betreffende het persoonlijke leven
levensprobleempje	=	levensprobleem
levensprobleempjes	=	levensprobleem
levensproblemen	=	levensprobleem
levensrecht	noun	recht op leven
levensrechten	=	levensrecht
levensreddend	adj	zorgend dat iemand niet sterft
levensreddende	=	levensreddend
levensreddends	=	levensreddend
levensreis	noun|figurative	het verloop van het leven
levensreizen	=	levensreis
levensruimte	noun	zekere minimum hoeveelheid ruimte die elk dier nodig heeft om te kunnen leven
levensruimten	=	levensruimte
levensruimtes	=	levensruimte
levenssap	noun	de vloeistoffen die horen bij een levend organisme
levenssappen	=	levenssap
levenssfeer	noun	de directe omgeving waarin men leeft
levenssfeertje	=	levenssfeer
levenssfeertjes	=	levenssfeer
levenssferen	=	levenssfeer
levenssituatie	noun	de kwaliteit van de omgeving waarin men leeft
levenssituaties	=	levenssituatie
levensstadia	=	levensstadium
levensstadium	noun	periode als onderdeel van een heel leven
levensstadiums	=	levensstadium
levensstandaard	noun	het materiële peil van het leven in een bepaalde gemeenschap
levensstandaarden	=	levensstandaard
levensstandaardje	=	levensstandaard
levensstandaardjes	=	levensstandaard
levensstandaards	=	levensstandaard
levensstijl	noun	manier van leven
levensstijladvies	noun	aanbeveling hoe men het beste gezond kan leven
levensstijladviezen	=	levensstijladvies
levensstijlen	=	levensstijl
levensstijltje	=	levensstijl
levensstijltjes	=	levensstijl
levensstromen	=	levensstroom
levensstroom	noun|figurative	de rivier van al het leven
levenstaak	noun	de taak die je moet vervullen in het leven, de reden waarom je leeft
levenstaken	=	levenstaak
levenstandaard	noun	het welvaartsniveau van een persoon of groep personen
levenstandaarden	=	levenstandaard
levenstandaards	=	levenstandaard
levensteken	noun	blijk van nog aanwezig leven
levenstekenen	=	levensteken
levenstekens	=	levensteken
levenstekentje	=	levensteken
levenstekentjes	=	levensteken
levenstijd	noun	de duur van het leven
levenstijden	=	levenstijd
levensuren	=	levensuur
levensuur	noun	een uur dat men leeft
levensuurtje	=	levensuur
levensuurtjes	=	levensuur
levensvatbaar	adj	de mogelijkheid hebbende om te kunnen gaan leven, functioneren of te blijven bestaan
levensvatbaarder	=	levensvatbaar
levensvatbaardere	=	levensvatbaar
levensvatbaarders	=	levensvatbaar
levensvatbaarheden	=	levensvatbaarheid
levensvatbaarheid	noun	het kunnen gaan leven
levensvatbaars	=	levensvatbaar
levensvatbaarst	=	levensvatbaar
levensvatbaarste	=	levensvatbaar
levensvatbare	=	levensvatbaar
levensverhaal	noun	Het verhaal van iemands leven.
levensverhaaltje	=	levensverhaal
levensverhaaltjes	=	levensverhaal
levensverhalen	=	levensverhaal
levensverlengend	adj	wat het leven verlengt
levensverlengende	=	levensverlengend
levensverlengender	=	levensverlengend
levensverlengendere	=	levensverlengend
levensverlengenders	=	levensverlengend
levensverlengends	=	levensverlengend
levensverlengendst	=	levensverlengend
levensverlengendste	=	levensverlengend
levensverlenging	noun	het langer maken van het leven door het sterven uit te stellen
levensverlengingen	=	levensverlenging
levensverlenginkje	=	levensverlenging
levensverlenginkjes	=	levensverlenging
levensverrichting	noun	de handelingen die mensen of andere organismen in het gewone leven verrichten.
levensverrichtingen	=	levensverrichting
levensverrichtinkje	=	levensverrichting
levensverrichtinkjes	=	levensverrichting
levensverschijnsel	noun	verschijnsel dat bij het leven als zodanig hoort
levensverschijnselen	=	levensverschijnsel
levensverschijnsels	=	levensverschijnsel
levensvervulling	noun	iets dat inhoud aan het leven geeft; iets dat het leven zinvol maakt
levensvervullingen	=	levensvervulling
levensverwachting	noun	een statistisch begrip dat het gemiddelde, of wiskundige verwachting, van de resterende levensduur van een individu in de bepaalde groep aangeeft
levensverwachtingen	=	levensverwachting
levensverzekeraar	noun	bedrijf waarbij men een levensverzekering kan afsluiten
levensverzekeraars	=	levensverzekeraar
levensverzekeraartje	=	levensverzekeraar
levensverzekeraartjes	=	levensverzekeraar
levensverzekering	noun	verzekering die geld uitkeerd op een bepaalde datum óf als de verzekerde overlijdt
levensverzekeringen	=	levensverzekering
levensverzekeringetje	=	levensverzekering
levensverzekeringetjes	=	levensverzekering
levensvisie	noun	de kijk die men heeft op hoe het leven geleefd zou moet worden
levensvisies	=	levensvisie
levensvoorwaarde	noun	wat nodig is om te kunnen (blijven) leven
levensvoorwaarden	=	levensvoorwaarde
levensvorm	noun	de manier van leven van een levend wezen
levensvormen	=	levensvorm
levensvormpje	=	levensvorm
levensvraag	noun	vragen die betrekking hebben op de zin en het doel van het leven in het algemeen
levensvragen	=	levensvraag
levensvreugde	noun	het plezier dat men beleeft aan het in leven zijn
levensvreugden	=	levensvreugde
levensvreugdes	=	levensvreugde
levensvuren	=	levensvuur
levensvuur	noun|poetic	de kracht waarmee iemand leeft
levenswandel	noun	de manier waarop men in zedelijk opzicht leeft en heeft geleefd
levenswater	noun	een sterk alcoholische drank
levenswatertje	=	levenswater
levenswatertjes	=	levenswater
levensweg	noun	het leven symbolisch als een af te leggen weg voorgesteld
levenswegen	=	levensweg
levenswerk	noun	een taak waar je je hele leven mee bezig bent
levenswerken	=	levenswerk
levenswerkje	=	levenswerk
levenswerkjes	=	levenswerk
levenswet	noun	regels waaraan men zich moet houden om goed te leven
levenswetenschap	noun	wetenschap van de levensprocessen, m.n. biologie, biochemie en fysiologie
levenswetenschappen	=	levenswetenschap
levenswetje	=	levenswet
levenswetjes	=	levenswet
levenswetten	=	levenswet
levenswijs	noun	de manier waarop iemand zijn/haar leven leeft, levenswijze	adj	met het bezit van wijsheid over het leven
levenswijsheden	=	levenswijsheid
levenswijsheid	noun	de kunst om in alle levensomstandigheden juist te oordelen en te handelen
levenswijsje	=	levenswijs
levenswijsjes	=	levenswijs
levenswijst	=	levenswijs
levenswijste	=	levenswijs
levenswijze	noun	de manier waarop iemand zijn/haar leven leeft
levenswijzen	=	levenswijze
levenswijzer	=	levenswijs
levenswijzere	=	levenswijs
levenswijzers	=	levenswijs
levenswil	noun	de wil om door te willen gaan met leven
levenszin	noun	het leven leuk en zinvol vinden
leventje	=	leven
leventjes	=	leven
levenwekkend	adj	levend makend
levenwekkende	=	levenwekkend
levenwekkender	=	levenwekkend
levenwekkendere	=	levenwekkend
levenwekkenders	=	levenwekkend
levenwekkends	=	levenwekkend
levenwekkendst	=	levenwekkend
levenwekkendste	=	levenwekkend
lever	noun	vitaal orgaan voor opslag van bloed, galproductie en stofwisseling
leveraandoening	noun	ziekte van de lever
leveraandoeningen	=	leveraandoening
leveraandoeninkje	=	leveraandoening
leveraandoeninkjes	=	leveraandoening
leverabces	noun	een abces in de lever
leverabcesje	=	leverabces
leverabcesjes	=	leverabces
leverabcessen	=	leverabces
leverancier	noun	iemand die artikelen levert
leveranciers	=	leverancier
leveranciertje	=	leverancier
leverantie	noun	het leveren van koopwaar
leveranties	=	leverantie
leverbaar	adj	als iets aan een klant verkocht kan worden
leverbaarder	=	leverbaar
leverbaardere	=	leverbaar
leverbaarders	=	leverbaar
leverbaars	=	leverbaar
leverbaarst	=	leverbaar
leverbaarste	=	leverbaar
leverbare	=	leverbaar
leverbeschadiging	noun	situatie waar levercellen beschadigd zijn of afsterven, waardoor littekenweefsel ontstaat en de lever haar functies niet meer goed kan uitvoeren.
leverbeschadigingen	=	leverbeschadiging
leverbeschadigingetje	=	leverbeschadiging
leverbeschadigingetjes	=	leverbeschadiging
leverbeuling	noun	beuling waar lever in is verwerkt, leverworst
leverbeulingen	=	leverbeuling
leverbloempje	noun	Hepatica nobilis een hemikryptofyte plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
leverbloempjes	=	leverbloempje
leverbot	noun	Fasciola hepatica platworm en parasiet die in de lever (van schapen, maar ook van paarden, runderen, en andere diersoorten) leeft
leverbotje	=	leverbot
leverbotjes	=	leverbot
leverbotslak	noun	Galba truncatula een in het zoete water levende longslak uit de familie poelslakken (Lymnaeidae).
leverbotslakje	=	leverbotslak
leverbotslakjes	=	leverbotslak
leverbotslakken	=	leverbotslak
leverbotten	=	leverbot
levercel	noun	de functionele cel van leverweefsel
levercellen	=	levercel
levercirrose	noun	verschrompeling van de lever
leverde	=	leveren
leverden	=	leveren
levere	=	leveren
leveren	verb	voor de aanvoer van iets zorg dragen
leverend	=	leveren
leverende	=	leveren
leverfunctie	noun	doel of taak van de lever binnen het lichaam
leverfuncties	=	leverfunctie
leverinfarct	noun	verstopping van een bloedvat in de lever die leidt tot afsterven van een deel daarvan
leverinfarcten	=	leverinfarct
levering	noun	het leveren, de uitreiking, de verstrekking.
leveringen	=	levering
leveringetje	=	levering
leveringetjes	=	levering
leveringsdata	=	leveringsdatum
leveringsdatum	noun	dag dat iets bezorgd of geleverd wordt dat men heeft gekocht of besteld
leveringsdatums	=	leveringsdatum
leveringskosten	noun	uitgaven die men moet doen om een product bij de klant te krijgen
leveringsvoorwaarde	noun	de eisen die gesteld worden alvorens tot levering over te gaan
leveringsvoorwaarden	=	leveringsvoorwaarde
leveringszekerheden	=	leveringszekerheid
leveringszekerheid	noun	de garantie dat een product aangevoerd kan worden
leverinkje	=	levering
leverinkjes	=	levering
leverkanker	noun	maligniteit van de lever
leverkleurig	adj	met de kleur als van een lever (grijsbruin)
leverkleurige	=	leverkleurig
leverkleuriger	=	leverkleurig
leverkleurigere	=	leverkleurig
leverkleurigers	=	leverkleurig
leverkleurigs	=	leverkleurig
leverkleurigst	=	leverkleurig
leverkleurigste	=	leverkleurig
leverkruid	noun	Eupatorium cannabinum plant waarvan de thee vroeger werd gebruikt tegen verkoudheid en als laxeermiddel.
leverkruidaardvlo	noun	Longitarsus aeruginosus een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
leverkruidaardvlooien	=	leverkruidaardvlo
leverkruidaardvlooitje	=	leverkruidaardvlo
leverkruidaardvlooitjes	=	leverkruidaardvlo
leverkwaal	noun	aandoening van de lever
leverkwaaltje	=	leverkwaal
leverkwaaltjes	=	leverkwaal
leverkwalen	=	leverkwaal
levermelkzwam	noun	Lactarius hepaticus een schimmel behorend tot de familie Russulaceae.
levermelkzwammen	=	levermelkzwam
levermelkzwammetje	=	levermelkzwam
levermelkzwammetjes	=	levermelkzwam
levermos	noun	benaming voor sporeplanten uit de stam Marchantiophyta
levermoskommetje	noun	Bryoscyphus marchantiae een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
levermoskommetjes	=	levermoskommetje
levermossen	noun	stam Marchantiophyta
levermostrechtertje	noun	Loreleia marchantiae een schimmel behorend tot het geslacht Loreleia.
levermostrechtertjes	=	levermostrechtertje
leverontsteking	noun	een ontstekingsreactie van de lever.
leverontstekingen	=	leverontsteking
leverontstekinkje	=	leverontsteking
leverontstekinkjes	=	leverontsteking
leverpastei	noun	een op leverworst en paté gelijkende roze massa gemaakt van gekookte en fijngemalen varkenslever, vet spek en verschillende kruiden, zoals peper, kruidnagel en nootmuskaat
leverpasteien	=	leverpastei
leverpasteitje	=	leverpastei
leverpasteitjes	=	leverpastei
leverpatiënt	noun	persoon met een ziekte van de lever
leverpatiënten	=	leverpatiënt
leverpatiëntje	=	leverpatiënt
leverpatiëntjes	=	leverpatiënt
levers	=	lever
leverschade	noun	schade aan de lever
leverschaden	=	leverschade
leverschades	=	leverschade
leverschadetje	=	leverschade
leverschadetjes	=	leverschade
levert	=	leveren
levertijd	noun	termijn waarbinnen een levering kan of moet plaatsvinden
levertijden	=	levertijd
levertje	=	lever
levertjes	=	lever
levertraan	noun	een dierlijke olie, gewonnen uit de lever van kabeljauw, schelvis en andere vissen uit de familie van schelvissen, de Gadidae; vooral vroeger wel gebruikt als voedingssupplement
levertranen	=	levertraan
levertransplantatie	noun	een (deel van) een lever uit het ene individu nemen en weer implanteren in het andere individu
levertransplantaties	=	levertransplantatie
leververvetting	noun	aandoening waarbij er teveel vet in levercellen wordt opgeslagen
levervlek	noun	Euplexia lucipara een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
levervlekje	=	levervlek
levervlekjes	=	levervlek
levervlekken	=	levervlek
levervlekmot	noun	Ancylosis oblitella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
levervlekmotje	=	levervlekmot
levervlekmotjes	=	levervlekmot
levervlekmotten	=	levervlekmot
levervoorwaarde	noun	eisen die worden gesteld bij de levering van goederen
levervoorwaarden	=	levervoorwaarde
leverweefsel	noun	de lichaamscellen die samen de lever vormen
leverworst	noun	worst die flink wat lever bevat
leverworsten	=	leverworst
leverworstje	=	leverworst
leverworstjes	=	leverworst
leverziekte	noun	een aandoening van de lever
leverziekten	=	leverziekte
leverziektes	=	leverziekte
levi	noun	persoon met een functie in de tempel van de uit Levi voortgekomen stam van Israël
leviatan	noun	reusachtig slangachtig waterdier uit de oertijd; in vertalingen vaak: krokodil (Jes. 27:1, Ps. 74:14, 104:26, Job 3:8, 40:25)
leviatans	=	leviatan
leviathan	noun	reusachtige waterslang, zoals Leviathan beschreven in de Bijbel (Jes. 27:1, Ps. 74:14, 104:26, Job 3:8, 41:1-34), wordt wel vertaald als krokodil
leviathans	=	leviathan
leviet	noun	persoon met een functie in de tempel van de uit Levi voortgekomen stam van Israël
levieten	=	leviet
leviiem	=	levi
levitatie	noun	het omhoog zweven door uitschakeling van de zwaartekracht
levitaties	=	levitatie
levitisch	adj	met betrekking tot de Levieten
levitische	=	levitisch
levs	=	lev
levulose	noun	linksdraaiend D-fructose
lewa	noun	dialect van het Kamberaas, gesproken in Indonesië
lewerik	=	leeuwerik
lewisbase	noun	molecuul of ion dat een elektronenpaar kan doneren van een ander ion of molecuul
lewisbasen	=	lewisbase
lewisgraad	noun	waarde op een schaal van 1 tot 6 voor de sterkte van hartgeruis
lewisgraden	=	lewisgraad
lewisiet	noun	organische arseenverbinding met formule C₂H₂AsCl₃ die net als mosterdgas tot de blaartrekkende strijdgassen behoort
lewiszuren	=	lewiszuur
lewiszuur	noun	molecuul of ion dat een elektronenpaar kan accepteren van een ander ion of molecuul
lexeem	noun	betekeniseenheid die niet verder vereenvoudigd kan worden en die geen gebonden morfeem is, zoals een grondwoord
lexeempje	=	lexeem
lexeempjes	=	lexeem
lexemen	=	lexeem
lexica	=	lexicon
lexicaal	adj	betrekking hebbend op de woordenschat
lexicaals	=	lexicaal
lexicaalst	=	lexicaal
lexicaalste	=	lexicaal
lexicale	=	lexicaal
lexicaler	=	lexicaal
lexicalere	=	lexicaal
lexicalers	=	lexicaal
lexicograaf	noun	iemand die woordenboeken schrijft
lexicograafje	=	lexicograaf
lexicografe	noun	vrouwelijke vorm van lexicograaf
lexicografen	=	lexicograaf
lexicografes	=	lexicografe
lexicografie	noun	het schrijven van woordenboeken
lexicografieën	=	lexicografie
lexicografisch	adj	betrekking hebbend op de lexicografie
lexicografische	=	lexicografisch
lexicografischer	=	lexicografisch
lexicografischere	=	lexicografisch
lexicografischers	=	lexicografisch
lexicografischt	=	lexicografisch
lexicografischte	=	lexicografisch
lexicologen	=	lexicoloog
lexicologie	noun	wetenschappelijke bestudering van de woordenschat
lexicologisch	adj	betrekking hebbend op de lexicologie
lexicologische	=	lexicologisch
lexicologischer	=	lexicologisch
lexicologischere	=	lexicologisch
lexicologischers	=	lexicologisch
lexicoloog	noun	taalwetenschapper die woorden en woordgroepen bestudeert
lexicon	noun	woordenboek
lexiconnetje	=	lexicon
lexiconnetjes	=	lexicon
lexicons	=	lexicon
leylandcipres	noun	Cupressus ×leylandii een hybridesoort uit de cipresfamilie (Cupressaceae) die ontstaan is door spontane bestuiving tussen nootkacipres en montereycipres.
leylandcipresje	=	leylandcipres
leylandcipresjes	=	leylandcipres
leylandcipressen	=	leylandcipres
leyteboszangertimalia	noun	Micromacronus leytensis een vogelsoort uit de familie van de Timaliidae (timalia's).
leyteboszangertimalia's	=	leyteboszangertimalia
leyteboszangertimaliaatje	=	leyteboszangertimalia
leyteboszangertimaliaatjes	=	leyteboszangertimalia
leze	=	lezen
lezen	verb	zien en interpreteren van geschreven tekst
lezenaar	noun	lessenaar
lezenaars	=	lezenaar
lezenaartje	=	lezenaar
lezenaartjes	=	lezenaar
lezend	adj	van iemand dat hij bezig is een geschreven tekst tot zich te nemen
lezende	=	lezen
lezender	=	lezend
lezendere	=	lezend
lezenders	=	lezend
lezends	=	lezend
lezendst	=	lezend
lezendste	=	lezend
lezenswaard	adj	van een tekst dat deze zo belangrijk is dat het de moeite waard is ze te lezen
lezenswaarde	=	lezenswaard
lezenswaarder	=	lezenswaard
lezenswaardere	=	lezenswaard
lezenswaarders	=	lezenswaard
lezenswaardig	adj	waard om gelezen te worden
lezenswaardige	=	lezenswaardig
lezenswaardiger	=	lezenswaardig
lezenswaardigere	=	lezenswaardig
lezenswaardigers	=	lezenswaardig
lezenswaardigs	=	lezenswaardig
lezenswaardigst	=	lezenswaardig
lezenswaardigste	=	lezenswaardig
lezenswaards	=	lezenswaard
lezenswaardst	=	lezenswaard
lezenswaardste	=	lezenswaard
lezer	noun	iemand die (een bepaald geschrift) leest
lezeres	noun	vrouwelijke lezer
lezeresje	=	lezeres
lezeresjes	=	lezeres
lezeressen	=	lezeres
lezergericht	adj	gericht op de lezer(s)
lezergerichte	=	lezergericht
lezergerichter	=	lezergericht
lezergerichtere	=	lezergericht
lezergerichters	=	lezergericht
lezergerichts	=	lezergericht
lezergerichtst	=	lezergericht
lezergerichtste	=	lezergericht
lezers	=	lezer
lezersaanbieding	noun	speciale aanbieding voor lezers van een krant of tijdschrift
lezersaanbiedingen	=	lezersaanbieding
lezersaanbiedinkje	=	lezersaanbieding
lezersaanbiedinkjes	=	lezersaanbieding
lezersgericht	adj	gericht op de lezer(s)
lezersgerichte	=	lezersgericht
lezersgerichter	=	lezersgericht
lezersgerichtere	=	lezersgericht
lezersgerichters	=	lezersgericht
lezersgerichts	=	lezersgericht
lezersgerichtst	=	lezersgericht
lezersgerichtste	=	lezersgericht
lezersgroep	noun	aantal mensen die samen een bepaalde tekst lezen; groep lezers
lezersgroepen	=	lezersgroep
lezersgroepje	=	lezersgroep
lezersgroepjes	=	lezersgroep
lezerspubliek	noun	al de mensen die een bepaalde tekst lezen of gelezen hebben
lezerspublieken	=	lezerspubliek
lezersservice	noun	dienstverlening aan de lezers van een krant of tijdschrift
lezersservices	=	lezersservice
lezertje	=	lezer
lezertjes	=	lezer
lezgisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig van de Lezgiërs
lezgische	=	lezgisch
lezgischer	=	lezgisch
lezgischere	=	lezgisch
lezgischers	=	lezgisch
lezgischtalig	adj	de Lezgische taal sprekend
lezgischtalige	=	lezgischtalig
lezgischtaligs	=	lezgischtalig
lezing	noun	het geven van een voordracht
lezingen	=	lezing
lezingentournee	noun	een rondgang langs verschillende plaatsen om voordrachten te houden
lezingentournees	=	lezingentournee
lezinkje	=	lezing
lezinkjes	=	lezing
leêg	=	leeg
lf	noun	Low Frequency of Laag Frequent
lgbt	noun	iemand die lesbisch, gay, biseksueel of transgender is
lgbt'er	noun	iemand die zichzelf als lesbisch, gay, biseksueel of transgender identificeert
lgbt'ers	=	lgbt'er
lgbt's	=	lgbt
lgbtqiap	noun	lesbisch, gay, biseksueel, transgender, queer, interseksueel, aseksueel, panseksueel
lgbtqiap's	=	lgbtqiap
lgtbqiap	noun	iemand die lesbisch, gay, transgender, biseksueel, queer, intersexual, aseksueel of panseksueel is
lgtbqiap's	=	lgtbqiap
lhbt	noun	verzamelbegrip voor mensen met een seksuele voorkeur die minder vaak voorkomt dan heteroseksualiteit
lhbt'er	noun	lesbienne, homo, biseksueel of transgender
lhbt'ers	=	lhbt'er
lhbt's	=	lhbt
lhbti	noun	verzamelbegrip voor mensen met een seksuele voorkeur die minder vaak voorkomt dan heteroseksualiteit of met een genderidentiteit die afwijkt van de mannelijke of de vrouwelijke of die afwijkt van het biologische geslacht
lhbti'er	noun	lesbienne, homo, biseksueel, transgender of intersekse
lhbti'ers	=	lhbti'er
lhbti's	=	lhbti
lhbtqia	noun	iemand die lesbisch, gay, transgender, biseksueel, queer, intersexual of aseksueel is
lhbtqia's	=	lhbtqia
lhc	noun	afkorting van Large Hadron Collider de grote Europese deeltjesversneller in Genève
lhc-deeltjesversneller	noun	de grote Large Hadron Collider van Cern
lhc-onderzoeker	noun	persoon die werkzaak is als onderzoeker bij de grote deeltjesversneller van CERN
lhc-onderzoekers	=	lhc-onderzoeker
li	noun	Chinese lengtemaat, nu gestandaardiseerd tot ½ km
li's	=	li
liaan	noun	een plant die in lange slingers in de bomen van een oerwoud hangt
liaanappel	noun	Moutabea guianensis een houtige liaan of struik met witte bloemen die oranje vruchten voortbrengt die onder andere in Suriname voorkomt.
liaanappels	=	liaanappel
liaantje	=	liaan
liaantjes	=	liaan
liaison	noun	buitenechtelijke relatie
liaisonnetje	=	liaison
liaisonnetjes	=	liaison
liaisonofficier	noun	verbindingsofficier die de contacten tussen twee landen onderhoudt
liaisonofficieren	=	liaisonofficier
liaisonofficiers	=	liaisonofficier
liaisons	=	liaison
liaisontje	=	liaison
liaisontjes	=	liaison
liane	noun	Cynanchum aphyllum slingerplant uit het oerwoud
lianen	=	liaan
lias	noun	pak documenten die met een touwtje aan elkaar zijn geregen
liaspen	noun	voet [7] met daarop een prikker die verticaal omhoog steekt, bestemd om papieren op vast te prikken zodat ze niet kunnen wegwaaien en desgewenst in tijdsvolgorde op elkaar blijven liggen
liaspennen	=	liaspen
liassen	=	lias
libanees	noun	een inwoner van Libanon, of iemand afkomstig uit Libanon	adj	op Libanon betrekking hebbend
libaneest	=	libanees
libaneeste	=	libanees
libanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Libanon, of een vrouw afkomstig uit Libanon
libanesen	=	libanese
libaneser	=	libanees
libanesere	=	libanees
libanesers	=	libanees
libanezen	=	libanees
libanonceder	noun	Cedrus libani een ceder uit de dennenfamilie (Pinaceae).
libanonceders	=	libanonceder
libanoncedertje	=	libanonceder
libanoncedertjes	=	libanonceder
libel	noun	benaming voor insecten uit de orde Odonata, netvleugeligen met een lang achterlijf
libelle	noun	benaming voor insecten uit de orde Odonata, netvleugeligen met een lang achterlijf
libellen	noun	een orde Odonata van gevleugelde insecten.
libellenbijtmug	noun	Forcipomyia paludis een muggensoort uit de familie van de knutten (Ceratopogonidae).
libellenbijtmuggen	=	libellenbijtmug
libellenbijtmuggetje	=	libellenbijtmug
libellenbijtmuggetjes	=	libellenbijtmug
libelles	=	libelle
libelletje	=	libel
libelletjes	=	libel
liberaal	adj	een zo gering mogelijke overheidsbemoeienis met het maatschappelijk leven voorstaand	noun	aanhanger van de liberale staatsinrichting, lid van een partij van die beginselen
liberaal-burgerlijk	adj	betrekking hebbend op een liberale politieke stroming die vooral opkomt voor de middenklasse van de samenleving
liberaal-burgerlijke	=	liberaal-burgerlijk
liberaal-burgerlijker	=	liberaal-burgerlijk
liberaal-burgerlijkere	=	liberaal-burgerlijk
liberaal-burgerlijkers	=	liberaal-burgerlijk
liberaal-burgerlijks	=	liberaal-burgerlijk
liberaal-burgerlijkst	=	liberaal-burgerlijk
liberaal-burgerlijkste	=	liberaal-burgerlijk
liberaal-democratisch	adj	betrekking hebbend op een politieke stroming die persoonlijke vrijheid hoog in het vaandel heeft staan
liberaal-democratische	=	liberaal-democratisch
liberaal-democratischer	=	liberaal-democratisch
liberaal-democratischere	=	liberaal-democratisch
liberaal-democratischers	=	liberaal-democratisch
liberaals	=	liberaal
liberaalst	=	liberaal
liberaalste	=	liberaal
liberaaltje	=	liberaal
liberaaltjes	=	liberaal
liberale	=	liberaal
liberalen	=	liberaal
liberaler	=	liberaal
liberalere	=	liberaal
liberalers	=	liberaal
liberalisatie	noun	bevrijding van beperkende of belemmerende voorschriften
liberalisaties	=	liberalisatie
liberaliseer	=	liberaliseren
liberaliseerde	=	liberaliseren
liberaliseerden	=	liberaliseren
liberaliseert	=	liberaliseren
liberalisere	=	liberaliseren
liberaliseren	verb	vrijer maken, bevrijden (van beperkingen of belemmeringen meestal in de economie)
liberaliserend	=	liberaliseren
liberaliserende	=	liberaliseren
liberalisering	noun	het liberaliseren
liberaliseringen	=	liberalisering
liberalisme	noun	ideologie die vrijheid voor het individu nastreeft, met name op staatkundig en economisch gebied (zolang dat de vrijheid van anderen niet beperkt)
liberalismen	=	liberalisme
liberalismes	=	liberalisme
liberalismus	=	liberalisme
liberalistisch	adj	betrekking hebbend op het liberalisme
liberalistische	=	liberalistisch
liberalistischer	=	liberalistisch
liberalistischere	=	liberalistisch
liberalistischers	=	liberalistisch
liberaliteit	noun	vrijgevigheid
liberaliteiten	=	liberaliteit
liberiaan	noun	een inwoner van Liberia, of iemand afkomstig uit Liberia
liberiaans	adj	op Liberia betrekking hebbend
liberiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Liberia, of een vrouw afkomstig uit Liberia
liberiaansen	=	liberiaanse
liberiaanser	=	liberiaans
liberiaansere	=	liberiaans
liberiaansers	=	liberiaans
liberiaanst	=	liberiaans
liberiaanste	=	liberiaans
liberiakoesimanse	noun	Liberiictis kuhni roofdier uit de familie van mangoesten (Herpestidae), het is de enige soort van het geslacht Liberiictis.
liberiakoesimanses	=	liberiakoesimanse
liberiakoesimansje	=	liberiakoesimanse
liberiakoesimansjes	=	liberiakoesimanse
liberianen	=	liberiaan
libero	noun	speler die zonder vaste taak het eigen doel verdedigt, maar ook mag aanvallen
libero's	=	libero
libertair	adj	gericht op volkomen maatschappelijke vrijheid
libertairder	=	libertair
libertairdere	=	libertair
libertairders	=	libertair
libertaire	=	libertair
libertairs	=	libertair
libertairst	=	libertair
libertairste	=	libertair
libertarisme	noun	radicale vorm van het liberalisme waarbij individuele vrijheid het allerhoogste goed is en de overheid het liefst geheel zou worden afgeschaft
libertariër	noun	iemand die absolute vrijheid voorstaat, maar met de beperking dat men nooit de vrijheid en integriteit van andere personen mag aantasten, een aanhanger van het libertarisme
libertariërs	=	libertariër
liberteit	noun	vrijheid
liberteiten	=	liberteit
liberteitje	=	liberteit
liberteitjes	=	liberteit
libertijn	noun	iemand met een levensfilosofie die absolute individuele vrijheid voorstaat
libertijnen	=	libertijn
libertijns	adj	verwant met het libertinisme, een levensfilosofie die absolute individuele vrijheid voorstaat
libertijnse	=	libertijns
libertijnser	=	libertijns
libertijnsere	=	libertijns
libertijnsers	=	libertijns
libertijnst	=	libertijns
libertijnste	=	libertijns
libertijntje	=	libertijn
libertinisme	noun	een levensfilosofie die absolute individuele vrijheid voorstaat
libidineus	adj	betrekking hebbend op het libido, de geslachtsdrift
libidineust	=	libidineus
libidineuste	=	libidineus
libidineuze	=	libidineus
libidineuzer	=	libidineus
libidineuzere	=	libidineus
libidineuzers	=	libidineus
libido	noun	geslachtsdrift
libido's	=	libido
libidootje	=	libido
libidootjes	=	libido
libisch	adj	op Libië betrekking hebbend
libische	noun	vrouw afkomstig uit Libië
libischen	=	libische
libischer	=	libisch
libischere	=	libisch
libischers	=	libisch
libischt	=	libisch
libischte	=	libisch
libiër	noun	iemand uit Libië afkomstig
libiërs	=	libiër
libiërtje	=	libiër
libratie	noun	schijnbaar schommelende of slingerende beweging van een hemellichaam, zoals gezien vanaf het hemellichaam waar die satelliet omheen draait
libretti	=	libretto
librettist	noun	iemand die de tekst maakt van een opera
librettisten	=	librettist
libretto	noun	de gangbare benaming voor het tekstboekje van een opera, operette, ballet of musical
libretto's	=	libretto
librettootje	=	libretto
libreviller	noun	een inwoner van Libreville, of iemand afkomstig uit Libreville
librevillers	=	libreviller
librevils	adj	op Libreville betrekking hebbend
librevilse	noun	een vrouwelijke inwoner van Libreville, of een vrouw afkomstig uit Libreville
librevilsen	=	librevilse
librije	noun	bibliotheek bij een klooster of kerk
librijen	=	librije
librijetje	=	librije
librium	noun	oorspronkelijk de merknaam van chloordiazepoxide, een rustgevend medicament
licenseer	=	licenseren
licenseerde	=	licenseren
licenseerden	=	licenseren
licenseert	=	licenseren
licensere	=	licenseren
licenseren	verb	verhandelen van het recht om iets te mogen gebruiken dat valt onder het intellectueel eigendom
licenserend	=	licenseren
licenserende	=	licenseren
licentiaat	noun	academicus die de bevoegdheid heeft om tot doctor te promoveren
licentiaatje	=	licentiaat
licentiaatjes	=	licentiaat
licentiaatsverhandeling	noun	afstudeerscriptie voor het licentiaatsdiploma
licentiaatsverhandelingen	=	licentiaatsverhandeling
licentiate	noun	vrouw met een academische standaardgraad die in België verkregen werd na een universitaire studie van in totaal 4 à 5 jaar
licentiaten	=	licentiaat
licentiates	=	licentiate
licentie	noun	verlof, patent
licentieer	=	licentiëren
licentieerde	=	licentiëren
licentieerden	=	licentiëren
licentieert	=	licentiëren
licentiegever	noun	persoon of bedrijf dat in het bezit is van een octrooi en een ander persoon of bedrijf, tegen een vergoeding, toestemming verleent om dat octrooi te gebruiken
licentiegevers	=	licentiegever
licentiehouder	noun	iemand die in het bezit is van een licentie; iemand die een octrooi of patent mag gebruiken
licentiehouders	=	licentiehouder
licentiekosten	noun	geld dat men moet betalen om een patent of vergunning te mogen gebruiken
licenties	=	licentie
licentievergoeding	noun	de betaling die een gebruiker (licentienemer) verschuldigd is aan de eigenaar (licentiegever) voor het recht om een werk of product te gebruiken dat beschermd is door intellectuele eigendomsrechten, zoals auteursrecht, merkrechten, of patenten.
licentievergoedingen	=	licentievergoeding
licentievergoedinkje	=	licentievergoeding
licentievergoedinkjes	=	licentievergoeding
licentievoorwaarde	noun	regels die bepalen hoe een economische activiteit moet worden uitgevoerd die zonder voorafgaande toestemming verboden is
licentievoorwaarden	=	licentievoorwaarde
licentiezaak	noun	een toestemming of vergunning om iets te gebruiken, te verspreiden, te bewerken, of te exploiteren, zoals software, muziek, merken, of auteursrechtelijk beschermd werk, waarbij de rechthebbende de voorwaarden bepaalt in een licentieovereenkomst
licentiezaakje	=	licentiezaak
licentiezaakjes	=	licentiezaak
licentiezaken	=	licentiezaak
licentiëre	=	licentiëren
licentiëren	verb	een persoon ergens toestemming voor geven
licentiërend	=	licentiëren
lichaam	noun	het geheel van botten, vlees en organen van een mens of dier
lichaamloos	adj	zonder lichaam
lichaamloost	=	lichaamloos
lichaamlooste	=	lichaamloos
lichaamloze	=	lichaamloos
lichaamlozer	=	lichaamloos
lichaamlozere	=	lichaamloos
lichaamlozers	=	lichaamloos
lichaampje	=	lichaam
lichaampjes	=	lichaam
lichaamsbeharing	noun	de beharing van de huid van een mens op andere plaatsen dan het hoofd
lichaamsbeheersing	noun	het onder bewuste controle hebben van de bewegingen van het lijf
lichaamsbeheersingen	=	lichaamsbeheersing
lichaamsbeweging	noun	bezigheden die bijdragen aan de lichamelijke conditie
lichaamsbewegingen	noun	opeenvolgende veranderingen in plaats of houding of van een lijf
lichaamsbeweginkje	=	lichaamsbeweging
lichaamsbeweginkjes	=	lichaamsbeweging
lichaamsbouw	noun	de specifieke anatomie van iemands lichaam
lichaamsbouwen	=	lichaamsbouw
lichaamscel	noun	een van de cellen van een organisme die geen geslachtscellen of de voorlopers daarvan zijn
lichaamscellen	=	lichaamscel
lichaamsculturen	=	lichaamscultuur
lichaamscultuur	noun	het trainen/oefenen van het menselijke lichaam
lichaamsdeel	noun	onderdeel van een lichaam
lichaamsdeeltje	=	lichaamsdeel
lichaamsdeeltjes	=	lichaamsdeel
lichaamsdelen	=	lichaamsdeel
lichaamseigen	adj	door het lichaam gemaakt, van het lichaam zelf
lichaamseigener	=	lichaamseigen
lichaamseigeners	=	lichaamseigen
lichaamseigens	=	lichaamseigen
lichaamseigenst	=	lichaamseigen
lichaamseigenste	=	lichaamseigen
lichaamsfunctie	noun	proces dat onlosmakelijk verbonden is met het (biologische) leven
lichaamsfuncties	=	lichaamsfunctie
lichaamsgeur	noun	geur die bij een bepaald persoon hoort
lichaamsgeuren	=	lichaamsgeur
lichaamsgeurtje	=	lichaamsgeur
lichaamsgeurtjes	=	lichaamsgeur
lichaamsgewicht	noun	het gewicht van het lichaam
lichaamsgewichten	=	lichaamsgewicht
lichaamsgewichtje	=	lichaamsgewicht
lichaamsgewichtjes	=	lichaamsgewicht
lichaamshaar	noun	haar dat niet op het hoofd van iemand groeit
lichaamsharen	=	lichaamshaar
lichaamsholte	noun	holte, ruimte in het lichaam van mens of dier
lichaamsholten	=	lichaamsholte
lichaamsholtes	=	lichaamsholte
lichaamshouding	noun	de stand van het lichaam
lichaamshoudingen	=	lichaamshouding
lichaamshoudinkje	=	lichaamshouding
lichaamshoudinkjes	=	lichaamshouding
lichaamskenmerk	noun	een uiterlijke eigenschap van het lichaam van een bepaald dierlijk organisme
lichaamskenmerken	=	lichaamskenmerk
lichaamskracht	noun	de fysieke kracht die een organisme op zijn omgeving kan uitoefenen
lichaamskrachten	=	lichaamskracht
lichaamslengte	noun	de lengte van een mens of dier
lichaamslengten	=	lichaamslengte
lichaamslengtes	=	lichaamslengte
lichaamsmateriaal	noun	weefsel of lichaamsdelen afkomstig van een menselijk lichaam
lichaamsmaterialen	=	lichaamsmateriaal
lichaamsoefening	noun	handeling waarmee men het lichaam sterker en soepeler maakt
lichaamsoefeningen	=	lichaamsoefening
lichaamsoppervlak	noun	het buitenoppervlak van het lichaam (=voorwerp)
lichaamsoppervlakje	=	lichaamsoppervlak
lichaamsoppervlakjes	=	lichaamsoppervlak
lichaamsoppervlakken	=	lichaamsoppervlak
lichaamspositiviteit	noun	het trots zijn op het eigen lichaam ook als dit niet voldoet aan de schoonheidsidealen
lichaamsproces	noun	alle zaken die zich voordoen in het lichaam van een organisme, lichaamsfuncties
lichaamsprocessen	=	lichaamsproces
lichaamsslagader	noun	aorta
lichaamsslagaderen	=	lichaamsslagader
lichaamsslagaders	=	lichaamsslagader
lichaamstaal	noun	het geheel van communicatieve boodschappen dat door middel van gebaren, mimiek, lichaamshouding en oogcontact wordt overgebracht dus niet d.m.v. het gesproken woord.
lichaamstaaltje	=	lichaamstaal
lichaamstaaltjes	=	lichaamstaal
lichaamstalen	=	lichaamstaal
lichaamstemperaturen	=	lichaamstemperatuur
lichaamstemperatuur	noun	temperatuur die binnen in het lichaam van een dier of mens heerst
lichaamstemperatuurtje	=	lichaamstemperatuur
lichaamstemperatuurtjes	=	lichaamstemperatuur
lichaamsverzorging	noun	De zorg voor het lichaam m.n. de reiniging van het lichaam.
lichaamsverzorgingen	=	lichaamsverzorging
lichaamsverzorginkje	=	lichaamsverzorging
lichaamsverzorginkjes	=	lichaamsverzorging
lichaamsvet	noun	de hoeveelheid vetweefsel die een organisme heeft
lichaamsvetten	=	lichaamsvet
lichaamsvloeistof	noun	vloeistoffen die door het lichaam geproduceerd worden en/of uit het lichaam komen
lichaamsvloeistoffen	=	lichaamsvloeistof
lichaamsvloeistofje	=	lichaamsvloeistof
lichaamsvloeistofjes	=	lichaamsvloeistof
lichaamsvocht	noun	een vloeistof die deel uitmaakt van een levend wezen; vloeistof die afkomstig is van een levend wezen
lichaamsvochten	=	lichaamsvocht
lichaamsvorm	noun	de uiterlijke begrenzing van een mens of dier
lichaamsvormen	=	lichaamsvorm
lichaamsvormpje	=	lichaamsvorm
lichaamsvormpjes	=	lichaamsvorm
lichaamsvreemd	adj	van buiten het lichaam afkomstig en daardoor vaak afgestoten
lichaamsvreemde	=	lichaamsvreemd
lichaamsvreemder	=	lichaamsvreemd
lichaamsvreemdere	=	lichaamsvreemd
lichaamsvreemders	=	lichaamsvreemd
lichaamsvreemds	=	lichaamsvreemd
lichaamsvreemdst	=	lichaamsvreemd
lichaamsvreemdste	=	lichaamsvreemd
lichaamswarmte	noun	de temperatuur in het lichaam van een mens of dier
lichaem	=	lichaam
lichamelijk	adj	met betrekking tot het lichaam
lichamelijke	=	lichamelijk
lichamelijker	=	lichamelijk
lichamelijkere	=	lichamelijk
lichamelijkers	=	lichamelijk
lichamelijkheden	=	lichamelijkheid
lichamelijkheid	noun	iets dat betrekking heeft op het lichaam van een persoon
lichamelijks	=	lichamelijk
lichamelijkst	=	lichamelijk
lichamelijkste	=	lichamelijk
lichameloos	adj	zonder lichaam
lichameloost	=	lichameloos
lichamelooste	=	lichameloos
lichameloze	=	lichameloos
lichamelozer	=	lichameloos
lichamelozere	=	lichameloos
lichamelozers	=	lichameloos
lichamen	=	lichaam
licheen	noun	benaming voor veelkleurige organismen, gevormd door in symbiose levende zwammen en algen
lichenen	=	licheen
lichenificatie	noun	huidverdikking
licht	adj	bleek, helder van tint of kleur	adv	enigszins
lichtarmaturen	=	lichtarmatuur
lichtarmatuur	noun	armatuur voor verlichting
lichtbak	noun	bak waarin een of meer lampen zijn aangebracht, bv. voor etalageverlichting, vaak met een half lichtdoorlatende voorzijde waarop een afbeelding staat die door de lampen verlicht wordt
lichtbaken	noun	een lamp die dient als een merkteken om veilig te kunnen navigeren
lichtbakens	=	lichtbaken
lichtbakentje	=	lichtbaken
lichtbakentjes	=	lichtbaken
lichtbakje	=	lichtbak
lichtbakjes	=	lichtbak
lichtbakken	=	lichtbak
lichtbalmot	noun	Anania funebris een vlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae).
lichtbalmotje	=	lichtbalmot
lichtbalmotjes	=	lichtbalmot
lichtbalmotten	=	lichtbalmot
lichtbeeld	noun	manier waarop iets verlicht wordt
lichtbeelden	=	lichtbeeld
lichtbeeldje	=	lichtbeeld
lichtbewapend	adj	voorzien van lichte, draagbare wapens
lichtbewapende	=	lichtbewapend
lichtbewapends	=	lichtbewapend
lichtbewolkt	adj	met weinig bewolking
lichtbewolkte	=	lichtbewolkt
lichtbewolkts	=	lichtbewolkt
lichtblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5012 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5012 ( ).
lichtblauwe	=	lichtblauw
lichtblauwen	=	lichtblauw
lichtblauwer	=	lichtblauw
lichtblauwere	=	lichtblauw
lichtblauwers	=	lichtblauw
lichtblauws	=	lichtblauw
lichtblauwst	=	lichtblauw
lichtblauwste	=	lichtblauw
lichtblond	adj	een licht gele haarkleur
lichtblonde	=	lichtblond
lichtblonder	=	lichtblond
lichtblondere	=	lichtblond
lichtblonders	=	lichtblond
lichtblonds	=	lichtblond
lichtblondst	=	lichtblond
lichtblondste	=	lichtblond
lichtboei	noun	een boei met een lamp zodat ze ook in het donker zichtbaar is
lichtboeien	=	lichtboei
lichtbogen	=	lichtboog
lichtbol	noun	een bolvormig licht
lichtbollen	=	lichtbol
lichtboog	noun	het verschijnsel dat ontstaat als tussen twee elektroden een elektrische lading wordt geleid en er een plasma wordt gevormd waarbij het gas tussen de elektroden oplicht
lichtboogoven	noun	oven waarin het materiaal wordt opgewarmd door een vlamboog tussen de elektroden en het materiaal
lichtboogovens	=	lichtboogoven
lichtboogoventje	=	lichtboogoven
lichtboogoventjes	=	lichtboogoven
lichtbrekend	adj	de lichtstralen brekend, de richting ervan wijzigend op het grensvlak van stoffen met een verschillende brekingsindex
lichtbrekende	=	lichtbrekend
lichtbrekends	=	lichtbrekend
lichtbreking	noun	het verschijnsel dat een bundel licht die onder een bepaalde hoek een medium met een andere brekingsindex betreedt daarin onder een andere hoek zich voortplant
lichtbrekingen	=	lichtbreking
lichtbrekinkje	=	lichtbreking
lichtbrekinkjes	=	lichtbreking
lichtbron	noun	Een voorwerp dat licht uitzendt.
lichtbronnen	=	lichtbron
lichtbronnetje	=	lichtbron
lichtbronnetjes	=	lichtbron
lichtbruin	adj	dat iets een kleur heeft die minder donker is als bruin
lichtbruine	=	lichtbruin
lichtbruinen	=	lichtbruin
lichtbruiner	=	lichtbruin
lichtbruinere	=	lichtbruin
lichtbruiners	=	lichtbruin
lichtbruins	=	lichtbruin
lichtbruinst	=	lichtbruin
lichtbruinste	=	lichtbruin
lichtbundel	noun	de verzameling van lichtstralen die allen afkomstig zijn van één bron en min of meer hetzelfde doel hebben
lichtbundels	=	lichtbundel
lichtbundeltje	=	lichtbundel
lichtbundeltjes	=	lichtbundel
lichtcel	noun	stukje materiaal dat elektromagnetische straling zoals het oog die waarneemt omzet in elektriciteit, gebruikt als sensor of zeer kleine stroombron
lichtcellen	=	lichtcel
lichtcirkel	noun	ronde verlichte plaats
lichtcirkels	=	lichtcirkel
lichtcirkeltje	=	lichtcirkel
lichtcirkeltjes	=	lichtcirkel
lichtcyaan	noun	een lichtere variant van de kleur cyaan	adj	de kleur lichtcyaan hebbend
lichtcyaans	=	lichtcyaan
lichtcyane	=	lichtcyaan
lichtdeeltje	noun	foton
lichtdeeltjes	=	lichtdeeltje
lichtdicht	adj	ondoordringbaar voor licht
lichtdichte	=	lichtdicht
lichtdichter	=	lichtdicht
lichtdichtere	=	lichtdicht
lichtdichters	=	lichtdicht
lichtdichts	=	lichtdicht
lichtdichtst	=	lichtdicht
lichtdichtste	=	lichtdicht
lichtdiode	noun	een halfgeleidercomponent die licht uitzendt als er een elektrische stroom in de doorlaatrichting doorheen wordt gestuurd
lichtdioden	=	lichtdiode
lichtdiodes	=	lichtdiode
lichtdivisie	noun	deel van een bedrijf dat lampen maakt en verkoopt
lichtdivisies	=	lichtdivisie
lichtdoorlatend	adj	van iets dat het doorzichtig is voor licht
lichtdoorlatende	=	lichtdoorlatend
lichtdoorlatender	=	lichtdoorlatend
lichtdoorlatendere	=	lichtdoorlatend
lichtdoorlatenders	=	lichtdoorlatend
lichtdoorlatends	=	lichtdoorlatend
lichtdoorlatendst	=	lichtdoorlatend
lichtdoorlatendste	=	lichtdoorlatend
lichte	=	licht
lichtecht	adj	bestand tegen het licht, niet-verkleurend of flets wordend
lichtechte	=	lichtecht
lichtechter	=	lichtecht
lichtechtere	=	lichtecht
lichtechters	=	lichtecht
lichtechtheden	=	lichtechtheid
lichtechtheid	noun	het lichtecht zijn
lichtechts	=	lichtecht
lichtechtst	=	lichtecht
lichtechtste	=	lichtecht
lichteeuw	noun	honderd lichtjaren
lichteeuwen	=	lichteeuw
lichteeuwtje	=	lichteeuw
lichteeuwtjes	=	lichteeuw
lichteffect	noun	lichtverschijnsel
lichteffecten	=	lichteffect
lichteffectje	=	lichteffect
lichteffectjes	=	lichteffect
lichtekooi	noun	vrouw die tegen betaling seks met mannen heeft
lichtekooien	=	lichtekooi
lichtekooitje	=	lichtekooi
lichtekooitjes	=	lichtekooi
lichtelaaie	adj	fel brandend, met uitslaande vlammen	noun|obsolete	gloeiende vlam, felle brand
lichtelijk	adv	in lichte mate
lichten	verb	beginnen licht te worden
lichtend	adj	licht uitstralend
lichtende	=	lichten
lichtender	=	lichtend
lichtendere	=	lichtend
lichtenders	=	lichtend
lichtends	=	lichtend
lichtendst	=	lichtend
lichtendste	=	lichtend
lichtenergie	noun	de energie die in lichtstraling zit, dat is de stralingsenergie (in joule) waarvoor het menselijk oog gevoelig is
lichtensteinantiloopje	=	lichtensteinantilope
lichtensteinantiloopjes	=	lichtensteinantilope
lichtensteinantilope	noun	Alcelaphus lichtensteinii De Lichtensteinantilope of Lichtensteins hartenbeest (Alcelaphus lichtensteinii soms ook: Sigmoceros lichtensteinii) is een antilope.
lichtensteinantilopen	=	lichtensteinantilope
lichtensteinantilopes	=	lichtensteinantilope
lichtensteinspringmuis	noun	Eremodipus lichtensteini is een zoogdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
lichtensteinspringmuisje	=	lichtensteinspringmuis
lichtensteinspringmuisjes	=	lichtensteinspringmuis
lichtensteinspringmuizen	=	lichtensteinspringmuis
lichter	noun	voorwerp waarmee men iets licht (ophijst, opheft)
lichtere	=	licht
lichterlaaie	adj	fel brandend, met uitslaande vlammen	noun|obsolete	gloeiende vlam, felle brand
lichters	=	licht
lichtertje	=	lichter
lichtertjes	=	lichter
lichtfeest	noun	feest waarbij verlichting een belangrijke rol speelt
lichtfeesten	=	lichtfeest
lichtfeestje	=	lichtfeest
lichtfilter	noun	plaat of laag die alleen een bepaalde kleur licht doorlaat
lichtfilters	=	lichtfilter
lichtfiltertje	=	lichtfilter
lichtfiltertjes	=	lichtfilter
lichtflits	noun	een kortstondige heldere lichtstraal
lichtflitsen	=	lichtflits
lichtflitsje	=	lichtflits
lichtflitsjes	=	lichtflits
lichtgas	noun	gas dat in een gasfabriek wordt geproduceerd door steenkool te verhitten zonder toetreding van zuurstof
lichtgassen	=	lichtgas
lichtgebogen	adj	in een geringe mate rond; met een lichte buiging
lichtgebogens	=	lichtgebogen
lichtgebouwd	adj	licht van constructie (lichaamsbouw)
lichtgebouwde	=	lichtgebouwd
lichtgebouwds	=	lichtgebouwd
lichtgeel	noun	een lichte kleur geel	adj	de kleur lichtgeel hebbend, een kleur geel
lichtgeels	=	lichtgeel
lichtgeelst	=	lichtgeel
lichtgeelste	=	lichtgeel
lichtgekleurd	adj	met een lichte kleur
lichtgekleurde	=	lichtgekleurd
lichtgekleurds	=	lichtgekleurd
lichtgele	=	lichtgeel
lichtgelen	=	lichtgeel
lichtgeler	=	lichtgeel
lichtgelere	=	lichtgeel
lichtgelers	=	lichtgeel
lichtgeloovig	=	lichtgelovig
lichtgelovig	adj	van een persoon dat hij makkelijk voor de mal te houden is omdat hij alles gelooft wat hem gezegd wordt
lichtgelovige	=	lichtgelovig
lichtgeloviger	=	lichtgelovig
lichtgelovigere	=	lichtgelovig
lichtgelovigers	=	lichtgelovig
lichtgelovigheden	=	lichtgelovigheid
lichtgelovigheid	noun	de mate waarin een persoon te gemakkelijk voor de mal te houden is omdat hij alles gelooft wat hem gezegd wordt
lichtgelovigs	=	lichtgelovig
lichtgelovigst	=	lichtgelovig
lichtgelovigste	=	lichtgelovig
lichtgeraakt	adj	van een persoon dat hij snel en om weinig boos kan worden, zich snel in zijn eer aangetast voelen
lichtgeraakte	=	lichtgeraakt
lichtgeraakter	=	lichtgeraakt
lichtgeraaktere	=	lichtgeraakt
lichtgeraakters	=	lichtgeraakt
lichtgeraaktheden	=	lichtgeraaktheid
lichtgeraaktheid	noun	de mate waarin iemand emotioneel geprikkeld kan worden
lichtgeraakts	=	lichtgeraakt
lichtgeraaktst	=	lichtgeraakt
lichtgeraaktste	=	lichtgeraakt
lichtgetint	adj	een beetje een kleur bezittend
lichtgetinte	=	lichtgetint
lichtgetints	=	lichtgetint
lichtgevend	adj	de eigenschap bezittend licht uit te stralen
lichtgevende	=	lichtgevend
lichtgevends	=	lichtgevend
lichtgevoelig	adj	reagerend op licht
lichtgevoelige	=	lichtgevoelig
lichtgevoeliger	=	lichtgevoelig
lichtgevoeligere	=	lichtgevoelig
lichtgevoeligers	=	lichtgevoelig
lichtgevoeligs	=	lichtgevoelig
lichtgevoeligst	=	lichtgevoelig
lichtgevoeligste	=	lichtgevoelig
lichtgewicht	noun	gewichtsklasse van 66 tot 70 kg bij het boksen en worstelen	adj	van lichte constructie of gewicht
lichtgewichten	=	lichtgewicht
lichtgewichtje	=	lichtgewicht
lichtgewichtjes	=	lichtgewicht
lichtgewichts	=	lichtgewicht
lichtgewond	adj	niet ernstig verwond
lichtgewonde	=	lichtgewond
lichtgewonds	=	lichtgewond
lichtgezouten	adj	met een klein beetje toegevoegd zout
lichtgezoutens	=	lichtgezouten
lichtgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7035 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7035 ( ).
lichtgrijst	=	lichtgrijs
lichtgrijste	=	lichtgrijs
lichtgrijze	=	lichtgrijs
lichtgrijzen	=	lichtgrijs
lichtgrijzer	=	lichtgrijs
lichtgrijzere	=	lichtgrijs
lichtgrijzers	=	lichtgrijs
lichtgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6027 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6027 ( ).
lichtgroene	=	lichtgroen
lichtgroenen	=	lichtgroen
lichtgroener	=	lichtgroen
lichtgroenere	=	lichtgroen
lichtgroeners	=	lichtgroen
lichtgroens	=	lichtgroen
lichtgroenst	=	lichtgroen
lichtgroenste	=	lichtgroen
lichtharig	adj	met lichte haren
lichtharige	=	lichtharig
lichthariger	=	lichtharig
lichtharigere	=	lichtharig
lichtharigers	=	lichtharig
lichtharigs	=	lichtharig
lichtharigst	=	lichtharig
lichtharigste	=	lichtharig
lichthartig	adj	zonder ergens te veel over na te denken; zonder zich veel zorgen te maken; met een licht gemoed
lichthartige	=	lichthartig
lichthartiger	=	lichthartig
lichthartigere	=	lichthartig
lichthartigers	=	lichthartig
lichthartigs	=	lichthartig
lichthartigst	=	lichthartig
lichthartigste	=	lichthartig
lichtheden	=	lichtheid
lichtheid	noun	het niet zwaar zijn; niet al te serieus zijn
lichthemelsblauw	noun	een lichte variant van de kleur hemelsblauw	adj	de kleur lichthemelsblauw hebbend
lichthemelsblauwe	=	lichthemelsblauw
lichthemelsblauws	=	lichthemelsblauw
lichting	noun	groep mensen die tegelijkertijd wordt opgeroepen voor iets, m.n. de militaire dienst
lichtingen	=	lichting
lichtinkje	=	lichting
lichtinkjes	=	lichting
lichtintensiteit	noun	de sterkte van een lichtbron
lichtintensiteiten	=	lichtintensiteit
lichtinval	noun	manier waarop de straling van de zon of een lamp een ruimte binnenkomt
lichtinvallen	=	lichtinval
lichtinvalletje	=	lichtinval
lichtjaar	noun	de afstand die het licht in één jaar aflegt in een vacuüm, ongeveer 9460 miljard kilometer
lichtjaartje	=	lichtjaar
lichtjaartjes	=	lichtjaar
lichtjaren	=	lichtjaar
lichtje	=	licht
lichtjes	=	licht
lichtjesfeest	noun	Joods feest Chanoeka
lichtjesfeesten	=	lichtjesfeest
lichtjesfeestje	=	lichtjesfeest
lichtjesfeestjes	=	lichtjesfeest
lichtjesparade	noun	feestelijke optocht door het donker waarbij de deelnemers gekleurde verlichting meevoeren
lichtjesparades	=	lichtjesparade
lichtkap	noun	kap die het licht van een lamp afschermt zodat men niet verblind wordt
lichtkapje	=	lichtkap
lichtkapjes	=	lichtkap
lichtkappen	=	lichtkap
lichtkegel	noun	lichtbundel die vorm heeft van een kegel
lichtkegels	=	lichtkegel
lichtkegeltje	=	lichtkegel
lichtkegeltjes	=	lichtkegel
lichtketting	noun	een flexibel snoer, draad of kabel waaraan meerdere kleine elektrische lampjes zijn bevestigd
lichtkettingen	=	lichtketting
lichtklauwzandgitje	noun	Cheilosia urbana een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
lichtklauwzandgitjes	=	lichtklauwzandgitje
lichtknop	noun	knop waarmee men het elektrische licht aan- of uitdoet
lichtknopje	=	lichtknop
lichtknopjes	=	lichtknop
lichtknoppen	=	lichtknop
lichtkoepel	noun	lichtdoorlatend, vaak bolvormig raam van kunststof of glas dat in een (plat) dak wordt geplaatst om natuurlijk daglicht in een ruimte te brengen
lichtkoepels	=	lichtkoepel
lichtkoepeltje	=	lichtkoepel
lichtkoepeltjes	=	lichtkoepel
lichtkogel	noun	een kogel die licht geeft, meestal afgevuurd met een alarmpistool en dient als noodsignaal
lichtkogels	=	lichtkogel
lichtkogeltje	=	lichtkogel
lichtkogeltjes	=	lichtkogel
lichtkoraal	noun	een lichtrode kleur, die van koraal
lichtkoraalkleurig	adj	deze lichtrode kleur hebbend, die van koraal
lichtkoraalkleurige	=	lichtkoraalkleurig
lichtkoraalkleurigs	=	lichtkoraalkleurig
lichtkrans	noun	een rand van licht
lichtkransen	=	lichtkrans
lichtkransje	=	lichtkrans
lichtkransjes	=	lichtkrans
lichtkrant	noun	een regel (schijnbaar) bewegende , lichtgevende letters waarop men het laatste nieuws in het heel kort kan lezen
lichtkranten	=	lichtkrant
lichtkrantje	=	lichtkrant
lichtkrantjes	=	lichtkrant
lichtkring	noun	het door een lichtbron verlichte cirkelvormige gebied
lichtkringen	=	lichtkring
lichtkringetje	=	lichtkring
lichtkringetjes	=	lichtkring
lichtkronen	=	lichtkroon
lichtkroon	noun	een oude, veelarmige hangende kroonluchter
lichtkroontje	=	lichtkroon
lichtkroontjes	=	lichtkroon
lichtkunst	noun	creatieve uiting die vooral uit gebruik van lichtbronnen bestaat
lichtkunsten	=	lichtkunst
lichtleiding	noun	een elektrische leiding (kabel of bedrading) die specifiek is aangelegd voor de stroomvoorziening van verlichting in een gebouw of installatie.
lichtleidingen	=	lichtleiding
lichtleidinkje	=	lichtleiding
lichtleidinkjes	=	lichtleiding
lichtleigrijs	noun	een grijze kleur, een lichte variant van het leigrijs, de kleur van leien	adj	de kleur lichtleigrijs hebbend
lichtleigrijze	=	lichtleigrijs
lichtloos	adj	zonder licht
lichtloost	=	lichtloos
lichtlooste	=	lichtloos
lichtloze	=	lichtloos
lichtlozer	=	lichtloos
lichtlozere	=	lichtloos
lichtlozers	=	lichtloos
lichtmast	noun	een paal waaraan één of meerdere lampen zijn opgehangen
lichtmasten	=	lichtmast
lichtmastje	=	lichtmast
lichtmastjes	=	lichtmast
lichtmastnummer	noun	een nummer dat de gemeente toekent aan een lichtmast
lichtmastnummers	=	lichtmastnummer
lichtmastnummertje	=	lichtmastnummer
lichtmastnummertjes	=	lichtmastnummer
lichtmatroos	noun	jongste, minst ervaren matroos op een schip die een opleiding tot matroos volgt, alleen de deksman heeft een nog lagere rang
lichtmatrozen	=	lichtmatroos
lichtmetaal	noun	metaal met een dichtheid van minder dan 5 gram per kubieke centimeter
lichtmetalen	adj	gemaakt van een aluminiumlegering
lichtmeter	noun	apparaat dat de lichtsterkte meet
lichtmeters	=	lichtmeter
lichtmetertje	=	lichtmeter
lichtmetertjes	=	lichtmeter
lichtminuten	=	lichtminuut
lichtminuut	noun	de afstand die het licht in één minuut aflegt in een vacuüm
lichtminuutje	=	lichtminuut
lichtminuutjes	=	lichtminuut
lichtmis	noun	iemand die het leven niet al te serieus neemt
lichtmisje	=	lichtmis
lichtmissen	=	lichtmis
lichtmot	noun	een nachtvlinder uit de superfamilie (Pyraloidea)
lichtmotje	=	lichtmot
lichtmotjes	=	lichtmot
lichtmotor	noun	machine die stroom opwekt waarmee men de elektrische verlichting kan laten branden
lichtmotoren	=	lichtmotor
lichtmotors	=	lichtmotor
lichtmotten	=	lichtmot
lichtnet	noun	deel van het elektriciteitsnet met de laagste spanning waarop onder andere straatverlichting en huizen aangesloten zijn
lichtnetten	=	lichtnet
lichtpaars	adj	paars gemengd met wit
lichtpaarse	=	lichtpaars
lichtpaarsen	=	lichtpaars
lichtpaarser	=	lichtpaars
lichtpaarsere	=	lichtpaars
lichtpaarsers	=	lichtpaars
lichtpaarst	=	lichtpaars
lichtpaarste	=	lichtpaars
lichtpen	noun	apparaat waarmee je barcodes kunt ontcijferen
lichtpennen	=	lichtpen
lichtpijl	noun	lichtgevende vuurpijl
lichtpijlen	=	lichtpijl
lichtpijltje	=	lichtpijl
lichtpijltjes	=	lichtpijl
lichtprocessie	noun	processie met lampionnen, fakkels e.d
lichtprocessies	=	lichtprocessie
lichtprocessietje	=	lichtprocessie
lichtprocessietjes	=	lichtprocessie
lichtprojector	noun	een optisch apparaat met een lamp om al dan niet bewegende afbeeldingen optisch weer te geven op een scherm of muur
lichtprojectoren	=	lichtprojector
lichtprojectors	=	lichtprojector
lichtprojectortje	=	lichtprojector
lichtprojectortjes	=	lichtprojector
lichtpunt	noun	aansluitpunt in een elektrische installatie voor een lamp
lichtpunten	=	lichtpunt
lichtpuntje	=	lichtpunt
lichtpuntjes	=	lichtpunt
lichtquant	noun	foton
lichtquanten	=	lichtquant
lichtquantje	=	lichtquant
lichtquantjes	=	lichtquant
lichtrandmos	noun	Jungermannia gracillima een mos uit de familie Jungermanniaceae.
lichtrandmosje	=	lichtrandmos
lichtrandmosjes	=	lichtrandmos
lichtrandmossen	=	lichtrandmos
lichtreactie	noun	een reeks reacties die tot het proces van de fotosynthese behoren waarbij lichtenergie wordt ingevangen
lichtreacties	=	lichtreactie
lichtreactietje	=	lichtreactie
lichtreactietjes	=	lichtreactie
lichtreclame	noun	buitenreclame in de vorm van lichtgevende objecten
lichtreclames	=	lichtreclame
lichtrode	=	lichtrood
lichtroden	=	lichtrood
lichtroder	=	lichtrood
lichtrodere	=	lichtrood
lichtroders	=	lichtrood
lichtrood	adj	rood met veel bijmenging van wit
lichtroods	=	lichtrood
lichtroodst	=	lichtrood
lichtroodste	=	lichtrood
lichtroze	noun	tint roze met RAL-nummer 3015 ( ).	adj	in een tint roze met RAL-nummer 3015 ( ).
lichtrozen	=	lichtroze
lichtrozes	=	lichtroze
lichts	=	licht
lichtschakelaar	noun	is een schakelaar waarmee een lamp "aan" of "uit" gedaan kan worden
lichtschakelaars	=	lichtschakelaar
lichtschakelaartje	=	lichtschakelaar
lichtschakelaartjes	=	lichtschakelaar
lichtscheepje	=	lichtschip
lichtscheepjes	=	lichtschip
lichtschepen	=	lichtschip
lichtscherm	noun	vlakke plaat die licht weerkaatst
lichtschermen	=	lichtscherm
lichtschermpje	=	lichtscherm
lichtschermpjes	=	lichtscherm
lichtschijnsel	noun	de straling van een lichtbron
lichtschijnsels	=	lichtschijnsel
lichtschijnseltje	=	lichtschijnsel
lichtschijnseltjes	=	lichtschijnsel
lichtschip	noun	een lichtbaken op volle zee, soort van drijvende vuurtoren
lichtschuw	adj	licht mijdend, het licht niet goed kunnen verdragen
lichtschuwe	=	lichtschuw
lichtschuwer	=	lichtschuw
lichtschuwere	=	lichtschuw
lichtschuwers	=	lichtschuw
lichtschuws	=	lichtschuw
lichtschuwst	=	lichtschuw
lichtschuwste	=	lichtschuw
lichtseconde	noun	de afstand die het licht in één seconde aflegt in een vacuüm
lichtseconden	=	lichtseconde
lichtsecondes	=	lichtseconde
lichtsecondetje	=	lichtseconde
lichtsecondetjes	=	lichtseconde
lichtsein	noun	het ontsteken van een lichtbron of het volgens een afgesproken patroon laten variëren van de duur of kleur waarmee die schijnt om een boodschap over te brengen
lichtseinen	=	lichtsein
lichtshow	noun	een vooraf bedacht plan van hoe de verschillende armaturen binnen het lichtontwerp zich gedragen tijdens de voorstelling
lichtshows	=	lichtshow
lichtsignaal	noun	waarschuwingen die gecommuniceerd worden door middel van licht
lichtsignalen	=	lichtsignaal
lichtsinnig	=	lichtzinnig
lichtslinger	noun	een flexibel snoer, draad of kabel waaraan meerdere kleine elektrische lampjes zijn bevestigd
lichtslingers	=	lichtslinger
lichtslingertje	=	lichtslinger
lichtslingertjes	=	lichtslinger
lichtsluis	noun	ruimte die een donkere plaats verbindt met een verlichte plaats op zo'n manier dat er geen licht naar de donkere plaats kan ontsnappen
lichtsluisje	=	lichtsluis
lichtsluisjes	=	lichtsluis
lichtsluizen	=	lichtsluis
lichtsnelheden	=	lichtsnelheid
lichtsnelheid	noun	de snelheid waarmee het licht zich voortplant in het luchtledige (ongeveer 299792 km/s)
lichtsnoer	noun	een flexibel snoer, draad of kabel waaraan meerdere kleine elektrische lampjes zijn bevestigd
lichtsnoeren	=	lichtsnoer
lichtsnoertje	=	lichtsnoer
lichtsnoertjes	=	lichtsnoer
lichtspectra	=	lichtspectrum
lichtspectrum	noun	het spectrum van licht, kleurenband die verkregen kan worden bij breking door een prisma
lichtspectrums	=	lichtspectrum
lichtspel	noun	een speelse, wisselende verlichting
lichtspelen	=	lichtspel
lichtspellen	=	lichtspel
lichtspoor	noun	lichtend (licht uitstralend) spoor
lichtspoormunitie	noun	lichtkogels, die aan de achterzijde oplichten.
lichtspoortje	=	lichtspoor
lichtspoortjes	=	lichtspoor
lichtsporen	=	lichtspoor
lichtst	=	licht
lichtstad	noun	de naam van een stad waar 's-nachts veel lampen branden
lichtstadje	=	lichtstad
lichtstadjes	=	lichtstad
lichtste	=	licht
lichtsteden	=	lichtstad
lichtsterkte	noun	helderheid van een lichtbron
lichtsterkten	=	lichtsterkte
lichtsterktes	=	lichtsterkte
lichtstraal	noun	de lijn waarlangs licht door een medium beweegt
lichtstraaltje	=	lichtstraal
lichtstraaltjes	=	lichtstraal
lichtstraat	noun	langgerekte, uit segmenten samengestelde lichtkoepel
lichtstraatje	=	lichtstraat
lichtstraatjes	=	lichtstraat
lichtstralen	=	lichtstraal
lichtstraten	=	lichtstraat
lichtstreep	noun	lijnvormig licht
lichtstreepje	=	lichtstreep
lichtstreepjes	=	lichtstreep
lichtstrepen	=	lichtstreep
lichtstromen	=	lichtstroom
lichtstroom	noun	de uitgestraalde hoeveelheid licht per tijdseenheid, gecorrigeerd voor de spectrale gevoeligheid van het menselijk oog met als eenheid de lumen
lichtstroompje	=	lichtstroom
lichtstroompjes	=	lichtstroom
lichtte	=	lichten
lichtten	=	lichten
lichttoevoer	noun	toegang voor daglicht Het kan afhankelijk van de context gaan om een abstract absoluut verschijnsel (wel of niet), een abstract gradueel verschijnsel (meer of minder) of een concreet onderdeel van een gebouw, waarbij het onderscheid tussen deze 3 mogelijkheden niet altijd duidelijk is.
lichttoevoeren	=	lichttoevoer
lichtturkoois	noun	een lichte variant van de blauwige kleur turkoois	adj	de kleur lichtturkoois hebbend
lichtturkooizen	=	lichtturkoois
lichturen	=	lichtuur
lichtuur	noun	de afstand die het licht in één uur aflegt in een vacuüm
lichtuurtje	=	lichtuur
lichtuurtjes	=	lichtuur
lichtvaardig	adj	onnadenkend, te gemakkelijk
lichtvaardige	=	lichtvaardig
lichtvaardiger	=	lichtvaardig
lichtvaardigere	=	lichtvaardig
lichtvaardigers	=	lichtvaardig
lichtvaardigheden	=	lichtvaardigheid
lichtvaardigheid	noun	de mate waarin men zaken al te makkelijk benadert
lichtvaardiglijk	adj	te gemakkelijk
lichtvaardiglijke	=	lichtvaardiglijk
lichtvaardiglijker	=	lichtvaardiglijk
lichtvaardiglijkere	=	lichtvaardiglijk
lichtvaardiglijkers	=	lichtvaardiglijk
lichtvaardiglijks	=	lichtvaardiglijk
lichtvaardiglijkst	=	lichtvaardiglijk
lichtvaardiglijkste	=	lichtvaardiglijk
lichtvaardigs	=	lichtvaardig
lichtvaardigst	=	lichtvaardig
lichtvaardigste	=	lichtvaardig
lichtval	noun	de manier waarop het licht het onderwerp laat uitkomen, bijvoorbeeld in de schilderkunst of fotografie
lichtveld	noun	beschrijving van de de hoeveelheid licht die ieder punt van een ruimte uitzendt
lichtvelden	=	lichtveld
lichtverschijnsel	noun	natuurverschijnsel van licht
lichtverschijnselen	=	lichtverschijnsel
lichtverschijnsels	=	lichtverschijnsel
lichtvervuiling	noun	de verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door overmatig gebruik van kunstlicht
lichtvervuilingen	=	lichtvervuiling
lichtvis	noun	vis uit een familie Phosichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van draakvisachtigen (Stomiiformes)
lichtvisje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort zoetwatervis, Hemigrammus ocellifer uit de familie van de karperzalmen (Characidae)
lichtvisjes	=	lichtvisje
lichtvissen	noun	een familie Phosichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van draakvisachtigen (Stomiiformes)
lichtvlek	noun	een klein gebied waar (ongewenst) meer licht is dan de omgeving
lichtvlekje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort korstmos, Phlyctis argena uit de familie Phlyctidaceae, groeit bij voorkeur op oudere loofbomen met een matig zure schors, een enkele maal ook op naaldhout en zelden op graniet of baksteen
lichtvlekjes	=	lichtvlek
lichtvlekken	=	lichtvlek
lichtvoetig	adj	vrolijk en zaken niet zo ernstig nemend
lichtvoetige	=	lichtvoetig
lichtvoetiger	=	lichtvoetig
lichtvoetigere	=	lichtvoetig
lichtvoetigers	=	lichtvoetig
lichtvoetigheden	=	lichtvoetigheid
lichtvoetigheid	noun	het met een lichte tred lopen of dansen
lichtvoetigs	=	lichtvoetig
lichtvoetigst	=	lichtvoetig
lichtvoetigste	=	lichtvoetig
lichtwekker	noun	lamd die steeds feller begint te branden om een slapend persoon te wekken
lichtwekkers	=	lichtwekker
lichtwekkertje	=	lichtwekker
lichtwekkertjes	=	lichtwekker
lichtzalm	noun	een lichtere variant van de zalmkleur
lichtzalmkleurig	adj	de kleur lichtzalm hebbend, een lichtere zalmkleur
lichtzalmkleurige	=	lichtzalmkleurig
lichtzalmkleurigs	=	lichtzalmkleurig
lichtzeegroen	noun	een lichtere variant van zeegroen	adj	de kleur lichtzeegroen hebbend
lichtzeegroene	=	lichtzeegroen
lichtzeegroens	=	lichtzeegroen
lichtzinnig	adj	zonder nadenken
lichtzinnige	=	lichtzinnig
lichtzinniger	=	lichtzinnig
lichtzinnigere	=	lichtzinnig
lichtzinnigers	=	lichtzinnig
lichtzinnigheden	=	lichtzinnigheid
lichtzinnigheid	noun	het lichtzinnig zijn
lichtzinnigs	=	lichtzinnig
lichtzinnigst	=	lichtzinnig
lichtzinnigste	=	lichtzinnig
lichvod	prep	ter ere van
lictor	noun	officiële lijfwacht die belangrijke Romeinse bestuurders in het openbaar vergezelde bij het uitoefenen van hun functie Hoeveel lictoren een bestuurder vergezelden hing af van hoe belangrijk zijn functie was.
lictoren	=	lictor
lid	noun	iemand die behoort tot een bepaalde groep, vereniging, organisatie of sekte
lidboek	noun	boekje dat een lid van een vereniging heeft en waarmee hij of zij kan aantonen lid te zijn
lidboeken	=	lidboek
lidboekje	=	lidboek
lidboekjes	=	lidboek
lidcactus	noun	een plantengeslacht Schlumbergera dat behoort tot de cactusfamilie (Cactaceae) die van nature voorkomen in Brazilië.
lidcactusje	=	lidcactus
lidcactusjes	=	lidcactus
lidcactussen	=	lidcactus
lidekant	=	ledikant
lidgeld	noun	lidmaatschapsbijdrage, bijdrage, contributie
lidgelden	=	lidgeld
lidje	=	lid
lidjes	=	lid
lidkaart	noun	klein rechthoekig document van stevig materiaal waarmee iemand kan aantonen dat hij bij een organisatie hoort
lidkaarten	=	lidkaart
lidkerk	noun	kerk, beschouwd als lid van een fusiekerk, een verbond van kerken etc.
lidkerken	=	lidkerk
lidkerkje	=	lidkerk
lidkerkjes	=	lidkerk
lidland	noun	land dat deelneemt aan een verbond of internationale organisatie
lidlanden	=	lidland
lidmaat	noun	iemand die lid is van een organisatie, voornamelijk een kerk
lidmaatje	=	lidmaat
lidmaatjes	=	lidmaat
lidmaatschap	noun	de status van iemand als lid van een organisatie
lidmaatschapje	=	lidmaatschap
lidmaatschapjes	=	lidmaatschap
lidmaatschappen	=	lidmaatschap
lidmaatschapsbijdrage	noun	lidgeld, bijdrage, contributie
lidmaatschapsbijdragen	=	lidmaatschapsbijdrage
lidmaatschapsbijdrages	=	lidmaatschapsbijdrage
lidmaatschapsboek	noun	boekje dat een lid van een vereniging heeft en waarmee hij of zij kan aantonen lid te zijn
lidmaatschapsboeken	=	lidmaatschapsboek
lidmaatschapsboekje	=	lidmaatschapsboek
lidmaatschapsboekjes	=	lidmaatschapsboek
lidmaatschapsgeld	noun	geld dat een vereniging ontvangt van de leden
lidmaatschapsgelden	=	lidmaatschapsgeld
lidmaatschapskaart	noun	een kaart die men krijgt bij een lidmaatschap
lidmaatschapskaarten	=	lidmaatschapskaart
lidmaatschapskaartje	=	lidmaatschapskaart
lidmaatschapskaartjes	=	lidmaatschapskaart
lidmaten	=	lidmaat
lidnummer	noun	een administratief nummer waarmee men een lid van een vereniging kan identificeren
lidnummers	=	lidnummer
lidrus	noun	Equisetum palustre een vaste plant, die behoort tot de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae).
lidrusch	=	lidrus
lidrusje	=	lidrus
lidrusjes	=	lidrus
lidrussen	=	lidrus
lidstaat	noun	een staat die toegetreden is tot een inter- of supranationale organisatie
lidstaatje	=	lidstaat
lidstaatjes	=	lidstaat
lidstaten	=	lidstaat
lidsteng	noun	bepaald soort sterk gelede waterplant die in ondiepe sloten en moerassige weiden voorkomt, Hippuris vulgaris
lidstengen	=	lidsteng
lidstengetje	=	lidsteng
lidstengetjes	=	lidsteng
lidteeken	=	litteken
lidteken	noun	niet-erkende spelling van litteken
lidtekens	=	lidteken
lidtekentje	=	lidteken
lidtekentjes	=	lidteken
lidwoord	noun	woordsoort die standaard voor een naamwoord (meestal een zelfstandig naamwoord) staat, om onder meer bepaaldheid, getal en woordgeslacht hiervan aan te geven
lidwoorden	=	lidwoord
lidwoordje	=	lidwoord
lidwoordjes	=	lidwoord
liebaard	noun	luipaard
liebaarden	=	liebaard
liechtensteiner	noun	een inwoner van Liechtenstein, of iemand afkomstig uit Liechtenstein
liechtensteiners	=	liechtensteiner
liechtensteins	adj	op Liechtenstein betrekking hebbend
liechtensteinse	noun	een vrouwelijke inwoner van Liechtenstein, of een vrouw afkomstig uit Liechtenstein
liechtensteinsen	=	liechtensteinse
liechtensteinser	=	liechtensteins
liechtensteinsere	=	liechtensteins
liechtensteinsers	=	liechtensteins
liechtensteinst	=	liechtensteins
liechtensteinste	=	liechtensteins
lied	noun	muzikale vorm waarin tekst op muziek wordt verklankt, vaak vormgegeven in couplet en refrein
liedboek	noun	een boek met een verzameling (kerkelijke) liederen
liedboeken	=	liedboek
liedboekje	=	liedboek
liedboekjes	=	liedboek
liedbundel	noun	boek met liedteksten
liedbundels	=	liedbundel
liedbundeltje	=	liedbundel
liedbundeltjes	=	liedbundel
lieden	noun	groep mensen
liederboek	noun	boek met een verzameling liederen, waarbij de inhoud kan bestaan uit alleen teksten, of uit zowel teksten als muzieknotatie
liederboeken	=	liederboek
liederboekje	=	liederboek
liederboekjes	=	liederboek
liederen	=	lied
liederenboek	noun	boek met liedteksten
liederenboeken	=	liederenboek
liederenboekje	=	liederenboek
liederenboekjes	=	liederenboek
liederenbundel	noun	boek met de teksten van verschillende liederen
liederenbundels	=	liederenbundel
liederenbundeltje	=	liederenbundel
liederenbundeltjes	=	liederenbundel
liederlijk	adj	volstrekt zedeloos	adv|informal	in de hoogste mate
liederlijke	=	liederlijk
liederlijker	=	liederlijk
liederlijkere	=	liederlijk
liederlijkers	=	liederlijk
liederlijkheden	=	liederlijkheid
liederlijkheid	noun	het heel erg armoedig, slordig, onzedelijk en losbandig zijn
liederlijks	=	liederlijk
liederlijkst	=	liederlijk
liederlijkste	=	liederlijk
liederspel	noun	toneelstuk waarin de acteurs meerdere populaire liederen zingen
liederspelen	=	liederspel
liedertafel	noun|obsolete	zangclub voor mannen
liedertafels	=	liedertafel
liedje	noun	alleen verkleinwoord verklanking van een tekst op muziek, vooral bedoeld als vermaak
liedjes	=	lied
liedjesfestival	noun	een muzikale wedstrijd of evenement, veelal internationaal en jaarlijks terugkerend, waarbij artiesten live hun liedje vertolken voor een groot publiek en een jury
liedjesfestivalletje	=	liedjesfestival
liedjesfestivalletjes	=	liedjesfestival
liedjesfestivals	=	liedjesfestival
liedjesreeks	noun	een opeenvolging van liedjes
liedjesreeksen	=	liedjesreeks
liedjesreeksje	=	liedjesreeks
liedjesreeksjes	=	liedjesreeks
liedjesschrijver	noun	iemand dat een of meerdere liederen schrijft
liedjesschrijvers	=	liedjesschrijver
liedjesschrijvertje	=	liedjesschrijver
liedjesschrijvertjes	=	liedjesschrijver
liedjeswedstrijd	noun	wedstrijd waarbij artiesten of groepen optreden met liedjes om de beste te worden, vaak beoordeeld op zangkwaliteit, compositie en podiumpresentatie
liedjeswedstrijden	=	liedjeswedstrijd
liedjeswedstrijdje	=	liedjeswedstrijd
liedjeswedstrijdjes	=	liedjeswedstrijd
liedkunst	noun	de kunst van het liederen maken en zingen
liedkunsten	=	liedkunst
liedschrijver	noun	iemand dat een of meerdere liederen schrijft
liedschrijvers	=	liedschrijver
liedschrijvertje	=	liedschrijver
liedschrijvertjes	=	liedschrijver
liedtekst	noun	de woorden van een compositie voor stemmen
liedteksten	=	liedtekst
liedtekstje	=	liedtekst
liedtekstjes	=	liedtekst
lieer	=	liëren
lieerde	=	liëren
lieerden	=	liëren
lieert	=	liëren
lief	adj	vriendelijk, zachtaardig	noun	vrouwelijke persoon met wie je verkering hebt
liefdadig	adj	hulp geven uit goedheid zonder eigenbelang
liefdadige	=	liefdadig
liefdadiger	=	liefdadig
liefdadigere	=	liefdadig
liefdadigers	=	liefdadig
liefdadigheden	=	liefdadigheid
liefdadigheid	noun	het zonder eigenbelang geven van hulp
liefdadigheidje	=	liefdadigheid
liefdadigheidsactie	noun	een vrijwillige, non-profit activiteit om geld of goederen in te zamelen voor mensen in nood of een goed doel
liefdadigheidsacties	=	liefdadigheidsactie
liefdadigheidsactietje	=	liefdadigheidsactie
liefdadigheidsactietjes	=	liefdadigheidsactie
liefdadigheidsbal	noun	dansfeest waarvan de opbrengst naar een goed doel gaat
liefdadigheidsbals	=	liefdadigheidsbal
liefdadigheidsorganisatie	noun	een organisatie die geld inzamelt voor een goed doel
liefdadigheidsorganisaties	=	liefdadigheidsorganisatie
liefdadigheidsorganisatietje	=	liefdadigheidsorganisatie
liefdadigheidsorganisatietjes	=	liefdadigheidsorganisatie
liefdadigheidsstrijd	noun	wedijver tussen weldoeners, competitie wie het meest bijdraagt aan een goed doel
liefdadigheidswedstrijd	noun	wedstrijd waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor een goed doel
liefdadigheidswedstrijden	=	liefdadigheidswedstrijd
liefdadigheidswedstrijdje	=	liefdadigheidswedstrijd
liefdadigheidswedstrijdjes	=	liefdadigheidswedstrijd
liefdadigheidswerk	noun	werk dat men zonder betaling verricht om een goed doel te dienen
liefdadigheidswerken	=	liefdadigheidswerk
liefdadigheidswerkje	=	liefdadigheidswerk
liefdadigheidswerkjes	=	liefdadigheidswerk
liefdadigs	=	liefdadig
liefdadigst	=	liefdadig
liefdadigste	=	liefdadig
liefde	noun	uiting of gevoel van grote genegenheid en/of het zich aangetrokken voelen
liefdebetrekking	noun	een intieme verhouding tussen twee of meer personen die gebaseerd is op romantische of amoureuze gevoelens
liefdebetrekkingen	=	liefdebetrekking
liefdebetrekkinkje	=	liefdebetrekking
liefdebetrekkinkjes	=	liefdebetrekking
liefdeblijk	noun	uiting van genegenheid
liefdeblijken	=	liefdeblijk
liefdedaad	=	liefdesdaad
liefdedienst	noun	iets wat men doet uit liefde voor iets of iemand zonder dat men daarvoor een beloning vereist
liefdediensten	=	liefdedienst
liefdegras	noun	een geslacht Eragrostis uit de grassenfamilie (Poaceae).
liefdegrasje	=	liefdegras
liefdegrasjes	=	liefdegras
liefdegrassen	=	liefdegras
liefdeleven	noun	dat gedeelte van iemands leven dat betrekking heeft op de liefde
liefdelevens	=	liefdeleven
liefdeloos	adj	niet getuigend van enige vorm van liefde
liefdeloosheden	=	liefdeloosheid
liefdeloosheid	noun	het liefdeloos zijn
liefdeloost	=	liefdeloos
liefdelooste	=	liefdeloos
liefdeloze	=	liefdeloos
liefdelozer	=	liefdeloos
liefdelozere	=	liefdeloos
liefdelozers	=	liefdeloos
liefden	=	liefde
liefderijk	adj	met heel veel zorg en toewijding die men een ander uit liefde geeft
liefderijke	=	liefderijk
liefderijker	=	liefderijk
liefderijkere	=	liefderijk
liefderijkers	=	liefderijk
liefderijks	=	liefderijk
liefderijkst	=	liefderijk
liefderijkste	=	liefderijk
liefdes	=	liefde
liefdesaffaire	noun	verhouding, liefdesgeschiedenis
liefdesaffaires	=	liefdesaffaire
liefdesaffairetje	=	liefdesaffaire
liefdesaffairetjes	=	liefdesaffaire
liefdesavonturen	=	liefdesavontuur
liefdesavontuur	noun	een spannende, kort durende liefdesgeschiedenis
liefdesavontuurtje	=	liefdesavontuur
liefdesavontuurtjes	=	liefdesavontuur
liefdesbaby	noun	een kind dat dat een uiting is van de liefde tussen twee personen
liefdesbaby's	=	liefdesbaby
liefdesbetrekking	noun	verhouding tussen twee of meer mensen die gebaseerd is op liefde
liefdesbetrekkingen	=	liefdesbetrekking
liefdesbetrekkinkje	=	liefdesbetrekking
liefdesbetrekkinkjes	=	liefdesbetrekking
liefdesbetuiging	noun	een verklaring waarin men zegt dat men veel van iets of iemand houdt
liefdesbetuigingen	=	liefdesbetuiging
liefdesbetuiginkje	=	liefdesbetuiging
liefdesbetuiginkjes	=	liefdesbetuiging
liefdesbrief	noun	brief die gestuurd wordt aan een geliefde en waarin men van zijn liefde blijk geeft
liefdesbriefje	=	liefdesbrief
liefdesbriefjes	=	liefdesbrief
liefdesbrieven	=	liefdesbrief
liefdesdaad	noun	de keer dat men de liefde bedrijft
liefdesdaden	=	liefdesdaad
liefdesdrama	noun	tragische gebeurtenis waarvan de liefde het motief is
liefdesdrama's	=	liefdesdrama
liefdesdramaatje	=	liefdesdrama
liefdesdramaatjes	=	liefdesdrama
liefdesdrift	noun	geslachtsdrift
liefdesdriften	=	liefdesdrift
liefdesdrug	noun	drug die liefde en verliefdheid zou stimuleren, met name ecstasy
liefdesdrugje	=	liefdesdrug
liefdesdrugjes	=	liefdesdrug
liefdesdrugs	=	liefdesdrug
liefdesgeluk	noun	het geluk dat men ervaart door het hebben van een liefdesrelatie
liefdesgeschiedenis	noun	het ontstaan en het verloop van een liefdesrelatie
liefdesgeschiedenisje	=	liefdesgeschiedenis
liefdesgeschiedenisjes	=	liefdesgeschiedenis
liefdesgeschiedenissen	=	liefdesgeschiedenis
liefdeshobo	noun	een dubbelriet aangeblazen instrument, dat erg lijkt op de hobo.
liefdeshobo's	=	liefdeshobo
liefdeshuwelijk	noun	huwelijk alleen op basis van liefde
liefdeshuwelijken	=	liefdeshuwelijk
liefdeskind	noun	kind verwekt in liefde
liefdeskinderen	=	liefdeskind
liefdeskindje	=	liefdeskind
liefdeskindjes	=	liefdeskind
liefdesleven	noun	dat gedeelte van iemands leven dat betrekking heeft op de liefde
liefdeslevens	=	liefdesleven
liefdesleventje	=	liefdesleven
liefdeslied	noun	lied dat de liefde bezingt, ongetwijfeld het meest beoefende genre
liefdesliederen	=	liefdeslied
liefdesliedje	=	liefdeslied
liefdesliedjes	=	liefdeslied
liefdeslyriek	noun	liefdespoëzie
liefdeslyrieken	=	liefdeslyriek
liefdesmart	noun	liefdesverdriet
liefdesnacht	noun	nacht waarin men de liefde bedrijft
liefdesnachten	=	liefdesnacht
liefdesnestje	noun	romantische plek of woning waar twee geliefden samen kunnen verblijven
liefdesnestjes	=	liefdesnestje
liefdespaar	noun	twee mensen die van elkaar houden
liefdespaartje	=	liefdespaar
liefdespaartjes	=	liefdespaar
liefdesparen	=	liefdespaar
liefdespel	noun	het bedrijven van de liefde
liefdespelen	=	liefdespel
liefdespellen	=	liefdespel
liefdesrelatie	noun	een verhouding tussen twee of meer mensen gebaseerd op liefde
liefdesrelaties	=	liefdesrelatie
liefdesrelatietje	=	liefdesrelatie
liefdesrelatietjes	=	liefdesrelatie
liefdesroman	noun	roman met liefdesperikelen als hoofdonderwerp
liefdesromannetje	=	liefdesroman
liefdesromannetjes	=	liefdesroman
liefdesromans	=	liefdesroman
liefdessmart	noun	liefdesverdriet
liefdessmarten	=	liefdessmart
liefdesspel	noun	het bedrijven van de liefde
liefdesspelen	=	liefdesspel
liefdesspellen	=	liefdesspel
liefdestest	noun	psychologische test waarmee je zou kunnen onderzoeken wie bij jou past als partner in de liefde.
liefdestesten	=	liefdestest
liefdestestje	=	liefdestest
liefdestestjes	=	liefdestest
liefdestests	=	liefdestest
liefdesverdriet	noun	het verdriet dat iemand voelt bij een onbeantwoorde, of verbroken liefde
liefdesverhaal	noun	een verhaal over een liefdesrelatie
liefdesverhaaltje	=	liefdesverhaal
liefdesverhaaltjes	=	liefdesverhaal
liefdesverhalen	=	liefdesverhaal
liefdesverhouding	noun	een intieme romantische relatie tussen twee personen
liefdesverhoudingen	=	liefdesverhouding
liefdesverhoudinkje	=	liefdesverhouding
liefdesverhoudinkjes	=	liefdesverhouding
liefdesverklaring	noun	min of meer plechtige bekendmaking van de liefde of bewondering die men voor iets of iemand voelt
liefdesverklaringen	=	liefdesverklaring
liefdesverklarinkje	=	liefdesverklaring
liefdesverklarinkjes	=	liefdesverklaring
liefdesvetkruid	noun	Sedum anacampseros een overblijvende plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae)
liefdesvetkruiden	=	liefdesvetkruid
liefdesvetkruidje	=	liefdesvetkruid
liefdesvetkruidjes	=	liefdesvetkruid
liefdetje	=	liefde
liefdetjes	=	liefde
liefdeverklaring	noun	een uitspraak of gebaar waarin iemand aan een ander kenbaar maakt dat hij of zij verliefd is of gevoelens van liefde heeft
liefdeverklaringen	=	liefdeverklaring
liefdeverklarinkje	=	liefdeverklaring
liefdeverklarinkjes	=	liefdeverklaring
liefdevol	adj	met heel veel liefde en toewijding
liefdevolle	=	liefdevol
liefdevoller	=	liefdevol
liefdevollere	=	liefdevol
liefdevollers	=	liefdevol
liefdevols	=	liefdevol
liefdevolst	=	liefdevol
liefdevolste	=	liefdevol
liefdewerk	noun	onbetaald vrijwilligerswerk dat je met plezier doet
liefdewerken	=	liefdewerk
liefdezuster	noun	kloosterlinge die zich aan ziekenverpleging wijdt
liefdezusters	=	liefdezuster
liefelijk	adj	schilderachtig, lieflijk, lief
liefelijke	=	liefelijk
liefelijker	=	liefelijk
liefelijkere	=	liefelijk
liefelijkers	=	liefelijk
liefelijkheden	=	liefelijkheid
liefelijkheid	noun	de prettige aangename eigenschappen van iets
liefelijks	=	liefelijk
liefelijkst	=	liefelijk
liefelijkste	=	liefelijk
lieffie	=	liefje
liefgehad	=	liefhebben
liefhad	=	liefhebben
liefhadde	=	liefhebben
liefhadden	=	liefhebben
liefhadt	=	liefhebben
liefheb	=	liefhebben
liefhebbe	=	liefhebben
liefhebben	verb	liefde voelen tot iemand of iets
liefhebbend	adj	van iets of iemand houdend
liefhebbende	=	liefhebbend
liefhebbender	=	liefhebbend
liefhebbendere	=	liefhebbend
liefhebbenders	=	liefhebbend
liefhebbends	=	liefhebbend
liefhebbendst	=	liefhebbend
liefhebbendste	=	liefhebbend
liefhebber	noun	iemand die veel van iets houdt, zich erg interesseert voor iets
liefhebberde	=	liefhebberen
liefhebberden	=	liefhebberen
liefhebbere	=	liefhebberen
liefhebberen	verb	iets doen of beoefenen als hobby
liefhebberend	=	liefhebberen
liefhebberende	=	liefhebberen
liefhebberij	noun	hobby, dilettantisme, gewoonte
liefhebberijen	=	liefhebberij
liefhebberijtje	=	liefhebberij
liefhebberijtjes	=	liefhebberij
liefhebbers	=	liefhebber
liefhebbert	=	liefhebberen
liefhebbertje	=	liefhebber
liefhebbertjes	=	liefhebber
liefhebster	noun	vrouwelijk iemand die veel van iets houdt, zich erg interesseert voor iets
liefhebsters	=	liefhebster
liefhebstertje	=	liefhebster
liefhebstertjes	=	liefhebster
liefhebt	verb	tweede persoon enkelvoud van liefhebben
liefheden	=	liefheid
liefheeft	verb	tweede persoon (alleen U) en derde persoon enkelvoud van liefhebben
liefheid	noun	het lief en vriendelijk zijn
liefheidsverklaring	noun	belofte dat men zich netjes en vriendelijk zal gedragen (in het verkeer)
liefheidsverklaringen	=	liefheidsverklaring
liefheidsverklarinkje	=	liefheidsverklaring
liefheidsverklarinkjes	=	liefheidsverklaring
liefie	=	lief
liefies	=	lief
liefje	noun	alleen verkleinwoord persoon waarmee men amoureuze betrekkingen heeft
liefjes	=	liefje
liefkoos	=	liefkozen
liefkoosde	=	liefkozen
liefkoosden	=	liefkozen
liefkoost	=	liefkozen
liefkoze	=	liefkozen
liefkozen	verb	middels woorden en gebaren laten weten dat men iets of iemand aardig of lief vindt
liefkozend	adj	vriendelijk doend
liefkozende	=	liefkozen
liefkozender	=	liefkozend
liefkozendere	=	liefkozend
liefkozenders	=	liefkozend
liefkozends	=	liefkozend
liefkozendst	=	liefkozend
liefkozendste	=	liefkozend
liefkozing	noun	aai, streling, gebaar maarmee je iets of iemand liefkoost.
liefkozingen	=	liefkozing
liefkozinkje	=	liefkozing
liefkozinkjes	=	liefkozing
lieflijk	adj	schilderachtig, liefelijk, lief
lieflijke	=	lieflijk
lieflijker	=	lieflijk
lieflijkere	=	lieflijk
lieflijkers	=	lieflijk
lieflijkheden	=	lieflijkheid
lieflijkheid	noun	de prettige aangename eigenschappen van iets
lieflijks	=	lieflijk
lieflijkst	=	lieflijk
lieflijkste	=	lieflijk
liefs	=	lief
liefst	adv	benadrukkend, verbazing uitdrukkend (over een groot getal)
liefste	=	lief
lieftallig	adj	mooi en aardig om te zien
lieftallige	=	lieftallig
lieftalliger	=	lieftallig
lieftalligere	=	lieftallig
lieftalligers	=	lieftallig
lieftalligheden	=	lieftalligheid
lieftalligheid	noun	heel fraai qua uiterlijk en vooral ook qua innerlijk (met name van vrouwen en kinderen)
lieftalligs	=	lieftallig
lieftalligst	=	lieftallig
lieftalligste	=	lieftallig
lieg	=	liegen
liegbeest	noun	erge leugenaar
liegbeesten	=	liegbeest
liegbeestje	=	liegbeest
liegbeestjes	=	liegbeest
liege	=	liegen
liegebeest	noun|informal	iemand die liegt, een leugenaar
liegebeesten	=	liegebeest
liegebel	noun	persoon die veel liegt
liegebellen	=	liegebel
liegebelletje	=	liegebel
liegebelletjes	=	liegebel
liegen	verb	met opzet dingen vertellen die niet de waarheid zijn maar wel als dusdanig worden gepresenteerd	noun	een eenvoudig kaartspel
liegend	=	liegen
liegende	=	liegen
lieger	noun	persoon die veel liegt
liegers	=	lieger
liegertje	=	lieger
liegertjes	=	lieger
liegt	=	liegen
liende	=	linden
liep	=	lopen
liepe	=	lopen
liepen	=	lopen
liept	=	lopen
lier	noun	een Grieks snaarinstrument
lierantiloopje	=	lierantilope
lierantiloopjes	=	lierantilope
lierantilope	noun	Damaliscus lunatus De lierantilope, topi of het basterdhartenbeest (Damaliscus lunatus) is een algemene soort antilope, behorende tot de koeantilopen.
lierantilopen	=	lierantilope
lierantilopes	=	lierantilope
lierdicht	noun	lyrisch gedicht (d.w.z. waarin de dichter bezig is met aandoeningen en gemoedsstemmingen)
lierdichten	=	lierdicht
lieren	=	lier
lierenaar	noun	inwoner van Lier, stad in België
lierenaars	=	lierenaar
lierenaartje	=	lierenaar
lierenaartjes	=	lierenaar
lierenaren	=	lierenaar
lierenman	noun	iemand die de lier bespeeld
lierenmannen	=	lierenman
lierenmannetje	=	lierenman
lierenmannetjes	=	lierenman
lierhert	noun	Rucervus eldii een hertachtige uit Zuidoost-Azië.
lierherten	=	lierhert
lierhertje	=	lierhert
lierhertjes	=	lierhert
lierkopagame	noun	Lyriocephalus scutatus een hagedis uit de familie agamen (Agamidae)
lierkopagamen	=	lierkopagame
lierkopagametje	=	lierkopagame
lierkopagametjes	=	lierkopagame
lierneusvleermuis	noun	Megaderma lyra De lierneusvleermuis (Lyroderma lyra) (Engels: Greater False-vampire) is een zoogdier uit de familie van de reuzenoorvleermuizen (Megadermatidae).
lierneusvleermuisje	=	lierneusvleermuis
lierneusvleermuisjes	=	lierneusvleermuis
lierneusvleermuizen	=	lierneusvleermuis
liers	adj	betrekking hebbend op Lier
lierse	noun	een vrouwelijke inwoner van Lier, of een vrouw afkomstig uit Lier
liersen	=	lierse
lierstaarthoningspeurder	noun	Melichneutes robustus een vogel uit de familie honingspeurders (Indicatoridae).
lierstaarthoningspeurders	=	lierstaarthoningspeurder
lierstaarthoningspeurdertje	=	lierstaarthoningspeurder
lierstaarthoningspeurdertjes	=	lierstaarthoningspeurder
lierstaartlipvis	noun	Bodianus anthioides een straalvinnige vissensoort uit de familie van lipvissen (Labridae).
lierstaartlipvisje	=	lierstaartlipvis
lierstaartlipvisjes	=	lierstaartlipvis
lierstaartlipvissen	=	lierstaartlipvis
lierstaartnachtzwaluw	noun	Uropsalis lyra een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
lierstaartnachtzwaluwen	=	lierstaartnachtzwaluw
lierstaartnachtzwaluwtje	=	lierstaartnachtzwaluw
lierstaartnachtzwaluwtjes	=	lierstaartnachtzwaluw
lierstaartwidavink	noun	Euplectes jacksoni een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers).
lierstaartwidavinken	=	lierstaartwidavink
lierstaartwidavinkje	=	lierstaartwidavink
lierstaartwidavinkjes	=	lierstaartwidavink
liertje	=	lier
liertjes	=	lier
liervogel	noun	Menura novaehollandiae een vogel uit de familie der liervogels (Menuridae)
liervogels	noun	Menuridae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
liervogeltje	=	liervogel
liervogeltjes	=	liervogel
liervormig	adj	vorm van een lier hebbend
liervormige	=	liervormig
liervormiger	=	liervormig
liervormigere	=	liervormig
liervormigers	=	liervormig
liervormigs	=	liervormig
liervormigst	=	liervormig
liervormigste	=	liervormig
lies	noun	gedeelte van de buikstreek die met de liesplooi de grens vormt tussen onderlichaam en dij
liesblessure	noun	letsel van spieren en pezen aan de binnenzijde van het bovenbeen
liesblessuren	=	liesblessure
liesblessures	=	liesblessure
liesbreuk	noun	een uitstulping van het buikvlies in de liesstreek door een zwakke plek of opening in de buikwand
liesbreuken	=	liesbreuk
liesbreukje	=	liesbreuk
liesbreukjes	=	liesbreuk
liesgras	noun	Glyceria maxima een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
liesgrasboorder	noun	Phragmatiphila nexa een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
liesgrasboorders	=	liesgrasboorder
liesgrasboordertje	=	liesgrasboorder
liesgrasboordertjes	=	liesgrasboorder
liesgrasje	=	liesgras
liesgrasjes	=	liesgras
liesgrasmineermot	noun	Elachista poae een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
liesgrasmineermotje	=	liesgrasmineermot
liesgrasmineermotjes	=	liesgrasmineermot
liesgrasmineermotten	=	liesgrasmineermot
liesgrasmollisia	noun	Mollisia luctuosa een schimmel behorend tot de familie Dermateaceae.
liesgrasmollisia's	=	liesgrasmollisia
liesgrasmollisiaatje	=	liesgrasmollisia
liesgrasmollisiaatjes	=	liesgrasmollisia
liesgrasrietkever	noun	Donacia semicuprea een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
liesgrasrietkevers	=	liesgrasrietkever
liesgrasrietkevertje	=	liesgrasrietkever
liesgrasrietkevertjes	=	liesgrasrietkever
liesgrassen	=	liesgras
liesgrassnuitmot	noun	Donacaula forficella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
liesgrassnuitmotje	=	liesgrassnuitmot
liesgrassnuitmotjes	=	liesgrassnuitmot
liesgrassnuitmotten	=	liesgrassnuitmot
liesje	=	lies
liesjes	=	lies
lieskanaal	noun	4 cm lang kanaal in een van de buikspieren waardoor bij de man de zaadstreng van de testis naar de buikholte loopt
lieskanaaltje	=	lieskanaal
lieskanaaltjes	=	lieskanaal
lieskanalen	=	lieskanaal
lieslaars	noun	waterdichte laars die tot aan de lies rijkt
lieslaarzen	=	lieslaars
liesstreek	noun	deel van het lichaam dat de overgang van de buik naar de bovenbenen vormt
liesstreken	=	liesstreek
liet	=	laten
liete	=	laten
lieten	=	laten
lieve	=	lief
lieveheer	noun	kruisbeeld
lieveheersbeest	=	lieveheersbeestje
lieveheersbeestje	noun	benaming voor kevertjes uit de familie Coccinellidae
lieveheersbeestjes	noun	Coccinellidae een groep van kevers (Coleoptera).
lieveheersbeestjestegel	noun	een stoeptegel met een afbeelding van een lieveheersbeestje, die dient als symbool tegen zinloos geweld
lieveheersbeestjestegels	=	lieveheersbeestjestegel
lieveheersbeestjestegeltje	=	lieveheersbeestjestegel
lieveheersbeestjestegeltjes	=	lieveheersbeestjestegel
lieveheren	=	lieveheer
lieveke	=	lief
lievekes	=	lief
lieveling	noun	iemand waarvoor men tedere gevoelens koestert
lievelinge	noun	een vrouw of meisje van wie men het meeste houdt
lievelingen	=	lieveling
lievelinges	=	lievelinge
lievelingetje	=	lieveling
lievelingetjes	=	lieveling
lievelings	noun	iets wat of iemand die bij iemand favoriet is
lievelingsaap	noun	de meest geliefde aap
lievelingsapen	=	lievelingsaap
lievelingsauteur	noun	schrijver waarvan men de boeken het liefste leest; favoriete schrijver
lievelingsauteurs	=	lievelingsauteur
lievelingsauto	noun	de auto waar iemand het meest van houdt; de meest geliefde auto
lievelingsauto's	=	lievelingsauto
lievelingsautootje	=	lievelingsauto
lievelingsautootjes	=	lievelingsauto
lievelingsbarbie	noun	favoriete barbiepop
lievelingsbarbies	=	lievelingsbarbie
lievelingsbarbietje	=	lievelingsbarbie
lievelingsbarbietjes	=	lievelingsbarbie
lievelingsbeer	noun	meest geliefde (speelgoed)beer
lievelingsbeertje	=	lievelingsbeer
lievelingsbeertjes	=	lievelingsbeer
lievelingsberen	=	lievelingsbeer
lievelingsbloem	noun	bloem die iemand het mooiste vindt
lievelingsbloemen	=	lievelingsbloem
lievelingsboek	noun	een boek wat men het liefste leest
lievelingsboeken	=	lievelingsboek
lievelingsboekje	=	lievelingsboek
lievelingsboekjes	=	lievelingsboek
lievelingsbroer	noun	de meest favoriete broer
lievelingsbroers	=	lievelingsbroer
lievelingsbroertje	=	lievelingsbroer
lievelingsbroertjes	=	lievelingsbroer
lievelingscomponist	noun	componist waarvan men vindt dat hij of zij de mooiste muziek maakt
lievelingscomponisten	=	lievelingscomponist
lievelingsdichter	noun	schrijver van poëzie die je het meest waardeert
lievelingsdichters	=	lievelingsdichter
lievelingsdier	noun	meest geliefde dier
lievelingsdieren	=	lievelingsdier
lievelingsdiertje	=	lievelingsdier
lievelingsdiertjes	=	lievelingsdier
lievelingsdochter	noun	de favoriete dochter
lievelingsdochters	=	lievelingsdochter
lievelingseten	noun	het eten dat iemand het lekkerste vindt
lievelingsfilm	noun	de film die men het meeste waardeert
lievelingsfilms	=	lievelingsfilm
lievelingsgerecht	noun	gerecht dat men het lekkerste vindt
lievelingsgerechten	=	lievelingsgerecht
lievelingsgerechtje	=	lievelingsgerecht
lievelingsgerechtjes	=	lievelingsgerecht
lievelingshond	noun	de hond Canis lupus familiaris waar iemand het meest van houdt
lievelingshonden	=	lievelingshond
lievelingshondje	=	lievelingshond
lievelingshondjes	=	lievelingshond
lievelingsidee	noun	de meest gewaardeerde gedachte
lievelingsideetje	=	lievelingsidee
lievelingsideetjes	=	lievelingsidee
lievelingsideeën	=	lievelingsidee
lievelingsjongetje	noun	een jong, mannelijk kind dat men meer liefheeft dan anderen
lievelingsjongetjes	=	lievelingsjongetje
lievelingskleur	noun	de kleur die iemand het mooiste vindt
lievelingskleuren	=	lievelingskleur
lievelingskleurs	=	lievelingskleur
lievelingskleurtje	=	lievelingskleur
lievelingskleurtjes	=	lievelingskleur
lievelingskoek	noun	de soort koek die je het lekkerste vindt
lievelingskoeken	=	lievelingskoek
lievelingskoekje	=	lievelingskoek
lievelingskoekjes	=	lievelingskoek
lievelingskost	noun	favoriete voedsel
lievelingskostje	noun	favoriete voedsel
lievelingskostjes	=	lievelingskost
lievelingslied	noun	lied dat men het liefste beluistert of zingt
lievelingsliederen	=	lievelingslied
lievelingsliedje	=	lievelingslied
lievelingsliedjes	=	lievelingslied
lievelingsmuziek	noun	muziek die men het liefste beluistert
lievelingsmuziekje	=	lievelingsmuziek
lievelingsmuziekjes	=	lievelingsmuziek
lievelingsnummer	noun	muzieknummer dat men het liefste beluistert
lievelingsnummers	=	lievelingsnummer
lievelingsplek	noun	plaats waar men het liefste verblijft
lievelingsplekje	=	lievelingsplek
lievelingsplekjes	=	lievelingsplek
lievelingsplekken	=	lievelingsplek
lievelingspolitici	=	lievelingspoliticus
lievelingspoliticus	noun	de meest gewaardeerde politicus
lievelingspony	noun	de favoriete pony
lievelingspony's	=	lievelingspony
lievelingsproject	noun	het favoriete project
lievelingsprojecten	=	lievelingsproject
lievelingsschrijver	noun	schrijver waarvan men de boeken graag leest
lievelingsschrijvers	=	lievelingsschrijver
lievelingsspeelgoed	noun	speelgoed waarmee men het liefste speelt
lievelingssport	noun	sport die men het liefste beoefent; sport waarna men het liefste kijkt
lievelingssporten	=	lievelingssport
lievelingstrui	noun	de trui die men het liefste draagt; de favoriete trui
lievelingstruien	=	lievelingstrui
lievelingstruitje	=	lievelingstrui
lievelingstruitjes	=	lievelingstrui
lievelingsvak	noun	het schoolvak dat men het liefste doet
lievelingsvakken	=	lievelingsvak
lievelingsvariant	noun	de favoriete variant
lievelingsvarianten	=	lievelingsvariant
lievelingsvrouw	noun	de favoriete vrouw van iemand die meerdere vrouwen heeft
lievelingsvrouwen	=	lievelingsvrouw
lievelingsvrouwtje	=	lievelingsvrouw
lievelingsvrouwtjes	=	lievelingsvrouw
lievelingswens	noun	datgene dat men het liefste zou willen hebben of meemaken
lievelingswensen	=	lievelingswens
lievelingszonen	=	lievelingszoon
lievelingszoon	noun	de favoriete zoon
lievelingszoons	=	lievelingszoon
lievelingszus	noun	de favoriete zus
lievelingszussen	=	lievelingszus
lieven	=	lief
lievenheersbeestje	=	lieveheersbeestje
liever	adv	bij voorkeur, wordt gebruikt als vergrotende trap van graag
lieverd	noun	iemand die vaak iets liefs doet of door iemand lief gevonden wordt
lieverdje	=	lieverd
lieverdjes	=	lieverd
lieverds	=	lieverd
lievere	=	lief
lieverlede	adv	van lieverlede: geleidelijk, zoetjesaan
lieverlee	noun	geleidelijk verloop van tijd
lievers	=	lief
lievevrouwebedstro	noun	bepaald soort geurig ruwkruid, Galium odoratum syn.
lievig	adj	lieflijk
lievige	=	lievig
lieviger	=	lievig
lievigere	=	lievig
lievigers	=	lievig
lievigheden	=	lievigheid
lievigheid	noun	het lievig zijn
lievigheidje	=	lievigheid
lievigheidjes	=	lievigheid
lievigs	=	lievig
lievigst	=	lievig
lievigste	=	lievig
liezen	=	lies
lifeblog	noun	weblog over iemands persoonlijke leven zoals over eten, wonen en lifestyle
lifeblogde	=	lifebloggen
lifeblogden	=	lifebloggen
lifeblogge	=	lifebloggen
lifebloggen	verb	een weblog bijhouden over het dagelijkse leven
lifebloggend	=	lifebloggen
lifebloggende	=	lifebloggen
lifeblogger	noun	iemand die een weblog bijhoudt over zijn persoonlijke leven
lifebloggers	=	lifeblogger
lifeblogs	=	lifeblog
lifeblogt	=	lifebloggen
lifecoaching	noun	resultaatgerichte begeleidingsvorm waarbij een coach je helpt om persoonlijke doelen te bereiken, obstakels te overwinnen en de kwaliteit van je leven te verbeteren.
lifeguard	noun	persoon die waakt over de veiligheid van badgasten en zwemmers in nood probeert te redden
lifeguards	=	lifeguard
lifehack	noun	onconventionele oplossing om een probleem uit het dagelijkse leven (veroorzaakt door een overvloed aan informatie) te tackelen
lifehacks	=	lifehack
lifeline	noun	reddingslijn waarmee iemand vast zit aan een schip
lifelines	=	lifeline
lifelogging	noun	het continu en systematisch vastleggen van je persoonlijke dagelijkse leven met behulp van digitale technologieën.
lifestyle	noun	manier van doen en laten in je leven, de aard van de bezittingen die je hebt, de houding en gedachten die je hebt over je leven
lifestylecoach	noun	iemand die adviezen geeft over voeding en beweging
lifestylecoaches	=	lifestylecoach
lifestylemagazine	noun	tijdschrift waarin reclame wordt gemaakt voor een bepaalde levenswijze; tijdschrift waarin men schrijft over eten, reizen, mode en andere uiterlijkheden van het leven
lifestylemagazines	=	lifestylemagazine
lifestyles	=	lifestyle
lifestyleverandering	noun	het aanpassen van de manier van leven; verandering van de leefstijl
lifestyleveranderingen	=	lifestyleverandering
liflaf	noun	een smakelijk maar weinig voedzaam gerechtje
liflaffen	=	liflaf
liflaffer	=	liflaf
liflaffere	=	liflaf
liflaffers	=	liflaf
liflafje	=	liflaf
liflafjes	=	liflaf
liflafs	=	liflaf
liflafst	=	liflaf
liflafste	=	liflaf
lifniem	prep	voor
lifo	noun	logistiek principe dat wat er als laatste bij komt, er als eerste weer uit gaat, ook gehanteerd bij massaontslagen, waarbij de laatst aangenomen werknemers als eersten ontslag krijgen
lifrat	adv	naar specificatie
lift	noun	een verticaal transportsysteem voor goederen en mensen
liftangst	noun	angst om zich in een lift te bevinden
liftbak	noun	vlak met opstaande randen waarmee iets omhoog en omlaag worden verplaatst, als onderdeel van een installatie
liftbakken	=	liftbak
liftboy	noun	jongen die de lift bedient (tegenwoordig zeldzaam beroep)
liftboys	=	liftboy
liftcentrale	noun	centraal meldpunt voor lifters en autorijders die lifters (tegen betaling) willen meenemen
liftcentrales	=	liftcentrale
liftdeur	noun	de automatische, stalen schuifdeur die toegang geeft tot een lift
liftdeuren	=	liftdeur
lifte	=	liften
liften	verb	het, met een langs de weg aangehouden auto, als gratis passagier meerijden
liftend	=	liften
liftende	=	liften
lifter	noun	iemand die gratis als passagier meerijdt met een langs de weg aangehouden auto
lifters	=	lifter
liftertje	=	lifter
liftertjes	=	lifter
liftje	=	lift
liftjes	=	lift
liftkoker	noun	de vertikale buis waarin een lift op- en neer kan gaan
liftkokers	=	liftkoker
liftkooi	noun	afgesloten ruimte voor passagiers of lading die in een lift op- en neer bewogen wordt
liftkooien	=	liftkooi
liftkooitje	=	liftkooi
liftkooitjes	=	liftkooi
liftkracht	noun	opwaartse kracht die een vleugel met gebogen bovenvlak en vlakke bodem ondervindt wanneer zij horizontaal door een gas of vloeistof beweegt
liftmonteur	noun	iemand die voor zijn beroep liften bouwt, onderhoudt of repareert
liftmonteurs	=	liftmonteur
liftplaats	noun	plek waar men zich kan opstellen om te liften
liftplaatsen	=	liftplaats
liftplaatsje	=	liftplaats
liftplaatsjes	=	liftplaats
liftschacht	noun	pijpvormig deel van een gebouw waardoor een lift op- en neerbewegen kan
liftschachten	=	liftschacht
liftschachtje	=	liftschacht
liftschachtjes	=	liftschacht
liftster	=	lifter
liftte	=	liften
liftten	=	liften
lig	=	liggen
liga	noun	verbond, bond
liga's	=	liga
ligaatje	=	liga
ligaatjes	=	liga
ligament	noun	bindweefselband
ligamenten	=	ligament
ligamentje	=	ligament
ligamentjes	=	ligament
ligand	noun	een atoomgroep die zich rond een centraal (metaal)atoom of -ion nestelt
liganden	=	ligand
ligandje	=	ligand
ligandjes	=	ligand
ligaturen	=	ligatuur
ligatuur	noun	een diakritisch teken dat gevormd is door twee of meer lettervormen in één vorm te schrijven of te drukken.
ligatuurtje	=	ligatuur
ligatuurtjes	=	ligatuur
ligbad	noun	Badkuip, een kuip, groot genoeg voor één persoon om zich zittend of liggend in te baden
ligbaden	=	ligbad
ligbadje	=	ligbad
ligbadjes	=	ligbad
ligbank	noun	een zachte beklede bank waarop men zowel kan zitten als op kan liggen en alle posities daar tussenin
ligbanken	=	ligbank
ligbankje	=	ligbank
ligbankjes	=	ligbank
ligbed	noun	een bed waarop met verzetbaar hoofdeinde waarop je languit kunt liggen om uit te rusten, te relaxen of te zonnen maar meestal niet om op te slapen, een ligbed kan in tegenstelling tot een ligstoel helemaal plat gemaakt worden
ligbedden	=	ligbed
ligbedje	=	ligbed
ligbedjes	=	ligbed
ligbox	noun	plaats waar een koe kan liggen in een loopstal
ligboxen	=	ligbox
ligchaam	=	lichaam
ligchaamen	=	lichaam
ligchaampje	=	lichaam
ligchamen	=	lichaam
ligdag	noun	dag dat een schip in de haven ligt om gelost en geladen te worden of om andere redenen niet vaart
ligdagen	=	ligdag
ligdagtarief	noun	de kosten die een ziekenhuis in rekening brengt voor een verblijf van een (gedeelte van) dag in dat ziekenhuis
ligdagtarieven	=	ligdagtarief
ligfiets	noun	fiets waarbij de pedalen voor de bestuurder zitten en de bestuurder meer een lighouding heeft
ligfietsen	verb	zich op een ligfiets (gaan) voortbewegen
ligfietsende	=	ligfietsen
ligfietsje	=	ligfiets
ligfietsjes	=	ligfiets
ligge	=	liggen
liggeld	noun	eigen bijdrage van een patiënt bij opname in een ziekenhuis
liggelden	=	liggeld
liggen	verb	zich horizontaal in toestand van rust gelegd hebben
liggend	adj	zich horizontaal en in rust bevindend
liggende	verb	voor de hand liggende: wat vanzelf spreekt
liggends	=	liggend
ligger	noun	een samengesteld horizontaal constructie-element om een ruimte te overspannen
liggers	=	ligger
liggertje	=	ligger
liggertjes	=	ligger
ligging	noun	de wijze waarop iets of iemand gelegen is
liggingen	=	ligging
ligginggegeven	noun	een stukje informatie betreffende de ligging van iets
ligginggegevens	=	ligginggegeven
ligginkje	=	ligging
ligginkjes	=	ligging
lighouding	noun	de positie waarin je lichaam verkeert wanneer je ligt
lighoudingen	=	lighouding
lighoudinkje	=	lighouding
lighoudinkjes	=	lighouding
light	adj	met een claim van minder schadelijke stoffen bevattend
lightproduct	noun	een voedselproduct met minder koolhydraten, vetten en/of eiwitten dan de normale varianten
lightproducten	=	lightproduct
lightproductje	=	lightproduct
lightproductjes	=	lightproduct
lightrail	noun	verzamelnaam van spoorvervoersystemen die zich ergens tussen trein, metro en tram in bevinden: sneller dan een tram, lichter en goedkoper dan een trein
lightrails	=	lightrail
lightrailverbinding	noun	een vorm van openbaar vervoer op rails die qua techniek en capaciteit tussen een tram en een trein/metro in zit.
lightrailverbindingen	=	lightrailverbinding
lightrailverbindinkje	=	lightrailverbinding
lightrailverbindinkjes	=	lightrailverbinding
lights	=	light
lightstick	noun	een plastic staafje dat licht geeft door middel van een chemische reactie (chemoluminescentie) wanneer je het buigt.
lightstickje	=	lightstick
lightstickjes	=	lightstick
lightsticks	=	lightstick
ligkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om opgenomen te worden in een ziekenhuis
ligkosten	noun	geld dat men moet betalen om opgenomen te worden in een ziekenhuis
lignine	noun	een aromatische verbinding die door nagenoeg alle planten wordt gemaakt en die de plant stevigheid geeft
ligninen	=	lignine
lignines	=	lignine
ligplaats	noun	een plaats waar iemand of iets ligt
ligplaatsen	=	ligplaats
ligplaatsje	=	ligplaats
ligplaatsjes	=	ligplaats
ligrestaurant	noun	restaurant waarbij de gasten liggend op matrassen de maaltijd nuttigen
ligrestaurants	=	ligrestaurant
ligstoel	noun	een stoel waarin men gemakkelijk kan liggen
ligstoelen	=	ligstoel
ligstoeltje	=	ligstoel
ligstoeltjes	=	ligstoel
ligstro	noun	gedroogde bloeistengels van graangewassen, gebruikt als bekleding van een ondergrond om op te rusten
ligt	=	liggen
ligtaxi	noun	een taxi waarin iemand liggend vervoerd kan worden; vereenvoudigde ambulance
ligtaxi's	=	ligtaxi
ligtsinnig	=	lichtzinnig
ligtzinnig	=	lichtzinnig
ligurisch	adj	met betrekking tot bovengenoemde taal
ligurische	=	ligurisch
ligurischer	=	ligurisch
ligurischere	=	ligurisch
ligurischers	=	ligurisch
ligurischtalig	adj	de Ligurische taal sprekend
ligurischtalige	=	ligurischtalig
ligurischtaligs	=	ligurischtalig
liguster	noun	een geslacht Ligustrum van planten uit de olijffamilie (Oleaceae) waartoe onder ander de wilde liguster en de haagliguster behoren.
ligusterblokspanner	noun	Trichopteryx polycommata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
ligusterblokspanners	=	ligusterblokspanner
ligusterblokspannertje	=	ligusterblokspanner
ligusterblokspannertjes	=	ligusterblokspanner
ligustergalmug	noun	Placochela ligustri een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
ligustergalmuggen	=	ligustergalmug
ligustergalmugje	=	ligustergalmug
ligustergalmugjes	=	ligustergalmug
ligusterpijlstaart	noun	Sphinx ligustri een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae) met voorvleugels met een spanwijdte van 9 tot 12 centimeter, waarvan de rups vooral op de liguster leeft
ligusterpijlstaarten	=	ligusterpijlstaart
ligusters	=	liguster
ligusterstipspanner	noun	Scopula imitaria een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
ligusterstipspanners	=	ligusterstipspanner
ligusterstipspannertje	=	ligusterstipspanner
ligusterstipspannertjes	=	ligusterstipspanner
ligwei	noun	grasveld waarop mensen kunnen zonnen bij mooi en zonnig weer
ligweide	noun	een grasveld bij een zwemgelegenheid
ligweiden	=	ligweide
ligweides	=	ligweide
ligweidetje	=	ligwei
ligweidetjes	=	ligwei
ligweien	=	ligwei
ligweitje	=	ligwei
ligweitjes	=	ligwei
lii	=	tweeënvijftig
liii	=	drieënvijftig
lij	noun	de kant waar de wind niet vandaan komt
lijboord	noun	het van de wind afgekeerde scheepsboord
lijboorden	=	lijboord
lijd	=	lijden
lijde	=	lijden
lijdelijk	adj	zonder verzet, ongemak verdragend
lijdelijke	=	lijdelijk
lijdelijker	=	lijdelijk
lijdelijkere	=	lijdelijk
lijdelijkers	=	lijdelijk
lijdelijkheid	noun	het op een passieve manier, zonder eigen overweging doen wat een andere zegt dat men moet doen
lijdelijks	=	lijdelijk
lijdelijkst	=	lijdelijk
lijdelijkste	=	lijdelijk
lijden	verb	in ellende verkeren; schade ondervinden
lijdend	=	lijden
lijdende	=	lijden
lijdens	noun	genitief van lijden
lijdensbeker	noun|figurative	een figuurlijke uitdrukking (een zinnebeeld) voor het zware leed, de smart of het lot dat iemand moet doorstaan
lijdensbekers	=	lijdensbeker
lijdensbekertje	=	lijdensbeker
lijdensbekertjes	=	lijdensbeker
lijdenskelk	noun|figurative	een hoeveelheid ellende die men noodzakelijkerwijze moet verdragen
lijdenskelken	=	lijdenskelk
lijdenskelkje	=	lijdenskelk
lijdenskelkjes	=	lijdenskelk
lijdensverhaal	noun	verhaal van de korte laatste periode in het leven van Jezus Christus
lijdensverhalen	=	lijdensverhaal
lijdensweek	noun	de week voor Pasen (vanaf Palmzondag tot Stille Zaterdag)
lijdensweekje	=	lijdensweek
lijdensweekjes	=	lijdensweek
lijdensweg	noun	moeizaam verloop, martelgang, dat iets heel moeilijk gaat
lijdenswegen	=	lijdensweg
lijdenswegje	=	lijdensweg
lijdenswegjes	=	lijdensweg
lijdensweken	=	lijdensweek
lijder	noun	iemand die aan iets lijdt
lijderes	noun	vrouw die in ellende verkeerd of veel smarten ondergaat
lijderesje	=	lijderes
lijderesjes	=	lijderes
lijderessen	=	lijderes
lijders	=	lijder
lijdertje	=	lijder
lijdertjes	=	lijder
lijdt	=	lijden
lijdzaam	adj	iets naars zonder verzet of klacht ondergaand
lijdzaamheid	noun	het lijdzaam zijn, geduld, stille berusting
lijdzaams	=	lijdzaam
lijdzaamst	=	lijdzaam
lijdzaamste	=	lijdzaam
lijdzame	=	lijdzaam
lijdzamer	=	lijdzaam
lijdzamere	=	lijdzaam
lijdzamers	=	lijdzaam
lijen	=	lijden
lijer	noun	verachtelijk persoon
lijers	=	lijer
lijertje	=	lijer
lijf	noun	het menselijk lichaam
lijfarts	noun	privéarts voor een belangrijk of rijk persoon
lijfartsen	=	lijfarts
lijfartsje	=	lijfarts
lijfblad	noun	iemands meest favoriete tijdschrift of krant
lijfbladen	=	lijfblad
lijfboek	noun	een boek dat uitgebreide informatie geeft over het menselijk lichaam, seksualiteit, lichaamsbeleving en relaties, speciaal gericht op jongeren
lijfboeken	=	lijfboek
lijfboekje	=	lijfboek
lijfboekjes	=	lijfboek
lijfeigen	=	lijfeigene
lijfeigene	noun	iemand die met het lijf een meester toebehoort: een onvrije, slaaf of horige
lijfeigenen	=	lijfeigene
lijfeigenschap	noun	het lijfeigene zijn
lijfeigenschappen	=	lijfeigenschap
lijfelijk	adj	het lichaam betreffende
lijfelijke	=	lijfelijk
lijfelijker	=	lijfelijk
lijfelijkere	=	lijfelijk
lijfelijkers	=	lijfelijk
lijfelijks	=	lijfelijk
lijfelijkst	=	lijfelijk
lijfelijkste	=	lijfelijk
lijfgarde	noun	wacht belast met de bescherming van een vorst of een staatslichaam
lijfgardes	=	lijfgarde
lijfgeur	noun	kenmerkende manier waarop de lucht die iemands lichaam verspreidt ruikt
lijfgeuren	=	lijfgeur
lijfgeurtje	=	lijfgeur
lijfgeurtjes	=	lijfgeur
lijfgoed	noun	kleding die men direct op de huid draagt
lijfgoederen	=	lijfgoed
lijfje	noun	alleen verkleinwoord deel van een kledingstuk dat ervoor zorgt dat het bovenlijf bedekt wordt
lijfjes	=	lijf
lijfknecht	noun	bediende, die onder meer zorgt voor de kleding van één persoon bij wie hij in dienst is en waarmee hij nauw is verbonden
lijfknechten	=	lijfknecht
lijfknechtje	=	lijfknecht
lijfknechts	=	lijfknecht
lijflied	noun	favoriet lied
lijfliederen	=	lijflied
lijfliedje	=	lijflied
lijfliedjes	=	lijflied
lijflijk	adj	het (menselijk) lichaam betreffende
lijflijke	=	lijflijk
lijflijker	=	lijflijk
lijflijkere	=	lijflijk
lijflijkers	=	lijflijk
lijflijks	=	lijflijk
lijflijkst	=	lijflijk
lijflijkste	=	lijflijk
lijfrente	noun	een bedrag dat periodiek aan een bepaalde begunstigde wordt uitbetaald, bij voorbeeld vanuit een lijfrenteverzekering waarvoor men eerst vele jaren premie heeft betaald
lijfrenten	=	lijfrente
lijfrentes	=	lijfrente
lijfrentetje	=	lijfrente
lijfrentetjes	=	lijfrente
lijfsbehoud	noun	het in leven blijven
lijfspreuk	noun	een spreuk waarnaar iemand zijn leven inricht
lijfspreuken	=	lijfspreuk
lijfspreukje	=	lijfspreuk
lijfspreukjes	=	lijfspreuk
lijfstoet	noun	het gevolg van een vorst of aanzienlijk persoon
lijfstoeten	=	lijfstoet
lijfstoetje	=	lijfstoet
lijfstoetjes	=	lijfstoet
lijfstraf	noun	een straf waarbij iemand lijfelijk pijn gedaan wordt
lijfstraffelijk	adj	met betrekking tot lijfstraffen
lijfstraffelijke	=	lijfstraffelijk
lijfstraffelijker	=	lijfstraffelijk
lijfstraffelijkere	=	lijfstraffelijk
lijfstraffelijkers	=	lijfstraffelijk
lijfstraffelijks	=	lijfstraffelijk
lijfstraffelijkst	=	lijfstraffelijk
lijfstraffelijkste	=	lijfstraffelijk
lijfstraffen	=	lijfstraf
lijfstrafje	=	lijfstraf
lijfstrafjes	=	lijfstraf
lijfsvisitatie	noun	bij een controle van bijvoorbeeld de douane het fouilleren, ontkleden en eventuele inwendig schouwing van lichaamsholten
lijfsvisitaties	=	lijfsvisitatie
lijfwacht	noun	de wacht die met de bewaking van een vorst of aanzienlijk persoon belast is
lijfwachten	=	lijfwacht
lijfwachtje	=	lijfwacht
lijfwachtjes	=	lijfwacht
lijger	noun	hybride kruising tussen een mannetjesleeuw en een vrouwtjestijger (Panthera leo x tigris)
lijgers	=	lijger
lijgertje	=	lijger
lijgertjes	=	lijger
lijgierig	adj	de neiging hebbend om van de wind af te vallen
lijgierige	=	lijgierig
lijgieriger	=	lijgierig
lijgierigere	=	lijgierig
lijgierigers	=	lijgierig
lijgierigs	=	lijgierig
lijgierigst	=	lijgierig
lijgierigste	=	lijgierig
lijk	noun	dood lichaam, met name van een mens
lijkauto	noun	een voertuig dat speciaal is ingericht om een overledene, ofwel een stoffelijk overschot, te vervoeren
lijkauto's	=	lijkauto
lijkautootje	=	lijkauto
lijkautootjes	=	lijkauto
lijkbaar	noun	draagbaar of verrijdbare baar voor een lijk
lijkbaartje	=	lijkbaar
lijkbaartjes	=	lijkbaar
lijkbaren	=	lijkbaar
lijkbezorger	noun	een begrafenisondernemer
lijkbezorgers	=	lijkbezorger
lijkbezorgertje	=	lijkbezorger
lijkbezorgertjes	=	lijkbezorger
lijkbezorging	noun	alle regelingen die een begrafenisonderneming treft na iemands overlijden en bij zijn begrafenis of crematie
lijkbezorgingen	=	lijkbezorging
lijkbezorgingovereenkomst	noun	de overeenkomst die de lijkbezorging regelt
lijkbezorgingovereenkomsten	=	lijkbezorgingovereenkomst
lijkbezorginkje	=	lijkbezorging
lijkbezorginkjes	=	lijkbezorging
lijkbidder	noun	de aanzegger van een sterfgeval
lijkbidders	=	lijkbidder
lijkbiddertje	=	lijkbidder
lijkbiddertjes	=	lijkbidder
lijkbleek	adj	heel erg bleek, vaak doordat iemand heel erg geschrokken is
lijkbleeks	=	lijkbleek
lijkbleke	=	lijkbleek
lijkbus	noun	een touringcar waarin een doodskist én een gezelschap tegelijkertijd vervoerd kunnen worden naar de begraafplaats of het crematorium
lijkbussen	=	lijkbus
lijkdicht	noun	fraaie naam voor een gedicht ter ere van een overledene
lijkdichten	=	lijkdicht
lijkdichtje	=	lijkdicht
lijkdichtjes	=	lijkdicht
lijkdienst	noun	de verzorging van een overlevende
lijkdiensten	=	lijkdienst
lijkdoorn	=	likdoorn
lijkdrager	noun	iemand die in dienst is van een begrafenisonderneming
lijkdragers	=	lijkdrager
lijke	=	lijken
lijken	verb	~ op: uitzien als
lijkend	=	lijken
lijkende	=	lijken
lijkenhuis	noun	een plaats waar lijken tijdelijk opgebaard liggen
lijkenhuisje	=	lijkenhuis
lijkenhuisjes	=	lijkenhuis
lijkenhuizen	=	lijkenhuis
lijkenlucht	noun	de stank van ontbindende dode lichamen
lijkenluchten	=	lijkenlucht
lijkenpikker	noun	iemand die voordeel behaalt uit de ellende van iemand anders
lijkenpikkerij	noun	het profiteren van iemand anders ellende (letterlijk het beroven van een dode)
lijkenpikkerijen	=	lijkenpikkerij
lijkenpikkers	=	lijkenpikker
lijkenpikkertje	=	lijkenpikker
lijkentouw	noun	een touw dat ter versteviging in de zoom van een zeil wordt genaaid
lijkentouwen	=	lijkentouw
lijkentouwtje	=	lijkentouw
lijkentouwtjes	=	lijkentouw
lijkenverbranding	noun	een veelvoorkomende vorm van lijkbezorging waarbij het stoffelijk overschot van een overledene in een crematoriumoven wordt verbrand tot as.
lijkenverbrandingen	=	lijkenverbranding
lijkenverbrandinkje	=	lijkenverbranding
lijkenverbrandinkjes	=	lijkenverbranding
lijkenvlieg	noun	Cynomya mortuorum een vliegensoort uit de familie van de bromvliegen (Calliphoridae).
lijkenvliegen	=	lijkenvlieg
lijkenvliegje	=	lijkenvlieg
lijkenvliegjes	=	lijkenvlieg
lijkenzak	noun	een zak waarin men de stoffelijke overschotten van een persoon tijdelijk bewaart voordat het lijk in een lijkkist wordt gelegd of wordt begraven
lijkenzakken	=	lijkenzak
lijkgewaad	noun	de kleding waarin een overledene begraven wordt
lijkgewaadje	=	lijkgewaad
lijkgewaadjes	=	lijkgewaad
lijkgewaden	=	lijkgewaad
lijkhond	noun	politiehond die getraind is om het lichaam van dode mensen te vinden
lijkhonden	=	lijkhond
lijkje	=	lijk
lijkjes	=	lijk
lijkkist	noun	de kist waarin een overledene ter aarde besteld wordt
lijkkisten	=	lijkkist
lijkkistje	=	lijkkist
lijkkistjes	=	lijkkist
lijkkleden	=	lijkkleed
lijkklederen	=	lijkkleed
lijkkleed	noun	doek waarin men een overledene wikkelt; kleed dat men over een lijkkist legt tijdens de begrafenis
lijkkleedje	=	lijkkleed
lijkkleedjes	=	lijkkleed
lijkkleren	=	lijkkleed
lijkkleur	noun	de grauw bleke keur van iemand die is overleden
lijkkleuren	=	lijkkleur
lijkkleurtje	=	lijkkleur
lijkkleurtjes	=	lijkkleur
lijkkoets	noun	een koets toegerust voor het vervoer van een doodskist
lijkkoetsen	=	lijkkoets
lijkkoetsje	=	lijkkoets
lijkkoetsjes	=	lijkkoets
lijklucht	noun	de geur van een ontbindend dood organisme
lijkluchten	=	lijklucht
lijkmis	noun	mis voor de overledene, begrafenisplechtigheid
lijkmissen	=	lijkmis
lijkopening	noun	het opensnijden van een lijk voor inwendig onderzoek.
lijkopeningen	=	lijkopening
lijkopeningetje	=	lijkopening
lijkopeningetjes	=	lijkopening
lijkoven	noun	oven in een crematorium tot verbranding van lijken
lijkovens	=	lijkoven
lijkoventje	=	lijkoven
lijkoventjes	=	lijkoven
lijkrede	noun	een toespraak naar aanleiding van het overlijden van iemand
lijkredenen	=	lijkrede
lijkredens	=	lijkrede
lijkredes	=	lijkrede
lijkschennis	noun	verminking van een menselijk lijk
lijkschennissen	=	lijkschennis
lijkschouwer	noun	forensisch arts die het lichaam van een overledene onderzoekt om de doodsoorzaak vast te stellen
lijkschouwers	=	lijkschouwer
lijkschouwertje	=	lijkschouwer
lijkschouwertjes	=	lijkschouwer
lijkschouwing	noun	onderzoek van een lijk vaak om de doodsoorzaak te achterhalen
lijkschouwingen	=	lijkschouwing
lijkstijfheid	noun	het verstijven van het lichaam na het overlijden
lijkstoet	noun	rij voertuigen die de overleden persoon naar de begraafplaats of crematorium begeleidt
lijkstoeten	=	lijkstoet
lijkstoetje	=	lijkstoet
lijkstoetjes	=	lijkstoet
lijkt	=	lijken
lijkte	=	lijken
lijkten	=	lijken
lijkverbranding	noun	een veelvoorkomende vorm van lijkbezorging, naast een begrafenis
lijkverbrandingen	=	lijkverbranding
lijkverbrandinkje	=	lijkverbranding
lijkverbrandinkjes	=	lijkverbranding
lijkwa	noun	kleding waarin een overledene begraven wordt, vroeger meestal een wit kleed of lijkhemd
lijkwade	noun	textiel waarin een overledene begraven wordt
lijkwaden	=	lijkwade
lijkwades	=	lijkwade
lijkwadetje	=	lijkwade
lijkwadetjes	=	lijkwade
lijkwagen	noun	een voortuig ingericht om een stoffelijk overschot te vervoeren
lijkwagens	=	lijkwagen
lijkwagentje	=	lijkwagen
lijkwagentjes	=	lijkwagen
lijkwit	adj	heel erg bleek door angst, ziekte of uitputting
lijkwits	=	lijkwit
lijkwitte	=	lijkwit
lijkwitten	=	lijkwit
lijkzak	noun	een zak bestemd voor transport en opslag van lijken
lijkzakken	=	lijkzak
lijm	noun	tussenstof die twee of meer delen permanent aan elkaar bevestigt
lijmde	=	lijmen
lijmden	=	lijmen
lijme	=	lijmen
lijmen	verb	twee of meer delen aan elkaar bevestigen met behulp van een kleefstof
lijmend	=	lijmen
lijmende	=	lijmen
lijmer	noun	iemand die lijmt of met lijm werkt
lijmerig	adj	op een onaangename manier eigenschappen van lijm hebbend
lijmerige	=	lijmerig
lijmeriger	=	lijmerig
lijmerigere	=	lijmerig
lijmerigers	=	lijmerig
lijmerigs	=	lijmerig
lijmerigst	=	lijmerig
lijmerigste	=	lijmerig
lijmers	=	lijmer
lijmig	adj	lijkend op lijm, traag stromend
lijmige	=	lijmig
lijmiger	=	lijmig
lijmigere	=	lijmig
lijmigers	=	lijmig
lijmigs	=	lijmig
lijmigst	=	lijmig
lijmigste	=	lijmig
lijmkam	noun	metalen spatel met inkepingen waarmee men lijm gelijkmatig over een glad oppervlak kan verdelen
lijmkammen	=	lijmkam
lijmkammetje	=	lijmkam
lijmkammetjes	=	lijmkam
lijmklem	noun	een stuk gereedschap dat gebruikt wordt om onderdelen die aan elkaar gelijmd moeten worden, tijdelijk te klemmen, totdat de lijm droog is
lijmklemmen	=	lijmklem
lijmklemmetje	=	lijmklem
lijmklemmetjes	=	lijmklem
lijmkwast	noun	Borstel aan een stokje waarmee men lijm op een oppervlak kan brengen en verdelen.
lijmkwasten	=	lijmkwast
lijmkwastje	=	lijmkwast
lijmkwastjes	=	lijmkwast
lijmmortel	noun	een mortel bestaande uit zandcement (heel fijn, gekristalliseerd zand), een watervasthoudend additief en watergedragen polymeren, geschikt voor het verlijmen van bakstenen
lijmmortels	=	lijmmortel
lijmoor	noun	een aandoening, waarbij primair de afvoer van vocht uit het middenoor belemmerd is
lijmoren	=	lijmoor
lijmpistolen	=	lijmpistool
lijmpistool	noun	een elektrisch gereedschap dat lijmsticks verwarmt en smelt, zodat je snel en nauwkeurig warme, vloeibare lijm kunt aanbrengen om materialen zoals hout, stof, plastic, papier en zelfs metaal te verbinden
lijmpistooltje	=	lijmpistool
lijmpistooltjes	=	lijmpistool
lijmpje	=	lijm
lijmpjes	=	lijm
lijmpoging	noun	een actie ondernomen om een uiteengevallen kabinet opnieuw bijeen te brengen
lijmpogingen	=	lijmpoging
lijmpoginkje	=	lijmpoging
lijmpoginkjes	=	lijmpoging
lijmpot	noun	Een pot met lijm, plakselpot
lijmpotje	=	lijmpot
lijmpotjes	=	lijmpot
lijmpotten	=	lijmpot
lijmroller	noun	handig hulpmiddel om snel, schoon en nauwkeurig lijm aan te brengen op papier, karton of foto's
lijmrollers	=	lijmroller
lijmrollertje	=	lijmroller
lijmrollertjes	=	lijmroller
lijmsoort	noun	een specifieke variant van een kleefmiddel dat is ontworpen om twee of meer materialen permanent met elkaar te verbinden
lijmsoorten	=	lijmsoort
lijmsoortje	=	lijmsoort
lijmsoortjes	=	lijmsoort
lijmspuiters	noun	Scytodidae een familie van spinnen.
lijmstift	noun	hulpmiddel met een draaimechanisme om lijm in een stiftvorm aan te brengen op materialen zoals papier, karton of stof
lijmstiften	=	lijmstift
lijmstiftje	=	lijmstift
lijmstiftjes	=	lijmstift
lijmstof	noun	een chemische substantie die werkt als plakmiddel
lijmstoffen	=	lijmstof
lijmstok	noun	met lijm ingesmeerde stok waarmee stropers volgens proberen te vangen
lijmstokje	=	lijmstok
lijmstokjes	=	lijmstok
lijmstokken	=	lijmstok
lijmsuiker	noun	uit plantenlijm getrokken substantie
lijmsuikers	=	lijmsuiker
lijmsuikertje	=	lijmsuiker
lijmsuikertjes	=	lijmsuiker
lijmt	=	lijmen
lijmtang	noun	een stuk gereedschap dat gebruikt wordt om onderdelen die aan elkaar gelijmd moeten worden, tijdelijk te klemmen, totdat de lijm droog is
lijmtangen	=	lijmtang
lijmtangetje	=	lijmtang
lijmtangetjes	=	lijmtang
lijmvlek	noun	verontreiniging die is ontstaan door het aanbrengen van een kleefstof
lijmvlekje	=	lijmvlek
lijmvlekjes	=	lijmvlek
lijmvlekken	=	lijmvlek
lijn	noun	een getekende streep (op o.a. papier)
lijnbaan	noun|obsolete	een lange rechte baan (tot wel 300 meter lang) bij een touwslagerij nodig voor het draaien (slaan) van het touw, tegenwoordig zijn deze lange rechte stroken vaak vervangen door straten
lijnbanen	=	lijnbaan
lijnboot	noun	een boot die men gebruikt op een regelmatige bootverbinding (eigenlijk is alleen de term lijnschip correct!)
lijnbootje	=	lijnboot
lijnbootjes	=	lijnboot
lijnboten	=	lijnboot
lijnbus	noun	een bus die gebruikt kan worden voor het vervullen van een busdienst voor openbaar vervoer
lijnbusje	=	lijnbus
lijnbusjes	=	lijnbus
lijnbussen	=	lijnbus
lijncodering	noun	omzetting van een digitaal signaal in een afwisseling van amplitudes per tijdsblok zodat het zo goed mogelijk kan worden overgebracht, gelet op de specifieke eigenschappen van het fysieke kanaal en van de ontvangstapparatuur
lijncoderingen	=	lijncodering
lijnde	=	lijnen
lijnden	=	lijnen
lijndiagram	noun	diagram, ook wel lijngrafiek genoemd, dat de ontwikkeling van een variabele in de tijd weergeeft door middel van punten die met een lijn zijn verbonden
lijndiagrammen	=	lijndiagram
lijndiagrammetje	=	lijndiagram
lijndiagrammetjes	=	lijndiagram
lijndienst	noun	een vorm van openbaar vervoer die in een vaste, regelmatige dienst rijdt, zoals de metro, bus, tram en trein.
lijndiensten	=	lijndienst
lijndoek	noun|obsolete	stuk linnen, linnen stof
lijndoeken	=	lijndoek
lijne	=	lijnen
lijnen	verb	een dieet volgen om een mooier figuur te krijgen
lijnend	=	lijnen
lijnende	=	lijnen
lijnennet	noun	netwerk van het openbaar vervoer
lijnennetten	=	lijnennet
lijnenspel	noun	speels of harmonisch beloop of samenstel van lijnen.
lijnenspelen	=	lijnenspel
lijnenspellen	=	lijnenspel
lijnenspelletje	=	lijnenspel
lijnenspelletjes	=	lijnenspel
lijnfunctie	noun	betrekking in bedrijven met een directe, uitvoerende verantwoordelijkheid voor de productie op elk niveau van de organisatie
lijnfuncties	=	lijnfunctie
lijnfunctionaris	noun	iemand die een lijnfunctie heeft
lijnfunctionarissen	=	lijnfunctionaris
lijngrafiek	noun	diagram dat de ontwikkeling van een variabele in de tijd weergeeft door middel van punten die met een lijn zijn verbonden
lijngrafieken	=	lijngrafiek
lijngrafiekje	=	lijngrafiek
lijngrafiekjes	=	lijngrafiek
lijnintegraal	noun	integratie van een functie langs een bepaalde weg.
lijnintegralen	=	lijnintegraal
lijnkaart	noun	strippenkaart, een bus-, tram- of metrokaartje waarmee men meerdere ritten kan maken
lijnkaarten	=	lijnkaart
lijnkaartje	=	lijnkaart
lijnkaartjes	=	lijnkaart
lijnkathaai	noun	Halaelurus lineatus een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
lijnkathaaien	=	lijnkathaai
lijnkathaaitje	=	lijnkathaai
lijnkathaaitjes	=	lijnkathaai
lijnkiezer	noun	schakelaartje om een vrije lijn te kiezen bij een telefoonaansluiting met meer dan een lijn
lijnkiezers	=	lijnkiezer
lijnkoek	noun	koek van uitgeperst vlaszaad waarmee men beesten voedt
lijnkoeken	=	lijnkoek
lijnmanagement	noun	management van de productie
lijnmotor	noun	motor waarbij alle cilinders in één lijn staan
lijnmotoren	=	lijnmotor
lijnmotors	=	lijnmotor
lijnmotortje	=	lijnmotor
lijnmotortjes	=	lijnmotor
lijnolie	noun	plantaardige olie, door persen uit olievlaszaad gewonnen
lijnolies	=	lijnolie
lijnolietje	=	lijnolie
lijnoliën	=	lijnolie
lijnpissebed	noun	Cyathura carinata een pissebed uit de familie Anthuridae.
lijnpissebedden	=	lijnpissebed
lijnpissebedje	=	lijnpissebed
lijnpissebedjes	=	lijnpissebed
lijnrecht	adj	zo recht als een lijn, direct, zonder omwegen, kaarsrecht
lijnrechte	=	lijnrecht
lijnrechter	noun	grensrechter
lijnrechtere	=	lijnrecht
lijnrechters	=	lijnrechter
lijnrechtertje	=	lijnrechter
lijnrechtertjes	=	lijnrechter
lijnrechts	=	lijnrecht
lijnrechtst	=	lijnrecht
lijnrechtste	=	lijnrecht
lijnrijder	noun	iemand die bloemen en planten vanuit de vrachtwagen en in beperkte mate op bestelling verkoopt aan bloemenwinkeliers
lijnrijderij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op de distributie van bloemen middels lijnrijders
lijnrijderijen	=	lijnrijderij
lijnrijderijtje	=	lijnrijderij
lijnrijderijtjes	=	lijnrijderij
lijnrijders	=	lijnrijder
lijnrijdertje	=	lijnrijder
lijnrijdertjes	=	lijnrijder
lijnsegment	noun	een lijn als onderdeel van een groter geheel
lijnsegmenten	=	lijnsegment
lijnsegmentje	=	lijnsegment
lijnsegmentjes	=	lijnsegment
lijnsnuituil	noun	Herminia tarsipennalis een nachtvlinder uit de familie spinneruilen (Erebidae).
lijnsnuituilen	=	lijnsnuituil
lijnsnuituiltje	=	lijnsnuituil
lijnsnuituiltjes	=	lijnsnuituil
lijnspanning	noun	de spanning tussen twee fasen
lijnspanningen	=	lijnspanning
lijnstuk	noun	lijn met een gegeven begin- en eindpunt.
lijnstukje	=	lijnstuk
lijnstukjes	=	lijnstuk
lijnstukken	=	lijnstuk
lijnt	=	lijnen
lijntje	=	lijn
lijntjes	=	lijn
lijntjespapier	noun	door lijnen verdeeld schrijfpapier, met name bedoeld om beschreven te worden
lijntjespapieren	=	lijntjespapier
lijntjespapiertje	=	lijntjespapier
lijntjespapiertjes	=	lijntjespapier
lijntoestel	noun	vliegtuig dat een vlucht volgens dienstregeling uitvoert
lijntoestellen	=	lijntoestel
lijntoestelletje	=	lijntoestel
lijntoestelletjes	=	lijntoestel
lijntrek	noun	kermisattractie waarbij de keuze uit een bundel touwtjes bepaald welke daarmee verbonden prijs wordt verkregen
lijntrekken	verb	net doen of je het druk hebt en toch niets uitvoeren, opzettelijk langzaam werken
lijntrekkend	=	lijntrekken
lijntrekkende	=	lijntrekken
lijntrekker	noun	luiaard, luilak, profiteur
lijntrekkers	=	lijntrekker
lijnuitbreekkogeltje	noun	Diaporthe linearis een schimmel behorend tot de familie Diaporthaceae.
lijnuitbreekkogeltjes	=	lijnuitbreekkogeltje
lijnvaart	noun	een dienst die door rederijen wordt aangeboden, waarbij schepen volgens een vast schema varen tussen vaste havens
lijnvaarten	=	lijnvaart
lijnvalkmot	noun	Evergestis forficalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
lijnvalkmotje	=	lijnvalkmot
lijnvalkmotjes	=	lijnvalkmot
lijnvalkmotten	=	lijnvalkmot
lijnverbinding	noun	een vaste, permanente verbinding tussen twee punten of systemen, vaak gebruikt in de context van openbaar vervoer (bus, trein, tram) of telecommunicatie (telefoonlijn, dataverbinding).
lijnverbindingen	=	lijnverbinding
lijnverbindinkje	=	lijnverbinding
lijnverbindinkjes	=	lijnverbinding
lijnvliegtuig	noun	vliegtuig waarmee men regelmatig volgens een dienstregeling vluchten uitvoert
lijnvliegtuigen	=	lijnvliegtuig
lijnvliegtuigje	=	lijnvliegtuig
lijnvlucht	noun	een vlucht die, in tegenstelling tot een chartervlucht, op regelmatige, vooraf geprogrammeerde uren vliegt tussen twee of meer punten gedurende het gehele jaar
lijnvluchten	=	lijnvlucht
lijnvluchtje	=	lijnvlucht
lijnvluchtjes	=	lijnvlucht
lijnvormig	adj	vorm van een lijn hebbend
lijnvormige	=	lijnvormig
lijnvormiger	=	lijnvormig
lijnvormigere	=	lijnvormig
lijnvormigers	=	lijnvormig
lijnvormigs	=	lijnvormig
lijnvormigst	=	lijnvormig
lijnvormigste	=	lijnvormig
lijnvriendelijk	adj	weinig calorieën bevattend, waar je niet dik van wordt
lijnvriendelijke	=	lijnvriendelijk
lijnvriendelijker	=	lijnvriendelijk
lijnvriendelijkere	=	lijnvriendelijk
lijnvriendelijkers	=	lijnvriendelijk
lijnvriendelijks	=	lijnvriendelijk
lijnvriendelijkst	=	lijnvriendelijk
lijnvriendelijkste	=	lijnvriendelijk
lijnwaad	noun	een soort textiel dat gemaakt wordt uit vlas
lijnwaden	=	lijnwaad
lijnzaad	noun	zaad van vlas Linum usitatissimum, m.n. gebruikt om olie uit te winnen.
lijnzaadje	=	lijnzaad
lijnzaadjes	=	lijnzaad
lijnzaadolie	noun	de plantaardige olie die geperst wordt uit de zaden van vlas
lijnzaadolies	=	lijnzaadolie
lijnzaadoliën	=	lijnzaadolie
lijnzaden	=	lijnzaad
lijp	adj|informal	gek, gestoord
lijpe	=	lijp
lijper	=	lijp
lijpere	=	lijp
lijpers	=	lijp
lijps	=	lijp
lijpst	=	lijp
lijpste	=	lijp
lijs	noun	suf, traag, sloom persoon
lijsde	=	lijzen
lijsje	=	lijs
lijsjes	=	lijs
lijspond	noun	gewicht, dat vroeger in 't bijzonder in de handel op de Oostzee gebruikelijk was, en ongeveer met 15 Amsterdamse ponden of 7.5 KG overeenkwam
lijsponden	=	lijspond
lijspondje	=	lijspond
lijspondjes	=	lijspond
lijst	noun	een opsomming van zaken die onder elkaar staan
lijstaanvoerder	noun	iemand op de eerste plaats staat van de kandidatenlijst van een partij in een verkiezing
lijstaanvoerders	=	lijstaanvoerder
lijstduwer	noun	verkiezingskandidaat namens een politieke partij die persoonlijk naar verwachting veel stemmen zal trekken, maar op een (vrijwel) onverkiesbare plaats op de kandidatenlijst staat.
lijstduwers	=	lijstduwer
lijsten	=	lijst
lijstenboek	noun	boek waarin verschillende opsommingen in zijn opgenomen
lijstenboeken	=	lijstenboek
lijstenboekje	=	lijstenboek
lijstenboekjes	=	lijstenboek
lijstenmaker	noun	persoon die de lijsten om spiegels, schilderijen en dergelijke maakt
lijstenmakers	=	lijstenmaker
lijster	noun	benaming voor zangvogels uit de familie lijsters (Turdidae)
lijsterbes	noun	benaming voor loofbomen en heesters uit het geslacht Sorbus uit de rozenfamilie
lijsterbes-jeneverbesroest	noun	Gymnosporangium cornutum een schimmel behorend tot de familie Gymnosporangiaceae.
lijsterbes-jeneverbesroesten	=	lijsterbes-jeneverbesroest
lijsterbes-jeneverbesroestje	=	lijsterbes-jeneverbesroest
lijsterbes-jeneverbesroestjes	=	lijsterbes-jeneverbesroest
lijsterbesblaasmijnmot	noun	Stigmella sorbi een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
lijsterbesblaasmijnmotje	=	lijsterbesblaasmijnmot
lijsterbesblaasmijnmotjes	=	lijsterbesblaasmijnmot
lijsterbesblaasmijnmotten	=	lijsterbesblaasmijnmot
lijsterbesbladgalmug	noun	Contarinia sorbi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
lijsterbesbladgalmuggen	=	lijsterbesbladgalmug
lijsterbesbladgalmuggetjes	=	lijsterbesbladgalmug
lijsterbesbladgalmugje	=	lijsterbesbladgalmug
lijsterbesbladwesp	noun	Pristiphora geniculata een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
lijsterbesbladwespen	=	lijsterbesbladwesp
lijsterbesbladwespje	=	lijsterbesbladwesp
lijsterbesbladwespjes	=	lijsterbesbladwesp
lijsterbesbloesemgalmug	noun	Contarinia floriperda een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
lijsterbesbloesemgalmuggen	=	lijsterbesbloesemgalmug
lijsterbesbloesemgalmuggetjes	=	lijsterbesbloesemgalmug
lijsterbesbloesemgalmugje	=	lijsterbesbloesemgalmug
lijsterbesdansvlieg	noun	Empis picipes een vlieg uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
lijsterbesdansvliegen	=	lijsterbesdansvlieg
lijsterbesdansvliegje	=	lijsterbesdansvlieg
lijsterbesdansvliegjes	=	lijsterbesdansvlieg
lijsterbesje	=	lijsterbes
lijsterbesjes	=	lijsterbes
lijsterbesleerschijfzwam	noun	Dermea ariae een schimmel behorend tot de familie Dermateaceae.
lijsterbesleerschijfzwammen	=	lijsterbesleerschijfzwam
lijsterbesleerschijfzwammetje	=	lijsterbesleerschijfzwam
lijsterbesleerschijfzwammetjes	=	lijsterbesleerschijfzwam
lijsterbesnetwants	noun	Physatocheila smreczynskii een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
lijsterbesnetwantsen	=	lijsterbesnetwants
lijsterbesnetwantsje	=	lijsterbesnetwants
lijsterbesnetwantsjes	=	lijsterbesnetwants
lijsterbespokmijt	noun	Eriophyes sorbi een galmijt dat kleine opzwellingen veroorzaakt op het blad.
lijsterbespokmijten	=	lijsterbespokmijt
lijsterbespokmijtje	=	lijsterbespokmijt
lijsterbespokmijtjes	=	lijsterbespokmijt
lijsterbessen	=	lijsterbes
lijsterbesspirea	noun	Sorbaria sorbifolia een bladverliezende struik, die tot de rozenfamilie behoort.
lijsterbesspirea's	=	lijsterbesspirea
lijsterbesspireaatje	=	lijsterbesspirea
lijsterbesspireaatjes	=	lijsterbesspirea
lijsterbesvouwmot	noun	Phyllonorycter sorbi een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
lijsterbesvouwmotje	=	lijsterbesvouwmot
lijsterbesvouwmotjes	=	lijsterbesvouwmot
lijsterbesvouwmotten	=	lijsterbesvouwmot
lijstergaai	noun	een gaai uit het geslacht Pterorhinus
lijstergaaien	=	lijstergaai
lijstergaaitje	=	lijstergaai
lijstergaaitjes	=	lijstergaai
lijsterhoningeter	noun	Lichmera alboauricularis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
lijsterhoningeters	=	lijsterhoningeter
lijsterhoningetertje	=	lijsterhoningeter
lijsterhoningetertjes	=	lijsterhoningeter
lijsterkoekoek	noun	Morococcyx erythropygus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
lijsterkoekoeken	=	lijsterkoekoek
lijsterkoekoekje	=	lijsterkoekoek
lijsterkoekoekjes	=	lijsterkoekoek
lijsterleeuwerik	noun	Pinarocorys nigricans een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken)
lijsterleeuweriken	=	lijsterleeuwerik
lijsterleeuwerikje	=	lijsterleeuwerik
lijsterleeuwerikjes	=	lijsterleeuwerik
lijstermierpitta	noun	Myrmothera campanisona een zangvogel uit de familie Grallariidae.
lijstermierpitta's	=	lijstermierpitta
lijstermierpittaatje	=	lijstermierpitta
lijstermierpittaatjes	=	lijstermierpitta
lijstermuisspecht	noun	Dendrocincla turdina een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
lijstermuisspechten	=	lijstermuisspecht
lijstermuisspechtje	=	lijstermuisspecht
lijstermuisspechtjes	=	lijstermuisspecht
lijsters	noun	Turdidae een grote familie van meestal middelgrote zangvogels met goed ontwikkelde zang.
lijstertje	=	lijster
lijstertjes	=	lijster
lijstervliegenvanger	noun	Melaenornis infuscatus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
lijstervliegenvangers	noun	een geslacht Amalocichla van zangvogels uit de familie Australische vliegenvangers (Petroicidae)
lijstervliegenvangertje	=	lijstervliegenvanger
lijstervliegenvangertjes	=	lijstervliegenvanger
lijsterwinterkoning	noun	Campylorhynchus turdinus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
lijsterwinterkoningen	=	lijsterwinterkoning
lijsterwinterkoninkje	=	lijsterwinterkoning
lijsterwinterkoninkjes	=	lijsterwinterkoning
lijstje	=	lijst
lijstjes	=	lijst
lijsttrekker	noun	iemand op de eerste plaats staat van de kandidatenlijst van een partij in een verkiezing
lijsttrekkers	=	lijsttrekker
lijsttrekkerschap	noun	het fungeren als lijsttrekker.
lijsttrekkerschapje	=	lijsttrekkerschap
lijsttrekkerschapjes	=	lijsttrekkerschap
lijsttrekkerschappen	=	lijsttrekkerschap
lijsttrekkerschapsverkiezing	noun	de verkiezing die gehouden wordt om een lijsttrekker van een politieke partij te kiezen.
lijsttrekkerschapsverkiezingen	=	lijsttrekkerschapsverkiezing
lijsttrekkerschapsverkiezinkje	=	lijsttrekkerschapsverkiezing
lijsttrekkerschapsverkiezinkjes	=	lijsttrekkerschapsverkiezing
lijsttrekkersdebat	noun	twistgesprek, voor radio of televisie, tussen de kandidaten die bovenaan de stemlijsten van de verschillende partijen staan
lijsttrekkersdebatje	=	lijsttrekkersdebat
lijsttrekkersdebatjes	=	lijsttrekkersdebat
lijsttrekkersdebatten	=	lijsttrekkersdebat
lijsttrekkersverkiezing	noun	stemming waarbij de leden van een politieke partij bepalen wie nummer 1 wordt op de lijst van mensen die verkozen kunnen worden bij de komende algemene verkiezingen
lijsttrekkersverkiezingen	=	lijsttrekkersverkiezing
lijsttrekkertje	=	lijsttrekker
lijsttrekkertjes	=	lijsttrekker
lijsttrommel	noun	een trommel waarbij het vel over een houten, meestal cilindrische ring is gespannen
lijsttrommels	=	lijsttrommel
lijsttrommeltje	=	lijsttrommel
lijsttrommeltjes	=	lijsttrommel
lijstuitputting	noun	wanneer met verkiezingen een politieke partij meer stemmen krijgt (en daardoor zetels) dan dat de partijlijst aan kandidaten heeft
lijstuitputtingen	=	lijstuitputting
lijstverbinding	noun	een electorale alliantie waarbij politieke partijen akkoord gaan dat hun reststemmen tijdens de verdeling van de restzetels onderling kunnen worden overgedragen
lijstverbindingen	=	lijstverbinding
lijstverbindinkje	=	lijstverbinding
lijstverbindinkjes	=	lijstverbinding
lijstwerk	noun	de omranding van een voorwerp
lijstwerken	=	lijstwerk
lijtje	=	lij
lijve	=	lijf
lijveloos	adj	zonder lijf
lijveloost	=	lijveloos
lijvelooste	=	lijveloos
lijveloze	=	lijveloos
lijvelozer	=	lijveloos
lijvelozere	=	lijveloos
lijvelozers	=	lijveloos
lijven	=	lijf
lijvig	adj	groot, zwaar en dik vooral van boeken
lijvige	=	lijvig
lijviger	=	lijvig
lijvigere	=	lijvig
lijvigers	=	lijvig
lijvigs	=	lijvig
lijvigst	=	lijvig
lijvigste	=	lijvig
lijwaad	=	lijnwaad
lijwaarts	adv	onder de wind, naar de lijzijde, aan de lijzijde
lijze	=	lijzen
lijzebet	noun	trage, luie vrouw
lijzebetten	=	lijzebet
lijzeil	noun	een smal zijzeil dat bij gunstige wind bijgezet kan worden
lijzeilen	=	lijzeil
lijzeiltje	=	lijzeil
lijzeiltjes	=	lijzeil
lijzen	verb	zeuren over onbelangrijke dingen, traag met een eentonige wat hoge stem
lijzend	=	lijzen
lijzende	=	lijzen
lijzig	adj	saai, sloom, langzaam
lijzige	=	lijzig
lijziger	=	lijzig
lijzigere	=	lijzig
lijzigers	=	lijzig
lijzigs	=	lijzig
lijzigst	=	lijzig
lijzigste	=	lijzig
lijzij	noun	de zijde (van een berg, boot of gebouw) die van de wind af gekeerd is
lijzijde	noun	de kant van het schip die uit de wind ligt
lijzijden	=	lijzijde
lijzijdes	=	lijzijde
lijzijdetje	=	lijzijde
lijzijdetjes	=	lijzijde
lik	noun	aanraking met de tong
lik-me-vessie	intj|obsolete	uitroep van minachting
lik-op-stukbeleid	noun	beleid dat er op gericht is vrijwel onmiddellijk te straffen bij overtreding van de gestelde normen
likahout	noun	Antonia ovata plant waarvan het verspreidingsgebied ligt in tropisch Zuid-Amerika: Brazilië, Bolivia, Peru, Venezuela en de Guyana's
likahouten	=	likahout
likahoutje	=	likahout
likahoutjes	=	likahout
likdoorn	noun	pijnlijke eeltige verdikking, meestal op een teen of ander deel van de voet
likdoornen	=	likdoorn
likdoorns	=	likdoorn
likdoorntje	=	likdoorn
likdoorntjes	=	likdoorn
likdoren	noun	pijnlijke eeltige verdikking, meestal op een teen of ander deel van de voet
likdorens	=	likdoren
likdorentje	=	likdoren
likdorentjes	=	likdoren
like	noun	het tonen van goedkeuring door middel van het stemmen op het internet
likebutton	noun	aan te klikken 'knop' op een internetpagina waarbij men kan aangeven iets leuk te vinden
likebuttons	=	likebutton
likejacking	noun	een vorm van cybercriminaliteit waarbij internetgebruikers worden misleid om onbewust een 'like' (vind-ik-leuk) te geven aan een bepaalde webpagina of bericht op sociale media, zoals Facebook.
likeje	=	like
likeknop	noun	aan te klikken 'knop' op een internetpagina waarbij men kan aangeven iets leuk te vinden
likeknopje	=	likeknop
likeknopjes	=	likeknop
likeknoppen	=	likeknop
liken	verb	het tonen van goedkeuring door middel van het stemmen op het internet
likend	=	liken
likende	=	liken
likes	=	like
liket	=	liken
likete	=	liken
liketen	=	liken
likeur	noun	een drank bereid met gestookte alcohol, aangevuld met smaakstoffen en veelal ook suiker
likeuren	=	likeur
likeurtje	=	likeur
likeurtjes	=	likeur
likhout	noun	stuk hout waarmee men de hielen van een schoen kan laten glanzen
likje	=	lik
likjes	=	lik
likke	=	likken
likkebaard	=	likkebaarden
likkebaardde	=	likkebaarden
likkebaardden	=	likkebaarden
likkebaarde	=	likkebaarden
likkebaarden	verb	laten merken dat je iets heel erg lekker vindt
likkebaardend	adj	van iets dat men er echt van kan genieten
likkebaardende	=	likkebaarden
likkebaardends	=	likkebaardend
likkebaardt	=	likkebaarden
likken	verb	met de tong aanraken
likkend	=	likken
likkende	=	likken
likkepot	noun	lekkerbek
likkepotje	=	likkepot
likkepotten	=	likkepot
likker	noun	iemand die of iets dat likt
likkers	=	likker
likkertje	=	likker
likmevestje	adj	van zeer teleurstellende kwaliteit
likoednik	noun	lid van de Israëlische Likoedpartij
likoednikiem	=	likoednik
likoedniks	=	likoednik
likpot	=	likkepot
liksteen	noun	blok zout voor het vee om van te likken
liksteentje	=	liksteen
likstenen	=	liksteen
likstok	noun	houten spatel die in een kalkkalebas gestoken wordt en door iemand die betel kauwt gebruikt wordt om kalk van af te likken.
likstokje	=	likstok
likstokjes	=	likstok
likstokken	=	likstok
likt	=	likken
likte	=	likken
likten	=	likken
likwideren	=	liquideren
likzout	noun	mineralen die door het vee of andere dieren met de tong kunnen worden opgelikt
lil	=	lillen
lila	noun	lichte tint van paars	adj	de kleur lila hebbend
lila's	=	lila
lila-achtig	adj	kleur lijkend op lila
lila-achtige	=	lila-achtig
lila-achtiger	=	lila-achtig
lila-achtigere	=	lila-achtig
lila-achtigers	=	lila-achtig
lila-achtigs	=	lila-achtig
lila-achtigst	=	lila-achtig
lila-achtigste	=	lila-achtig
lilaatje	=	lila
lilakapjufferduif	noun	Ptilinopus coronulatus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
lilakapjufferduifje	=	lilakapjufferduif
lilakapjufferduifjes	=	lilakapjufferduif
lilakapjufferduiven	=	lilakapjufferduif
lilde	=	lillen
lilden	=	lillen
lilla	=	lila
lille	=	lillen
lillen	verb	trillende bewegingen maken
lillend	=	lillen
lillende	=	lillen
lilliputachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van de bewoners van Lilliput (de lilliputters)
lilliputachtige	=	lilliputachtig
lilliputachtiger	=	lilliputachtig
lilliputachtigere	=	lilliputachtig
lilliputachtigers	=	lilliputachtig
lilliputachtigs	=	lilliputachtig
lilliputachtigst	=	lilliputachtig
lilliputachtigste	=	lilliputachtig
lilliputter	noun	dwerg, kabouter, klein mens (bewoner van het denkbeeldige land in Gulliver's Travels van Jonathan Swift)
lilliputters	=	lilliputter
lilliputtertje	=	lilliputter
lilliputtertjes	=	lilliputter
lilt	=	lillen
limaas	adj	op Lima betrekking hebbend
limabonen	=	limaboon
limaboon	noun	bepaald soort plant Phaseolus lunatus
limaboontje	=	limaboon
limaboontjes	=	limaboon
liman	noun	meer bij een riviermonding, dat ontstaat doordat opgehoopt sediment de stroming tegenhoudt
limans	=	liman
limase	noun	een vrouwelijke inwoner van Lima, of een vrouw afkomstig uit Lima
limasen	=	limase
limaër	noun	een inwoner van Lima, of iemand afkomstig uit Lima
limaërs	=	limaër
limbi	=	limbus
limbisch	adj	met betrekking tot de omranding
limbische	=	limbisch
limbo	noun	plaats voor de zielen van mensen die niet als zondaars kunnen worden beschouwd en dus niet naar de hel gaan, maar die niet gedoopt zijn en dus ook niet tot de hemel worden toegelaten
limbo's	=	limbo
limbootje	=	limbo
limburgensia	noun	boeken en andere publicaties over Limburg
limburger	noun	iemand uit Limburg
limburgers	=	limburger
limburgertje	=	limburger
limburgertjes	=	limburger
limburgs	adj	verwant aan of met betrekking tot Limburg of de Limburgse taal
limburgsch	=	limburgs
limburgse	noun	een vrouw uit Limburg
limburgsen	=	limburgse
limburgser	=	limburgs
limburgsere	=	limburgs
limburgsers	=	limburgs
limburgsetje	=	limburgse
limburgsetjes	=	limburgse
limburgst	=	limburgs
limburgstalig	adj	de Limburgse taal sprekend
limburgstalige	=	limburgstalig
limburgstaligs	=	limburgstalig
limburgste	=	limburgs
limbus	noun	zoom, strook aan de rand van een kledingstuk
limbussen	=	limbus
limeen	noun	een inwoner van Lima, of iemand afkomstig uit Lima
limeens	adj	op Lima betrekking hebbend
limeense	noun	een vrouwelijke inwoner van Lima, of een vrouw afkomstig uit Lima
limeensen	=	limeense
limenen	=	limeen
limerick	noun|poetic	een dichtvorm van 5 regels met een vrij strak metrum, bestaande uit twee drievoetige amfibrachen (∪—∪ ∪—∪ ∪—∪), twee regels amfibrachen en jambe (∪—∪ ∪—) en afgesloten door weer een drievoetige amfibrachys
limerickje	=	limerick
limerickjes	=	limerick
limericks	=	limerick
limiet	noun	een restrictie of uiterste grens
limieten	=	limiet
limietje	=	limiet
limietjes	=	limiet
limiettijd	noun	maximale tijd die men mag besteden voor een wedstrijd als men mee wil doen voor een bepaalde andere wedstrijd
limiettijden	=	limiettijd
liminaliteit	noun	overgangsfase tussen het oude en het nieuwe
liminaliteiten	=	liminaliteit
limit	noun	uiterste grens
limitarisme	noun	stroming binnen de economie die een beperking van de maximale individuele rijkdom in een samenleving bepleit
limitarist	noun	persoon die van mening is dat de maximale individuele rijkdom in een samenleving beperkt dient te worden
limitaristen	=	limitarist
limitatie	noun	begrenzing, beperking
limitatief	adj	beperkend, begrenzend
limitatiefs	=	limitatief
limitatiefst	=	limitatief
limitatiefste	=	limitatief
limitaties	=	limitatie
limitatietje	=	limitatie
limitatietjes	=	limitatie
limitatieve	=	limitatief
limitatiever	=	limitatief
limitatievere	=	limitatief
limitatievers	=	limitatief
limited	adj	beperkt, begrensd
limiteer	=	limiteren
limiteerde	=	limiteren
limiteerden	=	limiteren
limiteert	=	limiteren
limitere	=	limiteren
limiteren	verb	beperken, begrenzen, een grens stellen aan
limiterend	=	limiteren
limiterende	=	limiteren
limits	=	limit
limmetje	noun	Citrus aurantifolia lemmetje
limmetjes	=	limmetje
limnologie	noun	wetenschap die studie maakt van de biologische, scheikundige, fysische, geologische en ecologische componenten en karakteristieken van binnenwateren
limo	noun|informal	frisdrank van water, suiker en vruchten of met een fruitsmaak
limo's	=	limo
limoen	noun	naar citroen smakende groene citrusvrucht, Citrus × aurantiifolia
limoenen	=	limoen
limoengroen	noun	de groene kleur van limoenen	adj	de kleur limoengroen hebbend
limoengroene	=	limoengroen
limoengroenen	=	limoengroen
limoengroener	=	limoengroen
limoengroenere	=	limoengroen
limoengroeners	=	limoengroen
limoengroens	=	limoengroen
limoengroenst	=	limoengroen
limoengroenste	=	limoengroen
limoenkleurig	adj	de kleur van een limoen hebbend
limoenkleurige	=	limoenkleurig
limoenkleurigs	=	limoenkleurig
limoenkruid	noun	breedbladig strandkruid
limoenkruiden	=	limoenkruid
limoenkruidje	=	limoenkruid
limoenkruidjes	=	limoenkruid
limoensap	noun	sap van een limoen
limoensapje	=	limoensap
limoensapjes	=	limoensap
limoensappen	=	limoensap
limoenschriftmos	noun	Alyxoria viridipruinosa een korstmossoort uit de familie Lecanographaceae.
limoenschriftmosje	=	limoenschriftmos
limoenschriftmosjes	=	limoenschriftmos
limoenschriftmossen	=	limoenschriftmos
limoentje	=	limoen
limoentjes	=	limoen
limoenvlinder	noun	Papilio demoleus een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae) en komt voor in het oriëntaals en Australaziatisch gebied.
limoenvlinders	=	limoenvlinder
limoenvlindertje	=	limoenvlinder
limoenvlindertjes	=	limoenvlinder
limonaadje	=	limonade
limonaadjes	=	limonade
limonade	noun	oorspronkelijk: een drank die vervaardigd is van citroensap, suiker en water
limonadeachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van limonade
limonadeachtige	=	limonadeachtig
limonadeachtiger	=	limonadeachtig
limonadeachtigere	=	limonadeachtig
limonadeachtigers	=	limonadeachtig
limonadeachtigs	=	limonadeachtig
limonadeachtigst	=	limonadeachtig
limonadeachtigste	=	limonadeachtig
limonadeglaasje	=	limonadeglas
limonadeglaasjes	=	limonadeglas
limonadeglas	noun	een glas met inhoud van ongeveer 200 ml waaruit men limonade kan drinken
limonadeglazen	=	limonadeglas
limonadekraam	noun	een klein, vaak tijdelijk kraampje waar (meestal door kinderen) zelfgemaakte limonade word verkocht aan voorbijgangers
limonadekraampje	=	limonadekraam
limonadekraampjes	=	limonadekraam
limonadekramen	=	limonadekraam
limonades	=	limonade
limonadesiroop	noun	stroperige, zeer zoete vloeistof, bestemd om met water tot iets drinkbaars te worden verdund
limonadesiropen	=	limonadesiroop
limonadetje	=	limonade
limonadetjes	=	limonade
limoncello	noun	een Italiaanse alcoholische drank, met een alcoholpercentage van tussen de 25 en 30 procent, die wordt gemaakt van citroenen
limoncello's	=	limoncello
limousientje	=	limousine
limousientjes	=	limousine
limousine	noun	verlengde luxueuze auto waarin meestal meer dan vier personen vervoerd kunnen worden
limousines	=	limousine
linchidwergsalangaan	noun	Collocalia linchi een vogel uit de familie der Apodidae (gierzwaluwen).
linchidwergsalangaantje	=	linchidwergsalangaan
linchidwergsalangaantjes	=	linchidwergsalangaan
linchidwergsalanganen	=	linchidwergsalangaan
lincolnzee	noun	randzee van de Noordelijke IJszee tussen Canada en Groenland
lindaan	noun	een insectenbestrijdingsmiddel
linde	noun	bepaalde loofboomsoort Tilia
linde-eenstaart	noun	Sabra harpagula een nachtvlinder die behoort tot de eenstaartjes, de Drepanidae
linde-eenstaarten	=	linde-eenstaart
linde-eenstaartje	=	linde-eenstaart
linde-eenstaartjes	=	linde-eenstaart
lindearboreta	=	lindearboretum
lindearboretum	noun	verzameling van aangeplante lindebomen
lindearboretums	=	lindearboretum
lindeblaadje	=	lindeblad
lindeblaadjes	=	lindeblad
lindeblad	noun	blad van een lindenboom Tilia
lindebladen	=	lindeblad
lindebladeren	=	lindeblad
lindebladplooigalmug	noun	Dasineura thomasiana een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
lindebladplooigalmuggen	=	lindebladplooigalmug
lindebladplooigalmuggetjes	=	lindebladplooigalmug
lindebladplooigalmugje	=	lindebladplooigalmug
lindebladrolgalmug	noun	Dasineura tiliae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
lindebladrolgalmuggen	=	lindebladrolgalmug
lindebladrolgalmuggetjes	=	lindebladrolgalmug
lindebladrolgalmugje	=	lindebladrolgalmug
lindebladwesp	noun	Caliroa annulipes wesp uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
lindebladwespen	=	lindebladwesp
lindebladwespje	=	lindebladwesp
lindebladwespjes	=	lindebladwesp
lindeblaren	=	lindeblad
lindebloesem	noun	de bloemen van een linde Tilia
lindebloesems	=	lindebloesem
lindebloesemthee	noun	kruidenthee gemaakt van de verse of gedroogde blaadjes van de lindebloesem
lindebloesemthees	=	lindebloesemthee
lindebloesemtheeën	=	lindebloesemthee
lindebomen	=	lindeboom
lindeboom	noun	benaming voor loofbomen uit het geslacht Tilia uit de kaasjeskruidfamilie
lindeboompje	=	lindeboom
lindeboompjes	=	lindeboom
lindedwergbladroller	noun	Pammene ignorata een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
lindedwergbladrollers	=	lindedwergbladroller
lindedwergbladrollertje	=	lindedwergbladroller
lindedwergbladrollertjes	=	lindedwergbladroller
lindedwergspanner	noun	Eupithecia egenaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
lindedwergspanners	=	lindedwergspanner
lindedwergspannertje	=	lindedwergspanner
lindedwergspannertjes	=	lindedwergspanner
lindegouduil	noun	Tiliacea citrago een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
lindegouduilen	=	lindegouduil
lindegouduiltje	=	lindegouduil
lindegouduiltjes	=	lindegouduil
lindeherculesje	noun	Selenia lunularia een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
lindeherculesjes	=	lindeherculesje
lindehout	noun	hout van lindebomen dat zich goed leent voor houtsnijwerk, beeldhouwwerk en draaiwerk
lindehouten	adj	gemaakt uit lindenhout
lindeknotsvlinder	noun	Plagodis dolabraria een nachtvlinder uit de familie van de Geometridae, de spanners.
lindeknotsvlinders	=	lindeknotsvlinder
lindeknotsvlindertje	=	lindeknotsvlinder
lindeknotsvlindertjes	=	lindeknotsvlinder
lindelaan	noun	een weg met een rij lindebomen in de berm
lindelaantje	=	lindelaan
lindelaantjes	=	lindelaan
lindelanen	=	lindelaan
lindemineermot	noun	Stigmella tiliae een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
lindemineermotje	=	lindemineermot
lindemineermotjes	=	lindemineermot
lindemineermotten	=	lindemineermot
linden	adj	van lindenhout vervaardigd
lindenboom	=	lindeboom
lindenerfhoekmijt	noun	Eriophyes exilis een dier uit de familie van de Eriophyidae en voor het eerst wetenschappelijk beschreven werd in 1891 door Alfred Nalepa
lindenerfhoekmijten	=	lindenerfhoekmijt
lindenerfhoekmijtje	=	lindenerfhoekmijt
lindenerfhoekmijtjes	=	lindenerfhoekmijt
lindenspitskop	noun	Oxycarenus lavaterae een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
lindenspitskopje	=	lindenspitskop
lindenspitskopjes	=	lindenspitskop
lindenspitskoppen	=	lindenspitskop
lindeooglapmot	noun	Bucculatrix thoracella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
lindeooglapmotje	=	lindeooglapmot
lindeooglapmotjes	=	lindeooglapmot
lindeooglapmotten	=	lindeooglapmot
lindepijlstaart	noun	Mimas tiliae een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae).
lindepijlstaarten	=	lindepijlstaart
lindepijlstaartje	=	lindepijlstaart
lindepijlstaartjes	=	lindepijlstaart
lindepuistgalmug	noun	Didymomyia tiliacea een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
lindepuistgalmuggen	=	lindepuistgalmug
lindepuistgalmuggetjes	=	lindepuistgalmug
lindepuistgalmugje	=	lindepuistgalmug
lindes	=	linde
lindeschildmos	noun	Parmelina tiliacea een paddenstoel uit de familie Parmeliaceae.
lindeschildmosje	=	lindeschildmos
lindeschildmosjes	=	lindeschildmos
lindeschildmossen	=	lindeschildmos
lindetje	=	linde
lindetjes	=	linde
lindevouwmot	noun	Phyllonorycter issikii een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
lindevouwmotje	=	lindevouwmot
lindevouwmotjes	=	lindevouwmot
lindevouwmotten	=	lindevouwmot
line	noun	lijn
line-up	noun	in het gelid staan
line-ups	=	line-up
lineaal	=	liniaal
lineair	adj	betrekking hebbend op een lijn, op één richting of dimensie, rechtlijnig, rechtevenredig
lineairder	=	lineair
lineairdere	=	lineair
lineairders	=	lineair
lineaire	=	lineair
lineairs	=	lineair
lineairst	=	lineair
lineairste	=	lineair
lineariteit	noun	het lineair zijn
lineariteiten	=	lineariteit
linedance	noun	formatiedans waarbij een groep mensen danst in één of meer rijen, waarbij ze dezelfde bewegingen uitvoeren
linedances	=	linedance
linedancing	noun	een uit Amerika overgewaaide dansvorm waarbij een groep mensen in lijnen of rijen dezelfde choreografie van danspassen op maat uitvoert.
lines	=	line
lingalatalig	adj	Lingala sprekend
lingalatalige	=	lingalatalig
lingalataligs	=	lingalatalig
lingerie	noun	ondergoed, meestal duidend op damesondergoed
lingeriekoning	noun	iemand die veel geld heeft verdiend in de productie of handel van lingerie
lingeriekoningen	=	lingeriekoning
lingeriekoningin	noun	vrouw die veel geld heeft verdiend in de productie of handel van lingerie
lingeriekoninginnen	=	lingeriekoningin
lingeriekoninginnetje	=	lingeriekoningin
lingeriekoninginnetjes	=	lingeriekoningin
lingeriekoninkje	=	lingeriekoning
lingeriekoninkjes	=	lingeriekoning
lingerielijn	noun	een serie onderkleding die door één fabrikant wordt geproduceerd
lingerielijnen	=	lingerielijn
lingerielijntje	=	lingerielijn
lingerielijntjes	=	lingerielijn
lingeries	=	lingerie
lingerietje	=	lingerie
lingerietjes	=	lingerie
lingeriezaak	noun	een winkel waar dames ondergoed en nachtkleding wordt verkocht
lingeriezaakje	=	lingeriezaak
lingeriezaakjes	=	lingeriezaak
lingeriezaken	=	lingeriezaak
lingerieën	=	lingerie
lingo	noun	5 letterspel op de televisie
linguaal	noun	tongpijp van een orgel	adj	betrekking hebbend op de tong
linguaals	=	linguaal
linguaalst	=	linguaal
linguaalste	=	linguaal
linguaaltje	=	linguaal
linguaaltjes	=	linguaal
linguale	=	linguaal
lingualen	=	linguaal
lingualer	=	linguaal
lingualere	=	linguaal
lingualers	=	linguaal
linguïst	noun	beoefenaar van de taalkunde
linguïsten	=	linguïst
linguïstiek	noun	wetenschap die taal als onderzoeksobject heeft
linguïstisch	adj	volgens de regels van de taalkunde
linguïstische	=	linguïstisch
linguïstischer	=	linguïstisch
linguïstischere	=	linguïstisch
linguïstischers	=	linguïstisch
linguïstje	=	linguïst
linguïstjes	=	linguïst
liniaal	noun	een meetinstrument waarmee lengtes kunnen worden opgemeten
liniaaltje	=	liniaal
liniaaltjes	=	liniaal
linialen	=	liniaal
liniaturen	=	liniatuur
liniatuur	noun	het geheel van rechte lijnen om praktische of decoratieve redenen
linie	noun	lineair stelsel van aaneengeschakelde en samenhangende verdedigingswerken
liniedijk	noun	waterkering bestemd om een gebied te laten overstromen zodat de opmars van een aanvaller wordt belemmerd
liniedijken	=	liniedijk
liniedijkje	=	liniedijk
liniedijkjes	=	liniedijk
linieer	=	liniëren
linieerde	=	liniëren
linieerden	=	liniëren
linieert	=	liniëren
linies	=	linie
linietje	=	linie
linietjes	=	linie
liniment	noun	vloeibare zalf
linimenten	=	liniment
liniëre	=	liniëren
liniëren	verb	evenwijdig lijnen trekken op
liniërend	=	liniëren
liniërende	=	liniëren
link	noun	een betrekking of relatie	adj	gevaarlijk, riskant
linkblog	noun	weblog met veel verwijzingen naar andere websites
linkblogger	noun	persoon die een weblog met veel verwijzingen naar websites bijhoudt
linkbloggers	=	linkblogger
linkblogs	=	linkblog
linke	=	link
linken	verb	verbinden
linkend	=	linken
linkende	=	linken
linker	noun	link-editor (programma om diverse sourcecodes te 'linken')	adj	aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
linkerarm	noun	de arm aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerarmen	=	linkerarm
linkerarmpje	=	linkerarm
linkerarmpjes	=	linkerarm
linkerbaan	noun	linker deel van een weg met meerdere rijstroken
linkerbal	noun	de bal aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerballen	=	linkerbal
linkerballetje	=	linkerbal
linkerballetjes	=	linkerbal
linkerbanen	=	linkerbaan
linkerbeen	noun	het been aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerbeentje	=	linkerbeen
linkerbeentjes	=	linkerbeen
linkerbenen	=	linkerbeen
linkerbil	noun	de bil aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerbillen	=	linkerbil
linkerbilletje	=	linkerbil
linkerbilletjes	=	linkerbil
linkerboezem	noun	de boezem aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerboezempje	=	linkerboezem
linkerboezempjes	=	linkerboezem
linkerboezems	=	linkerboezem
linkerborst	noun	de borst aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerborsten	=	linkerborst
linkerborstje	=	linkerborst
linkerborstjes	=	linkerborst
linkerbovenbeen	noun	het bovenbeen aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerbovenbeentje	=	linkerbovenbeen
linkerbovenbeentjes	=	linkerbovenbeen
linkerbovenbenen	=	linkerbovenbeen
linkerbovenhoek	noun	de hoek aan de bovenkant links
linkerbovenhoeken	=	linkerbovenhoek
linkerbovenhoekje	=	linkerbovenhoek
linkerbovenhoekjes	=	linkerbovenhoek
linkerd	noun|informal	listige, handige persoon
linkerdeel	noun	onderdeel aan de linkerkant
linkerdelen	=	linkerdeel
linkerdij	noun	linker bovenbeen
linkerdijbeen	noun	het dijbeen aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerdijbeenbreuk	noun	een breuk in het linkerdijbeen
linkerdijbeenbreuken	=	linkerdijbeenbreuk
linkerdijbeenbreukje	=	linkerdijbeenbreuk
linkerdijbeenbreukjes	=	linkerdijbeenbreuk
linkerdijbeentje	=	linkerdijbeen
linkerdijbeentjes	=	linkerdijbeen
linkerdijbenen	=	linkerdijbeen
linkerdijen	=	linkerdij
linkerdijtje	=	linkerdij
linkerdijtjes	=	linkerdij
linkerdje	=	linkerd
linkerdjes	=	linkerd
linkerds	=	linkerd
linkerduim	noun	de duim aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerduimen	=	linkerduim
linkerduimpje	=	linkerduim
linkerduimpjes	=	linkerduim
linkere	=	link
linkerellebogen	=	linkerelleboog
linkerelleboog	noun	de elleboog aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerelleboogje	=	linkerelleboog
linkerelleboogjes	=	linkerelleboog
linkerenkel	noun	de enkel aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerenkels	=	linkerenkel
linkerenkeltje	=	linkerenkel
linkerenkeltjes	=	linkerenkel
linkerflank	noun	de meer progressieve kant van het politieke spectrum
linkerflanken	=	linkerflank
linkerflankspeler	noun	voetballer die links in de voorhoede speelt
linkerflankspelers	=	linkerflankspeler
linkergedeelte	noun	het gedeelte aan de linkerkant
linkergedeelten	=	linkergedeelte
linkergedeeltes	=	linkergedeelte
linkerhand	noun	de hand aan die zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
linkerhanden	=	linkerhand
linkerhandje	=	linkerhand
linkerhandjes	=	linkerhand
linkerhandregel	noun	een ezelsbruggetje om bij twee gegeven richtingen, een derde te vinden
linkerhandregelen	=	linkerhandregel
linkerhandregels	=	linkerhandregel
linkerhandregeltje	=	linkerhandregel
linkerhandregeltjes	=	linkerhandregel
linkerhelft	noun	De helft aan de linker zijde.
linkerhelften	=	linkerhelft
linkerhelftje	=	linkerhelft
linkerhelftjes	=	linkerhelft
linkerhersenhelft	noun	de hersenhelft aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerhersenhelften	=	linkerhersenhelft
linkerhersenhelftje	=	linkerhersenhelft
linkerhersenhelftjes	=	linkerhersenhelft
linkerheup	noun	de heup aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerheupen	=	linkerheup
linkerheupje	=	linkerheup
linkerheupjes	=	linkerheup
linkerhiel	noun	de hiel aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerhielen	=	linkerhiel
linkerhieltje	=	linkerhiel
linkerhieltjes	=	linkerhiel
linkerhoek	noun	plaats waar twee zijdes bij elkaar komen aan de linkerkant
linkerhoeken	=	linkerhoek
linkerhoekje	=	linkerhoek
linkerhoekjes	=	linkerhoek
linkerkamer	noun	De linker hartkamer stuwt zuurstofrijk en koolstofdioxidearm bloed het lichaam in en is verantwoordelijk voor de bovendruk zoals die met een bloeddrukmeter gemeten wordt
linkerkamers	=	linkerkamer
linkerkamertje	=	linkerkamer
linkerkamertjes	=	linkerkamer
linkerkant	noun	die zijde waar gewoonlijk het hart zit
linkerkanten	=	linkerkant
linkerkantje	=	linkerkant
linkerkantjes	=	linkerkant
linkerknie	noun	de knie aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerknietje	=	linkerknie
linkerknietjes	=	linkerknie
linkerknieën	=	linkerknie
linkerkuit	noun	de achterkant van het linker onderbeen
linkerkuiten	=	linkerkuit
linkerlong	noun	de long aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerlongen	=	linkerlong
linkerlongetje	=	linkerlong
linkerlongetjes	=	linkerlong
linkermiddelvinger	noun	de middelvinger aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkermiddelvingers	=	linkermiddelvinger
linkermiddelvingertje	=	linkermiddelvinger
linkermiddelvingertjes	=	linkermiddelvinger
linkermondhoek	noun	het, voor de persoon zelf, rechteruiteinde van de mond
linkermondhoeken	=	linkermondhoek
linkermondhoekje	=	linkermondhoek
linkermondhoekjes	=	linkermondhoek
linkermouw	noun	deel van een kledingstuk dat de linker arm geheel of gedeeltelijk bedekt
linkermouwen	=	linkermouw
linkermouwtje	=	linkermouw
linkermouwtjes	=	linkermouw
linkerneusgat	noun	het neusgat aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerneusgaten	=	linkerneusgat
linkerneusgatje	=	linkerneusgat
linkerneusgatjes	=	linkerneusgat
linkernier	noun	de nier aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkernieren	=	linkernier
linkerniertje	=	linkernier
linkerniertjes	=	linkernier
linkeroever	noun	de oever die zich aan de linkerhand bevindt, wanneer men stroomafwaarts gaat
linkeroevers	=	linkeroever
linkeroevertje	=	linkeroever
linkerogen	=	linkeroog
linkeronderbeen	noun	het deel van het linkerbeen dat zich onder de knie bevindt
linkeronderbeentje	=	linkeronderbeen
linkeronderbeentjes	=	linkeronderbeen
linkeronderbenen	=	linkeronderbeen
linkeroog	noun	het oog aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkeroogje	=	linkeroog
linkeroogjes	=	linkeroog
linkeroor	noun	het oor aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkeroortje	=	linkeroor
linkeroortjes	=	linkeroor
linkeroren	=	linkeroor
linkerpagina	noun	pagina aan de linkerkant van een werk met twee pagina's naast elkaar
linkerpagina's	=	linkerpagina
linkerpaginaatje	=	linkerpagina
linkerpaginaatjes	=	linkerpagina
linkerpijltoets	noun	een toets op een toetsenbord waarmee men iets - zoals een aanwijzer of een figuurtje - naar links kan bewegen op een computerbeeldscherm
linkerpijltoetsen	=	linkerpijltoets
linkerpijltoetsje	=	linkerpijltoets
linkerpijltoetsjes	=	linkerpijltoets
linkerpink	noun	de pink aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerpinken	=	linkerpink
linkerpinkje	=	linkerpink
linkerpinkjes	=	linkerpink
linkerpols	noun	het gewricht tussen de hand en de onderarm aan de linkerkant van het lichaam
linkerpolsen	=	linkerpols
linkerpolsje	=	linkerpols
linkerpolsjes	=	linkerpols
linkerrib	noun	de rib aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerribben	=	linkerrib
linkerribje	=	linkerrib
linkerribjes	=	linkerrib
linkerrij	noun	de kolom of rij aan de linkerkant
linkerrijen	=	linkerrij
linkerrijstroken	=	linkerrijstrook
linkerrijstrook	noun	strook aan de linkerkant van een weg met meerdere rijstroken in één richting
linkerrijtje	=	linkerrij
linkerrijtjes	=	linkerrij
linkerringvinger	noun	de ringvinger aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerringvingers	=	linkerringvinger
linkerringvingertje	=	linkerringvinger
linkerringvingertjes	=	linkerringvinger
linkers	=	link
linkerscheenbeen	noun	het scheenbeen aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerscheenbeentje	=	linkerscheenbeen
linkerscheenbeentjes	=	linkerscheenbeen
linkerscheenbenen	=	linkerscheenbeen
linkerschoen	noun	schoeisel voor de linkervoet
linkerschoenen	=	linkerschoen
linkerschoentje	=	linkerschoen
linkerschoentjes	=	linkerschoen
linkerschouder	noun	de schouder aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerschouders	=	linkerschouder
linkerschoudertje	=	linkerschouder
linkerschoudertjes	=	linkerschouder
linkerstoel	noun	stoel aan de linker zijde
linkerstoelen	=	linkerstoel
linkerstoeltje	=	linkerstoel
linkerstoeltjes	=	linkerstoel
linkerteelbal	noun	de teelbal aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerteelballen	=	linkerteelbal
linkerteelballetje	=	linkerteelbal
linkerteelballetjes	=	linkerteelbal
linkervleugel	noun	vleugel aan de linkerzijde
linkervleugels	=	linkervleugel
linkervleugeltje	=	linkervleugel
linkervleugeltjes	=	linkervleugel
linkervoet	noun	de voet aan die zijde waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkervoeten	=	linkervoet
linkervoetje	=	linkervoet
linkervoetjes	=	linkervoet
linkerwang	noun	de wang aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerwangen	=	linkerwang
linkerwangetje	=	linkerwang
linkerwangetjes	=	linkerwang
linkerwenkbrauw	noun	de wenkbrauw aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerwenkbrauwen	=	linkerwenkbrauw
linkerwenkbrauwtje	=	linkerwenkbrauw
linkerwenkbrauwtjes	=	linkerwenkbrauw
linkerwijsvinger	noun	de wijsvinger aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerwijsvingers	=	linkerwijsvinger
linkerwijsvingertje	=	linkerwijsvinger
linkerwijsvingertjes	=	linkerwijsvinger
linkerzij	noun	de zij aan de zijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
linkerzijde	noun	de kant waar zich gewoonlijk het hart bevindt
linkerzijden	=	linkerzij
linkerzijdes	=	linkerzij
linkerzijspiegel	noun	de verplichte spiegel aan de linker buitenkant van een voertuig
linkerzijspiegels	=	linkerzijspiegel
linkerzijtje	=	linkerzij
linkerzijtjes	=	linkerzij
linkfix	noun	correctie of verbetering van een verwijzing zodat deze rechtstreeks naar het doel leidt
linkfixes	=	linkfix
linkfixje	=	linkfix
linkfixjes	=	linkfix
linkje	=	link
linkjes	=	link
linkmiechel	noun	een uiterst gewiekst persoon, een goochemerd, gladjanus, slimmerik, gladakker
linkmiechels	=	linkmiechel
linkmiecheltje	=	linkmiechel
linkmiecheltjes	=	linkmiechel
linkmiegel	noun	sluw, verraderlijk persoon
linkmiegels	=	linkmiegel
linkmiegeltje	=	linkmiegel
linkmiegeltjes	=	linkmiegel
linkrot	noun	het fenomeen waarbij op een internetpagina met links na enige tijd steeds meer aangeklikte links niet werken, omdat de doelpagina uit de lucht is, een andere naam heeft gekregen of omdat de webpagina of site niet meer bestaat
links	adj	tegenovergestelde van rechts	noun	de gehele linkse beweging
links-extremistisch	adj	betreffende extreemlinkse krachten die een socialistische of communistische economie en regeringsvorm nastreven en die zich verzetten zich tegen kapitalisme of die het kapitalisme op eem extreme wijze willen hervormen
links-extremistische	=	links-extremistisch
links-extremistischer	=	links-extremistisch
links-extremistischere	=	links-extremistisch
links-extremistischers	=	links-extremistisch
links-liberalisme	noun	de variant binnen het liberalisme die ervan uitgaat dat de overheid een taak kan hebben in de bevordering van de vrijheid van de burgers
links-nationalistisch	adj	betrekking hebbend op een politieke ideologie die linkse sociaaleconomische beginselen (gelijkheid, sterke publieke sector) combineert met een sterke nadruk op nationale soevereiniteit en eigen cultuur
links-nationalistische	=	links-nationalistisch
links-nationalistischer	=	links-nationalistisch
links-nationalistischere	=	links-nationalistisch
links-nationalistischers	=	links-nationalistisch
links-populisme	noun	politieke stroming die vindt dat een maatschappelijke elite te veel veranderingen tegenhoudt die in het belang van het volk zijn en wil dat een krachtige leider de eensgezindheid herstelt
links-radicaal	noun	iemand met een extreem progressieve, socialistische voorkeur
links-radicalen	=	links-radicaal
links-socialistisch	adj	betreffende een politieke ideologie die streeft naar maximale sociale en economische gelijkheid door middel van een sterke overheid, vaak met het doel het kapitalisme (grotendeels) te vervangen door collectief eigendom
links-socialistische	=	links-socialistisch
links-socialistischer	=	links-socialistisch
links-socialistischere	=	links-socialistisch
links-socialistischers	=	links-socialistisch
linksaf	adv	~ slaan onder een min of meer rechte hoek naar links van richting wijzigen
linksback	noun	verdediger die aan de linkerkant van het veld speelt
linksbacks	=	linksback
linksbenig	adj	beter met het linkerbeen kunnende schieten dan met het rechter
linksbenige	=	linksbenig
linksbeniger	=	linksbenig
linksbenigere	=	linksbenig
linksbenigers	=	linksbenig
linksbenigs	=	linksbenig
linksbenigst	=	linksbenig
linksbenigste	=	linksbenig
linksbinnen	noun	voorhoedespeler tussen middenvoor en linksbuiten
linksbinnens	=	linksbinnen
linksbinnentje	=	linksbinnen
linksbinnentjes	=	linksbinnen
linksboven	adv	erɡens naar links en omhoog ten opzicht van de kijkrichting
linksbuiten	noun	voorhoedespeler aan de linkerkant van het veld links van de linksbinnen
linksbuitens	=	linksbuiten
linksbuitentje	=	linksbuiten
linksbuitentjes	=	linksbuiten
linksdraaiend	adj	linksom draaiend; tegen de wijzers van de klok in draaiend
linksdraaiende	=	linksdraaiend
linksdraaiends	=	linksdraaiend
linkse	noun	iemand met een progressieve, socialistische politieke voorkeur
linksen	=	linkse
linkser	=	links
linksere	=	links
linksers	=	links
linkshalf	noun	speler die aan de linkerkant van het middenveld speelt
linkshalfs	=	linkshalf
linkshandig	adj	wanneer men de linkerhand verkiest boven de rechter voor alledaagse handelingen
linkshandige	=	linkshandig
linkshandiger	=	linkshandig
linkshandigere	=	linkshandig
linkshandigers	=	linkshandig
linkshandigheden	=	linkshandigheid
linkshandigheid	noun	het de linker hand als dominante hand hebben
linkshandigs	=	linkshandig
linkshandigst	=	linkshandig
linkshandigste	=	linkshandig
linksheid	noun	de mate waarin iemand politiek progressief is
linksig	adj	lijkend op linkse of progressieve ideeën
linksige	=	linksig
linksiger	=	linksig
linksigere	=	linksig
linksigers	=	linksig
linksigs	=	linksig
linksigst	=	linksig
linksigste	=	linksig
linksnationalisme	noun	een socialistisch georiënteerd volksnationalisme
linksom	adv	in een rondgaande beweging tegen de klok in; naar links bewegend in een cirkel, bezien vanuit het middelpunt
linksonder	adv	beneden, aan de linkerkant
linkspoot	noun	een voetballer die vooral goed kan schieten met zijn linkerbeen
linkspoten	=	linkspoot
linkst	=	link
linkste	=	link
linksvoetig	adj	linksbenig
linksvoetige	=	linksvoetig
linksvoetiger	=	linksvoetig
linksvoetigere	=	linksvoetig
linksvoetigers	=	linksvoetig
linksvoetigs	=	linksvoetig
linksvoetigst	=	linksvoetig
linksvoetigste	=	linksvoetig
linksvoor	noun	linksbuiten
linksvoors	=	linksvoor
linkt	=	linken
linkte	=	linken
linkten	=	linken
linktrainer	noun	nabootsing van een vliegtuigcockpit met alle instrumenten die werd gebruikt bij de opleiding van vliegers
linktrainers	=	linktrainer
linktrainertje	=	linktrainer
linktrainertjes	=	linktrainer
linnaeusklokje	noun	Linnaea borealis een plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
linnaeusklokjes	=	linnaeusklokje
linnen	noun	product op basis van vlas	adj	van linnen vervaardigd
linnengoed	noun	oorspronkelijk van linnen vervaardigd kleding- of beddengoed
linnenkamer	noun	ruimte in een inrichting waar men het beddengoed en de handdoeken bewaart; vertrek voor het oorspronkelijk van linnen vervaardigde kleding- of beddengoed
linnenkamers	=	linnenkamer
linnenkamertje	=	linnenkamer
linnenkamertjes	=	linnenkamer
linnenkast	noun	bergplaats voor huishoudtextiel zoals lakens, handdoeken, theedoeken e.d.
linnenkasten	=	linnenkast
linnenkastje	=	linnenkast
linnenkastjes	=	linnenkast
linnenkleur	noun	de kleur van linnen
linnenkleurig	adj	de kleur van linnen hebbend
linnenkleurige	=	linnenkleurig
linnenkleurigs	=	linnenkleurig
linnens	=	linnen
linnentje	=	linnen
lino	noun	afdruk van een in linoleum uitgesneden afbeelding
lino's	=	lino
linoleum	noun	een slijtvaste vloerbedekking van enkele millimeters dik.
linoleumsnede	noun	een hoogdruktechniek, waarbij de plaat bestaat uit een stuk linoleum
linoleumsneden	=	linoleumsnede
linoleumsnedes	=	linoleumsnede
linolzuren	=	linolzuur
linolzuur	noun	een tweevoudig onverzadigd, essentieel, omega 6-vetzuur en komt voornamelijk voor in zonnebloemolie en maisolie
linophryden	noun	een familie Linophrynidae van straalvinnige vissen uit de orde van vinarmigen (Lophiiformes)
linosnede	noun	een hoogdruktechniek, waarbij de plaat bestaat uit een stuk linoleum
linosneden	=	linosnede
linosnedes	=	linosnede
linotype	noun	een zetmachine waarin de functies van zetten en gieten zijn verenigd
linotypen	=	linotype
linotypes	=	linotype
lins	=	linze
linsje	=	linze
lint	noun	lange, smalle strook stof
lintantenne	noun	een eenvoudige dipoolantenne voor fm-radio/televisie die is gemaakt van lintkabel
lintantennes	=	lintantenne
lintantennetje	=	lintantenne
lintantennetjes	=	lintantenne
lintbebouwing	noun	lang uitgestrekte, aaneengesloten bebouwing langs grotere wegen, kanalen, dijken, oeverwallen of kreekruggen
lintbebouwingen	=	lintbebouwing
lintdorp	noun	dorp dat langs één weg, dijk, kanaal of oeverwal is gebouwd een daardoor een langgerekte vorm heeft
lintdorpen	=	lintdorp
lintdorpje	=	lintdorp
lintdorpjes	=	lintdorp
linteel	noun	draagbalk van hout, steen, beton of ijzer boven een muuropening (zoals voor een raam of deur)
lintelen	=	linteel
linten	=	lint
lintendans	noun	een folkloristische en soms ook ceremoniële figuurdans die op vele plaatsen in de wereld wordt uitgevoerd met gebruik van linten
lintendansen	=	lintendans
lintje	=	lint
lintjes	=	lint
lintjesjager	noun	iemand die alles in het werk stelt om een onderscheiding te bemachtigen
lintjesjagers	=	lintjesjager
lintjesknipper	noun	iemand in een hoge functie die geen nuttig werk verricht
lintjesregen	noun	de gebruikelijke aankondiging van de verlening van koninklijke onderscheidingen op de verjaardag van de regerende koning of koningin
lintjesregens	=	lintjesregen
lintkabel	noun	snoer voor radiotoepassingen bestaande uit twee evenwijdige geleiders die gescheiden zijn door isolatiemateriaal.
lintkabels	=	lintkabel
lintkabeltje	=	lintkabel
lintkabeltjes	=	lintkabel
lintmeter	noun	een meetinstrument, in de vorm van een band, waarmee de maat van iets genomen kan worden, of waarmee men afstanden kan meten
lintmeters	=	lintmeter
lintpasta	noun	Italiaanse lintvormige pasta
lintpasta's	=	lintpasta
lintpastaatje	=	lintpasta
lintpastaatjes	=	lintpasta
lintstaartastrapia	noun	Astrapia mayeri een middelgrote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels en de superfamilie Corvoidea.
lintstaartastrapia's	=	lintstaartastrapia
lintstaartastrapiaatje	=	lintstaartastrapia
lintstaartastrapiaatjes	=	lintstaartastrapia
lintstaarttiran	noun	Gubernetes yetapa een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
lintstaarttirannen	=	lintstaarttiran
lintstaarttirannetje	=	lintstaarttiran
lintstaarttirannetjes	=	lintstaarttiran
lintvaren	noun	Pteris cretica een varen uit de lintvarenfamilie (Pteridaceae) die wereldwijd voorkomt in subtropische en tropische streken, waaronder het Middellandse Zeegebied.
lintvarenfamilie	noun	een familie Pteridaceae van varens met ongeveer vijftig geslachten en 950 soorten.
lintvarenfamilies	=	lintvarenfamilie
lintvarenfamilietje	=	lintvarenfamilie
lintvarenfamilietjes	=	lintvarenfamilie
lintvarens	=	lintvaren
lintvarentje	=	lintvaren
lintvarentjes	=	lintvaren
lintvis	noun	Lophotidae familie vissen met een lang, bandvormig lichaam
lintvissen	=	lintvis
lintvoeg	noun	een doorlopende horizontale voeg tussen twee lagen metselwerk
lintvoegen	=	lintvoeg
lintvoegje	=	lintvoeg
lintvoegjes	=	lintvoeg
lintvormig	adj	vorm van een lint hebbend
lintvormige	=	lintvormig
lintvormiger	=	lintvormig
lintvormigere	=	lintvormig
lintvormigers	=	lintvormig
lintvormigs	=	lintvormig
lintvormigst	=	lintvormig
lintvormigste	=	lintvormig
lintworm	noun	Cestoda een platte worm die parasiteert in de darm bij mens en dier
lintwormen	noun	een klasse Cestoda van platwormen (Platyhelminthes) die een zeer gevarieerde groep van parasieten vormen die bij dieren en mensen kunnen voorkomen.
lintwormpje	=	lintworm
lintwormpjes	=	lintworm
lintzaag	noun	zaag met een smal eindloos lintvormig zaagblad dat over wielen in de rondte loopt
lintzaagje	=	lintzaag
lintzaagjes	=	lintzaag
lintzagen	=	lintzaag
linze	noun	bepaald soort vlinderbloemige plant met eetbare, als platte erwten gevormde zaden, Lens culinaris (oudere benamingen: Lens esculenta of Vicia lens)
linzen	=	linze
linzensoep	noun	krachtige dikke voedzame soep waarin linzen zijn verwerkt
linzensoepen	=	linzensoep
linzensoepje	=	linzensoep
linzensoepjes	=	linzensoep
linzenwikke	noun	Vicia ervilia een plant uit het geslacht wikke (vicia) uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
linzenwikkes	=	linzenwikke
linzetje	=	linze
lionfish	noun	Pterois volitans een rifbewoner met een lengte van ongeveer 40 centimeter
lionfishes	=	lionfish
lip	noun	elk van beide vlezige uitstekels van de mondopening
lipase	noun	een enzym dat vetten splitsen in glycerol en vetzuren
lipasen	=	lipase
lipbloemenfamilie	noun	een familie Lamiaceae ( of Labiatae; beide namen zijn toegestaan) een soortenrijke plantenfamilie die haar naam dankt aan de typische vorm van de kroonbladeren, die samengegroeid zijn tot een boven- en onderlip
lipbloemenfamilies	=	lipbloemenfamilie
lipbloemenfamilietje	=	lipbloemenfamilie
lipbloemenfamilietjes	=	lipbloemenfamilie
lipbloemig	adj	behorend tot de lipbloemenfamilie Lamiaceae ( of Labiatae; beide namen zijn toegestaan)
lipbloemige	=	lipbloemig
lipbloemigs	=	lipbloemig
lipgelezen	=	liplezen
lipgloss	noun	materiaal dat men op de lippen kan aanbrengen zodat ze glimmen en meer volume lijken te hebben
lipide	noun	vetten en vetachtige stoffen die in de biochemie een belangrijke rol spelen
lipiden	=	lipide
lipizzaner	noun	warmbloedpaardenras dat zijn oorsprong kent in de Habsburgse keizerlijke hofstoeterij "Lippiza" (1580-1915)
lipizzaners	=	lipizzaner
lipje	=	lip
lipjes	=	lip
lipklank	noun	met de lippen gevormde spraakklank
lipklanken	=	lipklank
lipklankje	=	lipklank
lipklankjes	=	lipklank
liplaast	=	liplezen
liplap	noun	kleurling in Indonesië
liplapje	=	liplap
liplappen	=	liplap
liplas	=	liplezen
liplaze	=	liplezen
liplazen	=	liplezen
liplees	=	liplezen
lipleest	=	liplezen
lipleze	=	liplezen
liplezen	verb	trachten door naar de beweging van iemands mond en diens lichaamstaal te kijken, te begrijpen wat er gezegd wordt, zonder het geluid te kunnen waarnemen
liplezend	=	liplezen
liplezende	=	liplezen
lipoaccu	noun	oplaadbare batterij waarin naar verhouding tot het gewicht veel stroom kan worden opgeslagen door een heel dun laagje kunststof tussen anode van grafiet en de kathode bestaand uit een lithiumverbinding
lipoaccu's	=	lipoaccu
lipodystrofie	noun	een stoornis in de vetstofwisseling
lipoedeem	noun	chronische, erfelijke vetverdelingsstoornis waarbij vet zich onevenredig ophopt in de benen, billen en soms armen, terwijl de rest van het lichaam slanker blijft
lipofaag	noun	cel die vet in zich opneemt en verteert
lipofaagje	=	lipofaag
lipofaagjes	=	lipofaag
lipofagen	=	lipofaag
lipofiel	adj	door vet aangetrokken of in vet oplosbaar
lipofiele	=	lipofiel
lipofieler	=	lipofiel
lipofielere	=	lipofiel
lipofielst	=	lipofiel
lipofielste	=	lipofiel
lipofobe	=	lipofoob
lipofoob	adj	door vet afgestoten of in vet onoplosbaar
lipofoobs	=	lipofoob
lipogram	noun	tekst waarin bepaalde letters niet voorkomen
lipogrammen	=	lipogram
lipogrammetje	=	lipogram
lipogrammetjes	=	lipogram
lipolyse	noun	het afbreken van vet tot glycerol en drie vetzuren
lipomen	=	lipoom
lipoom	noun	goedaardig gezwel in vetweefsel
lipoompje	=	lipoom
lipoompjes	=	lipoom
liposomen	=	liposoom
liposoom	noun	vetdeeltje met opgelost geneesmiddel binnenin
liposuctie	noun	een plastisch-chirurgische techniek waarbij onderhuids vetweefsel wordt verwijderd door dit weg te zuigen
liposucties	=	liposuctie
lipotoerist	noun	iemand die naar een andere plaats gaat om daar cosmetisch chirurgische behandeling te ondergaan
lipotoeristen	=	lipotoerist
lippe	=	lippen
lippen	verb	het intoneren van een blaasinstrument door gebruik van de embouchure in plaats van de vingerzetting, zoals dat nodig was bij sommige historische instrumenten zoals het serpent
lippenbalsem	noun	verzorgend product, dat wordt gebruikt om de lippen te hydrateren, te verzachten en te beschermen tegen droogheid en weersinvloeden
lippenbalsems	=	lippenbalsem
lippenbeer	noun	Melursus ursinus
lippenbeertje	=	lippenbeer
lippenbeertjes	=	lippenbeer
lippenberen	=	lippenbeer
lippend	=	lippen
lippende	=	lippen
lippendienst	noun	uiterlijke, niet gemeende toewijding
lippendiensten	=	lippendienst
lippendienstje	=	lippendienst
lippendienstjes	=	lippendienst
lippenglans	noun	materiaal dat men op de lippen kan aanbrengen zodat ze glimmen en meer volume lijken te hebben
lippenmos	noun	Chiloscyphus polyanthos een mossoort behorend tot de familie Lophocoleaceae.
lippenmosje	=	lippenmos
lippenmosjes	=	lippenmos
lippenmossen	=	lippenmos
lippenrood	noun	de rode huid van de lippen die de overgang vormt van de gezichtshuid naar de sluimhuid van de mond
lippenspreider	noun	hulpmiddel dat wordt gebruikt om de lippen en wangen opzij te houden en de mond volledig open te zetten
lippenspreiders	=	lippenspreider
lippenspreidertje	=	lippenspreider
lippenspreidertjes	=	lippenspreider
lippenstift	noun	stift met zacht, meestal roodgekleurd materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uitkomen
lippenstiften	verb	het aanbrengen van lippenstift op de lippen
lippenstiftende	=	lippenstiften
lippenstiftfeminisme	noun	beweging van vrouwen die hun aantrekkelijkheid gebruiken bij het verbeteren van de maatschappelijke positie van vrouwen
lippenstiftje	=	lippenstift
lippenstiftjes	=	lippenstift
lippenzalf	noun	vettig smeersel waarmee men de lippen vochtig kan houden
lippenzalfje	=	lippenzalf
lippenzalfjes	=	lippenzalf
lippenzalven	=	lippenzalf
lippiercing	noun	sieraad dat bevestigd wordt op een doorboring van de lip
lippiercings	=	lippiercing
lippiercinkje	=	lippiercing
lippiercinkjes	=	lippiercing
lippotloden	=	lippotlood
lippotlood	noun	een potlood waarmee men de randen van de lippen kan kleuren
lippotloodje	=	lippotlood
lippotloodjes	=	lippotlood
lipsiaans	adj	verband houdend met of in de stijl van Justus Lipsius
lipsiaanse	=	lipsiaans
lipsiaanser	=	lipsiaans
lipsiaansere	=	lipsiaans
lipsiaansers	=	lipsiaans
lipsiaanst	=	lipsiaans
lipsiaanste	=	lipsiaans
lipslangen	noun	een geslacht Fimbrios van slangen uit de familie knobbelslangachtigen (Xenodermidae)
lipssleutel	noun	type sleutel dat hoort bij een cilinderslot gemaakt door de firma Lips
lipssleutels	=	lipssleutel
lipssleuteltje	=	lipssleutel
lipssleuteltjes	=	lipssleutel
lipsslot	noun	cilinderslot
lipssloten	=	lipsslot
lipstick	noun	een soort stift zn om de lippen te kleuren, over het algemeen alleen door vrouwen gebruikt
lipstickfeminisme	noun	politieke stroming waarbij vrouwen hun aantrekkelijkheid inzetten om de positie van vrouwen te verbeteren
lipstickje	=	lipstick
lipsticks	=	lipstick
lipstift	noun	stift met zacht, meestal roodgekleurd materiaal dat op de lippen opgebracht wordt om de kleur daarvan beter te laten uitkomen
lipstiften	=	lipstift
lipstiftje	=	lipstift
lipstiftjes	=	lipstift
lipsynchrone	=	lipsynchroon
lipsynchroon	adj	waarvan de lipbeweging van de personen synchroon is met het geluid van de stem
lipsynchroons	=	lipsynchroon
lipt	=	lippen
lipte	=	lippen
lipten	=	lippen
lipvingermos	noun	Physcia vitii een korstmos uit de familie Physciaceae.
lipvingermosje	=	lipvingermos
lipvingermosjes	=	lipvingermos
lipvingermossen	=	lipvingermos
lipvis	noun	Labrus soort baars, vis behorend tot de familie van lipvissen
lipvisachtigen	noun	een onderorde Labroidei van de baarsachtigen (Perciformes)
lipvisje	=	lipvis
lipvissen	noun	een grote familie Labridae uit de ook al grote orde van de Perciformes (baarsachtigen).
lipvormig	adj	vorm van een lip hebbend
lipvormige	=	lipvormig
lipvormiger	=	lipvormig
lipvormigere	=	lipvormig
lipvormigers	=	lipvormig
lipvormigs	=	lipvormig
lipvormigst	=	lipvormig
lipvormigste	=	lipvormig
liquida	noun	benaming voor de medeklinkers 'l' en 'r'
liquidae	=	liquida
liquidateur	noun	iemand die met de liquidatie van een zaak belast is
liquidateurs	=	liquidateur
liquidateurtje	=	liquidateur
liquidateurtjes	=	liquidateur
liquidatie	noun	moord in de criminele sfeer, bedoeld om iemand uit de weg te ruimen die voor moeilijkheden zorgt
liquidatie-uitverkoop	noun	uitverkoop die plaats vindt als een zaak wordt geliquideerd
liquidatie-uitverkopen	=	liquidatie-uitverkoop
liquidatieproces	noun	een proces over een zaak waarin liquidaties plaatsvonden
liquidatieprocessen	=	liquidatieproces
liquidaties	=	liquidatie
liquidatiewaarde	noun	de waarde van een object als er meteen zou moeten worden verkocht
liquidatiewaarden	=	liquidatiewaarde
liquidatiewaardes	=	liquidatiewaarde
liquidatiewaardetje	=	liquidatiewaarde
liquidatiewaardetjes	=	liquidatiewaarde
liquidator	noun	iemand die met de liquidatie van een zaak belast is
liquidatoren	=	liquidator
liquidators	=	liquidator
liquidatortje	=	liquidator
liquidatortjes	=	liquidator
liquide	adj	meteen in geld omzetbaar, snel voor betalingen te gebruiken
liquideer	=	liquideren
liquideerde	=	liquideren
liquideerden	=	liquideren
liquideert	=	liquideren
liquider	=	liquide
liquidere	=	liquide
liquideren	verb	afwikkelen, verrekenen
liquiderend	=	liquideren
liquiderende	=	liquideren
liquiders	=	liquide
liquides	=	liquide
liquiditeit	noun	het liquide zijn (in bezit zijn van voldoende betalingsmiddelen voor het onmiddellijk verrichten van vereiste betalingen)
liquiditeiten	=	liquiditeit
liquiditeitsprobleem	noun	onvoldoende direct beschikbare geldmiddelen hebben om aan financiële verplichtingen te kunnen voldoen
liquiditeitsprobleempje	=	liquiditeitsprobleem
liquiditeitsprobleempjes	=	liquiditeitsprobleem
liquiditeitsproblemen	=	liquiditeitsprobleem
liquiditeitssteun	noun	ondersteuning zodat een organisatie voldoende direct beschikbare geldmiddelen heeft om aan financiële verplichtingen te kunnen voldoen
liquiedst	=	liquide
liquiedste	=	liquide
liquifilm	noun	vetlaagje op vloeistof zoals een vetdruppel zich verspreid over wateroppervlak
lira	noun	naam van de munteenheid van Turkije (Turkse lira) en vroeger van onder andere Malta
lira's	=	lira
lire	noun	naam voor de munteenheden van Italië, Vaticaanstad, San Marino en Malta voordat zij op de euro overgingen
lires	=	lire
lis	noun	en : een geslacht Iris uit de lissenfamilie (Iridaceae).
lisaardvlo	noun	Aphthona nonstriata een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
lisaardvlooien	=	lisaardvlo
lisaardvlooitje	=	lisaardvlo
lisaardvlooitjes	=	lisaardvlo
lisch	=	lis
lisdodde	noun	benaming voor planten uit het geslacht Typha, die voorkomt in moerassen en langs oevers met een sigaarachtige aar
lisdoddebodemwants	noun	Chilacis typhae een wants uit de onderfamilie Artheneinae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
lisdoddebodemwantsen	=	lisdoddebodemwants
lisdoddebodemwantsje	=	lisdoddebodemwants
lisdoddebodemwantsjes	=	lisdoddebodemwants
lisdoddeboorder	noun	Nonagria typhae een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
lisdoddeboorders	=	lisdoddeboorder
lisdoddeboordertje	=	lisdoddeboorder
lisdoddeboordertjes	=	lisdoddeboorder
lisdoddefamilie	noun	een familie Typhaceae van eenzaadlobbige planten.
lisdoddefamilies	=	lisdoddefamilie
lisdoddefamilietje	=	lisdoddefamilie
lisdoddefamilietjes	=	lisdoddefamilie
lisdodden	=	lisdodde
lisdoddepalpmot	noun	Atremaea lonchoptera een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
lisdoddepalpmotje	=	lisdoddepalpmot
lisdoddepalpmotjes	=	lisdoddepalpmot
lisdoddepalpmotten	=	lisdoddepalpmot
lisdoddepuntkogeltje	noun	Mycosphaerella typhae een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
lisdoddepuntkogeltjes	=	lisdoddepuntkogeltje
lisdoddes	=	lisdodde
lisdoddesnuitmot	noun	Calamotropha paludella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
lisdoddesnuitmotje	=	lisdoddesnuitmot
lisdoddesnuitmotjes	=	lisdoddesnuitmot
lisdoddesnuitmotten	=	lisdoddesnuitmot
lisdoddeveertje	noun	Limnaecia phragmitella een vlinder uit de familie prachtmotten (Cosmopterigidae).
lisdoddeveertjes	=	lisdoddeveertje
lisexcisie	noun	ingreep waarbij met een verhit metalen lisje afwijkend weefsel wordt weggeschild
lisexcisies	=	lisexcisie
lisje	=	lis
lisjes	=	lis
lisjma	adj	belangeloos
lisp	=	lispen
lispe	=	lispen
lispel	=	lispelen
lispelde	=	lispelen
lispelden	=	lispelen
lispele	=	lispelen
lispelen	verb	zacht en door verkeerd uitgesproken sisklanken moeilijk verstaanbaar spreken
lispelend	=	lispelen
lispelende	=	lispelen
lispelt	=	lispelen
lispen	verb	lispelen
lispend	=	lispen
lispende	=	lispen
lispt	=	lispen
lispte	=	lispen
lispten	=	lispen
lissabonner	noun	een inwoner van Lissabon, of iemand afkomstig uit Lissabon
lissabonners	=	lissabonner
lissabons	adj	op Lissabon betrekking hebbend
lissabonse	noun	een vrouwelijke inwoner van Lissabon, of een vrouw afkomstig uit Lissabon
lissabonsen	=	lissabonse
lissen	=	lis
lissenfamilie	noun	een familie Iridaceae van eenzaadlobbige, kruidachtige, overblijvende planten.
lissenfamilies	=	lissenfamilie
lissenfamilietje	=	lissenfamilie
lissenfamilietjes	=	lissenfamilie
lissnuitkever	noun	Mononychus punctum-album een kever die behoort tot de familie snuitkevers (Curculionidae)
lissnuitkevers	=	lissnuitkever
lissnuitkevertje	=	lissnuitkever
lissnuitkevertjes	=	lissnuitkever
list	noun	een oplossing voor een probleem waardoor tegenstrevers worden verrast, in ongunstige zin: slim bedrog
listen	=	list
listeria	noun	Listeria genus van grampositieve darmbacteriën die bij lage temperatuur op vleeswaren kunnen groeien
listeria's	=	listeria
listig	adj	in staat en bereid om iemand te misleiden
listige	=	listig
listiger	=	listig
listigere	=	listig
listigers	=	listig
listigheden	=	listigheid
listigheid	noun	het iemand proberen in eigen voordeel voor te bedriegen
listigheidje	=	listigheid
listigheidjes	=	listigheid
listiglijk	adj	slim en sluw, vaak met de intentie om te bedriegen of iemand te slim af te zijn
listiglijke	=	listiglijk
listiglijker	=	listiglijk
listiglijkere	=	listiglijk
listiglijkers	=	listiglijk
listiglijks	=	listiglijk
listiglijkst	=	listiglijk
listiglijkste	=	listiglijk
listigs	=	listig
listigst	=	listig
listigste	=	listig
listing	noun	inventaris, rapport, een opsomming van zaken die onder elkaar staan
listings	=	listing
listje	=	list
listjes	=	list
lit	adj	gaaf, geweldig
litanie	noun	een gebed in een christelijke eredienst om God (of Maria, of een of meer heiligen) aan te roepen en te smeken om genade, een geschenk of een genezing
litanieachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een klaagzang
litanieachtige	=	litanieachtig
litanieachtiger	=	litanieachtig
litanieachtigere	=	litanieachtig
litanieachtigers	=	litanieachtig
litanieachtigs	=	litanieachtig
litanieachtigst	=	litanieachtig
litanieachtigste	=	litanieachtig
litanietje	=	litanie
litanietjes	=	litanie
litanieën	=	litanie
litaspecht	noun	Piculus litae een vogel uit de familie Picidae (spechten).
litaspechten	=	litaspecht
litaspechtje	=	litaspecht
litaspechtjes	=	litaspecht
liter	noun	een inhoudsmaat voor voornamelijk vloeistoffen en gassen, gelijk aan 1.000 milliliter, gelijk aan 0,001 kiloliter, gelijk aan 0,001 kubieke meter, gelijk aan één kubieke decimeter, weergegeven met symbool l, L of ℓ
literaat	noun	iemand die de letterkunde bestudeert
literair	adj	behorend tot, betrekking hebbend op de literatuur
literair-historisch	adj|historical	betrekking hebbend op, uit een oogpunt van literatuurgeschiedenis
literair-historische	=	literair-historisch
literair-historischer	=	literair-historisch
literair-historischere	=	literair-historisch
literair-historischers	=	literair-historisch
literair-kritisch	adj	betreffende het nauwkeurig analyseren, interpreteren en evalueren van literaire werken door deskundigen.
literair-kritische	=	literair-kritisch
literair-kritischer	=	literair-kritisch
literair-kritischere	=	literair-kritisch
literair-kritischers	=	literair-kritisch
literairder	=	literair
literairdere	=	literair
literairders	=	literair
literaire	=	literair
literairs	=	literair
literairst	=	literair
literairste	=	literair
literarisch	adj	behorend tot, betrekking hebbend op de literatuur
literarische	=	literarisch
literarischer	=	literarisch
literarischere	=	literarisch
literarischers	=	literarisch
literaten	=	literaat
literator	noun	beoefenaar van de letteren, letterkundige
literatoren	=	literator
literators	=	literator
literatortje	=	literator
literatortjes	=	literator
literaturen	=	literatuur
literatuur	noun	de verzameling van al wat geschreven is, met name in een bepaalde taal; literaire traditie
literatuurcritica	noun	vrouwelijke vorm van literatuurcriticus
literatuurcritica's	=	literatuurcritica
literatuurcritici	=	literatuurcriticus
literatuurcriticus	noun	iemand die beroepshalve literatuur beoordeelt
literatuurcriticusje	=	literatuurcriticus
literatuurcriticusjes	=	literatuurcriticus
literatuurgegeven	noun	een stukje informatie betreffende literatuur
literatuurgegevens	=	literatuurgegeven
literatuurgegeventje	=	literatuurgegeven
literatuurgegeventjes	=	literatuurgegeven
literatuurgeschiedenis	noun	de geschiedenis van de letteren
literatuurgeschiedenisje	=	literatuurgeschiedenis
literatuurgeschiedenisjes	=	literatuurgeschiedenis
literatuurgeschiedenissen	=	literatuurgeschiedenis
literatuurlijst	noun	een lijst met publicaties, dan wel thematisch verzameld (per periode, locatie, onderwerp, auteur, etc.), dan wel verzameld ter ondersteuning van een onderzoek
literatuurlijsten	=	literatuurlijst
literatuurlijstje	=	literatuurlijst
literatuurlijstjes	=	literatuurlijst
literatuuronderwijs	noun	onderwijs over de schone letteren
literatuuronderzoek	noun	onderzoek naar wat eerder geschreven is over een bepaald onderwerp
literatuuronderzoeken	=	literatuuronderzoek
literatuuronderzoekje	=	literatuuronderzoek
literatuuropvatting	noun	de mening over literatuur; de mening van iemand over wat literatuur is en wat niet en over wat literatuur zou moeten zijn
literatuuropvattingen	=	literatuuropvatting
literatuurprijs	noun	prijs die een schrijver krijgt als hij of zij een uitzonderlijk goed werk heeft geschreven
literatuurprijsje	=	literatuurprijs
literatuurprijsjes	=	literatuurprijs
literatuurprijzen	=	literatuurprijs
literatuurrecensie	noun	kritische beoordeling van een literair werk
literatuurrecensies	=	literatuurrecensie
literatuurstudie	noun	bestudering van geschreven bronnen als manier om kennis over een onderwerp te vergaren
literatuurstudies	=	literatuurstudie
literatuurtheorie	noun	wetenschappelijke beschrijving van een literaire werk
literatuurtheorieën	=	literatuurtheorie
literatuurtje	=	literatuur
literatuurtjes	=	literatuur
literatuurwetenschap	noun	wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van literaire producten
literatuurwetenschappelijk	adj	betreffende de wetenschappelijke bestudering van de letterkunde
literatuurwetenschappelijke	=	literatuurwetenschappelijk
literatuurwetenschappelijker	=	literatuurwetenschappelijk
literatuurwetenschappelijkere	=	literatuurwetenschappelijk
literatuurwetenschappelijkers	=	literatuurwetenschappelijk
literatuurwetenschappelijks	=	literatuurwetenschappelijk
literatuurwetenschappelijkst	=	literatuurwetenschappelijk
literatuurwetenschappelijkste	=	literatuurwetenschappelijk
literatuurwetenschappen	=	literatuurwetenschap
literatuurwetenschapper	noun	iemand die de literatuur op een systematische manier onderzoekt
literatuurwetenschappers	=	literatuurwetenschapper
literatuurwetenschappertje	=	literatuurwetenschapper
literblik	noun	uit dun metaal gemaakte afsluitbare pot of doos met een inhoud van een kubieke decimeter
literblikken	=	literblik
literfles	noun	een fles met een inhoud van 1 liter
literflesje	=	literfles
literflesjes	=	literfles
literflessen	=	literfles
litermaat	noun	een maatbeker of een ander meetinstrument dat wordt gebruikt om een volume van één liter af te meten, vaak met een schaalverdeling in milliliters en deciliters
litermaatje	=	litermaat
litermaatjes	=	litermaat
litermaten	=	litermaat
literpak	noun	een kartonnen verpakking met de inhoud van 1 liter
literpakken	=	literpak
literprijs	noun	de hoeveelheid geld die men voor een liter van een bepaald product (met name van brandstoffen) moet betalen
literprijzen	=	literprijs
liters	=	liter
litertje	=	liter
litertjes	=	liter
litervermogen	noun	het vermogen dat een motor per liter cilinderinhoud, kan leveren
litervermogens	=	litervermogen
litervermogentje	=	litervermogen
litervermogentjes	=	litervermogen
lithium	noun	chemisch element en een zilverwit alkalimetaal, met symbool Li en atoomnummer 3.
lithiumatomen	=	lithiumatoom
lithiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element lithium.
lithiumatoompje	=	lithiumatoom
lithiumatoompjes	=	lithiumatoom
lithiumdiwaterstoffosfaat	noun	het monobasische lithiumzout van fosforzuur
lithiumdiwaterstoffosfaten	=	lithiumdiwaterstoffosfaat
lithiumhexafluorfosfaat	noun	het lithiumzout van hexafluorfosforzuur
lithiumhexafluorfosfaten	=	lithiumhexafluorfosfaat
lithiumion	noun	atoom van het metaal lithium dat een elektron heeft verloren en daardoor een positieve lading heeft
lithiumionaccu	noun	een oplaadbare batterij die vaak in consumentenelektronica en elektrische auto's wordt gebruikt, vooral vanwege de hoge energiedichtheid en lange levensduur
lithiumionaccu's	=	lithiumionaccu
lithiumionaccuutje	=	lithiumionaccu
lithiumionaccuutjes	=	lithiumionaccu
lithiumionen	=	lithiumion
lithiumsuperoxide	noun	het superoxide van lithium
litho	noun	prent in steendruk (lithografie)
litho's	=	litho
lithograaf	noun	steendrukker
lithografen	=	lithograaf
lithografie	noun	methode van het vervaardigen van afdrukken van oorspronkelijk op een steen getekende of daarin gegraveerde voorstellingen
lithografiemachine	noun	een machine die gebruikt wordt om computerchips te produceren
lithografiemachines	=	lithografiemachine
lithografieën	=	lithografie
lithografisch	adj	de steendrukkunst of lithografie betreffend
lithografische	=	lithografisch
lithografischer	=	lithografisch
lithografischere	=	lithografisch
lithografischers	=	lithografisch
lithologie	noun	de studie en beschrijving van de algemene fysische eigenschappen van gesteenten, (in het bijzonder sedimentaire secundaire gesteenten), naar kleur, korrelgrootte en samenstelling
lithootje	=	litho
lithootjes	=	litho
lithosfeer	noun	de vaste aardkorst (van ongeveer 80 km dik)
lithosferen	=	lithosfeer
lithostratigrafie	noun	een geologische discipline die gesteentelagen (strata) indeelt en ordent op basis van hun fysieke en petrografische eigenschappen (lithologie), zoals kleur, korrelgrootte, samenstelling en structuur.
lithostratigrafieën	=	lithostratigrafie
lithostratigrafisch	adj	betreffende de lithostratigrafie
lithostratigrafische	=	lithostratigrafisch
lithostratigrafischer	=	lithostratigrafisch
lithostratigrafischere	=	lithostratigrafisch
lithostratigrafischers	=	lithostratigrafisch
litigieus	adj	waarover een rechtszaak loopt
litigieust	=	litigieus
litigieuste	=	litigieus
litigieuze	=	litigieus
litigieuzer	=	litigieus
litigieuzere	=	litigieus
litigieuzers	=	litigieus
litoraal	adj	tot de kust behorend, daarop betrekking hebbend
litoraals	=	litoraal
litoraalst	=	litoraal
litoraalste	=	litoraal
litorale	=	litoraal
litoraler	=	litoraal
litoralere	=	litoraal
litoralers	=	litoraal
litotes	noun	het omschrijven van een begrip door de ontkenning van iets met de tegengestelde betekenis, veelal met het doel juist een sterke bevestiging uit te drukken
litotessen	=	litotes
litouwer	noun	inwoner van Litouwen, of iemand afkomstig uit Litouwen
litouwers	=	litouwer
litouwertje	=	litouwer
litouwertjes	=	litouwer
litouws	adj	betreffende Litouwen of het Litouws
litouwse	noun	een vrouwelijke inwoner van Litouwen, of een vrouw afkomstig uit Litouwen
litouwsen	=	litouwse
litouwser	=	litouws
litouwsere	=	litouws
litouwsers	=	litouws
litouwst	=	litouws
litouwstalig	adj	de Litouwse taal sprekend
litouwstalige	=	litouwstalig
litouwstaligs	=	litouwstalig
litouwste	=	litouws
lits	=	lit
lits-jumeaux	noun	een stel van twee gelijke eenpersoonsbedden
lits-jumeauxs	=	lits-jumeaux
lits-jumeauxtje	=	lits-jumeaux
lits-jumeauxtjes	=	lits-jumeaux
litschiewaterbok	noun	Kobus leche een soort antilope uit de onderfamilie Reduncinae.
litschiewaterbokje	=	litschiewaterbok
litschiewaterbokjes	=	litschiewaterbok
litschiewaterbokken	=	litschiewaterbok
litsdoke	adj	voor de liefdadigheid
litst	=	lit
litste	=	lit
litte	=	lit
litteeken	=	litteken
litteken	noun	zichtbaar overblijfsel van een oude verwonding
littekens	=	litteken
littekentje	=	litteken
littekentjes	=	litteken
littekenvorming	noun	het ontstaan van littekens bij de genezing van een wond
littekenvormingen	=	littekenvorming
littekenweefsel	noun	weefsel dat ontstaat door het aan elkaar groeien van de huid na een wond
littekenweefselen	=	littekenweefsel
littekenweefsels	=	littekenweefsel
littekenweefseltje	=	littekenweefsel
littekenweefseltjes	=	littekenweefsel
litter	=	lit
litterair	adj	literair
litterairder	=	litterair
litterairdere	=	litterair
litterairders	=	litterair
litteraire	=	litterair
litterairs	=	litterair
litterairst	=	litterair
litterairste	=	litterair
litterator	noun	beoefenaar van de letteren, letterkundige
litteratoren	=	litterator
litterators	=	litterator
litteratortje	=	litterator
litteratortjes	=	litterator
litteraturen	=	litteratuur
litteratuur	noun	letterkunde
litteratuurtje	=	litteratuur
litteratuurtjes	=	litteratuur
littere	=	lit
litters	=	lit
liturg	noun	iemand die kennis heeft van de liturgie, de christelijke eredienst
liturgen	=	liturg
liturgie	noun	de openbare eredienst van de christelijke kerk, te onderscheiden van individueel of groepsgewijs privé-gebed of volksdevotie
liturgiek	noun	de studie van de liturgie
liturgieken	=	liturgiek
liturgietje	=	liturgie
liturgieën	=	liturgie
liturgisch	adj	betrekking hebbend op, volgens de liturgie (eredienst)
liturgische	=	liturgisch
liturgischer	=	liturgisch
liturgischere	=	liturgisch
liturgischers	=	liturgisch
litze	noun	verkorting van van “litzedraad”, een elektrisch geleidende (koper-)draad die is samengesteld uit een groot aantal gevlochten dunne draden
litzedraad	noun	een elektrisch geleidende (koper-)draad die is samengesteld uit een groot aantal gevlochten dunne, geïsoleerde draden.
litzedraadje	=	litzedraad
litzedraadjes	=	litzedraad
litzedraden	=	litzedraad
liv	=	vierenvijftig
live	adj	rechtstreeks zonder eerst opnames te maken
live-uitzending	noun	rechtstreekse uitzending; een radio- of televisieprogramma dat wordt uitgezonden op exact hetzelfde moment als de gebeurtenis plaatsvindt.
live-uitzendingen	=	live-uitzending
live-uitzendinkje	=	live-uitzending
live-uitzendinkjes	=	live-uitzending
livealbum	noun	verzameling nummers vastgelegd tijdens een optreden, die als geheel op een geluidsdrager is uitgebracht
livealbums	=	livealbum
livebeeld	noun	een televisiebeeld dat men kan zien op hetzelfde moment dat de handeling plaatsvindt
livebeelden	=	livebeeld
liveblog	noun	een dagboek op internet waarop iemand direkt een mededeling doet als er een vermeldenswaardige gebeurtenis is
liveblogs	=	liveblog
liveconcert	noun	muziekvoorstelling waarbij de muzikanten op het moment zelf spelen en men dus geen gebruik maakt van eerdere opnames
liveconcerten	=	liveconcert
liveconcertje	=	liveconcert
liveconcertjes	=	liveconcert
livecursus	noun	is een onderwijsprogramma, training of workshop die op het moment zelf plaatsvindt, waarbij interactie tussen de docent en de cursist in real-time mogelijk is.
livecursusje	=	livecursus
livecursusjes	=	livecursus
livecursussen	=	livecursus
livedo	noun	blauw-zwarte huidverkleuring
livemuziek	noun	muziek die direct wordt beluisterd tijdens het spelen
livemuziekje	=	livemuziek
livemuziekjes	=	livemuziek
liveopname	noun	het in één keer, zonder retakes, opnemen van een optreden met publiek van een muzikant
liveopnamen	=	liveopname
liveopnames	=	liveopname
livermorium	noun	scheikundig element met symbool Lv en atoomnummer 116.
livermoriumatomen	=	livermoriumatoom
livermoriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element livermorium.
livermoriumatoompje	=	livermoriumatoom
livermoriumatoompjes	=	livermoriumatoom
liverpoolduif	noun	Caloenas maculata een uitgestorven vogel uit de familie Columbidae (duiven en tortelduiven).
liverpoolduifje	=	liverpoolduif
liverpoolduifjes	=	liverpoolduif
liverpoolduiven	=	liverpoolduif
lives	=	live
liveshow	noun	een muziekprogramma dat men direct uitzendt op televisie
liveshows	=	liveshow
livestream	noun	een uitzending op het internet, die rechtstreeks een voorstelling, een presentatie of een verslag van een op hetzelfde moment plaatsvindende gebeurtenis doorgeeft
livestreams	=	livestream
liveverbinding	noun	real-time uitzending van beeld en geluid via het internet.
liveverbindingen	=	liveverbinding
liveverbindinkje	=	liveverbinding
liveverbindinkjes	=	liveverbinding
liveverslag	noun	verslag dat wordt gegeven over iets dat op dat moment gebeurd
liveverslagen	=	liveverslag
living	noun	een kamer die primair is ingericht om in te wonen en bezoek te ontvangen
livings	=	living
livjatan	noun	reusachtig slangachtig waterdier uit de oertijd; in vertalingen vaak: krokodil (Jes. 27:1, Ps. 74:14, 104:26, Job 3:8, 40:25)
livracha	adv	tot zegen
livre	noun|historical	Franse munteenheid vanaf de tijd van Karel de Grote tot in de periode van de Franse Revolutie, oorspronkelijk ter waarde van een pond zilver en onderverdeeld in 20 sous
livrei	noun	uniform van een mannelijke huisbediende of lakei
livreien	=	livrei
livreiknecht	noun	huisbediende die een uniform draagt
livreiknechten	=	livreiknecht
livreiknechtje	=	livreiknecht
livreiknechtjes	=	livreiknecht
livreitje	=	livrei
livreitjes	=	livrei
livres	=	livre
livret	noun	klein boekje; trouwboekje, spaarbankboekje
livretje	=	livret
livretjes	=	livret
livretten	=	livret
livrooche	adv	tot zegen
lix	=	negenenvijftig
liëre	=	liëren
liëren	verb	een vertrouwelijke verbintenis met iemand aangaan; een vertrouwelijke band hebben
liërend	=	liëren
liërende	=	liëren
lldpe	noun	bepaalde doorzichtige kunststof
lm	=	lama
lng	noun	vloeibaar gemaakt aardgas
lng's	=	lng
lng-gas	noun	aardgas dat dermate afgekoeld is waardoor het vloeibaar geworden is
lng-installatie	noun	het geheel van toestellen en buizen om vloeibaar aardgas op te slaan en/of om te zetten van/naar aardgas
lng-installaties	=	lng-installatie
lng-tanker	noun	een schip waarmee vloeibaar aardgas wordt getransporteerd
lng-tankers	=	lng-tanker
lng-terminal	noun	distributie- of transportknooppunt voor vloeibaar aardgas, zoals een overslagterrein in een haven
lng-terminals	=	lng-terminal
lo	noun	clan bij de marrons; plaatselijke gemeenschap van groepen mensen die in de vrouwelijke lijn afstammen van moeders die aan de slavernij ontsnapten
lo's	=	lo
loadshedding	noun	een geplande, gecontroleerde stroomonderbreking die elektriciteitsbedrijven inzetten wanneer de vraag naar stroom groter is dan het aanbod.
loadsheddings	=	loadshedding
loadsheddinkje	=	loadshedding
loadsheddinkjes	=	loadshedding
loafer	noun	platte schoenen zonder veters
loafers	=	loafer
loangodunbekwever	noun	Ploceus subpersonatus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
loangodunbekwevers	=	loangodunbekwever
loangodunbekwevertje	=	loangodunbekwever
loangodunbekwevertjes	=	loangodunbekwever
lob	noun	slag waarbij men de shuttle na het ontvangen van een drop hoog en ver terugspeelt
lob-esdoornschijfje	noun	Heterarthrus fiora een bladwesp behorend tot de familie Tenthredinidae.
lob-esdoornschijfjes	=	lob-esdoornschijfje
lobbe	=	lobben
lobben	verb	het spelen van een lob
lobbend	=	lobben
lobbende	=	lobben
lobber	=	lobberen
lobberde	=	lobberen
lobberden	=	lobberen
lobbere	=	lobberen
lobberen	verb	te ruim zijn, flodderen
lobberend	=	lobberen
lobberende	=	lobberen
lobberig	adj	het dik, gebonden zijn van vloeistoffen
lobberige	=	lobberig
lobberiger	=	lobberig
lobberigere	=	lobberig
lobberigers	=	lobberig
lobberigs	=	lobberig
lobberigst	=	lobberig
lobberigste	=	lobberig
lobbert	=	lobberen
lobbes	noun	een grote goedaardige hond
lobbesachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van lobbes
lobbesachtige	=	lobbesachtig
lobbesachtiger	=	lobbesachtig
lobbesachtigere	=	lobbesachtig
lobbesachtigers	=	lobbesachtig
lobbesachtigs	=	lobbesachtig
lobbesachtigst	=	lobbesachtig
lobbesachtigste	=	lobbesachtig
lobbesen	=	lobbes
lobbesje	=	lobbes
lobbetje	=	lob
lobbetjes	=	lob
lobbig	adj	ruim
lobbige	=	lobbig
lobbiger	=	lobbig
lobbigere	=	lobbig
lobbigers	=	lobbig
lobbigs	=	lobbig
lobbigst	=	lobbig
lobbigste	=	lobbig
lobby	noun	wachtruimte in een hotel, theater enz, hotellobby, theaterlobby
lobby's	=	lobby
lobby'tje	=	lobby
lobby'tjes	=	lobby
lobbycircuit	noun	groep mensen die probeert op te komen voor de belangen van een bepaalde organisatie door positief te communiceren met beleidsmakers
lobbycircuits	=	lobbycircuit
lobbyclub	noun	belangenorganisatie voor grote bedrijven en organisaties die probeert politieke besluitvorming te beïnvloeden
lobbyclubje	=	lobbyclub
lobbyclubjes	=	lobbyclub
lobbyclubs	=	lobbyclub
lobbyde	=	lobbyen
lobbyden	=	lobbyen
lobbye	=	lobbyen
lobbyen	verb	pogen de besluitvorming te beïnvloeden
lobbyend	=	lobbyen
lobbyende	=	lobbyen
lobbygroep	noun	groep mensen die beleidsmakers probeert te beïnvloeden
lobbygroepen	=	lobbygroep
lobbygroepje	=	lobbygroep
lobbygroepjes	=	lobbygroep
lobbying	noun	de poging om de (politieke) besluitvorming te beïnvloeden door mensen of organisaties die geen (politieke) bevoegdheden hebben
lobbyisme	noun	politieke cultuur van verwerpelijke beïnvloeding d.m.v. lobby's
lobbyist	noun	iemand die deelneemt aan pressiegroepen
lobbyiste	noun	vrouwelijke vorm van lobbyist
lobbyisten	=	lobbyist
lobbyistes	=	lobbyiste
lobbyistje	=	lobbyist
lobbyorganisatie	noun	organisatie de de belangen van een bedrijf of bedrijfstak onder de aandacht brengt van politici
lobbyorganisaties	=	lobbyorganisatie
lobbyt	=	lobbyen
lobbywerk	noun	alle arbeid die men verricht om de besluitvorming door politici en bestuurders te beïnvloeden
lobbywerken	=	lobbywerk
lobde	=	lobben
lobden	=	lobben
lobectomie	noun	het operatief verwijderen van een deel (kwab) van de long, lever, schildklier of hersenen
lobectomietje	=	lobectomie
lobectomietjes	=	lobectomie
lobectomieën	=	lobectomie
lobelia	noun	geslacht van kruidachtige planten Lobelia uit de klokjesfamilie (Campanulaceae)
lobelia's	=	lobelia
lobeliaatje	=	lobelia
lobeliaatjes	=	lobelia
lobeliahoningzuiger	noun	Nectarinia johnstoni een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
lobeliahoningzuigers	=	lobeliahoningzuiger
lobeliahoningzuigertje	=	lobeliahoningzuiger
lobeliahoningzuigertjes	=	lobeliahoningzuiger
lobi	noun|slang	gevoel van diepe affectie, genegenheid of waardering
lobje	=	lob
lobjes	=	lob
lobjesvingermos	noun	Physcia tribacia een korstmos uit de familie Physciaceae.
lobjesvingermosje	=	lobjesvingermos
lobjesvingermosjes	=	lobjesvingermos
lobjesvingermossen	=	lobjesvingermos
loboor	noun	hond of zwijn met hangende oren
loboortje	=	loboor
loboortjes	=	loboor
loboren	=	loboor
lobotomie	noun	chirurgische ingreep in de hersensubstantie die tegenwoordig in de meeste landen verboden is
lobotomietje	=	lobotomie
lobotomieën	=	lobotomie
lobs	=	lob
lobt	=	lobben
lobus	noun	kwab
lobvormig	adj	vorm van een lob hebbend
lobvormige	=	lobvormig
lobvormiger	=	lobvormig
lobvormigere	=	lobvormig
lobvormigers	=	lobvormig
lobvormigs	=	lobvormig
lobvormigst	=	lobvormig
lobvormigste	=	lobvormig
loc	noun	locomotief.
locaal	=	lokaal
localisme	=	lokalisme
locatie	noun	een punt in de ruimte (waar iets bijzonders plaatsvindt)
locatiedatabase	noun	een database waarin de locatiegegevens opgeslagen zijn
locatiedatabases	=	locatiedatabase
locatiedirecteur	noun	leidinggevende van een bepaalde vestiging van een bedrijf of organisatie
locatiedirecteuren	=	locatiedirecteur
locatiedirecteurs	=	locatiedirecteur
locatief	noun	de zevende naamval die een betrekking van plaats aanduidt
locatiefje	=	locatief
locatiefjes	=	locatief
locatiemanager	noun	leidinggevende van een van de vestigingen van een organisatie of onderneming
locatiemanagers	=	locatiemanager
locatiemarketing	noun	marketing van een bepaalde locatie
locatieonafhankelijk	adj	vanaf iedere plek op aarde zonder dat dat enig verschil maakt
locatieonafhankelijke	=	locatieonafhankelijk
locatieonafhankelijker	=	locatieonafhankelijk
locatieonafhankelijkere	=	locatieonafhankelijk
locatieonafhankelijkers	=	locatieonafhankelijk
locatieonafhankelijks	=	locatieonafhankelijk
locatieonafhankelijkst	=	locatieonafhankelijk
locatieonafhankelijkste	=	locatieonafhankelijk
locaties	=	locatie
locatiescout	noun	iemand die locaties voor film- en tv-opnamen opspoort
locatiescoutje	=	locatiescout
locatiescoutjes	=	locatiescout
locatiescouts	=	locatiescout
locatietje	=	locatie
locatietjes	=	locatie
locatieven	=	locatief
locatieverbod	noun	een maatregel waarbij iemand voor een bepaalde periode niet in een specifiek gebied mag komen, omdat die persoon (of groep) de openbare orde heeft verstoord of ernstige overlast veroorzaakt
locatieverboden	=	locatieverbod
locatieverbodje	=	locatieverbod
locatieverbodjes	=	locatieverbod
locavoor	noun	iemand die, uit principe, alleen maar producten eet die uit de eigen omgeving komen
locavoren	=	locavoor
lochia	noun	kraamvloed, bloedstolsels uit baarmoeder na bevalling
lochting	noun	groentetuin, moestuin
lochtingen	=	lochting
lochtingetje	=	lochting
lochtingetjes	=	lochting
lochtings	=	lochting
loci	=	locus
locje	=	loc
locjes	=	loc
lock	noun	beveiligingsmechanisme waardoor apparatuur of programmatuur niet gebruikt kan worden totdat iemand die daartoe bevoegd is het weer vrijgeeft
lock-in	noun	toestand waarbij eerdere investeringen in een bepaalde richting verdere ontwikkeling in die richting blijven versterken
lock-ins	=	lock-in
lock-out	noun	collectieve actie van werkgevers waarbij bedrijven tijdelijk worden gesloten, zodat alle werknemers geen inkomsten meer hebben
lock-outs	=	lock-out
lock-up	noun	regeling waarbij er na de uitgifte van nieuwe aandelen een periode is waarin bestaande grootaandeelhouders of personen die nauw aan het bedrijf verbonden zijn hun aandelen niet kunnen verkopen Deze regeling beschermt kopers van de nieuwe aandelen tegen koersdaling.
lock-ups	=	lock-up
lockdown	noun	officiële instructie waardoor mensen of informatie een plaats of gebied niet mogen verlaten of binnenkomen Een voorbeeld is het voorschrift dat mensen thuis moeten blijven om snelle verspreiding van een besmettelijke ziekte te voorkomen of een streng verbod om papieren of andere informatiedragers mee te nemen als je kennis wil nemen van informatie die zeer vertrouwelijk moet blijven.
lockdownfeest	noun	verboden bijeenkomst waar mensen zich informeel vermaken, specifiek in de coronaperiode toen overheden de bewegingsvrijheid inperkten vanwege het besmettingsgevaar
lockdownfeesten	=	lockdownfeest
lockdownfeestje	=	lockdownfeest
lockdownfeestjes	=	lockdownfeest
lockdownparty	noun	verboden bijeenkomst waar mensen zich informeel vermaken, specifiek in de coronaperiode toen overheden de bewegingsvrijheid inperkten vanwege het besmettingsgevaar
lockdownparty's	=	lockdownparty
lockdowns	=	lockdown
locker	noun	afsluitbaar kastje om persoonlijke bezittingen op te bergen in een gebouw zoals een museum, school of fabriek
lockers	=	locker
lockertje	=	locker
lockertjes	=	locker
lockpickgun	noun	een handgereedschap dat als functie heeft om bepaalde cilindersloten zonder passende sleutel te kunnen openen
lockpickguns	=	lockpickgun
locks	=	lock
locktail	noun	coctail die iemand zelf gemengd heeft en thuis opdrinkt tijdens een lockdown
locktails	=	locktail
locktailtje	=	locktail
locktailtjes	=	locktail
locktalgie	noun	het verlangen van een persoon om weer in een samenleving met lockdowns te leven
loco	noun	wettelijke plaatsvervanger van de burgemeester	adv	op de betreffende plaats, dus zonder kosten van verder transport
loco's	=	loco
locoburgemeester	noun	een plaatsvervangend burgemeester
locoburgemeesters	=	locoburgemeester
locoburgemeestertje	=	locoburgemeester
locoburgemeestertjes	=	locoburgemeester
locofaulisme	noun	schimp- of scheldnaam voor de inwoners van een bepaalde plaats of streek.
locofaulismen	=	locofaulisme
locomobiel	noun	mobiele stoommachine
locomobielen	=	locomobiel
locomobieltje	=	locomobiel
locomobieltjes	=	locomobiel
locomotief	noun	een zwaar railvoertuig dat bedoeld is om treinen te trekken
locomotiefje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort insect, Chorthippus apricarius uit de onderfamilie Gomphocerinae; de soort wordt ook wel tot het geslacht Glyptobothrus gerekend
locomotiefjes	=	locomotief
locomotieven	=	locomotief
locomotoir	adj	de voortbeweging betreffend
locomotoirder	=	locomotoir
locomotoirdere	=	locomotoir
locomotoirders	=	locomotoir
locomotoire	=	locomotoir
locomotoirs	=	locomotoir
locomotoirst	=	locomotoir
locomotoirste	=	locomotoir
locomotor	noun	tweeassig voertuig op spoorwielen, dat wordt aangedreven door een benzine- of dieselmotor
locomotoren	=	locomotor
locomotorisch	adj	met betrekking tot verplaatsing of bewegingsapparaat
locomotorische	=	locomotorisch
locomotorischer	=	locomotorisch
locomotorischere	=	locomotorisch
locomotorischers	=	locomotorisch
locomotors	=	locomotor
locomotortje	=	locomotor
locomotortjes	=	locomotor
locoregionaal	adj	in hetzelfde lichaamsdeel
locrisch	noun	de kerktoonsoort gebaseerd op b	adj	wat betreft de kerktoonsoort gebaseerd op b
locrische	=	locrisch
locs	=	loc
locus	noun	plaats, locatie
lodde	noun	Mallotus villosus een straalvinnige vis uit de familie van de spieringen (Osmeridae).
lodden	=	lodde
lodder	noun	lomp, flard, prul
lodderachtig	adj	haveloos
lodderachtige	=	lodderachtig
lodderachtiger	=	lodderachtig
lodderachtigere	=	lodderachtig
lodderachtigers	=	lodderachtig
lodderachtigs	=	lodderachtig
lodderachtigst	=	lodderachtig
lodderachtigste	=	lodderachtig
lodderde	=	lodderen
lodderden	=	lodderen
loddere	=	lodderen
lodderen	verb	soezen
lodderend	=	lodderen
lodderende	=	lodderen
lodderig	adj	een licht verlaagd bewustzijn hebbend
lodderige	=	lodderig
lodderiger	=	lodderig
lodderigere	=	lodderig
lodderigers	=	lodderig
lodderigs	=	lodderig
lodderigst	=	lodderig
lodderigste	=	lodderig
lodderlijk	adj	vriendelijk
lodderlijke	=	lodderlijk
lodderlijker	=	lodderlijk
lodderlijkere	=	lodderlijk
lodderlijkers	=	lodderlijk
lodderlijks	=	lodderlijk
lodderlijkst	=	lodderlijk
lodderlijkste	=	lodderlijk
lodderoge	=	lodderogen
lodderogen	verb	slaperig uit zijn ogen kijken
lodderogend	=	lodderogen
lodderogende	=	lodderogen
lodderoog	noun	een oog dat er slaperig uitziet; een oog met hangende oogleden
lodderoogde	=	lodderogen
lodderoogden	=	lodderogen
lodderoogt	=	lodderogen
lodders	=	lodder
loddert	=	lodderen
loddertje	=	lodder
loddertjes	=	lodder
lode	=	loden
loden	adj	van lood vervaardigd	noun	waterdichte, zware dichte wollen stof, doorgaans groen van kleur
lodend	=	loden
lodende	=	loden
lodens	=	loden
lodge	noun	plaats waarin men als gast kan logeren; oorspronkelijk een jachthuis
lodgepolechipmunk	noun	Tamias speciosus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
lodgepolechipmunkje	=	lodgepolechipmunk
lodgepolechipmunkjes	=	lodgepolechipmunk
lodgepolechipmunks	=	lodgepolechipmunk
lodges	=	lodge
loding	noun	het meten van de diepte van een water met een diepte lood
lodingen	=	loding
lodinkje	=	loding
lodinkjes	=	loding
loeach	noun	joodse almanak
loeachen	=	loeach
loebas	noun	groot, plomp maar goedig dier (hond) of persoon
loebassen	=	loebas
loech	=	lachen
loechje	noun	joodse almanak
loechjes	=	loechje
loechot	=	loeach
loeder	noun	gemeen persoon
loedermoeder	noun	een moeder die het huishouden en de zorg voor de kinderen laat versloffen of de neiging daartoe heeft
loedermoeders	=	loedermoeder
loedermoedertje	=	loedermoeder
loedermoedertjes	=	loedermoeder
loeders	=	loeder
loedertje	=	loeder
loedertjes	=	loeder
loef	noun	de kant waar de wind vandaan komt
loefbijter	noun	uitstekend deel van de boeg onder water dat moet helpen bij het overstag gaan
loefbijters	=	loefbijter
loefbijtertje	=	loefbijter
loefbijtertjes	=	loefbijter
loefgierig	adj	de neiging hebbend om op te loeven
loefgierige	=	loefgierig
loefgieriger	=	loefgierig
loefgierigere	=	loefgierig
loefgierigers	=	loefgierig
loefgierigs	=	loefgierig
loefgierigst	=	loefgierig
loefgierigste	=	loefgierig
loefi	=	loef
loefje	=	loef
loefjes	=	loef
loefti	=	loef
loeftmentsj	noun	onpraktische dromer zonder duidelijk werk of inkomen, leeghoofd
loeftmentsjen	=	loeftmentsj
loefzij	noun	de kant die in de wind ligt, de kant die naar de wind toegekeerd is
loefzijde	noun	de kant waar de wind op staat
loefzijden	=	loefzij
loefzijdes	=	loefzijde
loefzijdetje	=	loefzijde
loefzijdetjes	=	loefzijde
loei	noun	één keer voortgebracht loeiend geluid
loeide	=	loeien
loeiden	=	loeien
loeie	=	loeien
loeien	verb	een langgerekt klagend geluid voortbrengen zoals dat van een koe
loeiend	=	loeien
loeier	noun	zeer hard schot bij voetbal
loeiers	=	loeier
loeihard	adj	heel erg snel
loeiharde	=	loeihard
loeihards	=	loeihard
loeiheet	adj	met een heel hoge temperatuur
loeiheets	=	loeiheet
loeiheetst	=	loeiheet
loeiheetste	=	loeiheet
loeihete	=	loeiheet
loeiheter	=	loeiheet
loeihetere	=	loeiheet
loeiheters	=	loeiheet
loeisterk	adj	heel krachtig of stevig
loeisterke	=	loeisterk
loeisterks	=	loeisterk
loeit	=	loeien
loeizwaar	adj	met heel groot gewicht
loeizwaars	=	loeizwaar
loeizware	=	loeizwaar
loelav	noun	palmtak, een van de vier soorten planten (arbaä miniem) in de plantenbundel die wordt gebruikt op Soekot
loelaviem	=	loelav
loelavs	=	loelav
loempia	noun	met vlees en groente gevulde en gefrituurde lap deeg, een Chinees-Indische snack of voorgerecht
loempia's	=	loempia
loempiaatje	=	loempia
loempiaatjes	=	loempia
loen	=	loenen
loende	=	loenen
loenden	=	loenen
loene	adv	aan ons, voor ons
loenen	verb	iets als aangenaam ervaren
loenend	=	loenen
loenende	=	loenen
loens	adj	een beetje scheel
loense	=	loens
loensen	verb	scheel kijken
loensend	=	loensen
loensende	=	loensen
loenser	=	loens
loensere	=	loens
loensers	=	loens
loenst	=	loens
loenste	=	loens
loensten	=	loensen
loent	=	loenen
loentjesmaker	noun	persoon die bedrieglijke onzin uitkraamt
loentjesmakers	=	loentjesmaker
loep	noun	sterk vergrotend vergrootglas
loepen	=	loep
loepje	=	loep
loepjes	=	loep
loepzuiver	adj|figurative	foutloos, zuiver en zonder enig gebrek
loepzuivere	=	loepzuiver
loepzuivers	=	loepzuiver
loer	noun	dom of onhandig persoon
loerde	=	loeren
loerden	=	loeren
loerder	noun	iemand die te indringend aan het rondkijken is
loerders	=	loerder
loere	=	loeren
loeren	verb	~ naar intensief kijken, vaak met kwade bedoeling
loerend	adj	begerig om zich heen kijkend
loerende	=	loeren
loerends	=	loerend
loeres	noun|obsolete	iemand die dom of lomp is
loeresen	=	loeres
loeris	noun|obsolete	iemand die dom of lomp is
loerisje	=	loeris
loerissen	=	loeris
loerjacht	noun	manier van jagen waarbij de jagers op een hoogzit wachten totdat het wild op schietafstand komt
loerjachten	=	loerjacht
loert	=	loeren
loertje	=	loer
loertjes	=	loer
loet	noun	stuk gereedschap met een steel waarmee men schept of krabt
loeten	=	loet
loetje	=	loet
loetjes	=	loet
loetoemonarch	noun	Carterornis castus een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
loetoemonarchen	=	loetoemonarch
loetoemonarchje	=	loetoemonarch
loetoemonarchjes	=	loetoemonarch
loeven	=	loef
loewak	noun	Paradoxurus hermaphroditus een soort uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae) die van oorsprong voorkomt in Pakistan, India, Zuid-China en Zuidoost-Azië, die vooral rijpe koffievruchten eet
loewakje	=	loewak
loewakjes	=	loewak
loewakkoffie	noun	duurste koffiesoort ter wereld die wordt gemaakt van koffiebonen die door de koffierat na het eten van koffiebessen zijn uitgepoept
loewaks	=	loewak
loezen	=	luizen
lof	noun	iemand of iets prijzen
lofar	noun	de afkorting voor het grootschalig internationaal project LOFAR waarin onderzoek wordt gedaan op het gebied van ICT, astrofysica, geofysica en landbouw
lofbetuiging	noun	formele of informele uitdrukking van lof, bewondering of waardering.
lofbetuigingen	=	lofbetuiging
lofbetuiginkje	=	lofbetuiging
lofbetuiginkjes	=	lofbetuiging
lofdicht	noun	gedicht dat de lof van iemand of iets bezingt
lofdichten	=	lofdicht
lofdichtje	=	lofdicht
loffelijk	adj	van iets dat het zo goed is dat het applaus verdient
loffelijke	=	loffelijk
loffelijker	=	loffelijk
loffelijkere	=	loffelijk
loffelijkers	=	loffelijk
loffelijks	=	loffelijk
loffelijkst	=	loffelijk
loffelijkste	=	loffelijk
loffelyk	=	loffelijk
loffer	=	loef
lofgeprezen	=	lofprijzen
lofje	=	lof
lofjes	=	lof
loflied	noun	lied ter verheerlijking van een persoon of zaak
lofliederen	=	loflied
lofliedje	=	loflied
lofliedjes	=	loflied
loflijk	=	loffelijk
loflyk	=	loffelijk
lofprees	=	lofprijzen
lofprezen	=	lofprijzen
lofprijs	=	lofprijzen
lofprijst	=	lofprijzen
lofprijze	=	lofprijzen
lofprijzen	verb	iemand lof toezwaaien
lofprijzend	=	lofprijzen
lofprijzende	=	lofprijzen
lofprijzing	noun	een lovende opmerking
lofprijzingen	=	lofprijzing
lofprijzinkje	=	lofprijzing
lofprijzinkjes	=	lofprijzing
lofrede	noun	een voordracht waarin iemand zegt iets of of iemand heel goed te vinden
lofreden	=	lofrede
lofredes	=	lofrede
lofspraak	noun	het uiten van lof, dankbaarheid en respect
lofspraken	=	lofspraak
loft	noun	een grote woning die doorgaans uit één ruimte bestaat die de bewoner naar eigen inzicht kan indelen
loftje	=	loft
loftjes	=	loft
loftrompet	noun	een trompet die met name wordt geblazen als teken van respect
loftrompetje	=	loftrompet
loftrompetjes	=	loftrompet
loftrompetten	=	loftrompet
lofts	=	loft
loftuiging	noun	uitbundige, openlijke compliment.
loftuigingen	=	loftuiging
loftuiginkje	=	loftuiging
loftuiginkjes	=	loftuiging
loftuit	=	loftuiten
loftuite	=	loftuiten
loftuiten	verb	rondbazuinen van complimenten
loftuitend	=	loftuiten
loftuitende	=	loftuiten
loftuiting	noun	een lovende opmerking
loftuitingen	=	loftuiting
loftuitinkje	=	loftuiting
loftuitinkjes	=	loftuiting
loftuitte	=	loftuiten
loftuitten	=	loftuiten
lofuiting	noun	een lovende opmerking
lofuitingen	=	lofuiting
lofuitingetje	=	lofuiting
lofuitingetjes	=	lofuiting
lofwaardig	adj	van een prestatie dat die een applaus verdient
lofwaardige	=	lofwaardig
lofwaardiger	=	lofwaardig
lofwaardigere	=	lofwaardig
lofwaardigers	=	lofwaardig
lofwaardigs	=	lofwaardig
lofwaardigst	=	lofwaardig
lofwaardigste	=	lofwaardig
lofwerk	noun	versiering aan een gevel, een plafond, aan meubelen enz., in de vorm van bladeren
lofwerken	=	lofwerk
lofwerkje	=	lofwerk
lofwerkjes	=	lofwerk
lofzang	noun	lied dat gelovigen zingen als loftuiting voor god of een heilig persoon
lofzangen	=	lofzang
log	noun	bestand waarin wijzigingen of gebeurtenissen van een systeem, programma, gebruiker of machine door het systeem worden bijgehouden	adj	moeilijk wendbaar door een grote omvang
loganbes	noun	Rubus ×loganobaccus een kruising tussen een braam en een framboos.
loganbesje	=	loganbes
loganbesjes	=	loganbes
loganbessen	=	loganbes
logarithme	=	logaritme
logarithmisch	=	logaritmisch
logaritme	noun	de exponent van de macht waartoe een gegeven getal verheven moet worden om een ander getal te krijgen
logaritmen	=	logaritme
logaritmes	=	logaritme
logaritmetje	=	logaritme
logaritmetjes	=	logaritme
logaritmisch	adj	met betrekking tot een logaritme
logaritmische	=	logaritmisch
logaritmischer	=	logaritmisch
logaritmischere	=	logaritmisch
logaritmischers	=	logaritmisch
logatomen	=	logatoom
logatoom	noun	doorgaans monosyllabisch pseudowoord zonder echte betekenis, bijvoorbeeld gebruikt om van een geluidsinstallatie de verstaanbaarheid in zalen te bepalen
logatoompje	=	logatoom
logatoompjes	=	logatoom
logboek	noun	een boek waarin tijdens de reis per schip alle gegevens over de navigatie worden genoteerd
logboeken	=	logboek
logboekje	=	logboek
logboekjes	=	logboek
logde	=	loggen
logden	=	loggen
loge	noun	afgeschoten gedeelte in een theater met enige zitplaatsen
logee	noun	vrouwelijke vorm van logé
logeer	=	logeren
logeeradres	noun	plaats waar men als gast de nacht kan doorbrengen
logeeradresje	=	logeeradres
logeeradresjes	=	logeeradres
logeeradressen	=	logeeradres
logeerbed	noun	eenvoudig bed voor gasten die blijven slapen
logeerbedden	=	logeerbed
logeerbedje	=	logeerbed
logeerbedjes	=	logeerbed
logeerboerderij	noun	boerderij waar kinderen kunnen logeren zonder hun ouders
logeerboerderijen	=	logeerboerderij
logeerboerderijtje	=	logeerboerderij
logeerboerderijtjes	=	logeerboerderij
logeerde	=	logeren
logeerden	=	logeren
logeergebouw	noun	een gebouw bedoeld als tijdelijk onderkomen
logeergebouwen	=	logeergebouw
logeergebouwtje	=	logeergebouw
logeergebouwtjes	=	logeergebouw
logeerkamer	noun	De gastenkamer, de kamer waar een logé kan slapen.
logeerkamers	=	logeerkamer
logeerkamertje	=	logeerkamer
logeerkamertjes	=	logeerkamer
logeerpartij	noun	de keer dat men bij iemand anders thuis blijft overnachten
logeerpartijen	=	logeerpartij
logeerpartijtje	=	logeerpartij
logeerpartijtjes	=	logeerpartij
logeert	=	logeren
logeervergoeding	noun	vergoeding die een zorginstelling krijgt voor het kortdurende verblijf van iemand die een persoonsgebonden budget heeft
logeervergoedingen	=	logeervergoeding
logeervergoedinkje	=	logeervergoeding
logeervergoedinkjes	=	logeervergoeding
logees	=	logee
logeetje	=	logé
logeetjes	=	logé
logement	noun	gelegenheid waar men kan logeren, eenvoudig hotel
logementen	=	logement
logementje	=	logement
logementjes	=	logement
logen	verb	langdurig blootstellen aan een bijtende vloeistof
logend	=	logen
logende	=	logen
logens	=	logen
logenstraf	=	logenstraffen
logenstraffe	=	logenstraffen
logenstraffen	verb	de onwaarheid of onjuistheid aantonen van iets
logenstraffend	=	logenstraffen
logenstraffende	=	logenstraffen
logenstraffing	noun	het aantonen van de onwaarheid of onjuistheid van iets
logenstraffingen	=	logenstraffing
logenstraffinkje	=	logenstraffing
logenstraffinkjes	=	logenstraffing
logenstraft	=	logenstraffen
logenstrafte	=	logenstraffen
logenstraften	=	logenstraffen
logentje	=	logen
logere	=	logeren
logeren	verb	in huis opnemen, herbergen
logerend	=	logeren
logerende	=	logeren
loges	=	loge
logetje	=	loge
logetjes	=	loge
logge	=	log
loggen	verb	het stelselmatig registreren van gegevens betreffende meetresultaten, waarnemingen, onderzoek, reis- en vluchtgegevens enz
loggend	=	loggen
loggende	=	loggen
logger	noun	een vissersschip, tegenwoordig met een motor aangedreven, dat vroeger een loggergetuigd zeilschip was
loggere	=	log
loggergetuigd	adj	een loggertuig vervoerend
loggergetuigde	=	loggergetuigd
loggergetuigds	=	loggergetuigd
loggers	=	logger
loggertje	=	logger
loggertjes	=	logger
loggertuig	noun	een schip met twee masten, de voorste groter dan de achterste, met aan de voorste mast een emmerzeil en aan de achterste mast, de druil, een druilzeil
loggertuigen	=	loggertuig
loggertuigje	=	loggertuig
loggertuigjes	=	loggertuig
loggerzeil	noun	trapeziumvormig zeil aan de voorste mast op een logger
loggerzeilen	=	loggerzeil
loggerzeiltje	=	loggerzeil
loggerzeiltjes	=	loggerzeil
loggia	noun	overdekte galerij, vroeger door zuilen of pilaren gedragen
loggia's	=	loggia
logheid	noun	het weinig wendbaar of flexibel zijn
logica	noun	tak van de wetenschap die zich bezighoudt met de formele regels van het denken, traditioneel als onderdeel van de filosofie maar ook wel van de wiskunde
logica's	=	logica
logici	=	logicus
logicisme	noun	opvatting dat de wiskunde een uitbreiding van de logica is en dat daarom (een deel van) de wiskunde reduceerbaar is tot logica
logicismen	=	logicisme
logicismes	=	logicisme
logicus	noun	beoefenaar van de logica
logies	noun	ergens kunnen slapen waarvoor je moet betalen
logiesfunctie	noun	gebouw die de gebruikersfunctie heeft om gebruikt te worden voor logies
logiesfuncties	=	logiesfunctie
logiesje	=	logies
logiezen	=	logies
login	noun	het aanmelden van een individu bij een informatiesysteem of computer
logingegeven	noun	een stukje informatie betreffende de login in een informatiesysteem
logingegevens	=	logingegeven
loginnaam	noun	naam waaronder een gebruiker van een computernetwerk bekendstaat
loginnamen	=	loginnaam
logins	=	login
logisch	adj	voor de hand liggend
logische	=	logisch
logischer	=	logisch
logischere	=	logisch
logischers	=	logisch
logischerwijs	adv	de wetten van de logica volgend, op een beredeneerbare wijze
logischerwijze	adv	de wetten van de logica volgend, op een beredeneerbare wijze
logischt	=	logisch
logischte	=	logisch
logistiek	noun	het organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de goederenstroom	adj	betrekking hebbend op de logistiek
logistieke	=	logistiek
logistieker	=	logistiek
logistiekere	=	logistiek
logistiekers	=	logistiek
logistieks	=	logistiek
logistiekst	=	logistiek
logistiekste	=	logistiek
logje	=	log
logjes	=	log
loglijn	noun	lijn met knopen waarmee men de snelheid van een schip kan bepalen
loglijnen	=	loglijn
logo	noun	verkorting van "logogram", een abstract symbool van een gemeente, bedrijf, stichting e.d. of een herkenningsteken waarin een naam of afkorting op kunstzinnige wijze is verbeeld
logo's	=	logo
logogram	noun	een herkenningsteken waarin een naam of afkorting op kunstzinnige wijze is verbeeld
logogrammen	=	logogram
logogrammetje	=	logogram
logogrammetjes	=	logogram
logologo	noun	Anguilla anguilla glibberige, lange, slangachtige vis
logologo's	=	logologo
logonomie	noun	de mate waarin de rechter zich laat leiden door de wet
logootje	=	logo
logootjes	=	logo
logopedie	noun	de therapeutische behandeling van spraakstoornissen
logopedisch	adj	betrekking hebbend op, behorend tot de logopedie
logopedische	=	logopedisch
logopedischer	=	logopedisch
logopedischere	=	logopedisch
logopedischers	=	logopedisch
logopedist	noun	een paramedische therapeut die zowel volwassenen als kinderen behandelt die problemen hebben met de spraak
logopedisten	=	logopedist
logopedistje	=	logopedist
logopedistjes	=	logopedist
logorrhea	noun|obsolete	geestelijke stoornis waardoor je op een gewone toonhoogte alsmaar snel, maar onsamenhangend blijft praten
logorrhoea	noun|obsolete	op een gewone toonhoogte alsmaar snel, maar onsamenhangend blijven praten als gevolg van een geestelijke stoornis
logorroe	noun|obsolete	op een gewone toonhoogte alsmaar snel, maar onsamenhangend blijven praten als gevolg van een neurologische of geestelijke stoornis
logos	noun	het woord, de taal in het algemeen
logs	=	log
logst	=	log
logste	=	log
logt	=	loggen
logé	noun	een (mannelijke) gast die overnacht
logés	=	logé
loipe	noun	uitgezette route voor langlaufers, langlaufspoor
loipen	=	loipe
loipes	=	loipe
lojatapaculo	noun	Scytalopus androstictus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
lojatapaculo's	=	lojatapaculo
lojatapaculootje	=	lojatapaculo
lojatapaculootjes	=	lojatapaculo
lojavliegenpikker	noun	Zimmerius flavidifrons een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
lojavliegenpikkers	=	lojavliegenpikker
lojavliegenpikkertje	=	lojavliegenpikker
lojavliegenpikkertjes	=	lojavliegenpikker
lok	noun	haarlok, pluk haar
lok-bh	noun	bh met een ingebouwde zender waarmee men een diefstal probeert uit te lokken om zo de dader van lingeriediefstallen te kunnen arresteren
lok-bh's	=	lok-bh
lok-oma	=	lokoma
lokaal	noun	een ruim vertrek dat voor een bepaald doel gebruikt wordt	adj	plaatselijk, van beperkte omvang
lokaaldienst	noun	dienst op een lokaalspoorweg
lokaaldiensten	=	lokaaldienst
lokaaldienstje	=	lokaaldienst
lokaaldienstjes	=	lokaaldienst
lokaals	=	lokaal
lokaalspoorweg	noun	buurtspoorweg
lokaalspoorwegen	=	lokaalspoorweg
lokaalst	=	lokaal
lokaalste	=	lokaal
lokaaltje	=	lokaal
lokaaltjes	=	lokaal
lokaaltrein	noun	treintje dat alleen plaatselijke verbindingen onderhoudt
lokaaltreinen	=	lokaaltrein
lokaaltreintje	=	lokaaltrein
lokaaltreintjes	=	lokaaltrein
lokaalverbod	noun	verbod om een bepaalde locatie te betreden
lokaalverboden	=	lokaalverbod
lokaalvredebreuk	noun	huisvredebreuk, gepleegd aan een besloten of voor de openbare dienst bestemd lokaal
lokaalvredebreuken	=	lokaalvredebreuk
lokaas	noun	een stukje vlees of vis bedoeld om een dier mee te kunnen vangen
lokaasje	=	lokaas
lokaasjes	=	lokaas
lokagent	noun	undercoveragent(e) die zich als mogelijk slachtoffer voordoet om criminelen tot een misdrijf verleiden en ze dan aan te houden
lokagenten	=	lokagent
lokagentje	=	lokagent
lokagentjes	=	lokagent
lokale	=	lokaal
lokalen	=	lokaal
lokaler	=	lokaal
lokalere	=	lokaal
lokalers	=	lokaal
lokalisatie	noun	plaatsbepaling
lokalisaties	=	lokalisatie
lokalisatietje	=	lokalisatie
lokalisatietjes	=	lokalisatie
lokaliseer	=	lokaliseren
lokaliseerbaar	adj	als de plaats waar iets of iemand is bepaald kan worden
lokaliseerbaarder	=	lokaliseerbaar
lokaliseerbaardere	=	lokaliseerbaar
lokaliseerbaarders	=	lokaliseerbaar
lokaliseerbaars	=	lokaliseerbaar
lokaliseerbaarst	=	lokaliseerbaar
lokaliseerbaarste	=	lokaliseerbaar
lokaliseerbare	=	lokaliseerbaar
lokaliseerde	=	lokaliseren
lokaliseerden	=	lokaliseren
lokaliseert	=	lokaliseren
lokalisere	=	lokaliseren
lokaliseren	verb	afbakenen
lokaliserend	=	lokaliseren
lokaliserende	=	lokaliseren
lokalisering	noun	het lokaliseren
lokaliseringen	=	lokalisering
lokaliserinkje	=	lokalisering
lokalisme	noun	opvatting dat de eigen woonplaats de voorkeur verdient
lokaliteit	noun	een grotere ruimte waarin meerdere personen kunnen vertoeven
lokaliteiten	=	lokaliteit
lokartikel	noun	artikel dat tegen een te lage prijs wordt aangeboden om daardoor klanten te lokken en wat dan meestal 'uitverkocht' blijkt
lokartikelen	=	lokartikel
lokartikels	=	lokartikel
lokartikeltje	=	lokartikel
lokartikeltjes	=	lokartikel
lokazen	=	lokaas
lokbaby	noun	schattige baby die de kinderwens van personen aanwakkert
lokbaby's	=	lokbaby
lokbaby'tje	=	lokbaby
lokbaby'tjes	=	lokbaby
lokcomputer	noun	computer die zo is geprogrammeerd dat hackers worden verleid om in te breken met als doel deze hackers op te pakken en te vervolgen
lokcomputers	=	lokcomputer
lokdoos	noun	doosje waarin een stof zit die insecten aantrekt
lokdoosje	=	lokdoos
lokdoosjes	=	lokdoos
lokdozen	=	lokdoos
lokduif	noun	tamme of houten duif die men gebruikt voor het lokken en vangen van een valk
lokduifje	=	lokduif
lokduifjes	=	lokduif
lokduiven	=	lokduif
loke	=	luiken
lokeend	noun	tamme of nagemaakte houten eend om wilde eenden te lokken
lokeenden	=	lokeend
lokeendje	=	lokeend
lokeendjes	=	lokeend
loken	=	look
loket	noun	een met glaswerk ed. beveiligd doorgeefluik in een scheidingswand of als deel van een balie, voor veilig afhandelen geldtransacties, kaartverkoop etc
loketbediende	noun	medewerker die achter een balie met klanten werkt
loketbedienden	=	loketbediende
loketbediendes	=	loketbediende
loketje	=	loket
loketjes	=	loket
loketkast	noun	kast met (afsluitbare) vakken
loketkasten	=	loketkast
loketkastje	=	loketkast
loketkastjes	=	loketkast
loketten	=	loket
lokettist	noun	iemand die achter een met glasplaten beveiligde balie werkt
lokettiste	noun	vrouwelijke loketbediende
lokettisten	=	lokettist
lokettistes	=	lokettiste
lokfiets	noun	fiets, door de politie ergens neergezet om hem te laten stelen en zo de dief te kunnen aanhouden
lokfietsen	=	lokfiets
lokfietsje	=	lokfiets
lokfietsjes	=	lokfiets
lokgans	noun	gans die bij de jacht gebruikt wordt om andere ganzen te lokken
lokganzen	=	lokgans
lokhipster	noun	trendy persoon die ergens gaat wonen om zo ook andere mensen te verleiden om daar te gaan wonen
lokhipsters	=	lokhipster
lokhoer	noun	undercoveragente die zich op plaatsen waar prostitutie is verboden als prostituee presenteert om hoerenlopers aan te lokken
lokhoeren	=	lokhoer
lokhoertje	=	lokhoer
lokhoertjes	=	lokhoer
lokhomo	noun	undercoveragent die zich als homo presenteert om potenrammers tot geweld uit te lokken om hen te kunnen aanhouden
lokhomo's	=	lokhomo
lokhomootje	=	lokhomo
lokhomootjes	=	lokhomo
lokje	=	lok
lokjes	=	lok
lokjoden	=	lokjood
lokjood	noun	undercoveragent die zich met een keppeltje presenteert als jood om mensen die zich schuldig maken aan antisemitische uitingen en handelingen op heterdaad te betrappen
lokjoodje	=	lokjood
lokjoodjes	=	lokjood
lokke	=	lokken
lokken	verb	mens of dier verleiden ergens heen te komen
lokkend	adj	van iets dat het heel aantrekkelijk is
lokkende	=	lokken
lokkender	=	lokkend
lokkendere	=	lokkend
lokkenders	=	lokkend
lokkends	=	lokkend
lokkendst	=	lokkend
lokkendste	=	lokkend
lokker	noun	iemand die lokt of meelokt
lokkers	=	lokker
lokkertje	=	lokker
lokkertjes	=	lokker
lokkig	adj	lange haarlokken hebbend
lokkige	=	lokkig
lokkiger	=	lokkig
lokkigere	=	lokkig
lokkigers	=	lokkig
lokkigs	=	lokkig
lokkigst	=	lokkig
lokkigste	=	lokkig
lokkoffer	noun	koffer die door de marechaussee ergens wordt neergezet om bagagemedewerkers van een vliegveld ertoe te verleiden daaruit waardevolle spullen te stelen, waarna zij aangehouden kunnen worden
lokkoffers	=	lokkoffer
lokkoffertje	=	lokkoffer
lokkoffertjes	=	lokkoffer
lokloverboy	noun	man die wordt ingezet om jonge meisjes zogenaamd te ronselen.
lokloverboys	=	lokloverboy
lokmiddel	noun	een middel dat kan worden gebruikt om mens of dier te lokken
lokmiddelen	=	lokmiddel
lokmiddeltje	=	lokmiddel
lokmiddeltjes	=	lokmiddel
lokoma	noun	undercoveragente die, verkleed als een bejaarde vrouw, ingezet wordt om mogelijke tasjesrovers op heterdaad te kunnen betrappen
lokoma's	=	lokoma
lokomaatje	=	lokoma
lokomaatjes	=	lokoma
lokomotief	=	locomotief
lokpatiënt	noun	persoon die zich voordoet als patiënt om zo een behandelaar te testen
lokpatiënten	=	lokpatiënt
lokpatiëntje	=	lokpatiënt
lokpatiëntjes	=	lokpatiënt
lokpuber	noun	puber die wordt ingezet om iemand te lokken b.v. iemand die is geïnteresseerd in kinderporno of een loverboy
lokpubers	=	lokpuber
lokroep	noun	roep waarmee men een dier tot zich lokt, of waarmee een dier zijn jongen roept
lokroepen	=	lokroep
lokroepje	=	lokroep
lokroepjes	=	lokroep
lokschaap	noun	schaap waarmee men teken lokt die men dan met een spray kan doden
lokschapen	=	lokschaap
loksjen	noun	deegwaar
lokspijs	noun	lokaas
lokspijzen	=	lokspijs
lokstem	noun	lokkende, verleidelijke stem
lokstemmen	=	lokstem
lokstemmetje	=	lokstem
lokstemmetjes	=	lokstem
lokstof	noun	stof die een aantrekkende werking uitoefent, bv. op insecten
lokstoffen	=	lokstof
lokstofje	=	lokstof
lokstofjes	=	lokstof
lokstudent	noun	iemand die zich voordoet als student om zo een illegale handeling uit te lokken
lokstudenten	=	lokstudent
lokt	=	lokken
lokte	=	lokken
lokten	=	lokken
lokterrorist	noun	iemand die zich op internet voordoet als iemand die aanslagen wil plegen om zo mensen op het spoor te komen die dat echt van plan zijn
lokterroristen	=	lokterrorist
lokterroristje	=	lokterrorist
lokterroristjes	=	lokterrorist
loktiener	noun	tiener die probeert om ergens sterke drank te kopen zodat de overtredende winkelier een boete kan krijgen
loktieners	=	loktiener
lokus	noun	bepaald soort wit bloeiende heester, Hymenaea courbaril
lokusbomen	=	lokusboom
lokusboom	noun	Hymenaea courbaril een boom die voorkomt in Suriname en omstreken en die hardhout levert en een soort barnsteen
lokusboompje	=	lokusboom
lokusboompjes	=	lokusboom
lokussen	=	lokus
lokvink	noun	vink die men gebruikt als lokvogel om andere vinken te lokken en te vangen
lokvinken	=	lokvink
lokvinkje	=	lokvink
lokvinkjes	=	lokvink
lokvogel	noun	vogel, echt of namaak, om andere vogels te lokken
lokvogels	=	lokvogel
lokvogeltje	=	lokvogel
lokvogeltjes	=	lokvogel
lokvrouw	noun	vrouwelijke undercoveragent wordt ingezet om te zien of er ergens misstanden zijn en/of men zich wel aan de regels houdt
lokvrouwen	=	lokvrouw
lokvrouwtje	=	lokvrouw
lokvrouwtjes	=	lokvrouw
lokwoning	noun	woning die inbrekers verleidt om in te breken zodat de politie ze kan oppakken
lokwoningen	=	lokwoning
lokwoninkje	=	lokwoning
lokwoninkjes	=	lokwoning
lokzak	noun	vuilniszak die mensen uitlokt om illegaal vuilnis te dumpen zodat ze op heterdaad betrapt kunnen worden
lokzakken	=	lokzak
lokzet	noun	zet die de tegenpartij tot een verkeerde zet uit moet lokken
lokzetten	=	lokzet
lol	noun	plezier zn, grap zn
lolbroek	noun	iemand die graag (al of niet geslaagde) grappen uithaalt
lolbroeken	=	lolbroek
lolbroekerij	noun	flauwe grappenmakerij
lolbroekerijen	=	lolbroekerij
lolbroekje	=	lolbroek
lolbroekjes	=	lolbroek
lolcat	noun	plaatje van een kat waarin met witte blokletters langs boven en/of onderrand een tekst in fonetisch versimpeld Engels is geplaatst met grappig effect
lolcats	=	lolcat
lolde	=	lollen
lolden	=	lollen
lolita	noun	sensueel kindvrouwtje, pubermeisje als object en subject van seksuele gevoelens en ervaringen
lolita's	=	lolita
lolitaatje	=	lolita
lolitaatjes	=	lolita
lollardisch	adj	betreft de volgelingen van John Wycliffe een anticlericale beweging in het Engeland van het begin van de vijftiende eeuw
lollardische	=	lollardisch
lollardischer	=	lollardisch
lollardischere	=	lollardisch
lollardischers	=	lollardisch
lolle	=	lollen
lollen	verb	grappen maken; plezier maken
lollend	=	lollen
lollende	=	lollen
lollepot	noun	stenen vuurpot die vrouwen in de 17e en 18e eeuw gebruikten om hun benen en onderlichaam te verwarmen
lollepotje	=	lollepot
lollepotten	=	lollepot
lolletje	=	lol
lolletjes	=	lol
lollig	adj	grappig, komisch
lollige	=	lollig
lolliger	=	lollig
lolligere	=	lollig
lolligers	=	lollig
lolligs	=	lollig
lolligst	=	lollig
lolligste	=	lollig
lolly	noun	snoepje, bestaande uit een stuk geglaceerde vruchtensuiker op een stokje
lolly's	=	lolly
lolly'tje	=	lolly
lolly'tjes	=	lolly
lollyhouder	noun	een voorwerp dat speciaal is ontworpen om lolly's rechtop te houden of te beschermen
lollyhouders	=	lollyhouder
lollyhoudertje	=	lollyhouder
lollyhoudertjes	=	lollyhouder
lollykathaai	noun	Cephalurus cephalus een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
lollykathaaien	=	lollykathaai
lollykathaaitje	=	lollykathaai
lollykathaaitjes	=	lollykathaai
lolmaker	noun	iemand die veel plezier maakt
lolmakers	=	lolmaker
lolobal	noun	achtvormige bal met een kunststof schijf, waarop je staat en kunt springen
loloballen	=	lolobal
loloballetje	=	lolobal
loloballetjes	=	lolobal
lolt	=	lollen
loltrapper	noun	persoon die een hoop pret maakt
loltrappers	=	loltrapper
loltrapster	noun	vrouw die plezier maakt
loltrapsters	=	loltrapster
lom	noun	bepaald soort zeevis, Brosme brosme, behorende tot de dorsvissen
lombard	noun	een inwoner van Lombardije, of iemand afkomstig uit Lombardije
lombarden	=	lombard
lombardgroefbij	noun	Halictus langobardicus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
lombardgroefbijen	=	lombardgroefbij
lombardgroefbijtje	=	lombardgroefbij
lombardgroefbijtjes	=	lombardgroefbij
lombardijer	noun	een inwoner van Lombardije, gebied van Italië, of iemand afkomstig hiervan
lombardijers	=	lombardijer
lombardijs	adj	gerelateerd aan de streek Lombardije in Noord-Italië of diens bewoners
lombardijse	noun	een vrouwelijke inwoner van Lombardije, of een vrouw afkomstig uit Lombardije
lombardijsen	=	lombardijse
lombardijser	=	lombardijs
lombardijsere	=	lombardijs
lombardijsers	=	lombardijs
lombardijst	=	lombardijs
lombardijste	=	lombardijs
lombardisch	adj	met betrekking tot bovengenoemde taal
lombardische	=	lombardisch
lombardischer	=	lombardisch
lombardischere	=	lombardisch
lombardischers	=	lombardisch
lombardiër	noun	een inwoner van Lombardije, of iemand afkomstig uit Lombardije
lombardiërs	=	lombardiër
lombardje	=	lombard
lombardjes	=	lombard
lombok	noun	Spaanse peper, rode peper
lombokhoningeter	noun	Sugomel lombokia een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
lombokhoningeters	=	lombokhoningeter
lombokhoningetertje	=	lombokhoningeter
lombokhoningetertjes	=	lombokhoningeter
lombokje	=	lombok
lombokjes	=	lombok
lomboks	=	lombok
lome	=	loom
lomer	=	loom
lomere	=	loom
lomers	=	loom
lomig	adj	heel erg rustig
lomige	=	lomig
lomiger	=	lomig
lomigere	=	lomig
lomigers	=	lomig
lomigs	=	lomig
lomigst	=	lomig
lomigste	=	lomig
lommen	=	lom
lommer	noun	schaduw
lommerd	noun	een kredietinstelling waar leningen afgesloten kunnen worden tegen een onderpand van roerende goederen, waarbij die goederen bij niet terugbetalen door de lommerd worden verkocht.
lommerdje	=	lommerd
lommerdjes	=	lommerd
lommerds	=	lommerd
lommerig	adj	van een boom of struik dat hij schaduw verspreidt
lommerige	=	lommerig
lommeriger	=	lommerig
lommerigere	=	lommerig
lommerigers	=	lommerig
lommerigs	=	lommerig
lommerigst	=	lommerig
lommerigste	=	lommerig
lommerloos	adj	zonder schaduw van bomen
lommerloost	=	lommerloos
lommerlooste	=	lommerloos
lommerloze	=	lommerloos
lommerlozer	=	lommerloos
lommerlozere	=	lommerloos
lommerlozers	=	lommerloos
lommerrijk	adj	met veel bomen die veel schaduw geven
lommerrijke	=	lommerrijk
lommerrijker	=	lommerrijk
lommerrijkere	=	lommerrijk
lommerrijkers	=	lommerrijk
lommerrijks	=	lommerrijk
lommerrijkst	=	lommerrijk
lommerrijkste	=	lommerrijk
lomp	noun	vod [1]	adj	zich op een onwellevende en onbehouwen manier gedragend
lompe	=	lomp
lompen	=	lomp
lompenkever	noun	Trox sabulosus een keversoort uit de familie beenderknagers (Trogidae).
lompenkevers	=	lompenkever
lompenkevertje	=	lompenkever
lompenkevertjes	=	lompenkever
lompenproletariaat	noun	bij Marx de onderste volkslaag onder het eigenlijke proletariaat, de asocialen, criminelen, zwervers, maar ook mensen zonder vaste manier van kostwinning
lompenproletariaten	=	lompenproletariaat
lompenvis	noun	Icosteus aenigmaticus een straalvinnige vis uit het noorden van de Grote Oceaan.
lompenvisje	=	lompenvis
lompenvisjes	=	lompenvis
lompenvissen	noun	een familie Icosteidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
lomper	=	lomp
lomperd	noun	een onhandig persoon
lomperdje	=	lomperd
lomperdjes	=	lomperd
lomperds	=	lomperd
lompere	=	lomp
lomperik	noun	onhandig/onbeholpen/lomp iemand, meestal van het mannelijke geslacht
lomperiken	=	lomperik
lomperikje	=	lomperik
lomperikjes	=	lomperik
lompers	=	lomp
lompheden	=	lompheid
lompheid	noun	grove onbeleefdheid
lompobattangboszanger	noun	Phylloscopus sarasinorum een endemische vogelsoort uit de familie van de Phylloscopidae
lompobattangboszangers	=	lompobattangboszanger
lompobattangboszangertje	=	lompobattangboszanger
lompobattangboszangertjes	=	lompobattangboszanger
lompoe	noun	Batrachoides surinamensis een straalvinnige vis uit de familie van kikvorsvissen (familie Batrachoididae, orde Batrachoidiformes), die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan
lompoes	=	lompoe
lomps	=	lomp
lompst	=	lomp
lompste	=	lomp
lompweg	adv	op een ruwe, lompe manier iets doen of laten
lomscholen	=	lomschool
lomschool	noun	school voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden
lomschooltje	=	lomschool
lomschooltjes	=	lomschool
londenaar	noun	een inwoner van Londen, of iemand afkomstig uit Londen
londenaars	=	londenaar
londenaren	=	londenaar
londens	adj	op Londen betrekking hebbend
londensch	=	londens
londense	noun	een vrouwelijke inwoner van Londen, of een vrouw afkomstig uit Londen
londensen	=	londense
londenser	=	londens
londensere	=	londens
londensers	=	londens
londenst	=	londens
londenste	=	londens
lone	=	lonen
lonen	verb	voordeel opleveren, een resultaat opleveren dat opweegt tegen de daarmee gemoeide kosten en inspanningen
lonend	adj	van werk of andere activiteit dat je er voordeel van ondervindt; dat het de moeite waard is
lonende	=	lonen
lonender	=	lonend
lonendere	=	lonend
lonenders	=	lonend
lonends	=	lonend
lonendst	=	lonend
lonendste	=	lonend
loner	noun	iemand die alles alleen doet
loners	=	loner
lonewolftheorie	noun	vermoeden dat een bepaalde misdaad door één persoon is gepleegd zonder hulp van anderen
lonewolftheorieën	=	lonewolftheorie
long	noun	orgaan waarin gaswisseling plaatsvindt tussen lucht en bloed ten behoeve van het metabolisme	adj	lang
longaandoening	noun	ziekte van de longen
longaandoeningen	=	longaandoening
longaandoeninkje	=	longaandoening
longaandoeninkjes	=	longaandoening
longaanval	noun	plotselinge benauwdheid door een longaandoening; plotselinge benauwdheid door COPD of astma
longaanvallen	=	longaanval
longaanvalletje	=	longaanval
longaanvalletjes	=	longaanval
longabces	noun	een abces in een long
longabcesje	=	longabces
longabcesjes	=	longabces
longabcessen	=	longabces
longader	noun	bloedvat waardoor het zuurstofrijke bloed van de longen naar de linker boezem van het hart stroomt
longaderen	=	longader
longaders	=	longader
longan	noun	Dimocarpus longan een vrucht is een plant uit de zeepboomfamilie.
longarts	noun	medisch specialist voor longziekten
longartsen	=	longarts
longartsje	=	longarts
longartsjes	=	longarts
longautomaat	noun	inrichting aan een ademhalingstoestel die automatisch de toevoer van de benodigde lucht regelt
longautomaatje	=	longautomaat
longautomaatjes	=	longautomaat
longautomaten	=	longautomaat
longblaasje	noun	een blaasje in de longen waarin gasuitwisseling plaatsvindt
longblaasjes	=	longblaasje
longbloeding	noun	bloedverlies vanuit de longen
longbloedingen	=	longbloeding
longbloedinkje	=	longbloeding
longbloedinkjes	=	longbloeding
longboard	noun	soort skateboard van langer dan een meter
longboards	=	longboard
longcapaciteit	noun	de maximale hoeveelheid lucht die men met een ademhaling kan in- of uitademen
longcapaciteiten	=	longcapaciteit
longcarepatiënt	noun	patiënt die langdurige (intramurale) zorg nodig heeft
longcarepatiënten	=	longcarepatiënt
longcarepatiëntje	=	longcarepatiënt
longcarepatiëntjes	=	longcarepatiënt
longchirurgie	noun	chirurgie aan of in de longen
longchirurgieën	=	longchirurgie
longcovidbehandeling	noun	aanpak van langdurige klachten na een COVID-19-infectie, vaak door middel van een multidisciplinair behandelplan.
longcovidbehandelingen	=	longcovidbehandeling
longcovidbehandelingetje	=	longcovidbehandeling
longcovidbehandelingetjes	=	longcovidbehandeling
longcovidpatiënt	noun	persoon met langdurige gezondheidsklachten na een coronabesmetting
longcovidpatiënten	=	longcovidpatiënt
longcovidpatiëntje	=	longcovidpatiënt
longcovidpatiëntjes	=	longcovidpatiënt
longdrink	noun	een mixdrank die typisch een groter volume bevat (16 tot 40 cl) en meestal bestaat uit twee dranken: een alcoholische en een niet-alcoholische en wordt geserveerd in een hoog glas
longdrinkje	=	longdrink
longdrinkjes	=	longdrink
longdrinks	=	longdrink
longe	noun	lijn om een paard aan te laten lopen
longeer	=	longeren
longeerde	=	longeren
longeerden	=	longeren
longeert	=	longeren
longembolie	noun	verstopping van de longslagader
longembolieën	=	longembolie
longemfyseem	noun	een toestand waarin de longen sterker uitgerekt zijn dan normaal terwijl de interne microstructuur ervan, in de vorm van de longblaasjes en de fijne tussenschotjes daartussen, deels verloren is gegaan zonder dat er duidelijke longfibrose is opgetreden
longemfysemen	=	longemfyseem
longen	=	long
longer	=	long
longere	=	longeren
longeren	verb	een paard aan een lijn, ofwel longe, in een cirkel laten lopen
longerend	=	longeren
longerende	=	longeren
longes	=	longe
longetje	=	long
longetjes	=	long
longfibrose	noun	een longziekte waarbij vorming van bindweefsel in de longen optreedt waardoor het longweefsel minder goed functioneert
longfibrosen	=	longfibrose
longfibroses	=	longfibrose
longfibrosetje	=	longfibrose
longfibrosetjes	=	longfibrose
longfiller	noun	sigaar waarvan het binnenwerk uit opgerolde hele tabaksbladeren bestaat
longfillers	=	longfiller
longfoto	noun	een afbeelding van de longen gemaakt met röntgenstralen
longfoto's	=	longfoto
longfunctie	noun	doel of taak van de long binnen het lichaam
longfuncties	=	longfunctie
longhaarworm	noun	Capillaria aerophila een parasitaire rondworm uit het geslacht haarwormen.
longhaarwormen	=	longhaarworm
longhaarwormpje	=	longhaarworm
longhaarwormpjes	=	longhaarworm
longhouse	noun	traditioneel langwerpig, op palen gebouwd woonhuis, meestal met een lange galerij waaraan gezamenlijke ruimten en woonvertrekken liggen, met name in Maleisië en op Borneo
longhouseje	=	longhouse
longhousejes	=	longhouse
longhouses	=	longhouse
longinfarct	noun	verstopping van een bloedvat in de longen, leidend tot het afsterven van longweefsel
longinfarcten	=	longinfarct
longitude	noun|formal	geografische lengte (meer gebruikelijk: lengtegraad)
longituden	=	longitude
longitudetje	=	longitude
longitudetjes	=	longitude
longitudinaal	adj	op de lengte betrekking hebbend, de lengterichting volgend
longitudinaals	=	longitudinaal
longitudinaalst	=	longitudinaal
longitudinaalste	=	longitudinaal
longitudinale	=	longitudinaal
longitudinaler	=	longitudinaal
longitudinalere	=	longitudinaal
longitudinalers	=	longitudinaal
longkanker	noun	kwaadaardig longgezwel meestal ontstaan door (mee)roken maar ook door het inademen van asbestdeeltjes (echter voor Nederland is uitgerekend dat meer mensen longkanker krijgen door meeroken dan door asbest)
longkankers	=	longkanker
longkruid	noun	een geslacht Pulmonaria van planten uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
longkruidje	=	longkruid
longkruidmetselbij	noun	Osmia pilicornis een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
longkruidmetselbijen	=	longkruidmetselbij
longkruidmetselbijtje	=	longkruidmetselbij
longkruidmetselbijtjes	=	longkruidmetselbij
longlist	noun	eerste selectie van personen of voorwerpen waaruit gekozen kan worden bij een verkiezing
longlists	=	longlist
longmanspitssnuitdolfijn	noun	Indopacetus pacificus een walvisachtige uit de familie der spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae).
longmanspitssnuitdolfijnen	=	longmanspitssnuitdolfijn
longmanspitssnuitdolfijntje	=	longmanspitssnuitdolfijn
longmanspitssnuitdolfijntjes	=	longmanspitssnuitdolfijn
longoedeem	noun	vochtophoping in de longblaasjes meestal ontstaan door hartfalen
longoedeempje	=	longoedeem
longoedeempjes	=	longoedeem
longoedemen	=	longoedeem
longontsteking	noun	een ontsteking in de longen
longontstekingen	=	longontsteking
longontstekingetje	=	longontsteking
longontstekinkje	=	longontsteking
longontstekinkjes	=	longontsteking
longoperatie	noun	een chirurgische ingreep aan de longen
longoperaties	=	longoperatie
longoperatietje	=	longoperatie
longoperatietjes	=	longoperatie
longpatiënt	noun	iemand die aan een longkwaal lijdt
longpatiënten	=	longpatiënt
longpatiëntje	=	longpatiënt
longpatiëntjes	=	longpatiënt
longpest	noun	ernstige infectieziekte van de longen veroorzaakt door Yersinia pestis
longprobleem	noun	een aandoening van de longen
longprobleempje	=	longprobleem
longprobleempjes	=	longprobleem
longproblemen	=	longprobleem
longread	noun	lang achtergrond artikel in een krant, tijdschrift of op het internet
longreads	=	longread
longroom	noun	gemeenschappelijke kamer van de officieren aan boord van een oorlogsschip
longrooms	=	longroom
longscan	noun	een CT-scan gemaakt van de longen
longscans	=	longscan
longschade	noun	een beschadiging van een of beide longen
longschaden	=	longschade
longschades	=	longschade
longshot	noun	een wilde gok die maar een kleine kans heeft om uit te komen
longshots	=	longshot
longslagader	noun	bloedvat dat vanuit de rechter hartkamer naar de longen gaat
longslagaderen	=	longslagader
longslagaders	=	longslagader
longslagadertje	=	longslagader
longslagadertjes	=	longslagader
longslak	noun	door longen ademende slakken (Pulmonata)
longslakje	=	longslak
longslakjes	=	longslak
longslakken	noun	een orde Pulmonata van weekdieren (Mollusca) die behoren tot de slakken (Gastropoda).
longstay	noun	langdurig verblijf, met name in een inrichting of tbs-kliniek
longstayafdeling	noun	afdeling bestemd voor langdurig verblijf
longstayafdelingen	=	longstayafdeling
longstayer	noun	patiënt die langdurig in een psychiatrische inrichting of tbs-kliniek verblijft
longstayers	=	longstayer
longstayplaats	noun	plek voor langdurig verblijf
longstayplaatsen	=	longstayplaats
longstays	=	longstay
longtop	noun	bovenste deel van een long
longtoppen	=	longtop
longtuberculose	noun	ziekte veroorzaakt door infectie van de longen met de tuberkelbacterie Mycobacterium tuberculosis
longvaatje	=	longvat
longvaatjes	=	longvat
longvat	noun	haarvat in de longen
longvaten	=	longvat
longvirus	noun	een virus dat zich nestelt in de longen
longvirusje	=	longvirus
longvirusjes	=	longvirus
longvirussen	=	longvirus
longvis	noun	Sarcopterygii vis met kieuwen én longen
longvisch	=	longvis
longvisje	=	longvis
longvissen	noun	een onderklasse Dipnoi van tropische, in zoetwater levende vissen die nauw verwant zijn aan de viervoeters (Tetrapoda).
longvlies	noun	vlies dat de longen omgeeft zodat ze vrij van de omgeving kunnen bewegen tijdens de ademhaling
longvliesje	=	longvlies
longvliesjes	=	longvlies
longvlieskanker	noun	nieuwvorming van het longvlies meestal veroorzaakt door blootstelling aan asbest
longvlieskankers	=	longvlieskanker
longvliezen	=	longvlies
longweefsel	noun	benaming voor een stukje van het sponsachtige geheel van cellen waardoor in de ademhalingsorganen bloedvaten zuurstof kunnen opnemen en koolzuur kunnen uitscheiden
longweefsels	=	longweefsel
longziekte	noun	een ziekte aan één of meer longen
longziekten	=	longziekte
longziektes	=	longziekte
lonk	=	lonken
lonke	=	lonken
lonken	verb	verleidelijk knipogen
lonkend	=	lonken
lonkende	=	lonken
lonkt	=	lonken
lonkte	=	lonken
lonkten	=	lonken
lonsdaler	noun	jongere met extreemrechtse politieke voorkeuren die kleren van het merk Lonsdale draagt
lonsdalers	=	lonsdaler
lonsdaleïet	noun	zeer harde vorm van diamant
lont	noun	koord voor het (veilig) aansteken van iets ontplofbaars
lontara	noun	benaming voor oude documenten in het Boeginees en Makassaars
lontara's	=	lontara
lonten	=	lont
lontje	=	lont
lontjes	=	lont
loochen	=	loochenen
loochenbaar	adj	geloochend kunnende worden
loochenbaarder	=	loochenbaar
loochenbaardere	=	loochenbaar
loochenbaarders	=	loochenbaar
loochenbaars	=	loochenbaar
loochenbaarst	=	loochenbaar
loochenbaarste	=	loochenbaar
loochenbare	=	loochenbaar
loochende	=	loochenen
loochenden	=	loochenen
loochene	=	loochenen
loochenen	verb|formal	iets tot een leugen verklaren
loochenend	=	loochenen
loochenende	=	loochenen
loochening	noun	het loochenen, de ontkenning
loocheningen	=	loochening
loochent	=	loochenen
lood	noun	een scheikundig element met symbool Pb en atoomnummer 82, het is een donkergrijs hoofdgroepmetaal met een hoog soortelijke gewicht
loodaccu	noun	een in 1859 uitgevonden oplaadbare galvanische cel (of een reeks in serie geschakelde cellen van dit type) en daarmee een van de oudste accutypen.
loodaccu's	=	loodaccu
loodaccuutje	=	loodaccu
loodaccuutjes	=	loodaccu
loodacetaat	noun	azijnzuur zout van lood
loodacetaten	=	loodacetaat
loodarm	adj	met weinig of geen lood
loodarme	=	loodarm
loodarmer	=	loodarm
loodarmere	=	loodarm
loodarmers	=	loodarm
loodarms	=	loodarm
loodarmst	=	loodarm
loodarmste	=	loodarm
loodas	noun	verbinding die ontstaat wanneer gesmolten lood aan de lucht wordt blootgesteld
loodatomen	=	loodatoom
loodatoom	noun	een atoom van het chemisch element lood.
loodatoompje	=	loodatoom
loodatoompjes	=	loodatoom
loodazijn	noun	basisch loodacetaat, dat een belangrijke rol speelt bij de bereiding van loodwit
loodbekje	noun	Euodice malabarica een zangvogeltje behorend tot de familie van de prachtvinken.
loodbekjes	=	loodbekje
loodcarbonaat	noun	verbinding met de formule PbCO₃
loodcarbonaten	=	loodcarbonaat
loodde	=	loden
looddeeltje	noun	de kern van een loodatoom
looddeeltjes	=	looddeeltje
loodden	=	loden
looderts	noun	gesteente waaruit het metaal lood kan worden gewonnen
loodertsen	=	looderts
loodgehalte	noun	hoeveelheid lood (Pb) in verhouding tot de totale hoeveelheid van een bepaald materiaal Vroeger veel gebruikt in verband met benzine, waaraan lood werd toegevoerd om het regelmatiger lopen van de motor te bevorderen.
loodgehalten	=	loodgehalte
loodgehaltes	=	loodgehalte
loodgieter	noun	vakman die zich bezighoudt met de aanleg en het onderhoud van sanitair, verwarmingsinstallaties, waterleidingen en/of riolering
loodgieters	=	loodgieter
loodgietertje	=	loodgieter
loodgietertjes	=	loodgieter
loodglans	noun	verbinding van lood met zwavel, het belangrijkste looderts met de chemische formule PbS
loodgordel	noun	een gordel bedoeld om het duiklood te dragen van een duiker of snorkelaar, onderdeel van de duikuitrusting of snorkeluitrusting.
loodgordels	=	loodgordel
loodgordeltje	=	loodgordel
loodgordeltjes	=	loodgordel
loodgrijs	adj	op de kleur van lood gelijkend blauwachtig grijs
loodgrijst	=	loodgrijs
loodgrijste	=	loodgrijs
loodgrijze	=	loodgrijs
loodgrijzen	=	loodgrijs
loodgrijzer	=	loodgrijs
loodgrijzere	=	loodgrijs
loodgrijzers	=	loodgrijs
loodhoudend	adj	lood bevattend
loodhoudende	=	loodhoudend
loodhoudender	=	loodhoudend
loodhoudendere	=	loodhoudend
loodhoudenders	=	loodhoudend
loodhoudends	=	loodhoudend
loodhoudendst	=	loodhoudend
loodhoudendste	=	loodhoudend
loodje	noun	gestempeld stukje metaal dat door vaste verbinding met een draadje officieel bewijst dat het verbonden voorwerp een bepaalde status heeft
loodjes	=	lood
loodkeelhoningeter	noun	Ptiloprora plumbea een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
loodkeelhoningeters	=	loodkeelhoningeter
loodkeelhoningetertje	=	loodkeelhoningeter
loodkeelhoningetertjes	=	loodkeelhoningeter
loodkleurig	adj	met een blauwgrijze kleur
loodkleurige	=	loodkleurig
loodkleuriger	=	loodkleurig
loodkleurigere	=	loodkleurig
loodkleurigers	=	loodkleurig
loodkleurigs	=	loodkleurig
loodkleurigst	=	loodkleurig
loodkleurigste	=	loodkleurig
loodkristal	noun	glas met een percentage loodoxide
loodkruid	noun	een klein geslacht Ceratostigma met zeven vertegenwoordigers in Oost-Azië en één in de Hoorn van Afrika, behorende tot de strandkruidfamilie (Plumbaginaceae)
loodkruidblauwtje	noun	Turanana taygetica een vlinder uit de familie van de Lycaenidae.
loodkruidblauwtjes	=	loodkruidblauwtje
loodkruiden	=	loodkruid
loodkruidje	=	loodkruid
loodkruidjes	=	loodkruid
loodkruinvliegenpikker	noun	Phyllomyias plumbeiceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
loodkruinvliegenpikkers	=	loodkruinvliegenpikker
loodkruinvliegenpikkertje	=	loodkruinvliegenpikker
loodkruinvliegenpikkertjes	=	loodkruinvliegenpikker
loodlepel	noun	grote ijzeren lepel waarmee gesmolten lood uit de smeltpot geschept wordt
loodlepels	=	loodlepel
loodlepeltje	=	loodlepel
loodlepeltjes	=	loodlepel
loodlijn	noun	een lijn die een rechte hoek maakt met de raaklijn van de figuur waarop zij wordt neergelaten
loodlijnen	=	loodlijn
loodlijntje	=	loodlijn
loodlijntjes	=	loodlijn
loodlijnwortelmot	noun	Dichrorampha plumbagana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
loodlijnwortelmotje	=	loodlijnwortelmot
loodlijnwortelmotjes	=	loodlijnwortelmot
loodlijnwortelmotten	=	loodlijnwortelmot
loodlijst	noun	een strook gegroefd lood waarmee glas in lood tezamen gehouden wordt
loodlijsten	=	loodlijst
loodlijstje	=	loodlijst
loodlijstjes	=	loodlijst
loodmenie	noun	een oranjekleurige anorganische verbinding van lood en zuurstof met als brutoformule Pb₃O₄ die gebruikt wordt als roestwerende grondverf
loodmenietje	=	loodmenie
loodmenieën	=	loodmenie
loodrecht	adj	verticaal, in één lijn met het middelpunt van de aarde, in de richting van een schietlood, haaks op de horizon
loodrechte	=	loodrecht
loodrechter	=	loodrecht
loodrechtere	=	loodrecht
loodrechters	=	loodrecht
loodrechts	=	loodrecht
loodrechtst	=	loodrecht
loodrechtste	=	loodrecht
loodruglijster	noun	Turdus reevei een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
loodruglijsters	=	loodruglijster
loodruglijstertje	=	loodruglijster
loodruglijstertjes	=	loodruglijster
loods	noun	gebouw voor opslag van goederen
loodsbaarzen	noun	een familie Kyphosidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
loodse	=	loodsen
loodsen	verb	veilig langs lastige plekken leiden
loodsend	=	loodsen
loodsende	=	loodsen
loodsje	=	loods
loodsjes	=	loods
loodslab	noun	strook geplet lood die in een horizontale voeg van het metselwerk wordt bevestigd op plaatsen waar het water ergens overheen moet vloeien
loodslabben	=	loodslab
loodslieden	=	loodsman
loodslui	=	loodsman
loodsman	noun	iemand die schepen als stuurman begeleidt bij het varen van en naar een bepaalde haven
loodsmannen	=	loodsman
loodsmannetje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vis, Naucrates ductor uit het monotypische geslacht Naucrates in de familie van horsmakrelen (Carangidae) en de orde baarsachtigen (Perciformes)
loodsmannetjes	=	loodsman
loodsolderen	verb	door lood te smelten en weer te laten stollen een vaste verbinding tussen metalen onderdelen maken
loodspaat	noun	een lood-sulfaat met de chemische formule PbSO₄
loodst	=	loodsen
loodste	=	loodsen
loodsten	=	loodsen
loodsuiker	noun	loodacetaat schijnt ooit door de Romeinen gebruikt te zijn om wijn zoeter te maken is echter giftig
loodsuikers	=	loodsuiker
loodsuikertje	=	loodsuiker
loodsuikertjes	=	loodsuiker
loodsvogel	noun	Pycnoptilus floccosus een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
loodsvogels	=	loodsvogel
loodsvogeltje	=	loodsvogel
loodsvogeltjes	=	loodsvogel
loodswezen	noun	alles wat te maken heeft met de begeleiding van schepen in havens
loodswezens	=	loodswezen
loodswezentje	=	loodswezen
loodswezentjes	=	loodswezen
loodt	=	loden
loodverbinding	noun	stof waarin lood (Pb) een chemische binding met een of meer andere elementen is aangegaan
loodverbindingen	=	loodverbinding
loodverbindinkje	=	loodverbinding
loodverbindinkjes	=	loodverbinding
loodverf	noun	met loodhoudende bestanddelen bereide verf bijv. loodmenie of loodwit
loodverfje	=	loodverf
loodverfjes	=	loodverf
loodvergiftigd	adj	omgeving of organisme waarin het gehalte lood of loodverbinding zo hoog is dat de gezondheid wordt bedreigd
loodvergiftigde	=	loodvergiftigd
loodvergiftigds	=	loodvergiftigd
loodvergiftiging	noun	vergiftiging door lood
loodvergiftigingen	=	loodvergiftiging
loodvergiftigingetje	=	loodvergiftiging
loodvergiftigingetjes	=	loodvergiftiging
loodverontreiniging	noun	teveel lood of loodverbindingen in een bepaalde omgeving als gevolg van uitstoot bij menselijke activiteiten
loodverontreinigingen	=	loodverontreiniging
loodverven	=	loodverf
loodvervuiling	noun	teveel lood of loodverbindingen in een bepaalde omgeving als gevolg van uitstoot bij menselijke activiteiten
loodvervuilingen	=	loodvervuiling
loodveter	noun	snoer met daarin kleine loodkogels die in de onderzoom van vitrages en gordijnen aangebracht wordt om ze strak en recht te laten hangen
loodveters	=	loodveter
loodvrij	adj	zonder of met weinig lood
loodvrije	=	loodvrij
loodvrijer	=	loodvrij
loodvrijere	=	loodvrij
loodvrijers	=	loodvrij
loodvrijs	=	loodvrij
loodvrijst	=	loodvrij
loodvrijste	=	loodvrij
loodwit	noun	een witte verfstof met bestanddelen van lood
loodwitten	=	loodwit
loodziekte	noun	loodvergiftiging, loodkoliek, loodintoxicatie, saturnisme
loodziekten	=	loodziekte
loodziektes	=	loodziekte
loodzwaar	adj	heel erg zwaar
loodzwaars	=	loodzwaar
loodzware	=	loodzwaar
loof	noun	gebladerte
loofbomen	=	loofboom
loofboom	noun	boom met bladeren
loofboombladroller	noun	Gypsonoma dealbana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
loofboombladrollers	=	loofboombladroller
loofboombladrollertje	=	loofboombladroller
loofboombladrollertjes	=	loofboombladroller
loofboomdwergspanner	noun	Eupithecia exiguata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
loofboomdwergspanners	=	loofboomdwergspanner
loofboomdwergspannertje	=	loofboomdwergspanner
loofboomdwergspannertjes	=	loofboomdwergspanner
loofboompje	=	loofboom
loofboompjes	=	loofboom
loofbos	noun	een bos waarin bomen en struiken 's winters hun bladeren verliezen
loofbosje	=	loofbos
loofbosjes	=	loofbos
loofbosschuinschild	noun	Trapezonotus dispar een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
loofbosschuinschilden	=	loofbosschuinschild
loofbosschuinschildje	=	loofbosschuinschild
loofbosschuinschildjes	=	loofbosschuinschild
loofbossen	=	loofbos
loofbosspleetkooltje	noun	Hysterium pulicare een paddenstoel uit de familie Hysteriaceae.
loofbosspleetkooltjes	=	loofbosspleetkooltje
loofde	=	loven
loofden	=	loven
loofgang	noun	een pad waarbij aan beide zijden heggen staan, die aan de bovenzijde met elkaar zijn verbonden, zodat een soort tunnel ontstaat
loofgangen	=	loofgang
loofgangetje	=	loofgang
loofgangetjes	=	loofgang
loofgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6002 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6002 ( ).
loofgroene	=	loofgroen
loofgroens	=	loofgroen
loofhout	noun	loofbomen
loofhoutboktor	noun	Anoplophora glabripennis een kever uit de familie boktorren (Cerambicidae).
loofhoutboktorren	=	loofhoutboktor
loofhoutboktorretje	=	loofhoutboktor
loofhoutboktorretjes	=	loofhoutboktor
loofhoutfranjekelkje	noun	Lachnum impudicum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
loofhoutfranjekelkjes	=	loofhoutfranjekelkje
loofhoutje	=	loofhout
loofhoutjes	=	loofhout
loofhoutsapzweefvlieg	noun	Brachyopa scutellaris een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
loofhoutsapzweefvliegen	=	loofhoutsapzweefvlieg
loofhoutsapzweefvliegje	=	loofhoutsapzweefvlieg
loofhoutsapzweefvliegjes	=	loofhoutsapzweefvlieg
loofhut	noun	hut gemaakt van bladeren
loofhutje	=	loofhut
loofhutjes	=	loofhut
loofhutten	=	loofhut
loofkortschildboktor	noun	Glaphyra umbellatarum een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
loofkortschildboktorren	=	loofkortschildboktor
loofkortschildboktorretje	=	loofkortschildboktor
loofkortschildboktorretjes	=	loofkortschildboktor
loofreuzenboktor	noun	Aegosoma scabricorne een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
loofreuzenboktorren	=	loofreuzenboktor
loofreuzenboktorretje	=	loofreuzenboktor
loofreuzenboktorretjes	=	loofreuzenboktor
loofrijk	adj|poetic	met veel bladeren
loofrijke	=	loofrijk
loofrijker	=	loofrijk
loofrijkere	=	loofrijk
loofrijkers	=	loofrijk
loofrijks	=	loofrijk
loofrijkst	=	loofrijk
loofrijkste	=	loofrijk
looft	=	loven
looftiran	noun	een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae)
looftirannen	noun	een geslacht Phylloscartes van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
looftirannetje	=	looftiran
looftirannetjes	=	looftiran
loofwerk	noun	lofwerk
loofwerken	=	loofwerk
loofwerkje	=	loofwerk
loofwerkjes	=	loofwerk
loog	noun	een alkalische substantie
loogde	=	logen
loogden	=	logen
loogdoek	noun	doek waarin men as doet bij het uitlogen
loogdoeken	=	loogdoek
loogdoekje	=	loogdoek
loogdoekjes	=	loogdoek
loogen	=	leugen
loogje	=	loog
loogjes	=	loog
loogkruid	noun	een geslacht Salsola van bloeiende planten uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
loogkruiden	=	loogkruid
loogkruidje	=	loogkruid
loogkruidjes	=	loogkruid
loogkruidlichtmot	noun	Gymnancyla canella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
loogkruidlichtmotje	=	loogkruidlichtmot
loogkruidlichtmotjes	=	loogkruidlichtmot
loogkruidlichtmotten	=	loogkruidlichtmot
loogkuip	noun	een waskuip waarin met met behulp van as linnengoed kan wassen
loogkuipen	=	loogkuip
loogkuipje	=	loogkuip
loogkuipjes	=	loogkuip
loogt	=	logen
loogzout	noun	zout dat zich opgelost in water als een base gedraagt
loogzouten	=	loogzout
loogzoutje	=	loogzout
loogzoutjes	=	loogzout
looi	=	looien
looide	=	looien
looiden	=	looien
looie	=	looien
looien	verb	het bewerken van een dierenhuid ter vervaardiging van leer
looienaar	noun	een inwoner van Tessenderlo, of iemand afkomstig uit Tessenderlo
looienaars	=	looienaar
looienaartje	=	looienaar
looienaartjes	=	looienaar
looienaren	=	looienaar
looiend	=	looien
looiende	=	looien
looier	noun	een persoon die van de huid van dieren leer maakt
looierij	noun	bedrijf waar men van dierenhuiden leer maakt
looierijen	=	looierij
looiers	=	looier
looierskuip	noun	een kuip waarin huiden bereid worden
looierskuipen	=	looierskuip
looierskuipje	=	looierskuip
looierskuipjes	=	looierskuip
looiertje	=	looier
looiertjes	=	looier
looiig	adj	van groot gewicht
looiige	=	looiig
looiiger	=	looiig
looiigere	=	looiig
looiigers	=	looiig
looiigs	=	looiig
looiigst	=	looiig
looiigste	=	looiig
looiing	noun	de handeling van het looien, het maken van dierenhuiden tot leder
looiingen	=	looiing
looiinkje	=	looiing
looiinkjes	=	looiing
loois	adj	van, uit, betreffende of als in Tessenderlo
looise	noun	een vrouwelijke inwoner van de plaats of gemeente Tessenderlo
looisen	=	looise
looiser	=	loois
looisere	=	loois
looisers	=	loois
looist	=	loois
looiste	=	loois
looister	noun|historical	vrouw die dierenhuiden bewerkt tot leer
looisters	=	looister
looit	=	looien
looizuren	=	looizuur
looizuur	noun	organisch zuur dat voorkomt in eikenschors, thee enz., dat huiden in leer doet overgaan
look	noun	benaming voor planten uit het geslacht Allium, lelieachtigen als knoflook, prei en ui
look-populierenroest	noun	Melampsora allii-populina een schimmel behorend tot de familie Melampsoraceae.
look-populierenroesten	=	look-populierenroest
look-populierenroestje	=	look-populierenroest
look-populierenroestjes	=	look-populierenroest
look-wilgenroest	noun	Melampsora allii-fragilis een schimmel behorend tot de familie Melampsoraceae.
look-wilgenroesten	=	look-wilgenroest
look-wilgenroestje	=	look-wilgenroest
look-wilgenroestjes	=	look-wilgenroest
look-zonder-look	noun	Alliaria petiolata een algemeen voorkomende plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
lookalike	noun	iemand die heel veel lijkt op iemand anders
lookalikes	=	lookalike
lookfamilie	noun	een familie Alliaceae van kruidachtige, overblijvende kruiden.
lookfamilies	=	lookfamilie
lookfamilietje	=	lookfamilie
lookfamilietjes	=	lookfamilie
lookglansslak	noun	Oxychilus alliarius een slakkensoort uit de familie van de Oxychilidae.
lookglansslakje	=	lookglansslak
lookglansslakjes	=	lookglansslak
lookglansslakken	=	lookglansslak
lookje	=	look
lookjes	=	look
lookmaskerbij	noun	Hylaeus punctulatissimus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
lookmaskerbijen	=	lookmaskerbij
lookmaskerbijtje	=	lookmaskerbij
lookmaskerbijtjes	=	lookmaskerbij
lookroest	noun	Puccinia allii een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
lookroesten	=	lookroest
lookroestje	=	lookroest
lookroestjes	=	lookroest
looks	=	look
looksaus	noun	soort mayonaise met knoflook om een ander gerecht extra smaak te geven
looksausen	=	looksaus
looksausje	=	looksaus
looksausjes	=	looksaus
looksauzen	=	looksaus
lookt	=	luiken
lookworst	noun	vooral met knoflook gekruid gemalen vlees in een langwerpige ronde vorm, ook in plakjes gesneden als broodbeleg
lookworsten	=	lookworst
lookworstje	=	lookworst
lookworstjes	=	lookworst
loom	adj	weinig geneigd zich te bewegen, weinig uitnodigend tot beweging
loomarmbandje	noun	armbandje gemaakt van kleurige elastiekjes
loomarmbandjes	=	loomarmbandje
loomband	noun	armbandje gemaakt van kleurige elastiekjes
loombanden	=	loomband
loombandje	=	loomband
loombandjes	=	loomband
loomde	=	loomen
loomden	=	loomen
loome	=	loomen
loomelastiekje	noun	kleurig elastiekje waar men armbandjes van kan maken
loomelastiekjes	=	loomelastiekje
loomen	verb	gekleurde elastiekjes weven, bijvoorbeeld tot een armbandje
loomend	=	loomen
loomende	=	loomen
loomheden	=	loomheid
loomheid	noun	het vermoeid, lui en loom zijn zowel geestelijk als lichamelijk
looms	=	loom
loomst	=	loom
loomste	=	loom
loomt	=	loomen
loomte	noun	grote rust, slaperigheid
loomtes	=	loomte
loon	noun	financiële vergoeding voor geleverde arbeid
loon-prijsspiraal	noun	het voortdurend toenemen van lonen en prijzen door doorberekening van de gestegen loonkosten in de prijzen
loon-prijsspiralen	=	loon-prijsspiraal
loonaanbod	noun	loon dat door een werkgever wordt aangeboden aan een werknemer
loonachterstand	noun	het achterblijven van een loonniveau van een bevolkingsgroep bij de algemene trend
loonachterstanden	=	loonachterstand
loonachterstandje	=	loonachterstand
loonachterstandjes	=	loonachterstand
loonactie	noun	actie van werknemers voor betere arbeidsvoorwaarden
loonacties	=	loonactie
loonactietje	=	loonactie
loonactietjes	=	loonactie
loonadministratie	noun	de afdeling van een bedrijf dat zich bezighoudt met het betalen van het loon aan de personeelsleden van dat bedrijf
loonadministraties	=	loonadministratie
loonakkoord	noun	afspraak over de hoogte van salarissen in een bedrijf of bedrijfstak tussen vakbonden en werkgever(s)
loonakkoorden	=	loonakkoord
loonarbeid	noun	arbeid waarvoor men loon ontvangt
loonarbeider	noun	persoon die voor een geldelijke beloning arbeid verricht voor de opdrachtgever
loonarbeiders	=	loonarbeider
loonbakker	noun	bakker die broden bakt voor klanten die zelf het meel aanleveren
loonbakkers	=	loonbakker
loonbedrijf	noun	een bedrijf dat loonwerk verricht, dat wil zeggen voor een opdrachtgever op contractbasis bepaalde werkzaamheden uitvoert.
loonbedrijfje	=	loonbedrijf
loonbedrijfjes	=	loonbedrijf
loonbedrijven	=	loonbedrijf
loonbelasting	noun	een directe belasting die geheven wordt over het loon van werknemers of met hen gelijkgestelde personen
loonbelastingen	=	loonbelasting
loonbelastingverklaring	noun	een verplicht formulier dat je als werknemer invult bij een nieuwe baan.
loonbelastingverklaringen	=	loonbelastingverklaring
loonbelastingverklarinkje	=	loonbelastingverklaring
loonbelastingverklarinkjes	=	loonbelastingverklaring
loonbeleid	noun	de manier waarop men de hoogte van salarissen bepaalt
loonbeslag	noun	het beslagleggen op iemands loon
loonbeslagen	=	loonbeslag
loonbetaling	noun	uitbetaling van het (met arbeid verdiende) loon
loonbetalingen	=	loonbetaling
loonbetalinkje	=	loonbetaling
loonbetalinkjes	=	loonbetaling
loonbevriezing	noun	het tijdelijk stopzetten van loonsverhogingen of prestatiegerelateerde bonussen door een werkgever.
loonbevriezingen	=	loonbevriezing
loonbijstelling	noun	algemene aanpassing van subsidies en budgetten als de stijging van salarissen hoger of lager uitvalt dan geraamd
loonbijstellingen	=	loonbijstelling
loonbod	noun	de hoogte van het loon dat de werkgever aanbiedt tijdens loononderhandelingen
looncompensatie	noun	compensatie als gevolg van de gestegen prijzen
looncompensaties	=	looncompensatie
loonconcurrentie	noun	concurrentie als gevolg van loonhoogteverschillen, met name tussen landen of regio's, waardoor de prijs van producten en diensten verschilt
loonde	=	lonen
loonden	=	lonen
loondienst	noun	dienst waarvoor men loon ontvangt
loondiensten	=	loondienst
loondienstje	=	loondienst
loondienstjes	=	loondienst
loondiscriminatie	noun	verschil maken in uitbetalen op basis van geslacht, nationaliteit, handicap of levensovertuiging
looneis	noun	eis van werknemers of vakverenigingen om meer loon
looneisen	=	looneis
loonfiche	noun	overzicht over een bepaalde periode van het geld dat een werknemer van zijn baas ontvangt, met een verantwoording hoe dit bedrag is berekend en welke bedragen daarover zijn ingehouden als belasting of voor sociale fondsen
loonfiches	=	loonfiche
loongroep	noun	groep bij elkaar horende salarissen zoals deze meestal zijn vastgelegd in een CAO
loongroepen	=	loongroep
loongroepje	=	loongroep
loongroepjes	=	loongroep
loonheffing	noun	de inhouding van loonbelasting en premies voor de volksverzekeringen
loonheffingen	=	loonheffing
loonheffinkje	=	loonheffing
loonheffinkjes	=	loonheffing
loonindexering	noun	automatische loonsverhoging naargelang de prijzen stijgen
loonindexeringen	=	loonindexering
looninhouding	noun	deel van het bruto loon van een werknemer dat ingehouden wordt door de werkgever en vaak direct doorbetaald wordt aan een andere instantie (zoals de Belastingdienst of een pensioenfonds)
looninhoudingen	=	looninhouding
looninhoudinkje	=	looninhouding
looninhoudinkjes	=	looninhouding
loonkloof	noun	een systematisch verschil in arbeidsloon tussen mensen, die gelijke opleiding en ervaring hebben
loonkloofje	=	loonkloof
loonkloofjes	=	loonkloof
loonkloven	=	loonkloof
loonkost	noun	het bedrag aan geld dat nodig is voor het uitbetalen van de lonen
loonkosten	noun	bedrag aan geld dat nodig is om werknemers voor hun werk te betalen
loonkostenmatiging	noun	een economisch beleid waarbij de stijging van de lonen en de totale loonkosten voor werkgevers bewust wordt beperkt.
loonkostenmatigingen	=	loonkostenmatiging
loonkostenmatigingetje	=	loonkostenmatiging
loonkostenmatigingetjes	=	loonkostenmatiging
loonkostenniveau	noun	de hoogte van de lonen
loonkostenniveaus	=	loonkostenniveau
loonkostenontwikkeling	noun	veranderingen in de hoogte van de lonen
loonkostenontwikkelingen	=	loonkostenontwikkeling
loonkostenstijging	noun	de verhoging van de totale uitgaven die een werkgever maakt voor het in dienst hebben van personeel.
loonkostenstijgingen	=	loonkostenstijging
loonkostenstijginkje	=	loonkostenstijging
loonkostenstijginkjes	=	loonkostenstijging
loonkostenverlaging	noun	een brede term die duidt op het verlagen van de totale uitgaven die een werkgever kwijt is aan het in dienst hebben van personeel.
loonkostenverlagingen	=	loonkostenverlaging
loonkostenverlaginkje	=	loonkostenverlaging
loonkostenverlaginkjes	=	loonkostenverlaging
loonlastenverlaging	noun	daling van de totale kosten die een werkgever betaalt voor het in dienst hebben van personeel.
loonlastenverlagingen	=	loonlastenverlaging
loonlastenverlaginkje	=	loonlastenverlaging
loonlastenverlaginkjes	=	loonlastenverlaging
loonlijst	noun	lijst met de namen van de werknemers van een bedrijf en hun lonen
loonlijsten	=	loonlijst
loonlijstje	=	loonlijst
loonlijstjes	=	loonlijst
loonmaalderij	noun	dat zich beperkt tot het malen van het graan dat het voor betaling in contanten of graan heeft ontvangen.
loonmaalderijen	=	loonmaalderij
loonmaatregel	noun	ingreep in de loonontwikkeling
loonmaatregelen	=	loonmaatregel
loonmaatregels	=	loonmaatregel
loonmassa	noun	de totale som aan uitbetaalde lonen door een bedrijf of bedrijven gedurende een bepaalde tijdsperiode
loonmassa's	=	loonmassa
loonmatiging	noun	een beleid waarbij de stijging van de lonen van de werknemers zo veel mogelijk beperkt gehouden wordt
loonmatigingen	=	loonmatiging
loonmolen	noun	dat zich beperkt tot het malen van het graan dat het voor betaling in contanten of graan heeft ontvangen.
loonmolens	=	loonmolen
loonnorm	noun	het hoogste loon dat iemand in een bepaalde functie mag ontvangen
loonnormen	=	loonnorm
loonoffer	noun	het inleveren van salaris in ruil voor behoud van werkgelegenheid of secundaire voorwaarden
loonoffers	=	loonoffer
loonontwikkeling	noun	het veranderenen van de lonen in een bepaald gebied of sector
loonontwikkelingen	=	loonontwikkeling
loonpeil	noun	de hoogte van het salaris dat men ontvangt
loonpeilen	=	loonpeil
loonplafond	noun	maximaal niveau tot waar het loon mag stijgen
loonplafonds	=	loonplafond
loonpolitiek	noun	beleid van de overheid m.b.t. de lonen
loonprijsspiraal	=	loon-prijsspiraal
loonruimte	noun	de financiële ruimte bij de bedrijven die gebruikt kan worden voor loonsverhoging
loonruimten	=	loonruimte
loonruimtes	=	loonruimte
loonruimtetje	=	loonruimte
loonruimtetjes	=	loonruimte
loonsbeslag	noun	het beslagleggen op iemands loon
loonsbeslagen	=	loonsbeslag
loonschaal	noun	een bandbreedte waarbij het arbeidsloon ligt tussen een minimum- en een maximumbedrag, mensen met een gelijke functiewaardering zitten in een zelfde loonschaal
loonschalen	=	loonschaal
loonslaaf	noun	werknemer in loondienst
loonslaafje	=	loonslaaf
loonslaafjes	=	loonslaaf
loonslaven	=	loonslaaf
loonsom	noun	alle salarissen, premies en belastingen die een bedrijf of organisatie moet betalen aan en voor het personeel
loonsomheffing	noun	een heffing die plaatsvindt op de loonsom
loonsomheffingen	=	loonsomheffing
loonsomheffinkje	=	loonsomheffing
loonsomheffinkjes	=	loonsomheffing
loonsommen	=	loonsom
loonsommetje	=	loonsom
loonsommetjes	=	loonsom
loonspecificatie	noun	opgave die laat zien hoe de ontvangen beloning voor verrichte arbeid in dienstverband berekend is, aan de hand van gewerkte tijd, ontvangen toeslagen en betaalde belastingen en premies
loonspecificaties	=	loonspecificatie
loonstandaard	noun	het gemiddeld bedrag aan loon dat op een bepaald moment in een bepaalde plaats voor een of meer categorieën van werkers geldt
loonstandaarden	=	loonstandaard
loonstandaardje	=	loonstandaard
loonstandaardjes	=	loonstandaard
loonstandaards	=	loonstandaard
loonstijging	noun	toename van het salaris dat een werknemer ontvangt
loonstijgingen	=	loonstijging
loonstijginkje	=	loonstijging
loonstijginkjes	=	loonstijging
loonstrijd	noun	strijd tussen werkgevers en werknemers over de hoogte van de lonen
loonstrijden	=	loonstrijd
loonstroken	=	loonstrook
loonstrook	noun	overzicht over een bepaalde periode van het geld dat een werknemer van zijn baas ontvangt, met een verantwoording hoe dit bedrag is berekend en welke bedragen daarover zijn ingehouden als belasting of voor sociale fondsen
loonstrookje	=	loonstrook
loonstrookjes	=	loonstrook
loonsverbetering	noun	verhoging van het loon dat een persoon verdient met zijn werk
loonsverbeteringen	=	loonsverbetering
loonsverhoging	noun	verhoging van het loon (inkomen uit arbeid)
loonsverhogingen	=	loonsverhoging
loonsverhoginkje	=	loonsverhoging
loonsverhoginkjes	=	loonsverhoging
loonsverlaging	noun	vermindering van het salaris
loonsverlagingen	=	loonsverlaging
loonsverlaginkje	=	loonsverlaging
loonsverlaginkjes	=	loonsverlaging
loonsvoorwaarde	noun	het afgesproken salaris
loonsvoorwaarden	=	loonsvoorwaarde
loont	=	lonen
loontje	=	loon
loontjes	=	loon
loontjie	=	loon
loontrekkend	adj	tegen periodieke betaling in dienst bij een baas
loontrekkende	noun	iemand die tegen betaling in dienst is bij een baas
loontrekkenden	=	loontrekkende
loontrekkends	=	loontrekkend
loonverhoging	noun	een structurele verhoging van uw brutoloon
loonverhogingen	=	loonverhoging
loonverhoginkje	=	loonverhoging
loonverhoginkjes	=	loonverhoging
loonvoet	noun	een maatstaf voor de bepaling van het loon
loonvoeten	=	loonvoet
loonvoorwaarde	noun	de hoogte van het salaris
loonvoorwaarden	=	loonvoorwaarde
loonwerker	noun	bedrijven die een groot machinepark landbouwmachines bezitten en werknemers in dienst hebben die dat kunnen bedienen
loonwerkers	=	loonwerker
loonwet	noun	wet die de regering machtigt in te grijpen in de vrije loonvorming
loonwetten	=	loonwet
loonzakje	noun	envelop waarin het nettoloon aan het eind van de betaalperiode, veelal week of maand, contant aan de werknemers werd uitbetaald
loonzakjes	=	loonzakje
loop	noun	voorste deel van een wapen
loopactie	noun	een handeling op het veld die bestaat uit een verplaatsing zonder dat men de bal heeft
loopacties	=	loopactie
loopafstand	noun	verschil in plaats dat je gemakkelijk te voet kan afleggen
loopafstanden	=	loopafstand
loopbaan	noun	is de reeks van maatschappelijke posities die iemand achtereenvolgens inneemt (en ontwikkeling daarbinnen).
loopbaanadviseur	noun	persoon die adviseert hoe iemand zijn carrière verder zou kunnen ontwikkelen (met name als men werkloos is geworden)
loopbaanadviseurs	=	loopbaanadviseur
loopbaanbegeleiding	noun	de professionele ondersteuning bij het maken van keuzes in je loopbaan en persoonlijke ontwikkeling.
loopbaanbegeleidingen	=	loopbaanbegeleiding
loopbaanbegeleidinkje	=	loopbaanbegeleiding
loopbaanbegeleidinkjes	=	loopbaanbegeleiding
loopbaanonderbreking	noun	het doen van een andere activiteiten tijdens iemands carrière, bijvoorbeeld om voor een kind te zorgen of palliatieve zorg te verlenen
loopbaanonderbrekingen	=	loopbaanonderbreking
loopbaanonderbrekinkje	=	loopbaanonderbreking
loopbaanonderbrekinkjes	=	loopbaanonderbreking
loopbaanplan	noun	ideeën over de toekomstige functies die iemand zal hebben en hoe die ideeën te verwezenlijken
loopbaanplannen	=	loopbaanplan
loopbaanplannetje	=	loopbaanplan
loopbaanplannetjes	=	loopbaanplan
loopbaantje	=	loopbaan
loopbaantjes	=	loopbaan
loopband	noun	fitness apparaat waarop men wandelen of hardlopen kan simuleren
loopbanden	=	loopband
loopbandje	=	loopband
loopbandjes	=	loopband
loopbanen	=	loopbaan
loopbeweging	noun	het natuurlijke, cyclische patroon van het menselijk lichaam om zich voort te bewegen op twee benen
loopbewegingen	=	loopbeweging
loopbeweginkje	=	loopbeweging
loopbeweginkjes	=	loopbeweging
loopbrief	noun	formulier dat meegaat met een bepaalde persoon of bepaalde goederen tijdens een procedure en waarin voorgeschreven stappen van die procedure worden geregistreerd
loopbriefje	=	loopbrief
loopbriefjes	=	loopbrief
loopbrieven	=	loopbrief
loopbrug	noun	een brug voor voetgangers
loopbruggen	=	loopbrug
loopbruggetje	=	loopbrug
loopbruggetjes	=	loopbrug
loopbrugje	=	loopbrug
loopbrugjes	=	loopbrug
loopcarrière	noun	de ontwikkeling die iemand als wandelaar of hardloper doormaakt
loopcarrières	=	loopcarrière
loopdag	noun	dag dat men loopt
loopdagen	=	loopdag
loopdagje	=	loopdag
loopdagjes	=	loopdag
loope	=	lopen
loopen	=	lopen
loopfiets	noun	voorloper van de fiets met pedalen waarbij men zich met de voeten op de grond afzette
loopfietsen	=	loopfiets
loopfietsje	=	loopfiets
loopfietsjes	=	loopfiets
loopgips	noun	een gipsverband dat om een gebroken been of voet zit en waarmee je kan en mag lopen
loopgraaf	noun	een uitgegraven geul, diep en breed genoeg dat men er in kan lopen zonder bloot te staan aan vijandelijk vuur
loopgraafje	=	loopgraaf
loopgraafjes	=	loopgraaf
loopgraaftracé	noun	het verloop van loopgraven
loopgraaftracés	=	loopgraaftracé
loopgracht	noun	een uitgegraven geul, diep en breed genoeg dat men er in kan lopen zonder bloot te staan aan vijandelijk vuur
loopgrachten	=	loopgracht
loopgraven	=	loopgraaf
loopgravenkoorts	noun	koorts die voorkwam bij soldaten die in de loopgraven dienstdeden die wordt overgedragen door luizen
loopgravenoorlog	noun	een oorlog waarin beide partijen zich tegenover elkaar ingegraven hebben in loopgraven en andere versterkte posities, met als doel de opmars van de vijand te stuiten, die uitgemond is in een patstelling waarbij geen van beide partijen erin slaagt door de vijandelijke linies te breken
loopgravenoorlogen	=	loopgravenoorlog
loopgravenoorlogje	=	loopgravenoorlog
loopgravenoorlogjes	=	loopgravenoorlog
loopgravenstrijd	noun	oorlog waarin de beide legers zich in loopgraven hebben verschanst
loopgravenstrijden	=	loopgravenstrijd
loophek	noun	babybox voor kleine kinderen
loophekje	=	loophek
loophekjes	=	loophek
loophekken	=	loophek
loophoepel	noun	een ringvormig voorwerp dat op de zijkant vooruit rolt, vaak aangedreven door een kind met een stok
loophoepels	=	loophoepel
looping	noun	een verticale lus in het pad dat een vliegtuig of achtbaan aflegt
loopings	=	looping
loopinkje	=	looping
loopje	=	loop
loopjes	=	loop
loopjongen	noun|figurative	onderdanig knechtje
loopjongens	=	loopjongen
loopjongetje	=	loopjongen
loopjongetjes	=	loopjongen
loopkat	noun	wagen met takel die over een rails of balk voortbewogen kan worden om zaken omhoog te tillen en te kunnen verplaatsen
loopkatten	=	loopkat
loopkever	noun	kever met lange poten uit de familie Carabidae van kevers.
loopkevers	noun	Carabidae een familie van kevers.
loopkevertje	=	loopkever
loopkevertjes	=	loopkever
loopkleding	noun	gespecialiseerde sportkleding, ontworpen om comfortabel en functioneel te hardlopen.
looplamp	noun	draagbare elektrische lamp met lang snoer
looplampen	=	looplamp
looplampje	=	looplamp
looplampjes	=	looplamp
looplijn	noun	een streep, meestal op de grond, die aangeeft hoe men zich lopend moet voortbewegen
looplijnen	=	looplijn
loopmeditatie	noun	zenboeddhistische meditatie waarbij men in een rij loopt en zich concentreert op de beweging van de voorganger
loopmeditaties	=	loopmeditatie
loopmeisje	noun	jonge ongeschoolde vrouwelijke bediende die vooral boodschapjes doet voor haar baas of bazin tegenwoordig met een negatieve bijklank
loopmeisjes	=	loopmeisje
loopneus	noun	neus waar door verkoudheid of een allergische reactie een waterige vloeistof uitloopt
loopneusje	=	loopneus
loopneusjes	=	loopneus
loopneuzen	=	loopneus
loopoor	noun	oor waar groen of geel vocht uitstroomt
looporen	=	loopoor
looppaadje	=	looppad
looppaadjes	=	looppad
looppad	noun	een pad waarover je kunt lopen, een pad dat ongeschikt is voor andere vervoersmiddelen
looppaden	=	looppad
looppadje	=	looppad
looppadjes	=	looppad
looppas	noun	rennen maar dan niet op zijn snelst
looppasje	=	looppas
looppasjes	=	looppas
looppassen	=	looppas
looppiste	noun	baan waarover je kunt hardlopen; wedstrijdbaan voor hardlopen
looppisten	=	looppiste
looppistes	=	looppiste
loopplank	noun	plank waarover men kan lopen vooral om van de wal op een boot te komen
loopplanken	=	loopplank
loopplankje	=	loopplank
loopplankjes	=	loopplank
looppop	noun	soort grote speelgoedpop die een wandelbeweging kan maken
looppopje	=	looppop
looppopjes	=	looppop
looppoppen	=	looppop
looppoppetje	=	looppop
looppoppetjes	=	looppop
looprek	noun	hulpmiddel bij het lopen in de vorm van een licht toestel op poten tijdens het lopen ondersteuning geeft
looprekje	=	looprek
looprekjes	=	looprek
looprekken	=	looprek
loopring	noun	elk van beide ringen waartussen de kogels van een kogellager lopen
loopringen	=	loopring
loopringetje	=	loopring
loopringetjes	=	loopring
looproute	noun	een weg die geschikt is om te bewandelen
looprouten	=	looproute
looproutes	=	looproute
loops	adj	een vruchtbare vrouwelijke hond die gedekt wil worden door een mannelijke hond
loopscholing	noun	trainingsvorm in de atletiek, die tot doel heeft om de looptechniek efficiënter te maken
loopse	=	loops
loopser	=	loops
loopsere	=	loops
loopsers	=	loops
loopsheden	=	loopsheid
loopsheid	noun	vruchtbare periode van bepaalde vrouwtjes zoogdieren (zoals honden, vossen en fretten)
loopsnelheden	=	loopsnelheid
loopsnelheid	noun	vaart waarmee iemand zich lopend of hardlopend verplaatst
loopspinnen	noun	Corinnidae een familie van spinnen.
loopst	=	loops
loopstal	noun	stal waarin dieren niet op een plaats worden vastgezet, maar ruimte hebben om vrij te bewegen
loopstallen	=	loopstal
loopste	=	loops
loopster	noun	vrouwelijke vorm van loper, vrouw die loopt
loopsters	=	loopster
loopstertje	=	loopster
loopstertjes	=	loopster
loopstoel	noun	een stoel op wieltjes waardoor men zich zittend kan voortbewegen vooral in gebruik bij baby's die nog niet kunnen lopen en ouderen die niet meer kunnen lopen
loopstoelen	=	loopstoel
loopstoeltje	=	loopstoel
loopstoeltjes	=	loopstoel
loopt	=	lopen
looptempo	noun	de snelheid waarmee men, gewoonlijk, wandelt
looptempo's	=	looptempo
looptempootje	=	looptempo
looptempootjes	=	looptempo
looptijd	noun	de tijd dat iets duurt (van bijvoorbeeld een lening, een abonnement)
looptijden	=	looptijd
looptijdje	=	looptijd
looptijdjes	=	looptijd
loopvlak	noun	het gedeelte van een voet, wiel, slee etc. dat met de ondergrond in aanraking is
loopvlakje	=	loopvlak
loopvlakjes	=	loopvlak
loopvlakken	=	loopvlak
loopvoetbal	noun	voetbal voor ouderen waarbij men niet rent maar wandelt, geen slidings uitvoert en de buitenspelregel niet geldt
loopvogel	noun	benaming voor vogelsoorten die niet kunnen vliegen
loopvogels	noun	superorde Ratites van vogels met krachtige poten om te lopen maar vleugels die ongeschikt zijn om te vliegen
loopvogeltje	=	loopvogel
loopvriendelijk	adj	rekening houdend met en aangepast aan de behoeften van mensen die lopen
loopvriendelijke	=	loopvriendelijk
loopvriendelijker	=	loopvriendelijk
loopvriendelijkere	=	loopvriendelijk
loopvriendelijkers	=	loopvriendelijk
loopvriendelijks	=	loopvriendelijk
loopvriendelijkst	=	loopvriendelijk
loopvriendelijkste	=	loopvriendelijk
loopvuren	=	loopvuur
loopvuur	noun	een vuur dat zich horizontaal over een oppervlakte voortplant
loopwagen	noun	hulpmiddel voor kinderen die leren lopen
loopwagens	=	loopwagen
loopwagentje	=	loopwagen
loopwagentjes	=	loopwagen
loopwedstrijd	noun	een sportevenement waarbij deelnemers hardlopen om te bepalen wie een bepaalde afstand in de kortst mogelijke tijd kan afleggen
loopwedstrijden	=	loopwedstrijd
loopwedstrijdje	=	loopwedstrijd
loopwedstrijdjes	=	loopwedstrijd
loopwerk	noun	het lopen
loopwerken	=	loopwerk
loos	adj	leeg
loosde	=	lozen
loosden	=	lozen
loosheden	=	loosheid
loosheid	noun	onbetrouwbaarheid
loost	=	lozen
looste	=	loos
loostrens	noun	sloot die men gebruikt voor de ontwatering van een akker of plantage
loostrensje	=	loostrens
loostrenzen	=	loostrens
loot	noun	nieuw uitgelopen twijg
lootje	=	lot
lootjes	=	lot
lootte	=	loten
lootten	=	loten
loover	=	lover
lope	=	lopen
lopen	verb	stappen, gaan, wandelen
lopend	adj	te voet gaand, wandelend
lopende	prep	tijdens het verloop van; tot de voltooiing van een voortgaande ontwikkeling
lopendebandwerk	noun	werk dat gedaan wordt aan een lopende band
lopendebandwerken	=	lopendebandwerk
lopends	=	lopend
loper	noun	iemand die loopt of rent
lopers	=	loper
lopersknie	noun	blessure aan de buitenkant van de knie die ontstaat door overmatige belasting bij hardlopen
lopersknietje	=	lopersknie
lopersknietjes	=	lopersknie
lopersknieën	=	lopersknie
lopertje	=	loper
lopertjes	=	loper
loquat	noun	Eriobotrya japonica een fruitboom uit de rozenfamilie.
loquatje	=	loquat
loquatjes	=	loquat
loquats	=	loquat
lor	noun	oude lap
lorazepam	noun	Dit geneesmiddel behoort tot de benzodiazepinen.
lord	noun	aanspreektitel voor een hoge Britse edelman, hoogwaardigheidsbekleder of hogere ambtenaar
lord-howebrilvogel	noun	Zosterops strenuus een uitgestorven zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
lord-howebrilvogels	=	lord-howebrilvogel
lord-howebrilvogeltje	=	lord-howebrilvogel
lord-howebrilvogeltjes	=	lord-howebrilvogel
lord-howekakariki	noun	Cyanoramphus subflavescens een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
lord-howekakariki's	=	lord-howekakariki
lord-howekakarikietje	=	lord-howekakariki
lord-howekakarikietjes	=	lord-howekakariki
lord-howemangrovezanger	noun	Gerygone insularis een uitgestorven zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
lord-howemangrovezangers	=	lord-howemangrovezanger
lord-howemangrovezangertje	=	lord-howemangrovezanger
lord-howemangrovezangertjes	=	lord-howemangrovezanger
lord-howepurperkoet	noun	Porphyrio albus een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
lord-howepurperkoeten	=	lord-howepurperkoet
lord-howepurperkoetje	=	lord-howepurperkoet
lord-howepurperkoetjes	=	lord-howepurperkoet
lord-howeral	noun	Hypotaenidia sylvestris een vogel uit de familie Rallidae (Rallen).
lord-howerallen	=	lord-howeral
lord-howeralletje	=	lord-howeral
lord-howeralletjes	=	lord-howeral
lorde	=	lorren
lorden	=	lorren
lordose	noun	een natuurlijke kromming van de wervelkolom in voorachterwaartse richting waarbij de bolle kant van de wervelkolom naar voren is gericht
lords	=	lord
lorejas	noun	persoon die niet deugt
lorejassen	=	lorejas
lorentz-kracht	=	lorentzkracht
lorentzbuidelmuis	noun	Neophascogale lorentzi een buidelmuis die voorkomt in de bergen van Nieuw-Guinea.
lorentzbuidelmuisje	=	lorentzbuidelmuis
lorentzbuidelmuisjes	=	lorentzbuidelmuis
lorentzbuidelmuizen	=	lorentzbuidelmuis
lorentzkracht	noun	kracht die een bewegende elektrische lading ondervindt in een magnetisch veld
lorentzkrachten	=	lorentzkracht
loretobuidelspreeuw	noun	Cacicus koepckeae een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
loretobuidelspreeuwen	=	loretobuidelspreeuw
loretobuidelspreeuwtje	=	loretobuidelspreeuw
loretobuidelspreeuwtjes	=	loretobuidelspreeuw
lorgnet	noun	een stel brillenglazen die zijdelings aan een handvat bevestigd zijn
lorgnetje	=	lorgnet
lorgnetjes	=	lorgnet
lorgnetten	=	lorgnet
lori	noun	benaming voor vogels uit de familie Loriinae
lori's	noun	Loriinae een onderfamilie van de familie "echte" papegaaien.
loriachtige	noun	zoogdier uit de familie Lorisidae van trage, nachtactieve halfapen.
loriachtigen	noun	een familie Lorisidae van trage, nachtactieve halfapen.
lorietje	=	lori
lork	noun	benaming voor naaldbomen uit het geslacht Larix die in de winter hun naalden laten vallen
lorken	=	lork
lorkje	=	lork
lorre	noun	een tamme papegaai die men als huisdier houdt
lorren	verb	bewust misleiden, door bedrog afhandig maken
lorrenboer	noun|historical	iemand die oude kleren opkocht en weer doorverkocht voor de fabricage van papier of poetskatoen
lorrenboeren	=	lorrenboer
lorrenboertje	=	lorrenboer
lorrenboertjes	=	lorrenboer
lorrend	=	lorren
lorrende	=	lorren
lorrenkraam	noun	marktkraam waar men rommel verkoopt
lorrenkraampje	=	lorrenkraam
lorrenkraampjes	=	lorrenkraam
lorrenkramen	=	lorrenkraam
lorrenman	noun	lompenhandelaar, lorrenboer, voddenman, voddenboer
lorrenmannen	=	lorrenman
lorrenmannetje	=	lorrenman
lorrenmannetjes	=	lorrenman
lorres	=	lorre
lorretje	=	lor
lorretjes	=	lor
lorrie	noun	wagentje dat met de hand kan worden voortbewogen en rijdt op rails
lorries	=	lorrie
lorrig	adj	van niet al te beste kwaliteit
lorrige	=	lorrig
lorriger	=	lorrig
lorrigere	=	lorrig
lorrigers	=	lorrig
lorrigs	=	lorrig
lorrigst	=	lorrig
lorrigste	=	lorrig
lort	=	lorren
los	adj	zonder vaste verbinding, niet bevestigd, ongebonden	noun	bepaald soort zoogdier, Lynx lynx, een katachtige met een korte staart
los-vast	adj	niet heel erg vast
los-vaste	=	los-vast
los-vaster	=	los-vast
los-vastere	=	los-vast
los-vasters	=	los-vast
los-vasts	=	los-vast
los-vastst	=	los-vast
los-vastste	=	los-vast
losarbeider	noun	iemand die wiens taak is de lading uit een schepen of ander vervoersmiddelen te halen
losarbeiders	=	losarbeider
losbaar	adj	het afgekocht kunnen worden
losbaars	=	losbaar
losbandig	adj	zich niet veel gelegen laten liggen aan (morele) regels, voorschriften of gewoonten
losbandige	=	losbandig
losbandiger	=	losbandig
losbandigere	=	losbandig
losbandigers	=	losbandig
losbandigheden	=	losbandigheid
losbandigheid	noun	het losbandig zijn
losbandigs	=	losbandig
losbandigst	=	losbandig
losbandigste	=	losbandig
losbare	=	losbaar
losbarst	=	losbarsten
losbarste	=	losbarsten
losbarsten	verb	plotseling hevig gaan woeden
losbarstend	=	losbarsten
losbarstende	=	losbarsten
losbarstte	=	losbarsten
losbarstten	=	losbarsten
losbind	=	losbinden
losbinde	=	losbinden
losbinden	verb	iets uit bindingen losmaken
losbindend	=	losbinden
losbindende	=	losbinden
losbindt	=	losbinden
losbladig	adj	bestaande uit losse papieren die men per stuk kan verwijderen, toevoegen of vervangen
losbladige	=	losbladig
losbladiger	=	losbladig
losbladigere	=	losbladig
losbladigers	=	losbladig
losbladigs	=	losbladig
losbladigst	=	losbladig
losbladigste	=	losbladig
losbol	noun	een onverantwoordelijk iemand
losbollen	=	losbol
losbolletje	=	losbol
losbolletjes	=	losbol
losbond	=	losbinden
losbonden	=	losbinden
losbraakt	=	losbreken
losbrak	=	losbreken
losbraken	=	losbreken
losbrand	=	losbranden
losbrandde	=	losbranden
losbrandden	=	losbranden
losbrande	=	losbranden
losbranden	verb	starten met schieten, starten met de strijd
losbrandend	=	losbranden
losbrandende	=	losbranden
losbranding	noun	de handeling van het tegelijkertijd afvuren of afschieten van vuurwapens of kanonnen, vaak aangeduid als een salvo
losbrandingen	=	losbranding
losbrandinkje	=	losbranding
losbrandinkjes	=	losbranding
losbrandt	=	losbranden
losbreek	=	losbreken
losbreekt	=	losbreken
losbreke	=	losbreken
losbreken	verb	door breuk uit elkaar vallen
losbrekend	=	losbreken
losbrekende	=	losbreken
losceel	noun	document waarin staat welke goederen met welke bestemming worden vervoerd door een schip
loscelen	=	losceel
losch	=	los
losdag	noun	de periode die nodig is om de lading uit een schip te halen
losdagen	=	losdag
losdraai	=	losdraaien
losdraaide	=	losdraaien
losdraaiden	=	losdraaien
losdraaie	=	losdraaien
losdraaien	verb	met een rondgaande beweging vrijmaken
losdraaiend	=	losdraaien
losdraaiende	=	losdraaien
losdraait	=	losdraaien
loser	noun	een sukkel, stakker, mislukkeling
losers	=	loser
losersvlucht	noun	de vlucht waarmee sporters die geen medaille gehaald hebben mee terug naar huis gaan
losersvluchten	=	losersvlucht
losersvluchtje	=	losersvlucht
losersvluchtjes	=	losersvlucht
losertje	=	loser
losertjes	=	loser
loservlucht	noun	de vlucht waarmee sporter die geen medaille gehaald heeft mee terug naar huis gaat
loservluchten	=	loservlucht
loservluchtje	=	loservlucht
loservluchtjes	=	loservlucht
losga	=	losgaan
losgaan	verb	loslaten
losgaand	=	losgaan
losgaande	=	losgaan
losgaat	=	losgaan
losgebarsten	=	losbarsten
losgebonden	=	losbinden
losgebrand	=	losbranden
losgebroken	=	losbreken
losgedraaid	=	losdraaien
losgegaan	=	losgaan
losgegespt	=	losgespen
losgegespte	=	losgespen
losgegooid	=	losgooien
losgegooide	=	losgooien
losgehaakt	=	loshaken
losgehaald	=	loshalen
losgehangen	=	loshangen
losgeknoopt	=	losknopen
losgeknoopte	=	losknopen
losgekocht	=	loskopen
losgekochte	=	loskopen
losgekomen	=	loskomen
losgekoppeld	=	loskoppelen
losgekoppelde	=	loskoppelen
losgekregen	=	loskrijgen
losgelaten	=	loslaten
losgeld	noun	geld betaald voor iemands vrijlating
losgelden	=	losgeld
losgeldje	=	losgeld
losgelegen	=	losliggen
losgelopen	=	loslopen
losgemaakt	=	losmaken
losgemaakte	=	losmaken
losgepeuterd	=	lospeuteren
losgepeuterde	=	lospeuteren
losgepraat	=	lospraten
losgeraakt	=	losraken
losgeraakte	=	losraken
losgereden	=	losrijden
losgerukt	=	losrukken
losgerukte	=	losrukken
losgescheurd	=	losscheuren
losgescheurde	=	losscheuren
losgeschoten	=	losschieten
losgeschroefd	=	losschroeven
losgeschroefde	=	losschroeven
losgeschud	=	losschudden
losgeschudde	=	losschudden
losgeslagen	=	losslaan
losgesneden	=	lossnijden
losgesp	=	losgespen
losgespe	=	losgespen
losgespen	verb	iets dat met een gesp bevestigd is losmaken
losgespend	=	losgespen
losgespende	=	losgespen
losgesprongen	=	losspringen
losgespt	=	losgespen
losgespte	=	losgespen
losgespten	=	losgespen
losgestaan	=	losstaan
losgetrokken	=	lostrekken
losgevezen	=	losvijzen
losgeweekt	=	losweken
losgeweekte	=	losweken
losgewerkt	=	loswerken
losgewerkte	=	loswerken
losgewrikt	=	loswrikken
losgewrikte	=	loswrikken
losgewrongen	=	loswringen
losgezeten	=	loszitten
losging	=	losgaan
losgingen	=	losgaan
losgooi	=	losgooien
losgooide	=	losgooien
losgooiden	=	losgooien
losgooie	=	losgooien
losgooien	verb	losmaken van touwen waarmee een schip vastzit aan het land en dan vertrekken
losgooiend	=	losgooien
losgooiende	=	losgooien
losgooit	=	losgooien
loshaak	=	loshaken
loshaakt	=	loshaken
loshaakte	=	loshaken
loshaakten	=	loshaken
loshaal	=	loshalen
loshaalde	=	loshalen
loshaalden	=	loshalen
loshaalt	=	loshalen
loshake	=	loshaken
loshaken	verb	iets wat vastgehaakt is met haken, weer losmaken
loshakend	=	loshaken
loshakende	=	loshaken
loshale	=	loshalen
loshalen	verb	los maken wat eerst is vastgemaakt
loshalend	=	loshalen
loshalende	=	loshalen
loshang	=	loshangen
loshange	=	loshangen
loshangen	verb	niet vastgebonden / niet vastgezet / niet samengebonden
loshangend	adj	van haar dat het niet samen- of opgebonden is
loshangende	=	loshangen
loshangends	=	loshangend
loshangt	=	loshangen
losheid	noun	het informeel zijn
loshing	=	loshangen
loshingen	=	loshangen
losje	=	los
losjen	noun	taal
losjes	adv	niet stevig, niet helemaal vast maar ook niet volledig los
losjesweg	adv	al te gemakkelijk
losknoop	=	losknopen
losknoopt	=	losknopen
losknoopte	=	losknopen
losknoopten	=	losknopen
losknope	=	losknopen
losknopen	verb	een kledingstuk losmaken door de knopen door het knoopsgat te duwen
losknopend	=	losknopen
losknopende	=	losknopen
loskocht	=	loskopen
loskochten	=	loskopen
loskom	=	loskomen
loskome	=	loskomen
loskomen	verb	ergens niet meer aan/in vastzitten
loskomend	=	loskomen
loskomende	=	loskomen
loskomt	=	loskomen
loskoop	=	loskopen
loskoopt	=	loskopen
loskope	=	loskopen
loskopen	verb	door betaling van losgeld vrijmaken
loskopend	=	loskopen
loskopende	=	loskopen
loskoppel	=	loskoppelen
loskoppelde	=	loskoppelen
loskoppelden	=	loskoppelen
loskoppele	=	loskoppelen
loskoppelen	verb	wat aan elkaar zit losmaken
loskoppelend	=	loskoppelen
loskoppelende	=	loskoppelen
loskoppelt	=	loskoppelen
loskreeg	=	loskrijgen
loskregen	=	loskrijgen
loskrijg	=	loskrijgen
loskrijge	=	loskrijgen
loskrijgen	verb	erin slagen een verbinding te verbreken
loskrijgend	=	loskrijgen
loskrijgende	=	loskrijgen
loskrijgt	=	loskrijgen
loskwaamt	=	loskomen
loskwam	=	loskomen
loskwamen	=	loskomen
loslaat	=	loslaten
loslaatceremonie	noun	ceremonieële handeling waarbij men emotionele afstand van iets of iemand neemt
loslaatceremonietje	=	loslaatceremonie
loslaatceremonietjes	=	loslaatceremonie
loslaatceremonieën	=	loslaatceremonie
loslag	=	losliggen
loslagen	=	losliggen
loslate	=	loslaten
loslaten	verb	niet langer vasthouden
loslatend	=	loslaten
loslatende	=	loslaten
loslating	noun	de handeling van het loslaten van iets dat eerder ergens aan vast zat
loslatingen	=	loslating
losliep	=	loslopen
losliepe	=	loslopen
losliepen	=	loslopen
losliept	=	loslopen
losliet	=	loslaten
losliete	=	loslaten
loslieten	=	loslaten
loslig	=	losliggen
losligge	=	losliggen
losliggen	verb	liggen zonder vast verbonden te zijn met de omgeving
losliggend	adj	wat ligt en niet vast verbonden is met andere zaken
losliggende	=	losliggen
losliggends	=	losliggend
losligt	=	losliggen
loslippig	adj	niet in staat een geheim te houden
loslippige	=	loslippig
loslippiger	=	loslippig
loslippigere	=	loslippig
loslippigers	=	loslippig
loslippigheden	=	loslippigheid
loslippigheid	noun	het gemak waarmee men geheimen wereldkundig maakt
loslippigheidje	=	loslippigheid
loslippigheidjes	=	loslippigheid
loslippigs	=	loslippig
loslippigst	=	loslippig
loslippigste	=	loslippig
losloop	=	loslopen
losloopen	=	loslopen
losloopt	=	loslopen
loslope	=	loslopen
loslopen	verb	meevallen
loslopend	adj	van een huisdier dat het niet gevangen is of aan de lijn loopt
loslopende	=	loslopen
loslopends	=	loslopend
losmaak	=	losmaken
losmaakt	=	losmaken
losmaakte	=	losmaken
losmaakten	=	losmaken
losmake	=	losmaken
losmaken	verb	ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt
losmakend	=	losmaken
losmakende	=	losmaken
losmaking	noun	het niet meer een deel zijn van de staat waar men vroeger toe behoorde
losmakingen	=	losmaking
losmakinkje	=	losmaking
losmakinkjes	=	losmaking
lospeuter	=	lospeuteren
lospeuterde	=	lospeuteren
lospeuterden	=	lospeuteren
lospeutere	=	lospeuteren
lospeuteren	verb	met moeite losmaken
lospeuterend	=	lospeuteren
lospeuterende	=	lospeuteren
lospeutert	=	lospeuteren
losplaats	noun	een plaats, meestal voor voertuigen, waar zij hun goederen kunnen uitladen
losplaatsen	=	losplaats
losplaatsje	=	losplaats
losplaatsjes	=	losplaats
lospraat	=	lospraten
lospraatte	=	lospraten
lospraatten	=	lospraten
losprate	=	lospraten
lospraten	verb	door praten gedaan krijgen
lospratend	=	lospraten
lospratende	=	lospraten
losprijs	noun	geld dat men aan ontvoerders moet betalen om de ontvoerde persoon weer vrij te krijgen
losprijzen	=	losprijs
losraak	=	losraken
losraakt	=	losraken
losraakte	=	losraken
losraakten	=	losraken
losrake	=	losraken
losraken	verb	het onbedoeld verbreken van de verbinding die tussen twee zaken of personen aanwezig was
losrakend	=	losraken
losrakende	=	losraken
losreden	=	losrijden
losreed	=	losrijden
losrij	=	losrijden
losrijd	=	losrijden
losrijde	=	losrijden
losrijden	verb	rijdend achter zich laten
losrijdend	=	losrijden
losrijdende	=	losrijden
losrijdt	=	losrijden
losruk	=	losrukken
losrukke	=	losrukken
losrukken	verb	met een ruk losmaken
losrukkend	=	losrukken
losrukkende	=	losrukken
losrukt	=	losrukken
losrukte	=	losrukken
losrukten	=	losrukken
losscheur	=	losscheuren
losscheurde	=	losscheuren
losscheurden	=	losscheuren
losscheure	=	losscheuren
losscheuren	verb	scheurend losgaan
losscheurend	=	losscheuren
losscheurende	=	losscheuren
losscheurt	=	losscheuren
losschiet	=	losschieten
losschiete	=	losschieten
losschieten	verb	plotseling vrijkomen uit een vaste verbinding
losschietend	=	losschieten
losschietende	=	losschieten
losschoot	=	losschieten
losschoten	=	losschieten
losschroef	=	losschroeven
losschroefde	=	losschroeven
losschroefden	=	losschroeven
losschroeft	=	losschroeven
losschroeve	=	losschroeven
losschroeven	verb	met behulp van een schroevendraaier losmaken
losschroevend	=	losschroeven
losschroevende	=	losschroeven
losschud	=	losschudden
losschudde	=	losschudden
losschudden	verb	spieren en gewrichten soepel maken door ze snel heen en weer te laten bewegen (op de maat van de muziek)
losschuddend	=	losschudden
losschuddende	=	losschudden
losschudt	=	losschudden
losse	=	los
lossen	verb	losser maken
lossend	=	lossen
lossende	=	lossen
losser	noun	iemand die lost
lossere	=	los
lossers	=	los
lossing	noun	het lossen van vracht in een haven
lossingen	=	lossing
lossla	=	losslaan
losslaan	verb	van zijn ankers slaan
losslaand	=	losslaan
losslaande	=	losslaan
losslaat	=	losslaan
lossloeg	=	losslaan
lossloege	=	losslaan
lossloegen	=	losslaan
lossloegt	=	losslaan
lossneden	=	lossnijden
lossneed	=	lossnijden
lossnij	=	lossnijden
lossnijd	=	lossnijden
lossnijde	=	lossnijden
lossnijden	verb	met een scherpvoorwerp, iets dat vast zit aan iets anders, los maken
lossnijdend	=	lossnijden
lossnijdende	=	lossnijden
lossnijdt	=	lossnijden
losspring	=	losspringen
losspringe	=	losspringen
losspringen	verb	door springen los- en opengaan
losspringend	=	losspringen
losspringende	=	losspringen
losspringt	=	losspringen
lossprong	=	losspringen
lossprongen	=	losspringen
lossta	=	losstaan
losstaan	verb	losstaan van: niet verbonden zijn met wat anders, geen verband hebben met
losstaand	adj	niet vast aan iets anders staand
losstaande	=	losstaand
losstaands	=	losstaand
losstaat	=	losstaan
losstond	=	losstaan
losstonde	=	losstaan
losstonden	=	losstaan
losstondt	=	losstaan
lost	=	los
loste	=	los
losten	=	lossen
lostrek	=	lostrekken
lostrekke	=	lostrekken
lostrekken	verb	door trekken losmaken
lostrekkend	=	lostrekken
lostrekkende	=	lostrekken
lostrekt	=	lostrekken
lostrok	=	lostrekken
lostrokke	=	lostrekken
lostrokken	=	lostrekken
lostrokt	=	lostrekken
lostu	noun	plotseling optredende neiging om iets speciaals te eten, met name voorkomend bij zwangere vrouwen
losvees	=	losvijzen
losvezen	=	losvijzen
losvijs	=	losvijzen
losvijst	=	losvijzen
losvijze	=	losvijzen
losvijzen	verb	een bevestiging ongedaan maken door het uitdraaien van schroeven
losvijzend	=	losvijzen
losvijzende	=	losvijzen
loswal	noun	kade waaraan schepen hun lading kunnen lossen
loswallen	=	loswal
losweek	=	losweken
losweekt	=	losweken
losweekte	=	losweken
losweekten	=	losweken
losweg	adv	op onbedachtzame wijze
losweke	=	losweken
losweken	verb	door weken in water of ander oplosmiddel niet meer verbonden zijn met iets anders
loswekend	=	losweken
loswekende	=	losweken
loswerk	=	loswerken
loswerke	=	loswerken
loswerken	verb	van iets dat het los komt te zitten en dus niet meer ergens aan vast zit of ergens contact mee maakt
loswerkend	=	loswerken
loswerkende	=	loswerken
loswerkt	=	loswerken
loswerkte	=	loswerken
loswerkten	=	loswerken
loswrik	=	loswrikken
loswrikke	=	loswrikken
loswrikken	verb	door een krachtige heen-en-weer beweging iets losmaken
loswrikkend	=	loswrikken
loswrikkende	=	loswrikken
loswrikt	=	loswrikken
loswrikte	=	loswrikken
loswrikten	=	loswrikken
loswring	=	loswringen
loswringe	=	loswringen
loswringen	verb	door wringen losmaken
loswringend	=	loswringen
loswringende	=	loswringen
loswringt	=	loswringen
loswrong	=	loswringen
loswrongen	=	loswringen
loszat	=	loszitten
loszaten	=	loszitten
loszinnig	adj	lichtzinnig, niet doordacht
loszinnige	=	loszinnig
loszinniger	=	loszinnig
loszinnigere	=	loszinnig
loszinnigers	=	loszinnig
loszinnigs	=	loszinnig
loszinnigst	=	loszinnig
loszinnigste	=	loszinnig
loszit	=	loszitten
loszitte	=	loszitten
loszitten	verb	niet goed zijn bevestigd
loszittend	=	loszitten
loszittende	=	loszitten
lot	noun	nieuw gegroeide tak aan een boom
lota	noun	soort schimmelinfectie van de huid veroorzaakt door Malassezia furfur
lota's	=	lota
lotaatje	=	lota
lote	=	loten
loteling	noun	diensplichtigen werden door loting aangeduid, of vrijgesteld
lotelingen	=	loteling
lotelingetje	=	loteling
loten	verb	toeval de uitkomst laten bepalen
lotend	=	loten
lotende	=	loten
loterij	noun	een schema waarbij door velen een kleine financiële inzet gedaan wordt, waaruit aan weinigen, door het lot bepaald, een grote som uitgekeerd wordt
loterijen	=	loterij
loterijtje	=	loterij
loterijtjes	=	loterij
lotgenoot	noun	iemand die dezelfde levensomstandigheden heeft
lotgenootje	=	lotgenoot
lotgenootjes	=	lotgenoot
lotgenote	noun	vrouw die dezelfde pech heeft als jezelf
lotgenoten	=	lotgenoot
lotgenotencontact	noun	bijeenkomst met personen die gelijke of gelijksoortige nare gebeurtenis hebben meegemaakt
lotgenotencontacten	=	lotgenotencontact
lotgenotes	=	lotgenote
lotgeval	noun	wat iemand bij toeval overkomt
lotgevallen	noun	belevenissen
lotgevalletje	=	lotgeval
lotgevalletjes	=	lotgeval
lotharinger	noun	een inwoner van Lotharingen, of iemand afkomstig uit Lotharingen
lotharingers	=	lotharinger
lotharingertje	=	lotharinger
lotharingertjes	=	lotharinger
lotharings	adj	op Lotharingen betrekking hebbend
lotharingse	noun	een vrouwelijke inwoner van Lotharingen, of een vrouw afkomstig uit Lotharingen
lotharingsen	=	lotharingse
lotharingstalig	adj	de Lotharingse taal sprekend
lotharingstalige	=	lotharingstalig
lotharingstaligs	=	lotharingstalig
loti	noun	munteenheid van Lesotho
loti's	=	loti
loting	noun	het loten
lotingen	=	loting
lotinkje	=	loting
lotinkjes	=	loting
lotion	noun	geurige cosmetische vloeistof
lotions	=	lotion
lotje	=	lot
lotjes	=	lot
lotnummer	noun	nummer van een loterijlot dat bepaalt of je wel of geen prijs hebt
lotnummers	=	lotnummer
lotnummertje	=	lotnummer
lotnummertjes	=	lotnummer
lotsbeschikking	noun	het lot bepaalt wat er gaat gebeuren en niet de wil van een persoon
lotsbeschikkingen	=	lotsbeschikking
lotsbeschikkinkje	=	lotsbeschikking
lotsbeschikkinkjes	=	lotsbeschikking
lotsbestemming	noun	wat er met iemand gebeurt zonder dat hij er iets aan kan veranderen
lotsbestemmingen	=	lotsbestemming
lotsen	=	lot
lotsverandering	noun	een verandering van het lot, oftewel een wending in iemands levensomstandigheden of maatschappelijke positie.
lotsveranderingen	=	lotsverandering
lotsveranderingetje	=	lotsverandering
lotsveranderingetjes	=	lotsverandering
lotsverbetering	noun	verbetering van maatschappelijke positie
lotsverbeteringen	=	lotsverbetering
lotsverbonden	adj	door eenzelfde lot tot elkaar gebracht
lotsverbondener	=	lotsverbonden
lotsverbondeners	=	lotsverbonden
lotsverbondenheid	noun	het lotsverbonden zijn, saamhorigheid door gelijkheid van lot
lotsverbondens	=	lotsverbonden
lotsverbondenst	=	lotsverbonden
lotsverbondenste	=	lotsverbonden
lotswisseling	noun	verandering van het lot dat iemand treft
lotswisselingen	=	lotswisseling
lotswisselingetje	=	lotswisseling
lotswisselingetjes	=	lotswisseling
lotta	=	lota
lottah	=	lota
lotto	noun	een loterij met een inzet op één of meerdere getallen
lotto's	=	lotto
lottootje	=	lotto
lottootjes	=	lotto
lottospel	noun	lotto
lottospelen	=	lottospel
lottospellen	=	lottospel
lottrekking	noun	een manier om door het toeval te beslissen wie een bepaalde prijs wint, ergens aan mag meedoen of een taak krijgt toegewezen.
lottrekkingen	=	lottrekking
lottrekkinkje	=	lottrekking
lottrekkinkjes	=	lottrekking
lotus	noun	bepaald soort waterplant met fraaie bloemen, Nelumbo nucifera
lotusbloem	noun	naam voor verschillende bloemen en bomen
lotusbloemen	=	lotusbloem
lotusbloemetje	=	lotusbloem
lotusbloemetjes	=	lotusbloem
lotusbloempje	=	lotusbloem
lotusbloempjes	=	lotusbloem
lotusbomen	=	lotusboom
lotusboom	noun	Diospyros lotus een plant uit de familie Ebenaceae.
lotusboompje	=	lotusboom
lotusboompjes	=	lotusboom
lotuseffect	noun	effect dat een oppervlak, bv. een oppervlak dat met een bepaalde verf of nanotechnologie behandeld is, vocht en vuil afstoot, genoemd naar het vocht- en vuilafstotende blad van de lotusplant
lotuseffecten	=	lotuseffect
lotuseffectje	=	lotuseffect
lotuseffectjes	=	lotuseffect
lotuseter	noun	lid van een bij Homerus vermeld volk van opiumschuivers
lotuseters	=	lotuseter
lotushouding	noun	yoga oefening waarbij men met de benen over elkaar mediteert; de Oosterse variant van de kleermakerszit
lotushoudingen	=	lotushouding
lotushoudinkje	=	lotushouding
lotushoudinkjes	=	lotushouding
lotusje	=	lotus
lotuskus	noun	het met de tong stimuleren van de huid rond de anus
lotusschoen	noun|historical	bekleding voor voeten die bewust misvormd zijn om te voldoen aan het vroegere Chinese schoonheidsideaal dat vrouwen zo klein mogelijke voeten voorschreef
lotusschoenen	=	lotusschoen
lotusschoentje	=	lotusschoen
lotusschoentjes	=	lotusschoen
lotussen	=	lotus
lotusvoet	noun|historical	opzettelijk door inbinding misvormd onderste deel van het been voorbij de enkel, als resultaat van het vroegere Chinese schoonheidsideaal dat vrouwen zo klein mogelijke voeten voorschreef
lotusvoeten	=	lotusvoet
lotusvoetje	=	lotusvoet
lotusvoetjes	=	lotusvoet
lou	adv	nee, niet
louche	adj	onguur, verdacht, met een slechte reputatie
loucher	=	louche
louchere	=	louche
louchers	=	louche
louches	=	louche
louchest	=	louche
loucheste	=	louche
louis	noun	gouden munt uit Frankrijk die vernoemd is naar de Franse koningen met de naam Louis
louisiadenbrilvogel	noun	Zosterops griseotinctus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
louisiadenbrilvogels	=	louisiadenbrilvogel
louisiadenbrilvogeltje	=	louisiadenbrilvogel
louisiadenbrilvogeltjes	=	louisiadenbrilvogel
louisiadenfluiter	noun	Pachycephala collaris een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
louisiadenfluiters	=	louisiadenfluiter
louisiadenfluitertje	=	louisiadenfluiter
louisiadenfluitertjes	=	louisiadenfluiter
louisiadenhoningvogel	noun	Dicaeum nitidum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
louisiadenhoningvogels	=	louisiadenhoningvogel
louisiadenhoningvogeltje	=	louisiadenhoningvogel
louisiadenhoningvogeltjes	=	louisiadenhoningvogel
louisiadenijsvogel	noun	Todiramphus colonus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
louisiadenijsvogels	=	louisiadenijsvogel
louisiadenijsvogeltje	=	louisiadenijsvogel
louisiadenijsvogeltjes	=	louisiadenijsvogel
louisiadenmonarch	noun	Symposiachrus melanopterus een zangvogel uit de familie monarchen (Monarchidae).
louisiadenmonarchen	=	louisiadenmonarch
louisiadenmonarchje	=	louisiadenmonarch
louisiadenmonarchjes	=	louisiadenmonarch
louisiadenwaaierstaart	noun	Rhipidura louisiadensis een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
louisiadenwaaierstaarten	=	louisiadenwaaierstaart
louisiadenwaaierstaartje	=	louisiadenwaaierstaart
louisiadenwaaierstaartjes	=	louisiadenwaaierstaart
louisianatangare	noun	Piranga ludoviciana een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
louisianatangaren	=	louisianatangare
louisianatangaretje	=	louisianatangare
louisianatangaretjes	=	louisianatangare
louisianawaterlijster	noun	Parkesia motacilla een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
louisianawaterlijsters	=	louisianawaterlijster
louisianawaterlijstertje	=	louisianawaterlijster
louisianawaterlijstertjes	=	louisianawaterlijster
lounge	noun	comfortabele zitruimte of wachtruimte
loungebank	noun	grote, gemakkelijk zittende bank die zich leent om te loungen
loungebanken	=	loungebank
loungecafeetje	=	loungecafé
loungecafeetjes	=	loungecafé
loungecafé	noun	horecagelegenheid waarbij men in gemakkelijke stoelen kan zitten en waar rustige elektronische muziek wordt gedraaid
loungecafés	=	loungecafé
loungeclub	noun	nachtclub met gemakkelijke stoelen, rustige elektronische muziek waar men kan praten en dansen
loungeclubs	=	loungeclub
loungede	=	loungen
loungeden	=	loungen
loungemuziek	noun	achtergrondmuziek geschikt voor in de lounge
loungemuziekje	=	loungemuziek
loungemuziekjes	=	loungemuziek
loungen	verb	ontspannen op luie stoelen of banken in een rustige omgeving
loungend	=	loungen
loungende	=	loungen
lounges	=	lounge
loungeset	noun	bankstel gestoffeerd met geschikt materiaal voor buitengebruik, bedoeld om onderuitgezakt in te ontspannen op terrassen bij duurdere horeca of in particuliere tuinen
loungesets	=	loungeset
lounget	=	loungen
loungete	=	loungen
loungeten	=	loungen
loupe	=	loep
louter	adj	puur, enkel
louterde	=	louteren
louterden	=	louteren
louterder	=	louter
louterdere	=	louter
louterders	=	louter
loutere	=	louteren
louteren	verb	zuiveren
louterend	=	louteren
louterende	=	louteren
loutering	noun	het louteren
louteringen	=	loutering
louters	=	louter
louterst	=	louter
louterste	=	louter
loutert	=	louteren
louvredeur	noun	speciaal soort deur die gekenmerkt wordt door schuin afstaande horizontale latjes die ventilatie en licht doorlaten en tegelijkertijd enige privacy bieden
louvredeuren	=	louvredeur
louvredeurtje	=	louvredeur
louvredeurtjes	=	louvredeur
louw	noun	Tinca tinca zeelt
louwen	=	louw
louwmaand	noun	eerste maand van het kalenderjaar
louwmaanden	=	louwmaand
louwmaandje	=	louwmaand
louwmaandjes	=	louwmaand
louwtje	=	louw
love	=	loven
lovegame	noun	bij tennis: een game waarbij één van spelers geen punten heeft gehaald
lovegames	=	lovegame
lovehandle	noun	ongewenste vetplooi aan de zijkant van iemands buik, heupen of dijen
lovehandles	noun	ongewenste vetplooien aan de zijkant van iemands buik, heupen of dijen
loven	verb	blijk geven van bewondering
lovend	adj	complimenten gevend; waardering gevend
lovende	=	loven
lovender	=	lovend
lovendere	=	lovend
lovenders	=	lovend
lovends	=	lovend
lovendst	=	lovend
lovendste	=	lovend
lovenswaardig	adj	dat iets waard is om geprezen te worden, dat iets waard is om een applausje te krijgen
lovenswaardige	=	lovenswaardig
lovenswaardiger	=	lovenswaardig
lovenswaardigere	=	lovenswaardig
lovenswaardigers	=	lovenswaardig
lovenswaardigs	=	lovenswaardig
lovenswaardigst	=	lovenswaardig
lovenswaardigste	=	lovenswaardig
lover	noun	het geheel van bladeren van een of meer bomen
loverboy	noun	pooier die meisjes verliefd op hem maakt om ze vervolgens in de prostitutie te doen belanden of in andere illegale activiteiten uit te buiten (drugshandel)
loverboys	=	loverboy
loverboytje	=	loverboy
loveren	=	loof
lovergirl	noun	meisje dat of jonge vrouw die anderen (meisjes dan wel jongens) overhaalt zich te gaan prostitueren
lovergirlje	=	lovergirl
lovergirls	=	lovergirl
lovergirltje	=	lovergirl
lovergirltjes	=	lovergirl
loverhoningeter	noun	Caligavis obscura een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
loverhoningeters	=	loverhoningeter
loverhoningetertje	=	loverhoningeter
loverhoningetertjes	=	loverhoningeter
lovers	=	lover
lovertje	=	lover
lovertjes	=	lover
loveseat	noun	brede stoel of smalle tweezitsbank waarbij twee personen op een knusse manier dicht bij elkaar kunnen zitten
loveseats	=	loveseat
lowbudgetfilm	noun	een goedkoop geproduceerde speelfilm.
lowbudgetfilms	=	lowbudgetfilm
lowbudgetklooster	noun	klooster waar tegen een goedkoop tarief overnacht kan worden in een kloostercel
lowbudgetkloosters	=	lowbudgetklooster
lowcostmaatschappij	noun	luchtvaartmaatschappij die goedkope vliegreizen aanbiedt
lowcostmaatschappijen	=	lowcostmaatschappij
lowcostvliegconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die goedkope vliegreizen aanbieden
lowcostvliegconcerns	=	lowcostvliegconcern
lowfaremaatschappij	noun	luchtvaartmaatschappij die goedkope vluchten aanbiedt
lowfaremaatschappijen	=	lowfaremaatschappij
lowies	=	louis
loyaal	adj	trouw zijnd aan iemand of de groep waartoe iemand behoort
loyaals	=	loyaal
loyaalst	=	loyaal
loyaalste	=	loyaal
loyale	=	loyaal
loyaler	=	loyaal
loyalere	=	loyaal
loyalers	=	loyaal
loyalist	noun	iemand die trouw blijft aan zijn idealen
loyalisten	=	loyalist
loyalistisch	adj	met betrekking tot het loyalisme
loyalistische	=	loyalistisch
loyalistischer	=	loyalistisch
loyalistischere	=	loyalistisch
loyalistischers	=	loyalistisch
loyaliteit	noun	het trouw blijven aan iets of iemand
loyaliteiten	=	loyaliteit
loyaliteitsconflict	noun	probleem dat men ervaart als twee of meer beloften of gevoelens van trouw strijdig met elkaar zijn
loyaliteitsconflicten	=	loyaliteitsconflict
loyaliteitsconflictje	=	loyaliteitsconflict
loyaliteitsconflictjes	=	loyaliteitsconflict
loyaliteitsprobleem	noun	situatie waarbij de trouw aan iets of iemand op de proef gesteld wordt
loyaliteitsprobleempje	=	loyaliteitsprobleem
loyaliteitsprobleempjes	=	loyaliteitsprobleem
loyaliteitsproblemen	=	loyaliteitsprobleem
loyaliteitsverklaring	noun	verklaring waarin men zijn trouw aan iets of iemand toezegt
loyaliteitsverklaringen	=	loyaliteitsverklaring
loyaliteitsverklarinkje	=	loyaliteitsverklaring
loyaliteitsverklarinkjes	=	loyaliteitsverklaring
loyauteit	noun	spontane nakoming van een gedane belofte of gemaakte afspraak of steun aan een groep waartoe men behoort
loyauteiten	=	loyauteit
loze	=	loos
lozen	verb	iets uitwerpen, kwijt zien te raken, gewoonlijk een vloeistof
lozend	=	lozen
lozende	=	lozen
lozer	noun	iemand die iets loost
lozere	=	loos
lozers	=	loos
lozing	noun	het lozen van (overtollige) vloeistoffen of gassen
lozingen	=	lozing
lozinkje	=	lozing
lozinkjes	=	lozing
loěfer	=	loef
lp	noun	een grammofoonplaat met aan beide kanten ongeveer 20 minuten muziek.
lp's	=	lp
lp'tje	=	lp
lp'tjes	=	lp
lpg	noun	afkorting van liquefied petroleum gas
lsd	noun	lysergeenzuurdi-ethylamide (C₂₀H₂₅N₃O) is een stof die kan worden gebruikt als drug en die daarbij hallucinaties opwekt
lso	noun	lager secundair onderwijs in België
lso's	=	lso
lto	noun	lager technisch onderwijs
lts	noun|obsolete	lagere technische school voorganger van het voorbereidend middelbaar beroeps onderwijs
lts'en	=	lts
luandees	noun	een inwoner van Luanda, of iemand afkomstig uit Luanda	adj	op Luanda betrekking hebbend
luandese	noun	een vrouwelijke inwoner van Luanda, of een vrouw afkomstig uit Luanda
luandesen	=	luandese
luandezen	=	luandees
luapulagraszanger	noun	Cisticola luapula een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
luapulagraszangers	=	luapulagraszanger
luapulagraszangertje	=	luapulagraszanger
luapulagraszangertjes	=	luapulagraszanger
lub	noun	plooi in kraag of mouw
lubbe	noun	lub
lubben	=	lub
lubbenkraag	noun|obsolete	schijf bestaand uit sterk golvende stof rondom de hals, als versiering van bovenkleding
lubbenkragen	=	lubbenkraag
lubber	=	lubberen
lubberde	=	lubberen
lubberden	=	lubberen
lubbere	=	lubberen
lubberen	verb	te ruim zitten
lubberend	=	lubberen
lubberende	=	lubberen
lubberiaans	adj	op de manier van de vroegere Nederlandse minister-president Ruud Lubbers
lubberiaanse	=	lubberiaans
lubberiaanser	=	lubberiaans
lubberiaansere	=	lubberiaans
lubberiaansers	=	lubberiaans
lubberiaanst	=	lubberiaans
lubberiaanste	=	lubberiaans
lubberig	adj	losjes, met veel plooien
lubberige	=	lubberig
lubberiger	=	lubberig
lubberigere	=	lubberig
lubberigers	=	lubberig
lubberigs	=	lubberig
lubberigst	=	lubberig
lubberigste	=	lubberig
lubbert	=	lubberen
lubbestok	noun	Levisticum officinale lavas, maggikruid, maggiplant, mankracht
lubbestokje	=	lubbestok
lubbestokjes	=	lubbestok
lubbestokken	=	lubbestok
lubbetje	=	lubbe
lubbetjes	=	lubbe
lubje	=	lub
lubjes	=	lub
lubriek	adj	wellustig
lubrieke	=	lubriek
lubrieker	=	lubriek
lubriekere	=	lubriek
lubriekers	=	lubriek
lubrieks	=	lubriek
lubriekst	=	lubriek
lubriekste	=	lubriek
lucerne	=	luzerne
lucht	noun	mengsel van gassen waaruit de atmosfeer bestaat
luchtaanval	noun	een aanval vanuit de lucht op een grondpositie
luchtaanvallen	=	luchtaanval
luchtaanvalletje	=	luchtaanval
luchtaanvalletjes	=	luchtaanval
luchtacrobatiek	noun	het op een kunstige, spectaculaire manier vliegen
luchtactie	noun	actie waarin van vliegtuigen gebruik wordt gemaakt
luchtacties	=	luchtactie
luchtactietje	=	luchtactie
luchtactietjes	=	luchtactie
luchtafweer	noun	verdedigingsmiddelen tegen aanvallen met vliegtuigen of raketten
luchtafweergeschut	noun	een onderdeel van de luchtverdediging en kan bestaan uit grootkaliber-machinegeweren tot snelvuurkanonnen bestemd voor het bestoken van vliegtuigen en andere luchtdoelen
luchtafweren	=	luchtafweer
luchtagent	noun	veiligheidsmedewerker die meevliegt met een vliegtuig
luchtagenten	=	luchtagent
luchtalarm	noun	geluidssignaal door sirenes om de bevolking tegen gevaar te waarschuwen
luchtalarmen	=	luchtalarm
luchtalarmpje	=	luchtalarm
luchtalarmpjes	=	luchtalarm
luchtballon	noun	luchtvaartuig bestaande uit een met gas of warme lucht gevulde ballon, waaronder een mandje voor passagiers hangt
luchtballonnen	=	luchtballon
luchtballonnetje	=	luchtballon
luchtballonnetjes	=	luchtballon
luchtballons	=	luchtballon
luchtballonvaart	noun	een unieke vliegervaring waarbij je in een mand onder een grote ballon met hete lucht opstijgt en met de wind mee zweeft
luchtballonvaarten	=	luchtballonvaart
luchtballonvaartje	=	luchtballonvaart
luchtballonvaartjes	=	luchtballonvaart
luchtbases	=	luchtbasis
luchtbasis	noun	vliegveld van waaruit een vliegdienst opereert
luchtbasissen	=	luchtbasis
luchtbed	noun	opblaasbare matras, erg praktisch bij het kamperen
luchtbedden	=	luchtbed
luchtbedje	=	luchtbed
luchtbedjes	=	luchtbed
luchtbegrafenis	noun	lijkbezorging waarbij het lichaam van een dode een plaats boven de grond krijgt waar het door dieren (vaak gieren) wordt opgegeten
luchtbegrafenissen	=	luchtbegrafenis
luchtbehandeling	noun	het behandelen van lucht om deze geschikter te maken voor een binnenklimaat
luchtbehandelingen	=	luchtbehandeling
luchtbehandelingetje	=	luchtbehandeling
luchtbehandelingetjes	=	luchtbehandeling
luchtbehandelingsapparaat	noun	apparaat voor het behandelen van lucht
luchtbehandelingsapparaatje	=	luchtbehandelingsapparaat
luchtbehandelingsapparaatjes	=	luchtbehandelingsapparaat
luchtbehandelingsapparaten	=	luchtbehandelingsapparaat
luchtbehandelingsinstallatie	noun	apparaat dat zorgt voor een optimale samenstelling van de atmosfeer in een gebouw
luchtbehandelingsinstallaties	=	luchtbehandelingsinstallatie
luchtbehandelingsinstallatietje	=	luchtbehandelingsinstallatie
luchtbehandelingsinstallatietjes	=	luchtbehandelingsinstallatie
luchtbehandelingssysteem	noun	systeem voor luchtbehandeling
luchtbehandelingssysteempje	=	luchtbehandelingssysteem
luchtbehandelingssysteempjes	=	luchtbehandelingssysteem
luchtbehandelingssystemen	=	luchtbehandelingssysteem
luchtbel	noun	een bel van lucht
luchtbellen	=	luchtbel
luchtbellenijs	noun	hol ijs; ijs dat niet op water rust; ijs waaronder luchtbellen te zien zijn
luchtbelletje	=	luchtbel
luchtbelletjes	=	luchtbel
luchtbescherming	noun	verdediging tegen luchtaanvallen
luchtbeschermingen	=	luchtbescherming
luchtbevochtiger	noun	toestel dat vocht toevoegt aan (te) droge lucht
luchtbevochtigers	=	luchtbevochtiger
luchtbeweging	noun	de verplaatsing van lucht in de atmosfeer.
luchtbewegingen	=	luchtbeweging
luchtbeweginkje	=	luchtbeweging
luchtbeweginkjes	=	luchtbeweging
luchtbewoner	noun|obsolete	warmbloedig dier dat vliegt
luchtbewoners	=	luchtbewoner
luchtbogen	=	luchtboog
luchtbombardement	noun	een militaire aanval die door de luchtmacht wordt uitgevoerd door het afwerpen van bommen of lanceren van raketten vanuit een jachtvliegtuig of bommenwerper
luchtbombardementen	=	luchtbombardement
luchtboog	noun	gebogen, omhoog gaande verbinding tussen een steunbeer en een muur waarop het dakgewelf van een gebouw rust Zo'n stijgende boog brengt de horizontale kracht die een dakgewelf op de muur uitoefent over naar de steunbeer.
luchtboogje	=	luchtboog
luchtboogjes	=	luchtboog
luchtbrug	noun	ononderbroken stroom van transportvliegtuigen die aan- en afvliegen om een bepaald gebied van noodzakelijke voorraden te voorzien als dat niet via land- of zeeroutes mogelijk is
luchtbruggen	=	luchtbrug
luchtbruggetje	=	luchtbrug
luchtbruggetjes	=	luchtbrug
luchtbrugje	=	luchtbrug
luchtbrugjes	=	luchtbrug
luchtbuis	noun	buis waardoor lucht stroomt
luchtbuisje	=	luchtbuis
luchtbuisjes	=	luchtbuis
luchtbuizen	=	luchtbuis
luchtbuks	noun	geweer waarmee men door samengeperste lucht een kogel kan wegschieten
luchtbuksen	=	luchtbuks
luchtbuksje	=	luchtbuks
luchtbuksjes	=	luchtbuks
luchtcel	noun	afgesloten, kleine met lucht gevulde ruimte
luchtcellen	=	luchtcel
luchtcirculatie	noun	de beweging van de lucht in de atmosfeer
luchtcirculaties	=	luchtcirculatie
luchtcorridor	noun	smalle zone in de atmosfeer om als vliegroute te gebruiken vanaf de luchthaven van vertrek tot aan de luchthaven van bestemming
luchtcorridors	=	luchtcorridor
luchtdebiet	noun	grootte van een luchtstroom, als de hoeveelheid gas die per seconde door een opening stroomt
luchtdebietmeter	noun	toestel dat vaststelt hoe groot een luchtstroom is door het volume of de massa aan gas te bepalen dat per seconde door een opening stroomt
luchtdebietmeters	=	luchtdebietmeter
luchtdekking	noun	het beschermen van eigen grondtroepen of schepen tegen vijandelijke luchtaanvallen.
luchtdekkingen	=	luchtdekking
luchtdekkinkje	=	luchtdekking
luchtdekkinkjes	=	luchtdekking
luchtdicht	adj	ondoordringbaar voor lucht
luchtdichte	=	luchtdicht
luchtdichter	=	luchtdicht
luchtdichtere	=	luchtdicht
luchtdichters	=	luchtdicht
luchtdichts	=	luchtdicht
luchtdichtst	=	luchtdicht
luchtdichtste	=	luchtdicht
luchtdoelartillerie	noun	geschut dat gericht is op vijandelijke vliegtuigen en raketten
luchtdoelartillerieën	=	luchtdoelartillerie
luchtdoelgeschut	noun	wapen waarmee men op vliegtuigen en raketten kan schieten
luchtdoop	noun	de eerste vlucht in een vliegtuig die iemand maakt
luchtdoopje	=	luchtdoop
luchtdoopjes	=	luchtdoop
luchtdoorlatend	adj	met een zodanige structuur, dat er lucht doorheen kan
luchtdoorlatende	=	luchtdoorlatend
luchtdoorlatender	=	luchtdoorlatend
luchtdoorlatendere	=	luchtdoorlatend
luchtdoorlatenders	=	luchtdoorlatend
luchtdoorlatends	=	luchtdoorlatend
luchtdoorlatendst	=	luchtdoorlatend
luchtdoorlatendste	=	luchtdoorlatend
luchtdopen	=	luchtdoop
luchtdraaghal	noun	een grote, opblaasbare sporttent zonder palen die door middel van luchtdruk omhoog wordt gehouden om tijdelijk een buitenveld te overdekken
luchtdraaghallen	=	luchtdraaghal
luchtdraaghalletje	=	luchtdraaghal
luchtdraaghalletjes	=	luchtdraaghal
luchtdrone	noun	drone die zelfstandig, mogelijk op afstand bestuurd, in de lucht opereert
luchtdrones	=	luchtdrone
luchtdruk	noun	de druk die onze atmosfeer uitoefent
luchtdrukken	=	luchtdruk
luchtdrukpistolen	=	luchtdrukpistool
luchtdrukpistool	noun	een pistool waarvan de kogeltjes door middel van een samengeperst gas worden weggeschoten
luchtdrukvariatie	noun	de afwisseling in luchtdruk.
luchtdrukvariaties	=	luchtdrukvariatie
luchtdrukvariatietje	=	luchtdrukvariatie
luchtdrukvariatietjes	=	luchtdrukvariatie
luchtdrukverdeling	noun	wijze waarop hoge en lage luchtdruk over een bepaald gebied verdeeld zijn
luchtdrukverdelingen	=	luchtdrukverdeling
luchte	=	luchten
luchtembolie	noun	luchtbel die in de bloedbaan wordt meegesleept
luchtembolietje	=	luchtembolie
luchtembolietjes	=	luchtembolie
luchtembolieën	=	luchtembolie
luchten	verb	aan de frisse lucht blootstellen
luchtend	=	luchten
luchtende	=	luchten
luchter	noun	een veelarmige plafondlamp met vooral een decoratieve functie
luchters	=	luchter
luchtertje	=	luchter
luchtertjes	=	luchter
luchtfiets	=	luchtfietsen
luchtfietse	=	luchtfietsen
luchtfietsen	verb	vage plannen maken
luchtfietsend	=	luchtfietsen
luchtfietsende	=	luchtfietsen
luchtfietser	noun	iemand die mooie maar onuitvoerbare plannen maakt
luchtfietserij	noun	het maken van plannen die mooi maar onuitvoerbaar zijn
luchtfietserijen	=	luchtfietserij
luchtfietsers	=	luchtfietser
luchtfietst	=	luchtfietsen
luchtfietste	=	luchtfietsen
luchtfietsten	=	luchtfietsen
luchtfilter	noun	toestel om de binnenstromende lucht vooraf te zuiveren van stofdeeltjes, insecten enz.
luchtfilters	=	luchtfilter
luchtfiltertje	=	luchtfilter
luchtfiltertjes	=	luchtfilter
luchtfoto	noun	Een foto die vanuit de lucht is genomen.
luchtfoto's	=	luchtfoto
luchtfotografie	noun	fotografie vanuit de lucht
luchtfotografieën	=	luchtfotografie
luchtfotootje	=	luchtfoto
luchtfotootjes	=	luchtfoto
luchtgaatje	=	luchtgat
luchtgaatjes	=	luchtgat
luchtgat	noun	buis waardoor vieze lucht het huis uitgeblazen kan worden met behulp van een ventilator
luchtgaten	=	luchtgat
luchtgekoeld	adj	met luchtkoeling d.w.z. met gebruikmaking van lucht als koelmiddel
luchtgekoelde	=	luchtgekoeld
luchtgekoelds	=	luchtgekoeld
luchtgevecht	noun	gevecht tussen twee of meer vliegtuigen
luchtgevechten	=	luchtgevecht
luchtgevechtje	=	luchtgevecht
luchtgevechtjes	=	luchtgevecht
luchtgitaar	noun	een denkbeeldige gitaar waarop de "muzikant" speelt, of liever de bewegingen maakt alsof hij een gitaar bespeelt
luchtgitaren	=	luchtgitaar
luchthal	noun	een grote, opblaasbare sporttent zonder palen die door middel van luchtdruk omhoog wordt gehouden om tijdelijk een buitenveld te overdekken
luchthallen	=	luchthal
luchthalletje	=	luchthal
luchthalletjes	=	luchthal
luchthartig	adj	zonder angst of vrees
luchthartige	=	luchthartig
luchthartiger	=	luchthartig
luchthartigere	=	luchthartig
luchthartigers	=	luchthartig
luchthartigheden	=	luchthartigheid
luchthartigheid	noun	de mate waarin iemand zaken niet al te zwaar opneemt
luchthartigs	=	luchthartig
luchthartigst	=	luchthartig
luchthartigste	=	luchthartig
luchthaven	noun	een vliegveld voor verkeersvliegtuigen met accommodatie voor ontvangst en vertrek van passagiers
luchthavenbedrijf	noun	bedrijf dat een luchthaven exploiteert
luchthavenbedrijven	=	luchthavenbedrijf
luchthavengebouw	noun	het gebouw van een luchthaven waarin o.a. de aankomst- en vertrekhal en de verkeerstoren gesitueerd zijn
luchthavengebouwen	=	luchthavengebouw
luchthavengebouwtje	=	luchthavengebouw
luchthavengebouwtjes	=	luchthavengebouw
luchthavenpersoneel	noun	mensen die werken op een vliegveld
luchthavenpolitie	noun	ambtenaren die de orde handhaven op een vliegveld
luchthavens	=	luchthaven
luchthaventerrein	noun	het totale gebied waarop een vliegveld en alle gebouwen die direct bij het vliegveld zijn betrokken, is gelegen
luchthaventerreinen	=	luchthaventerrein
luchthaventerreintje	=	luchthaventerrein
luchthaventerreintjes	=	luchthaventerrein
luchthaventje	=	luchthaven
luchthaventjes	=	luchthaven
luchthuiler	noun	een type vuurwerk dat een schel, gillend geluid produceert wanneer het wordt aangestoken door het snel ontsnappen van hete gassen door een kleine opening
luchthuilers	=	luchthuiler
luchthuilertje	=	luchthuiler
luchthuilertjes	=	luchthuiler
luchtig	adj	met lucht doortrokken
luchtige	=	luchtig
luchtiger	=	luchtig
luchtigere	=	luchtig
luchtigers	=	luchtig
luchtigheden	=	luchtigheid
luchtigheid	noun	zorgeloosheid, vrolijkheid, onbezorgdheid
luchtigheidje	=	luchtigheid
luchtigheidjes	=	luchtigheid
luchtigjes	adv	niet ernstig, onbezorgd
luchtigs	=	luchtig
luchtigst	=	luchtig
luchtigste	=	luchtig
luchtinlaat	noun	mechanisme waardoor een verbrandingsmotor van lucht wordt voorzien
luchtinlaten	=	luchtinlaat
luchtje	=	lucht
luchtjes	=	lucht
luchtkalk	noun	stof in mortels gebruikt die droogt aan de lucht door opname van CO2.
luchtkalkje	=	luchtkalk
luchtkalkjes	=	luchtkalk
luchtkanaal	noun	kanaal, buis of pijp waar lucht door stroomt, veelal voor ventilatie
luchtkanaaltje	=	luchtkanaal
luchtkanaaltjes	=	luchtkanaal
luchtkanalen	=	luchtkanaal
luchtkasteel	noun	een niet realistisch en veel te optimistisch toekomstbeeld
luchtkasteeltje	=	luchtkasteel
luchtkastelen	=	luchtkasteel
luchtkavel	noun	zeer hoge ruimte in een gebouw die men kan inrichten zonder gebruik te maken van binnenmuren
luchtkavels	=	luchtkavel
luchtkaveltje	=	luchtkavel
luchtkaveltjes	=	luchtkavel
luchtklinker	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die een toon voortbrengen door een trillende luchtkolom
luchtklinkers	=	luchtklinker
luchtklinkertje	=	luchtklinker
luchtklinkertjes	=	luchtklinker
luchtkoeling	noun	koeling van motoren door langsstromende lucht
luchtkoelingen	=	luchtkoeling
luchtkoker	noun	een koker waardoor de lucht verplaatst kan worden
luchtkokers	=	luchtkoker
luchtkokertje	=	luchtkoker
luchtkokertjes	=	luchtkoker
luchtkolom	noun|figurative	zuil van lucht
luchtkolommen	=	luchtkolom
luchtkus	noun	kus in de lucht i.p.v. op iemands gezicht of lichaam
luchtkusje	=	luchtkus
luchtkusjes	=	luchtkus
luchtkussen	noun	kussen dat met lucht is gevuld
luchtkussenfolie	noun	isolatiemateriaal, bestaande uit twee lagen kunststof met luchtkussentjes ertussen ook geschikt om kwetsbare producten mee te verpakken
luchtkussenfolies	=	luchtkussenfolie
luchtkussenfolietje	=	luchtkussenfolie
luchtkussenfolietjes	=	luchtkussenfolie
luchtkussenparadijs	noun	een grootschalige, vaak overdekte recreatieplek die bijna volledig bestaat uit met lucht gevulde attracties
luchtkussenparadijsje	=	luchtkussenparadijs
luchtkussenparadijsjes	=	luchtkussenparadijs
luchtkussenparadijzen	=	luchtkussenparadijs
luchtkussenpark	noun	een grootschalige, vaak overdekte recreatieplek die bijna volledig bestaat uit met lucht gevulde attracties
luchtkussenparken	=	luchtkussenpark
luchtkussenparkje	=	luchtkussenpark
luchtkussenparkjes	=	luchtkussenpark
luchtkussens	=	luchtkussen
luchtkussentje	=	luchtkussen
luchtkussentjes	=	luchtkussen
luchtkussentrein	noun	trein die zich voortbeweegt zonder direct contact met de rails
luchtkussentreinen	=	luchtkussentrein
luchtkussentreintje	=	luchtkussentrein
luchtkussentreintjes	=	luchtkussentrein
luchtkussenvaartuig	noun	een vaartuig dat zowel over water als over land op een luchtkussen voortzweeft
luchtkussenvaartuigen	=	luchtkussenvaartuig
luchtkussenvaartuigje	=	luchtkussenvaartuig
luchtkussenvaartuigjes	=	luchtkussenvaartuig
luchtkussenvoertuig	noun	een voertuig dat zich zowel over land als over water kan voortbewegen, waarbij onder de rok lucht wordt geblazen
luchtkussenvoertuigen	=	luchtkussenvoertuig
luchtkussenvoertuigje	=	luchtkussenvoertuig
luchtkussenvoertuigjes	=	luchtkussenvoertuig
luchtkwaliteit	noun	de mate van luchtverontreiniging
luchtkwaliteiten	=	luchtkwaliteit
luchtkwaliteitje	=	luchtkwaliteit
luchtlaag	noun	een laag van lucht
luchtlaagje	=	luchtlaag
luchtlaagjes	=	luchtlaag
luchtlagen	=	luchtlaag
luchtlanding	noun	landing van troepen uit de lucht
luchtlandingen	=	luchtlanding
luchtlandingstroep	noun	grondtroep die met behulp van vliegtuigen en helikopters op de plaats van bestemming worden gebracht
luchtlandingstroepen	noun	grondtroepen die met behulp van vliegtuigen en helikopters op de plaats van bestemming worden gebracht
luchtlandinkje	=	luchtlanding
luchtlandinkjes	=	luchtlanding
luchtledig	adj	zonder lucht
luchtledige	=	luchtledig
luchtlediger	=	luchtledig
luchtledigere	=	luchtledig
luchtledigers	=	luchtledig
luchtledigs	=	luchtledig
luchtledigst	=	luchtledig
luchtledigste	=	luchtledig
luchtleiding	noun	buis, slang of kanaal dat samengeperste lucht (perslucht) van een compressor naar machines of gereedschappen transporteert.
luchtleidingen	=	luchtleiding
luchtleidinkje	=	luchtleiding
luchtleidinkjes	=	luchtleiding
luchtlijn	noun	route die een luchtvaartuig neemt
luchtlijnen	=	luchtlijn
luchtloos	adj	zonder lucht
luchtloost	=	luchtloos
luchtlooste	=	luchtloos
luchtloze	=	luchtloos
luchtlozer	=	luchtloos
luchtlozere	=	luchtloos
luchtlozers	=	luchtloos
luchtmacht	noun	een krijgsmacht in de lucht die bestaant uit vliegtuigen, raketten, projectielen en personeel
luchtmachtbases	=	luchtmachtbasis
luchtmachtbasis	noun	Een vliegbasis speciaal voor de luchtmacht.
luchtmachtbasisje	=	luchtmachtbasis
luchtmachtbasisjes	=	luchtmachtbasis
luchtmachtbasissen	=	luchtmachtbasis
luchtmachten	=	luchtmacht
luchtmachtgeneraal	noun	opperbevelhebber van de luchtmacht
luchtmachtgeneraals	=	luchtmachtgeneraal
luchtmachtje	=	luchtmacht
luchtmachtjes	=	luchtmacht
luchtmachtofficier	noun	leidinggevende in de luchtmacht
luchtmachtofficieren	=	luchtmachtofficier
luchtmachtofficiers	=	luchtmachtofficier
luchtmatras	noun	een matras die gevuld is met lucht
luchtmatrasje	=	luchtmatras
luchtmatrasjes	=	luchtmatras
luchtmatrassen	=	luchtmatras
luchtmissie	noun	een militaire missie vanuit de lucht
luchtmissies	=	luchtmissie
luchtmissietje	=	luchtmissie
luchtmissietjes	=	luchtmissie
luchtmobiel	adj	een troepenmacht van de landmacht die door middel van helikopters naar het gevechtsterrein gebracht kan worden
luchtmobiele	=	luchtmobiel
luchtmobiels	=	luchtmobiel
luchtmonster	noun	kleine hoeveelheid lucht om de samenstelling daarvan te onderzoeken
luchtmonsters	=	luchtmonster
luchtnet	noun	netwerk van luchtvaartverbindingen
luchtnetten	=	luchtnet
luchtoorlog	noun	oorlog die vooral in de lucht wordt uitgevochten
luchtoorlogen	=	luchtoorlog
luchtoperatie	noun	operatie met vliegtuigen, drones of raketten
luchtoperaties	=	luchtoperatie
luchtoverwicht	noun	de militaire dominantie in de lucht boven een bepaald gebied.
luchtoverwichten	=	luchtoverwicht
luchtoverwichtje	=	luchtoverwicht
luchtoverwichtjes	=	luchtoverwicht
luchtpijp	noun	de luchtweg tussen het strottenhoofd tot aan de opsplitsing in de hoofdbronchi
luchtpijpen	=	luchtpijp
luchtpijpje	=	luchtpijp
luchtpijpjes	=	luchtpijp
luchtpiraat	noun	iemand die de besturing van een vliegtuig, onder dreiging met geweld, overneemt
luchtpiraten	=	luchtpiraat
luchtplaats	noun	plek waar men iets of iemand kan luchten
luchtplaatsen	=	luchtplaats
luchtplankton	noun	in de lucht zwevend plankton
luchtpomp	noun	pomp om lucht te transporteren
luchtpompen	=	luchtpomp
luchtpompje	=	luchtpomp
luchtpompjes	=	luchtpomp
luchtpost	noun	met een vliegtuig vervoerde post
luchtpostbrief	noun	een brief die met een vliegtuig is vervoerd
luchtpostbriefje	=	luchtpostbrief
luchtpostbriefjes	=	luchtpostbrief
luchtpostbrieven	=	luchtpostbrief
luchtposten	=	luchtpost
luchtpostpapier	noun	licht blauw papier met een gering gewicht dat men gebruikt voor het verzenden van brieven met een vliegtuig
luchtpostpapieren	=	luchtpostpapier
luchtramp	noun	een ernstig ongeluk met één of meerdere vliegtuigen waarbij vaak een aanzienlijk aantal doden of gewonden valt
luchtrampen	=	luchtramp
luchtrampje	=	luchtramp
luchtrampjes	=	luchtramp
luchtreddingsdienst	noun	een gespecialiseerde organisatie die hulp verleent bij ongevallen of medische noodsituaties met behulp van luchtvaartuigen, zoals helikopters of vliegtuigen
luchtrooster	noun	opening die is afgedekt met een rooster waardoor lucht een ruimte in of uit kan gaan
luchtroosters	=	luchtrooster
luchtroostertje	=	luchtrooster
luchtroostertjes	=	luchtrooster
luchtruim	noun	de luchtlagen boven een bepaald grondgebied
luchtruimbewaking	noun	het bewaken van het luchtruim tegen vijanden of criminelen
luchtruimbewakingen	=	luchtruimbewaking
luchtruimen	=	luchtruim
luchtruimpje	=	luchtruim
luchtscheepje	=	luchtschip
luchtscheepjes	=	luchtschip
luchtschepen	=	luchtschip
luchtschip	noun	een bestuurbaar luchtvaartuig dat lichter is dan lucht
luchtschroef	noun	voortstuwingswerktuig van luchtvaartuigen, propeller
luchtschroefje	=	luchtschroef
luchtschroefmotor	noun	hulpmotor voor rijwielen uit het begin van de twintigste eeuw
luchtschroefmotoren	=	luchtschroefmotor
luchtschroefmotors	=	luchtschroefmotor
luchtschroefmotortje	=	luchtschroefmotor
luchtschroefmotortjes	=	luchtschroefmotor
luchtschroeven	=	luchtschroef
luchtshow	noun	demonstratie met (stunt)vliegtuigen, parachutespringen etc.
luchtshows	=	luchtshow
luchtshowtje	=	luchtshow
luchtshowtjes	=	luchtshow
luchtslag	noun	gevecht tussen twee of meer vliegtuigen
luchtslagen	=	luchtslag
luchtslang	noun	flexibele leiding waardoor men lucht kan verplaatsen van de ene naar de andere plaats
luchtslangen	=	luchtslang
luchtslangetje	=	luchtslang
luchtslangetjes	=	luchtslang
luchtsluis	noun	een van twee zijden afsluitbare ruimte die toegang verschaft aan een van de buitenlucht afgesloten ruimte
luchtsluisje	=	luchtsluis
luchtsluisjes	=	luchtsluis
luchtsluizen	=	luchtsluis
luchtsoort	noun	een bepaalde soort lucht
luchtsoorten	=	luchtsoort
luchtsoortje	=	luchtsoort
luchtsoortjes	=	luchtsoort
luchtspiegeling	noun	een optisch fenomeen dat het resultaat is van temperatuurinversie, een verschijnsel waarbij er grote temperatuurverschillen bestaan tussen verschillende luchtlagen
luchtspiegelingen	=	luchtspiegeling
luchtspoor	noun	spoorweg op een verhoging ver boven de grond
luchtspoortje	=	luchtspoor
luchtspoortjes	=	luchtspoor
luchtsporen	=	luchtspoor
luchtsport	noun	in de lucht bedreven sport, bv. zweefvliegen, ballonvaren, hanggliden, parachutespringen
luchtsporten	=	luchtsport
luchtsportje	=	luchtsport
luchtsportjes	=	luchtsport
luchtsteun	noun	ondersteunende luchtaanvallen op vijandelijke posities op de grond ter ontlasting van eigen grondtroepen
luchtstreek	noun	een gebied met een bepaald klimaat
luchtstreken	=	luchtstreek
luchtstromen	=	luchtstroom
luchtstroming	noun	het zich bewegen van een bepaalde hoeveelheid lucht in één bepaalde richting
luchtstromingen	=	luchtstroming
luchtstroom	noun	beweging van een hoeveelheid lucht van de ene plaats naar de andere
luchtstroompje	=	luchtstroom
luchtstroompjes	=	luchtstroom
luchtte	=	luchten
luchttechnisch	adj	betreffende de techniek van de behandeling van de lucht in gebouwen
luchttechnische	=	luchttechnisch
luchttechnischer	=	luchttechnisch
luchttechnischere	=	luchttechnisch
luchttechnischers	=	luchttechnisch
luchttemperaturen	=	luchttemperatuur
luchttemperatuur	noun	temperatuur van de buitenlucht
luchttemperatuurtje	=	luchttemperatuur
luchttemperatuurtjes	=	luchttemperatuur
luchtten	=	luchten
luchttoevoer	noun	het aanvoeren van lucht voor ademhaling of verbranding
luchttoevoeren	=	luchttoevoer
luchttransport	noun	vervoer via luchtverbindingen
luchttransporten	=	luchttransport
luchttransportje	=	luchttransport
luchttransportjes	=	luchttransport
luchtvaart	noun	verkeer in de lucht
luchtvaartalliantie	noun	samenwerkingsverband van meerdere luchtvaartmaatschappijen
luchtvaartallianties	=	luchtvaartalliantie
luchtvaartautoriteit	noun	overheidsinstelling die regels voor het vliegverkeer maakt of handhaaft
luchtvaartautoriteiten	=	luchtvaartautoriteit
luchtvaartbedrijf	noun	een bedrijf dat vervoer door de lucht aanbiedt
luchtvaartbedrijfje	=	luchtvaartbedrijf
luchtvaartbedrijfjes	=	luchtvaartbedrijf
luchtvaartbedrijven	=	luchtvaartbedrijf
luchtvaartbond	noun	organisatie waarin alle met de burgerluchtvaart betrokken bedrijven met elkaar samenwerken
luchtvaartbonden	=	luchtvaartbond
luchtvaartbranche	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij de luchtvaart
luchtvaartbrancheorganisatie	noun	een organisatie die luchtvaartbranche vertegenwoordigd
luchtvaartbrancheorganisaties	=	luchtvaartbrancheorganisatie
luchtvaartbranches	=	luchtvaartbranche
luchtvaartconcern	noun	luchtvaartonderneming die bestaat uit meerdere afzonderlijke luchtvaartmaatschappijen
luchtvaartconcerns	=	luchtvaartconcern
luchtvaartdienst	noun	organisatie die de luchtvaart reguleert
luchtvaartdiensten	=	luchtvaartdienst
luchtvaarten	=	luchtvaart
luchtvaarthistorie	noun	geschiedenis van de luchtvaart; het verleden van de luchtvaartn
luchtvaartindustrie	noun	de ondernemingen die vliegtuigen ontwerpen en bouwen
luchtvaartindustrieën	=	luchtvaartindustrie
luchtvaartmaatschappij	noun	een bedrijf dat vervoer door de lucht aanbiedt
luchtvaartmaatschappijen	=	luchtvaartmaatschappij
luchtvaartmaatschappijtje	=	luchtvaartmaatschappij
luchtvaartmaatschappijtjes	=	luchtvaartmaatschappij
luchtvaartmusea	=	luchtvaartmuseum
luchtvaartmuseum	noun	gebouw met een tentoonstelling over alles wat te maken heeft met vliegtuigen en het vliegverkeer
luchtvaartmuseumpje	=	luchtvaartmuseum
luchtvaartmuseumpjes	=	luchtvaartmuseum
luchtvaartmuseums	=	luchtvaartmuseum
luchtvaartonderneming	noun	bedrijf dat vliegverbindingen exploiteert
luchtvaartondernemingen	=	luchtvaartonderneming
luchtvaartongeluk	noun	een officieel ongeluk waarbij een luchtvaartuig zwaar beschadigd raakt, iemand ernstig gewond raakt of het toestel spoorloos verdwijnt
luchtvaartongelukje	=	luchtvaartongeluk
luchtvaartongelukjes	=	luchtvaartongeluk
luchtvaartongelukken	=	luchtvaartongeluk
luchtvaartongeval	noun	een officieel ongeluk waarbij een luchtvaartuig zwaar beschadigd raakt, iemand ernstig gewond raakt of het toestel spoorloos verdwijnt.
luchtvaartongevallen	=	luchtvaartongeval
luchtvaartongevalletje	=	luchtvaartongeval
luchtvaartongevalletjes	=	luchtvaartongeval
luchtvaartorganisatie	noun	organisatie die de luchtvaart reguleert
luchtvaartorganisaties	=	luchtvaartorganisatie
luchtvaartpersoneel	noun	mensen die werken bij een luchtvaartmaatschappij
luchtvaartpionier	noun	persoon die een belangrijke rol heeft gespeeld in de begindagen van de luchtvaart
luchtvaartpioniers	=	luchtvaartpionier
luchtvaartpioniertje	=	luchtvaartpionier
luchtvaartpioniertjes	=	luchtvaartpionier
luchtvaartscholen	=	luchtvaartschool
luchtvaartschool	noun	school waar piloten worden opgeleid
luchtvaartschooltje	=	luchtvaartschool
luchtvaartschooltjes	=	luchtvaartschool
luchtvaartsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van de luchtvaart
luchtvaartsectoren	=	luchtvaartsector
luchtvaartsectors	=	luchtvaartsector
luchtvaartshow	noun	evenement waar publiek kan kijken naar bijzondere vliegtuigen en naar vluchten waarmee piloten hun vaardigheden laten zien
luchtvaartshows	=	luchtvaartshow
luchtvaarttechniek	noun	is een specialisme in de techniek waarin men zich bezighoudt met vliegtuigen, ruimtevaartuigen en verwante onderwerpen
luchtvaarttechnieken	=	luchtvaarttechniek
luchtvaartuig	noun	een voertuig in staat om te vliegen.
luchtvaartuigen	=	luchtvaartuig
luchtvaartuigje	=	luchtvaartuig
luchtvaartuigjes	=	luchtvaartuig
luchtvaartveiligheid	noun	veiligheid in het vliegverkeer
luchtvaartverdrag	noun	verdrag betreffende de luchtvaart
luchtvaartverdragen	=	luchtvaartverdrag
luchtvaartvertoning	noun|formal	evenement waar publiek bijzondere vliegtuigen kan zien vliegen
luchtvaartvertoningen	=	luchtvaartvertoning
luchtvaartvertoninkje	=	luchtvaartvertoning
luchtvaartvertoninkjes	=	luchtvaartvertoning
luchtverbinding	noun	geregelde transportdienst per vliegtuig tussen twee locaties, vaak een lijndienst genoemd.
luchtverbindingen	=	luchtverbinding
luchtverbindinkje	=	luchtverbinding
luchtverbindinkjes	=	luchtverbinding
luchtverdediging	noun	de bescherming van het luchtruim tegen vijandelijke aanvallen
luchtverdedigingen	=	luchtverdediging
luchtverdedigingetje	=	luchtverdediging
luchtverdedigingetjes	=	luchtverdediging
luchtverdedigingseenheden	=	luchtverdedigingseenheid
luchtverdedigingseenheid	noun	militaire eenheden die zijn uitgerust om vitale objecten, gebieden en andere troepen te beschermen tegen dreigingen uit de lucht, zoals vliegtuigen, drones, ballistische raketten en helikopters
luchtverdedigingssysteem	noun	geheel van voorzieningen die een gebied beschermt tegen aanvallen vanuit de lucht
luchtverdedigingssystemen	=	luchtverdedigingssysteem
luchtverdeling	noun	wijze waarop hoge en lage luchtdruk over een bepaald gebied verdeeld zijn
luchtverdelingen	=	luchtverdeling
luchtverdelinkje	=	luchtverdeling
luchtverdelinkjes	=	luchtverdeling
luchtverfrisser	noun	een middel om geur binnenshuis te maskeren door deze door een sterkere geur te laten overheersen
luchtverfrissers	=	luchtverfrisser
luchtvering	noun	vering die berust op compressie van lucht
luchtveringen	=	luchtvering
luchtverkeer	noun	het verkeer dat zich door de lucht voortbeweegt.
luchtverkeersbegeleiding	noun	de dienstverlening die zorgt voor een veilig, ordelijk en vlot verloop van het vliegverkeer in een afgebakend luchtruim.
luchtverkeersbegeleidingen	=	luchtverkeersbegeleiding
luchtverkeersbegeleidinkje	=	luchtverkeersbegeleiding
luchtverkeersbegeleidinkjes	=	luchtverkeersbegeleiding
luchtverkeersbeveiliging	noun	alle maatregelen, systemen en diensten die ervoor zorgen dat vliegtuigen veilig en ordelijk door het luchtruim en over luchthavens kunnen navigeren.
luchtverkeersbeveiligingen	=	luchtverkeersbeveiliging
luchtverkeersbeveiligingetje	=	luchtverkeersbeveiliging
luchtverkeersbeveiligingetjes	=	luchtverkeersbeveiliging
luchtverkeersleider	noun	iemand die zorgt voor een ordelijk verloop van het luchtverkeer met name in de buurt van vliegvelden
luchtverkeersleiders	=	luchtverkeersleider
luchtverkeersleiding	noun	organisatie die het luchtverkeer regelt m.b.v. een complex informatiesysteem
luchtverkeersleidingen	=	luchtverkeersleiding
luchtverkeersleidinkje	=	luchtverkeersleiding
luchtverkeersleidinkjes	=	luchtverkeersleiding
luchtverontreiniging	noun	het verschijnsel waarbij de ons omringende lucht wordt verontreinigd door stoffen die daar van oorsprong niet in voorkomen
luchtverontreinigingen	=	luchtverontreiniging
luchtverontreinigingetje	=	luchtverontreiniging
luchtverontreinigingetjes	=	luchtverontreiniging
luchtverplaatsing	noun	het gaan van de lucht van de ene naar de andere plaats
luchtverplaatsingen	=	luchtverplaatsing
luchtververser	noun	apparaat dat zorgt voor verse lucht in een bepaalde ruimte
luchtverversers	=	luchtververser
luchtverversing	noun	ventilatie
luchtverversingen	=	luchtverversing
luchtverversinkje	=	luchtverversing
luchtverversinkjes	=	luchtverversing
luchtvervoer	noun	vervoer door de lucht
luchtvervuiling	noun	het verschijnsel waarbij de lucht wordt verontreinigd door stoffen die daar van oorsprong niet in voorkomen
luchtvervuilingen	=	luchtvervuiling
luchtvluchteling	noun	iemand (meestal) met longproblemen die als gevolg van een slechte luchtkwaliteit in de woonomgeving verhuist naar een plek met schonere lucht
luchtvluchtelingen	=	luchtvluchteling
luchtvluchtelingetje	=	luchtvluchteling
luchtvluchtelingetjes	=	luchtvluchteling
luchtvochtigheden	=	luchtvochtigheid
luchtvochtigheid	noun	de partiële druk van waterdamp als percentage van de verzadigde evenwichtsdruk bij een bepaalde temperatuur
luchtvochtigheidje	=	luchtvochtigheid
luchtvochtigheidsgraad	noun	een mate voor de hoeveelheid waterdamp die zich ten opzichte van de maximale hoeveelheid waterdamp in de lucht bevindt bij een bepaalde temperatuur en luchtdruk
luchtvochtigheidsgraadje	=	luchtvochtigheidsgraad
luchtvochtigheidsgraadjes	=	luchtvochtigheidsgraad
luchtvochtigheidsgraden	=	luchtvochtigheidsgraad
luchtvracht	noun	goederen die men via de lucht vervoert
luchtvrachtcursus	noun	een opleiding gericht op het veilig, efficiënt en volgens internationale regelgeving verwerken en vervoeren van goederen via vliegtuigen
luchtvrachtcursusje	=	luchtvrachtcursus
luchtvrachtcursusjes	=	luchtvrachtcursus
luchtvrachtcursussen	=	luchtvrachtcursus
luchtvrachten	=	luchtvracht
luchtvrees	noun	een ziekelijke afkeer van luchtstromen of frisse lucht
luchtwaardig	adj	geschikt en betrouwbaar om ermee te vliegen
luchtwaardige	=	luchtwaardig
luchtwaardiger	=	luchtwaardig
luchtwaardigere	=	luchtwaardig
luchtwaardigers	=	luchtwaardig
luchtwaardigheden	=	luchtwaardigheid
luchtwaardigheid	noun	het luchtwaardig zijn
luchtwaardigheidsbewijs	noun	document dat de luchtwaardigheid van een toestel officieel erkent
luchtwaardigheidsbewijzen	=	luchtwaardigheidsbewijs
luchtwaardigheidscertificaat	noun	certificaat dat de luchtwaardigheid van een vliegtuig aantoont
luchtwaardigheidscertificaten	=	luchtwaardigheidscertificaat
luchtwaardigs	=	luchtwaardig
luchtwaardigst	=	luchtwaardig
luchtwaardigste	=	luchtwaardig
luchtwaardin	noun	vrouw die beroepsmatig passagiers in een vliegtuig verzorgt
luchtwaardinnen	=	luchtwaardin
luchtwacht	noun	organistatie of persoon die het luchtruim afspeurt naar vijandelijke vliegtuigen
luchtwachten	=	luchtwacht
luchtweerstand	noun	weerstand die de lucht biedt aan voorwerpen die erdoorheen bewegen
luchtweerstanden	=	luchtweerstand
luchtweg	noun	vooral als meervoud luchtwegen: organen waardoor de lucht in de longen komt
luchtwegaandoening	noun	ziekte van de bronchiën
luchtwegaandoeningen	=	luchtwegaandoening
luchtwegaandoeninkje	=	luchtwegaandoening
luchtwegaandoeninkjes	=	luchtwegaandoening
luchtwegen	=	luchtweg
luchtweginfectie	noun	een infectie in de luchtwegen, waaronder in de neus, keel of longen
luchtweginfecties	=	luchtweginfectie
luchtwegklacht	noun	het moeite hebben met ademen of enige indicatie die duidt op een luchtwegziekte
luchtwegklachten	=	luchtwegklacht
luchtwegvirus	noun	een virus dat zich doorgaans via de luchtwegen verspreid en zich nestelt in de longen
luchtwegvirusje	=	luchtwegvirus
luchtwegvirusjes	=	luchtwegvirus
luchtwegvirussen	=	luchtwegvirus
luchtwegziekte	noun	een gezondheidsprobleem in de luchtwegen van een organisme
luchtwegziekten	=	luchtwegziekte
luchtwegziektes	=	luchtwegziekte
luchtzak	noun	verticale wind van boven naar beneden die ontstaat als koude lucht naar beneden gaat
luchtzakje	=	luchtzak
luchtzakjes	=	luchtzak
luchtzakken	=	luchtzak
luchtziek	adj	misselijk doordat men zich in de lucht bevindt
luchtzieke	=	luchtziek
luchtzieker	=	luchtziek
luchtziekere	=	luchtziek
luchtziekers	=	luchtziek
luchtzieks	=	luchtziek
luchtziekst	=	luchtziek
luchtziekste	=	luchtziek
luchtziekte	noun	aandoening die ontstaat doordat iemand zich in een schommelend vliegtuig bevindt
luchtziekten	=	luchtziekte
luchtziektes	=	luchtziekte
luchtzuiger	noun	draaibare metalen kap boven op ventilatiekokers om de onzuivere lucht weg te zuigen
luchtzuigers	=	luchtzuiger
luchtzuigertje	=	luchtzuiger
luchtzuigertjes	=	luchtzuiger
luchtzuivering	noun	het zuiveren van (bedorven) lucht
luchtzuiveringsinstallatie	noun	apparaat dat verontreinigingen uit de atmosfeer verwijderd
luchtzuiveringsinstallaties	=	luchtzuiveringsinstallatie
lucide	adj	klaar , duidelijk
lucider	=	lucide
lucidere	=	lucide
luciders	=	lucide
lucides	=	lucide
luciditeit	noun	klaarheid van geest
luciditeiten	=	luciditeit
luciedst	=	lucide
luciedste	=	lucide
lucifer	noun	een stokje met een zwavelkopje, dienende om vuur te maken
luciferbladroller	noun	Pammene rhediella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
luciferbladrollers	=	luciferbladroller
luciferbladrollertje	=	luciferbladroller
luciferbladrollertjes	=	luciferbladroller
luciferdoos	noun	een doos met lucifers meestal ook voorzien van een vlak waaraan men de lucifers door wrijven kan aansteken, meestal in de verkleinvorm lucifersdoosje gebruikt
luciferdoosje	=	luciferdoos
luciferdoosjes	=	luciferdoos
luciferdozen	=	luciferdoos
luciferfabriek	noun	een bedrijf waar lucifers worden gemaakt
luciferfabrieken	=	luciferfabriek
luciferfabriekje	=	luciferfabriek
luciferfabriekjes	=	luciferfabriek
luciferkolibrie	noun	Calothorax lucifer een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
luciferkolibries	=	luciferkolibrie
luciferkolibrietje	=	luciferkolibrie
luciferkolibrietjes	=	luciferkolibrie
lucifers	=	lucifer
lucifersdoos	noun	rechthoekige huls met een daarin passend bakje van karton voor houten staafjes met een zwavelhoudend kopje aan een uiteinde waarmee je vuur kunt maken door met dat kopje langs een geprepareerde strook op de huls strijken
lucifersdoosje	=	lucifersdoos
lucifersdozen	=	lucifersdoos
lucifershout	noun	het dunne makkelijk brandbare en breekbare houtje van een lucifer
lucifershoutje	=	lucifershout
lucifershoutjes	=	lucifershout
lucifertje	=	lucifer
lucifertjes	=	lucifer
lucratief	adj	veel (financieel) voordeel gevend
lucratiefs	=	lucratief
lucratiefst	=	lucratief
lucratiefste	=	lucratief
lucratieve	=	lucratief
lucratiever	=	lucratief
lucratievere	=	lucratief
lucratievers	=	lucratief
lucullisch	adj	met weelderige overvloed
lucullische	=	lucullisch
lucullischer	=	lucullisch
lucullischere	=	lucullisch
lucullischers	=	lucullisch
lucuma	noun	Pouteria lucuma een vrucht die oorspronkelijk uit de Zuid-Amerikaanse Andes-valleien van Chili, Peru en Ecuador afkomstig is.
lucuma's	=	lucuma
luddisme	noun	beweging van Engelse arbeiders die zich tussen 1810 en 1820 fel verzetten tegen de invoering van machines in de textielnijverheid
ludduvuddu	noun|humorous	of pijn die men voelt over het verbroken zijn van een relatie of over de onbereikbaarheid van een geliefde
ludiek	adj	bijzonder en leuk, apart op een leuke manier
ludieke	=	ludiek
ludieker	=	ludiek
ludiekere	=	ludiek
ludiekers	=	ludiek
ludieks	=	ludiek
ludiekst	=	ludiek
ludiekste	=	ludiek
lues	noun	seksueel overdraagbare infectie met de bacterie Treponema pallidum
luetisch	adj	door de geslachtsziekte lues (syfilis) veroorzaakt
luetische	=	luetisch
luetischer	=	luetisch
luetischere	=	luetisch
luetischers	=	luetisch
luetischt	=	luetisch
luetischte	=	luetisch
luffa	noun	een geslacht Luffa uit de komkommerfamilie
lufiramaskerwever	noun	Ploceus ruweti een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
lufiramaskerwevers	=	lufiramaskerwever
lufiramaskerwevertje	=	lufiramaskerwever
lufiramaskerwevertjes	=	lufiramaskerwever
lugt	=	lucht
luguber	adj	op een onaangename wijze angstaanjagend
luguberder	=	luguber
luguberdere	=	luguber
luguberders	=	luguber
lugubere	=	luguber
lugubers	=	luguber
luguberst	=	luguber
luguberste	=	luguber
luhya	noun	iemand die tot het volk van de Luhya behoort
luhya's	=	luhya
lui	adj	niet houdend van inspanning of werk	noun|informal	vaak groep mensen
luiaard	noun	werkschuw persoon
luiaardij	noun	het lui zijn; het de kantjes ervan aflopen
luiaardijen	=	luiaardij
luiaardje	=	luiaard
luiaardjes	=	luiaard
luiaards	noun	een onderorde Folivora, middelgrote Zuid-Amerikaanse zoogdieren waarvan tegenwoordig nog twee families bestaan: tweevingerige luiaards (Megalonychidae) en drievingerige luiaards (Bradypodidae).
luibak	noun	scheldwoord voor iemand die lui is, een luiaard
luibakje	=	luibak
luibakjes	=	luibak
luibakke	=	luibakken
luibakken	verb	luieren
luibakkend	=	luibakken
luibakkende	=	luibakken
luibakt	=	luibakken
luibakte	=	luibakken
luibakten	=	luibakken
luibuis	noun	scheldwoord voor iemand die lui is, een luiaard
luibuisje	=	luibuis
luibuisjes	=	luibuis
luibuizen	=	luibuis
luid	adj	veel lawaai producerend
luidde	=	luiden
luidden	=	luiden
luide	=	luid
luiden	verb	doen klinken, gewoonlijk van een bel	noun|obsolete	groep mensen
luidend	=	luiden
luidende	=	luiden
luidens	prep	zoals dat beschreven is in	noun|obsolete	als van klokgelui
luider	noun	iemand die luidt
luidere	=	luid
luiders	=	luid
luidertje	=	luider
luidertjes	=	luider
luidheid	noun	het lawaai
luidje	=	luid
luidkeels	adv	met aanzienlijke stemverheffing
luidkeelse	=	luidkeels
luidkeelser	=	luidkeels
luidkeelsere	=	luidkeels
luidkeelsers	=	luidkeels
luidkeelst	=	luidkeels
luidkeelste	=	luidkeels
luidklok	noun	grote metalen bel, vaak hangend in een kerktoren, die geluid maakt om mensen te attenderen, waarschuwen of te informeren
luidklokje	=	luidklok
luidklokjes	=	luidklok
luidklokken	=	luidklok
luidop	adv	luidkeels, hardop
luidruchtig	adj	onaangenaam veel lawaai makend
luidruchtige	=	luidruchtig
luidruchtiger	=	luidruchtig
luidruchtigere	=	luidruchtig
luidruchtigers	=	luidruchtig
luidruchtigheden	=	luidruchtigheid
luidruchtigheid	noun	het veel lawaai maken
luidruchtigs	=	luidruchtig
luidruchtigst	=	luidruchtig
luidruchtigste	=	luidruchtig
luids	=	luid
luidspreker	noun	toestel waarin elektrische energie in akoestische energie wordt omgezet, gewoonlijk om muziek en stemgeluid te verspreiden
luidsprekerbox	noun	een behuizing die een of meer luidsprekers bevat voor weergave van audio
luidsprekerboxen	=	luidsprekerbox
luidsprekerboxje	=	luidsprekerbox
luidsprekerboxjes	=	luidsprekerbox
luidsprekerkast	noun	een behuizing die een of meer luidsprekers bevat voor weergave van audio
luidsprekerkasten	=	luidsprekerkast
luidsprekerkastje	=	luidsprekerkast
luidsprekerkastjes	=	luidsprekerkast
luidsprekers	=	luidspreker
luidsprekersysteem	noun	installatie met luidsprekers die een een elektronisch versterkt geluid produceert
luidsprekersysteempje	=	luidsprekersysteem
luidsprekersysteempjes	=	luidsprekersysteem
luidsprekersystemen	=	luidsprekersysteem
luidsprekertje	=	luidspreker
luidsprekertjes	=	luidspreker
luidst	=	luid
luidste	=	luid
luidt	=	luiden
luie	=	lui
luien	verb	luiden
luiend	=	luien
luiende	=	luien
luier	noun	vocht absorberend kledingstuk dat wordt gedragen door een incontinente persoon, inz. door een baby
luierbroek	noun	luier in de vorm van een broek
luierbroeken	=	luierbroek
luierbroekje	=	luierbroek
luierbroekjes	=	luierbroek
luiercontainer	noun	een speciale inzamelcontainer, vaak geplaatst in de openbare ruimte of bij kinderdagverblijven, die bedoeld is voor het gescheiden inzamelen van baby- en incontinentieluiers
luiercontainers	=	luiercontainer
luiercontainertje	=	luiercontainer
luiercontainertjes	=	luiercontainer
luierde	=	luieren
luierden	=	luieren
luiere	=	lui
luieren	verb	niets uitvoeren, niks doen
luierend	=	luieren
luierende	=	luieren
luiergebied	noun	deel van het onderlichaam van een baby dat wordt bedekt met een luier
luiergebieden	=	luiergebied
luiergebiedje	=	luiergebied
luiergebiedjes	=	luiergebied
luierik	noun	een lui persoon
luieriken	=	luierik
luierikje	=	luierik
luierikjes	=	luierik
luiers	=	luier
luiert	=	luieren
luiertje	=	luier
luiertjes	=	luier
luieruitslag	noun	huiduitslag die ontstaat door het contact van urine en ontlasting op de huid, bij het dragen van luiers
luif	=	luifel
luifel	noun	afdak dat met de ene horizontale kant aan de buitenzijde van een gebouw is bevestigd, terwijl de daartegenoverliggende zijde vrij dragend is
luifelhoed	noun	hoed met brede zijkanten zodat het gezicht van de draagster tegen de zon (en mannelijke gluurders) werd beschermd
luifelhoeden	=	luifelhoed
luifelhoedje	=	luifelhoed
luifelhoedjes	=	luifelhoed
luifels	=	luifel
luifeltje	=	luifel
luifeltjes	=	luifel
luifen	=	luifel
luiheid	noun	het ontbreken van de wil iets te doen
luiigheden	=	luiigheid
luiigheid	noun	het lui zijn
luik	noun	openklappend vlak, klapdeur
luike	=	luiken
luiken	verb	vlechten
luikenaar	noun	een inwoner van Luik, of iemand afkomstig uit Luik
luikenaars	=	luikenaar
luikenaren	=	luikenaar
luikend	=	luiken
luikende	=	luiken
luiker	adj	op Luik betrekking hebbend
luikers	=	luiker
luikerst	=	luiker
luikerste	=	luiker
luikgat	noun	gat dat met een luik wordt afgedekt, met name op een schip
luikgaten	=	luikgat
luikje	=	luik
luikjes	=	luik
luikopening	noun	een opening in een schip of gebouw dat met een of twee luiken afgesloten kan worden
luikopeningen	=	luikopening
luikopeningetje	=	luikopening
luikopeningetjes	=	luikopening
luikring	noun	ring waarmee men een luik oplicht of laat zakken
luikringen	=	luikring
luikringetje	=	luikring
luikringetjes	=	luikring
luiks	adj	op Luik betrekking hebbend
luikse	noun	een vrouwelijke inwoner van Luik, of een vrouw afkomstig uit Luik
luiksen	=	luikse
luikser	=	luiks
luiksere	=	luiks
luiksers	=	luiks
luikst	=	luiks
luikste	=	luiks
luikt	=	luiken
luikte	=	luiken
luilak	noun	een persoon die niets of veel te weinig uitvoert
luilakje	=	luilak
luilakjes	=	luilak
luilakken	=	luilak
luilakkerij	noun	het niet ijverig werken terwijl dat wel noodzakelijk is
luilakkerijen	=	luilakkerij
luilekker	adj	als in Luilekkerland
luilekkerder	=	luilekker
luilekkerdere	=	luilekker
luilekkerders	=	luilekker
luilekkere	=	luilekker
luilekkerland	noun	fantasieland waarin men niet hoeft te werken en toch eten en drinken in overvloed heeft
luilekkerlanden	=	luilekkerland
luilekkerlandje	=	luilekkerland
luilekkers	=	luilekker
luilekkerst	=	luilekker
luilekkerste	=	luilekker
luim	noun	de stemming van een persoon op een bepaald tijdstip
luimen	=	luim
luimig	adj	vrolijk, schertsend, nonchalant
luimige	=	luimig
luimiger	=	luimig
luimigere	=	luimig
luimigers	=	luimig
luimigs	=	luimig
luimigst	=	luimig
luimigste	=	luimig
luimpje	=	luim
luimpjes	=	luim
luipaard	noun	bepaald soort zoogdier, Panthera pardus, een katachtige
luipaardbontjas	noun	jas gemaakt van luipaardbont
luipaardbontjasje	=	luipaardbontjas
luipaardbontjasjes	=	luipaardbontjas
luipaardbontjassen	=	luipaardbontjas
luipaarddraakvis	noun	Chimaera panthera een vis uit de familie der draakvissen.
luipaarddraakvisje	=	luipaarddraakvis
luipaarddraakvisjes	=	luipaarddraakvis
luipaarddraakvissen	=	luipaarddraakvis
luipaarden	=	luipaard
luipaardgekko	noun	Eublepharis macularius een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Eublepharidae
luipaardgekko's	=	luipaardgekko
luipaardgekkootje	=	luipaardgekko
luipaardgekkootjes	=	luipaardgekko
luipaardgrondel	noun	Thorogobius ephippiatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
luipaardgrondels	=	luipaardgrondel
luipaardgrondeltje	=	luipaardgrondel
luipaardgrondeltjes	=	luipaardgrondel
luipaardhaai	noun	Triakis semifasciata een middelgrote haai
luipaardhaaien	=	luipaardhaai
luipaardhaaitje	=	luipaardhaai
luipaardhaaitjes	=	luipaardhaai
luipaardje	=	luipaard
luipaardjes	=	luipaard
luipaardkikker	noun	Lithobates pipiens een kikker uit de familie echte kikkers (Ranidae).
luipaardkikkers	=	luipaardkikker
luipaardkikkertje	=	luipaardkikker
luipaardkikkertjes	=	luipaardkikker
luipaardleguaan	noun	Gambelia wislizenii een hagedis uit de familie Crotaphytidae
luipaardleguaantje	=	luipaardleguaan
luipaardleguaantjes	=	luipaardleguaan
luipaardleguanen	noun	een geslacht Gambelia van hagedissen die behoren tot de familie Crotaphytidae
luipaardlichtmot	noun	Nomophila noctuella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
luipaardlichtmotje	=	luipaardlichtmot
luipaardlichtmotjes	=	luipaardlichtmot
luipaardlichtmotten	=	luipaardlichtmot
luipaardpantsermeerval	noun	Corydoras julii een kleine aquariumvis van 4 tot 6 cm groot
luipaardpantsermeervallen	=	luipaardpantsermeerval
luipaardpantsermeervalletje	=	luipaardpantsermeerval
luipaardpantsermeervalletjes	=	luipaardpantsermeerval
luipaardslang	noun	Zamenis situla een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
luipaardslangen	=	luipaardslang
luipaardslangetje	=	luipaardslang
luipaardslangetjes	=	luipaardslang
luipaardtrekkervis	noun	Balistoides conspicillum vis uit de familie van de trekkervissen en de orde van de kogelvisachtigen
luipaardtrekkervisje	=	luipaardtrekkervis
luipaardtrekkervisjes	=	luipaardtrekkervis
luipaardtrekkervissen	=	luipaardtrekkervis
luirik	=	luierik
luis	noun	benaming voor verschillende meestal vleugelloze insecten die parasiteren op dieren en planten
luisde	=	luizen
luisden	=	luizen
luisje	=	luis
luisjes	=	luis
luiskop	noun	iemand die veel luizen bij zich heeft
luiskopje	=	luiskop
luiskopjes	=	luiskop
luiskoppen	=	luiskop
luismoeder	noun	moeder die basisschoolleerlingen controleert op de aanwezigheid van hoofdluizen
luismoeders	=	luismoeder
luisouder	noun	ouder die basisschoolleerlingen controleert op de aanwezigheid van hoofdluizen
luisouders	=	luisouder
luispoken	=	luispook
luispook	noun	persoon met veel luizen
luispookje	=	luispook
luispookjes	=	luispook
luist	=	lui
luiste	=	lui
luister	noun	straling, schitteringen, flonkering
luisteraar	noun	Iemand die luistert.
luisteraars	=	luisteraar
luisteraarster	noun	vrouw die actief naar geluiden luistert
luisteraarsters	=	luisteraarster
luisteraarstertje	=	luisteraarster
luisteraarstertjes	=	luisteraarster
luisteraartje	=	luisteraar
luisteraartjes	=	luisteraar
luisteramateur	noun	persoon die voor zijn plezier naar bijzondere radiozenders luistert
luisteramateurs	=	luisteramateur
luisteramateurtje	=	luisteramateur
luisteramateurtjes	=	luisteramateur
luisterbereidheid	noun	instelling om een ander goed te willen begrijpen om tot meer overeenstemming te komen
luisterboek	noun	een geluidsopname van een voorgelezen boek of een ingesproken reeks van hoorcolleges gegeven door docenten
luisterboeken	=	luisterboek
luisterboekje	=	luisterboek
luisterboekjes	=	luisterboek
luistercamera	noun	beveiligingscamera die reageert op heftige geluiden en dient om vroegtijdig ordeverstoringen te signaleren
luistercamera's	=	luistercamera
luistercameraatje	=	luistercamera
luistercameraatjes	=	luistercamera
luistercijfer	noun	cijfer dat aangeeft hoeveel mensen naar een programma hebben geluisterd
luistercijfers	noun	de cijfers die aangeven hoeveel mensen naar de verschillende radioprogramma's hebben geluisterd
luistercijfertje	=	luistercijfer
luistercijfertjes	=	luistercijfer
luisterde	=	luisteren
luisterden	=	luisteren
luisterdichtheden	=	luisterdichtheid
luisterdichtheid	noun	percentage van een bepaalde doelgroep dat (gemiddeld) naar een programma luistert (of heeft geluisterd)
luistere	=	luisteren
luisteren	verb	~ naar gericht waarnemen met het oor
luisterend	adj	met begrip en aandacht geluid opvangend met de oren
luisterende	=	luisteren
luisterends	=	luisterend
luistergedrag	noun	de manier waarop mensen naar muziek of radiouitzendingen luisteren
luistergeld	noun	verplichte bijdrage die de bezitter van een radiotoestel moet betalen als vergoeding voor het kunnen ontvangen van radioprogramma's
luistergelden	=	luistergeld
luisterhouding	noun	de manier waarop je verbaal en non-verbaal laat zien dat je oprecht aandacht hebt voor de spreker, de ander probeert te begrijpen en openstaat voor hun boodschap.
luisterhoudingen	=	luisterhouding
luisterhoudinkje	=	luisterhouding
luisterhoudinkjes	=	luisterhouding
luisterhuis	noun	plaats die is ingericht om mensen face-to-face met elkaar te laten communiceren
luisterhuisje	=	luisterhuis
luisterhuisjes	=	luisterhuis
luisterhuizen	=	luisterhuis
luisterlied	noun	melodieus lied waarvan de tekst het belangrijkste element vormt
luisterliederen	=	luisterlied
luisterliedje	=	luisterlied
luisterliedjes	=	luisterlied
luisterlijk	adj	luisterrijk
luisterlijke	=	luisterlijk
luisterlijker	=	luisterlijk
luisterlijkere	=	luisterlijk
luisterlijkers	=	luisterlijk
luisterlijks	=	luisterlijk
luisterlijkst	=	luisterlijk
luisterlijkste	=	luisterlijk
luisteroefening	noun	een opgave tijdens een les of cursus om de vaardigheid in het luisteren te verbeteren
luisteroefeningen	=	luisteroefening
luisteroefeningetje	=	luisteroefening
luisteroefeningetjes	=	luisteroefening
luisteronderzoek	noun	telling van het aantal luisteraars dat naar een radio-uitzending heeft geluisterd
luisteronderzoeken	=	luisteronderzoek
luisteropdracht	noun	dat je naar een tekst moet luisteren bij een taalcursus
luisteropdrachten	=	luisteropdracht
luisteropdrachtje	=	luisteropdracht
luisteropdrachtjes	=	luisteropdracht
luisterpop	noun	pop die bedoeld is om naar te luisteren (i.t.t. tot popmuziek om op te dansen)
luisterpost	noun	plaats van waaraf men kan afluisteren
luisterposten	=	luisterpost
luisterrijk	adj	met veel praal en schittering
luisterrijke	=	luisterrijk
luisterrijker	=	luisterrijk
luisterrijkere	=	luisterrijk
luisterrijkers	=	luisterrijk
luisterrijks	=	luisterrijk
luisterrijkst	=	luisterrijk
luisterrijkste	=	luisterrijk
luisterspel	noun	een verhaal met tekst, muziek en geluidseffecten, maar zonder beeld
luisterspelen	=	luisterspel
luistert	=	luisteren
luistertaal	noun	een wijze van communicatie tussen anderstalige gesprekspartners, zonder tolk of tussentaal: ieder spreekt de eigen taal en luistert naar de vreemde taal
luistertalen	=	luistertaal
luistertekst	noun	een stuk gesproken tekst waar je naar kunt luisteren
luisterteksten	=	luistertekst
luistertekstje	=	luistertekst
luistertekstjes	=	luistertekst
luistertoestel	noun	akoestisch richtkijker, is een apparaat dat werd gebruikt voor het lokaliseren van vliegtuigen op basis van geluid
luistertoestellen	=	luistertoestel
luistertoestelletje	=	luistertoestel
luistertoestelletjes	=	luistertoestel
luistertoeter	noun	akoestische hoorn die mensen met gehoorproblemen helpt met horen
luistertoeters	=	luistertoeter
luistertoetertje	=	luistertoeter
luistertoetertjes	=	luistertoeter
luistertoets	noun	een toets waarbij men test hoe goed men de gesproken taal kan verstaan en begrijpen
luistertoetsen	=	luistertoets
luistervaardigheden	=	luistervaardigheid
luistervaardigheid	noun	het kunnen herkennen en begrijpen van gesproken taal
luistervink	noun	iemand die op een ongeoorloofde manier gesprekken afluistert
luistervinken	=	luistervink
luistervinkje	=	luistervink
luistervinkjes	=	luistervink
luisvader	noun	vader die basisschoolleerlingen controleert op de aanwezigheid van hoofdluizen
luisvaders	=	luisvader
luisvlieg	noun	insect uit de familie Hippoboscidae van insecten uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera).
luisvliegen	noun	Hippoboscidae een familie van insecten uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera).
luisvliegje	=	luisvlieg
luisvliegjes	=	luisvlieg
luiszak	noun	een smerig persoon
luiszakje	=	luiszak
luiszakjes	=	luiszak
luiszakken	=	luiszak
luit	noun	snaarinstrument met een peervormige resonantiekast en een vlak bovenblad, de hals en kop staan meestal haaks op elkaar
luiten	=	luit
luitenant	noun	onderofficier in het leger met een rang tussen die van sergeant en kapitein
luitenant-adjudant	noun	als adjudant toegevoegd luitenant, bv. bij de staf van een bataljon
luitenant-adjudanten	=	luitenant-adjudant
luitenant-admiraal	noun	hoogste officier bij de marine, in rang overeenkomend met generaal
luitenant-admiraals	=	luitenant-admiraal
luitenant-admiralen	=	luitenant-admiraal
luitenant-generaal	noun	opperofficier bij de land- en luchtmacht, één rang hoger dan generaal-majoor en gelijk aan viceadmiraal bij de marine
luitenant-generaals	=	luitenant-generaal
luitenant-generaaltje	=	luitenant-generaal
luitenant-kolonel	noun	hoge militaire rang bij de landmacht, mariniers en de luchtmacht; de plaatsvervanger van de kolonel
luitenant-kolonels	=	luitenant-kolonel
luitenant-ter-zee	noun	officiersrang bij de Koninklijke Marine
luitenanten	=	luitenant
luitenanten-adjudanten	=	luitenant-adjudant
luitenanten-admiraals	=	luitenant-admiraal
luitenanten-admiralen	=	luitenant-admiraal
luitenanten-generaal	=	luitenant-generaal
luitenanten-kolonels	=	luitenant-kolonel
luitenanten-ter-zee	=	luitenant-ter-zee
luitenantje	=	luitenant
luitenantjes	=	luitenant
luitenants	=	luitenant
luitenants-adjudanten	=	luitenant-adjudant
luitenants-admiraals	=	luitenant-admiraal
luitenants-generaal	=	luitenant-generaal
luitenants-kolonels	=	luitenant-kolonel
luitenants-ter-zee	=	luitenant-ter-zee
luitenantsuniform	noun	de officiële kleding van een militair in de rang van luitenant
luitenantsuniformen	=	luitenantsuniform
luitenantsuniformpje	=	luitenantsuniform
luitenantsuniformpjes	=	luitenantsuniform
luitgetokkel	noun	muziek gemaakt door te tokkelen op een luit
luitist	noun	iemand die luit speelt
luitisten	=	luitist
luitistje	=	luitist
luitistjes	=	luitist
luitje	=	luit
luitjes	=	lui
luitkoffer	noun	draagbare bergruimte van stevig materiaal met een handvat, waarin men een luik kan meenemen tijdens het reizen
luitkoffers	=	luitkoffer
luitkoffertje	=	luitkoffer
luitkoffertjes	=	luitkoffer
luitmuziek	noun	muziekstuk geschreven voor een luit
luitouw	noun	touw waarmee men klokken luidt
luitouwen	=	luitouw
luitouwtje	=	luitouw
luitouwtjes	=	luitouw
luits	=	luit
luitspel	noun	muziek gemaakt op een luit
luitspelen	=	luitspel
luitspeler	noun	iemand die de luit bespeelt
luitspelers	=	luitspeler
luitspelertje	=	luitspeler
luitspelertjes	=	luitspeler
luiwagen	noun	schrobber op een lange steel
luiwagens	=	luiwagen
luiwagentje	=	luiwagen
luiwagentjes	=	luiwagen
luiwammes	noun	iemand die erg lui is
luiwammesen	=	luiwammes
luiwammesje	=	luiwammes
luiwammesjes	=	luiwammes
luiwerk	noun	een inrichting op een molen voor het ophijsen (luien) en laten zakken (afschieten) van zakken graan en meel.
luiwerken	=	luiwerk
luiwerkje	=	luiwerk
luiwerkjes	=	luiwerk
luize	=	luizen
luizen	verb	luizen vangen
luizenbaan	noun	een baan waar men voor weinig werk veel loon ontvangt
luizenbaantje	=	luizenbaan
luizenbaantjes	=	luizenbaan
luizenbanen	=	luizenbaan
luizenbos	noun|humorous	een dikke bos haar
luizenbosje	=	luizenbos
luizenbosjes	=	luizenbos
luizenbossen	=	luizenbos
luizencape	noun	een cape bedoeld om de overdracht van luizen via naast elkaar hangende jassen tegen te gaan.
luizencapeje	=	luizencape
luizencapejes	=	luizencape
luizencapes	=	luizencape
luizend	=	luizen
luizende	=	luizen
luizenei	noun	eitje van een (hoofd)luis
luizeneieren	=	luizenei
luizeneitje	=	luizenei
luizenkam	noun	een kam bedoeld om luizen uit de haren te kammen.
luizenkammen	=	luizenkam
luizenkammetje	=	luizenkam
luizenkammetjes	=	luizenkam
luizenleven	noun	een heel makkelijk en comfortabel leven leiden
luizenlevens	=	luizenleven
luizenleventje	=	luizenleven
luizenleventjes	=	luizenleven
luizenmarkt	noun	ongeregelde markt voor tweedehands goederen
luizenmarkten	=	luizenmarkt
luizenmarktje	=	luizenmarkt
luizenmoeder	noun	vrouwelijke ouder die op de school van haar kind helpt de hoofden van kinderen te controleren op en ontdoen van hoofdluis
luizenmoeders	=	luizenmoeder
luizenmoedertje	=	luizenmoeder
luizenmoedertjes	=	luizenmoeder
luizenouder	noun	vader of moeder die af en toe als vrijwilliger op de basisschool van hun kind helpen om na te gaan of kinderen last hebben van hoofdluis
luizenouders	=	luizenouder
luizenstreek	noun	achterbakse, oneerlijke, gemene daad
luizenstreekje	=	luizenstreek
luizenstreekjes	=	luizenstreek
luizenstreken	=	luizenstreek
luizenvader	noun	vader die basisschoolleerlingen controleert op de aanwezigheid van hoofdluizen
luizenvaders	=	luizenvader
luizenveer	noun|humorous	lucifer
luizenveertje	=	luizenveer
luizenveertjes	=	luizenveer
luizenveren	=	luizenveer
luizig	adj	armoedig
luizige	=	luizig
luiziger	=	luizig
luizigere	=	luizig
luizigers	=	luizig
luizigs	=	luizig
luizigst	=	luizig
luizigste	=	luizig
luk	noun	Arch. :geluk, fortuin
luk-raak	=	lukraak
lukje	=	luk
lukjes	=	luk
lukke	=	lukken
lukken	verb	tot een succes leiden
lukkend	=	lukken
lukkende	=	lukken
lukraak	adj	op goed geluk dingen doen, zonder kennis en zonder moeite
lukraaks	=	lukraak
lukraakst	=	lukraak
lukraakste	=	lukraak
lukrake	=	lukraak
lukraker	=	lukraak
lukrakere	=	lukraak
lukrakers	=	lukraak
lukt	=	lukken
lukte	=	lukken
lukten	=	lukken
lukuman	noun	priester, waarzegger, ziener in de wintireligie
lukumans	=	lukuman
lul	noun|vulgar	geslachtsdeel van de man
lul-de-behanger	noun	een waardeloos persoon, kluns
lul-de-behangers	=	lul-de-behanger
lulde	=	lullen
lulden	=	lullen
lulhannes	noun	stomme vent, sukkel
lulhannesen	=	lulhannes
lulhannesje	=	lulhannes
lulhannessen	=	lulhannes
lulkoek	noun|informal	flauwekul, onzin, zwakzinnig geklets, stom gezwets
lulle	=	lullen
lulleman	noun	iemand die teveel praat
lullemannen	=	lulleman
lullen	verb|informal	onzinnige of onbelangrijke dingen zeggen
lullend	=	lullen
lullende	=	lullen
lullepot	noun	een portie geklets; iemand die kletst
lullepotje	=	lullepot
lullepotjes	=	lullepot
lullepotten	=	lullepot
lulletje	=	lul
lulletjes	=	lul
lulliaans	adj	verband houdend met de werken of de ideeën van Ramon Llull
lulliaanse	=	lulliaans
lulliaanser	=	lulliaans
lulliaansere	=	lulliaans
lulliaansers	=	lulliaans
lulliaanst	=	lulliaans
lulliaanste	=	lulliaans
lullig	adj	vervelend
lullige	=	lullig
lulliger	=	lullig
lulligere	=	lullig
lulligers	=	lullig
lulligs	=	lullig
lulligst	=	lullig
lulligste	=	lullig
lullo	noun	Leidse corpsbal
lullo's	=	lullo
lullootje	=	lullo
lulo	noun	soort struik Solanum quitoense die tot 3 meter hoog kan worden en die voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika
lulo's	=	lulo
lult	=	lullen
lulverhaal	noun|informal	verhaal dat niet waar is of nergens over gaat
lulverhaaltje	=	lulverhaal
lulverhaaltjes	=	lulverhaal
lulverhalen	=	lulverhaal
lumbaal	adj	met betrekking tot de lende, het lage deel van de wervelkolom
lumbaalpunctie	noun	een punctie in de rug voor het verwijderen van wat hersenvocht, een ruggenmergpunctie
lumbaalpuncties	=	lumbaalpunctie
lumbaalpunctietje	=	lumbaalpunctie
lumbaalpunctietjes	=	lumbaalpunctie
lumbaals	=	lumbaal
lumbago	noun	spit, lendenpijn
lumbale	=	lumbaal
lumbeck	=	lumbecken
lumbecke	=	lumbecken
lumbecken	verb	boeken inbinden met lijm nadat de rug opgeruwd is
lumbeckend	=	lumbecken
lumbeckende	=	lumbecken
lumbeckt	=	lumbecken
lumbeckte	=	lumbecken
lumbeckten	=	lumbecken
lumen	noun	natuurlijke holte (ruimte)
lumens	=	lumen
lumenseconde	noun	hoeveelheid lichtenergie overeenkomend met 1 lumen licht gedurende 1 seconde
lumenseconden	=	lumenseconde
lumensecondes	=	lumenseconde
lumensecondetje	=	lumenseconde
lumensecondetjes	=	lumenseconde
lumensecondje	=	lumenseconde
lumensecondjes	=	lumenseconde
lumholtzboomkangoeroe	noun	Dendrolagus lumholtzi een klimbuideldier uit het geslacht der boomkangoeroes (Dendrolagus) dat voorkomt in het regenwoud van Noordoost-Queensland van Kirrima tot Mount Spurgeon, op meer dan 800 m hoogte.
lumholtzboomkangoeroes	=	lumholtzboomkangoeroe
lumholtzboomkangoeroetje	=	lumholtzboomkangoeroe
lumholtzboomkangoeroetjes	=	lumholtzboomkangoeroe
lumina	=	lumen
luminal	noun	merknaam voor slaapverwekkend, kalmerend middel uit de groep van de barbituraten
luminantie	noun	helderheid
luminanties	=	luminantie
luminescent	adj	lichtgevend
luminescente	=	luminescent
luminescenter	=	luminescent
luminescentere	=	luminescent
luminescenters	=	luminescent
luminescentie	noun	het uitzenden van licht door voorwerpen, zonder dat de temperatuur zo hoog gestegen is dat hierdoor de uitstraling zou kunnen worden veroorzaakt
luminescentielamp	noun	gasontladingslamp waarin elektronen tegen een lichtgevende laag worden geschoten
luminescents	=	luminescent
luminescentst	=	luminescent
luminescentste	=	luminescent
lumineus	adj	schitterend
lumineust	=	lumineus
lumineuste	=	lumineus
lumineuze	=	lumineus
lumineuzer	=	lumineus
lumineuzere	=	lumineus
lumineuzers	=	lumineus
luminifoor	noun	lichtgevende verfstof
luminiforen	=	luminifoor
lummel	noun	vervelend, lomp of onbeholpen persoon, meestal een jongen of man
lummelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van lummel
lummelachtige	=	lummelachtig
lummelachtiger	=	lummelachtig
lummelachtigere	=	lummelachtig
lummelachtigers	=	lummelachtig
lummelachtigs	=	lummelachtig
lummelachtigst	=	lummelachtig
lummelachtigste	=	lummelachtig
lummelbout	noun|slang	het mannelijk lid
lummelbouten	=	lummelbout
lummelboutje	=	lummelbout
lummelboutjes	=	lummelbout
lummelde	=	lummelen
lummelden	=	lummelen
lummele	=	lummelen
lummelen	verb	een tijd luiachtig doorbrengen
lummelend	=	lummelen
lummelende	=	lummelen
lummelig	adj	zoals hoort bij een onhandige jongen
lummelige	=	lummelig
lummeliger	=	lummelig
lummeligere	=	lummelig
lummeligers	=	lummelig
lummeligs	=	lummelig
lummeligst	=	lummelig
lummeligste	=	lummelig
lummelplaats	noun	plek om te lummelen
lummelplaatsen	=	lummelplaats
lummels	=	lummel
lummelt	=	lummelen
lummeltje	=	lummel
lumpsum	noun	de financiering van scholen door de Nederlandse overheid
lumpsumbekostiging	noun	een systeem waarbij een organisatie (zoals een school of zorgaanbieder) één totaalbedrag in één keer ontvangt, in plaats van geld per losse prestatie of activiteit.
lumpsumbekostigingen	=	lumpsumbekostiging
lumpsumbekostigingetje	=	lumpsumbekostiging
lumpsumbekostigingetjes	=	lumpsumbekostiging
lunair	adj	de maan betreffend, maan-
lunairder	=	lunair
lunairdere	=	lunair
lunairders	=	lunair
lunaire	=	lunair
lunairs	=	lunair
lunairst	=	lunair
lunairste	=	lunair
lunapark	noun	pretpark met kermisattracties
lunaparken	=	lunapark
lunaparkje	=	lunapark
lunaparkjes	=	lunapark
lunaria	=	lunarium
lunarisch	adj	m.b.t. de maan
lunarische	=	lunarisch
lunarischer	=	lunarisch
lunarischere	=	lunarisch
lunarischers	=	lunarisch
lunarium	noun	toestel ter aanschouwelijke voorstelling van de loop van de maan om de aarde
lunariumpje	=	lunarium
lunariumpjes	=	lunarium
lunch	noun	een maaltijd rond of iets na het middaguur
lunchafspraak	noun	een afspraak om samen te lunchen om dan ook vaak zaken te bespreken
lunchafspraakje	=	lunchafspraak
lunchafspraakjes	=	lunchafspraak
lunchafspraken	=	lunchafspraak
lunchbarak	noun	eenvoudig, tijdelijk onderkom waar men de middagmaaltijd kan gebruiken
lunchbarakje	=	lunchbarak
lunchbarakjes	=	lunchbarak
lunchbarakken	=	lunchbarak
lunchbespreking	noun	een zakelijke bijeenkomst die plaatsvindt tijdens de lunchpauze.
lunchbesprekingen	=	lunchbespreking
lunchbesprekinkje	=	lunchbespreking
lunchbesprekinkjes	=	lunchbespreking
lunchbox	noun	trommel om het middagmaal in te verpakken
lunchboxen	=	lunchbox
lunchboxje	=	lunchbox
lunchboxjes	=	lunchbox
lunchconcert	noun	muziekuitvoering in de tijd dat veel mensen hun werkzaamheden onderbreken voor het middagmaal
lunchconcerten	=	lunchconcert
lunche	=	lunchen
lunchen	verb	de lunch gebruiken
lunchend	=	lunchen
lunchende	=	lunchen
lunches	=	lunch
lunchgast	noun	persoon die is uitgenodigd om een middagmaal te gebruiken
lunchgasten	=	lunchgast
lunchgastje	=	lunchgast
lunchgastjes	=	lunchgast
lunchgerecht	noun	op een bepaalde manier bereid voedsel dat men gewoonlijk tussen de middag eet
lunchgerechten	=	lunchgerecht
lunchgerechtje	=	lunchgerecht
lunchgerechtjes	=	lunchgerecht
lunchje	=	lunch
lunchjes	=	lunch
lunchpakket	noun	een van tevoren bereide en verpakte koude maaltijd, die meegenomen kan worden naar school, of naar de werkplek
lunchpakketje	=	lunchpakket
lunchpakketjes	=	lunchpakket
lunchpakketten	=	lunchpakket
lunchpauze	noun	pauze halverwege de dag waarin men geacht wordt te gaan lunchen
lunchpauzen	=	lunchpauze
lunchpauzes	=	lunchpauze
lunchpauzetje	=	lunchpauze
lunchpauzetjes	=	lunchpauze
lunchplek	noun	plaats waar men een middagmaaltijd kan gebruiken
lunchplekje	=	lunchplek
lunchplekjes	=	lunchplek
lunchplekken	=	lunchplek
lunchroom	noun	lokaliteit waar men vooral gebak of een middagmaaltijd kan gebruiken
lunchrooms	=	lunchroom
luncht	=	lunchen
lunchtafel	noun	een luchmaaltijd
lunchtafels	=	lunchtafel
lunchtafeltje	=	lunchtafel
lunchtafeltjes	=	lunchtafel
lunchte	=	lunchen
lunchten	=	lunchen
lunchtijd	noun	het periode van de dag dat men gewoonlijk de middagmaaltijd gebruikt
lunchtijden	=	lunchtijd
lunchtrommel	noun	een doosje waarin je eten voor de lunch meeneemt voor werk of school
lunchtrommels	=	lunchtrommel
lunchtrommeltje	=	lunchtrommel
lunchtrommeltjes	=	lunchtrommel
lunchuren	=	lunchuur
lunchuur	noun	periode van de dag dat men een pauze heeft van het werk om het middageten te gerbuiken
lunchuurtje	=	lunchuur
lunchuurtjes	=	lunchuur
lunchvergadering	noun	bespreking die zo is georganiseerd dat de deelnemers tegelijk een middagmaal kunnen eten
lunchvergaderingen	=	lunchvergadering
lunet	noun	halfcirkelvormig bouwelement
lunetten	=	lunet
luns	noun	een metalen spie die vermijdt dat het wiel van de as kan afdraaien
lunsje	=	luns
lunsjes	=	luns
lunula	noun	witte, maanvormige gedeelte aan de basis van een nagel, een deel van de nagelmatrix
lunula's	=	lunula
lunulae	=	lunula
lunzen	=	luns
lupine	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lupinus uit de vlinderbloemenfamilie Fabaceae met zo'n 200 soorten en vele hybriden en cultivars
lupine-uitbreekkogeltje	noun	Diaporthe woodii een schimmel behorend tot de familie Diaporthaceae.
lupine-uitbreekkogeltjes	=	lupine-uitbreekkogeltje
lupinemeel	noun	tot meel vermalen zaden van de plant Lupinus
lupinen	=	lupine
lupines	=	lupine
lupinetje	=	lupine
lupinetjes	=	lupine
lupus	noun	huid tuberculose
luren	=	luur
lurex	noun	bepaald goudkleurig, zilverkleurig of bronskleurig garen uit metaal
lurf	noun	houtje met een inkeping dat een vogelaar gebruikt om het net te spannen
lurfje	=	lurf
luristanbeeksalamander	noun	Neurergus kaiseri een salamander uit de familie van echte salamanders (Salamandridae).
luristanbeeksalamanders	=	luristanbeeksalamander
luristanbeeksalamandertje	=	luristanbeeksalamander
luristanbeeksalamandertjes	=	luristanbeeksalamander
lurk	=	lurken
lurke	=	lurken
lurken	verb	hoorbaar zuigen of drinken
lurkend	=	lurken
lurkende	=	lurken
lurkt	=	lurken
lurkte	=	lurken
lurkten	=	lurken
lurven	=	lurf
lus	noun	een kring aangebracht in een touw of band
lusitanisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Portugees of gevormd naar Portugees voorbeeld
lusje	=	lus
lusjes	=	lus
lussen	=	lus
lust	noun	seksueel verlangen, geilheid, wellust
lustbeleving	noun	het het genieten en bevredigen van een (seksueel) verlangen
lustbelevingen	=	lustbeleving
lustbevrediging	noun	bevrediging van een lustgevoel
lustbevredigingen	=	lustbevrediging
lustbevredigingetje	=	lustbevrediging
lustbevredigingetjes	=	lustbevrediging
lustdodend	adj	verlangens en driften vernietigend
lustdodende	=	lustdodend
lustdodends	=	lustdodend
luste	=	lusten
lusteloos	adj	zonder energie, fut om iets te ondernemen	adv	een gebrek aan lust of energie tonend
lusteloosheid	noun	het lusteloos zijn
lusteloost	=	lusteloos
lustelooste	=	lusteloos
lusteloze	=	lusteloos
lustelozer	=	lusteloos
lustelozere	=	lusteloos
lustelozers	=	lusteloos
lusten	verb	trek [3] hebben in, lekker vinden
lustend	=	lusten
lustende	=	lusten
luster	noun	hangende luchter, kroonkandelaar
lusters	=	luster
lustertje	=	luster
lustertjes	=	luster
lustgevoel	noun	gevoel van lust, van behagen of van hartstocht
lustgevoelen	noun	gevoel van lust, van behagen of van hartstocht
lustgevoelens	=	lustgevoel
lusthof	noun	een oord, plek of landstreek, waar het een lust is te vertoeven, een lustoord
lusthofje	=	lusthof
lusthofjes	=	lusthof
lusthoven	=	lusthof
lusthuis	noun	een huis(je) op het land, waar men kan genieten van het buitenleven en de natuur
lusthuisje	=	lusthuis
lusthuisjes	=	lusthuis
lusthuizen	=	lusthuis
lustig	adj	zin hebbende in iets
lustige	=	lustig
lustiger	=	lustig
lustigere	=	lustig
lustigers	=	lustig
lustigheden	=	lustigheid
lustigheid	noun	opgewekte stemming
lustigheidje	=	lustigheid
lustigheidjes	=	lustigheid
lustigs	=	lustig
lustigst	=	lustig
lustigste	=	lustig
lustje	=	lust
lustjes	=	lust
lustmoord	noun	moord gerelateerd aan (seksuele) lustgevoelens
lustmoorden	=	lustmoord
lustmoordenaar	noun	iemand die een lustmoord heeft gepleegd
lustmoordenaars	=	lustmoordenaar
lustobject	noun	middel tot seksuele lustbevrediging
lustobjecten	=	lustobject
lustobjectje	=	lustobject
lustobjekt	=	lustobject
lustoord	noun	aangenaam oord, streek waar het verrukkelijk vertoeven is
lustoorden	=	lustoord
lustoordje	=	lustoord
lustopwekkend	adj	van iets dat het de seksuele lust, begeerte of het libido stimuleert en verhoogt.
lustopwekkende	=	lustopwekkend
lustopwekkender	=	lustopwekkend
lustopwekkendere	=	lustopwekkend
lustopwekkenders	=	lustopwekkend
lustopwekkends	=	lustopwekkend
lustopwekkendst	=	lustopwekkend
lustopwekkendste	=	lustopwekkend
lustplaats	noun	lustoord
lustplaatsen	=	lustplaats
lustra	=	lustrum
lustre	noun	dun, glanzend weefsel met een ketting van katoen of zijde en een inslag van wol, vooral geschikt voor zomerkleding
lustreer	=	lustreren
lustreerde	=	lustreren
lustreerden	=	lustreren
lustreert	=	lustreren
lustrere	=	lustreren
lustreren	verb	een (metaal)glans geven
lustrerend	=	lustreren
lustrerende	=	lustreren
lustrerie	noun	winkel waar men lampen verkoopt
lustrerietje	=	lustrerie
lustrerietjes	=	lustrerie
lustrerieën	=	lustrerie
lustres	=	lustre
lustrum	noun	een periode van vijf jaar
lustrums	=	lustrum
lustte	=	lusten
lustten	=	lusten
lusttuin	noun	voor genoegen aangelegde en onderhouden tuin
lusttuinen	=	lusttuin
lusttuintje	=	lusttuin
lusttuintjes	=	lusttuin
lusvormig	adj	vorm van een lus hebbend
lusvormige	=	lusvormig
lusvormiger	=	lusvormig
lusvormigere	=	lusvormig
lusvormigers	=	lusvormig
lusvormigs	=	lusvormig
lusvormigst	=	lusvormig
lusvormigste	=	lusvormig
lut	noun	Deeg, gebruikt om een pan hermetisch af te sluiten
lutetium	noun	scheikundig element met symbool Lu en atoomnummer 71. Het is een zilverwit lanthanide
lutetiumatomen	=	lutetiumatoom
lutetiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element lutetium.
lutetiumatoompje	=	lutetiumatoom
lutetiumatoompjes	=	lutetiumatoom
lutheraan	noun	aanhanger van de lutheraanse stroming van het christendom
lutheraans	adj	protestants volgens de leer van Maarten Luther
lutheraanse	=	lutheraans
lutheraanser	=	lutheraans
lutheraansere	=	lutheraans
lutheraansers	=	lutheraans
lutheraanst	=	lutheraans
lutheraanste	=	lutheraans
lutheranen	=	lutheraan
luthers	adj	volgens de leer van Maarten Luther, volgens de lutherse kerk.
luthers-evangelisch	adj	betreffende de protestantse stroming die gebaseerd is op de theologie van Maarten Luther, met een sterke nadruk op genade, rechtvaardiging door het geloof alleen en de centrale betekenis van het Evangelie
luthers-evangelische	=	luthers-evangelisch
luthers-evangelischer	=	luthers-evangelisch
luthers-evangelischere	=	luthers-evangelisch
luthers-evangelischers	=	luthers-evangelisch
lutherse	=	luthers
lutherser	=	luthers
luthersere	=	luthers
luthersers	=	luthers
lutherst	=	luthers
lutherste	=	luthers
lutje	=	lut
lutjes	=	lut
lutring	noun	een ring die om een pink wordt gedragen
lutringen	=	lutring
lutringetje	=	lutring
lutringetjes	=	lutring
luts	=	lutsen
lutse	=	lutsen
lutsen	verb	heen en weer gaan, wiebelen
lutsend	=	lutsen
lutsende	=	lutsen
lutst	=	lutsen
lutste	=	lutsen
lutsten	=	lutsen
luttel	adj	van iets dat het maar een geringe omvang heeft
luttele	=	luttel
lutteler	=	luttel
luttelere	=	luttel
luttelers	=	luttel
luttels	=	luttel
luttelst	=	luttel
luttelste	=	luttel
lutten	=	lut
lutum	noun	grondsoort die uit deeltjes bestaat met de vorm van platte plaatjes kleiner dan 2 µm die op elkaar zitten.
luur	noun|obsolete	luier
luurtje	=	luur
luurtjes	=	luur
luuëne	=	leunen
luva	noun|historical	lid van de Luchtmacht Vrouwenafdeling, de vrouwenafdeling van de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht van 1955 tot 1982
luva's	=	luva
luw	adj	uit de wind, windstil
luwde	=	luwen
luwden	=	luwen
luwe	=	luw
luwen	verb	minder hard gaan waaien, minder hevig worden
luwend	=	luwen
luwende	=	luwen
luwer	=	luw
luwere	=	luw
luwers	=	luw
luws	=	luw
luwst	=	luw
luwste	=	luw
luwt	=	luwen
luwte	noun	een windloze plek
luwten	=	luwte
luwtes	=	luwte
lux	noun	afgeleide SI-eenheid van verlichtingssterkte
luxaflex	noun	Een merk zonwering terwijl het ook als algemene term voor jaloezieën wordt gebruikt.
luxaflexen	=	luxaflex
luxaflexje	=	luxaflex
luxaflexjes	=	luxaflex
luxatie	noun	verwonding door losmaking uit het gewricht ('uit de kom schieten'), ontwrichting
luxaties	=	luxatie
luxe	noun	niet alledaagse dingen die gebruikt worden voor het persoonlijk genot	adj	duur, exclusief
luxe-editie	noun	luxe uitgevoerde uitgave van een drukwerk
luxe-edities	=	luxe-editie
luxe-editietje	=	luxe-editie
luxe-editietjes	=	luxe-editie
luxeappartement	noun	dure, comfortabele woning in een gebouw met meerdere woningen
luxeappartementen	=	luxeappartement
luxeartikel	noun	iets wat men koopt om dat het duur en overbodig is, enig extra comfort geeft en vooral indruk kan maken op andere personen
luxeartikelen	=	luxeartikel
luxeartikels	=	luxeartikel
luxeauto	noun	extra comfortabele personenwagen die duur is door groter formaat, extra voorzieningen of mooiere afwerking
luxeauto's	=	luxeauto
luxeautootje	=	luxeauto
luxeautootjes	=	luxeauto
luxeconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die luxe goederen produceren
luxeconcerns	=	luxeconcern
luxegoed	noun	een goed dat niet direct in de eerste levensbehoefte van de consument voorziet
luxegoederen	noun	goederen die niet direct in de eerste levensbehoefte van de consument voorzien, maar waaraan de consument wel een zeker nut onttrekt
luxegoedje	=	luxegoed
luxegoedjes	=	luxegoed
luxehotel	noun	bedrijf waar gasten tegen betaling van een aanzienlijk bedrag goed verzorgd kunnen eten, overnachten en verblijven in een chic ingerichte omgeving met tal van voorzieningen
luxehotelletje	=	luxehotel
luxehotelletjes	=	luxehotel
luxehotels	=	luxehotel
luxehuis	noun	een producent van zeer dure, luxe goederen
luxehuizen	=	luxehuis
luxehut	noun	een zeer comfortabel onderkomen op een schip
luxehutten	=	luxehut
luxekip	noun	hoen dat niet voor vlees of eieren, maar vanwege de fraaie vorm wordt gehouden
luxekippen	=	luxekip
luxeleven	noun	een van alle gemakken voorziene manier van leven
luxelevens	=	luxeleven
luxeleventje	=	luxeleven
luxeleventjes	=	luxeleven
luxemburger	noun	een inwoner of iemand die afkomstig is van het Groothertogdom Luxemburg
luxemburgerder	=	luxemburger
luxemburgerdere	=	luxemburger
luxemburgerders	=	luxemburger
luxemburgers	=	luxemburger
luxemburgerste	=	luxemburger
luxemburgertje	=	luxemburger
luxemburgertjes	=	luxemburger
luxemburgs	adj	betreffende Luxemburg of het Luxemburgs
luxemburgse	noun	een inwoonster of een vrouw die afkomstig is van het Groothertogdom Luxemburg
luxemburgsen	=	luxemburgse
luxemburgser	=	luxemburgs
luxemburgsere	=	luxemburgs
luxemburgsers	=	luxemburgs
luxemburgst	=	luxemburgs
luxemburgstalig	adj	de Luxemburgse taal sprekend
luxemburgstalige	=	luxemburgstalig
luxemburgstaligs	=	luxemburgstalig
luxemburgste	=	luxemburgs
luxepaard	noun|figurative	iemand die een luxe leven leidt en daar niet voor hoeft te werken
luxepaarden	=	luxepaard
luxepaardje	=	luxepaard
luxepaardjes	=	luxepaard
luxeprobleem	noun	vraagstuk dat alleen maar bestaat bij mensen die al in grote luxe leven
luxeprobleempje	=	luxeprobleem
luxeprobleempjes	=	luxeprobleem
luxeproblemen	=	luxeprobleem
luxeproduct	noun	een goed dat niet direct in de eerste levensbehoefte van de consument voorziet, maar waaraan de consument wel een zeker nut onttrekt
luxeproducten	=	luxeproduct
luxer	=	luxe
luxere	=	luxe
luxeresort	noun	accomodatie met veel voorzieningen waar het heel prettig en comfortabel is om te verblijven tijdens je vakantie
luxeresortje	=	luxeresort
luxeresortjes	=	luxeresort
luxeresorts	=	luxeresort
luxerestaurant	noun	een chique, duur en kwalitatief goed restaurant
luxerestaurants	=	luxerestaurant
luxers	=	luxe
luxes	=	luxe
luxespijbelaar	noun	leerplichtig kind dat ongeoorloofd afwezig is op school om eerder op vakantie te kunnen gaan
luxespijbelaars	=	luxespijbelaar
luxespijbelen	verb	ongeoorloofd niet naar school gaan omdat men op vakantie wil gaan
luxespijbelend	=	luxespijbelen
luxespijbelende	=	luxespijbelen
luxest	=	luxe
luxeste	=	luxe
luxetje	=	luxe
luxetjes	=	luxe
luxeverzuim	noun	verzuim vanwege luxe redenen
luxeverzuimen	=	luxeverzuim
luxeverzuimpje	=	luxeverzuim
luxeverzuimpjes	=	luxeverzuim
luxewoning	noun	een exclusieve, hoogwaardige residentie die zich onderscheidt door uitstekend comfort, uitmuntend maatwerk en een premium afwerking.
luxewoningen	=	luxewoning
luxewoninkje	=	luxewoning
luxewoninkjes	=	luxewoning
luxueus	adj	zeer comfortabel en duur maar eigenlijk niet noodzakelijk en vaak ook niet zo heel praktisch
luxueust	=	luxueus
luxueuste	=	luxueus
luxueuze	=	luxueus
luxueuzer	=	luxueus
luxueuzere	=	luxueus
luxueuzers	=	luxueus
luzerne	noun	Medicago sativa een vaste plant.
luzernebehangersbij	noun	Megachile rotundata een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
luzernebehangersbijen	=	luzernebehangersbij
luzernebehangersbijtje	=	luzernebehangersbij
luzernebehangersbijtjes	=	luzernebehangersbij
luzernebladgalmug	noun	Fabomyia medicaginis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
luzernebladgalmuggen	=	luzernebladgalmug
luzernebladgalmuggetjes	=	luzernebladgalmug
luzernebladgalmugje	=	luzernebladgalmug
luzerneknopgalmug	noun	Contarinia medicaginis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
luzerneknopgalmuggen	=	luzerneknopgalmug
luzerneknopgalmuggetjes	=	luzerneknopgalmug
luzerneknopgalmugje	=	luzerneknopgalmug
luzernen	=	luzerne
luzernes	=	luzerne
luzernescheutgalmug	noun	Dasineura medicaginis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
luzernescheutgalmuggen	=	luzernescheutgalmug
luzernescheutgalmuggetjes	=	luzernescheutgalmug
luzernescheutgalmugje	=	luzernescheutgalmug
luzonboeboekuil	noun	Ninox philippensis een uil die alleen voorkomt in de Filipijnen.
luzonboeboekuilen	=	luzonboeboekuil
luzonboeboekuiltje	=	luzonboeboekuil
luzonboeboekuiltjes	=	luzonboeboekuil
luzonbosijsvogel	noun	Actenoides lindsayi een ijsvogel die alleen voorkomt in de Filipijnen.
luzonbosijsvogels	=	luzonbosijsvogel
luzonbosijsvogeltje	=	luzonbosijsvogel
luzonbosijsvogeltjes	=	luzonbosijsvogel
luzonboszanger	noun	Phylloscopus nigrorum een vogelsoort uit de familie van de Phylloscopidae
luzonboszangers	=	luzonboszanger
luzonboszangertje	=	luzonboszanger
luzonboszangertjes	=	luzonboszanger
luzonbrilvogel	noun	Zosterops meyeni een brilvogel die alleen voorkomt in de Filipijnen.
luzonbrilvogels	=	luzonbrilvogel
luzonbrilvogeltje	=	luzonbrilvogel
luzonbrilvogeltjes	=	luzonbrilvogel
luzondwergooruil	noun	Otus longicornis een vogelsoort uit de familie Strigidae (uilen).
luzondwergooruilen	=	luzondwergooruil
luzondwergooruiltje	=	luzondwergooruil
luzondwergooruiltjes	=	luzondwergooruil
luzongoudrugspecht	noun	Chrysocolaptes haematribon een endemische vogelsoort uit in het noorden van de Filipijnen.
luzongoudrugspechten	=	luzongoudrugspecht
luzongoudrugspechtje	=	luzongoudrugspecht
luzongoudrugspechtjes	=	luzongoudrugspecht
luzonhoningzuiger	noun	Aethopyga jefferyi een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
luzonhoningzuigers	=	luzonhoningzuiger
luzonhoningzuigertje	=	luzonhoningzuiger
luzonhoningzuigertjes	=	luzonhoningzuiger
luzonjunglevliegenvanger	noun	Vauriella insignis een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
luzonjunglevliegenvangers	=	luzonjunglevliegenvanger
luzonjunglevliegenvangertje	=	luzonjunglevliegenvanger
luzonjunglevliegenvangertjes	=	luzonjunglevliegenvanger
luzonmens	noun	Homo luzonensis een uitgestorven mensensoort.
luzonmensen	=	luzonmens
luzonmensje	=	luzonmens
luzonmensjes	=	luzonmens
luzonmerel	noun	Turdus thomassoni een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
luzonmerels	=	luzonmerel
luzonmereltje	=	luzonmerel
luzonmereltjes	=	luzonmerel
luzonneushoornvogel	noun	Penelopides manillae een neushoornvogel die voorkomt in de regenwouden in het noorden van de Filipijnen
luzonneushoornvogels	=	luzonneushoornvogel
luzonneushoornvogeltje	=	luzonneushoornvogel
luzonneushoornvogeltjes	=	luzonneushoornvogel
luzonniltava	noun	Cyornis herioti een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
luzonniltava's	=	luzonniltava
luzonniltavaatje	=	luzonniltava
luzonniltavaatjes	=	luzonniltava
luzonral	noun	Lewinia mirifica een ral die alleen voorkomt in de Filipijnen
luzonrallen	=	luzonral
luzonralletje	=	luzonral
luzonralletjes	=	luzonral
luzonrupsvogel	noun	Edolisoma coerulescens een rupsvogel die alleen voorkomt in de Filipijnen.
luzonrupsvogels	=	luzonrupsvogel
luzonrupsvogeltje	=	luzonrupsvogel
luzonrupsvogeltjes	=	luzonrupsvogel
luzonsnijdervogel	noun	Orthotomus derbianus een snijdervogel die alleen voorkomt op de Filipijnse eilanden Luzon
luzonsnijdervogels	=	luzonsnijdervogel
luzonsnijdervogeltje	=	luzonsnijdervogel
luzonsnijdervogeltjes	=	luzonsnijdervogel
luzonstruikzanger	noun	Horornis seebohmi een endemische vogelsovogelsoort uit de familie van de Cettiidae.
luzonstruikzangers	=	luzonstruikzanger
luzonstruikzangertje	=	luzonstruikzanger
luzonstruikzangertjes	=	luzonstruikzanger
luzonvliegenvanger	noun	Ficedula disposita een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
luzonvliegenvangers	=	luzonvliegenvanger
luzonvliegenvangertje	=	luzonvliegenvanger
luzonvliegenvangertjes	=	luzonvliegenvanger
lv	=	vijfenvijftig
lvb	adj	licht verstandelijk gehandicapt
lvb's	=	lvb
lvi	=	zesenvijftig
lvii	=	zevenenvijftig
lviii	=	achtenvijftig
lwoo	noun	extra begeleiding voor leerlingen in een van de leerwegen van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
lx	=	zestig
lxi	=	eenenzestig
lxii	=	tweeënzestig
lxiii	=	drieënzestig
lxiv	=	vierenzestig
lxix	=	negenenzestig
lxv	=	vijfenzestig
lxvi	=	zesenzestig
lxvii	=	zevenenzestig
lxviii	=	achtenzestig
lxx	=	zeventig
lxxi	=	eenenzeventig
lxxii	=	tweeënzeventig
lxxiii	=	drieënzeventig
lxxiv	=	vierenzeventig
lxxix	=	negenenzeventig
lxxv	=	vijfenzeventig
lxxvi	=	zesenzeventig
lxxvii	=	zevenenzeventig
lxxviii	=	achtenzeventig
lxxx	=	tachtig
lxxxi	=	eenentachtig
lxxxii	=	tweeëntachtig
lxxxiii	=	drieëntachtig
lxxxiv	=	vierentachtig
lxxxix	=	negenentachtig
lxxxv	=	vijfentachtig
lxxxvi	=	zesentachtig
lxxxvii	=	zevenentachtig
lxxxviii	=	achtentachtig
lycantropie	noun	psychische aandoening waarbij een persoon waant dat hij of zij in een dier is veranderd
lycea	=	lyceum
lyceum	noun	middelbare school die de onderwijstypen gymnasium, atheneum en havo omvat
lyceumpje	=	lyceum
lyceumpjes	=	lyceum
lyceums	=	lyceum
lychee	noun	Litchi chinensis een groenblijvende, tot 30 m hoge boom met een dichte, brede kroon
lychees	=	lychee
lycheetje	=	lychee
lycopeen	noun	Lycopeen is een helderrood carotenoïde dat in tomaat en andere rode vruchten, zoals watermeloen en rozenbottels, zit.
lycopenen	=	lycopeen
lycopodium	noun	wolfsklauw
lycopodiumpje	=	lycopodium
lycopodiumpjes	=	lycopodium
lycopodiumpoeder	noun	bestaat uit de sporen van de wolfsklauw.
lycopodiums	=	lycopodium
lycra	noun	is een handelsnaam van Invista (voorheen DuPont) voor een elastomeer dat uit polyurethaan (PUR) bestaat en gebruikt wordt in de textielindustrie als een synthetisch rubber
lycra's	=	lycra
lydisch	noun	de kerktoonsoort gebaseerd op f	adj	wat betreft de kerktoonsoort gebaseerd op f
lydische	=	lydisch
lyfarts	=	lijfarts
lyfspreuk	=	lijfspreuk
lykantroop	noun	een mythisch wezen dat van mens in wolf verandert
lykantroopje	=	lykantroop
lykantroopjes	=	lykantroop
lykantropen	=	lykantroop
lykrede	=	lijkrede
lyme	noun	verkorting van Lymeziekte, de ziekte van Lyme
lymeziekte	noun	ziekte die kan ontstaan na een beet met een met de Borreliabacterie besmette teek
lymeziekten	=	lymeziekte
lymeziektes	=	lymeziekte
lymf	noun	lymfe
lymfadenopathie	noun	afwijking van de lymfeklieren
lymfangitis	noun	ontsteking van de lymfevaten
lymfatisch	adj	betrekking hebbend op de lymfevaten en de lymfeklieren
lymfatische	=	lymfatisch
lymfatischer	=	lymfatisch
lymfatischere	=	lymfatisch
lymfatischers	=	lymfatisch
lymfe	noun	lichaamsvloeistof die o.a. de voeding van verschillende weefsels verzorgt en de door deze verbruikte stoffen afvoert
lymfeklier	noun	boonvormig orgaantje waarin lymfocyten de lymfe zuiveren van ziekte verwekkers
lymfeklieren	=	lymfeklier
lymfekliertje	=	lymfeklier
lymfekliertjes	=	lymfeklier
lymfevaatje	=	lymfevat
lymfevaatjes	=	lymfevat
lymfevat	noun	vaten die weefselvocht in het menselijk en dierlijk lichaam afvoeren naar het bloed
lymfevaten	=	lymfevat
lymfklier	noun	een orgaantje op het verloop van lymfevaten
lymfklieren	=	lymfklier
lymfkliertje	=	lymfklier
lymfkliertjes	=	lymfklier
lymfoblast	noun	voorloper van de lymfocyt
lymfoblasten	=	lymfoblast
lymfoblastje	=	lymfoblast
lymfoblastjes	=	lymfoblast
lymfocyt	noun	een type witte bloedcel dat in het rode beenmerg wordt gevormd uit een lymfoïde voorlopercel en rijpt in de lymfoïde organen
lymfocytair	adj	met betrekking tot de witte bloedlichaampjes
lymfocyten	=	lymfocyt
lymfomen	=	lymfoom
lymfoom	noun	lymfekliergezwel
lymfvaatje	=	lymfvat
lymfvaatjes	=	lymfvat
lymfvat	noun	elk van de kanalen in het menselijk en dierlijk lichaam die de lymfe afvoeren naar het bloed
lymfvaten	=	lymfvat
lynch	=	lynchen
lynche	=	lynchen
lynchen	verb	iemand executeren zonder rechtsgeldig proces, met name door opknoping
lynchend	=	lynchen
lynchende	=	lynchen
lynchpartij	noun	een moord op een vermeende misdadiger door een groep mensen die het recht in eigen hand nemen
lynchpartijen	=	lynchpartij
lynchpartijtje	=	lynchpartij
lynchpartijtjes	=	lynchpartij
lyncht	=	lynchen
lynchte	=	lynchen
lynchten	=	lynchen
lynchwet	noun	vorm van volksjustitie waarbij leken eigenmachtig en gewelddadig een vonnis vellen en voltrekken
lynchwetten	=	lynchwet
lynwaed	=	lijnwaad
lynx	noun	bepaald soort zoogdier, Lynx lynx, katachtige met opvallende oorpluimen
lynxen	noun	geslacht Lynx, bepaalde middelgrote zoogdieren uit de familie der katachtigen(Felidae) met brede, gevoerde poten waarmee ze goed over sneeuw kunnen lopen In oudere classificaties wordt dit geslacht beschouwd als een ondergeslacht van het geslacht Felis.
lynxje	=	lynx
lynxjes	=	lynx
lynxogen	=	lynxoog
lynxoog	noun	een zeer scherp zicht
lynxspinnen	noun	Oxyopidae een familie van spinnen.
lyofiel	adj	goed oplosbaar
lyofiele	=	lyofiel
lyofiels	=	lyofiel
lyofilisaat	noun	product van vriesdroging
lyofilisaten	=	lyofilisaat
lyofobe	=	lyofoob
lyofoob	adj	slecht oplosbaar
lyofoobs	=	lyofoob
lyra	noun	klassieke lier, voorloper van de harp
lyra's	=	lyra
lyrici	=	lyricus
lyrics	noun	liedtekst in de popmuziek
lyricus	noun	schrijver die schrijft over persoonlijke gevoelens
lyriek	noun	dichtkunst waarin de dichter (vooral zijn eigen) emoties en gemoedsstemmingen uitspreekt
lyrieken	=	lyriek
lyriekje	=	lyriek
lyrisch	adj	van de aard van lyriek, tot de lyriek behorend
lyrische	=	lyrisch
lyrischer	=	lyrisch
lyrischere	=	lyrisch
lyrischers	=	lyrisch
lyrischt	=	lyrisch
lyrischte	=	lyrisch
lyrisme	noun	theatrale emotionele uiting
lyse	noun	de dood van een cel door het breken van het membraan
lysine	noun	een proteïnogeen aminozuur
lysinen	=	lysine
lysines	=	lysine
lysol	noun	een ontsmettingsmiddel met een sterke reuk (de vroeger zo bekende ziekenhuislucht)
lysoldamp	noun	verdampte lysol, de damp van lysol
lysoldampen	=	lysoldamp
lysosomen	=	lysosoom
lysosoom	noun	een organel dat enzymen bevat voor de afbraak van eiwitten en andere organische moleculen
lysosoompje	=	lysosoom
lysosoompjes	=	lysosoom
lytisch	adj	oplossend
löss	noun	een vruchtbare leem soort met een korrelgrootte die tussen die van klei en zand in zit
lössplatmos	noun	Plagiothecium cavifolium een bladmos uit de familie Plagiotheciaceae.
lössplatmosje	=	lössplatmos
lössplatmosjes	=	lössplatmos
lössplatmossen	=	lössplatmos
löyly	noun	in een sauna water op hete steen gieten, zodat de stoom een gevoel van intense hitte geeft
löyly's	=	löyly
lōfferd	=	loef
m	noun	de dertiende letter van het alfabet
m'en	=	m
m'etje	=	m
m'etjes	=	m
m'n	pron	onbenadrukte vorm van de eerste persoon enkelvoud
m'pingo	noun	Dalbergia melanoxylon een bloeiende boom (4-15 meter hoog) uit de familie Fabaceae die endemisch is in droge regio van Afrika van Senegal tot Eritrea in het oosten en Transvaal in het zuiden
m'pingo's	=	m'pingo
m's	=	m
ma	noun	moeder, vrouwelijke ouder
ma's	noun	genitief enkelvoud van het zelfstandig naamwoord ma
maadje	=	made
maag	noun	orgaan in de buik dat dient om voedsel te verteren
maag-darmkanaal	noun	het hele spijsverteringskanaal van de slokdarm tot de anus
maag-darmkanaaltje	=	maag-darmkanaal
maag-darmkanaaltjes	=	maag-darmkanaal
maag-darmkanalen	=	maag-darmkanaal
maag-darmontsteking	noun	een infectie van de slijmvliezen in de maag en darmen.
maag-darmontstekingen	=	maag-darmontsteking
maag-darmontstekinkje	=	maag-darmontsteking
maag-darmontstekinkjes	=	maag-darmontsteking
maag-darmprobleem	noun	aandoeningen van het maag-darmkanaal; klachten van het maag-darmkanaal
maag-darmproblemen	=	maag-darmprobleem
maag-darmstelsel	noun	het kanaal waarin de spijsvertering plaatsvindt
maag-darmstelsels	=	maag-darmstelsel
maag-darmstelseltje	=	maag-darmstelsel
maagaandoening	noun	ziekte van de maag
maagaandoeningen	=	maagaandoening
maagaandoeninkje	=	maagaandoening
maagaandoeninkjes	=	maagaandoening
maagbitter	noun	maagversterkend middel
maagbitters	=	maagbitter
maagbittertje	=	maagbitter
maagbittertjes	=	maagbitter
maagbloeding	noun	een gebeurtenis waarbij iemand bloed verliest naar het maag-darmkanaal toe vanuit de maagwand
maagbloedingen	=	maagbloeding
maagbloedinkje	=	maagbloeding
maagbloedinkjes	=	maagbloeding
maagd	noun	iemand die nog nooit geslachtsgemeenschap gehad heeft
maagdeke	noun	jong meisje; jonge maagd
maagdeken	noun	maagdje
maagdekens	=	maagdeken
maagdekes	=	maagdeke
maagdelief	=	madelief
maagdelijk	adj	betrekking hebbende op een maagd
maagdelijke	=	maagdelijk
maagdelijker	=	maagdelijk
maagdelijkere	=	maagdelijk
maagdelijkers	=	maagdelijk
maagdelijkheden	=	maagdelijkheid
maagdelijkheid	noun	eigenschap dat je niet eerder geslachtsverkeer hebt gehad
maagdelijks	=	maagdelijk
maagdelijkst	=	maagdelijk
maagdelijkste	=	maagdelijk
maagdelijn	=	maagd
maagden	=	maagd
maagdenburger	noun	een inwoner van Maagdenburg, stad in Duitsland, of iemand afkomstig hiervan	adj	van deze stad
maagdenburgers	=	maagdenburger
maagdenpalm	noun	benaming voor planten met lange slingerende takken en paarse bloemen uit het geslacht Vinca, vaak gebruikt als sierplant voor in de tuin
maagdenpalmen	=	maagdenpalm
maagdenpalmfamilie	noun	een familie Apocynaceae van tweezaadlobbige planten.
maagdenpalmfamilies	=	maagdenpalmfamilie
maagdenpalmfamilietje	=	maagdenpalmfamilie
maagdenpalmfamilietjes	=	maagdenpalmfamilie
maagdenpalmpje	=	maagdenpalm
maagdenroof	noun	een overval met als doel de huwbare meisjes en vrouwen te ontvoeren
maagdenroven	=	maagdenroof
maagdenuil	noun	Eucarta virgo een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
maagdenuilen	=	maagdenuil
maagdenuiltje	=	maagdenuil
maagdenuiltjes	=	maagdenuil
maagdenvlies	noun	vlies dat de schede gedeeltelijk afsluit van de uitwendige schaamdelen
maagdenvliesje	=	maagdenvlies
maagdenvliesjes	=	maagdenvlies
maagdenvliezen	=	maagdenvlies
maagdje	=	maagd
maagdjes	=	maagd
maagdslaapgrondel	noun	Valenciennea puellaris een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
maagdslaapgrondels	=	maagdslaapgrondel
maagdslaapgrondeltje	=	maagdslaapgrondel
maagdslaapgrondeltjes	=	maagdslaapgrondel
maagelixer	noun	maagbitter
maagelixers	=	maagelixer
maagholte	noun	de holte van de maag waarin het nog te verteren voedsel zit
maagholten	=	maagholte
maagholtes	=	maagholte
maaginhoud	noun	wat er in de maag zit als voedsel en maagsappen
maaginhouden	=	maaginhoud
maaginhoudje	=	maaginhoud
maagje	=	maag
maagjes	=	maag
maagkanker	noun	kanker aan of van de maag
maagkatheter	noun	slang die door keel en slokdarm tot in de maag wordt gevoerd om deze leeg te maken of te voeden
maagkatheters	=	maagkatheter
maagkathetertje	=	maagkatheter
maagkathetertjes	=	maagkatheter
maagklacht	noun	een vervelend lichamelijk verschijnsel dat men toedicht aan ziekte van de maag
maagklachten	noun	vervelende lichamelijke verschijnselen die men toedicht aan ziekten van de maag
maagkramp	noun	krampende pijn in de maagstreek die ook kan wijzen op hartproblemen
maagkrampen	=	maagkramp
maagkrampje	=	maagkramp
maagkrampjes	=	maagkramp
maagkwaal	noun	een ziekte van de maag
maagkwaaltje	=	maagkwaal
maagkwaaltjes	=	maagkwaal
maagkwalen	=	maagkwaal
maaglijder	noun	iemand die last heeft van een ziekte van de maag
maaglijders	=	maaglijder
maaglijdertje	=	maaglijder
maaglijdertjes	=	maaglijder
maagmond	noun	ingang van de slokdarm naar de maagholte
maagmonden	=	maagmond
maagontsteking	noun	maagslijmvliesontsteking: Hierbij is de beschermende binnenwand van de maag ontstoken of geïrriteerd.
maagontstekingen	=	maagontsteking
maagontstekinkje	=	maagontsteking
maagontstekinkjes	=	maagontsteking
maagoperatie	noun	operatie aan de maag
maagoperaties	=	maagoperatie
maagpatiënt	noun	persoon met een maagziekte
maagpatiënten	=	maagpatiënt
maagpatiëntje	=	maagpatiënt
maagpatiëntjes	=	maagpatiënt
maagpepermunt	noun	naast pepermuntolie bevat een tablet een flinke dosis kalk, wat helpt het maagzuur te binden
maagpepermunten	=	maagpepermunt
maagpepermuntje	=	maagpepermunt
maagpepermuntjes	=	maagpepermunt
maagperforatie	noun	doorboring van de maagwand
maagperforaties	=	maagperforatie
maagpijn	noun	een pijnlijk gevoel in de maagstreek
maagpijnen	=	maagpijn
maagpijntje	=	maagpijn
maagpijntjes	=	maagpijn
maagpomp	noun	apparaat om de maag leeg te pompen (vaak een plastic buis die men door de slokdarm in de maag brengt waardoor veel vloeistof wordt ingebracht, als reactie komt die later terug en de maag wordt leeggeheveld)
maagpompen	=	maagpomp
maagpompje	=	maagpomp
maagpompjes	=	maagpomp
maagprobleem	noun	een aandoening van de maag
maagprobleempje	=	maagprobleem
maagprobleempjes	=	maagprobleem
maagproblemen	=	maagprobleem
maagring	noun	maagband
maagringen	=	maagring
maagsap	noun	zure vloeistof die in je maag wordt gevormd en die de spijsvertering op gang brengt
maagsapje	=	maagsap
maagsapjes	=	maagsap
maagsappen	=	maagsap
maagschap	noun	familie
maagsonde	noun	een instrumentje ter observatie van het inwendige van de maag dan wel om deze te voeden of anderszins te manipuleren
maagsondes	=	maagsonde
maagsondetje	=	maagsonde
maagsondetjes	=	maagsonde
maagstreek	noun	deel van het lichaam dat in de buurt van de maag ligt
maagstreken	=	maagstreek
maagtorsie	noun	kanteling waarbij de maag om zijn as draait binnen de buikholte en deze afgesloten raakt van de darmen en de slokdarm
maagtorsies	=	maagtorsie
maagtorsietje	=	maagtorsie
maagtorsietjes	=	maagtorsie
maagwand	noun	de wand van de maag die bestaat uit o.a. het maagslijmvlies en de spierwand van de maag
maagwanden	=	maagwand
maagwandje	=	maagwand
maagwandjes	=	maagwand
maagziekte	noun	aandoening van de maag
maagziekten	=	maagziekte
maagziektes	=	maagziekte
maagzout	noun	natriumbicarbonaat dat gebruikt wordt bij maagklachten
maagzouten	=	maagzout
maagzuren	=	maagzuur
maagzuur	noun	zoutzuur dat deel uitmaakt van maagsap en wordt gemaakt door cellen in het slijmvlies van de maagwand die maagwandklieren worden genoemd
maagzuurremmer	noun	een middel om maagzuur op te lossen om de last ervan te verminderen
maagzuurremmers	=	maagzuurremmer
maagzuurremmertje	=	maagzuurremmer
maagzuurremmertjes	=	maagzuurremmer
maagzweer	noun	zweer in het maagslijmvlies
maagzweertje	=	maagzweer
maagzweertjes	=	maagzweer
maagzweren	=	maagzweer
maai	=	maaien
maai-dorsmachine	noun	machine die zaadgewassen maait en dorst in één arbeidsgang
maai-dorsmachines	=	maai-dorsmachine
maaide	=	maaien
maaiden	=	maaien
maaidorser	noun	een getrokken machine verder ontwikkeld tot een zelfrijdende landbouwmachine, die gebruikt wordt voor het oogsten van graangewassen, koolzaad en graszaad.
maaidorsers	=	maaidorser
maaie	=	maaien
maaien	verb	met een werktuig het bovengrondse deel ergens van verwijderen
maaiend	=	maaien
maaiende	=	maaien
maaier	noun	iemand die graan of gras maait (voor zijn beroep)
maaiers	=	maaier
maaiertje	=	maaier
maaiertjes	=	maaier
maaiing	noun	het proces of de handeling van het maaien: het korten van gras of het afsnijden van gewassen, zoals graan, met een zeis of machine.
maaiingen	=	maaiing
maaiinkje	=	maaiing
maaiinkjes	=	maaiing
maailand	noun	een grasland dat niet niet begraasd wordt, maar alleen gemaaid
maailanden	=	maailand
maailandje	=	maailand
maailandjes	=	maailand
maaimachientje	=	maaimachine
maaimachientjes	=	maaimachine
maaimachine	noun	Een apparaat waarmee men (gras) kan maaien.
maaimachines	=	maaimachine
maaimachinetje	=	maaimachine
maaimachinetjes	=	maaimachine
maairobot	noun	een autonome robot die automatisch een gazon of grasveld kan maaien
maairobotje	=	maairobot
maairobotjes	=	maairobot
maairobots	=	maairobot
maairobotten	=	maairobot
maaisel	noun	afgemaaide plantenresten
maaisels	=	maaisel
maait	=	maaien
maaitijd	noun	de periode van het jaar dat (het gras) afgeknipt wordt, hooitijd
maaitijden	=	maaitijd
maaitje	=	maaien
maaitjes	=	maaien
maaiveld	noun	het grondoppervlak, waarvan de hoogte vaak opgegeven wordt ten opzichte van een nationaal nul-niveau, in Nederland is dat het NAP, in België het O.P., oftewel TAW
maaiveldculturen	=	maaiveldcultuur
maaiveldcultuur	noun	samenleving waarin uitzonderlijke prestaties niet gewaardeerd worden
maaivelden	=	maaiveld
maak	noun	het maken
maakbaar	adj	of iets naar eigen wens (of ideologie) kan worden ingericht, vervaardigd of gevormd
maakbaarder	=	maakbaar
maakbaardere	=	maakbaar
maakbaarders	=	maakbaar
maakbaarheden	=	maakbaarheid
maakbaarheid	noun	mate waarin iets (door mensen) gerealiseerd kan worden
maakbaarheidsgedachte	noun	het idee dat de politiek alle problemen van alle mensen kan oplossen; het idee dat de maatschappij helemaal te sturen en te organiseren is; het idee van de maakbare samenleving
maakbaarheidsgedachten	=	maakbaarheidsgedachte
maakbaarheidsgedachtes	=	maakbaarheidsgedachte
maakbaars	=	maakbaar
maakbaarst	=	maakbaar
maakbaarste	=	maakbaar
maakbare	=	maakbaar
maakindustrie	noun	bedrijf waar dingen worden gemaakt
maakindustrieën	=	maakindustrie
maakkans	noun	de kan om een contract te halen bij het bridgen
maakkansen	=	maakkans
maakkansje	=	maakkans
maakkansjes	=	maakkans
maaklonen	=	maakloon
maakloon	noun	geld dat men moet betalen om iets te laten produceren
maaksel	noun	iets dat door mensen gemaakt is
maaksels	=	maaksel
maakseltje	=	maaksel
maakseltjes	=	maaksel
maakster	noun	vrouw die iets maakt
maaksters	=	maakster
maakstertje	=	maakster
maakt	=	maken
maakte	=	maken
maakten	=	maken
maakwerk	noun	het daadwerkelijk maken van iets
maakwerken	=	maakwerk
maakwerkje	=	maakwerk
maakwerkjes	=	maakwerk
maakwijze	noun	de manier waarop men iets maakt of gemaakt heeft
maakwijzen	=	maakwijze
maal	noun	telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
maalde	=	malen
maalden	=	malen
maalderij	noun	bedrijf waar men graan tot meel maalt
maalderijen	=	maalderij
maalderijtje	=	maalderij
maalgoed	noun	verzamelnaam voor materiaal (vaak kunststof afval) dat mechanisch is verkleind (gemalen) tot een fijne, hergebruikbare grondstof (granulaat of poeder), bedoeld voor de productie van nieuwe producten, waarbij de specificaties zoals kleur en stijfheid vaak op maat gemaakt worden voor de klant
maalgraad	noun	getal dat aangeeft hoe fijn iets is gemalen
maalgraadje	=	maalgraad
maalgraadjes	=	maalgraad
maalgraden	=	maalgraad
maalsel	noun	product dat ontstaat door malen; wat gemalen is
maalsels	=	maalsel
maalseltje	=	maalsel
maalsteen	noun	ronde steen die onder andere in windmolens en watermolens wordt gebruikt voor het malen
maalsteentje	=	maalsteen
maalstenen	=	maalsteen
maalstromen	=	maalstroom
maalstroom	noun	een draaiende stroom
maalstroompje	=	maalstroom
maalstroompjes	=	maalstroom
maalt	=	malen
maaltand	noun	echte kies waarmee het voedsel vermalen wordt
maaltanden	=	maaltand
maaltandje	=	maaltand
maalteken	noun	het symbool × of · of * om een vermenigvuldiging aan te duiden
maaltekens	=	maalteken
maaltekentje	=	maalteken
maaltekentjes	=	maalteken
maaltijd	noun	een hoeveelheid toebereid voedsel die voldoende is geruime tijd de lichamelijke behoefte te bevredigen
maaltijdbezorger	noun	iemand die eten aan huis aflevert
maaltijdbezorgers	=	maaltijdbezorger
maaltijdbezorgertje	=	maaltijdbezorger
maaltijdbezorgertjes	=	maaltijdbezorger
maaltijdcheque	noun	zijn cheques die werknemers in België maandelijks kunnen ontvangen als extralegaal deel van hun verloning
maaltijdchequeje	=	maaltijdcheque
maaltijdcheques	=	maaltijdcheque
maaltijden	=	maaltijd
maaltijdje	=	maaltijd
maaltijdjes	=	maaltijd
maaltijdsalade	noun	een salade die zo uitgebreid is dat ze een hoofdmaaltijd vormt
maaltijdsalades	=	maaltijdsalade
maaltijdsoep	noun	zeer voedzame soep die als volledige hoofdmaaltijd gegeten wordt
maaltijdsoepen	=	maaltijdsoep
maaltijdsoepje	=	maaltijdsoep
maaltijdsoepjes	=	maaltijdsoep
maaltijdverstrekking	noun	Maaltijdverstrekking betekent het beschikbaar stellen of organiseren van eten en drinken door een organisatie, werkgever of instelling.
maaltijdverstrekkingen	=	maaltijdverstrekking
maaltijdverstrekkinkje	=	maaltijdverstrekking
maaltijdverstrekkinkjes	=	maaltijdverstrekking
maaltijdvervanger	noun	iets met minder calorieën dat in de plaats komt van een maaltijd bij een vermageringsdieet
maaltijdvervangers	=	maaltijdvervanger
maaltijdvervangertje	=	maaltijdvervanger
maaltijdvervangertjes	=	maaltijdvervanger
maaltijdverzorging	noun	het bereiden en bezorgen van kant-en-klare maaltijden aan huis (tafeltje-dek-je), of .
maaltijdverzorgingen	=	maaltijdverzorging
maaltijdverzorginkje	=	maaltijdverzorging
maaltijdverzorginkjes	=	maaltijdverzorging
maaltje	=	maal
maaltjes	=	maal
maan	noun	met "de" maan wordt de natuurlijke satelliet bedoeld, die in een baan rond de aarde draait
maanastronaut	noun	ruimtevaarder die naar de maan reist
maanastronauten	=	maanastronaut
maanastronautje	=	maanastronaut
maanastronautjes	=	maanastronaut
maanatlas	noun	atlas die details van het maanoppervlak beschrijft
maanatlasje	=	maanatlas
maanatlasjes	=	maanatlas
maanatlassen	=	maanatlas
maanbases	=	maanbasis
maanbasis	noun	permanente faciliteit op of onder het maanoppervlak, ontworpen om menselijke activiteit en verblijf op de maan mogelijk te maken
maanbasissen	=	maanbasis
maanbeving	noun	een geval van seismische activiteit op de maan
maanbevingen	=	maanbeving
maanbevinkje	=	maanbeving
maanbevinkjes	=	maanbeving
maanblind	adj	lijdend aan een periodiek terugkerende ooginfectie
maanblinde	=	maanblind
maanblinder	=	maanblind
maanblindere	=	maanblind
maanblinders	=	maanblind
maanblinds	=	maanblind
maanblindst	=	maanblind
maanblindste	=	maanblind
maanbloem	noun	Ipomoea alba een plant uit de windefamilie (Convolvulaceae).
maanbloemen	=	maanbloem
maanbloemetje	=	maanbloem
maanbloemetjes	=	maanbloem
maanbloempje	=	maanbloem
maanbloempjes	=	maanbloem
maand	noun	elk van de twaalf met een eigen naam onderscheiden tijdvakken van 28, 30 of 31 dagen waarin een jaar verdeeld wordt
maandabonnement	noun	abonnement met een loopduur van 1 maand
maandabonnementen	=	maandabonnement
maandabonnementje	=	maandabonnement
maandabonnementjes	=	maandabonnement
maandag	noun	een dag van de week, de eerste dag na het weekeinde
maandagavond	noun	de latere uren van de maandag	adv	op de avond van de maandag
maandagavonden	=	maandagavond
maandagavondje	=	maandagavond
maandagavondjes	=	maandagavond
maandagen	=	maandag
maandagje	=	maandag
maandagjes	=	maandag
maandagmiddag	noun	de uren van een maandag tussen het middaguur en de avond	adv	op de middag van de maandag
maandagmiddagen	=	maandagmiddag
maandagmiddagje	=	maandagmiddag
maandagmiddagjes	=	maandagmiddag
maandagmorgen	noun	de uren van een maandag tussen de nachtelijke uren en de middag, de morgen van maandag	adv	in de morgen van de maandag
maandagmorgenexemplaar	noun	een exemplaar van mindere kwaliteit
maandagmorgenexemplaartje	=	maandagmorgenexemplaar
maandagmorgenexemplaartjes	=	maandagmorgenexemplaar
maandagmorgenexemplaren	=	maandagmorgenexemplaar
maandagmorgengevoel	noun	tegenzin om na het weekeind weer aan het werk te moeten gaan
maandagmorgens	=	maandagmorgen
maandagmorgentje	=	maandagmorgen
maandagmorgentjes	=	maandagmorgen
maandagnacht	noun	de nacht van maandag op dinsdag.	adv	in de nacht van de maandag
maandagnachten	=	maandagnacht
maandagnachtje	=	maandagnacht
maandagnachtjes	=	maandagnacht
maandagnamiddag	noun	op maandag de tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de maandagmiddag
maandagnamiddagen	=	maandagnamiddag
maandagnamiddagje	=	maandagnamiddag
maandagnamiddagjes	=	maandagnamiddag
maandagochtend	noun	de uren van een maandag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van maandag	adv	in de ochtend van de maandag
maandagochtendblues	noun	verlaagd stemmingsniveau na het weekend
maandagochtenden	=	maandagochtend
maandagochtendje	=	maandagochtend
maandagochtendjes	=	maandagochtend
maandags	adj	op de maandag betrekking hebbend	adv	op maandagen
maandagsavonds	adv	geregeld op de avonden van de maandagen
maandagsch	=	maandags
maandagse	=	maandags
maandagsmiddags	adv	geregeld op de middagen van de maandagen
maandagsmorgens	adv	geregeld op de ochtenden van de maandagen
maandagsnachts	adv	geregeld in de nachten van de maandagen
maandagsochtends	adv	geregeld op de ochtenden van de maandagen
maandagvoormiddag	noun	op maandag de tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de maandagmiddag
maandagvoormiddagen	=	maandagvoormiddag
maandagvoormiddagje	=	maandagvoormiddag
maandagvoormiddagjes	=	maandagvoormiddag
maandagziekte	noun|humorous	slecht humeur, gebrek aan werklust of verzuim op maandag aan het begin van weer een lange werkweek
maandagziekten	=	maandagziekte
maandagziektes	=	maandagziekte
maandbasis	noun	berekend over een tijdsperiode van een maand
maandbedrag	noun	hoeveelheid geld dat men per maand voor iets moet betalen
maandbedragen	=	maandbedrag
maandbedragje	=	maandbedrag
maandbedragjes	=	maandbedrag
maandblaadje	=	maandblad
maandblaadjes	=	maandblad
maandblad	noun	een maandelijkse publicatie die per aflevering bestaat uit een bundeling van artikelen
maandbladen	=	maandblad
maande	=	manen
maandelijks	adj	iedere maand een keer	adv	iedere maand een keer
maandelijksch	=	maandelijks
maandelijkse	=	maandelijks
maanden	=	maand
maandenlang	adj	Iets met een tijdsduur van maanden.
maandenlange	=	maandenlang
maandenlangs	=	maandenlang
maandgeld	noun	uitkering die iemand eens per maand ontvangt
maandgelden	=	maandgeld
maandgeldje	=	maandgeld
maandgeldjes	=	maandgeld
maandinkomen	noun	wat men per maand verdient
maandinkomens	=	maandinkomen
maandinkomentje	=	maandinkomen
maandinkomentjes	=	maandinkomen
maandje	=	maand
maandjes	=	maand
maandkaart	noun	kaart de aantoont dat men een geldig abonnement voor een maand heeft
maandkaarten	=	maandkaart
maandkalender	noun	een overzicht dat één of meerdere maanden tegelijk toont, vaak gebruikt in de zakelijke wereld voor structuur en planning
maandkalenders	=	maandkalender
maandkalendertje	=	maandkalender
maandkalendertjes	=	maandkalender
maandlast	noun	vaste hoeveelheid geld die men iedere maand moet betalen
maandlasten	=	maandlast
maandlonen	=	maandloon
maandloon	noun	het loon dat men met arbeid in één maand verdient
maandloontje	=	maandloon
maandloontjes	=	maandloon
maandnaam	noun	woord om precies een van de twaalf perioden waarin het jaar verdeeld is aan te duiden In sommige culturen kan een jaar in een ander aantal maanden zijn ingedeeld.
maandnaampje	=	maandnaam
maandnamen	=	maandnaam
maandoverzicht	noun	een samenvattend overzicht over een maand, gegeven in de media zoals televisieprogramma's.
maandoverzichten	=	maandoverzicht
maandoverzichtje	=	maandoverzicht
maandoverzichtjes	=	maandoverzicht
maandrente	noun	vergoeding voor het uitlenen van geld, berekend over een van de 12 perioden waarin het kalenderjaar wordt verdeeld
maandrenten	=	maandrente
maandrentes	=	maandrente
maandritme	noun	een vast ritme voor mensen hoe een maand ingedeeld is
maandritmes	=	maandritme
maandsalaris	noun	de hoeveelheid geld die iemand krijgt voor een maand werken
maandsalarisje	=	maandsalaris
maandsalarisjes	=	maandsalaris
maandsalarissen	=	maandsalaris
maandsom	noun	alle hoeveelheden (regen) van een maand bij elkaar opgeteld
maandsommen	=	maandsom
maandstond	noun	mis voor dode een maand na overlijden
maandstonde	noun	menstruatie
maandstonden	=	maandstonde
maandverband	noun	hulpmiddel om de gevolgen van de maandelijkse menstruatie van vrouwen op hygiënische wijze op te vangen
maandverbanden	=	maandverband
maandverbandje	=	maandverband
maandverbandjes	=	maandverband
maaneclips	noun	het verschijnsel dat de maan in de schaduw van de aarde komt te staan, waardoor deze verduisterd raakt
maaneclipsen	=	maaneclips
maaneclipsje	=	maaneclips
maaneclipsjes	=	maaneclips
maaneffect	noun	het veronderstelde effect dat de cyclus van de maan zou hebben op het gedrag van dieren en mensen
maaneffecten	=	maaneffect
maaneffectje	=	maaneffect
maaneffectjes	=	maaneffect
maanfase	noun	een van de schijngestalten van de maan gedurende een maanmaand
maanfasen	=	maanfase
maanfases	=	maanfase
maanfuselier	noun	Caesio lunaris een straalvinnige vis uit de familie van Caesionidae, orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het westen van de Indische Oceaan, het oosten van de Indische Oceaan en het noordwesten en de Grote Oceaan.
maanfuseliers	=	maanfuselier
maanfuseliertje	=	maanfuselier
maanfuseliertjes	=	maanfuselier
maangestalte	noun	een van de schijngestaltes van de maan
maangestalten	=	maangestalte
maangestaltes	=	maangestalte
maangod	noun	een mythische of religieuze verpersoonlijking van de maan
maangoden	=	maangod
maangodje	=	maangod
maangodjes	=	maangod
maanjaar	noun	de tijd die het de maan kost twaalf keer rond de aarde te draaien
maanjaartje	=	maanjaar
maanjaartjes	=	maanjaar
maanjaren	=	maanjaar
maankaart	noun	een plattegrond van een deel van de maan
maankaarten	=	maankaart
maankoek	noun	een Chinees gebak dat alleen in de maanden september en oktober gegeten wordt
maankoeken	=	maankoek
maankoekje	=	maankoek
maankop	noun	de bolle zaaddoos van een papaver of klaproos
maankoppen	=	maankop
maankrater	noun	een ringberg op de maan die ontstaan is door een inslag van een meteoriet
maankraters	=	maankrater
maankratertje	=	maankrater
maankratertjes	=	maankrater
maanlander	noun	toestel te gebruiken voor maanlandingen
maanlanders	=	maanlander
maanlandertje	=	maanlander
maanlandertjes	=	maanlander
maanlanding	noun	landing op de maan
maanlandingen	=	maanlanding
maanlandingsdag	noun	dag dat mensen op de maan landen
maanlandingsdagen	=	maanlandingsdag
maanlandingsdagje	=	maanlandingsdag
maanlandingsdagjes	=	maanlandingsdag
maanlandinkje	=	maanlanding
maanlandinkjes	=	maanlanding
maanlandschap	noun	een landschap dat zo kaal is dat het lijkt op het landschap op de maan, onherbergzaam gebied
maanlandschapje	=	maanlandschap
maanlandschapjes	=	maanlandschap
maanlandschappen	=	maanlandschap
maanlicht	noun	het zonlicht dat van de maan naar de aarde reflecteert
maanloos	adj	zonder maneschijn
maanloost	=	maanloos
maanlooste	=	maanloos
maanloze	=	maanloos
maanlozer	=	maanloos
maanlozere	=	maanloos
maanlozers	=	maanloos
maanmaand	noun	tijdseenheid om de verstreken tijd tussen twee opeenvolgende keren dat de Maan zich in precies dezelfde positie ten opzichte van de Aarde bevindt
maanmaanden	=	maanmaand
maanmaandje	=	maanmaand
maanmaandjes	=	maanmaand
maanman	noun	astronaut die op de maan geland is
maanmannen	=	maanman
maanmannetje	=	maanman
maanmannetjes	=	maanman
maanmot	noun	Pammene regiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
maanmotje	=	maanmot
maanmotjes	=	maanmot
maanmotten	=	maanmot
maanoppervlak	noun	het buitenste gedeelte van de maan dat blootgesteld is aan het vacuum van de ruimte
maanoppervlakken	=	maanoppervlak
maanorchidee	noun	Phalaenopsis amabilis een orchidee met een korte stengel met meestal twee tot vier bladeren en dikke, groenachtig-witte luchtwortels.
maanorchideetje	=	maanorchidee
maanorchideetjes	=	maanorchidee
maanorchideeën	=	maanorchidee
maanpalpmot	noun	Teleiodes luculella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
maanpalpmotje	=	maanpalpmot
maanpalpmotjes	=	maanpalpmot
maanpalpmotten	=	maanpalpmot
maanraket	noun	een raket die zo krachtig is dat ze ruimtevaartuigen naar de maan kan brengen
maanraketten	=	maanraket
maanregenbogen	=	maanregenboog
maanregenboog	noun	regenboog veroorzaakt door maanlicht dat gebroken wordt in kleine mistdruppeltjes
maanregenboogje	=	maanregenboog
maanregenboogjes	=	maanregenboog
maanring	noun	halo om de maan
maanringen	=	maanring
maanschietmot	noun	Limnephilus lunatus een schietmot uit de familie Limnephilidae.
maanschietmotje	=	maanschietmot
maanschietmotjes	=	maanschietmot
maanschietmotten	=	maanschietmot
maanschijf	noun	de (bijna) volle maan die vanaf de aarde eruit ziet als een ronde cirkel
maanschijven	=	maanschijf
maansikkel	noun	sikkelvorm die de maan aanneemt bij wassende of afnemende maan
maansikkels	=	maansikkel
maansikkeltje	=	maansikkel
maansikkeltjes	=	maansikkel
maansikkeluil	noun	Agrochola lunosa een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
maansikkeluilen	=	maansikkeluil
maansikkeluiltje	=	maansikkeluil
maansikkeluiltjes	=	maansikkeluil
maansikkelwesp	noun	Didineis lunicornis een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
maansikkelwespen	=	maansikkelwesp
maansikkelwespje	=	maansikkelwesp
maansikkelwespjes	=	maansikkelwesp
maansloep	noun	toestel te gebruiken voor maanlandingen
maansloepen	=	maansloep
maansnuituil	noun	Zanclognatha lunalis een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
maansnuituilen	=	maansnuituil
maansnuituiltje	=	maansnuituil
maansnuituiltjes	=	maansnuituil
maanstaartjuweelbaars	noun	Variola louti een grote zeebaars uit het geslacht Variola van Zaagbaarzen.
maanstaartjuweelbaarsje	=	maanstaartjuweelbaars
maanstaartjuweelbaarsjes	=	maanstaartjuweelbaars
maanstaartjuweelbaarzen	=	maanstaartjuweelbaars
maanstand	noun	het schijnbare uiterlijk van de maan dat bepaald wordt door de hoek waaronder ze door de zon beschenen wordt en de hoek waarmee ze vanaf de aarde bekeken wordt
maanstanden	=	maanstand
maansteen	noun	soort edelsteen dat bestaat uit zeer dunne laagjes veldspaat
maansteentje	=	maansteen
maanstenen	=	maansteen
maanstof	noun	fijn steenachtig materiaal afkomstig van de maan; los verweerd materiaal aan het oppervlak van de maan
maansverduistering	noun	het verschijnsel dat de maan verduisterd raakt doordat ze in de schaduw van de aarde komt te staan
maansverduisteringen	=	maansverduistering
maansverduisteringetje	=	maansverduistering
maansverduisterinkje	=	maansverduistering
maansverduisterinkjes	=	maansverduistering
maant	=	manen
maantandvlinder	noun	Drymonia ruficornis een nachtvlinder uit de familie Notodontidae, de tandvlinders.
maantandvlinders	=	maantandvlinder
maantandvlindertje	=	maantandvlinder
maantandvlindertjes	=	maantandvlinder
maantje	=	maan
maantjes	=	maan
maantop	noun	de haren van een paard die over het voorhoofd naar voren hangen
maantoppen	=	maantop
maanuiltje	noun	Cosmia pyralina een vlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
maanuiltjes	=	maanuiltje
maanvaren	noun	een geslacht Botrychium van varens uit de addertongfamilie (Ophioglossaceae).
maanvarens	=	maanvaren
maanvarentje	=	maanvaren
maanvarentjes	=	maanvaren
maanverlicht	adj	door het witte maanlicht verlicht
maanverlichte	=	maanverlicht
maanverlichts	=	maanverlicht
maanvis	noun	bepaald soort grote schijfvormige zeevis, Mola mola
maanvisje	=	maanvis
maanvissen	noun	een familie Molidae van vissen uit de orde van kogelvisachtigen (Tetraodontiformes).
maanvlek	noun	Callistus lunatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
maanvlekje	=	maanvlek
maanvlekjes	=	maanvlek
maanvlekken	=	maanvlek
maanvlinder	noun	Actias selene een vlinder uit de familie van de nachtpauwogen.
maanvlinders	=	maanvlinder
maanvlindertje	=	maanvlinder
maanvlindertjes	=	maanvlinder
maanvormig	adj	vorm van een maan hebbend
maanvormige	=	maanvormig
maanvormiger	=	maanvormig
maanvormigere	=	maanvormig
maanvormigers	=	maanvormig
maanvormigs	=	maanvormig
maanvormigst	=	maanvormig
maanvormigste	=	maanvormig
maanwappie	noun	zonderling die gelooft in de magische werking van de maan
maanwappies	=	maanwappie
maanwater	noun	water dat op de maan aanwezig is
maanwaterjuffer	noun	Coenagrion lunulatum een juffer uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
maanwaterjuffers	=	maanwaterjuffer
maanwaterjuffertje	=	maanwaterjuffer
maanwaterjuffertjes	=	maanwaterjuffer
maanzaad	noun	de populaire naam van het zaad uit de maanbol van de klaproos (Papaver somniferum)
maanzaadbroden	=	maanzaadbrood
maanzaadbrood	noun	met maanzaad bestrooid brood
maanzaadbroodje	=	maanzaadbrood
maanzaadbroodjes	=	maanzaadbrood
maanzaadje	=	maanzaad
maanzaadjes	=	maanzaad
maanzaden	=	maanzaad
maanziek	adj	lijdend aan de -nu niet meer erkende- maanziekte
maanzieke	=	maanziek
maanzieker	=	maanziek
maanziekere	=	maanziek
maanziekers	=	maanziek
maanzieks	=	maanziek
maanziekst	=	maanziek
maanziekste	=	maanziek
maanziekte	noun	een nu niet meer erkende ziekte waarbij iemand ernstige stemmingswisselingen zou ervaren afhankelijk van de fasen van de maan
maanziekten	=	maanziekte
maanziektes	=	maanziekte
maar	adv	slechts	noun	bezwaar, tegenwerping
maarschalk	noun	de allerhoogste officier van het leger
maarschalken	=	maarschalk
maarschalkje	=	maarschalk
maarschalksstaf	noun	teken van waardigheid voor een maarschalk
maarschalksstafje	=	maarschalksstaf
maarschalksstafjes	=	maarschalksstaf
maarschalksstaven	=	maarschalksstaf
maart	noun	derde maand van het jaar
maartactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand maart
maartacties	=	maartactie
maartactietje	=	maartactie
maartactietjes	=	maartactie
maartavond	noun	een avond in de maand maart
maartavonden	=	maartavond
maartcijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand maart
maartcijfers	=	maartcijfer
maartcijfertje	=	maartcijfer
maartcijfertjes	=	maartcijfer
maartdag	noun	dag in de derde maand van het jaar
maartdagen	=	maartdag
maarte	noun	vrouwelijke bediende, dienstmeisje
maarteditie	noun	uitgave voor de maand maart
maartedities	=	maarteditie
maarteditietje	=	maarteditie
maarteditietjes	=	maarteditie
maarten	=	maart
maartje	=	maar
maartjes	=	maart
maartmaand	noun	de derde maand van het jaar
maartmaanden	=	maartmaand
maartmiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand maart
maartmiddagen	=	maartmiddag
maartmiddagje	=	maartmiddag
maartmiddagjes	=	maartmiddag
maartmorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand maart
maartmorgens	=	maartmorgen
maartmorgentje	=	maartmorgen
maartmorgentjes	=	maartmorgen
maartnacht	noun	een van de nachten in de maand maart
maartnachten	=	maartnacht
maartnamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand maart
maartnamiddagen	=	maartnamiddag
maartnamiddagje	=	maartnamiddag
maartnamiddagjes	=	maartnamiddag
maartnummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 3de maand van het jaar
maartnummers	=	maartnummer
maartochtend	noun	deel van de dag in de maand maart tussen 6.00 en 12.00 uur
maartochtenden	=	maartochtend
maartochtendje	=	maartochtend
maartochtendjes	=	maartochtend
maarts	adj	zoals passend is voor de maand maart
maarts-viooltjesgalmug	noun	Dasineura odoratae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
maarts-viooltjesgalmuggen	=	maarts-viooltjesgalmug
maarts-viooltjesgalmuggetje	=	maarts-viooltjesgalmug
maarts-viooltjesgalmuggetjes	=	maarts-viooltjesgalmug
maarts-viooltjesgalmugje	=	maarts-viooltjesgalmug
maarts-viooltjesgalmugjes	=	maarts-viooltjesgalmug
maartse	=	maarts
maartsviooltjesgalmug	noun	Dasineura odoratae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
maartsviooltjesgalmuggen	=	maartsviooltjesgalmug
maartsviooltjesgalmuggetjes	=	maartsviooltjesgalmug
maartsviooltjesgalmugje	=	maartsviooltjesgalmug
maarttemperaturen	=	maarttemperatuur
maarttemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand maart
maarttemperatuurtje	=	maarttemperatuur
maarttemperatuurtjes	=	maarttemperatuur
maartviolen	=	maartviool
maartviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola odorata uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
maartviooltje	noun	bepaald soort vaste plant, Viola odorata uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
maartviooltjes	=	maartviooltje
maartweek	noun	week in de maand maart
maartweekje	=	maartweek
maartweekjes	=	maartweek
maartweer	noun	het vroege voorjaarsweer zoals dat normaal is voor maart
maartweken	=	maartweek
maartwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand maart
maartwijnen	=	maartwijn
maartwijntje	=	maartwijn
maartwijntjes	=	maartwijn
maartwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand maart
maartwinden	=	maartwind
maartwindje	=	maartwind
maartwindjes	=	maartwind
maartzon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand maart
maartzonnen	=	maartzon
maartzonnetje	=	maartzon
maartzonnetjes	=	maartzon
maas	noun	een van de geknoopte ringen waaruit een net bestaat
maasbal	noun	bolvormig houten voorwerp waarover men een te repareren stuk stof kan spannen
maasballen	=	maasbal
maasballetje	=	maasbal
maasballetjes	=	maasbal
maasbrees	adj	op Maasbree betrekking hebbend
maasbreese	=	maasbrees
maasdammer	noun	een Nederlandse kaas, die gemaakt wordt van koemelk met een rijpingsproces van minimum 4 weken volgens de methode van de emmentaler
maasdekking	noun	een bepaalde vorm van leiwerk waarbij rechthoekige leien zijdelings aaneengesloten gelegd worden en een overdekkende laag een halve lei in diagonale richting verschoven wordt
maasdorp	noun	een dorp dat aan de rivier de Maas gelegen is
maasdorpen	=	maasdorp
maasdorpje	=	maasdorp
maasdorpjes	=	maasdorp
maashaarmuts	noun	een bladmos Orthotrichum sprucei uit het geslacht haarmuts (Orthotrichum).
maashaarmutsen	=	maashaarmuts
maashaarmutsje	=	maashaarmuts
maashaarmutsjes	=	maashaarmuts
maashagedis	noun	een geslacht uit de familie Mosasauridae, een groep van uitgestorven sauriërs die in zee leefden
maashagedisje	=	maashagedis
maashagedisjes	=	maashagedis
maashagedissen	noun	een familie Mosasauridae van uitgestorven zeereptielen uit de orde schubreptielen (Squamata).
maasje	=	maas
maasjes	=	maas
maaskei	noun	een fluviatiel sediment dat samen met zand door de Maas is afgezet
maaskeien	=	maaskei
maaskeitje	=	maaskei
maaskeitjes	=	maaskei
maasknoop	noun	knoop in een net (dat nu eenmaal bestaat uit mazen)
maasknoopje	=	maasknoop
maasknoopjes	=	maasknoop
maasknopen	=	maasknoop
maaslikker	noun	aarslikker, slijmbal, kontlikker
maaslikkers	=	maaslikker
maasnaald	noun	grotere naald met een stompe, ronde punt en een breed oog, specifiek ontworpen om met wol te werken
maasnaalden	=	maasnaald
maasnaaldje	=	maasnaald
maasnaaldjes	=	maasnaald
maasraket	noun	Sisymbrium austriacum subsp. chrysanthum een tweejarige of overblijvende plant.
maasraketje	=	maasraket
maasraketjes	=	maasraket
maasraketten	=	maasraket
maasstad	noun	een stad die aan de rivier de Maas gelegen is
maasstadje	=	maasstad
maasstadjes	=	maasstad
maassteden	=	maasstad
maasstromen	=	maasstroom
maasstroom	noun	de elektrische stroom in een maas van een elektrisch netwerk
maasstroompje	=	maasstroom
maasstroompjes	=	maasstroom
maastrichtenaar	noun	een inwoner van Maastricht, of iemand afkomstig uit Maastricht
maastrichtenaars	=	maastrichtenaar
maastrichtenaren	=	maastrichtenaar
maastrichter	adj	op Maastricht betrekking hebbend
maastrichtien	noun	zesde en laatste tijdsnede van het tijdvak laatkrijt, van 72,1 tot 66 miljoen jaar geleden
maastrichts	adj	met betrekking tot Maastricht of het Maastrichtse dialect
maastrichtse	noun	vrouw van Maastrichtse komaf
maastrichtsen	=	maastrichtse
maastrichtser	=	maastrichts
maastrichtsere	=	maastrichts
maastrichtsers	=	maastrichts
maastrichtst	=	maastrichts
maastrichtste	=	maastrichts
maaswater	noun	water uit de rivier de Maas
maaswateren	=	maaswater
maaswerk	noun	netwerk (van mazen en knooppunten)
maaswerken	=	maaswerk
maaswerkje	=	maaswerk
maaswerkjes	=	maaswerk
maaswijdte	noun	lengte van de zonder bijzondere krachtsinspanning tussen haar eindknopen gestrekte, doch niet gerekte maas, nat gemeten, met dien verstande, dat bij meerwandige netten deze meting wordt toegepast op de boezemmaas.
maaswijdten	=	maaswijdte
maaswijdtes	=	maaswijdte
maaswol	noun	garen dat men gebruikt bij het repareren van kleding
maat	noun	kameraad, makker, metgezel, vriend
maatbeker	noun	een glas met maatverdelingen
maatbekers	=	maatbeker
maatbekertje	=	maatbeker
maatbekertjes	=	maatbeker
maatblok	noun	een blokje metaal van nauwkeurig bekende afmetingen, dat bij metingen van metaalwerkstukken wordt gebruikt
maatblokje	=	maatblok
maatblokjes	=	maatblok
maatblokken	=	maatblok
maatcilinder	noun	een glazen cilinder met een maatverdeling
maatcilinders	=	maatcilinder
maatcilindertje	=	maatcilinder
maatcilindertjes	=	maatcilinder
maatcylinder	=	maatcilinder
maatdeel	noun	volumedeel, afgemeten deel
maatdelen	=	maatdeel
maatdop	noun	een dop van een fles die gebruikt kan worden als doseringsinstrument
maatdoppen	=	maatdop
maatgehouden	=	maathouden
maatgevend	adj	iets dat een voorbeeld is voor navolgers of kopieën
maatgevende	=	maatgevend
maatgevender	=	maatgevend
maatgevendere	=	maatgevend
maatgevenders	=	maatgevend
maatgevends	=	maatgevend
maatgevendst	=	maatgevend
maatgevendste	=	maatgevend
maatglaasje	=	maatglas
maatglaasjes	=	maatglas
maatglas	noun	een glazen vat of beker waarin men een hoeveelheid vloeistof kan afmeten
maatglazen	=	maatglas
maatgoed	noun	goederen die licht zijn in verhouding tot hun volume, waarbij de prijs per kubieke meter (m³) of kubieke voet belangrijker is dan het gewicht
maatgoederen	=	maatgoed
maatgoedje	=	maatgoed
maatgoedjes	=	maatgoed
maathield	=	maathouden
maathielden	=	maathouden
maathou	=	maathouden
maathoud	=	maathouden
maathoude	=	maathouden
maathouden	verb	de regelmatige tijdsorde van een muziekstuk stipt volgen
maathoudend	=	maathouden
maathoudende	=	maathouden
maathoudt	=	maathouden
maatje	noun	alleen verkleinwoord iemand met wie je bij uitstek een nauwe vriendschappelijke relatie hebt
maatjes	=	ma
maatjesharing	noun	Nederlandse benaming voor de eerste, jonge haring van het seizoen die geschikt is voor consumptie, Hollandse Nieuwe
maatjesharingen	=	maatjesharing
maatjesharinkje	=	maatjesharing
maatjespeer	noun	bergamotpeer misschien uit Maartenspeer, naar Sint-Maarten, rond wiens naamdag, 11 nov, de peer rijp is
maatjespeertje	=	maatjespeer
maatjespeertjes	=	maatjespeer
maatjesperen	=	maatjespeer
maatkan	noun	een vat waarmee men een hoeveelheid kan afmeten
maatkannen	=	maatkan
maatkleding	noun	kleding die speciaal op maat gemaakt wordt voor een bepaald persoon en daarom veel duurder is dan confectie
maatkolf	noun	een glazen kolf met een geijkte maatstreep voor het nauwkeurig bepalen van een volume vloeistof
maatkolfje	=	maatkolf
maatkolfjes	=	maatkolf
maatkolven	=	maatkolf
maatlat	noun	rechte stok met een maatverdeling
maatlatje	=	maatlat
maatlatjes	=	maatlat
maatlatten	=	maatlat
maatlepel	noun	lepel met een bekende inhoud
maatlepels	=	maatlepel
maatlepeltje	=	maatlepel
maatlepeltjes	=	maatlepel
maatloos	adj	zonder de maat te kunnen houden
maatloost	=	maatloos
maatlooste	=	maatloos
maatloze	=	maatloos
maatlozer	=	maatloos
maatlozere	=	maatloos
maatlozers	=	maatloos
maatmanssalaris	noun	salaris zoals dat door de uitkerende instantie op de eerste ziektedag is vastgesteld
maatmanssalarisje	=	maatmanssalaris
maatmanssalarisjes	=	maatmanssalaris
maatmanssalarissen	=	maatmanssalaris
maatpak	noun	een speciaal op maat gemaakt herenkostuum
maatpakje	=	maatpak
maatpakjes	=	maatpak
maatpakken	=	maatpak
maatregel	noun	iets dat wordt beslist om een doel te treffen
maatregelen	=	maatregel
maatregelenpakket	noun	groep met elkaar samenhangende, doelgerichte handelingen en regels
maatregelenpakketten	=	maatregelenpakket
maatregels	=	maatregel
maatregeltje	=	maatregel
maatregeltjes	=	maatregel
maatring	noun	meetinstrument waarmee men de maat van vingerringen neemt
maatringen	=	maatring
maatringetje	=	maatring
maatringetjes	=	maatring
maats	=	maat
maatschap	noun	overeenkomst waarbij twee of meer personen een bepaalde samenwerking aangaan
maatschapje	=	maatschap
maatschapjes	=	maatschap
maatschappelijk	adj	op de maatschappij betrekking hebbend
maatschappelijke	=	maatschappelijk
maatschappelijker	=	maatschappelijk
maatschappelijkere	=	maatschappelijk
maatschappelijkers	=	maatschappelijk
maatschappelijks	=	maatschappelijk
maatschappelijkst	=	maatschappelijk
maatschappelijkste	=	maatschappelijk
maatschappen	=	maatschap
maatschappij	noun	vereniging tot het drijven van handel
maatschappijbeeld	noun	visie die men heeft over de menselijke samenleving; kijk op de menselijke samenleving
maatschappijbeelden	=	maatschappijbeeld
maatschappijcritici	=	maatschappijcriticus
maatschappijcriticus	noun	iemand die kritiek heeft op het functioneren van de samenleving
maatschappijen	=	maatschappij
maatschappijkritiek	noun	het zeggen welke bezwaren men heeft over bepaalde aspecten van de samenleving of van de samenleving als geheel
maatschappijkritieken	=	maatschappijkritiek
maatschappijkritisch	adj	met veel kritiek op de werking van de samenleving
maatschappijkritische	=	maatschappijkritisch
maatschappijkritischer	=	maatschappijkritisch
maatschappijkritischere	=	maatschappijkritisch
maatschappijkritischers	=	maatschappijkritisch
maatschappijleer	noun	schoolvak waarin het recht, de politiek en de cultuur wordt besproken
maatschappijtje	=	maatschappij
maatschappijtjes	=	maatschappij
maatschappijverandering	noun	fundamentele en langdurige transformaties in de sociale structuren, culturele patronen, instituties en het gedrag van mensen binnen een samenleving.
maatschappijveranderingen	=	maatschappijverandering
maatschappijveranderingetje	=	maatschappijverandering
maatschappijveranderingetjes	=	maatschappijverandering
maatschappijvisie	noun	de mening die iemand heeft hoe de samenleving eruit zou moeten zien
maatschappijvisies	=	maatschappijvisie
maatschappijvorm	noun	manier waarop een samenleving is ingericht
maatschappijvormen	=	maatschappijvorm
maatschappijwetenschap	noun	wetenschap die zich met aspecten van de huidige maatschappij bezighoudt, t.w. economie, rechtswetenschap, sociologie
maatschappijwetenschappen	=	maatschappijwetenschap
maatsla	=	maatslaan
maatslaan	verb	de maat van muziek aangeven
maatslaand	=	maatslaan
maatslag	noun	een slag met een dirigeerstokje die aangeeft hoe het ritme en de snelheid van een muziekstuk is
maatslagen	=	maatslag
maatsoort	noun	de soort maat van een muziekstuk; muzikale versmaat
maatsoorten	=	maatsoort
maatstaafje	=	maatstaf
maatstaf	noun	eenheid, grootheid, standaardnorm of criterium waaraan iets anders (bijv. een andere grootheid) wordt afgemeten
maatstafje	=	maatstaf
maatstafjes	=	maatstaf
maatstaven	=	maatstaf
maatstelsel	noun	geheel van in onderlinge samenhang gestandaardiseerde afmetingen
maatstelsels	=	maatstelsel
maatstok	noun	een stok waarmee je iets kunt meten
maatstokje	=	maatstok
maatstokjes	=	maatstok
maatstokken	=	maatstok
maatstreep	noun	een van de vertikale lijnen die een notenbalk in maten van gelijke tijdsduur verdelen
maatstreepje	=	maatstreep
maatstreepjes	=	maatstreep
maatstrepen	=	maatstreep
maattheorie	noun	het deelgebied dat de elementaire begrippen van maat (lengte, oppervlakte en volume) veralgemeent, zodat ook aan ingewikkelder verzamelingen dan die van 'gewone' punten in een ruimte een maat kan worden toegekend
maattheorietje	=	maattheorie
maattheorietjes	=	maattheorie
maattheorieën	=	maattheorie
maatvast	adj	precies die goede maten hebbend; precies passend
maatvaste	=	maatvast
maatvaster	=	maatvast
maatvastere	=	maatvast
maatvasters	=	maatvast
maatvasts	=	maatvast
maatvastst	=	maatvast
maatvastste	=	maatvast
maatverdeling	noun	verdeling in maateenheden
maatverdelingen	=	maatverdeling
maatverhouding	noun	de onderlinge verhouding, proportie of schaal tussen afmetingen van objecten, delen of hoeveelheden.
maatverhoudingen	=	maatverhouding
maatverhoudinkje	=	maatverhouding
maatverhoudinkjes	=	maatverhouding
maatvis	noun	vis die net groot genoeg is om gevangen te mogen worden
maatvissen	=	maatvis
maatvoering	noun	het bepalen van of beschikken over de maten van alle relevante constructiedelen
maatvoeringen	=	maatvoering
maatvoerinkje	=	maatvoering
maatvoerinkjes	=	maatvoering
maatwerk	noun	op maat gemaakt, toegespitst op de specifieke wensen van de klant
maatwerken	=	maatwerk
maatwerkoplossing	noun	speciaal voor een bepaalde situatie of persoon bedachte manier om van een probleem af te komen
maatwerkoplossingen	=	maatwerkoplossing
maatwisseling	noun	een verandering van de maatsoort in een muziekstuk
maatwisselingen	=	maatwisseling
maatwisselingetje	=	maatwisseling
maatwisselingetjes	=	maatwisseling
mabel	=	mabelen
mabelde	=	mabelen
mabelden	=	mabelen
mabele	=	mabelen
mabelen	verb	onwelgevallige informatie uit een Wikipedia-artikel over jezelf verwijderen zoals prinses Mabel dat in 2007 deed
mabelend	=	mabelen
mabelende	=	mabelen
mabelt	=	mabelen
mabolo	noun	Diospyros discolor een plant uit de familie Ebenaceae.
mabolo's	=	mabolo
mabuya's	noun	een geslacht Mabuya van hagedissen die behoren tot de familie skinken (Scincidae)
mac-adres	noun	unieke identificatie voor elk apparaat dat met een netwerk kan worden verbonden, in de vorm van een getal met twaalf hexadecimale cijfers
mac-adressen	=	mac-adres
macaber	adj	desolaat, somber, griezelig, op de dood betrekking hebbende
macaberder	=	macaber
macaberdere	=	macaber
macaberders	=	macaber
macabere	=	macaber
macabers	=	macaber
macaberst	=	macaber
macaberste	=	macaber
macadam	noun	type zeer open wegverharding van drie lagen steenslag, in het spraakgebruik ook wel gebruikt voor wegen die met asfalt zijn verhard
macadamia	noun	een geslacht Macadamia uit de familie Proteaceae.
macadamia's	=	macadamia
macamba	noun	blanke, vreemdeling, Nederlander op de Caraïbische eilanden
macamba's	=	macamba
macarenia	noun	Rhyncholacis clavigera een waterplantensoort uit de familie Podostemaceae
macarenia's	=	macarenia
macaron	noun	klein rond luchtig gevuld koekje gemaakt van amandelspijs en eiwit, met naar plaats en tijd verschillende bereidingswijzen, vanaf de twintigste eeuw ook twee zulke koekjes op elkaar met een zachte vulling ertussen, vaak met opvallende kleuren
macaroni	noun	gebogen pijpjes van deeg
macaroni's	=	macaroni
macaronietje	=	macaroni
macaronietjes	=	macaroni
macaronipinguïn	noun	Eudyptes chrysolophus een pinguïn die voorkomt op de eilanden rond Antarctica, vooral op de Crozeteilanden.
macaronipinguïnnetje	=	macaronipinguïn
macaronipinguïnnetjes	=	macaronipinguïn
macaronipinguïns	=	macaronipinguïn
macaronisch	adj	met betrekking tot (het niet bestaande land ??) Macaronië
macaronische	=	macaronisch
macaronischer	=	macaronisch
macaronischere	=	macaronisch
macaronischers	=	macaronisch
macaronivreter	noun	Italiaan
macaronivreters	=	macaronivreter
macaronivretertje	=	macaronivreter
macaronivretertjes	=	macaronivreter
macaronnetje	=	macaron
macaronnetjes	=	macaron
macarons	=	macaron
macauer	noun	een inwoner van Macau, of iemand afkomstig uit Macau
macauers	=	macauer
macaus	adj	op Macau betrekking hebbend
macause	noun	een vrouwelijke inwoner van Macau, of een vrouw afkomstig uit Macau
macausen	=	macause
macauser	=	macaus
macausere	=	macaus
macausers	=	macaus
macaust	=	macaus
macauste	=	macaus
macbetheffect	noun	effect dat gewelddadige computergames op spelers kan hebben
macbetheffecten	=	macbetheffect
macchiato	noun	espresso met een beetje melkschuim
macchiato's	=	macchiato
macedoine	noun	een slaatje van groenten en/of fruit dat in gelijke delen is gesneden, meestal blokjes van één of een halve centimeter groot
macedoines	=	macedoine
macedoinetje	=	macedoine
macedoinetjes	=	macedoine
macedonisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Macedonië
macedonische	noun	een vrouwelijke inwoner van Macedonië, of een vrouw afkomstig uit Macedonië
macedonischen	=	macedonische
macedonischer	=	macedonisch
macedonischere	=	macedonisch
macedonischers	=	macedonisch
macedonischtalig	adj	de Macedonische taal sprekend
macedonischtalige	=	macedonischtalig
macedonischtaligs	=	macedonischtalig
macedoniër	noun	een inwoner van Macedonië, of iemand afkomstig uit Macedonië
macedoniërs	=	macedoniër
maceratie	noun	verweking van weefsel met name bij langdurige blootstelling aan vocht
maceraties	=	maceratie
macereer	=	macereren
macereerde	=	macereren
macereerden	=	macereren
macereert	=	macereren
macerere	=	macereren
macereren	verb	een lichaam of voorwerp enige tijd blootstellen aan de inwerking van een vloeistof zoals water, olie of alcohol
macererend	=	macereren
macererende	=	macereren
mach	noun	verhoudingsgetal tussen de stroomsnelheid van lucht (bij het vliegen) en de snelheid van het geluid Op zeeniveau bij normale omstandigheden en afgezien van de wind komt mach 1 overeen met 1224 km/u.
macha	noun	stoere, geëmancipeerde jonge vrouw	adj	stoer-vrouwelijk
macha's	=	macha
machanee	noun	leger, kamp
machanot	=	machanee
macher	noun	daadkrachtig persoon die belangrijke zaken tot stand kan brengen
machers	=	macher
machete	noun	lang stevig mes waarmee men zich al kappend een weg kan banen in het oerwoud
machetes	=	machete
machgetal	noun	de verhouding tussen de snelheid van een object t.o.v. het fluïdum waarin het beweegt en de lokale geluidssnelheid in datzelfde medium
machgetallen	=	machgetal
machiavellisme	noun	oorspronkelijk staatsleer waarin het belang van de staat alle middelen, zelfs bedrog of geweld, kan rechtvaardigen; in ruimere betekenis gebruikt voor politiek waarin morele principes worden opgeofferd aan specifieke belangen
machiavellist	noun	die alle middelen (ook moord en verraad) geoorloofd acht indien zijn doel hiermee wordt bereikt
machiavellisten	=	machiavellist
machiavellistisch	adj	volgens de beginselen van het machiavellisme
machiavellistische	=	machiavellistisch
machiavellistischer	=	machiavellistisch
machiavellistischere	=	machiavellistisch
machiavellistischers	=	machiavellistisch
machien	=	machine
machientje	=	machine
machientjes	=	machine
machinaal	adj	door een machine gemaakt
machinaals	=	machinaal
machinaalst	=	machinaal
machinaalste	=	machinaal
machinale	=	machinaal
machinaler	=	machinaal
machinalere	=	machinaal
machinalers	=	machinaal
machinatie	noun	oneerlijke, geheime manier van handelen
machinaties	=	machinatie
machine	noun	een mechanisme dat een vorm van beweging of energie in een andere vorm van beweging of energie kan omzetten
machinebankwerker	noun	iemand die aan een draaibank onderdelen van machines en motoren maakt
machinebankwerkers	=	machinebankwerker
machinebouw	noun	het bouwen van machines
machinebouwconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die machines ontwerpen en bouwen
machinebouwconcerns	=	machinebouwconcern
machineer	=	machineren
machineerde	=	machineren
machineerden	=	machineren
machineert	=	machineren
machinefabriek	noun	een bedrijf waar machines worden gemaakt
machinefabrieken	=	machinefabriek
machinefabriekje	=	machinefabriek
machinefabriekjes	=	machinefabriek
machinegeweer	noun	geweer waarmee kort na elkaar meerdere schoten kunnen worden afgevuurd, zonder dat men tussendoor de trekker moet loslaten
machinegeweertje	=	machinegeweer
machinegeweertjes	=	machinegeweer
machinegeweervuren	=	machinegeweervuur
machinegeweervuur	noun	de serie kogels die door een mitrailleur worden afgeschoten
machinegeweren	=	machinegeweer
machinekamer	noun	een ruimte voor machines
machinekamers	=	machinekamer
machinekamertje	=	machinekamer
machinekamertjes	=	machinekamer
machineolie	noun	olie waarmee men machines soepel laat draaien; vloeibare, vettige substantie waarmee men een machine kan smeren
machineolies	=	machineolie
machineoliën	=	machineolie
machinepark	noun	alle machines die in een fabriek aanwezig zijn
machineparken	=	machinepark
machinepistolen	=	machinepistool
machinepistool	noun	licht machinegeweer zonder krachtige terugslag
machinepistooltje	=	machinepistool
machinepistooltjes	=	machinepistool
machinere	=	machineren
machineren	verb	kuipen
machinerend	=	machineren
machinerende	=	machineren
machinerie	noun	geheel van machines
machinerietje	=	machinerie
machinerietjes	=	machinerie
machinerieën	=	machinerie
machines	=	machine
machineschrift	noun	de manier waarop een machine de getypte tekst op papier zet.
machineschriften	=	machineschrift
machineschrijf	=	machineschrijven
machineschrijven	verb|formal	tekst op papier zetten met behulp van een typemachine
machineschrijvend	=	machineschrijven
machineschrijvende	=	machineschrijven
machinetaal	noun	programmeertaal die wordt gebruikt en direct geïnterpreteerd kan worden door de de processor van een computer
machinetalen	=	machinetaal
machinetje	=	machine
machinetjes	=	machine
machinevermogen	noun	vermogen van een machine (uitgedrukt in paardenkrachten, kilowatt etc.)
machinevermogens	=	machinevermogen
machinevermogentje	=	machinevermogen
machinevermogentjes	=	machinevermogen
machinewasbaar	adj	als iets in een wasmachine gewassen kan en mag worden
machinewasbaarder	=	machinewasbaar
machinewasbaardere	=	machinewasbaar
machinewasbaarders	=	machinewasbaar
machinewasbaars	=	machinewasbaar
machinewasbaarst	=	machinewasbaar
machinewasbaarste	=	machinewasbaar
machinewasbare	=	machinewasbaar
machinist	noun	een bestuurder van een trein
machiniste	noun	Een vrouwelijke machinist.
machinisten	=	machinist
machinistes	=	machiniste
machinistetje	=	machiniste
machinistetjes	=	machiniste
machinistje	=	machinist
machinistjes	=	machinist
machiriet	noun	afstammeling van Machir-1 (Num. 26:29)
machirieten	=	machiriet
machismo	noun	overdreven, stoer, mannelijk gedrag
machistisch	adj	met betrekking tot het machisme, overdreven stoer mannelijk
machistische	=	machistisch
machistischer	=	machistisch
machistischere	=	machistisch
machistischers	=	machistisch
machloukes	noun	twist, ruzie
macho	noun	man die zich hanig, stoer tegenover vrouwen gedraagt	adj	hanig
macho's	=	macho
machochistisch	adj	overdreven mannelijk; overdreven stoer
machochistische	=	machochistisch
machochistischer	=	machochistisch
machochistischere	=	machochistisch
machochistischers	=	machochistisch
machoculturen	=	machocultuur
machocultuur	noun	een manier van doen die past bij stoere, heerszuchtige, agressieve mannen die zich beter voelen dan vrouwen
machocultuurtje	=	machocultuur
machocultuurtjes	=	machocultuur
machogedrag	noun	gedrag waarmee sommige mannen proberen vrouwen te imponeren
machootje	=	macho
machootjes	=	macho
machorka	noun	wilde tabak met lage kwaliteit als rookwaar
machotaal	noun	hanig stoer taalgebruik
machotaaltje	=	machotaal
machoër	=	macho
machoërs	=	macho
machpela	noun	vermenigvuldiging
machsee	noun	bescherming; schuilplaats
macht	noun	het vermogen om elders de eigen wil op te leggen
machtbelust	=	machtsbelust
machte	=	macht
machteloos	adj	niet in staat iets aan de zaak te veranderen
machteloosheden	=	machteloosheid
machteloosheid	noun	het machteloos zijn
machteloost	=	machteloos
machtelooste	=	machteloos
machteloze	=	machteloos
machtelozer	=	machteloos
machtelozere	=	machteloos
machtelozers	=	machteloos
machten	noun	vertalinɡ van Hebreeuws צבאות (tsevaot) ook: "leger, heerscharen" zoals dat op meerdere plaatsen in de Bijbel wordt gebruikt, gekoppeld aan de naam van God
machtenscheiding	noun	verdeling van de verschillende bevoegdheden van een overheid over verschillende, van elkaar onafhankelijke instanties
machtenscheidingen	=	machtenscheiding
machtenscheidinkje	=	machtenscheiding
machtenscheidinkjes	=	machtenscheiding
machthebber	noun	een persoon met gezag
machthebbers	=	machthebber
machthebbertje	=	machthebber
machthebbertjes	=	machthebber
machtig	adj	meer invloed hebbend dan anderen
machtigde	=	machtigen
machtigden	=	machtigen
machtige	=	machtig
machtigen	verb	aan iemand anders het recht overdragen in je naam te handelen
machtigend	=	machtigen
machtigende	=	machtigen
machtiger	=	machtig
machtigere	=	machtig
machtigers	=	machtig
machtiging	noun	verklaring die aan een ander bevoegdheid overdraagt om al dan niet in naam en/of voor rekening van de persoon die de machtiging afgeeft een feitelijke handeling uit te voeren
machtigingen	=	machtiging
machtigingetje	=	machtiging
machtigingetjes	=	machtiging
machtigs	=	machtig
machtigst	=	machtig
machtigste	=	machtig
machtigt	=	machtigen
machtje	=	macht
machtjes	=	macht
machtlijn	noun	meetkundige plaats van punten die dezelfde macht ten opzichte van twee cirkels hebben.
machtlijnen	=	machtlijn
machtlijntje	=	machtlijn
machtlijntjes	=	machtlijn
machtmisbruik	=	machtsmisbruik
machtpolitiek	=	machtspolitiek
machtsaanvaarding	noun	het moment of proces waarop een persoon, groep of partij de politieke macht of leiding formeel overneemt.
machtsaanvaardingen	=	machtsaanvaarding
machtsaanvaardinkje	=	machtsaanvaarding
machtsaanvaardinkjes	=	machtsaanvaarding
machtsbalans	noun	de gelijke macht van verschillende personen, organisaties of landen die er voor zorgt dat iemand niet zijn wil kan opleggen aan een ander
machtsbalansen	=	machtsbalans
machtsbases	=	machtsbasis
machtsbasis	noun	de grondslag van iemands macht
machtsbasissen	=	machtsbasis
machtsbehoud	noun	behoud van macht
machtsbelust	adj	gedreven door een verlangen naar macht
machtsbeluste	=	machtsbelust
machtsbeluster	=	machtsbelust
machtsbelustere	=	machtsbelust
machtsbelusters	=	machtsbelust
machtsbelusts	=	machtsbelust
machtsbelustst	=	machtsbelust
machtsbelustste	=	machtsbelust
machtsblok	noun	groep van personen, organisaties of staten die samen een krachtig geheel vormen
machtsblokje	=	machtsblok
machtsblokjes	=	machtsblok
machtsblokken	=	machtsblok
machtscenakel	noun	ruimte waar in besloten vergadering machtige beslissingen vallen
machtscenakels	=	machtscenakel
machtscenakeltje	=	machtscenakel
machtscenakeltjes	=	machtscenakel
machtscentra	=	machtscentrum
machtscentrum	noun	plaats waar de leiding gezeteld is
machtscentrums	=	machtscentrum
machtsconcentratie	noun	samenballing van de macht (bij één persoon, één organisatie of één plaats)
machtsconcentraties	=	machtsconcentratie
machtsconstellatie	noun	configuratie van de machtsstructuren
machtsconstellaties	=	machtsconstellatie
machtsdeling	noun	de macht met anderen delen; de macht samen met anderen bezitten
machtsdelingen	=	machtsdeling
machtsdrager	noun	belangrijke functionaris die bepaalt wat er moet gebeuren
machtsdragers	=	machtsdrager
machtsdronken	adj	zich geheel overgevend aan, overmand door het gevoel macht te bezitten
machtsdronkener	=	machtsdronken
machtsdronkeners	=	machtsdronken
machtsdronkens	=	machtsdronken
machtsdronkenst	=	machtsdronken
machtsdronkenste	=	machtsdronken
machtselite	noun	kleine groep mensen die de politieke macht bezit
machtselites	=	machtselite
machtsevenwicht	noun	het politieke en veelal ook militaire evenwicht tussen twee of meer machtige staten.
machtsevenwichten	=	machtsevenwicht
machtsfeer	=	machtssfeer
machtsgeil	adj	te veel begeerte hebbend naar macht
machtsgeile	=	machtsgeil
machtsgeiler	=	machtsgeil
machtsgeilere	=	machtsgeil
machtsgeilers	=	machtsgeil
machtsgeils	=	machtsgeil
machtsgeilst	=	machtsgeil
machtsgeilste	=	machtsgeil
machtsgreep	noun	zich op eigen initiatief macht toeëigenen
machtsgrepen	=	machtsgreep
machtshonger	noun	de behoefte om steeds machtiger te worden
machtsinstrument	noun	instrument waarmee men besluitvorming in een bepaalde richting kan afdwingen zoals kennis, geld, geweld, charisma, bevoegdheden en overtuigingskracht
machtsinstrumenten	=	machtsinstrument
machtsmiddel	noun	alles waarmee je besluitvorming in een bepaalde richting kunt afdwingen zoals kennis, geld, geweld, charisma, bevoegdheden en overtuigingskracht
machtsmiddelen	=	machtsmiddel
machtsmisbruik	noun	het gebruiken van macht voor doeleinden waarvoor het niet bedoeld is
machtsontplooiing	noun	de actieve inzet, ontplooiing of het demonstreren van macht en invloed.
machtsontplooiingen	=	machtsontplooiing
machtsontplooiinkje	=	machtsontplooiing
machtsontplooiinkjes	=	machtsontplooiing
machtsoverdracht	noun	het de macht van de ene naar de andere machthebber overdragen
machtsoverdrachten	=	machtsoverdracht
machtsovername	noun	de macht krijgen of pakken van een andere partij
machtsovernamen	=	machtsovername
machtsovernames	=	machtsovername
machtspartij	noun	partij die er alleen maar op uit is om de macht te hebben en te houden
machtspartijen	=	machtspartij
machtspolitici	=	machtspoliticus
machtspoliticus	noun	politicus met een sterke machtspositie
machtspolitiek	noun	politiek die alleen op het gebruik van machtsmiddelen berust
machtspolitieke	=	machtspolitiek
machtspolitieks	=	machtspolitiek
machtspositie	noun	sterke positie door het beschikken over veel macht
machtsposities	=	machtspositie
machtspositietje	=	machtspositie
machtspositietjes	=	machtspositie
machtssfeer	noun	gebied waarin zich een macht doet gelden
machtssfeertje	=	machtssfeer
machtssfeertjes	=	machtssfeer
machtssferen	=	machtssfeer
machtsstaat	noun	staatsvorm waarin de macht en niet het recht de bron is van het gezag zoals in de meeste dictaturen
machtsstaten	=	machtsstaat
machtsstrijd	noun	gevecht om wie de baas is
machtsstrijden	=	machtsstrijd
machtsstrijdje	=	machtsstrijd
machtsstrijdjes	=	machtsstrijd
machtsstructuren	=	machtsstructuur
machtsstructuur	noun	de manier waarop de macht in een organisatie is opgebouwd
machtstaat	noun	staatsvorm waarin de macht en niet het recht de bron is van het gezag zoals in de meeste dictaturen
machtstaten	=	machtstaat
machtstrijd	noun	gevecht om wie de baas is
machtstrijden	=	machtstrijd
machtstrijdje	=	machtstrijd
machtstrijdjes	=	machtstrijd
machtsuitbreiding	noun	het vergroten of versterken van de macht en invloed van een persoon, groep, organisatie of land ten koste van anderen.
machtsuitbreidingen	=	machtsuitbreiding
machtsuitbreidinkje	=	machtsuitbreiding
machtsuitbreidinkjes	=	machtsuitbreiding
machtsuitoefening	noun	het gebruik maken van dwang en kracht om dingen gedaan te krijgen
machtsuitoefeningen	=	machtsuitoefening
machtsverdeling	noun	de verdeling van de zeggenschap over bepaalde zaken tussen verschillende partijen
machtsverdelingen	=	machtsverdeling
machtsverhef	=	machtsverheffen
machtsverheffe	=	machtsverheffen
machtsverheffen	verb	een getal een gegeven aantal malen met zichzelf vermenigvuldigen
machtsverheffend	=	machtsverheffen
machtsverheffende	=	machtsverheffen
machtsverheffing	noun	bewerking waardoor een getal tot een zekere macht wordt verheven
machtsverheffingen	=	machtsverheffing
machtsverheffinkje	=	machtsverheffing
machtsverheffinkjes	=	machtsverheffing
machtsverheft	=	machtsverheffen
machtsverheven	=	machtsverheffen
machtsverhief	=	machtsverheffen
machtsverhieft	=	machtsverheffen
machtsverhieve	=	machtsverheffen
machtsverhieven	=	machtsverheffen
machtsverhouding	noun	de verhouding tussen landen, met name die tussen grootmachten en zwakkere (buur)landen
machtsverhoudingen	=	machtsverhouding
machtsverhoudinkje	=	machtsverhouding
machtsverhoudinkjes	=	machtsverhouding
machtsverschuiving	noun	verandering van de machtsverhoudingen; verandering van wie de meeste macht bezit
machtsverschuivingen	=	machtsverschuiving
machtsverschuivinkje	=	machtsverschuiving
machtsverschuivinkjes	=	machtsverschuiving
machtsvertonen	=	machtsvertoon
machtsvertoon	noun	vertoon van macht
machtsverzameling	noun	de verzameling van alle deelverzamelingen van een verzameling
machtsverzamelingen	=	machtsverzameling
machtswellust	noun	genoegen in het uitoefenen van macht bij voorkeur op willekeurige wijze
machtswellusteling	noun	iemand die heel erg geniet van het hebben en uitoefenen van macht
machtswellustelingen	=	machtswellusteling
machtswellustelingetje	=	machtswellusteling
machtswellustelingetjes	=	machtswellusteling
machtswellusten	=	machtswellust
machtswil	noun	het graag willen regeren
machtswissel	noun	het overgaan van de macht van de ene naar de andere persoon of partij
machtswisseling	noun	het overgaan van de macht van de ene naar de andere persoon of partij
machtswisselingen	=	machtswisseling
machtswisselingetje	=	machtswisseling
machtswisselingetjes	=	machtswisseling
machtswissels	=	machtswissel
machtwoord	noun	een gezaghebbend woord
machtwoorden	=	machtwoord
machzer	noun	gebedenboek voor de cyclus van grote feestdagen
machzor	noun	gebedenboek voor de cyclus van grote feestdagen
machzorem	=	machzer
machzoriem	=	machzor
maclaudhoefijzerneus	noun	Rhinolophus maclaudi vleermuis uit de familie van de hoefijzerneuzen (Rhinolophidae).
maclaudhoefijzerneusje	=	maclaudhoefijzerneus
maclaudhoefijzerneusjes	=	maclaudhoefijzerneus
maclaudhoefijzerneuzen	=	maclaudhoefijzerneus
macleaywallaby	noun	Dorcopsulus macleayi een kangoeroe uit het geslacht Dorcopsulus die voorkomt aan de zuidkant van de Centrale Cordillera van Nieuw-Guinea oostelijk van Mount Karimui op 1000 tot 1800 m hoogte.
macleaywallaby's	=	macleaywallaby
macleaywallaby'tje	=	macleaywallaby
macleaywallaby'tjes	=	macleaywallaby
macquarieaalscholver	noun	Leucocarbo purpurascens een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers).
macquarieaalscholvers	=	macquarieaalscholver
macquarieaalscholvertje	=	macquarieaalscholver
macquarieaalscholvertjes	=	macquarieaalscholver
macquariekakariki	noun	Cyanoramphus erythrotis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
macquariekakariki's	=	macquariekakariki
macquariekakarikietje	=	macquariekakariki
macquariekakarikietjes	=	macquariekakariki
macquarischildpad	noun	Emydura macquarii een schildpaddensoort uit de familie Chelidae of slangenhalsschildpadden
macquarischildpadden	=	macquarischildpad
macquarischildpadje	=	macquarischildpad
macquarischildpadjes	=	macquarischildpad
macramee	=	macrameeën
macrameede	=	macrameeën
macrameeden	=	macrameeën
macrameet	=	macrameeën
macrameeë	=	macrameeën
macrameeën	verb	decoraties of weefsels maken door het met de hand knopen van draden
macrameeënd	=	macrameeën
macrameeënde	=	macrameeën
macramé	noun	een handwerktechniek om decoraties of weefsel te maken, door het met de hand knopen van draden
macro	noun	reeks instructies onder een naam of toets(combinatie) om geregeld terugkerende handelingen te verrichten, bv. in een tekstverwerker
macro's	=	macro
macro-economie	noun	de economie op grote schaal
macro-economieën	=	macro-economie
macro-economisch	adj	betrekking hebbend op de macro-economie
macro-economische	=	macro-economisch
macro-economischer	=	macro-economisch
macro-economischere	=	macro-economisch
macro-economischers	=	macro-economisch
macro-effect	noun	een effect op grote schaal
macro-effecten	=	macro-effect
macro-micro-onderscheid	noun	het onderscheid tussen het bekijken van het grote geheel (systemen, landen, lange termijn), tegenover de details (individuen of kleine groepen)
macro-micro-onderscheiden	=	macro-micro-onderscheid
macro-objectief	noun	voor macrofotografie geconstrueerd objectief (d.w.z. voor het dichtbij fotograferen van voorwerpen)
macro-objectieven	=	macro-objectief
macro-organisme	noun	organisme dat met het blote oog zichtbaar is
macro-organismen	=	macro-organisme
macro-organismes	=	macro-organisme
macro-organismetje	=	macro-organisme
macro-organismetjes	=	macro-organisme
macrobioot	noun	aanhanger van een bepaalde holistische leer op het gebied van voeding en gezondheid
macrobioten	=	macrobioot
macrobiotiek	noun	holistische leer op het gebied van voeding en gezondheid
macrobiotisch	adj	met betrekking tot de macrobiotiek
macrobiotische	=	macrobiotisch
macrobiotischer	=	macrobiotisch
macrobiotischere	=	macrobiotisch
macrobiotischers	=	macrobiotisch
macrofaag	noun	grote fagocyt
macrofagen	=	macrofaag
macrofauna	noun	een verzamelnaam voor ongewervelde dieren die met het 'blote' oog te zien zijn, de zogenaamde macro-invertebraten
macrofauna's	=	macrofauna
macrofotografie	noun	het fotograferen van voorwerpen op korte afstand door middel van een macro-objectief
macrofotografieën	=	macrofotografie
macrogol	noun	geneesmiddel dat wordt gebruikt om constipatie bij kinderen en volwassenen te behandelen
macrokosmos	noun	het heelal op grote schaal
macrokosmosje	=	macrokosmos
macrokosmossen	=	macrokosmos
macrolens	noun	voor macrofotografie geconstrueerd lenzenstelsel (d.w.z. voor het dichtbij fotograferen van voorwerpen)
macrolensje	=	macrolens
macrolensjes	=	macrolens
macrolenzen	=	macrolens
macromolecule	noun	een molecuul met een relatief hoge moleculaire massa. (algemeen gezien bestaande uit meer dan 1000 atomen)
macromoleculen	=	macromolecule
macromolecules	=	macromolecule
macromolecuul	noun	een molecuul met een relatief hoge moleculaire massa (meer dan 1000 atomen)
macron	noun	het diakritisch teken ¯ dat wordt geplaatst onder of boven een klinker om een lange klinker aan te duiden.
macronen	=	macron
macroniveau	noun	op een grote schaal
macroniveaus	=	macroniveau
macronnetje	=	macron
macronnetjes	=	macron
macrons	=	macron
macrontje	=	macron
macronutriënt	noun	grofstoffelijke voedingsstof die mens, dier of plant van energie voorziet, zoals koolhydraten, vetten en eiwitten
macronutriënten	=	macronutriënt
macrootje	=	macro
macrootjes	=	macro
macroplasie	noun	buitengewone ontwikkeling van een of meer lichaamsdelen
macropsie	noun	het groter waarnemen van voorwerpen dan zij in werkelijkheid zijn als gevolg van afwijkingen in het oog of door een anderszins verstoorde perceptie (iets waarvan de patiënt zich blijkbaar zelf bewust moet zijn)
macroscopie	noun	onderzoek zonder speciale hulpmiddelen (met het blote oog)
macroscopietje	=	macroscopie
macroscopietjes	=	macroscopie
macroscopisch	adj	met het blote oog waarneembaar
macroscopische	=	macroscopisch
macroscopischer	=	macroscopisch
macroscopischere	=	macroscopisch
macroscopischers	=	macroscopisch
macrospore	noun	de grootste van de twee sporenvormen die wordt voortgebracht
macrosporen	=	macrospore
macrotaal	noun	eenvoudige programmeertaal binnen een toepassingsprogramma
macrotalen	=	macrotaal
macula	noun	de gele vlek op het netvlies
macula's	=	macula
maculadegeneratie	noun	oogaandoening waarbij gezichtsscherpte afneemt ten gevolge van het afsterven van kegeltjes in de gele vlek (macula lutea) in het centrale gedeelte van het netvlies
maculadegeneraties	=	maculadegeneratie
maculae	=	macula
maculaturen	=	maculatuur
maculatuur	noun	perkament of papier dat alleen nog gebruikt kon worden als verpakkingsmateriaal omdat het bedrukt of beschreven was
maculopapuleus	adj	met vlekken gepaard
madagaskarbijeneter	noun	Merops superciliosus een bijeneter uit het geslacht Merops.
madagaskarbijeneters	=	madagaskarbijeneter
madagaskarbijenetertje	=	madagaskarbijeneter
madagaskarbijenetertjes	=	madagaskarbijeneter
madagaskarbladneusslang	noun	Langaha madagascariensis een niet-giftige slang uit de familie Pseudoxyrhophiidae
madagaskarbladneusslangen	=	madagaskarbladneusslang
madagaskarbladneusslangetje	=	madagaskarbladneusslang
madagaskarbladneusslangetjes	=	madagaskarbladneusslang
madagaskarboa	noun	Acrantophis madagascariensis een slang uit de familie reuzenslangen (Boidae)
madagaskarboa's	=	madagaskarboa
madagaskarboaatje	=	madagaskarboa
madagaskarboaatjes	=	madagaskarboa
madagaskarbrilvogel	noun	Zosterops maderaspatanus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
madagaskarbrilvogels	=	madagaskarbrilvogel
madagaskarbrilvogeltje	=	madagaskarbrilvogel
madagaskarbrilvogeltjes	=	madagaskarbrilvogel
madagaskarbuizerd	noun	Buteo brachypterus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
madagaskarbuizerdje	=	madagaskarbuizerd
madagaskarbuizerdjes	=	madagaskarbuizerd
madagaskarbuizerds	=	madagaskarbuizerd
madagaskarcivetkat	noun	zoogdier uit de familie Eupleridae van enkel op Madagaskar voorkomende roofdieren
madagaskarcivetkatje	=	madagaskarcivetkat
madagaskarcivetkatjes	=	madagaskarcivetkat
madagaskarcivetkatten	noun	Eupleridae een familie van enkel op Madagaskar voorkomende roofdieren
madagaskardaggekko	noun	Phelsuma madagascariensis een hagedis die behoort tot de gekko's, het is een van de soorten madagaskardaggekko's uit het geslacht Phelsuma
madagaskardaggekko's	noun	een geslacht Phelsuma van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Gekkonidae
madagaskardaggekkootje	=	madagaskardaggekko
madagaskardaggekkootjes	=	madagaskardaggekko
madagaskardayallijster	noun	Copsychus albospecularis een vogelsoort uit de familie van de vliegenvangers.
madagaskardayallijsters	=	madagaskardayallijster
madagaskardayallijstertje	=	madagaskardayallijster
madagaskardayallijstertjes	=	madagaskardayallijster
madagaskardodaars	noun	Tachybaptus rufolavatus een uitgestorven vogelsoort uit de familie van de futen (Podicipedidae).
madagaskardodaarsje	=	madagaskardodaars
madagaskardodaarsjes	=	madagaskardodaars
madagaskardodaarzen	=	madagaskardodaars
madagaskardwergijsvogel	noun	Corythornis madagascariensis een endemische vogelsoort uit Madagaskar
madagaskardwergijsvogels	=	madagaskardwergijsvogel
madagaskardwergijsvogeltje	=	madagaskardwergijsvogel
madagaskardwergijsvogeltjes	=	madagaskardwergijsvogel
madagaskardwergkameleon	noun	Brookesia tuberculata een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
madagaskardwergkameleonnetje	=	madagaskardwergkameleon
madagaskardwergkameleonnetjes	=	madagaskardwergkameleon
madagaskardwergkameleons	=	madagaskardwergkameleon
madagaskardwergooruil	noun	Otus rutilus een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
madagaskardwergooruilen	=	madagaskardwergooruil
madagaskardwergooruiltje	=	madagaskardwergooruil
madagaskardwergooruiltjes	=	madagaskardwergooruil
madagaskargierzwaluw	noun	Apus balstoni een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
madagaskargierzwaluwen	=	madagaskargierzwaluw
madagaskargierzwaluwtje	=	madagaskargierzwaluw
madagaskargierzwaluwtjes	=	madagaskargierzwaluw
madagaskargrasuil	noun	Tyto soumagnei een zeldzame en kwetsbare endemische uilensoort in Madagaskar
madagaskargrasuilen	=	madagaskargrasuil
madagaskargrasuiltje	=	madagaskargrasuil
madagaskargrasuiltjes	=	madagaskargrasuil
madagaskargrasvogel	noun	Bradypterus seebohmi een zangvogel uit de familie Locustellidae.
madagaskargrasvogels	=	madagaskargrasvogel
madagaskargrasvogeltje	=	madagaskargrasvogel
madagaskargrasvogeltjes	=	madagaskargrasvogel
madagaskargraszanger	noun	Cisticola cherina een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
madagaskargraszangers	=	madagaskargraszanger
madagaskargraszangertje	=	madagaskargraszanger
madagaskargraszangertjes	=	madagaskargraszanger
madagaskargrijskeelral	noun	Mentocrex kioloides een vogel uit de familie van de Sarothruridae.
madagaskargrijskeelrallen	=	madagaskargrijskeelral
madagaskargrijskeelralletje	=	madagaskargrijskeelral
madagaskargrijskeelralletjes	=	madagaskargrijskeelral
madagaskarhaakneusslang	noun	Leioheterodon madagascariensis een slang uit de familie Pseudoxyrhophiidae
madagaskarhaakneusslangen	noun	een geslacht Leioheterodon van slangen uit de familie Lamprophiidae
madagaskarhaakneusslangetje	=	madagaskarhaakneusslang
madagaskarhaakneusslangetjes	=	madagaskarhaakneusslang
madagaskarhalsbandleguaan	noun	Oplurus cuvieri een reptiel uit de familie madagaskarleguanen (Opluridae)
madagaskarhalsbandleguaantje	=	madagaskarhalsbandleguaan
madagaskarhalsbandleguaantjes	=	madagaskarhalsbandleguaan
madagaskarhalsbandleguanen	=	madagaskarhalsbandleguaan
madagaskarhavik	noun	Accipiter henstii een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
madagaskarhaviken	=	madagaskarhavik
madagaskarhavikje	=	madagaskarhavik
madagaskarhavikjes	=	madagaskarhavik
madagaskarhondskopboa	noun	Sanzinia madagascariensis een slang uit de familie reuzenslangen (Boidae)
madagaskarhondskopboa's	=	madagaskarhondskopboa
madagaskarhondskopboaatje	=	madagaskarhondskopboa
madagaskarhondskopboaatjes	=	madagaskarhondskopboa
madagaskarhoningzuiger	noun	Cinnyris notatus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
madagaskarhoningzuigers	=	madagaskarhoningzuiger
madagaskarhoningzuigertje	=	madagaskarhoningzuiger
madagaskarhoningzuigertjes	=	madagaskarhoningzuiger
madagaskarhop	noun	Upupa marginata een vogel uit de familie hoppen (Upupidae).
madagaskarhopje	=	madagaskarhop
madagaskarhopjes	=	madagaskarhop
madagaskarhoppen	=	madagaskarhop
madagaskaribis	noun	Threskiornis bernieri een vogel uit de familie van de ibissen en lepelaars (Threskiornithidae).
madagaskaribisje	=	madagaskaribis
madagaskaribisjes	=	madagaskaribis
madagaskaribissen	=	madagaskaribis
madagaskarjacana	noun	Actophilornis albinucha een steltloperachtige uit de familie van de jacana's (Jacanidae).
madagaskarjacana's	=	madagaskarjacana
madagaskarjacanaatje	=	madagaskarjacana
madagaskarjacanaatjes	=	madagaskarjacana
madagaskarkiekendief	noun	Circus macrosceles een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae).
madagaskarkiekendiefje	=	madagaskarkiekendief
madagaskarkiekendiefjes	=	madagaskarkiekendief
madagaskarkiekendieven	=	madagaskarkiekendief
madagaskarkoekoek	noun	Cuculus rochii een endemische broedvogel op Madagaskar maar het overwinteringsgebied is veel groter en omvat ook een deel van Oost-Afrika
madagaskarkoekoeken	=	madagaskarkoekoek
madagaskarkoekoekje	=	madagaskarkoekoek
madagaskarkoekoekjes	=	madagaskarkoekoek
madagaskarkoekoekswouw	noun	Aviceda madagascariensis een vogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
madagaskarkoekoekswouwen	=	madagaskarkoekoekswouw
madagaskarkoekoekswouwtje	=	madagaskarkoekoekswouw
madagaskarkoekoekswouwtjes	=	madagaskarkoekoekswouw
madagaskarkwikstaart	noun	Motacilla flaviventris een zangvogel uit de familie Piepers en kwikstaarten.
madagaskarkwikstaarten	=	madagaskarkwikstaart
madagaskarkwikstaartje	=	madagaskarkwikstaart
madagaskarkwikstaartjes	=	madagaskarkwikstaart
madagaskarleguaan	noun	Chalarodon madagascariensis een hagedis uit de familie madagaskarleguanen (Opluridae)
madagaskarleguaantje	=	madagaskarleguaan
madagaskarleguaantjes	=	madagaskarleguaan
madagaskarleguanen	noun	een familie Opluridae van hagedissen.
madagaskarloofbuulbuul	noun	Bernieria madagascariensis een zangvogel uit de familie Bernieridae.
madagaskarloofbuulbuuls	=	madagaskarloofbuulbuul
madagaskarloofbuulbuultje	=	madagaskarloofbuulbuul
madagaskarloofbuulbuultjes	=	madagaskarloofbuulbuul
madagaskarnachtzwaluw	noun	Caprimulgus madagascariensis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
madagaskarnachtzwaluwen	=	madagaskarnachtzwaluw
madagaskarnachtzwaluwtje	=	madagaskarnachtzwaluw
madagaskarnachtzwaluwtjes	=	madagaskarnachtzwaluw
madagaskaroeverzwaluw	noun	Riparia cowani een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
madagaskaroeverzwaluwen	=	madagaskaroeverzwaluw
madagaskaroeverzwaluwtje	=	madagaskaroeverzwaluw
madagaskaroeverzwaluwtjes	=	madagaskaroeverzwaluw
madagaskarpalmgierzwaluw	noun	Cypsiurus gracilis een gierzwaluw uit het geslacht Cypsiurus uit de familie gierzwaluwen (Apodidae).
madagaskarpalmgierzwaluwen	=	madagaskarpalmgierzwaluw
madagaskarpalmgierzwaluwtje	=	madagaskarpalmgierzwaluw
madagaskarpalmgierzwaluwtjes	=	madagaskarpalmgierzwaluw
madagaskarpalmvleerhond	noun	Eidolon dupreanum een vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae) die endemisch is op Madagaskar.
madagaskarpalmvleerhonden	=	madagaskarpalmvleerhond
madagaskarpalmvleerhondje	=	madagaskarpalmvleerhond
madagaskarpalmvleerhondjes	=	madagaskarpalmvleerhond
madagaskarpapegaaiduif	noun	Treron australis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
madagaskarpapegaaiduifje	=	madagaskarpapegaaiduif
madagaskarpapegaaiduifjes	=	madagaskarpapegaaiduif
madagaskarpapegaaiduiven	=	madagaskarpapegaaiduif
madagaskarparadijsmonarch	noun	Terpsiphone mutata een zangvogel uit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae.
madagaskarparadijsmonarchen	=	madagaskarparadijsmonarch
madagaskarparadijsmonarchje	=	madagaskarparadijsmonarch
madagaskarparadijsmonarchjes	=	madagaskarparadijsmonarch
madagaskarpatrijs	noun	Margaroperdix madagascariensis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
madagaskarpatrijsje	=	madagaskarpatrijs
madagaskarpatrijsjes	=	madagaskarpatrijs
madagaskarpatrijzen	=	madagaskarpatrijs
madagaskarplatstaartgekko	noun	Uroplatus fimbriatus een hagedis die behoort tot de gekko's.
madagaskarplatstaartgekko's	=	madagaskarplatstaartgekko
madagaskarplatstaartgekkootje	=	madagaskarplatstaartgekko
madagaskarplatstaartgekkootjes	=	madagaskarplatstaartgekko
madagaskarplatstaartschildpad	noun	Pyxis planicauda een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
madagaskarplatstaartschildpadden	=	madagaskarplatstaartschildpad
madagaskarplatstaartschildpadje	=	madagaskarplatstaartschildpad
madagaskarplatstaartschildpadjes	=	madagaskarplatstaartschildpad
madagaskarplevier	noun	Charadrius thoracicus een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
madagaskarplevieren	=	madagaskarplevier
madagaskarpleviertje	=	madagaskarplevier
madagaskarpleviertjes	=	madagaskarplevier
madagaskarralreiger	noun	Ardeola idae een bedreigde vogel uit de familie der reigers (Ardeidae).
madagaskarralreigers	=	madagaskarralreiger
madagaskarralreigertje	=	madagaskarralreiger
madagaskarralreigertjes	=	madagaskarralreiger
madagaskarransuil	noun	Asio madagascariensis een uil uit de familie van de (typische) uilen Strigidae.
madagaskarransuilen	=	madagaskarransuil
madagaskarransuiltje	=	madagaskarransuil
madagaskarransuiltjes	=	madagaskarransuil
madagaskarrat	noun	Nesomys rufus knaagdier uit de familie van de Nesomyidae De soort komt voor in Madagaskar
madagaskarratje	=	madagaskarrat
madagaskarratjes	=	madagaskarrat
madagaskarratten	=	madagaskarrat
madagaskarreiger	noun	Ardea humbloti een vogel uit de familie der reigers die voorkomt in de westelijke kustgebieden van Madagaskar.
madagaskarreigers	=	madagaskarreiger
madagaskarreigertje	=	madagaskarreiger
madagaskarreigertjes	=	madagaskarreiger
madagaskarreuzenrat	noun	Hypogeomys antimena knaagdier uit de onderfamilie der Nesomyinae die endemisch is in Madagaskar
madagaskarreuzenratje	=	madagaskarreuzenrat
madagaskarreuzenratjes	=	madagaskarreuzenrat
madagaskarreuzenratten	=	madagaskarreuzenrat
madagaskarrietzanger	noun	Acrocephalus newtoni een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
madagaskarrietzangers	=	madagaskarrietzanger
madagaskarrietzangertje	=	madagaskarrietzanger
madagaskarrietzangertjes	=	madagaskarrietzanger
madagaskarroodborsttapuit	noun	Saxicola sibilla een vogel uit de familie vliegenvangers.
madagaskarroodborsttapuiten	=	madagaskarroodborsttapuit
madagaskarroodborsttapuitje	=	madagaskarroodborsttapuit
madagaskarroodborsttapuitjes	=	madagaskarroodborsttapuit
madagaskarrupsvogel	noun	Ceblepyris cinereus een rupsvogel die endemisch is op Madagaskar.
madagaskarrupsvogels	=	madagaskarrupsvogel
madagaskarrupsvogeltje	=	madagaskarrupsvogel
madagaskarrupsvogeltjes	=	madagaskarrupsvogel
madagaskarscheenplaatschildpad	noun	Erymnochelys madagascariensis een reptiel uit de familie scheenplaatschildpadden (Podocnemididae)
madagaskarscheenplaatschildpadden	=	madagaskarscheenplaatschildpad
madagaskarscheenplaatschildpadje	=	madagaskarscheenplaatschildpad
madagaskarscheenplaatschildpadjes	=	madagaskarscheenplaatschildpad
madagaskarschildpad	noun	Astrochelys yniphora een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
madagaskarschildpadden	=	madagaskarschildpad
madagaskarschildpadje	=	madagaskarschildpad
madagaskarschildpadjes	=	madagaskarschildpad
madagaskarshikra	noun	Accipiter francesiae een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
madagaskarshikra's	=	madagaskarshikra
madagaskarshikraatje	=	madagaskarshikra
madagaskarshikraatjes	=	madagaskarshikra
madagaskarslangenarend	noun	Eutriorchis astur een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae) uit het monotypische geslacht Eutriorchis.
madagaskarslangenarenden	=	madagaskarslangenarend
madagaskarslangenarendje	=	madagaskarslangenarend
madagaskarslangenarendjes	=	madagaskarslangenarend
madagaskarsnip	noun	Gallinago macrodactyla een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
madagaskarsnipje	=	madagaskarsnip
madagaskarsnipjes	=	madagaskarsnip
madagaskarsnippen	=	madagaskarsnip
madagaskarsperwer	noun	Accipiter madagascariensis een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae)
madagaskarsperwers	=	madagaskarsperwer
madagaskarsperwertje	=	madagaskarsperwer
madagaskarsperwertjes	=	madagaskarsperwer
madagaskarspitsmuis	noun	Suncus madagascariensis insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
madagaskarspitsmuisje	=	madagaskarspitsmuis
madagaskarspitsmuisjes	=	madagaskarspitsmuis
madagaskarspitsmuizen	=	madagaskarspitsmuis
madagaskarspreeuw	noun	Hartlaubius auratus een vogelsoort uit de familie Sturnidae die voorkomt op Madagaskar
madagaskarspreeuwen	=	madagaskarspreeuw
madagaskarspreeuwtje	=	madagaskarspreeuw
madagaskarspreeuwtjes	=	madagaskarspreeuw
madagaskarsteenuil	noun	Athene superciliaris een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
madagaskarsteenuilen	=	madagaskarsteenuil
madagaskarsteenuiltje	=	madagaskarsteenuil
madagaskarsteenuiltjes	=	madagaskarsteenuil
madagaskarstruikzanger	noun	Bradypterus brunneus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
madagaskarstruikzangers	=	madagaskarstruikzanger
madagaskarstruikzangertje	=	madagaskarstruikzanger
madagaskarstruikzangertjes	=	madagaskarstruikzanger
madagaskartaling	noun	Anas bernieri een vogel uit de familie Anatidae.
madagaskartalingen	=	madagaskartaling
madagaskartalinkje	=	madagaskartaling
madagaskartalinkjes	=	madagaskartaling
madagaskartorenvalk	noun	Falco newtoni een roofvogel uit de familie der valken (Falconidae).
madagaskartorenvalken	=	madagaskartorenvalk
madagaskartorenvalkje	=	madagaskartorenvalk
madagaskartorenvalkjes	=	madagaskartorenvalk
madagaskartortel	noun	Nesoenas picturatus een vogel uit de familie Columbidae (duiven en tortelduiven).
madagaskartortels	=	madagaskartortel
madagaskartorteltje	=	madagaskartortel
madagaskartorteltjes	=	madagaskartortel
madagaskarvechtkwartel	noun	Turnix nigricollis een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
madagaskarvechtkwartels	=	madagaskarvechtkwartel
madagaskarvechtkwarteltje	=	madagaskarvechtkwartel
madagaskarvechtkwarteltjes	=	madagaskarvechtkwartel
madagaskarvorkstaartplevier	noun	Glareola ocularis een vogel uit de familie van vorkstaartplevieren (Glareolidae).
madagaskarvorkstaartplevieren	=	madagaskarvorkstaartplevier
madagaskarvorkstaartpleviertje	=	madagaskarvorkstaartplevier
madagaskarvorkstaartpleviertjes	=	madagaskarvorkstaartplevier
madagaskarwaterral	noun	Rallus madagascariensis een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
madagaskarwaterrallen	=	madagaskarwaterral
madagaskarwaterralletje	=	madagaskarwaterral
madagaskarwaterralletjes	=	madagaskarwaterral
madagaskarwever	noun	Foudia madagascariensis een kleine vogel die voorkomt op Madagaskar
madagaskarwevers	=	madagaskarwever
madagaskarwevertje	=	madagaskarwever
madagaskarwevertjes	=	madagaskarwever
madagaskarwitoogeend	noun	Aythya innotata een vogel uit de familie Anatidae.
madagaskarwitoogeenden	=	madagaskarwitoogeend
madagaskarwitoogeendje	=	madagaskarwitoogeend
madagaskarwitoogeendjes	=	madagaskarwitoogeend
madagaskarzandhoen	noun	Pterocles personatus een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae).
madagaskarzandhoenderen	=	madagaskarzandhoen
madagaskarzandhoenders	=	madagaskarzandhoen
madagaskarzandhoendertje	=	madagaskarzandhoen
madagaskarzandhoendertjes	=	madagaskarzandhoen
madagaskarzandhoenen	=	madagaskarzandhoen
madagaskarzandhoentje	=	madagaskarzandhoen
madagaskarzandhoentjes	=	madagaskarzandhoen
madagaskarzeearend	noun	Haliaeetus vociferoides een roofvogel uit de familie van Accipitridae (Havikachtigen).
madagaskarzeearenden	=	madagaskarzeearend
madagaskarzeearendje	=	madagaskarzeearend
madagaskarzeearendjes	=	madagaskarzeearend
madagaskarzilverreiger	noun	Egretta dimorpha een vogel uit de familie der reigers (Ardeidae).
madagaskarzilverreigers	=	madagaskarzilverreiger
madagaskarzilverreigertje	=	madagaskarzilverreiger
madagaskarzilverreigertjes	=	madagaskarzilverreiger
madagaskisch	noun	de taal die gesproken wordt op het eiland Madagaskar	adj	betreft het eiland Madagaskar
madagaskische	=	madagaskisch
madagaskischer	=	madagaskisch
madagaskischere	=	madagaskisch
madagaskischers	=	madagaskisch
madagassisch	noun	de taal die men spreekt op Madagaskar	adj	betreft het eiland Madagaskar
madagassische	=	madagassisch
madagassischer	=	madagassisch
madagassischere	=	madagassisch
madagassischers	=	madagassisch
madam	noun	getrouwde vrouw
madame	noun	mevrouw, aanspreekvorm voor een dame
madames	=	madame
madammeke	=	madam
madammeken	=	madam
madammen	=	madam
madammetje	=	madam
madammetjes	=	madam
madampolan	=	madanpolan
madams	=	madam
madanpolan	noun	bepaald soort plant, Clerodendrum chinense, voorheen ook Clerodendrum fragrans, die in Suriname weelderig groeit
made	noun	pootloze larve van een vlieg zn of mug zn
madeira	noun	wijn van het eiland Madeira die door een verhoogd alcoholgehalte en lange rijping bij hoge temperaturen lang houdbaar is
madeira's	=	madeira
madeiraatje	=	madeira
madeiraatjes	=	madeira
madeiradwergvleermuis	noun	Pipistrellus maderensis vleermuis uit de familie van de gladneuzen (Vespertilionidae).
madeiradwergvleermuisje	=	madeiradwergvleermuis
madeiradwergvleermuisjes	=	madeiradwergvleermuis
madeiradwergvleermuizen	=	madeiradwergvleermuis
madeiragierzwaluw	noun	Apus unicolor een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae)
madeiragierzwaluwen	=	madeiragierzwaluw
madeiragierzwaluwtje	=	madeiragierzwaluw
madeiragierzwaluwtjes	=	madeiragierzwaluw
madeiragoudhaan	noun	Regulus madeirensis een zangvogel uit het geslacht van de goudhaantjes (Regulus).
madeiragoudhaantje	=	madeiragoudhaan
madeiragoudhaantjes	=	madeiragoudhaan
madeiragoudhanen	=	madeiragoudhaan
madeirahagedis	noun	Teira dugesii een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
madeirahagedisje	=	madeirahagedis
madeirahagedisjes	=	madeirahagedis
madeirahagedissen	=	madeirahagedis
madeirarog	noun	Raja maderensis een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
madeiraroggen	=	madeirarog
madeiraroggetje	=	madeirarog
madeiraroggetjes	=	madeirarog
madeirarogje	=	madeirarog
madeirarogjes	=	madeirarog
madeirasaus	noun	vloeibare substantie op basis van sterk geconcentreerde runderbouillon en maderawijn, waarmee een gerecht nog lekkerder wordt gemaakt
madeirasausen	=	madeirasaus
madeirasauzen	=	madeirasaus
madeirastormvogeltje	noun	Hydrobates castro een vogel uit de familie der Hydrobatidae (noordelijke stormvogeltjes)
madeirastormvogeltjes	=	madeirastormvogeltje
madeiravink	noun	Fringilla maderensis een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
madeiravinken	=	madeiravink
madeiravinkje	=	madeiravink
madeiravinkjes	=	madeiravink
madeleine	noun	een kleine schelpvormige cake afkomstig uit Commercy in Lotharingen
madeleines	=	madeleine
madelief	noun	bepaald soort plantje met witte bloem, Bellis perennis
madeliefbekje	noun	Anarrhinum bellidifolium een kruidachtige plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae), die voornamelijk in westelijk Zuid-Europa voorkomt
madeliefbekjes	=	madeliefbekje
madeliefje	noun	bepaald soort kleine, overblijvende plant met een klein wit bloempje dat een geel hart heeft, Bellis perennis uit de composietenfamilie
madeliefjes	=	madeliefje
madeliefjes-veldbiesroest	noun	Puccinia obscura een heteroecische roestschimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
madeliefjes-veldbiesroesten	=	madeliefjes-veldbiesroest
madeliefjes-veldbiesroestje	=	madeliefjes-veldbiesroest
madeliefjes-veldbiesroestjes	=	madeliefjes-veldbiesroest
madeliefjesroest	noun	Puccinia distincta een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
madeliefjesroesten	=	madeliefjesroest
madeliefjesroestje	=	madeliefjesroest
madeliefjesroestjes	=	madeliefjesroest
madeliefjesvezelkop	noun	Inocybe bellidiana een schimmel uit de familie Inocybaceae.
madeliefjesvezelkopje	=	madeliefjesvezelkop
madeliefjesvezelkopjes	=	madeliefjesvezelkop
madeliefjesvezelkoppen	=	madeliefjesvezelkop
madeliefjesvezelkoppie	=	madeliefjesvezelkop
madeliefjesvezelkoppies	=	madeliefjesvezelkop
madelieven	=	madelief
maden	=	made
madera	noun	wijn van het eiland Madeira die door een verhoogd alcoholgehalte en lange rijping bij hoge temperaturen lang houdbaar is
madera's	=	madera
maderaatje	=	madera
maderaatjes	=	madera
maderasaus	noun	vloeibare substantie op basis van sterk geconcentreerde runderbouillon en maderawijn, waarmee een gerecht nog lekkerder wordt gemaakt
maderasausen	=	maderasaus
maderasauzen	=	maderasaus
mades	=	made
madetje	=	made
madetjes	=	made
madiwodo	noun|informal	persoonlijke agenda om toekomstige activiteiten in vast te leggen	adj	op doordeweekse dagen, buiten het weekeinde
madiwodo's	=	madiwodo
madoerees	noun	bewoner van Madoera
madoereesje	=	madoerees
madoereesjes	=	madoerees
madoerezen	=	madoerees
madonna	noun	beeld of afbeelding van Maria als moeder met het kindje Jezus
madonna's	=	madonna
madonna-achtig	adj	lijkend op een onschuldige heilige maagd
madonna-achtige	=	madonna-achtig
madonna-achtiger	=	madonna-achtig
madonna-achtigere	=	madonna-achtig
madonna-achtigers	=	madonna-achtig
madonna-achtigs	=	madonna-achtig
madonna-achtigst	=	madonna-achtig
madonna-achtigste	=	madonna-achtig
madonnaatje	=	madonna
madonnaatjes	=	madonna
madras	noun	katoenen stof
madrasdwergpatrijs	noun	Perdicula argoondah een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
madrasdwergpatrijsje	=	madrasdwergpatrijs
madrasdwergpatrijsjes	=	madrasdwergpatrijs
madrasdwergpatrijzen	=	madrasdwergpatrijs
madrassa	noun	een religieuze school waar de islam wordt onderwezen
madrassa's	=	madrassa
madrichiem	=	madriech
madrids	adj	op Madrid betrekking hebbend
madridse	noun	een vrouwelijke inwoner van Madrid, of een vrouw afkomstig uit Madrid
madridsen	=	madridse
madriech	noun	gids, leider, met name van zionistische jeugdbeweging
madrigaal	noun	meerstemmig niet-religieus (wereldlijk) zangstuk uit de 14e tot en met de 17e eeuw
madrigaaltje	=	madrigaal
madrigaaltjes	=	madrigaal
madrigal	noun	meerstemmig niet-religieus (wereldlijk) zangstuk uit de 14e tot en met de 17e eeuw
madrigalen	=	madrigaal
madrigalisme	noun	muzikale stroming uit de 16e eeuw, waarbij het door middel van toonschilderingen uitbeelden van woorden en tekst centraal staat
madrileen	noun	inwoner van Madrid, of iemand afkomstig uit Madrid
madrileens	adj	op Madrid betrekking hebbend
madrileense	noun	een vrouwelijke inwoner van Madrid, of een vrouw afkomstig uit Madrid
madrileensen	=	madrileense
madrileenser	=	madrileens
madrileensere	=	madrileens
madrileensers	=	madrileens
madrileenst	=	madrileens
madrileenste	=	madrileens
madrilenen	=	madrileen
maelstroom	=	maalstroom
maen	=	maan
maeren	=	meren
maestoso	adv	plechtig, statig
maestro	noun	iemand die artistiek een leidende positie heeft
maestro's	=	maestro
maetschap	=	maatschap
maetschappij	=	maatschappij
maetschappy	=	maatschappij
maetschapy	=	maatschappij
maf	noun	roggenbrood met krenten	adj|informal	gek, vreemd, onverwacht, ongebruikelijk, raar
maffe	=	maf
maffen	verb|informal	in toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wordt gebruikt
maffend	=	maffen
maffende	=	maffen
maffer	noun	iemand die maft (slaapt)
maffere	=	maf
mafferik	noun	dom, onhandig persoon
mafferiken	=	mafferik
mafferikje	=	mafferik
mafferikjes	=	mafferik
maffers	=	maf
maffertje	=	maffer
maffia	noun	criminele organisatie, oorspronkelijk van Sicilië, later ook in de Verenigde Staten
maffia's	=	maffia
maffia-achtig	adj	methodes gebruikend die lijkend op die van de maffia
maffia-achtige	=	maffia-achtig
maffia-achtiger	=	maffia-achtig
maffia-achtigere	=	maffia-achtig
maffia-achtigers	=	maffia-achtig
maffia-achtigs	=	maffia-achtig
maffia-achtigst	=	maffia-achtig
maffia-achtigste	=	maffia-achtig
maffia-economie	noun	economie waarin veel bedrijven optreden die maffia-achtige structuren en methoden gebruiken
maffia-economietje	=	maffia-economie
maffia-economietjes	=	maffia-economie
maffia-economieën	=	maffia-economie
maffiaatje	=	maffia
maffiabaas	noun	een belangrijk persoon in de maffia
maffiabaasje	=	maffiabaas
maffiabaasjes	=	maffiabaas
maffiabazen	=	maffiabaas
maffiaclan	noun	als een Siciliaanse clan georganiseerde groep criminelen
maffiaclannetje	=	maffiaclan
maffiaclannetjes	=	maffiaclan
maffiaclans	=	maffiaclan
maffiafamilie	noun	sterk hiërarchische, als een Siciliaanse clan georganiseerde groep criminelen (met of zonder natuurlijke familieverwantschappen) van wie een onvoorwaardelijke loyaliteit verlangd wordt tegenover de godfather, het 'familiehoofd'
maffiafamilies	=	maffiafamilie
maffialeden	=	maffialid
maffialid	noun	iemand die deel uitmaakt van de maffia
maffiamaatje	noun	iemand die bewust vriendschappelijk contact heeft met mensen uit de georganiseerde misdaad
maffiamaatjes	=	maffiamaatje
maffiaorganisatie	noun	criminele organisatie, maffiaclan
maffiaorganisaties	=	maffiaorganisatie
maffiapraktijk	noun	praktijk zoals die door de maffia wordt toegepast, maffioze praktijk
maffiapraktijken	=	maffiapraktijk
maffiapraktijkje	=	maffiapraktijk
maffiapraktijkjes	=	maffiapraktijk
maffiastaat	noun	een staat waar de maffia regeert
maffiastaatje	=	maffiastaat
maffiastaatjes	=	maffiastaat
maffiastaten	=	maffiastaat
maffieus	adj	met betrekking tot de maffia, maffioos
maffieust	=	maffieus
maffieuste	=	maffieus
maffieuze	=	maffieus
maffieuzer	=	maffieus
maffieuzere	=	maffieus
maffieuzers	=	maffieus
maffioos	adj	van, behorend tot of met dezelfde eigenschappen als de maffia
maffioost	=	maffioos
maffiooste	=	maffioos
maffiosi	=	maffioso
maffioso	noun	lid van de maffia, iemand die zich met georganiseerde misdaad bezighoudt
maffioze	=	maffioos
maffiozer	=	maffioos
maffiozere	=	maffioos
maffiozers	=	maffioos
mafilie	noun	groep mensen die door verwantschap of vriendschap hechte kring vormt
mafisch	adj	relatief arm aan silica of silicahoudende mineralen.
mafische	=	mafisch
mafischer	=	mafisch
mafischere	=	mafisch
mafischers	=	mafisch
mafje	=	maf
mafkees	noun|informal	iemand die een lachwekkende indruk maakt of zichzelf anderszins belachelijk maakt
mafkeesje	=	mafkees
mafkeesjes	=	mafkees
mafketel	noun|informal	dwaas, malloot
mafketels	=	mafketel
mafketeltje	=	mafketel
mafketeltjes	=	mafketel
mafkezen	=	mafkees
mafkikker	noun	iemand die zich raar gedraagt
mafkikkers	=	mafkikker
mafkikkertje	=	mafkikker
mafkikkertjes	=	mafkikker
mafklapper	noun	iemand die zich dwaas gedraagt
mafklappers	=	mafklapper
mafklappertje	=	mafklapper
mafs	=	maf
mafst	=	maf
mafste	=	maf
maft	=	maffen
mafte	=	maffen
maften	=	maffen
maftier	noun	afsluitende verzen van de Toraperikoop in de synagoge
mag	=	mogen
magazijn	noun	opslagplaats voor grote hoeveelheden goederen in winkels, fabrieken e.d
magazijnadministratie	noun	administratieve taken die nodig zijn om de goederen in een magazijn te beheren
magazijnadministraties	=	magazijnadministratie
magazijnbediende	noun	iemand die werkt in een magazijn
magazijnbedienden	=	magazijnbediende
magazijnbediendes	=	magazijnbediende
magazijnen	=	magazijn
magazijnier	noun	iemand die werkt in een magazijn
magazijniers	=	magazijnier
magazijnmedewerker	noun	persoon die werkt in de opslagplaats van een bedrijf
magazijnmedewerkers	=	magazijnmedewerker
magazijnmeester	noun	iemand die een voorraadruimte beheert
magazijnmeesters	=	magazijnmeester
magazijntje	=	magazijn
magazijntjes	=	magazijn
magazine	noun	gedrukte publicatie die met vaste tussenpozen verschijnt
magazines	=	magazine
magazinetje	=	magazine
magazinetjes	=	magazine
magbia	noun	degene die de Tora optilt en toont (erefunctie)
magdalenabloemkroonkolibrie	noun	Anthocephala berlepschi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
magdalenabloemkroonkolibries	=	magdalenabloemkroonkolibrie
magdalenabloemkroonkolibrietje	=	magdalenabloemkroonkolibrie
magdalenabloemkroonkolibrietjes	=	magdalenabloemkroonkolibrie
magdalenamiervogel	noun	Sipia palliata een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
magdalenamiervogels	=	magdalenamiervogel
magdalenamiervogeltje	=	magdalenamiervogel
magdalenamiervogeltjes	=	magdalenamiervogel
magdalenatapaculo	noun	Scytalopus rodriguezi een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
magdalenatapaculo's	=	magdalenatapaculo
magdalenatapaculootje	=	magdalenatapaculo
magdalenatapaculootjes	=	magdalenatapaculo
mageen	noun	schild
magelhaenaalscholver	noun	Phalacrocorax magellanicus een aalscholver uit de orde van de Suliformes.
magelhaenaalscholvers	=	magelhaenaalscholver
magelhaenaalscholvertje	=	magelhaenaalscholver
magelhaenaalscholvertjes	=	magelhaenaalscholver
magelhaendwerguil	noun	Glaucidium nana een vogel uit de familie van de uilen.
magelhaendwerguilen	=	magelhaendwerguil
magelhaendwerguiltje	=	magelhaendwerguil
magelhaendwerguiltjes	=	magelhaendwerguil
magelhaengans	noun	Chloephaga picta een vogelsoort uit de familie Anatidae (ganzen, zwanen en eenden), voorkomend in Zuid-Amerika
magelhaengansje	=	magelhaengans
magelhaengansjes	=	magelhaengans
magelhaenganzen	=	magelhaengans
magelhaengors	noun	Melanodera melanodera een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
magelhaengorsje	=	magelhaengors
magelhaengorsjes	=	magelhaengors
magelhaengorzen	=	magelhaengors
magelhaenlijster	noun	Turdus falcklandii een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
magelhaenlijsters	=	magelhaenlijster
magelhaenlijstertje	=	magelhaenlijster
magelhaenlijstertjes	=	magelhaenlijster
magelhaenoehoe	noun	Bubo magellanicus een oehoe uit de familie Strigidae.
magelhaenoehoes	=	magelhaenoehoe
magelhaenoehoetje	=	magelhaenoehoe
magelhaenoehoetjes	=	magelhaenoehoe
magelhaenparkiet	noun	Enicognathus ferrugineus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
magelhaenparkieten	=	magelhaenparkiet
magelhaenparkietje	=	magelhaenparkiet
magelhaenparkietjes	=	magelhaenparkiet
magelhaenpinguïn	noun	Spheniscus magellanicus een zeevogel uit de familie van de pinguïns (Spheniscidae).
magelhaenpinguïnnetje	=	magelhaenpinguïn
magelhaenpinguïnnetjes	=	magelhaenpinguïn
magelhaenpinguïns	=	magelhaenpinguïn
magelhaenplevier	noun	Pluvianellus socialis een steltloperachtige uit de familie van de magelhaenplevieren (Pluvianellidae).
magelhaenplevieren	noun	Pluvianellidae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen.
magelhaenpleviertje	=	magelhaenplevier
magelhaenpleviertjes	=	magelhaenplevier
magelhaenral	noun	Rallus antarcticus een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
magelhaenrallen	=	magelhaenral
magelhaenralletje	=	magelhaenral
magelhaenralletjes	=	magelhaenral
magelhaenscholekster	noun	Haematopus leucopodus een vogel uit de familie van scholeksters (Haematopodidae).
magelhaenscholeksters	=	magelhaenscholekster
magelhaenscholekstertje	=	magelhaenscholekster
magelhaenscholekstertjes	=	magelhaenscholekster
magelhaensnip	noun	Gallinago magellanica een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
magelhaensnipje	=	magelhaensnip
magelhaensnipjes	=	magelhaensnip
magelhaensnippen	=	magelhaensnip
magelhaenspecht	noun	Campephilus magellanicus een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
magelhaenspechten	=	magelhaenspecht
magelhaenspechtje	=	magelhaenspecht
magelhaenspechtjes	=	magelhaenspecht
magelhaentapaculo	noun	Scytalopus magellanicus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
magelhaentapaculo's	=	magelhaentapaculo
magelhaentapaculootje	=	magelhaentapaculo
magelhaentapaculootjes	=	magelhaentapaculo
magellaanalkstormvogeltje	noun	Pelecanoides magellani een kleine zeevogel uit de familie Procellariidae.
magellaanalkstormvogeltjes	=	magellaanalkstormvogeltje
magen	=	maag
magenta	noun	een kleur tussen rood en blauw	adj	de kleur magenta hebbend
magenta's	=	magenta
magentastormvogel	noun	Pterodroma magentae een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
magentastormvogels	=	magentastormvogel
magentastormvogeltje	=	magentastormvogel
magentastormvogeltjes	=	magentastormvogel
mager	adj	dun [1], erg slank (veelal op een manier die niet echt gezond is); schraal, tenger
magerder	=	mager
magerdere	=	mager
magerders	=	mager
magere	=	mager
magerheid	noun	het te slank zijn
magers	=	mager
magerst	=	mager
magerste	=	mager
magerte	noun	het al te slank zijn
magertes	=	magerte
magertjes	adj	alleen als naamwoordelijk deel: enigszins mager
magerzucht	noun	het ziekelijke verlangen om steeds slanker te worden
maggi	noun	aromatisch, vloeibaar extract van vlees en groenten
maggiblok	noun	geconcentreerd aromatisch extract van vlees en kruiden waar de vloeistof uitgehaald is zodat het een vaste vorm heeft
maggiblokje	=	maggiblok
maggiblokjes	=	maggiblok
maggiblokken	=	maggiblok
maggikruid	noun	kruidachtige plant die afkomstig is uit Zuid-Europa, Levisticum officinale
maggikruiden	=	maggikruid
maggiplant	noun	Levisticum officinale schermbloemige plant met gele bloemen en zeer aromatische bladeren
maggiplanten	=	maggiplant
maggiplantje	=	maggiplant
maggiplantjes	=	maggiplant
maghrebbosuil	noun	Strix mauritanica een vogel uit de orde van de uilen (Strigiformes).
maghrebbosuilen	=	maghrebbosuil
maghrebbosuiltje	=	maghrebbosuil
maghrebbosuiltjes	=	maghrebbosuil
maghrebekster	noun	Pica mauritanica een zangvogel uit de familie van de kraaien en het geslacht eksters (Pica).
maghrebeksters	=	maghrebekster
maghrebekstertje	=	maghrebekster
maghrebekstertjes	=	maghrebekster
maghrebijn	noun	iemand uit Noord-Afrika
maghrebijnen	=	maghrebijn
maghrebijns	adj	betrekking hebbend op Noord-Afrika, afkomstig uit Noord-Afrika
maghrebijnse	=	maghrebijns
maghrebijnser	=	maghrebijns
maghrebijnsere	=	maghrebijns
maghrebijnsers	=	maghrebijns
maghrebijnst	=	maghrebijns
maghrebijnste	=	maghrebijns
magie	noun	toverkunst; kracht waar een tovenaar over beschikt door met rituelen, symbolen en bezweringen de hulp van bovennatuurlijke machten in te roepen.
magied	noun	prediker
magisch	adj	met bovennatuurlijke betekenis
magische	=	magisch
magischer	=	magisch
magischere	=	magisch
magischers	=	magisch
magischrealistisch	adj	betreffende een kunststroming in de literatuur en de beeldende kunst die het alledaagse, realistische combineert met het magische, bovennatuurlijke, waarbij het fantastische als volkomen normaal wordt gepresenteerd zonder verklaring
magischrealistische	=	magischrealistisch
magischrealistischer	=	magischrealistisch
magischrealistischere	=	magischrealistisch
magischrealistischers	=	magischrealistisch
magischt	=	magisch
magischte	=	magisch
magister	noun	meester, middeleeuwse academische graad, praktisch hetzelfde als doctor
magisters	=	magister
magistraal	adj	zeer kundig gedaan of gemaakt	noun	denkbeeldige lijn die de omtrek van een vesting aangeeft en die dient als uitgangspunt voor de ontwerp daarvan
magistraals	=	magistraal
magistraalst	=	magistraal
magistraalste	=	magistraal
magistraat	noun	een persoon die rechtspreekt
magistraatje	=	magistraat
magistraatjes	=	magistraat
magistrale	=	magistraal
magistralen	=	magistraal
magistraler	=	magistraal
magistralere	=	magistraal
magistralers	=	magistraal
magistratelijk	adj	tot de rechterlijke macht behorend
magistratelijke	=	magistratelijk
magistratelijker	=	magistratelijk
magistratelijkere	=	magistratelijk
magistratelijkers	=	magistratelijk
magistratelijkheid	noun	het magistratelijk zijn
magistratelijks	=	magistratelijk
magistratelijkst	=	magistratelijk
magistratelijkste	=	magistratelijk
magistraten	=	magistraat
magistraturen	=	magistratuur
magistratuur	noun	in principe iedereen die is verkozen of benoemd in een openbaar bestuursambt.
magiër	noun	oosterse wijze, uitlegger van de astrologie en dromen, priester bij de Meden en de Perzen
magiërs	=	magiër
magiërtje	=	magiër
magma	noun	gesmolten ondergronds gesteente
magmatisch	adj	betrekking hebbend op magma
magmatische	=	magmatisch
magmatischer	=	magmatisch
magmatischere	=	magmatisch
magmatischers	=	magmatisch
magnaat	noun	zeer rijk en daardoor invloedrijk persoon
magnaatje	=	magnaat
magnaatjes	=	magnaat
magnalium	noun	legering van magnesium (Mg) en aluminium (Al)
magnaten	=	magnaat
magneet	noun	voorwerp dat een magnetisch veld vormt, waarmee het ferromagnetische materialen zoals ijzer, nikkel en kobalt aantrekt.
magneetanker	noun	sluitstuk van een hoefijzervormige magneet
magneetankers	=	magneetanker
magneetankertje	=	magneetanker
magneetankertjes	=	magneetanker
magneetband	noun	band van kunststof, bedekt met een laagje magnetiseerbaar materiaal, gebruikt als gegevensdrager
magneetbanden	=	magneetband
magneetbandje	=	magneetband
magneetbandjes	=	magneetband
magneetbord	noun	oppervlak met een metalen basis, zoals staal, met een magnetische eigenschap waardoor magneten en magnetische items eraan kunnen blijven kleven, wat het ideaal maakt voor het ophangen van notities, documenten, foto's en andere objecten zonder gebruik van tape of punaises
magneetborden	=	magneetbord
magneetbordje	=	magneetbord
magneetbordjes	=	magneetbord
magneetje	=	magneet
magneetjes	=	magneet
magneetkaart	noun	een (plastic) kaart met een magneetstrook waarop digitale informatie staat
magneetkaarten	=	magneetkaart
magneetkaartje	=	magneetkaart
magneetkaartjes	=	magneetkaart
magneetpil	noun	magnetische pil die ingenomen wordt en door een grote uitwendige magneet naar de gewenste positie binnen het lichaam geleid kan worden
magneetpillen	=	magneetpil
magneetschakelaar	noun	is een elektrisch schakelcontact in een glazen buisje dat bediend wordt door een magnetisch veld, afkomstig van een permanente magneet of van een spoel waardoor een stroom loopt
magneetschakelaars	=	magneetschakelaar
magneetschakelaartje	=	magneetschakelaar
magneetschakelaartjes	=	magneetschakelaar
magneetschijf	noun	vlakke, ronde plaat voor de magnetische opslag van gegevens
magneetschijfgeheugen	noun	schijfgeheugen waar de informatie door magnetisme wordt vastgelegd
magneetschijfgeheugens	=	magneetschijfgeheugen
magneetschijfje	=	magneetschijf
magneetschijfjes	=	magneetschijf
magneetschijven	=	magneetschijf
magneetscholen	=	magneetschool
magneetschool	noun	school met bijkomende faciliteiten of studierichtingen, die een extra aantrekkingskracht op leerlingen zouden moeten uitoefenen
magneetschooltje	=	magneetschool
magneetschooltjes	=	magneetschool
magneetstrip	noun	het strookje op een bankkaart waarin de electronische gegevens opgeslagen worden
magneetstripje	=	magneetstrip
magneetstripjes	=	magneetstrip
magneetstrippen	=	magneetstrip
magneetstrips	=	magneetstrip
magneettrein	noun	zeer snelle en geluidsarme personentrein (tot 500 km/uur) die door een magnetisch veld zweeft boven een op pijlers rustende betonnen baan
magneettreinen	=	magneettrein
magneettreintje	=	magneettrein
magneettreintjes	=	magneettrein
magneetveld	noun	veld dat de ruimte doordringt en dat een magnetische kracht op bewegende elektrische ladingen en magnetische dipolen uitoefent
magneetvelden	=	magneetveld
magneetveldje	=	magneetveld
magneetveldjes	=	magneetveld
magneetventiel	noun	elektromagnetisch ventiel dat wordt aangestuurd door al dan niet een spanning aan te leggen
magneetventielen	=	magneetventiel
magneetvissen	verb	metalen voorwerpen opsporen en boven water halen met een sterke magneet
magneetvissend	=	magneetvissen
magneetvissende	=	magneetvissen
magneetzeep	noun	magnetische zeep waardoor vettige vervuiling uiteindelijk met een magneet kan worden verwijderd
magneetziekenhuis	noun	ziekenhuis dat meer zorgpersoneel weet aan te trekken dan naburige ziekenhuizen en zorginstellingen
magneetziekenhuizen	=	magneetziekenhuis
magneetzweeftrein	noun	een trein die vliegt boven de baan met behulp van sterke electromagneten
magneetzweeftreinen	=	magneetzweeftrein
magnesia	noun	magnesiumoxide (MgO)
magnesium	noun	scheikundig element met symbool Mg en atoomnummer 12. Het is een zilverwit aardalkalimetaal
magnesiumatomen	=	magnesiumatoom
magnesiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element magnesium.
magnesiumatoompje	=	magnesiumatoom
magnesiumatoompjes	=	magnesiumatoom
magnesiumcarbonaat	noun	MgCO₃ wordt gebruikt als purgeermiddel
magnesiumcarbonaten	=	magnesiumcarbonaat
magnesiumstearaat	noun	het magnesiumzout van stearinezuur, wordt gebruikt als additief in voedsel, medicijnen en cosmetica.
magnetar	noun	neutronenster met een uitzonderlijk krachtig magnetisch veld, dat vele malen sterker is dan dat van een gewone neutronenster
magnetars	=	magnetar
magneten	=	magneet
magnetiet	noun	magnetisch, ijzer bevattend mineraal; magnetisch erts
magnetisch	adj	verschijnselen vertonend die toegeschreven kunnen worden aan een kringstroom of roterende lading
magnetische	=	magnetisch
magnetischer	=	magnetisch
magnetischere	=	magnetisch
magnetischers	=	magnetisch
magnetischt	=	magnetisch
magnetischte	=	magnetisch
magnetiseer	=	magnetiseren
magnetiseerde	=	magnetiseren
magnetiseerden	=	magnetiseren
magnetiseert	=	magnetiseren
magnetisere	=	magnetiseren
magnetiseren	verb	magnetisch maken
magnetiserend	=	magnetiseren
magnetiserende	=	magnetiseren
magnetiseur	noun	iemand die magnetiseert (genezer die d.m.v. handoplegging tracht anderen van hun kwalen te verlossen)
magnetiseurs	=	magnetiseur
magnetiseurtje	=	magnetiseur
magnetiseurtjes	=	magnetiseur
magnetisme	noun	natuurkundig verschijnsel waardoor voorwerpen aantrekkingskracht op elkaar uitoefenen
magneto-elektriciteit	noun	door een magneet opgewekte elektriciteit
magnetodynamisch	adj	betrekking hebbend op het opwekken van elektrische signalen door een magnetisch veld
magnetodynamische	=	magnetodynamisch
magnetodynamischer	=	magnetodynamisch
magnetodynamischere	=	magnetodynamisch
magnetodynamischers	=	magnetodynamisch
magnetofonen	=	magnetofoon
magnetofoon	noun	apparaat waarmee men geluid kan opnemen en afspelen met behulp van een magnetiseerbare band
magnetofoontje	=	magnetofoon
magnetofoontjes	=	magnetofoon
magnetosfeer	noun	een zone rond een planeet met een magneetveld die daardoor beschermd wordt tegen de zonnewind
magnetosfeertje	=	magnetosfeer
magnetosfeertjes	=	magnetosfeer
magnetosferen	=	magnetosfeer
magnetron	noun	toestel waarin met zeer korte en gerichte elektromagnetische golven voedsel in zeer korte tijd warm kan worden gemaakt
magnetronisch	adj	betrekking hebbend op een magnetron
magnetronische	=	magnetronisch
magnetronischer	=	magnetronisch
magnetronischere	=	magnetronisch
magnetronischers	=	magnetronisch
magnetronmaaltijd	noun	een maaltijd die in een magnetron bereid dient te worden
magnetronmaaltijden	=	magnetronmaaltijd
magnetronmaaltijdje	=	magnetronmaaltijd
magnetronmaaltijdjes	=	magnetronmaaltijd
magnetronnetje	=	magnetron
magnetronnetjes	=	magnetron
magnetronoven	noun	een toestel waarin met zeer korte en gerichte golven voedsel in zeer korte tijd warm kan worden gemaakt
magnetronovens	=	magnetronoven
magnetronoventje	=	magnetronoven
magnetronoventjes	=	magnetronoven
magnetrons	=	magnetron
magnieter	noun	iemand veel zaken verbiedt
magnieters	=	magnieter
magnifiek	adj	geweldig, groots, enorm
magnifieke	=	magnifiek
magnifieker	=	magnifiek
magnifiekere	=	magnifiek
magnifiekers	=	magnifiek
magnifieks	=	magnifiek
magnifiekst	=	magnifiek
magnifiekste	=	magnifiek
magnitude	noun	orde van grootte van de kracht van een aardbeving
magnitudes	=	magnitude
magnolia	noun	benaming voor bomen met tulpachtige bloemen uit het geslacht Magnolia
magnolia's	=	magnolia
magnoliaatje	=	magnolia
magnoliaatjes	=	magnolia
magnoliazanger	noun	Setophaga magnolia een vogel uit de familie van Amerikaanse zangers
magnoliazangers	=	magnoliazanger
magnoliazangertje	=	magnoliazanger
magnoliazangertjes	=	magnoliazanger
magnum	noun	groot roomijsje op een stokje in een stevige laag chocola
magnums	=	magnum
magoeari	noun	Ciconia maguari een Zuid-Amerikaanse ooievaar
magoeari's	=	magoeari
magot	noun	Barbarijse apensoort levend o.a. op de rots van Gilbraltar
magots	=	magot
magotten	=	magot
magt	=	macht
mah	adv|slang	overdreven, grensoverschrijdend
mahali-wever	noun	Plocepasser mahali een zangvogel uit de familie Passeridae (Mussen).
mahali-wevers	=	mahali-wever
mahali-wevertje	=	mahali-wever
mahali-wevertjes	=	mahali-wever
mahaliwever	noun	een zangvogel Plocepasser mahali uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
mahaliwevers	=	mahaliwever
mahaliwevertje	=	mahaliwever
mahaliwevertjes	=	mahaliwever
maharadja	noun	hoge inlandse vorst (radja) in India of Indonesië
maharadja's	=	maharadja
maharadjaatje	=	maharadja
maharishi	noun	leraar in het Hindoeïsme
maharishi's	=	maharishi
mahjong	noun	Chinees spel voor 4 personen
mahonie	noun	bepaald soort struik, Berberis aquifolium (syn.	adj	gemaakt van mahoniehout
mahoniebruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8016 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8016 ( ).
mahoniebruine	=	mahoniebruin
mahoniebruins	=	mahoniebruin
mahoniefamilie	noun	een familie Meliaceae van tweezaadlobbige planten die universeel wordt erkend door systemen van plantentaxonomie, en zo ook door het APG-systeem (1998) en het APG II-systeem (2003)
mahoniefamilies	=	mahoniefamilie
mahoniehout	noun	hout van de mahonieboom die vooral veel gebruikt wordt voor meubels
mahoniehouten	adj	gemaakt van mahoniehout
mahonies	=	mahonie
mahébrilvogel	noun	Zosterops modestus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
mahébrilvogels	=	mahébrilvogel
mahébrilvogeltje	=	mahébrilvogel
mahébrilvogeltjes	=	mahébrilvogel
maidenspeech	noun	de eerste rede die iemand uitspreekt na de ambtsaanvaarding
maidenspeeches	=	maidenspeech
maidentrip	noun	eerste reis van een nieuw zeeschip of een luchtvaartuig
maidentrips	=	maidentrip
mail	noun	een elektronische brief
mailadres	noun	e-mailadres
mailadresje	=	mailadres
mailadresjes	=	mailadres
mailadressen	=	mailadres
mailbericht	noun	elektronisch bericht dat via het internet wordt verstuurd
mailberichten	=	mailbericht
mailberichtje	=	mailbericht
mailberichtjes	=	mailbericht
mailbom	noun	een vloedgolf van vele en/of grote e-mails, bedoeld om de ontvangende computer lam te leggen
mailbommen	=	mailbom
mailboot	noun	passagiersschip dat poststukken vervoert
mailbootje	=	mailboot
mailbootjes	=	mailboot
mailboten	=	mailboot
mailbox	noun	plaats in een computernetwerk waar je e-mailberichten kan ontvangen en bewaren
mailboxen	=	mailbox
mailde	=	mailen
mailden	=	mailen
maile	=	mailen
mailen	verb	per elektronische post verzenden
mailend	=	mailen
mailende	=	mailen
mailing	noun	post (helaas vaak reclame) die men naar veel contactpersonen tegelijk stuurt
mailinglijst	noun	lijst met (e-mail)adressen van personen die regelmatig een 'mailing' wordt toegestuurd
mailinglijsten	=	mailinglijst
mailinglijstje	=	mailinglijst
mailinglijstjes	=	mailinglijst
mailinglist	noun	lijst met e-mailadressen of normale adressen
mailinglists	=	mailinglist
mailings	=	mailing
mailinkje	=	mailing
mailinkjes	=	mailing
maillot	noun	een elastisch kledingstuk voor vrouwen dat bestaat uit een broekje met lange kousen eraan
maillotje	=	maillot
maillotjes	=	maillot
maillots	=	maillot
mailmerge	noun	een techniek om vanuit een sjabloonbrief een veelvoud aan documenten te genereren waarin enkele gegevens verschillen
mailmerges	=	mailmerge
mails	=	mail
mailstress	noun	spanning door een te groot aanbod van e-mails
mailt	=	mailen
mailtje	=	mail
mailtjes	=	mail
mailwisseling	noun	het e-mailverkeer tussen twee of meer personen
mailwisselingen	=	mailwisseling
mailwisselingetje	=	mailwisseling
mailwisselingetjes	=	mailwisseling
maina	noun	Acridotheres een vogelsoort uit de familie Sturnidae
maina's	noun	een geslacht Acridotheres van zangvogels uit de familie spreeuwen (Sturnidae)
mainaatje	=	maina
mainaatjes	=	maina
mainframe	noun	grote centrale computer meestal verbonden met veel terminals
mainframes	=	mainframe
mainport	noun	belangrijk knooppunt voor personen- en goederenverkeer
mainports	=	mainport
mainstream	noun	iets dat bestemd is voor de grote massa; iets dat gangbaar is
maintenee	noun	vrouw met wie een man in ongehuwde staat (concubinaat) samenleeft
mainteneer	=	mainteneren
mainteneerde	=	mainteneren
mainteneerden	=	mainteneren
mainteneert	=	mainteneren
maintenees	=	maintenee
mainteneetje	=	maintenee
mainteneetjes	=	maintenee
maintenere	=	mainteneren
mainteneren	verb	onderhouden (van een bijzit of maintenee)
maintenerend	=	mainteneren
maintenerende	=	mainteneren
mainteneur	noun	iemand die een concubine mainteneert (onderhoudt)
mainteneurs	=	mainteneur
mainteneurtje	=	mainteneur
mainteneurtjes	=	mainteneur
mainzerkweek	noun	Elymus arenosus een plantensoort uit de grassenfamilie (Poaceae).
mainzerkweekje	=	mainzerkweek
mainzerkweekjes	=	mainzerkweek
mainzerkweken	=	mainzerkweek
mais	noun	bepaalde graansoort afkomstig uit Midden-Amerika Zea mays
maisakker	noun	grond bestemd voor de teelt van mais
maisakkers	=	maisakker
maisakkertje	=	maisakker
maisakkertjes	=	maisakker
maisbroden	=	maisbrood
maisbrood	noun	van maismeel vervaardigd brood
maisbroodje	=	maisbrood
maisbroodjes	=	maisbrood
maise	noun	verhaal, sprookje
maises	=	maise
maisgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1006 ( ).	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1006 ( ).
maisgeels	=	maisgeel
maisgeelst	=	maisgeel
maisgeelste	=	maisgeel
maisgele	=	maisgeel
maisgeler	=	maisgeel
maisgelere	=	maisgeel
maisgelers	=	maisgeel
maiskip	noun	kip waaraan veel mais en vaak ook kleurstof is gevoerd
maiskippen	=	maiskip
maiskippetje	=	maiskip
maiskippetjes	=	maiskip
maiskoek	noun	een koek, gemaakt met meel vervaardigd uit maïs
maiskoeken	=	maiskoek
maiskoekje	=	maiskoek
maiskoekjes	=	maiskoek
maiskolf	noun	aar van een (vrouwelijke) maisplant, met de voor mensen eetbare zaden, de maiskorrels
maiskolfje	=	maiskolf
maiskolfjes	=	maiskolf
maiskolven	=	maiskolf
maisland	noun	grond geschikt of bestemd om mais op te verbouwen
maislanden	=	maisland
maismeel	noun	fijngemalen maiskorrels
maisolie	noun	plantaardige spijsolie geperst uit kiemende maïskorrels
maisolies	=	maisolie
maisolietje	=	maisolie
maisolietjes	=	maisolie
maisoliën	=	maisolie
maison	noun	verblijf, herberg, woning
maisonnetje	=	maison
maisonnetjes	=	maison
maisonnette	noun	een woning in een groter gebouw, zoals een flat, waarbij meerdere verdiepingen aanwezig zijn per woning
maisonnettes	=	maisonnette
maisonnettetje	=	maisonnette
maisonnettetjes	=	maisonnette
maisons	=	maison
maisontje	=	maison
maisontjes	=	maison
maisoogst	noun	de oogst van mais
maisoogsten	=	maisoogst
maispap	noun	gerecht bereid door het koken van een mengsel van maismeel met een vloeistof
maispapje	=	maispap
maispapjes	=	maispap
maispappen	=	maispap
maisplant	noun	Zea mays subsp. mays een plant waaraan maiskolven groeien
maisplanten	=	maisplant
maisplantje	=	maisplant
maisplantjes	=	maisplant
maissoep	=	maïssoep
maisteelt	noun	verbouw van maisplanten
maisteelten	=	maisteelt
maisveld	noun	akker waar mais wordt verbouwd
maisvelden	=	maisveld
maisveldje	=	maisveld
maisveldjes	=	maisveld
maiswortel	noun	deel van de maisplant dat onder de grond zit
maiswortelboorder	noun	bepaald soort tor, Diabrotica virgifera, schadelijk voor maisteelt
maiswortelboorders	=	maiswortelboorder
maiswortelboordertje	=	maiswortelboorder
maiswortelboordertjes	=	maiswortelboorder
maiswortelkever	noun	bepaald soort tor, Diabrotica virgifera, schadelijk voor maisteelt
maiswortelkevers	=	maiswortelkever
maiswortelkevertje	=	maiswortelkever
maiswortelkevertjes	=	maiswortelkever
maiswortelknobbelaaltje	noun	soort rondworm Meloidogyne chitwoodi die parasiteert op de wortels van onder andere maisplanten
maiswortelknobbelaaltjes	=	maiswortelknobbelaaltje
maiswortels	=	maiswortel
maisworteltje	=	maiswortel
maisworteltjes	=	maiswortel
maiszetmeel	noun	verbinding van glucose en koolhydraten die als voedingsstof voor de maiskiem in maiskorrels zit
maitresse	=	maîtresse
maizena	noun	bindmiddel dat uit gemalen maiskorrels wordt gewonnen door het vet en eiwit eruit te halen
maizenakoekje	noun	Surinaams koekje van maizena, boter en suiker, versierd met suikermuisjes
maizenakoekjes	=	maizenakoekje
maizenapap	noun	mengsel van maiszetmeel en water of melk dat door roeren een stevige brij gaat vormen
maizenapapje	=	maizenapap
maizenapapjes	=	maizenapap
maizenapappen	=	maizenapap
maizenapudding	noun	nagerecht gemaakt door een mengsel van maiszetmeel, melk en suiker te verwarmen en weer af te koelen
maizenapuddingen	=	maizenapudding
maizenapuddinkje	=	maizenapudding
maizenapuddinkjes	=	maizenapudding
maizenavla	noun	zoet nagerecht van melk, eieren en suiker, gebonden met maiszetmeel koud geserveerd
majem	noun	water
majemde	=	majemen
majemden	=	majemen
majeme	=	majemen
majemen	verb	regenen
majemend	=	majemen
majemende	=	majemen
majemt	=	majemen
majestatisch	adj	betrekking hebbend op de majesteit
majestatische	=	majestatisch
majestatischer	=	majestatisch
majestatischere	=	majestatisch
majestatischers	=	majestatisch
majesteit	noun	glorieuze verhevenheid	intj	aanspreektitel van een koning of koningin
majesteitelijk	adj	lijkend op een koning
majesteitelijke	=	majesteitelijk
majesteitelijker	=	majesteitelijk
majesteitelijkere	=	majesteitelijk
majesteitelijkers	=	majesteitelijk
majesteitelijks	=	majesteitelijk
majesteitelijkst	=	majesteitelijk
majesteitelijkste	=	majesteitelijk
majesteiten	=	majesteit
majesteitsmeervoud	noun	het gebruik van het meervoud terwijl men naar zichzelf verwijst, dus "wij" in plaats van "ik", om de eigen belangrijkheid te benadrukken bij uitstek geschikt voor koningen en dergelijke personen
majesteitsmeervouden	=	majesteitsmeervoud
majesteitsschennis	noun	belediging van de soeverein
majesteitsschennisje	=	majesteitsschennis
majesteitsschennissen	=	majesteitsschennis
majestueus	adj	met de pracht en praal die hoort bij een vorst
majestueust	=	majestueus
majestueuste	=	majestueus
majestueuze	=	majestueus
majestueuzer	=	majestueus
majestueuzere	=	majestueus
majestueuzers	=	majestueus
majeur	noun	toonsoort met een vrolijk of opgeruimd karakter	adj	met veel omvang
majeurakkoord	noun	een drie- of meerklank met minimaal: “een begintoon (prime), een grote terts en een reine kwint”
majeurakkoorden	=	majeurakkoord
majeurakkoordje	=	majeurakkoord
majeurakkoordjes	=	majeurakkoord
majeure	=	majeur
majeurs	=	majeur
majeursextakkoord	noun	een vierklank bestaande uit de intervallen: prime, grote terts, reine kwint en een grote sext, dus een drieklank plus een sext
majeursextakkoorden	=	majeursextakkoord
majeursextakkoordje	=	majeursextakkoord
majeursextakkoordjes	=	majeursextakkoord
majeurtoonaard	noun	een toonladder met trappen van een hele toon, met twee uitzonderingen: tussen de derde en vierde, en tussen de zevende en achtste trap is het verschil slechts een halve toon.
majeurtoonaarden	=	majeurtoonaard
majeurtoonaardje	=	majeurtoonaard
majeurtoonaardjes	=	majeurtoonaard
majeurtoonladder	noun	een toonladder met trappen van een hele toon, met twee uitzonderingen: tussen de derde en vierde, en tussen de zevende en achtste trap is het verschil slechts een halve toon.
majeurtoonladders	=	majeurtoonladder
majeurtoonladdertje	=	majeurtoonladder
majeurtoonladdertjes	=	majeurtoonladder
majeurtoonschaal	noun	een toonladder met trappen van een hele toon, met twee uitzonderingen: tussen de derde en vierde, en tussen de zevende en achtste trap is het verschil slechts een halve toon.
majeurtoonschaaltje	=	majeurtoonschaal
majeurtoonschaaltjes	=	majeurtoonschaal
majeurtoonschalen	=	majeurtoonschaal
majeurtoonsoort	noun	een toonladder met trappen van een hele toon, met twee uitzonderingen: tussen de derde en vierde, en tussen de zevende en achtste trap is het verschil slechts een halve toon.
majeurtoonsoorten	=	majeurtoonsoort
majeurtoonsoortje	=	majeurtoonsoort
majeurtoonsoortjes	=	majeurtoonsoort
majo	noun	noodkacheltje waarop in de Hongerwinter toch gekookt kon worden omdat het kon branden op klein gemaakte stukjes hout, in plaats van de schaars geworden brandstoffen
majo's	=	majo
majolica	noun	een grof en bros soort keramiek, bestaande uit gebrande klei, met een bont gekleurde beschildering van glazuur.
majolica's	=	majolica
majolicaparel	noun	gekweekte parel
majolicaparels	=	majolicaparel
majolicapareltje	=	majolicaparel
majolicapareltjes	=	majolicaparel
majoor	noun	een van de rangen van hoofdofficier in een aantal onderdelen van de strijdkrachten, net iets onder die van kolonel
majoor-generaal	noun	een hoge militaire rang
majoor-generaals	=	majoor-generaal
majoors	=	majoor
majoortje	=	majoor
majoortjes	=	majoor
major	noun	de oudere
majoraan	noun	heestergewas waarvan de bladeren als kruid worden gebruikt
majoraantje	=	majoraan
majoraat	noun	Erfverdeling waarbij het te erven goed (zoals de titel "koning") in zijn geheel ('onverdeeld') overgaat op de oudste zoon.
majoraten	=	majoraat
majordomus	noun	hoofd van de huishouding
majordomussen	=	majordomus
majoreer	=	majoreren
majoreerde	=	majoreren
majoreerden	=	majoreren
majoreert	=	majoreren
majoren	=	major
majorere	=	majoreren
majoreren	verb	voor een hoger bedrag inschrijven door de koper dan men verwacht te zullen krijgen
majorerend	=	majoreren
majorerende	=	majoreren
majoretje	=	majorette
majoretjes	=	majorette
majorette	noun	dansmeisje dat in uniform meeloopt met een muziekkorps waarbij ze vaak jongleert met een stokje
majorettes	=	majorette
majorettetje	=	majorette
majorettetjes	=	majorette
majoriteit	noun	meerderheid (van stemmen)
majoriteiten	=	majoriteit
majors	=	major
majuskel	noun	letter met een rechtopstaande vorm zonder stokken die naar boven of staarten die naar onder uitsteken Oorspronkelijk een van de schriftsoorten waarin handschriften konden worden geschreven, tegenwoordig vooral gebruikt als hoofdletter aan het begin van namen of zinnen.
majuskels	=	majuskel
mak	adj	gedwee, tam, niet wild
makaak	noun	een aap behorende tot een geslacht Macaca van apen van de Oude Wereld die leven in Azië van India en Tibet oostwaarts tot Japan, Java, de Filipijnen en Celebes en één soort in Noordwest-Afrika (de berberaap, Macaca sylvanus)
makaakje	=	makaak
makaakjes	=	makaak
makaken	noun	Macaca een geslacht van zoogdieren uit de familie apen van de Oude Wereld.
makamba	noun	blanke Nederlander
makamba's	=	makamba
makaperi	noun	bolvormig sieraad gemaakt van goud of zilver
makaperi's	=	makaperi
makaron	noun	klein rond luchtig gevuld koekje gemaakt van amandelspijs en eiwit, met naar plaats en tijd verschillende bereidingswijzen, vanaf de twintigste eeuw ook twee zulke koekjes op elkaar met een zachte vulling ertussen, vaak met opvallende kleuren
makaronnetje	=	makaron
makaronnetjes	=	makaron
makarons	=	makaron
makaslang	noun	Lachesis muta lange, bruine giftige slang
makaslangen	=	makaslang
makassarbrilvogel	noun	Zosterops anomalus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
makassarbrilvogels	=	makassarbrilvogel
makassarbrilvogeltje	=	makassarbrilvogel
makassarbrilvogeltjes	=	makassarbrilvogel
makassarolie	noun	een olie geperst uit de zaden van Schleichera trijuga, de kesambiboom, een o.a. bij Makassar op Celebes voorkomende boom of een product dat deze olie nabootst
makassarolies	=	makassarolie
makassaroliën	=	makassarolie
makateajufferduif	noun	Ptilinopus chalcurus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
makateajufferduifje	=	makateajufferduif
makateajufferduifjes	=	makateajufferduif
makateajufferduiven	=	makateajufferduif
make	=	maken
make-over	noun	ingreep waarbij een persoon of een zaak een geheel nieuw uiterlijk krijgt
make-overs	=	make-over
make-up	noun	schoonheidsproducten die worden gebruikt voor het in orde maken van het gezicht, ogen
make-upartikel	noun	product om je gezicht en handen er mooier te laten uitzien
make-upartikelen	=	make-upartikel
make-upartikels	=	make-upartikel
makeef	noun	verbindingsstreepje dat twee woorden verbindt tot een uitspraakeenheid
makeefs	=	makeef
makel	=	makelen
makelaar	noun	de tussenpersoon in de handel, zowel van roerende als onroerende goederen
makelaardij	noun	bemiddeling bij de koop en verkoop van onroerend goed
makelaardijen	=	makelaardij
makelaardijtje	=	makelaardij
makelaardijtjes	=	makelaardij
makelaars	=	makelaar
makelaarschap	noun	de hoedanigheid van makelaar; het makelaar zijn
makelaarskantoor	noun	bedrijf dat bemiddelt bij de handel
makelaarskantoortje	=	makelaarskantoor
makelaarskantoortjes	=	makelaarskantoor
makelaarskantoren	=	makelaarskantoor
makelaarskosten	noun	uitgaven die men doet voor de bemiddeling van een makelaar
makelaarster	noun	vrouw die als tussenpersoon optreedt waardoor anderen met elkaar handelen
makelaarsters	=	makelaarster
makelaarsvereniging	noun	vereniging waar makelaars lid van kunnen zijn
makelaarsverenigingen	=	makelaarsvereniging
makelaarsverenigingetje	=	makelaarsvereniging
makelaarsverenigingetjes	=	makelaarsvereniging
makelaartje	=	makelaar
makelaartjes	=	makelaar
makelaren	=	makelaar
makelarij	noun	bemiddeling bij de koop en verkoop van waardevolle goederen, in het spraakgebruik vooral: onroerende zaken
makelarijen	=	makelarij
makelarijtje	=	makelarij
makelarijtjes	=	makelarij
makelde	=	makelen
makelden	=	makelen
makele	=	makelen
makelen	verb	als makelaar werkzaam zijn
makelend	=	makelen
makelende	=	makelen
makelij	noun	het merk of de soort van een product door een fabriek gemaakt
makelijen	=	makelij
makelt	=	makelen
maken	verb	in elkaar zetten
makend	=	maken
makende	=	maken
maker	noun	iemand die iets maakt of gemaakt heeft
makerij	noun	locatie waar iets wordt vervaardigd
makerijen	=	makerij
makerijtje	=	makerij
makerijtjes	=	makerij
makers	=	maker
makertje	=	maker
makertjes	=	maker
makheid	noun	het heel rustig, kalm, sloom, saai en geduldig zijn
maki	noun	halfaap uit de familie Lemuridae afkomstig van Madagascar
maki's	noun	Lemuridae een familie van halfapen die alleen voorkomt op Madagaskar en nabijgelegen eilanden.
makietje	=	maki
makikikkers	noun	Agalychnis een geslacht van kikkers uit de familie Phyllomedusidae.
making	noun	het maken (alleen in samenstellingen)
makingen	=	making
makings	=	making
makinkje	=	making
makinkjes	=	making
makiraboszanger	noun	Phylloscopus makirensis een vogel van tropische bergbossen op het eiland Makira (Salomonseilanden).
makiraboszangers	=	makiraboszanger
makiraboszangertje	=	makiraboszanger
makiraboszangertjes	=	makiraboszanger
makirabrilvogel	noun	Zosterops rendovae (syn.: Zosterops ugiensis) een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
makirabrilvogels	=	makirabrilvogel
makirabrilvogeltje	=	makirabrilvogel
makirabrilvogeltjes	=	makirabrilvogel
makiradwergijsvogel	noun	Ceyx gentianus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
makiradwergijsvogels	=	makiradwergijsvogel
makiradwergijsvogeltje	=	makiradwergijsvogel
makiradwergijsvogeltjes	=	makiradwergijsvogel
makiragoudlijster	noun	Zoothera margaretae een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
makiragoudlijsters	=	makiragoudlijster
makiragoudlijstertje	=	makiragoudlijster
makiragoudlijstertjes	=	makiragoudlijster
makirahoningeter	noun	Meliarchus sclateri een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
makirahoningeters	=	makirahoningeter
makirahoningetertje	=	makirahoningeter
makirahoningetertjes	=	makirahoningeter
makirahoningvogel	noun	Dicaeum tristrami een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
makirahoningvogels	=	makirahoningvogel
makirahoningvogeltje	=	makirahoningvogel
makirahoningvogeltjes	=	makirahoningvogel
makiramonarch	noun	Myiagra cervinicauda een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
makiramonarchen	=	makiramonarch
makiramonarchje	=	makiramonarch
makiramonarchjes	=	makiramonarch
makirapurperspreeuw	noun	Aplonis dichroa een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
makirapurperspreeuwen	=	makirapurperspreeuw
makirapurperspreeuwtje	=	makirapurperspreeuw
makirapurperspreeuwtjes	=	makirapurperspreeuw
makirastruikzanger	noun	Horornis parens een zangvogel uit de familie Cettiidae.
makirastruikzangers	=	makirastruikzanger
makirastruikzangertje	=	makirastruikzanger
makirastruikzangertjes	=	makirastruikzanger
makiravalkuil	noun	Athene roseoaxillaris een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
makiravalkuilen	=	makiravalkuil
makiravalkuiltje	=	makiravalkuil
makiravalkuiltjes	=	makiravalkuil
makirawaterhoen	noun	Gallinula silvestris een vogel uit de familie van de rallen (Rallidae) die in 1933 werd beschreven door Ernst Mayr als Edithornis silvestris
makirawaterhoenderen	=	makirawaterhoen
makirawaterhoenders	=	makirawaterhoen
makirawaterhoentje	=	makirawaterhoen
makirawaterhoentjes	=	makirawaterhoen
makkabeeën	noun	benaming voor Judas Makkabeüs en zijn familieleden, die leiding gaven aan de Joodse opstand tegen de Seleuciden in de 2e eeuw v.
makkabeeër	noun	benaming voor Judas Makkabeüs en naderhand elk van zijn vier broers, die leiding gaven aan de Joodse opstand tegen de Seleuciden in de 2e eeuw v.
makkabeeërs	=	makkabeeër
makke	noun	slag, klap, plaag, gebrek
makkelijk	adj	niet moeilijk, waar weinig moeite en inspanning voor vereist is
makkelijke	=	makkelijk
makkelijker	=	makkelijk
makkelijkere	=	makkelijk
makkelijkers	=	makkelijk
makkelijks	=	makkelijk
makkelijkst	=	makkelijk
makkelijkste	noun	persoon die prettig en eenvoudig is in de omgang
makkelijksten	=	makkelijkste
makken	verb	in 'niets te makken hebben': geen cent bezitten, geen invloed hebben
makkend	=	makken
makkende	=	makken
makker	noun	iemand aan wie men door persoonlijke voorkeur verbonden is
makkere	=	mak
makkers	=	makker
makkertje	=	makker
makkertjes	=	makker
makkes	=	makke
makketje	=	makke
makkie	noun	zaak waar men gemakkelijk van afkomt
makkies	=	makkie
makom	noun	plaats
makreel	noun	bepaalde soort zeevis, Scomber scombrus, familie van de makreelachtigen zoals tonijn en boniet
makreelachtigen	noun	een onderorde Scombroidei van de orde baarsachtigen (Perciformes).
makreelgeep	noun	Scomberesox saurus een straalvinnige vis uit de familie van makreelgepen (Scomberesocidae), orde van geepachtigen (Beloniformes).
makreelgeepje	=	makreelgeep
makreelgeepjes	=	makreelgeep
makreelgepen	noun	een familie Scomberesocidae van vissen uit de orde van de geepachtigen (Beloniformes).
makreelhaai	noun	een geslacht Isurus van haaien en bevat twee soorten
makreelhaaien	noun	een orde Lamniformes van de haaien.
makreelhaaitje	=	makreelhaai
makreelhaaitjes	=	makreelhaai
makreeltje	=	makreel
makreeltjes	=	makreel
makrelen	noun	een familie Scombridae van baarsachtige straalvinnige vissen waartoe de makreel, tonijn en bonito behoren.
makron	noun	amandelkoekje, bitterkoekje, suikerbroodje; koekje bereid uit amandelspijs en eiwit, met naar plaats en tijd verschillende bereidingswijzen, rond 1900 in België en Zuid-Nederland vooral een heel klein meelkoekje op papier vastgebakken, vanaf de twintigste eeuw ook twee zulke koekjes op elkaar met een zachte vulling ertussen, vaak met opvallende kleuren.
makronen	=	makroon
makronnen	=	makron
makronnetje	=	makron
makronnetjes	=	makron
makrons	=	makron
makroon	noun	amandelkoekje, bitterkoekje, koekje bereid uit amandelspijs en eiwit, met naar plaats en tijd verschillende bereidingswijzen: rond 1900 in België en Zuid-Nederland vooral een heel klein meelkoekje op papier vastgebakken, vanaf de twintigste eeuw ook twee koekjes op elkaar met een zachte vulling ertussen, vaak met opvallende kleuren.
makroontje	=	makroon
makroontjes	=	makroon
maks	=	mak
makst	=	mak
makste	=	mak
makt	=	makken
makte	=	makken
makten	=	makken
mal	noun	holle gietvorm	adj	blijk gevend van gebrek aan gezond verstand
malabarcivetkat	noun	Viverra civettina roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
malabarcivetkatje	=	malabarcivetkat
malabarcivetkatjes	=	malabarcivetkat
malabarcivetkatten	=	malabarcivetkat
malabarfluitlijster	noun	Myophonus horsfieldii een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
malabarfluitlijsters	=	malabarfluitlijster
malabarfluitlijstertje	=	malabarfluitlijster
malabarfluitlijstertjes	=	malabarfluitlijster
malabargoudrugspecht	noun	Chrysocolaptes socialis een soort uit de familie van de spechten die alleen voorkomt in India.
malabargoudrugspechten	=	malabargoudrugspecht
malabargoudrugspechtje	=	malabargoudrugspecht
malabargoudrugspechtjes	=	malabargoudrugspecht
malabarkievietje	=	malabarkievit
malabarkievietjes	=	malabarkievit
malabarkievit	noun	Vanellus malabaricus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
malabarkieviten	=	malabarkievit
malabarkievitje	=	malabarkievit
malabarkievitjes	=	malabarkievit
malabarkuifleeuwerik	noun	Galerida malabarica een vogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae).
malabarkuifleeuweriken	=	malabarkuifleeuwerik
malabarkuifleeuwerikje	=	malabarkuifleeuwerik
malabarkuifleeuwerikjes	=	malabarkuifleeuwerik
malabarmuskaatduif	noun	Ducula cuprea een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
malabarmuskaatduifje	=	malabarmuskaatduif
malabarmuskaatduifjes	=	malabarmuskaatduif
malabarmuskaatduiven	=	malabarmuskaatduif
malabarneushoornvogel	noun	Anthracoceros coronatus een neushoornvogel die voorkomt in India en Sri Lanka.
malabarneushoornvogels	=	malabarneushoornvogel
malabarneushoornvogeltje	=	malabarneushoornvogel
malabarneushoornvogeltjes	=	malabarneushoornvogel
malabarnoot	noun	Justicia adhatoda een tropische plantensoort uit het noorden van het Indisch Subcontinent, die tot de familie Acanthaceae behoort.
malabarnootje	=	malabarnoot
malabarnootjes	=	malabarnoot
malabarnoten	=	malabarnoot
malabarparkiet	noun	Psittacula columboides een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
malabarparkieten	=	malabarparkiet
malabarparkietje	=	malabarparkiet
malabarparkietjes	=	malabarparkiet
malabarrupsklauwier	noun	Tephrodornis sylvicola een soort uit het geslacht Tephrodornis.
malabarrupsklauwieren	=	malabarrupsklauwier
malabarrupsklauwiertje	=	malabarrupsklauwier
malabarrupsklauwiertjes	=	malabarrupsklauwier
malabarsalangaan	noun	Aerodramus unicolor een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
malabarsalangaantje	=	malabarsalangaan
malabarsalangaantjes	=	malabarsalangaan
malabarsalanganen	=	malabarsalangaan
malabartok	noun	Ocyceros griseus een neushoornvogel die voorkomt in India, waar het een endemische vogelsoort is van het berggebied West-Ghats.
malabartokje	=	malabartok
malabartokjes	=	malabartok
malabartokken	=	malabartok
malabartrogon	noun	Harpactes fasciatus een vogelsoort uit de familie trogons (Trogonidae).
malabartrogonnetje	=	malabartrogon
malabartrogonnetjes	=	malabartrogon
malabartrogons	=	malabartrogon
malabsorptie	noun	gebrekkige opname van voedingsstoffen
malach	noun	engel
malachiem	=	malach
malachiet	noun	een groene edelsteen
malachieten	=	malachiet
malachietgroen	noun	donkergroene organische trifenylmethaankleurstof waarvan de kleur lijkt op malachiet dat ook bruikbaar is als ontsmettingsmiddel tegen parasieten, schimmels en bacteriën	adj	donkergroen gekleurd als met bovenstaande organische kleurstof
malachietgroene	=	malachietgroen
malachietgroenen	=	malachietgroen
malachietgroener	=	malachietgroen
malachietgroenere	=	malachietgroen
malachietgroeners	=	malachietgroen
malachietgroens	=	malachietgroen
malachietgroenst	=	malachietgroen
malachietgroenste	=	malachietgroen
malachietijsvogel	noun	Corythornis cristatus een ijsvogelsoort uit Afrika
malachietijsvogels	=	malachietijsvogel
malachietijsvogeltje	=	malachietijsvogel
malachietijsvogeltjes	=	malachietijsvogel
malachietvlinder	noun	Siproeta stelenes een vlinder uit de familie Nymphalidae. malachiet is een groen mineraal
malachietvlinders	=	malachietvlinder
malachietvlindertje	=	malachietvlinder
malachietvlindertjes	=	malachietvlinder
malacologen	=	malacoloog
malacologie	noun	leer van de weekdieren
malacoloog	noun	iemand die zich bezig houdt met de malacologie, de weekdierkunde
malacoloogje	=	malacoloog
malacoloogjes	=	malacoloog
malafide	adj	onbetrouwbaar, te kwader trouw
malafider	=	malafide
malafidere	=	malafide
malafiders	=	malafide
malafides	=	malafide
malafiedst	=	malafide
malafiedste	=	malafide
malaga	noun	een zoete versterkte wijn uit de Spaanse stad Malaga, gemaakt van Pedro Ximénez en Moscateldruiven
malaga's	=	malaga
malagassisch	adj	betrekking hebbend op Madagaskar
malagassische	noun	een vrouwelijke inwoner van Madagaskar, of een vrouw afkomstig uit Madagaskar
malagassischen	=	malagassische
malagassischer	=	malagassisch
malagassischere	=	malagassisch
malagassischers	=	malagassisch
malagassiër	noun	inwoner van Madagaskar
malagassiërs	=	malagassiër
malaise	noun	gevoel van onwelzijn
malaises	=	malaise
malaitabrilvogel	noun	Zosterops stresemanni een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
malaitabrilvogels	=	malaitabrilvogel
malaitabrilvogeltje	=	malaitabrilvogel
malaitabrilvogeltjes	=	malaitabrilvogel
malaitadwerghoningeter	noun	Myzomela malaitae een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
malaitadwerghoningeters	=	malaitadwerghoningeter
malaitadwerghoningetertje	=	malaitadwerghoningeter
malaitadwerghoningetertjes	=	malaitadwerghoningeter
malaitadwergijsvogel	noun	Ceyx malaitae een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
malaitadwergijsvogels	=	malaitadwergijsvogel
malaitadwergijsvogeltje	=	malaitadwergijsvogel
malaitadwergijsvogeltjes	=	malaitadwergijsvogel
malaitamonarch	noun	Symposiachrus malaitae (syn.: Symposiachrus barbatus of Monarcha barbatus) een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
malaitamonarchen	=	malaitamonarch
malaitamonarchje	=	malaitamonarch
malaitamonarchjes	=	malaitamonarch
malaitarupsvogel	noun	Edolisoma tricolor een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels) die voorkomt op de Salomonseilanden.
malaitarupsvogels	=	malaitarupsvogel
malaitarupsvogeltje	=	malaitarupsvogel
malaitarupsvogeltjes	=	malaitarupsvogel
malaitavalkuil	noun	Athene malaitae een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
malaitavalkuilen	=	malaitavalkuil
malaitavalkuiltje	=	malaitavalkuil
malaitavalkuiltjes	=	malaitavalkuil
malaitawaaierstaart	noun	Rhipidura malaitae een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
malaitawaaierstaarten	=	malaitawaaierstaart
malaitawaaierstaartje	=	malaitawaaierstaart
malaitawaaierstaartjes	=	malaitawaaierstaart
malapropisme	noun	onbewuste verhaspeling van een woord of uitdrukking onder invloed van een woord of uitdrukking lijkend op het bedoelde
malapropismen	=	malapropisme
malaria	noun	infectieziekte die veroorzaakt wordt door eencellige parasieten van het geslacht Plasmodium, op mensen overgebracht door malariamuggen
malariabestrijding	noun	het zorgen dat er minder mensen ziek worden van of sterven aan malaria
malariabestrijdingen	=	malariabestrijding
malariabestrijdinkje	=	malariabestrijding
malariabestrijdinkjes	=	malariabestrijding
malariamug	noun	Anopheles mug die de malariaparasiet kan overbrengen
malariamuggen	noun	een groep muggen die de infectie- en vectorziekte malaria kunnen overbrengen.
malariamugje	=	malariamug
malariamugjes	=	malariamug
malariamuskiet	noun	Anopheles steekmug die malaria overbrengt
malariamuskieten	=	malariamuskiet
malariaparasiet	noun	Plasmodium, parasitair organisme dat malaria veroorzaakt
malariaparasieten	=	malariaparasiet
malawisch	adj	op Malawi betrekking hebbend
malawische	noun	een vrouwelijke inwoner van Malawi, of een vrouw afkomstig uit Malawi
malawischen	=	malawische
malawischer	=	malawisch
malawischere	=	malawisch
malawischers	=	malawisch
malawivliegenvanger	noun	Batis dimorpha een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
malawivliegenvangers	=	malawivliegenvanger
malawivliegenvangertje	=	malawivliegenvanger
malawivliegenvangertjes	=	malawivliegenvanger
malawizebracichlide	noun	Maylandia zebra een straalvinnige vissensoort uit de familie van de cichliden (Cichlidae).
malawizebracichliden	=	malawizebracichlide
malawiër	noun	een inwoner van Malawi, of iemand afkomstig uit Malawi
malawiërs	=	malawiër
malayalamtalig	adj	Malayalam sprekend
malayalamtalige	=	malayalamtalig
malayalamtaligs	=	malayalamtalig
malboesj	noun	bekleding van de Torarol
malboesjiem	=	malboesj
malbrouck	noun	Chlorocebus cynosurus een soort uit het geslacht van de Zuidwest-Afrikaanse groene meerkatten (Chlorocebus).
malbrouckje	=	malbrouck
malbrouckjes	=	malbrouck
malbroucks	=	malbrouck
malchance	noun	pech
malchances	=	malchance
malchoejot	=	malchoet
malchoet	noun	koningschap, koninkrijk
malcontent	noun	iemand die (altijd) ontevreden is	adj	ontevreden
malcontente	=	malcontent
malcontenten	=	malcontent
malcontenter	=	malcontent
malcontentere	=	malcontent
malcontenters	=	malcontent
malcontentje	=	malcontent
malcontents	=	malcontent
malcontentst	=	malcontent
malcontentste	=	malcontent
malde	=	mallen
malden	=	mallen
maldivisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Maldiven
maldivische	noun	een vrouwelijke inwoner van de Maldiven (ook Malediven)
maldivischen	=	maldivische
maldivischer	=	maldivisch
maldivischere	=	maldivisch
maldivischers	=	maldivisch
maldiviër	noun	een inwoner van de Maldiven (ook Malediven)
maldiviërs	=	maldiviër
male	=	maal
maleboskorst	noun	Lecanactis abietina een korstmossoort uit de familie Roccellaceae.
maleboskorsten	=	maleboskorst
maleboskorstje	=	maleboskorst
maleboskorstjes	=	maleboskorst
maledictie	noun	vloek, verwensing, veroordeling, vervloeking, anathema
maledicties	=	maledictie
maledivisch	adj	op de Maldiven (ook Malediven) betrekking hebbend
maledivische	noun	een vrouwelijke inwoner van de Maldiven (ook Malediven)
maledivischen	=	maledivische
maledivischer	=	maledivisch
maledivischere	=	maledivisch
maledivischers	=	maledivisch
malediviër	noun	een inwoner van de Maldiven (ook Malediven)
malediviërs	=	malediviër
malee	adj	vol, volledig
maleier	noun	elk van de (mannelijke) individuen van een in Zuidoost-Azië wonend volk de Maleiers waarvan de meesten wonen in Indonesië (circa 205 miljoen), de Filipijnen (circa 70 miljoen), Thailand en in mindere mate Maleisië (circa 13 miljoen)
maleiers	=	maleier
maleiertje	=	maleier
maleis	adj	van of betrekking hebbend op het Maleis, de Maleiers of het schiereiland Malakka
maleisch	=	maleis
maleise	=	maleis
maleiser	=	maleis
maleisere	=	maleis
maleisers	=	maleis
maleisisch	adj	op Maleisië betrekking hebbend
maleisische	noun	een vrouwelijke inwoner van Maleisië, of een vrouw afkomstig uit Maleisië
maleisischen	=	maleisische
maleisischer	=	maleisisch
maleisischere	=	maleisisch
maleisischers	=	maleisisch
maleisiër	noun	een inwoner van Maleisië, of iemand afkomstig uit Maleisië
maleisiërs	=	maleisiër
maleist	=	maleis
maleistalig	adj	de Maleise taal sprekend
maleistalige	=	maleistalig
maleistaligs	=	maleistalig
maleiste	=	maleis
malen	verb	tussen twee harde voorwerpen fijnwrijven	noun	een hoeveelheid die het veelvoud is van het oorspronkelijk genoemde
malend	adj	tussen twee harde oppervlakken verpletterend
malende	=	malen
malender	=	malend
malendere	=	malend
malenders	=	malend
malends	=	malend
malendst	=	malend
malendste	=	malend
malentendu	noun	iets wat per ongeluk verkeerd is gegaan
maler	noun	iemand die maalt
malerij	noun	bedrijf waar men iets maalt
malerijen	=	malerij
malers	=	maler
malertje	=	maler
malertjes	=	maler
malfemisme	noun	het vervangen van een woord of uitdrukking door een grover, vulgairder of beledigender alternatief met verder identieke betekenis, veelal met als doel te shockeren of veel indruk te maken
malfemismen	=	malfemisme
malfemismes	=	malfemisme
malfemismetje	=	malfemisme
malfemismetjes	=	malfemisme
malformatie	noun	misvorming
malheden	=	malheid
malheid	noun	het op een gekke manier grappig zijn
malheur	noun	iets vervelends
malheuren	=	malheur
malheurs	=	malheur
malheurtje	=	malheur
malheurtjes	=	malheur
malice	noun	boosaardigheid
malices	=	malice
malicieus	adj	met slechte bedoelingen
malicieust	=	malicieus
malicieuste	=	malicieus
malicieuze	=	malicieus
malicieuzer	=	malicieus
malicieuzere	=	malicieus
malicieuzers	=	malicieus
malie	noun	ringetje of lusje van metaal dat onderdeel van een wapenrok is
maliebaan	noun|obsolete	plaats waar men het maliespel (een soort golf) speelde
maliebanen	=	maliebaan
malies	=	malie
malietje	=	malie
malietjes	=	malie
malieveld	noun	een veld waar men het maliespel kan spelen
malievelden	=	malieveld
maligne	adj	kwaadaardig
malignes	=	maligne
malindipieper	noun	Anthus melindae een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
malindipiepers	=	malindipieper
malindipiepertje	=	malindipieper
malindipiepertjes	=	malindipieper
malinees	noun	een inwoner van Mali, of iemand afkomstig uit Mali	adj	op Mali betrekking hebbend
malineesje	=	malinees
malineesjes	=	malinees
malineest	=	malinees
malineeste	=	malinees
malinese	noun	een vrouwelijke inwoner van Mali, of een vrouw afkomstig uit Mali
malinesen	=	malinese
malineser	=	malinees
malinesere	=	malinees
malinesers	=	malinees
malinezen	=	malinees
maling	noun	de wijze waarop of de mate waarin iets gemalen wordt of is
malingen	=	maling
malisch	adj	betreft het Afrikaanse land Mali
malische	=	malisch
malischer	=	malisch
malischere	=	malisch
malischers	=	malisch
maliën	=	malie
maliënkolder	noun	hemd gemaakt van ijzeren ringetjes
maliënkolders	=	maliënkolder
maliënkoldertje	=	maliënkolder
maliënkoldertjes	=	maliënkolder
malka	noun	koningin
malkaar	pron	elkaar
malkander	pron	elkaar
malkanders	=	malkander
malke	noun	koningin
mall	noun	winkelcentrum
malle	=	mal
mallee-emoesluiper	noun	Stipiturus mallee een endemische zangvogel uit de familie Maluridae (elfjes)
mallee-emoesluipers	=	mallee-emoesluiper
mallee-emoesluipertje	=	mallee-emoesluiper
mallee-emoesluipertjes	=	mallee-emoesluiper
malleefluiter	noun	Drymodes brunneopygia een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
malleefluiters	noun	een geslacht Drymodes van zangvogels uit de familie Australische vliegenvangers (Petroicidae)
malleefluitertje	=	malleefluiter
malleefluitertjes	=	malleefluiter
malleeheidesluiper	noun	Hylacola cauta een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
malleeheidesluipers	=	malleeheidesluiper
malleeheidesluipertje	=	malleeheidesluiper
malleeheidesluipertjes	=	malleeheidesluiper
malleehoningeter	noun	Ptilotula ornata een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
malleehoningeters	=	malleehoningeter
malleehoningetertje	=	malleehoningeter
malleehoningetertjes	=	malleehoningeter
malleezwiepfluiter	noun	Psophodes leucogaster een zangvogel uit de familie Psophodidae (zwiepfluiters).
malleezwiepfluiters	=	malleezwiepfluiter
malleezwiepfluitertje	=	malleezwiepfluiter
malleezwiepfluitertjes	=	malleezwiepfluiter
mallejan	noun	een vervoermiddel dat vroeger in de bosbouw werd gebruikt om boomstammen en andere lange voorwerpen te vervoeren
mallejans	=	mallejan
mallemoer	noun|informal	helemaal niets
mallemoeren	=	mallemoer
mallemolen	noun	draaimolen, carrousel
mallemolens	=	mallemolen
mallemolentje	=	mallemolen
mallemolentjes	=	mallemolen
mallen	verb	stoeien, gekheid maken
mallend	=	mallen
mallende	=	mallen
mallepraat	noun	niet ernstig te nemen uitingen, onzinnige uitspraken
maller	=	mal
mallerd	noun	iemand die zich gek, raar of grappig gedraagt
mallerdje	=	mallerd
mallerdjes	=	mallerd
mallerds	=	mallerd
mallere	=	mal
mallers	=	mal
mallet	noun	een stokje waarmee slagwerk wordt bespeeld
malletje	=	mal
malletjes	=	mal
mallets	=	mallet
malletvinger	noun	vinger waarvan het topje niet gestrekt kan worden
malletvingers	=	malletvinger
malletvingertje	=	malletvinger
malletvingertjes	=	malletvinger
mallig	adj	een beetje mal
mallige	=	mallig
malliger	=	mallig
malligere	=	mallig
malligers	=	mallig
malligheden	=	malligheid
malligheid	noun	het grappig of guitig zijn
malligs	=	mallig
malligst	=	mallig
malligste	=	mallig
malloot	noun	iemand die zich erg dom en/of onhandig gedraagt
mallootje	=	malloot
malloots	=	malloot
mallootst	=	malloot
mallootste	=	malloot
mallote	=	malloot
malloten	=	malloot
malloter	=	malloot
mallotere	=	malloot
malloterig	adj	mallotig, op een malloot lijkend
malloterige	=	malloterig
malloteriger	=	malloterig
malloterigere	=	malloterig
malloterigers	=	malloterig
malloterigs	=	malloterig
malloterigst	=	malloterig
malloterigste	=	malloterig
malloters	=	malloot
mallotig	adj	zoals een gek zou doen; overdreven en onnozel
mallotige	=	mallotig
mallotiger	=	mallotig
mallotigere	=	mallotig
mallotigers	=	mallotig
mallotigs	=	mallotig
mallotigst	=	mallotig
mallotigste	=	mallotig
malls	=	mall
malm	noun	het jongste tijdvak van het jura
malrove	noun	Marrubium vulgare een vaste plant, die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
malrovedikkopje	noun	Carcharodus baeticus een vlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae).
malrovedikkopjes	=	malrovedikkopje
malroven	=	malrove
malrovevedermot	noun	Wheeleria spilodactylus een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
malrovevedermotje	=	malrovevedermot
malrovevedermotjes	=	malrovevedermot
malrovevedermotten	=	malrovevedermot
mals	adj	zacht en sappig (van vlees en groenten)
malsch	=	mals
malse	=	mals
malser	=	mals
malsere	=	mals
malsers	=	mals
malsheid	noun	het makkelijk te snijden of kauwen zijn van (gekookte of gebakken) voedingsmiddelen
malshi	noun	kruising tussen een shih tzu en een maltezer
malshi's	=	malshi
malshitje	=	malshi
malshitjes	=	malshi
malst	=	mal
malste	=	mal
malt	noun	de grondstof voor bier, jenever en whisky, vervaardigd door het laten kiemen van graan, waarbij het aanwezige zetmeel omgezet wordt in vergistbare suikers
malta	noun	benaming voor geselecteerde aardappels uit Nederlands pootgoed, die in Malta zijn verbouwd zodat ze al voor de oogst in Nederland als verse aardappelen op de markt kunnen worden gebracht
malta's	=	malta
maltakoorts	noun	een infectieziekte die wordt veroorzaakt door bacteriën uit het geslacht Brucella.
maltakoortsen	=	maltakoorts
maltakoortsje	=	maltakoorts
maltakoortsjes	=	maltakoorts
maltbier	noun	alcoholvrij of alcoholarm bier
maltbieren	=	maltbier
maltbiertje	=	maltbier
maltbiertjes	=	maltbier
maltees	noun	inwoner van Malta of iemand die van Malta afkomstig is	adj	betreffende Malta of het Maltees
malteesje	=	maltese
malteest	=	maltees
malteestalig	adj	de Malteese taal sprekend
malteestalige	=	malteestalig
malteestaligs	=	malteestalig
malteeste	=	maltees
malten	=	malt
maltentig	adj	overdreven op netheid en hygiëne gericht
maltentige	=	maltentig
maltentiger	=	maltentig
maltentigere	=	maltentig
maltentigers	=	maltentig
maltentigs	=	maltentig
maltentigst	=	maltentig
maltentigste	=	maltentig
maltese	noun	een vrouwelijke inwoner van Malta, of een vrouw afkomstig uit Malta
maltesen	=	maltese
malteser	=	maltees
maltesere	=	maltees
maltesers	=	maltees
maltesetje	=	maltese
maltezen	=	maltees
maltezer	noun	soort schoothondje
maltezers	=	maltezer
maltezertje	=	maltezer
maltezertjes	=	maltezer
malthusianisme	noun	theorie over het voorkomen van overbevolking en het recht die regeringen zouden hebben om dat te bevorderen
maltje	=	malt
maltjes	=	malt
maltodextrine	noun	hoogwaardig koolhydraat bestaande uit complexe glucose-polymeren en matig zoet smakend
maltose	noun	C₁₂H₂₂O₁₁
maltraiteer	=	maltraiteren
maltraiteerde	=	maltraiteren
maltraiteerden	=	maltraiteren
maltraiteert	=	maltraiteren
maltraitere	=	maltraiteren
maltraiteren	verb	verkeerd behandelen
maltraiterend	=	maltraiteren
maltraiterende	=	maltraiteren
malts	=	malt
malus	noun	verhoging van een verzekeringspremie volgens een bepaalde maatstaf als een verzekerde een uitkering heeft geclaimd of door ander gedrag een hoger risico lijkt te vormen
malussen	=	malus
maluwe	noun	malve
maluwen	=	maluwe
maluwes	=	maluwe
malvabandspanner	noun	Larentia clavaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
malvabandspanners	=	malvabandspanner
malvabandspannertje	=	malvabandspanner
malvabandspannertjes	=	malvabandspanner
malve	noun	benaming voor planten uit het geslacht Malva	adj	lichtpaars gekleurd
malven	=	malve
malversant	noun	iemand die malverseert (fraudeert, oplicht), een fraudeur of oplichter
malversanten	=	malversant
malversatie	noun	verduistering van financiële middelen die men in beheer heeft
malversaties	=	malversatie
malversatiën	=	malversatie
malverseer	=	malverseren
malverseerde	=	malverseren
malverseerden	=	malverseren
malverseert	=	malverseren
malversere	=	malverseren
malverseren	verb	toevertrouwde gelden verduisteren, frauderen
malverserend	=	malverseren
malverserende	=	malverseren
malves	=	malve
malvezij	noun	een grote variëteitengroep witte of soms roodachtige druiven
malviden	noun	de naam die in de 23e druk van de Heukels' Flora van Nederland gebruikt wordt voor een groep planten
malware	noun	elke soort schadelijke software die het door de gebruiker gewenste gebruik van een computer verstoort of daar illegale functies uitvoert
mam	noun	elk van de borsten van een vrouw
mama	noun|informal	informele benaming voor moeder door haar kind
mama's	=	mama
mamaatje	=	mama
mamaatjes	=	mama
mamacafeetje	=	mamacafé
mamacafeetjes	=	mamacafé
mamacafé	noun	gezellige bijeenkomst voor moeders waar men kan praten en informatie inwinnen over het moederschap
mamacafés	=	mamacafé
mamanaise	noun	de eenvoudige taal die ouders bij zeer jonge kinderen gebruiken
mamba	noun	lid van een geslacht van grote, giftige Afrikaanse slangen uit de familie Elapidae
mamba's	noun	een geslacht Dendroaspis van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae).
mamberamohoningzuiger	noun	Cinnyris idenburgi een vogelsoort uit de familie van de Nectariniidae.
mamberamohoningzuigers	=	mamberamohoningzuiger
mamberamohoningzuigertje	=	mamberamohoningzuiger
mamberamohoningzuigertjes	=	mamberamohoningzuiger
mamberamolederkop	noun	Philemon brassi een endemische zangvogelsoort uit de familie van de honingeters die voorkomt binnen een beperkt gebied op Nieuw-Guinea
mamberamolederkopje	=	mamberamolederkop
mamberamolederkopjes	=	mamberamolederkop
mamberamolederkoppen	=	mamberamolederkop
mamberamolijsterdikkop	noun	Colluricincla obscura een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters)
mamberamolijsterdikkopje	=	mamberamolijsterdikkop
mamberamolijsterdikkopjes	=	mamberamolijsterdikkop
mamberamolijsterdikkoppen	=	mamberamolijsterdikkop
mambo	noun	Zuid-Amerikaanse dans
mambo's	=	mambo
mamil	noun	man van middelbare leeftijd die voor zijn conditie in strakke fietskleding op een racefiets rijdt
mamillair	adj	de tepel betreffend
mamillaire	=	mamillair
mamillairs	=	mamillair
mamilletje	=	mamil
mamilletjes	=	mamil
mamils	=	mamil
mamma	noun|informal	benaming voor vrouwelijke ouder door haar kind
mamma's	=	mamma
mammaatje	=	mamma
mammaatjes	=	mamma
mammacarcinomen	=	mammacarcinoom
mammacarcinoom	noun	een vorm van kanker die uitgaat van het melkklierweefsel in de borst
mammae	=	mamma
mammair	adj	met betrekking tot de vrouwelijke borstklier
mammapolikliniek	noun	polikliniek voor onderzoek en behandeling van patiënten met borstkanker
mammapoliklinieken	=	mammapolikliniek
mammatocumulus	noun	een type wolk met kenmerkende, hangende, zakvormige bollen aan de onderkant
mammatus	noun	een type wolk met kenmerkende, hangende, zakvormige bollen aan de onderkant
mamme	noun	moeder
mammelosjen	noun	Jiddisj, Jiddisch
mammelosjens	=	mammelosjen
mammeluk	noun	lid van een Egyptische ruiterbrigade en de daaruit voortkomende heersende klasse
mammelukken	=	mammeluk
mammen	=	mam
mammes	=	mamme
mammesj	noun	werkelijk, echt
mammetje	=	mam
mammetjes	=	mam
mammiaans	noun	vereenvoudigde taal die moeders bij zeer jonge kinderen gebruiken
mammie	noun	moeder
mammies	=	mammie
mammoet	noun	benaming zoogdieren uit het geslacht Mammuthus, sinds de laatste ijstijd uitgestorven
mammoetbomen	=	mammoetboom
mammoetboom	noun	Sequoiadendron giganteum soort Amerikaanse naaldbomen uit de familie van de cipressen die zeer groot kunnen worden
mammoetconcern	noun	zeer groot bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven
mammoetconcerns	=	mammoetconcern
mammoeten	noun	Mammuthus een geslacht van uitgestorven olifantachtigen.
mammoetfusie	noun	samengaan van organisaties tot een bijzonder groot geheel
mammoetfusies	=	mammoetfusie
mammoetje	=	mammoet
mammoetjes	=	mammoet
mammoets	=	mammoet
mammoettanker	noun	olietanker met zeer grote capaciteit
mammoettankers	=	mammoettanker
mammoetvondst	noun	de keer dat men resten van de uitgestorven mammoet vindt
mammoetvondsten	=	mammoetvondst
mammoetwoordenboek	noun	enorm groot woordenboek
mammoetwoordenboeken	=	mammoetwoordenboek
mammoetwoordenboekje	=	mammoetwoordenboek
mammoetwoordenboekjes	=	mammoetwoordenboek
mammograaf	noun	een speciaal röntgenapparaat dat wordt gebruikt voor een mammografie, een onderzoek waarbij röntgenfoto's van de borsten worden gemaakt om afwijkingen zoals borstkanker vroegtijdig op te sporen
mammograafje	=	mammograaf
mammograafjes	=	mammograaf
mammografen	=	mammograaf
mammografie	noun	het afbeelden van de borstklier door middel van röntgenstraling
mammografieën	=	mammografie
mammografisch	adj	betrekking hebbend op de mammografie
mammografische	=	mammografisch
mammografischer	=	mammografisch
mammografischere	=	mammografisch
mammografischers	=	mammografisch
mammogram	noun	een afbeelding van de borstklier door middel van röntgenstraling
mammogrammen	=	mammogram
mammogrammetje	=	mammogram
mammogrammetjes	=	mammogram
mammon	noun	geld, vermogen, rijkdom, bezittingen (als macht)
mamo	noun	Drepanis pacifica een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
mamo's	noun	een geslacht Drepanis van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae).
mamootje	=	mamo
mamootjes	=	mamo
mampier	noun	benaming voor kleine bloedzuigend mugjes uit de familie Ceratopogonidae die veel voorkomen in Suriname
mampieren	=	mampier
mams	noun|informal	moeder
mamzeer	noun	kind uit niet-geoorloofde relatie
mamzeirem	=	mamzer
mamzer	noun	kind uit niet-geoorloofde relatie
mamzeriem	=	mamzeer
mamzerim	=	mamzeer
mamzers	=	mamzer
man	noun	persoon van het mannelijk geslacht
man-tegen-mangevecht	noun	een tweestrijd tussen twee krijgslieden in lijfelijk contact met elkaar
man-tegen-mangevechten	=	man-tegen-mangevecht
man-tot-mangevecht	noun	een tweestrijd tussen twee krijgslieden in lijfelijk contact met elkaar
man-tot-mangevechten	=	man-tot-mangevecht
man-vrouwverhouding	noun	de ratio van het aantal mannen ten op zichte van het aantal vrouwen
man-vrouwverhoudingen	=	man-vrouwverhouding
man-vrouwverhoudinkje	=	man-vrouwverhouding
man-vrouwverhoudinkjes	=	man-vrouwverhouding
mana	noun	een bovennatuurlijke kracht die volgens Polynesiërs al het bestaande bezielt
manachtig	adj	van iets dat het lijkt op iets past bij een man
manachtige	=	manachtig
manachtiger	=	manachtig
manachtigere	=	manachtig
manachtigers	=	manachtig
manachtigs	=	manachtig
manachtigst	=	manachtig
manachtigste	=	manachtig
manage	=	managen
managede	=	managen
manageden	=	managen
management	noun	de leiding van een organisatie, de groep managers
managementaanbesteding	noun	het gestructureerde proces waarbij een organisatie strategisch inschrijft op aanbestedingen van anderen, met als doel een opdracht binnen te halen.
managementaanbestedingen	=	managementaanbesteding
managementaanbestedinkje	=	managementaanbesteding
managementaanbestedinkjes	=	managementaanbesteding
managementassistent	noun	iemand in een organisatie die belast is met de praktische ondersteuning van het management
managementassistenten	=	managementassistent
managementboek	noun	een publicatie die gericht is op het professioneel ontwikkelen van leidinggevenden en teams.
managementboeken	=	managementboek
managementboekje	=	managementboek
managementboekjes	=	managementboek
managementbuy-out	noun	overname van de meerderheid van de aandelen van een vennootschap door het zittende management
managementbuy-outs	=	managementbuy-out
managementcomiteetje	=	managementcomité
managementcomiteetjes	=	managementcomité
managementcomité	noun	groep mensen die is aangesteld om leiding te geven aan een bedrijf of organisatie
managementcomités	=	managementcomité
managementconsultant	noun	een adviseur van het management in het bedrijfsleven, bij de overheid en in andere organisaties in zaken beleidsmatige en organisatorische vraagstukken
managementconsultantje	=	managementconsultant
managementconsultantjes	=	managementconsultant
managementconsultants	=	managementconsultant
managementcursus	noun	opleiding waarin de cursisten leren een bedrijf of organisatie te runnen
managementcursusje	=	managementcursus
managementcursusjes	=	managementcursus
managementcursussen	=	managementcursus
managementfee	noun	vergoeding die een directeur of leidinggevende ontvangt
managementfees	=	managementfee
managementfunctie	noun	leidinggevende positie in een bedrijf of organisatie
managementfuncties	=	managementfunctie
managementgoeroe	noun	een persoon die als toonaangevend wordt beschouwd in managementkwesties
managementgoeroes	=	managementgoeroe
managementinformatiesysteem	noun	systeem dat informatie kan vertrekken ten behoeve van de controle en bijsturing van bedrijfsprocessen door het management
managementinformatiesysteempje	=	managementinformatiesysteem
managementinformatiesysteempjes	=	managementinformatiesysteem
managementinformatiesystemen	=	managementinformatiesysteem
managementopleiding	noun	een studie of training die gericht is op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden om leiding te geven, processen te stroomlijnen en organisatiedoelen te bereiken.
managementopleidingen	=	managementopleiding
managementopleidinkje	=	managementopleiding
managementopleidinkjes	=	managementopleiding
managementprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan door de leiding van een bedrijf of organisatie
managementprobleempje	=	managementprobleem
managementprobleempjes	=	managementprobleem
managementproblemen	=	managementprobleem
managementstijl	noun	de manier van managen
managementstijlen	=	managementstijl
managementteam	noun	leidinggevend team van een onderneming of instelling
managementteams	=	managementteam
managementvergoeding	noun	vergoeding die een werkmaatschappij betaalt aan een houdstermaatschappij (holding) voor geleverde directie- en managementdiensten.
managementvergoedingen	=	managementvergoeding
managementvergoedinkje	=	managementvergoeding
managementvergoedinkjes	=	managementvergoeding
managementwetenschap	noun	theorie van het leidinggeven en beheer van organisaties
managementwetenschappen	=	managementwetenschap
managen	verb	leidinggeven
managend	=	managen
managende	=	managen
manager	noun	persoon die de leiding heeft over een afdeling binnen een grotere organisatie
managers	=	manager
managerskring	noun	de groep van leidinggevenden in een bedrijf of organisatie
managerskringen	=	managerskring
managersopleiding	noun	een educatief programma, variërend van korte trainingen tot hbo/wo-masteropleidingen, gericht op het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en inzichten die nodig zijn om effectief leiding te geven aan medewerkers en bedrijfsprocessen.
managersopleidingen	=	managersopleiding
managersopleidinkje	=	managersopleiding
managersopleidinkjes	=	managersopleiding
managertje	=	manager
managertjes	=	manager
managerziekte	noun	ziekte bij personen, die werk met veel stress doen, veel roken en zich weinig bewegen
managerziekten	=	managerziekte
managerziektes	=	managerziekte
managerziektetje	=	managerziekte
managerziektetjes	=	managerziekte
managet	=	managen
manakin	noun	Pipridae vogel uit een familie van vogels uit de orde zangvogels
manakinnetje	=	manakin
manakinnetjes	=	manakin
manakins	noun	Pipridae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
manat	noun	benaming voor de munteenheden van Azerbeidzjan en Turkmenistan
manats	=	manat
manbaar	adj	van een vrouw dat ze geschikt is om te huwen; van een man dat hij geschikt is om te huwen
manbaarder	=	manbaar
manbaardere	=	manbaar
manbaarders	=	manbaar
manbaars	=	manbaar
manbaarst	=	manbaar
manbaarste	=	manbaar
manbare	=	manbaar
manbarklak	noun	Eschweilera subglandulosa een altijdgroene boom die 40 meter lang wordt.
manbashing	noun	het al te hard en ongenuanceerd bekritiseren van mannen
mancave	noun	ruimte waarin een man zich kan terugtrekken
mancaves	=	mancave
manche	noun	deel van een wedstrijdreeks
mancheje	=	manche
manchejes	=	manche
manchepoging	noun	een term uit de bridgesport.
manchepogingen	=	manchepoging
manchepoginkje	=	manchepoging
manchepoginkjes	=	manchepoging
manches	=	manche
manchester	noun	zwaar ribfluweel	adj	uit manchester vervaardigd
manchet	noun	een dubbele of stevige stof rond de opening van de mouw of hals
manchetje	=	manchet
manchetjes	=	manchet
manchetknoop	noun	een sierknoop die de manchet aan de mouw van een overhemd sluit
manchetknoopje	=	manchetknoop
manchetknoopjes	=	manchetknoop
manchetknopen	=	manchetknoop
manchetten	=	manchet
manco	noun	een tekort of gebrek.
manco's	=	manco
mancootje	=	manco
mand	noun	bak, gemaakt uit vlechtwerk voorzien van een handvat
mandaat	noun	lastgeving
mandaatgebied	noun	gebied, dat tijdelijk door een andere staat wordt bestuurd
mandaatgebieden	=	mandaatgebied
mandaatgebiedje	=	mandaatgebied
mandaatgebiedjes	=	mandaatgebied
mandaathouder	noun	gemachtigde
mandaathouders	=	mandaathouder
mandaatje	=	mandaat
mandaatjes	=	mandaat
mandag	noun	hoeveelheid werk die één persoon op één werkdag kan verzetten, eenheid om de omvang van werkzaamheden in uit te drukken
mandagen	=	mandag
mandaggen	=	mandag
mandagje	=	mandag
mandala	noun	een plan, kaart of geometrisch patroon dat metafysisch of symbolisch de kosmos uitbeeldt
mandala's	=	mandala
mandalaatje	=	mandala
mandalaatjes	=	mandala
mandarijn	noun	Citrus reticulata Citrus reticulata var. 'mandarine' Citrus × tangerina een citrusvrucht
mandarijndoornhaai	noun	Cirrhigaleus barbifer een vis uit de familie van doornhaaien (Squalidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
mandarijndoornhaaien	=	mandarijndoornhaai
mandarijndoornhaaitje	=	mandarijndoornhaai
mandarijndoornhaaitjes	=	mandarijndoornhaai
mandarijneend	noun	Aix galericulata een vogel uit de familie van eendvogels (Anatidae).
mandarijneenden	=	mandarijneend
mandarijneendje	=	mandarijneend
mandarijneendjes	=	mandarijneend
mandarijnen	=	mandarijn
mandarijnkorst	noun	Flavoplaca dichroa een korstmos uit de familie Teloschistaceae.
mandarijnkorsten	=	mandarijnkorst
mandarijnkorstje	=	mandarijnkorst
mandarijnkorstjes	=	mandarijnkorst
mandarijnsap	noun	vloeistof uit een geperste mandarijn (Citrus reticulata, Citrus reticulata var. 'mandarine' of Citrus × tangerina)
mandarijnsapje	=	mandarijnsap
mandarijnsapjes	=	mandarijnsap
mandarijnsappen	=	mandarijnsap
mandarijnschil	noun	schil van Citrus reticulata, Citrus reticulata var. 'mandarine' of Citrus × tangerina
mandarijnschiletje	=	mandarijnschil
mandarijnschiletjes	=	mandarijnschil
mandarijnschillen	=	mandarijnschil
mandarijnslang	noun	Euprepiophis mandarinus een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
mandarijnslangen	=	mandarijnslang
mandarijnslangetje	=	mandarijnslang
mandarijnslangetjes	=	mandarijnslang
mandarijnspreeuw	noun	Sturnia sinensis een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
mandarijnspreeuwen	=	mandarijnspreeuw
mandarijnspreeuwtje	=	mandarijnspreeuw
mandarijnspreeuwtjes	=	mandarijnspreeuw
mandarijntje	=	mandarijn
mandarijntjes	=	mandarijn
mandataris	noun	iemand die met toestemming van de achterban beslissingen mag maken
mandatarissen	=	mandataris
mandateer	=	mandateren
mandateerde	=	mandateren
mandateerden	=	mandateren
mandateert	=	mandateren
mandaten	=	mandaat
mandatere	=	mandateren
mandateren	verb	machtigen, een mandaat geven
mandaterend	=	mandateren
mandaterende	=	mandateren
mandator	noun	opdrachtgever
mandatoren	=	mandator
mandators	=	mandator
mandatortje	=	mandator
mandatortjes	=	mandator
mande	=	mannen
mandegoed	noun	gemeenschappelijk bezit of mede-eigendom van een zaak
mandegoederen	=	mandegoed
mandegoedje	=	mandegoed
mandegoedjes	=	mandegoed
mandekker	noun	verdediger die ervoor zorgt dat een aanvaller van de tegenpartij geen kansen krijgt
mandekkers	=	mandekker
mandekking	noun	tactiek waarbij één bepaalde speler de opdracht heeft één andere speler van de tegenpartij te bewaken zodat deze laatste niet meer aanspeelbaar is
mandekkingen	=	mandekking
mandekkinkje	=	mandekking
mandekkinkjes	=	mandekking
mandelbroot	noun	amandelbrood
mandelig	adj	gemeenschappelijk eigendom
mandelige	=	mandelig
mandeliger	=	mandelig
mandeligere	=	mandelig
mandeligers	=	mandelig
mandeligheden	=	mandeligheid
mandeligheid	noun	bijzondere vorm van gebonden mede-eigendom over een onroerend goed, bijv. een scheidingsmuur, heg, pad of gracht (of sloot) tussen twee akkers, dat nuttig is voor twee of meer aanpalende erven
mandeligs	=	mandelig
mandeligst	=	mandelig
mandeligste	=	mandelig
mandem	noun|slang	groep mannen of kameraden
mandement	noun	een belangrijk en plechtig gemeenschappelijk herderlijk schrijven van katholieke bisschoppen van een kerkprovincie[bron?]. Hierin geeft het gezamenlijke episcopaat richtlijnen in een actuele kwestie.
mandementen	=	mandement
mandemie	noun	rieten paspop
mandemietje	=	mandemie
mandemietjes	=	mandemie
mandemieën	=	mandemie
manden	=	mand
manden-kortschildboktor	noun	Nathrius brevipennis een keversoort uit de familie boktorren (Cerambycidae).
manden-kortschildboktorren	=	manden-kortschildboktor
manden-kortschildboktorretje	=	manden-kortschildboktor
manden-kortschildboktorretjes	=	manden-kortschildboktor
mandenboktor	noun	Gracilia minuta een keversoort uit de familie boktorren (Cerambycidae).
mandenboktorren	=	mandenboktor
mandenboktorretje	=	mandenboktor
mandenboktorretjes	=	mandenboktor
mandenmaker	noun	iemand die manden maakt
mandenmakerij	noun	bedrijf waar men manden vlecht
mandenmakerijen	=	mandenmakerij
mandenmakerijtje	=	mandenmakerij
mandenmakerijtjes	=	mandenmakerij
mandenmakers	=	mandenmaker
mandenvlechter	noun	persoon die uit riet of touw manden maakt
mandenvlechters	=	mandenvlechter
mandfles	noun	grote wijnfles die beschermd is door een vlechtwerk
mandflesje	=	mandfles
mandflesjes	=	mandfles
mandflessen	=	mandfles
mandibel	noun	aanhangsel van het kopsegment waarmee insecten en schaaldieren kunnen bijten
mandibels	=	mandibel
mandibulair	adj	van, met betrekking tot de kaken
mandibulaire	=	mandibulair
mandibulairs	=	mandibulair
mandie	=	mandiën
mandiede	=	mandiën
mandieden	=	mandiën
mandiet	=	mandiën
mandië	=	mandiën
mandiën	verb	douchen door bekers of kleine emmers water over zich heen te gieten
mandiënd	=	mandiën
mandiënde	=	mandiën
mandje	=	mand
mandjes	=	mand
mandlen	noun	amandelen
mandoer	noun	in het voormalige Nederlands-Indië een leider van een werkploeg of meesterknecht op een fabriek, of de opzichter en onderhouder van een publieke plaats, zoals een badinrichting of een park.
mandoers	=	mandoer
mandoline	noun	een klein, luitvormig tokkelinstrument met vier paar snaren waarop met een plectrum getokkeld wordt
mandolines	=	mandoline
mandolinetje	=	mandoline
mandolinetjes	=	mandoline
mandragora	noun	een geslacht Mandragora van kruidachtige, bedwelmende planten planten uit de nachtschadefamilie (Solanaceae) voorkomend in Zuid-Europa
mandragora's	=	mandragora
mandril	noun	aap Mandrillus sphinx die voorkomt in het westen van Centraal-Afrika
mandrillen	=	mandril
mandrils	=	mandril
mane	=	manen
maneblusser	noun	een populaire bijnaam voor een inwoner van Mechelen
maneblussers	=	maneblusser
maneblussertje	=	maneblusser
manege	noun	een bedrijf waar paarden worden gehouden en waar rijlessen worden gegeven
manegebak	noun	paardrijruimte binnen een manege
manegepaard	noun	een paard dat in het bezit is van een bedrijf waar paarden worden gehouden en waar rijlessen worden gegeven
manegepaarden	=	manegepaard
maneges	=	manege
manegetje	=	manege
manegetjes	=	manege
manen	noun	ruige beharing op de nek van een leeuw of paard	verb	gebieden iets te doen
manend	=	manen
manende	=	manen
manenduif	noun	Caloenas nicobarica een soort uit de familie van de duiven en komt voor in Zuid- en Zuidoost-Aziatische landen als India, Thailand, Myanmar, Maleisië, Indonesië, de Filipijnen, Papoea-Nieuw-Guinea, maar ook op de Salomonseilanden en Palau
manenduifje	=	manenduif
manenduifjes	=	manenduif
manenduiven	=	manenduif
manengans	noun	Chenonetta jubata een eend uit de familie van de Anatidae.
manengansje	=	manengans
manengansjes	=	manengans
manenganzen	=	manengans
manenrat	noun	Lophiomys imhausi knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
manenratje	=	manenrat
manenratjes	=	manenrat
manenratten	=	manenrat
manenrob	noun	bepaald soort zoogdier, Otaria flavescens, dat leeft aan de kusten van het zuidelijk deel van Zuid-Amerika; de bul heeft een met manen bezette nek
manenrobben	=	manenrob
manenrobje	=	manenrob
manenrobjes	=	manenrob
manenschaap	noun	Ammotragus lervia een Noord-Afrikaans hoefdier uit de onderfamilie der bokken (Caprinae).
manenschaapje	=	manenschaap
manenschaapjes	=	manenschaap
manenschapen	=	manenschaap
manenuil	noun	Jubula lettii een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
manenuilen	=	manenuil
manenuiltje	=	manenuil
manenuiltjes	=	manenuil
manenwolf	noun	Chrysocyon brachyurus, Zuid-Amerikaanse wilde hondachtige, meer verwant met de vos dan met de wolf
manenwolfje	=	manenwolf
manenwolfjes	=	manenwolf
manenwolven	=	manenwolf
maner	noun	iemand die de betaling van een schuld opeist
maners	=	maner
maneschijn	noun	het door de maan weerkaatste licht dat op de aarde schijnt, maanlicht
maneschijntje	=	maneschijn
maneschijntjes	=	maneschijn
manestraal	noun	een bundel maanlicht
manestralen	=	manestraal
maneuver	=	manoeuvre
maneuvers	=	manoeuvre
maneuvertje	=	manoeuvre
maneuvertjes	=	manoeuvre
maneuvreren	=	manoeuvreren
manflu	noun	griep zoals klagerige, kleinzerige mannen die ervaren
manga	noun	Japans stripboek, ongeacht de stijl
manga's	=	manga
mangaan	noun	scheikundig element met symbool Mn en atoomnummer 25. Het is een zilverkleurig overgangsmetaal
mangaanatomen	=	mangaanatoom
mangaanatoom	noun	een atoom van het chemisch element mangaan.
mangaanatoompje	=	mangaanatoom
mangaanatoompjes	=	mangaanatoom
mangaanblauw	noun	een synthetisch pigment, (bariummangaansulfaat) gebruikt in de schilderkunst
mangaanblauwen	=	mangaanblauw
mangaanblauwtje	=	mangaanblauw
mangaanblauwtjes	=	mangaanblauw
mangaandioxide	noun	MnO₂ komt in de aardkorst veel voor in de vorm van het mineraal pyrolusiet
mangaanknol	noun	klomp erts op de bodem van de oceaan die vooral ijzer en mangaan bevat
mangaanknollen	=	mangaanknol
mangaanperoxidase	noun	een enzym dat met behulp van mangaanionen andere stoffen kan oxideren
mangaanperoxidasen	=	mangaanperoxidase
mangaanperoxidases	=	mangaanperoxidase
mangaatje	=	mangat
mangaatjes	=	manga
mangabey	noun	zoogdier behorend tot een groep apen van de Oude Wereld uit de geslachten Cercocebus en Lophocebus.
mangabeys	noun	een groep apen van de Oude Wereld uit de geslachten Cercocebus en Lophocebus.
mangabeytje	=	mangabey
mangabeytjes	=	mangabey
mangaboek	noun	een boek met manga's
mangaboeken	=	mangaboek
mangaboekje	=	mangaboek
mangaboekjes	=	mangaboek
mangaia-ijsvogel	noun	Todiramphus ruficollaris een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
mangaia-ijsvogels	=	mangaia-ijsvogel
mangaia-ijsvogeltje	=	mangaia-ijsvogel
mangaia-ijsvogeltjes	=	mangaia-ijsvogel
mangaiakarekiet	noun	Acrocephalus kerearako een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
mangaiakarekieten	=	mangaiakarekiet
mangaiakarekietje	=	mangaiakarekiet
mangaiakarekietjes	=	mangaiakarekiet
mangareva-ijsvogel	noun	Todiramphus gambieri een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
mangareva-ijsvogels	=	mangareva-ijsvogel
mangareva-ijsvogeltje	=	mangareva-ijsvogel
mangareva-ijsvogeltjes	=	mangareva-ijsvogel
mangarevakarekiet	noun	Acrocephalus astrolabii een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
mangarevakarekieten	=	mangarevakarekiet
mangarevakarekietje	=	mangarevakarekiet
mangarevakarekietjes	=	mangarevakarekiet
mangat	noun	een opening in een stoomketel of riool waardoor een man naar binnen kan.
mangatdeksel	noun	de deksel die de opening afsluit waardoor een persoon naar binnen kan.
mangatdeksels	=	mangatdeksel
mangatdekseltje	=	mangatdeksel
mangatdekseltjes	=	mangatdeksel
mangaten	=	mangat
mangel	noun	een werktuig met twee tegen elkaar draaiende rollen om wasgoed tegelijk glad te strijken en er het vocht uit te persen
mangelde	=	mangelen
mangelden	=	mangelen
mangele	=	mangelen
mangelen	verb	mankeren, ontbreken, tekortschieten
mangelend	=	mangelen
mangelende	=	mangelen
mangelkamer	noun	vertrek waarin de was na het wassen gemangeld, gestreken en opgevouwen wordt
mangelkamers	=	mangelkamer
mangelkamertje	=	mangelkamer
mangelkamertjes	=	mangelkamer
mangels	=	mangel
mangelt	=	mangelen
mangeltje	=	mangel
mangeltjes	=	mangel
mangelwortel	noun	voederbiet
mangelwortels	=	mangelwortel
mangeren	=	mangelen
mangistan	noun	Garcinia mangostana een soort uit de plantenfamilie Clusiaceae
mangistans	=	mangistan
mango	noun	soort oranje-groene sappige tropische vrucht
mango's	=	mango
mango-fruitvlieg	noun	Ceratitis cosyra een Afrikaanse fruitvlieg uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae) die schadelijk is voor verschillende gewassen, maar het meest voor de mango.
mango-fruitvliegen	=	mango-fruitvlieg
mango-fruitvliegje	=	mango-fruitvlieg
mango-fruitvliegjes	=	mango-fruitvlieg
mangobomen	=	mangoboom
mangoboom	noun	tropische fruitboom, Mangifera indica
mangoboompje	=	mangoboom
mangoboompjes	=	mangoboom
mangochutney	noun	Een chutney op basis van (onrijpe) mango's
mangochutneys	=	mangochutney
mangoest	noun	onderfamilie van de civetkatten, zeer snelle en behendige roofdiertjes die zelfs een gevecht met een gifslang niet schuwen
mangoeste	noun	benaming voor kleine roofdieren uit de familie Herpestidae die voorkomen in Zuid-Europa, Afrika, Azië en de Caraïben
mangoesten	noun	Herpestidae een familie van kleine roofdieren
mangoestje	=	mangoest
mangoestjes	=	mangoest
mangomoment	noun	een op zich onbeduidende handeling die voor een ernstig zieke een geluksmoment geeft
mangomomenten	=	mangomoment
mangomomentje	=	mangomoment
mangomomentjes	=	mangomoment
mangootje	=	mango
mangootjes	=	mango
mangopoeder	noun	fijngemalen gedroogde groene mango's
mangopoeders	=	mangopoeder
mangopoedertje	=	mangopoeder
mangopoedertjes	=	mangopoeder
mangosnijder	noun	keukenhulpje dat in één beweging de pit verwijdert en het vruchtvlees van een mango in twee gelijke helften verdeelt.
mangosnijders	=	mangosnijder
mangosnijdertje	=	mangosnijder
mangosnijdertjes	=	mangosnijder
mangrove	noun	tropische plantenvegetatie die men langs slibrijke zeekusten aantreft
mangrove-boomkrab	noun	Aratus pisonii een krabbensoort uit de familie van de Sesarmidae.
mangrove-boomkrabben	=	mangrove-boomkrab
mangrove-boomkrabbetje	=	mangrove-boomkrab
mangrove-boomkrabbetjes	=	mangrove-boomkrab
mangrove-ijsvogel	noun	Halcyon senegaloides een vogel uit de familie Alcedinidae (IJsvogels).
mangrove-ijsvogels	=	mangrove-ijsvogel
mangrove-ijsvogeltje	=	mangrove-ijsvogel
mangrove-ijsvogeltjes	=	mangrove-ijsvogel
mangrove-schreeuwuil	noun	Megascops cooperi een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
mangrove-schreeuwuilen	=	mangrove-schreeuwuil
mangrove-schreeuwuiltje	=	mangrove-schreeuwuil
mangrove-schreeuwuiltjes	=	mangrove-schreeuwuil
mangroveamazilia	noun	Amazilia boucardi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
mangroveamazilia's	=	mangroveamazilia
mangroveamaziliaatje	=	mangroveamazilia
mangroveamaziliaatjes	=	mangroveamazilia
mangrovebomen	=	mangroveboom
mangroveboom	noun	boom met een vaak opvallend boven de grond of het water uitstekend wortelstelsel en die voorkomt in een zogenaamd vloedbos in tropische kustgebieden en rivierdelta’s met getijdewerking
mangroveboomkrab	noun	Aratus pisonii een krab die in de mangroven van de Surinaamse kust te vinden is
mangroveboomkrabben	=	mangroveboomkrab
mangroveboompje	=	mangroveboom
mangroveboompjes	=	mangroveboom
mangrovebos	noun	mangrove
mangrovebosje	=	mangrovebos
mangrovebosjes	=	mangrovebos
mangrovebossen	=	mangrovebos
mangrovebrilvogel	noun	Zosterops luteus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
mangrovebrilvogels	=	mangrovebrilvogel
mangrovebrilvogeltje	=	mangrovebrilvogel
mangrovebrilvogeltjes	=	mangrovebrilvogel
mangrovefluiter	noun	Pachycephala cinerea een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
mangrovefluiters	=	mangrovefluiter
mangrovefluitertje	=	mangrovefluiter
mangrovefluitertjes	=	mangrovefluiter
mangrovehoningeter	noun	Gavicalis fasciogularis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
mangrovehoningeters	=	mangrovehoningeter
mangrovehoningetertje	=	mangrovehoningeter
mangrovehoningetertjes	=	mangrovehoningeter
mangrovekoekoek	noun	Coccyzus minor een vogel uit de familie van de koekoeken.
mangrovekoekoeken	=	mangrovekoekoek
mangrovekoekoekje	=	mangrovekoekoek
mangrovekoekoekjes	=	mangrovekoekoek
mangrovekwal	noun	Cassiopea xamachana een kwal uit de familie Cassiopeidae.
mangrovekwallen	=	mangrovekwal
mangrovekwalletje	=	mangrovekwal
mangrovekwalletjes	=	mangrovekwal
mangrovemiervogel	noun	Sclateria naevia een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
mangrovemiervogels	=	mangrovemiervogel
mangrovemiervogeltje	=	mangrovemiervogel
mangrovemiervogeltjes	=	mangrovemiervogel
mangrovemonarch	noun	Monarcha cinerascens een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
mangrovemonarchen	=	mangrovemonarch
mangrovemonarchje	=	mangrovemonarch
mangrovemonarchjes	=	mangrovemonarch
mangrovemuistimalia	noun	Pellorneum rostratum een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
mangrovemuistimalia's	=	mangrovemuistimalia
mangrovemuistimaliaatje	=	mangrovemuistimalia
mangrovemuistimaliaatjes	=	mangrovemuistimalia
mangroven	=	mangrove
mangroveniltava	noun	Cyornis rufigastra een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
mangroveniltava's	=	mangroveniltava
mangroveniltavaatje	=	mangroveniltava
mangroveniltavaatjes	=	mangroveniltava
mangrovennachtboomslang	noun	Boiga dendrophila een slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae).
mangrovennachtboomslangen	=	mangrovennachtboomslang
mangrovennachtboomslangetje	=	mangrovennachtboomslang
mangrovennachtboomslangetjes	=	mangrovennachtboomslang
mangrovepitta	noun	Pitta megarhyncha een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
mangrovepitta's	=	mangrovepitta
mangrovepittaatje	=	mangrovepitta
mangrovepittaatjes	=	mangrovepitta
mangroveral	noun	Eulabeornis castaneoventris een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
mangroverallen	=	mangroveral
mangroveralletje	=	mangroveral
mangroveralletjes	=	mangroveral
mangrovereiger	noun	Butorides striata een vogel uit de familie van de reigers.
mangrovereigers	=	mangrovereiger
mangrovereigertje	=	mangrovereiger
mangrovereigertjes	=	mangrovereiger
mangroves	=	mangrove
mangrovetje	=	mangrove
mangrovetjes	=	mangrove
mangrovevink	noun	Camarhynchus heliobates een van de zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
mangrovevinken	=	mangrovevink
mangrovevinkje	=	mangrovevink
mangrovevinkjes	=	mangrovevink
mangrovevireo	noun	Vireo pallens een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
mangrovevireo's	=	mangrovevireo
mangrovevireootje	=	mangrovevireo
mangrovevireootjes	=	mangrovevireo
mangrovewaaierstaart	noun	Rhipidura phasiana een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
mangrovewaaierstaarten	=	mangrovewaaierstaart
mangrovewaaierstaartje	=	mangrovewaaierstaart
mangrovewaaierstaartjes	=	mangrovewaaierstaart
mangrovewielewaal	noun	Oriolus flavocinctus een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
mangrovewielewaaltje	=	mangrovewielewaal
mangrovewielewaaltjes	=	mangrovewielewaal
mangrovewielewalen	=	mangrovewielewaal
mangrovezanger	noun	Setophaga petechia een soort uit een geslacht van zangvogels uit de familie Amerikaanse zangers (Parulidae)
mangrovezangers	noun	een geslacht Gerygone van zangvogels uit de familie van de Australische zangers (Acanthizidae).
mangrovezangertje	=	mangrovezanger
mangrovezangertjes	=	mangrovezanger
mangrovezwaluw	noun	Tachycineta albilinea een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
mangrovezwaluwen	=	mangrovezwaluw
mangrovezwaluwtje	=	mangrovezwaluw
mangrovezwaluwtjes	=	mangrovezwaluw
manhaftig	adj	moedig, strijdbaar
manhaftige	=	manhaftig
manhaftiger	=	manhaftig
manhaftigere	=	manhaftig
manhaftigers	=	manhaftig
manhaftigheden	=	manhaftigheid
manhaftigheid	noun	de mate waarin men moedig is
manhaftigs	=	manhaftig
manhaftigst	=	manhaftig
manhaftigste	=	manhaftig
manhieg	noun	bestuurder van joodse gemeente
manhigiem	=	manhieg
maniak	noun	persoon die ergens (op ziekelijke wijze) helemaal gek van is, een fanaat
maniakaal	adj	als van een maniak
maniakaals	=	maniakaal
maniakaalst	=	maniakaal
maniakaalste	=	maniakaal
maniakale	=	maniakaal
maniakaler	=	maniakaal
maniakalere	=	maniakaal
maniakalers	=	maniakaal
maniakje	=	maniak
maniakjes	=	maniak
maniakken	=	maniak
manicheeër	noun	een aanhanger van de oosterse openbaringsreligie die opgericht was door Mani
manicheeërs	=	manicheeër
manicheïsch	adj	volgens het manicheïsme
manicheïsche	=	manicheïsch
manicheïscher	=	manicheïsch
manicheïschere	=	manicheïsch
manicheïschers	=	manicheïsch
manicheïscht	=	manicheïsch
manicheïschte	=	manicheïsch
manicheïsme	noun	openbaringsreligie uit de late oudheid en vroege middeleeuwen, sterk beïnvloed door het gnosticisme en met een grote tegenstelling tussen goed en kwaad
manicheïstisch	adj	van, betreffende, volgens het manicheïsme
manicheïstische	=	manicheïstisch
manicheïstischer	=	manicheïstisch
manicheïstischere	=	manicheïstisch
manicheïstischers	=	manicheïstisch
manicoréorpheusmierkruiper	noun	Hypocnemis rondoni een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
manicoréorpheusmierkruipers	=	manicoréorpheusmierkruiper
manicoréorpheusmierkruipertje	=	manicoréorpheusmierkruiper
manicoréorpheusmierkruipertjes	=	manicoréorpheusmierkruiper
manicure	noun	iemand die handen en nagels verzorgd en cosmetische behandeld
manicuren	verb	handen en nagels verzorgen
manicurend	=	manicuren
manicurende	=	manicuren
manicurenopleiding	noun	professionele training gericht op de cosmetische verzorging van handen en nagels.
manicurenopleidingen	=	manicurenopleiding
manicurenopleidinkje	=	manicurenopleiding
manicurenopleidinkjes	=	manicurenopleiding
manicures	=	manicure
manicuur	=	manicuren
manicuurde	=	manicuren
manicuurden	=	manicuren
manicuurt	=	manicuren
manie	noun	ziekelijke neiging (opgewonden psychische toestand)
manieachtig	adj	extreem opgewekt, opgewonden en energiek
manieachtige	=	manieachtig
manieachtiger	=	manieachtig
manieachtigere	=	manieachtig
manieachtigers	=	manieachtig
manieachtigs	=	manieachtig
manieachtigst	=	manieachtig
manieachtigste	=	manieachtig
manier	noun	de handelswijze
manieren	=	manier
manierlijk	adj	met goede manieren
manierlijke	=	manierlijk
manierlijker	=	manierlijk
manierlijkere	=	manierlijk
manierlijkers	=	manierlijk
manierlijks	=	manierlijk
manierlijkst	=	manierlijk
manierlijkste	=	manierlijk
maniertje	=	manier
maniertjes	=	manier
manies	=	manie
manietje	=	manie
manietjes	=	manie
manieën	=	manie
manifest	noun	openlijke bekendmaking (over het algemeen in documentvorm) van een staatshoofd, regering, leider of politieke partij waarin bepaalde handelingen worden verklaard en/of verdedigd	adj	duidelijk, onmiddellijk herkenbaar
manifestant	noun	iemand die zich manifesteert, een demonstrant
manifestanten	=	manifestant
manifestatie	noun	waarneembaar verschijnsel
manifestaties	=	manifestatie
manifestatietje	=	manifestatie
manifeste	=	manifest
manifesteer	=	manifesteren
manifesteerde	=	manifesteren
manifesteerden	=	manifesteren
manifesteert	=	manifesteren
manifesten	=	manifest
manifester	=	manifest
manifestere	=	manifest
manifesteren	verb	algemeen bekend maken, aan iedereen laten blijken
manifesterend	=	manifesteren
manifesterende	=	manifesteren
manifesters	=	manifest
manifestje	=	manifest
manifestjes	=	manifest
manifests	=	manifest
manifestst	=	manifest
manifestste	=	manifest
manilla	noun	geurig soort tabak die op de Filipijnen wordt verbouwd	adj	gemaakt uit of met vezels van de abaca
manilla's	=	manilla
manillaatje	=	manilla
manillaatjes	=	manilla
manillahennep	noun	Musa textilis een vezel geleverd door een bananensoort de abaca
manillapapegaaiamadine	noun	Erythrura viridifacies een vogel uit de familie van de prachtvinken die alleen voorkomt in de Filipijnen.
manillapapegaaiamadines	=	manillapapegaaiamadine
manillapapegaaiamadinetje	=	manillapapegaaiamadine
manillapapegaaiamadinetjes	=	manillapapegaaiamadine
manille	noun	de tweede troep
manilleen	noun	een inwoner van Manilla, of iemand afkomstig uit Manilla
manilleens	adj	op Manilla betrekking hebbend
manilleense	noun	een vrouwelijke inwoner van Manilla, of een vrouw afkomstig uit Manilla
manilleensen	=	manilleense
manillen	noun	een kaartspel
manillenen	=	manilleen
manilles	=	manille
maning	noun	strenge, dwingende aanmoediging om iets te doen of te laten
maningen	=	maning
maniok	noun	verhoutende, overblijvende heester Manihot esculenta
maniokje	=	maniok
maniokken	=	maniok
manipel	noun	een strookvormige doek die tijdens het celebreren van de Mis aan de linkerarm wordt gedragen
manipels	=	manipel
manipulatie	noun	bedrieglijke methode om iets gedaan te krijgen
manipulatief	adj	bedrieglijk beïnvloedend
manipulatiefs	=	manipulatief
manipulatiefst	=	manipulatief
manipulatiefste	=	manipulatief
manipulaties	=	manipulatie
manipulatietje	=	manipulatie
manipulatietjes	=	manipulatie
manipulatieve	=	manipulatief
manipulatiever	=	manipulatief
manipulatievere	=	manipulatief
manipulatievers	=	manipulatief
manipulator	noun	iemand die manipuleert
manipulatoren	=	manipulator
manipulators	=	manipulator
manipulatortje	=	manipulator
manipulatortjes	=	manipulator
manipuleer	=	manipuleren
manipuleerbaar	adj	als iets of iemand op een bedrieglijke wijze beïnvloed kan worden
manipuleerbaarder	=	manipuleerbaar
manipuleerbaardere	=	manipuleerbaar
manipuleerbaarders	=	manipuleerbaar
manipuleerbaars	=	manipuleerbaar
manipuleerbaarst	=	manipuleerbaar
manipuleerbaarste	=	manipuleerbaar
manipuleerbare	=	manipuleerbaar
manipuleerde	=	manipuleren
manipuleerden	=	manipuleren
manipuleert	=	manipuleren
manipulere	=	manipuleren
manipuleren	verb	het met een bedrieglijke methode iets gedaan krijgen.
manipulerend	=	manipuleren
manipulerende	=	manipuleren
manipurboomkruiper	noun	Certhia manipurensis een zangvogel uit de familie van echte boomkruipers (Certhiidae).
manipurboomkruipers	=	manipurboomkruiper
manipurboomkruipertje	=	manipurboomkruiper
manipurboomkruipertjes	=	manipurboomkruiper
manipurdwergpatrijs	noun	Perdicula manipurensis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
manipurdwergpatrijsje	=	manipurdwergpatrijs
manipurdwergpatrijsjes	=	manipurdwergpatrijs
manipurdwergpatrijzen	=	manipurdwergpatrijs
manisch	adj	ziekelijk aangelegd (opgewonden psychische toestand)
manisch-depressief	adj	betreffende een manisch-depressieve psychose, een psychiatrische aandoening gekenmerkt door afwisselend depressieve en te actieve periodes
manisch-depressiefs	=	manisch-depressief
manisch-depressiefst	=	manisch-depressief
manisch-depressiefste	=	manisch-depressief
manisch-depressieve	=	manisch-depressief
manisch-depressiever	=	manisch-depressief
manisch-depressievere	=	manisch-depressief
manisch-depressievers	=	manisch-depressief
manische	=	manisch
manischer	=	manisch
manischere	=	manisch
manischers	=	manisch
manischte	=	manisch
manisme	noun	de verering van de overledenen
manitobawapiti	noun	een ondersoort Cervus canadensis manitobensis van de wapiti, die voorkomt in het Midden-Westen van de Verenigde Staten (specifiek North Dakota) en de zuidelijke gebieden van de Canada prairies (Manitoba, Saskatchewan en Alberta)
manitobawapiti's	=	manitobawapiti
manitobawapitietje	=	manitobawapiti
manitobawapitietjes	=	manitobawapiti
maniërisme	noun	stijlperiode in de Europese kunstgeschiedenis in vooral de tweede helft van de 16e eeuw, met als belangrijke voorbeelden Michelangelo en Rafaël in de schilderkunst en Petrarca en Dante in de dichtkunst
maniërist	noun	kunstenaar die werkt in de stijl van het maniërisme
maniëristen	=	maniërist
maniëristisch	adj	betrekking hebbend op het maniërisme of een maniërist
maniëristische	=	maniëristisch
maniëristischer	=	maniëristisch
maniëristischere	=	maniëristisch
maniëristischers	=	maniëristisch
manjaar	noun	hoeveelheid werk die één mens in één jaar kan verrichten
manjaren	=	manjaar
mank	adj	gebrekkig lopend door pijn of een misvorming
manke	noun	iemand die door een aandoening aan één been niet goed lopen kan
mankeer	=	mankeren
mankeerde	=	mankeren
mankeerden	=	mankeren
mankeert	=	mankeren
mankement	noun	gebrek; letsel; defect; tekortkoming
mankementen	=	mankement
mankementje	=	mankement
mankementjes	=	mankement
manken	verb	moeizaam lopen door een aandoening aan één been
mankend	=	manken
mankende	=	manken
mankepoot	noun|informal	iemand met die slecht kan lopen omdat hij een mank been heeft
mankepootje	=	mankepoot
mankepootjes	=	mankepoot
mankepoten	=	mankepoot
manker	=	mank
mankere	=	mank
mankeren	verb	een gebrek hebben
mankerend	=	mankeren
mankerende	=	mankeren
mankers	=	mank
mankracht	noun	de kracht van een mens, het arbeidsvermogen van een mens
mankrachten	=	mankracht
manks	=	mank
mankst	=	mank
mankste	=	mank
mankt	=	manken
mankte	=	manken
mankten	=	manken
manlief	noun	de geliefde echtgenoot
manlijk	adj	van het mannelijk geslacht zijnd
manlijke	=	manlijk
manlijker	=	manlijk
manlijkere	=	manlijk
manlijkers	=	manlijk
manlijks	=	manlijk
manlijkst	=	manlijk
manlijkste	=	manlijk
manloos	adj	zonder dat een mens eraan te pas komt
manloost	=	manloos
manlooste	=	manloos
manloze	=	manloos
manlozer	=	manloos
manlozere	=	manloos
manlozers	=	manloos
manmeersituatie	noun	spelsituatie in een wedstrijd tussen twee teams waarbij één van de partijen één speler meer in het veld heeft dan de andere partij
manmeersituaties	=	manmeersituatie
manmoedig	adj	de moed hebbend van een echte man
manmoedige	=	manmoedig
manmoediger	=	manmoedig
manmoedigere	=	manmoedig
manmoedigers	=	manmoedig
manmoedigs	=	manmoedig
manmoedigst	=	manmoedig
manmoedigste	=	manmoedig
manna	noun	voedsel dat uit de hemel komt voor de Israëlieten tijdens hun tocht uit Egypte naar Kanaän; het Hebreeuwse woord is 'man'; dat kan in Ex. 16:15 ook worden begrepen als 'wat?' (14×: Ex. 16:15, 16:31 +, Num. 11:6 +, Deut. 8:3 +, Joz. 5:12 +, Ps. 78:24, Neh. 9:20; ook 3× in NT)
mannacicade	noun	Cicada orni een insect dat behoort tot de cicaden (Auchenorrhyncha) en de familie Cicadidae
mannacicades	=	mannacicade
mannacicadetje	=	mannacicade
mannacicadetjes	=	mannacicade
mannagras	noun	overblijvende plant, Glyceria fluitans uit de grassenfamilie (Poaceae) en waarvan de zoetsmakende vruchten al sinds de steentijd worden gegeten.
mannagrassen	=	mannagras
manne	=	mannen
mannechie	=	man
manneke	noun	kleine man; kleine jongen
manneken	noun	kleine man; kleine jongen
mannekens	=	manneken
mannekes	=	manneke
mannelijk	adj	tot het geslacht behorend dat voor bevruchting zorgt
mannelijke	=	mannelijk
mannelijker	=	mannelijk
mannelijkere	=	mannelijk
mannelijkers	=	mannelijk
mannelijkheden	=	mannelijkheid
mannelijkheid	noun	kracht en in bezit van eigenschappen zoals aan mannen wordt toegeschreven
mannelijks	=	mannelijk
mannelijkst	=	mannelijk
mannelijkste	=	mannelijk
mannen	verb	voorzien van voldoende personeel om te laten slagen	noun	manvolk; alle mannen tezamen
mannenafdeling	noun	deel van een gebouw dat alleen door mannen gebruikt wordt
mannenafdelingen	=	mannenafdeling
mannenarbeid	noun	werk dat vooral geschikt is voor mannen
mannenbesnijdenis	noun	het verwijderen van de voorhuid van het mannelijk lid
mannenbesnijdenissen	=	mannenbesnijdenis
mannenbeweging	noun	maatschappelijke groepering die opkomt voor de belangen, rechten en maatschappelijke positie van mannen.
mannenbewegingen	=	mannenbeweging
mannenbeweginkje	=	mannenbeweging
mannenbeweginkjes	=	mannenbeweging
mannenboek	noun	boek over het man-zijn en de bijbehorende uitdagingen, zoals keuzes maken en doelen nastreven
mannenboeken	=	mannenboek
mannenboekje	=	mannenboek
mannenboekjes	=	mannenboek
mannenbroeders	noun	benaming voor mannen uit de gemeenschap van de vooroorlogse Gereformeerde Kerken in Nederland en de Anti-Revolutionaire Partij (ARP)
mannend	=	mannen
mannende	=	mannen
mannendecolleteetje	=	mannendecolleté
mannendecolleteetjes	=	mannendecolleté
mannendecolleté	noun	laag uitgesneden shirt waardoor een deel van de borstkas van een man te zien is
mannendecolletés	=	mannendecolleté
mannending	noun	een informele term die verwijst naar een activiteit, onderwerp, interesse of voorwerp dat typisch wordt geassocieerd met mannen of mannelijkheid.
mannendingen	=	mannending
mannendingetje	=	mannending
mannendingetjes	=	mannending
mannengek	noun	vrouw die ziekelijk veel van mannen houdt
mannengekken	=	mannengek
mannenhaat	noun	een hekel hebben aan mannen in het algemeen
mannenhand	noun	hand van een man
mannenhanden	=	mannenhand
mannenhandje	=	mannenhand
mannenhandjes	=	mannenhand
mannenhoofd	noun	het hoofd van een man
mannenhoofden	=	mannenhoofd
mannenhoofdje	=	mannenhoofd
mannenhoofdjes	=	mannenhoofd
mannenhuis	noun	een gemeenschapshuis voor mannen in niet-westerse culturen, vaak gebruikt voor initiatieriten en sociale activiteiten
mannenhuisje	=	mannenhuis
mannenhuisjes	=	mannenhuis
mannenhuizen	=	mannenhuis
mannenkiesrecht	noun	het recht om te kiezen en verkozen te worden voor volwassen mannen
mannenklederen	=	mannenkleed
mannenkleding	noun	alle kleren die speciaal voor mannen zijn ontworpen
mannenkleed	noun	kleding die door mannen gedragen wordt
mannenkleren	noun	alle kleding die door mannen gedragen wordt
mannenkoor	noun	zangkoor met een geheel mannelijke bezetting
mannenkoortje	=	mannenkoor
mannenkoortjes	=	mannenkoor
mannenkoren	=	mannenkoor
mannenlichaam	noun	het lichaam van een man
mannenlichamen	=	mannenlichaam
mannenmode	noun	winkel met kleding voor mannen
mannenmodes	=	mannenmode
mannenmoed	noun	moed van mannen; mannelijke moed
mannenpil	noun	tablet die mannen kunnen innemen om te voorkomen dat ze een vrouw zwanger maken
mannenpillen	=	mannenpil
mannenpilletje	=	mannenpil
mannenpilletjes	=	mannenpil
mannenploeg	noun	een team met alleen maar mannelijke teamleden
mannenploegen	=	mannenploeg
mannenploegje	=	mannenploeg
mannenploegjes	=	mannenploeg
mannenrok	noun	een rok die door mannen gedragen wordt
mannenrokje	=	mannenrok
mannenrokjes	=	mannenrok
mannenrokken	=	mannenrok
mannenstem	noun	de (zang)stem van een man
mannenstemmen	=	mannenstem
mannenstemmetje	=	mannenstem
mannenstemmetjes	=	mannenstem
mannentaal	noun	stevige, krachtige en soms ook wat grove taal vooral gebezigd door 'echte' mannen
mannentalen	=	mannentaal
mannenteam	noun	een sportploeg met alleen maar mannelijke ploegleden
mannenteams	=	mannenteam
mannentennis	noun	tennis gespeeld door mannelijke spelers
mannentoilet	noun	een toilet of wc-ruimte voor mannen
mannentoiletje	=	mannentoilet
mannentoiletjes	=	mannentoilet
mannentoiletten	=	mannentoilet
mannentrouw	noun	bepaalde plant, Plumbago auriculata uit de strandkruidfamilie Plumbaginaceae
mannenversierster	noun	vrouw die mannen lokt en met mannen flirt
mannenversiersters	=	mannenversierster
mannenversierstertje	=	mannenversierster
mannenversierstertjes	=	mannenversierster
mannenverslinder	noun|figurative	een persoon die vele mannen weet af te werken
mannenverslinders	=	mannenverslinder
mannenverslindertje	=	mannenverslinder
mannenverslindertjes	=	mannenverslinder
mannenverslindster	noun|figurative	vrouw die vele mannen weet af te werken
mannenverslindsters	=	mannenverslindster
mannenverslindstertje	=	mannenverslindster
mannenverslindstertjes	=	mannenverslindster
mannenwereld	noun	het gedeelte van de levenssfeer waar mannen nog de meerderheid vormen
mannenwerelden	=	mannenwereld
mannenwereldje	=	mannenwereld
mannenwereldjes	=	mannenwereld
mannenwerk	noun	werk of handeling dat speciaal geschikt voor mannen is en wat voor vrouwen ongeschikt zou zijn
mannenwerken	=	mannenwerk
mannenwerkje	=	mannenwerk
mannenzaak	noun	kwestie die vooral mannen aangaat
mannenzaken	=	mannenzaak
mannenziekte	noun	aandoening die alleen bij mannen kan voorkomen
mannenziekten	=	mannenziekte
mannenziektes	=	mannenziekte
mannequin	noun	iemand die nieuwe kledingontwerpen dragend deze aan een publiek vertoont
mannequins	=	mannequin
mannequintje	=	mannequin
mannequintjes	=	mannequin
mannetje	noun	dier van het mannelijk geslacht
mannetjes	=	man
mannetjesdier	noun	beest(je) dat behoort tot de sekse die veel, beweeglijke geslachtscellen voortbrengt, en daarom geen eieren leggen of kinderen baren
mannetjesdieren	=	mannetjesdier
mannetjesdiertje	=	mannetjesdier
mannetjesdiertjes	=	mannetjesdier
mannetjesduif	=	duivin
mannetjesereprijs	noun	Veronica officinalis een zodevormende vaste plant uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
mannetjesereprijsje	=	mannetjesereprijs
mannetjesereprijsjes	=	mannetjesereprijs
mannetjesereprijsschildwants	noun	Stagonomus bipunctatus een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae).
mannetjesereprijsschildwantsen	=	mannetjesereprijsschildwants
mannetjesereprijsschildwantsje	=	mannetjesereprijsschildwants
mannetjesereprijsschildwantsjes	=	mannetjesereprijsschildwants
mannetjesereprijzen	=	mannetjesereprijs
mannetjesfazant	noun	mannelijke fazant
mannetjesfazanten	=	mannetjesfazant
mannetjeskat	=	kat
mannetjesmaker	noun	persoon die het imago van iemand in gunstige richting bijstuurt
mannetjesmakerij	noun	zorgen dat een politicus en bepaald soort imago krijgt
mannetjesmakerijen	=	mannetjesmakerij
mannetjesmakers	=	mannetjesmaker
mannetjesorchis	noun	bepaald soort orchidee, Orchis mascula
mannetjesorchissen	=	mannetjesorchis
mannetjesputter	noun	een flinke, grote, stoere man
mannetjesputters	=	mannetjesputter
mannetjesvaren	noun	Dryopteris filix-mas een varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae).
mannetjesvarens	=	mannetjesvaren
mannetjesvarentje	=	mannetjesvaren
mannetjesvarentjes	=	mannetjesvaren
mannin	noun	vrouw
manning	noun	bemanning, manschap
manningen	=	manning
manninne	=	mannin
manninnen	=	mannin
manninnetje	=	mannin
manny	noun	man die op kinderen past, mannelijke nanny
manny's	=	manny
manoel	noun	bepaald soort zoogdier, Otocolobus manul, een klein katachtig roofdier uit de steppen van Centraal-Azië, de enige soort uit het geslacht Otocolobus, dat nauw verwant is aan het geslacht Felis en vaak als een ondergeslacht wordt beschouwd De soort werd voor het eerst beschreven door de natuuronderzoeker Peter Simon Pallas, die ten onrechte dacht dat het dier de voorouder was van de Perzische kat.
manoels	=	manoel
manoeltje	=	manoel
manoeltjes	=	manoel
manoeuvre	noun	handeling waarmee men de voortgang van een voertuig of schip verandert
manoeuvreer	=	manoeuvreren
manoeuvreerbaar	adj	bestuurbaar, als het goed mogelijk is iets in de gewenste richting te laten bewegen
manoeuvreerbaarder	=	manoeuvreerbaar
manoeuvreerbaardere	=	manoeuvreerbaar
manoeuvreerbaarders	=	manoeuvreerbaar
manoeuvreerbaars	=	manoeuvreerbaar
manoeuvreerbaarst	=	manoeuvreerbaar
manoeuvreerbaarste	=	manoeuvreerbaar
manoeuvreerbare	=	manoeuvreerbaar
manoeuvreerde	=	manoeuvreren
manoeuvreerden	=	manoeuvreren
manoeuvreert	=	manoeuvreren
manoeuvrere	=	manoeuvreren
manoeuvreren	verb	besturen, laten bewegen van voertuigen
manoeuvrerend	=	manoeuvreren
manoeuvrerende	=	manoeuvreren
manoeuvres	=	manoeuvre
manoeuvretje	=	manoeuvre
manoeuvretjes	=	manoeuvre
manometer	noun	een meetinstrument waarmee druk wordt gemeten.
manometers	=	manometer
manometertje	=	manometer
manometertjes	=	manometer
manor	noun	huis van landjonker
manors	=	manor
manosphere	noun	gemeenschap van mannen die zich vrouwonvriendelijk, antifeministisch gedragen
manospheres	=	manosphere
manot	noun	porties
manou	noun	dik gladgeschuurd rotan
manpower	noun	mankracht
manrozenhout	noun	Aniba panurensis een boomsoort uit noordelijk Zuid-Amerika.
mans	noun	geldbakje (van een muzikant)	adj	tot iets in staat
mansaliñabos	noun	bos met giftige manzanillabomen Hippomane mancinella
mansaliñabossen	=	mansaliñabos
mansarde	noun	verblijfsruimte direct onder een schuin dak
mansardekamer	noun	zolderkamer
mansardekamers	=	mansardekamer
mansardekamertje	=	mansardekamer
mansardekamertjes	=	mansardekamer
mansarden	=	mansarde
mansardes	=	mansarde
mansbloed	noun	bepaald soort heester met gele bloemen, Hypericum androsaemum
manschap	noun	status van leenman
manschapje	=	manschap
manschappen	noun	soldaten of matrozen die een legermacht uitmaken
mansdik	adj	zo dik als een man
mansdikke	=	mansdik
mansdiks	=	mansdik
mansen	=	mans
manshoge	=	manshoog
manshoog	adj	zo hoog als een man
manshoogs	=	manshoog
mansje	=	mans
mansjes	=	mans
mansklederen	=	manskleed
manskleed	noun	kleding gemaakt voor een man
manskleren	noun	kleding gemaakt voor een man
manslag	noun	doodslag
manslagen	=	manslag
manslengte	noun|obsolete	een afstand die gelijk is aan de lengte van een gemiddelde volwassen man
manslengten	=	manslengte
manslengtes	=	manslengte
mansmaker	noun	iemand die na een muzikale voorstelling rondgaat met de mans
mansmakers	=	mansmaker
mansmakertje	=	mansmaker
mansmakertjes	=	mansmaker
mansneezing	noun	het zeer luide niezen van sommige mannen
mansoor	noun	bepaald soort giftige kruipende plant met twee leerachtige op mensenoren lijkende bladeren en stekelige stengels, Asarum europaeum
mansoorroest	noun	Puccinia asarina een roestschimmel behorend tot de familie Pucciniaceae. biotrofe parasiet die telia vormt op Asarum-soorten.
mansoorroesten	=	mansoorroest
mansoorroestje	=	mansoorroest
mansoorroestjes	=	mansoorroest
mansoren	=	mansoor
manspersonen	=	manspersoon
manspersoon	noun	een persoon van het mannelijk geslacht, man
manspersoontje	=	manspersoon
manspersoontjes	=	manspersoon
mansplainde	=	mansplainen
mansplainen	verb	op een neerbuigende manier iets vanuit het mannelijk perspectief uitleggen aan een vrouw
mansplainend	=	mansplainen
mansplaining	noun	het verschijnsel dat een man iets op een neerbuigende manier uitlegt aan een vrouw
manspreading	noun	het wijdbeens zitten van mannen
mansschild	noun	een geslacht Androsace van rotsplanten binnen de sleutelbloemfamilie (Primulaceae ).
mansschilden	=	mansschild
mansschildje	=	mansschild
mansschildjes	=	mansschild
mant	=	mannen
manta	noun	een geslacht Manta uit de familie van de adelaarsroggen (Myliobatidae).
manta's	=	manta
mantananidwergooruil	noun	Otus mantananensis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
mantananidwergooruilen	=	mantananidwergooruil
mantananidwergooruiltje	=	mantananidwergooruil
mantananidwergooruiltjes	=	mantananidwergooruil
manteau	noun	verplaatsbare stellage met lampen voor de belichting, links en rechts van het toneel
manteaus	=	manteau
mantel	noun	omhullend kledingstuk
mantel-dekschelp	noun	Pododesmus patelliformis een tweekleppigensoort uit de familie van de Anomiidae.
mantel-dekschelpen	=	mantel-dekschelp
mantel-dekschelpje	=	mantel-dekschelp
mantel-dekschelpjes	=	mantel-dekschelp
mantelaapje	noun	Saguinus bicolor primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
mantelaapjes	=	mantelaapje
mantelanjer	noun	Petrorhagia prolifera een eenjarige plant die behoort tot de anjerfamilie
mantelanjers	=	mantelanjer
mantelanjertje	=	mantelanjer
mantelanjertjes	=	mantelanjer
mantelbaviaan	noun	bepaald zoogdier, Papio hamadryas, een aap uit het geslacht der bavianen (Papio) die voor de Egyptenaren in de Oudheid een heilig dier was De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Simia hamadryas gepubliceerd door Carl Linnaeus.
mantelbaviaantje	=	mantelbaviaan
mantelbaviaantjes	=	mantelbaviaan
mantelbavianen	=	mantelbaviaan
mantelbrulaap	noun	bepaald zoogdier, Alouatta palliata, een aap uit de familie der brulapen en behoort tot de apen van de Nieuwe Wereld, ook bekend als breedneusapen.
mantelbrulaapje	=	mantelbrulaap
mantelbrulaapjes	=	mantelbrulaap
mantelbrulapen	=	mantelbrulaap
manteldier	noun	benaming voor ongewervelde zeedieren met een exoskelet uit de onderstam Tunicata
manteldieren	noun	een onderstam Tunicata van ongewervelde zeedieren, met een meer of minder soepel exoskelet.
manteldiertje	=	manteldier
manteldiertjes	=	manteldier
mantelgrondeekhoorn	noun	Spermophilus lateralis De mantelgrondeekhoorn of goudmantelgrondeekhoorn (Spermophilus lateralis) is een grondeekhoornsoort uit het westen van Noord-Amerika
mantelgrondeekhoorns	=	mantelgrondeekhoorn
mantelgrondeekhoorntje	=	mantelgrondeekhoorn
mantelgrondeekhoorntjes	=	mantelgrondeekhoorn
mantelgrondlibel	noun	Brachythemis fuscopalliata een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
mantelgrondlibellen	=	mantelgrondlibel
mantelgrondlibelletje	=	mantelgrondlibel
mantelgrondlibelletjes	=	mantelgrondlibel
manteljas	noun	lange, wijde jas
manteljassen	=	manteljas
mantelmangabey	noun	Lophocebus albigena of grijswangmangabey is een zoogdier uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
mantelmangabeys	=	mantelmangabey
mantelmangabeytje	=	mantelmangabey
mantelmangabeytjes	=	mantelmangabey
mantelmeeuw	noun	benaming voor twee soorten meeuwen met een donkere rug en vleugels
mantelmeeuwen	=	mantelmeeuw
mantelmeeuwtje	=	mantelmeeuw
mantelmeeuwtjes	=	mantelmeeuw
mantelmot	noun	Sclerocona acutella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
mantelmotje	=	mantelmot
mantelmotjes	=	mantelmot
mantelmotten	=	mantelmot
mantelorganisatie	noun	een organisatie die officieel geheel zelfstandig is, maar in werkelijkheid een onderdeel is van een politieke partij
mantelorganisaties	=	mantelorganisatie
mantelpak	noun	een kledingensemble gedragen door vrouwen, bestaande uit een blazer en een rok gemaakt van dezelfde stof.
mantelpakje	=	mantelpak
mantelpakjes	=	mantelpak
mantelpakken	=	mantelpak
mantels	noun	een familie Pectinidae van weekdieren die behoren tot de orde Pectinida van de klasse tweekleppigen (Bivalvia)
manteltje	=	mantel
manteltjes	=	mantel
manteluren	=	manteluur
manteluur	noun	tijd die iemand vrijgesteld wordt van zijn werk om mantelzorg te leveren
mantelvisjes	noun	een klasse Appendicularia binnen de Tunicata (manteldieren).
mantelwoning	noun	een zelfstandige woonruimte op hetzelfde perceel als een bestaande woning.
mantelwoningen	=	mantelwoning
mantelwoninkje	=	mantelwoning
mantelwoninkjes	=	mantelwoning
mantelzorg	noun	de zorg die niet beroepshalve aan zieken, gehandicapten en andere hulpbehoevenden verleend wordt
mantelzorgboete	noun	korting op de AOW-uitkering van een oudere als deze oudere samenwoont met een kind dat mantelzorg levert
mantelzorgboeten	=	mantelzorgboete
mantelzorgboetes	=	mantelzorgboete
mantelzorger	noun	de gever van mantelzorg, een familielid, vriend, kennis of buur die zorg geeft aan een chronisch zieke, gehandicapte en hulpbehoevende.
mantelzorgers	=	mantelzorger
mantelzorgertje	=	mantelzorger
mantelzorgertjes	=	mantelzorger
mantelzorgster	noun	vrouw die mantelzorg verricht
mantelzorgsters	=	mantelzorgster
mantelzorgvereniging	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van mantelzorgers en hen ondersteunt met informatie, advies en praktische of emotionele begeleiding.
mantelzorgverenigingen	=	mantelzorgvereniging
mantelzorgverenigingetje	=	mantelzorgvereniging
mantelzorgverenigingetjes	=	mantelzorgvereniging
mantelzorgwoning	noun	woning voor een hulpbehoevende bij de woning van iemand mantelzorg levert
mantelzorgwoningen	=	mantelzorgwoning
mantelzorgwoninkje	=	mantelzorgwoning
mantelzorgwoninkjes	=	mantelzorgwoning
mantero	noun	Coccyzus rufigularis een vogel uit de familie van de koekoeken.
mantero's	=	mantero
manterootje	=	mantero
manterootjes	=	mantero
manterrupting	noun	verschijnsel dat mannen vrouwen onderbreken tijdens een gesprek
mantici	=	manticus
manticus	noun	iemand die aan bijgelovigen voorspellingen doet
mantiek	noun	de naam die in het oude Griekenland werd gegeven aan de gave of de kunst van de voorspelling
mantilla	noun	kanten Spaanse hoofdsluier
mantilla's	=	mantilla
mantisgarnalen	noun	Squillidae een familie van kreeftachtigen uit de klasse van de Malacostraca (Hogere kreeftachtigen)
mantisse	noun	decimale breuk van een logaritme
mantissen	=	mantisse
mantouxtest	noun	een test die meestal wordt gebruikt om een besmetting met tuberculosebacteriën vast te stellen
mantouxtesten	=	mantouxtest
mantouxtests	=	mantouxtest
mantra	noun	een gedicht, woord, uitspraak of een lettergreep die het midden houdt tussen een spreuk met magisch effect en een gebed
mantra's	=	mantra
mantuaans	adj	betreffende Mantua of afkomstig uit Mantua
mantuaanse	noun	vrouwelijke persoon uit Mantua
mantuaansen	=	mantuaanse
mantuaanser	=	mantuaans
mantuaansere	=	mantuaans
mantuaansers	=	mantuaans
mantuaanst	=	mantuaans
mantuaanste	=	mantuaans
manty	noun	nauwsluitende onderbroek voor mannen uit zeer dunne stof, die eindigt in twee lange, dunne kousen
manty's	=	manty
mantyhose	noun	panty voor mannen
mantyhoses	=	mantyhose
manuaal	noun	klavier van een orgel
manualen	=	manuaal
manueel	adj	van of met de handen
manueels	=	manueel
manueelst	=	manueel
manueelste	=	manueel
manuele	=	manueel
manueler	=	manueel
manuelere	=	manueel
manuelers	=	manueel
manufacturen	noun	producten gemaakt uit geweven katoen, linnen, wol of zijde Vóór de 20e eeuw werd ook het onzijdig enkelvoud manufactuur in de betekenis "product van een weverij" gebruikt.
manufacturenwinkel	noun	winkel voor handwerkbenodigdheden
manufacturenwinkels	=	manufacturenwinkel
manufacturenwinkeltje	=	manufacturenwinkel
manufacturenwinkeltjes	=	manufacturenwinkel
manufactuur	noun	op grotere schaal met de hand vervaardigen van producten door meer vakmensen in één werkplaats Deze productiewijze vormt een overgang tussen ambachtelijke en industriële productie als het gaat om arbeidsdeling, schaalvergroting en mechanisatie.
manuka	noun	Leptospermum scoparium een kleine boom of struik uit de mirtefamilie.
manuka's	=	manuka
manuren	=	manuur
manuscript	noun	met de hand geschreven stuk
manuscripten	=	manuscript
manuscriptje	=	manuscript
manuscriptjes	=	manuscript
manusdwergijsvogel	noun	Ceyx dispar een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
manusdwergijsvogels	=	manusdwergijsvogel
manusdwergijsvogeltje	=	manusdwergijsvogel
manusdwergijsvogeltjes	=	manusdwergijsvogel
manusje-van-alles	noun	iemand die bekwaam is in het doen van allerlei verschillende klusjes
manusjes-van-alles	=	manusje-van-alles
manuskerkuil	noun	Tyto manusi een endemische soort uit de familie van kerkuilen die (voorlopig) alleen werd waargenomen op het eiland Manus (behorende tot de Admiraliteitseilanden, Bismarck-archipel, Papoea-Nieuw-Guinea).
manuskerkuilen	=	manuskerkuil
manuskerkuiltje	=	manuskerkuil
manuskerkuiltjes	=	manuskerkuil
manuslederkop	noun	Philemon albitorques een zangvogel uit de familie van de honingeters.
manuslederkopje	=	manuslederkop
manuslederkopjes	=	manuslederkop
manuslederkoppen	=	manuslederkop
manusrupsvogel	noun	Coracina ingens een rupsvogel die endemisch is op de Admiraliteitseilanden (waaronder het eiland Manus).
manusrupsvogels	=	manusrupsvogel
manusrupsvogeltje	=	manusrupsvogel
manusrupsvogeltjes	=	manusrupsvogel
manusstruikkoekoek	noun	Cacomantis blandus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
manusstruikkoekoeken	=	manusstruikkoekoek
manusstruikkoekoekje	=	manusstruikkoekoek
manusstruikkoekoekjes	=	manusstruikkoekoek
manuswaaierstaart	noun	Rhipidura semirubra een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
manuswaaierstaarten	=	manuswaaierstaart
manuswaaierstaartje	=	manuswaaierstaart
manuswaaierstaartjes	=	manuswaaierstaart
manuur	noun	hoeveelheid werk die één persoon in één uur kan verrichten
manuurtje	=	manuur
manvolk	noun|informal	alle mannen in het algemeen
manwijf	noun	forse, ruwe, bazige vrouw
manwijven	=	manwijf
manx	adj	met betrekking tot het Manx
manx-gaelischtalig	adj	de Manx-Gaelische taal sprekend
manx-gaelischtalige	=	manx-gaelischtalig
manx-gaelischtaligs	=	manx-gaelischtalig
manxe	noun	een vrouwelijke inwoner van Man, of een vrouw afkomstig uit Man
manxen	=	manxe
manxkat	noun	bepaald ras van huiskatten geheel of vrijwel zonder staart
manxkatten	=	manxkat
manxman	noun	een inwoner van Man, of iemand afkomstig uit Man
manxmannen	=	manxman
manyarwever	noun	Ploceus manyar een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
manyarwevers	=	manyarwever
manyarwevertje	=	manyarwever
manyarwevertjes	=	manyarwever
manzanillabomen	=	manzanillaboom
manzanillaboom	noun	Hippomane mancinella een zeer giftige boom / struik in de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
manzanillaboompje	=	manzanillaboom
manzanillaboompjes	=	manzanillaboom
manziek	adj	te veel op mannen gesteld
manzieke	=	manziek
manzieker	=	manziek
manziekere	=	manziek
manziekers	=	manziek
manzieks	=	manziek
manziekst	=	manziek
manziekste	=	manziek
manziekte	noun	behoefte bij een vrouw aan veel seks met mannen, die het normaal sociaal functioneren verstoort
mao-remmer	noun	deze stof blokkeert de werking van monoamino-oxidase (MAO)
mao-remmers	=	mao-remmer
maori	noun	oorspronkelijke inwoner/inwoonster van Nieuw-Zeeland
maori's	=	maori
maoribelhoningvogel	noun	Anthornis melanura een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
maoribelhoningvogels	=	maoribelhoningvogel
maoribelhoningvogeltje	=	maoribelhoningvogel
maoribelhoningvogeltjes	=	maoribelhoningvogel
maorimangrovezanger	noun	Gerygone igata een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
maorimangrovezangers	=	maorimangrovezanger
maorimangrovezangertje	=	maorimangrovezanger
maorimangrovezangertjes	=	maorimangrovezanger
maorivliegenvanger	noun	Petroica macrocephala een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
maorivliegenvangers	=	maorivliegenvanger
maorivliegenvangertje	=	maorivliegenvanger
maorivliegenvangertjes	=	maorivliegenvanger
maoriwaaierstaart	noun	Rhipidura fuliginosa een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
maoriwaaierstaarten	=	maoriwaaierstaart
maoriwaaierstaartje	=	maoriwaaierstaart
maoriwaaierstaartjes	=	maoriwaaierstaart
maoïsme	noun	variant van het communisme zoals uitgedragen en toegepast in China gedurende het derde kwart van de 20e eeuw
maoïst	noun	communist die zich vooral heeft laten inspireren door Mao Zedong
maoïsten	=	maoïst
maoïsties	=	maoïstisch
maoïstisch	adj	met betrekking tot het maoïsme
maoïstische	=	maoïstisch
maoïstischer	=	maoïstisch
maoïstischere	=	maoïstisch
maoïstischers	=	maoïstisch
maoïstje	=	maoïst
map	noun	een stevig omhulsel voor papieren
mapa	noun	lange smalle doek waarmee de twee delen van de Torarol bijeengehouden worden
mapach	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
mapangpang	intj|slang	grove verwensing, vaak gebruikt in een scheldpartij of als reactie in een verhitte discussie
mapangpangs	=	mapangpang
mapiek	noun	punt in de letter hee die aangeeft dat de letter een medeklinker weergeeft
mapje	=	map
mapjes	=	map
mapnaam	noun	de naam van een map of directory
mapnaampje	=	mapnaam
mapnaampjes	=	mapnaam
mapnamen	=	mapnaam
mappen	=	map
mapudunguntalig	adj	Mapudungun sprekend
mapudunguntalige	=	mapudunguntalig
mapudunguntaligs	=	mapudunguntalig
maquette	noun	een driedimensionaal model op schaal
maquettes	=	maquette
maquettetje	=	maquette
maquettetjes	=	maquette
maquillage	noun	het maquilleren, het schminken
maquillages	=	maquillage
maquillagetje	=	maquillage
maquilleer	=	maquilleren
maquilleerde	=	maquilleren
maquilleerden	=	maquilleren
maquilleert	=	maquilleren
maquillere	=	maquilleren
maquilleren	verb	aanbrengen van make-up
maquillerend	=	maquilleren
maquillerende	=	maquilleren
maquis	noun	een biotoop met een vegetatie van mediterrane struiken
maquiszanger	noun	Scotocerca inquieta een kleine zangvogel die uiterlijk lijkt op de gestreepte prinia die echter niet behoort tot dezelfde familie, maar de enige soort is van de familie Scotocercidae
maquiszangers	=	maquiszanger
maquiszangertje	=	maquiszanger
maquiszangertjes	=	maquiszanger
mar	=	marren
mara	noun	Dolichotis patagonum een cavia-achtig knaagdier
mara's	noun	een geslacht Dolichotis van knaagdieren uit de familie van de cavia-achtigen (Caviidae)
maraan	noun	onder dwang tot het christendom bekeerde Spaanse jood
maraantje	=	maraan
maraatje	=	mara
maraatjes	=	mara
maraboe	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Leptoptilos uit de familie van de ooievaars Ciconiidae, voorkomend in in Azië en Afrika
maraboes	=	maraboe
maraboet	noun	geestelijk leidsman in Noordwest-Afrika; kan betrekking hebben op een aalmoezenier, een geestelijk leider van een gemeenschap, een geleerde, een leraar of een kluizenaar
maraboetje	=	maraboet
maraboetjes	=	maraboet
maraboets	=	maraboet
maracas	noun	een muziekinstrument uit de groep van idiofonen, of zelfklinkers
maracuja	noun	vrucht van het plantengeslacht Passiflora
maracuja's	=	maracuja
marailsjakohoen	noun	Penelope marail een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
marailsjakohoenderen	=	marailsjakohoen
marailsjakohoenders	=	marailsjakohoen
marailsjakohoendertje	=	marailsjakohoen
marailsjakohoendertjes	=	marailsjakohoen
maranen	=	maraan
maranjonkapucijnergors	noun	Arremon nigriceps een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
maranjonkapucijnergorsje	=	maranjonkapucijnergors
maranjonkapucijnergorsjes	=	maranjonkapucijnergors
maranjonkapucijnergorzen	=	maranjonkapucijnergors
maranjonmuggenvanger	noun	Polioptila maior een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
maranjonmuggenvangers	=	maranjonmuggenvanger
maranjonmuggenvangertje	=	maranjonmuggenvanger
maranjonmuggenvangertjes	=	maranjonmuggenvanger
maraskijn	noun	een bitterzoete, heldere likeur gemaakt op basis van de marascakers, een variëteit van de zure kers
marasquin	noun	soort kersenlikeur
marathitalig	adj	Marathi sprekend
marathitalige	=	marathitalig
marathitaligs	=	marathitalig
marathon	noun	een hardloopwedstrijd over 42,195 kilometer lengte
marathonloop	noun	hardloopwedstrijd over 42,195 km die gehouden wordt op de openbare weg
marathonloopster	noun	vrouw die meedoet aan hardloopwedstrijden over 42,195 kilometer
marathonloopsters	=	marathonloopster
marathonlopen	=	marathonloop
marathonloper	noun	hardloper die meedoet aan een of meer wegraces over lange afstanden
marathonlopers	=	marathonloper
marathonlopertje	=	marathonloper
marathonlopertjes	=	marathonloper
marathonnetje	=	marathon
marathonnetjes	=	marathon
marathons	=	marathon
marathonschaatsen	noun	het schaatsen van een grote afstand op een natuurijsbaan als wedstrijd
marathonschaatsende	=	marathonschaatsen
marathonschaatser	noun	schaatsenrijder die meedoet aan een of meer wedstrijden met minstens 5 gelijktijdig startende deelnemers over zeer lange afstanden
marathonschaatsers	=	marathonschaatser
marathontoerisme	noun	deelname aan hardloopwedstrijden over lange afstanden door deelnemers uit het buitenland die graag verschillende parkoersen willen afleggen
marathonuitzending	noun	een radio- of televisieuitzending die heel lang duurt
marathonuitzendingen	=	marathonuitzending
marathonuitzendinkje	=	marathonuitzending
marathonuitzendinkjes	=	marathonuitzending
marathonvoorstelling	noun	een theateruitvoering die zeer lang duurt
marathonvoorstellingen	=	marathonvoorstelling
marathonwedstrijd	noun	wedstrijd over een lange afstand
marathonwedstrijden	=	marathonwedstrijd
marathonwedstrijdje	=	marathonwedstrijd
marathonwedstrijdjes	=	marathonwedstrijd
marathonzitting	noun	buitengewoon langdurige vergadering
marathonzittingen	=	marathonzitting
maratuashamalijster	noun	Copsychus barbouri een in het wild uitgestorven zangvogel uit de familie van de vliegenvangers.
maratuashamalijsters	=	maratuashamalijster
maratuashamalijstertje	=	maratuashamalijster
maratuashamalijstertjes	=	maratuashamalijster
marañonlijster	noun	Turdus maranonicus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
marañonlijsters	=	marañonlijster
marañonlijstertje	=	marañonlijster
marañonlijstertjes	=	marañonlijster
marañonmaansluiper	noun	Melanopareia maranonica een zangvogel uit de familie Melanopareiidae.
marañonmaansluipers	=	marañonmaansluiper
marañonmaansluipertje	=	marañonmaansluiper
marañonmaansluipertjes	=	marañonmaansluiper
marañonschreeuwuil	noun	Megascops roboratus een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
marañonschreeuwuilen	=	marañonschreeuwuil
marañonschreeuwuiltje	=	marañonschreeuwuil
marañonschreeuwuiltjes	=	marañonschreeuwuil
marañonstekelstaart	noun	Synallaxis maranonica een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
marañonstekelstaarten	=	marañonstekelstaart
marañonstekelstaartje	=	marañonstekelstaart
marañonstekelstaartjes	=	marañonstekelstaart
marañonvliegenpikker	noun	Nesotriccus maranonicus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
marañonvliegenpikkers	=	marañonvliegenpikker
marañonvliegenpikkertje	=	marañonvliegenpikker
marañonvliegenpikkertjes	=	marañonvliegenpikker
marañonwinterkoning	noun	Pheugopedius sclateri een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
marañonwinterkoningen	=	marañonwinterkoning
marañonwinterkoninkje	=	marañonwinterkoning
marañonwinterkoninkjes	=	marañonwinterkoning
marbel	noun	balletje van hard materiaal, gebruikt door kinderen om ermee te knikkeren
marbels	=	marbel
marbriet	noun	ondoorzichtig hard glas, dat in plaats van het duurdere marmer kon worden gebruikt voor oppervlakken die bestand moesten zijn tegen zuren, vetten of intensief schoonmaken en dat vooral tijdens de art deco ook als verfraaiing werd toegepast
marburg	noun	een virussoort uit het geslacht Marburgvirus die de veroorzaker is van een ernstige en vaak dodelijke ziekte, die gepaard gaat met hevige bloedingen uit alle lichaamsopeningen
marburgvirus	noun	soorten uit het geslacht Marburgvirus, veroorzaker van een ernstige en vaak dodelijke ziekte, die gepaard gaat met hevige bloedingen.
marburgvirusje	=	marburgvirus
marburgvirusjes	=	marburgvirus
marburgvirussen	=	marburgvirus
marc	noun	een Franse eau de vie du vigneron van schillen en pitten met een alcoholpercentage van 50%
marcapatastekelstaart	noun	Cranioleuca marcapatae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
marcapatastekelstaarten	=	marcapatastekelstaart
marcapatastekelstaartje	=	marcapatastekelstaart
marcapatastekelstaartjes	=	marcapatastekelstaart
marcasiet	noun	een bleekbronsgeel tot tinwit ijzersulfide met de chemische formule FeS₂
marcasietje	=	marcasiet
marchand	noun	handelaar
marchandeer	=	marchanderen
marchandeerde	=	marchanderen
marchandeerden	=	marchanderen
marchandeert	=	marchanderen
marchandere	=	marchanderen
marchanderen	verb	onderhandelen over de voorwaarden of de prijs van een bepaalde zaak
marchanderend	=	marchanderen
marchanderende	=	marchanderen
marchands	=	marchand
marcheer	=	marcheren
marcheerde	=	marcheren
marcheerden	=	marcheren
marcheert	=	marcheren
marchere	=	marcheren
marcheren	verb	lopen in een georganiseerde en uniforme ritmische stoet
marcherend	=	marcheren
marcherende	=	marcheren
marchesjvan	noun	achtste maand van het joodse jaar, in oktober-november, tweede maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
marconiantenne	noun	monopoolantenne die bestaat uit één stralend element dat verticaal op het aardvlak is opgesteld
marconiantennes	=	marconiantenne
marconiantennetje	=	marconiantenne
marconiantennetjes	=	marconiantenne
marconist	noun	een persoon die is opgeleid in het zenden en ontvangen van morsecodesignalen
marconisten	=	marconist
marconistenhut	noun	kleine ruimte van waaruit met de radiocommunicatie of radiotelegrafie verzorgt
marconistenhutje	=	marconistenhut
marconistenhutjes	=	marconistenhut
marconistenhutten	=	marconistenhut
marconistje	=	marconist
marconistjes	=	marconist
marctje	=	marc
marctjes	=	marc
marde	=	marren
marden	=	marren
mare	noun|formal	gerucht
marechaussee	noun	lid van het korps Marechaussee
marechaussees	=	marechaussee
marechausseevereniging	noun	de Nederlandse militaire vakbond die opkomt voor de belangen van het personeel van de Koninklijke Marechaussee.
maregraaf	noun	een inrichting om de waterhoogte gedurende de getijdenbewegingen, te registreren
maregraafje	=	maregraaf
maregraafjes	=	maregraaf
maregrafen	=	maregraaf
maregram	noun	grafische registratie van de waterhoogte opgetekend door een maregraaf
maregrammen	=	maregram
maregrammetje	=	maregram
maregrammetjes	=	maregram
maren	=	mare
mares	=	mare
maretak	noun	bepaalde halfparasitische plantensoort die op bomen vooral vanaf Zuid-Limburg in zuidelijke richting voorkomt, Viscum album
maretakbloemwants	noun	Anthocoris visci een wants uit de familie van de bloemwantsen (Anthocoridae).
maretakbloemwantsen	=	maretakbloemwants
maretakbloemwantsje	=	maretakbloemwants
maretakbloemwantsjes	=	maretakbloemwants
maretakje	=	maretak
maretakjes	=	maretak
maretakken	=	maretak
maretakvliegenpikker	noun	Zimmerius parvus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
maretakvliegenpikkers	=	maretakvliegenpikker
maretakvliegenpikkertje	=	maretakvliegenpikker
maretakvliegenpikkertjes	=	maretakvliegenpikker
maretje	=	mare
maretjes	=	mare
marg	=	merg
margarine	noun	een vervangmiddel voor boter met de eigenschap van hoge houdbaarheid
margarinefabriek	noun	onderneming waar plantaardige vetten worden omgezet in een goed houdbare vervanger voor boter
margarinefabrieken	=	margarinefabriek
margarines	=	margarine
margarita	noun	cocktail van tequila, sinaasappellikeur en limoensap, gedronken uit een glas met een randje van zout
margarita's	=	margarita
margaritaatje	=	margarita
margaritaatjes	=	margarita
margay	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus wiedii, een kleine katachtige die tot de groep van de pardelkatten behoort.
margays	=	margay
margaytje	=	margay
margaytjes	=	margay
marge	noun	opengelaten ruimte aan de rand van een bladzijde
margedag	noun	dag waarop de scholen dicht zijn buiten de normale vakanties.
margedagen	=	margedag
margedagje	=	margedag
margedagjes	=	margedag
margedrukker	noun	traditioneel met loden zetsel werkende, ambachtelijke drukker
margedrukkers	=	margedrukker
margedrukkertje	=	margedrukker
margedrukkertjes	=	margedrukker
marges	=	marge
margetje	=	marge
margetjes	=	marge
marginaal	adj	aan de rand of de rand betreffend
marginaals	=	marginaal
marginaalst	=	marginaal
marginaalste	=	marginaal
marginaaltje	=	marginaal
marginale	=	marginaal
marginalen	=	marginaal
marginaler	=	marginaal
marginalere	=	marginaal
marginalers	=	marginaal
marginalia	noun	kanttekeningen
marginalisatie	noun	van een groep dat deze niet behoort tot de dominante meerderheid terwijl ook de onderlinge samenhang beperkt is
marginalisaties	=	marginalisatie
marginaliseer	=	marginaliseren
marginaliseerde	=	marginaliseren
marginaliseerden	=	marginaliseren
marginaliseert	=	marginaliseren
marginalisere	=	marginaliseren
marginaliseren	verb	zorgen dat iets of iemand van minder belang wordt; iets of iemand buitensluiten
marginaliserend	=	marginaliseren
marginaliserende	=	marginaliseren
marginaliteit	noun	de onbelangrijke en machteloze (rafel)rand van de samenleving
marginaliteiten	=	marginaliteit
margriet	noun	een geslacht Leucanthemum uit de composietenfamilie (Asteraceae).
margrietboorvlieg	noun	Oxyna nebulosa een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
margrietboorvliegen	=	margrietboorvlieg
margrietboorvliegje	=	margrietboorvlieg
margrietboorvliegjes	=	margrietboorvlieg
margrieten	=	margriet
margrietje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort zeeanemoon, Actinothoe sphyrodeta uit de familie Sagartiidae, voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Philip Henry Gosse in 1858
margrietjes	noun	een geslacht Pionus van vogels uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
margrietnetwants	noun	Catoplatus fabricii een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
margrietnetwantsen	=	margrietnetwants
margrietnetwantsje	=	margrietnetwants
margrietnetwantsjes	=	margrietnetwants
margrietooglapmot	noun	Bucculatrix nigricomella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
margrietooglapmotje	=	margrietooglapmot
margrietooglapmotjes	=	margrietooglapmot
margrietooglapmotten	=	margrietooglapmot
margrietwortelmot	noun	Dichrorampha acuminatana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
margrietwortelmotje	=	margrietwortelmot
margrietwortelmotjes	=	margrietwortelmot
margrietwortelmotten	=	margrietwortelmot
maria-amazone	noun	Amazona tresmariae een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
maria-amazonen	=	maria-amazone
maria-amazones	=	maria-amazone
maria-amazonetje	=	maria-amazone
maria-amazonetjes	=	maria-amazone
maria-boodschap	noun	het hoogfeest ter gedachtenis van de aankondiging (annunciatie) van de geboorte van Jezus aan Maria.
maria-geboorte	noun	een Mariafeest in de rooms-katholieke en de orthodoxe Kerk, dat jaarlijks wordt gevierd op 8 september
maria-geboorten	=	maria-geboorte
maria-geboortes	=	maria-geboorte
maria-hemelvaart	noun	katholieke feestdag waarop de opneming van Maria in de hemel "met lichaam en ziel" wordt herdacht en gevierd
maria-hemelvaarten	=	maria-hemelvaart
maria-lichtmis	noun	rooms-katholiek feest op 2 februari, waarbij de opdracht van Jezus in de tempel en de reiniging van Maria herdacht worden
maria-lichtmissen	=	maria-lichtmis
maria-onbevlekte-ontvangenis	noun	rooms-katholiek feest op 8 december, waarbij herdacht wordt dat Maria zonder erfzonde geboren is
maria-onbevlekte-ontvangenissen	=	maria-onbevlekte-ontvangenis
maria-tenhemelopneming	noun	rooms-katholiek feest op 15 augustus, waarop Maria's opneming in de hemel gevierd wordt
mariaal	noun	boekwerk met verhalen over de heilige maagd Maria de moeder van God	adj	betrekking hebbend op de maagd Maria de moeder van Jezus Christus
mariaals	=	mariaal
mariaalst	=	mariaal
mariaalste	=	mariaal
mariaan	noun	een inwoner van de Noordelijke Marianen, of iemand afkomstig uit de Noordelijke Marianen
mariaans	adj	op de Noordelijke Marianen betrekking hebbend
mariaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Noordelijke Marianen, of een vrouw afkomstig uit de Noordelijke Marianen
mariaansen	=	mariaanse
mariaanser	=	mariaans
mariaansere	=	mariaans
mariaansers	=	mariaans
mariaanst	=	mariaans
mariaanste	=	mariaans
mariabeeld	noun	een beeldhouwerk dat de moeder van Jezus voorstelt
mariabeelden	=	mariabeeld
mariabeeldje	noun	snoepje in de vorm van een figuurtje dat Onze-Lieve-Vrouw voorstelt
mariabeeldjes	=	mariabeeldje
mariabiscuit	noun	droog, zoet koekje van dubbel gebakken tarwebloem, dat bij koffie of thee kan worden geserveerd
mariabiscuitje	=	mariabiscuit
mariabiscuitjes	=	mariabiscuit
mariabiscuits	=	mariabiscuit
mariachi	noun	een Mexicaans (straat)orkest bestaande uit minstens twee violen, twee trompetten, gitaar of vihuela, gitarron en zangers
mariachi's	=	mariachi
mariadistel	noun	Silybum marianum een een- of tweejarige plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
mariadistels	=	mariadistel
mariadisteltje	=	mariadistel
mariadisteltjes	=	mariadistel
mariaheiligdom	noun	plaats of gebouw gewijd aan Maria
mariaheiligdommen	=	mariaheiligdom
mariakapel	noun	kapel met een Mariabeeld
mariakapellen	=	mariakapel
mariakapelletje	=	mariakapel
mariakapelletjes	=	mariakapel
mariakolibrie	noun	Cynanthus lawrencei een vogel uit de familie Trochilidae en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
mariakolibries	=	mariakolibrie
mariakolibrietje	=	mariakolibrie
mariakolibrietjes	=	mariakolibrie
mariale	=	mariaal
marialen	=	mariaal
marialer	=	mariaal
marialere	=	mariaal
marialers	=	mariaal
marianen	=	mariaan
marianenboshoen	noun	Megapodius laperouse een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
marianenboshoenderen	=	marianenboshoen
marianenboshoenders	=	marianenboshoen
marianenboshoendertje	=	marianenboshoen
marianenboshoendertjes	=	marianenboshoen
marianenbrilvogel	noun	Zosterops conspicillatus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
marianenbrilvogels	=	marianenbrilvogel
marianenbrilvogeltje	=	marianenbrilvogel
marianenbrilvogeltjes	=	marianenbrilvogel
marianenijsvogel	noun	Todiramphus albicilla een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
marianenijsvogels	=	marianenijsvogel
marianenijsvogeltje	=	marianenijsvogel
marianenijsvogeltjes	=	marianenijsvogel
marianenjufferduif	noun	Ptilinopus roseicapilla een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
marianenjufferduifje	=	marianenjufferduif
marianenjufferduifjes	=	marianenjufferduif
marianenjufferduiven	=	marianenjufferduif
marianenkraai	noun	Corvus kubaryi een vogel uit de familie van de kraaien.
marianenkraaien	=	marianenkraai
marianenkraaitje	=	marianenkraai
marianenkraaitjes	=	marianenkraai
marianenpatrijsduif	noun	Pampusana xanthonura een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana (eerder ook wel: Alopecoenas).
marianenpatrijsduifje	=	marianenpatrijsduif
marianenpatrijsduifjes	=	marianenpatrijsduif
marianenpatrijsduiven	=	marianenpatrijsduif
marianensalangaan	noun	Aerodramus bartschi een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
marianensalangaantje	=	marianensalangaan
marianensalangaantjes	=	marianensalangaan
marianensalanganen	=	marianensalangaan
marianenwaaierstaart	noun	Rhipidura versicolor een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
marianenwaaierstaarten	=	marianenwaaierstaart
marianenwaaierstaartje	=	marianenwaaierstaart
marianenwaaierstaartjes	=	marianenwaaierstaart
mariannebrilvogel	noun	Zosterops semiflavus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
mariannebrilvogels	=	mariannebrilvogel
mariannebrilvogeltje	=	mariannebrilvogel
mariannebrilvogeltjes	=	mariannebrilvogel
maribomba	noun	Polistes myersi een vliesvleugelig insect uit de familie van de plooivleugelwespen (Vespidae).
maribomba's	=	maribomba
marico	noun	water
marico's	=	marico
maricohoningzuiger	noun	Cinnyris mariquensis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
maricohoningzuigers	=	maricohoningzuiger
maricohoningzuigertje	=	maricohoningzuiger
maricohoningzuigertjes	=	maricohoningzuiger
maricovliegenvanger	noun	Melaenornis mariquensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
maricovliegenvangers	=	maricovliegenvanger
maricovliegenvangertje	=	maricovliegenvanger
maricovliegenvangertjes	=	maricovliegenvanger
marien	adj	in of bij de zee voorkomend of daardoor gevormd
mariene	=	marien
mariener	=	marien
marienere	=	marien
marieners	=	marien
mariens	=	marien
marienst	=	marien
marienste	=	marien
marifonen	noun	marifoons, minder gebruikelijke meervoudsvorm van marifoon
marifoon	noun	mobilofoon voor gebruik te water
marifoons	=	marifoon
marifoontje	=	marifoon
marifoontjes	=	marifoon
marihuana	noun	chemische stof gemaakt van de bloemtoppen of zaaddoosjes van de vrouwelijke, onbevruchte hennepplant Cannabis sativa (variëteit indica) die een hoog gehalte van de stof THC bevat en kan worden gebruikt als medicijn of genotmiddel
marimba	noun	een zeer grote houten xylofoon uit Guatemala met onder elke toets een resonator van houtsnijwerk
marimba's	=	marimba
marimbaatje	=	marimba
marimbaatjes	=	marimba
marimbaspeler	noun	iemand die marimba speelt
marimbaspelers	=	marimbaspeler
marimbaspelertje	=	marimbaspeler
marimbaspelertjes	=	marimbaspeler
marina	noun	een beetje ordinair meisje
marina's	=	marina
marinaatje	=	marina
marinaatjes	=	marina
marinade	noun	Een kruidig vloeistofmengsel waarin men de etenswaren (vis, vlees etc.) legt waarna dit enige tijd moet inwerken
marinades	=	marinade
marine	noun	strijdmacht die voor oorlogvoering op zee kan worden ingezet, zeemacht	adj	de kleur marineblauw, donkerblauw hebbend
marineattaché	noun	ambtenaar die aan een diplomatieke missie is toegevoegd om zaken die betrekking hebben op de marine te behartigen
marineattachés	=	marineattaché
marinebases	=	marinebasis
marinebasis	noun	steunpunt voor de marine dat wordt gebruikt om marineschepen of onderzeeboten te stationeren
marinebasisje	=	marinebasis
marinebasisjes	=	marinebasis
marinebasissen	=	marinebasis
marinebiologen	=	marinebioloog
marinebioloog	noun	een bioloog die zich bezig houdt met leven in de zeeën en oceanen
marinebioloogje	=	marinebioloog
marinebioloogjes	=	marinebioloog
marineblauw	noun	een bepaalde kleur donkerblauw	adj	de kleur marineblauw hebbend
marineblauwe	=	marineblauw
marineblauwen	=	marineblauw
marineblauwer	=	marineblauw
marineblauwere	=	marineblauw
marineblauwers	=	marineblauw
marineblauws	=	marineblauw
marineblauwst	=	marineblauw
marineblauwste	=	marineblauw
marinecadet	noun	adelborst
marinecadetje	=	marinecadet
marinecadetjes	=	marinecadet
marinecadets	=	marinecadet
marinecadetten	=	marinecadet
marineer	=	marineren
marineerde	=	marineren
marineerden	=	marineren
marineert	=	marineren
marinehaven	noun	haven voor een oorlogsvloot
marinehavens	=	marinehaven
marinehaventje	=	marinehaven
marinehaventjes	=	marinehaven
marinehelikopter	noun	hefschroefvliegtuig dat in gebruik is bij de zeemacht
marinehelikopters	=	marinehelikopter
marineleiding	noun	het hoogste bestuurlijke en operationele gezag van de marine (in Nederland de Koninklijke Marine).
marineleidingen	=	marineleiding
marineleidinkje	=	marineleiding
marineleidinkjes	=	marineleiding
marinelieden	=	marineman
marinelui	=	marineman
marineman	noun	militair op een oorlogsschip
marinemannen	=	marineman
marinemannetje	=	marineman
marinemannetjes	=	marineman
marineofficier	noun	bevelvoerder van de vloot
marineofficieren	=	marineofficier
marineofficiers	=	marineofficier
marinere	=	marineren
marineren	verb	in een marinade van azijn of wijn en kruiden leggen van sommige vlees en vissoorten alvorens verder te bewerken
marinerend	=	marineren
marinerende	=	marineren
marinereservist	noun	iemand die opgeroepen kan worden voor actieve dienst binnen de zeemacht
marinereservisten	=	marinereservist
marines	=	marine
marinescheepje	=	marineschip
marinescheepjes	=	marineschip
marineschepen	=	marineschip
marineschip	noun	schip dat deel uitmaakt van de marine en gebruikt kan worden in een oorlog
marinespion	noun	persoon die vertrouwelijke informatie vergaart over de vloot van een ander land
marinespionnen	=	marinespion
marinespionnetje	=	marinespion
marinespionnetjes	=	marinespion
marinestaf	noun	leiding van de zeemacht
marinetje	=	marine
marinewerf	noun	plaats waar oorlogsschepen worden gebouwd en onderhouden
marinewerven	=	marinewerf
marinier	noun	lid van een militaire eenheid, vaak onderdeel van de marine, bestaande uit goed getrainde, gespecialiseerde infanteristen
mariniers	=	marinier
mariniersbataljon	noun	zelfstandig functionerende eenheid van mariniers
mariniersbataljons	=	mariniersbataljon
mariniertje	=	marinier
marinisme	noun	gezwollen, gekunstelde stijl die streefde naar verrassende effecten en oorspronkelijkheid
marionet	noun	pop die hangt aan een aantal draden en daarmee bespeeld kan worden
marionetje	=	marionet
marionetjes	=	marionet
marionetten	=	marionet
marionettenpop	noun	pop die met draden of touwtjes van bovenaf wordt bewogen, vaak met een kruishout, en wordt in figuurlijke zin gebruikt voor een willoos werktuig dat zich door anderen laat leiden, zonder eigen wil
marionettenpopje	=	marionettenpop
marionettenpopjes	=	marionettenpop
marionettenpoppen	=	marionettenpop
marionettenpoppetje	=	marionettenpop
marionettenpoppetjes	=	marionettenpop
marionettenregime	noun	landsbestuur met een schijnbare zelfstandigheid dat feitelijk handelt naar de instructies van een ander land
marionettenregimes	=	marionettenregime
marionettentheater	noun	poppenkastvoorstelling met poppen die bewogen worden door middel van draadjes aan armen, benen en of andere lichaamsdelen
marionettentheaters	=	marionettentheater
marionettentheatertje	=	marionettentheater
marionettentheatertjes	=	marionettentheater
maripa	noun	gele ovale vrucht van de maripapalm
maripa's	=	maripa
maripabomen	=	maripaboom
maripaboom	noun	Attalea maripa soort palmboom
maripaboompje	=	maripaboom
maripaboompjes	=	maripaboom
maripaolie	noun	vettige vloeistof gemaakt van de zaden van de de marapiaboom
maripaolies	=	maripaolie
maripaoliën	=	maripaolie
maritaal	adj	met betrekking tot de echtgenoot
maritaals	=	maritaal
maritaalst	=	maritaal
maritaalste	=	maritaal
maritale	=	maritaal
maritaler	=	maritaal
maritalere	=	maritaal
maritalers	=	maritaal
maritiem	adj	betreffende de zeevaart.
maritieme	=	maritiem
maritiemer	=	maritiem
maritiemere	=	maritiem
maritiemers	=	maritiem
maritiems	=	maritiem
maritiemst	=	maritiem
maritiemste	=	maritiem
mariëtteklokje	noun	Campanula medium een tweejarige, kruidachtige plant uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
mariëtteklokjes	=	mariëtteklokje
marjolein	noun	benaming voor planten uit het geslacht Origanum dat circa twintig soorten omvat
marjoleinbekje	noun	Chaenorhinum origanifolium een kruidachtige plant die voornamelijk in het westelijk Middellandse Zeegebied voorkomt.
marjoleinbekjes	=	marjoleinbekje
marjoleinmijt	noun	Aceria labiatiflorae een galmijt uit de familie Eriophyidae.
marjoleinmijten	=	marjoleinmijt
marjoleinmijtje	=	marjoleinmijt
marjoleinmijtjes	=	marjoleinmijt
marjoleintje	=	marjolein
marjoleintjes	=	marjolein
marjoleinvedermot	noun	Merrifieldia baliodactylus een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
marjoleinvedermotje	=	marjoleinvedermot
marjoleinvedermotjes	=	marjoleinvedermot
marjoleinvedermotten	=	marjoleinvedermot
mark	noun	een leen dat grensde aan het gebied van een ander rijk, meestal bestuurd door een markgraaf of markies
markant	adj	opvallend, frappant, opmerkelijk
markante	=	markant
markanter	=	markant
markantere	=	markant
markanters	=	markant
markants	=	markant
markantst	=	markant
markantste	=	markant
markeer	=	markeren
markeerde	=	markeren
markeerden	=	markeren
markeerpaal	noun	paal die deel is van een markering
markeerpalen	=	markeerpaal
markeerstift	noun	een viltstift waarmee men stukken tekst aan de hand van kleuren doet opvallen
markeerstiften	=	markeerstift
markeerstiftje	=	markeerstift
markeerstiftjes	=	markeerstift
markeert	=	markeren
marken	=	mark
marker	noun	een markeerstift die doorzichtige fluorescerende inkt bevat die erg opvalt
markere	=	markeren
markeren	verb	het afbakenen van een grens
markerend	=	markeren
markerende	=	markeren
markering	noun	middel om iets te doen opvallen of aan te geven
markeringen	=	markering
markeringsboei	noun	drijvend voorwerp dat dicht bij een scheepswrak is verankerd, zodat schepen eromheen kunnen varen
markeringsboeien	=	markeringsboei
markerinkje	=	markering
markerinkjes	=	markering
markers	=	marker
markertje	=	marker
markertjes	=	marker
market	=	marketen
markete	=	marketen
marketeer	noun	medewerker die zich bezighoud met de verkoop, het aanprijzen van producten van een bedrijf en het onderzoeken van de behoeften van de consumenten
marketeers	=	marketeer
marketen	verb	actief en planmatig proberen een product onder de aandacht van consumenten te brengen en te verkopen
marketend	=	marketen
marketende	=	marketen
marketentster	noun	vrouw die met een leger meetrok en aan militairen voedingsmiddelen verkocht
marketentsters	=	marketentster
marketentstertje	=	marketentster
marketentstertjes	=	marketentster
marketing	noun	het opstellen van plannen voor de vergroting of de handhaving van de afzet
marketingactie	noun	een gerichte en geplande activiteit om de verkoop te stimuleren, merkbekendheid te vergroten of een ander marketingdoel te bereiken
marketingacties	=	marketingactie
marketingactietje	=	marketingactie
marketingactietjes	=	marketingactie
marketingafdeling	noun	deel van een organisatie die zorgt voor de promotie van de producten van die organisatie
marketingafdelingen	=	marketingafdeling
marketingbeleid	noun	strategie hoe men zich richt op de (potentiële) klanten van een bedrijf
marketingbudget	noun	de hoeveelheid geld die men kan besteden aan reclame doeleinden
marketingbudgets	=	marketingbudget
marketingbudgetten	=	marketingbudget
marketingbureau	noun	een bedrijf dat in opdracht van derden reclame-uitingen of zelfs hele reclamecampagnes ontwikkelt, uitvoert of laat uitvoeren
marketingbureaus	=	marketingbureau
marketingkost	noun|obsolete	uitgaven die men maakt om iets aan de man te brengen
marketingkosten	noun	uitgaven die men maakt om iets aan de man te brengen
marketingman	noun	persoon die marktanalyses verricht; promotor van een bedrijf of organisatie; iemand die de verkoop van producten of diensten van een bedrijf stimuleert
marketingmanager	noun	hoofd marketing
marketingmanagers	=	marketingmanager
marketingmanagertje	=	marketingmanager
marketingmanagertjes	=	marketingmanager
marketingmannen	=	marketingman
marketingmannetje	=	marketingman
marketingmannetjes	=	marketingman
marketingmix	noun	de combinatie van instrumenten die een organisatie kan gebruiken voor haar marketingstrategie (4P's): product, prijs, plaats, promotie
marketingmixen	=	marketingmix
marketingorganisatie	noun	bedrijf dat voor een ander bedrijf verkoop bevorderende activiteiten organiseert
marketingorganisaties	=	marketingorganisatie
marketingprobleem	noun	problemen met het verkopen van diensten of producten van een bedrijf
marketingproblemen	=	marketingprobleem
marketingtechnisch	adj	vanuit het oogpunt van de marketing, reclame en promotie
marketingtechnische	=	marketingtechnisch
marketingtechnischer	=	marketingtechnisch
marketingtechnischere	=	marketingtechnisch
marketingtechnischers	=	marketingtechnisch
marketingtruc	noun	een slimme manier om een product onder de aandacht te brengen
marketingtrucje	=	marketingtruc
marketingtrucjes	=	marketingtruc
marketingtrucs	=	marketingtruc
marketingtruken	=	marketingtruc
marketmaker	noun	beroepshandelaar op de optiebeurs
marketmakers	=	marketmaker
marketplace	noun	internetsite die functioneert als platform voor meerdere verkopers
marketplaces	=	marketplace
markette	=	marketen
marketten	=	marketen
markgraaf	noun	markies, één graad hoger dan de gewone graaf
markgraafje	=	markgraaf
markgraafjes	=	markgraaf
markgraafschap	noun	graafschap dat aan de landgrens ligt
markgraafschapje	=	markgraafschap
markgrafelijk	adj	betrekking hebbend op een markgraaf
markgrafelijke	=	markgrafelijk
markgrafelijker	=	markgrafelijk
markgrafelijkere	=	markgrafelijk
markgrafelijkers	=	markgrafelijk
markgrafelijks	=	markgrafelijk
markgrafelijkst	=	markgrafelijk
markgrafelijkste	=	markgrafelijk
markgraven	=	markgraaf
markgravin	noun	vrouwelijke vorm van markgraaf
markgravinnen	=	markgravin
markgravinnetje	=	markgravin
markgravinnetjes	=	markgravin
markies	noun	adellijke titel, lager dan een hertog maar hoger dan een graaf
markiesje	=	markies
markiesjes	=	markies
markiezaat	=	markizaat
markiezen	=	markies
markiezenijsvogel	noun	Todiramphus godeffroyi een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
markiezenijsvogels	=	markiezenijsvogel
markiezenijsvogeltje	=	markiezenijsvogel
markiezenijsvogeltjes	=	markiezenijsvogel
markiezenmonarch	noun	Pomarea mendozae een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
markiezenmonarchen	=	markiezenmonarch
markiezenmonarchje	=	markiezenmonarch
markiezenmonarchjes	=	markiezenmonarch
markiezenmuskaatduif	noun	Ducula galeata een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
markiezenmuskaatduifje	=	markiezenmuskaatduif
markiezenmuskaatduifjes	=	markiezenmuskaatduif
markiezenmuskaatduiven	=	markiezenmuskaatduif
markiezenpatrijsduif	noun	Pampusana rubescens een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana.
markiezenpatrijsduifje	=	markiezenpatrijsduif
markiezenpatrijsduifjes	=	markiezenpatrijsduif
markiezenpatrijsduiven	=	markiezenpatrijsduif
markiezenpurperkoet	noun	Porphyrio paepae een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen (Rallidae).
markiezenpurperkoeten	=	markiezenpurperkoet
markiezenpurperkoetje	=	markiezenpurperkoet
markiezenpurperkoetjes	=	markiezenpurperkoet
markiezensalangaan	noun	Aerodramus ocistus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
markiezensalangaantje	=	markiezensalangaan
markiezensalangaantjes	=	markiezensalangaan
markiezensalanganen	=	markiezensalangaan
markiezin	noun	de vrouw van een markies
markiezinnen	=	markiezin
markiezinnetje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vis, Dascyllus aruanus uit de familie van de rifbaarzen en koraaljuffertjes (Pomacentridae); de wetenschappelijke naam van de soort werd als Chaetodon aruanus in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus
markiezinnetjes	=	markiezin
markizaat	noun	grondgebied van een markies of markgraaf
markizaten	=	markizaat
markje	=	mark
markjes	=	mark
markovketen	verb	een matrix die een systeem beschrijft dat zich door een aantal toestanden beweegt en stapsgewijs overgangen vertoont van de ene naar een andere (of dezelfde) toestand.
marksisme	=	marxisme
marksisties	=	marxistisch
markt	noun	plein of straat waar handelaren hun waar (3) aan de klanten verkopen
marktaanbidding	noun	het schier religieuze geloof dat een vrije markt de oplossing van alle economische problemen beter aankan naarmate er minder overheidsinvloed is
marktaanbiddingen	=	marktaanbidding
marktaanbiddinkje	=	marktaanbidding
marktaanbiddinkjes	=	marktaanbidding
marktaanbod	noun	totale hoeveelheid goederen of diensten die alle producenten of aanbieders in een bepaalde markt op een bepaald moment bereid zijn te verkopen tegen een specifieke prijs7
marktaandeel	noun	aandeel van een merk, producent of land in de totale afzet van een bepaalde soort van producten
marktaandeeltje	=	marktaandeel
marktaandeeltjes	=	marktaandeel
marktaandelen	=	marktaandeel
marktadoratie	noun	aanbidding van de vrije markt
marktadoraties	=	marktadoratie
marktanalist	noun	iemand die aan marktanalyse doet
marktanalisten	=	marktanalist
marktanalyse	noun	wetenschappelijk onderzoek naar de factoren die vraag en aanbod op een bepaalde markt bepalen
marktanalysen	=	marktanalyse
marktanalyses	=	marktanalyse
marktbericht	noun	bericht over de prijs van producten
marktberichten	=	marktbericht
marktbeweging	noun	het economische principe waarbij prijzen en beschikbaarheid van producten en diensten veranderen door de interactie tussen vraag en aanbod.
marktbewegingen	=	marktbeweging
marktbeweginkje	=	marktbeweging
marktbeweginkjes	=	marktbeweging
marktbond	noun	vakbond van werknemers in het particulier bedrijfsleven
marktbonden	=	marktbond
marktbondje	=	marktbond
marktbondjes	=	marktbond
marktconform	adj	in overeenstemming met de markt
marktconforme	=	marktconform
marktconformer	=	marktconform
marktconformere	=	marktconform
marktconformers	=	marktconform
marktconforms	=	marktconform
marktconformst	=	marktconform
marktconformste	=	marktconform
marktdag	noun	dag waarop markt gehouden wordt
marktdagen	=	marktdag
marktdagje	=	marktdag
marktdagjes	=	marktdag
marktdenken	noun	overtuiging dat de hele samenleving wordt beheerst door de economische wetten van vraag en aanbod
marktdominantie	noun	het hebben van een monopolie op een bepaald deel van de economie
markteconomie	noun	economisch systeem dat werkt volgens de wetten van vraag en aanbod
markteconomieën	=	markteconomie
markteconomisch	adj	betreffende een economisch stelsel waarin prijzen, productie en distributie van goederen en diensten primair worden bepaald door het vrije spel van vraag en aanbod, met minimale overheidsbemoeienis
markteconomische	=	markteconomisch
markteconomischer	=	markteconomisch
markteconomischere	=	markteconomisch
markteconomischers	=	markteconomisch
markten	=	markt
marktevenwicht	noun	evenwicht tussen vraag en aanbod
marktevenwichten	=	marktevenwicht
marktfalen	noun	het tekortschieten van de werking tussen vraag en aanbod.
marktfundamentalisme	noun	opvatting dat marktwerking op alle terreinen, dus ook op het terrein van openbare diensten als de gezondheidszorg, het openbaar vervoer etc. het leidende principe moet zijn en interventie van de overheid bij de prijsvorming e.d. tot een minimum moet worden teruggebracht
marktgedrag	noun	manier van optreden door deelnemers op de markt die van invloed is op de prijsvorming
marktgedreven	adj	gericht op het bevredigen van de marktvraag
marktgedrevener	=	marktgedreven
marktgedreveners	=	marktgedreven
marktgedrevens	=	marktgedreven
marktgedrevenst	=	marktgedreven
marktgedrevenste	=	marktgedreven
marktgeld	noun	heffing die men moet betalen voor een standplaats op de markt
marktgelden	=	marktgeld
marktgemiddelde	noun	gemiddelde omzetontwikkeling, winstontwikkeling, koersontwikkeling e.d. van de organisaties die in een bepaalde markt opereren
marktgemiddelden	=	marktgemiddelde
marktgemiddeldes	=	marktgemiddelde
marktgericht	adj	zich richtend op wat de consument vraagt
marktgerichte	=	marktgericht
marktgerichter	=	marktgericht
marktgerichtere	=	marktgericht
marktgerichters	=	marktgericht
marktgerichts	=	marktgericht
marktgerichtst	=	marktgericht
marktgerichtste	=	marktgericht
marktgeschreeuw	noun	het luide geluid dat marktkooplieden maken om hun waren aan te prijzen
marktgevoelig	adj	gevoelig voor veranderingen in vraag en aanbod
marktgevoelige	=	marktgevoelig
marktgevoeliger	=	marktgevoelig
marktgevoeligere	=	marktgevoelig
marktgevoeligers	=	marktgevoelig
marktgevoeligs	=	marktgevoelig
marktgevoeligst	=	marktgevoelig
marktgevoeligste	=	marktgevoelig
markthal	noun	overdekte markt soms in een rondom afgesloten gebouw
markthallen	=	markthal
markthalletje	=	markthal
markthalletjes	=	markthal
marktideologie	noun	ideologie van de marktwerking
marktideologietje	=	marktideologie
marktideologietjes	=	marktideologie
marktideologieën	=	marktideologie
marktindex	noun	beursindex
marktindexen	=	marktindex
marktindexje	=	marktindex
marktindexjes	=	marktindex
marktindices	=	marktindex
marktintroductie	noun	het op de markt brengen van een product of dienst
marktintroducties	=	marktintroductie
marktintroductietje	=	marktintroductie
marktintroductietjes	=	marktintroductie
marktje	=	markt
marktjes	=	markt
marktkapitalisatie	noun	de totale waarde van de aandelen van een bedrijf volgens de beurskoers, berekend door het aantal aandelen te vermenigvuldigen met die koers
marktkapitalisaties	=	marktkapitalisatie
marktkapitalisme	noun	economisch stelsel waarbij particulieren en ondernemers de productiemiddelen in handen hebben
marktkooplieden	=	marktkoopman
marktkooplui	=	marktkoopman
marktkoopman	noun	Man die zijn waren verkoopt op de markt.
marktkoopmannen	=	marktkoopman
marktkoopmannetje	=	marktkoopman
marktkoopmannetjes	=	marktkoopman
marktkraam	noun	tent, uitstalling, stalletje op de markt
marktkraampje	=	marktkraam
marktkraampjes	=	marktkraam
marktkramen	=	marktkraam
marktkramer	noun	iemand die zijn goederen aanbiedt in een kraam op een markt
marktkramers	=	marktkramer
marktleider	noun	de organisatie die de markt aanvoert in een bepaald marktsegment
marktleiders	=	marktleider
marktleidertje	=	marktleider
marktleidertjes	=	marktleider
marktliberalisme	noun	klassiek liberalisme
marktmacht	noun	de mate waarin een deelnemer aan de markt zich onafhankelijk van de andere marktspelers kan gedragen
marktmachten	=	marktmacht
marktmaker	noun	persoon die optreedt als beurshandelaar
marktmakers	=	marktmaker
marktmanipulatie	noun	manipulatie (van vraag een aanbod) meestal op een niet toegestane wijze
marktmanipulaties	=	marktmanipulatie
marktmechanisme	noun	samenstelling en werking van de markt
marktmechanismen	=	marktmechanisme
marktmechanismes	=	marktmechanisme
marktmeester	noun	een opzichter van de markt
marktmeesters	=	marktmeester
marktmeestertje	=	marktmeester
marktmeestertjes	=	marktmeester
marktmisbruik	noun	gedrag waarbij misbruik van de financiële markten wordt gemaakt.
marktniche	noun	een product- of dienstenaanbod dat zich richt op het bedienen van een zeer specifiek segment van consumenten met unieke kenmerken
marktniches	=	marktniche
marktnotering	noun	marktprijs van goederen op een bepaalde plaats en dag
marktnoteringen	=	marktnotering
marktnoterinkje	=	marktnotering
marktnoterinkjes	=	marktnotering
marktonderzoek	noun	een wetenschappelijk onderzoek naar de factoren die vraag en aanbod bepalen op een bepaalde markt
marktonderzoekbureau	noun	een bedrijf dat marktonderzoek doet voor andere bedrijven
marktonderzoekbureaus	=	marktonderzoekbureau
marktonderzoekbureautje	=	marktonderzoekbureau
marktonderzoekbureautjes	=	marktonderzoekbureau
marktonderzoeken	=	marktonderzoek
marktonderzoeker	noun	bedrijf of persoon die onderzoek doen naar de vraag naar bepaalde producten of diensten
marktonderzoekers	=	marktonderzoeker
marktonderzoekje	=	marktonderzoek
marktonderzoekjes	=	marktonderzoek
marktonderzoeksbureau	noun	een bedrijf dat marktonderzoek doet voor andere bedrijven
marktonderzoeksbureaus	=	marktonderzoeksbureau
marktonderzoeksbureautje	=	marktonderzoeksbureau
marktonderzoeksbureautjes	=	marktonderzoeksbureau
marktpartij	noun	een van de 'spelers' (vooral ondernemingen) die op een bepaalde markt opereren
marktpartijen	=	marktpartij
marktpartijtje	=	marktpartij
marktpartijtjes	=	marktpartij
marktplaats	noun	de locatie waar kopers en verkopers samenkomen in een stad
marktplaatsen	=	marktplaats
marktplaatsje	=	marktplaats
marktplaatsjes	=	marktplaats
marktplein	noun	plein waar de markt wordt of werd gehouden
marktpleinen	=	marktplein
marktpleintje	=	marktplein
marktpleintjes	=	marktplein
marktpositie	noun	de plaats die een bepaald bedrijf heeft op de markt
marktposities	=	marktpositie
marktpositietje	=	marktpositie
marktprijs	noun	prijs waarvoor men goederen op de markt kan kopen en verkopen
marktprijsje	=	marktprijs
marktprijsjes	=	marktprijs
marktprijzen	=	marktprijs
marktprobleem	noun	moeilijkheden die bestaan op het gebied van vraag en aanbod
marktproblemen	=	marktprobleem
marktprognose	noun	Reële schatting van de verkopen van een product door alle leveranciers in een bepaalde periode
marktprognoses	=	marktprognose
marktrecht	noun	marktgeld
marktrechten	=	marktrecht
marktrente	noun	de hoogte van de rente zoals deze door vraag en aanbod wordt bepaald op de geldmarkt
marktrenten	=	marktrente
marktrentes	=	marktrente
marktsector	noun	particulieren die goederen en diensten produceren die via een prijsmechanisme (de markt) worden verhandeld
marktsectoren	=	marktsector
marktsectors	=	marktsector
marktsegment	noun	de verschillende onderdelen (segmenten) waarin een markt onderverdeeld kan worden.
marktsegmenten	=	marktsegment
marktsegmentje	=	marktsegment
marktsegmentjes	=	marktsegment
marktsituatie	noun	de verhouding van vraag en aanbod
marktsituaties	=	marktsituatie
marktsocialisme	noun	geleide economie met kapitalistische trekken, zoals ondernemersinitiatief, winststreven e.d , terwijl de eigendom van productiemiddelen gesocialiseerd is (in handen van de gemeenschap/staat geplaatst)
marktstad	noun|historical	een stad die volgens de wet marktrechten had
marktsteden	=	marktstad
markttechnisch	adj	gerelateerd aan de marktwaarde van iets (vaak vastgoed), aangepast door externe marktomstandigheden
markttechnische	=	markttechnisch
markttechnischer	=	markttechnisch
markttechnischere	=	markttechnisch
markttechnischers	=	markttechnisch
marktterrein	noun	een openbare plek, zoals een plein of terrein, waar markt wordt gehouden, met name voor de handel in goederen en diensten
marktterreinen	=	marktterrein
marktterreintje	=	marktterrein
marktterreintjes	=	marktterrein
marktverdeling	noun	afspraken tussen verschillende bedrijven over wie welk deel van de potentiële klanten bedient
marktverdelingen	=	marktverdeling
marktverhouding	noun	de verhouding tussen uw hypotheekschuld en de actuele marktwaarde van uw woning, uitgedrukt in een percentage.
marktverhoudingen	=	marktverhouding
marktverhoudinkje	=	marktverhouding
marktverhoudinkjes	=	marktverhouding
marktverzadiging	noun	de situatie waarin de vraag naar een bepaald product of dienst zijn hoogtepunt heeft bereikt
marktverzadigingen	=	marktverzadiging
marktverzadigingetje	=	marktverzadiging
marktverzadigingetjes	=	marktverzadiging
marktvorser	noun	marktonderzoeker
marktvorsers	=	marktvorser
marktwaarde	noun	wat iets aan geld zou opbrengen bij verkoop
marktwaarden	=	marktwaarde
marktwaardes	=	marktwaarde
marktwaardetje	=	marktwaarde
marktwerking	noun	onbelemmerde confrontatie van vraag en aanbod die leidt tot een productprijs
marktwerkingen	=	marktwerking
markusa	noun	vrucht van de Passiflora edulis
markusa's	=	markusa
marl	=	marlen
marlboroman	noun	een cowboyfiguur die men gebruikte als beeld voor de gebruiker van sigaretten van het merk Marlboro
marlboromannen	=	marlboroman
marlde	=	marlen
marlden	=	marlen
marle	=	marlen
marlen	verb	met een marlsteek vastzetten
marlend	=	marlen
marlende	=	marlen
marlijn	noun	bepaald soort vis, Makaira indica uit de familie van zeilvissen Istiophoridae in de orde van baarsachtigen Perciformes
marlijnen	=	marlijn
marlpen	noun	een bij het touwsplitsen gebruikte priem om er ruimte tussen de strengen mee te maken
marlpennen	=	marlpen
marlpennetje	=	marlpen
marlpennetjes	=	marlpen
marlpriem	noun	een bij het touwsplitsen gebruikte priem om er ruimte tussen de strengen mee te maken
marlpriemen	=	marlpriem
marlpriempje	=	marlpriem
marlpriempjes	=	marlpriem
marlspijker	noun	een bij het touwsplitsen gebruikte priem om er ruimte tussen de strengen mee te maken
marlspijkers	=	marlspijker
marlspijkertje	=	marlspijker
marlspijkertjes	=	marlspijker
marlsteek	noun	soort knoop die men gebruikt voor het ophangen van zakken, het aanrijgen van vlaggelijnen en het aanrijgen van zeilen
marlsteken	=	marlsteek
marlt	=	marlen
marmelade	noun	jam waarin de schillen van citrusvruchten en andere vruchten met het vruchtvlees worden meeverwerkt die zeer geschikt is als broodbeleg
marmeladen	=	marmelade
marmelades	=	marmelade
marmeladestruik	noun	Streptosolen jamesonii een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
marmeladestruiken	=	marmeladestruik
marmeladestruikje	=	marmeladestruik
marmeladestruikjes	=	marmeladestruik
marmer	noun	een fijnkorrelige getransformeerde kalksteen dat gepolijst gebruikt wordt in de bouw- en de beeldhouwkunst
marmerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van marmer
marmerachtige	=	marmerachtig
marmerachtiger	=	marmerachtig
marmerachtigere	=	marmerachtig
marmerachtigers	=	marmerachtig
marmerachtigs	=	marmerachtig
marmerachtigst	=	marmerachtig
marmerachtigste	=	marmerachtig
marmeralk	noun	Brachyramphus marmoratus een vogel uit de familie alken (Alcidae).
marmeralken	=	marmeralk
marmeralkje	=	marmeralk
marmeralkjes	=	marmeralk
marmeranolis	noun	Anolis marmoratus een reptiel uit de familie anolissen (Polychrotidae)
marmeranolisje	=	marmeranolis
marmeranolisjes	=	marmeranolis
marmeranolissen	=	marmeranolis
marmerde	=	marmeren
marmerden	=	marmeren
marmere	=	marmeren
marmereend	noun	Marmaronetta angustirostris een vogel uit de familie van de Anatidae (Anatidae) die voorkomt in Zuid-Europa, het Midden-Oosten en Zuidwest-Azië
marmereendeendje	=	marmereend
marmereenden	=	marmereend
marmereendje	=	marmereend
marmereendjes	=	marmereend
marmereikenspanner	noun	Adactylotis contaminaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
marmereikenspanners	=	marmereikenspanner
marmereikenspannertje	=	marmereikenspanner
marmereikenspannertjes	=	marmereikenspanner
marmeren	verb	zodanig behandelen dat iets op marmer gaat lijken	adj	van marmer gemaakt of daarmee bekleed
marmerend	=	marmeren
marmerende	=	marmeren
marmererebia	noun	Erebia montana een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
marmererebia's	=	marmererebia
marmererebiaatje	=	marmererebia
marmererebiaatjes	=	marmererebia
marmerexploitatie	noun	de exploitatie om marmer uit de grond te halen
marmerexploitaties	=	marmerexploitatie
marmergroeve	noun	een groeve waar marmer uit de grond wordt gehaald
marmergroeven	=	marmergroeve
marmergroeves	=	marmergroeve
marmergrondel	noun	Proterorhinus semilunaris een vis die behoort tot het geslacht Proterorhinus uit de familie van grondels Gobiidae.
marmergrondels	=	marmergrondel
marmergrondeltje	=	marmergrondel
marmergrondeltjes	=	marmergrondel
marmergrutto	noun	Limosa fedoa een grote vogel, die hoort tot de steltlopers.
marmergrutto's	=	marmergrutto
marmergruttootje	=	marmergrutto
marmergruttootjes	=	marmergrutto
marmerhoningeter	noun	Pycnopygius cinereus een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
marmerhoningeters	=	marmerhoningeter
marmerhoningetertje	=	marmerhoningeter
marmerhoningetertjes	=	marmerhoningeter
marmerindustrie	noun	de industrie die zich bezighoudt met het vervaardigen van marmeren bouwmateriaal, zoals marmeren bladen
marmerindustrietje	=	marmerindustrie
marmerindustrietjes	=	marmerindustrie
marmerindustrieën	=	marmerindustrie
marmerkat	noun	bepaald soort zoogdier, Pardofelis marmorata, een katachtige (familie Felidae), die voorkomt van Nepal tot de bossen van Borneo en Sumatra Het geslacht behoort tot de onderfamilie van de "kleine katten" (Felinae)
marmerkatje	=	marmerkat
marmerkatjes	=	marmerkat
marmerkatten	=	marmerkat
marmerkeelmiersluiper	noun	Epinecrophylla fulviventris een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
marmerkeelmiersluipers	=	marmerkeelmiersluiper
marmerkeelmiersluipertje	=	marmerkeelmiersluiper
marmerkeelmiersluipertjes	=	marmerkeelmiersluiper
marmerkreeft	noun	Procambarus virginalis een kreeft uit Noord-Amerika die leeft in zoet water.
marmerkreeften	=	marmerkreeft
marmerkreeftje	=	marmerkreeft
marmerkreeftjes	=	marmerkreeft
marmermierklauwier	noun	Frederickena unduligera een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
marmermierklauwieren	=	marmermierklauwier
marmermierklauwiertje	=	marmermierklauwier
marmermierklauwiertjes	=	marmermierklauwier
marmermijn	noun	een mijn waar marmer uit de grond wordt gehaald om te worden gebruikt in gebouwen
marmermijnen	=	marmermijn
marmermijntje	=	marmermijn
marmermijntjes	=	marmermijn
marmernachtzwaluw	noun	Caprimulgus inornatus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
marmernachtzwaluwen	=	marmernachtzwaluw
marmernachtzwaluwtje	=	marmernachtzwaluw
marmernachtzwaluwtjes	=	marmernachtzwaluw
marmers	=	marmer
marmersalamander	noun	Triturus marmoratus een watersalamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
marmersalamanders	=	marmersalamander
marmersalamandertje	=	marmersalamander
marmersalamandertjes	=	marmersalamander
marmerschreeuwuil	noun	Megascops vermiculatus een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
marmerschreeuwuilen	=	marmerschreeuwuil
marmerschreeuwuiltje	=	marmerschreeuwuil
marmerschreeuwuiltjes	=	marmerschreeuwuil
marmersluiptimalia	noun	Turdinus marmoratus een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
marmersluiptimalia's	=	marmersluiptimalia
marmersluiptimaliaatje	=	marmersluiptimalia
marmersluiptimaliaatjes	=	marmersluiptimalia
marmerspanner	noun	Ecliptopera silaceata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
marmerspanners	=	marmerspanner
marmerspannertje	=	marmerspanner
marmerspannertjes	=	marmerspanner
marmerspin	noun	Araneus marmoreus een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen
marmerspinnen	=	marmerspin
marmerspinnetje	=	marmerspin
marmerspinnetjes	=	marmerspin
marmerspreeuw	noun	Saroglossa spilopterus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
marmerspreeuwen	=	marmerspreeuw
marmerspreeuwtje	=	marmerspreeuw
marmerspreeuwtjes	=	marmerspreeuw
marmert	=	marmeren
marmertinamoe	noun	Crypturellus undulatus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
marmertinamoes	=	marmertinamoe
marmertinamoetje	=	marmertinamoe
marmertinamoetjes	=	marmertinamoe
marmertje	=	marmer
marmertjes	=	marmer
marmertrilspin	noun	Holocnemus pluchei een spinnensoort uit de familie der trilspinnen (Pholcidae).
marmertrilspinnen	=	marmertrilspin
marmertrilspinnetje	=	marmertrilspin
marmertrilspinnetjes	=	marmertrilspin
marmeruil	noun	Polia nebulosa een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).
marmeruilen	=	marmeruil
marmeruiltje	=	marmeruil
marmeruiltjes	=	marmeruil
marmerwever	noun	Pseudonigrita arnaudi een zangvogel uit de familie Passeridae (Mussen).
marmerwevers	=	marmerwever
marmerwevertje	=	marmerwever
marmerwevertjes	=	marmerwever
marmiet	noun	grote (koperen) ketel
marmieten	=	marmiet
marmietje	=	marmiet
marmoleum	noun	slijtvaste, gladde vloerbedekking van enkele millimeters dik met een marmerachtig uiterlijk
marmot	noun	Marmota knaagdier dat vooral in het hooggebergte leeft maar ook veel als huisdier wordt gehouden
marmotje	=	marmot
marmotjes	=	marmot
marmotten	noun	Marmota een geslacht uit de familie der eekhoorns (Sciuridae).
marmottensoort	noun	een van de soorten die horen bij het geslacht van de Marmota
marmottensoorten	=	marmottensoort
marode	noun	een vervelende toestand
marodeur	noun	soldaat die los van het leger aan het plunderen is geslagen
marodeurs	=	marodeur
marokijn	noun	een fijn soort geitenleder (uit Marokko), dat meestal met sumak is gelooid
marokijnen	adj	gemaakt van marokijn, een fijn soort geitenleer uit Marokko
marokkaan	noun	inwoner van Marokko, iemand uit Marokko, persoon met de Marokkaanse nationaliteit
marokkaans	adj	op Marokko betrekking hebbend
marokkaans-arabisch	noun	het Arabisch zoals dat in Marokko wordt gesproken	adj	betreffende Arabische taal en cultuur in Marokko
marokkaans-arabische	=	marokkaans-arabisch
marokkaans-arabischer	=	marokkaans-arabisch
marokkaans-arabischere	=	marokkaans-arabisch
marokkaans-arabischers	=	marokkaans-arabisch
marokkaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Marokko, of een vrouw afkomstig uit Marokko
marokkaansen	=	marokkaanse
marokkaanser	=	marokkaans
marokkaansere	=	marokkaans
marokkaansers	=	marokkaans
marokkaanst	=	marokkaans
marokkaanste	=	marokkaans
marokkaantje	=	marokkaan
marokkaantjes	=	marokkaan
marokkanen	=	marokkaan
maroniet	noun	lid van een groep Syrische christenen
maronieten	=	maroniet
maronitisch	adj	betrekking hebbend op de maronieten, een christelijke gemeenschap in Libanon en Syrië
maronitische	=	maronitisch
maronitischer	=	maronitisch
maronitischere	=	maronitisch
maronitischers	=	maronitisch
maror	noun	bitter kruid, met name gegeten bij de sedermaaltijd
marot	noun	stok met een kop erop
marotten	=	marot
marqueterie	noun	een vorm van inlegwerk waarbij verschillende delen als een legpuzzel op elkaar aansluiten
marquise	noun	echtgenote van een markies (in een franstalige omgeving)	adj	ellipsvormig in twee spitse punten uitlopend
marquises	=	marquise
marqué	noun	acteur die in een stuk een herkenbare rol als verrader speelt
marqués	=	marqué
marre	=	marren
marren	verb|obsolete	niet voortgaan, stilstaan, treuzelen
marrend	=	marren
marrende	=	marren
marron	noun	zwarte die uit slavernij naar de wildernis is ontsnapt	adj	kastanjebruin, in een bepaalde tint, vergelijkbaar met RAL-nummer 8015 ( )
marronculturen	=	marroncultuur
marroncultuur	noun	het patroon van menselijke activiteit en de symbolische structuren van dat deel van de bevolking van Suriname die bestaat uit de afstammelingen van Afrikaanse slaafgemaakten
marrondorp	noun	nederzetting in Suriname die gesticht is door de afstammelingen van ontsnapte Afrikaanse slaafgemaakten
marrondorpen	=	marrondorp
marrondorpje	=	marrondorp
marrondorpjes	=	marrondorp
marrons	=	marron
mars	noun	regelmatige manier van lopen met afgemeten passen, vooral gebruikt door soldaten en bij plechtigheden.	intj	militair commando: voorwaarts!, weg!
marsala	noun	een Italiaanse versterkte wijn die gemaakt wordt in de omgeving van Marsala op het westelijk deel van Sicilië
marsala's	=	marsala
marsbanker	noun	Selar crumenophthalmus een straalvinnige vis uit de familie van horsmakrelen (Carangidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
marsbankers	=	marsbanker
marsbankertje	=	marsbanker
marsbankertjes	=	marsbanker
marsbevel	noun	stuk papier waarop staat waar een of meerdere soldaten naartoe onderweg zijn
marsbevelen	=	marsbevel
marsen	=	mars
marsepein	noun	een zoete lekkernij die traditioneel gemaakt is van amandelen en suiker
marsepeinen	adj	van marsepein vervaardigd
marsepeinroze	adj	in een bepaalde diepe, lichtrode, iets naar blauw neigende kleur
marsgrond	noun	aarde die lijkt op de grond die voorkomt op de planeet Mars
marshal	noun	iemand die met vliegtuigen meegaat om te kunnen optreden bij problemen met passagiers
marshalleestalig	adj	de Marshalleese taal sprekend
marshalleestalige	=	marshalleestalig
marshalleestaligs	=	marshalleestalig
marshalleilander	noun	een inwoner van de Marshalleilanden, of iemand afkomstig uit de Marshalleilanden
marshalleilanders	=	marshalleilander
marshalleilands	adj	op de Marshalleilanden betrekking hebbend
marshalleilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Marshalleilanden, of een vrouw afkomstig uit de Marshalleilanden
marshalleilandsen	=	marshalleilandse
marshalleilandser	=	marshalleilands
marshalleilandsere	=	marshalleilands
marshalleilandsers	=	marshalleilands
marshalleilandst	=	marshalleilands
marshalleilandste	=	marshalleilands
marshallplan	noun	grootschalig opgezette hulp
marshallplanachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van het Marshallplan
marshallplanachtige	=	marshallplanachtig
marshallplanachtiger	=	marshallplanachtig
marshallplanachtigere	=	marshallplanachtig
marshallplanachtigers	=	marshallplanachtig
marshallplanachtigs	=	marshallplanachtig
marshallplanachtigst	=	marshallplanachtig
marshallplanachtigste	=	marshallplanachtig
marshallplannen	=	marshallplan
marshallplannetje	=	marshallplan
marshallplannetjes	=	marshallplan
marshals	=	marshal
marshmallow	noun	sponzig snoepje
marshmallows	=	marshmallow
marsje	=	mars
marsjes	=	mars
marskolonie	noun	een nederzetting op de planeet Mars
marskolonies	=	marskolonie
marskolonietje	=	marskolonie
marskolonietjes	=	marskolonie
marskoloniën	=	marskolonie
marskramer	noun|obsolete	een verkoper van kleine artikelen, die hij in een rugkorf of mars vervoert en waarmee hij platteland en steden afreist om zijn waar op markten en kermissen en van huis tot huis te verkopen
marskramers	=	marskramer
marskramertje	=	marskramer
marskramertjes	=	marskramer
marslander	noun	ruimtevaartuig dat op Mars kan landen
marslanders	=	marslander
marslied	noun	lied in in 2/4, 4/4 of 6/8 maat; lied dat geschikt is om op de wandelen of te marcheren
marsliederen	=	marslied
marsliedje	=	marslied
marsliedjes	=	marslied
marsman	noun	een lid van de hypothetische autochtone bevolking van de planeet Mars
marsmannen	=	marsman
marsmannetje	=	marsman
marsmannetjes	=	marsman
marsmuziek	noun	muziek met een tweedelige maatsoort en een strenge cadans zodat men er goed op kan marcheren
marsmuziekje	=	marsmuziek
marsmuziekjes	=	marsmuziek
marsorde	noun	de richting waarin de troepen zich bewegen
marsorden	=	marsorde
marsorder	noun	commando om ergens naartoe te marcheren
marsorders	=	marsorder
marsordes	=	marsorde
marssymbolen	=	marssymbool
marssymbool	noun	een grafisch teken waarvan het schild en het pijltje de speer van de Romeinse god Mars symboliseert
marssymbooltje	=	marssymbool
marssymbooltjes	=	marssymbool
marstempo	noun	een snelheid die hoort bij flink doormarcheren
marstempo's	=	marstempo
marstenue	noun	uniform van militairen tijdens de opmars van het leger
marstenues	=	marstenue
marswagen	noun	vanaf de aarde naar Mars gezonden robotwagentje
marswagens	=	marswagen
marswagentje	=	marswagen
marswagentjes	=	marswagen
mart	=	marren
marteko	noun	een aap
marteko's	=	marteko
martekootje	=	marteko
martekootjes	=	marteko
martel	=	martelen
martelaar	noun	iemand die voor een goede zaak lijdt of sterft en daarmee tot symbool wordt gezien van de strijd voor die zaak, iemand die gemarteld wordt of is
martelaarboek	=	martelaarsboek
martelaars	=	martelaar
martelaarsboek	noun	boek dat een overzicht geeft van martelaren, inclusief de namen, feestdagen, en soms beschrijvingen van hun leven en marteldood
martelaarsboeken	=	martelaarsboek
martelaarsboekje	=	martelaarsboek
martelaarsboekjes	=	martelaarsboek
martelaarschap	noun	het martelaar-zijn
martelaarskronen	=	martelaarskroon
martelaarskroon	noun	de beloning die een martelaar voor het geloof in de hemel zou ontvangen
martelaarskroontje	=	martelaarskroon
martelaarskroontjes	=	martelaarskroon
martelaarsrol	noun	het doen alsof men een slachtoffer is in een rechtvaardige strijd
martelaarsrollen	=	martelaarsrol
martelaartje	=	martelaar
martelaartjes	=	martelaar
martelapparatuur	noun	toestellen waarmee men het slachtoffer ernstige psychische of lichamelijke pijn kan toebrengen
martelaren	=	martelaar
martelares	noun	vrouw die kwellingen doorstaat of het eigen leven offert op religieuze grond
martelaresje	=	martelares
martelaressen	=	martelares
martelarij	noun	iets waarmee men iemand bewust pijn doet of kwelt
martelarijen	=	martelarij
martelarijtje	=	martelarij
martelarijtjes	=	martelarij
martelcentra	=	martelcentrum
martelcentrum	noun	plaats waar mensen gemarteld worden
martelcentrums	=	martelcentrum
martelde	=	martelen
martelden	=	martelen
marteldood	noun	moord waarbij het slachtoffer met opzet zeer veel en langdurig pijn is gedaan; wrede dood
martele	=	martelen
martelen	verb	een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen
martelend	adj	opzettelijk heel erg gewelddadig en pijnlijk
martelende	=	martelen
martelender	=	martelend
martelendere	=	martelend
martelenders	=	martelend
martelends	=	martelend
martelendst	=	martelend
martelendste	=	martelend
martelgang	noun	lijdensweg, dat iets heel moeilijk gaat
martelgangen	=	martelgang
martelgangetje	=	martelgang
martelgangetjes	=	martelgang
martelhok	noun	ruimte waarin men een mens of dier kwelt
martelhokje	=	martelhok
martelhokjes	=	martelhok
martelhokken	=	martelhok
marteling	noun	het opzettelijk toebrengen van pijn en letsel aan een gevangene die zich niet weren kan
martelingen	=	marteling
martelinkje	=	marteling
martelkamer	noun	een ruimte waarin met gevangenen martelt
martelkamers	=	martelkamer
martelkamertje	=	martelkamer
martelkamertjes	=	martelkamer
martelpaal	noun	folterpaal
martelpaaltje	=	martelpaal
martelpaaltjes	=	martelpaal
martelpalen	=	martelpaal
martelpraktijk	noun	feitelijk uitgevoerde foltering
martelpraktijken	noun	toepassing van folteringen
martelt	=	martelen
marteltuig	noun	een werktuig bedoeld om iemand mee te martelen
marteltuigen	=	marteltuig
marteltuigje	=	marteltuig
marteltuigjes	=	marteltuig
martelwerktuig	noun	toestel dat er speciaal voor gemaakt is om mensen te pijnigen
martelwerktuigen	=	martelwerktuig
martelwerktuigje	=	martelwerktuig
martelwerktuigjes	=	martelwerktuig
marter	noun	benaming voor zoogdieren uit het geslacht Martes, met een lange staart en een meestal bruine pels
marterachtig	adj	op een marter gelijkend
marterachtige	noun	een soort die gerekend wordt tot de familie Mustelidae uit de orde der roofdieren Carnivora
marterachtigen	noun	Mustelidae een familie uit de orde der roofdieren (Carnivora).
marterachtiger	=	marterachtig
marterachtigere	=	marterachtig
marterachtigers	=	marterachtig
marterachtigs	=	marterachtig
marterachtigst	=	marterachtig
marterachtigste	=	marterachtig
marterbont	noun	bont gemaakt van een marter
marters	noun	geslacht Martes, dat bestaat uit slanke roofdieren uit de familie der marterachtigen (Mustelidae) Er zijn acht soorten in drie ondergeslachten.
martertje	=	marter
martertjes	=	marter
martiaal	adj	betrekking hebbend op het leger
martiaals	=	martiaal
martiaalst	=	martiaal
martiaalste	=	martiaal
martiale	=	martiaal
martialer	=	martiaal
martialere	=	martiaal
martialers	=	martiaal
martini	noun	cocktail van gin en droge witte vermout
martini's	=	martini
martinietje	=	martini
martinietjes	=	martini
martiniglaasje	=	martiniglas
martiniglaasjes	=	martiniglas
martiniglas	noun	klein, kegelvormig glas op een steeltje
martiniglazen	=	martiniglas
martinikaan	noun	een inwoner van Martinique, of iemand afkomstig uit Martinique
martinikaans	adj	op Martinique betrekking hebbend
martinikaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Martinique, of een vrouw afkomstig uit Martinique
martinikaansen	=	martinikaanse
martinikaanser	=	martinikaans
martinikaansere	=	martinikaans
martinikaansers	=	martinikaans
martinikaanst	=	martinikaans
martinikaanste	=	martinikaans
martinikanen	=	martinikaan
martiniquegierzwaluw	noun	Chaetura martinica een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
martiniquegierzwaluwen	=	martiniquegierzwaluw
martiniquegierzwaluwtje	=	martiniquegierzwaluw
martiniquegierzwaluwtjes	=	martiniquegierzwaluw
martiniquereuzenrat	noun	Megalomys desmarestii rat uit Martinique in de Caraïben
martiniquereuzenratje	=	martiniquereuzenrat
martiniquereuzenratjes	=	martiniquereuzenrat
martiniquereuzenratten	=	martiniquereuzenrat
martiniquespotlijster	noun	Ramphocinclus brachyurus een zangvogel uit de familie Mimidae.
martiniquespotlijsters	=	martiniquespotlijster
martiniquespotlijstertje	=	martiniquespotlijster
martiniquespotlijstertjes	=	martiniquespotlijster
martiniquetroepiaal	noun	Icterus bonana een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
martiniquetroepiaaltje	=	martiniquetroepiaal
martiniquetroepiaaltjes	=	martiniquetroepiaal
martiniquetroepialen	=	martiniquetroepiaal
martinsmantelaapje	noun	Saguinus martinsi primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
martinsmantelaapjes	=	martinsmantelaapje
marula	noun	Sclerocarya birrea een plant uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae).
marula's	=	marula
marva	noun|historical	lid van de Marine Vrouwenafdeling, de vrouwenafdeling van de Nederlandse Koninklijke Marine van 1944 tot 1982
marva's	=	marva
marvaatje	=	marva
marvaatjes	=	marva
marxisme	noun	de socialistische ideologie van de volgelingen van Karl Marx
marxisme-leninisme	noun	term afkomstig van Jozef Stalin inhoudende een communistische ideologie die gebaseerd is op de theorieën van het marxisme en het leninisme
marxist	noun	aanhanger van het marxisme
marxiste	noun	vrouwelijke voorstander of aanhanger van het marxisme
marxisten	=	marxist
marxistes	=	marxiste
marxisties	=	marxistisch
marxisties-leninisties	=	marxistisch-leninistisch
marxistisch	adj	volgens de ideeën en denkbeelden van Karl Marx en Friedrich Engels
marxistisch-leninistisch	adj	met betrekking tot het marxisme-leninisme
marxistisch-leninistische	=	marxistisch-leninistisch
marxistisch-leninistischer	=	marxistisch-leninistisch
marxistisch-leninistischere	=	marxistisch-leninistisch
marxistisch-leninistischers	=	marxistisch-leninistisch
marxistisch-leninistischt	=	marxistisch-leninistisch
marxistisch-leninistischte	=	marxistisch-leninistisch
marxistische	=	marxistisch
marxistischer	=	marxistisch
marxistischere	=	marxistisch
marxistischers	=	marxistisch
marxistischt	=	marxistisch
marxistischte	=	marxistisch
marxistje	=	marxist
marxistjes	=	marxist
masafuerarayadito	noun	Aphrastura masafuerae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
masafuerarayadito's	=	masafuerarayadito
masafuerarayaditootje	=	masafuerarayadito
masafuerarayaditootjes	=	masafuerarayadito
masai	noun	iemand die behoort tot het gelijknamige nomadische volk in Kenia en Tanzania
masai-apalis	noun	Apalis stronachi een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
masai-apalisje	=	masai-apalis
masai-apalisjes	=	masai-apalis
masai-apalissen	=	masai-apalis
masaigiraffe	noun	Giraffa tippelskirchi De masaigiraffe of masaigiraf, ook wel bekend als de kilimanjarogiraffe, (Giraffa tippelskirchi) is een van de grootste soorten uit het geslacht van de giraffen en het langste landzoogdier.
masaigiraffen	=	masaigiraffe
masaigiraffes	=	masaigiraffe
masaigiraffetje	=	masaigiraffe
masaigiraffetjes	=	masaigiraffe
masaikrijger	noun	een krijger van het nomadische Masaivolk (Kenia en Tanzania)
masaikrijgers	=	masaikrijger
masais	=	masai
masaivrouw	noun	vrouwelijk lid van de Masai, een nomadisch volk in Kenia en Tanzania
masaivrouwen	=	masaivrouw
masala	noun	ook wel garam masala genoemd.
masala's	=	masala
masbangu	noun	Selar crumenophthalmus horsmakreel
masbangu's	=	masbangu
masbanker	=	marsbanker
mascara	noun	donkere kleurstof voor de wimpers
mascara's	=	mascara
mascaraatje	=	mascara
mascaron	noun	een architecturaal ornament dat doorgaans een menselijk, dierlijk of fantasiegezicht voorstelt met schrikwekkende, komische of neutrale uitdrukking als sluitstuk van een boog of gewelf
mascaronetje	=	mascaron
mascaronnetje	=	mascaron
mascaronnetjes	=	mascaron
mascarons	=	mascaron
mascarpone	noun	verse, dikke, brijige Italiaanse roomkaas
mascarpone's	=	mascarpone
mascarpones	=	mascarpone
mascotje	=	mascotte
mascotjes	=	mascotte
mascotte	noun	gelukbrengend voorwerp
mascottes	=	mascotte
mascottetje	=	mascotte
mascottetjes	=	mascotte
masculien	adj	met kenmerken die typische voor mannen zouden gelden
masculiene	=	masculien
masculiener	=	masculien
masculienere	=	masculien
masculieners	=	masculien
masculiens	=	masculien
masculienst	=	masculien
masculienste	=	masculien
masculina	=	masculinum
masculiniteit	noun	het geheel van eigenschappen, gedragingen en rollen die geassocieerd worden met mannen, deels biologisch en deels cultureel bepaald
masculiniteiten	=	masculiniteit
masculinum	noun	mannelijk woordgeslacht
masechet	noun	traktaat van Misjna of Talmoed
masechta	noun	traktaat van Misjna of Talmoed
masechtot	=	masechta
maser	noun	een bron van gestimuleerde emissie van een bepaalde spectraallijn in het microgolfbereik van het elektromagnetisch spectrum.
maseratisyndroom	noun	wantrouwen tegen woningbouwcorporaties die meer bezig zijn zichzelf te verrijken dan te zorgen voor woningen voor armere mensen
masers	=	maser
mashonahyliota	noun	Hyliota australis een zangvogel uit de familie Hyliotidae.
mashonahyliota's	=	mashonahyliota
mashonahyliotaatje	=	mashonahyliota
mashonahyliotaatjes	=	mashonahyliota
masjal	noun	gelijkenis
masjiach	noun	aanduiding van een priester of koning, die tot zijn functie gezalfd wordt; het woord wordt daarbij vaak gevolgd door 'van de Heer'; in vertalingen gewoonlijk: gezalfde (39×: Lev. 4:3 +, 1 Sam. 2:10 +, 2 Sam. 1:14 +, Jes. 45:1, Hab. 3:13, Ps. 2:2 +, Klaagl. 4:20, Dan. 9:25 +, 1 Kron. 16:22, 2 Kron. 6:42); later aanduiding van een heilbrenger of de verwachte Heilbrenger; 'messias' of 'Messias' is de Griekse versie van het Hebreeuwse woord (2× in NT), 'Christos' is de Griekse vertaling daarvan (529× in NT), 'Christus' in het Latijn
masjien	=	machine
masjine	=	machine
masjliem	noun	degene die als zevende en laatste wordt opgeroepen voor het lezen van de Tora
maskarenenkoet	noun	Fulica newtonii een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen (Rallidae).
maskarenenkoeten	=	maskarenenkoet
maskarenenkoetje	=	maskarenenkoet
maskarenenkoetjes	=	maskarenenkoet
maskarenenpapegaai	noun	Mascarinus mascarin een uitgestorven papegaaiensoort die voor het laatst werd waargenomen in 1834 op het eiland Réunion (behorend tot de Mascarenenarchipel).
maskarenenpapegaaien	=	maskarenenpapegaai
maskarenenpapegaaitje	=	maskarenenpapegaai
maskarenenpapegaaitjes	=	maskarenenpapegaai
maskarenenparadijsmonarch	noun	Terpsiphone bourbonnensis een zangvogel uit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae.
maskarenenparadijsmonarchen	=	maskarenenparadijsmonarch
maskarenenparadijsmonarchje	=	maskarenenparadijsmonarch
maskarenenparadijsmonarchjes	=	maskarenenparadijsmonarch
maskarenenzwaluw	noun	Phedina borbonica een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
maskarenenzwaluwen	=	maskarenenzwaluw
maskarenenzwaluwtje	=	maskarenenzwaluw
maskarenenzwaluwtjes	=	maskarenenzwaluw
maskeer	=	maskeren
maskeerde	=	maskeren
maskeerden	=	maskeren
maskeert	=	maskeren
masker	noun	een voorwerp geplaatst voor het gelaat dat de indruk wekt van een andere identiteit van de drager
maskerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een masker
maskerachtige	=	maskerachtig
maskerachtiger	=	maskerachtig
maskerachtigere	=	maskerachtig
maskerachtigers	=	maskerachtig
maskerachtigs	=	maskerachtig
maskerachtigst	=	maskerachtig
maskerachtigste	=	maskerachtig
maskerade	noun	optocht met gemaskerde en verklede mensen
maskeraden	=	maskerade
maskerades	=	maskerade
maskeramadine	noun	Poephila personata een zangvogeltje behorend tot de familie van de Poephila.
maskeramadines	=	maskeramadine
maskeramadinetje	=	maskeramadine
maskeramadinetjes	=	maskeramadine
maskerapalis	noun	Apalis binotata een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
maskerapalisje	=	maskerapalis
maskerapalisjes	=	maskerapalis
maskerapalissen	=	maskerapalis
maskerberghoningkruiper	noun	Diglossa cyanea een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
maskerberghoningkruipers	=	maskerberghoningkruiper
maskerberghoningkruipertje	=	maskerberghoningkruiper
maskerberghoningkruipertjes	=	maskerberghoningkruiper
maskerbergtangare	noun	Tephrophilus wetmorei een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
maskerbergtangaren	=	maskerbergtangare
maskerbergtangaretje	=	maskerbergtangare
maskerbergtangaretjes	=	maskerbergtangare
maskerbij	noun	een insect uit de familie Colletidae
maskerbijen	=	maskerbij
maskerbijtje	=	maskerbij
maskerbijtjes	=	maskerbij
maskerbloem	noun	een geslacht Mimulus van planten dat bij de familie Scrophulariaceae werd ingedeeld, maar wordt in APG III en in APG IV op grond van fylogenetisch onderzoek, gebaseerd op DNA-analyse, ingedeeld bij de familie Phrymaceae.
maskerbloemen	=	maskerbloem
maskerbloemetje	=	maskerbloem
maskerbloemetjes	=	maskerbloem
maskerbloempje	=	maskerbloem
maskerbloempjes	=	maskerbloem
maskerboek	noun	een boek met daarin afgebeelde maskers
maskerboeken	=	maskerboek
maskerboomekster	noun	Dendrocitta frontalis een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
maskerboomeksters	=	maskerboomekster
maskerboomekstertje	=	maskerboomekster
maskerboomekstertjes	=	maskerboomekster
maskerbuulbuul	noun	Pycnonotus nigricans een vogel uit de familie der buulbuuls (Pycnonotidae).
maskerbuulbuuls	=	maskerbuulbuul
maskerbuulbuultje	=	maskerbuulbuul
maskerbuulbuultjes	=	maskerbuulbuul
maskercotinga	noun	Pipreola pulchra een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
maskercotinga's	=	maskercotinga
maskercotingaatje	=	maskercotinga
maskercotingaatjes	=	maskercotinga
maskerde	=	maskeren
maskerden	=	maskeren
maskerdikbek	noun	Eophona personata een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
maskerdikbekje	=	maskerdikbek
maskerdikbekjes	=	maskerdikbek
maskerdikbekken	=	maskerdikbek
maskerduif	noun	Oena capensis in Afrika voorkomende vogel en enige soort van het geslacht Oena.
maskerduifje	=	maskerduif
maskerduifjes	=	maskerduif
maskerduiven	=	maskerduif
maskere	=	maskeren
maskeren	verb	de ware aard van iets verhullen
maskerend	=	maskeren
maskerende	=	maskeren
maskerfuutkoet	noun	Heliopais personatus een schuwe vogel uit de familie van de fuutkoeten (Heliornithidae), die voorkomt in Bengalen en Zuidoost-Azië.
maskerfuutkoeten	=	maskerfuutkoet
maskerfuutkoetje	=	maskerfuutkoet
maskerfuutkoetjes	=	maskerfuutkoet
maskergaai	noun	Cyanolyca mirabilis een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
maskergaaien	=	maskergaai
maskergaaitje	=	maskergaai
maskergaaitjes	=	maskergaai
maskergeelvink	noun	Spinus lawrencei een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
maskergeelvinken	=	maskergeelvink
maskergeelvinkje	=	maskergeelvink
maskergeelvinkjes	=	maskergeelvink
maskergelaat	noun	de verminderde activiteit van de mimiekspieren bij de ziekte van Parkinson of gebruik van antipsychotica waardoor het lijkt of de patiënt een masker draagt
maskergelaatje	=	maskergelaat
maskergelaatjes	=	maskergelaat
maskergelaten	=	maskergelaat
maskergent	noun	Sula dactylatra een zeevogel die behoort tot de genten (Sulidae)
maskergenten	=	maskergent
maskergentje	=	maskergent
maskergentjes	=	maskergent
maskergors	noun	Emberiza spodocephala een lid van de gorzenfamilie.
maskergorsje	=	maskergors
maskergorsjes	=	maskergors
maskergorzen	=	maskergors
maskergrondtiran	noun	Muscisaxicola maclovianus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
maskergrondtirannen	=	maskergrondtiran
maskergrondtirannetje	=	maskergrondtiran
maskergrondtirannetjes	=	maskergrondtiran
maskergrondvink	noun	Melanospiza bicolor een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
maskergrondvinken	=	maskergrondvink
maskergrondvinkje	=	maskergrondvink
maskergrondvinkjes	=	maskergrondvink
maskerhokko	noun	Crax fasciolata een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
maskerhokko's	=	maskerhokko
maskerhokkootje	=	maskerhokko
maskerhokkootjes	=	maskerhokko
maskeribis	noun	Phimosus infuscatus een vogel uit de familie Threskiornithidae (Ibissen en lepelaars).
maskeribisje	=	maskeribis
maskeribisjes	=	maskeribis
maskeribissen	=	maskeribis
maskerkamlangpoot	noun	Ctenophora festiva een tweevleugelige uit de familie van de langpootmuggen (Tipulidae).
maskerkamlangpootje	=	maskerkamlangpoot
maskerkamlangpootjes	=	maskerkamlangpoot
maskerkamlangpoten	=	maskerkamlangpoot
maskerkanarie	noun	Crithagra capistrata een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
maskerkanaries	=	maskerkanarie
maskerkanarietje	=	maskerkanarie
maskerkanarietjes	=	maskerkanarie
maskerkardinaal	noun	Paroaria nigrogenis een zangvogel uit de familie van de Thraupidae.
maskerkardinaaltje	=	maskerkardinaal
maskerkardinaaltjes	=	maskerkardinaal
maskerkardinalen	=	maskerkardinaal
maskerkievietje	=	maskerkievit
maskerkievietjes	=	maskerkievit
maskerkievit	noun	Vanellus miles een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
maskerkieviten	=	maskerkievit
maskerkievitje	=	maskerkievit
maskerkievitjes	=	maskerkievit
maskerklauwier	noun	Lanius nubicus een vogel uit de familie der klauwieren (Laniidae).
maskerklauwieren	=	maskerklauwier
maskerklauwiertje	=	maskerklauwier
maskerklauwiertjes	=	maskerklauwier
maskerkogelvis	noun	Arothron diadematus een soort kogelvis die vaak te vinden is boven zandbodems van lagunes van koraalriffen of zeegrasveldsen van de Rode Zee.
maskerkogelvisje	=	maskerkogelvis
maskerkogelvisjes	=	maskerkogelvis
maskerkogelvissen	=	maskerkogelvis
maskerkoraalvlinder	noun	Chaetodon fasciatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van koraalvlinders (Chaetodontidae).
maskerkoraalvlinders	=	maskerkoraalvlinder
maskerkoraalvlindertje	=	maskerkoraalvlinder
maskerkoraalvlindertjes	=	maskerkoraalvlinder
maskerkraai	noun	Corvus tristis een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
maskerkraaien	=	maskerkraai
maskerkraaitje	=	maskerkraai
maskerkraaitjes	=	maskerkraai
maskerleeuwerik	noun	Spizocorys personata een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
maskerleeuweriken	=	maskerleeuwerik
maskerleeuwerikje	=	maskerleeuwerik
maskerleeuwerikjes	=	maskerleeuwerik
maskerleguaan	noun	Leiocephalus personatus een reptiel uit de familie Leiocephalidae
maskerleguaantje	=	maskerleguaan
maskerleguaantjes	=	maskerleguaan
maskerleguanen	=	maskerleguaan
maskermierpitta	noun	Hylopezus auricularis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
maskermierpitta's	=	maskermierpitta
maskermierpittaatje	=	maskermierpitta
maskermierpittaatjes	=	maskermierpitta
maskermonarch	noun	Monarcha melanopsis een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
maskermonarchen	=	maskermonarch
maskermonarchje	=	maskermonarch
maskermonarchjes	=	maskermonarch
maskermuggenvanger	noun	Polioptila dumicola een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
maskermuggenvangers	=	maskermuggenvanger
maskermuggenvangertje	=	maskermuggenvanger
maskermuggenvangertjes	=	maskermuggenvanger
maskerparkiet	noun	Prosopeia personata een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
maskerparkieten	=	maskerparkiet
maskerparkietje	=	maskerparkiet
maskerparkietjes	=	maskerparkiet
maskerparulazanger	noun	Setophaga pitiayumi een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
maskerparulazangers	=	maskerparulazanger
maskerparulazangertje	=	maskerparulazanger
maskerparulazangertjes	=	maskerparulazanger
maskerpijlstaartrog	noun	Neotrygon annotata een vissensoort uit de familie van de pijlstaartroggen (Dasyatidae).
maskerpijlstaartroggen	=	maskerpijlstaartrog
maskerpijlstaartroggetje	=	maskerpijlstaartrog
maskerpijlstaartroggetjes	=	maskerpijlstaartrog
maskerpijlstaartrogje	=	maskerpijlstaartrog
maskerpijlstaartrogjes	=	maskerpijlstaartrog
maskerplevier	noun	Elseyornis melanops een vogel uit de familie van de kieviten en plevieren (Charadriidae).
maskerplevieren	=	maskerplevier
maskerpleviertje	=	maskerplevier
maskerpleviertjes	=	maskerplevier
maskers	=	masker
maskersaltator	noun	Saltator cinctus een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
maskersaltators	=	maskersaltator
maskersaltatortje	=	maskersaltator
maskersaltatortjes	=	maskersaltator
maskerschijnpaapje	noun	Epthianura albifrons een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
maskerschijnpaapjes	=	maskerschijnpaapje
maskerspel	noun	een toneel-, muziek- en dansspektakel dat hoofdzakelijk in de 16e en 17e eeuw in aristocratische kringen populair was
maskerspelen	=	maskerspel
maskerspellen	=	maskerspel
maskerspinnetje	noun	Zilla diodia een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wielwebspinnen (Araneidae).
maskerspinnetjes	=	maskerspinnetje
maskerspitsvogel	noun	Artamus personatus een zangvogel uit de familie Artamidae (spitsvogels).
maskerspitsvogels	=	maskerspitsvogel
maskerspitsvogeltje	=	maskerspitsvogel
maskerspitsvogeltjes	=	maskerspitsvogel
maskerspreeuw	noun	Sturnornis albofrontatus een vogelsoort uit de familie Sturnidae die endemisch voorkomt op Sri Lanka, daar noemen zij hem in het Sinhala de Hisa sudu Sharikava.
maskerspreeuwen	=	maskerspreeuw
maskerspreeuwtje	=	maskerspreeuw
maskerspreeuwtjes	=	maskerspreeuw
maskerstekelstaart	noun	Nomonyx dominicus een vogel uit de familie Anatidae.
maskerstekelstaarten	=	maskerstekelstaart
maskerstekelstaartje	=	maskerstekelstaart
maskerstekelstaartjes	=	maskerstekelstaart
maskert	=	maskeren
maskertangare	noun	Pipraeidea melanonota een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
maskertangaren	=	maskertangare
maskertangaretje	=	maskertangare
maskertangaretjes	=	maskertangare
maskertityra	noun	Tityra semifasciata een zangvogel uit de familie Tityridae.
maskertityra's	=	maskertityra
maskertityraatje	=	maskertityra
maskertityraatjes	=	maskertityra
maskertje	=	masker
maskertjes	=	masker
maskertoerako	noun	Crinifer personatus een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's).
maskertoerako's	=	maskertoerako
maskertoerakootje	=	maskertoerako
maskertoerakootjes	=	maskertoerako
maskertroepiaal	noun	Icterus cucullatus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
maskertroepiaaltje	=	maskertroepiaal
maskertroepiaaltjes	=	maskertroepiaal
maskertroepialen	=	maskertroepiaal
maskertrogon	noun	Trogon personatus een vogel uit de familie Trogonidae.
maskertrogonnetje	=	maskertrogon
maskertrogonnetjes	=	maskertrogon
maskertrogons	=	maskertrogon
maskerwants	noun	Reduvius personatus een wants uit de familie van de roofwantsen (Reduviidae)
maskerwantsen	=	maskerwants
maskerwantsje	=	maskerwants
maskerwantsjes	=	maskerwants
maskerwatertiran	noun	Fluvicola nengeta een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
maskerwatertirannen	=	maskerwatertiran
maskerwatertirannetje	=	maskerwatertiran
maskerwatertirannetjes	=	maskerwatertiran
maskerwever	noun	Ploceus velatus een zangvogel en komt voor in zuidelijk Afrika.
maskerwevers	=	maskerwever
maskerwevertje	=	maskerwever
maskerwevertjes	=	maskerwever
maskerwielewaal	noun	Oriolus larvatus een zangvogel uit de familie Oriolidae (wielewalen en vijgvogels).
maskerwielewaaltje	=	maskerwielewaal
maskerwielewaaltjes	=	maskerwielewaal
maskerwielewalen	=	maskerwielewaal
maskerwimpelvis	noun	Zanclus cornutus een kleine, baarsachtige zeevis en de enige soort uit het geslacht Zanclus en de familie wimpelvissen (Zanclidae).
maskerwimpelvisje	=	maskerwimpelvis
maskerwimpelvisjes	=	maskerwimpelvis
maskerwimpelvissen	=	maskerwimpelvis
maskerzandhoen	noun	Pterocles decoratus een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae).
maskerzandhoenderen	=	maskerzandhoen
maskerzandhoenders	=	maskerzandhoen
maskerzandhoendertje	=	maskerzandhoen
maskerzandhoendertjes	=	maskerzandhoen
maskerzandhoenen	=	maskerzandhoen
maskerzandhoentje	=	maskerzandhoen
maskerzandhoentjes	=	maskerzandhoen
maskiliem	noun	aanhangers van de Haskala
masochisme	noun	het beleven van (seksueel) genot aan onderwerping of kleinering
masochist	noun	iemand die aan masochisme lijdt of doet
masochisten	=	masochist
masochistisch	adj	met betrekking tot het masochisme, typerend voor een masochist
masochistische	=	masochistisch
masochistischer	=	masochistisch
masochistischere	=	masochistisch
masochistischers	=	masochistisch
masochistje	=	masochist
masochistjes	=	masochist
masora	noun	benaming van een geheel van aantekeningen waarmee verschillende generaties joodse schriftgeleerden in de periode 500-1000 zorgden voor een nauwkeurige vastlegging van de overgeleverde tekst van de Tenach (OT); deze aantekeningen betreffen enerzijds de tekst zelf, anderzijds de uitspraak en voordracht daarvan
masoreet	noun	schriftgeleerde die zorgde voor de masora
masoreten	=	masoreet
masoretisch	adj	van of volgens de masoreten
masoretische	=	masoretisch
masorot	=	masora
massa	noun	totale hoeveelheid materie in een object (gewicht is massa bepaald aan de hand van de graviteit of door de inertie van dat object)
massa's	=	massa
massa-aanranding	noun	een vorm van seksueel geweld waarbij een groep daders tegelijkertijd of opeenvolgend één of meerdere slachtoffers in de publieke ruimte seksueel aanrandt.
massa-aanrandingen	=	massa-aanranding
massa-aanrandinkje	=	massa-aanranding
massa-aanrandinkjes	=	massa-aanranding
massa-actie	noun	collectieve actie ondernomen door veel mensen (bijvoorbeeld een demonstratie of protest)
massa-acties	=	massa-actie
massa-actietje	=	massa-actie
massa-actietjes	=	massa-actie
massa-eenheden	=	massa-eenheid
massa-eenheid	noun	een eenheid van massa, in het SI de kilogram
massa-executie	noun	terechtstelling van een groot aantal mensen
massa-executies	=	massa-executie
massa-explosie	noun	ontploffing van zeer veel explosief materiaal in één keer
massa-explosies	=	massa-explosie
massa-extinctie	noun	massaal uitsterven van levensvormen
massa-extincties	=	massa-extinctie
massa-gebed	=	massagebed
massa-hysterie	=	massahysterie
massa-immigratie	noun	massale immigratie waar grote hoeveelheden mensen een land binnenkomen
massa-immigraties	=	massa-immigratie
massaal	adj	op grote schaal, in groten getale
massaals	=	massaal
massaalst	=	massaal
massaalste	=	massaal
massaatje	=	massa
massaatjes	=	massa
massabetoging	noun	betoging waaraan massa´s mensen deelnemen
massabetogingen	=	massabetoging
massabetoginkje	=	massabetoging
massabetoginkjes	=	massabetoging
massabeweging	noun	een voortgaan van een grote groep mensen
massabewegingen	=	massabeweging
massabeweginkje	=	massabeweging
massabeweginkjes	=	massabeweging
massabijeenkomst	noun	evenement waar zeer veel mensen bij elkaar komen
massabijeenkomsten	=	massabijeenkomst
massaclaim	noun	claim voor schadevergoeding die door een zeer groot aantal mensen tegelijk bij de rechtbank wordt ingediend
massaclaims	=	massaclaim
massacommunicatie	noun	het overbrengen van gedachten, mededelingen enz. aan een groot publiek door gebruik van massamedia
massacommunicaties	=	massacommunicatie
massacre	noun	slachting, massamoord
massacreer	=	massacreren
massacreerde	=	massacreren
massacreerden	=	massacreren
massacreert	=	massacreren
massacrere	=	massacreren
massacreren	verb	een bloedbad aanrichten
massacrerend	=	massacreren
massacrerende	=	massacreren
massacres	=	massacre
massacretje	=	massacre
massacretjes	=	massacre
massaculturen	=	massacultuur
massacultuur	noun	de leef- en denkwijze van het overgrote deel van de bevolking
massademocratie	noun	democratie gebaseerd op het algemeen kiesrecht, waardoor de massa via verkiezingen direct invloed kan uitoefenen op het bestuur
massademocratieën	=	massademocratie
massademonstratie	noun	demonstratie van een groot aantal mensen
massademonstraties	=	massademonstratie
massadichtheden	=	massadichtheid
massadichtheid	noun	grootheid die uitdrukt hoeveel kilo een kubieke meter van een stof weegt (massa gedeeld door volume)
massafractie	noun	de massa van een chemisch product gedeeld door de massa van het mengsel
massage	noun	het masseren
massage-bed	=	massagebed
massagebed	noun	gezamenlijk een verzoek doen aan een godheid door een grote groep gelovigen die bij elkaar zijn
massagebedden	=	massagebed
massagebeden	=	massagebed
massagebedje	=	massagebed
massagebedjes	=	massagebed
massages	=	massage
massagesalon	noun	bedrijf waar men zich kan laten masseren
massagesalonnetje	=	massagesalon
massagesalonnetjes	=	massagesalon
massagesalons	=	massagesalon
massagestoel	noun	stoel waarin een patiënt of sporter zittend kan worden gemasseerd
massagestoelen	=	massagestoel
massagestoeltje	=	massagestoel
massagestoeltjes	=	massagestoel
massagetafel	noun	behandeltafel van een masseur of fysiotherapeut
massagetafels	=	massagetafel
massagetafeltje	=	massagetafel
massagetafeltjes	=	massagetafel
massagetal	noun	getal dat de som aangeeft van het aantal neutronen en protonen in een atoomkern
massagetallen	=	massagetal
massagetalletje	=	massagetal
massagetalletjes	=	massagetal
massagetje	=	massage
massagoed	noun	goederen die niet per stuk verpakt zijn, maar los in grote hoeveelheden worden vervoerd
massagoederen	=	massagoed
massagoedje	=	massagoed
massagoedjes	=	massagoed
massagraf	noun	graf waarin een groot aantal mensen ongekist begraven is
massagrafje	=	massagraf
massagrafjes	=	massagraf
massagraven	=	massagraf
massahysterie	noun	onbeheerste opwinding van een massa mensen
massahysteries	=	massahysterie
massale	=	massaal
massaler	=	massaal
massalere	=	massaal
massalers	=	massaal
massaliteit	noun	het bestaan uit een zeer groot aantal
massaliteiten	=	massaliteit
massaloos	adj	zonder massa
massaloost	=	massaloos
massalooste	=	massaloos
massaloze	=	massaloos
massalozer	=	massaloos
massalozere	=	massaloos
massalozers	=	massaloos
massamedia	=	massamedium
massamedium	noun	een technisch middel waarmee het mogelijk is om ongericht met zeer grote hoeveelheden mensen, of zelfs met het hele volk, te communiceren
massamediumpje	=	massamedium
massameeting	noun	bijeenkomst met zeer veel deelnemers
massameetings	=	massameeting
massamens	noun	iemand die opgaat in een massa zonder eigenheid
massamensen	=	massamens
massamoord	noun	moord op een groot aantal personen
massamoorden	=	massamoord
massamoordenaar	noun	moordenaar die veel slachtoffers op zijn geweten heeft, wat in de praktijk meestal alleen in oorlogssituaties mogelijk is
massamoordenaars	=	massamoordenaar
massamoordenaartje	=	massamoordenaar
massamoordenaartjes	=	massamoordenaar
massamoordenaren	=	massamoordenaar
massamoordje	=	massamoord
massaontslag	noun	het in een keer niet verlengen van het arbeidscontract van zeer veel werknemers
massaontslagen	=	massaontslag
massaprocent	noun	de massa van een chemisch product gedeeld door de massa van het mengsel maal honderd
massaproductie	noun	het maken van standaardproducten in grote aantallen
massaproducties	=	massaproductie
massaprotest	noun	protest van een groot aantal mensen
massaprotesten	=	massaprotest
massaprotestje	=	massaprotest
massaprotestjes	=	massaprotest
massapsychologie	noun	onderzoek van de mensenmassa als zodanig en van alle handelingen en toestanden die massavorming kunnen beïnvloeden
massapsychologisch	adj	betreffende de bestudering hoe individuen in groepen hun rationele denken verliezen en opgaan in een 'collectieve ziel', wat leidt tot emotioneel, impulsief en vaak irrationeel groepsgedrag
massapsychologische	=	massapsychologisch
massapsychologischer	=	massapsychologisch
massapsychologischere	=	massapsychologisch
massapsychologischers	=	massapsychologisch
massapsychose	noun	'psychose' die ontstaat als collectieve denkbeelden of dreigingen, zowel echt als fictief, door een groep wordt gestuurd als resultaat van geruchten en angst
massapsychosen	=	massapsychose
massapsychoses	=	massapsychose
massasauga	noun	Sistrurus catenatus een slang uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
massasauga's	=	massasauga
massasaugaatje	=	massasauga
massasaugaatjes	=	massasauga
massaslachting	noun	bloedbad waarbij zeer veel slachtoffers vallen
massaslachtingen	=	massaslachting
massasprint	noun	term voor de finale van een wielerwedstrijd als er een grote groep renners tegelijk de laatste kilometer ingaat.
massasprinten	=	massasprint
massasprintje	=	massasprint
massasprints	=	massasprint
massaspurt	noun	een sprint met veel deelnemers (vooral bij wielrennen)
massaspurten	=	massaspurt
massaspurts	=	massaspurt
massastaking	noun	algemene of politieke staking genoemd, een grootschalige en collectieve actie waarbij een groot deel van de beroepsbevolking of de arbeiders in verschillende sectoren tegelijk het werk neerlegt.
massastakingen	=	massastaking
massastakinkje	=	massastaking
massastakinkjes	=	massastaking
massasurveillanceprogramma	noun	het geheel van activiteiten dat er op gericht is om mensen massaal in de gaten te houden
massasurveillanceprogramma's	=	massasurveillanceprogramma
massaterreur	noun	terreur waarvan grote groepen mensen het slachtoffer worden
massatoerisme	noun	toerisme in populaire vakantiegebieden waarbij men bij voorkeur ook nog eens allemaal in dezelfde periode komt opdraven
massaverkoop	noun	verkoop van zeer grote aantallen van een bepaald product aan een grote groep mensen
massaverkopen	=	massaverkoop
massavernietiging	noun	verdwijnen van massa (door overgang in energie)
massavernietigingen	=	massavernietiging
massavernietigingetje	=	massavernietiging
massavernietigingetjes	=	massavernietiging
massavernietigingswapen	noun	een wapen dat zeer velen doodt
massavernietigingswapens	=	massavernietigingswapen
massavernietigingswapentje	=	massavernietigingswapen
massavernietigingswapentjes	=	massavernietigingswapen
massavervoer	noun	transport van heel veel mensen, zaken of dieren
massavervoermiddel	noun	een middel om van de ene naar de andere plek te gaan geschikt om zeer grote hoeveelheden passagiers of goederen.
massavervoermiddelen	=	massavervoermiddel
massavervoermiddeltje	=	massavervoermiddel
massavervoermiddeltjes	=	massavervoermiddel
massawerkloosheid	noun	Het voorkomen van werkloosheid bij grote groepen mensen
masse	=	massa
masseer	=	masseren
masseerde	=	masseren
masseerden	=	masseren
masseert	=	masseren
massematten	noun	gestolen goed
massere	=	masseren
masseren	verb	het toepassen van uitwendige druk op de zachte weefsels
masserend	=	masseren
masserende	=	masseren
masseur	noun	iemand die masseert
masseurs	=	masseur
masseurtje	=	masseur
masseurtjes	=	masseur
masseuse	noun	vrouwelijke vorm van masseur
masseuses	=	masseuse
masseusetje	=	masseuse
masseusetjes	=	masseuse
massief	adj	niet open, hol, maar dicht en één geheel	noun	oude afgevlakte berggroep
massiefje	=	massief
massiefs	=	massief
massiefst	=	massief
massiefste	=	massief
massieve	=	massief
massieven	=	massief
massiever	=	massief
massievere	=	massief
massievers	=	massief
massificatie	noun	het massificeren, het massaal maken
massificaties	=	massificatie
massificeer	=	massificeren
massificeerde	=	massificeren
massificeerden	=	massificeren
massificeert	=	massificeren
massificere	=	massificeren
massificeren	verb	worden tot een massa
massificerend	=	massificeren
massificerende	=	massificeren
massiviteit	noun	een enorm gewicht
massiviteiten	=	massiviteit
mast	noun	lange, rechtop staande paal midden op het schip waaraan vlaggen, zeilen en/of ra's bevestigd kunnen worden
mastaba	noun	rechthoekig bouwwerk met een plat dak en hellende wanden, zoals dat in het oude Egypte als grafmonument werd gebruikt
mastaba's	=	mastaba
mastbomen	=	mastboom
mastboom	noun	rechte den, vroeger aangeplant voor scheepsmasten
mastbos	noun	een bos met dennen of pijnbomen
mastbosje	=	mastbos
mastbosjes	=	mastbos
mastbossen	=	mastbos
mastectomie	noun	het amputeren van een vrouwenborst
mastectomietje	=	mastectomie
mastectomietjes	=	mastectomie
mastectomieën	=	mastectomie
masteloos	adj	zonder mast
masteloost	=	masteloos
mastelooste	=	masteloos
masteloze	=	masteloos
mastelozer	=	masteloos
mastelozere	=	masteloos
mastelozers	=	masteloos
masteluin	noun	een mengsel van half tarwe-, half roggemeel
masteluinen	=	masteluin
masten	=	mast
mastentop	noun	denappel, dennenappel, pijnappel, mastappel
mastentoppen	=	mastentop
master	noun	meester
master-na-bacheloropleiding	noun	vervolgstudie in het hoger onderwijs die direct aansluit op een afgeronde bacheloropleiding (HBO of WO).
master-na-bacheloropleidingen	=	master-na-bacheloropleiding
master-na-bacheloropleidinkje	=	master-na-bacheloropleiding
master-na-bacheloropleidinkjes	=	master-na-bacheloropleiding
master-na-masteropleiding	noun	gespecialiseerde universitaire vervolgopleiding (minstens 60 ECTS, meestal 1 jaar) die je volgt nadat je al een eerste masterdiploma hebt behaald.
master-na-masteropleidingen	=	master-na-masteropleiding
master-na-masteropleidinkje	=	master-na-masteropleiding
master-na-masteropleidinkjes	=	master-na-masteropleiding
masterbedroom	noun	de belangrijkste slaapkamer van een woning
masterbedrooms	=	masterbedroom
masterclass	noun	een les gegeven door iemand die een meester in zijn vak is maar geen docent is, terwijl andere studenten toekijken
masterclasses	=	masterclass
masterdiploma	noun	getuigschrift dat men ontvangt na het succesvol afronden van de masterfase van een opleiding aan een instelling voor hoger onderwijs, de student mag dan de titel master voeren
masterdiploma's	=	masterdiploma
masteropleiding	noun	studie die volgt op de bacheloropleiding en waarbij de student een mastertitel krijgt na het voltooien van deze opleiding
masteropleidingen	=	masteropleiding
masteropleidinkje	=	masteropleiding
masteropleidinkjes	=	masteropleiding
masterplan	noun	een groot allesomvattend plan dat uit vele verschillende onderdelen bestaat
masterplannen	=	masterplan
masters	=	master
masterscriptie	noun	een stuk dat men schrijft naar aanleiding van eigen onderzoek op het einde van de masterfase van een studie
masterscripties	=	masterscriptie
masterscriptietje	=	masterscriptie
masterscriptietjes	=	masterscriptie
mastersopleiding	noun	studie die volgt op de bacheloropleiding en waarbij de student een mastertitel krijgt na het voltooien van deze opleiding
mastersopleidingen	=	mastersopleiding
mastersopleidinkje	=	mastersopleiding
mastersopleidinkjes	=	mastersopleiding
masterstoernooi	noun	een toernooi waaraan alleen de beste sporters mogen deelnemen
masterstoernooien	=	masterstoernooi
masterstudent	noun	persoon die na een bacheloropleiding een masterstudie volgt
masterstudenten	=	masterstudent
masterstudie	noun	opleiding die volgt op een bacheloropleiding en waarbij de student een mastertitel krijgt na voltooien van deze opleiding
masterstudies	=	masterstudie
mastertape	noun	magneetband die als origineel dient en waar duplicaten van gemaakt (kunnen) worden vooral van belang bij analoge techniek
mastertapes	=	mastertape
mastgaatje	=	mastgat
mastgaatjes	=	mastgat
mastgat	noun	opening in het dek van een schip waardoor de mast steekt
mastgaten	=	mastgat
masthoogte	noun	afstand vanaf het wateroppervlak tot de top van de langste, rechtop staande paal op een schip
masthoogten	=	masthoogte
masthoogtes	=	masthoogte
masticatoir	adj	met betrekking tot het kauwen
masticatoire	=	masticatoir
masticatoirs	=	masticatoir
mastiek	noun	kostbare harssoort afkomstig van de mastiekboom, o.a. gebruikt voor schilderijvernis
mastiekbedekking	noun	verouderd, teerachtig type dakbedekking voor platte daken.
mastiekbedekkingen	=	mastiekbedekking
mastiekbedekkinkje	=	mastiekbedekking
mastiekbedekkinkjes	=	mastiekbedekking
mastiekbomen	=	mastiekboom
mastiekboom	noun	bepaald soort boom, Pistacia lentiscus
mastiekboompje	=	mastiekboom
mastiekboompjes	=	mastiekboom
mastieke	=	mastieken
mastieken	verb	met kit, stopvef, teer e.d. dichtmaken of vastmaken
mastiekend	=	mastieken
mastiekende	=	mastieken
mastiekje	=	mastiek
mastiekjes	=	mastiek
mastiekt	=	mastieken
mastiekte	=	mastieken
mastiekten	=	mastieken
mastiff	noun	grote hond met een heel los rimpelig vel bij het hoofd
mastiffs	=	mastiff
mastino	noun	grote jachthond
mastino's	=	mastino
mastitis	noun	ontsteking van de borstklier
mastitissen	=	mastitis
mastjaar	noun	jaar met veel eikels
mastjaren	=	mastjaar
mastje	=	mast
mastjes	=	mast
mastkorf	noun	vuurkorf aan de mast van een vuurschip als sein
mastkorven	=	mastkorf
mastocyt	noun	mestcel
mastodont	noun	Mammut een geslacht van uitgestorven slurfdieren
mastodonten	=	mastodont
mastodontje	=	mastodont
mastodontjes	=	mastodont
mastodynie	noun	pijn in de borstklier
mastoiditis	noun	ontsteking van het slaapbeen, veroorzaakt door ontsteking van het middenoor
mastopathie	noun	pijn aan de borsten; aandoening van de borst
mastopathieën	=	mastopathie
mastoïditis	noun	ontsteking van het slaapbeen, veroorzaakt door ontsteking van het middenoor
masttop	noun	bovenste deel van een mast
masttoppen	=	masttop
masturbatie	noun	het stimuleren van de eigen geslachtsdelen teneinde seksueel opgewonden te raken
masturbaties	=	masturbatie
masturbatorisch	adj	gerelateerd aan masturbatie
masturbatorische	=	masturbatorisch
masturbatorischer	=	masturbatorisch
masturbatorischere	=	masturbatorisch
masturbatorischers	=	masturbatorisch
masturbeer	=	masturberen
masturbeerde	=	masturberen
masturbeerden	=	masturberen
masturbeert	=	masturberen
masturbere	=	masturberen
masturberen	verb	zichzelf seksueel bevredigen
masturberend	=	masturberen
masturberende	=	masturberen
mastworp	noun	knoop om een touw aan een paal vast te maken
mastworpen	=	mastworp
mastworpje	=	mastworp
mastworpjes	=	mastworp
masusa	noun	bepaald soort plant, Renealmia alpinia uit de gemberfamilie
masusarijst	noun	gerecht gemaakt met rijst, kip, masusasap, vlees en vis
mat	noun	vlechtwerk of stug weefsel dat als afscherming of als beschermlaag voor een oppervlak dient	adj	door een uitgeput gevoel in een terneergeslagen stemming
mata	noun	houten voorwerp met een uitholling om voedsel fijn te stampen
mata's	=	mata
matador	noun	stierenvechter
matadors	=	matador
mataglap	adj	door razernij verblind
matai	noun	Prumnopitys taxifolia een conifeer uit de familie Podocarpaceae.
mataki	noun	Symphonia globulifera een boomsoort die voorkomt in Midden- en Zuid-Amerika en in Afrika.
mataki's	=	mataki
matan	noun	schenking, geven
matapi	noun	een pers voor cassavewortels die gebruikt wordt om geraspte bittere cassave uit te persen
matapi's	=	matapi
match	noun	wedstrijd
matcha	noun	Japanse groene thee die tot poeder is vermalen
matcha's	=	matcha
matchafrappuccino	noun	een koude, gemixte drank van matchapoeder, melk, zoetstof en ijs.
matchafrappuccino's	=	matchafrappuccino
matchbal	noun	slag waarmee een (tennis)wedstrijd gewonnen kan worden
matchballen	=	matchbal
matchen	=	match
matches	=	match
matchfixing	noun	vooraf stiekem beïnvloeden van het verloop van een sportwedstrijd Op deze manier kan er geld worden verdiend door weddenschappen over het verloop of de uitslag van wedstrijden met mensen.
matchfixingpraktijken	noun	vooraf stiekem beïnvloeden van het verloop van een sportwedstrijden
matching	noun	afstemming tussen twee of meer partijen
matchings	=	matching
matchmaker	noun	persoon die zorgt dat een bepaalde overeenkomst gesloten kan worden
matchmakers	=	matchmaker
matchpoint	noun	situatie waarbij de wedstrijd wordt gewonnen indien door de speler een punt wordt gescoord
matchpoints	=	matchpoint
matchpunt	noun	laatste punt dat men moet scoren om de wedstrijd te winnen
matchpunten	=	matchpunt
matchpuntje	=	matchpunt
matchpuntjes	=	matchpunt
matchwinnaar	noun	diegene die een wedstrijd heeft gewonnen
matchwinnaars	=	matchwinnaar
matchwinner	noun	een sporter die een heel belangrijke rol in het behalen van de overwinning heeft gehad
matchwinners	=	matchwinner
matdreiging	noun	de situatie tijdens een bordspel (voornamelijk schaken) waarin de ene speler de koning van de tegenstander in de eerstvolgende beurt schaakmat kan zetten.
matdreigingen	=	matdreiging
matdreiginkje	=	matdreiging
matdreiginkjes	=	matdreiging
mate	noun	graad, een hoeveelheid van iets abstracts
mateloos	adj	bijzonder veel, in bijzondere mate
mateloosheden	=	mateloosheid
mateloosheid	noun	het mateloos zijn
mateloost	=	mateloos
matelooste	=	mateloos
matelot	noun	lage, cilindervormige strooien hoed met platte rand
matelotje	=	matelot
matelotjes	=	matelot
matelots	=	matelot
mateloze	=	mateloos
matelozer	=	mateloos
matelozere	=	mateloos
matelozers	=	mateloos
maten	=	meten
matennaaier	noun|informal	iemand die zijn collega's aangeeft bij hogere functionarissen
matennaaiers	=	matennaaier
matennaaiertje	=	matennaaier
mater	noun	vrouw die aan het hoofd van een klooster staat
materiaal	noun	een tastbare stof (-> materie)
materiaalkost	noun|obsolete	de uitgaven die men moet maken voor de grondstoffen die nodig zijn om een product maakt
materiaalkosten	noun	de uitgaven die men moet maken voor de grondstoffen die nodig zijn om een product maakt
materiaalkunde	noun	een tak van de toegepaste natuurwetenschap die zich bezighoudt met het verband tussen de samenstelling en structuur van materialen aan de ene kant en hun eigenschappen aan de andere kant
materiaallieden	=	materiaalman
materiaallui	=	materiaalman
materiaalman	noun	iemand die het materiaal van een sportclub of sportploeg beheert
materiaalmannen	=	materiaalman
materiaalmannetje	=	materiaalman
materiaalmannetjes	=	materiaalman
materiaalmoeheid	noun	vermoeiing van materiaal waarbij het onder een zeer lang aangehouden wisselende belasting op een gegeven moment bezwijkt
materiaalpech	noun	onvoorziene schade aan zaken die men nodig heeft om een bepaalde taak te volbrengen
materiaalpost	noun	plaats de zone waar de begeleiders van de veldwielrenners staan
materiaalposten	=	materiaalpost
materiaaltechnisch	adj	betreffende de materiaalkunde in praktische toepassingen
materiaaltechnische	=	materiaaltechnisch
materiaaltechnischer	=	materiaaltechnisch
materiaaltechnischere	=	materiaaltechnisch
materiaaltechnischers	=	materiaaltechnisch
materiaaltje	=	materiaal
materiaaltjes	=	materiaal
materiaalwagen	noun	auto waarin men reserveonderdelen en gereedschap vervoert die voor een bepaalde activiteit noodzakelijk zijn
materiaalwagens	=	materiaalwagen
materialen	=	materiaal
materialisatie	noun	proces waarbij energie wordt omgezet in materie
materialisaties	=	materialisatie
materialiseer	=	materialiseren
materialiseerde	=	materialiseren
materialiseerden	=	materialiseren
materialiseert	=	materialiseren
materialisere	=	materialiseren
materialiseren	verb	zich ~: veranderen in een stoffelijke gedaante
materialiserend	=	materialiseren
materialiserende	=	materialiseren
materialisering	noun	materialisatie
materialiseringen	=	materialisering
materialisme	noun	hechten aan stoffelijk gewin, streven naar materieel bezit en/of genot.
materialismus	=	materialisme
materialist	noun	aanhanger van het materialisme
materialisten	=	materialist
materialistisch	adj	hechtend aan stoffelijk gewin, strevend naar materieel bezit en/of genot.
materialistische	=	materialistisch
materialistischer	=	materialistisch
materialistischere	=	materialistisch
materialistischers	=	materialistisch
materialistischt	=	materialistisch
materialistischte	=	materialistisch
materialistje	=	materialist
materialistjes	=	materialist
materialiteit	noun	het stoffelijk of lichamelijk tastbaar zijn
materialiteiten	=	materialiteit
materie	noun	de bouwsteen waaruit de (waarneembare) wereld is opgebouwd
materieel	noun	wat nodig is aan gereedschappen, machines enz. voor werk of bedrijf dus niet de grondstof (terminologie met name gebruikelijk bij het leger, de politie, brandweer)	adj	betrekking hebbend op materiaal of materialen
materieels	=	materieel
materieelst	=	materieel
materieelste	=	materieel
materies	=	materie
materiële	=	materieel
materiëler	=	materieel
materiëlere	=	materieel
materiëlers	=	materieel
materiën	=	materie
maternaal	adj	van, betreffende de moeder, van moederskant
maternaals	=	maternaal
maternaalst	=	maternaal
maternaalste	=	maternaal
maternale	=	maternaal
maternaler	=	maternaal
maternalere	=	maternaal
maternalers	=	maternaal
maternalisme	noun	het meer betrekken van vrouwen in de maatschappij
materniteit	noun	het zijn van moeder
materniteiten	=	materniteit
maters	=	mater
matgeel	adj	niet glinsterend, spiegelend of glimmend geel; dof geel
matgeels	=	matgeel
matgeelst	=	matgeel
matgeelste	=	matgeel
matgele	=	matgeel
matgeler	=	matgeel
matgelere	=	matgeel
matgelers	=	matgeel
matglanswespbij	noun	Nomada similis een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
matglanswespbijen	=	matglanswespbij
matglanswespbijtje	=	matglanswespbij
matglanswespbijtjes	=	matglanswespbij
matglas	noun	glas dat mat wordt gemaakt door behandeling met een slijpmiddel of een zuur, waardoor het licht dat er opvalt wordt verstrooid
matglazen	adj	van glas dat het niet helder doorzichtig is, maar wel licht doorlaat
matheid	noun	stemming van een mens: vermoeid en onverschillig
mathemaat	noun	een wetenschapper die de wiskunde beoefent
mathematen	=	mathemaat
mathematica	noun	wiskunde
mathematica's	=	mathematica
mathematicae	=	mathematica
mathematici	=	mathematicus
mathematicus	noun	een wetenschapper die de wiskunde beoefent
mathematicusje	=	mathematicus
mathematicussen	=	mathematicus
mathematiek	noun	wiskunde
mathematisch	adj	met betrekking tot het bestuderen van patronen en structuren, wiskundig
mathematische	=	mathematisch
mathematischer	=	mathematisch
mathematischere	=	mathematisch
mathematischers	=	mathematisch
mathesis	noun	wiskunde
matie	noun|informal	vriend
maties	=	matie
matig	adj	in geringere mate dan mogelijk of gewenst
matigde	=	matigen
matigden	=	matigen
matige	=	matig
matigen	verb	minder uitbundig of extreem optreden
matigend	adj	van iets dat het zorgt dat iets minder extreem wordt
matigende	=	matigen
matigender	=	matigend
matigendere	=	matigend
matigenders	=	matigend
matigends	=	matigend
matigendst	=	matigend
matigendste	=	matigend
matiger	=	matig
matigere	=	matig
matigers	=	matig
matigheden	=	matigheid
matigheid	noun	van een persoon dat deze niet teveel eet en drinkt
matiging	noun	minder sterk, hard en krachtig maken
matigingen	=	matiging
matigingetje	=	matiging
matigingetjes	=	matiging
matigjes	adv	niet zo heel goed
matigs	=	matig
matigst	=	matig
matigste	=	matig
matigt	=	matigen
matinee	noun	voorstelling die overdag plaatsvindt
matinees	=	matinee
matineetje	=	matinee
matineetjes	=	matinee
matineevoorstelling	noun	een voorstelling gedurende de middaguren
matineevoorstellingen	=	matineevoorstelling
matineevoorstellinkje	=	matineevoorstelling
matineevoorstellinkjes	=	matineevoorstelling
matineus	adj	geneigd om vroeg op te staan
matineust	=	matineus
matineuste	=	matineus
matineuze	=	matineus
matineuzer	=	matineus
matineuzere	=	matineus
matineuzers	=	matineus
matje	noun	alleen verkleinwoord kapsel waarbij de de zijkanten van het haar meestal opgeschoren of kort zijn, maar de achterkant lang
matjes	=	mat
matjesmosschijfje	noun	Octospora phagospora een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
matjesmosschijfjes	=	matjesmosschijfje
matjok	noun	een Surinaams gezelschapsspel.
matjoktafel	noun	vierkante tafel waaraan men matjok (de Surinaamse variant van Mahjong) kan spelen
matjoktafels	=	matjoktafel
matjoktafeltje	=	matjoktafel
matjoktafeltjes	=	matjoktafel
matkop	noun	Poecile montanus een zangvogel uit de familie van echte mezen (Paridae)
matkopje	=	matkop
matkopjes	=	matkop
matkoppen	=	matkop
matlatzinca	noun	inheems volk van ongeveer drieduizend mensen, die leven in de deelstaat Mexico in Mexico
matles	noun	lange doek met de breedte van de Torarol die vanaf de achterkant ervan met de rol mee wordt gewikkeld
matoeli	noun	Pyrrhulina filamentosa een straalvinnige vissensoort uit de familie van de slankzalmen (Lebiasinidae).
matoeli's	=	matoeli
matogrossomiervogel	noun	Cercomacra melanaria een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
matogrossomiervogels	=	matogrossomiervogel
matogrossomiervogeltje	=	matogrossomiervogel
matogrossomiervogeltjes	=	matogrossomiervogel
matone	noun	geschenk
matones	=	matone
matorraltapaculo	noun	Scytalopus griseicollis een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
matorraltapaculo's	=	matorraltapaculo
matorraltapaculootje	=	matorraltapaculo
matorraltapaculootjes	=	matorraltapaculo
matra	noun	verkorte vorm van een klinker in het Devanagarischrift, gebruikt wanneer de klinker gecombineerd wordt met een ander schriftteken.
matra's	=	matra
matraatje	=	matra
matraatjes	=	matra
matrak	noun	wapenstok, gummiknuppel
matrakje	=	matrak
matrakjes	=	matrak
matrakken	=	matrak
matras	noun	lichaamsondersteunend onderdeel van een bed
matrashoes	noun	de hoes voor rond een matras
matrashoesje	=	matrashoes
matrashoesjes	=	matrashoes
matrashoezen	=	matrashoes
matrasje	=	matras
matrasjes	=	matras
matrassen	=	matras
matrassenfabriek	noun	bedrijf waar men matrassen produceert
matrassenfabrieken	=	matrassenfabriek
matrassenfabriekje	=	matrassenfabriek
matrassenfabriekjes	=	matrassenfabriek
matriarch	noun	een - meest oudere - vrouw, die leiding heeft over een groep, vaak van haar afstammende personen
matriarchaal	adj	betrekking hebbend op een samenlevingsvorm waarbij vrouwen aan de macht zijn en overerving via de vrouwelijke lijn gaat
matriarchaals	=	matriarchaal
matriarchaalst	=	matriarchaal
matriarchaalste	=	matriarchaal
matriarchaat	noun	rechtstoestand waarbij de kinderen de naam van de moeder krijgen en haar goederen erven
matriarchale	=	matriarchaal
matriarchaler	=	matriarchaal
matriarchalere	=	matriarchaal
matriarchalers	=	matriarchaal
matriarchaten	=	matriarchaat
matriarchen	=	matriarch
matriarchje	=	matriarch
matrices	=	matrix
matricide	noun	moedermoord
matriciden	=	matricide
matricides	=	matricide
matricidetje	=	matricide
matricidetjes	=	matricide
matrijs	noun	vorm die dient om meerdere gelijke producten te maken
matrijsje	=	matrijs
matrijzen	=	matrijs
matrijzenmakerij	noun	het maken van matrijzen
matrijzenmakerijen	=	matrijzenmakerij
matrikel	noun	register van inschrijvingen; lijst met namen
matrikels	=	matrikel
matrilineaal	adj	volgens een verwantschap waarbij de afstamming via de vrouwelijke lijn bepalend is
matrilineaals	=	matrilineaal
matrilineaalst	=	matrilineaal
matrilineaalste	=	matrilineaal
matrilineair	adj	volgens een verwantschap waarbij de afstamming in de vrouwelijke lijn berekend wordt
matrilineairder	=	matrilineair
matrilineairdere	=	matrilineair
matrilineairders	=	matrilineair
matrilineaire	=	matrilineair
matrilineairs	=	matrilineair
matrilineairst	=	matrilineair
matrilineairste	=	matrilineair
matrilineale	=	matrilineaal
matrilinealer	=	matrilineaal
matrilinealere	=	matrilineaal
matrilinealers	=	matrilineaal
matrimonia	=	matrimonium
matrimoniaal	adj	betrekking hebbend op het huwelijk
matrimoniaals	=	matrimoniaal
matrimoniaalst	=	matrimoniaal
matrimoniaalste	=	matrimoniaal
matrimoniale	=	matrimoniaal
matrimonialer	=	matrimoniaal
matrimonialere	=	matrimoniaal
matrimonialers	=	matrimoniaal
matrimonium	noun	huwelijk
matrimoniums	=	matrimonium
matrix	noun	een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden
matrixbord	noun	elektronisch verkeersbord
matrixborden	=	matrixbord
matrixen	=	matrix
matrixje	=	matrix
matrixjes	=	matrix
matrixprinter	noun	een toestel dat afdrukken maakt met een rij staafjes die een inktlint tegen het papier drukken
matrixprinters	=	matrixprinter
matrixprintertje	=	matrixprinter
matrixprintertjes	=	matrixprinter
matroesjka	noun	een holle houten pop uit Rusland die onderdeel is van een reeks steeds kleinere in elkaar passende poppen
matroesjka's	=	matroesjka
matrone	noun	getrouwde, forse, bazige wat oudere vrouw
matrones	=	matrone
matroos	noun	een zeeman van de laagste rang
matroosje	=	matroos
matroosjes	=	matroos
matrozen	=	matroos
matrozenbroek	noun	broek oorspronkelijk gedragen door matrozen met lange rechte pijpen
matrozenbroeken	=	matrozenbroek
matrozenbroekje	=	matrozenbroek
matrozenbroekjes	=	matrozenbroek
matrozenkraag	noun	brede aan de achterkant vierkante kraag van een matrozenpakje
matrozenkraagje	=	matrozenkraag
matrozenkraagjes	=	matrozenkraag
matrozenkragen	=	matrozenkraag
matrozenpak	noun	kleding voor (jonge) jongens met een blauwe kraag, vaak met witte biezen, die op de rug een vierkant vormt
matrozenpakje	=	matrozenpak
matrozenpakjes	=	matrozenpak
matrozenpakken	=	matrozenpak
mats	=	matsen
matsa	noun	ongezuurd brood, gegeten met Pesach
matschieboomkangoeroe	noun	Dendrolagus matschiei een kangoeroe uit het geslacht der boomkangoeroes.
matschieboomkangoeroes	=	matschieboomkangoeroe
matschieboomkangoeroetje	=	matschieboomkangoeroe
matschieboomkangoeroetjes	=	matschieboomkangoeroe
matse	noun	ongezuurd brood, gegeten met Pesach
matsebal	noun	knoedel uit de Joodse keuken, gemaakt van matsemeel, gefruite ui, ei, peper, zout en gemalen gember, die in soep wordt gekookt
matseballen	=	matsebal
matseballetje	=	matsebal
matseballetjes	=	matsebal
matseive	noun	grafsteen
matseives	=	matseive
matseivo	noun	grafsteen
matseivous	=	matseivo
matsekleis	noun	knoedel uit de Joodse keuken, gemaakt van matsemeel, gefruite ui, ei, peper, zout en gemalen gember, die in soep wordt gekookt
matsekleizen	=	matsekleis
matsen	verb	het niet zo nauw te nemen met de regeltjes; de zaken gunstiger voorstellen dan ze zijn
matsend	=	matsen
matsende	=	matsen
matses	=	matse
matsetje	=	matse
matseva	noun	grafsteen
matsevot	=	matseva
matsot	=	matsa
matst	=	matsen
matste	=	mat
matsten	=	matsen
matte	=	mat
matteer	=	matteren
matteerde	=	matteren
matteerden	=	matteren
matteert	=	matteren
matten	verb	een mat aanbrengen op	noun	wrongel van melk, karnemelk, eieren en amandelen; bestanddeel van mattentaart
mattenbies	noun	Schoenoplectus lacustris een tot 300 cm hoge vaste plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
mattenbiesfranjekelkje	noun	Lachnum juncinum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
mattenbiesfranjekelkjes	=	mattenbiesfranjekelkje
mattenbiesje	=	mattenbies
mattenbiesjes	=	mattenbies
mattenbiezen	=	mattenbies
mattend	=	matten
mattende	=	matten
mattenklopper	noun	werktuig voor het schoonmaken van kleden door de kleden uit te kloppen
mattenkloppers	=	mattenklopper
mattenkloppertje	=	mattenklopper
mattenkloppertjes	=	mattenklopper
mattentaart	noun	taart van bladerdeeg en matten (wrongel van melk, karnemelk, eieren en amandelen)
mattentaarten	=	mattentaart
mattentaartje	=	mattentaart
mattentaartjes	=	mattentaart
matter	=	mat
mattere	=	mat
matteren	verb	mat, dof maken
matterend	=	matteren
matterende	=	matteren
matters	=	mat
mattheuseffect	noun	groter worden van verschillen in rijkdom of status, doordat grotere rijkdom of status helpen nog meer rijkdom of status te verwerven en armoede of lage status dat juist moeilijker maken, zelfs bij regelingen die bedoeld waren om die verschillen te verkleinen
mattheuseffecten	=	mattheuseffect
mattie	noun	vriend, kameraad
matties	=	mattie
mattietje	=	mattie
matting	noun	het de glans van iets verwijderen; het iets dof maken
mattingen	=	matting
mature	=	matuur
maturiteit	noun	het tot volle wasdom en rijpheid zijn gekomen
matuur	adj	rijp
matuurder	=	matuur
matuurdere	=	matuur
matuurders	=	matuur
matuurs	=	matuur
matuurst	=	matuur
matuurste	=	matuur
matverf	noun	mat opdrogende verf
matverfje	=	matverf
matverfjes	=	matverf
matverven	=	matverf
matwerk	noun	iets dat gemaakt is van gevlochten stengels
matwerken	=	matwerk
maté	noun	hulstachtige heester waarvan de gedroogde bladeren worden gebruikt voor thee, Ilex paraguariensis
maui-akepa	noun	Loxops ochraceus een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
maui-akepa's	=	maui-akepa
maui-akepaatje	=	maui-akepa
maui-akepaatjes	=	maui-akepa
mauikruiper	noun	Paroreomyza montana een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
mauikruipers	=	mauikruiper
mauikruipertje	=	mauikruiper
mauikruipertjes	=	mauikruiper
mauinukupuu	noun	Hemignathus affinis een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
mauinukupuu's	=	mauinukupuu
mauinukupuutje	=	mauinukupuu
mauinukupuutjes	=	mauinukupuu
mauipapegaaiensnavel	noun	Pseudonestor xanthophrys een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
mauipapegaaiensnavels	=	mauipapegaaiensnavel
mauipapegaaiensnaveltje	=	mauipapegaaiensnavel
mauipapegaaiensnaveltjes	=	mauipapegaaiensnavel
maukespreeuw	noun	Aplonis mavornata een uitgestorven zangvogel uit de familie Sturnidae (spreeuwachtigen).
maukespreeuwen	=	maukespreeuw
maukespreeuwtje	=	maukespreeuw
maukespreeuwtjes	=	maukespreeuw
maupitimonarch	noun	Pomarea pomarea een uitgestorven zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
maupitimonarchen	=	maupitimonarch
maupitimonarchje	=	maupitimonarch
maupitimonarchjes	=	maupitimonarch
mauritaans	adj	op Mauritanië betrekking hebbend
mauritaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Mauritanië, of een vrouw afkomstig uit Mauritanië
mauritaansen	=	mauritaanse
mauritaanser	=	mauritaans
mauritaansere	=	mauritaans
mauritaansers	=	mauritaans
mauritaanst	=	mauritaans
mauritaanste	=	mauritaans
mauritaniër	noun	een inwoner van Mauritanië, of iemand afkomstig uit Mauritanië
mauritaniërs	=	mauritaniër
mauritiaan	noun	een inwoner van Mauritius, of iemand afkomstig uit Mauritius
mauritiaans	adj	op Mauritius betrekking hebbend
mauritiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Mauritius, of een vrouw afkomstig uit Mauritius
mauritiaansen	=	mauritiaanse
mauritiaanser	=	mauritiaans
mauritiaansere	=	mauritiaans
mauritiaansers	=	mauritiaans
mauritiaanst	=	mauritiaans
mauritiaanste	=	mauritiaans
mauritianen	=	mauritiaan
mauritiusbuulbuul	noun	Hypsipetes olivaceus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
mauritiusbuulbuuls	=	mauritiusbuulbuul
mauritiusbuulbuultje	=	mauritiusbuulbuul
mauritiusbuulbuultjes	=	mauritiusbuulbuul
mauritiusduif	noun	Nesoenas mayeri een vogel uit de familie Columbidae.
mauritiusduifje	=	mauritiusduif
mauritiusduifjes	=	mauritiusduif
mauritiusduiven	=	mauritiusduif
mauritiuseend	noun	Anas theodori een uitgestorven vogel uit de familie Anatidae.
mauritiuseenden	=	mauritiuseend
mauritiuseendje	=	mauritiuseend
mauritiuseendjes	=	mauritiuseend
mauritiusgans	noun	Alopochen mauritiana een uitgestorven, eendachtige vogel uit de familie Anatidae (zwanen, ganzen en eenden) die voorkwam op Mauritius
mauritiusgansje	=	mauritiusgans
mauritiusgansjes	=	mauritiusgans
mauritiusganzen	=	mauritiusgans
mauritiusgrafvleermuis	noun	Taphozous mauritianus vleermuis uit de familie van de schedestaartvleermuizen (Emballonuridae).
mauritiusgrafvleermuisje	=	mauritiusgrafvleermuis
mauritiusgrafvleermuisjes	=	mauritiusgrafvleermuis
mauritiusgrafvleermuizen	=	mauritiusgrafvleermuis
mauritiuskwak	noun	Nycticorax mauritianus een uitgestorven vogel uit de familie reigers (Ardeidae).
mauritiuskwakje	=	mauritiuskwak
mauritiuskwakjes	=	mauritiuskwak
mauritiuskwakken	=	mauritiuskwak
mauritiuspalm	noun	Mauritia flexuosa een tot 35 m hoge, tweehuizige palm met een kroon van uitgespreide, donkergroene, waaiervormig ingesneden, in omtrek afgeronde bladeren met een diameter van 4 m.
mauritiuspalmen	=	mauritiuspalm
mauritiuspapeda	noun	Citrus hystrix DC. een tot 12 m hoge, groenblijvende citrusboom die inheems is op het eiland Soembawa.
mauritiuspapeda's	=	mauritiuspapeda
mauritiusparkiet	noun	Psittacula eques een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
mauritiusparkieten	=	mauritiusparkiet
mauritiusparkietje	=	mauritiusparkiet
mauritiusparkietjes	=	mauritiusparkiet
mauritiusrupsvogel	noun	Lalage typica een rupsvogel die endemisch is op het eiland Mauritius
mauritiusrupsvogels	=	mauritiusrupsvogel
mauritiusrupsvogeltje	=	mauritiusrupsvogel
mauritiusrupsvogeltjes	=	mauritiusrupsvogel
mauritiussalangaan	noun	Aerodramus francicus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
mauritiussalangaantje	=	mauritiussalangaan
mauritiussalangaantjes	=	mauritiussalangaan
mauritiussalanganen	=	mauritiussalangaan
mauritiusuil	noun	Otus sauzieri een uitgestorven vogel uit de familie uilen (Strigidae)
mauritiusuilen	=	mauritiusuil
mauritiusuiltje	=	mauritiusuil
mauritiusuiltjes	=	mauritiusuil
mauritiuswever	noun	Foudia rubra een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
mauritiuswevers	=	mauritiuswever
mauritiuswevertje	=	mauritiuswever
mauritiuswevertjes	=	mauritiuswever
mauser	noun	vuurwapen uit de twintigste eeuw tot de Tweede Wereldoorlog
mausers	=	mauser
mausolea	=	mausoleum
mausoleum	noun	groot en rijk versierd graf
mausoleumpje	=	mausoleum
mausoleumpjes	=	mausoleum
mausoleums	=	mausoleum
mauve	noun	zacht paars	adj	zacht paars
mauves	=	mauve
mauw	=	mauwen
mauwde	=	mauwen
mauwden	=	mauwen
mauwe	=	mauwen
mauwen	verb	het kenmerkende jankende geluid van een kat voortbrengen
mauwend	=	mauwen
mauwende	=	mauwen
mauwt	=	mauwen
mauészijdeaapje	noun	Mico mauesi een soort van het geslacht Amazone-oeistiti's (Mico).
mauészijdeaapjes	=	mauészijdeaapje
mavist	noun	scholier die op het mavo zit of mavo gedaan heeft
mavisten	=	mavist
mavistje	=	mavist
mavistjes	=	mavist
mavo	noun	een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs
mavo's	=	mavo
mavo-opleiding	noun	Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs.
mavo-opleidingen	=	mavo-opleiding
mavo-opleidinkje	=	mavo-opleiding
mavo-opleidinkjes	=	mavo-opleiding
mavootje	=	mavo
mavootjes	=	mavo
max	noun	hoogtepunt, iets wat niet beter kan
maxi	noun	kledingmode met lange rokken
maxi's	=	maxi
maxillair	adj	met betrekking tot de bovenkaak
maxillaire	=	maxillair
maxillairs	=	maxillair
maxima	=	maximum
maximaal	adj	het grootst mogelijk	adv	ten hoogste
maximaals	=	maximaal
maximaalst	=	maximaal
maximaalste	=	maximaal
maximale	=	maximaal
maximaler	=	maximaal
maximalere	=	maximaal
maximalers	=	maximaal
maximalisatie	noun	het maximaliseren, het zo groot mogelijk maken
maximalisaties	=	maximalisatie
maximaliseer	=	maximaliseren
maximaliseerde	=	maximaliseren
maximaliseerden	=	maximaliseren
maximaliseert	=	maximaliseren
maximalisere	=	maximaliseren
maximaliseren	verb	zo groot mogelijk maken
maximaliserend	=	maximaliseren
maximaliserende	=	maximaliseren
maximalist	noun	iemand die streeft naar inwilliging van al zijn wensen en verlangens
maximalisten	=	maximalist
maximalistisch	adj	met betrekking tot het maximalisme
maximalistische	=	maximalistisch
maximalistischer	=	maximalistisch
maximalistischere	=	maximalistisch
maximalistischers	=	maximalistisch
maxime	noun	grondstelling, stelregel
maximeer	=	maximeren
maximeerde	=	maximeren
maximeerden	=	maximeren
maximeert	=	maximeren
maximen	=	maxime
maximere	=	maximeren
maximeren	verb	beperken tot een maximale grootte of lengte
maximerend	=	maximeren
maximerende	=	maximeren
maximes	=	maxime
maximiliaanmargrietje	noun	Pionus maximiliani een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
maximiliaanmargrietjes	=	maximiliaanmargrietje
maximum	noun	grootst mogelijke hoeveelheid
maximumaantal	noun	het grootst mogelijke of toegestane aantal
maximumaantallen	=	maximumaantal
maximumcapaciteit	noun	de maximale hoeveelheid van iets dat ergens in past
maximumcapaciteiten	=	maximumcapaciteit
maximumgewicht	noun	hoogste waarde bij weging
maximumgewichten	=	maximumgewicht
maximumkaart	noun	een prentbriefkaart met een (afgestempelde) postzegel op de beeldzijde die verband houdt met de afbeelding van de kaart
maximumkaarten	=	maximumkaart
maximumkaartje	=	maximumkaart
maximumkaartjes	=	maximumkaart
maximumleeftijd	noun	de hoogste leeftijd
maximumleeftijden	=	maximumleeftijd
maximumpercentage	noun	hoogste percentage
maximumpercentages	=	maximumpercentage
maximumpercentagetje	=	maximumpercentage
maximumpercentagetjes	=	maximumpercentage
maximumpje	=	maximum
maximumprijs	noun	de hoogst toegestane prijs
maximumprijsje	=	maximumprijs
maximumprijsjes	=	maximumprijs
maximumprijzen	=	maximumprijs
maximums	=	maximum
maximumsnelheden	=	maximumsnelheid
maximumsnelheid	noun	de hoogst toegestane snelheid voor voertuigen op een openbare weg
maximumstraf	noun	de hoogste straf die een rechter kan opleggen bij een bepaalde misdaad
maximumstraffen	=	maximumstraf
maximumtemperaturen	=	maximumtemperatuur
maximumtemperatuur	noun	hoogste temperatuur die met een bepaald criterium (gebied, periode etc.) gemeten is
maximumtemperatuurtje	=	maximumtemperatuur
maximumtemperatuurtjes	=	maximumtemperatuur
maximumwaarde	noun	hoogst toelaatbare waarde
maximumwaarden	=	maximumwaarde
maximumwaardes	=	maximumwaarde
maxwell	noun	cgs-eenheid van magnetische flux
maxwells	=	maxwell
mayangna	noun	Indiaans volk van ongeveer 10.000 mensen dat leeft in het kustgebied op de grens van Nicaragua en Honduras
mayangna's	=	mayangna
mayday	intj	internationaal in de radiotelefonie gebruikelijke signaal voor noodgevallen
mayo	noun|informal	mayonaise
mayo's	=	mayo
mayoachtig	adj	met de eigenschappen van mayonaise
mayoachtige	=	mayoachtig
mayoachtiger	=	mayoachtig
mayoachtigere	=	mayoachtig
mayoachtigers	=	mayoachtig
mayoachtigs	=	mayoachtig
mayoachtigst	=	mayoachtig
mayoachtigste	=	mayoachtig
mayonaise	noun	een saus op basis van eieren met hierin minstens 70% olie
mayonaises	=	mayonaise
mayonaisetje	=	mayonaise
mayottebrilvogel	noun	Zosterops mayottensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
mayottebrilvogels	=	mayottebrilvogel
mayottebrilvogeltje	=	mayottebrilvogel
mayottebrilvogeltjes	=	mayottebrilvogel
mayottedrongo	noun	Dicrurus waldenii een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's en het geslacht Dicrurus.
mayottedrongo's	=	mayottedrongo
mayottedrongootje	=	mayottedrongo
mayottedrongootjes	=	mayottedrongo
mayottedwergooruil	noun	Otus mayottensis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
mayottedwergooruilen	=	mayottedwergooruil
mayottedwergooruiltje	=	mayottedwergooruil
mayottedwergooruiltjes	=	mayottedwergooruil
mayottehoningzuiger	noun	Cinnyris coquerellii een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
mayottehoningzuigers	=	mayottehoningzuiger
mayottehoningzuigertje	=	mayottehoningzuiger
mayottehoningzuigertjes	=	mayottehoningzuiger
mazaal	noun	geluk
mazal	noun	geluk
mazalot	=	mazal
mazamagoffer	noun	Thomomys mazama knaagdier uit de familie van de goffers (Geomyidae).
mazamagoffers	=	mazamagoffer
mazamagoffertje	=	mazamagoffer
mazamagoffertjes	=	mazamagoffer
mazanderanitalig	adj	Mazanderani sprekend
mazanderanitalige	=	mazanderanitalig
mazanderanitaligs	=	mazanderanitalig
mazel	=	mazelen
mazelde	=	mazelen
mazelden	=	mazelen
mazele	=	mazelen
mazelen	verb	mazelen hebben	noun	kinderziekte veroorzaakt door een morbillivirus en gekenmerkt door rode stipjes op de huid
mazelenachtig	adj	lijkend op mazelen
mazelenachtige	=	mazelenachtig
mazelenachtiger	=	mazelenachtig
mazelenachtigere	=	mazelenachtig
mazelenachtigers	=	mazelenachtig
mazelenachtigs	=	mazelenachtig
mazelenachtigst	=	mazelenachtig
mazelenachtigste	=	mazelenachtig
mazelend	=	mazelen
mazelende	=	mazelen
mazelt	=	mazelen
mazeltjes	=	mazelen
mazen	=	maas
mazenmosschijfje	noun	Lamprospora retispora een paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
mazenmosschijfjes	=	mazenmosschijfje
mazkiroet	noun	secretariaat
mazoet	=	mazout
mazout	noun	aardolie gebruikt voor verwarming of in dieselmotoren
mazouten	=	mazout
mazoutje	=	mazout
mazoutjes	=	mazout
mazouts	=	mazout
mazurisch	adj	met betrekking tot Mazurië
mazurische	=	mazurisch
mazurischer	=	mazurisch
mazurischere	=	mazurisch
mazurischers	=	mazurisch
mazurka	noun	Poolse volksdans, een dans in driekwartsmaat met een extra nadruk op de tweede tel (in tegenstelling tot een wals)
mazurka's	=	mazurka
mazzel	noun	geluk, goed geluk
mazzelaar	noun	iemand die vaak geluk heeft, iemand die vaak mazzel heeft
mazzelaars	=	mazzelaar
mazzelaarster	noun	vrouw die geluk heeft, vrouw die voordeel heeft van iets waarvoor ze geen inspanning heeft hoeven leveren
mazzelaarsters	=	mazzelaarster
mazzelaarstertje	=	mazzelaarster
mazzelaarstertjes	=	mazzelaarster
mazzelde	=	mazzelen
mazzelden	=	mazzelen
mazzele	=	mazzelen
mazzelen	verb	boffen
mazzelend	=	mazzelen
mazzelende	=	mazzelen
mazzelkont	noun|informal	geluksvogel, mazzelaar, mazzeltof
mazzelkonten	=	mazzelkont
mazzelkontje	=	mazzelkont
mazzelkontjes	=	mazzelkont
mazzelpik	noun	iemand die veel geluk heeft
mazzelpikje	=	mazzelpik
mazzelpikjes	=	mazzelpik
mazzelpikken	=	mazzelpik
mazzels	=	mazzel
mazzelt	=	mazzelen
mazzeltaks	noun	extra belasting die geheven wordt op bedrijfswinsten die door een toevallige samenloop van omstandigheden extra hoog zijn
mazzeltaksen	=	mazzeltaks
mazzeltje	=	mazzel
mazzeltjes	=	mazzel
maächatiet	noun	lid van een volksgroep die is voortgekomen uit Maächa-1 (en Maächa-7), ook inwoner van het gebied daarvan (8×: Deut. 3:14, Joz. 12:5 +, 2 Sam. 23:34 +, Jer. 40:8, 1 Kron 4:19)
maächatieten	=	maächatiet
maämad	noun	bestuurszaal (bij Portugees-Israëlietische Gemeente in Amsterdam; oorspronkelijk: bestuur)
maämadot	=	maämad
maäraviem	=	maäriev
maäriev	noun	avondgebed
maäseer	noun	tiende (heffing)
maäsrot	=	maäseer
maçon	noun	lid van een vrijmetselaarsorde die zich o.a. bezig houdt met vrijmetselarij
maçonniek	adj	betrekking hebbend op de vrijmetselarij
maçonnieke	=	maçonniek
maçonnieker	=	maçonniek
maçonniekere	=	maçonniek
maçonniekers	=	maçonniek
maçonnieks	=	maçonniek
maçonniekst	=	maçonniek
maçonniekste	=	maçonniek
maçons	=	maçon
maëstro	=	maestro
maître	noun	de baas, chef, eigenaar, leermeester met name van bedrijven in de horeca
maîtres	=	maître
maîtresse	noun	vrouw die een amoureuze relatie heeft met een man die met een ander is getrouwd
maîtressen	=	maîtresse
maîtresses	=	maîtresse
maîtressetje	=	maîtresse
maîtressetjes	=	maîtresse
maîtretje	=	maître
maîtrise	noun	diploma, vooral ter afronding van een universitaire studie
maîtrisen	=	maîtrise
maîtrises	=	maîtrise
maïs	noun	bepaalde graansoort afkomstig uit Midden-Amerika, Zea mays
maïsakker	noun	grond bestemd voor de teelt van maïs
maïsakkers	=	maïsakker
maïsakkertje	=	maïsakker
maïsakkertjes	=	maïsakker
maïsbroden	=	maïsbrood
maïsbrood	noun	van maïsmeel vervaardigd brood
maïsbroodje	=	maïsbrood
maïsbroodjes	=	maïsbrood
maïsgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1006 ( ).	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1006 ( ).
maïsgeels	=	maïsgeel
maïsgele	=	maïsgeel
maïskip	noun	kip waaraan veel mais en vaak ook kleurstof is gevoerd
maïskippen	=	maïskip
maïskippetje	=	maïskip
maïskippetjes	=	maïskip
maïskoek	noun	een koek, gemaakt met meel vervaardigd uit maïs
maïskoeken	=	maïskoek
maïskoekje	=	maïskoek
maïskoekjes	=	maïskoek
maïskolf	noun	aar van maisplant
maïskolfje	=	maïskolf
maïskolfjes	=	maïskolf
maïskolven	=	maïskolf
maïskuil	noun	een voederkuil met maïs bestemd voor veevoeding (koeien)
maïsland	noun	grond geschikt of bestemd om mais op te verbouwen
maïslanden	=	maïsland
maïsmeel	noun	fijngemalen maiskorrels
maïsolie	noun	plantaardige spijsolie geperst uit kiemende maïskorrels
maïsolies	=	maïsolie
maïsolietje	=	maïsolie
maïsolietjes	=	maïsolie
maïsoliën	=	maïsolie
maïsoogst	noun	de oogst van maïs
maïsoogsten	=	maïsoogst
maïspap	noun	gerecht bereid door het koken van een mengsel van maismeel met een vloeistof
maïspapje	=	maïspap
maïspapjes	=	maïspap
maïspappen	=	maïspap
maïsparkiet	noun	Eupsittula pertinax een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
maïsparkieten	=	maïsparkiet
maïsparkietje	=	maïsparkiet
maïsparkietjes	=	maïsparkiet
maïsplant	noun	Zea mays subsp. mays een plant waaraan maïskolven groeien
maïsplanten	=	maïsplant
maïsplantje	=	maïsplant
maïsplantjes	=	maïsplant
maïsroest	noun	Puccinia sorghi een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
maïsroesten	=	maïsroest
maïsroestje	=	maïsroest
maïsroestjes	=	maïsroest
maïssoep	noun	soep gemaakt van maïs
maïssoepen	=	maïssoep
maïsteelt	noun	verbouw van maisplanten
maïsteelten	=	maïsteelt
maïsveld	noun	akker waar mais wordt verbouwd
maïsvelden	=	maïsveld
maïsveldje	=	maïsveld
maïsveldjes	=	maïsveld
maïswortel	noun	deel van de maisplant dat onder de grond zit
maïswortelboorder	noun	Diabrotica virgifera soort kever schadelijk voor de maisteelt
maïswortelboorders	=	maïswortelboorder
maïswortelboordertje	=	maïswortelboorder
maïswortelboordertjes	=	maïswortelboorder
maïswortelkever	noun	bepaald soort tor, Diabrotica virgifera, schadelijk voor maisteelt
maïswortelkevers	=	maïswortelkever
maïswortelkevertje	=	maïswortelkever
maïswortelkevertjes	=	maïswortelkever
maïswortelknobbelaaltje	noun	soort rondworm Meloidogyne chitwoodi die parasiteert op de wortels van onder andere maisplanten
maïswortelknobbelaaltjes	=	maïswortelknobbelaaltje
maïswortels	=	maïswortel
maïsworteltje	=	maïswortel
maïsworteltjes	=	maïswortel
maïszetmeel	noun	verbinding van glucose en koolhydraten die als voedingsstof voor de maiskiem in maiskorrels zit
maïzena	noun	bindmiddel dat uit gemalen maiskorrels wordt gewonnen door het vet en eiwit eruit te halen
maïzenapap	noun	mengsel van maiszetmeel en water of melk dat door roeren een stevige brij gaat vormen
maïzenapapje	=	maïzenapap
maïzenapapjes	=	maïzenapap
maïzenapappen	=	maïzenapap
maïzenavla	noun	zoet nagerecht van melk, eieren en suiker, gebonden met maiszetmeel koud geserveerd
mbo	noun	middelbaar beroepsonderwijs
mbo'er	noun	iemand die middelbaar beroepsonderwijs volgt heeft afgerond
mbo'ers	=	mbo'er
mbo's	=	mbo
mbo-opleiding	noun	middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is een Nederlandse onderwijsvorm die opleidt voor specifieke beroepen, vaak via een combinatie van theorie op school en praktijkervaring bij bedrijven.
mbo-opleidingen	=	mbo-opleiding
mbo-opleidinkje	=	mbo-opleiding
mbo-opleidinkjes	=	mbo-opleiding
mbulubrilvogel	noun	Zosterops mbuluensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
mbulubrilvogels	=	mbulubrilvogel
mbulubrilvogeltje	=	mbulubrilvogel
mbulubrilvogeltjes	=	mbulubrilvogel
mdma	noun	3,4-methyleendioxymethamfetamine, een organische verbinding met als brutoformule C₁₁H₁₅NO₂, tevens partydrug bekend onder de naam ecstasy of xtc
me	pron	clitische (onbenadrukte) vorm van mij
me-bus	noun	een voertuig van de mobiele eenheid (ME)
me-busje	=	me-bus
me-busjes	=	me-bus
me-bussen	=	me-bus
me-patiënt	noun	persoon die lijdt aan myalgische encefalomyelitis
me-patiënten	=	me-patiënt
me-patiëntje	=	me-patiënt
me-patiëntjes	=	me-patiënt
me-time	noun	tijd voor zichzelf
meander	noun	naar de tegengestelde richting terugkerende bocht in een rivier
meanderde	=	meanderen
meanderden	=	meanderen
meandere	=	meanderen
meanderen	verb	bochtig door het landschap kronkelen
meanderend	=	meanderen
meanderende	=	meanderen
meanders	=	meander
meandert	=	meanderen
meandertje	=	meander
meandrisch	adj	betrekking hebbend op, als een meander
meandrische	=	meandrisch
meandrischer	=	meandrisch
meandrischere	=	meandrisch
meandrischers	=	meandrisch
meao	noun|obsolete	school voor middelbaar economisch en administratief onderwijs
meao's	=	meao
meao-opleiding	noun	Middelbaar Economisch en Administratief Onderwijs.
meao-opleidingen	=	meao-opleiding
meao-opleidinkje	=	meao-opleiding
meao-opleidinkjes	=	meao-opleiding
meat	adj	klein (in de vaste verbinding: mikdasj meat "synagoge"
mebibyte	noun	1024² bytes, oftewel 2²⁰ bytes, weergegeven met symbool MiB
mebibyteje	=	mebibyte
mebibytejes	=	mebibyte
mebibytes	=	mebibyte
mecanicien	noun	werktuigkundige
mecanicienne	=	mecanicien
mecaniciens	=	mecanicien
mecanicientje	=	mecanicien
mecanicientjes	=	mecanicien
meccano	noun	constructief kinderspeelgoed
meccano's	=	meccano
meccanodoos	noun	doos met meccano-onderdelen
meccanodoosje	=	meccanodoos
meccanodoosjes	=	meccanodoos
meccanodozen	=	meccanodoos
mecenaat	noun	functie van mecenas
mecenas	noun	iemand die kunstenaars en wetenschappers financieel ondersteunt
mecenasje	=	mecenas
mecenassen	=	mecenas
mecenaten	=	mecenaat
mechaje	noun	in 'het is een mechaje': genoegen
mechanica	noun	natuurkunde die zich bezighoudt met het evenwicht en de beweging van lichamen
mechanici	=	mechanicus
mechanicus	noun	een technisch geschoold persoon die beroepshalve reparaties verricht aan en onderhoud doet van apparaten en met name van auto's
mechaniek	noun	mechanisme, samenstel van de delen waardoor iets in werking kan worden gebracht
mechanieken	=	mechaniek
mechanieker	noun	mecanicien, werktuigkundige
mechaniekers	=	mechanieker
mechaniekje	=	mechaniek
mechaniekjes	=	mechaniek
mechanisatie	noun	het vervangen van handmatige handelingen door het gebruik van machines
mechanisaties	=	mechanisatie
mechanisch	adj	met betrekking op de mechanica, machinaal, automatisch zonder na te denken
mechanische	=	mechanisch
mechanischer	=	mechanisch
mechanischere	=	mechanisch
mechanischers	=	mechanisch
mechaniseer	=	mechaniseren
mechaniseerde	=	mechaniseren
mechaniseerden	=	mechaniseren
mechaniseert	=	mechaniseren
mechanisere	=	mechaniseren
mechaniseren	verb	overgaan op machines in plaats van menselijke of dierlijke arbeid
mechaniserend	=	mechaniseren
mechaniserende	=	mechaniseren
mechanisering	noun	vervangen van handenharbeid door arbeid verricht door machines
mechaniseringen	=	mechanisering
mechanisme	noun	een constructie van onderling beweegbaar aan elkaar verbonden delen, machinerie
mechanismen	=	mechanisme
mechanismes	=	mechanisme
mechanismetje	=	mechanisme
mechanismetjes	=	mechanisme
mechanistisch	adj	betrekking hebbend op het mechanisme
mechanistische	=	mechanistisch
mechanistischer	=	mechanistisch
mechanistischere	=	mechanistisch
mechanistischers	=	mechanistisch
mechanografisch	adj	betrekking hebbend op de mechanografie
mechanografische	=	mechanografisch
mechanografischer	=	mechanografisch
mechanografischere	=	mechanografisch
mechanografischers	=	mechanografisch
mechatronica	noun	multidisciplinaire studie met componenten van mechanica werktuigbouwkunde, elektrotechniek, besturingstechniek (meet- en regeltechniek) en informatica
mechelaar	noun	een inwoner van Mechelen, of iemand afkomstig uit Mechelen
mechelaars	=	mechelaar
mechelaren	=	mechelaar
mechels	adj	op Mechelen betrekking hebbend
mechelse	noun	een vrouwelijke inwoner van Mechelen, of een vrouw afkomstig uit Mechelen
mechelsen	=	mechelse
mechelser	=	mechels
mechelsere	=	mechels
mechelsers	=	mechels
mechelst	=	mechels
mechelste	=	mechels
mechietse	noun	scheidswand (ook overdrachtelijk), in het bijzonder in de synagoge tussen mannen en vrouwen
mechietses	=	mechietse
mechila	noun	vergiffenis
mechina	noun	voorbereidende cursus, met name voor buitenlandse studenten om in Israël toegelaten te worden tot de universiteit
mechinot	=	mechina
mechirat	noun	verkoop van
mechitsa	noun	scheidswand (ook overdrachtelijk), in het bijzonder in de synagoge tussen mannen en vrouwen
mechitsot	=	mechitsa
mecholle	adj	failliet, kapot
mecklenburger	noun	een bepaald Duits paardenras
mecklenburgers	=	mecklenburger
meconium	noun	de eerste ontlasting van een baby (mens of dier) die nog niet van de voeding afkomstig is
medaille	noun	metalen schijf, in het bijzonder als onderscheidingsteken na bepaalde prestaties, zoals bij sporters en militairen
medaille-uitreiking	noun	het officiële moment waarop een tastbare beloning (een medaille) wordt uitgereikt aan personen die een bijzondere prestatie hebben geleverd.
medaille-uitreikingen	=	medaille-uitreiking
medaille-uitreikinkje	=	medaille-uitreiking
medaille-uitreikinkjes	=	medaille-uitreiking
medaillekandidaat	noun	iemand die kans maakt om bij de beste drie sporters van een wedstrijd te horen en dus een medaille te winnen
medaillekandidaten	=	medaillekandidaat
medailleklassement	noun	rangorde van de landen naar het aantal gewonnen (gouden) medailles
medailleklassementen	=	medailleklassement
medailleoogst	noun	de behaalde medailles; het aantal behaalde podiumplaatsen
medailleoogsten	=	medailleoogst
medailles	=	medaille
medaillespiegel	noun	een ranglijst van deelnemers geordend naar behaalde medailles bij een sportevenement
medaillespiegels	=	medaillespiegel
medaillespiegeltje	=	medaillespiegel
medaillespiegeltjes	=	medaillespiegel
medailletje	=	medaille
medailletjes	=	medaille
medailleur	noun	vervaardiger van medailles
medailleurs	=	medailleur
medailleurtje	=	medailleur
medailleurtjes	=	medailleur
medaillewinnaar	noun	iemand die een van de eerste drie plaatsen behaalt bij een wedstrijd waarmee men een medaille kan verdienen
medaillewinnaars	=	medaillewinnaar
medaillewinnares	=	medaillewinnaar
medaillist	noun	iemand die tijdens een sportwedstrijd een medaille heeft gewonnen
medaillisten	=	medaillist
medaillon	noun	een ovaal sieraad waarin meestal een afbeelding van een geliefd persoon zit
medaillonnetje	=	medaillon
medaillonnetjes	=	medaillon
medaillonrog	noun	Raja texana een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
medaillonroggen	=	medaillonrog
medaillonroggetje	=	medaillonrog
medaillonroggetjes	=	medaillonrog
medaillonrogje	=	medaillonrog
medaillonrogjes	=	medaillonrog
medaillons	=	medaillon
mede	noun	licht alcoholische drank vervaardigd van honing	adv	ook
medeaansprakelijk	adj	samen verantwoordelijk voor een schuld of verplichting
medeaansprakelijke	=	medeaansprakelijk
medeaansprakelijker	=	medeaansprakelijk
medeaansprakelijkere	=	medeaansprakelijk
medeaansprakelijkers	=	medeaansprakelijk
medeaansprakelijks	=	medeaansprakelijk
medeaansprakelijkst	=	medeaansprakelijk
medeaansprakelijkste	=	medeaansprakelijk
medeafhankelijk	adj	dat je je eigen gevoelens, behoeften en eigenwaarde volledig afhankelijk maakt van een ander, vaak om goedkeuring te krijgen of een destructief patroon te ondersteunen
medeafhankelijke	=	medeafhankelijk
medeafhankelijker	=	medeafhankelijk
medeafhankelijkere	=	medeafhankelijk
medeafhankelijkers	=	medeafhankelijk
medeafhankelijks	=	medeafhankelijk
medeafhankelijkst	=	medeafhankelijk
medeafhankelijkste	=	medeafhankelijk
medeauteur	noun	iemand waarmee men samen een boek of artikel heeft geschreven
medeauteurs	=	medeauteur
medebepalend	adj	samen met iets anders de aard van iets veroorzakend
medebepalende	=	medebepalend
medebepalends	=	medebepalend
medebeslissing	noun	het medebeslissen
medebeslissingen	=	medebeslissing
medebeslissingrecht	noun	het recht om samen met anderen ergens over te beslissen
medebeslissingrechten	=	medebeslissingrecht
medebeslissingsrecht	noun	het recht om samen met anderen ergens over te beslissen
medebeslissingsrechten	=	medebeslissingsrecht
medebeslissinkje	=	medebeslissing
medebeslissinkjes	=	medebeslissing
medebestuurder	noun	persoon die samen met iemand in een bestuur zitting heeft; collega-bestuurder
medebestuurders	=	medebestuurder
medebewoonster	noun	vrouw die in hetzelfde gebouw leeft
medebewoonsters	=	medebewoonster
medebracht	=	medebrengen
medebrachten	=	medebrengen
medebreng	=	medebrengen
medebrenge	=	medebrengen
medebrengen	verb	meebrengen, meenemen
medebrengend	=	medebrengen
medebrengende	=	medebrengen
medebrenging	noun	een juridische maatregel waarbij de rechter, officier van justitie of onderzoeksrechter de politie beveelt om een verdachte of getuige gedwongen op te halen en voor te leiden, zodat hij aanwezig is bij een verhoor of rechtszitting
medebrengingen	=	medebrenging
medebrenginkje	=	medebrenging
medebrenginkjes	=	medebrenging
medebrengt	=	medebrengen
medebrouwer	noun	iemand die uit honing mede bereidt
medebrouwers	=	medebrouwer
medebrouwertje	=	medebrouwer
medebrouwertjes	=	medebrouwer
medeburger	noun	iemand die ook burger is van dezelfde stad of hetzelfde land
medeburgers	=	medeburger
medecursist	noun	een leerling waarmee je samen een cursus volgt
medecursisten	=	medecursist
medecursistje	=	medecursist
medecursistjes	=	medecursist
mededader	noun	een persoon die rechtstreeks aan het misdrijf heeft meegewerkt, noodzakelijke hulp heeft verleend of rechtstreeks tot het misdrijf heeft aangezet.
mededaders	=	mededader
mededeel	=	mededelen
mededeelbaar	adj	communiceerbaar met de omgeving door middel van taal
mededeelbaarder	=	mededeelbaar
mededeelbaardere	=	mededeelbaar
mededeelbaarders	=	mededeelbaar
mededeelbaars	=	mededeelbaar
mededeelbaarst	=	mededeelbaar
mededeelbaarste	=	mededeelbaar
mededeelbare	=	mededeelbaar
mededeelde	=	mededelen
mededeelden	=	mededelen
mededeelen	=	mededelen
mededeelt	=	mededelen
mededeelzaam	adj	bereid informatie te delen
mededeelzaamheid	noun	de bereidheid om te vertellen over zaken die nog verborgen zijn
mededeelzaams	=	mededeelzaam
mededeelzaamst	=	mededeelzaam
mededeelzaamste	=	mededeelzaam
mededeelzame	=	mededeelzaam
mededeelzamer	=	mededeelzaam
mededeelzamere	=	mededeelzaam
mededeelzamers	=	mededeelzaam
mededele	=	mededelen
mededelen	verb	deelnemen, deel hebben
mededelend	=	mededelen
mededelende	=	mededelen
mededeling	noun	informatie die bekend wordt gemaakt
mededelingen	=	mededeling
mededelingenbord	noun	bord in een openbare ruimte waarop berichten geschreven of geplakt kunnen worden die bestemd zijn voor mensen die in die ruimte komen
mededelingenborden	=	mededelingenbord
mededelingenbordje	=	mededelingenbord
mededelingenbordjes	=	mededelingenbord
mededelinkje	=	mededeling
mededelinkjes	=	mededeling
mededing	=	mededingen
mededinge	=	mededingen
mededingen	verb	samen met anderen naar iets dingen
mededingend	=	mededingen
mededingende	=	mededingen
mededinger	noun	iemand die hetzelfde wil als jij terwijl het niet mogelijk is het beiden te verkrijgen
mededingers	=	mededinger
mededinging	noun	concurrentie
mededingingen	=	mededinging
mededingingsautoriteit	noun	instantie die erop toeziet dat in verschillende branches voldoende concurrentie blijft bestaan
mededingingsautoriteiten	=	mededingingsautoriteit
mededingingsrecht	noun	is het recht met betrekking tot concurrentie.
mededingingsrechten	=	mededingingsrecht
mededingingsregeling	noun	overeenkomst tussen bedrijven die bedoeld is om de onderlinge concurrentie te verminderen
mededingingsregelingen	=	mededingingsregeling
mededingingswaakhond	noun	organisatie die toeziet op de regels voor eerlijke concurrentie
mededingingswaakhonden	=	mededingingswaakhond
mededingingswet	noun	wet ter bescherming van het recht op concurrentie
mededingingswetten	=	mededingingswet
mededingingszaak	noun	juridische procedure betreffende de al dan niet eerlijke concurrentie tussen verschillende bedrijven
mededingingszaakje	=	mededingingszaak
mededingingszaakjes	=	mededingingszaak
mededingingszaken	=	mededingingszaak
mededinginkje	=	mededinging
mededinginkjes	=	mededinging
mededingster	noun	vrouw die hetzelfde wil als jij terwijl het niet mogelijk is het beiden te verkrijgen
mededingsters	=	mededingster
mededingstertje	=	mededingster
mededingstertjes	=	mededingster
mededingt	=	mededingen
mededirecteur	noun	persoon die samen met een ander de leiding heeft over een bedrijf of organisatie
mededirecteuren	=	mededirecteur
mededirecteurs	=	mededirecteur
mededogen	noun	welwillend medelijden
mededogenloos	=	meedogenloos
mededong	=	mededingen
mededonge	=	mededingen
mededongen	=	mededingen
mededongt	=	mededingen
medegebracht	=	medebrengen
medegedeeld	=	mededelen
medegedongen	=	mededingen
medegefinancierd	adj	samen met anderen voorzien van kapitaal
medegefinancierde	=	medegefinancierd
medegefinancierds	=	medegefinancierd
medegeleefd	=	medeleven
medegevangene	noun	persoon die in dezelfde gevangenis(cel) gevangen wordt gehouden
medegevangenen	=	medegevangene
medegevoel	noun	het gevoel dat men deelt met een ander zodat men met die persoon kan meeleven
medegewerkt	=	medewerken
medehiker	noun	iemand waarmee men samen een langeafstandswandeling maakt
medehikers	=	medehiker
medehoofdredacteur	noun	iemand die samen met iemand anders de functie van hoofdreacteur verricht
medehoofdredacteuren	=	medehoofdredacteur
medehoofdredacteurtje	=	medehoofdredacteur
medehoofdredacteurtjes	=	medehoofdredacteur
medeklinker	noun	elke spraakklank waarbij de lucht niet ongehinderd door de mond naar buiten kan
medeklinkerrijm	noun	vorm van halfrijm waarbij de medeklinkers van twee of meer woorden gelijk klinken, terwijl de klinkers verschillend zijn
medeklinkerrijmen	=	medeklinkerrijm
medeklinkers	=	medeklinker
medeklinkertje	=	medeklinker
medeklinkertjes	=	medeklinker
medelander	noun	iemand die samen met de autochtonen in een land woont
medelanders	=	medelander
medeleden	=	medelid
medeleef	=	medeleven
medeleefde	=	medeleven
medeleefden	=	medeleven
medeleeft	=	medeleven
medeleerling	noun	iemand waarmee men samen op school zit; iemand waarmee men samen les heeft
medeleerlinge	=	medeleerling
medeleerlingen	=	medeleerling
medeleerlingetje	=	medeleerling
medeleiding	noun	de andere leidinggevenden of groepsleiding waarmee je samenwerkt
medeleidingen	=	medeleiding
medeleidinkje	=	medeleiding
medeleidinkjes	=	medeleiding
medeleve	=	medeleven
medeleven	verb	aandacht hebben voor de gevoelens van anderen	noun	aandacht voor de gevoelens van een ander
medelevend	=	medeleven
medelevende	=	medeleven
medelid	noun	iemand die lid is van een zelfde club, vereniging of college
medelijden	noun	verdriet over het leed van anderen
medelijdend	adj	met veel medegevoel
medelijdende	=	medelijdend
medelijdender	=	medelijdend
medelijdendere	=	medelijdend
medelijdenders	=	medelijdend
medelijdends	=	medelijdend
medelijdendst	=	medelijdend
medelijdendste	=	medelijdend
medemens	noun	alle mensen behalve jezelf
medemenselijk	adj	gericht op, rekening houdend met de medemens
medemenselijke	=	medemenselijk
medemenselijker	=	medemenselijk
medemenselijkere	=	medemenselijk
medemenselijkers	=	medemenselijk
medemenselijkheden	=	medemenselijkheid
medemenselijkheid	noun	het beste met andere mensen voorhebben en mensen dat ook betonen
medemenselijks	=	medemenselijk
medemenselijkst	=	medemenselijk
medemenselijkste	=	medemenselijk
medemensen	=	medemens
medemensje	=	medemens
medemensjes	=	medemens
medeminnaar	noun	iemand die van dezelfde persoon houdt en mededingt naar de liefde van die persoon
medeminnaars	=	medeminnaar
medeminnaren	=	medeminnaar
medeminnares	noun	vrouw die van dezelfde persoon houdt
medeminnaresje	=	medeminnares
medeminnaresjes	=	medeminnares
medeminnaressen	=	medeminnares
meden	=	mijden
medeneming	noun	het meenemen van iets van de ene plaats naar de nieuwe plaats
medenemingen	=	medeneming
medeonderteken	=	medeondertekenen
medeondertekenaar	noun	persoon die medeondertekent
medeondertekenaars	=	medeondertekenaar
medeondertekenaren	=	medeondertekenaar
medeondertekend	=	medeondertekenen
medeondertekende	=	medeondertekenen
medeondertekenden	=	medeondertekenen
medeondertekene	=	medeondertekenen
medeondertekenen	verb	samen met anderen ondertekenen
medeondertekenend	=	medeondertekenen
medeondertekenende	=	medeondertekenen
medeondertekening	noun	het medeondertekenen
medeondertekeningen	=	medeondertekening
medeondertekent	=	medeondertekenen
medeoorzaak	noun	factor, omstandigheid of reden die naast een andere (hoofd)oorzaak bijdraagt aan een bepaald gevolg, maar niet de enige of belangrijkste reden is; het is een bijdragende factor
medeoorzaakje	=	medeoorzaak
medeoorzaakjes	=	medeoorzaak
medeoorzaken	=	medeoorzaak
medeoprichter	noun	iemand die samen met iemand anders een bedrijf of organisatie is gestart
medeoprichters	=	medeoprichter
medeopsteller	noun	een persoon die samen met een andere een stuk heeft geschreven
medeopstellers	=	medeopsteller
medeorganisator	noun	iemand waarmee men samen een evenement of iets anders tot stand brengt
medeorganisatoren	=	medeorganisator
medeorganisators	=	medeorganisator
medeoverheden	=	medeoverheid
medeoverheid	noun	verzamelnaam voor gemeenten, provincies en waterschappen; alle overheden naast de rijksoverheid
medepassagier	noun	iemand die reist met hetzelfde vervoermiddel
medepassagiers	=	medepassagier
medepatiënt	noun	iemand die net als de genoemde persoon iemand is aan wie medische, paramedische en/of verpleegkundige hulp ontvangt
medepatiënten	=	medepatiënt
medepatiëntje	=	medepatiënt
medepatiëntjes	=	medepatiënt
medepleger	noun	persoon waarmee iemand samen een misdaad heeft gepleegd
medeplegers	=	medepleger
medepleging	noun	een vorm van daderschap in het strafrecht waarbij twee of meer personen bewust en nauw samenwerken om gezamenlijk een strafbaar feit te plegen.
medeplegingen	=	medepleging
medepleginkje	=	medepleging
medepleginkjes	=	medepleging
medeplichtig	adj	bewust bijgedragen hebbend tot een bepaalde wandaad
medeplichtige	noun	behulpzaam persoon bij een misdrijf
medeplichtigen	=	medeplichtige
medeplichtiger	=	medeplichtig
medeplichtigere	=	medeplichtig
medeplichtigers	=	medeplichtig
medeplichtigheden	=	medeplichtigheid
medeplichtigheid	noun	het mede schuld hebben aan een misdrijf
medeplichtigheidje	=	medeplichtigheid
medeplichtigheidjes	=	medeplichtigheid
medeplichtigs	=	medeplichtig
medeplichtigst	=	medeplichtig
medeplichtigste	=	medeplichtig
medepresentator	noun	iemand waarmee men samen een programma presenteert
medepresentatoren	=	medepresentator
medepresentators	=	medepresentator
medereiziger	noun	een reiziger die net als jij (daar) aan het reizen is.
medereizigers	=	medereiziger
medereizigertje	=	medereiziger
medereizigertjes	=	medereiziger
medereizigster	noun	vrouw waar iemand samen een reis mee maakt
medereizigsters	=	medereizigster
medes	=	mede
medescholier	noun	iemand die ook op school zit
medescholieren	=	medescholier
medescholiertje	=	medescholier
medescholiertjes	=	medescholier
medeschuldig	adj	samen met een ander verantwoordelijk zijnde voor de misdaad of anderszins vervelende gebeurtenis
medeschuldige	noun	persoon die samen met anderen schuldig is aan een bepaalde misdaad
medeschuldigen	=	medeschuldige
medeschuldiger	=	medeschuldig
medeschuldigere	=	medeschuldig
medeschuldigers	=	medeschuldig
medeschuldigs	=	medeschuldig
medeschuldigst	=	medeschuldig
medeschuldigste	=	medeschuldig
medespeelster	=	medespeler
medespeler	noun	iemand die in hetzelfde team zit als jezelf
medespelers	=	medespeler
medespelertje	=	medespeler
medespelertjes	=	medespeler
medestander	noun	bondgenoot, aanhanger, iemand die je helpt je doel te bereiken, vaak tegen mensen dat proberen tegen te gaan
medestanders	=	medestander
medestandertje	=	medestander
medestandertjes	=	medestander
medestandster	noun	vrouwelijke bondgenoot
medestandsterjes	=	medestandster
medestandsters	=	medestandster
medestandstertje	=	medestandster
medestemmen	=	meestemmen
medestichter	noun	persoon die samen met anderen iets heeft opgericht
medestichters	=	medestichter
medestrijder	noun	iemand waarmee men samen een strijd voert
medestrijders	=	medestrijder
medestrijdertje	=	medestrijder
medestudent	noun	iemand die samen met jou een opleiding volgt; iemand die ook een student is
medestudente	noun	vrouw die samen met jou een opleiding volgt; vrouw die ook een student is
medestudenten	=	medestudent
medestudentes	=	medestudente
medestudentje	=	medestudent
medestudentjes	=	medestudent
medeverantwoordelijk	adj	samen met anderen de verantwoordelijkheid hebbend
medeverantwoordelijke	=	medeverantwoordelijk
medeverantwoordelijker	=	medeverantwoordelijk
medeverantwoordelijkere	=	medeverantwoordelijk
medeverantwoordelijkers	=	medeverantwoordelijk
medeverantwoordelijkheden	=	medeverantwoordelijkheid
medeverantwoordelijkheid	noun	samen met anderen aansprakelijk zijn voor bepaalde zaken
medeverantwoordelijks	=	medeverantwoordelijk
medeverantwoordelijkst	=	medeverantwoordelijk
medeverantwoordelijkste	=	medeverantwoordelijk
medeverdachte	noun	iemand die verdacht wordt om samen met iemand anders een misdaad gepleegd te hebben
medeverdachten	=	medeverdachte
medevluchter	noun	persoon die samen met iemand ander uit een gevangenis vlucht
medevluchters	=	medevluchter
medeweggebruiker	noun	iemand die in een ander voertuig samen met jou reist over dezelfde weg of groep wegen
medeweggebruikers	=	medeweggebruiker
medewerk	=	medewerken
medewerke	=	medewerken
medewerken	verb	samen met een ander of met anderen deelnemen aan een bepaald werk, samenwerken en vooral niet tegenwerken
medewerkend	=	medewerken
medewerkende	=	medewerken
medewerker	noun	iemand die met anderen in hetzelfde bedrijf, organisatie of vestiging werkt
medewerkers	=	medewerker
medewerkerschap	noun	het medewerker zijn bij een bedrijf of organisatie
medewerkerschappen	=	medewerkerschap
medewerkerscontract	noun	arbeidsovereenkomst voor personeel
medewerkerscontracten	=	medewerkerscontract
medewerkerstevredenheid	noun	tevredenheid van de medewerkers
medewerkerstevredenheidonderzoek	noun	onderzoek naar de tevredenheid van medewerkers
medewerkerstevredenheidonderzoeken	=	medewerkerstevredenheidonderzoek
medewerkerstevredenheidsonderzoek	noun	onderzoek naar de tevredenheid van medewerkers
medewerkerstevredenheidsonderzoeken	=	medewerkerstevredenheidsonderzoek
medewerkerstevredenheidsonderzoekje	=	medewerkerstevredenheidsonderzoek
medewerkertevredenheid	noun	het plezier en de voldoening die werknemers die werken voor een bedrijf of organisatie ervaren door hun werk
medewerkertevredenheidonderzoek	noun	onderzoek naar de tevredenheid van medewerkers
medewerkertevredenheidonderzoeken	=	medewerkertevredenheidonderzoek
medewerkertevredenheidsonderzoek	noun	onderzoek naar de tevredenheid van medewerkers
medewerkertevredenheidsonderzoeken	=	medewerkertevredenheidsonderzoek
medewerkertje	=	medewerker
medewerkertjes	=	medewerker
medewerking	noun	het medewerken
medewerkingen	=	medewerking
medewerkster	noun	vrouwelijk persoon die met anderen in hetzelfde bedrijf, organisatie of vestiging werkt
medewerksters	=	medewerkster
medewerkstertje	=	medewerkster
medewerkstertjes	=	medewerkster
medewerkt	=	medewerken
medewerkte	=	medewerken
medewerkten	=	medewerken
medeweten	noun	voorkennis, weten samen met iemand anders
medewetgever	noun	instantie waarmee men samen wetten maakt
medewetgevers	=	medewetgever
medezeggenschap	noun	het recht op meebeslissen
medezeggenschapsraad	noun	een zelfstandig orgaan voor inspraak bij een instelling of organisatie.
medezeggenschapsraden	=	medezeggenschapsraad
media	noun	een communicatiemiddel naar vele personen.
media-aanbod	noun	geheel aan beschikbare programma's op bepaalde televisie- of radiozenders
media-aandacht	noun	aandacht die aan iets of iemand wordt gegeven in de media
media-adviseur	noun	iemand die mensen adviseert voor hun optreden in de media
media-adviseurs	=	media-adviseur
media-adviseurtje	=	media-adviseur
media-adviseurtjes	=	media-adviseur
mediaal	adj	aan de binnenzijde gelegen
mediaals	=	mediaal
mediaalst	=	mediaal
mediaalste	=	mediaal
mediaan	noun	zwaartelijn; lijn die een hoekpunt van een driehoek verbindt met het midden van de overstaande zijde
mediaantje	=	mediaan
mediaanvlak	noun	vlak dat een lichaam over de mediaan verdeelt
mediaanvlakje	=	mediaanvlak
mediaanvlakjes	=	mediaanvlak
mediaanvlakken	=	mediaanvlak
mediabedrijf	noun	organisatie die radio-, televisie- en internetprogramma's maakt
mediabedrijfje	=	mediabedrijf
mediabedrijfjes	=	mediabedrijf
mediabedrijven	=	mediabedrijf
mediabelangstelling	noun	interesse en aandacht van journalisten en verslaggevers voor iets of iemand
mediabericht	noun	bericht dat gepubliceerd is in één van de massamedia
mediaberichten	=	mediabericht
mediabestel	noun	ordening van de massacommunicatiemiddelen, o.a. de verdeling van zendtijd op radio en tv
mediaboodschap	noun	bericht dat overgebracht wordt via de media zoals krant, radio en televisie.
mediaboodschapje	=	mediaboodschap
mediaboodschapjes	=	mediaboodschap
mediaboodschappen	=	mediaboodschap
mediabudget	noun	de hoeveelheid geld die men tot zijn beschikking heeft om reclame te maken via de radio, televisie of de kranten
mediabudgets	=	mediabudget
mediacircus	noun	gebeurtenis die buitenproportioneel veel aandacht in de media krijgt; overdreven gedoe in de massa media
mediacircussen	=	mediacircus
mediaconcern	noun	bedrijf dat dagbladen, radiozenders en televisiekanalen bezit
mediaconcerns	=	mediaconcern
mediaconsument	noun	iemand die kennis neemt van mediaproducties
mediaconsumenten	=	mediaconsument
mediacratie	noun	land dat vooral geregeerd wordt door diegenen die de macht hebben om via de media de publieke opinie te beïnvloeden zoals in de Verenigde Staten
mediacratieën	=	mediacratie
mediaculturen	=	mediacultuur
mediacultuur	noun	de wereld en de gebruiken van de audiovisuele media
mediadeskundige	noun	iemand die verstand heeft van massacommunicatie
mediadeskundigen	=	mediadeskundige
mediaevist	=	mediëvist
mediagebruik	noun	het benutten van tekst, geluid en beeld
mediageil	adj|informal	belust op aandacht van de media
mediageile	=	mediageil
mediageiler	=	mediageil
mediageilere	=	mediageil
mediageilers	=	mediageil
mediageils	=	mediageil
mediageilst	=	mediageil
mediageilste	=	mediageil
mediageniek	adj	van personen dat ze op het televisiescherm een goede uitstraling hebben, soms zelfs beter dan in het echt
mediagenieke	=	mediageniek
mediagenieker	=	mediageniek
mediageniekere	=	mediageniek
mediageniekers	=	mediageniek
mediagenieks	=	mediageniek
mediageniekst	=	mediageniek
mediageniekste	=	mediageniek
mediagrap	noun	grap die mediamakers maken met mediagebruikers
mediagrappen	=	mediagrap
mediahistorici	=	mediahistoricus
mediahistoricus	noun	iemand die zich bezighoudt met het onderzoek naar en de beschrijving van de geschiedenis van de media
mediahistoricusje	=	mediahistoricus
mediahistoricusjes	=	mediahistoricus
mediaholding	noun	een moedermaatschappij of holdingstructuur die aandelen bezit in verschillende mediabedrijven en mediaplatforms
mediaholdings	=	mediaholding
mediaholdinkje	=	mediaholding
mediaholdinkjes	=	mediaholding
mediahype	noun	opgeklopte rage gecreëerd door de media die in geen verhouding staat tot het belang van het onderwerp
mediahypes	=	mediahype
mediakanaal	noun	een van de manieren waarop men het grote publiek van informatie kan voorzien
mediakanalen	=	mediakanaal
medialab	noun	plaats waar men kan experimenteren met de moderne media
medialabs	=	medialab
medialand	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de productie van radio- en televisieprogramma's, internetsites en kranten en tijdschriften
medialanden	=	medialand
medialandje	=	medialand
medialandjes	=	medialand
medialandschap	noun	de verzameling van alle media die in een bepaalde omgeving belangrijk zijn
medialandschapje	=	medialandschap
medialandschapjes	=	medialandschap
medialandschappen	=	medialandschap
mediale	=	mediaal
medialer	=	mediaal
medialere	=	mediaal
medialers	=	mediaal
medialogica	noun	het verschijnsel dat wát nieuws is wordt bepaald door wat hoge kijk- luister- en oplagecijfers veroorzaakt
medialogica's	=	medialogica
mediamagnaat	noun	iemand die veel mediabedrijven zoals radio- en televisiestations bezit
mediamagnaten	=	mediamagnaat
mediamarkt	noun	geheel van aanbieders van informatiekanalen in een bepaald gebied (vaak meer in het bijzonder omroepen, maar de term omvat in beginsel ook digitale en gedrukte media)
mediamarkten	=	mediamarkt
mediamiek	adj	betrekking hebbend op, van een medium
mediamieke	=	mediamiek
mediamieker	=	mediamiek
mediamiekere	=	mediamiek
mediamiekers	=	mediamiek
mediamieks	=	mediamiek
mediamiekst	=	mediamiek
mediamiekste	=	mediamiek
medianen	=	mediaan
medianos	noun	de dagen tussen de eerste en de laatste dag van Pesach of de eerste en de laatste dag van Soekot, 'tussendagen'
mediant	noun	een toon of akkoord op de derde toon van een toonladder
medianten	=	mediant
mediantje	=	mediant
mediantjes	=	mediant
mediaopleiding	noun	een verzamelnaam voor studies (op mbo-, hbo- of wo-niveau) die je voorbereiden op een carrière in de creatieve industrie, communicatie, journalistiek of digitale mediawereld.
mediaopleidingen	=	mediaopleiding
mediaopleidinkje	=	mediaopleiding
mediaopleidinkjes	=	mediaopleiding
mediaopvoeding	noun	het onderdeel van de opvoeding dat kinderen begeleidt naar een bewust, veilig, kritisch en gezond gebruik van media zoals internet, games en sociale media.
mediaopvoedingen	=	mediaopvoeding
mediaopvoedinkje	=	mediaopvoeding
mediaopvoedinkjes	=	mediaopvoeding
mediapark	noun	afgegrensd gebied waar veel radio- en televisiebedrijven zijn gehuisvest
mediaparken	=	mediapark
mediapersoonlijkheden	=	mediapersoonlijkheid
mediapersoonlijkheid	noun	persoon die om een bepaalde reden veel publiciteit in communicatiemiddelen krijgt en die aandacht daarna zelfs los van die reden behoudt
mediaplanning	noun	het kiezen van de meest geschikte media voor het maken van reclame (voor een bedrijf)
mediaplanningen	=	mediaplanning
mediaspecialist	noun	iemand die zorgt dat een persoon, bedrijf of instelling op een gewenste manier aandacht krijgt in de gedrukte- en electronische media
mediaspecialisten	=	mediaspecialist
mediaspektakel	noun	gebeurtenis die heel uitgebreid in de media beschreven wordt
mediaspektakels	=	mediaspektakel
mediaspektakeltje	=	mediaspektakel
mediaspektakeltjes	=	mediaspektakel
mediaspeler	noun	software of een elektronisch apparaat dat in staat is om multimediabestanden af te spelen
mediaspelers	=	mediaspeler
mediaster	noun	een geslacht Mediaster van zeesterren uit de familie Goniasteridae
mediasterren	=	mediaster
mediasterretje	=	mediaster
mediasterretjes	=	mediaster
mediastilte	noun	een periode van stilte waarin er door directe betrokkenen geen enkele mededelingen worden gedaan over de zaken die er besproken worden.
mediastilten	=	mediastilte
mediastiltes	=	mediastilte
mediastiltetje	=	mediastilte
mediastiltetjes	=	mediastilte
mediastorm	noun	plotselinge, grote ophef in kranten, radio en televisie
mediastormen	=	mediastorm
mediastudie	noun	opleiding gericht op de productie van websites en audiovisueel materiaal
mediastudies	noun	stelselmatige ontwikkeling van kennis over de rol van communicatiemedia in cultuur en samenleving
mediatechnologie	noun	alle technieken die een rol spelen bij het maken van radio- en televisieprogramma's
mediatechnologieën	=	mediatechnologie
mediateur	noun	iemand die medieert, een bemiddelaar
mediateurs	=	mediateur
mediateurtje	=	mediateur
mediateurtjes	=	mediateur
mediatheek	noun	een documentatiecentrum waar kranten, tijdschriften, voorlichtingsbladen, enzovoort, en eventueel ook video- en geluidsbanden worden bewaard en kunnen worden geraadpleegd
mediatheken	=	mediatheek
mediatie	noun	bemiddeling, tussenkomst
mediatiebeweging	noun	de internationale opkomst en groei van mediation (bemiddeling) als alternatieve manier om conflicten op te lossen buiten de rechter om.
mediatiebewegingen	=	mediatiebeweging
mediatiebeweginkje	=	mediatiebeweging
mediatiebeweginkjes	=	mediatiebeweging
mediatief	adj	bemiddelend
mediatiefs	=	mediatief
mediatiefst	=	mediatief
mediatiefste	=	mediatief
mediatiek	adj	betrekking hebbend op de publiciteit
mediatieke	=	mediatiek
mediatieker	=	mediatiek
mediatiekere	=	mediatiek
mediatiekers	=	mediatiek
mediatieks	=	mediatiek
mediatiekst	=	mediatiek
mediatiekste	=	mediatiek
mediatierechter	noun	rechter die als bemiddeling optreedt
mediatierechters	=	mediatierechter
mediaties	=	mediatie
mediatietje	=	mediatie
mediatietjes	=	mediatie
mediatieve	=	mediatief
mediatiever	=	mediatief
mediatievere	=	mediatief
mediatievers	=	mediatief
mediatiseer	=	mediatiseren
mediatiseerde	=	mediatiseren
mediatiseerden	=	mediatiseren
mediatiseert	=	mediatiseren
mediatisere	=	mediatiseren
mediatiseren	verb	iets als middel gebruiken voor het bereiken van een bepaald doel
mediatiserend	=	mediatiseren
mediatiserende	=	mediatiseren
mediatisering	noun	het aanpassen aan de wensen die de populaire media stellen; de steeds grotere invloed van de media op de samenleving
mediatiseringen	=	mediatisering
mediator	noun	iemand die medieert, een bemiddelaar
mediatoren	=	mediator
mediators	=	mediator
mediatortje	=	mediator
mediatortjes	=	mediator
mediatrainer	noun	iemand die anderen les geeft en oefent in het zichzelf presenteren in de media
mediatrainers	=	mediatrainer
mediatrainertje	=	mediatrainer
mediatrainertjes	=	mediatrainer
mediatraining	noun	cursus waarin met leert hoe op te treden voor radio en televisie
mediatrainingen	=	mediatraining
mediatrice	noun	vrouwelijke vorm van mediateur vrouwelijke vorm van mediator
mediatrices	=	mediatrice
mediatricetje	=	mediatrice
mediatricetjes	=	mediatrice
mediatycoon	noun	eigenaar van een groot aantal mediabedrijven
mediatycoons	=	mediatycoon
mediavreter	noun|figurative	iemand die buitensporig veel aan de media hangt
mediavreters	=	mediavreter
mediawaakhond	noun|figurative	orgaan dat belast is met het toezicht op de media
mediawaakhonden	=	mediawaakhond
mediaweigeraar	noun	iemand die de traditionele media weigert te geloven vanwege het in zijn/haar ogen eenzijdig belichten van onderwerpen door die media
mediaweigeraars	=	mediaweigeraar
mediaweigeraartje	=	mediaweigeraar
mediaweigeraartjes	=	mediaweigeraar
mediawereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de productie van mediaproducties
mediawerelden	=	mediawereld
mediawereldje	=	mediawereld
mediawereldjes	=	mediawereld
mediawet	noun	wet die de toelating tot het omroepbestel regelt en eisen stelt aan de publieke omroepen onder andere om te zorgen voor mediapluriformiteit
mediawetenschapper	noun	persoon die massacommunicatiemiddelen bestudeert
mediawetenschappers	=	mediawetenschapper
mediawetten	=	mediawet
mediawijsheden	=	mediawijsheid
mediawijsheid	noun	het geheel van kennis, vaardigheden en ingesteldheid betreffende media
mediazaak	noun	een conflict dat draait om media, zoals een geschil over persvrijheid, reputatie, of de verspreiding van informatie, wat kan leiden tot een mediarechtzaak, of een zaak die via de media wordt opgelost (mediation in mediazaken), of simpelweg een zaak over een mediabedrijf.
mediazaakje	=	mediazaak
mediazaakjes	=	mediazaak
mediazaken	=	mediazaak
medica	=	medicus
medicaliseer	=	medicaliseren
medicaliseerde	=	medicaliseren
medicaliseerden	=	medicaliseren
medicaliseert	=	medicaliseren
medicalisere	=	medicaliseren
medicaliseren	verb	niet medische zaken onterecht benoemen en behandelen als een gezondheidsprobleem, zodat overbodig en nutteloos medisch handelen gestimuleerd worden
medicaliserend	=	medicaliseren
medicaliserende	=	medicaliseren
medicalisering	noun	behandeling alsof het vooral een geneeskundig probleem is, groeiende rol van de geneeskunde
medicaliseringen	=	medicalisering
medicament	noun	een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent
medicamenten	=	medicament
medicamenteus	adj	met behulp van geneesmiddelen
medicamenteust	=	medicamenteus
medicamenteuste	=	medicamenteus
medicamenteuze	=	medicamenteus
medicamenteuzer	=	medicamenteus
medicamenteuzere	=	medicamenteus
medicamenteuzers	=	medicamenteus
medicamentje	=	medicament
medicamentjes	=	medicament
medicatie	noun	geneesmiddel
medicatiebewaking	noun	het continu controleren van de veiligheid van geneesmiddelen en hun combinaties door artsen en apothekers.
medicatiebewakingen	=	medicatiebewaking
medicatiebewakinkje	=	medicatiebewaking
medicatiebewakinkjes	=	medicatiebewaking
medicaties	=	medicatie
medicatietje	=	medicatie
medici	=	medicus
medicijn	noun	chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent
medicijnen	noun	geneeskunde als studierichting
medicijnfabriek	noun	een fabriek waar medicijnen geproduceerd worden
medicijnfabrieken	=	medicijnfabriek
medicijnfabriekje	=	medicijnfabriek
medicijnfabriekjes	=	medicijnfabriek
medicijngebruik	noun	het innemen van geneesmiddelen
medicijnhamsteren	verb	uit vrees voor dreigende schaarste van bepaalde geneesmiddelen hiervan meer aanschaffen om een voorraad aan te leggen
medicijnkast	noun	een afsluitbaar meubelstuk waarin met medicijnen kan bewaren
medicijnkasten	=	medicijnkast
medicijnkastje	=	medicijnkast
medicijnkastjes	=	medicijnkast
medicijnkost	noun|obsolete	uitgaven die men doet voor geneesmiddelen
medicijnkosten	noun	uitgaven die men doet voor geneesmiddelen
medicijnman	noun	iemand die in contact staat met de geestenwereld en door geesten veroorzaakte ziektes meent te kunnen genezen
medicijnmannen	=	medicijnman
medicijnmannetje	=	medicijnman
medicijnmannetjes	=	medicijnman
medicijns	=	medicijn
medicijntje	=	medicijn
medicijntjes	=	medicijn
medicijnvakantie	noun	periode dat men tijdelijk geen medicatie hoeft in te namen
medicijnvakanties	=	medicijnvakantie
medicijnvakantietje	=	medicijnvakantie
medicijnvakantietjes	=	medicijnvakantie
medicijnverslaving	noun	de schadelijke afhankelijkheid van als geneesmiddel bedoelde stoffen
medicijnverslavingen	=	medicijnverslaving
medicijnverslavinkje	=	medicijnverslaving
medicijnverslavinkjes	=	medicijnverslaving
medicijnverstrekking	noun	het proces waarbij medicatie wordt overgedragen aan een patiënt, cliënt of zorgvrager.
medicijnverstrekkingen	=	medicijnverstrekking
medicijnverstrekkinkje	=	medicijnverstrekking
medicijnverstrekkinkjes	=	medicijnverstrekking
medicijnvrouw	=	medicijnman
medicinaal	adj	geneeskrachtig
medicinaals	=	medicinaal
medicinaalst	=	medicinaal
medicinaalste	=	medicinaal
medicinale	=	medicinaal
medicinaler	=	medicinaal
medicinalere	=	medicinaal
medicinalers	=	medicinaal
medicomaat	noun	automaat geplaatst bij een apotheek waar men eerdere bestelde medicamenten kan afhalen
medicomaten	=	medicomaat
medicus	noun	een persoon die gerechtigd is de geneeskunde te beoefenen, een arts, dokter, geneesheer, geneeskundige
medicusje	=	medicus
medieer	=	mediëren
medieerde	=	mediëren
medieerden	=	mediëren
medieert	=	mediëren
mediene	noun	platteland, 'provincie', Nederland buiten Amsterdam
medienesjtamper	noun	jood uit de provincie
medienesjtampers	=	medienesjtamper
medina	noun	oudste gedeelte van Noord-Afrikaanse steden
medina's	=	medina
medinaatje	=	medina
medinaatjes	=	medina
medinat	noun	staat van
medinensisch	adj	op Medina betrekking hebbend
medinensische	=	medinensisch
medinot	=	medina
medio	prep	ergens in het midden van iets, gewoonlijk een tijdvak of maand
mediocre	adj	van doorsnee kwaliteit, niet slecht, maar zonder opvallende positieve eigenschappen
mediocres	=	mediocre
mediocriteit	noun	middelmatigheid, dus niet heel goed
mediocriteiten	=	mediocriteit
medioortje	=	medior
medior	noun	persoon met een leeftijd tussen en 50 en 65 jaar die geen junior meer is maar ook nog geen senior	adj	tussen junior en senior in zittend
medioren	=	medior
mediors	=	medior
medisch	adj	op de geneeskunde betrekking hebbend
medisch-biologisch	adj	betreffende de combinatie van biologie en geneeskunde, gericht op het bestuderen van levende wezens, processen en ziekteoorzaken op moleculair, cel- en weefselniveau
medisch-biologische	=	medisch-biologisch
medisch-biologischer	=	medisch-biologisch
medisch-biologischere	=	medisch-biologisch
medisch-biologischers	=	medisch-biologisch
medisch-ethisch	adj	met betrekking tot het moreel verantwoord handelen in geneeskundige vraagstukken
medisch-ethische	=	medisch-ethisch
medisch-ethischer	=	medisch-ethisch
medisch-ethischere	=	medisch-ethisch
medisch-ethischers	=	medisch-ethisch
medisch-psychologisch	adj	betreffende de wisselwerking tussen lichamelijke (somatische) aandoeningen en psychische klachten
medisch-psychologische	=	medisch-psychologisch
medisch-psychologischer	=	medisch-psychologisch
medisch-psychologischere	=	medisch-psychologisch
medisch-psychologischers	=	medisch-psychologisch
medisch-specialistisch	adj	betreffende de (hoog)gespecialiseerde medische hulp, meestal in een ziekenhuis, geleverd door een medisch specialist na verwijzing door een huisarts
medisch-specialistische	=	medisch-specialistisch
medisch-specialistischer	=	medisch-specialistisch
medisch-specialistischere	=	medisch-specialistisch
medisch-specialistischers	=	medisch-specialistisch
medisch-technisch	adj	betreffende het snijvlak van geneeskunde en techniek, omvat producten, technologieën en toepassingen voor diagnose, behandeling en ondersteuning
medisch-technische	=	medisch-technisch
medisch-technischer	=	medisch-technisch
medisch-technischere	=	medisch-technisch
medisch-technischers	=	medisch-technisch
medisch-technologisch	adj	betreffende de toepassing van techniek, apparatuur en innovatieve producten bij het voorkomen, diagnosticeren, behandelen en monitoren van ziekten en aandoeningen
medisch-technologische	=	medisch-technologisch
medisch-technologischer	=	medisch-technologisch
medisch-technologischere	=	medisch-technologisch
medisch-technologischers	=	medisch-technologisch
medisch-wetenschappelijk	adj	betreffende onderzoek dat zich richt op het begrijpen, voorkomen, opsporen en behandelen van ziekten om de gezondheid en het welzijn te verbeteren
medisch-wetenschappelijke	=	medisch-wetenschappelijk
medisch-wetenschappelijker	=	medisch-wetenschappelijk
medisch-wetenschappelijkere	=	medisch-wetenschappelijk
medisch-wetenschappelijkers	=	medisch-wetenschappelijk
medisch-wetenschappelijks	=	medisch-wetenschappelijk
medisch-wetenschappelijkst	=	medisch-wetenschappelijk
medisch-wetenschappelijkste	=	medisch-wetenschappelijk
medische	=	medisch
medischer	=	medisch
medischere	=	medisch
medischers	=	medisch
meditatie	noun	spirituele bezigheid waarbij men zich diep concentreert
meditatiecursus	noun	een cursus waarin men leert mediteren
meditatiecursusje	=	meditatiecursus
meditatiecursusjes	=	meditatiecursus
meditatiecursussen	=	meditatiecursus
meditatief	adj	van de aard van, als in meditatie
meditatiefs	=	meditatief
meditatiefst	=	meditatief
meditatiefste	=	meditatief
meditatieruimte	noun	kamer in een gebouw die is ingericht voor afzondering en meditatie
meditatieruimten	=	meditatieruimte
meditatieruimtes	=	meditatieruimte
meditaties	=	meditatie
meditatietje	=	meditatie
meditatieve	=	meditatief
meditatiever	=	meditatief
meditatievere	=	meditatief
meditatievers	=	meditatief
meditatiën	=	meditatie
meditaxi	noun	taxi voorzien van medische apparatuur en medisch geschoolde taxichauffeur die een hulpverlener vervoert naar plaats waar medische hulp nodig is
meditaxi's	=	meditaxi
mediteer	=	mediteren
mediteerde	=	mediteren
mediteerden	=	mediteren
mediteert	=	mediteren
meditere	=	mediteren
mediteren	verb	in zichzelf keren om de diepste werkelijkheid te ervaren
mediterend	=	mediteren
mediterende	=	mediteren
mediterraan	adj	zoals in het Middellandse Zeegebied
mediterraans	adj	van, behorend tot of kenmerkend voor het gebied om de Middellandse Zee
mediterraanse	=	mediterraans
mediterraanser	=	mediterraans
mediterraansere	=	mediterraans
mediterraansers	=	mediterraans
mediterraanst	=	mediterraan
mediterraanste	=	mediterraan
mediterrane	=	mediterraan
mediterraner	=	mediterraan
mediterranere	=	mediterraan
mediterraners	=	mediterraan
medium	adj	tussen zoet en droog in
mediumpje	=	medium
mediumpjes	=	medium
mediums	=	medium
mediëre	=	mediëren
mediëren	verb	bemiddelen, met name beroepsmatig bemiddelen tussen partijen die in een conflict verwikkeld zijn
mediërend	=	mediëren
mediërende	=	mediëren
mediëvist	noun	deskundige op het gebied van de middeleeuwen
mediëvisten	=	mediëvist
mediëvistje	=	mediëvist
medley	noun	een muziekstuk waarin delen van veel verschillende liedjes verwerkt zijn
medleys	=	medley
medleytje	=	medley
medleytjes	=	medley
medoc	noun	rode wijn uit de Médoc, een wijnstreek in Frankrijk
medocs	=	medoc
medraas	noun	hoogste afdeling van het Portugees-Israëlietisch Seminarium Ets Haim
medullair	adj	het merg betreffend, mergachtig
medusa	noun	benaming voor neteldieren Cnidaria in het kwalstadium
medusa's	=	medusa
medusen	=	medusa
mee	noun	licht alcoholische drank vervaardigd van honing	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
mee-at	=	mee-eten
mee-aten	=	mee-eten
mee-eet	=	mee-eten
mee-ete	=	mee-eten
mee-eten	verb	deelnemen aan een maaltijd
mee-etend	=	mee-eten
mee-etende	=	mee-eten
mee-eter	noun	een puistje, gewoonlijk in het gelaat ontstaan door verstopping van een haarzakje
mee-eters	=	mee-eter
mee-etertje	=	mee-eter
mee-etertjes	=	mee-eter
meeaat	=	mee-eten
meeat	=	mee-eten
meeate	=	mee-eten
meeaten	=	mee-eten
meebad	=	meebidden
meebaden	=	meebidden
meebadt	=	meebidden
meebak	=	meebakken
meebakke	=	meebakken
meebakken	verb	iets samen met iets anders bakken
meebakkend	=	meebakken
meebakkende	=	meebakken
meebakt	=	meebakken
meebakte	=	meebakken
meebakten	=	meebakken
meebeleef	=	meebeleven
meebeleefd	=	meebeleven
meebeleefde	=	meebeleven
meebeleefden	=	meebeleven
meebeleeft	=	meebeleven
meebeleve	=	meebeleven
meebeleven	verb	mede de gebeurtenissen bewust meemaken
meebelevend	=	meebeleven
meebelevende	=	meebeleven
meebeslis	=	meebeslissen
meebeslisse	=	meebeslissen
meebeslissen	verb	ook tot de besluitvorming bijdragen, inspraak hebben
meebeslissend	=	meebeslissen
meebeslissende	=	meebeslissen
meebeslist	=	meebeslissen
meebesliste	=	meebeslissen
meebeslisten	=	meebeslissen
meebetaal	=	meebetalen
meebetaald	=	meebetalen
meebetaalde	=	meebetalen
meebetaalden	=	meebetalen
meebetaalt	=	meebetalen
meebetale	=	meebetalen
meebetalen	verb	~ aan: een aandeel leveren aan de betaling
meebetalend	=	meebetalen
meebetalende	=	meebetalen
meebeweeg	=	meebewegen
meebeweegt	=	meebewegen
meebewege	=	meebewegen
meebewegen	verb	eenzelfde beweging maken als iets of iemand anders
meebewegend	=	meebewegen
meebewegende	=	meebewegen
meebewoge	=	meebewegen
meebewogen	=	meebewegen
meebewoog	=	meebewegen
meebewoogt	=	meebewegen
meebid	=	meebidden
meebidde	=	meebidden
meebidden	verb	~ met deelnemen aan een gebed
meebiddend	=	meebidden
meebiddende	=	meebidden
meebidt	=	meebidden
meebied	=	meebieden
meebiede	=	meebieden
meebieden	verb	deelnemen aan een bieding
meebiedend	=	meebieden
meebiedende	=	meebieden
meebiedt	=	meebieden
meeblaas	=	meeblazen
meeblaast	=	meeblazen
meeblaze	=	meeblazen
meeblazen	verb	spelen op een blaasinstrument in een orkest of bandje
meeblazend	=	meeblazen
meeblazende	=	meeblazen
meeblies	=	meeblazen
meebliezen	=	meeblazen
meeboden	=	meebieden
meebogen	=	meebuigen
meebood	=	meebieden
meeboodt	=	meebieden
meeboog	=	meebuigen
meebouw	=	meebouwen
meebouwde	=	meebouwen
meebouwden	=	meebouwen
meebouwe	=	meebouwen
meebouwen	verb	samen met anderen iets maken
meebouwend	=	meebouwen
meebouwende	=	meebouwen
meebouwt	=	meebouwen
meebracht	=	meebrengen
meebrachte	=	meebrengen
meebrachten	=	meebrengen
meebreng	=	meebrengen
meebrenge	=	meebrengen
meebrengen	verb	iets/iemand ~ iets met zich mee vervoeren
meebrengend	=	meebrengen
meebrengende	=	meebrengen
meebrengt	=	meebrengen
meebuig	=	meebuigen
meebuige	=	meebuigen
meebuigen	verb	iets volgen door te buigen
meebuigend	=	meebuigen
meebuigende	=	meebuigen
meebuigt	=	meebuigen
meed	=	mijden
meedacht	=	meedenken
meedachte	=	meedenken
meedachten	=	meedenken
meedede	=	meedoen
meededen	=	meedoen
meedeed	=	meedoen
meedeedt	=	meedoen
meedeel	=	meedelen
meedeelde	=	meedelen
meedeelden	=	meedelen
meedeelt	=	meedelen
meedein	=	meedeinen
meedeinde	=	meedeinen
meedeinden	=	meedeinen
meedeine	=	meedeinen
meedeinen	verb	deinend meebewegen (op de maat van de muziek)
meedeinend	=	meedeinen
meedeinende	=	meedeinen
meedeint	=	meedeinen
meedele	=	meedelen
meedelen	verb	een feit vertellen
meedelend	=	meedelen
meedelende	=	meedelen
meedeling	=	mededeling
meedenk	=	meedenken
meedenke	=	meedenken
meedenken	verb	participeren in een denkproces
meedenkend	=	meedenken
meedenkende	=	meedenken
meedenker	noun	iemand die gevraagd of ongevraagd meedoet in een denkproces
meedenkers	=	meedenker
meedenkertje	=	meedenker
meedenkertjes	=	meedenker
meedenkt	=	meedenken
meeding	=	meedingen
meedinge	=	meedingen
meedingen	verb	concurreren, wedijveren
meedingend	=	meedingen
meedingende	=	meedingen
meedingt	=	meedingen
meediscussieer	=	meediscussiëren
meediscussieerde	=	meediscussiëren
meediscussieerden	=	meediscussiëren
meediscussieert	=	meediscussiëren
meediscussiëre	=	meediscussiëren
meediscussiëren	verb	deelnemen aan een discussie
meediscussiërend	=	meediscussiëren
meediscussiërende	=	meediscussiëren
meedoe	=	meedoen
meedoen	verb	tegelijk met anderen iets doen
meedoend	=	meedoen
meedoende	=	meedoen
meedoet	=	meedoen
meedogen	=	mededogen
meedogend	adj	met medegevoel, met medelijden
meedogende	=	meedogend
meedogender	=	meedogend
meedogendere	=	meedogend
meedogenders	=	meedogend
meedogends	=	meedogend
meedogendst	=	meedogend
meedogendste	=	meedogend
meedogenloos	adj	zonder medelijden, zonder mededogen
meedogenloosheden	=	meedogenloosheid
meedogenloosheid	noun	het meedogenloos zijn
meedogenloost	=	meedogenloos
meedogenlooste	=	meedogenloos
meedogenloze	=	meedogenloos
meedogenlozer	=	meedogenloos
meedogenlozere	=	meedogenloos
meedogenlozers	=	meedogenloos
meedong	=	meedingen
meedonge	=	meedingen
meedongen	=	meedingen
meedongt	=	meedingen
meedraag	=	meedragen
meedraagt	=	meedragen
meedraai	=	meedraaien
meedraaide	=	meedraaien
meedraaiden	=	meedraaien
meedraaie	=	meedraaien
meedraaien	verb	meedoen
meedraaiend	=	meedraaien
meedraaiende	=	meedraaien
meedraait	=	meedraaien
meedrage	=	meedragen
meedragen	verb	door te dragen meenemen
meedragend	=	meedragen
meedragende	=	meedragen
meedreef	=	meedrijven
meedreeft	=	meedrijven
meedreven	=	meedrijven
meedrijf	=	meedrijven
meedrijft	=	meedrijven
meedrijve	=	meedrijven
meedrijven	verb	drijvend meegevoerd worden
meedrijvend	=	meedrijven
meedrijvende	=	meedrijven
meedrink	=	meedrinken
meedrinke	=	meedrinken
meedrinken	verb	deelnemen in een groep mensen die drinken
meedrinkend	=	meedrinken
meedrinkende	=	meedrinken
meedrinkt	=	meedrinken
meedroeg	=	meedragen
meedroegen	=	meedragen
meedronk	=	meedrinken
meedronken	=	meedrinken
meedronkt	=	meedrinken
meedt	=	mijden
meefiets	=	meefietsen
meefietse	=	meefietsen
meefietsen	verb	samen opfietsen, fietsend bij anderen aansluiten
meefietsend	=	meefietsen
meefietsende	=	meefietsen
meefietst	=	meefietsen
meefietste	=	meefietsen
meefietsten	=	meefietsen
meeg	=	miegen
meega	=	meegaan
meegaaft	=	meegeven
meegaan	verb	op hetzelfde moment dezelfde richting uitgaan
meegaand	adj	geneigd zijn om toe te geven
meegaande	=	meegaand
meegaander	=	meegaand
meegaandere	=	meegaand
meegaanders	=	meegaand
meegaandheid	noun	van een persoon dat deze makkelijk anderen hun zin geeft en met hen meewerkt
meegaands	=	meegaand
meegaandst	=	meegaand
meegaandste	=	meegaand
meegaat	=	meegaan
meegaf	=	meegeven
meegaven	=	meegeven
meegebakken	=	meebakken
meegebeden	=	meebidden
meegeblazen	=	meeblazen
meegeboden	=	meebieden
meegebogen	=	meebuigen
meegebouwd	=	meebouwen
meegebracht	=	meebrengen
meegedaan	=	meedoen
meegedacht	=	meedenken
meegedeeld	=	meedelen
meegedeelde	=	meedelen
meegedeind	=	meedeinen
meegedeinde	=	meedeinen
meegediscussieerd	=	meediscussiëren
meegedongen	=	meedingen
meegedraaid	=	meedraaien
meegedragen	=	meedragen
meegedreven	=	meedrijven
meegedronken	=	meedrinken
meegeef	=	meegeven
meegeeft	=	meegeven
meegefietst	=	meefietsen
meegegaan	=	meegaan
meegegeten	=	mee-eten
meegegeven	=	meegeven
meegegroeid	=	meegroeien
meegehold	=	meehollen
meegeholpen	=	meehelpen
meegehuild	=	meehuilen
meegekeken	=	meekijken
meegeklonken	=	meeklinken
meegekomen	=	meekomen
meegekookt	=	meekoken
meegekregen	=	meekrijgen
meegekund	=	meekunnen
meegekweeld	=	meekwelen
meegelachen	=	meelachen
meegeladen	=	meeladen
meegeleden	=	meelijden
meegeleefd	=	meeleven
meegelezen	=	meelezen
meegelift	=	meeliften
meegelokt	=	meelokken
meegelokte	=	meelokken
meegeloot	=	meeloten
meegelopen	=	meelopen
meegeluisterd	=	meeluisteren
meegemaakt	=	meemaken
meegemaakte	=	meemaken
meegeniet	=	meegenieten
meegeniete	=	meegenieten
meegenieten	verb	samen met anderen ergens plezier aan beleven
meegenietend	=	meegenieten
meegenietende	=	meegenieten
meegenomen	adj	van aanzienlijke toegevoegde waarde
meegenomens	=	meegenomen
meegenoot	=	meegenieten
meegenoten	=	meegenieten
meegepakt	=	meepakken
meegepakte	=	meepakken
meegepikt	=	meepikken
meegepikte	=	meepikken
meegepit	=	meepitten
meegepraat	=	meepraten
meegeprofiteerd	=	meeprofiteren
meegereden	=	meerijden
meegeregeerd	=	meeregeren
meegereisd	=	meereizen
meegerekend	adj	meegeteld, inbegrepen, ingecalculeerd
meegerekende	=	meegerekend
meegerekends	=	meegerekend
meegerekt	=	meerekken
meegerookt	=	meeroken
meegesjokt	=	meesjokken
meegesjouwd	=	meesjouwen
meegesjouwde	=	meesjouwen
meegesleept	=	meeslepen
meegesleepte	=	meeslepen
meegesleurd	=	meesleuren
meegesleurde	=	meesleuren
meegesmokkeld	=	meesmokkelen
meegespeeld	=	meespelen
meegesproken	=	meespreken
meegestegen	=	meestijgen
meegestemd	=	meestemmen
meegestreden	=	meestrijden
meegestribbeld	=	meestribbelen
meegestuurd	=	meesturen
meegeteld	=	meetellen
meegetelde	=	meetellen
meegetorst	=	meetorsen
meegetraind	=	meetrainen
meegetrokken	=	meetrekken
meegetroond	=	meetronen
meegetroonde	=	meetronen
meegevallen	=	meevallen
meegevaren	=	meevaren
meegeve	=	meegeven
meegeven	verb	iemand iets geven voor als die vertrokken is.
meegevend	=	meegeven
meegevende	=	meegeven
meegevierd	=	meevieren
meegevlogen	=	meevliegen
meegevochten	=	meevechten
meegevoel	noun	de emoties van iemand kunnen begrijpen en ook zelf aanvoelen
meegevoeld	=	meevoelen
meegevoelde	=	meevoelen
meegevoerd	=	meevoeren
meegevoerde	=	meevoeren
meegevraagd	=	meevragen
meegevraagde	=	meevragen
meegewaaid	=	meewaaien
meegewerkt	=	meewerken
meegewild	=	meewillen
meegewogen	=	meewegen
meegezeild	=	meezeilen
meegezeten	=	meezitten
meegezeuld	=	meezeulen
meegezeulde	=	meezeulen
meegezocht	=	meezoeken
meegezonden	=	meezenden
meegezongen	=	meezingen
meegezwommen	=	meezwemmen
meeging	=	meegaan
meeginge	=	meegaan
meegingen	=	meegaan
meegingt	=	meegaan
meegroei	=	meegroeien
meegroeide	=	meegroeien
meegroeiden	=	meegroeien
meegroeie	=	meegroeien
meegroeien	verb	samen met iets anders stijgen of groter worden
meegroeiend	=	meegroeien
meegroeiende	=	meegroeien
meegroeit	=	meegroeien
meegroeiwoning	noun	een flexibel huis dat eenvoudig kan worden aangepast aan veranderende levensomstandigheden.
meegroeiwoningen	=	meegroeiwoning
meegroeiwoninkje	=	meegroeiwoning
meegroeiwoninkjes	=	meegroeiwoning
meegt	=	miegen
meehelp	=	meehelpen
meehelpe	=	meehelpen
meehelpen	verb	anderen helpen iets te doen
meehelpend	=	meehelpen
meehelpende	=	meehelpen
meehelpt	=	meehelpen
meehielp	=	meehelpen
meehielpe	=	meehelpen
meehielpen	=	meehelpen
meehielpt	=	meehelpen
meehol	=	meehollen
meeholde	=	meehollen
meeholden	=	meehollen
meeholle	=	meehollen
meehollen	verb	samen met een of meer anderen ergens heen hollen, rennen
meehollend	=	meehollen
meehollende	=	meehollen
meeholt	=	meehollen
meehuil	=	meehuilen
meehuilde	=	meehuilen
meehuilden	=	meehuilen
meehuile	=	meehuilen
meehuilen	verb	uit medeleven met iemands verdriet samen met de ander huilen
meehuilend	=	meehuilen
meehuilende	=	meehuilen
meehuilt	=	meehuilen
meekeek	=	meekijken
meekeekt	=	meekijken
meekeke	=	meekijken
meekeken	=	meekijken
meekijk	=	meekijken
meekijke	=	meekijken
meekijken	verb	samen met iemand anders ergens naar kijken
meekijkend	=	meekijken
meekijkende	=	meekijken
meekijkt	=	meekijken
meeklink	=	meeklinken
meeklinke	=	meeklinken
meeklinken	verb	samen met iets anders ten gehore brengen; samen met iets anders bespreken
meeklinkend	=	meeklinken
meeklinkende	=	meeklinken
meeklinkt	=	meeklinken
meeklonk	=	meeklinken
meeklonken	=	meeklinken
meekoke	=	meekoken
meekoken	verb	een ingrediënt samen met andere delen van het gerecht in één pan koken
meekokend	=	meekoken
meekokende	=	meekoken
meekom	=	meekomen
meekome	=	meekomen
meekomen	verb	met iemand ergens heen gaan
meekomend	=	meekomen
meekomende	=	meekomen
meekomt	=	meekomen
meekook	=	meekoken
meekookt	=	meekoken
meekookte	=	meekoken
meekookten	=	meekoken
meekoppeling	noun	terugkoppeling waarbij de invloed van een ingangssignaal wordt versterkt
meekrap	noun	Rubia tinctorum een plant behorend tot de sterbladigenfamilie Rubiaceae
meekrappen	=	meekrap
meekreeg	=	meekrijgen
meekreegt	=	meekrijgen
meekrege	=	meekrijgen
meekregen	=	meekrijgen
meekrijg	=	meekrijgen
meekrijge	=	meekrijgen
meekrijgen	verb	krijgen bij het verlaten
meekrijgend	=	meekrijgen
meekrijgende	=	meekrijgen
meekrijgt	=	meekrijgen
meekunne	=	meekunnen
meekunnen	verb	samen met anderen ergens naartoe kunnen gaan
meekunnend	=	meekunnen
meekunnende	=	meekunnen
meekwaamt	=	meekomen
meekwam	=	meekomen
meekwame	=	meekomen
meekwamen	=	meekomen
meekweel	=	meekwelen
meekweelde	=	meekwelen
meekweelden	=	meekwelen
meekweelt	=	meekwelen
meekwele	=	meekwelen
meekwelen	verb	meezingen
meekwelend	=	meekwelen
meekwelende	=	meekwelen
meel	noun	gemalen graan
meelach	=	meelachen
meelache	=	meelachen
meelachen	verb	lachen met mensen die al aan het lachen waren
meelachend	=	meelachen
meelachende	=	meelachen
meelacht	=	meelachen
meelachte	=	meelachen
meelachten	=	meelachen
meelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van meel
meelachtige	=	meelachtig
meelachtiger	=	meelachtig
meelachtigere	=	meelachtig
meelachtigers	=	meelachtig
meelachtigs	=	meelachtig
meelachtigst	=	meelachtig
meelachtigste	=	meelachtig
meeladen	verb	samen met andere zaken pakken in een voertuig of ruimte
meeladend	=	meeladen
meeladende	=	meeladen
meelas	=	meelezen
meelazen	=	meelezen
meelbal	noun	een smakeloze bal deeg
meelballen	=	meelbal
meelballetje	=	meelbal
meelballetjes	=	meelbal
meelbes	noun	Sorbus aria een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) die van nature voorkomt in Midden-Europa- en Zuid-Europa.
meelbesje	=	meelbes
meelbesjes	=	meelbes
meelbessen	=	meelbes
meelbloem	noun	bepaald soort vaste plant, Clematis vitalba uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
meelbloemen	=	meelbloem
meelbloemkever	noun	Hoplia philanthus een keversoort behorend tot de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae). ;Volwassen
meelbloemkevers	=	meelbloemkever
meelbloemkevertje	=	meelbloemkever
meelbloemkevertjes	=	meelbloemkever
meelbloempje	=	meelbloem
meeldauw	noun	dunne, oppervlakkige schimmelaantasting van planten waarbij op diverse plantendelen een wit of grijs schimmelpluis gevormd wordt
meeldauwlieveheersbeestje	noun	Halyzia sedecimguttata een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
meeldauwlieveheersbeestjes	=	meeldauwlieveheersbeestje
meelde	=	melen
meelden	=	melen
meeldraad	noun	mannelijk voortplantingsorgaan van de bloem in de vorm van een steeltje met knopje, waarin zich het stuifmeel ontwikkelt
meeldraadbrand	noun	Microbotryum violaceum een paddenstoel uit de familie Microbotryaceae.
meeldraadbrandje	=	meeldraadbrand
meeldraadbrandjes	=	meeldraadbrand
meeldraadbrands	=	meeldraadbrand
meeldraadje	=	meeldraad
meeldraadspoelgalwesp	noun	Andricus seminationis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
meeldraadspoelgalwespen	=	meeldraadspoelgalwesp
meeldraadspoelgalwespje	=	meeldraadspoelgalwesp
meeldraadspoelgalwespjes	=	meeldraadspoelgalwesp
meeldraden	=	meeldraad
meeleden	=	meelijden
meeleed	=	meelijden
meeleef	=	meeleven
meeleefde	=	meeleven
meeleefden	=	meeleven
meeleeft	=	meeleven
meelees	=	meelezen
meeleest	=	meelezen
meeleve	=	meeleven
meeleven	verb	in dezelfde periode samen doormaken
meelevend	adj	gevoel van verbondenheid tonend
meelevende	=	meelevend
meelevender	=	meelevend
meelevendere	=	meelevend
meelevenders	=	meelevend
meelevendheid	noun	een uiting van medeleven en medelijden; een gevoel van medeleven en medelijden
meelevends	=	meelevend
meelevendst	=	meelevend
meelevendste	=	meelevend
meeleze	=	meelezen
meelezen	verb	samen met iemand anders dezelfde tekst lezen
meelezend	=	meelezen
meelezende	=	meelezen
meelezer	noun	iemand die een boek leest nadat het geschreven is, maar voordat het wordt uitgegeven
meelezers	=	meelezer
meelgerecht	noun	een gerecht dat bereid wordt uit meel
meelgerechten	=	meelgerecht
meelgerechtje	=	meelgerecht
meelgerechtjes	=	meelgerecht
meeliep	=	meelopen
meeliepe	=	meelopen
meeliepen	=	meelopen
meeliept	=	meelopen
meelift	=	meeliften
meelifte	=	meeliften
meeliften	verb	rijden met iemand als een lifter
meeliftend	=	meeliften
meeliftende	=	meeliften
meeliftte	=	meeliften
meeliftten	=	meeliften
meeligger	noun	een schip dat dezelfde kant uitvaart; een voertuig dat dezelfde kant uitrijdt
meeliggers	=	meeligger
meelij	noun	vorm van empathie, waarbij iemand meevoelt met het lijden van een ander
meelijd	=	meelijden
meelijde	=	meelijden
meelijden	verb	het lijden met of van anderen delen
meelijdend	adj	medeleven, barmhartigheid of mededogen tonend met iemand die het moeilijk heeft of lijdt
meelijdende	=	meelijden
meelijdender	=	meelijdend
meelijdendere	=	meelijdend
meelijdenders	=	meelijdend
meelijdends	=	meelijdend
meelijdendst	=	meelijdend
meelijdendste	=	meelijdend
meelijdt	=	meelijden
meelijwekkend	adj	van iets dat je er medelijden door kunt krijgen
meelijwekkende	=	meelijwekkend
meelijwekkender	=	meelijwekkend
meelijwekkendere	=	meelijwekkend
meelijwekkenders	=	meelijwekkend
meelijwekkends	=	meelijwekkend
meelijwekkendst	=	meelijwekkend
meelijwekkendste	=	meelijwekkend
meelkalk	noun	zeer fijne kalk
meelkalkje	=	meelkalk
meelkalkjes	=	meelkalk
meelkist	noun|historical	goed afsluitbare grote doos van stevig materiaal die gemalen graankorrels kan beschermen tegen plaagdieren en bederf als ze daarin langere tijd worden bewaard
meelkisten	=	meelkist
meelkop	noun	Cortinarius caperatus een ectomycorrhizavormende paddenstoel die tot de familie Cortinariaceae gerekend wordt.
meelkopje	=	meelkop
meelkopjes	=	meelkop
meelkoppen	=	meelkop
meelkoppie	=	meelkop
meelkoppies	=	meelkop
meelkost	noun	voeding gemaakt van gemalen graan
meelkosten	=	meelkost
meelok	=	meelokken
meelokke	=	meelokken
meelokken	verb	overhalen, verleiden, verlokken om mee te gaan
meelokkend	=	meelokken
meelokkende	=	meelokken
meelokt	=	meelokken
meelokte	=	meelokken
meelokten	=	meelokken
meeloop	=	meelopen
meeloopt	=	meelopen
meeloot	=	meeloten
meelootte	=	meeloten
meelootten	=	meeloten
meelope	=	meelopen
meelopen	verb	iemand vergezellen tijdens het lopen
meelopend	=	meelopen
meelopende	=	meelopen
meeloper	noun	Meelopers zijn individuen die zich zonder daadwerkelijke overtuiging inlaten met zekere handelingen, groeperingen of ideologieën en die meestal een passieve rol daarin spelen.
meelopers	=	meeloper
meelopertje	=	meeloper
meelopertjes	=	meeloper
meelote	=	meeloten
meeloten	verb	in aanmerking willen komen voor iets dat door toeval aan een van de deelnemers wordt gegeven
meelotend	=	meeloten
meelotende	=	meeloten
meelpap	noun	mengsel van meel en een vloeistof dat na koken als voedsel gebruikt kan worden
meelpapje	=	meelpap
meelpapjes	=	meelpap
meelpappen	=	meelpap
meelsoep	noun	vloeibaar gerecht bestaand uit gekookt water met fijngemalen graankorrels en andere ingrediënten
meelsoepen	=	meelsoep
meelsoepje	=	meelsoep
meelsoepjes	=	meelsoep
meelspijs	noun	een van meel vervaardigd voedsel, bijv. mie, spaghetti, brood
meelspijze	noun	een van meel vervaardigd voedsel, bijv. mie
meelspijzen	=	meelspijs
meelsuiker	noun	poedersuiker
meelsuikers	=	meelsuiker
meelsuikertje	=	meelsuiker
meelsuikertjes	=	meelsuiker
meelt	=	melen
meeltor	noun	Tenebrio molitor kever waarvan de meelworm het larvale stadium is
meeltorren	=	meeltor
meeltorretje	=	meeltor
meeltorretjes	=	meeltor
meeluister	=	meeluisteren
meeluisterde	=	meeluisteren
meeluisterden	=	meeluisteren
meeluistere	=	meeluisteren
meeluisteren	verb	samen met een ander of anderen luisteren
meeluisterend	=	meeluisteren
meeluisterende	=	meeluisteren
meeluistert	=	meeluisteren
meelverbeteraar	noun	toeslagstof om meel te 'verbeteren' d.w.z. men er makkelijker mee kan bakken etc.
meelverbeteraars	=	meelverbeteraar
meelworm	noun	larve van de meeltor, Tenebrio molitor Meelworden worden wel gebruikt als voer voor sommige knaagdieren, vogels en reptielen
meelwormen	=	meelworm
meelwormenpesto	noun	pesto gemaakt van meelwormen
meelwormenpesto's	=	meelwormenpesto
meelwormpje	=	meelworm
meelwormpjes	=	meelworm
meelzak	noun	zak waarin meel zit of bestemd om meel te bevatten
meelzakje	=	meelzak
meelzakjes	=	meelzak
meelzakken	=	meelzak
meelzakske	=	meelzak
meelévend	=	meelevend
meemaak	=	meemaken
meemaakt	=	meemaken
meemaakte	=	meemaken
meemaakten	=	meemaken
meemake	=	meemaken
meemaken	verb	iets ~: getuige zijn van een gebeurtenis; beleven van een gebeurtenis
meemakend	=	meemaken
meemakende	=	meemaken
meemoeder	noun	de moeder in een lesbisch koppel die het kind niet gebaard heeft
meemoeders	=	meemoeder
meemoedertje	=	meemoeder
meemoedertjes	=	meemoeder
meen	=	menen
meenaamt	=	meenemen
meenam	=	meenemen
meename	=	meenemen
meenamen	=	meenemen
meende	=	menen
meenden	=	menen
meeneem	=	meenemen
meeneembaar	adj	mee te voeren naar een andere situatie, deze eigenschap is afhankelijk van het te verplaatsen 'voorwerp' als van de bestemming
meeneembaarder	=	meeneembaar
meeneembaardere	=	meeneembaar
meeneembaarders	=	meeneembaar
meeneembaars	=	meeneembaar
meeneembaarst	=	meeneembaar
meeneembaarste	=	meeneembaar
meeneembare	=	meeneembaar
meeneemkoffie	noun	warme drank uit gemalen koffiebonen in een verpakking die mensen onderweg bij zich kunnen houden; meestal gebruikt in tegenstelling tot koffie die klanten zittend aan een tafeltje in een horecabedrijf kunnen opdrinken
meeneemkoffies	=	meeneemkoffie
meeneemt	=	meenemen
meeneemzelfmoord	noun	zelfmoord van een persoon waarbij tevens één of meer andere personen (vaak gezinsleden) in de dood wordt meegenomen
meeneemzelfmoorden	=	meeneemzelfmoord
meeneme	=	meenemen
meenemen	verb	bij het vertrek meevoeren naar een nieuwe plaats
meenemend	=	meenemen
meenemende	=	meenemen
meenen	=	menen
meening	=	mening
meens	adj	op Menen betrekking hebbend
meense	noun	een vrouwelijke inwoner van Menen, of een vrouw afkomstig uit Menen
meensen	=	meense
meent	noun	weidegrond in gemeenschappelijk bezit
meente	=	meent
meenten	=	meent
meentje	=	meent
meentjes	=	meent
meeonderteken	=	meeondertekenen
meeondertekenaar	noun	persoon die meeondertekent
meeondertekenaars	=	meeondertekenaar
meeondertekenaren	=	meeondertekenaar
meeondertekend	=	meeondertekenen
meeondertekende	=	meeondertekenen
meeondertekenden	=	meeondertekenen
meeondertekene	=	meeondertekenen
meeondertekenen	verb	als een van meerdere personen met een handtekening bekrachtigen
meeondertekenend	=	meeondertekenen
meeondertekenende	=	meeondertekenen
meeondertekent	=	meeondertekenen
meeouder	noun	de vrouw van een lesbisch stel die niet de biologische moeder is
meeouders	=	meeouder
meepak	=	meepakken
meepakke	=	meepakken
meepakken	verb	iets in het voorbijgaan meenemen, pakken, grijpen of raken
meepakkend	=	meepakken
meepakkende	=	meepakken
meepakt	=	meepakken
meepakte	=	meepakken
meepakten	=	meepakken
meepik	=	meepikken
meepikke	=	meepikken
meepikken	verb|informal	ergens profijt van hebben bijv. door er iets bij te leren
meepikkend	=	meepikken
meepikkende	=	meepikken
meepikt	=	meepikken
meepikte	=	meepikken
meepikten	=	meepikken
meepit	=	meepitten
meepitte	=	meepitten
meepitten	verb|informal	tegelijk met anderen slapen
meepittend	=	meepitten
meepraat	=	meepraten
meepraatte	=	meepraten
meepraatten	=	meepraten
meeprate	=	meepraten
meepraten	verb	samen met anderen over een onderwerp praten
meepratend	=	meepraten
meepratende	=	meepraten
meeprater	noun	iemand die het kritiekloos altijd me je eens is
meepraters	=	meeprater
meeprofiteer	=	meeprofiteren
meeprofiteerde	=	meeprofiteren
meeprofiteerden	=	meeprofiteren
meeprofiteert	=	meeprofiteren
meeprofitere	=	meeprofiteren
meeprofiteren	verb	ook, samen met anderen, ergens voordeel van hebben
meeprofiterend	=	meeprofiteren
meeprofiterende	=	meeprofiteren
meeps	adj|obsolete	met een gebrekkige gezondheid
meepse	=	meeps
meepser	=	meeps
meepsere	=	meeps
meepsers	=	meeps
meepst	=	meeps
meepste	=	meeps
meer	adv	in sterkere mate	noun	groot water dat helemaal omringd is door land
meeraal	noun	Conger conger , een straalvinnige vis die behoort tot de zeepalingen
meeraderig	adj	met meer dan één ader (stroomdraad)
meeraderige	=	meeraderig
meeraderigs	=	meeraderig
meeralen	=	meeraal
meerarbeid	noun	werk dat wordt verricht boven wat van te voren is afgesproken
meerboei	noun	een drijver waaraan boten kunnen afmeren
meerboeien	=	meerboei
meerboeitje	=	meerboei
meerboeitjes	=	meerboei
meercellig	adj	van levende wezens dat ze bestaan uit meerdere cellen
meercellige	=	meercellig
meercelligs	=	meercellig
meerdaags	adj	meer dan één dag durend
meerdaagse	=	meerdaags
meerde	=	meren
meerdelig	adj	uit vele onderdelen bestaand
meerdelige	=	meerdelig
meerdeligs	=	meerdelig
meerden	=	meren
meerder	adj	groter, aanzienlijker
meerderde	=	meerdere
meerderden	=	meerdere
meerdere	num	in ruim aantal; alleen attributief met een meervoud	noun	een ander persoon die wint
meerderen	=	meerdere
meerderend	=	meerdere
meerderende	=	meerdere
meerderheden	=	meerderheid
meerderheid	noun	een groep die binnen een groter geheel in aantal meer dan de helft uitmaakt
meerderheidje	=	meerderheid
meerderheidjes	=	meerderheid
meerderheidsaandeel	noun	zeggenschap over een bedrijf door bezit van het grootste deel van de aandelen daarin
meerderheidsaandeelhouder	noun	iemand met een belang van meer dan 50% in een vennootschap
meerderheidsaandeelhouders	=	meerderheidsaandeelhouder
meerderheidsaandeelhoudertje	=	meerderheidsaandeelhouder
meerderheidsaandeelhoudertjes	=	meerderheidsaandeelhouder
meerderheidsaandelen	=	meerderheidsaandeel
meerderheidsbeginsel	noun	het beginsel dat in een collectiviteit de meerderheid de hele groep kan binden
meerderheidsbeginselen	=	meerderheidsbeginsel
meerderheidsbeginsels	=	meerderheidsbeginsel
meerderheidsbelang	noun	het bezit van meer dan 50% van de aandelen van een onderneming
meerderheidsbelangen	=	meerderheidsbelang
meerderheidsbesluit	noun	besluit genomen met meerderheid van stemmen
meerderheidsbesluiten	=	meerderheidsbesluit
meerderheidscoalitie	noun	een samenwerkingsverband tussen meerdere politieke partijen die samen de meerderheid hebben in een volksvertegenwoordiging
meerderheidscoalities	=	meerderheidscoalitie
meerderheidscollege	noun	college van burgemeester en wethouders dat steunt op een meerderheid van stemmen van één of meer politieke partijen
meerderheidscolleges	=	meerderheidscollege
meerderheidsculturen	=	meerderheidscultuur
meerderheidscultuur	noun	cultuur van de grootste groep in een multiculturele samenleving, met name die gezichtsbepalend is en de andere culturen domineert
meerderheidscultuurtje	=	meerderheidscultuur
meerderheidscultuurtjes	=	meerderheidscultuur
meerderheidskabinet	noun	een regering die in het parlement een meerderheid heeft met het gezamenlijk aantal zetels van de partijen die in het kabinet vertegenwoordigd zijn.
meerderheidskabinetje	=	meerderheidskabinet
meerderheidskabinetjes	=	meerderheidskabinet
meerderheidskabinetten	=	meerderheidskabinet
meerderheidspakket	noun	aantal aandelen in één hand dat het grootste deel van het kapitaal uitmaakt
meerderheidspakketten	=	meerderheidspakket
meerderheidsregering	noun	een regering die gesteund wordt door de meerderheid van de parlementsleden
meerderheidsregeringen	=	meerderheidsregering
meerderheidsregerinkje	=	meerderheidsregering
meerderheidsstelsel	noun	kiesstelsel waarbij de partij die de absolute of relatieve meerderheid van de stemmen behaalt, alle zetels toegewezen krijgt
meerderheidsstelsels	=	meerderheidsstelsel
meerderheidstaal	noun	taal die in een bepaald gebied door een meerderheid van de bevolking wordt gesproken
meerderheidstaaltje	=	meerderheidstaal
meerderheidstaaltjes	=	meerderheidstaal
meerderheidstalen	=	meerderheidstaal
meerderjarig	adj	de leeftijd bereikt hebbend dat men alle rechten en plichten van een volwassene heeft
meerderjarige	=	meerderjarig
meerderjarigheden	=	meerderjarigheid
meerderjarigheid	noun	toestand waarin je oud genoeg bent om zelfstandig dingen te doen die ernstige gevolgen kunnen hebben, zoals autorijden, trouwen of stemmen bij verkiezingen Wat die leeftijd is, hangt af van het rechtsstelsel en soms ook van het onderwerp of van persoonlijke kenmerken.
meerderjarigs	=	meerderjarig
meerderjarigverklaring	noun	meerderjarigverklaring van een minderjarige moeder genoemd) is een gerechtelijke uitspraak waarbij een minderjarige moeder (jonger dan 18 jaar) door de rechter handelingsbekwaam wordt verklaard.
meerderjarigverklaringen	=	meerderjarigverklaring
meerderjarigverklarinkje	=	meerderjarigverklaring
meerderjarigverklarinkjes	=	meerderjarigverklaring
meerderlei	pron	meer
meerders	=	meerder
meerdert	=	meerdere
meerderwaardig	adj	beter dan iets of iemand anders
meerderwaardige	=	meerderwaardig
meerderwaardiger	=	meerderwaardig
meerderwaardigere	=	meerderwaardig
meerderwaardigers	=	meerderwaardig
meerderwaardigheden	=	meerderwaardigheid
meerderwaardigheid	noun	het meerderwaardig zijn
meerderwaardigheidsgevoel	noun	opvatting dat men boven anderen staat, terwijl dat niet echt zo is
meerderwaardigheidsgevoelen	noun	opvatting dat men boven anderen staat, terwijl dat niet echt zo is
meerderwaardigheidsgevoelens	=	meerderwaardigheidsgevoelen
meerderwaardigs	=	meerderwaardig
meerderwaardigst	=	meerderwaardig
meerderwaardigste	=	meerderwaardig
meerdimensionaal	adj	meer dan één dimensie hebbend
meerdimensionaals	=	meerdimensionaal
meerdimensionale	=	meerdimensionaal
meerduidig	adj	iets wat meer dan één betekenis heeft
meerduidige	=	meerduidig
meerduidiger	=	meerduidig
meerduidigere	=	meerduidig
meerduidigers	=	meerduidig
meerduidigs	=	meerduidig
meerduidigst	=	meerduidig
meerduidigste	=	meerduidig
meerede	=	meerijden
meereden	=	meerijden
meereed	=	meerijden
meereedt	=	meerijden
meeregeer	=	meeregeren
meeregeerde	=	meeregeren
meeregeerden	=	meeregeren
meeregeert	=	meeregeren
meeregere	=	meeregeren
meeregeren	verb	eveneens aan de regering deelnemen
meeregerend	=	meeregeren
meeregerende	=	meeregeren
meereis	=	meereizen
meereisde	=	meereizen
meereisden	=	meereizen
meereist	=	meereizen
meereize	=	meereizen
meereizen	verb	samen met iemand een reis maken die die ander toch al zou maken
meereizend	=	meereizen
meereizende	=	meereizen
meereken	=	meerekenen
meerekende	=	meerekenen
meerekenden	=	meerekenen
meerekene	=	meerekenen
meerekenen	verb	meetellen in het geheel, meenemen in een berekening
meerekenend	=	meerekenen
meerekenende	=	meerekenen
meerekent	=	meerekenen
meerekken	verb	samen met iets anders langer en breder worden
meerekkend	=	meerekken
meerekkende	=	meerekken
meerforel	noun	Salmo trutta lacustris een vis uit de familie zalmen (Salmonidae).
meerforellen	=	meerforel
meerforelletje	=	meerforel
meerforelletjes	=	meerforel
meergeld	noun	havengeld (dat betaald wordt voor het meren)
meergelden	=	meergeld
meergeneratiewonen	verb	blijvend samen behuisd zijn van volwassenen die tot verschillende generaties behoren
meergezinshuis	noun	woning voor meer dan een gezin
meergezinshuizen	=	meergezinshuis
meergezinswoning	noun	een woning voor meer dan één gezin
meergezinswoningen	=	meergezinswoning
meergezinswoninkje	=	meergezinswoning
meergezinswoninkjes	=	meergezinswoning
meergranenbroden	=	meergranenbrood
meergranenbrood	noun	brood waarin het meel van verschillende graansoorten is verwerkt
meergranenbroodje	=	meergranenbrood
meergranenbroodjes	=	meergranenbrood
meerheid	noun	het groter of meer zijn
meerhoofdig	adj	uit meer personen bestaand
meerhoofdige	=	meerhoofdig
meerhoofdigs	=	meerhoofdig
meerij	=	meerijden
meerijd	=	meerijden
meerijde	=	meerijden
meerijden	verb	als passagier in een voertuig vervoerd worden
meerijdend	=	meerijden
meerijdende	=	meerijden
meerijder	noun	iemand die als passagier meereist in een voertuig
meerijders	=	meerijder
meerijdt	=	meerijden
meerijs	noun	ijs gevormd op het oppervlak van een meer
meerjarenbegroting	noun	een begroting over meerdere jaren
meerjarenbegrotingen	=	meerjarenbegroting
meerjarencursus	noun	een leertraject, studie of reeks lessen die langer dan één jaar duurt.
meerjarencursusje	=	meerjarencursus
meerjarencursusjes	=	meerjarencursus
meerjarencursussen	=	meerjarencursus
meerjarenonderhoud	noun	het in een goede conditie houden van een object over een tijdspanne van meer dan 1 jaar
meerjarenplan	noun	een plan dat activiteiten voor meer dan één jaar omvat
meerjarenplannen	=	meerjarenplan
meerjarenplannetje	=	meerjarenplan
meerjarenplannetjes	=	meerjarenplan
meerjarig	adj	langer dan één jaar, met een tijdsduur waarin de aarde meerdere keren haar baan om de zon aflegt
meerjarige	=	meerjarig
meerjarigs	=	meerjarig
meerkamp	noun	wedstrijd waarin de participanten aan verschillende onderdelen deelnemen
meerkampen	=	meerkamp
meerkat	noun	Cercopithecini één van een aantal Afrikaanse apensoorten uit de Cercopithecini-geslachtsgroep
meerkatachtige	noun	zoogdier uit een van de twee onderfamilies Cercopithecinae van de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
meerkatachtigen	noun	een van de twee onderfamilies Cercopithecinae van de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
meerkatje	=	meerkat
meerkatjes	=	meerkat
meerkatten	noun	Cercopithecini een geslachtengroep van de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae), die voorkomt in Afrika.
meerkattende	=	meerkatten
meerkeuze	noun	gesloten vraagstelling, meerkeuzevraag (als categorie)
meerkeuzetoets	noun	toets waarbij per vraag al een aantal antwoorden gegeven zijn, waaruit de ondervraagde de juiste moet kiezen
meerkeuzetoetsen	=	meerkeuzetoets
meerkeuzetoetsje	=	meerkeuzetoets
meerkeuzevraag	noun	een vraag waarbij uit een beperkt aantal antwoorden kan worden gekozen
meerkeuzevraagje	=	meerkeuzevraag
meerkeuzevraagjes	=	meerkeuzevraag
meerkeuzevragen	=	meerkeuzevraag
meerkikker	noun	bepaald soort koudbloedige groene waterdieren zonder staart met vier poten Pelophylax ridibundus
meerkikkers	=	meerkikker
meerkoet	noun	bepaald soort watervogel, Fulica atra een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae) en het geslacht koeten (Fulica) geheel zwart met witte snavel en voorhoofdschild
meerkoeten	=	meerkoet
meerkoetje	=	meerkoet
meerkoetjes	=	meerkoet
meerkol	noun	bepaald soort kraaiachtige vogel, Garrulus glandarius
meerkollen	=	meerkol
meerkost	noun|obsolete	dat wat iets duurder is dan geraamd
meerkosten	noun	dat wat iets duurder is dan geraamd
meerlaan	noun	bepaald soort zwarte vogel met een gele snavel, Turdus merula
meerlaantje	=	meerlaan
meerlaantjes	=	meerlaan
meerlanen	=	meerlaan
meerle	=	merel
meerledig	adj	van iets dat het bestaat uit meerdere onderdelen
meerledige	=	meerledig
meerledigs	=	meerledig
meerling	noun	twee of meer kinderen of jongen uit één zwangerschap
meerlingen	=	meerling
meerlingetje	=	meerling
meerlingetjes	=	meerling
meermaal	noun	meer dan eens
meermaals	adv	bij een aantal gelegenheden
meermaaltje	=	meermaal
meermaaltjes	=	meermaal
meermalen	adv	bij een aantal gelegenheden
meermalig	adj	verscheidene malen te gebruiken, plaatshebbend etc.
meermalige	=	meermalig
meermaligs	=	meermalig
meerman	noun	een in zee of rivier wonend wezen dat half man en half vis is.
meermannen	=	meerman
meermannetje	=	meerman
meermannetjes	=	meerman
meermin	noun	een in zee of rivier wonend wezen dat half vrouw en half vis is
meerminnen	=	meermin
meerminnetje	=	meermin
meerminnetjes	=	meermin
meeroke	=	meeroken
meeroken	verb	ademhalen in een ruimte waar gerookt wordt zodat de niet-roker ook tabaksrook binnen krijgt.
meerokend	=	meeroken
meerokende	=	meeroken
meerook	=	meeroken
meerookt	=	meeroken
meerookte	=	meeroken
meerookten	=	meeroken
meeroudergezin	noun	gezin met meer dan twee ouders
meeroudergezinnen	=	meeroudergezin
meerpaal	noun	een paal, in het water of op de wal, waaraan de meertouwen van schepen bij het aanleggen worden vastgelegd
meerpaaltje	=	meerpaal
meerpaaltjes	=	meerpaal
meerpalen	=	meerpaal
meerpartijendemocratie	noun	een democratie waar meer dan één partij aan de verkiezingen mogen deelnemen
meerpartijendemocratieën	=	meerpartijendemocratie
meerpartijenstelsel	noun	een parlement waarin meerdere politieke partijen gezeteld zijn, minstens drie of meer
meerpartijenstelsels	=	meerpartijenstelsel
meerpartijenstelseltje	=	meerpartijenstelsel
meerpartijenstelseltjes	=	meerpartijenstelsel
meerpleger	noun	iemand die meerdere criminele feiten heeft begaan
meerplegers	=	meerpleger
meerplegertje	=	meerpleger
meerplegertjes	=	meerpleger
meerprijs	noun	een hoeveelheid geld die men extra moet betalen bovenop de standaard prijs, als men extra eisen stelt aan het gekochte
meerprijsje	=	meerprijs
meerprijsjes	=	meerprijs
meerprijzen	=	meerprijs
meerradijs	noun	benaming voor Armoracia rusticana (syn:Cochlearia armoracia)
meerradijsje	=	meerradijs
meerradijsjes	=	meerradijs
meerradijzen	=	meerradijs
meerrelatie	noun	fiscale relatie tussen drie of meer volwassen personen, bv. een aantal ongehuwde broers en zussen die een gemeenschappelijk huishouden voeren
meerrelaties	=	meerrelatie
meerrelatietje	=	meerrelatie
meerrelatietjes	=	meerrelatie
meerring	noun	een stevige ijzeren ring aan de wal waaraan de meertouwen van schepen worden vastgelegd
meerringen	=	meerring
meerringetje	=	meerring
meerringetjes	=	meerring
meers	noun	vlak, met gras begroeid terrein
meersch	=	meers
meerschuim	noun	een gehydrateerd magnesium-silicaat met de chemische formule Mg₄Si₆O₁₅·6(H₂O), een fylosilicaat dat behoort tot de mica's.
meerschuimen	adj	van meerschuim vervaardigd
meersen	=	meers
meersje	=	meers
meerslachtig	adj	meer dan één geslacht hebbend bij verschil van betekenis, bv. 'peer' (v. (m.)) vrucht en (m.) boom
meerslachtige	=	meerslachtig
meerslachtigs	=	meerslachtig
meerslag	noun	bij het spel dammen dat men meerdere stenen van de tegenstander in één beurt kan slaan
meerslagwending	noun	een specifieke combinatie of zetbij het dammen waarbij een speler in één beurt meerdere schijven van de tegenstander kan slaan.
meerslagwendingen	=	meerslagwending
meerslagwendinkje	=	meerslagwending
meerslagwendinkjes	=	meerslagwending
meerstemmig	adj	met meerdere (zang)stemmen tegelijk
meerstemmige	=	meerstemmig
meerstemmigheden	=	meerstemmigheid
meerstemmigheid	noun	een muziekstuk waarin meerdere stemmen verschillende tonen produceren
meerstemmigs	=	meerstemmig
meert	=	meren
meertalig	adj	gerelateerd aan meerdere talen
meertalige	=	meertalig
meertaligheden	=	meertaligheid
meertaligheid	noun	de vaardigheid om meerdere talen vloeiend te kunnen spreken
meertaligs	=	meertalig
meertje	=	meer
meertjes	=	meer
meertouw	noun	kabel waarmee men een schip vastgemaakt aan de wal
meertouwen	=	meertouw
meertouwtje	=	meertouw
meertouwtjes	=	meertouw
meerval	noun	benaming voor grote roofvissen uit het geslacht Siluris
meervalachtigen	noun	een orde Siluriformes van vissen.
meervallen	=	meerval
meervalletje	=	meerval
meervalletjes	=	meerval
meerverdiener	noun	in geval van een huishouden van tweeverdieners degene met het hoogste inkomen
meerverdieners	=	meerverdiener
meervleermuis	noun	Myotis dasycneme een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae)
meervleermuisje	=	meervleermuis
meervleermuisjes	=	meervleermuis
meervleermuizen	=	meervleermuis
meervoud	noun	woord dat in die vorm aan meerdere voorwerpen, mensen of dieren refereert
meervouden	=	meervoud
meervoudig	adj	wat in meer dan één deel of vorm bestaat
meervoudige	=	meervoudig
meervoudige-persoonlijkheidsstoornis	noun	alternatieve schrijfwijze van meervoudigepersoonlijkheidsstoornis
meervoudige-persoonlijkheidsstoornisje	=	meervoudige-persoonlijkheidsstoornis
meervoudige-persoonlijkheidsstoornisjes	=	meervoudige-persoonlijkheidsstoornis
meervoudige-persoonlijkheidsstoornissen	=	meervoudige-persoonlijkheidsstoornis
meervoudigepersoonlijkheidsstoornis	noun	een psychische aandoening waarbij iemand afwisselend twee (of meer) van elkaar te onderscheiden persoonlijkheidstoestanden kan aannemen
meervoudigepersoonlijkheidsstoornisje	=	meervoudigepersoonlijkheidsstoornis
meervoudigepersoonlijkheidsstoornisjes	=	meervoudigepersoonlijkheidsstoornis
meervoudigepersoonlijkheidsstoornissen	=	meervoudigepersoonlijkheidsstoornis
meervoudigheden	=	meervoudigheid
meervoudigheid	noun	het bestaan uit meerdere elementen; de mate waarin iets of iemand uit meerdere elementen bestaat
meervoudigs	=	meervoudig
meervoudsvorm	noun	een vorm van een woord dat bestemd is om, in tegenstelling tot het enkelvoud, te slaan op meer dan één persoon of voorwerp
meervoudsvormen	=	meervoudsvorm
meervoudsvormpje	=	meervoudsvorm
meervoudsvormpjes	=	meervoudsvorm
meerwaarde	noun	een extra waarde
meerwaardebelasting	noun	belasting op de winst die gemaakt wordt bij de verkoop van aandelen, vastgoed e.d.
meerwaardebelastingen	=	meerwaardebelasting
meerwaardehypotheek	noun	extra lening die de meerwaarde van een huis als onderpand heeft
meerwaardehypotheken	=	meerwaardehypotheek
meerwaarden	=	meerwaarde
meerwaardes	=	meerwaarde
meerwaardig	adj	het meer waard zijn (dan anderen of iets anders)
meerwaardige	=	meerwaardig
meerwaardiger	=	meerwaardig
meerwaardigere	=	meerwaardig
meerwaardigers	=	meerwaardig
meerwaardigheid	noun	het meerwaardig zijn
meerwaardigheidsgevoel	noun	opvatting dat men boven anderen staat, terwijl dat niet echt zo is
meerwaardigheidsgevoelens	=	meerwaardigheidsgevoel
meerwaardigs	=	meerwaardig
meerwaardigst	=	meerwaardig
meerwaardigste	=	meerwaardig
meerwerk	noun	zaken die niet in het bestek of op de technische tekeningen staan, maar wel door de opdrachtgever gewenst worden tijdens de bouw of verbouw
meerwerken	=	meerwerk
meerwerkkosten	noun	uitgaven voor extra werk
meerzijdig	adj	meerdere zijden hebbend
meerzijdige	=	meerzijdig
meerzijdigs	=	meerzijdig
mees	noun	benaming voor kleine weinig schuwe vogels uit de familie Paridae
meesastrild	noun	Nesocharis shelleyi een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
meesastrilden	=	meesastrild
meesastrildje	=	meesastrild
meesastrildjes	=	meesastrild
meesbessenpikker	noun	Oreocharis arfaki een zangvogel uit de onderorde van de eigenlijke zangvogels (Oscines).
meesbessenpikkers	=	meesbessenpikker
meesbessenpikkertje	=	meesbessenpikker
meesbessenpikkertjes	=	meesbessenpikker
meesgors	noun	Charitospiza eucosma een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
meesgorsje	=	meesgors
meesgorsjes	=	meesgors
meesgorzen	=	meesgors
meesje	=	mees
meesjes	=	mees
meesjokken	verb	langzaam, vermoeid en verveeld meelopen
meesjokkend	=	meesjokken
meesjokkende	=	meesjokken
meesjouw	=	meesjouwen
meesjouwde	=	meesjouwen
meesjouwden	=	meesjouwen
meesjouwe	=	meesjouwen
meesjouwen	verb	op een vermoeiende manier iets met je mee dragen tijdens het lopen
meesjouwend	=	meesjouwen
meesjouwende	=	meesjouwen
meesjouwt	=	meesjouwen
meesleep	=	meeslepen
meesleept	=	meeslepen
meesleepte	=	meeslepen
meesleepten	=	meeslepen
meeslepe	=	meeslepen
meeslepen	verb	iets slepend met zich meenemen
meeslepend	adj	van iets dat het de aandacht trekt; van iets dat men er zich bij betrokken voelt
meeslepende	=	meeslepen
meeslepender	=	meeslepend
meeslependere	=	meeslepend
meeslependers	=	meeslepend
meeslepends	=	meeslepend
meeslependst	=	meeslepend
meeslependste	=	meeslepend
meesleur	=	meesleuren
meesleurde	=	meesleuren
meesleurden	=	meesleuren
meesleure	=	meesleuren
meesleuren	verb	iets sleurend meenemen
meesleurend	=	meesleuren
meesleurende	=	meesleuren
meesleurt	=	meesleuren
meesmokkel	=	meesmokkelen
meesmokkelde	=	meesmokkelen
meesmokkelden	=	meesmokkelen
meesmokkele	=	meesmokkelen
meesmokkelen	verb	stiekem over een grens meenemen
meesmokkelend	=	meesmokkelen
meesmokkelende	=	meesmokkelen
meesmokkelt	=	meesmokkelen
meesmuil	=	meesmuilen
meesmuilde	=	meesmuilen
meesmuilden	=	meesmuilen
meesmuile	=	meesmuilen
meesmuilen	verb	smalend lachen, spotten
meesmuilend	adj	smalend lachend
meesmuilende	=	meesmuilen
meesmuilends	=	meesmuilend
meesmuilt	=	meesmuilen
meespeel	=	meespelen
meespeelde	=	meespelen
meespeelden	=	meespelen
meespeelt	=	meespelen
meespele	=	meespelen
meespelen	verb	deelnemen aan een spel of wedstrijd
meespelend	=	meespelen
meespelende	=	meespelen
meespeler	noun	iemand die meedoet aan een spel
meespelers	=	meespeler
meespelertje	=	meespeler
meespelertjes	=	meespeler
meespitpit	noun	Xenodacnis parina een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
meespitpitje	=	meespitpit
meespitpitjes	=	meespitpit
meespitpits	=	meespitpit
meesprak	=	meespreken
meespraken	=	meespreken
meespreek	=	meespreken
meespreekt	=	meespreken
meespreke	=	meespreken
meespreken	verb	inspraak hebben; mee kunnen beslissen
meesprekend	=	meespreken
meesprekende	=	meespreken
meesstekelstaart	noun	een meessoort met een stekelige staart
meesstekelstaarten	noun	een geslacht Leptasthenura van zangvogels uit de familie ovenvogels (Furnariidae)
meesstekelstaartje	=	meesstekelstaart
meesstekelstaartjes	=	meesstekelstaart
meest	adv	van tijd meestal	num	in de hoogstemate of aard, het grootst in aantal of hoeveelheid
meestal	adv	in het merendeel van de gevallen
meestbegunstigd	adj	voor wie de overeenkomsten (afspraken, verdragen) het meest gunstig zijn
meestbegunstigde	=	meestbegunstigd
meestbiedende	noun	persoon die op een veiling bereid is de hoogste prijs te betalen
meestbiedenden	=	meestbiedende
meeste	num	de grootste hoeveelheid, het hoogste aantal, de meerderheid
meesteeg	=	meestijgen
meestegen	=	meestijgen
meestem	=	meestemmen
meestemde	=	meestemmen
meestemden	=	meestemmen
meestemme	=	meestemmen
meestemmen	verb	ook deelnemen aan een stemming
meestemmend	=	meestemmen
meestemmende	=	meestemmen
meestemt	=	meestemmen
meesten	num	het grootste aantal personen
meestentijds	adv	in het merendeel van de gevallen
meester	noun	iemand die macht en gezag heeft
meester-gezelsysteem	noun	stelsel waarbij mensen verder in een vak worden opgeleid door een vakman waarmee ze samen werken
meester-gezelsystemen	=	meester-gezelsysteem
meester-kok	noun	iemand die leiding geeft aan een keuken
meester-koks	=	meester-kok
meesterblazer	noun	een glasblazer die na jarenlange werkervaring uitblinkt in zijn vak en dan zelfstandig kan werken.
meesterblazers	=	meesterblazer
meesterblazertje	=	meesterblazer
meesterblazertjes	=	meesterblazer
meesterbrein	noun	bijzonder scherp verstand
meesterbreinen	=	meesterbrein
meesterchef	noun	een chef die meester is in het bereiden van eten.
meesterchefje	=	meesterchef
meesterchefjes	=	meesterchef
meesterchefs	=	meesterchef
meesteres	noun	een vrouw die macht en gezag heeft
meesteresje	=	meesteres
meesteresjes	=	meesteres
meesteressen	=	meesteres
meestergast	noun	leidinggevende over een groep arbeiders
meestergasten	=	meestergast
meestergastje	=	meestergast
meesterhand	noun	de hand, het vermogen van een meester
meesterhanden	=	meesterhand
meesterknecht	noun	eerste knecht, onderbaas
meesterknechten	=	meesterknecht
meesterknechtje	=	meesterknecht
meesterknechts	=	meesterknecht
meesterkok	noun	persoon die erg goed kan koken
meesterkokje	=	meesterkok
meesterkokjes	=	meesterkok
meesterkoks	=	meesterkok
meesterlijk	adj	zo heel goed als een meester zou doen, zo goed dat het de meesterproef zou doorstaan.
meesterlijke	=	meesterlijk
meesterlijker	=	meesterlijk
meesterlijkere	=	meesterlijk
meesterlijkers	=	meesterlijk
meesterlijks	=	meesterlijk
meesterlijkst	=	meesterlijk
meesterlijkste	=	meesterlijk
meesteroplichter	noun	iemand die anderen heel goed weet te bedriegen
meesteroplichters	=	meesteroplichter
meesterproef	noun	meesterstuk
meesterproefje	=	meesterproef
meesterproefjes	=	meesterproef
meesterproeven	=	meesterproef
meesterresultaat	noun	een wedstrijduitkomst (bij bijvoorbeeld schaken of dammen)die zo goed is dat de meestertitel gevoerd mag worden
meesterresultaatje	=	meesterresultaat
meesterresultaatjes	=	meesterresultaat
meesterresultaten	=	meesterresultaat
meesters	=	meester
meesterschap	noun	een vakmanschap
meesterschapje	=	meesterschap
meesterschapjes	=	meesterschap
meesterschappen	=	meesterschap
meesterspion	noun	uiterst scherpzinnige spion; uitstekende geheim agent
meesterspionnen	=	meesterspion
meesterstuk	noun	werkstuk, waardoor iemand toont zijn vak volmaakt te beheersen
meesterstukje	=	meesterstuk
meesterstukjes	=	meesterstuk
meesterstukken	=	meesterstuk
meesterteeken	=	meesterteken
meesterteken	noun	keur op goud- en zilverwerk
meestertekens	=	meesterteken
meestertekentje	=	meesterteken
meestertekentjes	=	meesterteken
meestertje	=	meester
meestertjes	=	meester
meesterverteller	noun	iemand die heel goed verhalen kan vertellen
meestervertellers	=	meesterverteller
meesterwerk	noun	iets dat uitzonderlijk goed gemaakt is
meesterwerken	=	meesterwerk
meesterwerkje	=	meesterwerk
meesterwerkjes	=	meesterwerk
meesterwoning	noun	statig woonhuis
meesterwoningen	=	meesterwoning
meesterwoninkje	=	meesterwoning
meesterwoninkjes	=	meesterwoning
meesterwortel	noun	Peucedanum ostruthium (syn.: Imperatoria ostruthium) een overblijvende plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
meesterwortels	=	meesterwortel
meesterworteltje	=	meesterwortel
meesterworteltjes	=	meesterwortel
meesterzet	noun	een hele goede zet in een spel of andere vorm van strijd
meesterzetten	=	meesterzet
meestijg	=	meestijgen
meestijge	=	meestijgen
meestijgen	verb	samen met andere zaken in gelijke mate groter worden; met name over salarissen en pensioenen die hoger worden als prijzen hoger worden
meestijgend	=	meestijgen
meestijgende	=	meestijgen
meestijgt	=	meestijgen
meestoof	noun	fabriek waar men meekrap droogt
meestoven	=	meestoof
meestreden	=	meestrijden
meestreed	=	meestrijden
meestribbel	=	meestribbelen
meestribbelde	=	meestribbelen
meestribbelden	=	meestribbelen
meestribbele	=	meestribbelen
meestribbelen	verb	mensen die met je meepraten en doen alsof ze met je meewerken, maar onderwijl de boel frustreren, tegenwerken en niets doen; de term is vooral te vinden in managementboeken en bestuurskundige literatuur, bijvoorbeeld als gaat over vragen van milieuverontreiniging, duurzaamheid en natuurbescherming
meestribbelend	=	meestribbelen
meestribbelende	=	meestribbelen
meestribbelt	=	meestribbelen
meestrijd	=	meestrijden
meestrijde	=	meestrijden
meestrijden	verb	samen met anderen in een wedstrijd strijden om een titel of medaille
meestrijdend	=	meestrijden
meestrijdende	=	meestrijden
meestrijdt	=	meestrijden
meesttijds	adv	meestal
meesture	=	meesturen
meesturen	verb	samen met andere zaken iets zenden
meesturend	=	meesturen
meesturende	=	meesturen
meestuur	=	meesturen
meestuurde	=	meesturen
meestuurden	=	meesturen
meestuurt	=	meesturen
meesvliegenvanger	noun	Myioparus plumbeus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
meesvliegenvangers	=	meesvliegenvanger
meesvliegenvangertje	=	meesvliegenvanger
meesvliegenvangertjes	=	meesvliegenvanger
meeswever	noun	Ploceus alienus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
meeswevers	=	meeswever
meeswevertje	=	meeswever
meeswevertjes	=	meeswever
meet	noun	een grensstreep, een eindstreep
meet-and-greet	noun	bijeenkomst waarbij men een beroemd persoon op een informele wijze kan ontmoeten
meet-and-greets	=	meet-and-greet
meetapparaat	noun	toestel waarmee men metingen kan verrichten; toestel waarmee men een grootheid kan bepalen
meetapparaatje	=	meetapparaat
meetapparaatjes	=	meetapparaat
meetapparaten	=	meetapparaat
meetapparatuur	noun	apparatuur waarmee men (fysische) grootheden kan meten.
meetbaar	adj	te bepalen in maat en getal
meetbaarder	=	meetbaar
meetbaardere	=	meetbaar
meetbaarders	=	meetbaar
meetbaars	=	meetbaar
meetbaarst	=	meetbaar
meetbaarste	=	meetbaar
meetbare	=	meetbaar
meetbrief	noun	het originele eigendomsbewijs van een schip waarin de originele afmetingen van het schip vermeld staan
meetbrieven	=	meetbrief
meetcel	noun	meetstation dat de luchtkwaliteit meet
meetcellen	=	meetcel
meetcelletje	=	meetcel
meetcelletjes	=	meetcel
meetdag	noun	dag waarop men bepaalde metingen doet
meetdagen	=	meetdag
meeteenheden	=	meeteenheid
meeteenheid	noun	eenheid die gebruikt wordt om meetresultaten in uit te drukken
meeteenheidje	=	meeteenheid
meeteenheidjes	=	meeteenheid
meetel	=	meetellen
meetelde	=	meetellen
meetelden	=	meetellen
meetelle	=	meetellen
meetellen	verb	iets erbij tellen
meetellend	=	meetellen
meetellende	=	meetellen
meetelt	=	meetellen
meetfout	noun	verschil tussen de uitkomst van een meting en de werkelijke waarde Vaak opgevat als het geschatte verschil, omdat de "werkelijke waarde" alleen via metingen benaderd kan worden.
meetfouten	=	meetfout
meetgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een meting
meetgegevens	noun	resultaten van metingen
meetgegeventje	=	meetgegeven
meetgegeventjes	=	meetgegeven
meetgereedschap	noun	is gereedschap om een natuurkundige grootheid mee te meten
meetgereedschappen	=	meetgereedschap
meeting	noun	een bijeenkomst
meetings	=	meeting
meetinkje	=	meeting
meetinkjes	=	meeting
meetinstrument	noun	een instrument waarmee grootheden gemeten kunnen worden
meetinstrumenten	=	meetinstrument
meetinstrumentje	=	meetinstrument
meetinstrumentjes	=	meetinstrument
meetje	=	meet
meetjes	=	meet
meetjeslander	noun	een inwoner van Meetjesland, of iemand afkomstig uit Meetjesland
meetjeslanders	=	meetjeslander
meetjeslands	adj	op Meetjesland betrekking hebbend
meetjeslandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Meetjesland, of een vrouw afkomstig uit Meetjesland
meetjeslandsen	=	meetjeslandse
meetklok	noun	een meetinstrument voor nauwkeurige meting of vergelijking van lengten en afstanden van een werkstuk.
meetklokje	=	meetklok
meetklokjes	=	meetklok
meetklokken	=	meetklok
meetkop	noun	een speciale meetpen aan het snoer van een meetapparaat, die geschikt is, of instelbaar is, voor bepaalde metingen
meetkopje	=	meetkop
meetkopjes	=	meetkop
meetkoppen	=	meetkop
meetkunde	noun	tak van de wiskunde die zich bezighoudt met ruimtelijke figuren
meetkundig	adj	met betrekking tot de wiskunde van ruimtelijke figuren
meetkundige	=	meetkundig
meetkundiger	=	meetkundig
meetkundigere	=	meetkundig
meetkundigers	=	meetkundig
meetkundigs	=	meetkundig
meetkundigst	=	meetkundig
meetkundigste	=	meetkundig
meetlat	noun	een langwerpig voorwerp waarmee maten opgenomen worden
meetlatje	=	meetlat
meetlatjes	=	meetlat
meetlatten	=	meetlat
meetlint	noun	een band met een schaalverdeling zodat men een afstand kan bepalen
meetlinten	=	meetlint
meetlintje	=	meetlint
meetlintjes	=	meetlint
meetmethode	noun	gestandaardiseerde manier waarop men een meting doet
meetmethoden	=	meetmethode
meetmethodes	=	meetmethode
meetnet	noun	een groep van meetinstrumenten verspreid over een gebied om over dat gehele gebied uitspraken te kunnen doen
meetnetje	=	meetnet
meetnetjes	=	meetnet
meetnetten	=	meetnet
meetors	=	meetorsen
meetorse	=	meetorsen
meetorsen	verb	op een moeizame manier moeten meedragen
meetorsend	=	meetorsen
meetorsende	=	meetorsen
meetorst	=	meetorsen
meetorste	=	meetorsen
meetorsten	=	meetorsen
meetpen	noun	de stift van het meetsnoer van een meetapparaat, die in contact wordt gebracht met het te meten punt
meetpennen	=	meetpen
meetpennetje	=	meetpen
meetpennetjes	=	meetpen
meetpunt	noun	plaats waar men meet
meetpunten	=	meetpunt
meetpuntje	=	meetpunt
meetpuntjes	=	meetpunt
meetrain	=	meetrainen
meetrainde	=	meetrainen
meetrainden	=	meetrainen
meetraine	=	meetrainen
meetrainen	verb	samen met anderen trainen
meetrainend	=	meetrainen
meetrainende	=	meetrainen
meetraint	=	meetrainen
meetrek	=	meetrekken
meetrekke	=	meetrekken
meetrekken	verb	samen met iemand of iets ergens heen trekken
meetrekkend	=	meetrekken
meetrekkende	=	meetrekken
meetrekt	=	meetrekken
meetresultaat	noun	de uitkomst van een of meer metingen
meetresultaatje	=	meetresultaat
meetresultaatjes	=	meetresultaat
meetresultaten	=	meetresultaat
meetring	noun	ring die gebruikt wordt voor een meting
meetringen	=	meetring
meetringetje	=	meetring
meetringetjes	=	meetring
meetrok	=	meetrekken
meetrokken	=	meetrekken
meetrone	=	meetronen
meetronen	verb	iemand met enige dwang meevoeren
meetronend	=	meetronen
meetronende	=	meetronen
meetroon	=	meetronen
meetroonde	=	meetronen
meetroonden	=	meetronen
meetroont	=	meetronen
meetstift	noun	de pen van het meetsnoer van een meetapparaat, die in contact wordt gebracht met het te meten punt
meetstiften	=	meetstift
meetstiftje	=	meetstift
meetstiftjes	=	meetstift
meetsysteem	noun	samenstel om de waarde van een bepaalde grootheid te bepalen
meetsysteempje	=	meetsysteem
meetsysteempjes	=	meetsysteem
meetsystemen	=	meetsysteem
meette	=	meten
meettechniek	noun	techniek van het meten
meettechnieken	=	meettechniek
meetvermogen	noun	capaciteit van meetapparatuur (gas- en watermeters e.d.)
meetvermogens	=	meetvermogen
meetwagen	noun	auto met meetapparatuur
meetwagens	=	meetwagen
meetwagentje	=	meetwagen
meetwagentjes	=	meetwagen
meeuw	noun	benaming voor zeevogels uit de familie Laridae
meeuwen	noun	Laridae een familie van zeevogels uit de orde van de steltloperachtigen (Charadriiformes).
meeuwenkuiken	noun	een jong van een meeuw
meeuwenkuikens	=	meeuwenkuiken
meeuwenkuikentje	=	meeuwenkuiken
meeuwenkuikentjes	=	meeuwenkuiken
meeuwenpoep	noun	ontlasting van een meeuw; de uitwerpselen van een meeuw, een mix van poep en plas (urinezuur) die samen via één opening (cloaca) worden uitgescheiden, en vaak wit is door het urinezuur
meeuwenvleugel	noun	een lichaamsdeel waardoor een meeuw (Laridae) kan vliegen
meeuwenvleugels	=	meeuwenvleugel
meeuwenvleugeltje	=	meeuwenvleugel
meeuwenvleugeltjes	=	meeuwenvleugel
meeuwtje	=	meeuw
meeuwtjes	=	meeuw
meevaar	=	meevaren
meevaart	=	meevaren
meevader	noun	man binnen een homofiele relatie die niet de juridische vader is van een kind dat door dat paar opgevoed wordt
meevaders	=	meevader
meeval	=	meevallen
meevalle	=	meevallen
meevallen	verb	een betere uitkomst vertonen dan verwacht
meevallend	=	meevallen
meevallende	=	meevallen
meevaller	noun	een voordeel dat vooraf niet was meegerekend
meevallerbelasting	noun	extra belasting die geheven wordt op bedrijfswinsten die door een toevallige samenloop van omstandigheden extra hoog zijn
meevallerbelastingen	=	meevallerbelasting
meevallerheffing	noun	extra belasting die geheven wordt op bedrijfswinsten die door een toevallige samenloop van omstandigheden extra hoog zijn
meevallerheffingen	=	meevallerheffing
meevallers	=	meevaller
meevallersbelasting	noun	extra belasting die geheven wordt op bedrijfswinsten die door een toevallige samenloop van omstandigheden extra hoog zijn
meevallersbelastingen	=	meevallersbelasting
meevallersheffing	noun	extra belasting die geheven wordt op bedrijfswinsten die door een toevallige samenloop van omstandigheden extra hoog zijn
meevallersheffingen	=	meevallersheffing
meevallertje	=	meevaller
meevallertjes	=	meevaller
meevalt	=	meevallen
meevare	=	meevaren
meevaren	verb	anderen vergezellen op een boottocht
meevarend	=	meevaren
meevarende	=	meevaren
meevat	noun	een vat voor honing of honingdrank
meevaten	=	meevat
meevecht	=	meevechten
meevechte	=	meevechten
meevechten	verb	samen met anderen strijden tegen dezelfde vijand
meevechtend	=	meevechten
meevechtende	=	meevechten
meeverdiener	noun	iemand die in een gezin van tweeverdieners een beduidend lager inkomen inbrengt dan de meerverdiener
meeverdieners	=	meeverdiener
meeverzeker	=	meeverzekeren
meeverzekerd	=	meeverzekeren
meeverzekerde	=	meeverzekeren
meeverzekerden	=	meeverzekeren
meeverzekere	=	meeverzekeren
meeverzekeren	verb	samen met een andere verzekering een aanvullende verzekering nemen
meeverzekerend	=	meeverzekeren
meeverzekerende	=	meeverzekeren
meeverzekert	=	meeverzekeren
meeviel	=	meevallen
meeviele	=	meevallen
meevielen	=	meevallen
meevielt	=	meevallen
meevier	=	meevieren
meevierde	=	meevieren
meevierden	=	meevieren
meeviere	=	meevieren
meevieren	verb	samen met anderen ergens verheugd om zijn en meedoen met de feestuitingen
meevierend	=	meevieren
meevierende	=	meevieren
meeviert	=	meevieren
meevlieg	=	meevliegen
meevliege	=	meevliegen
meevliegen	verb	op een vlucht vergezellen
meevliegend	=	meevliegen
meevliegende	=	meevliegen
meevliegt	=	meevliegen
meevlogen	=	meevliegen
meevloog	=	meevliegen
meevloogt	=	meevliegen
meevocht	=	meevechten
meevochten	=	meevechten
meevoel	=	meevoelen
meevoelde	=	meevoelen
meevoelden	=	meevoelen
meevoele	=	meevoelen
meevoelen	verb	zich indenken in (de gevoelens van een ander)
meevoelend	=	meevoelen
meevoelende	=	meevoelen
meevoelt	=	meevoelen
meevoer	=	meevaren
meevoerde	=	meevoeren
meevoerden	=	meevoeren
meevoere	=	meevoeren
meevoeren	verb	meenemen
meevoerend	=	meevoeren
meevoerende	=	meevoeren
meevoert	=	meevoeren
meevraag	=	meevragen
meevraagde	=	meevragen
meevraagden	=	meevragen
meevraagdenª	=	meevragen
meevraagdeª	=	meevragen
meevraagt	=	meevragen
meevrage	=	meevragen
meevragen	verb	iemand vragen om mee te komen
meevragend	=	meevragen
meevragende	=	meevragen
meevroeg	=	meevragen
meevroegen	=	meevragen
meewaai	=	meewaaien
meewaaide	=	meewaaien
meewaaiden	=	meewaaien
meewaaie	=	meewaaien
meewaaien	verb	voortbewogen worden door natuurlijke luchtstromingen in de atmosfeer
meewaaiend	=	meewaaien
meewaaiende	=	meewaaien
meewaait	=	meewaaien
meewarig	adj	medelijden tonend
meewarige	=	meewarig
meewariger	=	meewarig
meewarigere	=	meewarig
meewarigers	=	meewarig
meewarigheden	=	meewarigheid
meewarigheid	noun	het meevoelen, het zich inleven in wat iemand anders doormaakt (over het algemeen wat minder sterk dan medelijden)
meewarigs	=	meewarig
meewarigst	=	meewarig
meewarigste	=	meewarig
meeweeg	=	meewegen
meeweegt	=	meewegen
meewege	=	meewegen
meewegen	verb	iets samen met andere dingen wegen en ervan het totale gewicht bepalen
meewegend	=	meewegen
meewegende	=	meewegen
meewerk	=	meewerken
meewerke	=	meewerken
meewerken	verb	deelnemen aan een bepaald werk
meewerkend	=	meewerken
meewerkende	=	meewerken
meewerkt	=	meewerken
meewerkte	=	meewerken
meewerkten	=	meewerken
meewil	=	meewillen
meewilde	=	meewillen
meewilden	=	meewillen
meewille	=	meewillen
meewillen	verb	mee willen gaan
meewillend	=	meewillen
meewillende	=	meewillen
meewilt	=	meewillen
meewind	noun	beweging van lucht die in dezelfde richting gaat als de richting waarin iets of iemand zich voortbeweegt
meewinden	=	meewind
meewindje	=	meewind
meewindjes	=	meewind
meewoei	=	meewaaien
meewoeie	=	meewaaien
meewoeien	=	meewaaien
meewoeit	=	meewaaien
meewogen	=	meewegen
meewoog	=	meewegen
meewoogt	=	meewegen
meewou	=	meewillen
meewouden	=	meewillen
meezat	=	meezitten
meezaten	=	meezitten
meezeil	=	meezeilen
meezeilde	=	meezeilen
meezeilden	=	meezeilen
meezeile	=	meezeilen
meezeilen	verb	samen met anderen zeilen als gast, bemanningslid of passagier
meezeilend	=	meezeilen
meezeilende	=	meezeilen
meezeilt	=	meezeilen
meezend	=	meezenden
meezende	=	meezenden
meezenden	verb	samen met iets of iemand anders ergens naartoe gestuurd worden
meezendend	=	meezenden
meezendende	=	meezenden
meezendt	=	meezenden
meezeul	=	meezeulen
meezeulde	=	meezeulen
meezeulden	=	meezeulen
meezeule	=	meezeulen
meezeulen	verb|informal	met veel moeite met je meedragen
meezeulend	=	meezeulen
meezeulende	=	meezeulen
meezeult	=	meezeulen
meezing	=	meezingen
meezingbaar	adj	makkelijk te zingen zodat iedereen mee kan doen
meezingbaarder	=	meezingbaar
meezingbaardere	=	meezingbaar
meezingbaarders	=	meezingbaar
meezingbaars	=	meezingbaar
meezingbaarst	=	meezingbaar
meezingbaarste	=	meezingbaar
meezingbare	=	meezingbaar
meezinge	=	meezingen
meezingen	verb	gezamenlijk met anderen zingen
meezingend	=	meezingen
meezingende	=	meezingen
meezinger	noun	een populair lied met een eenvoudige melodie dat je makkelijk kunt meezingen
meezingers	=	meezinger
meezingertje	=	meezinger
meezingertjes	=	meezinger
meezingt	=	meezingen
meezit	=	meezitten
meezitte	=	meezitten
meezitten	verb	een gunstig verloop vertonen
meezittend	=	meezitten
meezittende	=	meezitten
meezocht	=	meezoeken
meezochten	=	meezoeken
meezoek	=	meezoeken
meezoeke	=	meezoeken
meezoeken	verb	samen met anderen naar iets of iemand speuren
meezoekend	=	meezoeken
meezoekende	=	meezoeken
meezoekt	=	meezoeken
meezond	=	meezenden
meezonden	=	meezenden
meezong	=	meezingen
meezonge	=	meezingen
meezongen	=	meezingen
meezongt	=	meezingen
meezwem	=	meezwemmen
meezwemme	=	meezwemmen
meezwemmen	verb	samen met een of meer mensen zwemmen
meezwemmend	=	meezwemmen
meezwemmende	=	meezwemmen
meezwemt	=	meezwemmen
meezwom	=	meezwemmen
meezwommen	=	meezwemmen
meeën	=	mee
meeëten	=	mee-eten
meeëter	=	mee-eter
mefedron	noun	een stimulerende en entactogene drug die van de fenylethylamine-, amfetamine-, en cathinongroep is afgeleid
mefisto	noun	iemand die er duivels genoegen in schept een ander te verleiden
mefisto's	=	mefisto
mefistofelisch	adj	als Mefistofeles, duivels
mefistofelische	=	mefistofelisch
mefistofelischer	=	mefistofelisch
mefistofelischere	=	mefistofelisch
mefistofelischers	=	mefistofelisch
mefistootje	=	mefisto
mefistootjes	=	mefisto
mefloquine	noun	een antimalariamiddel
mefloquinen	=	mefloquine
mega	adj	heel groot	noun	megabyte
mega's	=	mega
mega-ampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10⁶ ampère of 1.000 kiloampère, weergegeven met symbool MA
mega-ampères	=	mega-ampère
mega-ampèretje	=	mega-ampère
mega-ampèretjes	=	mega-ampère
mega-annum	noun	een periode van een miljoen jaar, weergegeven met symbool Ma
mega-annums	=	mega-annum
mega-ijs	noun	lekkernij in de vorm van een uitzonderlijk grote portie met ijs van verschillende smaken
mega-uitdaging	noun	kans op uitzonderlijk succes die ook een uitzonderlijke inspanning vraagt
mega-uitdagingen	=	mega-uitdaging
megabecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10⁶ becquerel of 1.000 kilobecquerel, weergegeven met symbool MBq
megabecquerels	=	megabecquerel
megabit	noun	afgekort Mbit (soms ook als Mb) is 1000 kilobit ofwel 1 000 000 bit / een achtste van een megabyte (afgekort als MB)
megabits	=	megabit
megabrand	noun	zeer grote brand
megabranden	=	megabrand
megabyte	noun	1.000.000 bytes, oftewel 1.000 kilobyte, weergegeven met symbool MB
megabyteje	=	megabyte
megabytejes	=	megabyte
megabytes	=	megabyte
megacandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10⁶ candela of 1.000 kilocandela, weergegeven met symbool Mcd
megacandela's	=	megacandela
megachip	noun	chip met minimaal een miljoen componenten
megachips	=	megachip
megaclaim	noun	aanspraak op zeer hoge schadevergoeding
megaclaims	=	megaclaim
megacolon	noun	vergrote dikke darm
megaconcert	noun	een heel groot concert
megacoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10⁶ coulomb of 1.000 kilocoulomb, weergegeven met symbool MC
megacoulombs	=	megacoulomb
megacoulombtje	=	megacoulomb
megacoulombtjes	=	megacoulomb
megadeal	noun	zeer omvangrijke zakelijke overeenkomst
megadeals	=	megadeal
megadom	adj	heel erg dom
megadomme	=	megadom
megadoms	=	megadom
megadruk	adj	heel erg druk
megadrukke	=	megadruk
megafarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10⁶ farad of 1.000 kilofarad, weergegeven met symbool MF
megafaradje	=	megafarad
megafaradjes	=	megafarad
megafarads	=	megafarad
megafonen	noun	megafoons, minder gebruikelijke meervoudsvorm van megafoon
megafoon	noun	grote geluidstrechter om de menselijke stem te versterken, tegenwoordig vaak met elektronische versterking
megafoons	=	megafoon
megafoontje	=	megafoon
megafoontjes	=	megafoon
megafraude	noun	hele groot bedrog en gesjoemel
megafraudes	=	megafraude
megafusie	noun	samengaan van organisaties tot een bijzonder groot geheel
megafusies	=	megafusie
megagram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10⁶ gram of 1.000 kilogram, weergegeven met symbool Mg
megagrammen	=	megagram
megagrammetje	=	megagram
megagrammetjes	=	megagram
megagray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10⁶ gray of 1.000 kilogray, weergegeven met symbool MGy
megagrays	=	megagray
megagraytje	=	megagray
megagraytjes	=	megagray
megagroot	adj	heel erg groot
megagroots	=	megagroot
megagrote	=	megagroot
megahenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10⁶ henry of 1.000 kilohenry, weergegeven met symbool MH
megahenry's	=	megahenry
megahenry'tje	=	megahenry
megahenry'tjes	=	megahenry
megahertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10⁶ hertz of 1.000 kilohertz, weergegeven met symbool MHz
megahertzen	=	megahertz
megahit	noun	muzieknummer dat heel erg populair is
megahits	=	megahit
megajoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10⁶ joule of 1.000 kilojoule, weergegeven met symbool MJ
megajoules	=	megajoule
megakatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10⁶ katal of 1.000 kilokatal, weergegeven met symbool Mkat
megakatals	=	megakatal
megakelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10⁶ kelvin of 1.000 kilokelvin, weergegeven met symbool MK
megaliet	noun	prehistorisch monument bestaande uit zeer grote stenen
megalieten	=	megaliet
megaliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 1.000.000 liter, weergegeven met symbool Ml, ML of Mℓ
megaliters	=	megaliter
megalitertje	=	megaliter
megalitertjes	=	megaliter
megalithisch	adj	met betrekking tot megalieten (of de steentijd)
megalithische	=	megalithisch
megalithischer	=	megalithisch
megalithischere	=	megalithisch
megalithischers	=	megalithisch
megaloblastair	adj	met vergrote moedercellen in de rode bloedlichaampjes
megalodon	noun	een uitgestorven haaiensoort uit de orde van de makreelhaaien, die enorme afmetingen kon bereiken
megalomaan	noun	persoon die aan grootheidswaan lijdt	adj	lijdend aan grootheidswaan
megalomaans	=	megalomaan
megalomaanst	=	megalomaan
megalomaanste	=	megalomaan
megalomane	=	megalomaan
megalomanen	=	megalomaan
megalomaner	=	megalomaan
megalomanere	=	megalomaan
megalomaners	=	megalomaan
megalomanie	noun	ziekelijke zelfoverschatting
megalomanieën	=	megalomanie
megalopolen	=	megalopool
megalopolis	noun	zeer grote stad die bestaat uit een aantal aaneengesloten stedelijke gebieden
megalopolissen	=	megalopolis
megalopool	noun	zeer grote stad die bestaat uit een aantal aaneengesloten stedelijke gebieden
megalumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10⁶ lumen of 1.000 kilolumen, weergegeven met symbool Mlm
megalumens	=	megalumen
megalux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10⁶ lux of 1.000 kilolux, weergegeven met symbool Mlx
megameter	noun	een lengtemaat met een waarde van 10⁶ meter of 1.000 kilometer, weergegeven met symbool Mm
megameters	=	megameter
megametertje	=	megameter
megametertjes	=	megameter
megamol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10⁶ mol of 1.000 kilomol, weergegeven met symbool Mmol
megamolen	=	megamol
meganewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10⁶ newton of 1.000 kilonewton, weergegeven met symbool MN
meganewtons	=	meganewton
megaohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10⁶ ohm of 1.000 kilo-ohm, weergegeven met symbool MΩ
megaohmpje	=	megaohm
megaohmpjes	=	megaohm
megaohms	=	megaohm
megaorder	noun	een hele grote opdracht voor een bedrijf
megaorders	=	megaorder
megaparsec	noun	een afstandsmaat, gelijk aan 1.000.000 parsec, weergegeven met symbool Mpc
megaparsecs	=	megaparsec
megapascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10⁶ pascal of 1.000 kilopascal, weergegeven met symbool MPa
megaphoon	=	megafoon
megapier	noun	zeer grote of lange in een zee of rivier uitstekende brug, dam of golfbreker
megapieren	=	megapier
megaproces	noun	zeer groot proces met veel verdachten
megaprocessen	=	megaproces
megaseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10⁶ seconde of 1.000 kiloseconden, weergegeven met symbool Ms
megaseconden	=	megaseconde
megasecondes	=	megaseconde
megasiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10⁶ siemens of 1.000 kilosiemens, weergegeven met symbool MS
megasiemensen	=	megasiemens
megasiemensje	=	megasiemens
megasiemensjes	=	megasiemens
megasievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10⁶ sievert of 1.000 kilosievert, weergegeven met symbool MSv
megastal	noun	enorm grote stal
megastallen	=	megastal
megaster	noun	wereldberoemde artiest
megasterren	=	megaster
megastore	noun	zeer groot warenhuis of hypermarkt
megastores	=	megastore
megastoretje	=	megastore
megastoretjes	=	megastore
megasucces	noun	iets dat heel goed geslaagd is
megasuccessen	=	megasucces
megatesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10⁶ tesla of 1.000 kilotesla, weergegeven met symbool MT
megaton	noun	een miljoen ton, een miljard kilo, 10^12 gram
megatonnen	=	megaton
megavolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10⁶ volt of 1.000 kilovolt, weergegeven met symbool MV
megavoltampère	noun	een eenheid van complexe of schijnbare elektrisch vermogen, gelijk aan 10⁶ voltampère of 1.000 kilovoltampère, weergegeven met symbool MVA
megavoltampères	=	megavoltampère
megavoltampèretje	=	megavoltampère
megavoltampèretjes	=	megavoltampère
megavoltje	=	megavolt
megavoltjes	=	megavolt
megavolts	=	megavolt
megawatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10⁶ watt of 1.000 kilowatt, weergegeven met symbool MW
megawatts	=	megawatt
megawatturen	=	megawattuur
megawattuur	noun	een eenheid van arbeid of elektrische energie, gelijk aan 1.000.000 wattuur, weergegeven met symbool MWh
megaweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10⁶ weber of 1.000 kiloweber, weergegeven met symbool MWb
megawebers	=	megaweber
megawinkel	noun	zeer grote winkel die een breed scala aan producten aanbiedt, met daarbinnen een groot assortiment
megawinkels	=	megawinkel
megawinkeltje	=	megawinkel
megawinkeltjes	=	megawinkel
megazaak	noun	zeer grote juridische kwestie; zeer grote rechtszaak
megazaakje	=	megazaak
megazaakjes	=	megazaak
megazaken	=	megazaak
mege	=	miegen
megen	=	miegen
megging	noun	legging voor mannen
meggings	=	megging
megginkje	=	megging
megginkjes	=	megging
megidiem	=	magied
megila	noun	een exemplaar van de Megila-1
megila's	=	megila
megille	noun	een exemplaar van de Megille-1
megilles	=	megille
megillot	=	megille
megilot	noun	bekorting van: chameesj megilot
megohm	noun	"miljoen ohm", een SI-eenheid voor elektrische weerstand, weergegeven met symbool MΩ
megohmpje	=	megohm
megohmpjes	=	megohm
megohms	=	megohm
megool	=	mongool
megxit	noun	het besluit van Prins Harry en Meghan Markle om het Britse koninklijkhuis te verlaten
meh	intj	het geluid van een schaap of geit
mehari	noun	dromedaris die men gebruikt als rijdier
mehari's	=	mehari
mehmets	noun	genitief van Mehmet
mehoepach	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
mei	noun	de vijfde maand van het jaar
mei-editie	noun	uitgave voor de maand mei
mei-edities	=	mei-editie
mei-editietje	=	mei-editie
mei-editietjes	=	mei-editie
meiactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand mei
meiacties	=	meiactie
meiactietje	=	meiactie
meiactietjes	=	meiactie
meiavond	noun	een avond in de maand mei
meiavonden	=	meiavond
meibladroller	noun	Capua vulgana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
meibladrollers	=	meibladroller
meibladrollertje	=	meibladroller
meibladrollertjes	=	meibladroller
meibock	noun	een Nederlands bokbier.
meibocken	=	meibock
meibok	=	meibock
meibomen	=	meiboom
meiboom	noun	een versierde paal of boom die men plant op 30 april of 1 mei maar soms ook rond Pinksteren of tijdens het Midzomerfeest
meiboombouwer	noun	Prionodura newtoniana een zangvogel uit de familie der prieelvogels (Ptilonorhynchidae)
meiboombouwers	=	meiboombouwer
meiboombouwertje	=	meiboombouwer
meiboombouwertjes	=	meiboombouwer
meiboompje	=	meiboom
meiboompjes	=	meiboom
meiboter	noun	boter die gemaakt is van de melk uit mei en juni; de eerste grasboter van het seizoen
meiboters	=	meiboter
meicijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand mei
meicijfers	=	meicijfer
meicijfertje	=	meicijfer
meicijfertjes	=	meicijfer
meid	noun|informal	jonge vrouw
meidag	noun	een dag in de maand mei
meidagen	=	meidag
meidans	noun	groepsdans waarbij men met linten een rondedans maakt om de meiboom
meidansen	=	meidans
meidansje	=	meidans
meidansjes	=	meidans
meiden	=	meid
meidengroep	noun	een muzikale groep, bestaande uit jonge zangeressen, die voornamelijk pop- en r&b-nummers zingen.
meidengroepen	=	meidengroep
meidengroepje	=	meidengroep
meidengroepjes	=	meidengroep
meidenkamer	noun	ruimte waarin de dienstbode verblijft
meidenkamers	=	meidenkamer
meidenkamertje	=	meidenkamer
meidenkamertjes	=	meidenkamer
meidenverslinder	noun|figurative	man die vele meiden weet af te werken
meidenverslinders	=	meidenverslinder
meidenverslindertje	=	meidenverslinder
meidenverslindertjes	=	meidenverslinder
meidenverslindster	noun|figurative	vrouw die vele meiden weet af te werken
meidenverslindsters	=	meidenverslindster
meidenverslindstertje	=	meidenverslindster
meidenverslindstertjes	=	meidenverslindster
meidje	=	meid
meidjes	=	meid
meidoorn	noun	benaming voor planten uit het geslacht Crataegus
meidoorn-jeneverbesroest	noun	Gymnosporangium clavariiforme een heteroecische schimmel behorend tot de familie Gymnosporangiaceae.
meidoorn-jeneverbesroesten	=	meidoorn-jeneverbesroest
meidoorn-jeneverbesroestje	=	meidoorn-jeneverbesroest
meidoorn-jeneverbesroestjes	=	meidoorn-jeneverbesroest
meidoornbesgeweizwam	noun	Xylaria oxyacanthae een schimmel uit de stam der zakjeszwammen.
meidoornbesgeweizwammen	=	meidoornbesgeweizwam
meidoornbesgeweizwammetje	=	meidoornbesgeweizwam
meidoornbesgeweizwammetjes	=	meidoornbesgeweizwam
meidoornbladroller	noun	Archips crataegana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
meidoornbladrollers	=	meidoornbladroller
meidoornbladrollertje	=	meidoornbladroller
meidoornbladrollertjes	=	meidoornbladroller
meidoornbladwesp	noun	Trichiosoma tibiale een vliesvleugelig insect uit de familie van de knotssprietbladwespen (Cimbicidae).
meidoornbladwespen	=	meidoornbladwesp
meidoornbladwespje	=	meidoornbladwesp
meidoornbladwespjes	=	meidoornbladwesp
meidoornbloesemkever	noun	Anthonomus pedicularius een keversoort behorend tot de snuitkevers.
meidoornbloesemkevers	=	meidoornbloesemkever
meidoornbloesemkevertje	=	meidoornbloesemkever
meidoornbloesemkevertjes	=	meidoornbloesemkever
meidoornboorvlieg	noun	Anomoia purmunda een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
meidoornboorvliegen	=	meidoornboorvlieg
meidoornboorvliegje	=	meidoornboorvlieg
meidoornboorvliegjes	=	meidoornboorvlieg
meidoorndonsvoetje	noun	Tubaria dispersa een schimmel behorend tot de familie Tubariaceae.
meidoorndonsvoetjes	=	meidoorndonsvoetje
meidoornduifmot	noun	Paraswammerdamia nebulella een vlinder uit de familie stippelmotten (Yponomeutidae).
meidoornduifmotje	=	meidoornduifmot
meidoornduifmotjes	=	meidoornduifmot
meidoornduifmotten	=	meidoornduifmot
meidoorndwergbladroller	noun	Pammene agnotana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
meidoorndwergbladrollers	=	meidoorndwergbladroller
meidoorndwergbladrollertje	=	meidoorndwergbladroller
meidoorndwergbladrollertjes	=	meidoorndwergbladroller
meidoornhaag	noun	haag van de meidoorn die veel gebruikt werd als afscheiding voor vee
meidoornhaantje	noun	Lochmaea crataegi een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
meidoornhaantjes	=	meidoornhaantje
meidoornhagen	=	meidoornhaag
meidoornhoekmineermot	noun	Stigmella perpygmaeella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
meidoornhoekmineermotje	=	meidoornhoekmineermot
meidoornhoekmineermotjes	=	meidoornhoekmineermot
meidoornhoekmineermotten	=	meidoornhoekmineermot
meidoornkielwants	noun	Acanthosoma haemorrhoidale een wants uit de familie kielwantsen (Acanthosomatidae).
meidoornkielwantsen	=	meidoornkielwants
meidoornkielwantsje	=	meidoornkielwants
meidoornkielwantsjes	=	meidoornkielwants
meidoornkwastmot	noun	Blastodacna hellerella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
meidoornkwastmotje	=	meidoornkwastmot
meidoornkwastmotjes	=	meidoornkwastmot
meidoornkwastmotten	=	meidoornkwastmot
meidoornmineermot	noun	Stigmella hybnerella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
meidoornmineermotje	=	meidoornmineermot
meidoornmineermotjes	=	meidoornmineermot
meidoornmineermotten	=	meidoornmineermot
meidoornnetwants	noun	Physatocheila dumetorum een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
meidoornnetwantsen	=	meidoornnetwants
meidoornnetwantsje	=	meidoornnetwants
meidoornnetwantsjes	=	meidoornnetwants
meidoornooglapmot	noun	Bucculatrix bechsteinella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
meidoornooglapmotje	=	meidoornooglapmot
meidoornooglapmotjes	=	meidoornooglapmot
meidoornooglapmotten	=	meidoornooglapmot
meidoornpeenluis	noun	Dysaphis crataegi een bladluis in de superfamilie Aphidoidea in de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
meidoornpeenluisje	=	meidoornpeenluis
meidoornpeenluisjes	=	meidoornpeenluis
meidoornpeenluizen	=	meidoornpeenluis
meidoornrozetgalmug	noun	Dasineura crataegi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
meidoornrozetgalmuggen	=	meidoornrozetgalmug
meidoornrozetgalmuggetjes	=	meidoornrozetgalmug
meidoornrozetgalmugje	=	meidoornrozetgalmug
meidoorns	=	meidoorn
meidoornschorsbekertje	noun	een schimmel Pezicula sepium (syn.: Pezicula crataegicola) behorend tot de familie Dermateaceae.
meidoornschorsbekertjes	=	meidoornschorsbekertje
meidoornspanner	noun	Theria primaria een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners
meidoornspanners	=	meidoornspanner
meidoornspannertje	=	meidoornspanner
meidoornspannertjes	=	meidoornspanner
meidoornstippelmot	noun	Yponomeuta padella een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae).
meidoornstippelmotje	=	meidoornstippelmot
meidoornstippelmotjes	=	meidoornstippelmot
meidoornstippelmotten	=	meidoornstippelmot
meidoorntje	=	meidoorn
meidoorntjes	=	meidoorn
meidoornuil	noun	Allophyes oxyacanthae een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
meidoornuilen	=	meidoornuil
meidoornuiltje	=	meidoornuil
meidoornuiltjes	=	meidoornuil
meidoornuitbreekkogeltje	noun	Diaporthe crataegi een schimmel behorend tot de familie Diaporthaceae.
meidoornuitbreekkogeltjes	=	meidoornuitbreekkogeltje
meidoornviltmijt	noun	Phyllocoptes goniothorax een soort mijt die behoort tot het geslacht Phyllocoptes, die gallen veroorzaakt op de bladeren van meidoorns (Crataegus-soorten).
meidoornviltmijten	=	meidoornviltmijt
meidoornviltmijtje	=	meidoornviltmijt
meidoornviltmijtjes	=	meidoornviltmijt
meidoornvouwmot	noun	Phyllonorycter oxyacanthae een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae)
meidoornvouwmotje	=	meidoornvouwmot
meidoornvouwmotjes	=	meidoornvouwmot
meidoornvouwmotten	=	meidoornvouwmot
meidoornzandbij	noun	Andrena carantonica een bij uit het geslacht van de zandbijen (Andrena)
meidoornzandbijen	=	meidoornzandbij
meidoornzandbijtje	=	meidoornzandbij
meidoornzandbijtjes	=	meidoornzandbij
meidoornzebramot	noun	Parornix anglicella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
meidoornzebramotje	=	meidoornzebramot
meidoornzebramotjes	=	meidoornzebramot
meidoornzebramotten	=	meidoornzebramot
meidoren	noun	Crataegus laevigata Tweestijlige meidoorn
meidorens	=	meidoren
meidorentje	=	meidoren
meidorentjes	=	meidoren
meie	num	honderd
meien	=	mei
meier	noun	m.n. in de vroege middeleeuwen (500-1000 n.C.) een beambte in dienst van een lands- of dorpsheer, vooral als aanklager en voorzitter met de rechtspraak in een bepaalde streek belast
meierde	=	meieren
meierden	=	meieren
meiere	=	meieren
meieren	verb|informal	zeiken, vervelend kletsen, zaniken, zeuren
meierend	=	meieren
meierende	=	meieren
meierij	noun	ambtsgebied van een meier
meierijen	=	meierij
meierijtje	=	meierij
meiers	=	meier
meiert	=	meieren
meiertje	=	meier
meiertjes	=	meier
meifeest	noun	een feest in mei bij het begin van de lente
meifeesten	=	meifeest
meigroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6017 ( ); een frisgroene kleur zoals gezien in de maand mei.	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6017 ( ).
meigroene	=	meigroen
meigroens	=	meigroen
meikaas	noun	verse witte kaas die enkele dagen tot een week oud is
meikazen	=	meikaas
meikers	noun	vroegrijpe soort kers
meikersen	=	meikers
meikever	noun	Melolontha melolontha, schildvleugelig insect dat in mei te voorschijn komt
meikevers	=	meikever
meikeversoep	noun	soep waarin ook meikevers zijn verwerkt
meikeversoepen	=	meikeversoep
meikeversoepje	=	meikeversoep
meikeversoepjes	=	meikeversoep
meikevertje	=	meikever
meikevertjes	=	meikever
meiklokje	noun	Convallaria majalis uit de Leliefamilie
meiklokjes	=	meiklokje
meiknol	noun	knol gewas
meiknollen	=	meiknol
meiknolletje	=	meiknol
meiknolletjes	=	meiknol
meikrans	noun	een bloemenkrans die men maakt voor een meifeest
meikransen	=	meikrans
meiler	noun	een met plaggen van de lucht afsluitbare houtstapel voor het branden van houtskool
meilers	=	meiler
meilzak	=	meelzak
meimaand	noun	de vijfde maand van het jaar die voor de junimaand komt en na de aprilmaand
meimaanden	=	meimaand
meimarkt	noun	een voorjaarsmarkt gehouden in de maand mei.
meimarkten	=	meimarkt
meimarktje	=	meimarkt
meimarktjes	=	meimarkt
meimes	adj	dood
meimese	=	meimes
meimiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand mei
meimiddagen	=	meimiddag
meimiddagje	=	meimiddag
meimiddagjes	=	meimiddag
meimorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand mei
meimorgens	=	meimorgen
meimorgentje	=	meimorgen
meimorgentjes	=	meimorgen
meinacht	noun	nacht in de maand mei
meinachten	=	meinacht
meinamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand mei
meinamiddagen	=	meinamiddag
meinamiddagje	=	meinamiddag
meinamiddagjes	=	meinamiddag
meineden	=	meineed
meinedig	adj	schuldig aan meineed
meinedige	noun	persoon die een afgelegde eed gebroken heeft
meinedigen	=	meinedige
meinediger	=	meinedig
meinedigere	=	meinedig
meinedigers	=	meinedig
meinedigs	=	meinedig
meinedigst	=	meinedig
meinedigste	=	meinedig
meineed	noun	de verkondiging van één of meerdere leugens terwijl men heeft gezworen de waarheid te vertellen
meineedje	=	meineed
meineedjes	=	meineed
meinse	noun	verhaal, sprookje, gebeurtenis
meinses	=	meinse
meinummer	noun	editie van een maandblad dat in mei wordt uitgegeven
meinummers	=	meinummer
meiochtend	noun	deel van de dag in de maand mei tussen 6.00 en 12.00 uur
meiochtenden	=	meiochtend
meiochtendje	=	meiochtend
meiochtendjes	=	meiochtend
meiose	noun	celdeling waarbij geslachtscellen ontstaan
meiosen	=	meiose
meioses	=	meiose
meiosis	=	meiose
meiraap	noun	bepaalde variant van de knolraap, Brassica rapa var. majalis
meiraapje	=	meiraap
meiraapjes	=	meiraap
meirapen	=	meiraap
meiregen	noun	neerslag in de maand mei
meiregens	=	meiregen
meiregentje	=	meiregen
meiregentjes	=	meiregen
meirkoet	=	meerkoet
meisie	=	meisje
meisje	noun	jonge, ongehuwde vrouw
meisjes	=	meisje
meisjesachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van meisjes
meisjesachtige	=	meisjesachtig
meisjesachtiger	=	meisjesachtig
meisjesachtigere	=	meisjesachtig
meisjesachtigers	=	meisjesachtig
meisjesachtigs	=	meisjesachtig
meisjesachtigst	=	meisjesachtig
meisjesachtigste	=	meisjesachtig
meisjesbaby	noun	een kind jonger dan 1 jaar van het vrouwelijk geslacht
meisjesbaby's	=	meisjesbaby
meisjesbesnijdenis	noun	het uitsnijden van de clitoris en het wegsnijden van de schaamlippen als ritueel gebruik bij nog jonge kinderen
meisjesbesnijdenissen	=	meisjesbesnijdenis
meisjesboek	noun	een boek dat speciaal is geschreven voor meisjes, traditioneel gericht op een leeftijdscategorie tussen ongeveer 6 en 16 jaar.
meisjesboekachtig	adj	wat typisch is voor een meisjesboek
meisjesboekachtige	=	meisjesboekachtig
meisjesboekachtiger	=	meisjesboekachtig
meisjesboekachtigere	=	meisjesboekachtig
meisjesboekachtigers	=	meisjesboekachtig
meisjesboekachtigs	=	meisjesboekachtig
meisjesboekachtigst	=	meisjesboekachtig
meisjesboekachtigste	=	meisjesboekachtig
meisjesboeken	=	meisjesboek
meisjesboekje	=	meisjesboek
meisjesboekjes	=	meisjesboek
meisjesfiets	noun	een kinderfiets voor meisjes
meisjesfietsen	=	meisjesfiets
meisjesfietsje	=	meisjesfiets
meisjesfietsjes	=	meisjesfiets
meisjesgek	noun	jonɡen die overmatig probeert om de aandacht van vrouwelijke leeftijdgenoten te krijgen
meisjesgekken	=	meisjesgek
meisjesgezicht	noun	het gelaat van een jonge vrouw
meisjesgezichten	=	meisjesgezicht
meisjesgezichtje	=	meisjesgezicht
meisjesgezichtjes	=	meisjesgezicht
meisjeskamer	noun	de eigen slaapkamer van een jonge vrouw in een woning
meisjeskamers	=	meisjeskamer
meisjeskamertje	=	meisjeskamer
meisjeskamertjes	=	meisjeskamer
meisjeskleding	noun	kleding specifiek ontworpen voor kinderen en tieners van het vrouwelijk geslacht.
meisjeskostscholen	=	meisjeskostschool
meisjeskostschool	noun	kostschool voor meisjes
meisjesmeisje	noun	meisje of vrouw die zich erg 'meisjesachtig' gedraagt
meisjesmeisjes	=	meisjesmeisje
meisjesmode	noun	heersende mode voor meisjes
meisjesmodes	=	meisjesmode
meisjesnaam	noun	voornaam die doorgaans gegeven wordt aan kinderen van het vrouwelijk geslacht
meisjesnaampje	=	meisjesnaam
meisjesnaampjes	=	meisjesnaam
meisjesnamen	=	meisjesnaam
meisjesogen	noun	Coreopsis grandiflora een vaste plant uit de composietenfamilie.
meisjesoog	noun	oog van een meisje
meisjesoogje	=	meisjesoog
meisjesoogjes	=	meisjesoog
meisjesscholen	=	meisjesschool
meisjesschool	noun	school voor personen van het vrouwelijk geslacht
meisjesschooltje	=	meisjesschool
meisjesschooltjes	=	meisjesschool
meisjesspeelgoed	noun	speelgoed dat door marketing en maatschappelijke normen specifiek wordt gepositioneerd voor meisjes
meisjesstem	noun	het stemgeluid van een vrouwelijk kind
meisjesstemmen	=	meisjesstem
meisjesstemmetje	=	meisjesstem
meisjesstemmetjes	=	meisjesstem
meisjestehuis	noun	tehuis voor jonge, onvolwassen vrouwen
meisjestehuizen	=	meisjestehuis
meisjetikkertje	noun	tikkertje waarbij je niet getikt kunt worden als je een meisje vasthoudt
meiske	noun	liefkozende naam voor een klein meisje
meisken	=	meisje
meiskes	=	meiske
meissie	=	meisje
meistreel	noun|obsolete	een langs kastelen en vorstenhoven in het Zuid-Frankrijk van weleer rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.
meistreeltje	=	meistreel
meistreeltjes	=	meistreel
meistrelen	=	meistreel
meitak	noun	bloeiende tak van de meidoorn
meitakje	=	meitak
meitakjes	=	meitak
meitakken	=	meitak
meitemperaturen	=	meitemperatuur
meitemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand mei
meitemperatuurtje	=	meitemperatuur
meitemperatuurtjes	=	meitemperatuur
meitje	=	mei
meitjes	=	mei
meitnerium	noun	scheikundig element met symbool Mt en atoomnummer 109.
meitneriumatomen	=	meitneriumatoom
meitneriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element meitnerium.
meitneriumatoompje	=	meitneriumatoom
meitneriumatoompjes	=	meitneriumatoom
meivakantie	noun	Leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs hebben wettelijk een week vrij in de periode eind april - begin mei.
meivakanties	=	meivakantie
meivakantietje	=	meivakantie
meivakantietjes	=	meivakantie
meiveld	noun	een fris groene weide
meivelden	=	meiveld
meiviering	noun	een feest of herdenking in de maand mei
meivieringen	=	meiviering
meivis	noun	vissen die in het voorjaar gevangen worden
meivissen	=	meivis
meivuren	=	meivuur
meivuur	noun	feestvuur dat men de avond voor 1 mei aansteekt
meivuurtje	=	meivuur
meivuurtjes	=	meivuur
meiweek	noun	week in de maand mei
meiweekje	=	meiweek
meiweekjes	=	meiweek
meiweer	noun	het voorjaarsweer zoals dat normaal is voor mei
meiweken	=	meiweek
meiwijn	noun	wijn gemaakt van meikruid
meiwijnen	=	meiwijn
meiwijntje	=	meiwijn
meiwijntjes	=	meiwijn
meiwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand mei
meiwinden	=	meiwind
meiwindje	=	meiwind
meiwindjes	=	meiwind
meizoen	noun	Bellis perennis madeliefje
meizoenen	=	meizoen
meizoentje	=	meizoen
meizoentjes	=	meizoen
meizon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand mei
meizonnen	=	meizon
meizonnetje	=	meizon
meizonnetjes	=	meizon
mejuffrouw	noun	een ongetrouwde volwassen vrouw
mejuffrouwen	=	mejuffrouw
mek	=	mekken
mekaar	pron	elkaar
mekaars	pron	genitief van mekaar
mekander	pron	elkander
mekanders	pron	genitief van mekander
mekanieker	noun	een technisch onderlegd en meestal in die richting ook geschoold persoon, die technische installaties bouwt, het onderhoud doet en er zo nodig reparaties aan verricht
mekaniekers	=	mekanieker
mekanisch	=	mechanisch
mekka	noun	ideale plaats vanuit een specifieke belangstelling
mekka's	=	mekka
mekkaan	noun	een inwoner van Mekka, of iemand afkomstig uit Mekka
mekkaans	adj	op Mekka betrekking hebbend
mekkaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Mekka, of een vrouw afkomstig uit Mekka
mekkaansen	=	mekkaanse
mekkaanser	=	mekkaans
mekkaansere	=	mekkaans
mekkaansers	=	mekkaans
mekkaanst	=	mekkaans
mekkaanste	=	mekkaans
mekkanen	=	mekkaan
mekke	=	mekken
mekken	verb	een geluid voortbrengen zoals dat van een schaap
mekkend	=	mekken
mekkende	=	mekken
mekker	=	mekkeren
mekkercamaroptera	noun	Camaroptera brachyura een kleine zangvogel uit de familie Cisticolidae.
mekkercamaroptera's	=	mekkercamaroptera
mekkercamaropteraatje	=	mekkercamaroptera
mekkercamaropteraatjes	=	mekkercamaroptera
mekkerde	=	mekkeren
mekkerden	=	mekkeren
mekkere	=	mekkeren
mekkeren	verb	het geluid van een geit maken
mekkerend	=	mekkeren
mekkerende	=	mekkeren
mekkert	=	mekkeren
mekkiet	noun	een inwoner van Mekka, of iemand afkomstig uit Mekka
mekkieten	=	mekkiet
mekkitisch	adj	op Mekka betrekking hebbend
mekkitische	noun	een vrouwelijke inwoner van Mekka, of een vrouw afkomstig uit Mekka
mekkitischen	=	mekkitische
mekomot	=	makom
mekongkwikstaart	noun	Motacilla samveasnae een zangvogel uit de familie Piepers en kwikstaarten.
mekongkwikstaarten	=	mekongkwikstaart
mekongkwikstaartje	=	mekongkwikstaart
mekongkwikstaartjes	=	mekongkwikstaart
mekt	=	mekken
mekte	=	mekken
mekten	=	mekken
melaats	adj	ziek door lepra, lepreus
melaatschheid	=	melaatsheid
melaatse	noun	lijder aan lepra
melaatsen	=	melaatse
melaatser	=	melaats
melaatsere	=	melaats
melaatsers	=	melaats
melaatsheden	=	melaatsheid
melaatsheid	noun	besmettelijke ziekte veroorzaakt door een bacteriële infectie van de huid
melaatst	=	melaats
melaatste	=	melaats
melacha	noun	werk, handwerk, niet-geoorloofd op sjabbat
melachiem	=	melech
melachot	=	melacha
melaena	noun	zwarte stoelgang als gevolg van bloed in de ontlasting
melamdem	=	melammed
melamdiem	=	melameed
melameed	noun	leraar
melamine	noun	IUPAC-naam: 1,3,5-triazine-2,4,6-triamine. grondstof gebruikt in de plastic industrie
melaminen	=	melamine
melamines	=	melamine
melammed	noun	leraar
melancholici	=	melancholicus
melancholicus	noun	lijder aan melancholie
melancholie	noun	gemoedstoestand die zich kenmerkt door een pessimistische kijk op het leven of bestaat uit een onvervuld verlangen
melancholiek	adj	met droevige gedachten aan de dagen van weleer
melancholieke	=	melancholiek
melancholieker	=	melancholiek
melancholiekere	=	melancholiek
melancholiekers	=	melancholiek
melancholieks	=	melancholiek
melancholiekst	=	melancholiek
melancholiekste	=	melancholiek
melancholietje	=	melancholie
melancholietjes	=	melancholie
melancholisch	adj	een sombere kijk op de zaken hebbend
melancholische	=	melancholisch
melancholischer	=	melancholisch
melancholischere	=	melancholisch
melancholischers	=	melancholisch
melanesisch	adj	betreft verwijst naar de bewoners en cultuur van Melanesië, een eilandengroep in de Stille Oceaan ten noordoosten van Australië, waaronder Papoea-Nieuw-Guinea, Fiji, de Salomonseilanden en Nieuw-Caledonië
melanesische	=	melanesisch
melanesischer	=	melanesisch
melanesischere	=	melanesisch
melanesischers	=	melanesisch
melange	noun	mengsel
melanges	=	melange
melanine	noun	een groep van organische, bruinkleurige pigmenten
melaninen	=	melanine
melanines	=	melanine
melanisme	noun	een abnormaal zwarte huid en haar of veren door een aangeboren overmaat aan het organisch pigment “melanine”
melanomen	=	melanoom
melanoom	noun	kwaadaardig gezwel v.d. huid (uitgaand van moedervlek)
melanoompje	=	melanoom
melanoompjes	=	melanoom
melanose	noun	donkere verkleuring
melasse	noun	een stroopachtig bijproduct van de productie van suiker uit suikerriet of suikerbieten
melassen	=	melasse
melasses	=	melasse
melassetje	=	melasse
melassie	=	melasse
melati	noun	wit bloempje met sterke jasmijngeur, Jasminum sambac
melatonine	noun	een hormoon dat bij mensen in de epifyse (pijnappelklier) geproduceerd wordt uit serotonine en in een met de tijd van de dag variërende hoeveelheid aan het bloed en het hersenvocht wordt afgegeven.
melatoninen	=	melatonine
melatonines	=	melatonine
melave	noun	begeleiding
melavee	noun	begeleiding
melba-astrild	noun	Pytilia melba een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), van oorsprong afkomstig uit Zuid-Afrika.
melba-astrilden	=	melba-astrild
melba-astrildje	=	melba-astrild
melba-astrildjes	=	melba-astrild
meld	=	melden
meldactie	noun	een project waarbij mensen worden uitgenodigd om een melding te doen over een bepaald onderwerp
meldacties	=	meldactie
meldcode	noun	protocol om bepaalde gebeurtenissen en/of misstanden te communiceren met de bevoegde instanties
meldcodes	=	meldcode
meldde	=	melden
meldden	=	melden
melde	noun	een geslacht Atriplex van kruidachtige en struikvormige planten uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
meldedwergspanner	noun	Eupithecia simpliciata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
meldedwergspanners	=	meldedwergspanner
meldedwergspannertje	=	meldedwergspanner
meldedwergspannertjes	=	meldedwergspanner
melden	verb	iets rapporteren, bekendmaken
meldend	=	melden
meldende	=	melden
meldenswaard	adj	waard vermeld te worden
meldenswaarde	=	meldenswaard
meldenswaardig	adj	waard vermeld te worden
meldenswaardige	=	meldenswaardig
meldenswaardiger	=	meldenswaardig
meldenswaardigere	=	meldenswaardig
meldenswaardigers	=	meldenswaardig
meldenswaardigs	=	meldenswaardig
meldenswaardigst	=	meldenswaardig
meldenswaardigste	=	meldenswaardig
meldenswaards	=	meldenswaard
melder	noun	iemand die iets meldt
melders	=	melder
meldertje	=	melder
meldertjes	=	melder
meldes	=	melde
meldetje	=	melde
meldetjes	=	melde
meldevlinder	noun	Trachea atriplicis een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
meldevlinders	=	meldevlinder
meldevlindertje	=	meldevlinder
meldevlindertjes	=	meldevlinder
meldezandvleugeltje	noun	Scrobipalpa obsoletella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
meldezandvleugeltjes	=	meldezandvleugeltje
meldhond	noun	een hond die zo getraind is dat die een ziekte kan ruiken
meldhonden	=	meldhond
meldhondje	=	meldhond
meldhondjes	=	meldhond
melding	noun	een bericht over een gebeurtenis
meldingen	=	melding
meldingplichtig	adj	dat men het moet aangeven bij de autoriteiten
meldingplichtige	=	meldingplichtig
meldingplichtiger	=	meldingplichtig
meldingplichtigere	=	meldingplichtig
meldingplichtigers	=	meldingplichtig
meldingplichtigs	=	meldingplichtig
meldingplichtigst	=	meldingplichtig
meldingplichtigste	=	meldingplichtig
meldingsplicht	noun	de verplichting om bepaalde zaken openbaar te maken
meldingsplichten	=	meldingsplicht
meldingsplichtig	adj	van een zaak dat men het moet aangeven bij de autoriteiten
meldingsplichtige	noun	degeen die volgens de wet verplicht is een autoriteit in te lichten over een feit of voornemen
meldingsplichtigen	=	meldingsplichtige
meldingsplichtiger	=	meldingsplichtig
meldingsplichtigere	=	meldingsplichtig
meldingsplichtigers	=	meldingsplichtig
meldingsplichtigs	=	meldingsplichtig
meldingsplichtigst	=	meldingsplichtig
meldingsplichtigste	=	meldingsplichtig
meldingssysteem	noun	manier waarop men melding van iets kan maken
meldingssystemen	=	meldingssysteem
meldinkje	=	melding
meldinkjes	=	melding
meldkamer	noun	plaats waar 24 uur per dag 7 dagen per week burgers hulpverzoeken kunnen indienen en vanwaaruit de hulpverleners worden aangestuurd
meldkamers	=	meldkamer
meldkamertje	=	meldkamer
meldkamertjes	=	meldkamer
meldlijn	noun	telefoonlijn of website waar men klachten of misstanden kan uitten of rapporteren
meldlijnen	=	meldlijn
meldpaal	noun	paal waar iets gemeld wordt of kan worden
meldpalen	=	meldpaal
meldplicht	noun	de wettelijke verplichting om de overheid informatie te verschaffen zonder dat de overheid daarvoor een uitdrukkelijk informatieverzoek heeft ingedient
meldplichten	=	meldplicht
meldpost	noun	een plaats waar men zich moet melden
meldposten	=	meldpost
meldpostje	=	meldpost
meldpostjes	=	meldpost
meldpunt	noun	instantie waar men iets kan melden
meldpunten	=	meldpunt
meldpuntje	=	meldpunt
meldpuntjes	=	meldpunt
meldster	noun	vrouw die een melding doet (van een 'misstand' bij iets of iemand die de misstand kan verhelpen)
meldsters	=	meldster
meldsysteem	noun	systeem dat het mogelijk maakt om om bepaalde waarnemingen door te geven
meldsysteempje	=	meldsysteem
meldsysteempjes	=	meldsysteem
meldsystemen	=	meldsysteem
meldt	=	melden
meldtekst	noun	tekst die men hoort als men iemand belt die de telefoon laat opnemen door een antwoordapparaat
meldteksten	=	meldtekst
meldtekstje	=	meldtekst
meldtekstjes	=	meldtekst
mele	=	melen
melech	noun	koning
melen	verb	heel kleine deeltjes loslaten
melend	=	melen
melende	=	melen
melganzenvoet	noun	Chenopodium album een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
melganzenvoeten	=	melganzenvoet
melganzenvoetje	=	melganzenvoet
melganzenvoetjes	=	melganzenvoet
meliets	noun	bemiddelaar
melietsiem	=	meliets
melig	adj	flauw-grappig
melige	=	melig
meliger	=	melig
meligere	=	melig
meligers	=	melig
meligheden	=	meligheid
meligheid	noun	een stemming waarin flauwe en zouteloze humor wordt gemaakt en die meestal ontstaat door verveling en vermoeidheid
meligs	=	melig
meligst	=	melig
meligste	=	melig
melindjoe	noun	Gnetum gnemon een plant uit de familie Gnetaceae.
melindjoes	=	melindjoe
meliniet	noun	ontplofbare stof gemaakt van picrinezuur
melioratie	noun	verbetering (ook amelioratie)
melioratief	adj	een gunstige hoedanigheid aanduidend
melioratiefs	=	melioratief
melioraties	=	melioratie
melioratieve	=	melioratief
melis	noun	bepaald soort vaste plant die naar citroen ruikt, Melissa officinalis
melisme	noun	melodische reeks van tonen op één lettergreep
melisse	noun	een geslacht Melissa uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
melissuiker	noun	Gewone naam van de in het dagelijks leven voorkomende broodsuiker, en vroeger van een minder fijne kwaliteit dan geraffineerde suiker
melissuikers	=	melissuiker
melissuikertje	=	melissuiker
melissuikertjes	=	melissuiker
melk	noun	voedzaam vocht uit de melkklieren van vrouwelijke zoogdieren
melk-suikerklontje	noun	klontje voor in de koffie dat zowel suiker als melkpoeder bevat
melk-suikerklontjes	=	melk-suikerklontje
melkachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van melk
melkachtige	=	melkachtig
melkachtiger	=	melkachtig
melkachtigere	=	melkachtig
melkachtigers	=	melkachtig
melkachtigs	=	melkachtig
melkachtigst	=	melkachtig
melkachtigste	=	melkachtig
melkauto	noun	een voertuig dat gebruikt wordt voor het vervoer van melk
melkauto's	=	melkauto
melkautootje	=	melkauto
melkautootjes	=	melkauto
melkboer	noun	iemand die langs de deur ging met voornamelijk melk en zuivelproducten, en eventueel een winkel dreef
melkboeren	=	melkboer
melkboerenhondenhaar	noun	van mensenhaar: haar van onbestemde kleur zonder krullen
melkboerin	noun	iemand (vrouw) die langs de deur ging met voornamelijk melk en zuivelproducten, en eventueel een winkel dreef.
melkboerinnen	=	melkboerin
melkboerinnetje	=	melkboerin
melkboerinnetjes	=	melkboerin
melkboertje	=	melkboer
melkboertjes	=	melkboer
melkboleet	noun	een eetbare paddenstoel Suillus granulatus behorend tot de familie Suillaceae.
melkboleetje	=	melkboleet
melkboleetjes	=	melkboleet
melkboleten	=	melkboleet
melkbus	noun	ijzeren bus om de verse melk in te bewaren en te vervoeren met meestal 40, maar soms 30 of 20 liter inhoud
melkbusje	=	melkbus
melkbusjes	=	melkbus
melkbusschieten	verb	winters vermaak bestaande uit het wegschieten van een bal die vastzit in de opening van een melkbus waarin acetyleen gevormd uit calciumcarbide tot ontploffing wordt gebracht
melkbussen	=	melkbus
melkchocola	=	melkchocolade
melkchocolade	noun	chocolade die bereid is met room of melk
melkchocolades	=	melkchocolade
melkdieet	noun	een (verouderd) dieet dat veel melk bevat, speciaal voor patiënten met een maagzweer gegeven
melkdieetje	=	melkdieet
melkdieetjes	=	melkdieet
melkdistel	noun	Sonchus oleraceus distel met gele bloemen en melkachtig sap
melkdistelpokgalmug	noun	Cystiphora sonchi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
melkdistelpokgalmuggen	=	melkdistelpokgalmug
melkdistelpokgalmuggetjes	=	melkdistelpokgalmug
melkdistelpokgalmugje	=	melkdistelpokgalmug
melkdistelroest	noun	Peristemma pseudosphaeria een roest die tot de basidiomycota behoort.
melkdistelroesten	=	melkdistelroest
melkdistelroestje	=	melkdistelroest
melkdistelroestjes	=	melkdistelroest
melkdistels	=	melkdistel
melkdisteltje	=	melkdistel
melkdisteltjes	=	melkdistel
melkdiëten	=	melkdieet
melkdrank	noun	vloeistof om te drinken die er wat vettig en ondoorzichtig wit uitziet, net als het vocht uit de melkklieren van zoogdieren
melkdranken	=	melkdrank
melke	=	melken
melkelfje	noun	Melangyna umbellatarum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
melkelfjes	=	melkelfje
melkemmer	noun	een emmer, traditioneel van metaal of nu vaak van kunststof, die gebruikt wordt om melk mee op te vangen tijdens het melken van een koe of ander vee
melkemmers	=	melkemmer
melkemmertje	=	melkemmer
melkemmertjes	=	melkemmer
melken	verb	de melk uit de klieren van een zoogdier halen
melkend	=	melken
melkende	=	melken
melkeppe	noun	Peucedanum palustre een tweejarige (soms meerjarige) plant uit de schermbloemenfamilie.
melker	noun	iemand die melkt
melkerij	noun	melkveebedrijf
melkerijen	=	melkerij
melkers	=	melker
melkerskoorts	noun	infectieziekte die nier- en leverbeschadiging kan veroorzaken, vooral bij veehouders, overgebracht door contact met besmette runderen
melkerskoortsen	=	melkerskoorts
melkerskoortsje	=	melkerskoorts
melkerskoortsjes	=	melkerskoorts
melkertje	=	melker
melkfabriek	noun	een bedrijf waar melkproducten worden gemaakt
melkfabrieken	=	melkfabriek
melkfabriekje	=	melkfabriek
melkfabriekjes	=	melkfabriek
melkfles	noun	afleveringsvorm voor melk tegenwoordig vervangen door een kartonnen pak
melkflesje	=	melkfles
melkflesjes	=	melkfles
melkflessen	=	melkfles
melkgebit	noun	alle tijdelijke tanden en kiezen van een dier of mens, die na verloop van tijd worden vervangen door permanente tanden
melkgebitje	=	melkgebit
melkgebitjes	=	melkgebit
melkgebitten	=	melkgebit
melkgeit	noun	geit die men houdt voor de productie van geitenmelk
melkgeiten	=	melkgeit
melkgeitje	=	melkgeit
melkgevend	adj	melk producerend
melkgevende	=	melkgevend
melkgevends	=	melkgevend
melkglaasje	=	melkglas
melkglas	noun	vensterglas dat ondoorzichtig is gemaakt, maar nog wel licht doorlaat zodat het een witte indruk maakt
melkglazen	=	melkglas
melkhaai	noun	Rhizoprionodon acutus een vis uit de familie van roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in de drie belangrijkste oceanen van de wereld (Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische Oceaan)
melkhaaien	=	melkhaai
melkhaaitje	=	melkhaai
melkhaaitjes	=	melkhaai
melkhandelaar	noun	melkboer
melkhandelaars	=	melkhandelaar
melkhandelaartje	=	melkhandelaar
melkhandelaartjes	=	melkhandelaar
melkhandelaren	=	melkhandelaar
melkhuis	noun	deel van een boerderij waar de koeien gemolken worden
melkhuisje	=	melkhuis
melkhuisjes	=	melkhuis
melkhuizen	=	melkhuis
melkindustrie	noun	de tak van industrie die zich toelegt op het maken van melk en melkproducten
melkje	=	melk
melkjes	=	melk
melkkan	noun	grote of kleinere kan voor het bewaren van melk
melkkannen	=	melkkan
melkkannetje	=	melkkan
melkkannetjes	=	melkkan
melkkar	noun|obsolete	een kar waarop melkbussen worden vervoerd
melkkarren	=	melkkar
melkkarretje	=	melkkar
melkkarretjes	=	melkkar
melkkelder	noun	ondergrondse en daardoor koele en donkere ruimte, bestemd om koemelk te bewaren
melkkelders	=	melkkelder
melkkies	noun	kies van het melkgebit
melkkiesje	=	melkkies
melkkiesjes	=	melkkies
melkkiezen	=	melkkies
melkklier	noun	het orgaan dat bij het zoogdier de melk produceert
melkklieren	=	melkklier
melkkliertje	=	melkklier
melkkliertjes	=	melkklier
melkklopper	noun	stuk gereedschap (soms elektrisch) dat bedoeld is om warme melk mee op te schuimen
melkkloppers	=	melkklopper
melkkloppertje	=	melkklopper
melkkloppertjes	=	melkklopper
melkkoe	noun	een soort koe die gekweekt wordt voor haar melkproductie
melkkoeien	=	melkkoe
melkkoetje	=	melkkoe
melkkoetjes	=	melkkoe
melkkoker	noun	hoge pan met doorboord deksel om melk te koken
melkkokers	=	melkkoker
melkkokertje	=	melkkoker
melkkokertjes	=	melkkoker
melkkoorts	noun	koorts bij een koe die pas gekalfd heeft
melkkoortsen	=	melkkoorts
melkkruid	noun	Glaux maritima een vaste plant die voorkomt in de Nederlandse en Vlaamse duinen en in slufters.
melkkruiden	=	melkkruid
melkkruidje	=	melkkruid
melkkruidjes	=	melkkruid
melkkwarts	noun	ondoorzichtig wit kwarts
melkleiding	noun	leiding waardoor melk wordt getransporteerd
melkleidingen	=	melkleiding
melkleidinkje	=	melkleiding
melkleidinkjes	=	melkleiding
melkmachientje	=	melkmachine
melkmachine	noun	machine die koeien kan melken
melkmachines	=	melkmachine
melkman	noun	iemand die vloeibare zuivel aan consumenten verkoopt of (vooral vroeger) aan huis bezorgt
melkmannen	=	melkman
melkmannetje	=	melkman
melkmannetjes	=	melkman
melkmeisje	noun	meisje dat melk van de boer aan huis verkoopt
melkmeisjes	=	melkmeisje
melkmok	noun	beker van aardewerk om zuivel uit te drinken
melkmokken	=	melkmok
melkmuil	noun	onervaren en vaak ook nog jong iemand
melkmuilen	=	melkmuil
melkmuiltje	=	melkmuil
melkmuiltjes	=	melkmuil
melkopbrengst	noun	hoeveelheid melk die het vee van een boer oplevert
melkopbrengsten	=	melkopbrengst
melkopschuimer	noun	keukenhulpmiddel dat lucht in melk brengt om het volume te vergroten en een romige, luchtige textuur te creëren
melkopschuimers	=	melkopschuimer
melkopschuimertje	=	melkopschuimer
melkopschuimertjes	=	melkopschuimer
melkpak	noun	een kartonnen pak voor het verpakken van melk
melkpakje	=	melkpak
melkpakjes	=	melkpak
melkpakken	=	melkpak
melkpap	noun	halfvloeibaar gerecht waarin veel melk is verwerkt
melkpappen	=	melkpap
melkplas	noun	groot overschot aan melk ontstaan door subsidiëring
melkplasje	=	melkplas
melkplasjes	=	melkplas
melkplassen	=	melkplas
melkpoeder	noun	melk waaraan het water onttrokken is en er alleen droge poeder is overgebleven en men door aanmengen met water weer melk kan maken
melkpoeders	=	melkpoeder
melkpoedertekort	noun	een tekort door een te grote vraag naar melkpoeder ten opzichte van het aanbod
melkpoedertekorten	=	melkpoedertekort
melkpoedertekortje	=	melkpoedertekort
melkpoedertekortjes	=	melkpoedertekort
melkpoedertje	=	melkpoeder
melkpoedertjes	=	melkpoeder
melkpoeier	noun	melk waaraan het water onttrokken is en er alleen droge poeder is overgebleven en men door aanmengen met water weer melk kan maken
melkpoeiers	=	melkpoeier
melkpoeiertje	=	melkpoeier
melkpoeiertjes	=	melkpoeier
melkpot	noun	pot waarin men melk bewaart
melkpotje	=	melkpot
melkpotjes	=	melkpot
melkpotten	=	melkpot
melkprijs	noun	geld dat veehouders krijgen voor de geproduceerde melk
melkprijsje	=	melkprijs
melkprijsjes	=	melkprijs
melkprijzen	=	melkprijs
melkproduct	noun	voedingsmiddelen gemaakt van melk
melkproducten	=	melkproduct
melkproductie	noun	de hoeveelheid melk die alle veehouders bij elkaar produceren
melkproducties	=	melkproductie
melkproductje	=	melkproduct
melkproductjes	=	melkproduct
melkput	noun	lager gelegen deel in een koeienstal waarin de boer staat zodat hij zonder bukken de uiers van een koe kan behandelen voor het melken
melkputje	=	melkput
melkputjes	=	melkput
melkputten	=	melkput
melkquota	=	melkquotum
melkquotaregeling	noun	systeem voor het vaststellen en indelen van de tijd
melkquotaregelingen	=	melkquotaregeling
melkquotaregelingetje	=	melkquotaregeling
melkquotaregelingetjes	=	melkquotaregeling
melkquotum	noun	vastgestelde hoeveelheid (koe)melk die een melkveehouderij mag produceren zonder strafheffingen te hoeven betalen
melkquotumpje	=	melkquotum
melkquotumpjes	=	melkquotum
melkquotums	=	melkquotum
melkrobot	noun	een melkmachine waarin een koe volledig automatisch gemolken wordt
melkrobots	=	melkrobot
melkrobotten	=	melkrobot
melkronde	noun	rit van een melkrijder of een melkboer
melkronden	=	melkronde
melkrondes	=	melkronde
melkrondje	=	melkronde
melkrondjes	=	melkronde
melksap	noun	wit vocht dat uit een plant vloeit bij een beschadiging van die plant
melksapje	=	melksap
melksapjes	=	melksap
melksappen	=	melksap
melkschap	noun	het gedeelte van een winkel waarin melkproducten te vinden zijn.
melkschapje	=	melkschap
melkschapjes	=	melkschap
melkschappen	=	melkschap
melksera	=	melkserum
melkserum	noun	vloeistof die van de melk overblijft na afscheiding van het botervet en de kaasstof en die bestaat uit water, albumine, globuline, melksuiker, vitamines en mineralen
melkserumpje	=	melkserum
melkserumpjes	=	melkserum
melkserums	=	melkserum
melkslang	noun	Lampropeltis triangulum een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae)
melkslangen	=	melkslang
melkslangetje	=	melkslang
melkslangetjes	=	melkslang
melkslijter	noun	melkboer
melkslijters	=	melkslijter
melkslijtertje	=	melkslijter
melkslijtertjes	=	melkslijter
melksoep	noun	vloeibaar gerecht gemaakt door melk met ingrediënten te koken
melksoepen	=	melksoep
melkspiegel	noun	figuur van rechtopstaande haren aan het achterste van een koe, waaruit men de melkgift denkt te kunnen afleiden
melkspiegels	=	melkspiegel
melkspiegeltje	=	melkspiegel
melkspiegeltjes	=	melkspiegel
melkstal	noun	ruimte waarin koeien worden gemolken
melkstallen	=	melkstal
melksteelmycena	noun	Mycena galopus een schimmel uit de familie Mycenaceae.
melksteelmycena's	=	melksteelmycena
melksteelmycenaatje	=	melksteelmycena
melksteelmycenaatjes	=	melksteelmycena
melkstoel	noun	stoel gebruikt bij het melken van koeien; meestal op 3 korte poten voor de stabiliteit op een oneffen ondergrond
melkstoelen	=	melkstoel
melkstoeltje	=	melkstoel
melkstoeltjes	=	melkstoel
melksuiker	noun	C₁₂H₂₂O₁₁ is een suiker die o.a. in melk voorkomt en is minder zoet dan sacharose en glucose
melksuikers	=	melksuiker
melksuikertje	=	melksuiker
melksuikertjes	=	melksuiker
melkt	=	melken
melktand	noun	een tand uit de eerste set tijdelijke tanden van de mens en sommige andere dieren (zoals de hond of de koe), die na verloop van tijd worden vervangen door de permanente tanden
melktanden	=	melktand
melktandje	=	melktand
melktandjes	=	melktand
melkte	=	melken
melkten	=	melken
melktijd	noun	vaste tijd waarop de koeien gemolken worden
melktijden	=	melktijd
melkuren	=	melkuur
melkuur	noun	tijdstip waarop men gewoonlijk de koeien melkt
melkvaars	noun	melkgevende koe die voor het eerst gekalfd heeft
melkvaarsje	=	melkvaars
melkvaarsjes	=	melkvaars
melkvaarzen	=	melkvaars
melkvee	noun	zoogdieren die gehouden worden voor de melkproductie
melkveebedrijf	noun	bedrijf dat melkvee houdt
melkveebedrijfje	=	melkveebedrijf
melkveebedrijfjes	=	melkveebedrijf
melkveebedrijven	=	melkveebedrijf
melkveehouder	noun	boer die geiten of koeien houdt voor de melkproductie
melkveehouderij	noun	het houden en fokken van melkvee
melkveehouderijen	=	melkveehouderij
melkveehouderijtje	=	melkveehouderij
melkveehouders	=	melkveehouder
melkveesector	noun	de economische sector waarin gewerkt wordt met melkvee en er melk geproduceerd wordt
melkverpakking	noun	een verpakking waarin melk wordt bewaard, vervoerd en verkocht
melkverpakkingen	=	melkverpakking
melkverpakkinkje	=	melkverpakking
melkverpakkinkjes	=	melkverpakking
melkvet	noun	het vette bestanddeel in melk
melkvetten	=	melkvet
melkviolen	=	melkviool
melkviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola persicifolia uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
melkviooltje	noun	bepaald soort overblijvende plant, Viola persicifolia uit de viooltjesfamilie (Violaceae) die van nature voorkomt in Europa en Siberië en op de Nederlandse Rode lijst van planten staat als zeer zeldzaam en sterk in aantal afgenomen
melkviooltjes	=	melkviooltje
melkwagen	noun	een voertuig dat gebruikt wordt voor het vervoer van melk
melkwagens	=	melkwagen
melkwagentje	=	melkwagen
melkwagentjes	=	melkwagen
melkwasbekertje	noun	Orbilia epipora een schimmel behorend tot de familie Orbiliaceae.
melkwasbekertjes	=	melkwasbekertje
melkweg	noun	grote verzameling sterren die door de eigen zwaartekracht bij elkaar gehouden wordt
melkwegcentrum	noun	centrale deel van het Melkwegstelsel, dat zich bevindt in de richting van de sterrenbeelden Boogschutter en Schorpioen.
melkwegen	=	melkweg
melkwegstelsel	noun	een bijzonder grote groep sterren die samen met andere materie om een gezamenlijk middelpunt -waarschijnlijk een zwart gat- wentelen
melkwegstelsels	=	melkwegstelsel
melkwegstelseltje	=	melkwegstelsel
melkwegstelseltjes	=	melkwegstelsel
melkwei	noun	de vloeistof die bij de kaasbereiding ontstaat door het stremmen van de melk na toevoeging van stremsel
melkwinkel	noun	winkel voor zuivelproducten
melkwinkels	=	melkwinkel
melkwinkeltje	=	melkwinkel
melkwinkeltjes	=	melkwinkel
melkwit	adj	zo wit als melk
melkwits	=	melkwit
melkwitst	=	melkwit
melkwitste	=	melkwit
melkwitte	=	melkwit
melkwitten	=	melkwit
melkwitter	=	melkwit
melkwittere	=	melkwit
melkwitters	=	melkwit
melkwol	noun	garen gemaakt van caseïne
melkzaak	noun	een winkel waar melk en zuivelproducten worden verkocht
melkzaakje	=	melkzaak
melkzaakjes	=	melkzaak
melkzaken	=	melkzaak
melkzure	=	melkzuur
melkzuren	=	melkzuur
melkzuur	noun	organisch zuur (C₃H₆O₃) dat door gisting ontstaat o.a. in melk en zuurkool	adj	met melkzuur gevormd
melkzuurbacterie	noun	benaming voor soorten die melksuikers omzetten in melkzuur en andere zuren en die worden gebruikt voor de conservering van levensmiddelen, orde Lactobacillales
melkzuurbacteriën	noun	orde Lactobacillales, met soorten die suikers kunnen omzetten in melkzuur
melkzuurs	=	melkzuur
melkzuurtje	=	melkzuur
melkzuurtjes	=	melkzuur
melkzwam	noun	een geslacht Lactarius van paddenstoelvormende schimmels in de familie Russulaceae.
melkzwammen	=	melkzwam
melkzwammetje	=	melkzwam
melkzwammetjes	=	melkzwam
mellermangoeste	noun	Rhynchogale melleri roofdier uit de familie van mangoesten (Herpestidae), het is de enige van het geslacht Rhynchogale.
mellermangoesten	=	mellermangoeste
mellermangoestje	=	mellermangoeste
mellermangoestjes	=	mellermangoeste
mellotron	noun	elektronisch muziekinstrument dat de klanken van orkestinstrumenten kan voortbrengen die op magneetband zijn opgenomen
mellotrons	=	mellotron
melodie	noun	een opeenvolging van toonhoogtes die een bepaald muzikaal gestalte vormt
melodielijn	noun	deel van een compositie dat de melodie bevat
melodielijnen	=	melodielijn
melodielijntje	=	melodielijn
melodielijntjes	=	melodielijn
melodietje	=	melodie
melodietjes	=	melodie
melodieus	adj	aangenaam klinkend
melodieust	=	melodieus
melodieuste	=	melodieus
melodieuze	=	melodieus
melodieuzer	=	melodieus
melodieuzere	=	melodieus
melodieuzers	=	melodieus
melodieën	=	melodie
melodij	=	melodie
melodisch	adj	gekenmerkt wordt door een krachtige melodie, aangenaam klinkend
melodische	=	melodisch
melodischer	=	melodisch
melodischere	=	melodisch
melodischers	=	melodisch
melodischt	=	melodisch
melodischte	=	melodisch
melodrama	noun	een toneelvorm begeleid door muziek, gewoonlijk met een goede afloop
melodrama's	=	melodrama
melodramaatje	=	melodrama
melodramaatjes	=	melodrama
melodramatisch	adj	overdreven sentimenteel zoals in een melodrama
melodramatische	=	melodramatisch
melodramatischer	=	melodramatisch
melodramatischere	=	melodramatisch
melodramatischers	=	melodramatisch
meloen	noun	meloenplant Cucumis melo uit de de komkommerfamilie (Cucurbitaceae)
meloenboller	noun	een klein keukenwerktuig met een halfrond schepje dat wordt gebruikt om nette, ronde bolletjes te snijden uit het vruchtvlees van fruit of groenten
meloenbollers	=	meloenboller
meloenbollertje	=	meloenboller
meloenbollertjes	=	meloenboller
meloenbolletjeslepel	noun	een klein keukenwerktuig met een halfrond schepje dat wordt gebruikt om nette, ronde bolletjes te snijden uit het vruchtvlees van fruit of groenten
meloenbolletjeslepels	=	meloenbolletjeslepel
meloenbolletjeslepeltje	=	meloenbolletjeslepel
meloenbolletjeslepeltjes	=	meloenbolletjeslepel
meloenbomen	=	meloenboom
meloenboom	noun	Carica papaya een uit Amerika afkomstige, overal in de tropen gekweekte boom uit de familie Caricaceae met eetbare vruchten, papaja's
meloenboompje	=	meloenboom
meloenboompjes	=	meloenboom
meloenboor	noun	een klein keukenwerktuig met een halfrond schepje dat wordt gebruikt om nette, ronde bolletjes te snijden uit het vruchtvlees van fruit of groenten
meloenboortje	=	meloenboor
meloenboortjes	=	meloenboor
meloenboren	=	meloenboor
meloenen	=	meloen
meloengeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1028 ( ).	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1028 ( ).
meloengeels	=	meloengeel
meloengele	=	meloengeel
meloenkwal	noun	Beroe cucumis een soort in de taxonomische indeling van de ribkwallen (Ctenophora).
meloenkwallen	=	meloenkwal
meloenkwalletje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort kwal, Beroe gracilis, uit de familie Beroidae in de stam van de ribkwallen (Ctenophora); de wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd in 1939 door Künne
meloenkwalletjes	=	meloenkwal
meloenlepel	noun	een klein keukenwerktuig met een halfrond schepje dat wordt gebruikt om nette, ronde bolletjes te snijden uit het vruchtvlees van fruit of groenten
meloenlepels	=	meloenlepel
meloenlepeltje	=	meloenlepel
meloenlepeltjes	=	meloenlepel
meloenpit	noun	het zaad van een (water)meloen
meloenpitje	=	meloenpit
meloenpitjes	=	meloenpit
meloenpitten	=	meloenpit
meloenschep	noun	een klein keukenwerktuig met een halfrond schepje dat wordt gebruikt om nette, ronde bolletjes te snijden uit het vruchtvlees van fruit of groenten
meloenschepje	=	meloenschep
meloenschepjes	=	meloenschep
meloenscheppen	=	meloenschep
meloenschil	noun	schil van een meloen
meloenschillen	=	meloenschil
meloenschilletje	=	meloenschil
meloenschilletjes	=	meloenschil
meloentje	=	meloen
meloentjes	=	meloen
meloenvormig	adj	vorm van een meloen hebbend
meloenvormige	=	meloenvormig
meloenvormiger	=	meloenvormig
meloenvormigere	=	meloenvormig
meloenvormigers	=	meloenvormig
meloenvormigs	=	meloenvormig
meloenvormigst	=	meloenvormig
meloenvormigste	=	meloenvormig
melomaan	noun	iemand die heel veel van muziek houdt
melomanen	=	melomaan
melomanie	noun	overdreven liefde voor muziek
melooche	noun	werk, handwerk, niet-geoorloofd op sjabbat
meloochem	noun	werk
meloochems	=	meloochem
melooches	=	melooche
melote	noun	een geslacht Melilotus uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
melt-up	noun	situatie waarin de beurskoersen onverwacht snel en sterk stijgen zonder onderbouwing door een gunstige economische winst, maar doordat vooral prille beleggers gaan kopen omdat ze de boot niet willen missen
melt-ups	=	melt-up
meltdown	noun	smelten van het binnenste van een kernreactor wanneer de kernsplijting niet meer onder controle is
meltdowns	=	meltdown
meluw	noun	tot poeder vergaan stof	adj	murw, rijp, week
meluwe	=	meluw
meluwen	=	meluw
meluwer	=	meluw
meluwere	=	meluw
meluwers	=	meluw
meluws	=	meluw
meluwst	=	meluw
meluwste	=	meluw
mem	noun|informal	borst (van een vrouw)
membraan	noun	een dun vlies dat een afscheiding vormt
membraanfilter	noun	filter dat bestaat uit een halfdoorlatende wand
membraanfilters	=	membraanfilter
membraanfiltertje	=	membraanfilter
membraanfiltertjes	=	membraanfilter
membraangebonden	adj	aan een membraan zittend
membraangebondens	=	membraangebonden
membraanpomp	noun	pomp waar de pompwerking ontstaat door een membraan te laten trillen
membraanpompen	=	membraanpomp
membraanpompje	=	membraanpomp
membraanpompjes	=	membraanpomp
membraantje	=	membraan
membraantjes	=	membraan
membranen	=	membraan
membranofonen	=	membranofoon
membranofoon	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die toon/geluid voortbrengen door het trillen van een gespannen vel
membranofoontje	=	membranofoon
membranofoontjes	=	membranofoon
meme	noun	bepaald beeld of videofragment dat dankzij zijn opmerkelijke of opvallende inhoud door internetgebruikers veelvuldig gedeeld wordt
meme-aandeel	noun	aandeel van een relatief klein bedrijf dat door een groep kleine beleggers in een gecoördineerde actie massaal wordt gekocht om de beurskoers te doen laten stijgen waardoor grote beleggers die hoopten op een koersdaling op korte termijn verlies lijden
meme-aandelen	=	meme-aandeel
memeaandeel	noun	aandeel van een relatief klein bedrijf dat door een groep kleine beleggers in een gecoördineerde actie massaal wordt gekocht om de beurskoers te doen laten stijgen waardoor grote beleggers die hoopten op een koersdaling op korte termijn verlies lijden
memeaandelen	=	memeaandeel
memel	noun	mijt
memels	=	memel
memen	=	meme
memento	noun	misgebed waarin de priester een persoon, die hij meer bijzonder herdenken wil, aan God aanbeveelt
memento's	=	memento
memes	=	meme
memme	noun	moeder
memmen	=	mem
memmes	=	memme
memmetje	=	mem
memmetjes	=	mem
memo	noun	een briefje voor een korte aantekening
memo's	=	memo
memoblok	noun	kladblok met velletjes op memoformaat voor kleine aantekeningen
memoblokje	=	memoblok
memoblokjes	=	memoblok
memoblokken	=	memoblok
memobord	noun	een plank waarop briefjes (memo's) geplakt, geprikt of gehangen kunnen worden
memoborden	=	memobord
memobordje	=	memobord
memobordjes	=	memobord
memoire	noun	levensherinnering
memoires	noun	herinneringen die men vertelt of opschrijft
memootje	=	memo
memootjes	=	memo
memorabel	adj	iets waarvan het de moeite waard is om het te herinneren
memorabele	=	memorabel
memorabeler	=	memorabel
memorabelere	=	memorabel
memorabelers	=	memorabel
memorabels	=	memorabel
memorabelst	=	memorabel
memorabelste	=	memorabel
memorabilia	noun	zaken die herinneren aan een persoon of een gebeurtenis, maar geen intrinsieke waarde hebben
memoranda	=	memorandum
memorandum	noun	een gedenkboek
memorandums	=	memorandum
memorecorder	noun	een compact apparaat om geluid, zoals boodschappen, gesprekken of vergaderingen, op te nemen en later terug te luisteren
memorecorders	=	memorecorder
memoreer	=	memoreren
memoreerde	=	memoreren
memoreerden	=	memoreren
memoreert	=	memoreren
memorere	=	memoreren
memoreren	verb	herinneren, onthouden
memorerend	=	memoreren
memorerende	=	memoreren
memoriaal	noun	herdenkingsmonument
memoriaaltje	=	memoriaal
memoriaaltjes	=	memoriaal
memorialen	=	memoriaal
memorie	noun	herinnering
memories	=	memorie
memorietafel	noun	geschilderde afbeelding ter nagedachtenis aan een overledene
memorietafels	=	memorietafel
memorisatie	noun	het van buiten leren
memorisaties	=	memorisatie
memoriseer	=	memoriseren
memoriseerde	=	memoriseren
memoriseerden	=	memoriseren
memoriseert	=	memoriseren
memorisere	=	memoriseren
memoriseren	verb	uit het hoofd leren
memoriserend	=	memoriseren
memoriserende	=	memoriseren
memoryspel	noun	geheugenspel waarbij men paren gelijke kaartjes moet omdraaien
memoryspelen	=	memoryspel
memoryspellen	=	memoryspel
memorystick	noun	klein langwerpig voorwerp dat in een apparaat kan worden gestoken om er gegevens uit te raadplegen of in op te slaan
memorystickje	=	memorystick
memorystickjes	=	memorystick
memorysticks	=	memorystick
mems	=	mem
men	pron	iemand, maar niemand in het bijzonder
menachem	noun	vertrooster
menage	noun	voeding van soldaten
menageer	=	menageren
menageerde	=	menageren
menageerden	=	menageren
menageert	=	menageren
menagere	=	menageren
menageren	verb	iemand sparen of ontzien, iemand zacht behandelen
menagerend	=	menageren
menagerende	=	menageren
menagerie	noun	verzameling van (gedresseerde) wilde dieren
menageries	=	menagerie
menagerieën	=	menagerie
menages	=	menage
menarche	noun	eerste maandstonden, de eerste keer dat er een menstruatie is en daarmee de puberteit
menarches	=	menarche
mende	=	mennen
mendel	=	mendelen
mendelde	=	mendelen
mendelden	=	mendelen
mendele	=	mendelen
mendelen	verb	blij zijn
mendelend	=	mendelen
mendelende	=	mendelen
mendelevium	noun	scheikundig element met symbool Md en atoomnummer 101.
mendeleviumatomen	=	mendeleviumatoom
mendeleviumatoom	noun	een atoom van het chemisch element mendelevium.
mendeleviumatoompje	=	mendeleviumatoom
mendeleviumatoompjes	=	mendeleviumatoom
mendeliaans	adj	volgens de overervingswetten van Mendel
mendeliaanse	=	mendeliaans
mendeliaanser	=	mendeliaans
mendeliaansere	=	mendeliaans
mendeliaansers	=	mendeliaans
mendeliaanst	=	mendeliaans
mendeliaanste	=	mendeliaans
mendelisme	noun	de erfelijkheidswetten van Mendel
mendelt	=	mendelen
menden	=	mennen
mendesantiloopje	=	mendesantilope
mendesantiloopjes	=	mendesantilope
mendesantilope	noun	Addax nasomaculatus een ernstig bedreigde antilope uit de Sahara.
mendesantilopen	=	mendesantilope
mendesantilopes	=	mendesantilope
mendicabeer	noun	Diaphora mendica een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae)
mendicabeertje	=	mendicabeer
mendicabeertjes	=	mendicabeer
mendicaberen	=	mendicabeer
mene	verb	geteld
menee	verb	geteld
meneer	noun	een formele manier om een man aan te spreken
meneertje	=	meneer
meneertjes	=	meneer
menen	verb	de bedoeling hebben
menenaar	noun	een inwoner van Menen, of iemand afkomstig uit Menen
menenaren	=	menenaar
menend	=	menen
menende	=	menen
menens	noun	genitief van menen: serieus, ernstig zonder grap
meneren	=	meneer
meng	=	mengen
mengbaar	adj	wat gemengd kan worden
mengbaarder	=	mengbaar
mengbaardere	=	mengbaar
mengbaarders	=	mengbaar
mengbaars	=	mengbaar
mengbaarst	=	mengbaar
mengbaarste	=	mengbaar
mengbak	noun	een bak waarin je verschillende (vloei)stoffen door elkaar heen kunt mengen
mengbakje	=	mengbak
mengbakjes	=	mengbak
mengbakken	=	mengbak
mengbare	=	mengbaar
mengbeker	noun	een beker waarin je verschillende (vloei)stoffen door elkaar heen kunt mengen
mengbekers	=	mengbeker
mengcondensor	noun	condensor met stoom en koelwater in hetzelfde vat
mengcondensors	=	mengcondensor
mengcondensortje	=	mengcondensor
mengcondensortjes	=	mengcondensor
mengde	=	mengen
mengden	=	mengen
menge	=	mengen
mengel	=	mengelen
mengelde	=	mengelen
mengelden	=	mengelen
mengeldicht	noun	gedichten over verschillende onderwerpen
mengeldichten	=	mengeldicht
mengeldichtje	=	mengeldicht
mengeldichtjes	=	mengeldicht
mengele	=	mengelen
mengelen	verb	mengen
mengelend	=	mengelen
mengelende	=	mengelen
mengeling	noun	melange, mengelmoes, mengsel waarvan de verschillende componenten nog herkenbaar zijn
mengelingen	=	mengeling
mengelingetje	=	mengeling
mengelmoes	noun	een menging van heel verschillende elementen
mengelmoesje	=	mengelmoes
mengelmoesjes	=	mengelmoes
mengelmoezen	=	mengelmoes
mengelt	=	mengelen
mengelwerk	noun	drukwerk dat bestaat uit een verzameling heel diverse teksten
mengelwerken	=	mengelwerk
mengelwerkje	=	mengelwerk
mengelwerkjes	=	mengelwerk
mengen	verb	het homogeniseren van twee of meer zaken
mengend	=	mengen
mengende	=	mengen
menger	noun	iemand die mengt
mengers	=	menger
menging	noun	mengsel, door elkaar voegen van verschillende stoffen
mengingen	=	menging
menginkje	=	menging
menginkjes	=	menging
mengkleur	noun	een kleur die ontstaan is uit de vermenging van andere kleuren
mengkleuren	=	mengkleur
mengkleurtje	=	mengkleur
mengkleurtjes	=	mengkleur
mengkokahoningzuiger	noun	Myza sarasinorum een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
mengkokahoningzuigers	=	mengkokahoningzuiger
mengkokahoningzuigertje	=	mengkokahoningzuiger
mengkokahoningzuigertjes	=	mengkokahoningzuiger
mengkom	noun	een stuk aardewerk waarin men verschillende ingredienten met elkaar kan vermengen
mengkommen	=	mengkom
mengkoren	noun	een graanproduct dat een mengsel is van verschillende graansoorten
mengkraan	noun	een speciaal soort kraan, die zodanig ontworpen is dat door menging van koud en heet leidingwater, tapwater geleverd kan worden met verschillende temperaturen, ten behoeve van de keuken, de wastafel, de douche of het ligbad
mengkraantje	=	mengkraan
mengkraantjes	=	mengkraan
mengkranen	=	mengkraan
menglicht	noun	mengsel van verschillende soorten licht
menglichten	=	menglicht
menglichtlamp	noun	een gasontladingslamp (gevuld met kwikdamp) die tevens een gloeidraad bevat die ook dient als voorschakelapparaat voor de ontladingslamp zodat het geheel zonder meer op het net kan worden aangesloten
menglichtlampen	=	menglichtlamp
menglichtlampje	=	menglichtlamp
menglichtlampjes	=	menglichtlamp
mengmest	noun	minerale messtof met een bepaalde verhouding van nitraat, fosfor en kalium (NPK)
mengmesten	=	mengmest
mengmeststof	noun	minerale messtof met een bepaalde verhouding van nitraat, fosfor en kalium (NPK)
mengmeststoffen	=	mengmeststof
mengpaneel	noun	paneel waarop verschillende geluidsbronnen gemengd worden waarbij men de sterkte en de plaats in het stereobeeld van de verschillende bronnen kan bepalen
mengpaneeltje	=	mengpaneel
mengpaneeltjes	=	mengpaneel
mengpanelen	=	mengpaneel
mengras	noun	groep organismen die nakomelingen zijn van voorouders van verschillend ras
mengrassen	=	mengras
mengsel	noun	een combinatie van twee of meer verschillende chemische stoffen die door elkaar worden gemengd zonder dat daarbij de moleculen hun identiteit verliezen
mengselmotor	noun	uitvoering van de verbrandingsmotor waarbij de menging van de brandstof (benzine) met de lucht plaatsvindt vóór de compressie (in een z.g. carburateur)
mengselmotoren	=	mengselmotor
mengselmotors	=	mengselmotor
mengselmotortje	=	mengselmotor
mengselmotortjes	=	mengselmotor
mengsels	=	mengsel
mengseltje	=	mengsel
mengseltjes	=	mengsel
mengsmering	noun	systeem van smering waarbij het smeermiddel door de vloeibare brandstof wordt gemengd zoals vroeger gebruikelijk bij lichte tweetaktmotoren.
mengsmeringen	=	mengsmering
mengt	=	mengen
mengtaal	noun	taalvorm waarin elementen van twee of meer talen aanwezig zijn
mengtaaltje	=	mengtaal
mengtaaltjes	=	mengtaal
mengtafel	noun	een tafelvormig mengpaneel
mengtafels	=	mengtafel
mengtafeltje	=	mengtafel
mengtafeltjes	=	mengtafel
mengtalen	noun	verzamelnaam voor talen die ontstaan op plaatsen waar mensen met verschillende talen elkaar ontmoeten
mengvaatje	=	mengvat
mengvaatjes	=	mengvat
mengvat	noun	ronde ton waarin men verschillende (vloei)stoffen met elkaar kan mengen
mengvaten	=	mengvat
mengverhouding	noun	verhouding twee of meer stoffen met elkaar gemengd moeten worden, vaak uitgedrukt als 'X:Y' (bijv. 1 deel product op 4 delen water).
mengverhoudingen	=	mengverhouding
mengverhoudinkje	=	mengverhouding
mengverhoudinkjes	=	mengverhouding
mengvoeder	noun	gemengd veevoeder
mengvoederbedrijf	noun	bedrijf dat mengvoeder produceert
mengvoederbedrijven	=	mengvoederbedrijf
mengvoederindustrie	noun	industrie die mengvoeder produceert
mengvoederindustrieën	=	mengvoederindustrie
mengvoeders	=	mengvoeder
mengvoer	noun	de verzamelnaam voor droge diervoeders die uit diverse ingrediënten zijn samengesteld en daarmee bepaalde eigenschappen hebben
mengvorm	noun	een vorm die verkregen is door het combineren van verschillende stijlen
mengvormen	=	mengvorm
mengwarmte	noun	warmte die vrijkomt bij het mengen van twee stoffen
mengwarmtes	=	mengwarmte
mengwoord	noun	neologisme waarin twee of meer bestaande woorden naar de vorm worden gecombineerd in een betekenis die betekeniselementen van alle originele woorden bevat
mengwoorden	=	mengwoord
menhir	noun	grote prehistorische stenen zuil uit Bretagne
menhirs	=	menhir
menhirtje	=	menhir
meniden	noun	een familie Menidae van baarsachtige vissen.
menie	noun	een oranjekleurige anorganische verbinding van lood en zuurstof met als brutoformule Pb₃O₄ die gebruikt wordt als roestwerende grondverf
menieborsthoningzuiger	noun	Cinnyris nectarinioides een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
menieborsthoningzuigers	=	menieborsthoningzuiger
menieborsthoningzuigertje	=	menieborsthoningzuiger
menieborsthoningzuigertjes	=	menieborsthoningzuiger
meniede	=	meniën
menieden	=	meniën
meniespecht	noun	Chrysophlegma miniaceum een vogel uit de familie Picidae (spechten).
meniespechten	=	meniespecht
meniespechtje	=	meniespecht
meniespechtjes	=	meniespecht
meniet	=	meniën
menietje	=	menie
menievogel	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Pericrocotus in de familie rupsvogels, trillers en menievogels (Campephagidae)
menievogels	noun	een geslacht Pericrocotus van de familie rupsvogels, trillers en menievogels (Campephagidae).
menievogeltje	=	menievogel
menievogeltjes	=	menievogel
meniezanger	noun	Myioborus miniatus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
meniezangers	=	meniezanger
meniezangertje	=	meniezanger
meniezangertjes	=	meniezanger
menieën	=	menie
menig	pron	meer dan een
menige	pron	verbogen vorm van menig
menigeen	pron	meer dan één persoon
menigerlei	pron	op veel verschillende manieren
menigmaal	adv	vele keren; heel vaak
menigte	noun	grote groep mensen dicht op elkaar
menigten	=	menigte
menigtes	=	menigte
menigvoud	adj	veelsoortig, velerlei
menigvoude	=	menigvoud
menigvoudig	adj	menigvuldig
menigvoudige	=	menigvoudig
menigvoudigs	=	menigvoudig
menigvouds	=	menigvoud
menigvuldig	adj|formal	talrijk, frequent
menigvuldige	=	menigvuldig
menigvuldiger	=	menigvuldig
menigvuldigere	=	menigvuldig
menigvuldigers	=	menigvuldig
menigvuldigs	=	menigvuldig
menigvuldigst	=	menigvuldig
menigvuldigste	=	menigvuldig
menigwerf	adv	heel vaak, meestal
mening	noun	oordeel, opinie
meningen	=	mening
meningenmachine	noun	geheel van personen en media waarmee opinies worden gevormd en gecommuniceerd
meningenmachines	=	meningenmachine
meningenpagina	noun	specifieke pagina in een document, boek of op een online platform waar meningen, gedachten of commentaren van individuen of groepen worden gedeeld en uitgedrukt
meningenpagina's	=	meningenpagina
meningenpaginaatje	=	meningenpagina
meningenpaginaatjes	=	meningenpagina
meningeomen	=	meningeoom
meningeoom	noun	meestal goedaardige tumor, uitgaande van de hersenvliezen
meningitis	noun	ontsteking van de om de hersenen en het ruggenmerg gelegen hersenvliezen
meningokok	noun	een bacterie, die berucht is door de ernstige infecties zoals meningitis (nekkramp) die hij kan veroorzaken
meningokokken	=	meningokok
meningokokkenziekte	noun	een verzamelnaam voor ziekten die worden veroorzaakt door een meningokokkenbacterie (Neisseria meningitidis)
meningokokkenziekten	=	meningokokkenziekte
meningokokkenziektes	=	meningokokkenziekte
meningsuiting	noun	het uiten van een mening
meningsuitingen	=	meningsuiting
meningsuitinkje	=	meningsuiting
meningsuitinkjes	=	meningsuiting
meningsverschil	noun	het hebben van een andere opinie over iets
meningsverschillen	=	meningsverschil
meningsverschilletje	=	meningsverschil
meningsverschilletjes	=	meningsverschil
meningsvormend	adj	gericht op het vormen van een mening of standpunt, vaak gebruikt in politieke of bestuurlijke context om een fase aan te duiden waarin ideeën worden verkend vóór formele besluitvorming
meningsvormende	=	meningsvormend
meningsvormender	=	meningsvormend
meningsvormendere	=	meningsvormend
meningsvormenders	=	meningsvormend
meningsvormends	=	meningsvormend
meningsvormendst	=	meningsvormend
meningsvormendste	=	meningsvormend
meningvormend	adj	gericht op het vormen van een mening of standpunt, vaak gebruikt in politieke of bestuurlijke context om een fase aan te duiden waarin ideeën worden verkend vóór formele besluitvorming
meningvormende	=	meningvormend
meningvormender	=	meningvormend
meningvormendere	=	meningvormend
meningvormenders	=	meningvormend
meningvormends	=	meningvormend
meningvormendst	=	meningvormend
meningvormendste	=	meningvormend
meninkje	=	mening
meninkjes	=	mening
menintingijsvogel	noun	Alcedo meninting een waterminnende vogel uit de familie ijsvogels (Alcedinidae).
menintingijsvogels	=	menintingijsvogel
menintingijsvogeltje	=	menintingijsvogel
menintingijsvogeltjes	=	menintingijsvogel
meniscus	noun	een schijfje kraakbeen dat zich los tussen de benige uiteinden van sommige gewrichten bevindt
meniscuslens	noun	een lens met een holle en een bolle kant
meniscuslensje	=	meniscuslens
meniscuslensjes	=	meniscuslens
meniscuslenzen	=	meniscuslens
meniscusmug	noun	insect uit de familie Dixidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
meniscusmuggen	noun	Dixidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
meniscusmuggetje	=	meniscusmug
meniscusmuggetjes	=	meniscusmug
meniscussen	=	meniscus
menist	noun	mennoniet, doopsgezinde	adj	doopsgezind
meniste	=	menist
menisten	=	menist
menists	=	menist
menië	=	meniën
meniën	verb	verven of besmeren met menie
meniënd	=	meniën
meniënde	=	meniën
menne	=	mennen
mennechie	=	man
mennen	verb	door middel van een teugel besturen
mennend	=	mennen
mennende	=	mennen
menner	noun	iemand die ment, een koetsier
menners	=	menner
mennertje	=	menner
mennist	=	menist
mennoniet	noun	doopsgezinde
mennonieten	=	mennoniet
mennonitisch	adj	betrekking hebbend op de mennonieten
mennonitische	=	mennonitisch
mennonitischer	=	mennonitisch
mennonitischere	=	mennonitisch
mennonitischers	=	mennonitisch
menoecha	noun	rust
menoeche	noun	rust
menoechot	=	menoecha
menopause	=	menopauze
menopausis	=	menopauze
menopauzaal	adj	met betrekking tot de menopauze
menopauzaals	=	menopauzaal
menopauzaalst	=	menopauzaal
menopauzaalste	=	menopauzaal
menopauzale	=	menopauzaal
menopauzaler	=	menopauzaal
menopauzalere	=	menopauzaal
menopauzalers	=	menopauzaal
menopauze	noun	levensfase waarin vrouwen niet langer menstrueren
menopauzen	=	menopauze
menopauzes	=	menopauze
menopauzetje	=	menopauze
menopauzetjes	=	menopauze
menora	noun	kandelaar met zeven armen (een van de symbolen van Israël; Ex. 25:31-40)
menora's	=	menora
menoraatje	=	menora
menoraatjes	=	menora
menore	noun	kandelaar met zeven armen (een van de symbolen van Israël; Ex. 25:31-40)
menores	=	menore
menorot	noun	menora's, Hebreeuws gevormde meervoud van menora
menorragie	noun	hevige maandstonden, hevige menstruatie
menorroe	noun	maandelijkse bloeding bij vrouwen en geslachtsrijpe meisjes
menostase	noun	het uitblijven van de menstruatie, bv. door ondervoeding of ziekte
mens	noun	Homo sapiens, het zoogdier waar wij toe gerekend worden en dat zich door zijn rede en taal van de dieren onderscheidt
mens-erger-je-niet	noun	bordspel met een dobbelsteen en vier pionnen per speler
mens-op-dier	adv	de overdracht van iets van een mens naar een dier
mens-op-dierbesmetting	noun	blootstelling aan iets die van een mens op een dier overgedragen wordt
mens-op-dierbesmettingen	=	mens-op-dierbesmetting
mens-op-diercontact	noun	de interactie van mensen met dieren
mens-op-diercontacten	=	mens-op-diercontact
mens-op-diertransmissie	noun	blootstelling aan een ziektekiem die van een mens op een dier overgedragen wordt
mens-op-diertransmissies	=	mens-op-diertransmissie
mens-op-mens	adv	de overdracht van iets van de ene mens naar een ander mens
mens-op-mensbesmetting	noun	blootstelling aan iets die van de ene mens op een ander mens overgedragen wordt
mens-op-mensbesmettingen	=	mens-op-mensbesmetting
mens-op-menscontact	noun	de interactie van mensen met andere mensen
mens-op-menscontacten	=	mens-op-menscontact
mens-op-menstransmissie	noun	blootstelling aan een ziektekiem die van de ene mens op een ander mens overgedragen wordt
mens-op-menstransmissies	=	mens-op-menstransmissie
mens-zijn	noun	het bestaan als mens en de kwaliteit daarvan.
mensa	noun	eetgelegenheid voor studenten
mensa's	=	mensa
mensaap	noun	een gemeenschappelijke naam voor dieren uit de orde van de primaten
mensaapje	=	mensaap
mensaapjes	=	mensaap
mensaatje	=	mensa
mensaatjes	=	mensa
mensachtig	adj	gelijkend op de mens
mensachtige	noun	een wezen uit de een orde Primates dat behoort tot het geslacht Homo
mensachtigen	=	mensachtige
mensachtiger	=	mensachtig
mensachtigere	=	mensachtig
mensachtigers	=	mensachtig
mensachtigs	=	mensachtig
mensachtigst	=	mensachtig
mensachtigste	=	mensachtig
mensae	=	mensa
mensapen	noun	Hominoidea in sommige taxonomische indelingen een superfamilie binnen de orde primaten (Primaten).
mensbeeld	noun	een doordachte en samenhangende voorstelling van wat het betekent mens te zijn
mensbeelden	=	mensbeeld
mensbeeldje	=	mensbeeld
mensbeeldjes	=	mensbeeld
mensch	=	mens
menschdom	=	mensdom
menschelijk	=	menselijk
menschenzoon	=	mensenzoon
menschheid	=	mensheid
mensdom	noun	alle mensen van alle plaatsen en tijden tezamen als één groep
menselijk	adj	zoals de mens
menselijke	=	menselijk
menselijker	=	menselijk
menselijkere	=	menselijk
menselijkers	=	menselijk
menselijkerwijs	adv	vanwege de menselijkheid
menselijkheden	=	menselijkheid
menselijkheid	noun	een eigenschap, die door de menselijke natuur bepaald is
menselijks	=	menselijk
menselijkst	=	menselijk
menselijkste	=	menselijk
mensen	=	mens
mensenbloed	noun	het bloed van mensen
mensendieck	noun	een behandelmethode vernoemd naar Bess Mensendieck, die in het begin van de 20e eeuw een systeem van oefeningen ontwikkelde gericht op het behandelen van klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat en spiergebruik gericht op vitaliteit
mensendiecktherapie	noun	oefentherapie, gericht op een juiste lichaamshouding en een gezond bewegingspatroon
mensendiecktherapieën	=	mensendiecktherapie
mensenetend	adj	van een roofdier dat het mensenvlees eet
mensenetende	=	mensenetend
mensenetends	=	mensenetend
menseneter	noun	iets of iemand die mensen eet
menseneters	=	menseneter
mensengedaante	noun	iets dat geen mens is maar wel de uiterlijke vorm van een mens heeft
mensengedaanten	=	mensengedaante
mensengedaantes	=	mensengedaante
mensengemeenschap	noun	samenleving, opgevat als een verband van personen
mensengemeenschappen	=	mensengemeenschap
mensengeslacht	noun	mensheid
mensengeslachten	=	mensengeslacht
mensenhaai	noun	de bekendste en de meest gevreesde haai, Carcharodon carcharias
mensenhaaien	=	mensenhaai
mensenhaaitje	=	mensenhaai
mensenhaaitjes	=	mensenhaai
mensenhaar	noun	een haar van een mens
mensenhaartje	=	mensenhaar
mensenhaartjes	=	mensenhaar
mensenhaat	noun	heftige afkeer van mensen
mensenhand	noun	de hand van een mens
mensenhandel	noun	het werven, vervoeren of verhandelen van mensen tegen hun wil met als doel een of andere vorm van uitbuiting
mensenhandeltje	=	mensenhandel
mensenhanden	=	mensenhand
mensenhandje	=	mensenhand
mensenhandjes	=	mensenhand
mensenharen	=	mensenhaar
mensenhart	noun|figurative	de ziel, het gemoed van een mens
mensenharten	=	mensenhart
mensenhartje	=	mensenhart
mensenhartjes	=	mensenhart
mensenhater	noun	iemand die mensen haat en het liefst met niemand omgaat
mensenhaters	=	mensenhater
mensenhatertje	=	mensenhater
mensenhatertjes	=	mensenhater
mensenheugenis	noun	sinds de mensheid zich kan herinneren, heel erg lang
mensenheugenissen	=	mensenheugenis
mensenhoofd	noun	de kop van een mens
mensenhoofden	=	mensenhoofd
mensenhoofdje	=	mensenhoofd
mensenhoofdjes	=	mensenhoofd
mensenhuid	noun	de huid van een mens
mensenhuiden	=	mensenhuid
mensenhuidje	=	mensenhuid
mensenhuidjes	=	mensenhuid
mensenkenner	noun	iemand die inzicht heeft hoe mensen denken en handelen
mensenkenners	=	mensenkenner
mensenkennis	noun	ervaring/inzicht in het karakter van de mens
mensenkind	noun	een mens in het algemeen
mensenkinderen	=	mensenkind
mensenkindje	=	mensenkind
mensenkindjes	=	mensenkind
mensenleeftijd	noun	aantal jaren dat een mens oud zou zijn als hij een even groot deel van zijn doorsnee verwachte levensduur zou hebben geleefd als een bepaald dier
mensenleeftijden	=	mensenleeftijd
mensenleven	noun	het levend blijven van een mens
mensenlevens	=	mensenleven
mensenleventje	=	mensenleven
mensenleventjes	=	mensenleven
mensenlichaam	noun	het stoffelijke lichaam van een mens
mensenlichamen	=	mensenlichaam
mensenliefde	noun	de liefde die men voelt voor de (mede)mens
mensenliefdes	=	mensenliefde
mensenluis	noun	insect uit de familie Pediculidae uit de orde Phthiraptera.
mensenluisje	=	mensenluis
mensenluisjes	=	mensenluis
mensenluizen	noun	Pediculidae een familie uit de orde Phthiraptera.
mensenmassa	noun	een grote groep mensen die dicht bij elkaar staan
mensenmassa's	=	mensenmassa
mensenmenigte	noun	een grote mensenmassa
mensenmenigten	=	mensenmenigte
mensenmenigtes	=	mensenmenigte
mensenmens	noun	iemand die erg van andere mensen houdt en graag altijd in gezelschap is van anderen
mensenmensen	=	mensenmens
mensenmensje	=	mensenmens
mensenmensjes	=	mensenmens
mensenmond	noun	ingang van het menselijke spijsverteringskanaal
mensenmonden	=	mensenmond
mensenmondje	=	mensenmond
mensenmondjes	=	mensenmond
mensenoffer	noun	een mens doden en geven aan de goden om die goden tevreden te stemmen, rituele moord
mensenoffers	=	mensenoffer
mensenogen	=	mensenoog
mensenoog	noun	het gezichtsorgaan van de mens
mensenpaar	noun	en paar (tweetal) mensen
mensenparen	=	mensenpaar
mensenpoep	noun	ontlasting van een mens; het onverteerde restproduct van voedsel, afvalstoffen, water en miljarden darmbacteriën, dat via de anus uit het lichaam wordt verwijderd
mensenras	noun	de groepering van mensen in verschillende categorieën op basis van uiterlijke en genetische kenmerken
mensenrassen	=	mensenras
mensenrecht	noun	bepaalde fundamentele vrijheid die ieder mens toekomt
mensenrechten	noun	geheel van de fundamentele rechten en vrijheden die ieder mens toekomen
mensenrechtenactivist	noun	persoon die zich inzet voor naleving van de mensenrechten
mensenrechtenactiviste	noun	vrouw die zich inzet voor naleving van de mensenrechten
mensenrechtenactivisten	=	mensenrechtenactivist
mensenrechtenactivistes	=	mensenrechtenactiviste
mensenrechtenadvocaat	noun	advocaat die mensen helpt die slachtoffer zijn geworden van schendingen van hun rechten als mens
mensenrechtenadvocaten	=	mensenrechtenadvocaat
mensenrechtenbeleid	noun	de manier waarop een regering omgaat met de rechten van de mens
mensenrechtenbeweging	noun	alle personen en organisaties die opkomen voor de handhaving van de mensenrechten
mensenrechtenbewegingen	=	mensenrechtenbeweging
mensenrechtenbeweginkje	=	mensenrechtenbeweging
mensenrechtenbeweginkjes	=	mensenrechtenbeweging
mensenrechtencomiteetje	=	mensenrechtencomité
mensenrechtencomiteetjes	=	mensenrechtencomité
mensenrechtencomité	noun	groep mensen die zich bezighoudt met de bescherming van de rechten van de mens
mensenrechtencomités	=	mensenrechtencomité
mensenrechtencommissie	noun	groep mensen die is aangesteld om schendingen van de mensenrechten te onderzoeken
mensenrechtencommissies	=	mensenrechtencommissie
mensenrechtenconferentie	noun	bijeenkomst waar men de naleving van de mensenrechten bespreekt
mensenrechtenconferenties	=	mensenrechtenconferentie
mensenrechtenmanifestatie	noun	bijeenkomst waar men protesteert tegen schendingen van de mensenrechten
mensenrechtenmanifestaties	=	mensenrechtenmanifestatie
mensenrechtenorganisatie	noun	organisatie die toezicht houdt op de naleving van de mensenrechten
mensenrechtenorganisaties	=	mensenrechtenorganisatie
mensenrechtenschender	noun	schender van de mensenrechten
mensenrechtenschenders	=	mensenrechtenschender
mensenrechtenschending	noun	schending van mensenrechten
mensenrechtenschendingen	=	mensenrechtenschending
mensenrechtenschendinkje	=	mensenrechtenschending
mensenrechtenschendinkjes	=	mensenrechtenschending
mensenrechtensituatie	noun	de stand van zaken rond het handhaven van de rechten van de mens
mensenrechtensituaties	=	mensenrechtensituatie
mensenrechtenverdediger	noun	iemand die zich inzet voor de naleving van de mensenrechten
mensenrechtenverdedigers	=	mensenrechtenverdediger
mensenschuw	adj	iemand die liever alleen is dan in gezelschap van andere mensen
mensenschuwe	=	mensenschuw
mensenschuwer	=	mensenschuw
mensenschuwere	=	mensenschuw
mensenschuwers	=	mensenschuw
mensenschuws	=	mensenschuw
mensenschuwst	=	mensenschuw
mensenschuwste	=	mensenschuw
mensensmokkel	noun	het onwettig en georganiseerd smokkelen van mensen over internationale grenzen heen
mensensmokkelaar	noun	persoon die mensen (meestal vluchtelingen voor oorlogsgeweld) tegen grove betaling over landsgrenzen heen smokkelt (en het met de veiligheid van de smokkelwaar meestal niet zo nauw neemt)
mensensmokkelaars	=	mensensmokkelaar
mensensmokkelaarsbende	noun	criminele organisatie die geld verdient met het verzorgen van illegale immigratie
mensensmokkelaarsbenden	=	mensensmokkelaarsbende
mensensmokkelaarsbendes	=	mensensmokkelaarsbende
mensensmokkelaartje	=	mensensmokkelaar
mensensmokkels	=	mensensmokkel
mensensmokkelzaak	noun	een criminele operatie waarbij personen illegaal over grenzen worden gebracht, vaak tegen betaling en gebruikmakend van de kwetsbaarheid van migranten, met als doel hen toegang te verlenen tot een land waar ze niet legaal zijn
mensensmokkelzaakje	=	mensensmokkelzaak
mensensmokkelzaakjes	=	mensensmokkelzaak
mensensmokkelzaken	=	mensensmokkelzaak
mensensoort	noun	een van de soorten van het geslacht homo
mensensoorten	=	mensensoort
mensensoortje	=	mensensoort
mensensoortjes	=	mensensoort
mensenstromen	=	mensenstroom
mensenstroom	noun	zich voortbewegende mensenmassa
mensenstroompje	=	mensenstroom
mensenstroompjes	=	mensenstroom
mensentaal	noun	het gesproken of geschreven woord waarmee (gewone) mensen met elkaar communiceren
mensentaaltje	=	mensentaal
mensentaaltjes	=	mensentaal
mensentalen	=	mensentaal
mensentype	noun	categorie mensen met gelijke lichamelijke en psychische eigenschappen
mensentypen	=	mensentype
mensentypes	=	mensentype
mensenvlees	noun	het vlees van mensen
mensenvlo	noun	Pulex irritans een kosmopolitisch levende vlooiensoort, die ondanks zijn naam op een groot aantal gastheren leeft
mensenvlooien	=	mensenvlo
mensenvlooitje	=	mensenvlo
mensenvlooitjes	=	mensenvlo
mensenvlootje	=	mensenvlo
mensenvlootjes	=	mensenvlo
mensenvrees	noun	vrees voor (het gezelschap van) mensen
mensenvriend	noun	een mens die veel van mensen houdt
mensenvrienden	=	mensenvriend
mensenvriendje	=	mensenvriend
mensenvriendjes	=	mensenvriend
mensenwelzijn	noun	het fysieke en gevoelsmatige welzijn van mensen, de term is bedacht als variatie op de term dierenwelzijn.
mensenwereld	noun	de huidige wereld waarin mensen leven
mensenwerelden	=	mensenwereld
mensenwereldje	=	mensenwereld
mensenwereldjes	=	mensenwereld
mensenwerk	noun	iets dat door mensen gemaakt is
mensenwerken	=	mensenwerk
mensenzee	noun	grote groep mensen
mensenzeeën	=	mensenzee
mensenzonen	=	mensenzoon
mensenzoon	noun	man die als sterfelijk persoon afstamt van Adam en Eva en dus belast is met de erfzonde
mensenzoons	=	mensenzoon
mensgericht	adj	zich op de mens richtend
mensgerichte	=	mensgericht
mensgerichter	=	mensgericht
mensgerichtere	=	mensgericht
mensgerichters	=	mensgericht
mensgerichts	=	mensgericht
mensgerichtst	=	mensgericht
mensgerichtste	=	mensgericht
mensheden	=	mensheid
mensheid	noun	een verzamelnaam voor alle mensen ter wereld met al hun onderlinge sociale relaties
mensje	=	mens
mensjes	=	mens
mensjewiek	noun	aanhanger van de gematigde Russische sociaaldemocratische partij, die zich in 1903 op een partijcongres afscheidde van de bolsjewieken
mensjewieken	=	mensjewiek
mensjewistisch	adj	betrekking hebbend op het mensjewisme
mensjewistische	=	mensjewistisch
mensjewistischer	=	mensjewistisch
mensjewistischere	=	mensjewistisch
mensjewistischers	=	mensjewistisch
menskracht	noun	geheel van mensen beschikbaar om arbeid te verrichten; werkende personen
menskrachten	=	menskracht
menskunde	noun	de studie van menselijke culturen
menskundig	adj	met betrekking tot de menskunde
menskundige	=	menskundig
menskundiger	=	menskundig
menskundigere	=	menskundig
menskundigers	=	menskundig
menskundigs	=	menskundig
menskundigst	=	menskundig
menskundigste	=	menskundig
menslief	noun	een lief mens	intj	een uitroep van verbazing
menslievend	adj	van gevoel of daden: met veel sympathie voor de medemens
menslievende	=	menslievend
menslievender	=	menslievend
menslievendere	=	menslievend
menslievenders	=	menslievend
menslievendheid	noun	bereidwilligheid om de ongelukkigen te helpen, filantropie
menslievends	=	menslievend
menslievendst	=	menslievend
menslievendste	=	menslievend
mensonterend	adj	van een situatie: ellendige en door de mensen veroorzaakt
mensonterende	=	mensonterend
mensonterender	=	mensonterend
mensonterendere	=	mensonterend
mensonterenders	=	mensonterend
mensonterends	=	mensonterend
mensonterendst	=	mensonterend
mensonterendste	=	mensonterend
mensonvriendelijk	adj	ongeschikt voor menselijk gebruik
mensonvriendelijke	=	mensonvriendelijk
mensonvriendelijker	=	mensonvriendelijk
mensonvriendelijkere	=	mensonvriendelijk
mensonvriendelijkers	=	mensonvriendelijk
mensonvriendelijks	=	mensonvriendelijk
mensonvriendelijkst	=	mensonvriendelijk
mensonvriendelijkste	=	mensonvriendelijk
mensonwaardig	adj	in strijd met de menselijke waardigheid
mensonwaardige	=	mensonwaardig
mensonwaardiger	=	mensonwaardig
mensonwaardigere	=	mensonwaardig
mensonwaardigers	=	mensonwaardig
mensonwaardigs	=	mensonwaardig
mensonwaardigst	=	mensonwaardig
mensonwaardigste	=	mensonwaardig
menssoort	noun	homo een specifieke tak in de evolutie van de mensachtigen, waartoe de moderne mens (Homo sapiens, de 'wijze/verstandige mens') de enige nog levende soort is
menssoorten	=	menssoort
menssoortje	=	menssoort
menssoortjes	=	menssoort
menstruaal	adj	op de menstruatie betrekking hebbend
menstruaals	=	menstruaal
menstruaalst	=	menstruaal
menstruaalste	=	menstruaal
menstruale	=	menstruaal
menstrualer	=	menstruaal
menstrualere	=	menstruaal
menstrualers	=	menstruaal
menstruatie	noun	maandelijkse bloeding bij vrouwen en geslachtsrijpe meisjes
menstruatiearmoede	noun	te weinig geld hebben om menstruatieverband of tampons te kunnen kopen
menstruatiebloed	noun	bloed dat vrijkomt bij het menstrueren van een vrouw
menstruatiecoach	noun	iemand die aangesteld wordt om rekening te houden met de menstruatiecyclus van vrouwelijke sporters, waardoor blessures voorkomen worden
menstruatiecoaches	=	menstruatiecoach
menstruatiecup	noun	herbruikbaar plastic cupje waarmee men menstruatie bloed kan opvangen
menstruatiecupje	=	menstruatiecup
menstruatiecupjes	=	menstruatiecup
menstruatiecups	=	menstruatiecup
menstruatiecycli	=	menstruatiecyclus
menstruatiecyclus	noun	reeks natuurlijke periodieke veranderingen in de hormoonproductie en de structuren van de baarmoeder en eierstokken van het vrouwelijke voortplantingssysteem
menstruatiecyclussen	=	menstruatiecyclus
menstruatiehut	noun	primitieve hut waar vrouwen naar verbannen worden tijdens hun menstruatie
menstruatiehutje	=	menstruatiehut
menstruatiehutjes	=	menstruatiehut
menstruatiehutten	=	menstruatiehut
menstruatiekosten	noun	geld dat men uitgeeft aan menstruatieproducten zoals maandverband, tampons en pijnstillers
menstruatieondergoed	noun	onderbroek, boxer of string met daarin een speciaal stuk bestaande uit absorberende en/of antibacteriële laag voor het opvangen van menstruatiebloed
menstruatiepijn	noun	pijn of krampen tijdens de menstruatie
menstruatiepijnen	=	menstruatiepijn
menstruatiepijntje	=	menstruatiepijn
menstruatiepijntjes	=	menstruatiepijn
menstruatieproductenuitgiftepunt	noun	toegankelijke plaats waar mensen met weinig geld gratis maandverband of tampons kunnen krijgen
menstruatieproductenuitgiftepunten	=	menstruatieproductenuitgiftepunt
menstruaties	=	menstruatie
menstruatieshaming	noun	het belachelijk maken van vrouwen die menstrueren
menstruatieslip	noun	uitwasbare onderbroek met een absorberende laag die menstruatiebloed kan opvangen
menstruatieslipje	=	menstruatieslip
menstruatieslipjes	=	menstruatieslip
menstruatieslips	=	menstruatieslip
menstruatietje	=	menstruatie
menstruatievrij	adj	zonder menstruatie
menstruatievrije	=	menstruatievrij
menstruatievrijs	=	menstruatievrij
menstrueel	adj	op de menstruatie betrekking hebbend
menstrueels	=	menstrueel
menstrueelst	=	menstrueel
menstrueelste	=	menstrueel
menstrueer	=	menstrueren
menstrueerde	=	menstrueren
menstrueerden	=	menstrueren
menstrueert	=	menstrueren
menstruele	=	menstrueel
menstrueler	=	menstrueel
menstruelere	=	menstrueel
menstruelers	=	menstrueel
menstruere	=	menstrueren
menstrueren	verb	ongesteld zijn van vrouwen
menstruerend	=	menstrueren
menstruerende	=	menstrueren
mensuraal	adj	een strak ritme hebbend
mensuraals	=	mensuraal
mensurabel	adj	meetbaar
mensurabele	=	mensurabel
mensurabeler	=	mensurabel
mensurabelere	=	mensurabel
mensurabelers	=	mensurabel
mensurabels	=	mensurabel
mensurabelst	=	mensurabel
mensurabelste	=	mensurabel
mensurale	=	mensuraal
mensuren	=	mensuur
mensuur	noun	klinkend gedeelte van een snaar
mensvisie	noun	een doordachte en samenhangende voorstelling van wat het betekent mens te zijn
mensvisies	=	mensvisie
mensvormig	adj	vorm van een mens hebbend
mensvormige	=	mensvormig
mensvormiger	=	mensvormig
mensvormigere	=	mensvormig
mensvormigers	=	mensvormig
mensvormigs	=	mensvormig
mensvormigst	=	mensvormig
mensvormigste	=	mensvormig
mensvriendelijk	adj	afgestemd op menselijke behoeften en eigenschappen
mensvriendelijke	=	mensvriendelijk
mensvriendelijker	=	mensvriendelijk
mensvriendelijkere	=	mensvriendelijk
mensvriendelijkers	=	mensvriendelijk
mensvriendelijks	=	mensvriendelijk
mensvriendelijkst	=	mensvriendelijk
mensvriendelijkste	=	mensvriendelijk
menswaardig	adj	wat passend is voor de waardigheid van menselijke wezens (zoals vastgelegd in de universele verklaring van de rechten van de mens)
menswaardige	=	menswaardig
menswaardiger	=	menswaardig
menswaardigere	=	menswaardig
menswaardigers	=	menswaardig
menswaardigs	=	menswaardig
menswaardigst	=	menswaardig
menswaardigste	=	menswaardig
menswetenschap	noun	wordt in het Nederlands (vooral in Vlaanderen) meestal gebruikt om die wetenschappen te benoemen die niet tot de exacte wetenschappen behoren
menswetenschappen	=	menswetenschap
menswording	noun	het christelijke geloofsprincipe dat God mens werd in Jezus Christus, waarbij het goddelijke en menselijke worden verenigd.
menswordingen	=	menswording
menswordinkje	=	menswording
menswordinkjes	=	menswording
ment	=	mennen
mentaal	adj	verband houdend met de geest en het gevoel
mentaals	=	mentaal
mentaalst	=	mentaal
mentaalste	=	mentaal
mentale	=	mentaal
mentaler	=	mentaal
mentalere	=	mentaal
mentalers	=	mentaal
mentalisatie	noun	de vaardigheid het eigen en andermans gedrag in termen van interne mentale toestanden te zien
mentalisme	noun	stroming in de filosofie van de geest die er van uitgaat dat er binnen de mens mentale toestanden bestaan, zoals gedachten en overtuigingen, die een eigen oorzakelijke kracht hebben
mentalist	noun	aanhanger van het mentalisme
mentalisten	=	mentalist
mentaliteit	noun	geestesgesteldheid
mentaliteiten	=	mentaliteit
mentaliteitje	=	mentaliteit
mentaliteitjes	=	mentaliteit
mentaliteitsgeschiedenis	noun	onderzoek naar en beschrijving van het voelen en denken van mensen in het verleden
mentaliteitsgeschiedenissen	=	mentaliteitsgeschiedenis
mentaliteitsprobleem	noun	het hebben van een foute instelling of houding t.o.v. wat goed en slecht is
mentaliteitsproblemen	=	mentaliteitsprobleem
mentaliteitsverandering	noun	verandering van de attitude t.o.v. een bepaald onderwerp of bepaalde zaak
mentaliteitsveranderingen	=	mentaliteitsverandering
mentaliteitsveranderingetje	=	mentaliteitsverandering
mentaliteitsveranderingetjes	=	mentaliteitsverandering
mentaliteitsverschil	noun	een andere geestesinstelling bij verschillende mensen
mentaliteitsverschillen	=	mentaliteitsverschil
mentaliteitsverschilletje	=	mentaliteitsverschil
mentaliteitsverschilletjes	=	mentaliteitsverschil
mentaliteitswijziging	noun	een fundamentele verandering in de manier waarop mensen denken, kijken naar situaties, en uiteindelijk handelen.
mentaliteitswijzigingen	=	mentaliteitswijziging
mentaliteitswijzigingetje	=	mentaliteitswijziging
mentaliteitswijzigingetjes	=	mentaliteitswijziging
mentawailangoer	noun	Presbytis potenziani primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
mentawailangoeren	=	mentawailangoer
mentawailangoertje	=	mentawailangoer
mentawailangoertjes	=	mentawailangoer
mentawaimakaak	noun	Macaca pagensis primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
mentawaimakaakje	=	mentawaimakaak
mentawaimakaakjes	=	mentawaimakaak
mentawaimakaken	=	mentawaimakaak
mentawaimalkoha	noun	Phaenicophaeus oeneicaudus een vogel uit de familie Cuculiformes (koekoeksvogels).
mentawaimalkoha's	=	mentawaimalkoha
mentawaimalkohaatje	=	mentawaimalkoha
mentawaimalkohaatjes	=	mentawaimalkoha
menthol	noun	vluchtige olie die een belangrijk bestanddeel is van pepermuntolie, een organische verbinding met een sterke muntgeur
mentholletje	=	menthol
menthols	=	menthol
mentholsigaret	noun	rolletje fijngekorven tabak waaraan het naar munt smakende 5-methyl-2-(1-methylethyl)-cyclohexanol is toegevoegd, in een omhulsel van speciaal papier om daarin gerookt te worden
mentholsigaretje	=	mentholsigaret
mentholsigaretjes	=	mentholsigaret
mentholsigaretten	=	mentholsigaret
menticide	noun	hersenspoeling
menticiden	=	menticide
menticides	=	menticide
menticidetje	=	menticide
menticidetjes	=	menticide
mentie	noun|obsolete	uitdrukkelijke aanduiding van iets of iemand
mention	noun	op een sociaal netwerk een naam noemen in de vorm van een hyperlink naar de eigen pagina van de genoemde op dat netwerk
mentions	=	mention
mentor	noun	begeleider van leerlingen of studenten
mentoraat	noun	de functie hebbend van mentor
mentoraten	=	mentoraat
mentoren	=	mentor
mentors	=	mentor
mentorschap	noun	het mentor zijn
mentorschappen	=	mentorschap
mentortje	=	mentor
mentoruren	=	mentoruur
mentoruur	noun	lesuur dat op een middelbare school gebruikt wordt voor het aanleren van vaardigheden die nodig zijn om het onderwijs zelf goed te kunnen volgen, met name door het aanleren van studievaardigheden en sociale vaardigheden, en het bespreken van de onderwijsvoortgang met de mentor
mentrices	=	mentrix
mentrix	noun	begeleidster of opvoedster, vrouw die haar ervaring gebruikt om een ander terzijde te staan
mentrixen	=	mentrix
mentsj	noun	méns (in positieve zin: echt een mens, aan wie je wat hebt)
menu	noun	opsomming van gerechten of maaltijden zoals op een menu- of spijskaart
menu's	=	menu
menu-uitdraai	noun	afdruk die een overzicht geeft van alle mogelijkheden die de gebruiker van een programma via de menubalk kan aanklikken
menu-uitdraaien	=	menu-uitdraai
menubalk	noun	plaats op het computerscherm waar de gebruiker kan kiezen tussen de verschillende functies van een computerprogramma
menubalken	=	menubalk
menubalkje	=	menubalk
menubalkjes	=	menubalk
menuet	noun	statige Franse hofdans in 3/4 maat vooral populair in de 17de en 18de eeuw
menuetje	=	menuet
menuetjes	=	menuet
menuetten	=	menuet
menuetzweefvlieg	noun	Syritta pipiens een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
menuetzweefvliegen	=	menuetzweefvlieg
menuetzweefvliegje	=	menuetzweefvlieg
menuetzweefvliegjes	=	menuetzweefvlieg
menukaart	noun	een kaart waarop staat welke gerechten in een horecagelegenheid worden geserveerd
menukaarten	=	menukaart
menukaartje	=	menukaart
menukaartjes	=	menukaart
menuutje	=	menu
menuutjes	=	menu
menvereniging	noun	een sportvereniging waar de mensport wordt beoefend.
menverenigingen	=	menvereniging
menverenigingetje	=	menvereniging
menverenigingetjes	=	menvereniging
menzbiermarmot	noun	Marmota menzbieri knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
menzbiermarmotje	=	menzbiermarmot
menzbiermarmotjes	=	menzbiermarmot
menzbiermarmotten	=	menzbiermarmot
mep	noun	een klap met de hand of met een mepper
mepje	=	mep
mepjes	=	mep
meppe	=	meppen
meppen	verb	hard slaan
meppend	=	meppen
meppende	=	meppen
mepper	noun	iemand die iets of iemand, al dan niet in figuurlijke zin, slaat
meppers	=	mepper
mept	=	meppen
mepte	=	meppen
mepten	=	meppen
meranti	noun	Aziatische boom
meranti's	=	meranti
meratusbrilvogel	noun	Zosterops meratusensis een zangvogel uit de familie van brilvogels.
meratusbrilvogels	=	meratusbrilvogel
meratusbrilvogeltje	=	meratusbrilvogel
meratusbrilvogeltjes	=	meratusbrilvogel
meratusniltava	noun	Cyornis kadayangensis een zangvogel uit de familie van devliegenvangers.
meratusniltava's	=	meratusniltava
meratusniltavaatje	=	meratusniltava
meratusniltavaatjes	=	meratusniltava
merbau	noun	soort tropisch hardhout
merbauen	=	merbau
mercantiel	adj	gericht op handel drijven en geld verdienen
mercantiele	=	mercantiel
mercantieler	=	mercantiel
mercantielere	=	mercantiel
mercantielers	=	mercantiel
mercantiels	=	mercantiel
mercantielst	=	mercantiel
mercantielste	=	mercantiel
mercantilisme	noun	economische politiek die gericht is op de stimulering van de export en remming van de import
mercantilistisch	adj	betrekking hebbend op het mercantilisme
mercantilistische	=	mercantilistisch
mercantilistischer	=	mercantilistisch
mercantilistischere	=	mercantilistisch
mercantilistischers	=	mercantilistisch
mercator	noun	koopman, handelaar
mercatoren	=	mercator
mercators	=	mercator
mercha	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
merchandise	noun	koopwaar met een vorm of opdruk die inhaakt op de populariteit van een persoon, film, game of andere auteursrechtelijk beschermde uiting als aanvullende inkomstenbron voor exploitanten van het auteursrecht daarop
merchandiser	noun	iemand die de productiestrategie tot taak heeft
merchandisers	=	merchandiser
merchandises	=	merchandise
merchandising	noun	het commercieel exploiteren van de populariteit van een merk of van bekende personen, zoals filmsterren, entertainers en sporthelden, evenals van figuren uit films, stripverhalen, games en televisieprogramma's
merci	intj	manier om iemand te bedanken
mercikes	=	merci
mercis	=	merci
merck	=	merk
mercurius	noun	kwik, kwikzilver
mercuriusstaf	noun	symbool van een boodschapper, bestaande uit twee slangen die zich winden rondom een staaf die bovenaan twee vleugels heeft
mercuriusstaven	=	mercuriusstaf
mercuurwaterjuffer	noun	Coenagrion mercuriale een libellensoort uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae), onderorde juffers (Zygoptera).
mercuurwaterjuffers	=	mercuurwaterjuffer
mercuurwaterjuffertje	=	mercuurwaterjuffer
mercuurwaterjuffertjes	=	mercuurwaterjuffer
mere	=	meren
mereine	noun	onze leraar (titel)
merel	noun	bepaald soort zwarte vogel met een gele snavel, Turdus merula, uit de familie van de lijsters
merels	=	merel
mereltje	=	merel
mereltjes	=	merel
meren	verb	aan de wal vastleggen
merend	=	meren
merende	=	meren
merendeel	noun	het grootste deel
merendeels	adv	voor meer dan de helft
merendeeltje	=	merendeel
merendelen	=	merendeel
merengebied	noun	een landstreek waar zich veel meren bevinden
merengebieden	=	merengebied
merengebiedje	=	merengebied
merengebiedjes	=	merengebied
merengue	noun	een muziek- en dansstijl afkomstig uit de Dominicaanse Republiek
merengues	=	merengue
merg	noun	zacht weefsel in de kern van een bot
mergbeen	noun	bot met merg erin
mergbeenderen	=	mergbeen
mergbenen	=	mergbeen
mergel	noun	de naam die in het zuiden van Limburg aan krijtgesteente gegeven wordt
mergelde	=	mergelen
mergelden	=	mergelen
mergeldraaigatje	noun	Tapinoma erraticum een mierensoort uit de onderfamilie van de Dolichoderinae.
mergeldraaigatjes	=	mergeldraaigatje
mergele	=	mergelen
mergelen	verb	met mergel bemesten
mergelend	=	mergelen
mergelende	=	mergelen
mergelglimmer	noun	Amara cursitans een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
mergelglimmers	=	mergelglimmer
mergelglimmertje	=	mergelglimmer
mergelglimmertjes	=	mergelglimmer
mergelgroef	noun	een groef waar mergel uit de grond wordt gehaald
mergelgroefje	=	mergelgroef
mergelgroefjes	=	mergelgroef
mergelgroeve	noun	een groeve waar mergel uit de grond wordt gehaald
mergelgroeven	=	mergelgroef
mergelgroeves	=	mergelgroeve
mergelgrot	noun	grot die ontstaan is door de winning van mergel in een kalksteengroeve
mergelgrotje	=	mergelgrot
mergelgrotjes	=	mergelgrot
mergelgrotten	=	mergelgrot
mergelkalk	noun	kalk gebrand uit mergel
mergelmier	noun	Lasius alienus een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
mergelmieren	=	mergelmier
mergelmiertje	=	mergelmier
mergelmiertjes	=	mergelmier
mergelt	=	mergelen
mergelvreter	noun	Bilimbia lobulata een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
mergelvreters	=	mergelvreter
mergelvretertje	=	mergelvreter
mergelvretertjes	=	mergelvreter
mergelzaag	noun	een zaag om mergelblokken te zagen
mergelzaagje	=	mergelzaag
mergelzaagjes	=	mergelzaag
mergelzagen	=	mergelzaag
mergkolen	=	mergkool
mergkool	noun	een variëteit Brassica oleracea var. medullosa die in Nederland werd geteeld als voedergewas in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland.
mergkooltje	=	mergkool
mergkooltjes	=	mergkool
mergpijp	noun	bot met merg erin
mergpijpen	=	mergpijp
mergpijpje	=	mergpijp
mergpijpjes	=	mergpijp
meriansborstel	noun	Calliteara pudibunda een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie donsvlinders (Lymantriinae).
meriansborstels	=	meriansborstel
meriansborsteltje	=	meriansborstel
meriansborsteltjes	=	meriansborstel
meridaberghoningkruiper	noun	Diglossa gloriosa een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
meridaberghoningkruipers	=	meridaberghoningkruiper
meridaberghoningkruipertje	=	meridaberghoningkruiper
meridaberghoningkruipertjes	=	meridaberghoningkruiper
meridastruikgors	noun	Atlapetes meridae een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
meridastruikgorsje	=	meridastruikgors
meridastruikgorsjes	=	meridastruikgors
meridastruikgorzen	=	meridastruikgors
meridatapaculo	noun	Scytalopus meridanus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
meridatapaculo's	=	meridatapaculo
meridatapaculootje	=	meridatapaculo
meridatapaculootjes	=	meridatapaculo
meridavliegenpikker	noun	Zimmerius improbus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
meridavliegenpikkers	=	meridavliegenpikker
meridavliegenpikkertje	=	meridavliegenpikker
meridavliegenpikkertjes	=	meridavliegenpikker
meridazonnekolibrie	noun	Heliangelus spencei een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
meridazonnekolibries	=	meridazonnekolibrie
meridazonnekolibrietje	=	meridazonnekolibrie
meridazonnekolibrietjes	=	meridazonnekolibrie
meridiaan	noun	halve cirkel die de beide polen met elkaar verbindt
meridiaantje	=	meridiaan
meridiaantjes	=	meridiaan
meridianen	=	meridiaan
meridionaal	adj	zuidelijk
meridionaals	=	meridionaal
meridionaalst	=	meridionaal
meridionaalste	=	meridionaal
meridionale	=	meridionaal
meridionaler	=	meridionaal
meridionalere	=	meridionaal
meridionalers	=	meridionaal
meringue	noun	een zoete lekkernij die bestaat uit gedroogd schuim, met stijfgeklopt eiwit en suiker als belangrijkste ingrediënten
meringues	=	meringue
merino	noun	schapenras
merinowol	noun	een soort heel zachte wol
meristeem	noun	groep van stamcellen, waarmee planten kunnen aangroeien
meristeempje	=	meristeem
meristemen	=	meristeem
merite	noun	verdienste
merites	=	merite
meritocratie	noun	systeem, waarin sociale status is gebaseerd op verdiensten
meritocratieën	=	meritocratie
meritocratisch	adj	betrekking hebbend op een meritocratie
meritocratische	=	meritocratisch
meritocratischer	=	meritocratisch
meritocratischere	=	meritocratisch
meritocratischers	=	meritocratisch
meritocratischt	=	meritocratisch
meritocratischte	=	meritocratisch
merk	noun	een kenteken aangebracht ter identificatie van iets, (merkteken, teken)
merkactivisme	noun	politiek activisme door een bedrijf
merkartikel	noun	een product dat door een speciale producent is gemaakt
merkartikelen	=	merkartikel
merkartikels	=	merkartikel
merkartikeltje	=	merkartikel
merkartikeltjes	=	merkartikel
merkaz	noun	centrum
merkbaar	adj	een verandering waarvan je de gevolgen kunt ervaren, waarneembaar
merkbaarder	=	merkbaar
merkbaardere	=	merkbaar
merkbaarders	=	merkbaar
merkbaars	=	merkbaar
merkbaarst	=	merkbaar
merkbaarste	=	merkbaar
merkbare	=	merkbaar
merkbekendheid	noun	het bekend zijn van een merk bij het grote publiek
merke	=	merken
merkel	noun	balk of staaf die ter ondersteuning van een luik dwars over de luikopening wordt gelegd
merkeldag	noun	een dag die in het volksgeloof bijzonder belangrijk is voor het lot van de mens of het weer.
merkeldagen	=	merkeldag
merkeldagje	=	merkeldag
merkeldagjes	=	merkeldag
merkelijk	adj	duidelijk
merkelijke	=	merkelijk
merkelijker	=	merkelijk
merkelijkere	=	merkelijk
merkelijkers	=	merkelijk
merkelijks	=	merkelijk
merkelijkst	=	merkelijk
merkelijkste	=	merkelijk
merkellego	noun	lego-vormige betonblokken die gebruikt worden als wegblokkade om te voorkomen dat terroristen terreuraanslagen met auto's plegen
merkels	=	merkel
merken	verb	iets waarnemen of herkennen, gewaarworden
merkend	=	merken
merkende	=	merken
merkengek	noun	een dwaas die veel te veel geld uitgeeft omdat alles van de duurste merken moet zijn
merkengekje	=	merkengek
merkengekjes	=	merkengek
merkengekken	=	merkengek
merkenwet	noun	wet die het gebruik van merknamen regelt
merkenwetten	=	merkenwet
merker	noun	natuurlijk of kunstmatig karakteristieke patroon in het dna waaruit de aanwezigheid van bepaalde erfelijke eigenschappen blijkt
merkers	=	merker
merkfiets	noun	een fiets van een goede kwaliteit die door een goed fietsmerk is gemaakt
merkfietsen	=	merkfiets
merkimago	noun	de uitstraling die de producten van een bepaald merk hebben louter door het beeld dat consumenten hebben van dat merk
merkimago's	=	merkimago
merkinbreuk	noun	inbreuk op het merkrecht
merkinbreuken	=	merkinbreuk
merkinbreukje	=	merkinbreuk
merkinbreukjes	=	merkinbreuk
merkje	=	merk
merkjes	=	merk
merkkleding	noun	dure, kwalitatief goede kleding van een bepaald merk
merkkleed	noun	kleding van een goed (duur) merk
merkkleren	noun	kleding van een goed (duur) merk
merklap	noun	een borduurwerk dat vaak wordt geproduceerd als een test van iemands vaardigheden in het naaldwerk
merklapje	=	merklap
merklapjes	=	merklap
merklappen	=	merklap
merkloos	adj	zonder merk
merkloost	=	merkloos
merklooste	=	merkloos
merkloze	=	merkloos
merklozer	=	merkloos
merklozere	=	merkloos
merklozers	=	merkloos
merknaam	noun	Merknamen zijn namen voor producten, diensten of organisaties.
merknaampje	=	merknaam
merknaampjes	=	merknaam
merknamen	=	merknaam
merkstift	noun	een soort viltstift waarmee, met moeilijk uitwisbare inkt, op bijna alle ondergronden geschreven kan worden
merkstiften	=	merkstift
merkstiftje	=	merkstift
merkt	=	merken
merkte	=	merken
merkteken	noun	een teken dat ergens op is geplaatst en dat ter identificatie of beloning gebruikt kan worden
merktekens	=	merkteken
merktekentje	=	merkteken
merktekentjes	=	merkteken
merkten	=	merken
merktrouw	noun	het verschijnsel dat mensen vaak producten van hetzelfde merk blijven kopen	adj	blijvend producten van hetzelfde merk blijven kopen
merktrouwe	=	merktrouw
merktrouwer	=	merktrouw
merktrouwere	=	merktrouw
merktrouwers	=	merktrouw
merktrouws	=	merktrouw
merktrouwst	=	merktrouw
merktrouwste	=	merktrouw
merkvast	adj	zich trouw houdend bij een bepaald merk van een verbruiksartikel
merkvaste	=	merkvast
merkvaster	=	merkvast
merkvastere	=	merkvast
merkvasters	=	merkvast
merkvasts	=	merkvast
merkvastst	=	merkvast
merkvastste	=	merkvast
merkverbreding	noun	een groeistrategie waarbij een bedrijf bestaande producten of diensten introduceert op nieuwe markten.
merkverbredingen	=	merkverbreding
merkverbredinkje	=	merkverbreding
merkverbredinkjes	=	merkverbreding
merkverwatering	noun	een merknaam die zo bekend wordt dat het in de volkstaal gebruikt wordt om te verwijzen naar alle soortgelijke producten en niet alleen naar het oorspronkelijke merk
merkverwateringen	=	merkverwatering
merkwaardig	adj	vreemd, raar
merkwaardige	=	merkwaardig
merkwaardiger	=	merkwaardig
merkwaardigere	=	merkwaardig
merkwaardigers	=	merkwaardig
merkwaardigerwijs	adv	gek genoeg
merkwaardigerwijze	adv	op een vreemde manier
merkwaardigs	=	merkwaardig
merkwaardigst	=	merkwaardig
merkwaardigste	=	merkwaardig
merlot	noun	een blauwe druivensoort die gebruikt wordt voor het maken van wijn
merlots	=	merlot
merode	noun	prostituee
merodes	=	merode
meroniem	noun	een term die een deel van iets anders weergeeft
meroniemen	=	meroniem
meroniempje	=	meroniem
meroniempjes	=	meroniem
meroriem	=	maror
merovinger	noun	lid van een dynastie van Frankische koningen die regeerden van de 5de tot de 8ste eeuw over het Frankische Rijk
merovingers	=	merovinger
merovingisch	adj	betrekking hebbend op de Merovingers, een koningsdynastie
merovingische	=	merovingisch
merovingischer	=	merovingisch
merovingischere	=	merovingisch
merovingischers	=	merovingisch
merrie	noun	vrouwelijk paard
merries	=	merrie
merrietje	=	merrie
merrietjes	=	merrie
mers	noun	ontsteking van de luchtwegen veroorzaakt door een besmettelijk virus Deze ziekte is vanaf september 2012 voor honderden mensen fataal geweest.
mersennegetal	noun	positief geheel getal dat een macht van twee geeft als je er het getal één bij optelt
mersennegetallen	=	mersennegetal
mersennegetalletje	=	mersennegetal
mersennegetalletjes	=	mersennegetal
mes	noun	een dun lang werktuig met een scherp geslepen kant waarmee bijv. etenswaren gesneden kunnen worden
mesaalachtigen	noun	een orde Gymnotiformes binnen de straalvinnige vissen
mesaanval	noun	aanslag met een snijwerktuig
mesaanvallen	=	mesaanval
mesaanvalletje	=	mesaanval
mesaanvalletjes	=	mesaanval
mesalen	noun	een familie Gymnotidae van vissen uit de orde van de mesaalachtigen.
mesalliance	noun	een huwelijk beneden iemands stand
mesalliances	=	mesalliance
mesbekpauwies	noun	Mitu tuberosum een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
mesbekpauwiesje	=	mesbekpauwies
mesbekpauwiesjes	=	mesbekpauwies
mesbekpauwiezen	=	mesbekpauwies
mescal	noun	sterkedrank, bereid uit de agave
mescaline	noun	hallucinogeen middel gewonnen uit de peyotecactus Lophophora williamsii die groeit in Mexico
mescalines	=	mescaline
meschien	=	misschien
mesclun	noun	gemengde groene salade
mesdames	=	madame
mesdjid	noun	islamitisch gebedshuis
mesdjids	=	mesdjid
mesentericus	adj	met betrekking tot het buik-darmvlies
meshouder	noun	handvat waarin je een wegwerpmesje kunt klikken
meshouders	=	meshouder
meshoudertje	=	meshouder
meshoudertjes	=	meshouder
mesjaliem	=	masjal
mesjalot	=	masjal
mesje	=	mes
mesjes	=	mes
mesjichiem	=	masjiach
mesjoggaas	noun	dwaasheid	adj	hartstikke gek
mesjogge	adj|informal	gek, krankzinnig, dwaas, gestoord, maf, lijp
mesjogger	=	mesjogge
mesjoggere	=	mesjogge
mesjoggers	=	mesjogge
mesjogges	=	mesjogge
mesjoggest	=	mesjogge
mesjoggeste	=	mesjogge
mesjokke	adj	gek, krankzinnig
mesjokker	=	mesjokke
mesjokkere	=	mesjokke
mesjokkers	=	mesjokke
mesjokkes	=	mesjokke
mesjokkest	=	mesjokke
mesjokkeste	=	mesjokke
mesntrueer	=	menstrueren
mesntrueerde	=	menstrueren
mesntrueerden	=	menstrueren
mesntrueert	=	menstrueren
mesoarchaïcum	noun	geologisch tijdperk, derde era van het archaïcum, van 3,2 tot 2,8 miljard jaar geleden
mesoarcheïcum	noun	geologisch tijdperk, derde era van het archaïcum, van 3,2 tot 2,8 miljard jaar geleden
mesoderm	noun	middelste laag van het kiemvlies van de vrucht in het moederlichaam
mesodermen	=	mesoderm
mesodermpje	=	mesoderm
mesodermpjes	=	mesoderm
mesofase	noun	tussenvorm, tussenfase, tussenstadium
mesofasen	=	mesofase
mesofases	=	mesofase
mesofasetje	=	mesofase
mesofasetjes	=	mesofase
mesofyt	noun	plant die groeit in een gematigd milieu
mesofyten	=	mesofyt
mesofytje	=	mesofyt
mesofytjes	=	mesofyt
mesogeen	noun	een verbinding waarvan de moleculen een vorm hebben die aanleiding geeft tot de vorming van vloeibaar-kristallijne fasen
mesogenen	=	mesogeen
mesolithicum	noun	periode in de steentijd, waarin na de ijstijd de ontwikkeling naar landbouw en veeteelt plaatsvindt
mesolithisch	adj	betrekking hebbend op de middensteentijd in Europa (10.000 v.
mesolithische	=	mesolithisch
mesolithischer	=	mesolithisch
mesolithischere	=	mesolithisch
mesolithischers	=	mesolithisch
meson	noun	een elementair deeltje dat zelf uit een quark en een antiquark bestaat
mesonen	=	meson
mesopotamisch	adj	betrekking hebbend op Mesopotamië
mesopotamische	=	mesopotamisch
mesopotamischer	=	mesopotamisch
mesopotamischere	=	mesopotamisch
mesopotamischers	=	mesopotamisch
mesopotamischt	=	mesopotamisch
mesopotamischte	=	mesopotamisch
mesopotamië	noun	Historische land tussen de rivieren Eufraat en Tigris, het huidige Irak
mesoproterozoïcum	noun	geologisch tijdperk, tweede era van het proterozoïcum, van 1,6 tot 1 miljard jaar geleden
mesoscopisch	adj	net niet of nauwelijks met het blote oog waarneembaar
mesoscopische	=	mesoscopisch
mesosfeer	noun	deel van de dampkring tussen 50 en 80 km waar de temperatuur daalt naarmate je hoger komt
mesosferen	=	mesosfeer
mesotheliomen	=	mesothelioom
mesothelioom	noun	tumor in longvliezen (pleuraal -) of buikvlies (peritoneum -) veroorzaakt door asbestvezels
mesothelioompatiënt	noun	persoon met een maligne aandoening uitgaande van de longvliezen, meestal veroorzaakt door blootstelling aan asbest
mesothelioompatiënten	=	mesothelioompatiënt
mesothelioompatiëntje	=	mesothelioompatiënt
mesothelioompatiëntjes	=	mesothelioompatiënt
mesothelioompje	=	mesothelioom
mesothelioompjes	=	mesothelioom
mesozoïcum	noun	geologische tijdperk waarin de dinosaurussen leefden, tweede era van het eon fanerozoïcum van 252 tot 66 miljoen jaar geleden
mesozoïsch	adj	betreft een geologisch tijdperk (era) dat duurde van ca. 252 tot 66 miljoen jaar geleden.
mesozoïsche	=	mesozoïsch
mesozoïscher	=	mesozoïsch
mesozoïschere	=	mesozoïsch
mesozoïschers	=	mesozoïsch
mespunt	noun	de punt van een mes
mespunten	=	mespunt
mespuntje	=	mespunt
mespuntjes	=	mespunt
mess	noun	eetzaal voor officieren en onderofficieren
messchede	noun	een nauwsluitende houder waarin het lemmet van een mes ter bescherming opgeborgen wordt
messcheden	=	messchede
messchedes	=	messchede
messchedetje	=	messchede
messchedetjes	=	messchede
messcherp	adj	met een rand die zo dun is dat je er haast mee kan snijden
messcherpe	=	messcherp
messcherps	=	messcherp
messen	=	mes
messenblok	noun	een houten of kunststof blok voor het bewaren van messen
messenblokje	=	messenblok
messenblokjes	=	messenblok
messenblokken	=	messenblok
messenkoker	noun	huls voor een of meer snijwerktuigen
messenkokers	=	messenkoker
messenmaker	noun	iemand wiens beroep het maken en slijpen van messen is
messenmakers	=	messenmaker
messenset	noun	een groep messen van verschillende grootte en voor verschillend gebruik waarmee je samen alle snijwerkjes in de keuken kunt verrichten
messensetje	=	messenset
messensetjes	=	messenset
messensets	=	messenset
messenslijper	noun	apparaat waarmee men botte mensen en scharen weer scherp kan maken
messenslijpers	=	messenslijper
messentrekker	noun	iemand die een mes trekt.
messentrekkers	=	messentrekker
messentrekkertje	=	messentrekker
messentrekkertjes	=	messentrekker
messenverbod	noun	het verbod om messen bij zich te hebben (in een bepaald deel van de stad)
messenverboden	=	messenverbod
messes	=	mess
messiaans	adj	met betrekking tot een heilsprofeet die de uiteindelijke goddelijke verlossing brengt
messiaanse	=	messiaans
messiaanser	=	messiaans
messiaansere	=	messiaans
messiaansers	=	messiaans
messiaanst	=	messiaans
messiaanste	=	messiaans
messianisme	noun	levensvisie waarbinnen een held in de toekomst een utopisch rijk zal stichten
messianistisch	adj	als een messias
messianistische	=	messianistisch
messianistischer	=	messianistisch
messianistischere	=	messianistisch
messianistischers	=	messianistisch
messias	noun	titel in de Tenach (OT) ter aanduiding van een priester of koning, die tot zijn functie gezalfd wordt; het woord wordt daarbij vaak gevolgd door 'van de Heer'; in vertalingen gewoonlijk niet 'messias', maar 'gezalfde' (39×: Lev. 4:3 +, 1 Sam. 2:10 +, 2 Sam. 1:14 +, Jes. 45:1, Hab. 3:13, Ps. 2:2 +, Klaagl. 4:20, Dan. 9:25 +, 1 Kron. 16:22, 2 Kron. 6:42); later aanduiding van een heilbrenger of de verwachte Heilbrenger; 'messias' of 'Messias' is de Griekse versie van het Hebreeuwse woord (2× in NT), 'Christos' is de Griekse vertaling daarvan (529× in NT), 'Christus' in het Latijn.
messiasbelijdend	adj	tot het christendom bekeerd
messiasbelijdende	=	messiasbelijdend
messiasbelijdends	=	messiasbelijdend
messiascomplex	noun	complex waarbij iemand ervan overtuigd is de messias te zijn die de zaak moet redden
messiascomplexen	=	messiascomplex
messiascomplexje	=	messiascomplex
messiascomplexjes	=	messiascomplex
messiasje	=	messias
messiasjes	=	messias
messiassen	=	messias
messiasverwachting	noun	de verwachting van de komst van de messias
messieurs	=	monsieur
messing	noun	uitsteeksel langs de zijkant van een plank dat in de groef in de zijkant van een andere plank past	adj	gemaakt van geelkoper
messingbandmineermot	noun	Stigmella aeneofasciella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
messingbandmineermotje	=	messingbandmineermot
messingbandmineermotjes	=	messingbandmineermot
messingbandmineermotten	=	messingbandmineermot
messingen	=	messing
messinggieter	noun	iemand die voorwerpen vervaardigt door een gesmolten legering van koper en zink in mallen te laten stollen
messinggieters	=	messinggieter
messingkever	noun	Niptus hololeucus een keversoort uit de familie klopkevers (Ptinidae).
messingkevers	=	messingkever
messingkevertje	=	messingkever
messingkevertjes	=	messingkever
messinkje	=	messing
messinkjes	=	messing
messlijper	noun	voorwerp dat dient voor het weer scherpmaken van een mes
messlijpers	=	messlijper
messnede	noun	beschadiging of verwonding veroorzaakt door een mes (een scherp, snijdend wapen of gereedschap)
messneden	=	messnede
messnee	noun	een beschadiging of verwonding veroorzaakt door een mes (een scherp, snijdend wapen of gereedschap)
messneetje	=	messnee
messneetjes	=	messnee
messroom	noun	eetzaal en dagverblijf voor officieren op een schip
messrooms	=	messroom
messteek	noun	verwonding met een mes
messteekje	=	messteek
messteekjes	=	messteek
messteken	=	messteek
messtin	noun	etensbakje van een soldaat te velde
mest	noun	uitwerpselen van sommige dieren waarmee men land vruchtbaar maakt
mestandijshaai	noun	Scymnodon ringens een vis uit de familie Somniosidae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
mestandijshaaien	=	mestandijshaai
mestandijshaaitje	=	mestandijshaai
mestandijshaaitjes	=	mestandijshaai
mestandkarper	noun	Alfaro cultratus een vis die voorkomt in Midden-Amerika.
mestandkarpers	=	mestandkarper
mestandkarpertje	=	mestandkarper
mestandkarpertjes	=	mestandkarper
mestandzaagvis	noun	Anoxypristis cuspidata een zaagvis uit de familie Pristidae.
mestandzaagvisje	=	mestandzaagvis
mestandzaagvisjes	=	mestandzaagvis
mestandzaagvissen	=	mestandzaagvis
mestbank	noun	organisatie die ervoor zorgt dat boeren met een mestoverschot de mest kunnen leveren aan landbouwers met een tekort aan mest
mestbanken	=	mestbank
mestbeleid	noun	de regels hoe men met dierlijke uitwerpselen moet omgaan
mestboekhouding	noun	de verplichte, schriftelijke verantwoording van de mestproductie, aanvoer, afvoer en voorraad op een landbouwbedrijf.
mestboekhoudingen	=	mestboekhouding
mestboekhoudinkje	=	mestboekhouding
mestboekhoudinkjes	=	mestboekhouding
mestborstelbekertje	noun	Cheilymenia stercorea een schimmel uit de familie Pyronemataceae.
mestborstelbekertjes	=	mestborstelbekertje
mestboy	noun	een stuk gereedschap voor het opruimen van mest, bestaande uit een verzamelbak en een hark, dat speciaal is ontworpen om efficiënt en snel te werken in stallen, trailers of bij de poetsplaats
mestboys	=	mestboy
mestboytje	=	mestboy
mestboytjes	=	mestboy
mestcrises	=	mestcrisis
mestcrisis	noun	de zware noodsituatie dis is ontstaan door de aanwezigheid van een overmaat aan dierlijke uitwerpselen
mestcrisisen	=	mestcrisis
meste	=	mesten
mesten	verb	van mest voorzien, bemesten, gieren
mestend	=	mesten
mestende	=	mesten
mester	noun	iemand die slachtvee vetmest
mesterij	noun	instelling waar dieren gemest worden
mesterijen	=	mesterij
mesters	=	mester
mestgas	noun	brandbare en giftige vluchtige bestanddelen die vrijkomen uit de uitwerpselen van dieren
mestgassen	=	mestgas
mesthoop	noun	een hoop waarop stalmest opgestapeld wordt
mesthoopje	=	mesthoop
mesthoopjes	=	mesthoop
mesthopen	=	mesthoop
mesties	noun	iemand van gemengd Europese en indiaanse afkomst
mestiesje	=	mesties
mestiesjes	=	mesties
mestiezen	=	mesties
mesting	noun	de keer dat men iets bemest
mestingen	=	mesting
mestkaalkopje	noun	Deconica coprophila een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
mestkaalkopjes	=	mestkaalkopje
mestkalf	noun	kalf dat gehouden wordt voor de vleesproductie
mestkalveren	=	mestkalf
mestkar	noun	een kar waarmee mest vervoerd kan worden
mestkarren	=	mestkar
mestkarretje	=	mestkar
mestkarretjes	=	mestkar
mestkelder	noun	ondergrondse opslag voor mest
mestkelders	=	mestkelder
mestkeldertje	=	mestkelder
mestkeldertjes	=	mestkelder
mestkever	noun	een donkergekleurde kever uit een informele groep van kevers die mest eten als larve of imago, er zijn zo'n 5000 soorten.
mestkevers	noun	een informele groep van kevers die mest eten als larve of imago, er zijn zo'n 5000 soorten.
mestkevertje	=	mestkever
mestkevertjes	=	mestkever
mestkoe	noun	runderen die men houdt voor het vlees; runderen die men vetmest
mestkoeien	=	mestkoe
mestkoetje	=	mestkoe
mestkoetjes	=	mestkoe
mestkogeltje	noun	Sphaeridium scarabaeoides een kever uit de familie spinnende waterkevers (Hydrophilidae)
mestkogeltjes	=	mestkogeltje
mestnorm	noun	wettelijke eisen betreffende mestproductie en mestverwerking
mestnormen	=	mestnorm
mestoverschot	noun	het produceren van meer dierlijkie mest dan men kan gebruiken op landbouwgronden
mestoverschotten	=	mestoverschot
mestplooirokje	noun	Parasola schroeteri een paddenstoel uit de familie Psathyrellaceae.
mestplooirokjes	=	mestplooirokje
mestprobleem	noun	probleem dat ontstaat als er meer mest geproduceerd wordt dan dat er op het land als meststof gebruikt kan en mag worden
mestprobleempje	=	mestprobleem
mestprobleempjes	=	mestprobleem
mestproblemen	=	mestprobleem
mestproductie	noun	de uitstoot van mest door een veeteeltbedrijf
mestproducties	=	mestproductie
mestput	noun	een diepe ruimte waarin men uitwerpselen van het vee bewaart
mestputje	=	mestput
mestputjes	=	mestput
mestputten	=	mestput
meststof	noun	stof waarmee men kan mesten
meststoffabriek	noun	fabriek waar men kunstmest maakt
meststoffabrieken	=	meststoffabriek
meststoffen	=	meststof
meststofverbruik	noun	de hoeveelheid (kunst-)mest die men gebruikt in de land- en tuinbouw
meststropharia	noun	Deconica merdaria een schimmel behorend tot de familie Strophariaceae.
meststropharia's	=	meststropharia
meststrophariaatje	=	meststropharia
meststrophariaatjes	=	meststropharia
mestte	=	mesten
mestten	=	mesten
mesttoerisme	noun	het vervoeren van mest naar een ander gebied, zoals het buitenland.
mesttor	noun	Geotrupes stercorarius insect dat leeft van paarden- en koeienmest
mesttorren	noun	Geotrupidae een familie van kevers (Coleoptera) in de superfamilie Scarabaeoidea.
mesttorretje	=	mesttor
mesttorretjes	=	mesttor
mestvaalt	noun	platte hoop waar men dierenpoep en andere organisch afval van de boerderij verzamelt
mestvaalten	=	mestvaalt
mestvaaltje	=	mestvaalt
mestvaaltjes	=	mestvaalt
mestvarken	noun	gulzigaard, schrokker, veelvraat
mestvarkens	=	mestvarken
mestvee	noun	dieren die vetgemest worden om als slachtvee voor voedsel te dienen
mestverbruik	noun	de hoeveelheid mest die gebruikt wordt op een landbouwbedrijf vaak gemeten in Kg/N/ha/jaar (kilogram stikstof per hectare per jaar)
mestvlieg	noun	insect uit de familie Sphaeroceridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
mestvliegen	noun	Sphaeroceridae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
mestvliegje	=	mestvlieg
mestvliegjes	=	mestvlieg
mestvocht	noun	vocht afkomstig van dierlijke ontlasting
mestvochten	=	mestvocht
mestwet	noun	wetgeving betreffende het verhandelen en afvoeren van mestoverschotten
mestwetten	=	mestwet
mesvissen	noun	een familie Notopteridae van straalvinnige vissen uit de orde van beentongvissen (Osteoglossiformes)
met	prep	en daarbij	noun|obsolete	voedsel dat halverwege de dag wordt gegeten
meta-analyse	noun	een onderzoek van onderzoeken
meta-analysen	=	meta-analyse
meta-analyses	=	meta-analyse
meta-informatie	noun	informatie over informatie
metaal	noun	ieder element dat gekenmerkt wordt door glans en het vermogen om warmte en elektriciteit te geleiden
metaalachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van metaal
metaalachtige	=	metaalachtig
metaalachtiger	=	metaalachtig
metaalachtigere	=	metaalachtig
metaalachtigers	=	metaalachtig
metaalachtigs	=	metaalachtig
metaalachtigst	=	metaalachtig
metaalachtigste	=	metaalachtig
metaalarbeider	noun	arbeider in de metaalindustrie
metaalarbeiders	=	metaalarbeider
metaalarbeidersbond	noun	vakorganisatie voor werknemers van bedrijven waar staal of ander metaal wordt gewonnen uit erts of verwerkt in halffabrikaten en eindproducten
metaalarbeidersbonden	=	metaalarbeidersbond
metaalarbeidertje	=	metaalarbeider
metaalarbeidertjes	=	metaalarbeider
metaalbedrijf	noun	een fabriek waar men metaal bewerkt
metaalbedrijfje	=	metaalbedrijf
metaalbedrijfjes	=	metaalbedrijf
metaalbedrijven	=	metaalbedrijf
metaalbewerker	noun	iemand die metaal bewerkt, in de metaalindustrie werkzaam is
metaalbewerkers	=	metaalbewerker
metaalbewerkersbond	noun	vakorganisatie voor werknemers van bedrijven waar uit staal of ander metaal voorwerpen en constructies worden gemaakt
metaalbewerkersbonden	=	metaalbewerkersbond
metaalbewerkertje	=	metaalbewerker
metaalbewerkertjes	=	metaalbewerker
metaalbewerking	noun	het bewerken van metaal.
metaalbewerkingen	=	metaalbewerking
metaalbewerkinkje	=	metaalbewerking
metaalbewerkinkjes	=	metaalbewerking
metaalboor	noun	boor geschikt voor metaal en hout echter niet voor steen
metaalboortje	=	metaalboor
metaalboortjes	=	metaalboor
metaalboren	=	metaalboor
metaalconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse metaalfabrieken
metaalconcerns	=	metaalconcern
metaalconstructie	noun	constructie met metaal als materiaal
metaalconstructies	=	metaalconstructie
metaalcontainer	noun	Opslag- of transportcontainer (Zeecontainer/ISO-container): Dit is een grote, robuuste, gestandaardiseerde stalen doos die wordt gebruikt voor het vervoer van goederen per schip, trein of vrachtwagen.
metaalcontainers	=	metaalcontainer
metaalcontainertje	=	metaalcontainer
metaalcontainertjes	=	metaalcontainer
metaaldeeltje	noun	een zeer klein stukje metaal
metaaldeeltjes	=	metaaldeeltje
metaaldetector	noun	instrument om metalen voorwerpen op te sporen
metaaldetectoren	=	metaaldetector
metaaldetectors	=	metaaldetector
metaaldetectortje	=	metaaldetector
metaaldraad	noun	een draad gemaakt van een metaal
metaaldraadje	=	metaaldraad
metaaldraadjes	=	metaaldraad
metaaldraaibank	noun	machine die een ingeklemd werkstuk van metaal snel ronddraait zodat dit met beitels en boren kan worden bewerkt
metaaldraaibanken	=	metaaldraaibank
metaaldraaibankje	=	metaaldraaibank
metaaldraaibankjes	=	metaaldraaibank
metaaldraden	=	metaaldraad
metaalfolie	noun	uiterst dun vel metaal
metaalfolies	=	metaalfolie
metaalgieter	noun	iemand die voorwerpen vervaardigt van glanzend hard materiaal als ijzer, koper, tin of een mengsel daarvan, door dat gesmolten in mallen te laten stollen
metaalgieters	=	metaalgieter
metaalglanslibel	noun	Somatochlora metallica een echte libel uit de familie van de glanslibellen (Corduliidae).
metaalglanslibellen	=	metaalglanslibel
metaalglanslibelletje	=	metaalglanslibel
metaalglanslibelletjes	=	metaalglanslibel
metaalhoudend	adj	metaal bevattend
metaalhoudende	=	metaalhoudend
metaalhoudender	=	metaalhoudend
metaalhoudendere	=	metaalhoudend
metaalhoudenders	=	metaalhoudend
metaalhoudends	=	metaalhoudend
metaalhoudendst	=	metaalhoudend
metaalhoudendste	=	metaalhoudend
metaalindustrie	noun	alle bedrijven die metaal uit erts produceren en verwerken tot producten, en ook de bedrijven die deze producten samenstellen tot machines, apparaten en vervoermiddelen
metaalindustrieën	=	metaalindustrie
metaalklank	noun	heldere klank van of als van metaal dat aangestoten wordt
metaalklanken	=	metaalklank
metaalkleurig	adj	met een metaalachtige glans
metaalkleurige	=	metaalkleurig
metaalkleuriger	=	metaalkleurig
metaalkleurigere	=	metaalkleurig
metaalkleurigers	=	metaalkleurig
metaalkleurigs	=	metaalkleurig
metaalkleurigst	=	metaalkleurig
metaalkleurigste	=	metaalkleurig
metaalkokermot	noun	Coleophora alcyonipennella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
metaalkokermotje	=	metaalkokermot
metaalkokermotjes	=	metaalkokermot
metaalkokermotten	=	metaalkokermot
metaalkoorts	noun	ziekte die ontstaat bij het inademen van metaaldampen
metaalkoortsen	=	metaalkoorts
metaalkoortsje	=	metaalkoorts
metaalkoortsjes	=	metaalkoorts
metaallegering	noun	legering van metalen of mengsel van metalen met metalloïden of metaalverbindingen
metaallegeringen	=	metaallegering
metaallegerinkje	=	metaallegering
metaallegerinkjes	=	metaallegering
metaalmoeheid	noun	vermoeiing van metaal waarbij het onder een zeer lang aangehouden wisselende belasting op een gegeven moment bezwijkt
metaalplaat	noun	plaat van metaal; metalen plaat
metaalplaatje	=	metaalplaat
metaalplaatjes	=	metaalplaat
metaalplaten	=	metaalplaat
metaalrooster	noun	kristalrooster van metaalatomen
metaalroosters	=	metaalrooster
metaalroostertje	=	metaalrooster
metaalroostertjes	=	metaalrooster
metaalsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van de metaalindustrie en metaalnijverheid
metaalsectoren	=	metaalsector
metaalsectors	=	metaalsector
metaalslak	noun	glasachtig of steenachtig stuk afval dat zich bij het smelten van metalen vormt
metaalslakje	=	metaalslak
metaalslakjes	=	metaalslak
metaalslakken	=	metaalslak
metaalsoort	noun	elk van de vele soorten metaal of metaallegering
metaalsoorten	=	metaalsoort
metaaltje	=	metaal
metaaltjes	=	metaal
metaalvakbond	noun	vakbond voor metaalarbeiders
metaalvakbonden	=	metaalvakbond
metaalverf	noun	verf om metalen te bedekken
metaalverfje	=	metaalverf
metaalverfjes	=	metaalverf
metaalverven	=	metaalverf
metaalvlinder	noun	Adscita statices een dagactieve nachtvlinder uit de familie bloeddropjes (Zygaenidae).
metaalvlinders	=	metaalvlinder
metaalvlindertje	=	metaalvlinder
metaalvlindertjes	=	metaalvlinder
metaalzaag	noun	dun stalen zaagblaadje met zeer fijne tanden ook geschikt voor het doorzagen van metaal
metaalzaagje	=	metaalzaag
metaalzaagjes	=	metaalzaag
metaalzagen	=	metaalzaag
metaalzomerkorst	noun	Vezdaea leprosa een korstmos behorend tot de Vezdaeaceae.
metaalzomerkorsten	=	metaalzomerkorst
metaalzomerkorstje	=	metaalzomerkorst
metaalzomerkorstjes	=	metaalzomerkorst
metaarhuis	noun	metaheerhuis, reinigingshuis bij joodse begraafplaats
metaarhuisje	=	metaarhuis
metaarhuisjes	=	metaarhuis
metaarhuizen	=	metaarhuis
metabletica	noun	leer van de veranderingen in de geestelijke inzichten van de mens
metabole	=	metabool
metaboler	=	metabool
metabolere	=	metabool
metabolers	=	metabool
metaboliet	noun	stofwisselprodukt
metabolieten	=	metaboliet
metabolisatie	noun	omzetting in de stofwisseling
metabolisaties	=	metabolisatie
metabolisch	adj	de stofwisseling betreffend, veranderend van chemische samenstelling
metabolische	=	metabolisch
metabolischer	=	metabolisch
metabolischere	=	metabolisch
metabolischers	=	metabolisch
metabolisme	noun	het geheel van de biochemische processen op celniveau
metabolismen	=	metabolisme
metabolismes	=	metabolisme
metabool	adj	betrekking hebbend op de stofwisseling
metabools	=	metabool
metaboolst	=	metabool
metaboolste	=	metabool
metaboolsyndromen	=	metaboolsyndroom
metaboolsyndroom	noun	combinatie van een hoge bloedsuikerspiegel, verhoogd cholesterol, hoge bloeddruk en overgewicht
metacommunicatie	noun	verbale of non-verbale communicatie die betrekking heeft op de communicatie of de communicatiesituatie en waarmee bv. de verhouding tussen de communicatiepartners of de bedoeling van de spreker duidelijk wordt gemaakt
metacommunicaties	=	metacommunicatie
metadata	noun	gegevens die de karakteristieken van bepaalde gegevens beschrijven m.a.w. data over data
metafase	noun	het middelste stadium van de celdeling
metafasen	=	metafase
metafases	=	metafase
metafasetje	=	metafase
metafasetjes	=	metafase
metafoor	noun	beeldspraak waarbij men een woord B zegt in plaats van het woord A terwijl er tussen A en B een verband is van gelijkenis
metafoortje	=	metafoor
metafoortjes	=	metafoor
metafora	noun	beeldspraak
metaforen	=	metafoor
metaforiek	noun	figuurlijk taalgebruik
metaforieken	=	metaforiek
metaforisch	adj	figuurlijk, overdrachtelijk
metaforische	=	metaforisch
metaforischer	=	metaforisch
metaforischere	=	metaforisch
metaforischers	=	metaforisch
metafysica	noun	de wijsgerige leer die niet de werkelijkheid onderzoekt zoals ze ons gegeven wordt uit zintuiglijke ervaring, maar op zoek gaat naar het wezen van die werkelijkheid en wat haar constitueert
metafysisch	adj	bovennatuurlijk; (nog) niet met de gangbare wetenschap te verklaren
metafysische	=	metafysisch
metafysischer	=	metafysisch
metafysischere	=	metafysisch
metafysischers	=	metafysisch
metagegeven	noun	een stukje informatie betreffende de geregistreerde informatie
metagegevens	noun	kenmerken die aan de vastlegging van feiten worden toegevoegd om die vastlegging beter te kunnen raadplegen, maar die niet direct meer informatie over die feiten geven
metagnomie	noun	uitstijgend boven de gewone intelligentie, paranormale kennis ??
metaheerhuis	noun	reinigingshuis bij joodse begraafplaats
metaheerhuisje	=	metaheerhuis
metaheerhuisjes	=	metaheerhuis
metaheerhuizen	=	metaheerhuis
metahistorisch	adj	betreffende het denken over geschiedenis, de structuur ervan, en de filosofische implicaties van hoe we geschiedenis schrijven en begrijpen.
metahistorische	=	metahistorisch
metahistorischer	=	metahistorisch
metahistorischere	=	metahistorisch
metahistorischers	=	metahistorisch
metal	noun	harde rockmuziek
metalband	noun	muziekgroep die heavy metal muziek speelt
metalbandje	=	metalband
metalbandjes	=	metalband
metalbands	=	metalband
metalektro	noun	deel van de metaalindustrie waarin elektrische apparatuur wordt gemaakt
metalen	adj	van een metaal vervaardigd
metalig	adj	lijkend op, of smakend naar metaal
metalige	=	metalig
metaliger	=	metalig
metaligere	=	metalig
metaligers	=	metalig
metaligs	=	metalig
metaligst	=	metalig
metaligste	=	metalig
metallic	adj	van verf of lak: glanzend als metaal
metallics	=	metallic
metalliek	adj	met een metalige glans
metallieke	=	metalliek
metallieker	=	metalliek
metalliekere	=	metalliek
metalliekers	=	metalliek
metalliekgrijs	noun	een kleur grijs zoals dat van metaal	adj	deze kleur grijs hebbend
metalliekgrijze	=	metalliekgrijs
metallieks	=	metalliek
metalliekst	=	metalliek
metalliekste	=	metalliek
metallisatie	noun	het ontstaan van ertsen
metallisaties	=	metallisatie
metallisch	adj	de eigenschappen van een metaal hebbend
metallische	=	metallisch
metallischer	=	metallisch
metallischere	=	metallisch
metallischers	=	metallisch
metalliseer	=	metalliseren
metalliseerde	=	metalliseren
metalliseerden	=	metalliseren
metalliseert	=	metalliseren
metallisere	=	metalliseren
metalliseren	verb	iets bedekken met een laagje metaal
metalliserend	=	metalliseren
metalliserende	=	metalliseren
metallofoon	noun	een instrument van met hamertjes of stokken aangeslagen, gestemde stroken metaal
metallofoons	=	metallofoon
metallofoontje	=	metallofoon
metallofoontjes	=	metallofoon
metalloïde	noun	een element van de reeks metalloïden (metaalachtigen) in het periodiek systeem
metalloïden	=	metalloïde
metalloïdes	=	metalloïde
metallurg	noun	metallurgisch ingenieur
metallurgen	=	metallurg
metallurgie	noun	een deelgebied van de materiaalkunde dat zich bezighoudt met de studie van de natuurkundige en scheikundige gedragingen van de metalen en hun mengsels, de legering
metallurgies	=	metallurgie
metallurgietje	=	metallurgie
metallurgisch	adj	betrekking hebbend op de metallurgie
metallurgische	=	metallurgisch
metallurgischer	=	metallurgisch
metallurgischere	=	metallurgisch
metallurgischers	=	metallurgisch
metallurgischt	=	metallurgisch
metallurgischte	=	metallurgisch
metalogica	noun	vorm van logica die de grondbeginselen van de logica bestudeert
metameer	noun	elk van de segmenten waaruit bepaalde dieren zijn opgebouwd	adj	gesegmenteerd
metameers	=	metameer
metameertje	=	metameer
metameertjes	=	metameer
metamere	=	metameer
metameren	=	metameer
metamorf	adj	door metamorfose ontstaan (uit andere gesteenten)
metamorfe	=	metamorf
metamorfer	=	metamorf
metamorfere	=	metamorf
metamorfers	=	metamorf
metamorfologie	noun	leer van de vormveranderingen
metamorfopsie	noun	stoornis waarbij je sommige delen van je blikveld te groot, te klein of misvormd gaat zien
metamorfose	noun	Een metamorfose of transfiguratie is een gedaanteverwisseling (zie aldaar voor de betekenis in de literatuur) of gedaanteverandering
metamorfoseer	=	metamorfoseren
metamorfoseerde	=	metamorfoseren
metamorfoseerden	=	metamorfoseren
metamorfoseert	=	metamorfoseren
metamorfosen	=	metamorfose
metamorfosere	=	metamorfoseren
metamorfoseren	verb	van gedaante veranderen
metamorfoserend	=	metamorfoseren
metamorfoserende	=	metamorfoseren
metamorfoses	=	metamorfose
metamorfosetje	=	metamorfose
metamorfs	=	metamorf
metamorfst	=	metamorf
metamorfste	=	metamorf
metaniveau	noun	communicatie over de communicatie zelf
metaniveaus	=	metaniveau
metaphysisch	=	metafysisch
metaplasie	noun	weefselvormverandering
metaplasma	noun	een verandering in de manier waarop een woord wordt uitgesproken en geschreven
metar	noun	Meteorological Aërodrome Report, de meteorologische gegevens over de huidige weerssituatie van een luchthaven en directie omgeving
metastase	noun	uitzaaiing
metastasen	=	metastase
metastases	=	metastase
metataal	noun	taal met behulp waarvan dezelfde of een andere taal wordt beschreven
metataaltje	=	metataal
metataaltjes	=	metataal
metatalen	=	metataal
metatheorie	noun	wetenschappelijke theorie waarmee een of meerdere andere theorieën beschreven worden
metatheorietje	=	metatheorie
metatheorietjes	=	metatheorie
metatheorieën	=	metatheorie
metathese	noun	verschijnsel dat bepaalde klanken of lettergrepen binnen een woord van plaats wisselen
metathesen	=	metathese
metatheses	=	metathese
metathesis	noun	is een fonologisch proces waarbij er transpositie (verwisseling van plaats) van klanken (fonemen) of syllaben (lettergrepen) in woorden plaatsvindt.
metathesissen	=	metathesis
metaversa	=	metaversum
metaverse	noun	het virtuele universum van het internet; de digitale wereld
metaverses	=	metaverse
metaversum	noun	het virtuele universum van het internet; de digitale wereld
metaversums	=	metaversum
mete	=	meten
meteen	adv	onmiddellijk, direct
meteg	noun	bepaald schriftteken voor vooral bijklemtoon
metegs	=	meteg
metekind	noun	iemand waarvan men meter of peettante is
metekinderen	=	metekind
metekindje	=	metekind
metekindjes	=	metekind
metempsychose	noun	overgang van de ziel naar een nieuw of ander lichaam
metempsychosen	=	metempsychose
metempsychoses	=	metempsychose
meten	verb	de waarde van een bepaalde grootheid bepalen door deze te vergelijken met een ijkwaarde
metend	=	meten
metende	=	meten
meteo	noun	de studie van het weer; de dagelijkse condities van de atmosfeer
meteoor	noun	een kortstondig lichtspoor aan de hemel door de verbranding van een uit de ruimte vallende meteoriet
meteoorregen	noun	situatie waarin veel meteoren te zien zijn die geheel verbranden in de atmosfeer
meteoorregens	=	meteoorregen
meteoorsteen	noun	meteoriet
meteoorsteentje	=	meteoorsteen
meteoorsteentjes	=	meteoorsteen
meteoorstenen	=	meteoorsteen
meteoortje	=	meteoor
meteoortjes	=	meteoor
meteoren	=	meteoor
meteorenstorm	noun	sterrenregen met minstens duizend zichtbare meteoren per uur
meteorenstormen	=	meteorenstorm
meteorenstormpje	=	meteorenstorm
meteorenstormpjes	=	meteorenstorm
meteorenzwerm	noun	een zwerm meteoren
meteorenzwermen	=	meteorenzwerm
meteorenzwermpje	=	meteorenzwerm
meteorenzwermpjes	=	meteorenzwerm
meteoriet	noun	uit de ruimte afkomstige steen
meteorieten	=	meteoriet
meteorietinslag	noun	het met grote snelheid inslaan van een meteoriet
meteorietinslagen	=	meteorietinslag
meteorietje	=	meteoriet
meteorietjes	=	meteoriet
meteorisme	noun	windzucht, opgeblazenheid
meteorologen	=	meteoroloog
meteorologie	noun	de studie van het weer en het klimaat
meteorologisch	adj	betrekking hebbend op de meteorologie
meteorologische	=	meteorologisch
meteorologischer	=	meteorologisch
meteorologischere	=	meteorologisch
meteorologischers	=	meteorologisch
meteoroloog	noun	iemand die beroepsmatig het weer bestudeert
meteoroloogje	=	meteoroloog
meteoroloogjes	=	meteoroloog
meteoroïde	noun	brok steen die in de ruimte om de zon draait kleiner dan een meteoriet
meteoroïden	=	meteoroïde
meteoroïdes	=	meteoroïde
meteoroïdetje	=	meteoroïde
meteoroïdetjes	=	meteoroïde
meter	noun	de SI-basiseenheid van lengte, weergegeven met symbool m
meterconstante	noun	getal waarmee de aanwijzing van een meter vermenigvuldigd moet worden om het aantal gemeten eenheden te krijgen
meterkast	noun	kast meestal naast de voordeur van een huis met de gas- water- en elektriciteitsmeter
meterkasten	=	meterkast
meterkastje	=	meterkast
meterkastjes	=	meterkast
meteropnemer	noun	iemand die de meterstand komt opnemen
meteropnemers	=	meteropnemer
meteropnemertje	=	meteropnemer
meteropnemertjes	=	meteropnemer
meters	=	meter
meterschap	noun	het meter zijn; de functie van peetmoeder
meterschappen	=	meterschap
metersdiep	adj	met een diepte van enkele meters
metersdiepe	=	metersdiep
metersdieps	=	metersdiep
metersdik	adj	van iets dat het een dikte heeft van enkele meters; heel erg dik
metersdikke	=	metersdik
metersdiks	=	metersdik
metershoge	=	metershoog
metershoog	adj	meerdere meters hoog
metershoogs	=	metershoog
meterslang	adj	heel erg lang, met een lengte van enkele meters
meterslange	=	meterslang
meterslangs	=	meterslang
meterspoor	noun	spoor- of tramweg met een spoorwijdte van 1000 millimeter
meterspoortje	=	meterspoor
meterspoortjes	=	meterspoor
metersporen	=	meterspoor
meterstand	noun	stand van een meter (cijfers of analoog)
meterstanden	=	meterstand
meterstandje	=	meterstand
meterstandjes	=	meterstand
metertje	=	meter
metertjes	=	meter
metformine	noun	een medicament uit de groep biguaniden dat vooral gebruikt wordt bij de behandeling van diabetes mellitus type 2 (suikerziekte)
metgezel	noun	iemand die meegaat op een reis of activiteit
metgezellen	=	metgezel
metgezelletje	=	metgezel
metgezelletjes	=	metgezel
metgezellin	noun	vrouwelijke partner
metgezellinnen	=	metgezellin
methaan	noun	de eenvoudigste koolwaterstof met formule CH₄
methaangas	noun	gas met de molecuulformule CH₄
methaangassen	=	methaangas
methadon	noun	een niet op opium gelijkende stof die in het lichaam een werking heeft die wel op opium lijkt, het is vooral in gebruik als vervangingsmiddel voor heroïne
methadonverstrekking	noun	het gecontroleerd verstrekken van methadon aan zware opiaatverslaafden (zoals heroïnegebruikers).
methadonverstrekkingen	=	methadonverstrekking
methadonverstrekkinkje	=	methadonverstrekking
methadonverstrekkinkjes	=	methadonverstrekking
methamfetamine	noun	amfetamine met een extra methylgroep; een kristallijne stof die het centraal zenuwstelsel stimuleert, met name gebruikt als zeer verslavende drug bekend onder de namen crystal meth of pervertine
methamfetaminen	=	methamfetamine
methamfetamines	=	methamfetamine
methanol	noun	methylalcohol CH3OH
methemoglobinemie	noun	aandoening van de bloedkleurstof
methionine	noun	een proteïnogeen aminozuur
methioninen	=	methionine
methionines	=	methionine
methode	noun	een werkwijze
methodeleer	noun	stelselmatige bestudering van wetenschappelijke methoden: de procedures en werkwijzen, die moeten worden gebruikt om de wetenschap vooruit te helpen
methoden	=	methode
methodenleer	=	methodeleer
methodeonderwijs	noun	een verzamelnaam voor scholen die onderwijs aanbieden volgens een bijzondere pedagogische en didactische methode
methodeonderzoek	noun	onderzoek naar een gehanteerde methode of een nieuw te ontwikkelen methode
methodeonderzoeken	=	methodeonderzoek
methodes	=	methode
methodescholen	=	methodeschool
methodeschool	noun	niet-confessionele, onafhankelijke vrije scholen zoals de steinerschool, freinetschool en montessorischool
methodeschooltje	=	methodeschool
methodeschooltjes	=	methodeschool
methodestrijd	noun	strijd om een te hanteren methode
methodestrijden	=	methodestrijd
methodetje	=	methode
methodetjes	=	methode
methodiek	noun	de in een onderzoek of ontwikkeling aangewende methoden
methodieken	=	methodiek
methodiekje	=	methodiek
methodiekjes	=	methodiek
methodisch	adj	betrekking hebben op een bepaalde methode, of gelijkend op die methode
methodische	=	methodisch
methodischer	=	methodisch
methodischere	=	methodisch
methodischers	=	methodisch
methodischt	=	methodisch
methodischte	=	methodisch
methodisme	noun	Een stroming in het Angelsaksische protestantisme verwant aan het remonstrantisme van Arminius
methodist	noun	een lid van de methodistenkerk
methodisten	=	methodist
methodistisch	adj	betrekking hebbend op het methodisme of de methodistenkerk
methodistische	=	methodistisch
methodistischer	=	methodistisch
methodistischere	=	methodistisch
methodistischers	=	methodistisch
methodistje	=	methodist
methodistjes	=	methodist
methodologen	=	methodoloog
methodologie	noun	de studie van de wetenschappelijke methoden, de procedures en werkwijzen, die moeten worden gebruikt om de wetenschap vooruit te helpen
methodologietje	=	methodologie
methodologietjes	=	methodologie
methodologieën	=	methodologie
methodologisch	adj	betrekking hebben op een bepaalde methodologie, of gelijkend op die methodologie
methodologische	=	methodologisch
methodologischer	=	methodologisch
methodologischere	=	methodologisch
methodologischers	=	methodologisch
methodoloog	noun	een beoefenaar van de methodologie
methodoloogje	=	methodoloog
methodoloogjes	=	methodoloog
methotrexaat	noun	een geneesmiddel dat het afweersysteem onderdrukt en ontstekingen remt
methyl	noun	een functionele groep, afgeleid van methaan (CH₄) bestaande uit één koolstofatoom en drie waterstofatomen en dus met de formule CH₃
methylalcohol	noun	methanol, de eenvoudigste maar giftige alcohol met één C-atoom
methylbromide	noun	een kleurloos, bijna reukloos en giftig gas met de formule CH₃Br
methylbromiden	=	methylbromide
methylbromides	=	methylbromide
methylchloride	noun	een organische verbinding die bij kamertemperatuur een kleurloos en brandbaar gas is (met een licht zoete geur) en veel wordt gebruikt als koudemiddel
methylchloriden	=	methylchloride
methylchlorides	=	methylchloride
methyleen	noun	Het meest simpele carbeen met formule CH₂
methyleenblauw	noun	kleurstof die als indicator van de zuurgraad gebruikt wordt omdat zij bij toevoeging van zuur een gele kleur krijgt
methylenen	=	methyleen
methylfenidaat	noun	een psychostimulans dat sinds het begin van de jaren zestig is geregistreerd als geneesmiddel voor onder andere ADHD
methylpropaan	noun	een licht ontvlambaar kleurloos gas
methylpropanen	=	methylpropaan
methylviolet	noun	een groep van verschillende pH-indicatoren die worden gebruikt om bij een zuur-basetitratie het equivalentiepunt te bepalen.
meticilline	noun	een antibioticum, gerelateerd aan penicilline en andere bètalactam gebaseerde antibiotica
meticillines	=	meticilline
meticuleus	adj	zeer nauwgezet, goed, juist
meticuleust	=	meticuleus
meticuleuste	=	meticuleus
meticuleuze	=	meticuleus
meticuleuzer	=	meticuleus
meticuleuzere	=	meticuleus
meticuleuzers	=	meticuleus
metier	noun	vak of kennis van een vak
metiers	=	metier
meting	noun	het meten (bepaling van de maat, waarde, grootte)
metingen	=	meting
metinkje	=	meting
metinkjes	=	meting
metoclopramide	noun	antibraakmiddel
metoergeman	noun	tolk
metoergemaniem	=	metoergeman
metoniem	noun	een term die in letterlijke zin iets weergeeft dat slechts een relatie heeft met datgene wat in feite bedoeld wordt
metoniemen	=	metoniem
metoniempje	=	metoniem
metoniempjes	=	metoniem
metonymia	noun	stijlfiguur waarbij men een woord B bezigt in plaats van het eigenlijk bedoelde woord A, op grond van het feit dat er tussen A en B een vaste relatie (contiguïteitsrelatie), en/of een synecdoche bestaat
metonymia's	=	metonymia
metonymiaatje	=	metonymia
metonymiaatjes	=	metonymia
metonymie	noun	een beeldspraak waarbij men een woord B zegt in plaats van het woord A terwijl er tussen A en B een vaste relatie (een contiguïteitsrelatie) is
metonymietje	=	metonymie
metonymietjes	=	metonymie
metonymieën	=	metonymie
metonymisch	adj	als, van de aard, op de wijze van een metonymia
metonymische	=	metonymisch
metonymischer	=	metonymisch
metonymischere	=	metonymisch
metonymischers	=	metonymisch
metoo	adv	een hashtag die veel gebruikt werd om grensoverschrijdend seksueel gedrag aan te duiden bij het publiekelijk delen van het verhaal erover
metoo'tje	=	metoo
metoo-beweging	noun	een maatschappelijke beweging tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag
metoo-bewegingen	=	metoo-beweging
metoo-verhaal	noun	een publiekelijk gedeeld verhaal over grensoverschrijdend seksueel gedrag, veelal voorzien van #metoo
metoo-verhaaltje	=	metoo-verhaal
metoo-verhaaltjes	=	metoo-verhaal
metoo-verhalen	=	metoo-verhaal
metoobeweging	noun	wereldwijde campagne tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik
metoobewegingen	=	metoobeweging
metoobeweginkje	=	metoobeweging
metoobeweginkjes	=	metoobeweging
metoos	=	metoo
metootje	=	metoo
metope	noun	vaak met reliëf versierde, stenen platen tussen de trigliefen van een Dorische fries
metopen	=	metope
metra	=	metrum
metrage	noun	de lengte en oppervlakte van iets uitgedrukt in meters
metrages	=	metrage
metriek	noun	leer van de versbouw	adj	berustend op de meter als rekeneenheid, metrisch
metrieke	=	metriek
metrieken	=	metriek
metrieker	=	metriek
metriekere	=	metriek
metriekers	=	metriek
metrieks	=	metriek
metriekst	=	metriek
metriekste	=	metriek
metrisch	adj	betrekking hebbend op, gesteld in versmaat
metrische	=	metrisch
metrischer	=	metrisch
metrischere	=	metrisch
metrischers	=	metrisch
metro	noun	ondergronds openbaar vervoer, meestal per trein of tram
metro's	=	metro
metrobestuurder	noun	machinist van een metrotrein
metrobestuurders	=	metrobestuurder
metrobuis	noun	tunnel waardoor een metro rijdt
metrobuizen	=	metrobuis
metrohalte	noun	station waar metrotreinen stoppen om passagiers te laten in- of uitstappen
metrohalten	=	metrohalte
metrohaltes	=	metrohalte
metrohaltetje	=	metrohalte
metrolijn	noun	een vaste verbinding die deel uitmaakt van een metro
metrolijnen	=	metrolijn
metrolijntje	=	metrolijn
metrolijntjes	=	metrolijn
metrologie	noun	de studie van het meten
metroman	noun	een heteroseksuele man die met zijn uiterlijk bezig is en in staat is zijn emoties en zachte kant te tonen
metromannen	=	metroman
metronet	noun	een verzameling met elkaar verbonden metrolijnen
metronetten	=	metronet
metronetwerk	noun	een verzameling met elkaar verbonden metrolijnen
metronetwerken	=	metronetwerk
metroniem	noun	familienaam die afgeleid is van de naam van de moeder
metroniemen	=	metroniem
metronomen	=	metronoom
metronomisch	adj	betrekking hebbend op een metronoom
metronomische	=	metronomisch
metronomischer	=	metronomisch
metronomischere	=	metronomisch
metronomischers	=	metronomisch
metronoom	noun	apparaatje dat een ingesteld aantal tikken per minuut laat horen om de maat aan te geven, als hulpmiddel bij het instuderen van muziekstukken
metronoompje	=	metronoom
metronoompjes	=	metronoom
metronteken	noun	maataangevend teken in de vorm van een enigszins schuin liggend cijfer 8 boven een punt
metrontekens	=	metronteken
metrontekentje	=	metronteken
metrontekentjes	=	metronteken
metrootje	=	metro
metrootjes	=	metro
metropolen	=	metropool
metropoliet	noun	aartsbisschop
metropolieten	=	metropoliet
metropolis	noun	oorspronkelijk: de moederstad vanwaar kolonisatie plaatsvond
metropolisje	=	metropolis
metropolisjes	=	metropolis
metropolissen	=	metropolis
metropolitaan	noun	bisschop die aan het hoofd van een kerkprovincie staat; in de westerse Kerk: aartsbisschop; in de Griekse Kerk: bisschop die in rang boven een aartsbisschop en onder een patriarch staat; metropoliet	adj	grootstedelijk
metropolitaans	adj	betrekking hebbend op een aartsbisschop (metropolitaan of metropoliet)
metropolitaanse	=	metropolitaans
metropolitaanser	=	metropolitaans
metropolitaansere	=	metropolitaans
metropolitaansers	=	metropolitaans
metropolitaanst	=	metropolitaan
metropolitaanste	=	metropolitaan
metropolitane	=	metropolitaan
metropolitanen	=	metropolitaan
metropolitaner	=	metropolitaan
metropolitanere	=	metropolitaan
metropolitaners	=	metropolitaan
metropool	noun	wereldstad
metropooltje	=	metropool
metropooltjes	=	metropool
metrorragie	noun	onregelmatige baarmoederbloeding
metroseksueel	noun	heteroseksuele man die met zijn uiterlijk bezig is en in staat is zijn emoties en zachte kant te tonen	adj	metropolitisch, bewust met zijn uiterlijk bezig en in staat zijn emoties en zachte kant te tonen
metroseksueels	=	metroseksueel
metroseksueelst	=	metroseksueel
metroseksueelste	=	metroseksueel
metroseksuele	=	metroseksueel
metroseksuelen	=	metroseksueel
metroseksueler	=	metroseksueel
metroseksuelere	=	metroseksueel
metroseksuelers	=	metroseksueel
metrostation	noun	station voor de metro
metrostationnetje	=	metrostation
metrostations	=	metrostation
metrostel	noun	een vaste combinatie van rijtuigen met eigen aandrijving die in beide rijrichtingen kan rijden, geschikt om te rijden over een metronetwerk
metrostellen	=	metrostel
metrosurfen	verb	clandestien meereizen op het dak van een metro, met name door jongeren, die dit voor de kick doen
metrosurfende	=	metrosurfen
metrosysteem	noun	verzameling met elkaar verbonden metrolijnen
metrosystemen	=	metrosysteem
metrotekstueel	adj	man die in berichtenverkeer met andere mannen geen probleem heeft met symbolische kussen
metrotekstueels	=	metrotekstueel
metrotekstueelst	=	metrotekstueel
metrotekstueelste	=	metrotekstueel
metrotekstuele	=	metrotekstueel
metrotekstueler	=	metrotekstueel
metrotekstuelere	=	metrotekstueel
metrotekstuelers	=	metrotekstueel
metrotrein	noun	wagen waarin passagiers door een metro vervoerd kunnen worden
metrotreinen	=	metrotrein
metroverbinding	noun	een vorm van stedelijk, elektrisch openbaar spoorvervoer dat volledig conflictvrij rijdt, meestal via een tunnel (ondergronds) of op een viaduct.
metroverbindingen	=	metroverbinding
metroverbindinkje	=	metroverbinding
metroverbindinkjes	=	metroverbinding
metrum	noun	afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen in een vers, versmaat
metrumpje	=	metrum
metrumpjes	=	metrum
metrums	=	metrum
mets	=	metsen
metse	=	metsen
metsel	=	metselen
metselaar	noun	een bouwvakker gespecialiseerd in metselen
metselaars	=	metselaar
metselaarster	=	metselaar
metselaartje	=	metselaar
metselaartjes	=	metselaar
metselarij	noun	het metselen
metselbij	noun	Osmia Bij uit een geslacht van vliesvleugeligen van de familie van de behangersbijen (Megachilidae).
metselbijen	noun	Osmia een geslacht van vliesvleugeligen uit de familie van de behangersbijen (Megachilidae).
metselbijtje	=	metselbij
metselbijtjes	=	metselbij
metselde	=	metselen
metselden	=	metselen
metsele	=	metselen
metselen	verb	losse stenen met voegspecie samenvoegen om zo een muur te bouwen
metselend	=	metselen
metselende	=	metselen
metselkalk	noun	mengsel van kalkbrij en fijn zand om mee te metselen
metselmortel	noun	mortel om mee te metselen
metselmortels	=	metselmortel
metselspinnendoder	noun	Auplopus carbonarius een sluipwesp uit de familie spinnendoders (Pompilidae)
metselspinnendoders	=	metselspinnendoder
metselspinnendodertje	=	metselspinnendoder
metselspinnendodertjes	=	metselspinnendoder
metselsteen	noun	een steen die die een metselaar gebruikt voor het metselen van een muur
metselstenen	=	metselsteen
metselt	=	metselen
metselwerk	noun	een product dat door metselen is ontstaan
metselwerken	=	metselwerk
metselwerkje	=	metselwerk
metselwerkjes	=	metselwerk
metsen	verb	met voegspecie stenen samenvoegen tot een muur
metsend	=	metsen
metsende	=	metsen
metser	noun	metselaar
metsers	=	metser
metsertje	=	metser
metsertjes	=	metser
metsieë	noun	koopje
metsieës	=	metsieë
metst	=	metsen
metste	=	metsen
metsten	=	metsen
metten	noun	vroege (eerste) ochtendgebed in kloosters van de rooms-katholieke kerk
metterdaad	adv	daadwerkelijk
metterdag	adv	dagelijks
metterhaast	adv	in haast
mettertijd	adv	na verloop van (een zekere) tijd
metterwoon	adv	met woonplaats
metworst	noun	worst gevuld met gehakt varkensvlees
metworsten	=	metworst
metworstje	=	metworst
meubel	noun	een gebruiksvoorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed e.d.
meubelboulevard	noun	een boulevard waar meerdere meubelwinkels en winkels voor de inrichting van huizen gevestigd zijn.
meubelboulevardje	=	meubelboulevard
meubelboulevardjes	=	meubelboulevard
meubelboulevards	=	meubelboulevard
meubelen	=	meubel
meubelfabriek	noun	een bedrijf waar meubels worden gemaakt
meubelfabrieken	=	meubelfabriek
meubelfabriekje	=	meubelfabriek
meubelfabriekjes	=	meubelfabriek
meubelhond	noun	plank met daaronder vier kleine zwenkwielen voor het verplaatsen van zware, grote zaken, bijvoorbeeld meubels
meubelhonden	=	meubelhond
meubelhondje	=	meubelhond
meubelhondjes	=	meubelhond
meubelkunst	noun	de esthetische en creatieve vormgeving van functionele meubels
meubelkunsten	=	meubelkunst
meubelkunstje	=	meubelkunst
meubelkunstjes	=	meubelkunst
meubelmaker	noun	een vakman die beroepsmatig meubels vervaardigt
meubelmakerij	noun	bedrijf waar een meubelmaker meubels maakt; bedrijf waar men meubels produceert
meubelmakerijen	=	meubelmakerij
meubelmakers	=	meubelmaker
meubelmakertje	=	meubelmaker
meubelmakertjes	=	meubelmaker
meubelmonteur	noun	iemand die voor zijn beroep meubels bouwt, onderhoudt of repareert
meubelmonteurs	=	meubelmonteur
meubelontwerper	noun	iemand die meubelen ontwerpt
meubelontwerpers	=	meubelontwerper
meubelontwerpertje	=	meubelontwerper
meubelontwerpertjes	=	meubelontwerper
meubelontwerpster	noun	een vrouw die meubelen ontwerpt
meubelontwerpsters	=	meubelontwerpster
meubelontwerpstertje	=	meubelontwerpster
meubelontwerpstertjes	=	meubelontwerpster
meubelroller	noun	plank met daaronder vier kleine zwenkwielen voor het verplaatsen van zware, grote zaken, bijvoorbeeld meubels
meubelrollers	=	meubelroller
meubelrollertje	=	meubelroller
meubelrollertjes	=	meubelroller
meubels	=	meubel
meubelstuk	noun	voorwerp dat behoort tot de inrichting van een kamer, zoals een bank, stoel, tafel, kast, bed etc
meubelstukje	=	meubelstuk
meubelstukjes	=	meubelstuk
meubelstukken	=	meubelstuk
meubeltje	=	meubel
meubeltjes	=	meubel
meubelverkoper	noun	iemand die meubels aan gebruikers verkoopt
meubelverkopers	=	meubelverkoper
meubelwas	noun	was waarmee men het hout van meubels kan reinigen en laten glanzen
meubelwassen	=	meubelwas
meubelzaak	noun	een winkel waar men meubels verkoopt
meubelzaken	=	meubelzaak
meubilair	noun	een verzameling meubels bedoeld om een opstal mee in te richten	adj	betrekking hebbend op de inrichting van een gebouw
meubilairder	=	meubilair
meubilairdere	=	meubilair
meubilairders	=	meubilair
meubilaire	=	meubilair
meubilairs	=	meubilair
meubilairst	=	meubilair
meubilairste	=	meubilair
meubilairtje	=	meubilair
meubilairtjes	=	meubilair
meubileer	=	meubileren
meubileerde	=	meubileren
meubileerden	=	meubileren
meubileert	=	meubileren
meubilere	=	meubileren
meubileren	verb	van meubelen voorzien
meubilerend	=	meubileren
meubilerende	=	meubileren
meubilering	noun	inrichting van een gebouw
meubileringen	=	meubilering
meubulair	=	meubilair
meug	noun	lust, zin
meugen	=	mogen
meugje	=	meug
meugske	=	meug
meuk	=	meuken
meuke	=	meuken
meuken	verb	zacht of murw maken
meukend	=	meuken
meukende	=	meuken
meukje	=	meuken
meukt	=	meuken
meukte	=	meuken
meukten	=	meuken
meulen	=	molen
meulengracht-dieet	noun	brijachtige voeding die gegeven werd aan patiënten met een maagbloeding
meulengracht-dieetje	=	meulengracht-dieet
meulengracht-dieetjes	=	meulengracht-dieet
meulengracht-diëten	=	meulengracht-dieet
meun	noun	bepaald soort bruine zeevis met voeldraden aan de snuit, Ciliata mustela
meunen	=	meun
meur	=	meuren
meurde	=	meuren
meurden	=	meuren
meure	=	meuren
meuren	verb|informal	slapen ww [1]
meurend	=	meuren
meurende	=	meuren
meurt	=	meuren
meut	noun	oude vrouw
meute	noun	oorspronkelijk een groep jachthonden die gebruikt wordt voor bijvoorbeeld de vossenjacht
meuten	=	meut
meutes	=	meute
meuzel	=	meuzelen
meuzelde	=	meuzelen
meuzelden	=	meuzelen
meuzele	=	meuzelen
meuzelen	verb	smakelijk eten met kleine stukjes tegelijk
meuzelend	=	meuzelen
meuzelende	=	meuzelen
meuzelt	=	meuzelen
mevreer	noun	een formele manier om een persoon genderneutraal aan te spreken, in plaats van meneer of mevrouw
mevreertje	=	mevreer
mevreertjes	=	mevreer
mevreren	=	mevreer
mevrouw	noun	formele manier om een vrouw aan te spreken
mevrouwen	=	mevrouw
mevrouwtje	=	mevrouw
mevrouwtjes	=	mevrouw
mexicaan	noun	restaurant waar men Mexicaans eten serveert
mexicaans	adj	op Mexico betrekking hebbend
mexicaansch	=	mexicaans
mexicaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Mexico, of een vrouw afkomstig uit Mexico
mexicaansen	=	mexicaanse
mexicaanser	=	mexicaans
mexicaansere	=	mexicaans
mexicaansers	=	mexicaans
mexicaanst	=	mexicaans
mexicaanste	=	mexicaans
mexicaantje	noun	bepaald soort samengesteldbloemig sier- en kamerplantje, Ageratum houstonianum
mexicaantjes	=	mexicaan
mexicanen	=	mexicaan
mezelf	pron	eerste persoon enkelvoud, versterkte vorm van me
mezen	noun	Paridae een rijk gevarieerde familie in de orde van de zangvogels (Passeriformes) en de superfamilie Sylvioidea.
mezoeza	noun	kokertje aan deurpost met teksten uit het Bijbelboek Deuteronomium, om te herinneren aan de geboden
mezoeza's	=	mezoeza
mezoezaatje	=	mezoeza
mezoezaatjes	=	mezoeza
mezoeze	noun	kokertje aan deurpost met teksten uit het Bijbelboek Deuteronomium, om te herinneren aan de geboden
mezoezes	=	mezoeze
mezoezo	noun	kokertje aan deurpost met teksten uit het Bijbelboek Deuteronomium, om te herinneren aan de geboden
mezoezot	noun	mezoeza's, Hebreeuws gevormd meervoud van mezoeza
mezoezous	=	mezoezo
mezomme	noun	geld
mezozze	noun	kokertje aan deurpost met teksten uit het Bijbelboek Deuteronomium, om te herinneren aan de geboden
mezozzes	=	mezozze
mezzanine	noun	achtergestelde ongedekte lening die bij een faillissement als laatste lening in aanmerking komt om terugbetaald te worden
mezzanines	=	mezzanine
mezzanini	=	mezzanino
mezzanino	noun	een zelfdragende constructie die geplaatst wordt tussen twee etagevloeren die veel wordt toegepast in een hoge ruimte voor het creëren van extra vloeroppervlakte
mezze	noun	hapje geserveerd als voorgerecht, tussengerecht of deel van een hoofdgerecht
mezze's	=	mezze
mezzes	=	mezze
mezzo	noun	half
mezzo's	=	mezzo
mezzosopraan	noun	zangstem tussen sopraan en alt
mezzosopraantje	=	mezzosopraan
mezzosopraantjes	=	mezzosopraan
mezzosopranen	=	mezzosopraan
meêdogen	=	mededogen
meêdogenloos	=	meedogenloos
mf	noun	Medium Frequency
mhm	adv	ja, oké
mhorrgazelle	noun	Nanger dama mhorr is een van de ondersoorten van de damagazelle.
mhorrgazellen	=	mhorrgazelle
mhorrgazelles	=	mhorrgazelle
mhorrgazelletje	=	mhorrgazelle
mhorrgazelletjes	=	mhorrgazelle
mi	noun	derde toon op de toonladder, tussen re en fa
mi's	=	mi
mi-vlinder	noun	Euclidia mi een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), die overdag actief is
mi-vlinders	=	mi-vlinder
mi-vlindertje	=	mi-vlinder
mi-vlindertjes	=	mi-vlinder
miaauwen	=	miauwen
miasma	noun	slechte, ziekmakende lucht of geur uit moerasachtige grond of rottende stoffen
miasma's	=	miasma
miasmaatje	=	miasma
miasmata	=	miasma
miasme	noun	kwalijke, ziekmakende moerasdampen
miasmen	=	miasme
miauw	intj	het geluid van een kat
miauwde	=	miauwen
miauwden	=	miauwen
miauwe	=	miauwen
miauwen	verb	het kenmerkende jankende geluid van een kat voortbrengen
miauwend	=	miauwen
miauwende	=	miauwen
miauwt	=	miauwen
mica	noun	verzamelnaam voor een grote groep fylosilicaten met de algemene formule (AB₂₋₃X,Si)₄O₁₀(O,F,OH)₂, (waarin: A =K, Na, Ca, Ba, Cs, B = Al, Li, Fe, Zn, Cr, V, Ti, Mn of Mg en X = gewoonlijk Al soms ook Be, B of Fe)
mica's	=	mica
micaglas	noun	vuurbestendig, doorzichtig materiaal gemaakt van mica
micaplatvoetje	noun	Platycheirus albimanus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
micaplatvoetjes	=	micaplatvoetje
micel	noun	een microscopisch kleine structuur van een aantal moleculen van een oppervlakteactieve stof in water
micellen	=	micel
micelletje	=	micel
micelletjes	=	micel
michelinmannetje	noun	Pycnogonum litorale een zeespin uit de familie Pycnogonidae.
michelinmannetjes	=	michelinmannetje
michelinster	noun	is een aanduiding voor restaurants met een goede tot zeer goede keuken en een correcte bediening in de befaamde Rode Gidsen van de bandenfabrikant Michelin
michelinsterren	=	michelinster
michelinsterretje	=	michelinster
michelinsterretjes	=	michelinster
michoacahertmuis	noun	Osgoodomys banderanus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
michoacahertmuisje	=	michoacahertmuis
michoacahertmuisjes	=	michoacahertmuis
michoacahertmuizen	=	michoacahertmuis
mickeys	noun	genitief van Mickey
miconazol	noun	een antischimmelmiddel
micraat	noun	microscopisch kleine reproductie van een document
micraatje	=	micraat
micraatjes	=	micraat
micraten	=	micraat
micro	noun	toestel om geluid om te zetten in elektrische signalen zodat het kan worden versterkt of opgeslagen	adj	op de schaal van afzonderlijke bedrijven of huishoudens
micro's	=	micro
micro-economie	noun	de economie op kleine schaal
micro-economieën	=	micro-economie
micro-economisch	adj	betrekking hebbend op de micro-economie
micro-economische	=	micro-economisch
micro-economischer	=	micro-economisch
micro-economischere	=	micro-economisch
micro-economischers	=	micro-economisch
micro-elektronica	noun	de techniek van het ontwerpen en de productie van elektronische circuits in miniatuuruitvoering vooral met geïntegreerde schakelingen
micro-elektronisch	adj	betrekking hebbend op, volgens de micro-elektronica
micro-elektronische	=	micro-elektronisch
micro-elektronischer	=	micro-elektronisch
micro-elektronischere	=	micro-elektronisch
micro-elektronischers	=	micro-elektronisch
micro-element	noun	chemisch element dat slechts in zeer kleine hoeveelheden in voedsel voorkomt maar wel essentieel is voor een goede groei en functie van een organisme
micro-elementen	=	micro-element
micro-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan één miljoenste ohm of 0,001 milliohm, weergegeven met symbool μΩ
micro-ohmpje	=	micro-ohm
micro-ohmpjes	=	micro-ohm
micro-ohms	=	micro-ohm
micro-organisme	noun	meestal eencellig wezen, dat niet met het blote oog zichtbaar is
micro-organismen	=	micro-organisme
micro-organismes	=	micro-organisme
micro-organismetje	=	micro-organisme
micro-organismetjes	=	micro-organisme
microagressie	noun	subtiel, niet openlijk discriminerend of pestend gedrag dat vaak wordt weggewuifd als iets kleins
microagressies	=	microagressie
microampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan één miljoenste ampère of 0,001 milliampère, weergegeven met symbool μA
microampères	=	microampère
microampèretje	=	microampère
microampèretjes	=	microampère
microbar	noun|obsolete	eenheid voor druk, gelijk aan een miljoenste bar of een tiende pascal
microbe	noun	levend micro-organisme; een eencellig organisme
microbecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan één miljoenste becquerel of 0,001 millibecquerel, weergegeven met symbool μBq
microbecquerels	=	microbecquerel
microben	=	microbe
microbes	=	microbe
microbetje	=	microbe
microbetjes	=	microbe
microbicide	adj	microben dodend
microbiciden	=	microbicide
microbicides	=	microbicide
microbieel	adj	met betrekking tot microben (bacteriën) of daardoor veroorzaakt, bacterieel
microbieels	=	microbieel
microbieelst	=	microbieel
microbieelste	=	microbieel
microbiologe	noun	vrouwelijke vorm van microbioloog
microbiologen	=	microbioloog
microbiologes	=	microbiologe
microbiologie	noun	de tak van de biologie die zich bezighoudt met micro-organismen en hun effecten op de mens en andere levende organismen
microbiologisch	adj	met betrekking tot de microbiologie
microbiologische	=	microbiologisch
microbiologischer	=	microbiologisch
microbiologischere	=	microbiologisch
microbiologischers	=	microbiologisch
microbioloog	noun	bioloog die zich bezig houdt met de wetenschap van de micro-organismen, meer specifiek vooral de bacteriën, eencellige schimmels ofwel gisten, (soms ook) schimmels, en virussen
microbioloogje	=	microbioloog
microbioloogjes	=	microbioloog
microbiomen	=	microbioom
microbioom	noun	het totaal aan micro-organismen zoals bacteriën, virussen en gisten dan wel de totale set aan genen die deze micro-organismen gezamenlijk hebben
microbiële	=	microbieel
microbiëler	=	microbieel
microbiëlere	=	microbieel
microbiëlers	=	microbieel
microbrouwerij	noun	een brouwerij die een kleine hoeveelheid bier produceert
microbrouwerijen	=	microbrouwerij
microbrouwerijtje	=	microbrouwerij
microbrouwerijtjes	=	microbrouwerij
microcandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan één miljoenste candela of 0,001 millicandela, weergegeven met symbool μcd
microcandela's	=	microcandela
microcefalie	noun	afwijking van het centrale zenuwstelsel waarbij de schedelomvang te klein is
microcheating	noun	ongepast aardig, vriendelijk gedrag naar iemand anders dan de eigen partner
microchemie	noun	scheikundig onderzoek van zeer kleine hoeveelheden
microchip	noun	een klein stukje halfgeleiderkristal waarop geïntegreerde circuits zijn aangebracht, (chip betekenis 2)
microchips	=	microchip
microcircuit	noun	microschakeling
microcircuits	=	microcircuit
microcirculatie	noun	bloedsomloop door de kleinste slagaders
microcomputer	noun	pc, personal computer
microcomputers	=	microcomputer
microcomputertje	=	microcomputer
microcomputertjes	=	microcomputer
microcontroller	noun	geheugen, processor en programmeerbare logische poorten in één enkele microchip
microcontrollers	=	microcontroller
microcoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan één miljoenste coulomb of 0,001 millicoulomb, weergegeven met symbool μC
microcoulombs	=	microcoulomb
microcoulombtje	=	microcoulomb
microcoulombtjes	=	microcoulomb
microdoseer	=	microdoseren
microdoseerde	=	microdoseren
microdoseerden	=	microdoseren
microdoseert	=	microdoseren
microdosere	=	microdoseren
microdoseren	verb	zeer kleine hoeveelheid van iets gebruiken of toedienen meestal van een drug
microdoserend	=	microdoseren
microdoserende	=	microdoseren
microfaag	noun	dier dat leeft van micro-organismen
microfaagje	=	microfaag
microfaagjes	=	microfaag
microfagen	=	microfaag
microfarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan één miljoenste farad of 0,001 millifarad, weergegeven met symbool μF
microfaradje	=	microfarad
microfaradjes	=	microfarad
microfarads	=	microfarad
microfiber	noun	microvezel
microfibers	=	microfiber
microfiche	noun	fotografisch verkleinde kopie van geschreven of gedrukte informatie die leesbaar is met een vergrootapparaat
microfiches	=	microfiche
microfilm	noun	transparant fotografisch materiaal waarop in sterk verkleinde vorm de bladzijden van een tekst of andere informatie is afgedrukt
microfilmpje	=	microfilm
microfilmpjes	=	microfilm
microfilms	=	microfilm
microfoon	noun	een toestel dat geluidstrillingen omzet in een elektrisch signaal
microfoonhouder	noun	een hulpmiddel om een microfoon vast te houden en stabiel op een specifieke positie te plaatsen, zonder dat je deze vast hoeft te houden
microfoonhouders	=	microfoonhouder
microfoonhoudertje	=	microfoonhouder
microfoonhoudertjes	=	microfoonhouder
microfoons	=	microfoon
microfoonstandaard	noun	statief waarop een microfoon bevestigd is
microfoonstandaarden	=	microfoonstandaard
microfoonstandaards	=	microfoonstandaard
microfoonstatief	noun	een hulpmiddel om een microfoon vast te houden en stabiel op een specifieke positie te plaatsen, zonder dat je deze vast hoeft te houden
microfoonstatiefje	=	microfoonstatief
microfoonstatiefjes	=	microfoonstatief
microfoonstatieven	=	microfoonstatief
microfoontje	=	microfoon
microfoontjes	=	microfoon
microfotografie	noun	fotografie m.b.v. een microscoop
microfotografieën	=	microfotografie
microgolf	noun	een toestel waarin met zeer korte en gerichte golven voedsel in zeer korte tijd warm kan worden gemaakt.
microgolfje	=	microgolf
microgolfjes	=	microgolf
microgolfoven	noun	een toestel waarin met zeer korte en gerichte golven voedsel in zeer korte tijd warm kan worden gemaakt
microgolfovens	=	microgolfoven
microgolfoventje	=	microgolfoven
microgolfoventjes	=	microgolfoven
microgolfverbinding	noun	draadloze communicatiemethode die gebruikmaakt van hoogfrequente radiogolven (microgolven) om gegevens te verzenden tussen twee vaste punten.
microgolfverbindingen	=	microgolfverbinding
microgolfverbindinkje	=	microgolfverbinding
microgolfverbindinkjes	=	microgolfverbinding
microgolven	=	microgolf
micrografie	noun	een zeer klein handschrift
micrografietje	=	micrografie
micrografietjes	=	micrografie
micrografieën	=	micrografie
microgram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van één miljoenste gram of 0,001 milligram, weergegeven met symbool μg
microgrammen	=	microgram
microgrammetje	=	microgram
microgrammetjes	=	microgram
microgray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan één miljoenste gray of 0,001 milligray, weergegeven met symbool μGy
micrograys	=	microgray
micrograytje	=	microgray
micrograytjes	=	microgray
microgroente	noun	zeer vroeg geoogste groente die men in een gerecht gebruikt als garnering of voor het aanbrengen van smaaknuances
microgroenten	=	microgroente
microgroentes	=	microgroente
microhenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan één miljoenste henry of 0,001 millihenry, weergegeven met symbool μH
microhenry's	=	microhenry
microhenry'tje	=	microhenry
microhenry'tjes	=	microhenry
microhertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan één miljoenste hertz of 0,001 millihertz, weergegeven met symbool μHz
microjoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan één miljoenste joule of 0,001 millijoule, weergegeven met symbool μJ
microjoules	=	microjoule
microkatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan één miljoenste katal of 0,001 millikatal, weergegeven met symbool μkat
microkatals	=	microkatal
microkelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan één miljoenste kelvin of 0,001 millikelvin, weergegeven met symbool μK
microklimaat	noun	geheel van atmosferische omstandigheden in een klein gebied die door lokale omstandigheden afwijkt van wat men zou verwachten op grond van het klimaat daar omheen
microklimaatje	=	microklimaat
microklimaatjes	=	microklimaat
microklimaten	=	microklimaat
microkosmos	noun	een kleine, van de buitenwereld afgesloten werkelijkheid (een kleine wereld)
microkosmosje	=	microkosmos
microkosmosjes	=	microkosmos
microkosmossen	=	microkosmos
microkrediet	noun	lening van een beperkte omvang voor een beginnende ondernemer
microkredieten	=	microkrediet
microkredietje	=	microkrediet
microkredietjes	=	microkrediet
microliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,000.001 liter, weergegeven met symbool μl, μL of μℓ
microliters	=	microliter
microlitertje	=	microliter
microlitertjes	=	microliter
microlumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan één miljoenste lumen of 0,001 millilumen, weergegeven met symbool μlm
microlumens	=	microlumen
microlux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan één miljoenste lux of 0,001 millilux, weergegeven met symbool μlx
micromechanica	noun	een vakgebied in de natuurkunde dat omstreeks 1985 is ontstaan en zich bezighoudt met mechanische eigenschappen zoals elasticiteit en plasticiteit van materialen
micromeer	noun	elk van de kleine cellen van de blastula
micromeertje	=	micromeer
micromeertjes	=	micromeer
micromeren	=	micromeer
micrometeoriet	noun	zeer klein steentje of stofdeeltje dat met grote snelheid door de ruimte schiet
micrometeorieten	=	micrometeoriet
micrometer	noun	een meetinstrument waarmee zeer nauwkeurig dikten, afstanden en diepten kunnen worden gemeten
micrometers	=	micrometer
micrometertje	=	micrometer
micrometertjes	=	micrometer
micromol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan één miljoenste mol of 0,001 millimol, weergegeven met symbool μmol
micromolen	=	micromol
micron	noun	een lengtemaat met een waarde van één miljoenste meter of 0,001 millimeter, weergegeven met symbool μm
micronatie	noun	een entiteit die een natie of staat lijkt, maar die voor het grootste deel alleen op papier, op het internet of in het hoofd van de schepper bestaat
micronaties	=	micronatie
micronatietje	=	micronatie
micronatietjes	=	micronatie
micronesisch	adj	op Micronesia betrekking hebbend
micronesische	noun	een vrouwelijke inwoner van Micronesia, of een vrouw afkomstig uit Micronesia
micronesischen	=	micronesische
micronesischer	=	micronesisch
micronesischere	=	micronesisch
micronesischers	=	micronesisch
micronesiër	noun	een inwoner van Micronesia, of iemand afkomstig uit Micronesia
micronesiërs	=	micronesiër
micronewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan één miljoenste newton of 0,001 millinewton, weergegeven met symbool μN
micronewtons	=	micronewton
microniseren	verb	verpulveren
microniveau	noun	op een heel kleine schaal
microniveaus	=	microniveau
micronova	noun	explosief stellair verschijnsel met ongeveer een miljoenste van de kracht van een klassieke nova
micronova's	=	micronova
micronovaatje	=	micronova
micronovaatjes	=	micronova
micronovae	=	micronova
microns	=	micron
micronutriënt	noun	hulpstof die nodig is voor de fysiologische processen van mens, plant of dier, zoals vitamines, mineralen en sporenelementen
micronutriënten	=	micronutriënt
microotje	=	micro
microotjes	=	micro
micropascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan één miljoenste pascal of 0,001 millipascal, weergegeven met symbool μPa
microplane	noun	soort rasp
microplanes	=	microplane
microplastic	noun	kleine deeltjes plastic die in het milieu met name in zeeën en oceanen voor problemen leiden doordat ze in de voedselketen terecht komen
microplastics	=	microplastic
microprocessor	noun	geïntegreerde schakeling die de hele CVE van een computer bevat op één enkele chip
microprocessoren	=	microprocessor
microprocessors	=	microprocessor
micropsie	noun	het kleiner waarnemen van voorwerpen dan zij in werkelijkheid zijn
microsatelliet	noun	bestaat uit korte stukjes niet coderend (niet voor eiwitsynthese zorgend) desoxyribonucleïnezuur, die echter soms wel een duidelijke functie hebben
microsatellieten	=	microsatelliet
microschaal	noun	op zeer kleine schaal
microschalen	=	microschaal
microscoop	noun	instrument voor het bestuderen van objecten die te klein zijn om goed met het blote oog gezien te kunnen worden
microscoopje	=	microscoop
microscoopjes	=	microscoop
microscopen	=	microscoop
microscopie	noun	onderzoek met behulp van een microscoop
microscopieën	=	microscopie
microscopisch	adj	zeer klein, voor het blote oog onzichtbaar, alleen door een microscoop waarneembaar
microscopische	=	microscopisch
microscopischer	=	microscopisch
microscopischere	=	microscopisch
microscopischers	=	microscopisch
microscopischt	=	microscopisch
microscopischte	=	microscopisch
microseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van één miljoenste seconde of 0,001 milliseconde, weergegeven met symbool μs
microseconden	=	microseconde
microsecondes	=	microseconde
microsecondetje	=	microseconde
microsiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan één miljoenste siemens of 0,001 millisiemens, weergegeven met symbool μS
microsiemensen	=	microsiemens
microsiemensje	=	microsiemens
microsiemensjes	=	microsiemens
microsievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan één miljoenste sievert of 0,001 millisievert, weergegeven met symbool μSv
microsomaal	adj	kleinste deeltje in een cel betreffend
microsomale	=	microsomaal
microsomaler	=	microsomaal
microsomalere	=	microsomaal
microsomen	=	microsoom
microsoom	noun	klein deeltje in een cel
microsoompje	=	microsoom
microsoompjes	=	microsoom
microspike	noun	een van de kleine harde punten, bevestigd onder de zool van een sportschoen, bedoeld om wegglijden tegen te gaan
microspikes	=	microspike
microspora	=	microsporum
microspore	noun	de kleinste van de twee sporenvormen die worden voortgebracht
microsporen	=	microspore
microsporetje	=	microspore
microsporetjes	=	microspore
microsporum	noun	huidschimmel met kleine sporen
microsporumpje	=	microsporum
microsporumpjes	=	microsporum
microtechnologie	noun	technologie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van structuren die in micrometers worden gemeten (met name halfgeleiderchips)
microtesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan één miljoenste tesla of 0,001 millitesla, weergegeven met symbool μT
microtonen	=	microtoon
microtoon	noun	interval dat kleiner is dan een kwart toon
microtoontje	=	microtoon
microtoontjes	=	microtoon
microtrauma	noun	zeer klein letsel
microtrauma's	=	microtrauma
microtraumata	=	microtrauma
microverontreiniging	noun	een verzamelnaam voor uiterst kleine hoeveelheden (vaak op microniveau) chemische of biologische vervuiling die in het milieu terechtkomen.
microverontreinigingen	=	microverontreiniging
microverontreinigingetje	=	microverontreiniging
microverontreinigingetjes	=	microverontreiniging
microvezel	noun	zeer fijn synthetisch garen met een dikte van minder dan 0,1 denier
microvezels	=	microvezel
microvezeltje	=	microvezel
microvezeltjes	=	microvezel
microvilli	=	microvillus
microvillus	noun	bijzonder kleine uitstulping van de celmembraan
microvillusje	=	microvillus
microvillusjes	=	microvillus
microvolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan één miljoenste volt of 0,001 millivolt, weergegeven met symbool μV
microvoltje	=	microvolt
microvoltjes	=	microvolt
microvolts	=	microvolt
microwatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan één miljoenste watt of 0,001 milliwatt, weergegeven met symbool μW
microwatts	=	microwatt
microwave	noun	handig apparaat waarmee men waterige substanties snel kan opwarmen
microwaves	=	microwave
microweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan één miljoenste weber of 0,001 milliweber, weergegeven met symbool μWb
microwebers	=	microweber
microwoning	noun	een compact, zelfstandig appartement of huisje, meestal tussen de 15 en 40 m² groot.
microwoningen	=	microwoning
microwoninkje	=	microwoning
microwoninkjes	=	microwoning
microzwaartekracht	noun	zeer geringe zwaartekracht (zoals deze heerst in een satelliet om de aarde)
microzwaartekrachten	=	microzwaartekracht
microörganisme	=	micro-organisme
mictie	noun	het lozen van urine
micties	=	mictie
mid	noun|obsolete	centrale deel of plaats halverwege uitersten
mid-atlantisch	adj	betreft het midden van de Atlantische Oceaan
mid-atlantische	=	mid-atlantisch
mid-atlantischer	=	mid-atlantisch
mid-atlantischere	=	mid-atlantisch
mid-atlantischers	=	mid-atlantisch
mida	noun	maat
midaskamtandslijmvis	noun	Ecsenius midas een straalvinnige vissensoort uit de familie van naakte slijmvissen (Blenniidae).
midaskamtandslijmvisje	=	midaskamtandslijmvis
midaskamtandslijmvisjes	=	midaskamtandslijmvis
midaskamtandslijmvissen	=	midaskamtandslijmvis
midasoren	noun	lange, behaarde oren zoals een ezel die heeft
midat	noun	maat(staf) van
middag	noun	het midden van de dag, 12.00
middagbreedte	noun	de breedtegraad die bij maximale zonshoogte (12 uur ware plaatselijke tijd) door de navigator is bepaald
middagbreedten	=	middagbreedte
middagbreedtetje	=	middagbreedte
middagbreedtetjes	=	middagbreedte
middagconcert	noun	muziek voorstelling die in de middaguren wordt gegeven
middagconcerten	=	middagconcert
middagdienst	noun	kerkdienst die men in de middaguren viert
middagdiensten	=	middagdienst
middagdut	noun	een langere of kortere slaapperiode in de middag
middagdutje	=	middagdut
middagdutjes	=	middagdut
middagdutten	=	middagdut
middageditie	noun	de versie van een krant of programma die in de middag wordt gepubliceerd of uitgezonden
middagedities	=	middageditie
middagen	=	middag
middageten	noun	een maaltijd die tussen de ochtend en de middag genuttigd wordt
middagetende	=	middageten
middagetens	=	middageten
middagetentje	=	middageten
middagetentjes	=	middageten
middaggebed	noun	godsdienstoefening die dagelijks op of na het middaguur hoort plaats te vinden
middaggebeden	=	middaggebed
middaggebedje	=	middaggebed
middaggebedjes	=	middaggebed
middaghitte	noun	de hoge temperatuur van de (zomer)middag veroorzaakt door de hoge stand van de zon
middaghoogte	noun	de zonshoogte om 12 uur ware plaatselijke tijd
middaghoogten	=	middaghoogte
middaghoogtes	=	middaghoogte
middaghoogtetje	=	middaghoogte
middaghoogtetjes	=	middaghoogte
middagjapon	noun	jurk die men in de middag draagt; jurk die niet te kort of te bloot is
middagjaponnen	=	middagjapon
middagjaponnetje	=	middagjapon
middagjaponnetjes	=	middagjapon
middagje	=	middag
middagjes	=	middag
middagkerk	noun	kerkdienst gehouden in de middaguren
middagkerken	=	middagkerk
middaglijn	noun	de concrete vorm (materialisatie) van een deel van een meridiaan bijvoorbeeld in de vorm van een strip.
middaglijnen	=	middaglijn
middagmaal	noun	maaltijd die men rond 12 uur eet
middagmaalde	=	middagmalen
middagmaalden	=	middagmalen
middagmaalt	=	middagmalen
middagmaaltijd	noun	maaltijd die 'smiddags genoten wordt
middagmaaltijden	=	middagmaaltijd
middagmaaltje	=	middagmaal
middagmaaltjes	=	middagmaal
middagmale	=	middagmalen
middagmalen	verb	de lunch gebruiken
middagmalend	=	middagmalen
middagmalende	=	middagmalen
middagpauze	noun	De pauze rond 12 uur voor het nuttigen van de lunch.
middagpauzen	=	middagpauze
middagpauzes	=	middagpauze
middagpauzetje	=	middagpauze
middagpauzetjes	=	middagpauze
middagpost	noun	de (brieven)post die in de middaguren bezorgd wordt
middagprogramma	noun	activiteit in de middaguren
middagprogramma's	=	middagprogramma
middagrust	noun	de rust die men neemt gedurende de warmste tijd van de dag
middags	=	middag
middagscholen	=	middagschool
middagschool	noun	onderwijsinstelling waar men tussen 12.00 en 18.00 uur les geeft
middagschooltje	=	middagschool
middagschooltjes	=	middagschool
middagslaap	noun	een dutje in de middaguren; een kort slaapje in de periode tussen 12.00 uur 's-middags en 81.00 uur 's-avonds
middagslaapje	=	middagslaap
middagslaapjes	=	middagslaap
middagslapen	=	middagslaap
middagtemperaturen	=	middagtemperatuur
middagtemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht in de periode tussen 12.00 en 18.00 uur; de temperatuur tijdens het warmste deel van de dag
middagthee	noun	bijeenkomst in de middag waarbij men thee geserveerd krijgt
middagtheetje	=	middagthee
middagtheetjes	=	middagthee
middagtheeën	=	middagthee
middagtoilet	noun	een jurk tot op of vlak boven de knieën, de armen bedekt, zodat het netjes is
middagtoiletje	=	middagtoilet
middagtoiletjes	=	middagtoilet
middagtoiletten	=	middagtoilet
middagtraining	noun	een (sport)training in de middaguren
middagtrainingen	=	middagtraining
middagtrein	noun	een trein die in de middaguren vertrekt of aankomt
middagtreinen	=	middagtrein
middaguitzending	noun	radio- of televisieuitzending in de middaguren
middaguitzendingen	=	middaguitzending
middaguitzendinkje	=	middaguitzending
middaguitzendinkjes	=	middaguitzending
middaguren	=	middaguur
middaguur	noun	het uur wanneer de zon het hoogste staat dus tussen ongeveer 12.00 en 13.00 uur
middaguurtje	=	middaguur
middaguurtjes	=	middaguur
middagvoorstelling	noun	theateruitvoering die in de middaguren wordt gegeven
middagvoorstellingen	=	middagvoorstelling
middagzitting	noun	rechtszaak in de middaguren
middagzittingen	=	middagzitting
middagzittinkje	=	middagzitting
middagzittinkjes	=	middagzitting
middagzon	noun	de straling van de zon 's-middags
middagzonnen	=	middagzon
middagzonnetje	=	middagzon
middagzonnetjes	=	middagzon
middel	noun	het midden
middelaar	noun	bemiddelaar
middelaars	=	middelaar
middelaarschap	noun	de functie van tussenpersoon
middelaarschappen	=	middelaarschap
middelar	=	middelaar
middelares	noun	vrouw die bemiddelt tussen twee partijen
middelaresje	=	middelares
middelaresjes	=	middelares
middelaressen	=	middelares
middelbaar	adj	tussen de vroegste en de laatste fase in
middelbaarder	=	middelbaar
middelbaardere	=	middelbaar
middelbaarders	=	middelbaar
middelbaars	=	middelbaar
middelbaarst	=	middelbaar
middelbaarste	=	middelbaar
middelbare	=	middelbaar
middelbareschooldiploma	noun	getuigschrift dat je krijgt na het slagen voor het middelbareschoolexamen
middelbareschooldiploma's	=	middelbareschooldiploma
middelbareschooldiplomaatje	=	middelbareschooldiploma
middelbareschooldiplomaatjes	=	middelbareschooldiploma
middelbareschoolopleiding	noun	een opleiding aan het voortgezet onderwijs
middelbareschoolopleidingen	=	middelbareschoolopleiding
middelbareschoolopleidinkje	=	middelbareschoolopleiding
middelbareschoolopleidinkjes	=	middelbareschoolopleiding
middelbareschooltijd	noun	de jaren die men op de middelbare school doorbrengt of doorgebracht heeft
middelburger	noun	een inwoner van Middelburg, of iemand afkomstig uit Middelburg
middelburgers	=	middelburger
middelburgs	adj	op Middelburg betrekking hebbend
middelburgse	noun	een vrouwelijke inwoner van Middelburg, of een vrouw afkomstig uit Middelburg
middelburgsen	=	middelburgse
middelburgser	=	middelburgs
middelburgsere	=	middelburgs
middelburgsers	=	middelburgs
middelburgst	=	middelburgs
middelburgste	=	middelburgs
middelde	=	middelen
middelden	=	middelen
middele	=	middelen
middeleeuwen	noun	de periode tussen ongeveer 300 n.Chr. tot 1500 n.Chr.
middeleeuwer	noun	iemand die geleefd heeft in de middeleeuwen
middeleeuwers	=	middeleeuwer
middeleeuwertje	=	middeleeuwer
middeleeuwertjes	=	middeleeuwer
middeleeuws	adj	gerelateerd aan de middeleeuwen
middeleeuwse	=	middeleeuws
middeleeuwser	=	middeleeuws
middeleeuwsere	=	middeleeuws
middeleeuwsers	=	middeleeuws
middeleeuwst	=	middeleeuws
middeleeuwste	=	middeleeuws
middelen	verb	het gemiddelde nemen van een reeks getallen
middelend	=	middelen
middelende	=	middelen
middelengebruik	noun	het gebruik of misbruik van genotsmiddelen
middelerwijl	adv	in de tussentijd
middelevenredig	adj	evenveel malen groter dan het ene als kleiner dan het andere
middelevenredige	=	middelevenredig
middelevenredigs	=	middelevenredig
middelfijn	adj	ergens tussen fijn en grof in
middelfijne	=	middelfijn
middelfijns	=	middelfijn
middelgebergte	noun	gebergte met bergtoppen tussen de 500 en 1500 meter hoog
middelgebergten	=	middelgebergte
middelgebergtes	=	middelgebergte
middelgroot	adj	van min of meer gemiddelde omvang
middelgroots	=	middelgroot
middelgrote	=	middelgroot
middelhoge	=	middelhoog
middelhoog	adj	tussen laag en hoog in
middelhoogs	=	middelhoog
middeling	noun	iets verspreiden over een groter gebied of langere tijd zodat pieken en dalen worden afgevlakt
middelingen	=	middeling
middellands	adj	tussen twee of meer landen gelegen
middellandse	=	middellands
middellandse-zeevlieg	noun	Ceratitis capitata een insect uit de familie boorvliegen (Tephritidae)
middellandse-zeevliegen	=	middellandse-zeevlieg
middellandse-zeevliegje	=	middellandse-zeevlieg
middellandse-zeevliegjes	=	middellandse-zeevlieg
middellandser	=	middellands
middellandsere	=	middellands
middellandsers	=	middellands
middellandsezeeknorvis	noun	Plectorhinchus mediterraneus een straalvinnige vis uit de familie van Haemulidae en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
middellandsezeeknorvisje	=	middellandsezeeknorvis
middellandsezeeknorvisjes	=	middellandsezeeknorvis
middellandsezeeknorvissen	=	middellandsezeeknorvis
middellandsezeeleng	noun	Molva macrophthalma een straalvinnige vis uit de familie van Lotidae, in de orde kabeljauwachtigen (Gadiformes), die voorkomt in het noordoosten en het oosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.
middellandsezeelengen	=	middellandsezeeleng
middellandsezeelengetje	=	middellandsezeeleng
middellandsezeelengetjes	=	middellandsezeeleng
middellandst	=	middellands
middellandste	=	middellands
middellang	adj	middelmatig lang
middellange	=	middellang
middellangeafstandsdrone	noun	drone die zelfstandig, mogelijk op afstand bestuurd, opereert op relatief middellange afstand van ongeveer 50 tot enkele honderden kilometer
middellangeafstandsdrones	=	middellangeafstandsdrone
middellangeafstandsraket	noun	een ballistische raket die wordt ingezet voor de 'middellange' afstand (1000 tot 5500 kilometer)
middellangeafstandsraketten	=	middellangeafstandsraket
middellangs	=	middellang
middellijk	adj	niet rechtstreeks maar via een intermediair; langs een omweg; niet rechtstreeks
middellijke	=	middellijk
middellijker	=	middellijk
middellijkere	=	middellijk
middellijkers	=	middellijk
middellijks	=	middellijk
middellijkst	=	middellijk
middellijkste	=	middellijk
middellijn	noun	een rechte lijn, getrokken door twee punten en het middelpunt van een cirkel
middellijnen	=	middellijn
middellijntje	=	middellijn
middellijntjes	=	middellijn
middelloodlijn	noun	een lijn die loodrecht op het midden van een lijnstuk staat
middelloodlijnen	=	middelloodlijn
middelloodlijntje	=	middelloodlijn
middelloodlijntjes	=	middelloodlijn
middelmaat	noun	het deel dat noch tot de bovenste laag noch tot de onderste laag behoort
middelmaatje	=	middelmaat
middelmaatjes	=	middelmaat
middelman	noun	tussenpersoon
middelmanagement	noun	management dat een middenpositie inneemt in de hiërarchie van een organisatie
middelmannen	=	middelman
middelmannetje	=	middelman
middelmannetjes	=	middelman
middelmaten	=	middelmaat
middelmatig	adj	zich rond het gemiddelde bevinden
middelmatige	=	middelmatig
middelmatiger	=	middelmatig
middelmatigere	=	middelmatig
middelmatigers	=	middelmatig
middelmatigheden	=	middelmatigheid
middelmatigheid	noun	het gemiddeld, maar niet buitengewoon goed presteren
middelmatigs	=	middelmatig
middelmatigst	=	middelmatig
middelmatigste	=	middelmatig
middelmoot	noun	de middelste moot van een vis
middelmoten	=	middelmoot
middelpunt	noun	het punt dat tot alle punten op de omtrek dezelfde afstand heeft
middelpunten	=	middelpunt
middelpuntig	adj	het middelpunt betreffende
middelpuntige	=	middelpuntig
middelpuntigheden	=	middelpuntigheid
middelpuntigheid	noun	het centraal gelegen zijn
middelpuntigs	=	middelpuntig
middelpuntje	=	middelpunt
middelpuntjes	=	middelpunt
middelpuntvliedend	adj	neigend van het middelpunt weg te bewegen
middelpuntvliedende	=	middelpuntvliedend
middelpuntvliedends	=	middelpuntvliedend
middelpuntzoekend	adj	van een kracht die haaks staat op de bewegingsrichting en zo een cirkelvormige beweging veroorzaakt
middelpuntzoekende	=	middelpuntzoekend
middelpuntzoekends	=	middelpuntzoekend
middelrif	=	middenrif
middels	prep	door gebruik te maken van	adv|obsolete	tussen twee uiteinden
middelst	adj	zich in het midden van iets bevindend
middelstand	=	middenstand
middelste	adj	zich in het midden bevindend	noun	wie of wat zich tussen uitersten bevindt
middelsten	=	middelste
middelstuk	noun	een stuk dat tussen twee andere stukken in ligt
middelstukje	=	middelstuk
middelstukjes	=	middelstuk
middelstukken	=	middelstuk
middelt	=	middelen
middeltje	=	middel
middeltjes	=	middel
middelvinger	noun	de derde vinger, gelegen tussen de ringvinger en de wijsvinger
middelvingers	=	middelvinger
middelvingertje	=	middelvinger
middelvingertjes	=	middelvinger
middelzwaar	adj	middelmatig zwaar (dus tussen licht en zwaar in)
middelzwaars	=	middelzwaar
middelzware	=	middelzwaar
midden	prep	in het midden van	noun	het centrale deel of het punt halverwege uitersten
midden-nicobarslangenarend	noun	Spilornis cheela minimus een ondersoort van de Indische slangenarend.
midden-nicobarslangenarenden	=	midden-nicobarslangenarend
midden-nicobarslangenarendje	=	midden-nicobarslangenarend
midden-nicobarslangenarendjes	=	midden-nicobarslangenarend
midden-oosten	noun	regio die bestaat uit Zuidwest-Azië en het noordoosten van Afrika
midden-oostenbeleid	noun	het buitenlands beleid van een regering ten aanzien van het Midden-Oosten
middenas	noun	het midden van een weg
middenassen	=	middenas
middenberm	noun	de afscheiding tussen de twee rijbanen waarop het verkeer in tegengestelde richting rijdt, met name bij een autosnelweg
middenbermen	=	middenberm
middenbermpje	=	middenberm
middenblauw	noun	een iets donkere kleur blauw	adj	de kleur middenblauw hebbend
middenblauwe	=	middenblauw
middenblauwen	=	middenblauw
middenblauwer	=	middenblauw
middenblauwere	=	middenblauw
middenblauwers	=	middenblauw
middenblauws	=	middenblauw
middenblauwst	=	middenblauw
middenblauwste	=	middenblauw
middenblok	noun	de spelers die opgesteld staan tussen de aanvallers en de verdedigers
middenblokken	=	middenblok
middenbouw	noun	de middelste jaargroepen van de basisschool
middenbouwen	=	middenbouw
middencirkel	noun	cirkel in het midden van een speelveld
middencirkels	=	middencirkel
middencirkeltje	=	middencirkel
middendeel	noun	een gedeelte van een geheel dat tussen twee andere delen van dat geheel in zit.
middendeeltje	=	middendeel
middendeeltjes	=	middendeel
middendelen	=	middendeel
middendiertjes	noun	een onderrijk Mesozoa dieren zonder complete organisatie als de orgaandieren.
middendoor	adv	door het midden
middeneeuwen	=	middeleeuwen
middengedeelte	noun	deel dat zit tussen het begin en het eind
middengedeelten	=	middengedeelte
middengedeeltes	=	middengedeelte
middengeleider	noun	een langwerpig, vaak verhoogd element in het wegdek dat de rijbaan in tweeën deelt.
middengeleiders	=	middengeleider
middengeleiding	noun	de persoon of de groep van personen die die leiding heeft over een groep volksvertegenwoordigers van een bepaalde politieke partij in een parlement, gemeenteraad of ander gekozen orgaan.
middengeleidingen	=	middengeleiding
middengeleidinkje	=	middengeleiding
middengeleidinkjes	=	middengeleiding
middengolf	noun	de radiogolven van ca. 185 tot 600 meter
middengolven	=	middengolf
middengroep	noun	de groep van mensen of dingen die niet behoren tot de uitersten
middengroepen	=	middengroep
middengroepje	=	middengroep
middengroepjes	=	middengroep
middenhandsbeen	noun	een van de botten die de botten van de pols verbindt met de botten van de vingers
middenhandsbeenderen	=	middenhandsbeen
middenhandsbeentje	=	middenhandsbeen
middenhandsbeentjes	=	middenhandsbeen
middenhandsbenen	=	middenhandsbeen
middenhuren	=	middenhuur
middenhuur	noun	mediane huurprijs voor woningen
middenin	adv	in het centrum, in het midden
middeninkomen	noun	gemiddelde over alle verdiende inkomens
middeninkomens	=	middeninkomen
middeninkomentje	=	middeninkomen
middeninkomentjes	=	middeninkomen
middenkader	noun	verzamelnaam voor functionarissen die noch tot de top noch tot de basis van een hiërarchie behoren
middenkaderopleiding	noun	3- tot 4-jarige MBO-niveau 4 opleiding (het hoogste MBO-niveau) die opleidt tot zelfstandige, specialiserende functies, zoals filiaalbeheerder, doktersassistent of technicus.
middenkaderopleidingen	=	middenkaderopleiding
middenkaderopleidinkje	=	middenkaderopleiding
middenkaderopleidinkjes	=	middenkaderopleiding
middenkaders	=	middenkader
middenklas	noun	lesgroep halverwege de opleiding
middenklasse	noun	maatschappelijke, economische klasse tussen de arbeidersklasse en de bovenklasse (elite)
middenklassen	=	middenklasse
middenklasser	noun	een auto die niet heel goedkoop is maar ook niet heel duur, tussen de compacte middenklasse en de hogere middenklasse in, Klasse-D auto
middenklassers	=	middenklasser
middenklassertje	=	middenklasser
middenklassertjes	=	middenklasser
middenklasses	=	middenklasse
middenklassetje	=	middenklasse
middenklinker	noun	een klinker waarvan de articulatie zich ergens tussen die van een volledig open en die van een volledig gesloten klinker bevindt
middenklinkers	=	middenklinker
middenklinkertje	=	middenklinker
middenklinkertjes	=	middenklinker
middenkoers	noun	koers die in het midden ligt
middenkoersen	=	middenkoers
middenlijn	noun	een lijn die iets in twee gelijke helften verdeelt
middenlijnen	=	middenlijn
middenman	noun	middelman
middenmanagement	noun	management dat een middenpositie inneemt in de hiërarchie van een organisatie
middenmannen	=	middenman
middenmannetje	=	middenman
middenmannetjes	=	middenman
middenmarkt	noun	middelste segment van de markt
middenmarkten	=	middenmarkt
middenmarktje	=	middenmarkt
middenmarktjes	=	middenmarkt
middenmoot	noun	iets met onopvallende gemiddelde eigenschappen
middenmootje	=	middenmoot
middenmootjes	=	middenmoot
middenmoten	=	middenmoot
middenmoter	noun	een ploeg of persoon die gemiddeld presteert
middenmoters	=	middenmoter
middenmotertje	=	middenmoter
middenoor	noun	oorholte achter het trommelvlies
middenoorontsteking	noun	aandoening door een infectie in de ruimte achter het trommelvlies
middenoorontstekingen	=	middenoorontsteking
middenoorontstekinkje	=	middenoorontsteking
middenoorontstekinkjes	=	middenoorontsteking
middenoortje	=	middenoor
middenoortjes	=	middenoor
middenoren	=	middenoor
middenpad	noun	het pad in het midden van een ruimte
middenpaden	=	middenpad
middenpartij	noun	een politieke partij met een programma dat tussen twee uitersten in zit
middenpartijen	=	middenpartij
middenpartijtje	=	middenpartij
middenpartijtjes	=	middenpartij
middenpositie	noun	plaats tussen twee uitersten
middenposities	=	middenpositie
middenpunt	noun	het midden van een cirkel; het meest centrale deel van iets
middenpunten	=	middenpunt
middenrif	noun	spier- en peesachtig tussenschot tussen borstholte en buikholte
middenrifademhaling	noun	manier van ademen door werking van het middenrif (volgens sommigen de minst vermoeiende, optimale manier om rustig te ademen)
middenrifademhalingen	=	middenrifademhaling
middenriffen	=	middenrif
middenrifje	=	middenrif
middenrifjes	=	middenrif
middens	=	midden
middenscheiding	noun	haarstijl waarbij het haar precies in het midden van het hoofd wordt gescheiden, waardoor het haar symmetrisch in twee gelijke delen naar links en rechts valt
middenscheidingen	=	middenscheiding
middenscheidinkje	=	middenscheiding
middenscheidinkjes	=	middenscheiding
middenschepen	=	middenschip
middenschip	noun	het centrale gedeelte van het schip van een kruiskerk
middenscholen	=	middenschool
middenschool	noun	experimenteel schooltype zonder splitsing in studierichting dat bestemd was voor alle leerlingen na het basisonderwijs en waarbij de keuze voor vmbo, mavo, havo of vwo pas in het derde schooljaar werd gemaakt
middenschooltje	=	middenschool
middenschooltjes	=	middenschool
middensegment	noun	marktpositionering tussen de heel eenvoudige en heel luxe producten
middensegmenten	=	middensegment
middenstand	noun	groep van kleine zelfstandigen
middenstanden	=	middenstand
middenstander	noun	zelfstandig ondernemer met weinig of geen personeel m.n. een winkelier die aan consumenten verkoop
middenstanders	=	middenstander
middenstandertje	=	middenstander
middenstandertjes	=	middenstander
middenstandsdiploma	noun	een Nederlands diploma dat tot eind 2000 verplicht was voor een ondernemer om een eigen bedrijf te kunnen voeren
middenstandsdiploma's	=	middenstandsdiploma
middenstandslandbouw	noun	de activiteiten van een middelgroot landbouwbedrijf
middenstandsvereniging	noun	een belangenorganisatie voor zelfstandigen, winkeliers en kleine ondernemers.
middenstandsverenigingen	=	middenstandsvereniging
middenstandsverenigingetje	=	middenstandsvereniging
middenstandsverenigingetjes	=	middenstandsvereniging
middenstatie	noun	centraal station, vooral gebruikt voor Antwerpen-Centraal
middenstaties	=	middenstatie
middensteentijd	noun	een cultuurperiode in Europa die begint na het aflopen van de laatste ijstijd ca. 10.500 v.Chr. en eindigt wanneer een samenleving overschakelt op landbouw en veeteelt
middensteentijden	=	middensteentijd
middenstip	noun	veldsport, bijv. voetbal stip in het midden van het veld waar de aftrap plaatsvindt
middenstipje	=	middenstip
middenstipjes	=	middenstip
middenstippen	=	middenstip
middenstof	noun	drager van massa, materie of golven
middenstoffen	=	middenstof
middenstreep	noun	de streep die een weg in twee weghelften verdeelt
middenstreepje	=	middenstreep
middenstrepen	=	middenstreep
middenstroken	=	middenstrook
middenstrook	noun	middelste rijstrook van een weg met een oneven aantal rijstroken
middenstrookrijder	noun	een bestuurder die continue of te lang in de middelste baan op een driebaans snelweg blijft rijden, terwijl die bestuurder naar rechts kan (of links in een land waar men links rijdt)
middenstrookrijders	=	middenstrookrijder
middenstuk	noun	het middelste gedeelte van een groter geheel
middenstukje	=	middenstuk
middenstukjes	=	middenstuk
middenstukken	=	middenstuk
middenvak	noun	middelste vak (van een oneven aantal vakken)
middenvakken	=	middenvak
middenvakrijder	noun	een bestuurder die continue of te lang in de middelste baan op een driebaans snelweg blijft rijden, terwijl die bestuurder naar rechts kan (of links in een land waar men links rijdt)
middenvakrijders	=	middenvakrijder
middenveld	noun	middendeel van een sportveld
middenvelden	=	middenveld
middenvelder	noun	iemand die speelt tussen de voorhoede en de achterhoede
middenvelders	=	middenvelder
middenveldertje	=	middenvelder
middenveldertjes	=	middenvelder
middenveldje	=	middenveld
middenveldjes	=	middenveld
middenvinger	noun	middelste vinger van de hand, tussen wijsvinger en ringvinger
middenvingers	=	middenvinger
middenvioletrode	=	middenvioletrood
middenvioletrood	noun	een variant van de kleur violetrood	adj	de kleur middenvioletrood hebbend
middenvioletroods	=	middenvioletrood
middenvoetsbeen	noun	elk van de vijf botten in een voet die lopen van de voetwortel tot aan de tenen
middenvoetsbeenderen	=	middenvoetsbeen
middenvoetsbeentje	=	middenvoetsbeen
middenvoetsbeentjes	=	middenvoetsbeen
middenvoetsbenen	=	middenvoetsbeen
middenvoor	noun	middelste speler in de voorhoede
middenvoors	=	middenvoor
middenvoortje	=	middenvoor
middenvoortjes	=	middenvoor
middenweg	noun	de weg die tussen twee andere wegen in loopt, vaak ook als eigennaam gebruikt
middenwegen	=	middenweg
middenweggetje	=	middenweg
middenwesten	noun	een deel van een land dat min of meer in het westen ligt
middenwoning	noun	een woning tussen twee andere woningen in
middenwoningen	=	middenwoning
middenwoninkje	=	middenwoning
middenwoninkjes	=	middenwoning
middernacht	noun	het midden van de nacht, twaalf uur 's nachts
middernachtelijk	adj	betrekking hebbend op 12 uur 's-nachts
middernachtelijke	=	middernachtelijk
middernachtelijker	=	middernachtelijk
middernachtelijkere	=	middernachtelijk
middernachtelijkers	=	middernachtelijk
middernachtelijks	=	middernachtelijk
middernachtelijkst	=	middernachtelijk
middernachtelijkste	=	middernachtelijk
middernachten	=	middernacht
middernachtje	=	middernacht
middernachtmis	noun	een mis die op kerstavond (24 december) plaatsvindt
middernachtmissen	=	middernachtmis
middernachtzon	noun	verschijnsel dat binnen de poolcirkels de zon boven de horizon zichtbaar blijft voor een periode van minstens 24 uur (op de poolcirkel) tot hoogstens een halfjaar (op de Noord- of Zuidpool)
middernachtzonnen	=	middernachtzon
middernachtzonnetje	=	middernachtzon
middernachtzonnetjes	=	middernachtzon
middle-of-the-road	adj	aangepast aan de gemiddelde smaak
middle-of-the-roads	=	middle-of-the-road
midgetgolf	noun	golfspel op sterk verkleinde schaal met hindernissen als tunnels, bruggen, loopings en scherpe bochten
midgetgolfbaan	noun	speciaal aangelegd sportveld voor midgetgolf
midgetgolfbaantje	=	midgetgolfbaan
midgetgolfbaantjes	=	midgetgolfbaan
midgetgolfbal	noun	een kleine, zware bal die speciaal is ontworpen voor minigolf en midgetgolf
midgetgolfballen	=	midgetgolfbal
midgetgolfballetje	=	midgetgolfbal
midgetgolfballetjes	=	midgetgolfbal
midgetgolfbanen	=	midgetgolfbaan
midgetgolfclub	noun	een vereniging of een recreatieve locatie waar mensen de sport midgetgolf spelen
midgetgolfclubje	=	midgetgolfclub
midgetgolfclubjes	=	midgetgolfclub
midgetgolfclubs	=	midgetgolfclub
midgetgolfde	=	midgetgolfen
midgetgolfden	=	midgetgolfen
midgetgolfe	=	midgetgolfen
midgetgolfen	verb	het spelen van golf op een kleine betonnen baan met ijzeren randen
midgetgolfend	=	midgetgolfen
midgetgolfende	=	midgetgolfen
midgetgolfer	noun	iemand die midgetgolf speelt
midgetgolfers	=	midgetgolfer
midgetgolfertje	=	midgetgolfer
midgetgolfertjes	=	midgetgolfer
midgetgolfstick	noun	het RVS- of metalen slagoutfit dat je gebruikt bij midgetgolf (minigolf) om de bal in de hole te slaan
midgetgolfstickje	=	midgetgolfstick
midgetgolfstickjes	=	midgetgolfstick
midgetgolfsticks	=	midgetgolfstick
midgetgolft	=	midgetgolfen
midgetgolfte	=	midgetgolfen
midgetgolfteam	noun	team dat in wedstrijdverband midgetgolf speelt
midgetgolfteams	=	midgetgolfteam
midgetgolften	=	midgetgolfen
midhalf	noun	centrale middenvelder
midhalfs	=	midhalf
midi	noun	formaat tussen het kleine mini en het grote maxi in, halflang
midi's	=	midi
midjaniet	noun	lid van het volk of inwoner van het land Midjan (5×: Gen. 37:28 +, Num. 10:29 +)
midjanieten	=	midjaniet
midlandsierschildpad	noun	een ondersoort Chrysemys picta marginata een ondersoort van de sierschildpad.
midlandsierschildpadden	=	midlandsierschildpad
midlandsierschildpadje	=	midlandsierschildpad
midlandsierschildpadjes	=	midlandsierschildpad
midlentegroen	noun	de groene kleur zoals die in het midden van de lente gezien kan worden	adj	de kleur midlentegroen hebbend
midlentegroene	=	midlentegroen
midlentegroens	=	midlentegroen
midlifecrises	=	midlifecrisis
midlifecrisis	noun	een identiteitscrisis in de periode rond het veertigste levensjaar
midlifecrisisje	=	midlifecrisis
midlifecrisisjes	=	midlifecrisis
midlifecrisissen	=	midlifecrisis
midnachtsblauw	noun	een doffe donkere blauw	adj	de kleur midnachtsblauw hebbend
midnachtsblauwe	=	midnachtsblauw
midnachtsblauws	=	midnachtsblauw
midoffice	noun	organisatie die zorgt dat de communicatie tussen de balie (waar direct klantencontact is) en het kantoor (dat in principe geen direct klanten contact heeft) goed verloopt
midoffices	=	midoffice
midot	=	mida
midrasj	noun	bepaald genre rabbijnse uitleg van de Tenach (OT), nu eens agadisch, dan weer halachisch van karakter
midrasjiem	=	midrasj
midscheeps	adv	in het midden van het schip
midvoor	noun	middelste speler in de voorhoede
midvoors	=	midvoor
midweek	noun	enkele aaneengesloten dagen van de week, zonder dat daarin een weekeinde voorkomt, maximaal de periode van maandag tot vrijdag
midweekje	=	midweek
midweekjes	=	midweek
midweeks	adj	betrekking hebbend op iets dat midden in de week plaatsvindt
midweekse	=	midweeks
midweken	=	midweek
midwinter	noun	periode van het midden van de winter
midwinterblaas	=	midwinterblazen
midwinterblazen	verb	blazen op een midwinterhoorn
midwinterblazend	=	midwinterblazen
midwinterblazende	=	midwinterblazen
midwinterhoorn	noun	een oud blaasinstrument, een licht gebogen hoorn van berken- elzen- of wilgenhout die op ambachtelijke manier gemaakt is en waarop een monotone melodie wordt geblazen
midwinterhoornen	=	midwinterhoorn
midwinterhoorns	=	midwinterhoorn
midwinterhoorntje	=	midwinterhoorn
midwinterhoorntjes	=	midwinterhoorn
midwinters	=	midwinter
midwintertje	=	midwinter
midwintertjes	=	midwinter
midzomer	noun	periode van het midden van de zomer
midzomeravond	noun	de kortse avond van het jaar (rond 21 juni op het noordelijk halfrond)
midzomeravonden	=	midzomeravond
midzomeravondje	=	midzomeravond
midzomeravondjes	=	midzomeravond
midzomerdag	noun	21 juni op het noordelijk halfrond
midzomerdagen	=	midzomerdag
midzomerfeest	noun	verwijst naar de zomerzonnewende op 21 juni en de voor-Christelijke feestelijkheden die hiermee gepaard gaan in voornamelijk Noord-Europa.
midzomerfeesten	=	midzomerfeest
midzomernacht	noun	kortste nacht van het jaar op 21 juni
midzomernachten	=	midzomernacht
midzomernachtsdromen	=	midzomernachtsdroom
midzomernachtsdroom	noun|figurative	fantasie waarin magische dingen gebeuren
midzomernachtwandeling	noun	een wandeling die gemaakt wordt tijdens de midzomernacht
midzomernachtwandelingen	=	midzomernachtwandeling
midzomernachtwandelingetje	=	midzomernachtwandeling
midzomernachtwandelingetjes	=	midzomernachtwandeling
midzomers	=	midzomer
midzomertijd	noun	de periode van het jaar rond 21 juni (op het noordelijke halfrond)
midzomertijden	=	midzomertijd
midzomertje	=	midzomer
midzomertjes	=	midzomer
midzwaard	noun	zwaard in het midden van het zeilschip aan een zwaardkast bevestigd, dat gestoken kan worden om verlijeren van het schip te voorkomen
midzwaarden	=	midzwaard
midzwaardje	=	midzwaard
midzwaardjes	=	midzwaard
mie	noun	man die een seksuele voorkeur voor mannen heeft
mieg	=	miegen
miegde	=	miegen
miegden	=	miegen
miege	=	miegen
miegel	=	miegelen
miegelde	=	miegelen
miegelden	=	miegelen
miegele	=	miegelen
miegelen	verb	motregenen
miegelend	=	miegelen
miegelende	=	miegelen
miegelt	=	miegelen
miegen	verb	via de blaas als vloeistof lozen van lichamelijke afvalstoffen
miegend	=	miegen
miegende	=	miegen
miegt	=	miegen
mieke	=	mie
miele	noun	besnijdenis
mieles	=	miele
mien	noun	iemand met gemene streken, gluiperd
mient	=	meent
miente	=	meent
miep	noun	vrouwspersoon
miepe	=	miep
miepen	=	miep
miepend	=	miep
miepende	=	miep
miepje	=	miep
miepjes	=	miep
miept	=	miep
miepte	=	miep
miepten	=	miep
mier	noun	Formicidae een kruipend, in grote kolonies levend omnivoor insect
mierbodemkrabspin	noun	Ozyptila scabricula een spinnensoort in de taxonomische indeling van de krabspinnen (Thomisidae)
mierbodemkrabspinnen	=	mierbodemkrabspin
mierbodemkrabspinnetje	=	mierbodemkrabspin
mierbodemkrabspinnetjes	=	mierbodemkrabspin
mierde	=	mieren
mierden	=	mieren
miere	=	mieren
mieren	noun	Formicidae een familie van kolonievormende sociale insecten, die behoren tot de orde vliesvleugeligen (Hymenoptera).	verb	klooien, prutsen
mieren-eter	=	miereneter
mierenboktor	noun	Anaglyptus mysticus een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
mierenboktorren	=	mierenboktor
mierenboktorretje	=	mierenboktor
mierenboktorretjes	=	mierenboktor
mierenbroodje	noun	aanhangsel aan zaden of vruchten van sommige plantensoorten, dat als voedsel kan dienen voor mieren
mierenbroodjes	=	mierenbroodje
mierencivetkat	noun	Eupleres goudotii een roofdier datidae), maar tot de Madagaskarcivetkatten (Eupleridae).
mierencivetkatje	=	mierencivetkat
mierencivetkatjes	=	mierencivetkat
mierencivetkatten	=	mierencivetkat
mierend	=	mieren
mierende	=	mieren
mierendief	noun	Callilepis nocturna een spinnensoort behorend tot de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae)
mierendiefje	=	mierendief
mierendiefjes	=	mierendief
mierendieven	=	mierendief
mierenegel	noun	Tachyglossus aculeatus eierleggend zoogdier dat voorkomt in uiteenlopende habitats in Australië, Tasmanië en Nieuw-Guinea.
mierenegels	noun	Tachyglossidae een familie van zoogdieren die voorkomt in Australië en Nieuw-Guinea Het is de enige familie in de onderorde Tachyglossa.
mierenegeltje	=	mierenegel
mierenegeltjes	=	mierenegel
mierenei	noun	verpopte mierenlarve
miereneieren	=	mierenei
miereneitje	=	mierenei
miereneitjes	=	mierenei
miereneter	noun	benaming voor tandloze zoogdieren uit de onderorde Vermilingua, formicivoor die mieren vangt met lange kleverige tong
miereneters	noun	een onderorde Vermilingua van zoogdieren die voorkomen voor in Midden- en Zuid-Amerika.
mierenetertje	=	miereneter
mierenetertjes	=	miereneter
miereneuker	=	mierenneuker
mierenhonig	noun	door bladluizen afgescheiden vocht, dat door mieren wordt gegeten
mierenhoning	noun	door bladluizen afgescheiden vocht, dat door mieren wordt gegeten
mierenhoop	noun	bovengronds deel van een mierennest, in de vorm van opgestapelde grond en plantenresten
mierenhoopje	=	mierenhoop
mierenhopen	=	mierenhoop
mierenhoutbomen	=	mierenhoutboom
mierenhoutboom	noun	Triplaris weigeltiana een boomsoort die 15-25 meter lang kan worden.
mierenhoutboompje	=	mierenhoutboom
mierenhoutboompjes	=	mierenhoutboom
mierenjager	noun	dier dat op mieren jaagt
mierenjagers	noun	een familie Zodariidae van spinnen.
mierenjagertje	=	mierenjager
mierenjagertjes	=	mierenjager
mierenkolonie	noun	Formicidae samenwerkingsverband van mieren
mierenkolonies	=	mierenkolonie
mierenkoloniën	=	mierenkolonie
mierenkrekel	noun	Myrmecophilus acervorum een insect uit de familie Myrmecophilinae.
mierenkrekels	noun	Myrmecophilidae een familie van rechtvleugelige insecten die behoort tot de orde langsprietigen (Ensifera).
mierenkrekeltje	=	mierenkrekel
mierenkrekeltjes	=	mierenkrekel
mierenleeuw	noun	de gewone mierenleeuw Myrmeleon formicarius is een insect uit de familie mierenleeuwen Myrmeleontidae
mierenleeuwen	noun	Myrmeleontidae een familie van insecten die behoren tot de orde netvleugeligen (Neuroptera).
mierenleeuwtje	=	mierenleeuw
mierenleeuwtjes	=	mierenleeuw
mierenlokdoos	noun	doosje met kleverig gif en lokstof dat mieren aantrekt zodat ze het gif gaan meedragen en zo andere mieren uit het nest besmetten met de dood als gevolg
mierenlokdoosje	=	mierenlokdoos
mierenlokdoosjes	=	mierenlokdoos
mierenlokdozen	=	mierenlokdoos
mierennest	noun	een door een mierenvolk gebouwd tehuis
mierennesten	=	mierennest
mierennestje	=	mierennest
mierennestjes	=	mierennest
mierenneuk	=	mierenneuken
mierenneuke	=	mierenneuken
mierenneuken	verb|informal	overmatige aandacht voor kleinigheden hebben, voortdurend naar kleine foutjes zoeken om kritiek te kunnen leveren
mierenneukend	=	mierenneuken
mierenneukende	=	mierenneuken
mierenneuker	noun|informal	muggenzifter, kommaneuker, kanarieneuker, palingneuker, pietjesneuker
mierenneukerke	=	mierenneuker
mierenneukers	=	mierenneuker
mierenneukertje	=	mierenneuker
mierenneukt	=	mierenneuken
mierenneukte	=	mierenneuken
mierenneukten	=	mierenneuken
mierenpikker	noun	Parmoptila woodhousei een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
mierenpikkers	noun	een geslacht Parmoptila van zangvogels uit de familie prachtvinken (Estrildidae)
mierenpikkertje	=	mierenpikker
mierenpikkertjes	=	mierenpikker
mierenpis	noun	zure uitscheiding van mieren
mierenpoep	noun	uitwerpselen van mieren, die vaak als kleine zwarte stipjes verschijnen op plekken waar mieren zijn
mierenproef	noun	test op lichamelijk uithoudingsvermogen waarbij de te testen persoon een matje met veel bijtende mieren tegen het blote lijf krijgt aangedrukt, de test wordt in Suriname gebruikt als overgangsritueel van de kindertijd naar de volwassenheid
mierenproeven	=	mierenproef
mierenspringstaart	noun	Cyphoderus albinus een springstaartensoort uit de familie van de Cyphoderidae.
mierenspringstaarten	=	mierenspringstaart
mierenspringstaartje	=	mierenspringstaart
mierenspringstaartjes	=	mierenspringstaart
mierenwolzwever	noun	Glabellula arctica een vliegensoort uit de familie van de Mythicomyiidae.
mierenwolzwevers	=	mierenwolzwever
mierenwolzwevertje	=	mierenwolzwever
mierenwolzwevertjes	=	mierenwolzwever
mierenzuur	noun	het eenvoudigste carbonzuur met formule HCOOH
miergroefkopje	noun	Thyreosthenius biovatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
miergroefkopjes	=	miergroefkopje
mierik	noun	Armoracia rusticana of Cochlearia armoracia, een plant uit de kruisbloemfamilie, met grote witte wortelstok die als kruiderij gebruikt wordt.
mieriken	=	mierik
mierikje	=	mierik
mierikswortel	noun	Armoracia rusticana of Cochlearia armoracia, een plant uit de kruisbloemfamilie, met grote witte wortelstok die als kruiderij gebruikt wordt
mierikswortellen	=	mierikswortel
mierikswortels	=	mierikswortel
mieriksworteltje	=	mierikswortel
mieriksworteltjes	=	mierikswortel
miering	noun	mierik
mierkever	noun	Thanasimus formicarius een kever uit de familie mierkevers (Cleridae)
mierkevers	noun	Cleridae een familie van insecten die behoort tot de orde der kevers (Coleoptera)
mierkevertje	=	mierkever
mierkevertjes	=	mierkever
mierklauwier	noun	vogel uit de familie Thamnophilidae (en meestal van het geslacht Thamnophilus)
mierklauwieren	noun	een geslacht Batara van vogels uit de familie Thamnophilidae
mierklauwiertje	=	mierklauwier
mierklauwiertjes	=	mierklauwier
mierkromsprietwants	noun	Alydus calcaratus een wants uit de familie Alydidae.
mierkromsprietwantsen	=	mierkromsprietwants
mierkromsprietwantsje	=	mierkromsprietwants
mierkromsprietwantsjes	=	mierkromsprietwants
mierpitta	noun	een vogel uit de familie Grallariidae, orde zangvogels en onderorde schreeuwvogels
mierpitta's	noun	een familie Grallariidae van vogels uit de orde zangvogels.
mierpittaatje	=	mierpitta
mierpittaatjes	=	mierpitta
miersikkelwants	noun	Himacerus mirmicoides een wants uit de familie sikkelwantsen (Nabidae).
miersikkelwantsen	=	miersikkelwants
miersikkelwantsje	=	miersikkelwants
miersikkelwantsjes	=	miersikkelwants
miersluiper	noun	zangvogels uit de familie Thamnophilidae
miersluipers	noun	een geslacht Isleria van vogels uit de familie van de Thamnophilidae.
miersluipertje	=	miersluiper
miersluipertjes	=	miersluiper
miert	=	mieren
miertangare	noun	een zangvogel uit het geslacht Habia van de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen)
miertangaren	noun	een geslacht Habia van zangvogels uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae).
miertangaretje	=	miertangare
miertangaretjes	=	miertangare
miertje	=	mier
miertjes	=	mier
miervogel	noun	vogel uit een familie (Formicariidae) uit de orde zangvogels.
miervogels	noun	Formicariidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
miervogeltje	=	miervogel
miervogeltjes	=	miervogel
mierwesp	noun	insect uit de familie Mutillidae van wespachtigen.
mierwespen	noun	Mutillidae een familie van wespachtigen.
mierwespje	=	mierwesp
mierwespjes	=	mierwesp
mierzoet	adj	heel erg zoet
mierzoete	=	mierzoet
mierzoeter	=	mierzoet
mierzoetere	=	mierzoet
mierzoeters	=	mierzoet
mierzoets	=	mierzoet
mierzoetst	=	mierzoet
mierzoetste	=	mierzoet
mies	adj|informal	ongunstig, lelijk, akelig
miese	=	mies
mieser	=	mies
miesere	=	mies
miesers	=	mies
miesgasser	noun	ongunstig persoon, akelig persoon
miesgassers	=	miesgasser
miesgassertje	=	miesgasser
miesjebeirech	noun	beginwoord, tevens naam van een gebed waarin wordt gevraagd om zegen voor de gemeenschap of een individu, en dat onder andere wordt gezegd in de ochtenddienst van sjabbat en feestdagen, na de Toralezing (gemeenschap) of wanneer iemand opgeroepen wordt voor het lezen van de Tora (individu)
miesjebeirechs	=	miesjebeirech
mieskat	noun	iets lelijks, naars
miesmacher	noun	mopperaar, kankeraar
miesmachers	=	miesmacher
miesmuis	=	miesmuizen
miesmuisde	=	miesmuizen
miesmuisden	=	miesmuizen
miesmuist	=	miesmuizen
miesmuize	=	miesmuizen
miesmuizen	verb	overdreven klagen of zeuren
miesmuizend	=	miesmuizen
miesmuizende	=	miesmuizen
miesmuizer	noun	iemand die overdreven klaagt en moppert
miesmuizers	=	miesmuizer
miesmuizertje	=	miesmuizer
miesmuizertjes	=	miesmuizer
miesponem	noun	onaangenaam persoon
miesponems	=	miesponem
miest	=	mies
mieste	=	mies
miet	noun	benaming voor geleedpotigen uit de superorde Acariformes
mieten	=	miet
mieter	=	mieteren
mieterde	=	mieteren
mieterden	=	mieteren
mietere	=	mieteren
mieteren	verb	met veel kracht iets neersmijten of laten vallen
mieterend	=	mieteren
mieterende	=	mieteren
mieters	adj|informal	heel aangenaam of (in positieve zin) opwindend
mieterse	=	mieters
mieterser	=	mieters
mietersere	=	mieters
mietersers	=	mieters
mieterst	=	mieters
mieterste	=	mieters
mietert	=	mieteren
mietje	noun	alleen verkleinwoord doetje, slapjanus, kleinzielig, kleinzerig persoon
mietjes	=	mietje
mietjesachtig	adj	een man die voorzichtig is en niet stoer
mietjesachtige	=	mietjesachtig
mietjesachtiger	=	mietjesachtig
mietjesachtigere	=	mietjesachtig
mietjesachtigers	=	mietjesachtig
mietjesachtigs	=	mietjesachtig
mietjesachtigst	=	mietjesachtig
mietjesachtigste	=	mietjesachtig
miezel	noun	een lichte regenbui
miezelde	=	miezelen
miezelden	=	miezelen
miezele	=	miezelen
miezelen	verb	heel zachtjes regenen	noun	oudhollands kaartspel
miezelend	=	miezelen
miezelende	=	miezelen
miezelregen	noun|informal	lichte neerslag in de vorm van heel kleine druppeltjes water
miezelregens	=	miezelregen
miezels	=	miezel
miezelt	=	miezelen
miezer	=	miezeren
miezerde	=	miezeren
miezerden	=	miezeren
miezere	=	miezeren
miezeren	verb	motregenen, stofregenen, miezelen
miezerend	=	miezeren
miezerende	=	miezeren
miezerig	adj	regenachtig
miezerige	=	miezerig
miezeriger	=	miezerig
miezerigere	=	miezerig
miezerigers	=	miezerig
miezerigs	=	miezerig
miezerigst	=	miezerig
miezerigste	=	miezerig
miezerregen	noun|informal	lichte neerslag in de vorm van heel kleine druppeltjes water
miezerregens	=	miezerregen
miezerregentje	=	miezerregen
miezert	=	miezeren
mieën	=	mie
mig	noun	benaming voor Russische jachtvliegtuigen
mig's	=	mig
migdal	noun	toren
mignonette	noun	bepaald soort plant, Reseda odorata uit de resedafamilie
mignonettes	=	mignonette
migraine	noun	schele hoofdpijn
migraineaanval	noun	kortdurende periode met heftige hoofdpijn door migraine
migraineaanvallen	=	migraineaanval
migraineaanvalletje	=	migraineaanval
migraineaanvalletjes	=	migraineaanval
migraineklacht	noun	hinder die men ondervindt van een migraineaanval
migraineklachten	=	migraineklacht
migrainemedicijn	noun	geneesmiddel dat men geeft voor de behandeling van migraine en migraineaanvallen
migrainemedicijnen	=	migrainemedicijn
migrainepatiënt	noun	persoon die last heeft van aanvallen van ernstige, eenzijdige hoofdpijn die soms gepaard gaan met neurologische uitval
migrainepatiënten	=	migrainepatiënt
migrainepatiëntje	=	migrainepatiënt
migrainepatiëntjes	=	migrainepatiënt
migraines	=	migraine
migrainetje	=	migraine
migrant	noun	iemand die migreert, een landverhuizer
migrante	noun	vrouw die uit een ander land of andere buurt komt
migranten	=	migrant
migrantenbevolking	noun	bevolking met een migratieachtergrond; het deel van de bevolking dat zelf in het buitenland is geboren, of van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren.
migrantenbevolkingen	=	migrantenbevolking
migrantenbevolkinkje	=	migrantenbevolking
migrantenbevolkinkjes	=	migrantenbevolking
migrantenboot	noun	een klein vaartuig waarmee migranten proberen het gewenste emigratieland te bereiken
migrantenbootje	=	migrantenboot
migrantenbootjes	=	migrantenboot
migrantenboten	=	migrantenboot
migrantenhuwelijk	noun	huwelijk tussen migranten
migrantenhuwelijken	=	migrantenhuwelijk
migrantenkerk	noun	kerk waar migranten op hun eigen wijze godsdienstoefeningen houden
migrantenkerken	=	migrantenkerk
migrantenkind	noun	kind waarvan een of de beide ouders migrant zijn
migrantenkinderen	=	migrantenkind
migrantenkindje	=	migrantenkind
migrantenkindjes	=	migrantenkind
migrantenliteratuur	noun	door migranten geschreven literatuur (in de taal van het immigratieland)
migrantenprobleem	noun	het politieke vraagstuk hoe met (de grote aantalen) migranten om te gaan
migrantenproblemen	=	migrantenprobleem
migrantenstemrecht	noun	stemrecht voor de gemeenteraad voor niet-E.U.-burgers, die langer dan 5 jaar legaal in het land verblijven
migrantenstemrechten	=	migrantenstemrecht
migrantenstromen	=	migrantenstroom
migrantenstroom	noun	groep mensen die een land binnentrekken om zich daar blijvend te vestigen
migrantenstroompje	=	migrantenstroom
migrantenstroompjes	=	migrantenstroom
migrantentaal	noun	taal van het land van herkomst die bij sommigen nog in gebruik is
migrantentaaltje	=	migrantentaal
migrantentaaltjes	=	migrantentaal
migrantentalen	=	migrantentaal
migrantenwerk	noun	sociaaleconomische hulpverlening aan migranten
migrantes	=	migrante
migrantje	=	migrant
migrantjes	=	migrant
migratie	noun	het verhuizen of zich verplaatsen
migratieachtergrond	noun	persoonlijke of familiaire voorgeschiedenis waarin men uit een ander land is weggegaan
migratieachtergronden	=	migratieachtergrond
migratieattaché	noun	ambtenaar die aan een diplomatieke missie is toegevoegd voor zaken die met migratie te maken hebben af te handelen
migratieattachés	=	migratieattaché
migratiebeleid	noun	het regeringsbeleid dat gevoerd wordt bij het omgaan met de instroom van vreemdelingen in het eigen land
migratiebeweging	noun	de verplaatsing van groepen mensen van de ene plek naar de andere, met als doel zich daar (tijdelijk of permanent) te vestigen.
migratiebewegingen	=	migratiebeweging
migratiebeweginkje	=	migratiebeweging
migratiebeweginkjes	=	migratiebeweging
migratiediscussie	noun	gedachtenwisseling over (de eigen of andermans) verhuizing naar een ander land
migratiediscussies	=	migratiediscussie
migratiekosten	noun	uitgaven die men doet als men gaat verhuizen van het ene naar het andere land
migratieland	noun	land waar veel mensen uit andere landen naartoe verhuizen
migratielanden	=	migratieland
migratiepact	noun	overeenkomst tussen verschillende staten betreffende de omgang met migratie
migratiepacten	=	migratiepact
migratieprobleem	noun	het (politieke) vraagstuk hoe met migratie om te gaan
migratieprobleempje	=	migratieprobleem
migratieprobleempjes	=	migratieprobleem
migratieproblemen	=	migratieprobleem
migratieroute	noun	een route die tijdens een migratie gevolgd wordt
migratierouten	=	migratieroute
migratieroutes	=	migratieroute
migratieroutetje	=	migratieroute
migratieroutetjes	=	migratieroute
migraties	=	migratie
migratiestop	noun	besluit om verdere (groei) van immigratie te stoppen
migratiestops	=	migratiestop
migratiestromen	=	migratiestroom
migratiestroom	noun	groot aantal mensen dat in dezelfde periode uit of naar hetzelfde land reist om een nieuwe woonplaats te vinden
migratiestroompje	=	migratiestroom
migratiestroompjes	=	migratiestroom
migratietheorie	noun	theorie volgens welke nieuwe diersoorten zouden ontstaan door het trekken van dieren naar andere streken, en hun aanpassing aan de veranderde levensomstandigheden
migratietheorietje	=	migratietheorie
migratietheorietjes	=	migratietheorie
migratietheorieën	=	migratietheorie
migratietje	=	migratie
migratievraagstuk	noun	alle problemen die spelen rond de verhuizing van personen van het ene naar het andere land
migratievraagstukken	=	migratievraagstuk
migratiewetgeving	noun	wetten en regels die bepalen wie een land mag binnenkomen, er mag verblijven en er eventueel mag blijven, inclusief de omstandigheden waaronder dit mag gebeuren, en wie het land moet verlaten
migratiewetgevingen	=	migratiewetgeving
migreer	=	migreren
migreerde	=	migreren
migreerden	=	migreren
migreert	=	migreren
migrere	=	migreren
migreren	verb	trekken, verhuizen, zich verplaatsen
migrerend	=	migreren
migrerende	=	migreren
mihoen	noun	een soort bami met hele dunne sliertjes gemaakt van rijstmeel
mihrab	noun	nis in een moskee die de aangeeft in welke richting Mekka ligt en van waaruit de imam voorgaat in het gebed
mihrabs	=	mihrab
mij	pron	accusatief en datief van ik, eerste persoon enkelvoud.	abbrev	maatschappij
mijd	=	mijden
mijde	=	mijden
mijdelijk	adj	te mijden; vermeden kunnende worden
mijdelijke	=	mijdelijk
mijdelijker	=	mijdelijk
mijdelijkere	=	mijdelijk
mijdelijkers	=	mijdelijk
mijdelijks	=	mijdelijk
mijdelijkst	=	mijdelijk
mijdelijkste	=	mijdelijk
mijden	verb	ontwijken, trachten niet in aanraking te komen met iets of iemand
mijdend	=	mijden
mijdende	=	mijden
mijdt	=	mijden
mijdwoord	noun	woord dat men gebruikt om het gebruik van een grof en ongewenst woord te vermijden; woord dat men gebruikt om een taboewoord te vermijden
mijdwoorden	=	mijdwoord
mijdwoordje	=	mijdwoord
mijdwoordjes	=	mijdwoord
mijgen	verb|obsolete	wateren, urineren
mijgend	=	mijgen
mijgende	=	mijgen
mijl	noun	een Angelsaksische lengtemaat: 1 Engelse mijl is circa 1,6 kilometer
mijlen	=	mijl
mijlenver	adj	heel erg ver, op zeer grote afstand, ook in figuurlijke zin
mijlenverre	=	mijlenver
mijlenvers	=	mijlenver
mijler	noun	een paard dat vooral geschikt is voor het draven op de mijl
mijlers	=	mijler
mijlpaal	noun	een paal die op elke mijl staat
mijlpaaltje	=	mijlpaal
mijlpaaltjes	=	mijlpaal
mijlpalen	=	mijlpaal
mijlsteen	noun	stenen mijlpaal die aangeeft hoeveel mijl men van een bepaalde plaats is verwijderd
mijlstenen	=	mijlsteen
mijltje	=	mijl
mijltjes	=	mijl
mijmer	=	mijmeren
mijmeraar	noun	iemand die zwaarmoedig peinst, droomt of denkt
mijmeraars	=	mijmeraar
mijmerde	=	mijmeren
mijmerden	=	mijmeren
mijmere	=	mijmeren
mijmeren	verb	in gedachten verzonken zijn
mijmerend	adj	weemoedig en slaperig nadenkend
mijmerende	=	mijmeren
mijmerender	=	mijmerend
mijmerendere	=	mijmerend
mijmerenders	=	mijmerend
mijmerends	=	mijmerend
mijmerendst	=	mijmerend
mijmerendste	=	mijmerend
mijmerij	noun	het op een dromerige, vage manier aan het peinzen zijn
mijmerijen	=	mijmerij
mijmering	noun	diepe maar vage gedachte
mijmeringen	=	mijmering
mijmeringetje	=	mijmering
mijmerinkje	=	mijmering
mijmert	=	mijmeren
mijn	pron	van de eerste persoon enkelvoud	noun	een plaats waar delfstoffen gewonnen worden, onderaards of in een open groeve
mijnbedrijf	noun	organisatie die delfstoffen wint in een mijn
mijnbedrijfje	=	mijnbedrijf
mijnbedrijfjes	=	mijnbedrijf
mijnbedrijven	=	mijnbedrijf
mijnbouw	noun	het bedrijven van winning van delfstoffen
mijnbouwbedrijf	noun	organisatie die delfstoffen wint uit een mijn
mijnbouwbedrijfje	=	mijnbouwbedrijf
mijnbouwbedrijfjes	=	mijnbouwbedrijf
mijnbouwbedrijven	=	mijnbouwbedrijf
mijnbouwconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die delfstoffen winnen
mijnbouwconcerns	=	mijnbouwconcern
mijnbouwkunde	noun	is de tak van wetenschap die zich concentreert op het winnen en verwerken van grondstoffen in de breedste zin: brandstoffen (olie, gas, kolen), metalen (ijzer, koper, zink, goud etc.), mineralen (zouten, kleurstoffen etc) en niet-metalen (bijvoorbeeld kalksteengroeve).
mijnbouwkundig	adj	betrekking hebbend op het maken en onderhouden van mijnen
mijnbouwkundige	noun	iemand die een mijnbouwkunde opleiding heeft gevolgd
mijnbouwkundigen	=	mijnbouwkundige
mijnbouwkundiger	=	mijnbouwkundig
mijnbouwkundigere	=	mijnbouwkundig
mijnbouwkundigers	=	mijnbouwkundig
mijnbouwkundigs	=	mijnbouwkundig
mijnbouwkundigst	=	mijnbouwkundig
mijnbouwkundigste	=	mijnbouwkundig
mijnde	=	mijnen
mijnden	=	mijnen
mijne	pron	zelfstandige vorm van mijn, eerste persoon enkelvoud	noun	zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot mij behoort
mijnen	verb	winnen door ondergronds uitgraving	pron|obsolete	datief en accusatief van mijn vn
mijnend	=	mijnen
mijnende	=	mijnen
mijnenjager	noun	schip dat als doel heeft mijnen in zee of ander water op te sporen en te vernietigen
mijnenjagers	=	mijnenjager
mijnenjagersschepen	=	mijnenjagersschip
mijnenjagersschip	noun	een schip dat er op uitgerust is om zeemijnen op te sporen en die onschadelijk te maken
mijnenoorlogvoering	noun	de toepassing van explosieve mijnen tijdens een militair conflict waarmee de bewegingsvrijheid van de vijand wordt beperkt
mijnenruimer	noun	werktuig dat of persoon die mijnen opspoort en onschadelijk maakt
mijnenruimers	=	mijnenruimer
mijnenruimertje	=	mijnenruimer
mijnenruimertjes	=	mijnenruimer
mijnentweegs	adv|obsolete	wat mij betreft
mijnentwege	adv|formal	wat mij betreft
mijnentwil	adv	voor wat mijn belang of genoegen is
mijnentwille	adv|obsolete	voor wat mijn belang of genoegen is
mijnenveger	noun	een schip dat speciaal geschikt is gemaakt voor het onschadelijk maken van zeemijnen
mijnenvegers	=	mijnenveger
mijnenveld	noun	al dan niet afgebakend stuk grond waar land- of zeemijnen liggen
mijnenvelden	=	mijnenveld
mijnenveldje	=	mijnenveld
mijnenveldjes	=	mijnenveld
mijnenvrij	adj	zonder (land)mijnen
mijnenvrije	=	mijnenvrij
mijnenvrijer	=	mijnenvrij
mijnenvrijere	=	mijnenvrij
mijnenvrijers	=	mijnenvrij
mijnenvrijs	=	mijnenvrij
mijnenvrijst	=	mijnenvrij
mijnenvrijste	=	mijnenvrij
mijner	pron|obsolete	genitief (van) mijn
mijners	=	mijner
mijnerzijds	adv	van mijn kant; door mij
mijngang	noun	ondergronds uitgegraven weg om bij delfstoffen te komen
mijngangen	=	mijngang
mijngas	noun	brandbaar, giftig, reukloos gas dat in steenkoolmijnen voor kan komen, vooral bestaande uit methaan (CH₄)
mijngassen	=	mijngas
mijngroeve	noun	een groeve waar delfstoffen uit de grond wordt gehaald
mijngroeven	=	mijngroeve
mijngroeves	=	mijngroeve
mijnheer	noun	een aanspreektitel voor een man
mijnheertje	=	mijnheer
mijnheertjes	=	mijnheer
mijnheren	=	mijnheer
mijnindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de mijnbouw
mijnindustrieën	=	mijnindustrie
mijningenieur	noun	iemand die een hogere technisch opleiding heeft voltooid op het gebied van de winning van delfstoffen
mijningenieurs	=	mijningenieur
mijnjager	=	mijnenjager
mijnlamp	noun	veiligheidslamp die mijnwerkers waarschuwt bij een te hoge concentratie brandbare en giftige gassen
mijnlampen	=	mijnlamp
mijnlampje	=	mijnlamp
mijnlampjes	=	mijnlamp
mijnonderneming	noun	bedrijf dat een of meer mijnen exploiteert
mijnondernemingen	=	mijnonderneming
mijnongeluk	noun	ongeval in een bedrijf waar delfstoffen worden gewonnen
mijnongelukken	=	mijnongeluk
mijnramp	noun	groot ongeluk met veel doden en gewonden in een mijn
mijnrampen	=	mijnramp
mijns	pron|obsolete	genitief (van) mijn
mijnschacht	noun	een verticale, meestal cilindervormige toegangsweg tussen het aardoppervlak en plaatsen in de ondergrond waar delfstoffen in vaste vorm worden ontgonnen
mijnschachten	=	mijnschacht
mijnschachtje	=	mijnschacht
mijnspinnen	noun	Atypidae een familie van spinnen.
mijnstaking	noun	het massaal en collectief neerleggen van het werk door mijnwerkers.
mijnstakingen	=	mijnstaking
mijnstakinkje	=	mijnstaking
mijnstakinkjes	=	mijnstaking
mijnstreek	noun	gebied met veel mijnen
mijnstreekje	=	mijnstreek
mijnstreken	=	mijnstreek
mijnt	=	mijnen
mijntje	=	mijn
mijntjes	=	mijn
mijnveger	=	mijnenveger
mijnwater	noun	water dat in (oude) mijnen en mijngangen aanwezig is
mijnwerker	noun	een persoon die werkzaam is in de mijnbouw
mijnwerkers	=	mijnwerker
mijnwerkerskleding	noun	de specifieke, robuuste werkkleding die mijnwerkers droegen tijdens het delven van steenkool of mineralen ondergronds.
mijnwerkerslamp	noun	veiligheidslamp die mijnwerkers waarschuwt bij te hoge concentraties brandbare en giftige gassen zoals methaan en koolstofdioxide
mijnwerkerslampen	=	mijnwerkerslamp
mijnwerkerslampje	=	mijnwerkerslamp
mijnwerkerslampjes	=	mijnwerkerslamp
mijnwerkersstad	noun	stad waar de belangrijkste economische activiteit de mijnbouw is
mijnwerkersstadje	=	mijnwerkersstad
mijnwerkersstadjes	=	mijnwerkersstad
mijnwerkersstaking	noun	een georganiseerde werkonderbreking door arbeiders in de mijnbouw.
mijnwerkersstakingen	=	mijnwerkersstaking
mijnwerkersstakinkje	=	mijnwerkersstaking
mijnwerkersstakinkjes	=	mijnwerkersstaking
mijnwerkerssteden	=	mijnwerkersstad
mijnwerkertje	=	mijnwerker
mijnwerkertjes	=	mijnwerker
mijnworm	noun	bepaald soort parasitaire rondworm, Ancylostoma duodenale uit de familie Ancylostomatidae
mijnwormen	noun	een familie Ancylostomatidae van kleine parasitaire rondwormen uit de orde Rhabditida.
mijnwormziekte	noun	ziekte veroorzaakt door Ancylostoma duodenale of Necator americanus wormen die in de twaalfvingerige darm leven en bloedarmoede en eiwitgebrek kunnen veroorzaken
mijnwormziekten	=	mijnwormziekte
mijnwormziektes	=	mijnwormziekte
mijt	noun	benaming voor dieren uit de superorde Acariformes kleine geleedpotige, overwegend parasitisch levende diertjes
mijte	=	mijten
mijten	verb	door spinachtige diertjes uit de superorde Acariformes worden aangetast	noun	Acariformes superorde van kleine geleedpotigen met een lichaam dat niet duidelijk in twee (zoals bij spinnen) of drie (zoals bij insecten) geledingen is gedeeld.
mijtend	=	mijten
mijtende	=	mijten
mijter	noun	een hoofddeksel dat door kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders gedragen wordt op plechtige gelegenheden
mijterde	=	mijteren
mijterden	=	mijteren
mijtere	=	mijteren
mijteren	verb	tot bisschop of een andere hoogwaardigheid verheffen
mijterend	=	mijteren
mijterende	=	mijteren
mijtermot	noun	Pyrausta sanguinalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
mijtermotje	=	mijtermot
mijtermotjes	=	mijtermot
mijtermotten	=	mijtermot
mijters	=	mijter
mijterschildwants	noun	Aelia acuminata een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
mijterschildwantsen	=	mijterschildwants
mijterschildwantsje	=	mijterschildwants
mijterschildwantsjes	=	mijterschildwants
mijtert	=	mijteren
mijtertje	=	mijter
mijtertjes	=	mijter
mijtervormig	adj	vorm van een mijter hebbend
mijtervormige	=	mijtervormig
mijtervormiger	=	mijtervormig
mijtervormigere	=	mijtervormig
mijtervormigers	=	mijtervormig
mijtervormigs	=	mijtervormig
mijtervormigst	=	mijtervormig
mijtervormigste	=	mijtervormig
mijtje	=	mijt
mijtjes	=	mijt
mijtte	=	mijten
mijtten	=	mijten
mijzelf	pron	eerste persoon enkelvoud, versterkte vorm van mij
mik	noun	deel van een maststrijksysteem waarop de mast in gestreken stand rust
mikado	noun	een spel waarbij men uit een stapel stokjes een voor een moet trekken zonder de andere stokjes te laten bewegen
mikado's	=	mikado
mikadofazant	noun	Syrmaticus mikado een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
mikadofazanten	=	mikadofazant
mikadofazantje	=	mikadofazant
mikadofazantjes	=	mikadofazant
mikadogeneratie	noun	generatie die opgroeit in samengestelde gezinnen waarin mensen wonen die verschillende gradaties van bloedverwantschap hebben
mikadogeneraties	=	mikadogeneratie
mikadogezin	noun	gezinnen waarin mensen wonen die verschillende gradaties van bloedverwantschap hebben
mikadogezinnen	=	mikadogezin
mikadootje	=	mikado
mikadootjes	=	mikado
mikdasj	noun	tempel
mikdasjee	=	mikdasj
mikje	=	mik
mikjes	=	mik
mikke	=	mikken
mikken	verb	richten op een doel
mikkend	=	mikken
mikkende	=	mikken
mikmak	noun	grote rotzooi, ongeordende massa
mikmakken	=	mikmak
mikpunt	noun	plek waarop gemikt wordt, doel, doelwit
mikpunten	=	mikpunt
mikpuntje	=	mikpunt
mikpuntjes	=	mikpunt
mikt	=	mikken
mikte	=	mikken
mikten	=	mikken
mikwa	noun	ritueel bad, ritueel badhuis
mikwa's	=	mikwa
mikwaot	noun	mikwa's, Hebreeuws gevormd meervoud van mikwa
mikwe	noun	ritueel bad, ritueel badhuis
mikwes	=	mikwe
mikwot	=	mikwa
mila	noun	besnijdenis
milanees	noun	een inwoner van Milaan, of iemand afkomstig uit Milaan	adj	op Milaan betrekking hebbend
milaneest	=	milanees
milaneeste	=	milanees
milanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Milaan, of een vrouw afkomstig uit Milaan
milanesen	=	milanese
milaneser	=	milanees
milanesere	=	milanees
milanesers	=	milanees
milanezen	=	milanees
milblogger	noun	militair of iemand met zeer nauwe contacten in de krijgsmacht die op persoonlijke titel op een website het verloop van een oorlog bijhoudt
milbloggers	=	milblogger
milchig	adj	met melk bereid
milchige	=	milchig
mild	adj	zachtaardig, welwillend
milddadig	adj	mild en vriendelijk in woord en daad
milddadige	=	milddadig
milddadiger	=	milddadig
milddadigere	=	milddadig
milddadigers	=	milddadig
milddadigs	=	milddadig
milddadigst	=	milddadig
milddadigste	=	milddadig
milde	=	mild
mildelijk	adj	op een milde, zachte, vrijgevige, of niet-streng manier
mildelijke	=	mildelijk
mildelijker	=	mildelijk
mildelijkere	=	mildelijk
mildelijkers	=	mildelijk
mildelijks	=	mildelijk
mildelijkst	=	mildelijk
mildelijkste	=	mildelijk
milder	=	mild
milderde	=	milderen
milderden	=	milderen
mildere	=	mild
milderen	verb	milder worden
milderend	=	milderen
milderende	=	milderen
milders	=	mild
mildert	=	milderen
mildheid	noun	het heel aardig, goedgeefs en vergevingsgezind zijn
milds	=	mild
mildst	=	mild
mildste	=	mild
milf	noun|vulgar	wat oudere, seksueel aantrekkelijke vrouw
milfje	=	milf
milfjes	=	milf
milfs	=	milf
miliair	adj	de afmeting en vorm van een gierstkorrel hebbend
miliairder	=	miliair
miliairdere	=	miliair
miliairders	=	miliair
miliaire	=	miliair
miliairs	=	miliair
miliairst	=	miliair
miliairste	=	miliair
milicie	=	militie
milicien	noun	dienstplichtige
miliciens	=	milicien
milieu	noun	de sociale omgeving (maatschappelijk, cultureel, religieus)
milieu-impact	noun	de schadelijke effecten van een bepaalde handeling op de leefomgeving
milieu-impacts	=	milieu-impact
milieuactie	noun	het bewuste handelen of organiseren om de leefomgeving te beschermen tegen aantasting door menselijke activiteiten
milieuactiegroep	noun	een organisatie die buiten de politieke partijen om de aandacht probeert te vestigen op problemen in de fysieke leefomgeving
milieuactiegroepen	=	milieuactiegroep
milieuacties	=	milieuactie
milieuactietje	=	milieuactie
milieuactietjes	=	milieuactie
milieuactivist	noun	iemand die actief is in de milieubeweging
milieuactivisten	=	milieuactivist
milieuafdeling	noun	deel van een organisatie die betrokken is bij het beheer van de natuurlijke leefomgeving
milieuafdelingen	=	milieuafdeling
milieuambtenaar	noun	ambtenaar die controle uitoefent op het handhaven van de milieuvoorschriften
milieuambtenaars	=	milieuambtenaar
milieuambtenaartje	=	milieuambtenaar
milieuambtenaartjes	=	milieuambtenaar
milieuambtenaren	=	milieuambtenaar
milieuautoriteit	noun	zelfstandig onderdeel van de overheid dat optreedt tegen vervuiling die levende wezens bedreigt
milieuautoriteiten	=	milieuautoriteit
milieubehandeling	noun	een behandelvorm in de psychiatrie of jeugdzorg waarbij de omgeving (het 'milieu') van de cliënt bewust wordt ingericht om het herstel te bevorderen
milieubehandelingen	=	milieubehandeling
milieubehandelingetje	=	milieubehandeling
milieubehandelingetjes	=	milieubehandeling
milieubeheer	noun	de zorg voor de leefomgeving
milieubelastend	adj	van een activiteit, product of proces dat het schadelijke gevolgen kan hebben voor het milieu.
milieubelastende	=	milieubelastend
milieubelastender	=	milieubelastend
milieubelastendere	=	milieubelastend
milieubelastenders	=	milieubelastend
milieubelastends	=	milieubelastend
milieubelastendst	=	milieubelastend
milieubelastendste	=	milieubelastend
milieubelasting	noun	de schade die iets berokkent aan de leefomgeving
milieubelastingen	=	milieubelasting
milieubelastinkje	=	milieubelasting
milieubeleid	noun	beleid t.a.v. de natuurlijke omgeving
milieubeleidsplan	noun	opsomming van de voorgenomen maatregelen om de leefomgeving te beschermen
milieubeleidsplannen	=	milieubeleidsplan
milieubeleidsplannetje	=	milieubeleidsplan
milieubeleidsplannetjes	=	milieubeleidsplan
milieubepaling	noun	het vaststellen, meten of reguleren van de invloed van activiteiten op de omgeving
milieubepalingen	=	milieubepaling
milieubepalinkje	=	milieubepaling
milieubepalinkjes	=	milieubepaling
milieubeschermend	adj	van iets dat het gericht is op het beschermen, behouden of verbeteren van de natuurlijke leefomgeving
milieubeschermende	=	milieubeschermend
milieubeschermender	=	milieubeschermend
milieubeschermendere	=	milieubeschermend
milieubeschermenders	=	milieubeschermend
milieubeschermends	=	milieubeschermend
milieubeschermendst	=	milieubeschermend
milieubeschermendste	=	milieubeschermend
milieubeschermer	noun	iemand die probeert de leefomgeving te beschermen tegen verval en beschadiging
milieubeschermers	=	milieubeschermer
milieubescherming	noun	alle maatregelen die gericht zijn op de instandhouding van een leefbare leefomgeving
milieubeschermingen	=	milieubescherming
milieubesef	noun	het zich bewustzijn van de invloed die men heeft op de leefomgeving
milieubeweging	noun	organisatie die opkomt voor het behoud van de leefomgeving
milieubewegingen	=	milieubeweging
milieubeweginkje	=	milieubeweging
milieubeweginkjes	=	milieubeweging
milieubewust	adj	zowel in gedachten als in daden rekening houdend met de leefomgeving
milieubewuste	=	milieubewust
milieubewuster	=	milieubewust
milieubewustere	=	milieubewust
milieubewusters	=	milieubewust
milieubewusts	=	milieubewust
milieubewustst	=	milieubewust
milieubewustste	=	milieubewust
milieubewustzijn	noun	het zich realiseren welke invloed men heeft op de leefomgeving
milieubrigadiertje	noun	leerling die erop let dat de school en de omgeving van de school schoon en vrij van afval zijn (vooral in Suriname)
milieubrigadiertjes	=	milieubrigadiertje
milieucheque	noun	belastingvrije vergoeding die een werkgever aan een werknemer kan geven om ecologisch verantwoorde producten en diensten te kopen
milieucheques	=	milieucheque
milieuclaim	noun	eis dat er meer maatregelen worden genomen ter bescherming van de leefomgeving
milieuclaims	=	milieuclaim
milieucontainer	noun	een speciaal ontworpen, vaak stalen, opslagruimte die wordt gebruikt voor de veilige opslag van milieugevaarlijke en vloeibare stoffen
milieucontainers	=	milieucontainer
milieucontainertje	=	milieucontainer
milieucontainertjes	=	milieucontainer
milieucontaminant	noun	verontreinigende stof die vanuit het milieu in het voedsel terecht is gekomen
milieucontaminanten	=	milieucontaminant
milieudefensie	noun	bescherming van de leefomgeving tegen schadelijke, menselijke invloeden
milieudelict	noun	een strafbaar feit volgens de milieuwetgeving zoals het illegaal storten van afval
milieudelicten	=	milieudelict
milieudelictje	=	milieudelict
milieudelictjes	=	milieudelict
milieudienst	noun	oorganisatie die zorgt voor het schoonhouden van de openbare ruimte van een stad en het ophalen van huisvuil
milieudiensten	=	milieudienst
milieudrammer	noun	iemand die overdreven fanatiek strijdt voor een schoner milieu
milieudrammers	=	milieudrammer
milieudrammertje	=	milieudrammer
milieudrammertjes	=	milieudrammer
milieudruk	noun	de nadelige invloed op de leefomgeving die een bepaalde activiteit kan hebben
milieueconomen	=	milieueconoom
milieueconomie	noun	economie die uitgaat van de beperkingen die een goed milieubeheer nu eenmaal met zich meebrengt
milieueconomieën	=	milieueconomie
milieueconoom	noun	econoom die het milieu serieus neemt als factor in de economie
milieueducatie	noun	educatie met betrekking tot natuur, ecologie, milieu, landschap en duurzaamheid
milieueffect	noun	effect op het milieu
milieueffecten	=	milieueffect
milieueffectje	=	milieueffect
milieueffectjes	=	milieueffect
milieueffectrapportage	noun	verplicht op te stellen rapport dat de gevolgen voor het milieu van een voorgenomen project inventariseert
milieueffectrapportages	=	milieueffectrapportage
milieueis	noun	voorwaarde met betrekking tot de invloed die een bepaalde handeling heeft op de omgeving
milieueisen	=	milieueis
milieuerosie	noun	geleidelijke verslechtering van de natuurlijke leefomgeving
milieufanaat	noun	iemand die (te) druk bezig is met het beschermen van de leefomgeving
milieufanaatje	=	milieufanaat
milieufanaatjes	=	milieufanaat
milieufanaten	=	milieufanaat
milieufederatie	noun	samenwerkingsverband van verschillende organisaties op provinciaal niveau die de leefomgeving beschermen
milieufederaties	=	milieufederatie
milieufraude	noun	fraude bij de 'verwerking' van afval, waardoor het milieu geschaad wordt
milieufraudes	=	milieufraude
milieugebied	noun	zaken die het milieu betreffen
milieugebieden	=	milieugebied
milieugebiedje	=	milieugebied
milieugebiedjes	=	milieugebied
milieugevaarlijk	adj	schadelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving
milieugevaarlijke	=	milieugevaarlijk
milieugevaarlijker	=	milieugevaarlijk
milieugevaarlijkere	=	milieugevaarlijk
milieugevaarlijkers	=	milieugevaarlijk
milieugevaarlijks	=	milieugevaarlijk
milieugevaarlijkst	=	milieugevaarlijk
milieugevaarlijkste	=	milieugevaarlijk
milieugroepering	noun	actiegroep die opkomt voor het milieu
milieugroeperingen	=	milieugroepering
milieuheffing	noun	belastingheffing op milieuonvriendelijke handelingen of voorzieningen
milieuheffingen	=	milieuheffing
milieuheffinkje	=	milieuheffing
milieuheffinkjes	=	milieuheffing
milieuhygiëne	noun	het behouden van een gezonde leefomgeving, het beperken van de negatieve invloeden van de mens op de leefomgeving
milieukeur	noun	Nederlands keurmerk voor producten en diensten die het milieu minder zouden belasten
milieukeuren	=	milieukeur
milieukeurmerk	noun	keurmerk voor producten en diensten die het milieu minder zouden belasten
milieukeurmerken	=	milieukeurmerk
milieukost	noun|obsolete	uitgaven die men moet doen om negatieve effecten op het leefmilieu te compenseren of te voorkomen
milieukosten	noun	uitgaven die men moet doen om negatieve effecten op het leefmilieu te compenseren of te voorkomen
milieukunde	noun	de tak van wetenschap die het samenspel tussen organismen onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeert
milieukundig	adj	betrekking hebbend op de milieukunde
milieukundige	noun	deskundige op het gebiede van de milieukunde
milieukundigen	=	milieukundige
milieukundiger	=	milieukundig
milieukundigere	=	milieukundig
milieukundigers	=	milieukundig
milieukundigs	=	milieukundig
milieukundigst	=	milieukundig
milieukundigste	=	milieukundig
milieumaatregel	noun	handeling die erop gericht is de milieu-impact van een menselijke handeling te beperken
milieumaatregelen	=	milieumaatregel
milieumaatregels	=	milieumaatregel
milieuminister	noun	minister die belast is met de zorg voor de leefomgeving
milieuministerie	noun	ministerie dat zich bezighoudt met de bescherming en het behoud van de leefomgeving
milieuministeries	=	milieuministerie
milieuministers	=	milieuminister
milieuministertje	=	milieuminister
milieuministertjes	=	milieuminister
milieuontlastend	adj	betreft een product, proces of handeling dat minder schadelijk is voor de natuur en het milieu in vergelijking met een standaard alternatief.
milieuontlastende	=	milieuontlastend
milieuontlastender	=	milieuontlastend
milieuontlastendere	=	milieuontlastend
milieuontlastenders	=	milieuontlastend
milieuontlastends	=	milieuontlastend
milieuontlastendst	=	milieuontlastend
milieuontlastendste	=	milieuontlastend
milieuonvriendelijk	adj	schadelijk voor het leefmilieu
milieuonvriendelijke	=	milieuonvriendelijk
milieuonvriendelijker	=	milieuonvriendelijk
milieuonvriendelijkere	=	milieuonvriendelijk
milieuonvriendelijkers	=	milieuonvriendelijk
milieuonvriendelijks	=	milieuonvriendelijk
milieuonvriendelijkst	=	milieuonvriendelijk
milieuonvriendelijkste	=	milieuonvriendelijk
milieuoogpunt	noun	gezien vanuit het standpunt van de bescherming van de leefomgeving
milieuorganisatie	noun	een instelling die zich inzet voor het behoud van een goede leefomgeving
milieuorganisaties	=	milieuorganisatie
milieuorganisatietje	=	milieuorganisatie
milieuorganisatietjes	=	milieuorganisatie
milieuovertreding	noun	een actie die verboden is volgens de milieuwetgeving en de daarin gestelde milieuregels
milieuovertredingen	=	milieuovertreding
milieuovertredinkje	=	milieuovertreding
milieuovertredinkjes	=	milieuovertreding
milieuoverweging	noun	argumenten die betrekking hebben op het gezond houden van de leefomgeving
milieuoverwegingen	=	milieuoverweging
milieuoverweginkje	=	milieuoverweging
milieuoverweginkjes	=	milieuoverweging
milieupartij	noun	politieke partij die een programma heeft dat vooral gericht is op het behoud van de leefbaarheid van de omgeving
milieupartijen	=	milieupartij
milieupartijtje	=	milieupartij
milieupartijtjes	=	milieupartij
milieuplanning	noun	planning met veel aandacht voor het milieu
milieuplanningen	=	milieuplanning
milieuplanninkje	=	milieuplanning
milieuplanninkjes	=	milieuplanning
milieupolitiek	noun	beleid van de regering m.b.t. het milieu met name met de hierin optredende vervuiling
milieuprobleem	noun	activiteit die de leefomgeving minder gezond maakt
milieuprobleempje	=	milieuprobleem
milieuprobleempjes	=	milieuprobleem
milieuproblematiek	noun	alle moeilijkheden die gepaard gaan met het leefbaar houden van de levensomgeving
milieuproblematieken	=	milieuproblematiek
milieuproblemen	=	milieuprobleem
milieuramp	noun	een gebeurtenis waardoor de leefomgeving ernstig beschadigd raakt
milieurampen	=	milieuramp
milieurampje	=	milieuramp
milieurecht	noun	alle wet- en regelgeving die gaat over het behoud en bescherming van de goede leefomgeving
milieurechten	=	milieurecht
milieuresultaat	noun	het effect van een maatregel op de kwaliteit van de leefomgeving
milieuresultaatje	=	milieuresultaat
milieuresultaatjes	=	milieuresultaat
milieuresultaten	=	milieuresultaat
milieus	=	milieu
milieuschade	noun	aantasting van het (leef)milieu
milieuschadelijk	adj	wat slecht is voor de leefomgeving en de natuur.
milieuschadelijke	=	milieuschadelijk
milieuschadelijker	=	milieuschadelijk
milieuschadelijkere	=	milieuschadelijk
milieuschadelijkers	=	milieuschadelijk
milieuschadelijks	=	milieuschadelijk
milieuschadelijkst	=	milieuschadelijk
milieuschadelijkste	=	milieuschadelijk
milieuschaden	=	milieuschade
milieuschades	=	milieuschade
milieuschandaal	noun	iets wat heel fout is gegaan op het gebied van de leefomgeving
milieuschandalen	=	milieuschandaal
milieuschuld	noun	het teveel aan schade dat aan de leefomgeving is toegebracht
milieuschulden	=	milieuschuld
milieusparend	adj	betreft iets het milieu zo min mogelijk belast, schaadt of verbruikt.
milieusparende	=	milieusparend
milieusparender	=	milieusparend
milieusparendere	=	milieusparend
milieusparenders	=	milieusparend
milieusparends	=	milieusparend
milieusparendst	=	milieusparend
milieusparendste	=	milieusparend
milieuteam	noun	organisatie die de naleving van milieuwetgeving controleert
milieuteams	=	milieuteam
milieutechnisch	adj	betreffende het gebruik van techniek en wetenschap om milieuproblemen op te lossen en de impact van menselijke activiteiten op lucht, water en bodem te minimaliseren
milieutechnische	=	milieutechnisch
milieutechnischer	=	milieutechnisch
milieutechnischere	=	milieutechnisch
milieutechnischers	=	milieutechnisch
milieutechnologie	noun	technologie ter verbetering van het leefmilieu
milieutechnologieën	=	milieutechnologie
milieuthema	noun	de leefomgeving als politiek issue
milieuthema's	=	milieuthema
milieuthemata	=	milieuthema
milieutje	=	milieu
milieutjes	=	milieu
milieutop	noun	belangrijke (internationale) bijeenkomst met als doel de leefomgeving te beschermen
milieutoppen	=	milieutop
milieuveilig	adj	veilig voor het (leef)milieu
milieuveilige	=	milieuveilig
milieuveiliger	=	milieuveilig
milieuveiligere	=	milieuveilig
milieuveiligers	=	milieuveilig
milieuveiligs	=	milieuveilig
milieuveiligst	=	milieuveilig
milieuveiligste	=	milieuveilig
milieuvereniging	noun	een organisatie waarin burgers zich verenigen om op te komen voor het milieu en de natuur.
milieuverenigingen	=	milieuvereniging
milieuverenigingetje	=	milieuvereniging
milieuverenigingetjes	=	milieuvereniging
milieuvergunning	noun	vergunning in het kader van de wet Milieubeheer, hierin wordt beschreven aan welke eisen de vergunningvrager moet voldoen om geen hinder of gevaar voor zijn omgeving te vormen.
milieuvergunningen	=	milieuvergunning
milieuvernietiging	noun	de grootschalige en vaak onomkeerbare aantasting van ecosystemen, de biodiversiteit en de natuurlijke leefomgeving door menselijk handelen.
milieuvernietigingen	=	milieuvernietiging
milieuvernietigingetje	=	milieuvernietiging
milieuvernietigingetjes	=	milieuvernietiging
milieuverontreinigend	adj	van een stof, activiteit of proces dat het schadelijk is voor de natuurlijke omgeving, zoals lucht, water of bodem.
milieuverontreinigende	=	milieuverontreinigend
milieuverontreinigender	=	milieuverontreinigend
milieuverontreinigendere	=	milieuverontreinigend
milieuverontreinigenders	=	milieuverontreinigend
milieuverontreinigends	=	milieuverontreinigend
milieuverontreinigendst	=	milieuverontreinigend
milieuverontreinigendste	=	milieuverontreinigend
milieuverontreiniging	noun	vergiftiging van de leefomgeving door menselijke activiteiten
milieuverontreinigingen	=	milieuverontreiniging
milieuverontreinigingetje	=	milieuverontreiniging
milieuverontreinigingetjes	=	milieuverontreiniging
milieuverslaglegging	noun	is het proces waarbij bedrijven en overheden systematisch rapporteren over hun milieuprestaties en de impact van hun activiteiten op het milieu.
milieuverslagleggingen	=	milieuverslaglegging
milieuverslaglegginkje	=	milieuverslaglegging
milieuverslaglegginkjes	=	milieuverslaglegging
milieuvervuilend	adj	van een stof, activiteit of proces dat het schadelijk is voor de natuurlijke leefomgeving, zoals lucht, water of bodem.
milieuvervuilende	=	milieuvervuilend
milieuvervuilender	=	milieuvervuilend
milieuvervuilendere	=	milieuvervuilend
milieuvervuilenders	=	milieuvervuilend
milieuvervuilends	=	milieuvervuilend
milieuvervuilendst	=	milieuvervuilend
milieuvervuilendste	=	milieuvervuilend
milieuvervuiling	noun	het aanbrengen van schade aan de natuurlijke omgeving door het inbrengen van daaraan vreemde stoffen
milieuvervuilingen	=	milieuvervuiling
milieuvoordeel	noun	een positief effect van het voorwerp of de actie op het milieu
milieuvoordelen	=	milieuvoordeel
milieuvoorwaarde	noun	eisen die worden gesteld betreffende de bescherming van de leefomgeving
milieuvoorwaarden	=	milieuvoorwaarde
milieuvraagstuk	noun	de problematiek rond de kwaliteit van de leefomgeving
milieuvraagstukken	=	milieuvraagstuk
milieuvriendelijk	adj	wat de leefomgeving en de natuur spaart.
milieuvriendelijke	=	milieuvriendelijk
milieuvriendelijker	=	milieuvriendelijk
milieuvriendelijkere	=	milieuvriendelijk
milieuvriendelijkers	=	milieuvriendelijk
milieuvriendelijks	=	milieuvriendelijk
milieuvriendelijkst	=	milieuvriendelijk
milieuvriendelijkste	=	milieuvriendelijk
milieuwerker	noun	iemand die werkt in de afvalverwerking (meestal een vuilnisman)
milieuwerkers	=	milieuwerker
milieuwerkertje	=	milieuwerker
milieuwerkertjes	=	milieuwerker
milieuwet	noun	een wet die het milieu moet beschermen tegen ongewenste menselijke activiteit
milieuwetgeving	noun	wetgeving betreffende het behoud van een goede leefomgeving
milieuwetgevingen	=	milieuwetgeving
milieuwetten	=	milieuwet
milieuwinst	noun	het voordeel dat men behaalt in de bescherming van de leefomgeving
milieuwinsten	=	milieuwinst
milieuwinstje	=	milieuwinst
milieuwinstjes	=	milieuwinst
milieuzaak	noun	kwestie, probleem, activiteit of juridische procedure die verband houdt met schade, vervuiling, of de bescherming van het milieu (lucht, water, bodem) door menselijk handelen, zoals lozingen, uitstoot, of het onttrekken van grondstoffen.
milieuzaakje	=	milieuzaak
milieuzaakjes	=	milieuzaak
milieuzaken	=	milieuzaak
milieuzorg	noun	de aandacht voor een goede leefomgeving
milieuzorgen	=	milieuzorg
militair	noun	lid van het leger, soldaat	adj	met het leger te maken hebbend
militair-economisch	adj	betreffende de wisselwerking tussen defensie en de economie, waarbij middelen worden ingezet voor nationale veiligheid.
militair-economische	=	militair-economisch
militair-economischer	=	militair-economisch
militair-economischere	=	militair-economisch
militair-economischers	=	militair-economisch
militair-historisch	adj	betreffende de geschiedenis van het leger en de gewapende strijd
militair-historische	=	militair-historisch
militair-historischer	=	militair-historisch
militair-historischere	=	militair-historisch
militair-historischers	=	militair-historisch
militair-industrieel	adj	militair en industrieel
militair-industrieels	=	militair-industrieel
militair-industrieelst	=	militair-industrieel
militair-industrieelste	=	militair-industrieel
militair-industriële	=	militair-industrieel
militair-industriëler	=	militair-industrieel
militair-industriëlere	=	militair-industrieel
militair-industriëlers	=	militair-industrieel
militair-technisch	adj	betreffende techniek die door het leger wordt gebruikt
militair-technische	=	militair-technisch
militair-technischer	=	militair-technisch
militair-technischere	=	militair-technisch
militair-technischers	=	militair-technisch
militairder	=	militair
militairdere	=	militair
militairders	=	militair
militaire	=	militair
militairen	=	militair
militairisme	=	militarisme
militairist	=	militarist
militairistisch	=	militaristisch
militairs	=	militair
militairst	=	militair
militairste	=	militair
militairtje	=	militair
militairtjes	=	militair
militant	noun	actief lid van een politieke beweging	adj	strijdvaardig, strijdlustig, agressief, fanatiek
militante	noun	actief vrouwelijk lid van een politieke of maatschappelijke beweging
militanten	=	militant
militanter	=	militant
militantere	=	militant
militanters	=	militant
militantes	=	militante
militants	=	militant
militantst	=	militant
militantste	=	militant
militariseer	=	militariseren
militariseerde	=	militariseren
militariseerden	=	militariseren
militariseert	=	militariseren
militarisere	=	militariseren
militariseren	verb	militaire invloed uitoefenen op
militariserend	=	militariseren
militariserende	=	militariseren
militarisering	noun	toenemende organisatie van de samenleving rond het gebruik van geweld; verhoging van het geweldsniveau
militariseringen	=	militarisering
militarisme	noun	met een positieve houding ten opzichte van het militaire
militarist	noun	aanhanger van het militarisme
militaristen	=	militarist
militaristisch	adj	van, van de aard van, betreffende het militarisme
militaristische	=	militaristisch
militaristischer	=	militaristisch
militaristischere	=	militaristisch
militaristischers	=	militaristisch
militaristischt	=	militaristisch
militaristischte	=	militaristisch
military	noun|obsolete	meerkamp voor ruiters bestaande uit een crosscountry, een springwedstrijd en een dressuurproef De term werd voor de tak van sport, een wedstrijd daarbinnen en soms voor de crosscountry als karakteristiek onderdeel gebruikt.
military's	=	military
militeer	=	militeren
militeerde	=	militeren
militeerden	=	militeren
militeert	=	militeren
militere	=	militeren
militeren	verb	actievoeren, actief zijn als lid van een organisatie of partij
militerend	=	militeren
militerende	=	militeren
militia	noun	politiek geïnspireerde militaire organisatie waarin veel burgers en vrijwilligers deelnemen
militia's	=	militia
militie	noun	politiek geïnspireerde militaire organisatie waarin veel burgers en vrijwilligers deelnemen
militieleider	noun	leider van een een para-militaire organisatie
militieleiders	=	militieleider
milities	=	militie
militievergoeding	noun	een financiële tegemoetkoming of compensatie die specifiek werd uitgekeerd aan miliciens (dienstplichtigen) of hun rechthebbenden (zoals echtgenoten).
militievergoedingen	=	militievergoeding
militievergoedinkje	=	militievergoeding
militievergoedinkjes	=	militievergoeding
miljard	noun	het getal 1.000.000.000	num	1.000.000.000 (= 10⁹).
miljardair	noun	iemand die minstens een miljard eenheden van een nader aan te duiden munteenheid bezit
miljardairs	=	miljardair
miljardairtje	=	miljardair
miljarden	=	miljard
miljardenbedrijf	noun	bedrijf met een zeer grote omzet; bedrijf met een zeer grote waarde
miljardenbedrijven	=	miljardenbedrijf
miljardenbezuiniging	noun	een omvangrijke financiële maatregel waarbij een overheid of organisatie voor miljarden euro's aan overheidsuitgaven schrapt of de begroting aanzienlijk verkort.
miljardenbezuinigingen	=	miljardenbezuiniging
miljardenbezuinigingetje	=	miljardenbezuiniging
miljardenbezuinigingetjes	=	miljardenbezuiniging
miljardenclaim	noun	zeer grote financiële eis (die enkele miljarden euro's of dollars groot is)
miljardenclaims	=	miljardenclaim
miljardenconcern	noun	zeer groot bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven met in totaal een omzet van enkele miljarden per jaar of een totale beurswaarde van enkele miljarden
miljardenconcerns	=	miljardenconcern
miljardendebacle	noun	een debacle dat heel veel geld heeft gekost, miljarden
miljardendebacles	=	miljardendebacle
miljardendebacletje	=	miljardendebacle
miljardendebacletjes	=	miljardendebacle
miljardenfraude	noun	fraude waarbij er voor miljarden is gefraudeerd
miljardenfraudes	=	miljardenfraude
miljardenhulp	noun	financiële steun ter grootte van miljarden euro's of dollars
miljardenhulpen	=	miljardenhulp
miljardenindustrie	noun	bedrijfstak waarin zeer veel geld in omgaat
miljardenindustrieën	=	miljardenindustrie
miljardenlening	noun	lening met een waarde van enkele miljarden euro's of dollars
miljardenleningen	=	miljardenlening
miljardenorder	noun	een zeer grote opdracht aan een bedrijf; een opdracht van meer dan één miljard van een munteenheid
miljardenorders	=	miljardenorder
miljardenplan	noun	beleidsvoornemen waarbij miljarden euro's of dollars betrokken zijn
miljardenplannen	=	miljardenplan
miljardenplannetje	=	miljardenplan
miljardenplannetjes	=	miljardenplan
miljardenproject	noun	een zeer grote zaak waarin miljarden van een bepaalde valuta omgaan
miljardenprojecten	=	miljardenproject
miljardenprojectje	=	miljardenproject
miljardenprojectjes	=	miljardenproject
miljardenschikking	noun	schikking waarmee een bedrag van miljarden gemoeid is
miljardenschikkingen	=	miljardenschikking
miljardenschikkinkje	=	miljardenschikking
miljardenschikkinkjes	=	miljardenschikking
miljardenschuld	noun	een zeer grote schuld van miljarden in een bepaalde munteenheid
miljardenschulden	=	miljardenschuld
miljardensteun	noun	steun (aan een bedrijf) die uit miljarden bestaat
miljardenverlies	noun	een heel groot verlies; een verlies van enkele miljarden euro's of dollars
miljardenverliezen	=	miljardenverlies
miljardenzaak	noun	rechtszaak die om miljarden euro's of dollars gaat
miljardenzaakje	=	miljardenzaak
miljardenzaakjes	=	miljardenzaak
miljardenzaken	=	miljardenzaak
miljardje	=	miljard
miljardjes	=	miljard
miljardste	adj	nummer miljard in een rij
miljardsten	=	miljardste
miljoen	noun	het getal 1.000.000	num	1.000.000 (= 10⁶)
miljoen-dollar-idee	noun	een idee waar men een milhoen dollar voor over heeft
miljoen-dollar-ideetje	=	miljoen-dollar-idee
miljoen-dollar-ideetjes	=	miljoen-dollar-idee
miljoen-dollar-ideeën	=	miljoen-dollar-idee
miljoendollaridee	noun	een idee waar men een miljoen dollar voor overheeft
miljoendollarideetje	=	miljoendollaridee
miljoendollarideetjes	=	miljoendollaridee
miljoendollarideeën	=	miljoendollaridee
miljoenen	=	miljoen
miljoenenbedrag	noun	een hoeveelheid geld van enkele miljoenen van een bepaalde munteenheid; een groot bedrag aan geld
miljoenenbedragen	=	miljoenenbedrag
miljoenenbedragje	=	miljoenenbedrag
miljoenenbedragjes	=	miljoenenbedrag
miljoenenbedrijf	noun	een bedrijf met een marktwaarde van meerdere miljoenen
miljoenenbedrijfje	=	miljoenenbedrijf
miljoenenbedrijfjes	=	miljoenenbedrijf
miljoenenbedrijven	=	miljoenenbedrijf
miljoenenboete	noun	een straf die bestaat uit een te betalen bedrag van enkele miljoenen euro's of dollars
miljoenenboeten	=	miljoenenboete
miljoenenboetes	=	miljoenenboete
miljoenenbonus	noun	een bonus (aan een topman of topvrouw) die uit miljoenen bestaat
miljoenenbonusje	=	miljoenenbonus
miljoenenbonusjes	=	miljoenenbonus
miljoenenbonussen	=	miljoenenbonus
miljoenenclaim	noun	een eis tot schadevergoeding groter dan 1 miljoen euro
miljoenenclaims	=	miljoenenclaim
miljoenencontract	noun	een financiële overeenkomst waarbij zeer veel geld gemoeid is
miljoenencontracten	=	miljoenencontract
miljoenenfraude	noun	fraude waarbij er voor miljoenen is gefraudeerd
miljoenenfraudes	=	miljoenenfraude
miljoeneninvestering	noun	een investering die een grootte heeft van miljoenen euro's, een grote investering
miljoeneninvesteringen	=	miljoeneninvestering
miljoenennota	noun	de begroting van de Nederlandse rijksoverheid ingediend door de minister van Financiën op de derde dinsdag van september
miljoenennota's	=	miljoenennota
miljoenennotaatje	=	miljoenennota
miljoenenoverschrijding	noun	het veel duurder worden van iets dan dat het oorspronkelijk was voorgespiegeld in een begroting
miljoenenoverschrijdingen	=	miljoenenoverschrijding
miljoenenproductie	noun	een productie (meestal van een film, evenement of televisieprogramma) die heel veel geld kost, miljoenen
miljoenenproducties	=	miljoenenproductie
miljoenenproductietje	=	miljoenenproductie
miljoenenproductietjes	=	miljoenenproductie
miljoenenpubliek	noun	groep van miljoenen mensen die iets bekijken
miljoenenpublieken	=	miljoenenpubliek
miljoenenschade	noun	economisch nadeel van meer dan een miljoen euro dat aan een bepaalde oorzaak te wijten is
miljoenenschaden	=	miljoenenschade
miljoenenschades	=	miljoenenschade
miljoenenschuld	noun	een grote schuld die enkele miljoenen van een munteenheid bedraagt
miljoenenschulden	=	miljoenenschuld
miljoenenspektakel	noun	een spektakel dat heel veel geld heeft gekost, miljoenen
miljoenenspektakels	=	miljoenenspektakel
miljoenenspektakeltje	=	miljoenenspektakel
miljoenenspektakeltjes	=	miljoenenspektakel
miljoenenspel	noun	een spel waarin mensen kunnen spelen voor een geldbedrag van een miljoen of meer
miljoenenspelen	=	miljoenenspel
miljoenenspellen	=	miljoenenspel
miljoenenspelletje	=	miljoenenspel
miljoenenspelletjes	=	miljoenenspel
miljoenenstad	noun	stad van meer dan één miljoen inwoners
miljoenenstadje	=	miljoenenstad
miljoenenstadjes	=	miljoenenstad
miljoenensteden	=	miljoenenstad
miljoenenstrop	noun	financiële tegenvaller van enkele miljoenen euro's of dollars
miljoenenstroppen	=	miljoenenstrop
miljoenenverlies	noun	een zeer groot negatief financieel resultaat dat in de miljoenen (euro's) loopt
miljoenenverliezen	=	miljoenenverlies
miljoenenvermogen	noun	een vermogen dat in de miljoenen loopt
miljoenenvermogens	=	miljoenenvermogen
miljoenenwinst	noun	een zeer grote winst; een winst van meer dan een miljoen van een munteenheid
miljoenenwinsten	=	miljoenenwinst
miljoenenzaak	noun	een situatie, vaak een vorm van fraude, waarbij grootschalige oplichting plaatsvindt waarbij miljoenen euro's of dollars gemoeid zijn
miljoenenzaakje	=	miljoenenzaak
miljoenenzaakjes	=	miljoenenzaak
miljoenenzaken	=	miljoenenzaak
miljoenenzwendel	noun	fraude van zeer grote omgang
miljoenmaal	adv	miljoen keren
miljoenpoot	noun	geleedpotig dier uit de klasse Diplopoda
miljoenpootje	=	miljoenpoot
miljoenpootjes	=	miljoenpoot
miljoenpootvlieg	noun	insect uit de familie Phaeomyiidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
miljoenpootvliegen	noun	Phaeomyiidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
miljoenpootvliegje	=	miljoenpootvlieg
miljoenpootvliegjes	=	miljoenpootvlieg
miljoenpoten	noun	Diplopoda een klasse van geleedpotigen uit de onderstam van duizendpotigen (Myriapoda).
miljoenste	adj	nummer miljoen in een rij
miljoensten	=	miljoenste
miljoentje	=	miljoen
miljoentjes	=	miljoen
miljonair	noun	iemand die een vermogen heeft van meer dan een miljoen eenheden van een bepaalde valuta (bijvoorbeeld euro, dollar)
miljonairs	=	miljonair
miljonairtje	=	miljonair
milkshake	noun	een dikke koude drank, een mengsel gemaakt van melk, roomijs en vruchten
milkshakeje	=	milkshake
milkshakejes	=	milkshake
milkshakes	=	milkshake
mille	noun	duizend (gulden)
millecroquettes	noun	een keukenapparaat dat wordt gebruikt om kroketten van gelijke vorm en grootte te persen uit ragout of aardappelpuree
millennia	=	millennium
millennial	noun	persoon die behoort tot de generatie geboren tussen 1980 en het jaar 2000
millennials	=	millennial
millennium	noun	een periode van 1000 jaar
millennium-wratslak	noun	Geitodoris planata een slakkensoort uit de familie van de Discodorididae.
millennium-wratslakje	=	millennium-wratslak
millennium-wratslakjes	=	millennium-wratslak
millennium-wratslakken	=	millennium-wratslak
millenniumbaby	noun	eerste baby die in 2000 is geboren
millenniumbaby's	=	millenniumbaby
millenniumbaby'tje	=	millenniumbaby
millenniumbaby'tjes	=	millenniumbaby
millenniumbug	noun	probleem in sommige computersoftware waarbij de datum slechts in twee cijfers was aangegeven en dus rond het jaar 2000 de eerste problemen zouden moeten opduiken
millenniumbugs	=	millenniumbug
millenniumdoel	noun	de in 2000 door 189 regering geformuleerde concrete doelen die armoede en honger in de wereld zouden moeten verminderen
millenniumdoelen	=	millenniumdoel
millenniumdoelstelling	noun	de in 2000 door 189 regering geformuleerde concrete doelen die armoede en honger in de wereld zouden moeten verminderen
millenniumdoelstellingen	=	millenniumdoelstelling
millenniumgeneratie	noun	generatie mensen die tussen 1980 en 1996 geboren zijn
millenniumgeneraties	=	millenniumgeneratie
millenniumpje	=	millennium
millenniumprobleem	noun	moeilijkheid die zou ontstaan bij de overgang van het jaar 1999 naar het jaar 2000 door fouten in softwaresystemen
millenniumprobleempje	=	millenniumprobleem
millenniumprobleempjes	=	millenniumprobleem
millenniumproblemen	=	millenniumprobleem
millenniumwisseling	noun	de overgang van de ene duizend jaar durende periode naar de volgende
millenniumwisselingen	=	millenniumwisseling
millenniumwisselingetje	=	millenniumwisseling
millenniumwisselingetjes	=	millenniumwisseling
milliampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan een duizendste ampère, weergegeven met symbool mA
milliampères	=	milliampère
milliampèretje	=	milliampère
milliampèretjes	=	milliampère
milliard	=	miljard
millibar	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 0,001 bar, weergegeven met symbool mbar
millibaren	=	millibar
millibars	=	millibar
millibecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan een duizendste becquerel, weergegeven met symbool mBq
millibecquerels	=	millibecquerel
millicandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan een duizendste candela, weergegeven met symbool mcd
millicandela's	=	millicandela
millicoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan een duizendste coulomb, weergegeven met symbool mC
millicoulombs	=	millicoulomb
millicoulombtje	=	millicoulomb
millicoulombtjes	=	millicoulomb
millifarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan een duizendste farad, weergegeven met symbool mF
millifaradje	=	millifarad
millifaradjes	=	millifarad
millifarads	=	millifarad
milligram	noun	een massa (gewicht) ter grootte van een duizendste gram, 0,1 centigram, weergegeven met symbool mg
milligrammen	=	milligram
milligrammetje	=	milligram
milligrammetjes	=	milligram
milligray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan een duizendste gray, weergegeven met symbool mGy
milligrays	=	milligray
milligraytje	=	milligray
milligraytjes	=	milligray
millihenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan een duizendste henry, weergegeven met symbool mH
millihenry's	=	millihenry
millihenry'tje	=	millihenry
millihenry'tjes	=	millihenry
millihertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan een duizendste hertz, weergegeven met symbool mHz
millijoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan een duizendste joule, weergegeven met symbool mJ
millijoules	=	millijoule
millikatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan een duizendste katal, weergegeven met symbool mkat
millikatals	=	millikatal
millikelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan een duizendste kelvin, weergegeven met symbool mK
milliliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,001 liter, weergegeven met symbool ml, mL of mℓ
milliliters	=	milliliter
millilitertje	=	milliliter
millilitertjes	=	milliliter
milliljoen	num	getal gelijk aan 10⁶⁰⁰⁰ op de lange schaal
millilumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan een duizendste lumen, weergegeven met symbool mlm
millilumens	=	millilumen
millilux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan een duizendste lux, weergegeven met symbool mlx
millimeter	noun	een lengtemaat ter grootte van een duizendste meter, 0,1 centimeter, weergegeven met symbool mm
millimeterde	=	millimeteren
millimeterden	=	millimeteren
millimetere	=	millimeteren
millimeteren	verb	zeer kort afknippen van het hoofdhaar met een tondeuse
millimeterend	=	millimeteren
millimeterende	=	millimeteren
millimeterpapier	noun	tekenpapier bedrukt met elkaar loodrecht kruisende lijnen op 1 mm afstand van elkaar
millimeterpapieren	=	millimeterpapier
millimeters	=	millimeter
millimeterstraling	noun	het uiteinde van het infraroodspectrum met golflengten rond de 1 millimeter, dat door het menselijk oog niet wordt waargenomen maar wel energie transporteert, vergelijkbaar met warmtestraling
millimetert	=	millimeteren
millimetertje	=	millimeter
millimetertjes	=	millimeter
millimillimeter	noun|obsolete	een lengtemaat met een waarde van één miljoenste meter of 0,001 millimeter, weergegeven met symbool μm
millimillimeters	=	millimillimeter
millimillimetertje	=	millimillimeter
millimillimetertjes	=	millimillimeter
millimol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan een duizendste mol, weergegeven met symbool mmol
millimolen	=	millimol
millinewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan een duizendste newton, weergegeven met symbool mN
millinewtons	=	millinewton
millioen	=	miljoen
millioenenstad	=	miljoenenstad
millioenpoot	=	miljoenpoot
milliohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan een duizendste ohm, weergegeven met symbool mΩ
milliohmpje	=	milliohm
milliohmpjes	=	milliohm
milliohms	=	milliohm
millipascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan een duizendste pascal, weergegeven met symbool mPa
millirem	noun	duizendste van 1, rem een eenheid van radioactieve straling
milliseconde	noun	een tijdseenheid met de duur van een duizendste seconde, weergegeven met symbool ms
milliseconden	=	milliseconde
millisecondes	=	milliseconde
millisiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan een duizendste siemens, weergegeven met symbool mS
millisiemensen	=	millisiemens
millisiemensje	=	millisiemens
millisiemensjes	=	millisiemens
millisievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan een duizendste sievert, weergegeven met symbool mSv
millisieverts	=	millisievert
millitesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan een duizendste tesla, weergegeven met symbool mT
millivolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan een duizendste volt, weergegeven met symbool mV
millivoltje	=	millivolt
millivoltjes	=	millivolt
millivolts	=	millivolt
milliwatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan een duizendste watt, weergegeven met symbool mW
milliwatts	=	milliwatt
milliwatturen	=	milliwattuur
milliwattuur	noun	een eenheid van arbeid of elektrische energie, gelijk aan 0,001 wattuur, weergegeven met symbool mWh
milliweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan een duizendste weber, weergegeven met symbool mWb
milliwebers	=	milliweber
miloshagedis	noun	Podarcis milensis een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
miloshagedisje	=	miloshagedis
miloshagedisjes	=	miloshagedis
miloshagedissen	=	miloshagedis
milot	=	mila
milt	noun	een klier in de buikholte die een rol speelt bij het zuiveren en de opslag van bloed
milten	=	milt
miltje	=	milt
miltjes	=	milt
miltvuren	=	miltvuur
miltvuur	noun	een infectieziekte, die wordt veroorzaakt door de bacterie Bacillus anthracis
miltvuurbacterie	noun	Bacillus anthracis bacterie die miltvuur (anthrax) veroorzaakt
miltvuurbacteriën	=	miltvuurbacterie
miltvuurbrief	noun	brief met een poeder dat miltvuurbacteriën bevat en dat het doel heeft de ontvanger te besmetten met miltvuur
miltvuurbriefje	=	miltvuurbrief
miltvuurbrieven	=	miltvuurbrief
milva	noun|historical	lid van de Militaire Vrouwenafdeling, de voormalige vrouwenafdeling van de Nederlandse Koninklijke Landmacht van 1951 tot 1982
milva's	=	milva
mime	noun	een theatervorm waarin de acteur een situatie of verhaal uitbeeldt met zijn lichaam; handen, mimiek en lichaamstaal.
mimede	=	mimen
mimeden	=	mimen
mimen	verb	acteren zonder woorden
mimend	=	mimen
mimende	=	mimen
mimer	noun	mimespeler
mimers	=	mimer
mimes	=	mime
mimesis	noun	iets of iemand nadoen of kopiëren
mimespeler	noun	toneelspeler die alleen lichaamstaal gebruikt
mimespelers	=	mimespeler
mimespelertje	=	mimespeler
mimespelertjes	=	mimespeler
mimet	=	mimen
mimetisch	adj	nabootsend, imiterend, weerspiegelend
mimetische	=	mimetisch
mimetischer	=	mimetisch
mimetischere	=	mimetisch
mimetischers	=	mimetisch
mimi	noun	klein tafeltje voor in een zitkamer
mimi's	=	mimi
mimici	=	mimicus
mimicry	noun	nabootsing ter voering van de strijd om het bestaan, aanpassing in vorm, kleur, geur of geluid
mimicus	noun	toneelspeler dien alleen maar werkt met gebaren zonder gebruik te maken van tekst
mimiek	noun	gezichtsuitdrukking
mimieken	=	mimiek
mimiekje	=	mimiek
mimiekjes	=	mimiek
mimietje	=	mimi
mimietjes	=	mimi
mimikahoningeter	noun	Microptilotis mimikae een endemische vogel uit Nieuw-Guinea.
mimikahoningeters	=	mimikahoningeter
mimikahoningetertje	=	mimikahoningeter
mimikahoningetertjes	=	mimikahoningeter
mimikapurperspreeuw	noun	Aplonis mystacea een zeldzame spreeuwensoort.
mimikapurperspreeuwen	=	mimikapurperspreeuw
mimikapurperspreeuwtje	=	mimikapurperspreeuw
mimikapurperspreeuwtjes	=	mimikapurperspreeuw
mimisch	adj	betrekking hebbend op de (gelaats)uitdrukking
mimische	=	mimisch
mimischer	=	mimisch
mimischere	=	mimisch
mimischers	=	mimisch
mimiset	noun	een meubelset van kleine tafeltjes die onder elkaar geschoven kunnen worden
mimoena	noun	feest aan het einde van de Pesachweek van uit Marokko afkomstige joden, waarbij chameets genuttigd wordt
mimograaf	noun	iemand die een mimespel produceert
mimografen	=	mimograaf
mimosa	noun	een geslacht Mimosa uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
mimosa's	=	mimosa
mimosa-ei	noun	een klassiek Frans gevuld hardgekookt ei bestaande uit een eiwithelft gevuld met een romig dooiermengsel (mayonaise, mosterd dan wel roomkaas), getopt met geraspt of fijngeprakt eigeel dat lijkt op mimosa-bloemetjes
mimosa-eieren	=	mimosa-ei
min	noun	vrouw die tegen betaling het kind van een andere vrouw zoogt	adv	minus, verminderd met (-)
mina	noun	gewicht in de ordegrootte van een pond, een halve kilogram zoals in de oudheid gebruikt in Griekenland en het Midden-Oosten; vaak een zestigste van een talent en weer onderverdeeld in 60 drachmen of sjekel
mina's	=	mina
minacht	=	minachten
minachte	=	minachten
minachten	verb	minder dan gebruikelijk respect voor iemand hebben
minachtend	adj	zonder respect
minachtende	=	minachten
minachtender	=	minachtend
minachtendere	=	minachtend
minachtenders	=	minachtend
minachtends	=	minachtend
minachtendst	=	minachtend
minachtendste	=	minachtend
minachting	noun	het minderwaardig vinden, het geen gunstige mening hebben over
minachtingen	=	minachting
minachtte	=	minachten
minachtten	=	minachten
minae	=	mina
minahassakappitta	noun	Pitta forsteni een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
minahassakappitta's	=	minahassakappitta
minahassakappittaatje	=	minahassakappitta
minahassakappittaatjes	=	minahassakappitta
minahassakerkuil	noun	Tyto inexspectata een endemische kerkuilensoort die voorkomt op Noord-Celebes (Sulawesi-Utara).
minahassakerkuilen	=	minahassakerkuil
minahassakerkuiltje	=	minahassakerkuil
minahassakerkuiltjes	=	minahassakerkuil
minarchisme	noun	een libertaire politieke filosofie die streeft naar een staat die enkel bestaat om zijn burgers te beschermen tegen agressie, diefstal, contractbreuk en fraude
minaret	noun	slanke, ronde toren bij een moskee
minaretje	=	minaret
minaretjes	=	minaret
minaretten	=	minaret
minarine	noun	margarine met minder vet geschikt als broodbeleg
minarinen	=	minarine
minarines	=	minarine
minasgeraislooftiran	noun	Phylloscartes roquettei een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae)
minasgeraislooftirannen	=	minasgeraislooftiran
minasgeraislooftirannetje	=	minasgeraislooftiran
minasgeraislooftirannetjes	=	minasgeraislooftiran
mincha	noun	namiddagoffer, meeloffer (in de Bijbel)
minche	noun	namiddaggebed
mindanao-junglevliegenvanger	noun	Vauriella goodfellowi een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
mindanao-junglevliegenvangers	=	mindanao-junglevliegenvanger
mindanao-junglevliegenvangertje	=	mindanao-junglevliegenvanger
mindanao-junglevliegenvangertjes	=	mindanao-junglevliegenvanger
mindanao-vlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus waterstradti een papegaai op het eiland Mindanao in het zuiden van de Filipijnen.
mindanao-vlagstaartpapegaaien	=	mindanao-vlagstaartpapegaai
mindanao-vlagstaartpapegaaitje	=	mindanao-vlagstaartpapegaai
mindanao-vlagstaartpapegaaitjes	=	mindanao-vlagstaartpapegaai
mindanaobergbrilvogel	noun	Heleia goodfellowi een vogelsoort uit de familie van de brilvogels (Zosteropidae).
mindanaobergbrilvogels	=	mindanaobergbrilvogel
mindanaobergbrilvogeltje	=	mindanaobergbrilvogel
mindanaobergbrilvogeltjes	=	mindanaobergbrilvogel
mindanaoboeboekuil	noun	Ninox spilocephala een van de Filipijnse valkuil (N. philippensis) afgesplitste endemische soort Ninox uit de uilenfamilie.
mindanaoboeboekuilen	=	mindanaoboeboekuil
mindanaoboeboekuiltje	=	mindanaoboeboekuil
mindanaoboeboekuiltjes	=	mindanaoboeboekuil
mindanaobosijsvogel	noun	Actenoides hombroni een ijsvogel die alleen voorkomt in de Filipijnen
mindanaobosijsvogels	=	mindanaobosijsvogel
mindanaobosijsvogeltje	=	mindanaobosijsvogel
mindanaobosijsvogeltjes	=	mindanaobosijsvogel
mindanaoboszangertimalia	noun	Micromacronus sordidus een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
mindanaoboszangertimalia's	=	mindanaoboszangertimalia
mindanaoboszangertimaliaatje	=	mindanaoboszangertimalia
mindanaoboszangertimaliaatjes	=	mindanaoboszangertimalia
mindanaodwergboomtimalia	noun	Dasycrotapha plateni een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
mindanaodwergboomtimalia's	=	mindanaodwergboomtimalia
mindanaodwergboomtimaliaatje	=	mindanaodwergboomtimalia
mindanaodwergboomtimaliaatjes	=	mindanaodwergboomtimalia
mindanaodwergijsvogel	noun	Ceyx margarethae een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
mindanaodwergijsvogels	=	mindanaodwergijsvogel
mindanaodwergijsvogeltje	=	mindanaodwergijsvogel
mindanaodwergijsvogeltjes	=	mindanaodwergijsvogel
mindanaodwergooruil	noun	Otus mirus een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen)
mindanaodwergooruilen	=	mindanaodwergooruil
mindanaodwergooruiltje	=	mindanaodwergooruil
mindanaodwergooruiltjes	=	mindanaodwergooruil
mindanaohapvogel	noun	Sarcophanops steerii een vogel uit de familie van de Eurylaimidae (breedbekken en hapvogels).
mindanaohapvogels	=	mindanaohapvogel
mindanaohapvogeltje	=	mindanaohapvogel
mindanaohapvogeltjes	=	mindanaohapvogel
mindanaohoningvogel	noun	Dicaeum nigrilore een vogelsoort uit de familie van de dicaeidae (bastaardhoningvogels).
mindanaohoningvogels	=	mindanaohoningvogel
mindanaohoningvogeltje	=	mindanaohoningvogel
mindanaohoningvogeltjes	=	mindanaohoningvogel
mindanaojunglevliegenvanger	noun	Vauriella goodfellowi (syn.: Rhinomyias goodfellowi) een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
mindanaojunglevliegenvangers	=	mindanaojunglevliegenvanger
mindanaojunglevliegenvangertje	=	mindanaojunglevliegenvanger
mindanaojunglevliegenvangertjes	=	mindanaojunglevliegenvanger
mindanaokanarie	noun	Chrysocorythus mindanensis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
mindanaokanaries	=	mindanaokanarie
mindanaokanarietje	=	mindanaokanarie
mindanaokanarietjes	=	mindanaokanarie
mindanaokoningsspreeuw	noun	Goodfellowia miranda een spreeuwachtige die alleen voorkomt op het eiland Mindanao in de Filipijnen
mindanaokoningsspreeuwen	=	mindanaokoningsspreeuw
mindanaokoningsspreeuwtje	=	mindanaokoningsspreeuw
mindanaokoningsspreeuwtjes	=	mindanaokoningsspreeuw
mindanaomerel	noun	Turdus nigrorum een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
mindanaomerels	=	mindanaomerel
mindanaomereltje	=	mindanaomerel
mindanaomereltjes	=	mindanaomerel
mindanaoneushoornvogel	noun	Penelopides affinis een neushoornvogel die voorkomt in de regenwouden in het zuiden van de Filipijnen
mindanaoneushoornvogels	=	mindanaoneushoornvogel
mindanaoneushoornvogeltje	=	mindanaoneushoornvogel
mindanaoneushoornvogeltjes	=	mindanaoneushoornvogel
mindanaopapegaaiamadine	noun	Erythrura coloria een vogel uit de familie van de prachtvinken die alleen voorkomt in de Filipijnen
mindanaopapegaaiamadines	=	mindanaopapegaaiamadine
mindanaopapegaaiamadinetje	=	mindanaopapegaaiamadine
mindanaopapegaaiamadinetjes	=	mindanaopapegaaiamadine
mindanaorupsvogel	noun	Coracina kochii een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
mindanaorupsvogels	=	mindanaorupsvogel
mindanaorupsvogeltje	=	mindanaorupsvogel
mindanaorupsvogeltjes	=	mindanaorupsvogel
mindanaosnijdervogel	noun	Phyllergates heterolaemus een zangvogel uit de familie Cettiidae die alleen op het eiland Mindanao op de Filipijnen voorkomt
mindanaosnijdervogels	=	mindanaosnijdervogel
mindanaosnijdervogeltje	=	mindanaosnijdervogel
mindanaosnijdervogeltjes	=	mindanaosnijdervogel
mindanaospinnenjager	noun	Arachnothera flammifera een zangvogel uit de familie van de honingzuigers.
mindanaospinnenjagers	=	mindanaospinnenjager
mindanaospinnenjagertje	=	mindanaospinnenjager
mindanaospinnenjagertjes	=	mindanaospinnenjager
mindanaovlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus waterstradti een papegaai op het eiland Mindanao in het zuiden van de Filipijnen.
mindanaovlagstaartpapegaaien	=	mindanaovlagstaartpapegaai
mindanaovlagstaartpapegaaitje	=	mindanaovlagstaartpapegaai
mindanaovlagstaartpapegaaitjes	=	mindanaovlagstaartpapegaai
mindanaovruchtduif	noun	Phapitreron brunneiceps een zeldzame duif die alleen voorkomt in de Filipijnen
mindanaovruchtduifje	=	mindanaovruchtduif
mindanaovruchtduifjes	=	mindanaovruchtduif
mindanaovruchtduiven	=	mindanaovruchtduif
mindanaowaaierstaart	noun	Rhipidura nigrocinnamomea een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
mindanaowaaierstaarten	=	mindanaowaaierstaart
mindanaowaaierstaartje	=	mindanaowaaierstaart
mindanaowaaierstaartjes	=	mindanaowaaierstaart
minde	=	minnen
minden	=	minnen
minder	num	vergrotende trap onverbogen vorm van weinig
minderbedeeld	adj	van een persoon of groep personen dat ze minder kansen of financiële middelen hebben
minderbedeelde	noun	persoon met minder kansen en financiële middelen
minderbedeelden	=	minderbedeelde
minderbedeelds	=	minderbedeeld
minderbegaafd	adj	met minder dan gemiddelde geestesvermogens
minderbegaafde	=	minderbegaafd
minderbegaafds	=	minderbegaafd
minderbroeder	noun	lid van de franciscanenorde of van de orde der capucijnen
minderbroeders	=	minderbroeder
minderbroedertje	=	minderbroeder
minderbroedertjes	=	minderbroeder
minderde	=	minderen
minderden	=	minderen
mindere	noun	een persoon die lager in rang staat of minder geschikt is
minderen	verb	in gebruikte of toegepaste hoeveelheid laten afnemen
minderend	=	minderen
minderende	=	minderen
minderheden	=	minderheid
minderhedenbeleid	noun	de manier waarop de overheid omgaat met mensen die tot een (etnische of religieuze) minderheid behoren
minderhedenprobleem	noun	het vraagstuk hoe men moet en kan omgaan met groepen die in de minderheid zijn
minderhedenproblemen	=	minderhedenprobleem
minderhedenvijandig	adj	vijandig tegenover minderheden
minderhedenvijandige	=	minderhedenvijandig
minderhedenvijandiger	=	minderhedenvijandig
minderhedenvijandigere	=	minderhedenvijandig
minderhedenvijandigers	=	minderhedenvijandig
minderhedenvijandigs	=	minderhedenvijandig
minderhedenvijandigst	=	minderhedenvijandig
minderhedenvijandigste	=	minderhedenvijandig
minderhedenvraagstuk	noun	het geheel van problemen rond minderheden in een land
minderhedenvraagstukken	=	minderhedenvraagstuk
minderheid	noun	een groep die binnen een groter geheel in aantal minder dan de helft uitmaakt
minderheidje	=	minderheid
minderheidjes	=	minderheid
minderheidsbelang	noun	het minder dan 50% van de aandelen van een bedrijf hebben
minderheidsbelangen	=	minderheidsbelang
minderheidscollege	noun	dagelijks bestuur van een gemeente of provincie dat gesteund wordt door een coalitie die geen meerderheid in de volksvertegenwoordiging heeft Een dergelijk bestuur kan omstreden besluiten alleen uitvoeren met steun van telkens andere partijen buiten de coalitie.
minderheidscolleges	=	minderheidscollege
minderheidsculturen	=	minderheidscultuur
minderheidscultuur	noun	cultuur van een minderheid in een multiculturele samenleving
minderheidscultuurtje	=	minderheidscultuur
minderheidscultuurtjes	=	minderheidscultuur
minderheidsgroep	noun	groep mensen die gezamenlijk een minderheid vormen
minderheidsgroepen	=	minderheidsgroep
minderheidsgroepering	noun	groep mensen die gezamenlijk een minderheid vormen
minderheidsgroeperingen	=	minderheidsgroepering
minderheidsgroepje	=	minderheidsgroep
minderheidsgroepjes	=	minderheidsgroep
minderheidskabinet	noun	een regering die in het parlement een minderheid heeft met het gezamenlijk aantal zetels van de partijen die in het kabinet vertegenwoordigd zijn.
minderheidskabinetje	=	minderheidskabinet
minderheidskabinetjes	=	minderheidskabinet
minderheidskabinetten	=	minderheidskabinet
minderheidsnota	noun	door de minderheid (van een commissie) afzonderlijk ingediende nota
minderheidsnota's	=	minderheidsnota
minderheidsregering	noun	kabinet gevormd vanuit partijen die geen samen geen meerderheid in de volksvertegenwoordiging hebben
minderheidsregeringen	=	minderheidsregering
minderheidsregerinkje	=	minderheidsregering
minderheidsregerinkjes	=	minderheidsregering
minderheidsregime	noun	een regering die op ondemocratische wijze heerst zonder steun van de meerderheid van de bevolking
minderheidsregimes	=	minderheidsregime
minderheidstaal	noun	taal die in een bepaald gebied door een minderheid van de bevolking wordt gesproken
minderheidstaaltje	=	minderheidstaal
minderheidstaaltjes	=	minderheidstaal
minderheidstalen	=	minderheidstaal
mindering	noun	afname, korting, kleiner worden in hoeveelheid
minderingen	=	mindering
minderjarig	adj	onder de 18 jaar, waardoor de rechten en plichten van een volwassene nog niet gelden
minderjarige	noun	iemand die jonger is dan een bepaalde leeftijd, en daardoor andere rechten en plichten heeft dan een volwassene
minderjarigen	=	minderjarige
minderjarigheid	noun	het nog niet volwassen zijn volgens de wet
minderjarigs	=	minderjarig
minders	=	minder
mindert	=	minderen
mindervalide	noun	iemand die lichamelijk en/of geestelijk licht gehandicapt is	adj	lichamelijk en/of geestelijk enigszins gehandicapt (niet helemaal valide)
mindervaliden	=	mindervalide
mindervalidenplaats	noun	plaats voor een mindervalide
mindervalidenplaatsen	=	mindervalidenplaats
mindervalides	=	mindervalide
minderwaardig	adj	relatief slecht ofwel minder waard dan men zou verwachten
minderwaardige	=	minderwaardig
minderwaardiger	=	minderwaardig
minderwaardigere	=	minderwaardig
minderwaardigers	=	minderwaardig
minderwaardigheden	=	minderwaardigheid
minderwaardigheid	noun	het gevoel minder waard te zijn of het gevoel dat iets minder waard is.
minderwaardigheidje	=	minderwaardigheid
minderwaardigheidjes	=	minderwaardigheid
minderwaardigheidsbesef	noun	het besef minder te zijn dan een ander
minderwaardigheidscomplex	noun	complex waarbij iemand zich minderwaardig voelt ten opzichte van anderen
minderwaardigheidscomplexen	=	minderwaardigheidscomplex
minderwaardigheidscomplexje	=	minderwaardigheidscomplex
minderwaardigheidsgevoel	noun	opvatting dat men er minder toe doet dan anderen
minderwaardigheidsgevoelen	noun	onberedeneerde geesteshouding dat je onderdoet voor een ander
minderwaardigheidsgevoelens	=	minderwaardigheidsgevoel
minderwaardigs	=	minderwaardig
minderwaardigst	=	minderwaardig
minderwaardigste	=	minderwaardig
mindfuck	noun	bedrog, fopperij, verneukerij, breinbliksem
mindfucks	=	mindfuck
mindfulness	noun	een vorm van meditatie gerelateerd aan het boeddhisme
mindmap	noun	een diagram opgebouwd uit begrippen, teksten, relaties en/of plaatjes, die zijn geordend in de vorm van een boomstructuur rond een centraal thema
mindmappe	=	mindmappen
mindmappen	verb	maken van een schematische voorstelling van een bepaald centraal onderwerp of probleem en de daarmee verbonden onderwerpen
mindmappend	=	mindmappen
mindmappende	=	mindmappen
mindmaps	=	mindmap
mindmapt	=	mindmappen
mindmapte	=	mindmappen
mindmapten	=	mindmappen
mindoroboeboekuil	noun	Ninox mindorensis een van de Filipijnse valkuil (N. philippensis) afgesplitste endemische soort uit het geslacht Ninox (vroeger: valkuilen) uit de uilenfamilie.
mindoroboeboekuilen	=	mindoroboeboekuil
mindoroboeboekuiltje	=	mindoroboeboekuil
mindoroboeboekuiltjes	=	mindoroboeboekuil
mindorobuulbuul	noun	Hypsipetes mindorensis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
mindorobuulbuuls	=	mindorobuulbuul
mindorobuulbuultje	=	mindorobuulbuul
mindorobuulbuultjes	=	mindorobuulbuul
mindorodolksteekduif	noun	Gallicolumba platenae een duif uit het geslacht Gallicolumba.
mindorodolksteekduifje	=	mindorodolksteekduif
mindorodolksteekduifjes	=	mindorodolksteekduif
mindorodolksteekduiven	=	mindorodolksteekduif
mindorodwergooruil	noun	Otus mindorensis een uil die alleen voorkomt op het Filipijnse eiland Mindoro
mindorodwergooruilen	=	mindorodwergooruil
mindorodwergooruiltje	=	mindorodwergooruil
mindorodwergooruiltjes	=	mindorodwergooruil
mindorohoningvogel	noun	Dicaeum retrocinctum een bastaardhoningvogel die alleen voorkomt op de Filipijnse eilanden Mindoro, Negros en Panay
mindorohoningvogels	=	mindorohoningvogel
mindorohoningvogeltje	=	mindorohoningvogel
mindorohoningvogeltjes	=	mindorohoningvogel
mindorolijster	noun	Geokichla cinerea een vogelsoort uit de familie van de Turdidae (lijsters).
mindorolijsters	=	mindorolijster
mindorolijstertje	=	mindorolijster
mindorolijstertjes	=	mindorolijster
mindoromerel	noun	Turdus mindorensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
mindoromerels	=	mindoromerel
mindoromereltje	=	mindoromerel
mindoromereltjes	=	mindoromerel
mindoromuskaatduif	noun	Ducula mindorensis een duif uit het geslacht Ducula.
mindoromuskaatduifje	=	mindoromuskaatduif
mindoromuskaatduifjes	=	mindoromuskaatduif
mindoromuskaatduiven	=	mindoromuskaatduif
mindoroneushoornvogel	noun	Penelopides mindorensis een neushoornvogel die voorkomt in de regenwouden op het eiland Mindoro in de Filipijnen.
mindoroneushoornvogels	=	mindoroneushoornvogel
mindoroneushoornvogeltje	=	mindoroneushoornvogel
mindoroneushoornvogeltjes	=	mindoroneushoornvogel
mindororupsvogel	noun	Coracina mindorensis een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
mindororupsvogels	=	mindororupsvogel
mindororupsvogeltje	=	mindororupsvogel
mindororupsvogeltjes	=	mindororupsvogel
mindorospoorkoekoek	noun	Centropus steerii een spoorkoekoek uit de familie van de koekoeken.
mindorospoorkoekoeken	=	mindorospoorkoekoek
mindorospoorkoekoekje	=	mindorospoorkoekoek
mindorospoorkoekoekjes	=	mindorospoorkoekoek
mindorovlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus mindorensis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
mindorovlagstaartpapegaaien	=	mindorovlagstaartpapegaai
mindorovlagstaartpapegaaitje	=	mindorovlagstaartpapegaai
mindorovlagstaartpapegaaitjes	=	mindorovlagstaartpapegaai
mindset	noun	de mentale instelling van iemand
mindsets	=	mindset
mine	noun	gewicht in de ordegrootte van een pond, een halve kilogram zoals in de oudheid gebruikt in Griekenland en het Midden-Oosten; vaak een zestigste van een talent en weer onderverdeeld in 60 drachmen of sjekel
minecraften	verb	het computerspel Minecraft spelen
minecraftend	=	minecraften
minecraftende	=	minecraften
mineer	=	mineren
mineerborstelmot	noun	Epermenia chaerophyllella een vlinder uit de familie borstelmotten (Epermeniidae).
mineerborstelmotje	=	mineerborstelmot
mineerborstelmotjes	=	mineerborstelmot
mineerborstelmotten	=	mineerborstelmot
mineerde	=	mineren
mineerden	=	mineren
mineermot	noun	Gracillariidae dier uit een familie van vlinders in de superfamilie Gracillarioidea.
mineermotje	=	mineermot
mineermotjes	=	mineermot
mineermotten	noun	Gracillariidae een familie van vlinders in de superfamilie Gracillarioidea.
mineert	=	mineren
mineervlieg	noun	insect uit de familie Agromyzidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
mineervliegen	noun	Agromyzidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
mineervliegje	=	mineervlieg
mineervliegjes	=	mineervlieg
minekes	=	mine
minen	=	mine
mineraal	noun	anorganische delfstof die in gedegen vorm in de natuur voorkomt	adj	van de aard van een mineraal
mineraaler	=	mineraal
mineraals	=	mineraal
mineraalst	=	mineraal
mineraaltje	=	mineraal
mineraaltjes	=	mineraal
mineraalwater	noun	water dat mineralen bevat die de smaak veranderen of het water een (vermeende) therapeutische waarde geven
mineraalwateren	=	mineraalwater
mineraalwaters	=	mineraalwater
mineraalwatertje	=	mineraalwater
mineraalwatertjes	=	mineraalwater
minerale	=	mineraal
mineralen	=	mineraal
mineralenboekhouding	noun	een administratief overzicht waarin de aanvoer en afvoer van mineralen (voornamelijk stikstof en fosfaat) op een landbouwbedrijf, met name in de melkveehouderij, wordt bijgehouden.
mineralenboekhoudingen	=	mineralenboekhouding
mineralenboekhoudinkje	=	mineralenboekhouding
mineralenboekhoudinkjes	=	mineralenboekhouding
mineralisatie	noun	de vorming van mineralen (anorganische stof)
mineralisaties	=	mineralisatie
mineraliseer	=	mineraliseren
mineraliseerde	=	mineraliseren
mineraliseerden	=	mineraliseren
mineraliseert	=	mineraliseren
mineralisere	=	mineraliseren
mineraliseren	verb	tot mineraal worden
mineraliserend	=	mineraliseren
mineraliserende	=	mineraliseren
mineralogie	noun	de studie van de mineralen, hun voorkomen, hun structuur, hun eigenschappen
mineralogieën	=	mineralogie
mineralogisch	adj	betrekking hebbend op de mineralogie
mineralogische	=	mineralogisch
mineralogischer	=	mineralogisch
mineralogischere	=	mineralogisch
mineralogischers	=	mineralogisch
minere	=	mineren
mineren	verb	kruitmijnen aanleggen in of onder
minerend	=	mineren
minerende	=	mineren
mines	=	mine
minestra	noun	dunne Italiaanse groentesoep
minestra's	=	minestra
minestrone	noun	stevige groentesoep met deegwaar of graan
minestrones	=	minestrone
minestronesoep	noun	rijk gevulde groentesoep aangevuld met deegwaren en/of rijst
minestronesoepen	=	minestronesoep
minestronesoepje	=	minestronesoep
minestronesoepjes	=	minestronesoep
mineur	noun	persoon die mijnen legt of ingraaft	adj	in een toonsoort met een ingetogen karakter
mineurakkoord	noun	een drie- of meerklank met minimaal: “een begintoon (prime), een kleine terts en een reine kwint”
mineurakkoorden	=	mineurakkoord
mineurakkoordje	=	mineurakkoord
mineurakkoordjes	=	mineurakkoord
mineure	=	mineur
mineurs	=	mineur
mineursextakkoord	noun	een vierklank bestaande uit de intervallen: prime, kleine terts, reine kwint en een grote sext, dus een drieklank plus een sext
mineursextakkoorden	=	mineursextakkoord
mineursextakkoordje	=	mineursextakkoord
mineursextakkoordjes	=	mineursextakkoord
mineurstemming	noun	sombere stemming
mineurstemmingen	=	mineurstemming
mineurstemminkje	=	mineurstemming
mineurstemminkjes	=	mineurstemming
mineurstoonschaal	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen, steeds ligt de derde trap een kleine terts boven de grondtoon
mineurstoonschaaltje	=	mineurstoonschaal
mineurstoonschaaltjes	=	mineurstoonschaal
mineurstoonschalen	=	mineurstoonschaal
mineurtje	=	mineur
mineurtjes	=	mineur
mineurtoonaard	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen, steeds ligt de derde trap een kleine terts boven de grondtoon
mineurtoonaarden	=	mineurtoonaard
mineurtoonaardje	=	mineurtoonaard
mineurtoonaardjes	=	mineurtoonaard
mineurtoonladder	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen, steeds ligt de derde trap een kleine terts boven de grondtoon
mineurtoonladders	=	mineurtoonladder
mineurtoonladdertje	=	mineurtoonladder
mineurtoonladdertjes	=	mineurtoonladder
mineurtoonschaal	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen, maar steeds ligt de derde trap een kleine terts boven de grondtoon
mineurtoonschaaltje	=	mineurtoonschaal
mineurtoonschaaltjes	=	mineurtoonschaal
mineurtoonschalen	=	mineurtoonschaal
mineurtoonsoort	noun	een van de wat droevig klinkende toonladders die in verscheidene toonreeksen voorkomen; steeds ligt de derde trap een kleine terts boven de grondtoon
mineurtoonsoorten	=	mineurtoonsoort
mineurtoonsoortje	=	mineurtoonsoort
mineurtoonsoortjes	=	mineurtoonsoort
mingreelstalig	adj	de Mingreelse taal sprekend
mingreelstalige	=	mingreelstalig
mingreelstaligs	=	mingreelstalig
mingroei	noun	vermindering van de productie
mingvaas	noun	decoratieve Chinese pot of kruik uit de 15e en 16e eeuw
mingvazen	=	mingvaas
minhag	noun	gebruik, plaatselijk gewoonterecht
minhagiem	=	minhag
minheden	=	minheid
minheid	noun	een vervelende, gemene handeling
mini	noun	de kleine	adj	klein
mini's	=	mini
mini-ijskast	noun	klein koelkastje, vaak gebruikt om drank koel te bewaren op plaatsen waar een gewone koelkast niet nodig is en teveel ruimte zou innemen
mini-ijskasten	=	mini-ijskast
mini-instructie	noun	onderzoek dat op verzoek van de verdediging of op initiatief van de rechter-commissaris wordt verricht door laatstgenoemde
mini-instructies	=	mini-instructie
mini-kiwi	noun	Actinidia arguta een verwant van de kiwi, die in tegenstelling tot de kiwi volledig winterhard is.
mini-kiwi's	=	mini-kiwi
mini-kiwietje	=	mini-kiwi
mini-kiwietjes	=	mini-kiwi
miniaturen	=	miniatuur
miniaturiseer	=	miniaturiseren
miniaturiseerde	=	miniaturiseren
miniaturiseerden	=	miniaturiseren
miniaturiseert	=	miniaturiseren
miniaturisere	=	miniaturiseren
miniaturiseren	verb	in het klein nabouwen
miniaturiserend	=	miniaturiseren
miniaturiserende	=	miniaturiseren
miniaturist	noun	iemand die de hoofdletters in een handschrift met rode inkt schrijft
miniaturisten	=	miniaturist
miniatuur	noun	Een model, een hanteerbare weergave.
miniatuurhuis	noun	op schaal gemaakt model van een huis
miniatuurhuisje	=	miniatuurhuis
miniatuurhuisjes	=	miniatuurhuis
miniatuurhuizen	=	miniatuurhuis
miniatuurkind	noun	pop die een klein kind voorstelt
miniatuurkinderen	=	miniatuurkind
miniatuurkindje	=	miniatuurkind
miniatuurkindjes	=	miniatuurkind
miniatuurmaakster	noun	vrouw die kleine schaalmodellen maakt
miniatuurmaaksters	=	miniatuurmaakster
miniatuurmaakstertje	=	miniatuurmaakster
miniatuurmaakstertjes	=	miniatuurmaakster
miniatuurmaker	noun	persoon die kleine schaalmodellen maakt
miniatuurmakers	=	miniatuurmaker
miniatuurmakertje	=	miniatuurmaker
miniatuurmakertjes	=	miniatuurmaker
miniatuurmodel	noun	sterk verkleinde versie van een echt object
miniatuurmodellen	=	miniatuurmodel
miniatuurmodelletje	=	miniatuurmodel
miniatuurmodelletjes	=	miniatuurmodel
miniatuurschilder	noun	iemand die kleine afbeeldingen maakt
miniatuurschilders	=	miniatuurschilder
miniatuurschildertje	=	miniatuurschilder
miniatuurschildertjes	=	miniatuurschilder
miniatuurstad	noun	een park waarbij gebouwen tentoongesteld worden op kleinere schaal dan ze in werkelijkheid zijn
miniatuurstadje	=	miniatuurstad
miniatuurstadjes	=	miniatuurstad
miniatuursteden	=	miniatuurstad
miniatuurtje	=	miniatuur
miniatuurtjes	=	miniatuur
miniatuurtrein	noun	een schaalmodel van een trein (bijv. schaal 1:8, 1:11, 1:16, 1:87 of 1:160)
miniatuurtreinen	=	miniatuurtrein
miniatuurtreintje	=	miniatuurtrein
miniatuurtreintjes	=	miniatuurtrein
miniatuurversie	noun	een kleine variant van iets
miniatuurversies	=	miniatuurversie
miniatuurvoorwerp	noun	sterk verkleinde versie van een echt object
miniatuurvoorwerpen	=	miniatuurvoorwerp
miniatuurvoorwerpje	=	miniatuurvoorwerp
miniatuurvoorwerpjes	=	miniatuurvoorwerp
minibar	noun	kleine koelkast op een hotelkamer met dranken en snack die een hotelgast tegen betaling kan gebruiken
minibarretje	=	minibar
minibarretjes	=	minibar
minibars	=	minibar
minibib	noun	boekenkast die langs de kant van de weg staat en waaruit men boeken kan lenen en waarin men boeken kan neerzetten
minibibliotheek	noun	boekenkast die langs de kant van de weg staat en waaruit men boeken kan lenen en waarin men boeken kan neerzetten
minibibliotheekje	=	minibibliotheek
minibibliotheekjes	=	minibibliotheek
minibibliotheken	=	minibibliotheek
minibibs	=	minibib
minibieb	noun	boekenkast die langs de kant van de weg staat en waaruit men boeken kan lenen en waarin men boeken kan neerzetten
minibiebs	=	minibieb
minibos	noun	bos met een oppervlak van ongeveer 250 vierkante meter met een grote biodiversiteit dat in een stad is aangelegd
minibosje	=	minibos
minibosjes	=	minibos
minibossen	=	minibos
miniburger	noun	een kleine hamburger
miniburgers	=	miniburger
miniburgertje	=	miniburger
miniburgertjes	=	miniburger
minibus	noun	kleine bus, met name gebruikt in Azië
minibusje	=	minibus
minibusjes	=	minibus
minibussen	=	minibus
minicomputer	noun	type computer uit de jaren 60 en 70 van de twintigste eeuw
minicomputers	=	minicomputer
minicomputertje	=	minicomputer
minicomputertjes	=	minicomputer
miniconcert	noun	een korte, kleinschalige muziekuitvoering
miniconcerten	=	miniconcert
miniconcertje	=	miniconcert
miniconcertjes	=	miniconcert
minicontainer	noun	verrijdbare kunststof afvalbak met een deksel, meestal met een inhoud van 120 tot 240 liter
minicontainers	=	minicontainer
minicontainertje	=	minicontainer
minicontainertjes	=	minicontainer
minicursus	noun	een korte, doelgerichte en beknopte leervorm die zich richt op één specifiek onderwerp of vaardigheid
minicursusje	=	minicursus
minicursusjes	=	minicursus
minicursussen	=	minicursus
minidecreet	noun	wet uitgevaardigd door een van de Belgische gewesten of gemeenschappen
minidecreten	=	minidecreet
minidisk	noun|obsolete	een in 1992 door Sony geïntroduceerd digitaal medium dat oorspronkelijk bedoeld was om de gewone compact cassette te vervangen
minidiskje	=	minidisk
minidiskjes	=	minidisk
minidisks	=	minidisk
miniem	noun	soorten in de uitdrukking: arbaä miniem	adj	heel klein, minimaal
minieme	=	miniem
miniemen	noun	kloosterorde (Ordo Minimorum, afkorting O.M.) werd in 1454 gesticht door Franciscus van Paola (Francesco da Paola of Paula)
miniemer	=	miniem
miniemere	=	miniem
miniemers	=	miniem
miniempje	=	miniem
miniems	=	miniem
miniemst	=	miniem
miniemste	=	miniem
minietje	=	mini
minietjes	=	mini
minigame	noun	een klein computerspel binnen een groot spel
minigames	=	minigame
minigolf	noun	een sport en een populaire vakantiebezigheid.
minigolfbaan	noun	speciaal aangelegd sportveld voor midgetgolf
minigolfbaantje	=	minigolfbaan
minigolfbaantjes	=	minigolfbaan
minigolfbal	noun	een kleine, zware bal die speciaal is ontworpen voor minigolf en midgetgolf
minigolfballen	=	minigolfbal
minigolfballetje	=	minigolfbal
minigolfballetjes	=	minigolfbal
minigolfbanen	=	minigolfbaan
minigolfstick	noun	het RVS- of metalen slagoutfit dat je gebruikt bij midgetgolf (minigolf) om de bal in de hole te slaan
minigolfstickje	=	minigolfstick
minigolfstickjes	=	minigolfstick
minigolfsticks	=	minigolfstick
minigun	noun	een machinegeweer met een zestal lopen die om een as draaien, waardoor een zeer hoge vuursnelheid bereikt kan worden
miniguns	=	minigun
minima	noun	groep mensen die het laagste salaris of de laagste uitkering krijgen
minimaal	adj	het kleinst mogelijk	adv	minstens
minimaals	=	minimaal
minimaalst	=	minimaal
minimaalste	=	minimaal
minimale	=	minimaal
minimaler	=	minimaal
minimalere	=	minimaal
minimalers	=	minimaal
minimaliseer	=	minimaliseren
minimaliseerde	=	minimaliseren
minimaliseerden	=	minimaliseren
minimaliseert	=	minimaliseren
minimalisere	=	minimaliseren
minimaliseren	verb	zo klein mogelijk maken, als onbeduidend voorstellen
minimaliserend	=	minimaliseren
minimaliserende	=	minimaliseren
minimalisme	noun	het streven om met zo eenvoudig mogelijke middelen een doel te bereiken, een effect te bewerkstelligen
minimalist	noun	beoefenaar van het minimalisme
minimalisten	=	minimalist
minimalistisch	adj	tot het uiterst minimale, tot het essentiële teruggebracht; van alle overbodigheid bevrijd
minimalistische	=	minimalistisch
minimalistischer	=	minimalistisch
minimalistischere	=	minimalistisch
minimalistischers	=	minimalistisch
minimalistischt	=	minimalistisch
minimalistischte	=	minimalistisch
minimum	noun	kleinst mogelijke hoeveelheid
minimumaantal	noun	het kleinste aantal dat men ergens voor nodig heeft
minimumaantallen	=	minimumaantal
minimumgewicht	noun	hoogste waarde bij weging
minimumgewichten	=	minimumgewicht
minimuminkomen	noun	een hoeveelheid verdiend geld dat overeenkomt met inkomsten verkregen uit een baan met het minimumloon
minimuminkomens	=	minimuminkomen
minimumjeugdlonen	=	minimumjeugdloon
minimumjeugdloon	noun	het minimumloon voor 15 - 23 jarigen dat lager is dan het minimumloon voor volwassenen
minimumleeftijd	noun	de laagste leeftijd dat iets is toegestaan
minimumleeftijden	=	minimumleeftijd
minimumlijder	noun	iemand die van een minimumloon moet leven
minimumlijders	=	minimumlijder
minimumlonen	=	minimumloon
minimumloon	noun	het laagste loon (per uur, week, maand etc.) dat een werkgever volgens de wet aan een werknemer zou mogen betalen
minimumloonkost	noun|obsolete	uitgaven die gepaard gaan met (de invoering van) een minimumloon
minimumloonkosten	noun	uitgaven die gepaard gaan met (de invoering van) een minimumloon
minimumloontje	=	minimumloon
minimumloontjes	=	minimumloon
minimumniveau	noun	het laagste peil
minimumniveaus	=	minimumniveau
minimumprijs	noun	laagste toegestane prijs (opgelegd door de overheid)
minimumprijsje	=	minimumprijs
minimumprijsjes	=	minimumprijs
minimumprijzen	=	minimumprijs
minimumprogramma	noun	politiek programma dat als een minimum door alle partijleden moet worden aanvaard
minimumprogramma's	=	minimumprogramma
minimumsalaris	noun	het laagste loon dat bij een bepaalde functie hoort
minimumsalarissen	=	minimumsalaris
minimumstraf	noun	de laagst mogelijk straf die een rechter mag opleggen bij een bepaalde misdaad
minimumstraffen	=	minimumstraf
minimumtarief	noun	de minste hoeveelheid geld die men voor een bepaalde hoeveelheid diensten of producten moet betalen
minimumtarieven	=	minimumtarief
minimumtemperaturen	=	minimumtemperatuur
minimumtemperatuur	noun	laagste temperatuur die met een bepaald criterium (gebied, periode etc.) gemeten is
minimumtemperatuurtje	=	minimumtemperatuur
minimumtemperatuurtjes	=	minimumtemperatuur
minimumthermometer	noun	thermometer die de laagste temperatuur over een periode aanwijst
minimumthermometers	=	minimumthermometer
minimumuitkering	noun	laagste sociale uitkering
minimumuitkeringen	=	minimumuitkering
minimumvoorwaarde	noun	de minimale eisen die aan iets of iemand gesteld worden
minimumvoorwaarden	=	minimumvoorwaarde
minipil	noun	anticonceptiepil die alleen progestageen bevat
minipillen	=	minipil
minirok	noun	zeer kort rokje
minirokje	=	minirok
minirokjes	=	minirok
minirokken	=	minirok
miniscuul	=	minuscuul
miniserie	noun	een televisieserie of lange speelfilm die vaak maar uit een beperkt aantal afleveringen bestaat (zoals 4 of 5)
miniseries	=	miniserie
miniset	noun	een kleine stereotoren
minisetje	=	miniset
minisetjes	=	miniset
minisets	=	miniset
ministadion	noun	een kleinschalige sportaccommodatie, vaak met een capaciteit van circa 1.000 tot 6.000 toeschouwers, voorzien van tribunes, kleedkamers en professionele faciliteiten
ministadionnetje	=	ministadion
ministadionnetjes	=	ministadion
ministadions	=	ministadion
minister	noun	een persoon die deelneemt aan de regering van een land
minister-president	noun	de minister die het kabinet aanvoert
minister-presidente	=	minister-president
minister-presidenten	=	minister-president
minister-presidentje	=	minister-president
minister-presidentjes	=	minister-president
minister-presidentnorm	noun	regel dat geen enkele ambtenaar meer mag verdienen dan de premier
minister-presidentnormen	=	minister-presidentnorm
ministercomiteetje	=	ministercomité
ministercomiteetjes	=	ministercomité
ministercomité	noun	deel van de ministerraad die gaat over een bepaalde kwestie
ministercomités	=	ministercomité
ministeriabel	adj	als persoon in aanmerking komend om politiek bestuurder in een regering te worden
ministeriabele	=	ministeriabel
ministeriabeler	=	ministeriabel
ministeriabelere	=	ministeriabel
ministeriabelers	=	ministeriabel
ministeriabels	=	ministeriabel
ministeriabelst	=	ministeriabel
ministeriabelste	=	ministeriabel
ministerie	noun	een afdeling van een overheid waar het beleid van de regering wordt uitgevoerd
ministerieel	adj	met betrekking tot een minister
ministerieels	=	ministerieel
ministerieelst	=	ministerieel
ministerieelste	=	ministerieel
ministeries	=	ministerie
ministerietje	=	ministerie
ministerietjes	=	ministerie
ministeriële	=	ministerieel
ministeriëler	=	ministerieel
ministeriëlere	=	ministerieel
ministeriëlers	=	ministerieel
ministerpapier	noun	groot formaat blad van beschrijfbaar materiaal
ministerpapieren	=	ministerpapier
ministerportefeuille	noun	ministersportefeuille
ministerportefeuilles	=	ministerportefeuille
ministerraad	noun	uit ministers bestaand college
ministerraadje	=	ministerraad
ministerraadjes	=	ministerraad
ministerraden	=	ministerraad
ministers	=	minister
ministers-presidenten	=	minister-president
ministerschap	noun	het minister zijn; het functioneren als minister
ministerschapje	=	ministerschap
ministerschapjes	=	ministerschap
ministerschappen	=	ministerschap
ministerscomiteetje	=	ministerscomité
ministerscomiteetjes	=	ministerscomité
ministerscomité	noun	deel van de ministerraad die een bepaalde kwestie behandelt
ministerscomités	=	ministerscomité
ministersconferentie	noun	internationale bijeenkomst waar meerdere landen door een lid van hun regering zijn vertegenwoordigd om overeenstemming te zoeken over een onderwerp
ministersconferenties	=	ministersconferentie
ministerscrises	=	ministerscrisis
ministerscrisis	noun	crisis die ontstaat als een minister om politieke of persoonlijke redenen moet aftreden
ministerscrisissen	=	ministerscrisis
ministersploeg	noun	groep bewindslieden die samen de ministerraad vormt
ministersploegen	=	ministersploeg
ministersploegje	=	ministersploeg
ministersploegjes	=	ministersploeg
ministersportefeuille	noun	ministerschap
ministersportefeuilles	=	ministersportefeuille
ministerspost	noun	de functie van minister
ministersposten	=	ministerspost
ministerspostje	=	ministerspost
ministerspostjes	=	ministerspost
ministertje	=	minister
ministertjes	=	minister
minitop	noun	een topconferentie met minder dan het normale aantal leden
minitopje	=	minitop
minitopjes	=	minitop
minitoppen	=	minitop
minitops	=	minitop
minitrip	noun	korte vakantiereis
minitrips	=	minitrip
minitubebij	noun	Stelis minima een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
minitubebijen	=	minitubebij
minitubebijtje	=	minitubebij
minitubebijtjes	=	minitubebij
miniuitrusting	noun	zeer beperkt gehouden geheel van gereedschappen, hulpmiddelen of kledingstukken voor een bepaald doel
miniuitrustingen	=	miniuitrusting
miniurne	noun	kleine houder waarin je een beetje as van een gecremeerde overledene als aandenken bij je kan houden
miniurnen	=	miniurne
miniurnes	=	miniurne
minivakantie	noun	een korte vakantie
minivakanties	=	minivakantie
minivakantietje	=	minivakantie
minivakantietjes	=	minivakantie
minivan	noun	een auto met veel ruimte, hoger dan een personenauto maar meestal wel gebouwd op de vloerplaat van een personen auto
minivans	=	minivan
miniwhiskeyfles	noun	kleine fles o.a. geschikt voor het bewaren van whiskey
miniwhiskeyflesje	=	miniwhiskeyfles
miniwhiskeyflesjes	=	miniwhiskeyfles
miniwhiskeyflessen	=	miniwhiskeyfles
minjan	noun	quorum van tien mannen dat nodig is voor bepaalde gebeden en daarmee ook voor een synagogedienst
minjaniem	=	minjan
minjannetje	=	minjan
minjans	=	minjan
minje	noun	quorum van tien mannen dat nodig is voor bepaalde gebeden en daarmee ook voor een synagogedienst
minjes	=	minje
minjonem	=	minje
mink	noun	bepaald zoogdier, Neovison vison, meer verwant aan de zeemink dan aan de Europese nerts, is de voornaamste leverancier van nertsbont
minkje	=	mink
minkjes	=	mink
minks	=	mink
minkukel	noun|humorous	onnozel of minderwaardig persoon
minkukels	=	minkukel
minkukeltje	=	minkukel
minkukeltjes	=	minkukel
minla	noun	Minla een monotypisch geslacht van zangvogels uit de familie Leiothrichidae met slechts een soort
minla's	=	minla
minlaatje	=	minla
minlaatjes	=	minla
minlijk	adj	minnelijk
minlijke	=	minlijk
minlijker	=	minlijk
minlijkere	=	minlijk
minlijkers	=	minlijk
minlijks	=	minlijk
minlijkst	=	minlijk
minlijkste	=	minlijk
minnaar	noun	degene die iets of iemand liefheeft
minnaars	=	minnaar
minnaartje	=	minnaar
minnaartjes	=	minnaar
minnaren	=	minnaar
minnares	noun	vrouw die een amoureuze verhouding heeft met iemand die met een ander is getrouwd
minnaresje	=	minnares
minnaresjes	=	minnares
minnaressen	=	minnares
minnarij	noun	de keer dat men elkaar liefheeft; het vrijen; het bedrijven van de liefde
minnarijen	=	minnarij
minnarijtje	=	minnarij
minnarijtjes	=	minnarij
minne	noun	liefde, genegenheid
minnebrief	noun|obsolete	brief waarin men iemand anders de liefde verklaart
minnebriefje	=	minnebrief
minnebriefjes	=	minnebrief
minnebrieven	=	minnebrief
minnedicht	noun	liefdesgedicht
minnedichten	=	minnedicht
minnedrank	noun	een (tover)drank die ervoor zou zorgen dat iemand verliefd op een bepaald persoon wordt
minnedranken	=	minnedrank
minnedrankje	=	minnedrank
minnedrankjes	=	minnedrank
minnehandel	noun	handelingen tussen twee geliefden
minnekoos	=	minnekozen
minnekoosde	=	minnekozen
minnekoosden	=	minnekozen
minnekoost	=	minnekozen
minnekoze	=	minnekozen
minnekozen	verb	knuffelen met een seksuele lading
minnekozend	=	minnekozen
minnekozende	=	minnekozen
minnelied	noun	gezang of gedicht dat de hartstocht voor een geliefde uitdrukt
minneliederen	=	minnelied
minnelijk	adj	op een vriendelijke manier, zonder dwang
minnelijke	=	minnelijk
minnelijker	=	minnelijk
minnelijkere	=	minnelijk
minnelijkers	=	minnelijk
minnelijks	=	minnelijk
minnelijkst	=	minnelijk
minnelijkste	=	minnelijk
minnelyriek	noun	de hoofse lyriek in de West-Europese literatuur van de 12e tot de 15e eeuw
minnen	verb	vrijen
minnend	=	minnen
minnende	=	minnen
minnenijd	noun	jaloezie in de liefde
minneola	noun	hybride van de 'Duncan'-grapefruit en 'Dancy'-mandarijn gekenmerkt door een uitstulping aan de bovenzijde van de vrucht
minneola's	=	minneola
minnepijn	noun	de pijn die men voelt over het verbroken zijn van een relatie of over de onbereikbaarheid van een geliefde
minnepijnen	=	minnepijn
minner	=	min
minnere	=	min
minners	=	min
minnertje	=	min
minnertjes	=	min
minnesj	noun	melk- noch vleeskost, neutrale kost, bijvoorbeeld vruchten of vis
minnespel	noun	het bedrijven van de (hoofse, romantische) liefde
minnespelen	=	minnespel
minnespellen	=	minnespel
minnetje	=	min
minnetjes	adv	niet echt voldoend aan redelijke verwachtingen
minnezanger	noun	zanger die zingt over de liefde
minnezangers	=	minnezanger
minnich	noun	melk- noch vleeskost, neutrale kost, bijv. vruchten of vis
minor	noun	een bijvak dat men studeert tijdens de bacheloropleiding in het hoger onderwijs
minoren	=	minor
minoriet	noun	monnik van de orde van sint Franciscus
minorieten	=	minoriet
minoriteit	noun	minderheid
minoriteiten	=	minoriteit
minors	=	minor
minotauri	=	minotaurus
minotaurus	noun	mythologisch wezen met de kop en de staart van een stier en het lichaam van een mens
minotaurussen	=	minotaurus
minoïsch	adj|archaic	betrekking hebbend op een neolithische tot bronstijdbeschaving van voor de oud-Griekse beschaving, die tussen ongeveer het derde millennium v.Chr. en 1200 v.Chr. op Kreta gevestigd was
minoïsche	=	minoïsch
minoïscher	=	minoïsch
minoïschere	=	minoïsch
minoïschers	=	minoïsch
minpunt	noun	negatief aspect, nadeel
minpunten	=	minpunt
minpuntje	=	minpunt
minpuntjes	=	minpunt
mins	=	min
minst	num	overtreffende trap van weinig: het geringst in aantal of hoeveelheid
minste	=	weinig
minstens	adv	met als minimum
minster	noun|obsolete	minnares, vrouwelijke geliefde
minsters	=	minster
minstertje	=	minster
minstertjes	=	minster
minstreel	noun|obsolete	een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.
minstreels	=	minstreel
minstreeltje	=	minstreel
minstreeltjes	=	minstreel
minstrelen	=	minstreel
mint	=	minnen
minteken	noun	het symbool – om een aftrekking of een negatief getal aan te duiden
mintekens	=	minteken
mintekentje	=	minteken
mintgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6029 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6029 ( ).
mintgroene	=	mintgroen
mintgroenen	=	mintgroen
mintgroener	=	mintgroen
mintgroenere	=	mintgroen
mintgroeners	=	mintgroen
mintgroens	=	mintgroen
mintgroenst	=	mintgroen
mintgroenste	=	mintgroen
mintturquoise	noun	tint tussen blauw en groen met RAL-nummer 6033 ( ).	adj	in een tint tussen blauw en groen met RAL-nummer 6033 ( ).
minus	noun	negatief saldo	adv	verminderd met, zonder
minuscule	=	minuscuul
minusculer	=	minuscuul
minusculere	=	minuscuul
minusculers	=	minuscuul
minuscuul	adj	zeer klein
minuscuuls	=	minuscuul
minuscuulst	=	minuscuul
minuscuulste	=	minuscuul
minusje	=	minus
minuskel	noun	kleine letter
minuskels	=	minuskel
minussen	=	minus
minusteken	noun	een symbool dat wordt gebruikt om een aftrekking aan te duiden
minustekens	=	minusteken
minustekentje	=	minusteken
minustekentjes	=	minusteken
minuten	=	minuut
minutenlang	adj	langer dan een minuut durend'; meerdere minuten durend
minutenlange	=	minutenlang
minutenlangs	=	minutenlang
minutenwijzer	noun	wijzer op een analoog uurwerk die de minuten aanwijst
minutenwijzers	=	minutenwijzer
minutenwijzertje	=	minutenwijzer
minutenwijzertjes	=	minutenwijzer
minuterie	noun	tijdschakelaar
minuterietje	=	minuterie
minuterietjes	=	minuterie
minuterieën	=	minuterie
minutieus	adj	haarfijn, heel precies
minutieust	=	minutieus
minutieuste	=	minutieus
minutieuze	=	minutieus
minutieuzer	=	minutieus
minutieuzere	=	minutieus
minutieuzers	=	minutieus
minuut	noun	eenheid van tijd
minuutje	=	minuut
minuutjes	=	minuut
minvermogend	adj	heel weinig geld te besteden hebben
minvermogende	=	minvermogend
minvermogenden	=	minvermogend
minvermogender	=	minvermogend
minvermogendere	=	minvermogend
minvermogenders	=	minvermogend
minvermogends	=	minvermogend
minvermogendst	=	minvermogend
minvermogendste	=	minvermogend
minwaarde	noun	lagere opbrengst
minwaarden	=	minwaarde
minwaardes	=	minwaarde
minzaam	adj	beleefd en vriendelijk tegen iemand die je minder acht dan jezelf
minzaamheden	=	minzaamheid
minzaamheid	noun	neerbuigende vriendelijkheid als karakter eigenschap
minzaams	=	minzaam
minzaamst	=	minzaam
minzaamste	=	minzaam
minzame	=	minzaam
minzamer	=	minzaam
minzamere	=	minzaam
minzamers	=	minzaam
minziek	adj	ziek door de liefde
minzieke	=	minziek
minzieker	=	minziek
minziekere	=	minziek
minziekers	=	minziek
minzieks	=	minziek
minziekst	=	minziek
minziekste	=	minziek
mioceen	noun	geologisch tijdperk waarin de grassen zich over de hele wereld verspreiden, eerste tijdvak van de periode neogeen, van 23 tot 5 miljoen jaar geleden	adj	uit het mioceen, of met betrekking tot dat tijdperk
mioceens	=	mioceen
miocene	=	mioceen
miombabaardvogel	noun	Tricholaema frontata een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
miombabaardvogels	=	miombabaardvogel
miombabaardvogeltje	=	miombabaardvogel
miombabaardvogeltjes	=	miombabaardvogel
miombogenet	noun	Genetta angolensis roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
miombogenetje	=	miombogenet
miombogenetjes	=	miombogenet
miombogenetten	=	miombogenet
miombograszanger	noun	Cisticola woosnami een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
miombograszangers	=	miombograszanger
miombograszangertje	=	miombograszanger
miombograszangertjes	=	miombograszanger
miombokanarie	noun	Crithagra reichardi een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
miombokanaries	=	miombokanarie
miombokanarietje	=	miombokanarie
miombokanarietjes	=	miombokanarie
miombomees	noun	Melaniparus griseiventris een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
miombomeesje	=	miombomees
miombomeesjes	=	miombomees
miombomezen	=	miombomees
miomborotslijster	noun	Monticola angolensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
miomborotslijsters	=	miomborotslijster
miomborotslijstertje	=	miomborotslijster
miomborotslijstertjes	=	miomborotslijster
miombosavannezanger	noun	Calamonastes undosus een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
miombosavannezangers	=	miombosavannezanger
miombosavannezangertje	=	miombosavannezanger
miombosavannezangertjes	=	miombosavannezanger
miombowever	noun	Ploceus angolensis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
miombowevers	=	miombowever
miombowevertje	=	miombowever
miombowevertjes	=	miombowever
miotisch	adj	de pupil vernauwend
miotische	=	miotisch
mipster	noun	modebewuste, hippe moslimvrouw
mipsters	=	mipster
mirabel	noun	Prunus × syriaca een groep van pruimenrassen.
mirabellen	=	mirabel
miraculeus	adj	als bij een wonder
miraculeust	=	miraculeus
miraculeuste	=	miraculeus
miraculeuze	=	miraculeus
miraculeuzer	=	miraculeus
miraculeuzere	=	miraculeus
miraculeuzers	=	miraculeus
miradj	noun	tocht naar de hemel, in het bijzonder van de profeet Mohammed
mirage	noun	luchtspiegeling
mirages	=	mirage
miragetje	=	mirage
miragetjes	=	mirage
mirakel	noun	een wonderbaarlijke of onbegrijpelijke gebeurtenis
mirakelbes	noun	Synsepalum dulcificum een plant die voor het eerst in 1725 werd gedocumenteerd door Des Marchais in West-Afrika
mirakelbesje	=	mirakelbes
mirakelbesjes	=	mirakelbes
mirakelbessen	=	mirakelbes
mirakelen	=	mirakel
mirakels	adj	buitengewoon
mirakeltje	=	mirakel
mirakeltjes	=	mirakel
mirandeestalig	adj	de Mirandeese taal sprekend
mirandeestalige	=	mirandeestalig
mirandeestaligs	=	mirandeestalig
mirliton	noun	membranofonen waarbij het membraan in trilling gebracht wordt door zingen of blazen; een fluitje voor kinderen
mirlitons	=	mirliton
miro	noun	Prumnopitys ferruginea een groenblijvende conifeer, die voorkomt in Nieuw-Zeeland.
miro's	=	miro
mirre	noun	welriekende maar bitter smakende stof gemaakt van gom en hars
mirt	noun	groene heester met witte bloemen en blauwe bessen, Myrtus communis
mirte	noun	bepaald soort altijdgroene heester met meestal witte bloemen en donkerblauwe bessen, Myrtus communis; wordt gebruikt als keukenkruid of medicinaal Te gebruiken delen: Bladeren gedroogd, olie.
mirtefamilie	noun	een familie Myrtaceae van tweezaadlobbige planten.
mirtefamilies	=	mirtefamilie
mirtefamilietje	=	mirtefamilie
mirtefamilietjes	=	mirtefamilie
mirten	=	mirt
mirtezanger	noun	Setophaga coronata vogel die behoort tot de Amerikaanse zangers en in het hele Noord-Amerikaanse continent broedt
mirtezangers	=	mirtezanger
mirtezangertje	=	mirtezanger
mirtezangertjes	=	mirtezanger
mis	noun	een eucharistieviering, de katholieke eredienst waarin het sacrament van de eucharistie wordt gevierd	adj	fout, verkeerd
misacht	=	misachten
misachte	=	misachten
misachten	verb	minachten, geringschatten
misachtend	=	misachten
misachtende	=	misachten
misachting	noun	het misachten
misachtte	=	misachten
misachtten	=	misachten
misandrie	noun	haat tegen mannen, diepe afkeer van mannen
misantroop	noun	iemand die een hekel heeft aan mensen (en dus vaak ook aan zichzelf)	adj	vervuld van mensenhaat
misantroopje	=	misantroop
misantroops	=	misantroop
misantroopst	=	misantroop
misantroopste	=	misantroop
misantrope	=	misantroop
misantropen	=	misantroop
misantroper	=	misantroop
misantropere	=	misantroop
misantropers	=	misantroop
misantropie	noun	een levenshouding die zich kenmerkt door een pessimistische visie op de samenleving en het wantrouwen van mensen
misantropisch	adj	niet houdend van mensen
misantropische	=	misantropisch
misantropischer	=	misantropisch
misantropischere	=	misantropisch
misantropischers	=	misantropisch
misbaar	noun	met veel misbaar: in overmatige mate ergens een probleem van makend. (met luid geschreeuw en veel lawaai)	adj	niet onontbeerlijk, te vervangen.
misbaarder	=	misbaar
misbaardere	=	misbaar
misbaarders	=	misbaar
misbaars	=	misbaar
misbaarst	=	misbaar
misbaarste	=	misbaar
misbak	noun|figurative	mismaakt en waardeloos persoon
misbakken	=	misbak
misbaksel	noun|figurative	mismaakt en waardeloos persoon
misbaksels	=	misbaksel
misbakseltje	=	misbaksel
misbakseltjes	=	misbaksel
misbare	=	misbaar
misbehandeling	noun	het opzettelijk toebrengen van lichamelijk of geestelijk letsel/pijn aan een ander.
misbehandelingen	=	misbehandeling
misbehandelingetje	=	misbehandeling
misbehandelingetjes	=	misbehandeling
misberekening	noun	foutieve inschatting, vergissing of fout in een berekening
misberekeningen	=	misberekening
misboek	noun	het boek waarin de liturgische gebeden voor de mis staan opgetekend
misboeken	=	misboek
misboekje	=	misboek
misboekjes	=	misboek
misboeks	=	misboek
misbruik	noun	verkeerd gebruik door overdaad (van drank, drugs, een toegewezen voorrecht, e.d.)
misbruike	=	misbruiken
misbruiken	verb	op een slechte wijze, d.w.z. overdadig gebruik maken van iets (drank, drugs, toegewezen privileges, e.d.)
misbruikend	=	misbruiken
misbruikende	=	misbruiken
misbruiker	noun	iemand iets gebruikt op een manier die in strijd is met de bedoeling ervan
misbruikers	=	misbruiker
misbruikertje	=	misbruiker
misbruikertjes	=	misbruiker
misbruikje	=	misbruik
misbruikjes	=	misbruik
misbruikpriester	noun	priester die zich schuldig maakt aan het plegen van misbruik
misbruikpriesters	=	misbruikpriester
misbruikschandaal	noun	een schandaal waarin een of meerdere gevallen van misbruik spelen
misbruikschandaaltje	=	misbruikschandaal
misbruikschandaaltjes	=	misbruikschandaal
misbruikschandalen	=	misbruikschandaal
misbruiksituatie	noun	situatie waarin sprake is van misbruik
misbruikster	noun	vrouw die een kwalijke manier verkeerd gebruik maakt van iets of iemand
misbruiksters	=	misbruikster
misbruikstertje	=	misbruikster
misbruikstertjes	=	misbruikster
misbruikt	=	misbruiken
misbruikte	=	misbruiken
misbruikten	=	misbruiken
misbruikzaak	noun	strafrechtproces waarbij sprake is van de verdenking op seksueel misbruik van minderjarigen
misbruikzaken	=	misbruikzaak
miscalculatie	noun	misrekening
miscalculaties	=	miscalculatie
miscellanea	noun	mengelingen
mischien	=	misschien
miscommunicatie	noun	misverstand in de communicatie, waardoor de boodschap niet goed aankomt bij de ontvanger
miscommunicaties	=	miscommunicatie
misdaad	noun	zeer verwerpelijke handeling die volgens het strafrecht wordt bestraft
misdaadauteur	noun	persoon die thrillers schrijft
misdaadauteurs	=	misdaadauteur
misdaadauteurtje	=	misdaadauteur
misdaadauteurtjes	=	misdaadauteur
misdaadbestrijder	noun	iemand die de misdaad bestrijdt
misdaadbestrijders	=	misdaadbestrijder
misdaadbestrijding	noun	het bestrijden van de misdaad
misdaadbestrijdingen	=	misdaadbestrijding
misdaadbestrijdinkje	=	misdaadbestrijding
misdaadbestrijdinkjes	=	misdaadbestrijding
misdaadcategorie	noun	soorten misdrijf
misdaadcategorieën	=	misdaadcategorie
misdaadfilm	noun	speelfilm waarin misdaad het belangrijkste thema is
misdaadfilmpje	=	misdaadfilm
misdaadfilmpjes	=	misdaadfilm
misdaadfilms	=	misdaadfilm
misdaadje	=	misdaad
misdaadjes	=	misdaad
misdaadjournalist	noun	een verslaggever die gespecialiseerd is in berichten maken over de misdaad
misdaadjournalisten	=	misdaadjournalist
misdaadjournalistiek	noun	het vak van misdaadjournalisten
misdaadjournalistje	=	misdaadjournalist
misdaadjournalistjes	=	misdaadjournalist
misdaadliteratuur	noun	leesvoer met verhalen over de opsporing van criminelen
misdaadlitteratuur	noun	leesvoer over misdaden
misdaadplek	noun	de plaats waar een misdaad is gepleegd
misdaadplekken	=	misdaadplek
misdaadpreventie	noun	het totaal aan maatregelen die het voorkomen van misdaad ten goede komen
misdaadpreventies	=	misdaadpreventie
misdaadprobleem	noun	het niet onder controle hebben van de misdaad
misdaadproblemen	=	misdaadprobleem
misdaadprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma dat vooral aandacht heeft voor misdaden.
misdaadprogramma's	=	misdaadprogramma
misdaadprogrammaatje	=	misdaadprogramma
misdaadprogrammaatjes	=	misdaadprogramma
misdaadreeks	noun	serie televisieprogramma's waarin een misdaadverhaal wordt verteld
misdaadreeksen	=	misdaadreeks
misdaadreporter	noun	een verslaggever die gespecialiseerd is in berichten maken over de misdaad
misdaadreporters	=	misdaadreporter
misdaadreportertje	=	misdaadreporter
misdaadreportertjes	=	misdaadreporter
misdaadroman	noun	roman die gaat over (het oplossen van) een misdaad
misdaadromannetje	=	misdaadroman
misdaadromannetjes	=	misdaadroman
misdaadromans	=	misdaadroman
misdaadserie	noun	een serie misdaadprogramma's met dezelfde hoofdpersonen
misdaadseries	=	misdaadserie
misdaadsyndicaat	noun	organisatie van criminelen met het vooropgestelde doel met misdaad inkomsten te verwerven
misdaadsyndicaten	=	misdaadsyndicaat
misdaadverslaggever	noun	een journalist die gespecialiseerd is in berichten maken over de misdaad
misdaadverslaggevers	=	misdaadverslaggever
misdaadverslaggevertje	=	misdaadverslaggever
misdaadverslaggevertjes	=	misdaadverslaggever
misdaadverslaggeving	noun	de berichtgeving over criminaliteit en criminelen
misdaadverslaggevingen	=	misdaadverslaggeving
misdaan	=	misdoen
misdaden	=	misdaad
misdader	=	misdadiger
misdadig	adj	van of als van een misdaad of misdadiger	adv	in te hoge mate
misdadige	=	misdadig
misdadiger	noun	iemand die daden pleegt die een ernstig vergrijp tegen de wet vertegenwoordigen.
misdadigere	=	misdadig
misdadigers	=	misdadiger
misdadigertje	=	misdadiger
misdadigertjes	=	misdadiger
misdadigheden	=	misdadigheid
misdadigheid	noun	het aanwezig zijn van crimineel gedrag
misdadigs	=	misdadig
misdadigst	=	misdadig
misdadigste	=	misdadig
misdadigster	noun	vrouwelijke vorm van misdadiger
misdadigsters	=	misdadigster
misdadigstertje	=	misdadigster
misdadigstertjes	=	misdadigster
misdane	=	misdoen
misdede	=	misdoen
misdeden	=	misdoen
misdeed	=	misdoen
misdeedt	=	misdoen
misdeel	noun	onderdeel van een mis
misdeeld	adj	niet ontvangend waar men recht op heeft
misdeelde	noun	iemand die in het leven weinig beloond is voor zijn werken
misdeelden	=	misdeelde
misdeelder	=	misdeeld
misdeeldere	=	misdeeld
misdeelders	=	misdeeld
misdeelds	=	misdeeld
misdeeldst	=	misdeeld
misdeeldste	=	misdeeld
misdeelt	=	misdelen
misdele	=	misdelen
misdelen	verb	achterstellen, een kleiner deel geven dan aan een ander
misdelend	=	misdelen
misdelende	=	misdelen
misdienaar	noun	iemand die de priester helpt tijdens het opdragen van de mis
misdienaars	=	misdienaar
misdienaartje	=	misdienaar
misdienaartjes	=	misdienaar
misdienaren	=	misdienaar
misdienette	=	misdienaar
misdoe	=	misdoen
misdoen	verb	een slechte daad plegen
misdoend	=	misdoen
misdoende	=	misdoen
misdoet	=	misdoen
misdraag	=	misdragen
misdraagt	=	misdragen
misdrage	=	misdragen
misdragen	verb	zich ~: gedrag vertonen dat niet door de beugel kan
misdragend	=	misdragen
misdragende	=	misdragen
misdragens	=	misdragen
misdraging	noun	gedrag dat niet door de beugel kan; strafbare handeling; slechte gedragingen
misdragingen	=	misdraging
misdraginkje	=	misdraging
misdraginkjes	=	misdraging
misdreef	=	misdrijven
misdreven	=	misdrijven
misdrijf	noun	een misdaad of delict
misdrijfje	=	misdrijf
misdrijfjes	=	misdrijf
misdrijft	=	misdrijven
misdrijfzaak	noun	juridische term voor een ernstig strafbaar feit, zoals diefstal, fraude, zware mishandeling, of moord, dat afwijkt van lichtere overtredingen en wordt behandeld in het strafrecht met zwaardere sancties, zoals gevangenisstraf, taakstraffen, of hoge boetes, en resulteert vaak in een vermelding op het strafblad.
misdrijfzaakje	=	misdrijfzaak
misdrijfzaakjes	=	misdrijfzaak
misdrijfzaken	=	misdrijfzaak
misdrijve	=	misdrijven
misdrijven	verb	verkeerd doen, misdoen
misdrijvend	=	misdrijven
misdrijvende	=	misdrijven
misdroeg	=	misdragen
misdroege	=	misdragen
misdroegen	=	misdragen
misdroegt	=	misdragen
misdruk	noun	iets wat verkeerd gedrukt is meestal van een boek of postzegel
misdrukken	=	misdruk
misdélen	=	misdelen
mise-en-place	noun	voorbereidingen om het bereiden en serveren van een maaltijd goed te laten verlopen
mise-en-plis	noun|informal	kunstmatig aangebrachte golving in het haar door het vochtig in rolletjes te draaien en dan te laten drogen
mise-en-scène	noun	ook: , , bewust gekozen posities en uiterlijk van alles wat in de voorstelling te zien is
mise-en-scènes	=	mise-en-scène
miserabel	adj	wat medelijden opwekt
miserabele	=	miserabel
miserabeler	=	miserabel
miserabelere	=	miserabel
miserabelers	=	miserabel
miserabels	=	miserabel
miserabelst	=	miserabel
miserabelste	=	miserabel
miserere	noun	miserere mei: ontferm U over mij
miserie	noun	groot verdriet
miseries	=	miserie
mises-en-scène	=	mise-en-scène
misfit	noun	iemand die nogal afwijkt van de mensen in zijn omgeving en daardoor slecht contact met ze heeft
misfits	=	misfit
misfortuin	noun	ernstige pech, toestand met belangrijke tegenslag
misfortuinen	=	misfortuin
misga	=	misgaan
misgaan	verb	op een verkeerde manier aflopen, faliekant mislukken
misgaand	=	misgaan
misgaande	=	misgaan
misgaat	=	misgaan
misgeboorte	noun	geboren maar niet levensvatbare vrucht
misgeboorten	=	misgeboorte
misgeboortes	=	misgeboorte
misgegaan	=	misgaan
misgegokt	=	misgokken
misgegrepen	=	misgrijpen
misgekeken	=	miskijken
misgekleund	=	miskleunen
misgelezen	=	mislezen
misgelopen	=	mislopen
misgenderen	verb	verwijzen naar een persoon met woorden die het verkeerde gender uitdrukken
misgeprijsd	=	misprijzen
misgeraden	=	misraden
misgeschoten	=	misschieten
misgeslagen	=	misslaan
misgesproken	=	misspreken
misgestapt	=	misstappen
misgetast	=	mistasten
misgeteld	=	mistellen
misgetypt	=	mistypen
misgevallen	=	misvallen
misgevat	=	misvatten
misgevatte	=	misvatten
misgewaad	noun	de kleding die een priester draagt tijdens het opdragen van de mis
misgewaden	=	misgewaad
misgezeten	=	miszitten
misgezien	=	miszien
misgeziene	=	miszien
misging	=	misgaan
misginge	=	misgaan
misgingen	=	misgaan
misgingt	=	misgaan
misgok	=	misgokken
misgokke	=	misgokken
misgokken	verb	een risico nemen dat niet goed blijkt uit te pakken
misgokkend	=	misgokken
misgokkende	=	misgokken
misgokt	=	misgokken
misgokte	=	misgokken
misgokten	=	misgokken
misgreep	=	misgrijpen
misgreept	=	misgrijpen
misgrepe	=	misgrijpen
misgrepen	=	misgrijpen
misgrijp	=	misgrijpen
misgrijpe	=	misgrijpen
misgrijpen	verb	een mislukte poging doen iets te grijpen
misgrijpend	=	misgrijpen
misgrijpende	=	misgrijpen
misgrijpt	=	misgrijpen
misgun	=	misgunnen
misgund	=	misgunnen
misgunde	=	misgunnen
misgunden	=	misgunnen
misgunne	=	misgunnen
misgunnen	verb	niet kunnen aanvaarden dat iemand iets verwerft
misgunnend	=	misgunnen
misgunnende	=	misgunnen
misgunt	=	misgunnen
mishaag	=	mishagen
mishaagd	=	mishagen
mishaagde	=	mishagen
mishaagden	=	mishagen
mishaaglijk	adj	iets dat niet bevalt of in de smaak valt, zoals een persoon, situatie of uitstraling die je niet prettig vindt, vaak met een negatieve connotatie van lelijkheid, afkeer of onbehagen
mishaaglijke	=	mishaaglijk
mishaaglijker	=	mishaaglijk
mishaaglijkere	=	mishaaglijk
mishaaglijkers	=	mishaaglijk
mishaaglijks	=	mishaaglijk
mishaaglijkst	=	mishaaglijk
mishaaglijkste	=	mishaaglijk
mishaagt	=	mishagen
mishage	=	mishagen
mishagen	verb	niet aanstaan, niet behagen
mishagend	=	mishagen
mishagende	=	mishagen
mishanavliegenpikker	noun	Zimmerius villarejoi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
mishanavliegenpikkers	=	mishanavliegenpikker
mishanavliegenpikkertje	=	mishanavliegenpikker
mishanavliegenpikkertjes	=	mishanavliegenpikker
mishandel	=	mishandelen
mishandelaar	noun	iemand die mishandelt, iemand die kwaad doet
mishandelaars	=	mishandelaar
mishandelaartje	=	mishandelaar
mishandelaartjes	=	mishandelaar
mishandelaren	=	mishandelaar
mishandeld	=	mishandelen
mishandelde	=	mishandelen
mishandelden	=	mishandelen
mishandele	=	mishandelen
mishandelen	verb	iemand slecht behandelen en pijn doen of verwonden
mishandelend	=	mishandelen
mishandelende	=	mishandelen
mishandeling	noun	het moedwillig toebrengen van psychisch en/of fysiek letsel
mishandelingen	=	mishandeling
mishandelingetje	=	mishandeling
mishandelingetjes	=	mishandeling
mishandelt	=	mishandelen
mishmisluiptimalia	noun	Spelaeornis badeigularis een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
mishmisluiptimalia's	=	mishmisluiptimalia
mishmisluiptimaliaatje	=	mishmisluiptimalia
mishmisluiptimaliaatjes	=	mishmisluiptimalia
mishmitakin	noun	een ondersoort Budorcas taxicolor taxicolor van de takin.
mishmitakins	=	mishmitakin
mishmitakintje	=	mishmitakin
mishmitakintjes	=	mishmitakin
mishoor	=	mishoren
mishoord	=	mishoren
mishoorde	=	mishoren
mishoorden	=	mishoren
mishoort	=	mishoren
mishore	=	mishoren
mishoren	verb	iets niet goed horen met name iets niet goed verstaan of iets verkeerd verstaan
mishorend	=	mishoren
mishorende	=	mishoren
misinai	adv	vanaf de Sinaï
misinformatie	noun	al of niet opzettelijk verspreide foutieve informatie
misinterpretatie	noun	'verkeerde' interpretatie (volgens degene die dit beweert)
misinterpretaties	=	misinterpretatie
misje	=	mis
misjes	=	mis
misjkan	noun	tabernakel
misjkenot	=	misjkan
misjloach	noun	verzending
misjmasj	noun	mengeling, allegaartje
misjna	noun	één paragraaf uit de Misjna
misjna's	=	misjna
misjnajot	=	misjna
misjne	noun	één paragraaf uit de Misjne
misjnes	=	misjne
misjoerat	adv	vanuit de tekstregels
misjpacha	noun	familie
misjpachot	=	misjpacha
misjpat	noun	recht, rechtsbepaling, rechtspraak, proces
misjpatiem	=	misjpat
misjpochologie	noun	joodse genealogie (vooral ironisch: het alles willen weten van iemands achtergrond)
misjpooche	noun	familie
misjpooches	=	misjpooche
miskeek	=	miskijken
miskeken	=	miskijken
miskelk	noun	beker waarin de miswijn wordt geconsacreerd tot bloed van Jezus Christus
miskelken	=	miskelk
miskelkje	=	miskelk
miskelkjes	=	miskelk
misken	=	miskennen
miskend	=	miskennen
miskende	=	miskennen
miskenden	=	miskennen
miskenne	=	miskennen
miskennen	verb	niet goed naar waarde schatten, onderwaarderen
miskennend	=	miskennen
miskennende	=	miskennen
miskenning	noun	het miskennen
miskenningen	=	miskenning
miskent	=	miskennen
miskijk	=	miskijken
miskijke	=	miskijken
miskijken	verb	een verkeerde kijk op iets hebben
miskijkend	=	miskijken
miskijkende	=	miskijken
miskijkt	=	miskijken
miskleun	noun	een grove fout
miskleunde	=	miskleunen
miskleunden	=	miskleunen
miskleune	=	miskleunen
miskleunen	verb	op onnadenkende wijze iets volledig verkeerd aanpakken
miskleunend	=	miskleunen
miskleunende	=	miskleunen
miskleunt	=	miskleunen
miskleur	noun	een verkeerde kleur
miskleuren	=	miskleur
miskleurtje	=	miskleur
miskleurtjes	=	miskleur
miskocht	=	miskopen
miskochte	=	miskopen
miskochten	=	miskopen
miskom	=	miskomen
miskome	=	miskomen
miskomen	verb|obsolete	ongelegen komen
miskomend	=	miskomen
miskomende	=	miskomen
miskomt	=	miskomen
miskoop	noun	aanschaf waar je spijt van hebt en die je dus beter niet had kunnen doen
miskoopje	=	miskoop
miskoopjes	=	miskoop
miskoopt	=	miskopen
miskope	=	miskopen
miskopen	verb	iets aanschaffen dat niet aan de verwachtingen voldoet
miskopend	=	miskopen
miskopende	=	miskopen
miskraam	noun	te vroege afstoting van een ongeboren vrucht
miskraampje	=	miskraam
miskraampjes	=	miskraam
miskramen	=	miskraam
miskwam	=	miskomen
miskwamen	=	miskomen
miskíjken	=	miskijken
mislas	=	mislezen
mislazen	=	mislezen
mislees	=	mislezen
misleest	=	mislezen
misleid	adj	van een persoon dat hij is voorgelogen
misleidde	=	misleiden
misleidden	=	misleiden
misleide	=	misleid
misleiden	verb	iemand ~ iemand in de waan van iets brengen
misleidend	adj	met de uitdrukkelijke bedoeling om mensen dingen te laten geloven die niet waar zijn
misleidende	=	misleiden
misleidender	=	misleidend
misleidendere	=	misleidend
misleidenders	=	misleidend
misleidends	=	misleidend
misleidendst	=	misleidend
misleidendste	=	misleidend
misleider	noun	iemand die een ander onjuiste informatie geeft om de houding of het gedrag van die ander te veranderen
misleidere	=	misleid
misleiders	=	misleider
misleiding	noun	geslaagde poging iemand een onjuiste indruk te geven
misleidingen	=	misleiding
misleidinkje	=	misleiding
misleidinkjes	=	misleiding
misleids	=	misleid
misleidst	=	misleid
misleidste	=	misleid
misleidster	noun	vrouw die een ander onjuiste informatie geeft om de houding of het gedrag van die ander te veranderen
misleidsters	=	misleidster
misleidt	=	misleiden
misleze	=	mislezen
mislezen	verb	iets verkeerd lezen
mislezend	=	mislezen
mislezende	=	mislezen
misliep	=	mislopen
misliepe	=	mislopen
misliepen	=	mislopen
misliept	=	mislopen
misloop	=	mislopen
misloopt	=	mislopen
mislope	=	mislopen
mislopen	verb	niet op de juiste tijd op de juiste plaats zijn om iets mee te maken
mislopend	=	mislopen
mislopende	=	mislopen
mislopens	=	mislopen
misluk	=	mislukken
mislukke	=	mislukken
mislukkeling	noun	de persoon die het niet gelukt is
mislukkelingen	=	mislukkeling
mislukkelingetje	=	mislukkeling
mislukkelingetjes	=	mislukkeling
mislukken	verb	verkeerd aflopen, zonder het gewenste resultaat
mislukkend	=	mislukken
mislukkende	=	mislukken
mislukking	noun	iets dat niet goed is gegaan
mislukkingen	=	mislukking
mislukkingetje	=	mislukking
mislukkinkje	=	mislukking
mislukkinkjes	=	mislukking
mislukt	adj	van iets dat niet geslaagd is; van iets dat het niet gelukt is
mislukte	=	mislukken
mislukten	=	mislukken
mislukter	=	mislukt
misluktere	=	mislukt
mislukters	=	mislukt
mislukts	=	mislukt
misluktst	=	mislukt
misluktste	=	mislukt
mismaak	=	mismaken
mismaakt	adj	van een persoon dat hij of zij vanaf de geboorte een duidelijk zichtbare afwijking heeft
mismaakte	=	mismaken
mismaakten	=	mismaken
mismaakter	=	mismaakt
mismaaktere	=	mismaakt
mismaakters	=	mismaakt
mismaaktheden	=	mismaaktheid
mismaaktheid	noun	het niet helemaal goed gevormd zijn; het op een lelijke manier gevormd zijn
mismaakts	=	mismaakt
mismaaktst	=	mismaakt
mismaaktste	=	mismaakt
mismake	=	mismaken
mismaken	verb	iets kapot maken
mismakend	=	mismaken
mismakende	=	mismaken
mismanagement	noun	een veel voorkomende vorm van management: wanbeleid
mismatch	noun	het niet bij elkaar passen
mismatchen	=	mismatch
mismatches	=	mismatch
mismatchje	=	mismatch
mismatchjes	=	mismatch
mismeester	=	mismeesteren
mismeesterd	=	mismeesteren
mismeesterde	=	mismeesteren
mismeesterden	=	mismeesteren
mismeestere	=	mismeesteren
mismeesteren	verb	helemaal verknoeien
mismeesterend	=	mismeesteren
mismeesterende	=	mismeesteren
mismeestert	=	mismeesteren
mismoedig	adj	met een sombere stemming
mismoedige	=	mismoedig
mismoediger	=	mismoedig
mismoedigere	=	mismoedig
mismoedigers	=	mismoedig
mismoedigheden	=	mismoedigheid
mismoedigheid	noun	het wanhopig, neerslachtig en moedeloos zijn
mismoedigs	=	mismoedig
mismoedigst	=	mismoedig
mismoedigste	=	mismoedig
misnoeg	=	misnoegen
misnoegd	adj	ontevreden, ontstemd
misnoegde	=	misnoegd
misnoegden	=	misnoegen
misnoegder	=	misnoegd
misnoegdere	=	misnoegd
misnoegders	=	misnoegd
misnoegds	=	misnoegd
misnoegdst	=	misnoegd
misnoegdste	=	misnoegd
misnoege	=	misnoegen
misnoegen	verb	een gevoel van onvrede en onbehagen bij iemand veroorzaken	noun	een gevoel van onvrede en onbehagen, gewoonlijk veroorzaakt door iemands optreden
misnoegend	=	misnoegen
misnoegende	=	misnoegen
misnoegens	=	misnoegen
misnoegt	=	misnoegen
miso	noun	Een traditioneel dikke Japanse pasta op basis van gefermenteerde sojabonen of granen (zilvervliesrijst of gerst) en zeezout.
miso's	=	miso
misofone	=	misofoon
misofonen	=	misofoon
misofoner	=	misofoon
misofonere	=	misofoon
misofoners	=	misofoon
misofonie	noun	haat tegen bepaalde geluiden
misofonielijder	noun	iemand die last heeft van bepaalde, voor de meeste mensen niet hinderlijke, geluiden
misofonielijders	=	misofonielijder
misofoon	noun	persoon die last heeft van voor hem of haar irriterende geluiden; persoon die last heeft van misofonie	adj	overgevoelig zijnd voor bepaalde geluiden; lijdend aan geluidshaat; lijdend aan misofonie
misofoons	=	misofoon
misofoonst	=	misofoon
misofoonste	=	misofoon
misogaam	noun	iemand die een afkeer van het huwelijk heeft
misogaampje	=	misogaam
misogaampjes	=	misogaam
misogamen	=	misogaam
misogamie	noun	een hekel hebben aan het huwelijk; tegen het huwelijk zijn
misogyn	noun	vrouwenhater	adj	vrouwenhatend
misogyne	=	misogyn
misogynen	=	misogyn
misogyner	=	misogyn
misogynere	=	misogyn
misogyners	=	misogyn
misogynie	noun	haat tegen vrouwen, diepe afkeer van vrouwen
misogyns	=	misogyn
misogynst	=	misogyn
misogynste	=	misogyn
misokinesie	noun	snel erg gestoord raken wanneer iemand anders een kleine beweging telkens herhaalt
misoogst	noun	slechte opbrengst van geteelde planten bij afloop van het groeiseizoen; mislukte oogst
misoogsten	=	misoogst
misosoep	noun	Japanse soep met sojabonenpasta als hoofdingrediënt
misosoepen	=	misosoep
misosoepje	=	misosoep
misosoepjes	=	misosoep
mispaap	noun	RK-priester die de mis mag opdragen
mispaapje	=	mispaap
mispaapjes	=	mispaap
mispak	=	mispakken
mispakke	=	mispakken
mispakken	verb	iets niet goed pakken of grijpen
mispakkend	=	mispakken
mispakkende	=	mispakken
mispakt	=	mispakken
mispakte	=	mispakken
mispakten	=	mispakken
mispapen	=	mispaap
mispeer	noun	een grote blunder
mispel	noun	bepaald soort loofboom Mespilus germanica, die inheems is in de Benelux, tot 6 meter hoog kan worden en de gelijknamige vrucht voortbrengt
mispelaar	noun	Mespilus germanica mispelboom, boom waaraan mispels groeien, een heester uit de rozenfamilie (Rosaceae)
mispelaars	=	mispelaar
mispelaren	adj	gemaakt van het hout van een mispelaar
mispelen	=	mispel
mispelke	=	mispel
mispels	=	mispel
mispeltje	=	mispel
mispeltjes	=	mispel
misperen	=	mispeer
mispeuter	=	mispeuteren
mispeuterd	=	mispeuteren
mispeuterde	=	mispeuteren
mispeuterden	=	mispeuteren
mispeutere	=	mispeuteren
mispeuteren	verb	misdoen, (iets slechts of verkeerds) doen
mispeuterend	=	mispeuteren
mispeuterende	=	mispeuteren
mispeutert	=	mispeuteren
misplaatst	adj	niet passend, niet zoals het hoort
misplaatste	=	misplaatst
misplaatster	=	misplaatst
misplaatstere	=	misplaatst
misplaatsters	=	misplaatst
misplaatsts	=	misplaatst
misplaatstst	=	misplaatst
misplaatstste	=	misplaatst
misprees	=	misprijzen
mispreest	=	misprijzen
mispreze	=	misprijzen
misprezen	=	misprijzen
misprijs	=	misprijzen
misprijst	=	misprijzen
misprijze	=	misprijzen
misprijzen	verb	spot of afkeuring over iemand of iets uitspreken	noun	spottende afkeuring
misprijzend	adj	van afkeuring getuigend
misprijzende	=	misprijzen
misprijzender	=	misprijzend
misprijzendere	=	misprijzend
misprijzenders	=	misprijzend
misprijzends	=	misprijzend
misprijzendst	=	misprijzend
misprijzendste	=	misprijzend
mispruim	noun	beroerd persoon, ellendeling, mispunt
mispruimen	=	mispruim
mispruimpje	=	mispruim
mispruimpjes	=	mispruim
mispríjzend	=	misprijzend
mispríj́zen	=	misprijzen
mispunt	noun	beroerd persoon, ellendeling
mispunten	=	mispunt
mispuntje	=	mispunt
mispuntjes	=	mispunt
misraad	=	misraden
misraadde	=	misraden
misraadden	=	misraden
misraadt	=	misraden
misrade	=	misraden
misraden	verb	verkeerd raden
misradend	=	misraden
misradende	=	misraden
misreken	=	misrekenen
misrekend	=	misrekenen
misrekende	=	misrekenen
misrekenden	=	misrekenen
misrekene	=	misrekenen
misrekenen	verb	zich misrekenen: zich vergissen, teleurgesteld raken omdat verwachtingen niet uitkomen
misrekenend	=	misrekenen
misrekenende	=	misrekenen
misrekening	noun	een vergissing, een foute inschatting
misrekeningen	=	misrekening
misrekeningetje	=	misrekening
misrekeninkje	=	misrekening
misrekent	=	misrekenen
misried	=	misraden
misrieden	=	misraden
miss	noun	juffrouw
miss-wet-t-shirtverkiezing	noun	verkiezing van de juffrouw die er het beste uitziet in een nat T-shirt
miss-wet-t-shirtverkiezingen	=	miss-wet-t-shirtverkiezing
missaal	noun	boekje met de inhoud van de liturgie, waarin men de voortgang van de mis kan volgen
missaaltje	=	missaal
missaaltjes	=	missaal
missalen	=	missaal
misschien	adv	duidt aan dat er een bepaalde kans bestaat dat de uitspraak waar is
misschiet	=	misschieten
misschiete	=	misschieten
misschieten	verb	schieten zonder het doel te treffen
misschietend	=	misschieten
misschietende	=	misschieten
misschoot	=	misschieten
misschoten	=	misschieten
misse	=	missen
misselijk	adj	tot braken geneigd
misselijke	=	misselijk
misselijker	=	misselijk
misselijkere	=	misselijk
misselijkers	=	misselijk
misselijkheden	=	misselijkheid
misselijkheid	noun	vorm van onpasselijkheid die gepaard kan gaan met een neiging tot braken, als signaal van het lichaam dat er iets mis is of als reactie op iets onaangenaams
misselijkheidje	=	misselijkheid
misselijkmakend	adj	waarvan men (bij de gedachte alleen al) misselijk wordt; heel vreselijk
misselijkmakende	=	misselijkmakend
misselijkmakender	=	misselijkmakend
misselijkmakendere	=	misselijkmakend
misselijkmakenders	=	misselijkmakend
misselijkmakends	=	misselijkmakend
misselijkmakendst	=	misselijkmakend
misselijkmakendste	=	misselijkmakend
misselijks	=	misselijk
misselijkst	=	misselijk
misselijkste	=	misselijk
missen	verb	niet raken, niet treffen
missend	=	missen
missende	=	missen
misser	noun	blunder
missere	=	mis
missers	=	mis
missertje	=	misser
missertjes	=	misser
misses	=	miss
missie	noun	een doeleind dat verwezenlijkt dient te worden
missiebus	noun	hol voorwerp, meestal van metaal of aardewerk, met een gleuf waarin gelovigen geld kunnen stoppen waarmee het werk van missionarissen wordt gesteund Deze collectebussen waren vroeger vaak te vinden op plaatsen waar veel rooms-katholieken kwamen en kregen soms een opvallend uiterlijk dat naar de doelstelling verwees.
missiebusje	=	missiebus
missiebusjes	=	missiebus
missiebussen	=	missiebus
missiehuis	noun	klooster waar missionarissen wonen totdat ze worden uitgezonden
missiehuisje	=	missiehuis
missiehuisjes	=	missiehuis
missiehuizen	=	missiehuis
missiepost	noun	een vestiging vanwaaruit men probeert ongelovigen te bekeren
missieposten	=	missiepost
missiepostje	=	missiepost
missiepostjes	=	missiepost
missies	=	missie
missietje	=	missie
missietjes	=	missie
missiewerk	noun	werk dat men als missionaris uitvoert
missiewerken	=	missiewerk
missing	noun	het mis hebben, per abuis iets verkeerds doen of zeggen
missingen	=	missing
missionair	adj	in de missie (zending) werkzaam
missionairder	=	missionair
missionairdere	=	missionair
missionairders	=	missionair
missionaire	=	missionair
missionairs	=	missionair
missionairst	=	missionair
missionairste	=	missionair
missionaris	noun	iemand door de katholieke kerk gezonden om het geloof te verbreiden
missionarishouding	noun	seksuele positie waarbij de vrouw op haar rug ligt en de man bovenop haar, met de gezichten naar elkaar toe.
missionarishoudingen	=	missionarishouding
missionarishoudinkje	=	missionarishouding
missionarishoudinkjes	=	missionarishouding
missionarisje	=	missionaris
missionarisjes	=	missionaris
missionarissen	=	missionaris
missioneer	=	missioneren
missioneerde	=	missioneren
missioneerden	=	missioneren
missioneert	=	missioneren
missionere	=	missioneren
missioneren	verb	het verrichten van de missie
missionerend	=	missioneren
missionerende	=	missioneren
missionering	noun	het missioneren
missioneringen	=	missionering
missionstatement	noun	een beknopte omschrijving van de hogere doelstelling van een bedrijf of organisatie
missionstatements	=	missionstatement
mississippialligator	noun	Alligator mississippiensis een krokodilachtige uit de familie alligators en kaaimannen (Alligatoridae) en de onderfamilie alligators (Alligatorinae)
mississippialligators	=	mississippialligator
mississippialligatortje	=	mississippialligator
mississippialligatortjes	=	mississippialligator
mississippiwouw	noun	Ictinia mississippiensis een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
mississippiwouwen	=	mississippiwouw
mississippiwouwtje	=	mississippiwouw
mississippiwouwtjes	=	mississippiwouw
missive	noun	een officiële schriftelijke mededeling waarvan een bepaalde stelligheid uitgaat
missiven	=	missive
missives	=	missive
missivetje	=	missive
missivetjes	=	missive
missiën	=	missie
missje	=	miss
missla	=	misslaan
misslaan	verb	tevergeefs proberen met kracht te raken
misslaand	=	misslaan
misslaande	=	misslaan
misslaat	=	misslaan
misslag	noun	iets was fout gegaan is
misslagen	=	misslag
misslagje	=	misslag
misslagjes	=	misslag
missloeg	=	misslaan
missloegen	=	misslaan
missprak	=	misspreken
misspraken	=	misspreken
misspreek	=	misspreken
misspreekt	=	misspreken
misspreke	=	misspreken
misspreken	verb	zich ~: zich verspreken
missprekend	=	misspreken
missprekende	=	misspreken
missta	=	misstaan
misstaan	verb	niet goed staan
misstaand	=	misstaan
misstaande	=	misstaan
misstaat	=	misstaan
misstand	noun	maatschappelijk onrecht
misstanden	=	misstand
misstandje	=	misstand
misstandjes	=	misstand
misstap	noun	een verkeerde stap tijdens het lopen
misstapje	=	misstap
misstapjes	=	misstap
misstappe	=	misstappen
misstappen	verb	verkeerd stappen
misstappend	=	misstappen
misstappende	=	misstappen
misstapt	=	misstappen
misstapte	=	misstappen
misstapten	=	misstappen
misstond	=	misstaan
misstonden	=	misstaan
missverkiezing	noun	een wedstrijd waarbij een jury kiest wie de aantrekkelijkste is van alle deelnemende vrouwen of meisjes
missverkiezingen	=	missverkiezing
mist	noun	laaghangende bewolking die het zicht belemmert
mistachterlicht	noun	aparte lamp aan auto's, te gebruiken in geval van mist
mistachterlichten	=	mistachterlicht
mistast	=	mistasten
mistaste	=	mistasten
mistasten	verb	naast iets grijpen wat men wil pakken
mistastend	=	mistasten
mistastende	=	mistasten
mistastte	=	mistasten
mistastten	=	mistasten
mistbank	noun	zeer laaghangende wolk.
mistbanken	=	mistbank
mistbankje	=	mistbank
mistbankjes	=	mistbank
mistbogen	=	mistboog
mistboog	noun	een optisch fenomeen dat ontstaat door zonlicht dat breekt en weerkaatst in de kleine waterdruppeltjes van mist of nevel
mistboogje	=	mistboog
mistboogjes	=	mistboog
miste	=	missen
mistel	noun	bepaald soort groenblijvende plant die als halfparasiet op bomen leeft, Viscum album
mistelde	=	mistellen
mistelden	=	mistellen
mistella	noun	mengsel van niet of maar gedeeltelijk gegist druivensap, alcohol en soms ook suiker Dit wordt vaak gebruikt als toevoeging om wijnen te versterken; het moet een volle, maar zoetere smaak bij een hoger alcoholpercentage opleveren dan bij gewone gisting mogelijk is.
mistella's	=	mistella
mistelle	=	mistellen
mistellen	verb	fouten maken bij een telling
mistellend	=	mistellen
mistellende	=	mistellen
mistels	=	mistel
mistelt	=	mistellen
misteltje	=	mistel
misten	verb	het heersen van slecht zicht door de aanwezigheid van laaghangende bewolking
mistend	=	misten
mistende	=	misten
mistevreden	adj	ontevreden
mistflard	noun	flard van mist
mistflarden	=	mistflard
misthoorn	noun	hoorn op schepen, waarmee bij mistig weer waarschuwingssignalen worden gegeven
misthoornen	=	misthoorn
misthoorns	=	misthoorn
misthoorntje	=	misthoorn
misthoorntjes	=	misthoorn
misthoren	=	misthoorn
mistig	adj	met mist, met beperkt zicht door mist
mistige	=	mistig
mistiger	=	mistig
mistigere	=	mistig
mistigers	=	mistig
mistigheden	=	mistigheid
mistigheid	noun	de mate waarin het mistig is
mistigs	=	mistig
mistigst	=	mistig
mistigste	=	mistig
mistje	=	mist
mistjes	=	mist
mistlamp	noun	zeer felle (achter)lamp die bij mistig weer de zichtbaarheid vergroot
mistlampen	=	mistlamp
mistlampje	=	mistlamp
mistlampjes	=	mistlamp
mistletoe	noun	Viscum album maretak
mistletoes	=	mistletoe
mistlicht	noun	zeer felle (achter)lamp die bij mistig weer de zichtbaarheid vergroot
mistlichten	=	mistlicht
mistpalpmot	noun	Chionodes tragicella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
mistpalpmotje	=	mistpalpmot
mistpalpmotjes	=	mistpalpmot
mistpalpmotten	=	mistpalpmot
mistral	noun	harde noordenwind in het zuidoosten van Frankrijk
mistralletje	=	mistral
mistralletjes	=	mistral
mistrals	=	mistral
mistred	noun	fout, blunder, misdaad, iets dat je beter niet had kunnen of mogen doen
mistreden	=	mistred
mistroostig	adj	depressief stemmend, niet op te vrolijken	adv	op mistroostige wijze
mistroostige	=	mistroostig
mistroostiger	=	mistroostig
mistroostigere	=	mistroostig
mistroostigers	=	mistroostig
mistroostigheden	=	mistroostigheid
mistroostigheid	noun	de eigenschap dat je er een sombere, verdrietige en minder hoopvolle stemming van krijgt
mistroostigs	=	mistroostig
mistroostigst	=	mistroostig
mistroostigste	=	mistroostig
mistrouw	=	mistrouwen
mistrouwd	=	mistrouwen
mistrouwde	=	mistrouwen
mistrouwden	=	mistrouwen
mistrouwe	=	mistrouwen
mistrouwen	verb	iemands woorden niet geloven	noun	het niet vertrouwen van iemand
mistrouwend	=	mistrouwen
mistrouwende	=	mistrouwen
mistrouwig	adj	wantrouwend, wantrouwig
mistrouwige	=	mistrouwig
mistrouwiger	=	mistrouwig
mistrouwigere	=	mistrouwig
mistrouwigers	=	mistrouwig
mistrouwigs	=	mistrouwig
mistrouwigst	=	mistrouwig
mistrouwigste	=	mistrouwig
mistrouwt	=	mistrouwen
mistspitsmuis	noun	Sorex sonomae insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
mistspitsmuisje	=	mistspitsmuis
mistspitsmuisjes	=	mistspitsmuis
mistspitsmuizen	=	mistspitsmuis
mistte	=	misten
mistten	=	misten
mistyp	=	mistypen
mistype	=	mistypen
mistypen	verb	fout typen
mistypend	=	mistypen
mistypende	=	mistypen
mistypt	=	mistypen
mistypte	=	mistypen
mistypten	=	mistypen
misval	noun	miskraam
misvalle	=	misvallen
misvallen	verb	vallend op de verkeerde plek terechtkomen
misvallend	=	misvallen
misvallende	=	misvallen
misvalt	=	misvallen
misvat	=	misvatten
misvatte	=	misvatten
misvatten	verb|obsolete	letterlijk: ergens naast grijpen, niet goed beetpakken
misvattend	=	misvatten
misvattende	=	misvatten
misvatting	noun	figuurlijk: een verkeerd begrip over iets hebben
misvattingen	=	misvatting
misvattinkje	=	misvatting
misvattinkjes	=	misvatting
misversta	=	misverstaan
misverstaan	verb	verkeerd begrijpen
misverstaand	=	misverstaan
misverstaande	=	misverstaan
misverstaat	=	misverstaan
misverstand	noun	het verkeerd begrijpen van elkaars bedoelingen
misverstanden	=	misverstand
misverstandje	=	misverstand
misverstandjes	=	misverstand
misverstane	=	misverstaan
misverstond	=	misverstaan
misverstonde	=	misverstaan
misverstonden	=	misverstaan
misverstondt	=	misverstaan
misviel	=	misvallen
misvielen	=	misvallen
misviering	noun	kerkdienst in de rooms-katholieke kerk
misvieringen	=	misviering
misvorm	=	misvormen
misvormd	adj	niet goed gevormd
misvormde	=	misvormen
misvormden	=	misvormen
misvormder	=	misvormd
misvormdere	=	misvormd
misvormders	=	misvormd
misvormds	=	misvormd
misvormdst	=	misvormd
misvormdste	=	misvormd
misvorme	=	misvormen
misvormen	verb	de natuurlijke vorm van het lichaam blijvend beschadigen
misvormend	=	misvormen
misvormende	=	misvormen
misvormig	adj	een verkeerde vorm hebbend
misvormige	=	misvormig
misvormiger	=	misvormig
misvormigere	=	misvormig
misvormigers	=	misvormig
misvormigs	=	misvormig
misvormigst	=	misvormig
misvormigste	=	misvormig
misvorming	noun	Een misvorming (ook wel deformiteit of mismaaktheid genoemd) is een (grote) afwijking in de vorm of functie van een lichaamsdeel of orgaan in vergelijking met de gemiddelde vorm/functie van dit betreffende lichaamsdeel.
misvormingen	=	misvorming
misvorminkje	=	misvorming
misvorminkjes	=	misvorming
misvormt	=	misvormen
miswaak	noun	vezelig wortelhout van de arakboom Salvadora persica, dat in India en het Midden-Oosten veel wordt gebruikt om de tanden te poetsen gebruik van miswaak heeft bijzondere betekenis voor vrome moslims.
miswaaks	=	miswaak
miswak	=	miswaak
miswas	noun	een mislukte oogst
miswassen	=	miswas
miswijn	noun	wijn die gebruikt wordt in de misdiensten van de christelijke kerken
miswijnen	=	miswijn
miswijntje	=	miswijn
miswijntjes	=	miswijn
miszag	=	miszien
miszagen	=	miszien
miszat	=	miszitten
miszaten	=	miszitten
miszeg	=	miszeggen
miszegd	=	miszeggen
miszegde	=	miszeggen
miszegden	=	miszeggen
miszegge	=	miszeggen
miszeggen	verb	met woorden iemand kwetsen
miszeggend	=	miszeggen
miszeggende	=	miszeggen
miszegt	=	miszeggen
miszei	=	miszeggen
miszeiden	=	miszeggen
miszie	=	miszien
miszien	verb	niet of verkeerd zien, een verstoorde waarneming hebben
misziend	=	miszien
misziende	=	miszien
misziet	=	miszien
miszit	=	miszitten
miszitte	=	miszitten
miszitten	verb	niet in orde zijn, mankeren
miszittend	=	miszitten
miszittende	=	miszitten
miszíén	=	miszien
misère	noun	armoedige, ellendige toestand
misères	=	misère
mit	noun	overledene
mitaine	noun	dameshandschoen zonder vingers gemaakt van wol of katoen
mitaines	=	mitaine
mitella	noun	draagverband om de arm te steunen
mitella's	=	mitella
mitellaatje	=	mitella
mitellaatjes	=	mitella
mitigatie	noun	verzachting van problemen
mitigaties	=	mitigatie
mitigatietje	=	mitigatie
mitigatietjes	=	mitigatie
mitigeer	=	mitigeren
mitigeerde	=	mitigeren
mitigeerden	=	mitigeren
mitigeert	=	mitigeren
mitigere	=	mitigeren
mitigeren	verb	verzachten, matigen
mitigerend	=	mitigeren
mitigerende	=	mitigeren
mitnagdiem	noun	joodse religieuze beweging, aanvankelijk van tegenstanders van de chassidiem (chassied), vooral onder Litouwse joden (18de eeuw)
mitochondria	=	mitochondrium
mitochondriaal	adj	van, betreffende het mitochondrium
mitochondriaals	=	mitochondriaal
mitochondriaalst	=	mitochondriaal
mitochondriaalste	=	mitochondriaal
mitochondriale	=	mitochondriaal
mitochondrialer	=	mitochondriaal
mitochondrialere	=	mitochondriaal
mitochondrialers	=	mitochondriaal
mitochondrium	noun	een organel dat energie voor een cel beschikbaar maakt
mitochondriumpje	=	mitochondrium
mitochondriumpjes	=	mitochondrium
mitochondriën	=	mitochondrium
mitose	noun	gewone celdeling
mitosen	=	mitose
mitoses	=	mitose
mitotisch	adj	van de aard van of betrekking hebbend op mitose
mitotische	=	mitotisch
mitrailleer	=	mitrailleren
mitrailleerde	=	mitrailleren
mitrailleerden	=	mitrailleren
mitrailleert	=	mitrailleren
mitraillere	=	mitrailleren
mitrailleren	verb	beschieten met een machinegeweer
mitraillerend	=	mitrailleren
mitraillerende	=	mitrailleren
mitraillette	noun	stokbrood gevuld met vlees en friet
mitraillettes	=	mitraillette
mitrailleur	noun	een volautomatisch snelvuurwapen waarmee in korte tijd een groot aantal projectielen afgevuurd kunnen worden
mitrailleurs	=	mitrailleur
mitrailleurtje	=	mitrailleur
mitrailleurtjes	=	mitrailleur
mitrailleurvuren	=	mitrailleurvuur
mitrailleurvuur	noun	het schieten met een snelvuurwapen
mitrailleuse	noun	mitrailleur
mitrailleuses	=	mitrailleuse
mitrailleusetje	=	mitrailleuse
mitrailleusetjes	=	mitrailleuse
mits	conj	indien, op voorwaarde dat	noun	voorwaarde waaraan voldaan moet worden (vrijwel uitsluitend in de combinatie mitsen en maren)
mitsdien	conj	daardoor, daarom
mitsen	=	mits
mitsgaders	conj|obsolete	benevens, samen met, alsook, bovendien
mitswa	noun	gebod
mitswe	noun	gebod
mitswes	=	mitswe
mitswot	=	mitswa
mix	noun	mengsel (van stoffen of onstoffelijke aard)
mixage	noun	het mengen van het geluid uit verschillende geluidsbronnen tot één geluidsspoor
mixages	=	mixage
mixagetje	=	mixage
mixagetjes	=	mixage
mixe	=	mixen
mixed	adj	uit gevarieerde onderdelen bestaand
mixeds	=	mixed
mixen	verb	door elkaar mengen
mixend	=	mixen
mixende	=	mixen
mixer	noun	apparaat om te mengen, om een mengsel (mix) te maken
mixers	=	mixer
mixertje	=	mixer
mixertjes	=	mixer
mixes	=	mix
mixfonds	noun	beleggingsfonds waarvan het kapitaal zowel in meer als in minder risicodragende effecten is belegd met name obligaties naast aandelen
mixfondsen	=	mixfonds
mixfondsje	=	mixfonds
mixfondsjes	=	mixfonds
mixje	=	mix
mixjes	=	mix
mixolydisch	noun	de kerktoonsoort gebaseerd op g	adj	wat betreft de kerktoonsoort gebaseerd op g
mixolydische	=	mixolydisch
mixt	=	mixen
mixtape	noun	een zelf gemaakte verzameling liedjes
mixtapes	=	mixtape
mixte	=	mixen
mixten	=	mixen
mixture	noun	resultaat van vermenging
mixturen	=	mixtuur
mixtures	=	mixture
mixtuur	noun	mengsel
mizbachot	=	mizbeach
mizbeach	noun	altaar
mizmor	noun	psalm
mizmoriem	=	mizmor
mizrach	noun	oosten
mizrachi	adj	oriëntaals
mizrachs	=	mizrach
mkb	noun	verzamelterm voor zelfstandige ondernemingen die niet meer dan een paar honderd mensen in dienst hebben
mkb'er	noun	ondernemer die minder dan 250 werknemers in dienst heeft
mkb'ers	=	mkb'er
mkb's	=	mkb
mkb'tje	=	mkb
mkz	=	mond-en-klauwzeer
mm	intj	drukt uit dat iets goed smaakt of een prettig gevoel oproept
mmm	intj	een teken dat men iets lekker vindt
mms	noun|obsolete	dienst waarbij men via een mobiele telefoonlijn foto's en andere mediabestanden kan verzenden en ontvangen
mms'en	=	mms
mms'je	=	mms
mms'jes	=	mms
mms-uitwisseling	noun	en is een technologie waarmee mobiele telefoons berichten kunnen versturen die meer bevatten dan alleen tekst, zoals foto's, video's, audiobestanden of langere teksten.
mms-uitwisselingen	=	mms-uitwisseling
mms-uitwisselingetje	=	mms-uitwisseling
mms-uitwisselingetjes	=	mms-uitwisseling
mn	=	m'n
mnemotechnisch	adj	betrekking hebbend op de techniek van het onthouden; betrekking hebbend op de geheugenkunst
mnemotechnische	=	mnemotechnisch
mnemotechnischer	=	mnemotechnisch
mnemotechnischere	=	mnemotechnisch
mnemotechnischers	=	mnemotechnisch
mo	abbrev	de afkorting voor middelbaar onderwijs
moa	noun	benaming voor grote loopvogels die leefden in Nieuw-Zeeland uit de orde Dinornithiformes
moa's	=	moa
moabiet	noun	lid van het volk of inwoner van het land Moab (6×: Deut. 2:11, +, Ezra 9:1, Neh. 13:1, 1 Kron. 11:46)
moabieten	=	moabiet
moabmus	noun	Passer moabiticus een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
moabmusje	=	moabmus
moabmusjes	=	moabmus
moabmussen	=	moabmus
moadiem	=	moëed
moaviet	noun	lid van het volk of inwoner van het land Moab (6×: Deut. 2:11, +, Ezra 9:1, Neh. 13:1, 1 Kron. 11:46)
moavieten	=	moaviet
mobbing	noun	pesterijen op de werkvloer
mobbings	=	mobbing
mobib-kaart	noun	vervoersbewijs en betaalmiddel voor het openbaar vervoer in België
mobib-kaarten	=	mobib-kaart
mobib-kaartje	=	mobib-kaart
mobib-kaartjes	=	mobib-kaart
mobiel	noun	kunstwerk dat door trillingen of luchtstromingen in beweging blijft, vaak doordat de samenstellende delen zo zijn verbonden dat ze telkens weer in een andere stand in evenwicht zijn	adj	gemakkelijk verplaatsbaar of bewegend
mobiele	=	mobiel
mobielen	=	mobiel
mobieler	=	mobiel
mobielere	=	mobiel
mobielers	=	mobiel
mobieletelecomconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die actief zijn op de markt van mobiele telefonie
mobieletelecomconcerns	=	mobieletelecomconcern
mobieletelefoonverslaving	noun	het dwangmatig gebruiken van de smartphone voor spelletjes en sociale media
mobieletelefoonverslavingen	=	mobieletelefoonverslaving
mobieletelefoonverslavinkje	=	mobieletelefoonverslaving
mobieletelefoonverslavinkjes	=	mobieletelefoonverslaving
mobiels	=	mobiel
mobielst	=	mobiel
mobielste	=	mobiel
mobieltje	noun	draagbare telefoon
mobieltjes	=	mobieltje
mobielverslaving	noun	het dwangmatig gebruiken van de mobiele telefoon voor spelletjes en sociale media
mobielverslavingen	=	mobielverslaving
mobielverslavinkje	=	mobielverslaving
mobielverslavinkjes	=	mobielverslaving
mobielvrij	adj	zonder dat men een mobiele telefoon gebruikt
mobielvrije	=	mobielvrij
mobielvrijer	=	mobielvrij
mobielvrijere	=	mobielvrij
mobielvrijers	=	mobielvrij
mobielvrijs	=	mobielvrij
mobielvrijst	=	mobielvrij
mobielvrijste	=	mobielvrij
mobilair	adj	betrekking hebbend op roerend goed
mobilairder	=	mobilair
mobilairdere	=	mobilair
mobilairders	=	mobilair
mobilaire	=	mobilair
mobilairs	=	mobilair
mobilairst	=	mobilair
mobilairste	=	mobilair
mobile	noun	kunstwerk dat door trillingen of luchtstromingen in beweging blijft, vaak doordat de samenstellende delen zo zijn verbonden dat ze telkens weer in een andere stand in evenwicht zijn	adv	beweeglijk gespeeld
mobile's	=	mobile
mobiles	=	mobile
mobiletje	=	mobile
mobiletjes	=	mobile
mobilhome	noun	een motorvoertuig, dat is ingericht om in te overnachten en te verblijven
mobilhomepje	=	mobilhome
mobilhomepjes	=	mobilhome
mobilhomes	=	mobilhome
mobilisabel	adj	gemobiliseerd kunnende worden
mobilisabele	=	mobilisabel
mobilisabeler	=	mobilisabel
mobilisabelere	=	mobilisabel
mobilisabelers	=	mobilisabel
mobilisabels	=	mobilisabel
mobilisabelst	=	mobilisabel
mobilisabelste	=	mobilisabel
mobilisatie	noun	beweeglijk maken
mobilisaties	=	mobilisatie
mobilisatietje	=	mobilisatie
mobiliseer	=	mobiliseren
mobiliseerbaar	adj	activeerbaar, op afroep aanzetten tot een bepaalde activiteit
mobiliseerbaarder	=	mobiliseerbaar
mobiliseerbaardere	=	mobiliseerbaar
mobiliseerbaarders	=	mobiliseerbaar
mobiliseerbaars	=	mobiliseerbaar
mobiliseerbaarst	=	mobiliseerbaar
mobiliseerbaarste	=	mobiliseerbaar
mobiliseerbare	=	mobiliseerbaar
mobiliseerde	=	mobiliseren
mobiliseerden	=	mobiliseren
mobiliseert	=	mobiliseren
mobilisere	=	mobiliseren
mobiliseren	verb	optrommelen en inschakelen van helpers, actiebereid maken van geestverwanten
mobiliserend	=	mobiliseren
mobiliserende	=	mobiliseren
mobilisering	noun	zaken of mensen in gereedheid brengen om een bepaalde actie uit te voeren
mobiliseringen	=	mobilisering
mobiliteit	noun	het mobiel zijn
mobiliteitsbeleid	noun	strategie betreffende het personenvervoer
mobiliteitsfonds	noun	fonds ten behoeve van investeringen in de infrastructuur (wegenbouw)
mobiliteitsfondsen	=	mobiliteitsfonds
mobiliteitsfondsje	=	mobiliteitsfonds
mobiliteitsfondsjes	=	mobiliteitsfonds
mobiliteitsinstituten	=	mobiliteitsinstituut
mobiliteitsinstituut	noun	organisatie die het personenvervoer onderzoekt
mobiliteitsplan	noun	een plan om de mobiliteit te bevorderen en/of de verkeerstoestroom op te vangen
mobiliteitsplannen	=	mobiliteitsplan
mobiliteitsplannetje	=	mobiliteitsplan
mobiliteitsplannetjes	=	mobiliteitsplan
mobiliteitsprobleem	noun	moeilijkheid met het zich op bepaalde tijdstippen kunnen verplaatsen in een bepaald gebied
mobiliteitsprobleempje	=	mobiliteitsprobleem
mobiliteitsprobleempjes	=	mobiliteitsprobleem
mobiliteitsproblemen	=	mobiliteitsprobleem
mobiliteitssector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het vervoer van mensen en goederen
mobiliteitsvergoeding	noun	een (vaak vaste) vergoeding van de werkgever voor woon-werkverkeer en zakelijke reizen, bedoeld om kosten voor eigen vervoer te dekken.
mobiliteitsvergoedingen	=	mobiliteitsvergoeding
mobiliteitsvergoedinkje	=	mobiliteitsvergoeding
mobiliteitsvergoedinkjes	=	mobiliteitsvergoeding
mobilofoon	noun	radiotelefoon in vervoermiddelen
mobilofoons	=	mobilofoon
mocassin	noun	een Noord-Amerikaans indianenschoeisel
mocassinnetje	=	mocassin
mocassinnetjes	=	mocassin
mocassins	=	mocassin
moccasinslangen	noun	een geslacht Agkistrodon van slangen uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
mocht	=	mogen
mochte	=	mogen
mochten	=	mogen
mock-up	noun	model op ware grootte of schaal, gebruikt als presentatiemateriaal van een product
mock-ups	=	mock-up
moclobemide	noun	een reversibele monoamino-oxidaseremmer (MAO-remmer)
moclobemiden	=	moclobemide
mocro	noun|slang	iemand van Marokkaans afkomst	adj|slang	van Marokkaanse afkomst
mocro's	=	mocro
mocromaffia	noun	georganiseerde maffia met voornamelijk Marokkaanse criminelen
mocromaffia's	=	mocromaffia
mocrootje	=	mocro
modaal	adj	gemiddeld, behorend tot de klasse met de hoogste frequentie (overeenkomend met de statistische modus)
modaals	=	modaal
modaalst	=	modaal
modaalste	=	modaal
modale	=	modaal
modaler	=	modaal
modalere	=	modaal
modalers	=	modaal
modaliseer	=	modaliseren
modaliseerde	=	modaliseren
modaliseerden	=	modaliseren
modaliseert	=	modaliseren
modalisere	=	modaliseren
modaliseren	verb	tot een gemiddelde terugbrengen
modaliserend	=	modaliseren
modaliserende	=	modaliseren
modaliteit	noun	manier, wijze (van zijn of kennen)
modaliteiten	=	modaliteit
modder	noun	mengsel van aarde, vuil en water
modderaar	noun	iemand die zoekt naar een compromis
modderaars	=	modderaar
modderalen	noun	een familie Heterenchelyidae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes).
modderbad	noun	het zich al of niet met opzet baden in modder
modderbaden	=	modderbad
modderbadje	=	modderbad
modderbadjes	=	modderbad
modderbank	noun	afzetting van mengsel van aarde, vuil en water op de bodem van een zee of meer
modderbanken	=	modderbank
modderbankje	=	modderbank
modderbrij	noun	het smerige, halfvloeibare mengsel van grond en water
modderbrijen	=	modderbrij
moddercampagne	noun	actie waarbij je probeert iemand (ten onrechte) in een kwaad daglicht te stellen
moddercampagnes	=	moddercampagne
modderde	=	modderen
modderden	=	modderen
modderduivel	noun	bepaald soort grote salamander, Cryptobranchus alleganiensis Wordt ook wel gebruikt als benaming voor de verwante Japanse en Chinese reuzensalamander uit het geslacht Andrias
modderduivels	=	modderduivel
modderduiveltje	=	modderduivel
modderduiveltjes	=	modderduivel
moddere	=	modderen
modderen	verb	klungelen, prutsen
modderend	=	modderen
modderende	=	modderen
modderfiguren	=	modderfiguur
modderfiguur	noun	iets heel erg onhandigs
modderfiguurtje	=	modderfiguur
modderfiguurtjes	=	modderfiguur
moddergevecht	noun	wedstrijd tussen twee mensen of groepen mensen, die in een bad met modder met elkaar vechten
moddergevechten	=	moddergevecht
moddergevechtje	=	moddergevecht
moddergevechtjes	=	moddergevecht
moddergooien	verb	iemand door het slijk halen
moddergooiende	=	moddergooien
modderig	adj	vuil door vochtige aarde
modderige	=	modderig
modderiger	=	modderig
modderigere	=	modderig
modderigers	=	modderig
modderigs	=	modderig
modderigst	=	modderig
modderigste	=	modderig
modderkraai	noun	Corcorax melanorhamphos samen met de apostelvogel een vertegenwoordiger van de Australische slijknestkraaien (Corcoracidae).
modderkraaien	=	modderkraai
modderkraaitje	=	modderkraai
modderkraaitjes	=	modderkraai
modderkruiper	noun	vis uit een een familie Cobitidae een vissenfamilie uit de orde karperachtigen (Cypriniformes).
modderkruipers	noun	een familie Cobitidae van vissen uit de orde karperachtigen (Cypriniformes).
modderpaadje	=	modderpad
modderpaadjes	=	modderpad
modderpad	noun	smal, onverhard pad dat bij regen in een modderpoel verandert
modderpaden	=	modderpad
modderpadje	=	modderpad
modderpadjes	=	modderpad
modderplas	noun	mengsel van water en aarde dat een stuk lager gelegen grond bedekt
modderplassen	=	modderplas
modderpoel	noun	vijver of kuil vol slijk
modderpoelen	=	modderpoel
modderpoeltje	=	modderpoel
modderpoeltjes	=	modderpoel
moddersalamander	noun	Pseudotriton montanus een knalrode salamander uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
moddersalamanders	noun	een geslacht Pseudotriton van salamanders uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
moddersalamandertje	=	moddersalamander
moddersalamandertjes	=	moddersalamander
modderschildpadden	noun	een geslacht Kinosternon van schildpadden uit de familie modder- en muskusschildpadden (Kinosternidae).
modderschuit	noun	vaartuig waarin modder wordt vervoerd
modderschuiten	=	modderschuit
modderschuitje	=	modderschuit
modderschuitjes	=	modderschuit
modderslang	noun	Farancia abacura een slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Dipsadinae
modderslangen	=	modderslang
modderslangetje	=	modderslang
modderslangetjes	=	modderslang
moddersloot	noun	een sloot waarin zich veel modder, slib of bagger heeft opgehoopt.
modderslootje	=	moddersloot
modderslootjes	=	moddersloot
moddersloten	=	moddersloot
moddersnoek	noun	een primitieve snoek (Amia calva).
moddersnoeken	noun	Amia calva een primitieve orde (Amiiformes) binnen de straalvinnige vissen, met maar één recente familie (Amiidae), en één recent geslacht met één soort, de moddersnoek (Amia calva).
moddersnoekje	=	moddersnoek
moddersnoekjes	=	moddersnoek
modderstromen	=	modderstroom
modderstroom	noun	het snelste type van een stromende vloeibare massa
modderstroompje	=	modderstroom
modderstroompjes	=	modderstroom
moddert	=	modderen
moddervet	adj	heel erg dik
moddervets	=	moddervet
moddervetst	=	moddervet
moddervetste	=	moddervet
moddervette	=	moddervet
moddervetter	=	moddervet
moddervettere	=	moddervet
moddervetters	=	moddervet
moddervissen	noun	een familie Phractolaemidae van straalvinnige vissen uit de orde van zandvisachtigen (Gonorhynchiformes)
moddervogels	noun	Grallinidae een voormalige familie van vogels uit de orde zangvogels met 2 soorten.
modderwater	noun	door modder verontreinigd water
modderweg	noun	een natte, gladde, onverharde moeilijk begaanbare weg
modderwegen	=	modderweg
modderweggetje	=	modderweg
modderweggetjes	=	modderweg
modderzwart	adj	donker besmeurd door vuile, vochtige grond
modderzwarte	=	modderzwart
modderzwarts	=	modderzwart
mode	noun	de smaak waarin kleding en andere zaken op een moment het meest gewaardeerd worden in principe van voorbijgaande aard
mode-ontwerper	=	modeontwerper
modeacademie	noun	instelling voor beroepsonderwijs tot kledingontwerper
modeacademies	=	modeacademie
modeaccessoire	noun	hedendaags attribuut dat men draagt bij kleding
modeaccessoires	=	modeaccessoire
modeafdeling	noun	onderdeel van een groter geheel dat modieuze kleding betreft
modeafdelingen	=	modeafdeling
modeartikel	noun	product dat nu (voor een korte tijd) door veel mensen wordt gewaardeerd
modeartikelen	=	modeartikel
modeartikels	=	modeartikel
modebeeld	noun	de opvatting wat over wat wel of niet in de mode is
modebeelden	=	modebeeld
modebewust	adj	de wisselende trends in kleding volgend
modebewuste	=	modebewust
modebewuster	=	modebewust
modebewustere	=	modebewust
modebewusters	=	modebewust
modebewusts	=	modebewust
modebewustst	=	modebewust
modebewustste	=	modebewust
modeblaadje	=	modeblad
modeblaadjes	=	modeblad
modeblad	noun	tijdschrift met veel modefoto's vooral voor jonge vrouwen
modebladen	=	modeblad
modeblog	noun	een weblog over mode
modeblogde	=	modebloggen
modeblogden	=	modebloggen
modeblogge	=	modebloggen
modebloggen	verb	bijhouden van een weblog over modeonderwerpen
modebloggend	=	modebloggen
modebloggende	=	modebloggen
modeblogger	noun	iemand die een weblog over mode bijhoudt
modebloggers	=	modeblogger
modebloggertje	=	modeblogger
modebloggertjes	=	modeblogger
modeblogs	=	modeblog
modeblogt	=	modebloggen
modeboek	noun	boek waarin men kennis kan maken met de nieuwste mode
modeboeken	=	modeboek
modeboekje	=	modeboek
modeboekjes	=	modeboek
modeconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die modeartikelen produceren
modeconcerns	=	modeconcern
modedefilé	noun	een evenement waarbij, meestal nieuw ontworpen, kleding tentoon wordt gesteld aan het publiek
modedefilés	=	modedefilé
modeduo	noun	twee personen die samen mode ontwerpen
modeduo's	=	modeduo
modefotograaf	noun	iemand die foto's maakt waarop modellen nieuwe kleding laten zien
modefotografen	=	modefotograaf
modefotografie	noun	het fotograferen van nieuwe, moderne kleding die door modellen gedragen wordt
modegek	noun	iemand die teveel met de mode bezig is
modegekje	=	modegek
modegekken	=	modegek
modegevoelig	adj	van een persoon of een zaak dat deze beïnvloed kan worden door wat de mode voorschrijft
modegevoelige	=	modegevoelig
modegevoeliger	=	modegevoelig
modegevoeligere	=	modegevoelig
modegevoeligers	=	modegevoelig
modegevoeligs	=	modegevoelig
modegevoeligst	=	modegevoelig
modegevoeligste	=	modegevoelig
modegril	noun	een trend op het gebied van mode
modegrillen	=	modegril
modegrilletje	=	modegril
modegrilletjes	=	modegril
modehuis	noun	een winkel waar men (dames)kleding kan kopen
modehuisje	=	modehuis
modehuisjes	=	modehuis
modehuizen	=	modehuis
modejournalist	noun	iemand die schrijft over nieuwsfeiten in de modewereld
modejournalisten	=	modejournalist
modekledingzaak	noun	winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van kleding en accessoires die volgens de laatste modetrends zijn
modekledingzaakje	=	modekledingzaak
modekledingzaakjes	=	modekledingzaak
modekledingzaken	=	modekledingzaak
modekreet	noun	een loze kreet die men ineens heel vaak gebruikt
modekreten	=	modekreet
model	noun	voorbeeld, afbeelding of beeld in drie dimensies. (maquette)
modelabel	noun	bedrijf dat modieuze kleding ontwerpt en produceert
modelabels	=	modelabel
modelactie	noun	actie waarbij nauwlettend de officiële regels worden nageleefd wat onvermijdelijk tot vertraging leidt
modelacties	=	modelactie
modelactietje	=	modelactie
modelactietjes	=	modelactie
modelberekening	noun	berekening die men doet aan de hand van een wiskundig model dat de werkelijkheid zo goed mogelijk benadert
modelberekeningen	=	modelberekening
modelboerderij	noun	moderne boerderij die als voorbeeld te bezichtigen is
modelboerderijen	=	modelboerderij
modelbouw	noun	het maken van schaalmodellen
modelcontract	noun	standaardcontract dat door veel organisaties wordt gebruikt; standaardcontract dat door veel afnemers wordt gebruikt
modelcontracten	=	modelcontract
modelgevlogen	=	modelvliegen
modelleer	=	modelleren
modelleerballon	noun	speciale langwerpige ballon van natuurlatex die wordt gebruikt voor het maken van ballonfiguren
modelleerballonnen	=	modelleerballon
modelleerballonnetje	=	modelleerballon
modelleerballonnetjes	=	modelleerballon
modelleerballons	=	modelleerballon
modelleerde	=	modelleren
modelleerden	=	modelleren
modelleert	=	modelleren
modellen	=	model
modellenbureau	noun	een bedrijf waar modellen, zoals fotomodellen, figuranten en modellen voor modeshows, zich kunnen inschrijven
modellenbureaus	=	modellenbureau
modellenwerk	noun	het werk dat men verricht als fotomodel
modellere	=	modelleren
modelleren	verb	op schaal navormen
modellerend	=	modelleren
modellerende	=	modelleren
modellering	noun	het maken van een wiskundige representatie van de werkelijkheid zodat men voorspelling over die werkelijkheid kan doen en de effecten van bepaalde maatregelen kan voorspellen
modelleringen	=	modellering
modelletje	=	model
modelletjes	=	model
modelleur	noun	iemand die modelleert, b.v. een boetseerder
modelleurs	=	modelleur
modelleurtje	=	modelleur
modelleurtjes	=	modelleur
modelmatig	adj	een model (systeem) gebruikend dus werkend via een bepaalde methode
modelmatige	=	modelmatig
modelmatiger	=	modelmatig
modelmatigere	=	modelmatig
modelmatigers	=	modelmatig
modelmatigs	=	modelmatig
modelmatigst	=	modelmatig
modelmatigste	=	modelmatig
modelorganisme	noun	organisme dat gekozen wordt om als model te dienen voor het genetisch en ontwikkelingsbiologisch onderzoek
modelorganismen	=	modelorganisme
modelorganismes	=	modelorganisme
modelorganismetje	=	modelorganisme
modelorganismetjes	=	modelorganisme
modelovereenkomst	noun	standaard overeenkomst die voor een bepaalde situatie (bijv. een lening) van toepassing is
modelovereenkomsten	=	modelovereenkomst
modelproject	noun	project dat als voorbeeld moet dienen voor andere projecten
modelprojecten	=	modelproject
modelprojectje	=	modelproject
modelprojectjes	=	modelproject
modelspoorweg	noun	een schaalmodel van een spoorweg
modelspoorwegen	=	modelspoorweg
modelstudie	noun	oefening in het afbeelden van iemand die poseert
modelstudies	=	modelstudie
modeltheorie	noun	studie en theorie van de mathematische modellen
modeltheorietje	=	modeltheorie
modeltheorietjes	=	modeltheorie
modeltheorieën	=	modeltheorie
modeltraject	noun	de verwachte duur van een studie aan de universiteit voor een student die voor alle vakken slaagt in eerste of tweede zit
modeltrajecten	=	modeltraject
modeltrajectje	=	modeltraject
modeltrajectjes	=	modeltraject
modeltrein	noun	trein in miniatuurformaat als hobby of speelgoed
modeltreinen	=	modeltrein
modeltreintje	=	modeltrein
modeltreintjes	=	modeltrein
modelvlieg	=	modelvliegen
modelvliegen	verb	het vliegen met modelvliegtuigen
modelvliegend	=	modelvliegen
modelvliegende	=	modelvliegen
modelvliegt	=	modelvliegen
modelvliegtuig	noun	een op schaal nagebouwd vliegtuig dat vaak op afstand bestuurd kan worden en kan vliegen
modelvliegtuigen	=	modelvliegtuig
modelvliegtuigje	=	modelvliegtuig
modelvliegtuigjes	=	modelvliegtuig
modelvlogen	=	modelvliegen
modelvloog	=	modelvliegen
modelwoning	noun	voorbeeld van een volledig ingerichte woning om te laten zien hoe de nog te bouwen woningen er uit kunnen zien
modelwoningen	=	modelwoning
modelwoninkje	=	modelwoning
modelwoninkjes	=	modelwoning
modem	noun	in- of extern apparaat dat digitale signalen omzet in analoge (moduleert) en vice versa bij ontvangst reconstrueert (demoduleert), zodat computers over telefoonlijnen met elkaar kunnen communiceren
modemaakster	noun	vrouw die vrouwenkleding maakt
modemaaksters	=	modemaakster
modemaker	noun	persoon die modieuze kleding ontwerpt een produceert
modemakers	=	modemaker
modemerk	noun	een symbool of naam voor producten van een bepaalde producent van modekleding
modemerken	=	modemerk
modempje	=	modem
modempjes	=	modem
modems	=	modem
modenees	noun	dialect van het Italiaans gesproken in de stad Modena
modenomade	noun	iemand die kleding uit verschillende modestroming draagt; iemand die verschillende modestijlen met elkaar combineert
modenomaden	=	modenomade
modeontwerper	noun	iemand die mode ontwerpt
modeontwerpers	=	modeontwerper
modeontwerpertje	=	modeontwerper
modeontwerpertjes	=	modeontwerper
modeontwerpster	noun	een vrouw die mode ontwerpt
modeontwerpsters	=	modeontwerpster
modeontwerpstertje	=	modeontwerpster
modeontwerpstertjes	=	modeontwerpster
modeopleiding	noun	een vorm van beroepsonderwijs die opleidt tot een functie binnen de mode- en textielindustrie, zoals kledingontwerper, stylist of fashion professional.
modeopleidingen	=	modeopleiding
modeopleidinkje	=	modeopleiding
modeopleidinkjes	=	modeopleiding
modepop	noun	etalagepop
modepopje	=	modepop
modepopjes	=	modepop
modepoppen	=	modepop
modepoppetje	=	modepop
modepoppetjes	=	modepop
moderaat	adj|obsolete	gematigd
moderaats	=	moderaat
moderaatst	=	moderaat
moderaatste	=	moderaat
moderamen	noun	leiding van een vergadering
moderamina	=	moderamen
moderate	=	moderaat
moderaten	=	moderaat
moderater	=	moderaat
moderatere	=	moderaat
moderaters	=	moderaat
moderateur	noun	iemand die bestuurt, (een gesprek) leidt
moderateurs	=	moderateur
moderateurtje	=	moderateur
moderateurtjes	=	moderateur
moderatie	noun	matiging, gematigdheid
moderaties	=	moderatie
moderato	noun	een deel van een muziekstuk dat men in een gematigd tempo speelt (108-120 tellen per minuut)
moderato's	=	moderato
moderator	noun	iemand toezicht houdt en leiding geeft aan discussies
moderatoractie	noun	een handeling van een moderator, zoals het blokkeren van een account
moderatoracties	=	moderatoractie
moderatoren	=	moderator
moderatorhandeling	noun	een handeling van een moderator, zoals het blokkeren van een account
moderatorhandelingen	=	moderatorhandeling
moderators	=	moderator
moderatortje	=	moderator
moderatortjes	=	moderator
modereer	=	modereren
modereerde	=	modereren
modereerden	=	modereren
modereert	=	modereren
moderere	=	modereren
modereren	verb	matigen
modererend	=	modereren
modererende	=	modereren
modern	adj	van deze tijd, volgens de laatste mode
moderne	=	modern
modernen	noun	groep mensen die veel nieuwe zaken en opvattingen hebben; groep hippe mensen
moderner	=	modern
modernere	=	modern
moderners	=	modern
modernisatie	noun	het proces waarbij men iets aanpast aan de hedendaagse eisen en mogelijkheden
modernisaties	=	modernisatie
moderniseer	=	moderniseren
moderniseerde	=	moderniseren
moderniseerden	=	moderniseren
moderniseert	=	moderniseren
modernisere	=	moderniseren
moderniseren	verb	modern maken
moderniserend	=	moderniseren
moderniserende	=	moderniseren
modernisering	noun	het moderniseren
moderniseringen	=	modernisering
moderniserinkje	=	modernisering
moderniserinkjes	=	modernisering
modernisme	noun	vernieuwende stroming binnen allerlei deelgebieden van de kunst die aan het begin van de 20e eeuw opkwam
modernismen	=	modernisme
modernist	noun	aanhanger of volger van het modernisme; iemand die houdt van de nieuwste snufjes
modernisten	=	modernist
modernistisch	adj	betrekking hebbend op het modernisme
modernistische	=	modernistisch
modernistischer	=	modernistisch
modernistischere	=	modernistisch
modernistischers	=	modernistisch
moderniteit	noun	het modern zijn
moderniteiten	=	moderniteit
moderniteitje	=	moderniteit
moderns	=	modern
modernst	=	modern
modernste	=	modern
modes	=	mode
modeshow	noun	een evenement waarbij, meestal nieuw ontworpen, kleding tentoon wordt gesteld aan het publiek
modeshows	=	modeshow
modeshowtje	=	modeshow
modeshowtjes	=	modeshow
modest	adj	zich niet belangrijker of opvallender makend
modeste	=	modest
modester	=	modest
modestere	=	modest
modesters	=	modest
modestof	noun	een stof die gebruikt wordt voor modeartikelen
modestoffen	=	modestof
modestofje	=	modestof
modestofjes	=	modestof
modests	=	modest
modestst	=	modest
modestste	=	modest
modetentoonstelling	noun	een uitstalling van modieuze kleding om door het grote publiek bekeken te worden
modetentoonstellingen	=	modetentoonstelling
modetentoonstellinkje	=	modetentoonstelling
modetentoonstellinkjes	=	modetentoonstelling
modetijdschrift	noun	periodiek uitgegeven drukwerk waarin men modieuze kleding presenteert
modetijdschriften	=	modetijdschrift
modetje	=	mode
modetrend	noun	trend in de mode
modetrends	=	modetrend
modevak	noun	alles wat te maken heeft met de productie van hippe kleding en schoeisel
modevakken	=	modevak
modevakscholen	=	modevakschool
modevakschool	noun	school die opleidt voor het modevak
modevakschooltje	=	modevakschool
modevakschooltjes	=	modevakschool
modeverschijnsel	noun	iets dat in de mode is
modeverschijnselen	=	modeverschijnsel
modeverschijnsels	=	modeverschijnsel
modewereld	noun	alles en iedereen die zich bezig houdt met mode
modewerelden	=	modewereld
modewereldje	=	modewereld
modewereldjes	=	modewereld
modewinkel	noun	winkel waar men moderne (dames)kleding verkoopt en andere modeartikelen
modewinkels	=	modewinkel
modewinkeltje	=	modewinkel
modewinkeltjes	=	modewinkel
modewoord	noun	een woord dat een tijd lang in de mode is
modewoorden	=	modewoord
modewoordje	=	modewoord
modewoordjes	=	modewoord
modezaak	noun	winkel waar je moderne, hippe kleding kunt kopen vooral voor jonge vrouwen
modezaakje	=	modezaak
modezaakjes	=	modezaak
modezaken	=	modezaak
modeziekte	noun	een schijnbaar tijdgebonden pathologisch klachtenpatroon verstaan, waarvoor een arts geen eenduidige diagnose kan stellen
modeziekten	=	modeziekte
modeziektes	=	modeziekte
modi	=	modus
modieus	adj	volgens de mode
modieust	=	modieus
modieuste	=	modieus
modieuze	=	modieus
modieuzer	=	modieus
modieuzere	=	modieus
modieuzers	=	modieus
modificatie	noun	verandering, wijziging, aanpassing
modificaties	=	modificatie
modificatietje	=	modificatie
modificeer	=	modificeren
modificeerde	=	modificeren
modificeerden	=	modificeren
modificeert	=	modificeren
modificere	=	modificeren
modificeren	verb	wijzigen.
modificerend	=	modificeren
modificerende	=	modificeren
modinette	noun	modenaaister (in een confectieatelier of een modehuis)
modinettes	=	modinette
modisch	adj	volgens de hedendaagse smaak
modische	=	modisch
modischer	=	modisch
modischere	=	modisch
modischers	=	modisch
modiste	noun	vrouw die modeartikelen verkoopt
modistes	=	modiste
modistetje	=	modiste
modistetjes	=	modiste
modulair	adj	een modulus betreffend
modulairder	=	modulair
modulairdere	=	modulair
modulairders	=	modulair
modulaire	=	modulair
modulairs	=	modulair
modulairst	=	modulair
modulairste	=	modulair
modularisering	noun	het aanbieden (van onderwijs) in modulen
modulariseringen	=	modularisering
modulatie	noun	stembuiging
modulatiefrequentie	noun	de frequentie van het signaal dat aan een draaggolf wordt toegevoerd om naar de ontvanger te worden uitgezonden
modulatiefrequenties	=	modulatiefrequentie
modulatiefrequentietje	=	modulatiefrequentie
modulatiefrequentietjes	=	modulatiefrequentie
modulaties	=	modulatie
modulatietje	=	modulatie
modulator	noun	apparaat voor het moduleren van een informatiesignaal op een draaggolf
modulatoren	=	modulator
modulators	=	modulator
modulatortje	=	modulator
modulatortjes	=	modulator
module	noun	min of meer zelfstandig onderdeel van een groter geheel
moduleer	=	moduleren
moduleerbaar	adj	met de mogelijkheid te kunnen variëren
moduleerbaarder	=	moduleerbaar
moduleerbaardere	=	moduleerbaar
moduleerbaarders	=	moduleerbaar
moduleerbaars	=	moduleerbaar
moduleerbaarst	=	moduleerbaar
moduleerbaarste	=	moduleerbaar
moduleerbare	=	moduleerbaar
moduleerde	=	moduleren
moduleerden	=	moduleren
moduleert	=	moduleren
modulen	=	module
modulere	=	moduleren
moduleren	verb	overgaan van de ene toonsoort op de andere
modulerend	=	moduleren
modulerende	=	moduleren
modulering	noun	het aanbieden (van onderwijs) in modulen
moduleringen	=	modulering
modules	=	module
moduletje	=	module
moduletjes	=	module
moduli	=	modulus
modulus	noun	vaste maat als basis voor de verhouding van de onderdelen, bv. in de bouw
modulussen	=	modulus
modus	noun	wijze, manier
modusje	=	modus
modussen	=	modus
moduul	noun	min of meer zelfstandig onderdeel van een groter geheel
moduultje	=	module
moduultjes	=	module
moe	noun|informal	liefkozende benaming voor vrouwelijke ouder	adj	geneigd tot rusten of slapen, afgemat
moed	noun	dapperheid, lef, branie
moede	=	moed
moedeloos	adj	somber doordat men de hoop heeft verloren
moedeloosheden	=	moedeloosheid
moedeloosheid	noun	het moedeloos zijn
moedeloost	=	moedeloos
moedelooste	=	moedeloos
moedeloze	=	moedeloos
moedelozer	=	moedeloos
moedelozere	=	moedeloos
moedelozers	=	moedeloos
moeder	noun	vrouwelijke ouder
moeder-overste	noun	hoofd van een klooster voor nonnen
moeder-oversten	=	moeder-overste
moederaap	noun	vrouwelijke aap die een jong heeft
moederapen	=	moederaap
moederbank	noun	centrale bank die leiding geeft aan lokale banken
moederbanken	=	moederbank
moederbedrijf	noun	een onderneming of een bedrijf dat eigenaar is van een of meer andere bedrijven
moederbedrijfje	=	moederbedrijf
moederbedrijfjes	=	moederbedrijf
moederbedrijven	=	moederbedrijf
moederbinding	noun	band met de moeder
moederbindingen	=	moederbinding
moederbindinkje	=	moederbinding
moederbindinkjes	=	moederbinding
moederblad	noun	het originele tijdschrift waarvan dochterbladen zijn afgeleid
moederbladen	=	moederblad
moederbord	noun	belangrijkste printplaat in een computer
moederborden	=	moederbord
moederbordje	=	moederbord
moederbordjes	=	moederbord
moederborst	noun	de borst van een vrouw, specifiek de melkklieren die moedermelk produceren om een baby te voeden
moederborsten	=	moederborst
moederborstje	=	moederborst
moederborstjes	=	moederborst
moederbrigade	noun	uit moeders bestaande brigade met een zekere taak zoals verkeersbegeleiding
moederbrigades	=	moederbrigade
moedercategorie	noun	de categorie waarin een bepaalde categorie geplaatst is, de bovenliggende categorie.
moedercategorietje	=	moedercategorie
moedercategorietjes	=	moedercategorie
moedercategorieën	=	moedercategorie
moedercel	noun	cel, die dochtercellen vormt door celdeling
moedercellen	=	moedercel
moederconcern	noun	bedrijf dat de gemeenschappelijke eigenaar is van een aantal bedrijven
moederconcerns	=	moederconcern
moedercursus	noun	een educatief programma of een reeks bijeenkomsten voor aanstaande moeders (en vaak ook hun partners).
moedercursusje	=	moedercursus
moedercursusjes	=	moedercursus
moedercursussen	=	moedercursus
moederdag	noun	een dag ter ere van de moeders
moederdagen	=	moederdag
moederdagrecept	noun	een recept dat men op moederdag wil bereiden of bij uitstek voor deze gelegenheid geschikt geacht wordt
moederdagrecepten	=	moederdagrecept
moederdagreceptje	=	moederdagrecept
moederdagreceptjes	=	moederdagrecept
moederde	=	moederen
moederden	=	moederen
moederdier	noun	vrouwelijk dier dat jongen heeft gehad
moederdieren	=	moederdier
moederdiertje	=	moederdier
moederdiertjes	=	moederdier
moederding	noun	een informele term die vaak wordt gebruikt om acties, verantwoordelijkheden of gevoelens aan te duiden die specifiek worden geassocieerd met moederschap en opvoeding.
moederdingen	=	moederding
moederdingetje	=	moederding
moederdingetjes	=	moederding
moedere	=	moederen
moederen	verb	als een moeder voor anderen zorgen, de rol van moeder spelen
moederend	=	moederen
moederende	=	moederen
moederfiguren	=	moederfiguur
moederfiguur	noun	persoon die men een moederrol toebedeelt zonder dat deze persoon het is
moederfiguurtje	=	moederfiguur
moederfiguurtjes	=	moederfiguur
moedergesteente	noun	de onderste laag van het aardoppervlak, bestaand uit onder andere graniet, kalksteen, zandsteen, basalt en gneiss
moedergesteenten	=	moedergesteente
moedergesteentes	=	moedergesteente
moedergodin	noun	vrouwelijke godin met het voorkomen van een moeder
moedergodinnen	=	moedergodin
moedergodinnetje	=	moedergodin
moederhart	noun	de gevoelens van een moeder voor (haar) kinderen
moederharten	=	moederhart
moederhartje	=	moederhart
moederhartjes	=	moederhart
moederhuis	noun	eerste klooster van een orde vanwaaruit andere kloosters zijn gesticht
moederhuisje	=	moederhuis
moederhuisjes	=	moederhuis
moederhuizen	=	moederhuis
moederinstinct	noun	instinct van een moederdier, t.a.v. haar groot te brengen jongen
moederinstincten	=	moederinstinct
moederkerk	noun	de rooms-katholiekekerk, Ecclesia mater
moederkerken	=	moederkerk
moederkoe	noun	koe die net een kalf heeft gekregen
moederkoeien	=	moederkoe
moederkoek	noun	orgaan bestaande uit baarmoederslijmvlies en embryoblaasje dat zorgt voor de uitwisseling van voedingsstoffen, zuurstof en afvalstoffen tussen moeder en ongeboren kind
moederkoeken	=	moederkoek
moederkoekje	=	moederkoek
moederkoren	noun	bepaald soort schimmel, Claviceps purpurea uit de klasse van de Sordariomycetes, die op de aren van granen als rogge en tarwe en andere grassen als kropaar groeit
moederkruid	noun	bepaald soort geregeld verwilderd aan te treffen cultuurplant, Tanacetum parthenium uit de composietenfamilie (compositae of Asteraceae) De plant vond al in de Oudheid heelkundige toepassingen.
moederland	noun	een staat die een 'ouderlijke' vorm van voogdij uitoefent over één of meer andere staten, die hij heeft gesticht of onderworpen met een koloniaal statuut, vooral wanneer die andere staten geacht worden inferieur te zijn en dus 'beschaafd' en/of tot het ware geloof bekeerd moeten worden; koloniserende macht
moederlanden	=	moederland
moederlandje	=	moederland
moederlief	noun	aanduiding van een vrouw in haar rol van ouder
moederliefde	noun	houden van een kind door een moeder, gehechtheid en genegenheid van een vrouw naar haar kind toe
moederliefdes	=	moederliefde
moederlijk	adj	met de liefde en zorg van een moeder
moederlijke	=	moederlijk
moederlijker	=	moederlijk
moederlijkere	=	moederlijk
moederlijkers	=	moederlijk
moederlijks	=	moederlijk
moederlijkst	=	moederlijk
moederlijkste	=	moederlijk
moederlijn	noun	keten van individuen die moeder - dochter relatie met elkaar hebben
moederlijnen	=	moederlijn
moederloos	adj	zonder moeder
moederloost	=	moederloos
moederlooste	=	moederloos
moederloze	=	moederloos
moederlozer	=	moederloos
moederlozere	=	moederloos
moederlozers	=	moederloos
moedermaatschappij	noun	een bedrijf met meerdere dochterbedrijven of filialen
moedermaatschappijen	=	moedermaatschappij
moedermaffia	noun	groep moeders die specifieke aspecten van het moederschap (zoals bijvoorbeeld over borstvoeding, bevallingsmethoden en kinderopvang) (te) actief en (te) dwingend uitdragen
moedermaffia's	=	moedermaffia
moedermelk	noun	melk die de moeder afscheid om haar kind te voeden
moedermelkijs	noun	consumptie-ijs gemaakt van moedermelk
moedermuilbroeder	noun	vis waarvan het vrouwtje de taak van het uitbroeden van de eieren in haar bek vervult dus waarbij het broeden in de moedermuil plaatsvindt
moedermuilbroeders	=	moedermuilbroeder
moedermuilbroedertje	=	moedermuilbroeder
moedermuilbroedertjes	=	moedermuilbroeder
moedernaakt	adj	geheel naakt
moedernaakte	=	moedernaakt
moedernaakts	=	moedernaakt
moederrol	noun	de handelingen die normaliter door de moeder worden verricht
moederrollen	=	moederrol
moeders	noun	van moeder
moederschap	noun	het fungeren als moeder
moederschapbescherming	noun	veilige rechtspositie voor werkende vrouwen die een kind krijgen, zoals geregeld in het arbeidsrecht
moederschapbeschermingen	=	moederschapbescherming
moederschappen	=	moederschap
moederschaprust	noun	voorbevallingsrust en nabevallingsrust samen
moederschapsbescherming	noun	veilige rechtspositie voor werkende vrouwen die een kind krijgen, zoals geregeld in het arbeidsrecht
moederschapsbeschermingen	=	moederschapsbescherming
moederschapsrust	noun	voorbevallingsrust en nabevallingsrust samen
moederschapsrusten	=	moederschapsrust
moederschapsverlof	noun	periode voor en na de bevalling waarin een moeder niet hoeft te werken, maar wel inkomen behoudt
moederschapsverloven	=	moederschapsverlof
moederschapverlof	noun	periode voor en na de bevalling waarin een moeder niet hoeft te werken, maar wel inkomen behoudt
moederschapverloven	=	moederschapverlof
moederschepen	=	moederschip
moederschip	noun	groot schip dat kan dienen als thuisbasis voor dochterboten
moederschoot	noun	de baarmoeder
moederschootje	=	moederschoot
moederschoten	=	moederschoot
moederskant	noun	van moederskant: van de familie van iemands moeder
moederskind	noun	onzelfstandig, afhankelijk kind dat (te) erg op de moeder is gericht (gezegd van jongens en jongemannen)
moederskinderen	=	moederskind
moederskindje	=	moederskind
moederskindjes	=	moederskind
moederstaal	=	moedertaal
moederstad	noun	stad waar men geboren is
moederstadje	=	moederstad
moederstadjes	=	moederstad
moedersteden	=	moederstad
moederster	noun	de ster waar een planeet, zoals de Aarde of een exoplaneet, omheen draait
moedersterren	=	moederster
moederszijde	noun	de familie, voorouders van iemands moeder
moedert	=	moederen
moedertaal	noun	taal die tijdens de jeugd, zonder formeel taalonderwijs, wordt verworven
moedertaalspreekster	=	moedertaalspreker
moedertaalspreker	noun	iemand die een taal spreekt omdat het zijn moedertaal is.
moedertaalsprekers	=	moedertaalspreker
moedertaalsprekertje	=	moedertaalspreker
moedertaalsprekertjes	=	moedertaalspreker
moedertaaltje	=	moedertaal
moedertaaltjes	=	moedertaal
moedertalen	=	moedertaal
moederteresacomplex	noun	te sterke neiging om anderen te willen helpen en verzorgen
moederteresasyndromen	=	moederteresasyndroom
moederteresasyndroom	noun	te sterke neiging om anderen te willen helpen en verzorgen
moedertje	=	moeder
moedertjes	=	moeder
moedervarken	noun	vrouwelijk varken dat biggetjes heeft gebaard
moedervarkens	=	moedervarken
moedervarkentje	=	moedervarken
moedervarkentjes	=	moedervarken
moedervel	noun	vel waarop met typt of schrijft om later afdrukken te maken met een stencilmachine
moedervellen	=	moedervel
moedervlek	noun	een zichtbare, meestal gepigmenteerde huidaandoening
moedervlekje	=	moedervlek
moedervlekjes	=	moedervlek
moedervlekken	=	moedervlek
moederziel	noun	de aard van een moeder	adv	moederziel alleen: helemaal alleen
moederzielen	=	moederziel
moederzwijn	noun	vrouwelijk varken dat biggetjes heeft gekregen Vooral gebruikt bij wilde varkens (everzwijnen).
moederzwijnen	=	moederzwijn
moedes	=	moed
moedest	=	moed
moedeste	=	moed
moedig	adj	geen angst voor gevaar tonend
moedigde	=	moedigen
moedige	=	moedig
moedigen	verb	iemand moediger maken; iemand moed inspreken
moedigend	=	moedigen
moedigende	=	moedigen
moediger	=	moedig
moedigere	=	moedig
moedigers	=	moedig
moedigs	=	moedig
moedigst	=	moedig
moedigste	=	moedig
moedjahedien	noun	islamitische strijders die zich beschouwen als deelnemers aan een heilige oorlog
moedjahediens	=	moedjahedien
moedwil	noun	met boze opzet
moedwillig	adj	expres, opzettelijk, met (boze) opzet, weloverwogen
moedwillige	=	moedwillig
moedwilliger	=	moedwillig
moedwilligere	=	moedwillig
moedwilligers	=	moedwillig
moedwilligs	=	moedwillig
moedwilligst	=	moedwillig
moedwilligste	=	moedwillig
moef	=	mof
moeflon	noun	Ovis orientalis het kleinste wilde schaap.
moeflonnetje	=	moeflon
moeflons	=	moeflon
moeflontje	=	moeflon
moeflontjes	=	moeflon
moefti	noun	islamitisch geestelijk rechtsgeleerde die fatwa's zou kunnen uitvaardigen
moefti's	=	moefti
moegestreden	adj	door een strijd heel erg vermoeid geraakt
moegestredens	=	moegestreden
moegetergd	adj	zolang geplaagd en tegengewerkt dat men er door is uitgeput
moegetergde	=	moegetergd
moegetergder	=	moegetergd
moegetergdere	=	moegetergd
moegetergders	=	moegetergd
moegetergds	=	moegetergd
moegetergdst	=	moegetergd
moegetergdste	=	moegetergd
moeheid	noun	toestand waarin je door afmatting behoefte hebt om uit te rusten
moei	noun	tante
moeial	noun	iemand die zich met alles moeit
moeiallen	=	moeial
moeialletje	=	moeial
moeialletjes	=	moeial
moeials	=	moeial
moeide	=	moeien
moeiden	=	moeien
moeie	=	moeien
moeien	verb	lastig vallen, mengen
moeiend	=	moeien
moeiende	=	moeien
moeier	noun	moeder	adj|informal	moeër; vergrotende trap van moe
moeiere	=	moe
moeiers	=	moe
moeilijk	adj	niet gemakkelijk, waar moeite, geduld en inspanning voor vereist is
moeilijke	=	moeilijk
moeilijker	=	moeilijk
moeilijkere	=	moeilijk
moeilijkers	=	moeilijk
moeilijkheden	=	moeilijkheid
moeilijkheid	noun	iets dat moeilijk of lastig is
moeilijkheidje	=	moeilijkheid
moeilijkheidjes	=	moeilijkheid
moeilijkheidsgraad	noun	de mate waarin iets moeilijk is
moeilijkheidsgraadje	=	moeilijkheidsgraad
moeilijkheidsgraadjes	=	moeilijkheidsgraad
moeilijkheidsgraden	=	moeilijkheidsgraad
moeilijks	=	moeilijk
moeilijkst	=	moeilijk
moeilijkste	=	moeilijk
moeit	=	moeien
moeite	noun	een grote inspanning
moeiteloos	adj	geen moeite kostend; zonder inspaning
moeiteloost	=	moeiteloos
moeitelooste	=	moeiteloos
moeiteloze	=	moeiteloos
moeitelozer	=	moeiteloos
moeitelozere	=	moeiteloos
moeitelozers	=	moeiteloos
moeiten	=	moeite
moeites	=	moeite
moeitevol	adj	met veel moeite
moeitevolle	=	moeitevol
moeitevoller	=	moeitevol
moeitevollere	=	moeitevol
moeitevollers	=	moeitevol
moeitevols	=	moeitevol
moeitevolst	=	moeitevol
moeitevolste	=	moeitevol
moeizaam	adj	moeite kostend
moeizaams	=	moeizaam
moeizaamst	=	moeizaam
moeizaamste	=	moeizaam
moeizame	=	moeizaam
moeizamer	=	moeizaam
moeizamere	=	moeizaam
moeizamers	=	moeizaam
moeke	noun	oubollige naam voor een vrouw die een kind heeft gekregen
moeken	noun	vrouw die de moeder is van een kind
moekens	=	moeken
moekes	=	moeke
moekim	noun	bestuurlijke eenheid in Atjeh
moekims	=	moekim
moektse	noun	voorwerp dat men op sjabbat niet mag verplaatsen	adj	op sjabbat niet-verplaatsbaar
moektsee	noun	voorwerp dat men op sjabbat niet mag verplaatsen	adj	op sjabbat niet-verplaatsbaar
moel	noun|informal	smoel, muil
moelen	=	moel
moellah	noun	islamitisch geestelijke, in het sjiisme (Iran en Azië) van hoge rang, onder het soennisme, van lage rang
moellahs	=	moellah
moelleux	noun	zoete wijn gemaakt van overrijpe witte druiven
moelleuxs	=	moelleux
moelrui	noun	kopschurft
moelruien	=	moelrui
moelruitje	=	moelrui
moelruitjes	=	moelrui
moemoe	noun	grootmoeder, oma.
moemoes	=	moemoe
moenach	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
moendoe	noun	Garcinia xanthochymus een plant uit de familie Guttiferae.
moer	noun|informal	moeder
moeraal	noun	bepaald soort vis, Muraena helena uit het geslacht Muraena uit de familie van de murenen (Muraenidae), orde palingachtigen (Anguilliformes)
moeralen	=	moeraal
moeras	noun	een drassig gebied waar men gemakkelijk in wegzinkt
moeras-w-uil	noun	Lacanobia splendens een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
moeras-w-uilen	=	moeras-w-uil
moeras-w-uiltje	=	moeras-w-uil
moeras-w-uiltjes	=	moeras-w-uil
moerasaal	noun	benaming voor vissen uit het geslacht Monopterus uit de familie van kieuwspleetalen (Synbranchidae)
moerasaaltje	=	moerasaal
moerasaaltjes	=	moerasaal
moerasachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van moeras
moerasachtige	=	moerasachtig
moerasachtiger	=	moerasachtig
moerasachtigere	=	moerasachtig
moerasachtigers	=	moerasachtig
moerasachtigs	=	moerasachtig
moerasachtigst	=	moerasachtig
moerasachtigste	=	moerasachtig
moerasalen	=	moerasaal
moerasandijvie	noun	bepaald soort één- of tweejarige plant met een hoogte van ongeveer 30-100 cm, Tephroseris palustris, syn.
moerasandijvies	=	moerasandijvie
moerasandijvietje	=	moerasandijvie
moerasandoorn	noun	Stachys palustris een vaste plant die tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) behoort.
moerasandoorns	=	moerasandoorn
moerasandoorntje	=	moerasandoorn
moerasandoorntjes	=	moerasandoorn
moerasastrild	noun	Estrilda paludicola een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
moerasastrilden	=	moerasastrild
moerasastrildje	=	moerasastrild
moerasastrildjes	=	moerasastrild
moerasbasterdwederik	noun	Epilobium palustre een eenjarige plant die behoort tot de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
moerasbasterdwederiken	=	moerasbasterdwederik
moerasbasterdwederikje	=	moerasbasterdwederik
moerasbasterdwederikjes	=	moerasbasterdwederik
moerasbeemdgras	noun	Poa palustris een overblijvende, zodevormende plant.
moerasbeemdgrasje	=	moerasbeemdgras
moerasbeemdgrasjes	=	moerasbeemdgras
moerasbeemdgrassen	=	moerasbeemdgras
moerasbladroller	noun|obsolete	een vlinder Cochylimorpha straminea uit de familie bladrollers (Tortricidae).
moerasbladrollers	=	moerasbladroller
moerasbladrollertjes	=	moerasbladroller
moerasblinker	noun	Heliophanus auratus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
moerasblinkers	=	moerasblinker
moerasblinkertje	=	moerasblinker
moerasblinkertjes	=	moerasblinker
moerasbloemfamilie	noun	een familie Limnanthaceae van kruidachtige planten, van moerassige groeiplaatsen.
moerasbloemfamilies	=	moerasbloemfamilie
moerasbloemfamilietje	=	moerasbloemfamilie
moerasbloemfamilietjes	=	moerasbloemfamilie
moerasbodemkogelspin	noun	Robertus arundineti een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
moerasbodemkogelspinnen	=	moerasbodemkogelspin
moerasbodemkogelspinnetje	=	moerasbodemkogelspin
moerasbodemkogelspinnetjes	=	moerasbodemkogelspin
moerasbontloper	noun	Acupalpus dubius een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
moerasbontlopers	=	moerasbontloper
moerasbontlopertje	=	moerasbontloper
moerasbontlopertjes	=	moerasbontloper
moerasbos	noun	bos dat in een moeras groeit
moerasbos-uil	noun	Acronicta strigosa een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
moerasbos-uilen	=	moerasbos-uil
moerasbos-uiltje	=	moerasbos-uil
moerasbos-uiltjes	=	moerasbos-uil
moerasbosje	=	moerasbos
moerasbosjes	=	moerasbos
moerasbospriemkever	noun	Bembidion mannerheimii een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
moerasbospriemkevers	=	moerasbospriemkever
moerasbospriemkevertje	=	moerasbospriemkever
moerasbospriemkevertjes	=	moerasbospriemkever
moerasbossatijnzwam	noun	Entoloma sericatum een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
moerasbossatijnzwammen	=	moerasbossatijnzwam
moerasbossatijnzwammetje	=	moerasbossatijnzwam
moerasbossatijnzwammetjes	=	moerasbossatijnzwam
moerasbossen	=	moerasbos
moerasboszwartschild	noun	Pterostichus nigrita een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
moerasboszwartschilden	=	moerasboszwartschild
moerasboszwartschildje	=	moerasboszwartschild
moerasboszwartschildjes	=	moerasboszwartschild
moerasbreedvleugeluil	noun	Diarsia dahlii een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).
moerasbreedvleugeluilen	=	moerasbreedvleugeluil
moerasbreedvleugeluiltje	=	moerasbreedvleugeluil
moerasbreedvleugeluiltjes	=	moerasbreedvleugeluil
moerasbuidelmos	noun	Calypogeia fissa een bebladerd (folieus) levermos in de familie Calypogeiaceae.
moerasbuidelmosje	=	moerasbuidelmos
moerasbuidelmosjes	=	moerasbuidelmos
moerasbuidelmossen	=	moerasbuidelmos
moerasbuizerd	noun	Busarellus nigricollis een roofvogel uit Latijns-Amerika.
moerasbuizerdje	=	moerasbuizerd
moerasbuizerdjes	=	moerasbuizerd
moerasbuizerds	=	moerasbuizerd
moerasbuulbuul	noun	Thescelocichla leucopleura een zangvogel uit de familie van de buulbuuls en het monotypische geslacht Thescelocichla. moerasbuulbuul komt vooral voor in een West- en Midden-Afrika ten zuiden van de Sahara
moerasbuulbuuls	=	moerasbuulbuul
moerasbuulbuultje	=	moerasbuulbuul
moerasbuulbuultjes	=	moerasbuulbuul
moerascavia	noun	Cavia magna knaagdier dat voorkomt in een langgerekt gebied langs de kust van Zuid-Oost Brazilië en Oostelijk Uruguay.
moerascavia's	=	moerascavia
moerascaviaatje	=	moerascavia
moerascaviaatjes	=	moerascavia
moerascipres	noun	Taxodium distichum een bladverliezende naaldboom, die van nature voorkomt in het zuidoosten van Noord-Amerika.
moerascipresje	=	moerascipres
moerascipresjes	=	moerascipres
moerascipressen	=	moerascipres
moerasden	noun	Pinus palustris een boom die behoort tot de dennenfamilie (Pinaceae).
moerasdennen	=	moerasden
moerasdennetje	=	moerasden
moerasdennetjes	=	moerasden
moerasdikbekje	noun	Sporophila palustris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
moerasdikbekjes	=	moerasdikbekje
moerasdikkopmos	noun	Brachythecium mildeanum een mos uit het geslacht dikkopmos (Brachythecium).
moerasdikkopmosje	=	moerasdikkopmos
moerasdikkopmosjes	=	moerasdikkopmos
moerasdikkopmossen	=	moerasdikkopmos
moerasdroogbloem	noun	Gnaphalium uliginosum een eenjarige plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae) en voorkomt in Europa
moerasdroogbloemen	=	moerasdroogbloem
moerasduiveltje	noun	Nascia cilialis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
moerasduiveltjes	=	moerasduiveltje
moerasdwergspin	noun	Prinerigone vagans een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
moerasdwergspinnen	=	moerasdwergspin
moerasdwergspinnetje	=	moerasdwergspin
moerasdwergspinnetjes	=	moerasdwergspin
moeraseik	noun	Quercus palustris een eenhuizige boom uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae)
moeraseiken	=	moeraseik
moeraseikje	=	moeraseik
moeraseikjes	=	moeraseik
moerasexcursie	noun	natuurexcursie door een moeras
moerasexcursies	=	moerasexcursie
moerasexcursietje	=	moerasexcursie
moerasexcursietjes	=	moerasexcursie
moerasfiskaal	noun	Laniarius bicolor een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
moerasfiskaaltje	=	moerasfiskaal
moerasfiskaaltjes	=	moerasfiskaal
moerasfiskalen	=	moerasfiskaal
moerasfrankolijn	noun	Ortygornis gularis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
moerasfrankolijnen	=	moerasfrankolijn
moerasfrankolijntje	=	moerasfrankolijn
moerasfrankolijntjes	=	moerasfrankolijn
moerasgaffeltandmos	noun	Dicranum bonjeanii een mos (Bryophyta) uit de familie Dicranaceae
moerasgaffeltandmosje	=	moerasgaffeltandmos
moerasgaffeltandmosjes	=	moerasgaffeltandmos
moerasgaffeltandmossen	=	moerasgaffeltandmos
moerasgamander	noun	bepaald soort kruipende, overblijvende plant, Teucrium scordium uit de lipbloemenfamilie (Labiatae)
moerasgamanders	=	moerasgamander
moerasgas	noun	gas dat ontstaat als gevolg van zuurstofloze bacteriële afbraak van organisch materiaal, o.a. in moerasbodems, het bestaat vooral uit methaan
moerasgassen	=	moerasgas
moerasgebied	noun	terrein bestaande uit moerassen
moerasgebieden	=	moerasgebied
moerasgebiedje	=	moerasgebied
moerasgebiedjes	=	moerasgebied
moerasgierzwaluw	noun	Rhaphidura sabini een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
moerasgierzwaluwen	=	moerasgierzwaluw
moerasgierzwaluwtje	=	moerasgierzwaluw
moerasgierzwaluwtjes	=	moerasgierzwaluw
moerasgitje	noun	Cheilosia fraterna een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
moerasgitjes	=	moerasgitje
moerasglimlijfje	noun	Lejogaster tarsata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
moerasglimlijfjes	=	moerasglimlijfje
moerasgors	noun	Melospiza georgiana een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
moerasgorsje	=	moerasgors
moerasgorsjes	=	moerasgors
moerasgorzen	=	moerasgors
moerasgoudvenstertje	noun	Plusia putnami een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
moerasgoudvenstertjes	=	moerasgoudvenstertje
moerasgranietmot	noun	Eudonia pallida een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
moerasgranietmotje	=	moerasgranietmot
moerasgranietmotjes	=	moerasgranietmot
moerasgranietmotten	=	moerasgranietmot
moerasgrashalmdansvlieg	noun	Hybos femoratus een vliegensoort uit de familie van de Hybotidae.
moerasgrashalmdansvliegen	=	moerasgrashalmdansvlieg
moerasgrashalmdansvliegje	=	moerasgrashalmdansvlieg
moerasgrashalmdansvliegjes	=	moerasgrashalmdansvlieg
moerasgrasmot	noun	Agriphila inquinatella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
moerasgrasmotje	=	moerasgrasmot
moerasgrasmotjes	=	moerasgrasmot
moerasgrasmotten	=	moerasgrasmot
moerasgrastimalia	noun	Laticilla cinerascens een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
moerasgrastimalia's	=	moerasgrastimalia
moerasgrastimaliaatje	=	moerasgrastimalia
moerasgrastimaliaatjes	=	moerasgrastimalia
moerasgrasuil	noun	Lateroligia ophiogramma een nachtvlinder uit de familie Noctuidae (uilen).
moerasgrasuilen	=	moerasgrasuil
moerasgrasuiltje	=	moerasgrasuil
moerasgrasuiltjes	=	moerasgrasuil
moerasgraszanger	noun	Cisticola pipiens een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
moerasgraszangers	=	moerasgraszanger
moerasgraszangertje	=	moerasgraszanger
moerasgraszangertjes	=	moerasgraszanger
moerasgrond	noun	een zeer natte, veenachtige ondergrond
moerasgronden	=	moerasgrond
moerashaaroogkever	noun	Dicheirotrichus placidus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
moerashaaroogkevers	=	moerashaaroogkever
moerashaaroogkevertje	=	moerashaaroogkever
moerashaaroogkevertjes	=	moerashaaroogkever
moerasheide-aarduil	noun	Protolampra sobrina een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
moerasheide-aarduilen	=	moerasheide-aarduil
moerasheide-aarduiltje	=	moerasheide-aarduil
moerasheide-aarduiltjes	=	moerasheide-aarduil
moerashert	noun	Blastocerus dichotomus een vrij grote Zuid-Amerikaanse hertensoort.
moerasherten	=	moerashert
moerashertje	=	moerashert
moerashertjes	=	moerashert
moerashertshooi	noun	bepaald soort overblijvende plant, Hypericum elodes uit de hertshooifamilie (Hypericaceae), die voorkomt op natte en tamelijk voedselarme grond
moerashertshooigoudhaantje	noun	Chrysolina brunsvicensis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
moerashertshooigoudhaantjes	=	moerashertshooigoudhaantje
moerashoningzwam	noun	Armillaria ectypa een schimmel behorend tot de familie Physalacriaceae.
moerashoningzwammen	=	moerashoningzwam
moerashoningzwammetje	=	moerashoningzwam
moerashoningzwammetjes	=	moerashoningzwam
moerashoornschaal	noun	Musculium lacustre een kleine zoetwater tweekleppigensoort uit de familie van de Sphaeriidae.
moerashoornschaaltje	=	moerashoornschaal
moerashoornschaaltjes	=	moerashoornschaal
moerashoornschalen	=	moerashoornschaal
moerashyacint	noun	Pontederia cordata een waterplant die behoort tot de pontederiafamilie (Pontederiaceae).
moerashyacinten	=	moerashyacint
moerashyacintje	=	moerashyacint
moerashyacintjes	=	moerashyacint
moerasje	=	moeras
moerasjes	=	moeras
moerasjungletimalia	noun	Pellorneum palustre een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
moerasjungletimalia's	=	moerasjungletimalia
moerasjungletimaliaatje	=	moerasjungletimalia
moerasjungletimaliaatjes	=	moerasjungletimalia
moeraskaartmot	noun	Agonopterix angelicella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
moeraskaartmotje	=	moeraskaartmot
moeraskaartmotjes	=	moeraskaartmot
moeraskaartmotten	=	moeraskaartmot
moeraskampoot	noun	Drassyllus lutetianus een spinnensoort behorend tot de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae)
moeraskampootje	=	moeraskampoot
moeraskampootjes	=	moeraskampoot
moeraskampoten	=	moeraskampoot
moeraskamstaartje	noun	Antistea elegans een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kamstaartjes (Hahniidae)
moeraskamstaartjes	=	moeraskamstaartje
moeraskapoentje	noun	Nephus redtenbacheri een keversoort uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
moeraskapoentjes	=	moeraskapoentje
moeraskartelblaadje	=	moeraskartelblad
moeraskartelblaadjes	=	moeraskartelblad
moeraskartelblad	noun	Pedicularis palustris een halfparasitaire, tweejarige plant die behoort tot de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
moeraskartelbladen	=	moeraskartelblad
moeraskartelbladeren	=	moeraskartelblad
moeraskartelblaren	=	moeraskartelblad
moeraskat	noun	bepaald soort zoogdier, Felis chaus uit de familie der katachtigen (Felidae), een vrij algemene Aziatische kattensoort, die voornamelijk in waterrijke gebieden te vinden is en niet bang is om te zwemmen
moeraskatje	=	moeraskat
moeraskatjes	=	moeraskat
moeraskatten	=	moeraskat
moeraskers	noun	Rorippa palustris een in West- en Midden-Europa algemeen voorkomende eenjarige of zelden meerjarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
moeraskersen	=	moeraskers
moeraskersje	=	moeraskers
moeraskersjes	=	moeraskers
moerasknikspriet	noun	Microdon myrmicae een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
moeraskniksprieten	=	moerasknikspriet
moeraskniksprietje	=	moerasknikspriet
moeraskniksprietjes	=	moerasknikspriet
moerasknobbelkopje	noun	Hypomma bituberculatum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
moerasknobbelkopjes	=	moerasknobbelkopje
moeraskogelspin	noun	Rugathodes instabilis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
moeraskogelspinnen	=	moeraskogelspin
moeraskogelspinnetje	=	moeraskogelspin
moeraskogelspinnetjes	=	moeraskogelspin
moeraskokermot	noun	Coleophora hydrolapathella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
moeraskokermotje	=	moeraskokermot
moeraskokermotjes	=	moeraskokermot
moeraskokermotten	=	moeraskokermot
moeraskonijn	noun	Poelagus marjorita haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
moeraskonijnen	=	moeraskonijn
moeraskonijntje	=	moeraskonijn
moeraskonijntjes	=	moeraskonijn
moeraskoorts	noun	malaria
moeraskoortsen	=	moeraskoorts
moeraskoortsje	=	moeraskoorts
moeraskoortsjes	=	moeraskoorts
moeraskrabspin	noun	Xysticus ulmi een spin uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
moeraskrabspinnen	=	moeraskrabspin
moeraskrabspinnetje	=	moeraskrabspin
moeraskrabspinnetjes	=	moeraskrabspin
moeraskrokodil	noun	Crocodylus palustris een krokodilachtige uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae) en de onderfamilie Crocodylinae
moeraskrokodillen	=	moeraskrokodil
moeraskrokodilletje	=	moeraskrokodil
moeraskrokodilletjes	=	moeraskrokodil
moeraskruiskruid	noun	Jacobaea paludosa een vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
moeraskruiskruidje	=	moeraskruiskruid
moeraskruiskruidjes	=	moeraskruiskruid
moeraskruiskruidvedermot	noun	Platyptilia nemoralis een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
moeraskruiskruidvedermotje	=	moeraskruiskruidvedermot
moeraskruiskruidvedermotjes	=	moeraskruiskruidvedermot
moeraskruiskruidvedermotten	=	moeraskruiskruidvedermot
moeraskuifbladroller	noun	Endothenia pullana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
moeraskuifbladrollers	=	moeraskuifbladroller
moeraskuifbladrollertje	=	moeraskuifbladroller
moeraskuifbladrollertjes	=	moeraskuifbladroller
moerasland	noun	gebied met veel drassige terreinen
moeraslanden	=	moerasland
moeraslandje	=	moerasland
moeraslandjes	=	moerasland
moeraslantaarn	noun	Lysichiton americanus een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
moeraslantaarns	=	moeraslantaarn
moeraslantaarntje	=	moeraslantaarn
moeraslantaarntjes	=	moeraslantaarn
moeraslathyrus	noun	Lathyrus palustris een vaste plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie.
moeraslathyrusje	=	moeraslathyrus
moeraslathyrusjes	=	moeraslathyrus
moeraslathyrussen	=	moeraslathyrus
moerasleeuwerik	noun	Melanocorypha maxima een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae)
moerasleeuweriken	=	moerasleeuwerik
moerasleeuwerikje	=	moerasleeuwerik
moerasleeuwerikjes	=	moerasleeuwerik
moeraslucht	noun	onwelriekende geur die in de grond of in moerassen wordt gevormd
moerasluchten	=	moeraslucht
moerasmangoeste	noun	Atilax paludinosus roofdier uit de familie van mangoesten (Herpestidae).
moerasmangoesten	=	moerasmangoeste
moerasmangoestje	=	moerasmangoeste
moerasmangoestjes	=	moerasmangoeste
moerasmaskerbij	noun	Hylaeus pfankuchi een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
moerasmaskerbijen	=	moerasmaskerbij
moerasmaskerbijtje	=	moerasmaskerbij
moerasmaskerbijtjes	=	moerasmaskerbij
moerasmeerkat	noun	Allenopithecus nigroviridis De moerasmeerkat of allen-moerasaap (Allenopithecus nigroviridis) is een soort van de groengekleurde geslacht moerasmeerkatten (Allenopithecus), uit de moerasbossen van het Kongogebied.
moerasmeerkatje	=	moerasmeerkat
moerasmeerkatjes	=	moerasmeerkat
moerasmeerkatten	=	moerasmeerkat
moerasmelkdistel	noun	Sonchus palustris een vaste plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
moerasmelkdistels	=	moerasmelkdistel
moerasmelkdisteltje	=	moerasmelkdistel
moerasmelkdisteltjes	=	moerasmelkdistel
moerasmeniezwammetje	noun	Nectria ellisii een schimmel behorend tot de klasse Nectriaceae.
moerasmeniezwammetjes	=	moerasmeniezwammetje
moerasmicro-uil	noun	Hypenodes humidalis een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
moerasmicro-uilen	=	moerasmicro-uil
moerasmicro-uiltje	=	moerasmicro-uil
moerasmicro-uiltjes	=	moerasmicro-uil
moerasmiervogel	noun	Cercomacroides nigrescens een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
moerasmiervogels	=	moerasmiervogel
moerasmiervogeltje	=	moerasmiervogel
moerasmiervogeltjes	=	moerasmiervogel
moerasmollisia	noun	Mollisia palustris een schimmel uit de familie Mollisiaceae.
moerasmollisia's	=	moerasmollisia
moerasmollisiaatje	=	moerasmollisia
moerasmollisiaatjes	=	moerasmollisia
moerasmolspin	noun	Robertus arundineti een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).
moerasmolspinnen	=	moerasmolspin
moerasmolspinnetje	=	moerasmolspin
moerasmolspinnetjes	=	moerasmolspin
moerasmuren	=	moerasmuur
moerasmuur	noun	Stellaria alsine een overblijvende plant uit de anjerfamilie.
moerasmuurtje	=	moerasmuur
moerasmuurtjes	=	moerasmuur
moerasnachtzwaluw	noun	Caprimulgus natalensis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
moerasnachtzwaluwen	=	moerasnachtzwaluw
moerasnachtzwaluwtje	=	moerasnachtzwaluw
moerasnachtzwaluwtjes	=	moerasnachtzwaluw
moerasoeverloopkever	noun	Elaphrus cupreus een kever uit de familie loopkevers (Carabidae).
moerasoeverloopkevers	=	moerasoeverloopkever
moerasoeverloopkevertje	=	moerasoeverloopkever
moerasoeverloopkevertjes	=	moerasoeverloopkever
moerasooievaarsbek	noun	Geranium palustre een plantensoort uit de ooievaarsbekfamilie.
moerasooievaarsbekje	=	moerasooievaarsbek
moerasooievaarsbekjes	=	moerasooievaarsbek
moerasooievaarsbekken	=	moerasooievaarsbek
moerasorchis	noun	bepaald soort orchidee, Anacamptis palustris, syn.
moerasorchissen	=	moerasorchis
moerasparelmoervlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Euphydryas aurinia, uit de onderfamilie Melitaeinae, die in Nederland zeldzaam is.
moerasparelmoervlinders	=	moerasparelmoervlinder
moeraspareltje	noun	Theridiosoma gemmosum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de parapluspinnen (Theridiosomatidae)
moeraspareltjes	=	moeraspareltje
moeraspendelvlieg	noun	Helophilus hybridus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
moeraspendelvliegen	=	moeraspendelvlieg
moeraspendelvliegje	=	moeraspendelvlieg
moeraspendelvliegjes	=	moeraspendelvlieg
moeraspiraat	noun	Pirata uliginosus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae)
moeraspiraatje	=	moeraspiraat
moeraspiraatjes	=	moeraspiraat
moeraspiraten	=	moeraspiraat
moerasplakkaatmos	noun	Pellia neesiana een levermos uit de familie Pelliaceae.
moerasplakkaatmosje	=	moerasplakkaatmos
moerasplakkaatmosjes	=	moerasplakkaatmos
moerasplakkaatmossen	=	moerasplakkaatmos
moerasplant	noun	plant die alleen in een moerassige omgeving voorkomt
moerasplanten	=	moerasplant
moerasplantenboorder	noun	Globia algae een nachtvlinder uit de familie van de uilen, (Noctuidae)
moerasplantenboorders	=	moerasplantenboorder
moerasplantenboordertje	=	moerasplantenboorder
moerasplantenboordertjes	=	moerasplantenboorder
moerasplantje	=	moerasplant
moerasplantjes	=	moerasplant
moerasplatvoetje	noun	Platycheirus scambus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
moerasplatvoetjes	=	moerasplatvoetje
moeraspoelslak	noun	Stagnicola palustris een slakkensoort uit de familie van de poelslakken (Lymnaeidae).
moeraspoelslakje	=	moeraspoelslak
moeraspoelslakjes	=	moeraspoelslak
moeraspoelslakken	=	moeraspoelslak
moerasrat	noun	Otomys irroratus knaagdier uit het geslacht Otomys dat voorkomt in grote delen van Zuid-Afrika, Lesotho en Swaziland en in Oost-Zimbabwe en nabijgelegen delen van Mozambique.
moerasratje	=	moerasrat
moerasratjes	=	moerasrat
moerasratten	=	moerasrat
moerasrichelkaak	noun	Gnaphosa nigerrima een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
moerasrichelkaakje	=	moerasrichelkaak
moerasrichelkaakjes	=	moerasrichelkaak
moerasrichelkaken	=	moerasrichelkaak
moerasrolklaver	noun	bepaald soort overblijvende plant, Lotus pedunculatus syn.
moerasrozemarijn	noun	Rhododendron groenlandicum een plant uit de heidefamilie (Ericaceae).
moerassafari	noun	natuurexcursie door een moeras
moerassafari's	=	moerassafari
moerassatijnzwam	noun	Entoloma favrei een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
moerassatijnzwammen	=	moerassatijnzwam
moerassatijnzwammetje	=	moerassatijnzwam
moerassatijnzwammetjes	=	moerassatijnzwam
moerasschallebijter	noun	Carabus clatratus een kever die behoort tot de familie loopkevers (Carabidae).
moerasschallebijters	=	moerasschallebijter
moerasschallebijtertje	=	moerasschallebijter
moerasschallebijtertjes	=	moerasschallebijter
moerasscherm	noun	een geslacht Apium uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
moerasschermen	=	moerasscherm
moerasschermpje	=	moerasscherm
moerasschermpjes	=	moerasscherm
moerasschildpad	noun	schildpad uit de familie Emydidae
moerasschildpadden	noun	een familie Emydidae van waterminnende schildpadden.
moerasschildpadje	=	moerasschildpad
moerasschildpadjes	=	moerasschildpad
moerassen	=	moeras
moerassig	adj	van de grond dat ze zo nat is dat er erin wegzakt als je er wilt lopen
moerassige	=	moerassig
moerassiger	=	moerassig
moerassigere	=	moerassig
moerassigers	=	moerassig
moerassigs	=	moerassig
moerassigst	=	moerassig
moerassigste	=	moerassig
moerassikkelmos	noun	Drepanocladus aduncus een mossoort behorend tot de familie Amblystegiaceae.
moerassikkelmosje	=	moerassikkelmos
moerassikkelmosjes	=	moerassikkelmos
moerassikkelmossen	=	moerassikkelmos
moerassikkelwants	noun	Nabis limbatus een wants uit de familie sikkelwantsen (Nabidae)
moerassikkelwantsen	=	moerassikkelwants
moerassikkelwantsje	=	moerassikkelwants
moerassikkelwantsjes	=	moerassikkelwants
moerassmele	noun	Deschampsia setacea een vaste plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
moerassmelen	=	moerassmele
moerassnavelmos	noun	Oxyrrhynchium speciosum een mossoort uit de dikkopmosfamilie (Brachytheciaceae).
moerassnavelmosje	=	moerassnavelmos
moerassnavelmosjes	=	moerassnavelmos
moerassnavelmossen	=	moerassnavelmos
moerassneeuwhoen	noun	Lagopus lagopus een vogel uit de onderfamilie der ruigpoothoenders (Tetraoninae).
moerassneeuwhoenderen	=	moerassneeuwhoen
moerassneeuwhoenders	=	moerassneeuwhoen
moerassneeuwhoentje	=	moerassneeuwhoen
moerassneeuwhoentjes	=	moerassneeuwhoen
moerassnelloper	noun	Agonum fuliginosum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
moerassnellopers	=	moerassnelloper
moerassnellopertje	=	moerassnelloper
moerassnellopertjes	=	moerassnelloper
moerasspiegelloopkever	noun	Notiophilus palustris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
moerasspiegelloopkevers	=	moerasspiegelloopkever
moerasspiegelloopkevertje	=	moerasspiegelloopkever
moerasspiegelloopkevertjes	=	moerasspiegelloopkever
moerasspikkelbladroller	noun	Cnephasia pasiuana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
moerasspikkelbladrollers	=	moerasspikkelbladroller
moerasspikkelbladrollertje	=	moerasspikkelbladroller
moerasspikkelbladrollertjes	=	moerasspikkelbladroller
moerasspinner	noun	Laelia coenosa een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie donsvlinders (Lymantriinae)
moerasspinners	=	moerasspinner
moerasspinnertje	=	moerasspinner
moerasspinnertjes	=	moerasspinner
moerasspiraea	=	moerasspirea
moerasspirea	noun	bepaald soort vaste plant, Filipendula ulmaria uit de rozenfamilie (Rosaceae)
moerasspirea-uil	noun	Athetis pallustris een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
moerasspirea-uilen	=	moerasspirea-uil
moerasspirea-uiltje	=	moerasspirea-uil
moerasspirea-uiltjes	=	moerasspirea-uil
moerasspireabladplooigalmug	noun	Dasineura engstfeldi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
moerasspireabladplooigalmuggen	=	moerasspireabladplooigalmug
moerasspireabladplooigalmuggetjes	=	moerasspireabladplooigalmug
moerasspireabladplooigalmugje	=	moerasspireabladplooigalmug
moerasspireabladpokgalmug	noun	Dasineura ulmaria een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
moerasspireabladpokgalmuggen	=	moerasspireabladpokgalmug
moerasspireabladpokgalmuggetjes	=	moerasspireabladpokgalmug
moerasspireabladpokgalmugje	=	moerasspireabladpokgalmug
moerasspireabladvlekgalmug	noun	Dasineura pustulans een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
moerasspireabladvlekgalmuggen	=	moerasspireabladvlekgalmug
moerasspireabladvlekgalmuggetjes	=	moerasspireabladvlekgalmug
moerasspireabladvlekgalmugje	=	moerasspireabladvlekgalmug
moerasspirearoest	noun	Triphragmium ulmariae een autoecische schimmel behorend tot de familie Raveneliaceae.
moerasspirearoesten	=	moerasspirearoest
moerasspirearoestje	=	moerasspirearoest
moerasspirearoestjes	=	moerasspirearoest
moerasspireawortelgalmug	noun	Dasineura harrisoni een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
moerasspireawortelgalmuggen	=	moerasspireawortelgalmug
moerasspireawortelgalmuggetjes	=	moerasspireawortelgalmug
moerasspireawortelgalmugje	=	moerasspireawortelgalmug
moerassprinkhaan	noun	Stethophyma grossum een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Calliptaminae
moerassprinkhaantje	=	moerassprinkhaan
moerassprinkhaantjes	=	moerassprinkhaan
moerassprinkhanen	=	moerassprinkhaan
moerassteekmier	noun	Myrmica scabrinodis een knoopmier.
moerassteekmieren	=	moerassteekmier
moerassteekmiertje	=	moerassteekmier
moerassteekmiertjes	=	moerassteekmier
moerassteenvlieg	noun	Nemoura dubitans een steenvlieg uit de familie beeksteenvliegen (Nemouridae).
moerassteenvliegen	=	moerassteenvlieg
moerassteenvliegje	=	moerassteenvlieg
moerassteenvliegjes	=	moerassteenvlieg
moerassterns	noun	Chlidonias een geslacht van vogels uit de familie van de meeuwen (Laridae).
moerasstipspanner	noun	Scopula corrivalaria een vlinder uit de familie spanners (Geometridae).
moerasstipspanners	=	moerasstipspanner
moerasstipspannertje	=	moerasstipspanner
moerasstipspannertjes	=	moerasstipspanner
moerasstompkaak	noun	Badister unipustulatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
moerasstompkaakje	=	moerasstompkaak
moerasstompkaakjes	=	moerasstompkaak
moerasstompkaken	=	moerasstompkaak
moerasstreepzaad	noun	Crepis paludosa een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie.
moerasstreepzaadje	=	moerasstreepzaad
moerasstreepzaadjes	=	moerasstreepzaad
moerasstreepzaden	=	moerasstreepzaad
moerasstruikdwergspin	noun	Entelecara omissa een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
moerasstruikdwergspinnen	=	moerasstruikdwergspin
moerasstruikdwergspinnetje	=	moerasstruikdwergspin
moerasstruikdwergspinnetjes	=	moerasstruikdwergspin
moerasstruikzanger	noun	Bradypterus baboecala een zangvogel uit de familie Locustellidae.
moerasstruikzangers	=	moerasstruikzanger
moerasstruikzangertje	=	moerasstruikzanger
moerasstruikzangertjes	=	moerasstruikzanger
moerasstruisgras	noun	Agrostis canina een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie.
moerasstruisgrasje	=	moerasstruisgras
moerasstruisgrasjes	=	moerasstruisgras
moerasstruisgrassen	=	moerasstruisgras
moerastandkaak	noun	Enoplognatha caricis een spin die behoort tot de kogelspinnen (Theridiidae)
moerastandkaakje	=	moerastandkaak
moerastandkaakjes	=	moerastandkaak
moerastandkaken	=	moerastandkaak
moerastapaculo	noun	Scytalopus iraiensis een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
moerastapaculo's	=	moerastapaculo
moerastapaculootje	=	moerastapaculo
moerastapaculootjes	=	moerastapaculo
moerastolslak	noun	Euconulus praticola een slakkensoort uit de familie van de tolslakken (Euconulidae).
moerastolslakje	=	moerastolslak
moerastolslakjes	=	moerastolslak
moerastolslakken	=	moerastolslak
moerastongpalpje	noun	Centromerus semiater een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
moerastongpalpjes	=	moerastongpalpje
moerastroepiaal	noun	Agelasticus cyanopus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
moerastroepiaaltje	=	moerastroepiaal
moerastroepiaaltjes	=	moerastroepiaal
moerastroepialen	=	moerastroepiaal
moerasvaren	noun	Thelypteris palustris een kosmopolitisch verspreide varen uit de moerasvarenfamilie (Thelypteridaceae).
moerasvarenfamilie	noun	een familie Thelypteridaceae een wereldwijd voorkomende familie van terrestrische varens met naargelang de gevolgde indeling één tot drieëntwintig geslachten en negenhonderd tot twaalfhonderd soorten, waarvan twee of drie ook in België en Nederland voorkomen
moerasvarenfamilietje	=	moerasvarenfamilie
moerasvarenfamilietjes	=	moerasvarenfamilie
moerasvarens	noun	een geslacht Thelypteris uit de moerasvarenfamilie (Thelypteridaceae).
moerasvarentje	=	moerasvaren
moerasvarentjes	=	moerasvaren
moerasveen	noun	laagveen dat op drassige grond ontstaat, zeer geschikt als opslagplaats voor CO₂ (koolstof)
moerasveenmos	noun	Sphagnum subsecundum een mossoort uit het geslacht veenmos (Sphagnum).
moerasveenmosje	=	moerasveenmos
moerasveenmosjes	=	moerasveenmos
moerasveenmossen	=	moerasveenmos
moerasvenen	=	moerasveen
moerasvergeet-mij-nietjenetwants	noun	Dictyla convergens een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
moerasvergeet-mij-nietjenetwantsen	=	moerasvergeet-mij-nietjenetwants
moerasvergeet-mij-nietjenetwantsje	=	moerasvergeet-mij-nietjenetwants
moerasvergeet-mij-nietjenetwantsjes	=	moerasvergeet-mij-nietjenetwants
moerasviltmollisia	noun	Belonopsis iridis een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
moerasviltmollisia's	=	moerasviltmollisia
moerasviltmollisiaatje	=	moerasviltmollisia
moerasviltmollisiaatjes	=	moerasviltmollisia
moerasviolen	=	moerasviool
moerasviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola palustris uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
moerasviooltje	noun	bepaald soort vaste plant, Viola palustris uit de viooltjesfamilie (Violaceae); de bloemen geuren niet
moerasviooltjes	=	moerasviooltje
moerasvliegenvanger	noun	Muscicapa aquatica een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers)
moerasvliegenvangers	=	moerasvliegenvanger
moerasvliegenvangertje	=	moerasvliegenvanger
moerasvliegenvangertjes	=	moerasvliegenvanger
moerasvogel	noun	vogel die in moerassige gebieden leeft
moerasvogels	=	moerasvogel
moerasvogeltje	=	moerasvogel
moerasvogeltjes	=	moerasvogel
moeraswaaierstaart	noun	Rhipidura maculipectus een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
moeraswaaierstaarten	=	moeraswaaierstaart
moeraswaaierstaartje	=	moeraswaaierstaart
moeraswaaierstaartjes	=	moeraswaaierstaart
moeraswallaby	noun	Wallabia bicolor een kleine kangoeroe tot maximaal 85 cm van neuspunt tot staartaanzet met een staart van maximaal 86 cm, die van nature voorkomt in het oosten van Australië.
moeraswallaby's	=	moeraswallaby
moeraswallaby'tje	=	moeraswallaby
moeraswallaby'tjes	=	moeraswallaby
moeraswalstro	noun	bepaald soort overblijvende plant, Galium elongatum, syn.
moeraswalstrogalmug	noun	Dasineura hygrophila een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
moeraswalstrogalmuggen	=	moeraswalstrogalmug
moeraswalstrogalmugje	=	moeraswalstrogalmug
moeraswalstrogalmugjes	=	moeraswalstrogalmug
moeraswalstrospanner	noun	Orthonama vittata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
moeraswalstrospanners	=	moeraswalstrospanner
moeraswalstrospannertje	=	moeraswalstrospanner
moeraswalstrospannertjes	=	moeraswalstrospanner
moeraswapenvlieg	noun	een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae)
moeraswapenvliegen	=	moeraswapenvlieg
moeraswapenvliegje	=	moeraswapenvlieg
moeraswapenvliegjes	=	moeraswapenvlieg
moeraswaterroofkevertje	noun	Hydroporus palustris een keversoort uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae).
moeraswaterroofkevertjes	=	moeraswaterroofkevertje
moeraswederik	noun	Lysimachia thyrsiflora een vaste plant die behoort tot de sleutelbloemfamilie.
moeraswederiken	=	moeraswederik
moeraswederikje	=	moeraswederik
moeraswederikjes	=	moeraswederik
moerasweegbree	noun	Baldellia ranunculoides een plantensoort uit de waterweegbreefamilie (Alismataceae).
moerasweegbrees	=	moerasweegbree
moerasweegbreetje	=	moerasweegbree
moerasweegbreetjes	=	moerasweegbree
moerasweegbreeën	=	moerasweegbree
moerasweekschild	noun	kever uit de familie Scirtidae van kevers uit de superfamilie Scirtoidea
moerasweekschilden	noun	Scirtidae een familie van kevers uit de superfamilie Scirtoidea.
moerasweekschildje	=	moerasweekschild
moerasweekschildjes	=	moerasweekschild
moerasweekschildkever	noun	Silis ruficollis een kevertsoort in de familie Cantharidae.
moerasweekschildkevers	=	moerasweekschildkever
moerasweekschildkevertje	=	moerasweekschildkever
moerasweekschildkevertjes	=	moerasweekschildkever
moeraswespenorchis	noun	Epipactis palustris een in de Belgische en Nederlandse natuur voorkomende wilde orchidee.
moeraswespenorchisje	=	moeraswespenorchis
moeraswespenorchisjes	=	moeraswespenorchis
moeraswespenorchissen	=	moeraswespenorchis
moeraswevertje	noun	Bathyphantes approximatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
moeraswevertjes	=	moeraswevertje
moeraswinterkoning	noun	Cistothorus palustris een kleine zangvogel uit het geslacht Cistothorus.
moeraswinterkoningen	=	moeraswinterkoning
moeraswinterkoninkje	=	moeraswinterkoning
moeraswinterkoninkjes	=	moeraswinterkoning
moeraswolfsklauw	noun	Lycopodiella inundata een groenblijvende, vaste plant, die behoort tot de wolfsklauwfamilie (Lycopodiaceae).
moeraswolfsklauwen	=	moeraswolfsklauw
moeraswolfsklauwtje	=	moeraswolfsklauw
moeraswolfsklauwtjes	=	moeraswolfsklauw
moeraswolfsmelk	noun	Euphorbia palustris een giftige, overblijvende plant die behoort tot de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
moeraswolfsmelkje	=	moeraswolfsmelk
moeraswolfsmelkjes	=	moeraswolfsmelk
moeraswolfspin	noun	Pardosa palustris een spinnensoort die behoort tot de wolfspinnen (Lycosidae)
moeraswolfspinnen	=	moeraswolfspin
moeraswolfspinnetje	=	moeraswolfspin
moeraswolfspinnetjes	=	moeraswolfspin
moeraszakspin	noun	Clubiona stagnatilis een spinnensoort uit de familie struikzakspinnen (Clubionidae).
moeraszakspinnen	=	moeraszakspin
moeraszakspinnetje	=	moeraszakspin
moeraszakspinnetjes	=	moeraszakspin
moeraszegge	noun	Carex acutiformis een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
moeraszeggeboorder	noun	Sedina buettneri een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
moeraszeggeboorders	=	moeraszeggeboorder
moeraszeggeboordertje	=	moeraszeggeboorder
moeraszeggeboordertjes	=	moeraszeggeboorder
moeraszeggen	=	moeraszegge
moeraszeggetje	=	moeraszegge
moeraszeggetjes	=	moeraszegge
moeraszoutgras	noun	Triglochin palustris een vaste plant, die behoort tot de zoutgrasfamilie (Juncaginaceae).
moeraszoutgrasje	=	moeraszoutgras
moeraszoutgrasjes	=	moeraszoutgras
moeraszoutgrassen	=	moeraszoutgras
moeraszuring	noun	Rumex palustris een eenjarige of tweejarige plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
moeraszurinkje	=	moeraszuring
moeraszurinkjes	=	moeraszuring
moeraszwartschild	noun	Pterostichus minor een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
moeraszwartschilden	=	moeraszwartschild
moeraszwartschildje	=	moeraszwartschild
moeraszwartschildjes	=	moeraszwartschild
moeraszweefvlieg	noun	Tropidia scita een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
moeraszweefvliegen	=	moeraszweefvlieg
moeraszweefvliegje	=	moeraszweefvlieg
moeraszweefvliegjes	=	moeraszweefvlieg
moerbei	noun	een geslacht Morus van tien tot zestien soorten bladverliezende bomen uit de moerbeifamilie (Moraceae).
moerbeibomen	=	moerbeiboom
moerbeiboom	noun	een boom van de moerbei
moerbeiboompje	=	moerbeiboom
moerbeiboompjes	=	moerbeiboom
moerbeien	=	moerbei
moerbeifamilie	noun	een familie Moraceae van tweezaadlobbige houtige planten met melksap, vooral voorkomend in warmere streken
moerbeifamilies	=	moerbeifamilie
moerbeifamilietje	=	moerbeifamilie
moerbeifamilietjes	=	moerbeifamilie
moerbeistruik	noun	een struik van de moerbeiplant
moerbeistruiken	=	moerbeistruik
moerbeistruikje	=	moerbeistruik
moerbeistruikjes	=	moerbeistruik
moerbeitje	=	moerbei
moerbeitjes	=	moerbei
moerbeiwrattenzwammetje	noun	Bertia moriformis een schimmel behorend tot de familie Bertiaceae.
moerbeiwrattenzwammetjes	=	moerbeiwrattenzwammetje
moerbes	noun	schijnvrucht van een boom uit de moerbeifamilie, Moraceae
moerbessen	=	moerbes
moerbint	noun	centrale moederbalk in een balklaag waar de kleinere kinderbinten loodrecht op staan
moerbinten	=	moerbint
moerbintje	=	moerbint
moerbintjes	=	moerbint
moerbout	noun	bout waarop men een moer kan draaien
moerbouten	=	moerbout
moerdijk	noun	een moerdijk werd aangelegd om een (tijdelijk) poldertje in het moerasveen te creëren (om zout te winnen)
moerdijken	=	moerdijk
moerdijkje	=	moerdijk
moerdijkjes	=	moerdijk
moerdop	noun	de cel waarin aan een larve koninginnengelei gevoerd wordt
moerdoppen	=	moerdop
moeren	=	moer
moeriaen	=	moriaan
moerig	adj	slijkerig, moerasachtig, modderig, veenachtig, zompig
moerige	=	moerig
moeriger	=	moerig
moerigere	=	moerig
moerigers	=	moerig
moerigs	=	moerig
moerigst	=	moerig
moerigste	=	moerig
moermandieet	noun	dieet verzonnen door Cornelis Moerman dat kanker zou kunnen genezen
moermandieetje	=	moermandieet
moermandieetjes	=	moermandieet
moermandiëten	=	moermandieet
moersleutel	noun	gereedschap gebruikt voor het los- en vastdraaien van moeren en bouten
moersleutels	=	moersleutel
moersleuteltje	=	moersleutel
moersleuteltjes	=	moersleutel
moerstaal	noun|informal	moedertaal
moerstaaltje	=	moerstaal
moerstaaltjes	=	moerstaal
moerstalen	=	moerstaal
moertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort tor, Chrysolina polita uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
moertjes	=	moer
moervos	noun	wijfje van de vos
moervosje	=	moervos
moervosjes	=	moervos
moervossen	=	moervos
moes	verb	moest	noun	fijngehakte of fijngekookte groente of vruchten
moesaf	noun	toegevoegd offer op sjabbat en feestdagen
moesafiem	=	moesaf
moesappel	noun	Malus appel, geschikt om appelmoes van te maken
moesappelen	=	moesappel
moesappels	=	moesappel
moesappeltje	=	moesappel
moesappeltjes	=	moesappel
moesar	noun	ethiek, moraal
moesariem	=	moesar
moesde	=	moezen
moesden	=	moezen
moesdistel	noun	Cirsium oleraceum een 60-150 cm hoge overblijvend kruid uit de composietenfamilie (Asteraceae).
moesdistelboorvlieg	noun	Tephritis conura een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
moesdistelboorvliegen	=	moesdistelboorvlieg
moesdistelboorvliegje	=	moesdistelboorvlieg
moesdistelboorvliegjes	=	moesdistelboorvlieg
moesdistelgitje	noun	Cheilosia chloris een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
moesdistelgitjes	=	moesdistelgitje
moesdistels	=	moesdistel
moesdisteltje	=	moesdistel
moesdisteltjes	=	moesdistel
moeshof	noun	tuin waarin men groenten kweekt voor eigen gebruik
moeshofje	=	moeshof
moeshofjes	=	moeshof
moeshoven	=	moeshof
moesje	=	moes
moesjes	=	moes
moeskop	noun	iemand die veel klaagt
moeskopje	=	moeskop
moeskopjes	=	moeskop
moeskoppen	=	moeskop
moeskopperij	noun	diefstal van gewas op het veld
moeskopperijen	=	moeskopperij
moesloken	=	moeslook
moeslook	noun	Allium oleraceum een overblijvende plant die behoort tot de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
moeslookje	=	moeslook
moeslookjes	=	moeslook
moeslooks	=	moeslook
moespimpernel	noun	Poterium sanguisorba subsp. balearicum een ondersoort van de plantensoort Poterium sanguisorba.
moespimpernellen	=	moespimpernel
moespimpernelletje	=	moespimpernel
moespimpernelletjes	=	moespimpernel
moesson	noun	de regentijd in tropische gebieden met een droge tijd en een regentijd
moessonklimaat	noun	een tropisch klimaat dat wordt gekenmerkt door de moesson d.w.z. dat buiten de zeer natte periode van de moesson het klimaat langdurige droge periodes kent
moessonklimaatje	=	moessonklimaat
moessonklimaatjes	=	moessonklimaat
moessonklimaten	=	moessonklimaat
moessonnetje	=	moesson
moessonnetjes	=	moesson
moessonregen	noun	de heftige regenbuien die voorkomen in de regentijd in tropische gebieden
moessonregens	=	moessonregen
moessons	=	moesson
moessonseizoen	noun	het seizoen waarin de moessoen over het land trekt in Azië
moessonseizoenen	=	moessonseizoen
moessonseizoentje	=	moessonseizoen
moessonseizoentjes	=	moessonseizoen
moest	=	moeten
moeste	=	moe
moesten	=	moeten
moestuin	noun	een tuin waarin op kleine schaal verschillende groenten en evt kruiden en/of fruit worden verbouwd
moestuinen	=	moestuin
moestuinsocialisme	noun	Alternatieve vorm van oudedagsvoorziening waarbij ouderen hun AOW aanvullen door een moestuin bij te houden
moestuintje	=	moestuin
moestuintjes	=	moestuin
moet	noun	iets waar men toe gedwongen is
moete	=	moeten
moeten	verb	gedwongen/genoodzaakt zijn om
moetend	=	moeten
moetende	=	moeten
moetje	noun	alleen verkleinwoord huwelijk ingegeven door een onvoorziene zwangerschap
moetjes	=	moetje
moetsen	verb	verminken van een dier
moeze	=	moezen
moezel	noun	doedelzak
moezels	=	moezel
moezelwijn	noun	een witte wijn die afkomstig is van wijngaarden in de buurt van de Moezel, de Saar en de Ruwer
moezelwijnen	=	moezelwijn
moezelwijntje	=	moezelwijn
moezelwijntjes	=	moezelwijn
moezen	verb	tot moes maken, fijnmaken
moezend	=	moezen
moezende	=	moezen
moezig	adj	zacht geworden, op brij lijkend
moezige	=	moezig
moeziger	=	moezig
moezigere	=	moezig
moezigers	=	moezig
moezigs	=	moezig
moezigst	=	moezig
moezigste	=	moezig
moeë	=	moe
moeër	=	moe
moeëre	=	moe
moeërs	=	moe
mof	noun	met bont gevoerde koker om de handen warm te houden
moffel	=	moffelen
moffelaar	noun	iemand die niet eerlijk is tijdens het spelen van een spel
moffelaars	=	moffelaar
moffelaartje	=	moffelaar
moffelaartjes	=	moffelaar
moffelde	=	moffelen
moffelden	=	moffelen
moffele	=	moffelen
moffelen	verb	lakken en in een moffeloven drogen/bakken waardoor een harde deklaag ontstaat
moffelend	=	moffelen
moffelende	=	moffelen
moffeloven	noun	oven om geverfde objecten te moffelen
moffelovens	=	moffeloven
moffeloventje	=	moffeloven
moffeloventjes	=	moffeloven
moffelt	=	moffelen
moffen	=	mof
moffenhoer	noun	vrouw die tijdens de Duitse bezetting in de Eerste of Tweede Wereldoorlog seks zou hebben gehad met iemand uit de bezettingsmacht
moffenhoeren	=	moffenhoer
moffenhoertje	=	moffenhoer
moffenhoertjes	=	moffenhoer
moffenzeef	noun|historical	antenne of schakeling waarmee je tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog ondanks de Duitse stoorzenders naar uitzendingen vanuit Engeland kon luisteren Omdat het beluisteren van deze uitzendingen verboden was, moest een moffenzeef onopvallend gebruikt en bewaard kunnen worden.
moffenzeefje	=	moffenzeef
moffenzeven	=	moffenzeef
moffin	noun	vrouw uit Duitsland
moffinnen	=	moffin
moffinnetje	=	moffin
moffinnetjes	=	moffin
moffrika	noun	Duitsland
moffrikaan	=	moffrika
moffrikaans	=	moffrika
mofje	=	mof
mofjes	=	mof
mofokoranti	noun	het mondeling (onjuist) doorgeven van nieuwsberichten
mofrika	=	moffrika
moge	=	mogen
mogelijk	adj	een keuze om iets te doen	adv	van iets dat het misschien zou kunnen
mogelijke	=	mogelijk
mogelijker	=	mogelijk
mogelijkere	=	mogelijk
mogelijkers	=	mogelijk
mogelijkerwijs	adv	misschien, tot de mogelijkheden behoren
mogelijkerwijze	adv	misschien, tot de mogelijkheden behoren
mogelijkheden	=	mogelijkheid
mogelijkheid	noun	iets wat gedaan kan worden of kan gebeuren
mogelijkheidje	=	mogelijkheid
mogelijkheidjes	=	mogelijkheid
mogelijks	adv	mogelijk, misschien (Belgisch-Nederlands)
mogelijkst	=	mogelijk
mogelijkste	=	mogelijk
mogen	verb	ergens toestemming voor hebben
mogend	=	mogen
mogende	=	mogen
mogendheden	=	mogendheid
mogendheid	noun	een soevereine staat (die een dominante positie inneemt)
mogendheidje	=	mogendheid
mogendheidjes	=	mogendheid
mogge	=	morgen
mogguh	=	morgen
mogilalie	noun	zwakte van de stem
mogol	noun	benaming voor een vorst uit de islamitische dynastie die van de 16e tot de 19e eeuw over grote delen van Indische subcontinent heerste
mogols	=	mogol
mogool	=	mongool
mohair	noun	knoopwerk van geitenhaar
mohairen	adj	gemaakt van de wol van angorageiten
mohammedaan	noun|obsolete	door buitenstaanders gebruikte benaming voor een moslim Een moslim onderwerpt zich direct aan God en wijst daarom nadrukkelijk de gedachte af dat een mens in Zijn plaats gesteld kan worden.
mohammedaans	adj|obsolete	horend bij of verband houdend met de islam en de moslims
mohammedaanse	=	mohammedaans
mohammedaanser	=	mohammedaans
mohammedaansere	=	mohammedaans
mohammedaansers	=	mohammedaans
mohammedaanst	=	mohammedaans
mohammedaanste	=	mohammedaans
mohammedaantje	=	mohammedaan
mohammedaantjes	=	mohammedaan
mohammedanen	=	mohammedaan
mohammedanisme	noun	benaming die buitenstaanders voor de islam gebruiken Moslims onderwerpen zich direct aan God en wijzen nadrukkelijk de gedachte af dat mensen in Zijn plaats gesteld kunnen worden.
mohavegrondeekhoorn	noun	Spermophilus mohavensis knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
mohavegrondeekhoorns	=	mohavegrondeekhoorn
mohavegrondeekhoorntje	=	mohavegrondeekhoorn
mohavegrondeekhoorntjes	=	mohavegrondeekhoorn
moheel	noun	besnijder
moheels	=	moheel
moheeltje	=	moheel
mohelen	=	moheel
mohelibrilvogel	noun	Zosterops comorensis een zangvogel.
mohelibrilvogels	=	mohelibrilvogel
mohelibrilvogeltje	=	mohelibrilvogel
mohelibrilvogeltjes	=	mohelibrilvogel
mohelibuulbuul	noun	Hypsipetes moheliensis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
mohelibuulbuuls	=	mohelibuulbuul
mohelibuulbuultje	=	mohelibuulbuul
mohelibuulbuultjes	=	mohelibuulbuul
mohelidwergooruil	noun	Otus moheliensis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
mohelidwergooruilen	=	mohelidwergooruil
mohelidwergooruiltje	=	mohelidwergooruil
mohelidwergooruiltjes	=	mohelidwergooruil
mohelizanger	noun	Nesillas mariae een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
mohelizangers	=	mohelizanger
mohelizangertje	=	mohelizanger
mohelizangertjes	=	mohelizanger
mohorovičić-discontinuïteit	noun	De laag die de begrenzing tussen de aardkorst en de aardmantel vormt.
mohoua	noun	Mohoua ochrocephala een insectenetende vogel die endemisch is het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland.
mohoua's	=	mohoua
mohouaatje	=	mohoua
mohouaatjes	=	mohoua
moi	intj|informal	groet bij ontmoeting of afscheid
moie	=	moi
moin	=	moi
moireer	=	moireren
moireerde	=	moireren
moireerden	=	moireren
moireert	=	moireren
moirere	=	moireren
moireren	verb	weefsels of metaal een gevlamd uiterlijk geven
moirerend	=	moireren
moirerende	=	moireren
moiré	noun	textiel, vaak zijde, dat door bewerking een golvend of vlammend patroon vertoont	adj	een gevlamd patroon vertonen
moirés	=	moiré
moirést	=	moiré
moiréste	=	moiré
moiréë	=	moiré
moiréër	=	moiré
moiréëre	=	moiré
moiréërs	=	moiré
moj	=	moi
mojarra's	noun	een familie Gerreidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
mojito	noun	Cubaanse cocktail met rum, limoensap, rietsuiker, spuitwater en munt met veel ijs
mojito's	=	mojito
mojitootje	=	mojito
mojn	=	moi
mok	noun	een (stenen) drinkbeker, meestal voorzien van een oor
mok-scholen	=	mok-school
mok-school	noun	school voor moeilijk opvoedbare kinderen
mok-schooltje	=	mok-school
mok-schooltjes	=	mok-school
moker	noun	een zeer zware hamer met korte steel, die gewoonlijk voor smeed-, hak- en breekwerk gebruikt wordt
mokerde	=	mokeren
mokerden	=	mokeren
mokere	=	mokeren
mokeren	verb	een harde slag toebrengen; hard slaan
mokerend	=	mokeren
mokerende	=	mokeren
mokers	=	moker
mokerslag	noun	een vernietigende klap als met een moker
mokerslagen	=	mokerslag
mokerslagje	=	mokerslag
mokert	=	mokeren
mokertje	=	moker
mokertjes	=	moker
mokje	=	mok
mokjes	=	mok
mokka	noun	eerste kwaliteit koffieboon vernoemd naar de Jemenitische stad Mokka	adj	koffiekleurig, de kleur van mokka hebbend
mokka's	=	mokka
mokka-ijs	noun	consumptie-ijs waar mokka (stijve room met koffie-extract) als ingrediënt wordt gebruikt
mokka-ijsje	=	mokka-ijs
mokka-ijsjes	=	mokka-ijs
mokkaatje	=	mokka
mokkabonen	=	mokkaboon
mokkaboon	noun	boonvormige chocoladebonbon met mokkavulling
mokkaboontje	=	mokkaboon
mokkaboontjes	=	mokkaboon
mokkafrappuccino	noun	gekoelde, gezoete koffiedrank met een volle chocoladesmaak, gemaakt van espresso, melk, ijs en chocolade
mokkafrappuccino's	=	mokkafrappuccino
mokkakleurig	adj	koffiekleurig; lichtbruin
mokkakleurige	=	mokkakleurig
mokkakleuriger	=	mokkakleurig
mokkakleurigere	=	mokkakleurig
mokkakleurigers	=	mokkakleurig
mokkakleurigs	=	mokkakleurig
mokkakleurigst	=	mokkakleurig
mokkakleurigste	=	mokkakleurig
mokkakoffie	noun	bepaalde soort sterk geurende koffie
mokkakoffies	=	mokkakoffie
mokkapunt	noun	stuk mokkataart
mokkapunten	=	mokkapunt
mokkapuntje	=	mokkapunt
mokkapuntjes	=	mokkapunt
mokkasteen	noun	agaat met daarin figuren die sterk op wieren of mossen lijken, aangevoerd vanuit de stad Mocha
mokkasteentje	=	mokkasteen
mokkasteentjes	=	mokkasteen
mokkastenen	=	mokkasteen
mokkataart	noun	taart van cake met een laag mokkacrème, die van melk, eigeel, suiker en koffieextract wordt gemaakt
mokkataarten	=	mokkataart
mokkataartje	=	mokkataart
mokkataartjes	=	mokkataart
mokke	=	mokken
mokkel	=	mokkelen
mokkelde	=	mokkelen
mokkelden	=	mokkelen
mokkele	=	mokkelen
mokkelen	verb	iemand omhelzen en kussen
mokkelend	=	mokkelen
mokkelende	=	mokkelen
mokkels	=	mokkelen
mokkelt	=	mokkelen
mokkeltje	=	mokkelen
mokkeltjes	=	mokkelen
mokken	verb	merkbaar ergens gefrustreerd over zijn
mokkenbomen	=	mokkenboom
mokkenboom	noun	staand rekje of houder waarmee men kopjes en mokken netjes kan opbergen en presenteren
mokkenboompje	=	mokkenboom
mokkenboompjes	=	mokkenboom
mokkend	=	mokken
mokkende	=	mokken
mokkenhouder	noun	staand rekje of houder waarmee men kopjes en mokken netjes kan opbergen en presenteren
mokkenhouders	=	mokkenhouder
mokkenhoudertje	=	mokkenhouder
mokkenhoudertjes	=	mokkenhouder
mokkenrek	noun	een functioneel keukenaccessoire, vaak een rekje, standaard of wandhanger, dat wordt gebruikt om mokken en kopjes overzichtelijk op te bergen en op te hangen
mokkenrekje	=	mokkenrek
mokkenrekjes	=	mokkenrek
mokkenrekken	=	mokkenrek
mokkenstandaard	noun	staand rekje of houder waarmee men kopjes en mokken netjes kan opbergen en presenteren
mokkenstandaarden	=	mokkenstandaard
mokkenstandaardje	=	mokkenstandaard
mokkenstandaardjes	=	mokkenstandaard
mokkenstandaards	=	mokkenstandaard
mokkig	adj	boos en ontevreden
mokkige	=	mokkig
mokkiger	=	mokkig
mokkigere	=	mokkig
mokkigers	=	mokkig
mokkigs	=	mokkig
mokkigst	=	mokkig
mokkigste	=	mokkig
mokomoko	noun	Montrichardia arborescens een plant uit de aronskelkfamilie.
mokscholen	=	mokschool
mokschool	noun	school voor moeilijk opvoedbare kinderen
mokschooltje	=	mokschool
mokschooltjes	=	mokschool
moksimeti	noun	gerecht dat bestaat uit groente, rijst en verschillende soorten vlees
mokt	=	mokken
mokte	=	mokken
mokten	=	mokken
mokumer	noun	Amsterdammer
mokumers	=	mokumer
mol	noun	bepaald soort zoogdier, Talpa europaea zwart, zoogdier met spitse snuit en voorzien van graafpoten, dat leeft in gegraven gangen in de grond
molaar	noun	kies met meer dan twee knobbels op de kroon, ware kies
molad	noun	nieuwe maan
moladiem	=	molad
moladot	=	molad
molair	adj	betrekking hebbend op een mol (grammolecuul)
molairder	=	molair
molairdere	=	molair
molairders	=	molair
molaire	=	molair
molairs	=	molair
molairst	=	molair
molairste	=	molair
molaliteit	noun	de concentratie van een component van een opgeloste component in een oplossing uitgedrukt in mol per kilogram oplosmiddel
molaliteiten	=	molaliteit
molaren	=	molaar
molariteit	noun	de concentratie van een component van een opgeloste component in een oplossing uitgedrukt in mol per liter oplossing
molariteiten	=	molariteit
molasse	noun	sedimentair gesteente waar men molenstenen van maakt
molbonen	=	molboon
molboon	noun	geroosterde tuinboon
molboontje	=	molboon
molboontjes	=	molboon
moldavisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Moldavië
moldavische	noun	een vrouwelijke inwoner van Moldavië, of een vrouw afkomstig uit Moldavië
moldavischen	=	moldavische
moldavischer	=	moldavisch
moldavischere	=	moldavisch
moldavischers	=	moldavisch
moldavischtalig	adj	de Moldavische taal sprekend
moldavischtalige	=	moldavischtalig
moldavischtaligs	=	moldavischtalig
moldaviër	noun	een inwoner van Moldavië, of iemand afkomstig uit Moldavië
moldaviërs	=	moldaviër
molde	=	mollen
molden	=	mollen
moleculair	adj	bestaande uit moleculen
moleculairbiologisch	adj	betreffende de bestudering van de processen in cellen op het kleinste functionele niveau, namelijk dat van de biomoleculen
moleculairbiologische	=	moleculairbiologisch
moleculairbiologischer	=	moleculairbiologisch
moleculairbiologischere	=	moleculairbiologisch
moleculairbiologischers	=	moleculairbiologisch
moleculairder	=	moleculair
moleculairdere	=	moleculair
moleculairders	=	moleculair
moleculaire	=	moleculair
moleculairs	=	moleculair
moleculairst	=	moleculair
moleculairste	=	moleculair
molecule	noun	het kleinste deeltje van een stof dat nog alle eigenschappen van die stof bezit
moleculegewicht	noun	moleculemassa
moleculegewichten	=	moleculegewicht
moleculegewichtje	=	moleculegewicht
moleculegewichtjes	=	moleculegewicht
moleculemassa	noun	som van de relatieve massa's van alle atomen die in een molecule van een bepaalde stof of verbinding voorkomen
moleculemassa's	=	moleculemassa
moleculen	=	molecuul
moleculerooster	noun	kristalrooster met moleculen op de roosterpunten
moleculeroosters	=	moleculerooster
moleculeroostertje	=	moleculerooster
moleculeroostertjes	=	moleculerooster
molecules	=	molecule
moleculespectra	=	moleculespectrum
moleculespectrum	noun	voor een bepaald molecuul zeer typerend emissiespectrum of absorptiespectrum waarmee dit molecuul dan ook eenduidig kan worden geïdentificeerd.
moleculespectrumpje	=	moleculespectrum
moleculespectrumpjes	=	moleculespectrum
moleculespectrums	=	moleculespectrum
moleculetje	=	molecule
moleculetjes	=	molecule
molecuul	noun	een neutraal deeltje bestaande uit meer dan één door chemische bindingen bijeengehouden atomen
molecuulformule	noun	een aanduiding die aangeeft uit welke elementen, en in welke aantallen atomen, een molecuul is opgebouwd.
molecuulformules	=	molecuulformule
molecuulformuletje	=	molecuulformule
molecuulformuletjes	=	molecuulformule
molecuulmassa	noun	de massa van één molecuul van die stof, uitgedrukt in atomaire massa-eenheden
molecuulmassa's	=	molecuulmassa
molecuulmassaatje	=	molecuulmassa
molecuulmassaatjes	=	molecuulmassa
molecuultje	=	molecule
molecuultjes	=	molecule
molem	=	mool
molen	noun	een installatie die de stroming van lucht of water als energiebron gebruikt voor het aandrijven van allerlei machines
molenaar	noun	iemand die het werken in een molen als beroep heeft
molenaars	=	molenaar
molenaarsambacht	noun	het traditionele beroep dat een molenaar beoefende
molenaarster	noun	vrouwelijke molenaar
molenaarsters	=	molenaarster
molenaarstertje	=	molenaarster
molenaarstertjes	=	molenaarster
molenaartje	=	molenaar
molenaartjes	=	molenaar
molenas	noun	een onderdeel van een windmolen waaraan het gevlucht of wiekenkruis is bevestigd
molenassen	=	molenas
molenbeek	noun	al of niet natuurlijke beek die een watermolen van water voorziet
molenbeken	=	molenbeek
molengraaf	noun	door de landsheer aangewezen toezichthouder op een molen
molengraafje	=	molengraaf
molengraafjes	=	molengraaf
molengraven	=	molengraaf
molenhoek	noun	plaats waar twee buitenwanden van een windmolen elkaar raken
molenhoeken	=	molenhoek
molenhoekje	=	molenhoek
molenhoekjes	=	molenhoek
molenkraag	noun	schijf bestaand uit sterk golvende stof rondom de hals, als versiering van bovenkleding
molenkragen	=	molenkraag
molenmaker	noun	bouwer en hersteller van windmolens
molenmakers	=	molenmaker
molenpad	noun	pad dat naar of langs een molen leidt
molenpaden	=	molenpad
molenrad	noun	rad dat deel is van het loopwerk van een molen bijv. het waterrad bij een door water aangedreven molen
molenraderen	=	molenrad
molenradje	=	molenrad
molenradjes	=	molenrad
molens	=	molen
molenspel	noun	bordspel waarbij men moet proberen 3 schijven op een rij te krijgen om de schijven van de tegenstander te kunnen slaan
molenspellen	=	molenspel
molenspelletje	=	molenspel
molenspelletjes	=	molenspel
molensteen	noun	ronde steen die onder andere in windmolens en watermolens wordt gebruikt voor het malen van granen en andere producten, zoals boekweit, erwten en bonen, lijnkoeken en eikenschors
molensteenkraag	noun	schijf bestaand uit sterk golvende stof rondom de hals, als versiering van bovenkleding
molensteenkraagje	=	molensteenkraag
molensteenkraagjes	=	molensteenkraag
molensteenkragen	=	molensteenkraag
molensteentje	=	molensteen
molensteentjes	=	molensteen
molenstenen	=	molensteen
molentje	=	molen
molentjes	=	molen
molentocht	noun	voornaamste watergang van een polder, waar aan het eind een gemaal ligt
molentochten	=	molentocht
molentochtje	=	molentocht
molentochtjes	=	molentocht
molenwiek	noun	een van de uitstekende bladen van een windmolen
molenwieken	=	molenwiek
molest	noun	bij verzekeringen schade ontstaan in conflictsituaties
molestatie	noun	het molesteren
molestaties	=	molestatie
molesteer	=	molesteren
molesteerde	=	molesteren
molesteerden	=	molesteren
molesteert	=	molesteren
molesten	=	molest
molestere	=	molesteren
molesteren	verb	iemand in elkaar slaan
molesterend	=	molesteren
molesterende	=	molesteren
molex	noun	een vakterm voor een bepaald soort stekkertje
molexen	=	molex
molexje	=	molex
molexjes	=	molex
molfractie	noun	de verhouding van het aantal molen opgeloste stof en het totale aantal molen in een oplossing
molfracties	=	molfractie
molhamster	noun	Myospalax myospalax knaagdier uit de familie van de Spalacidae.
molhamsters	noun	een onderfamilie Myospalacinae van knaagdieren uit de familie Spalacidae.
molhamstertje	=	molhamster
molhamstertjes	=	molhamster
molière	noun	lage, lederen schoen met veters
molières	=	molière
molièretje	=	molière
molièretjes	=	molière
molk	=	melken
molke	=	melken
molken	=	melken
molkreeftmosdiertje	noun	Triticella flava een mosdiertjessoort uit de familie van de Triticellidae.
molkreeftmosdiertjes	=	molkreeftmosdiertje
molkt	=	melken
mollah	noun	islamitisch geestelijke, in het sjiisme (Iran en Azië) van hoge rang, onder het soennisme, van lage rang
mollahs	=	mollah
mollarchie	noun	regeren door mollah’s, sjiitische wetsgeleerden in Arabische landen
mollarchieën	=	mollarchie
molle	=	mollen
mollebonen	=	molleboon
molleboon	noun	een ondersoort Vicia faba subsp. equina van de tuinboon en staat in Nederland bekend als een typisch Groningse lekkernij, hoewel deze ook in delen van Azië wordt gegeten.
molleboontje	=	molleboon
molleboontjes	=	molleboon
mollen	verb	ervoor zorgen dat iets niet meer werkt	noun	Talpidae familie bestaand uit de onderfamilie Talpinae, de desmans (onderfamilie Desmaninae) en de spitsmuismollen (onderfamilie Uropsilinae).
mollend	=	mollen
mollende	=	mollen
mollenvel	noun	de fluweelzachte, zwarte huid van een mol
mollenvellen	=	mollenvel
molletje	=	mol
molletjes	=	mol
mollig	adj	een beetje dik, 'volslank', rondvormig
mollige	=	mollig
molliger	=	mollig
molligere	=	mollig
molligers	=	mollig
molligheden	=	molligheid
molligheid	noun	het wat overgewicht hebben; de ronde vormen van een baby hebbend
molligs	=	mollig
molligst	=	mollig
molligste	=	mollig
mollisia	noun	een geslacht Mollisia van schimmels behorend tot de familie Mollisiaceae
mollisia's	=	mollisia
mollisiaatje	=	mollisia
mollisiaatjes	=	mollisia
molloot	noun	fanatiek volger van het tv-programma wie is de mol
molloten	=	molloot
mollusk	noun	weekdier
mollusken	=	mollusk
molluskicide	noun	slakkenverdelgend middel
molluskiciden	=	molluskicide
molluskicides	=	molluskicide
molm	noun	vergaan materiaal
molmbekerzwam	noun	Peziza micropus een schimmel die saprotroof leeft in loof- en naaldbos en in parken.
molmbekerzwammen	=	molmbekerzwam
molmbekerzwammetje	=	molmbekerzwam
molmbekerzwammetjes	=	molmbekerzwam
molmboorder	noun	Oecophora bractella een nachtvlinder uit de familie van de sikkelmotten (Oecophoridae).
molmboorders	=	molmboorder
molmboordertje	=	molmboorder
molmboordertjes	=	molmboorder
molmde	=	molmen
molmden	=	molmen
molme	=	molmen
molmen	verb	tot stof vergaan
molmend	=	molmen
molmende	=	molmen
molmig	adj	door houtrot aangetast, bestaand uit vergaan hout
molmige	=	molmig
molmigs	=	molmig
molmkogeltje	noun	insect uit de familie Corylophidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
molmkogeltjes	noun	Corylophidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
molmt	=	molmen
molmuis	noun	bepaald knaagdier Arvicola scherman
molmuizen	=	molmuis
moloch	noun	grootheid waaraan alles ten offer moet worden gebracht
molochje	=	moloch
molochs	=	moloch
molokaikruiper	noun	Paroreomyza flammea een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen) die leefde in de Amerikaanse staat Hawaï.
molokaikruipers	=	molokaikruiper
molokaikruipertje	=	molokaikruiper
molokaikruipertjes	=	molokaikruiper
molotovcocktail	noun	met brandbare stof gevulde glazen fles die via een lont of lap stof wordt ontstoken
molotovcocktails	=	molotovcocktail
molploeg	noun	landbouwwerktuig gebruikt voor het trekken van ondergrondse afwateringskanalen
molploegen	=	molploeg
molploegje	=	molploeg
molploegjes	=	molploeg
molrat	noun	benaming voor knaagdieren uit de familie Bathyergidae, in Afrika levende verwanten van het stekelvarken die als (de niet-verwante) mollen onder de grond leven
molratje	=	molrat
molratjes	=	molrat
molratten	=	molrat
molsalade	noun	salade van paardenbloemenblaadjes
molsalades	=	molsalade
molsaladetje	=	molsalade
molsaladetjes	=	molsalade
molsalamander	noun	Ambystoma talpoideum een salamander uit de familie molsalamanders (Ambystomatidae).
molsalamanders	noun	Ambystomatidae een familie van salamanders (Caudata)
molsalamandertje	=	molsalamander
molsalamandertjes	=	molsalamander
molshoop	noun	bergje aarde ontstaan uit overtollig materiaal uit de gangen van mollen.
molshoopje	=	molshoop
molshoopjes	=	molshoop
molshopen	=	molshoop
molsla	noun	Taraxacum officinale gebleekte bladeren van de paardenbloem, wordt als sla gegeten
molspitsmuis	noun	Surdisorex norae insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
molspitsmuisje	=	molspitsmuis
molspitsmuisjes	=	molspitsmuis
molspitsmuizen	=	molspitsmuis
molt	=	mollen
molteken	noun	muzieksymbool (♭) dat aangeeft dat een noot een halve toon lager gespeeld moet worden
moltekens	=	molteken
moltekentje	=	molteken
moltekentjes	=	molteken
molto	adv	veel
molton	noun	wolachtige stof
moltons	=	molton
molukkenkreeft	noun	Tachypleus gigas een degenkrabbensoort uit de familie van de degenkrabben (Limulidae).
molukkenkreeften	=	molukkenkreeft
molukkenkreeftje	=	molukkenkreeft
molukkenkreeftjes	=	molukkenkreeft
moluks	adj	met betrekking tot de Molukken
molukse	=	moluks
molukser	=	moluks
moluksere	=	moluks
moluksers	=	moluks
molukst	=	moluks
molukste	=	moluks
molybdeen	noun	scheikundig element met symbool Mo en atoomnummer 42. Het is een grijs overgangsmetaal
molybdeenatomen	=	molybdeenatoom
molybdeenatoom	noun	een atoom van het chemisch element molybdeen.
molybdeenatoompje	=	molybdeenatoom
molybdeenatoompjes	=	molybdeenatoom
mom	noun	voorwendsel, schijn
mombakkes	noun	masker
mombakkesen	=	mombakkes
mombakkesje	=	mombakkes
mombakkesjes	=	mombakkes
mombakkessen	=	mombakkes
mombassaspecht	noun	Campethera mombassica een vogel uit het geslacht Campethera van de familie spechten (Picidae).
mombassaspechten	=	mombassaspecht
mombassaspechtje	=	mombassaspecht
mombassaspechtjes	=	mombassaspecht
momber	noun|obsolete	voogd
mombers	=	momber
momboir	=	momboor
momboor	noun|obsolete	iemand die als vervanger het ouderlijk gezag uitoefent, bijvoorbeeld bij wezen
momboors	=	momboor
momboortje	=	momboor
momboortjes	=	momboor
momboren	=	momboor
momde	=	mommen
momden	=	mommen
moment	noun	zeer korte tijd
momentaan	adj	van het ene op het andere moment; op één bepaald ogenblik; betrekking hebbend op het nu
momentaans	=	momentaan
momentaanst	=	momentaan
momentaanste	=	momentaan
momentane	=	momentaan
momentaner	=	momentaan
momentanere	=	momentaan
momentaners	=	momentaan
momenteel	adj	tegenwoordig, voor het ogenblik	adv	op dit moment
momenteels	=	momenteel
momentele	=	momenteel
momenten	=	moment
momentje	=	moment
momentjes	=	moment
momentopname	noun	foto, een afbeelding van iets op een ogenblik waarbij geen ontwikkeling in de tijd gezien kan worden
momentopnamen	=	momentopname
momentopnames	=	momentopname
momentopnametje	=	momentopname
momentopnametjes	=	momentopname
momentum	noun	duidelijk toenemende voortgang
momfluencer	noun	vrouw die op sociale media laat zien hoe ze haar kinderen opvoedt en daarbij adviezen over opvoeding en aan te schaffen producten geeft
momfluencers	=	momfluencer
momjeans	noun	spijkerbroek die wijd zit rond buik, billen en heupen en taps toeloopt naar de enkels
momme	=	mommen
mommen	verb	zich verkleden, gemaskerd gaan
mommend	=	mommen
mommende	=	mommen
mommetje	=	mom
mommetjes	=	mom
mommie	=	mummie
mompel	=	mompelen
mompelde	=	mompelen
mompelden	=	mompelen
mompele	=	mompelen
mompelen	verb	geluiden maken die moeilijk te verstaan zijn
mompelend	adj	zacht, onduidelijk, binnensmonds pratend
mompelende	=	mompelen
mompelends	=	mompelend
mompelendst	=	mompelend
mompelt	=	mompelen
momt	=	mommen
mon	noun	iemand die tot het gelijknamige volk behoort
monachaal	adj	de monniken, het kloosterleven betreffend
monachaale	=	monachaal
monachaaler	=	monachaal
monachaalere	=	monachaal
monachaalers	=	monachaal
monachaals	=	monachaal
monachaalst	=	monachaal
monachaalste	=	monachaal
monachale	=	monachaal
monachaler	=	monachaal
monachalere	=	monachaal
monachalers	=	monachaal
monade	noun	het eerste ding dat was volgens de Pythagoreërs
monaden	=	monade
monameerkat	noun	Cercopithecus mona een apensoort uit het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
monameerkatje	=	monameerkat
monameerkatjes	=	monameerkat
monameerkatten	=	monameerkat
monarch	noun	alleenheerser
monarchaal	adj	een alleenheerser hebbend
monarchaals	=	monarchaal
monarchaalst	=	monarchaal
monarchaalste	=	monarchaal
monarchale	=	monarchaal
monarchaler	=	monarchaal
monarchalere	=	monarchaal
monarchalers	=	monarchaal
monarchen	noun	Monarchidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
monarchie	noun	is van origine een regeringsvorm waarbij alle macht bij één persoon berust
monarchietje	=	monarchie
monarchietjes	=	monarchie
monarchieën	=	monarchie
monarchisme	noun	het aanhangen van een monarchistische staatsvorm
monarchismus	=	monarchisme
monarchist	noun	aanhanger van de monarchie
monarchisten	=	monarchist
monarchistisch	adj	voorstander zijn van de monarchie
monarchistische	=	monarchistisch
monarchistischer	=	monarchistisch
monarchistischere	=	monarchistisch
monarchistischers	=	monarchistisch
monarchje	=	monarch
monarchjes	=	monarch
monarchvlinder	noun	benaming voor vlinders uit de onderfamilie Danainae
monarchvlinders	noun	een onderfamilie Danainae van vlinders in de familie Nymphalidae.
monarchvlindertje	=	monarchvlinder
monastiek	adj	m.b.t. het kloosterleven
monastieke	=	monastiek
monastieker	=	monastiek
monastiekere	=	monastiek
monastiekers	=	monastiek
monastieks	=	monastiek
monastiekst	=	monastiek
monastiekste	=	monastiek
moncktonbeverrat	noun	Crossomys moncktoni knaagdier uit de onderfamilie der muizen en ratten van de Oude Wereld (Murinae) dat voorkomt in de bergen van oostelijk Nieuw-Guinea.
moncktonbeverratje	=	moncktonbeverrat
moncktonbeverratjes	=	moncktonbeverrat
moncktonbeverratten	=	moncktonbeverrat
mond	noun	ingang van het spijsverteringskanaal, hoofdzakelijk gezegd van dit orgaan bij mensen; zowel voor de ingang zelf als de achterliggende holte gebruikt
mond-en-klauwzeer	noun	zeer besmettelijke virusziekte (Aphtae epizooticae) die evenhoevige dieren, vooral runderen, treft
mond-op-mondbeademing	noun	een vorm van reanimatie waarbij een patiënt die niet zelfstandig meer ademt lucht in de longen geblazen wordt door de mond op de mond van het slachtoffer te plaatsen
mond-op-mondbeademingen	=	mond-op-mondbeademing
mond-op-mondbeademinkje	=	mond-op-mondbeademing
mond-tot-mondreclame	noun	een term die in de marketingindustrie gebruikt wordt als niet-medewerkers een product of dienst met elkaar bespreken
mondain	adj	sterk toonaangevend ("voor de rest van de hele wereld") daar waar het gaat om luxe, mode, algehele sfeer e.d.
mondaine	=	mondain
mondainer	=	mondain
mondainere	=	mondain
mondainers	=	mondain
mondains	=	mondain
mondainst	=	mondain
mondainste	=	mondain
mondbacterie	noun	een bacterie die in de mond leeft of uit de mond afkomstig is
mondbacterietje	=	mondbacterie
mondbacterietjes	=	mondbacterie
mondbacteriën	=	mondbacterie
mondbal	noun	seksspeeltje bestaande uit een bal die met een riem achter het hoofd wordt vast gemaakt
mondballen	=	mondbal
mondballetje	=	mondbal
mondballetjes	=	mondbal
mondbeweging	noun	elke beweging die je maakt met je mond, lippen of kaak
mondbewegingen	=	mondbeweging
mondbeweginkje	=	mondbeweging
mondbeweginkjes	=	mondbeweging
mondbodem	noun	het onderste deel van de mond dat de mondholte afsluit, m.n. het gedeelte onder de tong
mondbodempje	=	mondbodem
mondbodempjes	=	mondbodem
mondbodems	=	mondbodem
monddode	=	monddood
monddoder	=	monddood
monddodere	=	monddood
monddoders	=	monddood
monddood	adj	verhinderen dat iemand kritiek of andere onwelgevallige informatie bekendmaakt
monddoods	=	monddood
monddoodst	=	monddood
monddoodste	=	monddood
monde	=	mond
mondegreen	noun	tekst die luisteraars verstaan in plaats van een stukje uit de eigenlijke liedtekst, omdat die hetzelfde klinkt
mondegreens	=	mondegreen
mondelijk	adj	via het gesproken woord
mondelijke	=	mondelijk
mondelijker	=	mondelijk
mondelijkere	=	mondelijk
mondelijkers	=	mondelijk
mondelijks	=	mondelijk
mondelijkst	=	mondelijk
mondelijkste	=	mondelijk
mondeling	adj	via het gesproken woord	adv	op mondelinge wijze
mondelinge	=	mondeling
mondelinger	=	mondeling
mondelingere	=	mondeling
mondelingers	=	mondeling
mondelings	=	mondeling
mondelingst	=	mondeling
mondelingste	=	mondeling
monden	=	mond
mondenvol	=	mondvol
mondgemeen	adj	van iets dat iedereen erover spreekt
mondgemeens	=	mondgemeen
mondgemeenst	=	mondgemeen
mondgemeenste	=	mondgemeen
mondgemene	=	mondgemeen
mondgemener	=	mondgemeen
mondgemenere	=	mondgemeen
mondgemeners	=	mondgemeen
mondgevoel	noun	de tactiele waarneming die men in de mond voelt bij het eten van voedsel
mondharmonica	noun	instrument met doorslaande tongen dat met de mond bespeeld wordt
mondharmonica's	=	mondharmonica
mondharmonicaatje	=	mondharmonica
mondharmonicaatjes	=	mondharmonica
mondharp	noun	een klein tokkelinstrument en lamellofoon waarbij de klank gevormd wordt door een dunne lamel aan te tokkelen waarbij het frame tussen de tanden of tegen de lippen wordt gehouden
mondharpen	=	mondharp
mondharpje	=	mondharp
mondharpjes	=	mondharp
mondheelkunde	noun	het medische specialisme dat zich bezighoudt met het diagnosticeren en chirurgisch behandelen van aandoeningen en afwijkingen aan de mond, kaken en het gezicht
mondhoek	noun	De plaats waar boven- en onderlip bij elkaar komen.
mondhoeken	=	mondhoek
mondhoekje	=	mondhoek
mondhoekjes	=	mondhoek
mondholte	noun	het inwendige deel van de mond [1]
mondholten	=	mondholte
mondholtes	=	mondholte
mondholtetje	=	mondholte
mondhygiëne	noun	hygiëne en verzorging van de mond
mondhygiënist	noun	paramedicus die werkzaam is in de preventieve tandheelkunde
mondhygiëniste	=	mondhygiënist
mondhygiënisten	=	mondhygiënist
mondhygiënistje	=	mondhygiënist
mondiaal	adj	met betrekking tot of geldend voor de gehele wereld
mondiaals	=	mondiaal
mondiaalst	=	mondiaal
mondiaalste	=	mondiaal
mondiale	=	mondiaal
mondialer	=	mondiaal
mondialere	=	mondiaal
mondialers	=	mondiaal
mondialiseer	=	mondialiseren
mondialiseerde	=	mondialiseren
mondialiseerden	=	mondialiseren
mondialiseert	=	mondialiseren
mondialisere	=	mondialiseren
mondialiseren	verb	iets over de hele wereld verspreiden
mondialiserend	=	mondialiseren
mondialiserende	=	mondialiseren
mondialisering	noun	het verschijnsel dat de wereld steeds meer één economische, politieke en culturele eenheid wordt
mondialiseringen	=	mondialisering
mondig	adj	meerderjarig en toerekeningsvatbaar
mondige	=	mondig
mondiger	=	mondig
mondigere	=	mondig
mondigers	=	mondig
mondigheidsverklaring	noun	historische juridische handeling waarbij een minderjarige (vóór het bereiken van de wettelijke meerderjarigheid) handelingsbekwaam werd verklaard
mondigheidsverklaringen	=	mondigheidsverklaring
mondigheidsverklarinkje	=	mondigheidsverklaring
mondigheidsverklarinkjes	=	mondigheidsverklaring
mondigs	=	mondig
mondigst	=	mondig
mondigste	=	mondig
monding	noun	plaats waar een rivier uitkomt in zee of meer, of waar een zijrivier in een grotere rivier
mondingen	=	monding
mondinkje	=	monding
mondinkjes	=	monding
mondje	=	mond
mondjes	=	mond
mondjesmaat	adv	in zeer kleine hoeveelheden
mondjesvol	=	mondjevol
mondjevol	noun	een heel klein beetje
mondjevollen	=	mondjevol
mondkanker	noun	kanker in en rond de mond
mondkap	noun	kapje dat voor de mond wordt geplaatst teneinde inademing van stof of ziekteverwekkers te voorkomen
mondkapje	noun	kapje dat voor de mond wordt geplaatst teneinde inademing van stof of ziekteverwekkers te voorkomen
mondkapjes	=	mondkap
mondkapjesdeal	noun	overeenkomst tussen verschillende partijen over de koop en verkoop van grote hoeveelheden mondkapjes
mondkapjesdeals	=	mondkapjesdeal
mondkapjesmaker	noun	iemand die mondkapjes maakt
mondkapjesmakers	=	mondkapjesmaker
mondkappen	=	mondkap
mondklem	noun	hulpmiddel dat wordt gebruikt om de lippen en wangen opzij te houden en de mond volledig open te zetten
mondklemmen	=	mondklem
mondklemmetje	=	mondklem
mondklemmetjes	=	mondklem
mondkus	noun	een zoen op de mond
mondkusje	=	mondkus
mondkusjes	=	mondkus
mondkussen	=	mondkus
mondmasker	noun	kapje dat voor de mond wordt geplaatst teneinde inademing van stof, gevaarlijke stoffen of ziekteverwekkers te voorkomen
mondmaskers	=	mondmasker
mondmaskertje	=	mondmasker
mondmaskertjes	=	mondmasker
mondontsteking	noun	een ontsteking van het mondslijmvlies.
mondontstekingen	=	mondontsteking
mondontstekinkje	=	mondontsteking
mondontstekinkjes	=	mondontsteking
mondorgel	noun	een blaasinstrument en een lamellofoon dat qua toonvorming sterk verwant is aan de trekzak
mondorgels	=	mondorgel
mondorgeltje	=	mondorgel
mondorgeltjes	=	mondorgel
mondprobleem	noun	een aandoening of ziekte die in de mond is gelokaliseerd
mondprobleemjes	=	mondprobleem
mondprobleempje	=	mondprobleem
mondproblemen	=	mondprobleem
mondreclame	noun	informele reclame die mondeling wordt overgedragen tussen gebruikers
mondreclames	=	mondreclame
mondspiegel	noun	klein oppervlak dat het beeld weerkaatst, bevestigd aan een steel waarmee de tandarts tanden en kiezen kan inspecteren
mondspiegels	=	mondspiegel
mondspiegeltje	=	mondspiegel
mondspiegeltjes	=	mondspiegel
mondspray	noun	vloeibaar product dat bedoeld is om de adem direct te verfrissen, een droge mond te verlichten door de mond te bevochtigen, en slechte adem te bestrijden door bacteriën te neutraliseren
mondsprays	=	mondspray
mondspraytje	=	mondspray
mondspraytjes	=	mondspray
mondspreider	noun	hulpmiddel dat wordt gebruikt om de lippen en wangen opzij te houden en de mond volledig open te zetten
mondspreiders	=	mondspreider
mondspreidertje	=	mondspreider
mondspreidertjes	=	mondspreider
mondstuk	noun	dat deel van een blaasinstrument dat in de mond genomen wordt of aan de lippen gezet
mondstukje	=	mondstuk
mondstukjes	=	mondstuk
mondstukken	=	mondstuk
mondverzorging	noun	verzorging van de mond(holte), mondhygiëne
mondverzorgingen	=	mondverzorging
mondverzorginkje	=	mondverzorging
mondverzorginkjes	=	mondverzorging
mondvol	noun	een hap of een slok die zo groot is dat ze de mond vult
mondvollen	=	mondvol
mondvolletje	=	mondvol
mondvolletjes	=	mondvol
mondvoorraad	noun	proviand, eten
mondvoorraadje	=	mondvoorraad
mondvoorraadjes	=	mondvoorraad
mondvoorraden	=	mondvoorraad
mondwater	noun	reinigende vloeistof waarmee de mondholte kan worden gespoeld, vaak gebruikt om onprettig ruikende adem tegen te gaan
mondwaters	=	mondwater
mondwatertje	=	mondwater
mondwatertjes	=	mondwater
mondzorg	noun	de zorg die wordt verleent aan de mond en de tanden van patiënten
monegask	noun	een inwoner van Monaco, of iemand afkomstig uit Monaco
monegasken	=	monegask
monegaskisch	adj	op Monaco betrekking hebbend
monegaskische	noun	een vrouwelijke inwoner van Monaco, of een vrouw afkomstig uit Monaco
monegaskischen	=	monegaskische
monegaskischer	=	monegaskisch
monegaskischere	=	monegaskisch
monegaskischers	=	monegaskisch
monegaskischtalig	adj	de Monegaskische taal sprekend
monegaskischtalige	=	monegaskischtalig
monegaskischtaligs	=	monegaskischtalig
monetair	adj	het muntstelsel betreffend
monetairder	=	monetair
monetairdere	=	monetair
monetairders	=	monetair
monetaire	=	monetair
monetairs	=	monetair
monetairst	=	monetair
monetairste	=	monetair
monetarisme	noun	een verzameling denkbeelden over het nationaal inkomen en de economie van het geld waarbij men zich concentreert op de vraag en aanbod van geld, als een primaire manier waarop economische activiteit kan worden geregeld
monetarist	noun	aanhanger van het monetarisme, mannelijke vorm van monetariste
monetaristen	=	monetarist
monetaristisch	adj	betrekking hebbend op het monetarisme
monetaristische	=	monetaristisch
monetaristischer	=	monetaristisch
monetaristischere	=	monetaristisch
monetaristischers	=	monetaristisch
monetisatie	noun	het proces waarbij iets wordt omgezet in geld, bijvoorbeeld door een dienst, een online platform of een idee te gebruiken om inkomsten te genereren
monetisaties	=	monetisatie
money	noun|informal	geld
moneybelt	noun	riem die je om je middel draagt waar geld onzichtbaar in opgeborgen kan worden en daardoor meer beveiliging geeft tegen diefstal
moneybelts	=	moneybelt
moneymaker	noun	iemand die voortdurend bezig is veel geld te verdienen
moneymakers	=	moneymaker
mongolen	=	mongool
mongolenplooi	noun	karakteristieke plooi van het bovenste ooglid bij mongoloïde volken, waardoor het oog schuin lijkt te staan
mongolenplooien	=	mongolenplooi
mongolenplooitje	=	mongolenplooi
mongolenplooitjes	=	mongolenplooi
mongolenvlek	noun	een blauwzwarte, grijsgrauwe of soms donkerbruine goedaardige pigmentvlek met golvende grenzen en een onregelmatige vorm
mongolenvlekje	=	mongolenvlek
mongolenvlekjes	=	mongolenvlek
mongolenvlekken	=	mongolenvlek
mongolisch	adj	met betrekking tot het Mongoolse ras en/of volk
mongolische	noun	een vrouwelijke inwoner van Mongolië, of een vrouw afkomstig uit Mongolië
mongolischen	=	mongolische
mongolischer	=	mongolisch
mongolischere	=	mongolisch
mongolischers	=	mongolisch
mongolisme	noun|obsolete	downsyndroom, trisomie van chromosoom-21
mongoliër	noun	een inwoner van Mongolië, of iemand afkomstig uit Mongolië
mongoliërs	=	mongoliër
mongoloïd	adj	lijkend op het Mongoolse ras en/of volk
mongoloïde	adj	lijdend aan het syndroom van Down
mongoloïder	=	mongoloïd
mongoloïdere	=	mongoloïd
mongoloïders	=	mongoloïd
mongoloïdes	=	mongoloïde
mongoloïds	=	mongoloïd
mongoloïdst	=	mongoloïd
mongoloïdste	=	mongoloïd
mongoloïedst	=	mongoloïde
mongoloïedste	=	mongoloïde
mongool	noun	iemand met het syndroom van Down (downsyndroom), meestal als verkleinvorm mongooltje
mongools	adj	op Mongolië betrekking hebbend
mongoolse	noun	een vrouwelijke inwoner van Mongolië, of een vrouw afkomstig uit Mongolië
mongoolsen	=	mongoolse
mongoolser	=	mongools
mongoolsere	=	mongools
mongoolsers	=	mongools
mongoolst	=	mongools
mongoolstalig	adj	de Mongoolse taal sprekend
mongoolstalige	=	mongoolstalig
mongoolstaligs	=	mongoolstalig
mongoolste	=	mongools
mongooltje	noun	iemand met het syndroom van Down (downsyndroom)
mongooltjes	=	mongool
mongozmaki	noun	Eulemur mongoz een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
mongozmaki's	=	mongozmaki
mongozmakietje	=	mongozmaki
mongozmakietjes	=	mongozmaki
moniale	noun	slotzuster (die nooit uit het klooster gaat)
monialen	=	moniale
monias	noun	een vogel van het geslacht Monias uit de familie van de steltrallen (Mesitornithidae)
moniasje	=	monias
moniasjes	=	monias
moniassen	=	monias
monilia-rot	noun	een geslacht Monilinia van schimmelziekten die voorkomt bij vruchtbomen, zoals appel, peer, pruim en kers.
monilia-rotje	=	monilia-rot
monilia-rotjes	=	monilia-rot
monilia-rotten	=	monilia-rot
monisme	noun	opvatting die vooral de nadruk legt op eenheid
monist	noun	parlementslid dat kritiekloos de koers van de regering, waarin zijn partij coalitiepartner is, volgt
monisten	=	monist
monistisch	adj	betrekking hebbend op het monisme
monistische	=	monistisch
monistischer	=	monistisch
monistischere	=	monistisch
monistischers	=	monistisch
monitor	noun	een scherm waarop de informatie uit een computer zichtbaar wordt gemaakt
monitoraat	noun	instantie belast met de studiebegeleiding van studenten of andere vorm van toezicht
monitoraten	=	monitoraat
monitorde	=	monitoren
monitorden	=	monitoren
monitore	=	monitoren
monitoren	verb	controle uitoefenen op een proces b.v. via een monitor controleren
monitorend	=	monitoren
monitorende	=	monitoren
monitoring	noun	toezicht op een proces
monitoringcomiteetje	=	monitoringcomité
monitoringcomiteetjes	=	monitoringcomité
monitoringcomité	noun	groep die is aangesteld om toezicht op de voortgang van iets uit te oefenen
monitoringcomités	=	monitoringcomité
monitors	=	monitor
monitort	=	monitoren
monitortje	=	monitor
monitortjes	=	monitor
monkel	=	monkelen
monkelde	=	monkelen
monkelden	=	monkelen
monkele	=	monkelen
monkelen	verb	van genoegen of spottend glimlachen
monkelend	=	monkelen
monkelende	=	monkelen
monkelt	=	monkelen
monkimonki	noun	Saimiri sciureus aapje uit het geslacht van zoogdieren uit de familie kapucijnapen, doodshoofdaapjes en klauwaapjes
monkimonki's	=	monkimonki
monkimonkikers	noun	Eugenia uniflora soort kers
monkimonkikersen	=	monkimonkikers
monnik	noun	man die uit religieuze overwegingen teruggetrokken leeft, voornamelijk in een klooster
monniken	=	monnik
monnikendom	noun	alle monniken en kloosterorden als één geheel gezien
monnikendommen	=	monnikendom
monnikenwerk	noun	een saai, langdurig, moeilijk werk dat veel geduld en tijd vereist en weinig oplevert
monnikenwerken	=	monnikenwerk
monnikenwerkje	=	monnikenwerk
monnikenwerkjes	=	monnikenwerk
monnikje	=	monnik
monnikjes	=	monnik
monnikplek	noun	kaalgeschoren plek op het achterhoofd van een kloosterling
monnikplekje	=	monnikplek
monnikplekjes	=	monnikplek
monnikplekken	=	monnikplek
monniksfluiter	noun	Pachycephala monacha een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
monniksfluiters	=	monniksfluiter
monniksfluitertje	=	monniksfluiter
monniksfluitertjes	=	monniksfluiter
monniksfruit	noun	Siraitia grosvenorii een kruidachtige vaste klimplant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
monniksfruiten	=	monniksfruit
monniksfruitje	=	monniksfruit
monniksfruitjes	=	monniksfruit
monniksgier	noun	Aegypius monachus een gier die zowel in Azië als in Europa - vooral in Spanje - voor komt.
monniksgieren	=	monniksgier
monniksgiertje	=	monniksgier
monniksgiertjes	=	monniksgier
monnikskap	noun	kap van een monnikspij
monnikskapje	=	monnikskap
monnikskapjes	=	monnikskap
monnikskappen	=	monnikskap
monnikskaptiran	noun	Myiarchus tuberculifer een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
monnikskaptirannen	=	monnikskaptiran
monnikskaptirannetje	=	monnikskaptiran
monnikskaptirannetjes	=	monnikskaptiran
monnikskraanvogel	noun	Grus monacha een vogel uit de familie van de kraanvogels (Gruidae).
monnikskraanvogels	=	monnikskraanvogel
monnikskraanvogeltje	=	monnikskraanvogel
monnikskraanvogeltjes	=	monnikskraanvogel
monniksparkiet	noun	Myiopsitta monachus een parkiet uit Argentinië en het zuidelijke deel van Brazilië in Zuid-Amerika.
monniksparkieten	=	monniksparkiet
monniksparkietje	=	monniksparkiet
monniksparkietjes	=	monniksparkiet
monnikspeper	noun	Vitex agnus-castus een plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
monnikspepers	=	monnikspeper
monnikspepertje	=	monnikspeper
monnikspepertjes	=	monnikspeper
monnikspij	noun	mantel waarin kloosterlingen zich hullen
monnikspijen	=	monnikspij
monniksrob	noun	zoogdier uit het geslacht Monachus van de zoogdieren dat behoort tot de familie van de zeehonden (Phocidae).
monniksrobben	noun	geslacht Monachus van zoogdieren dat behoort tot de familie van de zeehonden (Phocidae) De dieren worden ongeveer 3 meter groot.
monniksrobje	=	monniksrob
monniksrobjes	=	monniksrob
monniksrupsvogel	noun	Edolisoma tenuirostre een rupsvogel die voorkomt in een groot gebied dat reikt van Celebes tot Australië en Oceanië
monniksrupsvogels	=	monniksrupsvogel
monniksrupsvogeltje	=	monniksrupsvogel
monniksrupsvogeltjes	=	monniksrupsvogel
monnikssaki	noun	Pithecia monachus een apensoort, een van de zeven soorten saki's
monnikssaki's	=	monnikssaki
monnikssakietje	=	monnikssaki
monnikssakietjes	=	monnikssaki
monniksspoorkoekoek	noun	Centropus monachus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
monniksspoorkoekoeken	=	monniksspoorkoekoek
monniksspoorkoekoekje	=	monniksspoorkoekoek
monniksspoorkoekoekjes	=	monniksspoorkoekoek
monnikstapuit	noun	Oenanthe monacha een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
monnikstapuiten	=	monnikstapuit
monnikstapuitje	=	monnikstapuit
monnikstapuitjes	=	monnikstapuit
monniksvleugeltje	noun	Epischnia prodromella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
monniksvleugeltjes	=	monniksvleugeltje
monniksvliegenpikker	noun	Phyllomyias nigrocapillus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
monniksvliegenpikkers	=	monniksvliegenpikker
monniksvliegenpikkertje	=	monniksvliegenpikker
monniksvliegenpikkertjes	=	monniksvliegenpikker
monnikswielewaal	noun	Oriolus monacha een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
monnikswielewaaltje	=	monnikswielewaal
monnikswielewaaltjes	=	monnikswielewaal
monnikswielewalen	=	monnikswielewaal
monnikszanger	noun	Setophaga citrina een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
monnikszangers	=	monnikszanger
monnikszangertje	=	monnikszanger
monnikszangertjes	=	monnikszanger
mono	adj	weergegeven over één spoor of kanaal
mono-etnisch	adj	betreft een groep, gemeenschap of gebied met mensen van slechts één specifieke etnische afkomst of cultuur
mono-etnische	=	mono-etnisch
mono-etnischer	=	mono-etnisch
mono-etnischere	=	mono-etnisch
mono-etnischers	=	mono-etnisch
monoamine-oxidaseremmer	noun	deze stof blokkeert de werking van monoamino-oxidase (MAO)
monoamine-oxidaseremmers	=	monoamine-oxidaseremmer
monobrauw	noun	wenkbrauw bestaande uit twee samengegroeide wenkbrauwen
monobrauwen	=	monobrauw
monobrauwtje	=	monobrauw
monobrauwtjes	=	monobrauw
monochromatisch	adj	maar één kleur hebbend
monochromatische	=	monochromatisch
monochromatischer	=	monochromatisch
monochromatischere	=	monochromatisch
monochromatischers	=	monochromatisch
monochromator	noun	een toestel dat, gewoonlijk door strooiing aan een rooster, slechts één bepaalde golflengte van de aangeboden straling doorlaat
monochromators	=	monochromator
monochromatortje	=	monochromator
monochromatortjes	=	monochromator
monochrome	=	monochroom
monochromen	=	monochroom
monochromer	=	monochroom
monochromere	=	monochroom
monochromers	=	monochroom
monochroom	adj	in één kleur, eenkleurig
monochrooms	=	monochroom
monochroomst	=	monochroom
monochroomste	=	monochroom
monocle	noun	een bril voor één oog
monocles	=	monocle
monocletje	=	monocle
monocletjes	=	monocle
monocomponent	noun	geneesmiddel zonder nevenbestanddelen
monocomponenten	=	monocomponent
monocomponentje	=	monocomponent
monocomponentjes	=	monocomponent
monocratie	noun	alleenheerschappij
monocratietje	=	monocratie
monocratietjes	=	monocratie
monocratieën	=	monocratie
monoculair	adj	met één oog of één lens
monoculairder	=	monoculair
monoculairdere	=	monoculair
monoculairders	=	monoculair
monoculaire	=	monoculair
monoculairs	=	monoculair
monoculairst	=	monoculair
monoculairste	=	monoculair
monoculturen	=	monocultuur
monocultuur	noun	landbouw met één gespecialiseerd gewas
monocultuurtje	=	monocultuur
monodie	noun	éénstemmig gezang
monodieën	=	monodie
monodrama	noun	toneelstuk waarin slechts één persoon optreedt
monodrama's	=	monodrama
monodramaatje	=	monodrama
monodramaatjes	=	monodrama
monofaag	noun	organisme dat een enkele soort of groep andere organismen belaagt
monofaagje	=	monofaag
monofaagjes	=	monofaag
monofagen	=	monofaag
monofone	=	monofoon
monofonen	=	monofoon
monofoon	noun	monofone ringtone	adj	in staat slechts één toon tegelijk voort te brengen
monofoons	=	monofoon
monofoontje	=	monofoon
monofoontjes	=	monofoon
monoftalmie	noun	een zeldzame aangeboren aandoening waarbij iemand met slechts één oog wordt geboren
monoftong	noun	de benaming voor één enkele klinker die de nucleus vormt van een lettergreep
monoftongen	=	monoftong
monoftongering	noun	het verschijnsel dat een diftong of triftong overgaat in een monoftong
monoftongeringen	=	monoftongering
monoftongetje	=	monoftong
monoftongetjes	=	monoftong
monogaam	adj	gehuwd (of samenlevend) met één partner (tegelijkertijd)
monogaams	=	monogaam
monogaamst	=	monogaam
monogaamste	=	monogaam
monogame	=	monogaam
monogamer	=	monogaam
monogamere	=	monogaam
monogamers	=	monogaam
monogamie	noun	het samenleven of getrouwd zijn met één persoon
monogenese	noun	afstamming van de mensen van één enkel paar (zoals Adam en Eva)
monografie	noun	een wetenschappelijk boek of verhandeling over één onderwerp of een beperkte groep van samenhangende onderwerpen, in het algemeen geschreven door één auteur
monografietje	=	monografie
monografietjes	=	monografie
monografieën	=	monografie
monografisch	adj	van of als van een monografie
monografische	=	monografisch
monografischer	=	monografisch
monografischere	=	monografisch
monografischers	=	monografisch
monogram	noun	een figuur waarin de initialen van een naam op kunstzinnige wijze zijn verweven
monogrammen	=	monogram
monogrammetje	=	monogram
monogrammetjes	=	monogram
monokini	noun	bikini zonder bovenstuk
monokini's	=	monokini
monokinietje	=	monokini
monokinietjes	=	monokini
monoklien	adj	een symmetrie bezittend die ten hoogste een tweetallige hoofdas of een spiegelvlak bevat
monokliene	=	monoklien
monokliens	=	monoklien
monoklonaal	adj	tot één kloon behorend
monoklonaals	=	monoklonaal
monoklonale	=	monoklonaal
monolaag	noun	een enkele laag moleculen of atomen op een oppervlak
monolaagje	=	monolaag
monolaagjes	=	monolaag
monolagen	=	monolaag
monoliet	noun	zuil uit een stuk
monoliete	=	monoliet
monolieten	=	monoliet
monoliets	=	monoliet
monolinguaal	adj	eentalig
monolinguaals	=	monolinguaal
monolinguaalst	=	monolinguaal
monolinguaalste	=	monolinguaal
monolinguale	=	monolinguaal
monolingualer	=	monolinguaal
monolingualere	=	monolinguaal
monolingualers	=	monolinguaal
monolithisch	adj	gevormd uit één stuk steen
monolithische	=	monolithisch
monolithischer	=	monolithisch
monolithischere	=	monolithisch
monolithischers	=	monolithisch
monolitisch	=	monolithisch
monologen	=	monoloog
monoloog	noun	een gesprek gevoerd door één persoon, meestal op toneel
monoloogje	=	monoloog
monoloogjes	=	monoloog
monomaan	noun	iemand die lijdt aan een monomanie	adj	van een persoon dat deze zich maar met één ding bezig houdt
monomaans	=	monomaan
monomaanst	=	monomaan
monomaanste	=	monomaan
monomane	=	monomaan
monomanen	=	monomaan
monomaner	=	monomaan
monomanere	=	monomaan
monomaners	=	monomaan
monomanie	noun	een waanzin die zich fixeert op één neiging en resulteert in abnormaal gedrag
monomanieën	=	monomanie
monomeer	noun	een enkelvoudige bouwsteen waaruit een polymeerketen opgebouwd is
monomeertje	=	monomeer
monomeertjes	=	monomeer
monomeren	=	monomeer
mononatriumglutamaat	noun	het mononatriumzout van glutaminezuur dat als smaakversterker in de voedingsindustrie wordt gebruikt (E-nummer: E621)
mononatuur	noun	het op grote schaal telen van één gewas op hetzelfde stuk grond, zonder vruchtwisseling, wat leidt tot bodemuitputting en plagen
mononucleose	noun	vermeerdering van eenkernige witte bloedlichaampjes
monopolen	=	monopool
monopolie	noun	het geheel beheersen van een markt door een enkele leverancier
monopoliebedrijf	noun	een bedrijf die als enige, en dus zonder concurrentie, een bepaald product levert
monopoliebedrijven	=	monopoliebedrijf
monopoliede	=	monopoliën
monopolieden	=	monopoliën
monopoliegeld	noun	namaakgeld dat bij het monopoliespel gebruikt wordt
monopoliegelden	=	monopoliegeld
monopoliepositie	noun	toestand waarin men het monopolie van iets bezit
monopolieposities	=	monopoliepositie
monopolies	=	monopolie
monopoliet	=	monopoliën
monopolietje	=	monopolie
monopolietjes	=	monopolie
monopoliseer	=	monopoliseren
monopoliseerde	=	monopoliseren
monopoliseerden	=	monopoliseren
monopoliseert	=	monopoliseren
monopolisere	=	monopoliseren
monopoliseren	verb	tot een monopolie maken
monopoliserend	=	monopoliseren
monopoliserende	=	monopoliseren
monopolisering	noun	het monopoliseren
monopoliseringen	=	monopolisering
monopolist	noun	bedrijf of persoon met een monopoliepositie
monopolisten	=	monopolist
monopolistisch	adj	met betrekking tot een monopolie
monopolistische	=	monopolistisch
monopolistischer	=	monopolistisch
monopolistischere	=	monopolistisch
monopolistischers	=	monopolistisch
monopolië	=	monopoliën
monopoliën	verb	het bordspel Monopoly spelen
monopoliënd	=	monopoliën
monopoliënde	=	monopoliën
monopoloïde	adj	één pool hebbend
monopoloïder	=	monopoloïde
monopoloïdere	=	monopoloïde
monopoloïders	=	monopoloïde
monopoloïdes	=	monopoloïde
monopoloïedst	=	monopoloïde
monopoloïedste	=	monopoloïde
monopoly	noun	gezelschapsspel dat gaat over de handel in onroerend goed
monopolyde	=	monopolyen
monopolyden	=	monopolyen
monopolye	=	monopolyen
monopolyen	verb	het bordspel Monopoly spelen
monopolyend	=	monopolyen
monopolyende	=	monopolyen
monopolyt	=	monopolyen
monopool	noun	voorwerp met één pool
monopoolantenne	noun	een soortnaam van de antennes die bestaan uit één stralend element met een aardvlak, aardnet of enkele draden of staven (zg, radialen) die als tegenpool fungeren
monopoolantennes	=	monopoolantenne
monopoolantennetje	=	monopoolantenne
monopoolantennetjes	=	monopoolantenne
monopooltje	=	monopool
monopooltjes	=	monopool
monopsonie	noun	het fenomeen dat er een markt is waar slechts één koper, de monopsonist, aanwezig is
monorail	noun	spoorsysteem, waarbij het voertuig over een enkelrailig spoor rijdt (of zweeft)
monorails	=	monorail
monorailtje	=	monorail
monoseem	noun	woord met precies één betekenis	adj	precies één betekenis hebbend
monoseems	=	monoseem
monoseme	=	monoseem
monosemen	=	monoseem
monosemie	noun	het hebben van niet meer dan één betekenis
monosemisch	adj	betreft een woord, begrip of teken met slechts één specifieke betekenis
monosemische	=	monosemisch
monosemischer	=	monosemisch
monosemischere	=	monosemisch
monosemischers	=	monosemisch
monostrofisch	adj	bestaande uit gelijkvormige strofen
monostrofische	=	monostrofisch
monostrofischer	=	monostrofisch
monostrofischere	=	monostrofisch
monostrofischers	=	monostrofisch
monosyllabisch	adj	eenlettergrepig
monosyllabische	=	monosyllabisch
monosyllabischer	=	monosyllabisch
monosyllabischere	=	monosyllabisch
monosyllabischers	=	monosyllabisch
monotherapie	noun	een behandeling met één geneesmiddel
monotherapietje	=	monotherapie
monotherapietjes	=	monotherapie
monotherapieën	=	monotherapie
monotheïsme	noun	geloof aan één god in plaats van vele goden
monotheïst	noun	iemand die gelooft in het bestaan van één enkel opperwezen, een aanhanger van het monotheïsme
monotheïsten	=	monotheïst
monotheïstisch	adj	betrekking hebbend op het monotheïsme
monotheïstische	=	monotheïstisch
monotheïstischer	=	monotheïstisch
monotheïstischere	=	monotheïstisch
monotheïstischers	=	monotheïstisch
monotheïstje	=	monotheïst
monotheïstjes	=	monotheïst
monotone	=	monotoon
monotoner	=	monotoon
monotonere	=	monotoon
monotoners	=	monotoon
monotonie	noun	door gebrek aan contrasten saai en eentonig
monotonisch	adj	monotonie hebbend
monotonische	=	monotonisch
monotonischer	=	monotonisch
monotonischere	=	monotonisch
monotonischers	=	monotonisch
monotoon	adj	eentonig
monotoons	=	monotoon
monotoonst	=	monotoon
monotoonste	=	monotoon
monotype	noun	zetmachine voor afzonderlijke letters en een bedrijf die deze machines maakt
monotypen	=	monotype
monotypes	=	monotype
monotypisch	adj	maar één soort tellend
monotypische	=	monotypisch
monovalent	adj	eenwaardig
monovalente	=	monovalent
monovalents	=	monovalent
monovolume	noun	bepaald type grote personenauto die van achteren even hoog blijft doorlopen zonder afgescheiden bagageruimte
monovolumen	=	monovolume
monovolumes	=	monovolume
monowheel	noun	elektrische eenwieler die bestaat uit een groot wiel aangedreven door kleine wieltjes, waarbij de berijder het wiel tussen de voeten houdt
monowheels	=	monowheel
monoxide	noun	verbinding met moleculen van één atoom zuurstof en een atoom van een andere stof
monoxiden	=	monoxide
monoxides	=	monoxide
monroviaan	noun	een inwoner van Monrovia, of iemand afkomstig uit Monrovia
monroviaans	adj	op Monrovia betrekking hebbend
monroviaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Monrovia, of een vrouw afkomstig uit Monrovia
monroviaansen	=	monroviaanse
monrovianen	=	monroviaan
monseigneur	noun	aanspreektitel voor een kardinaal, een bisschop of een prelaat
monseigneurs	=	monseigneur
monseigneurtje	=	monseigneur
monseigneurtjes	=	monseigneur
monsieur	noun	benaming voor een heer met een Franse achtergrond, bijvoorbeeld een leraar Frans
monster	noun	schrikwekkend wezen
monsterachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een monster
monsterachtige	=	monsterachtig
monsterachtiger	=	monsterachtig
monsterachtigere	=	monsterachtig
monsterachtigers	=	monsterachtig
monsterachtigs	=	monsterachtig
monsterachtigst	=	monsterachtig
monsterachtigste	=	monsterachtig
monsterboek	noun	boek waarin monsters worden beschreven
monsterboeken	=	monsterboek
monsterboekje	=	monsterboek
monsterboekjes	=	monsterboek
monsterboor	noun	buisvormige boor om monsters te trekken bv. uit kaas (-> kaasboor)
monsterboortje	=	monsterboor
monsterboortjes	=	monsterboor
monsterboren	=	monsterboor
monsterde	=	monsteren
monsterden	=	monsteren
monstere	=	monsteren
monsteren	verb	aanmonsteren
monsterend	=	monsteren
monsterende	=	monsteren
monstergolf	noun	een relatief grote, spontaan optredende golf in zee die voor zelfs grote schepen een bedreiging vormt.
monstergolven	=	monstergolf
monstering	noun	het monsteren
monsteringen	=	monstering
monsterlijk	adj	heel lelijk, naar en eng
monsterlijke	=	monsterlijk
monsterlijker	=	monsterlijk
monsterlijkere	=	monsterlijk
monsterlijkers	=	monsterlijk
monsterlijks	=	monsterlijk
monsterlijkst	=	monsterlijk
monsterlijkste	=	monsterlijk
monsterneming	noun	het afnemen van een kleine hoeveelheid materiaal, uit een groter geheel, voor verder onderzoek
monsternemingen	=	monsterneming
monsterplaat	noun	een stukje materiaal of verf dat wordt gebruikt om de kleur, structuur, afwerking of kwaliteit van een product in het echt te beoordelen
monsterplaatje	=	monsterplaat
monsterplaatjes	=	monsterplaat
monsterplaten	=	monsterplaat
monsterrol	noun	lijst met de namen van de bemanningsleden op een schip
monsterrollen	=	monsterrol
monsters	=	monster
monsterscore	noun	uitzonderlijk hoge en grote uitslag in een sportwedstrijd
monsterscores	=	monsterscore
monstert	=	monsteren
monstertje	=	monster
monstertjes	=	monster
monstertocht	noun	race die uitzonderlijk lang en inspannend is
monstertochten	=	monstertocht
monstervangst	noun	de vangst van een monster
monstervangsten	=	monstervangst
monsterverbond	noun	een overeenkomst waarin partijen die normaal elkaars tegenstrever zijn hun tegenstellingen opzij leggen en een verbond sluiten tegen een andere, machtiger partij
monsterverbonden	=	monsterverbond
monsterverbondje	=	monsterverbond
monsterverbondjes	=	monsterverbond
monsterzege	noun	zeer grote overwinning
monsterzeges	=	monsterzege
monstra	=	monstrum
monstrans	noun	gouden of zilveren versierd vaatwerk waarin de hostie of een reliek ter verering wordt getoond
monstransen	=	monstrans
monstrueus	adj	groot en lelijk
monstrueust	=	monstrueus
monstrueuste	=	monstrueus
monstrueuze	=	monstrueus
monstrueuzer	=	monstrueus
monstrueuzere	=	monstrueus
monstrueuzers	=	monstrueus
monstrum	noun	verkeerd aangelegd organisme
monstrumpje	=	monstrum
monstrumpjes	=	monstrum
monstrums	=	monstrum
monstruositeit	noun	iets dat gruwelijk lelijk is
monstruositeiten	=	monstruositeit
mont	=	mond
montage	noun	het monteren
montagefoto	noun	een foto die is gemaakt van verschillende andere foto's
montagefoto's	=	montagefoto
montagehandleiding	noun	een instructiedocument dat stap-voor-stap beschrijft hoe onderdelen van een product veilig en correct fysiek in elkaar worden gezet en/of bevestigd (bijv. meubels, apparaten aan een muur).
montagehandleidingen	=	montagehandleiding
montagehandleidinkje	=	montagehandleiding
montagehandleidinkjes	=	montagehandleiding
montagekamer	noun	ruimte waarin apparatuur staat waarmee men ruwe opnames kan bewerken
montagekamers	=	montagekamer
montagekamertje	=	montagekamer
montagekamertjes	=	montagekamer
montagekosten	noun	uitgaven die men doet om zaken aan elkaar vast te maken
montages	=	montage
montagetje	=	montage
montealbogrottensalamander	noun	Speleomantes flavus een salamander uit de familie longloze salamanders of Plethodontidae.
montealbogrottensalamanders	=	montealbogrottensalamander
montealbogrottensalamandertje	=	montealbogrottensalamander
montealbogrottensalamandertjes	=	montealbogrottensalamander
montecarlosimulatie	noun	techniek waarbij een complex proces vele malen wordt nagebootst met telkens een andere combinatie van startcondities zodat bij benadering kan worden vastgesteld hoe de kans op een bepaalde uitkomst afhangt van de startcondities
montecarlosimulaties	=	montecarlosimulatie
montee	noun	groep glasaaltjes die de rivier opzwemt
monteer	=	monteren
monteerbaar	adj	te maken uit losse onderdelen
monteerbaarder	=	monteerbaar
monteerbaardere	=	monteerbaar
monteerbaarders	=	monteerbaar
monteerbaars	=	monteerbaar
monteerbaarst	=	monteerbaar
monteerbaarste	=	monteerbaar
monteerbare	=	monteerbaar
monteerde	=	monteren
monteerden	=	monteren
monteerder	noun	deskundige die machines, apparaten, leidingen en dergelijke in elkaar zet of herstelt
monteerders	=	monteerder
monteert	=	monteren
monteetje	=	montee
montenegrijn	noun	iemand afkomstig uit Montenegro
montenegrijnen	=	montenegrijn
montenegrijns	adj	op Montenegro betrekking hebbend
montenegrijnse	noun	een vrouwelijke inwoner van Montenegro, of een vrouw afkomstig uit Montenegro
montenegrijnsen	=	montenegrijnse
montenegrijnser	=	montenegrijns
montenegrijnsere	=	montenegrijns
montenegrijnsers	=	montenegrijns
montenegrijnst	=	montenegrijns
montenegrijnstalig	adj	de Montenegrijnse taal sprekend
montenegrijnstalige	=	montenegrijnstalig
montenegrijnstaligs	=	montenegrijnstalig
montenegrijnste	=	montenegrijns
montenegrijntje	=	montenegrijn
montenegrijntjes	=	montenegrijn
monter	adj	opgewekt, levendig
monterder	=	monter
monterdere	=	monter
monterders	=	monter
montere	=	monter
monteren	verb	de juiste beelden achter elkaar zetten
monterend	=	monteren
monterende	=	monteren
montereycipres	noun	Cupressus macrocarpa een soort uit de cipresfamilie (Cupressaceae).
montereycipresje	=	montereycipres
montereycipresjes	=	montereycipres
montereycipressen	=	montereycipres
montereyden	noun	Pinus radiata een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
montereydennen	=	montereyden
montereydennetje	=	montereyden
montereydennetjes	=	montereyden
monterheden	=	monterheid
monterheid	noun	het opgewekt en levendig zijn als karaktereigenschap
montering	noun	het monteren
monteringen	=	montering
monterinkje	=	montering
monterreymakreel	noun	Scomberomorus concolor een straalvinnige vis uit de familie van de makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
monterreymakreeltje	=	monterreymakreel
monterreymakreeltjes	=	monterreymakreel
monterreymakrelen	=	monterreymakreel
monterreyplaty	noun	Xiphophorus couchianus een straalvinnige vis uit de familie van de levendbarende tandkarpers en is daarom een levenbarende vissoort.
monterreyplaty's	=	monterreyplaty
monters	=	monter
monterst	=	monter
monterste	=	monter
montesaffraangors	noun	Sicalis mendozae een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
montesaffraangorsje	=	montesaffraangors
montesaffraangorsjes	=	montesaffraangors
montesaffraangorzen	=	montesaffraangors
montessorionderwijs	noun	onderwijsmethode waarbij leerlingen individueel of in kleine groepjes werken aan materiaal dat zij zelf aan het begin van de dag gekozen hebben
montessorischolen	=	montessorischool
montessorischool	noun	school waar montessorionderwijs wordt gegeven volgens de denkbeelden van Maria Montessori
montessorischooltje	=	montessorischool
montessorischooltjes	=	montessorischool
monteur	noun	deskundige die machines, apparaten, leidingen e.d. in elkaar zet of herstelt
monteurs	=	monteur
monteurtje	=	monteur
monteurtjes	=	monteur
montevideaan	noun	een inwoner van Montevideo, of iemand afkomstig uit Montevideo
montevideaans	adj	op Montevideo betrekking hebbend
montevideaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Montevideo, of een vrouw afkomstig uit Montevideo
montevideaansen	=	montevideaanse
montevideanen	=	montevideaan
montezumabergkwartel	noun	Cyrtonyx montezumae een vogel uit de familie Odontophoridae.
montezumabergkwartels	=	montezumabergkwartel
montezumabergkwarteltje	=	montezumabergkwartel
montezumabergkwarteltjes	=	montezumabergkwartel
montezumaoropendola	noun	Psarocolius montezuma een vogel uit de familie der troepialen en de orde der zangvogels
montezumaoropendola's	=	montezumaoropendola
montezumaoropendolaatje	=	montezumaoropendola
montezumaoropendolaatjes	=	montezumaoropendola
montignacdieet	noun	vermageringsdieet ontwikkeld door Michel Montignac
montignacdieetje	=	montignacdieet
montignacdieetjes	=	montignacdieet
montignacdiëten	=	montignacdieet
montpelieresdoorn	noun	Acer monspessulanum een boom uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae).
montpelieresdoorns	=	montpelieresdoorn
montpelieresdoorntje	=	montpelieresdoorn
montpelieresdoorntjes	=	montpelieresdoorn
montsenybeeksalamander	noun	een salamander Calotriton arnoldi uit de familie echte salamanders (Salamandridae)
montsenybeeksalamanders	=	montsenybeeksalamander
montsenybeeksalamandertje	=	montsenybeeksalamander
montsenybeeksalamandertjes	=	montsenybeeksalamander
montserrataan	noun	een inwoner van Montserrat, of iemand afkomstig uit Montserrat
montserrataans	adj	op Montserrat betrekking hebbend
montserrataanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Montserrat, of een vrouw afkomstig uit Montserrat
montserrataansen	=	montserrataanse
montserrataanser	=	montserrataans
montserrataansere	=	montserrataans
montserrataansers	=	montserrataans
montserrataanst	=	montserrataans
montserrataanste	=	montserrataans
montserratanen	=	montserrataan
montserrattroepiaal	noun	Icterus oberi een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
montserrattroepiaaltje	=	montserrattroepiaal
montserrattroepiaaltjes	=	montserrattroepiaal
montserrattroepialen	=	montserrattroepiaal
monturen	=	montuur
montuur	noun	de houder waarin bijv. edelstenen e.d. worden gevat
montuurtje	=	montuur
montuurtjes	=	montuur
montycoat	noun	jas van duffel met capuchon met en een sluiting met lussen om langwerpige houten knopen Deze jas was oorspronkelijk ontworpen voor Engelse soldaten tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar toen na de Tweede Wereldoorlog grote overtollige legervoorraden werden verkocht, werd hij ook buiten het leger veel gedragen.
montycoatje	=	montycoat
montycoatjes	=	montycoat
montycoats	=	montycoat
monument	noun	een groot gedenkteken
monumentaal	adj	zeer groot en indrukwekkend
monumentaals	=	monumentaal
monumentaalst	=	monumentaal
monumentaalste	=	monumentaal
monumentale	=	monumentaal
monumentaler	=	monumentaal
monumentalere	=	monumentaal
monumentalers	=	monumentaal
monumenten	=	monument
monumentencommissie	noun	een commissie die zich bezig houdt met monumenten, die erkenning en behandeling ervan
monumentencommissies	=	monumentencommissie
monumentencommissietje	=	monumentencommissie
monumentencommissietjes	=	monumentencommissie
monumentendag	noun	datum (vaak jaarlijks terugkerend) waarop extra aandacht wordt gegeven aan cultureel erfgoed
monumentendagen	=	monumentendag
monumentenlijst	noun	lijst van cultuurhistorisch waardevolle panden en objecten die beschermd zijn
monumentenlijsten	=	monumentenlijst
monumentenlijstje	=	monumentenlijst
monumentenlijstjes	=	monumentenlijst
monumentenstatus	noun	wettelijke erkenning dat een gebouw of ander object van cultureel of wetenschappelijk belang is en moet worden beschermd
monumentenstatussen	=	monumentenstatus
monumentenzorg	noun	de zorg voor het gebouwde culturele erfgoed
monumentje	=	monument
monumentjes	=	monument
moodboard	noun	visuele weergave van een concept, idee of sfeer
moodboardje	=	moodboard
moodboardjes	=	moodboard
moodboards	=	moodboard
moogt	=	mogen
mooi	adj	prettig in voorkomen, aangenaam om naar te kijken.	adv	in (tamelijk) grote/verregaande mate
mooiboy	noun	man met een jeugdige uitstraling die veel aandacht aan zijn uiterlijk besteedt
mooiboys	=	mooiboy
mooiboytje	=	mooiboy
mooie	=	mooi
mooier	=	mooi
mooiere	=	mooi
mooiers	=	mooi
mooigezeten	=	mooizitten
mooiheden	=	mooiheid
mooiheid	noun	het mooi zijn
mooiigheden	=	mooiigheid
mooiigheid	noun	het fraai zijn van iets
mooipraat	=	mooipraten
mooipraten	verb	niet noemen wat niet deugt en wat wel deugt overdrijven
mooipratend	=	mooipraten
mooipratende	=	mooipraten
mooiprater	noun	iemand die uit eigenbelang, met vriendelijke praatjes, zaken mooier en beter voorstelt dan ze in werkelijkheid zijn
mooipraterij	noun	het zaken mooier voorstellen dan ze eigenlijk zijn
mooipraterijen	=	mooipraterij
mooipraters	=	mooiprater
moois	=	mooi
mooischrijverij	noun	het maken van een mooie, poëtische tekst zonder veel informatie of andere inhoud
mooischrijverijen	=	mooischrijverij
mooist	=	mooi
mooiste	=	mooi
mooizat	=	mooizitten
mooizaten	=	mooizitten
mooizit	=	mooizitten
mooizitte	=	mooizitten
mooizitten	verb	op de achterpoten zitten met opgericht lijf (met de bedoeling een beloning te krijgen)
mooizittend	=	mooizitten
mooizittende	=	mooizitten
mool	noun	besnijder
moon	=	moonen
moonboot	noun	dikke, warme winterlaarzen die lijken op de grote laarzen van de astronauten die over de maan liepen
moonboots	=	moonboot
moonde	=	moonen
moonden	=	moonen
moone	=	moonen
moonen	verb	op een beledigende wijze iemand zijn eigen blote billen laten zien
moonend	=	moonen
moonende	=	moonen
moont	=	moonen
moor	noun|historical	donkere Afrikaan (vaak gekwalificeerd met bijvoeglijk swart)
mooragoeti	noun	Dasyprocta fuliginosa knaagdier uit de familie Dasyproctidae.
mooragoeti's	=	mooragoeti
mooragoetietje	=	mooragoeti
mooragoetietjes	=	mooragoeti
moord	noun	handeling met het doel en het gevolg dat iemand dood gaat
moordaanslag	noun	poging om iemand te vermoorden
moordaanslagen	=	moordaanslag
moordaanslagje	=	moordaanslag
moordbrief	noun	geweldig geschreven bericht aan een persoon
moordbrieven	=	moordbrief
moordbrigade	noun	groep aan de overheid verbonden moordenaars
moordbrigaden	=	moordbrigade
moordbrigades	=	moordbrigade
moordcommando	noun	groep mensen die samen een moord plannen en uitvoeren
moordcommando's	=	moordcommando
moordcomplot	noun	samenspanning die als doel heeft een persoon te vermoorden
moordcomplotten	=	moordcomplot
moorddadig	adj	geneigd tot het gebruiken van grof geweld
moorddadige	=	moorddadig
moorddadiger	=	moorddadig
moorddadigere	=	moorddadig
moorddadigers	=	moorddadig
moorddadigs	=	moorddadig
moorddadigst	=	moorddadig
moorddadigste	=	moorddadig
moorddag	noun	datum waarop iemand opzettelijk gedood wordt
moorddagen	=	moorddag
moordde	=	moorden
moordden	=	moorden
moorde	=	moorden
moorden	verb	het plegen van meestal meerdere moorden
moordenaar	noun	iemand die een moord gepleegd heeft
moordenaars	=	moordenaar
moordenaarsheld	noun	iemand die een 'heldhaftige' moord heeft gepleegd
moordenaarshelden	=	moordenaarsheld
moordenaarster	=	moordenaar
moordenaartje	=	moordenaar
moordenaartjes	=	moordenaar
moordenares	noun	een vrouwelijke moordenaar
moordenaresje	=	moordenares
moordenaressen	=	moordenares
moordend	adj	met opzet dodend, bloeddorstig	adv|figurative	heel erg
moordende	=	moordend
moordender	=	moordend
moordendere	=	moordend
moordenders	=	moordend
moordends	=	moordend
moordendst	=	moordend
moordendste	=	moordend
moorderij	noun	het moorden, de moord
moorderijen	=	moorderij
moordje	=	moord
moordjes	=	moord
moordkuil	noun	een soort net waarbij de vissen achterin de kuil allemaal dood gaan
moordkuilen	=	moordkuil
moordlust	noun	de lust hebben om te moorden, geneigd zijn tot moorden
moordlusten	=	moordlust
moordlustig	adj	geneigd om te moorden
moordlustige	=	moordlustig
moordlustiger	=	moordlustig
moordlustigere	=	moordlustig
moordlustigers	=	moordlustig
moordlustigs	=	moordlustig
moordlustigst	=	moordlustig
moordlustigste	=	moordlustig
moordmachine	noun	een persoon of organisatie die mensen vermoordt
moordmachines	=	moordmachine
moordmakelaar	noun	een persoon die in opdracht iemand zoekt die een moord kan plegen
moordmakelaars	=	moordmakelaar
moordmakelaartje	=	moordmakelaar
moordmakelaartjes	=	moordmakelaar
moordmakelaren	=	moordmakelaar
moordmoeder	noun	vrouw die op een buitengewoon aansprekende manier aandacht aan haar kinderen geeft
moordmoeders	=	moordmoeder
moordmysterie	noun	een raadsel over een moord
moordmysteries	=	moordmysterie
moordmysteriën	=	moordmysterie
moordneiging	noun	het gevoel dat men iemand zou willen vermoorden (zonder dat men dat daadwerkelijk gaat doen)
moordneigingen	=	moordneiging
moordneiginkje	=	moordneiging
moordneiginkjes	=	moordneiging
moordonderzoek	noun	proces waarbij men probeert de dader van een moord te vinden en de bewijsmaterialen om aan te tonen dat de verdachte ook inderdaad de dader is
moordonderzoeken	=	moordonderzoek
moordpartij	noun	gebeurtenis waarbij meerdere mensen zijn vermoord
moordpartijen	=	moordpartij
moordpartijtje	=	moordpartij
moordpartijtjes	=	moordpartij
moordplan	noun	het voornemen om iemand te doden
moordplannen	=	moordplan
moordplannetje	=	moordplan
moordplannetjes	=	moordplan
moordpoging	noun	het proberen iemand te doden zonder dat het gelukt is
moordpogingen	=	moordpoging
moordpoginkje	=	moordpoging
moordpoginkjes	=	moordpoging
moordstroken	=	moordstrook
moordstrook	noun	gevaarlijk smal fietspad, veel te dicht bij het auto- en vrachtverkeer
moordstrookje	=	moordstrook
moordstrookjes	=	moordstrook
moordt	=	moorden
moordtuig	noun	voorwerp waarmee men een moord kan plegen
moordtuigen	=	moordtuig
moordvrouw	noun|informal	buitengewoon aantrekkelijke vrouw
moordvrouwen	=	moordvrouw
moordwagen	noun	geweldige auto
moordwagens	=	moordwagen
moordwapen	noun	het wapen waarmee een moord gepleegd wordt
moordwapenen	=	moordwapen
moordwapens	=	moordwapen
moordwapentje	=	moordwapen
moordwapentjes	=	moordwapen
moordwijf	noun|informal	zeer aantrekkelijke vrouw
moordwijven	=	moordwijf
moordzaak	noun	het gerechtelijk onderzoek en de rechtszaak naar aanleiding van een gepleegde moord
moordzaakje	=	moordzaak
moordzaakjes	=	moordzaak
moordzaken	=	moordzaak
moordzucht	noun	de neiging om anderen te doden
moordzuchtig	adj	geneigd zijn om te moorden
moordzuchtige	=	moordzuchtig
moordzuchtiger	=	moordzuchtig
moordzuchtigere	=	moordzuchtig
moordzuchtigers	=	moordzuchtig
moordzuchtigs	=	moordzuchtig
moordzuchtigst	=	moordzuchtig
moordzuchtigste	=	moordzuchtig
mooreakarekiet	noun	Acrocephalus longirostris een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
mooreakarekieten	=	mooreakarekiet
mooreakarekietje	=	mooreakarekiet
mooreakarekietjes	=	mooreakarekiet
mooreastrandloper	noun	Prosobonia ellisi een uitgestorven vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
mooreastrandlopers	=	mooreastrandloper
mooreastrandlopertje	=	mooreastrandloper
mooreastrandlopertjes	=	mooreastrandloper
mooriaen	=	moriaan
moorkop	noun	een paard met zwarte kop, poten en manen
moorkopje	=	moorkop
moorkopjes	=	moorkop
moorkoppen	=	moorkop
moormakaak	noun	Macaca maura is een soort van het geslacht makaken (Macaca).
moormakaakje	=	moormakaak
moormakaakjes	=	moormakaak
moormakaken	=	moormakaak
moormaki	noun	Eulemur macaco een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
moormaki's	=	moormaki
moormakietje	=	moormaki
moormakietjes	=	moormaki
moorpad	noun	in de modder levende pad
moorpadden	=	moorpad
moortje	=	moor
moortjes	=	moor
moorzwart	adj	volledig diepzwart
moorzwarte	=	moorzwart
moorzwarts	=	moorzwart
moos	noun	geld
moot	noun	reepje of schijfje
mootje	=	moot
mootjes	=	moot
mop	noun	anekdote met een verrassend en komisch slot
mopane	noun	Colophospermum mopane een boom uit de onderfamilie Caesalpinioideae van de vlinderbloemenfamilie.
mopaneworm	noun	rups van een soort nachtpauwoog Gonimbrasia belina, die in Zuid-Afrika als lekkernij beschouwd wordt
mopanewormen	=	mopaneworm
mopanewormpje	=	mopaneworm
mopanewormpjes	=	mopaneworm
mopani	noun	bepaalde boomsoort uit het zuidwesten van Afrika, Colophospermum mopane
mopani's	=	mopani
mopaniworm	noun	rups van een soort nachtpauwoog Gonimbrasia belina, die in Zuid-Afrika als lekkernij beschouwd wordt
mopaniwormen	=	mopaniworm
mopaniwormpje	=	mopaniworm
mopaniwormpjes	=	mopaniworm
moped	noun	bromfiets
mopeds	=	moped
mopje	=	mop
mopjes	=	mop
mopmuts	noun	hoofddeksel dat past bij een klederdracht
mopmutsen	=	mopmuts
mopmutsje	=	mopmuts
mopmutsjes	=	mopmuts
mopneus	noun	een kleine dikke neus met een stompe punt
mopneusje	=	mopneus
mopneusjes	=	mopneus
mopneuzen	=	mopneus
moppe	=	moppen
moppen	verb	dweilen met een zwabber
moppenboek	noun	boek dat verzamelingen korte, grappige verhalen, ook wel moppen of grappen genoemd, bevat die bedoeld zijn om de lezer te laten lachen
moppenboeken	=	moppenboek
moppenboekje	=	moppenboek
moppenboekjes	=	moppenboek
moppend	=	moppen
moppende	=	moppen
moppentapper	noun	persoon die veel grappen voordraagt
moppentappers	=	moppentapper
moppentappertje	=	moppentapper
mopper	=	mopperen
mopperaar	noun	een mannelijk persoon die vaak moppert
mopperaars	=	mopperaar
mopperaarster	noun	een vrouwelijk persoon die vaak moppert
mopperaarsters	=	mopperaarster
mopperaarstertje	=	mopperaarster
mopperaarstertjes	=	mopperaarster
mopperaartje	=	mopperaar
mopperaartjes	=	mopperaar
mopperde	=	mopperen
mopperden	=	mopperen
moppere	=	mopperen
mopperen	verb	onvrede uiten
mopperend	=	mopperen
mopperende	=	mopperen
mopperig	adj	veel mopperend
mopperige	=	mopperig
mopperiger	=	mopperig
mopperigere	=	mopperig
mopperigers	=	mopperig
mopperigs	=	mopperig
mopperigst	=	mopperig
mopperigste	=	mopperig
mopperkont	noun	iemand die altijd loopt te mopperen, een mopperaar
mopperkonten	=	mopperkont
mopperkontje	=	mopperkont
mopperkontjes	=	mopperkont
mopperpot	noun	mopperaar
mopperpotje	=	mopperpot
mopperpotjes	=	mopperpot
mopperpotten	=	mopperpot
moppert	=	mopperen
moppie	noun	aanspreekvorm voor een vrouw of een meisje, wijfie
moppies	=	moppie
moppig	adj	op een grappige, vrolijke manier
moppige	=	moppig
moppiger	=	moppig
moppigere	=	moppig
moppigers	=	moppig
moppigs	=	moppig
moppigst	=	moppig
moppigste	=	moppig
mops	noun	hond uit een bepaald ras met een stompe snuit
mopsen	=	mops
mopshond	noun	Chinees hondenras van kleine honden met een stompe snuit waarvan de fok in Nederland verboden is
mopshonden	=	mopshond
mopshondje	=	mopshond
mopshondjes	=	mopshond
mopsje	noun	klein gebonden boekje (formaat A6/A7) met liedjes, die dames in de 17e en 18e eeuw bij zich konden dragen en die ook wel als cadeautje werden gebruikt
mopsjes	=	mops
mopskopleguaan	noun	Uranoscodon superciliosus een hagedis uit de familie kielstaartleguaanachtigen (Tropiduridae)
mopskopleguaantje	=	mopskopleguaan
mopskopleguaantjes	=	mopskopleguaan
mopskopleguanen	=	mopskopleguaan
mopsneus	noun	een stompe neus
mopsneusje	=	mopsneus
mopsneusjes	=	mopsneus
mopsneuzen	=	mopsneus
mopsvleermuis	noun	Barbastella barbastellus een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae)
mopsvleermuisje	=	mopsvleermuis
mopsvleermuisjes	=	mopsvleermuis
mopsvleermuizen	=	mopsvleermuis
mopt	=	moppen
mopte	=	moppen
mopten	=	moppen
mopé	noun	Spondias mombin gele mombinpruim
mopés	=	mopé
moquette	noun	vloerbedekking of textiel voor bekleding waarbij de lusjes van de pool zijn doorgesneden, zodat een oppervlak van rechtopstaande haartjes ontstaat	adj	gemaakt van textiel met een oppervlak dat uit rechtopstaande haartjes bestaat
moquettes	=	moquette
mor	=	morren
mora	noun	een zware en harde houtsoort uit Zuid-Amerika
mora's	=	mora
moraal	noun	waarden en normen, wat men denkt over goed en slecht
moraalpolitie	noun	politie die toezicht houdt op het handhaven van de plaatselijke waarden en normen
moraalpolities	=	moraalpolitie
moraalridder	noun	iemand die op prekerige wijze probeert een ander zijn eigen normen en waarden op te dringen
moraalridders	=	moraalridder
moraalriddertje	=	moraalridder
moraalriddertjes	=	moraalridder
moraals	=	moraal
moraalst	=	moraal
moraalste	=	moraal
moraaltje	=	moraal
moraaltjes	=	moraal
morale	=	moraal
moralen	=	moraal
moraler	=	moraal
moralere	=	moraal
moralers	=	moraal
moralisatie	noun	zedenkundige beschouwing, zedenles
moralisaties	=	moralisatie
moralisatietje	=	moralisatie
moraliseer	=	moraliseren
moraliseerde	=	moraliseren
moraliseerden	=	moraliseren
moraliseeren	=	moraliseren
moraliseert	=	moraliseren
moralisere	=	moraliseren
moraliseren	verb	zedenkundige beschouwingen houden
moraliserend	adj	tegen anderen zeggend hoe ze zich moeten gedragen
moraliserende	=	moraliseren
moraliserender	=	moraliserend
moraliserendere	=	moraliserend
moraliserenders	=	moraliserend
moraliserends	=	moraliserend
moraliserendst	=	moraliserend
moraliserendste	=	moraliserend
moralisme	noun	de neiging om kwesties te beoordelen op basis van waarden en normen
moralist	noun	iemand die vanuit een morele overtuiging kritiek levert op andere mensen
moralisten	=	moralist
moralistisch	adj	betrekking hebbend op de moraal, betrekking hebbend op de ethiek
moralistische	=	moralistisch
moralistischer	=	moralistisch
moralistischere	=	moralistisch
moralistischers	=	moralistisch
moralistischte	=	moralistisch
moralistje	=	moralist
moraliteit	noun	leer van de gewoontes en deugden
moraliteiten	=	moraliteit
moraliteitenspel	noun	soort laatmiddeleeuws toneelstuk in de volkstaal waarin de personen elk een bepaalde deugd of ondeugd voorstellen bedoeld om het publiek een boodschap over wenselijk gedrag mee te geven
moraliteitenspelen	=	moraliteitenspel
moraliteitje	=	moraliteit
moratoir	adj	op een verzuim betrekking hebbend
moratoirder	=	moratoir
moratoirdere	=	moratoir
moratoirders	=	moratoir
moratoire	=	moratoir
moratoirs	=	moratoir
moratoirst	=	moratoir
moratoirste	=	moratoir
moratoria	=	moratorium
moratorium	noun	een uitstel van betaling
moratoriumpje	=	moratorium
moratoriumpjes	=	moratorium
moratoriums	=	moratorium
moravisch	adj	op Moravië (Oost-Tsjechië) betrekking hebbend
moravische	noun	een vrouwelijke inwoner van Moravië, of een vrouw afkomstig uit Moravië
moravischen	=	moravische
moravischer	=	moravisch
moravischere	=	moravisch
moravischers	=	moravisch
moraviër	noun	een inwoner van Moravië, of iemand afkomstig uit Moravië
moraviërs	=	moraviër
morbide	adj	iets wat afschuwelijk, ziekelijk gevonden wordt
morbider	=	morbide
morbidere	=	morbide
morbiders	=	morbide
morbides	=	morbide
morbiditeit	noun	ziekelijkheid, vatbaarheid voor ziekten
morbiditeiten	=	morbiditeit
morbiedst	=	morbide
morbiedste	=	morbide
mordant	noun	bijtmiddel; een stof die gebruikt wordt om de aanhechting van kleurstoffen aan een vezel te verzekeren.	adj	bijtend
mordante	=	mordant
mordanten	=	mordant
mordanter	=	mordant
mordantere	=	mordant
mordanters	=	mordant
mordants	=	mordant
mordantst	=	mordant
mordantste	=	mordant
morde	=	morren
morden	=	morren
more	noun	eenheid van tijdsduur om lettergrepen binnen het metrum te vergelijken
moree	noun	joods leraar (derde van drie graden waarvoor examen wordt gedaan, naast darsjan en magied)
moreel	adj	wat het moreel betreft	noun	de geestesgesteldheid, geestelijke weerbaarheid, moed, werkkracht of strijdlust die iemand bezit
moreel-ethisch	adj	betreffende de beoordeling of iets 'goed' of 'slecht' is
moreel-ethische	=	moreel-ethisch
moreel-ethischer	=	moreel-ethisch
moreel-ethischere	=	moreel-ethisch
moreel-ethischers	=	moreel-ethisch
moreels	=	moreel
moreelst	=	moreel
moreelste	=	moreel
morel	noun	grote, zure, rode kers
morele	=	moreel
moreler	=	moreel
morelere	=	moreel
morelers	=	moreel
morellen	=	morel
morelletje	=	morel
morelletjes	=	morel
moren	=	moor
morene	noun	opeenhoping van bergpuin op de rand of aan het einde van een gletsjer
morenen	=	morene
morenes	=	morene
morenoe	noun	onze leraar (titel)
mores	noun	regels hoe je je moet gedragen in een bepaalde omgeving
moreske	noun	soort dans
moretje	=	more
morfeem	noun	de kleinst mogelijke morfosyntactische eenheid in een taal
morfeempje	=	morfeem
morfeempjes	=	morfeem
morfemen	=	morfeem
morfine	noun	C₁₇H₁₉NO₃ een alkaloïde dat het werkzame bestanddeel van opium is
morfinen	=	morfine
morfines	=	morfine
morfinomimeteca	=	morfinomimetecum
morfinomimetecum	noun	morfinomimeticum
morfinomimetecumpje	=	morfinomimetecum
morfinomimetecumpjes	=	morfinomimetecum
morfinomimetica	=	morfinomimeticum
morfinomimeticum	noun	een stof die min of meer dezelfde werking heeft als morfine
morfisme	noun	een abstractie die is afgeleid van structuur-bewarende afbeeldingen tussen twee wiskundige structuren
morfismen	=	morfisme
morfismes	=	morfisme
morfismetje	=	morfisme
morfismetjes	=	morfisme
morfogenetisch	adj	met betrekking tot de morfogenese
morfogenetische	=	morfogenetisch
morfogenetischer	=	morfogenetisch
morfogenetischere	=	morfogenetisch
morfogenetischers	=	morfogenetisch
morfologie	noun	de wetenschap die het vormgeven van woorden bestudeert
morfologieën	=	morfologie
morfologisch	adj	betrekking hebbend op de vorm
morfologische	=	morfologisch
morfologischer	=	morfologisch
morfologischere	=	morfologisch
morfologischers	=	morfologisch
morfoneem	noun	foneem als element in morfemen; eenheid van representatie in de morfonologie
morfoneempje	=	morfoneem
morfoneempjes	=	morfoneem
morfonemen	=	morfoneem
morg	=	merg
morganatisch	adj	in de uitdrukking: morganatisch huwelijk: met iemand van lagere stand
morganatische	=	morganatisch
morganatischer	=	morganatisch
morganatischere	=	morganatisch
morganatischers	=	morganatisch
morgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag	adv	de eerstvolgende dag na vandaag
morgenavond	adv	in de avonduren van de komende dag
morgengaafje	=	morgengave
morgengave	noun	een bruidsschat die binnen het Morganatische huwelijk door een man aan zijn vrouw wordt gegeven de ochtend na de huwelijksnacht
morgengaven	=	morgengave
morgengaves	=	morgengave
morgengavetje	=	morgengave
morgengavetjes	=	morgengave
morgengrauwen	noun	periode van zonsopkomst waardoor het geleidelijk lichter wordt en waardoor de kleuren nog afwezig lijken en alles grijzer lijkt (het menselijk oog kan in de duisternis geen kleuren zien, wel zwart/wit)
morgenkrieken	noun	het aanbreken van de dag
morgenland	noun	Azië, Oriënt
morgenlanden	=	morgenland
morgenlandje	=	morgenland
morgenlandjes	=	morgenland
morgenlicht	noun	het zwakke licht van de zon rond zonsopgang
morgenlijk	adj	van iets dat betrekking heeft op de dag na vandaag
morgenlijke	=	morgenlijk
morgenlijker	=	morgenlijk
morgenlijkere	=	morgenlijk
morgenlijkers	=	morgenlijk
morgenlijks	=	morgenlijk
morgenlijkst	=	morgenlijk
morgenlijkste	=	morgenlijk
morgenmiddag	adv	de middag van de volgende dag
morgennacht	adv	de nacht na de komende dag als tijdsaanduiding
morgenochtend	adv	in de vroege uren van de dag na heden
morgenrood	noun	rode lucht bij zonsopgang
morgenroodbladroller	noun	Pammene aurita een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
morgenroodbladrollers	=	morgenroodbladroller
morgenroodbladrollertje	=	morgenroodbladroller
morgenroodbladrollertjes	=	morgenroodbladroller
morgens	noun	genitief van morgen
morgenschemering	noun	het halfduister in de vroege ochtend
morgenschemeringen	=	morgenschemering
morgenster	noun	benaming voor de planeet Venus
morgensterboorvlieg	noun	Orellia falcata een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
morgensterboorvliegen	=	morgensterboorvlieg
morgensterboorvliegje	=	morgensterboorvlieg
morgensterboorvliegjes	=	morgensterboorvlieg
morgenstergalwesp	noun	Aulacidea tragopogonis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
morgenstergalwespen	=	morgenstergalwesp
morgenstergalwespje	=	morgenstergalwesp
morgenstergalwespjes	=	morgenstergalwesp
morgensterren	=	morgenster
morgensterretje	=	morgenster
morgensterretjes	=	morgenster
morgensterroest	noun	Puccinia hysterium een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
morgensterroesten	=	morgensterroest
morgensterroestje	=	morgensterroest
morgensterroestjes	=	morgensterroest
morgenstond	noun	begin van de ochtend wanneer de zon opkomt
morgenstonden	=	morgenstond
morgenstraal	noun|poetic	lichtbundel afkomstig van de opkomende zon
morgenstraaltje	=	morgenstraal
morgenstraaltjes	=	morgenstraal
morgenstralen	=	morgenstraal
morgentje	=	morgen
morgentjes	=	morgen
morgenuren	=	morgenuur
morgenuur	noun	gedeelte van de ochtend; eerste gedeelte van de dag
morgenvroeg	adv	in de eerste uren van de dag volgend op vandaag
morgenwijding	noun	een korte, stichtelijke uitzending of toespraak in de vroege ochtend, vaak uitgezonden via de radio of televisie.
morgenwijdingen	=	morgenwijding
morgenwijdinkje	=	morgenwijding
morgenwijdinkjes	=	morgenwijding
morgenzon	noun	de opkomende zon
morgenzonnen	=	morgenzon
morgenzonnetje	=	morgenzon
morgenzonnetjes	=	morgenzon
moriaan	noun|obsolete	persoon met een zwarte huid
moriaantje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort netvleugelig insect, Diplacodes lefebvrii uit de familie van de korenbouten (Libellulidae), onderorde echte libellen (Anisoptera)
moriaantjes	noun	Diplacodes een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
moriaen	=	moriaan
morianen	=	moriaan
morielje	noun	benaming voor schimmels uit het geslacht Morchella in de familie Morchellaceae, sponsachtige zakjeszwammen met een hoed en een holle steel De hoed heeft raatvormige lijsten, de zo gevormde holtes zijn bekleed met hymenium.
morieljes	=	morielje
morieljetje	=	morielje
moriem	=	moree
morille	noun	benaming voor eetbare paddenstoelen met een sponsachtig uiterlijk in het geslacht Morchella
morilles	=	morille
morin	=	moor
morinelplevier	noun	Charadrius morinellus een vogel uit de familie van plevieren (Charadriidae)
morinelplevieren	=	morinelplevier
morinelpleviertje	=	morinelplevier
morinelpleviertjes	=	morinelplevier
morinelpluvier	=	morinelplevier
moriokever	noun	Zophobas morio een kever uit de familie van de zwartlijven (Tenebrionidae), evenals de meeltor, waar hij uiterlijk ook wel enige gelijkenis mee vertoont, behalve dat de moriokever aanzienlijk groter is, ca. 2,5 – 3 cm
moriokevers	=	moriokever
moriokevertje	=	moriokever
moriokevertjes	=	moriokever
morion	noun	een kwartsvariëteit die glanzend zwart is
morionen	=	morion
mormel	noun	lelijke hond, bastaardhond.
mormels	=	mormel
mormeltje	=	mormel
mormeltjes	=	mormel
mormonen	=	mormoon
mormonenkrekel	noun	Anabrus simplex een insect uit de familie der sabelsprinkhanen (Tettigoniidae).
mormonenkrekels	=	mormonenkrekel
mormonenkrekeltje	=	mormonenkrekel
mormonenkrekeltjes	=	mormonenkrekel
mormoon	noun	bijnaam van een lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
mormoons	adj	behorend tot, passend bij de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
mormoonsch	=	mormoons
mormoonse	=	mormoons
mormoonser	=	mormoons
mormoonsere	=	mormoons
mormoonsers	=	mormoons
mormoonst	=	mormoons
mormoonste	=	mormoons
morna	noun	een Kaapverdische muziekstijl
morning-afterpil	noun	voorbehoedmiddel, bestaande uit sterke hormoonpreparaten die na een onbeschermde geslachtsgemeenschap innesteling van een eventueel bevruchte eicel verhinderen
morning-afterpillen	=	morning-afterpil
moroko	noun	Brycon falcatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de karperzalmen (Characidae).
moroko's	=	moroko
moronen	noun	een familie Moronidae van vissen die tot de orde van baarsachtigen (Perciformes) behoren.
morose	adj	van een persoon dat deze somber en wat bozig is
moroser	=	morose
morosere	=	morose
morosers	=	morose
moroses	=	morose
morosofie	noun	een evident absurde quasi wetenschappelijke waantheorie
morotaibrilvogel	noun	Zosterops dehaani een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
morotaibrilvogels	=	morotaibrilvogel
morotaibrilvogeltje	=	morotaibrilvogel
morotaibrilvogeltjes	=	morotaibrilvogel
morotailederkop	noun	Philemon fuscicapillus een zangvogel uit de familie van de honingeters.
morotailederkopje	=	morotailederkop
morotailederkopjes	=	morotailederkop
morotailederkoppen	=	morotailederkop
morpheusstofuil	noun	Caradrina morpheus een nachtvlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
morpheusstofuilen	=	morpheusstofuil
morpheusstofuiltje	=	morpheusstofuil
morpheusstofuiltjes	=	morpheusstofuil
morphine	=	morfine
morpho	noun	vlinder uit de geslachtengroep Morphini van vlinders in de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae
morpho's	noun	Morphini een geslachtengroep van vlinders in de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae
morphootje	=	morpho
morphootjes	=	morpho
morre	=	morren
morrel	=	morrelen
morrelde	=	morrelen
morrelden	=	morrelen
morrele	=	morrelen
morrelen	verb	proberen iets los te krijgen door het heen en weer te bewegen
morrelend	=	morrelen
morrelende	=	morrelen
morrelt	=	morrelen
morren	verb	ontevreden geluiden maken
morrend	=	morren
morrende	=	morren
morrig	adj	boos
morrige	=	morrig
morriger	=	morrig
morrigere	=	morrig
morrigers	=	morrig
morrigs	=	morrig
morrigst	=	morrig
morrigste	=	morrig
morrisonlijstergaai	noun	Trochalopteron morrisonianum een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
morrisonlijstergaaien	=	morrisonlijstergaai
morrisonlijstergaaitje	=	morrisonlijstergaai
morrisonlijstergaaitjes	=	morrisonlijstergaai
mors	adv	plotseling stilstaand, opeens beëindigd
morsdode	=	morsdood
morsdoek	noun	doekje waarop met name een kind kan morsen tijdens het eten of drinken zodat de kleren schoon blijven
morsdoeken	=	morsdoek
morsdoekje	=	morsdoek
morsdoekjes	=	morsdoek
morsdood	adj	ineens of helemaal dood, ook in figuurlijke zin
morsdoods	=	morsdood
morse	noun	communicatiesysteem waarbij berichten via korte en lange signalen (punten en strepen) overgebracht worden
morsealfabet	noun	coderingssysteem voor teksten die men wil verzenden bestaande uit langere en kortere signalen; in eerste instantie gebruikt voor de telegrafie
morsealfabetten	=	morsealfabet
morsebel	noun	vrouw die veel knoeit; onzinnelijke vrouw
morsebellen	=	morsebel
morsebelletje	=	morsebel
morsebelletjes	=	morsebel
morsecode	noun	weergave van letters, leestekens en cijfers door afgesproken patronen van korte en lange signalen met tussenpozen (combinaties van punten en strepen)
morsecodes	=	morsecode
morsecodetje	=	morsecode
morseconus	noun	een nauwkeurig gestandaardiseerde vorm van een licht conische opname-as die gebruikt wordt bij het opspannen van werktuigen, zoals boorhouders, spantangen, ruimers enzovoorts, in een bijpassende gereedschaphouder
morsen	verb	materiaal daar laten belanden waar niet thuis hoort
morsend	=	morsen
morsende	=	morsen
morseschrift	noun	weergave van letters, leestekens en cijfers door afgesproken patronen van korte en lange signalen met tussenpozen (combinaties van punten en strepen)
morseteken	noun	een element van het morsealfabet bestaande uit een punt- en streepcode die gebruikt wordt om mee te seinen
morsetekens	=	morseteken
morsetekentje	=	morseteken
morsig	adj	onzindelijk, slonzig
morsige	=	morsig
morsiger	=	morsig
morsigere	=	morsig
morsigers	=	morsig
morsigs	=	morsig
morsigst	=	morsig
morsigste	=	morsig
morspot	noun	een slordig en daardoor ook smerig persoon; iemand die veel morst
morspotje	=	morspot
morspotjes	=	morspot
morspotten	=	morspot
morsring	noun	ring om de hals van een fles om morsen van langslopende druppels te voorkomen
morsringen	=	morsring
morsringetje	=	morsring
morsringetjes	=	morsring
morst	=	morsen
morste	=	morsen
morsten	=	morsen
mort	=	morren
mortadel	noun	sterk gekruid soort metworst afkomstig uit Bologna, Italië
mortadella	noun	sterk gekruid soort metworst afkomstig uit Bologna in Italië
mortadella's	=	mortadella
mortadellen	=	mortadel
mortadelletje	=	mortadel
mortadelletjes	=	mortadel
mortaliteit	noun	sterftecijfer
mortaliteiten	=	mortaliteit
mortaliteitscoëfficiënt	noun	sterftecijfer
mortaliteitscoëfficiënten	=	mortaliteitscoëfficiënt
mortaliteitscoëfficiëntje	=	mortaliteitscoëfficiënt
mortaliteitscoëfficiëntjes	=	mortaliteitscoëfficiënt
mortaliteitsgraad	noun	de mate waarin iemand die ziek wordt ook overlijdt
mortaliteitsgraden	=	mortaliteitsgraad
mortel	noun	mengsel waarmee wordt gewerkt (zoals bij metselen, stukadoren, pleisteren)
mortelbed	noun	laag cement waarin men tegels kan leggen
mortelbedden	=	mortelbed
mortelde	=	mortelen
mortelden	=	mortelen
mortele	=	mortelen
mortelen	verb	tot een fijn poeder stampen
mortelend	=	mortelen
mortelende	=	mortelen
mortels	=	mortel
mortelt	=	mortelen
mortier	noun	een kom waarin met een stamper allerlei stoffen fijn gestampt of fijngewreven worden
mortieraanval	noun	een aanval met granaten die door een kort kanon zijn afgeschoten
mortieraanvallen	=	mortieraanval
mortierbom	noun	zwaarste soort vuurwerk dat met behulp van een mortier kan worden afgeschoten
mortierbommen	=	mortierbom
mortierbommetje	=	mortierbom
mortieren	=	mortier
mortiergranaat	noun	granaat die afgevuurd wordt met een wapen met een korte loop
mortiergranaten	=	mortiergranaat
mortiertje	=	mortier
mortiertjes	=	mortier
mortiervuren	=	mortiervuur
mortiervuur	noun	het afvuren van mortiergranaten
mortificatie	noun	het doden
mortificaties	=	mortificatie
mortificeren	verb	afsterven
mortlockvleerhond	noun	Pteropus insularis phaeocephalus een vleermuis die voorkomt in Micronesia.
mortlockvleerhonden	=	mortlockvleerhond
mortlockvleerhondje	=	mortlockvleerhond
mortlockvleerhondjes	=	mortlockvleerhond
mortuaria	=	mortuarium
mortuarium	noun	een plaats waar het lichaam van een overledene gedurende enkele dagen kan worden bewaard en/of opgebaard tot aan de begrafenis of crematie
mortuariumpje	=	mortuarium
mortuariumpjes	=	mortuarium
mortuariums	=	mortuarium
morwongs	noun	een familie Cheilodactylidae van vissen uit de orde van baarsachtigen
morzel	noun	een klein beetje; een klein beetje
morzelen	=	morzel
morzeling	noun	het tot gruis verpoederen van iets
morzelingen	=	morzeling
morzels	=	morzel
morzeltje	=	morzel
morzeltjes	=	morzel
mos	noun	primitieve sporenplant
mosachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van mos
mosachtige	=	mosachtig
mosachtiger	=	mosachtig
mosachtigere	=	mosachtig
mosachtigers	=	mosachtig
mosachtigs	=	mosachtig
mosachtigst	=	mosachtig
mosachtigste	=	mosachtig
mosbloempje	noun	Crassula tillaea een eenjarige plant uit de vetplantenfamilie.
mosbloempjes	=	mosbloempje
mosbol	noun	Aegagropila linnaei een plant uit de familie Cladophoraceae.
moscovium	noun	een scheikundig element met het symbool Mc en het atoomnummer 115
mosdierslakken	noun	Polyceridae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
mosdiertje	noun	benaming voor dieren uit de stam Bryozoa, hoogstens 1 millimeter grote waterdiertjes
mosdiertjes	noun	een stam Bryozoa, bestaand uit hoogstens 1 millimeter grote waterdiertjes.
moseik	noun	Quercus cerris of Turkse eik is een boom uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae)
moseikelgalwesp	noun	Callirhytis erythrocephala een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
moseikelgalwespen	=	moseikelgalwesp
moseikelgalwespje	=	moseikelgalwesp
moseikelgalwespjes	=	moseikelgalwesp
moseiken	=	moseik
moseikje	=	moseik
moseikjes	=	moseik
moseikkegelgalmug	noun	Janetia cerris een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
moseikkegelgalmuggen	=	moseikkegelgalmug
moseikkegelgalmuggetjes	=	moseikkegelgalmug
moseikkegelgalmugje	=	moseikkegelgalmug
moseikkweegalwesp	noun	Andricus cydoniae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
moseikkweegalwespen	=	moseikkweegalwesp
moseikkweegalwespje	=	moseikkweegalwesp
moseikkweegalwespjes	=	moseikkweegalwesp
moseikmeeldraadgalwesp	noun	een vliesvleugelig insect Chilaspis nitida uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
moseikmeeldraadgalwespen	=	moseikmeeldraadgalwesp
moseikmeeldraadgalwespje	=	moseikmeeldraadgalwesp
moseikmeeldraadgalwespjes	=	moseikmeeldraadgalwesp
mosfet	noun	de afkorting voor Metal-Oxide-Semiconductor-Field-Effect Transistor, (Metaaloxidehalfgeleiderveldeffect-transistor)
mosfet'je	=	mosfet
mosfet'jes	=	mosfet
mosfet's	=	mosfet
mosgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7003 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7003 ( ).
mosgrijze	=	mosgrijs
mosgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6005 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6005 ( ).
mosgroene	=	mosgroen
mosgroenen	=	mosgroen
mosgroener	=	mosgroen
mosgroenere	=	mosgroen
mosgroeners	=	mosgroen
mosgroens	=	mosgroen
mosgroenst	=	mosgroen
mosgroenste	=	mosgroen
mosh	=	moshen
moshe	=	moshen
moshen	verb	energiek dansen op heavy-metalmuziek
moshend	=	moshen
moshende	=	moshen
moshommel	noun	Bombus muscorum een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
moshommels	=	moshommel
moshommeltje	=	moshommel
moshommeltjes	=	moshommel
moshpit	noun	bij een muziekoptreden een plaats, meestal vlak voor het podium, waar bezoekers dicht op elkaar wild gaan dansen en springen
moshpits	=	moshpit
mosht	=	moshen
moshte	=	moshen
moshten	=	moshen
mosjav	noun	coöperatieve nederzetting
mosjaviem	=	mosjav
mosjavs	=	mosjav
mosje	=	mos
mosjes	=	mos
moskampoot	noun	Drassyllus pumilus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
moskampootje	=	moskampoot
moskampootjes	=	moskampoot
moskampoten	=	moskampoot
moskee	noun	gebedshuis van moslims
moskeebezoeker	noun	moslim die naar de moskee gaat
moskeebezoekers	=	moskeebezoeker
moskeebezoekertje	=	moskeebezoeker
moskeebezoekertjes	=	moskeebezoeker
moskeecafeetje	=	moskeecafé
moskeecafeetjes	=	moskeecafé
moskeecafé	noun	gezellige bijeenkomst voor moslims
moskeecafés	=	moskeecafé
moskeetje	=	moskee
moskeetjes	=	moskee
moskeetoren	noun	toren van een moskee, minaret
moskeetorens	=	moskeetoren
moskeetorentje	=	moskeetoren
moskeetorentjes	=	moskeetoren
moskeevereniging	noun	de officiële stichting of vereniging die het bestuur en de organisatie achter een moskee vormt.
moskeeverenigingen	=	moskeevereniging
moskeeverenigingetje	=	moskeevereniging
moskeeverenigingetjes	=	moskeevereniging
moskeezwaluw	noun	Cecropis senegalensis een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
moskeezwaluwen	=	moskeezwaluw
moskeezwaluwtje	=	moskeezwaluw
moskeezwaluwtjes	=	moskeezwaluw
moskeeën	=	moskee
mosklokje	noun	een schimmel van het geslacht Galerina uit de familie Hymenogastraceae
mosklokjes	=	mosklokje
mosknopgalwesp	noun	Andricus singularis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
mosknopgalwespen	=	mosknopgalwesp
mosknopgalwespje	=	mosknopgalwesp
mosknopgalwespjes	=	mosknopgalwesp
moskouer	noun	een inwoner van Moskou, of iemand afkomstig uit Moskou
moskouers	=	moskouer
moskouertje	=	moskouer
moskouertjes	=	moskouer
moskous	adj	op Moskou betrekking hebbend
moskouse	noun	een vrouwelijke inwoner van Moskou, of een vrouw afkomstig uit Moskou
moskousen	=	moskouse
moskouser	=	moskous
moskousere	=	moskous
moskousers	=	moskous
moskoust	=	moskous
moskouste	=	moskous
moskoviet	noun	een inwoner van Moskou, of iemand afkomstig uit Moskou
moskovieten	=	moskoviet
moskovisch	adj	van, uit, betreffende Moskou of Moskovië
moskovische	=	moskovisch
moskovischer	=	moskovisch
moskovischere	=	moskovisch
moskovischers	=	moskovisch
moskovischt	=	moskovisch
moskovischte	=	moskovisch
moskovitisch	adj	op Moskou of Moskovieten betrekking hebbend
moskovitische	noun	een vrouwelijke inwoner van Moskou, of een vrouw afkomstig uit Moskou
moskovitischen	=	moskovitische
moslaag	noun	een aaneengesloten begroeiing met mos
moslaagje	=	moslaag
moslaagjes	=	moslaag
moslagen	=	moslaag
moslim	noun	een geloofsaanhanger van de islam
moslim-gsm	noun	een oproep voor gelovigen tot het gebed via gsm
moslim-gsm's	=	moslim-gsm
moslima	noun	vrouwelijke moslim, moslimvrouw
moslima's	=	moslima
moslimaatje	=	moslima
moslimaatjes	=	moslima
moslimbevolking	noun	deel van de bevolking die Mohammedaan is en de Islamitische godsdienst aanhangt
moslimbevolkingen	=	moslimbevolking
moslimbevolkinkje	=	moslimbevolking
moslimbevolkinkjes	=	moslimbevolking
moslimbeweging	noun	groeperingen die de islamitische leer (de koran en de hadith) inzetten als basis voor maatschappelijke of politieke verandering.
moslimbewegingen	=	moslimbeweging
moslimbeweginkje	=	moslimbeweging
moslimbeweginkjes	=	moslimbeweging
moslimbroederschap	noun	conservatieve islamitische politieke organisatie in verschillende Arabische landen
moslimbroederschappen	=	moslimbroederschap
moslimenclave	noun	stuk grond waar veel moslims wonen dat door vreemd grondgebied is ingesloten
moslimenclaves	=	moslimenclave
moslimextremisme	noun	is een term die een maatschappelijke en antiwesterse politieke stroming aanduidt die uitgaat van de waarden van het moslimfundamentalisme en die combineert met een extremistische signatuur
moslimextremist	noun	beoefenaar van moslimextremisme
moslimextremisten	=	moslimextremist
moslimextremistisch	adj	van de aard van het moslimextremisme
moslimextremistische	=	moslimextremistisch
moslimextremistischer	=	moslimextremistisch
moslimextremistischere	=	moslimextremistisch
moslimextremistischers	=	moslimextremistisch
moslimfeministe	noun	strijdster voor gelijke rechten voor de moslimvrouw
moslimfeministes	=	moslimfeministe
moslimfundamentalisme	noun	zeer orthodoxe, antiliberale richting in de islam met een sterk anti-intellectuele inslag
moslimfundamentalistisch	adj	betreffende een ideologie waarbij moslims een letterlijke interpretatie van de Koran en de Hadith (overleveringen) volgen en/of deze pogen te verspreiden
moslimfundamentalistische	=	moslimfundamentalistisch
moslimfundamentalistischer	=	moslimfundamentalistisch
moslimfundamentalistischere	=	moslimfundamentalistisch
moslimfundamentalistischers	=	moslimfundamentalistisch
moslimgeestelijke	noun	islamitisch geestelijke, met name ayatollah of imam
moslimgeestelijken	=	moslimgeestelijke
moslimgeleerde	noun	deskundige op het gebied van de islam
moslimgeleerden	=	moslimgeleerde
moslimgemeenschap	noun	gemeenschap van moslims
moslimgemeenschapje	=	moslimgemeenschap
moslimgemeenschapjes	=	moslimgemeenschap
moslimgemeenschappen	=	moslimgemeenschap
moslimgroep	noun	een groep moslims
moslimgroepen	=	moslimgroep
moslimgroepje	=	moslimgroep
moslimgroepjes	=	moslimgroep
moslimhypotheek	noun	lening die niet strijdig is met de regels van de Islam
moslimhypotheken	=	moslimhypotheek
moslimleger	noun	leger van moslims die een islamitische staat willen stichten
moslimlegers	=	moslimleger
moslimleider	noun	de voorganger van een groep moslims
moslimleiders	=	moslimleider
moslimlieden	=	moslimman
moslimlui	=	moslimman
moslimman	noun	mannelijke aanhanger van de islam
moslimmannen	=	moslimman
moslimmannetje	=	moslimman
moslimmannetjes	=	moslimman
moslimmetje	=	moslim
moslimmetjes	=	moslim
moslimorganisatie	noun	organisatie die is geïnspireerd door de Islam
moslimorganisaties	=	moslimorganisatie
moslimpartij	noun	politieke partij die zich baseert op het gedachtegoed van de Islam
moslimpartijen	=	moslimpartij
moslimpje	=	moslim
moslimpjes	=	moslim
moslimraad	noun	koepelorganisatie van islamitische organisaties
moslimraden	=	moslimraad
moslims	=	moslim
moslimscholen	=	moslimschool
moslimschool	noun	school voor onderwijs op islamitische grondslag
moslimschooltje	=	moslimschool
moslimschooltjes	=	moslimschool
moslimse	noun	vrouw die de islam aanhangt
moslimsen	=	moslimse
moslimsoldaat	noun	islamitische soldaat
moslimsoldaten	=	moslimsoldaat
moslimstaat	noun	staat op islamitische grondslag, met name waar op grond van de sharia wordt geregeerd
moslimstaten	=	moslimstaat
moslimstrijder	noun	moslim die zijn geloof gewapenderhand verdedigt of verspreidt
moslimstrijders	=	moslimstrijder
moslimterrorisme	noun	terrorisme uitgeoefend door moslimfundamentalisten met een politiek-religieus doel
moslimvriend	noun	een vriend die het islamitische geloof aanhangt
moslimvriendelijk	adj	aangepast aan de wensen en behoeften van moslims
moslimvriendelijke	=	moslimvriendelijk
moslimvriendelijker	=	moslimvriendelijk
moslimvriendelijkere	=	moslimvriendelijk
moslimvriendelijkers	=	moslimvriendelijk
moslimvriendelijks	=	moslimvriendelijk
moslimvriendelijkst	=	moslimvriendelijk
moslimvriendelijkste	=	moslimvriendelijk
moslimvrienden	=	moslimvriend
moslimvrouw	noun	moslima
moslimvrouwen	=	moslimvrouw
moslimvrouwtje	=	moslimvrouw
moslimvrouwtjes	=	moslimvrouw
moslimwereld	noun	de wereldwijde islamitische gemeenschap
moslimwerelden	=	moslimwereld
moslimwereldje	=	moslimwereld
moslimwereldjes	=	moslimwereld
mosnestsalangaan	noun	Aerodramus salangana een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
mosnestsalangaantje	=	mosnestsalangaan
mosnestsalangaantjes	=	mosnestsalangaan
mosnestsalanganen	=	mosnestsalangaan
mosoogje	noun	Micarea leprosula een korstmos behorend tot de familie Pilocarpaceae.
mosoogjes	=	mosoogje
mosorberghagedis	noun	Dinarolacerta mosorensis een middelgrote hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
mosorberghagedisje	=	mosorberghagedis
mosorberghagedisjes	=	mosorberghagedis
mosorberghagedissen	=	mosorberghagedis
mospalpmot	noun	Bryotropha domestica een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
mospalpmotje	=	mospalpmot
mospalpmotjes	=	mospalpmot
mospalpmotten	=	mospalpmot
mospissebed	noun	Philoscia muscorum een pissebed uit de familie Philosciidae.
mospissebedden	=	mospissebed
mospissebedje	=	mospissebed
mospissebedjes	=	mospissebed
mospnoepyga	noun	Pnoepyga pusilla een zangvogel uit de familie van de Pnoepygidae.
mospnoepyga's	=	mospnoepyga
mospnoepygaatje	=	mospnoepyga
mospnoepygaatjes	=	mospnoepyga
mosquito	noun	apparaat dat een irritante zoemtoon produceert die voor oudere mensen niet of nauwelijks hoorbaar is, gebruikt als middel om het samenkomen van jongeren op bepaalde plekken op straat tegen te gaan
mosquito's	=	mosquito
mosroos	noun	lichtrode roos met behaarde bladeren
mosrozen	=	mosroos
mosschelpje	noun	Chromocyphella muscicola een schimmel uit de familie Chromocyphellaceae.
mosschelpjes	=	mosschelpje
mossel	noun	Mytilus edulis, een eetbaar tweekleppig schelpdier
mosseleffect	noun	een verhoging van de eindprijs bij stijging van de grondstoffenprijzen, zonder daling van de eindprijs wanneer de grondstoffenprijzen daarna dalen
mosselen	=	mossel
mosselhoer	noun	vrouw die voor een geringe beloning tot seks bereid is
mosselhoeren	=	mosselhoer
mosselhoertje	=	mosselhoer
mosselhoertjes	=	mosselhoer
mosselkreeftjes	noun	Ostracoda (Ostracoda van het Griekse ostrakoodès = schelpachtig) vormen een zeer grote ondergroep van de kreeftachtigen.
mosselman	noun	iemand die mosselen verkoopt
mosselmannen	=	mosselman
mosselmosdiertje	noun	Alcyonidioides mytili een mosdiertjessoort uit de familie van de Alcyonidiidae.
mosselmosdiertjes	=	mosselmosdiertje
mossels	noun	een familie Mytilidae van tweekleppigen.
mosselslurpertje	noun	Brachystomia scalaris kleine, parasiterende zeeslakkensoort uit de familie Pyramidellidae.
mosselslurpertjes	=	mosselslurpertje
mosseltje	=	mossel
mosseltjes	=	mossel
mosselvergiftiging	noun	is een voedselvergiftiging die ontstaat door het eten van besmette mosselen.
mosselvergiftigingen	=	mosselvergiftiging
mosselvergiftigingetje	=	mosselvergiftiging
mosselvergiftigingetjes	=	mosselvergiftiging
mosselzaad	noun	eieren of jonge mosselen die men op mosselbanken (uit)zaait
mosselzaadje	=	mosselzaad
mosselzaadjes	=	mosselzaad
mosselzaden	=	mosselzaad
mossen	noun	benaming voor de de stam Bryophyta, die vooral bestaat uit kleine plantjes zonder echte wortels of blaaderen Traditioneel (en ook in de categorie-indeling op WikiWoordenboek) werden ook de hauwmossen Anthocerotophyta en levermossen Marchantiophyta tot dezelfde stam gerekend.
mossig	adj	met mos bedekt
mossige	=	mossig
mossiger	=	mossig
mossigere	=	mossig
mossigers	=	mossig
mossigs	=	mossig
mossigst	=	mossig
mossigste	=	mossig
mosslankmier	noun	Leptothorax muscorum een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
mosslankmieren	=	mosslankmier
mosslankmiertje	=	mosslankmier
mosslankmiertjes	=	mosslankmier
mosslankpalpje	noun	Agyneta ramosa een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
mosslankpalpjes	=	mosslankpalpje
mossluiper	noun	Apostenus fuscus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemzakspinnen (Liocranidae).
mossluipers	=	mossluiper
mossluipertje	=	mossluiper
mossluipertjes	=	mossluiper
mosso	adv	bewogen, levendig
mossteenbreek	noun	Saxifraga hypnoides een overblijvende plant, die behoort tot de steenbreekfamilie.
mossteenbreken	=	mossteenbreek
mosstengeltongetje	noun	Acrospermum adeanum een schimmel behorend tot de familie Acrospermaceae.
mosstengeltongetjes	=	mosstengeltongetje
most	noun	gistend vruchtensap, meestal van druiven
mostaard	noun	mosterd
mostaards	=	mostaard
mostandklauw	noun	Calathus cinctus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
mostandklauwen	=	mostandklauw
mostandklauwtje	=	mostandklauw
mostandklauwtjes	=	mostandklauw
mosten	=	most
mosterd	noun	een of meer kruisbloemige planten met gele bloemen van het geslacht Sinapis (gele mosterd) of Brassica nigra (zwarte mosterd) of Brassica juncea (Sareptamosterd) of Brassica carinata (Ethiopische mosterd)
mosterdgas	noun	blaartrekkend gifgas, voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog
mosterdgassen	=	mosterdgas
mosterdgeel	noun	kleur geel als die van mosterd	adj	met de gele kleur van mosterd
mosterdgeels	=	mosterdgeel
mosterdgeelst	=	mosterdgeel
mosterdgeelste	=	mosterdgeel
mosterdgele	=	mosterdgeel
mosterdgelen	=	mosterdgeel
mosterdgeler	=	mosterdgeel
mosterdgelere	=	mosterdgeel
mosterdgelers	=	mosterdgeel
mosterdje	=	mosterd
mosterdjes	=	mosterd
mosterdkleurig	adj	met een gele mosterd kleur
mosterdkleurige	=	mosterdkleurig
mosterdkleuriger	=	mosterdkleurig
mosterdkleurigere	=	mosterdkleurig
mosterdkleurigers	=	mosterdkleurig
mosterdkleurigs	=	mosterdkleurig
mosterdkleurigst	=	mosterdkleurig
mosterdkleurigste	=	mosterdkleurig
mosterdolie	noun	olie verkregen door uitpersen van mosterdzaden
mosterdolies	=	mosterdolie
mosterdoliën	=	mosterdolie
mosterds	=	mosterd
mosterdsoep	noun	een soep met mosterd als belangrijkste smaakmaker
mosterdsoepen	=	mosterdsoep
mosterdsoepje	=	mosterdsoep
mosterdsoepjes	=	mosterdsoep
mosterdzaad	noun	de zaadjes van de mosterdplant
mosterdzaadje	=	mosterdzaad
mosterdzaadjes	=	mosterdzaad
mosterdzaden	=	mosterdzaad
mostje	=	most
mostjes	=	most
mostonnetje	noun	Pupilla muscorum een slakkensoort uit de familie van de Pupillidae.
mostonnetjes	=	mostonnetje
mosverfdrupje	noun	Oxycera morrisii een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
mosverfdrupjes	=	mosverfdrupje
mosvlieskelkje	noun	Helotium fulvum een schimmel behorend tot de familie Tricladiaceae.
mosvlieskelkjes	=	mosvlieskelkje
mosvoetvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus bryophilus een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
mosvoetvlieskelkjes	=	mosvoetvlieskelkje
mosvreter	noun	Bilimbia sabuletorum een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
mosvreters	=	mosvreter
mosvretertje	=	mosvreter
mosvretertjes	=	mosvreter
moswolfspin	noun	Arctosa leopardus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
moswolfspinnen	=	moswolfspin
moswolfspinnetje	=	moswolfspin
moswolfspinnetjes	=	moswolfspin
moswortelmot	noun	Infurcitinea argentimaculella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
moswortelmotje	=	moswortelmot
moswortelmotjes	=	moswortelmot
moswortelmotten	=	moswortelmot
moszakspin	noun	Clubiona trivialis een spin uit de familie struikzakspinnen (Clubionidae).
moszakspinnen	=	moszakspin
moszakspinnetje	=	moszakspin
moszakspinnetjes	=	moszakspin
moszomerkorst	noun	Vezdaea retigera een korstmos behorend tot de Vezdaeaceae.
moszomerkorsten	=	moszomerkorst
moszomerkorstje	=	moszomerkorst
moszomerkorstjes	=	moszomerkorst
mot	noun	vlinderachtig insect	verb|informal	moet
motachtig	adj	lijkend op een klein grauw vlindertje
motachtige	=	motachtig
motachtiger	=	motachtig
motachtigere	=	motachtig
motachtigers	=	motachtig
motachtigs	=	motachtig
motachtigst	=	motachtig
motachtigste	=	motachtig
motard	noun	bestuurder van een motorfiets
motards	=	motard
mote	noun|obsolete	kunstmatig aangelegde aarden heuvel (waarop een kasteel werd gebouwd)
motecht	adj	bestand tegen vraat door rupsjes van de klerenmot Tineola biseliella
motechte	=	motecht
motechter	=	motecht
motechtere	=	motecht
motechters	=	motecht
motechts	=	motecht
motechtst	=	motecht
motechtste	=	motecht
motel	noun	hotel voor automobilisten
motelbed	noun	een slaapgelegenheid in een hotel dat bij een weg gelegen is
motelbedden	=	motelbed
moteldeur	noun	de deur die van een motelkamer leidt naar buiten (waar de auto geparkeerd staat)
moteldeuren	=	moteldeur
moteldeurtje	=	moteldeur
moteldeurtjes	=	moteldeur
motelkamer	noun	gastenkamer in een motel die vaak een eigen ingang heeft naar parkeerplaats
motelkamers	=	motelkamer
motelkosten	noun	geld dat men moet uitgeven om in eenvoudige hotels aan een weg te kunnen logeren
motelletje	=	motel
motels	=	motel
moten	=	moot
motet	noun	meerstemmig, religieus lied
motetten	=	motet
motie	noun	een middel waarmee een lid van een vergadering een discussiepunt, dat niet al op de agenda staat, voor kan leggen aan een vergadering
motief	noun	de reden om iets te doen
motiefje	=	motief
motiefjes	=	motief
moties	=	motie
motietje	=	motie
motietjes	=	motie
motieven	=	motief
motiliteit	noun	vermogen om spontaan te bewegen
motiliteiten	=	motiliteit
motiliteitje	=	motiliteit
motiliteitjes	=	motiliteit
motivatie	noun	enthousiasme voor een taak
motivatief	noun	een naamval die in het Nederlands meest omschreven zou worden met het voorzetsel wegens	adj	tot motivatie strekkend
motivatiefs	=	motivatief
motivaties	=	motivatie
motivatietje	=	motivatie
motivatieve	=	motivatief
motivatieven	=	motivatief
motivator	noun	iemand die anderen motiveert
motivatoren	=	motivator
motivators	=	motivator
motivatortje	=	motivator
motivatortjes	=	motivator
motiveer	=	motiveren
motiveerde	=	motiveren
motiveerden	=	motiveren
motiveeren	=	motiveren
motiveering	=	motivering
motiveert	=	motiveren
motivere	=	motiveren
motiveren	verb	van argumenten, gronden of redenen voorzien
motiverend	adj	stimulerend, enthousiasmerend
motiverende	=	motiverend
motiverender	=	motiverend
motiverendere	=	motiverend
motiverenders	=	motiverend
motiverends	=	motiverend
motiverendst	=	motiverend
motiverendste	=	motiverend
motivering	noun	het motiveren
motiveringen	=	motivering
motiverinkje	=	motivering
motiverinkjes	=	motivering
motivisch	adj	een motief of motieven betreffend
motivische	=	motivisch
motivischer	=	motivisch
motivischere	=	motivisch
motivischers	=	motivisch
motje	noun	alleen verkleinwoord huwelijk ingegeven door een onvoorziene zwangerschap
motjes	=	mot
motmots	noun	Momotidae een familie van vogels uit de orde scharrelaarvogels.
motmug	noun	Psychodidae Mug uit een familie van kleine insecten die behoren tot de orde tweevleugeligen en de onderorde muggen (Nematocera).
motmuggen	noun	Psychodidae een familie van kleine insecten die behoren tot de orde tweevleugeligen en de onderorde muggen (Nematocera).
motmuggetje	=	motmug
motmuggetjes	=	motmug
motmugje	=	motmug
motmugjes	=	motmug
moto	noun	motorvoertuig op twee wielen
moto's	=	moto
motocyclette	noun	lichte motorfiets
motocyclettes	=	motocyclette
motootje	=	moto
motootjes	=	moto
motor	noun	krachtbron die met behulp van een energiebron een werktuig, machine of vervoermiddel aandrijft
motoragent	noun	politieagent die zich verplaatst met een motorfiets
motoragenten	=	motoragent
motorambulance	noun	een met eerstehulpapparatuur uitgeruste motorfiets
motorambulancen	=	motorambulance
motorambulances	=	motorambulance
motorbediening	noun	technische voorzieningen om de aandrijving te besturen
motorbedieningen	=	motorbediening
motorbende	noun	gemotoriseerde bende, OMG
motorbenden	=	motorbende
motorbendes	=	motorbende
motorblok	noun	uit metaal gegoten lichaam van een verbrandingsmotor waarin zich de cilinders bevinden
motorblokje	=	motorblok
motorblokjes	=	motorblok
motorblokken	=	motorblok
motorboot	noun	een klein tot middelgroot bootje dat voortbewogen wordt door middel van een motor
motorbootje	=	motorboot
motorbootjes	=	motorboot
motorboten	=	motorboot
motorbril	noun	een op de motorfiets te dragen veiligheidsbril die de ogen tegen stof, insecten e.d. beschermt
motorbrillen	=	motorbril
motorbrilletje	=	motorbril
motorbrilletjes	=	motorbril
motorclub	noun	vereniging van motorrijders
motorclubje	=	motorclub
motorclubjes	=	motorclub
motorclubs	=	motorclub
motorcompartiment	noun	deel van een voertuig waarin de motor zit
motorcompartimenten	=	motorcompartiment
motorcoureur	noun	iemand die meedoet aan motorraces
motorcoureurs	=	motorcoureur
motorcoureurtje	=	motorcoureur
motorcros	=	motorcrossen
motorcross	noun	een wedstrijd met motorfietsen over een onverharde parcours
motorcrosse	=	motorcrossen
motorcrossen	verb	de sport motorcross beoefenen
motorcrossend	=	motorcrossen
motorcrossende	=	motorcrossen
motorcrosses	=	motorcross
motorcrost	=	motorcrossen
motorcroste	=	motorcrossen
motorcrosten	=	motorcrossen
motordefect	noun	storing in het deel van een machine dat voor de aandrijving zorgt
motordefecten	=	motordefect
motoren	=	motor
motorfanaat	noun	iemand die een (te) grote liefhebber is van motorfietsen
motorfanaatje	=	motorfanaat
motorfanaatjes	=	motorfanaat
motorfanaten	=	motorfanaat
motorfiets	noun	een gemotoriseerd voertuig op twee of drie wielen (met een cilinderinhoud groter dan 50 cc indien het een verbrandingsmotor betreft)
motorfietsen	=	motorfiets
motorfietsje	=	motorfiets
motorfietsjes	=	motorfiets
motorgeluid	noun	het geluid dat een motor maakt.
motorgeluiden	=	motorgeluid
motorgeluidje	=	motorgeluid
motorgeluidjes	=	motorgeluid
motorgeronk	noun	het geluid dat een motor maakt
motorhandschoen	noun	speciale handschoen voor motorrijders
motorhandschoenen	=	motorhandschoen
motorhandschoentje	=	motorhandschoen
motorhandschoentjes	=	motorhandschoen
motorhelm	noun	een helm die het hoofd van een motorrijder beschermt bij een ongeluk
motorhelmen	=	motorhelm
motorhelmpje	=	motorhelm
motorhelmpjes	=	motorhelm
motorhome	noun	grote kampeerauto
motorhomes	=	motorhome
motoriek	noun	het vermogen om het lichaam(sdeel) te bewegen
motorisch	adj	met betrekking tot beweging
motorische	=	motorisch
motorischer	=	motorisch
motorischere	=	motorisch
motorischers	=	motorisch
motorjacht	noun	een pleziervaartuig dat uitgerust is met een motor
motorjachten	=	motorjacht
motorjachtje	=	motorjacht
motorjachtjes	=	motorjacht
motorjas	noun	jas die door materiaal en uitvoering berijders van een motorfiets bij een val bescherming kan bieden, tegenwoordig meestal kort
motorjasje	=	motorjas
motorjasjes	=	motorjas
motorjassen	=	motorjas
motorkap	noun	scharnierbaar deel van de carrosserie van een auto waaronder zich de motor bevindt
motorkapje	=	motorkap
motorkapjes	=	motorkap
motorkapornament	noun	vaak verchroomd onderdeel dat als versiering op het deksel boven een automotor is aangebracht
motorkapornamenten	=	motorkapornament
motorkappen	=	motorkap
motorkleding	noun	speciaal ontworpen kleding die bescherming biedt tegen letsel bij een val (slijtvastheid, impactprotectoren), beschermt tegen weersinvloeden en zichtbaarheid verhoogt.
motorkoppel	noun	het koppel dat een motor kan leveren
motorkoppels	=	motorkoppel
motorkoppeltje	=	motorkoppel
motorkoppeltjes	=	motorkoppel
motorlaars	noun	stevige laars die speciaal is ontworpen voor motorrijders
motorlaarsje	=	motorlaars
motorlaarsjes	=	motorlaars
motorlaarzen	=	motorlaars
motorloos	adj	zonder motor
motorloost	=	motorloos
motorlooste	=	motorloos
motorloze	=	motorloos
motorlozer	=	motorloos
motorlozere	=	motorloos
motorlozers	=	motorloos
motorolie	noun	smeerolie voor motoren
motorolies	=	motorolie
motoroliën	=	motorolie
motoronderhoud	noun	alle handelingen die nodig zijn om een motorfiets in een goede conditie te houden
motorongeluk	noun	ongeval waarbij één of meer motorfietsen betrokken zijn
motorongelukje	=	motorongeluk
motorongelukjes	=	motorongeluk
motorongelukken	=	motorongeluk
motorophanging	noun	het systeem van componenten dat de motor van een voertuig fysiek aan het chassis of subframe bevestigt.
motorophangingen	=	motorophanging
motorophanginkje	=	motorophanging
motorophanginkjes	=	motorophanging
motorpak	noun	kleding die speciaal geschikt is voor motorrijders
motorpakken	=	motorpak
motorpanne	noun	onderbreking van een reis doordat het onderdeel dat een voertuig aandrijft niet meer werkt
motorpannes	=	motorpanne
motorpech	noun	pech door storing in het mechanisme van een motor
motorprobleem	noun	moeilijkheden met het functioneren van de motor
motorprobleempje	=	motorprobleem
motorprobleempjes	=	motorprobleem
motorproblemen	=	motorprobleem
motorrace	noun	snelheidswedstrijd met motorfietsen
motorraces	=	motorrace
motorrem	noun	een speciaal soort rem die bij zware voertuigen de slijtage aan de andere remmen vermindert
motorremmen	=	motorrem
motorremmetje	=	motorrem
motorremmetjes	=	motorrem
motorrij	=	motorrijden
motorrijd	=	motorrijden
motorrijden	verb	rijden op een motorfiets
motorrijdend	=	motorrijden
motorrijdende	=	motorrijden
motorrijder	noun	berijder van een motorfiets
motorrijders	=	motorrijder
motorrijdertje	=	motorrijder
motorrijdertjes	=	motorrijder
motorrijdster	noun	berijdster van een motorfiets
motorrijdsters	=	motorrijdster
motorrijtuig	noun	volgens de definitie van de Nederlandse Wegenverkeerswet: door een motor voortbewogen, niet langs rails geleid voertuig
motorrijtuigen	=	motorrijtuig
motorrijtuigenbelasting	noun	de belasting die geheven wordt op het bezit van een motorvoertuig jonger dan 40 jaar
motorrijtuigenbelastingen	=	motorrijtuigenbelasting
motorrijtuigje	=	motorrijtuig
motorrijwiel	noun|formal	motorfiets
motorrijwielen	=	motorrijwiel
motorrijwieltje	=	motorrijwiel
motorruimte	noun	deel van een voertuig dat is afgescheiden, bestemd voor de aandrijving
motorruimten	=	motorruimte
motorruimtes	=	motorruimte
motors	=	motor
motorschade	noun	ernstige aantasting van het deel van een machine dat voor de aandrijving zorgt
motorschaden	=	motorschade
motorschades	=	motorschade
motorsport	noun	iedere tak van sport die bedreven wordt op een twee- of driewielig voertuig dat door een motor wordt aangedreven
motorsporten	=	motorsport
motorstoring	noun	niet goed werken van het deel van een machine dat voor de aandrijving zorgt
motorstoringen	=	motorstoring
motorstorinkje	=	motorstoring
motorstorinkjes	=	motorstoring
motortaxi	noun	motorfiets die als taxi wordt gebruikt
motortaxi's	=	motortaxi
motortaxietje	=	motortaxi
motortaxietjes	=	motortaxi
motortechniek	noun	de techniek die met een motor te maken heeft
motortechnieken	=	motortechniek
motortje	=	motor
motortjes	=	motor
motortype	noun	door bepaalde kenmerken onderscheiden soort aandrijving
motortypen	=	motortype
motortypes	=	motortype
motorvermogen	noun	de maximale hoeveelheid mechanische energie die een motor per tijdseenheid kan leveren
motorvermogens	=	motorvermogen
motorvliegtuig	noun	een vliegtuig met motor
motorvliegtuigen	=	motorvliegtuig
motorvliegtuigje	=	motorvliegtuig
motorvliegtuigjes	=	motorvliegtuig
motorvoertuig	noun	is in de definitie van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens een motorrijtuig met uitzondering van bromfiets, fiets met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuig.
motorvoertuigen	=	motorvoertuig
motorvoertuigje	=	motorvoertuig
motorvoertuigjes	=	motorvoertuig
motorvrachtscheepje	=	motorvrachtschip
motorvrachtscheepjes	=	motorvrachtschip
motorvrachtschepen	=	motorvrachtschip
motorvrachtschip	noun	een vrachtschip waarbij de aandrijving geschied door middel van een verbrandingsmotor
motorwedstrijd	noun	snelheidswedstrijd met motorfietsen, ook wel bekend als motorracen of motorsport
motorwedstrijden	=	motorwedstrijd
motorwedstrijdje	=	motorwedstrijd
motorwedstrijdjes	=	motorwedstrijd
motorzaag	noun	door een motor aangedreven kettingzaag
motorzaak	noun	winkel waar motorfietsen en de bijbehorende accessoires verkocht worden, en reparaties en onderhoud aan motorfietsen worden uitgevoerd
motorzaakje	=	motorzaak
motorzaakjes	=	motorzaak
motorzagen	=	motorzaag
motorzaken	=	motorzaak
motorzeiljacht	noun	vaartuig voor pleziervaart of personenvervoer, dat kan worden voortgestuwd door doeken om de wind op te vangen, maar ook door mechanische aandrijving van een schroef
motorzeiljachten	=	motorzeiljacht
motorzeiljachtje	=	motorzeiljacht
motorzeiljachtjes	=	motorzeiljacht
motorzijspan	noun	motorfiets waaraan opzij een karretje is vastgemaakt dat één zitplaats en meestal maar één wiel heeft
motorzijspannen	=	motorzijspan
motregen	noun	lichte neerslag in de vorm van heel kleine druppeltjes water
motregende	=	motregenen
motregenden	=	motregenen
motregene	=	motregenen
motregenen	verb	regenen in zeer fijne druppeltjes
motregenend	=	motregenen
motregenende	=	motregenen
motregens	=	motregen
motregent	=	motregenen
motregentje	=	motregen
motregentjes	=	motregen
mots	noun	paard of hond met afgesneden staart of oren
motse	noun	een wijde schippersbroek
motsen	verb	verminken van een dier
motsend	=	motsen
motsende	=	motsen
motsi	noun	bepaalde zegenspreuk bij het brood, gezegd vóór de maaltijd
motsneeuw	noun	fijne zachte sneeuw
motst	=	motsen
motste	=	motsen
motsten	=	motsen
motte	noun	kunstmatig aangelegde aarden heuvel (waarop een kasteel werd gebouwd)
mottekasteel	noun	een meestal houten kasteel dat gebouwd is op een opgeworpen heuvel
mottekasteeltje	=	mottekasteel
mottekasteeltjes	=	mottekasteel
mottekastelen	=	mottekasteel
motten	=	mot
mottenbal	noun	een middel tegen motten. balletje van kamfer om mottenlarven te doden
mottenballen	=	mottenbal
mottenballetje	=	mottenbal
mottenballetjes	=	mottenbal
mottend	=	mot
mottende	=	mot
mottenkruid	noun	Verbascum blattaria een tweejarige plant die behoort tot de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae).
mottenkruiden	=	mottenkruid
mottenkruidje	=	mottenkruid
mottenkruidjes	=	mottenkruid
motterig	adj	druilerig (door motregen)
motterige	=	motterig
motteriger	=	motterig
motterigere	=	motterig
motterigers	=	motterig
motterigs	=	motterig
motterigst	=	motterig
motterigste	=	motterig
mottes	=	motte
mottetje	=	motte
mottig	adj	door de mot aangevreten waardoor er in kleding allemaal kleine gaatjes kunnen zitten
mottigaard	noun	vuil persoon
mottigaardje	=	mottigaard
mottigaardjes	=	mottigaard
mottigaards	=	mottigaard
mottige	=	mottig
mottiger	=	mottig
mottigere	=	mottig
mottigers	=	mottig
mottigs	=	mottig
mottigst	=	mottig
mottigste	=	mottig
motto	noun	kernachtige uitspraak die de bedoeling aangeeft
motto's	=	motto
mottootje	=	motto
mottootjes	=	motto
motvlinder	noun	mot Tineola biseliella, een vlinder waarvan de larven kleding kunnen opeten
motvlinders	=	motvlinder
motvlindertje	=	motvlinder
motvlindertjes	=	motvlinder
motvrij	adj	beschermd tegen of vrij van motten
motvrije	=	motvrij
motvrijer	=	motvrij
motvrijere	=	motvrij
motvrijers	=	motvrij
motvrijs	=	motvrij
motvrijst	=	motvrij
motvrijste	=	motvrij
motwortel	noun	Cymbopogon marginatus een grassoort inheems maar niet endemisch in Zuid-Afrika.
motwortelen	=	motwortel
motwortels	=	motwortel
motworteltje	=	motwortel
motworteltjes	=	motwortel
mouche	noun|historical	klein rond zwart pleistertje om de aandacht op aantrekkelijke delen van het uiterlijk te vestigen en de blankheid van de huid beter te laten uitkomen
mouches	=	mouche
mouillering	noun	het verschijnsel in de spraak waarbij een harde medeklinker (meestal een plosief) zachter wordt uitgesproken.
mouilleringstheorie	noun	theorie die de umlaut uit de mouillerende werking van de 'j' probeert te verklaren
mouilleringstheorietje	=	mouilleringstheorie
mouilleringstheorietjes	=	mouilleringstheorie
mouilleringstheorieën	=	mouilleringstheorie
moulage	noun	afgietsel van een model, driedimensionale kopie
moulages	=	moulage
mouleer	=	mouleren
mouleerde	=	mouleren
mouleerden	=	mouleren
mouleert	=	mouleren
moulere	=	mouleren
mouleren	verb	over het lichaam draperen en zo passend maken
moulerend	=	mouleren
moulerende	=	mouleren
moulure	noun	lijst die als versiering langs de randen van een oppervlak is aangebracht
mouluren	=	moulure
moulures	=	moulure
mount-lyellspitsmuis	noun	Sorex lyelli insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
mount-lyellspitsmuisje	=	mount-lyellspitsmuis
mount-lyellspitsmuisjes	=	mount-lyellspitsmuis
mount-lyellspitsmuizen	=	mount-lyellspitsmuis
mount-olympusmarmot	noun	Marmota olympus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
mount-olympusmarmotje	=	mount-olympusmarmot
mount-olympusmarmotjes	=	mount-olympusmarmot
mount-olympusmarmotten	=	mount-olympusmarmot
mountainbike	noun	fiets met minimaal 24 versnellingen, dikke banden en een recht stuur, geschikt om mee over onregelmatig terrein te fietsen
mountainbikeje	=	mountainbike
mountainbikejes	=	mountainbike
mountainbiken	verb	fietsen op een sportieve fiets met minimaal 24 versnellingen en brede banden met noppen
mountainbikend	=	mountainbiken
mountainbikende	=	mountainbiken
mountainbiker	noun	persoon die fietst op een fiets die geschikt is voor onverharde wegen en wegen door een sterk geaccidenteerd terrein
mountainbikeroute	noun	een uitgezette route speciaal voor mountainbikers
mountainbikerouten	=	mountainbikeroute
mountainbikeroutes	=	mountainbikeroute
mountainbikeroutetje	=	mountainbikeroute
mountainbikeroutetjes	=	mountainbikeroute
mountainbikers	=	mountainbiker
mountainbikertje	=	mountainbiker
mountainbikertjes	=	mountainbiker
mountainbikes	=	mountainbike
mountainbiket	=	mountainbiken
mountainbikete	=	mountainbiken
mountainbiketen	=	mountainbiken
mountainbiking	noun	een tak van de wielersport waarbij je fietst over onverharde, ruige terreinen, zoals bossen, bergen en zandpaden.
mountlyellgrottensalamander	noun	Hydromantes platycephalus een amfibie uit de familie Plethodontidae (longloze salamanders).
mountlyellgrottensalamanders	=	mountlyellgrottensalamander
mountlyellgrottensalamandertje	=	mountlyellgrottensalamander
mountlyellgrottensalamandertjes	=	mountlyellgrottensalamander
moupinia	noun	Moupinia een geslacht van zangvogels uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
moupinia's	=	moupinia
moupiniaatje	=	moupinia
moupiniaatjes	=	moupinia
moure	noun	angst
moures	=	moure
moussaka	noun	ovenschotel met lagen saus, vlees en groente
moussaka's	=	moussaka
mousse	noun	Een licht en luchtig (na)gerecht van zoete of hartige ingrediënten.
mousseer	=	mousseren
mousseerde	=	mousseren
mousseerden	=	mousseren
mousseert	=	mousseren
mousseje	=	mousse
moussejes	=	mousse
mousselientje	=	mousseline
mousselientjes	=	mousseline
mousseline	noun	een zachte, fijn geweven stof gemaakt van katoen, wol of zijde
mousselinen	adj	gemaakt van van een zeer los geweven stof van katoen of zijde
mousselines	=	mousseline
mousselinetje	=	mousseline
mousselinetjes	=	mousseline
moussere	=	mousseren
mousseren	verb	schuimen, bruisen
mousserend	adj	schuimend
mousserende	=	mousserend
mousserender	=	mousserend
mousserendere	=	mousserend
mousserenders	=	mousserend
mousserends	=	mousserend
mousserendst	=	mousserend
mousserendste	=	mousserend
mousses	=	mousse
moussetje	=	mousse
moussetjes	=	mousse
moustache	noun	bosje haar tussen de neus en de bovenlip
moustacheje	=	moustache
moustachejes	=	moustache
moustaches	=	moustache
mout	noun	de grondstof voor bier, jenever en whisky, vervaardigd door het laten kiemen van graan, waarbij het aanwezige zetmeel omgezet wordt in vergistbare suikers.
moutbroden	=	moutbrood
moutbrood	noun	een broodsoort die wordt gebakken met het middelste van de graankorrel en waaraan extra tarwevezels zijn toegevoegd
moutbroodje	=	moutbrood
moutbroodjes	=	moutbrood
moute	=	mouten
mouten	verb	graan verwerken tot mout; het laten ontkiemen van graan in water en het daaropvolgend doen drogen (eesten ww) om er mout van te maken
moutend	=	mouten
moutende	=	mouten
mouter	noun	iemand die zorgt voor het kiemen van graan voor de productie van whiskey, jenever en bier	adj	van vruchten dat ze week en murw zijn
moutere	=	mouter
mouterij	noun	fabriek waar van granen mout wordt gemaakt, door het in water te weken waardoor het onkiemt, en het daarna te drogen
mouterijen	=	mouterij
mouters	=	mouter
moutertje	=	mouter
moutje	=	mout
moutjes	=	mout
moutse	noun	bepaalde zegenspreuk bij het brood, gezegd vóór de maaltijd
moutses	=	moutse
moutsie	noun	bepaalde zegenspreuk bij het brood, gezegd vóór de maaltijd
moutsuiker	noun	suiker die bij de kieming van granen uit zetmeel ontstaat (C₁₂H₂₂O₁₁)
moutsuikers	=	moutsuiker
moutsuikertje	=	moutsuiker
moutsuikertjes	=	moutsuiker
moutte	=	mouten
moutten	=	mouten
moutwijn	noun	drank met 50% alcohol verkregen uit gegiste mout
moutwijnen	=	moutwijn
moutwijntje	=	moutwijn
moutwijntjes	=	moutwijn
mouvement	noun	beweging
mouvementen	=	mouvement
mouw	noun	dat deel van een kledingstuk dat de armen omvat
mouwen	=	mouw
mouwgat	noun	opening (meestal in kleding) waardoor men de arm kan steken en waaraan vaak een mouw is vastgemaakt
mouwgaten	=	mouwgat
mouwgeveegd	=	mouwvegen
mouwloos	adj	zonder mouw
mouwloost	=	mouwloos
mouwlooste	=	mouwloos
mouwloze	=	mouwloos
mouwlozer	=	mouwloos
mouwlozere	=	mouwloos
mouwlozers	=	mouwloos
mouwtje	=	mouw
mouwtjes	=	mouw
mouwveeg	noun	wissende of poetsende beweging met een door een kledingstuk bedekte arm
mouwveegde	=	mouwvegen
mouwveegden	=	mouwvegen
mouwveegje	=	mouwveeg
mouwveegjes	=	mouwveeg
mouwveegt	=	mouwvegen
mouwvege	=	mouwvegen
mouwvegen	verb	ongemeende complimenten maken
mouwvegend	=	mouwvegen
mouwvegende	=	mouwvegen
mouwveger	noun	iemand die heel erg aardig en vriendelijk doet op een huichelachtige manier om er zelf beter van te worden
mouwvegers	=	mouwveger
mouwvegertje	=	mouwveger
mouwvest	noun	vest met mouwen
mouwvesten	=	mouwvest
mouwvestje	=	mouwvest
mouwvestjes	=	mouwvest
move	=	moven
movede	=	moven
moveden	=	moven
moveer	=	moveren
moveerde	=	moveren
moveerden	=	moveren
moveert	=	moveren
movel	noun	roman die men kan lezen op een mobiele telefoon
movels	=	movel
moven	verb	aan de kant gaan
movend	=	moven
movende	=	moven
movere	=	moveren
moveren	verb	aanzetten tot
moverend	=	moveren
moverende	=	moveren
movering	noun	het moveren
movet	=	moven
moyenne	noun	gemiddelde score
moyennes	=	moyenne
mozambikaan	noun	een inwoner van Mozambique, of iemand afkomstig uit Mozambique
mozambikaans	adj	op Mozambique betrekking hebbend
mozambikaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Mozambique, of een vrouw afkomstig uit Mozambique
mozambikaansen	=	mozambikaanse
mozambikaanser	=	mozambikaans
mozambikaansere	=	mozambikaans
mozambikaansers	=	mozambikaans
mozambikaanst	=	mozambikaans
mozambikaanste	=	mozambikaans
mozambikanen	=	mozambikaan
mozambiquegnoe	noun	een ondersoort Connochaetes taurinus johnstoni van de blauwe gnoe, die voorkomt in Oost-Afrika.
mozambiquegnoes	=	mozambiquegnoe
mozambiquegnoetje	=	mozambiquegnoe
mozambiquegnoetjes	=	mozambiquegnoe
mozambiquemus	noun	Passer diffusus een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
mozambiquemusje	=	mozambiquemus
mozambiquemusjes	=	mozambiquemus
mozambiquemussen	=	mozambiquemus
mozambiquesijs	noun	Crithagra mozambicus een contrastrijk gekleurd vogeltje uit de familie van de Fringillidae (Vinkachtigen) uit Sub-Saharisch Afrika.
mozambiquesijsje	=	mozambiquesijs
mozambiquesijsjes	=	mozambiquesijs
mozambiquesijzen	=	mozambiquesijs
mozarabisch	adj	met betrekking tot de Mozarabiërs of het Mozarabisch
mozarabische	=	mozarabisch
mozarabischer	=	mozarabisch
mozarabischere	=	mozarabisch
mozarabischers	=	mozarabisch
mozarteffect	noun	gunstig effect dat het horen van bepaalde klassieke muziek, met name van Mozart zou hebben, o.m. op kinderen, die hierdoor betere intellectuele prestaties zouden leveren, koeien die meer melk produceren etc.
mozarteffecten	=	mozarteffect
mozarteffectje	=	mozarteffect
mozarteffectjes	=	mozarteffect
mozaïek	noun	figuur van aaneengesloten kleine, ingelegde stukjes glas, steen, hout die op een harde ondergrond zijn bevestigd
mozaïekdikkopje	noun	Muschampia cribrellum een vlinder uit de familie dikkopjes (Hesperiidae).
mozaïekdikkopjes	=	mozaïekdikkopje
mozaïeken	noun	het maken van een mozaïek
mozaïekfilm	noun	opname van bewegende beelden die een verhaal vertelt met meerdere hoofdpersonen en verhaallijnen
mozaïekfilms	=	mozaïekfilm
mozaïekgezin	noun	gezin waarin de verschillende kinderen niet allemaal dezelfde biologische ouders hebben
mozaïekgezinnen	=	mozaïekgezin
mozaïekje	=	mozaïek
mozaïekjes	=	mozaïek
mozaïekpaneel	noun	een decoratief kunstwerk of wandpaneel dat is samengesteld uit honderden kleine stukjes (steentjes, glas, keramiek of schelpen) die samen één groter patroon of afbeelding vormen.
mozaïekpaneeltje	=	mozaïekpaneel
mozaïekpaneeltjes	=	mozaïekpaneel
mozaïekpanelen	=	mozaïekpaneel
mozaïekparelmoervlinder	noun	Euphydryas desfontainii een vlinder uit de familie Nymphalidae (aurelia's).
mozaïekparelmoervlinders	=	mozaïekparelmoervlinder
mozaïekparelmoervlindertje	=	mozaïekparelmoervlinder
mozaïekparelmoervlindertjes	=	mozaïekparelmoervlinder
mozaïekroman	noun	een roman waarin meerdere hoofdpersonen en verhalen door elkaar heen lopen
mozaïekromannetje	=	mozaïekroman
mozaïekromannetjes	=	mozaïekroman
mozaïekromans	=	mozaïekroman
mozaïekschotelkorst	noun	Lecanora intricata een korstmos behorend tot de familie Lecanoraceae.
mozaïekschotelkorsten	=	mozaïekschotelkorst
mozaïekschotelkorstje	=	mozaïekschotelkorst
mozaïekschotelkorstjes	=	mozaïekschotelkorst
mozaïekstaartrat	noun	Uromys caudimaculatus knaagdier uit het geslacht Uromys dat voorkomt in Nieuw-Guinea, de Aru-eilanden, Waigeo, Japen, Normanby, Fergusson en Australië, waar hij alleen leeft in het noordoosten van het Kaap York-schiereiland, inclusief Hitchinbrookeiland.
mozaïekstaartratje	=	mozaïekstaartrat
mozaïekstaartratjes	=	mozaïekstaartrat
mozaïekstaartratten	=	mozaïekstaartrat
mozaïekstippelkorst	noun	Verrucaria polysticta een korstmos behorend tot de familie Verrucariaceae.
mozaïekstippelkorsten	=	mozaïekstippelkorst
mozaïekstippelkorstje	=	mozaïekstippelkorst
mozaïekstippelkorstjes	=	mozaïekstippelkorst
mozaïekvirus	noun	verzamelnaam voor zeer schadelijke en wijdverbreide plantenvirussen die een mozaïekpatroon op hun gastheer achterlaten
mozaïekvirusje	=	mozaïekvirus
mozaïekvirusjes	=	mozaïekvirus
mozaïekvirussen	=	mozaïekvirus
mozaïekvloer	noun	vloer die bestaat uit een in een patroon neergelegde steentjes of tegels met verschillende kleuren
mozaïekvloeren	=	mozaïekvloer
mozaïekzwelghaai	noun	Centrophorus tessellatus een vis uit de familie van zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
mozaïekzwelghaaien	=	mozaïekzwelghaai
mozaïekzwelghaaitje	=	mozaïekzwelghaai
mozaïekzwelghaaitjes	=	mozaïekzwelghaai
mozaïsch	adj	volgens (de leer van) Mozes
mozaïsche	=	mozaïsch
mozaïscher	=	mozaïsch
mozaïschere	=	mozaïsch
mozaïschers	=	mozaïsch
mozetta	noun	korte schoudermantel van een bisschop
mozetta's	=	mozetta
mozzarella	noun	zachte, witte, Italiaanse kaas oorspronkelijk gemaakt van melk van een waterbuffel later ook uit melk van een koe
moê	=	moe
moëed	noun	feestdag, vreugdefeest
mp	noun	minister-president, de voorzitter van de ministerraad
mp's	=	mp
mp'tje	=	mp
mp'tjes	=	mp
mpox	noun	virusziekte die vooral in West- en Midden-Afrika voorkomt
mpp	=	mapangpang
mr	noun	gekozen vertegenwoordiging voor overleg met de bedrijfsleiding
mr's	=	mr
mri	noun	beeldvorming door magnetische resonantie
mri's	=	mri
mri-scan	noun	samengesteld beeld van de organen en weefsels in het lichaam, gemaakt door een MRI-scanner met behulp van sterke magnetische velden en radiogolven
mri-scans	=	mri-scan
mrna	noun	RNA dat wordt gemaakt als kopie van DNA en dat als blauwdruk fungeert bij de aanmaak van eiwitten
mrsa	noun	Staphylococcus aureus een bacterie staphylococcus aureus die resistent is geworden voor meticilline
mrsa-bacterie	noun	Staphylococcus aureus meticilline-resistente bacterie die resistent is tegen de meeste antibiotica
mrsa-bacterietje	=	mrsa-bacterie
mrsa-bacterietjes	=	mrsa-bacterie
mrsa-bacteriën	=	mrsa-bacterie
mrt	noun	derde kalendermaand, maart
ms	noun	multiple sclerose
ms-patiënt	noun	persoon die lijdt aan de ziekte multiple sclerose een ziekte die wordt gekenmerkt door verlammingen
ms-patiënten	=	ms-patiënt
ms-patiëntje	=	ms-patiënt
ms-patiëntjes	=	ms-patiënt
msn	=	msn'en
msn'de	=	msn'en
msn'den	=	msn'en
msn'e	=	msn'en
msn'en	verb	gebruikmaken van het computerprogramma MSN
msn'end	=	msn'en
msn'ende	=	msn'en
msn't	=	msn'en
mss	=	miss
mt	noun	managementteam
mt'er	noun	lid van het mt (managementteam)
mt'ers	=	mt'er
mt's	=	mt
mt-leden	=	mt-lid
mt-lid	noun	lid van het mt (managementteam)
mtdna	noun	het DNA van het mitochondrium
mts	noun|obsolete	middelbare technische school
mu	noun	letter van het Griekse alfabet: μ
mu's	=	mu
mu'tje	=	mu
mu'tjes	=	mu
mucociliair	adj	met betrekking tot slijmvlies en trilharen
mucociliaire	=	mucociliair
mucociliairs	=	mucociliair
mucocutaan	adj	met betrekking tot huid en slijmvliezen
mucocutane	=	mucocutaan
mucocutaner	=	mucocutaan
mucocutanere	=	mucocutaan
mucolyticum	noun	slijmoplossend middel
mucopatiënt	noun	persoon die lijdt aan mucoviscidose een ernstige aangeboren, erfelijke longziekte
mucopatiënten	=	mucopatiënt
mucopatiëntje	=	mucopatiënt
mucopatiëntjes	=	mucopatiënt
mucopurulent	adj	slijmig en etterig
mucopurulente	=	mucopurulent
mucopurulenter	=	mucopurulent
mucopurulentere	=	mucopurulent
mucosa	noun	slijmvlies
mucronaat	adj	puntig; van een doornachtige spits voorzien die gewoonlijk de voortzetting van de hoofdnerf (van een blad) is
mucronaats	=	mucronaat
mucronate	=	mucronaat
mucus	noun	slijm
mud	noun	een verouderde oppervlaktemaat
mudde	=	mud
muddeken	=	mud
mudden	=	mud
mudje	=	mud
mudjes	=	mud
mudjevol	adj	stampvol
mudjevolle	=	mudjevol
mudjevols	=	mudjevol
mudpuppy	noun	Necturus maculosus een salamander uit de familie olmachtigen (Proteidae).
mudpuppy's	noun	Necturus een geslacht van salamanders uit de familie olmachtigen (Proteidae)
mudpuppy'tje	=	mudpuppy
mudpuppy'tjes	=	mudpuppy
mudvol	adj	overvol
mudvolle	=	mudvol
mudvols	=	mudvol
muesli	noun	eten gemaakt van graanvlokken, zuivel, fruit en noten
muesli's	=	muesli
mueslibol	noun	een rond broodje, een soort volkoren krentenbol met rozijnen en noten als vulling
mueslibollen	=	mueslibol
mueslibolletje	=	mueslibol
mueslibolletjes	=	mueslibol
mueslietje	=	muesli
mueslireep	noun	een compacte, vaak rechthoekige snack, gemaakt van een mengsel van granen, noten, zaden, gedroogd fruit en vaak een zoetstof zoals honing of siroop
mueslireepje	=	mueslireep
mueslireepjes	=	mueslireep
mueslirepen	=	mueslireep
muezzin	noun	de persoon die vanuit een minaret van de moskee oproept tot de dagelijkse gebeden
muezzins	=	muezzin
muf	adj	onaangenaam en bedorven ruikend
muffe	=	muf
muffen	verb	stinken
muffend	=	muffen
muffende	=	muffen
muffer	=	muf
muffere	=	muf
muffers	=	muf
muffig	adj	van geur en smaak onfris en een beetje bedorven
muffige	=	muffig
muffiger	=	muffig
muffigere	=	muffig
muffigers	=	muffig
muffigs	=	muffig
muffigst	=	muffig
muffigste	=	muffig
muffin	noun	klein rond cakeje
muffins	=	muffin
mufheden	=	mufheid
mufheid	noun	het saai en niet fris zijn van iets of iemand
mufs	=	muf
mufst	=	muf
mufste	=	muf
muft	=	muffen
mufte	=	muffen
muften	=	muffen
mufti	=	moefti
mug	noun	klein, vliegend tweevleugelig insect van de onderorde Nematocera dat in grote paringszwermen erg lastig is met een dun en fragiel lichaam, dunne pootjes, gesegmenteerde antennes waarmee goed geur waargenomen kan worden en een kleine kop met zuigsnuit
mug-heli	noun	een helikopter dat gebruikt wordt bij dringende geneeskundige hulpverlening in België
mug-heli's	=	mug-heli
mug-helikopter	noun	een helikopter dat gebruikt wordt bij dringende geneeskundige hulpverlening in België
mug-helikopters	=	mug-helikopter
mug-voertuig	noun	een voertuig dat gebruikt wordt bij dringende geneeskundige hulpverlening in België
mug-voertuigen	=	mug-voertuig
muggen	noun	Nematocera een onderorde van vliegende insecten uit de orde der tweevleugeligen (Diptera)
muggenbeet	noun	een jeukende zwelling van de huid ten gevolge van de inspuiting van het speeksel van een bloedzuigend insect, de mug
muggenbeetje	=	muggenbeet
muggenbeetjes	=	muggenbeet
muggenbeten	=	muggenbeet
muggenbult	noun	plaatselijke zwelling van de huid veroorzaakt door een muggenbeet
muggenbulten	=	muggenbult
muggenbultje	=	muggenbult
muggenbultjes	=	muggenbult
muggeneters	noun	Conopophagidae een familie bestaande uit een tiental kleine suboscine zangvogelsoorten verdeeld over twee geslachten.
muggengaas	noun	gaas met mazen die klein genoeg zijn om muggen tegen te houden
muggengazen	=	muggengaas
muggennet	noun	bescherming tegen muggen in de vorm van een gaas gemaakt van textiel
muggennetten	=	muggennet
muggenorchis	noun	benaming voor orchideeën uit het geslacht Gymnadenia een geslacht met een dertigtal terrestrische soorten van de orchideeënfamilie
muggenorchissen	=	muggenorchis
muggenpoep	noun	de ontlasting van muggen
muggensteek	noun	de steek van een mug
muggensteekje	=	muggensteek
muggensteekjes	=	muggensteek
muggensteken	=	muggensteek
muggenvangers	noun	Polioptilidae een familie van kleine zangvogels (Passeriformes), die verwant zijn aan de winterkoningen en de boomkruipers en behoren tot de superfamilie Certhioidea.
muggenwants	noun	Empicoris vagabundus een wants uit de familie roofwantsen (Reduviidae)
muggenwantsen	=	muggenwants
muggenwantsje	=	muggenwants
muggenwantsjes	=	muggenwants
muggenzift	=	muggenziften
muggenzifte	=	muggenziften
muggenziften	verb	vitten op kleinigheden
muggenziftend	=	muggenziften
muggenziftende	=	muggenziften
muggenzifter	noun	kleingeestige vitter
muggenzifterig	adj	al te zeurderig en precies
muggenzifterige	=	muggenzifterig
muggenzifteriger	=	muggenzifterig
muggenzifterigere	=	muggenzifterig
muggenzifterigers	=	muggenzifterig
muggenzifterigs	=	muggenzifterig
muggenzifterigst	=	muggenzifterig
muggenzifterigste	=	muggenzifterig
muggenzifterij	noun	het vitten op kleinigheden
muggenzifterijen	=	muggenzifterij
muggenzifters	=	muggenzifter
muggenziftertje	=	muggenzifter
muggenziftertjes	=	muggenzifter
muggenziftery	=	muggenzifterij
muggenziftte	=	muggenziften
muggenziftten	=	muggenziften
muggenzwerm	noun	wolkvormige verzameling van grote aantallen muggen
muggenzwermen	=	muggenzwerm
muggesiften	=	muggenziften
muggetje	=	mug
muggetjes	=	mug
muggeziften	=	muggenziften
muggezifter	=	muggenzifter
muggezifterij	=	muggenzifterij
muggeziftery	=	muggenzifterij
mugheli	=	mug-heli
mughelikopter	=	mug-helikopter
mugimakivliegenvanger	noun	Ficedula mugimaki een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
mugimakivliegenvangers	=	mugimakivliegenvanger
mugimakivliegenvangertje	=	mugimakivliegenvanger
mugimakivliegenvangertjes	=	mugimakivliegenvanger
mugje	=	mug
mugjes	=	mug
mugshot	noun	portretfoto zoals de politie die na arrestatie van verdachten maakt
mugshots	=	mugshot
muhammara	noun	pittige dipsaus met gemalen walnoten en rode pepers
muharram	noun	de eerste maand van het jaar in de islamitische kalender
mui	noun	een vaak snelle stroom water die loodrecht op de kust staat
muien	=	mui
muik	noun	meuk
muike	=	muiken
muiken	verb	zich stiekem, heimelijk, achterhoudend gedragen
muikend	=	muiken
muikende	=	muiken
muikt	=	muiken
muikte	=	muiken
muikten	=	muiken
muil	noun	bek van een groot dier, vooral gebruikt bij roofdieren
muilband	noun	apparaat dat ervoor zorgt dat een dier (meestal een hond) niet kan bijten
muilbandde	=	muilbanden
muilbandden	=	muilbanden
muilbande	=	muilbanden
muilbanden	verb	van een muilband voorzien
muilbandend	=	muilbanden
muilbandende	=	muilbanden
muilbandje	=	muilband
muilbandjes	=	muilband
muilbandt	=	muilbanden
muilbroeder	noun	vis die de eieren in de bek neemt om ze daar verder uit te broeden
muilbroeders	=	muilbroeder
muilbroedertje	=	muilbroeder
muilbroedertjes	=	muilbroeder
muildier	noun	een kruising van een ezelhengst en een paardenmerrie
muildieren	=	muildier
muildierhert	noun	Odocoileus hemionus een Noord-Amerikaans hert.
muildierherten	=	muildierhert
muildierhertje	=	muildierhert
muildierhertjes	=	muildierhert
muildiertje	=	muildier
muildiertjes	=	muildier
muilen	=	muil
muilezel	noun	kruising van een paardenhengst en een ezelin
muilezelin	noun	dochter van een ezelin en een paardenhengst, zelf meestal onvruchtbaar
muilezelinnen	=	muilezelin
muilezelinnetje	=	muilezelin
muilezelinnetjes	=	muilezelin
muilezels	=	muilezel
muilezeltje	=	muilezel
muilezeltjes	=	muilezel
muilkorf	noun	een leren of metalen korf die voor de bek van een dier gespannen wordt om bijten onmogelijk te maken
muilkorfde	=	muilkorven
muilkorfden	=	muilkorven
muilkorfje	=	muilkorf
muilkorfjes	=	muilkorf
muilkorft	=	muilkorven
muilkorve	=	muilkorven
muilkorven	verb	een hond een muilkorf aandoen om bijten onmogelijk te maken
muilkorvend	=	muilkorven
muilkorvende	=	muilkorven
muilpeer	noun	klap in het gezicht
muilpeertje	=	muilpeer
muilpeertjes	=	muilpeer
muilperen	=	muilpeer
muiltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort zeeslak Crepidula fornicata die behoort tot de familie Calyptraeidae
muiltjes	=	muil
muis	noun	klein zoogdier, meestal van het geslacht Mus, met spitse snuit, grote oren en ogen en een lange, bijna onbehaarde staart
muisarm	noun	aandoening in de arm als gevolg van zeer eenzijdige belasting zoals het gebruik van een computermuis en/of toetsenbord
muisarmen	=	muisarm
muisarmpje	=	muisarm
muisarmpjes	=	muisarm
muisbeertje	noun	Pelosia muscerda een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
muisbeertjes	=	muisbeertje
muiscamierpitta	noun	Grallaria rufula een zangvogel uit de familie Grallariidae.Deze soort telde diverse ondersoorten die sinds 2021 zijn afgesplitst als aparte soorten
muiscamierpitta's	=	muiscamierpitta
muiscamierpittaatje	=	muiscamierpitta
muiscamierpittaatjes	=	muiscamierpitta
muisde	=	muizen
muisden	=	muizen
muisdicht	adj	ontoegankelijk voor muizen
muisdichte	=	muisdicht
muisdichts	=	muisdicht
muisgebaar	noun	handelingen die je met een muis kunt maken die complexer zijn dan alleen maar klikken en dubbel klikken
muisgebaartje	=	muisgebaar
muisgebaartjes	=	muisgebaar
muisgebaren	=	muisgebaar
muisgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7005 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7005 ( ).
muisgrijst	=	muisgrijs
muisgrijste	=	muisgrijs
muisgrijze	=	muisgrijs
muisgrijzen	=	muisgrijs
muisgrijzer	=	muisgrijs
muisgrijzere	=	muisgrijs
muisgrijzers	=	muisgrijs
muishamster	noun	zoogdier uit het geslacht Calomyscus en de familie Calomyscidae van knaagdieren die voorkomt van in Syrië en van Azerbeidzjan en Iran tot Turkmenistan, Afghanistan en Pakistan.
muishamsters	noun	een geslacht Calomyscus en een familie Calomyscidae van knaagdieren die voorkomt van in Syrië en van Azerbeidzjan en Iran tot Turkmenistan, Afghanistan en Pakistan.
muishamstertje	=	muishamster
muishamstertjes	=	muishamster
muishond	noun	een roofdier uit de familie der marterachtigen (Mustelidae).
muishonden	=	muishond
muishondje	=	muishond
muishondjes	=	muishond
muisje	=	muis
muisjes	=	muis
muisjesmos	noun	een geslacht Grimmia uit de muisjesmosfamilie (Grimmiaceae).
muisjesmosje	=	muisjesmos
muisjesmosjes	=	muisjesmos
muisjesmossen	=	muisjesmos
muiskat	noun	een kat die goed muizen kan vangen
muiskathaai	noun	Galeus murinus een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
muiskathaaien	=	muiskathaai
muiskathaaitje	=	muiskathaai
muiskathaaitjes	=	muiskathaai
muiskatje	=	muiskat
muiskatjes	=	muiskat
muiskatten	=	muiskat
muisklik	noun	klik met een computermuis
muisklikje	=	muisklik
muisklikjes	=	muisklik
muisklikken	=	muisklik
muisknop	noun	vlak op een computermuis dat je indrukt om een signaal naar de computer te sturen, wat een actie in de software veroorzaakt, zoals het openen van een menu of het verplaatsen van een object
muisknopje	=	muisknop
muisknopjes	=	muisknop
muisknoppen	=	muisknop
muiskwoelmuis	noun	Microtus mujanensis knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
muiskwoelmuisje	=	muiskwoelmuis
muiskwoelmuisjes	=	muiskwoelmuis
muiskwoelmuizen	=	muiskwoelmuis
muismaki	noun	Microcebus primaat uit een geslacht van de familie dwergmaki's (Cheirogaleidae) uit Madagaskar
muismaki's	noun	Microcebus een geslacht uit de familie dwergmaki's (Cheirogaleidae) uit Madagaskar
muismat	noun	een onderlegger voor een computermuis
muismatje	=	muismat
muismatjes	=	muismat
muismatten	=	muismat
muisslaper	noun	Myomimus roachi een slaapmuis uit het geslacht der muisslapers (Myomimus).
muisslapers	=	muisslaper
muisslapertje	=	muisslaper
muisslapertjes	=	muisslaper
muisspecht	noun	vogel uit de onderfamilie Dendrocolaptinae en de familie ovenvogels (Furnariidae) uit de orde zangvogels.
muisspechten	noun	Dendrocolaptinae een onderfamilie van vogels binnen de familie ovenvogels (Furnariidae) uit de orde zangvogels.
muisspechtje	=	muisspecht
muisspechtjes	=	muisspecht
muisspin	noun	een spinnensoort uit de familie van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae)
muisspinnen	noun	Actinopodidae een familie van spinnen.
muisspinnetje	=	muisspin
muisspinnetjes	=	muisspin
muisspitsmuizen	noun	een geslacht Myosorex van zoogdieren uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
muisspringspin	noun	Sitticus caricis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
muisspringspinnen	=	muisspringspin
muisspringspinnetje	=	muisspringspin
muisspringspinnetjes	=	muisspringspin
muisstil	adj	heel stil
muisstille	=	muisstil
muisstils	=	muisstil
muist	=	muizen
muistapaculo	noun	Scytalopus speluncae een zangvogel uit de familie der tapaculo's (Rhinocryptidae)
muistapaculo's	=	muistapaculo
muistapaculootje	=	muistapaculo
muistapaculootjes	=	muistapaculo
muisvogel	noun	benaming voor vogels uit de orde Coliiformes; die zachte lichaamsveren hebben en voorkomen in Afrika
muisvogels	noun	orde Coliiformes, bestaande uit de familie Coliidae met zes soorten vogels, waarvan er vier behoren tot het geslacht Colius en twee tot het geslacht Urocolius
muisvogeltje	=	muisvogel
muisvogeltjes	=	muisvogel
muiswiel	noun	wieltje aan een computermuis waaraan men kan draaien om te scrollen e.d
muiswielen	=	muiswiel
muiswieltje	=	muiswiel
muiswieltjes	=	muiswiel
muiszwaluw	noun	Orochelidon murina een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
muiszwaluwen	=	muiszwaluw
muiszwaluwtje	=	muiszwaluw
muiszwaluwtjes	=	muiszwaluw
muit	=	muiten
muite	=	muiten
muiteling	noun	opstandeling die het bevoegd gezag omverwerpt en zelf de leiding neemt met name in de scheepvaart en in het leger
muitelingen	=	muiteling
muiten	verb	het in opstand komen tegen wettige autoriteit (specifiek voor militairen of bemanningen van schepen)
muitend	=	muiten
muitende	=	muiten
muiter	noun	opstandeling die het bevoegd gezag omverwerpt en zelf de leiding neemt, met name in de scheepvaart en in het leger
muiterij	noun	oproer (vooral in het leger en op schepen)
muiterijen	=	muiterij
muiterijtje	=	muiterij
muiters	=	muiter
muitertje	=	muiter
muitje	=	mui
muitjes	=	mui
muitmaker	noun	persoon die meedoet aan een muiterij of opstand
muitmakers	=	muitmaker
muitte	=	muiten
muitten	=	muiten
muize	=	muizen
muizegerst	=	muizengerst
muizen	verb	op muizen jagen
muizend	=	muizen
muizende	=	muizen
muizengerst	noun	bepaalde grassoort, Hordeum murinum
muizengif	noun	chemisch middel om (schadeveroorzakende) muizen te doden
muizengiffen	=	muizengif
muizengifje	=	muizengif
muizengifjes	=	muizengif
muizenhap	noun	een hap die zo klein is dat deze nauwelijks als voeding telt, vergelijkbaar met wat een muis zou eten
muizenhapje	=	muizenhap
muizenhapjes	=	muizenhap
muizenhappen	=	muizenhap
muizenhol	noun	het nest van een groep muizen
muizenholen	=	muizenhol
muizenholletje	=	muizenhol
muizenholletjes	=	muizenhol
muizenis	noun	gepeins, getob over allerlei zaken, zeuren
muizenisje	=	muizenis
muizenisjes	=	muizenis
muizenissen	=	muizenis
muizenkeutel	noun	uitwerpsel van een muis (klein knaagdier)
muizenkeutels	=	muizenkeutel
muizenkeuteltje	noun	Bittium reticulatum een slakkensoort uit de familie van de Cerithiidae.
muizenkeuteltjes	=	muizenkeutel
muizenklem	noun	een apparaat dat in staat is muizen te vangen of te doden
muizenklemmen	=	muizenklem
muizenklemmetje	=	muizenklem
muizenklemmetjes	=	muizenklem
muizennest	noun	nest van een muis
muizennesten	=	muizennest
muizennestje	=	muizennest
muizennestjes	=	muizennest
muizenoor	noun	oor van een muis
muizenoorboorvlieg	noun	Tephritis ruralis een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
muizenoorboorvliegen	=	muizenoorboorvlieg
muizenoorboorvliegje	=	muizenoorboorvlieg
muizenoorboorvliegjes	=	muizenoorboorvlieg
muizenoordikkopmot	noun	Scythris laminella een vlinder uit de familie dikkopmotten (Scythrididae).
muizenoordikkopmotje	=	muizenoordikkopmot
muizenoordikkopmotjes	=	muizenoordikkopmot
muizenoordikkopmotten	=	muizenoordikkopmot
muizenoornetwants	noun	Galeatus maculatus een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
muizenoornetwantsen	=	muizenoornetwants
muizenoornetwantsje	=	muizenoornetwants
muizenoornetwantsjes	=	muizenoornetwants
muizenoortje	=	muizenoor
muizenoortjes	=	muizenoor
muizenoortjesbladgalwesp	noun	Aulacidea pilosellae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
muizenoortjesbladgalwespen	=	muizenoortjesbladgalwesp
muizenoortjesbladgalwespje	=	muizenoortjesbladgalwesp
muizenoortjesbladgalwespjes	=	muizenoortjesbladgalwesp
muizenoortjesgalmug	noun	Contarinia pilosellae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
muizenoortjesgalmuggen	=	muizenoortjesgalmug
muizenoortjesgalmugje	=	muizenoortjesgalmug
muizenoortjesgalmugjes	=	muizenoortjesgalmug
muizenoortjesknolgalwesp	noun	Aulacidea subterminalis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
muizenoortjesknolgalwespen	=	muizenoortjesknolgalwesp
muizenoortjesknolgalwespje	=	muizenoortjesknolgalwesp
muizenoortjesknolgalwespjes	=	muizenoortjesknolgalwesp
muizenoortjesrozetgalmug	noun	Macrolabis pilosellae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
muizenoortjesrozetgalmuggen	=	muizenoortjesrozetgalmug
muizenoortjesrozetgalmuggetjes	=	muizenoortjesrozetgalmug
muizenoortjesrozetgalmugje	=	muizenoortjesrozetgalmug
muizenoorvedermot	noun	Oxyptilus pilosellae een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
muizenoorvedermotje	=	muizenoorvedermot
muizenoorvedermotjes	=	muizenoorvedermot
muizenoorvedermotten	=	muizenoorvedermot
muizenoren	=	muizenoor
muizenplaag	noun	een hinderlijk grote hoeveelheid muizen
muizenplagen	=	muizenplaag
muizenplek	noun	beschutte, warme plek waar muizen zich voortplanten
muizenplekken	=	muizenplek
muizenpoep	noun	ontlasting van muizen bestaande uit kleine (3-8mm), donkere, rijstkorrelachtige keuteltjes, vaak verspreid door het huis omdat muizen poepen tijdens het lopen
muizenstaart	noun	de staart van een muis
muizenstaarten	=	muizenstaart
muizenstaartje	=	muizenstaart
muizenstaartjes	=	muizenstaart
muizenstaartzwam	noun	Baeospora myosura een schimmel uit de familie Marasmiaceae.
muizenstaartzwammen	=	muizenstaartzwam
muizenstaartzwammetje	=	muizenstaartzwam
muizenstaartzwammetjes	=	muizenstaartzwam
muizenstrontje	noun	keutel van een klein knaagdier
muizenstrontjes	=	muizenstrontje
muizentarwe	noun	vergiftigde graankorrels om muizen te bestrijden
muizentarwes	=	muizentarwe
muizenval	noun	apparaat om muizen te vangen
muizenvalk	noun|obsolete	Buteo buteo, buizerd; een roofvogel van Europa
muizenvalken	=	muizenvalk
muizenvalkje	=	muizenvalk
muizenvalkjes	=	muizenvalk
muizenvallen	=	muizenval
muizenvalletje	=	muizenval
muizenvalletjes	=	muizenval
muizerd	noun	Buteo buteo buizerd
muizerds	=	muizerd
muizetarwe	=	muizentarwe
muizeval	=	muizenval
muizig	adj	van een persoon dat deze saai en onopvallend is
muizige	=	muizig
muiziger	=	muizig
muizigere	=	muizig
muizigers	=	muizig
muizigs	=	muizig
muizigst	=	muizig
muizigste	=	muizig
mul	noun	benaming voor vissen uit geslacht Mullus uit de familie van de zeebarbelen	adj	droog, los, stoffig, zandachtig, pulverig
mulat	noun	iemand die geboren is uit een zwarte en een blanke ouder
mulatje	=	mulat
mulatjes	=	mulat
mulatten	=	mulat
mulattin	noun	vrouw met een blanke en een zwarte ouder
mulattinnen	=	mulattin
mulattinnetje	=	mulattin
mulattinnetjes	=	mulattin
mulch	=	mulchen
mulche	=	mulchen
mulchen	verb	bodem bedekken met een laag plantaardig materiaal Dit kan om verschillende redenen gebeuren: toevoegen voedingsstoffen aan de bodem, isolatie tegen kou, bescherming van nuttige bodemdiertjes en weghouden van daglicht zodat zaad van bepaalde soorten onkruid niet ontkiemt.
mulchend	=	mulchen
mulchende	=	mulchen
mulcht	=	mulchen
mulchte	=	mulchen
mulchten	=	mulchen
mulder	noun	iemand die een molen laat werken
mulderfeit	noun	verkeersovertreding die volgens het bestuursrecht wordt afgedaan (in plaats van het strafrecht)
mulderfeiten	=	mulderfeit
mulderplek	noun	een parkeerplek dat met een tijdelijke verkeersmaatregel is afgezet
mulderplekje	=	mulderplek
mulderplekjes	=	mulderplek
mulderplekken	=	mulderplek
mulders	=	mulder
muldertje	=	mulder
muldertjes	=	mulder
mulesing	noun	door John H. Mules ontwikkelde techniek waarbij een stuk huid rond de anus van een schaap wordt verwijderd
muleta	noun	half-cirkelvormige doek van zware rode flanel, gedrapeerd om een houten stok, waarmee een matador (meestal in het laatste deel van een stierengevecht) de stier uitdaagt
muleta's	=	muleta
muletaatje	=	muleta
mulgadoornsnavel	noun	Acanthiza iredalei een endemische vogel in Australië in de familie van de Acanthizidae (Australische zangers).
mulgadoornsnavels	=	mulgadoornsnavel
mulgadoornsnaveltje	=	mulgadoornsnavel
mulgadoornsnaveltjes	=	mulgadoornsnavel
mulle	=	mul
mullen	=	mul
muller	=	mul
mullere	=	mul
mullers	=	mul
mullerwallaby	noun	Dorcopsis muelleri een kangoeroe uit het geslacht Dorcopsis die voorkomt in het westen van Nieuw-Guinea en op de nabijgelegen eilanden Japen, Misool en Salawati.
mullerwallaby's	=	mullerwallaby
mullerwallaby'tje	=	mullerwallaby
mullerwallaby'tjes	=	mullerwallaby
mulletje	=	mul
mulletjes	=	mul
mulo	noun	onderwijsinstelling die uitgebreid lager onderwijs verzorgt
mulo's	=	mulo
muloscholen	=	muloschool
muloschool	noun	in Nederland verdwenen schooltype na de lagere school
muloschooltje	=	muloschool
muloschooltjes	=	muloschool
muls	=	mul
mulst	=	mul
mulste	=	mul
multi-etnisch	adj	betrekking hebbend op meerdere volken
multi-etnische	=	multi-etnisch
multi-etnischer	=	multi-etnisch
multi-etnischere	=	multi-etnisch
multi-etnischers	=	multi-etnisch
multi-instelbaar	adj	op verschillende manieren in te stellen
multi-instelbaarder	=	multi-instelbaar
multi-instelbaardere	=	multi-instelbaar
multi-instelbaarders	=	multi-instelbaar
multi-instelbaars	=	multi-instelbaar
multi-instelbaarst	=	multi-instelbaar
multi-instelbaarste	=	multi-instelbaar
multi-instelbare	=	multi-instelbaar
multi-instrumentalist	noun	iemand die meerdere instrumenten bespeelt
multi-instrumentalisten	=	multi-instrumentalist
multi-interpretabel	adj	met verschillende denkbare betekenissen, op meer manieren uit te leggen
multi-interpretabele	=	multi-interpretabel
multi-interpretabeler	=	multi-interpretabel
multi-interpretabelere	=	multi-interpretabel
multi-interpretabelers	=	multi-interpretabel
multi-interpretabels	=	multi-interpretabel
multi-interpretabelst	=	multi-interpretabel
multi-interpretabelste	=	multi-interpretabel
multi-inzetbaar	adj	voor verschillende taken geschikt
multi-inzetbaarder	=	multi-inzetbaar
multi-inzetbaardere	=	multi-inzetbaar
multi-inzetbaarders	=	multi-inzetbaar
multi-inzetbaars	=	multi-inzetbaar
multi-inzetbaarst	=	multi-inzetbaar
multi-inzetbaarste	=	multi-inzetbaar
multi-inzetbare	=	multi-inzetbaar
multiboek	noun	systeem in financiële software
multiboeken	=	multiboek
multiboekje	=	multiboek
multiboekjes	=	multiboek
multichannel	adj	via verschillende kanalen plaatsvindend
multichannelgedachte	noun	het idee dat men klanten niet via één maar via verschillende communicatiekanalen zou moeten benaderen en voorzien van de producten die ze wensen
multichannelgedachten	=	multichannelgedachte
multichannelgedachtes	=	multichannelgedachte
multichannelproject	noun	een project waarbij men klanten niet via één maar via verschillende communicatiekanalen benadert en voorziet van de producten die ze wensen
multichannelprojecten	=	multichannelproject
multicollineariteit	noun	een verschijnsel in de statistiek waarbij twee sterk gerelateerde verklarende variabelen worden meegenomen in een analyse om een verschijnsel te verklaren
multicollineariteiten	=	multicollineariteit
multicolore	adj	veelkleurig
multiculti	noun	een voorstander van de multiculturele samenleving	adj|informal	multicultureel, afkomstig uit verschillende culturen
multiculti's	=	multiculti
multiculturalisme	noun	het naast elkaar bestaan van (etnisch of cultureel) diverse groepen of individuen binnen een bepaald afgebakend bestuurlijk gebied
multiculturaliteit	noun	het door migratie samenleven van mensen uit verschillende tradities
multiculturaliteiten	=	multiculturaliteit
multicultureel	adj	bestaande uit meerdere culturen
multicultureeler	=	multicultureel
multicultureels	=	multicultureel
multicultureelst	=	multicultureel
multicultureelste	=	multicultureel
multiculturele	=	multicultureel
multicultureler	=	multicultureel
multiculturelere	=	multicultureel
multiculturelers	=	multicultureel
multiculturen	=	multicultuur
multicultuur	noun	de aanwezigheid van meerdere culturen
multidimensionaal	adj	meer dan één dimensie betreffend
multidimensionaals	=	multidimensionaal
multidimensionaalst	=	multidimensionaal
multidimensionaalste	=	multidimensionaal
multidimensionale	=	multidimensionaal
multidimensionaler	=	multidimensionaal
multidimensionalere	=	multidimensionaal
multidimensionalers	=	multidimensionaal
multidisciplinair	adj	betrekking hebbend op meerdere disciplines
multidisciplinairder	=	multidisciplinair
multidisciplinairdere	=	multidisciplinair
multidisciplinairders	=	multidisciplinair
multidisciplinaire	=	multidisciplinair
multidisciplinairs	=	multidisciplinair
multidisciplinairst	=	multidisciplinair
multidisciplinairste	=	multidisciplinair
multidosis	noun	grote hoeveelheid geneesmiddelen
multidosisje	=	multidosis
multidosisjes	=	multidosis
multidosissen	=	multidosis
multifocaal	adj	meerdere brandpunten bezittend
multifocaals	=	multifocaal
multifocaalst	=	multifocaal
multifocaalste	=	multifocaal
multifocale	=	multifocaal
multifocaler	=	multifocaal
multifocalere	=	multifocaal
multifocalers	=	multifocaal
multifunctioneel	adj	meer dan een functie of doel hebbend
multifunctioneels	=	multifunctioneel
multifunctioneelst	=	multifunctioneel
multifunctioneelste	=	multifunctioneel
multifunctionele	=	multifunctioneel
multifunctioneler	=	multifunctioneel
multifunctionelere	=	multifunctioneel
multifunctionelers	=	multifunctioneel
multigender	noun	persoon met meerdere geslachtsidentiteiten	adj	meerdere geslachtsidentiteiten hebbend
multigenders	=	multigender
multikul	noun	door tegenstanders van de multiculturele samenleving gebezigde term om deze te diskwalificeren
multilateraal	adj	met, of aan veel kanten, belangen, partijen etc.
multilateraals	=	multilateraal
multilateraalst	=	multilateraal
multilateraalste	=	multilateraal
multilaterale	=	multilateraal
multilateraler	=	multilateraal
multilateralere	=	multilateraal
multilateralers	=	multilateraal
multilinguaal	adj	meertalig
multilinguaals	=	multilinguaal
multilinguaalst	=	multilinguaal
multilinguaalste	=	multilinguaal
multilinguale	=	multilinguaal
multilingualer	=	multilinguaal
multilingualere	=	multilinguaal
multilingualers	=	multilinguaal
multilinguïstisch	adj	meerdere talen sprekend
multilinguïstische	=	multilinguïstisch
multilinguïstischer	=	multilinguïstisch
multilinguïstischere	=	multilinguïstisch
multilinguïstischers	=	multilinguïstisch
multimedia	noun	meerdere informatiesoorten (zoals bijvoorbeeld tekst, geluid en beeld) opgeslagen op één opslagmedium
multimediaal	adj	met gecombineerd gebruik van tekst, geluid en video of andere uitingsvormen
multimediaals	=	multimediaal
multimediaalst	=	multimediaal
multimediaalste	=	multimediaal
multimediaconcern	noun	concern dat diverse media uitgeeft op het gebied van muziek, video etc.
multimediaconcerns	=	multimediaconcern
multimediaconcerntje	=	multimediaconcern
multimediaconcerntjes	=	multimediaconcern
multimediale	=	multimediaal
multimedialer	=	multimediaal
multimedialere	=	multimediaal
multimedialers	=	multimediaal
multimeer	noun	structuur die is opgebouwd uit meerdere onderdelen
multimeertje	=	multimeer
multimeertjes	=	multimeer
multimeren	=	multimeer
multimeter	noun	een meetinstrument waar een aantal grootheden mee gemeten kunnen worden zoals spanning, stroom en weerstand en vaak ook capaciteit, zelfinductie, frequentie etc.
multimeters	=	multimeter
multimetertje	=	multimeter
multimetertjes	=	multimeter
multimiljardair	noun	iemand die meerdere miljarden (1.000.000.000) van een bepaalde munteenheid bezit
multimiljardairs	=	multimiljardair
multimiljonair	noun	iemand die meer dan 2 miljoen vrij de besteden heeft, onroerend goed en andere ondeelbare goederen worden niet meegerekend
multimiljonairs	=	multimiljonair
multimiljonairtje	=	multimiljonair
multimiljonairtjes	=	multimiljonair
multimodaal	adj	gebruikmakend van verschillende middelen (modi)
multimodaals	=	multimodaal
multimodale	=	multimodaal
multinationaal	adj	met mensen uit verschillende landen
multinationaals	=	multinationaal
multinationaalst	=	multinationaal
multinationaalste	=	multinationaal
multinational	noun	een onderneming die in meerdere landen vestigingen heeft, multinationale onderneming
multinationale	=	multinationaal
multinationaler	=	multinationaal
multinationalere	=	multinationaal
multinationalers	=	multinationaal
multinationalletje	=	multinational
multinationals	=	multinational
multinationaltje	=	multinational
multipara	noun	vrouw die meer dan eens heeft gebaard
multipara's	=	multipara
multiparaatje	=	multipara
multiparaatjes	=	multipara
multiparae	=	multipara
multipel	adj	veelvoudig
multipele	=	multipel
multipeler	=	multipel
multipelere	=	multipel
multipelers	=	multipel
multipels	=	multipel
multipelst	=	multipel
multipelste	=	multipel
multiplayer	noun	computerspel voor meer dan één speler
multiplayers	=	multiplayer
multiple	adj	meervoudig, veelvoudig
multiplechoicetest	noun	een toets die bestaat uit meerkeuze vragen
multiplechoicetesten	=	multiplechoicetest
multiplechoicetests	=	multiplechoicetest
multiplechoicevraag	noun	een waarbij je moet kiezen uit verschillende antwoorden
multiplechoicevraagje	=	multiplechoicevraag
multiplechoicevraagjes	=	multiplechoicevraag
multiplechoicevragen	=	multiplechoicevraag
multiplex	noun	composietplaat die bestaat uit meer dan 3 gelijmde laagjes hout
multiplexen	=	multiplex
multiplexje	=	multiplex
multiplexjes	=	multiplex
multiplicatie	noun	vermenigvuldiging, verveelvoudiging
multiplicaties	=	multiplicatie
multiplicator	noun	instrument dat multipliceert
multiplicatoren	=	multiplicator
multiplicators	=	multiplicator
multiplicatortje	=	multiplicator
multiplicatortjes	=	multiplicator
multipliceer	=	multipliceren
multipliceerde	=	multipliceren
multipliceerden	=	multipliceren
multipliceert	=	multipliceren
multiplicere	=	multipliceren
multipliceren	verb	vermenigvuldigen
multiplicerend	=	multipliceren
multiplicerende	=	multipliceren
multiplier	noun	de factor waarmee een endogene variabele verandert, in reactie op een verandering in enige exogene variabele
multipliereffect	noun	het verschijnsel dat een verhoging van de investeringen de opbrengst doet toenemen met een veelvoud daarvan
multipliereffecten	=	multipliereffect
multipliers	=	multiplier
multipolair	adj	meer dan twee polen hebbend
multipolairder	=	multipolair
multipolairdere	=	multipolair
multipolairders	=	multipolair
multipolaire	=	multipolair
multipolairs	=	multipolair
multipolairst	=	multipolair
multipolairste	=	multipolair
multiprobleem	noun	iemand met veel soorten problemen
multiproblemen	=	multiprobleem
multipurpose	adj	voor veel toepassingen inzetbaar
multiraciaal	adj	bestaande uit leden van verschillende rassen
multiraciaals	=	multiraciaal
multiraciaalst	=	multiraciaal
multiraciaalste	=	multiraciaal
multiraciale	=	multiraciaal
multiracialer	=	multiraciaal
multiracialere	=	multiraciaal
multiracialers	=	multiraciaal
multiresistent	adj	resistent tegen alle bekende antibiotica
multiresistente	=	multiresistent
multiresistenter	=	multiresistent
multiresistentere	=	multiresistent
multiresistenters	=	multiresistent
multiresistents	=	multiresistent
multiresistentst	=	multiresistent
multiresistentste	=	multiresistent
multisensorisch	adj	betreft het tegelijkertijd gebruiken van meerdere zintuigen (zien, horen, voelen, ruiken, proeven) om informatie op te nemen en te verwerken.
multisensorische	=	multisensorisch
multisensorischer	=	multisensorisch
multisensorischere	=	multisensorisch
multisensorischers	=	multisensorisch
multisport	noun	lichamelijke bezigheid met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn en die bestaat uit een reeks onderdelen uit verschillende takken van sport
multisporten	verb	lichamelijk actief zijn met spel- of wedstrijdelement in de vorm van een reeks onderdelen uit verschillende takken van sport
multisportte	=	multisporten
multisportterrein	noun	een specifiek ingericht gebied dat ontworpen is om meerdere sporten en activiteiten op één plek te faciliteren
multisportterreinen	=	multisportterrein
multisportterreintje	=	multisportterrein
multisportterreintjes	=	multisportterrein
multisportveld	noun	een specifiek ingericht gebied dat ontworpen is om meerdere sporten en activiteiten op één plek te faciliteren
multisportvelden	=	multisportveld
multisportveldje	=	multisportveld
multisportveldjes	=	multisportveld
multitalent	noun	iemand met vele bijzondere aanleggen
multitalenten	=	multitalent
multitask	=	multitasken
multitaske	=	multitasken
multitasken	verb	twee of meer dingen tegelijk doen
multitaskend	=	multitasken
multitaskende	=	multitasken
multitasking	noun	het gelijktijdig verrichten van verschillende taken door één apparaat of organisatie
multitaskt	=	multitasken
multitaskte	=	multitasken
multitaskten	=	multitasken
multitouchgebaar	noun	handelingen die men op een tablet of touchpad kan uitvoeren waarbij meerdere vingers tegelijk het scherm of de touchpad aanraken
multitouchgebaartje	=	multitouchgebaar
multitouchgebaartjes	=	multitouchgebaar
multitouchgebaren	=	multitouchgebaar
multivariabel	adj	meerdere variabelen bevattend
multivariabele	=	multivariabel
multivariabeler	=	multivariabel
multivariabelere	=	multivariabel
multivariabelers	=	multivariabel
multivariabels	=	multivariabel
multivariabelst	=	multivariabel
multivariabelste	=	multivariabel
multiversa	=	multiversum
multiversum	noun	theoretisch verondersteld geheel van een oneindig aantal parallelle heelallen die bestaan naast het heelal waar we in leven
multiversums	=	multiversum
multivitamine	noun	voedingssupplement dat naast combinaties van vitaminen tevens mineralen en eventueel sporenelementen bevat
multivitaminen	=	multivitamine
multivitamines	=	multivitamine
multiwinkel	noun	een winkel die een breed gamma aan niet-voedingsartikelen aanbiedt
multiwinkels	=	multiwinkel
multiwinkeltje	=	multiwinkel
multiwinkeltjes	=	multiwinkel
multomap	noun	ringband met 17 of 23 gaten in de rugzijde van het papier
multomapje	=	multomap
multomapjes	=	multomap
multomappen	=	multomap
mum	noun	ogenblik
mumetaal	noun	legering die zeer goed afschermt tegen magnetische velden
mumetaaltje	=	mumetaal
mumetaaltjes	=	mumetaal
mumetalen	=	mumetaal
mummel	=	mummelen
mummelde	=	mummelen
mummelden	=	mummelen
mummele	=	mummelen
mummelen	verb	onduidelijk, binnensmonds mompelen
mummelend	=	mummelen
mummelende	=	mummelen
mummelmond	noun	mond zonder tanden
mummelmonden	=	mummelmond
mummelmondje	=	mummelmond
mummelmondjes	=	mummelmond
mummelt	=	mummelen
mummie	noun	het door uitdroging en/of balsemen geconserveerde lichaam van een overleden mens of dier
mummiekist	noun	kist waarin een mummie gelegen is
mummiekisten	=	mummiekist
mummiekistje	=	mummiekist
mummiekistjes	=	mummiekist
mummies	=	mummie
mummietje	=	mummie
mummietjes	=	mummie
mummificatie	noun	het mummificeren (verschrompelen tot mummie)
mummificaties	=	mummificatie
mummificeer	=	mummificeren
mummificeerde	=	mummificeren
mummificeerden	=	mummificeren
mummificeert	=	mummificeren
mummificer	=	mummificeren
mummificerde	=	mummificeren
mummificerden	=	mummificeren
mummificere	=	mummificeren
mummificeren	verb	van een overledene een mummie maken
mummificerend	=	mummificeren
mummificerende	=	mummificeren
mummificert	=	mummificeren
munchiqueboswinterkoning	noun	Henicorhina negreti een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
munchiqueboswinterkoningen	=	munchiqueboswinterkoning
munchiqueboswinterkoninkje	=	munchiqueboswinterkoning
munchiqueboswinterkoninkjes	=	munchiqueboswinterkoning
mungbonen	=	mungboon
mungboon	noun	kruidachtige, eenjarige plant Vigna radiata uit de Leguminosae familie
mungboontje	=	mungboon
mungo	noun	mungos mungo een soort civetkat
mungo's	=	mungo
municipaal	adj	betrekking hebbend op de gemeente of gemeenteraad
municipaals	=	municipaal
municipaalst	=	municipaal
municipaalste	=	municipaal
municipale	=	municipaal
municipaler	=	municipaal
municipalere	=	municipaal
municipalers	=	municipaal
munitie	noun	schietbenodigdheden
munitiebroden	=	munitiebrood
munitiebrood	noun	brood zoals dat volgens de voorschriften door het leger als voedsel aan de manschappen wordt verstrekt
munitiebroodje	=	munitiebrood
munitiebroodjes	=	munitiebrood
munitiedepot	noun	opslagplaats voor schietbenodigdheden als patronen, kogels en explosieven
munitiedepots	=	munitiedepot
munitiefabriek	noun	fabriek waar men wapenprojectielen maakt
munitiefabrieken	=	munitiefabriek
munitiefabriekje	=	munitiefabriek
munitiefabriekjes	=	munitiefabriek
munitiekist	noun	metalen doos om patronen en andere projectielen met een explosieve lading veilig te kunnen vervoeren (vroeger meestal van hout)
munitiekisten	=	munitiekist
munitiekistje	=	munitiekist
munitiekistjes	=	munitiekist
munitiemagazijn	noun	een gebouw waar buskruit werd bewaard
munitiemagazijnen	=	munitiemagazijn
munitiemagazijntje	=	munitiemagazijn
munitiemagazijntjes	=	munitiemagazijn
munitieopslag	noun	het opslaan van munitie
munitieopslagen	=	munitieopslag
munitieopslagje	=	munitieopslag
munitieopslagjes	=	munitieopslag
munitieopslagplaats	noun	opslagplaats voor munitie
munitieopslagplaatsen	=	munitieopslagplaats
munities	=	munitie
munitietrein	noun	locomotief met één of meer wagons waarin schietbenodigdheden en explosieven worden vervoerd
munitietreinen	=	munitietrein
munitiewagen	noun	kar waarop kogels, patronen en kruit wordt vervoerd
munitiewagens	=	munitiewagen
munitiën	=	munitie
munster	noun	domkerk, kathedraal
munsters	=	munster
munt	noun	een geslacht Mentha van vaste planten uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
muntautomaat	noun	automaat die in werking treedt na inworp van een munt
muntautomaatje	=	muntautomaat
muntautomaatjes	=	muntautomaat
muntautomaten	=	muntautomaat
muntbladroller	noun	Phalonidia manniana een nachtvlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
muntbladrollers	=	muntbladroller
muntbladrollertje	=	muntbladroller
muntbladrollertjes	=	muntbladroller
munte	noun	onvruchtbare koe
munteenheden	=	munteenheid
munteenheid	noun	munt die de basis vormt van het muntstelsel van een of meer naties
munteenheidje	=	munteenheid
munteenheidjes	=	munteenheid
munten	verb	een stuk metaal omvormen tot een munt
muntend	=	munten
muntende	=	munten
muntenpijp	noun	spaarpot, uit de tijd van de gulden, in de vorm van een doorzichtige plastic buis waarin munten van 1 gulden konden worden gespaard
muntenpijpen	=	muntenpijp
muntenpijpje	=	muntenpijp
muntenpijpjes	=	muntenpijp
muntenschuiver	noun	klassiek kermis- en arcadespel waarbij de bezoekers munten in een machine werpen, in de hoop dat een bewegende schuif andere munten of prijzen over de rand duwt
muntenschuivers	=	muntenschuiver
muntenschuivertje	=	muntenschuiver
muntenschuivertjes	=	muntenschuiver
munter	noun	iemand die munten slaat
munters	=	munter
muntgalwesp	noun	Neuroterus numismalis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
muntgalwespen	=	muntgalwesp
muntgalwespje	=	muntgalwesp
muntgalwespjes	=	muntgalwesp
muntgeld	noun	een stuk materie, veelal metaal, dat als geld gebruikt wordt, gewoonlijk in de vorm van een rond, plat schijfje
munthouder	noun	een voorwerp dat is ontworpen om munten georganiseerd, veilig en gemakkelijk toegankelijk op te bergen en te vervoeren
munthouders	=	munthouder
munthoudertje	=	munthouder
munthoudertjes	=	munthouder
munthuis	noun	bedrijf dat munten en medailles slaat
munthuizen	=	munthuis
muntinworp	noun	gleuf waarin men een geldstuk kan werpen om een toestel in werking te zetten of een product te kopen
muntinworpen	=	muntinworp
muntjak	noun	benaming voor kleine hertachtigen uit het geslacht Muntiacinae, die een blaffend geluid voortbrengen en zoals die voorkomen in Oost-Azië
muntjakhert	noun	zoogdier uit de onderfamilie Muntiacinae van de familie der hertachtigen (Cervidae)
muntjakherten	noun	een onderfamilie Muntiacinae van de familie der hertachtigen (Cervidae)
muntjakhertje	=	muntjakhert
muntjakhertjes	=	muntjakhert
muntjaks	noun	een onderfamilie Muntiacinae van de familie der hertachtigen (Cervidae)
muntje	=	munt
muntjes	=	munt
muntkunde	noun	de studie en kennis op het gebied van de munten
muntmeester	noun	is de hoogste baas van een munthuis.
muntmeesters	=	muntmeester
muntmeestertje	=	muntmeester
muntmeestertjes	=	muntmeester
muntontwaarding	noun	de verlaging van de intrinsieke waarde van een munt door aanlenging met een metaal van geringere waarde
muntontwaardingen	=	muntontwaarding
muntontwaardinkje	=	muntontwaarding
muntontwaardinkjes	=	muntontwaarding
muntoogklepmot	noun	Pseudopostega crepusculella een vlinder uit de familie oogklepmotten (Opostegidae).
muntoogklepmotje	=	muntoogklepmot
muntoogklepmotjes	=	muntoogklepmot
muntoogklepmotten	=	muntoogklepmot
muntpariteit	noun	verhouding tussen de hoeveelheden binnen- en buitenlands geld, benodigd om dezelfde hoeveelheid edel metaal te kopen
muntroest	noun	Puccinia menthae een autoecische roestschimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
muntroesten	=	muntroest
muntroestje	=	muntroest
muntroestjes	=	muntroest
muntschildpadtor	noun	Cassida viridis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
muntschildpadtorren	=	muntschildpadtor
muntschildpadtorretje	=	muntschildpadtor
muntschildpadtorretjes	=	muntschildpadtor
muntspecie	noun	geld in muntvorm
muntspecies	=	muntspecie
muntspecietje	=	muntspecie
muntspecietjes	=	muntspecie
muntspeciën	=	muntspecie
muntstabiliteit	noun	standvastigheid van de geldwaarde van een bepaalde munteenheid
muntstuk	noun	een geslagen stuk metaal, veelal rond van vorm, dat als betaalmiddel fungeert
muntstukje	=	muntstuk
muntstukjes	=	muntstuk
muntstukken	=	muntstuk
muntte	=	munten
muntteken	noun	is het teken (merk, afzender) dat door het munthuis wordt afgegeven op de munt
munttekens	=	muntteken
munttekentje	=	muntteken
munttekentjes	=	muntteken
munttelefoon	noun	een telefoon waarbij je kleingeld (munten) moest inwerpen om te kunnen bellen
munttelefoons	=	munttelefoon
munttelefoontje	=	munttelefoon
munttelefoontjes	=	munttelefoon
munttelmachientje	=	munttelmachine
munttelmachientjes	=	munttelmachine
munttelmachine	noun	een elektrisch of handmatig apparaat dat is ontworpen om snel en foutloos grote hoeveelheden muntgeld te tellen
munttelmachines	=	munttelmachine
munttelmachinetje	=	munttelmachine
munttelmachinetjes	=	munttelmachine
muntten	=	munten
muntthee	noun	een theesoort die munt bevat
muntthees	=	muntthee
munttheetje	=	muntthee
munttheetjes	=	muntthee
munttheeën	=	muntthee
muntunie	noun	een economisch verdrag, waarbij verschillende landen een gemeenschappelijke munt invoeren
muntunies	=	muntunie
muntvlindertje	noun	Pyrausta aurata een dagactieve vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
muntvlindertjes	=	muntvlindertje
muon	noun	een fermion: een elektrisch geladen, instabiel (gemiddelde levensduur van 2,2 μsec) elementair deeltje met een spin van 1/2
muonen	=	muon
muonnetje	=	muon
muonnetjes	=	muon
mup	noun	iemand geboren tussen 1980 en 2000 die dankzij een goede opleiding snel carrière maakt
mup's	=	mup
mupi	noun	een reclamebord dat van binnenuit verlicht wordt, zodat dit 24 uur per dag zichtbaar is
mupi's	=	mupi
mupinlijster	noun	Turdus mupinensis een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
mupinlijsters	=	mupinlijster
mupinlijstertje	=	mupinlijster
mupinlijstertjes	=	mupinlijster
muppen	=	mup
muppie	noun	hoogopgeleide jongere van en rond de economische crisis van 2007
muppies	=	muppie
muraal	adj	met betrekking tot de muur
muraalbogen	=	muraalboog
muraalboog	noun	een boog in een muur die een gewelf afsluit
muraalboogje	=	muraalboog
muraalboogjes	=	muraalboog
muraals	=	muraal
muraalst	=	muraal
muraalste	=	muraal
murale	=	muraal
muraler	=	muraal
muralere	=	muraal
muralers	=	muraal
muraltmuren	=	muraltmuur
muraltmuur	noun	muurtje boven op een dijk, dat dient als alternatieve en goedkope dijkverhoging Een muraltmuur bestaat uit drie of vier horizontale betonnen platen, van ongeveer een meter hoog, tussen betonnen staanders.
muraltmuurtje	=	muraltmuur
muraltmuurtjes	=	muraltmuur
muren	=	muur
murene	noun	benaming voor vissen uit de familie Muraenidae, van straalvinnigen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes) Er zijn circa 200 soorten, verdeeld over 15 geslachten.
murenen	noun	een familie Muraenidae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes).
murf	noun|informal	mond, smoel, bek
murfje	=	murf
murfjes	=	murf
murg	=	merg
murmel	=	murmelen
murmelde	=	murmelen
murmelden	=	murmelen
murmele	=	murmelen
murmelen	verb	zachtjes en onverstaanbaar praten
murmelend	adj	wat bozig, onduidelijk, binnensmonds pratend
murmelende	=	murmelen
murmelends	=	murmelend
murmelt	=	murmelen
murmureer	=	murmureren
murmureerde	=	murmureren
murmureerden	=	murmureren
murmureert	=	murmureren
murmurere	=	murmureren
murmureren	verb	uit onvrede rumoerig zijn
murmurerend	=	murmureren
murmurerende	=	murmureren
murven	=	murf
murw	adj	geslagen tot alle stevigheid bezweken is, zacht of week gemaakt
murwde	=	murwen
murwden	=	murwen
murwe	=	murw
murwen	verb|obsolete	iets zacht maken
murwend	=	murwen
murwende	=	murwen
murwer	=	murw
murwere	=	murw
murwers	=	murw
murwheid	noun	gebrek aan weerstandsvermogen
murws	=	murw
murwst	=	murw
murwste	=	murw
murwt	=	murwen
mus	noun	benaming voor vogels uit de familie Passeridae, behorend tot de wevervogels die zelden ver van de mensen nestelen
musch	=	mus
musculair	adj	met betrekking tot de spieren
musculairder	=	musculair
musculairdere	=	musculair
musculairders	=	musculair
musculaire	=	musculair
musculairs	=	musculair
musculairst	=	musculair
musculairste	=	musculair
musculaturen	=	musculatuur
musculatuur	noun	het geheel van spieren in het menselijk lichaam
musculatuurtje	=	musculatuur
musculatuurtjes	=	musculatuur
muscuseend	=	muskuseend
musduif	noun	Columbina passerina een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
musduifje	=	musduif
musduifjes	=	musduif
musduiven	=	musduif
muse	=	muze
musea	=	museum
musea's	=	museum
museaal	adj	betrekking hebbend op een museum, geschikt voor een museum
museaals	=	museaal
museaalst	=	museaal
museaalste	=	museaal
museale	=	museaal
musealer	=	museaal
musealere	=	museaal
musealers	=	museaal
muselet	noun	ijzerdraadje dat de kurk van een champagnefles op zijn plek houdt
muselets	=	muselet
museologisch	adj	betrekking hebbend op de museologie
museologische	=	museologisch
museologischer	=	museologisch
museologischere	=	museologisch
museologischers	=	museologisch
musette	noun	trekharmonica
musettes	=	musette
museum	noun	een gebouw waarin voorwerpen van culturele waarde tentoongesteld worden
museumbezoek	noun	een bezoek aan een tentoonstelling in een museum
museumbezoeken	=	museumbezoek
museumbezoekje	=	museumbezoek
museumbezoekjes	=	museumbezoek
museumbos	noun	een bos dat is ingericht als museum (voor kunstwerken)
museumbossen	=	museumbos
museumcafeetje	=	museumcafé
museumcafeetjes	=	museumcafé
museumcafé	noun	plaats waar men een drankje en een eenvoudige maaltijd kan gebruiken tijdens een museumbezoek
museumcafés	=	museumcafé
museumcollectie	noun	verzameling voorwerpen die in een museum tentoongesteld worden of in een museum bewaard worden
museumcollecties	=	museumcollectie
museumdirecteur	noun	leidinggevende van een museum
museumdirecteuren	=	museumdirecteur
museumdirecteurs	=	museumdirecteur
museumdirectie	noun	de leiding van een museum
museumdirecties	=	museumdirectie
museumgebouw	noun	gebouw waarin een museum is gevestigd
museumgebouwen	=	museumgebouw
museumgebouwtje	=	museumgebouw
museumgebouwtjes	=	museumgebouw
museumgids	noun	iemand die bezoekers van een museum rondleidt
museumgidsen	=	museumgids
museumkaart	noun	een pas waarmee je gratis of met korting een tentoonstelling kunt bezoeken
museumkaarten	=	museumkaart
museumkaartje	=	museumkaart
museumkaartjes	=	museumkaart
museumkever	noun	Anthrenus museorum een keversoort uit de familie spektorren (Dermestidae).
museumkevers	=	museumkever
museumkevertje	=	museumkever
museumkevertjes	=	museumkever
museumklever	noun	klimaatactivist die zich aan een kunstwerk vastplakt om aandacht te vragen voor het klimaat
museumklevers	=	museumklever
museumkrant	noun	tijdschrift in krantvorm uitgegeven door een museum
museumkranten	=	museumkrant
museumkrantje	=	museumkrant
museumkrantjes	=	museumkrant
museummedewerker	noun	iemand die werkt in een museum
museummedewerkers	=	museummedewerker
museumpje	=	museum
museumpjes	=	museum
museumplakker	noun	klimaatactivist die zich aan een kunstwerk vastplakt om aandacht te vragen voor het klimaat
museumplakkers	=	museumplakker
museums	=	museum
museumspoorlijn	noun	een spoorlijn waar wordt gereden met oud spoorwegmaterieel
museumspoorlijnen	=	museumspoorlijn
museumspoorlijntje	=	museumspoorlijn
museumspoorlijntjes	=	museumspoorlijn
museumstuk	noun	voorwerp dat in een museum tentoongesteld wordt
museumstukje	=	museumstuk
museumstukjes	=	museumstuk
museumstukken	=	museumstuk
museumvereniging	noun	de Nederlandse branche- en belangenorganisatie voor musea.
museumverenigingen	=	museumvereniging
museumverenigingetje	=	museumvereniging
museumverenigingetjes	=	museumvereniging
museumwinkel	noun	winkel waar men souveniers kan kopen die een relatie hebben met de in het museum tentoongestelde zaken
museumwinkels	=	museumwinkel
museumwinkeltje	=	museumwinkel
museumwinkeltjes	=	museumwinkel
museumwoning	noun	voormalige of authentieke woning die is ingericht als museum.
museumwoningen	=	museumwoning
museumwoninkje	=	museumwoning
museumwoninkjes	=	museumwoning
musgors	noun	Spizella passerina een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
musgorsje	=	musgors
musgorsjes	=	musgors
musgorzen	noun	een geslacht Haplospiza van vogels uit de familie Thraupidae (tangaren).
musical	noun	toneelstuk of film waarin door de acteurs voornamelijk wordt gedanst terwijl ook de tekst grotendeels of helemaal gezongen wordt; feitelijk een modernere vorm van de opera, met extra hulpmiddelen zoals microfoons
musicalachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van musical
musicalachtige	=	musicalachtig
musicalachtiger	=	musicalachtig
musicalachtigere	=	musicalachtig
musicalachtigers	=	musicalachtig
musicalachtigs	=	musicalachtig
musicalachtigst	=	musicalachtig
musicalachtigste	=	musicalachtig
musicalactrice	noun	vrouw die een rol vervult in een musical
musicalactrices	=	musicalactrice
musicalactricetje	=	musicalactrice
musicalactricetjes	=	musicalactrice
musicalfilm	noun	een filmgenre waarin zang, muziek en dans een speciale rol spelen en verweven zijn met het verhaal
musicalfilmpje	=	musicalfilm
musicalfilmpjes	=	musicalfilm
musicalfilms	=	musicalfilm
musicalletje	=	musical
musicalletjes	=	musical
musicalmaker	noun	persoon die een toneelstuk met veel liedjes heeft geschreven en gecomponeerd
musicalmakers	=	musicalmaker
musicalopleiding	noun	een gespecialiseerde studie (HBO of MBO) die studenten opleidt tot 'triple threat' performers: allround artiesten die zang, dans en acteren op hoog niveau combineren voor musicals en muziektheater.
musicalopleidingen	=	musicalopleiding
musicalopleidinkje	=	musicalopleiding
musicalopleidinkjes	=	musicalopleiding
musicals	=	musical
musicalster	noun	acteur of actrice die bekend is als speler in een musical
musicalsterren	=	musicalster
musicalsterretje	=	musicalster
musicalsterretjes	=	musicalster
musicaltje	=	musical
musicaltjes	=	musical
musiceer	=	musiceren
musiceerde	=	musiceren
musiceerden	=	musiceren
musiceert	=	musiceren
musicere	=	musiceren
musiceren	verb	het ten gehore brengen van muziek door middel van een muziekinstrument of de stem
musicerend	=	musiceren
musicerende	=	musiceren
musichall	noun	grote zaal waarin muziekoptredens kunnen plaatsvinden
musichalls	=	musichall
musici	=	musicus
musicienne	noun	vrouwelijke muzikant
musiciennes	=	musicienne
musiciennetje	=	musicienne
musiciennetjes	=	musicienne
musicologen	=	musicoloog
musicologie	noun	stelselmatige bestudering van muziek op universitair niveau
musicologieën	=	musicologie
musicologisch	adj	betrekking hebbend op de musicologie
musicologische	=	musicologisch
musicologischer	=	musicologisch
musicologischere	=	musicologisch
musicologischers	=	musicologisch
musicoloog	noun	kenner van muziek; iemand die muziek bestudeert
musicoloogje	=	musicoloog
musicus	noun	iemand die muziek maakt en ten gehore brengt
musicusje	=	musicus
musisch	adj	betrekking hebbend op de kunst
musische	=	musisch
musischer	=	musisch
musischere	=	musisch
musischers	=	musisch
musje	=	mus
musjes	=	mus
musk	noun	sterk ruikende afscheiding uit een geurklier van het muskushert en synthetische stoffen met een soortgelijke geur
muskaat	noun	als specerij gebruikte noot van de muskaatboom Myristica fragrans
muskaatbomen	=	muskaatboom
muskaatboom	noun	Myristica fragrans een bedektzadige, groenblijvende plantensoort uit de muskaatfamilie.
muskaatboompje	=	muskaatboom
muskaatboompjes	=	muskaatboom
muskaatcourgette	noun	eenjarige plant Cucurbita moschata uit de komkommerfamilie Cucurbitaceae
muskaatcourgettes	=	muskaatcourgette
muskaatcourgettetje	=	muskaatcourgette
muskaatcourgettetjes	=	muskaatcourgette
muskaatdruif	noun	grote witte druif waar muskaatwijn van gemaakt wordt
muskaatdruifje	=	muskaatdruif
muskaatdruifjes	=	muskaatdruif
muskaatdruiven	=	muskaatdruif
muskaatduif	noun	een vogel van het geslacht Ducula uit de familie der Columbidae (duiven)
muskaatduifje	=	muskaatduif
muskaatduifjes	=	muskaatduif
muskaatduiven	=	muskaatduif
muskaatje	=	muskaat
muskaatjes	=	muskaat
muskaatnoot	noun	vrucht van de muskaatboom (Myristica fragrans)
muskaatnootje	=	muskaatnoot
muskaatnootjes	=	muskaatnoot
muskaatnoten	=	muskaatnoot
muskaatpompoen	noun	Cucurbita moschata een eenjarige plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
muskaatpompoenen	=	muskaatpompoen
muskaatpompoentje	=	muskaatpompoen
muskaatpompoentjes	=	muskaatpompoen
muskaatvink	noun	Lonchura punctulata een klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
muskaatvinken	=	muskaatvink
muskaatvinkje	=	muskaatvink
muskaatvinkjes	=	muskaatvink
muskaatwijn	noun	zoete wijn van muskaatdruiven
muskaatwijnen	=	muskaatwijn
muskaatwijntje	=	muskaatwijn
muskaatwijntjes	=	muskaatwijn
muskadel	noun	muskaatdruif
muskadellen	=	muskadel
muskadellenwijn	noun	wijn gemaakt van de muskaatdruif
muskadellenwijnen	=	muskadellenwijn
muskaten	=	muskaat
muskellunge	noun	bepaald soort roofvis, Esox masquinongy, het grootste lid van de snoekenfamilie
muskellungen	=	muskellunge
muskellungetje	=	muskellunge
muskellungetjes	=	muskellunge
musket	noun	een oud wapen waarmee een soldaat vuurde
musketier	noun	een soldaat die bewapend is met een musket
musketiers	=	musketier
musketiertje	=	musketier
musketiertjes	=	musketier
musketje	=	musket
musketjes	=	musket
musketon	noun	ouderwets wapen, zwaarder dan musket
musketonhaak	noun	een haak met een schuivend deel dat de opening geheel afsluit
musketonhaken	=	musketonhaak
musketons	=	musketon
musketten	=	musket
muskiet	noun	steekmug
muskieten	=	muskiet
muskietengaas	noun	gaas dat dient om muggen tegen te houden
muskietengazen	=	muskietengaas
muskietennet	noun	een fijnmazig net dat bedoeld is om muggen te weren gedurende de nachtrust
muskietennetje	=	muskietennet
muskietennetjes	=	muskietennet
muskietennetten	=	muskietennet
muskietje	=	muskiet
muskietjes	=	muskiet
muskietkolibrie	noun	Chrysolampis mosquitus een vogel uit de familie van de kolibries (Trochilidae).
muskietkolibries	=	muskietkolibrie
muskietkolibrietje	=	muskietkolibrie
muskietkolibrietjes	=	muskietkolibrie
muskus	noun	de geurstof uitgescheiden door de geurklieren van bepaalde zoogdieren
muskusachtarm	noun	Eledone moschata een octopus die voorkomt in de Middellandse Zee en een deel van de Atlantische Oceaan met name de Golf van Cádiz.
muskusachtarmen	=	muskusachtarm
muskusachtarmpje	=	muskusachtarm
muskusachtarmpjes	=	muskusachtarm
muskusboktor	noun	Aromia moschata een kever uit de familie boktorren (Cerambycidae).
muskusboktorren	=	muskusboktor
muskusboktorretje	=	muskusboktor
muskusboktorretjes	=	muskusboktor
muskuseend	noun	Cairina moschata een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
muskuseenden	=	muskuseend
muskuseendje	=	muskuseend
muskuseendjes	=	muskuseend
muskushert	noun	Moschidae dier van een familie van de onderorde herkauwers Ruminantia van de orde evenhoevigen en walvissen Cetartiodactyla.
muskusherten	noun	Moschidae een familie van de onderorde herkauwers (Ruminantia) van de orde evenhoevigen en walvissen Cetartiodactyla.
muskushertje	=	muskushert
muskushertjes	=	muskushert
muskuskaasjeskruid	noun	Malva moschata een algemeen voorkomende, vaste plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
muskuskaasjeskruiden	=	muskuskaasjeskruid
muskuskaasjeskruidje	=	muskuskaasjeskruid
muskuskaasjeskruidjes	=	muskuskaasjeskruid
muskuskangoeroerat	noun	Hypsiprymnodon moschatus de enige levende soort uit de kangoeroefamilie Hypsiprymnodontidae.
muskuskangoeroeratje	=	muskuskangoeroerat
muskuskangoeroeratjes	=	muskuskangoeroerat
muskuskangoeroeratten	noun	Hypsiprymnodontidae een familie van klimbuideldieren uit de onderorde Macropodiformes die voorkomt in Australië.
muskuskruid	noun	Adoxa moschatellina een plant uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae) en het enige lid van het geslacht Adoxa.
muskuskruid-springzaadroest	noun	Puccinia argentata een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
muskuskruid-springzaadroesten	=	muskuskruid-springzaadroest
muskuskruid-springzaadroestje	=	muskuskruid-springzaadroest
muskuskruid-springzaadroestjes	=	muskuskruid-springzaadroest
muskuskruiden	=	muskuskruid
muskuskruidfamilie	noun	een familie Adoxaceae van tweezaadlobbige planten.
muskuskruidfamilies	=	muskuskruidfamilie
muskuskruidfamilietje	=	muskuskruidfamilie
muskuskruidfamilietjes	=	muskuskruidfamilie
muskuskruidje	=	muskuskruid
muskuskruidjes	=	muskuskruid
muskusos	noun	Ovibos moschatus, onderfamilie bokken) is een plomp hoefdier met grote kop en brede snuit
muskusosje	=	muskusos
muskusosjes	=	muskusos
muskusossen	=	muskusos
muskusparkiet	noun	Glossopsitta concinna een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
muskusparkieten	=	muskusparkiet
muskusparkietje	=	muskusparkiet
muskusparkietjes	=	muskusparkiet
muskuspompoen	noun	eenjarige plant Cucurbita moschata uit de komkommerfamilie Cucurbitaceae
muskuspompoenen	=	muskuspompoen
muskuspompoentje	=	muskuspompoen
muskuspompoentjes	=	muskuspompoen
muskusrat	noun	Ondatra zibethicus, een soort waterrat
muskusratje	=	muskusrat
muskusratjes	=	muskusrat
muskusratten	=	muskusrat
muskusschildpad	noun	Sternotherus odoratus een schildpad uit de familie modder- en muskusschildpadden (Kinosternidae)
muskusschildpadden	noun	een geslacht Sternotherus van schildpadden uit de familie modder- en muskusschildpadden.
muskusschildpadje	=	muskusschildpad
muskusschildpadjes	=	muskusschildpad
muskusspitsmuis	noun	Suncus murinus De muskusspitsmuis (ook wel stinkmuis of Aziatische huisspitsmuis) (Suncus murinus) is een veelvoorkomend zoogdier uit de familie der spitsmuizen (Soricidae).
muskusspitsmuisje	=	muskusspitsmuis
muskusspitsmuisjes	=	muskusspitsmuis
muskusspitsmuizen	=	muskusspitsmuis
musleeuwerik	noun	Mirafra passerina een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
musleeuweriken	=	musleeuwerik
musleeuwerikje	=	musleeuwerik
musleeuwerikjes	=	musleeuwerik
musofobie	noun	ziekelijke angst voor muizen en ratten
mussen	noun	Passeridae een familie in de orde der zangvogels.
mussennest	noun	het slordige bolvormige nest van een mussenpaar; broed- en verblijfplaats van mussen
mussennesten	=	mussennest
musspecht	noun	Veniliornis passerinus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
musspechten	=	musspecht
musspechtje	=	musspecht
musspechtjes	=	musspecht
must	noun	iets dat beslist nodig is
must-do	noun	iets wat je absoluut gedaan zou moeten hebben
must-do's	=	must-do
must-have	adj	onmisbaar, beslist noodzakelijk	noun	iets wat niet mag ontbreken Oorspronkelijk in een strikte betekenis als tegenstelling tot iets wat alleen maar wenselijk is, maar geleidelijk ook vaak in de meer overdrachtelijke betekenis "iets dat heel erg wenselijk is, iets wat erg in de mode is".
must-haves	=	must-have
must-hear	noun	iets wat je absoluut gehoord zou moeten hebben
must-hears	=	must-hear
must-read	noun	iets wat je zeker gelezen zou moeten hebben
must-reads	=	must-read
must-see	noun	iets dat men gezien zou moeten hebben
must-sees	=	must-see
mustang	noun	verwilderd Amerikaans paard
mustangetje	=	mustang
mustangetjes	=	mustang
mustangs	=	mustang
musts	=	must
musvalk	noun	Microhierax fringillarius een van de kleinste roofvogels ter wereld met een lengte van ongeveer 15 cm.
musvalken	=	musvalk
musvalkje	=	musvalk
musvalkjes	=	musvalk
mutageen	noun	een genotoxische stof die het DNA beschadigt	adj	wat een genetische verandering teweegbrengt
mutageens	=	mutageen
mutageenst	=	mutageen
mutageenste	=	mutageen
mutageentje	=	mutageen
mutageentjes	=	mutageen
mutagene	=	mutageen
mutagenen	=	mutageen
mutagener	=	mutageen
mutagenere	=	mutageen
mutageners	=	mutageen
mutagenese	noun	proces waardoor de genetische informatie van een organisme verandert en er een nieuw stabiel organisme ontstaat
mutagenesen	=	mutagenese
mutant	noun	individu met eigenschappen die het gevolg zijn van een wijziging in de genetische informatie	adj	met een mutatie
mutante	=	mutant
mutanten	=	mutant
mutanter	=	mutant
mutantere	=	mutant
mutanters	=	mutant
mutantje	=	mutant
mutantjes	=	mutant
mutants	=	mutant
mutantst	=	mutant
mutantste	=	mutant
mutatie	noun	een sprongsgewijze erfelijke verandering, sprongmutatie
mutatief	noun	werkwoord dat het overgaan van de ene toestand in de andere uitdrukt
mutatiekosten	noun	uitgaven die men maakt om iets te veranderen
mutatierecht	noun	belasting verschuldigd bij overgang van eigendom
mutatierechten	=	mutatierecht
mutaties	=	mutatie
mutatietje	=	mutatie
mutatietjes	=	mutatie
mutatieven	=	mutatief
mutator	noun	een gestuurde gelijkrichter of wisselrichter die er voor zorgt dat wisselspanning wordt omgezet in een regelbare gelijkspanning of omgekeerd
mutators	=	mutator
mutatortje	=	mutator
mutatortjes	=	mutator
mute	adj	stil; zonder geluid
muteer	=	muteren
muteerde	=	muteren
muteerden	=	muteren
muteeren	=	muteren
muteert	=	muteren
muten	verb	geluid uitzetten van een apparaat (bijvoorbeeld van een televisie, computer, radio, tablet) om een andere bezigheid niet te storen
mutend	=	muten
mutende	=	muten
mutere	=	muteren
muteren	verb	veranderen
muterend	=	muteren
muterende	=	muteren
mutet	=	muten
mutete	=	muten
muteten	=	muten
mutilatie	noun	het mutileren, de verminking
mutilaties	=	mutilatie
mutilatietje	=	mutilatie
mutileer	=	mutileren
mutileerde	=	mutileren
mutileerden	=	mutileren
mutileert	=	mutileren
mutilere	=	mutileren
mutileren	verb	iemands lichaam blijvend en misvormend letsel toebrengen
mutilerend	=	mutileren
mutilerende	=	mutileren
mutisme	noun	onvermogen om te spreken
muts	noun	hoofddeksel van textiel zonder harde rand
mutsaard	noun	takkenbos
mutsaards	=	mutsaard
mutsdrager	noun	iemand met hoofddeksel van textiel zonder harde rand
mutsdragers	noun	een orde Monoplacophora van, voor het grootste deel uitgestorven, groep weekdieren
mutsen	=	muts
mutsig	adj	beetje dom of onhandig
mutsige	=	mutsig
mutsiger	=	mutsig
mutsigere	=	mutsig
mutsigers	=	mutsig
mutsigs	=	mutsig
mutsigst	=	mutsig
mutsigste	=	mutsig
mutsje	=	muts
mutsjes	=	muts
mutsjeslichtmot	noun	Acrobasis advenella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
mutsjeslichtmotje	=	mutsjeslichtmot
mutsjeslichtmotjes	=	mutsjeslichtmot
mutsjeslichtmotten	=	mutsjeslichtmot
mutslangoer	noun	Trachypithecus cristatus primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
mutslangoeren	=	mutslangoer
mutslangoertje	=	mutslangoer
mutslangoertjes	=	mutslangoer
mutsmangabey	noun	Cercocebus galeritus is een soort van het geslacht (Cercocebus).
mutsmangabeys	=	mutsmangabey
mutsmangabeytje	=	mutsmangabey
mutsmangabeytjes	=	mutsmangabey
mutsslak	noun	benaming voor slakken uit de onderfamilie Ancylinae
mutsslakken	=	mutsslak
mutsslang	noun	Macroprotodon cucullatus een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
mutsslangen	=	mutsslang
mutsslangetje	=	mutsslang
mutsslangetjes	=	mutsslang
mutsvleermuis	noun	Eumops perotis vleermuis uit de familie van de bulvleermuizen (Molossidae).
mutsvleermuisje	=	mutsvleermuis
mutsvleermuisjes	=	mutsvleermuis
mutsvleermuizen	=	mutsvleermuis
mutualiteit	noun	wederkerigheid
mutualiteiten	=	mutualiteit
mutueel	adj	wederzijds, wederkerig
mutueels	=	mutueel
mutueelst	=	mutueel
mutueelste	=	mutueel
mutuele	=	mutueel
mutueler	=	mutueel
mutuelere	=	mutueel
mutuelers	=	mutueel
muur	noun	verticale vlakke constructie van metselwerk
muurachterlichtmos	noun	Schistidium crassipilum een bladmos in de familie Grimmiaceae.
muurachterlichtmosje	=	muurachterlichtmos
muurachterlichtmosjes	=	muurachterlichtmos
muurachterlichtmossen	=	muurachterlichtmos
muuranker	noun	anker om een balklaag aan een muur te verbinden
muurankers	=	muuranker
muurankertje	=	muuranker
muurankertjes	=	muuranker
muurblaaskorst	noun	Toninia aromatica een korstmos behorend tot Ramalinaceae.
muurblaaskorsten	=	muurblaaskorst
muurblaaskorstje	=	muurblaaskorst
muurblaaskorstjes	=	muurblaaskorst
muurbloem	noun|figurative	meisje dat niet gevraagd wordt om te dansen tijdens een dansfeest
muurbloemen	=	muurbloem
muurbloemmosterd	noun	Coincya monensis een eenjarige, tweejarige of overblijvende plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicacea).
muurbloemmosterdje	=	muurbloemmosterd
muurbloemmosterdjes	=	muurbloemmosterd
muurbloemmosterds	=	muurbloemmosterd
muurbloempje	=	muurbloem
muurbloempjes	=	muurbloem
muurbrand	noun	Microbotryum stellariae een brandschimmel behorend tot de familie Microbotryaceae.
muurbrandje	=	muurbrand
muurbrandjes	=	muurbrand
muurbrands	=	muurbrand
muurdam	noun	een stukje muur tussen twee muuropeningen zoals een raam- of deurkozijn
muurdammen	=	muurdam
muurdammetje	=	muurdam
muurdammetjes	=	muurdam
muurdubbeltandmos	noun	Didymodon vinealis een mossoort in de familie Pottiaceae.
muurdubbeltandmosje	=	muurdubbeltandmos
muurdubbeltandmosjes	=	muurdubbeltandmos
muurdubbeltandmossen	=	muurdubbeltandmos
muurfijnstraal	noun	Erigeron karvinskianus een vaste plant uit de composietenfamilie.
muurfijnstraaltje	=	muurfijnstraal
muurfijnstraaltjes	=	muurfijnstraal
muurfijnstralen	=	muurfijnstraal
muurganzenvoet	noun	Chenopodiastrum murale een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
muurganzenvoeten	=	muurganzenvoet
muurganzenvoetje	=	muurganzenvoet
muurganzenvoetjes	=	muurganzenvoet
muurgekko	noun	Tarentola mauritanica een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Phyllodactylidae
muurgekko's	noun	een geslacht Tarentola van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Phyllodactylidae.
muurgekkootje	=	muurgekko
muurgekkootjes	=	muurgekko
muurglimschoteltje	noun	Lecania cuprea een korstmossoort uit het geslacht Lecania.
muurglimschoteltjes	=	muurglimschoteltje
muurhagedis	noun	Podarcis muralis een hagedis die in Europa de bekendste vertegenwoordiger uit de familie echte hagedissen (Lacertidae) is.
muurhagedisje	=	muurhagedis
muurhagedisjes	=	muurhagedis
muurhagedissen	=	muurhagedis
muurhavikskruid	noun	bepaald soort vaste plant, Hieracium murorum uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae)
muurhelmbloem	noun	een geslacht Pseudofumaria van kruidachtige planten uit de papaverfamilie (Papaveraceae).
muurhelmbloemen	=	muurhelmbloem
muurhelmbloemetje	=	muurhelmbloem
muurhelmbloemetjes	=	muurhelmbloem
muurhelmbloempje	=	muurhelmbloem
muurhelmbloempjes	=	muurhelmbloem
muurholte	noun	een inham in een muur.
muurholtes	=	muurholte
muurhooiwagen	noun	Opilio parietinus een hooiwagen die in Eurazië en het Nearctisch gebied zeer algemeen voorkomt.
muurhooiwagens	=	muurhooiwagen
muurhooiwagentje	=	muurhooiwagen
muurhooiwagentjes	=	muurhooiwagen
muurkaardespin	noun	Amaurobius similis een spin uit de familie nachtkaardespinnen (Amaurobiidae).
muurkaardespinnen	=	muurkaardespin
muurkaardespinnetje	=	muurkaardespin
muurkaardespinnetjes	=	muurkaardespin
muurkalk	noun	kalkmengsel om de muren te bepleisteren
muurkalkje	=	muurkalk
muurkalkjes	=	muurkalk
muurkas	noun	kas waarvan een zijde samenvalt met een muur
muurkasje	=	muurkas
muurkasjes	=	muurkas
muurkassen	=	muurkas
muurkast	noun	een kast in de muur of de wand
muurkasten	=	muurkast
muurkastje	=	muurkast
muurkastjes	=	muurkast
muurklimmen	verb	een vorm van sportklimmen waarbij deelnemers kunstmatige wanden beklimmen die zijn voorzien van grepen en steunpunten
muurklimmende	=	muurklimmen
muurkluis	noun	een kluis die in de wand is ingebouwd
muurkluisje	=	muurkluis
muurkluisjes	=	muurkluis
muurkluizen	=	muurkluis
muurknikmos	noun	Bryum radiculosum een soort uit het geslacht knikmos.
muurknikmosje	=	muurknikmos
muurknikmosjes	=	muurknikmos
muurknikmossen	=	muurknikmos
muurkokermot	noun	Coleophora striatipennella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
muurkokermotje	=	muurkokermot
muurkokermotjes	=	muurkokermot
muurkokermotten	=	muurkokermot
muurkrant	noun	een krant die geplakt wordt op een muur en zo door veel mensen gelezen kan worden
muurkranten	=	muurkrant
muurkrantje	=	muurkrant
muurkrantjes	=	muurkrant
muurleeuwenbek	noun	bepaald soort plant, Cymbalaria muralis (syn: Linaria cymbalaria) uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae)
muurleeuwenbekje	=	muurleeuwenbek
muurleeuwenbekjes	=	muurleeuwenbek
muurleeuwenbekken	=	muurleeuwenbek
muurligger	noun	voetballer die achter de muur gaat liggen die is opgesteld als de tegenpartij een vrije trap mag nemen om te voorkomen dat een laag ingeschoten bal wordt ingeschoten
muurliggers	=	muurligger
muurliggertje	=	muurligger
muurliggertjes	=	muurligger
muurmier	noun	Lasius emarginatus een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
muurmieren	=	muurmier
muurmiertje	=	muurmier
muurmiertjes	=	muurmier
muurmosschijfje	noun	Octospora musci-muralis een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
muurmosschijfjes	=	muurmosschijfje
muurnavel	noun	Umbilicus rupestris een overblijvende plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae).
muurnavels	=	muurnavel
muurnaveltje	=	muurnavel
muurnaveltjes	=	muurnavel
muurpeper	noun	Sedum acre een 5-25 mm hoge, vaste plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae).
muurpepers	=	muurpeper
muurpepertje	=	muurpeper
muurpepertjes	=	muurpeper
muurplaat	noun	een zware houten balk of plaat in de lengte op een buitenmuur bevestigd als ondersteuning voor de daksporen
muurplaatje	=	muurplaat
muurplaatjes	=	muurplaat
muurplaten	=	muurplaat
muurpriemkever	noun	Ocys quinquestriatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
muurpriemkevers	=	muurpriemkever
muurpriemkevertje	=	muurpriemkever
muurpriemkevertjes	=	muurpriemkever
muurring	noun	een metalen ring de vastzit aan een muur waaraan men met behulp van een touw of kabel zaken kan vastmaken
muurringen	=	muurring
muurringetje	=	muurring
muurringetjes	=	muurring
muurrouwzwever	noun	Anthrax anthrax een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
muurrouwzwevers	=	muurrouwzwever
muurrouwzwevertje	=	muurrouwzwever
muurrouwzwevertjes	=	muurrouwzwever
muurrozijnenmos	noun	Lempholemma polyanthes een korstmos behorend tot de familie Lichinaceae.
muurrozijnenmosje	=	muurrozijnenmos
muurrozijnenmosjes	=	muurrozijnenmos
muurrozijnenmossen	=	muurrozijnenmos
muurschilder	noun	iemand die schilderingen op een muur aanbrengt
muurschilderen	verb	op een muur schilderen
muurschilderend	=	muurschilderen
muurschilderende	=	muurschilderen
muurschildering	noun	met verf op een wand aangebrachte afbeelding
muurschilderingen	=	muurschildering
muurschilderingetje	=	muurschildering
muurschilderingetjes	=	muurschildering
muurschilders	=	muurschilder
muurschotelkorst	noun	Lecanora muralis een korstmos uit de familie Lecanoraceae.
muurschotelkorsten	=	muurschotelkorst
muurschotelkorstje	=	muurschotelkorst
muurschotelkorstjes	=	muurschotelkorst
muurschriftmos	noun	Arthonia calcarea een schriftmos uit de familie Arthoniaceae.
muurschriftmosje	=	muurschriftmos
muurschriftmosjes	=	muurschriftmos
muurschriftmossen	=	muurschriftmos
muursla	noun	bepaald soort plant met gele bloempjes, Mycelis muralis
muurslaatje	=	muursla
muursnavelmos	noun	Rhynchostegium murale een soort slaapmos uit het geslacht Rhynchostegium.
muursnavelmosje	=	muursnavelmos
muursnavelmosjes	=	muursnavelmos
muursnavelmossen	=	muursnavelmos
muursteen	noun	blok hard materiaal waaruit wanden van gebouwen worden gemaakt
muursteentje	=	muursteen
muursteentjes	=	muursteen
muurstenen	=	muursteen
muursterretjesmosschijfje	noun	Lamprospora dictydiola een schimmel behorend tot de familie Pyronemataceae.
muursterretjesmosschijfjes	=	muursterretjesmosschijfje
muurtje	=	muur
muurtjes	=	muur
muurtopgalmug	noun	Macrolabis stellariae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
muurtopgalmuggen	=	muurtopgalmug
muurtopgalmuggetjes	=	muurtopgalmug
muurtopgalmugje	=	muurtopgalmug
muurtrechtertje	noun	Arrhenia rickenii een schimmel behorend tot familie Hygrophoraceae.
muurtrechtertjes	=	muurtrechtertje
muurvaren	noun	Asplenium ruta-muraria een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
muurvarens	=	muurvaren
muurvarentje	=	muurvaren
muurvarentjes	=	muurvaren
muurvast	adj	vast in een muur bevestigd (dus niet zo vast als een muur!)
muurvaste	=	muurvast
muurvaster	=	muurvast
muurvastere	=	muurvast
muurvasters	=	muurvast
muurvasts	=	muurvast
muurvastst	=	muurvast
muurvastste	=	muurvast
muurverf	noun	verf om een muur mee te verven
muurverfje	=	muurverf
muurverfjes	=	muurverf
muurverven	=	muurverf
muurvlak	noun	oppervlak van een muur
muurvlakken	=	muurvlak
muurwerk	noun	het maken van een muur
muurzeepkruid	noun	Saponaria ocymoides een 10-25 cm hoge vaste plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
muurzeepkruiden	=	muurzeepkruid
muurzeepkruidje	=	muurzeepkruid
muurzeepkruidjes	=	muurzeepkruid
muurzesogen	=	muurzesoog
muurzesoog	noun	Segestria bavarica een spinnensoort die behoort de familie van de zesoogspinnen (Segestriidae)
muurzesoogje	=	muurzesoog
muurzesoogjes	=	muurzesoog
muurzonnetje	noun	Athallia holocarpa een korstmos uit de familie Teloschistaceae die voorkomt op steen en bomen.
muurzonnetjes	=	muurzonnetje
muurzwelmos	noun	Scytinium turgidum een korstmos uit de familie Collemataceae.
muurzwelmosje	=	muurzwelmos
muurzwelmosjes	=	muurzwelmos
muurzwelmossen	=	muurzwelmos
muutje	=	mu
muvariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter mu
muvarianten	=	muvariant
muzak	noun	muziek gebruikt als achtergrondgeluid
muzakje	=	muzak
muzakjes	=	muzak
muze	noun	in de Griekse mythologie een godin van kunst en wetenschap
muzelman	noun	een aanhanger van de islam
muzelmannen	=	muzelman
muzelmannetje	=	muzelman
muzelmannetjes	=	muzelman
muzen	=	muze
muzenzonen	=	muzenzoon
muzenzoon	noun	dichter
muzetje	=	muze
muziek	noun	door mensen geordend akoestisch fenomeen binnen een afgebakend tijdsinterval
muziekaanbidder	noun	iemand die heel veel van muziek houdt
muziekaanbidders	=	muziekaanbidder
muziekaanbiddertje	=	muziekaanbidder
muziekaanbiddertjes	=	muziekaanbidder
muziekaanbod	noun	geheel aan beschikbare muziek(dragers)
muziekapp	noun	programma waarmee je iets kunt doen met muziek
muziekappje	=	muziekapp
muziekappjes	=	muziekapp
muziekapps	=	muziekapp
muziekartiest	noun	iemand die muziek maakt, zingt, liedjes schrijft of optreedt voor een publiek
muziekartiesten	=	muziekartiest
muziekartiestje	=	muziekartiest
muziekartiestjes	=	muziekartiest
muziekauteursrecht	noun	wettelijke recht dat de maker van een muziekwerk (zoals een componist of tekstschrijver) beschermt tegen misbruik door anderen
muziekauteursrechten	=	muziekauteursrecht
muziekavond	noun	bijeenkomst of evenement in de avonduren dat volledig in het teken staat van muziek
muziekavonden	=	muziekavond
muziekavondje	=	muziekavond
muziekavondjes	=	muziekavond
muziekband	noun	een groep muzikanten die samen muziek maken
muziekbandje	=	muziekband
muziekbandjes	=	muziekband
muziekbands	=	muziekband
muziekbibliotheek	noun	een verzameling muziekopnames
muziekbibliotheekje	=	muziekbibliotheek
muziekbibliotheekjes	=	muziekbibliotheek
muziekbibliotheken	=	muziekbibliotheek
muziekbingo	noun	een spel waarbij nummers op een traditionele bingokaart zijn vervangen door liedjes of muziekfragmenten
muziekbingo's	=	muziekbingo
muziekbingootje	=	muziekbingo
muziekbingootjes	=	muziekbingo
muziekblaadje	=	muziekblad
muziekblaadjes	=	muziekblad
muziekblad	noun	stuk papier waarop muziek geschreven is (op notenbalken)
muziekbladen	=	muziekblad
muziekblog	noun	weblog over muziek
muziekblogde	=	muziekbloggen
muziekblogden	=	muziekbloggen
muziekblogge	=	muziekbloggen
muziekbloggen	verb	bijhouden van een weblog over muziek
muziekbloggend	=	muziekbloggen
muziekbloggende	=	muziekbloggen
muziekblogger	noun	iemand die een muziekblog bijhoudt
muziekbloggers	=	muziekblogger
muziekblogs	=	muziekblog
muziekblogt	=	muziekbloggen
muziekboek	noun	een schoolboek waarin geleerd wordt over muziek.
muziekboeken	=	muziekboek
muziekboekje	=	muziekboek
muziekboekjes	=	muziekboek
muziekbusiness	noun	wereld van zakenlui, ondernemers die geld verdienen met de verkoop van muziek
muziekbusinessje	=	muziekbusiness
muziekcafeetje	=	muziekcafé
muziekcafeetjes	=	muziekcafé
muziekcafé	noun	uitgaangsgelegenheid waar muziek wordt gemaakt
muziekcafés	=	muziekcafé
muziekcarrière	noun	loopbaan in de muziekindustrie
muziekcarrières	=	muziekcarrière
muziekclub	noun	een besloten uitgaansgelegenheid waar (live) muziek gespeeld wordt
muziekclubs	=	muziekclub
muziekconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die muziek uitgeven
muziekconcerns	=	muziekconcern
muziekcritici	=	muziekcriticus
muziekcriticus	noun	persoon die in de media verslag doet van muziekuitvoeringen; persoon die muziekuitvoeringen beoordeelt
muziekdienst	noun	software of websites die het mogelijk maken om naar muziek te luisteren op een computer
muziekdiensten	=	muziekdienst
muziekdocent	noun	iemand die muzieklessen geeft; leraar muziek
muziekdocenten	=	muziekdocent
muziekdoos	noun	een muziekinstrument dat na opwinden of door te draaien een muziekje afspeelt
muziekdoosje	=	muziekdoos
muziekdoosjes	=	muziekdoos
muziekdozen	=	muziekdoos
muziekdrama	noun	opera waarin toneel en muziek een homogeen geheel vormen
muziekdrama's	=	muziekdrama
muziekdramaatje	=	muziekdrama
muziekdramaatjes	=	muziekdrama
muziekdramatisch	adj	betreffende een theatervorm of compositie waarbij de muziek nauw verbonden is met actie, emotie en tekst, vaak met een sterke nadruk op het theatrale
muziekdramatische	=	muziekdramatisch
muziekdramatischer	=	muziekdramatisch
muziekdramatischere	=	muziekdramatisch
muziekdramatischers	=	muziekdramatisch
muziekensemble	noun	ensemble (gezelschap) om muziek te produceren
muziekensembles	=	muziekensemble
muziekevenement	noun	evenement waarbij muzikale optredens centraal staan
muziekevenementen	=	muziekevenement
muziekevenementje	=	muziekevenement
muziekevenementjes	=	muziekevenement
muziekfan	noun	een persoon met een grote bewondering en passie voor muziek in het algemeen, of voor een specifieke artiest, band of genre
muziekfanaat	noun	iemand die heel veel van muziek houdt
muziekfanaatje	=	muziekfanaat
muziekfanaatjes	=	muziekfanaat
muziekfanaten	=	muziekfanaat
muziekfannetje	=	muziekfan
muziekfannetjes	=	muziekfan
muziekfans	=	muziekfan
muziekfeest	noun	muzikaal evenement, vaak een festival, met liveoptredens van verschillende artiesten voor een groot publiek
muziekfeesten	=	muziekfeest
muziekfeestje	=	muziekfeest
muziekfeestjes	=	muziekfeest
muziekfestijn	noun	een feest met veel muziek
muziekfestijnen	=	muziekfestijn
muziekfestival	noun	een muzikaal festijn waar verschillende muzikanten optreden voor een groot publiek
muziekfestivalletje	=	muziekfestival
muziekfestivalletjes	=	muziekfestival
muziekfestivals	=	muziekfestival
muziekfilm	noun	een filmgenre waarin zang, muziek en dans een speciale rol spelen en verweven zijn met het verhaal
muziekfilmpje	=	muziekfilm
muziekfilmpjes	=	muziekfilm
muziekfilms	=	muziekfilm
muziekgek	noun	iemand die heel veel van muziek houdt
muziekgekje	=	muziekgek
muziekgekjes	=	muziekgek
muziekgekken	=	muziekgek
muziekgenre	noun	een bepaald muziekstijl
muziekgenres	=	muziekgenre
muziekgeschiedenis	noun	de bestudering van de ontwikkeling van de muziek en de muziekbeoefening
muziekgeschiedenissen	=	muziekgeschiedenis
muziekgroep	noun	een groep personen die zich gezamenlijk oefent in het spelen of zingen van muziek, meestal met het doel ermee op te treden
muziekgroepen	=	muziekgroep
muziekgroepje	=	muziekgroep
muziekgroepjes	=	muziekgroep
muziekherkenning	noun	het herkennen (identificeren) van een muzieknummer
muziekherkenningen	=	muziekherkenning
muziekherkenningstechnologie	noun	technieken die in staat zijn muzieknummers te herkennen
muziekherkenningstechnologieën	=	muziekherkenningstechnologie
muziekhistorie	noun|historical	de wetenschap van de historie van de muziek
muziekhistorisch	adj|historical	met betrekking tot de muziekhistorie
muziekhistorische	=	muziekhistorisch
muziekhistorischer	=	muziekhistorisch
muziekhistorischere	=	muziekhistorisch
muziekhistorischers	=	muziekhistorisch
muziekindustrie	noun	de bedrijfstakie die zich bezighoudt met het creëren, uitvoeren, promoten en behouden van muziek.
muziekindustrieën	=	muziekindustrie
muziekinstallatie	noun	geheel van apparaten en hun verbindingen die zorgen voor het produceren van elektrisch versterkt geluid
muziekinstallaties	=	muziekinstallatie
muziekinstallatietje	=	muziekinstallatie
muziekinstallatietjes	=	muziekinstallatie
muziekinstrument	noun	instrument om muziek mee te spelen
muziekinstrumenten	=	muziekinstrument
muziekinstrumentje	=	muziekinstrument
muziekinstrumentjes	=	muziekinstrument
muziekje	=	muziek
muziekjes	=	muziek
muziekjournalist	noun	iemand die over muziek en muzikanten schrijft
muziekjournalisten	=	muziekjournalist
muziekkamer	noun	kamer of ander vertrek waarin men muziekuitvoeringen geeft
muziekkamers	=	muziekkamer
muziekkamertje	=	muziekkamer
muziekkamertjes	=	muziekkamer
muziekkanaal	noun	een platform of medium dat zich volledig richt op het uitzenden, streamen of promoten van muziek en aanverwante content zoals videoclips
muziekkanaaltje	=	muziekkanaal
muziekkanaaltjes	=	muziekkanaal
muziekkanalen	=	muziekkanaal
muziekkapel	noun	klein muziekorkest, klein muziekkorps
muziekkapellen	=	muziekkapel
muziekkenner	noun	iemand die verstand heeft van muziek
muziekkenners	=	muziekkenner
muziekkeuze	noun	door iemand geselecteerde muziek
muziekkeuzen	=	muziekkeuze
muziekkeuzes	=	muziekkeuze
muziekkorps	noun	orkest met slagwerkers en koperblazers waarbij de leden een uniform dragen en marcherend muziek kunnen uitvoeren
muziekkorpsen	=	muziekkorps
muziekkorpsje	=	muziekkorps
muziekkorpsjes	=	muziekkorps
muziekleraar	noun	iemand waarbij men lessen in muziek kan volgen
muziekleraars	=	muziekleraar
muziekleraartje	=	muziekleraar
muziekleraren	=	muziekleraar
muzieklerares	noun	iemand waarbij men lessen in muziek kan volgen
muziekleraresje	=	muzieklerares
muziekleraresjes	=	muzieklerares
muziekleraressen	=	muzieklerares
muziekles	noun	een schoolvak waarin geleerd wordt over muziek en gespeeld wordt op instrumenten.
muzieklesje	=	muziekles
muzieklesjes	=	muziekles
muzieklessen	=	muziekles
muziekleven	noun	alles wat te maken heeft met muziek en de muziekuitvoering
muziekleventje	=	muziekleven
muziekleventjes	=	muziekleven
muziekliefhebber	noun	iemand die muziek als hobby heeft; iemand die geniet van muziek
muziekliefhebbers	=	muziekliefhebber
muzieklokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin geleerd wordt over muziek en gespeeld wordt op instrumenten.
muzieklokaaltje	=	muzieklokaal
muzieklokaaltjes	=	muzieklokaal
muzieklokalen	=	muzieklokaal
muziekminnend	adj	veel houdend van muziek; een liefhebber zijnde van muziek
muziekminnende	=	muziekminnend
muziekminnender	=	muziekminnend
muziekminnendere	=	muziekminnend
muziekminnenders	=	muziekminnend
muziekminnends	=	muziekminnend
muziekminnendst	=	muziekminnend
muziekminnendste	=	muziekminnend
muzieknoot	noun	een teken om de tonen naar hun tijdsvolgorde en tijdsduur te noteren
muzieknootje	=	muzieknoot
muzieknootjes	=	muzieknoot
muzieknotatie	noun	een systeem van tekens dat gebruikt wordt om muziek vast te leggen, zodat zij later kunnen worden gelezen en ten uitvoering gebracht
muzieknotaties	=	muzieknotatie
muzieknoten	=	muzieknoot
muzieknummer	noun	lied of ander deel van een compositie dat als afzonderlijk geheel ten gehore wordt gebracht
muzieknummers	=	muzieknummer
muzieknummertje	=	muzieknummer
muzieknummertjes	=	muzieknummer
muziekonderwijs	noun	onderwijs in het vak muziek
muziekopleiding	noun	een gestructureerd leertraject gericht op het ontwikkelen van muzikale vaardigheden, theoretische kennis en praktijkervaring (instrument, zang, compositie).
muziekopleidingen	=	muziekopleiding
muziekopleidinkje	=	muziekopleiding
muziekopleidinkjes	=	muziekopleiding
muziekoptreden	noun	muziekuitvoering
muziekoptredens	=	muziekoptreden
muziekoptredentje	=	muziekoptreden
muziekoptredentjes	=	muziekoptreden
muziekpaleis	noun	gebouw waarin muziekoptredens kunnen plaatsvinden
muziekpaleisje	=	muziekpaleis
muziekpaleisjes	=	muziekpaleis
muziekpaleizen	=	muziekpaleis
muziekpapier	noun	papier waarop notenbalken zijn gedrukt zodat men er muziek op kan noteren
muziekpapieren	=	muziekpapier
muziekpodia	=	muziekpodium
muziekpodium	noun	gebouw waarin muziekoptredens kunnen plaatsvinden
muziekpodiums	=	muziekpodium
muziekproducent	noun	iemand die de zakelijke en technische leiding heeft bij het maken van een muziekopname
muziekproducenten	=	muziekproducent
muziekprogramma	noun	radio- of televisieprogramma met veel muziek
muziekprogramma's	=	muziekprogramma
muziekprogrammaatje	=	muziekprogramma
muziekprogrammaatjes	=	muziekprogramma
muziekrecensent	noun	iemand die muziek beoordeelt en daarover een verslag schrijft
muziekrecensenten	=	muziekrecensent
muzieksamensteller	noun	iemand de muziek samenstelt
muzieksamenstellers	=	muzieksamensteller
muzieksamenstellertje	=	muzieksamensteller
muzieksamenstellertjes	=	muzieksamensteller
muziekscholen	=	muziekschool
muziekschool	noun	een school waar men muziek leert maken
muziekschooltje	=	muziekschool
muziekschooltjes	=	muziekschool
muziekshow	noun	voorstelling waarbij muziek een centrale rol speelt, variërend van een liveconcert van een band tot een complex muziektheaterstuk, een musical of een muziekfestival
muziekshows	=	muziekshow
muziekshowtje	=	muziekshow
muziekshowtjes	=	muziekshow
muzieksite	noun	een website die zich richt op muziek en kan verwijzen naar een plek waar je muziek kunt beluisteren
muzieksiteje	=	muzieksite
muzieksitejes	=	muzieksite
muzieksites	=	muzieksite
muzieksleutel	noun	een teken dat aangeeft welke toonhoogte een bepaalde lijn van een balk weergeeft
muzieksleutels	=	muzieksleutel
muzieksleuteltje	=	muzieksleutel
muzieksleuteltjes	=	muzieksleutel
muzieksmaak	noun	de voorkeuren die iemand heeft met betrekking tot muziek
muzieksmaken	=	muzieksmaak
muzieksoort	noun	categorie of stijl van muziek die wordt gekenmerkt door specifieke muzikale elementen, zoals ritme, melodie, harmonie, instrumentarium en zangstijlen, en die vaak een culturele context of thematische inhoud heeft
muzieksoorten	=	muzieksoort
muzieksoortje	=	muzieksoort
muzieksoortjes	=	muzieksoort
muziekstandaard	noun	verstelbare standaard voor bladmuziek
muziekstandaarden	=	muziekstandaard
muziekstandaardje	=	muziekstandaard
muziekstandaardjes	=	muziekstandaard
muziekstandaards	=	muziekstandaard
muziekstijl	noun	manier van muziek maken; soort muziek
muziekstijlen	=	muziekstijl
muziekstudio	noun	een gespecialiseerde ruimte (of een speciale cabine) waar muziek wordt opgenomen en bewerkt
muziekstudio's	=	muziekstudio
muziekstudiootje	=	muziekstudio
muziekstudiootjes	=	muziekstudio
muziekstuk	noun	een muzikaal werk om te spelen en/of zingen.
muziekstukje	=	muziekstuk
muziekstukjes	=	muziekstuk
muziekstukken	=	muziekstuk
muziekteken	noun	een symbool dat in muzieknotatie wordt gebruikt om aan te geven hoe een noot gespeeld moet worden, zoals de duur, toonhoogte of expressie
muziektekens	=	muziekteken
muziektekentje	=	muziekteken
muziektekentjes	=	muziekteken
muziektempel	noun	plaats waar muziekoptredens plaatsvinden
muziektempels	=	muziektempel
muziektent	noun	tijdelijk, of niet geheel afgesloten muziektheater
muziektenten	=	muziektent
muziektentje	=	muziektent
muziektentjes	=	muziektent
muziektheater	noun	theater waarin men muziekuitvoeringen geeft
muziektheaters	=	muziektheater
muziektheorie	noun	de leer van systematiek in muziek
muziektheorieën	=	muziektheorie
muziektherapeutisch	adj	betrekking hebbend op een vaktherapie die muziek doelgericht inzet om emotionele, cognitieve, fysieke of sociale doelen te bereiken, zoals verwerking, stemmingsverbetering of gedragsverandering
muziektherapeutische	=	muziektherapeutisch
muziektherapeutischer	=	muziektherapeutisch
muziektherapeutischere	=	muziektherapeutisch
muziektherapeutischers	=	muziektherapeutisch
muziektijdschrift	noun	periodiek, magazine met muziekonderwerpen
muziektijdschriften	=	muziektijdschrift
muziektijdschriftje	=	muziektijdschrift
muziektijdschriftjes	=	muziektijdschrift
muziekuitvoering	noun	een uitvoering van muziek
muziekuitvoeringen	=	muziekuitvoering
muziekuitvoerinkje	=	muziekuitvoering
muziekuitvoerinkjes	=	muziekuitvoering
muziekvereniging	noun	een groep mensen die zich gezamenlijk toelegt op het beoefenen en bevorderen van muziek
muziekverenigingen	=	muziekvereniging
muziekverenigingetje	=	muziekvereniging
muziekverenigingetjes	=	muziekvereniging
muziekvermogen	noun	het maximale vermogen dat een versterker kortstondig kan afgeven
muziekvermogens	=	muziekvermogen
muziekvideo	noun	korte videofilm ter promotie van een muzieknummer
muziekvideo's	=	muziekvideo
muziekvriend	noun	iemand die heel veel van muziek houdt
muziekvrienden	=	muziekvriend
muziekvriendje	=	muziekvriend
muziekvriendjes	=	muziekvriend
muziekweblog	noun	weblog over muziek; dagboekachtig verslag over muziek
muziekweblogs	=	muziekweblog
muziekwedstrijd	noun	een wedstrijd waarbij deelnemers hun muzikale vaardigheden tonen, bijvoorbeeld door te zingen, een instrument te bespelen of muziek te componeren
muziekwedstrijden	=	muziekwedstrijd
muziekwedstrijdje	=	muziekwedstrijd
muziekwedstrijdjes	=	muziekwedstrijd
muziekwereld	noun	alles en iedereen die met muziek, muziekproductie en muziekverkoop te maken heeft
muziekwerelden	=	muziekwereld
muziekwereldje	=	muziekwereld
muziekwereldjes	=	muziekwereld
muziekwetenschap	noun	het bestuderen van de muziek in al haar vormen
muziekwetenschappen	=	muziekwetenschap
muziekwinkel	noun	zaak waar men muziekopnames, bladmuziek en muziekinstrumenten kan kope
muziekwinkels	=	muziekwinkel
muziekwinkeltje	=	muziekwinkel
muziekwinkeltjes	=	muziekwinkel
muziekzaak	noun	winkel waar men muziekdragers als platen en cd's verkoopt
muziekzaakje	=	muziekzaak
muziekzaakjes	=	muziekzaak
muziekzaal	noun	een grote ruimte in een gebouw waar men muziekuitvoeringen kan geven
muziekzaaltje	=	muziekzaal
muziekzaaltjes	=	muziekzaal
muziekzaken	=	muziekzaak
muziekzalen	=	muziekzaal
muziekzender	noun	radio- of televisiezender waarop voornamelijk muziek wordt uitgezonden
muziekzenders	=	muziekzender
muziekzendertje	=	muziekzender
muziekzendertjes	=	muziekzender
muzikaal	adj	aanleg hebbende voor muziek
muzikaal-ritmisch	adj	betreffende de structuur, patronen en timing van geluid (noten en rusten) in de tijd, vaak omschreven als de 'hartslag' of 'groove' van muziek
muzikaal-ritmische	=	muzikaal-ritmisch
muzikaal-ritmischer	=	muzikaal-ritmisch
muzikaal-ritmischere	=	muzikaal-ritmisch
muzikaal-ritmischers	=	muzikaal-ritmisch
muzikaals	=	muzikaal
muzikaalst	=	muzikaal
muzikaalste	=	muzikaal
muzikale	=	muzikaal
muzikaler	=	muzikaal
muzikalere	=	muzikaal
muzikalers	=	muzikaal
muzikaliteit	noun	de aanleg om muziek te kunnen maken of van muziek te kunnen genieten
muzikant	noun	iemand die muziek maakt
muzikante	noun	vrouwelijke vorm van muzikant
muzikanten	=	muzikant
muzikantes	=	muzikante
muzikantesk	adj	op een drukke, spontane, snelle manier muzikaal
muzikanteske	=	muzikantesk
muzikantesker	=	muzikantesk
muzikanteskere	=	muzikantesk
muzikanteskers	=	muzikantesk
muzikantesks	=	muzikantesk
muzikanteskst	=	muzikantesk
muzikanteskste	=	muzikantesk
muzikantje	=	muzikant
muzikantjes	=	muzikant
muzisch	adj	de kunst betreffende
muzische	=	muzisch
muzischer	=	muzisch
muzischere	=	muzisch
muzischers	=	muzisch
my	=	mij
myalgie	noun	pijn in een spier
myalgisch	adj	met spierpijn gepaard gaand
myalgische	=	myalgisch
myalgischer	=	myalgisch
myalgischere	=	myalgisch
myalgischers	=	myalgisch
myanmarees	noun	een inwoner van Myanmar (voormalig Birma)	adj	op Myanmar (voormalig Birma) betrekking hebbend
myanmareest	=	myanmarees
myanmareeste	=	myanmarees
myanmarese	noun	een vrouwelijke inwoner van Myanmar (voormalig Birma)
myanmaresen	=	myanmarese
myanmareser	=	myanmarees
myanmaresere	=	myanmarees
myanmaresers	=	myanmarees
myanmarezen	=	myanmarees
myasthenie	noun	spierzwakte
mycelia	=	mycelium
mycelium	noun	weefsel van worteldraadjes waarmee een zwam voedsel uit zijn omgeving haalt
mycena	noun	een geslacht Mycena van paddenstoelen uit de familie Mycenaceae
mycena's	=	mycena
mycenaatje	=	mycena
mycenaatjes	=	mycena
mycenaparasiet	noun	bepaald soort parasitaire schimmel, Spinellus fusiger uit de stam Mucoromycota (of Zygomycota in de achterhaalde opvatting), die groeit op paddenstoelen, waaronder verschillende soorten uit de geslachten Mycena
mycenaparasieten	=	mycenaparasiet
mycenaparasietje	=	mycenaparasiet
mycenaparasietjes	=	mycenaparasiet
mycobacterie	noun	zuurvaste staafjesbacterie
mycobacterietje	=	mycobacterie
mycobacterietjes	=	mycobacterie
mycobacteriën	noun	geslacht Mycobacterium
mycologe	=	mycoloog
mycologen	=	mycoloog
mycologie	noun	de wetenschap die zich bezig houdt met het bestuderen van schimmels
mycologisch	adj	met betrekking tot (de leer van de) schimmels
mycologische	=	mycologisch
mycologischer	=	mycologisch
mycologischere	=	mycologisch
mycologischers	=	mycologisch
mycologischt	=	mycologisch
mycologischte	=	mycologisch
mycoloog	noun	deskundige op het gebied van schimmels en paddenstoelen
mycorrhiza	=	mycorriza
mycorriza	noun	mutualistische symbiose van een schimmel en een plantenwortel
mycorriza's	=	mycorriza
mycorrizaatje	=	mycorriza
mycorrizaatjes	=	mycorriza
mycose	noun	een door een schimmel veroorzaakte ziekte
mycosen	=	mycose
mycoses	=	mycose
mycotisch	adj	door schimmels veroorzaakt
mycotische	=	mycotisch
mycotischer	=	mycotisch
mycotischere	=	mycotisch
mycotischers	=	mycotisch
mydriatica	=	mydriaticum
mydriaticum	noun	pupilverwijder
mydriaticumpje	=	mydriaticum
mydriaticumpjes	=	mydriaticum
mydriatisch	adj	de pupil verwijdend
mydriatische	=	mydriatisch
mydriatischer	=	mydriatisch
mydriatischere	=	mydriatisch
mydriatischers	=	mydriatisch
myeline	noun	een vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel het axon omhult
myelinen	=	myeline
myelines	=	myeline
myelitis	noun	ontsteking van het beenmerg of ruggenmerg
myelitisje	=	myelitis
myelitisjes	=	myelitis
myelitissen	=	myelitis
myelomatose	noun	een kanker van de witte bloedcellen die bekend staan als de plasmacellen of B-cellen die antilichamen produceren
myelomen	=	myeloom
myeloom	noun	kwaadaardig gezwel van ruggenmerg of beenmerg
myelosuppressie	noun	remmende werking op het beenmerg
myelotoxisch	adj	giftig voor het beenmerg
myelotoxische	=	myelotoxisch
myelotoxischer	=	myelotoxisch
myelotoxischere	=	myelotoxisch
myelotoxischers	=	myelotoxisch
myeloïde	adj	tot een bepaald type bloedcel behorend
myn	=	mijn
mynheer	=	meneer
myocardaanval	noun	aandoening die ontstaat door het afsterven van een deel van de hartspier door onvoldoende bloedtoevoer
myocardaanvallen	=	myocardaanval
myocardinfarct	noun	aandoening die ontstaat door het afsterven van een deel van de hartspier door onvoldoende bloedtoevoer
myocardinfarcten	=	myocardinfarct
myocarditis	noun	ontsteking van de hartspier
myografie	noun	beschrijving van de spieren
myografietje	=	myografie
myografietjes	=	myografie
myologie	noun	kennis van de muggen en vliegen
myomen	=	myoom
myoom	noun	goedaardige tumor van het spierweefsel
myoompje	=	myoom
myoompjes	=	myoom
myoop	noun	bijziende	adj	bijziend, kippig
myoops	=	myoop
myoopst	=	myoop
myoopste	=	myoop
myopathie	noun	spierziekte
myope	=	myoop
myopen	=	myoop
myoper	=	myoop
myopere	=	myoop
myopers	=	myoop
myopie	noun	afwijking in de brandpuntsafstand van het oog waardoor alles op grotere afstand wazig gezien wordt
myositis	noun	spierontsteking
myriade	noun	een grote groep mensen, een ontelbare menigte
myriaden	=	myriade
myriades	=	myriade
myristaat	noun	een ester of zout afgeleid van myristinezuur
myristaten	=	myristaat
myristinezuur	noun	een verzadigd carbonzuur met de formule CH₃(CH₂)₁₂COOH
myrmecochoor	adj	door mieren verspreid wordend
myrmecochoors	=	myrmecochoor
myrmecochore	=	myrmecochoor
myrmecofiel	adj	met mieren samenlevend
myrmecofiele	=	myrmecofiel
myrmecofiels	=	myrmecofiel
myrmecofyt	noun	plant die een symbiotische of mutualistische relatie met mieren onderhoudt
myrmecofyten	=	myrmecofyt
myrmecofytje	=	myrmecofyt
myrmecofytjes	=	myrmecofyt
mysore-winde	noun	Thunbergia mysorensis een plant uit de familie Acanthaceae.
mysore-winden	=	mysore-winde
mysore-windes	=	mysore-winde
mysore-windetje	=	mysore-winde
mysore-windetjes	=	mysore-winde
mysterie	noun	voor het verstand van mensen niet volledig te begrijpen waarheid
mysteriecultus	noun	geheime eredienst voor één of meer godheden, waaraan enkel ingewijden kunnen deelnemen
mysterieroman	noun	roman waarin een mysterie centraal staat
mysterieromans	=	mysterieroman
mysteries	=	mysterie
mysterietje	=	mysterie
mysterieus	adj	waar geheimzinnigheid aan kleeft
mysterieust	=	mysterieus
mysterieuste	=	mysterieus
mysterieuze	=	mysterieus
mysterieuzer	=	mysterieus
mysterieuzere	=	mysterieus
mysterieuzers	=	mysterieus
mysteriën	=	mysterie
mysteryguest	noun	een gast die 'undercover' (met verhulde identiteit) op bezoek komt met als doel de dienstverlening te testen
mysteryguests	=	mysteryguest
mysteryshoppen	verb	onderzoek doen naar de kwaliteiten van een winkel door een onderzoeker die zich voordoet als klant
mysteryshoppend	=	mysteryshoppen
mysteryshoppende	=	mysteryshoppen
mysteryshopper	noun	persoon die wordt ingehuurd om een aankoop in een winkel of restaurant of bij een andere dienstverlener te doen en zijn bevindingen nauwgezet te beschrijven
mysteryshoppers	=	mysteryshopper
mystica	noun	vrouwelijke mysticus
mystica's	=	mystica
mysticaatje	=	mystica
mysticaatjes	=	mystica
mysticae	=	mystica
mystici	=	mysticus
mysticisme	noun	leer over kennis en persoonlijke ervaringen van toestanden van bewustzijn voorbij de normale menselijke perceptie
mysticus	noun	beoefenaar van de mystiek
mystiek	noun	hartstochtelijk streven naar de bijzondere, persoonlijke vereniging van God met de menselijke ziel	adj	betrekking hebbend op, behorend tot de 'mystiek'
mystieke	=	mystiek
mystieken	noun	beoefenaar van de mystieke wetenschappen
mystieker	=	mystiek
mystiekere	=	mystiek
mystiekers	=	mystiek
mystieks	=	mystiek
mystiekst	=	mystiek
mystiekste	=	mystiek
mystificatie	noun	het mystificeren, de bedriegerij
mystificaties	=	mystificatie
mystificatietje	=	mystificatie
mystificeer	=	mystificeren
mystificeerde	=	mystificeren
mystificeerden	=	mystificeren
mystificeert	=	mystificeren
mystificere	=	mystificeren
mystificeren	verb	iets geheimzinniger maken dan nodig is, waardoor mensen misleid kunnen worden
mystificerend	=	mystificeren
mystificerende	=	mystificeren
mystisch	adj	betrekking hebbend op de mystiek
mystische	=	mystisch
mystischer	=	mystisch
mystischere	=	mystisch
mystischers	=	mystisch
mythe	noun	een verhaal dat de handelingen van (half-) goden en godinnen tot onderwerp heeft
mythen	=	mythe
mythes	=	mythe
mythetje	=	mythe
mythetjes	=	mythe
mythevorming	noun	het ontstaan van een verhaal over iets dat in het verleden heeft plaatsgevonden
mythevormingen	=	mythevorming
mythisch	adj	volgens de verhalen en dus niet noodzakelijk berustend op waarheid
mythische	=	mythisch
mythischer	=	mythisch
mythischere	=	mythisch
mythischers	=	mythisch
mythologen	=	mytholoog
mythologie	noun	verzameling verhalen over het verleden die binnen een volk, godsdienst of sociale groep verteld worden en niet noodzakelijker wijze op waarheid hoeven te berusten
mythologietje	=	mythologie
mythologietjes	=	mythologie
mythologieën	=	mythologie
mythologisch	adj	betrekking hebbend of voorkomend in verzonnen verhalen over het verleden
mythologische	=	mythologisch
mythologischer	=	mythologisch
mythologischere	=	mythologisch
mythologischers	=	mythologisch
mytholoog	noun	iemand die mythe's heeft bestudeerd en daar dus veel van weet
mythomaan	noun	iemand die voortdurend leugens vertelt
mythomanen	=	mythomaan
mythomanie	noun	ziekelijke neiging tot fantaseren
mytylscholen	=	mytylschool
mytylschool	noun	school voor lichamelijk gehandicapte kinderen
mytylschooltje	=	mytylschool
mytylschooltjes	=	mytylschool
myxomatose	noun	ernstige konijnenziekte die verspreid wordt door vectoren (dragers) zoals muggen, konijnenvlooien en onderlinge besmetting via bijvoorbeeld contact, urine of andere virus-houdende lichaamsvloeistoffen
málaga-wijn	noun	een zoete versterkte wijn die in de Spaanse stad Málaga geproduceerd wordt
málaga-wijnen	=	málaga-wijn
málaga-wijntje	=	málaga-wijn
málaga-wijntjes	=	málaga-wijn
mèèuwe	=	meeuwen
méhari	=	mehari
métis	noun	een inheemse bevolkingsgroep in Canada en het noorden van de Verenigde Staten.
méébouwen	=	meebouwen
mêlee	noun	strijdgewoel, krijsgewoel
mêleer	=	mêleren
mêleerde	=	mêleren
mêleerden	=	mêleren
mêleert	=	mêleren
mêlere	=	mêleren
mêleren	verb	door elkaar mengen
mêlerend	=	mêleren
mêlerende	=	mêleren
mísbaar	=	misbaar
mískoop	=	miskoop
míslezen	=	mislezen
mísprijzen	=	misprijzen
míszien	=	miszien
mónitoren	=	monitoren
münchhausen-by-proxysyndromen	=	münchhausen-by-proxysyndroom
münchhausen-by-proxysyndroom	noun	psychiatrische aandoening waarbij de ouder, meestal de moeder, het kind opzettelijk ziek maakt of beweert dat het kind ziek is, om zo ook zelf aandacht te krijgen van zorgverleners
münchhausen-by-proxysyndroompje	=	münchhausen-by-proxysyndroom
münchhausen-by-proxysyndroompjes	=	münchhausen-by-proxysyndroom
münchhausensyndromen	=	münchhausensyndroom
münchhausensyndroom	noun	een zeldzame psychische stoornis waarbij een patiënt ziekte veinst om aandacht en medelijden te krijgen en zo een aanhoudend beroep doen op zorgverleners
müsli	=	muesli
māori	=	maori
n	noun	de veertiende letter van het alfabet
n'en	=	n
n'etje	=	n
n'etjes	=	n
n's	=	n
n-stekker	noun	stevig uiteinde van een kabel om in een bijpassend contact te steken en zo een verbinding te maken, met aansluitpunten en een vormgeving die binnen een standaard als het meest gebruikelijk gezien wordt
n-stekkers	=	n-stekker
n-woord	noun	omschrijving voor een beladen term die met de letter n begint
n-woorden	=	n-woord
na	adj	dichtbij staand	prep	in tijd volgend op
na's	=	na
na-aap	=	na-apen
na-aapt	=	na-apen
na-aapte	=	na-apen
na-aapten	=	na-apen
na-ape	=	na-apen
na-apen	verb	doen wat iemand anders doet
na-apend	=	na-apen
na-apende	=	na-apen
na-aper	noun	iemand die een ander persoon nadoet
na-aperij	noun	het na-apen
na-aperijen	=	na-aperij
na-aperijtje	=	na-aperij
na-aperijtjes	=	na-aperij
na-apers	=	na-aper
na-apertje	=	na-aper
na-apertjes	=	na-aper
na-echo	=	na-echoën
na-echode	=	na-echoën
na-echoden	=	na-echoën
na-echoot	=	na-echoën
na-echoë	=	na-echoën
na-echoën	noun	enige tijd doorgaan met echoën
na-echoënd	=	na-echoën
na-ijl	=	na-ijlen
na-ijlde	=	na-ijlen
na-ijlden	=	na-ijlen
na-ijle	=	na-ijlen
na-ijlen	verb	een langzame vertraagde reactie vertonen
na-ijlend	=	na-ijlen
na-ijlende	=	na-ijlen
na-ijlt	=	na-ijlen
na-ijver	noun	jaloezie, afgunst
na-ijverig	adj	iemand iets misgunnen (dat men zelf wil hebben)
na-ijverige	=	na-ijverig
na-ijveriger	=	na-ijverig
na-ijverigere	=	na-ijverig
na-ijverigers	=	na-ijverig
na-ijverigs	=	na-ijverig
na-ijverigst	=	na-ijverig
na-ijverigste	=	na-ijverig
na-tourcriterium	noun	eendaagse plaatselijke wielerwedstrijd die in de weken volgend op de Ronde van Frankrijk wordt gehouden met renners die door hun deelname aan die Ronde extra belangstelling trekken
na-tourcriteriums	=	na-tourcriterium
naaches	noun	genot, plezier
naad	noun	een lijn waarlangs twee losse stukken materiaal aan elkaar genaaid of gelast zijn
naadje	=	naad
naadjes	=	naad
naadloos	adj	zonder merkbare overgang; zonder naad aan elkaar bevestigd	adv	op naadloze wijze
naadloost	=	naadloos
naadlooste	=	naadloos
naadloze	=	naadloos
naadlozer	=	naadloos
naadlozere	=	naadloos
naadlozers	=	naadloos
naaf	noun	centrale as of middenstuk van een wiel of rad
naafboor	noun	boor nodig om het gat in de naaf te boren
naafboortje	=	naafboor
naafboortjes	=	naafboor
naafboren	=	naafboor
naafbus	noun	een metalen bus in de naaf van een wiel die om het uiteinde van de as draait
naafbusje	=	naafbus
naafbusjes	=	naafbus
naafbussen	=	naafbus
naafdop	noun	kapje dat het midden van een wiel afdekt, vaak voorzien van een versiering
naafdopje	=	naafdop
naafdopjes	=	naafdop
naafdoppen	=	naafdop
naafdynamo	noun	dynamo die is ingebouwd in een wielnaaf
naafje	=	naaf
naafjes	=	naaf
naafmotor	noun	hulpmotortje dat in het voorwiel of achterwiel van een fiets werd en wordt geplaatst
naafmotoren	=	naafmotor
naafmotors	=	naafmotor
naafmotortje	=	naafmotor
naafmotortjes	=	naafmotor
naafversnelling	noun	een in een naaf ingebouwde versnelling
naafversnellingen	=	naafversnelling
naafversnellinkje	=	naafversnelling
naai	=	naaien
naai-els	noun	handgreep voorzien van een naainaald (recht of gebogen) waarvan het oog zich bij de punt bevindt voor gebruik bij zware stoffen (leer)
naai-elsje	=	naai-els
naai-elsjes	=	naai-els
naai-elzen	=	naai-els
naai-ervaring	noun	ondervinding in het met naald en draad maken en herstellen van textiel
naai-ervaringen	=	naai-ervaring
naai-ervarinkje	=	naai-ervaring
naai-ervarinkjes	=	naai-ervaring
naaiatelier	noun	werkplaats waarin naaiwerk verricht wordt
naaiateliers	=	naaiatelier
naaiateliertje	=	naaiatelier
naaiateliertjes	=	naaiatelier
naaiband	noun	onderdeel van een installatie om producten in grote zakken van geweven stof te verpakken
naaibanden	=	naaiband
naaicafeetje	=	naaicafé
naaicafeetjes	=	naaicafé
naaicafé	noun	gezellige bijeenkomst van mensen die voor hun plezier handwerken
naaicafés	=	naaicafé
naaiclub	noun	vereniging van personen die samen handwerken
naaiclubje	=	naaiclub
naaiclubjes	=	naaiclub
naaiclubs	=	naaiclub
naaicursus	noun	praktijkgerichte opleiding of workshop waarin je leert kleding of andere textielproducten te maken, repareren of vermaken
naaicursusje	=	naaicursus
naaicursusjes	=	naaicursus
naaicursussen	=	naaicursus
naaide	=	naaien
naaiden	=	naaien
naaidoos	noun	een doos waarin naaigerei bewaard wordt
naaidoosje	=	naaidoos
naaidoosjes	=	naaidoos
naaidozen	=	naaidoos
naaie	=	naaien
naaien	verb	het met behulp van naald en draad maken of herstellen van textiel (bijv. kleding)
naaiend	=	naaien
naaiende	=	naaien
naaier	noun	iemand die naait, kleermaker, mannelijke vorm van naaister
naaiers	=	naaier
naaigaren	noun	garen om mee te naaien
naaigarens	=	naaigaren
naaigarnituren	=	naaigarnituur
naaigarnituur	noun	verzameling naaibenodigdheden (in een etuitje)
naaigarnituurtje	=	naaigarnituur
naaigarnituurtjes	=	naaigarnituur
naaigerei	noun	benodigdheden voor het naaien en handwerken
naaikamer	noun	een ruimte in een gebouw waar men textiel maakt of herstelt
naaikamers	=	naaikamer
naaikamertje	=	naaikamer
naaikamertjes	=	naaikamer
naaikrans	noun	een gezellige bijeenkomst, meestal van vrouwen, al of niet om gezamenlijk naaiwerk te verrichten
naaikransen	=	naaikrans
naaikransje	=	naaikrans
naaikransjes	=	naaikrans
naaikring	noun	groep personen die samen handwerken
naaikringen	=	naaikring
naaikringetje	=	naaikring
naaikringetjes	=	naaikring
naailap	noun	een proefstuk dat vaak wordt geproduceerd als een test van iemands vaardigheden in het naaiwerk
naailapje	=	naailap
naailapjes	=	naailap
naailappen	=	naailap
naailes	noun	les in het naaien (van kledingstukken)
naailesje	=	naailes
naailesjes	=	naailes
naailessen	=	naailes
naaimachientje	=	naaimachine
naaimachientjes	=	naaimachine
naaimachine	noun	toestel voor het halfautomatisch naaien van stoffen
naaimachines	=	naaimachine
naaimachinetje	=	naaimachine
naaimachinetjes	=	naaimachine
naaimand	noun	schaal of mand waarin men handwerkbenodigdheden kan bewaren
naaimanden	=	naaimand
naaimandje	=	naaimand
naaimandjes	=	naaimand
naaimeisje	noun	leerling naaister
naaimeisjes	=	naaimeisje
naainaald	noun	scherpe naald met een oog, die men gebruikt voor naaiwerk
naainaalden	=	naainaald
naainaaldje	=	naainaald
naainaaldjes	=	naainaald
naaipriem	noun	handgreep voorzien van een naainaald (recht of gebogen) waarvan het oog zich bij de punt bevindt voor gebruik bij zware stoffen (leer)
naaipriemen	=	naaipriem
naaipriempje	=	naaipriem
naaipriempjes	=	naaipriem
naairiem	noun	een van de repen van leer of perkament in de rug van een boek, waaraan de katernen worden vastgemaakt
naairiemen	=	naairiem
naaischaar	noun	speciaal ontworpen schaar met scherpe bladen die gemaakt is om nauwkeurig door textiel te knippen zonder de stof te beschadigen of te laten rafelen
naaischaartje	=	naaischaar
naaischaartjes	=	naaischaar
naaischaren	=	naaischaar
naaister	noun	een vrouw die naaiwerk verricht
naaisters	=	naaister
naaistertje	=	naaister
naaistertjes	=	naaister
naaistreek	noun	gemene of rotte streek
naaistreekje	=	naaistreek
naaistreekjes	=	naaistreek
naaistreken	=	naaistreek
naait	=	naaien
naaiwerk	noun	klusje dat met naald en draad wordt verricht aan textiel in het huishouden
naaiwerken	=	naaiwerk
naaiwerkje	=	naaiwerk
naaiwerkjes	=	naaiwerk
naak	=	naken
naakt	noun	afbeelding van een naakte persoon of groep, inz. als kunstwerk of porno	adj	zonder beharing of andere fysieke bescherming van de huid, ontkleed
naaktcamping	noun	kampeerplaats die specifiek is aangewezen voor naturisme, oftewel het recreëren zonder kleding
naaktcampings	=	naaktcamping
naaktcampinkje	=	naaktcamping
naaktcampinkjes	=	naaktcamping
naaktculturen	=	naaktcultuur
naaktcultuur	noun	opvattingen en gedragingen van een groep gericht op gezamenlijk activiteiten waarbij geen kleren worden gedragen
naaktcultuurtje	=	naaktcultuur
naaktcultuurtjes	=	naaktcultuur
naakte	=	naken
naakten	=	naakt
naakter	=	naakt
naaktere	=	naakt
naakters	=	naakt
naaktfeest	noun	een feest waarbij de deelnemers geen kleren aan hebben
naaktfeesten	=	naaktfeest
naaktfeestje	=	naaktfeest
naaktfeestjes	=	naaktfeest
naaktfoto	noun	met een camera gemaakte afbeelding van een iemand zonder kleren
naaktfoto's	=	naaktfoto
naaktfotootje	=	naaktfoto
naaktfotootjes	=	naaktfoto
naaktgelopen	=	naaktlopen
naakthalsgrondel	noun	Babka gymnotrachelus een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
naakthalsgrondels	=	naakthalsgrondel
naakthalsgrondeltje	=	naakthalsgrondel
naakthalsgrondeltjes	=	naakthalsgrondel
naaktheden	=	naaktheid
naaktheid	noun	het naakt zijn
naaktje	=	naakt
naaktjes	=	naakt
naaktkeelfluiter	noun	Pachycephala nudigula een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
naaktkeelfluiters	=	naaktkeelfluiter
naaktkeelfluitertje	=	naaktkeelfluiter
naaktkeelfluitertjes	=	naaktkeelfluiter
naaktkeelklokvogel	noun	Procnias nudicollis een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga’s).
naaktkeelklokvogels	=	naaktkeelklokvogel
naaktkeelklokvogeltje	=	naaktkeelklokvogel
naaktkeelklokvogeltjes	=	naaktkeelklokvogel
naaktliep	=	naaktlopen
naaktliepen	=	naaktlopen
naaktloop	=	naaktlopen
naaktloopster	=	naaktloper
naaktloopt	=	naaktlopen
naaktlope	=	naaktlopen
naaktlopen	verb	het zich zonder kleding door de wereld bewegen
naaktlopend	=	naaktlopen
naaktlopende	=	naaktlopen
naaktloper	noun	iemand die zich zonder kleren in de openbare ruimte begeeft
naaktloperij	noun	het zich ongekleed in het openbaar bevinden of verplaatsen
naaktloperijen	=	naaktloperij
naaktloperijtje	=	naaktloperij
naaktloperijtjes	=	naaktloperij
naaktlopers	=	naaktloper
naaktlopertje	=	naaktloper
naaktoogduif	noun	Patagioenas corensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
naaktoogduifje	=	naaktoogduif
naaktoogduifjes	=	naaktoogduif
naaktoogduiven	=	naaktoogduif
naaktoogkaketoe	noun	Cacatua sanguinea een vogel uit de orde der papegaaiachtigen en de familie der kaketoes
naaktoogkaketoes	=	naaktoogkaketoe
naaktoogkaketoetje	=	naaktoogkaketoe
naaktoogkaketoetjes	=	naaktoogkaketoe
naaktoogkwartelduif	noun	Geophaps smithii een vogelsoort uit de familie van de duiven.
naaktoogkwartelduifje	=	naaktoogkwartelduif
naaktoogkwartelduifjes	=	naaktoogkwartelduif
naaktoogkwartelduiven	=	naaktoogkwartelduif
naaktooglijster	noun	Turdus nudigenis een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
naaktooglijsters	=	naaktooglijster
naaktooglijstertje	=	naaktooglijster
naaktooglijstertjes	=	naaktooglijster
naaktoogmiervogel	noun	Rhegmatorhina gymnops een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
naaktoogmiervogels	=	naaktoogmiervogel
naaktoogmiervogeltje	=	naaktoogmiervogel
naaktoogmiervogeltjes	=	naaktoogmiervogel
naaktoogpunaduif	noun	Metriopelia ceciliae een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
naaktoogpunaduifje	=	naaktoogpunaduif
naaktoogpunaduifjes	=	naaktoogpunaduif
naaktoogpunaduiven	=	naaktoogpunaduif
naaktpootsalangaan	noun	Aerodramus nuditarsus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
naaktpootsalangaantje	=	naaktpootsalangaan
naaktpootsalangaantjes	=	naaktpootsalangaan
naaktpootsalanganen	=	naaktpootsalangaan
naaktportret	noun	schilderij, foto of andere artistieke voorstelling van een ongekleed persoon
naaktportretten	=	naaktportret
naaktrecreatie	noun	het in naakte toestand recreëren
naakts	=	naakt
naaktscan	noun	apparaat waarmee men kan zien of passagiers van vliegtuigen verboden en verborgen voorwerpen op het lichaam dragen of de afbeelding die met dat apparaat wordt gemaakt
naaktscanner	noun	apparaat waarmee men kan zien of passagiers van vliegtuigen verboden en verborgen voorwerpen op het lichaam dragen
naaktscanners	=	naaktscanner
naaktscans	=	naaktscan
naaktscène	noun	een deel van een film of toneelstuk waarbij een of meerdere acteurs naakt hun rol vertolken
naaktscènes	=	naaktscène
naaktscènetje	=	naaktscène
naaktscènetjes	=	naaktscène
naaktshow	noun	een evenement of voorstelling waarbij deelnemers (vaak artiesten) naakt optreden
naaktshows	=	naaktshow
naaktshowtje	=	naaktshow
naaktshowtjes	=	naaktshow
naaktslak	noun	slak zonder uitwendig zichtbare schelp
naaktslakje	=	naaktslak
naaktslakjes	=	naaktslak
naaktslakken	noun	een onderorde Stylommatophora van weekdieren uit de klasse buikpotigen (Gastropoda).
naaktst	=	naakt
naaktste	=	naakt
naaktstrand	noun	een strand waar het gebruikelijk en toegestaan is naakt te baden
naaktstranden	=	naaktstrand
naaktstrandje	=	naaktstrand
naaktstrandjes	=	naaktstrand
naaktvingergekko	noun	Mediodactylus kotschyi een hagedis die behoort tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
naaktvingergekko's	noun	een geslacht Gymnodactylus van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Phyllodactylidae
naaktvingergekkootje	=	naaktvingergekko
naaktvingergekkootjes	=	naaktvingergekko
naaktvoets	adv	met of op blote voeten
naaktwangbabbelaar	noun	Turdoides gymnogenys een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
naaktwangbabbelaars	=	naaktwangbabbelaar
naaktwangbabbelaartje	=	naaktwangbabbelaar
naaktwangbabbelaartjes	=	naaktwangbabbelaar
naaktwangspinnenjager	noun	Arachnothera clarae een vogelsoort uit de familie van de nectariniidae (honingzuigers).
naaktwangspinnenjagers	=	naaktwangspinnenjager
naaktwangspinnenjagertje	=	naaktwangspinnenjager
naaktwangspinnenjagertjes	=	naaktwangspinnenjager
naaktzadig	adj	met onbedekte zaadknoppen, zodat stuifmeel door de kiemopening naar binnen kan
naaktzadige	noun	plant met onbedekte zaadknoppen, zodat stuifmeel door de kiemopening naar binnen kan; benaming voor planten uit de (infra-)klasse Gymnospermae
naaktzadigen	noun	klasse Gymnospermae
naaktzadiger	=	naaktzadig
naaktzadigere	=	naaktzadig
naaktzadigers	=	naaktzadig
naaktzadigs	=	naaktzadig
naaktzadigst	=	naaktzadig
naaktzadigste	=	naaktzadig
naaktzoolwezel	noun	bepaald soort zoogdier, Mustela nudipes uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae), die voorkomt in Brunei, Thailand, Maleisië en Indonesië De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Desmarest in 1822.
naaktzoolwezels	=	naaktzoolwezel
naaktzoolwezeltje	=	naaktzoolwezel
naaktzoolwezeltjes	=	naaktzoolwezel
naaktzwemmen	noun	het in naakte toestand zwemmen
naaktzwemmende	=	naaktzwemmen
naald	noun	soort gereedschap dat gebruikt wordt voor het aan elkaar bevestigen (naaien) van kledingstukken of andere voorwerpen van stof, zoals leer
naaldaar	noun	een geslacht Setaria uit de grassenfamilie (Poaceae).
naaldaartje	=	naaldaar
naaldaartjes	=	naaldaar
naaldaren	=	naaldaar
naaldbomen	=	naaldboom
naaldboom	noun	conifeer (kegeldrager)
naaldboombeertje	noun	Eilema depressa een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
naaldboombeertjes	=	naaldboombeertje
naaldboombladroller	noun	Zeiraphera ratzeburgiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
naaldboombladrollers	=	naaldboombladroller
naaldboombladrollertje	=	naaldboombladroller
naaldboombladrollertjes	=	naaldboombladroller
naaldboompje	=	naaldboom
naaldboompjes	=	naaldboom
naaldboomspanner	noun	Thera obeliscata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
naaldboomspanners	=	naaldboomspanner
naaldboomspannertje	=	naaldboomspanner
naaldboomspannertjes	=	naaldboomspanner
naaldborsteltje	noun	Potamothrix heuscheri een ringworm uit de familie van de Naididae.
naaldborsteltjes	=	naaldborsteltje
naaldbos	noun	een bos met overwegend naaldbomen vooral voorkomend in een koud klimaat of op minder vruchtbare gronden
naaldbosje	=	naaldbos
naaldboslangsprietmot	noun	Nematopogon robertella (syn: N. pilulella) een vlinder uit de familie Adelidae, de langsprietmotten.
naaldboslangsprietmotje	=	naaldboslangsprietmot
naaldboslangsprietmotjes	=	naaldboslangsprietmot
naaldboslangsprietmotten	=	naaldboslangsprietmot
naaldbossen	=	naaldbos
naaldcontainer	noun	een speciaal ontworpen, lekvrije en doorprikbestendige afvalbak voor het veilig opbergen en afvoeren van gebruikt medisch naaldmateriaal
naaldcontainers	=	naaldcontainer
naaldcontainertje	=	naaldcontainer
naaldcontainertjes	=	naaldcontainer
naalden	=	naald
naaldenbeker	noun	een speciaal ontworpen, lekvrije en doorprikbestendige afvalbak voor het veilig opbergen en afvoeren van gebruikt medisch naaldmateriaal
naaldenbekers	=	naaldenbeker
naaldenbekertje	=	naaldenbeker
naaldenbekertjes	=	naaldenbeker
naaldencontainer	noun	een speciaal ontworpen, lekvrije en doorprikbestendige afvalbak voor het veilig opbergen en afvoeren van gebruikt medisch naaldmateriaal
naaldencontainers	=	naaldencontainer
naaldencontainertje	=	naaldencontainer
naaldencontainertjes	=	naaldencontainer
naaldenkervel	noun	Scandix pecten-veneris een eenjarige plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
naaldenkervels	=	naaldenkervel
naaldenkerveltje	=	naaldenkervel
naaldenkerveltjes	=	naaldenkervel
naaldenkoker	noun	cilindervorming etui waarin men naalden kan bewaren en vervoeren
naaldenkokers	=	naaldenkoker
naaldenkokertje	=	naaldenkoker
naaldenkokertjes	=	naaldenkoker
naaldfijn	adj	uitermate dun
naaldfijne	=	naaldfijn
naaldfijns	=	naaldfijn
naaldhak	noun	damesschoen met een smalle, hoge hak van minimaal 7 centimeter hoogte
naaldhakje	=	naaldhak
naaldhakjes	=	naaldhak
naaldhakken	=	naaldhak
naaldhout	noun	hout dat afkomstig is van naaldbomen
naaldhoutfranjekelkje	noun	Lachnum papyraceum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
naaldhoutfranjekelkjes	=	naaldhoutfranjekelkje
naaldhoutstipschoteltje	noun	Pseudohelotium pineti een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
naaldhoutstipschoteltjes	=	naaldhoutstipschoteltje
naaldje	=	naald
naaldjes	=	naald
naaldkreeftjes	noun	Tanaidacea een orde van de Peracarida, die op zijn beurt een van de zes superordes is waarin de klasse Malacostraca wordt onderverdeeld.
naaldkunstwerkje	noun	Bisigna procerella een vlinder uit de familie Oecophoridae, de sikkelmotten.
naaldkunstwerkjes	=	naaldkunstwerkje
naaldmeerval	noun	Farlowella acus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de harnasmeervallen (Loricariidae).
naaldmeervallen	=	naaldmeerval
naaldmeervalletje	=	naaldmeerval
naaldmeervalletjes	=	naaldmeerval
naaldsnavelheremietkolibrie	noun	Phaethornis philippii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
naaldsnavelheremietkolibries	=	naaldsnavelheremietkolibrie
naaldsnavelheremietkolibrietje	=	naaldsnavelheremietkolibrie
naaldsnavelheremietkolibrietjes	=	naaldsnavelheremietkolibrie
naaldsteenvlieg	noun	insect uit de familie Leuctridae van steenvliegen.
naaldsteenvliegen	noun	Leuctridae een familie van steenvliegen.
naaldsteenvliegje	=	naaldsteenvlieg
naaldsteenvliegjes	=	naaldsteenvlieg
naaldvaren	noun	een wereldwijd voorkomend geslacht Polystichum van ongeveer 180 tot 260 soorten terrestrische varens uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae).
naaldvarens	=	naaldvaren
naaldvarentje	=	naaldvaren
naaldvarentjes	=	naaldvaren
naaldvis	noun	benaming voor zeevissen uit de familie Ophidiidae in de orde van naaldvisachtigen Ophidiiformes
naaldvisachtigen	noun	een orde Ophidiiformes van straalvinnige vissen.
naaldvisje	=	naaldvis
naaldvisjes	=	naaldvis
naaldvissen	noun	een familie Ophidiidae van zeevissen uit de orde van naaldvisachtigen (Ophidiiformes).
naaldvormig	adj	vorm van een naald hebbend
naaldvormige	=	naaldvormig
naaldvormiger	=	naaldvormig
naaldvormigere	=	naaldvormig
naaldvormigers	=	naaldvormig
naaldvormigs	=	naaldvormig
naaldvormigst	=	naaldvormig
naaldvormigste	=	naaldvormig
naaldwaterbies	noun	bepaald soort tenger planjte, Eleocharis acicularis, met talrijke dunne stengels die stijf omhoog staan en doen denken aan groene naalden, stomp vierkantig van vorm en glad van oppervlak; hierlangs zitten verspreid de lijnvormige bladeren
naaldwerk	noun	het werken met naald en draad en de producten van die arbeid
naaldwerken	=	naaldwerk
naaldwerkje	=	naaldwerk
naaldwerkjes	=	naaldwerk
naaldwoud	noun	een groot bos bestaande uit naaldbomen
naaldwouden	=	naaldwoud
naaldwoudje	=	naaldwoud
naaldwoudjes	=	naaldwoud
naaldzaadbloem	noun	Soliva pterosperma een plant uit de familie Asteraceae.
naaldzaadbloemen	=	naaldzaadbloem
naaldzaadbloemetje	=	naaldzaadbloem
naaldzaadbloemetjes	=	naaldzaadbloem
naaldzaadbloempje	=	naaldzaadbloem
naaldzaadbloempjes	=	naaldzaadbloem
naaldzwelghaai	noun	Centrophorus acus een vis uit de familie van zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
naaldzwelghaaien	=	naaldzwelghaai
naaldzwelghaaitje	=	naaldzwelghaai
naaldzwelghaaitjes	=	naaldzwelghaai
naam	noun	kort stukje tekst dat een persoon, instelling of object kan benoemen
naamaanduiding	noun	een toevoeging aan een persoons- of bedrijfsnaam om deze duidelijker te identificeren of te onderscheiden van gelijkluidende namen.
naamaanduidingen	=	naamaanduiding
naamaanduidinkje	=	naamaanduiding
naamaanduidinkjes	=	naamaanduiding
naambeeld	noun	een herkenningsteken waarin een naam of afkorting van een gemeente, bedrijf, stichting e.d. op kunstzinnige wijze is verbeeld
naambeelden	=	naambeeld
naambeeldje	=	naambeeld
naambeeldjes	=	naambeeld
naambekendheid	noun	bekend zijn bij het grote publiek
naambellen	verb	Het (ook) kiezen van letters in plaats van cijfers waardoor dit 'telefoonnummer' makkelijker is te onthouden voor de gebruiker
naamboek	noun	een boek dat informatie geeft over namen, hun betekenis, herkomst en/of oorsprong
naamboeken	=	naamboek
naamboekje	=	naamboek
naamboekjes	=	naamboek
naambord	noun	een bordje naast de voordeur met de namen van de bewoners
naamborden	=	naambord
naambordje	=	naambord
naambordjes	=	naambord
naamdag	noun	een dag waarop een heilige wordt herdacht
naamdagen	=	naamdag
naamdagje	=	naamdag
naamdagjes	=	naamdag
naamdicht	noun	gedicht waarvan de eerste letters van de regels samen een naam (van een persoon) vormen
naamdichten	=	naamdicht
naamdragend	adj	waaraan de naam van een persoon gehecht is
naamdragende	=	naamdragend
naamdragends	=	naamdragend
naamfeest	noun	een feest dat gevierd wordt op de sterfdag van de heilige naar wie iemand vernoemd is
naamfeesten	=	naamfeest
naamgeefster	noun	vrouw naar wie iets vernoemd is
naamgeefsters	=	naamgeefster
naamgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een naam
naamgegevens	=	naamgegeven
naamgenoot	noun	iets of iemand met dezelfde naam
naamgenootje	=	naamgenoot
naamgenootjes	=	naamgenoot
naamgenoten	=	naamgenoot
naamgever	noun	iemand naar wie iets vernoemd is
naamgevers	=	naamgever
naamgevertje	=	naamgever
naamgeving	noun	het geven van een naam
naamgevingen	=	naamgeving
naamgrap	noun	humoristische of spottende combinatie van namen (meestal voor- en achternamen) die samen een grappige, dubbelzinnige of suggestieve betekenis creëren
naamgrapje	=	naamgrap
naamgrapjes	=	naamgrap
naamgrappen	=	naamgrap
naamkaart	noun	klein papieren, kartonnen of plastic kaartje waarop iemands naam (en vaak ook diens functie, adres en telefoonnummer) staat gedrukt
naamkaarten	=	naamkaart
naamkaartje	=	naamkaart
naamkaartjes	=	naamkaart
naamlijst	noun	lijst met namen
naamlijsten	=	naamlijst
naamlijstje	=	naamlijst
naamlijstjes	=	naamlijst
naamloos	adj	anoniem, geen naam hebbend, niet ondertekend met een naam.
naamloosheid	noun	het naamloos zijn
naamloost	=	naamloos
naamlooste	=	naamloos
naamloze	noun	iemand waarvan de naam onbekend is
naamlozen	=	naamloze
naamlozer	=	naamloos
naamlozere	=	naamloos
naamlozers	=	naamloos
naampje	=	naam
naampjes	=	naam
naamplaat	noun	aangebracht vlak van stevig materiaal, bestemd voor een vermelding hoe iets of iemand wordt genoemd
naamplaatje	=	naamplaat
naamplaatjes	=	naamplaat
naamplaten	=	naamplaat
naamreactie	noun	een bepaalde reactie die vernoemd is naar de onderzoeker(s) door wie zij voor het eerst beschreven is
naamreacties	=	naamreactie
naamrecht	noun	het geheel van rechtsregels met betrekking tot de (achter)naam
naamrechten	=	naamrecht
naamruimte	noun	een mechanisme dat in veel computertalen de mogelijkheid biedt om namen van variabelen, constanten en functies zodanig te groeperen dat ze binnen verschillende contexten een (volstrekt) afzonderlijke betekenis en werking krijgen
naamruimtes	=	naamruimte
naamruimtetje	=	naamruimte
naamruimtetjes	=	naamruimte
naams	adj	op Namen betrekking hebbend
naamsaanduiding	noun	de vermelding van de naam
naamsaanduidingen	=	naamsaanduiding
naamsaanduidinkje	=	naamsaanduiding
naamsaanduidinkjes	=	naamsaanduiding
naamsbekendheid	noun	bekend zijn bij het grote publiek
naamse	noun	een vrouwelijke inwoner van Namen, of een vrouw afkomstig uit Namen
naamsen	=	naamse
naamser	=	naams
naamsere	=	naams
naamsers	=	naams
naamsgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een naam
naamsgegevens	=	naamsgegeven
naamst	=	naams
naamste	=	naams
naamstempel	noun	een stempel dat de naam of handtekening van een persoon weergeeft of een afdruk daarvan
naamstempels	=	naamstempel
naamstempeltje	=	naamstempel
naamstempeltjes	=	naamstempel
naamsticker	noun	gepersonaliseerde sticker die wordt gebruikt om persoonlijke eigendommen te markeren met een naam en vaak een icoontje of telefoonnummer
naamstickers	=	naamsticker
naamstickertje	=	naamsticker
naamstickertjes	=	naamsticker
naamsverandering	noun	het veranderen van de naam van iets dat al een naam had
naamsveranderingen	=	naamsverandering
naamsveranderingetje	=	naamsverandering
naamsveranderingetjes	=	naamsverandering
naamsverklaring	noun	de officiële betekenis, oorsprong en etymologie van een voor- of achternaam.
naamsverklaringen	=	naamsverklaring
naamsverklarinkje	=	naamsverklaring
naamsverklarinkjes	=	naamsverklaring
naamsvermelding	noun	het vermelden en noemen van iemands naam
naamsvermeldingen	=	naamsvermelding
naamsvermeldinkje	=	naamsvermelding
naamsvermeldinkjes	=	naamsvermelding
naamsverwarring	noun	vergissing die gemaakt wordt bij het bij de naam noemen van iemand
naamsverwarringen	=	naamsverwarring
naamsverwisseling	noun	het vervangen van de naam door een andere
naamsverwisselingen	=	naamsverwisseling
naamsverwisselingetje	=	naamsverwisseling
naamsverwisselingetjes	=	naamsverwisseling
naamswijziging	noun	verandering van de naam
naamswijzigingen	=	naamswijziging
naamswijzigingetje	=	naamswijziging
naamswijzigingetjes	=	naamswijziging
naamt	=	nemen
naamteken	=	naamtekenen
naamtekende	=	naamtekenen
naamtekenden	=	naamtekenen
naamtekene	=	naamtekenen
naamtekenen	verb	een handtekening zetten onder iets
naamtekenend	=	naamtekenen
naamtekenende	=	naamtekenen
naamtekens	=	naamtekenen
naamtekent	=	naamtekenen
naamval	noun	een buigingsvorm van een naamwoord, lidwoord of telwoord die de functie van dat woord in de zin aangeeft
naamvallen	=	naamval
naamvalletje	=	naamval
naamvalletjes	=	naamval
naamvalssysteem	noun	het volledige zijn van naamvallen in een bepaalde taal
naamvalssysteempje	=	naamvalssysteem
naamvalssysteempjes	=	naamvalssysteem
naamvalssystemen	=	naamvalssysteem
naamvalsuitgang	noun	uitgang die een naamvalsbetrekking aanduidt
naamvalsuitgangen	=	naamvalsuitgang
naamvalsuitgangetje	=	naamvalsuitgang
naamvalsuitgangetjes	=	naamvalsuitgang
naamverklaring	noun	de herkomst, betekenis en historische ontwikkeling van een voor- of achternaam.
naamverklaringen	=	naamverklaring
naamverklarinkje	=	naamverklaring
naamverklarinkjes	=	naamverklaring
naamvermelding	noun	het recht van een maker om zijn of haar naam te laten noemen bij een auteursrechtelijk beschermd werk.
naamvermeldingen	=	naamvermelding
naamvermeldinkje	=	naamvermelding
naamvermeldinkjes	=	naamvermelding
naamwijziging	noun	het officiële, wettelijke proces waarbij een voornaam, doopnaam of achternaam wordt aangepast in de overheidsregisters (BRP).
naamwijzigingen	=	naamwijziging
naamwijzigingetje	=	naamwijziging
naamwijzigingetjes	=	naamwijziging
naamwoord	noun	een woord dat een persoon of zaak noemt, bepaalt of aanduidt
naamwoordelijk	adj	betreffende het deel van het gezegde dat bestaat uit een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord
naamwoordelijke	=	naamwoordelijk
naamwoordelijker	=	naamwoordelijk
naamwoordelijkere	=	naamwoordelijk
naamwoordelijkers	=	naamwoordelijk
naamwoordelijks	=	naamwoordelijk
naamwoordelijkst	=	naamwoordelijk
naamwoordelijkste	=	naamwoordelijk
naamwoorden	=	naamwoord
naamwoordje	=	naamwoord
naamwoordjes	=	naamwoord
naamwoordsvorm	noun	een verbogen vorm van een naamwoord.
naamwoordsvormen	=	naamwoordsvorm
naamwoordsvormpje	=	naamwoordsvorm
naamwoordsvormpjes	=	naamwoordsvorm
naamwoort	=	naamwoord
naan	noun	plat Indiaas gerezen gistbrood, waarin soms ook yoghurt of melk verwerkt is
naanbroden	=	naanbrood
naanbrood	noun	plat Indiaas gerezen gistbrood, waarin soms ook yoghurt of melk verwerkt is
naans	=	naan
naar	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord	adj	onaangenaam, vervelend, rot, niet leuk
naarder	=	naar
naardere	=	naar
naarders	=	naar
naardien	conj	aangezien, omdat
naargeestig	adj	als je ergens treurig, somber en verdrietig van wordt
naargeestige	=	naargeestig
naargeestiger	=	naargeestig
naargeestigere	=	naargeestig
naargeestigers	=	naargeestig
naargeestigheden	=	naargeestigheid
naargeestigheid	noun	het heel somber en onvriendelijk zijn van karakter
naargeestigs	=	naargeestig
naargeestigst	=	naargeestig
naargeestigste	=	naargeestig
naargelang	adv	al ~ duidt een afhankelijkheid uit van een voorwaarde of omstandigheid die eerder genoemd is of bekend wordt verondersteld	prep	duidt een afhankelijkheid uit van een voorwaarde of omstandigheid
naarheden	=	naarheid
naarheid	noun	iets vervelends
naarling	noun	naar, onaangenaam persoon
naarlingen	=	naarling
naarlingetje	=	naarling
naarlingetjes	=	naarling
naarmate	conj	in een mate die gelijk oploopt met de genoemde verandering
naars	=	naar
naarst	=	naar
naarste	=	naar
naarstig	adj	ijverig en vlug
naarstige	=	naarstig
naarstiger	=	naarstig
naarstigere	=	naarstig
naarstigers	=	naarstig
naarstigheden	=	naarstigheid
naarstigheid	noun	vlijt bij het werk
naarstiglijk	adj	een manier van doen die getuigt van toewijding en hard werken, vaak met een focus op het volbrengen van een taak
naarstiglijke	=	naarstiglijk
naarstiglijker	=	naarstiglijk
naarstiglijkere	=	naarstiglijk
naarstiglijkers	=	naarstiglijk
naarstiglijks	=	naarstiglijk
naarstiglijkst	=	naarstiglijk
naarstiglijkste	=	naarstiglijk
naarstigs	=	naarstig
naarstigst	=	naarstig
naarstigste	=	naarstig
naartoe	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord in de richting van
naast	adj	dichtstbijzijnd	adv	het doel missend
naastaan	adv	zeer dichtbij, heel nabij	prep	zeer dichtbij, zonder tussenruimte gelegen tegen
naastbestaande	=	nabestaande
naaste	noun	medemens
naasten	verb	veelal zonder compensatie in staatshanden overnemen
naastend	=	naasten
naastende	=	naasten
naastenliefde	noun	liefde jegens de medemens
naastenliefdes	=	naastenliefde
naastgelegen	adj	zeer dichtbij liggend
naastgelegens	=	naastgelegen
naasthoger	adj	in rang direct boven de betrokkene
naasthogere	=	naasthoger
naasthogers	=	naasthoger
naasting	noun	een zakelijk recht dat de houder ervan het recht geeft als eerste een zeker goed te kopen
naastingen	=	naasting
naastplaatser	noun	iemand die vuilnis naast de vuilniscontainers neerzet in plaats van in de container te doen
naastplaatsers	=	naastplaatser
naasts	=	naast
naastte	=	naasten
naastten	=	naasten
naatje	adj|informal	naatje zijn: van slechte kwaliteit zijn; waardeloos zijn
naauw	=	nauw
nababbel	=	nababbelen
nababbelde	=	nababbelen
nababbelden	=	nababbelen
nababbele	=	nababbelen
nababbelen	verb	op een ondoordachte manier doorvertellen wat je van anderen hebt gehoord
nababbelend	=	nababbelen
nababbelende	=	nababbelen
nababbelt	=	nababbelen
nabatees	adj	van of betreffende de Nabateeën
nabateeën	noun	Arabische volksstam die een rijk in het Overjordaanse gebied van Edom stichtte en in zijn bloeiperiode van de eerste eeuw v.C. tot en met de eerste eeuw n.C. de voornaamste handelswegen beheerste tussen de Golf van Akaba en de Middellandse Zee
nabateeër	noun	een van de Nabateeën
nabateeërs	=	nabateeër
nabatese	=	nabatees
nabauw	=	nabauwen
nabauwde	=	nabauwen
nabauwden	=	nabauwen
nabauwe	=	nabauwen
nabauwen	verb	iemand napraten
nabauwend	=	nabauwen
nabauwende	=	nabauwen
nabauwer	noun	persoon die de gedachten en meningen van anderen gedachtenloos herhaalt
nabauwers	=	nabauwer
nabauwertje	=	nabauwer
nabauwertjes	=	nabauwer
nabauwt	=	nabauwen
nabeeld	noun	visuele waarneming die schijnbaar voortduurt als de ogen dicht zijn
nabeelden	=	nabeeld
nabeeldje	=	nabeeld
nabeeldjes	=	nabeeld
nabehandeling	noun	een verdere behandeling na de hoofdingreep
nabehandelingen	=	nabehandeling
nabehandelingetje	=	nabehandeling
nabehandelingetjes	=	nabehandeling
nabelactie	noun	naast het versturen van een sollicitatiebrief ook telefonisch contact zoeken met het bedrijf waar je solliciteert
nabelacties	=	nabelactie
nabelactietje	=	nabelactie
nabelactietjes	=	nabelactie
nabepaling	noun	taalkundige term voor een bijvoeglijke bepaling die na een zelfstandig naamwoord komt en er meer over vertelt.
nabepalingen	=	nabepaling
nabepalinkje	=	nabepaling
nabepalinkjes	=	nabepaling
naber	noun	nabuur
nabericht	noun	korte stuk aanvullende volgend op de eigenlijke inhoud
naberichten	=	nabericht
naberouw	noun	spijt die te laat komt
nabers	=	naber
nabeschouwing	noun	een bespreking van een gebeurtenis na afloop van de gebeurtenis
nabeschouwingen	=	nabeschouwing
nabespraakt	=	nabespreken
nabesprak	=	nabespreken
nabespraken	=	nabespreken
nabespreek	=	nabespreken
nabespreekt	=	nabespreken
nabespreke	=	nabespreken
nabespreken	verb	na afloop bespreken, evalueren (het achteraf beoordelen van wat goed en wat slecht gegaan is om het in de toekomst beter te doen)
nabesprekend	=	nabespreken
nabesprekende	=	nabespreken
nabespreking	noun	het praten en discussiëren over iets dat geëindigd is
nabesprekingen	=	nabespreking
nabesprekinkje	=	nabespreking
nabesprekinkjes	=	nabespreking
nabesproken	=	nabespreken
nabestaan	noun	bestaan na het overlijden van een ander
nabestaande	noun	familielid van iemand die overleden is.
nabestaanden	=	nabestaande
nabestaandenwet	noun	een wet die zorgt dat weduwen, weduwnaren en wezen beschikken over een inkomen
nabestaandenwetten	=	nabestaandenwet
nabestel	=	nabestellen
nabesteld	=	nabestellen
nabestelde	=	nabestellen
nabestelden	=	nabestellen
nabestelle	=	nabestellen
nabestellen	verb	het plaatsen van een extra order
nabestellend	=	nabestellen
nabestellende	=	nabestellen
nabestelt	=	nabestellen
nabeurs	adv	nadat de effectenbeurs gesloten is
nabeurser	=	nabeurs
nabeurst	=	nabeurs
nabevallingsrust	noun	bevallingsverlof
nabewaking	noun	georganiseerde naschoolse opvang of toezicht op school.
nabewakingen	=	nabewaking
nabewakinkje	=	nabewaking
nabewakinkjes	=	nabewaking
nabezorging	noun	het alsnog afleveren van goederen of post
nabezorgingen	=	nabezorging
nabezorginkje	=	nabezorging
nabezorginkjes	=	nabezorging
nabiecht	noun	gebed dat men bidt na het belijden van de zonden, ter verkrijging van vergiffenis
nabiechten	=	nabiecht
nabij	adj	zich in de onmiddellijke omgeving bevindend	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
nabijbleef	=	nabijblijven
nabijbleven	=	nabijblijven
nabijblijf	=	nabijblijven
nabijblijft	=	nabijblijven
nabijblijve	=	nabijblijven
nabijblijven	verb	niet ver afdwalen van iets
nabijblijvend	=	nabijblijven
nabijblijvende	=	nabijblijven
nabije	=	nabij
nabijer	=	nabij
nabijere	=	nabij
nabijers	=	nabij
nabijgebleven	=	nabijblijven
nabijgekomen	=	nabijkomen
nabijgelegen	adj	niet ver weg, dichtbij
nabijgelegens	=	nabijgelegen
nabijheden	=	nabijheid
nabijheid	noun	het nabij-zijn
nabijkom	=	nabijkomen
nabijkome	=	nabijkomen
nabijkomen	verb	iets ~: dicht in de buurt komen van iets
nabijkomend	=	nabijkomen
nabijkomende	=	nabijkomen
nabijkomt	=	nabijkomen
nabijkwaamt	=	nabijkomen
nabijkwam	=	nabijkomen
nabijkwamen	=	nabijkomen
nabijs	=	nabij
nabijst	=	nabij
nabijste	=	nabij
nabla	noun	differentiaaloperator aangeduid door het symbool ∇ uit de vectorrekening die zelf een vector is bestaande uit de partiële afgeleiden van de coördinaten
nabla's	=	nabla
nablaf	=	nablaffen
nablaffe	=	nablaffen
nablaffen	verb	blaffen tegen iets of iemand die al aan het weggaan is
nablaffend	=	nablaffen
nablaffende	=	nablaffen
nablaft	=	nablaffen
nablafte	=	nablaffen
nablaften	=	nablaffen
nableef	=	nablijven
nableeft	=	nablijven
nableve	=	nablijven
nableven	=	nablijven
nablijf	=	nablijven
nablijft	=	nablijven
nablijve	=	nablijven
nablijven	verb	langer blijven dan de normale tijd, bijvoorbeeld de schooltijd
nablijvend	=	nablijven
nablijvende	=	nablijven
nablijver	noun	scholier die voor straf langer op school moet blijven
nablijvers	=	nablijver
nablijvertje	=	nablijver
nablijvertjes	=	nablijver
nabloed	=	nabloeden
nabloedde	=	nabloeden
nabloedden	=	nabloeden
nabloede	=	nabloeden
nabloeden	verb	doorgaan met bloeden; opnieuw gaan bloeden
nabloedend	=	nabloeden
nabloedende	=	nabloeden
nabloeding	noun	bloeding nadat eerder bloedverlies was gestopt
nabloedingen	=	nabloeding
nabloedinkje	=	nabloeding
nabloedinkjes	=	nabloeding
nabloedt	=	nabloeden
nabloei	noun	langer dan normaal voortgezette bloei
nabloeide	=	nabloeien
nabloeiden	=	nabloeien
nabloeie	=	nabloeien
nabloeien	verb	opleving nadat de eigenlijke bloeiperiode al voorbij is
nabloeiend	=	nabloeien
nabloeiende	=	nabloeien
nabloeier	noun	kunstenaar die werken maakt in een stijl die al op zijn retour is
nabloeiers	=	nabloeier
nabloeiertje	=	nabloeier
nabloeiertjes	=	nabloeier
nabloeit	=	nabloeien
nablus	=	nablussen
nablusse	=	nablussen
nablussen	verb	activiteit die door de brandweer verricht wordt na afloop van grotere branden
nablussend	=	nablussen
nablussende	=	nablussen
nablust	=	nablussen
nabluste	=	nablussen
nablusten	=	nablussen
nabob	noun	onderkoning in het rijk van de Mogols
nabobs	=	nabob
naboots	=	nabootsen
nabootse	=	nabootsen
nabootsen	verb	nadoen, imiteren
nabootsend	=	nabootsen
nabootsende	=	nabootsen
nabootser	noun	iets (een apparaat) dat of iemand die nabootst
nabootsers	=	nabootser
nabootsing	noun	imitatie, het nadoen
nabootsingen	=	nabootsing
nabootsinkje	=	nabootsing
nabootsinkjes	=	nabootsing
nabootst	=	nabootsen
nabootste	=	nabootsen
nabootsten	=	nabootsen
nabouw	=	nabouwen
nabouwde	=	nabouwen
nabouwden	=	nabouwen
nabouwe	=	nabouwen
nabouwen	verb	op dezelfde manier bouwen als al eerder gebeurd is
nabouwend	=	nabouwen
nabouwende	=	nabouwen
nabouwt	=	nabouwen
nabracha	noun	lofzegging na eten of drinken
nabrachot	=	nabracha
nabracht	=	nabrengen
nabrachten	=	nabrengen
nabrand	=	nabranden
nabrandde	=	nabranden
nabrandden	=	nabranden
nabrande	=	nabranden
nabranden	verb	blijven branden van iets nadat het al uit de vlammen is gehaald
nabrandend	=	nabranden
nabrandende	=	nabranden
nabrander	noun	voorziening in een straalmotor die deze extra vermogen geeft tijdens de start
nabranders	=	nabrander
nabrandertje	=	nabrander
nabrandt	=	nabranden
nabreng	=	nabrengen
nabrenge	=	nabrengen
nabrengen	verb	later iets op een plaats bezorgen
nabrengend	=	nabrengen
nabrengende	=	nabrengen
nabrengt	=	nabrengen
naburen	=	nabuur
naburig	adj	in de buurt ervan gelegen
naburige	=	naburig
naburiger	=	naburig
naburigere	=	naburig
naburigers	=	naburig
naburigheid	noun	het feit dat twee zaken aan elkaar grenzen
naburigs	=	naburig
naburigst	=	naburig
naburigste	=	naburig
nabuur	noun	iemand die dicht in de buurt woont
nabuurschap	noun	de (goede) relatie tussen buren waarbij men elkaar helpt en bijstaat
nabuurschapje	=	nabuurschap
nabuurschappen	=	nabuurschap
nabuurtje	=	nabuur
nabuurvolgeling	noun	Noctua interposita een nachtvlinder uit de familie van de uilen.
nabuurvolgelingen	=	nabuurvolgeling
nabuurvolgelingetje	=	nabuurvolgeling
nabuurvolgelingetjes	=	nabuurvolgeling
nacalculatie	noun	berekening van de werkelijke kosten nadat een bedrijf goederen heeft geproduceerd of diensten heeft verricht.
nacalculaties	=	nacalculatie
nach	adj	niet uitgesproken, stom (in: schwa nach)
nacheck	=	nachecken
nachecke	=	nachecken
nachecken	verb	ter controle nog een keer bekijken
nacheckend	=	nachecken
nacheckende	=	nachecken
nacheckt	=	nachecken
nacheckte	=	nachecken
nacheckten	=	nachecken
naches	noun	genot, plezier
nacho	noun	driehoekige chip van maismeel, vooral als onderdeel van een schotel waarin ze met jalapeño's en gesmolten kaas worden bedekt
nacho's	noun	gerecht bestaand uit driehoekige chips van maismeel, bedekt met jalapeño's en gesmolten kaas, soms aangevuld met vlees, groente of saus
nachochip	noun	schijfje gefrituurd maismeel
nachochips	noun	schijfjes gefrituurd maismeel
nacht	noun	de tijd tussen zonsondergang en zonsopkomst
nachtaap	noun	benaming voor Latijns-Amerikaanse apen uit het geslacht Aotus die overdag slapen en 's-nachts wakker zijn
nachtaapje	=	nachtaap
nachtaapjes	noun	Aotus een geslacht van Latijns-Amerikaanse apen.
nachtactief	adj	des nachts actief zijnde
nachtactiefs	=	nachtactief
nachtactiefst	=	nachtactief
nachtactiefste	=	nachtactief
nachtactieve	=	nachtactief
nachtactiever	=	nachtactief
nachtactievere	=	nachtactief
nachtactievers	=	nachtactief
nachtangst	noun	een slaapstoornis (pavor nocturnus) waarbij de betrokkene ontwaakt uit een diepe slaap gepaard gaande met huilen, gillen, een snelle ademhaling en zweten
nachtangsten	=	nachtangst
nachtapen	=	nachtaap
nachtapotheek	noun	een apotheek die 's-nachts geopend is
nachtapotheekje	=	nachtapotheek
nachtapotheekjes	=	nachtapotheek
nachtapotheken	=	nachtapotheek
nachtasiel	noun	plaats waar daklozen de nacht kunnen doorbrengen
nachtasielen	=	nachtasiel
nachtasiels	=	nachtasiel
nachtbel	noun	bel die men 's nachts kan gebruiken om contact met iemand te maken
nachtbellen	=	nachtbel
nachtbelletje	=	nachtbel
nachtbelletjes	=	nachtbel
nachtblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5022 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5022 ( ).
nachtblauwe	=	nachtblauw
nachtblauwen	=	nachtblauw
nachtblauwer	=	nachtblauw
nachtblauwere	=	nachtblauw
nachtblauwers	=	nachtblauw
nachtblauws	=	nachtblauw
nachtblauwst	=	nachtblauw
nachtblauwste	=	nachtblauw
nachtblind	noun|historical	luik om vensters af te sluiten wanneer het donker wordt	adj	niet tot nauwelijks in staat nog wat te zien als er weinig licht is
nachtblinde	noun	iemand die erg slecht kan zien als er weinig licht is, lijder aan nachtblindheid
nachtblinden	=	nachtblinde
nachtblinder	=	nachtblind
nachtblindere	=	nachtblind
nachtblinders	=	nachtblind
nachtblindheden	=	nachtblindheid
nachtblindheid	noun	het onvermogen te zien bij geringe belichting
nachtblinds	=	nachtblind
nachtblindst	=	nachtblind
nachtblindste	=	nachtblind
nachtbloem	noun	Oenothera bloem die maar één nacht bloeit en de volgende ochtend verwelkt
nachtbloemen	=	nachtbloem
nachtbloemetje	=	nachtbloem
nachtbloemetjes	=	nachtbloem
nachtboek	noun	dagboek gericht op de nacht, dat helpt bij het verwerken van gedachten en emoties die 's nachts naar boven kunnen komen
nachtboeken	=	nachtboek
nachtboekje	=	nachtboek
nachtboekjes	=	nachtboek
nachtboomslangen	noun	een geslacht Boiga van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
nachtbraak	=	nachtbraken
nachtbraakster	noun	vrouwelijk organisme dat tot diep in de nacht wakker blijft
nachtbraaksters	=	nachtbraakster
nachtbraakstertje	=	nachtbraakster
nachtbraakstertjes	=	nachtbraakster
nachtbraakt	=	nachtbraken
nachtbraakte	=	nachtbraken
nachtbraakten	=	nachtbraken
nachtbrake	=	nachtbraken
nachtbraken	verb	het bijzonder laat maken, de nacht doorfeesten
nachtbrakend	=	nachtbraken
nachtbrakende	=	nachtbraken
nachtbraker	noun	een persoon die tot laat in de nacht wakker blijft
nachtbrakers	=	nachtbraker
nachtbrakertje	=	nachtbraker
nachtbrakertjes	=	nachtbraker
nachtburgemeester	noun	een publieke persoonlijkheid die bekend is in het uitgaansleven die in een gemeente probeert het uitgaansbeleid te beïnvloeden.
nachtburgemeesters	=	nachtburgemeester
nachtburgemeestertje	=	nachtburgemeester
nachtburgemeestertjes	=	nachtburgemeester
nachtbus	noun	lijnbus die 's nachts rijdt
nachtbusje	=	nachtbus
nachtbusjes	=	nachtbus
nachtbussen	=	nachtbus
nachtcafeetje	=	nachtcafé
nachtcafeetjes	=	nachtcafé
nachtcafé	noun	een kroeg die tot diep in de nacht open is
nachtcafés	=	nachtcafé
nachtclub	noun	een uitgaansgelegenheid voor volwassenen, vaak met erotisch vermaak
nachtclubje	=	nachtclub
nachtclubjes	=	nachtclub
nachtclubs	=	nachtclub
nachtclubzangeres	noun	een zangeres die in een uitgaansgelegenheid die in de nachtelijke uren geopend is, zingt
nachtclubzangeresje	=	nachtclubzangeres
nachtclubzangeresjes	=	nachtclubzangeres
nachtclubzangeressen	=	nachtclubzangeres
nachtdienst	noun	het verrichten van nachtelijke werkzaamheden volgens een diensrooster
nachtdiensten	=	nachtdienst
nachtdienstje	=	nachtdienst
nachtdienstjes	=	nachtdienst
nachtdier	noun	een dier dat overdag slaapt en 's nachts actief is
nachtdieren	=	nachtdier
nachtdiertje	=	nachtdier
nachtdiertjes	=	nachtdier
nachtdiscipel	noun	iemand die niet openlijk voor zijn christelijke overtuiging uitkomt
nachtdiscipelen	=	nachtdiscipel
nachtdiscipels	=	nachtdiscipel
nachte	=	nacht
nachtegaal	noun	lijsterachtige zangvogel met een rossig bruine staart die heel mooi kan zingen, Luscinia megarhynchos
nachtegaalkarekiet	noun	Acrocephalus luscinius een uitgestorven zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
nachtegaalkarekieten	=	nachtegaalkarekiet
nachtegaalkarekietje	=	nachtegaalkarekiet
nachtegaalkarekietjes	=	nachtegaalkarekiet
nachtegaalstruiksluiper	noun	Sericornis magnirostra een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
nachtegaalstruiksluipers	=	nachtegaalstruiksluiper
nachtegaalstruiksluipertje	=	nachtegaalstruiksluiper
nachtegaalstruiksluipertjes	=	nachtegaalstruiksluiper
nachtegaaltje	=	nachtegaal
nachtegaaltjes	=	nachtegaal
nachtegaalwinterkoning	noun	Microcerculus marginatus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
nachtegaalwinterkoningen	=	nachtegaalwinterkoning
nachtegaalwinterkoninkje	=	nachtegaalwinterkoning
nachtegaalwinterkoninkjes	=	nachtegaalwinterkoning
nachtegael	=	nachtegaal
nachtegalen	noun	een verzameling zangvogels met als Nederlandse naam nachtegaal.
nachtelijk	adj	tijdens de nacht
nachtelijke	=	nachtelijk
nachtelijker	=	nachtelijk
nachtelijkere	=	nachtelijk
nachtelijkers	=	nachtelijk
nachtelijks	adv	als het nacht is, elke nacht
nachtelijkst	=	nachtelijk
nachtelijkste	=	nachtelijk
nachten	=	nacht
nachtenlang	adj	gedurende de hele nacht; gedurende vele nachten
nachtenlange	=	nachtenlang
nachtenlangs	=	nachtenlang
nachtevening	noun	het van gelijke duur zijn van dag en nacht, wat het geval is, wanneer de zon het denkbeeldige vlak van de evenaar in zuidelijke of noordelijke richting passeert
nachteveningen	=	nachtevening
nachteveningspunt	noun	punt waarin de zonneweg (ecliptica) de evenaar (hemelequator) snijdt, lentepunt en herfstpunt
nachteveningspunten	=	nachteveningspunt
nachteveningspuntje	=	nachteveningspunt
nachteveningspuntjes	=	nachteveningspunt
nachtgat	noun	periode in de late avond en nacht waarin er geen treinen rijden om onderhoud aan het spoor mogelijk te maken
nachtgaten	=	nachtgat
nachtgedierte	noun	dieren die in de nacht leven en dan tevoorschijn komen.
nachtgedierten	=	nachtgedierte
nachtgediertes	=	nachtgedierte
nachtgelegenheden	=	nachtgelegenheid
nachtgelegenheid	noun	horecagelegenheid die 's-nachts open is
nachtgevlogen	=	nachtvliegen
nachtgewaad	noun	kleding (van een vrouw) voor de nacht
nachtgewaden	=	nachtgewaad
nachtgoed	noun	kleding die men in bed aanheeft tijdens het slapen
nachthaai	noun	Carcharhinus signatus een haai uit de familie van de requiemhaaien.
nachthaaien	=	nachthaai
nachthaaitje	=	nachthaai
nachthaaitjes	=	nachthaai
nachthagedissen	noun	een familie Xantusiidae van hagedissen
nachthemd	noun	een lang hemd waarin iemand slaapt
nachthemden	=	nachthemd
nachthemdje	=	nachthemd
nachthemdjes	=	nachthemd
nachthemel	noun	het uitspansel bij nacht
nachthemels	=	nachthemel
nachthemeltje	=	nachthemel
nachthemeltjes	=	nachthemel
nachthok	noun	nachtverblijf voor huisdieren en vee
nachthokje	=	nachthok
nachthokjes	=	nachthok
nachthokken	=	nachthok
nachthokko	noun	Nothocrax urumutum een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
nachthokko's	=	nachthokko
nachthokkootje	=	nachthokko
nachthokkootjes	=	nachthokko
nachtjapon	noun	lang kledingstuk dat vrouwen en kinderen aandoen wanneer ze naar bed gaan
nachtjaponnen	=	nachtjapon
nachtjaponnetje	=	nachtjapon
nachtjaponnetjes	=	nachtjapon
nachtje	=	nacht
nachtjes	=	nacht
nachtkaardespinnen	noun	Amaurobiidae een familie van spinnen bestaande uit 874 soorten in 75 geslachten.
nachtkaars	noun	kaars waarmee men naar bed gaat en die men kan laten opbranden
nachtkaarsen	=	nachtkaars
nachtkaarsje	=	nachtkaars
nachtkaarsjes	=	nachtkaars
nachtkast	noun	lage kast of tafel zonder laden die bij het hoofdeinde van het bed staat
nachtkasten	=	nachtkast
nachtkastje	=	nachtkast
nachtkastjes	=	nachtkast
nachtkastlamp	noun	lichtpunt dat geschikt is om op een horizontaal vlak naast het hoofdeinde van een bed te plaatsen
nachtkastlampen	=	nachtkastlamp
nachtkastlampje	=	nachtkastlamp
nachtkastlampjes	=	nachtkastlamp
nachtkat	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus guigna, een schuwe katachtige uit Chili en Argentinië Dit is de kleinste Zuid-Amerikaanse katachtige.
nachtkatje	=	nachtkat
nachtkatjes	=	nachtkat
nachtkatten	=	nachtkat
nachtkijker	noun	verrekijker die geschikt is om in de avond en de nacht te zien
nachtkijkers	=	nachtkijker
nachtkijkertje	=	nachtkijker
nachtkijkertjes	=	nachtkijker
nachtkleding	noun	de kleding die men in bed draagt
nachtkluis	noun	kluis waarin geld gedurende de nacht veilig bewaard wordt
nachtkluizen	=	nachtkluis
nachtkoekoeksbloem	noun	Silene noctiflora een eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
nachtkoekoeksbloemen	=	nachtkoekoeksbloem
nachtkoekoeksbloemetje	=	nachtkoekoeksbloem
nachtkoekoeksbloemetjes	=	nachtkoekoeksbloem
nachtkoekoeksbloempje	=	nachtkoekoeksbloem
nachtkus	noun	tedere aanraking met de lippen voor het slapen gaan
nachtkusje	=	nachtkus
nachtkusjes	=	nachtkus
nachtkussen	=	nachtkus
nachtkwartier	noun	plaats waar men de nacht doorbrengt
nachtkwartieren	=	nachtkwartier
nachtlamp	noun	lamp die ’s nachts blijft branden
nachtlampen	=	nachtlamp
nachtlampje	=	nachtlamp
nachtlampjes	=	nachtlamp
nachtleven	noun	de wereld van het uitgaan dat meestal 's-nachts plaatsvindt in cafés en nachtclubs.
nachtlicht	noun	het weinige licht dat in de nacht beschikbaar is
nachtlichten	=	nachtlicht
nachtlichtje	=	nachtlicht
nachtlichtjes	=	nachtlicht
nachtlucht	noun	de koele, vochtige lucht van de late avond en nacht
nachtluchten	=	nachtlucht
nachtmanager	noun	iemand die leiding geeft aan een organisatie gedurende de nacht
nachtmanagers	=	nachtmanager
nachtmanagertje	=	nachtmanager
nachtmanagertjes	=	nachtmanager
nachtmarkt	noun	markt die 's nachts gehouden wordt
nachtmarkten	=	nachtmarkt
nachtmarktje	=	nachtmarkt
nachtmarktjes	=	nachtmarkt
nachtmens	noun	iemand die het prettig vind om pas laat in de nacht te gaan slapen
nachtmensen	=	nachtmens
nachtmerrie	noun	een zeer angstige droom, angstdroom
nachtmerrie-achtig	=	nachtmerrieachtig
nachtmerrieachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een kwade droom
nachtmerrieachtige	=	nachtmerrieachtig
nachtmerrieachtiger	=	nachtmerrieachtig
nachtmerrieachtigere	=	nachtmerrieachtig
nachtmerrieachtigers	=	nachtmerrieachtig
nachtmerrieachtigs	=	nachtmerrieachtig
nachtmerrieachtigst	=	nachtmerrieachtig
nachtmerrieachtigste	=	nachtmerrieachtig
nachtmerries	=	nachtmerrie
nachtmerriescenario	noun	een draaiboek dat je voorkomt in een kwade droom
nachtmerriescenario's	=	nachtmerriescenario
nachtmerriescenariootje	=	nachtmerriescenario
nachtmerriescenariootjes	=	nachtmerriescenario
nachtmerrietje	=	nachtmerrie
nachtmerrietjes	=	nachtmerrie
nachtmis	noun	de rooms-katholieke liturgie die op kerstavond, de avond van 24 december en/of de nacht die erop volgt, wordt gevierd ter ere van de geboorte van Jezus Christus
nachtmissen	=	nachtmis
nachtnet	noun	net van lijnen waar 's nachts treinen rijden
nachtnetten	=	nachtnet
nachtopvang	noun	het tijdelijk onderdak en een slaapplaats bieden aan mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats gedurende de avond en de nacht
nachtopvangen	=	nachtopvang
nachtorchis	noun	benaming voor planten uit het geslacht Platanthera met tachtig tot honderd soorten terrestrische orchideeën
nachtorchisje	=	nachtorchis
nachtorchisjes	=	nachtorchis
nachtorchissen	=	nachtorchis
nachtpak	noun	kleding die 's nachts gedragen wordt, zoals een nachthemd of pyjama
nachtpapegaai	noun	Pezoporus occidentalis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
nachtpapegaaien	=	nachtpapegaai
nachtpapegaaitje	=	nachtpapegaai
nachtpapegaaitjes	=	nachtpapegaai
nachtpauwogen	noun	Saturniidae een familie van vlinders in de superfamilie Bombycoidea met ruim 3450 soorten
nachtpauwoog	noun	Saturnia pavonia een nachtvlinder uit de familie Saturniidae, de Nachtpauwogen
nachtpauwoogje	=	nachtpauwoog
nachtploeg	noun	de groep werknemers die 's-nachts werkt
nachtploegen	=	nachtploeg
nachtpon	noun	nachtjapon, nachthemd
nachtponnen	=	nachtpon
nachtponnetje	=	nachtpon
nachtponnetjes	=	nachtpon
nachtportier	noun	iemand die in de nacht de toegang tot een gebouw (met name een hotel of andere horecagelegenheid) regelt
nachtportiers	=	nachtportier
nachtprogramma	noun	een of meer uitzendingen op radio of televisie in de tijd dat de meeste mensen slapen, ruwweg tussen 22:00 en 05:00 uur
nachtprogramma's	=	nachtprogramma
nachtprogrammering	noun	de manier waarop de uitzending van een televisiezender of radiozender is samengesteld tijdens de nacht
nachtprogrammeringen	=	nachtprogrammering
nachtprogrammerinkje	=	nachtprogrammering
nachtprogrammerinkjes	=	nachtprogrammering
nachtraaf	noun	iemand (meestal een vrouw) die ervan houdt tot laat in de nacht te feesten
nachtraafje	=	nachtraaf
nachtraafjes	=	nachtraaf
nachtraven	=	nachtraaf
nachtrecord	noun	hoogste of laagste waarde die grofweg tussen zonsondergang en zonsopkomst is waargenomen
nachtrecords	=	nachtrecord
nachtreiger	noun	Nycticorax nycticorax een van de kleinere volgels uit de familie van de reigers Ardeidae
nachtreigers	=	nachtreiger
nachtreigertje	=	nachtreiger
nachtreigertjes	=	nachtreiger
nachtrichelkaak	noun	Gnaphosa lucifuga een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
nachtrichelkaakje	=	nachtrichelkaak
nachtrichelkaakjes	=	nachtrichelkaak
nachtrichelkaken	=	nachtrichelkaak
nachtrijverbod	noun	tijdelijk verbod voor (meestal zware) vrachtwagens om 's nachts te rijden, vaak tussen 22:00 en 05:00 uur, om verkeerscongestie te verminderen en de overlast (geluid, milieu) te beperken
nachtrijverboden	=	nachtrijverbod
nachtrijverbodje	=	nachtrijverbod
nachtrijverbodjes	=	nachtrijverbod
nachtritme	noun	situatie waarbij men vooral 's-nachts actief is
nachtritmen	=	nachtritme
nachtritmes	=	nachtritme
nachtronde	noun	een rondgang die de nachtwacht maakt om te zien of alles nog in orde is
nachtronden	=	nachtronde
nachtrondes	=	nachtronde
nachtrust	noun	een periode in de nacht met weinig of geen activiteit, de slaap
nachts	=	nacht
nachtschade	noun	een geslacht Solanum van planten in de nachtschadefamilie (Solanaceae) met veelal kruidachtige, klimmende planten
nachtschade-aardvlo	noun	Epitrix pubescens een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
nachtschade-aardvlooien	=	nachtschade-aardvlo
nachtschade-aardvlooitje	=	nachtschade-aardvlo
nachtschade-aardvlooitjes	=	nachtschade-aardvlo
nachtschadefamilie	noun	een familie Solanaceae van bedektzadige planten.
nachtschadefamilies	=	nachtschadefamilie
nachtschadefamilietje	=	nachtschadefamilie
nachtschadefamilietjes	=	nachtschadefamilie
nachtschaden	=	nachtschade
nachtschades	=	nachtschade
nachtschaduw	=	nachtschade
nachtschoot	noun	De nachtschoot van een slot wordt bediend met een sleutel of draaiknop en verhoogt de bescherming tegenover alleen het gesloten zijn met de dagschoot
nachtschootje	=	nachtschoot
nachtschootjes	=	nachtschoot
nachtschoten	=	nachtschoot
nachtsilene	noun	Silene nutans een plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
nachtsilenen	=	nachtsilene
nachtsilenes	=	nachtsilene
nachtsilenetje	=	nachtsilene
nachtsilenetjes	=	nachtsilene
nachtskink	noun	Scincopus fasciatus een reptiel uit de familie skinken (Scincidae)
nachtskinken	=	nachtskink
nachtskinkje	=	nachtskink
nachtskinkjes	=	nachtskink
nachtslot	noun	een extra stevig slot dat men gebruikt voor de nacht en dat alleen met een sleutel geopend kan worden
nachtsloten	=	nachtslot
nachtspel	noun	een spel dat je in de nacht speelt
nachtspellen	=	nachtspel
nachtspelletje	=	nachtspel
nachtspelletjes	=	nachtspel
nachtspiegel	noun	pot waar men indien nodig 's nachts zijn behoefte in kan doen, vaak in de nabijheid van het bed geplaatst
nachtspiegels	=	nachtspiegel
nachtspiegeltje	=	nachtspiegel
nachtspiegeltjes	=	nachtspiegel
nachtspoken	=	nachtspook
nachtspook	noun	spook wat bij voorkeur ´s nachts opereert
nachtspookje	=	nachtspook
nachtspookjes	=	nachtspook
nachttafel	noun	een tafeltje of kastje dat naast het bed staat.
nachttafels	=	nachttafel
nachttafeltje	=	nachttafel
nachttafeltjes	=	nachttafel
nachttarief	noun	geld dat men moet betalen als men ergens 's-nachts gebruik van maakt
nachttariefje	=	nachttarief
nachttariefjes	=	nachttarief
nachttarieven	=	nachttarief
nachttraining	noun	een training die men 's nachts houdt.
nachttrainingen	=	nachttraining
nachttraininkje	=	nachttraining
nachttraininkjes	=	nachttraining
nachttrein	noun	personentrein die 's nachts rijdt met soms ligrijtuigen en/of slaaprijtuigen of uitsluitend met zitaccommodatie
nachttreinen	=	nachttrein
nachttreintje	=	nachttrein
nachttreintjes	=	nachttrein
nachttreinverbinding	noun	een verbinding door middel van een nachttrein
nachttreinverbindingen	=	nachttreinverbinding
nachttreinverbindinkje	=	nachttreinverbinding
nachttreinverbindinkjes	=	nachttreinverbinding
nachtuil	noun	traditionele benaming voor verschillende soorten uilen uit de familie Strigidae
nachtuilen	=	nachtuil
nachtuiltje	=	nachtuil
nachtuiltjes	=	nachtuil
nachturen	=	nachtuur
nachtuur	noun	de uren tussen ongeveer 11 uur 's avonds en 5 uur 's morgens
nachtvaart	noun	het varen in de nacht (in een boot of luchtballon)
nachtvaarten	=	nachtvaart
nachtvaartje	=	nachtvaart
nachtvaartjes	=	nachtvaart
nachtverblijf	noun	ruimte waar men in de nacht kan verblijven
nachtverblijfje	=	nachtverblijf
nachtverblijfjes	=	nachtverblijf
nachtverblijven	=	nachtverblijf
nachtverhaal	noun	verhaal dat 's nachts verteld wordt
nachtverhaaltje	=	nachtverhaal
nachtverhaaltjes	=	nachtverhaal
nachtverhalen	=	nachtverhaal
nachtverpleegster	noun	vrouwelijke verpleegkundige die werkt tijdens de nachtdienst
nachtverpleegsters	=	nachtverpleegster
nachtverpleegstertje	=	nachtverpleegster
nachtverpleegstertjes	=	nachtverpleegster
nachtviolen	=	nachtviool
nachtviool	noun	bepaald soort vaste plant, Hesperis matronalis
nachtviooltje	noun	benaming voor bepaalde tweejarige plant Hesperis matronalis
nachtviooltjes	=	nachtviooltje
nachtvlieg	noun	benaming gebruikt voor gevleugelde insecten als schietmotten (orde Trichoptera) en kleine vlinders die actief worden als het donker is
nachtvliegen	verb	vliegen zonder zicht, uitsluitend op de instrumenten
nachtvliegend	=	nachtvliegen
nachtvliegende	=	nachtvliegen
nachtvlieger	noun	een piloot die 's nachts vliegt of 's nachts mag vliegen.
nachtvliegers	=	nachtvlieger
nachtvliegertje	=	nachtvlieger
nachtvliegertjes	=	nachtvlieger
nachtvliegje	=	nachtvlieg
nachtvliegjes	=	nachtvlieg
nachtvlinder	noun	vlinder die 's nachts actief is
nachtvlinders	=	nachtvlinder
nachtvlindertje	=	nachtvlinder
nachtvlindertjes	=	nachtvlinder
nachtvlucht	noun	een reis met een vliegtuig in de nacht
nachtvluchten	=	nachtvlucht
nachtvluchtje	=	nachtvlucht
nachtvogel	noun	aanduiding voor vogels (Aves) uit soorten die overdag slapen en in de schemering of nacht actief zijn
nachtvogels	=	nachtvogel
nachtvorst	noun	situatie waarbij de nachtelijke temperatuur op klomphoogte (10 cm hoogte) boven kort geknipt gras tot onder het vriespunt daalt
nachtvorstje	=	nachtvorst
nachtvorstjes	=	nachtvorst
nachtwacht	noun	nachtwachter
nachtwachten	=	nachtwacht
nachtwachter	noun	nachtwacht, iemand die in de nacht op de veiligheid let
nachtwachters	=	nachtwachter
nachtwachtertje	=	nachtwachter
nachtwachtertjes	=	nachtwachter
nachtwachtje	=	nachtwacht
nachtwachtjes	=	nachtwacht
nachtwake	noun	het waken en wacht houden gedurende de nacht
nachtwaken	=	nachtwake
nachtwaker	noun	een persoon die 's nachts de wacht houdt
nachtwakers	=	nachtwaker
nachtwakersstaat	noun	een staat waar de overheid zich zo weinig mogelijk bemoeit met de burgers
nachtwakersstaatje	=	nachtwakersstaat
nachtwakersstaten	=	nachtwakersstaat
nachtwakerstaat	=	nachtwakersstaat
nachtwakertje	=	nachtwaker
nachtwakertjes	=	nachtwaker
nachtwakes	=	nachtwake
nachtwandeling	noun	een wandeling in het donker van de nacht
nachtwandelingen	=	nachtwandeling
nachtwandelingetje	=	nachtwandeling
nachtwandelingetjes	=	nachtwandeling
nachtwerk	noun	werk dat 's nachts wordt uitgevoerd
nachtwerken	=	nachtwerk
nachtwind	noun	wind gedurende de nacht
nachtwinden	=	nachtwind
nachtwinkel	noun	winkel die van 06.00 tot22.00 open mag zijn en soms ook van 22.00 uur tot 6.00 uur
nachtwinkels	=	nachtwinkel
nachtwinkeltje	=	nachtwinkel
nachtwinkeltjes	=	nachtwinkel
nachtzaak	noun	een horecagelegenheid (zoals een bar, club, of discotheek) die 's nachts open is en tot in de vroege uurtjes functioneert, waarbij er wettelijke sluitingstijden zijn, zoals 05:00 uur voor sommige horeca
nachtzaakje	=	nachtzaak
nachtzaakjes	=	nachtzaak
nachtzaken	=	nachtzaak
nachtzalmen	noun	een familie Prochilodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
nachtzicht	noun	zicht bij nacht ofwel de mogelijkheid iets ´s nachts waar te nemen.
nachtzichtapparatuur	noun	apparatuur om 's nachts mee waar te nemen die meestal gebruik maken van een beeldversterker: nachtzichtkijkers, nachtzichtbrillen e.d
nachtzichten	=	nachtzicht
nachtzichtkijker	noun	een speciale kijker of bril waarbij lichtversterking wordt toegepast
nachtzichtkijkers	=	nachtzichtkijker
nachtzichtkijkertje	=	nachtzichtkijker
nachtzichtkijkertjes	=	nachtzichtkijker
nachtzoen	noun	kus voor het slapen gaan
nachtzoenen	=	nachtzoen
nachtzoentje	=	nachtzoen
nachtzoentjes	=	nachtzoen
nachtzuster	noun	verpleegkundige die nachtdienst heeft
nachtzusters	=	nachtzuster
nachtzustertje	=	nachtzuster
nachtzustertjes	=	nachtzuster
nachtzwaluw	noun	bepaald soort vogel, Caprimulgus europaeus uit de familie van de nachtzwaluwen Caprimulgidae, zeldzaam in Nederland
nachtzwaluwachtigen	noun	een orde Caprimulgiformes bestaande uit één familie van nachtvogels de nachtzwaluwen Caprimulgidae
nachtzwaluwen	noun	Caprimulgidae een familie van vogels uit de orde nachtzwaluwachtigen (Caprimulgiformes).
nachtzwaluwtje	=	nachtzwaluw
nacijfer	=	nacijferen
nacijferde	=	nacijferen
nacijferden	=	nacijferen
nacijfere	=	nacijferen
nacijferen	verb	iets voor een tweede keer uitrekenen
nacijferend	=	nacijferen
nacijferende	=	nacijferen
nacijfert	=	nacijferen
nacompetitie	noun	competitie die na afloop van een reguliere (voetbal)competitie plaatsvindt
nacompetities	=	nacompetitie
nacundanachtzwaluw	noun	Chordeiles nacunda een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
nacundanachtzwaluwen	=	nacundanachtzwaluw
nacundanachtzwaluwtje	=	nacundanachtzwaluw
nacundanachtzwaluwtjes	=	nacundanachtzwaluw
nada	intj	helemaal niets
nadacht	=	nadenken
nadachte	=	nadenken
nadachten	=	nadenken
nadag	noun	dag na een bijzondere periode
nadagen	noun	laatste deel van een periode dat iets bestaat of iemand leeft, gezien als volgend op de hoogtepunten
nadar	noun	hek dat aan soortgelijke hekken kan worden vastgemaakt en zo een verplaatsbare stevige afscheiding vormt om publiek op een veilige afstand te houden
nadarafsluiting	noun	rij dranghekken om publiek op afstand te houden
nadarafsluitingen	=	nadarafsluiting
nadarhek	noun	verplaatsbaar hek om publiek op afstand te houden
nadarhekje	=	nadarhek
nadarhekjes	=	nadarhek
nadarhekken	=	nadarhek
nadarke	=	nadar
nadars	=	nadar
nadat	conj	geeft onderschikkend het voorafgaande aan
nadede	=	nadoen
nadeden	=	nadoen
nadeed	=	nadoen
nadeedt	=	nadoen
nadeel	noun	ongunstige eigenschap
nadeeltje	=	nadeel
nadeeltjes	=	nadeel
nadele	=	nadeel
nadelen	=	nadeel
nadelig	adj	kwalijk, schadelijk
nadelige	=	nadelig
nadeliger	=	nadelig
nadeligere	=	nadelig
nadeligers	=	nadelig
nadeligs	=	nadelig
nadeligst	=	nadelig
nadeligste	=	nadelig
nademaal	conj|obsolete	geeft onderschikkend aan wat eerder gebeurd is
naden	noun	bruidsschat
nadenk	=	nadenken
nadenke	=	nadenken
nadenken	verb	~ over: mentaal aandacht schenken aan een bepaald onderwerp of probleem
nadenkend	adj	met, in, of getuigend van nadenken
nadenkende	=	nadenken
nadenkender	=	nadenkend
nadenkendere	=	nadenkend
nadenkenders	=	nadenkend
nadenkends	=	nadenkend
nadenkendst	=	nadenkend
nadenkendste	=	nadenkend
nadenkt	=	nadenken
nader	adj	vanaf geringere afstand of in groter detail uitgevoerd	adv	dichterbij
naderbij	adv	op kortere afstand
naderbijbracht	=	naderbijbrengen
naderbijbrachten	=	naderbijbrengen
naderbijbreng	=	naderbijbrengen
naderbijbrenge	=	naderbijbrengen
naderbijbrengen	verb	dichterbij brengen
naderbijbrengend	=	naderbijbrengen
naderbijbrengende	=	naderbijbrengen
naderbijbrengt	=	naderbijbrengen
naderbijgebracht	=	naderbijbrengen
naderde	=	naderen
naderden	=	naderen
nadere	=	na
naderen	verb	in aantocht zijn; dichterbij komen
naderend	adj	dichterbij komend in tijd of plaats
naderende	=	naderend
naderends	=	naderend
naderhand	adv	in de tijd erna
nadering	noun	het dichtbij komen van iets of iemand
naderingen	=	nadering
naderinkje	=	nadering
naders	=	na
nadert	=	naderen
nadien	adv	geeft een gevolg in tijd aan: daarna
nadienst	noun	mis in een katholieke kerk enkele dagen na de begrafenisplechtigheid
nadiensten	=	nadienst
nadir	noun	denkbeeldig punt aan de sterrenhemel loodrecht onder de waarnemer
nadoe	=	nadoen
nadoen	verb	doen wat iemand anders doet
nadoend	=	nadoen
nadoende	=	nadoen
nadoet	=	nadoen
nadoken	=	naduiken
nadook	=	naduiken
nadookt	=	naduiken
nadorst	noun	een sterk gevoel van dorst dat wordt veroorzaakt door overmatig alcoholgebruik
nadraag	=	nadragen
nadraagt	=	nadragen
nadrage	=	nadragen
nadragen	verb	achter iemand aan dragen
nadragend	=	nadragen
nadragende	=	nadragen
nadreun	=	nadreunen
nadreunde	=	nadreunen
nadreunden	=	nadreunen
nadreune	=	nadreunen
nadreunen	verb|figurative	van iets vervelends dat het lang invloed zal blijven houden
nadreunend	=	nadreunen
nadreunende	=	nadreunen
nadreunt	=	nadreunen
nadroeg	=	nadragen
nadroegen	=	nadragen
nadroegt	=	nadragen
nadroge	=	nadrogen
nadrogen	verb	iets later helemaal ontdoen van water nadat eerst het meeste vocht al was verwijderd
nadrogend	=	nadrogen
nadrogende	=	nadrogen
nadroog	=	nadrogen
nadroogde	=	nadrogen
nadroogden	=	nadrogen
nadroogt	=	nadrogen
nadruk	noun	een bijzondere aandacht die besteed wordt
nadrukke	=	nadrukken
nadrukkelijk	adj	met klem, met na druk, duidelijk, met ernst.
nadrukkelijke	=	nadrukkelijk
nadrukkelijker	=	nadrukkelijk
nadrukkelijkere	=	nadrukkelijk
nadrukkelijkers	=	nadrukkelijk
nadrukkelijkheden	=	nadrukkelijkheid
nadrukkelijkheid	noun	de mate waarin iets of iemand extra aandacht krijgt
nadrukkelijks	=	nadrukkelijk
nadrukkelijkst	=	nadrukkelijk
nadrukkelijkste	=	nadrukkelijk
nadrukken	verb	een verdere oplage van een geschrift drukken
nadrukkend	=	nadrukken
nadrukkende	=	nadrukken
nadrukt	=	nadrukken
nadrukte	=	nadrukken
nadrukten	=	nadrukken
naduik	=	naduiken
naduike	=	naduiken
naduiken	verb	iets dat in het water valt duikend volgen
naduikend	=	naduiken
naduikende	=	naduiken
naduikt	=	naduiken
naemwoord	=	naamwoord
naer	=	naar
naeuwkeurig	=	nauwkeurig
nafeest	noun	feestelijke bijeenkomst als het eigenlijke feest is afgelopen
nafeesten	=	nafeest
naffer	noun	jonge crimineel van een Noord-Afrika afkomst
naffers	=	naffer
nafke	noun	meid, straatmeid
nafkes	=	nafke
nafloot	=	nafluiten
nafloten	=	nafluiten
nafluit	=	nafluiten
nafluite	=	nafluiten
nafluiten	verb	nadoen van een melodie door fluiten
nafluitend	=	nafluiten
nafluitende	=	nafluiten
naft	noun	benzine
nafta	noun	een mengsel van koolwaterstoffen dat ontstaat bij het destilleren van ruwe olie als condensaat bij temperaturen vanaf 70°C (lichte nafta, aantal koolstofatomen tot 5) en van circa 80 tot 150 graden Celsius (zware nafta, aantal koolstofatomen 5 tot 10)
naftakraker	noun	installatie waarin aardolieproduct nafta verhit waardoor de koolwaterstofmoleculen uiteen vallen in kleinere delen, zoals etheen en propeen
naftakrakers	=	naftakraker
naftaleen	noun	motten dodende cyclische koolwaterstof die ook dient als grondstof voor plastics
naftalenen	=	naftaleen
naftaline	noun	motwerende koolwaterstof die men gebruikt als grondstof voor plastics
naftalinen	=	naftaline
naftalines	=	naftaline
naftbak	noun	benzinetank
naftbakje	=	naftbak
naftbakjes	=	naftbak
naftbakken	=	naftbak
naftbus	noun	jerrycan
naftbusje	=	naftbus
naftbusjes	=	naftbus
naftbussen	=	naftbus
nag	=	naggen
naga	=	nagaan
nagaaft	=	nageven
nagaan	verb	zeker maken dat een bewering of gevolgtrekking klopt
nagaand	=	nagaan
nagaande	=	nagaan
nagaat	=	nagaan
nagaf	=	nageven
nagalm	noun	een geluidverschijnsel dat ontstaat bij herhaaldelijke weerkaatsing van geluid
nagalmde	=	nagalmen
nagalmden	=	nagalmen
nagalme	=	nagalmen
nagalmen	verb	echoën
nagalmend	=	nagalmen
nagalmende	=	nagalmen
nagalmpje	=	nagalm
nagalmt	=	nagalmen
nagasakikathaai	noun	Halaelurus buergeri een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
nagasakikathaaien	=	nagasakikathaai
nagasakikathaaitje	=	nagasakikathaai
nagasakikathaaitjes	=	nagasakikathaai
nagaven	=	nageven
nagde	=	naggen
nagden	=	naggen
nageaapt	=	na-apen
nageaapte	=	na-apen
nagebabbeld	=	nababbelen
nagebauwd	=	nabauwen
nagebauwde	=	nabauwen
nageblaft	=	nablaffen
nagebleven	=	nablijven
nagebloed	=	nabloeden
nagebloeid	=	nabloeien
nageblust	=	nablussen
nageboorte	noun	de moederkoek, navelstreng en vliezen die het lichaam van de moeder verlaten nadat de baby is geboren
nageboorten	=	nageboorte
nageboortes	=	nageboorte
nagebootst	=	nabootsen
nagebootste	=	nabootsen
nagebouwd	=	nabouwen
nagebracht	=	nabrengen
nagebrand	=	nabranden
nagebuur	=	nabuur
nagecheckt	=	nachecken
nagecheckte	=	nachecken
nagecijferd	=	nacijferen
nagecijferde	=	nacijferen
nagedaan	=	nadoen
nagedacht	=	nadenken
nagedachtenis	noun	herinnering, vooral aan een overledene
nagedachtenisje	=	nagedachtenis
nagedachtenissen	=	nagedachtenis
nagedane	=	nadoen
nagedoken	=	naduiken
nagedragen	=	nadragen
nagedreund	=	nadreunen
nagedroogd	=	nadrogen
nagedrukt	=	nadrukken
nagedrukte	=	nadrukken
nageef	=	nageven
nageeft	=	nageven
nagefloten	=	nafluiten
nagegaan	=	nagaan
nagegalmd	=	nagalmen
nagegane	=	nagaan
nagegeven	=	nageven
nagegloeid	=	nagloeien
nageheven	=	naheffen
nagehikt	=	nahikken
nagehold	=	nahollen
nagehouden	=	nahouden
nageijld	=	na-ijlen
nagejaagd	=	najagen
nagejaagde	=	najagen
nagejouwd	=	najouwen
nagejouwde	=	najouwen
nagekaart	=	nakaarten
nagekauwd	=	nakauwen
nagekauwde	=	nakauwen
nagekeken	=	nakijken
nageklonken	=	naklinken
nagekomen	=	nakomen
nagel	noun	dunne, doorzichtige plaat van harde keratine op de bovenkant van vinger- en teentoppen van mensen en primaten
nagelaten	=	nalaten
nagelbank	noun	een balk met gaten waarin korvijnagels worden gestoken om schoten, vallen en andere lijnen op zeilschepen te beleggen (vast te zetten)
nagelbanken	=	nagelbank
nagelbankje	=	nagelbank
nagelbankjes	=	nagelbank
nagelbed	noun	een weefsel onder en achter de nagel, waar de nagel uitgroeit
nagelbedden	=	nagelbed
nagelbedje	=	nagelbed
nagelbedjes	=	nagelbed
nagelbeugel	noun	een klein hulpmiddel dat door een podotherapeut of medisch pedicure op een teennagel wordt geplaatst om de vorm te corrigeren.
nagelbeugels	=	nagelbeugel
nagelbeugeltje	=	nagelbeugel
nagelbeugeltjes	=	nagelbeugel
nagelbijt	=	nagelbijten
nagelbijten	verb	het afbijten van je nagels
nagelbijtend	adj	bezig op de nagels te bijten
nagelbijtende	=	nagelbijten
nagelbijtends	=	nagelbijtend
nagelbijter	noun	zenuwachtig persoon die veel op zijn of haar nagels bijt
nagelbijters	=	nagelbijter
nagelbijtertje	=	nagelbijter
nagelbijtertjes	=	nagelbijter
nagelborstel	noun	een kleine borstel die bedoeld is om de nagels te reinigen
nagelborstels	=	nagelborstel
nagelborsteltje	=	nagelborstel
nagelborsteltjes	=	nagelborstel
nagelde	=	nagelen
nagelden	=	nagelen
nagele	=	nagelen
nageleefd	=	naleven
nageleefde	=	naleven
nagelen	verb	met spijkers vastslaan
nagelend	=	nagelen
nagelende	=	nagelen
nageleverd	=	naleveren
nagelezen	=	nalezen
nagelheetmaker	noun|obsolete	een werkman op een scheepswerf, meestal nog een leerjongen, die de klinknagels verhitte vooraleer ze in het gat geklopt werden
nagelheetmakers	=	nagelheetmaker
nagelheetmakertje	=	nagelheetmaker
nagelheetmakertjes	=	nagelheetmaker
nagelijzer	noun	drevel
nagelijzers	=	nagelijzer
nagelijzertje	=	nagelijzer
nagelijzertjes	=	nagelijzer
nagelkaas	noun	met kruidnagels (of komijn) gekruide kaas
nagelkazen	=	nagelkaas
nagelknipper	noun	instrument om de nagels mee te knippen
nagelknippers	=	nagelknipper
nagelknippertje	=	nagelknipper
nagelknippertjes	=	nagelknipper
nagelkrabje	noun	Thia scutellata een krab uit de familie Thiidae, die algemeen wordt aangetroffen langs de Nederlandse en Belgische kust.
nagelkrabjes	=	nagelkrabje
nagelkruid	noun	een geslacht Geum van ongeveer vijftig soorten kruidachtige planten uit de rozenfamilie.
nagelkruiden	=	nagelkruid
nagelkruidgitje	noun	Cheilosia pubera een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
nagelkruidgitjes	=	nagelkruidgitje
nagelkruidje	=	nagelkruid
nagelkruidjes	=	nagelkruid
nagellak	noun	vernislak waarmee nagels met of zonder kleur gelakt kunnen worden
nagellakje	=	nagellak
nagellakjes	=	nagellak
nagellakken	=	nagellak
nagellakremover	noun	een vloeistof die je gebruikt om nagellak weer te verwijderen
nagellakremovers	=	nagellakremover
nagelnieuw	adj	volstrekt nieuw
nagelnieuwe	=	nagelnieuw
nagelnieuws	=	nagelnieuw
nagelopen	=	nalopen
nagelpalpje	noun	Gongylidiellum vivum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
nagelpalpjes	=	nagelpalpje
nagelpistolen	=	nagelpistool
nagelpistool	noun	apparaat dat met kracht spijkers kan uitschieten
nagelpistooltje	=	nagelpistool
nagelpistooltjes	=	nagelpistool
nagelriem	noun	de huidplooi rondom de nagel, die dient ter bescherming van het levende deel van de nagel
nagelriemen	=	nagelriem
nagelriempje	=	nagelriem
nagelriempjes	=	nagelriem
nagels	=	nagel
nagelschaar	noun	een speciale klein schaartje bedoeld om de nagels te knippen
nagelschaartje	=	nagelschaar
nagelschaartjes	=	nagelschaar
nagelscharen	=	nagelschaar
nagelsticker	noun	decoratief plakplaatje dat men ter versiering op de nagels kan aanbrengen
nagelstickers	=	nagelsticker
nagelstylist	noun	iemand die nagels, al of niet met gebruikmaking van kunstnagels, extra mooi maakt
nagelstylisten	=	nagelstylist
nagelt	=	nagelen
nageltang	noun	hulpmiddel om een randje van een nagel af te knippen
nageltangen	=	nageltang
nageltangetje	=	nageltang
nageltangetjes	=	nageltang
nageltje	=	nagel
nageltjes	=	nagel
nagelvast	adj	met spijkers vastgemaakt (en daarom horend bij het onroerend goed)
nagelvaste	=	nagelvast
nagelvaster	=	nagelvast
nagelvastere	=	nagelvast
nagelvasters	=	nagelvast
nagelvasts	=	nagelvast
nagelvastst	=	nagelvast
nagelvastste	=	nagelvast
nagelvijl	noun	fijne vijl waarmee de randen van de nagels worden bewerkt
nagelvijlen	=	nagelvijl
nagelvijltje	=	nagelvijl
nagelvijltjes	=	nagelvijl
nagelvormig	adj	vorm van een nagel hebbend
nagelvormige	=	nagelvormig
nagelvormiger	=	nagelvormig
nagelvormigere	=	nagelvormig
nagelvormigers	=	nagelvormig
nagelvormigs	=	nagelvormig
nagelvormigst	=	nagelvormig
nagelvormigste	=	nagelvormig
nagemaakt	=	namaken
nagemeten	=	nameten
nageniet	=	nagenieten
nageniete	=	nagenieten
nagenieten	verb	blijven genieten van iets dat al voorbij is
nagenietend	=	nagenieten
nagenietende	=	nagenieten
nagenoeg	adv	voor het overgrote deel
nagenoot	=	nagenieten
nagenoten	=	nagenieten
nageoogd	=	naogen
nageoogde	=	naogen
nagepeinsd	=	napeinzen
nageplozen	=	napluizen
nagepraat	=	napraten
nageprate	=	napraten
nagerecht	noun	het gerecht waarmee een maaltijd wordt afgesloten
nagerechten	=	nagerecht
nagerechtje	=	nagerecht
nagerechtjes	=	nagerecht
nagereden	=	narijden
nagereisd	=	nareizen
nagerekend	=	narekenen
nagerekende	=	narekenen
nagerend	=	narennen
nageroepen	=	naroepen
nagerold	=	narollen
nageschilderd	=	naschilderen
nageschilderde	=	naschilderen
nageschoold	=	nascholen
nageschoolde	=	nascholen
nageslacht	noun	afstammelingen, toekomstige generaties
nageslachten	=	nageslacht
nageslachtje	=	nageslacht
nageslachtjes	=	nageslacht
nageslagen	=	naslaan
nageslopen	=	nasluipen
nagesmeuld	=	nasmeulen
nagespeeld	=	naspelen
nagespeelde	=	naspelen
nagespeurd	=	naspeuren
nagespeurde	=	naspeuren
nagespoeld	=	naspoelen
nagespoelde	=	naspoelen
nagespoord	=	nasporen
nagespoorde	=	nasporen
nagesprek	noun	na afloop van een evenement of voorstelling met elkaar praten over wat men gezien en gehoord heeft
nagesprekje	=	nagesprek
nagesprekjes	=	nagesprek
nagesprekken	=	nagesprek
nagesproken	=	naspreken
nagestaard	=	nastaren
nagestaarde	=	nastaren
nagestreefd	=	nastreven
nagestreefde	=	nastreven
nagestuurd	=	nasturen
nagestuurde	=	nasturen
nagesynchroniseerd	adj	als er na de productie geluid is toegevoegd of vervangen aan een film
nagesynchroniseerde	=	nagesynchroniseerd
nagesynchroniseerds	=	nagesynchroniseerd
nagetafeld	=	natafelen
nagetafelde	=	natafelen
nagetekend	=	natekenen
nagetekende	=	natekenen
nageteld	=	natellen
nagetelde	=	natellen
nagetrapt	=	natrappen
nagetrild	=	natrillen
nagetrokken	=	natrekken
nagetuurd	=	naturen
nagetuurde	=	naturen
nageve	=	nageven
nageven	verb	later geven, erkennen
nagevend	=	nageven
nagevende	=	nageven
nagevlooid	=	navlooien
nagevlooide	=	navlooien
nagevoeld	=	navoelen
nagevoelde	=	navoelen
nagevolgd	=	navolgen
nagevolgde	=	navolgen
nagevorderd	=	navorderen
nagevorst	=	navorsen
nagevorste	=	navorsen
nagevraagd	=	navragen
nagevraagde	=	navragen
nagevuld	=	navullen
nagevulde	=	navullen
nagewas	noun	gewas dat na het hoofdgewas opgroeit; tweede oogst
nagewasje	=	nagewas
nagewasjes	=	nagewas
nagewassen	=	nagewas
nagewerkt	=	nawerken
nagewezen	=	nawijzen
nagewogen	=	nawegen
nagewuifd	=	nawuiven
nagewuifde	=	nawuiven
nagezegd	=	nazeggen
nagezegde	=	nazeggen
nagezet	=	nazetten
nagezeten	=	nazitten
nagezien	=	nazien
nageziene	=	nazien
nagezinderd	=	nazinderen
nagezocht	=	nazoeken
nagezochte	=	nazoeken
nagezonden	=	nazenden
nagezongen	=	nazingen
nagezwaaid	=	nazwaaien
nagezwaaide	=	nazwaaien
nageëchood	=	na-echoën
nagge	=	naggen
naggen	verb|informal	normafwijkend gedrag vertonen
naggend	=	naggen
naggende	=	naggen
naging	=	nagaan
naginge	=	nagaan
nagingen	=	nagaan
nagingt	=	nagaan
nagisting	noun	gistingsproces dat plaatsvindt na het bottelen
nagistingen	=	nagisting
naglans	noun	indirect licht dat nog zichtbaar blijft nadat een lichtbron niet meer direct zichtbaar is
naglansen	=	naglans
naglanzen	=	naglans
nagloei	=	nagloeien
nagloeide	=	nagloeien
nagloeiden	=	nagloeien
nagloeie	=	nagloeien
nagloeien	verb	tijdens het afkoelen nog warmte blijven afgeven
nagloeiend	=	nagloeien
nagloeiende	=	nagloeien
nagloeit	=	nagloeien
nagras	noun	gras dat op een weide groeit waarvan al eerder in het jaar het hooi is geoogst
nagrassen	=	nagras
nagt	=	naggen
nagtegaal	=	nachtegaal
nagtegael	=	nachtegaal
naheffen	verb	na langere tijd toch nog een belasting opleggen
naheffend	=	naheffen
naheffende	=	naheffen
naheffing	noun	belastingaanslag die volgt op de voorlopige aanslag
naheffingen	=	naheffing
naheffinkje	=	naheffing
naheffinkjes	=	naheffing
naheft	=	naheffen
nahield	=	nahouden
nahielde	=	nahouden
nahielden	=	nahouden
nahieldt	=	nahouden
nahikken	verb	maken van snikkende bewegingen na het huilen of lachen
nahikkend	=	nahikken
nahikkende	=	nahikken
nahol	=	nahollen
naholde	=	nahollen
naholden	=	nahollen
naholle	=	nahollen
nahollen	verb	iets of iemand ondoordacht en snel volgen of nadoen
nahollend	=	nahollen
nahollende	=	nahollen
naholt	=	nahollen
nahosser	noun	leraar die na 1985 in dienst trad dus na de Herstructurering Onderwijs Salarisstructuur (HOS)
nahossers	=	nahosser
nahou	=	nahouden
nahoud	=	nahouden
nahoude	=	nahouden
nahouden	verb	erop ~: hebben en in stand houden
nahoudend	=	nahouden
nahoudende	=	nahouden
nahoudt	=	nahouden
nahuwelijk	noun	de relatie die ex-partners blijven houden na beëindiging van hun huwelijk
nahuwelijken	=	nahuwelijk
naijver	=	na-ijver
naijverig	=	na-ijverig
naira	noun	munteenheid van Nigeria
naira's	=	naira
nairobisch	adj	op Nairobi betrekking hebbend
nairobische	=	nairobisch
najaag	=	najagen
najaagde	=	najagen
najaagden	=	najagen
najaagt	=	najagen
najaar	noun	herfst
najaarsaanbieding	noun	tijdelijke korting of speciaal aanbod dat door bedrijven wordt gedaan tijdens het najaar (herfst)
najaarsaanbiedingen	=	najaarsaanbieding
najaarsaanbiedinkje	=	najaarsaanbieding
najaarsaanbiedinkjes	=	najaarsaanbieding
najaarsavond	noun	de uren tussen de middag en de nachtelijke uren van een dag in het najaar.
najaarsavonden	=	najaarsavond
najaarsavondje	=	najaarsavond
najaarsavondjes	=	najaarsavond
najaarsboomspanner	noun	Alsophila aceraria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
najaarsboomspanners	=	najaarsboomspanner
najaarsboomspannertje	=	najaarsboomspanner
najaarsboomspannertjes	=	najaarsboomspanner
najaarscollectie	noun	geheel van nieuw ontworpen kleding voor de herfst van een bepaald jaar zoals dat door een modehuis of kledingzaak wordt aangeboden
najaarscollecties	=	najaarscollectie
najaarsdag	noun	tijd tussen zonsopgang en zonsondergang in de periode na de zomer en voor de winter
najaarsdagen	=	najaarsdag
najaarskermis	noun	een kermis die in het najaar georganiseerd wordt
najaarskermisje	=	najaarskermis
najaarskermisjes	=	najaarskermis
najaarskermissen	=	najaarskermis
najaarsklassieker	noun	elk van de eendaagse wedstrijden voor professionals die traditioneel in de herfst worden gehouden
najaarsklassiekers	=	najaarsklassieker
najaarskleding	noun	de kleren die specifiek worden gedragen in de overgangsperiode tussen zomer en winter.
najaarsmiddag	noun	de uren tussen de ochtend en de avond van een dag in het najaar.
najaarsmiddagen	=	najaarsmiddag
najaarsmiddagje	=	najaarsmiddag
najaarsmiddagjes	=	najaarsmiddag
najaarsmorgen	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in het najaar.
najaarsmorgens	=	najaarsmorgen
najaarsmorgentje	=	najaarsmorgen
najaarsmorgentjes	=	najaarsmorgen
najaarsnacht	noun	de uren tussen de avond en de ochtend van een dag in het najaar.
najaarsnachten	=	najaarsnacht
najaarsnachtje	=	najaarsnacht
najaarsnachtjes	=	najaarsnacht
najaarsochtend	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in het najaar.
najaarsochtenden	=	najaarsochtend
najaarsochtendje	=	najaarsochtend
najaarsochtendjes	=	najaarsochtend
najaarssemester	noun	opleiding van een half jaar die begint in het najaar
najaarssemesters	=	najaarssemester
najaarsspanner	noun	Agriopis aurantiaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae
najaarsspanners	=	najaarsspanner
najaarsspannertje	=	najaarsspanner
najaarsspannertjes	=	najaarsspanner
najaarsstorm	noun	een storm die in het jaargetijde van de herfst woedt
najaarsstormen	=	najaarsstorm
najaarsstormpje	=	najaarsstorm
najaarsstormpjes	=	najaarsstorm
najaarstrek	noun	de reis die een soort in de herfst aflegt
najaarstrekken	=	najaarstrek
najaarsuitverkoop	noun	een gelegenheid in het najaar waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
najaarsuitverkopen	=	najaarsuitverkoop
najaarsvakantie	noun	officiële schoolvakantie van één week die doorgaans halverwege oktober of begin november valt
najaarsvakanties	=	najaarsvakantie
najaarsvakantietje	=	najaarsvakantie
najaarsvakantietjes	=	najaarsvakantie
najaarsvlucht	noun	een reis met een vliegtuig in het najaar
najaarsvluchten	=	najaarsvlucht
najaarszon	noun	het licht van de laagstaande zon in de herfst
najaarszonnen	=	najaarszon
najaarszonnetje	=	najaarszon
najaarszonnetjes	=	najaarszon
najaartje	=	najaar
najaartjes	=	najaar
najade	noun	waternimf
najaden	=	najade
najage	=	najagen
najagen	verb	achter iets aanzitten
najagend	=	najagen
najagende	=	najagen
najaren	=	najaar
najoeg	=	najagen
najoege	=	najagen
najoegen	=	najagen
najoegt	=	najagen
najouw	=	najouwen
najouwde	=	najouwen
najouwden	=	najouwen
najouwe	=	najouwen
najouwen	verb	om van zijn afkeuring en minachting blijk te geven iemand spottend en schimpend naroepen
najouwend	=	najouwen
najouwende	=	najouwen
najouwt	=	najouwen
nakaart	=	nakaarten
nakaarte	=	nakaarten
nakaarten	verb	na afloop van een gebeurtenis, deze gebeurtenis met elkaar bespreken, praten over iets dat al geëindigd is
nakaartend	=	nakaarten
nakaartende	=	nakaarten
nakaartte	=	nakaarten
nakaartten	=	nakaarten
nakauw	=	nakauwen
nakauwde	=	nakauwen
nakauwden	=	nakauwen
nakauwe	=	nakauwen
nakauwen	verb	steeds maar weer over hetzelfde blijven nadenken
nakauwend	=	nakauwen
nakauwende	=	nakauwen
nakauwt	=	nakauwen
nake	=	naken
nakeek	=	nakijken
nakeekt	=	nakijken
nakeke	=	nakijken
nakeken	=	nakijken
naken	verb	dicht naderen, te gebeuren staan
nakend	adj	in de nabije toekomst gebeurend
nakende	=	naken
nakender	=	nakend
nakendere	=	nakend
nakenders	=	nakend
nakends	=	nakend
nakendst	=	nakend
nakendste	=	nakend
nakermis	noun	de zondag na de kermis
nakeuring	noun	een tweede keuring nadat er al een eerste beoordeling is geweest
nakeuringen	=	nakeuring
nakeurspelling	noun	naam voor de bij stemmingsbesluit van 1946 en 1947 ingevoerde toegelaten spelling
nakeurspellingen	=	nakeurspelling
nakie	noun	het lichaam dat niet bedekt is met kleren
nakies	=	nakie
nakijk	=	nakijken
nakijke	=	nakijken
nakijken	verb	iets ~: corrigeren van een geschreven tekst of huiswerk	noun	~ geven: iemand overklassen
nakijkend	=	nakijken
nakijkende	=	nakijken
nakijkt	=	nakijken
nakijkwerk	noun	het controleren en corrigeren van schriftelijke taken van leerlingen door leraren
nakijkwerken	=	nakijkwerk
nakind	noun	kind uit een tweede of volgend huwelijk
nakinderen	=	nakind
nakindje	=	nakind
nakindjes	=	nakind
nakketikker	noun	ontzettend irritant persoon, een beledigend woord gebruikt om intens vervelende mensen iets toe te roepen zonder over te gaan op echte scheldwoorden
nakketikkers	=	nakketikker
nakketikkertje	=	nakketikker
nakketikkertjes	=	nakketikker
naklank	noun	echo
naklanken	=	naklank
naklink	=	naklinken
naklinke	=	naklinken
naklinken	verb	weergalmen
naklinkend	=	naklinken
naklinkende	=	naklinken
naklinkt	=	naklinken
naklonk	=	naklinken
naklonken	=	naklinken
nakom	=	nakomen
nakome	=	nakomen
nakomeling	noun	bloedverwant in neerdalende lijn
nakomelingen	=	nakomeling
nakomelingetje	=	nakomeling
nakomelingetjes	=	nakomeling
nakomelingschap	noun	nageslacht
nakomelingschappen	=	nakomelingschap
nakomen	verb	iets ~:aan een verplichting voldoen
nakomend	=	nakomen
nakomende	=	nakomen
nakomer	noun	iemand die de opvolger van iemand is, de volgende geslachten in de familie, afstammeling
nakomers	=	nakomer
nakomertje	=	nakomer
nakomertjes	=	nakomer
nakoming	noun	het daadwerkelijk doen wat beloofd of afgesproken is
nakomingen	=	nakoming
nakomt	=	nakomen
nakroost	noun	kinderen en kleinkinderen
nakroostje	=	nakroost
nakroostjes	=	nakroost
naks	pron	niks
nakwaamt	=	nakomen
nakwam	=	nakomen
nakwame	=	nakomen
nakwamen	=	nakomen
nakweek	noun	dieren die gekweekt zijn uit wilde exemplaren
nalaast	=	nalezen
nalaat	=	nalaten
nalas	=	nalezen
nalate	=	nalaten
nalaten	verb	iets niet doen, dat men had zullen of moeten doen
nalatend	=	nalaten
nalatende	=	nalaten
nalatenschap	noun	het geheel aan bezittingen en schulden dat door de erflater bij zijn overlijden wordt overgedragen aan de erfgenamen
nalatenschapje	=	nalatenschap
nalatenschapjes	=	nalatenschap
nalatenschappen	=	nalatenschap
nalatig	adj	niet gedaan hebbend wat eigenlijk wel zou moeten
nalatige	=	nalatig
nalatiger	=	nalatig
nalatigere	=	nalatig
nalatigers	=	nalatig
nalatigheden	=	nalatigheid
nalatigheid	noun	een fout doordat er iets nagelaten wordt
nalatigheidje	=	nalatigheid
nalatigheidjes	=	nalatigheid
nalatigs	=	nalatig
nalatigst	=	nalatig
nalatigste	=	nalatig
nalazen	=	nalezen
nalbufine	noun	een geneesmiddelengroep van pijnbestrijders (analgetica) met opioïde (morfine-achtige) eigenschappen
nalbufinen	=	nalbufine
naleef	=	naleven
naleefde	=	naleven
naleefden	=	naleven
naleeft	=	naleven
nalees	=	nalezen
naleest	=	nalezen
naleve	=	naleven
naleven	verb	zich houden aan een verplichting
nalevend	=	naleven
nalevende	=	naleven
nalevens	=	naleven
nalever	=	naleveren
naleverde	=	naleveren
naleverden	=	naleveren
nalevere	=	naleveren
naleveren	verb	nog wat leveren nadat de eigenlijke hoofdlevering gedaan is
naleverend	=	naleveren
naleverende	=	naleveren
nalevering	noun	een extra bezorging nadat een eerdere (onvolledige) bezorging heeft plaatsgevonden
naleveringen	=	nalevering
nalevert	=	naleveren
naleving	noun	het naleven
nalevingen	=	naleving
naleze	=	nalezen
nalezen	verb	iets ~ iets nogmaals lezen, gewoonlijk om te zien of men niet iets over het hoofd gezien heeft
nalezend	=	nalezen
nalezende	=	nalezen
nalezing	noun	het opnieuw lezen van een tekst
nalezingen	=	nalezing
naliep	=	nalopen
naliepe	=	nalopen
naliepen	=	nalopen
naliept	=	nalopen
naliet	=	nalaten
naliete	=	nalaten
nalieten	=	nalaten
nalolokamtandslijmvis	noun	Ecsenius minutus een straalvinnige vissensoort uit de familie van naakte slijmvissen (Blenniidae).
nalolokamtandslijmvisje	=	nalolokamtandslijmvis
nalolokamtandslijmvisjes	=	nalolokamtandslijmvis
nalolokamtandslijmvissen	=	nalolokamtandslijmvis
naloop	=	nalopen
naloopt	=	nalopen
nalope	=	nalopen
nalopen	verb	van een uurwerk dat het uurwerk een eerdere tijd aangeeft dan het in werkelijkheid is
nalopend	=	nalopen
nalopende	=	nalopen
naloper	noun	persoon die iets of iemand (kritiekloos) volgt
nalopers	=	naloper
nam	=	nemen
namaak	noun	al wat nagemaakt (niet echt) is
namaakbont	noun	nagebootste vacht van pelsdieren (gemaakt omdat het goedkoper is of om dierenleed te vermijden)
namaaksel	noun	iets wat niet door de originele maker is gemaakt maar door iemand anders
namaaksels	=	namaaksel
namaakt	=	namaken
namaakte	=	namaken
namaakten	=	namaken
namake	=	namaken
namaken	verb	imiteren van een reeds bestaand voorbeeld
namakend	=	namaken
namakende	=	namaken
namaker	noun	iemand die producten van een ander (bedrijf) kopieert zonder dat daar toestemming voor gegeven is; schender van het copyright
namakers	=	namaker
namaking	noun	het fabriceren van goederen of diensten die lijken op een bestaand origineel.
namakingen	=	namaking
namakinkje	=	namaking
namakinkjes	=	namaking
namaquaduinmolrat	noun	Bathyergus janetta knaagdier uit de familie van de Bathyergidae.
namaquaduinmolratje	=	namaquaduinmolrat
namaquaduinmolratjes	=	namaquaduinmolrat
namaquaduinmolratten	=	namaquaduinmolrat
namaqualeeuwerik	noun	Spizocorys sclateri een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
namaqualeeuweriken	=	namaqualeeuwerik
namaqualeeuwerikje	=	namaqualeeuwerik
namaqualeeuwerikjes	=	namaqualeeuwerik
namaquaprinia	noun	Phragmacia substriata een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
namaquaprinia's	=	namaquaprinia
namaquapriniaatje	=	namaquaprinia
namaquapriniaatjes	=	namaquaprinia
namaquazandhoen	noun	Pterocles namaqua een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae)
namaquazandhoenderen	=	namaquazandhoen
namaquazandhoenders	=	namaquazandhoen
namaquazandhoendertje	=	namaquazandhoen
namaquazandhoendertjes	=	namaquazandhoen
namaquazandhoenen	=	namaquazandhoen
namaquazandhoentje	=	namaquazandhoen
namaquazandhoentjes	=	namaquazandhoen
namat	=	nameten
namaten	=	nameten
namdaphaglijvlieger	noun	Biswamoyopterus biswasi knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
namdaphaglijvliegers	=	namdaphaglijvlieger
namdaphaglijvliegertje	=	namdaphaglijvlieger
namdaphaglijvliegertjes	=	namdaphaglijvlieger
name	=	naam
namedropping	noun	noemen van namen van bekende personen om de belangrijkheid van spreker of schrijver zelf aan te tonen
nameet	=	nameten
namelick	=	namelijk
namelijk	adv	met name genoemd: luidt een nadere precisering in
namelijke	=	namelijk
nameloos	adj	waar geen naam voor is
nameloost	=	nameloos
namelooste	=	nameloos
nameloze	=	nameloos
namelozer	=	nameloos
namelozere	=	nameloos
namelozers	=	nameloos
namen	=	naam
namenaar	noun	een inwoner van Namen, of iemand afkomstig uit Namen
namenaars	=	namenaar
namenaren	=	namenaar
namenlijk	=	namelijk
namenlijke	=	namelijk
namenlijst	noun	opsomming van een aantal namen
namenlijsten	=	namenlijst
namenlijstje	=	namenlijst
namenlijstjes	=	namenlijst
namenregister	noun	alfabetische lijst achter in een boek met de namen van ter sprake gekomen personen
namenregisters	=	namenregister
namenregistertje	=	namenregister
namenregistertjes	=	namenregister
namens	prep	iemand in naam vertegenwoordigend
namentlijk	=	namelijk
namentlijke	=	namelijk
namete	=	nameten
nameten	verb	door meten controleren (van een reeds vermoed resultaat)
nametend	=	nameten
nametende	=	nameten
nameting	noun	controle meting nadat iets eerder is gemeten
nametingen	=	nameting
namibisch	adj	op Namibië betrekking hebbend
namibische	noun	een vrouwelijke inwoner van Namibië, of een vrouw afkomstig uit Namibië
namibischen	=	namibische
namibischer	=	namibisch
namibischere	=	namibisch
namibischers	=	namibisch
namibischt	=	namibisch
namibischte	=	namibisch
namibiër	noun	een inwoner van Namibië, of iemand afkomstig uit Namibië
namibiërs	=	namibiër
namibleeuwerik	noun	Ammomanopsis grayi een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken)
namibleeuweriken	=	namibleeuwerik
namibleeuwerikje	=	namibleeuwerik
namibleeuwerikjes	=	namibleeuwerik
namiddag	noun	tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de middag, ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur
namiddagen	=	namiddag
namiddaggebed	noun	godsdienstoefening die dagelijks in de namiddag hoort plaats te vinden
namiddaggebeden	=	namiddaggebed
namiddaggebedje	=	namiddaggebed
namiddaggebedjes	=	namiddaggebed
namiddagje	=	namiddag
namiddagjes	=	namiddag
namiddagzon	noun	de al wat verzwakkende zonneschijn op het einde van de middag
namiddagzonnen	=	namiddagzon
namiddagzonnetje	=	namiddagzon
namiddagzonnetjes	=	namiddagzon
naming-and-shaming	noun	het met naam en toenaam bekend maken van personen die in gebreke zouden gebleven zijn
namnam	noun	Cynometra cauliflora een groenblijvende, langzaam groeiende, diep vertakte, struik of 5-15 m hoge boom met een dikke stam, die van nature voorkomt in tropisch Azië.
namuli-apalis	noun	Apalis lynesi een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
namuli-apalisje	=	namuli-apalis
namuli-apalisjes	=	namuli-apalis
namuli-apalissen	=	namuli-apalis
nanacht	noun	laatste deel van de nacht vlak voor zonsopgang
nanachten	=	nanacht
nandayparkiet	noun	Aratinga nenday een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
nandayparkieten	=	nandayparkiet
nandayparkietje	=	nandayparkiet
nandayparkietjes	=	nandayparkiet
nanderbaarzen	noun	een familie Nandidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
nandoe	noun	bepaald soort Zuid-Amerikaanse vogel Rhea americana uit de familie Rheidae
nandoes	noun	Rheidae een familie van loopvogels.
nandoesluiper	noun	Sylviorthorhynchus desmurii een zangvogel uit de familie Furnariidae (Ovenvogels)
nandoesluipers	=	nandoesluiper
nandoesluipertje	=	nandoesluiper
nandoesluipertjes	=	nandoesluiper
nandrolon	noun	een anabool steroïd met een gering masculiniserend effect
nandrolonzaak	noun	doping met behulp van nandrolon, een anabool steroïd met een gering masculiniserend effect.
nandrolonzaakje	=	nandrolonzaak
nandrolonzaakjes	=	nandrolonzaak
nandrolonzaken	=	nandrolonzaak
naneef	noun|obsolete	volle neef
naneefje	=	naneef
naneefjes	=	naneef
naneven	=	naneef
nangka	noun	Artocarpus heterophyllus een tot 30 m hoge groenblijvende boom uit de moerbeifamilie (Moraceae), die inheems is in de oerwouden van Indonesië, Maleisië, India, Sri Lanka, Vietnam, Suriname, en de Filipijnen.
nangka's	=	nangka
nanking	noun	dichte roodgele Chinese katoenen stof
nanny	noun	vrouw die zorgt voor de kinderen van haar opdrachtgevers
nanny's	=	nanny
nano-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan één miljardste ohm of 0,000.001 milliohm, weergegeven met symbool nΩ
nano-ohmpje	=	nano-ohm
nano-ohmpjes	=	nano-ohm
nano-ohms	=	nano-ohm
nanoampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan één miljardste ampère of 0,000.001 milliampère, weergegeven met symbool nA
nanoampères	=	nanoampère
nanoampèretje	=	nanoampère
nanoampèretjes	=	nanoampère
nanoarchaeota	noun	stam binnen de oerbacteriën, Nanoarchaeota, waarvan de leden opvallen door extreem kleine omvang
nanobecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan één miljardste becquerel of 0,000.001 millibecquerel, weergegeven met symbool nBq
nanobecquerels	=	nanobecquerel
nanobuis	noun	zeer kleine, buisvormige, zeer sterke, stroomgeleidende koolstofmolecule, die uitermate geschikt is voor elektronische en mechanische toepassingen, zoals bij de productie van kleurenbeeldschermen
nanobuisje	=	nanobuis
nanobuisjes	=	nanobuis
nanobuizen	=	nanobuis
nanocandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan één miljardste candela of 0,000.001 millicandela, weergegeven met symbool ncd
nanocandela's	=	nanocandela
nanocoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan één miljardste coulomb of 0,000.001 millicoulomb, weergegeven met symbool nC
nanocoulombs	=	nanocoulomb
nanocoulombtje	=	nanocoulomb
nanocoulombtjes	=	nanocoulomb
nanodeeltje	noun	een deeltje met afmetingen in de orde van 1-100 nanometer.
nanodeeltjes	=	nanodeeltje
nanoen	noun	namiddag, middag
nanoenen	=	nanoen
nanofarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan één miljardste farad of 0,000.001 millifarad, weergegeven met symbool nF
nanofaradje	=	nanofarad
nanofaradjes	=	nanofarad
nanofarads	=	nanofarad
nanogram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van één miljardste gram of 0,000.001 milligram, weergegeven met symbool ng
nanogrammen	=	nanogram
nanogrammetje	=	nanogram
nanogrammetjes	=	nanogram
nanogray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan één miljardste gray of 0,000.001 milligray, weergegeven met symbool nGy
nanograys	=	nanogray
nanograytje	=	nanogray
nanograytjes	=	nanogray
nanohenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan één miljardste henry of 0,000.001 millihenry, weergegeven met symbool nH
nanohenry's	=	nanohenry
nanohenry'tje	=	nanohenry
nanohenry'tjes	=	nanohenry
nanohertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan één miljardste hertz of 0,000.001 millihertz, weergegeven met symbool nHz
nanojoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan één miljardste joule of 0,000.001 millijoule, weergegeven met symbool nJ
nanojoules	=	nanojoule
nanokatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan één miljardste katal of 0,000.001 millikatal, weergegeven met symbool nkat
nanokatals	=	nanokatal
nanokelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan één miljardste kelvin of 0,000.001 millikelvin, weergegeven met symbool nK
nanoliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,000.000.001 liter, weergegeven met symbool nl, nL of nℓ
nanoliters	=	nanoliter
nanolitertje	=	nanoliter
nanolitertjes	=	nanoliter
nanolumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan één miljardste lumen of 0,000.001 millilumen, weergegeven met symbool nlm
nanolumens	=	nanolumen
nanolux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan één miljardste lux of 0,000.001 millilux, weergegeven met symbool nlx
nanometer	noun	een lengtemaat met een waarde van één miljardste meter of 0,000.001 millimeter, weergegeven met symbool nm
nanometers	=	nanometer
nanometertje	=	nanometer
nanometertjes	=	nanometer
nanomol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan één miljardste mol of 0,000.001 millimol, weergegeven met symbool nmol
nanomolen	=	nanomol
nanonewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan één miljardste newton of 0,000.001 millinewton, weergegeven met symbool nN
nanonewtons	=	nanonewton
nanopascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan één miljardste pascal of 0,000.001 millipascal, weergegeven met symbool nPa
nanoporeus	adj	met poriën ter grootte van enige nanometers
nanoporeuze	=	nanoporeus
nanoporositeit	noun	de aanwezigheid van poriën in de grootteorde van enige nanometers
nanoseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van één miljardste seconde of 0,000.001 milliseconde, weergegeven met symbool ns
nanoseconden	=	nanoseconde
nanosecondes	=	nanoseconde
nanosiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan één miljardste siemens of 0,000.001 millisiemens, weergegeven met symbool nS
nanosiemensen	=	nanosiemens
nanosiemensje	=	nanosiemens
nanosiemensjes	=	nanosiemens
nanosievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan één miljardste sievert of 0,000.001 millisievert, weergegeven met symbool nSv
nanotech	noun	ontwikkeling en toepassing van materialen en componenten die iets groter zijn dan individuele atomen en moleculen, minder dan 100 nanometer groot
nanotechnologie	noun	technologie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van materialen en componenten die iets groter zijn dan individuele atomen en moleculen. (minder dan 100 nanometer)
nanotechnologieën	=	nanotechnologie
nanotechnologisch	adj	betreffende de techniek die zich bezighoudt met het manipuleren van materie op extreem kleine schaal, doorgaans kleiner dan 100 nanometer.
nanotechnologische	=	nanotechnologisch
nanotechnologischer	=	nanotechnologisch
nanotechnologischere	=	nanotechnologisch
nanotechnologischers	=	nanotechnologisch
nanotesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan één miljardste tesla of 0,000.001 millitesla, weergegeven met symbool nT
nanotijdperk	noun	tijdperk waarin de nanotechnologie zich ontwikkelt en wordt toegepast
nanotijdperken	=	nanotijdperk
nanovolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan één miljardste volt of 0,000.001 millivolt, weergegeven met symbool nV
nanovoltje	=	nanovolt
nanovoltjes	=	nanovolt
nanovolts	=	nanovolt
nanowatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan één miljardste watt of 0,000.001 milliwatt, weergegeven met symbool nW
nanowatts	=	nanowatt
nanoweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan één miljardste weber of 0,000.001 milliweber, weergegeven met symbool nWb
nanowebers	=	nanoweber
naoge	=	naogen
naogen	verb	iets of iemand met de ogen volgen
naogend	=	naogen
naogende	=	naogen
naolympisch	adj	betreffende de periode na de Olympische Spelen
naolympische	=	naolympisch
naolympischer	=	naolympisch
naolympischere	=	naolympisch
naolympischers	=	naolympisch
naoog	=	naogen
naoogde	=	naogen
naoogden	=	naogen
naoogst	noun	tweede oogst van een teelt
naoogsten	=	naoogst
naoogt	=	naogen
naoorlogs	adj	van na de oorlog (vaak de Tweede Wereldoorlog)
naoorlogse	=	naoorlogs
naoorlogser	=	naoorlogs
naoorlogsere	=	naoorlogs
naoorlogsers	=	naoorlogs
naoorlogst	=	naoorlogs
naoorlogste	=	naoorlogs
nap	noun	houten kom
napalm	noun	benzine waaraan als verdikkingsmiddel een mengsel van naftenaat en palmitaat is toegevoegd om te gebruiken als vulling van brandbommen
napalmbom	noun	met napalm gevulde brandbom
napalmbombardement	noun	een militaire aanval die door de luchtmacht wordt uitgevoerd door het afwerpen van napalm vanuit een bommenwerper
napalmbombardementen	=	napalmbombardement
napalmbombardementje	=	napalmbombardement
napalmbombardementjes	=	napalmbombardement
napalmbommen	=	napalmbom
napalmbommetje	=	napalmbom
napalmbommetjes	=	napalmbom
napeins	=	napeinzen
napeinsde	=	napeinzen
napeinsden	=	napeinzen
napeinst	=	napeinzen
napeinze	=	napeinzen
napeinzen	verb	nadenken
napeinzend	=	napeinzen
napeinzende	=	napeinzen
napi	noun	bepaald soort klimplant Dioscorea trifida, een soort yam die onder meer voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika
napi's	=	napi
napijn	noun	een pijn die aanwezig blijft nadat de oorzaak van de pijn is verdwenen of uitgewerkt
napijnen	=	napijn
napijntje	=	napijn
napijntjes	=	napijn
napje	=	nap
napjes	=	nap
napjesdragersfamilie	noun	een van de belangrijkste families Fagaceae van bomen op het noordelijk halfrond.
napjesdragersfamilietje	=	napjesdragersfamilie
naploos	=	napluizen
naploost	=	napluizen
naplozen	=	napluizen
napluis	=	napluizen
napluist	=	napluizen
napluize	=	napluizen
napluizen	verb	iets tot in de details nagaan
napluizend	=	napluizen
napluizende	=	napluizen
napoleon	noun	gouden munt met een waarde van 20 francs
napoleonnetje	noun	alleen verkleinwoord Estrilda troglodytes een klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), oorspronkelijk afkomstig uit West- en Midden-Afrika
napoleonnetjes	=	napoleonnetje
napoleons	=	napoleon
napoleontisch	adj	betrekking hebbend op de dictator Napoleon Bonaparte
napoleontische	=	napoleontisch
napoleontischer	=	napoleontisch
napoleontischere	=	napoleontisch
napoleontischers	=	napoleontisch
napoleonvis	noun	Cheilinus undulatus een vis die onder andere voor komt in de Rode Zee en de Arabische Zee.
napoleonvisje	=	napoleonvis
napoleonvisjes	=	napoleonvis
napoleonvissen	noun	een familie Tetrarogidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
napoleonwever	noun	Euplectes afer een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers)
napoleonwevers	=	napoleonwever
napoleonwevertje	=	napoleonwever
napoleonwevertjes	=	napoleonwever
napolitaan	noun	een inwoner van Napels, of iemand afkomstig uit Napels
napolitaans	adj	afkomstig uit, met betrekking tot, of zoals gebruikelijk, in Napels
napolitaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Napels, of een vrouw afkomstig uit Napels
napolitaansen	=	napolitaanse
napolitaanser	=	napolitaans
napolitaansere	=	napolitaans
napolitaansers	=	napolitaans
napolitaanst	=	napolitaans
napolitaanstalig	adj	de Napolitaanse taal sprekend
napolitaanstalige	=	napolitaanstalig
napolitaanstaligs	=	napolitaanstalig
napolitaanste	=	napolitaans
napolitaantje	=	napolitaan
napolitaantjes	=	napolitaan
napolitanen	=	napolitaan
naposabelvleugel	noun	Campylopterus villaviscensio een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
naposabelvleugelen	=	naposabelvleugel
naposabelvleugels	=	naposabelvleugel
naposabelvleugeltje	=	naposabelvleugel
naposabelvleugeltjes	=	naposabelvleugel
nappa	noun	een gedekt, doorgeverfd (aan beide kanten dezelfde kleur) leer dat meestal afkomstig is van lams- of schapenhuid	adj	van nappaleer gemaakt
nappa's	=	nappa
nappaleer	noun	een gedekt, doorgeverfd (aan beide kanten dezelfde kleur) leer dat meestal afkomstig is van lams- of schapenhuid
nappeer	=	napperen
nappeerde	=	napperen
nappeerden	=	napperen
nappeert	=	napperen
nappen	=	nap
nappere	=	napperen
napperen	verb	met saus overgieten
napperend	=	napperen
napperende	=	napperen
napperon	noun	klein kleedje voor op tafel, m.n. bedoeld om een vaas of serviesgoed op te plaatsen
napperons	=	napperon
napraat	noun	het napraten
napraatje	=	napraat
napraatjes	=	napraat
napraatte	=	napraten
napraatten	=	napraten
naprate	=	napraten
napraten	verb	na een gebeurtenis even met elkaar praten over wat er gebeurd is en andere zaken
napratend	=	napraten
napratende	=	napraten
naprater	noun	een persoon die gedachteloos anderen napraat of nabootst
napraters	=	naprater
napratertje	=	naprater
napratertjes	=	naprater
napret	noun	het plezier dat je beleeft door je een leuke gebeurtenis te herinneren
napretje	=	napret
napretjes	=	napret
napvormig	adj	vorm van een nap hebbend
napvormige	=	napvormig
napvormiger	=	napvormig
napvormigere	=	napvormig
napvormigers	=	napvormig
napvormigs	=	napvormig
napvormigst	=	napvormig
napvormigste	=	napvormig
nar	noun	iemand die anderen vermaakt door zich in opvallende kleding dwaas te gedragen
narc	noun	narcist
narcis	noun	benaming voor planten uit het geslacht Narcissus, bolgewassen uit de narcissenfamilie
narcisamaniet	noun	Amanita gemmata een schimmel behorend tot de familie Amanitaceae.
narcisamanieten	=	narcisamaniet
narcisamanietje	=	narcisamaniet
narcisamanietjes	=	narcisamaniet
narcisfamilie	noun	een familie Amaryllidaceae van eenzaadlobbige, kruidachtige planten.
narcisfamilietje	=	narcisfamilie
narcisje	=	narcis
narcisjes	=	narcis
narcisklokje	noun	een geslacht Leucojum van bolgewassen uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
narcisklokjes	=	narcisklokje
narcisme	noun	een teveel aan eigenliefde, egoïsme, dominantie, ambitie, en een gebrek aan inlevingsvermogen
narcismineervlieg	noun	Norellia spinipes een vliegensoort uit de familie van de drekvliegen (Scathophagidae).
narcismineervliegen	=	narcismineervlieg
narcismineervliegje	=	narcismineervlieg
narcismineervliegjes	=	narcismineervlieg
narcisridderzwam	noun	Tricholoma sulphureum een schimmel uit de familie Tricholomataceae.
narcisridderzwammen	=	narcisridderzwam
narcisridderzwammetje	=	narcisridderzwam
narcisridderzwammetjes	=	narcisridderzwam
narcissen	=	narcis
narcissengeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1007 ( ).	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1007 ( ).
narcissengeels	=	narcissengeel
narcissengele	=	narcissengeel
narcissi	=	narcis
narcisstromabekertje	noun	Stromatinia narcissi een schimmel behorend tot de familie Sclerotiniaceae.
narcisstromabekertjes	=	narcisstromabekertje
narcist	noun	iemand wiens gedrag wordt gekenmerkt door een obsessie met de persoon zelf (vaak het uiterlijk), egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan inlevingsvermogen
narcisten	=	narcist
narcistisch	adj	met de eigenschappen van de narcist
narcistische	=	narcistisch
narcistischer	=	narcistisch
narcistischere	=	narcistisch
narcistischers	=	narcistisch
narcistischt	=	narcistisch
narcistischte	=	narcistisch
narcistje	=	narcist
narcistjes	=	narcist
narcje	=	narc
narcjes	=	narc
narco	noun	iemand die narcotica fabriceert of er in handelt
narco's	=	narco
narcoanalyse	noun	psychische behandelingsmethode met verdovende middelen om een toestand van halfslaap op te wekken
narcoanalyses	=	narcoanalyse
narcocratie	noun	staat waar grootschalige productie van en/of handel in narcotica plaatsvindt, vaak met hulp van de autoriteiten
narcocratietje	=	narcocratie
narcocratietjes	=	narcocratie
narcocratieën	=	narcocratie
narcodollars	noun	dollars afkomstig uit de narcoticahandel
narcolepsie	noun	ziektetoestand die zich kenmerkt door aanvallen van onbedwingbare slaap
narcoleptisch	adj	betreft een persoon die lijdt aan narcolepsie, een zeldzame, chronische neurologische slaapstoornis
narcoleptische	=	narcoleptisch
narcoleptischer	=	narcoleptisch
narcoleptischere	=	narcoleptisch
narcoleptischers	=	narcoleptisch
narcomanie	noun	verslaving aan verdovende middelen
narcomobilist	noun	automobilist die onder invloed is van verdovende middelen
narcomobilisten	=	narcomobilist
narcondamjaarvogel	noun	Rhyticeros narcondami een neushoornvogel die alleen voorkomt op Narcondam, een klein vulkanisch eiland (7 km²) ten oosten van de Andamanen, een eilandenreeks in de Indische Oceaan die tot India behoort.
narcondamjaarvogels	=	narcondamjaarvogel
narcondamjaarvogeltje	=	narcondamjaarvogel
narcondamjaarvogeltjes	=	narcondamjaarvogel
narcose	noun	een kunstmatige algehele verdoving
narcosebox	noun	doos met een verhoogd CO₂-gehalte waarin te castreren biggen verdoofd kunnen worden
narcoseboxen	=	narcosebox
narcoses	=	narcose
narcosetje	=	narcose
narcosetjes	=	narcose
narcostaat	noun	staat waar grootschalige productie van en/of handel in narcotica plaatsvindt
narcostaatje	=	narcostaat
narcostaatjes	=	narcostaat
narcostaten	=	narcostaat
narcoterrorisme	noun	het ontwrichten van een samenleving door terreurdaden van drugsbendes
narcoterrorist	noun	uitoefenaar van narcoterrorisme
narcoterroristen	=	narcoterrorist
narcoterroristje	=	narcoterrorist
narcoterroristjes	=	narcoterrorist
narcotica	=	narcoticum
narcoticabrigade	noun	politieafdeling belast met delicten rond verboden verdovende middelen
narcoticabrigaden	=	narcoticabrigade
narcoticabrigades	=	narcoticabrigade
narcoticateam	noun	politieteam belast met de opsporing van narcotica en drugshandelaren
narcoticateams	=	narcoticateam
narcoticum	noun	een verdovend middel
narcoticumpje	=	narcoticum
narcotine	noun	uit opium verkregen slaapverwekkend verdovend middel dat minder krachtig is dan morfine
narcotisch	adj	van de aard van narcose
narcotische	=	narcotisch
narcotischer	=	narcotisch
narcotischere	=	narcotisch
narcotischers	=	narcotisch
narcotiseer	=	narcotiseren
narcotiseerde	=	narcotiseren
narcotiseerden	=	narcotiseren
narcotiseert	=	narcotiseren
narcotisere	=	narcotiseren
narcotiseren	verb	onder narcose brengen
narcotiserend	=	narcotiseren
narcotiserende	=	narcotiseren
narcotiseur	noun	anesthesist
narcotiseurs	=	narcotiseur
narcotiseurtje	=	narcotiseur
narcotiseurtjes	=	narcotiseur
narcs	=	narc
nardus	noun	benaming voor planten uit het geslacht Poaceae uit de grassenfamilie momenteel bestaande uit slechts één soort, de Nardus stricta
narduskruid	noun	Nardostachys jatamansi een plant uit de kamperfoeliefamilie, die voorkomt in de Himalaya in China, Nepal, Afghanistan en het noorden van India.
narduskruiden	=	narduskruid
narduskruidje	=	narduskruid
narduskruidjes	=	narduskruid
nardussen	=	nardus
nare	=	naar
narede	noun	een naschrift toegevoegd aan een boek of film
nareden	=	narijden
naredes	=	narede
nareed	=	narijden
nareis	=	nareizen
nareisde	=	nareizen
nareisden	=	nareizen
nareist	=	nareizen
nareize	=	nareizen
nareizen	verb	op een later tijdstip iemand volgen die al eerder de reis heeft gemaakt
nareizend	=	nareizen
nareizende	=	nareizen
nareken	=	narekenen
narekende	=	narekenen
narekenden	=	narekenen
narekene	=	narekenen
narekenen	verb	controleren door iets opnieuw uit te rekenen, iets nagaan
narekenend	=	narekenen
narekenende	=	narekenen
narekent	=	narekenen
naren	=	narennen
narende	=	narennen
narenden	=	narennen
narenne	=	narennen
narennen	verb	iets of iemand hollend volgen; achterna hollen
narennend	=	narennen
narennende	=	narennen
narent	=	narennen
narethaparkiet	noun	Northiella narethae een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
narethaparkieten	=	narethaparkiet
narethaparkietje	=	narethaparkiet
narethaparkietjes	=	narethaparkiet
nargileh	noun|obsolete	toestel waarmee een roker met een slangetje tabaksrook opzuigt die eerst door water is geleid
nargilehs	=	nargileh
nariep	=	naroepen
nariepen	=	naroepen
narig	adj	een beetje naar
narige	=	narig
narigheden	=	narigheid
narigheid	noun	ellende, verdriet, penarie, troosteloosheid, sores, malheur, pijn, rottigheid.
narigheidje	=	narigheid
narigheidjes	=	narigheid
narigs	=	narig
narij	=	narijden
narijd	=	narijden
narijde	=	narijden
narijden	verb	rijdend achtervolgen
narijdend	=	narijden
narijdende	=	narijden
narijdt	=	narijden
narinatrogon	noun	Apaloderma narina een vogel uit de familie van de trogons (Trogonidae).
narinatrogonnetje	=	narinatrogon
narinatrogonnetjes	=	narinatrogon
narinatrogons	=	narinatrogon
nariñotapaculo	noun	Scytalopus vicinior een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
nariñotapaculo's	=	nariñotapaculo
nariñotapaculootje	=	nariñotapaculo
nariñotapaculootjes	=	nariñotapaculo
naroep	=	naroepen
naroepe	=	naroepen
naroepen	verb	roepen in de richting van een zich verwijderend persoon
naroepend	=	naroepen
naroepende	=	naroepen
naroept	=	naroepen
narollen	verb	blijven rollen
narollend	=	narollen
narollende	=	narollen
narratief	adj	de opbouw en kenmerken hebbend van een verhaal
narratiefje	=	narratief
narratiefs	=	narratief
narratiefst	=	narratief
narratiefste	=	narratief
narratieve	=	narratief
narratieven	=	narratief
narratiever	=	narratief
narratievere	=	narratief
narratievers	=	narratief
narrativiteit	noun	dat wat een verhaal tot verhaal maakt
narrativiteiten	=	narrativiteit
narratologie	noun	de leer van de vertelkunst; een tekstbenadering in de literaire kritiek en in de antropologie, die het vertellen (of de vertelwijze) van verhalen als haar studieobject kiest
narratologieën	=	narratologie
narren	=	nar
narrenstaf	noun	de staf of scepter van een nar
narrenstafje	=	narrenstaf
narrenstafjes	=	narrenstaf
narrenstaven	=	narrenstaf
narrenstok	noun	de staf of scepter van een nar
narrenstokje	=	narrenstok
narrenstokjes	=	narrenstok
narrenstokken	=	narrenstok
narrentasje	noun	Taphrina pruni een biotrofe parasiet die bij sleedoorn en diverse andere pruimensoorten voor misvormde vruchten zorgt
narrentasjes	=	narrentasje
narretje	=	nar
narretjes	=	nar
narrig	adj	in een vervelende stemming zijn
narrige	=	narrig
narriger	=	narrig
narrigere	=	narrig
narrigers	=	narrig
narrigs	=	narrig
narrigst	=	narrig
narrigste	=	narrig
narrisjkat	noun	dwaasheid
narthex	noun	de voorhal of het portaal van een kerkgebouw.
narthexen	=	narthex
narwal	noun	bepaald soort zeezoogdier, Monodon monoceros walvis uit de poolstreken, die 4 tot 5 meter lang wordt waar bij een mannetjes nog een lange slagtand bij komt De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.
narwallen	=	narwal
narwalletje	=	narwal
narwalletjes	=	narwal
narwals	=	narwal
nas	=	nassen
nasaal	adj	met betrekking tot de neus	noun	een neusklank
nasaals	=	nasaal
nasaalst	=	nasaal
nasaalste	=	nasaal
nasale	=	nasaal
nasaleer	=	nasaleren
nasaleerde	=	nasaleren
nasaleerden	=	nasaleren
nasaleert	=	nasaleren
nasalen	=	nasaal
nasaler	=	nasaal
nasalere	=	nasaal
nasaleren	verb	een neusklank maken van een klinker
nasalerend	=	nasaleren
nasalerende	=	nasaleren
nasalers	=	nasaal
nascheiding	noun	afvalverwerkingsmethode waarbij herbruikbare materialen (zoals plastic, metaal en drankkartons) achteraf mechanisch uit het restafval worden gehaald door de afvalverwerker.
nascheidingen	=	nascheiding
nascheidinkje	=	nascheiding
nascheidinkjes	=	nascheiding
naschilder	=	naschilderen
naschilderde	=	naschilderen
naschilderden	=	naschilderen
naschildere	=	naschilderen
naschilderen	verb	schilderend kopiëren van de werkelijkheid
naschilderend	=	naschilderen
naschilderende	=	naschilderen
naschildert	=	naschilderen
naschok	noun	een aardbeving die plaatsvindt binnen korte tijd (enkele uren tot enkele dagen) na een andere, grotere aardbeving (de hoofdschok)
naschokje	=	naschok
naschokjes	=	naschok
naschokken	=	naschok
naschole	=	nascholen
nascholen	verb	extra onderwijs volgen na het voltooien van een opleiding
nascholend	=	nascholen
nascholende	=	nascholen
nascholing	noun	onderwijs om het vroeger geleerde op te frissen en nieuwe ontwikkelingen bij te leren
nascholingen	=	nascholing
nascholingscursus	noun	een vorm van onderwijs of training die volgt na een initiële beroepsopleiding, gericht op het opfrissen van kennis en het aanleren van nieuwe vaardigheden.
nascholingscursusje	=	nascholingscursus
nascholingscursusjes	=	nascholingscursus
nascholingscursussen	=	nascholingscursus
naschool	=	nascholen
naschoolde	=	nascholen
naschoolden	=	nascholen
naschools	adj	na de reguliere schooltijd
naschoolse	=	naschools
naschoolt	=	nascholen
naschouw	noun	een tweede keer dat men iets bekijkt of kan bekijken
naschrift	noun	tekst toegevoegd aan het eind van een geschrift
naschriften	=	naschrift
naschriftje	=	naschrift
naschriftjes	=	naschrift
naseizoen	noun	na de drukste periode, na de schoolvakanties
naseizoenen	=	naseizoen
nashipeer	noun	Pyrus pyrifolia een perensoort, die van nature voorkomt in het oosten van Azië, waar hij veel wordt gekweekt voor zijn eetbare vruchten.
nashipeertje	=	nashipeer
nashipeertjes	=	nashipeer
nashiperen	=	nashipeer
nashvillezanger	noun	Leiothlypis ruficapilla een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
nashvillezangers	=	nashvillezanger
nashvillezangertje	=	nashvillezanger
nashvillezangertjes	=	nashvillezanger
nasi	noun	nasi goreng
nasibal	noun	snack bestaande uit gepaneerde en gefrituurde nasi goreng in balvorm
nasiballen	=	nasibal
nasiballetje	=	nasibal
nasiballetjes	=	nasibal
nasihap	noun	snack bestaande uit nasi goreng in een paneerlaag en dan gefrituurd
nasihapje	=	nasihap
nasihapjes	=	nasihap
nasihappen	=	nasihap
nasion	noun	punt op de schedel precies in het midden op de naad tussen het voorhoofdsbeen en het neusbeen, gebruikt bij schedelmetingen
nasischijf	noun	snack bestaande uit nasi goreng in een paneerlaag en dan gefrituurd in schijfvorm
nasischijfje	=	nasischijf
nasischijfjes	=	nasischijf
nasischijven	=	nasischijf
nasj	=	nasjen
nasje	=	nasjen
nasjen	verb	snoepen, eten
nasjend	=	nasjen
nasjende	=	nasjen
nasjiem	=	iesja
nasjt	=	nasjen
nasjte	=	nasjen
nasjten	=	nasjen
nasla	=	naslaan
naslaan	verb	nakijken van informatie in een naslagwerk
naslaand	=	naslaan
naslaande	=	naslaan
naslaat	=	naslaan
naslag	noun	onderzoek door referenties op te vragen terwijl er geen eigen onderzoek wordt gedaan
naslagen	=	naslag
naslagje	=	naslag
naslagwerk	noun	een boek dat dient om gegevens in op te zoeken
naslagwerken	=	naslagwerk
naslagwerkje	=	naslagwerk
naslagwerkjes	=	naslagwerk
nasleep	noun	vervelende effecten van een eerdere gebeurtenis
nasleepje	=	nasleep
nasleepjes	=	nasleep
naslepen	=	nasleep
nasloeg	=	naslaan
nasloege	=	naslaan
nasloegen	=	naslaan
nasloegt	=	naslaan
nasloop	=	nasluipen
naslopen	=	nasluipen
nasluip	=	nasluipen
nasluipe	=	nasluipen
nasluipen	verb	heimelijk, onopgemerkt volgen
nasluipend	=	nasluipen
nasluipende	=	nasluipen
nasluipt	=	nasluipen
nasmaak	noun	een veranderde smaak van iets dat men al heeft doorgeslikt heeft en in het begin anders smaakte
nasmaakje	=	nasmaak
nasmaakjes	=	nasmaak
nasmaken	=	nasmaak
nasmeul	=	nasmeulen
nasmeulde	=	nasmeulen
nasmeulden	=	nasmeulen
nasmeule	=	nasmeulen
nasmeulen	verb	na een brand zacht en langzaam zonder vlammen verder branden
nasmeulend	=	nasmeulen
nasmeulende	=	nasmeulen
nasmeult	=	nasmeulen
nasnede	noun	tweede keer dat men een gewas zoals gras of klaver oogst
nasnedes	=	nasnede
nasolacrimaal	adj	met betrekking tot de neus en tranen
nasolacrimale	=	nasolacrimaal
nasolacrimaler	=	nasolacrimaal
nasolacrimalere	=	nasolacrimaal
naspeel	=	naspelen
naspeelde	=	naspelen
naspeelden	=	naspelen
naspeelt	=	naspelen
naspel	noun	de dans, het toneel of de muziek ter afsluiting van een theaterstuk, opera, ballet etc.
naspele	=	naspelen
naspelen	verb	spelend nadoen, iets spelen dat al eerder is gespeeld
naspelend	=	naspelen
naspelende	=	naspelen
naspelletje	=	naspel
naspelletjes	=	naspel
naspeur	=	naspeuren
naspeurbaar	adj	terug te vinden als je er naar zoekt
naspeurbaarder	=	naspeurbaar
naspeurbaardere	=	naspeurbaar
naspeurbaarders	=	naspeurbaar
naspeurbaars	=	naspeurbaar
naspeurbaarst	=	naspeurbaar
naspeurbaarste	=	naspeurbaar
naspeurbare	=	naspeurbaar
naspeurde	=	naspeuren
naspeurden	=	naspeuren
naspeure	=	naspeuren
naspeuren	verb	nauwkeurig onderzoeken
naspeurend	=	naspeuren
naspeurende	=	naspeuren
naspeuring	noun	de keer dat men gaan zoeken naar iets, met name dingen die anderen proberen verborgen te houden
naspeuringen	=	naspeuring
naspeurlijk	adj	iets dat na te gaan, te onderzoeken, te traceren of te begrijpen is
naspeurlijke	=	naspeurlijk
naspeurlijker	=	naspeurlijk
naspeurlijkere	=	naspeurlijk
naspeurlijkers	=	naspeurlijk
naspeurlijks	=	naspeurlijk
naspeurlijkst	=	naspeurlijk
naspeurlijkste	=	naspeurlijk
naspeurt	=	naspeuren
naspoel	=	naspoelen
naspoelde	=	naspoelen
naspoelden	=	naspoelen
naspoele	=	naspoelen
naspoelen	verb	nogmaals spoelen na een eerste reinigingsgang
naspoelend	=	naspoelen
naspoelende	=	naspoelen
naspoelt	=	naspoelen
naspoor	=	nasporen
naspoorde	=	nasporen
naspoorden	=	nasporen
naspoort	=	nasporen
naspore	=	nasporen
nasporen	verb	het trachten te achterhalen welke weg een mens, dier of voertuig is gegaan, het natrekken van het verloop van gebeurtenissen of het vaststellen van feiten
nasporend	=	nasporen
nasporende	=	nasporen
nasporing	noun	onderzoek om de ware aard van iets te ontdekken; onderzoek naar wat anderen mogelijk verborgen willen houden
nasporingen	=	nasporing
nasprak	=	naspreken
naspraken	=	naspreken
naspreek	=	naspreken
naspreekt	=	naspreken
naspreke	=	naspreken
naspreken	verb	herhalen wat eerder gezegd is; herhalen wat is voorgezegd
nasprekend	=	naspreken
nasprekende	=	naspreken
nassauer	noun	een inwoner van Nassau, of iemand afkomstig uit Nassau
nassauers	=	nassauer
nassaus	adj	op Nassau betrekking hebbend
nassause	noun	een vrouwelijke inwoner van Nassau, of een vrouw afkomstig uit Nassau
nassausen	=	nassause
nassautandbaars	noun	Epinephelus striatus een straalvinnige vis uit de familie van zaagbaarzen (Serranidae), orde baarsachtigen (Perciformes).
nassautandbaarsje	=	nassautandbaars
nassautandbaarsjes	=	nassautandbaars
nassautandbaarzen	=	nassautandbaars
nasse	=	nassen
nassen	verb	eten of snoepen
nassend	=	nassen
nassende	=	nassen
nast	=	nassen
nastaar	=	nastaren
nastaarde	=	nastaren
nastaarden	=	nastaren
nastaart	=	nastaren
nastare	=	nastaren
nastaren	verb	volgen met de ogen
nastarend	=	nastaren
nastarende	=	nastaren
naste	=	nassen
nasten	=	nassen
nastie	noun	een ongerichte beweging die een plant uitvoert naar aanleiding van een prikkel
nastieën	=	nastie
nastoot	noun	een laatste beurt tijdens een wedstrijd
nastoten	=	nastoot
nastreef	=	nastreven
nastreefde	=	nastreven
nastreefden	=	nastreven
nastreeft	=	nastreven
nastreve	=	nastreven
nastreven	verb	een doel trachten te bereiken
nastrevend	=	nastreven
nastrevende	=	nastreven
nastuk	noun	een stuk dat gespeeld wordt na de eigenlijke voorstelling
nastukje	=	nastuk
nastukjes	=	nastuk
nastukken	=	nastuk
nasture	=	nasturen
nasturen	verb	op een later tijdstip iets naar iemand toebrengen
nasturend	=	nasturen
nasturende	=	nasturen
nastuur	=	nasturen
nastuurde	=	nasturen
nastuurden	=	nasturen
nastuurt	=	nasturen
nasty	adj	kwaadaardig, gemeen
nasty's	=	nasty
nastyer	=	nasty
nastyers	=	nasty
nastyst	=	nasty
nastyste	=	nasty
nasynchronisatie	noun	het achteraf toevoegen of vervangen van geluid (meestal stemmen van acteurs) in filmmateriaal
nasynchronisatieregisseur	noun	iemand die de regie voert over het proces van nasynchroniseren van films, televisieseries
nasynchronisatieregisseurs	=	nasynchronisatieregisseur
nasynchronisatieregisseurtje	=	nasynchronisatieregisseur
nasynchronisatieregisseurtjes	=	nasynchronisatieregisseur
nasynchronisaties	=	nasynchronisatie
nasynchronisatietje	=	nasynchronisatie
nasynchronisatietjes	=	nasynchronisatie
nasynchroniseer	=	nasynchroniseren
nasynchroniseerde	=	nasynchroniseren
nasynchroniseerden	=	nasynchroniseren
nasynchroniseert	=	nasynchroniseren
nasynchronisere	=	nasynchroniseren
nasynchroniseren	verb	het achteraf toevoegen of vervangen van geluid (meestal stemmen van acteurs) in filmmateriaal
nasynchroniserend	=	nasynchroniseren
nasynchroniserende	=	nasynchroniseren
nat	noun	vocht	adj	gedrenkt in een vloeistof, meestal water
nataal	adj	de geboorte betreffend
nataals	=	nataal
nataalst	=	nataal
nataalste	=	nataal
natafel	=	natafelen
natafelde	=	natafelen
natafelden	=	natafelen
natafele	=	natafelen
natafelen	verb	na het eten aan tafel blijven zitten om nog wat te praten
natafelend	=	natafelen
natafelende	=	natafelen
natafelle	=	natafelen
natafellen	=	natafelen
natafellend	=	natafelen
natafelt	=	natafelen
natalbaars	noun	Oreochromis mossambicus een straalvinnige vis uit de familie van cichliden (Cichlidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in Afrika.
natalbaarsje	=	natalbaars
natalbaarsjes	=	natalbaars
natalbaarzen	=	natalbaars
nataldwergkameleon	noun	Bradypodion thamnobates een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
nataldwergkameleonnetje	=	nataldwergkameleon
nataldwergkameleonnetjes	=	nataldwergkameleon
nataldwergkameleons	=	nataldwergkameleon
natale	=	nataal
nataler	=	nataal
natalere	=	nataal
natalers	=	nataal
natalfrankolijn	noun	Pternistis natalensis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
natalfrankolijnen	=	natalfrankolijn
natalfrankolijntje	=	natalfrankolijn
natalfrankolijntjes	=	natalfrankolijn
natalgraszanger	noun	Cisticola natalensis een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
natalgraszangers	=	natalgraszanger
natalgraszangertje	=	natalgraszanger
natalgraszangertjes	=	natalgraszanger
nataliteit	noun	geboortecijfer
nataliteiten	=	nataliteit
natallijster	noun	Geokichla guttata een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
natallijsters	=	natallijster
natallijstertje	=	natallijster
natallijstertjes	=	natallijster
natalpruim	noun	Carissa macrocarpa een plant uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae).
natalpruimen	=	natalpruim
natalpruimpje	=	natalpruim
natalpruimpjes	=	natalpruim
natalspookkikker	noun	Hadromophryne natalensis een kikker uit de familie spookkikkers (Heleophrynidae)
natalspookkikkers	=	natalspookkikker
natalspookkikkertje	=	natalspookkikker
natalspookkikkertjes	=	natalspookkikker
natalvechtkwartel	noun	Turnix nanus een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
natalvechtkwartels	=	natalvechtkwartel
natalvechtkwarteltje	=	natalvechtkwartel
natalvechtkwarteltjes	=	natalvechtkwartel
nateken	=	natekenen
natekende	=	natekenen
natekenden	=	natekenen
natekene	=	natekenen
natekenen	verb	een voorbeeld door tekenen kopiëren
natekenend	=	natekenen
natekenende	=	natekenen
natekent	=	natekenen
natel	=	natellen
natelde	=	natellen
natelden	=	natellen
natelle	=	natellen
natellen	verb	opnieuw tellen ter controle
natellend	=	natellen
natellende	=	natellen
natelt	=	natellen
natewaprachtlamprolia	noun	Lamprolia klinesmithi een zangvogel uit de familie waaierstaarten (Rhipiduridae).
natewaprachtlamprolia's	=	natewaprachtlamprolia
natewaprachtlamproliaatje	=	natewaprachtlamprolia
natewaprachtlamproliaatjes	=	natewaprachtlamprolia
natgehouden	=	nathouden
natgemaakt	=	natmaken
natgemaakte	=	natmaken
natgeregend	=	natregenen
natgespoten	=	natspuiten
natgesprietst	=	natsprietsen
nathals	noun	iemand die veel alcoholhoudende drank gebruikt
nathalzen	=	nathals
natheid	noun	de hoeveelheid water dat ergens is; hoe nat het is
nathield	=	nathouden
nathielden	=	nathouden
nathou	=	nathouden
nathoud	=	nathouden
nathoude	=	nathouden
nathouden	verb	zorgen dat iets niet uitdroogt, dat iets vochtig blijft
nathoudend	=	nathouden
nathoudende	=	nathouden
nathoudt	=	nathouden
natie	noun	een groep mensen (volk) die zich door gemeenschappelijke taal, cultuur of politieke geschiedenis verbonden voelt en een staat vormen
natiebaas	noun	lid van een ambacht of gilde in Antwerpen; aandeelhouder van een corporatie of veem in Antwerpen
natiebaasje	=	natiebaas
natiebaasjes	=	natiebaas
natiebazen	=	natiebaas
natief	adj	geboortig, naturel
natiefs	=	natief
naties	=	natie
natiestaat	noun	staat zn [A] waarvan de inwoners zich tot hetzelfde volk rekenen
natiestaatje	=	natiestaat
natiestaatjes	=	natiestaat
natiestaten	=	natiestaat
natietje	=	natie
natietjes	=	natie
natieve	=	natief
natievorming	noun	proces waarbij de verschillende bevolkingsgroepen van een land steeds meer op elkaar gaan lijken
natievormingen	=	natievorming
natijd	noun	de herfst
nationaal	adj	op een volk met een eigen land betrekking hebbend
nationaal-socialisme	=	nationaalsocialisme
nationaalcommunistisch	adj	betreffende communistische bewegingen of regeringen die een unieke, eigen variant van het communisme nastreven, sterk gebaseerd op nationale kenmerken, cultuur en specifieke omstandigheden
nationaalcommunistische	=	nationaalcommunistisch
nationaalcommunistischer	=	nationaalcommunistisch
nationaalcommunistischere	=	nationaalcommunistisch
nationaalcommunistischers	=	nationaalcommunistisch
nationaaldemocratisch	adj	betrekking hebbend op een politieke stroming die nationalisme (nadruk op de eigen natie, cultuur, en belangen) combineert met democratische principes (zoals volkssoevereiniteit, verkiezingen, en rechten), maar in de praktijk vaak wordt geassocieerd met (extreem)rechtse partijen die een sterke nationale identiteit en soevereiniteit centraal stellen, soms met protectionistische of isolationistische trekken
nationaaldemocratische	=	nationaaldemocratisch
nationaaldemocratischer	=	nationaaldemocratisch
nationaaldemocratischere	=	nationaaldemocratisch
nationaaldemocratischers	=	nationaaldemocratisch
nationaalpopulistisch	adj	betreffende een politieke stroming die beweert de wil van 'het gewone volk' te vertegenwoordigen tegenover een corrupte elite, sterk gekoppeld aan nationalistische waarden
nationaalpopulistische	=	nationaalpopulistisch
nationaalpopulistischer	=	nationaalpopulistisch
nationaalpopulistischere	=	nationaalpopulistisch
nationaalpopulistischers	=	nationaalpopulistisch
nationaals	=	nationaal
nationaalsocialisme	noun	antiparlementaire, antiliberale, antimarxistische, militaristische, racistische, imperialistische en nationalistische totalitaire ideologie in Duitsland tussen 1933 en 1945 en hieraan verwante bewegingen
nationaalsocialist	noun	aanhanger van het nationaalsocialisme
nationaalsocialisten	=	nationaalsocialist
nationaalsocialistisch	adj	met betrekking tot het nationaalsocialisme
nationaalsocialistische	=	nationaalsocialistisch
nationaalsocialistischer	=	nationaalsocialistisch
nationaalsocialistischere	=	nationaalsocialistisch
nationaalsocialistischers	=	nationaalsocialistisch
nationaalsocialistje	=	nationaalsocialist
nationaalsocialistjes	=	nationaalsocialist
nationaalst	=	nationaal
nationaalste	=	nationaal
nationale	=	nationaal
nationaler	=	nationaal
nationalere	=	nationaal
nationalers	=	nationaal
nationalisatie	noun	het nationaliseren
nationalisaties	=	nationalisatie
nationaliseer	=	nationaliseren
nationaliseerde	=	nationaliseren
nationaliseerden	=	nationaliseren
nationaliseert	=	nationaliseren
nationalisere	=	nationaliseren
nationaliseren	verb	tot eigendom van de staat maken
nationaliserend	=	nationaliseren
nationaliserende	=	nationaliseren
nationalisering	noun	het nationaliseren
nationaliseringen	=	nationalisering
nationalisme	noun	voorliefde voor het vaderlandse
nationalismen	=	nationalisme
nationalismes	=	nationalisme
nationalist	noun	nationaal gezind persoon, aanhanger van het nationalisme
nationaliste	noun	vrouwelijke voorstander of aanhanger van het nationalisme
nationalisten	=	nationalist
nationalistes	=	nationaliste
nationalistisch	adj	nationaal gezind
nationalistische	=	nationalistisch
nationalistischer	=	nationalistisch
nationalistischere	=	nationalistisch
nationalistischers	=	nationalistisch
nationalistischt	=	nationalistisch
nationalistischte	=	nationalistisch
nationalistje	=	nationalist
nationalistjes	=	nationalist
nationaliteit	noun	Het bezit van het staatsburgerschap van een land of meer landen, officiële registratie in een staat
nationaliteiten	=	nationaliteit
nationaliteitenprobleem	noun	het vraagstuk hoe om te gaan met meerdere volkeren binnen één land
nationaliteitenproblemen	=	nationaliteitenprobleem
nationaliteitsbeginsel	noun	de gedachte dat ieder volk recht op een eigen staat heeft
nationaliteitsbeginselen	=	nationaliteitsbeginsel
nationaliteitsbeginsels	=	nationaliteitsbeginsel
nationbuilding	noun	het proces waarbij een overheid actief de culturele identiteit, onderlinge verbondenheid en loyaliteit van bevolkingsgroepen binnen een staat versterkt
nativisme	noun	leer dat bepaalde eigenschappen en karaktertrekken aangeboren zijn
natiën	=	natie
natje	=	nat
natjes	=	nat
natkut	noun	iemand die te veel alcohol drinkt
natmaak	=	natmaken
natmaakt	=	natmaken
natmaakte	=	natmaken
natmaakten	=	natmaken
natmake	=	natmaken
natmaken	verb	iets met water bedekken of doordrenken
natmakend	=	natmaken
natmakende	=	natmaken
natrap	=	natrappen
natrappe	=	natrappen
natrappen	verb	een trap na geven.
natrappend	=	natrappen
natrappende	=	natrappen
natrapt	=	natrappen
natrapte	=	natrappen
natrapten	=	natrappen
natregen	=	natregenen
natregende	=	natregenen
natregenden	=	natregenen
natregene	=	natregenen
natregenen	verb	door de regen nat worden; een regenbui over zich heen krijgen
natregenend	=	natregenen
natregenende	=	natregenen
natregent	=	natregenen
natrek	=	natrekken
natrekke	=	natrekken
natrekken	verb	onderzoeken of iets werkelijk klopt
natrekkend	=	natrekken
natrekkende	=	natrekken
natrekking	noun	een wettelijke regel waarbij de eigenaar van een hoofdzaak (zoals een stuk grond) automatisch ook eigenaar wordt van alles wat daar vast aan wordt vastgemaakt (zoals een huis of planten).
natrekkingen	=	natrekking
natrekkinkje	=	natrekking
natrekkinkjes	=	natrekking
natrekt	=	natrekken
natril	=	natrillen
natrilde	=	natrillen
natrilden	=	natrillen
natrille	=	natrillen
natrillen	verb	doorgaan met snel heen een weer bewegen van een voorwerp, terwijl de veroorzakende kracht niet meer op het voorwerp inwerkt
natrillend	=	natrillen
natrillende	=	natrillen
natrilt	=	natrillen
natrium	noun	scheikundig element met symbool Na en atoomnummer 11. Het is een zilverkleurig alkalimetaal.
natriumatomen	=	natriumatoom
natriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element natrium.
natriumatoompje	=	natriumatoom
natriumatoompjes	=	natriumatoom
natriumcarbonaat	noun	anorganische verbinding beter bekend als soda met als brutoformule Na₂CO₃
natriumcarbonaten	=	natriumcarbonaat
natriumfosfaat	noun	een natriumzout van fosforzuur met als brutoformule Na₃PO₄
natriumfosfaten	=	natriumfosfaat
natriumlamp	noun	geel licht gevende gasontladingslamp, gevuld met natriumdamp
natriumlampen	=	natriumlamp
natriumlampje	=	natriumlamp
natriumlampjes	=	natriumlamp
natriumlicht	noun	oranjekleurig / geelkleurig licht dat komt van een gasontladingslamp die met natriumgas is gevuld
natriumsilicaat	noun	een oplosbaar natriumzout van kiezelzuur, met als brutoformule Na₂SiO₃ (in watervrije toestand)
natriumsilicaten	=	natriumsilicaat
natriumwaterstofcarbonaat	noun	witte kristallijne stof die wordt gebruikt in bakpoeder als rijsmiddel
natriurese	noun	uitscheiding van zouten met de urine
natrok	=	natrekken
natrokke	=	natrekken
natrokken	=	natrekken
natrokt	=	natrekken
natron	noun	soda
natronkalk	noun	mengsel van natriumhydroxide en calciumhydroxide
natronkalkje	=	natronkalk
natronkalkjes	=	natronkalk
natronlogen	=	natronloog
natronloog	noun	natriumhydroxyde
natronnen	=	natron
nats	=	nat
natscheet	noun	angstig persoon
natscheten	=	natscheet
natspoot	=	natspuiten
natspoten	=	natspuiten
natsprietsen	verb	vochtig maken door er water overheen te spuiten
natsprietsend	=	natsprietsen
natsprietsende	=	natsprietsen
natspuit	=	natspuiten
natspuite	=	natspuiten
natspuiten	verb	door spuiten natmaken
natspuitend	=	natspuiten
natspuitende	=	natspuiten
natst	=	nat
natste	=	nat
natte	=	nat
natten	verb	natmaken, bevochtigen
nattend	=	natten
nattende	=	natten
natter	=	nat
nattere	=	nat
natters	=	nat
nattevingerwerk	noun	een snel, onnauwkeurig en op het gevoel uitgevoerde opdracht
nattig	adj	niet helemaal droog
nattige	=	nattig
nattiger	=	nattig
nattigere	=	nattig
nattigers	=	nattig
nattigheden	=	nattigheid
nattigheid	noun	het vochtig zijn van iets m.n. grond, lucht, weer en jaar getijde
nattigheidje	=	nattigheid
nattigheidjes	=	nattigheid
nattigs	=	nattig
nattigst	=	nattig
nattigste	=	nattig
naturalia	noun	eigenschappen van een rechtshandeling die voortvloeien uit de aard hiervan; ze worden als impliciet bedoeld aangenomen indien er niks anders is bepaald
naturalisatie	noun	het toekennen van het staatsburgerschap aan een vreemdeling
naturalisatiedienst	noun	overheidsdienst die bepaalt of iemand uit het buitenland in aanmerking komt voor het verkrijgen van een nieuwe nationaliteit
naturalisatiediensten	=	naturalisatiedienst
naturalisaties	=	naturalisatie
naturaliseer	=	naturaliseren
naturaliseerde	=	naturaliseren
naturaliseerden	=	naturaliseren
naturaliseert	=	naturaliseren
naturalisere	=	naturaliseren
naturaliseren	verb	het staatsburgerschap verlenen
naturaliserend	=	naturaliseren
naturaliserende	=	naturaliseren
naturalisme	noun	stroming in de literatuur aan het eind van de 19e eeuw, die de mens beschouwt als bepaald door milieu en erfelijkheid
naturalismetje	=	naturalisme
naturalist	noun	kunstenaar die werken produceert die passen in het 19de eeuwse naturalisme
naturalisten	=	naturalist
naturalistisch	adj	overeenkomstig, volgens het naturalisme
naturalistische	=	naturalistisch
naturalistischer	=	naturalistisch
naturalistischere	=	naturalistisch
naturalistischers	=	naturalistisch
naturapolis	noun	zorgverzekering waarbij alleen de zorg door gecontracteerde zorgverleners volledig vergoed wordt
naturapolissen	=	naturapolis
naturaverzekering	noun	overeenkomst waarbij je premie betaalt aan een assurantiebedrijf dat je een dienst zal leveren die nodig is als een bepaald risico zich voordoet Dit is de tegenhanger van de verzekeringen waarbij je een geldbedrag krijgt uitgekeerd als vergoeding voor een dienst die je zelf inkoopt.
naturaverzekeringen	=	naturaverzekering
nature	=	natuur
naturel	noun	zacht verstevigd, katoenen weefsel	adj	natuurlijk, puur, onvermengd, onbewerkt, ongekleurd, cru
naturelle	=	naturel
naturellen	=	naturel
natureller	=	naturel
naturellere	=	naturel
naturellers	=	naturel
naturels	=	naturel
naturelst	=	naturel
naturelste	=	naturel
naturen	verb	oplettend een persoon of zaak volgen die zich verwijdert
naturend	=	naturen
naturende	=	naturen
naturisme	noun	levensstijl waarbij men geen kleren draagt, m.n. in gemeenschappelijk verband
naturist	noun	iemand die het naturisme belijdt en eraan deelneemt
naturisten	=	naturist
naturistencamping	noun	kampeerterrein waarop de aanwezigen geen kleding hoeven te dragen
naturistencampings	=	naturistencamping
naturistenstrand	noun	strand dat specifiek is aangewezen voor naturisme, oftewel het recreëren zonder kleding
naturistenstranden	=	naturistenstrand
naturistenstrandje	=	naturistenstrand
naturistenstrandjes	=	naturistenstrand
naturistenvereniging	noun	een organisatie die zich richt op het beleven en bevorderen van het naturisme: een levenswijze in harmonie met de natuur, gekenmerkt door sociaal naakt zijn.
naturistenverenigingen	=	naturistenvereniging
naturistenverenigingetje	=	naturistenvereniging
naturistenverenigingetjes	=	naturistenvereniging
natuur	noun	oorspronkelijke, onaangeroerde verschijningsvorm van alles wat zich op, in en rond de Aarde bevindt; min of meer synoniem aan "schepping" of "wildernis", als tegenstelling tot cultuur, technologie of beschaving
natuurazijn	noun	door natuurlijke gisting verkregen azijn
natuurazijnen	=	natuurazijn
natuurbeeld	noun	een beeld (afbeelding) van natuurtaferelen
natuurbeelden	=	natuurbeeld
natuurbeeldje	=	natuurbeeld
natuurbeeldjes	=	natuurbeeld
natuurbegraafplaats	noun	een begraafplaats in de natuur zonder duidelijke paden, hekken of grafmonumenten.
natuurbegraafplaatsen	=	natuurbegraafplaats
natuurbegraafplaatsje	=	natuurbegraafplaats
natuurbegraafplaatsjes	=	natuurbegraafplaats
natuurbegraafplek	noun	een plaats in de natuur waar crematie-as begraven of uitgestrooid mag worden, zonder graven of individuele herkenningstekens.
natuurbegraafplekje	=	natuurbegraafplek
natuurbegraafplekjes	=	natuurbegraafplek
natuurbegraafplekken	=	natuurbegraafplek
natuurbeheer	noun	het beheer van natuur, deels gericht op het in balans houden ervan
natuurbeheerder	noun	de beheerder van een bos, heidegebied of ander stuk natuur.
natuurbeheerders	=	natuurbeheerder
natuurbeheerdertje	=	natuurbeheerder
natuurbeheerdertjes	=	natuurbeheerder
natuurbehoud	noun	instandhouding van de natuur of bepaalde elementen daarvan in het bijzonder cultuur-historische of oorspronkelijke landschappen, bedreigde diersoorten en plantensoorten, biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen
natuurbeleid	noun	voorgenomen handelingen betreffende de bescherming van de natuurlijke leefomgeving
natuurbeleidsplan	noun	overheidsplan waarin het natuurbeleid uiteengezet wordt
natuurbeleidsplannen	=	natuurbeleidsplan
natuurbeleidsplannetje	=	natuurbeleidsplan
natuurbeleidsplannetjes	=	natuurbeleidsplan
natuurbeschermend	adj	betreffende acties, maatregelen of beleidsstukken die gericht zijn op het behouden, beschermen en herstellen van de natuurlijke omgeving
natuurbeschermende	=	natuurbeschermend
natuurbeschermender	=	natuurbeschermend
natuurbeschermendere	=	natuurbeschermend
natuurbeschermenders	=	natuurbeschermend
natuurbeschermends	=	natuurbeschermend
natuurbeschermendst	=	natuurbeschermend
natuurbeschermendste	=	natuurbeschermend
natuurbeschermer	noun	iemand die probeert de natuurlijke omgeving in de oorspronkelijke staat te behouden of in een staat te brengen waarvan men denkt dat ze natuurlijk was
natuurbeschermers	=	natuurbeschermer
natuurbescherming	noun	activiteiten die erop gericht zijn om de natuurlijke omgeving in de oorspronkelijke staat te behouden of in een staat te brengen waarvan men denkt dat ze natuurlijk was
natuurbeschermingen	=	natuurbescherming
natuurbeschermingsgebied	noun	gebied waarvan de natuur officieel beschermd wordt
natuurbeschermingsgebieden	=	natuurbeschermingsgebied
natuurbeschermingsgebiedje	=	natuurbeschermingsgebied
natuurbeschermingsgebiedjes	=	natuurbeschermingsgebied
natuurbeschermingsinstantie	noun	instelling die tot taak heeft wilde dieren, planten en hun leefomgeving te behouden
natuurbeschermingsinstanties	=	natuurbeschermingsinstantie
natuurbeschermingsorganisatie	noun	organisatie die zich bezig houdt met natuurbescherming
natuurbeschermingsorganisaties	=	natuurbeschermingsorganisatie
natuurbeschermingsorganisatietje	=	natuurbeschermingsorganisatie
natuurbeschermingsorganisatietjes	=	natuurbeschermingsorganisatie
natuurbeschermingswet	noun	wet ter bescherming van de natuur
natuurbeschermingswetten	=	natuurbeschermingswet
natuurbeweging	noun	maatschappelijke groepering die streeft naar het behoud en de bescherming van de natuur en het leefmilieu.
natuurbewegingen	=	natuurbeweging
natuurbeweginkje	=	natuurbeweging
natuurbeweginkjes	=	natuurbeweging
natuurboek	noun	informatief boek over de natuur, met onderwerpen als flora en fauna
natuurboeken	=	natuurboek
natuurboekje	=	natuurboek
natuurboekjes	=	natuurboek
natuurbouw	noun	aanleg van gebieden waar gewenste ecologische ontwikkelingen zo min mogelijk worden verstoord
natuurbrand	noun	ongecontroleerde brand die woedt in natuurlijke gebieden zoals bossen, heidevelden, duinen of graslanden
natuurbranden	=	natuurbrand
natuurbrandje	=	natuurbrand
natuurbrandjes	=	natuurbrand
natuurbrug	noun	viaduct voor wilde dieren; viaduct dat natuurgebieden met elkaar verbindt
natuurbruggen	=	natuurbrug
natuurcentra	=	natuurcentrum
natuurcentrum	noun	organisatie die zich inzet voor het behoud van de natuur
natuurcentrums	=	natuurcentrum
natuurcompensatie	noun	natuurontwikkeling die dient om schade die men aanricht aan de natuur te compenseren
natuurcompensaties	=	natuurcompensatie
natuurconstante	noun	elk van de fundamentele constanten in de natuurkunde
natuurdagboek	noun	een schrift of schetsboek waarin je je waarnemingen in de natuur vastlegt met behulp van tekeningen, knipsels, foto's en geschreven aantekeningen
natuurdagboeken	=	natuurdagboek
natuurdagboekje	=	natuurdagboek
natuurdagboekjes	=	natuurdagboek
natuurde	=	naturen
natuurden	=	naturen
natuurdetective	noun|figurative	onderzoeker van wilde dieren, planten en hun leefomgeving die als gids optreedt bij natuureducatie
natuurdetectives	=	natuurdetective
natuurdocumentaire	noun	informatieve film over de natuur
natuurdocumentaires	=	natuurdocumentaire
natuurdocumentairetje	=	natuurdocumentaire
natuurdocumentairetjes	=	natuurdocumentaire
natuurdrift	noun	instinct
natuurdriften	=	natuurdrift
natuureducatie	noun	educatie met betrekking tot natuur, ecologie, milieu, landschap en duurzaamheid
natuurfenomeen	noun	een opvallend verschijnsel dat zijn oorsprong vindt in de natuur
natuurfenomenen	=	natuurfenomeen
natuurfilm	noun	een speelfilm of documentaire, waarin een of meer delen van de natuur, in de zin van "al wat leeft, met uitzondering van de mens", op een of andere manier centraal staat
natuurfilmpje	=	natuurfilm
natuurfilmpjes	=	natuurfilm
natuurfilms	=	natuurfilm
natuurfilosofen	=	natuurfilosoof
natuurfilosofie	noun	filosofie die probeert door redeneren de stoffelijke wereld te begrijpen en was vooral op speculatie gebaseerd
natuurfilosofietje	=	natuurfilosofie
natuurfilosofietjes	=	natuurfilosofie
natuurfilosofieën	=	natuurfilosofie
natuurfilosofisch	adj	betrekking hebbend op een tak van de filosofie die de fundamentele aard van de materiële wereld, het universum en natuurlijke fenomenen bestudeert, vaak door beredeneerde reflectie in plaats van puur empirisch onderzoek
natuurfilosofische	=	natuurfilosofisch
natuurfilosofischer	=	natuurfilosofisch
natuurfilosofischere	=	natuurfilosofisch
natuurfilosofischers	=	natuurfilosofisch
natuurfilosoof	noun	iemand die nadenkt over de stoffelijke wereld
natuurfilosoofje	=	natuurfilosoof
natuurfilosoofjes	=	natuurfilosoof
natuurfotografie	noun	fotografie van de natuur
natuurgebied	noun	een gebied met opvallende eigenschappen als het gaat om flora, fauna, geologische of landschappelijke gesteldheid, zoals dit bijvoorbeeld tot uiting komt in een grote uitgestrektheid of biodiversiteit
natuurgebieden	=	natuurgebied
natuurgebiedje	=	natuurgebied
natuurgebiedjes	=	natuurgebied
natuurgegeven	noun	een stukje informatie betreffende de natuur
natuurgegevens	=	natuurgegeven
natuurgeneeskunde	noun	medische behandeling met middelen die vrij in de natuur voorkomen
natuurgeneeswijze	noun	toepassing van de natuurgeneeskunde (een heel spectrum aan alternatieve geneeswijzen met een holistische benadering, waarbij patiënten behandeld worden op een wijze die een bepaalde notie van 'natuurlijkheid' inhoudt.
natuurgeneeswijzen	=	natuurgeneeswijze
natuurgenezer	noun	iemand die geneeswijzen toepast, waarbij patiënten behandeld worden op een wijze die, naar zijn zeggen, een bepaalde notie van 'natuurlijkheid' inhoudt
natuurgenezers	=	natuurgenezer
natuurgenot	noun	het plezier dat een verblijf in de vrije natuur verschaft
natuurgetrouw	adj	precies zoals het in het echt voorkomt
natuurgetrouwe	=	natuurgetrouw
natuurgetrouwer	=	natuurgetrouw
natuurgetrouwere	=	natuurgetrouw
natuurgetrouwers	=	natuurgetrouw
natuurgetrouws	=	natuurgetrouw
natuurgetrouwst	=	natuurgetrouw
natuurgetrouwste	=	natuurgetrouw
natuurgeweld	noun	de vernietigende kracht van de natuur met name als het het leven van mensen bedreigt
natuurgewelden	=	natuurgeweld
natuurgewrocht	noun	voortbrengsel van de natuur
natuurgewrochten	=	natuurgewrocht
natuurgewrochtje	=	natuurgewrocht
natuurgewrochtjes	=	natuurgewrocht
natuurherstel	noun	het geheel van activiteiten dat er toe moet leiden dat een stuk landschap of natuur of een onderdeel daarvan in zijn oorspronkelijke staat of kwaliteit wordt hersteld
natuurhistorie	noun	de beschrijvende studie van de levende natuur en natuurlijke objecten, zoals planten, dieren, mineralen en de geschiedenis van het leven op aarde
natuurhistorisch	adj|historical	betrekking hebbend op de wetenschappelijke bestudering van de ontwikkeling van wat niet door bewust menselijk handelen is ontstaan
natuurhistorische	=	natuurhistorisch
natuurhistorischer	=	natuurhistorisch
natuurhistorischere	=	natuurhistorisch
natuurhistorischers	=	natuurhistorisch
natuurhoorn	noun	een koperen blaasinstrument bestaande uit een lange, rondgebogen buis zonder ventielen, maar met verwisselbare tussenstukken
natuurhoorns	=	natuurhoorn
natuurhoorntje	=	natuurhoorn
natuurhoorntjes	=	natuurhoorn
natuurijs	noun	ijs dat op natuurlijke wijze is ontstaan
natuurijsbaan	noun	een ijsvloer waarop men kan schaatsen zonder dat er gebruik wordt gemaakt van een ijsmachine
natuurijsbanen	=	natuurijsbaan
natuurijsfestijn	noun	schaatsevenement met wedstrijden die buiten worden verreden op water dat door het koude weer is bevroren
natuurijsfestijnen	=	natuurijsfestijn
natuurijsmeester	noun	iemand die de kwaliteit van het natuurijs beoordeelt en beoordeelt of het veilig genoeg is om op te schaatsen
natuurijsmeesters	=	natuurijsmeester
natuurkind	noun	een eenvoudig, jong persoon die veel in de natuur verblijft
natuurkinderen	=	natuurkind
natuurkindje	=	natuurkind
natuurkindjes	=	natuurkind
natuurkracht	noun	een buiten de mens om werkende kracht
natuurkrachten	=	natuurkracht
natuurkrachtje	=	natuurkracht
natuurkunde	noun	subdiscipline binnen de natuurwetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van materie en energie evenals het gedrag en de interactie hiervan in ruimte en tijd
natuurkundeboek	noun	een schoolboek waarin over de wetenschap van algemene eigenschappen van materie, straling en energiegeschiedenis kan worden geleerd.
natuurkundeboeken	=	natuurkundeboek
natuurkundeboekje	=	natuurkundeboek
natuurkundeboekjes	=	natuurkundeboek
natuurkundeleraar	noun	een leraar die les geeft in de wetenschap van algemene eigenschappen van materie, straling en energiegeschiedenis.
natuurkundeleraars	=	natuurkundeleraar
natuurkundeleraartje	=	natuurkundeleraar
natuurkundeleraartjes	=	natuurkundeleraar
natuurkundeleraren	=	natuurkundeleraar
natuurkundelerares	noun	een lerares die les geeft in de wetenschap van algemene eigenschappen van materie, straling en energiegeschiedenis.
natuurkundeleraresje	=	natuurkundelerares
natuurkundeleraresjes	=	natuurkundelerares
natuurkundeleraressen	=	natuurkundelerares
natuurkundeles	noun	een schoolvak waarin over de wetenschap van algemene eigenschappen van materie, straling en energiegeschiedenis wordt geleerd.
natuurkundelesje	=	natuurkundeles
natuurkundelesjes	=	natuurkundeles
natuurkundelessen	=	natuurkundeles
natuurkundelokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin over de wetenschap van algemene eigenschappen van materie, straling en energiegeschiedenis wordt geleerd.
natuurkundelokaaltje	=	natuurkundelokaal
natuurkundelokaaltjes	=	natuurkundelokaal
natuurkundelokalen	=	natuurkundelokaal
natuurkundeonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak natuurkunde.
natuurkundig	adj	betrekking hebbend op de natuurkunde, (fysica)
natuurkundige	noun	wetenschapper die de natuurkunde of fysica beoefent
natuurkundigen	=	natuurkundige
natuurkundiger	=	natuurkundig
natuurkundigere	=	natuurkundig
natuurkundigers	=	natuurkundig
natuurkundigs	=	natuurkundig
natuurkundigst	=	natuurkundig
natuurkundigste	=	natuurkundig
natuurlandschap	noun	landschap met uitsluitend of hoofdzakelijk natuurlijke elementen
natuurlandschapje	=	natuurlandschap
natuurlandschapjes	=	natuurlandschap
natuurlandschappen	=	natuurlandschap
natuurliefhebber	noun	iemand die erg kan genieten van de natuur
natuurliefhebbers	=	natuurliefhebber
natuurlijk	adj	uit de natuur afkomstig	adv	vanzelfsprekend.
natuurlijke	=	natuurlijk
natuurlijker	=	natuurlijk
natuurlijkere	=	natuurlijk
natuurlijkers	=	natuurlijk
natuurlijkerwijs	adv	op een natuurlijke, niet kunstmatige of aangeleerde manier
natuurlijkerwijze	adv	op een natuurlijke manier
natuurlijkheden	=	natuurlijkheid
natuurlijkheid	noun	het zijn zoals iets is zonder inmenging van de mens
natuurlijks	=	natuurlijk
natuurlijkst	=	natuurlijk
natuurlijkste	=	natuurlijk
natuurlyriek	noun	natuurpoëzie
natuurmens	noun	iemand die op een heel eenvoudige, primitieve, natuurlijke wijze leeft; iemand die veel van de natuur houdt
natuurmensen	=	natuurmens
natuurmensje	=	natuurmens
natuurmensjes	=	natuurmens
natuurminnend	adj	van een persoon dat deze houdt van de natuur
natuurminnende	=	natuurminnend
natuurminnender	=	natuurminnend
natuurminnendere	=	natuurminnend
natuurminnenders	=	natuurminnend
natuurminnends	=	natuurminnend
natuurminnendst	=	natuurminnend
natuurminnendste	=	natuurminnend
natuurmonument	noun	zoals een monument een gebouw is dat de moeite waard is om beschermd te worden zo is een natuurmonument een natuurgebied dat zo bijzonder is dat het de moeite waard is beschermd te worden
natuurmonumenten	=	natuurmonument
natuurmonumentje	=	natuurmonument
natuurmonumentjes	=	natuurmonument
natuuronderwijs	noun	onderwijs in vakken die met de natuur, ecologie, milieu, landschap en duurzaamheid te maken hebben
natuuronderzoeker	noun	iemand die de niet volledig door de mens gecontroleerde levende natuur onderzoekt
natuuronderzoekers	=	natuuronderzoeker
natuurontwikkeling	noun	handelingen van de mens die gericht zijn op het laten ontstaan of verbeteren van een natuurgebied
natuurontwikkelingen	=	natuurontwikkeling
natuuronvriendelijk	adj	slecht of schadelijk voor de natuur
natuuronvriendelijke	=	natuuronvriendelijk
natuuronvriendelijker	=	natuuronvriendelijk
natuuronvriendelijkere	=	natuuronvriendelijk
natuuronvriendelijkers	=	natuuronvriendelijk
natuuronvriendelijks	=	natuuronvriendelijk
natuuronvriendelijkst	=	natuuronvriendelijk
natuuronvriendelijkste	=	natuuronvriendelijk
natuuropvatting	noun	manier waarop je aankijkt tegen het geheel van planten, dieren en hun leefomgeving voor zover die vanzelf ontwikkelt
natuuropvattingen	=	natuuropvatting
natuurorganisatie	noun	een organisatie die zich richt op het beheer, behoud en verbetering van de natuur in diens werkgebied.
natuurorganisaties	=	natuurorganisatie
natuurorganisatietje	=	natuurorganisatie
natuurorganisatietjes	=	natuurorganisatie
natuurpark	noun	natuurgebied dat (van overheidswege) in zijn natuurlijke staat wordt gehandhaafd
natuurparken	=	natuurpark
natuurparkje	=	natuurpark
natuurparkjes	=	natuurpark
natuurplan	noun	geheel van voorgenomen acties om het bestaan van planten en dieren in het wild te bevorderen
natuurplannen	=	natuurplan
natuurplannetje	=	natuurplan
natuurplannetjes	=	natuurplan
natuurproduct	noun	een product dat niet in de fabriek maar in de natuur wordt aangetroffen
natuurproducten	=	natuurproduct
natuurproductje	=	natuurproduct
natuurproductjes	=	natuurproduct
natuurprofiel	noun	het profiel 'Natuur & Techniek' en het profiel 'Natuur & Gezondheid' zoals men dat op het vwo of havo kan kiezen
natuurprofielen	=	natuurprofiel
natuurproject	noun	in tijd begrensde handeling die betrekking heeft op de natuur en de natuurbescherming
natuurprojecten	=	natuurproject
natuurramp	noun	een ongelukkige gebeurtenis die door de natuur veroorzaakt wordt
natuurrampen	=	natuurramp
natuurrampje	=	natuurramp
natuurrampjes	=	natuurramp
natuurrecht	noun	natuurlijk recht
natuurrechtelijk	adj	betrekking hebbend op op het idee van een universeel, onveranderlijk recht dat voortkomt uit de menselijke natuur of rede, los van door mensen gemaakte (positieve) wetten, zoals het recht op leven, vrijheid en eigendom
natuurrechtelijke	=	natuurrechtelijk
natuurrechtelijker	=	natuurrechtelijk
natuurrechtelijkere	=	natuurrechtelijk
natuurrechtelijkers	=	natuurrechtelijk
natuurrechtelijks	=	natuurrechtelijk
natuurrechtelijkst	=	natuurrechtelijk
natuurrechtelijkste	=	natuurrechtelijk
natuurrechten	=	natuurrecht
natuurreis	noun	reis die men maakt om de natuur te bestuderen en om van van de natuur te genieten
natuurreizen	=	natuurreis
natuurreservaat	noun	een gebied dat ecologisch waardevol is en beschermd wordt
natuurreservaatje	=	natuurreservaat
natuurreservaatjes	=	natuurreservaat
natuurreservaten	=	natuurreservaat
natuurrouw	noun	het verdrietige, weemoedige of depressieve gevoel dat men krijgt bij het verlies van natuurschoon
natuurschade	noun	aantasting van de natuurlijke leefomgeving
natuurschaden	=	natuurschade
natuurschades	=	natuurschade
natuurschoon	noun	mooie en waardevolle natuur
natuurstaat	noun	zoals iets natuurlijk, zonder ingrijpen van de mens, voorkomt
natuurstaten	=	natuurstaat
natuursteen	noun	Natuursteen is in de bouwkunde en civiele techniek een gesteente, dat in de natuur wordt aangetroffen en dat na een eventuele bewerking, geschikt is als bouwmateriaal.
natuursteentje	=	natuursteen
natuursteentjes	=	natuursteen
natuurstenen	adj	vervaardigd van in de natuur gedolven steen
natuurstudie	noun	natuurwetenschappelijk onderzoek
natuurstudies	=	natuurstudie
natuurt	=	naturen
natuurtalent	noun	iemand met een speciale gave die hij niet door scholing maar door geboorte heeft verworven
natuurtalenten	=	natuurtalent
natuurtalentje	=	natuurtalent
natuurtalentjes	=	natuurtalent
natuurtechniek	noun	bewuste ingrepen in een gebied om biodiversiteit of landschap in stand te houden of te verbeteren
natuurtechnieken	=	natuurtechniek
natuurtekenaar	noun	een mannelijke persoon die natuurtekeningen vervaardigt
natuurtekenaars	=	natuurtekenaar
natuurtekenaartje	=	natuurtekenaar
natuurtekenaartjes	=	natuurtekenaar
natuurtoerisme	noun	toerisme naar gebieden met bijzondere natuurverschijnselen zoals bergen, gletsjers, vulkanen, nationale parken, fjorden, watervallen, duikgebieden of regenwouden
natuurtonen	=	natuurtoon
natuurtoon	noun	Grondtoon en boventonen worden samen de natuurtonen genoemd
natuurtoontje	=	natuurtoon
natuurtoontjes	=	natuurtoon
natuurtuin	noun	tuin die niet gecultiveerd is, met veel inheemse wilde planten en bloemen
natuurtuinen	=	natuurtuin
natuurtuintje	=	natuurtuin
natuurtuintjes	=	natuurtuin
natuurverbinding	noun	een groene corridor die versnipperde natuurgebieden met elkaar verbindt.
natuurverbindingen	=	natuurverbinding
natuurverbindinkje	=	natuurverbinding
natuurverbindinkjes	=	natuurverbinding
natuurvereniging	noun	organisatie die zich inzet voor het beschermen, beheren en herstellen van de natuur.
natuurverenigingen	=	natuurvereniging
natuurverenigingetje	=	natuurvereniging
natuurverenigingetjes	=	natuurvereniging
natuurvernietiging	noun	is de grootschalige aantasting, verslechtering of onherroepelijke verwoesting van natuurlijke ecosystemen.
natuurvernietigingen	=	natuurvernietiging
natuurvernietigingetje	=	natuurvernietiging
natuurvernietigingetjes	=	natuurvernietiging
natuurverschijnsel	noun	een opvallend verschijnsel dat zijn oorsprong vindt in de natuur
natuurverschijnselen	=	natuurverschijnsel
natuurverschijnsels	=	natuurverschijnsel
natuurvoeding	noun	voedsel dat op natuurlijke wijze, zonder chemische bestrijdingsmiddelen, zonder kunstmest, en zonder genetisch gemodificeerde organismen geteeld wordt en waarbij extra aandacht is voor het dierenwelzijn
natuurvoedingen	=	natuurvoeding
natuurvoedinkje	=	natuurvoeding
natuurvoedinkjes	=	natuurvoeding
natuurvolk	noun	volk/bevolkingsgroep, meestal zonder geschreven traditie, die zogenaamd dichter bij de natuur zou zijn, op grond van hun vermeende, primitieve opvattingen, samenlevingsvorm of technologie
natuurvolken	=	natuurvolk
natuurvolkeren	=	natuurvolk
natuurvolkje	=	natuurvolk
natuurvolkjes	=	natuurvolk
natuurvorser	noun	iemand die de natuur op wetenschappelijke wijze onderzoekt
natuurvorsers	=	natuurvorser
natuurvorsertje	=	natuurvorser
natuurvorsertjes	=	natuurvorser
natuurvriend	noun	iemand die genoegen beleeft aan het buiten bestuderen van wilde planten en dieren
natuurvriendelijk	adj	gericht op de bescherming en verbetering van de natuur
natuurvriendelijke	=	natuurvriendelijk
natuurvriendelijker	=	natuurvriendelijk
natuurvriendelijkere	=	natuurvriendelijk
natuurvriendelijkers	=	natuurvriendelijk
natuurvriendelijks	=	natuurvriendelijk
natuurvriendelijkst	=	natuurvriendelijk
natuurvriendelijkste	=	natuurvriendelijk
natuurvrienden	=	natuurvriend
natuurvriendje	=	natuurvriend
natuurvriendjes	=	natuurvriend
natuurwaarde	noun	de waarde die aan een bepaald gebied wordt toegekend, gezien vanuit het perspectief van natuurbescherming en landschap
natuurwaarden	=	natuurwaarde
natuurwaardes	=	natuurwaarde
natuurwaardetje	=	natuurwaarde
natuurwaardetjes	=	natuurwaarde
natuurwandeling	noun	een wandeling door de natuur
natuurwandelingen	=	natuurwandeling
natuurwandelingetje	=	natuurwandeling
natuurwandelingetjes	=	natuurwandeling
natuurwet	noun	wetmatigheid bij natuurverschijnselen
natuurwetenschap	noun	een wetenschap die de natuur bestudeert, zoals biologie, scheikunde of natuurkunde
natuurwetenschapje	=	natuurwetenschap
natuurwetenschapjes	=	natuurwetenschap
natuurwetenschappelijk	adj	betrekking hebbend op de natuurkunde, scheikunde of biologie
natuurwetenschappelijke	=	natuurwetenschappelijk
natuurwetenschappelijker	=	natuurwetenschappelijk
natuurwetenschappelijkere	=	natuurwetenschappelijk
natuurwetenschappelijkers	=	natuurwetenschappelijk
natuurwetenschappelijks	=	natuurwetenschappelijk
natuurwetenschappelijkst	=	natuurwetenschappelijk
natuurwetenschappelijkste	=	natuurwetenschappelijk
natuurwetenschappen	=	natuurwetenschap
natuurwetenschapper	noun	wetenschapper die zich bezighoudt met natuurwetenschap
natuurwetenschappers	=	natuurwetenschapper
natuurwetenschapster	noun	vrouwelijke vorm van natuurwetenschapper
natuurwetenschapsters	=	natuurwetenschapster
natuurwetenschapstertje	=	natuurwetenschapster
natuurwetenschapstertjes	=	natuurwetenschapster
natuurwetje	=	natuurwet
natuurwetjes	=	natuurwet
natuurwetten	=	natuurwet
natuurwonder	noun	bewonderenswaardig natuurverschijnsel
natuurwonderen	=	natuurwonder
natuurwondertje	=	natuurwonder
natuurwondertjes	=	natuurwonder
natuurzij	noun	zeer zachte stof gemaakt van cocons van de zijderups
natuurzijde	noun	echte zijde, zeer zachte stof gemaakt van cocons van de zijderups
natuurzijdes	=	natuurzij
natuurzone	noun	gebied waar flora en fauna zich zonder veel menselijke ingrepen kunnen ontwikkelen, in contrast met nabijgelegen gebieden waar mensen wonen en werken
natuurzones	=	natuurzone
natuurzuiver	adj	niet kunstmatig (fabrieksmatig) bewerkt
natuurzuiverder	=	natuurzuiver
natuurzuiverdere	=	natuurzuiver
natuurzuiverders	=	natuurzuiver
natuurzuivere	=	natuurzuiver
natuurzuivers	=	natuurzuiver
natuurzuiverst	=	natuurzuiver
natuurzuiverste	=	natuurzuiver
naung-mungkruiplijster	noun	Napothera naungmungensis een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
naung-mungkruiplijsters	=	naung-mungkruiplijster
naung-mungkruiplijstertje	=	naung-mungkruiplijster
naung-mungkruiplijstertjes	=	naung-mungkruiplijster
nauruaan	noun	een inwoner van Nauru, of iemand afkomstig uit Nauru
nauruaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Nauru
nauruaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Nauru, of een vrouw afkomstig uit Nauru
nauruaansen	=	nauruaanse
nauruaanser	=	nauruaans
nauruaansere	=	nauruaans
nauruaansers	=	nauruaans
nauruaanst	=	nauruaans
nauruaanstalig	adj	de Nauruaanse taal sprekend
nauruaanstalige	=	nauruaanstalig
nauruaanstaligs	=	nauruaanstalig
nauruaanste	=	nauruaans
nauruanen	=	nauruaan
naurukarekiet	noun	Acrocephalus rehsei een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
naurukarekieten	=	naurukarekiet
naurukarekietje	=	naurukarekiet
naurukarekietjes	=	naurukarekiet
nausea	noun	misselijkheid
nautica	noun	op (scheep)vaart betrekking hebbende voorwerpen
nauticazaak	noun	een bedrijf dat zich bezighoudt met zaken die te maken hebben met de scheepvaart en de zeevaartkunde, zoals de verkoop, onderhoud, en dienstverlening voor boten, jachten, en alles wat met het leven op het water te maken heeft
nauticazaakje	=	nauticazaak
nauticazaakjes	=	nauticazaak
nauticazaken	=	nauticazaak
nautiek	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de praktische en theoretische stuurmanskunst om op een veilige wijze een schip zo snel en economisch mogelijk van de ene plaats naar de andere te brengen
nautilus	noun	Nautilidae een familie van intvisachtigen met een schelp
nautilusje	=	nautilus
nautilusjes	=	nautilus
nautilussen	noun	Nautilidae een familie van weekdieren die behoren tot de inktvissen (Cephalopoda).
nautisch	adj	betrekking hebbend op watersport of scheepvaart
nautische	=	nautisch
nautischer	=	nautisch
nautischere	=	nautisch
nautischers	=	nautisch
nautischt	=	nautisch
nautischte	=	nautisch
nauw	adj	een geringe breedte hebbend	noun	zeeëngte
nauwe	=	nauw
nauwelijks	adv	net, op het nippertje, wel of niet
nauwer	=	nauw
nauwere	=	nauw
nauwers	=	nauw
nauwgezet	adj	met veel aandacht, op details lettend	adv	op nauwgezette wijze
nauwgezetheden	=	nauwgezetheid
nauwgezetheid	noun	het nauwgezet zijn
nauwgezets	=	nauwgezet
nauwgezetst	=	nauwgezet
nauwgezetste	=	nauwgezet
nauwgezette	=	nauwgezet
nauwgezetter	=	nauwgezet
nauwgezettere	=	nauwgezet
nauwgezetters	=	nauwgezet
nauwheden	=	nauwheid
nauwheid	noun	het niet wijd of ruim zijn; het nauw zijn
nauwkeurig	adj	erg zorgvuldig
nauwkeurige	=	nauwkeurig
nauwkeuriger	=	nauwkeurig
nauwkeurigere	=	nauwkeurig
nauwkeurigers	=	nauwkeurig
nauwkeurigheden	=	nauwkeurigheid
nauwkeurigheid	noun	de mate waarin men zaken tot in de puntjes behandelt
nauwkeurigheidje	=	nauwkeurigheid
nauwkeurigheidjes	=	nauwkeurigheid
nauwkeurigs	=	nauwkeurig
nauwkeurigst	=	nauwkeurig
nauwkeurigste	=	nauwkeurig
nauwlettend	adj	met veel aandacht en heel precies
nauwlettende	=	nauwlettend
nauwlettender	=	nauwlettend
nauwlettendere	=	nauwlettend
nauwlettenders	=	nauwlettend
nauwlettends	=	nauwlettend
nauwlettendst	=	nauwlettend
nauwlettendste	=	nauwlettend
nauws	=	nauw
nauwst	=	nauw
nauwste	=	nauw
nauwte	noun	een krappe, nauwe doorgang
nauwtes	=	nauwte
nauwverholen	adj	nauwelijks verborgen, bijna helemaal openbaar
nauwverholens	=	nauwverholen
nauwverwant	adj	grote genetische overeenkomst vertonend
nauwverwante	=	nauwverwant
nauwverwants	=	nauwverwant
navajotalig	adj	Navajo sprekend
navajotalige	=	navajotalig
navajotaligs	=	navajotalig
navawinterkoning	noun	Hylorchilus navai een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
navawinterkoningen	=	navawinterkoning
navawinterkoninkje	=	navawinterkoning
navawinterkoninkjes	=	navawinterkoning
navel	noun	rond litteken in de buik van zoogdieren, op de plaats waar de navelstreng de verbinding met het kind of jong vormde
navelbreuk	noun	een uitstulping van het buikvlies door een zwakke plek of opening in de buikwand rond de navel
navelbreuken	=	navelbreuk
navelbreukje	=	navelbreuk
navelbreukjes	=	navelbreuk
navelgalwesp	noun	Cynips disticha een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
navelgalwespen	=	navelgalwesp
navelgalwespje	=	navelgalwesp
navelgalwespjes	=	navelgalwesp
navelpiercing	noun	een type piercing, gebruikelijker bij vrouwen dan bij mannen, waarbij de huid rondom de navel wordt doorboord en voorzien van een sieraad
navelpiercingetje	=	navelpiercing
navelpiercings	=	navelpiercing
navelpiercinkje	=	navelpiercing
navelpiercinkjes	=	navelpiercing
navelpluis	noun	opeenhoping van vezeltjes in iemands navel
navelpluisje	=	navelpluis
navelpluisjes	=	navelpluis
navelpluizen	=	navelpluis
navels	=	navel
navelsinaasappel	noun	pitloze sinaasappel met navelachtig putje waar een tweede vruchtje is
navelsinaasappelen	=	navelsinaasappel
navelsinaasappels	=	navelsinaasappel
navelsinaasappeltje	=	navelsinaasappel
navelsinaasappeltjes	=	navelsinaasappel
navelstaar	=	navelstaren
navelstaarde	=	navelstaren
navelstaarden	=	navelstaren
navelstaarder	noun	iemand die zich alleen maar bezighoudt met zijn eigen zielenroerselen dan met de praktische buitenwereld
navelstaarderij	noun|figurative	overmatig bezig zijn met zichzelf aan te duiden
navelstaarderijen	=	navelstaarderij
navelstaarderijtje	=	navelstaarderij
navelstaarderijtjes	=	navelstaarderij
navelstaarders	=	navelstaarder
navelstaardertje	=	navelstaarder
navelstaardertjes	=	navelstaarder
navelstaart	=	navelstaren
navelstare	=	navelstaren
navelstaren	verb	overmatig bezig zijn met zichzelf
navelstarend	=	navelstaren
navelstarende	=	navelstaren
navelstompje	noun	een stukje van de navelstreng dat na het doorknippen van de navelstreng bij de bevalling overblijft
navelstompjes	=	navelstompje
navelstreek	noun	de buikhuid rond de navel
navelstreekje	=	navelstreek
navelstreekjes	=	navelstreek
navelstreken	=	navelstreek
navelstreng	noun	snoer dat de vrucht aan de moederkoek verbindt
navelstrengbloed	noun	bloed afkomstig van de navelstreng van een pasgeboren kind
navelstrengbloedje	=	navelstrengbloed
navelstrengbloedjes	=	navelstrengbloed
navelstrengen	=	navelstreng
navelstrengetje	=	navelstreng
navelstrengetjes	=	navelstreng
naveltje	=	navel
naveltjes	=	navel
naveltrui	noun	kledingstuk voor het bovenlichaam dat het onderste deel van de romp niet bedekt
naveltruien	=	naveltrui
naveltruitje	=	naveltrui
naveltruitjes	=	naveltrui
navelzwijn	noun	varkensachtig dier, met een kort gedrongen gestalte en korte kop
navelzwijnen	=	navelzwijn
navelzwijntje	=	navelzwijn
navelzwijntjes	=	navelzwijn
naven	=	naaf
navenant	adj	van overeenkomstige proportie	adv	op navenante wijze
navenante	=	navenant
navenants	=	navenant
naverkoopdienst	noun	deel van een bedrijf dat service verleent aan klanten die een product van dat bedrijf hebben gekocht
naverkoopdiensten	=	naverkoopdienst
navertel	=	navertellen
naverteld	=	navertellen
navertelde	=	navertellen
navertelden	=	navertellen
navertelle	=	navertellen
navertellen	verb	een gebeurtenis overleven, zodat men achteraf kan verhalen over die gebeurtenis
navertellend	=	navertellen
navertellende	=	navertellen
navertelt	=	navertellen
naverwant	noun	een nabij familielid	adj	daaraan gekoppelde; daarmee samenhangend
naverwante	=	naverwant
naverwanten	=	naverwant
naverwants	=	naverwant
navet	noun|obsolete	klein vaartuig
navette	noun	verhoogde vruchtbaarheid van grond als gevolg van de bemesting voor eerdere oogsten
navetten	=	navet
navi	noun	profeet
navigatie	noun	het bepalen van de positie (standplaats) en de bepaling van de richting om naar een gewenste positie te gaan
navigatieapparatuur	noun	toestellen waarmee men de weg kan vinden
navigatiebalk	noun	een balk onder aan artikelen waarin zijwaarts verwante artikelen in gelinkt worden om eenvoudig daarheen te kunnen navigeren.
navigatiebalken	=	navigatiebalk
navigatiebalkje	=	navigatiebalk
navigatiebalkjes	=	navigatiebalk
navigatiekast	noun	kastje in auto waarin navigatiecomputer zit
navigatiekasten	=	navigatiekast
navigatiekastje	=	navigatiekast
navigatiekastjes	=	navigatiekast
navigaties	=	navigatie
navigatiesjablonen	=	navigatiesjabloon
navigatiesjabloon	noun	een kader onderaan een pagina waarin zijwaarts verwante artikelen gelinkt worden
navigatiesjabloontje	=	navigatiesjabloon
navigatiesjabloontjes	=	navigatiesjabloon
navigatiesysteem	noun	een apparaat of systematiek voor het zelfstandig navigeren, of ter ondersteuning van het navigeren
navigatiesysteempje	=	navigatiesysteem
navigatiesysteempjes	=	navigatiesysteem
navigatiesystemen	=	navigatiesysteem
navigatietje	=	navigatie
navigator	noun	iemand die navigeert (koers en positie bepaalt)
navigatoren	=	navigator
navigators	=	navigator
navigatortje	=	navigator
navigatortjes	=	navigator
navigeer	=	navigeren
navigeerde	=	navigeren
navigeerden	=	navigeren
navigeert	=	navigeren
navigere	=	navigeren
navigeren	verb	plannen en volgen van een route op een schip, een vliegtuig etc.
navigerend	=	navigeren
navigerende	=	navigeren
navlooi	=	navlooien
navlooide	=	navlooien
navlooiden	=	navlooien
navlooie	=	navlooien
navlooien	verb	zorgvuldig onderzoeken
navlooiend	=	navlooien
navlooiende	=	navlooien
navlooit	=	navlooien
navo	noun	coalitie van westerse landen die militair samenwerken om elkaars veiligheid te garanderen
navo-bases	=	navo-basis
navo-basis	noun	militair terrein of een hoofdkwartier dat deel uitmaakt van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)
navo-basissen	=	navo-basis
navo-bondgenoot	noun	land dat lid is van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
navo-bondgenoten	=	navo-bondgenoot
navo-lidmaatschap	noun	lidmaatschap van de Noord-Atlantische VerdragsOrganisatie
navo-lidmaatschappen	=	navo-lidmaatschap
navo-top	noun	conferentie georganiseerd door de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie voor regeringsleiders van de lidstaten
navo-toppen	=	navo-top
navo-uitbreiding	noun	het proces waarbij nieuwe Europese landen lid worden van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, een militair bondgenootschap voor collectieve verdediging.
navo-uitbreidingen	=	navo-uitbreiding
navo-uitbreidinkje	=	navo-uitbreiding
navo-uitbreidinkjes	=	navo-uitbreiding
navo-verband	noun	gezamenlijk optreden van de lidstaten van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie
navo-verbanden	=	navo-verband
navoel	=	navoelen
navoelbaar	adj	dat je kunt invoelen wat iemand vroeger gevoeld moet hebben
navoelbaarder	=	navoelbaar
navoelbaardere	=	navoelbaar
navoelbaarders	=	navoelbaar
navoelbaars	=	navoelbaar
navoelbaarst	=	navoelbaar
navoelbaarste	=	navoelbaar
navoelbare	=	navoelbaar
navoelde	=	navoelen
navoelden	=	navoelen
navoele	=	navoelen
navoelen	verb	herkennen met het eigen gevoel
navoelend	=	navoelen
navoelende	=	navoelen
navoelt	=	navoelen
navolg	=	navolgen
navolgbaar	adj	als iets goed is om na te doen, als iets te imiteren is
navolgbaarder	=	navolgbaar
navolgbaardere	=	navolgbaar
navolgbaarders	=	navolgbaar
navolgbaars	=	navolgbaar
navolgbaarst	=	navolgbaar
navolgbaarste	=	navolgbaar
navolgbare	=	navolgbaar
navolgde	=	navolgen
navolgden	=	navolgen
navolge	=	navolgen
navolgen	verb	achter iemand aan gaan
navolgend	adj	hierna beschreven
navolgende	=	navolgend
navolgends	=	navolgend
navolgenswaard	adj	waard om nagevolgd te worden
navolgenswaarde	=	navolgenswaard
navolgenswaarder	=	navolgenswaard
navolgenswaardere	=	navolgenswaard
navolgenswaarders	=	navolgenswaard
navolgenswaardig	adj	dat navolging verdient
navolgenswaardige	=	navolgenswaardig
navolgenswaardiger	=	navolgenswaardig
navolgenswaardigere	=	navolgenswaardig
navolgenswaardigers	=	navolgenswaardig
navolgenswaardigs	=	navolgenswaardig
navolgenswaardigst	=	navolgenswaardig
navolgenswaardigste	=	navolgenswaardig
navolgenswaards	=	navolgenswaard
navolgenswaardst	=	navolgenswaard
navolgenswaardste	=	navolgenswaard
navolger	noun	iemand die iemand anders nadoet
navolgers	=	navolger
navolgertje	=	navolger
navolgertjes	=	navolger
navolging	noun	imitatie, iets of iemand nadoen
navolgingen	=	navolging
navolgingetje	=	navolging
navolginkje	=	navolging
navolginkjes	=	navolging
navolgt	=	navolgen
navond	=	goedenavond
navorder	=	navorderen
navorderde	=	navorderen
navorderden	=	navorderen
navordere	=	navorderen
navorderen	verb	later vorderen, eisen
navorderend	=	navorderen
navorderende	=	navorderen
navordering	noun	achteraf opeisen van te weinig betaalde belasting
navorderingen	=	navordering
navordert	=	navorderen
navorming	noun	scholing die plaatsvindt als de reguliere (beroeps)opleiding is voltooid, met als doel kennis- en vaardigheden te verhogen of aan te vullen met de nieuwste ontwikkelingen
navormingen	=	navorming
navors	=	navorsen
navorschen	=	navorsen
navorsching	=	navorsing
navorse	=	navorsen
navorsen	verb	grondig en zorgvuldig onderzoeken
navorsend	=	navorsen
navorsende	=	navorsen
navorser	noun	iemand die onderzoek doet
navorsers	=	navorser
navorsertje	=	navorser
navorsing	noun	het inwinnen van informatie
navorsingen	=	navorsing
navorsinkje	=	navorsing
navorst	=	navorsen
navorste	=	navorsen
navorsten	=	navorsen
navraag	noun	het navragen, het vragen naar iets, het inwinnen van informatie
navraagde	=	navragen
navraagden	=	navragen
navraagdenª	=	navragen
navraagdeª	=	navragen
navraagt	=	navragen
navrage	=	navragen
navragen	verb	ontbrekende informatie trachten te achterhalen
navragend	=	navragen
navragende	=	navragen
navrant	adj	hartverscheurend, schrijnend
navrante	=	navrant
navranter	=	navrant
navrantere	=	navrant
navranters	=	navrant
navrants	=	navrant
navrantst	=	navrant
navrantste	=	navrant
navroeg	=	navragen
navroege	=	navragen
navroegen	=	navragen
navroegt	=	navragen
navul	=	navullen
navulbaar	adj	opnieuw te vullen, met de mogelijkheid nagevuld te worden
navulbaarder	=	navulbaar
navulbaardere	=	navulbaar
navulbaarders	=	navulbaar
navulbaars	=	navulbaar
navulbaarst	=	navulbaar
navulbaarste	=	navulbaar
navulbare	=	navulbaar
navulde	=	navullen
navulden	=	navullen
navulle	=	navullen
navullen	verb	iets weer opnieuw vol maken als je het eerst hebt leeg gemaakt
navullend	=	navullen
navullende	=	navullen
navult	=	navullen
navulverpakking	noun	goedkope eenvoudige vorm waarin een product dat wordt verbruikt wordt aangeboden, voor het bijvullen van een speciale houder, die handig is in het gebruik en die eerder met het product erin is verkocht Mogelijke redenen voor dit type verpakkingen is besparing van kosten en minder verspilling van grondstoffen door hergebruik van de houders.
navulverpakkingen	=	navulverpakking
navy	adj	marineblauw gekleurd
navy's	=	navy
navylook	noun	een op de marine lijkende stijl van kleden (uiterlijk)
navylooks	=	navylook
naw-gegeven	noun	informatie betreffende de naam, het adres, postcode en woonplaats
naw-gegevens	=	naw-gegeven
nawee	noun	pijnlijke samentrekkingen van de baarmoeder nadat de nageboorte al geboren is
naweeg	=	nawegen
naweegt	=	nawegen
nawees	=	nawijzen
naweeën	=	nawee
nawege	=	nawegen
nawegen	verb	iets ter controle opnieuw wegen
nawegend	=	nawegen
nawegende	=	nawegen
nawerk	noun	onderdelen van een boek die zich na de hoofdtekst staan
nawerke	=	nawerken
nawerken	verb	doorwerken na de eigenlijke werking
nawerkend	=	nawerken
nawerkende	=	nawerken
nawerking	noun	effecten van een handeling nadat die handeling zelf gestopt is
nawerkingen	=	nawerking
nawerkt	=	nawerken
nawerkte	=	nawerken
nawerkten	=	nawerken
nawezen	=	nawijzen
nawijs	=	nawijzen
nawijsbaar	adj	met terugwerkende kracht iets zien als de oorzaak
nawijsbaarder	=	nawijsbaar
nawijsbaardere	=	nawijsbaar
nawijsbaarders	=	nawijsbaar
nawijsbaars	=	nawijsbaar
nawijsbaarst	=	nawijsbaar
nawijsbaarste	=	nawijsbaar
nawijsbare	=	nawijsbaar
nawijst	=	nawijzen
nawijze	=	nawijzen
nawijzen	verb	iemand stiekem van achteren aanwijzen
nawijzend	=	nawijzen
nawijzende	=	nawijzen
nawinter	noun	het laatste deel van de winter; het vroege voorjaar
nawinters	=	nawinter
nawogen	=	nawegen
nawoog	=	nawegen
nawoogt	=	nawegen
nawoord	noun	tekst na het eigenlijke einde van een boek of verhaal
nawoorden	=	nawoord
nawoordje	=	nawoord
nawoordjes	=	nawoord
nawuif	=	nawuiven
nawuifde	=	nawuiven
nawuifden	=	nawuiven
nawuift	=	nawuiven
nawuive	=	nawuiven
nawuiven	verb	naar iemand zwaaien bij het vertrek
nawuivend	=	nawuiven
nawuivende	=	nawuiven
nazaagt	=	nazien
nazaat	noun	iemand met een specifieke voorouder of specifieke voorouders
nazaatje	=	nazaat
nazaatjes	=	nazaat
nazag	=	nazien
nazagen	=	nazien
nazang	noun	een lied of gedicht dat na het hoofdwerk komt als afsluiting
nazangen	=	nazang
nazareens	adj	van of uit Nazareth
nazareeër	noun	lid van eerste christengemeenten
nazareeërs	=	nazareeër
nazarener	noun	lid van eerste christengemeenten
nazareners	=	nazarener
nazat	=	nazitten
nazaten	=	nazaat
nazcagent	noun	Sula granti een vogel uit de familie van genten (Sulidae).
nazcagenten	=	nazcagent
nazcagentje	=	nazcagent
nazcagentjes	=	nazcagent
nazeg	=	nazeggen
nazegde	=	nazeggen
nazegden	=	nazeggen
nazegge	=	nazeggen
nazeggen	verb	herhalen wat iemand anders al gezegd heeft, bevestigen wat iemand anders al gezegd heeft
nazeggend	=	nazeggen
nazeggende	=	nazeggen
nazegt	=	nazeggen
nazei	=	nazeggen
nazeide	=	nazeggen
nazeiden	=	nazeggen
nazeidt	=	nazeggen
nazend	=	nazenden
nazende	=	nazenden
nazenden	verb	iets aan iemand toesturen die al vertrokken is
nazendend	=	nazenden
nazendende	=	nazenden
nazending	noun	levering achteraf of het nasturen van goederen die niet direct beschikbaar waren.
nazendingen	=	nazending
nazendinkje	=	nazending
nazendinkjes	=	nazending
nazendt	=	nazenden
nazet	=	nazetten
nazette	=	nazetten
nazetten	verb	iets of iemand proberen te achtervolgen om hem te kunnen pakken, jacht maken op
nazettend	=	nazetten
nazettende	=	nazetten
nazi	noun	oorspronkelijk: aanhanger, lid van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei (NSDAP) een politieke partij in het Duitsland van de jaren 1920 tot 1945
nazi's	=	nazi
nazi'tje	=	nazi
nazi-ideologie	noun	ideologie van de nazi's zoals die in het tijdperk 1933-1945 in Duitsland tot uitdrukking kwam
nazi-ideologietje	=	nazi-ideologie
nazi-ideologietjes	=	nazi-ideologie
nazi-ideologieën	=	nazi-ideologie
nazi-jager	noun	iemand die nazi's die oorlogsmisdaden hebben begaan opspoort
nazi-jagers	=	nazi-jager
naziarts	noun	arts uit de nazitijd in Duitsland die gruwelijke pseudowetenschappelijke experimenten uitvoerde op gevangenen van de nazi's waarvan Josef Mengele wel één van de beruchtste is
naziartsen	=	naziarts
nazibeweging	noun	een politieke of ideologische groepering die is gebaseerd op het nationaalsocialisme (nazisme).
nazibewegingen	=	nazibeweging
nazibeweginkje	=	nazibeweging
nazibeweginkjes	=	nazibeweging
nazibewind	noun	bewind uitgeoefend door een stel nazi's
nazibewinden	=	nazibewind
nazibewindje	=	nazibewind
nazibewindjes	=	nazibewind
nazicht	noun	controle of alles in orde is
nazidom	noun	de nationaalsocialisten en alles wat daarmee verband houdt
nazie	=	nazien
nazien	verb	iets op onjuistheden inspecteren
naziend	=	nazien
naziende	=	nazien
naziet	=	nazien
nazietje	=	nazi
nazietjes	=	nazi
nazificatie	noun	term waarmee men de maatregelen aanduidde waarmee de nazi's, nadat Adolf Hitler in 1933 tot rijkskanselier was benoemd, Duitsland in een totalitaire dictatuur veranderden
nazificaties	=	nazificatie
nazigroet	noun	groet van de nazi's, d.w.z. rechterhand gestrekt schuin omhoog met de handpalm open, bij voorkeur gepaard gaande onder het uitstoten van de kreet 'Heil Hitler'
nazigroeten	=	nazigroet
nazigroetje	=	nazigroet
nazigroetjes	=	nazigroet
nazikamp	noun	kamp waarin 'ongewenste elementen' werden opgesloten in de nazitijd
nazikampen	=	nazikamp
nazikampje	=	nazikamp
nazikampjes	=	nazikamp
nazileider	noun	leider van nazi's
nazileiders	=	nazileider
nazileidertje	=	nazileider
nazileidertjes	=	nazileider
nazileiding	noun	de topfunctionarissen, bestuurders en militaire bevelhebbers die de leiding hadden over het nationaalsocialistische regime in Duitsland (NSDAP) voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog
nazileidingen	=	nazileiding
nazileidinkje	=	nazileiding
nazileidinkjes	=	nazileiding
nazin	noun	deel van een samengestelde zin, die volgt op de voorzin
nazinder	=	nazinderen
nazinderde	=	nazinderen
nazinderden	=	nazinderen
nazindere	=	nazinderen
nazinderen	verb	blijven van onrust na een schokkende gebeurtenis
nazinderend	=	nazinderen
nazinderende	=	nazinderen
nazindert	=	nazinderen
nazing	=	nazingen
nazinge	=	nazingen
nazingen	verb	een gehoorde gezongen frase imiteren
nazingend	=	nazingen
nazingende	=	nazingen
nazingt	=	nazingen
nazinnen	=	nazin
naziofficier	noun	iemand met een hoge militaire rang tijdens het naziregime
naziofficieren	=	naziofficier
naziofficiers	=	naziofficier
nazioorlogsmisdadiger	noun	iemand die tijdens het naziregime oorlogsmisdaden heeft gepleegd
nazioorlogsmisdadigers	=	nazioorlogsmisdadiger
nazipartij	noun	politieke partij met een nationaal socialistisch programma
nazipartijen	=	nazipartij
nazipropaganda	noun	propaganda verspreid door de nazi's met name door hun minister Goebbels
nazireeër	noun	iemand die om godsdienstige redenen een gelofte heeft afgelegd tot bepaalde onthoudingen, waaronder het drinken van alcoholische drank en het knippen van het hoofdhaar (Num. 6:1-6)
nazireeërs	=	nazireeër
naziregime	noun	het regime in de Duitse staat in de periode van 30 januari 1933 tot 23 mei 1945 ook wel het Derde Rijk genoemd
naziregimes	=	naziregime
naziregimetje	=	naziregime
naziregimetjes	=	naziregime
naziskin	noun	rechts-extremistische jongere met een kaalgeschoren hoofd
naziskins	=	naziskin
nazislachtoffer	noun	slachtoffer van nazi's
nazislachtoffers	=	nazislachtoffer
nazisme	noun	nationaalsocialisme
nazistisch	adj	met de eigenschappen en kenmerken van de nazi's
nazistische	=	nazistisch
nazistischer	=	nazistisch
nazistischere	=	nazistisch
nazistischers	=	nazistisch
nazisympathie	noun	onbegrijpelijke sympathie voor het nazisme
nazisympathieën	=	nazisympathie
nazit	=	nazitten
nazitijd	noun	tijdperk met een nationaalsocialistisch regime
nazitijden	=	nazitijd
nazitop	noun	De hoogste leiders van het naziregime waarvan de vijf belangrijkste waren Adolf Hitler, Joseph Goebbels, Heinrich Himmler, Martin Bormann en Herman Göring
nazitoppen	=	nazitop
nazitte	=	nazitten
nazitten	verb	achtervolgen
nazittend	=	nazitten
nazittende	=	nazitten
naziverleden	noun	een verleden waarin sprake was van deelname aan nazipraktijken
naziverledens	=	naziverleden
nazivlag	noun	de vlag van de Nazi-partij, de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP), die een rood doek met een witte cirkel voorzien van een hakenkruis in het midden had
nazivlaggen	=	nazivlag
nazivlaggetje	=	nazivlag
nazivlaggetjes	=	nazivlag
nazivlagje	=	nazivlag
nazivlagjes	=	nazivlag
nazocht	=	nazoeken
nazochten	=	nazoeken
nazoek	=	nazoeken
nazoeke	=	nazoeken
nazoeken	verb	opzoeken
nazoekend	=	nazoeken
nazoekende	=	nazoeken
nazoekt	=	nazoeken
nazomer	noun	de periode van eind september tot half november waarin het nog zomerachtig weer kan zijn
nazomerdag	noun	een dag met warm, zonnig en droog weer die optreedt in de periode na de meteorologische zomer (september of oktober), terwijl de herfst eigenlijk al is begonnen
nazomerdagen	=	nazomerdag
nazomergitje	noun	Cheilosia impressa een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
nazomergitjes	=	nazomergitje
nazomermiddag	noun	een warme middag in de vroege herfst
nazomermiddagen	=	nazomermiddag
nazomermiddagje	=	nazomermiddag
nazomermiddagjes	=	nazomermiddag
nazomers	=	nazomer
nazomertje	=	nazomer
nazomertjes	=	nazomer
nazomeruil	noun	Ammoconia caecimacula een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
nazomeruilen	=	nazomeruil
nazomeruiltje	=	nazomeruil
nazomeruiltjes	=	nazomeruil
nazomerweer	noun	zomersweer in de herfst
nazond	=	nazenden
nazonden	=	nazenden
nazondt	=	nazenden
nazong	=	nazingen
nazongen	=	nazingen
nazongt	=	nazingen
nazoreeër	noun	lid van eerste christengemeenten
nazoreeërs	=	nazoreeër
nazorg	noun	de aandacht die mensen krijgen nadat ze iets heftigs hebben meegemaakt
nazorgen	=	nazorg
nazwaai	=	nazwaaien
nazwaaide	=	nazwaaien
nazwaaiden	=	nazwaaien
nazwaaie	=	nazwaaien
nazwaaien	verb	iemand groeten die weggaat
nazwaaiend	=	nazwaaien
nazwaaiende	=	nazwaaien
nazwaait	=	nazwaaien
naäpen	=	na-apen
naäper	=	na-aper
naäsee	verb	we zullen doen
naë	=	na
naïef	adj	onvoldoende bewust van de mogelijke gevolgen van eigen handelen
naïefs	=	naïef
naïefst	=	naïef
naïefste	=	naïef
naïeve	=	naïef
naïeveling	noun	persoon die naïef is, een onnozel, argeloos mens
naïevelingen	=	naïeveling
naïevelingetje	=	naïeveling
naïevelingetjes	=	naïeveling
naïever	=	naïef
naïevere	=	naïef
naïevers	=	naïef
naïveteit	noun	naïviteit, onnozelheid
naïveteiten	=	naïveteit
naïviteit	noun	het nog niet gevormd of beschadigd zijn door het leven en daardoor wereldvreemd
naïviteiten	=	naïviteit
nb	abbrev	de afkorting voor nota bene, let wel
nctb	noun	de afkorting voor Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, een Nederlandse overheidsfunctie ter coördinatie van alle overheidsdiensten die bij terreurbestrijding zijn betrokken
nctv	noun	persoon en instantie die terrorismebestrijding coördineert, opvolger van de NCTb
nctv's	=	nctv
ne	article	mannelijk onbepaald lidwoord wanneer het eropvolgende woord met een andere medeklinker dan b of h begint
neanderthaler	noun	Homo neanderthalensis De neanderthaler (Homo neanderthalensis, indien als soort beschouwd, of Homo sapiens neanderthalensis, indien als ondersoort beschouwd) is een uitgestorven mensensoort of -ondersoort.
neanderthalers	=	neanderthaler
neanderthalertje	=	neanderthaler
neanderthalertjes	=	neanderthaler
neb	noun	snavel
nebbe	noun	neb
nebbech	noun	zielig	intj	och!, helaas! jammer! (uitroep van medelijden of spijt)
nebben	=	neb
nebbetje	=	neb
nebbetjes	=	neb
nebbisj	noun	zielig	intj	och!, helaas! jammer! (uitroep van medelijden of spijt)
nebje	=	neb
nebjes	=	neb
neblinaglansstaartkolibrie	noun	Metallura odomae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
neblinaglansstaartkolibries	=	neblinaglansstaartkolibrie
neblinaglansstaartkolibrietje	=	neblinaglansstaartkolibrie
neblinaglansstaartkolibrietjes	=	neblinaglansstaartkolibrie
nebula	noun	interstellaire gas- en stofwolken die worden beschouwd als de geboorteplaats van de sterren
nebuleus	adj	nevelachtig, mistig, duister, verward
nebuleuse	=	nebuleus
nebuleuser	=	nebuleus
nebuleusere	=	nebuleus
nebuleusers	=	nebuleus
nebuleust	=	nebuleus
nebuleuste	=	nebuleus
nebuleuze	=	nebuleus
nebuleuzer	=	nebuleus
nebuleuzere	=	nebuleus
nebuleuzers	=	nebuleus
necessaire	noun	een zaktasje of bundeltje met benodigdheden voor bijvoorbeeld het naaien of het onderhoud van een pijp
necessaires	=	necessaire
necessairetje	=	necessaire
necessairetjes	=	necessaire
nechama	noun	troost
nechamot	=	nechama
nechisarnachtzwaluw	noun	Caprimulgus solala een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
nechisarnachtzwaluwen	=	nechisarnachtzwaluw
nechisarnachtzwaluwtje	=	nechisarnachtzwaluw
nechisarnachtzwaluwtjes	=	nechisarnachtzwaluw
necrofiel	adj	met een voorkeur voor stervend materiaal	noun	iemand met een seksuele voorkeur voor lijken of stervenden
necrofiele	=	necrofiel
necrofielen	=	necrofiel
necrofieler	=	necrofiel
necrofielere	=	necrofiel
necrofielers	=	necrofiel
necrofiels	=	necrofiel
necrofielst	=	necrofiel
necrofielste	=	necrofiel
necrofieltje	=	necrofiel
necrofilie	noun	onnatuurlijke liefde voor lijken of stervenden
necrologen	=	necroloog
necrologie	noun	een biografie van een overleden persoon en/of een bespreking van diens werk
necrologietje	=	necrologie
necrologietjes	=	necrologie
necrologieën	=	necrologie
necroloog	noun	iemand die een artikel schrijft over een overleden persoon; iemand die een necrologie schrijft
necrolyse	noun	afsterving van weefsel
necromantie	noun	een methode van voorspelling waarbij getracht wordt te communiceren met de doden
necromantieën	=	necromantie
necropolen	=	necropool
necropolis	noun	grote begraafplaats meestal stammende uit de klassieke oudheid
necropolissen	=	necropolis
necropool	noun	grote begraafplaats uit de oudheid
necrose	noun	de afsterving van weefsel
necroses	=	necrose
necrosetje	=	necrose
nectar	noun	suikerrijke vloeistof die door veel planten wordt geproduceerd
nectarine	noun	boom Prunus persica var. nucipersica een mutant van de perzik (Prunus persica)
nectarines	=	nectarine
nectarinetje	=	nectarine
nectarinetjes	=	nectarine
nectars	=	nectar
nedan	noun	bruidsschat
nedanen	=	naden
nedans	=	naden
nedariem	=	neder
neder	noun	gelofte	adv	neer
neder-duytsch	=	nederduits
nederbelg	noun	Nederlander woonachtig in België
nederbelgen	=	nederbelg
nederbelgje	=	nederbelg
nederbelgjes	=	nederbelg
nederblues	noun	bluesmuziek die gemaakt is in Nederland
nederdaal	=	nederdalen
nederdaalde	=	nederdalen
nederdaalden	=	nederdalen
nederdaalt	=	nederdalen
nederdale	=	nederdalen
nederdalen	verb	neerdalen
nederdalend	=	nederdalen
nederdalende	=	nederdalen
nederdaling	noun	het nederdalen
nederdalingen	=	nederdaling
nederduits	adj	met betrekking tot het Nederduits
nederduitsch	=	nederduits
nederduitse	=	nederduits
nederduitser	noun	een hoofdzakelijk in Noord-Duitsland en Oost-Nederland groep personen die Nederduits spreekt
nederduitsere	=	nederduits
nederduitsers	=	nederduitser
nederduitst	=	nederduits
nederduitstalig	adj	de Nederduitse taal sprekend
nederduitstalige	=	nederduitstalig
nederduitstaligs	=	nederduitstalig
nederduitste	=	nederduits
nederduytsch	=	nederduits
nederengels	noun	een met veel overbodige, -al of niet op juiste wijze- uit het Engels ontleende woorden doorspekte versie van de Nederlandse taal
nederfrankisch	noun	de verzamelnaam voor een aantal West-Germaanse talen en taalvariëteiten die van het Oudnederfrankisch afstammen	adj	betrekking hebbend op het Nederfrankisch
nederfrankische	=	nederfrankisch
nederfrankischer	=	nederfrankisch
nederfrankischere	=	nederfrankisch
nederfrankischers	=	nederfrankisch
nedergedaald	=	nederdalen
nedergehouden	=	nederhouden
nedergericht	noun	oudtijds lagere rechtbank
nedergerichten	=	nedergericht
nedergezet	=	nederzetten
nederhield	=	nederhouden
nederhielden	=	nederhouden
nederhieldt	=	nederhouden
nederhop	noun	hiphopmuziek waarbij Nederlandse teksten gerapt worden
nederhou	=	nederhouden
nederhoud	=	nederhouden
nederhouden	verb	iets of iemand naar beneden drukken
nederhoudend	=	nederhouden
nederhoudende	=	nederhouden
nederhoudt	=	nederhouden
nederig	adj	een onderdanige houding aannemend
nederige	=	nederig
nederiger	=	nederig
nederigere	=	nederig
nederigers	=	nederig
nederigheden	=	nederigheid
nederigheid	noun	het aannemen van een houding waarbij geen aanspraak gemaakt wordt op macht of eer
nederigs	=	nederig
nederigst	=	nederig
nederigste	=	nederig
nederlaag	noun	het verlies van een strijd
nederlaagje	=	nederlaag
nederlaagjes	=	nederlaag
nederlagen	=	nederlaag
nederlander	noun	inwoner van Nederland of persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit
nederlanders	=	nederlander
nederlanderschap	noun	de nationaliteit Nederlander hebbende, het Nederlands staatsburgerschap bezittend
nederlandertje	=	nederlander
nederlandertjes	=	nederlander
nederlands	adj	met betrekking tot Nederland of de Nederlandse taal
nederlands-antilliaan	noun	een inwoner van de Nederlandse Antillen, of iemand afkomstig uit de Nederlandse Antillen
nederlands-antilliaans	adj	op de Nederlandse Antillen betrekking hebbend
nederlands-antilliaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Nederlandse Antillen, of een vrouw afkomstig uit de Nederlandse Antillen
nederlands-antilliaansen	=	nederlands-antilliaanse
nederlands-antilliaanser	=	nederlands-antilliaans
nederlands-antilliaansere	=	nederlands-antilliaans
nederlands-antilliaansers	=	nederlands-antilliaans
nederlands-antilliaanst	=	nederlands-antilliaans
nederlands-antilliaanste	=	nederlands-antilliaans
nederlands-antillianen	=	nederlands-antilliaan
nederlands-hervormd	adj	behorend bij, betrekking hebbend op de Nederlandse Hervormde Kerk
nederlands-hervormde	=	nederlands-hervormd
nederlands-hervormds	=	nederlands-hervormd
nederlandsch	=	nederlands
nederlandsche	=	nederlandse
nederlandse	noun	vrouwelijke inwoner van Nederland, vrouw uit Nederland
nederlandsen	=	nederlandse
nederlandser	=	nederlands
nederlandsere	=	nederlands
nederlandsers	=	nederlands
nederlandsgezind	adj	voorliefde tonend voor al wat Nederlands is
nederlandssprekend	adj	zich uitdrukkend in de voertaal van Nederland en Vlaanderen
nederlandssprekende	noun	iemand die gewoonlijk de voertaal van Nederland en Vlaanderen spreekt
nederlandssprekenden	=	nederlandssprekende
nederlandssprekends	=	nederlandssprekend
nederlandst	=	nederlands
nederlandstalig	adj	Nederlands als moedertaal hebbend
nederlandstalige	=	nederlandstalig
nederlandstaligs	=	nederlandstalig
nederlandste	=	nederlands
nederlansch	=	nederlands
nederlegging	noun	het op een specifieke plaats leggen van iets
nederleggingen	=	nederlegging
nederlegginkje	=	nederlegging
nederlegginkjes	=	nederlegging
nederpop	noun	popmuziek gezongen in het Nederlands
nederrap	noun	hiphopmuziek waarbij Nederlandse teksten gerapt worden
nedersaks	noun	een inwoner van Nedersaksen, of iemand afkomstig uit Nedersaksen
nedersaksen	=	nedersaks
nedersaksisch	adj	betrekking hebbend op het Nedersaksich
nedersaksische	=	nedersaksisch
nedersaksischer	=	nedersaksisch
nedersaksischere	=	nedersaksisch
nedersaksischers	=	nedersaksisch
nedersassisch	=	nedersaksisch
nederschieten	=	neerschieten
nederschot	noun	Nederlander woonachtig in Schotland
nederschotje	=	nederschot
nederschotjes	=	nederschot
nederschotten	=	nederschot
nederslaan	=	neerslaan
nederspeed	noun	in Nederland geproduceerde (vloeibare) amfetamine
nederwaarts	adv	naar beneden gericht, neerwaarts
nederwiet	noun	in Nederland geteelde wiet (marihuana)
nederzet	=	nederzetten
nederzette	=	nederzetten
nederzetten	verb	neerzetten
nederzettend	=	nederzetten
nederzettende	=	nederzetten
nederzetting	noun	een vestiging, een bewoonde plaats
nederzettingen	=	nederzetting
nederzettingenpolitiek	noun	beleid van conservatieve regeringen van Israël, dat gericht is op het stichten van nederzettingen in bezet gebied
nederzettinkje	=	nederzetting
nederzettinkjes	=	nederzetting
nederzitten	=	neerzitten
nee	intj	duidt ontkenning aan, het tegengestelde van ja
nee-stem	noun	uitgesproken afwijzing van een voorstel bij besluitvorming waarbij alle leden van een groep zich voor of tegen kunnen uitspreken
nee-stemmen	=	nee-stem
nee-stemmetje	=	nee-stem
nee-stemmetjes	=	nee-stem
needlespiken	verb	stiekem iemand een verdovend middel inspuiten
needlespikend	=	needlespiken
needlespikete	=	needlespiken
needlespiking	noun	het zonder iemands toestemming stiekem prikken om diegene te drogeren
neef	noun	een zoon van iemands broer of zus; een mannelijke oomzegger
neef-nichthuwelijk	noun	een huwelijk tussen een neef en nicht, een huwelijk waarbij er een familieband in de vierde graad is
neef-nichthuwelijken	=	neef-nichthuwelijk
neefje	=	neef
neefjes	=	neef
neeg	=	nijgen
neegt	=	nijgen
neehee	=	nee
neekamp	noun	groep stemgerechtigden dat 'nee' stemt
neekampen	=	neekamp
neem	noun	Azadirachta indica een boom (of struik) uit de familie Meliaceae.
neembaar	adj	met de mogelijkheid om genomen te worden
neembaarder	=	neembaar
neembaardere	=	neembaar
neembaarders	=	neembaar
neembaars	=	neembaar
neembaarst	=	neembaar
neembaarste	=	neembaar
neembare	=	neembaar
neemt	=	nemen
neen	intj	ontkenning van de gestelde vraag of gedane bewering
neep	=	nijpen
neept	=	nijpen
neer	noun	stroming die tegen de hoofdstroom ingaat waardoor draaikolken ontstaan	adv	in benedenwaartse richting
neerboge	=	neerbuigen
neerbogen	=	neerbuigen
neerboog	=	neerbuigen
neerboogt	=	neerbuigen
neerbuig	=	neerbuigen
neerbuige	=	neerbuigen
neerbuigen	verb	in benedenwaartse richting buigen
neerbuigend	adj	je beter voelend dan een ander en dat ook laten merken
neerbuigende	=	neerbuigen
neerbuigender	=	neerbuigend
neerbuigendere	=	neerbuigend
neerbuigenders	=	neerbuigend
neerbuigendheid	noun	het iemand schijnbaar beleefd behandelen maar waarbij men toch ook duidelijk laat merken dat men die persoon minderwaardig vindt
neerbuigends	=	neerbuigend
neerbuigendst	=	neerbuigend
neerbuigendste	=	neerbuigend
neerbuigt	=	neerbuigen
neerdaal	=	neerdalen
neerdaalde	=	neerdalen
neerdaalden	=	neerdalen
neerdaalt	=	neerdalen
neerdale	=	neerdalen
neerdalen	verb	in een neerwaartse richting gaan totdat men landt
neerdalend	=	neerdalen
neerdalende	=	neerdalen
neerdaling	noun	de afdaling van iets verhevens naar iets lagers
neerdalingen	=	neerdaling
neerdruk	=	neerdrukken
neerdrukke	=	neerdrukken
neerdrukken	verb	iemand achterstellen iemand als minderwaardig voorstellen
neerdrukkend	=	neerdrukken
neerdrukkende	=	neerdrukken
neerdrukt	=	neerdrukken
neerdrukte	=	neerdrukken
neerdrukten	=	neerdrukken
neerdwarrel	=	neerdwarrelen
neerdwarrelde	=	neerdwarrelen
neerdwarrelden	=	neerdwarrelen
neerdwarrele	=	neerdwarrelen
neerdwarrelen	verb	langzaam, zwevend naar beneden vallen
neerdwarrelend	=	neerdwarrelen
neerdwarrelende	=	neerdwarrelen
neerdwarrelt	=	neerdwarrelen
neerga	=	neergaan
neergaan	verb	omlaaggaan
neergaand	=	neergaan
neergaat	=	neergaan
neergang	noun	het naar beneden gaan
neergangen	=	neergang
neergebogen	=	neerbuigen
neergedaald	=	neerdalen
neergedrukt	=	neerdrukken
neergedrukte	=	neerdrukken
neergedwarreld	=	neerdwarrelen
neergegaan	=	neergaan
neergegooid	=	neergooien
neergegooide	=	neergooien
neergehaald	=	neerhalen
neergehaalde	=	neerhalen
neergehangen	=	neerhangen
neergehouwen	=	neerhouwen
neergehurkt	=	neerhurken
neergekeken	=	neerkijken
neergeklapt	=	neerklappen
neergeklapte	=	neerklappen
neergeknald	=	neerknallen
neergeknalde	=	neerknallen
neergeknield	=	neerknielen
neergekomen	=	neerkomen
neergekrabbeld	=	neerkrabbelen
neergekrabbelde	=	neerkrabbelen
neergekwakt	=	neerkwakken
neergekwakte	=	neerkwakken
neergeladen	=	neerladen
neergelaten	=	neerlaten
neergelegd	=	neerleggen
neergelegde	=	neerleggen
neergelegen	=	neerliggen
neergemaaid	=	neermaaien
neergemaaide	=	neermaaien
neergepend	=	neerpennen
neergepende	=	neerpennen
neergeplant	=	neerplanten
neergeplante	=	neerplanten
neergeploft	=	neerploffen
neergeplofte	=	neerploffen
neergepoot	=	neerpoten
neergepote	=	neerpoten
neergesabeld	=	neersabelen
neergesabelde	=	neersabelen
neergeschoten	=	neerschieten
neergeschreven	=	neerschrijven
neergesijpeld	=	neersijpelen
neergesijpelde	=	neersijpelen
neergeslagen	=	neerslaan
neergesmakt	=	neersmakken
neergesmakte	=	neersmakken
neergesmeten	=	neersmijten
neergestoken	=	neersteken
neergestort	=	neerstorten
neergestreken	=	neerstrijken
neergestroomd	=	neerstromen
neergeteld	=	neertellen
neergetelde	=	neertellen
neergetrokken	=	neertrekken
neergevallen	=	neervallen
neergevlijd	=	neervlijen
neergevlijde	=	neervlijen
neergeworpen	=	neerwerpen
neergezakt	=	neerzakken
neergezegen	=	neerzijgen
neergezet	=	neerzetten
neergezeten	=	neerzitten
neergezette	=	neerzetten
neergezien	=	neerzien
neerging	=	neergaan
neerginge	=	neergaan
neergingen	=	neergaan
neergingt	=	neergaan
neergooi	=	neergooien
neergooide	=	neergooien
neergooiden	=	neergooien
neergooie	=	neergooien
neergooien	verb	op een onzorgvuldige wijze iets op de grond smijten
neergooiend	=	neergooien
neergooiende	=	neergooien
neergooit	=	neergooien
neerhaal	=	neerhalen
neerhaalde	=	neerhalen
neerhaalden	=	neerhalen
neerhaalt	=	neerhalen
neerhale	=	neerhalen
neerhalen	verb	iets van zijn hoge plaats beroven
neerhalend	=	neerhalen
neerhalende	=	neerhalen
neerhang	=	neerhangen
neerhange	=	neerhangen
neerhangen	verb	ophangen van iets aan iets anders
neerhangend	adj	slap naar beneden hangend
neerhangende	=	neerhangen
neerhangends	=	neerhangend
neerhangt	=	neerhangen
neerhieuw	=	neerhouwen
neerhing	=	neerhangen
neerhingen	=	neerhangen
neerhof	noun	een voorgebouw van een feodaal huis zoals een kasteel, borg, havezate of state
neerhofje	=	neerhof
neerhofjes	=	neerhof
neerhouwen	verb	met een scherp voorwerp neerslaan
neerhouwend	=	neerhouwen
neerhoven	=	neerhof
neerhurk	=	neerhurken
neerhurke	=	neerhurken
neerhurken	verb	op de hurken gaan zitten
neerhurkend	=	neerhurken
neerhurkende	=	neerhurken
neerhurkt	=	neerhurken
neerhurkte	=	neerhurken
neerhurkten	=	neerhurken
neerkeek	=	neerkijken
neerkeekt	=	neerkijken
neerkeke	=	neerkijken
neerkeken	=	neerkijken
neerkijk	=	neerkijken
neerkijke	=	neerkijken
neerkijken	verb	~ op: een lage dunk van iemand hebben
neerkijkend	=	neerkijken
neerkijkende	=	neerkijken
neerkijker	noun	iemand die neerkijkt
neerkijkers	=	neerkijker
neerkijkertje	=	neerkijker
neerkijkertjes	=	neerkijker
neerkijkt	=	neerkijken
neerklap	=	neerklappen
neerklapbaar	adj	naar beneden te scharnieren
neerklapbaarder	=	neerklapbaar
neerklapbaardere	=	neerklapbaar
neerklapbaarders	=	neerklapbaar
neerklapbaars	=	neerklapbaar
neerklapbaarst	=	neerklapbaar
neerklapbaarste	=	neerklapbaar
neerklapbare	=	neerklapbaar
neerklappe	=	neerklappen
neerklappen	verb	om een scharnier na beneden laten draaien
neerklappend	=	neerklappen
neerklappende	=	neerklappen
neerklapt	=	neerklappen
neerklapte	=	neerklappen
neerklapten	=	neerklappen
neerknal	=	neerknallen
neerknalde	=	neerknallen
neerknalden	=	neerknallen
neerknalle	=	neerknallen
neerknallen	verb	luidruchtig met schoten doden
neerknallend	=	neerknallen
neerknallende	=	neerknallen
neerknalt	=	neerknallen
neerkniel	=	neerknielen
neerknielde	=	neerknielen
neerknielden	=	neerknielen
neerkniele	=	neerknielen
neerknielen	verb	naar beneden zakken door de knieën te buigen en op de knieën te gaan staan of zitten vaak neerknielenals teken van eerbied
neerknielend	=	neerknielen
neerknielende	=	neerknielen
neerknielt	=	neerknielen
neerkom	=	neerkomen
neerkome	=	neerkomen
neerkomen	verb	omlaag komen, omlaag vallen
neerkomend	=	neerkomen
neerkomende	=	neerkomen
neerkomt	=	neerkomen
neerkrabbel	=	neerkrabbelen
neerkrabbelde	=	neerkrabbelen
neerkrabbelden	=	neerkrabbelen
neerkrabbele	=	neerkrabbelen
neerkrabbelen	verb	slordig schrijven
neerkrabbelend	=	neerkrabbelen
neerkrabbelende	=	neerkrabbelen
neerkrabbelt	=	neerkrabbelen
neerkwaamt	=	neerkomen
neerkwak	=	neerkwakken
neerkwakke	=	neerkwakken
neerkwakken	verb	iets op een ruwe, slordige, ongeïnteresseerde manier neerzetten of neergooien
neerkwakkend	=	neerkwakken
neerkwakkende	=	neerkwakken
neerkwakt	=	neerkwakken
neerkwakte	=	neerkwakken
neerkwakten	=	neerkwakken
neerkwam	=	neerkomen
neerkwamen	=	neerkomen
neerlaad	=	neerladen
neerlaadde	=	neerladen
neerlaadden	=	neerladen
neerlaaddet	=	neerladen
neerlaadt	=	neerladen
neerlaagt	=	neerliggen
neerlaat	=	neerlaten
neerlade	=	neerladen
neerladen	verb	informatie vanuit het net op de eigen computer overbrengen
neerladend	=	neerladen
neerladende	=	neerladen
neerlag	=	neerliggen
neerlage	=	neerliggen
neerlagen	=	neerliggen
neerlandica	=	neerlandicus
neerlandici	=	neerlandicus
neerlandicus	noun	iemand die is afgestudeerd in de Nederlandse taal en cultuur
neerlandicusje	=	neerlandicus
neerlandicusjes	=	neerlandicus
neerlandistiek	noun	de wetenschap die de Nederlandse taal- en letterkunde bestudeert
neerlandofiel	noun	liefhebber van al wat Nederlands is	adj	voorliefde tonend voor al wat Nederlands is
neerlandofiele	=	neerlandofiel
neerlandofielen	=	neerlandofiel
neerlandofieler	=	neerlandofiel
neerlandofielere	=	neerlandofiel
neerlandofielers	=	neerlandofiel
neerlandofiels	=	neerlandofiel
neerlandofielst	=	neerlandofiel
neerlandofielste	=	neerlandofiel
neerlate	=	neerlaten
neerlaten	verb	laten zakken
neerlatend	=	neerlaten
neerlatende	=	neerlaten
neerleg	=	neerleggen
neerlegde	=	neerleggen
neerlegden	=	neerleggen
neerlegge	=	neerleggen
neerleggen	verb	op iets leggen of plaatsen
neerleggend	=	neerleggen
neerleggende	=	neerleggen
neerlegging	noun	het neerleggen
neerleggingen	=	neerlegging
neerlegginkje	=	neerlegging
neerlegginkjes	=	neerlegging
neerlegt	=	neerleggen
neerliet	=	neerlaten
neerlieten	=	neerlaten
neerlig	=	neerliggen
neerligge	=	neerliggen
neerliggen	verb	liggen
neerliggend	=	neerliggen
neerliggende	=	neerliggen
neerligt	=	neerliggen
neermaai	=	neermaaien
neermaaide	=	neermaaien
neermaaiden	=	neermaaien
neermaaie	=	neermaaien
neermaaien	verb	gras korter maken door het te maaien
neermaaiend	=	neermaaien
neermaaiende	=	neermaaien
neermaait	=	neermaaien
neerpeltenaar	noun	een inwoner van Neerpelt, of iemand afkomstig uit Neerpelt
neerpeltenaren	=	neerpeltenaar
neerpelts	adj	op Neerpelt betrekking hebbend
neerpeltse	noun	een vrouwelijke inwoner van Neerpelt, of een vrouw afkomstig uit Neerpelt
neerpeltsen	=	neerpeltse
neerpen	=	neerpennen
neerpende	=	neerpennen
neerpenden	=	neerpennen
neerpenne	=	neerpennen
neerpennen	verb	druk schrijvend een notitie maken
neerpennend	=	neerpennen
neerpennende	=	neerpennen
neerpent	=	neerpennen
neerplant	=	neerplanten
neerplante	=	neerplanten
neerplanten	verb	iets of iemand vast op één plaats neerzetten
neerplantend	=	neerplanten
neerplantende	=	neerplanten
neerplantte	=	neerplanten
neerplantten	=	neerplanten
neerplof	=	neerploffen
neerploffe	=	neerploffen
neerploffen	verb	gaan zitten door zijn gewicht te laten vallen
neerploffend	=	neerploffen
neerploffende	=	neerploffen
neerploft	=	neerploffen
neerplofte	=	neerploffen
neerploften	=	neerploffen
neerpoot	=	neerpoten
neerpootte	=	neerpoten
neerpootten	=	neerpoten
neerpote	=	neerpoten
neerpoten	verb	iets op een bepaalde plaats neerzetten, in het bijzonder het in de grond zetten van planten, meestal gaat het om iets zwaars dat je op een ruwe manier ergens neerzet
neerpotend	=	neerpoten
neerpotende	=	neerpoten
neersabel	=	neersabelen
neersabelde	=	neersabelen
neersabelden	=	neersabelen
neersabele	=	neersabelen
neersabelen	verb	met een sabel neerslaan of doden
neersabelend	=	neersabelen
neersabelende	=	neersabelen
neersabelt	=	neersabelen
neerschiet	=	neerschieten
neerschiete	=	neerschieten
neerschieten	verb	door te schieten op de grond doen belanden
neerschietend	=	neerschieten
neerschietende	=	neerschieten
neerschoot	=	neerschieten
neerschote	=	neerschieten
neerschoten	=	neerschieten
neerschreef	=	neerschrijven
neerschreeft	=	neerschrijven
neerschreve	=	neerschrijven
neerschreven	=	neerschrijven
neerschrijf	=	neerschrijven
neerschrijft	=	neerschrijven
neerschrijve	=	neerschrijven
neerschrijven	verb	ergens een schriftelijke notitie van maken, schriftelijk vastleggen
neerschrijvend	=	neerschrijven
neerschrijvende	=	neerschrijven
neersijpel	=	neersijpelen
neersijpelde	=	neersijpelen
neersijpelden	=	neersijpelen
neersijpele	=	neersijpelen
neersijpelen	verb	van een vloeistof door een doorlatende vaste stof naar beneden zakken
neersijpelend	=	neersijpelen
neersijpelende	=	neersijpelen
neersijpelt	=	neersijpelen
neersla	=	neerslaan
neerslaan	verb	vanuit een homogene oplossing een vaste stof vormen die uitzakt
neerslaand	=	neerslaan
neerslaande	=	neerslaan
neerslaat	=	neerslaan
neerslachtig	adj	erg somber zijnde
neerslachtige	=	neerslachtig
neerslachtiger	=	neerslachtig
neerslachtigere	=	neerslachtig
neerslachtigers	=	neerslachtig
neerslachtigheden	=	neerslachtigheid
neerslachtigheid	noun	droeve, depressieve stemming
neerslachtigs	=	neerslachtig
neerslachtigst	=	neerslachtig
neerslachtigste	=	neerslachtig
neerslag	noun	hemelwater dat in de vorm van regen, sneeuw, hagel enzovoort uit de lucht valt
neerslagen	=	neerslag
neerslagextreem	noun	zeer grote hoeveelheid neerslag in een bepaalde periode
neerslagextremen	=	neerslagextreem
neerslaghoeveelheden	=	neerslaghoeveelheid
neerslaghoeveelheid	noun	de hoeveelheid regen, hagel of sneeuw die in een bepaalde tijd op een bepaald gebied valt
neerslagje	=	neerslag
neerslagmeter	noun	een toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag meet
neerslagmeters	=	neerslagmeter
neerslagmetertje	=	neerslagmeter
neerslagmetertjes	=	neerslagmeter
neerslagtig	=	neerslachtig
neersloeg	=	neerslaan
neersloege	=	neerslaan
neersloegen	=	neerslaan
neersloegt	=	neerslaan
neersmak	=	neersmakken
neersmakke	=	neersmakken
neersmakken	verb	met kracht iets neergooien
neersmakkend	=	neersmakken
neersmakkende	=	neersmakken
neersmakt	=	neersmakken
neersmakte	=	neersmakken
neersmakten	=	neersmakken
neersmeet	=	neersmijten
neersmeten	=	neersmijten
neersmijt	=	neersmijten
neersmijte	=	neersmijten
neersmijten	verb	op de grond smijten, omlaag smijten
neersmijtend	=	neersmijten
neersmijtende	=	neersmijten
neerstaakt	=	neersteken
neerstak	=	neersteken
neerstake	=	neersteken
neerstaken	=	neersteken
neersteek	=	neersteken
neersteekt	=	neersteken
neersteke	=	neersteken
neersteken	verb	met een mes iemand zo ernstig verwonden dat deze tegen de grond gaat
neerstekend	=	neersteken
neerstekende	=	neersteken
neerstort	=	neerstorten
neerstorte	=	neerstorten
neerstorten	verb	het vliegvermogen verliezen en onzacht op de aarde terugvallen
neerstortend	=	neerstorten
neerstortende	=	neerstorten
neerstortte	=	neerstorten
neerstortten	=	neerstorten
neerstreek	=	neerstrijken
neerstreken	=	neerstrijken
neerstrijk	=	neerstrijken
neerstrijke	=	neerstrijken
neerstrijken	verb	glad maken
neerstrijkend	=	neerstrijken
neerstrijkende	=	neerstrijken
neerstrijkt	=	neerstrijken
neerstrome	=	neerstromen
neerstromen	verb	naar lager gelegen plaatsen vloeien
neerstromend	=	neerstromen
neerstromende	=	neerstromen
neerstroom	=	neerstromen
neerstroomde	=	neerstromen
neerstroomden	=	neerstromen
neerstroomt	=	neerstromen
neertel	=	neertellen
neertelde	=	neertellen
neertelden	=	neertellen
neertelle	=	neertellen
neertellen	verb	betalen
neertellend	=	neertellen
neertellende	=	neertellen
neertelt	=	neertellen
neertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort grombaars, Haemulon sciurus uit de familie van Haemulidae in de orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het westen van de centrale Atlantische Oceaan
neertjes	=	neer
neertrek	=	neertrekken
neertrekke	=	neertrekken
neertrekken	verb	omvertrekken, omlaag trekken
neertrekkend	=	neertrekken
neertrekkende	=	neertrekken
neertrekt	=	neertrekken
neertrok	=	neertrekken
neertrokken	=	neertrekken
neerval	noun	het neervallen, datgene wat neervalt
neervalle	=	neervallen
neervallen	verb	te snel naar beneden verplaatsen
neervallend	=	neervallen
neervallende	=	neervallen
neervalletje	=	neerval
neervalletjes	=	neerval
neervalt	=	neervallen
neerviel	=	neervallen
neerviele	=	neervallen
neervielen	=	neervallen
neervielt	=	neervallen
neervlij	=	neervlijen
neervlijde	=	neervlijen
neervlijden	=	neervlijen
neervlije	=	neervlijen
neervlijen	verb	zachtjes neerleggen
neervlijend	=	neervlijen
neervlijende	=	neervlijen
neervlijt	=	neervlijen
neerwaarts	adv	in de richting van de oorsprong naar de mond	adj	naar beneden gericht
neerwaartse	=	neerwaarts
neerwerp	=	neerwerpen
neerwerpe	=	neerwerpen
neerwerpen	verb	omlaag, op de grond werpen
neerwerpend	=	neerwerpen
neerwerpende	=	neerwerpen
neerwerpt	=	neerwerpen
neerwierp	=	neerwerpen
neerwierpen	=	neerwerpen
neerzaagt	=	neerzien
neerzag	=	neerzien
neerzage	=	neerzien
neerzagen	=	neerzien
neerzak	=	neerzakken
neerzakke	=	neerzakken
neerzakken	verb	naar beneden gaan
neerzakkend	=	neerzakken
neerzakkende	=	neerzakken
neerzakt	=	neerzakken
neerzakte	=	neerzakken
neerzakten	=	neerzakken
neerzat	=	neerzitten
neerzate	=	neerzitten
neerzaten	=	neerzitten
neerzeeg	=	neerzijgen
neerzeegt	=	neerzijgen
neerzege	=	neerzijgen
neerzegen	=	neerzijgen
neerzet	=	neerzetten
neerzette	=	neerzetten
neerzetten	verb	iets op een lagere plek plaatsen
neerzettend	=	neerzetten
neerzettende	=	neerzetten
neerzie	=	neerzien
neerzien	verb	naar beneden kijken
neerziend	=	neerzien
neerziende	=	neerzien
neerziet	=	neerzien
neerzijg	=	neerzijgen
neerzijge	=	neerzijgen
neerzijgen	verb|formal	naar beneden, op de grond zakken
neerzijgend	=	neerzijgen
neerzijgende	=	neerzijgen
neerzijgt	=	neerzijgen
neerzit	=	neerzitten
neerzitte	=	neerzitten
neerzitten	verb|formal	gaan zitten
neerzittend	=	neerzitten
neerzittende	=	neerzitten
neestem	=	nee-stem
neet	noun	een ei van een luis
neetje	=	neet
neetjes	=	neet
neetoor	noun	bedillerig, vitziek, ontevreden persoon
neetoren	=	neetoor
nefasjot	=	nefesj
nefast	adj	zeer schadelijk
nefaste	=	nefast
nefaster	=	nefast
nefastere	=	nefast
nefasters	=	nefast
nefasts	=	nefast
nefastst	=	nefast
nefastste	=	nefast
nefesj	noun	ziel, persoon
neffens	adv	nevens, naast, bovendien
nefrectomie	noun	operatieve verwijdering van een nier
nefrectomietje	=	nefrectomie
nefrectomietjes	=	nefrectomie
nefrectomieën	=	nefrectomie
nefriet	noun	groene halfedelsteen die zou beschermen tegen nierziekten met Ca₂(Mg,Fe)₅[(OH,F)(Si₄O₁₁)]₂ als chemische samenstelling
nefrieten	=	nefriet
nefrietje	=	nefriet
nefritis	noun	nierontsteking
nefroliet	noun	niersteen
nefrolieten	=	nefroliet
nefrolietje	=	nefroliet
nefrolietjes	=	nefroliet
nefrologe	noun	vrouwelijke vorm van nefroloog
nefrologen	=	nefroloog
nefrologes	=	nefrologe
nefrologie	noun	het medisch specialisme dat nieraandoeningen bestudeert
nefrologisch	adj	betrekking hebbend op de nefrologie
nefrologische	=	nefrologisch
nefrologischer	=	nefrologisch
nefrologischere	=	nefrologisch
nefrologischers	=	nefrologisch
nefroloog	noun	een specialist die de nefrologie beoefent, een arts die zich bezighoud met nieraandoeningen
nefroloogje	=	nefroloog
nefroloogjes	=	nefroloog
nefropathie	noun	nierziekte
nefrostick	noun	USB-stick van een nierpatiënt waarop medische gegevens staan vermeld
nefrosticks	=	nefrostick
nefrotisch	adj	met betrekking tot nierziekten
nefrotische	=	nefrotisch
nefrotischer	=	nefrotisch
nefrotischere	=	nefrotisch
nefrotischers	=	nefrotisch
nefrotoxisch	adj	giftig voor de nieren
nefrotoxische	=	nefrotoxisch
nefrotoxischer	=	nefrotoxisch
nefrotoxischere	=	nefrotoxisch
nefrotoxischers	=	nefrotoxisch
neg	noun	de lelijke buitenrand van een lap die niet kan rafelen
negatie	noun	ontkenning, loochening
negatief	adj	ontkennend, afwijzend	noun	een in het kader van een fotografisch procédé ontwikkelde plaat of film met een lichtgevoelige laag, waarop de lichtwaarden omgekeerd zijn t.o.v. de werkelijkheid
negatiefdruk	noun	grafische drukmethode waarbij lichte tekst op donkere achtergrond ontstaat
negatiefdrukken	=	negatiefdruk
negatiefje	=	negatief
negatiefjes	=	negatief
negatiefs	=	negatief
negatiefst	=	negatief
negatiefste	=	negatief
negatieprefix	noun	prefix die geplaatst voor een operand aangeeft dat het om een negatie gaat b.v. - voor de reële getallen waarmee een positief getal x overgaat in een negatief -x of de logische negatie ¬ zijnde een operator in de logica die de waarheidswaarde van een propositie verandert van waar in onwaar en van onwaar in waar
negatieprefixen	=	negatieprefix
negatieprefixje	=	negatieprefix
negatieprefixjes	=	negatieprefix
negaties	=	negatie
negatieve	=	negatief
negatieven	=	negatief
negatiever	=	negatief
negatievere	=	negatief
negatievers	=	negatief
negationisme	noun	ontkenning van het bestaan van algemeen aanvaarde feiten (uit de geschiedenis) zoals b.v. de Holocaust, corona als ernstige ziekte, de door mensen veroorzaakte klimaatverandering etc.
negationist	noun	iemand die iets ontkent
negationisten	=	negationist
negationistisch	adj	betrekking hebbend op het negationisme
negationistische	=	negationistisch
negationistischer	=	negationistisch
negationistischere	=	negationistisch
negationistischers	=	negationistisch
negativisme	noun	houding van ontkenning, afwijzing en verzet, neiging om alles (geestelijke, ethische en religieuze waarden) te ontkennen
negativist	noun	iemand die het bestaan van iets ontkent, aanhanger van het negativisme
negativisten	=	negativist
negativistisch	adj	als van een negativist
negativistische	=	negativistisch
negativistischer	=	negativistisch
negativistischere	=	negativistisch
negativistischers	=	negativistisch
negativiteit	noun	een manier van doen waarbij alles in het slechte, rampzalige en droevige wordt voorgesteld
negativiteiten	=	negativiteit
nege	=	nijgen
negeer	=	negeren
negeerde	=	negeren
negeerden	=	negeren
negeert	=	negeren
negen	noun	het cijfer 9	num	"9", het getal tussen acht en tien
negen-tot-vijfmentaliteit	noun	de arbeidsmentaliteit van iemand die plichtmatig zijn werk doet maar niet bereid is om overwerk te verrichten
negenbandgordeldier	noun	Dasypus novemcinctus buideldier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
negenbandgordeldieren	=	negenbandgordeldier
negenbandgordeldiertje	=	negenbandgordeldier
negenbandgordeldiertjes	=	negenbandgordeldier
negendaags	adj	negen dagen durend
negendaagse	=	negendaags
negende	adj	nummer negen in een rij
negende-eeuwer	noun	iemand die in de negende eeuw heeft geleefd
negende-eeuwers	=	negende-eeuwer
negende-eeuwertje	=	negende-eeuwer
negende-eeuwertjes	=	negende-eeuwer
negende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 801-900
negende-eeuwse	=	negende-eeuws
negenden	=	negende
negendes	=	negende
negenduizendste	adj	nummer negenduizend in een rij
negenen	=	negen
negenendertig	num	"39", het getal tussen achtendertig en veertig, dertig plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 39 is aangeduid
negenendertigjarig	adj	39 jaren durend
negenendertigjarige	noun	levend wezen dat 39 jaar oud is of iets dat 39 jaar bestaat
negenendertigjarigen	=	negenendertigjarige
negenendertigjarigs	=	negenendertigjarig
negenendertigje	=	negenendertig
negenendertigjes	=	negenendertig
negenendertigs	=	negenendertig
negenendertigste	adj	nummer negenendertig in een rij.
negenenhalf	num	de breuk 9½; negen en een half
negenenhalfs	=	negenenhalf
negenenhalve	=	negenenhalf
negenennegentig	num	"99", het getal tussen achtennegentig en honderd, negentig plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 99 is aangeduid
negenennegentigjarig	adj	99 jaren durend
negenennegentigjarige	noun	levend wezen dat 99 jaar oud is of iets dat 99 jaar bestaat
negenennegentigjarigen	=	negenennegentigjarige
negenennegentigjarigs	=	negenennegentigjarig
negenennegentigje	=	negenennegentig
negenennegentigjes	=	negenennegentig
negenennegentigs	=	negenennegentig
negenennegentigste	adj	nummer negenennegentig in een rij.
negenentachtig	num	"89", het getal tussen achtentachtig en negentig, tachtig plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 89 is aangeduid
negenentachtigjarig	adj	89 jaren durend
negenentachtigjarige	noun	levend wezen dat 89 jaar oud is of iets dat 89 jaar bestaat
negenentachtigjarigen	=	negenentachtigjarige
negenentachtigjarigs	=	negenentachtigjarig
negenentachtigje	=	negenentachtig
negenentachtigjes	=	negenentachtig
negenentachtigs	=	negenentachtig
negenentachtigste	adj	nummer negenentachtig in een rij.
negenentwintig	num	"29", het getal tussen achtentwintig en dertig, twintig plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 29 is aangeduid
negenentwintigduizend	num	29.000
negenentwintigjarig	adj	29 jaren durend
negenentwintigjarige	noun	levend wezen dat 29 jaar oud is of iets dat 29 jaar bestaat
negenentwintigjarigen	=	negenentwintigjarige
negenentwintigjarigs	=	negenentwintigjarig
negenentwintigje	=	negenentwintig
negenentwintigjes	=	negenentwintig
negenentwintigs	=	negenentwintig
negenentwintigste	adj	nummer negenentwintig in een rij.
negenenveertig	num	"49", het getal tussen achtenveertig en vijftig, veertig plus negen of zeven maal zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 49 is aangeduid
negenenveertigjarig	adj	49 jaren durend
negenenveertigjarige	noun	levend wezen dat 49 jaar oud is of iets dat 49 jaar bestaat
negenenveertigjarigen	=	negenenveertigjarige
negenenveertigjarigs	=	negenenveertigjarig
negenenveertigje	=	negenenveertig
negenenveertigjes	=	negenenveertig
negenenveertigs	=	negenenveertig
negenenveertigste	adj	nummer negenenveertig in een rij.
negenenvijftig	num	"59", het getal tussen achtenvijftig en zestig, vijftig plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 59 is aangeduid
negenenvijftigjarig	adj	59 jaren durend
negenenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 59 jaar oud is of iets dat 59 jaar bestaat
negenenvijftigjarigen	=	negenenvijftigjarige
negenenvijftigjarigs	=	negenenvijftigjarig
negenenvijftigje	=	negenenvijftig
negenenvijftigjes	=	negenenvijftig
negenenvijftigs	=	negenenvijftig
negenenvijftigste	adj	nummer negenenvijftig in een rij.
negenenzestig	num	"69", het getal tussen achtenzestig en zeventig, zestig plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 69 is aangeduid
negenenzestigjarig	adj	69 jaren durend
negenenzestigjarige	noun	levend wezen dat 69 jaar oud is of iets dat 69 jaar bestaat
negenenzestigjarigen	=	negenenzestigjarige
negenenzestigjarigs	=	negenenzestigjarig
negenenzestigje	=	negenenzestig
negenenzestigjes	=	negenenzestig
negenenzestigs	=	negenenzestig
negenenzestigste	adj	nummer negenenzestig in een rij.
negenenzeventig	num	"79", het getal tussen achtenzeventig en tachtig, zeventig plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 79 is aangeduid
negenenzeventigjarig	adj	79 jaren durend
negenenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 79 jaar oud is of iets dat 79 jaar bestaat
negenenzeventigjarigen	=	negenenzeventigjarige
negenenzeventigjarigs	=	negenenzeventigjarig
negenenzeventigje	=	negenenzeventig
negenenzeventigjes	=	negenenzeventig
negenenzeventigs	=	negenenzeventig
negenenzeventigste	adj	nummer negenenzeventig in een rij.
negenhoek	noun	figuur met negen hoeken
negenhoeken	=	negenhoek
negenhoekje	=	negenhoek
negenhoekjes	=	negenhoek
negenhonderd	num	"900", het getal tussen achthonderdnegenennegentig en negenhonderdeen, negen maal honderd	noun	dat wat in een (rang)ordening met 900 is aangeduid
negenhonderdacht	num	"908", het getal tussen negenhonderdzeven en negenhonderdnegen, negenhonderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 908 is aangeduid
negenhonderdachten	=	negenhonderdacht
negenhonderdachtendertig	num	"938", het getal tussen negenhonderdzevenendertig en negenhonderdnegenendertig, negenhonderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 938 is aangeduid
negenhonderdachtendertigje	=	negenhonderdachtendertig
negenhonderdachtendertigjes	=	negenhonderdachtendertig
negenhonderdachtendertigs	=	negenhonderdachtendertig
negenhonderdachtennegentig	num	"998", het getal tussen negenhonderdzevenennegentig en negenhonderdnegenennegentig, negenhonderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 998 is aangeduid
negenhonderdachtennegentigje	=	negenhonderdachtennegentig
negenhonderdachtennegentigjes	=	negenhonderdachtennegentig
negenhonderdachtennegentigs	=	negenhonderdachtennegentig
negenhonderdachtentachtig	num	"988", het getal tussen negenhonderdzevenentachtig en negenhonderdnegenentachtig, negenhonderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 988 is aangeduid
negenhonderdachtentachtigje	=	negenhonderdachtentachtig
negenhonderdachtentachtigjes	=	negenhonderdachtentachtig
negenhonderdachtentachtigs	=	negenhonderdachtentachtig
negenhonderdachtentwintig	num	"928", het getal tussen negenhonderdzevenentwintig en negenhonderdnegenentwintig, negenhonderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 928 is aangeduid
negenhonderdachtentwintigje	=	negenhonderdachtentwintig
negenhonderdachtentwintigjes	=	negenhonderdachtentwintig
negenhonderdachtentwintigs	=	negenhonderdachtentwintig
negenhonderdachtenveertig	num	"948", het getal tussen negenhonderdzevenenveertig en negenhonderdnegenenveertig, negenhonderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 948 is aangeduid
negenhonderdachtenveertigje	=	negenhonderdachtenveertig
negenhonderdachtenveertigjes	=	negenhonderdachtenveertig
negenhonderdachtenveertigs	=	negenhonderdachtenveertig
negenhonderdachtenvijftig	num	"958", het getal tussen negenhonderdzevenenvijftig en negenhonderdnegenenvijftig, negenhonderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 958 is aangeduid
negenhonderdachtenvijftigje	=	negenhonderdachtenvijftig
negenhonderdachtenvijftigjes	=	negenhonderdachtenvijftig
negenhonderdachtenvijftigs	=	negenhonderdachtenvijftig
negenhonderdachtenzestig	num	"968", het getal tussen negenhonderdzevenenzestig en negenhonderdnegenenzestig, negenhonderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 968 is aangeduid
negenhonderdachtenzestigje	=	negenhonderdachtenzestig
negenhonderdachtenzestigjes	=	negenhonderdachtenzestig
negenhonderdachtenzestigs	=	negenhonderdachtenzestig
negenhonderdachtenzeventig	num	"978", het getal tussen negenhonderdzevenenzeventig en negenhonderdnegenenzeventig, negenhonderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 978 is aangeduid
negenhonderdachtenzeventigje	=	negenhonderdachtenzeventig
negenhonderdachtenzeventigjes	=	negenhonderdachtenzeventig
negenhonderdachtenzeventigs	=	negenhonderdachtenzeventig
negenhonderdachtje	=	negenhonderdacht
negenhonderdachtjes	=	negenhonderdacht
negenhonderdachttien	num	"918", het getal tussen negenhonderdzeventien en negenhonderdnegentien, negenhonderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 918 is aangeduid
negenhonderdachttiens	=	negenhonderdachttien
negenhonderdachttientje	=	negenhonderdachttien
negenhonderdachttientjes	=	negenhonderdachttien
negenhonderddertien	num	"913", het getal tussen negenhonderdtwaalf en negenhonderdveertien, negenhonderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 913 is aangeduid
negenhonderddertiens	=	negenhonderddertien
negenhonderddertientje	=	negenhonderddertien
negenhonderddertientjes	=	negenhonderddertien
negenhonderddertig	num	"930", het getal tussen negenhonderdnegenentwintig en negenhonderdeenendertig, negenhonderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 930 is aangeduid
negenhonderddertigje	=	negenhonderddertig
negenhonderddertigjes	=	negenhonderddertig
negenhonderddertigs	=	negenhonderddertig
negenhonderddrie	num	"903", het getal tussen negenhonderdtwee en negenhonderdvier, negenhonderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 903 is aangeduid
negenhonderddries	=	negenhonderddrie
negenhonderddrietje	=	negenhonderddrie
negenhonderddrietjes	=	negenhonderddrie
negenhonderddrieëndertig	num	"933", het getal tussen negenhonderdtweeëndertig en negenhonderdvierendertig, negenhonderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 933 is aangeduid
negenhonderddrieëndertigje	=	negenhonderddrieëndertig
negenhonderddrieëndertigjes	=	negenhonderddrieëndertig
negenhonderddrieëndertigs	=	negenhonderddrieëndertig
negenhonderddrieënnegentig	num	"993", het getal tussen negenhonderdtweeënnegentig en negenhonderdvierennegentig, negenhonderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 993 is aangeduid
negenhonderddrieënnegentigje	=	negenhonderddrieënnegentig
negenhonderddrieënnegentigjes	=	negenhonderddrieënnegentig
negenhonderddrieënnegentigs	=	negenhonderddrieënnegentig
negenhonderddrieëntachtig	num	"983", het getal tussen negenhonderdtweeëntachtig en negenhonderdvierentachtig, negenhonderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 983 is aangeduid
negenhonderddrieëntachtigje	=	negenhonderddrieëntachtig
negenhonderddrieëntachtigjes	=	negenhonderddrieëntachtig
negenhonderddrieëntachtigs	=	negenhonderddrieëntachtig
negenhonderddrieëntwintig	num	"923", het getal tussen negenhonderdtweeëntwintig en negenhonderdvierentwintig, negenhonderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 923 is aangeduid
negenhonderddrieëntwintigje	=	negenhonderddrieëntwintig
negenhonderddrieëntwintigjes	=	negenhonderddrieëntwintig
negenhonderddrieëntwintigs	=	negenhonderddrieëntwintig
negenhonderddrieënveertig	num	"943", het getal tussen negenhonderdtweeënveertig en negenhonderdvierenveertig, negenhonderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 943 is aangeduid
negenhonderddrieënveertigje	=	negenhonderddrieënveertig
negenhonderddrieënveertigjes	=	negenhonderddrieënveertig
negenhonderddrieënveertigs	=	negenhonderddrieënveertig
negenhonderddrieënvijftig	num	"953", het getal tussen negenhonderdtweeënvijftig en negenhonderdvierenvijftig, negenhonderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 953 is aangeduid
negenhonderddrieënvijftigje	=	negenhonderddrieënvijftig
negenhonderddrieënvijftigjes	=	negenhonderddrieënvijftig
negenhonderddrieënvijftigs	=	negenhonderddrieënvijftig
negenhonderddrieënzestig	num	"963", het getal tussen negenhonderdtweeënzestig en negenhonderdvierenzestig, negenhonderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 963 is aangeduid
negenhonderddrieënzestigje	=	negenhonderddrieënzestig
negenhonderddrieënzestigjes	=	negenhonderddrieënzestig
negenhonderddrieënzestigs	=	negenhonderddrieënzestig
negenhonderddrieënzeventig	num	"973", het getal tussen negenhonderdtweeënzeventig en negenhonderdvierenzeventig, negenhonderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 973 is aangeduid
negenhonderddrieënzeventigje	=	negenhonderddrieënzeventig
negenhonderddrieënzeventigjes	=	negenhonderddrieënzeventig
negenhonderddrieënzeventigs	=	negenhonderddrieënzeventig
negenhonderdduizend	num	900.000
negenhonderdduizendste	adj	nummer negenhonderdduizend in een rij
negenhonderdeen	num	"901", het getal tussen negenhonderd en negenhonderdtwee, negenhonderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 901 is aangeduid
negenhonderdeenendertig	num	"931", het getal tussen negenhonderddertig en negenhonderdtweeëndertig, negenhonderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 931 is aangeduid
negenhonderdeenendertigje	=	negenhonderdeenendertig
negenhonderdeenendertigjes	=	negenhonderdeenendertig
negenhonderdeenendertigs	=	negenhonderdeenendertig
negenhonderdeenennegentig	num	"991", het getal tussen negenhonderdnegentig en negenhonderdtweeënnegentig, negenhonderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 991 is aangeduid
negenhonderdeenennegentigje	=	negenhonderdeenennegentig
negenhonderdeenennegentigjes	=	negenhonderdeenennegentig
negenhonderdeenennegentigs	=	negenhonderdeenennegentig
negenhonderdeenentachtig	num	"981", het getal tussen negenhonderdtachtig en negenhonderdtweeëntachtig, negenhonderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 981 is aangeduid
negenhonderdeenentachtigje	=	negenhonderdeenentachtig
negenhonderdeenentachtigjes	=	negenhonderdeenentachtig
negenhonderdeenentachtigs	=	negenhonderdeenentachtig
negenhonderdeenentwintig	num	"921", het getal tussen negenhonderdtwintig en negenhonderdtweeëntwintig, negenhonderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 921 is aangeduid
negenhonderdeenentwintigje	=	negenhonderdeenentwintig
negenhonderdeenentwintigjes	=	negenhonderdeenentwintig
negenhonderdeenentwintigs	=	negenhonderdeenentwintig
negenhonderdeenenveertig	num	"941", het getal tussen negenhonderdveertig en negenhonderdtweeënveertig, negenhonderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 941 is aangeduid
negenhonderdeenenveertigje	=	negenhonderdeenenveertig
negenhonderdeenenveertigjes	=	negenhonderdeenenveertig
negenhonderdeenenveertigs	=	negenhonderdeenenveertig
negenhonderdeenenvijftig	num	"951", het getal tussen negenhonderdvijftig en negenhonderdtweeënvijftig, negenhonderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 951 is aangeduid
negenhonderdeenenvijftigje	=	negenhonderdeenenvijftig
negenhonderdeenenvijftigjes	=	negenhonderdeenenvijftig
negenhonderdeenenvijftigs	=	negenhonderdeenenvijftig
negenhonderdeenenzestig	num	"961", het getal tussen negenhonderdzestig en negenhonderdtweeënzestig, negenhonderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 961 is aangeduid
negenhonderdeenenzestigje	=	negenhonderdeenenzestig
negenhonderdeenenzestigjes	=	negenhonderdeenenzestig
negenhonderdeenenzestigs	=	negenhonderdeenenzestig
negenhonderdeenenzeventig	num	"971", het getal tussen negenhonderdzeventig en negenhonderdtweeënzeventig, negenhonderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 971 is aangeduid
negenhonderdeenenzeventigje	=	negenhonderdeenenzeventig
negenhonderdeenenzeventigjes	=	negenhonderdeenenzeventig
negenhonderdeenenzeventigs	=	negenhonderdeenenzeventig
negenhonderdeens	=	negenhonderdeen
negenhonderdeentje	=	negenhonderdeen
negenhonderdeentjes	=	negenhonderdeen
negenhonderdeerste	adj	nummer negenhonderdeen in een rij.
negenhonderdelf	num	"911", het getal tussen negenhonderdtien en negenhonderdtwaalf, negenhonderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 911 is aangeduid
negenhonderdelfje	=	negenhonderdelf
negenhonderdelfjes	=	negenhonderdelf
negenhonderdelfs	=	negenhonderdelf
negenhonderdenacht	num	"908", langere vorm van negenhonderdacht, negenhonderd plus acht
negenhonderdenachtendertig	num	"938", langere vorm van negenhonderdachtendertig, negenhonderd plus achtendertig
negenhonderdenachtennegentig	num	"998", langere vorm van negenhonderdachtennegentig, negenhonderd plus achtennegentig
negenhonderdenachtentachtig	num	"988", langere vorm van negenhonderdachtentachtig, negenhonderd plus achtentachtig
negenhonderdenachtentwintig	num	"928", langere vorm van negenhonderdachtentwintig, negenhonderd plus achtentwintig
negenhonderdenachtenveertig	num	"948", langere vorm van negenhonderdachtenveertig, negenhonderd plus achtenveertig
negenhonderdenachtenvijftig	num	"958", langere vorm van negenhonderdachtenvijftig, negenhonderd plus achtenvijftig
negenhonderdenachtenzestig	num	"968", langere vorm van negenhonderdachtenzestig, negenhonderd plus achtenzestig
negenhonderdenachtenzeventig	num	"978", langere vorm van negenhonderdachtenzeventig, negenhonderd plus achtenzeventig
negenhonderdenachttien	num	"918", langere vorm van negenhonderdachttien, negenhonderd plus achttien
negenhonderdendertien	num	"913", langere vorm van negenhonderddertien, negenhonderd plus dertien
negenhonderdendertig	num	"930", langere vorm van negenhonderddertig, negenhonderd plus dertig
negenhonderdendrie	num	"903", langere vorm van negenhonderddrie, negenhonderd plus drie
negenhonderdendrieëndertig	num	"933", langere vorm van negenhonderddrieëndertig, negenhonderd plus drieëndertig
negenhonderdendrieënnegentig	num	"993", langere vorm van negenhonderddrieënnegentig, negenhonderd plus drieënnegentig
negenhonderdendrieëntachtig	num	"983", langere vorm van negenhonderddrieëntachtig, negenhonderd plus drieëntachtig
negenhonderdendrieëntwintig	num	"923", langere vorm van negenhonderddrieëntwintig, negenhonderd plus drieëntwintig
negenhonderdendrieënveertig	num	"943", langere vorm van negenhonderddrieënveertig, negenhonderd plus drieënveertig
negenhonderdendrieënvijftig	num	"953", langere vorm van negenhonderddrieënvijftig, negenhonderd plus drieënvijftig
negenhonderdendrieënzestig	num	"963", langere vorm van negenhonderddrieënzestig, negenhonderd plus drieënzestig
negenhonderdendrieënzeventig	num	"973", langere vorm van negenhonderddrieënzeventig, negenhonderd plus drieënzeventig
negenhonderdeneen	num	"901", langere vorm van negenhonderdeen, negenhonderd plus een
negenhonderdeneenendertig	num	"931", langere vorm van negenhonderdeenendertig, negenhonderd plus eenendertig
negenhonderdeneenennegentig	num	"991", langere vorm van negenhonderdeenennegentig, negenhonderd plus eenennegentig
negenhonderdeneenentachtig	num	"981", langere vorm van negenhonderdeenentachtig, negenhonderd plus eenentachtig
negenhonderdeneenentwintig	num	"921", langere vorm van negenhonderdeenentwintig, negenhonderd plus eenentwintig
negenhonderdeneenenveertig	num	"941", langere vorm van negenhonderdeenenveertig, negenhonderd plus eenenveertig
negenhonderdeneenenvijftig	num	"951", langere vorm van negenhonderdeenenvijftig, negenhonderd plus eenenvijftig
negenhonderdeneenenzestig	num	"961", langere vorm van negenhonderdeenenzestig, negenhonderd plus eenenzestig
negenhonderdeneenenzeventig	num	"971", langere vorm van negenhonderdeenenzeventig, negenhonderd plus eenenzeventig
negenhonderdeneerste	adj	nummer negenhonderdeen in een rij.
negenhonderdenelf	num	"911", langere vorm van negenhonderdelf, negenhonderd plus elf
negenhonderdennegen	num	"909", langere vorm van negenhonderdnegen, negenhonderd plus negen
negenhonderdennegenendertig	num	"939", langere vorm van negenhonderdnegenendertig, negenhonderd plus negenendertig
negenhonderdennegenennegentig	num	"999", langere vorm van negenhonderdnegenennegentig, negenhonderd plus negenennegentig
negenhonderdennegenentachtig	num	"989", langere vorm van negenhonderdnegenentachtig, negenhonderd plus negenentachtig
negenhonderdennegenentwintig	num	"929", langere vorm van negenhonderdnegenentwintig, negenhonderd plus negenentwintig
negenhonderdennegenenveertig	num	"949", langere vorm van negenhonderdnegenenveertig, negenhonderd plus negenenveertig
negenhonderdennegenenvijftig	num	"959", langere vorm van negenhonderdnegenenvijftig, negenhonderd plus negenenvijftig
negenhonderdennegenenzestig	num	"969", langere vorm van negenhonderdnegenenzestig, negenhonderd plus negenenzestig
negenhonderdennegenenzeventig	num	"979", langere vorm van negenhonderdnegenenzeventig, negenhonderd plus negenenzeventig
negenhonderdennegentien	num	"919", langere vorm van negenhonderdnegentien, negenhonderd plus negentien
negenhonderdennegentig	num	"990", langere vorm van negenhonderdnegentig, negenhonderd plus negentig
negenhonderdentachtig	num	"980", langere vorm van negenhonderdtachtig, negenhonderd plus tachtig
negenhonderdentien	num	"910", langere vorm van negenhonderdtien, negenhonderd plus tien
negenhonderdentwaalf	num	"912", langere vorm van negenhonderdtwaalf, negenhonderd plus twaalf
negenhonderdentwee	num	"902", langere vorm van negenhonderdtwee, negenhonderd plus twee
negenhonderdentweede	adj	nummer negenhonderdtwee in een rij.
negenhonderdentweeëndertig	num	"932", langere vorm van negenhonderdtweeëndertig, negenhonderd plus tweeëndertig
negenhonderdentweeënnegentig	num	"992", langere vorm van negenhonderdtweeënnegentig, negenhonderd plus tweeënnegentig
negenhonderdentweeëntachtig	num	"982", langere vorm van negenhonderdtweeëntachtig, negenhonderd plus tweeëntachtig
negenhonderdentweeëntwintig	num	"922", langere vorm van negenhonderdtweeëntwintig, negenhonderd plus tweeëntwintig
negenhonderdentweeënveertig	num	"942", langere vorm van negenhonderdtweeënveertig, negenhonderd plus tweeënveertig
negenhonderdentweeënvijftig	num	"952", langere vorm van negenhonderdtweeënvijftig, negenhonderd plus tweeënvijftig
negenhonderdentweeënzestig	num	"962", langere vorm van negenhonderdtweeënzestig, negenhonderd plus tweeënzestig
negenhonderdentweeënzeventig	num	"972", langere vorm van negenhonderdtweeënzeventig, negenhonderd plus tweeënzeventig
negenhonderdentwintig	num	"920", langere vorm van negenhonderdtwintig, negenhonderd plus twintig
negenhonderdenveertien	num	"914", langere vorm van negenhonderdveertien, negenhonderd plus veertien
negenhonderdenveertig	num	"940", langere vorm van negenhonderdveertig, negenhonderd plus veertig
negenhonderdenvier	num	"904", langere vorm van negenhonderdvier, negenhonderd plus vier
negenhonderdenvierendertig	num	"934", langere vorm van negenhonderdvierendertig, negenhonderd plus vierendertig
negenhonderdenvierennegentig	num	"994", langere vorm van negenhonderdvierennegentig, negenhonderd plus vierennegentig
negenhonderdenvierentachtig	num	"984", langere vorm van negenhonderdvierentachtig, negenhonderd plus vierentachtig
negenhonderdenvierentwintig	num	"924", langere vorm van negenhonderdvierentwintig, negenhonderd plus vierentwintig
negenhonderdenvierenveertig	num	"944", langere vorm van negenhonderdvierenveertig, negenhonderd plus vierenveertig
negenhonderdenvierenvijftig	num	"954", langere vorm van negenhonderdvierenvijftig, negenhonderd plus vierenvijftig
negenhonderdenvierenzestig	num	"964", langere vorm van negenhonderdvierenzestig, negenhonderd plus vierenzestig
negenhonderdenvierenzeventig	num	"974", langere vorm van negenhonderdvierenzeventig, negenhonderd plus vierenzeventig
negenhonderdenvijf	num	"905", langere vorm van negenhonderdvijf, negenhonderd plus vijf
negenhonderdenvijfendertig	num	"935", langere vorm van negenhonderdvijfendertig, negenhonderd plus vijfendertig
negenhonderdenvijfennegentig	num	"995", langere vorm van negenhonderdvijfennegentig, negenhonderd plus vijfennegentig
negenhonderdenvijfentachtig	num	"985", langere vorm van negenhonderdvijfentachtig, negenhonderd plus vijfentachtig
negenhonderdenvijfentwintig	num	"925", langere vorm van negenhonderdvijfentwintig, negenhonderd plus vijfentwintig
negenhonderdenvijfenveertig	num	"945", langere vorm van negenhonderdvijfenveertig, negenhonderd plus vijfenveertig
negenhonderdenvijfenvijftig	num	"955", langere vorm van negenhonderdvijfenvijftig, negenhonderd plus vijfenvijftig
negenhonderdenvijfenzestig	num	"965", langere vorm van negenhonderdvijfenzestig, negenhonderd plus vijfenzestig
negenhonderdenvijfenzeventig	num	"975", langere vorm van negenhonderdvijfenzeventig, negenhonderd plus vijfenzeventig
negenhonderdenvijftien	num	"915", langere vorm van negenhonderdvijftien, negenhonderd plus vijftien
negenhonderdenvijftig	num	"950", langere vorm van negenhonderdvijftig, negenhonderd plus vijftig
negenhonderdenzes	num	"906", langere vorm van negenhonderdzes, negenhonderd plus zes
negenhonderdenzesendertig	num	"936", langere vorm van negenhonderdzesendertig, negenhonderd plus zesendertig
negenhonderdenzesennegentig	num	"996", langere vorm van negenhonderdzesennegentig, negenhonderd plus zesennegentig
negenhonderdenzesentachtig	num	"986", langere vorm van negenhonderdzesentachtig, negenhonderd plus zesentachtig
negenhonderdenzesentwintig	num	"926", langere vorm van negenhonderdzesentwintig, negenhonderd plus zesentwintig
negenhonderdenzesenveertig	num	"946", langere vorm van negenhonderdzesenveertig, negenhonderd plus zesenveertig
negenhonderdenzesenvijftig	num	"956", langere vorm van negenhonderdzesenvijftig, negenhonderd plus zesenvijftig
negenhonderdenzesenzestig	num	"966", langere vorm van negenhonderdzesenzestig, negenhonderd plus zesenzestig
negenhonderdenzesenzeventig	num	"976", langere vorm van negenhonderdzesenzeventig, negenhonderd plus zesenzeventig
negenhonderdenzestien	num	"916", langere vorm van negenhonderdzestien, negenhonderd plus zestien
negenhonderdenzestig	num	"960", langere vorm van negenhonderdzestig, negenhonderd plus zestig
negenhonderdenzeven	num	"907", langere vorm van negenhonderdzeven, negenhonderd plus zeven
negenhonderdenzevenendertig	num	"937", langere vorm van negenhonderdzevenendertig, negenhonderd plus zevenendertig
negenhonderdenzevenennegentig	num	"997", langere vorm van negenhonderdzevenennegentig, negenhonderd plus zevenennegentig
negenhonderdenzevenentachtig	num	"987", langere vorm van negenhonderdzevenentachtig, negenhonderd plus zevenentachtig
negenhonderdenzevenentwintig	num	"927", langere vorm van negenhonderdzevenentwintig, negenhonderd plus zevenentwintig
negenhonderdenzevenenveertig	num	"947", langere vorm van negenhonderdzevenenveertig, negenhonderd plus zevenenveertig
negenhonderdenzevenenvijftig	num	"957", langere vorm van negenhonderdzevenenvijftig, negenhonderd plus zevenenvijftig
negenhonderdenzevenenzestig	num	"967", langere vorm van negenhonderdzevenenzestig, negenhonderd plus zevenenzestig
negenhonderdenzevenenzeventig	num	"977", langere vorm van negenhonderdzevenenzeventig, negenhonderd plus zevenenzeventig
negenhonderdenzeventien	num	"917", langere vorm van negenhonderdzeventien, negenhonderd plus zeventien
negenhonderdenzeventig	num	"970", langere vorm van negenhonderdzeventig, negenhonderd plus zeventig
negenhonderdje	=	negenhonderd
negenhonderdjes	=	negenhonderd
negenhonderdnegen	num	"909", het getal tussen negenhonderdacht en negenhonderdtien, negenhonderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 909 is aangeduid
negenhonderdnegenendertig	num	"939", het getal tussen negenhonderdachtendertig en negenhonderdveertig, negenhonderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 939 is aangeduid
negenhonderdnegenendertigje	=	negenhonderdnegenendertig
negenhonderdnegenendertigjes	=	negenhonderdnegenendertig
negenhonderdnegenendertigs	=	negenhonderdnegenendertig
negenhonderdnegenennegentig	num	"999", het getal tussen negenhonderdachtennegentig en [[#Hoofdtelwoord|]], negenhonderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 999 is aangeduid
negenhonderdnegenennegentigje	=	negenhonderdnegenennegentig
negenhonderdnegenennegentigjes	=	negenhonderdnegenennegentig
negenhonderdnegenennegentigs	=	negenhonderdnegenennegentig
negenhonderdnegenentachtig	num	"989", het getal tussen negenhonderdachtentachtig en negenhonderdnegentig, negenhonderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 989 is aangeduid
negenhonderdnegenentachtigje	=	negenhonderdnegenentachtig
negenhonderdnegenentachtigjes	=	negenhonderdnegenentachtig
negenhonderdnegenentachtigs	=	negenhonderdnegenentachtig
negenhonderdnegenentwintig	num	"929", het getal tussen negenhonderdachtentwintig en negenhonderddertig, negenhonderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 929 is aangeduid
negenhonderdnegenentwintigje	=	negenhonderdnegenentwintig
negenhonderdnegenentwintigjes	=	negenhonderdnegenentwintig
negenhonderdnegenentwintigs	=	negenhonderdnegenentwintig
negenhonderdnegenenveertig	num	"949", het getal tussen negenhonderdachtenveertig en negenhonderdvijftig, negenhonderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 949 is aangeduid
negenhonderdnegenenveertigje	=	negenhonderdnegenenveertig
negenhonderdnegenenveertigjes	=	negenhonderdnegenenveertig
negenhonderdnegenenveertigs	=	negenhonderdnegenenveertig
negenhonderdnegenenvijftig	num	"959", het getal tussen negenhonderdachtenvijftig en negenhonderdzestig, negenhonderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 959 is aangeduid
negenhonderdnegenenvijftigje	=	negenhonderdnegenenvijftig
negenhonderdnegenenvijftigjes	=	negenhonderdnegenenvijftig
negenhonderdnegenenvijftigs	=	negenhonderdnegenenvijftig
negenhonderdnegenenzestig	num	"969", het getal tussen negenhonderdachtenzestig en negenhonderdzeventig, negenhonderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 969 is aangeduid
negenhonderdnegenenzestigje	=	negenhonderdnegenenzestig
negenhonderdnegenenzestigjes	=	negenhonderdnegenenzestig
negenhonderdnegenenzestigs	=	negenhonderdnegenenzestig
negenhonderdnegenenzeventig	num	"979", het getal tussen negenhonderdachtenzeventig en negenhonderdtachtig, negenhonderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 979 is aangeduid
negenhonderdnegenenzeventigje	=	negenhonderdnegenenzeventig
negenhonderdnegenenzeventigjes	=	negenhonderdnegenenzeventig
negenhonderdnegenenzeventigs	=	negenhonderdnegenenzeventig
negenhonderdnegens	=	negenhonderdnegen
negenhonderdnegentien	num	"919", het getal tussen negenhonderdachttien en negenhonderdtwintig, negenhonderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 919 is aangeduid
negenhonderdnegentiens	=	negenhonderdnegentien
negenhonderdnegentientje	=	negenhonderdnegentien
negenhonderdnegentientjes	=	negenhonderdnegentien
negenhonderdnegentig	num	"990", het getal tussen negenhonderdnegenentachtig en negenhonderdeenennegentig, negenhonderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 990 is aangeduid
negenhonderdnegentigje	=	negenhonderdnegentig
negenhonderdnegentigjes	=	negenhonderdnegentig
negenhonderdnegentigs	=	negenhonderdnegentig
negenhonderdnegentje	=	negenhonderdnegen
negenhonderdnegentjes	=	negenhonderdnegen
negenhonderds	=	negenhonderd
negenhonderdste	adj	nummer negenhonderd in een rij
negenhonderdtachtig	num	"980", het getal tussen negenhonderdnegenenzeventig en negenhonderdeenentachtig, negenhonderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 980 is aangeduid
negenhonderdtachtigje	=	negenhonderdtachtig
negenhonderdtachtigjes	=	negenhonderdtachtig
negenhonderdtachtigs	=	negenhonderdtachtig
negenhonderdtien	num	"910", het getal tussen negenhonderdnegen en negenhonderdelf, negenhonderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 910 is aangeduid
negenhonderdtiens	=	negenhonderdtien
negenhonderdtientje	=	negenhonderdtien
negenhonderdtientjes	=	negenhonderdtien
negenhonderdtwaalf	num	"912", het getal tussen negenhonderdelf en negenhonderddertien, negenhonderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 912 is aangeduid
negenhonderdtwaalfje	=	negenhonderdtwaalf
negenhonderdtwaalfjes	=	negenhonderdtwaalf
negenhonderdtwaalfs	=	negenhonderdtwaalf
negenhonderdtwee	num	"902", het getal tussen negenhonderdeen en negenhonderddrie, negenhonderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 902 is aangeduid
negenhonderdtweede	adj	nummer negenhonderdtwee in een rij.
negenhonderdtwees	=	negenhonderdtwee
negenhonderdtweetje	=	negenhonderdtwee
negenhonderdtweetjes	=	negenhonderdtwee
negenhonderdtweeëndertig	num	"932", het getal tussen negenhonderdeenendertig en negenhonderddrieëndertig, negenhonderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 932 is aangeduid
negenhonderdtweeëndertigje	=	negenhonderdtweeëndertig
negenhonderdtweeëndertigjes	=	negenhonderdtweeëndertig
negenhonderdtweeëndertigs	=	negenhonderdtweeëndertig
negenhonderdtweeënnegentig	num	"992", het getal tussen negenhonderdeenennegentig en negenhonderddrieënnegentig, negenhonderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 992 is aangeduid
negenhonderdtweeënnegentigje	=	negenhonderdtweeënnegentig
negenhonderdtweeënnegentigjes	=	negenhonderdtweeënnegentig
negenhonderdtweeënnegentigs	=	negenhonderdtweeënnegentig
negenhonderdtweeëntachtig	num	"982", het getal tussen negenhonderdeenentachtig en negenhonderddrieëntachtig, negenhonderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 982 is aangeduid
negenhonderdtweeëntachtigje	=	negenhonderdtweeëntachtig
negenhonderdtweeëntachtigjes	=	negenhonderdtweeëntachtig
negenhonderdtweeëntachtigs	=	negenhonderdtweeëntachtig
negenhonderdtweeëntwintig	num	"922", het getal tussen negenhonderdeenentwintig en negenhonderddrieëntwintig, negenhonderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 922 is aangeduid
negenhonderdtweeëntwintigje	=	negenhonderdtweeëntwintig
negenhonderdtweeëntwintigjes	=	negenhonderdtweeëntwintig
negenhonderdtweeëntwintigs	=	negenhonderdtweeëntwintig
negenhonderdtweeënveertig	num	"942", het getal tussen negenhonderdeenenveertig en negenhonderddrieënveertig, negenhonderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 942 is aangeduid
negenhonderdtweeënveertigje	=	negenhonderdtweeënveertig
negenhonderdtweeënveertigjes	=	negenhonderdtweeënveertig
negenhonderdtweeënveertigs	=	negenhonderdtweeënveertig
negenhonderdtweeënvijftig	num	"952", het getal tussen negenhonderdeenenvijftig en negenhonderddrieënvijftig, negenhonderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 952 is aangeduid
negenhonderdtweeënvijftigje	=	negenhonderdtweeënvijftig
negenhonderdtweeënvijftigjes	=	negenhonderdtweeënvijftig
negenhonderdtweeënvijftigs	=	negenhonderdtweeënvijftig
negenhonderdtweeënzestig	num	"962", het getal tussen negenhonderdeenenzestig en negenhonderddrieënzestig, negenhonderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 962 is aangeduid
negenhonderdtweeënzestigje	=	negenhonderdtweeënzestig
negenhonderdtweeënzestigjes	=	negenhonderdtweeënzestig
negenhonderdtweeënzestigs	=	negenhonderdtweeënzestig
negenhonderdtweeënzeventig	num	"972", het getal tussen negenhonderdeenenzeventig en negenhonderddrieënzeventig, negenhonderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 972 is aangeduid
negenhonderdtweeënzeventigje	=	negenhonderdtweeënzeventig
negenhonderdtweeënzeventigjes	=	negenhonderdtweeënzeventig
negenhonderdtweeënzeventigs	=	negenhonderdtweeënzeventig
negenhonderdtwintig	num	"920", het getal tussen negenhonderdnegentien en negenhonderdeenentwintig, negenhonderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 920 is aangeduid
negenhonderdtwintigje	=	negenhonderdtwintig
negenhonderdtwintigjes	=	negenhonderdtwintig
negenhonderdtwintigs	=	negenhonderdtwintig
negenhonderdveertien	num	"914", het getal tussen negenhonderddertien en negenhonderdvijftien, negenhonderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 914 is aangeduid
negenhonderdveertiens	=	negenhonderdveertien
negenhonderdveertientje	=	negenhonderdveertien
negenhonderdveertientjes	=	negenhonderdveertien
negenhonderdveertig	num	"940", het getal tussen negenhonderdnegenendertig en negenhonderdeenenveertig, negenhonderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 940 is aangeduid
negenhonderdveertigje	=	negenhonderdveertig
negenhonderdveertigjes	=	negenhonderdveertig
negenhonderdveertigs	=	negenhonderdveertig
negenhonderdvier	num	"904", het getal tussen negenhonderddrie en negenhonderdvijf, negenhonderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 904 is aangeduid
negenhonderdvierendertig	num	"934", het getal tussen negenhonderddrieëndertig en negenhonderdvijfendertig, negenhonderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 934 is aangeduid
negenhonderdvierendertigje	=	negenhonderdvierendertig
negenhonderdvierendertigjes	=	negenhonderdvierendertig
negenhonderdvierendertigs	=	negenhonderdvierendertig
negenhonderdvierennegentig	num	"994", het getal tussen negenhonderddrieënnegentig en negenhonderdvijfennegentig, negenhonderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 994 is aangeduid
negenhonderdvierennegentigje	=	negenhonderdvierennegentig
negenhonderdvierennegentigjes	=	negenhonderdvierennegentig
negenhonderdvierennegentigs	=	negenhonderdvierennegentig
negenhonderdvierentachtig	num	"984", het getal tussen negenhonderddrieëntachtig en negenhonderdvijfentachtig, negenhonderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 984 is aangeduid
negenhonderdvierentachtigje	=	negenhonderdvierentachtig
negenhonderdvierentachtigjes	=	negenhonderdvierentachtig
negenhonderdvierentachtigs	=	negenhonderdvierentachtig
negenhonderdvierentwintig	num	"924", het getal tussen negenhonderddrieëntwintig en negenhonderdvijfentwintig, negenhonderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 924 is aangeduid
negenhonderdvierentwintigje	=	negenhonderdvierentwintig
negenhonderdvierentwintigjes	=	negenhonderdvierentwintig
negenhonderdvierentwintigs	=	negenhonderdvierentwintig
negenhonderdvierenveertig	num	"944", het getal tussen negenhonderddrieënveertig en negenhonderdvijfenveertig, negenhonderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 944 is aangeduid
negenhonderdvierenveertigje	=	negenhonderdvierenveertig
negenhonderdvierenveertigjes	=	negenhonderdvierenveertig
negenhonderdvierenveertigs	=	negenhonderdvierenveertig
negenhonderdvierenvijftig	num	"954", het getal tussen negenhonderddrieënvijftig en negenhonderdvijfenvijftig, negenhonderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 954 is aangeduid
negenhonderdvierenvijftigje	=	negenhonderdvierenvijftig
negenhonderdvierenvijftigjes	=	negenhonderdvierenvijftig
negenhonderdvierenvijftigs	=	negenhonderdvierenvijftig
negenhonderdvierenzestig	num	"964", het getal tussen negenhonderddrieënzestig en negenhonderdvijfenzestig, negenhonderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 964 is aangeduid
negenhonderdvierenzestigje	=	negenhonderdvierenzestig
negenhonderdvierenzestigjes	=	negenhonderdvierenzestig
negenhonderdvierenzestigs	=	negenhonderdvierenzestig
negenhonderdvierenzeventig	num	"974", het getal tussen negenhonderddrieënzeventig en negenhonderdvijfenzeventig, negenhonderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 974 is aangeduid
negenhonderdvierenzeventigje	=	negenhonderdvierenzeventig
negenhonderdvierenzeventigjes	=	negenhonderdvierenzeventig
negenhonderdvierenzeventigs	=	negenhonderdvierenzeventig
negenhonderdviers	=	negenhonderdvier
negenhonderdviertje	=	negenhonderdvier
negenhonderdviertjes	=	negenhonderdvier
negenhonderdvijf	num	"905", het getal tussen negenhonderdvier en negenhonderdzes, negenhonderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 905 is aangeduid
negenhonderdvijfendertig	num	"935", het getal tussen negenhonderdvierendertig en negenhonderdzesendertig, negenhonderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 935 is aangeduid
negenhonderdvijfendertigje	=	negenhonderdvijfendertig
negenhonderdvijfendertigjes	=	negenhonderdvijfendertig
negenhonderdvijfendertigs	=	negenhonderdvijfendertig
negenhonderdvijfennegentig	num	"995", het getal tussen negenhonderdvierennegentig en negenhonderdzesennegentig, negenhonderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 995 is aangeduid
negenhonderdvijfennegentigje	=	negenhonderdvijfennegentig
negenhonderdvijfennegentigjes	=	negenhonderdvijfennegentig
negenhonderdvijfennegentigs	=	negenhonderdvijfennegentig
negenhonderdvijfentachtig	num	"985", het getal tussen negenhonderdvierentachtig en negenhonderdzesentachtig, negenhonderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 985 is aangeduid
negenhonderdvijfentachtigje	=	negenhonderdvijfentachtig
negenhonderdvijfentachtigjes	=	negenhonderdvijfentachtig
negenhonderdvijfentachtigs	=	negenhonderdvijfentachtig
negenhonderdvijfentwintig	num	"925", het getal tussen negenhonderdvierentwintig en negenhonderdzesentwintig, negenhonderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 925 is aangeduid
negenhonderdvijfentwintigje	=	negenhonderdvijfentwintig
negenhonderdvijfentwintigjes	=	negenhonderdvijfentwintig
negenhonderdvijfentwintigs	=	negenhonderdvijfentwintig
negenhonderdvijfenveertig	num	"945", het getal tussen negenhonderdvierenveertig en negenhonderdzesenveertig, negenhonderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 945 is aangeduid
negenhonderdvijfenveertigje	=	negenhonderdvijfenveertig
negenhonderdvijfenveertigjes	=	negenhonderdvijfenveertig
negenhonderdvijfenveertigs	=	negenhonderdvijfenveertig
negenhonderdvijfenvijftig	num	"955", het getal tussen negenhonderdvierenvijftig en negenhonderdzesenvijftig, negenhonderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 955 is aangeduid
negenhonderdvijfenvijftigje	=	negenhonderdvijfenvijftig
negenhonderdvijfenvijftigjes	=	negenhonderdvijfenvijftig
negenhonderdvijfenvijftigs	=	negenhonderdvijfenvijftig
negenhonderdvijfenzestig	num	"965", het getal tussen negenhonderdvierenzestig en negenhonderdzesenzestig, negenhonderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 965 is aangeduid
negenhonderdvijfenzestigje	=	negenhonderdvijfenzestig
negenhonderdvijfenzestigjes	=	negenhonderdvijfenzestig
negenhonderdvijfenzestigs	=	negenhonderdvijfenzestig
negenhonderdvijfenzeventig	num	"975", het getal tussen negenhonderdvierenzeventig en negenhonderdzesenzeventig, negenhonderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 975 is aangeduid
negenhonderdvijfenzeventigje	=	negenhonderdvijfenzeventig
negenhonderdvijfenzeventigjes	=	negenhonderdvijfenzeventig
negenhonderdvijfenzeventigs	=	negenhonderdvijfenzeventig
negenhonderdvijfje	=	negenhonderdvijf
negenhonderdvijfjes	=	negenhonderdvijf
negenhonderdvijfs	=	negenhonderdvijf
negenhonderdvijftien	num	"915", het getal tussen negenhonderdveertien en negenhonderdzestien, negenhonderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 915 is aangeduid
negenhonderdvijftiens	=	negenhonderdvijftien
negenhonderdvijftientje	=	negenhonderdvijftien
negenhonderdvijftientjes	=	negenhonderdvijftien
negenhonderdvijftig	num	"950", het getal tussen negenhonderdnegenenveertig en negenhonderdeenenvijftig, negenhonderd plus vijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 950 is aangeduid
negenhonderdvijftigje	=	negenhonderdvijftig
negenhonderdvijftigjes	=	negenhonderdvijftig
negenhonderdvijftigs	=	negenhonderdvijftig
negenhonderdzes	num	"906", het getal tussen negenhonderdvijf en negenhonderdzeven, negenhonderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 906 is aangeduid
negenhonderdzesendertig	num	"936", het getal tussen negenhonderdvijfendertig en negenhonderdzevenendertig, negenhonderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 936 is aangeduid
negenhonderdzesendertigje	=	negenhonderdzesendertig
negenhonderdzesendertigjes	=	negenhonderdzesendertig
negenhonderdzesendertigs	=	negenhonderdzesendertig
negenhonderdzesennegentig	num	"996", het getal tussen negenhonderdvijfennegentig en negenhonderdzevenennegentig, negenhonderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 996 is aangeduid
negenhonderdzesennegentigje	=	negenhonderdzesennegentig
negenhonderdzesennegentigjes	=	negenhonderdzesennegentig
negenhonderdzesennegentigs	=	negenhonderdzesennegentig
negenhonderdzesentachtig	num	"986", het getal tussen negenhonderdvijfentachtig en negenhonderdzevenentachtig, negenhonderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 986 is aangeduid
negenhonderdzesentachtigje	=	negenhonderdzesentachtig
negenhonderdzesentachtigjes	=	negenhonderdzesentachtig
negenhonderdzesentachtigs	=	negenhonderdzesentachtig
negenhonderdzesentwintig	num	"926", het getal tussen negenhonderdvijfentwintig en negenhonderdzevenentwintig, negenhonderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 926 is aangeduid
negenhonderdzesentwintigje	=	negenhonderdzesentwintig
negenhonderdzesentwintigjes	=	negenhonderdzesentwintig
negenhonderdzesentwintigs	=	negenhonderdzesentwintig
negenhonderdzesenveertig	num	"946", het getal tussen negenhonderdvijfenveertig en negenhonderdzevenenveertig, negenhonderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 946 is aangeduid
negenhonderdzesenveertigje	=	negenhonderdzesenveertig
negenhonderdzesenveertigjes	=	negenhonderdzesenveertig
negenhonderdzesenveertigs	=	negenhonderdzesenveertig
negenhonderdzesenvijftig	num	"956", het getal tussen negenhonderdvijfenvijftig en negenhonderdzevenenvijftig, negenhonderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 956 is aangeduid
negenhonderdzesenvijftigje	=	negenhonderdzesenvijftig
negenhonderdzesenvijftigjes	=	negenhonderdzesenvijftig
negenhonderdzesenvijftigs	=	negenhonderdzesenvijftig
negenhonderdzesenzestig	num	"966", het getal tussen negenhonderdvijfenzestig en negenhonderdzevenenzestig, negenhonderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 966 is aangeduid
negenhonderdzesenzestigje	=	negenhonderdzesenzestig
negenhonderdzesenzestigjes	=	negenhonderdzesenzestig
negenhonderdzesenzestigs	=	negenhonderdzesenzestig
negenhonderdzesenzeventig	num	"976", het getal tussen negenhonderdvijfenzeventig en negenhonderdzevenenzeventig, negenhonderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 976 is aangeduid
negenhonderdzesenzeventigje	=	negenhonderdzesenzeventig
negenhonderdzesenzeventigjes	=	negenhonderdzesenzeventig
negenhonderdzesenzeventigs	=	negenhonderdzesenzeventig
negenhonderdzesje	=	negenhonderdzes
negenhonderdzesjes	=	negenhonderdzes
negenhonderdzessen	=	negenhonderdzes
negenhonderdzestien	num	"916", het getal tussen negenhonderdvijftien en negenhonderdzeventien, negenhonderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 916 is aangeduid
negenhonderdzestiens	=	negenhonderdzestien
negenhonderdzestientje	=	negenhonderdzestien
negenhonderdzestientjes	=	negenhonderdzestien
negenhonderdzestig	num	"960", het getal tussen negenhonderdnegenenvijftig en negenhonderdeenenzestig, negenhonderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 960 is aangeduid
negenhonderdzestigje	=	negenhonderdzestig
negenhonderdzestigjes	=	negenhonderdzestig
negenhonderdzestigs	=	negenhonderdzestig
negenhonderdzeven	num	"907", het getal tussen negenhonderdzes en negenhonderdacht, negenhonderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 907 is aangeduid
negenhonderdzevenendertig	num	"937", het getal tussen negenhonderdzesendertig en negenhonderdachtendertig, negenhonderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 937 is aangeduid
negenhonderdzevenendertigje	=	negenhonderdzevenendertig
negenhonderdzevenendertigjes	=	negenhonderdzevenendertig
negenhonderdzevenendertigs	=	negenhonderdzevenendertig
negenhonderdzevenennegentig	num	"997", het getal tussen negenhonderdzesennegentig en negenhonderdachtennegentig, negenhonderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 997 is aangeduid
negenhonderdzevenennegentigje	=	negenhonderdzevenennegentig
negenhonderdzevenennegentigjes	=	negenhonderdzevenennegentig
negenhonderdzevenennegentigs	=	negenhonderdzevenennegentig
negenhonderdzevenentachtig	num	"987", het getal tussen negenhonderdzesentachtig en negenhonderdachtentachtig, negenhonderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 987 is aangeduid
negenhonderdzevenentachtigje	=	negenhonderdzevenentachtig
negenhonderdzevenentachtigjes	=	negenhonderdzevenentachtig
negenhonderdzevenentachtigs	=	negenhonderdzevenentachtig
negenhonderdzevenentwintig	num	"927", het getal tussen negenhonderdzesentwintig en negenhonderdachtentwintig, negenhonderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 927 is aangeduid
negenhonderdzevenentwintigje	=	negenhonderdzevenentwintig
negenhonderdzevenentwintigjes	=	negenhonderdzevenentwintig
negenhonderdzevenentwintigs	=	negenhonderdzevenentwintig
negenhonderdzevenenveertig	num	"947", het getal tussen negenhonderdzesenveertig en negenhonderdachtenveertig, negenhonderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 947 is aangeduid
negenhonderdzevenenveertigje	=	negenhonderdzevenenveertig
negenhonderdzevenenveertigjes	=	negenhonderdzevenenveertig
negenhonderdzevenenveertigs	=	negenhonderdzevenenveertig
negenhonderdzevenenvijftig	num	"957", het getal tussen negenhonderdzesenvijftig en negenhonderdachtenvijftig, negenhonderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 957 is aangeduid
negenhonderdzevenenvijftigje	=	negenhonderdzevenenvijftig
negenhonderdzevenenvijftigjes	=	negenhonderdzevenenvijftig
negenhonderdzevenenvijftigs	=	negenhonderdzevenenvijftig
negenhonderdzevenenzestig	num	"967", het getal tussen negenhonderdzesenzestig en negenhonderdachtenzestig, negenhonderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 967 is aangeduid
negenhonderdzevenenzestigje	=	negenhonderdzevenenzestig
negenhonderdzevenenzestigjes	=	negenhonderdzevenenzestig
negenhonderdzevenenzestigs	=	negenhonderdzevenenzestig
negenhonderdzevenenzeventig	num	"977", het getal tussen negenhonderdzesenzeventig en negenhonderdachtenzeventig, negenhonderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 977 is aangeduid
negenhonderdzevenenzeventigje	=	negenhonderdzevenenzeventig
negenhonderdzevenenzeventigjes	=	negenhonderdzevenenzeventig
negenhonderdzevenenzeventigs	=	negenhonderdzevenenzeventig
negenhonderdzevens	=	negenhonderdzeven
negenhonderdzeventien	num	"917", het getal tussen negenhonderdzestien en negenhonderdachttien, negenhonderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 917 is aangeduid
negenhonderdzeventiens	=	negenhonderdzeventien
negenhonderdzeventientje	=	negenhonderdzeventien
negenhonderdzeventientjes	=	negenhonderdzeventien
negenhonderdzeventig	num	"970", het getal tussen negenhonderdnegenenzestig en negenhonderdeenenzeventig, negenhonderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 970 is aangeduid
negenhonderdzeventigje	=	negenhonderdzeventig
negenhonderdzeventigjes	=	negenhonderdzeventig
negenhonderdzeventigs	=	negenhonderdzeventig
negenhonderdzeventje	=	negenhonderdzeven
negenhonderdzeventjes	=	negenhonderdzeven
negenjaarlijks	adj	eens in de 9 jaar plaatsvindend
negenjaarlijkse	=	negenjaarlijks
negenjarig	adj	9 jaren durend
negenjarige	noun	levend wezen dat 9 jaar oud is of iets dat 9 jaar bestaat
negenjarigen	=	negenjarige
negenjarigs	=	negenjarig
negenmaal	adv	met negen herhalingen, in negen gevallen
negenogen	=	negenoog
negenoog	noun	steenpuist omgeven door andere steenpuisten die ineenvloeien
negenoogje	=	negenoog
negenoogjes	=	negenoog
negens	=	negen
negental	noun	negen personen of zaken
negentallen	=	negental
negentalletje	=	negental
negentalletjes	=	negental
negentien	num	"19", het getal tussen achttien en twintig, tien plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 19 is aangeduid
negentiende	adj	nummer negentien in een rij
negentiende-eeuwer	noun	iemand die in de negentiende eeuw (1801 tot en met 1900) heeft geleefd
negentiende-eeuwers	=	negentiende-eeuwer
negentiende-eeuwertje	=	negentiende-eeuwer
negentiende-eeuwertjes	=	negentiende-eeuwer
negentiende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1801-1900
negentiende-eeuwse	=	negentiende-eeuws
negentienden	=	negentiende
negentienduizend	num	19.000
negentienduizendste	adj	nummer negentienduizend in een rij
negentienhoek	noun	meetkundige figuur met negentien hoeken
negentienhoeken	=	negentienhoek
negentienhonderdste	adj	nummer negentienhonderd in een rij.
negentienjaarlijks	adj	eens in de 19 jaar plaatsvindend
negentienjaarlijkse	=	negentienjaarlijks
negentienjarig	adj	19 jaren durend
negentienjarige	noun	levend wezen dat 19 jaar oud is of iets dat 19 jaar bestaat
negentienjarigen	=	negentienjarige
negentienjarigs	=	negentienjarig
negentienmaal	adv	bij negentien gelegenheden
negentiens	=	negentien
negentientje	=	negentien
negentientjes	=	negentien
negentig	num	"90", het getal tussen negenentachtig en eenennegentig, negen maal tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 90 is aangeduid
negentigduizend	num	90.000
negentigduizendste	adj	nummer negentigduizend in een rij
negentiger	noun	man of vrouw die tussen de 90 en 99 jaar is	adj	plaats hebbend in of verwijzend naar het tiende decennium van een eeuw
negentigers	=	negentiger
negentigjarig	adj	90 jaren durend
negentigjarige	noun	levend wezen dat 90 jaar oud is of iets dat 90 jaar bestaat
negentigjarigen	=	negentigjarige
negentigjarigs	=	negentigjarig
negentigje	=	negentig
negentigjes	=	negentig
negentigs	=	negentig
negentigste	adj	nummer negentig in een rij
negentigsten	=	negentigste
negentigtal	noun	een hoeveelheid van (ongeveer) 90
negentigtallen	=	negentigtal
negentigvoudig	adj	negentig keer zoveel, negentig keer zo groot
negentigvoudige	=	negentigvoudig
negentigvoudigs	=	negentigvoudig
negentje	=	negen
negentjes	=	negen
negenurig	adj	negen uren durend
negenurige	=	negenurig
negenurigs	=	negenurig
negenvoud	noun	in negenvoud: negen exemplaren van hetzelfde
negenvouden	=	negenvoud
negenvoudig	adj	van iets dat het in negenvoud bestaat
negenvoudige	=	negenvoudig
negenvoudiger	=	negenvoudig
negenvoudigere	=	negenvoudig
negenvoudigers	=	negenvoudig
negenvoudigs	=	negenvoudig
negenvoudigst	=	negenvoudig
negenvoudigste	=	negenvoudig
negenwerf	adv	met negen herhalingen, in negen gevallen
neger	noun	* iemand met voorouders uit Afrika bezuiden de Sahara met lichamelijke kenmerken daarvan als een donkere huidskleur of zwart kroeshaar
negerbevolking	noun	de zwarte bevolking, specifiek mensen van Afrikaanse afkomst.
negerbevolkingen	=	negerbevolking
negerbevolkinkje	=	negerbevolking
negerbevolkinkjes	=	negerbevolking
negerde	=	negeren
negerden	=	negeren
negere	=	negeren
negeren	verb	doen alsof iemand of iets niet bestaat.
negerend	=	negeren
negerende	=	negeren
negerhollandstalig	adj	de Negerhollandse taal sprekend
negerhollandstalige	=	negerhollandstalig
negerhollandstaligs	=	negerhollandstalig
negerhut	noun	klein huisje waarin zwarte slaafgemaakten woonden
negerhutje	=	negerhut
negerhutjes	=	negerhut
negerhutten	=	negerhut
negerij	noun	# een afgelegen gehucht
negerijen	=	negerij
negerijtje	=	negerij
negerin	noun	vrouw met een donkere huidskleur en vaak zwart kroeshaar wier voorouders afkomstig zijn uit Afrika bezuiden de Sahara
negerinnen	=	negerin
negerinnentet	noun	een lekkernij, bestaande uit een rond wafeltje, een bolletje schuim (van suiker en ei) en een overkapping van chocolade
negerinnentetten	=	negerinnentet
negerinnetje	=	negerin
negerinnetjes	=	negerin
negermuziek	noun	muziek van een met name door zwarten beoefend genre
negerprobleem	noun|obsolete	het vraagstuk hoe om te gaan met een grotere groep mensen van Afrikaanse origine
negerproblemen	=	negerprobleem
negers	=	neger
negerslaaf	noun	zwarte die slaafgemaakt is
negerslaafje	=	negerslaaf
negerslaafjes	=	negerslaaf
negerslaven	=	negerslaaf
negerslavin	=	negerslaaf
negert	=	negeren
negertje	=	neger
negertjes	=	neger
negervink	noun	een zangvogel uit het geslacht Nigrita en de familie Estrildidae (prachtvinken)
negervinken	=	negervink
negerzoen	noun	lekkernij, bestaande uit een rond wafeltje, een bolletje schuim (van suiker en ei) en een overkapping van chocolade
negerzoenen	=	negerzoen
negerzoentje	=	negerzoen
negerzoentjes	=	negerzoen
negge	noun	een handpaardje, een klein paard
neggen	=	negge
neggetje	=	negge
neggetjes	=	negge
negina	noun	voordrachtteken bij een woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
neginot	=	negina
negligeer	=	negligeren
negligeerde	=	negligeren
negligeerden	=	negligeren
negligeert	=	negligeren
negligeetje	=	negligé
negligeetjes	=	negligé
negligentie	noun	het negligent zijn, nalatigheid, verwaarlozing, veronachtzaming
negligenties	=	negligentie
negligere	=	negligeren
negligeren	verb	verwaarlozen
negligerend	=	negligeren
negligerende	=	negligeren
negligé	noun	gemakkelijk ochtendgewaad, deftige dameskamerjapon
negligés	=	negligé
negorij	noun	een afgelegen gehucht
negorijen	=	negorij
negorijtje	=	negorij
negorijtjes	=	negorij
negotiatie	noun	het negotiëren, de onderhandeling
negotiaties	=	negotiatie
negotiatietje	=	negotiatie
negotie	noun	handel zn, het handel drijven
negotieer	=	negotiëren
negotieerbaar	adj	onderhandelbaar
negotieerbaarder	=	negotieerbaar
negotieerbaardere	=	negotieerbaar
negotieerbaarders	=	negotieerbaar
negotieerbaars	=	negotieerbaar
negotieerbaarst	=	negotieerbaar
negotieerbaarste	=	negotieerbaar
negotieerbare	=	negotieerbaar
negotieerde	=	negotiëren
negotieerden	=	negotiëren
negotieert	=	negotiëren
negoties	=	negotie
negotietje	=	negotie
negotiën	=	negotie
negotiëre	=	negotiëren
negotiëren	verb	een onderhandeling voeren
negotiërend	=	negotiëren
negotiërende	=	negotiëren
negrin	=	negerin
negrito	noun	de aanduiding voor op negroïde en pygmeeën lijkende volkeren die leven in geïsoleerde gebieden in Zuidoost-Azië
negrito's	=	negrito
negritude	noun	een Franstalige literaire en ideologische beweging, die in de jaren 30 van de 20e eeuw werd ontwikkeld door zwarte intellectuelen
negrituden	=	negritude
negritudes	=	negritude
negromiersluiper	noun	Epinecrophylla haematonota pyrrhonota een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
negromiersluipers	=	negromiersluiper
negromiersluipertje	=	negromiersluiper
negromiersluipertjes	=	negromiersluiper
negroni	noun	cocktail van gelijke delen gin, vermout en campari, vaak gedronken als aperitief
negroni's	=	negroni
negrosboomtimalia	noun	Zosterornis nigrorum een vogelsoort uit de familie van de Zosteropidae (brilvogels).
negrosboomtimalia's	=	negrosboomtimalia
negrosboomtimaliaatje	=	negrosboomtimalia
negrosboomtimaliaatjes	=	negrosboomtimalia
negrosdolksteekduif	noun	Gallicolumba keayi een duif uit het geslacht Gallicolumba . De vogel werd in 1900 door de Britse vogelkundige William Eagle Clarke geldig beschreven.
negrosdolksteekduifje	=	negrosdolksteekduif
negrosdolksteekduifjes	=	negrosdolksteekduif
negrosdolksteekduiven	=	negrosdolksteekduif
negrosdwergooruil	noun	Otus nigrorum een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
negrosdwergooruilen	=	negrosdwergooruil
negrosdwergooruiltje	=	negrosdwergooruil
negrosdwergooruiltjes	=	negrosdwergooruil
negrosjunglevliegenvanger	noun	Vauriella albigularis een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
negrosjunglevliegenvangers	=	negrosjunglevliegenvanger
negrosjunglevliegenvangertje	=	negrosjunglevliegenvanger
negrosjunglevliegenvangertjes	=	negrosjunglevliegenvanger
negrosspitsmuis	noun	Crocidura negrina een spitsmuis uit het geslacht Crocidura die voorkomt op het eiland Negros in de centrale Filipijnen, in regenwoud op 500 tot 1450 m hoogte.
negrosspitsmuisje	=	negrosspitsmuis
negrosspitsmuisjes	=	negrosspitsmuis
negrosspitsmuizen	=	negrosspitsmuis
negroïde	adj	met kenmerken van mensen afkomstig uit Sub-Saharaans Afrika
negroïden	=	negroïde
negroïder	=	negroïde
negroïdere	=	negroïde
negroïders	=	negroïde
negroïdes	=	negroïde
negroïedst	=	negroïde
negroïedste	=	negroïde
negus	noun	titel van de keizer van Ethiopië
negussen	=	negus
negéren	=	negeren
nei	=	neien
neide	=	neien
neiden	=	neien
neie	=	neien
neien	verb	hinniken
neiend	=	neien
neig	=	neigen
neigde	=	neigen
neigden	=	neigen
neige	=	neigen
neigen	verb	een tendens vertonen
neigend	=	neigen
neigende	=	neigen
neiging	noun	het onbewust graag op een bepaalde manier gedragen
neigingen	=	neiging
neiginkje	=	neiging
neiginkjes	=	neiging
neigt	=	neigen
neit	=	neien
nek	noun	achterste gedeelte van de hals
nek-aan-nekrace	noun	een race waarbij twee deelnemers zeer dicht bij elkaar zijn en de wedstrijd dus heel spannend is
nek-aan-nekraces	=	nek-aan-nekrace
nekairbag	noun	airbag in de kraag van een jas voor bijvoorbeeld fietsers en skiërs
nekairbags	=	nekairbag
nekband	noun	een ligament in de nek dat in verbinding staat met het ligamentum supraspinale.
nekbanden	=	nekband
nekbandje	=	nekband
nekbandjes	=	nekband
nekblessure	noun	blessure van of aan de nek
nekblessuren	=	nekblessure
nekblessures	=	nekblessure
nekblessuretje	=	nekblessure
nekblessuretjes	=	nekblessure
nekbom	noun	bom die om de hals van een slachtoffer bevestigd wordt en op afstand tot ontploffing gebracht kan worden
nekbommen	=	nekbom
nekeive	noun	vrouwspersoon
nekeives	=	nekeive
nekhaar	noun	haar dat in de nek groeit
nekhaartje	=	nekhaar
nekhaartjes	=	nekhaar
nekharen	=	nekhaar
nekhernia	noun	een hernia die vergelijkbaar is met een rughernia, behalve dat een tussenwervelschijf in de halswervelkolom uitpuilt in plaats van de lumbale wervelkolom
nekhernia's	=	nekhernia
nekje	=	nek
nekjes	=	nek
nekke	=	nekken
nekken	verb	noodlottig worden; letterlijk: iemand de nek te breken
nekkend	=	nekken
nekkende	=	nekken
nekker	=	nikker
nekklem	noun	een greep waarbij de keel van een persoon in de kom van de elleboog wordt gelegd en de keel of hals (inclusief halsslagaders) wordt dichtgeknepen zodat iemand rustig wordt
nekklemmen	=	nekklem
nekkramp	noun	de volksnaam voor hersenvliesontsteking of meningitis
nekkrampen	=	nekkramp
nekkussen	noun	ergonomisch kussen dat de nek en het hoofd ondersteunt
nekkussens	=	nekkussen
nekkussentje	=	nekkussen
nekkussentjes	=	nekkussen
nekletsel	noun	probleem aan de nek
nekletsels	=	nekletsel
neklint	noun	lint dat om de hals wordt gedragen en waaraan men bijvoorbeeld een sleutel kan bevestigen
neklinten	=	neklint
neknominaten	verb	via sociale media uitdagen om een alcoholisch drankje in een slok achterover te slaan
neknominatend	=	neknominaten
neknominatende	=	neknominaten
neknominating	noun	internetrage waarbij men elkaar uitdaagt om een alcoholisch drankje in één teug te nuttigen
neknomineren	verb	via sociale media uitdagen om een alcoholisch drankje in een slok achterover te slaan
neknominerende	=	neknomineren
nekome	noun	wraak
nekomes	=	nekome
nekpijn	noun	pijn in het achtergedeelte van de hals
nekpijnen	=	nekpijn
nekpijntje	=	nekpijn
nekpijntjes	=	nekpijn
nekrol	noun	een lang, cilindervormig kussen dat wordt gebruikt voor zowel decoratieve doeleinden in een interieur als voor comfortabele en orthopedische ondersteuning van het lichaam
nekrollen	=	nekrol
nekrolletje	=	nekrol
nekrolletjes	=	nekrol
nekrose	=	necrose
nekschot	noun	een executiemethode door middel van een schot in de nek, die vaak wordt toegepast om deserteurs te liquideren of binnen het milieu van de georganiseerde misdaad
nekschoten	=	nekschot
nekslag	noun	slag waarmee wild gedood wordt
nekslagen	=	nekslag
nekslagje	=	nekslag
nekslagjes	=	nekslag
nekspier	noun	een van de spieren van de nek die vooral dienen om het hoofd op te heffen en te draaien om de lengteas
nekspieren	=	nekspier
nekspiertje	=	nekspier
nekspiertjes	=	nekspier
nekspindertje	noun	Cyclophora annularia een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
nekspindertjes	=	nekspindertje
nekstuk	noun	stuk vlees afkomstig uit de nek van een varken
nekstukken	=	nekstuk
nekt	=	nekken
nektapijt	noun	kapsel waarbij de de zijkanten van het haar meestal opgeschoren of kort zijn, maar de achterkant lang
nektapijten	=	nektapijt
nektapijtje	=	nektapijt
nektapijtjes	=	nektapijt
nektattoo	noun	tatoeage op de hals of meer specifiek de achterkant daarvan
nektattoos	=	nektattoo
nekte	=	nekken
nekten	=	nekken
nekton	noun	een verzamelnaam voor alle organismen die zich actief kunnen verplaatsen in het water, onafhankelijk van de heersende stromingen
nektonnetje	=	nekton
nektonnetjes	=	nekton
nekvel	noun	Huid om de nek waaraan je een dier kunt beetpakken.
nekvellen	=	nekvel
nekvelletje	=	nekvel
nekvelletjes	=	nekvel
nekwervel	noun	een wervel van het cervicale deel van de wervelkolom
nekwervels	=	nekwervel
nekwerveltje	=	nekwervel
nekwerveltjes	=	nekwervel
nel	noun	de een na hoogste troefkaart
nelicourviwever	noun	Ploceus nelicourvi een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
nelicourviwevers	=	nelicourviwever
nelicourviwevertje	=	nelicourviwever
nelicourviwevertjes	=	nelicourviwever
nellen	=	nel
nelson	noun	een nekgreep bij het worstelen
nelson-neusbeer	noun	Nasua nelsoni roofdier uit de familie kleine beren (Procyonidae) Deze soort komt voor in de bossen van het eiland Cozumel voor de kust van Mexico
nelson-neusbeertje	=	nelson-neusbeer
nelson-neusbeertjes	=	nelson-neusbeer
nelson-neusberen	=	nelson-neusbeer
nelsongrondeekhoorn	noun	Ammospermophilus nelsoni knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
nelsongrondeekhoorns	=	nelsongrondeekhoorn
nelsongrondeekhoorntje	=	nelsongrondeekhoorn
nelsongrondeekhoorntjes	=	nelsongrondeekhoorn
nelsons	=	nelson
nematicide	noun	bestrijdingsmiddel van aaltjes
nematiciden	=	nematicide
nematode	noun	benaming voor dieren uit de stam Nematoda
nematoden	noun	stam Nematoda, ronde langwerpige dieren zonder segmenten, maar met een spijsverteringsstelsel, met vermoedelijk meer dan een miljoen soorten die zijn aangepast aan een grote verscheidenheid van leefmilieus
neme	=	nemen
nemen	verb	iets vastpakken met de handen
nemend	=	nemen
nemende	=	nemen
nemer	noun	iemand die neemt
nemers	=	nemer
nemertje	=	nemer
nemertjes	=	nemer
nemesis	noun	wrekende gerechtigheid
neming	noun	het nemen, (alleen in samenstellingen)
nemingen	=	neming
neminkje	=	neming
neminkjes	=	neming
nemo-teneturbeginsel	noun	beginsel dat een verdachte niet verplicht kan worden mee te werken aan zijn eigen veroordeling
nen	article	mannelijk onbepaald lidwoord wanneer het eropvolgende woord met een klinker, b of h begint Veel sprekers doen dit ook als het eropvolgende woord met d of t begint.
nendöbrilvogel	noun	Zosterops sanctaecrucis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
nendöbrilvogels	=	nendöbrilvogel
nendöbrilvogeltje	=	nendöbrilvogel
nendöbrilvogeltjes	=	nendöbrilvogel
nendöfluiter	noun	Pachycephala ornata een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
nendöfluiters	=	nendöfluiter
nendöfluitertje	=	nendöfluiter
nendöfluitertjes	=	nendöfluiter
nendöklauwiermonarch	noun	Clytorhynchus sanctaecrucis een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
nendöklauwiermonarchen	=	nendöklauwiermonarch
nendöklauwiermonarchje	=	nendöklauwiermonarch
nendöklauwiermonarchjes	=	nendöklauwiermonarch
nenetstalig	adj	de Nenetse taal sprekend
nenetstalige	=	nenetstalig
nenetstaligs	=	nenetstalig
neo	adj	een kunsttaal, die in 1937 werd ontwikkeld door de Belgische diplomaat Arturo Alfandari (1888-1969) en gebaseerd is op het esperanto
neo-klassiek	=	neoklassiek
neoarchaïcum	noun	geologisch tijdperk, vierde era van het archaïcum, van 2,8 tot 2,5 miljard jaar geleden
neoarcheïcum	noun	geologisch tijdperk, vierde era van het archaïcum, van 2,8 tot 2,5 miljard jaar geleden
neoavant-garde	noun	verzamelnaam voor stromingen die vanaf eind jaren 50 van de 20e eeuw nog radicalere veranderingen nastreefden dan de vernieuwende stromingen die zich voor de Tweede Wereldoorlog hadden ontwikkeld
neobank	noun	bank die digitaal werkt, bankverrichtingen via een app plaatsvinden en er geen/nauwelijks fysieke bankkantoren zijn
neobanken	=	neobank
neobarok	noun	kunststijl die een navolging van de barok is
neoclassicisme	noun	kunststroming die opkwam aan het eind van de 18e eeuw, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de "klassieke" kunst en cultuur van het oude Griekenland en het oude Rome.werd nagestreefd
neoclassicistisch	adj	van een modern gebouw dat het ontworpen is met gebouwen uit de klassieke oudheid als voorbeeld
neoclassicistische	=	neoclassicistisch
neoclassicistischer	=	neoclassicistisch
neoclassicistischere	=	neoclassicistisch
neoclassicistischers	=	neoclassicistisch
neocomien	noun|obsolete	naam voor gesteenten uit het vroegkrijt
neocomium	noun|obsolete	naam voor gesteenten uit het vroegkrijt
neocommunistisch	adj	betreft de intellectuele stromingen die de kern van Marx' theorieën (zoals klassenstrijd) omarmen, maar afstand nemen van de totalitaire praktijken van de Sovjet-Unie
neocommunistische	=	neocommunistisch
neocommunistischer	=	neocommunistisch
neocommunistischere	=	neocommunistisch
neocommunistischers	=	neocommunistisch
neoconservatief	noun	aanhanger van het neoconservatisme	adj	met betrekking tot het neoconservatisme
neoconservatiefs	=	neoconservatief
neoconservatiefst	=	neoconservatief
neoconservatiefste	=	neoconservatief
neoconservatieve	=	neoconservatief
neoconservatieven	=	neoconservatief
neoconservatiever	=	neoconservatief
neoconservatievere	=	neoconservatief
neoconservatievers	=	neoconservatief
neoconservatisme	noun	'linkse' variant van het paleoconservatisme
neodymium	noun	scheikundig element met symbool Nd en atoomnummer 60. Het is een geel tot zilverwit lanthanide
neodymiumatomen	=	neodymiumatoom
neodymiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element neodymium.
neodymiumatoompje	=	neodymiumatoom
neodymiumatoompjes	=	neodymiumatoom
neodymiummagneet	noun	een supersterke magneet die zijn eigenschappen dankt aan het element neodymium
neodymiummagneetje	=	neodymiummagneet
neodymiummagneetjes	=	neodymiummagneet
neodymiummagneten	=	neodymiummagneet
neofascisme	noun	de nieuwe hedendaagse vorm van het politieke stelsel fascisme
neofascist	noun	iemand die tegenwoordig nog steeds een aanhanger is van het nationalistische en racistische gedachtegoed van Hitler en Mussolini
neofascisten	=	neofascist
neofascistisch	adj	weer berustend op nationalistische, autoritaire en corporatieve beginselen
neofascistische	=	neofascistisch
neofascistischer	=	neofascistisch
neofascistischere	=	neofascistisch
neofascistischers	=	neofascistisch
neofiel	noun	iemand die steeds uit is op nieuwe dingen
neofielen	=	neofiel
neofiet	noun	nieuweling, beginneling
neofieten	=	neofiet
neofietje	=	neofiet
neofobie	noun	angst voor alles wat nieuw is
neofundamentalist	noun	zeer orthodoxe christenjongere
neofundamentalisten	=	neofundamentalist
neofyt	noun	plant die zich heeft gevestigd in een land waar hij oorspronkelijk niet vandaan komt
neofyten	=	neofyt
neogaullistisch	adj	betreft een politieke stroming die de principes van het oorspronkelijke Gaullisme (ontstaan rond Charles de Gaulle) aanpast aan moderne tijden.
neogaullistische	=	neogaullistisch
neogaullistischer	=	neogaullistisch
neogaullistischere	=	neogaullistisch
neogaullistischers	=	neogaullistisch
neogeen	noun	geologisch tijdperk, tweede periode van het era kaenozoïcum, van 23 tot 2,6 miljoen jaar geleden	adj	uit het bovengenoemde tijdperk
neogeens	=	neogeen
neogene	=	neogeen
neogotiek	noun	een 19e-eeuwse stroming in de bouwkunst verstaan die zich geheel heeft laten inspireren door de middeleeuwse gotiek
neogotisch	adj	betreffende de neogotiek
neogotische	=	neogotisch
neogotischer	=	neogotisch
neogotischere	=	neogotisch
neogotischers	=	neogotisch
neohippie	noun	persoon die vanwege zijn uiterlijk, gedrag en opvattingen gelijkenis vertoont met de hippie uit de jaren zestig van de twintigste eeuw
neohippies	=	neohippie
neohippietje	=	neohippie
neohippietjes	=	neohippie
neohumanisme	noun	een holistische filosofie die handelt over het doel van het leven, de functies van de samenleving, manieren om van dogma's en geestelijke beperkingen af te komen en nog vele andere aspecten van het menselijke leven
neokapitalisme	noun	economisch systeem waarin zowel openbare als private ondernemingen voorkomen
neoklassiek	adj	op een nieuwe manier die gebaseerd is op oudere stijlen
neoklassieke	=	neoklassiek
neoklassieker	=	neoklassiek
neoklassiekere	=	neoklassiek
neoklassiekers	=	neoklassiek
neoklassieks	=	neoklassiek
neoklassiekst	=	neoklassiek
neoklassiekste	=	neoklassiek
neokolonialisme	noun	politieke term die de (vermeende) exploitatie beschrijft waar rijke landen zich schuldig zouden maken ten aanzien van hun zelfstandig geworden (vroegere koloniale) gebieden, hoewel deze gebieden formeel politiek onafhankelijk zijn geworden zouden ze economisch en militair nog steeds even afhankelijk zijn als in de koloniale periode
neoliberaal	adj	met betrekking tot het neoliberalisme
neoliberaals	=	neoliberaal
neoliberaalst	=	neoliberaal
neoliberaalste	=	neoliberaal
neoliberaaltje	=	neoliberaal
neoliberale	=	neoliberaal
neoliberalen	=	neoliberaal
neoliberaler	=	neoliberaal
neoliberalere	=	neoliberaal
neoliberalers	=	neoliberaal
neoliberalisme	noun	stroming die economisch liberalisme combineert met overheidsinvloeden
neoliberalismen	=	neoliberalisme
neoliberalismes	=	neoliberalisme
neolithicum	noun	laatste periode van de steentijd, beginnend met de overgang naar landbouw en het gebruik van gepolijste stenen, waar vanaf 11.000 v.Chr. voorbeelden van zijn, tot aan het eerste gebruik van brons, met eerste voorbeelden vanaf 3.000 v.
neolithisch	adj	betrekking hebbend op de nieuwe steentijd
neolithische	=	neolithisch
neolithischer	=	neolithisch
neolithischere	=	neolithisch
neolithischers	=	neolithisch
neologisme	noun	een woord dat nieuw is of nieuw gevormd is
neologismen	=	neologisme
neologismenwoordenboek	noun	een woordenboek dat nieuwe woorden (neologismen) verzamelt en beschrijft, zoals het Woordenboek van Nieuwe Woorden
neologismenwoordenboeken	=	neologismenwoordenboek
neologismenwoordenboekje	=	neologismenwoordenboek
neologismenwoordenboekjes	=	neologismenwoordenboek
neomalthusianisme	noun	ideologie die streeft naar geboortebeperking door voorbehoedmiddelen als middel tot het aanpakken van sociale en economische wantoestanden veroorzaakt door overbevolking
neomarxisme	noun	nieuwe westerse interpretatie van het marxisme
neomarxistisch	adj	een aantal marxistische denkstromingen in de westerse wereld die vanaf de jaren 1920 nieuwe interpretaties van Karl Marx' denken maakten, onafhankelijk van het marxisme-leninisme en de politieke praktijk daarvan in de Sovjet-Unie en andere communistische landen
neomarxistische	=	neomarxistisch
neomarxistischer	=	neomarxistisch
neomarxistischere	=	neomarxistisch
neomarxistischers	=	neomarxistisch
neomist	noun	iemand die pas tot priester gewijd is
neomisten	=	neomist
neon	noun	een chemisch element, met symbool Ne en atoomnummer 10, en een kleurloos edelgas
neonaat	noun	pasgeborene
neonaatje	=	neonaat
neonaatjes	=	neonaat
neonataal	noun	pasgeboren kind, neonaat, pasgeborene	adj	met betrekking tot de eerste weken na de geboorte
neonataals	=	neonataal
neonataalst	=	neonataal
neonataalste	=	neonataal
neonataaltje	=	neonataal
neonataaltjes	=	neonataal
neonatale	=	neonataal
neonatalen	=	neonataal
neonataler	=	neonataal
neonatalere	=	neonataal
neonatalers	=	neonataal
neonaten	=	neonaat
neonatologen	=	neonatoloog
neonatologie	noun	tak van de geneeskunde die zich bezighoudt met pasgeboren kinderen
neonatologisch	adj	betrekking hebbend op de neonatologie
neonatologische	=	neonatologisch
neonatologischer	=	neonatologisch
neonatologischere	=	neonatologisch
neonatologischers	=	neonatologisch
neonatoloog	noun	iemand die zich beroepsmatig bezig houdt met pasgeboren kinderen (neonaten)
neonatomen	=	neonatoom
neonatoom	noun	een atoom van het chemisch element neon.
neonatoompje	=	neonatoom
neonatoompjes	=	neonatoom
neonazi	noun	aanhanger van het neonazisme (d.w.z. nazisme van na de Tweede Wereldoorlog)
neonazi's	=	neonazi
neonazisme	noun	nationaalsocialisme van na de Tweede Wereldoorlog
neonazistisch	adj	betreft een militante, extreemrechtse politieke stroming die na de Tweede Wereldoorlog ontstond en streeft naar het (deels) herstellen van de nazistische ideologie.
neonazistische	=	neonazistisch
neonazistischer	=	neonazistisch
neonazistischere	=	neonazistisch
neonazistischers	=	neonazistisch
neonbuis	noun	buisvormige neonlamp
neonbuisje	=	neonbuis
neonbuisjes	=	neonbuis
neonbuizen	=	neonbuis
neonicotinoïde	noun	een neuroactieve stof en insecticide die chemisch verwant is met nicotine
neonicotinoïden	=	neonicotinoïde
neonkleur	noun	een fluorescerende kleur die ontstaat doordat een pigment ultraviolet licht absorbeert en daarna terugkaatst
neonkleuren	=	neonkleur
neonlamp	noun	rood-oranje licht gevende gasontladingslamp, gevuld met neondamp
neonlampen	=	neonlamp
neonlampje	=	neonlamp
neonlampjes	=	neonlamp
neonlicht	noun	licht afkomstig van een neonlamp
neonlichten	=	neonlicht
neonlichtje	=	neonlicht
neonlichtjes	=	neonlicht
neontetra	noun	bepaalde kleurrijke kleine vissoort uit Zuid-Amerika, Paracheirodon innesi, die veel in aquaria gehouden wordt
neontetra's	=	neontetra
neontetraatje	=	neontetra
neontetraatjes	=	neontetra
neonverlichting	noun	gekleurde buisvormige lampen gevuld met neongas
neonverlichtingen	=	neonverlichting
neonworm	noun	Oxydromus flexuosus een borstelworm uit de familie Hesionidae.
neonwormen	=	neonworm
neonwormpje	=	neonworm
neonwormpjes	=	neonworm
neophiet	=	neofiet
neophyt	=	neofiet
neoplasie	noun	nieuwvorming
neoplasieën	=	neoplasie
neoplasma	noun	abnormale weefselgroei, gezwel
neoplasma's	=	neoplasma
neoplasme	noun	abnormale weefselgroei, nieuwvorming
neoplasmen	=	neoplasme
neoplasmes	=	neoplasme
neoplastisch	adj	gepaard gaand met nieuwvorming
neoplastische	=	neoplastisch
neoplastischer	=	neoplastisch
neoplastischere	=	neoplastisch
neoplastischers	=	neoplastisch
neopop	noun	een algemene benaming voor een postmodernistische kunstvorm vanaf de jaren 90 van de 20e eeuw
neopoppen	=	neopop
neopreen	noun	synthetische, waterdichte, goed isolerende rubbersoort	adj	gemaakt van neopreen
neopreens	=	neopreen
neoprene	=	neopreen
neoprof	noun	iemand die voor het eerst als beroepswielrenner aan wedstrijden deelneemt
neoprofs	=	neoprof
neoproterozoïcum	noun	geologisch tijdperk, derde en laatste era van het proterozoïcum, van 1 miljard tot 541 miljoen jaar geleden
neopsychedelisch	adj	betreft een muziekgenre dat de productietechnieken en dromerige sfeer van de jaren 60-psychedelia combineert met moderne stijlen, vaak binnen alternatieve en indie-rock
neopsychedelische	=	neopsychedelisch
neopsychedelischer	=	neopsychedelisch
neopsychedelischere	=	neopsychedelisch
neopsychedelischers	=	neopsychedelisch
neorealistisch	adj	betreft een artistieke en culturele stroming, oorspronkelijk uit het Italië van de jaren 40/50, die zich richt op een rauwe, onverbloemde weergave van de dagelijkse werkelijkheid, vaak gericht op het leven van de gewone arbeidersklasse
neorealistische	=	neorealistisch
neorealistischer	=	neorealistisch
neorealistischere	=	neorealistisch
neorealistischers	=	neorealistisch
neorenaissancistisch	adj	betrekking hebbend op de neorenaissance
neorenaissancistische	=	neorenaissancistisch
neorenaissancistischer	=	neorenaissancistisch
neorenaissancistischere	=	neorenaissancistisch
neorenaissancistischers	=	neorenaissancistisch
neoromantisch	adj	betreft een kunststroming aan het eind van de 19e en begin 20e eeuw, een reactie op het strenge realisme en naturalisme, die de nadruk legt op gevoel, innerlijke beleving, fantasie, en het bovennatuurlijke, met thema's als eenzaamheid, verlangen, en verval, maar dan met een suggestievere, minder expliciete stijl dan de oorspronkelijke Romantiek.
neoromantische	=	neoromantisch
neoromantischer	=	neoromantisch
neoromantischere	=	neoromantisch
neoromantischers	=	neoromantisch
neosenior	noun	sporter jonger dan 23 jaar; sporter die net is overgegaan van de junioren naar de senioren
neosenioren	=	neosenior
neostalinistisch	adj	betreft een politiek stroming die het herstellen en verheerlijken van het beleid en de erfenis van Jozef Stalin in de post-Sovjetperiode nastreeft
neostalinistische	=	neostalinistisch
neostalinistischer	=	neostalinistisch
neostalinistischere	=	neostalinistisch
neostalinistischers	=	neostalinistisch
neostijl	noun	bouwstijlen waarin wordt teruggegrepen op de oude architectuur van de gotiek, de renaissance en de barok
neostijlen	=	neostijl
neotenie	noun	in het volwassen stadium behouden blijven van bepaalde kenmerken van het juveniele stadium
neotropen	noun	tropische gebieden ten westen van de Atlantische Oceaan
neoyup	noun	nieuw soort hoogopgeleide jongere die niet alleen maar gericht is op veel bezit en een hoog inkomen
neoyuppen	=	neoyup
neoyups	=	neoyup
neozoïcum	noun|obsolete	geologisch tijdperk, vanaf 66 miljoen jaar geleden
neozoïsch	adj	het huidige geologische tijdperk, dat begon na de massa-extinctie van de dinosauriërs, ongeveer 66 miljoen jaar geleden tot op de dag van vandaag.
neozoïsche	=	neozoïsch
neozoïscher	=	neozoïsch
neozoïschere	=	neozoïsch
neozoïschers	=	neozoïsch
nep	noun	bedrog, onechtheid	adj|informal	onecht, vals
nepagent	noun	iets dat lijkt op een agent
nepagenten	=	nepagent
nepalees	noun	inwoner van Nepal, of iemand afkomstig uit Nepal	adj	op Nepal betrekking hebbend
nepaleesje	=	nepalees
nepaleest	=	nepalees
nepaleestalig	adj	de Nepaleese taal sprekend
nepaleestalige	=	nepaleestalig
nepaleestaligs	=	nepaleestalig
nepaleeste	=	nepalees
nepalese	noun	een vrouwelijke inwoner van Nepal, of een vrouw afkomstig uit Nepal
nepalesen	=	nepalese
nepaleser	=	nepalees
nepalesere	=	nepalees
nepalesers	=	nepalees
nepalezen	=	nepalees
nepalfazant	noun	Lophura leucomelanos een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
nepalfazanten	=	nepalfazant
nepalfazantje	=	nepalfazant
nepalfazantjes	=	nepalfazant
nepbaasfraude	noun	vorm van crimineel bedrog waarbij iemand zich voordoet als CEO van een groot bedrijf
nepbaasfraudes	=	nepbaasfraude
nepbericht	noun	bericht dat niet op feiten gebaseerd is en bedoeld is om invloed te hebben op de publieke opinie
nepberichten	=	nepbericht
nepberichtje	=	nepbericht
nepberichtjes	=	nepbericht
nepbieding	noun	tijdens een veiling dat een of meerdere bieders niet echt een bod willen doen om het geveilde te verkrijgen, maar alleen maar bieden om de prijs op te drijven
nepbiedingen	=	nepbieding
nepbloed	noun	vloeistof die wordt gebruikt als een substituut voor echt bloed
nepbom	noun	een voorwerp dat doelbewust zo gemaakt is dat het op een explosief lijkt; een nagemaakt explosief
nepbommen	=	nepbom
nepbommetje	=	nepbom
nepbommetjes	=	nepbom
nepborst	noun	vrouwenborst die met behulp van een implantaat vergroot is
nepborsten	=	nepborst
nepe	=	nijpen
nepen	=	nijpen
neper	noun	een logaritmische schaal om verhoudingen aan te duiden, gebaseerd op de natuurlijke logaritme.
nepfietsstroken	=	nepfietsstrook
nepfietsstrook	noun	markering met een onderbroken lijn of kleurverschil langs de rijbaan; bedoeld om aan te geven dat er ruimte voor fietsers is, maar zonder juridische status De manier waarop de juridische status wordt aangegeven verschilt per land: in Nederland wordt hiervoor een fietssymbool gebruikt, in België een dubbele onderbroken lijn.
nepgeld	noun	geld dat niet echt is
nephaar	noun	een haar die echt lijkt maar het niet is
nepharen	=	nephaar
nepkaas	noun	een product dat op kaas lijkt maar het niet is
nepkaasje	=	nepkaas
nepkaasjes	=	nepkaas
nepkazen	=	nepkaas
nepkerstbomen	=	nepkerstboom
nepkerstboom	noun	een kerstboom die van kunstmatige materialen is vervaardigd
nepkerstboompje	=	nepkerstboom
nepkerstboompjes	=	nepkerstboom
nepmedicijn	noun	een als medicijn verkocht middel dat helemaal niet werkt
nepmedicijnen	=	nepmedicijn
nepmedicijntje	=	nepmedicijn
nepmedicijntjes	=	nepmedicijn
nepnieuws	noun	nieuws dat niet op feiten gebaseerd is en bedoeld is om invloed te hebben op de publieke opinie
nepobaby	noun	iemand die door actieve inzet van beroemde en succesvolle ouders zelf ook rijk en beroemd is geworden
nepobaby's	=	nepobaby
nepopenhaard	noun	geen echte open haard, een namaakopenhaard
nepopenhaarden	=	nepopenhaard
nepotisme	noun	onrechtmatige begunstiging van verwanten of vriendjes bij het vergeven van posten
nepotismes	=	nepotisme
nepotismetje	=	nepotisme
neppe	=	nep
neppen	verb	bedriegen, oplichten
neppend	=	neppen
neppende	=	neppen
nepper	noun	iemand die nept
nepperd	noun|informal	nabootsing of vervalsing van een voorwerp met een grotere waarde
nepperdje	=	nepperd
nepperdjes	=	nepperd
nepperds	=	nepperd
neppere	=	nep
neppers	=	nep
neppertje	=	nepper
neppertjes	=	nepper
neppil	noun	pil zonder enige werking (vaak gebruikt in dubbelblindtesten), placebo, namaakpil
neppillen	=	neppil
neppilletje	=	neppil
neppilletjes	=	neppil
neprecensie	noun	een ervaringsverslag van een gebeurtenis zoals een restaurantbezoek of evenement, terwijl de betrokkene daar niet is geweest of met opzet een andere ervaring opschrijft dan er heeft plaatsgevonden
neprecensies	=	neprecensie
neprecensietje	=	neprecensie
neprecensietjes	=	neprecensie
neps	=	nep
nepschore	noun	slechte, onbruikbare waar, die als goede waar aan de man gebracht wordt of die van bedrog of oplichting afkomstig is
nepsneeuw	noun	stof zoals natriumpolyacrylaat die bij blootstelling aan vocht een sneeuwachtige substantie oplevert
nepst	=	nep
nepstatuten	=	nepstatuut
nepstatuut	noun	een onvolwaardige arbeidsovereenkomst in het kader van een soort arbeidsvoorziening; een tijdelijke overheidsjob voor langdurig werlozen
nepste	=	nep
nept	=	neppen
neptattoo	noun	een niet echte tattoo zoals een plaktattoo
neptattoos	=	neptattoo
neptattootje	=	neptattoo
neptattootjes	=	neptattoo
neptaxi	noun	geen echte taxi
neptaxi's	=	neptaxi
nepte	=	neppen
nepten	=	neppen
neptunium	noun	scheikundig element met symbool Np en atoomnummer 93. Het is een zilverkleurig metalliek actinide
neptuniumatomen	=	neptuniumatoom
neptuniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element neptunium.
neptuniumatoompje	=	neptuniumatoom
neptuniumatoompjes	=	neptuniumatoom
neptunusmos	noun	Lepidozia reptans een levermos uit de familie Lepidoziaceae.
neptunusmosje	=	neptunusmos
neptunusmosjes	=	neptunusmos
neptunusmossen	=	neptunusmos
neptunusvork	noun	voorwerp dat bestaat uit een steel die zich splitst in drie spitse armen, alle in het hetzelfde vlak Oorspronkelijk uit de , maar ook gebruikt als wapen.
neptunusvorken	=	neptunusvork
neptunusvorkje	=	neptunusvork
neptunusvorkjes	=	neptunusvork
nepvideo	noun	videofilm waarmee de makers de kijkers bewust proberen te misleiden door onjuiste informatie te geven
nepvideo's	=	nepvideo
nepvideootje	=	nepvideo
nepvideootjes	=	nepvideo
nepwaarnemer	noun	een functie waar men het op prijs stelt dat het niet zo nauw wordt genomen met het waarnemen
nepwaarnemers	=	nepwaarnemer
nepwaarnemertje	=	nepwaarnemer
nepwaarnemertjes	=	nepwaarnemer
nepzaak	noun	een slechte winkel
nepzaakje	=	nepzaak
nepzaakjes	=	nepzaak
nepzaken	=	nepzaak
nepziek	adj	een aandoening voorwendend, een medisch probleem simulerend
nepzieke	noun	iemand die net doet alsof hij aan een ernstige kwaal lijdt
nepzieken	=	nepzieke
nepzieker	=	nepziek
nepziekere	=	nepziek
nepziekers	=	nepziek
nepzieks	=	nepziek
nepziekst	=	nepziek
nepziekste	=	nepziek
nepziekte	noun	een verzonnen ziekte die niet echt bestaat
nepziektes	=	nepziekte
nepziektetje	=	nepziekte
nepziektetjes	=	nepziekte
nepzonnebril	noun	een zonnebril van slechte kwaliteit die lijkt op die van een bekend merk maar dat niet is
nepzonnebrillen	=	nepzonnebril
nepzonnebrilletje	=	nepzonnebril
nepzonnebrilletjes	=	nepzonnebril
nerd	noun	iemand die een grote voorliefde voor intellectuele zaken aan de dag legt, maar sociaal en seksueel niet aantrekkelijk wordt gevonden
nerdje	=	nerd
nerdjes	=	nerd
nerds	=	nerd
neren	=	neer
nereïde	noun	bovennatuurlijke vrouwelijke wezens die in of bij het water leven
nereïden	=	nereïde
nerf	noun	verdikte, van de steel uitgaande vaatbundel in een blad, bladnerf
nerfamarant	noun	Amaranthus blitoides een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
nerfamaranten	=	nerfamarant
nerfamarantje	=	nerfamarant
nerfamarantjes	=	nerfamarant
nerfde	=	nerven
nerfden	=	nerven
nerfje	=	nerf
nerfjes	=	nerf
nerflevermos	noun	een mossoort Diplophyllum albicans uit de schoffelmosfamilie (Scapaniaceae).
nerflevermosje	=	nerflevermos
nerflevermosjes	=	nerflevermos
nerflevermossen	=	nerflevermos
nerft	=	nerven
nerfuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza nervicola een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
nerfuitbreekkommetjes	=	nerfuitbreekkommetje
nergens	adv	op geen enkele plaats
nering	noun	bedrijf, kleinhandel of winkel
neringdoende	noun	iemand die een winkel heeft
neringdoenden	=	neringdoende
neringdoender	noun	iemand die een winkel heeft
neringdoenders	=	neringdoender
neringdoener	noun	iemand die een winkel bezit
neringen	=	nering
nerinkje	=	nering
nerinkjes	=	nering
nero	noun	wreedaard, wrede tiran
nero's	=	nero
nerot	=	neer
nerts	noun	benaming voor bepaalde pelsdieren uit de familie der marterachtigen (Mustelidae)
nertsen	=	nerts
nertsje	=	nerts
nertsjes	=	nerts
nertsmantel	noun	jas gemaakt van nertsbont
nertsmantels	=	nertsmantel
nertsolie	noun	lanoline en silicone bevattend smeersel
nertsolies	=	nertsolie
nertsoliën	=	nertsolie
nertz	=	nerts
nervaturen	=	nervatuur
nervatuur	noun	geheel van nerven en bladaders
nerve	=	nerven
nerven	verb	de nerf verwijderen
nervend	=	nerven
nervende	=	nerven
nerveus	adj	lijdend aan gespannen zenuwen	adv	lijdend aan gespannen zenuwen
nerveust	=	nerveus
nerveuste	=	nerveus
nerveuze	=	nerveus
nerveuzer	=	nerveus
nerveuzere	=	nerveus
nerveuzers	=	nerveus
nervi	=	nervus
nervositeit	noun	zenuwachtigheid
nervositeiten	=	nervositeit
nervus	noun	bundel van zenuwcellen die signalen door het lichaam transporteren, waardoor we kunnen voelen, zien, ruiken, horen en proeven, en die spieren aansturen
nes	noun	landtong	adj|obsolete	week, vochtig
nesech	noun	plengoffer
nesiiem	=	nasi
nesjama	noun	ziel, adem
nesjamot	=	nesjama
nesje	=	nes
nesjomme	noun	ziel, gevoel, betrokkenheid
nesjommes	=	nesjomme
nesp	noun	een hormoon dat de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert en daarom wel als doping wordt gebruikt
nesse	=	nes
nessen	=	nes
nesser	=	nes
nessere	=	nes
nessers	=	nes
nest	noun	de verblijf- en broedplaats van bepaalde diersoorten zoals vogels
nestbak	noun	door mens gemaakt bakje waarin een vogel zijn nest kan bouwen
nestbakje	=	nestbak
nestbakjes	=	nestbak
nestbakken	=	nestbak
nestbevuiler	noun	iemand die misstanden aangeeft in de eigen groep; iemand die kwaadspreekt over de eigen groep
nestbevuilers	=	nestbevuiler
nestbevuiling	noun	kwaadsprekerij over mensen uit eigen kring
nestbevuilingen	=	nestbevuiling
nestblijver	noun	Bij nestblijvers zijn de jongen bij de geboorte nog niet ver genoeg ontwikkeld en moeten langere tijd in hetzelfde nest of hol doorbrengen, waar ze door hun ouders worden verzorgd.
nestblijvers	=	nestblijver
nestblijvertje	=	nestblijver
nestblijvertjes	=	nestblijver
nestbouw	noun	het maken van een plaats waar volgens hun eieren uitbroeden en hun kuikens voederen
neste	=	nes
nestei	noun	nagemaakt ei dat men bij het eierrapen in het nest laat liggen
nesteieren	=	nestei
nestel	noun	een metalen of kunststoffen ringetje of buisje aan het eind van een veter dat rafelen tegengaat
nestelde	=	nestelen
nestelden	=	nestelen
nesteldrang	noun	natuurlijke aandrang bij dieren om een nest te maken
nesteldrift	noun	instinct bij dieren om een nest te maken
nestele	=	nestelen
nestelen	verb	het bouwen van een nest en het grootbrengen van jongen erin, gewoonlijk van vogels
nestelend	=	nestelen
nestelende	=	nestelen
nestelhaak	noun	een haak aan kleding of schoeisel waaromheen een veter kan worden geslagen
nestelhaakje	=	nestelhaak
nestelhaakjes	=	nestelhaak
nestelhaken	=	nestelhaak
nesteling	noun	een jonge roofvogel uit eigen kweek die nog opgeleid moet worden
nestelingen	=	nesteling
nestelingetje	=	nesteling
nestelingetjes	=	nesteling
nestelogen	=	nesteloog
nesteloog	noun	een vetergat, vaak voorzien van een ringetje tegen het uitscheuren
nesteloogje	=	nesteloog
nesteloogjes	=	nesteloog
nestelring	noun	een ringetje dat in een vetergat is aangebracht om het tegen uitscheuren te beschermen
nestelringen	=	nestelring
nestelringetje	=	nestelring
nestelringetjes	=	nestelring
nestels	=	nestel
nestelt	=	nestelen
nesteltje	=	nestel
nesteltjes	=	nestel
nesten	=	nest
nestend	=	nest
nestende	=	nest
nesterig	adj	van een meisje dat ze zich op een nuffige manier aanstelt
nesterige	=	nesterig
nesteriger	=	nesterig
nesterigere	=	nesterig
nesterigers	=	nesterig
nesterigs	=	nesterig
nesterigst	=	nesterig
nesterigste	=	nesterig
nesterij	noun	iets wat geen waarde heeft
nesterijen	=	nesterij
nesterijtje	=	nesterij
nesterijtjes	=	nesterij
nestgeur	noun	het zich ergens emotioneel thuis kunnen voelen
nestgeuren	=	nestgeur
nestgeurtje	=	nestgeur
nestgeurtjes	=	nestgeur
nesthaar	noun	beharing over het lichaam van pasgeboren mensen of zoogdieren
nesthaartje	=	nesthaar
nesthaartjes	=	nesthaar
nestharen	=	nesthaar
nestig	adj	met betrekking tot meisjes: nuffig, nesterig, bits, humeurig
nestige	=	nestig
nestiger	=	nestig
nestigere	=	nestig
nestigers	=	nestig
nestigs	=	nestig
nestigst	=	nestig
nestigste	=	nestig
nestje	=	nest
nestjes	=	nest
nestkast	noun	vogelhuisje
nestkasten	=	nestkast
nestkastje	=	nestkast
nestkastjes	=	nestkast
nestkleden	=	nestkleed
nestkleed	noun	het dons van net uit het ei gekomen vogels
nestklever	noun	volwassen persoon die bij zijn of haar ouders blijft wonen
nestklevers	=	nestklever
nestklevertje	=	nestklever
nestklevertjes	=	nestklever
nestmateriaal	noun	materiaal dat voorkomt in het nest van dieren
nestmaterialen	=	nestmateriaal
nestor	noun	oudste van een groep personen
nestoren	=	nestor
nestoriaans	adj	behorend tot de oostelijke tak van het Syrisch christendom
nestoriaanse	=	nestoriaans
nestoriaanser	=	nestoriaans
nestoriaansere	=	nestoriaans
nestoriaansers	=	nestoriaans
nestoriaanst	=	nestoriaans
nestoriaanste	=	nestoriaans
nestorianisme	noun	leer binnen het oosters christendom die Jezus voorstelt als twee personen
nestors	=	nestor
nestplaats	noun	plaats voor een nest
nestplaatsen	=	nestplaats
nestte	=	nest
nestten	=	nest
nestvaren	noun	Asplenium nidus een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
nestvarens	=	nestvaren
nestvarentje	=	nestvaren
nestvarentjes	=	nestvaren
nestvliedend	adj	jongen hebbend die nestvlieders zijn
nestvliedende	=	nestvliedend
nestvliedends	=	nestvliedend
nestvlieder	noun	een diersoort, meestal een vogel, waarvan de jongen slechts korte tijd op het nest blijven
nestvlieders	=	nestvlieder
nestvliedertje	=	nestvlieder
nestvliedertjes	=	nestvlieder
nestwarmte	noun	een behagelijke warmte binnenshuis
nestwarmtes	=	nestwarmte
net	noun	een geheel van fijne draden, vaak gebruikt om dieren (m.n. vissen) te vangen	adj	proper, rein, schoon, ordelijk, keurig
net-egelvis	noun	Chilomycterus antillarum een straalvinnige vissensoort uit de familie van egelvissen (Diodontidae).
net-egelvisje	=	net-egelvis
net-egelvisjes	=	net-egelvis
net-egelvissen	=	net-egelvis
net-kous	=	netkous
net-pc	noun	pc zonder harde schijf en randapparatuur, die niet beschikt over eigen software.
net-pc's	=	net-pc
netaansluiting	noun	verbinding tussen het elektriciteitsnetwerk van een netbeheerder en de groepenkast van een afnemer van elektriciteit
netaansluitingen	=	netaansluiting
netaansluitinkje	=	netaansluiting
netaansluitinkjes	=	netaansluiting
netbal	noun	bal die bij volleyballen of tennissen tegen de bovenrand van het net wordt geslagen en daarna toch over het net gaat
netballen	=	netbal
netballetje	=	netbal
netballetjes	=	netbal
netband	noun	de bovenste rand van het net dat gebruikt wordt bij netsporten
netbanden	=	netband
netbeheer	noun	de aanleg en het onderhoud van een netwerk (voor gas, elektriciteit of internet)
netbeheerder	noun	beheerder (persoon of bedrijf) van een netwerk, b.v. een elektriciteitsnetwerk of kabelnetwerk
netbeheerders	=	netbeheerder
netbeheerdertje	=	netbeheerder
netbeheerdertjes	=	netbeheerder
netbook	noun	een categorie van kleine, lichte en goedkope laptops die geschikt zijn voor algemeen gebruik en om toegang te krijgen tot internetapplicaties
netbookje	=	netbook
netbookjes	=	netbook
netbooks	=	netbook
netcongestie	noun	opstopping in een netwerk met name bij de distributie van elektriciteit
netcongesties	=	netcongestie
netdrop	noun	een drop die wordt beantwoord met een drop, een slag waarbij je de shuttle van juist achter het net aan de ene kant naar juist achter het net aan de andere kant speelt.
netdropje	=	netdrop
netdropjes	=	netdrop
netdrops	=	netdrop
netel	noun	benaming voor verschillende planten uit de geslachten Urtica en Lamium met gekartelde, harige blaadjes die soms een brandend gevoel veroorzaken
netelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van netel
netelachtige	=	netelachtig
netelachtiger	=	netelachtig
netelachtigere	=	netelachtig
netelachtigers	=	netelachtig
netelachtigs	=	netelachtig
netelachtigst	=	netelachtig
netelachtigste	=	netelachtig
netelbomen	=	netelboom
netelboom	noun	een geslacht Celtis van zestig tot zeventig soorten bomen uit de hennepfamilie (Cannabaceae).
netelboompje	=	netelboom
netelboompjes	=	netelboom
netelcel	noun	cel, voorkomend bij neteldieren, met een blaasvormige structuur waarin een opgerolde neteldraad met een harpoentje zit.
netelcellen	=	netelcel
netelcelletje	=	netelcel
netelcelletjes	=	netelcel
netelde	=	netelen
netelden	=	netelen
neteldier	noun	benaming voor holtedieren uit de stam Cnidaria, die netelcellen hebben die gif afscheiden om een prooi te verlammen
neteldieren	noun	een stam Cnidaria, holtedieren met netelcellen die gif afscheiden om een prooi te verlammen
neteldiertje	=	neteldier
neteldiertjes	=	neteldier
neteldoek	noun	losgeweven stof in effen binding, vroeger vervaardigd uit de bastvezels van sommige soorten netels (Urtica dioica), later van katoen en in dat geval hetzelfde als mousseline
neteldoeken	=	neteldoek
neteldoekje	=	neteldoek
neteldoekjes	=	neteldoek
netele	=	netelen
netelen	verb	een geïrriteerde en prikkende huid bezorgen door contact met brandharen
netelend	=	netelen
netelende	=	netelen
netelhennep	noun	Galeopsis een geslacht van lipbloemige planten, valse of wilde hennep
netelig	adj	moeilijk, hachelijk, pijnlijk, heikel
netelige	=	netelig
neteliger	=	netelig
neteligere	=	netelig
neteligers	=	netelig
neteligs	=	netelig
neteligst	=	netelig
neteligste	=	netelig
netelkoorts	noun	koorts, veroorzaakt door irritatie van de huid door brandnetels e.d
netelkoortsje	=	netelkoorts
netelkoortsjes	=	netelkoorts
netelringpoot	noun	Heterogaster urticae een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
netelringpootje	=	netelringpoot
netelringpootjes	=	netelringpoot
netelringpoten	=	netelringpoot
netelroos	noun	een allergische irritatie van de huid
netels	=	netel
netelt	=	netelen
neteltje	=	netel
neteltjes	=	netel
neten	=	neet
netenvreter	noun	verachtelijke vent
netenvreters	=	netenvreter
netenvretertje	=	netenvreter
netenvretertjes	=	netenvreter
netfilter	noun	internetfilter
netfilters	=	netfilter
netfiltertje	=	netfilter
netfiltertjes	=	netfilter
netflix	=	netflixen
netflixe	=	netflixen
netflixen	verb	bekijken van films en series via Netflix
netflixend	=	netflixen
netflixende	=	netflixen
netflixisering	noun	metafoor van mensen die in een eilandjescultuur zelf groepjes vormen rond eigen interesses
netflixt	=	netflixen
netflixte	=	netflixen
netflixten	=	netflixen
netheid	noun	keurig zijn van iets vooral in kleding, voorkomen, manier van werken, huishouding
netheidsonderzoek	noun	een onderzoek om te zien hoe netjes een of meer plekken zijn
netheidsonderzoeken	=	netheidsonderzoek
netheidsonderzoekje	=	netheidsonderzoek
netheidsonderzoekjes	=	netheidsonderzoek
nethemd	noun	een onderhemd met mazen
nethemden	=	nethemd
nethemdje	=	nethemd
nethemdjes	=	nethemd
netilat	noun	aanpak van
netje	=	net
netjes	adj	tot netheid geneigd	adv	op een nette manier
netkaart	noun	abonnement dat recht geeft op het reizen met alle lijnen van een openbaarvervoerbedrijf
netkaarten	=	netkaart
netknikmos	noun	Bryum algovicum een mos uit de familie Bryaceae.
netknikmosje	=	netknikmos
netknikmosjes	=	netknikmos
netknikmossen	=	netknikmos
netkous	noun	dameskous met grote diamantvormige mazen
netkousen	=	netkous
netkousje	=	netkous
netkousjes	=	netkous
netkrapte	noun	tekort aan transport capaciteit op het elektriciteitsnetwerk
netlabel	noun	een label dat digitale muziek (hoofdzakelijk in MP3- en OGG-indeling) op digitale wijze verspreidt, dat wil zeggen zonder fysieke gegevensdragers, via het internet (streamen en/of aanbieden voor downloaden)
netlabels	=	netlabel
netmaag	noun	tweede van de vier magen van herkauwers
netmagen	=	netmaag
netmanager	noun	manager van een radio- of televisiezender of ander mediaspektakel
netmanagers	=	netmanager
netmanagertje	=	netmanager
netmanagertjes	=	netmanager
netnummer	noun	nummer van een bepaald regionaal telefoonnet, deel van het nationale net.
netnummers	=	netnummer
netnummertje	=	netnummer
netnummertjes	=	netnummer
netoogvissen	noun	familie's Ipnopidae en Bathysauropsidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
netoverschrijdend	adj	van iets dat het de grenzen van de verschillende onderwijsnetten overstijgt of verbindt.
netoverschrijdende	=	netoverschrijdend
netoverschrijdender	=	netoverschrijdend
netoverschrijdendere	=	netoverschrijdend
netoverschrijdenders	=	netoverschrijdend
netoverschrijdends	=	netoverschrijdend
netoverschrijdendst	=	netoverschrijdend
netoverschrijdendste	=	netoverschrijdend
netpython	noun	Malayopython reticulatus een grote slang uit de familie pythons (Pythonidae).
netpythons	=	netpython
netpythontje	=	netpython
netpythontjes	=	netpython
netrechter	noun	arbiter die beoordeelt of de bal na een service het net heeft geraakt Vanaf het eind van de 20e eeuw geleidelijk vervangen door elektronische waarneming.
netrechters	=	netrechter
nets	=	net
netsalamander	noun	Ambystoma cingulatum een salamander uit de familie molsalamanders (Ambystomatidae).
netsalamanders	=	netsalamander
netsalamandertje	=	netsalamander
netsalamandertjes	=	netsalamander
netschakelaar	noun	schakelaar om de netstroom in of uit te schakelen
netschakelaars	=	netschakelaar
netschakelaartje	=	netschakelaar
netschakelaartjes	=	netschakelaar
netschildkever	noun	insect uit de familie Lycidae van kevers in de superfamilie Elateroidea.
netschildkevers	noun	Lycidae een familie van kevers in de superfamilie Elateroidea.
netschildkevertje	=	netschildkever
netschildkevertjes	=	netschildkever
netschildpad	noun	Deirochelys reticularia een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae), en is de enige soort uit het geslacht Deirochelys
netschildpadden	=	netschildpad
netschildpadje	=	netschildpad
netschildpadjes	=	netschildpad
netsnoer	noun	een draad die een elektrisch apparaat verbindt met het lichtnet
netsnoeren	=	netsnoer
netspanning	noun	een spanning van minder dan 1000V (meestal 230V 50Hz wisselstroom) waarmee elektrische energie getransporteerd wordt naar de eindgebruiker
netspanningen	=	netspanning
netspel	noun	het spelen bij het net tijdens een tennispartij
netspelen	=	netspel
netspellen	=	netspel
netsport	noun	verzamelnaam voor sporten met een speeloppervlak dat door een net in twee gelijke delen is verdeeld met de tegenstanders tegenover elkaar, elk aan een eigen kant van het net
netsporten	=	netsport
netst	=	net
netste	=	net
netstromen	=	netstroom
netstroom	noun	de elektrische stroom die uit het stopcontact komt
netsuke	noun	versierde knoop aan het uiteinde van een koord waarmee Japanse mannen een buideltje met dagelijkse benodigdheden achter hun gordel vastmaakten
netsukes	=	netsuke
netsurf	=	netsurfen
netsurfde	=	netsurfen
netsurfden	=	netsurfen
netsurfe	=	netsurfen
netsurfen	verb	over het internet surfen en daarbij dingen opzoeken
netsurfend	=	netsurfen
netsurfende	=	netsurfen
netsurft	=	netsurfen
netsurfte	=	netsurfen
netsurften	=	netsurfen
nette	=	net
netten	verb	in een net zien te vangen
nettend	=	netten
nettende	=	netten
netter	=	net
nettere	=	net
netters	=	net
nettiquette	noun	gedragscodes voor het gebruik van e-mail en internet
netto	adv	zonder de verpakking
netto's	=	netto
netto-inkomen	noun	inkomen dat overblijft na aftrek van alle (loon)kosten van het bruto-inkomen (belastingen, sociale premies, ziektekostenpremies etc.)
netto-inkomens	=	netto-inkomen
netto-ontvanger	noun	een land dat minder geld afdraagt aan de Europese Unie dan dat er rechtstreeks terugkomt in dat land in de vorm van investeringen en subsidies
netto-ontvangers	=	netto-ontvanger
nettoactief	noun	totaal actief van een onderneming, verminderd met de schulden en voorzieningen
nettobedrijfsresultaat	noun	de winst of het verlies van een onderneming na aftrek van alle kosten
nettobedrijfsresultaatje	=	nettobedrijfsresultaat
nettobedrijfsresultaatjes	=	nettobedrijfsresultaat
nettobedrijfsresultaten	=	nettobedrijfsresultaat
nettobetaler	noun	een land dat meer geld afdraagt aan de Europese Unie dan dat er rechtstreeks terugkomt in dat land in de vorm van investeringen en subsidies
nettobetalers	=	nettobetaler
nettokost	noun|obsolete	de uitgaven voor iets na aftrek van de baten
nettokosten	noun	de uitgaven voor iets na aftrek van de baten
nettolonen	=	nettoloon
nettoloon	noun	het brutoloon waar onder andere belasting en sociale premies van zijn afgetrokken
nettoloontje	=	nettoloon
nettoloontjes	=	nettoloon
nettosalaris	noun	het brutosalaris waar onder andere belasting en sociale premies van zijn afgetrokken
nettosalarissen	=	nettosalaris
nettovergoeding	noun	een onbelaste vergoeding die een werkgever aan een werknemer betaalt voor specifieke zakelijke onkosten.
nettovergoedingen	=	nettovergoeding
nettovergoedinkje	=	nettovergoeding
nettovergoedinkjes	=	nettovergoeding
nettoverlies	noun	verlies na aftrek van kosten en belastingen
nettoverliezen	=	nettoverlies
nettovermogen	noun	vermogen NA aftrek van eventuele belastingen, kosten etc.
nettovermogens	=	nettovermogen
nettowinst	noun	brutowinst waarvan afschrijvingen en belastingen zijn afgetrokken
nettowinsten	=	nettowinst
nettowinstje	=	nettowinst
nettowinstjes	=	nettowinst
netvervaging	noun	vervagen van de eigenheid, het specifieke karakter of de identiteit van een bepaald schoolnet.
netvervagingen	=	netvervaging
netvervaginkje	=	netvervaging
netvervaginkjes	=	netvervaging
netvervuiling	noun	het aanwezig zijn van spanningspieken op een lichtnet (die daar niet thuishoren)
netvleugelig	adj	met doorschijnende vleugels die een zichtbaar patroon van aders vertonen
netvleugelige	noun	benaming voor insecten uit de orde Neuroptera, die dakpansgewijs over elkaar liggende, doorschijnende vleugels hebben met een zichtbaar patroon van zich naar de rand vertakkende aders
netvleugeligen	noun	een orde Neuroptera van insecten die gekenmerkt worden door de dakpansgewijze vorm van de vleugels.
netvleugeligs	=	netvleugelig
netvlies	noun	een vlies aan de binnenkant van het oog waarop een beeld wordt gevormd. (nummer 13 op de afbeelding)
netvliesje	=	netvlies
netvliesjes	=	netvlies
netvliezen	=	netvlies
netvoeding	noun	de toevoer van elektriciteit via het lichtnet (wisselstroom), vaak omgezet door een adapter naar een lagere gelijkspanning voor elektronische apparaten.
netvoedingen	=	netvoeding
netvoedinkje	=	netvoeding
netvoedinkjes	=	netvoeding
netvork	noun	houten vork met twee tanden die gebruikt wordt om netten uit te zetten
netvorken	=	netvork
netvorkje	=	netvork
netvorkjes	=	netvork
netvormig	adj	vorm van een net hebbend
netvormige	=	netvormig
netvormiger	=	netvormig
netvormigere	=	netvormig
netvormigers	=	netvormig
netvormigs	=	netvormig
netvormigst	=	netvormig
netvormigste	=	netvormig
netwants	noun	insect uit de familie Tingidae uit de orde der halfvleugeligen (Hemiptera).
netwantsen	noun	een familie Tingidae uit de orde der halfvleugeligen (Hemiptera), onderorde wantsen (Heteroptera).
netwantsje	=	netwants
netwantsjes	=	netwants
netwerk	noun	stelsel van zaken of personen die nauw met elkaar in contact staan
netwerkanalyse	noun	wordt verstaan het berekenen van de spanning over en de stroom door elk van de componenten in de takken van een elektrisch netwerk
netwerkanalyses	=	netwerkanalyse
netwerkapparatuur	noun	apparatuur nodig om een computernetwerk te bouwen
netwerkarchitecturen	=	netwerkarchitectuur
netwerkarchitectuur	noun	het ontwerp van een computernetwerk of telecommunicatienetwerk
netwerkbeheerder	noun	is iemand die zorgt voor het beheer van een computernetwerk tijdens de dagelijkse werkzaamheden
netwerkbeheerders	=	netwerkbeheerder
netwerkbeveiliging	noun	een aantal maatregelen om de risico's ten aanzien van de communicatie via netwerken te beheersen.
netwerkbeveiligingen	=	netwerkbeveiliging
netwerkbeveiligingetje	=	netwerkbeveiliging
netwerkbeveiligingetjes	=	netwerkbeveiliging
netwerkbridge	noun	verbindt verschillende netwerksegmenten op de datalinklaag (laag 2) van het OSI-model.
netwerkcomputer	noun	computer zonder harde schijf waarmee informatie op een computernetwerk kan worden geraadpleegd
netwerkcomputers	=	netwerkcomputer
netwerkcomputertje	=	netwerkcomputer
netwerkcomputertjes	=	netwerkcomputer
netwerke	=	netwerken
netwerkeconomie	noun	economie waarin individuen en organisaties gepositioneerd zijn in wereldwijde netwerken op het gebied van informatieoverdracht, communicatie en productie
netwerkeconomieën	=	netwerkeconomie
netwerken	verb	het systematisch verzamelen en bewerken van contacten die van belang kunnen zijn bij het realiseren van voorafgestelde doelen
netwerkend	=	netwerken
netwerkende	=	netwerken
netwerker	noun	iemand die actief contacten legt met andere mensen en organisaties voor zakelijk gebruik
netwerkers	=	netwerker
netwerkgeneratie	noun	groep mensen die zijn geboren tussen 1975 en 1990
netwerkgeneraties	=	netwerkgeneratie
netwerkgezin	noun	pleeggezin dat bestaat uit familieleden of kennissen van de op te nemen pleegkinderen
netwerkgezinnen	=	netwerkgezin
netwerkgezinnetje	=	netwerkgezin
netwerkgezinnetjes	=	netwerkgezin
netwerkje	=	netwerk
netwerkjes	=	netwerk
netwerkkaart	noun	uitbreidingskaart waarmee een computer op een netwerk kan worden aangesloten.
netwerkkaarten	=	netwerkkaart
netwerkkaartje	=	netwerkkaart
netwerkkaartjes	=	netwerkkaart
netwerkkabel	noun	een kabel waarlangs informatie wordt verstuurd in een computernetwerk
netwerkkabels	=	netwerkkabel
netwerkkabeltje	=	netwerkkabel
netwerkkabeltjes	=	netwerkkabel
netwerklaag	noun	is een conceptuele laag in een computernetwerk; het is een voorgeschreven laag uit het OSI-referentiemodel
netwerklagen	=	netwerklaag
netwerkmaatschappij	noun	maatschappij die gekenmerkt wordt door de centrale rol van sociale netwerken, bv. in het economische verkeer en bij de communicatie
netwerkmaatschappijen	=	netwerkmaatschappij
netwerkmanagement	noun	management van netwerken
netwerkorganisatie	noun	de manier waarop een netwerk georganiseerd is.
netwerkorganisaties	=	netwerkorganisatie
netwerkorganisatietje	=	netwerkorganisatie
netwerkorganisatietjes	=	netwerkorganisatie
netwerkschaarste	noun	tekort aan transportcapaciteit op het elektriciteitsnetwerk
netwerksite	noun	een internetsite waar men contacten met anderen kan leggen
netwerksites	=	netwerksite
netwerkspons	noun	Clathrina coriacea een dier uit de familie Clathrinidae.
netwerksponsen	=	netwerkspons
netwerksponsje	=	netwerkspons
netwerksponsjes	=	netwerkspons
netwerksponzen	=	netwerkspons
netwerkstad	noun	stedelijk gebied met een gemeenschappelijke woning- en arbeidsmarkt, een eigen infrastructuur en eigen voorzieningen en verschillende stedelijke centra die ieder hun eigen functies en taken hebben
netwerkstadje	=	netwerkstad
netwerkstadjes	=	netwerkstad
netwerksteden	=	netwerkstad
netwerkt	=	netwerken
netwerkte	=	netwerken
netwerktelefonie	noun	telefonie via een ander dan het oorspronkelijke telefonienetwerk, bijvoorbeeld internet
netwerkten	=	netwerken
netwerktheorie	noun	onderdeel van de grafentheorie dat zich richt op de studie van grafen als vertegenwoordigers van de samenhang binnen de te onderzoeken netwerken
netwerktheorietje	=	netwerktheorie
netwerktheorietjes	=	netwerktheorie
netwerktheorieën	=	netwerktheorie
netwerktopologie	noun	indeling en koppelingen van computers en andere apparaten binnen een netwerk
netwerkverbinding	noun	is de fysieke en abstracte verbondenheid die mogelijk maakt dat elektronische apparaten over een datacommunicatienetwerk kunnen communiceren
netwerkverbindingen	=	netwerkverbinding
netwerkverbindinkje	=	netwerkverbinding
netwerkverbindinkjes	=	netwerkverbinding
netzak	noun	een slappe, vormeloze tas gemaakt van een samenstel van elkaar kruisende draden gebruikt om boodschappen in te bergen
netzakje	=	netzak
netzakjes	=	netzak
netzakken	=	netzak
netzwelhaai	noun	Cephaloscyllium fasciatum een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
netzwelhaaien	=	netzwelhaai
netzwelhaaitje	=	netzwelhaai
netzwelhaaitjes	=	netzwelhaai
neu	intj	nee, niet echt
neuh	intj	nou nee; niet echt; nee, moet dat nu echt
neuk	=	neuken
neukbaar	adj	van een persoon of dier dat je er geslachtsgemeenschap mee kunt hebben
neukbaarder	=	neukbaar
neukbaardere	=	neukbaar
neukbaarders	=	neukbaar
neukbaars	=	neukbaar
neukbaarst	=	neukbaar
neukbaarste	=	neukbaar
neukbare	=	neukbaar
neukbeurt	noun	een keer dat men met elkaar geslachtsgemeenschap heeft
neukbeurten	=	neukbeurt
neukbeurtje	=	neukbeurt
neukbeurtjes	=	neukbeurt
neuke	=	neuken
neuken	verb	geslachtsgemeenschap hebben met
neukend	=	neuken
neukende	=	neuken
neuker	noun	iemand die neukt
neukers	=	neuker
neukertje	noun	koosnaam voor partner of minnaar, meestal in een vrijblijvende relatie
neukertjes	=	neuker
neukgat	noun	vagina
neukgaten	=	neukgat
neukgatje	=	neukgat
neukgatjes	=	neukgat
neuklat	noun|informal	stijve penis
neuklatten	=	neuklat
neukpaal	noun	de penis van een man
neukpalen	=	neukpaal
neukpartij	noun|informal	het bedrijven van de liefde
neukpartijen	=	neukpartij
neukpartijtje	=	neukpartij
neukpartijtjes	=	neukpartij
neukstaaf	noun|vulgar	mannelijk geslachtsdeel
neukstaafje	=	neukstaaf
neukstaafjes	=	neukstaaf
neukstaven	=	neukstaaf
neukster	noun	vrouw die geslachtsgemeenschap heeft; vrouw die goed is in bed
neuksters	=	neukster
neukstertje	=	neukster
neukstertjes	=	neukster
neukt	=	neuken
neukte	=	neuken
neukten	=	neuken
neukteugel	noun	stroken gezichtsbeharing bij mannen die vanaf het hoofdhaar voor de oren langs over de wang lopen
neukteugels	=	neukteugel
neukvlees	noun|informal	iemand waarmee men geslachtsgemeenschap kan hebben
neume	noun	muziekteken dat in de middeleeuwen werd gebruikt om contouren van de melodie op lettergrepen aan te duiden in Gregoriaanse muziek
neumen	=	neume
neuraal	adj	met betrekking tot de zenuwen
neuraals	=	neuraal
neuraalst	=	neuraal
neuraalste	=	neuraal
neurale	=	neuraal
neuraler	=	neuraal
neuralere	=	neuraal
neuralers	=	neuraal
neuralgie	noun	zenuwpijn
neuralgieën	=	neuralgie
neuralgisch	adj	pijn uit de zenuw voortkomend
neuralgische	=	neuralgisch
neuralgischer	=	neuralgisch
neuralgischere	=	neuralgisch
neuralgischers	=	neuralgisch
neuralgischt	=	neuralgisch
neuralgischte	=	neuralgisch
neurasthenie	noun	ziekte gekenmerkt door sterke geestelijke en lichamelijke vermoeidheid gepaard gaande met klachten als duizeligheid, hoofdpijn, bezorgdheid over de eigen geestelijke en lichamelijke gezondheid
neurasthenisch	adj	betrekking hebbend op neurasthenie
neurasthenische	=	neurasthenisch
neurasthenischer	=	neurasthenisch
neurasthenischere	=	neurasthenisch
neurasthenischers	=	neurasthenisch
neurend	adj	binnensmonds pratend
neurends	=	neurend
neurie	=	neuriën
neuriede	=	neuriën
neurieden	=	neuriën
neuriet	=	neuriën
neuritis	noun	zenuwontsteking
neurië	=	neuriën
neuriën	verb	met gesloten mond zingen
neuriënd	=	neuriën
neuriënde	=	neuriën
neuro	noun	iemand die lijdt aan een neurose
neuro's	=	neuro
neuroanatomie	noun	tak van de anatomie die zich bezighoudt met de bouw van het zenuwstelsel
neurobiologen	=	neurobioloog
neurobiologie	noun	de studie van alles wat met de ontwikkeling en werking van zenuwstelsels te maken heeft
neurobioloog	noun	bioloog die zich bezig houdt met de tak van de biologie (neurobiologie) die de werking van het zenuwstelsel bestudeert
neurobioloogje	=	neurobioloog
neurobioloogjes	=	neurobioloog
neuroblast	noun	een embryonale cel die zich later zal ontwikkelen tot zenuwcel of gliacel
neuroblasten	=	neuroblast
neuroblastje	=	neuroblast
neuroblastjes	=	neuroblast
neuroblastomen	=	neuroblastoom
neuroblastoom	noun	buiten de schedel gelegen vaste tumor
neurochemie	noun	de chemische processen in zenuwstelsels
neurochirurg	noun	chirurg die gespecialiseerd is in de chirurgische behandeling van aandoeningen aan de hersenen, hersenstam, ruggemerg, en perifere zenuwen
neurochirurge	noun	vrouwelijke vorm van neurochirurg
neurochirurgen	=	neurochirurg
neurochirurges	=	neurochirurge
neurochirurgie	noun	vakgebied waarbij men zenuwaandoeningen behandelt met operatieve ingrepen
neurochirurgje	=	neurochirurg
neurodermitis	noun	een huidaandoening met lichte zenuwstoornissen
neurodivergent	adj	afwijkend van het gemiddelde betreffende sociale, cognitieve of neurologische ontwikkeling
neurodivergente	=	neurodivergent
neurodivergenter	=	neurodivergent
neurodivergentere	=	neurodivergent
neurodivergenters	=	neurodivergent
neurodivergentie	noun	het neurodivergent zijn
neurodivergenties	=	neurodivergentie
neurodivergents	=	neurodivergent
neurodivergentst	=	neurodivergent
neurodivergentste	=	neurodivergent
neurodivers	adj	afwijkend van het gemiddelde betreffende sociale, cognitieve of neurologische ontwikkeling
neurodiverse	=	neurodivers
neurodiverser	=	neurodivers
neurodiversere	=	neurodivers
neurodiversers	=	neurodivers
neurodiverst	=	neurodivers
neurodiverste	=	neurodivers
neurofeedback	noun	behandelmethode waarbij men een EEG maakt en de patiënt informeert over zijn hersenactiviteit
neurofibromen	=	neurofibroom
neurofibroom	noun	gezwel in een zenuw dat ontstaan is door woekering van bindweefsel
neurofibroompje	=	neurofibroom
neurofibroompjes	=	neurofibroom
neurofysiologie	noun	fysiologie van het zenuwstelsel
neurofysiologisch	adj	betreft de tak van wetenschap die de werking en functies van het zenuwstelsel (hersenen, ruggenmerg en zenuwen) bestudeert.
neurofysiologische	=	neurofysiologisch
neurofysiologischer	=	neurofysiologisch
neurofysiologischere	=	neurofysiologisch
neurofysiologischers	=	neurofysiologisch
neurogenese	noun	het ontstaan van nieuwe zenuwcellen in levende organismen, dat zowel voor als na de geboorte plaatsvindt
neurohypofyse	noun	het neurale deel van de hypofyse, vanwaar bepaalde hormonen geproduceerd in de hypothalamus afgegeven worden
neurohypofysen	=	neurohypofyse
neurohypofyses	=	neurohypofyse
neurohypofysetje	=	neurohypofyse
neurohypofysetjes	=	neurohypofyse
neuroleptanalgesie	noun	middel dat pijnstilling en veranderend bewustzijn geeft
neuroleptica	=	neurolepticum
neurolepticum	noun	verouderde naam voor een middel gebruikt bij geestesziekte
neurolepticumpje	=	neurolepticum
neurolepticumpjes	=	neurolepticum
neurolinguïstisch	adj	het verband tussen geest en taal betreffend
neurolinguïstische	=	neurolinguïstisch
neurolinguïstischer	=	neurolinguïstisch
neurolinguïstischere	=	neurolinguïstisch
neurolinguïstischers	=	neurolinguïstisch
neurologe	noun	vrouwelijke arts gespecialiseerd in ziekten van het zenuwstelsel
neurologen	=	neuroloog
neurologes	=	neurologe
neurologie	noun	een discipline binnen de biologie en geneeskunde die zich bezighoudt met alles wat aandoeningen van het centrale zenuwstelsel betreft
neurologisch	adj	met betrekking tot de zenuwen
neurologische	=	neurologisch
neurologischer	=	neurologisch
neurologischere	=	neurologisch
neurologischers	=	neurologisch
neuroloog	noun	een arts-specialist met als vakgebied de neurologie (werking en ziekten van zenuwen, zenuwbanen en de hersenen)
neuroloogje	=	neuroloog
neuroloogjes	=	neuroloog
neuromarketing	noun	reclame die gebaseerd is op hersenonderzoek
neuromeer	noun	segment van het embryonale zenuwstelsel
neuromeertje	=	neuromeer
neuromeertjes	=	neuromeer
neuromen	=	neuroom
neuromeren	=	neuromeer
neuromusculair	adj	met betrekking tot zenuwen en spieren
neuromusculairder	=	neuromusculair
neuromusculairdere	=	neuromusculair
neuromusculaire	=	neuromusculair
neuron	noun	zenuwcel met haar neuriet en dendrieten, behorend tot de belangrijkste elementen van het zenuwstelsel
neuronaal	adj	met betrekking tot een neuron
neuronaals	=	neuronaal
neuronale	=	neuronaal
neuronen	=	neuron
neurons	=	neuron
neuroom	noun	goedaardige weefselvernieuwing van de zenuwen
neuroompje	=	neuroom
neuroompjes	=	neuroom
neuroot	noun	overdreven angstig, depressief, gevoelig en precies iemand
neurootje	=	neuroot
neurootjes	=	neuroot
neuropathie	noun	het niet goed functioneren van een of meer zenuwen
neuropathisch	adj	betrekking hebbend op de neuropathie
neuropathische	=	neuropathisch
neuropathischer	=	neuropathisch
neuropathischere	=	neuropathisch
neuropathischers	=	neuropathisch
neuropathologie	noun	leer van de zenuwziekten
neuropathologieën	=	neuropathologie
neuropsychologen	=	neuropsycholoog
neuropsychologie	noun	onderdeel van de psychologie dat de relatie onderzoekt tussen gedrag en de daaraan ten grondslag liggende neurale processen
neuropsychologisch	adj	met betrekking tot de neuropsychologie
neuropsychologische	=	neuropsychologisch
neuropsychologischer	=	neuropsychologisch
neuropsychologischere	=	neuropsychologisch
neuropsychologischers	=	neuropsychologisch
neuropsycholoog	noun	deskundige op het gebied van de neuropsychologie
neurose	noun	psychiatrisch ziektebeeld zonder aanwijsbare lichamelijke oorzaak, gekenmerkt door angst, depressiviteit, spanning en eventueel obsessief gedrag, waarbij het prestatievermogen intact blijft
neurosen	=	neurose
neuroses	=	neurose
neurostimulatie	noun	het stimuleren van het centraal zenuwstelsel (door middel van stroomstootjes)
neurostimulaties	=	neurostimulatie
neuroten	=	neuroot
neurotici	=	neuroticus
neuroticisme	noun	een tendens tot emotionele instabiliteit
neuroticus	noun	persoon lijdende aan een neurose (psychiatrische aandoening)
neurotisch	adj	met betrekking tot een ziekelijke houding
neurotische	=	neurotisch
neurotischer	=	neurotisch
neurotischere	=	neurotisch
neurotischers	=	neurotisch
neurotischt	=	neurotisch
neurotischte	=	neurotisch
neurotoxisch	adj	giftig voor het zenuwstelsel
neurotoxische	=	neurotoxisch
neurotoxischer	=	neurotoxisch
neurotoxischere	=	neurotoxisch
neurotoxischers	=	neurotoxisch
neurotransmitter	noun	een chemische stof die fungeert als overbrenger van de zenuwprikkel
neurotransmitters	=	neurotransmitter
neurotransmittertje	=	neurotransmitter
neurotransmittertjes	=	neurotransmitter
neurotypisch	adj	een gemiddelde (in statistische zin 'normale') neurologische en psychologische ontwikkeling van de hersenen op het gebied van het verwerken en gebruiken van sociale, linguïstische en zintuiglijke informatie hebbend
neurotypische	=	neurotypisch
neurotypischer	=	neurotypisch
neurotypischere	=	neurotypisch
neurotypischers	=	neurotypisch
neurovegetatief	adj	met betrekking tot het autonome zenuwstelsel
neurovegetatiefs	=	neurovegetatief
neurovegetatiefst	=	neurovegetatief
neurovegetatiefste	=	neurovegetatief
neurovegetatieve	=	neurovegetatief
neurovegetatiever	=	neurovegetatief
neurovegetatievere	=	neurovegetatief
neurovegetatievers	=	neurovegetatief
neurowetenschap	noun	is de wetenschap die zich bezig houdt met alle aspecten van het zenuwstelsel
neurowetenschappen	=	neurowetenschap
neurowetenschapper	noun	iemand die het zenuwstelsel op een systematische manier onderzoekt
neurowetenschappers	=	neurowetenschapper
neus	noun	orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
neus-keel-oorarts	noun	dokter die zich gespecialiseerd heeft in ziekten van organen binnen het hoofd die direct contact met de buitenlucht hebben
neus-keel-oorartsen	=	neus-keel-oorarts
neusaal	noun	Aldrovandia affinis een straalvinnige vissensoort uit de familie van rugstekelalen (Halosauridae).
neusaaltje	=	neusaal
neusaaltjes	=	neusaal
neusaandoening	noun	een verzamelnaam voor verschillende medische problemen die betrekking hebben op de neus en de neusbijholten
neusaandoeningen	=	neusaandoening
neusaandoeninkje	=	neusaandoening
neusaandoeninkjes	=	neusaandoening
neusaap	noun	Nasalis larvatus de enige soort in het geslacht neusapen (Nasalis), uit de wouden van Borneo.
neusaapje	=	neusaap
neusaapjes	=	neusaap
neusalen	=	neusaal
neusamandel	noun	klier op de achterste keelwand ter hoogte van de buis van Eustachius, die een rol speelt bij de opbouw van het afweersysteem en die na het tiende levensjaar atrofieert
neusamandelen	=	neusamandel
neusamandeltje	=	neusamandel
neusamandeltjes	=	neusamandel
neusamputatie	noun	een medische operatie waarbij een deel van of de gehele neus wordt weggehaald
neusamputaties	=	neusamputatie
neusamputatietje	=	neusamputatie
neusamputatietjes	=	neusamputatie
neusapen	=	neusaap
neusballonkopje	noun	Pelecopsis parallela een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
neusballonkopjes	=	neusballonkopje
neusbeen	noun	een van de beenderen van de schedel, midden in het gelaat
neusbeenderen	=	neusbeen
neusbeentje	=	neusbeen
neusbeentjes	=	neusbeen
neusbeer	noun	bepaald soort zoogdier, Nasua nasua, dat in Midden- en Zuid-Amerika leeft
neusbeertje	=	neusbeer
neusbeertjes	=	neusbeer
neusbel	noun	een sieraad dat in de neus wordt gedragen
neusbellen	=	neusbel
neusbelletje	=	neusbel
neusbelletjes	=	neusbel
neusbenen	=	neusbeen
neusberen	noun	Nasua een geslacht van insectivore zoogdieren uit de familie kleine beren (Procyonidae)
neusbijholteontsteking	noun	een ontsteking van het slijmvlies in de holtes rondom je neus.
neusbijholteontstekingen	=	neusbijholteontsteking
neusbijholteontstekinkje	=	neusbijholteontsteking
neusbijholteontstekinkjes	=	neusbijholteontsteking
neusbloeding	noun	een meestal onschuldige bloeding uit een klein, kapot bloedvaatje in het neusslijmvlies.
neusbloedingen	=	neusbloeding
neusbloedinkje	=	neusbloeding
neusbloedinkjes	=	neusbloeding
neusbrug	noun	deel van het gelaat waar de neus overgaat in het voorhoofd
neusbruggen	=	neusbrug
neusbruggetje	=	neusbrug
neusbruggetjes	=	neusbrug
neusbrugje	=	neusbrug
neusbrugjes	=	neusbrug
neusbultpapegaaivis	noun	Scarus rubroviolaceus een straalvinnige vissensoort uit de familie van papegaaivissen (Scaridae).
neusbultpapegaaivisje	=	neusbultpapegaaivis
neusbultpapegaaivisjes	=	neusbultpapegaaivis
neusbultpapegaaivissen	=	neusbultpapegaaivis
neusde	=	neuzen
neusden	=	neuzen
neusdoek	noun	stoffen doekje waarin men de neus kan snuiten
neusdoeken	=	neusdoek
neusdoekje	=	neusdoek
neusdoekjes	=	neusdoek
neusdop	noun	neuswarmer
neusdopje	=	neusdop
neusdopjes	=	neusdop
neusdoppen	=	neusdop
neusdruppel	noun	vloeibaar geneesmiddel dat men toedient via de neus meestal bij een verkoudheid
neusdruppels	=	neusdruppel
neusdruppeltje	=	neusdruppel
neusdruppeltjes	=	neusdruppel
neusgaatje	=	neusgat
neusgaatjes	=	neusgat
neusgalgspin	noun	Dipoena prona een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
neusgalgspinnen	=	neusgalgspin
neusgalgspinnetje	=	neusgalgspin
neusgalgspinnetjes	=	neusgalgspin
neusgang	noun	een van beide kanalen die de buitenlucht door de neus naar de luchtpijp geleiden
neusgangen	=	neusgang
neusgangetje	=	neusgang
neusgangetjes	=	neusgang
neusgat	noun	elk van de twee openingen aan de onderzijde van de neus
neusgaten	=	neusgat
neusgatje	=	neusgat
neushaar	noun	enkele vezel uit de beharing in de neusgaten
neushaartje	=	neushaar
neushaartjes	=	neushaar
neusharen	=	neushaar
neusholte	noun	het eerste stuk van het luchtwegstelsel waar de ingeademde lucht doorheen gaat
neusholten	=	neusholte
neusholtes	=	neusholte
neusholtetje	=	neusholte
neusholtetjes	=	neusholte
neushoorn	noun	een groot en zwaar zoogdier uit de familie van de Rhinocerotidae dat in Afrika en Azië leeft en gekenmerkt wordt door de hoorn op zijn kop
neushoorn-dna	noun	het DNA van een neushoorn
neushoornagamen	noun	een geslacht Ceratophora van hagedissen uit de familie agamen (Agamidae)
neushoornalk	noun	Cerorhinca monocerata een vogel uit de familie Alcidae (alken).
neushoornalken	=	neushoornalk
neushoornalkje	=	neushoornalk
neushoornalkjes	=	neushoornalk
neushoornbot	noun	een van de beenderen van een neushoorn
neushoornbotten	=	neushoornbot
neushoornen	=	neushoorn
neushoornhoorn	noun	een noorn van een neushoorn
neushoornhoornen	=	neushoornhoorn
neushoornhoorns	=	neushoornhoorn
neushoornkever	noun	Oryctes nasicornis een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae) en de onderfamilie Dynastinae.
neushoornkevers	noun	Oryctes een geslacht van kevers in de onderfamilie Dynastinae van de bladsprietkevers (Scarabaeidae).
neushoornkevertje	=	neushoornkever
neushoornkevertjes	=	neushoornkever
neushoornleguaan	noun	Cyclura cornuta een grote hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae)
neushoornleguaantje	=	neushoornleguaan
neushoornleguaantjes	=	neushoornleguaan
neushoornleguanen	=	neushoornleguaan
neushoornpofadder	noun	Bitis nasicornis een giftige adder uit het geslacht pofadders (Bitis)
neushoornpofadders	=	neushoornpofadder
neushoornpofaddertje	=	neushoornpofadder
neushoornpofaddertjes	=	neushoornpofadder
neushoorns	noun	Rhinocerotidae een familie van grote zoogdieren die heden ten dage vijf soorten telt die voorkomen in Afrika en Azië.
neushoorntje	=	neushoorn
neushoorntjes	=	neushoorn
neushoornvis	noun	Naso unicornis een doktersvis uit de orde van de Perciformes (baarsachtigen)
neushoornvisje	=	neushoornvis
neushoornvisjes	=	neushoornvis
neushoornvissen	=	neushoornvis
neushoornvogel	noun	vogel uit de familie Bucerotidae en de orde van Bucerotiformes.
neushoornvogelachtigen	noun	orde Bucerotiformes met daarbinnen de families van onder meer de neushoornvogels (Bucerotidae), hoppen (Upupidae) en boomhoppen (Phoeniculidae)
neushoornvogels	noun	Bucerotidae een familie van vogels uit de orde van Bucerotiformes.
neushoornvogeltje	=	neushoornvogel
neushoornvogeltjes	=	neushoornvogel
neushoornwespbij	noun	Nomada pleurosticta een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
neushoornwespbijen	=	neushoornwespbij
neushoornwespbijtje	=	neushoornwespbij
neushoornwespbijtjes	=	neushoornwespbij
neushoren	=	neushoorn
neusje	=	neus
neusjes	=	neus
neuskegel	noun	gestroomlijnde, kegelvormige voorkant van een zich snel voortbewegend voertuig (met name van een raket)
neuskegels	=	neuskegel
neuskeutel	noun	ingedroogd slijm dat voorin de neus blijft zitten
neuskeutels	=	neuskeutel
neuskeuteltje	=	neuskeutel
neuskikkers	noun	Rhinoderma een geslacht van kikkers uit de familie Rhinodermatidae.
neusklacht	noun	hinder die men ondervindt van een ziekte van de neus
neusklachten	=	neusklacht
neusklank	noun	een klank geproduceerd met een verlaagde velum in de mond, waardoor lucht tijdens het vormen van de klank ongestoord door de neus kan ontsnappen
neusklanken	=	neusklank
neusklankje	=	neusklank
neusklankjes	=	neusklank
neusklem	noun	instrument dat de neusvleugels samenknijpt om de neusgaten af te sluiten of te ondersteunen
neusklemmen	=	neusklem
neusklemmetje	=	neusklem
neusklemmetjes	=	neusklem
neusknijper	noun	instrument dat de neusvleugels samenknijpt om de neusgaten af te sluiten of te ondersteunen
neusknijpers	=	neusknijper
neusknijpertje	=	neusknijper
neusknijpertjes	=	neusknijper
neuskopje	noun	Glyphesis servulus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
neuskopjes	=	neuskopje
neuskus	noun	begroeting waarbij het puntje van de neus tegen de neus van een ander wordt gedrukt
neuskusje	=	neuskus
neuskusjes	=	neuskus
neuskussen	=	neuskus
neuslengte	noun	lengte van de neus
neuslengten	=	neuslengte
neuslengtes	=	neuslengte
neusmonster	noun	kleine hoeveelheid neusslijmvlies die men met een wattenstaafje afneemt voor chemisch en/of biologisch onderzoek
neusmonsters	=	neusmonster
neusoproller	noun	Armadillidium nasatum een pissebed uit de familie Armadillidiidae.
neusoprollers	=	neusoproller
neusoprollertje	=	neusoproller
neusoprollertjes	=	neusoproller
neuspeuter	noun	substantie die iemand met een vinger uit de neus gehaald heeft
neuspeuteraar	noun	iemand die op een minder nette manier vuil uit zijn neus haalt
neuspeuteraars	=	neuspeuteraar
neuspeuterde	=	neuspeuteren
neuspeuterden	=	neuspeuteren
neuspeutere	=	neuspeuteren
neuspeuteren	verb	in de neus peuteren
neuspeuterend	=	neuspeuteren
neuspeuterende	=	neuspeuteren
neuspeutert	=	neuspeuteren
neuspiercing	noun	piercing door de neus
neuspiercings	=	neuspiercing
neuspiercinkje	=	neuspiercing
neuspiercinkjes	=	neuspiercing
neusplastiek	noun	de uiterlijke vorm van het reukorgaan chirurgisch veranderen
neusplastieken	=	neusplastiek
neuspoliep	noun	gezwel in de neus
neuspoliepen	=	neuspoliep
neuspoliepje	=	neuspoliep
neuspoliepjes	=	neuspoliep
neuspulksel	noun	opgedroogd slijm dat voor in de neus zit en dat door neuspeuteren er met een vinger uitgehaald kan worden
neuspulksels	=	neuspulksel
neusrat	noun	Rhynchomys soricoides knaagdier uit het geslacht Rhynchomys dat voorkomt op Mount Data (provincie Benguet) en Mount Bali-it (provincie Kalinga) in de Centrale Cordillera van het Filipijnse eiland Luzon.
neusratje	=	neusrat
neusratjes	=	neusrat
neusratten	=	neusrat
neusring	noun	een cirkelvormige metalen ring om dieren in bedwang te kunnen houden
neusringen	=	neusring
neusringetje	=	neusring
neusringetjes	=	neusring
neusrug	noun	bovenste, middelste deel van de buitenkant van de neus
neusruggen	=	neusrug
neusschelp	noun	een van de drie schelpvormige uitstulpingen aan beide zijden van de neusholte
neusschelpen	=	neusschelp
neusspiegel	noun	vochtig, onbehaard deel van de bovenlip of snuit met daarin de neusgaten
neusspiegels	=	neusspiegel
neusspray	noun	medicament in nevelvorm die in de neus verstoven wordt om bepaalde aandoeningen te bestrijden
neussprays	=	neusspray
neusstem	noun	stemgeluid van iemand die door de neus spreekt of zingt
neusstemmen	=	neusstem
neusstemmetje	=	neusstem
neusstemmetjes	=	neusstem
neust	=	neuzen
neuston	noun	elk van de microscopisch kleine diertjes die leven aan de oppervlakte van stilstaand water
neustonen	=	neustoon
neustonnen	=	neuston
neustonnetje	=	neuston
neustonnetjes	=	neuston
neustoon	noun	toon die ontstaat als de lucht niet vrij door de neus naar buiten kan komen
neustoontje	=	neustoon
neustoontjes	=	neustoon
neusverkouden	adj	lijdend aan een infectie van de neus vaak gepaard gaande met slijmvorming en een verstopte neus
neusverkoudens	=	neusverkouden
neusverkoudheden	=	neusverkoudheid
neusverkoudheid	noun	rhinitis, rinitis, bovenste luchtweginfectie waarbij de slijmvliezen van de neus gezwollen zijn
neusvleugel	noun	zijwand van een neusgat
neusvleugels	=	neusvleugel
neusvleugeltje	=	neusvleugel
neusvleugeltjes	=	neusvleugel
neusvocht	noun	slijm dat afgescheiden wordt door het neusslijmvlies
neusvochten	=	neusvocht
neuswarmer	noun	kort stenen pijpje waarin men tabak kan laten branden
neuswarmers	=	neuswarmer
neuswarmertje	=	neuswarmer
neuswarmertjes	=	neuswarmer
neuswijs	adj	eigenwijs, betweterig
neuswijst	=	neuswijs
neuswijste	=	neuswijs
neuswijze	=	neuswijs
neuswijzer	=	neuswijs
neuswijzere	=	neuswijs
neuswijzers	=	neuswijs
neuswortel	noun	plaats waar het voorhoofd overgaat in de neusrug
neuswortels	=	neuswortel
neut	noun	glaasje sterke drank
neutel	noun	kleine misvormde man
neutelde	=	neutelen
neutelen	verb	zeuren, talmen, treuzelen
neutelend	=	neutelen
neutels	=	neutel
neuten	verb	klagen, zeuren, knotteren
neutje	=	neut
neutjes	=	neut
neutra	=	neutrum
neutraal	adj	geen partij kiezend in een conflict, afzijdig, onpartijdig
neutraals	=	neutraal
neutraalst	=	neutraal
neutraalste	=	neutraal
neutrale	=	neutraal
neutralen	noun	wie in een conflict geen partij kiezen
neutraler	=	neutraal
neutralere	=	neutraal
neutralers	=	neutraal
neutralisatie	noun	opheffing
neutralisaties	=	neutralisatie
neutralisatietje	=	neutralisatie
neutralisatietjes	=	neutralisatie
neutraliseer	=	neutraliseren
neutraliseerde	=	neutraliseren
neutraliseerden	=	neutraliseren
neutraliseert	=	neutraliseren
neutralisere	=	neutraliseren
neutraliseren	verb	werking of invloed tenietdoen van, opheffen
neutraliserend	=	neutraliseren
neutraliserende	=	neutraliseren
neutralisering	noun	neutralisatie
neutraliseringen	=	neutralisering
neutralisme	noun	houding van afzijdigheid, vooral in de politiek
neutralist	noun	aanhanger van het neutralisme, mannelijke vorm van neutraliste
neutralisten	=	neutralist
neutralistisch	adj	betrekking hebbend op het neutralisme
neutralistische	=	neutralistisch
neutralistischer	=	neutralistisch
neutralistischere	=	neutralistisch
neutralistischers	=	neutralistisch
neutraliteit	noun	het neutraal zijn bijv. een onpartijdige houding aanhouden ten opzichte van twee partijen met een geschil
neutraliteitspolitiek	noun	een politiek die in geval van oorlog geen partij kiest voor een van beide kanten, en in ruil daarvoor hoopt niet aangevallen te worden
neutraliteitsverklaring	noun	een officiële verklaring van een neutrale houding
neutraliteitsverklaringen	=	neutraliteitsverklaring
neutraliteitsverklarinkje	=	neutraliteitsverklaring
neutraliteitsverklarinkjes	=	neutraliteitsverklaring
neutrino	noun	een fermion (met een spin van 1/2): een uiterst licht ongeladen elementair deeltje
neutrino's	=	neutrino
neutrinootje	=	neutrino
neutrinootjes	=	neutrino
neutrofiel	noun	een van de vijf hoofdsoorten leukocyten	adj	kleurbaar met neutrale kleurstoffen
neutrofiele	=	neutrofiel
neutrofielen	=	neutrofiel
neutrofieler	=	neutrofiel
neutrofielere	=	neutrofiel
neutron	noun	een subatomair deeltje zonder lading en met vrijwel dezelfde massa als een proton, meestal voorkomend in de kern van een atoom
neutronen	=	neutron
neutronenbom	noun	een waterstofbom die zo is geconstrueerd dat een groot deel van de energie van de explosie vrijkomt in de vorm van neutronenstraling, terwijl de hoeveelheid radioactiviteit die vrijkomt klein blijft
neutronenbommen	=	neutronenbom
neutronenbommetje	=	neutronenbom
neutronenbommetjes	=	neutronenbom
neutronenflux	noun	hoeveelheid neutronen die per m2 en per seconde door een doorsnede gaat
neutronenster	noun	ronddraaiende ster waarin de materie zo dicht opeengepakt is, dat protonen en elektronen niet afzonderlijk kunnen bestaan, maar tot neutronen samengevoegd worden
neutronensterren	=	neutronenster
neutronensterretje	=	neutronenster
neutronensterretjes	=	neutronenster
neutronnetje	=	neutron
neutrons	=	neutron
neutrontje	=	neutron
neutrontjes	=	neutron
neutroontje	=	neutron
neutroontjes	=	neutron
neutropenie	noun	tekort aan witte bloedlichaampjes
neutrum	noun	de onzijdige vorm van een woord of woordsoort
neuze	=	neuzen
neuzel	=	neuzelen
neuzelaar	noun	iemand die zeurt over onbelangrijke zaken
neuzelaars	=	neuzelaar
neuzelde	=	neuzelen
neuzelden	=	neuzelen
neuzele	=	neuzelen
neuzelen	verb	snuffelen
neuzelend	=	neuzelen
neuzelende	=	neuzelen
neuzelt	=	neuzelen
neuzen	verb	snuffelen, met de neus onderzoeken
neuzend	=	neuzen
neuzende	=	neuzen
neuzig	adj	nasaal
neuzige	=	neuzig
neuziger	=	neuzig
neuzigere	=	neuzig
neuzigers	=	neuzig
neuzigs	=	neuzig
neuzigst	=	neuzig
neuzigste	=	neuzig
nevadagors	noun	Artemisiospiza nevadensis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
nevadagorsje	=	nevadagors
nevadagorsjes	=	nevadagors
nevadagorzen	=	nevadagors
nevadaheremiet	noun	Pseudochazara hippolyte een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (aurelia's).
nevadaheremieten	=	nevadaheremiet
nevadaheremietje	=	nevadaheremiet
nevadaheremietjes	=	nevadaheremiet
nevadaturkooisblauwtje	noun	Polyommatus golgus een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
nevadaturkooisblauwtjes	=	nevadaturkooisblauwtje
nevel	noun	hoeveelheid fijn verstoven vloeistof
nevela	noun	kadaver
nevelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van nevel
nevelachtige	=	nevelachtig
nevelachtiger	=	nevelachtig
nevelachtigere	=	nevelachtig
nevelachtigers	=	nevelachtig
nevelachtigs	=	nevelachtig
nevelachtigst	=	nevelachtig
nevelachtigste	=	nevelachtig
nevelbogen	=	nevelboog
nevelboog	noun	zeldzaam meteorologisch verschijnsel dat lijkt op een normale regenboog, maar dan vrijwel volledig wit is
nevelboogje	=	nevelboog
nevelboogjes	=	nevelboog
nevelde	=	nevelen
nevelden	=	nevelen
nevele	=	nevelen
nevelen	verb	het aanwezig zijn van nevel
nevelend	=	nevelen
nevelende	=	nevelen
nevelfilter	noun	filter in gasmaskers die nevels kan tegenhouden
nevelfilters	=	nevelfilter
nevelfiltertje	=	nevelfilter
nevelfiltertjes	=	nevelfilter
nevelig	adj	mistig
nevelige	=	nevelig
neveliger	=	nevelig
neveligere	=	nevelig
neveligers	=	nevelig
neveligs	=	nevelig
neveligst	=	nevelig
neveligste	=	nevelig
nevelkamer	noun	gesloten holle ruimte gevuld met oververzadigde waterdamp voor het zichtbaar maken van de baan van geladen deeltjes, zoals elektronen, alfadeeltjes, mesonen etc.
nevelkamers	=	nevelkamer
nevelmaand	noun	tweede maand van de Franse republikeinse kalender, volgens de gregoriaanse kalender een periode die begint rond 23 oktober eindigt rond 21 november
nevelot	=	nevela
nevelpanter	noun	bepaald soort zoogdier, Neofelis nebulosa, een katachtige die zich schuil houdt in de bossen van Zuidoost-Azië
nevelpanters	=	nevelpanter
nevelpantertje	=	nevelpanter
nevelpantertjes	=	nevelpanter
nevelrookwants	noun	Sphragisticus nebulosus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
nevelrookwantsen	=	nevelrookwants
nevelrookwantsje	=	nevelrookwants
nevelrookwantsjes	=	nevelrookwants
nevels	=	nevel
nevelsliert	noun	flard van mist; sliert van nevel
nevelslierten	=	nevelsliert
nevelstad	noun	stedelijk gebied waar de ruimte tussen wonen en werken, stad en land vervaagd is
nevelsteden	=	nevelstad
nevelt	=	nevelen
neveltje	=	nevel
neveltjes	=	nevel
nevelvat	noun	een instrument waarmee sporen van kleine deeltjes (elektronen, alfadeeltjes etc.) zichtbaar kunnen worden gemaakt
nevelvaten	=	nevelvat
nevelvlek	noun	verouderde benaming voor een aantal andere soorten niet-puntvormige hemellichamen stammend uit de tijd dat het oplossend vermogen van telescopen nog niet goed genoeg was om de natuur ervan te herkennen.
nevelvlekbok	noun	Leiopus nebulosus een keversoort uit de familie boktorren (Cerambycidae).
nevelvlekbokje	=	nevelvlekbok
nevelvlekbokjes	=	nevelvlekbok
nevelvlekbokken	=	nevelvlekbok
nevelvlekboktor	noun	Leiopus nebulosus nevelvlekbok
nevelvlekboktorren	=	nevelvlekboktor
nevelvlekboktorretje	=	nevelvlekboktor
nevelvlekboktorretjes	=	nevelvlekboktor
nevelvlekje	=	nevelvlek
nevelvlekjes	=	nevelvlek
nevelvlekken	=	nevelvlek
nevelwoud	noun	een bepaald soort tropisch regenwoud dat zich tegen een berghelling bevindt en vaak in nevelen gehuld is
nevelwouddwerguil	noun	Glaucidium nubicola een vogel uit de familie van de uilen.
nevelwouddwerguilen	=	nevelwouddwerguil
nevelwouddwerguiltje	=	nevelwouddwerguil
nevelwouddwerguiltjes	=	nevelwouddwerguil
nevelwouden	=	nevelwoud
nevelzee-engel	noun	Squatina nebulosa een vis uit de familie van zee-engelen (Squatinidae) en behoort tot de superorde van de haaien.
nevelzee-engelen	=	nevelzee-engel
nevelzee-engeltje	=	nevelzee-engel
nevelzee-engeltjes	=	nevelzee-engel
nevelzwam	noun	Clitocybe nebularis een schimmel uit de familie Tricholomataceae.
nevelzwammen	=	nevelzwam
nevelzwammetje	=	nevelzwam
nevelzwammetjes	=	nevelzwam
neven	prep	naast
nevenactiviteit	noun	een verrichting die niet de belangrijkste of hoofdactiviteit is van een persoon of organisatie
nevenactiviteiten	=	nevenactiviteit
nevenactiviteitje	=	nevenactiviteit
nevenactiviteitjes	=	nevenactiviteit
nevenbedrijf	noun	bijkomstige activiteiten van een onderneming
nevenbedrijfje	=	nevenbedrijf
nevenbedrijfjes	=	nevenbedrijf
nevenbedrijven	=	nevenbedrijf
nevendoel	noun	naɡestreefd effect naast het belangrijkste resultaat van een actie
nevendoelen	=	nevendoel
neveneffect	noun	bijwerking
neveneffecten	=	neveneffect
neveneffectje	=	neveneffect
neveneffectjes	=	neveneffect
nevenfunctie	noun	functie die iemand naast zijn hoofdtaak heeft
nevenfuncties	=	nevenfunctie
nevengeschikt	adj	zonder dat er sprake is van een gezagsverhouding
nevengeschikte	=	nevengeschikt
nevengeschikts	=	nevengeschikt
nevengeul	noun	geul aanwezig naast de hoofdgeul
nevengeulen	=	nevengeul
neveninkomst	noun	geld dat men verdient naast het loon van de hoofdbetrekking
neveninkomsten	=	neveninkomst
nevenklemtonen	=	nevenklemtoon
nevenklemtoon	noun	extra nadruk op een lettergreep die in een woord of woordenreeks niet de meeste nadruk heeft
nevenklemtoontje	=	nevenklemtoon
nevenklemtoontjes	=	nevenklemtoon
nevenproduct	noun	product dat onbedoeld ontstaat in een productieproces, doch dat een positieve waarde heeft of in ieder geval een nuttige toepassing kent
nevenproducten	=	nevenproduct
nevenrol	noun	iets of iemand die slechts als aanvulling van belang is
nevenrollen	=	nevenrol
nevenrolletje	=	nevenrol
nevenrolletjes	=	nevenrol
nevens	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord: naast	prep|obsolete	naast, en ook
nevenschade	noun	onbedoeld bijkomende schade
nevenschaden	=	nevenschade
nevenschades	=	nevenschade
nevenschikkend	adj	woorden, woordgroepen of zinnen als gelijkwaardig naast elkaar stellend
nevenschikkende	=	nevenschikkend
nevenschikkender	=	nevenschikkend
nevenschikkendere	=	nevenschikkend
nevenschikkenders	=	nevenschikkend
nevenschikkends	=	nevenschikkend
nevenschikkendst	=	nevenschikkend
nevenschikkendste	=	nevenschikkend
nevenschikking	noun	een samenvoeging van twee gelijkwaardige zinnen tot een geheel
nevenschikkingen	=	nevenschikking
nevenschikkinkje	=	nevenschikking
nevenschikkinkjes	=	nevenschikking
nevenspoor	noun	een spoor dat ligt naast een ander spoor
nevenspoortje	=	nevenspoor
nevenspoortjes	=	nevenspoor
nevensporen	=	nevenspoor
nevenstaand	adj	naast iets staande
nevenstaande	=	nevenstaand
nevenstaands	=	nevenstaand
neventonen	=	neventoon
neventoon	noun	een toon die is afgeleid van een stamtoon, die met (ongeveer) één of twee halve tonen is verhoogd of verlaagd.
neventoontje	=	neventoon
neventoontjes	=	neventoon
nevenvestiging	noun	een filiaal of bijkantoor dat zich op een andere fysieke locatie bevindt dan het hoofdkantoor.
nevenvestigingen	=	nevenvestiging
nevenvestigingetje	=	nevenvestiging
nevenvestigingetjes	=	nevenvestiging
nevenwerkzaamheden	=	nevenwerkzaamheid
nevenwerkzaamheid	noun	bijkomstige activiteit
nevenwerkzaamheidje	=	nevenwerkzaamheid
neviiem	=	navi
nevralgiek	adj|figurative	onaangename gevoelens oproepend
nevralgieke	=	nevralgiek
nevralgieks	=	nevralgiek
new-britainboeboekuil	noun	Ninox odiosa een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
new-britainboeboekuilen	=	new-britainboeboekuil
new-britainboeboekuiltje	=	new-britainboeboekuil
new-britainboeboekuiltjes	=	new-britainboeboekuil
new-britainbronsvleugelduif	noun	Henicophaps foersteri een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
new-britainbronsvleugelduifje	=	new-britainbronsvleugelduif
new-britainbronsvleugelduifjes	=	new-britainbronsvleugelduif
new-britainbronsvleugelduiven	=	new-britainbronsvleugelduif
new-britaindwergijsvogel	noun	Ceyx sacerdotis een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
new-britaindwergijsvogels	=	new-britaindwergijsvogel
new-britaindwergijsvogeltje	=	new-britaindwergijsvogel
new-britaindwergijsvogeltjes	=	new-britaindwergijsvogel
new-britainkerkuil	noun	Tyto aurantia een endemische soort op het eiland Nieuw-Brittannië.
new-britainkerkuilen	=	new-britainkerkuil
new-britainkerkuiltje	=	new-britainkerkuil
new-britainkerkuiltjes	=	new-britainkerkuil
new-britainral	noun	Hypotaenidia insignis een vogel uit de familie Rallidae (Rallen).
new-britainrallen	=	new-britainral
new-britainralletje	=	new-britainral
new-britainralletjes	=	new-britainral
new-britainsperwer	noun	Accipiter brachyurus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
new-britainsperwers	=	new-britainsperwer
new-britainsperwertje	=	new-britainsperwer
new-britainsperwertjes	=	new-britainsperwer
new-delhisch	adj	op New Delhi betrekking hebbend
new-delhische	noun	een vrouwelijke inwoner van New Delhi, of een vrouw afkomstig uit New Delhi
new-delhischen	=	new-delhische
new-delhiër	noun	een inwoner van New Delhi, of iemand afkomstig uit New Delhi
new-delhiërs	=	new-delhiër
new-englandkatoenstaart	noun	Sylvilagus transitionalis een zoogdier uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
new-englandkatoenstaarten	=	new-englandkatoenstaart
new-englandkatoenstaartje	=	new-englandkatoenstaart
new-englandkatoenstaartjes	=	new-englandkatoenstaart
new-georgiadwergijsvogel	noun	Ceyx collectoris een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
new-georgiadwergijsvogels	=	new-georgiadwergijsvogel
new-georgiadwergijsvogeltje	=	new-georgiadwergijsvogel
new-georgiadwergijsvogeltjes	=	new-georgiadwergijsvogel
new-irelanddwerghoningeter	noun	Myzomela pulchella een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
new-irelanddwerghoningeters	=	new-irelanddwerghoningeter
new-irelanddwerghoningetertje	=	new-irelanddwerghoningeter
new-irelanddwerghoningetertjes	=	new-irelanddwerghoningeter
new-irelanddwergijsvogel	noun	Ceyx mulcatus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
new-irelanddwergijsvogels	=	new-irelanddwergijsvogel
new-irelanddwergijsvogeltje	=	new-irelanddwergijsvogel
new-irelanddwergijsvogeltjes	=	new-irelanddwergijsvogel
newageachtig	adj	gebaseerd op het gedachtengoed van New-Age
newageachtige	=	newageachtig
newageachtiger	=	newageachtig
newageachtigere	=	newageachtig
newageachtigers	=	newageachtig
newageachtigs	=	newageachtig
newageachtigst	=	newageachtig
newageachtigste	=	newageachtig
newagebeweging	noun	een westerse, spirituele stroming die ontstond in de tweede helft van de 20e eeuw.
newagebewegingen	=	newagebeweging
newagebeweginkje	=	newagebeweging
newagebeweginkjes	=	newagebeweging
newbie	noun	persoon die zonder ervaring aan iets nieuws begint
newbies	=	newbie
newfoundlander	noun	bepaald hondenras uit Canada (Newfoundland), fors en langharig, met als oorspronkelijk gebruiksdoel 'sledehond voor zware lasten, waterhond
newfoundlanders	=	newfoundlander
newfoundlandwolf	noun	Canis lupus beothucus was een ondersoort van de wolf die voorkwam op Newfoundland, een groot eiland aan de oostkust van Canada.
newfoundlandwolfje	=	newfoundlandwolf
newfoundlandwolfjes	=	newfoundlandwolf
newfoundlandwolven	=	newfoundlandwolf
newspeak	noun	taal waarin nieuwe woorden worden samengesteld uit (delen van) oude woorden als onderdeel van nagestreefde veranderingen
newton	noun	eenheid van kracht in het SI-stelsel, weergegeven met symbool N
newtonia	noun	Newtonia een geslacht van zangvogels uit de familie vanga's (Vangidae).
newtonia's	=	newtonia
newtoniaatje	=	newtonia
newtoniaatjes	=	newtonia
newtonring	noun	ring die ontstaat door interferentie van licht dat weerkaatst wordt tussen twee oppervlakken die slechts een kleine, maar wel variërende afstand tot elkaar heeft
newtonringen	=	newtonring
newtons	=	newton
nexit	noun	eventuele uittreding van Nederland uit de Europese Unie
nexus	noun	verbinding, samenhang, verband
ney	noun	oorspronkelijk Perzisch blaasinstrument
neys	=	ney
neêrlandsch	=	nederlands
nft	noun	uniek eigendomsbewijs van een specifiek digitaal product Het "eigendom" is hierbij meestal een morele erkenning en geen recht dat anderen kan verhinderen het product te gebruiken
nft's	=	nft
ngarbiet	noun	avondgebed
ngeroeb	noun	omheining van een woongebied waarbinnen het op sjabbat geoorloofd is om voorwerpen te dragen
ngeroebiem	=	ngeroeb
ngo	noun	een van de overheid onafhankelijke, maatschappelijk geëngageerde organisatie
ngo's	=	ngo
ni-uil	noun	Trichoplusia ni een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
ni-uilen	=	ni-uil
ni-uiltje	=	ni-uil
ni-uiltjes	=	ni-uil
niacine	noun	een van de voor de mens noodzakelijke vitaminen, een wateroplosbaar microvoedingsmiddel dat van belang is voor de menselijke gezondheid
niaiserie	noun	onnozele domheid
niaiserietje	=	niaiserie
niaiserietjes	=	niaiserie
niaiserieën	=	niaiserie
niam-niampapegaai	noun	Poicephalus crassus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
niam-niampapegaaien	=	niam-niampapegaai
niam-niampapegaaitje	=	niam-niampapegaai
niam-niampapegaaitjes	=	niam-niampapegaai
niasbeo	noun	Gracula robusta een vogelsoort die behoort tot de spreeuwachtigen (Sturnidae).
niasbeo's	=	niasbeo
niasbeootje	=	niasbeo
niasbeootjes	=	niasbeo
niasser	noun	bewoner van het Indonesische eiland Nias, of iemand die daarvandaan kom
niassers	=	niasser
niau-ijsvogel	noun	Todiramphus gertrudae een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
niau-ijsvogels	=	niau-ijsvogel
niau-ijsvogeltje	=	niau-ijsvogel
niau-ijsvogeltjes	=	niau-ijsvogel
nibelungenlied	noun	beroemd middeleeuws heldendicht met de held Siegfried waarin de ondergang van het huis der Bourgondiërs wordt beschreven
niboeng	noun	een soort tropische palmboom van het geslacht Oncosperma.
niboengs	=	niboeng
nicaraguaan	noun	iemand die in Nicaragua woont of geboren is
nicaraguaans	adj	op Nicaragua betrekking hebbend
nicaraguaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Nicaragua, of een vrouw afkomstig uit Nicaragua
nicaraguaansen	=	nicaraguaanse
nicaraguaanser	=	nicaraguaans
nicaraguaansere	=	nicaraguaans
nicaraguaansers	=	nicaraguaans
nicaraguaanst	=	nicaraguaans
nicaraguaanste	=	nicaraguaans
nicaraguanen	=	nicaraguaan
nicator	noun	Nicator een geslacht van zangvogels uit de familie Nicatoridae
nicators	=	nicator
nicatortje	=	nicator
nicatortjes	=	nicator
nicd-accu	noun	een droge accu (oplaadbare batterij) op basis van nikkel en cadmium.
nicd-accu's	=	nicd-accu
nicd-accuutje	=	nicd-accu
nicd-accuutjes	=	nicd-accu
nice	adj	aardig
nicer	=	nice
nicere	=	nice
nicers	=	nice
nices	=	nice
nicest	=	nice
niceste	=	nice
niche	noun	functie of positie van een organisme of populatie binnen een ecologische gemeenschap
nicheje	=	niche
nichejes	=	niche
nichemarkt	noun	markt bestaande uit groepen afnemers met specialistische wensen
nichemarkten	=	nichemarkt
nichemarktje	=	nichemarkt
nichemarktjes	=	nichemarkt
niches	=	niche
nichroom	noun	legering die bestaat uit een mengsel van nikkel, chroom en ijzer
nicht	noun	dochter van iemands broer of zus
nichten	=	nicht
nichterig	adj	vrouwelijk doen zoals een mannelijke homofiel verondersteld wordt te doen
nichterige	=	nichterig
nichteriger	=	nichterig
nichterigere	=	nichterig
nichterigers	=	nichterig
nichterigs	=	nichterig
nichterigst	=	nichterig
nichterigste	=	nichterig
nichtje	=	nicht
nichtjes	=	nicht
nickelharpa	noun	een vooral in Zweden voorkomend strijkinstrument waarbij de snaren middels sleutels en een toetsenbord afgeknepen worden
nickelharpa's	=	nickelharpa
nickelharpaatje	=	nickelharpa
nickelharpaatjes	=	nickelharpa
nicobarenboshoen	noun	Megapodius nicobariensis een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
nicobarenboshoenderen	=	nicobarenboshoen
nicobarenboshoenders	=	nicobarenboshoen
nicobarenboshoendertje	=	nicobarenboshoen
nicobarenboshoendertjes	=	nicobarenboshoen
nicobarenbuulbuul	noun	Ixos nicobariensis een zangvogel uit de familie buulbuuls (Pycnonotidae).
nicobarenbuulbuuls	=	nicobarenbuulbuul
nicobarenbuulbuultje	=	nicobarenbuulbuul
nicobarenbuulbuultjes	=	nicobarenbuulbuul
nicobarendwergooruil	noun	Otus alius een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
nicobarendwergooruilen	=	nicobarendwergooruil
nicobarendwergooruiltje	=	nicobarendwergooruil
nicobarendwergooruiltjes	=	nicobarendwergooruil
nicobarenjunglevliegenvanger	noun	Cyornis nicobaricus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
nicobarenjunglevliegenvangers	=	nicobarenjunglevliegenvanger
nicobarenjunglevliegenvangertje	=	nicobarenjunglevliegenvanger
nicobarenjunglevliegenvangertjes	=	nicobarenjunglevliegenvanger
nicobarenkappitta	noun	Pitta abbotti een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
nicobarenkappitta's	=	nicobarenkappitta
nicobarenkappittaatje	=	nicobarenkappitta
nicobarenkappittaatjes	=	nicobarenkappitta
nicobarenmuskaatduif	noun	Ducula nicobarica een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
nicobarenmuskaatduifje	=	nicobarenmuskaatduif
nicobarenmuskaatduifjes	=	nicobarenmuskaatduif
nicobarenmuskaatduiven	=	nicobarenmuskaatduif
nicobarenshikra	noun	Accipiter butleri een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
nicobarenshikra's	=	nicobarenshikra
nicobarenshikraatje	=	nicobarenshikra
nicobarenshikraatjes	=	nicobarenshikra
nicobarentoepaja	noun	Tupaia nicobarica een zoogdier uit de familie van de echte toepaja's (Tupaiidae).
nicobarentoepaja's	=	nicobarentoepaja
nicobarentoepajaatje	=	nicobarentoepaja
nicobarentoepajaatjes	=	nicobarentoepaja
nicola	noun	een aardappelras dat in 1964 is ontstaan
nicola's	=	nicola
nicotine	noun	vloeibaar, scherp en vluchtig alkaloïde in tabak, een zeer krachtig vergif, dat eerst opwekt en later verlammend werkt
nicotinearm	adj	met minder dan 0,2% nicotine
nicotinearme	=	nicotinearm
nicotinearmer	=	nicotinearm
nicotinearmere	=	nicotinearm
nicotinearmers	=	nicotinearm
nicotinearms	=	nicotinearm
nicotinearmst	=	nicotinearm
nicotinearmste	=	nicotinearm
nicotinegehalte	noun	het gehalte aan nicotine (in belangrijke mate bepalend voor de verslavende werking van een sigaret)
nicotinegehalten	=	nicotinegehalte
nicotinegehaltes	=	nicotinegehalte
nicotinegeur	noun	de geur van nicotine
nicotinegeuren	=	nicotinegeur
nicotinejunk	noun	iemand die verslaafd is aan nicotine wat vooral voorkomt bij tabakrokers en mensen die vapen
nicotinejunken	=	nicotinejunk
nicotinejunks	=	nicotinejunk
nicotinekauwgum	noun	een vervangingsmiddel voor nicotinejunks om van het roken of vapen af te komen
nicotinekauwgummetje	=	nicotinekauwgum
nicotinekauwgummetjes	=	nicotinekauwgum
nicotinekauwgums	=	nicotinekauwgum
nicotinen	=	nicotine
nicotinepleister	noun	pleister voor iemand die wil stoppen met roken of vapen, met nicotine die langzaam door de huid heen in het lichaam opgenomen wordt
nicotinepleisters	=	nicotinepleister
nicotines	=	nicotine
nicotinevergiftiging	noun	een vergiftiging opgelopen door een te veel aan het giftige alkaloïde nicotine
nicotinevergiftigingen	=	nicotinevergiftiging
nicotinevergiftigingetje	=	nicotinevergiftiging
nicotinevergiftigingetjes	=	nicotinevergiftiging
nicotineverslaving	noun	aandoening waarbij iemand niet kan stoppen met het gebruik van de schadelijke stof nicotine
nicotineverslavingen	=	nicotineverslaving
nicotinevervanger	noun	een middel dat tijdelijk de geïnhaleerde nicotine bij roken en vapen kan vervangen wanneer men wil stoppen met deze voor de gezondheid schadelijke gewoonten
nicotinevervangers	=	nicotinevervanger
nicotinevlek	noun	door nicotine veroorzaakte lelijke geelbruine vlek, vooral aan de vingertoppen en op de nagels, door het veelvuldig roken van sigaretten
nicotinevlekje	=	nicotinevlek
nicotinevlekjes	=	nicotinevlek
nicotinevlekken	=	nicotinevlek
nicotinevrij	adj	minder dan 0,08% nicotine bevattend
nicotinevrije	=	nicotinevrij
nicotinevrijer	=	nicotinevrij
nicotinevrijere	=	nicotinevrij
nicotinevrijers	=	nicotinevrij
nicotinevrijs	=	nicotinevrij
nicotinevrijst	=	nicotinevrij
nicotinevrijste	=	nicotinevrij
nicotinezuren	=	nicotinezuur
nicotinezuur	noun	een van de voor de mens noodzakelijke vitaminen, een wateroplosbaar microvoedingsmiddel dat van belang is voor de menselijke gezondheid.
nida	noun	menstruerende vrouw
nidatie	noun	inbedding van de bevruchte eicel in slijmvlies van de baarmoeder
nidaties	=	nidatie
nidatietje	=	nidatie
nidatietjes	=	nidatie
nidot	=	nida
nidre	noun	geloften
nidree	=	neder
nidrei	=	neder
nie	=	niet
niechesj	noun	bijgelovige angst
nief	=	nieuw
nieges	noun	berouw, spijt	adj	slecht [1], ondeugdelijk
niegus	=	nieges
niemand	pron	geen enkel persoon
niemands	pron	genitief van niemand: aan niemand toebehorend
niemandsland	noun	land tussen twee grenzen dat van niemand is
niemandslanden	=	niemandsland
niemandslandje	=	niemandsland
niemandslandjes	=	niemandsland
niemendal	pron	helemaal niets
niemendallen	=	niemendal
niemendalletje	noun	een weinig verhullend kledingstuk
niemendalletjes	=	niemendalletje
niente	pron	helemaal niets
nier	noun	een van beide organen in de onderrug die het bloed zuiveren van afvalstoffen en deze uitscheiden in de urine
nieraandoening	noun	ziekte van de nieren
nieraandoeningen	=	nieraandoening
nieraandoeninkje	=	nieraandoening
nieraandoeninkjes	=	nieraandoening
nierbed	noun	klomp vet waarin de nieren liggen; perirenale vet
nierbekkenontsteking	noun	infectie van de bovenste urinewegen
nierbekkenontstekingen	=	nierbekkenontsteking
nierbekkenontstekinkje	=	nierbekkenontsteking
nierbekkenontstekinkjes	=	nierbekkenontsteking
nierbeschadiging	noun	situatie waarin de nieren kapot zijn en hun werk niet goed meer doen.
nierbeschadigingen	=	nierbeschadiging
nierbeschadigingetje	=	nierbeschadiging
nierbeschadigingetjes	=	nierbeschadiging
nierdialyse	noun	uitwisseling van in water opgeloste stoffen door een semipermeabel membraan
nierdialyses	=	nierdialyse
nieren	=	nier
nierenvet	noun|obsolete	glibberige stof, gewonnen uit het weefsel rond de beide organen die bij zoogdieren het bloed zuiveren
nierfalen	noun	aandoening waarbij de beide organen die zorgen voor de juiste samenstelling van het bloed en het daaruit verwijderen van afvalstoffen onvoldoende werken
nierfunctie	noun	doel of taak van de nier binnen het lichaam
nierfuncties	=	nierfunctie
niergalwesp	noun	Trigonaspis megaptera een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
niergalwespen	=	niergalwesp
niergalwespje	=	niergalwesp
niergalwespjes	=	niergalwesp
nierinfarct	noun	verstopping van een bloedvat in de nieren, leidend tot het afsterven van nierweefsel
nierinfarcten	=	nierinfarct
nierinsufficiëntie	noun	aandoening waarbij de beide organen die zorgen voor de juiste samenstelling van het bloed en het daaruit verwijderen van afvalstoffen onvoldoende werken
nierinsufficiënties	=	nierinsufficiëntie
nierkanker	noun	kwaadaardige aandoening van de nieren
nierkwaal	noun	ziekte van de nieren
nierkwaaltje	=	nierkwaal
nierkwaaltjes	=	nierkwaal
nierkwalen	=	nierkwaal
nierontsteking	noun	een infectie van de hogere urinewegen waarbij bacteriën het nierweefsel of het nierbekken infecteren.
nierontstekingen	=	nierontsteking
nierontstekinkje	=	nierontsteking
nierontstekinkjes	=	nierontsteking
nieroperatie	noun	chirurgische ingreep aan de nieren
nieroperaties	=	nieroperatie
nierpatiënt	noun	persoon met een aandoening van de nieren
nierpatiënten	=	nierpatiënt
nierpatiëntje	=	nierpatiënt
nierpatiëntjes	=	nierpatiënt
nierprobleem	noun	een aandoening van de nieren
nierprobleempje	=	nierprobleem
nierprobleempjes	=	nierprobleem
nierproblemen	=	nierprobleem
nierschade	noun	aantasting van de werking van de nieren
nierschaden	=	nierschade
nierschades	=	nierschade
niersteen	noun	een samengroeisel in het nierbekken dat meestal uit urinezuur en urinezure zouten bestaat
niersteentje	=	niersteen
niersteentjes	=	niersteen
nierstenen	=	niersteen
nierstuk	noun	opgerold lendenstuk met een nier erin
nierstukken	=	nierstuk
niertje	=	nier
niertjes	=	nier
niertransplantatie	noun	chirurgische ingreep waarbij de nier van de ene persoon in een andere persoon wordt geplaatst; operatie waarbij de nier van een patiënt wordt vervangen door de nier van iemand anders
niertransplantaties	=	niertransplantatie
niervaren	noun	een geslacht Dryopteris van ongeveer 225–250 soorten varens uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae).
niervarenfamilie	noun	een wereldwijd voorkomende familie Dryopteridaceae van varens met naargelang de gevolgde taxonomie 21 tot 60 geslachten en 900 tot 3000 soorten.
niervarenfamilies	=	niervarenfamilie
niervarenfamilietje	=	niervarenfamilie
niervarenfamilietjes	=	niervarenfamilie
niervarens	=	niervaren
niervarentje	=	niervaren
niervarentjes	=	niervaren
niervergiftiging	noun	het levensgevaarlijke gevolg van ernstig nierfalen.
niervergiftigingen	=	niervergiftiging
niervergiftigingetje	=	niervergiftiging
niervergiftigingetjes	=	niervergiftiging
niervet	noun	glibberige stof, gewonnen uit het weefsel rond de beide organen die bij zoogdieren het bloed zuiveren
niervleklieveheersbeestje	noun	Chilocorus renipustulatus een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae)
niervleklieveheersbeestjes	=	niervleklieveheersbeestje
niervormig	adj	vorm van een nier hebbend
niervormige	=	niervormig
niervormiger	=	niervormig
niervormigere	=	niervormig
niervormigers	=	niervormig
niervormigs	=	niervormig
niervormigst	=	niervormig
niervormigste	=	niervormig
nierziekte	noun	ziekte waarbij een of beide nieren zijn aangetast
nierziekten	=	nierziekte
nierziektes	=	nierziekte
nies	noun	een plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
niesbui	noun	plotseling, aanhoudend moeten niezen door een prikkeling van de neus
niesbuien	=	niesbui
niesbuitje	=	niesbui
niesde	=	niezen
niesden	=	niezen
niesdruppel	noun	een druppel lichaamsvocht die bij het niesen het lichaam verlaat
niesdruppels	=	niesdruppel
niesdruppeltje	=	niesdruppel
niesdruppeltjes	=	niesdruppel
niese	noun	meisje, vrouw
niesen	verb	een plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
niesend	=	niesen
niesende	=	niesen
niesje	noun	meisje, vrouw
niesjes	=	nies
nieskruid	noun	een geslacht Helleborus dat volgens verschillende auteurs 15 tot 22 soorten omvat.
niespoeder	noun	middel dat doet niezen en waaraan geneeskrachtige eigenschappen werden toegeschreven
niespoeders	=	niespoeder
niespoeier	noun	middel dat doet niezen en waaraan geneeskrachtige eigenschappen werden toegeschreven
niespoeiers	=	niespoeier
niesschaamte	noun	de schaamte die iemand zelf heeft als die moet niesen, omdat andere mensen mogelijk kunnen denken dat iemand ziek is en anderen door diegene besmet kunnen raken
niest	=	niesen
nieste	=	niesen
niesten	=	niesen
niesziekte	noun	kattenziekte gekenmerkt door ontsteking van de slijmvliezen van de neus, de mond, en de ogen
niesziekten	=	niesziekte
niesziektes	=	niesziekte
niet	adv	ontkenning, tegenovergestelde van 'wel'
niet-aanvalsverdrag	noun	verdrag waarbij staten beloven elkaar niet te zullen aanvallen en om geschillen via diplomatieke weg op te lossen
niet-aanvalsverdragen	=	niet-aanvalsverdrag
niet-adellijk	adj	niet behorend tot de adel
niet-adellijke	=	niet-adellijk
niet-adellijks	=	niet-adellijk
niet-adjectivisch	adj	niet-bijvoeglijk
niet-adjectivische	=	niet-adjectivisch
niet-adjectivischer	=	niet-adjectivisch
niet-adjectivischere	=	niet-adjectivisch
niet-adjectivischers	=	niet-adjectivisch
niet-aflatend	adj	alsmaar doorwerkend, voortdurend doorgaand
niet-aflatende	=	niet-aflatend
niet-aflatends	=	niet-aflatend
niet-aftrekbaar	adj	dat een bepaalde uitgave niet mag worden afgetrokken van het belastbaar inkomen
niet-aftrekbaars	=	niet-aftrekbaar
niet-aftrekbare	=	niet-aftrekbaar
niet-alcoholisch	adj	alcoholvrij
niet-alcoholische	=	niet-alcoholisch
niet-ambtelijk	adj	niet-officieel
niet-ambtelijke	=	niet-ambtelijk
niet-ambtelijks	=	niet-ambtelijk
niet-artistiek	adj	niet op de kunst betrekking hebbend
niet-artistieke	=	niet-artistiek
niet-artistieks	=	niet-artistiek
niet-assimileerbare	noun	vreemdeling die niet kan opgaan in de cultuur van zijn nieuwe vaderland
niet-assimileerbaren	=	niet-assimileerbare
niet-autistisch	adj	niet betrekkende autisme; niet autistisch; allistisch
niet-autistische	=	niet-autistisch
niet-begrijpend	adj	zonder herkenning of begrip	adv	zonder herkenning of begrip
niet-begrijpende	=	niet-begrijpend
niet-begrijpends	=	niet-begrijpend
niet-behandelverklaring	noun	een schriftelijke wilsverklaring waarin u vastlegt welke medische behandelingen u in de toekomst niet meer wilt ondergaan.
niet-behandelverklaringen	=	niet-behandelverklaring
niet-behandelverklarinkje	=	niet-behandelverklaring
niet-behandelverklarinkjes	=	niet-behandelverklaring
niet-beschikbaar	adj	als iets niet gebruikt kan worden om dat het bezet is of niet aanwezig is
niet-beschikbaars	=	niet-beschikbaar
niet-beschikbare	=	niet-beschikbaar
niet-centraal	adj	zich niet in het midden bevindend
niet-centrale	=	niet-centraal
niet-christelijk	adj	niet van christelijke aard
niet-christelijke	=	niet-christelijk
niet-christelijker	=	niet-christelijk
niet-christelijkere	=	niet-christelijk
niet-christelijkers	=	niet-christelijk
niet-christelijks	=	niet-christelijk
niet-christelijkst	=	niet-christelijk
niet-christelijkste	=	niet-christelijk
niet-communist	noun	iemand die geen communist is
niet-communisten	=	niet-communist
niet-dodelijk	adj	waar je niet aan dood gaat
niet-dodelijke	=	niet-dodelijk
niet-dodelijker	=	niet-dodelijk
niet-dodelijkere	=	niet-dodelijk
niet-dodelijkers	=	niet-dodelijk
niet-dodelijks	=	niet-dodelijk
niet-dodelijkst	=	niet-dodelijk
niet-dodelijkste	=	niet-dodelijk
niet-essentieel	adj	wat desnoods gemist kan worden
niet-essentieels	=	niet-essentieel
niet-essentiële	=	niet-essentieel
niet-euclidisch	adj	die niet gebaseerd is op de leer van Euclides
niet-euclidische	=	niet-euclidisch
niet-gebruikelijk	adj	afwijkend van wat normaal is
niet-gebruikelijke	=	niet-gebruikelijk
niet-gebruikelijker	=	niet-gebruikelijk
niet-gebruikelijkere	=	niet-gebruikelijk
niet-gebruikelijkers	=	niet-gebruikelijk
niet-gebruikelijks	=	niet-gebruikelijk
niet-gebruikelijkst	=	niet-gebruikelijk
niet-gebruikelijkste	=	niet-gebruikelijk
niet-geleider	noun	isolator
niet-geleiders	=	niet-geleider
niet-gelovig	adj	geen geloof hebbend
niet-gelovige	noun	iemand die niet gelooft (in welke god dan ook)
niet-gelovigen	=	niet-gelovige
niet-gelovigs	=	niet-gelovig
niet-gerelateerd	adj	op zichzelf staand, geen verband houdend met wat eerder genoemd is
niet-gerelateerde	=	niet-gerelateerd
niet-gerelateerds	=	niet-gerelateerd
niet-godsdienstig	adj	zonder relatie met een religie
niet-godsdienstige	=	niet-godsdienstig
niet-godsdienstigs	=	niet-godsdienstig
niet-gouvernementeel	adj	geen onderdeel van de overheid uitmakend
niet-gouvernementeels	=	niet-gouvernementeel
niet-gouvernementele	=	niet-gouvernementeel
niet-inhoudelijk	adj	betreffende de de vorm, de procedure of de externe aspecten van een zaak
niet-inhoudelijke	=	niet-inhoudelijk
niet-inhoudelijker	=	niet-inhoudelijk
niet-inhoudelijkere	=	niet-inhoudelijk
niet-inhoudelijkers	=	niet-inhoudelijk
niet-inhoudelijks	=	niet-inhoudelijk
niet-inhoudelijkst	=	niet-inhoudelijk
niet-inhoudelijkste	=	niet-inhoudelijk
niet-inkomensafhankelijk	adj	waarvan de hoogte niet wordt beïnvloed door de opbrengsten die iemand uit bezit en werk heeft
niet-inkomensafhankelijke	=	niet-inkomensafhankelijk
niet-inkomensafhankelijks	=	niet-inkomensafhankelijk
niet-inmenging	noun	het zich niet bemoeien met
niet-inmengingen	=	niet-inmenging
niet-inmenginkje	=	niet-inmenging
niet-inmenginkjes	=	niet-inmenging
niet-integer	adj	corrupt
niet-integere	=	niet-integer
niet-integers	=	niet-integer
niet-joden	=	niet-jood
niet-jood	noun	iemand buiten de joodse gemeenschap
niet-joodverklaring	noun	een door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog verplicht document waarin Nederlanders moesten verklaren geen Joodse voorouders te hebben
niet-joodverklaringen	=	niet-joodverklaring
niet-joodverklarinkje	=	niet-joodverklaring
niet-joodverklarinkjes	=	niet-joodverklaring
niet-juridisch	adj	geen betrekking hebbend op het recht of de rechtspraktijk
niet-juridische	=	niet-juridisch
niet-katholiek	noun	persoon die niet lid is van een katholieke kerk
niet-katholieken	=	niet-katholiek
niet-kerkelijk	adj	niet verbonden met een kerk, geloofsgemeenschap of religieuze organisatie
niet-kerkelijke	=	niet-kerkelijk
niet-kerkelijker	=	niet-kerkelijk
niet-kerkelijkere	=	niet-kerkelijk
niet-kerkelijkers	=	niet-kerkelijk
niet-kerkelijks	=	niet-kerkelijk
niet-kerkelijkst	=	niet-kerkelijk
niet-kerkelijkste	=	niet-kerkelijk
niet-kwetsbaar	adj	dat iets of iemand niet beledigen of te beschadigen is
niet-kwetsbaars	=	niet-kwetsbaar
niet-kwetsbare	=	niet-kwetsbaar
niet-landelijk	adj	niet het gehele land betreffende
niet-landelijke	=	niet-landelijk
niet-landelijker	=	niet-landelijk
niet-landelijkere	=	niet-landelijk
niet-landelijkers	=	niet-landelijk
niet-landelijks	=	niet-landelijk
niet-landelijkst	=	niet-landelijk
niet-landelijkste	=	niet-landelijk
niet-lineair	adj	geen lineariteit bezittend
niet-lineaire	=	niet-lineair
niet-lineairs	=	niet-lineair
niet-loonkost	noun|obsolete	bedrijfskosten die geen betrekking hebben op het salaris van de werknemers
niet-loonkosten	noun	bedrijfskosten die geen betrekking hebben op het salaris van de werknemers
niet-menselijk	adj	alles wat niet tot de menselijke soort behoort of menselijke eigenschappen mist
niet-menselijke	=	niet-menselijk
niet-menselijker	=	niet-menselijk
niet-menselijkere	=	niet-menselijk
niet-menselijkers	=	niet-menselijk
niet-menselijks	=	niet-menselijk
niet-menselijkst	=	niet-menselijk
niet-menselijkste	=	niet-menselijk
niet-metaal	noun	chemisch element van de reeks, uit het periodiek systeem, die in tegenstelling tot de metalen, niet gemakkelijk een elektron afstaat
niet-metalen	=	niet-metaal
niet-milieugevaarlijk	adj	niet schadelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving
niet-milieugevaarlijke	=	niet-milieugevaarlijk
niet-milieugevaarlijker	=	niet-milieugevaarlijk
niet-milieugevaarlijkere	=	niet-milieugevaarlijk
niet-milieugevaarlijkers	=	niet-milieugevaarlijk
niet-milieugevaarlijks	=	niet-milieugevaarlijk
niet-milieugevaarlijkst	=	niet-milieugevaarlijk
niet-milieugevaarlijkste	=	niet-milieugevaarlijk
niet-moslim	noun	iemand die GEEN moslim is
niet-moslimmetje	=	niet-moslim
niet-moslimmetjes	=	niet-moslim
niet-moslims	=	niet-moslim
niet-natuurlijk	adj	anders dan wat je vanzelfsprekend vindt of wat meestal gebeurt
niet-natuurlijke	=	niet-natuurlijk
niet-natuurlijker	=	niet-natuurlijk
niet-natuurlijkere	=	niet-natuurlijk
niet-natuurlijkers	=	niet-natuurlijk
niet-natuurlijks	=	niet-natuurlijk
niet-natuurlijkst	=	niet-natuurlijk
niet-natuurlijkste	=	niet-natuurlijk
niet-noodzakelijk	adj	zonder dwingende reden, zonder dwingende reden gebruikt
niet-noodzakelijke	=	niet-noodzakelijk
niet-noodzakelijks	=	niet-noodzakelijk
niet-officieel	adj	zonder formele status, nog zonder echte bevestiging door een autoriteit
niet-officieels	=	niet-officieel
niet-officiële	=	niet-officieel
niet-ontvankelijk	adj	onvatbaar zijn voor berechting
niet-ontvankelijke	=	niet-ontvankelijk
niet-ontvankelijks	=	niet-ontvankelijk
niet-ontvankelijkverklaring	noun	verklaring dat iets of iemand niet-ontvankelijk is
niet-ontvankelijkverklaringen	=	niet-ontvankelijkverklaring
niet-ontvankelijkverklarinkje	=	niet-ontvankelijkverklaring
niet-ontvankelijkverklarinkjes	=	niet-ontvankelijkverklaring
niet-openbaar	adj	privé, niet voor het algemeen publiek toegankelijk
niet-openbaars	=	niet-openbaar
niet-openbare	=	niet-openbaar
niet-opgelost	adj	waarvan de oplossing nog niet gevonden is
niet-opgeloste	=	niet-opgelost
niet-opgelosts	=	niet-opgelost
niet-overdraagbaar	adj	niet van de ene naar de andere persoon over te dragen, niet besmettelijk
niet-overdraagbaars	=	niet-overdraagbaar
niet-overdraagbare	=	niet-overdraagbaar
niet-politiek	adj	waaraan de staatkundige invalshoek ontbreekt
niet-politieke	=	niet-politiek
niet-politieks	=	niet-politiek
niet-raciaal	adj	het (door sommigen gedachte) verschil tussen mensenrassen buiten beschouwing latend
niet-raciaals	=	niet-raciaal
niet-raciale	=	niet-raciaal
niet-rokencoupeetje	=	niet-rokencoupé
niet-rokencoupeetjes	=	niet-rokencoupé
niet-rokencoupé	noun	treinwagon waarin het verboden is te roken
niet-rokencoupés	=	niet-rokencoupé
niet-rokengedeelte	noun	het gedeelte waarin niet gerookt mag worden
niet-rokengedeelten	=	niet-rokengedeelte
niet-rokengedeeltes	=	niet-rokengedeelte
niet-roker	noun	man die nooit rookt
niet-rokers	=	niet-roker
niet-rokerscoupeetje	=	niet-rokerscoupé
niet-rokerscoupeetjes	=	niet-rokerscoupé
niet-rokerscoupé	noun|historical	deel van een treinwagon waarin men niet mag roken
niet-rokerscoupés	=	niet-rokerscoupé
niet-rokersvereniging	noun	een organisatie die opkomt voor de rechten, gezondheid en belangen van mensen die niet roken.
niet-rokersverenigingen	=	niet-rokersvereniging
niet-rokersverenigingetje	=	niet-rokersvereniging
niet-rokersverenigingetjes	=	niet-rokersvereniging
niet-rookster	noun	vrouw die niet rookt
niet-rooksters	=	niet-rookster
niet-royeerbaar	adj	dat iemand niet uit een vereniging kan worden gezet
niet-royeerbaars	=	niet-royeerbaar
niet-royeerbare	=	niet-royeerbaar
niet-specifiek	adj	geen specificiteit bezittend
niet-specifieke	=	niet-specifiek
niet-specifieks	=	niet-specifiek
niet-stedelijk	adj	buiten de stad
niet-stedelijke	=	niet-stedelijk
niet-stedelijker	=	niet-stedelijk
niet-stedelijkere	=	niet-stedelijk
niet-stedelijkers	=	niet-stedelijk
niet-stedelijks	=	niet-stedelijk
niet-stedelijkst	=	niet-stedelijk
niet-stedelijkste	=	niet-stedelijk
niet-stemmer	noun	iemand die geen stem uitbrengt bij een stemming, hoewel hij gerechtigd is om te stemmen
niet-stemmers	=	niet-stemmer
niet-strafbaar	adj	dat iets is toegestaan
niet-strafbaars	=	niet-strafbaar
niet-strafbare	=	niet-strafbaar
niet-verbindend	adj	niet verplichtend
niet-verbindende	=	niet-verbindend
niet-verbindends	=	niet-verbindend
niet-verbindendverklaring	noun	verklaring dat iets niet verplicht is
niet-verbindendverklaringen	=	niet-verbindendverklaring
niet-verbindendverklarinkje	=	niet-verbindendverklaring
niet-verbindendverklarinkjes	=	niet-verbindendverklaring
niet-verspreiding	noun	het voorkomen van de verspreiding van kernwapens, splijtbaar materiaal en gerelateerde technologie naar landen die deze nog niet bezitten.
niet-westers	adj	met een oorspronkelijke herkomst die sterk verschilt van het Westen (d.i.
niet-westerse	=	niet-westers
niet-wetenschappelijk	adj	niet voldoend aan de criteria en methoden van de wetenschap
niet-wetenschappelijke	=	niet-wetenschappelijk
niet-wetenschappelijker	=	niet-wetenschappelijk
niet-wetenschappelijkere	=	niet-wetenschappelijk
niet-wetenschappelijkers	=	niet-wetenschappelijk
niet-wetenschappelijks	=	niet-wetenschappelijk
niet-wetenschappelijkst	=	niet-wetenschappelijk
niet-wetenschappelijkste	=	niet-wetenschappelijk
niet-wettelijk	adj	niet in de wet geregeld; in strijd met de wet
niet-wettelijke	=	niet-wettelijk
niet-wettelijker	=	niet-wettelijk
niet-wettelijkere	=	niet-wettelijk
niet-wettelijkers	=	niet-wettelijk
niet-wettelijks	=	niet-wettelijk
niet-wettelijkst	=	niet-wettelijk
niet-wettelijkste	=	niet-wettelijk
niet-zakelijk	adj	niet gerelateerd aan werk, bedrijfsvoering, of het nastreven van winst
niet-zakelijke	=	niet-zakelijk
niet-zakelijker	=	niet-zakelijk
niet-zakelijkere	=	niet-zakelijk
niet-zakelijkers	=	niet-zakelijk
niet-zakelijks	=	niet-zakelijk
niet-zakelijkst	=	niet-zakelijk
niet-zakelijkste	=	niet-zakelijk
niet-zelfbesturend	adj	als gebied onder de heerschappij van een ander land vallend
niet-zelfbesturende	=	niet-zelfbesturend
niet-zelfbesturends	=	niet-zelfbesturend
niet-zichtbaar	adj	niet met het (blote) oog te zien
niet-zichtbaars	=	niet-zichtbaar
niet-zichtbare	=	niet-zichtbaar
nietapparaat	noun	een apparaat dat nietjes in een stapeltje papieren kan slaan om deze bij elkaar te houden
nietapparaatje	=	nietapparaat
nietapparaatjes	=	nietapparaat
nietapparaten	=	nietapparaat
niete	=	nieten
nieteling	noun	nietig persoon
nietelingen	=	nieteling
nietelingetje	=	nieteling
nietelingetjes	=	nieteling
nieten	verb	met nietjes vastmaken
nietend	=	nieten
nietende	=	nieten
nietenvreter	noun	een instrumentje om nietjes te verwijderen
nietenvreters	=	nietenvreter
nietenvretertje	=	nietenvreter
nietenvretertjes	=	nietenvreter
nieter	noun	iemand die zegt dat er op een lot geen prijs is gevallen
nieters	=	nieter
nietes	intj	een algemene ontkenning
nietig	adj	verwaarloosbaar klein
nietige	=	nietig
nietiger	=	nietig
nietigere	=	nietig
nietigers	=	nietig
nietigheden	=	nietigheid
nietigheid	noun	het heel klein en onbelangrijk zijn als eigenschap
nietigheidje	=	nietigheid
nietigheidjes	=	nietigheid
nietigs	=	nietig
nietigst	=	nietig
nietigste	=	nietig
nietigverklaring	noun	een verklaring dat iets geen enkele geldigheid heeft
nietigverklaringen	=	nietigverklaring
nietigverklarinkje	=	nietigverklaring
nietigverklarinkjes	=	nietigverklaring
nietje	noun	klein, vaak beugelvormig, metalen voorwerp met twee spitse uiteinden die met een daarvoor bestemd apparaat krachtig door een of meer vlakke lagen worden geduwd zodat ze zich vervormen en zo die lagen aan elkaar of aan een ondergrond vastmaken
nietjes	=	niet
nietjesmachine	noun	apparaat om vellen papier aan elkaar vast te maken met kleine metalen krammetjes
nietjesmachines	=	nietjesmachine
nietjesmachinetje	=	nietjesmachine
nietjesverwijderaar	noun	apparaat om de krammetjes te verwijderen die vellen papier bij elkaar houden
nietjesverwijderaars	=	nietjesverwijderaar
nietjesverwijderaartje	=	nietjesverwijderaar
nietjesverwijderaartjes	=	nietjesverwijderaar
nietmachientje	=	nietmachine
nietmachientjes	=	nietmachine
nietmachine	noun	apparaat dat nietjes in een stapeltje papieren kan slaan om deze bij elkaar te houden Nietmachines worden gebruikt in kantoren en scholen en zijn meestal gemaakt van metaal met een gedeeltelijke omhulling van kunststof die vaak in verschillende kleuren verkrijgbaar is.
nietmachines	=	nietmachine
nietmachinetje	=	nietmachine
nietmachinetjes	=	nietmachine
nietpistolen	=	nietpistool
nietpistool	noun	een zwaardere versie van een nietapparaat, dat door middel van een veersysteem, perslucht of een krachtige elektromagneet, nieten in materiaal kan schieten
niets	pron	geen enkel ding, geen enkele zaak
nietsbetekenend	adj	onbeduidend
nietsbetekenende	=	nietsbetekenend
nietsbetekenender	=	nietsbetekenend
nietsbetekenendere	=	nietsbetekenend
nietsbetekenenders	=	nietsbetekenend
nietsbetekenends	=	nietsbetekenend
nietsbetekenendst	=	nietsbetekenend
nietsbetekenendste	=	nietsbetekenend
nietsdoen	noun	ledigheid
nietsdoener	noun	iemand die niets doet
nietsdoeners	=	nietsdoener
nietsisme	noun	de overtuiging dat niets in het leven (objectieve) waarde, betekenis of doel heeft
nietsnut	noun	iemand die niets nuttigs doet
nietsnutje	=	nietsnut
nietsnutjes	=	nietsnut
nietsnutte	=	nietsnutten
nietsnutten	verb	niets nuttigs doen
nietsnuttend	=	nietsnutten
nietsnuttende	=	nietsnutten
nietsontziend	adj	zonder medelijden of inschikkelijkheid
nietsontziende	=	nietsontziend
nietsontziender	=	nietsontziend
nietsontziendere	=	nietsontziend
nietsontzienders	=	nietsontziend
nietsontziends	=	nietsontziend
nietsontziendst	=	nietsontziend
nietsontziendste	=	nietsontziend
nietsverhullend	adj	heel openlijk zonder dat men probeert iets verborgen te houden
nietsverhullende	=	nietsverhullend
nietsverhullender	=	nietsverhullend
nietsverhullendere	=	nietsverhullend
nietsverhullenders	=	nietsverhullend
nietsverhullends	=	nietsverhullend
nietsverhullendst	=	nietsverhullend
nietsverhullendste	=	nietsverhullend
nietsvermoedend	adj	zonder argwaan, argeloos
nietsvermoedende	=	nietsvermoedend
nietsvermoedender	=	nietsvermoedend
nietsvermoedendere	=	nietsvermoedend
nietsvermoedenders	=	nietsvermoedend
nietsvermoedends	=	nietsvermoedend
nietsvermoedendst	=	nietsvermoedend
nietsvermoedendste	=	nietsvermoedend
nietswaardig	adj	zonder enige waarde, onbeduidend, onbelangrijk, pet
nietswaardige	=	nietswaardig
nietswaardiger	=	nietswaardig
nietswaardigere	=	nietswaardig
nietswaardigers	=	nietswaardig
nietswaardigheden	=	nietswaardigheid
nietswaardigheid	noun	het van geen enkel belang zijn
nietswaardigs	=	nietswaardig
nietswaardigst	=	nietswaardig
nietswaardigste	=	nietswaardig
nietszeggend	adj	geen nadere informatie gevend
nietszeggende	=	nietszeggend
nietszeggender	=	nietszeggend
nietszeggendere	=	nietszeggend
nietszeggenders	=	nietszeggend
nietszeggendheden	=	nietszeggendheid
nietszeggendheid	noun	de mate waarin iets of iemand zonder bijzondere betekenis of belang is
nietszeggends	=	nietszeggend
nietszeggendst	=	nietszeggend
nietszeggendste	=	nietszeggend
niettang	noun	krachtig handgereedschap dat nietjes met kracht in materialen schiet om ze te bevestigen
niettangen	=	niettang
niettangetje	=	niettang
niettangetjes	=	niettang
niette	=	nieten
niettegenstaande	prep	zonder te worden verhinderd door	conj	ondanks het feit dat
niettemin	adv	duidt een tegenstelling aan
nietten	=	nieten
nietwaar	intj	tracht bevestiging op te roepen van de uitspraak die eraan voorafgaat
nieuw	adj	recentelijk gemaakt; nog niet eerder aanwezig
nieuw-caledonisch	adj	op Nieuw-Caledonië betrekking hebbend
nieuw-caledonische	noun	een vrouwelijke inwoner van Nieuw-Caledonië, of een vrouw afkomstig uit Nieuw-Caledonië
nieuw-caledonischen	=	nieuw-caledonische
nieuw-caledonischer	=	nieuw-caledonisch
nieuw-caledonischere	=	nieuw-caledonisch
nieuw-caledonischers	=	nieuw-caledonisch
nieuw-caledoniër	noun	een inwoner van Nieuw-Caledonië, of iemand afkomstig uit Nieuw-Caledonië
nieuw-caledoniërs	=	nieuw-caledoniër
nieuw-guinea-impatiens	noun	Impatiens hawkeri een kruidachtige, 20–60 cm hoge plant met glazig-sappige stengels.
nieuw-zeelander	noun	een inwoner van Nieuw-Zeeland, of iemand afkomstig uit Nieuw-Zeeland
nieuw-zeelanders	=	nieuw-zeelander
nieuw-zeelandertje	=	nieuw-zeelander
nieuw-zeelandertjes	=	nieuw-zeelander
nieuw-zeelands	adj	op Nieuw-Zeeland betrekking hebbend
nieuw-zeelandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Nieuw-Zeeland, of een vrouw afkomstig uit Nieuw-Zeeland
nieuw-zeelandsen	=	nieuw-zeelandse
nieuw-zeelandser	=	nieuw-zeelands
nieuw-zeelandsere	=	nieuw-zeelands
nieuw-zeelandsers	=	nieuw-zeelands
nieuw-zeelandst	=	nieuw-zeelands
nieuw-zeelandste	=	nieuw-zeelands
nieuwbakken	adj	pas gebakken (met name van brood en beschuit)
nieuwbakkener	=	nieuwbakken
nieuwbakkeners	=	nieuwbakken
nieuwbakkens	=	nieuwbakken
nieuwbakkenst	=	nieuwbakken
nieuwbakkenste	=	nieuwbakken
nieuwbouw	noun	de bouw van huizen en andere gebouwen.
nieuwbouwhuis	noun	een pas gebouwde woning
nieuwbouwhuisje	=	nieuwbouwhuis
nieuwbouwhuisjes	=	nieuwbouwhuis
nieuwbouwhuizen	=	nieuwbouwhuis
nieuwbouwruïne	noun	een gebouw dat bij oplevering al verouderd is
nieuwbouwruïnen	=	nieuwbouwruïne
nieuwbouwruïnes	=	nieuwbouwruïne
nieuwbouwwijk	noun	een nieuw gebouwde woonwijk.
nieuwbouwwijken	=	nieuwbouwwijk
nieuwbouwwijkje	=	nieuwbouwwijk
nieuwbouwwijkjes	=	nieuwbouwwijk
nieuwbouwwoning	noun	een recent gebouwde woning
nieuwbouwwoningen	=	nieuwbouwwoning
nieuwbouwwoninkje	=	nieuwbouwwoning
nieuwbouwwoninkjes	=	nieuwbouwwoning
nieuwe	=	nieuw
nieuweling	noun	iemand die ergens nieuw is
nieuwelinge	noun	vrouwelijke beginner
nieuwelingen	=	nieuweling
nieuwelinges	=	nieuwelinge
nieuwelingetje	=	nieuweling
nieuwelingetjes	=	nieuweling
nieuwer	=	nieuw
nieuwere	=	nieuw
nieuwers	=	nieuw
nieuwerwets	adj	modern
nieuwerwetse	=	nieuwerwets
nieuwerwetser	=	nieuwerwets
nieuwerwetsere	=	nieuwerwets
nieuwerwetsers	=	nieuwerwets
nieuwerwetst	=	nieuwerwets
nieuwerwetste	=	nieuwerwets
nieuwetijdskind	noun	hooggevoelig new age kind
nieuwetijdskinderen	=	nieuwetijdskind
nieuwetijdskindje	=	nieuwetijdskind
nieuwetijdskindjes	=	nieuwetijdskind
nieuwewereldvariant	noun	een vorm die specifiek voorkomt of herkomst heeft op het continent Amerika
nieuwewereldvarianten	=	nieuwewereldvariant
nieuwgeboren	adj	pasgeboren
nieuwgeborens	=	nieuwgeboren
nieuwgekozen	adj	van een persoon dat deze pasgeleden is verkozen in een bepaalde functie
nieuwgekozens	=	nieuwgekozen
nieuwheden	=	nieuwheid
nieuwheid	noun	het feit dat iets nieuw is
nieuwigheden	=	nieuwigheid
nieuwigheid	noun	iets dat nieuw (bedacht) is
nieuwigheidje	=	nieuwigheid
nieuwigheidjes	=	nieuwigheid
nieuwjaar	noun	jaar dat net begonnen is
nieuwjaarsartikel	noun	stuk in een krant of tijdschrift dat een bespiegeling geeft over het komende jaar
nieuwjaarsartikelen	=	nieuwjaarsartikel
nieuwjaarsartikels	=	nieuwjaarsartikel
nieuwjaarsavond	noun	de avond van 31 december, de laatste dag van het jaar, waarop de overgang naar het nieuwe jaar wordt gevierd
nieuwjaarsavonden	=	nieuwjaarsavond
nieuwjaarsavondje	=	nieuwjaarsavond
nieuwjaarsavondjes	=	nieuwjaarsavond
nieuwjaarsbijeenkomst	noun	samenkomst in het begin van het nieuwe jaar
nieuwjaarsbijeenkomsten	=	nieuwjaarsbijeenkomst
nieuwjaarsboodschap	noun	een persoonlijke of zakelijke gelukwens die wordt uitgesproken of verstuurd bij de overgang naar het nieuwe jaar
nieuwjaarsboodschapje	=	nieuwjaarsboodschap
nieuwjaarsboodschapjes	=	nieuwjaarsboodschap
nieuwjaarsboodschappen	=	nieuwjaarsboodschap
nieuwjaarsborrel	noun	een borrel die gehouden wordt in januari nadat het nieuwe jaar begonnen is
nieuwjaarsborrels	=	nieuwjaarsborrel
nieuwjaarsborreltje	=	nieuwjaarsborrel
nieuwjaarsborreltjes	=	nieuwjaarsborrel
nieuwjaarsbrand	noun	een brand op nieuwjaarsdag; speciaal de brand in cafe "t Hemelje" in Volendam van 1-1-2001
nieuwjaarsbranden	=	nieuwjaarsbrand
nieuwjaarsbrandje	=	nieuwjaarsbrand
nieuwjaarsbrandjes	=	nieuwjaarsbrand
nieuwjaarsbrief	noun	een brief waarin iemand andere mensen het beste wenst voor het nieuwejaar
nieuwjaarsbriefje	=	nieuwjaarsbrief
nieuwjaarsbriefjes	=	nieuwjaarsbrief
nieuwjaarsbrieven	=	nieuwjaarsbrief
nieuwjaarsbrunch	noun	een brunch op nieuwjaarsdag of daarop volgende dagen ter viering van het nieuwe jaar
nieuwjaarsbrunchen	=	nieuwjaarsbrunch
nieuwjaarsbrunches	=	nieuwjaarsbrunch
nieuwjaarscadeau	noun	cadeau dat men met Nieuwjaar geeft of ontvangt
nieuwjaarscadeaus	=	nieuwjaarscadeau
nieuwjaarscadeautje	=	nieuwjaarscadeau
nieuwjaarscadeautjes	=	nieuwjaarscadeau
nieuwjaarsconcert	noun	een concert dat speciaal aan het begin van het nieuwe jaar gegeven wordt
nieuwjaarsconcerten	=	nieuwjaarsconcert
nieuwjaarsconcertje	=	nieuwjaarsconcert
nieuwjaarsconcertjes	=	nieuwjaarsconcert
nieuwjaarsconference	noun	cabaretvoorstelling die speciaal wordt gegeven op nieuwjaarsdag als afsluiting van het oude jaar en opening van het nieuwe jaar
nieuwjaarsconferences	=	nieuwjaarsconference
nieuwjaarsdag	noun	1 januari, de eerste dag van het nieuwe jaar
nieuwjaarsdagen	=	nieuwjaarsdag
nieuwjaarsdagje	=	nieuwjaarsdag
nieuwjaarsdagjes	=	nieuwjaarsdag
nieuwjaarsdicht	noun	gedicht ter gelegenheid van het nieuwe jaar
nieuwjaarsdichten	=	nieuwjaarsdicht
nieuwjaarsdiner	noun	een diner op nieuwjaarsdag of daarop volgende dagen ter viering van het nieuwe jaar
nieuwjaarsdiners	=	nieuwjaarsdiner
nieuwjaarsduik	noun	traditioneel evenement rond de jaarwisseling waarbij men gezamenlijk in een open water springt
nieuwjaarsduiken	=	nieuwjaarsduik
nieuwjaarsduikje	=	nieuwjaarsduik
nieuwjaarsduikjes	=	nieuwjaarsduik
nieuwjaarsfeest	noun	een feest dat gevierd wordt vanwege het begin van het nieuwe jaar op de eerste dag van het nieuwe jaar en/of daarop volgende dagen
nieuwjaarsfeesten	=	nieuwjaarsfeest
nieuwjaarsfeestje	=	nieuwjaarsfeest
nieuwjaarsfeestjes	=	nieuwjaarsfeest
nieuwjaarsgeschenk	noun	cadeau dat men met Nieuwjaar geeft of ontvangt
nieuwjaarsgeschenken	=	nieuwjaarsgeschenk
nieuwjaarsgeschenkje	=	nieuwjaarsgeschenk
nieuwjaarsgeschenkjes	=	nieuwjaarsgeschenk
nieuwjaarsgroet	noun	gelukwens voor het nieuwe jaar, gericht op voorspoed, geluk, gezondheid en welzijn voor de ander in de periode die begint, vaak geuit rond 1 januari
nieuwjaarsgroeten	=	nieuwjaarsgroet
nieuwjaarsgroetje	=	nieuwjaarsgroet
nieuwjaarsgroetjes	=	nieuwjaarsgroet
nieuwjaarskaart	noun	een kaart die verstuurd wordt voor Nieuwjaar met nieuwjaarswensen
nieuwjaarskaarten	=	nieuwjaarskaart
nieuwjaarskaartje	=	nieuwjaarskaart
nieuwjaarskaartjes	=	nieuwjaarskaart
nieuwjaarslied	noun	een lied dat gezongen wordt ter viering van de jaarwisseling
nieuwjaarsliederen	=	nieuwjaarslied
nieuwjaarsliedje	=	nieuwjaarslied
nieuwjaarsliedjes	=	nieuwjaarslied
nieuwjaarslunch	noun	een lunch op nieuwjaarsdag of daarop volgende dagen ter viering van het nieuwe jaar
nieuwjaarslunchen	=	nieuwjaarslunch
nieuwjaarslunches	=	nieuwjaarslunch
nieuwjaarsmiddag	noun	de middag van de eerste dag van het nieuwe jaar
nieuwjaarsmiddagen	=	nieuwjaarsmiddag
nieuwjaarsmorgen	noun	de ochtend van de eerste dag van het nieuwe jaar
nieuwjaarsmorgens	=	nieuwjaarsmorgen
nieuwjaarsnacht	noun	de nacht waarin het nieuwe jaar begint; de nacht van 31 december naar 1 januari
nieuwjaarsnachten	=	nieuwjaarsnacht
nieuwjaarsochtend	noun	de ochtend van de eerste dag van het nieuwe jaar
nieuwjaarsochtenden	=	nieuwjaarsochtend
nieuwjaarsontbijt	noun	een ontbijt op nieuwjaarsochtend ter viering van het nieuwe jaar
nieuwjaarsontbijten	=	nieuwjaarsontbijt
nieuwjaarsperiode	noun	een periode rondom 1 januari waarin het begin van een nieuw jaar wordt gevierd
nieuwjaarsperioden	=	nieuwjaarsperiode
nieuwjaarsperiodes	=	nieuwjaarsperiode
nieuwjaarsprogramma	noun	radioprogramma of televisieprogramma dat op nieuwjaarsdag wordt uitgezonden
nieuwjaarsprogramma's	=	nieuwjaarsprogramma
nieuwjaarsprogrammaatje	=	nieuwjaarsprogramma
nieuwjaarsprogrammaatjes	=	nieuwjaarsprogramma
nieuwjaarsreceptie	noun	een borrel/receptie die gehouden wordt in januari nadat het nieuwe jaar begonnen is.
nieuwjaarsrecepties	=	nieuwjaarsreceptie
nieuwjaarsrolletje	noun	een lekkernij bestaande uit een holle rol dun deeg dat met nieuwjaar gegeten wordt met slagroom
nieuwjaarsrolletjes	=	nieuwjaarsrolletje
nieuwjaarsspeech	noun	een rede die men houdt bij het begin van het nieuwe jaar
nieuwjaarsspeechen	=	nieuwjaarsspeech
nieuwjaarsspeeches	=	nieuwjaarsspeech
nieuwjaarsstorm	noun	een storm die op nieuwjaarsdag woedt
nieuwjaarsstormen	=	nieuwjaarsstorm
nieuwjaarsstormpje	=	nieuwjaarsstorm
nieuwjaarsstormpjes	=	nieuwjaarsstorm
nieuwjaarstoespraak	noun	een toespraak die iemand houdt bij het begin van het nieuwe jaar
nieuwjaarstoespraakje	=	nieuwjaarstoespraak
nieuwjaarstoespraakjes	=	nieuwjaarstoespraak
nieuwjaarstoespraken	=	nieuwjaarstoespraak
nieuwjaarsviering	noun	het feest dat men viert op 1 januari
nieuwjaarsvieringen	=	nieuwjaarsviering
nieuwjaarswens	noun	uiting waarmee men elkaar traditioneel het beste wenst voor het nieuwe jaar
nieuwjaarswensen	=	nieuwjaarswens
nieuwjaarszingen	verb	folkloristisch gebruik op oudejaarsdag waarbij kinderen aan de voordeur nieuwjaar wensen en meestal een kort en krachtig liedje zingen
nieuwjaarszingende	=	nieuwjaarszingen
nieuwjaarszoen	noun	die zoen die men geeft wanneer men iemand een gelukkig nieuwjaar wenst
nieuwjaarszoenen	=	nieuwjaarszoen
nieuwjaarszoentje	=	nieuwjaarszoen
nieuwjaarszoentjes	=	nieuwjaarszoen
nieuwjaartje	=	nieuwjaar
nieuwjaartjes	=	nieuwjaar
nieuwkomer	noun	nieuweling, noviet, rekruut, debutant, groentje, beginneling, allochtoon
nieuwkomers	=	nieuwkomer
nieuwkomertje	=	nieuwkomer
nieuwkomertjes	=	nieuwkomer
nieuwkoop	noun	nieuwe aankoop
nieuwkopen	=	nieuwkoop
nieuwkuis	noun	stomerij, chemische reiniging
nieuwlichter	noun	aanhanger van nieuwe opvattingen of denkbeelden
nieuwlichterij	noun	iets nieuws dat anders is dan het oude en vertrouwde, zonder dat het voor iedereen duidelijk is dat het nieuwe beter is dan het oude
nieuwlichterijen	=	nieuwlichterij
nieuwlichters	=	nieuwlichter
nieuwlichtertje	=	nieuwlichter
nieuwlichtertjes	=	nieuwlichter
nieuwmodisch	adj	volgens de laatste mode
nieuwmodische	=	nieuwmodisch
nieuwmodischer	=	nieuwmodisch
nieuwmodischere	=	nieuwmodisch
nieuwmodischers	=	nieuwmodisch
nieuwprijs	noun	de prijs die je moet betalen voor een product als het nog ongebruikt is
nieuwprijsje	=	nieuwprijs
nieuwprijsjes	=	nieuwprijs
nieuwprijzen	=	nieuwprijs
nieuwrechts	adj	betrekking hebbend op een politieke richting of denkwijze aan de rechterzijde van het politieke spectrum die iets anders is dan gewoon rechts
nieuwrechtse	=	nieuwrechts
nieuwrechtser	=	nieuwrechts
nieuwrechtsere	=	nieuwrechts
nieuwrechtsers	=	nieuwrechts
nieuwrechtst	=	nieuwrechts
nieuwrechtste	=	nieuwrechts
nieuws	noun	actuele ontwikkelingen die van algemeen belang worden geacht
nieuwsaanbod	noun	alle het nieuws dat men aan het publiek aanbiedt
nieuwsagentschap	noun	agentschap dat zich met nieuwsgaring en -verspreiding bezig houdt
nieuwsagentschapje	=	nieuwsagentschap
nieuwsagentschapjes	=	nieuwsagentschap
nieuwsagentschappen	=	nieuwsagentschap
nieuwsanker	noun	vaste presentator of presentatrice van een nieuwsrubriek of journaal
nieuwsankers	=	nieuwsanker
nieuwsankertje	=	nieuwsanker
nieuwsankertjes	=	nieuwsanker
nieuwsbeeld	noun	het beeld van de wereld dat men door de media krijgt opgedrongen
nieuwsbeelden	=	nieuwsbeeld
nieuwsbericht	noun	Mededeling van nieuws, gecommuniceerd via de media
nieuwsberichten	=	nieuwsbericht
nieuwsberichtje	=	nieuwsbericht
nieuwsberichtjes	=	nieuwsbericht
nieuwsblaadje	=	nieuwsblad
nieuwsblaadjes	=	nieuwsblad
nieuwsblad	noun	klassiek massamedium, gedrukt op papier en gericht op het verspreiden van nieuws
nieuwsbladen	=	nieuwsblad
nieuwsblog	noun	een blog waarin vooral de actualiteiten worden besproken
nieuwsblogde	=	nieuwsbloggen
nieuwsblogden	=	nieuwsbloggen
nieuwsblogge	=	nieuwsbloggen
nieuwsbloggen	verb	bijhouden van een weblog over het nieuws
nieuwsbloggend	=	nieuwsbloggen
nieuwsbloggende	=	nieuwsbloggen
nieuwsblogger	noun	iemand die het nieuws in de vorm van een blog bijhoudt
nieuwsbloggers	=	nieuwsblogger
nieuwsblogje	=	nieuwsblog
nieuwsblogjes	=	nieuwsblog
nieuwsblogs	=	nieuwsblog
nieuwsblogt	=	nieuwsbloggen
nieuwsbrief	noun	een regelmatige publicatie, over het algemeen rond een hoofdthema, waar al dan niet gratis op geabonneerd kan worden
nieuwsbriefje	=	nieuwsbrief
nieuwsbriefjes	=	nieuwsbrief
nieuwsbrieven	=	nieuwsbrief
nieuwsbron	noun	iets of iemand die inlichtingen geeft over recente gebeurtenissen van algemeen belang
nieuwsbronnen	=	nieuwsbron
nieuwsbulletin	noun	een nieuwsbericht of nieuwsuitzending
nieuwsbulletins	=	nieuwsbulletin
nieuwschierig	=	nieuwsgierig
nieuwsdienst	noun	dienst die omroepen, kranten en tijdschriften voorziet van nieuwsberichten
nieuwsdiensten	=	nieuwsdienst
nieuwsflits	noun	zeer kort nieuwsbericht
nieuwsflitsen	=	nieuwsflits
nieuwsflitsje	=	nieuwsflits
nieuwsflitsjes	=	nieuwsflits
nieuwsfoto	noun	een afbeelding van een nieuwsgebeurtenis
nieuwsfoto's	=	nieuwsfoto
nieuwsfotograaf	noun	iemand die foto's maakt over nieuwswaardige gebeurtenissen
nieuwsfotografen	=	nieuwsfotograaf
nieuwsgaarder	noun	een beroepsbeoefenaar die nieuwsfeiten verzamelt over recente gebeurtenissen van algemeen belang, die deze feiten onderzoekt of analyseert en daarover publiceert in een actueel (nieuws)medium
nieuwsgaarders	=	nieuwsgaarder
nieuwsgaring	noun	het verzamelen van nieuws en informatie door journalisten
nieuwsgaringen	=	nieuwsgaring
nieuwsgarinkje	=	nieuwsgaring
nieuwsgier	noun|informal	zeer nieuwsgierig persoon
nieuwsgiere	=	nieuwsgier
nieuwsgieren	=	nieuwsgier
nieuwsgierig	adj	verlangend om iets te weten of waar te nemen
nieuwsgierigaard	noun	nieuwsgierig persoon
nieuwsgierigaards	=	nieuwsgierigaard
nieuwsgierige	noun	iemand met (te) veel belangstelling voor iets (wat hem eigenlijk niks aangaat)
nieuwsgierigen	=	nieuwsgierige
nieuwsgieriger	=	nieuwsgierig
nieuwsgierigere	=	nieuwsgierig
nieuwsgierigers	=	nieuwsgierig
nieuwsgierigheden	=	nieuwsgierigheid
nieuwsgierigheid	noun	het verlangen naar kennis
nieuwsgierigs	=	nieuwsgierig
nieuwsgierigst	=	nieuwsgierig
nieuwsgierigste	=	nieuwsgierig
nieuwsgiers	=	nieuwsgier
nieuwsgiertje	=	nieuwsgier
nieuwsgiertjes	=	nieuwsgier
nieuwsgroep	noun	een discussiegroep op het internet waarin deelnemers met elkaar kunnen discussiëren over een bepaald onderwerp
nieuwsgroepen	=	nieuwsgroep
nieuwsgroepje	=	nieuwsgroep
nieuwsgroepjes	=	nieuwsgroep
nieuwsitem	noun	onderwerp van een nieuwsbericht; actueel onderwerp
nieuwsitems	=	nieuwsitem
nieuwsjager	noun	een wel heel erg fanatieke journalist
nieuwsjagers	=	nieuwsjager
nieuwsje	=	nieuws
nieuwsjes	=	nieuws
nieuwslezer	noun	iemand die op radio of televisie het nieuws voorleest
nieuwslezeres	noun	Vrouwelijke nieuwslezer
nieuwslezeresje	=	nieuwslezeres
nieuwslezeresjes	=	nieuwslezeres
nieuwslezeressen	=	nieuwslezeres
nieuwslezers	=	nieuwslezer
nieuwslezertje	=	nieuwslezer
nieuwslezertjes	=	nieuwslezer
nieuwsmedia	=	nieuwsmedium
nieuwsmedium	noun	middel waarmee men nieuws publiceert
nieuwsnet	noun	radio- of televisiezender speciaal gericht op het nieuws
nieuwsnetten	=	nieuwsnet
nieuwsonderwerp	noun	iets waar het nieuws over gaat
nieuwsonderwerpen	=	nieuwsonderwerp
nieuwsonderwerpje	=	nieuwsonderwerp
nieuwsonderwerpjes	=	nieuwsonderwerp
nieuwsorganisatie	noun	organisatie die nieuws verspreid
nieuwsorganisaties	=	nieuwsorganisatie
nieuwsoverzicht	noun	korte samenvatting van de belangrijkste nieuws onderwerpen
nieuwsoverzichten	=	nieuwsoverzicht
nieuwspagina	noun	pagina binnen een medium, zoals een krant, tijdschrift of website, die zich richt op het presenteren van nieuwsberichten en andere informatie voor een groot publiek
nieuwspagina's	=	nieuwspagina
nieuwspaginaatje	=	nieuwspagina
nieuwspaginaatjes	=	nieuwspagina
nieuwspapier	noun|obsolete	krant
nieuwspapieren	=	nieuwspapier
nieuwspapiertje	=	nieuwspapier
nieuwspapiertjes	=	nieuwspapier
nieuwspraak	noun	sterk vereenvoudigd taalgebruik ('popi') geïnspireerd op de door George Orwell bedachte taal newspeak uit zijn dystopische roman 1984
nieuwsprogramma	noun	radioprogramma of televisieprogramma met het nieuws
nieuwsprogramma's	=	nieuwsprogramma
nieuwsprogrammaatje	=	nieuwsprogramma
nieuwsprogrammaatjes	=	nieuwsprogramma
nieuwsradio	noun	radiozender die vooral nieuwsprogramma's uitzendt
nieuwsradio's	=	nieuwsradio
nieuwsrat	noun	journalist die nieuwsartikelen schrijft voor o.a. kranten en tijdschriften
nieuwsratje	=	nieuwsrat
nieuwsratjes	=	nieuwsrat
nieuwsratten	=	nieuwsrat
nieuwsshow	noun	een show waarin het nieuws wordt behandeld
nieuwsshows	=	nieuwsshow
nieuwssite	noun	website met nieuws als inhoud
nieuwssiteje	=	nieuwssite
nieuwssitejes	=	nieuwssite
nieuwssites	=	nieuwssite
nieuwsstation	noun	radio- of televisiezender waarop nieuwsprogramma's worden uitgezonden
nieuwsstations	=	nieuwsstation
nieuwsstorm	noun	nieuws dat zichzelf versterkt zonder dat er zich nieuwe feiten voordoen
nieuwsstormen	=	nieuwsstorm
nieuwsstormpje	=	nieuwsstorm
nieuwsstormpjes	=	nieuwsstorm
nieuwsstromen	=	nieuwsstroom
nieuwsstroom	noun	de zich steeds vernieuwende massa nieuwsberichten
nieuwsstroompje	=	nieuwsstroom
nieuwsstroompjes	=	nieuwsstroom
nieuwst	=	nieuw
nieuwstaat	noun	zoals gemaakt in een fabriek; zonder tekenen van gebruik of slijtage; zo goed als nieuw
nieuwstaten	=	nieuwstaat
nieuwste	=	nieuw
nieuwsuitzending	noun	radio- of televisieprogamma met nieuwsberichten
nieuwsuitzendingen	=	nieuwsuitzending
nieuwsuitzendinkje	=	nieuwsuitzending
nieuwsuitzendinkjes	=	nieuwsuitzending
nieuwsuren	=	nieuwsuur
nieuwsuur	noun	een radio- of tv-programma dat een uur lang nieuws brengt
nieuwsvoorziening	noun	het totaal van nieuws op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal vlak
nieuwsvoorzieningen	=	nieuwsvoorziening
nieuwswaarde	noun	de mate waarin iets als nieuws ervaren wordt
nieuwswaarden	=	nieuwswaarde
nieuwswaardes	=	nieuwswaarde
nieuwswaardig	adj	interessant en nieuw genoeg om als nieuws te worden gepubliceerd
nieuwswaardige	=	nieuwswaardig
nieuwswaardiger	=	nieuwswaardig
nieuwswaardigere	=	nieuwswaardig
nieuwswaardigers	=	nieuwswaardig
nieuwswaardigs	=	nieuwswaardig
nieuwswaardigst	=	nieuwswaardig
nieuwswaardigste	=	nieuwswaardig
nieuwswebsite	noun	een website waarop men het laatste nieuws kan lezen
nieuwswebsites	=	nieuwswebsite
nieuwszender	noun	een televisiezender die de gehele dag nieuws en achtergrondinformatie uitzendt
nieuwszenders	=	nieuwszender
nieuwt	=	nieuw
nieuwtestamentisch	adj	betreffend of zich bezighoudend met het Nieuwe Testament
nieuwtestamentische	=	nieuwtestamentisch
nieuwtestamentischer	=	nieuwtestamentisch
nieuwtestamentischere	=	nieuwtestamentisch
nieuwtestamentischers	=	nieuwtestamentisch
nieuwtje	noun	zeer recent nieuwsbericht
nieuwtjes	=	nieuwtje
nieuwverworven	adj	recent verkregen; recent geleerd
nieuwverworvens	=	nieuwverworven
nieuwvestiging	noun	het vestigen van een bedrijf, functie of instelling op een locatie waar deze voorheen nog niet aanwezig was
nieuwvestigingen	=	nieuwvestiging
nieuwvestigingetje	=	nieuwvestiging
nieuwvestigingetjes	=	nieuwvestiging
nieuwvorming	noun	ziekelijke uitgroei van weefsel
nieuwvormingen	=	nieuwvorming
nieuwwaarde	noun	de prijs die je moet betalen voor iets als het nog nieuw is, een term die vaak gebruikt wordt bij verzekeringen
nieuwwaarden	=	nieuwwaarde
nieuwwaardes	=	nieuwwaarde
nieuwzilver	noun	op zilver lijkende legering van zink, koper en nikkel
nieverans	adv	nergens
nieveranst	adv	nergens
nieze	=	niezen
niezen	verb	plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
niezend	=	niezen
niezende	=	niezen
nifal	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
nifals	=	nifal
niffo	noun	zoon van je broer of zus; zoon van je oom of tante
niffo's	=	niffo
niffootje	=	niffo
nifp	noun	Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie
nift	=	nicht
nifte	=	nicht
nifter	noun	overledene	adj	overleden
nifterde	=	nifteren
nifterden	=	nifteren
niftere	=	nifteren
nifteren	verb	overlijden
nifterend	=	nifteren
nifterende	=	nifteren
nifters	=	nifter
niftert	=	nifteren
nifty	adj|informal	mooi, chic
nifty's	=	nifty
niftye	=	nifty
niftyer	=	nifty
niftyere	=	nifty
niftyers	=	nifty
niftyst	=	nifty
niftyste	=	nifty
nigelle	noun	een geslacht Nigella een plantengeslacht uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
nigerees	noun	een inwoner van Niger, of iemand afkomstig uit Niger	adj	op Niger betrekking hebbend
nigereest	=	nigerees
nigereeste	=	nigerees
nigerese	noun	een vrouwelijke inwoner van Niger, of een vrouw afkomstig uit Niger
nigeresen	=	nigerese
nigereser	=	nigerees
nigeresere	=	nigerees
nigeresers	=	nigerees
nigerezen	=	nigerees
nigeriaan	noun	een inwoner van Nigeria, of iemand afkomstig uit Nigeria
nigeriaans	adj	gerelateerd aan Nigeria
nigeriaanse	noun	een inwoonster van Nigeria, of een vrouw afkomstig uit Nigeria
nigeriaansen	=	nigeriaanse
nigeriaanser	=	nigeriaans
nigeriaansere	=	nigeriaans
nigeriaansers	=	nigeriaans
nigeriaanst	=	nigeriaans
nigeriaanste	=	nigeriaans
nigeriaantje	=	nigeriaan
nigeriaantjes	=	nigeriaan
nigerianen	=	nigeriaan
nigerijn	noun	inwoner van Niger, of iemand afkomstig uit Niger
nigerisch	adj	betreft alles wat gerelateerd is aan de natie, het volk of de cultuur van Nigeria
nigerische	=	nigerisch
nigerischer	=	nigerisch
nigerischere	=	nigerisch
nigerischers	=	nigerisch
nigga	noun|informal	aanduiding voor de oorspronkelijke, donkerhuidige negroïde bewoners van Afrika ten zuiden van de Sahara, vaak als geuzennaam gebruikt, vooral in de hiphopcultuur
nigga's	=	nigga
nigger	noun	zwart mens
nightingalegors	noun	Nesospiza questi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
nightingalegorsje	=	nightingalegors
nightingalegorsjes	=	nightingalegors
nightingalegorzen	=	nightingalegors
nign	noun	melodie, onder andere voor godsdienstige teksten als gebedsteksten
nigoen	noun	melodie, onder andere voor godsdienstige teksten als gebedsteksten
nigoenem	=	nign
nigoeniem	=	nigoen
nigromantie	noun	magie die betrekking heeft op de dood en het weer opwekken of bezweren van allerlei wezens
nihil	pron	niets of nul
nihilbeding	noun	een afspraak, vaak in een echtscheidingsconvenant, waarin partners overeenkomen dat er geen partneralimentatie betaald hoeft te worden (een bedrag van 'nihil', oftewel nul).
nihilbedingen	=	nihilbeding
nihilbedingetje	=	nihilbeding
nihilbedingetjes	=	nihilbeding
nihilisme	noun	binnen de filosofie een begrip dat wordt gebruikt om de ontkenning van het bestaan van betekenis of waarde in de wereld aan te duiden
nihilismes	=	nihilisme
nihilismethe	=	nihilisme
nihilist	noun	zelfstandig denker die vindt dat voor werkelijke verbetering dingen die nu waardevol worden gevonden eerst tot niets moet worden teruggebracht en daarom niet buigt voor autoriteit of principe, ook niet als deze autoriteit of dit principe algemeen aanvaard is
nihiliste	noun	een zelfstandig denkster die niet buigt voor autoriteit of principe ook niet als deze autoriteit of dit principe algemeen aanvaard is; aanhangster van het nihilisme
nihilisten	=	nihilist
nihilistes	=	nihiliste
nihilistisch	adj	van, betreffende het nihilisme, getuigend van nihilisme
nihilistische	=	nihilistisch
nihilistischer	=	nihilistisch
nihilistischere	=	nihilistisch
nihilistischers	=	nihilistisch
nihoavink	noun	Telespiza ultima een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
nihoavinken	=	nihoavink
nihoavinkje	=	nihoavink
nihoavinkjes	=	nihoavink
nihonium	noun	een scheikundig element met het symbool Nh en het atoomnummer 113
nihoniumatomen	=	nihoniumatoom
nihoniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element nihonium.
nihoniumatoompje	=	nihoniumatoom
nihoniumatoompjes	=	nihoniumatoom
nij	=	nieuw
nijd	noun	grondige afkeer van iemand en het misgunnen van zijn bezit
nijdas	noun	een hatelijk, vinnig en chagrijnig persoon
nijdasje	=	nijdas
nijdasjes	=	nijdas
nijdassen	=	nijdas
nijdasserig	adj	hatelijk, chagrijnig
nijdasserige	=	nijdasserig
nijdasseriger	=	nijdasserig
nijdasserigere	=	nijdasserig
nijdasserigers	=	nijdasserig
nijdasserigs	=	nijdasserig
nijdasserigst	=	nijdasserig
nijdasserigste	=	nijdasserig
nijdassig	adj	nijdig, hatelijk, boos, driftig, malcontent, knorrig, mistevreden, vinnig
nijdassige	=	nijdassig
nijdassiger	=	nijdassig
nijdassigere	=	nijdassig
nijdassigers	=	nijdassig
nijdassigs	=	nijdassig
nijdassigst	=	nijdassig
nijdassigste	=	nijdassig
nijdig	adj	kwaad, woedend
nijdigaard	noun	een jaloers persoon
nijdigaards	=	nijdigaard
nijdige	=	nijdig
nijdiger	=	nijdig
nijdigere	=	nijdig
nijdigers	=	nijdig
nijdigheden	=	nijdigheid
nijdigheid	noun	zeer grote boosheid; met zeer grote vijandigheid
nijdigs	=	nijdig
nijdigst	=	nijdig
nijdigste	=	nijdig
nijdnagel	noun	klinknagel
nijdnagels	=	nijdnagel
nijdnageltje	=	nijdnagel
nijdnageltjes	=	nijdnagel
nijf	noun	mes	adj	niet gekloofd
nijg	adv	met veel gedrevenheid	adj	bijzonder aantrekkelijk
nijge	=	nijg
nijgen	verb	buigend groeten
nijgend	=	nijgen
nijgende	=	nijgen
nijger	=	nijg
nijgere	=	nijg
nijging	noun	knikkende beweging met hoofd en bovenlichaam om een persoon van hoge status te begroeten
nijgingen	=	nijging
nijginkje	=	nijging
nijginkjes	=	nijging
nijgst	=	nijg
nijgste	=	nijg
nijgt	=	nijgen
nijlantiloopje	=	nijlantilope
nijlantiloopjes	=	nijlantilope
nijlantilope	noun	Kobus megaceros is een antilope uit het geslacht Kobus.
nijlantilopen	=	nijlantilope
nijlantilopes	=	nijlantilope
nijlbaars	noun	Lates niloticus grootste zoetwatervis van Afrika met een maximale lengte van 175 cm, veel voorkomend in het Victoriameer
nijlbaarsje	=	nijlbaars
nijlbaarzen	=	nijlbaars
nijlgans	noun	Alopochen aegyptiacus een vanuit Egypte ingevoerde eendachtige gans
nijlgansje	=	nijlgans
nijlgansjes	=	nijlgans
nijlganzen	=	nijlgans
nijlgau	noun	Boselaphus tragocamelus is een grote antilope uit India. 'Nilgai' is Hindi voor "blauw rund".
nijlgaus	=	nijlgau
nijlgautje	=	nijlgau
nijlgautjes	=	nijlgau
nijlhoningzuiger	noun	Hedydipna metallica een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers) die voorkomt in NO-Afrika en het Arabisch schiereiland
nijlhoningzuigers	=	nijlhoningzuiger
nijlhoningzuigertje	=	nijlhoningzuiger
nijlhoningzuigertjes	=	nijlhoningzuiger
nijlkrokodil	noun	Crocodylus niloticus grote krokodil die ten zuiden van de Sahara leeft
nijlkrokodillen	=	nijlkrokodil
nijlmus	noun	Passer shelleyi een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
nijlmusje	=	nijlmus
nijlmusjes	=	nijlmus
nijlmussen	=	nijlmus
nijlpaard	noun	groot en zwaar in Afrika levend zoogdier, Hippopotamus amphibius, dat meestal in het water verblijft en een enorme muil heeft
nijlpaarden	noun	Hippopotamidae een familie van de evenhoevigen
nijlpaardje	=	nijlpaard
nijlpaardjes	=	nijlpaard
nijlroezet	noun	Rousettus aegyptiacus De nijlroezet of nijlrousette (Rousettus aegyptiacus of incorrect Rousettus egyptiacus) is een vleermuissoort uit de familie der vleerhonden (Pteropodidae) en het geslacht Rousettus.
nijlroezetje	=	nijlroezet
nijlroezetjes	=	nijlroezet
nijlroezetten	=	nijlroezet
nijlvaraan	noun	Varanus niloticus een hagedis uit de familie varanen (Varanidae)
nijlvaraantje	=	nijlvaraan
nijlvaraantjes	=	nijlvaraan
nijlvaranen	=	nijlvaraan
nijmeegs	adj	op Nijmegen betrekking hebbend
nijmeegse	noun	een vrouwelijke inwoner van Nijmegen, of een vrouw afkomstig uit Nijmegen
nijmeegsen	=	nijmeegse
nijmeegser	=	nijmeegs
nijmeegsere	=	nijmeegs
nijmeegsers	=	nijmeegs
nijmeegst	=	nijmeegs
nijmeegste	=	nijmeegs
nijmegenaar	noun	een inwoner van Nijmegen, of iemand afkomstig uit Nijmegen
nijmegenaars	=	nijmegenaar
nijmegenaren	=	nijmegenaar
nijnagel	noun	een aandoening van de nagel waarbij de huid langs de nagelriem is ingescheurd
nijnagels	=	nijnagel
nijp	=	nijpen
nijpe	=	nijpen
nijpen	verb	in het nauw brengen
nijpend	adj	ernstig
nijpende	=	nijpend
nijpender	=	nijpend
nijpendere	=	nijpend
nijpenders	=	nijpend
nijpends	=	nijpend
nijpendst	=	nijpend
nijpendste	=	nijpend
nijper	noun	tang, klem, nijptang
nijpers	=	nijper
nijpertje	=	nijper
nijpertjes	=	nijper
nijpt	=	nijpen
nijptang	noun	een tang met een in de lengterichting afgeplatte bek bedoeld om er ingeslagen spijkers mee uit te trekken
nijptangen	=	nijptang
nijptangetje	=	nijptang
nijptangetjes	=	nijptang
nijven	=	nijf
nijver	adj	hard werkend
nijveraar	noun	industrieel, fabrikant
nijveraars	=	nijveraar
nijverder	=	nijver
nijverdere	=	nijver
nijverders	=	nijver
nijvere	=	nijver
nijverheden	=	nijverheid
nijverheid	noun	elk bedrijf waarbij grondstoffen worden verwerkt
nijverheidsconsulent	noun	consulent die op aanvraag technische voorlichting geeft aan industriële bedrijven
nijverheidsconsulenten	=	nijverheidsconsulent
nijverheidsconsulentje	=	nijverheidsconsulent
nijverheidsconsulentjes	=	nijverheidsconsulent
nijverheidsonderwijs	noun	onderwijs in praktische kennis nodig voor het uitvoeren van een beroep of vak
nijverheidsscholen	=	nijverheidsschool
nijverheidsschool	noun	school voor huishoud- en nijverheidsonderwijs
nijverheidsschooltje	=	nijverheidsschool
nijverheidsschooltjes	=	nijverheidsschool
nijverig	adj	hard werkend
nijverige	=	nijverig
nijveriger	=	nijverig
nijverigere	=	nijverig
nijverigers	=	nijverig
nijverigs	=	nijverig
nijverigst	=	nijverig
nijverigste	=	nijverig
nijvers	=	nijver
nijverst	=	nijver
nijverste	=	nijver
nik	=	nikken
nikaab	noun	sluier die het gezicht bedekt en alleen de ogen vrijlaat
nikaabs	=	nikaab
nikab	noun	sluier die het gehele gezicht bedekt en alleen de ogen vrij laat, gedragen door moslimvrouwen
nikabs	=	nikab
nikasil	noun	een legering bestaande uit nikkel en siliciumcarbide dat wordt gebruikt als coating in cilinders van verbrandingsmotoren
nikasils	=	nikasil
nikke	=	nikken
nikkei-index	noun	beursindex van Tokio
nikkel	noun	scheikundig element met symbool Ni en atoomnummer 28. Het is een zilverwit/grijs overgangsmetaal
nikkel-cadmium-accu	noun	een droge accu (oplaadbare batterij) op basis van nikkel en cadmium.
nikkel-cadmium-accu's	=	nikkel-cadmium-accu
nikkel-cadmium-accuutje	=	nikkel-cadmium-accu
nikkel-cadmium-accuutjes	=	nikkel-cadmium-accu
nikkel-metaalhydride-accu	noun	een oplaadbare batterij op basis van nikkel en een metaalhydride, die lijkt op de nikkel-waterstof-accu
nikkel-metaalhydride-accu's	=	nikkel-metaalhydride-accu
nikkel-metaalhydride-accuutje	=	nikkel-metaalhydride-accu
nikkel-metaalhydride-accuutjes	=	nikkel-metaalhydride-accu
nikkel-waterstof-accu	noun	een oplaadbare elektrochemische energiebron op basis van nikkel en waterstof.
nikkel-waterstof-accu's	=	nikkel-waterstof-accu
nikkel-waterstof-accuutje	=	nikkel-waterstof-accu
nikkel-waterstof-accuutjes	=	nikkel-waterstof-accu
nikkelatomen	=	nikkelatoom
nikkelatoom	noun	een atoom van het chemisch element nikkel.
nikkelatoompje	=	nikkelatoom
nikkelatoompjes	=	nikkelatoom
nikkelen	adj	van nikkel vervaardigd
nikkelijzer	noun	materiaal hoofdzakelijk bestaande uit ijzer met een bijmenging van vooral nikkel (met een percentage variërend tussen 8 en 13%) dat voorkomt in o.a. planetoïden en meteorieten en in de kern van planeten
nikkelkoper	noun	legering van nikkel en koper
nikkelkopers	=	nikkelkoper
nikkelkopertje	=	nikkelkoper
nikkelkopertjes	=	nikkelkoper
nikkellegering	noun	legering waarin nikkel de belangrijkste component is
nikkellegeringen	=	nikkellegering
nikkellegerinkje	=	nikkellegering
nikkellegerinkjes	=	nikkellegering
nikkels	=	nikkel
nikkeltje	=	nikkel
nikkeltjes	=	nikkel
nikken	verb	knikken, buigen, knakken, vouwen
nikkend	=	nikken
nikker	noun	laatdunkende term voor "neger", een oorspronkelijke, donkerhuidige bewoner van Afrika ten zuiden van de Sahara #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
nikkers	=	nikker
nikkertje	=	nikker
nikkertjes	=	nikker
nikkozilverspar	noun	Abies homolepis een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
nikkozilversparren	=	nikkozilverspar
niknakje	noun	klein koekje, vaak in de vorm van een letter
nikoed	noun	markering met diakriet waarmee in Hebreeuwse tekst klinkers kunnen worden aangegeven
nikoeds	=	nikoed
niks	pron	geen enkel ding
niksdoen	verb	niet actief zijn
niksdoende	=	niksdoen
nikse	=	niksen
niksen	verb|informal	niets doen
niksend	=	niksen
niksende	=	niksen
nikserig	adj	onbeduidend, niets te betekenen hebbend
nikserige	=	nikserig
nikseriger	=	nikserig
nikserigere	=	nikserig
nikserigers	=	nikserig
nikserigs	=	nikserig
nikserigst	=	nikserig
nikserigste	=	nikserig
niksig	adj	van iets dat het eigenlijk geen uitgesproken eigenschappen heeft
niksige	=	niksig
niksiger	=	niksig
niksigere	=	niksig
niksigers	=	niksig
niksigs	=	niksig
niksigst	=	niksig
niksigste	=	niksig
niksje	noun	het blote, naakte lichaam zonder bedekt te zijn met kleren
niksjes	=	niksje
niksnut	noun	iemand die niets nuttigs uitvoert
niksnutje	=	niksnut
niksnutjes	=	niksnut
niksnutteken	=	niksnut
niksnutten	=	niksnut
nikst	=	niksen
nikste	=	niksen
niksten	=	niksen
nikt	=	nikken
nikte	=	nikken
nikten	=	nikken
nilgirigoudlijster	noun	Zoothera neilgherriensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
nilgirigoudlijsters	=	nilgirigoudlijster
nilgirigoudlijstertje	=	nilgirigoudlijster
nilgirigoudlijstertjes	=	nilgirigoudlijster
nilgirihoningvogel	noun	Dicaeum concolor een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
nilgirihoningvogels	=	nilgirihoningvogel
nilgirihoningvogeltje	=	nilgirihoningvogel
nilgirihoningvogeltjes	=	nilgirihoningvogel
nilgirihoutduif	noun	Columba elphinstonii een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
nilgirihoutduifje	=	nilgirihoutduif
nilgirihoutduifjes	=	nilgirihoutduif
nilgirihoutduiven	=	nilgirihoutduif
nilgirikortvleugel	noun	Sholicola major een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
nilgirikortvleugelen	=	nilgirikortvleugel
nilgirikortvleugels	=	nilgirikortvleugel
nilgirikortvleugeltje	=	nilgirikortvleugel
nilgirikortvleugeltjes	=	nilgirikortvleugel
nilgirilijstergaai	noun	Montecincla cachinnans een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
nilgirilijstergaaien	=	nilgirilijstergaai
nilgirilijstergaaitje	=	nilgirilijstergaai
nilgirilijstergaaitjes	=	nilgirilijstergaai
nilgirimarter	noun	bepaald soort zoogdier, Martes gwatkinsii uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae) die voorkomt in het zuiden van India De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Horsfield in 1851.
nilgirimarters	=	nilgirimarter
nilgirimartertje	=	nilgirimarter
nilgirimartertjes	=	nilgirimarter
nilgiripieper	noun	Anthus nilghiriensis een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
nilgiripiepers	=	nilgiripieper
nilgiripiepertje	=	nilgiripieper
nilgiripiepertjes	=	nilgiripieper
nilgirithargeit	noun	Nilgiritragus hylocrius is een holhoornige uit de berggraslanden van de Nilgiri en het zuidelijke deel van de West-Ghats in Tamil Nadu en Kerala (Zuid-India).
nilgirithargeiten	=	nilgirithargeit
nilgirithargeitje	=	nilgirithargeit
nilgirithargeitjes	=	nilgirithargeit
nilgirivliegenvanger	noun	Eumyias albicaudatus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
nilgirivliegenvangers	=	nilgirivliegenvanger
nilgirivliegenvangertje	=	nilgirivliegenvanger
nilgirivliegenvangertjes	=	nilgirivliegenvanger
nillubergrat	noun	Rattus montanus knaagdier uit het geslacht Rattus dat voorkomt in de bergen van Sri Lanka, in de Centrale Provincie en de provincie Uva.
nillubergratje	=	nillubergrat
nillubergratjes	=	nillubergrat
nillubergratten	=	nillubergrat
niltava	noun	Niltava een geslacht van zangvogels uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae)
niltava's	noun	een geslacht Cyornis van zangvogels uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae).
niltavaatje	=	niltava
niltavaatjes	=	niltava
nimbadrongovliegenvanger	noun	Melaenornis annamarulae een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
nimbadrongovliegenvangers	=	nimbadrongovliegenvanger
nimbadrongovliegenvangertje	=	nimbadrongovliegenvanger
nimbadrongovliegenvangertjes	=	nimbadrongovliegenvanger
nimbavliegenvanger	noun	Batis occulta een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
nimbavliegenvangers	=	nimbavliegenvanger
nimbavliegenvangertje	=	nimbavliegenvanger
nimbavliegenvangertjes	=	nimbavliegenvanger
nimbus	noun	ring van licht om het hoofd van een heilige of een godheid
nimbusje	=	nimbus
nimbusjes	=	nimbus
nimbussen	=	nimbus
nimby	noun	een begrip uit de ruimtelijke ordening om aan te duiden dat veel mensen wel gebruik willen maken van voorzieningen, maar er geen hinder van willen ondervinden
nimby's	=	nimby
nimf	noun	een Griekse halfgodin en daimon die in de natuur leeft, en vaak gebonden is aan een bepaalde plek of plantensoort, meestal voorgesteld in de gedaante van een aantrekkelijk meisje
nimfen	=	nimf
nimfje	=	nimf
nimfjes	=	nimf
nimfkruid	noun	een geslacht Najas van waterplanten uit de waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae).
nimfkruiden	=	nimfkruid
nimfkruidje	=	nimfkruid
nimfkruidjes	=	nimfkruid
nimfomaan	=	nymfomaan
nimfvleermuis	noun	Myotis alcathoe een vleermuis uit het geslacht Myotis die voorkomt in Europa.
nimfvleermuisje	=	nimfvleermuis
nimfvleermuisjes	=	nimfvleermuis
nimfvleermuizen	=	nimfvleermuis
nimmer	adv|formal	op geen enkel moment
nimmermeer	adv	geen enkele keer; nooit meer
nimrod	noun	iemand die graag, vaak of met veel succes jaagt
nimrods	=	nimrod
ningaui	noun	zoogdier uit het geslacht Ningaui van echte roofbuideldieren uit de geslachtengroep Sminthopsini.
ningaui's	noun	Ningaui een geslacht van echte roofbuideldieren uit de geslachtengroep Sminthopsini.
ningauietje	=	ningaui
ningauietjes	=	ningaui
ninja	noun	geheim agent of huurling in de Japanse middeleeuwen, de figuur van een ninja komt veelvuldig voor in de populaire cultuur als een angstaanjagende, heimelijke strijder het prototype van een marinier, soldaat van de special forces.
ninja's	=	ninja
ninjaatje	=	ninja
ninjaatjes	=	ninja
ninovieter	noun	een inwoner van Ninove, of iemand afkomstig uit Ninove
ninovieters	=	ninovieter
ninovietertje	=	ninovieter
ninovietertjes	=	ninovieter
nintendo-generatie	noun	generatie die is opgegroeid met de speelcomputer
nintendo-generaties	=	nintendo-generatie
nintendo-generatietje	=	nintendo-generatie
nintendo-generatietjes	=	nintendo-generatie
niobium	noun	scheikundig element met symbool Nb en atoomnummer 41. Het is een glanzend grijs/blauwachtig overgangsmetaal
niobiumatomen	=	niobiumatoom
niobiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element niobium.
niobiumatoompje	=	niobiumatoom
niobiumatoompjes	=	niobiumatoom
nip	=	nippen
nipje	noun	een klein slokje, meer om te proeven dan om echt te drinken
nipjes	=	nipje
nippe	=	nippen
nippel	noun	tepel zn
nippels	=	nippel
nippeltje	=	nippel
nippeltjes	=	nippel
nippen	verb	iets met kleine slokjes drinken
nippend	=	nippen
nippende	=	nippen
nipper	noun	iemand met heel kleine teugjes drinkt
nippers	=	nipper
nippertje	=	nipper
nippertjes	=	nipper
nipt	adj	maar net voldoende, maar net op tijd
nipte	=	nipt
nipten	=	nippen
nipter	=	nipt
niptere	=	nipt
nipters	=	nipt
nipts	=	nipt
niptst	=	nipt
niptste	=	nipt
nirwana	noun	de hoogste staat die door de mens bereikt kan worden, en waardoor heiligheid behaald wordt; toestand van volkomen rust
nis	noun	een inham in een muur
nisan	noun	eerste maand van het joodse jaar, in maart-april (Est. 3:7, Neh. 2:1); zevende maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
nisiem	=	nes
nisje	=	nis
nisjes	=	nis
nisoeïen	noun	huwelijk
nissen	=	nis
nissenhut	noun	halfronde barak gemaakt van gegolfd plaatstaal
nissenhutten	=	nissenhut
nistrilspin	noun	Pholcus opilionoides een spinnensoort uit de familie trilspinnen (Pholcidae).
nistrilspinnen	=	nistrilspin
nistrilspinnetje	=	nistrilspin
nistrilspinnetjes	=	nistrilspin
nitraat	noun	een zout van salpeterzuur dat het ion NO₃⁻ bevat
nitraatfilm	noun	uiterst brandbare uit cellulosenitraat vervaardigde film, na de Tweede Wereldoorlog vervangen door de duurzamere acetaatfilm
nitraatfilmpje	=	nitraatfilm
nitraatfilmpjes	=	nitraatfilm
nitraatfilms	=	nitraatfilm
nitraatje	=	nitraat
nitraatjes	=	nitraat
nitraatzout	noun	een zout van salpeterzuur dat het ion NO₃⁻ bevat
nitraatzouten	=	nitraatzout
nitraten	=	nitraat
nitratie	noun	het nitreren
nitraties	=	nitratie
nitratietje	=	nitratie
nitratietjes	=	nitratie
nitreer	=	nitreren
nitreerde	=	nitreren
nitreerden	=	nitreren
nitreert	=	nitreren
nitrere	=	nitreren
nitreren	verb	een materiaal behandelen met geconcentreerd salpeterzuur
nitrerend	=	nitreren
nitrerende	=	nitreren
nitride	noun	een verbinding van stikstof waarin dit element in de oxidatietoestand -3 optreedt
nitriden	=	nitride
nitrides	=	nitride
nitriet	noun	een zout dat het ion NO₂⁻ bevat
nitrieten	=	nitriet
nitril	noun	een organische verbinding met de functionele groep -C≡N
nitrillen	=	nitril
nitrofen	noun	een synthetisch onkruidbestrijdingsmiddel (herbicide) dat in de jaren 70 op de markt werd gebracht.
nitrofiel	adj	met een voorkeur voor een stikstofrijke bodem
nitrofiele	=	nitrofiel
nitrofiels	=	nitrofiel
nitrogeen	noun	stikstof
nitroglycerine	noun	vloeibare springstof, bereid uit glycerol, zwavel- en salpeterzuur die bij kleine trillingen kan ontploffen
nitroglycerinen	=	nitroglycerine
nitroglycerines	=	nitroglycerine
nitroniumion	noun	een zeer instabiel kation met als brutoformule NO₂⁺
nitroniumtetrafluorboraat	noun	een anorganische verbinding met als brutoformule NO₂BF₄
nitroverbinding	noun	een organische verbinding waarin één of meer waterstofatomen zijn vervangen door een nitrogroep (NO₂), direct gebonden aan een koolstofatoom
nitroverbindingen	=	nitroverbinding
nitroverbindinkje	=	nitroverbinding
nitroverbindinkjes	=	nitroverbinding
nitwit	noun	iemand met weinig of geen kennis van zaken
nitwitje	=	nitwit
nitwitjes	=	nitwit
nitwits	=	nitwit
niveau	noun	rang in een hiërarchie, stadium van ontwikkeling, plaats in een rangschikking van hoog naar laag; rangschikking van groot naar klein
niveau-ijking	noun	het proces waarbij de moeilijkheidsgraad en de normering van verschillende toetsen of examens—vaak in het onderwijs op elkaar worden afgestemd.
niveau-ijkingen	=	niveau-ijking
niveau-ijkinkje	=	niveau-ijking
niveau-ijkinkjes	=	niveau-ijking
niveauaanduiding	noun	aanduiding (vaak letters/cijfers zoals A1-C2 of 1F-4F) die iemands vaardigheid, kennis of de moeilijkheidsgraad van een taak of tekst meet.
niveauaanduidingen	=	niveauaanduiding
niveauaanduidinkje	=	niveauaanduiding
niveauaanduidinkjes	=	niveauaanduiding
niveauoverstijgend	adj	van iets dat het de grenzen van een specifiek niveau (zoals opleidingsniveau, functieniveau of schooljaar) overschrijdt, verbindt of overstijgt
niveauoverstijgende	=	niveauoverstijgend
niveauoverstijgender	=	niveauoverstijgend
niveauoverstijgendere	=	niveauoverstijgend
niveauoverstijgenders	=	niveauoverstijgend
niveauoverstijgends	=	niveauoverstijgend
niveauoverstijgendst	=	niveauoverstijgend
niveauoverstijgendste	=	niveauoverstijgend
niveaus	=	niveau
niveautje	=	niveau
niveautjes	=	niveau
niveauverschil	noun	het hoogte verschil tussen twee gebieden
niveauverschillen	=	niveauverschil
niveauverschilletje	=	niveauverschil
niveauverschilletjes	=	niveauverschil
niveauverzameling	noun	is een verzameling van de vorm { (x₁,...,xₙ) | f(x₁,...,xₙ) = c } waar c een constante is.
niveauverzamelingen	=	niveauverzameling
niveauverzamelingetje	=	niveauverzameling
niveauverzamelingetjes	=	niveauverzameling
niveauvlak	noun	waterpasvlak, dat loodrecht staat op de zwaartekracht
niveauvlakje	=	niveauvlak
niveauvlakjes	=	niveauvlak
niveauvlakken	=	niveauvlak
nivelleer	=	nivelleren
nivelleerde	=	nivelleren
nivelleerden	=	nivelleren
nivelleeren	=	nivelleren
nivelleert	=	nivelleren
nivellere	=	nivelleren
nivelleren	verb	gelijk maken, op gelijk niveau brengen
nivellerend	adj	verschillend verkleinend
nivellerende	=	nivelleren
nivellerender	=	nivellerend
nivellerendere	=	nivellerend
nivellerenders	=	nivellerend
nivellerends	=	nivellerend
nivellerendst	=	nivellerend
nivellerendste	=	nivellerend
nivellering	noun	het verminderen of verdwijnen van inkomensverschillen
nivelleringen	=	nivellering
nivelleringsfeestje	noun	het vieren dat nivelleren mogelijk is om de kloof tussen armste en rijkste Nederlander te verkleinen
nivelleringsfeestjes	=	nivelleringsfeestje
nivometer	noun	een toestel dat de hoeveelheid gevallen sneeuw (d.i. vaste neerslag) meet
nivometers	=	nivometer
nivometertje	=	nivometer
nivometertjes	=	nivometer
nix	=	niks
niëlleer	=	niëlleren
niëlleerde	=	niëlleren
niëlleerden	=	niëlleren
niëlleert	=	niëlleren
niëllere	=	niëlleren
niëlleren	verb	een edelsmeedtechniek waarbij de in het metaal -bij voorkeur zilver- gegraveerde lijnen met zwartsel worden opgevuld
niëllerend	=	niëlleren
niëllerende	=	niëlleren
niëllo	noun	een vorm van zwartsel bestaande uit sulfide van zilver, goud of koper
njai	noun|historical	Aziatische vrouw die als meisje bij een alleenstaande Europese man ging werken als huishoudster, sekspartner en vaak verzorgster voor de kinderen die uit dit concubinaat ontstonden
njais	=	njai
njet	noun	een zeer duidelijk nee
njets	=	njet
njonja	noun	echtgenote van een Chinees of Europeaan
njonja's	=	njonja
nk	noun	een kampioenschap waarin de besten van Nederland het tegen elkaar opnemen
nk's	=	nk
nk'tje	=	nk
nk'tjes	=	nk
nko	noun	afkorting voor: neus-, keel- en oorheelkunde
nko-arts	noun	een medisch specialist op het gebied van otorinolaryngologie, die zich bezighoudt met onderzoek en behandeling van aandoeningen van keel, neus en oren
nko-artsen	=	nko-arts
nkulengural	noun	Himantornis haematopus een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
nkulengurallen	=	nkulengural
nkulenguralletje	=	nkulengural
nkulenguralletjes	=	nkulengural
nmbs-station	noun	station van de Belgische Spoorwegen
nmbs-stations	=	nmbs-station
nml	=	namelijk
nno	abbrev	noordnoordoost
nnw	abbrev	noordnoordwest
no	adv	alsjeblieft, maakt van een voorafgaande opdracht een vriendelijk verzoek
no-budget	adj	met zeer weinig geld gemaakt
no-budgets	=	no-budget
no-claim	noun	van no-claimkorting
no-claimkorting	noun	korting die verzekerde krijgt op de verzekeringspremie als hij langere tijd geen schade laat vergoeden door de verzekeringsmaatschappij
no-claimkortingen	=	no-claimkorting
no-claims	=	no-claim
no-flyzone	noun	een gebied waar een vliegverbod heerst
no-flyzones	=	no-flyzone
no-go	noun	verbod
no-go's	=	no-go
no-goarea	noun	een gebied zo gevaarlijk dat niemand het durft te betreden
no-goarea's	=	no-goarea
no-gogebied	noun	gebied dat zo gevaarlijk en onveilig is dat men er beter niet naar toe kan gaan
no-gogebieden	=	no-gogebied
no-gozone	noun	gebied dat zo gevaarlijk en onveilig is dat men er beter niet naar toe kan gaan
no-gozones	=	no-gozone
no-iron	adj	niet gestreken hoeven te worden
no-nonsense	adj	geen flauwekul, zonder overbodige opsmuk, ter zake, zonder omwegen
no-showpatiënt	noun	persoon die zonder afzeggen niet verschijnt op een afspraak met een hulpverlener
no-showpatiënten	=	no-showpatiënt
no-showpatiëntje	=	no-showpatiënt
no-showpatiëntjes	=	no-showpatiënt
noachidisch	adj	in 'noachidische geboden': ook bestemd voor niet-joden
noachidische	=	noachidisch
noachitisch	adj	in 'noachitische geboden': ook bestemd voor niet-joden
noachitische	=	noachitisch
noachitischer	=	noachitisch
noachitischere	=	noachitisch
noachitischers	=	noachitisch
nobel	adj	eerbiedwaardig.
nobelcomiteetje	=	nobelcomité
nobelcomiteetjes	=	nobelcomité
nobelcomité	noun	groep mensen uit Noorwegen die bepaalt wie de Nobelprijs voor de vrede verdient
nobelcomités	=	nobelcomité
nobele	=	nobel
nobeler	=	nobel
nobelere	=	nobel
nobelers	=	nobel
nobelheden	=	nobelheid
nobelheid	noun	het eerbiedwaardig zijn, het eerlijk en oprecht zijn
nobelium	noun	een scheikundig element met symbool No en atoomnummer 102.
nobeliumatomen	=	nobeliumatoom
nobeliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element nobelium.
nobeliumatoompje	=	nobeliumatoom
nobeliumatoompjes	=	nobeliumatoom
nobelprijs	noun	een jaarlijkse geldprijs voor wetenschappers en anderen die een opmerkelijke prestatie hebben geleverd
nobelprijsje	=	nobelprijs
nobelprijsjes	=	nobelprijs
nobelprijswinnaar	noun	persoon of organisatie die een Nobelprijs heeft ontvangen
nobelprijswinnaars	=	nobelprijswinnaar
nobelprijzen	=	nobelprijs
nobels	=	nobel
nobelst	=	nobel
nobelste	=	nobel
nobiljon	noun	iemand van adel
nobiljons	=	nobiljon
noblesse	noun	het behoren tot de adellijke, hoogstaande klasse
noblesses	=	noblesse
nobody	noun	iemand die onbelangrijk is
nobody's	=	nobody
nocebo	noun	niet-pathogene stof of werking die dankzij inbeelding van de patiënt een nadelig gezondheidseffect teweegbrengt zoals het lezen van de bijwerkingen van een bijsluiter
nocebo's	=	nocebo
nocebootje	=	nocebo
nocebootjes	=	nocebo
noch	conj|formal	en (ook) niet
nochtans	adv	luidt een zin in die een onverwachte tegenstelling uitdrukt
noctuaria	=	noctuarium
noctuarium	noun	verblijfplaats voor nachtdieren in dierentuinen
noctuariumpje	=	noctuarium
noctuariumpjes	=	noctuarium
nocturne	noun	een melancholiek, dromerig en romantisch muziekstuk
nocturnes	=	nocturne
nocturnivoor	noun	iemand die vooral 's-nachts eet
nocturnivoren	=	nocturnivoor
nocturnus	adj	nachtelijk
noddy	noun	Anous stolidus een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae).
noddy's	noun	een geslacht Anous van vogels uit de familie van de meeuwen (Laridae).
noddy'tje	=	noddy
noddy'tjes	=	noddy
node	adv	terwijl er veel behoefte aan was
nodeloos	adj	zonder noodzaak	adv	zonder noodzaak
nodeloost	=	nodeloos
nodelooste	=	nodeloos
nodeloze	=	nodeloos
nodelozer	=	nodeloos
nodelozere	=	nodeloos
nodelozers	=	nodeloos
noden	verb	verleiden tot, vragen om
nodend	=	noden
nodende	=	noden
nodeus	adj	knobbelig
nodig	adj	waar behoefte aan is; wat noodzakelijk is
nodigde	=	nodigen
nodigden	=	nodigen
nodige	=	nodig
nodigen	verb	~ tot iets aantrekkelijk maken
nodigend	=	nodigen
nodigende	=	nodigen
nodiger	noun	iemand die nodigt
nodigere	=	nodig
nodigers	=	nodig
nodigs	=	nodig
nodigst	=	nodig
nodigste	=	nodig
nodigt	=	nodigen
nodulair	adj	knobbelachtig
nodulaire	=	nodulair
nodulairs	=	nodulair
noe	intj	nou?, en?, nu?
noedel	noun	dun uitgerold en in reepjes gesneden gekookt deegwaar van tarwebloem, eieren en water, meestal als voorgerecht gegeten
noedels	=	noedel
noedelsoep	noun	vloeibaar gerecht met o.a. noedels
noedelsoepen	=	noedelsoep
noedelsoepje	=	noedelsoep
noedelsoepjes	=	noedelsoep
noedeltje	=	noedel
noedeltjes	=	noedel
noednik	noun	zeurpiet, lastpost
noednikiem	=	noednik
noedniks	=	noednik
noeg	=	noegen
noegde	=	noegen
noegden	=	noegen
noege	=	noegen
noegen	verb|obsolete	tevreden zijn met iets
noegend	=	noegen
noegende	=	noegen
noegt	=	noegen
noem	=	noemen
noemde	=	noemen
noemden	=	noemen
noeme	=	noemen
noemen	verb	met een naam aanduiden
noemend	adj	van een persoon dat deze zichzelf een naam geeft
noemende	=	noemen
noemends	=	noemend
noemenswaard	adj	van belang, belangrijk, het noemen waard
noemenswaarde	=	noemenswaard
noemenswaarder	=	noemenswaard
noemenswaardere	=	noemenswaard
noemenswaarders	=	noemenswaard
noemenswaardig	adj	van belang, belangrijk, het noemen waard
noemenswaardige	=	noemenswaardig
noemenswaardiger	=	noemenswaardig
noemenswaardigere	=	noemenswaardig
noemenswaardigers	=	noemenswaardig
noemenswaardigs	=	noemenswaardig
noemenswaardigst	=	noemenswaardig
noemenswaardigste	=	noemenswaardig
noemenswaards	=	noemenswaard
noemenswaardst	=	noemenswaard
noemenswaardste	=	noemenswaard
noemer	noun	het getal onder de streep van een breuk
noemers	=	noemer
noemertje	=	noemer
noemertjes	=	noemer
noemt	=	noemen
noemvorm	noun	infinitief
noemvormen	=	noemvorm
noen	noun	veertiende letter van het alfabet
noenen	=	noen
noenmaal	noun	het middagmaal
noenmalen	=	noenmaal
noens	=	noen
noentje	=	noen
noes	adj	scheef, dwars, schuin
noesach	noun	geheel van traditionele melodiepatronen, met name bij de muzikale voordracht in de synagoge (vaak met een nadere bepaling van dat geheel, zoals in 'noesach Sefard' of 'noesach jamiem noraïem')
noeschaot	=	noesach
noest	adj	onvermoeibaar ijverig, met name fysiek	adv	op noeste wijze
noeste	=	noest
noesten	=	noest
noester	=	noest
noestere	=	noest
noesters	=	noest
noestig	adj	van hout dat het veel knoesten bevat; ook in figuurlijke zin van andere zaken dan hout
noestige	=	noestig
noestiger	=	noestig
noestigere	=	noestig
noestigers	=	noestig
noestigs	=	noestig
noestigst	=	noestig
noestigste	=	noestig
noests	=	noest
noestst	=	noest
noestste	=	noest
nog	adv	tot op dit moment
noga	noun	zoete lekkernij bereid uit honing, suiker en glucosestroop, stijfgeklopte eiwitten en geroosterde noten (amandelen, walnoten, hazelnoten of pistachenoten) en/of gekonfijte of gedroogde vruchten
noga-ijs	noun	consumptie-ijs vervaardigd van noga
noga-ijsje	=	noga-ijs
noga-ijsjes	=	noga-ijs
nogal	adv	tamelijk, in aanzienlijke mate
nogmaals	adv	nog een keer , opnieuw
nok	noun	het hoogste gedeelte van een schuin dak
nokay	intj	ja-nee; een instemmende afkeuring of een afkeurende instemming
nokbalk	noun	horizontaal geplaatste balk in de top van de kapconstructie, waar sporen en/ of dakbeschot op zijn bevestigd
nokbalken	=	nokbalk
nokje	=	nok
nokjes	=	nok
nokke	=	nokken
nokken	verb	ophouden, weggaan
nokkenas	noun	as voorzien van excentrieken die bij een verbrandingsmotor het openen en sluiten van de kleppen regelt
nokkenasje	=	nokkenas
nokkenasjes	=	nokkenas
nokkenassen	=	nokkenas
nokkend	=	nokken
nokkende	=	nokken
nokkeval	noun	de lijn waarmee de top van het zeil in de mast gehesen wordt op een zeilschip
nokkevallen	=	nokkeval
nokkevalletje	=	nokkeval
nokkevalletjes	=	nokkeval
nokkievol	adj|informal	zo gevuld dat er niets meer bij kan
nokkievolle	=	nokkievol
nokkievoller	=	nokkievol
nokkievollere	=	nokkievol
nokkievollers	=	nokkievol
nokkievols	=	nokkievol
nokkievolst	=	nokkievol
nokkievolste	=	nokkievol
noklijn	noun	hoogste horizontale lijn van een bouwwerk; hoogste gedeelte van een schuin dak waar de twee schuine vlakken elkaar raken
noklijnen	=	noklijn
nokt	=	nokken
nokte	=	nokken
nokten	=	nokken
nokvol	adj	zo vol dat er niets meer bij kan
nokvolle	=	nokvol
nokvols	=	nokvol
nol	noun	kleine verhoging in het terrein
nolde	=	nollen
nolden	=	nollen
nolle	noun	kleine verhoging in het terrein
nollen	verb	neuken
nollend	=	nollen
nollende	=	nollen
nolletje	=	nol
nolletjes	=	nol
nolt	=	nollen
nomaadje	=	nomade
nomaadjes	=	nomade
nomade	noun	Mensen of bevolkingsgroepen die geen vaste woon- of verblijfplaats hebben.
nomaden	=	nomade
nomadenstam	noun	een rondzwervende stam zonder vaste woonplaats
nomadenstammen	=	nomadenstam
nomadenstammetje	=	nomadenstam
nomadenstammetjes	=	nomadenstam
nomadenvolk	noun	volk waarvan de mensen niet op een vaste plaats wonen; volk met veehouders die met hun vee meereizen
nomadenvolken	=	nomadenvolk
nomadenvolkeren	=	nomadenvolk
nomadenvolkje	=	nomadenvolk
nomadenvolkjes	=	nomadenvolk
nomadetje	=	nomade
nomadisch	adj	niet gebonden aan een vaste plek
nomadische	=	nomadisch
nomadischer	=	nomadisch
nomadischere	=	nomadisch
nomadischers	=	nomadisch
nomadisme	noun	leven zonder vaste woonplaats
nomen	noun	zelfstandig naamwoord.
nomenclator	noun	lijst of woordenboek van namen of vaktermen
nomenclatoren	=	nomenclator
nomenclators	=	nomenclator
nomenclatortje	=	nomenclator
nomenclatortjes	=	nomenclator
nomenclaturen	=	nomenclatuur
nomenclatuur	noun	systematische (wetenschappelijke) naamgeving
nomenklatoera	noun	" verzamelterm voor de groep van mensen die vanwege hun relatie met de Communistische Partij belangrijke functies vervullen
nomina	=	nomen
nominaal	adj	in geldswaarde uitgedrukt
nominaals	=	nominaal
nominaalst	=	nominaal
nominaalste	=	nominaal
nominale	=	nominaal
nominalen	=	nominaal
nominaler	=	nominaal
nominalere	=	nominaal
nominalers	=	nominaal
nominalisme	noun	filosofie die de algemene begrippen slechts als namen beschouwt en hun iedere werkelijkheidswaarde ontzegt
nominalist	noun	aanhanger van het nominalisme
nominalisten	=	nominalist
nominalistisch	adj	volgens de leer van het nominalisme
nominalistische	=	nominalistisch
nominalistischer	=	nominalistisch
nominalistischere	=	nominalistisch
nominalistischers	=	nominalistisch
nominatie	noun	voordracht van personen, genoemd worden als gelukkige of slachtoffer voor een bepaald proces
nominatief	noun	eerste van de 8 naamvallen van de Indo-Europese talen Deze vorm wordt meestal gebruikt voor onderwerp em naamwoordelijk deel van het gezegde	adj	gesteld op naam van iemand
nominatiefje	=	nominatief
nominatiefs	=	nominatief
nominatiefst	=	nominatief
nominatiefste	=	nominatief
nominaties	=	nominatie
nominatietje	=	nominatie
nominatieve	=	nominatief
nominatieven	=	nominatief
nominatiever	=	nominatief
nominatievere	=	nominatief
nominatievers	=	nominatief
nominator	noun	de persoon die nomineert
nominatoren	=	nominator
nominators	=	nominator
nominatortje	=	nominator
nominatortjes	=	nominator
nomineer	=	nomineren
nomineerde	=	nomineren
nomineerden	=	nomineren
nomineert	=	nomineren
nominere	=	nomineren
nomineren	verb	noemen, benoemen (voor een functie)
nominerend	=	nomineren
nominerende	=	nomineren
nomofobe	=	nomofoob
nomofoben	=	nomofoob
nomofober	=	nomofoob
nomofobere	=	nomofoob
nomofobers	=	nomofoob
nomofobie	noun	stress veroorzaakt door het niet beschikbaar hebben van een mobiele telefoon
nomofoob	noun	iemand die bang is niet bereikbaar te zijn via zijn of haar mobielie telefoon	adj	betrekking hebbend op de angst om niet via de mobiele telefoon bereikbaar te zijn
nomofoobs	=	nomofoob
nomofoobst	=	nomofoob
nomofoobste	=	nomofoob
nomogram	noun	grafiek die behulpzaam is bij het maken van een berekening
nomogrammen	=	nomogram
nomothetisch	adj	met betrekking tot de nomothese, wetten makend en stellend
nomothetische	=	nomothetisch
nomothetischer	=	nomothetisch
nomothetischere	=	nomothetisch
nomothetischers	=	nomothetisch
non	noun	inwoonster van een vrouwenklooster
non-actief	adj	tijdelijk niet aan het werk, buiten werking
non-actiefs	=	non-actief
non-actiefstelling	noun	maatregel van een werkgever waardoor een werknemer niet langer zijn werk mag doen in afwachting van een mogelijk besluit over zijn ontslag
non-actiefstellingen	=	non-actiefstelling
non-actieve	=	non-actief
non-activiteit	noun	toestand van een officier of ambtenaar, die niet in werkelijke dienst is, zonder de dienst te hebben verlaten oftewel wél in dienst maar niet actief
non-activiteiten	=	non-activiteit
non-alcoholica	noun	niet-alcoholische dranken
non-alcoholisch	adj	niet-alcoholisch
non-alcoholische	=	non-alcoholisch
non-autistisch	adj	niet betrekkende autisme; niet-autistisch
non-autistische	=	non-autistisch
non-belligerent	noun	niet-oorlogzuchtige	adj	niet-oorlogzuchtig
non-belligerente	=	non-belligerent
non-belligerenten	=	non-belligerent
non-belligerents	=	non-belligerent
non-binair	adj	niet uitsluitend mannelijk of vrouwelijk; het hebben van of betrekking hebben op een genderidentiteit die buiten de genderbinariteit valt
non-binairder	=	non-binair
non-binairdere	=	non-binair
non-binairders	=	non-binair
non-binaire	=	non-binair
non-binairen	=	non-binair
non-binairs	=	non-binair
non-binairst	=	non-binair
non-binairste	=	non-binair
non-combattant	noun	niet-strijdend inwoner van een oorlogvoerend land
non-combattanten	=	non-combattant
non-conformisme	noun	het niet meedoen aan wat iedereen doet, streven naar een zelfstandige levenshouding
non-conformist	noun	iemand die zich niet aanpast aan de geldende regels en opinies
non-conformisten	=	non-conformist
non-conformistisch	adj	van, op de wijze van een non-conformist
non-conformistische	=	non-conformistisch
non-conformistischer	=	non-conformistisch
non-conformistischere	=	non-conformistisch
non-conformistischers	=	non-conformistisch
non-descript	adj	moeilijk te beschrijven; moeilijk te duiden; moeilijk te onderscheiden van andere zaken
non-descripte	=	non-descript
non-descripter	=	non-descript
non-descriptere	=	non-descript
non-descripters	=	non-descript
non-descripts	=	non-descript
non-descriptst	=	non-descript
non-descriptste	=	non-descript
non-diëgetisch	adj	betreft geluid in een film, dat alleen door het publiek wordt gehoord, zoals achtergrondmuziek of een voice-over
non-diëgetische	=	non-diëgetisch
non-diëgetischer	=	non-diëgetisch
non-diëgetischere	=	non-diëgetisch
non-diëgetischers	=	non-diëgetisch
non-dominicant	noun	katholiek die de kerkelijke verplichtingen verwaarloost
non-event	noun	gebeurtenis die van geen enkel belang is
non-eventje	=	non-event
non-eventjes	=	non-event
non-events	=	non-event
non-ferro	noun	niet van ijzer
non-fictie	noun	niet op fantasie maar op feiten berustende literatuur
non-fictieboek	noun	boek dat gebaseerd is op feiten, echte gebeurtenissen en waargebeurde ervaringen, in tegenstelling tot fictie die verzonnen is
non-fictieboeken	=	non-fictieboek
non-fictieboekje	=	non-fictieboek
non-fictieboekjes	=	non-fictieboek
non-figuratief	adj	geen in de werkelijkheid bestaande zaken of figuren uitbeeldend
non-figuratiefs	=	non-figuratief
non-figuratiefst	=	non-figuratief
non-figuratiefste	=	non-figuratief
non-figuratieve	=	non-figuratief
non-figuratiever	=	non-figuratief
non-figuratievere	=	non-figuratief
non-figuratievers	=	non-figuratief
non-food	noun	artikelen behalve etenswaren
non-foodkraam	noun	een kraam waar iets anders wordt verkocht dan etenswaren, vaak op een (week)markt of ander evenement
non-foodkraampje	=	non-foodkraam
non-foodkraampjes	=	non-foodkraam
non-foodkramen	=	non-foodkraam
non-foodsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van detailhandel, uitgezonderd de winkels die voedsel verkopen
non-foodsectoren	=	non-foodsector
non-foodsectors	=	non-foodsector
non-gouvernementeel	adj	niet van regeringswege
non-gouvernementeels	=	non-gouvernementeel
non-gouvernementele	=	non-gouvernementeel
non-inflatoir	adj	niet-inflatoir
non-inflatoire	=	non-inflatoir
non-inflatoirs	=	non-inflatoir
non-informatie	noun	gegevens die wel worden aangeboden, maar niet ter zake doen
non-interventie	noun	het beginsel dat staten zich, niet gewapenderhand of anderszins, in de interne politieke aangelegenheden van andere staten mengen
non-issue	noun	volstrekt onbelangrijk onderwerp binnen een bepaalde discussie, iets dat niet ter zake doet
non-issues	=	non-issue
non-paper	noun	tekst of document dat geen officiële status heeft
non-papers	=	non-paper
non-paschant	noun	katholiek die zijn paasplicht niet nakomt, d.w.z. in de paastijd niet (biecht en) communiceert
non-paschanten	=	non-paschant
non-profit	adj	niet gericht op het maken van winst
non-profitorganisatie	noun	een organisatie die niet is gericht op het maken van winst
non-profitorganisaties	=	non-profitorganisatie
non-profits	=	non-profit
non-profitsector	noun	sector binnen de economie die niet is gericht op het maken van winst
non-profitsectoren	=	non-profitsector
non-profitsectors	=	non-profitsector
non-proliferatie	noun	verhindering van de uitbreiding van het aantal mogendheden dat kernwapens vervaardigt
non-proliferaties	=	non-proliferatie
non-proliferatieverdrag	noun	verdrag tegen de proliferatie van kernwapens
non-proliferatieverdragen	=	non-proliferatieverdrag
non-raciaal	adj	niet-raciaal
non-raciaals	=	non-raciaal
non-raciaalst	=	non-raciaal
non-raciaalste	=	non-raciaal
non-raciale	=	non-raciaal
non-racialer	=	non-raciaal
non-racialere	=	non-raciaal
non-racialers	=	non-raciaal
non-respons	noun	geen antwoord; geen reactie
non-responsen	=	non-respons
non-stop	adj	zonder tussenstops, doorgaand
non-stops	=	non-stop
non-theïsme	noun	het bestaan van goden niet centraal stellen in de religieuze beleving, bv. in het boeddhisme
non-usus	noun	niet-gebruik
non-vaccinatie	noun	niet vaccineren
non-vaccinaties	=	non-vaccinatie
non-valeur	noun	nietsnut
non-valeurs	=	non-valeur
non-vaxer	noun	iemand die zich bewust niet laat inenten
non-vaxers	=	non-vaxer
non-verbaal	adj	niet met woorden
non-verbaals	=	non-verbaal
non-verbaalst	=	non-verbaal
non-verbaalste	=	non-verbaal
non-verbale	=	non-verbaal
non-verbaler	=	non-verbaal
non-verbalere	=	non-verbaal
non-verbalers	=	non-verbaal
non-woven	noun	een soort stof die noch geweven noch gebreid is	adj	gemaakt van bovenstaande stof
non-wovens	=	non-woven
nona	noun	een atypische vorm van encefalitis gekarakteriseerd door hoge koortsaanvallen, hoofdpijn, dubbelzien, vertraagde fysieke en mentale reacties en lethargie
nona's	=	nona
nonaan	noun	verzadigde koolwaterstof met formule C₉H₂₀
nonanen	=	nonaan
nonastrild	noun	Estrilda nonnula een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
nonastrilden	=	nonastrild
nonastrildje	=	nonastrild
nonastrildjes	=	nonastrild
noncha	adj	prettig ongedwongen, zonder zorgen
nonchalance	noun	het onvoldoende aandacht geven aan zaken, het verwaarlozen van bepaalde zaken
nonchalances	=	nonchalance
nonchalant	adj	achteloos, onbekommerd
nonchalante	=	nonchalant
nonchalanter	=	nonchalant
nonchalantere	=	nonchalant
nonchalanters	=	nonchalant
nonchalants	=	nonchalant
nonchalantst	=	nonchalant
nonchalantste	=	nonchalant
nondedju	intj|vulgar	nondeju
nondeju	intj|vulgar	vloek om uiting te geven aan boosheid, ergernis, verontwaardiging e.d.
nondepie	intj|vulgar	tussenwerpsel, vooral bedoeld om iets kracht bij te zetten, ook wel gebruikt als een milde vloek
nondescript	=	non-descript
nonduif	noun	Columba livia domestica een duivenras dat door een groot aantal fokkers over de hele wereld gefokt wordt.
nonduifje	=	nonduif
nonduifjes	=	nonduif
nonduiven	=	nonduif
none	noun	de negende trap van een diatonische toonladder
nonen	=	none
nonet	noun	een groep van negen muzikanten
nonetje	=	nonet
nonetjes	=	nonet
nonetten	=	nonet
nonggangboomtimalia	noun	Stachyris nonggangensis een recent beschreven soort boomtimalia uit het geslacht Stachyris en de familie timalia's (Timaliidae).
nonggangboomtimalia's	=	nonggangboomtimalia
nonggangboomtimaliaatje	=	nonggangboomtimalia
nonggangboomtimaliaatjes	=	nonggangboomtimalia
noni	noun	bepaald soort struik of boom, Morinda citrifolia, met stinkende, maar verondersteld geneeskrachtige vruchten
noni's	=	noni
noniljard	noun	het getal 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁵⁷).
noniljarden	=	noniljard
noniljoen	noun	het getal 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁵⁴).
noniljoenen	=	noniljoen
nonius	noun	langs een vaste maatlat verschuifbare hulpmaatlat De combinatie maakt een nauwkeurige instelling van een bedieningsknop, of de aflezing van een meetinstrument etc. mogelijk.
noniussen	=	nonius
nonkel	noun	broer of zwager van iemands vader of moeder
nonkels	=	nonkel
nonkeltje	=	nonkel
nonkeltjes	=	nonkel
nonneke	noun	benaming voor de huiszwaluw, Delichon urbica
nonnekes	=	non
nonnen	=	non
nonnenconvent	noun	gemeenschap van vrouwelijke rooms-katholieke religieuzes dit hoeft niet per se in een klooster te zijn
nonnenconventen	=	nonnenconvent
nonnenkapkluifzwam	noun	Helvella spadicea een schimmel uit de familie Helvellaceae.
nonnenkapkluifzwammen	=	nonnenkapkluifzwam
nonnenkapkluifzwammetje	=	nonnenkapkluifzwam
nonnenkapkluifzwammetjes	=	nonnenkapkluifzwam
nonnenklederen	=	nonnenkleed
nonnenkleding	noun	of kloosterkleed genoemd, is de specifieke dracht die door kloosterzusters (nonnen) wordt gedragen.
nonnenkleed	noun	de kleding van een kloosterzuster
nonnenkleedje	=	nonnenkleed
nonnenkleedjes	=	nonnenkleed
nonnenkleren	=	nonnenkleed
nonnenklooster	noun	klooster voor vrouwen
nonnenkloosters	=	nonnenklooster
nonnenkloostertje	=	nonnenklooster
nonnenkloostertjes	=	nonnenklooster
nonnenorde	noun	kloosterorde voor vrouwen
nonnenorden	=	nonnenorde
nonnenordes	=	nonnenorde
nonnenscholen	=	nonnenschool
nonnenschool	noun	school die door kloosterzusters geleid wordt
nonnenschooltje	=	nonnenschool
nonnenschooltjes	=	nonnenschool
nonnensluier	noun	dunnedoek op het hoofd van een vrouwelijke kloosterling
nonnensluiers	=	nonnensluier
nonnetje	noun	alleen verkleinwoord soort eend, Mergellus albellus uit de familie Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden), behorende tot de zaagbekken
nonnetjes	=	non
nonnetjesorchis	noun	Neotinea maculata een Europese orchidee.
nonnetjesorchisje	=	nonnetjesorchis
nonnetjesorchisjes	=	nonnetjesorchis
nonnetjesorchissen	=	nonnetjesorchis
nonnetjeszwammot	noun	Triaxomera fulvimitrella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
nonnetjeszwammotje	=	nonnetjeszwammot
nonnetjeszwammotjes	=	nonnetjeszwammot
nonnetjeszwammotten	=	nonnetjeszwammot
nonnevot	noun	Limburgs gebakje in de vorm van een lus met losse knoop dat traditioneel rond de carnavalsdagen wordt gegeten, vooral populair in en rond Sittard
nonnevotten	=	nonnevot
nono	noun	onbeduidend persoon
nono's	=	nono
nonouder	noun	onbruikbaar figuur voor het ouderschap ?
nonouders	=	nonouder
nonsens	noun	taaluiting die geen betekenis heeft of geen betekenis schijnt te hebben
nonsensicaal	adj	zonder betekenis
nonsensicaals	=	nonsensicaal
nonsensicaalst	=	nonsensicaal
nonsensicaalste	=	nonsensicaal
nonsensicale	=	nonsensicaal
nonsensicaler	=	nonsensicaal
nonsensicalere	=	nonsensicaal
nonsensicalers	=	nonsensicaal
nonsenswoord	noun	klankcombinatie die lijkt op een 'woord' maar geen enkele zinnige betekenis heeft
nonsenswoorden	=	nonsenswoord
nonsenswoordje	=	nonsenswoord
nonsenswoordjes	=	nonsenswoord
nonvlinder	noun	Lymantria (Lymantria) monacha nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie donsvlinders (Lymantriinae)
nonvlinders	=	nonvlinder
noob	noun	iemand die ergens weinig verstand van heeft, een leek, iemand die ergens weinig ervaring mee heeft; met name in de gamewereld
noobs	=	noob
nood	noun	levensbedreigende situatie waaruit men zichzelf niet meer kan redden en onmiddellijke hulp vereist is
noodaggregaat	noun	een aggregaat dat automatisch start bij stroomuitval.
noodaggregaatje	=	noodaggregaat
noodaggregaatjes	=	noodaggregaat
noodaggregaten	=	noodaggregaat
noodalarm	noun	waarschuwing voor een acute gevaarlijke situatie
noodalarmen	=	noodalarm
noodalarmpje	=	noodalarm
noodalarmpjes	=	noodalarm
noodanticonceptie	noun	verzamelterm voor technieken die zwangerschap tegengaan en worden toegepast na de geslachtsgemeenschap
noodarts	noun	arts die ingeschakeld wordt bij ongevallen
noodartsen	=	noodarts
noodartsje	=	noodarts
noodartsjes	=	noodarts
noodbed	noun	tijdelijke, acute opvangplek voor mensen in een crisissituatie, zoals acute onveiligheid door huiselijk geweld, psychische problemen, of een andere verstorende thuissituatie
noodbedden	=	noodbed
noodbedje	=	noodbed
noodbedjes	=	noodbed
noodbevel	noun	een bevel die door een burgemeester wordt gegeven als er sprake is van ernstige wanordelijkheden of bij rampen
noodbevelen	=	noodbevel
noodbouw	noun	het maken tijdelijke constructies die men snel in een noodsituatie aangelegd
noodbrug	noun	brug die gebouwd wordt om de eerste nood te lenigen of die slechts tijdelijk een bepaald nut heeft
noodbruggen	=	noodbrug
noodbruggetje	=	noodbrug
noodbruggetjes	=	noodbrug
noodbrugje	=	noodbrug
noodbrugjes	=	noodbrug
noodcel	noun	een tijdelijke gevangeniscel
noodcellen	=	noodcel
noodcomiteetje	=	noodcomité
noodcomiteetjes	=	noodcomité
noodcomité	noun	team dat is aangesteld om een noodsituatie het hoofd te bieden
noodcomités	=	noodcomité
noodde	=	noden
noodden	=	noden
nooddeur	noun	deur die men als uitgang kan gebruiken in een noodsituatie
nooddeuren	=	nooddeur
nooddeurtje	=	nooddeur
nooddeurtjes	=	nooddeur
nooddienst	noun	organisatie die helpt een probleem te bestrijden in gevallen waar dat onmiddellijk vereist is
nooddiensten	=	nooddienst
nooddoop	noun	het toedienen van het doopsel aan een persoon in stervensgevaar door iemand die geen diaken of priester is
nooddoopje	=	nooddoop
nooddoopjes	=	nooddoop
nooddopen	=	nooddoop
nooddruft	noun|formal	gebrek aan het meest elementaire, armoede
nooddruften	=	nooddruft
nooddruftig	adj|formal	behoeftig, berooid, arm
nooddruftige	=	nooddruftig
nooddruftiger	=	nooddruftig
nooddruftigere	=	nooddruftig
nooddruftigers	=	nooddruftig
nooddruftigs	=	nooddruftig
nooddruftigst	=	nooddruftig
nooddruftigste	=	nooddruftig
noodfonds	noun	fonds voor noodgevallen
noodfondsen	=	noodfonds
noodfondsje	=	noodfonds
noodfondsjes	=	noodfonds
noodgang	noun	een gang die men kan gebruiken om te ontsnappen aan gevaar
noodgangen	=	noodgang
noodgebied	noun	deel van een land waar zich een ramp heeft voltrokken
noodgebieden	=	noodgebied
noodgebiedje	=	noodgebied
noodgebiedjes	=	noodgebied
noodgebouw	noun	een gebouw dat tijdelijk gebruikt wordt zolang men niet de beschikking heeft over een permanent gebouw
noodgebouwen	=	noodgebouw
noodgebouwtje	=	noodgebouw
noodgebouwtjes	=	noodgebouw
noodgedwongen	adv	door nood, tegen je wil, iets moeten doen of laten
noodgeld	noun	geld dat men voor noodgevallen reserveert
noodgelden	=	noodgeld
noodgeval	noun	een situatie waarbij groot gevaar of hinder kan ontstaan en waarbij snel ingrijpen noodzakelijk is
noodgevallen	=	noodgeval
noodgevalletje	=	noodgeval
noodgevalletjes	=	noodgeval
noodgreep	noun	actie of maatregel die voortvloeit uit een noodsituatie
noodgrepen	=	noodgreep
noodhamer	noun	een opvallend gekleurde hamer met een scherpe punt voor het in noodsituaties inslaan van ruiten die voorzien zijn van veiligheidsglas
noodhamers	=	noodhamer
noodhamertje	=	noodhamer
noodhamertjes	=	noodhamer
noodhaven	noun	haven waar schepen in nood naar toe kunnen gaan
noodhavens	=	noodhaven
noodhaventje	=	noodhaven
noodhaventjes	=	noodhaven
noodhospitaal	noun	tijdelijk ziekenhuis dat gebouwd is in verband met een noodsituatie
noodhospitaals	=	noodhospitaal
noodhospitaaltje	=	noodhospitaal
noodhospitaaltjes	=	noodhospitaal
noodhospitalen	=	noodhospitaal
noodhulp	noun	tijdelijke hulp voor mensen in nood
noodhulpen	=	noodhulp
noodhulpje	=	noodhulp
noodhulpjes	=	noodhulp
noodig	=	nodig
noodje	=	nood
noodkachel	noun	iets wat men bij gebrek aan beter gebruikt als een kachel
noodkachels	=	noodkachel
noodkacheltje	=	noodkachel
noodkacheltjes	=	noodkachel
noodkap	noun	een boom kappen om schade aan, of gevaar voor de omgeving te voorkomen
noodkappen	=	noodkap
noodkerk	noun	een gebouw dat tijdelijk gebruikt wordt als kerk zolang men niet de beschikking heeft over een permanent kerkgebouw
noodkerken	=	noodkerk
noodkerkje	=	noodkerk
noodkerkjes	=	noodkerk
noodklok	noun	een alarmklok
noodklokje	=	noodklok
noodklokjes	=	noodklok
noodklokken	=	noodklok
noodknop	noun	een schakelaar waarmee je iets of iemand kunt waarschuwen bij een gevaarlijke situatie
noodknoppen	=	noodknop
noodkoeling	noun	een koelinstallatie die bedoeld is in werking te treden bij het uitvallen van de normale koeling
noodkoelingen	=	noodkoeling
noodkrediet	noun	lening die wordt gebruikt om een (financiële) noodsituatie te overbruggen
noodkredieten	=	noodkrediet
noodkreet	noun	kreet of uiting van iemand die in nood verkeert
noodkreetje	=	noodkreet
noodkreetjes	=	noodkreet
noodkreten	=	noodkreet
noodlanding	noun	gedwongen landing, op een andere plaats dan die van bestemming
noodlandingen	=	noodlanding
noodlandinkje	=	noodlanding
noodlandinkjes	=	noodlanding
noodle	noun	dun uitgerold en in reepjes gesneden gekookt deegwaar van tarwebloem, eieren en water, meestal als voorgerecht gegeten
noodlening	noun	een lening die gegeven wordt of die men ontvangt omdat er sprake is van een financiële noodsituatie
noodleningen	=	noodlening
noodleninkje	=	noodlening
noodleninkjes	=	noodlening
noodles	=	noodle
noodlijdend	adj	ernstige problemen hebbend
noodlijdende	=	noodlijdend
noodlijdender	=	noodlijdend
noodlijdendere	=	noodlijdend
noodlijdenders	=	noodlijdend
noodlijdends	=	noodlijdend
noodlijdendst	=	noodlijdend
noodlijdendste	=	noodlijdend
noodlokaal	noun	#:* De school in Zuid is al sinds juni vorig jaar dicht, nadat een hevige brand op het dak grote delen van het gebouw onbegaanbaar maakte.
noodlokaaltje	=	noodlokaal
noodlokaaltjes	=	noodlokaal
noodlokalen	=	noodlokaal
noodloket	noun	een plaats waar mensen in geval van nood of andere onvoorziene omstandigheden terecht kunnen
noodloketten	=	noodloket
noodlot	noun	iets vervelends wat een mens overkomt, waar geen oorzaak voor is en waar niets aan te doen is
noodlotje	=	noodlot
noodlotjes	=	noodlot
noodlotsdrama	noun	toneelstuk waarin een strijd of noodlottige gebeurtenis het hoofdthema is
noodlotsdrama's	=	noodlotsdrama
noodlottig	adj	onontwijkbaar ongeluk brengend
noodlottige	=	noodlottig
noodlottiger	=	noodlottig
noodlottigere	=	noodlottig
noodlottigers	=	noodlottig
noodlottigs	=	noodlottig
noodlottigst	=	noodlottig
noodlottigste	=	noodlottig
noodmaatregel	noun	een handeling die uitgevoerd wordt als men in een gevaarlijke/moeilijke situatie is terecht gekomen maar die niet de definitieve oplossing van het probleem is
noodmaatregelen	=	noodmaatregel
noodmaatregels	=	noodmaatregel
noodnaam	noun	een noodnaam is een naam die men geeft aan een kunstenaar wiens echte naam is verloren gegaan in de geschiedenis, bijvoorbeeld Meester van Flémalle en Meester van de Utrechtse Stenen Vrouwenkop
noodnamen	=	noodnaam
noodnet	noun	netwerk waarmee hulpdiensten tijdens een ramp met elkaar kunnnen communiceren
noodnetten	=	noodnet
noodnummer	noun	een telefoonnummer om de hulpdiensten (zoals politie, ambulance en brandweer) snel te kunnen spreken
noodnummers	=	noodnummer
noodonderkomen	noun	een verblijfplaats dat in verband met een noodsituatie gebruikt wordt
noodonderkomens	=	noodonderkomen
noodonderkomentje	=	noodonderkomen
noodonderkomentjes	=	noodonderkomen
noodoplossing	noun	een tijdelijke oplossing voor een probleem die men maar accepteert omdat er op dat moment geen betere oplossing voor handen is
noodoplossingen	=	noodoplossing
noodoplossinkje	=	noodoplossing
noodoplossinkjes	=	noodoplossing
noodoproep	noun	de oproep om hulp in geval van nood.
noodoproepen	=	noodoproep
noodoproepje	=	noodoproep
noodoproepjes	=	noodoproep
noodoproepsysteem	noun	een automatisch systeem dat melding maakt van een noodsituatie of ongeval
noodoproepsystemen	=	noodoproepsysteem
noodopslag	noun	een voorraad die terzijde gelegd wordt voor gebruik als de nood aan de man is
noodopslagen	=	noodopslag
noodopslagje	=	noodopslag
noodopslagjes	=	noodopslag
noodopvang	noun	opvang in noodgevallen
noodopvangen	=	noodopvang
noodpakket	noun	noodpakket is een verzameling goederen die dient om een bepaalde periode van rampspoed te kunnen overleven
noodpakketten	=	noodpakket
noodpeil	noun	zodanig hoog peil van het buitenwater dat het de kruin van de dijk bereikt
noodpeilen	=	noodpeil
noodpil	noun	een middel dat tot maximaal 120 uur na onbeschermde geslachtsgemeenschap de kans op zwangerschap sterk vermindert
noodpillen	=	noodpil
noodplan	noun	een plan dat gemaakt is voor noodsituaties
noodplannen	=	noodplan
noodplannetje	=	noodplan
noodplannetjes	=	noodplan
noodprogramma	noun	een pakket aan noodmaatregelen om een erge situatie aan te pakken
noodprogramma's	=	noodprogramma
noodprogrammaatje	=	noodprogramma
noodprogrammaatjes	=	noodprogramma
noodrantsoen	noun	een voedselvoorraad die mensen meenemen voor het geval zich een noodsituatie voordoet
noodrantsoenen	=	noodrantsoen
noodrantsoentje	=	noodrantsoen
noodrantsoentjes	=	noodrantsoen
noodregeling	noun	een regeling voor een nood situatie
noodregelingen	=	noodregeling
noodregelingetje	=	noodregeling
noodregelingetjes	=	noodregeling
noodrem	noun	mechanisme dat kan zorgen voor een noodstop van een voertuig
noodremmen	=	noodrem
noodscenario	noun	een draaiboek voor de handelingen die noodzakelijk zijn in een noodsituatie
noodscenario's	=	noodscenario
noodscholen	=	noodschool
noodschool	noun	tijdelijk onderkomen voor een school (door een onverwachte toename van leerlingen of door een plotselinge afname van beschikbare schoolruimte)
noodschooltje	=	noodschool
noodschooltjes	=	noodschool
noodsein	noun	een teken dat men geeft als men in nood is
noodseinen	=	noodsein
noodseinraket	noun	vuurpeil die wordt afgeschoten als iemand in nood is
noodseinraketten	=	noodseinraket
noodsignaal	noun	het signaal dat in nood verzonden wordt.
noodsignaaltje	=	noodsignaal
noodsignaaltjes	=	noodsignaal
noodsignalen	=	noodsignaal
noodsituatie	noun	een situatie waarin groot gevaar dreigt
noodsituaties	=	noodsituatie
noodsprong	noun	een laatste wanhopige actie om uit een benarde situatie te komen
noodsprongen	=	noodsprong
noodstal	noun	een tijdelijke huisvesting voor het vee
noodstallen	=	noodstal
noodsteun	noun	hulp wordt gegeven om direct dreigend gevaar tegen te gaan, meestal in de vorm van geld
noodstoestand	=	noodtoestand
noodstop	noun	het plotseling stoppen van een machine of voertuig in een situatie van gevaar
noodstops	=	noodstop
noodstopschakelaar	noun	schakelaar die zorgt dat een werktuig of voertuig tot stilstand komt bij een gevaarlijke situatie
noodstopschakelaars	=	noodstopschakelaar
noodstopschakelaartje	=	noodstopschakelaar
noodstopschakelaartjes	=	noodstopschakelaar
noodstromen	=	noodstroom
noodstroom	noun	elektriciteitsvoorziening als het elektriciteitsnetwerk is uitgevallen
noodstroomvoorziening	noun	een installatie die zorgt voor de stroomvoorziening als de normale stroomvoorziening uitvalt
noodstroomvoorzieningen	=	noodstroomvoorziening
noodsysteem	noun	een systeem dat in geval van nood in werking treedt, een systeem dat het werk overneemt als het reguliere systeem uitvalt
noodsystemen	=	noodsysteem
noodt	=	noden
noodtempo	noun	heel hoge snelheid alsof er een noodsituatie is
noodtempo's	=	noodtempo
noodtoestand	noun	een officieel erkende toestand van nood of beleg, waarin de normale toestand en wetgeving tijdelijk niet meer van toepassing is
noodtoestanden	=	noodtoestand
noodtoestandje	=	noodtoestand
noodtrap	noun	trap die je kunt gebruiken bij brand of in een andere noodsituatie die het gebruik van de lift of normale trappen belemmert; deel van een vluchtroute
noodtrappen	=	noodtrap
nooduitgang	noun	een weg waarlangs een ruimte in geval van nood verlaten kan worden en die als zodanig aangegeven is
nooduitgangen	=	nooduitgang
nooduitgangetje	=	nooduitgang
nooduitgangetjes	=	nooduitgang
noodunit	noun	deel van een noodgebouw
noodunits	=	noodunit
noodvaart	noun	zeer hoge snelheid
noodverband	noun	een tijdelijk verband gebruikt door de EHBO
noodverbanden	=	noodverband
noodverbandje	=	noodverband
noodverbandjes	=	noodverband
noodverlichting	noun	een vorm van verlichting die automatisch wordt ingeschakeld bij het uitvallen van alle elektriciteit
noodverlichtingen	=	noodverlichting
noodverordening	noun	een verordening die door een burgemeester, gezaghebber of voorzitter van een veiligheidsregio wordt vastgesteld indien er ernstige vrees bestaat voor ernstige wanordelijkheden
noodverordeningen	=	noodverordening
noodvoorraad	noun	iets dat men in voorraad heeft om te kunnen gebruiken in een noodsituatie
noodvoorraadje	=	noodvoorraad
noodvoorraadjes	=	noodvoorraad
noodvoorraden	=	noodvoorraad
noodvoorziening	noun	tijdelijke voorziening in een noodsituatie
noodvoorzieningen	=	noodvoorziening
noodvoorzieninkje	=	noodvoorziening
noodvoorzieninkjes	=	noodvoorziening
noodvulling	noun	een blinde vulling
noodvullingen	=	noodvulling
noodweer	noun	zeer slecht weer
noodweerexces	noun	te veel geweld plegen bij noodzakelijke verdediging als dit het onmiddellijke gevolg is van een hevige gemoedsbeweging door de aanranding veroorzaakt
noodweerexcessen	=	noodweerexces
noodweertje	=	noodweer
noodweg	noun	een tijdelijke weg
noodwegen	=	noodweg
noodweggetje	=	noodweg
noodweggetjes	=	noodweg
noodwendig	adj	noodzakelijk, onvermijdelijk, onontkombaar, onvermijdbaar
noodwendige	=	noodwendig
noodwendiger	=	noodwendig
noodwendigere	=	noodwendig
noodwendigers	=	noodwendig
noodwendigs	=	noodwendig
noodwendigst	=	noodwendig
noodwendigste	=	noodwendig
noodweren	=	noodweer
noodwet	noun	wetten en regels die in een land betrekking hebben op noodsituaties
noodwetje	=	noodwet
noodwetjes	=	noodwet
noodwetten	=	noodwet
noodwinkel	noun	een tijdelijke winkel als de reguliere winkels niet meer kunnen functioneren
noodwinkels	=	noodwinkel
noodwinkeltje	=	noodwinkel
noodwinkeltjes	=	noodwinkel
noodwoning	noun	eenvoudige, tijdelijke woning in tijden dat er onvoldoende woningen van betere kwaliteit zijn
noodwoningen	=	noodwoning
noodwoninkje	=	noodwoning
noodwoninkjes	=	noodwoning
noodzaak	noun	iets moeten hebben voor vaak praktische of medische redenen
noodzaakje	=	noodzaak
noodzaakjes	=	noodzaak
noodzaakt	=	noodzaken
noodzaakte	=	noodzaken
noodzaakten	=	noodzaken
noodzake	=	noodzaken
noodzakelijk	adj	erg nodig
noodzakelijke	=	noodzakelijk
noodzakelijker	=	noodzakelijk
noodzakelijkere	=	noodzakelijk
noodzakelijkers	=	noodzakelijk
noodzakelijkerwijs	adv	te wijten aan de noodzaak, noodgedwongen
noodzakelijkerwijze	adv	te wijten aan de noodzaak, noodgedwongen
noodzakelijkheden	=	noodzakelijkheid
noodzakelijkheid	noun	het noodzakelijk zijn
noodzakelijks	=	noodzakelijk
noodzakelijkst	=	noodzakelijk
noodzakelijkste	=	noodzakelijk
noodzaken	verb	dwingen, verplichten
noodzakend	=	noodzaken
noodzakende	=	noodzaken
noodziekenhuis	noun	tijdelijk ziekenhuis dat is opgezet voor noodgevallen zoals rampen, oorlogssituaties of pandemieën, wanneer reguliere ziekenhuizen overbelast zijn of niet beschikbaar
noodziekenhuisje	=	noodziekenhuis
noodziekenhuisjes	=	noodziekenhuis
noodziekenhuizen	=	noodziekenhuis
nooit	adv	op geen enkel eerder moment
noom	=	oom
noon	=	none
noontje	=	none
noontjes	=	none
noop	=	nopen
noopt	=	nopen
noopte	=	nopen
noopten	=	nopen
noor	noun	schaats met aangeniete schoen en lange, ongebogen ijzers, heel geschikt bij het hardrijden
noord	adv	in de richting van de pool die in de Noordelijke IJszee gelegen is; wanneer je in de richting van opkomende zon kijkt, links
noord-afrikaan	noun	een inwoner van Noord-Afrika, of iemand afkomstig uit Noord-Afrika
noord-afrikaans	adj	op dat deel van Afrika betrekking hebbend dat ten noorden van de Sahara ligt
noord-afrikaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Noord-Afrika, of een vrouw afkomstig uit Noord-Afrika
noord-afrikaansen	=	noord-afrikaanse
noord-afrikaanser	=	noord-afrikaans
noord-afrikaansere	=	noord-afrikaans
noord-afrikaansers	=	noord-afrikaans
noord-afrikaanst	=	noord-afrikaans
noord-afrikaanste	=	noord-afrikaans
noord-afrikanen	=	noord-afrikaan
noord-amerikaans	adj	horend bij Noord-Amerika (VS en Canada)
noord-amerikaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Noord-Amerika
noord-amerikaansen	=	noord-amerikaanse
noord-amerikaanser	=	noord-amerikaans
noord-amerikaansere	=	noord-amerikaans
noord-amerikaansers	=	noord-amerikaans
noord-amerikaanst	=	noord-amerikaans
noord-amerikaanste	=	noord-amerikaans
noord-atlantisch	adj	betreffende het noordelijke deel van de Atlantische-Oceaan
noord-atlantische	=	noord-atlantisch
noord-atlantischer	=	noord-atlantisch
noord-atlantischere	=	noord-atlantisch
noord-atlantischers	=	noord-atlantisch
noord-brabander	noun	een (mannelijke) inwoner van Noord-Brabant, of iemand afkomstig hiervan
noord-brabanders	=	noord-brabander
noord-brabants	adj	van, uit, betreffende of als in Noord-Brabant
noord-brabantse	=	noord-brabants
noord-brabantser	=	noord-brabants
noord-brabantsere	=	noord-brabants
noord-brabantsers	=	noord-brabants
noord-brabantst	=	noord-brabants
noord-brabantste	=	noord-brabants
noord-duits	adj	afkomstig uit of met betrekking tot het noordelijk deel van Duitsland
noord-duitse	=	noord-duits
noord-duitser	=	noord-duits
noord-duitsere	=	noord-duits
noord-duitsers	=	noord-duits
noord-duitst	=	noord-duits
noord-duitste	=	noord-duits
noord-europeaan	noun	een inwoner van Noord-Europa, of iemand afkomstig uit Noord-Europa
noord-europeanen	=	noord-europeaan
noord-europees	adj	op Noord-Europa betrekking hebbend
noord-europeest	=	noord-europees
noord-europeeste	=	noord-europees
noord-europese	noun	een vrouwelijke inwoner van Noord-Europa, of een vrouw afkomstig uit Noord-Europa
noord-europesen	=	noord-europese
noord-europeser	=	noord-europees
noord-europesere	=	noord-europees
noord-europesers	=	noord-europees
noord-iers	adj	betrekking hebbend op Noord-Ierland (het deel van het Ierse eiland dat deel is van Groot-Brittannië)
noord-ierse	=	noord-iers
noord-ierser	=	noord-iers
noord-iersere	=	noord-iers
noord-iersers	=	noord-iers
noord-ierst	=	noord-iers
noord-ierste	=	noord-iers
noord-koreaan	noun	een inwoner van Noord-Korea, of iemand afkomstig uit Noord-Korea
noord-koreaans	adj	op Noord-Korea betrekking hebbend
noord-koreaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Noord-Korea, of een vrouw afkomstig uit Noord-Korea
noord-koreaansen	=	noord-koreaanse
noord-koreaanser	=	noord-koreaans
noord-koreaansere	=	noord-koreaans
noord-koreaansers	=	noord-koreaans
noord-koreaanst	=	noord-koreaans
noord-koreaanste	=	noord-koreaans
noord-koreaantje	=	noord-koreaan
noord-koreaantjes	=	noord-koreaan
noord-koreanen	=	noord-koreaan
noord-luzonniltava	noun	Cyornis herioti een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
noord-luzonniltava's	=	noord-luzonniltava
noord-luzonniltavaatje	=	noord-luzonniltava
noord-luzonniltavaatjes	=	noord-luzonniltava
noord-nederland	noun	benaming voor een landsdeel dat bestaat uit de Nederlandse provincies Groningen, Friesland en Drenthe
noord-salomonsdwergijsvogel	noun	Ceyx meeki een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels)
noord-salomonsdwergijsvogels	=	noord-salomonsdwergijsvogel
noord-salomonsdwergijsvogeltje	=	noord-salomonsdwergijsvogel
noord-salomonsdwergijsvogeltjes	=	noord-salomonsdwergijsvogel
noord-sothotalig	adj	Noord-Sotho sprekend
noord-sothotalige	=	noord-sothotalig
noord-sothotaligs	=	noord-sothotalig
noord-zuidverbinding	noun	een infrastructuurproject dat het noordelijke en zuidelijke deel van een stad, regio of land met elkaar verbindt om bereikbaarheid en doorstroming te verbeteren.
noord-zuidverbindingen	=	noord-zuidverbinding
noord-zuidverbindinkje	=	noord-zuidverbinding
noord-zuidverbindinkjes	=	noord-zuidverbinding
noordamerikaans	=	noord-amerikaans
noordelijk	adj	wat betreft het noorden, in het noorden gelegen
noordelijke	=	noordelijk
noordelijken	verb	door draaien meer uit het noorden gaan waaien	noun	degenen die afkomstig waren uit de staten die zich verzetten tegen de slavenhoudende staten die zich van de VS willen losmaken
noordelijkend	=	noordelijken
noordelijkende	=	noordelijken
noordelijker	=	noordelijk
noordelijkere	=	noordelijk
noordelijkers	=	noordelijk
noordelijks	=	noordelijk
noordelijkst	=	noordelijk
noordelijkste	=	noordelijk
noordelijkt	=	noordelijken
noordelijkte	=	noordelijken
noordelijkten	=	noordelijken
noordeling	noun	iemand uit het noorden
noordelingen	=	noordeling
noordelingetje	=	noordeling
noorden	noun	een van de windstreek, die op landkaarten overeenkomt met de bovenkant
noordenwind	noun	wind die uit het noorden komt.
noordenwinden	=	noordenwind
noordenwindje	=	noordenwind
noordenwindjes	=	noordenwind
noorder	adj	geeft als eerste lid in samenstellingen aan dat het door het tweede lid genoemde noordelijk ligt of daarvandaan komt
noorderbreedte	noun	de hoek die de verbindingslijn tussen een plek op het noordelijk halfrond en het middelpunt van de planeet met het vlak van de evenaar maakt
noorderbreedtes	=	noorderbreedte
noorderburen	=	noorderbuur
noorderbuur	noun	degene die men ter noorderzijde als buur heeft
noorderbuurtje	=	noorderbuur
noorderbuurtjes	=	noorderbuur
noordereilandkiwi	noun	Apteryx mantelli vogel die net als de andere soorten kiwi's behoort tot de zogenaamde Paleognathae met vier andere ordes (tinamoes, struisvogels, nandoes en kasuarissen en emoes).
noordereilandkiwi's	=	noordereilandkiwi
noordereilandkiwietje	=	noordereilandkiwi
noordereilandkiwietjes	=	noordereilandkiwi
noordereilandpiopio	noun	Turnagra tanagra een uitgestorven zangvogel uit de familie Oriolidae (wielewalen en vijgvogels).
noordereilandpiopio's	=	noordereilandpiopio
noordereilandpiopiootje	=	noordereilandpiopio
noordereilandpiopiootjes	=	noordereilandpiopio
noordereilandsnip	noun	Coenocorypha barrierensis een vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
noordereilandsnipje	=	noordereilandsnip
noordereilandsnipjes	=	noordereilandsnip
noordereilandsnippen	=	noordereilandsnip
noordereilandtakahe	noun	Porphyrio mantelli een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
noordereilandtakahes	=	noordereilandtakahe
noordereilandtakahetje	=	noordereilandtakahe
noordereilandtakahetjes	=	noordereilandtakahe
noordereilandvliegenvanger	noun	Petroica longipes een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
noordereilandvliegenvangers	=	noordereilandvliegenvanger
noordereilandvliegenvangertje	=	noordereilandvliegenvanger
noordereilandvliegenvangertjes	=	noordereilandvliegenvanger
noorderkroon	noun	sterrenbeeld bestaande uit zeven sterren die in een halve cirkel staan, noordelijk van de dierenriem (tussen rechte klimming 15ᵘ14ᵐ en 16ᵘ22ᵐ en tussen declinatie +26° en +40°)
noorderkwartier	noun	het noordelijke gedeelte van een gebied
noorderkwartieren	=	noorderkwartier
noorderlicht	noun	een lichtverschijnsel in de atmosfeer in het noordpoolgebied veroorzaakt door het binnendringen van kosmische straling
noorderling	noun	iemand uit het noorden
noorderlingen	=	noorderling
noorderlingetje	=	noorderling
noorderlingetjes	=	noorderling
noorderzon	noun	zon die in het noorden staat
noordeuropese	=	noord-europese
noordflank	noun	de flank die in het noorden gelegen is.
noordflanken	=	noordflank
noordflankje	=	noordflank
noordflankjes	=	noordflank
noordgevel	noun	de gevel aan de noordzijde van het gebouw.
noordgevels	=	noordgevel
noordgeveltje	=	noordgevel
noordgeveltjes	=	noordgevel
noordgrens	noun	de grens aan het noorden van een gebied
noordgrenzen	=	noordgrens
noordhoek	noun	de hoek die in het noord gelegen is.
noordhoeken	=	noordhoek
noordhoekje	=	noordhoek
noordhoekjes	=	noordhoek
noordhoren	noun	Neptunea antiqua een slakkensoort uit de familie van de Buccinidae.
noordhorens	=	noordhoren
noordhorentje	=	noordhoren
noordhorentjes	=	noordhoren
noordkant	noun	de kant die in het noorden gelegen is.
noordkanten	=	noordkant
noordkantje	=	noordkant
noordkantjes	=	noordkant
noordkaper	noun	Eubalaena glacialis een walvis uit de familie der echte walvissen (Balaenidae), een van de drie soorten uit het geslacht der noordkapers (Eubalaena).
noordkapers	noun	Eubalaena een geslacht uit de familie der echte walvissen (Balaenidae).
noordkapertje	=	noordkaper
noordkapertjes	=	noordkaper
noordkriek	noun	zure kers
noordkrieken	=	noordkriek
noordkromp	noun	bepaalde soort in zee levend schelpdier, Arctica islandica, uit de familie van de krompen
noordkrompen	=	noordkromp
noordkrompje	=	noordkromp
noordkrompjes	=	noordkromp
noordkust	noun	de noordelijke zeeoever/kustgebied, de kust die in het noorden gelegen is.
noordkusten	=	noordkust
noordkustje	=	noordkust
noordkustjes	=	noordkust
noordluzonneusrat	noun	Crunomys fallax knaagdier dat voorkomt in de Filipijnse Sierra Madre in de provincie Isabela in het noordoosten van Luzon.
noordluzonneusratje	=	noordluzonneusrat
noordluzonneusratjes	=	noordluzonneusrat
noordluzonneusratten	=	noordluzonneusrat
noordnoordoost	adv	tussen noord en noordoost
noordnoordoostelijk	adj	in de richting die ligt tussen het noorden en het noordoosten
noordnoordoostelijke	=	noordnoordoostelijk
noordnoordoostelijker	=	noordnoordoostelijk
noordnoordoostelijkere	=	noordnoordoostelijk
noordnoordoostelijkers	=	noordnoordoostelijk
noordnoordoostelijks	=	noordnoordoostelijk
noordnoordoostelijkst	=	noordnoordoostelijk
noordnoordoostelijkste	=	noordnoordoostelijk
noordnoordoosten	noun	precies tussen het noorden en het noordoosten
noordnoordwest	adv	tussen noord en noordwest
noordnoordwestelijk	adj	in de richting die ligt tussen het noorden en het noordwesten
noordnoordwestelijke	=	noordnoordwestelijk
noordnoordwestelijker	=	noordnoordwestelijk
noordnoordwestelijkere	=	noordnoordwestelijk
noordnoordwestelijkers	=	noordnoordwestelijk
noordnoordwestelijks	=	noordnoordwestelijk
noordnoordwestelijkst	=	noordnoordwestelijk
noordnoordwestelijkste	=	noordnoordwestelijk
noordnoordwesten	noun	precies tussen het noorden en het noordwesten
noordoever	noun	stuk land dat een water aan de noordzijde begrenst
noordoevers	=	noordoever
noordoost	adv	tussen noord en oost
noordoostelijk	adj	van of in een richting die precies tussen het noorden en oosten ligt
noordoostelijke	=	noordoostelijk
noordoostelijker	=	noordoostelijk
noordoostelijkere	=	noordoostelijk
noordoostelijkers	=	noordoostelijk
noordoostelijks	=	noordoostelijk
noordoostelijkst	=	noordoostelijk
noordoostelijkste	=	noordoostelijk
noordoosten	noun	de streken die in noordoostelijke richting liggen
noordoostenwind	noun	een wind die uit het noordoosten komt en naar het zuidwesten waait
noordoostenwinden	=	noordoostenwind
noordoostenwindje	=	noordoostenwind
noordoostenwindjes	=	noordoostenwind
noordooster	noun	koude, uit de richting van het noordoosten komende wind
noordoosters	=	noordooster
noordoostflank	noun	de flank die in het noordoosten gelegen is.
noordoostflanken	=	noordoostflank
noordoostflankje	=	noordoostflank
noordoostflankjes	=	noordoostflank
noordoostgevel	noun	de gevel aan de noordoostzijde van het gebouw.
noordoostgevels	=	noordoostgevel
noordoostgeveltje	=	noordoostgevel
noordoostgeveltjes	=	noordoostgevel
noordoosthoek	noun	de hoek die in het noordoosten gelegen is.
noordoosthoeken	=	noordoosthoek
noordoosthoekje	=	noordoosthoek
noordoosthoekjes	=	noordoosthoek
noordoostkant	noun	de kant die in het noordoosten gelegen is.
noordoostkanten	=	noordoostkant
noordoostkantje	=	noordoostkant
noordoostkantjes	=	noordoostkant
noordoostkust	noun	de noordoostelijke zeeoever/kustgebied, de kust die in het noordoosten gelegen is.
noordoostkusten	=	noordoostkust
noordoostkustje	=	noordoostkust
noordoostkustjes	=	noordoostkust
noordoostpolders	adj	op Noordoostpolder betrekking hebbend
noordoostpolderse	=	noordoostpolders
noordoostrand	noun	de rand die in het noordoosten gelegen is.
noordoostranden	=	noordoostrand
noordoostrandje	=	noordoostrand
noordoostrandjes	=	noordoostrand
noordoosttak	noun	de tak van een tracé dat richting het noordoosten gelegen is.
noordoosttakje	=	noordoosttak
noordoosttakjes	=	noordoosttak
noordoosttakken	=	noordoosttak
noordoostvleugel	noun	de vleugel die in het noordoosten gelegen is.
noordoostvleugels	=	noordoostvleugel
noordoostvleugeltje	=	noordoostvleugel
noordoostvleugeltjes	=	noordoostvleugel
noordoostzij	noun	de zijde die in het noordoosten ligt.
noordoostzijde	noun	de zijde die in het noordoosten ligt.
noordoostzijden	=	noordoostzijde
noordoostzijdes	=	noordoostzijde
noordoostzijdetje	=	noordoostzijde
noordoostzijdetjes	=	noordoostzijde
noordpolen	=	noordpool
noordpool	noun	uiteinde van de aardas of de as van het aardmagnetisch veld op het noordelijk halfrond
noordpoolcirkel	noun	de bijzondere parallel op 66½° NB
noordpoolexpeditie	noun	georganiseerde tocht naar het meest noordelijk gelegen punt op aarde of in die omgeving gelegen gebieden
noordpoolexpedities	=	noordpoolexpeditie
noordpoolgebied	noun	deel van de aarde (of een ander hemellichaam) dat in de buurt ligt van de noordpool
noordpoolgebieden	=	noordpoolgebied
noordpoolgebiedje	=	noordpoolgebied
noordpoolgebiedjes	=	noordpoolgebied
noordpoolreiziger	noun	iemand die een tocht door het zeer koude gebied rond het noordelijkste punt van de aarde maakt of heeft gemaakt
noordpoolreizigers	=	noordpoolreiziger
noordpooltje	=	noordpool
noordpooltjes	=	noordpool
noordpunt	noun	meest noordelijke uiteinde
noordpunten	=	noordpunt
noordpuntje	=	noordpunt
noordpuntjes	=	noordpunt
noordrand	noun	de rand die in het noorden gelegen is.
noordranden	=	noordrand
noordrandje	=	noordrand
noordrandjes	=	noordrand
noordroute	noun	weg via de noordkant
noordrouten	=	noordroute
noordroutes	=	noordroute
noords	adj	betrekking hebbend op de Noordse landen (Denemarken, Noorwegen, Zweden, Finland, IJsland, Åland, de Faeröer en Groenland)
noordsalomonsdwergijsvogel	noun	Ceyx meeki een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
noordsalomonsdwergijsvogels	=	noordsalomonsdwergijsvogel
noordsalomonsdwergijsvogeltje	=	noordsalomonsdwergijsvogel
noordsalomonsdwergijsvogeltjes	=	noordsalomonsdwergijsvogel
noordsch	=	noors
noordse	=	noords
noordser	=	noords
noordsere	=	noords
noordsers	=	noords
noordst	=	noords
noordstation	noun	het station dat in het noorden van een stad gelegen is en soms ook een kopstation met sporen enkel in noordelijke richting
noordstationnetje	=	noordstation
noordstationnetjes	=	noordstation
noordstations	=	noordstation
noordste	=	noords
noordtak	noun	de tak van een tracé dat richting het noorden gelegen is.
noordtakje	=	noordtak
noordtakjes	=	noordtak
noordtakken	=	noordtak
noordvleugel	noun	de vleugel die in het noorden gelegen is.
noordvleugels	=	noordvleugel
noordvleugeltje	=	noordvleugel
noordvleugeltjes	=	noordvleugel
noordwaarts	adv	in een noordelijke richting, naar het noorden
noordwaartse	=	noordwaarts
noordwaartser	=	noordwaarts
noordwaartsere	=	noordwaarts
noordwaartsers	=	noordwaarts
noordwaartst	=	noordwaarts
noordwaartste	=	noordwaarts
noordwand	noun	de helling van een berg die naar het noorden is gericht
noordwanden	=	noordwand
noordwest	adv	tussen noord en west
noordwestelijk	adj	in of uit een richting die precies tussen het noorden en westen ligt
noordwestelijke	=	noordwestelijk
noordwestelijker	=	noordwestelijk
noordwestelijkere	=	noordwestelijk
noordwestelijkers	=	noordwestelijk
noordwestelijks	=	noordwestelijk
noordwestelijkst	=	noordwestelijk
noordwestelijkste	=	noordwestelijk
noordwesten	noun	de windstreek die 45° ten westen van het noorden ligt
noordwestenwind	noun	een (harde) wind die uit het noordwesten komt en vaak ook gepaard gaat met regen
noordwestenwinden	=	noordwestenwind
noordwestenwindje	=	noordwestenwind
noordwestenwindjes	=	noordwestenwind
noordwester	noun	wind uit het noordwesten
noordwesters	=	noordwester
noordwesterstorm	noun	gevaarlijke storm uit het noordwesten
noordwesterstormen	=	noordwesterstorm
noordwestflank	noun	de flank die in het noordwesten gelegen is.
noordwestflanken	=	noordwestflank
noordwestflankje	=	noordwestflank
noordwestflankjes	=	noordwestflank
noordwestgevel	noun	de gevel aan de noordwestzijde van het gebouw.
noordwestgevels	=	noordwestgevel
noordwestgeveltje	=	noordwestgevel
noordwestgeveltjes	=	noordwestgevel
noordwesthoek	noun	de hoek die in het noordwesten gelegen is.
noordwesthoeken	=	noordwesthoek
noordwesthoekje	=	noordwesthoek
noordwesthoekjes	=	noordwesthoek
noordwestkant	noun	de kant die in het noordwesten gelegen is.
noordwestkanten	=	noordwestkant
noordwestkantje	=	noordwestkant
noordwestkantjes	=	noordwestkant
noordwestkust	noun	de noordwestelijke zeeoever/kustgebied, de kust die in het noordwesten gelegen is.
noordwestkusten	=	noordwestkust
noordwestkustje	=	noordwestkust
noordwestkustjes	=	noordwestkust
noordwestrand	noun	de rand die in het noordwesten gelegen is.
noordwestranden	=	noordwestrand
noordwestrandje	=	noordwestrand
noordwestrandjes	=	noordwestrand
noordwesttak	noun	de tak van een tracé dat richting het noordwesten gelegen is.
noordwesttakje	=	noordwesttak
noordwesttakjes	=	noordwesttak
noordwesttakken	=	noordwesttak
noordwestvleugel	noun	de vleugel die in het noordwesten gelegen is.
noordwestvleugels	=	noordwestvleugel
noordwestvleugeltje	=	noordwestvleugel
noordwestvleugeltjes	=	noordwestvleugel
noordwestzij	noun	de zijde die in het noordwesten ligt.
noordwestzijde	noun	de zijde die in het noordwesten ligt.
noordwestzijden	=	noordwestzijde
noordwestzijdes	=	noordwestzijde
noordwestzijdetje	=	noordwestzijde
noordwestzijdetjes	=	noordwestzijde
noordzeebodem	noun	grond die bedekt wordt door het water tussen Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland en België
noordzeebodems	=	noordzeebodem
noordzeehouting	noun	Coregonus oxyrinchus een zoutwatervis die in zoet water paait.
noordzeehoutingen	=	noordzeehouting
noordzeehoutinkje	=	noordzeehouting
noordzeehoutinkjes	=	noordzeehouting
noordzeekrab	noun	Cancer pagurus is een kreeftachtige uit de orde van tienpotigen
noordzeekrabben	=	noordzeekrab
noordzeekrabbetje	=	noordzeekrab
noordzeekrabbetjes	=	noordzeekrab
noordzeekreeft	noun	Homarus gammarus een tienpotige kreeftachtige uit de familie van de zeekreeften.
noordzeekreeften	=	noordzeekreeft
noordzeekreeftje	=	noordzeekreeft
noordzeekreeftjes	=	noordzeekreeft
noordzeeland	noun	land dat aan de Noordzee gelegen is
noordzeelanden	=	noordzeeland
noordzeeschepen	=	noordzeeschip
noordzeeschip	noun	vaartuig dat gemaakt is om de zee tussen Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland en België te bevaren
noordzeestrand	noun	strook met zand bedekt land langs de kust van het water tussen Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland en België
noordzeestranden	=	noordzeestrand
noordzeestrandje	=	noordzeestrand
noordzeestrandjes	=	noordzeestrand
noordzeetop	noun	vergadering of bijeenkomst van leiders uit landen rond de Noordzee
noordzeetoppen	=	noordzeetop
noordzeevervuiling	noun	verontreiniging van het zeewater tussen Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland en België
noordzeevisser	noun	iemand die beroepsmatig op de Noordzee vist
noordzeevissers	=	noordzeevisser
noordzeewater	noun	water uit de Noordzee
noordzeewateren	=	noordzeewater
noordzij	noun	kant die richting het noorden ligt
noordzijde	noun	de zijde die in het noorden ligt.
noordzijden	=	noordzijde
noordzijdes	=	noordzijde
noordzijdetje	=	noordzijde
noordzijdetjes	=	noordzijde
noorman	noun	opvulhout
noormannen	=	noorman
noormannetje	=	noorman
noormannetjes	=	noorman
noors	adj	betreffende Noorwegen en/of het Noors
noorsch	=	noors
noorse	noun	een vrouw uit Noorwegen
noorse-esdoornvouwmot	noun	Phyllonorycter joannisi een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
noorse-esdoornvouwmotje	=	noorse-esdoornvouwmot
noorse-esdoornvouwmotjes	=	noorse-esdoornvouwmot
noorse-esdoornvouwmotten	=	noorse-esdoornvouwmot
noorse-esdoornvruchtmineermot	noun	bepaald soort Europese nachtvlinder, Etainia sericopeza uit de familie van de dwergmineermotten (Nepticulidae); de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1839 als Lyonetia sericopeza gepubliceerd door Philipp Christoph Zeller
noorse-esdoornvruchtmineermotje	=	noorse-esdoornvruchtmineermot
noorse-esdoornvruchtmineermotjes	=	noorse-esdoornvruchtmineermot
noorse-esdoornvruchtmineermotten	=	noorse-esdoornvruchtmineermot
noorsen	=	noorse
noorser	=	noors
noorsere	=	noors
noorsers	=	noors
noorst	=	noors
noorstalig	adj	de Noorse taal sprekend
noorstalige	=	noorstalig
noorstaligs	=	noorstalig
noorste	=	noors
noortje	=	noor
noortjes	=	noor
noot	noun	iedere grote, oliehoudende vrucht (of het zaad ervan) met een pit in een al dan niet harde schaal en die in voedsel wordt gebruikt
nootachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van noot vooral qua geur, vorm en kleur
nootachtige	=	nootachtig
nootachtiger	=	nootachtig
nootachtigere	=	nootachtig
nootachtigers	=	nootachtig
nootachtigs	=	nootachtig
nootachtigst	=	nootachtig
nootachtigste	=	nootachtig
nootje	=	noot
nootjes	=	noot
nootkacipres	noun	Cupressus nootkatensis een soort uit de cipresfamilie (Cupressaceae).
nootkacipresje	=	nootkacipres
nootkacipresjes	=	nootkacipres
nootkacipressen	=	nootkacipres
nootmuskaat	noun	zaad van de nootmuskaatboom Myristica fragrans
nootmuskaatje	=	nootmuskaat
nootmuskaatrasp	noun	zeer fijne rasp om nootmuskaat te raspen
nootmuskaatraspen	=	nootmuskaatrasp
nootmuskaatraspje	=	nootmuskaatrasp
nootmuskaatraspjes	=	nootmuskaatrasp
nootmuskaten	=	nootmuskaat
nootvormig	adj	vorm van een noot hebbend
nootvormige	=	nootvormig
nootvormiger	=	nootvormig
nootvormigere	=	nootvormig
nootvormigers	=	nootvormig
nootvormigs	=	nootvormig
nootvormigst	=	nootvormig
nootvormigste	=	nootvormig
nop	noun	een niet puntig uitsteeksel	pron	helemaal niets
nope	intj|informal	nee
nopen	verb	noodzakelijk maken
nopend	=	nopen
nopende	=	nopen
nopens	prep|formal	aangaande, inzake, met betrekking tot, omtrent, over
nopje	=	nop
nopjes	noun	in zijn ~ zijn: vergenoegd zijn
noppen	=	nop
noppenfolie	noun	isolatiemateriaal, bestaande uit twee lagen kunststof met luchtkussentjes ertussen ook geschikt om kwetsbare producten mee te verpakken
noppenfolies	=	noppenfolie
noppentegel	noun	een speciaal soort bestrating met een voelbaar reliëf van ronde noppen, die dient als waarschuwingssignaal voor blinden en slechtzienden
noppentegels	=	noppentegel
noppentegeltje	=	noppentegel
noppentegeltjes	=	noppentegel
noppes	pron|informal	helemaal niets
noppeshoer	noun	vrouw die voor haar plezier of voor kleine gunsten seks heeft met verschillende mannen
noppeshoeren	=	noppeshoer
noppig	adj	vol met noppen
noppige	=	noppig
noppiger	=	noppig
noppigere	=	noppig
noppigers	=	noppig
noppigs	=	noppig
noppigst	=	noppig
noppigste	=	noppig
nor	noun|informal	plaats waar misdadigers worden opgesloten, gevangenis
noradrenaline	noun	hormoon gemaakt in de bijnieren
noradrenalinen	=	noradrenaline
noradrenalines	=	noradrenaline
noraïem	adj	ontzagwekkend
norbertijn	noun	kloosterling van de in 1121 door de Heilige Norbertus gestichte orde van Prémontré
norbertijnen	=	norbertijn
norbertijner	adj	betrekking hebbend op de kloosterorde der norbertijnen of praemonstratenzers
nordicwalk	noun	wandelsport, waarbij aangepaste skistokken worden gebruikt
nordicwalke	=	nordicwalken
nordicwalken	verb	wandelen met gebruik van stokken zoals bij het langlaufen
nordicwalkend	=	nordicwalken
nordicwalkende	=	nordicwalken
nordicwalkte	=	nordicwalken
noren	noun	type schaats waarbij de schoen vast verbonden is met het metaal van de schaats, gebruikt voor het hardrijden
norenbaar	noun	nieuweling
norenbaartje	=	norenbaar
norenbaartjes	=	norenbaar
norenbaren	=	norenbaar
norfolk-eilandkaka	noun	Nestor productus een uitgestorven grote papegaai met een prominente snavel
norfolk-eilandkaka's	=	norfolk-eilandkaka
norfolk-eilandkakaatje	=	norfolk-eilandkaka
norfolk-eilandkakaatjes	=	norfolk-eilandkaka
norfolkbrilvogel	noun	Zosterops albogularis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
norfolkbrilvogels	=	norfolkbrilvogel
norfolkbrilvogeltje	=	norfolkbrilvogel
norfolkbrilvogeltjes	=	norfolkbrilvogel
norfolkeilander	noun	een inwoner van Norfolk, of iemand afkomstig uit Norfolk
norfolkeilanders	=	norfolkeilander
norfolkeilands	adj	op Norfolk betrekking hebbend
norfolkeilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Norfolk, of een vrouw afkomstig uit Norfolk
norfolkeilandsen	=	norfolkeilandse
norfolkeilandser	=	norfolkeilands
norfolkeilandsere	=	norfolkeilands
norfolkeilandsers	=	norfolkeilands
norfolkeilandst	=	norfolkeilands
norfolkeilandste	=	norfolkeilands
norfolkkaka	noun	Nestor productus was een grote papegaai met een prominente snavel
norfolkkaka's	=	norfolkkaka
norfolkkakaatje	=	norfolkkaka
norfolkkakaatjes	=	norfolkkaka
norfolkkakariki	noun	Cyanoramphus cookii een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
norfolkkakariki's	=	norfolkkakariki
norfolkkakarikietje	=	norfolkkakariki
norfolkkakarikietjes	=	norfolkkakariki
norfolkmangrovezanger	noun	Gerygone modesta een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
norfolkmangrovezangers	=	norfolkmangrovezanger
norfolkmangrovezangertje	=	norfolkmangrovezanger
norfolkmangrovezangertjes	=	norfolkmangrovezanger
norfolkpatrijsduif	noun	Pampusana norfolkensis een uitgestorven vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana (eerder: Gallicolumba)
norfolkpatrijsduifje	=	norfolkpatrijsduif
norfolkpatrijsduifjes	=	norfolkpatrijsduif
norfolkpatrijsduiven	=	norfolkpatrijsduif
norfolkvliegenvanger	noun	Petroica multicolor een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
norfolkvliegenvangers	=	norfolkvliegenvanger
norfolkvliegenvangertje	=	norfolkvliegenvanger
norfolkvliegenvangertjes	=	norfolkvliegenvanger
nori	noun	Porphyra umbilicalis een eetbaar roodwier (Rhodophyta) uit de familie Bangiaceae.
noria	noun	een eenvoudige pomp bedoeld voor irrigatie
noria's	=	noria
noriet	noun	een mafisch dieptegesteente dat voornamelijk uit de calcium-rijke plagioklaas labradoriet, hyperstheen en olivijn bestaat
norit	noun	actieve kool in tabletvorm als geneesmiddel o.a. bij diarree
norm	noun	stelsel van meestal ongeschreven gedragsregels, gebaseerd op een stelsel van waarden
normaal	noun	loodlijn	adj	gangbaar, gewoon, gemiddeld, eenvoudig
normaalelement	noun	een voor nauwkeurige elektrische spanningsmetingen dienende energiebron met bekende constante elektromotorische kracht
normaalelementen	=	normaalelement
normaalelementje	=	normaalelement
normaalelementjes	=	normaalelement
normaalkaars	noun|obsolete	oude eenheid van lichtsterkte, weergegeven met symbool NK
normaalkaarsen	=	normaalkaars
normaalkaarsje	=	normaalkaars
normaalkaarsjes	=	normaalkaars
normaalkracht	noun	is de kracht die loodrecht op het raakvlak met een voorwerp werkt.
normaalkrachten	=	normaalkracht
normaalkrachtje	=	normaalkracht
normaalonderwijs	noun	pedagogisch onderwijs
normaals	=	normaal
normaalscholen	=	normaalschool
normaalschool	noun|obsolete	school voor pedagogisch hoger onderwijs (daarna kweekschool, thans pabo)
normaalschooltje	=	normaalschool
normaalschooltjes	=	normaalschool
normaalspanning	noun	spanning die in een constructiedeel loodrecht op het vlak van doorsnede werkt
normaalspanningen	=	normaalspanning
normaalspoor	noun	spoor met genormeerde breedte, te weten 4 Engelse voet en 8½ inch of 1435 millimeter gemeten tussen de railkoppen
normaalspoortje	=	normaalspoor
normaalspoortjes	=	normaalspoor
normaalsporen	=	normaalspoor
normaalst	=	normaal
normaalste	=	normaal
normaaltonen	=	normaaltoon
normaaltoon	noun	standaardtoon, stemtoon kamertoon (a' = 435 Hz) , normaaltoon (a' = 440 Hz)
normaaltoontje	=	normaaltoon
normaaltoontjes	=	normaaltoon
normaalvector	noun	een normaalvector van een vlak is een vector verschillend van de nulvector die loodrecht staat op dat vlak
normaalvectoren	=	normaalvector
normaalverdeling	noun	een in de waarschijnlijkheidsrekening en statistiek veel toegepaste verdelingsfunctie
normaalverdelingen	=	normaalverdeling
normafwijkend	adj	van gedrag, handelingen of situaties dat ze afwijken van de algemeen aanvaarde regels, normen of verwachtingen binnen een samenleving of groep
normafwijkende	=	normafwijkend
normafwijkender	=	normafwijkend
normafwijkendere	=	normafwijkend
normafwijkenders	=	normafwijkend
normafwijkends	=	normafwijkend
normafwijkendst	=	normafwijkend
normafwijkendste	=	normafwijkend
normale	=	normaal
normalen	=	normaal
normaler	=	normaal
normalere	=	normaal
normalers	=	normaal
normalerwijs	adv	als er niets bijzonders is, als alles in een gewone toestand verkeert of op een gewone manier verloopt
normalerwijze	adv	als er niets bijzonders is, als alles in een gewone toestand verkeert of op een gewone manier verloopt
normalisatie	noun	in overeenstemming brengen met een norm, standaardisatie
normalisaties	=	normalisatie
normalisatietje	=	normalisatie
normalisatietjes	=	normalisatie
normaliseer	=	normaliseren
normaliseerde	=	normaliseren
normaliseerden	=	normaliseren
normaliseert	=	normaliseren
normalisere	=	normaliseren
normaliseren	verb	terug brengen naar wat normaal is, herstellen
normaliserend	=	normaliseren
normaliserende	=	normaliseren
normalisering	noun	het normaal worden van iets dat eerst afwijkend of bijzonder was
normaliseringen	=	normalisering
normalist	noun	leerling van een normaalschool, iemand die een opleiding tot onderwijzer volgt
normaliste	noun	vrouwelijke student van een normaalschool (kweekschool of pedagogische academie)
normalisten	=	normalist
normalistes	=	normaliste
normaliteit	noun	het normaal zijn
normaliteiten	=	normaliteit
normaliteitje	=	normaliteit
normaliter	adv	in het normale geval
normandisch	adj	op Normandië betrekking hebbend
normandische	noun	een vrouwelijke inwoner van Normandië, of een vrouw afkomstig uit Normandië
normandischen	=	normandische
normandischer	=	normandisch
normandischere	=	normandisch
normandischers	=	normandisch
normandischtalig	adj	de Normandische taal sprekend
normandischtalige	=	normandischtalig
normandischtaligs	=	normandischtalig
normandiër	noun	een inwoner van Normandië, of iemand afkomstig uit Normandië
normandiërs	=	normandiër
normandiërtje	=	normandiër
normandiërtjes	=	normandiër
normanichten	noun	een familie Normanichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
normatief	adj	een norm bevattend of stellend
normatiefs	=	normatief
normatiefst	=	normatief
normatiefste	=	normatief
normatieve	=	normatief
normatiever	=	normatief
normatievere	=	normatief
normatievers	=	normatief
normativiteit	noun	het normatief zijn
normativiteiten	=	normativiteit
normbedrag	noun	een hoeveelheid geld die besteed mag worden voor iets; wat iets mag kosten
normbedragen	=	normbedrag
normbedragje	=	normbedrag
normbedragjes	=	normbedrag
normbesef	noun	besef van het bestaan van normen waaraan men zich heeft te houden
normbetrekking	noun	het aantal uren of de omvang van een functie dat binnen een organisatie of cao (Collectieve Arbeidsovereenkomst) als een voltijdse baan (fulltime) wordt beschouwd.
normbetrekkingen	=	normbetrekking
normbetrekkinkje	=	normbetrekking
normbetrekkinkjes	=	normbetrekking
normcore	noun	onopvallende kleding	adj	opvallen door het dragen van onopvallende kleding
normcores	=	normcore
normeer	=	normeren
normeerde	=	normeren
normeerden	=	normeren
normeert	=	normeren
normeloos	adj	zonder aanvaarde regels
normeloost	=	normeloos
normelooste	=	normeloos
normeloze	=	normeloos
normelozer	=	normeloos
normelozere	=	normeloos
normelozers	=	normeloos
normen	=	norm
normen-en-waardenloos	adj	een gebrek aan morele opvattingen vertonend
normen-en-waardenloze	=	normen-en-waardenloos
normen-en-waardenstelsel	noun	het stelsel van normen en waarden.
normen-en-waardenstelsels	=	normen-en-waardenstelsel
normen-en-waardenstelseltje	=	normen-en-waardenstelsel
normen-en-waardenstelseltjes	=	normen-en-waardenstelsel
normenloos	=	normeloos
normenloze	adj	normenloze # verouderde spelling of vorm van normeloze tot 2006
normere	=	normeren
normeren	verb	een norm vaststellen voor
normerend	=	normeren
normerende	=	normeren
normering	noun	het normeren
normeringen	=	normering
normerinkje	=	normering
normerinkjes	=	normering
norminkomen	noun	een normaal inkomen voor iemand met een bepaalde functie
norminkomens	=	norminkomen
normloos	adj	zonder normen en waarden
normloosheden	=	normloosheid
normloosheid	noun	het normloos zijn
normloost	=	normloos
normlooste	=	normloos
normloze	=	normloos
normlozer	=	normloos
normlozere	=	normloos
normlozers	=	normloos
normoblast	noun	voorloper van de erytrocyt die ontstaat uit de orthochromatische erytroblast
normoblasten	=	normoblast
normoblastje	=	normoblast
normoblastjes	=	normoblast
normotensief	adj	met gewone bloeddruk
normotensiefs	=	normotensief
normotensieve	=	normotensief
normoverschrijdend	adj	van gedrag dat fundamentele rechten van anderen schendt, sociale normen overtreedt of agressief is
normoverschrijdende	=	normoverschrijdend
normoverschrijdender	=	normoverschrijdend
normoverschrijdendere	=	normoverschrijdend
normoverschrijdenders	=	normoverschrijdend
normoverschrijdends	=	normoverschrijdend
normoverschrijdendst	=	normoverschrijdend
normoverschrijdendste	=	normoverschrijdend
normpje	=	norm
normpjes	=	norm
normstellend	adj	betrekking hebbend op het maken van regels hoe zaken zouden moeten zijn of worden
normstellende	=	normstellend
normstellender	=	normstellend
normstellendere	=	normstellend
normstellenders	=	normstellend
normstellends	=	normstellend
normstellendst	=	normstellend
normstellendste	=	normstellend
normstelling	noun	de eisen waaraan iets of iemand moet voldoen; het bepalen van de eisen waaraan iets of iemand moet voldoen
normstellingen	=	normstelling
normvervaging	noun	het minder duidelijk worden van de gemeenschappelijke waarden en normen en het makkelijker overtreden van de gemeenschappelijke waarden en normen die nog wel gelden
normvervagingen	=	normvervaging
normvervaginkje	=	normvervaging
normvervaginkjes	=	normvervaging
noronha-elenia	noun	Elaenia ridleyana een zangvogel uit de familie van de tirannen
noronha-elenia's	=	noronha-elenia
noronha-eleniaatje	=	noronha-elenia
noronha-eleniaatjes	=	noronha-elenia
noronhavireo	noun	Vireo gracilirostris een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
noronhavireo's	=	noronhavireo
noronhavireootje	=	noronhavireo
noronhavireootjes	=	noronhavireo
norovirus	noun	norovirus virus dat buikgriep veroorzaakt
norovirusje	=	norovirus
norovirussen	=	norovirus
norren	=	nor
norretje	=	nor
norretjes	=	nor
nors	adj	onvriendelijk en/of kortaf
norse	=	nors
norser	=	nors
norsere	=	nors
norsers	=	nors
norsheden	=	norsheid
norsheid	noun	het onvriendelijk, zwijgzaam en kortaf zijn
norst	=	nors
norste	=	nors
nortonbuis	noun	ijzeren buis met aan de onderzijde een stalen puntstuk en in de wand een serie kleine gaatjes die voor de aanleg van een kunstmatige waterbron in de grond wordt geslagen tot een watervoerende laag is bereikt
nortonbuizen	=	nortonbuis
nortonpomp	noun	zuigpomp die water tot een diepte van 9 meter (1 atmosfeer) uit de grond kan oppompen (via een nortonpijp)
nortonpompen	=	nortonpomp
nortonpompje	=	nortonpomp
nortonpompjes	=	nortonpomp
nos	noun	samenwerkingsverband en coördinatieorgaan van de publieke omroep
nos-journaal	noun	nieuwsuitzending van de Nederlandse publieke omroep op radio of televisie
nos-journaals	=	nos-journaal
nos-journalen	=	nos-journaal
nosocomiaal	adj	door verblijf in het ziekenhuis veroorzaakt
nosocomiale	=	nosocomiaal
nosocomialer	=	nosocomiaal
nosocomialere	=	nosocomiaal
nosologie	noun	de studie van het ontstaan en verloop van ziekten
nosologieën	=	nosologie
nostalgici	=	nostalgicus
nostalgicus	noun	persoon die verlangt naar het herstel van het verleden; persoon die het verleden verheerlijkt; persoon die heimwee heeft naar het verleden
nostalgie	noun	aandoening die het gevolg is van het hevig missen van het moederland, met symptomen als verminderde eetlust, verzwakte spieren en een algemeen gevoel van depressiviteit
nostalgisch	adj	heimwee hebbend naar het verleden
nostalgische	=	nostalgisch
nostalgischer	=	nostalgisch
nostalgischere	=	nostalgisch
nostalgischers	=	nostalgisch
nostalgischt	=	nostalgisch
nostalgischte	=	nostalgisch
nosybe-dwergkameleon	noun	Brookesia minima een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
nosybe-dwergkameleonnetje	=	nosybe-dwergkameleon
nosybe-dwergkameleonnetjes	=	nosybe-dwergkameleon
nosybe-dwergkameleons	=	nosybe-dwergkameleon
nota	noun	rekening, factuur
nota's	=	nota
notaatje	=	nota
notaatjes	=	nota
notabel	adj	aanzienlijk, voornaam
notabele	noun	iemand die door bijvoorbeeld beroep, ambt, kennis, macht of afkomst invloedrijk is in een bepaalde plaats
notabelen	=	notabele
notabeler	=	notabel
notabelere	=	notabel
notabelers	=	notabel
notabels	=	notabel
notabelst	=	notabel
notabelste	=	notabel
notablok	noun	een boekje met afscheurbare papieren blaadjes om snel aantekeningen op te maken
notablokje	=	notablok
notablokjes	=	notablok
notablokken	=	notablok
notaboek	noun	een schrift in boekvorm voor het maken van aantekeningen
notaboeken	=	notaboek
notaboekje	=	notaboek
notaboekjes	=	notaboek
notanummer	noun	het nummer van een factuur
notanummers	=	notanummer
notariaat	noun	bedrijf waar men bepaalde wettelijk bindende documenten kan laten opmaken, zoals testamenten, samenlevingscontracten en statuten
notariaten	=	notariaat
notarieel	adj	betrekking hebbend op een notaris
notarieels	=	notarieel
notarieelst	=	notarieel
notarieelste	=	notarieel
notaris	noun	jurist die bevoegd is om authentieke akten op te maken, te bewaren en uit te geven
notarisje	=	notaris
notarisjes	=	notaris
notariskantoor	noun	werkvertrek van een notaris; gebouw waar een notaris werkt
notariskantoren	=	notariskantoor
notariskost	noun|obsolete	uitgaven die men doet voor het opstellen van een document door een notaris
notariskosten	noun	uitgaven die men doet voor het opstellen van een document door een notaris
notarissen	=	notaris
notaristoerisme	noun	reizen naar een plaats waar de notariskosten lager zijn
notariële	=	notarieel
notariëler	=	notarieel
notariëlere	=	notarieel
notariëlers	=	notarieel
notatie	noun	een representatie met vastgelegde (schrift)tekens
notaties	=	notatie
notatietje	=	notatie
notatietjes	=	notatie
notawisseling	noun	een vereenvoudigde vorm van een internationale overeenkomst of verdrag tussen twee staten (regeringen).
notawisselingen	=	notawisseling
notawisselingetje	=	notawisseling
notawisselingetjes	=	notawisseling
notchback	noun	een type auto waarbij er een knik zit tussen de achterruit en het achterste gedeelte van de auto
notchbacks	=	notchback
note	=	nieten
notebook	noun	een computer zo groot als een notitieblok dus kleiner dan een laptop
notebookje	=	notebook
notebookjes	=	notebook
notebooks	=	notebook
noteer	=	noteren
noteerde	=	noteren
noteerden	=	noteren
noteert	=	noteren
notelaar	noun	Juglans regia notenboom
notelaars	=	notelaar
notelaartje	=	notelaar
notelaartjes	=	notelaar
notelaren	adj	gemaakt van het hout van een notenboom
notemuskaat	=	nootmuskaat
noten	noun	de testikels van een man	adj	van notenhout vervaardigd
notenbalk	noun	een set van vijf lijnen om in de klassieke muzieknotatie de toonhoogten van de ingetekende noten te markeren
notenbalken	=	notenbalk
notenbalkje	=	notenbalk
notenbalkjes	=	notenbalk
notenbar	noun	een winkel waar men noten kan kopen
notenbars	=	notenbar
notenbomen	adj	gemaakt uit notenbomenhout
notenboom	noun	een boomsoort uit het geslacht Juglans
notenboompje	=	notenboom
notenboompjes	=	notenboom
notenbruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8011 ( ); een bruine kleur zoals die van notenhout.	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8011 ( ).
notenbruine	=	notenbruin
notenbruins	=	notenbruin
notendop	noun	beknopt
notendopje	=	notendop
notendopjes	=	notendop
notendoppen	=	notendop
notenduif	noun	Cryptophaps poecilorrhoa een vogel uit de familie Columbidae (duiven)
notenduifje	=	notenduif
notenduifjes	=	notenduif
notenduiven	=	notenduif
notenhout	noun	hout van de notenboom
notenhouten	adj	gemaakt van het hout afkomstig van een notenboom
notenkraker	noun	een werktuig dat het kraken van noten vergemakkelijkt
notenkrakers	=	notenkraker
notenkrakertje	=	notenkraker
notenkrakertjes	=	notenkraker
notenleer	noun	les in toonladders en notenschrift
notenmot	noun	Paralipsa gularis een nachtvlinder uit de familie Pyralidae (snuitmotten).
notenmotje	=	notenmot
notenmotjes	=	notenmot
notenmotten	=	notenmot
notenmuskaat	noun	gemalen kern van de vrucht nootmuskaatboom Myristica fragrans
notenolie	noun	olie uit walnoten geslagen
notenolies	=	notenolie
notenoliën	=	notenolie
notenpapier	noun	papier waarop notenbalken zijn gedrukt zodat men er muziek op kan noteren
notenpapieren	=	notenpapier
notenraper	noun	een hulpmiddel om walnoten (en andere noten of kleine objecten) te rapen zonder te bukken
notenrapers	=	notenraper
notenrapertje	=	notenraper
notenrapertjes	=	notenraper
notenschelp	noun|figurative	zeer klein vaartuig
notenschelpen	=	notenschelp
notenschrift	noun	een notatiesysteem voor muziekcomposities
notenschriften	=	notenschrift
notenschriftje	=	notenschrift
notenschriftjes	=	notenschrift
notensla	noun	bepaald soort gewas, zwaardherik, Eruca sativa
notentekst	noun	de in een partituur vastgelegde muzieknoten
notenteksten	=	notentekst
notentekstje	=	notentekst
notentekstjes	=	notentekst
notere	=	noteren
noteren	verb	aantekeningen maken
noterend	=	noteren
noterende	=	noteren
notering	noun	het noteren (opschrijven)
noteringen	=	notering
noterinkje	=	notering
noterinkjes	=	notering
nothospecies	noun	hybride tussen twee plantensoorten (species)
nothura	noun	Nothura een geslacht uit de vogelfamilie tinamoes dat bestaat uit 4 soorten
nothura's	=	nothura
nothuraatje	=	nothura
nothuraatjes	=	nothura
notie	noun	benul, bewustzijn
noties	=	notie
notietje	=	notie
notificatie	noun	officiële of vormelijke kennisgeving
notificaties	=	notificatie
notificatietje	=	notificatie
notificeer	=	notificeren
notificeerde	=	notificeren
notificeerden	=	notificeren
notificeert	=	notificeren
notificere	=	notificeren
notificeren	verb	bekendmaken
notificerend	=	notificeren
notificerende	=	notificeren
notioneel	adj	fictief, theoretisch, abstract
notioneels	=	notioneel
notioneelst	=	notioneel
notioneelste	=	notioneel
notionele	=	notioneel
notioneler	=	notioneel
notionelere	=	notioneel
notionelers	=	notioneel
notitie	noun	een neergeschreven opmerking of feit
notitieblok	noun	een aantekenboekje met afscheurbare blaadjes
notitieblokje	=	notitieblok
notitieblokjes	=	notitieblok
notitieblokken	=	notitieblok
notitieboek	noun	klein boekje waarin je korte notities kan maken
notitieboeken	=	notitieboek
notitieboekje	=	notitieboek
notitieboekjes	=	notitieboek
notities	=	notitie
notitietje	=	notitie
notitietjes	=	notitie
notograptiden	noun	een familie Notograptidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
notoir	adj	berucht
notoirder	=	notoir
notoirdere	=	notoir
notoirders	=	notoir
notoire	=	notoir
notoirs	=	notoir
notoirst	=	notoir
notoirste	=	notoir
notoriteit	noun	algemene bekendheid
notoriteiten	=	notoriteit
notoriëteit	noun	algemene bekendheid
notoriëteiten	=	notoriëteit
notulant	noun	iemand die het verslag van een vergadering maakt
notulanten	=	notulant
notuleer	=	notuleren
notuleerde	=	notuleren
notuleerden	=	notuleren
notuleert	=	notuleren
notulen	noun	beknopt verslag van een bijeenkomst
notulenboek	noun	boek waarin de notulen van vergaderingen worden opgeschreven
notulenboeken	=	notulenboek
notulenboekje	=	notulenboek
notulenboekjes	=	notulenboek
notulere	=	notuleren
notuleren	verb	de voortgang van een vergadering schriftelijk vastleggen
notulerend	=	notuleren
notulerende	=	notuleren
notulist	noun	verslaggever van een bijeenkomst
notulisten	=	notulist
nou	adv	op dit moment	intj	drukt verbazing of verontwaardiging uit
nougat	noun	harde, taaie, zoetigheid gemaakt van hazelnoot en suiker, zoals oorspronkelijk gemaakt in Italië
nougatbol	noun	snoep in de vorm van een balletje van noga Niet erg gangbaar, omdat noga meestal in de vorm van min of meer rechthoekige brokken wordt aangeboden.
nougatbollen	pron	helemaal niets
nouveauteetje	=	nouveauté
nouveauteetjes	=	nouveauté
nouveauté	noun	iets dat nieuw (bedacht) is, iets wat nooit eerder gedaan is
nouveautés	=	nouveauté
nouvelle	noun	schrijfwijze voor novelle, prozaverhaal dat wat korter is dan een roman	adj	nieuw
nouvelles	=	nouvelle
nouw	=	nieuw
nov	noun	elfde kalendermaand, november
nova	noun	verheldering van een ster in korte tijd (van Lat. stella nova; nieuwe ster)
nova's	=	nova
novaatje	=	nova
novae	=	nova
novatie	noun	overeenkomst waarbij een rechtsverhouding of verbintenis in een nieuwe wordt omgezet (vernieuwd) en waardoor de oude tenietgaat
novaties	=	novatie
noveen	noun	een reeks van negen dagen waarop men op een bijzondere wijze tot God of Maria bidt
novelle	noun	prozaverhaal dat wat de omvang betreft tussen de roman en het korte verhaal geplaatst wordt.
novellen	=	novelle
novelles	=	novelle
novelletje	=	novelle
novelletjes	=	novelle
novellist	noun	schrijver van literair werk dat tussen de 50 en 100 pagina's omvat (dus langer dan een kort verhaal en korter dan een roman)
novellisten	=	novellist
november	noun	elfde maand van het jaar
novemberactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand november
novemberacties	=	novemberactie
novemberactietje	=	novemberactie
novemberactietjes	=	novemberactie
novemberavond	noun	een avond in de maand november
novemberavonden	=	novemberavond
novembercijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand november
novembercijfers	=	novembercijfer
novembercijfertje	=	novembercijfer
novembercijfertjes	=	novembercijfer
novemberdag	noun	een dag in de maand november wanneer de bomen al zonder bladeren zijn maar het nog geen winter is
novemberdagen	=	novemberdag
novembereditie	noun	uitgave voor de maand november
novemberedities	=	novembereditie
novembereditietje	=	novembereditie
novembereditietjes	=	novembereditie
novembermaand	noun	de elfde maand van het jaar
novembermaanden	=	novembermaand
novembermiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand november
novembermiddagen	=	novembermiddag
novembermiddagje	=	novembermiddag
novembermiddagjes	=	novembermiddag
novembermorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand november
novembermorgens	=	novembermorgen
novembermorgentje	=	novembermorgen
novembermorgentjes	=	novembermorgen
novembernacht	noun	een van de nachten in de maand november
novembernachten	=	novembernacht
novembernamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand november
novembernamiddagen	=	novembernamiddag
novembernamiddagje	=	novembernamiddag
novembernamiddagjes	=	novembernamiddag
novembernummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 11de maand van het jaar
novembernummers	=	novembernummer
novemberochtend	noun	deel van de dag in de maand november tussen 6.00 en 12.00 uur
novemberochtenden	=	novemberochtend
novemberochtendje	=	novemberochtend
novemberochtendjes	=	novemberochtend
novembers	=	november
novemberspanner	noun	Epirrita autumnata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
novemberspanners	=	novemberspanner
novemberspannertje	=	novemberspanner
novemberspannertjes	=	novemberspanner
novembertemperaturen	=	novembertemperatuur
novembertemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand november
novembertemperatuurtje	=	novembertemperatuur
novembertemperatuurtjes	=	novembertemperatuur
novembertje	=	november
novemberweek	noun	week in de maand november
novemberweekje	=	novemberweek
novemberweekjes	=	novemberweek
novemberweer	noun	het najaarsweer dat normaal is voor november
novemberweken	=	novemberweek
novemberwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand november
novemberwijnen	=	novemberwijn
novemberwijntje	=	novemberwijn
novemberwijntjes	=	novemberwijn
novemberwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand november
novemberwinden	=	novemberwind
novemberwindje	=	novemberwind
novemberwindjes	=	novemberwind
novemberzon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand november
novemberzonnen	=	novemberzon
novemberzonnetje	=	novemberzon
novemberzonnetjes	=	novemberzon
novemdeciljard	noun	getal gelijk aan 10¹¹⁷, te schrijven als een 1 met 117 nullen	num	10¹¹⁷, het getal in cijfers een één met honderdenzeventien nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
novemdeciljarden	=	novemdeciljard
novemdeciljoen	noun	getal gelijk aan 10¹¹⁴, te schrijven als een 1 met 114 nullen	num	10¹¹⁴, het getal in cijfers een één met honderdenveertien nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
novemdeciljoenen	=	novemdeciljoen
novemole	noun	een groepje met een ongewoon aantal van negen muzieknoten of rusten, op een plaats waar het gewone patroon, tweedelig is en bijv. 1, 2, 4 ... noten zou bevatten.
novemolen	=	novemool
novemoletje	=	novemole
novemoletjes	=	novemole
novemool	noun	een groepje met een ongewoon aantal van negen muzieknoten of rusten, op een plaats waar het gewone patroon, tweedelig is en bijv. 1, 2, 4 ... noten zou bevatten.
novemooltje	=	novemool
novemooltjes	=	novemool
novemtrigintiljoen	noun	getal gelijk aan 10²³⁴, te schrijven als een 1 met 234 nullen	num	10²³⁴, het getal in cijfers een één met tweehonderdvierendertig nullen
novemtrigintiljoenen	=	novemtrigintiljoen
novene	noun	een reeks van negen dagen waarop men op een bijzondere wijze tot God bidt, ter verkrijging van een gunst of ter voorbereiding op een grote feestdag
novenen	=	novene
novenes	=	novene
novice	noun	iemand die (voor de intrede in het klooster) een proeftijd doormaakt
novicen	=	novice
novices	=	novice
noviciaat	noun	proeftijd voor nieuwe kloosterlingen, waarin ze al volgens de regels van de betreffende orde leven, maar nog de keus kunnen maken om niet toe treden
noviciaten	=	noviciaat
noviet	noun	iemand die met iets nieuws gaat beginnen (met name iemand die pas is gaan studeren)
novieten	=	noviet
noviteit	noun	nieuwigheid
noviteiten	=	noviteit
noviteitje	=	noviteit
novitiaat	noun	de tijd dat men nog niet officieel als lid tot een organisatie is toegelaten
novitiaten	=	novitiaat
novum	noun	iets nieuws
novumpje	=	novum
novumpjes	=	novum
novums	=	novum
noxit	noun	de mogelijke afscheiding van Amsterdam-noord van de gemeente Amsterdam
nozem	noun	zelfbewuste, stoer geklede, van vetkuif en buikschuiver voorziene branieschopper (uit de jaren vijftig/zestig)
nozempje	=	nozem
nozempjes	=	nozem
nozems	=	nozem
noël	noun	Kerstmis
noëls	=	noël
npo	noun	Nedderlandse publieke omroep
nr	noun	nationaal record
nr's	=	nr
nrgd	noun	register met alle officieel erkende deskundigen die door het Openbaar Ministerie mogen worden opgeroepen als deskundige in een strafrechtzaak
nrs	=	nr
ns-station	noun	stationsgebouwen in Nederland die in eigendom en beheer zijn bij NS Stations
ns-stationnetje	=	ns-station
ns-stations	=	ns-station
nsb-familie	noun	familie met één of meer NSB-leden
nsb-families	=	nsb-familie
nsb-familietje	=	nsb-familie
nsb-familietjes	=	nsb-familie
ntc	noun	materiaal met een negatief verloop van de elektrische weerstand met de temperatuur
ntc's	=	ntc
ntc'tje	=	ntc
ntc'tjes	=	ntc
ntsc	noun	National Television Standards Committee
nu	adv	op het huidige tijdstip	conj	drukt uit dat een bepaalde gebeurtenis, die van een zekere invloed is op de huidige situatie, eerder heeft plaatsgevonden
nu's	=	nu
nuance	noun	een minimaal verschil
nuanceer	=	nuanceren
nuanceerde	=	nuanceren
nuanceerden	=	nuanceren
nuanceering	=	nuancering
nuanceert	=	nuanceren
nuanceje	=	nuance
nuancen	=	nuance
nuancere	=	nuanceren
nuanceren	verb	een klein verschil duidelijk laten uitkomen
nuancerend	=	nuanceren
nuancerende	=	nuanceren
nuancering	noun	subtiel verschil aangeven; het nuanceren
nuanceringen	=	nuancering
nuances	=	nuance
nuancetje	=	nuance
nuancetjes	=	nuance
nuanceverschil	noun	kleine afwijking; klein verschil
nuanceverschillen	=	nuanceverschil
nuanceverschilletje	=	nuanceverschil
nuanceverschilletjes	=	nuanceverschil
nubisch	adj	betreft de cultuur, taal en etniciteit van het Nubische volk, oorspronkelijk afkomstig uit Nubië, een historische regio langs de Nijl tussen Aswan (Zuid-Egypte) en Khartoem (Soedan)
nubische	=	nubisch
nubischer	=	nubisch
nubischere	=	nubisch
nubischers	=	nubisch
nubiër	noun	oorspronkelijke inwoner van het gebied in Egypte ten zuiden van Aswan
nubiërs	=	nubiër
nubuck	noun	zacht rundleer dat lijkt op suède maar wat steviger is	adj	gemaakt nubuck
nuchtend	=	ochtend
nuchtent	=	ochtend
nuchter	adj	niet onder de invloed van iets bedwelmends, vooral alcohol
nuchterder	=	nuchter
nuchterdere	=	nuchter
nuchterders	=	nuchter
nuchtere	=	nuchter
nuchterheden	=	nuchterheid
nuchterheid	noun	in een staat zijn van nog niet gegeten hebbend
nuchterheidje	=	nuchterheid
nuchterling	noun	een praktisch iemand
nuchterlingen	=	nuchterling
nuchters	=	nuchter
nuchterst	=	nuchter
nuchterste	=	nuchter
nuchthemeron	noun	in de fysiologie, de geneeskunde en de ecologie gebruikte term om een periode van 24 uur ofwel een etmaal te beschrijven
nucleair	adj	op de atoomkern en de daaraan gerelateerde technologie betrekking hebbend
nucleairder	=	nucleair
nucleairdere	=	nucleair
nucleairders	=	nucleair
nucleaire	=	nucleair
nucleairs	=	nucleair
nucleairst	=	nucleair
nucleairste	=	nucleair
nuclei	=	nucleus
nucleofiel	noun	negatief geladen (deel van) molecuul dat geneigd is om met het vrije elektronenpaar een reactie aan te gaan met een molecuul of gedeelte daarvan dat een positieve lading heeft	adj	negatief geladen en daardoor geneigd om met het vrije elektronenpaar een reactie aan te gaan met een molecuul of gedeelte daarvan dat een positieve lading heeft
nucleofiele	=	nucleofiel
nucleofielen	=	nucleofiel
nucleofiels	=	nucleofiel
nucleon	noun	deeltje in de atoomkern
nucleonen	=	nucleon
nucleontje	=	nucleon
nucleontjes	=	nucleon
nucleotide	noun	een bio-organische verbinding die een bouwsteen is voor DNA en RNA
nucleotiden	=	nucleotide
nucleotides	=	nucleotide
nucleus	noun	het organel dat de genetische code (DNA) bevat
nucleusen	=	nucleus
nucleusje	=	nucleus
nucleusjes	=	nucleus
nucleïnezuren	=	nucleïnezuur
nucleïnezuur	noun	hoogmoleculair organisch zuur
nucleïnezuurtje	=	nucleïnezuur
nucleïnezuurtjes	=	nucleïnezuur
nudge	=	nudgen
nudgede	=	nudgen
nudgeden	=	nudgen
nudgen	verb	op een onopvallende manier iemands gedrag (in een gewenste richting) beïnvloeden
nudgend	=	nudgen
nudgende	=	nudgen
nudget	=	nudgen
nudgete	=	nudgen
nudgeten	=	nudgen
nudging	noun	een manier waarop mensen op subtiele wijze worden gemotiveerd gewenst gedrag te vertonen
nudisme	noun	leefstijl waarbij men ongekleed gaat
nudist	noun	iemand die vindt dat een verblijf in de vrije natuur zonder het dragen van kleding gezond is
nudisten	=	nudist
nudistencamping	noun	kampeerplaats die specifiek is aangewezen voor naturisme, oftewel het recreëren zonder kleding
nudistencampingen	=	nudistencamping
nudistencampinkje	=	nudistencamping
nudistencampinkjes	=	nudistencamping
nudistenhuwelijk	noun	een huwelijksceremonie waarbij beide partijen geen kleren aanhebben
nudistenhuwelijken	=	nudistenhuwelijk
nudistenstrand	noun	strand dat specifiek is aangewezen voor naturisme, oftewel het recreëren zonder kleding
nudistenstranden	=	nudistenstrand
nudistenstrandje	=	nudistenstrand
nudistenstrandjes	=	nudistenstrand
nuditeit	noun	naaktheid
nuditeiten	=	nuditeit
nuf	noun	een verwaand en overdreven net meisje of jonge vrouw
nufarzeebrasem	noun	Cheimerius nufar een straalvinnige vis uit de familie van zeebrasems (Sparidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
nufarzeebrasempje	=	nufarzeebrasem
nufarzeebrasempjes	=	nufarzeebrasem
nufarzeebrasems	=	nufarzeebrasem
nuffen	=	nuf
nuffig	adj	wat past bij iemand die zich verheven voelt boven andere mensen
nuffige	=	nuffig
nuffiger	=	nuffig
nuffigere	=	nuffig
nuffigers	=	nuffig
nuffigs	=	nuffig
nuffigst	=	nuffig
nuffigste	=	nuffig
nufje	=	nuf
nufjes	=	nuf
nugger	noun	niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekende
nuggers	=	nugger
nugget	noun	klont, brok, klomp(je)
nuggets	=	nugget
nuk	noun	een grillige maar vooral ook lastige stemming of daad
nukje	=	nuk
nukjes	=	nuk
nukken	=	nuk
nukkig	adj	iemand met een grillige en chagrijnige stemming of karakter
nukkige	=	nukkig
nukkiger	=	nukkig
nukkigere	=	nukkig
nukkigers	=	nukkig
nukkigheden	=	nukkigheid
nukkigheid	noun	het grillig en chagrijnig zijn
nukkigheidje	=	nukkigheid
nukkigheidjes	=	nukkigheid
nukkigs	=	nukkig
nukkigst	=	nukkig
nukkigste	=	nukkig
nuku-hivamonarch	noun	Pomarea nukuhivae een uitgestorven zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
nuku-hivamonarchen	=	nuku-hivamonarch
nuku-hivamonarchje	=	nuku-hivamonarch
nuku-hivamonarchjes	=	nuku-hivamonarch
nuku-hivamuskaatduif	noun	Ducula galeata een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
nuku-hivamuskaatduifje	=	nuku-hivamuskaatduif
nuku-hivamuskaatduifjes	=	nuku-hivamuskaatduif
nuku-hivamuskaatduiven	=	nuku-hivamuskaatduif
nukupuu	noun	een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae)
nukupuu's	=	nukupuu
nukupuutje	=	nukupuu
nukupuutjes	=	nukupuu
nul	noun	niks, de afwezigheid van iets	num	0, één minder dan één
nul-op-de-meterbouw	noun	zeer energiezuinig gebouw
nul-op-de-meterbouwen	verb	bouwen van zeer energiezuinige gebouwen
nul-op-de-meterbouwende	=	nul-op-de-meterbouwen
nul-op-de-meterhuis	noun	woning met voorzieningen die per jaar evenveel energie opwekken als de bewoners verbruiken
nul-op-de-meterhuisje	=	nul-op-de-meterhuis
nul-op-de-meterhuisjes	=	nul-op-de-meterhuis
nul-op-de-meterhuizen	=	nul-op-de-meterhuis
nul-op-de-meterhypotheek	noun	lening met een zeer energiezuinig gebouw als onderpand
nul-op-de-meterhypotheken	=	nul-op-de-meterhypotheek
nul-op-de-meternieuwbouw	noun	zeer energiezuinig nieuw gebouw
nul-op-de-meterrenovatie	noun	het zodanig verbouwen van een gebouw dat dit gebouw zeer energiezuinig is
nul-op-de-meterrenovaties	=	nul-op-de-meterrenovatie
nul-op-de-metersubsidie	noun	overheidsbijdrage die men ontvangt voor het bouwen of verbouwen van een zeer energiezuinige woning
nul-op-de-metersubsidies	=	nul-op-de-metersubsidie
nul-op-de-meterwoning	noun	een woning die evenveel elektriciteit opwekt als dat er in de woning verbruikt wordt
nul-op-de-meterwoningen	=	nul-op-de-meterwoning
nul-op-de-meterwoninkje	=	nul-op-de-meterwoning
nul-op-de-meterwoninkjes	=	nul-op-de-meterwoning
nulde	adj	nummer nul in een rij
nuldimensionaal	adj	met nul parameters waarmee de vorm en afmetingen van iets worden vastgelegd
nuldimensionaals	=	nuldimensionaal
nuldimensionale	=	nuldimensionaal
nuldoorgang	noun	het moment waarop de elektrische wisselspanning of wisselstroom nul is
nuldoorgangen	=	nuldoorgang
nuldoorgangetje	=	nuldoorgang
nuldoorgangetjes	=	nuldoorgang
nuldraad	noun	draad die een elektrische koppeling met aarde bezit, en waarin vrijwel geen spanningsverschil met de aarde optreedt
nuldraadje	=	nuldraad
nuldraadjes	=	nuldraad
nuldraden	=	nuldraad
nulenergetisch	adj	betreffende een woning die netto geen energie verbruikt
nulenergetische	=	nulenergetisch
nulenergetischer	=	nulenergetisch
nulenergetischere	=	nulenergetisch
nulenergetischers	=	nulenergetisch
nulenergiewoning	noun	een woning die geen energie van buiten nodig heeft voor stroomvoorziening en verwarming
nulenergiewoningen	=	nulenergiewoning
nulenergiewoninkje	=	nulenergiewoning
nulenergiewoninkjes	=	nulenergiewoning
nulheffing	noun	dat er over goederen of diensten 0% btw wordt berekend.
nulheffingen	=	nulheffing
nulheffinkje	=	nulheffing
nulheffinkjes	=	nulheffing
nulhypothese	noun	veronderstelling die al of niet ontkracht kan worden door een onderzoek; een exacte, kwantitatieve uitspraak over een parameter van de populatie
nulhypothesen	=	nulhypothese
nulhypotheses	=	nulhypothese
nuljarig	adj	nog geen jaar durend, kortdurend
nuljarige	noun	levend wezen dat 0 jaar oud is of iets dat 0 jaar bestaat
nuljarigen	=	nuljarige
nuljarigs	=	nuljarig
nullarborkwartellijster	noun	Cinclosoma alisteri een zangvogel uit de familie Cinclosomatidae.
nullarborkwartellijsters	=	nullarborkwartellijster
nullarborkwartellijstertje	=	nullarborkwartellijster
nullarborkwartellijstertjes	=	nullarborkwartellijster
nullast	noun	vermogenverbruik van een omvormer zonder dat er vermogen wordt afgenomen
nullen	=	nul
nullenuil	noun	Dicycla oo een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
nullenuilen	=	nullenuil
nullenuiltje	=	nullenuil
nullenuiltjes	=	nullenuil
nulletje	=	nul
nulletjes	=	nul
nullies	noun	de jaren 2000 tot en met 2009; de jaren nul; het eerste decennium van de 21ste eeuw
nullijn	noun	een lijn van gelijk blijven en geen verandering
nullijnen	=	nullijn
nullijntje	=	nullijn
nullijntjes	=	nullijn
nullipara	noun	vrouw die nog geen kind heeft gebaard
nulliteit	noun	iets dat geen waarde of belang heeft; iemand zonder waarde
nulliteiten	=	nulliteit
nulliteitje	=	nulliteit
nulmeridiaan	noun	de meridiaan die gebruikt wordt in de landmeetkunde als referentie voor het bepalen van de lengte van een punt op de aarde of een ander hemellichaam
nulmeridianen	=	nulmeridiaan
nulmeting	noun	bepaling van de situatie aan het begin van een onderzoek
nulmetingen	=	nulmeting
nulmetinkje	=	nulmeting
nulmetinkjes	=	nulmeting
nulnummer	noun	proefnummer van een tijdschrift voordat men begint met de officiële uitgave
nulnummers	=	nulnummer
nuloptie	noun	beleid waarbij naar 0 als het gewenste aantal streeft
nulopties	=	nuloptie
nuloudergezin	noun	ouders die om verschillende redenen zelden thuis zijn om toezicht te kunnen houden op hun kinderen
nuloudergezinnen	=	nuloudergezin
nulpost	noun	een mutatie op een bankrekening van 0,00 Euro (of willekeurig welke andere muntsoort)
nulposten	=	nulpost
nulpostje	=	nulpost
nulpostjes	=	nulpost
nulpunt	noun	referentiepunt van waar wordt gemeten
nulpunten	=	nulpunt
nulpuntje	=	nulpunt
nulpuntjes	=	nulpunt
nulpuntsenergie	noun	energie van een lichaam bij het absolute nulpunt
nulpuntsenergieën	=	nulpuntsenergie
nulrente	noun	een rentepercentage van nul procent
nulrenten	=	nulrente
nulrentes	=	nulrente
nulrentoceen	noun|humorous	tijdperk waarin men op spaargeld geen rente krijgt of zelfs moet betalen voor een spaarrekening
nulstand	noun	neutrale stand
nulstandbeleid	noun	beleid om de dierenstand van een bepaalde soort op nul te houden
nulstanden	=	nulstand
nulste	adj|informal	voor iets wat nog aan het eerste onderdeel van een reeks komt, het absolute begin het dichtst benadert
nultarief	noun	goederen en diensten die vrijgesteld zijn van BTW (waarvan het BTW tarief dus 0% is)
nultarieven	=	nultarief
nultolerantie	noun	handhaving van regels waarbij direct wordt opgetreden tegen elke overtreding, ook als die op zichzelf niet zo ernstig is
nultolerantieaanpak	noun	aanpak waarbij men ook (zeer) kleine vergrijpen streng straft
nultolerantieaanpakken	=	nultolerantieaanpak
nultolerantiebeleid	noun	aanpak waarbij men ook (zeer) kleine vergrijpen streng straft
nultrap	noun	in een ablautreeks de algehele verdwijning van een klinker in een woord na loop van tijd
nultrapje	=	nultrap
nultrapjes	=	nultrap
nultrappen	=	nultrap
nultredewoning	noun	een zelfstandige woning waarbij je de voordeur, woonkamer, keuken, badkamer, het toilet en ten minste één slaapkamer kunt bereiken zonder dat je een trap hoeft te lopen.
nultredewoningen	=	nultredewoning
nultredewoninkje	=	nultredewoning
nultredewoninkjes	=	nultredewoning
nulurencontract	noun	arbeidscontract waarbij je geen vast aantal uren per week hebt en er ook weken zonder werk kunnen zijn
nulurencontracten	=	nulurencontract
nulurencontractje	=	nulurencontract
nulurencontractjes	=	nulurencontract
nuluurcontract	noun	arbeidscontract waarbij je geen vast aantal uren per week hebt en er ook weken zonder werk kunnen zijn
nuluurcontracten	=	nuluurcontract
nuluurcontractje	=	nuluurcontract
nuluurcontractjes	=	nuluurcontract
nulvector	noun	vector met grootte nul; het (unieke) neutrale element voor de optelling van vectoren van een bepaalde vectorruimte
nulvectoren	=	nulvector
nulverzameling	noun	collectie waarvan de omvang bij vergelijking met de collectie waarvan zij onderdeel uitgedrukt wordt door de maat 0: meetbare verzameling in een maatruimte (S, Σ, μ) waarvoor μ (N) = 0
nulverzamelingen	=	nulverzameling
nulvlak	noun	referentievlak ten opzichte waarvan een hoogte of diepte wordt aangegeven
nulvlakje	=	nulvlak
nulvlakjes	=	nulvlak
nulvlakken	=	nulvlak
nulzesnummer	noun	een Nederlands mobiel telefoonnummer, dat begint met de cijfers 06
nulzesnummers	=	nulzesnummer
nulzesnummertje	=	nulzesnummer
nulzesnummertjes	=	nulzesnummer
numbat	noun	Myrmecobius fasciatus een Australisch buideldier ter grootte van een eekhoorn, dat leeft in het zuidwestelijk deel van Australië.
numbatje	=	numbat
numbatjes	=	numbat
numbats	=	numbat
numerair	noun	gemunt geld	adj	naar het getal
numerairder	=	numerair
numerairdere	=	numerair
numerairders	=	numerair
numeraire	=	numerair
numerairs	=	numerair
numerairst	=	numerair
numerairste	=	numerair
numeri	=	numerus
numeriek	adj	bestaande uit getallen en cijfers
numerieke	=	numeriek
numerieker	=	numeriek
numeriekere	=	numeriek
numeriekers	=	numeriek
numerieks	=	numeriek
numeriekst	=	numeriek
numeriekste	=	numeriek
numero	noun	onder het nummer, met het nummer, plaats in een rangschikking
numero's	=	numero
numerologen	=	numeroloog
numerologie	noun	een vorm van waarzeggerij die zich bezighoudt met enerzijds esoterische, symbolische aspecten van getallen, en anderzijds met bredere interpretaties van getallensymboliek
numeroloog	noun	iemand die zich deskundig acht op het gebied van de numerologie
numerootje	=	numero
numerootjes	=	numero
numeroteur	noun	een stempelapparaat dat automatisch doornummert
numeroteurs	=	numeroteur
numeroteurtje	=	numeroteur
numeroteurtjes	=	numeroteur
numerus	noun	aantal, getal, nummer
numerus-fixusstudie	noun	een studie met een numerus fixus van de toelating
numerus-fixusstudies	=	numerus-fixusstudie
numerusje	=	numerus
numerusjes	=	numerus
numforboszanger	noun	Phylloscopus maforensis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
numforboszangers	=	numforboszanger
numforboszangertje	=	numforboszanger
numforboszangertjes	=	numforboszanger
numforvlagstaartijsvogel	noun	Tanysiptera carolinae een endemische vogel van het eiland Numfor voor de kust van Papoea (Indonesië).
numforvlagstaartijsvogels	=	numforvlagstaartijsvogel
numforvlagstaartijsvogeltje	=	numforvlagstaartijsvogel
numforvlagstaartijsvogeltjes	=	numforvlagstaartijsvogel
numineus	adj	ter plekke zin gevend aan het bestaan, direct verwijzend naar het goddelijke
numineust	=	numineus
numineuste	=	numineus
numineuze	=	numineus
numineuzer	=	numineus
numineuzere	=	numineus
numineuzers	=	numineus
numismaat	noun	een expert, verzamelaar of handelaar op het gebied van de munt- of penningkunde
numismaten	=	numismaat
numismatici	=	numismaticus
numismaticus	noun	expert op het gebied van munt- en penningkunde
numismatiek	noun	de munt- en penningkunde
numismatisch	adj	betrekking hebbend op de munt- en penningkunde, de numismatiek
numismatische	=	numismatisch
numismatischer	=	numismatisch
numismatischere	=	numismatisch
numismatischers	=	numismatisch
nummer	noun	een aanduiding met een getal
nummerbehoud	noun	het kunnen blijven gebruiken van hetzelfde (telefoon)nummer bij verandering van telecommaatschappij
nummerblok	noun	een afscheurblok met genummerde lootjes (vaak 1-100 of 1-1000) gebruikt voor loterijen, garderobes of evenementen
nummerbord	noun	een op een voertuig aangebracht teken met een registratienummer
nummerborden	=	nummerbord
nummerbordje	=	nummerbord
nummerbordjes	=	nummerbord
nummerde	=	nummeren
nummerden	=	nummeren
nummere	=	nummeren
nummeren	verb	een uniek getal aan iets hechten, gewoonlijk in oplopende rangorde
nummerend	=	nummeren
nummerende	=	nummeren
nummerherkenning	noun	een voorziening op een telefoontoestel die het mogelijk maakt om te zien door welk telefoonnummer je gebeld wordt
nummerherkenningen	=	nummerherkenning
nummering	noun	het geven van volgnummers aan opeenvolgende elementen van een verzameling
nummeringen	=	nummering
nummerplaat	noun	metalen of kunststoffen plaat aangbracht op een voertuig met het kenteken ervan
nummerplaatje	=	nummerplaat
nummerplaatjes	=	nummerplaat
nummerplaten	=	nummerplaat
nummers	=	nummer
nummerschijf	noun	een deel van een oudere automatische telefoon waarmee de beller het telefoonnummer koos door de schijf met gaatjes te draaien
nummerschijfje	=	nummerschijf
nummerschijfjes	=	nummerschijf
nummerschijven	=	nummerschijf
nummert	=	nummeren
nummertje	=	nummer
nummertjes	=	nummer
nummulair	adj	ter grootte van een muntstuk bijvoorbeeld bij huidafwijking
nummulairder	=	nummulair
nummulairdere	=	nummulair
nummulaire	=	nummulair
nun	=	noen
nunatak	noun	een geïsoleerde bergtop, -rand of -piek in een gebied met permanente ijsbedekking, die vrij is van sneeuw en ijs
nunatakje	=	nunatak
nunatakjes	=	nunatak
nunataks	=	nunatak
nuntiaturen	=	nuntiatuur
nuntiatuur	noun	residentie van de nuntius
nuntiatuurtje	=	nuntiatuur
nuntiatuurtjes	=	nuntiatuur
nuntii	=	nuntius
nuntius	noun	de pauselijke vertegenwoordiger
nuntiusje	=	nuntius
nuntiusjes	=	nuntius
nuntiussen	=	nuntius
nunvlinder	noun	Orthosia gothica een nachtvlinder uit de familie van de Noctuidae, de uilen, met een spanwijdte van 30 tot 40 millimeter.
nunvlinders	=	nunvlinder
nunvlindertje	=	nunvlinder
nunvlindertjes	=	nunvlinder
nuptiaal	adj	betrekking hebbend op de huwelijksvoltrekking
nuptiaals	=	nuptiaal
nuptiaalst	=	nuptiaal
nuptiaalste	=	nuptiaal
nuptiale	=	nuptiaal
nuptialer	=	nuptiaal
nuptialere	=	nuptiaal
nuptialers	=	nuptiaal
nur	abbrev	Nederlandse Uniforme Rubrieksindeling is een driecijferige code die het onderwerp van het boek aangeeft.
nurk	noun	een vervelend, nors, knorrig, kwaadaardig persoon
nurken	verb	zachtjes een trillend laag geluid laten horen
nurkend	=	nurken
nurkende	=	nurken
nurks	noun	iemand die zich nurks gedraagt	adj	van een mens en dan vooral van een man: hatelijk, beledigend en dus onaangenaam in de omgang
nurkse	=	nurks
nurksen	=	nurks
nurkser	=	nurks
nurksere	=	nurks
nurksers	=	nurks
nurksheden	=	nurksheid
nurksheid	noun	lompe onvriendelijkheid
nurksje	=	nurks
nurksjes	=	nurks
nurkst	=	nurks
nurkste	=	nurks
nurkte	=	nurken
nurse	noun	vrouw die kinderen verzorgt
nurses	=	nurse
nut	noun	baat, voordeel; een bijdrage aan het bereiken van een doel	adj	voordeel opleverend, nut afwerpend
nutatie	noun	de beweging van de primaire rotatie-as van een ronddraaiend voorwerp, die optreedt indien het massamiddelpunt van het voorwerp niet ligt op die primaire rotatie-as
nutaties	=	nutatie
nutatietje	=	nutatie
nutatietjes	=	nutatie
nutje	=	nut
nutriscore	noun	voedingslabel met zes bijbehorende kleuren om in een oogopslag te zien of een product een verstandige keuze is
nutriscores	=	nutriscore
nutriënt	noun	elke stof die op enigerlei wijze door een organisme opgenomen kan worden, en daarin nuttig gebruikt kan worden, een voedingsstof
nutriënten	=	nutriënt
nuts	=	nut
nutsbedrijf	noun	een bedrijf dat, vaak vanuit een monopoliepositie, opereert in een sector die van openbaar nut is omdat het belangrijke producten of diensten levert die in het algemeen belang zijn (met name gas, water, elektriciteit en openbaar vervoer)
nutsbedrijfje	=	nutsbedrijf
nutsbedrijfjes	=	nutsbedrijf
nutsbedrijven	=	nutsbedrijf
nutsdier	noun	beest dat door mensen wordt gehouden om producten voort te brengen of voor ander praktische voordelen
nutsdieren	=	nutsdier
nutsdiertje	=	nutsdier
nutsdiertjes	=	nutsdier
nutsfunctie	noun	bedrijvigheid met een maatschappelijk belang dat aanzienlijk groter is dan wat haar klanten kunnen of willen betalen Dit maatschappelijke belang kan leiden tot discussie over regelgeving, toezicht of uitvoering door of namens de overheid.
nutsfuncties	=	nutsfunctie
nutsgroep	noun	organisatie bestaande uit een aantal nutsbedrijven (gas-, elektriciteit- en watervoorziening)
nutsgroepen	=	nutsgroep
nutshuisdier	noun	beest dat door mensen in hun woning wordt gehouden om producten voort te brengen of voor ander praktische voordelen
nutshuisdieren	=	nutshuisdier
nutsleiding	noun	ondergrondse of bovengrondse leidingen en kabels die essentiële basisvoorzieningen naar huizen en bedrijven brengen.
nutsleidingen	=	nutsleiding
nutsleidinkje	=	nutsleiding
nutsleidinkjes	=	nutsleiding
nutslezing	noun|obsolete	een lezing gehouden voor de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
nutslezingen	=	nutslezing
nutsscholen	=	nutsschool
nutsschool	noun	een vorm van bijzonder onderwijs die niet afhankelijk is van een levensbeschouwelijke of maatschappelijke stroming.
nutsschooltje	=	nutsschool
nutsschooltjes	=	nutsschool
nutssector	noun	groep bedrijven die, vaak vanuit een monopoliepositie, opereren in een sector die beschouwd wordt zijnde van openbaar nut omdat het belangrijke producten of diensten levert die in het algemeen belang zijn (vaak gaat het over gasbedrijven, elektriciteitsbedrijven en drinkwaterbedrijven maar soms ook telecommunicatiebedrijven en banken).
nutssectoren	=	nutssector
nutssectors	=	nutssector
nutst	=	nut
nutste	=	nut
nutsvoorziening	noun	een bedrijf dat, vaak vanuit een monopoliepositie, opereert in een sector die beschouwd wordt zijnde van openbaar nut omdat het belangrijke producten of diensten levert die in het algemeen belang zijn
nutsvoorzieningen	=	nutsvoorziening
nutte	=	nut
nutteloos	adj	zonder voordeel, zonder nut
nutteloosheden	=	nutteloosheid
nutteloosheid	noun	het nutteloos zijn
nutteloosheidje	=	nutteloosheid
nutteloost	=	nutteloos
nuttelooste	=	nutteloos
nutteloze	=	nutteloos
nuttelozer	=	nutteloos
nuttelozere	=	nutteloos
nuttelozers	=	nutteloos
nutten	verb	van nut zijn
nuttend	=	nutten
nuttende	=	nutten
nutter	=	nut
nuttere	=	nut
nutters	=	nut
nuttig	adj	van nut zijnde; van iets of iemand dat het een bijdrage levert aan het behalen van een doel
nuttigde	=	nuttigen
nuttigden	=	nuttigen
nuttige	=	nuttig
nuttigen	verb	voedsel gebruiken
nuttigend	=	nuttigen
nuttigende	=	nuttigen
nuttiger	noun	iemand die (iets) nuttigt
nuttigere	=	nuttig
nuttigers	=	nuttig
nuttigheden	=	nuttigheid
nuttigheid	noun	nut
nuttiging	noun	iets dat met eet of drinkt
nuttigingen	=	nuttiging
nuttigingetje	=	nuttiging
nuttigingetjes	=	nuttiging
nuttigs	=	nuttig
nuttigst	=	nuttig
nuttigste	=	nuttig
nuttigt	=	nuttigen
nuutje	=	nu
nuvariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter nu
nuvarianten	=	nuvariant
nuw	=	nieuw
nuwt	=	nieuw
nv	noun	naamloze vennootschap
nv's	=	nv
nv'tje	=	nv
nv'tjes	=	nv
nvu	noun	Nederlandse Volksunie
nw	abbrev	noordwest
nwo	noun	Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
nyala	noun	Tragelaphus angasii een antilope uit de familie Bovidae
nyala's	=	nyala
nyalaatje	=	nyala
nyalaatjes	=	nyala
nyanzagierzwaluw	noun	Apus niansae een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
nyanzagierzwaluwen	=	nyanzagierzwaluw
nyanzagierzwaluwtje	=	nyanzagierzwaluw
nyanzagierzwaluwtjes	=	nyanzagierzwaluw
nyasa-agaporniden	=	nyasa-agapornis
nyasa-agapornis	noun	Agapornis lilianae een papegaai uit het geslacht van de dwergpapegaaien.
nyasa-agapornisje	=	nyasa-agapornis
nyasa-agapornisjes	=	nyasa-agapornis
nyasa-agapornissen	=	nyasa-agapornis
nychthemeron	noun	in de fysiologie, de geneeskunde en de ecologie gebruikte term om een periode van 24 uur ofwel een etmaal te beschrijven
nyctalopie	noun	nachtblindheid, dagblindheid
nycthemeron	noun	in de fysiologie, de geneeskunde en de ecologie gebruikte term om een periode van 24 uur ofwel een etmaal te beschrijven
nycturie	noun	een verhoogde urinelozing in de nacht
nylon	noun	tot de polyamiden behorende synthetische thermoplastische uit vezels bestaande kunststof	adj	gemaakt van nylon
nylondraad	noun	een draad gemaakt van de kunstvezel nylon
nylondraadje	=	nylondraad
nylondraadjes	=	nylondraad
nylondraden	=	nylondraad
nylonkoord	noun	een touw of snoer gemaakt van nylonvezels
nylonkoorden	=	nylonkoord
nylonkoordje	=	nylonkoord
nylonkoordjes	=	nylonkoord
nylonkous	noun	dunne kous van nylon voor vrouwen, tot bovenaan het been bevestigd met een jarretel, uiterst populair attribuut na de tweede wereldoorlog
nylonkousen	=	nylonkous
nylonkousje	=	nylonkous
nylonkousjes	=	nylonkous
nylonlegering	noun	kunststof die bestaat uit een bepaald polyamide vermengd met andere stoffen die het de gewenste eigenschappen geven
nylonlegeringen	=	nylonlegering
nylons	=	nylon
nymfomaan	adj	over vrouwen: lijdend aan een te sterke geslachtsdrift
nymfomaaner	=	nymfomaan
nymfomaans	=	nymfomaan
nymfomaanst	=	nymfomaan
nymfomaanste	=	nymfomaan
nymfomaantje	=	nymfomane
nymfomaantjes	=	nymfomane
nymfomane	noun	vrouw die aan een abnormaal sterk verhoogde geslachtsdrift lijdt
nymfomanen	=	nymfomaan
nymfomaner	=	nymfomaan
nymfomanere	=	nymfomaan
nymfomaners	=	nymfomaan
nymfomanes	=	nymfomane
nymfomanie	noun	ziekelijk verhoogde geslachtsdrift bij vrouwelijke dieren (en vrouwen)
nymphomaan	=	nymfomaan
nysius	noun	een wants uit het geslacht Nysius, onderfamilie Orsillinae en familie bodemwantsen (Lygaeidae)
nysiussen	=	nysius
nystagmus	noun	oogsiddering, ongecontroleeerde snelle beweging van het oog
níét	=	niet
níéuwe	adj	nieuwe (als dit in de zin bijzondere nadruk krijgt om de tegenstelling met een ander zinsdeel of een eerdere uitspraak aan te geven)
o	intj	drukt verbazing uit	noun	de vijftiende letter van het alfabet
o's	=	o
o'tje	=	o
o'tjes	=	o
o'u	noun	Psittirostra psittacea een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
o'u's	=	o'u
o'uutje	=	o'u
o'uutjes	=	o'u
o-been	noun	afwijking van de normale stand van het been, waarbij de knie naar buiten staat
o-beentje	=	o-been
o-beentjes	=	o-been
o-benen	=	o-been
o-ring	noun	ring van flexibel materiaal zoals rubber, die tussen twee delen in ligt die gasdicht of vloeistofdicht moeten worden samengevoegd
o-ringen	=	o-ring
o-ringetje	=	o-ring
o-ringetjes	=	o-ring
oahu-akepa	noun	Loxops wolstenholmei een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
oahu-akepa's	=	oahu-akepa
oahu-akepaatje	=	oahu-akepa
oahu-akepaatjes	=	oahu-akepa
oahu-akialoa	noun	Akialoa ellisiana een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
oahu-akialoa's	=	oahu-akialoa
oahu-akialoaatje	=	oahu-akialoa
oahu-akialoaatjes	=	oahu-akialoa
oahu-amakihi	noun	Chlorodrepanis flava een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
oahu-amakihi's	=	oahu-amakihi
oahu-amakihietje	=	oahu-amakihi
oahu-amakihietjes	=	oahu-amakihi
oahu-elepaio	noun	Chasiempis ibidis een vogelsoort uit het geslacht Chasiempis uit de familie monarchen (Monarchidae), een familie van oscine zangvogels.
oahu-elepaio's	=	oahu-elepaio
oahu-elepaiootje	=	oahu-elepaio
oahu-elepaiootjes	=	oahu-elepaio
oahukruiper	noun	Paroreomyza maculata een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
oahukruipers	=	oahukruiper
oahukruipertje	=	oahukruiper
oahukruipertjes	=	oahukruiper
oahulijster	noun	Myadestes woahensis een uitgestorven zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
oahulijsters	=	oahulijster
oahulijstertje	=	oahulijster
oahulijstertjes	=	oahulijster
oahunukupuu	noun	Hemignathus lucidus een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
oahunukupuu's	=	oahunukupuu
oahunukupuutje	=	oahunukupuu
oahunukupuutjes	=	oahunukupuu
oase	noun	plek in een woestijn waar water voorhanden is, en vegetatie groeit
oaselantaarntje	noun	Ischnura fountaineae een libellensoort uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
oaselantaarntjes	=	oaselantaarntje
oasen	=	oase
oases	=	oase
oasetje	=	oase
oasetjes	=	oase
oasis	noun	een hard (vaak groen) schuim dat in de bloemsierkunst vaak wordt toegepast als basis waar de onderdelen van bloemstukken en kerststukjes worden ingestoken.
oaxacagors	noun	Aimophila notosticta een vogelsoort uit de familie emberizidae.
oaxacagorsje	=	oaxacagors
oaxacagorsjes	=	oaxacagors
oaxacagorzen	=	oaxacagors
oaxacakolibrie	noun	Eupherusa cyanophrys een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
oaxacakolibries	=	oaxacakolibrie
oaxacakolibrietje	=	oaxacakolibrie
oaxacakolibrietjes	=	oaxacakolibrie
oaxacareuzengoffer	noun	Orthogeomys cuniculus knaagdier uit de familie van de goffers (Geomyidae).
oaxacareuzengoffers	=	oaxacareuzengoffer
oaxacareuzengoffertje	=	oaxacareuzengoffer
oaxacareuzengoffertjes	=	oaxacareuzengoffer
ob-bedrag	noun	hoeveelheid geld waarover een bedrijf omzetbelasting moet betalen
ob-bedragen	=	ob-bedrag
ob-bedragje	=	ob-bedrag
ob-bedragjes	=	ob-bedrag
ob-percentage	noun	* 100%
ob-percentages	=	ob-percentage
ob-tarief	noun	deel van het ob-bedrag dat men moet afstaan aan de overheid in het kader van de omzetbelasting
ob-tarieven	=	ob-tarief
ob-vrij	adj	met een opbrengst waarover je geen belasting hoeft te betalen, vrijgesteld van de omzetbelasting Binnen de EU is de omzetbelasting vervangen door belasting op toegevoegde waarde, daarom is dit woord niet (meer) gangbaar in België en Nederland.
ob-vrije	=	ob-vrij
ob-vrijer	=	ob-vrij
ob-vrijere	=	ob-vrij
ob-vrijers	=	ob-vrij
ob-vrijs	=	ob-vrij
ob-vrijst	=	ob-vrij
ob-vrijste	=	ob-vrij
ob-vrijstelling	noun	van een bedrijf dat het geen omzetbelasting hoeft te betalen
ob-vrijstellingen	=	ob-vrijstelling
ob-wetgeving	noun	juridische onderbouwing van de heffing van omzetbelasting
ob-wetgevingen	=	ob-wetgeving
obamacare	noun	zorgwet in de VS die vernoemt is naar de voormalige president Obama
obbialeeuwerik	noun	Spizocorys obbiensis een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
obbialeeuweriken	=	obbialeeuwerik
obbialeeuwerikje	=	obbialeeuwerik
obbialeeuwerikjes	=	obbialeeuwerik
obduceer	=	obduceren
obduceerde	=	obduceren
obduceerden	=	obduceren
obduceert	=	obduceren
obducere	=	obduceren
obduceren	verb	een lijkschouwing uitvoeren
obducerend	=	obduceren
obducerende	=	obduceren
obductie	noun	schouwing van een lijk
obducties	=	obductie
obductietje	=	obductie
obedieer	=	obediëren
obedieerde	=	obediëren
obedieerden	=	obediëren
obedieert	=	obediëren
obediëntie	noun	gehoorzaamheid (van kloosterlingen)
obediënties	=	obediëntie
obediëre	=	obediëren
obediëren	verb|obsolete	doen wat een ander je opdraagt, ongeacht je eigen mening
obediërend	=	obediëren
obees	adj	overgewicht hebbend
obeest	=	obees
obeeste	=	obees
obelisk	noun	een stenen, vaak granieten, gedenknaald zoals deze eertijds in het Oude Egypte opgericht werden
obelisken	=	obelisk
obeliskje	=	obelisk
obeliskjes	=	obelisk
ober	noun	een bediende in een restaurant of café
obers	=	ober
obertje	=	ober
obertjes	=	ober
obese	=	obees
obeser	=	obees
obesere	=	obees
obesers	=	obees
obesitaks	noun	belasting voor passagiers die zo dik zijn dat ze meer dan één stoel in beslag nemen
obesitaksen	=	obesitaks
obesitas	noun	vetzucht
obesitasbelasting	noun	belasting op ongezonde, te energierijke, dikmakende voeding
obesitasbelastingen	=	obesitasbelasting
obesitaspatiënt	noun	persoon met een ernstig overgewicht
obesitaspatiënten	=	obesitaspatiënt
obesitaspatiëntje	=	obesitaspatiënt
obesitaspatiëntjes	=	obesitaspatiënt
obi	noun	gordel
obi's	=	obi
obi-jufferduif	noun	Ptilinopus granulifrons een vogel uit de familie Columbidae (duiven)
obi-jufferduifje	=	obi-jufferduif
obi-jufferduifjes	=	obi-jufferduif
obi-jufferduiven	=	obi-jufferduif
obibuulbuul	noun	Hypsipetes lucasi een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls)
obibuulbuuls	=	obibuulbuul
obibuulbuultje	=	obibuulbuul
obibuulbuultjes	=	obibuulbuul
obidwerghoningeter	noun	Myzomela rubrotincta een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
obidwerghoningeters	=	obidwerghoningeter
obidwerghoningetertje	=	obidwerghoningeter
obidwerghoningetertjes	=	obidwerghoningeter
obihoutsnip	noun	Scolopax rochussenii een vogel uit de familie Scolopacidae (Strandlopers en snippen).
obihoutsnipje	=	obihoutsnip
obihoutsnipjes	=	obihoutsnip
obihoutsnippen	=	obihoutsnip
obikoeskoes	noun	Phalanger rothschildi buideldier uit de familie van de koeskoezen (Phalangeridae).
obikoeskoesje	=	obikoeskoes
obikoeskoesjes	=	obikoeskoes
obikoeskoezen	=	obikoeskoes
obiparadijskraai	noun	Lycocorax obiensis een middelgrote vertegenwoordiger van de familie van de paradijsvogels.
obiparadijskraaien	=	obiparadijskraai
obiparadijskraaitje	=	obiparadijskraai
obiparadijskraaitjes	=	obiparadijskraai
obirupsvogel	noun	Edolisoma obiense een zangvogel uit de familie rupsvogels (Campephagidae).
obirupsvogels	=	obirupsvogel
obirupsvogeltje	=	obirupsvogel
obirupsvogeltjes	=	obirupsvogel
obituaria	=	obituarium
obituarium	noun	lijst van overledenen van een kapittel of kloostergemeenschap
obituariumpje	=	obituarium
obituariumpjes	=	obituarium
object	noun	voorwerp dat fysiek bestaat
objectcode	noun	code in assembleertaal of machinetaal, als resultaat van compileren
objectcodes	=	objectcode
objecten	=	object
objectentheater	noun	vorm van theater waarbij voorwerpen die door manipulatie tot leven komen een hoofdrol spelen in de voorstelling
objectgeoriënteerd	adj	gericht op of gebruikmakend van objecten
objectgeoriënteerde	=	objectgeoriënteerd
objectgeoriënteerder	=	objectgeoriënteerd
objectgeoriënteerdere	=	objectgeoriënteerd
objectgeoriënteerders	=	objectgeoriënteerd
objectgeoriënteerds	=	objectgeoriënteerd
objectgeoriënteerdst	=	objectgeoriënteerd
objectgeoriënteerdste	=	objectgeoriënteerd
objectglaasje	noun	rechthoekig stuk glas van 26x76 mm waarop men een voorwerp kan leggen dat men onder een microscoop wil onderzoeken
objectglaasjes	=	objectglaasje
objectie	noun|obsolete	tegenwerping, bezwaar
objectief	noun	de lens (of het lenzenstelsel) van een optisch instrument (bijvoorbeeld een microscoop of verrekijker) die zich het dichtst bij het te bekijken voorwerp ('object') bevindt	adj	waarneembaar.
objectiefje	=	objectief
objectiefjes	=	objectief
objectiefprisma	noun	prisma dat voor het objectief van een sterrenkijker geplaatst de sterren in een spectrum ontleed
objectiefprisma's	=	objectiefprisma
objectiefrevolver	noun	draaibare schijf met verschillende objectieven om deze snel te verwisselen, bv. voor een microscoop
objectiefrevolvers	=	objectiefrevolver
objectiefrevolvertje	=	objectiefrevolver
objectiefrevolvertjes	=	objectiefrevolver
objectiefs	=	objectief
objectiefst	=	objectief
objectiefste	=	objectief
objecties	=	objectie
objectieve	=	objectief
objectieven	=	objectief
objectiever	=	objectief
objectievere	=	objectief
objectievers	=	objectief
objectiveer	=	objectiveren
objectiveerbaar	adj	vatbaar voor objectivering
objectiveerbaarder	=	objectiveerbaar
objectiveerbaardere	=	objectiveerbaar
objectiveerbaarders	=	objectiveerbaar
objectiveerbaars	=	objectiveerbaar
objectiveerbaarst	=	objectiveerbaar
objectiveerbaarste	=	objectiveerbaar
objectiveerbare	=	objectiveerbaar
objectiveerde	=	objectiveren
objectiveerden	=	objectiveren
objectiveeren	=	objectiveren
objectiveert	=	objectiveren
objectivere	=	objectiveren
objectiveren	verb	ontdoen van subjectieve overwegingen
objectiverend	adj	zakelijk waarnemend en oordelend zonder rekening te houden met persoonlijke emoties
objectiverende	=	objectiveren
objectiverender	=	objectiverend
objectiverendere	=	objectiverend
objectiverenders	=	objectiverend
objectiverends	=	objectiverend
objectiverendst	=	objectiverend
objectiverendste	=	objectiverend
objectivering	noun	een oordeel over iets of iemand ontdoen van subjectieve overwegingen
objectiveringen	=	objectivering
objectivisme	noun	streven naar een objectief oordeel
objectiviteit	noun	op feiten gericht en gebaseerd
objectiviteiten	=	objectiviteit
objectje	=	object
objectjes	=	object
objectsubsidie	noun	geldelijke bijdrage van de overheid die zuiver afhankelijk is van de hoogte en kenmerken van een investering en niet van inkomen of andere kenmerken van de ontvanger
objectsubsidies	=	objectsubsidie
oblaat	noun	hostie, ouwel
oblast	noun	bestuurlijke regio/provincie in landen waar een Slavische taal wordt gesproken, zoals de Russische Federatie, Oekraïne, Wit-Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Bulgarije en Slowakije
oblasten	=	oblast
oblastje	=	oblast
oblastjes	=	oblast
oblate	noun	hostie, ouwel
oblaten	=	oblaat
oblie	noun	een cirkelvormige wafel, geheel bedekt met chocolade.
oblie-ijzer	noun	een gewoonlijk ijzeren mal waarin obliewafels vervaardigd kunnen worden
oblie-ijzers	=	oblie-ijzer
oblie-ijzertje	=	oblie-ijzer
oblie-ijzertjes	=	oblie-ijzer
obliek	adj	lichtjes naar rechts overhellend
oblieke	=	obliek
oblieker	=	obliek
obliekere	=	obliek
obliekers	=	obliek
oblieks	=	obliek
obliekst	=	obliek
obliekste	=	obliek
oblies	=	oblie
oblietje	=	oblie
oblietjes	=	oblie
oblieën	=	oblie
obligaat	adj	verplicht maar zonder veel oprecht gevoel
obligaats	=	obligaat
obligaatst	=	obligaat
obligaatste	=	obligaat
obligate	=	obligaat
obligaten	=	obligaat
obligater	=	obligaat
obligatere	=	obligaat
obligaters	=	obligaat
obligatie	noun	een door een overheid of bedrijf uitgegeven waardepapier gewoonlijk met een beperkte tijdsduur
obligatiebelegging	noun	het uitlenen van geld aan een bedrijf of overheid in ruil voor een vaste of variabele rente (couponrente) en de terugbetaling van de hoofdsom op de einddatum.
obligatiebeleggingen	=	obligatiebelegging
obligatiebelegginkje	=	obligatiebelegging
obligatiebelegginkjes	=	obligatiebelegging
obligatiefonds	noun	beleggingsfonds waarvan het kapitaal in obligaties is belegd
obligatiefondsen	=	obligatiefonds
obligatiefondsje	=	obligatiefonds
obligatiefondsjes	=	obligatiefonds
obligatiegulden	noun	monetaire eenheid waarmee mensen uit het buitenland Nederlandse staatsobligaties konden kopen
obligatieguldens	=	obligatiegulden
obligatiekoers	noun	de waarde van een obligatie op de aandelenbeurs
obligatiekoersen	=	obligatiekoers
obligatielening	noun	een geldlening op lange termijn, afgesloten met een meestal groot aantal vermogensverschaffers die een vaste rente ontvangen
obligatieleningen	=	obligatielening
obligatiemarkt	noun	het geheel van vraag en aanbod naar obligaties op de aandelenbeurs
obligatiemarkten	=	obligatiemarkt
obligaties	=	obligatie
obligatietje	=	obligatie
obligatietjes	=	obligatie
obligatoir	adj	van iets dat het verplicht is; dat je eraan gebonden bent
obligatoirder	=	obligatoir
obligatoirdere	=	obligatoir
obligatoirders	=	obligatoir
obligatoire	=	obligatoir
obligatoirs	=	obligatoir
obligatoirst	=	obligatoir
obligatoirste	=	obligatoir
obligatorisch	adj	obligatoir, verplicht
obligatorische	=	obligatorisch
obligatorischer	=	obligatorisch
obligatorischere	=	obligatorisch
obligatorischers	=	obligatorisch
obligo	noun	geheel van bestaande en reeds aangegane toekomstige verplichtingen
obligo's	=	obligo
oblomovisme	noun	levenshouding gekenmerkt door luiheid en uitstellen van beslissingen
oblong	adj	langwerpig, (in geval van papierformaat: meer breed dan hoog dus 'liggend')
oblongformaat	noun	formaat (van het paier) meer breed dan hoog
oblongformaatje	=	oblongformaat
oblongformaatjes	=	oblongformaat
oblongformaten	=	oblongformaat
obolen	=	obool
obool	noun|obsolete	Griekse munt van geringe waarde
obovaat	adj	omgekeerd eirond.
obovaats	=	obovaat
obovate	=	obovaat
obs	noun	onderwijsvorm in Nederland die openstaat voor alle kinderen tot 12 jaar oud
obs'en	=	obs
obsceen	adj	het gevoel van eerbaarheid geweld aandoend, onzedelijk
obsceens	=	obsceen
obsceenst	=	obsceen
obsceenste	=	obsceen
obscene	=	obsceen
obscener	=	obsceen
obscenere	=	obsceen
obsceners	=	obsceen
obsceniteit	noun	een onzedelijke uiting of handeling
obsceniteiten	=	obsceniteit
obsceniteitje	=	obsceniteit
obsceniteitjes	=	obsceniteit
obscurantisme	noun	het doelbewuste streven om anderen in onwetendheid te houden en zelfstandig denken te verhinderen
obscurantist	noun	aanhanger van, in-praktijkbrenger van het obscurantisme
obscurantisten	=	obscurantist
obscurantistisch	adj	betrekking hebbend op obscurantisme
obscurantistische	=	obscurantistisch
obscurantistischer	=	obscurantistisch
obscurantistischere	=	obscurantistisch
obscurantistischers	=	obscurantistisch
obscure	=	obscuur
obscuriteit	noun	duisternis
obscuriteiten	=	obscuriteit
obscuur	adj	vreemd, duister, geheim, vaag, onduidelijk, donker, somber
obscuurder	=	obscuur
obscuurdere	=	obscuur
obscuurders	=	obscuur
obscuurs	=	obscuur
obscuurst	=	obscuur
obscuurste	=	obscuur
obsedeer	=	obsederen
obsedeerde	=	obsederen
obsedeerden	=	obsederen
obsedeert	=	obsederen
obsedere	=	obsederen
obsederen	verb	in buitensporige, ziekelijke en dwangmatige mate boeien
obsederend	adj	op een dwangmatige wijze ergens door geboeid zijn
obsederende	=	obsederen
obsederender	=	obsederend
obsederendere	=	obsederend
obsederenders	=	obsederend
obsederends	=	obsederend
obsederendst	=	obsederend
obsederendste	=	obsederend
observant	noun	iemand die observeert ??, een observator, waarnemer
observanten	=	observant
observantie	noun	het streven naar het streng onderhouden van de orderegels in verschillende kloosters
observanties	=	observantie
observantiën	=	observantie
observatie	noun	waarneming
observatieafdeling	noun	afdeling in een ziekenhuis of inrichting waar mensen verblijven voor observatie
observatieafdelingen	=	observatieafdeling
observatieafdelinkje	=	observatieafdeling
observatieafdelinkjes	=	observatieafdeling
observatiegraad	noun	De eerste graad van het secundair onderwijs op de middenschool in Vlaanderen
observatiegraden	=	observatiegraad
observatiehuis	noun	inrichting waar kinderen en volwassenen met problemen in observatie (of in voorlopige hechtenis) zijn
observatiehuisje	=	observatiehuis
observatiehuisjes	=	observatiehuis
observatiehuizen	=	observatiehuis
observatiehut	noun	klein huisje van waaruit men (onopvallend) waarnemingen kan doen
observatiehutje	=	observatiehut
observatiehutjes	=	observatiehut
observatiehutten	=	observatiehut
observatiekliniek	noun	kliniek waar patiënten ter observatie worden opgenomen
observatieklinieken	=	observatiekliniek
observatiekliniekje	=	observatiekliniek
observatiekliniekjes	=	observatiekliniek
observatiemissie	noun	een opdracht waarbij waarnemen de hoofdzaak is
observatiemissies	=	observatiemissie
observatieperiode	noun	de tijd die men heeft om waarnemingen doet (om een diagnose te kunnen stellen)
observatieperioden	=	observatieperiode
observatieperiodes	=	observatieperiode
observatiepost	noun	plek vanwaar men iets in de gaten kan houden
observatieposten	=	observatiepost
observatiepostje	=	observatiepost
observaties	=	observatie
observatieteam	noun	gespecialiseerde eenheid van de politie die wordt ingezet om personen of zaken te observeren
observatieteams	=	observatieteam
observatietje	=	observatie
observatietjes	=	observatie
observatievermogen	noun	het vermogen om scherp te kunnen waarnemen; het vermogen om scherp te kunnen observeren
observatievermogens	=	observatievermogen
observator	noun	iemand die observeert (waarnemingen doet)
observatoren	=	observator
observatoria	=	observatorium
observatorium	noun	is een instituut van waaruit sterren en andere hemellichamen worden bekeken en bestudeerd
observatoriumpje	=	observatorium
observatoriumpjes	=	observatorium
observatoriums	=	observatorium
observators	=	observator
observatortje	=	observator
observatortjes	=	observator
observatrice	noun	vrouwelijke vorm van observator vrouwelijke vorm van observant ??
observatrices	=	observatrice
observatricetje	=	observatrice
observatricetjes	=	observatrice
observeer	=	observeren
observeerbaar	adj	dat iets waargenomen kan worden
observeerbaarder	=	observeerbaar
observeerbaardere	=	observeerbaar
observeerbaarders	=	observeerbaar
observeerbaars	=	observeerbaar
observeerbaarst	=	observeerbaar
observeerbaarste	=	observeerbaar
observeerbare	=	observeerbaar
observeerde	=	observeren
observeerden	=	observeren
observeerder	noun	iemand die waarnemingen doet
observeerders	=	observeerder
observeerdertje	=	observeerder
observeerster	=	observeerder
observeert	=	observeren
observere	=	observeren
observeren	verb	gericht via de zintuigen van iets kennis nemen
observerend	adj	bezig met iets met de zintuigen waar te nemen
observerende	=	observeren
observerender	=	observerend
observerendere	=	observerend
observerenders	=	observerend
observerends	=	observerend
observerendst	=	observerend
observerendste	=	observerend
obsessie	noun	dwangvoorstelling
obsessief	adj	zeer geconcentreerd, dwangmatig, perfectionistisch
obsessief-compulsief	adj	met betrekking tot dwangmatig handelen
obsessief-compulsieve	=	obsessief-compulsief
obsessiefs	=	obsessief
obsessiefst	=	obsessief
obsessiefste	=	obsessief
obsessies	=	obsessie
obsessietje	=	obsessie
obsessietjes	=	obsessie
obsessieve	=	obsessief
obsessieve-compulsieve	=	obsessief-compulsief
obsessiever	=	obsessief
obsessievere	=	obsessief
obsessievers	=	obsessief
obsessioneel	adj	op een dwangmatige manier ergens mee bezig zijn
obsessioneels	=	obsessioneel
obsessioneelst	=	obsessioneel
obsessioneelste	=	obsessioneel
obsessionele	=	obsessioneel
obsessioneler	=	obsessioneel
obsessionelere	=	obsessioneel
obsessionelers	=	obsessioneel
obsidiaan	noun	donkergrijs of zwart glas dat afkomstig is uit vulkanen
obsoleet	adj	verouderd, in onbruik geraakt
obsoleets	=	obsoleet
obsoleetst	=	obsoleet
obsoleetste	=	obsoleet
obsolete	=	obsoleet
obsoleter	=	obsoleet
obsoletere	=	obsoleet
obsoleters	=	obsoleet
obstakel	noun	iets dat de voortgang van iets anders belemmert
obstakels	=	obstakel
obstakeltje	=	obstakel
obstakeltjes	=	obstakel
obstetrie	noun	kennis van de zwangerschap, de bevalling en het kraambed
obstetrieafdeling	noun	een afdeling van een ziekenhuis gericht op de obstetrie
obstetrieafdelingen	=	obstetrieafdeling
obstetrieafdelinkje	=	obstetrieafdeling
obstetrieafdelinkjes	=	obstetrieafdeling
obstetrieverpleegkundige	noun	een verpleegkundige werkzaam op de obstetrieafdeling
obstetrieverpleegkundigen	=	obstetrieverpleegkundige
obstetrisch	adj	verloskundig
obstetrische	=	obstetrisch
obstetrischer	=	obstetrisch
obstetrischere	=	obstetrisch
obstetrischers	=	obstetrisch
obstinaat	adj	van een persoon dat deze stug aan zijn eigen ideeën blijft vasthouden zonder zich aan anderen aan te passen
obstinaatheden	=	obstinaatheid
obstinaatheid	noun	de mate waarin men opstandig en tegendraads is
obstinaats	=	obstinaat
obstinaatst	=	obstinaat
obstinaatste	=	obstinaat
obstinate	=	obstinaat
obstinater	=	obstinaat
obstinatere	=	obstinaat
obstinaters	=	obstinaat
obstipatie	noun	moeilijke stoelgang
obstructie	noun	verstopping
obstructief	adj	obstructie plegend
obstructiefs	=	obstructief
obstructiefst	=	obstructief
obstructiefste	=	obstructief
obstructies	=	obstructie
obstructietje	=	obstructie
obstructietjes	=	obstructie
obstructieve	=	obstructief
obstructiever	=	obstructief
obstructievere	=	obstructief
obstructievers	=	obstructief
obstructionisme	noun	het streven om het tot stand komen van een zaak te verhinderen
obstrueer	=	obstrueren
obstrueerde	=	obstrueren
obstrueerden	=	obstrueren
obstrueert	=	obstrueren
obstruent	noun	spraakklank waarbij de luchtstroom door het spraakkanaal wordt geblokkeerd of sterk vernauwd, waardoor turbulentie ontstaat
obstruenten	=	obstruent
obstruere	=	obstrueren
obstrueren	verb	een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
obstruerend	=	obstrueren
obstruerende	=	obstrueren
obus	noun	projectiel van een kanon
obusje	=	obus
obuss	=	obus
obussen	=	obus
oca	noun	Oxalis tuberosa een plant uit de klaverzuringfamilie (Oxalidaceae).
oca's	=	oca
ocarina	noun	een fluit die veelal gemaakt wordt van gebakken klei
ocarina's	=	ocarina
occasie	noun	mogelijkheid, kans, gelegenheid
occasies	=	occasie
occasiewagen	noun	auto die tweedehands is
occasiewagens	=	occasiewagen
occasion	noun	een tweedehands auto, bedrijf dat tweedehands auto's verkoopt
occasioneel	adj	nu en dan voorkomend
occasioneels	=	occasioneel
occasioneelst	=	occasioneel
occasioneelste	=	occasioneel
occasionele	=	occasioneel
occasioneler	=	occasioneel
occasionelere	=	occasioneel
occasionelers	=	occasioneel
occasionnetje	=	occasion
occasions	=	occasion
occidentaal	adj	betrekking hebbend op het westen
occidentaals	=	occidentaal
occidentaalst	=	occidentaal
occidentaalste	=	occidentaal
occidentale	=	occidentaal
occidentaler	=	occidentaal
occidentalere	=	occidentaal
occidentalers	=	occidentaal
occipitaal	adj	met betrekking tot de achterkant van het hoofd (het achterhoofd)
occipitaals	=	occipitaal
occipitale	=	occipitaal
occitaans	adj	met betrekking tot Occitanië of de Occitaanse taal.
occitaanse	=	occitaans
occitaanser	=	occitaans
occitaansere	=	occitaans
occitaansers	=	occitaans
occitaanst	=	occitaans
occitaanstalig	adj	de Occitaanse taal sprekend
occitaanstalige	=	occitaanstalig
occitaanstaligs	=	occitaanstalig
occitaanste	=	occitaans
occitaniër	noun	iemand uit het zuiden van Frankrijk, waar de Romaanse invloed sterker is
occitaniërs	=	occitaniër
occlusie	noun	afsluiting
occlusief	noun	een medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie ergens in het spraakkanaal	adj	afsluitend
occlusiefje	=	occlusief
occlusiefjes	=	occlusief
occlusiefs	=	occlusief
occlusiefst	=	occlusief
occlusiefste	=	occlusief
occlusies	=	occlusie
occlusietje	=	occlusie
occlusietjes	=	occlusie
occlusieve	=	occlusief
occlusieven	=	occlusief
occlusiever	=	occlusief
occlusievere	=	occlusief
occlusievers	=	occlusief
occult	adj	aan het oog onttrokken, verborgen
occulte	=	occult
occulter	=	occult
occultere	=	occult
occulters	=	occult
occultisme	noun	niet-wetenschappelijke stroming binnen de esoterie die slechts voor ingewijden, geïnitieerden toegankelijk is, in tegenstelling tot exoterie
occultist	noun	beoefenaar van het occultisme een onofficiële, geheime, religieuze leer
occultisten	=	occultist
occultistje	=	occultist
occultistjes	=	occultist
occults	=	occult
occultst	=	occult
occultste	=	occult
occupatie	noun	bezigheid
occupaties	=	occupatie
occupeer	=	occuperen
occupeerde	=	occuperen
occupeerden	=	occuperen
occupeert	=	occuperen
occupere	=	occuperen
occuperen	verb	zich bezighouden
occuperend	=	occuperen
occuperende	=	occuperen
occupybeweging	noun	een internationale, grassroots protestbeweging die in 2011 ontstond.
occupybewegingen	=	occupybeweging
occupybeweginkje	=	occupybeweging
occupybeweginkjes	=	occupybeweging
oceaan	noun	een zeer grote zee tussen verschillende werelddelen
oceaanblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5020 ( ); de kleur van een oceaan of zee hebbend.	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5020 ( ).
oceaanblauwe	=	oceaanblauw
oceaanblauws	=	oceaanblauw
oceaanbodem	noun	de bodem van een oceaan
oceaanbodempje	=	oceaanbodem
oceaanbodems	=	oceaanbodem
oceaandepressie	noun	over de oceaan aangevoerd lagedrukgebied
oceaandepressies	=	oceaandepressie
oceaanfront	noun	frontale grenslijn van een gebied waarvan de weersgesteldheid door de oceaan bepaald wordt
oceaanfronten	=	oceaanfront
oceaanplastic	noun	plastic die in zee ligt of in zee gelegen heeft
oceaanplastics	=	oceaanplastic
oceaanreus	noun	zeer groot zeeschip
oceaanreuzen	=	oceaanreus
oceaanroeier	noun	een persoon die een boot, vaak een speciaal ontworpen roeiboot, met menselijke kracht door de oceanen stuurt
oceaanroeiers	=	oceaanroeier
oceaanschuim	noun	soort schuim dat ontstaat door de agitatie van zeewater
oceaanstomer	noun	groot, door stoom aangedreven, schip dat over de oceanen kan varen
oceaanstomers	=	oceaanstomer
oceaantje	=	oceaan
oceaantjes	=	oceaan
oceaanverzuring	noun	het stijgen van de pH-waarde van het water in de zeeën en oceanen
oceaanwater	noun	het water van de grote zeeën
oceaanwateren	=	oceaanwater
oceaanwaters	=	oceaanwater
oceaanwatertje	=	oceaanwater
oceanen	=	oceaan
oceanisch	adj	betrekking hebbend op de grootste zeeën van de wereld
oceanische	=	oceanisch
oceanischer	=	oceanisch
oceanischere	=	oceanisch
oceanischers	=	oceanisch
oceaniër	noun	een inwoner van Oceanië, of iemand afkomstig uit Oceanië
oceaniërs	=	oceaniër
oceanograaf	noun	iemand die wereldzeeën stelselmatig onderzoekt en beschrijft
oceanografen	=	oceanograaf
oceanografie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering de hydrosfeer zoals de meteorologie de atmosfeer.
oceanografieën	=	oceanografie
oceanografisch	adj	betrekking hebbend op de oceanografie
oceanografische	=	oceanografisch
oceanografischer	=	oceanografisch
oceanografischere	=	oceanografisch
oceanografischers	=	oceanografisch
oceanologen	=	oceanoloog
oceanologie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering de hydrosfeer zoals de meteorologie de atmosfeer.
oceanoloog	noun	een wetenschapper die oceanen en het leven hierin bestuderen.
oceanoloogje	=	oceanoloog
oceanoloogjes	=	oceanoloog
ocellus	noun	ringvormige vlek op het lichaam van een dier zijn die dient als camouflage of signaal
ocelot	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus pardalis, een kleine katachtige, behorende tot de groep van de pardelkatten
ocelotje	=	ocelot
ocelotjes	=	ocelot
ocelotten	=	ocelot
och	intj	uitroep die verdriet en medelijden uitdrukt
ocharm	intj	uitroep van medelijden
ocharme	intj|informal	uitroep van medelijden
ocharmen	intj	uitroep van medelijden
ochenebbish	=	achenebbisj
ochenebbisj	adj	och!, helaas!, jammer! (uitroep van medelijden of spijt)
ochlocraat	noun	volksmenner; leider van een ochlocratie
ochlocraten	=	ochlocraat
ochlocratie	noun	regering van het 'gepeupel'; een verbasterde vorm van de democratie
ochlocratieën	=	ochlocratie
ochotsksneeuwschaap	noun	Ovis nivicola alleni is een ondersoort van het sneeuwschaap (Ovis nivicola) en behoort tot de familie der holhoornigen.
ochotsksneeuwschaapje	=	ochotsksneeuwschaap
ochotsksneeuwschaapjes	=	ochotsksneeuwschaap
ochotsksneeuwschapen	=	ochotsksneeuwschaap
ochtend	noun	deel van de dag tussen 6.00 en 12.00 uur
ochtendappel	noun	tijdstip vroeg in de morgen waarop alle leden van een groep bijeengeroepen worden om hun aanwezigheid te bewijzen
ochtendappels	=	ochtendappel
ochtendbeurt	noun	een preek in de morgen als taak van een bepaalde prediger
ochtendbeurten	=	ochtendbeurt
ochtendbeurtje	=	ochtendbeurt
ochtendbeurtjes	=	ochtendbeurt
ochtendblaadje	=	ochtendblad
ochtendblaadjes	=	ochtendblad
ochtendblad	noun	een krant die 's morgens vroeg wordt bezorgd
ochtendbladen	=	ochtendblad
ochtendbulletin	noun	een kort dagbericht dat in de morgen uitgegeven wordt
ochtendbulletins	=	ochtendbulletin
ochtenddauw	noun	een vorm van neerslag die ontstaat als waterdamp in de koude ochtendlucht op vaste voorwerpen condenseert
ochtenddienst	noun	werkdag die begint in de vroege ochtenduren
ochtenddiensten	=	ochtenddienst
ochtenddrukte	noun	de hectiek van de ochtend
ochtendeditie	noun	uitgave van een krant, die 's morgens verschijnt
ochtendedities	=	ochtendeditie
ochtendeditietje	=	ochtendeditie
ochtendeditietjes	=	ochtendeditie
ochtenden	=	ochtend
ochtendeten	noun	maaltijd die iemand in de ochtend nuttigt, over het algemeen ook als eerste maaltijd van die dag
ochtendfile	noun	een verkeersopstopping in de vroege morgen
ochtendfiles	=	ochtendfile
ochtendfiletje	=	ochtendfile
ochtendfiletjes	=	ochtendfile
ochtendgebed	noun	het eerste gebed na het ontwaken of na het opstaan
ochtendgebedbijeenkomst	noun	een samenkomst aan het begin van de dag waarbij men samen bidt
ochtendgebedbijeenkomsten	=	ochtendgebedbijeenkomst
ochtendgebeden	=	ochtendgebed
ochtendgebedje	=	ochtendgebed
ochtendgebedjes	=	ochtendgebed
ochtendgloren	noun	het eerste licht van de dag voordat de zon opgaat
ochtendgrijs	noun	Het typische Vlaamse en Nederlandse weer in lente en herfst met 's ochtends mist en wolken, dat later op de dag kan worden doorbroken door een (stevige) zonnestraal
ochtendgroet	noun	begroeting in de ochtenduren
ochtendgroeten	=	ochtendgroet
ochtendgroetje	=	ochtendgroet
ochtendgroetjes	=	ochtendgroet
ochtendgymnastiek	noun	lichamelijke oefening die men in de ochtend doet om fit en lenig te blijven
ochtendhumeur	noun	de geprikkelde stemming die sommige mensen hebben als ze net zijn opgestaan
ochtendhumeuren	=	ochtendhumeur
ochtendhumeurtje	=	ochtendhumeur
ochtendjas	noun	kamerjas, badjas
ochtendjasje	=	ochtendjas
ochtendjasjes	=	ochtendjas
ochtendjassen	=	ochtendjas
ochtendje	=	ochtend
ochtendjes	=	ochtend
ochtendjournaal	noun	een televisie- of radio-uitzending die 's ochtends het nieuws en de meest recente actualiteiten brengt en kort bespreekt
ochtendjournaals	=	ochtendjournaal
ochtendjournalen	=	ochtendjournaal
ochtendkoffie	noun	kopje koffie dat men tijdens het ontbijt of de ochtendpauze om 11 uur gebruikt
ochtendkoffies	=	ochtendkoffie
ochtendkrant	noun	een blad dat 's morgens vroeg wordt bezorgd
ochtendkranten	=	ochtendkrant
ochtendkrantje	=	ochtendkrant
ochtendkrantjes	=	ochtendkrant
ochtendkrieken	noun	het aanbreken van de dag
ochtendlicht	noun	het licht van de opgaande zon in de vroege morgen
ochtendlijk	adj	in de ochtend; betrekking hebbend op de ochtend
ochtendlijke	=	ochtendlijk
ochtendlijker	=	ochtendlijk
ochtendlijkere	=	ochtendlijk
ochtendlijkers	=	ochtendlijk
ochtendlijks	=	ochtendlijk
ochtendlijkst	=	ochtendlijk
ochtendlijkste	=	ochtendlijk
ochtendlucht	noun	de koele, frisse atmosfeer van de vroege ochtend als de zon de aarde nog niet heeft opgewarmd
ochtendluchten	=	ochtendlucht
ochtendluchtje	=	ochtendlucht
ochtendluchtjes	=	ochtendlucht
ochtendmaal	=	ochtendmalen
ochtendmaalde	=	ochtendmalen
ochtendmaalden	=	ochtendmalen
ochtendmaalt	=	ochtendmalen
ochtendmaaltijd	noun	maaltijd die iemand in de ochtend nuttigt, over het algemeen als eerste maaltijd van die dag
ochtendmaaltijden	=	ochtendmaaltijd
ochtendmaaltijdje	=	ochtendmaaltijd
ochtendmaaltijdjes	=	ochtendmaaltijd
ochtendmale	=	ochtendmalen
ochtendmalen	verb	de eerste maaltijd van de dag nuttigen
ochtendmalend	=	ochtendmalen
ochtendmalende	=	ochtendmalen
ochtendmens	noun	een persoon die meestal vroeg opstaat en zich 's morgens het meest fit voelt en reeds vroeg actief is
ochtendmensen	=	ochtendmens
ochtendmensje	=	ochtendmens
ochtendmensjes	=	ochtendmens
ochtendmist	noun	een weersverschijnsel vroeg in de morgen waarbij kleine waterdruppeltjes in de lucht zweven, wat het zicht merkbaar beperkt
ochtendmoment	noun	een bewust gekozen rustpunt of ritueel aan het begin van de dag
ochtendmomenten	=	ochtendmoment
ochtendmomentje	=	ochtendmoment
ochtendmomentjes	=	ochtendmoment
ochtendnevel	noun	een weersverschijnsel vroeg in de morgen waarbij kleine waterdruppeltjes of andere stofdeeltjes in de lucht zweven, wat het vergezicht beperkt
ochtendnevels	=	ochtendnevel
ochtendnieuws	noun	een nieuwsbulletin dat 's ochtends wordt uitgezonden
ochtendpauze	noun	De pauze in de ochtend.
ochtendpauzes	=	ochtendpauze
ochtendpauzetje	=	ochtendpauze
ochtendpauzetjes	=	ochtendpauze
ochtendplas	noun	eerste urine geloosd na het ontwaken
ochtendplasje	=	ochtendplas
ochtendplasjes	=	ochtendplas
ochtendplassen	=	ochtendplas
ochtendploeg	noun	groep mensen die in die 's-morgens werkt of actief is; groep mensen die de ochtenddienst vervult
ochtendploegen	=	ochtendploeg
ochtendpost	noun	de post die men in de ochtend bezorgt
ochtendprogramma	noun	een radio of tv-programma dat in de ochtend wordt uitgezonden
ochtendprogramma's	=	ochtendprogramma
ochtendritueel	noun	serie handelingen waarmee men iedere ochtend op precies dezelfde manier de dag begint
ochtendrituelen	=	ochtendritueel
ochtendroden	=	ochtendrood
ochtendrood	noun	de lucht die rood of roze wordt vlak voordat de zon wakker wordt
ochtendroodje	=	ochtendrood
ochtendroodjes	=	ochtendrood
ochtendrust	noun	een periode in de (heel vroege) ochtend met weinig of geen activiteit
ochtends	noun	genitief van ochtend, in de ochtend
ochtendschema	noun	een geplande volgorde van activiteiten die men in de ochtend uitvoert
ochtendschema's	=	ochtendschema
ochtendschemaatje	=	ochtendschema
ochtendschemaatjes	=	ochtendschema
ochtendschemata	=	ochtendschema
ochtendschemer	noun	het eerste licht in de vroege ochtend vlak voordat de zon opkomt
ochtendschemering	noun	de tijd van de dag waarop het licht wordt
ochtendschemeringen	=	ochtendschemering
ochtendschemeringetje	=	ochtendschemering
ochtendsessie	noun	bijeenkomst of activiteit in de ochtend uren
ochtendsessies	=	ochtendsessie
ochtendshow	noun	een programma dat in de ochtenduren wordt uitgezonden
ochtendshows	=	ochtendshow
ochtendskrantje	=	ochtendkrant
ochtendspits	noun	verkeersdrukte in de ochtend tussen 7 uur en 9 uur 's-morgens
ochtendspitsen	=	ochtendspits
ochtendspreekuren	=	ochtendspreekuur
ochtendspreekuur	noun	de tijd in de ochtenduren waarin een hulpverlener patiënten te woord staat
ochtendstond	noun	begin van de morgen
ochtendstonden	=	ochtendstond
ochtendstraal	noun|poetic	lichtbundel afkomstig van de opkomende zon
ochtendstraaltje	=	ochtendstraal
ochtendstraaltjes	=	ochtendstraal
ochtendstralen	=	ochtendstraal
ochtendtemperatuur	noun	de temperatuur die men in de ochtend meet
ochtendtraining	noun	een sportoefening in de ochtend
ochtendtrainingen	=	ochtendtraining
ochtendtrein	noun	een trein die in de vroege ochtend rijdt
ochtendtreinen	=	ochtendtrein
ochtenduitzending	noun	een radio- of televisieprogramma dat in de ochtenduren wordt uitgezonden
ochtenduitzendingen	=	ochtenduitzending
ochtenduitzendinkje	=	ochtenduitzending
ochtenduitzendinkjes	=	ochtenduitzending
ochtenduren	=	ochtenduur
ochtendurine	noun	de eerste urine die u produceert direct na het ontwaken en de nachtrust
ochtenduur	noun	uur in de ochtend
ochtenduurtje	=	ochtenduur
ochtenduurtjes	=	ochtenduur
ochtendvergadering	noun	een bespreking met meerdere mensen in de ochtenduren
ochtendvergaderingen	=	ochtendvergadering
ochtendverkeer	noun	al het verkeer in de ochtend(spits)
ochtendvoer	noun	voer dat men in de ochtend naar binnen werkt
ochtendwandeling	noun	een wandeling die je 's-morgens maakt
ochtendwandelingen	=	ochtendwandeling
ochtendwandelingetje	=	ochtendwandeling
ochtendwandelingetjes	=	ochtendwandeling
ochtendwandelinkje	=	ochtendwandeling
ochtendziek	adj	geen zin hebbend om 's morgens op te staan
ochtendzieke	=	ochtendziek
ochtendzieker	=	ochtendziek
ochtendziekere	=	ochtendziek
ochtendziekers	=	ochtendziek
ochtendzieks	=	ochtendziek
ochtendziekst	=	ochtendziek
ochtendziekste	=	ochtendziek
ochtendzitting	noun	een zitting van een rechtbank in de ochtenduren
ochtendzittingen	=	ochtendzitting
ochtendzon	noun	zonneschijn vroeg in de morgen
ochtendzonnen	=	ochtendzon
ochtendzonnetje	=	ochtendzon
ochtendzonnetjes	=	ochtendzon
ochtent	=	ochtend
ockshoofd	=	okshoofd
ockshooft	=	okshoofd
octaaf	noun	de achtste trap van een diatonische toonladder
octaafdag	noun	de achtste dag na een bepaalde gebeurtenis
octaafdagen	=	octaafdag
octaafdagje	=	octaafdag
octaafdagjes	=	octaafdag
octaafje	=	octaaf
octaafjes	=	octaaf
octaal	adj	volgens een talstelsel met grondtal acht
octaals	=	octaal
octaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₈H₁₈
octaangetal	noun	is een referentiewaarde voor de klopvastheid van benzine
octaangetallen	=	octaangetal
octabin	noun	achthoekige bulkverpakking van zwaar golfkarton, speciaal ontworpen voor het transport en de opslag van grote hoeveelheden losse goederen
octabins	=	octabin
octabox	noun	achthoekige softbox die wordt gebruikt in de studiofotografie om flitslicht of continu licht te verzachten en te verspreiden
octaboxen	=	octabox
octaboxje	=	octabox
octaboxjes	=	octabox
octagonaal	adj	achthoekig
octagonaals	=	octagonaal
octagonaalst	=	octagonaal
octagonaalste	=	octagonaal
octagonale	=	octagonaal
octagonaler	=	octagonaal
octagonalere	=	octagonaal
octagonalers	=	octagonaal
octale	=	octaal
octanen	=	octaan
octant	noun	elk van de acht delen die ontstaan als een ruimte wordt verdeeld door drie haaks op elkaar staande vlakken
octanten	=	octant
octantje	=	octant
octantjes	=	octant
octavalent	adj	achtwaardig
octavalente	=	octavalent
octavalents	=	octavalent
octaveer	=	octaveren
octaveerde	=	octaveren
octaveerden	=	octaveren
octaveert	=	octaveren
octaven	=	octaaf
octavere	=	octaveren
octaveren	verb	een passage een octaaf hoger (of lager) spelen dan genoteerd
octaverend	=	octaveren
octaverende	=	octaveren
octavo	noun	formaat van papier of boek: de grootte die ontstaat als een vel door drie keer vouwen in acht gelijke delen is verdeeld, wat neerkomt op een lange zijde tot 22,5 cm	adj	met het formaat van een driemaal gevouwen bedrukt vel, met een lange kant tot 22,5 cm
octavo's	=	octavo
octaëder	noun	een regelmatig achtvlak, een ruimtelijke figuur begrensd door acht gelijkzijdige driehoeken
octaëders	=	octaëder
octaëdertje	=	octaëder
octaëdertjes	=	octaëder
octet	noun	een groep van acht muzikanten
octetje	=	octet
octetjes	=	octet
octetten	=	octet
octiljard	noun	het getal 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁵¹).
octiljarden	=	octiljard
octiljoen	noun	het getal 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁴⁸).
octiljoenen	=	octiljoen
october	=	oktober
octodeciljard	noun	getal gelijk aan 10¹¹¹, te schrijven als een 1 met 111 nullen	num	10¹¹¹, het getal in cijfers een één met honderdenelf nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
octodeciljarden	=	octodeciljard
octodeciljoen	noun	getal gelijk aan 10¹⁰⁸, te schrijven als een 1 met 108 nullen	num	10¹⁰⁸, het getal in cijfers een één met honderdenacht nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
octodeciljoenen	=	octodeciljoen
octogonaal	adj	achthoekig
octogonaals	=	octogonaal
octogonale	=	octogonaal
octolen	=	octool
octool	noun	een groepje met een ongewoon aantal van acht muzieknoten of rusten, op een plaats waar het gewone patroon, driedelig is en bijv. 3, 6 of 9 noten zou bevatten.
octooltje	=	octool
octooltjes	=	octool
octopus	noun	een geslacht Octopus van achtarmige inktvissen uit de familie van Octopodidae
octopusje	=	octopus
octopusjes	=	octopus
octopuspaal	noun	paars-gele zuilen met bovenop een inktvis, geplaatst bij zebrapaden in de buurt van scholen en andere plaatsen waar veel kinderen komen met het doel bestuurders voorzichtiger te laten rijden
octopuspalen	=	octopuspaal
octopussen	=	octopus
octrooi	noun	machtiging om een bepaalde tijd als enige, met uitsluiting van anderen, van een uitvinding te kunnen profiteren
octrooibescherming	noun	het recht dat de uitvinder van een innovatie heeft om deze uitvinding te exploiteren en de juridische middelen die de uitvinder heeft om dit recht te verdedigen
octrooibeschermingen	=	octrooibescherming
octrooibureau	noun	de organisatie die de rechten op de exploitatie van uitvindingen registreert
octrooibureaus	=	octrooibureau
octrooieer	=	octrooieren
octrooieerbaar	adj	als een uitvinding met een octrooi beschermd kan worden
octrooieerbaarder	=	octrooieerbaar
octrooieerbaardere	=	octrooieerbaar
octrooieerbaarders	=	octrooieerbaar
octrooieerbaars	=	octrooieerbaar
octrooieerbaarst	=	octrooieerbaar
octrooieerbaarste	=	octrooieerbaar
octrooieerbare	=	octrooieerbaar
octrooieerde	=	octrooieren
octrooieerden	=	octrooieren
octrooieert	=	octrooieren
octrooien	=	octrooi
octrooiere	=	octrooieren
octrooieren	verb	een uitvinding wettelijk beschermen door middel van een octrooi
octrooierend	=	octrooieren
octrooierende	=	octrooieren
octrooihouder	noun	iemand het recht heeft om anderen te verbieden een bepaalde uitvinding toe te passen Een octrooi wordt meestal voor een bepaald land en een bepaalde tijd verleend aan de uitvinder, zodat die voordeel kan hebben van zijn idee en zonder dat het geheim wordt gehouden.
octrooihouders	=	octrooihouder
octrooiraad	noun	orgaan dat octrooien voor uitvindingen verleent en voorlichting geeft over het octrooisysteem
octrooiraadje	=	octrooiraad
octrooiraadjes	=	octrooiraad
octrooiraden	=	octrooiraad
octrooirecht	noun	geheel van de regels die de overheid heeft vastgesteld zodat iemand een bepaalde periode als enige een bepaalde uitvinding mag toepassen en de opvattingen die hierover van rechters en rechtsgeleerden
octrooirechtelijk	adj	betrekking hebbend op het octrooirecht
octrooirechtelijke	=	octrooirechtelijk
octrooirechtelijker	=	octrooirechtelijk
octrooirechtelijkere	=	octrooirechtelijk
octrooirechtelijkers	=	octrooirechtelijk
octrooirechtelijks	=	octrooirechtelijk
octrooirechtelijkst	=	octrooirechtelijk
octrooirechtelijkste	=	octrooirechtelijk
octrooirechten	noun	geheel van de bevoegdheden die een octrooihouder heeft op grond van toegekende octrooien
octrooitje	=	octrooi
octrooitjes	=	octrooi
oculair	noun	een lens of lenzenstelsel in een optisch instrument dat naar het oog van de kijker gericht is	adj	met betrekking tot het oog
oculaire	=	oculair
oculairs	=	oculair
oculairtje	=	oculair
oculairtjes	=	oculair
oculatie	noun	vegetatief vermeerderen van planten door enten van een stukje bast met daarin een oog op de bast van een andere stam
oculaties	=	oculatie
oculeer	=	oculeren
oculeerde	=	oculeren
oculeerden	=	oculeren
oculeermes	noun	een mes dat men gebruikt bij het oculeren van planten
oculeermesje	=	oculeermes
oculeermesjes	=	oculeermes
oculeermessen	=	oculeermes
oculeert	=	oculeren
oculere	=	oculeren
oculeren	verb	een stukje bast (zonder hout) van een plant met een goed ontwikkeld oog en een stukje van het bladsteeltje, enten op de bast van een andere plant
oculerend	=	oculeren
oculerende	=	oculeren
oculist	noun	arts gespecialiseerd in het diagnosticeren en behandelen van oogziekten
oculisten	=	oculist
oculogyrisch	adj	met betrekking tot de oogbewegingen
oculogyrische	=	oculogyrisch
oculomotoor	adj	met betrekking tot de beweging van het oog
oculomotoorder	=	oculomotoor
oculomotoordere	=	oculomotoor
oculomotore	=	oculomotoor
odalisk	noun	een slavin of concubine in de harem van de Turkse sultan
odaliske	noun	een slavin of concubine in de harem van de Turkse sultan
odalisken	=	odalisk
odaliskje	=	odalisk
ode	noun	lofdicht, loflied, lofzang
odedi	noun	Horornis haddeni een zangvogel uit de familie Cettiidae.
odedi's	=	odedi
odedietje	=	odedi
odedietjes	=	odedi
oden	=	ode
odes	=	ode
odeur	noun	geur
odeurs	=	odeur
odeurtje	=	odeur
odeurtjes	=	odeur
odeurzwam	noun	Squamanita odorata een schimmel behorend tot de orde Agaricales.
odeurzwammen	=	odeurzwam
odeurzwammetje	=	odeurzwam
odeurzwammetjes	=	odeurzwam
odieus	adj|obsolete	heel erg vervelend, ergerlijk en onaangenaam
odieust	=	odieus
odieuste	=	odieus
odieuze	=	odieus
odieuzer	=	odieus
odieuzere	=	odieus
odieuzers	=	odieus
odium	noun	haat, vijandschap, wrok
odometer	noun	apparaat om de afgelegde afstand te bepalen
odometers	=	odometer
odometrie	noun	meting van de afgelegde afstand, soms ook in samenhang met de bewegingsrichting Een veel gebruikte methode is het bijhouden van het aantal omwentelingen van een wiel en het vermenigvuldigen van dit aantal met de omtrek van dat wiel.
odontalgie	noun	pijn aan gebitselementen
odontoblast	noun	cel van ectodermale oorsprong, verantwoordelijk voor de vorming van dentine, gelegen in de perifere pulpa (van een tand)
odontologen	=	odontoloog
odontologie	noun	specialisme dat de verzorging en aandoeningen van het gebit bestudeert
odontoloog	noun	specialist op het gebied van de odontologie (tandheelkunde), oftewel de leer van de tanden en hun ziekten
odontoloogje	=	odontoloog
odontoloogjes	=	odontoloog
odontoscoop	noun	spiegeltje om in de mond te kunnen kijken
odontoscopen	=	odontoscoop
odor	noun	reukzin
odoriseer	=	odoriseren
odoriseerde	=	odoriseren
odoriseerden	=	odoriseren
odoriseert	=	odoriseren
odorisere	=	odoriseren
odoriseren	verb	een geur toevoegen aan
odoriserend	=	odoriseren
odoriserende	=	odoriseren
odynolyse	noun	pijnstilling
odynolysen	=	odynolyse
odynolyses	=	odynolyse
odyssea	=	odyssee
odyssee	noun|figurative	lange moeizame zoektocht
odyssees	=	odyssee
odysseeën	=	odyssee
oeakari	noun	saki uit een geslacht Cacajao van zoogdieren uit de familie van de Pitheciidae (sakiachtigen)
oeakari's	noun	Cacajao een geslacht van zoogdieren uit de familie van de Pitheciidae (Sakiachtigen).
oeakarietje	=	oeakari
oeakarietjes	=	oeakari
oecologie	=	ecologie
oecoloog	=	ecoloog
oeconomisch	=	economisch
oecumene	noun	beweging die de eenheid van (diverse groepen binnen) een religie nastreeft
oecumenes	=	oecumene
oecumenisch	adj	tussen kerken, van meerdere kerkgenootschappen
oecumenische	=	oecumenisch
oecumenischer	=	oecumenisch
oecumenischere	=	oecumenisch
oecumenischers	=	oecumenisch
oedeem	noun	een zwelling ten gevolge van een ophoping van vocht in delen van het lichaam
oedeempje	=	oedeem
oedeempjes	=	oedeem
oedemateus	adj	de kenmerken van een oedeem vertonend; door een oedeem veroorzaakt
oedemateust	=	oedemateus
oedemateuste	=	oedemateus
oedemateuze	=	oedemateus
oedemateuzer	=	oedemateus
oedemateuzere	=	oedemateus
oedemateuzers	=	oedemateus
oedemen	=	oedeem
oedipaal	adj	overeenkomsten vertonend met de fictieve figuur Oedipus die zijn vader vermoordde en zijn moeder trouwde
oedipaals	=	oedipaal
oedipaalst	=	oedipaal
oedipaalste	=	oedipaal
oedipale	=	oedipaal
oedipaler	=	oedipaal
oedipalere	=	oedipaal
oedipalers	=	oedipaal
oedipuscomplex	noun	onbewust verlangen van een kind naar de exclusieve liefde van de ouder van het tegenovergestelde geslacht en daarmee samenhangende jaloezie jegens de ouder van hetzelfde geslacht
oedipuscomplexen	=	oedipuscomplex
oedipuscomplexje	=	oedipuscomplex
oef	intj	een uitroep die inspanning of vermoeidheid uitdrukt
oefarsien	verb	gebroken
oefen	=	oefenen
oefenaar	noun	iemand die een ander een bepaalde vaardigheid aanleert
oefenaars	=	oefenaar
oefenbaan	noun	een stuk weg of rechthoekig stuk land dat men kan gebruiken om een bepaalde vaardigheid te leren
oefenbaantje	=	oefenbaan
oefenbaantjes	=	oefenbaan
oefenbak	noun	bak waarin men (een sport) kan oefenen
oefenbakje	=	oefenbak
oefenbakjes	=	oefenbak
oefenbakken	=	oefenbak
oefenbal	noun	een bal waarmee je kunt trainen
oefenballen	=	oefenbal
oefenballetje	=	oefenbal
oefenballetjes	=	oefenbal
oefenbanen	=	oefenbaan
oefenboek	noun	een boek met oefeningen dat in het onderwijs gebruikt wordt
oefenboeken	=	oefenboek
oefenboekje	=	oefenboek
oefenboekjes	=	oefenboek
oefenbom	noun	onechte bom die gebruikt wordt bij (veiligheids)oefeningen
oefenbommen	=	oefenbom
oefenbommetje	=	oefenbom
oefenbommetjes	=	oefenbom
oefendag	noun	een dag waarop men een vaardigheid kan trainen
oefendagen	=	oefendag
oefendagje	=	oefendag
oefendagjes	=	oefendag
oefende	=	oefenen
oefenden	=	oefenen
oefendorp	noun	een militair oefenterrein waar miltairen een stadsoorlog kunnen trainen
oefendorpen	=	oefendorp
oefendorpje	=	oefendorp
oefendorpjes	=	oefendorp
oefenduel	noun	een wedstrijd die gespeeld wordt als training
oefenduellen	=	oefenduel
oefenduelletje	=	oefenduel
oefenduelletjes	=	oefenduel
oefenduels	=	oefenduel
oefene	=	oefenen
oefenen	verb	proberen zonder fouten uit te voeren, leren door te doen
oefenend	=	oefenen
oefenende	=	oefenen
oefenexamen	noun	een examen dat men kan men afleggen als voorbereiding op het daadwerkelijk af te leggen examen.
oefenexamens	=	oefenexamen
oefenexamentje	=	oefenexamen
oefenexamentjes	=	oefenexamen
oefenhok	noun	ruimte waarin men iets kan oefenen
oefenhokje	=	oefenhok
oefenhokjes	=	oefenhok
oefenhokken	=	oefenhok
oefening	noun	activiteit die erop gericht is om een vaardigheid te leren of te verbeteren
oefeningen	=	oefening
oefeningetje	=	oefening
oefeningetjes	=	oefening
oefeninkje	=	oefening
oefeninterland	noun	een oefenwedstrijd tussen nationale teams
oefeninterlands	=	oefeninterland
oefenkamp	noun	verblijf voor een langere tijd buiten de eigen woning om ongestoord te kunnen trainen
oefenkampen	=	oefenkamp
oefenmatch	noun	een wedstrijd die dient als training
oefenmatchen	=	oefenmatch
oefenmatches	=	oefenmatch
oefenmateriaal	noun	producten waarmee je geleerde vaardigheden in de praktijk kunt oefenen
oefenmaterialen	=	oefenmateriaal
oefenmeester	noun	iemand die zich op professionele basis bezighoudt met de prestaties van een persoon (een trainee) of dier
oefenmeesters	=	oefenmeester
oefenperk	noun	oefenruimte voor worstelaars
oefenperken	=	oefenperk
oefenplaats	noun	plaats om iets te oefenen
oefenplaatsen	=	oefenplaats
oefenplaatsje	=	oefenplaats
oefenplaatsjes	=	oefenplaats
oefenpop	noun	pop om mee te oefenen, bij voorbeeld voor medische doeleinden
oefenpopje	=	oefenpop
oefenpoppen	=	oefenpop
oefenpoppetje	=	oefenpop
oefenpoppetjes	=	oefenpop
oefenpot	noun	een wedstrijd die men speelt als training
oefenpotje	=	oefenpot
oefenpotjes	=	oefenpot
oefenpotten	=	oefenpot
oefenprogramma	noun	een aantal activiteiten die zijn gericht op het leren van een bepaalde vaardigheid
oefenprogramma's	=	oefenprogramma
oefenprogrammaatje	=	oefenprogramma
oefenprogrammaatjes	=	oefenprogramma
oefenruimte	noun	kamer of zaal in een gebouw die men gebruikt voor het repeteren
oefenruimten	=	oefenruimte
oefenruimtes	=	oefenruimte
oefenscholen	=	oefenschool
oefenschool	noun|figurative	gelegenheid om zich te oefenen
oefenschooltje	=	oefenschool
oefenschooltjes	=	oefenschool
oefenschrift	noun	een schrift waarin je oefeningen kunt maken in het kader van een opleiding
oefenschriften	=	oefenschrift
oefenschriftje	=	oefenschrift
oefenschriftjes	=	oefenschrift
oefensoftware	noun	een vorm van educatieve software die specifiek is ontworpen om leerlingen of studenten zelfstandig leerstof te laten herhalen en verwerken
oefenstof	noun	materiaal, vaak in de vorm van tekst dat gebruikt kan worden bij het oefenen
oefenstoffen	=	oefenstof
oefent	=	oefenen
oefenterrein	noun	terrein voor militaire oefeningen
oefenterreinen	=	oefenterrein
oefenterreintje	=	oefenterrein
oefenterreintjes	=	oefenterrein
oefentijd	noun	een periode die nodig is om iets te oefenen
oefentijden	=	oefentijd
oefentoets	noun	reeks opgaven om na te gaan of bepaalde lesstof voldoende wordt beheerst om een echt examen met succes af te leggen
oefentoetsen	=	oefentoets
oefenveld	noun	een sportveld waar men kan oefenen maar geen wedstrijden spelen
oefenvelden	=	oefenveld
oefenveldje	=	oefenveld
oefenveldjes	=	oefenveld
oefenvlucht	noun	vliegtocht om de vaardigheid van een piloot te verbeteren of de betrouwbaarheid van een vliegtuig of piloot te testen
oefenvluchten	=	oefenvlucht
oefenvluchtje	=	oefenvlucht
oefenvluchtjes	=	oefenvlucht
oefenvorm	noun	een bepaalde manier van trainen of leren
oefenvormen	=	oefenvorm
oefenwedstrijd	noun	een wedstrijd die je speelt om beter te leren spelen
oefenwedstrijden	=	oefenwedstrijd
oefenwedstrijdje	=	oefenwedstrijd
oefenwedstrijdjes	=	oefenwedstrijd
oefenwee	noun	lichte buikkrampen die optreden in de laatste weken van de zwangerschap
oefenweetje	=	oefenwee
oefenweetjes	=	oefenwee
oefenweeën	=	oefenwee
oefenzaal	noun	een ruimte die geschikt is voor het aanleren of trainen van een bepaalde vaardigheid
oefenzaaltje	=	oefenzaal
oefenzaaltjes	=	oefenzaal
oefenzalen	=	oefenzaal
oegandees	noun	een inwoner van Oeganda (ook Uganda)	adj	op Oeganda (ook Uganda) betrekking hebbend
oegandeest	=	oegandees
oegandeeste	=	oegandees
oegandese	noun	een vrouwelijke inwoner van Oeganda (ook Uganda)
oegandesen	=	oegandese
oegandeser	=	oegandees
oegandesere	=	oegandees
oegandesers	=	oegandees
oegandezen	=	oegandees
oegaritisch	adj	betrekking hebbend op de Oegaristische taal
oegaritische	=	oegaritisch
oegaritischer	=	oegaritisch
oegaritischere	=	oegaritisch
oegaritischers	=	oegaritisch
oegst	=	oogst
oeh	intj	een uitroep van verbazing of verrassing
oehoe	intj	geluid dat een oehoe, Bubo bubo, maakt	noun	Bubo bubo een van de grootste uilen ter wereld, en vermoedelijk de op een na grootste uilensoort na de Blakistons visuil.
oehoede	=	oehoeën
oehoeden	=	oehoeën
oehoes	noun	Bubo een geslacht van vogels uit de familie van de uilen (Strigidae).
oehoet	=	oehoeën
oehoetje	=	oehoe
oehoetjes	=	oehoe
oehoeë	=	oehoeën
oehoeën	verb	het voortbrengen van een uilenroep
oehoeënd	=	oehoeën
oehoeënde	=	oehoeën
oei	intj	uitroep die schrik aangeeft
oeigoers	adj	met betrekking tot bovenstaande taal
oeigoerse	=	oeigoers
oeigoerser	=	oeigoers
oeigoersere	=	oeigoers
oeigoersers	=	oeigoers
oeigoerst	=	oeigoers
oeigoerstalig	adj	de Oeigoerse taal sprekend
oeigoerstalige	=	oeigoerstalig
oeigoerstaligs	=	oeigoerstalig
oeigoerste	=	oeigoers
oek	=	oeken
oekase	=	oekaze
oekaze	noun	algemeen: bevel van hogerhand
oekazen	=	oekaze
oekazes	=	oekaze
oekazetje	=	oekaze
oekazetjes	=	oekaze
oeke	=	oeken
oeken	verb	mompelen
oekend	=	oeken
oekende	=	oeken
oekraïens	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Oekraïne
oekraïense	noun	een vrouwelijke inwoner van Oekraïne, of een vrouw afkomstig uit Oekraïne
oekraïensen	=	oekraïense
oekraïenser	=	oekraïens
oekraïensere	=	oekraïens
oekraïensers	=	oekraïens
oekraïenst	=	oekraïens
oekraïenstalig	adj	de Oekraïense taal sprekend
oekraïenstalige	=	oekraïenstalig
oekraïenstaligs	=	oekraïenstalig
oekraïenste	=	oekraïens
oekraïner	noun	een inwoner van Oekraïne
oekraïners	=	oekraïner
oekraïnertje	=	oekraïner
oekraïnertjes	=	oekraïner
oekt	=	oeken
oekte	=	oeken
oekten	=	oeken
oelama	noun	moslim die na een opleiding in de islamitische leer binnen de islam met gezag uitspraken kan doen over theologische en juridische vraagstukken
oelama's	=	oelama
oelema	noun	moslim die na een opleiding in de islamitische leer binnen de islam met gezag uitspraken kan doen over theologische en juridische vraagstukken
oelema's	=	oelema
oelewapper	noun	lompe, onhandige of waardeloze man
oelewappers	=	oelewapper
oelewappertje	=	oelewapper
oelewappertjes	=	oelewapper
oelpan	noun	intensieve cursus Modern-Hebreeuws
oelpaniem	=	oelpan
oelpans	=	oelpan
oelèëbalang	noun	heerser over een gebied in Atjeh
oelèëbalangs	=	oelèëbalang
oeléëbalang	=	oelèëbalang
oemetoeka	adj	en zoet
oemigdal	noun	en toren
oemot	noun	volkeren
oempa	noun	muziek van een straatmuzikant
oempa's	=	oempa
oen	noun	dom en/of onhandig iemand
oenberoefen	intj	afkloppen!
oenbesjrieën	intj	afkloppen!
oene	=	oen
oenemeloen	noun	iemand die zijn verstand te weinig gebruikt
oenemeloenen	=	oenemeloen
oenen	=	oen
oenig	adj	dom
oenige	=	oenig
oeniger	=	oenig
oenigere	=	oenig
oenigers	=	oenig
oenigs	=	oenig
oenigst	=	oenig
oenigste	=	oenig
oenka	noun	Hylobates agilis behoort tot de superfamilie van de mensapen (Hominoidea) en de familie van de gibbons (Hylobatidae).
oenka's	=	oenka
oenkaatje	=	oenka
oenkaatjes	=	oenka
oenologen	=	oenoloog
oenologie	noun	wetenschap van de wijnbereiding
oenologisch	adj	betrekking hebbend op de oenologie
oenologische	=	oenologisch
oenologischer	=	oenologisch
oenologischere	=	oenologisch
oenologischers	=	oenologisch
oenoloog	noun	iemand die veel weet over wijn
oentje	=	oen
oentjes	=	oen
oeps	intj	een uitroep die verlegenheid uitdrukt over een gemaakte fout of vergissing
oer	noun	ijzerhoudende grondsoort
oerachtig	adj	van iets dat het past bij de vroegste, zeer oude tijd
oerachtige	=	oerachtig
oerachtiger	=	oerachtig
oerachtigere	=	oerachtig
oerachtigers	=	oerachtig
oerachtigs	=	oerachtig
oerachtigst	=	oerachtig
oerachtigste	=	oerachtig
oeraluil	noun	Strix uralensis een vrij grote vogel uit de familie van de uilen (Strigidae).
oeraluilen	=	oeraluil
oeraluiltje	=	oeraluil
oeraluiltjes	=	oeraluil
oerangst	noun	een hele heftige, aangeboren angst
oerangsten	=	oerangst
oeratmosfeer	noun	de atmosfeer die zich in het Hadeïcum (ongeveer 4 miljard jaar geleden) boven de aarde bevond en die werd gevormd door gassen die uit het inwendige van de aarde vrijkwamen.
oeratmosfeertje	=	oeratmosfeer
oeratmosfeertjes	=	oeratmosfeer
oeratmosferen	=	oeratmosfeer
oerbacterie	noun	hypothetisch organisme zoals dat bij het begin van het leven op aarde bestaan moet hebben
oerbacteriën	=	oerbacterie
oerbank	noun	harde ijzerhoudende laag in de grond
oerbanken	=	oerbank
oerbeeld	noun	meest oorspronkelijk beeld
oerbeelden	=	oerbeeld
oerbegin	noun	de allereerste start
oerbeginsel	noun	allereerste, oorspronkelijke beginsel waaruit leven groeit
oerbeginselen	=	oerbeginsel
oerbeginsels	=	oerbeginsel
oerbevolking	noun	de oorspronkelijke bewoners van een landstreek
oerbevolkingen	=	oerbevolking
oerbewoner	noun	iemand die tot de allereerste bevolking van een gebied behoort
oerbewoners	=	oerbewoner
oerbewonertje	=	oerbewoner
oerbewonertjes	=	oerbewoner
oerboek	noun	boek dat de oorsprong van de mens behandelt
oerboeken	=	oerboek
oerboekje	=	oerboek
oerboekjes	=	oerboek
oerbos	noun	een bos dat van oudsher bestaat zonder invloed van menselijke activiteit
oerbosch	=	oerbos
oerbosje	=	oerbos
oerbosjes	=	oerbos
oerbossen	=	oerbos
oerbron	noun	het allereerste begin van waaruit al het andere is ontstaan
oerbronnen	=	oerbron
oerbronnetje	=	oerbron
oerconservatief	noun	iemand die heel behoudend is	adj	heel erg behoudend
oerconservatiefs	=	oerconservatief
oerconservatiefst	=	oerconservatief
oerconservatiefste	=	oerconservatief
oerconservatieve	=	oerconservatief
oerconservatieven	=	oerconservatief
oerconservatiever	=	oerconservatief
oerconservatievere	=	oerconservatief
oerconservatievers	=	oerconservatief
oerdegelijk	adj	heel erg steving; niet makkelijk kapot gaand
oerdegelijke	=	oerdegelijk
oerdegelijks	=	oerdegelijk
oerdier	noun	diertje uit de begintijd van het ontstaan van leven
oerdieren	noun	Protozoa een restgroep van eencellige, eukaryotische micro-organismen, die niet behoren tot de planten, schimmels, dieren en Chromista
oerdiertje	=	oerdier
oerdiertjes	=	oerdier
oerdom	adj	heel erg dom
oerdomme	=	oerdom
oerdommer	=	oerdom
oerdommere	=	oerdom
oerdommers	=	oerdom
oerdoms	=	oerdom
oerdomst	=	oerdom
oerdomste	=	oerdom
oerdonker	adj	heel erg duister
oerdonkere	=	oerdonker
oerdonkers	=	oerdonker
oerdrift	noun	zeer oud instinct, primaire ingeschapen drift
oerdriften	=	oerdrift
oerelement	noun	aan de basis van alles aanwezig geacht element zoals b.v. water, vuur, lucht, aarde (en hout) voor de alchemisten
oerelementen	=	oerelement
oerendhard	adj	heel erg snel
oerendharde	=	oerendhard
oerendharder	=	oerendhard
oerendhardere	=	oerendhard
oerendharders	=	oerendhard
oerendhards	=	oerendhard
oerendhardst	=	oerendhard
oerendhardste	=	oerendhard
oerevoe	verb	en vermenigvuldigt u
oerexplosie	noun	de volgens de bigbangtheorie enorme explosie waaruit het heelal zo'n 13,7 miljard jaar geleden zou zijn ontstaan
oerexplosies	=	oerexplosie
oergeestig	adj	heel erg geestig; heel erg grappig
oergeestige	=	oergeestig
oergeestiger	=	oergeestig
oergeestigere	=	oergeestig
oergeestigers	=	oergeestig
oergeestigs	=	oergeestig
oergeestigst	=	oergeestig
oergeestigste	=	oergeestig
oergelukkig	adj	heel erg gelukkig
oergelukkige	=	oergelukkig
oergelukkiger	=	oergelukkig
oergelukkigere	=	oergelukkig
oergelukkigers	=	oergelukkig
oergelukkigs	=	oergelukkig
oergelukkigst	=	oergelukkig
oergelukkigste	=	oergelukkig
oergermaans	noun	reconstructie van de taal die rond het begin van de jaartelling (de datering is grof) gesproken werd in Noord-West- en Midden-Europa	adj	betrekking hebbend op het Oergermaans
oergermaansch	=	oergermaans
oergermaanse	=	oergermaans
oergermaanser	=	oergermaans
oergermaansere	=	oergermaans
oergermaansers	=	oergermaans
oergermaanst	=	oergermaans
oergermaanste	=	oergermaans
oergesteente	noun	gesteente, ontstaan door afkoeling van de oorspronkelijke vloeibare aardmassa
oergesteenten	=	oergesteente
oergesteentes	=	oergesteente
oergevoel	noun	een emotie die van nature aanwezig is
oergeweld	noun	krachten en geweld die al sinds het begin van de geschiedenis bestaan
oergezellig	adj	sociaal uiterst plezierig, heel erg knus
oergezellige	=	oergezellig
oergezelligs	=	oergezellig
oergezond	adj	heel erg goed voor de gezondheid
oergezonde	=	oergezond
oergezonds	=	oergezond
oergrond	noun	oud, oorspronkelijk gebied
oergronden	=	oergrond
oerial	noun	Ovis vignei De oerial of het steppeschaap (Ovis vignei) is een wild schaap dat verwant is aan de moeflon en in het wild voorkomt in Centraal-Azië.
oerials	=	oerial
oerialtje	=	oerial
oerialtjes	=	oerial
oerinsect	noun	gemeenschappelijke voorouder van alle insecten of insect dat nog sterk op die voorouder lijkt
oerinsecten	=	oerinsect
oerinstinct	noun	primitief, oorspronkelijk instinct
oerinstincten	=	oerinstinct
oerjoods	adj	echt joods
oerjoodse	=	oerjoods
oerknal	noun	de volgens de bigbangtheorie enorme explosie waaruit het heelal zo'n 13,7 miljard jaar geleden zou zijn ontstaan	adj|obsolete	geweldig
oerknallen	=	oerknal
oerknalletje	=	oerknal
oerknalletjes	=	oerknal
oerknaltheorie	noun	de kosmologische theorie die op basis van de algemene relativiteitstheorie aannemelijk maakt dat 13,8 miljard jaar geleden het heelal ontstond uit een enorm heet punt (ca. 1028 K), met een bijna oneindig grote dichtheid, ofwel een singulariteit
oerknaltheorietje	=	oerknaltheorie
oerknaltheorietjes	=	oerknaltheorie
oerknaltheorieën	=	oerknaltheorie
oerknus	adj	heel erg knus
oerknusse	=	oerknus
oerkomisch	adj	heel erg grappig
oerkomische	=	oerkomisch
oerkracht	noun	de meest oorspronkelijke en natuurlijke kracht
oerkrachten	=	oerkracht
oerkreet	noun	elementaire, uiterst primitieve kreet
oerkreetje	=	oerkreet
oerkreetjes	=	oerkreet
oerkreten	=	oerkreet
oerlaag	noun	oudste, meest oorspronkelijke laag
oerlaagje	=	oerlaag
oerlaagjes	=	oerlaag
oerlagen	=	oerlaag
oerlelijk	adj	heel erg onaantrekkelijk
oerlelijke	=	oerlelijk
oerlelijker	=	oerlelijk
oerlelijkere	=	oerlelijk
oerlelijkers	=	oerlelijk
oerlelijks	=	oerlelijk
oerlelijkst	=	oerlelijk
oerlelijkste	=	oerlelijk
oerlibelle	noun	libel uit de kleine onderorde of infraorde Anisozygoptera van de libellen (Odonata)
oerlibellen	noun	Anisozygoptera een kleine onderorde of infraorde van de libellen (Odonata).
oerlibelletje	=	oerlibelle
oerlibelletjes	=	oerlibelle
oermeervallen	noun	een familie Diplomystidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
oermens	noun	mens uit de oertijd
oermensch	=	oermens
oermensen	=	oermens
oermensje	=	oermens
oermensjes	=	oermens
oermier	noun	insect uit de onderfamilie Ponerinae van mieren, waartoe ongeveer 1600 soorten worden gerekend
oermieren	=	oermier
oermiertje	=	oermier
oermiertjes	=	oermier
oermodel	noun	het meest oorspronkelijke type
oermodellen	=	oermodel
oermoeder	noun	de eerste moeder, de vrouw waar iedereen van afstamt
oermoeders	=	oermoeder
oermoedertje	=	oermoeder
oermoedertjes	=	oermoeder
oermot	noun	insect uit de familie Micropterigidae van vlinders uit de superfamilie Micropterigoidea.
oermotje	=	oermot
oermotjes	=	oermot
oermotten	noun	Micropterigidae een familie van vlinders uit de superfamilie Micropterigoidea.
oernaturen	=	oernatuur
oernatuur	noun	natuurgebied dat op geen enkele manier door de mens is beïnvloed; de ongerepte wildernis
oernevel	noun	gaswolk waaruit zonnestelsels ontstaan
oernevels	=	oernevel
oeroceaan	noun	een oceaan of soep die een mengsel bevat van organische stoffen en water ontstaan door reacties in de oeratmosfeer waaruit volgens sommigen het leven zou zijn ontstaan
oeroceanen	=	oeroceaan
oeros	noun	bepaald soort zoogdier, Bos primigenius, de uitgestorven, ruige, langhoornige, wilde voorouder van het tamme huisrund die in de ijstijd in Europa, Noord-Afrika en West-Azië leefde
oerosje	=	oeros
oerosjes	=	oeros
oerossen	=	oeros
oeroud	adj	heel erg oud
oeroude	=	oeroud
oerouderwets	adj	heel erg ouderwets
oerouderwetse	=	oerouderwets
oerouds	=	oeroud
oerprincipe	noun	allereerste beginsel, basisprincipe
oerprincipes	=	oerprincipe
oerprincipetje	=	oerprincipe
oerprincipetjes	=	oerprincipe
oerrund	noun	Bos primigenius de uitgestorven, ruige, langhoornige, wilde voorouder van het tamme huisrund die in de ijstijd in Europa, Noord-Afrika en West-Azië leefde
oerrunderen	=	oerrund
oerrundje	=	oerrund
oerrundjes	=	oerrund
oersaai	adj	zeer vervelend, zonder enige afwisseling of spanning
oersaaie	=	oersaai
oersaais	=	oersaai
oersimpel	adj	heel erg gemakkelijk te begrijpen, met een heel eenvoudige opzet
oersimpele	=	oersimpel
oersimpels	=	oersimpel
oerslecht	adj	erg slecht
oerslechte	=	oerslecht
oerslechts	=	oerslecht
oersoep	noun	het mengsel waaruit het leven op aarde zich ontwikkeld zou hebben
oersoepen	=	oersoep
oersoepje	=	oersoep
oersoepjes	=	oersoep
oerstaat	noun	de oorspronkelijke, onbedorven vorm
oerstaten	=	oerstaat
oersterk	adj	heel erg sterk
oersterke	=	oersterk
oersterks	=	oersterk
oerstof	noun	de ultieme substantie waaruit, waarin, en waardoor alles in de kosmos zou moeten bestaan
oerstoffen	=	oerstof
oerstom	adj	heel erg dom
oerstome	=	oerstom
oerstomme	=	oerstom
oerstoms	=	oerstom
oertaal	noun	geconstrueerde of hypothetische taal waaruit alle bestaande natuurlijke talen zouden zijn ontstaan
oertalen	=	oertaal
oertekst	noun	meest oorspronkelijke tekst van een bepaald verhaal
oerteksten	=	oertekst
oertekstje	=	oertekst
oertijd	noun	voorhistorische periode, de tijd waaruit totaal geen geschreven documenten zijn overgeleverd
oertijden	=	oertijd
oertijdje	=	oertijd
oertoestand	noun	toestand zoals die in het allereerste begin was
oertoestanden	=	oertoestand
oertype	noun	de meest oorspronkelijke vorm van een bepaalde soort waaruit alle andere vormen zijn voortgekomen
oertypen	=	oertype
oertypes	=	oertype
oerversie	noun	de oorspronkelijke, eerste variant van iets
oerversies	=	oerversie
oervervelend	adj	heel erg naar
oervervelende	=	oervervelend
oervervelends	=	oervervelend
oervogel	noun	prehistorische vogel
oervogels	=	oervogel
oervolk	noun	de oude, oorspronkelijke bevolking
oervolken	=	oervolk
oervolkeren	=	oervolk
oervolkje	=	oervolk
oervolkjes	=	oervolk
oervonk	noun	de vermeende begin impuls van alles
oervorm	noun	oudste, meest oorspronkelijke vorm
oervormen	=	oervorm
oerwoud	noun	woud, grotendeels in zijn natuurlijke, ongeschonden staat
oerwouddier	noun	beest dat in de jungle leeft
oerwouddieren	=	oerwouddier
oerwouden	=	oerwoud
oerwoudgeluid	noun	geluid zoals verwacht (van de dieren) in het oerwoud
oerwoudgeluiden	=	oerwoudgeluid
oerwoudje	=	oerwoud
oerwoudjes	=	oerwoud
oerwoudpatrouille	noun	verkenningstocht door een dicht, tropisch bos
oerwoudpatrouilles	=	oerwoudpatrouille
oerzee	noun	de oudste zee; de meest oorspronkelijke zee
oerzeeën	=	oerzee
oerzon	noun	Erethizon dorsatum knaagdier uit de familie der stekelvarkens van de Nieuwe Wereld (Erethizontidae).
oerzonde	noun	de oorspronkelijke door de eerste paradijsbewoners begane zonde die hun verdrijving daaruit zou hebben veroorzaakt
oerzonden	=	oerzonde
oerzondes	=	oerzonde
oerzonnen	=	oerzon
oerzonnetje	=	oerzon
oerzonnetjes	=	oerzon
oesjanka	noun	traditionele Russische bontmuts met oorflappen
oesjanka's	=	oesjanka
oesjpizien	noun	zeven symbolische gasten in de soeka (Abraham, Isaak, Jakob, Jozef, Mozes, Aäron en David)
oesofagitis	noun	ontsteking van de slokdarm
oesophagi	=	oesophagus
oesophagus	noun	slokdarm, gedeelte van het maag-darmkanaal tussen de mond of bek en de maag
oessoeribeer	noun	Ursus arctos lasiotus een ondersoort van de bruine beer (Ursus arctos), die voorkomt in de Russische gebieden Sachalin, Oblast Amoer, Koenasjir, Itoeroep, de Sjantar-eilanden rond de rivier Oessoeri, Noordoost-China, het Koreaans Schiereiland en het Japanse eiland Hokkaido.
oessoeribeertje	=	oessoeribeer
oessoeribeertjes	=	oessoeribeer
oessoeriberen	=	oessoeribeer
oessoerifitis	noun	Phylloscopus tenellipes een zangvogel uit de familie Phylloscopidae
oessoerifitisje	=	oessoerifitis
oessoerifitisjes	=	oessoerifitis
oessoerifitissen	=	oessoerifitis
oessoerihert	noun	Cervus canadensis xanthopygus een ondersoort van de wapiti (Cervus canadensis) en komt uit de familie der hertachtigen (Cervidae).
oessoeriherten	=	oessoerihert
oessoerihertje	=	oessoerihert
oessoerihertjes	=	oessoerihert
oest	=	oogst
oester	noun	weekdier uit de familie Ostreidae, gewoonlijk eetbaar, met één platte en één bolle schelp
oesterambassadeur	noun	iemand die het eten van oesters promoot en/of vertegenwoordigt
oesterambassadeurs	=	oesterambassadeur
oesterambassadeurtje	=	oesterambassadeur
oesterambassadeurtjes	=	oesterambassadeur
oesterbed	noun	plaats waar veel oesters groeien
oesterbedden	=	oesterbed
oesterblaadje	=	oesterblad
oesterblaadjes	=	oesterblad
oesterblad	noun	Mertensia maritima een vaste plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) en komt van nature voor in kustgebieden rond de noordelijke poolcirkel
oesterbladen	=	oesterblad
oesterbladeren	=	oesterblad
oesterblaren	=	oesterblad
oestergalwesp	noun	Neuroterus anthracinus een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
oestergalwespen	=	oestergalwesp
oestergalwespje	=	oestergalwesp
oestergalwespjes	=	oestergalwesp
oesterkor	noun	een ijzeren raamnet waarmee op oesters gevist wordt
oesterkorren	=	oesterkor
oesterkorretje	=	oesterkor
oesterkorretjes	=	oesterkor
oesterkweker	noun	iemand die zijn brood verdient met de kweek van oesters
oesterkwekerij	noun	plaats waar oesters gekweekt worden, met name een oesterbank
oesterkwekerijen	=	oesterkwekerij
oesterkwekers	=	oesterkweker
oesterkwekertje	=	oesterkweker
oesterkwekertjes	=	oesterkweker
oestermes	noun	een kort, dik mes dat wordt gebruikt om oesters mee open te wrikken en hun vlees uit de schelp te halen
oestermesje	=	oestermes
oestermesjes	=	oestermes
oestermessen	=	oestermes
oesterparel	noun	echte parel, afkomstig van de pareloester
oesterparelen	=	oesterparel
oesterparels	=	oesterparel
oesters	=	oester
oesterteelt	noun	het uitplanten van jonge oesters op daarvoor gereed gemaakte bedden of ophangen in voedselrijk water
oesterteelten	=	oesterteelt
oestertje	=	oester
oestertjes	=	oester
oestervisser	noun	iemand die zijn brood verdiende met het vissen op (wilde) oesters
oestervissers	=	oestervisser
oestervissertje	=	oestervisser
oestervissertjes	=	oestervisser
oesterzwam	noun	bepaald soort eetbare paddenstoel die meestal groeit op de stam van een loofboom, Pleurotus ostreatus
oesterzwammen	=	oesterzwam
oesterzwammetje	=	oesterzwam
oesterzwammetjes	=	oesterzwam
oestradiol	noun	vrouwelijk geslachtshormoon
oestrogeen	noun	een vrouwelijk hormoon
oestrogeenpleister	noun	een pleister waaraan oestrogeen is toegevoegd dat langzaam wordt afgegeven
oestrogeenpleisters	=	oestrogeenpleister
oestrogenen	=	oestrogeen
oestrus	noun	vruchtbare periode van een vrouwelijk dier
oestrussen	=	oestrus
oetc-onderwijs	noun	onderwijs in eigen taal en cultuur
oetel	=	oetelen
oetelde	=	oetelen
oetelden	=	oetelen
oetele	=	oetelen
oetelen	verb	willekeurig wat dingen doen zonder verplichtingen.
oetelend	=	oetelen
oetelende	=	oetelen
oetelt	=	oetelen
oeter	=	oeteren
oeterde	=	oeteren
oeterden	=	oeteren
oetere	=	oeteren
oeteren	verb	hard werken, ploeteren
oeterend	=	oeteren
oeterende	=	oeteren
oetert	=	oeteren
oetesjoevot	noun	en antwoorden
oetlul	noun	stommeling
oetlullen	=	oetlul
oetlulletje	=	oetlul
oetlulletjes	=	oetlul
oets	=	oetsen
oetse	=	oetsen
oetsen	verb	foppen, voor de gek houden, beetnemen, bedriegen
oetsend	=	oetsen
oetsende	=	oetsen
oetst	=	oetsen
oetste	=	oetsen
oetsten	=	oetsen
oeuvre	noun	alles wat een kunstenaar heeft gemaakt
oeuvrecatalogi	=	oeuvrecatalogus
oeuvrecatalogus	noun	boekwerk waarin alle kunstwerken van een kunstenaar staan vermeld
oeuvrecatalogussen	=	oeuvrecatalogus
oeuvreprijs	noun	een blijk van waardering die een kunstenaar krijgt voor het gehele werk dat hij of zij heeft gemaakt
oeuvreprijzen	=	oeuvreprijs
oeuvres	=	oeuvre
oeuvretje	=	oeuvre
oever	noun	een rand van kanaal, rivier of meer
oever-grootoogkortschildkever	noun	Stenus bimaculatus een keversoort die tot de het geslacht Stenus behoort.
oever-grootoogkortschildkevers	=	oever-grootoogkortschildkever
oever-grootoogkortschildkevertje	=	oever-grootoogkortschildkever
oever-grootoogkortschildkevertjes	=	oever-grootoogkortschildkever
oeveraas	noun	Palingenia longicauda haft, eendagsvlieg uit de familie Palingeniidae
oeveraaskever	noun	Necrodes littoralis een kever uit de familie van de aaskevers (Silphidae).
oeveraaskevers	=	oeveraaskever
oeveraaskevertje	=	oeveraaskever
oeveraaskevertjes	=	oeveraaskever
oeveramarant	noun	Amaranthus tuberculatus een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
oeveramaranten	=	oeveramarant
oeveramarantje	=	oeveramarant
oeveramarantjes	=	oeveramarant
oeveraquaria	=	oeveraquarium
oeveraquarium	noun	combinatie van aquarium en terrarium
oeveraquariumpje	=	oeveraquarium
oeveraquariumpjes	=	oeveraquarium
oeveraquariums	=	oeveraquarium
oeverazen	=	oeveraas
oeverbabbelaar	noun	Turdoides tenebrosa een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
oeverbabbelaars	=	oeverbabbelaar
oeverbabbelaartje	=	oeverbabbelaar
oeverbabbelaartjes	=	oeverbabbelaar
oeverbies	noun	Bolboschoenus laticarpus een plant uit de familie Cyperaceae.
oeverbiesje	=	oeverbies
oeverbiesjes	=	oeverbies
oeverbiezen	=	oeverbies
oeverbisschopsmuts	noun	Racomitrium aciculare een mos uit het geslacht bisschopsmuts (Racomitrium).
oeverbisschopsmutsen	=	oeverbisschopsmuts
oeverbisschopsmutsje	=	oeverbisschopsmuts
oeverbisschopsmutsjes	=	oeverbisschopsmuts
oeverbontloper	noun	Anthracus consputus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
oeverbontlopers	=	oeverbontloper
oeverbontlopertje	=	oeverbontloper
oeverbontlopertjes	=	oeverbontloper
oeverborstelspinnendoder	noun	Anoplius concinnus een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
oeverborstelspinnendoders	=	oeverborstelspinnendoder
oeverborstelspinnendodertje	=	oeverborstelspinnendoder
oeverborstelspinnendodertjes	=	oeverborstelspinnendoder
oeverdikkopmos	noun	Brachythecium plumosum een mos uit de familie Brachytheciaceae.
oeverdikkopmosje	=	oeverdikkopmos
oeverdikkopmosjes	=	oeverdikkopmos
oeverdikkopmossen	=	oeverdikkopmos
oeverfeetiran	noun	Empidonax difficilis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
oeverfeetirannen	=	oeverfeetiran
oeverfeetirannetje	=	oeverfeetiran
oeverfeetirannetjes	=	oeverfeetiran
oevergewas	noun	planten die aan de waterkant groeien
oevergewasje	=	oevergewas
oevergewasjes	=	oevergewas
oevergewassen	=	oevergewas
oevergraafkever	noun	insect uit de familie Heteroceridae van insecten die behoort tot de orde der kevers (Coleoptera)
oevergraafkevers	noun	Heteroceridae een familie van insecten die behoort tot de orde der kevers (Coleoptera)
oevergravertje	noun	Dyschirius aeneus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
oevergravertjes	=	oevergravertje
oeverkant	noun	grens tussen een water en het land
oeverkanten	=	oeverkant
oeverkantje	=	oeverkant
oeverkantjes	=	oeverkant
oeverkogeltje	noun	insect uit de familie Sphaeriusidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde Myxophaga. ;Externe links
oeverkogeltjes	noun	Sphaeriusidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde Myxophaga. ;Externe links
oeverkruid	noun	Littorella uniflora een vaste plant die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
oeverland	noun	land dat aan een rivier of meer grenst
oeverlanden	=	oeverland
oeverlandje	=	oeverland
oeverlandjes	=	oeverland
oeverlibelle	noun	insect uit de geslacht Orthetrum van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
oeverlibellen	noun	Orthetrum een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
oeverlibelletje	=	oeverlibelle
oeverlibelletjes	=	oeverlibelle
oeverloofslak	noun	Pseudotrichia rubiginosa een slakkensoort uit de familie van de Hygromiidae.
oeverloofslakje	=	oeverloofslak
oeverloofslakjes	=	oeverloofslak
oeverloofslakken	=	oeverloofslak
oeverloopkever	noun	insect uit de geslacht Elaphrus van kevers uit de familie loopkevers (Carabidae).
oeverloopkevers	noun	Elaphrus een geslacht van kevers uit de familie loopkevers (Carabidae).
oeverloopkevertje	=	oeverloopkever
oeverloopkevertjes	=	oeverloopkever
oeverloos	adj	zonder begrenzing, zonder einde vooral bij praten en discussiëren
oeverloosheden	=	oeverloosheid
oeverloosheid	noun	het oeverloos zijn
oeverloost	=	oeverloos
oeverlooste	=	oeverloos
oeverloper	noun	bepaald soort kleine vogel uit het palearctisch gebied, Actitis hypoleucos uit de familie der strandlopers en snippen (Scolopacidae)
oeverlopers	noun	een geslacht Actitis van vogels uit de familie strandlopers en snippen (Scolopacidae).
oeverloze	=	oeverloos
oeverlozer	=	oeverloos
oeverlozere	=	oeverloos
oeverlozers	=	oeverloos
oevermaina	noun	Acridotheres ginginianus een zangvogel uit de familie van spreeuwen (Sturnidae).
oevermaina's	=	oevermaina
oevermainaatje	=	oevermaina
oevermainaatjes	=	oevermaina
oevermierkruiper	noun	Hypocnemoides maculicauda een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
oevermierkruipers	=	oevermierkruiper
oevermierkruipertje	=	oevermierkruiper
oevermierkruipertjes	=	oevermierkruiper
oevermiervogel	noun	Cercomacroides fuscicauda een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
oevermiervogels	=	oevermiervogel
oevermiervogeltje	=	oevermiervogel
oevermiervogeltjes	=	oevermiervogel
oeverpieper	noun	Anthus petrosus een zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten
oeverpiepers	=	oeverpieper
oeverpiepertje	=	oeverpieper
oeverpissebed	noun	Hyloniscus riparius een pissebed uit de familie Trichoniscidae.
oeverpissebedden	=	oeverpissebed
oeverpissebedje	=	oeverpissebed
oeverpissebedjes	=	oeverpissebed
oeverplant	noun	plant die in de bodem onder water wortelt, maar met het bovendeel boven het water uitsteekt
oeverplanten	=	oeverplant
oeverplantje	=	oeverplant
oeverplantjes	=	oeverplant
oeverpluisdraadmos	noun	Amblystegium varium een mossoort uit de pluisdraadmosfamilie (Amblystegiaceae).
oeverpluisdraadmosje	=	oeverpluisdraadmos
oeverpluisdraadmosjes	=	oeverpluisdraadmos
oeverpluisdraadmossen	=	oeverpluisdraadmos
oeverpriemkever	noun	Bembidion litorale een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
oeverpriemkevers	=	oeverpriemkever
oeverpriemkevertje	=	oeverpriemkever
oeverpriemkevertjes	=	oeverpriemkever
oevers	=	oever
oeverschijfhoren	noun	Gyraulus riparius een slakkensoort uit de familie van de Planorbidae.
oeverschijfhorens	=	oeverschijfhoren
oeverschijfhorentje	=	oeverschijfhoren
oeverschijfhorentjes	=	oeverschijfhoren
oeversnelloper	noun	Paranchus albipes een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
oeversnellopers	=	oeversnelloper
oeversnellopertje	=	oeversnelloper
oeversnellopertjes	=	oeversnelloper
oeverspiegelloopkever	noun	Notiophilus substriatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
oeverspiegelloopkevers	=	oeverspiegelloopkever
oeverspiegelloopkevertje	=	oeverspiegelloopkever
oeverspiegelloopkevertjes	=	oeverspiegelloopkever
oeverspinnen	noun	Dolomedes een geslacht van spinnen uit de familie kraamwebspinnen (Pisauridae), dat fossiel bekend is vanaf het pleistoceen.
oeverspringspin	noun	Sitticus inexpectus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
oeverspringspinnen	=	oeverspringspin
oeverspringspinnetje	=	oeverspringspin
oeverspringspinnetjes	=	oeverspringspin
oevertje	=	oever
oevertjes	=	oever
oeverval	noun	verschijnsel waarbij door verdieping van de vooroever, in combinatie met losgepakt zand in de ondergrond, een oever inzakt en in de stroomgeul verdwijnt
oevervallen	=	oeverval
oevervalletje	=	oeverval
oevervalletjes	=	oeverval
oeververbinding	noun	een voorziening waarmee men van de ene naar de andere oever van een waterweg (zoals een rivier of kanaal) kan oversteken.
oeververbindingen	=	oeververbinding
oeververbindinkje	=	oeververbinding
oeververbindinkjes	=	oeververbinding
oeververdediging	noun	het geheel van maatregelen om de oevers van binnenwateren, zoals rivieren, vijvers, sloten, jachthavens en kanalen te beschermen tegen erosie
oeververdedigingen	=	oeververdediging
oeververdedigingetje	=	oeververdediging
oeververdedigingetjes	=	oeververdediging
oeverviltmollisia	noun	Mollisia hydrophila een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
oeverviltmollisia's	=	oeverviltmollisia
oeverviltmollisiaatje	=	oeverviltmollisia
oeverviltmollisiaatjes	=	oeverviltmollisia
oevervlieg	noun	insect uit de familie Ephydridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
oevervliegen	noun	Ephydridae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
oevervliegje	=	oevervlieg
oevervliegjes	=	oevervlieg
oeverwantsen	noun	een familie Saldidae van wantsen.
oeverwarkruid	noun	Cuscuta gronovii een eenjarige parasitaire plant die behoort tot de windefamilie (Convolvulaceae).
oeverwarkruiden	=	oeverwarkruid
oeverwarkruidje	=	oeverwarkruid
oeverwarkruidjes	=	oeverwarkruid
oeverwinterkoning	noun	Cantorchilus semibadius een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
oeverwinterkoningen	=	oeverwinterkoning
oeverwinterkoninkje	=	oeverwinterkoning
oeverwinterkoninkjes	=	oeverwinterkoning
oeverwolfspin	noun	Pardosa prativaga een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
oeverwolfspinnen	=	oeverwolfspin
oeverwolfspinnetje	=	oeverwolfspin
oeverwolfspinnetjes	=	oeverwolfspin
oeverzakspin	noun	Clubiona similis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
oeverzakspinnen	=	oeverzakspin
oeverzakspinnetje	=	oeverzakspin
oeverzakspinnetjes	=	oeverzakspin
oeverzegge	noun	Carex riparia een vaste plant uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
oeverzeggen	=	oeverzegge
oeverzeggetje	=	oeverzegge
oeverzeggetjes	=	oeverzegge
oeverzwaluw	noun	Riparia riparia een zangvogel uit de familie van de zwaluwen (Hirundinidae)
oeverzwaluwen	noun	een geslacht Riparia van zangvogels uit de familie zwaluwen (Hirundinidae)
oeverzwaluwtje	=	oeverzwaluw
oeverzwartschild	noun	Pterostichus anthracinus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
oeverzwartschilden	=	oeverzwartschild
oeverzwartschildje	=	oeverzwartschild
oeverzwartschildjes	=	oeverzwartschild
oezbeek	noun	een inwoner van Oezbekistan, of iemand afkomstig uit Oezbekistan
oezbeeks	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Oezbekistan
oezbeekse	noun	een vrouwelijke inwoner van Oezbekistan, of een vrouw afkomstig uit Oezbekistan
oezbeeksen	=	oezbeekse
oezbeekser	=	oezbeeks
oezbeeksere	=	oezbeeks
oezbeeksers	=	oezbeeks
oezbeekst	=	oezbeeks
oezbeekstalig	adj	de Oezbeekse taal sprekend
oezbeekstalige	=	oezbeekstalig
oezbeekstaligs	=	oezbeekstalig
oezbeekste	=	oezbeeks
oezbeken	=	oezbeek
of	conj	en anders : gebruikt om een keuze aan te geven, waarbij alle keuzemogelijkheden expliciet worden genoemd
of-rekening	=	en-ofrekening
off-the-roadmotor	noun	motorfiets voor onverhard terrein, terreinmotor, crossmotor
off-the-roadmotoren	=	off-the-roadmotor
off-the-roadmotors	=	off-the-roadmotor
off-the-roadmotortje	=	off-the-roadmotor
off-the-roadmotortjes	=	off-the-roadmotor
offboarding	noun	het gestructureerde proces rondom de uitdiensttreding van een medewerker, waarbij het dienstverband netjes en professioneel wordt beëindigd.
offboardings	=	offboarding
offday	noun	een dag dat men niet zo goed presteert als normaal
offdays	=	offday
offensief	noun	een aanvallende actie	adj	aanvallend
offensiefje	=	offensief
offensiefjes	=	offensief
offensiefs	=	offensief
offensiefst	=	offensief
offensiefste	=	offensief
offensieve	=	offensief
offensieven	=	offensief
offensiever	=	offensief
offensievere	=	offensief
offensievers	=	offensief
offer	noun	een gave aan een godheid
offeraar	noun	iemand die een dier geeft aan een priester om het te offeren aan een godheid
offeraars	=	offeraar
offerande	noun	gift aan een god
offeranden	=	offerande
offerandes	=	offerande
offeraren	=	offeraar
offerblok	noun	een bus of kistje, meestal met zwaar gesmeed metaal bekleed, dat staat in een kerk, waarin men een geldelijke offergave kan deponeren
offerblokje	=	offerblok
offerblokjes	=	offerblok
offerblokken	=	offerblok
offerbus	noun	bak waarin men geld kan storten voor een goed doel
offerbusje	=	offerbus
offerbusjes	=	offerbus
offerbussen	=	offerbus
offerde	=	offeren
offerden	=	offeren
offerdienst	noun	het derde deel van de eucharistieviering waarin afsluitende gebeden en de slotzegen uitgesproken worden
offerdiensten	=	offerdienst
offerdienstje	=	offerdienst
offerdienstjes	=	offerdienst
offere	=	offeren
offeren	verb	wijden aan, als offer aanbieden
offerend	=	offeren
offerende	=	offeren
offerfeest	noun	feest waarbij herdacht wordt dat Abraham zijn gehoorzaamheid aan Allah toonde en bereid was zijn zoon te offeren
offerfeesten	=	offerfeest
offerfeestje	=	offerfeest
offerfeestjes	=	offerfeest
offergave	noun	een gave aan een godheid
offergaven	=	offergave
offergavetje	=	offergave
offering	noun	het offeren
offeringen	=	offering
offerlam	noun	een lam dat als offer geslacht wordt
offerlammeren	=	offerlam
offerlammetje	=	offerlam
offerlammetjes	=	offerlam
offers	=	offer
offerschaal	noun	schaal waarin de offerpriester het bloed van het offerdier opvangt
offerschaaltje	=	offerschaal
offerschaaltjes	=	offerschaal
offerschalen	=	offerschaal
offert	=	offeren
offertafel	noun	een vaak monumentale tafel waarop tijdens een religieuse plechtigheid de offergaven gelegd worden
offertafels	=	offertafel
offertafeltje	=	offertafel
offertafeltjes	=	offertafel
offerte	noun	een aanbieding van goederen of diensten tegen een vaste prijs
offerten	=	offerte
offertes	=	offerte
offertetje	=	offerte
offertetjes	=	offerte
offertje	=	offer
offertjes	=	offer
offertoria	=	offertorium
offertorium	noun	het gedeelte van de Heilige Mis waarin brood en wijn aan God worden geofferd
offertoriumpje	=	offertorium
offertoriumpjes	=	offertorium
offertoriums	=	offertorium
offervaardig	adj	bereid om een offer te brengen
offervaardige	=	offervaardig
offervaardiger	=	offervaardig
offervaardigere	=	offervaardig
offervaardigers	=	offervaardig
offervaardigheden	=	offervaardigheid
offervaardigheid	noun	bereidheid om iets van waarde te verliezen uit liefde voor een bepaald doel
offervaardigs	=	offervaardig
offervaardigst	=	offervaardig
offervaardigste	=	offervaardig
offgrid	adj	niet aangesloten op het (gas-, water- en) stroomrnet
office	noun	werkruimte met een voorraad schoon servies, glazen en bestek waar ook de gerechten klaar worden gezet zodat het bedienend personeel kan zorgen voor het opdienen aan de gasten
officemanager	noun	iemand die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken in een kantoor of vestiging
officemanagers	=	officemanager
officemanagertje	=	officemanager
officemanagertjes	=	officemanager
officemes	noun	klein keukenmes met een spits, smal lemmet en een rechte snede, gebruikt voor het snijden of schillen van groenten en fruit en ander klein snijwerk
officemesje	=	officemes
officemesjes	=	officemes
officemessen	=	officemes
offices	=	office
officia	=	officium
official	noun	officieel afgevaardigd persoon (bij wedstrijden)
officialiseer	=	officialiseren
officialiseerde	=	officialiseren
officialiseerden	=	officialiseren
officialiseert	=	officialiseren
officialisere	=	officialiseren
officialiseren	verb	juridisch vastleggen; officieel maken
officialiserend	=	officialiseren
officialiserende	=	officialiseren
officials	=	official
officiant	noun	priester die de mis opdraagt
officianten	=	officiant
officie	noun	ambt
officieel	adj	erkend door bevoegd gezag
officieels	=	officieel
officieelst	=	officieel
officieelste	=	officieel
officieer	=	officiëren
officieerde	=	officiëren
officieerden	=	officiëren
officieert	=	officiëren
officier	noun	iemand die een rang (in het leger) bekleedt die hem of haar het bevel over een zeker aantal ondergeschikten geeft
officieren	=	officier
officierenkorps	noun	de leidinggevenden van een leger
officierenkorpsen	=	officierenkorps
officiers	=	officier
officierscasino	noun	een legeringsgebouw voor officieren met voorzieningen om te kunnen eten, baden, studeren en recreëren
officierscasino's	=	officierscasino
officierscasinootje	=	officierscasino
officierscasinootjes	=	officierscasino
officiersdegen	noun	ceremonieel degen die gebruikt wordt door militairen met een hogere rang
officiersdegens	=	officiersdegen
officiersdegentje	=	officiersdegen
officiersdegentjes	=	officiersdegen
officierskwastje	noun	Surinaamse sierstruik met roze kwastjes als bloem, Calliandra surinamensis
officierskwastjes	=	officierskwastje
officiersmess	noun	eetzaal voor officieren
officiersmesses	=	officiersmess
officiersopleiding	noun	opleiding tot leidinggevende in het leger
officiersopleidingen	=	officiersopleiding
officiersopleidinkje	=	officiersopleiding
officiersopleidinkjes	=	officiersopleiding
officiersrang	noun	rang die officieren van het leger of de marine kan hebben
officiersrangen	=	officiersrang
officiersuniform	noun	de officiele kleding van een hoge militair
officiersuniformen	=	officiersuniform
officiertje	=	officier
officiertjes	=	officier
officierwolkvleugel	noun	een tweevleugelige Tipula (Savtshenkia) rufina uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
officierwolkvleugels	=	officierwolkvleugel
officierwolkvleugeltje	=	officierwolkvleugel
officierwolkvleugeltjes	=	officierwolkvleugel
officies	=	officie
officieus	adj	niet-officieel, niet helemaal volgens de regels en vaak ook helemaal tegen de regels in.
officieust	=	officieus
officieuste	=	officieus
officieuze	=	officieus
officieuzer	=	officieus
officieuzere	=	officieus
officieuzers	=	officieus
officinaal	adj	van iets dat het in een apotheek voorhanden moet zijn
officinaals	=	officinaal
officinaalst	=	officinaal
officinaalste	=	officinaal
officinale	=	officinaal
officinaler	=	officinaal
officinalere	=	officinaal
officinalers	=	officinaal
officium	noun	ambt, officie, dienst
officiële	=	officieel
officiëler	=	officieel
officiëlere	=	officieel
officiëlers	=	officieel
officiën	=	officie
officiëre	=	officiëren
officiëren	verb	als priester dienstdoen
officiërend	=	officiëren
officiërende	=	officiëren
offlabel	adj	toepassing van een geneesmiddel die afwijkt van de officiële indicatie
offline	adj	niet met het computernetwerk verbonden zijnde, niet met het internet verbonden zijnde.
offreer	=	offreren
offreerde	=	offreren
offreerden	=	offreren
offreert	=	offreren
offrere	=	offreren
offreren	verb	aanbieden, specifiek het aanbieden van een dienst of product door een bedrijf
offrerend	=	offreren
offrerende	=	offreren
offroad	adj	naast de weg liggend
offset	noun	een druktechniek waarbij het beeld via een intermediair wordt overgebracht naar het papier
offsetdruk	noun	druktechniek waarbij het beeld via een intermediair wordt overgebracht op het papier
offsetdrukken	=	offsetdruk
offshore	adj	niet op het vasteland	noun	delfstoffenwinning op zee (vooral olie en gas)
offshorebedrijf	noun	bedrijf dat activiteiten heeft op zee
offshorebedrijfje	=	offshorebedrijf
offshorebedrijfjes	=	offshorebedrijf
offshorebedrijven	=	offshorebedrijf
offshorefonds	noun	beleggingsfonds dat formeel in een ander land gevestigd is dan de aandeelhouders (vanwege het gunstiger belastingklimaat)
offshorefondsen	=	offshorefonds
offside	adv	buitenspel bij voetbal, ijshockey en cricket
offtopic	adj	buiten het onderwerp
offtrail	adj	buiten de wandelpaden
offtrailleven	noun	de maatschappij buiten het gebeuren van het wandelen
offwhite	noun	gebroken wit, net niet helemaal wit
ofiologen	=	ofioloog
ofiologie	noun	de studie van slangen
ofioloog	noun	kenner van slangen, beoefenaar van de ofiologie
ofisina	noun	kantoor, bureau
ofisina's	=	ofisina
ofschoon	conj	drukt een reden uit ondanks dewelke iets beweerd wordt
oft	adv|obsolete	vele malen
oftalmalgie	noun	naar gevoel in het oog of bij het kijken
oftalmie	noun	pijn aan het oog; oogontsteking
oftalmisch	adj	met betrekking tot het oog en/of de ziekten ervan
oftalmische	=	oftalmisch
oftalmologen	=	oftalmoloog
oftalmologie	noun	de tak van de medische wetenschap die zich met het oog en het zicht bezig houdt
oftalmologisch	adj	met betrekking tot de oogheelkunde
oftalmologische	=	oftalmologisch
oftalmologischer	=	oftalmologisch
oftalmologischere	=	oftalmologisch
oftalmologischers	=	oftalmologisch
oftalmoloog	noun	een medisch specialist die de oogheelkunde beoefent
oftalmoloogje	=	oftalmoloog
oftalmoloogjes	=	oftalmoloog
oftalmoplegie	noun	verlamming van de oogspier
oftalmoscoop	noun	instrument waarmee een arts door de pupil naar het netvlies kan kijken
oftalmoscopen	=	oftalmoscoop
ofte	conj|obsolete	of, als nevenschikkend voegwoord (dus om een keuze uit te drukken)
oftewel	conj	introduceert een alternatieve manier om het voorgaande te zeggen
oftig	adv|obsolete	vele malen
ofwel	conj	geeft een keuze aan tussen de ene mogelijkheid en de andere
ofzoiets	=	zoiets
oganesson	noun	een scheikundig element met het symbool Og en het atoomnummer 118
oge	=	ogen
ogelijk	adj	met een fraai uiterlijk
ogelijke	=	ogelijk
ogelijker	=	ogelijk
ogelijkere	=	ogelijk
ogelijkers	=	ogelijk
ogelijks	=	ogelijk
ogelijkst	=	ogelijk
ogelijkste	=	ogelijk
ogen	verb	de aanblik hebben van
ogenblik	noun	moment, een bepaald tijdstip
ogenblikje	=	ogenblik
ogenblikjes	=	ogenblik
ogenblikkelijk	adj	onmiddellijk, direct op dit moment	adv	onmiddellijk, direct op dit moment
ogenblikkelijke	=	ogenblikkelijk
ogenblikkelijker	=	ogenblikkelijk
ogenblikkelijkere	=	ogenblikkelijk
ogenblikkelijkers	=	ogenblikkelijk
ogenblikkelijks	=	ogenblikkelijk
ogenblikkelijkst	=	ogenblikkelijk
ogenblikkelijkste	=	ogenblikkelijk
ogenblikken	=	ogenblik
ogend	=	ogen
ogende	=	ogen
ogendienaar	noun	al te gedienstig, kruiperig persoon
ogendienaars	=	ogendienaar
ogendienaartje	=	ogendienaar
ogendienaartjes	=	ogendienaar
ogendienaren	=	ogendienaar
ogendienst	noun	slaafse nederigheid, lage vleierij
ogendiensten	=	ogendienst
ogenpaar	noun	beide ogen
ogenpaartje	=	ogenpaar
ogenpaartjes	=	ogenpaar
ogenparen	=	ogenpaar
ogenschijn	noun	blik van de ogen
ogenschijnlijk	adj	zo op het eerste gezicht, zo naar het uiterlijk
ogenschijnlijke	=	ogenschijnlijk
ogenschijnlijks	=	ogenschijnlijk
ogenschijntje	=	ogenschijn
ogenschijntjes	=	ogenschijn
ogenschouw	noun	iets in ogenshouw nemen - aandachtig bekijken
ogentaal	noun	non-verbale communicatie met de ogen; communicatie met de ogen
ogentest	noun	een onderzoek naar de ogen en de gezichtsscherpte van de ogen
ogentesten	=	ogentest
ogentests	=	ogentest
ogentroost	noun	een geslacht Euphrasia van kruidachtige planten met trechtervormige, tweelippige bloemen.
ogentroostdikpoot	noun	Melitta tricincta een vliesvleugelig insect uit de familie Melittidae.
ogentroostdikpootje	=	ogentroostdikpoot
ogentroostdikpootjes	=	ogentroostdikpoot
ogentroostdikpoten	=	ogentroostdikpoot
ogentroostdwergspanner	noun	Eupithecia laquaearia een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
ogentroostdwergspanners	=	ogentroostdwergspanner
ogentroostdwergspannertje	=	ogentroostdwergspanner
ogentroostdwergspannertjes	=	ogentroostdwergspanner
ogentroosten	=	ogentroost
ogentroostje	=	ogentroost
ogentroostspanner	noun	Perizoma blandiata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
ogentroostspanners	=	ogentroostspanner
ogentroostspannertje	=	ogentroostspanner
ogentroostspannertjes	=	ogentroostspanner
ogenwenk	=	oogwenk
ogenzwart	noun	make-up waarmee men de wimpers en wenkbrauwen zwart kan verven
ogenzwarten	=	ogenzwart
oger	noun	een reusachtig en lelijk mensachtig monster
ogers	=	oger
ogertje	=	oger
oggenebbisj	=	achenebbisj
ogief	noun	kruisboog van een gotisch gewelf, waarvan de uitspringende armen, de welfribben of graten, elkaar diagonaalsgewijs in de top kruisen
ogieven	=	ogief
ogonek	noun	een diakritisch teken in de vorm van een staartje.
ogonekje	=	ogonek
ogonekjes	=	ogonek
ogoneks	=	ogonek
ogtend	=	ochtend
ogtent	=	ochtend
oh	intj	een uitroep van lichte verbazing or herkenning
oha	=	ohaën
ohaat	=	ohaën
ohade	=	ohaën
ohaden	=	ohaën
ohaliem	=	ohel
ohaë	=	ohaën
ohaën	verb	veelvuldig en weinig verstandig praten
ohaënd	=	ohaën
ohaënde	=	ohaën
ohel	noun	tent, overkapping, beschutting
ohm	noun	SI-eenheid van elektrische weerstand, weergegeven met symbool Ω
ohmpje	=	ohm
ohmpjes	=	ohm
ohms	adj	de eigenschap bezittend de wet van Ohm te volgen
ohmse	=	ohms
ohmser	=	ohms
ohmsere	=	ohms
oho	intj	overgang naar een plagende opmerking of een vrolijke uiting
oi	intj	ach!
oio	noun|obsolete	iemand die onderzoek doet om een proefschrift te schrijven
oio's	=	oio
oioplaats	noun	mogelijkheid om als onderzoeker in opleiding te kunnen werken; mogelijkheid om een onderzoeker in opleiding te werk te stellen
oioplaatsen	=	oioplaats
oir	noun|obsolete	geheel van de personen die in rechte lijn van iemand afstammen
ojibwa	=	ojibwe
ojibwe	noun	inheems volk in Canada en de Verenigde Staten
ojief	noun	rand als versiering met een doorsnee die half hol en half bol is
ojieven	=	ojief
ok	intj	goed, in orde
ok's	=	ok
okapi	noun	Okapia johnstoni, groot zoogdier dat nauw verwant is aan de giraffe en in de tropische regenwouden van centraal Afrika leeft
okapi's	=	okapi
okapietje	=	okapi
okapietjes	=	okapi
okay	=	oké
oke	=	oké
oker	noun	mineraal dat als gele of oranje kleurstof gebruikt wordt	adj	okergeel hebbend als kleur
okerachtig	adj	een aarde kleur gelijkend op oker (geel-bruin)
okerachtige	=	okerachtig
okerachtiger	=	okerachtig
okerachtigere	=	okerachtig
okerachtigers	=	okerachtig
okerachtigs	=	okerachtig
okerachtigst	=	okerachtig
okerachtigste	=	okerachtig
okerattila	noun	Attila torridus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
okerattila's	=	okerattila
okerattilaatje	=	okerattila
okerattilaatjes	=	okerattila
okerborstbaardkoekoek	noun	Malacoptila fulvogularis een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
okerborstbaardkoekoeken	=	okerborstbaardkoekoek
okerborstbaardkoekoekje	=	okerborstbaardkoekoek
okerborstbaardkoekoekjes	=	okerborstbaardkoekoek
okerborstdwergmierpitta	noun	Grallaricula flavirostris een zangvogel uit de familie Grallariidae.
okerborstdwergmierpitta's	=	okerborstdwergmierpitta
okerborstdwergmierpittaatje	=	okerborstdwergmierpitta
okerborstdwergmierpittaatjes	=	okerborstdwergmierpitta
okerborstpieper	noun	Anthus nattereri een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
okerborstpiepers	=	okerborstpieper
okerborstpiepertje	=	okerborstpieper
okerborstpiepertjes	=	okerborstpieper
okerborstsfenops	noun	Sphenopsis ochracea een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
okerborstsfenopsen	=	okerborstsfenops
okerborstsfenopsje	=	okerborstsfenops
okerborstsfenopsjes	=	okerborstsfenops
okerborststekelstaart	noun	Synallaxis albilora een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
okerborststekelstaarten	=	okerborststekelstaart
okerborststekelstaartje	=	okerborststekelstaart
okerborststekelstaartjes	=	okerborststekelstaart
okerborststruikgors	noun	Atlapetes semirufus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
okerborststruikgorsje	=	okerborststruikgors
okerborststruikgorsjes	=	okerborststruikgors
okerborststruikgorzen	=	okerborststruikgors
okerborsttangare	noun	Chlorothraupis stolzmanni een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
okerborsttangaren	=	okerborsttangare
okerborsttangaretje	=	okerborsttangare
okerborsttangaretjes	=	okerborsttangare
okerbrauwdistelstaart	noun	Asthenes coryi een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
okerbrauwdistelstaarten	=	okerbrauwdistelstaart
okerbrauwdistelstaartje	=	okerbrauwdistelstaart
okerbrauwdistelstaartjes	=	okerbrauwdistelstaart
okerbrauwthraupis	noun	Kleinothraupis calophrys een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren)
okerbrauwthraupisje	=	okerbrauwthraupis
okerbrauwthraupisjes	=	okerbrauwthraupis
okerbrauwthraupissen	=	okerbrauwthraupis
okerbruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8001 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8001 ( ).
okerbruine	=	okerbruin
okerbruins	=	okerbruin
okerbuikdikbekje	noun	Sporophila hypoxantha een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
okerbuikdikbekjes	=	okerbuikdikbekje
okerbuikpipratiran	noun	Mionectes oleagineus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
okerbuikpipratirannen	=	okerbuikpipratiran
okerbuikpipratirannetje	=	okerbuikpipratiran
okerbuikpipratirannetjes	=	okerbuikpipratiran
okerbuikprieelvogel	noun	Chlamydera cerviniventris een vogel uit de familie van de prieelvogels.
okerbuikprieelvogels	=	okerbuikprieelvogel
okerbuikprieelvogeltje	=	okerbuikprieelvogel
okerbuikprieelvogeltjes	=	okerbuikprieelvogel
okerbuiktroepiaal	noun	Icterus fuertesi een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
okerbuiktroepiaaltje	=	okerbuiktroepiaal
okerbuiktroepiaaltjes	=	okerbuiktroepiaal
okerbuiktroepialen	=	okerbuiktroepiaal
okerdwergspecht	noun	Picumnus limae een vogel uit de familie Picidae (spechten).
okerdwergspechten	=	okerdwergspecht
okerdwergspechtje	=	okerdwergspecht
okerdwergspechtjes	=	okerdwergspecht
okerflanktapaculo	noun	Eugralla paradoxa een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
okerflanktapaculo's	=	okerflanktapaculo
okerflanktapaculootje	=	okerflanktapaculo
okerflanktapaculootjes	=	okerflanktapaculo
okergeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1024 ( ); een gele kleur zoals die van gele oker.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1024 ( ).
okergeels	=	okergeel
okergeelst	=	okergeel
okergeelste	=	okergeel
okergele	=	okergeel
okergelen	=	okergeel
okergeler	=	okergeel
okergelere	=	okergeel
okergelers	=	okergeel
okerhout	noun	Sterculia pruriens een soort uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
okerhouten	=	okerhout
okerhoutje	=	okerhout
okerhoutjes	=	okerhout
okerkapdwergmierpitta	noun	Grallaricula ochraceifrons een zangvogel uit de familie Grallariidae.
okerkapdwergmierpitta's	=	okerkapdwergmierpitta
okerkapdwergmierpittaatje	=	okerkapdwergmierpitta
okerkapdwergmierpittaatjes	=	okerkapdwergmierpitta
okerkaptangare	noun	Tangara gyrola een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
okerkaptangaren	=	okerkaptangare
okerkaptangaretje	=	okerkaptangare
okerkaptangaretjes	=	okerkaptangare
okerkapvireo	noun	Tunchiornis ochraceiceps een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
okerkapvireo's	=	okerkapvireo
okerkapvireootje	=	okerkapvireo
okerkapvireootjes	=	okerkapvireo
okerkeelbladspeurder	noun	Automolus ochrolaemus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
okerkeelbladspeurders	=	okerkeelbladspeurder
okerkeelbladspeurdertje	=	okerkeelbladspeurder
okerkeelbladspeurdertjes	=	okerkeelbladspeurder
okerknolcollybia	noun	Collybia cookei een schimmel behorend tot de familie Tricholomataceae.
okerknolcollybia's	=	okerknolcollybia
okerknolcollybiaatje	=	okerknolcollybia
okerknolcollybiaatjes	=	okerknolcollybia
okerkopdwergtiran	noun	Euscarthmus fulviceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
okerkopdwergtirannen	=	okerkopdwergtiran
okerkopdwergtirannetje	=	okerkopdwergtiran
okerkopdwergtirannetjes	=	okerkopdwergtiran
okerkuiftangare	noun	Creurgops verticalis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
okerkuiftangaren	=	okerkuiftangare
okerkuiftangaretje	=	okerkuiftangare
okerkuiftangaretjes	=	okerkuiftangare
okers	=	oker
okerstuitmiervogel	noun	Drymophila ochropyga een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
okerstuitmiervogels	=	okerstuitmiervogel
okerstuitmiervogeltje	=	okerstuitmiervogel
okerstuitmiervogeltjes	=	okerstuitmiervogel
okerstuitrietgors	noun	Emberiza yessoensis een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
okerstuitrietgorsje	=	okerstuitrietgors
okerstuitrietgorsjes	=	okerstuitrietgors
okerstuitrietgorzen	=	okerstuitrietgors
okervleknachtzwaluw	noun	Caprimulgus stellatus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
okervleknachtzwaluwen	=	okervleknachtzwaluw
okervleknachtzwaluwtje	=	okervleknachtzwaluw
okervleknachtzwaluwtjes	=	okervleknachtzwaluw
okervlerkkokermot	noun	Coleophora currucipennella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
okervlerkkokermotje	=	okervlerkkokermot
okervlerkkokermotjes	=	okervlerkkokermot
okervlerkkokermotten	=	okervlerkkokermot
okido	intj	instemmende, enthousiaste uitroep
okidoki	intj	instemmende, enthousiaste uitroep
okinawa	noun	eiland in de Oost-Chinese Zee, de grootste van de Zuidelijke Japanse Eilanden
okinawaan	noun	een inwoner van Okinawa, of iemand afkomstig van Okinawa
okinawaans	adj	met betrekking tot Okinawa of de Okinawaanse taal
okinawaanse	=	okinawaans
okinawaanser	=	okinawaans
okinawaansere	=	okinawaans
okinawaansers	=	okinawaans
okinawaanst	=	okinawaans
okinawaanste	=	okinawaans
okinawaantje	=	okinawaan
okinawaantjes	=	okinawaan
okinawanen	=	okinawaan
okinawaral	noun	Hypotaenidia okinawae een vogel uit de familie Rallidae (Rallen).
okinawarallen	=	okinawaral
okinawaralletje	=	okinawaral
okinawaralletjes	=	okinawaral
okinawaroodborst	noun	Larvivora namiyei een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
okinawaroodborsten	=	okinawaroodborst
okinawaroodborstje	=	okinawaroodborst
okinawaroodborstjes	=	okinawaroodborst
okinawaspecht	noun	Dendrocopos noguchii een endemische vogelsoort uit de familie Picidae (spechten).
okinawaspechten	=	okinawaspecht
okinawaspechtje	=	okinawaspecht
okinawaspechtjes	=	okinawaspecht
okkernoot	noun	vrucht met harde schaal van de loofboom Juglans regia
okkernootfamilie	noun	een familie Juglandaceae van bomen die wereldwijd voorkomen, behalve in Afrika en Australië, waarschijnlijk het best bekend van de walnoot en de pecannoot
okkernootfamilies	=	okkernootfamilie
okkernootfamilietje	=	okkernootfamilie
okkernootfamilietjes	=	okkernootfamilie
okkernootje	=	okkernoot
okkernootjes	=	okkernoot
okkernootviltmijt	noun	Aceria erinea een spin uit de familie van de Eriophyidae.
okkernootviltmijten	=	okkernootviltmijt
okkernootviltmijtje	=	okkernootviltmijt
okkernootviltmijtjes	=	okkernootviltmijt
okkernoten	=	okkernoot
okkernotenbomen	=	okkernotenboom
okkernotenboom	noun	een boomsoort die okkernoten als vruchten draagt
okkernotenboompje	=	okkernotenboom
okkernotenboompjes	=	okkernotenboom
okketaaien	verb	met een kunstgreep proberen te weinig wisselgeld terug te geven
okra	noun	bepaald soort plant waarvan de peulen eetbaar zijn en waarvan de smaak wat lijkt op die van sperziebonen, Abelmoschus esculentus
okra's	=	okra
okraatje	=	okra
okrosjka	noun	koude zomersoep, gemaakt uit een drank van gefermenteerd roggebrood (soms vervangen door kefir), met fijngehakte rauwkost, vlees en gekookte aardappel; veel gegeten in Rusland en Oekraïne
oksaal	noun	een balkon aan de zijde van het kerkschip dat ruimte biedt aan het zangkoor en het grote kerkorgel
oksaaltje	=	oksaal
oksaaltjes	=	oksaal
oksalen	=	oksaal
oksel	noun	holte tussen de arm en de romp, bij de schouder
okselfris	adj	met niet stinkende oksels na gebruik van deodorant
okselfrisse	=	okselfris
okselfrisser	=	okselfris
okselfrissere	=	okselfris
okselfrissers	=	okselfris
okselfrist	=	okselfris
okselfriste	=	okselfris
okselhaar	noun	enkele vezel uit de beharing in de holte tussen de bovenarm en de romp
okselhaartje	=	okselhaar
okselhaartjes	=	okselhaar
okselharen	=	okselhaar
okselholte	noun	holte onder de arm op de grens van de arm en de schouder
okselholten	=	okselholte
okselholtes	=	okselholte
okselknopboorvlieg	noun	Campiglossa argyrocephala een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
okselknopboorvliegen	=	okselknopboorvlieg
okselknopboorvliegje	=	okselknopboorvlieg
okselknopboorvliegjes	=	okselknopboorvlieg
oksels	=	oksel
okselstandig	adj	in de hoek tussen twee plantdelen ontstaand; bloeiwijze van bloemen
okselstandige	=	okselstandig
okselstandigs	=	okselstandig
okseltje	=	oksel
okseltjes	=	oksel
okselvijver	noun	een grote zweetplek onder de oksel
okselvijvers	=	okselvijver
okselvijvertje	=	okselvijver
okselvijvertjes	=	okselvijver
okshoofd	noun	een inhoudsmaat in de vorm van een groot vat, dat vroeger voor wijn, bier en sterkedrank (maar ook voor azijn, bier, tabak en suiker) gebruikt werd
okshoofden	=	okshoofd
okshoofdje	=	okshoofd
okshooft	=	okshoofd
okt	noun	tiende kalendermaand, oktober
okt's	=	okt
oktober	noun	de tiende maand van het jaar
oktoberactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand oktober
oktoberacties	=	oktoberactie
oktoberactietje	=	oktoberactie
oktoberactietjes	=	oktoberactie
oktoberavond	noun	een avond in de maand oktober
oktoberavonden	=	oktoberavond
oktobercijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand oktober
oktobercijfers	=	oktobercijfer
oktobercijfertje	=	oktobercijfer
oktobercijfertjes	=	oktobercijfer
oktoberdag	noun	dag in de tiende maand van het jaar
oktoberdagen	=	oktoberdag
oktobereditie	noun	uitgave voor de maand oktober
oktoberedities	=	oktobereditie
oktobereditietje	=	oktobereditie
oktobereditietjes	=	oktobereditie
oktobermaand	noun	de 10de maand van het jaar, wijnmaand
oktobermaanden	=	oktobermaand
oktobermiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand oktober
oktobermiddagen	=	oktobermiddag
oktobermiddagje	=	oktobermiddag
oktobermiddagjes	=	oktobermiddag
oktobermorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand oktober
oktobermorgens	=	oktobermorgen
oktobermorgentje	=	oktobermorgen
oktobermorgentjes	=	oktobermorgen
oktobernacht	noun	een van de nachten in de maand oktober
oktobernachten	=	oktobernacht
oktobernamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand oktober
oktobernamiddagen	=	oktobernamiddag
oktobernamiddagje	=	oktobernamiddag
oktobernamiddagjes	=	oktobernamiddag
oktobernummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 2de maand van het jaar
oktobernummers	=	oktobernummer
oktoberochtend	noun	deel van de dag in de maand oktober tussen 6.00 en 12.00 uur
oktoberochtenden	=	oktoberochtend
oktoberochtendje	=	oktoberochtend
oktoberochtendjes	=	oktoberochtend
oktobers	=	oktober
oktobertemperaturen	=	oktobertemperatuur
oktobertemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand oktober
oktobertemperatuurtje	=	oktobertemperatuur
oktobertemperatuurtjes	=	oktobertemperatuur
oktobertje	=	oktober
oktoberweek	noun	week in de maand oktober
oktoberweekje	=	oktoberweek
oktoberweekjes	=	oktoberweek
oktoberweer	noun	het herfstachtige weer dat kenmerkend is voor oktober
oktoberweertje	=	oktoberweer
oktoberweken	=	oktoberweek
oktoberwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand oktober
oktoberwijnen	=	oktoberwijn
oktoberwijntje	=	oktoberwijn
oktoberwijntjes	=	oktoberwijn
oktoberwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand oktober
oktoberwinden	=	oktoberwind
oktoberwindje	=	oktoberwind
oktoberwindjes	=	oktoberwind
oktoberzon	noun	de zon zoals deze schijnt in de maand oktober
oktoberzonnen	=	oktoberzon
oktoberzonnetje	=	oktoberzon
oktoberzonnetjes	=	oktoberzon
oké	intj	goed, in orde	adj	in orde, goed aanvaardbaar
okés	=	oké
okést	=	oké
okéste	=	oké
okéë	=	oké
okéër	=	oké
okéëre	=	oké
okéërs	=	oké
ola	noun	vrouwelijke joodse migrant naar Israël
olam	noun	wereld
olamiem	=	olam
olamot	=	olam
oldschool	noun	een bepaalde periode in het verleden	adj	van de oude stempel zijnd
oldschools	=	oldschool
oldskool	adj	op de klassieke manier; op de oude bekende manier; uit een vroegere periode
oldskools	=	oldskool
oldtimer	noun	meer dan 25 jaar oude, goed onderhouden auto
oldtimergarage	noun	werkplaats waar men oude auto's repareert, renoveert en onderhoudt
oldtimergarages	=	oldtimergarage
oldtimers	=	oldtimer
oldtimertje	=	oldtimer
oldtimertjes	=	oldtimer
oleander	noun	bepaalde soort sierplant, Nerium oleander
oleanderpijlstaart	noun	Daphnis nerii een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae).
oleanderpijlstaarten	=	oleanderpijlstaart
oleanderpijlstaartje	=	oleanderpijlstaart
oleanderpijlstaartjes	=	oleanderpijlstaart
oleanders	=	oleander
oleandertje	=	oleander
oleandertjes	=	oleander
olee	noun	Joodse emigrant naar Israël
olefine	noun	onverzadigde koolwaterstofverbinding
olefinen	=	olefine
oleografie	noun	reproductie van schilderijen met behulp van olieverfsteendruk
oleografieën	=	oleografie
olewesjolem	adj	zaliger (gedachtenis)
oleïne	noun	belangrijkste onverzadigd vetzuur met één dubbele binding met C₁₈H₃₄O₂ als brutoformule
olfactorisch	adj	betrekking hebbend op het reukzintuig
olfactorische	=	olfactorisch
olfactorischer	=	olfactorisch
olfactorischere	=	olfactorisch
olfactorischers	=	olfactorisch
olie	noun	benaming voor uiteenlopende soorten vettige vloeistoffen die niet of nauwelijks met water mengen
olie-exporterend	adj	meer olie uit- dan invoerend
olie-exporterende	=	olie-exporterend
olie-exporterends	=	olie-exporterend
olie-industrie	noun	de industrie die zich bezig houdt met de productie van olie en de verwerking ervan
olie-industrieën	=	olie-industrie
olieaanbod	noun	alle voor de verkoop beschikbare aardolie
olieaanvoer	noun	het transporteren van aardolie naar een bepaald gebied
olieaanvoeren	=	olieaanvoer
olieachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van olie
olieachtige	=	olieachtig
olieachtiger	=	olieachtig
olieachtigere	=	olieachtig
olieachtigers	=	olieachtig
olieachtigs	=	olieachtig
olieachtigst	=	olieachtig
olieachtigste	=	olieachtig
oliebad	noun	onderdompeling in olie
oliebaden	=	oliebad
oliebadje	=	oliebad
oliebadjes	=	oliebad
oliebaron	noun	iemand die veel geld heeft verdiend in de handel of productie van olie of afgeleide producten
oliebaronnen	=	oliebaron
oliebaronnetje	=	oliebaron
oliebaronnetjes	=	oliebaron
oliebarons	=	oliebaron
oliebasis	noun	van een product dat het gemaakt is van olie
oliebedrijf	noun	onderneming die aardolie wint, bewerkt en verkoopt
oliebedrijfje	=	oliebedrijf
oliebedrijfjes	=	oliebedrijf
oliebedrijven	=	oliebedrijf
oliebol	noun	een baksel gemaakt van een vloeibaar gerezen beslag dat in hete olie gebakken is
oliebollen	=	oliebol
oliebollengeur	noun	de geur die vrijkomt met het bakken van oliebollen
oliebollengeuren	=	oliebollengeur
oliebollenkraam	noun	kraam waar oliebollen gebakken en verkocht worden
oliebollenkraampje	=	oliebollenkraam
oliebollenkraampjes	=	oliebollenkraam
oliebollenkramen	=	oliebollenkraam
oliebollenmachine	noun	een professioneel apparaat dat automatisch beslag doseert om in hoog tempo oliebollen te produceren
oliebollenmachines	=	oliebollenmachine
oliebollenmachinetje	=	oliebollenmachine
oliebollenmachinetjes	=	oliebollenmachine
oliebollentest	noun	het door middel van een steekproef testen wat de kwaliteit is van oliebollen in verschillende oliebollenkramen
oliebollentestje	=	oliebollentest
oliebollentestjes	=	oliebollentest
oliebollentests	=	oliebollentest
oliebolletje	=	oliebol
oliebolletjes	=	oliebol
oliebolzwam	noun	Rhizina undulata een schimmel uit de familie Rhizinaceae.
oliebolzwammen	=	oliebolzwam
oliebolzwammetje	=	oliebolzwam
oliebolzwammetjes	=	oliebolzwam
olieboycot	noun	stopzetting van aardolieleveranties
olieboycotje	=	olieboycot
olieboycotjes	=	olieboycot
olieboycots	=	olieboycot
olieboycotten	=	olieboycot
oliebrand	noun	een vuur door brandende olie
oliebranden	=	oliebrand
oliebron	noun	boring in het aardoppervlak waar aardolie, aardgas en-of andere koolwaterstoffen worden gewonnen
oliebronnen	=	oliebron
oliebronnetje	=	oliebron
oliecarter	noun	smeeroliereservoir om een verbrandingsmotor
oliecarters	=	oliecarter
oliecartertje	=	oliecarter
oliecartertjes	=	oliecarter
olieconcern	noun	groot bedrijf dat aardolie wint, verwerkt en verkoopt
olieconcerns	=	olieconcern
oliecrises	=	oliecrisis
oliecrisis	noun	grote moeilijkheden met de aardolievoorziening en de invloed hiervan op de economie
oliecrisissen	=	oliecrisis
oliede	=	oliën
olieden	=	oliën
oliedicht	adj	geen olie doorlatend
oliedichte	=	oliedicht
oliedichts	=	oliedicht
oliedom	adj	heel erg dom
oliedomme	=	oliedom
oliedommer	=	oliedom
oliedommere	=	oliedom
oliedommers	=	oliedom
oliedoms	=	oliedom
oliedomst	=	oliedom
oliedomste	=	oliedom
oliedrum	noun	vat waarin men aardolie kan bergen
oliedrums	=	oliedrum
oliefilm	noun	dun laagje olie of vloeibaar vet
oliefilmpje	=	oliefilm
oliefilmpjes	=	oliefilm
oliefilms	=	oliefilm
oliefilter	noun	onderdeel waarmee vervuilde smeerolie gereinigd wordt
oliefilters	=	oliefilter
oliefiltertje	=	oliefilter
oliefiltertjes	=	oliefilter
oliefles	noun	langgerekt, buisvormig vat, meestal van glas of kunststof gemaakt dat met een dop of kurk kan worden afgesloten en bestemd is voor een bepaalde vettige vloeistof
olieflesje	=	oliefles
olieflesjes	=	oliefles
olieflessen	=	oliefles
oliegas	noun	naam van een gassoort die werd verkregen door gasolie tot 600 °C te verhitten, waarbij de koolwaterstofmoleculen tot kleinere fracties werden gekraakt
oliegeld	noun	geld dat is verdiend door de winning en verkoop van aardolie
oliegelden	=	oliegeld
olieglad	adj	uiterst vlak, zonder enige rimpeling of stroefheid
oliegladde	=	olieglad
olieglads	=	olieglad
oliegoed	noun	waterdichte kleding die gemaakt is van met lijnolie geïmpregneerde katoenen stof die vooral door vissers wordt gebruikt
oliehandel	noun	de in- en verkoop van aardolie
oliehaven	noun	haven die van belang is voor het transport van aardolie
oliehavens	=	oliehaven
oliehaventje	=	oliehaven
oliehaventjes	=	oliehaven
oliehoudend	adj	olie bevattend
oliehoudende	=	oliehoudend
oliehoudender	=	oliehoudend
oliehoudendere	=	oliehoudend
oliehoudenders	=	oliehoudend
oliehoudends	=	oliehoudend
oliehoudendst	=	oliehoudend
oliehoudendste	=	oliehoudend
oliejas	noun	weerbestendige jas die vooral door vissers en zeevarenden wordt gedragen en die oorspronkelijk uit geoliede stof bestond
oliejasje	=	oliejas
oliejasjes	=	oliejas
oliejassen	=	oliejas
oliekachel	noun	een kachel die warmte geeft door de verbranding van petroleum
oliekachels	=	oliekachel
oliekacheltje	=	oliekachel
oliekacheltjes	=	oliekachel
oliekan	noun	kan waarin men olie bewaart en waaruit men olie kan schenken
oliekannen	=	oliekan
oliekannetje	=	oliekan
oliekannetjes	=	oliekan
oliekever	noun	insect uit de familie Meloidae van kevers.
oliekevers	noun	Meloidae een familie van kevers.
oliekevertje	=	oliekever
oliekevertjes	=	oliekever
oliekoek	noun	koek gemaakt van houdbare ingrediënten, rijk aan vet en calorieën en daardoor goede brandstof tegen de winterkou
oliekoeken	=	oliekoek
oliekoekje	=	oliekoek
oliekoekjes	=	oliekoek
oliekop	noun	trechtervormig olievat waarin smeerolie zit die een stoommachine smeert
oliekoppen	=	oliekop
olielaag	noun	een laag olie die drijft op een andere vloeistof of ligt op een vaste ondergrond
olielaagje	=	olielaag
olielaagjes	=	olielaag
olielagen	=	olielaag
olielamp	noun	een soort kruikje met een daarin vloeibare brandstof en een pit, gebruikt voor verlichting of om een vlammetje te bewaren
olielampen	=	olielamp
olielampje	=	olielamp
olielampjes	=	olielamp
olieland	noun	een olie producerend land
olielanden	=	olieland
olielandje	=	olieland
olielandjes	=	olieland
olieleiding	noun	pijpleiding waardoor olie getransporteerd wordt
olieleidingen	=	olieleiding
olieleidinkje	=	olieleiding
olieleidinkjes	=	olieleiding
olielek	noun	het lekken van olie uit een oliepijpleiding naar een plaats waar olie ongewenst is, of dat olie verdwijnt van een plaats waar de olie nodig is
olielekje	=	olielek
olielekkage	noun	het ongewenst uit een buis of reservoir gaan van aardolie
olielekkages	=	olielekkage
olielekken	=	olielek
olielieden	=	olieman
olielozing	noun	het wegpompen van niet meer nuttige aardolieproducten (naar een plek waar dat niet is toegestaan)
olielozingen	=	olielozing
olielui	=	olieman
oliem	=	olee
oliemaatschappij	noun	bedrijf dat aardolie en aardgas wint en bewerkt
oliemaatschappijen	=	oliemaatschappij
oliemaatschappijtje	=	oliemaatschappij
oliemaatschappijtjes	=	oliemaatschappij
oliemagnaat	noun	iemand die zeer rijk en machtig is geworden door de winning en verkoop van aardolie
oliemagnaten	=	oliemagnaat
olieman	noun	iemand die werkt in de olieindustrie
oliemannen	=	olieman
oliemannetje	=	olieman
oliemannetjes	=	olieman
oliemarkt	noun	vraag en aanbod van aardolie
oliemarkten	=	oliemarkt
olieminister	noun	politiek bestuurder die leiding geeft aan het overheidsdepartement dat zich bezig houdt met de winning van aardolie
olieministers	=	olieminister
olieministertje	=	olieminister
olieministertjes	=	olieminister
olienoot	noun	peulvrucht van Arachis hypogaea
olienootje	=	olienoot
olienoten	=	olienoot
olieopslagtank	noun	opslagtank voor olie
olieopslagtanks	=	olieopslagtank
oliepak	noun	stevig waterdicht pak gebruikt op schepen en boten dat oorspronkelijk gemaakt is van geoliede stof
oliepakje	=	oliepak
oliepakjes	=	oliepak
oliepakken	=	oliepak
oliepalm	noun	Elaeis guineensis oorspronkelijk uit tropisch Afrika afkomstige vederpalm waarvan de vruchten palmolie leveren.
oliepalmeekhoorn	noun	Protoxerus stangeri knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
oliepalmeekhoorns	=	oliepalmeekhoorn
oliepalmeekhoorntje	=	oliepalmeekhoorn
oliepalmeekhoorntjes	=	oliepalmeekhoorn
oliepalmen	=	oliepalm
oliepeil	noun	het niveau van de olie in een oliereservoir
oliepeilen	=	oliepeil
oliepijpleiding	noun	buisleiding voor transport van aardolie
oliepijpleidingen	=	oliepijpleiding
oliepijpleidinkje	=	oliepijpleiding
oliepijpleidinkjes	=	oliepijpleiding
oliepit	noun	dikke, olie absorberende draad die een deel is van een olielamp, vaak ook gebruikt als naam voor de hele olielamp
oliepitje	=	oliepit
oliepitjes	=	oliepit
oliepitten	=	oliepit
oliepomp	noun	een pomp die geschikt is om olie van de ene naar de andere plaats te pompen
oliepompen	=	oliepomp
oliepompje	=	oliepomp
oliepompjes	=	oliepomp
olieprijs	noun	de prijs van een vat aardolie op de spotmarkt
olieprijsje	=	olieprijs
olieprijsjes	=	olieprijs
olieprijsstijging	noun	het duurder worden van ruwe aardolie (zoals Brent of WTI) op de wereldmarkt.
olieprijsstijgingen	=	olieprijsstijging
olieprijsstijginkje	=	olieprijsstijging
olieprijsstijginkjes	=	olieprijsstijging
olieprijzen	=	olieprijs
olieproducent	noun	land waar aardolie wordt gewonnen
olieproducenten	=	olieproducent
olieproduct	noun	verhandelbare stoffen, gemaakt uit vloeibare koolwaterstoffen die uit de bodem gewonnen zijn
olieproducten	=	olieproduct
olieproductie	noun	winning van vloeibare koolwaterstoffen uit de bodem
olieproducties	=	olieproductie
olieproject	noun	in tijd begrensde handeling die betrekking heeft op de winning van aardolie
olieprojecten	=	olieproject
olieput	noun	gat in de aarde waar men olie uit kan oppompen
olieputje	=	olieput
olieputjes	=	olieput
olieputten	=	olieput
olieraffinaderij	noun	fabriek waar ruwe aardolie wordt verwerkt tot aardolieproducten zoals bijvoorbeeld benzine, diesel en asfalt
olieraffinaderijen	=	olieraffinaderij
olieraffinaderijtje	=	olieraffinaderij
olieraffinaderijtjes	=	olieraffinaderij
olieraffinage	noun	raffinage van aardolie tot bruikbare producten
olieraffinages	=	olieraffinage
olieramp	noun	een gebeurtenis waarbij grote hoeveelheden olie in het milieu terecht komen en daar schade aanrichten
olierampen	=	olieramp
olierampje	=	olieramp
olierampjes	=	olieramp
olierijk	adj	veel olie bevattende
olierijke	=	olierijk
olierijker	=	olierijk
olierijkere	=	olierijk
olierijkers	=	olierijk
olierijks	=	olierijk
olierijkst	=	olierijk
olierijkste	=	olierijk
olies	=	olie
oliesardien	noun	in olijfolie gedompelde sardine die in een hermetisch gesloten blikje bewaard wordt
oliesardienen	=	oliesardien
oliesardientje	=	oliesardien
oliesardientjes	=	oliesardien
oliesardine	=	oliesardien
olieschalie	noun	een sedimentair fijnkorrelig gesteente dat organische en chemische stoffen bevat en waar synthetisch olie en gas uit gewonnen kan worden
olieschalies	=	olieschalie
olieschaliën	=	olieschalie
oliescheepje	=	olieschip
oliescheepjes	=	olieschip
olieschepen	=	olieschip
olieschip	noun	een vrachtboot speciaal ontworpen voor het vervoer van olie
oliesel	noun	meestal alleen in 'heilig oliesel' of 'laatste oliesel'.
oliesels	=	oliesel
oliesjeik	noun	zeer rijke heerser uit een olie exporterend, Arabisch land
oliesjeiks	=	oliesjeik
oliesoort	noun	de specifieke samenstelling, herkomst (mineraal, plantaardig, synthetisch) en viscositeit (dikte) van een olie
oliesoorten	=	oliesoort
oliesoortje	=	oliesoort
oliesoortjes	=	oliesoort
oliespoor	noun	een langgerekte olievlek veroorzaakt door een lekkend voertuig
oliesporen	=	oliespoor
oliespuit	noun	een kan met een pijpje aan de tuit waarmee men olie kan aanbrengen op de te smeren onderdelen van een apparaat
oliespuiten	=	oliespuit
oliespuitje	=	oliespuit
oliespuitjes	=	oliespuit
oliestaat	noun	een land waar veel aardolie geproduceerd wordt; olie exporterend land
oliestaatje	=	oliestaat
oliestaatjes	=	oliestaat
oliestad	noun	stad met veel activiteiten die betrekking hebben op de winning en verwerking van aardolie
oliestadje	=	oliestad
oliestadjes	=	oliestad
oliestaten	=	oliestaat
oliesteden	=	oliestad
oliesteen	noun	slijpsteen voor fijn gereedschap, gemaakt van wat zachtere steensoort die met vloeibaar vet doordrenkt wordt
oliestenen	=	oliesteen
oliestippelkorst	noun	Verrucaria elaeina een korstmos uit de familie Verrucariaceae.
oliestippelkorsten	=	oliestippelkorst
oliestippelkorstje	=	oliestippelkorst
oliestippelkorstjes	=	oliestippelkorst
oliestook	noun	verwarming die werkt op aardolieproducten
oliestromen	=	oliestroom
oliestroom	noun	een niet of matig beheerste uitvloei van aardolie
oliestroompje	=	oliestroom
oliestroompjes	=	oliestroom
oliesuiker	noun	stroopachtige, kleurloze, reukloze vloeistof met een zoete smaak, die bij de meeste vetsoorten bij verzeping vrijkomt
oliesuikers	=	oliesuiker
oliesuikertje	=	oliesuiker
oliesuikertjes	=	oliesuiker
oliet	=	oliën
olietanker	noun	schip dat dient om (aard)olie te vervoeren
olietankers	=	olietanker
olietankertje	=	olietanker
olietankertjes	=	olietanker
olietje	=	olie
olietjes	=	olie
olievaatje	=	olievat
olievaatjes	=	olievat
olievat	noun	een meestal metalen vat waar men (aard)olie in kan opbergen
olievaten	=	olievat
olieveld	noun	terrein waar minerale olie in de grond zit
olievelden	=	olieveld
olieveldje	=	olieveld
olieveldjes	=	olieveld
olieverf	noun	met plantaardige drogende olie (meestal lijnolie) vervaardigde verfsoort
olieverfje	=	olieverf
olieverfjes	=	olieverf
olieverfportret	noun	met olieverf geschilderd portret
olieverfportretje	=	olieverfportret
olieverfportretjes	=	olieverfportret
olieverfportretten	=	olieverfportret
olieverfschilderij	noun	met olieverf geschilderde afbeelding
olieverfschilderijen	=	olieverfschilderij
olieverfschilderijtje	=	olieverfschilderij
olieverfschilderijtjes	=	olieverfschilderij
olieverontreiniging	noun	de vervuiling van het milieu met olie of olieproducten (zoals stookolie, diesel of benzine).
olieverontreinigingen	=	olieverontreiniging
olieverontreinigingetje	=	olieverontreiniging
olieverontreinigingetjes	=	olieverontreiniging
olieverven	=	olieverf
olievervuiling	noun	milieuvervuiling die is ontstaan door een lekkage van aardolie
olievervuilingen	=	olievervuiling
olievlek	noun|figurative	iets dat zich snel verspreid, dat iets veel navolging krijgt, zo snel als olie zich over een wateroppervlak kan verspreiden
olievlekje	=	olievlek
olievlekjes	=	olievlek
olievlekken	=	olievlek
olievondst	noun	de keer dat men aardolie vindt in de aardbodem
olievondsten	=	olievondst
oliewet	noun	wet betreffende de aardolieproductie
oliewetten	=	oliewet
oliewinning	noun	het verkrijgen van aardolie uit de ondergrond
oliewinningen	=	oliewinning
oliezaad	noun	zaad dat plantaardige olie bevat zoals bij voorbeeld koolzaad
oliezaak	noun	een bedrijf dat zich bezighoudt met de productie, verwerking (zoals een raffinaderij), verkoop of distributie van oliën, zoals aardolieproducten (benzine, diesel) of plantaardige oliën (voor voeding, cosmetica)
oliezaakje	=	oliezaak
oliezaakjes	=	oliezaak
oliezaden	=	oliezaad
oliezaken	=	oliezaak
oliezuren	=	oliezuur
oliezuur	noun	het belangrijkste enkelvoudig onverzadigde vetzuur met brutoformule C₁₈H₃₄O₂
olifant	noun	groot dikhuidig en veelhoevig zoogdier met een lange slurf uit de familie Elephantidae
olifanten	noun	Elephantidae grote zoogdieren uit de familie van de Elephantidae binnen de orde van de slurfdieren (Proboscidea).
olifantengeheugen	noun	zeer duurzaam geheugen
olifantengeheugens	=	olifantengeheugen
olifantenhok	noun	gespecialiseerd dierenverblijf voor olifanten, vaak te vinden in dierentuinen zoals Artis of Blijdorp
olifantenhokje	=	olifantenhok
olifantenhokjes	=	olifantenhok
olifantenhokken	=	olifantenhok
olifantenhuid	noun	de dikke ondoordringbare huid van een olifant
olifantenhuiden	=	olifantenhuid
olifantenhuidje	=	olifantenhuid
olifantenhuidjes	=	olifantenhuid
olifantenhuwelijk	noun	een fusie tussen twee heel grote bedrijven die samen een monopoly zouden kunnen vormen
olifantenhuwelijken	=	olifantenhuwelijk
olifantenjacht	noun	#:▸ Opa Oscar was een echte ondernemer en hij had zijn vermogen systematisch opgebouwd van de olifantenjacht in Afrika en zijn transacties met mahoniehout toen hij jong was tot aan de innovaties op het gebied van techniek en bouw.
olifantenjachten	=	olifantenjacht
olifantenpaadje	=	olifantenpad
olifantenpaadjes	=	olifantenpad
olifantenpad	noun	route door de jungle die vaak door olifanten (Elephantidae) wordt gebruikt, waardoor hij niet dichtgroeit
olifantenpaden	=	olifantenpad
olifantenpadje	=	olifantenpad
olifantenpadjes	=	olifantenpad
olifantenpak	noun	een verkleedpak of kostuum dat eruitziet als een olifant
olifantenpakje	=	olifantenpak
olifantenpakjes	=	olifantenpak
olifantenpakken	=	olifantenpak
olifantenpoep	noun	ontlasting van een olifant
olifantenpoot	noun	het dikke been van een olifant
olifantenpootje	=	olifantenpoot
olifantenpootjes	=	olifantenpoot
olifantenpopulatie	noun	de groep olifanten die ergens verblijven
olifantenpopulaties	=	olifantenpopulatie
olifantenpoten	=	olifantenpoot
olifantenrace	noun	wedloop tussen bereden dikhuidige slurfdieren Elephas maximus
olifantenraces	=	olifantenrace
olifantentandpasta	noun	grote stroom van schuim door de snelle ontleding van waterstofperoxide als resultaat van een populair experiment
olifantenverblijf	noun	een speciaal ingerichte leefomgeving voor olifanten, meestal binnen een dierentuin, safaripark of een opvangcentrum
olifantenverblijfje	=	olifantenverblijf
olifantenverblijfjes	=	olifantenverblijf
olifantenverblijven	=	olifantenverblijf
olifantenyam	noun	Amorphophallus paeoniifolius een vaste plant met een stevige wortelstok.
olifantenyammen	=	olifantenyam
olifantenyammetje	=	olifantenyam
olifantenyammetjes	=	olifantenyam
olifantenyams	=	olifantenyam
olifantje	=	olifant
olifantjes	=	olifant
olifantsappel	noun	Limonia acidissima een plant uit de wijnruitfamilie (Rutaceae).
olifantsappelen	=	olifantsappel
olifantsappels	=	olifantsappel
olifantsappeltje	=	olifantsappel
olifantsappeltjes	=	olifantsappel
olifantsbeen	noun	bot van een dikhuidig slurfdier uit de familie Elephantidae
olifantsbeenderen	=	olifantsbeen
olifantsbenen	=	olifantsbeen
olifantschildpad	noun	Chelonoidis nigerde grootste levende landschildpad ter wereld en is uitsluitend te vinden op de Galapagoseilanden
olifantschildpadden	=	olifantschildpad
olifantschildpadje	=	olifantschildpad
olifantschildpadjes	=	olifantschildpad
olifantsgras	noun	Pennisetum purpureum grassoort uit Afrika
olifantsgrassen	=	olifantsgras
olifantshuid	noun	huid van een olifant
olifantshuiden	=	olifantshuid
olifantshuidje	=	olifantshuid
olifantshuidjes	=	olifantshuid
olifantsoorboom	noun	een plantensoort Enterolobium cyclocarpum uit de onderfamilie Mimosoideae.
olifantsoorboompje	=	olifantsoorboom
olifantsoorboompjes	=	olifantsoorboom
olifantsoorbooms	=	olifantsoorboom
olifantspitsmuis	noun	zoogdier uit het geslacht Elephantulus van zoogdieren uit de familie van de springspitsmuizen (Macroscelididae).
olifantspitsmuisje	=	olifantspitsmuis
olifantspitsmuisjes	=	olifantspitsmuis
olifantspitsmuizen	noun	Elephantulus een geslacht van zoogdieren uit de familie van de springspitsmuizen (Macroscelididae).
olifantstand	noun	Dentalium elephantinum een weekdier.
olifantstanden	=	olifantstand
olifantstandje	=	olifantstand
olifantstandjes	=	olifantstand
olifantsvis	noun	Gnathonemus petersii een vis die tot de familie van de tapirvissen behoort.
olifantsvisje	=	olifantsvis
olifantsvisjes	=	olifantsvis
olifantsvissen	=	olifantsvis
olifantsvogels	noun	een orde Aepyornithiformes en een familie Aepyornithidae) van uitgestorven loopvogels waarvan het leefgebied beperkt was tot het eiland Madagaskar.
olifantsziekte	noun	tropische huidziekte, veroorzaakt door parasitaire wormen, waarbij lichaamsdelen enorm kunnen opzwellen
olifantsziekten	=	olifantsziekte
olifantsziektes	=	olifantsziekte
oligarch	noun	lid of voorstander van een oligarchie
oligarchen	=	oligarch
oligarchie	noun	regering van slechts weinig personen die behoren tot de bevoorrechte klasse; een verbasterde vorm van de aristocratie
oligarchietje	=	oligarchie
oligarchietjes	=	oligarchie
oligarchieën	=	oligarchie
oligarchisch	adj	een oligarchie betreffend, als van een oligarchie
oligarchische	=	oligarchisch
oligarchischer	=	oligarchisch
oligarchischere	=	oligarchisch
oligarchischers	=	oligarchisch
oligarchje	=	oligarch
oligarchjes	=	oligarch
oligo-element	noun	stof die in heel kleine hoeveelheden in de voeding moet zitten om een levend wezen gezond te houden
oligo-elementen	=	oligo-element
oligo-elementje	=	oligo-element
oligo-elementjes	=	oligo-element
oligoceen	noun	geologisch tijdperk waarin wat meer moderne levensvormen naar voren kwamen, derde en laatste tijdvak van de periode paleogeen van 34 tot 23 miljoen jaar geleden	adj	uit het oligoceen of betrekking hebbend op dat tijdperk
oligoceens	=	oligoceen
oligocene	=	oligoceen
oligochaeten	noun	een onderklasse Oligochaeta van ringwormen (Annelida).
oligodactylie	noun	aangeboren afwijking bij mensen, die erin bestaat dat ze minder dan vijf vingers of tenen hebben
oligofreen	adj	zwakzinnig, achterlijk
oligofreens	=	oligofreen
oligofreenst	=	oligofreen
oligofreenste	=	oligofreen
oligofrene	=	oligofreen
oligofrener	=	oligofreen
oligofrenere	=	oligofreen
oligofreners	=	oligofreen
oligofrenie	noun	zwakzinnigheid
oligomeer	noun	een molecuul dat uit een beperkt aantal aan elkaar geregen gelijke delen bestaat
oligomeertje	=	oligomeer
oligomeertjes	=	oligomeer
oligomenorroe	noun	menstruaties met grote onregelmatige tussenpozen
oligomeren	=	oligomeer
oligopeptide	noun	korte keten van aminozuren, die met hun carboxylgroep aan de aminogroep aan het volgende aminozuur gebonden zijn
oligopeptiden	=	oligopeptide
oligopeptides	=	oligopeptide
oligopolie	noun	marktsituatie waarbij een bepaald product of dienst door slechts een paar grote aanbieders wordt aangeboden
oligopolies	=	oligopolie
oligopolistisch	adj	met betrekking tot het oligopolisme
oligopolistische	=	oligopolistisch
oligopolistischer	=	oligopolistisch
oligopolistischere	=	oligopolistisch
oligopolistischers	=	oligopolistisch
oligopoliën	=	oligopolie
oliguria	noun	Vermindering van de hoeveelheid urine
oligurie	noun	verminderde uitscheiding van urine
olij	=	olie
olijf	noun	Olea europaea een boom uit de olijffamilie (Oleaceae).
olijfachtig	adj	behorend tot de olijffamilie (plantenfamilie van de Oleaceae)
olijfachtige	=	olijfachtig
olijfachtiger	=	olijfachtig
olijfachtigere	=	olijfachtig
olijfachtigers	=	olijfachtig
olijfachtigs	=	olijfachtig
olijfachtigst	=	olijfachtig
olijfachtigste	=	olijfachtig
olijfastrild	noun	Amandava formosa een redelijk kleine, tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae) behorende vogel.<br
olijfastrilden	=	olijfastrild
olijfastrildje	=	olijfastrild
olijfastrildjes	=	olijfastrild
olijfberg	noun	berg waarop olijfbomen groeien in het bijzonder de naam van een berg uit de bijbel
olijfbergen	=	olijfberg
olijfbergje	=	olijfberg
olijfbergjes	=	olijfberg
olijfbomen	=	olijfboom
olijfboom	noun	bepaald soort boom, Olea europaea (Olea europaea var. europaea) waaraan olijven groeien
olijfboompje	=	olijfboom
olijfboompjes	=	olijfboom
olijfboszangervink	noun	Certhidea olivacea een van de zogenaamde darwinvinken, zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
olijfboszangervinken	=	olijfboszangervink
olijfboszangervinkje	=	olijfboszangervink
olijfboszangervinkjes	=	olijfboszangervink
olijfbruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8008 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8008 ( ).
olijfbruine	=	olijfbruin
olijfbruins	=	olijfbruin
olijfbuikhoningzuiger	noun	Cinnyris chloropygius een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
olijfbuikhoningzuigers	=	olijfbuikhoningzuiger
olijfbuikhoningzuigertje	=	olijfbuikhoningzuiger
olijfbuikhoningzuigertjes	=	olijfbuikhoningzuiger
olijfbuikspecht	noun	Gecinulus rafflesii een vogel uit de familie Picidae (spechten).
olijfbuikspechten	=	olijfbuikspecht
olijfbuikspechtje	=	olijfbuikspecht
olijfbuikspechtjes	=	olijfbuikspecht
olijfduif	noun	Columba arquatrix een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
olijfduifje	=	olijfduif
olijfduifjes	=	olijfduif
olijfduiven	=	olijfduif
olijffamilie	noun	een familie Oleaceae van tweezaadlobbige houtige planten.
olijffamilies	=	olijffamilie
olijfflanknontimalia	noun	Schoeniparus dubius een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
olijfflanknontimalia's	=	olijfflanknontimalia
olijfflanknontimaliaatje	=	olijfflanknontimalia
olijfflanknontimaliaatjes	=	olijfflanknontimalia
olijfgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1020 ( ); een grauwgele kleur zoals die van een olijf.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1020 ( ).
olijfgeels	=	olijfgeel
olijfgele	=	olijfgeel
olijfgors	noun	Arremonops rufivirgatus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
olijfgorsje	=	olijfgors
olijfgorsjes	=	olijfgors
olijfgorzen	=	olijfgors
olijfgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7002 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7002 ( ).
olijfgrijze	=	olijfgrijs
olijfgroen	noun	tint tussen groen en bruin met RAL-nummer 6003 ( ).	adj	in een tint tussen groen en bruin met RAL-nummer 6003 ( ).
olijfgroene	=	olijfgroen
olijfgroenen	=	olijfgroen
olijfgroener	=	olijfgroen
olijfgroenere	=	olijfgroen
olijfgroeners	=	olijfgroen
olijfgroens	=	olijfgroen
olijfgroenst	=	olijfgroen
olijfgroenste	=	olijfgroen
olijfhout	noun	houd van de olijfboom
olijfje	=	olijf
olijfjes	=	olijf
olijfkapcoua	noun	Coua olivaceiceps een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
olijfkapcoua's	=	olijfkapcoua
olijfkapcouaatje	=	olijfkapcoua
olijfkapcouaatjes	=	olijfkapcoua
olijfkeelaratinga	noun	Eupsittula nana een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
olijfkeelaratinga's	=	olijfkeelaratinga
olijfkeelaratingaatje	=	olijfkeelaratinga
olijfkeelaratingaatjes	=	olijfkeelaratinga
olijfkleur	noun	geelachtig groene kleur van olijven
olijfkleuren	=	olijfkleur
olijfkleurig	adj	de kleur van olijven hebbend
olijfkleurige	=	olijfkleurig
olijfkleuriger	=	olijfkleurig
olijfkleurigere	=	olijfkleurig
olijfkleurigers	=	olijfkleurig
olijfkleurigs	=	olijfkleurig
olijfkleurigst	=	olijfkleurig
olijfkleurigste	=	olijfkleurig
olijfkleurtje	=	olijfkleur
olijfkleurtjes	=	olijfkleur
olijfkopbreedbektiran	noun	Tolmomyias viridiceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
olijfkopbreedbektirannen	=	olijfkopbreedbektiran
olijfkopbreedbektirannetje	=	olijfkopbreedbektiran
olijfkopbreedbektirannetjes	=	olijfkopbreedbektiran
olijfkopbuulbuul	noun	Arizelocichla olivaceiceps een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
olijfkopbuulbuuls	=	olijfkopbuulbuul
olijfkopbuulbuultje	=	olijfkopbuulbuul
olijfkopbuulbuultjes	=	olijfkopbuulbuul
olijfkopwever	noun	Ploceus olivaceiceps een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
olijfkopwevers	=	olijfkopwever
olijfkopwevertje	=	olijfkopwever
olijfkopwevertjes	=	olijfkopwever
olijfkruinmaansluiper	noun	Melanopareia maximiliani een zangvogel uit de familie Melanopareiidae.
olijfkruinmaansluipers	=	olijfkruinmaansluiper
olijfkruinmaansluipertje	=	olijfkruinmaansluiper
olijfkruinmaansluipertjes	=	olijfkruinmaansluiper
olijfkuiftiran	noun	Myiophobus cryptoxanthus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
olijfkuiftirannen	=	olijfkuiftiran
olijfkuiftirannetje	=	olijfkuiftiran
olijfkuiftirannetjes	=	olijfkuiftiran
olijfmangabey	noun	Cercocebus agilis primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
olijfmangabeys	=	olijfmangabey
olijfmangabeytje	=	olijfmangabey
olijfmangabeytjes	=	olijfmangabey
olijfnekwever	noun	Ploceus brachypterus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten) die voorkomt in grote delen van Afrika.
olijfnekwevers	=	olijfnekwever
olijfnekwevertje	=	olijfnekwever
olijfnekwevertjes	=	olijfnekwever
olijfneuker	noun	scheldwoord voor Italiaan
olijfneukers	=	olijfneuker
olijfneukertje	=	olijfneuker
olijfneukertjes	=	olijfneuker
olijfolie	noun	fijne, spijsolie verkregen door persing uit olijven
olijfolies	=	olijfolie
olijfolietje	=	olijfolie
olijfolietjes	=	olijfolie
olijfoliën	=	olijfolie
olijfpython	noun	Liasis olivaceus een wurgende slang uit de familie pythons (Pythonidae)
olijfpythons	=	olijfpython
olijfpythontje	=	olijfpython
olijfpythontjes	=	olijfpython
olijfrugbladspeurder	noun	Automolus infuscatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
olijfrugbladspeurders	=	olijfrugbladspeurder
olijfrugbladspeurdertje	=	olijfrugbladspeurder
olijfrugbladspeurdertjes	=	olijfrugbladspeurder
olijfrugbosakalat	noun	Stiphrornis pyrrholaemus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
olijfrugbosakalatje	=	olijfrugbosakalat
olijfrugbosakalatjes	=	olijfrugbosakalat
olijfrugbosakalats	=	olijfrugbosakalat
olijfruggors	noun	Arremon taciturnus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
olijfruggorsje	=	olijfruggors
olijfruggorsjes	=	olijfruggors
olijfruggorzen	=	olijfruggors
olijfrugjunglevliegenvanger	noun	Cyornis olivaceus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
olijfrugjunglevliegenvangers	=	olijfrugjunglevliegenvanger
olijfrugjunglevliegenvangertje	=	olijfrugjunglevliegenvanger
olijfrugjunglevliegenvangertjes	=	olijfrugjunglevliegenvanger
olijfrugmuisspecht	noun	Xiphorhynchus triangularis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
olijfrugmuisspechten	=	olijfrugmuisspecht
olijfrugmuisspechtje	=	olijfrugmuisspecht
olijfrugmuisspechtjes	=	olijfrugmuisspecht
olijfrugorganist	noun	Euphonia gouldi een vogel uit de familie der vinkachtigen
olijfrugorganisten	=	olijfrugorganist
olijfrugorganistje	=	olijfrugorganist
olijfrugorganistjes	=	olijfrugorganist
olijfrugsfenops	noun	Sphenopsis frontalis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
olijfrugsfenopsen	=	olijfrugsfenops
olijfrugsfenopsje	=	olijfrugsfenops
olijfrugsfenopsjes	=	olijfrugsfenops
olijfrugspecht	noun	Colaptes rubiginosus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
olijfrugspechten	=	olijfrugspecht
olijfrugspechtje	=	olijfrugspecht
olijfrugspechtjes	=	olijfrugspecht
olijfrugtangare	noun	Mitrospingus oleagineus een zangvogel uit de familie Mitrospingidae.
olijfrugtangaren	=	olijfrugtangare
olijfrugtangaretje	=	olijfrugtangare
olijfrugtangaretjes	=	olijfrugtangare
olijfrugwielewaal	noun	Oriolus sagittatus een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
olijfrugwielewaaltje	=	olijfrugwielewaal
olijfrugwielewaaltjes	=	olijfrugwielewaal
olijfrugwielewalen	=	olijfrugwielewaal
olijfschijfzwam	noun	Catinella olivacea een schimmel behorend tot de klasse Dothideomycetes.
olijfschijfzwammen	=	olijfschijfzwam
olijfschijfzwammetje	=	olijfschijfzwam
olijfschijfzwammetjes	=	olijfschijfzwam
olijfschildmos	noun	Pleurosticta acetabulum een korstmos uit de familie Parmeliaceae.
olijfschildmosje	=	olijfschildmos
olijfschildmosjes	=	olijfschildmos
olijfschildmossen	=	olijfschildmos
olijfspecht	noun	Dendropicos griseocephalus een vogel uit de familie spechten (Picidae).
olijfspechten	=	olijfspecht
olijfspechtje	=	olijfspecht
olijfspechtjes	=	olijfspecht
olijfstreeppipratiran	noun	Mionectes olivaceus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
olijfstreeppipratirannen	=	olijfstreeppipratiran
olijfstreeppipratirannetje	=	olijfstreeppipratiran
olijfstreeppipratirannetjes	=	olijfstreeppipratiran
olijftak	noun	tak van een olijfboom
olijftakje	=	olijftak
olijftakjes	=	olijftak
olijftakken	=	olijftak
olijftangare	noun	Orthogonys chloricterus een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
olijftangaren	=	olijftangare
olijftangaretje	=	olijftangare
olijftangaretjes	=	olijftangare
olijfvireo	noun	Hylophilus olivaceus een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
olijfvireo's	=	olijfvireo
olijfvireootje	=	olijfvireo
olijfvireootjes	=	olijfvireo
olijfvlekkolibrie	noun	Talaphorus chlorocercus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
olijfvlekkolibries	=	olijfvlekkolibrie
olijfvlekkolibrietje	=	olijfvlekkolibrie
olijfvlekkolibrietjes	=	olijfvlekkolibrie
olijfvlieg	noun	Bactrocera oleae (syn: Dacus oleae) een insect waarvan de larven zich voeden met olijven
olijfvliegen	=	olijfvlieg
olijfvliegje	=	olijfvlieg
olijfvliegjes	=	olijfvlieg
olijk	adj	om een beetje te lachen, grappig, niet ernstig, leuk, opgewekt
olijke	=	olijk
olijker	=	olijk
olijkerd	noun	een grappig en slim persoon
olijkerdje	=	olijkerd
olijkerdjes	=	olijkerd
olijkerds	=	olijkerd
olijkere	=	olijk
olijkers	=	olijk
olijkheden	=	olijkheid
olijkheid	noun	het grappige, onschuldige plezier
olijkheidje	=	olijkheid
olijkheidjes	=	olijkheid
olijks	=	olijk
olijkst	=	olijk
olijkste	=	olijk
olijlamp	=	olielamp
olijven	=	olijf
olijvenhout	noun	hout van de olijfboom
olijvenhoutje	=	olijvenhout
olijvenhoutjes	=	olijvenhout
olim	adv	in het verleden
olimsignaturen	=	olimsignatuur
olimsignatuur	noun	vroegere plaatsaanduiding binnen een bibliotheek die nog zichtbaar is in een boek
olinguito	noun	Bassaricyon neblina een zoogdier uit de familie kleine beren (Procyonidae), behorend tot het geslacht slankberen.
olinguito's	=	olinguito
olinguitootje	=	olinguito
olinguitootjes	=	olinguito
olivijn	noun	een nesosilicaat met als chemische formule (Mg,Fe)₂SiO₄ en olijfgroene kleur
olië	=	oliën
oliën	verb	met olie bewerken
oliënd	=	oliën
oliënde	=	oliën
ollef	noun	eerste letter van het Hebreeuwse alfabet
ollefbeis	noun	alfabet
ollefs	=	ollef
ollekebolleke	noun	dactylisch vers in het Nederlandse taalgebied, bestaande uit twee strofen van vier regels en een zesde regel gevormd wordt door één woord
ollekebollekes	=	ollekebolleke
olm	noun	benaming voor loofbomen uit het geslacht Ulmus van de iepenfamilie
olmachtigen	noun	Proteidae een familie van salamanders.
olmen	adj	gemaakt van iepenhout
olmenhout	noun	hout afkomstig van een iep
olmpje	=	olm
olmpjes	=	olm
olo	noun	blauwgroene kleur die alleen kan worden gezien met een laser
olomao	noun	Myadestes lanaiensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
olomao's	=	olomao
olomaootje	=	olomao
olomaootjes	=	olomao
olot	=	ola
oloïde	noun	driedimensionaal geometrisch object, een gebogen vorm die ontstaat door twee verbonden cirkels te plaatsen in loodrechte vlakken, waarbij het middelpunt van elke cirkel op de rand van de andere cirkel ligt
oloïden	=	oloïde
oloïdes	=	oloïde
olympiade	noun	periode in de Griekse oudheid van vier jaar, waarin men zich vroeger voorbereidde op de Olympische Spelen
olympiaden	=	olympiade
olympiades	=	olympiade
olympiajol	noun	wedstrijdzeilboot voor 1 persoon met een zeiloppervlak van 11,5 vierkante meter
olympiajollen	=	olympiajol
olympiajolletje	=	olympiajol
olympisch	adj	verband houdend met de Olympische Spelen
olympische	=	olympisch
olympischer	=	olympisch
olympischere	=	olympisch
olympischers	=	olympisch
olympiër	noun	sporter die heeft meegedaan aan de Olympische Spelen
olympiërs	=	olympiër
olympus	noun	afgezonderde verheven positie van mensen met meer aanzien of invloed
olympusbergsalamander	noun	Rhyacotriton olympicus een salamander uit de familie olympusbergsalamanders (Rhyacotritonidae).
olympusbergsalamanders	noun	Rhyacotritonidae een familie van amfibieën die behoren tot de salamanders (Caudata).
olympusbergsalamandertje	=	olympusbergsalamander
olympusbergsalamandertjes	=	olympusbergsalamander
olé	intj	uitroep van vreugde
om	prep	aan alle kanten van iets.	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
oma	noun	moeder van een ouder
oma's	=	oma
omaans	adj	op Oman betrekking hebbend
omaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Oman, of een vrouw afkomstig uit Oman
omaansen	=	omaanse
omaanser	=	omaans
omaansere	=	omaans
omaansers	=	omaans
omaanst	=	omaans
omaanste	=	omaans
omaatje	=	oma
omaatjes	=	oma
omafiets	noun	eenvoudige ouderwets ogende damesfiets
omafietsen	=	omafiets
omafietsje	=	omafiets
omafietsjes	=	omafiets
omalgie	noun	pijn in de schouders
omani	noun	een inwoner van Oman, of iemand afkomstig uit Oman
omani's	=	omani
omaniet	noun	een inwoner van Oman, of iemand afkomstig uit Oman
omanieten	=	omaniet
omanietje	=	omaniet
omanietjes	=	omaniet
omanitisch	adj	van, uit, in of verband houdend met het land Oman of zijn inwoners.
omanitische	noun	een vrouwelijke inwoner van Oman, of een vrouw afkomstig uit Oman
omanitischen	=	omanitische
omanitischer	=	omanitisch
omanitischere	=	omanitisch
omanitischers	=	omanitisch
omanlipvis	noun	Bodianus macrognathos een straalvinnige uit de familie van de lipvissen (Labridae) in de orde baarsachtigen (Perciformes).
omanlipvisje	=	omanlipvis
omanlipvisjes	=	omanlipvis
omanlipvissen	=	omanlipvis
omarm	=	omarmen
omarmd	=	omarmen
omarmde	=	omarmen
omarmden	=	omarmen
omarme	=	omarmen
omarmen	verb	de armen op om iemand heen slaan als teken van vreugde en vriendschap
omarmend	=	omarmen
omarmende	=	omarmen
omarming	noun	de daad van het omarmen
omarmingen	=	omarming
omarminkje	=	omarming
omarminkjes	=	omarming
omarmt	=	omarmen
omber	noun	bruine kleurstof, bereid uit een donkerbruine vette aardsoort
omberde	=	omberen
omberden	=	omberen
ombere	=	omberen
omberen	verb	spelen van het kaartspel omber
omberend	=	omberen
omberende	=	omberen
ombergrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7022 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7022 ( ).
ombergrijze	=	ombergrijs
omberspel	noun	een spelletje omber
omberspelen	=	omberspel
omberspellen	=	omberspel
ombert	=	omberen
ombertje	=	omber
ombertjes	=	omber
ombervis	noun	bepaald soort vis Argyrosomus regius (oud synoniem Sciaena aquila)
ombervisje	=	ombervis
ombervisjes	=	ombervis
ombervissen	noun	een familie Sciaenidae van baarsachtige vissen.
ombind	=	ombinden
ombinde	=	ombinden
ombinden	verb	iets bevestigen door bindsels rond een bestigingspunt te wentelen
ombindend	=	ombinden
ombindende	=	ombinden
ombindt	=	ombinden
omblaas	=	omblazen
omblaast	=	omblazen
omblad	noun	het eerste blad dat men om het binnendeel van een sigaar wikkelt
ombladen	=	omblad
omblaze	=	omblazen
omblazen	verb	door blazen omgooien
omblazend	=	omblazen
omblazende	=	omblazen
omblies	=	omblazen
ombliezen	=	omblazen
omboek	=	omboeken
omboeke	=	omboeken
omboeken	verb	een boeking (voor een reis of overnachting) veranderen (naar een ander tijdstip of plaats)
omboekend	=	omboeken
omboekende	=	omboeken
omboekt	=	omboeken
omboekte	=	omboeken
omboekten	=	omboeken
ombogen	=	ombuigen
ombond	=	ombinden
ombonde	=	ombinden
ombonden	=	ombinden
ombondt	=	ombinden
omboog	=	ombuigen
omboord	=	omboorden
omboordde	=	omboorden
omboordden	=	omboorden
omboorde	=	omboorden
omboorden	verb	omgeven door een boord of met een rand
omboordend	=	omboorden
omboordende	=	omboorden
omboordt	=	omboorden
ombouw	=	ombouwen
ombouwd	=	ombouwen
ombouwde	=	ombouwen
ombouwden	=	ombouwen
ombouwe	=	ombouwen
ombouwen	verb	verbouwen zodat een gebouw een andere functie heeft
ombouwend	=	ombouwen
ombouwende	=	ombouwen
ombouwoperatie	noun	een snelle verbouw van een ruimte om deze voor een ander doel te kunnen gebruiken
ombouwoperaties	=	ombouwoperatie
ombouwset	noun	alles wat je nodig hebt om iets om te veranderen in iets anders
ombouwsetje	=	ombouwset
ombouwsetjes	=	ombouwset
ombouwsets	=	ombouwset
ombouwt	=	ombouwen
ombracht	=	ombrengen
ombrachte	=	ombrengen
ombrachten	=	ombrengen
ombreng	=	ombrengen
ombrenge	=	ombrengen
ombrengen	verb	doden, om het leven brengen
ombrengend	=	ombrengen
ombrengende	=	ombrengen
ombrenger	noun	iemand die zaken rondbrengt
ombrengers	=	ombrenger
ombrengt	=	ombrengen
ombrometer	noun|obsolete	toestel om te bepalen hoeveel neerslag er in een bepaalde periode op een bepaald plaats is gevallen
ombrometers	=	ombrometer
ombudslieden	=	ombudsman
ombudslui	=	ombudsman
ombudsman	noun	een ambtenaar die de taak heeft om als onpartijdige instantie klachten van individuele burgers tegen de overheid, instellingen en bedrijven te onderzoeken
ombudsmannen	=	ombudsman
ombudsmannetje	=	ombudsman
ombudsmannetjes	=	ombudsman
ombudsvrouw	noun	vrouw die onafhankelijk en onpartijdig klachten behandelt
ombudsvrouwen	=	ombudsvrouw
ombudsvrouwtje	=	ombudsvrouw
ombudswerk	noun	onafhankelijke behandeling van klachten van burgers over instanties
ombuig	=	ombuigen
ombuige	=	ombuigen
ombuigen	verb	een gebogen stand aannemen
ombuigend	=	ombuigen
ombuigende	=	ombuigen
ombuiging	noun	van iets dat het krom gemaakt is door buigen
ombuigingen	=	ombuiging
ombuiginkje	=	ombuiging
ombuiginkjes	=	ombuiging
ombuigt	=	ombuigen
ombínden	=	ombinden
ombóórden	=	omboorden
omcirkel	=	omcirkelen
omcirkeld	=	omcirkelen
omcirkelde	=	omcirkelen
omcirkelden	=	omcirkelen
omcirkele	=	omcirkelen
omcirkelen	verb	iets of iemand fysiek insluiten waardoor onsnapping niet meer mogelijk is
omcirkelend	=	omcirkelen
omcirkelende	=	omcirkelen
omcirkelt	=	omcirkelen
omdacht	=	omdenken
omdachte	=	omdenken
omdachten	=	omdenken
omdat	conj	geeft onderschikkend een reden aan
omdede	=	omdoen
omdeden	=	omdoen
omdeed	=	omdoen
omdeedt	=	omdoen
omdenk	=	omdenken
omdenke	=	omdenken
omdenken	verb	op een andere manier naar een probleem of situatie kijken door het te transformeren in een kans of mogelijkheid.
omdenkend	=	omdenken
omdenkende	=	omdenken
omdenkt	=	omdenken
omdijk	noun	omringende waterkering
omdijke	=	omdijken
omdijken	verb	omringen met waterkeringen (van een gebied)
omdijkend	=	omdijken
omdijkende	=	omdijken
omdijking	noun	het omgeven van een stuk land met dijken
omdijkingen	=	omdijking
omdijkinkje	=	omdijking
omdijkinkjes	=	omdijking
omdijkje	=	omdijk
omdijkjes	=	omdijk
omdijkt	=	omdijken
omdijkte	=	omdijken
omdijkten	=	omdijken
omdoe	=	omdoen
omdoen	verb	van kledingstukken en sieraden dat ze een lichaamsdeel geheel omsluiten
omdoend	=	omdoen
omdoende	=	omdoen
omdoet	=	omdoen
omdole	=	omdolen
omdolen	verb	dwalen, omzwalken, zwerven
omdolend	=	omdolen
omdolende	=	omdolen
omdonder	=	omdonderen
omdonderde	=	omdonderen
omdonderden	=	omdonderen
omdondere	=	omdonderen
omdonderen	verb|informal	omvallen
omdonderend	=	omdonderen
omdonderende	=	omdonderen
omdondert	=	omdonderen
omdool	=	omdolen
omdoolde	=	omdolen
omdoolden	=	omdolen
omdoolt	=	omdolen
omdoop	=	omdopen
omdoopt	=	omdopen
omdoopte	=	omdopen
omdoopten	=	omdopen
omdoos	noun	extra doos als verpakking om al bestaande verpakking
omdoosje	=	omdoos
omdoosjes	=	omdoos
omdope	=	omdopen
omdopen	verb	opnieuw dopen
omdopend	=	omdopen
omdopende	=	omdopen
omdoping	noun	het opnieuw een naam geven van iets dat al een naam had
omdopingen	=	omdoping
omdozen	=	omdoos
omdraag	=	omdragen
omdraagt	=	omdragen
omdraai	=	omdraaien
omdraaide	=	omdraaien
omdraaiden	=	omdraaien
omdraaie	=	omdraaien
omdraaien	verb	een halve slag draaien
omdraaiend	=	omdraaien
omdraaiende	=	omdraaien
omdraaiing	noun	verandering waarbij iets een halve slag om zijn as wentelt, rotatie van 180°
omdraaiingen	=	omdraaiing
omdraaiinkje	=	omdraaiing
omdraaiinkjes	=	omdraaiing
omdraait	=	omdraaien
omdrage	=	omdragen
omdragen	verb	iets vervelends, pijnlijks, onaangenaams moeten verdragen
omdragend	=	omdragen
omdragende	=	omdragen
omdreef	=	omdrijven
omdreven	=	omdrijven
omdrijf	=	omdrijven
omdrijft	=	omdrijven
omdrijve	=	omdrijven
omdrijven	verb	Drijven langs de omtrek van een in het water aanwezige entiteit
omdrijvend	=	omdrijven
omdrijvende	=	omdrijven
omdroeg	=	omdragen
omdroegen	=	omdragen
omduw	=	omduwen
omduwde	=	omduwen
omduwden	=	omduwen
omduwe	=	omduwen
omduwen	verb	door duwen iets laten omvallen
omduwend	=	omduwen
omduwende	=	omduwen
omduwt	=	omduwen
omdwaal	=	omdwalen
omdwaalde	=	omdwalen
omdwaalden	=	omdwalen
omdwaalt	=	omdwalen
omdwale	=	omdwalen
omdwalen	verb	ergens omheen gaan op een ongeordende wijze
omdwalend	=	omdwalen
omdwalende	=	omdwalen
omdíjken	=	omdijken
ome	noun	oom
omega	noun	laatste letter van het Griekse alfabet
omega's	=	omega
omegaatje	=	omega
omegaatjes	=	omega
omegabaars	noun	variant van de jadebaars Scortum barcoo die duurzaam kan worden geteeld en naar verhouding veel omega 3-vetzuren bevat
omegabaarzen	=	omegabaars
omegapunt	noun	bijzonder (eind)punt
omegapunten	=	omegapunt
omegapuntje	=	omegapunt
omegapuntjes	=	omegapunt
omegas	=	omega
omegavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter omega
omegavarianten	=	omegavariant
omeigoudoogboszanger	noun	Phylloscopus omeiensis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
omeigoudoogboszangers	=	omeigoudoogboszanger
omeigoudoogboszangertje	=	omeigoudoogboszanger
omeigoudoogboszangertjes	=	omeigoudoogboszanger
omein	intj	het zij zo, het is zo, amen
omeitimalia	noun	Liocichla omeiensis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
omeitimalia's	=	omeitimalia
omeitimaliaatje	=	omeitimalia
omeitimaliaatjes	=	omeitimalia
omelet	noun	een gerecht dat bereid wordt door geklutste eieren (eierstruif) te bakken
omeletje	=	omelet
omeletjes	=	omelet
omeletten	=	omelet
omen	noun	voorteken
omer	noun	garve, schoof (8×: Lev. 23:10 +, Deut. 24:19, Job 24:10, Rt. 2:7, 2:15); in het bijzonder offer van een schoof gerst dat in de tempel gebracht werd op de tweede dag van Pesach (zie Lev. 23:10-12)
omerta	noun	zwijgplicht in gesloten, geheime, criminele organisaties, met name als het over de maffia gaat
omertaatje	=	omerta
omertas	=	omerta
omes	=	ome
omfietswijn	noun	wijn die zo'n goede prijs-kwaliteit verhouding heeft dat het de moeite waard is om er voor om te fietsen
omfietswijnen	=	omfietswijn
omfietswijntje	=	omfietswijn
omfietswijntjes	=	omfietswijn
omfloers	=	omfloersen
omfloerse	=	omfloersen
omfloersen	verb	als een rouwsluier omgeven
omfloersend	=	omfloersen
omfloersende	=	omfloersen
omfloerst	adj	met een dunne laag bedekt
omfloerste	=	omfloerst
omfloersten	=	omfloersen
omfloerster	=	omfloerst
omfloerstere	=	omfloerst
omfloersters	=	omfloerst
omfloersts	=	omfloerst
omfloerstst	=	omfloerst
omfloerstste	=	omfloerst
omg	noun	motorclub die als dekmantel voor criminele activiteiten fungeert	intj	lieve hemel, drukt verbazing of verrassing uit
omg's	=	omg
omga	=	omgaan
omgaaft	=	omgeven
omgaan	verb	om iets heen gaan
omgaand	adj	onmiddellijk, met de eerste mogelijkheid
omgaande	=	omgaan
omgaands	=	omgaand
omgaat	=	omgaan
omgaf	=	omgeven
omgane	=	omgaan
omgang	noun	de manier waarop mensen contact met elkaar hebben
omgangen	=	omgang
omgangetje	=	omgang
omgangsregeling	noun	een regeling waarbij de omgang tussen een kind en een betekenisvolle ander geregeld wordt, meestal gaat het over kinderen waarvan de ouders gescheiden zijn
omgangsregelingen	=	omgangsregeling
omgangsregelingetje	=	omgangsregeling
omgangsregelingetjes	=	omgangsregeling
omgangstaal	noun	woordenschat en manier van spreken die mensen in hun dagelijkse contacten gebruiken
omgangstaaltje	=	omgangstaal
omgangstaaltjes	=	omgangstaal
omgangstalen	=	omgangstaal
omgangsvorm	noun	manier waarop je je tegenover een ander persoon moet gedragen volgens de (ongeschreven) regels van de etiquette
omgangsvormen	=	omgangsvorm
omgave	=	omgeven
omgaven	=	omgeven
omgeblazen	=	omblazen
omgeboekt	=	omboeken
omgeboekte	=	omboeken
omgebogen	=	ombuigen
omgebonden	=	ombinden
omgeboord	=	omboorden
omgeboorde	=	omboorden
omgebouwd	adj	door ingrijpende aanpassingen geschikt gemaakt voor een andere functie
omgebouwde	=	ombouwen
omgebouwdere	=	omgebouwd
omgebouwds	=	omgebouwd
omgebracht	=	ombrengen
omgebrachte	=	ombrengen
omgedaan	=	omdoen
omgedacht	=	omdenken
omgedane	=	omdoen
omgedonderd	=	omdonderen
omgedoold	=	omdolen
omgedoopt	=	omdopen
omgedoopte	=	omdopen
omgedraaid	=	omdraaien
omgedraaide	=	omdraaien
omgedragen	=	omdragen
omgedreven	=	omdrijven
omgeduwd	=	omduwen
omgeduwde	=	omduwen
omgedwaald	=	omdwalen
omgeef	=	omgeven
omgeeft	=	omgeven
omgegaan	=	omgaan
omgegane	=	omgaan
omgegespt	=	omgespen
omgegespte	=	omgespen
omgegeven	=	omgeven
omgegooid	=	omgooien
omgegooide	=	omgooien
omgegord	=	omgorden
omgegorde	=	omgorden
omgegraven	=	omgraven
omgehaald	=	omhalen
omgehaalde	=	omhalen
omgehakt	=	omhakken
omgehakte	=	omhakken
omgehangen	=	omhangen
omgehouden	=	omhouden
omgehouwen	=	omhouwen
omgekanteld	=	omkantelen
omgekantelde	=	omkantelen
omgekapt	=	omkappen
omgekapte	=	omkappen
omgekat	=	omkatten
omgekatte	=	omkatten
omgekeerd	adj	in een halve slag (180°) gedraaide positie: met de onderkant naar boven of met de achterkant naar voren
omgekeerde	=	omkeren
omgekeerder	=	omgekeerd
omgekeerdere	=	omgekeerd
omgekeerders	=	omgekeerd
omgekeerds	=	omgekeerd
omgekeerdst	=	omgekeerd
omgekeerdste	=	omgekeerd
omgekegeld	=	omkegelen
omgekegelde	=	omkegelen
omgekeken	=	omkijken
omgekieperd	=	omkieperen
omgekieperde	=	omkieperen
omgekiept	=	omkiepen
omgekiepte	=	omkiepen
omgeklapt	=	omklappen
omgeklapte	=	omklappen
omgeklede	=	omkleden
omgekleed	=	omkleden
omgeklonken	=	omklinken
omgekocht	=	omkopen
omgekochte	=	omkopen
omgekomen	=	omkomen
omgekropen	=	omkruipen
omgekruld	adj	spiraalvormig, enigszins opgerold
omgekrulde	=	omgekruld
omgekukeld	=	omkukelen
omgekukelde	=	omkukelen
omgeladen	=	omladen
omgelegd	=	omleggen
omgelegde	=	omleggen
omgelegen	=	omliggen
omgeleid	=	omleiden
omgeleide	=	omleiden
omgelopen	=	omlopen
omgenaaid	=	omnaaien
omgepakt	=	ompakken
omgepakte	=	ompakken
omgeplant	=	omplanten
omgeplante	=	omplanten
omgeploegd	=	omploegen
omgeplooid	=	omplooien
omgeplooide	=	omplooien
omgepoold	=	ompolen
omgepraat	=	ompraten
omgeprate	=	ompraten
omgereden	=	omrijden
omgereisd	=	omreizen
omgerekend	=	omrekenen
omgerekende	=	omrekenen
omgeroepen	=	omroepen
omgeroerd	=	omroeren
omgeroerde	=	omroeren
omgerold	=	omrollen
omgerolde	=	omrollen
omgeruild	=	omruilen
omgeruilde	=	omruilen
omgerukt	=	omrukken
omgerukte	=	omrukken
omgeschakeld	=	omschakelen
omgeschakelde	=	omschakelen
omgeschapen	=	omscheppen
omgeschept	=	omscheppen
omgeschepte	=	omscheppen
omgeschoold	=	omscholen
omgeschoolde	=	omscholen
omgeschopt	=	omschoppen
omgeschopte	=	omschoppen
omgeschoten	=	omschieten
omgeschreven	adj	omschreven, beschreven
omgeschrevens	=	omgeschreven
omgeslagen	=	omslaan
omgesleept	=	omslepen
omgesmede	=	omsmeden
omgesmeed	=	omsmeden
omgesmeten	=	omsmijten
omgesmolten	=	omsmelten
omgesnoerd	=	omsnoeren
omgesnoerde	=	omsnoeren
omgesp	=	omgespen
omgespannen	=	omspannen
omgespe	=	omgespen
omgespeeld	=	omspelen
omgespeelde	=	omspelen
omgespeld	=	omspelden
omgespelde	=	omspelden
omgespen	verb	iets om het lichaam of een lichaamsdeel spannen en men een gesp vastmaken
omgespend	=	omgespen
omgespende	=	omgespen
omgespit	=	omspitten
omgespitte	=	omspitten
omgespoeld	=	omspoelen
omgespoelde	=	omspoelen
omgespookt	=	omspoken
omgesprongen	=	omspringen
omgespt	=	omgespen
omgespte	=	omgespen
omgespten	=	omgespen
omgestaan	=	omstaan
omgesteld	=	omstellen
omgestoten	=	omstoten
omgestulpt	=	omstulpen
omgestuwd	=	omstuwen
omgestuwde	=	omstuwen
omgetold	=	omtollen
omgetoverd	=	omtoveren
omgetoverde	=	omtoveren
omgetrapt	=	omtrappen
omgetrapte	=	omtrappen
omgetrokken	=	omtrekken
omgeturnd	=	omturnen
omgeturnde	=	omturnen
omgevallen	=	omvallen
omgevaren	=	omvaren
omgeve	=	omgeven
omgeven	verb	ronddelen
omgevend	=	omgeven
omgevende	=	omgeven
omgevens	=	omgeven
omgeving	noun	de nabijheid
omgevingen	=	omgeving
omgevingsanalyse	noun	onderzoek van de factoren in een omgeving die van belang kunnen zijn
omgevingsanalysen	=	omgevingsanalyse
omgevingsanalyses	=	omgevingsanalyse
omgevingsconditie	noun	factor van buitenaf die van invloed is op een bepaalde ontwikkeling
omgevingscondities	=	omgevingsconditie
omgevingsgeluid	noun	geluid dat afkomstig is van de achtergrond; geluid waar men niet aandachtig naar luistert; storend geluid
omgevingsgeluiden	=	omgevingsgeluid
omgevingsgeluidje	=	omgevingsgeluid
omgevingsgeluidjes	=	omgevingsgeluid
omgevingsplan	noun	een gemeentelijk plan met daarin regels voor de fysieke leefomgeving, waaronder regels over de toedeling van functies aan locaties
omgevingsplannen	=	omgevingsplan
omgevingsplannetje	=	omgevingsplan
omgevingsplannetjes	=	omgevingsplan
omgevingstemperaturen	=	omgevingstemperatuur
omgevingstemperatuur	noun	de temperatuur van de omringende wereld
omgevingstemperatuurtje	=	omgevingstemperatuur
omgevingstemperatuurtjes	=	omgevingstemperatuur
omgevingsverbod	noun	een maatregel waarbij iemand voor een bepaalde periode niet in een specifiek gebied mag komen, omdat die persoon (of groep) de openbare orde heeft verstoord of ernstige overlast veroorzaakt
omgevingsverboden	=	omgevingsverbod
omgevingsverbodje	=	omgevingsverbod
omgevingsverbodjes	=	omgevingsverbod
omgevingsvergunning	noun	een vergunning voor het bouwen van een bouwwerk en/of een vergunning voor bedrijfsactiviteiten die mogelijke hinder voor mens en milieu zullen veroorzaken (milieuvergunning)
omgevingsvergunningen	=	omgevingsvergunning
omgevingswet	noun	door de overheid vastgestelde verzameling van regels over bouwen en het gebruik van ruimte
omgevingswetenschap	noun	een van de wetenschappen die betrekking heeft op de fysieke en biologische omgeving
omgevingswetenschappen	=	omgevingswetenschap
omgevingswetten	=	omgevingswet
omgevinkje	=	omgeving
omgevinkjes	=	omgeving
omgevlagd	=	omvlaggen
omgevlagde	=	omvlaggen
omgevlogen	=	omvliegen
omgevormd	=	omvormen
omgevormde	=	omvormen
omgevouwen	=	omvouwen
omgewaaid	=	omwaaien
omgewaaide	=	omwaaien
omgewaard	=	omwaren
omgewandeld	=	omwandelen
omgewassen	=	omwassen
omgewend	=	omwenden
omgewende	=	omwenden
omgewenteld	=	omwentelen
omgewentelde	=	omwentelen
omgewerkt	=	omwerken
omgewerkte	=	omwerken
omgewikkeld	=	omwikkelen
omgewipt	=	omwippen
omgewisseld	=	omwisselen
omgewisselde	=	omwisselen
omgewoeld	=	omwoelen
omgewonden	=	omwinden
omgeworpen	=	omwerpen
omgewroet	=	omwroeten
omgewrongen	=	omwringen
omgezaagd	=	omzagen
omgezaagde	=	omzagen
omgezadeld	=	omzadelen
omgezegd	=	omzeggen
omgezeild	=	omzeilen
omgezeilde	=	omzeilen
omgezet	=	omzetten
omgezeten	=	omzitten
omgezette	=	omzetten
omgezien	=	omzien
omgezoomd	=	omzomen
omgezoomde	=	omzomen
omgezwaaid	=	omzwaaien
omgezwalkt	=	omzwalken
omgezweefd	=	omzweven
omgezweefde	=	omzweven
omgezwenkt	=	omzwenken
omgezwermd	=	omzwermen
omgezwikt	=	omzwikken
omging	=	omgaan
omginge	=	omgaan
omgingen	=	omgaan
omgingt	=	omgaan
omgooi	=	omgooien
omgooide	=	omgooien
omgooiden	=	omgooien
omgooie	=	omgooien
omgooien	verb	omduwen, iets van een verticale naar een horizontale positie duwen
omgooiend	=	omgooien
omgooiende	=	omgooien
omgooit	=	omgooien
omgord	=	omgorden
omgordde	=	omgorden
omgordden	=	omgorden
omgorde	=	omgorden
omgorden	verb	met een gordel omgeven, omringen, omdoen
omgordend	=	omgorden
omgordende	=	omgorden
omgordt	=	omgorden
omgraaf	=	omgraven
omgraaft	=	omgraven
omgrave	=	omgraven
omgraven	verb	door graven de grond omwoelen
omgravend	=	omgraven
omgravende	=	omgraven
omgrens	=	omgrenzen
omgrensd	=	omgrenzen
omgrensde	=	omgrenzen
omgrensden	=	omgrenzen
omgrenst	=	omgrenzen
omgrenze	=	omgrenzen
omgrenzen	verb	precies bepalen wat wel of niet tot een bepaald gebied of begrip behoort
omgrenzend	=	omgrenzen
omgrenzende	=	omgrenzen
omgroef	=	omgraven
omgroeven	=	omgraven
omgórden	=	omgorden
omhaal	noun	ophef, omslachtigheid, rompslomp
omhaalde	=	omhalen
omhaalden	=	omhalen
omhaalt	=	omhalen
omhaaltje	=	omhaal
omhaaltjes	=	omhaal
omhak	=	omhakken
omhakke	=	omhakken
omhakken	verb	door hakken bomen laten omvallen
omhakkend	=	omhakken
omhakkende	=	omhakken
omhakt	=	omhakken
omhakte	=	omhakken
omhakten	=	omhakken
omhale	=	omhalen
omhalen	verb	de bal over het hoofd naar achteren schieten
omhalend	=	omhalen
omhalende	=	omhalen
omhaling	noun	collecte, inzameling
omhalingen	=	omhaling
omhanden	adv	te doen, in bewerking	verb|obsolete	zo beetpakken dat duim en vingers van hand of handen een cirkel lijken te vormen
omhandend	=	omhanden
omhandende	=	omhanden
omhang	=	omhangen
omhange	=	omhangen
omhangen	verb	om het lichaam of een lichaamsdeel hangen
omhangend	=	omhangen
omhangende	=	omhangen
omhangsel	noun	iets dat men op een lichaam kan hangen: kleding of sieraad
omhangsels	=	omhangsel
omhangt	=	omhangen
omheen	adv	om, rond, rondom, aan alle kanten, langs alle kanten.	prep	om, rond, rondom, aan alle kanten, langs alle kanten
omhein	=	omheinen
omheind	=	omheinen
omheinde	=	omheinen
omheinden	=	omheinen
omheine	=	omheinen
omheinen	verb	aan alle kanten omsluiten
omheinend	=	omheinen
omheinende	=	omheinen
omheining	noun	een afscheiding rond een bepaald terrein of erf
omheiningen	=	omheining
omheiningsmuren	=	omheiningsmuur
omheiningsmuur	noun	een stenen muur die een stuk grond afschermt van de omgeving en er voor zorgt dat men niet naar buiten kan gaan
omheiningsmuurtje	=	omheiningsmuur
omheiningsmuurtjes	=	omheiningsmuur
omheininkje	=	omheining
omheininkjes	=	omheining
omheint	=	omheinen
omhels	=	omhelzen
omhelsd	=	omhelzen
omhelsde	=	omhelzen
omhelsden	=	omhelzen
omhelst	=	omhelzen
omhelze	=	omhelzen
omhelzen	verb	de armen om iets of iemand slaan
omhelzend	=	omhelzen
omhelzende	=	omhelzen
omhelzing	noun	de daad van het omhelzen
omhelzingen	=	omhelzing
omhelzinkje	=	omhelzing
omhield	=	omhouden
omhielden	=	omhouden
omhieldt	=	omhouden
omhieuw	=	omhouwen
omhieuwen	=	omhouwen
omhieuwt	=	omhouwen
omhing	=	omhangen
omhingen	=	omhangen
omhoog	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in opwaartse richting
omhoogdreef	=	omhoogdrijven
omhoogdreven	=	omhoogdrijven
omhoogdrijf	=	omhoogdrijven
omhoogdrijft	=	omhoogdrijven
omhoogdrijve	=	omhoogdrijven
omhoogdrijven	verb	voor zich uit omhoog doen bewegen
omhoogdrijvend	=	omhoogdrijven
omhoogdrijvende	=	omhoogdrijven
omhoogduw	=	omhoogduwen
omhoogduwde	=	omhoogduwen
omhoogduwden	=	omhoogduwen
omhoogduwe	=	omhoogduwen
omhoogduwen	verb	naar boven drukken
omhoogduwend	=	omhoogduwen
omhoogduwende	=	omhoogduwen
omhoogduwt	=	omhoogduwen
omhoogfalen	verb	ondanks herhaald mislukken in een leidinggevende functie toch promotie krijgen
omhoogfalend	=	omhoogfalen
omhoogga	=	omhooggaan
omhooggaan	verb	naar boven gaan
omhooggaand	=	omhooggaan
omhooggaande	=	omhooggaan
omhooggaat	=	omhooggaan
omhooggedreven	=	omhoogdrijven
omhooggeduwd	=	omhoogduwen
omhooggeduwde	=	omhoogduwen
omhooggefaald	=	omhoogfalen
omhooggegaan	=	omhooggaan
omhooggegooid	=	omhooggooien
omhooggegooide	=	omhooggooien
omhooggehangen	=	omhooghangen
omhooggehesen	=	omhooghijsen
omhooggehouden	=	omhooghouden
omhooggekeken	=	omhoogkijken
omhooggeklapt	=	omhoogklappen
omhooggeklapte	=	omhoogklappen
omhooggeklommen	=	omhoogklimmen
omhooggekomen	=	omhoogkomen
omhooggelopen	=	omhooglopen
omhooggericht	adj|figurative	kijkend naar de hemel of het opperwezen
omhooggerichte	=	omhooggericht
omhooggerichts	=	omhooggericht
omhooggeschoten	=	omhoogschieten
omhooggeslagen	=	omhoogslaan
omhooggestoken	=	omhoogsteken
omhooggetrokken	=	omhoogtrekken
omhooggevallen	=	omhoogvallen
omhooggevlogen	=	omhoogvliegen
omhooggevoerd	=	omhoogvoeren
omhooggevoerde	=	omhoogvoeren
omhooggewerkt	=	omhoogwerken
omhooggezeten	=	omhoogzitten
omhoogging	=	omhooggaan
omhooggingen	=	omhooggaan
omhooggooi	=	omhooggooien
omhooggooide	=	omhooggooien
omhooggooiden	=	omhooggooien
omhooggooie	=	omhooggooien
omhooggooien	verb	in opgaande richting gooien
omhooggooiend	=	omhooggooien
omhooggooiende	=	omhooggooien
omhooggooit	=	omhooggooien
omhooghang	=	omhooghangen
omhooghange	=	omhooghangen
omhooghangen	verb	iets in een hangende, hoger gelegen positie bevestigen
omhooghangend	=	omhooghangen
omhooghangende	=	omhooghangen
omhooghangt	=	omhooghangen
omhooghees	=	omhooghijsen
omhooghesen	=	omhooghijsen
omhooghield	=	omhooghouden
omhooghielden	=	omhooghouden
omhooghijs	=	omhooghijsen
omhooghijse	=	omhooghijsen
omhooghijsen	verb	trekkend in bovenwaartse richting brengen
omhooghijsend	=	omhooghijsen
omhooghijsende	=	omhooghijsen
omhooghijst	=	omhooghijsen
omhooghing	=	omhooghangen
omhooghingen	=	omhooghangen
omhooghou	=	omhooghouden
omhooghoud	=	omhooghouden
omhooghoude	=	omhooghouden
omhooghouden	verb	zorgen dat iets niet naar beneden gaat, dat het hoog blijft
omhooghoudend	=	omhooghouden
omhooghoudende	=	omhooghouden
omhooghoudt	=	omhooghouden
omhoogkeek	=	omhoogkijken
omhoogkeekt	=	omhoogkijken
omhoogkeke	=	omhoogkijken
omhoogkeken	=	omhoogkijken
omhoogkijk	=	omhoogkijken
omhoogkijke	=	omhoogkijken
omhoogkijken	verb	het hoofd of de ogen in opwaartse richting bewegen om iets dat zich boven de waarnemer bevindt beter te kunnen zien
omhoogkijkend	=	omhoogkijken
omhoogkijkende	=	omhoogkijken
omhoogkijkt	=	omhoogkijken
omhoogklap	=	omhoogklappen
omhoogklappe	=	omhoogklappen
omhoogklappen	verb	klappend omhooggaan
omhoogklappend	=	omhoogklappen
omhoogklappende	=	omhoogklappen
omhoogklapt	=	omhoogklappen
omhoogklapte	=	omhoogklappen
omhoogklapten	=	omhoogklappen
omhoogklim	=	omhoogklimmen
omhoogklimme	=	omhoogklimmen
omhoogklimmen	verb	klimmend omhooggaan
omhoogklimmend	=	omhoogklimmen
omhoogklimmende	=	omhoogklimmen
omhoogklimt	=	omhoogklimmen
omhoogklom	=	omhoogklimmen
omhoogklommen	=	omhoogklimmen
omhoogkom	=	omhoogkomen
omhoogkome	=	omhoogkomen
omhoogkomen	verb	klimmen, stijgen, opstaan
omhoogkomend	=	omhoogkomen
omhoogkomende	=	omhoogkomen
omhoogkomt	=	omhoogkomen
omhoogkwaamt	=	omhoogkomen
omhoogkwam	=	omhoogkomen
omhoogkwamen	=	omhoogkomen
omhoogliep	=	omhooglopen
omhoogliepe	=	omhooglopen
omhoogliepen	=	omhooglopen
omhoogliept	=	omhooglopen
omhoogloop	=	omhooglopen
omhoogloopt	=	omhooglopen
omhooglope	=	omhooglopen
omhooglopen	verb	naar boven lopen
omhooglopend	=	omhooglopen
omhooglopende	=	omhooglopen
omhoogschiet	=	omhoogschieten
omhoogschiete	=	omhoogschieten
omhoogschieten	verb	met grote snelheid omhooggaan of toenemen
omhoogschietend	=	omhoogschieten
omhoogschietende	=	omhoogschieten
omhoogschoot	=	omhoogschieten
omhoogschoten	=	omhoogschieten
omhoogsla	=	omhoogslaan
omhoogslaan	verb	door slaan in de hoogte brengen
omhoogslaand	=	omhoogslaan
omhoogslaande	=	omhoogslaan
omhoogslaat	=	omhoogslaan
omhoogsloeg	=	omhoogslaan
omhoogsloegen	=	omhoogslaan
omhoogstaakt	=	omhoogsteken
omhoogstak	=	omhoogsteken
omhoogstaken	=	omhoogsteken
omhoogsteek	=	omhoogsteken
omhoogsteekt	=	omhoogsteken
omhoogsteke	=	omhoogsteken
omhoogsteken	verb	iets boven de gewone positie brengen, meestal met de bedoeling om het voor iedereen goed zichtbaar te maken
omhoogstekend	=	omhoogsteken
omhoogstekende	=	omhoogsteken
omhoogtrek	=	omhoogtrekken
omhoogtrekke	=	omhoogtrekken
omhoogtrekken	verb	naar boven trekken
omhoogtrekkend	=	omhoogtrekken
omhoogtrekkende	=	omhoogtrekken
omhoogtrekt	=	omhoogtrekken
omhoogtrok	=	omhoogtrekken
omhoogtrokken	=	omhoogtrekken
omhoogval	=	omhoogvallen
omhoogvalle	=	omhoogvallen
omhoogvallen	verb	(te) snel stijgen op de maatschappelijke ladder
omhoogvallend	=	omhoogvallen
omhoogvallende	=	omhoogvallen
omhoogvalt	=	omhoogvallen
omhoogviel	=	omhoogvallen
omhoogviele	=	omhoogvallen
omhoogvielen	=	omhoogvallen
omhoogvielt	=	omhoogvallen
omhoogvlieg	=	omhoogvliegen
omhoogvliege	=	omhoogvliegen
omhoogvliegen	verb	naar boven vliegen
omhoogvliegend	=	omhoogvliegen
omhoogvliegende	=	omhoogvliegen
omhoogvliegt	=	omhoogvliegen
omhoogvlogen	=	omhoogvliegen
omhoogvloog	=	omhoogvliegen
omhoogvoer	=	omhoogvoeren
omhoogvoerde	=	omhoogvoeren
omhoogvoerden	=	omhoogvoeren
omhoogvoere	=	omhoogvoeren
omhoogvoeren	verb	in opgaande richting voeren/leiden
omhoogvoerend	=	omhoogvoeren
omhoogvoerende	=	omhoogvoeren
omhoogvoert	=	omhoogvoeren
omhoogwerk	=	omhoogwerken
omhoogwerke	=	omhoogwerken
omhoogwerken	verb	zaken naar boven brengen
omhoogwerkend	=	omhoogwerken
omhoogwerkende	=	omhoogwerken
omhoogwerkt	=	omhoogwerken
omhoogwerkte	=	omhoogwerken
omhoogwerkten	=	omhoogwerken
omhoogzat	=	omhoogzitten
omhoogzate	=	omhoogzitten
omhoogzaten	=	omhoogzitten
omhoogzit	=	omhoogzitten
omhoogzitte	=	omhoogzitten
omhoogzitten	verb	in moeilijkheden verkeren
omhoogzittend	=	omhoogzitten
omhoogzittende	=	omhoogzitten
omhou	=	omhouden
omhoud	=	omhouden
omhoude	=	omhouden
omhouden	verb	zorgen dat iets om de nek, middel, pols of ander deel van het lichaam blijft
omhoudend	=	omhouden
omhoudende	=	omhouden
omhoudt	=	omhouden
omhouw	=	omhouwen
omhouwe	=	omhouwen
omhouwen	verb	met een bijl een boom vellen
omhouwend	=	omhouwen
omhouwende	=	omhouwen
omhouwt	=	omhouwen
omhul	=	omhullen
omhuld	=	omhullen
omhulde	=	omhullen
omhulden	=	omhullen
omhulle	=	omhullen
omhullen	verb	rondom met een laag bedekken
omhullend	=	omhullen
omhullende	=	omhullen
omhulling	noun	iets wat een ander voorwerp helemaal omgeeft om het te beschermen en af te schermen van de omgeving
omhullingen	=	omhulling
omhulsel	noun	datgene wat een voorwerp omgeeft of daartoe bestemd is
omhulsels	=	omhulsel
omhulseltje	=	omhulsel
omhulseltjes	=	omhulsel
omhult	=	omhullen
omikron	noun	de 15e letter van het Griekse alfabet: hoofdletter Ο, onderkast ο
omikronnetje	=	omikron
omikrons	=	omikron
omikronvariant	noun	variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter omikron
omikronvarianten	=	omikronvariant
omiltemikatoenstaartkonijn	noun	Sylvilagus insonus haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
omiltemikatoenstaartkonijnen	=	omiltemikatoenstaartkonijn
omiltemikatoenstaartkonijntje	=	omiltemikatoenstaartkonijn
omiltemikatoenstaartkonijntjes	=	omiltemikatoenstaartkonijn
omina	=	omen
omineus	adj	voortekenen bevattend
omineust	=	omineus
omineuste	=	omineus
omineuze	=	omineus
omineuzer	=	omineus
omineuzere	=	omineus
omineuzers	=	omineus
omissie	noun	verzuim, nalatigheid
omissiedelict	noun	strafbaar feit door het nalaten van iets dat bij een wettelijk voorschrift geboden is
omissiedelicten	=	omissiedelict
omissies	=	omissie
omissietje	=	omissie
omitteer	=	omitteren
omitteerde	=	omitteren
omitteerden	=	omitteren
omitteert	=	omitteren
omittere	=	omitteren
omitteren	verb	verzuimen, weglaten
omitterend	=	omitteren
omitterende	=	omitteren
omkaad	=	omkaden
omkaadde	=	omkaden
omkaadden	=	omkaden
omkaadt	=	omkaden
omkade	=	omkaden
omkaden	verb	met een kade omgeven
omkadend	=	omkaden
omkadende	=	omkaden
omkader	=	omkaderen
omkaderd	=	omkaderen
omkaderde	=	omkaderen
omkaderden	=	omkaderen
omkadere	=	omkaderen
omkaderen	verb	met een lijst omgeven; inpassen in een omgeving; beheersen
omkaderend	=	omkaderen
omkaderende	=	omkaderen
omkadering	noun	verhouding tussen personeelsleden en het aantal studenten in een onderwijs instelling
omkaderingen	=	omkadering
omkadert	=	omkaderen
omkading	noun	kade die een water omgeeft
omkadingen	=	omkading
omkant	adj	met een kant omgeven, met een rand omgeven
omkantel	=	omkantelen
omkantelde	=	omkantelen
omkantelden	=	omkantelen
omkantele	=	omkantelen
omkantelen	verb	vallen door een draaibeweging om een horizontale as
omkantelend	=	omkantelen
omkantelende	=	omkantelen
omkantelt	=	omkantelen
omkants	=	omkant
omkap	=	omkappen
omkappe	=	omkappen
omkappen	verb	van een ander kapsel voorzien
omkappend	=	omkappen
omkappende	=	omkappen
omkapt	=	omkappen
omkapte	=	omkappen
omkapten	=	omkappen
omkat	=	omkatten
omkatte	=	omkatten
omkatten	verb	anders maken, een nieuw identiteit geven
omkattend	=	omkatten
omkattende	=	omkatten
omkeek	=	omkijken
omkeekt	=	omkijken
omkeer	=	omkeren
omkeerbaar	adj	om te draaien, terug te gaan van waar men komt, binnenstebuiten te draaien
omkeerbaarder	=	omkeerbaar
omkeerbaardere	=	omkeerbaar
omkeerbaarders	=	omkeerbaar
omkeerbaarheden	=	omkeerbaarheid
omkeerbaarheid	noun	het reversibel of omkeerbaar zijn van iets
omkeerbaars	=	omkeerbaar
omkeerbaarst	=	omkeerbaar
omkeerbaarste	=	omkeerbaar
omkeerbare	=	omkeerbaar
omkeerde	=	omkeren
omkeerden	=	omkeren
omkeerhypotheek	noun	consumptief krediet met het eigen huis als onderpand
omkeerhypotheken	=	omkeerhypotheek
omkeerschakelaar	noun	schakelaar die de draairichting van een motor kan veranderen
omkeerschakelaars	=	omkeerschakelaar
omkeerschakelaartje	=	omkeerschakelaar
omkeerschakelaartjes	=	omkeerschakelaar
omkeert	=	omkeren
omkeertijd	noun	tijd die nodig is om een vervoermiddel na aankomst weer geschikt te maken voor vertrek
omkeertijden	=	omkeertijd
omkeerwoord	noun	woord waarvan de letters in omgekeerde volgorde hetzelfde woord vormen
omkeerwoorden	=	omkeerwoord
omkegel	=	omkegelen
omkegelde	=	omkegelen
omkegelden	=	omkegelen
omkegele	=	omkegelen
omkegelen	verb	omverwerpen (met een bal)
omkegelend	=	omkegelen
omkegelende	=	omkegelen
omkegelt	=	omkegelen
omkeke	=	omkijken
omkeken	=	omkijken
omkere	=	omkeren
omkeren	verb	omdraaien en terugkeren
omkerend	=	omkeren
omkerende	=	omkeren
omkering	noun	de richting van iets helemaal omdraaien
omkeringen	=	omkering
omkerinkje	=	omkering
omkerinkjes	=	omkering
omkiep	=	omkiepen
omkiepe	=	omkiepen
omkiepen	verb	omvallen na eerst rechtop gestaan te hebben
omkiepend	=	omkiepen
omkiepende	=	omkiepen
omkieper	=	omkieperen
omkieperde	=	omkieperen
omkieperden	=	omkieperen
omkiepere	=	omkieperen
omkieperen	verb	omverwerpen zodat de inhoud vrijkomt
omkieperend	=	omkieperen
omkieperende	=	omkieperen
omkiepert	=	omkieperen
omkiept	=	omkiepen
omkiepte	=	omkiepen
omkiepten	=	omkiepen
omkijk	=	omkijken
omkijke	=	omkijken
omkijken	verb	naar achteren kijken
omkijkend	=	omkijken
omkijkende	=	omkijken
omkijkt	=	omkijken
omklap	=	omklappen
omklapbaar	adj	iets dat omhoog of omlaag kan scharnieren om functioneel te worden
omklapbaarder	=	omklapbaar
omklapbaardere	=	omklapbaar
omklapbaarders	=	omklapbaar
omklapbaars	=	omklapbaar
omklapbaarst	=	omklapbaar
omklapbaarste	=	omklapbaar
omklapbare	=	omklapbaar
omklappe	=	omklappen
omklappen	verb	van de ene op de andere kant vallen, van de ene op de andere kant draaien
omklappend	=	omklappen
omklappende	=	omklappen
omklapt	=	omklappen
omklapte	=	omklappen
omklapten	=	omklappen
omklede	=	omkleden
omkleden	verb	met redenen ~: voorzien van deugdelijke argumentatie.
omkledend	=	omkleden
omkledende	=	omkleden
omkleding	noun	datgene waarmee iets omkleed of bekleed is, omhulsel
omkledingen	=	omkleding
omkledinkje	=	omkleding
omkledinkjes	=	omkleding
omkleed	=	omkleden
omkleedde	=	omkleden
omkleedden	=	omkleden
omkleedruimte	noun	vertrek waar men zich kan omkleden
omkleedruimten	=	omkleedruimte
omkleedruimtes	=	omkleedruimte
omkleedsel	noun	datgene waarmee iets omkleed of bekleed is, omhulsel
omkleedsels	=	omkleedsel
omkleedt	=	omkleden
omklem	=	omklemmen
omklemd	=	omklemmen
omklemde	=	omklemmen
omklemden	=	omklemmen
omklemme	=	omklemmen
omklemmen	verb	iets heel stevig vasthouden
omklemmend	=	omklemmen
omklemmende	=	omklemmen
omklemming	noun	iets of iemand heel strak vastpakken
omklemmingen	=	omklemming
omklemt	=	omklemmen
omklink	=	omklinken
omklinke	=	omklinken
omklinken	verb	de scherpe punt van iets onschadelijk maken door om te vouwen, ombuigen
omklinkend	=	omklinken
omklinkende	=	omklinken
omklinkt	=	omklinken
omklonk	=	omklinken
omklonken	=	omklinken
omkléden	=	omkleden
omklínken	=	omklinken
omknel	=	omknellen
omkneld	=	omknellen
omknelde	=	omknellen
omknelden	=	omknellen
omknelle	=	omknellen
omknellen	verb	iets of iemand op een benauwende manier met kracht omvatten
omknellend	=	omknellen
omknellende	=	omknellen
omknelt	=	omknellen
omkocht	=	omkopen
omkochte	=	omkopen
omkochten	=	omkopen
omkom	=	omkomen
omkome	=	omkomen
omkomen	verb	bij een gebeurtenis het leven laten
omkomend	=	omkomen
omkomende	=	omkomen
omkomt	=	omkomen
omkoop	=	omkopen
omkoopbaar	adj	met behulp van geschenken, geld e.d. over te halen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken
omkoopbaarder	=	omkoopbaar
omkoopbaardere	=	omkoopbaar
omkoopbaarders	=	omkoopbaar
omkoopbaars	=	omkoopbaar
omkoopbaarst	=	omkoopbaar
omkoopbaarste	=	omkoopbaar
omkoopbare	=	omkoopbaar
omkoopschandaal	noun	zaak waarbij er schande wordt gesproken over een ambtsdrager die onrechtmatig geld of diensten heeft ontvangen tijdens het uitoefenen van zijn ambt
omkoopschandaaltje	=	omkoopschandaal
omkoopschandaaltjes	=	omkoopschandaal
omkoopschandalen	=	omkoopschandaal
omkoopsom	noun	geld dat aan een functionaris als privépersoon wordt gegeven om een beslissing te maken als functionaris die in het voordeel is van degene die de omkoopsom betaalt
omkoopsommen	=	omkoopsom
omkoopt	=	omkopen
omkoopzaak	noun	strafzaak die draait om omkoping, wat betekent dat iemand (de omkoper) een ander in een machtspositie geld, geschenken, gunsten of voordelen aanbiedt of belooft, om die persoon te beïnvloeden om iets te doen of na te laten wat in strijd is met diens plicht, vaak voor een onrechtmatig voordee
omkoopzaakje	=	omkoopzaak
omkoopzaakjes	=	omkoopzaak
omkoopzaken	=	omkoopzaak
omkope	=	omkopen
omkopen	verb	met behulp van geschenken, geld e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken
omkopend	=	omkopen
omkopende	=	omkopen
omkoper	noun	iemand die door het geven van een ongeoorloofde beloning aan een functionaris, het gedrag van deze functionaris probeert te beïnvloeden
omkoperij	noun	met geld iemand die een ambt bekleedt ertoe bewegen iets te doen dat niet oorbaar is
omkoperijen	=	omkoperij
omkopers	=	omkoper
omkopertje	=	omkoper
omkopertjes	=	omkoper
omkoping	noun	iemand met behulp van steekpenningen, geschenken e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken
omkopingen	=	omkoping
omkopinkje	=	omkoping
omkopinkjes	=	omkoping
omkrans	=	omkransen
omkranse	=	omkransen
omkransen	verb	iets of iemand helemaal omgeven met een versiering
omkransend	=	omkransen
omkransende	=	omkransen
omkranst	=	omkransen
omkranste	=	omkransen
omkransten	=	omkransen
omkring	noun	gebied rondom een bepaald punt.
omkringd	=	omkringen
omkringde	=	omkringen
omkringden	=	omkringen
omkringe	=	omkringen
omkringen	verb	een cirkel trekken rond een symbool op papier.
omkringend	=	omkringen
omkringende	=	omkringen
omkringetje	=	omkring
omkringetjes	=	omkring
omkringt	=	omkringen
omkristallisatie	noun	een scheiding of zuivering waarbij gebruik gemaakt wordt van het verschil in oplosbaarheid bij verwarming
omkristallisaties	=	omkristallisatie
omkristallisatietje	=	omkristallisatie
omkristallisatietjes	=	omkristallisatie
omkrollen	=	omkrullen
omkroop	=	omkruipen
omkropen	=	omkruipen
omkruip	=	omkruipen
omkruipe	=	omkruipen
omkruipen	verb	zeer traag verstrijken
omkruipend	=	omkruipen
omkruipende	=	omkruipen
omkruipt	=	omkruipen
omkrul	=	omkrullen
omkruld	=	omkrullen
omkrulde	=	omkrullen
omkrulden	=	omkrullen
omkrulle	=	omkrullen
omkrullen	verb	aan de buitenkant wat naar binnen buigen, een wat opgerolde vorm aannemen, een krul vormen
omkrullend	=	omkrullen
omkrullende	=	omkrullen
omkrult	=	omkrullen
omkukel	=	omkukelen
omkukelde	=	omkukelen
omkukelden	=	omkukelen
omkukele	=	omkukelen
omkukelen	verb	omvallen
omkukelend	=	omkukelen
omkukelende	=	omkukelen
omkukelt	=	omkukelen
omkwaamt	=	omkomen
omkwam	=	omkomen
omkwame	=	omkomen
omkwamen	=	omkomen
omlaad	=	omladen
omlaadde	=	omladen
omlaadden	=	omladen
omlaadt	=	omladen
omlaag	adv	in neerwaartse richting
omlaagbracht	=	omlaagbrengen
omlaagbrachten	=	omlaagbrengen
omlaagbreng	=	omlaagbrengen
omlaagbrenge	=	omlaagbrengen
omlaagbrengen	verb	naar beneden voeren; doen verminderen
omlaagbrengend	=	omlaagbrengen
omlaagbrengende	=	omlaagbrengen
omlaagbrengt	=	omlaagbrengen
omlaagga	=	omlaaggaan
omlaaggaan	verb	naar beneden gaan
omlaaggaand	=	omlaaggaan
omlaaggaande	=	omlaaggaan
omlaaggaat	=	omlaaggaan
omlaaggebracht	=	omlaagbrengen
omlaaggebrachte	=	omlaagbrengen
omlaaggegaan	=	omlaaggaan
omlaaggegleden	=	omlaagglijden
omlaaggehaald	=	omlaaghalen
omlaaggehaalde	=	omlaaghalen
omlaaggekeken	=	omlaagkijken
omlaaggetrokken	=	omlaagtrekken
omlaagging	=	omlaaggaan
omlaaggingen	=	omlaaggaan
omlaaggleden	=	omlaagglijden
omlaaggleed	=	omlaagglijden
omlaagglij	=	omlaagglijden
omlaagglijd	=	omlaagglijden
omlaagglijde	=	omlaagglijden
omlaagglijden	verb	glijdend omlaaggaan
omlaagglijdend	=	omlaagglijden
omlaagglijdende	=	omlaagglijden
omlaagglijdt	=	omlaagglijden
omlaaghaal	=	omlaaghalen
omlaaghaalde	=	omlaaghalen
omlaaghaalden	=	omlaaghalen
omlaaghaalt	=	omlaaghalen
omlaaghale	=	omlaaghalen
omlaaghalen	verb	naar beneden halen, neerhalen
omlaaghalend	=	omlaaghalen
omlaaghalende	=	omlaaghalen
omlaagkeek	=	omlaagkijken
omlaagkeken	=	omlaagkijken
omlaagkijk	=	omlaagkijken
omlaagkijke	=	omlaagkijken
omlaagkijken	verb	naar beneden kijken; met de blikrichting naar de grond kijken
omlaagkijkend	=	omlaagkijken
omlaagkijkende	=	omlaagkijken
omlaagkijkt	=	omlaagkijken
omlaagt	=	omliggen
omlaagtrek	=	omlaagtrekken
omlaagtrekke	=	omlaagtrekken
omlaagtrekken	verb	met een trekkende beweging naar beneden brengen
omlaagtrekkend	=	omlaagtrekken
omlaagtrekkende	=	omlaagtrekken
omlaagtrekt	=	omlaagtrekken
omlaagtrok	=	omlaagtrekken
omlaagtrokken	=	omlaagtrekken
omlade	=	omladen
omladen	verb	op een andere manier laden; naar een ander vervoermiddel overladen
omladend	=	omladen
omladende	=	omladen
omlag	=	omliggen
omlagen	=	omliggen
omleg	=	omleggen
omlegd	=	omleggen
omlegde	=	omleggen
omlegden	=	omleggen
omlegge	=	omleggen
omleggen	verb	ergens omheen leggen
omleggend	=	omleggen
omleggende	=	omleggen
omlegging	noun	verandering van de loop van een weg of route
omleggingen	=	omlegging
omlegginkje	=	omlegging
omlegginkjes	=	omlegging
omlegt	=	omleggen
omleid	=	omleiden
omleidde	=	omleiden
omleidden	=	omleiden
omleide	=	omleiden
omleiden	verb	het uitzetten van een alternatief pad rondom een ontoegankelijk deel van de weg
omleidend	=	omleiden
omleidende	=	omleiden
omleiding	noun	een aangegeven andere route
omleidingen	=	omleiding
omleidingsroute	noun	een alternatieve route waarlangs het verkeer wordt omgeleid wanneer de hoofdroute opgebroken/afgesloten is
omleidingsrouten	=	omleidingsroute
omleidingsroutes	=	omleidingsroute
omleidingsroutetje	=	omleidingsroute
omleidingsroutetjes	=	omleidingsroute
omleidinkje	=	omleiding
omleidinkjes	=	omleiding
omleidt	=	omleiden
omliep	=	omlopen
omliepe	=	omlopen
omliepen	=	omlopen
omliept	=	omlopen
omlig	=	omliggen
omligge	=	omliggen
omliggen	verb	op de grond liggen, na omgevallen te zijn
omliggend	adj	in de buurt gelegen, naburig, rondom gelegen
omliggende	=	omliggen
omliggends	=	omliggend
omligt	=	omliggen
omlijn	=	omlijnen
omlijnd	=	omlijnen
omlijnde	=	omlijnen
omlijnden	=	omlijnen
omlijne	=	omlijnen
omlijnen	verb	omgeven met lijnen
omlijnend	=	omlijnen
omlijnende	=	omlijnen
omlijning	noun	door een duidelijk zichtbare lijn begrenst zijn
omlijningen	=	omlijning
omlijnt	=	omlijnen
omlijst	=	omlijsten
omlijste	=	omlijsten
omlijsten	verb	ergens (als een lijst) helemaal omheen gaan
omlijstend	=	omlijsten
omlijstende	=	omlijsten
omlijsting	noun	iets ter verfraaiing met iets moois omgeven
omlijstingen	=	omlijsting
omlijstinkje	=	omlijsting
omlijstinkjes	=	omlijsting
omlijstte	=	omlijsten
omlijstten	=	omlijsten
omloop	noun	het in de rondte gaan, een kringloop bijv. bloedsomloop
omloopbaan	noun	een baan van een hemellichaam rond een ander hemellichaam.
omloopbaantje	=	omloopbaan
omloopbaantjes	=	omloopbaan
omloopbanen	=	omloopbaan
omloopdijk	noun	ringdijk
omloopdijken	=	omloopdijk
omloopdijkje	=	omloopdijk
omloopdijkjes	=	omloopdijk
omloopje	=	omloop
omloopjes	=	omloop
omloopsnelheden	=	omloopsnelheid
omloopsnelheid	noun	de snelheid waarmee een hemellichaam draait om een andere hemellichaam
omloopstijd	noun	De alternatieve spellingsvorm van omlooptijd die ook in 'Woordenlijst Nederlandse Taal Officiële spelling' staat.
omloopstijden	=	omloopstijd
omloopstijdje	=	omloopstijd
omloopstijdjes	=	omloopstijd
omloopt	=	omlopen
omlooptijd	noun	De omlooptijd of siderische periode is de tijd die een hemellichaam er over doet om een keer om het hemellichaam waar het een satelliet van is te draaien.
omlooptijden	=	omlooptijd
omlooptijdje	=	omlooptijd
omlooptijdjes	=	omlooptijd
omloopverhouding	noun	een financiële maatstaf die aangeeft hoe snel een bedrijf zijn voorraad verkoopt, debiteuren betaalt, of hoe snel geld circuleert binnen een bepaalde periode.
omloopverhoudingen	=	omloopverhouding
omloopverhoudinkje	=	omloopverhouding
omloopverhoudinkjes	=	omloopverhouding
omlope	=	omlopen
omlopen	verb	via een omweg lopen
omlopend	=	omlopen
omlopende	=	omlopen
omloper	noun	iemand die ergens omheen loopt
omlopers	=	omloper
omlopertje	=	omloper
omlopertjes	=	omloper
omlossing	noun	Nederlandstalig alternatief voor de Engelse term "work around".
omlossingen	=	omlossing
omlossingetje	=	omlossing
omlossingetjes	=	omlossing
omléggen	=	omleggen
ommatidium	noun	elk van de afzonderlijke elementen van het samengestelde oog bij insecten en kreeften
ommatidiummetje	=	ommatidium
ommatidiummetjes	=	ommatidium
ommatidiumpje	=	ommatidium
ommatidiumpjes	=	ommatidium
ommatidiums	=	ommatidium
ommegaand	adj	omgaand
ommegaande	=	ommegaand
ommegang	noun	processie
ommegangen	=	ommegang
ommegangetje	=	ommegang
ommegangetjes	=	ommegang
ommekant	noun	de andere kant
ommekanten	=	ommekant
ommekantje	=	ommekant
ommekantjes	=	ommekant
ommekeer	noun	iets dat totaal anders is geworden
ommekeertje	=	ommekeer
ommekeren	=	ommekeer
ommekomst	noun	na verlopen van een termijn of een procedure
ommeland	noun	gebied gelegen rondom een locatie
ommelanden	=	ommeland
ommelandje	=	ommeland
ommelandjes	=	ommeland
ommelands	adj	tot de ommelanden behorend
ommelandse	=	ommelands
ommelandser	=	ommelands
ommelandsere	=	ommelands
ommelandsers	=	ommelands
ommelandst	=	ommelands
ommelandste	=	ommelands
ommestaand	adj	omstaand
ommestaande	=	ommestaand
ommestaands	=	ommestaand
ommetje	noun	kleine rondwandeling, korte tocht die weer bij het vertrekpunt eindigt
ommetjes	=	ommetje
ommezien	noun	in een korte tijd
ommezientje	=	ommezien
ommezij	noun	de kant die men ziet na omdraaien van iets of iemand
ommezijde	noun	de achterkant van een blad papier
ommezijden	=	ommezijde
ommezijdes	=	ommezijde
ommezijdetje	=	ommezijde
ommezijdetjes	=	ommezijde
ommezwaai	noun	algehele en onverwachte verandering
ommezwaaien	=	ommezwaai
ommisbaarder	=	onmisbaar
ommure	=	ommuren
ommuren	verb	omsluiten met een stenen muur
ommurend	=	ommuren
ommurende	=	ommuren
ommuring	noun	een muur die iets afsluit van de buitenwereld; het afsluiten van de buitenwereld
ommuringen	=	ommuring
ommuur	=	ommuren
ommuurd	adj	door muren omgeven
ommuurde	=	ommuurd
ommuurden	=	ommuren
ommuurds	=	ommuurd
ommuurt	=	ommuren
omnaai	=	omnaaien
omnaaide	=	omnaaien
omnaaiden	=	omnaaien
omnaaie	=	omnaaien
omnaaien	verb	iets door naaien veranderen
omnaaiend	=	omnaaien
omnaaiende	=	omnaaien
omnaait	=	omnaaien
omnevel	=	omnevelen
omneveld	=	omnevelen
omnevelde	=	omnevelen
omnevelden	=	omnevelen
omnevele	=	omnevelen
omnevelen	verb	iets of iemand met een damp of nevel omgeven
omnevelend	=	omnevelen
omnevelende	=	omnevelen
omnevelt	=	omnevelen
omnibus	noun	verzameling verhalen, romans in één band
omnibussen	=	omnibus
omnipotent	adj	almachtig
omnipotente	=	omnipotent
omnipotenter	=	omnipotent
omnipotentere	=	omnipotent
omnipotenters	=	omnipotent
omnipotents	=	omnipotent
omnipotentst	=	omnipotent
omnipotentste	=	omnipotent
omnipractici	=	omnipracticus
omnipracticus	noun	huisarts
omnipracticusje	=	omnipracticus
omnipracticusjes	=	omnipracticus
omnipresent	adj	overal aanwezig
omnipresente	=	omnipresent
omnipresenter	=	omnipresent
omnipresentere	=	omnipresent
omnipresenters	=	omnipresent
omnipresents	=	omnipresent
omnipresentst	=	omnipresent
omnipresentste	=	omnipresent
omnisport	noun	multifunctioneel, overdekt sportcomplex
omnisporten	=	omnisport
omnium	noun	all-riskverzekering voor auto's
omniums	=	omnium
omniumverzekering	noun	een aanvullende verzekering, als aanvulling op eventuele wettelijk verplichte verzekering(en), waarin duidelijk beschreven moet worden voor welke risico's er verzekerd wordt
omniumverzekeringen	=	omniumverzekering
omniumverzekeringetje	=	omniumverzekering
omniumverzekeringetjes	=	omniumverzekering
omnivalent	adj	voor alles geldig
omnivalente	=	omnivalent
omnivalents	=	omnivalent
omniversa	=	omniversum
omniversum	noun	een universum is dat ruimtelijk en temporeel vierdimensionaal is (een term uit de fysica en wiskunde).
omniversums	=	omniversum
omnivoor	noun	alleseter, zowel plantaardig als dierlijk voedsel	adj	wat zowel plantaardig als dierlijk voedsel eet
omnivoors	=	omnivoor
omnivoortje	=	omnivoor
omnivoortjes	=	omnivoor
omnivore	=	omnivoor
omnivoren	=	omnivoor
omoe	noun	moeder van een van de ouders
omoes	=	omoe
omorashi	noun	seksuele opwinding door een volle blaas
ompaal	=	ompalen
ompaald	=	ompalen
ompaalde	=	ompalen
ompaalden	=	ompalen
ompaalt	=	ompalen
ompak	=	ompakken
ompakke	=	ompakken
ompakken	verb	op een andere manier in een nieuwe verpakking doen
ompakkend	=	ompakken
ompakkende	=	ompakken
ompakt	=	ompakken
ompakte	=	ompakken
ompakten	=	ompakken
ompale	=	ompalen
ompalen	verb	met palen omgeven
ompalend	=	ompalen
ompalende	=	ompalen
ompaling	noun	een ruimte met palen omgeven
ompalingen	=	ompaling
omplant	=	omplanten
omplante	=	omplanten
omplanten	verb	van plaats verwisselen.
omplantend	=	omplanten
omplantende	=	omplanten
omplantte	=	omplanten
omplantten	=	omplanten
omploeg	=	omploegen
omploegde	=	omploegen
omploegden	=	omploegen
omploege	=	omploegen
omploegen	verb	door ploegen de bovenste laag aarde van een akker omkeren
omploegend	=	omploegen
omploegende	=	omploegen
omploegt	=	omploegen
omplooi	=	omplooien
omplooide	=	omplooien
omplooiden	=	omplooien
omplooie	=	omplooien
omplooien	verb	veranderen, ontwikkelen
omplooiend	=	omplooien
omplooiende	=	omplooien
omplooit	=	omplooien
ompole	=	ompolen
ompolen	verb	verwisselen van de polen (elektriciteit: + of -, magnetisme: zuidpool en noordpool)
ompolend	=	ompolen
ompolende	=	ompolen
ompool	=	ompolen
ompoolbeveiliging	noun	schakeling die schade aan een elektronische schakeling voorkomt door ervoor te zorgen dat stroom er niet in de verkeerde richting doorheen kan lopen
ompoolbeveiligingen	=	ompoolbeveiliging
ompoolde	=	ompolen
ompoolden	=	ompolen
ompoolt	=	ompolen
ompraat	=	ompraten
ompraatte	=	ompraten
ompraatten	=	ompraten
omprang	=	omprangen
omprangd	=	omprangen
omprangde	=	omprangen
omprangden	=	omprangen
omprange	=	omprangen
omprangen	verb	van alle kanten samendrukken
omprangend	=	omprangen
omprangende	=	omprangen
omprangt	=	omprangen
omprate	=	ompraten
ompraten	verb	door praten van gevoelens doen veranderen
ompratend	=	ompraten
ompratende	=	ompraten
omraming	noun	het in een kader plaatsen, het in een lijst vatten
omramingen	=	omraming
omrand	=	omranden
omrandde	=	omranden
omrandden	=	omranden
omrande	=	omranden
omranden	verb	het duidelijk aftekenen van de grenzen van een vlak
omrandend	=	omranden
omrandende	=	omranden
omranding	noun	datgene wat de rand van iets vormt
omrandingen	=	omranding
omrandinkje	=	omranding
omrandinkjes	=	omranding
omrandt	=	omranden
omrank	=	omranken
omranke	=	omranken
omranken	verb	iets met ranken of draden omwikkelen
omrankend	=	omranken
omrankende	=	omranken
omrankt	=	omranken
omrankte	=	omranken
omrankten	=	omranken
omraster	=	omrasteren
omrasterd	=	omrasteren
omrasterde	=	omrasteren
omrasterden	=	omrasteren
omrastere	=	omrasteren
omrasteren	verb	aan alle kanten omsluiten
omrasterend	=	omrasteren
omrasterende	=	omrasteren
omrastering	noun	iets wat belemmert een gebied in- of uit te gaan
omrasteringen	=	omrastering
omrastert	=	omrasteren
omrede	=	omrijden
omreden	conj|informal	met als oorzaak, uitleg of rechtvaardiging
omreed	=	omrijden
omreedt	=	omrijden
omreis	=	omreizen
omreisde	=	omreizen
omreisden	=	omreizen
omreist	=	omreizen
omreize	=	omreizen
omreizen	verb	via een langere weg naar een bestemming gaan
omreizend	=	omreizen
omreizende	=	omreizen
omreken	=	omrekenen
omrekende	=	omrekenen
omrekenden	=	omrekenen
omrekene	=	omrekenen
omrekenen	verb	een bedrag in de ene muntsoort uitdrukken in de andere
omrekenend	=	omrekenen
omrekenende	=	omrekenen
omrekening	noun	het omrekenen
omrekeningen	=	omrekening
omrekeningsgetal	noun	getal volgens welke bepaalde groottes, uitgedrukt in een eenheid, door vermenigvuldiging omgerekend worden in een andere
omrekeningsgetallen	=	omrekeningsgetal
omrekeningsgetalletje	=	omrekeningsgetal
omrekeningsgetalletjes	=	omrekeningsgetal
omrekeningskoers	noun	koers waartegen de waarde van een vreemde valuta in de eigen munt wordt berekend
omrekeningskoersen	=	omrekeningskoers
omrekeningskoersje	=	omrekeningskoers
omrekeningskoersjes	=	omrekeningskoers
omrekent	=	omrekenen
omrekentabel	noun	een tabel die men kan gebruiken als men een waarde van een grootheid van de ene in een andere eenheid wil omzetten
omrekentabellen	=	omrekentabel
omriep	=	omroepen
omriepe	=	omroepen
omriepen	=	omroepen
omriept	=	omroepen
omrij	=	omrijden
omrijd	=	omrijden
omrijde	=	omrijden
omrijden	verb	een langere weg berijden dan gebruikelijk
omrijdend	=	omrijden
omrijdende	=	omrijden
omrijdt	=	omrijden
omring	=	omringen
omringd	=	omringen
omringde	=	omringen
omringden	=	omringen
omringe	=	omringen
omringen	verb	aan alle kanten omgeven
omringend	adj	ergens omheen gelegen
omringende	=	omringend
omringends	=	omringend
omringt	=	omringen
omrit	noun	een tochtje dat ergens omheen gaat
omritje	=	omrit
omritjes	=	omrit
omritten	=	omrit
omroep	noun	een organisatie die zich richt op het verzorgen van radio- of televisieprogramma's
omroepbaas	noun	de directeur van een omroep of een of meerdere televisiezenders of radiozenders.
omroepbaasje	=	omroepbaas
omroepbaasjes	=	omroepbaas
omroepbazen	=	omroepbaas
omroepbeleid	noun	beleid t.a.v. de omroep (radio en TV)
omroepbeleidje	=	omroepbeleid
omroepbeleidjes	=	omroepbeleid
omroepbericht	noun	bericht dat wordt omgeroepen
omroepberichten	=	omroepbericht
omroepbestel	noun	regeling en organisatie van de omroep
omroepbestellen	=	omroepbestel
omroepbestelletje	=	omroepbestel
omroepbestelletjes	=	omroepbestel
omroepe	=	omroepen
omroepen	verb	op een luide manier vertellen aan een grote groep
omroepend	=	omroepen
omroepende	=	omroepen
omroeper	noun	een persoon die televisie- of radioprogramma's aankondigt
omroepers	=	omroeper
omroepertje	=	omroeper
omroepertjes	=	omroeper
omroepgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een omroep
omroepgegevens	=	omroepgegeven
omroepgegeventje	=	omroepgegeven
omroepgegeventjes	=	omroepgegeven
omroepgids	noun	tijdschrift uitgegeven door een omroeporganisatie waarin je kunt lezen welke radio- of televisieprogramma's, op welke tijd en op welke zender worden uitgezonden en waarin ook programma's beschreven worden
omroepgidsen	=	omroepgids
omroepinstallatie	noun	een technische inrichting op drukbezochte plaatsen zoals evenemententerreinen, kantoorgebouwen, luchthavens, stations, schepen enz. met een microfoon, versterkerapparatuur en luidsprekers, waarmee zakelijke mededelingen aan het publiek, reizigers etc. kunnen worden gegeven
omroepinstallaties	=	omroepinstallatie
omroepinstallatietje	=	omroepinstallatie
omroepinstallatietjes	=	omroepinstallatie
omroepje	=	omroep
omroepjes	=	omroep
omroepland	noun	de wereld van de radio- en televisieomroepen
omroeplanden	=	omroepland
omroeporganisatie	noun	instelling die radio- en/of televisie-uitzendingen verzorgt
omroeporganisaties	=	omroeporganisatie
omroeporganisatietje	=	omroeporganisatie
omroeporganisatietjes	=	omroeporganisatie
omroepraad	noun	bij de wet ingesteld orgaan dat adviseert omtrent zaken die verband houden met de publieke omroep
omroepraadje	=	omroepraad
omroepraadjes	=	omroepraad
omroepraden	=	omroepraad
omroepster	noun	vrouw die televisie- of radioprogramma's aankondigt
omroepsters	=	omroepster
omroepstertje	=	omroepster
omroepstertjes	=	omroepster
omroepsysteem	noun	systeem van luidsprekers waarmee men berichten kan geven aan mensen die ergens aanwezig zijn
omroepsystemen	=	omroepsysteem
omroept	=	omroepen
omroepvereniging	noun	organisatie met leden die als doel heeft radio- en televisieprogramma's te maken en uit te zenden
omroepverenigingen	=	omroepvereniging
omroepverenigingetje	=	omroepvereniging
omroepverenigingetjes	=	omroepvereniging
omroepwereld	noun	de wereld van de radio- en televisieomroepen.
omroepwerelden	=	omroepwereld
omroepwereldje	=	omroepwereld
omroepwereldjes	=	omroepwereld
omroepwet	noun	een Nederlandse wet uit de jaren 60 die het Nederlandse publieke omroepbestel toegankelijker maakte voor nieuwe omroepenorganisaties, voorganger van de mediawet
omroepwetten	=	omroepwet
omroer	=	omroeren
omroerde	=	omroeren
omroerden	=	omroeren
omroere	=	omroeren
omroeren	verb	door roeren homogeen in samenstelling en temperatuur maken
omroerend	=	omroeren
omroerende	=	omroeren
omroert	=	omroeren
omrol	=	omrollen
omrolde	=	omrollen
omrolden	=	omrollen
omrolle	=	omrollen
omrollen	verb	zich rollend bewegen, omwentelen
omrollend	=	omrollen
omrollende	=	omrollen
omrolt	=	omrollen
omruil	=	omruilen
omruilde	=	omruilen
omruilden	=	omruilen
omruile	=	omruilen
omruilen	verb	het ene bezit ruilen voor het andere bezit, iets vervangen
omruilend	=	omruilen
omruilende	=	omruilen
omruiling	noun	het iets wat je gekocht hebt maar niet kunt gebruiken, omwisselen voor een product was je wel kunt gebruiken
omruilingen	=	omruiling
omruilt	=	omruilen
omruk	=	omrukken
omrukke	=	omrukken
omrukken	verb	iets of iemand heel snel omdraaien of omver trekken
omrukkend	=	omrukken
omrukkende	=	omrukken
omrukt	=	omrukken
omrukte	=	omrukken
omrukten	=	omrukken
omschakel	=	omschakelen
omschakelaar	noun	schakelaar om iets om te schakelen
omschakelaars	=	omschakelaar
omschakelaartje	=	omschakelaar
omschakelaartjes	=	omschakelaar
omschakelde	=	omschakelen
omschakelden	=	omschakelen
omschakele	=	omschakelen
omschakelen	verb	door aan een schakelaar te draaien van richting, werking enz. doen veranderen
omschakelend	=	omschakelen
omschakelende	=	omschakelen
omschakeling	noun	door een schakelaar de werking van iets veranderen
omschakelingen	=	omschakeling
omschakelingetje	=	omschakeling
omschakelingetjes	=	omschakeling
omschakelt	=	omschakelen
omschans	=	omschansen
omschanse	=	omschansen
omschansen	verb	met verdedigingswerken omringen
omschansend	=	omschansen
omschanst	=	omschansen
omschanste	=	omschansen
omschansten	=	omschansen
omschep	=	omscheppen
omscheppe	=	omscheppen
omscheppen	verb	omroeren
omscheppend	=	omscheppen
omscheppende	=	omscheppen
omschept	=	omscheppen
omschepte	=	omscheppen
omschepten	=	omscheppen
omschiep	=	omscheppen
omschiepen	=	omscheppen
omschiet	=	omschieten
omschiete	=	omschieten
omschieten	verb	door schieten omgooien
omschietend	=	omschieten
omschietende	=	omschieten
omschole	=	omscholen
omscholen	verb	jezelf of een ander geschikt maken voor een ander beroep door onderwijs
omscholend	=	omscholen
omscholende	=	omscholen
omscholing	noun	een persoon opleiden voor iets anders dan hij vroeger heeft gedaan
omscholingen	=	omscholing
omscholingscursus	noun	een opleidingstraject waarmee je nieuwe kennis en vaardigheden aanleert voor een compleet ander beroep dan je huidige of vorige functie
omscholingscursusje	=	omscholingscursus
omscholingscursusjes	=	omscholingscursus
omscholingscursussen	=	omscholingscursus
omschool	=	omscholen
omschoolde	=	omscholen
omschoolden	=	omscholen
omschoolt	=	omscholen
omschoot	=	omschieten
omschop	=	omschoppen
omschoppe	=	omschoppen
omschoppen	verb	met een trap omver doen vallen
omschoppend	=	omschoppen
omschoppende	=	omschoppen
omschopt	=	omschoppen
omschopte	=	omschoppen
omschopten	=	omschoppen
omschoten	=	omschieten
omschreef	=	omschrijven
omschreeft	=	omschrijven
omschreve	=	omschrijven
omschreven	=	omschrijven
omschrift	noun	tekst op of langs de rand van een munt
omschriften	=	omschrift
omschrijf	=	omschrijven
omschrijft	=	omschrijven
omschrijve	=	omschrijven
omschrijven	verb	in enige woorden een definitie ergens van geven
omschrijvend	=	omschrijven
omschrijvende	=	omschrijven
omschrijving	noun	aanduiding, vaststelling met woorden
omschrijvingen	=	omschrijving
omschrijvinkje	=	omschrijving
omschrijvinkjes	=	omschrijving
omsingel	=	omsingelen
omsingeld	=	omsingelen
omsingelde	=	omsingelen
omsingelden	=	omsingelen
omsingele	=	omsingelen
omsingelen	verb	aan alle kanten omsluiten
omsingelend	=	omsingelen
omsingelende	=	omsingelen
omsingeling	noun	het omsingelen
omsingelingen	=	omsingeling
omsingelingetje	=	omsingeling
omsingelingetjes	=	omsingeling
omsingelingspolitiek	noun	politiek die tot doel heeft een staat te isoleren door het met een vijandelijk stelsel van bondgenootschappen te omgeven
omsingelt	=	omsingelen
omsla	=	omslaan
omslaan	verb	iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggen
omslaand	=	omslaan
omslaande	=	omslaan
omslaat	=	omslaan
omslachtig	adj	onnodig ingewikkeld, overdreven bewerkelijk
omslachtige	=	omslachtig
omslachtiger	=	omslachtig
omslachtigere	=	omslachtig
omslachtigers	=	omslachtig
omslachtigheden	=	omslachtigheid
omslachtigheid	noun	de mate waarin men iets nodeloos ingewikkeld en lastig maakt
omslachtigs	=	omslachtig
omslachtigst	=	omslachtig
omslachtigste	=	omslachtig
omslag	noun	het bekleedsel aan de buitenkant van een boek.
omslagdoek	noun	Een sjaal, stola, foulard of das is een langwerpig stuk doek dat gedragen wordt om de hals.
omslagdoeken	=	omslagdoek
omslagdoekje	=	omslagdoek
omslagdoekjes	=	omslagdoek
omslagen	=	omslag
omslagfoto	noun	foto die op de buitenkant van een boek of tijdschrift staat
omslagfoto's	=	omslagfoto
omslagfotootje	=	omslagfoto
omslagfotootjes	=	omslagfoto
omslagheffing	noun	is een belasting die waterschappen opleggen aan eigenaren van onroerende zaken (zoals huizen, bedrijfspanden of grond) om de kosten te dekken voor het beheer van waterwegen en waterkeringen.
omslagheffingen	=	omslagheffing
omslagheffinkje	=	omslagheffing
omslagheffinkjes	=	omslagheffing
omslagillustratie	noun	afbeelding op de kaft van een boek of tijdschrift
omslagillustraties	=	omslagillustratie
omslagje	=	omslag
omslagjes	=	omslag
omslagontwerp	noun	plan hoe de buitenkant van een publicatie eruit gaat zien
omslagontwerpen	=	omslagontwerp
omslagontwerpje	=	omslagontwerp
omslagontwerpjes	=	omslagontwerp
omslagpunt	noun	het moment waarop er iets verandert, iets omslaat.
omslagpunten	=	omslagpunt
omslagpuntje	=	omslagpunt
omslagpuntjes	=	omslagpunt
omslagstelsel	noun	financiering van sociale verzekering waarbij de kosten van de uitkeringen in een bepaalde periode worden verdeeld over de premiebetalers in die periode
omslagstelsels	=	omslagstelsel
omslagtekening	noun	tekening die op de voorkant van een boek afgedrukt staat
omslagtekeningen	=	omslagtekening
omslagtitel	noun	titel gedrukt op de omslag (en gewoonlijk met een zwaarder lettertype gezet)
omslagtitels	=	omslagtitel
omsleep	=	omslepen
omsleept	=	omslepen
omsleepte	=	omslepen
omsleepten	=	omslepen
omslepe	=	omslepen
omslepen	verb	iets ergens omheen brengen door te slepen
omslepend	=	omslepen
omslepende	=	omslepen
omsloeg	=	omslaan
omsloege	=	omslaan
omsloegen	=	omslaan
omsloegt	=	omslaan
omsloot	=	omsluiten
omslote	=	omsluiten
omsloten	=	omsluiten
omsluit	=	omsluiten
omsluite	=	omsluiten
omsluiten	verb	aan alle kanten insluiten.
omsluitend	=	omsluiten
omsluitende	=	omsluiten
omsluiting	noun	het aan alle kanten ingesloten hebben.
omsluitingen	=	omsluiting
omsluitinkje	=	omsluiting
omsluitinkjes	=	omsluiting
omsmede	=	omsmeden
omsmeden	verb	door smeden iets omgeven door metaal
omsmedend	=	omsmeden
omsmedende	=	omsmeden
omsmeed	=	omsmeden
omsmeedde	=	omsmeden
omsmeedden	=	omsmeden
omsmeedt	=	omsmeden
omsmeet	=	omsmijten
omsmelt	=	omsmelten
omsmelte	=	omsmelten
omsmelten	verb	door smelten en weer laten stollen een andere vorm geven
omsmeltend	=	omsmelten
omsmeltende	=	omsmelten
omsmeten	=	omsmijten
omsmijt	=	omsmijten
omsmijte	=	omsmijten
omsmijten	verb	door smijten omgooien
omsmijtend	=	omsmijten
omsmijtende	=	omsmijten
omsmolt	=	omsmelten
omsmolten	=	omsmelten
omsnoer	=	omsnoeren
omsnoerd	=	omsnoeren
omsnoerde	=	omsnoeren
omsnoerden	=	omsnoeren
omsnoere	=	omsnoeren
omsnoeren	verb	iets, iemand of zichzelf omspannen met een koord of iets wat daarop lijkt
omsnoerend	=	omsnoeren
omsnoerende	=	omsnoeren
omsnoert	=	omsnoeren
omspan	=	omspannen
omspande	=	omspannen
omspanden	=	omspannen
omspanne	=	omspannen
omspannen	verb	iets op een andere wijze inspannen, gewoonlijk een stel paarden
omspannend	=	omspannen
omspannende	=	omspannen
omspant	=	omspannen
omspeel	=	omspelen
omspeeld	=	omspelen
omspeelde	=	omspelen
omspeelden	=	omspelen
omspeelt	=	omspelen
omspel	=	omspellen
omspeld	=	omspelden
omspeldde	=	omspelden
omspeldden	=	omspelden
omspelde	=	omspellen
omspelden	verb	ómspelden: met spelden ergens omheen bevestigen
omspeldend	=	omspelden
omspeldende	=	omspelden
omspeldt	=	omspelden
omspele	=	omspelen
omspelen	verb	vrolijk ergens voortbewegen
omspelend	=	omspelen
omspelende	=	omspelen
omspeling	noun	de keer dat men iemand tijdens een balspel passeert
omspelingen	=	omspeling
omspelle	=	omspellen
omspellen	verb	omzetten naar een andere spelling
omspellend	=	omspellen
omspellende	=	omspellen
omspeller	noun	computerprogramma dat een tekst omzet naar de nieuwe spelling als er een spellingshervorming is geweest
omspellers	=	omspeller
omspelt	=	omspellen
omspin	=	omspinnen
omspinne	=	omspinnen
omspinnen	verb|figurative	iets of iemand helemaal omgeven, inpakken of bedekken
omspinnend	=	omspinnen
omspinnende	=	omspinnen
omspint	=	omspinnen
omspit	=	omspitten
omspitte	=	omspitten
omspitten	verb	met een schep of spade omkeren
omspittend	=	omspitten
omspittende	=	omspitten
omspoel	=	omspoelen
omspoeld	=	omspoelen
omspoelde	=	omspoelen
omspoelden	=	omspoelen
omspoele	=	omspoelen
omspoelen	verb	met stromend water schoonmaken zonder zeep of borstel te gebruiken
omspoelend	=	omspoelen
omspoelende	=	omspoelen
omspoelt	=	omspoelen
omspoke	=	omspoken
omspoken	verb	het hier en daar bewegen van spoken
omspokend	=	omspoken
omspokende	=	omspoken
omspon	=	omspinnen
omsponne	=	omspinnen
omsponnen	=	omspinnen
omspont	=	omspinnen
omspook	=	omspoken
omspookt	=	omspoken
omspookte	=	omspoken
omspookten	=	omspoken
omspring	=	omspringen
omspringe	=	omspringen
omspringen	verb|figurative	te werk gaan, bewust handelen
omspringend	=	omspringen
omspringende	=	omspringen
omspringt	=	omspringen
omsprong	=	omspringen
omspronge	=	omspringen
omsprongen	=	omspringen
omsprongt	=	omspringen
omsta	=	omstaan
omstaan	verb	met meerdere personen in een kring rondom iets staan
omstaand	adj	in de buurt van iets aanwezig zijn
omstaande	=	omstaan
omstaander	noun	iemand die ergens getuige van is zonder aan de handeling deel te nemen
omstaanders	=	omstaander
omstaands	=	omstaand
omstaat	=	omstaan
omstander	noun	toeschouwer, getuige
omstanders	=	omstander
omstandertje	=	omstander
omstandig	adj	breedvoerig, uitvoerig, wijdlopig en daardoor volledig
omstandige	=	omstandig
omstandiger	=	omstandig
omstandigere	=	omstandig
omstandigers	=	omstandig
omstandigheden	noun	fysieke omgeving
omstandigheid	noun	hoe de zaken er voorliggen
omstandigheidje	=	omstandigheid
omstandigheidjes	=	omstandigheid
omstandigheidsverlof	noun	afwezigheid tijdens werktijden waarop de werknemer recht heeft zonder loonverlies, zoals beschreven in het koninklijk besluit van 28 augustus 1963
omstandigheidsverloven	=	omstandigheidsverlof
omstandigheidverlof	noun	afwezigheid tijdens werktijden waarop de werknemer recht heeft zonder loonverlies, zoals beschreven in het koninklijk besluit van 28 augustus 1963
omstandigheidverloven	=	omstandigheidverlof
omstandigs	=	omstandig
omstandigst	=	omstandig
omstandigste	=	omstandig
omstebeurt	adv	een voor een, om de beurt
omstel	=	omstellen
omstelde	=	omstellen
omstelden	=	omstellen
omstelle	=	omstellen
omstellen	verb	anders worden
omstellend	=	omstellen
omstellende	=	omstellen
omstelt	=	omstellen
omstiet	=	omstoten
omstiete	=	omstoten
omstieten	=	omstoten
omstond	=	omstaan
omstonde	=	omstaan
omstonden	=	omstaan
omstondt	=	omstaan
omstoot	=	omstoten
omstootte	=	omstoten
omstootten	=	omstoten
omstoottet	=	omstoten
omstote	=	omstoten
omstoten	verb	iets met een slag om laten vallen
omstotend	=	omstoten
omstotende	=	omstoten
omstraal	=	omstralen
omstraald	=	omstralen
omstraalde	=	omstralen
omstraalden	=	omstralen
omstraalt	=	omstralen
omstrale	=	omstralen
omstralen	verb	met een stralenkrans omgeven
omstralend	=	omstralen
omstralende	=	omstralen
omstreden	adj	om wie of wat de meningen sterk verdeeld zijn
omstredene	noun	persoon die omstreden is
omstredenen	=	omstredene
omstredener	=	omstreden
omstredeners	=	omstreden
omstredens	=	omstreden
omstredenst	=	omstreden
omstredenste	=	omstreden
omstreek	noun	buitenwijk, omgeving (meer gebruikelijk in het meervoud)
omstreekje	=	omstreek
omstreekjes	=	omstreek
omstreeks	adv	bij benadering	prep	in de buurt van
omstreken	noun	omgeving van een plaats
omstrengel	=	omstrengelen
omstrengeld	=	omstrengelen
omstrengelde	=	omstrengelen
omstrengelden	=	omstrengelen
omstrengele	=	omstrengelen
omstrengelen	verb	iets of iemand helemaal met de armen omsluiten uit liefde of om iemand vast te houden
omstrengelend	=	omstrengelen
omstrengelende	=	omstrengelen
omstrengeling	noun	iets of iemand, al dan niet met vriendelijke intenties, met de armen omvatten
omstrengelingen	=	omstrengeling
omstrengelt	=	omstrengelen
omstulp	=	omstulpen
omstulpe	=	omstulpen
omstulpen	verb	een hol voorwerp met de open kant om iets heen zetten; iets met een stop bedekken
omstulpend	=	omstulpen
omstulpende	=	omstulpen
omstulpt	=	omstulpen
omstulpte	=	omstulpen
omstulpten	=	omstulpen
omstuw	=	omstuwen
omstuwd	=	omstuwen
omstuwde	=	omstuwen
omstuwden	=	omstuwen
omstuwe	=	omstuwen
omstuwen	verb	duwend en dringend om iets of iemand heen staan
omstuwend	=	omstuwen
omstuwende	=	omstuwen
omstuwt	=	omstuwen
omt	noun	afkorting van Outbreak Management Team groep mensen die adviezen aan het kabinet geeft over de beheersing van een besmettelijke ziekte
omt's	=	omt
omtogen	adj	omhuld, omgeven
omtogens	=	omtogen
omtol	=	omtollen
omtolde	=	omtollen
omtolden	=	omtollen
omtolle	=	omtollen
omtollen	verb	een ronddraaiende beweging maken
omtollend	=	omtollen
omtollende	=	omtollen
omtolt	=	omtollen
omtover	=	omtoveren
omtoverde	=	omtoveren
omtoverden	=	omtoveren
omtovere	=	omtoveren
omtoveren	verb	iets een geheel andere vorm of functie geven
omtoverend	=	omtoveren
omtoverende	=	omtoveren
omtovert	=	omtoveren
omtrap	=	omtrappen
omtrappe	=	omtrappen
omtrappen	verb	door trappen omverwerpen
omtrappend	=	omtrappen
omtrappende	=	omtrappen
omtrapt	=	omtrappen
omtrapte	=	omtrappen
omtrapten	=	omtrappen
omtrek	noun	de lengte van een gesloten kromme
omtrekje	=	omtrek
omtrekjes	=	omtrek
omtrekke	=	omtrekken
omtrekken	verb	iets uit een staande positie brengen door het met een krachtige beweging naar je toe te halen
omtrekkend	adj	ergens omheen gaand
omtrekkende	=	omtrekkend
omtrekkends	=	omtrekkend
omtrekking	noun	het met een grote boog om de vijandelijke legers heen trekken
omtrekkingen	=	omtrekking
omtrekkinkje	=	omtrekking
omtrekkinkjes	=	omtrekking
omtreksnelheden	=	omtreksnelheid
omtreksnelheid	noun	snelheid van een punt op de omtrek van een draaiend lichaam
omtrekt	=	omtrekken
omtrent	prep	rond, ten naaste bij, ongeveer
omtrok	=	omtrekken
omtrokke	=	omtrekken
omtrokken	=	omtrekken
omtrokt	=	omtrekken
omtuin	=	omtuinen
omtuind	=	omtuinen
omtuinde	=	omtuinen
omtuinden	=	omtuinen
omtuine	=	omtuinen
omtuinen	verb	met een heining of schutting omsluiten
omtuinend	=	omtuinen
omtuinende	=	omtuinen
omtuining	noun	het omheinen van een ruimte
omtuiningen	=	omtuining
omtuint	=	omtuinen
omturn	=	omturnen
omturnde	=	omturnen
omturnden	=	omturnen
omturne	=	omturnen
omturnen	verb	het innerlijke van een mens helemaal veranderen zodat je eigenlijk herboren wordt, een term die vooral in de jaren 1960 werd gebruikt door hippies
omturnend	=	omturnen
omturnende	=	omturnen
omturnt	=	omturnen
omurawalvis	noun	Balaenoptera omurai een soort vinvis uit het geslacht Balaenoptera.
omurawalvisje	=	omurawalvis
omurawalvisjes	=	omurawalvis
omurawalvissen	=	omurawalvis
omvaam	=	omvamen
omvaamd	=	omvamen
omvaamde	=	omvamen
omvaamden	=	omvamen
omvaamt	=	omvamen
omvaar	=	omvaren
omvaart	noun	tocht met een boot over het water via een omweg of langs de omtrek van een bepaald vasteland
omvaarten	=	omvaart
omval	=	omvallen
omvalle	=	omvallen
omvallen	verb	vanuit verticaal staande positie horizontaal komen te liggen
omvallend	=	omvallen
omvallende	=	omvallen
omvalt	=	omvallen
omvame	=	omvamen
omvamen	verb	met de gestrekte armen omgeven
omvamend	=	omvamen
omvamende	=	omvamen
omvang	noun	omtrek, dikte
omvange	=	omvangen
omvangen	verb	omvatten
omvangend	=	omvangen
omvangende	=	omvangen
omvangrijk	adj	van grote omvang
omvangrijke	=	omvangrijk
omvangrijker	=	omvangrijk
omvangrijkere	=	omvangrijk
omvangrijkers	=	omvangrijk
omvangrijks	=	omvangrijk
omvangrijkst	=	omvangrijk
omvangrijkste	=	omvangrijk
omvangt	=	omvangen
omvare	=	omvaren
omvaren	verb	via een omweg varen
omvarend	=	omvaren
omvarende	=	omvaren
omvat	=	omvatten
omvatte	=	omvatten
omvatten	verb	binnen zich insluiten
omvattend	=	omvatten
omvattende	=	omvatten
omvatting	noun	iets dat iets in het geheel omvat of beschrijft
omvattingen	=	omvatting
omver	adv	niet meer rechtopstaand
omverblaas	=	omverblazen
omverblaast	=	omverblazen
omverblaze	=	omverblazen
omverblazen	verb	door blazen omgooien
omverblazend	=	omverblazen
omverblazende	=	omverblazen
omverblies	=	omverblazen
omverbliezen	=	omverblazen
omverduw	=	omverduwen
omverduwde	=	omverduwen
omverduwden	=	omverduwen
omverduwe	=	omverduwen
omverduwen	verb	door duwen omgooien
omverduwend	=	omverduwen
omverduwende	=	omverduwen
omverduwt	=	omverduwen
omvergeblazen	=	omverblazen
omvergeduwd	=	omverduwen
omvergegooid	=	omvergooien
omvergegooide	=	omvergooien
omvergehaald	=	omverhalen
omvergehaalde	=	omverhalen
omvergelopen	=	omverlopen
omvergereden	=	omverrijden
omvergeschopt	=	omverschoppen
omvergeschoten	=	omverschieten
omvergeslagen	=	omverslaan
omvergetrokken	=	omvertrekken
omvergewaaid	=	omverwaaien
omvergewaaide	=	omverwaaien
omvergeworpen	=	omverwerpen
omvergooi	=	omvergooien
omvergooide	=	omvergooien
omvergooiden	=	omvergooien
omvergooie	=	omvergooien
omvergooien	verb	al of niet per ongeluk iets laten vallen of omverstoten
omvergooiend	=	omvergooien
omvergooiende	=	omvergooien
omvergooit	=	omvergooien
omverhaal	=	omverhalen
omverhaalde	=	omverhalen
omverhaalden	=	omverhalen
omverhaalt	=	omverhalen
omverhale	=	omverhalen
omverhalen	verb	een staande structuur laten omvallen met als doel het te vernietigen
omverhalend	=	omverhalen
omverhalende	=	omverhalen
omverliep	=	omverlopen
omverliepe	=	omverlopen
omverliepen	=	omverlopen
omverliept	=	omverlopen
omverloop	=	omverlopen
omverloopt	=	omverlopen
omverlope	=	omverlopen
omverlopen	verb	tegen iets of iemand aanlopen zodat deze valt
omverlopend	=	omverlopen
omverlopende	=	omverlopen
omverreden	=	omverrijden
omverreed	=	omverrijden
omverrij	=	omverrijden
omverrijd	=	omverrijden
omverrijde	=	omverrijden
omverrijden	verb	door ertegenaan te rijden omgooien
omverrijdend	=	omverrijden
omverrijdende	=	omverrijden
omverrijdt	=	omverrijden
omverschiet	=	omverschieten
omverschiete	=	omverschieten
omverschieten	verb	door schieten omgooien
omverschietend	=	omverschieten
omverschietende	=	omverschieten
omverschoot	=	omverschieten
omverschop	=	omverschoppen
omverschoppe	=	omverschoppen
omverschoppen	verb	door schoppen omgooien
omverschoppend	=	omverschoppen
omverschoppende	=	omverschoppen
omverschopt	=	omverschoppen
omverschopte	=	omverschoppen
omverschopten	=	omverschoppen
omverschoten	=	omverschieten
omversla	=	omverslaan
omverslaan	verb	omslaan
omverslaand	=	omverslaan
omverslaande	=	omverslaan
omverslaat	=	omverslaan
omversloeg	=	omverslaan
omversloegen	=	omverslaan
omvertrek	=	omvertrekken
omvertrekke	=	omvertrekken
omvertrekken	verb	trekken tot iets languit op de grond valt
omvertrekkend	=	omvertrekken
omvertrekkende	=	omvertrekken
omvertrekt	=	omvertrekken
omvertrok	=	omvertrekken
omvertrokken	=	omvertrekken
omverwaai	=	omverwaaien
omverwaaide	=	omverwaaien
omverwaaiden	=	omverwaaien
omverwaaie	=	omverwaaien
omverwaaien	verb	ten val komen door een sterke wind
omverwaaiend	=	omverwaaien
omverwaaiende	=	omverwaaien
omverwaait	=	omverwaaien
omverwerp	=	omverwerpen
omverwerpe	=	omverwerpen
omverwerpen	verb	iets doen omvallen met een worp
omverwerpend	=	omverwerpen
omverwerpende	=	omverwerpen
omverwerping	noun	het afzetten van een regering, overheid of regime
omverwerpingen	=	omverwerping
omverwerpt	=	omverwerpen
omverwierp	=	omverwerpen
omverwierpe	=	omverwerpen
omverwierpen	=	omverwerpen
omverwierpt	=	omverwerpen
omverwoei	=	omverwaaien
omverwoeien	=	omverwaaien
omviel	=	omvallen
omviele	=	omvallen
omvielen	=	omvallen
omvielt	=	omvallen
omving	=	omvangen
omvingen	=	omvangen
omvlag	=	omvlaggen
omvlagde	=	omvlaggen
omvlagden	=	omvlaggen
omvlagge	=	omvlaggen
omvlaggen	verb	het verschijnsel dat het eigenaren van schepen beter uitkomt het schip onder een andere vlag te laten varen
omvlaggend	=	omvlaggen
omvlaggende	=	omvlaggen
omvlagging	noun	is het overbrengen van de registratie van een schip naar een ander land (vaak een zogeheten 'goedkope vlag' of flags of convenience zoals Panama of Liberia).
omvlaggingen	=	omvlagging
omvlagginkje	=	omvlagging
omvlagginkjes	=	omvlagging
omvlagt	=	omvlaggen
omvlieg	=	omvliegen
omvliege	=	omvliegen
omvliegen	verb	snel voorbijgaan
omvliegend	=	omvliegen
omvliegende	=	omvliegen
omvliegt	=	omvliegen
omvloge	=	omvliegen
omvlogen	=	omvliegen
omvloog	=	omvliegen
omvloogt	=	omvliegen
omvlíégen	=	omvliegen
omvoegsel	noun	gebonden morfeem dat rondom, dus voor en achter, een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen; ook wel discontinu affix genoemd
omvoegsels	=	omvoegsel
omvoegseltje	=	omvoegsel
omvoegseltjes	=	omvoegsel
omvoer	=	omvaren
omvoeren	=	omvaren
omvolking	noun	het bewust (deels) vervangen van een oorspronkelijk volk of bevolking door een nieuw of ander volk of bevolking
omvolkingen	=	omvolking
omvolkingstheorie	noun	een complottheorie over "het idee dat het 'eigen' (witte) volk en zijn 'eigen' witte cultuur worden verdrongen door mensen die als 'vreemd' worden beschouwd en dat dit planmatig zou worden georganiseerd door zogenaamde 'elites'
omvolkingstheorietje	=	omvolkingstheorie
omvolkingstheorietjes	=	omvolkingstheorie
omvolkingstheorieën	=	omvolkingstheorie
omvorm	=	omvormen
omvormde	=	omvormen
omvormden	=	omvormen
omvorme	=	omvormen
omvormen	verb	een andere vorm geven, een geheel andere functie geven
omvormend	=	omvormen
omvormende	=	omvormen
omvormer	noun	apparaat dat de gelijkspanning van zonnepanelen omzet in 220 volt wisselspanning
omvormers	=	omvormer
omvormertje	=	omvormer
omvorming	noun	verandering van vorm of functie
omvormingen	=	omvorming
omvorminkje	=	omvorming
omvormt	=	omvormen
omvouw	=	omvouwen
omvouwde	=	omvouwen
omvouwden	=	omvouwen
omvouwe	=	omvouwen
omvouwen	verb	binnenste rand van iets naar buiten vouwen
omvouwend	=	omvouwen
omvouwende	=	omvouwen
omvouwt	=	omvouwen
omvraag	noun	enquête, rondvraag
omvragen	=	omvraag
omvóúwen	=	omvouwen
omwaai	=	omwaaien
omwaaid	=	omwaaien
omwaaide	=	omwaaien
omwaaiden	=	omwaaien
omwaaie	=	omwaaien
omwaaien	verb	door de wind omvergeworpen worden
omwaaiend	=	omwaaien
omwaaiende	=	omwaaien
omwaait	=	omwaaien
omwaar	=	omwaren
omwaarde	=	omwaren
omwaarden	=	omwaren
omwaart	=	omwaren
omwal	=	omwallen
omwald	=	omwallen
omwalde	=	omwallen
omwalden	=	omwallen
omwalle	=	omwallen
omwallen	verb	met een wal omgeven of beschermen
omwallend	=	omwallen
omwallende	=	omwallen
omwalling	noun	het omwallen
omwallingen	=	omwalling
omwalt	=	omwallen
omwandel	=	omwandelen
omwandelde	=	omwandelen
omwandelden	=	omwandelen
omwandele	=	omwandelen
omwandelen	verb	ergens doorheen wandelen
omwandelend	=	omwandelen
omwandelende	=	omwandelen
omwandelt	=	omwandelen
omware	=	omwaren
omwaren	verb	van schimmen en geesten dat die ergens geheimzinnig of angstaanjagend aanwezig zijn
omwarend	=	omwaren
omwarende	=	omwaren
omwas	=	omwassen
omwasse	=	omwassen
omwassen	verb	het inwendige oppervlak van een pot of beker door wassen reinigen
omwassend	=	omwassen
omwassende	=	omwassen
omwast	=	omwassen
omwaste	=	omwassen
omwasten	=	omwassen
omweer	=	onweer
omweg	noun	de weg die langer is dan de gewone of kortste verbinding tussen twee plaatsen
omwegen	=	omweg
omweggetje	=	omweg
omweggetjes	=	omweg
omwegje	=	omweg
omwegjes	=	omweg
omwend	=	omwenden
omwendde	=	omwenden
omwendden	=	omwenden
omwende	=	omwenden
omwenden	verb	helemaal omdraaien
omwendend	=	omwenden
omwendende	=	omwenden
omwendt	=	omwenden
omwentel	=	omwentelen
omwentelde	=	omwentelen
omwentelden	=	omwentelen
omwentele	=	omwentelen
omwentelen	verb	om zijn as draaien
omwentelend	=	omwentelen
omwentelende	=	omwentelen
omwenteling	noun	een omverwerping van de heersende orde
omwentelingen	=	omwenteling
omwentelingetje	=	omwenteling
omwentelingetjes	=	omwenteling
omwentelingsas	noun	as waaromheen een lichaam draait
omwentelingsassen	=	omwentelingsas
omwentelingsoppervlak	noun	vlak dat ontstaat als een lichaam of lijn om een as wordt gewenteld
omwentelingsoppervlakje	=	omwentelingsoppervlak
omwentelingsoppervlakjes	=	omwentelingsoppervlak
omwentelingstijd	noun	De rotatieperiode of omwentelingstijd is de tijd die een hemellichaam nodig heeft om één rotatie uit te voeren rond de rotatieas.
omwentelingstijden	=	omwentelingstijd
omwentelingsverhouding	noun	verhouding in omwentelingssnelheid bij tandraderen van verschillende grootte die met elkaar gekoppeld zijn
omwentelingsverhoudingen	=	omwentelingsverhouding
omwentelingsverhoudinkje	=	omwentelingsverhouding
omwentelingsverhoudinkjes	=	omwentelingsverhouding
omwentelingsvlak	noun	vlak dat ontstaat als een lichaam of lijn om een as wordt gewenteld
omwentelingsvlakje	=	omwentelingsvlak
omwentelingsvlakjes	=	omwentelingsvlak
omwentelingsvlakken	=	omwentelingsvlak
omwentelinkje	=	omwenteling
omwentelt	=	omwentelen
omwerk	=	omwerken
omwerke	=	omwerken
omwerken	verb	veranderen, bewerken
omwerkend	=	omwerken
omwerkende	=	omwerken
omwerking	noun	een verandering om iets voor een bepaald doel geschikt te maken
omwerkingen	=	omwerking
omwerkt	=	omwerken
omwerkte	=	omwerken
omwerkten	=	omwerken
omwerp	=	omwerpen
omwerpe	=	omwerpen
omwerpen	verb	door een worp omgooien
omwerpend	=	omwerpen
omwerpende	=	omwerpen
omwerpt	=	omwerpen
omwierp	=	omwerpen
omwierpen	=	omwerpen
omwikkel	=	omwikkelen
omwikkeld	=	omwikkelen
omwikkelde	=	omwikkelen
omwikkelden	=	omwikkelen
omwikkele	=	omwikkelen
omwikkelen	verb	om iets heen wikkelen
omwikkelend	=	omwikkelen
omwikkelende	=	omwikkelen
omwikkeling	noun	iets dat om iets anders heen gedraaid is
omwikkelingen	=	omwikkeling
omwikkelt	=	omwikkelen
omwille	adv	~ van: om het navolgende doel of belang
omwind	=	omwinden
omwinde	=	omwinden
omwinden	verb	verhullend spreken.
omwindend	=	omwinden
omwindende	=	omwinden
omwindsel	noun	iets dat ergens helemaal omheen gaat
omwindsels	=	omwindsel
omwindseltje	=	omwindsel
omwindseltjes	=	omwindsel
omwindt	=	omwinden
omwip	=	omwippen
omwippe	=	omwippen
omwippen	verb	van de ene op de andere kant laten draaien
omwippend	=	omwippen
omwippende	=	omwippen
omwipt	=	omwippen
omwipte	=	omwippen
omwipten	=	omwippen
omwissel	=	omwisselen
omwisselbaar	adj	te vervangen door wat anders
omwisselbaarder	=	omwisselbaar
omwisselbaardere	=	omwisselbaar
omwisselbaarders	=	omwisselbaar
omwisselbaars	=	omwisselbaar
omwisselbaarst	=	omwisselbaar
omwisselbaarste	=	omwisselbaar
omwisselbare	=	omwisselbaar
omwisselde	=	omwisselen
omwisselden	=	omwisselen
omwissele	=	omwisselen
omwisselen	verb	van plaats laten ruilen met een ander
omwisselend	=	omwisselen
omwisselende	=	omwisselen
omwisseling	noun	handeling waarbij vergelijkbare zaken worden verruild
omwisselingen	=	omwisseling
omwisselingetje	=	omwisseling
omwisselingetjes	=	omwisseling
omwisselt	=	omwisselen
omwoei	=	omwaaien
omwoeie	=	omwaaien
omwoeien	=	omwaaien
omwoeit	=	omwaaien
omwoel	=	omwoelen
omwoeld	=	omwoelen
omwoelde	=	omwoelen
omwoelden	=	omwoelen
omwoele	=	omwoelen
omwoelen	verb	oppervlakkig omwerken
omwoelend	=	omwoelen
omwoelende	=	omwoelen
omwoeling	noun	het met kracht door elkaar halen van iets dat door rust was bezonken
omwoelingen	=	omwoeling
omwoelt	=	omwoelen
omwolk	=	omwolken
omwolke	=	omwolken
omwolken	verb	iets of iemand met wolken omgeven
omwolkend	=	omwolken
omwolkende	=	omwolken
omwolkt	=	omwolken
omwolkte	=	omwolken
omwolkten	=	omwolken
omwond	=	omwinden
omwonde	=	omwinden
omwonden	=	omwinden
omwondt	=	omwinden
omwonend	adj	om de bedoelde plek wonend
omwonende	noun	iemand die ergens in de buurt woont
omwonenden	=	omwonende
omwonends	=	omwonend
omwoners	noun	groep mensen die bij iets in de buurt woont
omwring	=	omwringen
omwringe	=	omwringen
omwringen	verb	iets of iemand dwingen iets te doen of te laten
omwringend	=	omwringen
omwringende	=	omwringen
omwringt	=	omwringen
omwroet	=	omwroeten
omwroete	=	omwroeten
omwroeten	verb	zowel in letterlijke als figuurlijke zin iets helemaal veranderen door iets helemaal door elkaar te gooien
omwroetend	=	omwroeten
omwroetende	=	omwroeten
omwroette	=	omwroeten
omwroetten	=	omwroeten
omwrong	=	omwringen
omwrongen	=	omwringen
omwínden	=	omwinden
omzaag	=	omzagen
omzaagde	=	omzagen
omzaagden	=	omzagen
omzaagt	=	omzagen
omzadel	=	omzadelen
omzadelde	=	omzadelen
omzadelden	=	omzadelen
omzadele	=	omzadelen
omzadelen	verb	voorzien van een ander of nieuw zadel
omzadelend	=	omzadelen
omzadelende	=	omzadelen
omzadelt	=	omzadelen
omzag	=	omzien
omzage	=	omzagen
omzagen	verb	door zagen doen omvallen
omzagend	=	omzagen
omzagende	=	omzagen
omzat	=	omzitten
omzaten	=	omzitten
omzeg	=	omzeggen
omzegde	=	omzeggen
omzegden	=	omzeggen
omzegge	=	omzeggen
omzeggen	verb	algemeen bekend maken dat iemand is overleden
omzeggend	=	omzeggen
omzeggende	=	omzeggen
omzeggens	adv	als het ware; zo goed als, vrijwel helemaal
omzegt	=	omzeggen
omzei	=	omzeggen
omzeiden	=	omzeggen
omzeil	=	omzeilen
omzeild	=	omzeilen
omzeilde	=	omzeilen
omzeilden	=	omzeilen
omzeile	=	omzeilen
omzeilen	verb	via een omweg rond een obstakel zijn doel weten te bereiken
omzeilend	=	omzeilen
omzeilende	=	omzeilen
omzeiling	noun	het ontwijken van iets wat moeilijk of vervelend is zonder de moeilijkheid zelf te veranderen
omzeilingen	=	omzeiling
omzeilt	=	omzeilen
omzendbrief	noun	een brief of meer algemeen eenzelfde mededeling die aan verschillende personen of instellingen wordt rondgestuurd, vaak bevat het een instructie van een hogere overheid aan een lagere overheid
omzendbriefje	=	omzendbrief
omzendbriefjes	=	omzendbrief
omzendbrieven	=	omzendbrief
omzet	noun	som van alle bruto-opbrengsten (exclusief btw) uit verkoop over een bepaalde periode
omzetbelasting	noun	belasting op de levering van goederen en diensten geheven over de omzet
omzetbelastingen	=	omzetbelasting
omzetbelastingnummer	noun	nummer waarover elke ondernemer in Nederland moet beschikken om aan klanten in rekening gebrachte btw te kunnen verrekenen met de fiscus
omzetbelastingnummers	=	omzetbelastingnummer
omzetbelastinkje	=	omzetbelasting
omzetbelastinkjes	=	omzetbelasting
omzetcijfer	noun	getal dat de waarde uitdrukt van de totale afzet van een onderneming in een bepaalde periode
omzetcijfers	=	omzetcijfer
omzetdaling	noun	een afname van de omzet door (een) ondernemer(s)
omzetdalingen	=	omzetdaling
omzetderving	noun	vermindering van de verkoop van goederen of diensten
omzetdervingen	=	omzetderving
omzetgroei	noun	toename van de waarde van de verkochte producten of diensten
omzetje	=	omzet
omzetjes	=	omzet
omzetplafond	noun	maximumbedrag dat een zorgaanbieder mag declareren bij een zorgverzekeraar
omzetplafonds	=	omzetplafond
omzetpremie	noun	korting die een leverancier aan een afnemer geeft op basis van diens omzet
omzetpremies	=	omzetpremie
omzetrecord	noun	nooit eerder behaalde som van alle bruto-opbrengsten (exclusief btw) uit verkoop over een bepaalde periode
omzetrecordje	=	omzetrecord
omzetrecordjes	=	omzetrecord
omzetrecords	=	omzetrecord
omzetschade	noun	omstandigheden buiten de schuld van de ondernemer waardoor deze een lagere omzet heeft
omzetschaden	=	omzetschade
omzetschades	=	omzetschade
omzetstijging	noun	een toename van de omzet door (een) ondernemer(s)
omzetstijgingen	=	omzetstijging
omzetstijginkje	=	omzetstijging
omzetstijginkjes	=	omzetstijging
omzette	=	omzetten
omzetten	verb	van plaats doen verwisselen
omzettend	=	omzetten
omzettende	=	omzetten
omzetter	noun	apparaat (eenheid) die een omzetting (conversie) veroorzaakt van de ene fysische grootheid in de andere
omzetters	=	omzetter
omzettertje	=	omzetter
omzettertjes	=	omzetter
omzetting	noun	het omzetten
omzettingen	=	omzetting
omzettinkje	=	omzetting
omzetverhoging	noun	het laten groeien van de totale opbrengsten die een bedrijf genereert uit de verkoop van producten of diensten binnen een bepaalde periode.
omzetverhogingen	=	omzetverhoging
omzetverhoginkje	=	omzetverhoging
omzetverhoginkjes	=	omzetverhoging
omzetverlies	noun	vermindering van het totaalbedrag van verkopen van een bedrijf (organisatie, rechtspersoon) in een bepaalde periode
omzetverliesje	=	omzetverlies
omzetverliesjes	=	omzetverlies
omzetverliezen	=	omzetverlies
omzetvolume	noun	de waarde van de hoeveelheid verkochte goederen en producten
omzetvolumen	=	omzetvolume
omzetvolumes	=	omzetvolume
omzichtig	adj	met grote zorgvuldigheid, nauwkeurig omziend om fouten te vermijden	adv	op omzichtige wijze
omzichtige	=	omzichtig
omzichtiger	=	omzichtig
omzichtigere	=	omzichtig
omzichtigers	=	omzichtig
omzichtigheden	=	omzichtigheid
omzichtigheid	noun	het omzichtig zijn
omzichtigs	=	omzichtig
omzichtigst	=	omzichtig
omzichtigste	=	omzichtig
omzie	=	omzien
omzien	verb	naar ~: zorgen voor	noun	een hele korte periode
omziend	=	omzien
omziende	=	omzien
omziet	=	omzien
omzit	=	omzitten
omzitte	=	omzitten
omzitten	verb	in een kring ergens omheen zitten
omzittend	=	omzitten
omzittende	=	omzitten
omzome	=	omzomen
omzomen	verb	iets omgeven als ware het een zoom
omzomend	=	omzomen
omzomende	=	omzomen
omzoming	noun	de rand van een weg of een gebied
omzomingen	=	omzoming
omzoom	=	omzomen
omzoomd	adj	van een weg of pad dat deze is omgeven door een bomenrij
omzoomde	=	omzomen
omzoomden	=	omzomen
omzoomds	=	omzoomd
omzoomt	=	omzomen
omzwaai	=	omzwaaien
omzwaaide	=	omzwaaien
omzwaaiden	=	omzwaaien
omzwaaie	=	omzwaaien
omzwaaien	verb	van (studie)richting veranderen
omzwaaiend	=	omzwaaien
omzwaaiende	=	omzwaaien
omzwaaier	noun	student die van studierichting verandert
omzwaaiers	=	omzwaaier
omzwaait	=	omzwaaien
omzwachtel	=	omzwachtelen
omzwachteld	=	omzwachtelen
omzwachtelde	=	omzwachtelen
omzwachtelden	=	omzwachtelen
omzwachtele	=	omzwachtelen
omzwachtelen	verb	geheel omwinden met een zwachtel
omzwachtelend	=	omzwachtelen
omzwachtelende	=	omzwachtelen
omzwachtelt	=	omzwachtelen
omzwalk	=	omzwalken
omzwalke	=	omzwalken
omzwalken	verb	met een schip ronddolen
omzwalkend	=	omzwalken
omzwalkende	=	omzwalken
omzwalkt	=	omzwalken
omzwalkte	=	omzwalken
omzwalkten	=	omzwalken
omzweef	=	omzweven
omzweefd	=	omzweven
omzweefde	=	omzweven
omzweefden	=	omzweven
omzweeft	=	omzweven
omzwenk	=	omzwenken
omzwenke	=	omzwenken
omzwenken	verb	van (rij)richting veranderen
omzwenkend	=	omzwenken
omzwenkende	=	omzwenken
omzwenkt	=	omzwenken
omzwenkte	=	omzwenken
omzwenkten	=	omzwenken
omzwerm	=	omzwermen
omzwermd	=	omzwermen
omzwermde	=	omzwermen
omzwermden	=	omzwermen
omzwerme	=	omzwermen
omzwermen	verb	met een grote groep vogels ergens om heen bewegen
omzwermend	=	omzwermen
omzwermende	=	omzwermen
omzwermt	=	omzwermen
omzwerving	noun	het omzwerven; het steeds op een andere plaats verbijven
omzwervingen	=	omzwerving
omzwervinkje	=	omzwerving
omzwervinkjes	=	omzwerving
omzweve	=	omzweven
omzweven	verb	zwevend omgeven
omzwevend	=	omzweven
omzwevende	=	omzweven
omzwik	=	omzwikken
omzwikke	=	omzwikken
omzwikken	verb	omslaan van de enkel waardoor men kan vallen of de enkel bezeren
omzwikkend	=	omzwikken
omzwikkende	=	omzwikken
omzwikt	=	omzwikken
omzwikte	=	omzwikken
omzwikten	=	omzwikken
omzétten	=	omzetten
omzéílen	=	omzeilen
omzómen	=	omzomen
on-amerikaans	adj	niet in overeenstemming met als Amerikaans geachte eigenschappen
on-amerikaanse	=	on-amerikaans
on-amerikaanser	=	on-amerikaans
on-amerikaansere	=	on-amerikaans
on-amerikaansers	=	on-amerikaans
on-amerikaanst	=	on-amerikaans
on-amerikaanste	=	on-amerikaans
on-belgisch	adj	betrekking hebbend op dat dat iets afwijkt van wat doorgaans als typerend, karakteristiek of gebruikelijk voor België of de Belgen wordt beschouwd
on-belgische	=	on-belgisch
on-belgischer	=	on-belgisch
on-belgischere	=	on-belgisch
on-belgischers	=	on-belgisch
on-bijbels	adj	niet in overeenstemming met de Bijbel
on-bijbelse	=	on-bijbels
on-bijbelser	=	on-bijbels
on-bijbelsere	=	on-bijbels
on-bijbelsers	=	on-bijbels
on-bijbelst	=	on-bijbels
on-bijbelste	=	on-bijbels
on-duits	adj	Niet in overeenstemming met aan Duitsers toegekende eigenschappen
on-duitse	=	on-duits
on-duitser	=	on-duits
on-duitsere	=	on-duits
on-duitsers	=	on-duits
on-duitst	=	on-duits
on-duitste	=	on-duits
on-engels	adj	atypisch voor Engelsen of voor het Engels
on-engelse	=	on-engels
on-engelser	=	on-engels
on-engelsere	=	on-engels
on-engelsers	=	on-engels
on-engelst	=	on-engels
on-engelste	=	on-engels
on-europees	adj	niet in overeenstemming mt aan Europeanen toegekende eigenschappen
on-europeest	=	on-europees
on-europeeste	=	on-europees
on-europese	=	on-europees
on-europeser	=	on-europees
on-europesere	=	on-europees
on-europesers	=	on-europees
on-frans	adj	Niet in overeenstemming met aan Fransen toegekende eigenschappen
on-franse	=	on-frans
on-franser	=	on-frans
on-fransere	=	on-frans
on-fransers	=	on-frans
on-franst	=	on-frans
on-franste	=	on-frans
on-hollands	adj	niet gebruikelijk, voorkomend in Holland, niet zoals de Hollanders doen
on-hollandse	=	on-hollands
on-hollandser	=	on-hollands
on-hollandsere	=	on-hollands
on-hollandsers	=	on-hollands
on-hollandst	=	on-hollands
on-hollandste	=	on-hollands
on-joods	adj	Niet in overeenstemming met aan Joden toegekende waarden
on-joodse	=	on-joods
on-joodser	=	on-joods
on-joodsere	=	on-joods
on-joodsers	=	on-joods
on-joodst	=	on-joods
on-joodste	=	on-joods
on-line	=	online
on-nederlands	adj	Niet in overeenstemming met de aard of met de taal van de Nederlanders
on-nederlandse	=	on-nederlands
on-nederlandser	=	on-nederlands
on-nederlandsere	=	on-nederlands
on-nederlandsers	=	on-nederlands
on-nederlandst	=	on-nederlands
on-nederlandste	=	on-nederlands
on-russisch	adj	afwijkend van wat als typisch behorend tot de Russische cultuur wordt gerekend
on-russische	=	on-russisch
on-russischer	=	on-russisch
on-russischere	=	on-russisch
on-russischers	=	on-russisch
on-vlaams	adj	Niet in overeenstemming met de aard of met de taal van de Vlamingen
on-vlaamse	=	on-vlaams
on-vlaamser	=	on-vlaams
on-vlaamsere	=	on-vlaams
on-vlaamsers	=	on-vlaams
on-vlaamst	=	on-vlaams
on-vlaamste	=	on-vlaams
onaandachtig	adj	niet aandachtig
onaandachtige	=	onaandachtig
onaandachtiger	=	onaandachtig
onaandachtigere	=	onaandachtig
onaandachtigers	=	onaandachtig
onaandachtigs	=	onaandachtig
onaandachtigst	=	onaandachtig
onaandachtigste	=	onaandachtig
onaandoenlijk	adj	zonder veel getoonde emoties
onaandoenlijke	=	onaandoenlijk
onaandoenlijker	=	onaandoenlijk
onaandoenlijkere	=	onaandoenlijk
onaandoenlijkers	=	onaandoenlijk
onaandoenlijkheid	noun	het onvatbaar voor indrukken en emoties zijn
onaandoenlijks	=	onaandoenlijk
onaandoenlijkst	=	onaandoenlijk
onaandoenlijkste	=	onaandoenlijk
onaangebroken	adj	van een verpakking dat deze nog nooit is geopend
onaangebrokens	=	onaangebroken
onaangedaan	adj	geen teken gevend van blijdschap, droefheid of andere emotie
onaangedaans	=	onaangedaan
onaangedaanst	=	onaangedaan
onaangedaanste	=	onaangedaan
onaangedane	=	onaangedaan
onaangedaner	=	onaangedaan
onaangedanere	=	onaangedaan
onaangedaners	=	onaangedaan
onaangediend	adj	zonder eerdere aanmelding; zonder voorafgaande aanmelding ergens binnengaan
onaangediende	=	onaangediend
onaangediends	=	onaangediend
onaangeklede	=	onaangekleed
onaangekleder	=	onaangekleed
onaangekledere	=	onaangekleed
onaangekleders	=	onaangekleed
onaangekleed	adj	nog geheel of deels in nacht- of badkleding
onaangekleeds	=	onaangekleed
onaangekleedst	=	onaangekleed
onaangekleedste	=	onaangekleed
onaangekondigd	adj	het niet van te voren kenbaar hebben gemaakt
onaangekondigde	=	onaangekondigd
onaangekondigds	=	onaangekondigd
onaangelijnd	adj	van honden dat deze geen hondenriem om hebben
onaangelijnde	=	onaangelijnd
onaangelijnds	=	onaangelijnd
onaangemeld	adj	van tevoren niet bekendgemaakt, niet aangemeld
onaangemelde	=	onaangemeld
onaangemelds	=	onaangemeld
onaangenaam	adj	een negatief gevoel oproepend
onaangenaamheden	=	onaangenaamheid
onaangenaamheid	noun	vermogen een negatief gevoel te veroorzaken
onaangenaams	=	onaangenaam
onaangenaamst	=	onaangenaam
onaangenaamste	=	onaangenaam
onaangename	=	onaangenaam
onaangenamer	=	onaangenaam
onaangenamere	=	onaangenaam
onaangenamers	=	onaangenaam
onaangepast	adj	geen rekening houdend met de normen en waarden van de cultuur en de maatschappij waarin men verkeert en daardoor hinderlijk voor anderen
onaangepaste	=	onaangepast
onaangepaster	=	onaangepast
onaangepastere	=	onaangepast
onaangepasters	=	onaangepast
onaangepasts	=	onaangepast
onaangepastst	=	onaangepast
onaangepastste	=	onaangepast
onaangeraakt	adj	niet fysiek beroerd
onaangeraakte	=	onaangeraakt
onaangeraakts	=	onaangeraakt
onaangeroerd	adj	ongebruikt en daarom nog helemaal gaaf en intact
onaangeroerde	=	onaangeroerd
onaangeroerds	=	onaangeroerd
onaangesproken	adj	niet aangesproken
onaangesprokens	=	onaangesproken
onaangetast	adj	niet gebruikt, niet beschadigd, onveranderd
onaangetaste	=	onaangetast
onaangetasts	=	onaangetast
onaangevochten	adj	algemeen erkend
onaangevochtens	=	onaangevochten
onaanlokkelijk	adj	dat iets niet aantrekkelijk, bekoorlijk of verleidelijk is
onaannemelijk	adj	onmogelijk de juistheid ervan te aanvaarden
onaannemelijke	=	onaannemelijk
onaannemelijker	=	onaannemelijk
onaannemelijkere	=	onaannemelijk
onaannemelijkers	=	onaannemelijk
onaannemelijks	=	onaannemelijk
onaannemelijkst	=	onaannemelijk
onaannemelijkste	=	onaannemelijk
onaanraakbaar	adj	dat iets niet aan te raken is
onaanraakbaarder	=	onaanraakbaar
onaanraakbaardere	=	onaanraakbaar
onaanraakbaarders	=	onaanraakbaar
onaanraakbaars	=	onaanraakbaar
onaanraakbaarst	=	onaanraakbaar
onaanraakbaarste	=	onaanraakbaar
onaanraakbare	=	onaanraakbaar
onaanspreekbaar	adj	niet geneigd tot communicatie
onaanspreekbaarder	=	onaanspreekbaar
onaanspreekbaardere	=	onaanspreekbaar
onaanspreekbaarders	=	onaanspreekbaar
onaanspreekbaars	=	onaanspreekbaar
onaanspreekbaarst	=	onaanspreekbaar
onaanspreekbaarste	=	onaanspreekbaar
onaanspreekbare	=	onaanspreekbaar
onaantastbaar	adj	dat iets niet veranderd kan worden, dat iets niet vernietigd kan worden
onaantastbaarder	=	onaantastbaar
onaantastbaardere	=	onaantastbaar
onaantastbaarders	=	onaantastbaar
onaantastbaarheden	=	onaantastbaarheid
onaantastbaarheid	noun	de mate waarin iets niet aangetast, beschadigd of afgepakt kan worden
onaantastbaars	=	onaantastbaar
onaantastbaarst	=	onaantastbaar
onaantastbaarste	=	onaantastbaar
onaantastbare	=	onaantastbaar
onaantrekkelijk	adj	niet aanlokkelijk, geen begeerte opwekkend
onaantrekkelijke	=	onaantrekkelijk
onaantrekkelijker	=	onaantrekkelijk
onaantrekkelijkere	=	onaantrekkelijk
onaantrekkelijkers	=	onaantrekkelijk
onaantrekkelijkheden	=	onaantrekkelijkheid
onaantrekkelijkheid	noun	het niet aanlokkelijk of begeerlijk zijn als eigenschap
onaantrekkelijks	=	onaantrekkelijk
onaantrekkelijkst	=	onaantrekkelijk
onaantrekkelijkste	=	onaantrekkelijk
onaanvaard	adj	niet in bezit genomen
onaanvaardbaar	adj	niet aanvaardbaar, niet acceptabel.
onaanvaardbaarder	=	onaanvaardbaar
onaanvaardbaardere	=	onaanvaardbaar
onaanvaardbaarders	=	onaanvaardbaar
onaanvaardbaars	=	onaanvaardbaar
onaanvaardbaarst	=	onaanvaardbaar
onaanvaardbaarste	=	onaanvaardbaar
onaanvaardbare	=	onaanvaardbaar
onaanvaarde	=	onaanvaard
onaanvaarder	=	onaanvaard
onaanvaardere	=	onaanvaard
onaanvaarders	=	onaanvaard
onaanvaards	=	onaanvaard
onaanvaardst	=	onaanvaard
onaanvaardste	=	onaanvaard
onaanvechtbaar	adj	wat men niet kan en mag bestrijden
onaanvechtbaarder	=	onaanvechtbaar
onaanvechtbaardere	=	onaanvechtbaar
onaanvechtbaarders	=	onaanvechtbaar
onaanvechtbaars	=	onaanvechtbaar
onaanvechtbaarst	=	onaanvechtbaar
onaanvechtbaarste	=	onaanvechtbaar
onaanvechtbare	=	onaanvechtbaar
onaanzienlijk	adj	niet belangrijk; van geringe betekenis, niet indrukwekkend
onaanzienlijke	=	onaanzienlijk
onaanzienlijker	=	onaanzienlijk
onaanzienlijkere	=	onaanzienlijk
onaanzienlijkers	=	onaanzienlijk
onaanzienlijkheid	noun	het niet opmerkelijk zijn
onaanzienlijks	=	onaanzienlijk
onaanzienlijkst	=	onaanzienlijk
onaanzienlijkste	=	onaanzienlijk
onaardig	adj	niet aardig, onvriendelijk
onaardige	=	onaardig
onaardiger	=	onaardig
onaardigere	=	onaardig
onaardigers	=	onaardig
onaardigheden	=	onaardigheid
onaardigheid	noun	het niet vriendelijk, onbeleefd of onwelwillend zijn
onaardigheidje	=	onaardigheid
onaardigheidjes	=	onaardigheid
onaardigs	=	onaardig
onaardigst	=	onaardig
onaardigste	=	onaardig
onaards	adj	niet van deze wereld zijnd
onaardse	=	onaards
onaardser	=	onaards
onaardsere	=	onaards
onaardsers	=	onaards
onaardst	=	onaards
onaardste	=	onaards
onacceptabel	adj	niet aanvaardbaar.
onacceptabele	=	onacceptabel
onacceptabeler	=	onacceptabel
onacceptabelere	=	onacceptabel
onacceptabelers	=	onacceptabel
onacceptabels	=	onacceptabel
onacceptabelst	=	onacceptabel
onacceptabelste	=	onacceptabel
onachterhaalbaar	adj	van iets dat men het niet meer kan verklaren
onachterhaalbaarder	=	onachterhaalbaar
onachterhaalbaardere	=	onachterhaalbaar
onachterhaalbaarders	=	onachterhaalbaar
onachterhaalbaars	=	onachterhaalbaar
onachterhaalbaarst	=	onachterhaalbaar
onachterhaalbaarste	=	onachterhaalbaar
onachterhaalbare	=	onachterhaalbaar
onachtzaam	adj	onoplettend
onachtzaamheden	=	onachtzaamheid
onachtzaamheid	noun	het niet achtzaam zijn
onachtzaamheidje	=	onachtzaamheid
onachtzaams	=	onachtzaam
onachtzaamst	=	onachtzaam
onachtzaamste	=	onachtzaam
onachtzame	=	onachtzaam
onachtzamer	=	onachtzaam
onachtzamere	=	onachtzaam
onachtzamers	=	onachtzaam
onaf	adj	niet af, onvoltooid
onaffe	=	onaf
onaffer	=	onaf
onaffere	=	onaf
onaffers	=	onaf
onafgebouwd	adj	van een gebouw of constructie dat de bouw nog niet voltooid is
onafgebouwde	=	onafgebouwd
onafgebouwds	=	onafgebouwd
onafgebroken	adv	zonder te stoppen
onafgebrokens	=	onafgebroken
onafgedaan	adj	onbeslist
onafgedaans	=	onafgedaan
onafgedane	=	onafgedaan
onafgedekt	adj	niet afgedekt
onafgedekte	=	onafgedekt
onafgedekts	=	onafgedekt
onafgemaakt	adj	onaf
onafgemaakte	=	onafgemaakt
onafgemaakts	=	onafgemaakt
onafgerond	adj	niet afgerond
onafgeronds	=	onafgerond
onafgesloten	adj	niet afgesloten
onafgeslotens	=	onafgesloten
onafgewend	adj	onafgebroken gevestigd op
onafgewende	=	onafgewend
onafgewends	=	onafgewend
onafgewerkt	adj	niet door werken afgemaakt
onafgewerkte	=	onafgewerkt
onafgewerkter	=	onafgewerkt
onafgewerktere	=	onafgewerkt
onafgewerkters	=	onafgewerkt
onafgewerkts	=	onafgewerkt
onafgewerktst	=	onafgewerkt
onafgewerktste	=	onafgewerkt
onafgezien	adv	ongeacht
onafhankelijk	adj	geen verbinding hebbend met
onafhankelijke	=	onafhankelijk
onafhankelijker	=	onafhankelijk
onafhankelijkere	=	onafhankelijk
onafhankelijkers	=	onafhankelijk
onafhankelijkheden	=	onafhankelijkheid
onafhankelijkheid	noun	Met onafhankelijk wordt bedoeld, dat een land of staat volledig soeverein heerst over zijn grondgebied, zelfstandig kan beslissen over het binnenlands en buitenlands beleid en niet (of niet meer) bestuurd wordt door een ander land.
onafhankelijkheidsbeweging	noun	organisatie die ernaar streeft om de overheersing door een vreemde mogendheid te beëindigen
onafhankelijkheidsbewegingen	=	onafhankelijkheidsbeweging
onafhankelijkheidsbeweginkje	=	onafhankelijkheidsbeweging
onafhankelijkheidsbeweginkjes	=	onafhankelijkheidsbeweging
onafhankelijkheidsdag	noun	de feestdag waarop men de zelfstandigwording van een lang viert
onafhankelijkheidsdagen	=	onafhankelijkheidsdag
onafhankelijkheidsgedachte	noun	de wens om zelfstandig te worden; de wens om onafhankelijk te zijn
onafhankelijkheidsgedachten	=	onafhankelijkheidsgedachte
onafhankelijkheidsgedachtes	=	onafhankelijkheidsgedachte
onafhankelijkheidsoorlog	noun	oorlog gevoerd door een deel van een natie om onafhankelijkheid te verkrijgen
onafhankelijkheidsoorlogen	=	onafhankelijkheidsoorlog
onafhankelijkheidsstrijd	noun	strijd om onafhankelijkheid in een gebied met de bedoeling een nieuwe staat te vestigen
onafhankelijkheidsstrijden	=	onafhankelijkheidsstrijd
onafhankelijkheidsstrijder	noun	eern strijder voor de onafhankelijkheid van een bepaald gebied
onafhankelijkheidsstrijders	=	onafhankelijkheidsstrijder
onafhankelijkheidsverklaring	noun	het zich onafhankelijk verklaren
onafhankelijkheidsverklaringen	=	onafhankelijkheidsverklaring
onafhankelijkheidsverklarinkje	=	onafhankelijkheidsverklaring
onafhankelijkheidsverklarinkjes	=	onafhankelijkheidsverklaring
onafhankelijkheidswording	noun	het zelfstandig worden; het soeverein worden van een land
onafhankelijkheidswordingen	=	onafhankelijkheidswording
onafhankelijkheidswordinkje	=	onafhankelijkheidswording
onafhankelijkheidswordinkjes	=	onafhankelijkheidswording
onafhankelijks	=	onafhankelijk
onafhankelijkst	=	onafhankelijk
onafhankelijkste	=	onafhankelijk
onafheid	noun	de mate waarin iets nog niet voltooid is, nog niet af is
onaflosbaar	adj	een schuld die zo groot is dat ze niet meer terug betaald kan worden
onaflosbaarder	=	onaflosbaar
onaflosbaardere	=	onaflosbaar
onaflosbaarders	=	onaflosbaar
onaflosbaars	=	onaflosbaar
onaflosbaarst	=	onaflosbaar
onaflosbaarste	=	onaflosbaar
onaflosbare	=	onaflosbaar
onafs	=	onaf
onafscheidbaar	adj	dat iets niet van een andere zaak te scheiden is
onafscheidbaarder	=	onafscheidbaar
onafscheidbaardere	=	onafscheidbaar
onafscheidbaarders	=	onafscheidbaar
onafscheidbaars	=	onafscheidbaar
onafscheidbaarst	=	onafscheidbaar
onafscheidbaarste	=	onafscheidbaar
onafscheidbare	=	onafscheidbaar
onafscheidelijk	adj	helemaal bij elkaar horend
onafscheidelijke	=	onafscheidelijk
onafscheidelijker	=	onafscheidelijk
onafscheidelijkere	=	onafscheidelijk
onafscheidelijkers	=	onafscheidelijk
onafscheidelijks	=	onafscheidelijk
onafscheidelijkst	=	onafscheidelijk
onafscheidelijkste	=	onafscheidelijk
onafst	=	onaf
onafste	=	onaf
onafweerbaar	adj	niet mogelijk om van je af te houden
onafweerbaarder	=	onafweerbaar
onafweerbaardere	=	onafweerbaar
onafweerbaarders	=	onafweerbaar
onafweerbaars	=	onafweerbaar
onafweerbaarst	=	onafweerbaar
onafweerbaarste	=	onafweerbaar
onafweerbare	=	onafweerbaar
onafwendbaar	adj	niet mogelijk om te kunnen veranderen
onafwendbaarder	=	onafwendbaar
onafwendbaardere	=	onafwendbaar
onafwendbaarders	=	onafwendbaar
onafwendbaarheden	=	onafwendbaarheid
onafwendbaarheid	noun	iets wat niet te voorkomen is
onafwendbaars	=	onafwendbaar
onafwendbaarst	=	onafwendbaar
onafwendbaarste	=	onafwendbaar
onafwendbare	=	onafwendbaar
onafwijsbaar	adj	niet mogelijk om te kunnen verwerpen
onafwijsbaarder	=	onafwijsbaar
onafwijsbaardere	=	onafwijsbaar
onafwijsbaarders	=	onafwijsbaar
onafwijsbaars	=	onafwijsbaar
onafwijsbaarst	=	onafwijsbaar
onafwijsbaarste	=	onafwijsbaar
onafwijsbare	=	onafwijsbaar
onafzetbaar	adj	niet afgezet kunnen worden
onafzetbaarder	=	onafzetbaar
onafzetbaardere	=	onafzetbaar
onafzetbaarders	=	onafzetbaar
onafzetbaarheden	=	onafzetbaarheid
onafzetbaarheid	noun	het niet uit een ambt gezet kunnen worden anders dan door een rechterlijke uitspraak of wettelijke bepaling
onafzetbaars	=	onafzetbaar
onafzetbaarst	=	onafzetbaar
onafzetbaarste	=	onafzetbaar
onafzetbare	=	onafzetbaar
onafzienbaar	adj	heel veel
onafzienbaarder	=	onafzienbaar
onafzienbaardere	=	onafzienbaar
onafzienbaarders	=	onafzienbaar
onafzienbaars	=	onafzienbaar
onafzienbaarst	=	onafzienbaar
onafzienbaarste	=	onafzienbaar
onafzienbare	=	onafzienbaar
onager	noun	Equus hemionus een kleine wilde ezel uit de woestijnen van Syrië, Iran, India en Tibet
onagers	=	onager
onalledaags	adj	iets wat je niet iedere dag ziet of meemaakt; wat niet tot de dagelijkse routine behoort
onalledaagse	=	onalledaags
onalledaagser	=	onalledaags
onalledaagsere	=	onalledaags
onalledaagsers	=	onalledaags
onalledaagst	=	onalledaags
onalledaagste	=	onalledaags
onaneer	=	onaneren
onaneerde	=	onaneren
onaneerden	=	onaneren
onaneert	=	onaneren
onanere	=	onaneren
onaneren	verb	zichzelf seksueel bevredigen
onanerend	=	onaneren
onanerende	=	onaneren
onanie	noun	bevrediging vinden door je geslachtsdelen zelf te stimuleren
onanieën	=	onanie
onanist	noun	iemand die doet aan zelfbevrediging; iemand die masturbeert
onanisten	=	onanist
onappetijtelijk	adj	niet de eetlust opwekkend
onappetijtelijke	=	onappetijtelijk
onappetijtelijker	=	onappetijtelijk
onappetijtelijkere	=	onappetijtelijk
onappetijtelijkers	=	onappetijtelijk
onappetijtelijks	=	onappetijtelijk
onappetijtelijkst	=	onappetijtelijk
onappetijtelijkste	=	onappetijtelijk
onartistiek	adj	niet artistiek, zonder kunstwaarde
onartistieke	=	onartistiek
onartistieker	=	onartistiek
onartistiekere	=	onartistiek
onartistiekers	=	onartistiek
onartistieks	=	onartistiek
onartistiekst	=	onartistiek
onartistiekste	=	onartistiek
onattent	adj	onvoldoende aandacht schenkend aan iets of iemand
onattente	=	onattent
onattenter	=	onattent
onattentere	=	onattent
onattenters	=	onattent
onattents	=	onattent
onattentst	=	onattent
onattentste	=	onattent
onauthentiek	adj	niet authentiek
onauthentieke	=	onauthentiek
onauthentieker	=	onauthentiek
onauthentiekere	=	onauthentiek
onauthentiekers	=	onauthentiek
onauthentieks	=	onauthentiek
onauthentiekst	=	onauthentiek
onauthentiekste	=	onauthentiek
onbaatzuchtig	adj	eigen voordeel verwaarlozend ten behoeve van anderen
onbaatzuchtige	=	onbaatzuchtig
onbaatzuchtiger	=	onbaatzuchtig
onbaatzuchtigere	=	onbaatzuchtig
onbaatzuchtigers	=	onbaatzuchtig
onbaatzuchtigheden	=	onbaatzuchtigheid
onbaatzuchtigheid	noun	de bereidheid om iets bij te dragen zonder er zelf baat bij te hebben
onbaatzuchtigs	=	onbaatzuchtig
onbaatzuchtigst	=	onbaatzuchtig
onbaatzuchtigste	=	onbaatzuchtig
onbalans	noun	uit het evenwicht
onbalansen	=	onbalans
onbalansvergoeding	noun	financiële correctie die energieleveranciers of grootverbruikers betalen (of ontvangen) wanneer hun werkelijke elektriciteitsverbruik of -productie afwijkt van de vooraf opgegeven prognose.
onbalansvergoedingen	=	onbalansvergoeding
onbalansvergoedinkje	=	onbalansvergoeding
onbalansvergoedinkjes	=	onbalansvergoeding
onbarmhartig	adj	zonder medelijden, zonder erbarmen
onbarmhartige	=	onbarmhartig
onbarmhartiger	=	onbarmhartig
onbarmhartigere	=	onbarmhartig
onbarmhartigers	=	onbarmhartig
onbarmhartigs	=	onbarmhartig
onbarmhartigst	=	onbarmhartig
onbarmhartigste	=	onbarmhartig
onbeantwoord	adj	geen antwoord gekregen hebben of gestuurd hebben
onbeantwoordbaar	adj	niet beantwoordbaar
onbeantwoordbaarder	=	onbeantwoordbaar
onbeantwoordbaardere	=	onbeantwoordbaar
onbeantwoordbaarders	=	onbeantwoordbaar
onbeantwoordbaars	=	onbeantwoordbaar
onbeantwoordbaarst	=	onbeantwoordbaar
onbeantwoordbaarste	=	onbeantwoordbaar
onbeantwoordbare	=	onbeantwoordbaar
onbeantwoorde	=	onbeantwoord
onbeantwoords	=	onbeantwoord
onbebouwd	adj	van een stuk land: zonder gebouwen
onbebouwde	=	onbebouwd
onbebouwder	=	onbebouwd
onbebouwdere	=	onbebouwd
onbebouwders	=	onbebouwd
onbebouwds	=	onbebouwd
onbebouwdst	=	onbebouwd
onbebouwdste	=	onbebouwd
onbedaarlijk	adj	het niet kunnen stoppen met het uiten van een emotie (onbedaarlijk lachten, onbedaarlijk huilen)
onbedaarlijke	=	onbedaarlijk
onbedaarlijker	=	onbedaarlijk
onbedaarlijkere	=	onbedaarlijk
onbedaarlijkers	=	onbedaarlijk
onbedaarlijks	=	onbedaarlijk
onbedaarlijkst	=	onbedaarlijk
onbedaarlijkste	=	onbedaarlijk
onbedacht	adj	zonder veel overleg; zonder ergens goed over na te denken; per ongeluk
onbedachte	=	onbedacht
onbedachtelijk	adj	handelend zonder goed na te denken
onbedachtelijke	=	onbedachtelijk
onbedachtelijker	=	onbedachtelijk
onbedachtelijkere	=	onbedachtelijk
onbedachtelijkers	=	onbedachtelijk
onbedachtelijks	=	onbedachtelijk
onbedachtelijkst	=	onbedachtelijk
onbedachtelijkste	=	onbedachtelijk
onbedachter	=	onbedacht
onbedachters	=	onbedacht
onbedachts	=	onbedacht
onbedachtst	=	onbedacht
onbedachtste	=	onbedacht
onbedachtzaam	adj	van een persoon dat deze niet goed nadenkt voordat hij wat doet
onbedachtzaamheden	=	onbedachtzaamheid
onbedachtzaamheid	noun	de mate waarin men niet goed oplet
onbedachtzaams	=	onbedachtzaam
onbedachtzaamst	=	onbedachtzaam
onbedachtzaamste	=	onbedachtzaam
onbedachtzame	=	onbedachtzaam
onbedachtzamer	=	onbedachtzaam
onbedachtzamere	=	onbedachtzaam
onbedachtzamers	=	onbedachtzaam
onbedeeld	adj	van post dat deze (nog) niet bezorgd is bij de geadresseerde
onbedeelde	=	onbedeeld
onbedeelder	=	onbedeeld
onbedeeldere	=	onbedeeld
onbedeelders	=	onbedeeld
onbedeelds	=	onbedeeld
onbedeeldst	=	onbedeeld
onbedeeldste	=	onbedeeld
onbedeesd	adj	niet bedeesd
onbedeesde	=	onbedeesd
onbedeesder	=	onbedeesd
onbedeesdere	=	onbedeesd
onbedeesders	=	onbedeesd
onbedeesds	=	onbedeesd
onbedeesdst	=	onbedeesd
onbedeesdste	=	onbedeesd
onbedekt	adj	zonder dat wat er gewoonlijk als afscherming overheen zit
onbedekte	=	onbedekt
onbedekter	=	onbedekt
onbedektere	=	onbedekt
onbedekters	=	onbedekt
onbedekts	=	onbedekt
onbedektst	=	onbedekt
onbedektste	=	onbedekt
onbedenkelijk	adj	wat niet te bevatten is; wat niet te verzinnen is; vreemd
onbedenkelijke	=	onbedenkelijk
onbedenkelijker	=	onbedenkelijk
onbedenkelijkere	=	onbedenkelijk
onbedenkelijkers	=	onbedenkelijk
onbedenkelijks	=	onbedenkelijk
onbedenkelijkst	=	onbedenkelijk
onbedenkelijkste	=	onbedenkelijk
onbederfelijk	adj	niet bederfelijk
onbederfelijke	=	onbederfelijk
onbederfelijker	=	onbederfelijk
onbederfelijkere	=	onbederfelijk
onbederfelijkers	=	onbederfelijk
onbederfelijks	=	onbederfelijk
onbederfelijkst	=	onbederfelijk
onbederfelijkste	=	onbederfelijk
onbedijkt	adj	niet door dijken beschermd tegen overstroming
onbedijkte	=	onbedijkt
onbedijkts	=	onbedijkt
onbedoeld	adj	onopzettelijk
onbedoelde	=	onbedoeld
onbedoelder	=	onbedoeld
onbedoeldere	=	onbedoeld
onbedoelders	=	onbedoeld
onbedoelds	=	onbedoeld
onbedoeldst	=	onbedoeld
onbedoeldste	=	onbedoeld
onbedorven	adj	nog niet aangetast door kwalijke invloeden van buiten
onbedorvener	=	onbedorven
onbedorveners	=	onbedorven
onbedorvenheden	=	onbedorvenheid
onbedorvenheid	noun	de mate waarin iets nog in de oorspronkelijke, onschuldige staat is; de mate waarin iets niet bedorven is
onbedorvens	=	onbedorven
onbedorvenst	=	onbedorven
onbedorvenste	=	onbedorven
onbedreigd	adj	zonder kans op verlies
onbedreigde	=	onbedreigd
onbedreigder	=	onbedreigd
onbedreigdere	=	onbedreigd
onbedreigders	=	onbedreigd
onbedreigds	=	onbedreigd
onbedreigdst	=	onbedreigd
onbedreigdste	=	onbedreigd
onbedreven	adj	niet geoefend
onbedrevener	=	onbedreven
onbedreveners	=	onbedreven
onbedrevenheid	noun	het onbedreven zijn
onbedrevens	=	onbedreven
onbedrevenst	=	onbedreven
onbedrevenste	=	onbedreven
onbedrieglijk	adj	niet bedrieglijk
onbedrieglijke	=	onbedrieglijk
onbedrieglijker	=	onbedrieglijk
onbedrieglijkere	=	onbedrieglijk
onbedrieglijkers	=	onbedrieglijk
onbedrieglijks	=	onbedrieglijk
onbedrieglijkst	=	onbedrieglijk
onbedrieglijkste	=	onbedrieglijk
onbedrukt	adj	zonder dat iets met kleur of tekens bedrukt is
onbedrukte	=	onbedrukt
onbedrukter	=	onbedrukt
onbedruktere	=	onbedrukt
onbedrukters	=	onbedrukt
onbedrukts	=	onbedrukt
onbedruktst	=	onbedrukt
onbedruktste	=	onbedrukt
onbeduidend	adj	weinig te betekenen hebbend
onbeduidende	=	onbeduidend
onbeduidender	=	onbeduidend
onbeduidendere	=	onbeduidend
onbeduidenders	=	onbeduidend
onbeduidendheden	=	onbeduidendheid
onbeduidendheid	noun	iets dat zo normaal is dat het niet belangrijk is
onbeduidends	=	onbeduidend
onbeduidendst	=	onbeduidend
onbeduidendste	=	onbeduidend
onbedwingbaar	adj	dat iets niet onder controle van de wil te krijgen is
onbedwingbaarder	=	onbedwingbaar
onbedwingbaardere	=	onbedwingbaar
onbedwingbaarders	=	onbedwingbaar
onbedwingbaars	=	onbedwingbaar
onbedwingbaarst	=	onbedwingbaar
onbedwingbaarste	=	onbedwingbaar
onbedwingbare	=	onbedwingbaar
onbedwongen	adj	niet bedwongen
onbegaafd	adj	zonder talent
onbegaafde	=	onbegaafd
onbegaafder	=	onbegaafd
onbegaafdere	=	onbegaafd
onbegaafders	=	onbegaafd
onbegaafds	=	onbegaafd
onbegaafdst	=	onbegaafd
onbegaafdste	=	onbegaafd
onbegaan	adj	onbetreden, ongerept
onbegaanbaar	adj	waar je niet over kunt lopen of rijden
onbegaanbaarder	=	onbegaanbaar
onbegaanbaardere	=	onbegaanbaar
onbegaanbaarders	=	onbegaanbaar
onbegaanbaars	=	onbegaanbaar
onbegaanbaarst	=	onbegaanbaar
onbegaanbaarste	=	onbegaanbaar
onbegaanbare	=	onbegaanbaar
onbegaans	=	onbegaan
onbegaanst	=	onbegaan
onbegaanste	=	onbegaan
onbegane	=	onbegaan
onbeganer	=	onbegaan
onbeganere	=	onbegaan
onbeganers	=	onbegaan
onbegeleid	adj	zelfstandig, zonder begeleiding
onbegeleide	=	onbegeleid
onbegeleids	=	onbegeleid
onbegonnen	adj	iets wat zo onmogelijk is dat je er geeneens aan hoeft te beginnen, vooral in de combinatie van onbegonnen werk
onbegonnener	=	onbegonnen
onbegonneners	=	onbegonnen
onbegonnens	=	onbegonnen
onbegonnenst	=	onbegonnen
onbegonnenste	=	onbegonnen
onbegraven	adj	niet begraven
onbegravens	=	onbegraven
onbegrensd	adj	zonder grenzen, zonder einde, zonder beperkingen
onbegrensde	=	onbegrensd
onbegrensder	=	onbegrensd
onbegrensdere	=	onbegrensd
onbegrensders	=	onbegrensd
onbegrensdheden	=	onbegrensdheid
onbegrensdheid	noun	het zonder enige beperking zijn
onbegrensds	=	onbegrensd
onbegrensdst	=	onbegrensd
onbegrensdste	=	onbegrensd
onbegrepen	adj	nog niet gekend of begrepen, vaak ook in de betekenis dat het niet begrepen of gekend kán worden
onbegrepener	=	onbegrepen
onbegrepeners	=	onbegrepen
onbegrepens	=	onbegrepen
onbegrepenst	=	onbegrepen
onbegrepenste	=	onbegrepen
onbegrijpbaar	adj	niet begrijpbaar
onbegrijpbaarder	=	onbegrijpbaar
onbegrijpbaardere	=	onbegrijpbaar
onbegrijpbaarders	=	onbegrijpbaar
onbegrijpbaars	=	onbegrijpbaar
onbegrijpbaarst	=	onbegrijpbaar
onbegrijpbaarste	=	onbegrijpbaar
onbegrijpbare	=	onbegrijpbaar
onbegrijpelijk	adj	eigenschap van een persoon of van een zaak: niet of zeer moeilijk te begrijpen, rationeel niet te volgen, onlogisch	adv	niet of zeer moeilijk te begrijpen, rationeel niet te volgen, onlogisch
onbegrijpelijke	=	onbegrijpelijk
onbegrijpelijker	=	onbegrijpelijk
onbegrijpelijkere	=	onbegrijpelijk
onbegrijpelijkers	=	onbegrijpelijk
onbegrijpelijkheden	=	onbegrijpelijkheid
onbegrijpelijkheid	noun	het niet te verklaren of te bevatten zijn van iets of iemand
onbegrijpelijks	=	onbegrijpelijk
onbegrijpelijkst	=	onbegrijpelijk
onbegrijpelijkste	=	onbegrijpelijk
onbegrijpend	adj	eigenschap van een persoon: zonder begrip te hebben van iets; zonder begrip te hebben voor iemand
onbegrijpende	=	onbegrijpend
onbegrijpender	=	onbegrijpend
onbegrijpendere	=	onbegrijpend
onbegrijpenders	=	onbegrijpend
onbegrijpends	=	onbegrijpend
onbegrijpendst	=	onbegrijpend
onbegrijpendste	=	onbegrijpend
onbegrip	noun	het onvermogen om iets of iemand te begrijpen
onbegripje	=	onbegrip
onbegrippen	=	onbegrip
onbegroeid	adj	zonder begroeiing
onbegroeide	=	onbegroeid
onbegroeider	=	onbegroeid
onbegroeidere	=	onbegroeid
onbegroeiders	=	onbegroeid
onbegroeids	=	onbegroeid
onbegroeidst	=	onbegroeid
onbegroeidste	=	onbegroeid
onbehaaglijk	adj	niet prettig, fijn of aangenaam
onbehaaglijke	=	onbehaaglijk
onbehaaglijker	=	onbehaaglijk
onbehaaglijkere	=	onbehaaglijk
onbehaaglijkers	=	onbehaaglijk
onbehaaglijkheden	=	onbehaaglijkheid
onbehaaglijkheid	noun	een onaangenaam, onprettig gevoel
onbehaaglijks	=	onbehaaglijk
onbehaaglijkst	=	onbehaaglijk
onbehaaglijkste	=	onbehaaglijk
onbehaard	adj	van delen van het lichaam dat er geen haar op zit, dat het niet met haar bedekt is
onbehaarde	=	onbehaard
onbehaarder	=	onbehaard
onbehaardere	=	onbehaard
onbehaarders	=	onbehaard
onbehaards	=	onbehaard
onbehaardst	=	onbehaard
onbehaardste	=	onbehaard
onbehagelijk	adj	niet behagelijk
onbehagelijke	=	onbehagelijk
onbehagelijker	=	onbehagelijk
onbehagelijkere	=	onbehagelijk
onbehagelijkers	=	onbehagelijk
onbehagelijks	=	onbehagelijk
onbehagelijkst	=	onbehagelijk
onbehagelijkste	=	onbehagelijk
onbehagen	noun	gevoel niet op zijn gemak te zijn
onbehandelbaar	adj	van een ziekte dat behandeling niet meer mogelijk is
onbehandelbaarder	=	onbehandelbaar
onbehandelbaardere	=	onbehandelbaar
onbehandelbaarders	=	onbehandelbaar
onbehandelbaars	=	onbehandelbaar
onbehandelbaarst	=	onbehandelbaar
onbehandelbaarste	=	onbehandelbaar
onbehandelbare	=	onbehandelbaar
onbehandeld	adj	van iets dat het niet bewerkt is
onbehandelde	=	onbehandeld
onbehandelder	=	onbehandeld
onbehandeldere	=	onbehandeld
onbehandelders	=	onbehandeld
onbehandelds	=	onbehandeld
onbehandeldst	=	onbehandeld
onbehandeldste	=	onbehandeld
onbeheerd	adj	van personen dat ze geen leiding ontvangen
onbeheerde	=	onbeheerd
onbeheerder	=	onbeheerd
onbeheerdere	=	onbeheerd
onbeheerders	=	onbeheerd
onbeheerds	=	onbeheerd
onbeheerdst	=	onbeheerd
onbeheerdste	=	onbeheerd
onbeheersbaar	adj	dat iets niet onder controle gehouden kan worden, dat je ergens niet de leiding over kunt houden
onbeheersbaarder	=	onbeheersbaar
onbeheersbaardere	=	onbeheersbaar
onbeheersbaarders	=	onbeheersbaar
onbeheersbaare	=	onbeheersbaar
onbeheersbaars	=	onbeheersbaar
onbeheersbaarst	=	onbeheersbaar
onbeheersbaarste	=	onbeheersbaar
onbeheersbare	=	onbeheersbaar
onbeheerst	adj	zichzelf niet onder controle houdend, met te veel emotie
onbeheerste	=	onbeheerst
onbeheerster	=	onbeheerst
onbeheerstere	=	onbeheerst
onbeheersters	=	onbeheerst
onbeheerstheid	noun	het onbeheerst zijn
onbeheersts	=	onbeheerst
onbeheerstst	=	onbeheerst
onbeheerstste	=	onbeheerst
onbehendig	adj	onhandig, niet vaardig of niet vlug
onbehendige	=	onbehendig
onbehendiger	=	onbehendig
onbehendigere	=	onbehendig
onbehendigers	=	onbehendig
onbehendigs	=	onbehendig
onbehendigst	=	onbehendig
onbehendigste	=	onbehendig
onbehoedzaam	adj	niet behoedzaam
onbehoedzaams	=	onbehoedzaam
onbehoedzaamst	=	onbehoedzaam
onbehoedzaamste	=	onbehoedzaam
onbehoedzame	=	onbehoedzaam
onbehoedzamer	=	onbehoedzaam
onbehoedzamere	=	onbehoedzaam
onbehoedzamers	=	onbehoedzaam
onbeholpen	adj	uiterst onhandig
onbeholpener	=	onbeholpen
onbeholpeners	=	onbeholpen
onbeholpenheden	=	onbeholpenheid
onbeholpenheid	noun	het onhandig en ongeoefend zijn
onbeholpens	=	onbeholpen
onbeholpenst	=	onbeholpen
onbeholpenste	=	onbeholpen
onbehoorlijk	adj	niet zoals het hoort, niet fatsoenlijk
onbehoorlijke	=	onbehoorlijk
onbehoorlijker	=	onbehoorlijk
onbehoorlijkere	=	onbehoorlijk
onbehoorlijkers	=	onbehoorlijk
onbehoorlijks	=	onbehoorlijk
onbehoorlijkst	=	onbehoorlijk
onbehoorlijkste	=	onbehoorlijk
onbehouwen	adj	van een persoon een lomp en ruw en zonder enige beschaving
onbehouwener	=	onbehouwen
onbehouweners	=	onbehouwen
onbehouwenheden	=	onbehouwenheid
onbehouwenheid	noun	het ruw en onvoorzichtig zijn
onbehouwens	=	onbehouwen
onbehouwenst	=	onbehouwen
onbehouwenste	=	onbehouwen
onbehuisd	adj	geen woning hebbend
onbehuisde	=	onbehuisd
onbehuisds	=	onbehuisd
onbehulpzaam	adj	niet bereid om te helpen
onbehulpzaams	=	onbehulpzaam
onbehulpzaamst	=	onbehulpzaam
onbehulpzaamste	=	onbehulpzaam
onbehulpzame	=	onbehulpzaam
onbehulpzamer	=	onbehulpzaam
onbehulpzamere	=	onbehulpzaam
onbehulpzamers	=	onbehulpzaam
onbekeerd	adj	niet overtuigd zijn van de waarheid van het ware geloof
onbekeerde	=	onbekeerd
onbekeerds	=	onbekeerd
onbekend	adj	niet behorend tot de kennis
onbekende	noun	iemand die je niet kent, iemand waarvan je niet weet wie hij of zij is
onbekenden	=	onbekende
onbekender	=	onbekend
onbekendere	=	onbekend
onbekenders	=	onbekend
onbekendetje	=	onbekende
onbekendheden	=	onbekendheid
onbekendheid	noun	het niet weten hoe iets is
onbekends	=	onbekend
onbekendst	=	onbekend
onbekendste	=	onbekend
onbeklede	=	onbekleed
onbekleed	adj	niet bedekt
onbekleeds	=	onbekleed
onbeklemtoond	adj	zonder nadruk uitgesproken
onbeklemtoonde	=	onbeklemtoond
onbeklemtoonder	=	onbeklemtoond
onbeklemtoondere	=	onbeklemtoond
onbeklemtoonders	=	onbeklemtoond
onbeklemtoonds	=	onbeklemtoond
onbeklemtoondst	=	onbeklemtoond
onbeklemtoondste	=	onbeklemtoond
onbeklimbaar	adj	niet te beklimmen
onbeklimbaarder	=	onbeklimbaar
onbeklimbaardere	=	onbeklimbaar
onbeklimbaarders	=	onbeklimbaar
onbeklimbaars	=	onbeklimbaar
onbeklimbaarst	=	onbeklimbaar
onbeklimbaarste	=	onbeklimbaar
onbeklimbare	=	onbeklimbaar
onbekommerd	adj	niet verpest door verdriet en zorgen
onbekommerde	=	onbekommerd
onbekommerder	=	onbekommerd
onbekommerdere	=	onbekommerd
onbekommerders	=	onbekommerd
onbekommerdheden	=	onbekommerdheid
onbekommerdheid	noun	onbezorgdheid, ongegeneerdheid, zorgeloosheid.
onbekommerdheidje	=	onbekommerdheid
onbekommerdheidjes	=	onbekommerdheid
onbekommerds	=	onbekommerd
onbekommerdst	=	onbekommerd
onbekommerdste	=	onbekommerd
onbekookt	adj|figurative	niet zorgvuldig overwogen, onvoldoende doordacht
onbekookte	=	onbekookt
onbekookter	=	onbekookt
onbekooktere	=	onbekookt
onbekookters	=	onbekookt
onbekookts	=	onbekookt
onbekooktst	=	onbekookt
onbekooktste	=	onbekookt
onbekoorlijk	adj	niet bekoorlijk
onbekoorlijke	=	onbekoorlijk
onbekoorlijker	=	onbekoorlijk
onbekoorlijkere	=	onbekoorlijk
onbekoorlijkers	=	onbekoorlijk
onbekoorlijks	=	onbekoorlijk
onbekoorlijkst	=	onbekoorlijk
onbekoorlijkste	=	onbekoorlijk
onbekrachtigd	adj	niet bekrachtigd
onbekrachtigde	=	onbekrachtigd
onbekrachtigds	=	onbekrachtigd
onbekrompen	adj	gul, royaal
onbekrompener	=	onbekrompen
onbekrompeners	=	onbekrompen
onbekrompens	=	onbekrompen
onbekrompenst	=	onbekrompen
onbekrompenste	=	onbekrompen
onbekwaam	adj	niet in staat om bepaalde taken of functies goed uit te voeren
onbekwaamheden	=	onbekwaamheid
onbekwaamheid	noun	de hoedanigheid van iemand die niet in staat is om taken of functies naar behoren uit te voeren
onbekwaams	=	onbekwaam
onbekwaamst	=	onbekwaam
onbekwaamste	=	onbekwaam
onbekwame	=	onbekwaam
onbekwamer	=	onbekwaam
onbekwamere	=	onbekwaam
onbekwamers	=	onbekwaam
onbeladen	adj	zonder last of lading
onbeladener	=	onbeladen
onbeladeners	=	onbeladen
onbeladens	=	onbeladen
onbeladenst	=	onbeladen
onbeladenste	=	onbeladen
onbelangrijk	adj	niet van belang, van geringe betekenis
onbelangrijke	=	onbelangrijk
onbelangrijker	=	onbelangrijk
onbelangrijkere	=	onbelangrijk
onbelangrijkers	=	onbelangrijk
onbelangrijkheden	=	onbelangrijkheid
onbelangrijkheid	noun	het niet van belang zijn
onbelangrijks	=	onbelangrijk
onbelangrijkst	=	onbelangrijk
onbelangrijkste	=	onbelangrijk
onbelast	adj	zonder fysieke belasting
onbelastbaar	adj	waarover geen belasting wordt geheven
onbelastbaarder	=	onbelastbaar
onbelastbaardere	=	onbelastbaar
onbelastbaarders	=	onbelastbaar
onbelastbaars	=	onbelastbaar
onbelastbaarst	=	onbelastbaar
onbelastbaarste	=	onbelastbaar
onbelastbare	=	onbelastbaar
onbelaste	=	onbelast
onbelaster	=	onbelast
onbelastere	=	onbelast
onbelasters	=	onbelast
onbelasts	=	onbelast
onbelastst	=	onbelast
onbelastste	=	onbelast
onbeleefd	adj	slecht gemanierd
onbeleefde	=	onbeleefd
onbeleefder	=	onbeleefd
onbeleefdere	=	onbeleefd
onbeleefderik	noun|informal	iemand met slechte omgangsvormen
onbeleefderiken	=	onbeleefderik
onbeleefderikje	=	onbeleefderik
onbeleefderikjes	=	onbeleefderik
onbeleefders	=	onbeleefd
onbeleefdheden	=	onbeleefdheid
onbeleefdheid	noun	onethisch gedrag dat geen rekening houdt met een ander
onbeleefds	=	onbeleefd
onbeleefdst	=	onbeleefd
onbeleefdste	=	onbeleefd
onbelegd	adj	een snee brood zonder boter of ander beleg
onbelegde	=	onbelegd
onbelegds	=	onbelegd
onbelemmerd	adj	zonder behindering
onbelemmerde	=	onbelemmerd
onbelemmerder	=	onbelemmerd
onbelemmerdere	=	onbelemmerd
onbelemmerders	=	onbelemmerd
onbelemmerds	=	onbelemmerd
onbelemmerdst	=	onbelemmerd
onbelemmerdste	=	onbelemmerd
onbelicht	adj	van een onderwerp dat er weinig aandacht voor is
onbelichte	=	onbelicht
onbelichter	=	onbelicht
onbelichtere	=	onbelicht
onbelichters	=	onbelicht
onbelichts	=	onbelicht
onbelichtst	=	onbelicht
onbelichtste	=	onbelicht
onbeloond	adj	niet gevolgd door een beloning
onbeloonde	=	onbeloond
onbeloonder	=	onbeloond
onbeloondere	=	onbeloond
onbeloonders	=	onbeloond
onbeloonds	=	onbeloond
onbeloondst	=	onbeloond
onbeloondste	=	onbeloond
onbemand	adj	zonder bemanning
onbemande	=	onbemand
onbemands	=	onbemand
onbemenst	adj	zonder bemanning
onbemenste	=	onbemenst
onbemensts	=	onbemenst
onbemerkt	adj	zonder dat men het opgemerkt
onbemerkte	=	onbemerkt
onbemerkts	=	onbemerkt
onbemest	adj	niet bemest
onbemeste	=	onbemest
onbemests	=	onbemest
onbemiddelbaar	adj	ongeschikt om via bemiddeling (door het arbeidsbureau) aan werk geholpen te worden
onbemiddelbaarder	=	onbemiddelbaar
onbemiddelbaardere	=	onbemiddelbaar
onbemiddelbaarders	=	onbemiddelbaar
onbemiddelbaars	=	onbemiddelbaar
onbemiddelbaarst	=	onbemiddelbaar
onbemiddelbaarste	=	onbemiddelbaar
onbemiddelbare	=	onbemiddelbaar
onbemiddeld	adj	zonder veel financiële middelen
onbemiddelde	=	onbemiddeld
onbemiddelder	=	onbemiddeld
onbemiddeldere	=	onbemiddeld
onbemiddelders	=	onbemiddeld
onbemiddelds	=	onbemiddeld
onbemiddeldst	=	onbemiddeld
onbemiddeldste	=	onbemiddeld
onbemind	adj	niet geliefd
onbeminde	=	onbemind
onbeminder	=	onbemind
onbemindere	=	onbemind
onbeminders	=	onbemind
onbeminds	=	onbemind
onbemindst	=	onbemind
onbemindste	=	onbemind
onbenaderbaar	adj	het niet bij iets of iemand in de buurt kunnen komen (zodat je er niet mee kunt communiceren)
onbenaderbaarder	=	onbenaderbaar
onbenaderbaardere	=	onbenaderbaar
onbenaderbaarders	=	onbenaderbaar
onbenaderbaare	=	onbenaderbaar
onbenaderbaars	=	onbenaderbaar
onbenaderbaarst	=	onbenaderbaar
onbenaderbaarste	=	onbenaderbaar
onbenaderbare	=	onbenaderbaar
onbenoembaar	adj	van iets dat men er geen naam aan kan geven
onbenoembaarder	=	onbenoembaar
onbenoembaardere	=	onbenoembaar
onbenoembaarders	=	onbenoembaar
onbenoembaars	=	onbenoembaar
onbenoembaarst	=	onbenoembaar
onbenoembaarste	=	onbenoembaar
onbenoembare	=	onbenoembaar
onbenoemd	adj	waar geen naam of woord voor is gegeven
onbenoemde	=	onbenoemd
onbenoemder	=	onbenoemd
onbenoemdere	=	onbenoemd
onbenoemders	=	onbenoemd
onbenoemds	=	onbenoemd
onbenoemdst	=	onbenoemd
onbenoemdste	=	onbenoemd
onbenul	noun	volledig gebrek aan inzicht, besef, begrip
onbenullen	=	onbenul
onbenullig	adj	dom zijn zonder het te weten
onbenullige	=	onbenullig
onbenulliger	=	onbenullig
onbenulligere	=	onbenullig
onbenulligers	=	onbenullig
onbenulligheden	=	onbenulligheid
onbenulligheid	noun	een domme vergissing; een domme fout
onbenulligheidje	=	onbenulligheid
onbenulligheidjes	=	onbenulligheid
onbenulligs	=	onbenullig
onbenulligst	=	onbenullig
onbenulligste	=	onbenullig
onbenut	adj	niet gebruikt
onbenuts	=	onbenut
onbenutte	=	onbenut
onbenutter	=	onbenut
onbenuttere	=	onbenut
onbenutters	=	onbenut
onbepaald	adj	zonder grenzen
onbepaalde	=	onbepaald
onbepaalder	=	onbepaald
onbepaaldere	=	onbepaald
onbepaalders	=	onbepaald
onbepaalds	=	onbepaald
onbepaaldst	=	onbepaald
onbepaaldste	=	onbepaald
onbeperkt	adj	vrij doordat er geen beperkingen zijn
onbeperkte	=	onbeperkt
onbeperkter	=	onbeperkt
onbeperktere	=	onbeperkt
onbeperkters	=	onbeperkt
onbeperkts	=	onbeperkt
onbeperktst	=	onbeperkt
onbeperktste	=	onbeperkt
onbeplant	adj	zonder planten of bomen
onbeplante	=	onbeplant
onbeplants	=	onbeplant
onbeproefd	adj	niet getest en dus onbewezen
onbeproefde	=	onbeproefd
onbeproefder	=	onbeproefd
onbeproefdere	=	onbeproefd
onbeproefders	=	onbeproefd
onbeproefds	=	onbeproefd
onbeproefdst	=	onbeproefd
onbeproefdste	=	onbeproefd
onberaden	adj	zonder vooraf goed nagedacht te hebben
onberadener	=	onberaden
onberadeners	=	onberaden
onberadens	=	onberaden
onberadenst	=	onberaden
onberadenste	=	onberaden
onberecht	adj	van een zaak dat deze nog niet door een rechter is beoordeeld
onberechte	=	onberecht
onberechts	=	onberecht
onbereden	adj	iets waar (nog) niet op gereden is
onberedeneerbaar	adj	niet te beredeneren
onberedeneerbaarder	=	onberedeneerbaar
onberedeneerbaardere	=	onberedeneerbaar
onberedeneerbaarders	=	onberedeneerbaar
onberedeneerbaars	=	onberedeneerbaar
onberedeneerbaarst	=	onberedeneerbaar
onberedeneerbaarste	=	onberedeneerbaar
onberedeneerbare	=	onberedeneerbaar
onberedeneerd	adj	niet door de rede geleid
onberedeneerde	=	onberedeneerd
onberedeneerder	=	onberedeneerd
onberedeneerdere	=	onberedeneerd
onberedeneerders	=	onberedeneerd
onberedeneerds	=	onberedeneerd
onberedeneerdst	=	onberedeneerd
onberedeneerdste	=	onberedeneerd
onberedener	=	onbereden
onberedeners	=	onbereden
onberedens	=	onbereden
onberedenst	=	onbereden
onberedenste	=	onbereden
onbereidwillig	adj	niet bereidwillig
onbereidwillige	=	onbereidwillig
onbereidwilliger	=	onbereidwillig
onbereidwilligere	=	onbereidwillig
onbereidwilligers	=	onbereidwillig
onbereidwilligs	=	onbereidwillig
onbereidwilligst	=	onbereidwillig
onbereidwilligste	=	onbereidwillig
onbereikbaar	adj	wat niet niet kunt realiseren en wat dus utopisch is
onbereikbaarder	=	onbereikbaar
onbereikbaardere	=	onbereikbaar
onbereikbaarders	=	onbereikbaar
onbereikbaarheden	=	onbereikbaarheid
onbereikbaarheid	noun	de mate waarin men ergens fysiek niet bij kan komen
onbereikbaars	=	onbereikbaar
onbereikbaarst	=	onbereikbaar
onbereikbaarste	=	onbereikbaar
onbereikbare	=	onbereikbaar
onbereisd	adj	van een persoon dat deze weinig reizen heeft gemaakt
onbereisde	=	onbereisd
onbereisder	=	onbereisd
onbereisdere	=	onbereisd
onbereisders	=	onbereisd
onbereisds	=	onbereisd
onbereisdst	=	onbereisd
onbereisdste	=	onbereisd
onberekenbaar	adj	dat je niet op iemand kunt rekenen
onberekenbaarder	=	onberekenbaar
onberekenbaardere	=	onberekenbaar
onberekenbaarders	=	onberekenbaar
onberekenbaarheden	=	onberekenbaarheid
onberekenbaarheid	noun	het onberekenbaar zijn
onberekenbaars	=	onberekenbaar
onberekenbaarst	=	onberekenbaar
onberekenbaarste	=	onberekenbaar
onberekenbare	=	onberekenbaar
onberijdbaar	adj	niet geschikt om bereden te worden
onberijdbaarder	=	onberijdbaar
onberijdbaardere	=	onberijdbaar
onberijdbaarders	=	onberijdbaar
onberijdbaars	=	onberijdbaar
onberijdbaarst	=	onberijdbaar
onberijdbaarste	=	onberijdbaar
onberijdbare	=	onberijdbaar
onberijmd	adj	zonder dat er van een tekst een rijmend gedicht of vers is gemaakt (met name van psalmen), in proza
onberijmde	=	onberijmd
onberijmds	=	onberijmd
onberispelijk	adj	waarop geen aanmerking te maken valt
onberispelijke	=	onberispelijk
onberispelijker	=	onberispelijk
onberispelijkere	=	onberispelijk
onberispelijkers	=	onberispelijk
onberispelijkheden	=	onberispelijkheid
onberispelijkheid	noun	iets wat heel erg netjes is en waarop men geen aanmerkingen kan maken
onberispelijks	=	onberispelijk
onberispelijkst	=	onberispelijk
onberispelijkste	=	onberispelijk
onberoefen	intj	afkloppen!
onberoerd	adj	niet verstoord door menselijke activiteit
onberoerde	=	onberoerd
onberoerder	=	onberoerd
onberoerdere	=	onberoerd
onberoerders	=	onberoerd
onberoerds	=	onberoerd
onberoerdst	=	onberoerd
onberoerdste	=	onberoerd
onbeschaafd	adj	geen goede opvoeding of opleiding genoten hebbend
onbeschaafde	=	onbeschaafd
onbeschaafder	=	onbeschaafd
onbeschaafdere	=	onbeschaafd
onbeschaafders	=	onbeschaafd
onbeschaafds	=	onbeschaafd
onbeschaafdst	=	onbeschaafd
onbeschaafdste	=	onbeschaafd
onbeschaamd	adj	zonder schaamte
onbeschaamde	=	onbeschaamd
onbeschaamder	=	onbeschaamd
onbeschaamdere	=	onbeschaamd
onbeschaamders	=	onbeschaamd
onbeschaamdheden	=	onbeschaamdheid
onbeschaamdheid	noun	gedrag dat schaamte op zou moeten roepen maar het bij die persoon niet doet
onbeschaamds	=	onbeschaamd
onbeschaamdst	=	onbeschaamd
onbeschaamdste	=	onbeschaamd
onbeschadigd	adj	niet kapot en dus zonder schade
onbeschadigde	=	onbeschadigd
onbeschadigder	=	onbeschadigd
onbeschadigdere	=	onbeschadigd
onbeschadigders	=	onbeschadigd
onbeschadigds	=	onbeschadigd
onbeschadigdst	=	onbeschadigd
onbeschadigdste	=	onbeschadigd
onbescheiden	adj	overtuigd zijn van de eigen kunde zonder dat men last heeft van een minderwaardigheidscomplex
onbescheidener	=	onbescheiden
onbescheideners	=	onbescheiden
onbescheidenheden	=	onbescheidenheid
onbescheidenheid	noun	gebrek aan bescheidenheid
onbescheidens	=	onbescheiden
onbescheidenst	=	onbescheiden
onbescheidenste	=	onbescheiden
onbeschermd	adj	zonder beschutting of beveiliging
onbeschermde	=	onbeschermd
onbeschermder	=	onbeschermd
onbeschermdere	=	onbeschermd
onbeschermders	=	onbeschermd
onbeschermds	=	onbeschermd
onbeschermdst	=	onbeschermd
onbeschermdste	=	onbeschermd
onbeschikbaar	adj	dat iets niet gebruikt kan worden omdat het er niet is
onbeschikbaarder	=	onbeschikbaar
onbeschikbaardere	=	onbeschikbaar
onbeschikbaarders	=	onbeschikbaar
onbeschikbaars	=	onbeschikbaar
onbeschikbaarst	=	onbeschikbaar
onbeschikbaarste	=	onbeschikbaar
onbeschikbare	=	onbeschikbaar
onbeschilderd	adj	niet beschilderd
onbeschilderde	=	onbeschilderd
onbeschilderds	=	onbeschilderd
onbeschoft	adj	op grove wijze de regels van hoffelijkheid en respect schendend
onbeschofte	=	onbeschoft
onbeschofter	=	onbeschoft
onbeschoftere	=	onbeschoft
onbeschofters	=	onbeschoft
onbeschoftheden	=	onbeschoftheid
onbeschoftheid	noun	grove, brutale, hinderlijke en beledigende handeling of uiting; een respectloze handeling
onbeschofts	=	onbeschoft
onbeschoftst	=	onbeschoft
onbeschoftste	=	onbeschoft
onbeschreven	adj	van een blad papier dat er nog niets op geschreven is
onbeschrevener	=	onbeschreven
onbeschreveners	=	onbeschreven
onbeschrevens	=	onbeschreven
onbeschrevenst	=	onbeschreven
onbeschrevenste	=	onbeschreven
onbeschrijfbaar	adj	onbeschrijfelijk
onbeschrijfbaarder	=	onbeschrijfbaar
onbeschrijfbaardere	=	onbeschrijfbaar
onbeschrijfbaarders	=	onbeschrijfbaar
onbeschrijfbaars	=	onbeschrijfbaar
onbeschrijfbaarst	=	onbeschrijfbaar
onbeschrijfbaarste	=	onbeschrijfbaar
onbeschrijfbare	=	onbeschrijfbaar
onbeschrijfelijk	adj	waarvan het niet mogelijk is een (goede) beschrijving te geven	adv	op onbeschrijfelijke wijze
onbeschrijfelijke	=	onbeschrijfelijk
onbeschrijfelijker	=	onbeschrijfelijk
onbeschrijfelijkere	=	onbeschrijfelijk
onbeschrijfelijkers	=	onbeschrijfelijk
onbeschrijfelijks	=	onbeschrijfelijk
onbeschrijfelijkst	=	onbeschrijfelijk
onbeschrijfelijkste	=	onbeschrijfelijk
onbeschrijflijk	adj	onbeschrijfelijk.
onbeschrijflijke	=	onbeschrijflijk
onbeschrijflijker	=	onbeschrijflijk
onbeschrijflijkere	=	onbeschrijflijk
onbeschrijflijkers	=	onbeschrijflijk
onbeschrijflijks	=	onbeschrijflijk
onbeschrijflijkst	=	onbeschrijflijk
onbeschrijflijkste	=	onbeschrijflijk
onbeschroomd	adj	zonder angst of verlegenheid
onbeschroomde	=	onbeschroomd
onbeschroomder	=	onbeschroomd
onbeschroomdere	=	onbeschroomd
onbeschroomders	=	onbeschroomd
onbeschroomds	=	onbeschroomd
onbeschroomdst	=	onbeschroomd
onbeschroomdste	=	onbeschroomd
onbeschut	adj	zonder bescherming tegen een aanval, het normale maar harde leven of tegen de invloeden van het weer
onbeschuts	=	onbeschut
onbeschutst	=	onbeschut
onbeschutste	=	onbeschut
onbeschutte	=	onbeschut
onbeschutter	=	onbeschut
onbeschuttere	=	onbeschut
onbeschutters	=	onbeschut
onbesjrieën	intj	afkloppen!
onbeslagen	adj	zonder dat er ijzeren versteviging is aangebracht
onbeslagener	=	onbeslagen
onbeslageners	=	onbeslagen
onbeslagens	=	onbeslagen
onbeslagenst	=	onbeslagen
onbeslagenste	=	onbeslagen
onbeslapen	adj	van een slaapgelegenheid dat deze niet gebruikt is om in te slapen
onbeslapener	=	onbeslapen
onbeslapeners	=	onbeslapen
onbeslapens	=	onbeslapen
onbeslapenst	=	onbeslapen
onbeslapenste	=	onbeslapen
onbeslecht	adj	niet beslecht
onbeslechte	=	onbeslecht
onbeslechter	=	onbeslecht
onbeslechtere	=	onbeslecht
onbeslechters	=	onbeslecht
onbeslechts	=	onbeslecht
onbeslechtst	=	onbeslecht
onbeslechtste	=	onbeslecht
onbeslist	adj	nog onzeker, in afwachting van een besluit
onbesliste	=	onbeslist
onbeslister	=	onbeslist
onbeslistere	=	onbeslist
onbeslisters	=	onbeslist
onbeslists	=	onbeslist
onbeslistst	=	onbeslist
onbeslistste	=	onbeslist
onbesmet	adj	helemaal schoon, zonder dat er ziekte kiemen op zitten
onbesmets	=	onbesmet
onbesmette	=	onbesmet
onbesneden	adj	niet besneden; van een man dat de voorhuid van de penis niet verwijderd is
onbesnedens	=	onbesneden
onbespeelbaar	adj	niet bespeelbaar
onbespeelbaarder	=	onbespeelbaar
onbespeelbaardere	=	onbespeelbaar
onbespeelbaarders	=	onbespeelbaar
onbespeelbaars	=	onbespeelbaar
onbespeelbaarst	=	onbespeelbaar
onbespeelbaarste	=	onbespeelbaar
onbespeelbare	=	onbespeelbaar
onbespeeld	adj	niet gebruikt om er op of mee te spelen
onbespeelde	=	onbespeeld
onbespeelds	=	onbespeeld
onbespeeldste	=	onbespeeld
onbespied	adj	zonder bespied te worden
onbespiede	=	onbespied
onbespieds	=	onbespied
onbespoten	adj	van van landbouw producten dat er geen gif gebruikt is bij het verbouwen
onbespotener	=	onbespoten
onbespoteners	=	onbespoten
onbespotens	=	onbespoten
onbespotenst	=	onbespoten
onbespotenste	=	onbespoten
onbespreekbaar	adj	niet onderhandelbaar
onbespreekbaarder	=	onbespreekbaar
onbespreekbaardere	=	onbespreekbaar
onbespreekbaarders	=	onbespreekbaar
onbespreekbaars	=	onbespreekbaar
onbespreekbaarst	=	onbespreekbaar
onbespreekbaarste	=	onbespreekbaar
onbespreekbare	=	onbespreekbaar
onbesproken	adj	dat ergens niet over kwaadgesproken kan worden, vooral in combinatie met gedrag en levenswandel
onbesprokener	=	onbesproken
onbesprokeners	=	onbesproken
onbesprokens	=	onbesproken
onbesprokenst	=	onbesproken
onbesprokenste	=	onbesproken
onbestaanbaar	adj	dat iets niet kan bestaan, onmogelijk
onbestaanbaarder	=	onbestaanbaar
onbestaanbaardere	=	onbestaanbaar
onbestaanbaarders	=	onbestaanbaar
onbestaanbaars	=	onbestaanbaar
onbestaanbaarst	=	onbestaanbaar
onbestaanbaarste	=	onbestaanbaar
onbestaanbare	=	onbestaanbaar
onbestaand	adj	niet in werkelijkheid voorkomend, niet reëel
onbestaande	=	onbestaand
onbestaands	=	onbestaand
onbestelbaar	adj	iets wat niet te bezorgen is door een bezorgdienst door onvoldoende of foute adressering
onbestelbaarder	=	onbestelbaar
onbestelbaardere	=	onbestelbaar
onbestelbaarders	=	onbestelbaar
onbestelbaars	=	onbestelbaar
onbestelbaarst	=	onbestelbaar
onbestelbaarste	=	onbestelbaar
onbestelbare	=	onbestelbaar
onbestemd	adj	onduidelijk, verward, dreigend, vaag
onbestemde	=	onbestemd
onbestemder	=	onbestemd
onbestemdere	=	onbestemd
onbestemders	=	onbestemd
onbestemds	=	onbestemd
onbestemdst	=	onbestemd
onbestemdste	=	onbestemd
onbestendig	adj	aan allerlei veranderingen onderhevig
onbestendige	=	onbestendig
onbestendiger	=	onbestendig
onbestendigere	=	onbestendig
onbestendigers	=	onbestendig
onbestendigheden	=	onbestendigheid
onbestendigheid	noun	de mate waarin iets tijdelijk of veranderlijk is
onbestendigs	=	onbestendig
onbestendigst	=	onbestendig
onbestendigste	=	onbestendig
onbestorven	adj	onbestorven weduwe/weduwnaar: een getrouwd persoon die zeer weinig contact heeft met de nog levende partner
onbestorvens	=	onbestorven
onbestraft	adj	van een foute handeling die eigenlijk een straf verdient dat deze straf niet gegeven is
onbestrafte	=	onbestraft
onbestrafter	=	onbestraft
onbestraftere	=	onbestraft
onbestrafters	=	onbestraft
onbestrafts	=	onbestraft
onbestraftst	=	onbestraft
onbestraftste	=	onbestraft
onbestreden	adj	niet bestreden
onbestredener	=	onbestreden
onbestredeners	=	onbestreden
onbestredens	=	onbestreden
onbestredenst	=	onbestreden
onbestredenste	=	onbestreden
onbestuurbaar	adj	waar geen leiding aan te geven is
onbestuurbaarder	=	onbestuurbaar
onbestuurbaardere	=	onbestuurbaar
onbestuurbaarders	=	onbestuurbaar
onbestuurbaars	=	onbestuurbaar
onbestuurbaarst	=	onbestuurbaar
onbestuurbaarste	=	onbestuurbaar
onbestuurbare	=	onbestuurbaar
onbesuisd	adj	onbeheerst, onstuimig
onbesuisde	=	onbesuisd
onbesuisder	=	onbesuisd
onbesuisdere	=	onbesuisd
onbesuisders	=	onbesuisd
onbesuisds	=	onbesuisd
onbesuisdst	=	onbesuisd
onbesuisdste	=	onbesuisd
onbetaalbaar	adj	te duur
onbetaalbaarder	=	onbetaalbaar
onbetaalbaardere	=	onbetaalbaar
onbetaalbaarders	=	onbetaalbaar
onbetaalbaars	=	onbetaalbaar
onbetaalbaarst	=	onbetaalbaar
onbetaalbaarste	=	onbetaalbaar
onbetaalbare	=	onbetaalbaar
onbetaald	adj	waarvoor de tegenprestatie in geld nog is uitgebleven
onbetaalde	=	onbetaald
onbetaalds	=	onbetaald
onbetamelijk	adj	dat iets niet netjes is
onbetamelijke	=	onbetamelijk
onbetamelijker	=	onbetamelijk
onbetamelijkere	=	onbetamelijk
onbetamelijkers	=	onbetamelijk
onbetamelijkheden	=	onbetamelijkheid
onbetamelijkheid	noun	het onbeschoft of onbeleefd zijn
onbetamelijks	=	onbetamelijk
onbetamelijkst	=	onbetamelijk
onbetamelijkste	=	onbetamelijk
onbetekenend	adj	van geen enkel belang zijnde; van geen enkele waarde zijnde
onbetekenende	=	onbetekenend
onbetekenender	=	onbetekenend
onbetekenendere	=	onbetekenend
onbetekenenders	=	onbetekenend
onbetekenends	=	onbetekenend
onbetekenendst	=	onbetekenend
onbetekenendste	=	onbetekenend
onbeteugeld	adj	zonder remmingen of beperkingen
onbeteugelde	=	onbeteugeld
onbeteugelder	=	onbeteugeld
onbeteugeldere	=	onbeteugeld
onbeteugelders	=	onbeteugeld
onbeteugelds	=	onbeteugeld
onbeteugeldst	=	onbeteugeld
onbeteugeldste	=	onbeteugeld
onbetreden	adj	van iets dat men er nog niet overheen heeft gelopen; nog niet bedorven door menselijk inmenging
onbetredener	=	onbetreden
onbetredeners	=	onbetreden
onbetredens	=	onbetreden
onbetredenst	=	onbetreden
onbetredenste	=	onbetreden
onbetrouwbaar	adj	niet te vertrouwen
onbetrouwbaarder	=	onbetrouwbaar
onbetrouwbaardere	=	onbetrouwbaar
onbetrouwbaarders	=	onbetrouwbaar
onbetrouwbaarheden	=	onbetrouwbaarheid
onbetrouwbaarheid	noun	het niet te vertrouwen zijn van iets of iemand
onbetrouwbaars	=	onbetrouwbaar
onbetrouwbaarst	=	onbetrouwbaar
onbetrouwbaarste	=	onbetrouwbaar
onbetrouwbare	=	onbetrouwbaar
onbetwijfelbaar	adj	van zaken dat men er niet over kan of mag twijfelen
onbetwijfelbaarder	=	onbetwijfelbaar
onbetwijfelbaardere	=	onbetwijfelbaar
onbetwijfelbaarders	=	onbetwijfelbaar
onbetwijfelbaars	=	onbetwijfelbaar
onbetwijfelbaarst	=	onbetwijfelbaar
onbetwijfelbaarste	=	onbetwijfelbaar
onbetwijfelbare	=	onbetwijfelbaar
onbetwist	adj	onomstreden
onbetwistbaar	adj	waar niet meer over te discussiëren valt
onbetwistbaarder	=	onbetwistbaar
onbetwistbaardere	=	onbetwistbaar
onbetwistbaarders	=	onbetwistbaar
onbetwistbaars	=	onbetwistbaar
onbetwistbaarst	=	onbetwistbaar
onbetwistbaarste	=	onbetwistbaar
onbetwistbare	=	onbetwistbaar
onbetwiste	=	onbetwist
onbetwister	=	onbetwist
onbetwistere	=	onbetwist
onbetwisters	=	onbetwist
onbetwists	=	onbetwist
onbetwistst	=	onbetwist
onbetwistste	=	onbetwist
onbevaarbaar	adj	niet bevaarbaar
onbevaarbaarder	=	onbevaarbaar
onbevaarbaardere	=	onbevaarbaar
onbevaarbaarders	=	onbevaarbaar
onbevaarbaars	=	onbevaarbaar
onbevaarbaarst	=	onbevaarbaar
onbevaarbaarste	=	onbevaarbaar
onbevaarbare	=	onbevaarbaar
onbevangen	adj	geen vooroordeel hebbend, onpartijdig zijn
onbevangener	=	onbevangen
onbevangeners	=	onbevangen
onbevangenheid	noun	het zonder enig vooroordeel zijn
onbevangens	=	onbevangen
onbevangenst	=	onbevangen
onbevangenste	=	onbevangen
onbevaren	adj	van een persoon dat deze niet vaart op een schip
onbevarener	=	onbevaren
onbevareners	=	onbevaren
onbevarens	=	onbevaren
onbevarenst	=	onbevaren
onbevarenste	=	onbevaren
onbevattelijk	adj	van iets dat het niet te begrijpen is
onbevattelijke	=	onbevattelijk
onbevattelijker	=	onbevattelijk
onbevattelijkere	=	onbevattelijk
onbevattelijkers	=	onbevattelijk
onbevattelijkheden	=	onbevattelijkheid
onbevattelijkheid	noun	de mate waarin iets niet te begrijpen valt
onbevattelijks	=	onbevattelijk
onbevattelijkst	=	onbevattelijk
onbevattelijkste	=	onbevattelijk
onbeveiligd	adj	zonder bescherming
onbeveiligde	=	onbeveiligd
onbeveiligder	=	onbeveiligd
onbeveiligdere	=	onbeveiligd
onbeveiligders	=	onbeveiligd
onbeveiligds	=	onbeveiligd
onbeveiligdst	=	onbeveiligd
onbeveiligdste	=	onbeveiligd
onbevestigd	adj	wat nog niet helemaal zeker is, wat alleen nog via onofficiële bronnen bekend is
onbevestigde	=	onbevestigd
onbevestigder	=	onbevestigd
onbevestigdere	=	onbevestigd
onbevestigders	=	onbevestigd
onbevestigds	=	onbevestigd
onbevestigdst	=	onbevestigd
onbevestigdste	=	onbevestigd
onbevlekt	adj	geheel zonder smetten (zowel fysiek maar vooral ook moreel)
onbevlekte	=	onbevlekt
onbevlekter	=	onbevlekt
onbevlektere	=	onbevlekt
onbevlekters	=	onbevlekt
onbevlekts	=	onbevlekt
onbevlektst	=	onbevlekt
onbevlektste	=	onbevlekt
onbevoegd	adj	zonder bevoegdheid ofwel toestemming
onbevoegde	noun	iemand die niet bevoegd is
onbevoegden	=	onbevoegde
onbevoegder	=	onbevoegd
onbevoegdere	=	onbevoegd
onbevoegders	=	onbevoegd
onbevoegdheden	=	onbevoegdheid
onbevoegdheid	noun	het niet bevoegd zijn
onbevoegds	=	onbevoegd
onbevoegdst	=	onbevoegd
onbevoegdste	=	onbevoegd
onbevolkt	adj	van een stuk land dat er geen mensen (meer) wonen of dat er veel minder mensen wonen dan vroeger het geval was
onbevolkte	=	onbevolkt
onbevolkter	=	onbevolkt
onbevolktere	=	onbevolkt
onbevolkters	=	onbevolkt
onbevolkts	=	onbevolkt
onbevolktst	=	onbevolkt
onbevolktste	=	onbevolkt
onbevooroordeeld	adj	gebaseerd op waarnemingen en niet op veronderstellingen die men al van tevoren had toen men eigenlijk nog onvoldoende kennis van de zaak had
onbevooroordeelde	=	onbevooroordeeld
onbevooroordeelder	=	onbevooroordeeld
onbevooroordeeldere	=	onbevooroordeeld
onbevooroordeelders	=	onbevooroordeeld
onbevooroordeelds	=	onbevooroordeeld
onbevooroordeeldst	=	onbevooroordeeld
onbevooroordeeldste	=	onbevooroordeeld
onbevredigd	adj	niet bevredigd
onbevredigde	=	onbevredigd
onbevredigder	=	onbevredigd
onbevredigdere	=	onbevredigd
onbevredigders	=	onbevredigd
onbevredigdheden	=	onbevredigdheid
onbevredigdheid	noun	het niet tevreden zijn; het ontevredenzijn
onbevredigds	=	onbevredigd
onbevredigdst	=	onbevredigd
onbevredigdste	=	onbevredigd
onbevredigend	adj	niet voldoende aan de eisen die men ergens aan stelt waardoor men verdrietig, boos en teleurgesteld kan zijn
onbevredigende	=	onbevredigend
onbevredigender	=	onbevredigend
onbevredigendere	=	onbevredigend
onbevredigenders	=	onbevredigend
onbevredigends	=	onbevredigend
onbevredigendst	=	onbevredigend
onbevredigendste	=	onbevredigend
onbevreesd	adj	zonder angst, moedig
onbevreesde	=	onbevreesd
onbevreesder	=	onbevreesd
onbevreesdere	=	onbevreesd
onbevreesders	=	onbevreesd
onbevreesds	=	onbevreesd
onbevreesdst	=	onbevreesd
onbevreesdste	=	onbevreesd
onbevrucht	adj	niet bevrucht
onbevruchte	=	onbevrucht
onbevruchts	=	onbevrucht
onbewaakt	adj	zonder toezicht
onbewaakte	=	onbewaakt
onbewaakter	=	onbewaakt
onbewaaktere	=	onbewaakt
onbewaakters	=	onbewaakt
onbewaakts	=	onbewaakt
onbewaaktst	=	onbewaakt
onbewaaktste	=	onbewaakt
onbeweegbaar	adj	niet beweegbaar
onbeweegbaarder	=	onbeweegbaar
onbeweegbaardere	=	onbeweegbaar
onbeweegbaarders	=	onbeweegbaar
onbeweegbaars	=	onbeweegbaar
onbeweegbaarst	=	onbeweegbaar
onbeweegbaarste	=	onbeweegbaar
onbeweegbare	=	onbeweegbaar
onbeweeglijk	adj	zonder enige beweging
onbeweeglijke	=	onbeweeglijk
onbeweeglijker	=	onbeweeglijk
onbeweeglijkere	=	onbeweeglijk
onbeweeglijkers	=	onbeweeglijk
onbeweeglijkheid	noun	het niet van plaats of standpunt kunnen of willen veranderen
onbeweeglijkheidje	=	onbeweeglijkheid
onbeweeglijkheidjes	=	onbeweeglijkheid
onbeweeglijks	=	onbeweeglijk
onbeweeglijkst	=	onbeweeglijk
onbeweeglijkste	=	onbeweeglijk
onbewerkt	adj	nog in de natuurlijke staat en dus nog niet door mensen bewerkt
onbewerkte	=	onbewerkt
onbewerkter	=	onbewerkt
onbewerktere	=	onbewerkt
onbewerkters	=	onbewerkt
onbewerkts	=	onbewerkt
onbewerktst	=	onbewerkt
onbewerktste	=	onbewerkt
onbewezen	adj	van bijvoorbeeld stellingen, beweringen, meningen, geruchten en feiten, dat er geen bewijs voor het al of niet juist zijn, is geleverd
onbewezener	=	onbewezen
onbewezeners	=	onbewezen
onbewezens	=	onbewezen
onbewezenst	=	onbewezen
onbewezenste	=	onbewezen
onbewijsbaar	adj	niet te bewijzen
onbewijsbaarder	=	onbewijsbaar
onbewijsbaardere	=	onbewijsbaar
onbewijsbaarders	=	onbewijsbaar
onbewijsbaare	=	onbewijsbaar
onbewijsbaars	=	onbewijsbaar
onbewijsbaarst	=	onbewijsbaar
onbewijsbaarste	=	onbewijsbaar
onbewijsbare	=	onbewijsbaar
onbewimpeld	adj	eerlijk en (te) oprecht; zonder er doekjes om te winden
onbewimpelde	=	onbewimpeld
onbewimpelds	=	onbewimpeld
onbewogen	adj	kalm, rustig
onbewogener	=	onbewogen
onbewogeners	=	onbewogen
onbewogenheid	noun	de mate waarin men niet emotionele betrokken is
onbewogens	=	onbewogen
onbewogenst	=	onbewogen
onbewogenste	=	onbewogen
onbewolkt	adj	van de lucht dat ze zonder wolken is en het dus zonnig weer is
onbewolkte	=	onbewolkt
onbewolkter	=	onbewolkt
onbewolktere	=	onbewolkt
onbewolkters	=	onbewolkt
onbewolkts	=	onbewolkt
onbewolktst	=	onbewolkt
onbewolktste	=	onbewolkt
onbewoonbaar	adj	niet geschikt voor bewoning
onbewoonbaarder	=	onbewoonbaar
onbewoonbaardere	=	onbewoonbaar
onbewoonbaarders	=	onbewoonbaar
onbewoonbaarheidsverklaring	noun	een officieel besluit van het gemeentebestuur (vaak de burgemeester) dat een woning niet langer bewoond mag worden vanwege ernstige gebreken, veiligheidsrisico's (zoals instorting of brandgevaar) of mensonwaardige leefomstandigheden.
onbewoonbaarheidsverklaringen	=	onbewoonbaarheidsverklaring
onbewoonbaarheidsverklarinkje	=	onbewoonbaarheidsverklaring
onbewoonbaarheidsverklarinkjes	=	onbewoonbaarheidsverklaring
onbewoonbaars	=	onbewoonbaar
onbewoonbaarst	=	onbewoonbaar
onbewoonbaarste	=	onbewoonbaar
onbewoonbaarverklaring	noun	verklaring dat een pand of woning onbewoonbaar is
onbewoonbaarverklaringen	=	onbewoonbaarverklaring
onbewoonbaarverklarinkje	=	onbewoonbaarverklaring
onbewoonbaarverklarinkjes	=	onbewoonbaarverklaring
onbewoonbare	=	onbewoonbaar
onbewoond	adj	zonder dat er mensen wonen
onbewoonde	=	onbewoond
onbewoonder	=	onbewoond
onbewoondere	=	onbewoond
onbewoonders	=	onbewoond
onbewoonds	=	onbewoond
onbewoondst	=	onbewoond
onbewoondste	=	onbewoond
onbewust	adj	zonder kennis van te nemen; zonder dat men er zelf erg in heeft
onbewuste	noun	die elementen uit de psychische belevingswereld die niet bewust ervaren kunnen worden, maar niettemin het zielenleven sterk bepalen
onbewuster	=	onbewust
onbewustere	=	onbewust
onbewusters	=	onbewust
onbewustheden	=	onbewustheid
onbewustheid	noun	het niet weten van iets; het zich niet bewust realiseren van iets
onbewusts	=	onbewust
onbewustst	=	onbewust
onbewustste	=	onbewust
onbezet	adj	van een functie: dat er nog niemand voor de functie is benoemd
onbezets	=	onbezet
onbezetst	=	onbezet
onbezetste	=	onbezet
onbezette	=	onbezet
onbezetter	=	onbezet
onbezettere	=	onbezet
onbezetters	=	onbezet
onbezield	adj	zonder geest, weinig levendig, met een gebrek aan gedrevenheid
onbezielde	=	onbezield
onbezielder	=	onbezield
onbezieldere	=	onbezield
onbezielders	=	onbezield
onbezields	=	onbezield
onbezieldst	=	onbezield
onbezieldste	=	onbezield
onbezien	adj	zonder voldoende bekeken of onderzocht te hebben
onbezienere	=	onbezien
onbeziens	=	onbezien
onbezienst	=	onbezien
onbezienste	=	onbezien
onbezocht	adj	van iets of iemand dat er geen bezoek is afgelegd of dat er geen blik op is geworpen
onbezochte	=	onbezocht
onbezochts	=	onbezocht
onbezoedeld	adj|figurative	zonder enige al bekende fout
onbezoedelde	=	onbezoedeld
onbezoedelder	=	onbezoedeld
onbezoedeldere	=	onbezoedeld
onbezoedelders	=	onbezoedeld
onbezoedelds	=	onbezoedeld
onbezoedeldst	=	onbezoedeld
onbezoedeldste	=	onbezoedeld
onbezoldigd	adj	van werk dat je er geen geldelijke beloning voor ontvangt
onbezoldigde	=	onbezoldigd
onbezoldigder	=	onbezoldigd
onbezoldigdere	=	onbezoldigd
onbezoldigders	=	onbezoldigd
onbezoldigds	=	onbezoldigd
onbezoldigdst	=	onbezoldigd
onbezoldigdste	=	onbezoldigd
onbezonnen	adj	niet geneigd zich te bezinnen, blijk gevend van ondoordacht optreden
onbezonnene	noun	persoon die onbezonnen te werk gaat
onbezonnenen	=	onbezonnene
onbezonnener	=	onbezonnen
onbezonneners	=	onbezonnen
onbezonnenheden	=	onbezonnenheid
onbezonnenheid	noun	de mate waarin iemand onvoorzichtig en lichtvaardig handelt
onbezonnenheidje	=	onbezonnenheid
onbezonnens	=	onbezonnen
onbezonnenst	=	onbezonnen
onbezonnenste	=	onbezonnen
onbezorgbaar	adj	van een brief of pakket dat het niet kan worden afgeleverd bij de geadresseerde
onbezorgbaarder	=	onbezorgbaar
onbezorgbaardere	=	onbezorgbaar
onbezorgbaarders	=	onbezorgbaar
onbezorgbaars	=	onbezorgbaar
onbezorgbaarst	=	onbezorgbaar
onbezorgbaarste	=	onbezorgbaar
onbezorgbare	=	onbezorgbaar
onbezorgd	adj	onbekommerd, niet door zorgen geplaagd
onbezorgde	=	onbezorgd
onbezorgder	=	onbezorgd
onbezorgdere	=	onbezorgd
onbezorgders	=	onbezorgd
onbezorgdheden	=	onbezorgdheid
onbezorgdheid	noun	onbekommering wegens iets dat al of niet zal of kan gebeuren
onbezorgdheidje	=	onbezorgdheid
onbezorgdheidjes	=	onbezorgdheid
onbezorgds	=	onbezorgd
onbezorgdst	=	onbezorgd
onbezorgdste	=	onbezorgd
onbezwaard	adj	van bezittingen: zonder schulden, lasten of hypotheken
onbezwaarde	=	onbezwaard
onbezwaarder	=	onbezwaard
onbezwaardere	=	onbezwaard
onbezwaarders	=	onbezwaard
onbezwaards	=	onbezwaard
onbezwaardst	=	onbezwaard
onbezwaardste	=	onbezwaard
onbeëdigd	adj	van een persoon dat deze niet door een eed gebonden is
onbeëdigde	=	onbeëdigd
onbeëdigds	=	onbeëdigd
onbeïnvloedbaar	adj	onverstoorbaar, immuun voor invloeden van buiten af
onbeïnvloedbaarder	=	onbeïnvloedbaar
onbeïnvloedbaardere	=	onbeïnvloedbaar
onbeïnvloedbaarders	=	onbeïnvloedbaar
onbeïnvloedbaars	=	onbeïnvloedbaar
onbeïnvloedbaarst	=	onbeïnvloedbaar
onbeïnvloedbaarste	=	onbeïnvloedbaar
onbeïnvloedbare	=	onbeïnvloedbaar
onbillijk	adj	onredelijk, onrechtmatig, onrechtvaardig, onterecht
onbillijke	=	onbillijk
onbillijker	=	onbillijk
onbillijkere	=	onbillijk
onbillijkers	=	onbillijk
onbillijkheden	=	onbillijkheid
onbillijkheid	noun	de mate waarin iets onredelijk of oneerlijk is
onbillijks	=	onbillijk
onbillijkst	=	onbillijk
onbillijkste	=	onbillijk
onbloedig	adj	zonder dat men een bloedende wond maakt; zonder bloedverlies
onbloedige	=	onbloedig
onbloedigs	=	onbloedig
onblusbaar	adj	van een brand dat die niet te doven is door blussen
onblusbaarder	=	onblusbaar
onblusbaardere	=	onblusbaar
onblusbaarders	=	onblusbaar
onblusbaars	=	onblusbaar
onblusbaarst	=	onblusbaar
onblusbaarste	=	onblusbaar
onblusbare	=	onblusbaar
onboarding	noun	langdurig strategisch proces (vaak tot 100 dagen of langer) waarin nieuwe medewerkers worden verwelkomd, geïntegreerd in de bedrijfscultuur en begeleid om productief te worden.
onboardings	=	onboarding
onbrandbaar	adj	dat iets ook bij hogere temperaturen niet kan branden
onbrandbaarder	=	onbrandbaar
onbrandbaardere	=	onbrandbaar
onbrandbaarders	=	onbrandbaar
onbrandbaars	=	onbrandbaar
onbrandbaarst	=	onbrandbaar
onbrandbaarste	=	onbrandbaar
onbrandbare	=	onbrandbaar
onbreekbaar	adj	dat iets niet gebroken kan worden
onbreekbaarder	=	onbreekbaar
onbreekbaardere	=	onbreekbaar
onbreekbaarders	=	onbreekbaar
onbreekbaars	=	onbreekbaar
onbreekbaarst	=	onbreekbaar
onbreekbaarste	=	onbreekbaar
onbreekbare	=	onbreekbaar
onbruik	noun	in ~ (geraken) het niet langer gebruiken van iets
onbruikbaar	adj	dat je niet kunt gebruiken voor iets nuttigs
onbruikbaarder	=	onbruikbaar
onbruikbaardere	=	onbruikbaar
onbruikbaarders	=	onbruikbaar
onbruikbaars	=	onbruikbaar
onbruikbaarst	=	onbruikbaar
onbruikbaarste	=	onbruikbaar
onbruikbare	=	onbruikbaar
onbuigbaar	adj	niet te buigen
onbuigbaarder	=	onbuigbaar
onbuigbaardere	=	onbuigbaar
onbuigbaarders	=	onbuigbaar
onbuigbaars	=	onbuigbaar
onbuigbaarst	=	onbuigbaar
onbuigbaarste	=	onbuigbaar
onbuigbare	=	onbuigbaar
onbuigzaam	adj	van een voorwerp dat het te hard en te stijf is om te kunnen buigen
onbuigzaamheid	noun	van een voorwerp dat het niet te buigen is
onbuigzaams	=	onbuigzaam
onbuigzaamst	=	onbuigzaam
onbuigzaamste	=	onbuigzaam
onbuigzame	=	onbuigzaam
onbuigzamer	=	onbuigzaam
onbuigzamere	=	onbuigzaam
onbuigzamers	=	onbuigzaam
onbureaucratisch	adj	zonder onnodige regels, lange procedures, ingewikkelde formulieren en trage besluitvorming
onbureaucratische	=	onbureaucratisch
onbureaucratischer	=	onbureaucratisch
onbureaucratischere	=	onbureaucratisch
onbureaucratischers	=	onbureaucratisch
onchristelijk	adj	niet passend in de christelijke tradities, normen en waarden
onchristelijke	=	onchristelijk
onchristelijker	=	onchristelijk
onchristelijkere	=	onchristelijk
onchristelijkers	=	onchristelijk
onchristelijks	=	onchristelijk
onchristelijkst	=	onchristelijk
onchristelijkste	=	onchristelijk
oncogeen	adj	kanker veroorzakend, kanker verwekkend
oncogeens	=	oncogeen
oncogeenst	=	oncogeen
oncogeenste	=	oncogeen
oncogen	noun	een gen dat kanker kan veroorzaken
oncogene	=	oncogeen
oncogenen	=	oncogen
oncogener	=	oncogeen
oncogenere	=	oncogeen
oncogeners	=	oncogeen
oncollegiaal	adj	niet vriendelijk voor mensen waarmee men samenwerkt
oncollegiaals	=	oncollegiaal
oncollegiaalst	=	oncollegiaal
oncollegiaalste	=	oncollegiaal
oncollegiale	=	oncollegiaal
oncollegialer	=	oncollegiaal
oncollegialere	=	oncollegiaal
oncollegialers	=	oncollegiaal
oncologe	noun	vrouwelijke vorm van oncoloog
oncologen	=	oncoloog
oncologes	=	oncologe
oncologetje	=	oncologe
oncologie	noun	een medisch specialisme dat zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
oncologies	=	oncologie
oncologietje	=	oncologie
oncologieën	=	oncologie
oncologisch	adj	betrekking hebbend op de oncologie
oncologische	=	oncologisch
oncologischer	=	oncologisch
oncologischere	=	oncologisch
oncologischers	=	oncologisch
oncoloog	noun	een medisch specialist die zich bezighoudt met de gezwelgroei, in het bijzonder met kanker
oncoloogje	=	oncoloog
oncoloogjes	=	oncoloog
oncolytica	=	oncolyticum
oncolyticum	noun	middel dat de groei van gezwellen remt
oncomfortabel	adj	niet prettig, niet comfortabel
oncomfortabele	=	oncomfortabel
oncomfortabeler	=	oncomfortabel
oncomfortabelere	=	oncomfortabel
oncomfortabelers	=	oncomfortabel
oncomfortabels	=	oncomfortabel
oncomfortabelst	=	oncomfortabel
oncomfortabelste	=	oncomfortabel
onconditioneel	adj	zonder voorwaarden
onconditioneels	=	onconditioneel
onconditioneelst	=	onconditioneel
onconditioneelste	=	onconditioneel
onconditionele	=	onconditioneel
onconditioneler	=	onconditioneel
onconditionelere	=	onconditioneel
onconditionelers	=	onconditioneel
onconstitutioneel	adj	in strijd met de grondwet
onconstitutioneels	=	onconstitutioneel
onconstitutioneelst	=	onconstitutioneel
onconstitutioneelste	=	onconstitutioneel
onconstitutionele	=	onconstitutioneel
onconstitutioneler	=	onconstitutioneel
onconstitutionelere	=	onconstitutioneel
onconstitutionelers	=	onconstitutioneel
oncontroleerbaar	adj	dat iets niet beheersbaar is
oncontroleerbaarder	=	oncontroleerbaar
oncontroleerbaardere	=	oncontroleerbaar
oncontroleerbaarders	=	oncontroleerbaar
oncontroleerbaars	=	oncontroleerbaar
oncontroleerbaarst	=	oncontroleerbaar
oncontroleerbaarste	=	oncontroleerbaar
oncontroleerbare	=	oncontroleerbaar
onconventioneel	adj	zich niet onderwerpend aan dat wat binnen een bepaalde cultuur gebruikelijk is
onconventioneels	=	onconventioneel
onconventioneelst	=	onconventioneel
onconventioneelste	=	onconventioneel
onconventionele	=	onconventioneel
onconventioneler	=	onconventioneel
onconventionelere	=	onconventioneel
onconventionelers	=	onconventioneel
oncotisch	adj	met betrekking tot zwelling
oncotische	=	oncotisch
oncotischer	=	oncotisch
oncotischere	=	oncotisch
oncotischers	=	oncotisch
ondamesachtig	adj	niet gelijkend op, of niet de eigenschappen hebbend van een dame
ondamesachtige	=	ondamesachtig
ondamesachtiger	=	ondamesachtig
ondamesachtigere	=	ondamesachtig
ondamesachtigers	=	ondamesachtig
ondamesachtigs	=	ondamesachtig
ondamesachtigst	=	ondamesachtig
ondamesachtigste	=	ondamesachtig
ondank	noun	gebrek aan erkenning
ondankbaar	adj	zonder erkentelijk te zijn voor ontvangen hulp of producten
ondankbaarder	=	ondankbaar
ondankbaardere	=	ondankbaar
ondankbaarders	=	ondankbaar
ondankbaarheden	=	ondankbaarheid
ondankbaarheid	noun	het niet erkentelijk zijn voor het goede dat je hebt gekregen
ondankbaars	=	ondankbaar
ondankbaarst	=	ondankbaar
ondankbaarste	=	ondankbaar
ondankbare	=	ondankbaar
ondanks	prep	ook al is het zo dat; hoewel ... toch ...	conj	drukt een tegenstelling met het voorafgaande uit
ondansetron	noun	een middel tegen misselijkheid en braken door chemotherapie,door bestraling en na operaties
ondeelbaar	adj	wat niet te splitsen is
ondeelbaarder	=	ondeelbaar
ondeelbaardere	=	ondeelbaar
ondeelbaarders	=	ondeelbaar
ondeelbaarheden	=	ondeelbaarheid
ondeelbaarheid	noun	de mate waarin een geheel niet in stukken gedeeld kan worden
ondeelbaarheidsgedachte	noun	idee dat iets niet in delen op te splitsen is
ondeelbaarheidsgedachten	=	ondeelbaarheidsgedachte
ondeelbaarheidsgedachtes	=	ondeelbaarheidsgedachte
ondeelbaars	=	ondeelbaar
ondeelbaarst	=	ondeelbaar
ondeelbaarste	=	ondeelbaar
ondeelbare	=	ondeelbaar
ondefinieerbaar	adj	wat niet duidelijk te beschrijven is
ondefinieerbaarder	=	ondefinieerbaar
ondefinieerbaardere	=	ondefinieerbaar
ondefinieerbaarders	=	ondefinieerbaar
ondefinieerbaars	=	ondefinieerbaar
ondefinieerbaarst	=	ondefinieerbaar
ondefinieerbaarste	=	ondefinieerbaar
ondefinieerbare	=	ondefinieerbaar
ondegelijk	adj	niet degelijk, weinig waarde bezittende, oppervlakkig, lichtzinnig
ondegelijke	=	ondegelijk
ondegelijker	=	ondegelijk
ondegelijkere	=	ondegelijk
ondegelijkers	=	ondegelijk
ondegelijks	=	ondegelijk
ondegelijkst	=	ondegelijk
ondegelijkste	=	ondegelijk
ondemocratisch	adj	in strijd met de democratie
ondemocratische	=	ondemocratisch
ondemocratischer	=	ondemocratisch
ondemocratischere	=	ondemocratisch
ondemocratischers	=	ondemocratisch
ondenkbaar	adj	heel onwaarschijnlijk, dat iets zelfs niet de bedenken valt, onvoorstelbaar
ondenkbaarder	=	ondenkbaar
ondenkbaardere	=	ondenkbaar
ondenkbaarders	=	ondenkbaar
ondenkbaars	=	ondenkbaar
ondenkbaarst	=	ondenkbaar
ondenkbaarste	=	ondenkbaar
ondenkbare	=	ondenkbaar
ondenkbeeldig	adj	onmogelijk, niet voor te stellen, ondenkbaar
ondenkbeeldige	=	ondenkbeeldig
ondenkbeeldiger	=	ondenkbeeldig
ondenkbeeldigere	=	ondenkbeeldig
ondenkbeeldigers	=	ondenkbeeldig
ondenkbeeldigs	=	ondenkbeeldig
ondenkbeeldigst	=	ondenkbeeldig
ondenkbeeldigste	=	ondenkbeeldig
onder	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord zoals onderlopen	prep	op een plaats die lager gelegen is dan het aangeduide
onder-onsje	=	onderonsje
onderaan	adv	aan de kant die beneden zit, het laagst gelegen is	prep	in een lage of laagste plek binnen of bij
onderaannemer	noun	de natuurlijke of rechtspersoon, wie werk doet voor de hoofdaannemer tegen een vooraf vastgestelde prijs
onderaannemers	=	onderaannemer
onderaannemertje	=	onderaannemer
onderaannemertjes	=	onderaannemer
onderaards	adj	onder het aardoppervlak
onderaardse	=	onderaards
onderaardser	=	onderaards
onderaardsere	=	onderaards
onderaardsers	=	onderaards
onderaardst	=	onderaards
onderaardste	=	onderaards
onderaf	adv	van beneden naar boven
onderafdeling	noun	elk van de kleinere delen van een afdeling
onderafdelingen	=	onderafdeling
onderafdelinkje	=	onderafdeling
onderafdelinkjes	=	onderafdeling
onderantenne	noun	het staafje dat onder de dobber van een vislijn, uitsteekt
onderantennes	=	onderantenne
onderantennetje	=	onderantenne
onderantennetjes	=	onderantenne
onderarm	noun	gedeelte van de arm tussen de elleboog en de hand
onderarmen	=	onderarm
onderarmpje	=	onderarm
onderarmpjes	=	onderarm
onderarms	adv	het gooien of op een andere manier spelen van de bal, waarbij de arm zich bevindt onder het niveau van het schoudergewricht
onderbaas	noun	iemand die de baas is van een deel van een organisatie maar verantwoording schuldig is aan een boven hem staande persoon
onderbaasje	=	onderbaas
onderbazen	=	onderbaas
onderbazin	=	onderbaas
onderbed	noun	onderste bed van een stapelbed
onderbedden	=	onderbed
onderbeen	noun	de onderste helft van een been
onderbeentje	=	onderbeen
onderbeentjes	=	onderbeen
onderbeet	noun	stand van de kaken t.o.v. elkaar waarbij de onderkaak verder naar voren staat dan de boven kaak
onderbelicht	adj	onvoldoende belicht
onderbelichte	=	onderbelicht
onderbelichten	verb|figurative	weinig aandacht aan iets besteden
onderbelichtend	=	onderbelichten
onderbelichtende	=	onderbelichten
onderbelichter	=	onderbelicht
onderbelichtere	=	onderbelicht
onderbelichters	=	onderbelicht
onderbelichts	=	onderbelicht
onderbelichtst	=	onderbelicht
onderbelichtste	=	onderbelicht
onderbelichtte	=	onderbelichten
onderbelichtten	=	onderbelichten
onderbemand	adj	te weinig bemanning hebbend
onderbemande	=	onderbemand
onderbemander	=	onderbemand
onderbemandere	=	onderbemand
onderbemanders	=	onderbemand
onderbemands	=	onderbemand
onderbemandst	=	onderbemand
onderbemandste	=	onderbemand
onderbenen	=	onderbeen
onderbenut	adj	niet volledig gebruikt worden
onderbenuts	=	onderbenut
onderbenutst	=	onderbenut
onderbenutste	=	onderbenut
onderbenutte	=	onderbenut
onderbenutten	verb	niet geheel benutten
onderbenuttend	=	onderbenutten
onderbenuttende	=	onderbenutten
onderbenutter	=	onderbenut
onderbenuttere	=	onderbenut
onderbenutters	=	onderbenut
onderbenutting	noun	het onderbenutten
onderbenuttingen	=	onderbenutting
onderbesteding	noun	een economische situatie waarin de totale vraag naar goederen en diensten (effectieve vraag) lager is dan de productiecapaciteit van een land.
onderbestedingen	=	onderbesteding
onderbestedinkje	=	onderbesteding
onderbestedinkjes	=	onderbesteding
onderbetaal	=	onderbetalen
onderbetaald	=	onderbetalen
onderbetaalden	=	onderbetalen
onderbetaalt	=	onderbetalen
onderbetale	=	onderbetalen
onderbetalen	verb	te weinig betalen
onderbetalend	=	onderbetalen
onderbetalende	=	onderbetalen
onderbetaling	noun	de keer dat men minder betaald krijgt dan waarop men recht heeft
onderbetalingen	=	onderbetaling
onderbeten	=	onderbeet
onderbevelhebber	noun	bevelhebber met een lagere rang dan de opperbevelhebber
onderbevelhebbers	=	onderbevelhebber
onderbewoning	noun	Onderbewoning betekent dat een woning wordt bewoond door minder mensen dan waarvoor deze is ontworpen.
onderbewust	adj	onder de drempel van het bewustzijn blijvend
onderbewuste	noun	die elementen van de psychische belevingswereld waarvan men zich op een bepaald moment niet bewust is, maar waar men wel gemakkelijk toegang toe heeft
onderbewuster	=	onderbewust
onderbewustere	=	onderbewust
onderbewusters	=	onderbewust
onderbewusts	=	onderbewust
onderbewustst	=	onderbewust
onderbewustste	=	onderbewust
onderbewustzijn	noun	het geheel van processen dat zich in iemands geest afspeelt en waar deze zich niet van bewust is
onderbezetting	noun	met te weinig medewerkers, met te weinig personeel te veel werk moeten doen
onderbezettingen	=	onderbezetting
onderbied	=	onderbieden
onderbiede	=	onderbieden
onderbieden	verb	als koper een lagere prijs voorstellen dan de vraagprijs of prijs die een ander bereid is te betalen
onderbiedend	=	onderbieden
onderbiedende	=	onderbieden
onderbiedt	=	onderbieden
onderbind	=	onderbinden
onderbinde	=	onderbinden
onderbinden	verb	onder de voeten binden
onderbindend	=	onderbinden
onderbindende	=	onderbinden
onderbindt	=	onderbinden
onderbleef	=	onderblijven
onderbleeft	=	onderblijven
onderbleven	=	onderblijven
onderblijf	=	onderblijven
onderblijft	=	onderblijven
onderblijve	=	onderblijven
onderblijven	verb	onder water blijven
onderblijvend	=	onderblijven
onderblijvende	=	onderblijven
onderbode	=	onderbieden
onderboden	=	onderbieden
onderbond	=	onderbinden
onderbonde	=	onderbinden
onderbonden	=	onderbinden
onderbondt	=	onderbinden
onderbood	=	onderbieden
onderboodt	=	onderbieden
onderbord	noun	bord geplaatst onder het bord waarin of waarop een gerecht wordt geserveerd
onderborden	=	onderbord
onderbordje	=	onderbord
onderbordjes	=	onderbord
onderbouw	noun	deel van een bouwwerk waarbovenop iets anders gebouwd is
onderbouwd	=	onderbouwen
onderbouwde	=	onderbouwen
onderbouwden	=	onderbouwen
onderbouwe	=	onderbouwen
onderbouwen	verb	argumenten aandragen die het beweerde ondersteunen en aannemelijk maken
onderbouwend	=	onderbouwen
onderbouwende	=	onderbouwen
onderbouwing	noun	het onderbouwen
onderbouwingen	=	onderbouwing
onderbouwinkje	=	onderbouwing
onderbouwt	=	onderbouwen
onderbouwtje	=	onderbouw
onderbraakt	=	onderbreken
onderbracht	=	onderbrengen
onderbrachte	=	onderbrengen
onderbrachten	=	onderbrengen
onderbrak	=	onderbreken
onderbrake	=	onderbreken
onderbraken	=	onderbreken
onderbreek	=	onderbreken
onderbreekt	=	onderbreken
onderbreke	=	onderbreken
onderbreken	verb	actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen
onderbrekend	=	onderbreken
onderbrekende	=	onderbreken
onderbreking	noun	een tijdelijk staken van activiteit door een onverwachte gebeurtenis
onderbrekingen	=	onderbreking
onderbrekinkje	=	onderbreking
onderbrekinkjes	=	onderbreking
onderbreng	=	onderbrengen
onderbrenge	=	onderbrengen
onderbrengen	verb	voor een onderkomen zorgen
onderbrengend	=	onderbrengen
onderbrengende	=	onderbrengen
onderbrenging	noun	het ergens tijdelijk of vast een onderkomen of schuilplaats bezorgen
onderbrengingen	=	onderbrenging
onderbrenginkje	=	onderbrenging
onderbrenginkjes	=	onderbrenging
onderbrengt	=	onderbrengen
onderbroek	noun	kledingstuk dat onder de gewone broek, direct op de huid wordt gedragen
onderbroekbom	noun	bom die geplaatst is in een onderbroek
onderbroekbommen	=	onderbroekbom
onderbroeken	=	onderbroek
onderbroekenlol	noun	grappen over seksuele of platte onderwerpen.
onderbroekenlolletje	=	onderbroekenlol
onderbroekje	=	onderbroek
onderbroekjes	=	onderbroek
onderbroken	=	onderbreken
onderbroken-bandzweefvlieg	noun	Syrphus nitidifrons een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
onderbroken-bandzweefvliegen	=	onderbroken-bandzweefvlieg
onderbroken-bandzweefvliegje	=	onderbroken-bandzweefvlieg
onderbroken-bandzweefvliegjes	=	onderbroken-bandzweefvlieg
onderbuik	noun	het gedeelte van de buik dat het dichtste bij de benen is
onderbuiken	=	onderbuik
onderbuikgevoel	noun	een negatieve emotie
onderbuikgevoelen	noun	gevoel en emotie die men als negatief ervaart (, zoals haat, minachting, afgunst en wrok)
onderbuikgevoelens	=	onderbuikgevoel
onderbuikje	=	onderbuik
onderbuikjes	=	onderbuik
onderburen	=	onderbuur
onderbuur	noun	een persoon die in hetzelfde gebouw woont, maar op een lagere verdieping dan jij
onderbuurman	noun	mannelijke buur die in de woning direct onder de jouwe woont
onderbuurmannen	=	onderbuurman
onderbuurmannetje	=	onderbuurman
onderbuurmannetjes	=	onderbuurman
onderbuurtje	=	onderbuur
onderbuurtjes	=	onderbuur
onderbuurvrouw	noun	vrouwelijke buur die in de woning direct onder de jouwe woont
onderbuurvrouwen	=	onderbuurvrouw
onderbuurvrouwtje	=	onderbuurvrouw
onderbuurvrouwtjes	=	onderbuurvrouw
ondercommissaris	noun	functionaris met één rang lager dan commissaris
ondercommissarisje	=	ondercommissaris
ondercommissarisjes	=	ondercommissaris
ondercommissarissen	=	ondercommissaris
onderconsumptie	noun	het verschijnsel waarbij er minder geconsumeerd wordt dan geproduceerd wordt
onderconsumpties	=	onderconsumptie
onderdaan	noun	iemand die behoort tot een bepaald land, meestal een koninkrijk
onderdaantje	=	onderdaan
onderdaantjes	=	onderdaan
onderdak	noun	plaats waar men kan verblijven of schuilen
onderdaken	=	onderdak
onderdakje	=	onderdak
onderdane	=	onderdaan
onderdanen	=	onderdaan
onderdanig	adj	gehoorzaam aan een leider
onderdanige	=	onderdanig
onderdaniger	=	onderdanig
onderdanigere	=	onderdanig
onderdanigers	=	onderdanig
onderdanigheden	=	onderdanigheid
onderdanigheid	noun	het al of niet vrijwillig erkennen dat iemand anders de baas is
onderdanigs	=	onderdanig
onderdanigst	=	onderdanig
onderdanigste	=	onderdanig
onderdede	=	onderdoen
onderdeden	=	onderdoen
onderdeed	=	onderdoen
onderdeedt	=	onderdoen
onderdeel	noun	een (gespecialiseerd) deel (component) van een groter geheel
onderdeeltje	=	onderdeel
onderdeeltjes	=	onderdeel
onderdeken	noun	dikke doek die men beneden iets kan leggen
onderdekens	=	onderdeken
onderdekking	noun	dat een financieel orgaan, zoals een pensioenfonds of een verzekeraar, onvoldoende reserves heeft om aan al zijn toekomstige verplichtingen te voldoen.
onderdekkingen	=	onderdekking
onderdekkinkje	=	onderdekking
onderdekkinkjes	=	onderdekking
onderdeks	adv	beneden het scheepsdek, de vloer die een schip van boven afsluit
onderdelen	=	onderdeel
onderdeur	noun	de onderste helft van een deelbare deur
onderdeuren	=	onderdeur
onderdeurtje	=	onderdeur
onderdeurtjes	=	onderdeur
onderdijk	noun	onderste gedeelte van een dijk
onderdijken	=	onderdijk
onderdijkje	=	onderdijk
onderdijkjes	=	onderdijk
onderdirecteur	noun	een directeur die nog een directeur boven zich heeft in de organisatie
onderdirecteuren	=	onderdirecteur
onderdirecteurs	=	onderdirecteur
onderdoe	=	onderdoen
onderdoen	verb	onder de voeten doen
onderdoend	=	onderdoen
onderdoende	=	onderdoen
onderdoet	=	onderdoen
onderdoik	=	onderdijk
onderdoke	=	onderduiken
onderdoken	=	onderduiken
onderdominant	noun	een toon of akkoord op de vierde toon van een toonladder
onderdominanten	=	onderdominant
onderdominantje	=	onderdominant
onderdominantjes	=	onderdominant
onderdompel	=	onderdompelen
onderdompelde	=	onderdompelen
onderdompelden	=	onderdompelen
onderdompele	=	onderdompelen
onderdompelen	verb	onder een vloeistofoppervlak laten zakken
onderdompelend	=	onderdompelen
onderdompelende	=	onderdompelen
onderdompeling	noun	helemaal in een vloeistof geduwd zijn
onderdompelingen	=	onderdompeling
onderdompelt	=	onderdompelen
onderdook	=	onderduiken
onderdookt	=	onderduiken
onderdoor	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord passerend met iets anders erboven
onderdoorgang	noun	weg of tunnel die ergens onderdoor gaat
onderdoorgangen	=	onderdoorgang
onderdorpel	noun	de onderste horizontale balk tussen de verticale stijlen van een kozijn
onderdorpels	=	onderdorpel
onderdorpeltje	=	onderdorpel
onderdorpeltjes	=	onderdorpel
onderdrijving	noun	het al dan niet doelbewust iets voorstellen als te zwak/onbeduidend/onbelangrijk enz.; het tegendeel van overdrijving
onderdrijvingen	=	onderdrijving
onderdrijvinkje	=	onderdrijving
onderdrijvinkjes	=	onderdrijving
onderdruk	noun	druk in een vat die lager is dan die van de buitenwereld
onderdrukje	=	onderdruk
onderdrukjes	=	onderdruk
onderdrukke	=	onderdrukken
onderdrukken	verb	een wens, verlangen, uiting of ontwikkeling eventueel met geweld tegengaan
onderdrukkend	adj	met kracht of geweld iemand dwingend of vernederend
onderdrukkende	=	onderdrukken
onderdrukkender	=	onderdrukkend
onderdrukkendere	=	onderdrukkend
onderdrukkenders	=	onderdrukkend
onderdrukkends	=	onderdrukkend
onderdrukkendst	=	onderdrukkend
onderdrukkendste	=	onderdrukkend
onderdrukker	noun	iemand die anderen onderdrukt
onderdrukkers	=	onderdrukker
onderdrukkertje	=	onderdrukker
onderdrukkertjes	=	onderdrukker
onderdrukking	noun	het geen rekening houden met iets
onderdrukkingen	=	onderdrukking
onderdrukkinkje	=	onderdrukking
onderdrukkinkjes	=	onderdrukking
onderdrukt	adj	op een onterechte wijze geknecht en in de vrijheid beknot
onderdrukte	=	onderdrukken
onderdrukten	=	onderdrukken
onderdrukter	=	onderdrukt
onderdrukts	=	onderdrukt
onderdruktst	=	onderdrukt
onderdrúkken	=	onderdrukken
onderdrúkkend	=	onderdrukkend
onderdrúkt	=	onderdrukt
onderduik	=	onderduiken
onderduikadres	noun	adres waar men zich verborgen houdt
onderduikadresje	=	onderduikadres
onderduikadresjes	=	onderduikadres
onderduikadressen	=	onderduikadres
onderduike	=	onderduiken
onderduiken	verb	onder de waterspiegel verdwijnen	noun	onder water duiken
onderduikend	=	onderduiken
onderduikende	=	onderduiken
onderduiker	noun	een persoon die zich schuil houdt
onderduikers	=	onderduiker
onderduikertje	=	onderduiker
onderduikertjes	=	onderduiker
onderduikkamer	noun	kamer waarin men zich kan verbergen als men door de bezetter of de overheid wordt gezocht
onderduikkamers	=	onderduikkamer
onderduikkamertje	=	onderduikkamer
onderduikkamertjes	=	onderduikkamer
onderduikster	noun	vrouw die zich (met name tijdens de Tweede Wereldoorlog) voor de overheid verborgen houdt
onderduiksters	=	onderduikster
onderduikt	=	onderduiken
onderduims	adv	in het verborgene
ondereen	adv	door elkaar
ondereind	noun	het onderste uiteinde van iets
ondereinde	noun	het laagste uiteinde van iets
ondereinden	=	ondereind
ondereindes	=	ondereinde
ondereindje	=	ondereind
ondereindjes	=	ondereind
onderen	adv	beneden, onderkant
onderfamilie	noun	binnen de ordening naar verwantschap een groep bij elkaar horende dieren of planten die maar een deel van een familie omvat, maar wel uit meerdere geslachten bestaat
onderfamilies	=	onderfamilie
onderfamilietje	=	onderfamilie
onderfinancieer	=	onderfinancieren
onderfinancieerd	=	onderfinancieren
onderfinancieerde	=	onderfinancieren
onderfinancieerden	=	onderfinancieren
onderfinancieert	=	onderfinancieren
onderfinancier	=	onderfinancieren
onderfinancierde	=	onderfinancieren
onderfinancierden	=	onderfinancieren
onderfinanciere	=	onderfinancieren
onderfinancieren	verb	te weinig geld hebben of beschikbaar stellen om de gewenste doelen te financieren
onderfinancierend	=	onderfinancieren
onderfinancierende	=	onderfinancieren
onderfinanciert	=	onderfinancieren
onderfosforigzuur	noun	een chemische verbinding met de formule H₃PO₂
onderga	=	ondergaan
ondergaan	verb	onder een oppervlak verdwijnen
ondergaand	=	ondergaan
ondergaans	=	ondergaan
ondergaat	=	ondergaan
ondergane	=	ondergaan
ondergang	noun	het verdwijnen onder de horizon van een hemellichaam
ondergangen	=	ondergang
ondergebit	noun	een gebitsprothese die de tanden en kiezen in de onderkaak vervangt
ondergebitje	=	ondergebit
ondergebitjes	=	ondergebit
ondergebitten	=	ondergebit
ondergebleven	=	onderblijven
ondergeboden	=	onderbieden
ondergebonden	=	onderbinden
ondergebouwd	=	onderbouwen
ondergebracht	=	onderbrengen
ondergebrachte	=	onderbrengen
ondergedaan	=	onderdoen
ondergedeelte	noun	het gedeelte aan de onderkant
ondergedeelten	=	ondergedeelte
ondergedeeltes	=	ondergedeelte
ondergedoken	=	onderduiken
ondergedompeld	=	onderdompelen
ondergedompelde	=	onderdompelen
ondergedrukt	=	onderdrukken
ondergedrukte	=	onderdrukken
ondergefinancierd	=	onderfinancieren
ondergegaan	=	ondergaan
ondergegane	=	ondergaan
ondergegraven	=	ondergraven
ondergeheid	=	onderheien
ondergehouden	=	onderhouden
ondergehuurd	=	onderhuren
ondergehuurde	=	onderhuren
ondergekropen	=	onderkruipen
ondergelegd	=	onderleggen
ondergelegde	=	onderleggen
ondergelegen	=	onderliggen
ondergelopen	=	onderlopen
ondergemiddeld	adj	minder dan wat gemiddeld of gewoonlijk is
ondergemiddelde	=	ondergemiddeld
ondergemiddelds	=	ondergemiddeld
ondergeploegd	=	onderploegen
ondergescheten	=	onderschijten
ondergeschikt	adj	van minder belang, bijkomstig, bijkomend
ondergeschikte	noun	iemand die onder het gezag van een ander valt
ondergeschikten	=	ondergeschikte
ondergeschikter	=	ondergeschikt
ondergeschiktere	=	ondergeschikt
ondergeschikters	=	ondergeschikt
ondergeschiktheden	=	ondergeschiktheid
ondergeschiktheid	noun	het afhankelijk, onderdanig zijn
ondergeschikts	=	ondergeschikt
ondergeschiktst	=	ondergeschikt
ondergeschiktste	=	ondergeschikt
ondergeschoven	=	onderschuiven
ondergeslacht	noun	binnen de ordening naar verwantschap een groep bij elkaar horende dieren of planten die maar een deel van een geslacht omvat, maar wel uit meerdere soorten bestaat
ondergeslachten	=	ondergeslacht
ondergesneeuwd	=	ondersneeuwen
ondergesneeuwde	=	ondersneeuwen
ondergestaan	=	onderstaan
ondergestoken	=	ondersteken
ondergestoven	=	onderstuiven
ondergestroomd	=	onderstromen
ondergestroomde	=	onderstromen
ondergetekende	noun	de persoon die een bericht ondertekend heeft, de schrijver
ondergetekenden	=	ondergetekende
ondergevel	noun	ondergedeelte van een gevel
ondergevels	=	ondergevel
ondergeverdeeld	=	onderverdelen
ondergewaardeerd	adj	te laag gewaardeerd
ondergewaardeerde	=	onderwaarderen
ondergewaardeerder	=	ondergewaardeerd
ondergewaardeerdere	=	ondergewaardeerd
ondergewaardeerders	=	ondergewaardeerd
ondergewaardeerds	=	ondergewaardeerd
ondergewaardeerdst	=	ondergewaardeerd
ondergewaardeerdste	=	ondergewaardeerd
ondergewicht	noun	een ongezond laag lichaamsgewicht
ondergewichten	=	ondergewicht
ondergewichtje	=	ondergewicht
ondergezet	=	onderzetten
ondergezette	=	onderzetten
ondergilling	noun	gilling, die langs het onderlijk van een zeil komt te staan en de richting van dat lijk bepaalt
ondergillingen	=	ondergilling
onderging	=	ondergaan
onderginge	=	ondergaan
ondergingen	=	ondergaan
ondergingt	=	ondergaan
ondergist	noun	gist (in bier, wijn enz.) die door ondergisting gevormd, op de bodem achterblijft
ondergisting	noun	een manier van gisten die gebruikt wordt bij het brouwen van bier, waarbij de gist gedurende het proces naar de bodem van de kuip zakt.
ondergoed	noun	kleding die direct op het lichaam gedragen wordt, doorgaans nog onder andere kleding
ondergoedje	=	ondergoed
ondergoedjes	=	ondergoed
ondergraaf	=	ondergraven
ondergraaft	=	ondergraven
ondergrave	=	ondergraven
ondergraven	verb	door verplaatsing van grond helemaal bedekken
ondergravend	=	ondergraven
ondergravende	=	ondergraven
ondergravens	=	ondergraven
ondergreep	noun	manier van aanvatten met de handpalm naar boven gericht
ondergreepje	=	ondergreep
ondergreepjes	=	ondergreep
ondergrens	noun	het kleinste element van een verzameling
ondergrensje	=	ondergrens
ondergrensjes	=	ondergrens
ondergrenzen	=	ondergrens
ondergrepen	=	ondergreep
ondergroef	=	ondergraven
ondergroeft	=	ondergraven
ondergroei	noun	de plantengroei onder de bomen van een bos
ondergroeve	=	ondergraven
ondergroeven	=	ondergraven
ondergrond	noun	de grond onder de oppervlaktelaag
ondergronden	=	ondergrond
ondergrondje	=	ondergrond
ondergrondjes	=	ondergrond
ondergronds	adj	in de aarde ingegraven, beneden het aardoppervlak, onderaards
ondergrondse	noun	ondergronds vervoermiddel, metro
ondergrondsen	=	ondergrondse
ondergrondser	=	ondergronds
ondergrondsere	=	ondergronds
ondergrondsers	=	ondergronds
ondergrondsetje	=	ondergrondse
ondergrondst	=	ondergronds
ondergrondste	=	ondergronds
ondergáán	=	ondergaan
onderhand	noun	onderste deel van de hand	adv	inmiddels, in die tijd, intussen, ondertussen
onderhandel	=	onderhandelen
onderhandelaar	noun	iemand die onderhandelt
onderhandelaars	=	onderhandelaar
onderhandelaarsresultaat	noun	uitkomst bereikt door onderhandelaars
onderhandelaarsresultaatje	=	onderhandelaarsresultaat
onderhandelaarsresultaatjes	=	onderhandelaarsresultaat
onderhandelaarsresultaten	=	onderhandelaarsresultaat
onderhandelaartje	=	onderhandelaar
onderhandelaren	=	onderhandelaar
onderhandelbaar	adj	dat ergens over gesproken kan worden zonder dat de uitkomst al vaststaat
onderhandelbaarder	=	onderhandelbaar
onderhandelbaardere	=	onderhandelbaar
onderhandelbaarders	=	onderhandelbaar
onderhandelbaars	=	onderhandelbaar
onderhandelbaarst	=	onderhandelbaar
onderhandelbaarste	=	onderhandelbaar
onderhandelbare	=	onderhandelbaar
onderhandeld	=	onderhandelen
onderhandelde	=	onderhandelen
onderhandelden	=	onderhandelen
onderhandele	=	onderhandelen
onderhandelen	verb	overleggen om tot een afspraak te komen
onderhandelend	=	onderhandelen
onderhandelende	=	onderhandelen
onderhandeling	noun	een proces van overleg waarbij partijen trachten tot een voor beiden aanvaardbare afspraak te komen
onderhandelingen	=	onderhandeling
onderhandelingetje	=	onderhandeling
onderhandelingsculturen	=	onderhandelingscultuur
onderhandelingscultuur	noun	een cultuur waar discussie, overleg, en geven-en-nemen veel voorkomen en waar hiërarchie en bevelen taboe zijn.
onderhandelingscultuurtje	=	onderhandelingscultuur
onderhandelingscultuurtjes	=	onderhandelingscultuur
onderhandelingsdag	noun	een dag van een onderhandelingsproces
onderhandelingsdagen	=	onderhandelingsdag
onderhandelingshuishouding	noun	huishouding waarin mensen door onderhandelen hun tegengestelde belangen uitmiddelen
onderhandelingshuishoudingen	=	onderhandelingshuishouding
onderhandelingshuishoudinkje	=	onderhandelingshuishouding
onderhandelingshuishoudinkjes	=	onderhandelingshuishouding
onderhandelingsklimaat	noun	sfeer waarin onderhandelingen plaatsvinden
onderhandelingsklimaten	=	onderhandelingsklimaat
onderhandelingspartner	noun	iemand waarmee men door onderling overleg tot een overeenstemming probeert te komen
onderhandelingspartners	=	onderhandelingspartner
onderhandelingspositie	noun	de kracht die men heeft om tijdens onderhandelingen het eigen voordeel te kunnen verdedigen
onderhandelingsposities	=	onderhandelingspositie
onderhandelingsproces	noun	een proces van overleg waarbij partijen trachten tot een voor beiden aanvaardbare afspraak te komen
onderhandelingsprocessen	=	onderhandelingsproces
onderhandelingsresultaat	noun	resultaat van onderhandelingen
onderhandelingsresultaatje	=	onderhandelingsresultaat
onderhandelingsresultaatjes	=	onderhandelingsresultaat
onderhandelingsresultaten	=	onderhandelingsresultaat
onderhandelingsronde	noun	afgebakend onderdeel van een onderhandeling
onderhandelingsronden	=	onderhandelingsronde
onderhandelingsrondes	=	onderhandelingsronde
onderhandelingssituatie	noun	de positie die beide partijen hebben tijdens een onderhandeling
onderhandelingssituaties	=	onderhandelingssituatie
onderhandelingstafel	noun	de tafel aan welke men de onderhandelingen voert
onderhandelingstafels	=	onderhandelingstafel
onderhandelingstafeltje	=	onderhandelingstafel
onderhandelingstafeltjes	=	onderhandelingstafel
onderhandelingsteam	noun	ploeg mensen die samen deelneemt aan een overleg dat gericht is op het vinden van een overeenstemming tussen twee of meer partijen
onderhandelingsteams	=	onderhandelingsteam
onderhandelinkje	=	onderhandeling
onderhandelinkjes	=	onderhandeling
onderhandelt	=	onderhandelen
onderhanden	=	onderhand
onderhandje	=	onderhand
onderhandjes	=	onderhand
onderhands	adj	heimelijk
onderhandse	=	onderhands
onderhandser	=	onderhands
onderhandsere	=	onderhands
onderhandsers	=	onderhands
onderhandst	=	onderhands
onderhandste	=	onderhands
onderhavig	adj	wat onder beschouwing is, het betreffende
onderhavige	=	onderhavig
onderhavigs	=	onderhavig
onderhei	=	onderheien
onderheid	=	onderheien
onderheiden	=	onderheien
onderheie	=	onderheien
onderheien	verb	ondergronds indrijven (van heipalen)
onderheiend	=	onderheien
onderheiende	=	onderheien
onderheit	=	onderheien
onderhemd	noun	een kledingstuk dat op het blote lijf gedragen wordt
onderhemden	=	onderhemd
onderhemdje	=	onderhemd
onderhemdjes	=	onderhemd
onderhevig	adj	~ aan iets: door iets medebeïnvloed of -bepaald
onderhevige	=	onderhevig
onderhevigs	=	onderhevig
onderhield	=	onderhouden
onderhielde	=	onderhouden
onderhielden	=	onderhouden
onderhieldt	=	onderhouden
onderhoek	noun	een punt waar twee benen of halve rechten samenkomen aan de benedenzijde van iets
onderhoeken	=	onderhoek
onderhoor	=	onderhoren
onderhoord	=	onderhoren
onderhoorde	=	onderhoren
onderhoorden	=	onderhoren
onderhoort	=	onderhoren
onderhore	=	onderhoren
onderhoren	verb	verhoren
onderhorend	=	onderhoren
onderhorende	=	onderhoren
onderhorig	adj	behorend tot het rechtsgebied van
onderhorige	noun	iemand die de ondergeschikte is van iets of iemand anders
onderhorigen	=	onderhorige
onderhoriger	=	onderhorig
onderhorigere	=	onderhorig
onderhorigers	=	onderhorig
onderhorigs	=	onderhorig
onderhorigst	=	onderhorig
onderhorigste	=	onderhorig
onderhou	=	onderhouden
onderhoud	noun	handelingen verricht om iets in goede staat te houden
onderhoudbaar	adj	de toestand hebbend waarin iets nog te onderhouden is
onderhoudbaarder	=	onderhoudbaar
onderhoudbaardere	=	onderhoudbaar
onderhoudbaarders	=	onderhoudbaar
onderhoudbaarheden	=	onderhoudbaarheid
onderhoudbaarheid	noun	mate waarin iets onderhouden kan worden
onderhoudbaars	=	onderhoudbaar
onderhoudbaarst	=	onderhoudbaar
onderhoudbaarste	=	onderhoudbaar
onderhoudbare	=	onderhoudbaar
onderhoude	=	onderhouden
onderhouden	verb	beneden een wateroppervlak of waterstroom houden
onderhoudend	adj	aangenaam vermaak gevend
onderhoudende	=	onderhouden
onderhoudender	=	onderhoudend
onderhoudendere	=	onderhoudend
onderhoudenders	=	onderhoudend
onderhoudends	=	onderhoudend
onderhoudendst	=	onderhoudend
onderhoudendste	=	onderhoudend
onderhoudens	=	onderhouden
onderhoudkost	noun|obsolete	uitgaven die men moet doen om een bepaald goed in een goede toestand te houden
onderhoudkosten	noun	uitgaven die men moet doen om een bepaald goed in een goede toestand te houden
onderhoudplichtig	adj	de plicht tot onderhoud hebbend
onderhoudplichtige	=	onderhoudplichtig
onderhoudplichtiger	=	onderhoudplichtig
onderhoudplichtigere	=	onderhoudplichtig
onderhoudplichtigers	=	onderhoudplichtig
onderhoudplichtigs	=	onderhoudplichtig
onderhoudplichtigst	=	onderhoudplichtig
onderhoudplichtigste	=	onderhoudplichtig
onderhoudsafdeling	noun	deel van een onderneming dat als taak heeft apparatuur in een goede conditie te houden
onderhoudsafdelingen	=	onderhoudsafdeling
onderhoudsbehandeling	noun	langdurige medische behandeling die erop gericht is een ziekte onder controle te houden, verergering te voorkomen of een stabiele toestand te behouden nadat een eerdere, intensievere fase (zoals een acute behandeling) succesvol is geweest.
onderhoudsbehandelingen	=	onderhoudsbehandeling
onderhoudsbehandelingetje	=	onderhoudsbehandeling
onderhoudsbehandelingetjes	=	onderhoudsbehandeling
onderhoudsbeurt	noun	de keer dat men iets (vaak een auto) helemaal naloop op gebreken en deze zo nodig herstelt
onderhoudsbeurten	=	onderhoudsbeurt
onderhoudsbeurtje	=	onderhoudsbeurt
onderhoudsbeurtjes	=	onderhoudsbeurt
onderhoudsboek	noun	tekst, meestal in de vorm van een bundel gebonden vellen papier, waarin noodzakelijke of gewenste handelingen worden beschreven om een bepaald toestel of constructie in goede staat te houden Dit kan een handleiding van de producent zijn, het kan ook een overzicht zijn dat gebruikers bijhouden voor de personen die die handelingen moeten verrichten.
onderhoudsboeken	=	onderhoudsboek
onderhoudsboekje	=	onderhoudsboek
onderhoudsboekjes	=	onderhoudsboek
onderhoudskost	noun|obsolete	uitgaven die men moet doen om een bepaald goed in een goede toestand te houden
onderhoudskosten	noun	uitgaven die men moet doen om een bepaald goed in een goede toestand te houden
onderhoudsmiddel	noun	stof waarmee iets dat wordt gebruikt in goede toestand wordt gehouden
onderhoudsmiddelen	=	onderhoudsmiddel
onderhoudsmonteur	noun	technicus die machines repareert en onderhoudt
onderhoudsmonteurs	=	onderhoudsmonteur
onderhoudsopgave	noun	taak die men heeft op het gebied van reparatie en onderhoud
onderhoudsopgaven	=	onderhoudsopgave
onderhoudsopgaves	=	onderhoudsopgave
onderhoudsplicht	noun	verantwoordelijkheid om een persoon met wie je een familierechtelijke band hebt genoeg middelen van bestaan te geven
onderhoudsplichten	=	onderhoudsplicht
onderhoudsplichtig	adj	onderhoudplichtig
onderhoudsplichtige	noun	die de onderhoudsplicht heeft
onderhoudsplichtigen	=	onderhoudsplichtige
onderhoudsplichtiger	=	onderhoudsplichtig
onderhoudsplichtigere	=	onderhoudsplichtig
onderhoudsplichtigers	=	onderhoudsplichtig
onderhoudsplichtigs	=	onderhoudsplichtig
onderhoudsplichtigst	=	onderhoudsplichtig
onderhoudsplichtigste	=	onderhoudsplichtig
onderhoudstoestand	noun	de mate waarin iets wel of niet goed is onderhouden
onderhoudstoestanden	=	onderhoudstoestand
onderhoudsvriendelijk	adj	makkelijk te onderhouden en te repareren
onderhoudsvriendelijke	=	onderhoudsvriendelijk
onderhoudsvriendelijker	=	onderhoudsvriendelijk
onderhoudsvriendelijkere	=	onderhoudsvriendelijk
onderhoudsvriendelijkers	=	onderhoudsvriendelijk
onderhoudsvriendelijks	=	onderhoudsvriendelijk
onderhoudsvriendelijkst	=	onderhoudsvriendelijk
onderhoudsvriendelijkste	=	onderhoudsvriendelijk
onderhoudswerk	noun	het werk dat er komt kijken bij het uitvoeren onderhoud.
onderhoudswerken	=	onderhoudswerk
onderhoudswerkje	=	onderhoudswerk
onderhoudswerkjes	=	onderhoudswerk
onderhoudswerkzaamheden	=	onderhoudswerkzaamheid
onderhoudswerkzaamheid	noun	verrichte activiteit om tegen te gaan dat iets na verloop van tijd minder bruikbaar wordt
onderhoudt	=	onderhouden
onderhout	noun	alle planten die groeien onder bomen
onderhuids	adj	onder de huid gelegen of plaatshebbend
onderhuidse	=	onderhuids
onderhuidser	=	onderhuids
onderhuidsere	=	onderhuids
onderhuidsers	=	onderhuids
onderhuidst	=	onderhuids
onderhuidste	=	onderhuids
onderhuis	noun	het lagere deel van een huis dat op de begane grond ligt of zelfs gedeeltelijk ondergronds is gelegen
onderhuisje	=	onderhuis
onderhuisjes	=	onderhuis
onderhuizen	=	onderhuis
onderhure	=	onderhuren
onderhuren	verb	huren van de huurder
onderhurend	=	onderhuren
onderhurende	=	onderhuren
onderhuur	noun	het huren van de huurder
onderhuurd	=	onderhuren
onderhuurde	=	onderhuren
onderhuurden	=	onderhuren
onderhuurder	noun	iemand die huurt van een huurder
onderhuurders	=	onderhuurder
onderhuurt	=	onderhuren
onderin	adv	laag in iets
onderjodigzuur	noun	de weinig stabiele verbinding HIO.
onderjufferblok	noun	op oude zeilschepen: het onderste van de twee houten blokken (zonder draaiende schijven) van een wantspanner
onderjufferblokje	=	onderjufferblok
onderjufferblokjes	=	onderjufferblok
onderjufferblokken	=	onderjufferblok
onderjurk	noun	jurk, meestal gemaakt van een dungeweven stof als katoen, polyester, zijde of satijn, wordt gedragen onder de reguliere jurk
onderjurken	=	onderjurk
onderjurkje	=	onderjurk
onderjurkjes	=	onderjurk
onderkaak	noun	de onderste kaak
onderkaakje	=	onderkaak
onderkaakjes	=	onderkaak
onderkaken	=	onderkaak
onderkant	noun	de naar beneden gerichte zijde, de bodem
onderkanten	=	onderkant
onderkantje	=	onderkant
onderkantjes	=	onderkant
onderkast	noun	bergruimte onder het aanrecht
onderkasten	=	onderkast
onderkastje	=	onderkast
onderkastjes	=	onderkast
onderkelder	=	onderkelderen
onderkelderd	=	onderkelderen
onderkelderde	=	onderkelderen
onderkelderden	=	onderkelderen
onderkeldere	=	onderkelderen
onderkelderen	verb	voorzien van een kelder (door de grond van onderen uit te graven)
onderkelderend	=	onderkelderen
onderkelderende	=	onderkelderen
onderkeldert	=	onderkelderen
onderken	=	onderkennen
onderkend	=	onderkennen
onderkende	=	onderkennen
onderkenden	=	onderkennen
onderkenne	=	onderkennen
onderkennen	verb	bewust worden van iets, beseffen of toegeven dat
onderkennend	=	onderkennen
onderkennende	=	onderkennen
onderkent	=	onderkennen
onderkin	noun	het neerhangende vlezige gedeelte tussen de kin en hals dat bij gezette mensen als een tweede kin aanwezig is
onderkinnen	=	onderkin
onderkinnetje	=	onderkin
onderkinnetjes	=	onderkin
onderklasse	noun	groep mensen met de laagste sociaal-economische status
onderklassen	=	onderklasse
onderklasses	=	onderklasse
onderklassetje	=	onderklasse
onderklederen	=	onderkleed
onderkleding	noun	kleding die onder de zichtbare kledingstukken wordt gedragen
onderkleed	noun	kleding die onder andere kleding gedragen wordt
onderkleedje	=	onderkleed
onderkleedjes	=	onderkleed
onderkleren	=	onderkleed
onderkoel	=	onderkoelen
onderkoeld	adj	het afgekoeld zijn van een vloeistof tot beneden haar kristallisatiepunt
onderkoelde	=	onderkoeld
onderkoelden	=	onderkoelen
onderkoelder	=	onderkoeld
onderkoeldere	=	onderkoeld
onderkoelders	=	onderkoeld
onderkoelds	=	onderkoeld
onderkoeldst	=	onderkoeld
onderkoeldste	=	onderkoeld
onderkoele	=	onderkoelen
onderkoelen	verb	tot beneden het smeltpunt afkoelen
onderkoelend	=	onderkoelen
onderkoelende	=	onderkoelen
onderkoeling	noun	van een vloeistof dat ze hoewel kouder dan het smeltpunt toch nog vloeibaar is
onderkoelingen	=	onderkoeling
onderkoelingsverschijnsel	noun	een verschijnsel van onderkoeling
onderkoelingsverschijnselen	noun	lichamelijke symptomen die ontstaan als iemand te koud is geworden
onderkoelt	=	onderkoelen
onderkok	noun	tweede kok
onderkokje	=	onderkok
onderkokjes	=	onderkok
onderkoks	=	onderkok
onderkom	=	onderkomen
onderkome	=	onderkomen
onderkomen	verb	vervallen	noun	een beschutte verblijfplaats tegen de regen, kou en andere elementen
onderkomend	=	onderkomen
onderkomende	=	onderkomen
onderkomens	=	onderkomen
onderkomentje	=	onderkomen
onderkomentjes	=	onderkomen
onderkomt	=	onderkomen
onderkoning	noun	gouverneur van een land of een provincie die als vervanger van de monarch optreedt
onderkoningen	=	onderkoning
onderkoningin	noun	vicepresidente van de Raad van State
onderkoninginnen	=	onderkoningin
onderkoninkje	=	onderkoning
onderkoninkjes	=	onderkoning
onderkop	noun	opschrift, ondertitel van een bericht artikel in een krant, in kleinere letters dan de kop
onderkoppen	=	onderkop
onderkroop	=	onderkruipen
onderkropen	=	onderkruipen
onderkruier	noun	windmolen met vaste kap die in zijn geheel draaibaar is
onderkruiers	=	onderkruier
onderkruip	=	onderkruipen
onderkruipe	=	onderkruipen
onderkruipen	verb	kruipende ergens ondergaan, te bed gaan (en dan dus onder de dekens kruipen)
onderkruipend	=	onderkruipen
onderkruipende	=	onderkruipen
onderkruiper	noun	iemand die zich overdreven slaafs opstelt (bijv. een werkwillige bij stakingen)
onderkruipers	=	onderkruiper
onderkruipertje	=	onderkruiper
onderkruipertjes	=	onderkruiper
onderkruipsel	noun	een klein persoontje.
onderkruipsels	=	onderkruipsel
onderkruipseltje	=	onderkruipsel
onderkruipseltjes	=	onderkruipsel
onderkruipt	=	onderkruipen
onderkwaamt	=	onderkomen
onderkwam	=	onderkomen
onderkwamen	=	onderkomen
onderlaag	noun	een laag die zich onder de bovenste laag bevindt en dient als ondersteuning en basis
onderlaagje	=	onderlaag
onderlaagjes	=	onderlaag
onderlaagt	=	onderliggen
onderlaatst	adv	onlangs
onderlag	=	onderliggen
onderlagen	=	onderlaag
onderlaken	noun	het onderste van de twee beddenlakens waartussen men slaapt
onderlakens	=	onderlaken
onderlakentje	=	onderlaken
onderlakentjes	=	onderlaken
onderlangs	adv	onder iemand of iets gaand
onderleg	=	onderleggen
onderlegd	adj	met de vereiste kennis of bekwaamheid toegerust
onderlegde	=	onderleggen
onderlegden	=	onderleggen
onderlegder	=	onderlegd
onderlegdere	=	onderlegd
onderlegders	=	onderlegd
onderlegdheden	=	onderlegdheid
onderlegdheid	noun	het onderlegd zijn
onderlegds	=	onderlegd
onderlegdst	=	onderlegd
onderlegdste	=	onderlegd
onderlegge	=	onderleggen
onderleggen	verb	zo plaatsen dat het onder iets anders komt te liggen
onderleggend	=	onderleggen
onderleggende	=	onderleggen
onderlegger	noun	meestal een plat voorwerp dat je onder een ander voorwerp legt, m.n. een onderzetter voor een pan of glas
onderleggers	=	onderlegger
onderleggertje	=	onderlegger
onderleggertjes	=	onderlegger
onderlegt	=	onderleggen
onderleiding	noun	een buis, pijp, slang of kabel die ergens onder loopt
onderleidingen	=	onderleiding
onderleidinkje	=	onderleiding
onderleidinkjes	=	onderleiding
onderlichaam	noun	deel van het lichaam dat onder de navel is gelegen
onderlichaampje	=	onderlichaam
onderlichaampjes	=	onderlichaam
onderlichamen	=	onderlichaam
onderliep	=	onderlopen
onderliepe	=	onderlopen
onderliepen	=	onderlopen
onderliept	=	onderlopen
onderlig	=	onderliggen
onderligge	=	onderliggen
onderliggen	verb	onder iets of iemand liggen
onderliggend	=	onderliggen
onderliggende	=	onderliggen
onderliggends	=	onderliggen
onderligt	=	onderliggen
onderlijf	noun	onderste deel van de romp dus zonder de benen of achterpoten
onderlijfje	=	onderlijf
onderlijfjes	=	onderlijf
onderlijk	noun	de lijn (lijkentouw) die aan de onderkant van een zeil vastgemaakt is op een zeilschip
onderlijken	=	onderlijk
onderlijkje	=	onderlijk
onderlijkjes	=	onderlijk
onderlijn	noun	stukje vislijn waaraan een haak is geknoopt, om snel een gebroken lijn te kunnen vervangen
onderlijnd	=	onderlijnen
onderlijnde	=	onderlijnen
onderlijnden	=	onderlijnen
onderlijne	=	onderlijnen
onderlijnen	verb	een streep onder een woord of passage zetten
onderlijnend	=	onderlijnen
onderlijnende	=	onderlijnen
onderlijnt	=	onderlijnen
onderlijntje	=	onderlijn
onderlijntjes	=	onderlijn
onderlijven	=	onderlijf
onderling	adv	op onderlinge wijze	adj	tussen de betrokken partijen
onderlinge	=	onderling
onderlings	=	onderling
onderlip	noun	de onderste van de twee lippen
onderlipje	=	onderlip
onderlipjes	=	onderlip
onderlippen	=	onderlip
onderloop	=	onderlopen
onderloopsheden	=	onderloopsheid
onderloopsheid	noun	het verschijnsel dat er water onder een kade, dijk of ander kunstwerk stroomt als gevolg van een groot waterstandsverschil.
onderloopt	=	onderlopen
onderlope	=	onderlopen
onderlopen	verb|obsolete	inhalen, achterhalen, meest hardlopend
onderlopend	=	onderlopen
onderlopende	=	onderlopen
onderlosser	noun	bak of schip met deuren in de bodem om materiaal te kunnen storten
onderlossers	=	onderlosser
onderlossertje	=	onderlosser
onderlossertjes	=	onderlosser
onderluitenant	noun	officier van de laagste rang bij de landmacht, de luchtmacht en de medische dienst in België het equivalent van de tweede luitenant bij de Nederlandse krijgsmacht, één rang hoger dan adjudant-majoor
onderluitenanten	=	onderluitenant
onderluitenantje	=	onderluitenant
onderluitenantjes	=	onderluitenant
onderluitenants	=	onderluitenant
ondermaans	adj	zich onder de maan bevindend
ondermaanse	noun	de aarde, soms ook met de atmosfeer erbij
ondermaanser	=	ondermaans
ondermaansere	=	ondermaans
ondermaansers	=	ondermaans
ondermaanst	=	ondermaans
ondermaanste	=	ondermaans
ondermaat	noun	hoeveelheid van een reactant die minder dan de stoichiometrische verhouding in een reactiemengsel vertegenwoordigt
ondermaats	adj	onder de gebruikelijke of vereiste grootte
ondermaatsch	=	ondermaats
ondermaatse	=	ondermaats
ondermaatser	=	ondermaats
ondermaatsere	=	ondermaats
ondermaatsers	=	ondermaats
ondermaatst	=	ondermaats
ondermaatste	=	ondermaats
ondermaten	=	ondermaat
ondermeester	noun	onderwijzer van een lagere rang
ondermeesters	=	ondermeester
ondermelk	noun	melk waarvan de room is afgehaald, magere melk, afgeroomde melk, koemelk waarvan het merendeel van het melkvet verwijderd is, tot maximaal 0,3% vet
ondermet	noun	vesperbrood
ondermijn	=	ondermijnen
ondermijnd	=	ondermijnen
ondermijnde	=	ondermijnen
ondermijnden	=	ondermijnen
ondermijne	=	ondermijnen
ondermijnen	verb	de grond onder iets weggraven, al of niet met achterlating van explosieven
ondermijnend	adj	van iets dat het iets of iemand kapot maakt of beschadigd
ondermijnende	=	ondermijnen
ondermijnender	=	ondermijnend
ondermijnendere	=	ondermijnend
ondermijnenders	=	ondermijnend
ondermijnends	=	ondermijnend
ondermijnendst	=	ondermijnend
ondermijnendste	=	ondermijnend
ondermijning	noun	het leggen van mijnen (onder een object)
ondermijningen	=	ondermijning
ondermijnt	=	ondermijnen
onderminister	noun	lid van de regering die staat onder een minister
onderministers	=	onderminister
onderministertje	=	onderminister
onderministertjes	=	onderminister
ondernaamt	=	ondernemen
ondernam	=	ondernemen
ondername	=	ondernemen
ondernamen	=	ondernemen
onderneem	=	ondernemen
onderneemster	noun	vrouwelijke vorm van ondernemer
onderneemsters	=	onderneemster
onderneemstertje	=	onderneemster
onderneemstertjes	=	onderneemster
onderneemt	=	ondernemen
onderneme	=	ondernemen
ondernemen	verb	een samengesteld plan of handeling uitvoeren
ondernemend	adj	van een persoon dat deze (commercieel) initiatief toont
ondernemende	=	ondernemen
ondernemender	=	ondernemend
ondernemendere	=	ondernemend
ondernemenders	=	ondernemend
ondernemendheid	noun	een houding die getuigt van kansen zien en deze benutten
ondernemends	=	ondernemend
ondernemendst	=	ondernemend
ondernemendste	=	ondernemend
ondernemer	noun	iemand die een bedrijf voor eigen rekening start of runt
ondernemers	=	ondernemer
ondernemerscafeetje	=	ondernemerscafé
ondernemerscafeetjes	=	ondernemerscafé
ondernemerscafé	noun	gezellige bijeenkomst waar ondernemers kunnen netwerken
ondernemerscafés	=	ondernemerscafé
ondernemerschap	noun	hoedanigheid van ondernemer zijn
ondernemerschappen	=	ondernemerschap
ondernemersfamilie	noun	een groep bloedverwanten waarvan velen de eigenaar van een bedrijf zijn
ondernemersfamilies	=	ondernemersfamilie
ondernemersfamilietje	=	ondernemersfamilie
ondernemersfamilietjes	=	ondernemersfamilie
ondernemersgeest	noun	de mentaliteit die past bij iemand een bedrijf voor eigen rekening start of runt
ondernemersklimaat	noun	het geheel van maatschappelijk-economische omstandigheden die bepalen hoe aantrekkelijk ondernemen is
ondernemersklimaatje	=	ondernemersklimaat
ondernemersklimaatjes	=	ondernemersklimaat
ondernemersklimaten	=	ondernemersklimaat
ondernemersrisico	noun	risico inherent aan het ondernemerschap dat niet wordt gedekt door de verzekering
ondernemersrisico's	=	ondernemersrisico
ondernemersspreekuren	=	ondernemersspreekuur
ondernemersspreekuur	noun	een spreekuur waar ondernemers vragen kunnen stellen
ondernemerstalent	noun	de aanleg om op een succesvolle manier een bedrijf te leiden
ondernemerstalenten	=	ondernemerstalent
ondernemersvereniging	noun	vereniging van en voor ondernemers
ondernemersverenigingen	=	ondernemersvereniging
ondernemersverenigingetje	=	ondernemersvereniging
ondernemersverenigingetjes	=	ondernemersvereniging
ondernemerszin	noun	begeerte en lust die mensen hebben om een zaak aan te pakken
ondernemertje	=	ondernemer
ondernemertjes	=	ondernemer
onderneming	noun	organisatie die met een winstoogmerk producten of diensten voortbrengt, bedrijf
ondernemingen	=	onderneming
ondernemingsbesturen	=	ondernemingsbestuur
ondernemingsbestuur	noun	bestuur van een onderneming
ondernemingsbestuurtje	=	ondernemingsbestuur
ondernemingsbestuurtjes	=	ondernemingsbestuur
ondernemingsgeest	noun	het karakter van een persoon dat gekenmerkt wordt door de neiging om (nieuwe) initiatieven op te starten
ondernemingsgewijs	adj	per onderneming
ondernemingsgewijze	=	ondernemingsgewijs
ondernemingsklimaat	noun	het geheel van maatschappelijk-economische en politieke factoren dat invloed uitoefent op de bereidheid van ondernemingen om te investeren
ondernemingsklimaattop	noun	bijeenkomst van de belangrijkste vertegenwoordigers van de overheid en het bedrijfsleven om te zien hoe het ondernemingsklimaat verbeterd kan worden
ondernemingsklimaattoppen	=	ondernemingsklimaattop
ondernemingsklimaten	=	ondernemingsklimaat
ondernemingsleiding	noun	de personen of organen die verantwoordelijk zijn voor het dagelijks beheer, het strategische beleid en de uiteindelijke besluitvorming binnen een onderneming.
ondernemingsleidingen	=	ondernemingsleiding
ondernemingsleidinkje	=	ondernemingsleiding
ondernemingsleidinkjes	=	ondernemingsleiding
ondernemingslust	noun	de drang om tot daden over te gaan
ondernemingslusten	=	ondernemingslust
ondernemingsplan	noun	plan voor het starten van een nieuwe of het overnemen van een bestaande onderneming
ondernemingsplannen	=	ondernemingsplan
ondernemingsplannetje	=	ondernemingsplan
ondernemingsplannetjes	=	ondernemingsplan
ondernemingsraad	noun	een inspraak- en medezeggenschapsorgaan binnen een bedrijf dat bestaat uit werknemers.
ondernemingsraden	=	ondernemingsraad
ondernemingsrecht	noun	de wet- en regelgeving betreffende het voeren van een bedrijf
ondernemingsrechten	=	ondernemingsrecht
ondernemingsvakbond	noun	organisatie die de werknemers van één bedrijf vertegenwoordigt in onderhandelingen met de werkgever
ondernemingsvakbonden	=	ondernemingsvakbond
ondernemingsvereniging	noun	netwerkorganisatie die ondernemers samenbrengt op basis van een specifieke regio of branche.
ondernemingsverenigingen	=	ondernemingsvereniging
ondernemingsverenigingetje	=	ondernemingsvereniging
ondernemingsverenigingetjes	=	ondernemingsvereniging
ondernemingsvermogen	noun	het vermogen van een onderneming
ondernemingsvermogens	=	ondernemingsvermogen
ondernemingszin	noun	de neiging om tot actie over te gaan; de neiging om een onderneming te starten
onderneminkje	=	onderneming
onderneminkjes	=	onderneming
ondernomen	=	ondernemen
onderofficier	noun	een functionaris die de leiding en/of het toezicht heeft op ondergeschikten, rang tussen de gewone soldaten en de officieren in sergeant, adjudant, korporaal
onderofficieren	=	onderofficier
onderofficiers	=	onderofficier
onderonsje	noun	gesprek in besloten kring of onder vier ogen; vaak met een inhoud die niet voor anderen bestemd is
onderonsjes	=	onderonsje
onderontwikkeld	adj	van landen en gebieden dat er weinig economische en/of culturele activiteit is
onderontwikkelde	=	onderontwikkeld
onderontwikkelder	=	onderontwikkeld
onderontwikkeldere	=	onderontwikkeld
onderontwikkelders	=	onderontwikkeld
onderontwikkeldheid	noun	een toestand van achterstand in ontwikkeling
onderontwikkelds	=	onderontwikkeld
onderontwikkeldst	=	onderontwikkeld
onderontwikkeldste	=	onderontwikkeld
onderop	adv	onder iets anders
onderorde	noun	binnen de ordening naar verwantschap een groep bij elkaar horende dieren of planten die maar een deel van een orde omvat, maar wel uit meerdere families bestaat
onderorden	=	onderorde
onderordes	=	onderorde
onderordetje	=	onderorde
onderpacht	noun	pacht van een goed van iemand die dat op zijn beurt pacht van de eigenaar, pacht uit de tweede hand
onderpachten	=	onderpacht
onderpand	noun	een zekerheid in de vorm van geld, goederen of rechten dat gegeven wordt aan iemand die in ruil daarvoor iets uitleent, waarbij de uitlener het in onderpand gegevene in bezit krijgt als het uitgeleende niet geretourneerd wordt
onderpanden	=	onderpand
onderpandje	=	onderpand
onderpandjes	=	onderpand
onderpastoor	noun	een priester van de Katholieke Kerk die werkzaam is in een parochie maar niet de eindverantwoordelijkheid heeft
onderpastoors	=	onderpastoor
onderpastoortje	=	onderpastoor
onderpastoortjes	=	onderpastoor
onderploeg	=	onderploegen
onderploegde	=	onderploegen
onderploegden	=	onderploegen
onderploege	=	onderploegen
onderploegen	verb	stoppels, onkruid, mislukt gewas, mest etc. onder de grond ploegen
onderploegend	=	onderploegen
onderploegende	=	onderploegen
onderploegt	=	onderploegen
onderproductie	noun	toestand waar het aanbod van goederen of diensten kleiner is dan de vraag hiernaar
onderproducties	=	onderproductie
onderpui	noun	gevel van de benedenverdieping
onderpuien	=	onderpui
onderraad	noun	deel van de ministerraad waar alleen de direct betrokken ministers en en premier deel van uitmaken
onderraden	=	onderraad
onderrand	noun	een onderste begrenzing van iets
onderranden	=	onderrand
onderricht	noun	de voorziening van opleidingen of lessen
onderrichte	=	onderrichten
onderrichten	verb	onderwijzen
onderrichtend	=	onderrichten
onderrichtende	=	onderrichten
onderrichting	noun	overdracht van kennis en vaardigheden door leraren
onderrichtingen	=	onderrichting
onderrichtte	=	onderrichten
onderrichtten	=	onderrichten
onderrijdbaar	adj	van een meubelstuk, werkblad of voorziening dat het zo is ontworpen dat er met een rolstoel of trippelstoel onder gereden kan worden
onderrijdbaarder	=	onderrijdbaar
onderrijdbaardere	=	onderrijdbaar
onderrijdbaarders	=	onderrijdbaar
onderrijdbaars	=	onderrijdbaar
onderrijdbaarst	=	onderrijdbaar
onderrijdbaarste	=	onderrijdbaar
onderrijdbare	=	onderrijdbaar
onderrok	noun	een rok onder de bovenrok bijvoorbeeld als doel hebbend de bovenrok wijder te laten uitstaan
onderrokje	=	onderrok
onderrokjes	=	onderrok
onderrokken	=	onderrok
onderrug	noun	de onderste delen van de rug; lumbale wervelkolom
onderruggen	=	onderrug
onderschat	=	onderschatten
onderschatte	=	onderschatten
onderschatten	verb	de fout maken iets kleiner, dommer, zwakker of van kleiner belang in te schatten dan het in werkelijkheid blijkt
onderschattend	=	onderschatten
onderschattende	=	onderschatten
onderschatting	noun	het onderschatten
onderschattingen	=	onderschatting
onderscheet	=	onderschijten
onderscheid	noun	differentiatie, verschil
onderscheidbaar	adj	van iets of iemand dat het zo verschilt van anderen dat het duidelijk als uniek, herkenbaar of apart waarneembaar is
onderscheidbaarder	=	onderscheidbaar
onderscheidbaardere	=	onderscheidbaar
onderscheidbaarders	=	onderscheidbaar
onderscheidbaars	=	onderscheidbaar
onderscheidbaarst	=	onderscheidbaar
onderscheidbaarste	=	onderscheidbaar
onderscheidbare	=	onderscheidbaar
onderscheidde	=	onderscheiden
onderscheidden	=	onderscheiden
onderscheide	=	onderscheiden
onderscheiden	verb	een verschil in aanmerking nemen	adj	verschillend
onderscheidend	adj	duidelijk verschillend van iets of iemand anders
onderscheidende	=	onderscheiden
onderscheidender	=	onderscheidend
onderscheidendere	=	onderscheidend
onderscheidenders	=	onderscheidend
onderscheidends	=	onderscheidend
onderscheidendst	=	onderscheidend
onderscheidendste	=	onderscheidend
onderscheidenlijk	adj	respectievelijk, in de eerste opsomming wordt dezelfde volgorde aangehouden als in het tweede deel (in de voorbeeldzin horen dus provincie en provinciale staten bij elkaar en gemeente en gemeenteraad)
onderscheidenlijke	=	onderscheidenlijk
onderscheidenlijks	=	onderscheidenlijk
onderscheidens	=	onderscheiden
onderscheiding	noun	verschil zoals dat wordt vastgesteld
onderscheidingen	=	onderscheiding
onderscheidingsteken	noun	teken waarmee iets van iets anders onderscheiden wordt
onderscheidingstekens	=	onderscheidingsteken
onderscheidingsvermogen	noun	het vermogen om het verschil tussen het een en het ander te kunnen waarnemen
onderscheidingsvermogens	=	onderscheidingsvermogen
onderscheidinkje	=	onderscheiding
onderscheidinkjes	=	onderscheiding
onderscheidt	=	onderscheiden
onderschep	=	onderscheppen
onderscheppe	=	onderscheppen
onderscheppen	verb	ervoor zorgen dat iets dat onderweg is zijn bestemming niet haalt.
onderscheppend	=	onderscheppen
onderscheppende	=	onderscheppen
onderschepping	noun	het onderweg opvangen.
onderscheppingen	=	onderschepping
onderscheppingsjager	noun	een jachtvliegtuig ontworpen voor de onderschepping en vernietiging van vijandelijke vliegtuigen.
onderscheppingsjagers	=	onderscheppingsjager
onderscheppingsjagertje	=	onderscheppingsjager
onderscheppingsjagertjes	=	onderscheppingsjager
onderscheppingsvliegtuig	noun	een jachtvliegtuig ontworpen voor de onderschepping en vernietiging van vijandelijke vliegtuigen.
onderscheppingsvliegtuigen	=	onderscheppingsvliegtuig
onderscheppingsvliegtuigje	=	onderscheppingsvliegtuig
onderscheppingsvliegtuigjes	=	onderscheppingsvliegtuig
onderscheppinkje	=	onderschepping
onderscheppinkjes	=	onderschepping
onderschept	=	onderscheppen
onderschepte	=	onderscheppen
onderschepten	=	onderscheppen
onderschete	=	onderschijten
onderscheten	=	onderschijten
onderschijt	=	onderschijten
onderschijte	=	onderschijten
onderschijten	verb	iets met uitwerpselen bedekken
onderschijtend	=	onderschijten
onderschijtende	=	onderschijten
onderschik	=	onderschikken
onderschikke	=	onderschikken
onderschikken	verb	in een afhankelijke of minder belangrijke positie stellen
onderschikkend	adj	een afhankelijke bijzin scheppend
onderschikkende	=	onderschikkend
onderschikkender	=	onderschikkend
onderschikkendere	=	onderschikkend
onderschikkenders	=	onderschikkend
onderschikkends	=	onderschikkend
onderschikkendst	=	onderschikkend
onderschikkendste	=	onderschikkend
onderschikking	noun	een samenvoeging van twee zinnen tot een geheel waarvan de ene een bijzin is van de andere
onderschikkingen	=	onderschikking
onderschikkinkje	=	onderschikking
onderschikkinkjes	=	onderschikking
onderschikt	=	onderschikken
onderschikte	=	onderschikken
onderschikten	=	onderschikken
onderschoeiing	noun	een bouwtechniek waarbij een bestaande fundering stapsgewijs wordt verdiept en verstevigd.
onderschoeiingen	=	onderschoeiing
onderschoeiinkje	=	onderschoeiing
onderschoeiinkjes	=	onderschoeiing
onderschoof	=	onderschuiven
onderschooft	=	onderschuiven
onderschove	=	onderschuiven
onderschoven	=	onderschuiven
onderschrede	=	onderschrijden
onderschreden	=	onderschrijden
onderschreed	=	onderschrijden
onderschreedt	=	onderschrijden
onderschreef	=	onderschrijven
onderschreeft	=	onderschrijven
onderschreve	=	onderschrijven
onderschreven	=	onderschrijven
onderschrift	noun	handtekening
onderschriften	=	onderschrift
onderschriftje	=	onderschrift
onderschriftjes	=	onderschrift
onderschrijd	=	onderschrijden
onderschrijde	=	onderschrijden
onderschrijden	verb	aan deze kant van een grens blijven (bijv. minder geld uitgeven dan wat is toegestaan)
onderschrijdend	=	onderschrijden
onderschrijdende	=	onderschrijden
onderschrijding	noun	het uitgeven van minder geld dan begroot is
onderschrijdingen	=	onderschrijding
onderschrijdinkje	=	onderschrijding
onderschrijdinkjes	=	onderschrijding
onderschrijdt	=	onderschrijden
onderschrijf	=	onderschrijven
onderschrijft	=	onderschrijven
onderschrijve	=	onderschrijven
onderschrijven	verb	laten weten dat je het ergens mee eens bent
onderschrijvend	=	onderschrijven
onderschrijvende	=	onderschrijven
onderschuif	=	onderschuiven
onderschuift	=	onderschuiven
onderschuive	=	onderschuiven
onderschuiven	verb	stiekem in de plaats van het echte of ware stellen
onderschuivend	=	onderschuiven
onderschuivende	=	onderschuiven
ondershands	adj	in het geheim, niet in het openbaar
ondershandse	=	ondershands
ondershirt	noun	dun hemd dat sporters direct op de huid dragen onder het eigenlijke sporthemd met de opvallende clubkleuren en opdruk Dit kan extra warmte geven of een rol spelen bij de vochtregulatie; soms worden op het ondershirt ook uitingen aangebracht die een sporter dan op een geschikt moment kan laten zien door het bovenste hemd op te rollen of uit te trekken.
ondershirts	=	ondershirt
onderslag	noun	een watermolen waarbij het water tegen de onderkant van het rad aanstroomt als er weinig verval is
onderslagen	=	onderslag
ondersneeuw	=	ondersneeuwen
ondersneeuwde	=	ondersneeuwen
ondersneeuwden	=	ondersneeuwen
ondersneeuwe	=	ondersneeuwen
ondersneeuwen	verb	bedolven raken met sneeuw
ondersneeuwend	=	ondersneeuwen
ondersneeuwende	=	ondersneeuwen
ondersneeuwt	=	ondersneeuwen
ondersoort	noun	onderverdeling binnen een soort
ondersoorten	=	ondersoort
ondersoortje	=	ondersoort
onderspan	=	onderspannen
onderspande	=	onderspannen
onderspanden	=	onderspannen
onderspanne	=	onderspannen
onderspannen	verb	met elkaar verbinden	adj	ziek door een te lage belasting op geestelijk vlak of te saai werk
onderspannend	=	onderspannen
onderspannende	=	onderspannen
onderspannener	=	onderspannen
onderspanneners	=	onderspannen
onderspannens	=	onderspannen
onderspannenst	=	onderspannen
onderspannenste	=	onderspannen
onderspant	=	onderspannen
onderspit	noun	het ~ delven: ten onder gaan
onderst	adj	datgene dat geheel onderop ligt
ondersta	=	onderstaan
onderstaakt	=	ondersteken
onderstaan	verb	onder water staan
onderstaand	adj	wat hieronder geschreven wordt
onderstaande	=	onderstaan
onderstaands	=	onderstaand
onderstaat	=	onderstaan
onderstak	=	ondersteken
onderstaken	=	ondersteken
onderstam	noun	een fijnere onderverdeling van een stam (taxonomische indeling)
onderstammen	=	onderstam
onderstand	noun	ondersteuning, bijstand
onderstanden	=	onderstand
onderstandig	adj	bij vissen een bepaalde stand van de bek, waarbij de bek naar beneden wijst.
onderstandige	=	onderstandig
onderstandiger	=	onderstandig
onderstandigere	=	onderstandig
onderstandigers	=	onderstandig
onderstandigs	=	onderstandig
onderstandigst	=	onderstandig
onderstandigste	=	onderstandig
onderstandje	=	onderstand
onderstandjes	=	onderstand
onderstandsuitkering	noun	sociale uitkering op de Caribische eilanden
onderstandsuitkeringen	=	onderstandsuitkering
onderstandtrekker	noun	iemand die een onderstandsuitkering ontvangt op de Caribische eilanden
onderstandtrekkers	=	onderstandtrekker
onderstanduitkering	noun	sociale uitkering op de Caribische eilanden
onderstanduitkeringen	=	onderstanduitkering
onderstation	noun	elektrische installatie in het hoogspanningsnet
onderstations	=	onderstation
onderstboven	adv	met het onderste naar boven, omgekeerd
onderste	=	onderst
ondersteboven	adv	verticaal omgekeerd
ondersteek	noun	een brede po voor patiënten die op bed liggen
ondersteekje	=	ondersteek
ondersteekjes	=	ondersteek
ondersteekt	=	ondersteken
ondersteke	=	ondersteken
ondersteken	verb	door steken ongemerkt omruilen
onderstekend	=	ondersteken
onderstekende	=	ondersteken
onderstel	noun	dat gedeelte van een constructie waarop het bovengedeelte rust
ondersteld	=	onderstellen
onderstelde	=	onderstellen
onderstelden	=	onderstellen
onderstelle	=	onderstellen
onderstellen	verb	een bepaalde aanname maken, veronderstellen
onderstellend	=	onderstellen
onderstellende	=	onderstellen
onderstelletje	=	onderstel
onderstelletjes	=	onderstel
onderstelling	noun	een gissing wier juistheid men voor mogelijk of voor waarschijnlijk houdt, veronderstelling
onderstellingen	=	onderstelling
onderstelt	=	onderstellen
ondersteluchtweginfectie	noun	een luchtweginfectie in de longen
ondersteluchtweginfecties	=	ondersteluchtweginfectie
ondersteun	=	ondersteunen
ondersteund	=	ondersteunen
ondersteunde	=	ondersteunen
ondersteunden	=	ondersteunen
ondersteune	=	ondersteunen
ondersteunen	verb	helpen, bijstaan
ondersteunend	adj	bevorderend aan een proces, persoon of structuur.
ondersteunende	=	ondersteunen
ondersteunender	=	ondersteunend
ondersteunendere	=	ondersteunend
ondersteunenders	=	ondersteunend
ondersteunends	=	ondersteunend
ondersteunendst	=	ondersteunend
ondersteunendste	=	ondersteunend
ondersteuning	noun	het geven van steun
ondersteuningen	=	ondersteuning
ondersteuningsfonds	noun	beheersmaatschappij die tot doel heeft de leden bij te springen in geval van nood
ondersteuningsfondsen	=	ondersteuningsfonds
ondersteuningspunt	noun	een punt met een ondersteunende functie
ondersteuningspunten	=	ondersteuningspunt
ondersteuningspuntje	=	ondersteuningspunt
ondersteuningspuntjes	=	ondersteuningspunt
ondersteuningsverklaring	noun	een officieel document waarmee een kiesgerechtigde burger aan het stembureau laat zien een nieuwe of kleine politieke partij te steunen bij deelname aan verkiezingen.
ondersteuningsverklaringen	=	ondersteuningsverklaring
ondersteuningsverklarinkje	=	ondersteuningsverklaring
ondersteuningsverklarinkjes	=	ondersteuningsverklaring
ondersteuningsvlak	noun	vlak dat een ondersteunende functie heeft bijv. waarop een constructie geheel of gedeeltelijk rust
ondersteuningsvlakje	=	ondersteuningsvlak
ondersteuningsvlakjes	=	ondersteuningsvlak
ondersteuningsvlakken	=	ondersteuningsvlak
ondersteuninkje	=	ondersteuning
ondersteuninkjes	=	ondersteuning
ondersteunt	=	ondersteunen
onderstond	=	onderstaan
onderstonden	=	onderstaan
onderstoof	=	onderstuiven
onderstooft	=	onderstuiven
onderstove	=	onderstuiven
onderstoven	=	onderstuiven
onderstreep	=	onderstrepen
onderstreept	=	onderstrepen
onderstreepte	=	onderstrepen
onderstreepten	=	onderstrepen
onderstrepe	=	onderstrepen
onderstrepen	verb	een streep onder een woord of passage zetten
onderstrepend	=	onderstrepen
onderstrepende	=	onderstrepen
onderstreping	noun	een lijn onder een woord of meerdere woorden om dat stuk tekst meer te laten opvallen
onderstrepingen	=	onderstreping
onderstrepingsteken	noun	symbool met de vorm van een liggend streepje dat op een regel lager dan de tekst wordt geplaatst: _ Oorspronkelijk gebruikt om onder tekst te plaatsen om die te benadrukken of onder een reeks spaties om in te vullen tekst aan te geven of horizontale lijnen te maken; ook gebruikt in plaats van een spatie wanneer dat teken bij geautomatiseerde verwerking problemen zou opleveren en voorafgaand of volgend op tekst als een extra methode om tekst te markeren
onderstrepingstekens	=	onderstrepingsteken
onderstrepingstekentje	=	onderstrepingsteken
onderstrepingstekentjes	=	onderstrepingsteken
onderstrepinkje	=	onderstreping
onderstrepinkjes	=	onderstreping
onderstrome	=	onderstromen
onderstromen	verb	door instromend water bedolven raken
onderstromend	=	onderstromen
onderstromende	=	onderstromen
onderstroom	noun	stroming diep in het water
onderstroomd	=	onderstromen
onderstroomde	=	onderstromen
onderstroomden	=	onderstromen
onderstroompje	=	onderstroom
onderstroompjes	=	onderstroom
onderstroomt	=	onderstromen
onderstuif	=	onderstuiven
onderstuift	=	onderstuiven
onderstuive	=	onderstuiven
onderstuiven	verb	bedolven worden door stuiven (onder stuifzand, stof,sneeuw etc.)
onderstuivend	=	onderstuiven
onderstuivende	=	onderstuiven
onderstuk	noun	het benedenste gedeelte van iets
onderstukje	=	onderstuk
onderstukjes	=	onderstuk
onderstukken	=	onderstuk
onderstut	=	onderstutten
onderstutte	=	onderstutten
onderstutten	verb	iets ondereind houden door er stutten onder te plaatsen
onderstuttend	=	onderstutten
onderstuttende	=	onderstutten
onderstuurd	adj	met de neiging met de voorwielen naar de buitenkant van de bocht af te glijden
onderstuurde	=	onderstuurd
onderstuurder	=	onderstuurd
onderstuurdere	=	onderstuurd
onderstuurders	=	onderstuurd
onderstuurds	=	onderstuurd
onderstuurdst	=	onderstuurd
onderstuurdste	=	onderstuurd
ondertand	noun	een in de onderkaak aanwezige tand
ondertanden	=	ondertand
ondertandje	=	ondertand
ondertandjes	=	ondertand
ondertapijt	noun	een laag die onder het tapijt wordt aangebracht om het tapijt mooi vlak neer te leggen
ondertapijten	=	ondertapijt
ondertapijtje	=	ondertapijt
ondertapijtjes	=	ondertapijt
ondertas	noun	een schaaltje onder een kopje
ondertasje	=	ondertas
ondertasjes	=	ondertas
ondertassen	=	ondertas
onderteken	=	ondertekenen
ondertekenaar	noun	iemand die iets bekrachtigt door zijn handtekening te zetten
ondertekenaars	=	ondertekenaar
ondertekenaarster	noun	vrouwelijk persoon die iets bekrachtigt door haar handtekening te zetten
ondertekenaarsters	=	ondertekenaarster
ondertekenaarstertje	=	ondertekenaarster
ondertekenaarstertjes	=	ondertekenaarster
ondertekenaartje	=	ondertekenaar
ondertekenaartjes	=	ondertekenaar
ondertekenaren	=	ondertekenaar
ondertekend	=	ondertekenen
ondertekende	=	ondertekenen
ondertekenden	=	ondertekenen
ondertekene	=	ondertekenen
ondertekenen	verb	een handtekening zetten onder iets
ondertekenend	=	ondertekenen
ondertekenende	=	ondertekenen
ondertekening	noun	het ondertekenen
ondertekeningen	=	ondertekening
ondertekeningetje	=	ondertekening
ondertekeningetjes	=	ondertekening
ondertekent	=	ondertekenen
ondertemperaturen	=	ondertemperatuur
ondertemperatuur	noun	lichaamstemperatuur beneden de normale temperatuur van 36,5 graden
ondertitel	noun	een tweede, ondergeschikte titel geplaatst onder de hoofdtitel om het onderwerp te verduidelijken
ondertiteld	=	ondertitelen
ondertitelde	=	ondertitelen
ondertitelden	=	ondertitelen
ondertitele	=	ondertitelen
ondertitelen	verb	ondertiteling aanbrengen
ondertitelend	=	ondertitelen
ondertitelende	=	ondertitelen
ondertiteling	noun	een geschreven tekst (vaak vertaling) die bij een film(pje) in beeld wordt gebracht en die vaak betrekking heeft op de gevoerde dialogen
ondertitelingen	=	ondertiteling
ondertitelingetje	=	ondertiteling
ondertitelingetjes	=	ondertiteling
ondertitels	noun	tekst onderaan het televisiebeeld die vertaald is uit een andere taal die gesproken wordt op dat moment
ondertitelt	=	ondertitelen
ondertiteltje	=	ondertitel
ondertiteltjes	=	ondertitel
ondertoezichtstelling	noun	een persoon of organisatie zeer streng controleren
ondertoezichtstellingen	=	ondertoezichtstelling
ondertonen	=	ondertoon
ondertoon	noun	gevoel dat in iemands woorden doorklinkt
ondertoontje	=	ondertoon
ondertoontjes	=	ondertoon
ondertrouw	noun	bekendmaken bij de burgerlijke stand dat u van plan bent te gaan trouwen
ondertrouwd	=	ondertrouwen
ondertrouwde	=	ondertrouwen
ondertrouwden	=	ondertrouwen
ondertrouwe	=	ondertrouwen
ondertrouwen	verb	zich vastleggen om te gaan trouwen, zich verloven
ondertrouwend	=	ondertrouwen
ondertrouwende	=	ondertrouwen
ondertrouwt	=	ondertrouwen
ondertuigd	adj	met minder zeil dan de weersomstandigheden mogelijk maken
ondertuigde	=	ondertuigd
ondertuigds	=	ondertuigd
ondertunnel	=	ondertunnelen
ondertunneld	adj	met de eigenschap dat er een tunnel onderdoor loopt
ondertunnelde	=	ondertunnelen
ondertunnelden	=	ondertunnelen
ondertunnelds	=	ondertunneld
ondertunnele	=	ondertunnelen
ondertunnelen	verb	de beide kanten van een weg of water verbinden met elkaar met behulp van een tunnel
ondertunnelend	=	ondertunnelen
ondertunnelende	=	ondertunnelen
ondertunnelt	=	ondertunnelen
ondertusschen	=	ondertussen
ondertussen	adv	in de tussentijd
onderuit	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: waarbij het onderste deel niet langer het bovenste steunt
onderuitga	=	onderuitgaan
onderuitgaan	verb	vallen tijdens een beweging (zoals fietsen en lopen)
onderuitgaand	=	onderuitgaan
onderuitgaande	=	onderuitgaan
onderuitgaat	=	onderuitgaan
onderuitgegaan	=	onderuitgaan
onderuitgehaald	=	onderuithalen
onderuitgehaalde	=	onderuithalen
onderuitgeschoffeld	=	onderuitschoffelen
onderuitgeschopt	=	onderuitschoppen
onderuitgeschopte	=	onderuitschoppen
onderuitgezakt	=	onderuitzakken
onderuitging	=	onderuitgaan
onderuitginge	=	onderuitgaan
onderuitgingen	=	onderuitgaan
onderuitgingt	=	onderuitgaan
onderuithaal	=	onderuithalen
onderuithaalde	=	onderuithalen
onderuithaalden	=	onderuithalen
onderuithaalt	=	onderuithalen
onderuithale	=	onderuithalen
onderuithalen	verb	iemand ten val brengen
onderuithalend	=	onderuithalen
onderuithalende	=	onderuithalen
onderuitputting	noun	situatie waarin het de overheid niet lukt om geld dat begroot is uit te geven
onderuitputtingen	=	onderuitputting
onderuitputtinkje	=	onderuitputting
onderuitschoffelen	verb	omverlopen, laten vallen
onderuitschop	=	onderuitschoppen
onderuitschoppe	=	onderuitschoppen
onderuitschoppen	verb	met een schop ten val brengen
onderuitschoppend	=	onderuitschoppen
onderuitschoppende	=	onderuitschoppen
onderuitschopt	=	onderuitschoppen
onderuitschopte	=	onderuitschoppen
onderuitschopten	=	onderuitschoppen
onderuitzak	=	onderuitzakken
onderuitzakke	=	onderuitzakken
onderuitzakken	verb	overgaan van een zittende in een meer liggende houding
onderuitzakkend	=	onderuitzakken
onderuitzakkende	=	onderuitzakken
onderuitzakt	=	onderuitzakken
onderuitzakte	=	onderuitzakken
onderuitzakten	=	onderuitzakken
ondervacht	noun	het deel van de vacht die het dichtst bij de huid ligt en bestaat uit korte vettige haren
ondervachten	=	ondervacht
ondervachtje	=	ondervacht
ondervachtjes	=	ondervacht
ondervang	=	ondervangen
ondervange	=	ondervangen
ondervangen	verb	opheffen, tegenhouden, voorkomen
ondervangend	=	ondervangen
ondervangende	=	ondervangen
ondervangt	=	ondervangen
onderverdeel	=	onderverdelen
onderverdeeld	=	onderverdelen
onderverdeelde	=	onderverdelen
onderverdeelden	=	onderverdelen
onderverdeelt	=	onderverdelen
onderverdele	=	onderverdelen
onderverdelen	verb	in delen splitsen
onderverdelend	=	onderverdelen
onderverdelende	=	onderverdelen
onderverdeling	noun	Een verdere verdeling van een deel in nog kleinere delen.
onderverdelingen	=	onderverdeling
onderverdelinkje	=	onderverdeling
onderverdelinkjes	=	onderverdeling
onderverhure	=	onderverhuren
onderverhuren	verb	iets dat al gehuurd is, verhuren aan iemand anders
onderverhurend	=	onderverhuren
onderverhurende	=	onderverhuren
onderverhuur	=	onderverhuren
onderverhuurd	=	onderverhuren
onderverhuurde	=	onderverhuren
onderverhuurden	=	onderverhuren
onderverhuurt	=	onderverhuren
ondervertegenwoordigd	adj	niet in voldoende representatieve mate aanwezig
ondervertegenwoordigde	=	ondervertegenwoordigd
ondervertegenwoordigder	=	ondervertegenwoordigd
ondervertegenwoordigdere	=	ondervertegenwoordigd
ondervertegenwoordigders	=	ondervertegenwoordigd
ondervertegenwoordigds	=	ondervertegenwoordigd
ondervertegenwoordigdst	=	ondervertegenwoordigd
ondervertegenwoordigdste	=	ondervertegenwoordigd
ondervertegenwoordiging	noun	het relatief weinig voorkomen van bepaalde delen van de bevolking in bepaalde functies
ondervertegenwoordigingen	=	ondervertegenwoordiging
ondervertegenwoordigingetje	=	ondervertegenwoordiging
ondervertegenwoordigingetjes	=	ondervertegenwoordiging
onderverzekerd	adj	de waarde van het verzekerde is hoger dan het bedrag waarvoor je verzekerd bent
onderverzekerde	=	onderverzekerd
onderverzekerder	=	onderverzekerd
onderverzekerdere	=	onderverzekerd
onderverzekerders	=	onderverzekerd
onderverzekerds	=	onderverzekerd
onderverzekerdst	=	onderverzekerd
onderverzekerdste	=	onderverzekerd
ondervind	=	ondervinden
ondervinde	=	ondervinden
ondervinden	verb	door ervaring ergens achter komen
ondervindend	=	ondervinden
ondervindende	=	ondervinden
ondervinding	noun	iets geleerd hebben door iets te doen of mee te maken
ondervindingen	=	ondervinding
ondervindinkje	=	ondervinding
ondervindinkjes	=	ondervinding
ondervindt	=	ondervinden
onderving	=	ondervangen
ondervinge	=	ondervangen
ondervingen	=	ondervangen
ondervingt	=	ondervangen
ondervlak	noun	vlak aan de onderkant
ondervlakje	=	ondervlak
ondervlakjes	=	ondervlak
ondervlakken	=	ondervlak
ondervloer	noun	vloer als ondergrond voor parket, laminaat, tegels etc.
ondervloeren	=	ondervloer
ondervoed	adj	te weinig eten krijgend
ondervoedde	=	ondervoeden
ondervoedden	=	ondervoeden
ondervoede	=	ondervoed
ondervoeden	verb	het te weinig voedsel geven
ondervoedend	=	ondervoeden
ondervoedende	=	ondervoeden
ondervoeder	=	ondervoed
ondervoedere	=	ondervoed
ondervoeders	=	ondervoed
ondervoeding	noun	ziekte ontstaan door te weinig voedsel
ondervoedingen	=	ondervoeding
ondervoedinkje	=	ondervoeding
ondervoedinkjes	=	ondervoeding
ondervoeds	=	ondervoed
ondervoedst	=	ondervoed
ondervoedste	=	ondervoed
ondervoedt	=	ondervoeden
ondervond	=	ondervinden
ondervonde	=	ondervinden
ondervonden	=	ondervinden
ondervondt	=	ondervinden
ondervoorzitster	noun	leidster ondergeschikt aan de voorzitster, vrouwelijke vorm van ondervoorzitter
ondervoorzitsters	=	ondervoorzitster
ondervoorzitter	noun	assistent van de voorzitter die de voorzitter in bepaalde situaties ook kan vervangen
ondervoorzitters	=	ondervoorzitter
ondervoorzittertje	=	ondervoorzitter
ondervraag	=	ondervragen
ondervraagd	=	ondervragen
ondervraagde	noun	iemand die aan een vraaggesprek of opinieonderzoek onderworpen wordt
ondervraagden	=	ondervraagde
ondervraagdenª	=	ondervragen
ondervraagdeª	=	ondervragen
ondervraagster	=	ondervrager
ondervraagt	=	ondervragen
ondervrage	=	ondervragen
ondervragen	verb	iemand aan een intensieve reeks vragen onderwerpen
ondervragend	=	ondervragen
ondervragende	=	ondervragen
ondervrager	noun	iemand die meestal op dwingende wijze vragen stelt aan een persoon in het kader van een onderzoek of verhoor
ondervragers	=	ondervrager
ondervraging	noun	het onderwerpen aan indringende vragen van een arrestant of gevangene
ondervragingen	=	ondervraging
ondervraginkje	=	ondervraging
ondervraginkjes	=	ondervraging
ondervroeg	=	ondervragen
ondervroege	=	ondervragen
ondervroegen	=	ondervragen
ondervroegt	=	ondervragen
onderwaardeer	=	onderwaarderen
onderwaardeerd	=	onderwaarderen
onderwaardeerde	=	onderwaarderen
onderwaardeerden	=	onderwaarderen
onderwaardeert	=	onderwaarderen
onderwaardere	=	onderwaarderen
onderwaarderen	verb	te weinig waarderen
onderwaarderend	=	onderwaarderen
onderwaarderende	=	onderwaarderen
onderwaardering	noun	het onderwaarderen
onderwaarderingen	=	onderwaardering
onderwater	noun	het water dat lager is gelegen (bij watermolens: waar het water na het aandrijven van het waterrad heenstroomt; bij windmolens: het water dat omhoog wordt gemalen)	adv	geheel onder de waterspiegel
onderwaterarcheologie	noun	archeologisch onderzoek beneden de waterspiegel
onderwatercamera	noun	een camera die speciaal is ontworpen of waterdicht is gemaakt om onder water foto's en video's te maken
onderwatercamera's	=	onderwatercamera
onderwatercameraatje	=	onderwatercamera
onderwatercameraatjes	=	onderwatercamera
onderwaterdrone	noun	drone die zelfstandig, mogelijk op afstand bestuurd, onderwater opereert
onderwaterdrones	=	onderwaterdrone
onderwaterfoto	noun	foto die met een onderwatercamera onder water is genomen
onderwaterfoto's	=	onderwaterfoto
onderwaterfotografie	noun	een vorm van fotografie onder water
onderwaterfotografieën	=	onderwaterfotografie
onderwaterfotootje	=	onderwaterfoto
onderwaterfotootjes	=	onderwaterfoto
onderwatergedeelte	noun	het gedeelte dat onderwater ligt
onderwatergedeelten	=	onderwatergedeelte
onderwatergedeeltes	=	onderwatergedeelte
onderwaterhockey	noun	hockey dat wordt gespeeld op de bodem van een zwembad
onderwaterhypotheek	noun	lening die hoger is dan de waarde van het onderpand
onderwaterhypotheken	=	onderwaterhypotheek
onderwaterinfrastructuren	=	onderwaterinfrastructuur
onderwaterinfrastructuur	noun	het totaal van onroerende voorzieningen onder het wateroppervlak
onderwaterkijker	noun	toestel waarmee je vanaf een boot beter beneden het wateroppervlak kan zien
onderwaterkijkers	=	onderwaterkijker
onderwaterlamp	noun	een waterdichte lamp die zaken beneden de waterspiegel kan verlichten
onderwaterlampen	=	onderwaterlamp
onderwaterlampje	=	onderwaterlamp
onderwaterlampjes	=	onderwaterlamp
onderwaterleven	noun	de levende natuur onder het wateroppervlak
onderwatersport	noun	sport die zich onder water afspeelt zoals duiken of onderwaterhockey
onderwatersporten	=	onderwatersport
onderwatersportje	=	onderwatersport
onderwatersportjes	=	onderwatersport
onderwatertje	=	onderwater
onderwatertjes	=	onderwater
onderwaterverf	noun	verf die bedoeld is voor de onderkant van boten en andere objecten die langdurig onder water staan en beschermt tegen water en corrosie
onderwaterverfje	=	onderwaterverf
onderwaterverfjes	=	onderwaterverf
onderwaterverven	=	onderwaterverf
onderwaterwereld	noun	het gehele ecosysteem en de omgeving die zich onder het wateroppervlak bevindt
onderwaterwerelden	=	onderwaterwereld
onderwaterwereldje	=	onderwaterwereld
onderwaterwereldjes	=	onderwaterwereld
onderwaterwezen	noun	een dier dat onder water leeft
onderwaterwezens	=	onderwaterwezen
onderwaterwezentje	=	onderwaterwezen
onderwaterwezentjes	=	onderwaterwezen
onderwaterzetting	noun	het onder water zetten van lage gronden bij hoogwater in een rivier, als middel overstroming elders te voorkomen
onderwaterzettingen	=	onderwaterzetting
onderwees	=	onderwijzen
onderweest	=	onderwijzen
onderweg	adv	op de weg van A naar B
onderwereld	noun	de kringen van de criminaliteit
onderwerelden	=	onderwereld
onderwereldje	=	onderwereld
onderwereldjes	=	onderwereld
onderwerp	noun	waar iets over gaat, een thema
onderwerpe	=	onderwerpen
onderwerpelijk	adj	betreffende de inhoud van een tekst
onderwerpelijke	=	onderwerpelijk
onderwerpelijker	=	onderwerpelijk
onderwerpelijkere	=	onderwerpelijk
onderwerpelijkers	=	onderwerpelijk
onderwerpelijks	=	onderwerpelijk
onderwerpelijkst	=	onderwerpelijk
onderwerpelijkste	=	onderwerpelijk
onderwerpen	verb	zijn gezag vestigen over iets of iemand, meestal met geweld.
onderwerpend	=	onderwerpen
onderwerpende	=	onderwerpen
onderwerping	noun	erkennen dat iemand anders de baas over je is
onderwerpingen	=	onderwerping
onderwerpinkje	=	onderwerping
onderwerpje	=	onderwerp
onderwerpjes	=	onderwerp
onderwerpkeuze	noun	selectie van zaken die men onderzoekt of behandelt
onderwerpkeuzen	=	onderwerpkeuze
onderwerpkeuzes	=	onderwerpkeuze
onderwerppagina	noun	een webpagina die gewijd is aan een specifiek onderwerp, thema of centraal idee
onderwerppagina's	=	onderwerppagina
onderwerppaginaatje	=	onderwerppagina
onderwerppaginaatjes	=	onderwerppagina
onderwerpszin	noun	bijzin die het subject van de hoofdzin vormt
onderwerpszinnen	=	onderwerpszin
onderwerpt	=	onderwerpen
onderweze	=	onderwijzen
onderwezen	=	onderwijzen
onderwierp	=	onderwerpen
onderwierpe	=	onderwerpen
onderwierpen	=	onderwerpen
onderwierpt	=	onderwerpen
onderwijl	adv	in de tussentijd, ondertussen
onderwijs	noun	het overbrengen van kennis en vaardigheden (door leraren)
onderwijsaanbod	noun	datgene wat een onderwijsinstelling organiseert aan activiteiten voor het onderwijs
onderwijsachterstand	noun	minder goede opleiding hebben dan anderen
onderwijsachterstanden	=	onderwijsachterstand
onderwijsactiviteit	noun	een activiteit die plaatsvindt als onderdeel van het onderwijsprogramma, inclusief lessen
onderwijsactiviteiten	=	onderwijsactiviteit
onderwijsadviescentra	=	onderwijsadviescentrum
onderwijsadviescentrum	noun	instelling die advies geeft aan scholen t.a.v. hun onderwijs
onderwijsadviescentrums	=	onderwijsadviescentrum
onderwijsakkoord	noun	een overeenstemming tussen verschillende partijen over het onderwijs in een land
onderwijsakkoorden	=	onderwijsakkoord
onderwijsakkoordje	=	onderwijsakkoord
onderwijsakkoordjes	=	onderwijsakkoord
onderwijsarchitect	noun	een adviseur die ontwerpen maakt voor het onderwijs en de uitvoering daarvan ondersteunt en bewaakt
onderwijsarchitecten	=	onderwijsarchitect
onderwijsarchitectje	=	onderwijsarchitect
onderwijsarchitectjes	=	onderwijsarchitect
onderwijsassistent	noun	assistent bij het onderwijs (met of zonder lesbevoegdheid)
onderwijsassistenten	=	onderwijsassistent
onderwijsbaar	adj	dat iets aan iemand te leren is
onderwijsbaarder	=	onderwijsbaar
onderwijsbaardere	=	onderwijsbaar
onderwijsbaarders	=	onderwijsbaar
onderwijsbaars	=	onderwijsbaar
onderwijsbaarst	=	onderwijsbaar
onderwijsbaarste	=	onderwijsbaar
onderwijsbare	=	onderwijsbaar
onderwijsbegeleiding	noun	de ondersteuning van leerlingen, leraren en scholen om het leerproces te verbeteren en obstakels te overwinnen.
onderwijsbegeleidingen	=	onderwijsbegeleiding
onderwijsbegeleidinkje	=	onderwijsbegeleiding
onderwijsbegeleidinkjes	=	onderwijsbegeleiding
onderwijsbeleid	noun	geheel van overheidsmaatregelen gericht op het werk van scholen en de opvattingen waarop die maatregelen zijn gebaseerd
onderwijsbevoegdheden	=	onderwijsbevoegdheid
onderwijsbevoegdheid	noun	bevoegdheid om les te geven in bepaalde vakken met een bepaald niveau
onderwijsbond	noun	bond die de belangen behartigt van leraren
onderwijsbonden	=	onderwijsbond
onderwijsconcept	noun	pedagogische visie die ten grondslag ligt aan het te geven onderwijs
onderwijsconcepten	=	onderwijsconcept
onderwijscoördinator	noun	iemand die onderwijsmensen, -voorzieningen en -activiteiten organiseert en met elkaar in overeenstemming brengt om bepaalde onderwijsdoelen te bereiken.
onderwijscoördinatoren	=	onderwijscoördinator
onderwijscoördinators	=	onderwijscoördinator
onderwijsdeskundige	noun	iemand die een gedegen kennis van het onderwijsveld en de vakkundigheid te onderwijzen bezit en deze met anderen op een effectieve manier kan delen
onderwijsdeskundigen	=	onderwijsdeskundige
onderwijsdirecteur	noun	iemand die aan het hoofd staat van (een afdeling van) een onderwijsorganisatie.
onderwijsdirecteuren	=	onderwijsdirecteur
onderwijsdirecteurs	=	onderwijsdirecteur
onderwijsfilm	noun	een film die voornamelijk wordt gebruikt als onderwijsmiddel
onderwijsfilmer	noun	iemand die onderwijsfilms produceert
onderwijsfilmers	=	onderwijsfilmer
onderwijsfilmpje	=	onderwijsfilm
onderwijsfilmpjes	=	onderwijsfilm
onderwijsfilms	=	onderwijsfilm
onderwijsfunctie	noun	een taak die in elk type onderwijs vervult dient te worden
onderwijsfuncties	=	onderwijsfunctie
onderwijsgevende	noun	leerkracht, onderwijzer
onderwijsgevenden	=	onderwijsgevende
onderwijshervorming	noun	aanpassing van de onderwijsmethode
onderwijshervormingen	=	onderwijshervorming
onderwijsinhoudelijk	adj	betreffende de inhoud, structuur en didactiek van het onderwijs zelf, dus wat er geleerd wordt (de leerstof, vakgebieden) en hoe het wordt aangeboden (methoden, leerprocessen)
onderwijsinhoudelijke	=	onderwijsinhoudelijk
onderwijsinhoudelijker	=	onderwijsinhoudelijk
onderwijsinhoudelijkere	=	onderwijsinhoudelijk
onderwijsinhoudelijkers	=	onderwijsinhoudelijk
onderwijsinhoudelijks	=	onderwijsinhoudelijk
onderwijsinhoudelijkst	=	onderwijsinhoudelijk
onderwijsinhoudelijkste	=	onderwijsinhoudelijk
onderwijsinnovatie	noun	vernieuwing in het onderwijs
onderwijsinnovaties	=	onderwijsinnovatie
onderwijsinspectie	noun	overheidsdienst die toezicht houdt op (de kwaliteit van) het onderwijs
onderwijsinspecties	=	onderwijsinspectie
onderwijsinstelling	noun	instelling waar onderwijs gegeven wordt
onderwijsinstellingen	=	onderwijsinstelling
onderwijsinstellinkje	=	onderwijsinstelling
onderwijsinstellinkjes	=	onderwijsinstelling
onderwijskoepel	noun	overkoepelende instelling voor het onderwijs bestaande uit meerdere scholen
onderwijskoepels	=	onderwijskoepel
onderwijskoepeltje	=	onderwijskoepel
onderwijskoepeltjes	=	onderwijskoepel
onderwijskosten	noun	geld dat men besteedt aan scholing en onderwijs
onderwijskracht	noun	leerkracht
onderwijskrachten	=	onderwijskracht
onderwijskunde	noun	studie van het geven (en ontvangen) van onderwijs
onderwijskundig	adj	in staat onderwijsvaardigheden toe te passen
onderwijskundige	=	onderwijskundig
onderwijskundiger	=	onderwijskundig
onderwijskundigere	=	onderwijskundig
onderwijskundigers	=	onderwijskundig
onderwijskundigs	=	onderwijskundig
onderwijskundigst	=	onderwijskundig
onderwijskundigste	=	onderwijskundig
onderwijskwaliteit	noun	hoe goed een onderwijsinstelling en haar medewerkers lesgeven
onderwijskwaliteiten	=	onderwijskwaliteit
onderwijsleerplan	noun	document dat doelstellingen, leerstof, middelen en methoden van een bepaalde opleiding beschrijft
onderwijsleerplannen	=	onderwijsleerplan
onderwijsleerplannetje	=	onderwijsleerplan
onderwijsleerplannetjes	=	onderwijsleerplan
onderwijsmanager	noun	iemand met een leidinggevende functie in het onderwijs
onderwijsmanagers	=	onderwijsmanager
onderwijsmarkt	noun	het afzetgebied voor onderwijsproducten
onderwijsmarkten	=	onderwijsmarkt
onderwijsmethode	noun	een doordachte werkwijze om doelen uit het onderwijs te bereiken
onderwijsmethoden	=	onderwijsmethode
onderwijsmethodes	=	onderwijsmethode
onderwijsmethodiek	noun	leer van de onderwijsmethoden
onderwijsmethodieken	=	onderwijsmethodiek
onderwijsmiddel	noun	iets stoffelijks om het onderwijs mee te ondersteunen
onderwijsmiddelen	=	onderwijsmiddel
onderwijsminister	noun	minister die aan het hoofd staat van het ministerie voor Onderwijs en Wetenschappen
onderwijsministerie	noun	het ministerie waaronder het onderwijs valt
onderwijsministeries	=	onderwijsministerie
onderwijsministerietje	=	onderwijsministerie
onderwijsministerietjes	=	onderwijsministerie
onderwijsministers	=	onderwijsminister
onderwijsministertje	=	onderwijsminister
onderwijsministertjes	=	onderwijsminister
onderwijsnet	noun	elk van de netwerken die het onderwijs in België organiseren
onderwijsnetten	=	onderwijsnet
onderwijsniveau	noun	het stadium van ontwikkeling (van primair tot tertiar onderwijs)
onderwijsniveaus	=	onderwijsniveau
onderwijsondernemer	noun	iemand die activiteiten kan ontplooien die een verandering van het bestaande onderwijssysteem veroorzaken of ondersteunen.
onderwijsondernemers	=	onderwijsondernemer
onderwijsondernemertje	=	onderwijsondernemer
onderwijsondernemertjes	=	onderwijsondernemer
onderwijsondersteunend	adj	betreft de medewerkers binnen een onderwijsinstelling die geen directe lesgevende taken hebben, maar cruciaal zijn voor het functioneren van de school
onderwijsondersteunende	=	onderwijsondersteunend
onderwijsondersteunender	=	onderwijsondersteunend
onderwijsondersteunendere	=	onderwijsondersteunend
onderwijsondersteunenders	=	onderwijsondersteunend
onderwijsondersteunends	=	onderwijsondersteunend
onderwijsondersteunendst	=	onderwijsondersteunend
onderwijsondersteunendste	=	onderwijsondersteunend
onderwijsontwerper	noun	iemand die onderwijsleersituaties (her)ontwerpt
onderwijsontwerpers	=	onderwijsontwerper
onderwijsontwikkelaar	noun	iemand die producten voor het onderwijs voortbrengt
onderwijsontwikkelaars	=	onderwijsontwikkelaar
onderwijspagina	noun	een profiel op een sociaal netwerk, zoals LinkedIn, speciaal voor onderwijsinstellingen, universiteiten of opleidingsinstituten
onderwijspagina's	=	onderwijspagina
onderwijspaginaatje	=	onderwijspagina
onderwijspaginaatjes	=	onderwijspagina
onderwijspakket	noun	een aantal vakken waarvan men denkt dat die zinvol zijn voor een bepaalde opleiding
onderwijspakketje	=	onderwijspakket
onderwijspakketjes	=	onderwijspakket
onderwijspakketten	=	onderwijspakket
onderwijspersoneel	noun	mensen die in dienst van een onderwijsinstelling lesgeven
onderwijsplan	noun	voorgenomen handelingen betreffende het onderwijsorganisatie en -inhoud
onderwijsplannen	=	onderwijsplan
onderwijsplannetje	=	onderwijsplan
onderwijsplannetjes	=	onderwijsplan
onderwijspolitiek	noun	overheidsbeleid op het terrein van het onderwijs
onderwijsprobleem	noun	moeilijkheden in het onderwijs
onderwijsproblemen	=	onderwijsprobleem
onderwijsproces	noun	ontwikkelingsgang, voortgang van het onderwijs
onderwijsprocessen	=	onderwijsproces
onderwijsprofessional	noun	iemand die zich beroepsmatig met de overdracht van kennis of vaardigheden bezighoudt
onderwijsprofessionals	=	onderwijsprofessional
onderwijsprofiel	noun	elk van de vakkenpakketten waaruit leerlingen na de basisvorming kunnen kiezen
onderwijsprofielen	=	onderwijsprofiel
onderwijsprofieltje	=	onderwijsprofiel
onderwijsprofieltjes	=	onderwijsprofiel
onderwijsprogramma	noun	het geheel van samenhangde onderwijsactiviteiten die samen een opleiding vormen
onderwijsprogramma's	=	onderwijsprogramma
onderwijsprogrammaatje	=	onderwijsprogramma
onderwijsprogrammaatjes	=	onderwijsprogramma
onderwijspsychologie	noun	werkveld binnen de psychologie dat zich richt op het optimaliseren van onderwijs- en leerprocessen in scholen, opleidingen en cursussen
onderwijsraad	noun	adviescollege van de Nederlandse regering op het gebied van het onderwijs
onderwijsraden	=	onderwijsraad
onderwijsrecht	noun	vakgebied dat gaat over alle wet- en regelgeving betreffende het onderwijs
onderwijsrechten	=	onderwijsrecht
onderwijssector	noun	alle organisaties en bedrijven die zijn betrokken bij opleidingen
onderwijssectoren	=	onderwijssector
onderwijssectors	=	onderwijssector
onderwijsstaking	noun	collectieve werkonderbreking door leerkrachten en onderwijspersoneel om te protesteren tegen de arbeidsomstandigheden.
onderwijsstakingen	=	onderwijsstaking
onderwijsstakinkje	=	onderwijsstaking
onderwijsstakinkjes	=	onderwijsstaking
onderwijsstelsel	noun	de verzameling onderling samenhangende onderwijsvormen
onderwijsstelsels	=	onderwijsstelsel
onderwijsstromen	=	onderwijsstroom
onderwijsstroming	noun	een groep mensen met dezelfde denkwijze over of zienswijze op onderwijs
onderwijsstromingen	=	onderwijsstroming
onderwijsstrominkje	=	onderwijsstroming
onderwijsstrominkjes	=	onderwijsstroming
onderwijsstroom	noun	een groep mensen met dezelfde denkwijze over of zienswijze op onderwijs
onderwijsstroompje	=	onderwijsstroom
onderwijsstroompjes	=	onderwijsstroom
onderwijssysteem	noun	de verzameling onderling samenhangende onderwijsvormen
onderwijssysteempje	=	onderwijssysteem
onderwijssysteempjes	=	onderwijssysteem
onderwijssystemen	=	onderwijssysteem
onderwijst	=	onderwijzen
onderwijstaak	noun	het onderwijs dat iemand moet geven als deel van zijn functie
onderwijstaal	noun	specifieke termen die binnen het onderwijs worden gebruikt
onderwijstaaltje	=	onderwijstaal
onderwijstaaltjes	=	onderwijstaal
onderwijstaken	=	onderwijstaak
onderwijstalen	=	onderwijstaal
onderwijstechnologen	=	onderwijstechnoloog
onderwijstechnologie	noun	onderwijsdeskunde die is gespecialiseerd in (elektronische) leermiddelen en ICT
onderwijstechnologieën	=	onderwijstechnologie
onderwijstechnoloog	noun	onderwijsdeskundige die is gespecialiseerd in (elektronische) leermiddelen en ICT
onderwijstijd	noun	het wettelijk verplichte minimumaantal uren dat scholen in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs aan leerlingen en studenten moeten aanbieden
onderwijstijden	=	onderwijstijd
onderwijstijdje	=	onderwijstijd
onderwijstijdjes	=	onderwijstijd
onderwijstopper	noun	persoon die heel goed onderwijs geeft; persoon die een belangrijke bijdrage levert aan het onderwijs
onderwijstoppers	=	onderwijstopper
onderwijstype	noun	de onderbouw, bovenbouw of middenbouw of studierichting in het voortgezet onderwijs
onderwijstypen	=	onderwijstype
onderwijstypes	=	onderwijstype
onderwijsvakbond	noun	vakbond van onderwijsgevenden
onderwijsvakbonden	=	onderwijsvakbond
onderwijsveld	noun	allen die in het onderwijs werkzaam zijn
onderwijsvelden	=	onderwijsveld
onderwijsverleden	noun	het onderwijs dat men eerder in zijn leven heeft genoten
onderwijsvernieuwing	noun	verandering van het onderwijs zodanig dat het onderwijs beter past bij de nieuwe tijd of waarbij er nieuwere pedagogische principes worden gebruikt
onderwijsvernieuwingen	=	onderwijsvernieuwing
onderwijsverzorging	noun	het geheel aan ondersteunende diensten en begeleidingsstructuren rondom het onderwijs, zoals leerlingbegeleiding, onderwijsbegeleidingsdiensten (OBD) en schooladvies.
onderwijsverzorgingen	=	onderwijsverzorging
onderwijsverzorginkje	=	onderwijsverzorging
onderwijsverzorginkjes	=	onderwijsverzorging
onderwijsvideo	noun	een onderwijsfilm die met de hulp van een onderwijsarchitect en een videoarchitect wordt geproduceerd
onderwijsvideo's	=	onderwijsvideo
onderwijsvideootje	=	onderwijsvideo
onderwijsvideootjes	=	onderwijsvideo
onderwijsvoorrangsbeleid	noun	beleid, gericht op voorrang voor educatieve doeleinden
onderwijsvorm	noun	de contouren van het organiseren van onderwijs
onderwijsvormen	=	onderwijsvorm
onderwijswet	noun	wet waarbij het onderwijs geregeld wordt
onderwijswethouder	noun	gemeentebestuurder die het onderwijs in zijn of haar portefeuille heeft
onderwijswethouders	=	onderwijswethouder
onderwijswetten	=	onderwijswet
onderwijswinkel	noun	bureau waar men informatie kan krijgen over onderwijszaken
onderwijswinkels	=	onderwijswinkel
onderwijswinkeltje	=	onderwijswinkel
onderwijswinkeltjes	=	onderwijswinkel
onderwijze	=	onderwijzen
onderwijzen	verb	iemand ~: scholing verzorgen voor iemand
onderwijzend	adj	gericht op het iemand wat aanleren
onderwijzende	=	onderwijzen
onderwijzends	=	onderwijzend
onderwijzer	noun	iemand die les geeft (vooral basisschool)
onderwijzeres	noun	een oude benaming voor een vrouwelijke leraar op een lagere school of basisschool
onderwijzeresje	=	onderwijzeres
onderwijzeresjes	=	onderwijzeres
onderwijzeressen	=	onderwijzeres
onderwijzers	=	onderwijzer
onderwijzersakte	noun	akte van bevoegdheid tot het geven van (lager) onderwijs
onderwijzersakten	=	onderwijzersakte
onderwijzersaktes	=	onderwijzersakte
onderwijzerskorps	noun	de gezamenlijke onderwijzers
onderwijzersopleiding	noun	beroepsopleiding die opleidt tot leraar in het basisonderwijs (vroeger lager onderwijs).
onderwijzersopleidingen	=	onderwijzersopleiding
onderwijzersopleidinkje	=	onderwijzersopleiding
onderwijzersopleidinkjes	=	onderwijzersopleiding
onderwijzerswoning	noun	de woning waarin een onderwijzer woont, woning die hoort bij een basisschool
onderwijzerswoningen	=	onderwijzerswoning
onderwijzerswoninkje	=	onderwijzerswoning
onderwijzerswoninkjes	=	onderwijzerswoning
onderwijzertje	=	onderwijzer
onderwijzertjes	=	onderwijzer
onderworpen	adj	onderdanig, ondergeschikt (in rang)
onderworpene	noun	persoon die onderworpen is
onderworpenen	=	onderworpene
onderworpener	=	onderworpen
onderworpeners	=	onderworpen
onderworpenheden	=	onderworpenheid
onderworpenheid	noun	het onderworpen zijn
onderworpens	=	onderworpen
onderworpenst	=	onderworpen
onderworpenste	=	onderworpen
onderwérpen	=	onderwerpen
onderzaat	noun	onderdaan
onderzaten	=	onderzaat
onderzee	adv	geheel onder de zeespiegel
onderzeeboot	noun	boot die onder het wateroppervlak kan varen
onderzeebootje	=	onderzeeboot
onderzeebootjes	=	onderzeeboot
onderzeebootoorlog	noun	een vorm van oorlogsvoering waarbij onderzeeboten worden ingezet tegen vijandelijke schepen
onderzeebootoorlogen	=	onderzeebootoorlog
onderzeebootoorlogje	=	onderzeebootoorlog
onderzeebootoorlogjes	=	onderzeebootoorlog
onderzeeboten	=	onderzeeboot
onderzeedienst	noun	deel van de marine dat onderzeeboten in gebruik heeft
onderzeediensten	=	onderzeedienst
onderzeekabel	noun	kabel die wordt gebruikt voor telecommunicatie (glasvezel) en elektriciteit (soms gecombineerd)
onderzeekabels	=	onderzeekabel
onderzeekabeltje	=	onderzeekabel
onderzeekabeltjes	=	onderzeekabel
onderzees	adj	helemaal onder de zeespiegel
onderzeese	=	onderzees
onderzeeër	noun	een vaartuig dat onder het wateroppervlak kan varen
onderzeeërs	=	onderzeeër
onderzeeërtje	=	onderzeeër
onderzeeërtjes	=	onderzeeër
onderzet	=	onderzetten
onderzette	=	onderzetten
onderzetten	verb	laten onderlopen met water
onderzettend	=	onderzetten
onderzettende	=	onderzetten
onderzetter	noun	een voorwerp dat onder een warme pan wordt geplaatst, om de tafel of het aanrecht tegen de hitte van de pan te beschermen
onderzetterhouder	noun	een handig opbergaccessoire voor het netjes bewaren en ordenen van drinkonderzetters
onderzetterhouders	=	onderzetterhouder
onderzetterhoudertje	=	onderzetterhouder
onderzetterhoudertjes	=	onderzetterhouder
onderzetters	=	onderzetter
onderzettertje	=	onderzetter
onderzettertjes	=	onderzetter
onderzij	noun	onderkant, onderzijde
onderzijde	noun	Onderkant.
onderzijden	=	onderzijde
onderzijdes	=	onderzijde
onderzijdetje	=	onderzijde
onderzijdetjes	=	onderzijde
onderzocht	=	onderzoeken
onderzochten	=	onderzoeken
onderzoek	noun	het iets bekijken en waarnemen met als doel iets beter te begrijpen
onderzoekbureau	noun	een organisatie die iets bestudeert en antwoorden kan geven op vraagstukken
onderzoekbureaus	=	onderzoekbureau
onderzoeke	=	onderzoeken
onderzoeken	verb	de oorzaak of reden van iets proberen te achterhalen
onderzoekend	adj	gericht op het willen begrijpen van iets
onderzoekende	=	onderzoeken
onderzoekender	=	onderzoekend
onderzoekendere	=	onderzoekend
onderzoekenders	=	onderzoekend
onderzoekends	=	onderzoekend
onderzoekendst	=	onderzoekend
onderzoekendste	=	onderzoekend
onderzoeker	noun	iemand die een onderzoek uitvoert
onderzoekers	=	onderzoeker
onderzoekersopleiding	noun	een traject, vaak op universitair niveau, dat specifiek gericht is op het trainen van personen in het doen van wetenschappelijk of technologisch onderzoek.
onderzoekersopleidingen	=	onderzoekersopleiding
onderzoekersopleidinkje	=	onderzoekersopleiding
onderzoekersopleidinkjes	=	onderzoekersopleiding
onderzoekertje	=	onderzoeker
onderzoekertjes	=	onderzoeker
onderzoekgegeven	noun	een stukje informatie van of betreffende een onderzoek
onderzoekgegevens	=	onderzoekgegeven
onderzoekgegeventje	=	onderzoekgegeven
onderzoekgegeventjes	=	onderzoekgegeven
onderzoeking	noun	het proces van het systematisch verzamelen en analyseren van informatie om een onderwerp te bestuderen, te verkennen, te toetsen of te ontrafelen
onderzoekingen	=	onderzoeking
onderzoekingstocht	noun	reis die als doel heeft iets te onderzoeken
onderzoekingstochten	=	onderzoekingstocht
onderzoekingstochtje	=	onderzoekingstocht
onderzoekingstochtjes	=	onderzoekingstocht
onderzoekinkje	=	onderzoeking
onderzoekinkjes	=	onderzoeking
onderzoekinstituten	=	onderzoekinstituut
onderzoekinstituut	noun	organisatie waar onderzoek wordt verricht
onderzoekinstituutje	=	onderzoekinstituut
onderzoekinstituutjes	=	onderzoekinstituut
onderzoekje	=	onderzoek
onderzoekjes	=	onderzoek
onderzoekkost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan het onderzoeken van iets
onderzoekkosten	noun	geld dat men besteedt aan het onderzoeken van iets
onderzoeksaanpak	noun	bewust gekozen werkwijze om meer te weten te komen
onderzoeksaanpakken	=	onderzoeksaanpak
onderzoeksafdeling	noun	afdeling van een organisatie waar onderzoek wordt gedaan
onderzoeksafdelingen	=	onderzoeksafdeling
onderzoeksassistent	noun	iemand die helpt bij een onderzoek; iemand die helpt door te onderzoeken
onderzoeksassistenten	=	onderzoeksassistent
onderzoeksbureau	noun	een organisatie die iets bestudeert en antwoorden kan geven op vraagstukken
onderzoeksbureaus	=	onderzoeksbureau
onderzoekscentra	=	onderzoekscentrum
onderzoekscentrum	noun	een organisatie gericht op de ontwikkeling van wetenschap, de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek, of beide
onderzoekscentrums	=	onderzoekscentrum
onderzoekscommissie	noun	groep personen met de opdracht een bepaalde zaak te onderzoeken
onderzoekscommissies	=	onderzoekscommissie
onderzoeksgebied	noun	onderwerp dat men onderzoekt
onderzoeksgebieden	=	onderzoeksgebied
onderzoeksgebiedje	=	onderzoeksgebied
onderzoeksgebiedjes	=	onderzoeksgebied
onderzoeksgegeven	noun	bevinding na stelselmatig waarnemen en overdenken
onderzoeksgegevens	=	onderzoeksgegeven
onderzoeksgeld	noun	budget voor wetenschappelijk onderzoek
onderzoeksgelden	=	onderzoeksgeld
onderzoeksgroep	noun	groep van mensen die samen een onderzoek uitvoert
onderzoeksgroepen	=	onderzoeksgroep
onderzoeksgroepje	=	onderzoeksgroep
onderzoeksgroepjes	=	onderzoeksgroep
onderzoeksinstelling	noun	een organisatie die gespecialiseerd is in het doen van onderzoek op een bepaald gebied
onderzoeksinstellingen	=	onderzoeksinstelling
onderzoeksinstituten	=	onderzoeksinstituut
onderzoeksinstituut	noun	organisatie waar onderzoek wordt verricht
onderzoeksinstituutje	=	onderzoeksinstituut
onderzoeksinstituutjes	=	onderzoeksinstituut
onderzoeksjournalist	noun	een journalist die diepgaand langdurig onderzoek doet
onderzoeksjournaliste	=	onderzoeksjournalist
onderzoeksjournalisten	=	onderzoeksjournalist
onderzoeksjournalistiek	noun	de journalistiek die langdurig diepgravend onderzoek doet
onderzoeksjournalistje	=	onderzoeksjournalist
onderzoeksjournalistjes	=	onderzoeksjournalist
onderzoekskamer	noun	ruimte waar een arts lichamelijk onderzoek kan verrichten bij een patiënt
onderzoekskamers	=	onderzoekskamer
onderzoekskamertje	=	onderzoekskamer
onderzoekskamertjes	=	onderzoekskamer
onderzoekskost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan het onderzoeken van iets
onderzoekskosten	noun	geld dat men besteedt aan het onderzoeken van iets
onderzoekslaboratoria	=	onderzoekslaboratorium
onderzoekslaboratorium	noun	laboratorium waar wetenschappelijk onderzoek verricht wordt
onderzoekslaboratoriums	=	onderzoekslaboratorium
onderzoeksleider	noun	iemand die aan een groep onderzoekers leiding geeft
onderzoeksleiders	=	onderzoeksleider
onderzoekslijn	noun	serie bij elkaar passende onderzoeken
onderzoekslijnen	=	onderzoekslijn
onderzoeksmateriaal	noun	de zaken of personen die men onderzoekt
onderzoeksmaterialen	=	onderzoeksmateriaal
onderzoeksmethode	noun	manier waarop men onderzoek doet of heeft gedaan
onderzoeksmethoden	=	onderzoeksmethode
onderzoeksmethodes	=	onderzoeksmethode
onderzoeksmethodologie	noun	de leer over de methoden en technieken voor onderzoek
onderzoeksmethodologieën	=	onderzoeksmethodologie
onderzoeksobject	noun	datgene dat of diegene die onderzocht wordt
onderzoeksobjecten	=	onderzoeksobject
onderzoeksonderwerp	noun	datgene wat men onderzoekt; datgene wat men beter probeert te begrijpen
onderzoeksonderwerpen	=	onderzoeksonderwerp
onderzoeksopdracht	noun	een onderzoek dat men doet in opdracht van een ander; de precieze invulling van een onderzoek dat men doet in opdracht van een ander
onderzoeksopdrachten	=	onderzoeksopdracht
onderzoeksopdrachtje	=	onderzoeksopdracht
onderzoeksopdrachtjes	=	onderzoeksopdracht
onderzoeksopleiding	noun	een academisch (master)programma of traject gericht op het opleiden tot wetenschappelijk onderzoeker, vaak een onderzoeksmaster (2 jaar) genoemd.
onderzoeksopleidingen	=	onderzoeksopleiding
onderzoeksopleidinkje	=	onderzoeksopleiding
onderzoeksopleidinkjes	=	onderzoeksopleiding
onderzoeksopzet	noun	het ontwerp van een onderzoek
onderzoeksopzetje	=	onderzoeksopzet
onderzoeksopzetjes	=	onderzoeksopzet
onderzoeksopzetten	=	onderzoeksopzet
onderzoeksorganisatie	noun	organisatie die op verzoek van opdrachtgevers betaald onderzoek verricht
onderzoeksorganisaties	=	onderzoeksorganisatie
onderzoeksplicht	noun	de verplichting voor een eigenaar om iets te onderzoeken
onderzoeksplichten	=	onderzoeksplicht
onderzoeksprogramma	noun	reeks geplande activiteiten die gericht zijn op het onderzoeken van een bepaalde kwestie
onderzoeksprogramma's	=	onderzoeksprogramma
onderzoeksprogrammaatje	=	onderzoeksprogramma
onderzoeksprogrammaatjes	=	onderzoeksprogramma
onderzoeksproject	noun	een in de tijd begrensde proefneming
onderzoeksprojecten	=	onderzoeksproject
onderzoeksprojectje	=	onderzoeksproject
onderzoeksprojectjes	=	onderzoeksproject
onderzoeksraad	noun	officiële instatntie die zaken onderzoekt die mis zijn gegaan of dreigen mis te gaan
onderzoeksraden	=	onderzoeksraad
onderzoeksrapport	noun	een rapport dat opgemaakt bij een onderzoek
onderzoeksrapporten	=	onderzoeksrapport
onderzoeksrapportje	=	onderzoeksrapport
onderzoeksrapportjes	=	onderzoeksrapport
onderzoeksrechter	noun	rechter die in strafzaken het gerechtelijk vooronderzoek leidt
onderzoeksrechters	=	onderzoeksrechter
onderzoeksrechtertje	=	onderzoeksrechter
onderzoeksrechtertjes	=	onderzoeksrechter
onderzoeksresultaat	noun	uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek
onderzoeksresultaatje	=	onderzoeksresultaat
onderzoeksresultaatjes	=	onderzoeksresultaat
onderzoeksresultaten	=	onderzoeksresultaat
onderzoeksschepen	=	onderzoeksschip
onderzoeksschip	noun	schip waarmee oceanografisch onderzoek wordt verricht
onderzoeksscholen	=	onderzoeksschool
onderzoeksschool	noun	instelling die afgestudeerden aan universiteiten opleidt tot onderzoeker
onderzoeksschooltje	=	onderzoeksschool
onderzoeksschooltjes	=	onderzoeksschool
onderzoeksstation	noun	locatie of gebouw waarin of van waaruit men bepaalde zaken onderzoekt
onderzoeksstations	=	onderzoeksstation
onderzoekstafel	noun	bank waarop de patiënt ligt die door de art onderzocht en behandeld wordt
onderzoekstafels	=	onderzoekstafel
onderzoekstafeltje	=	onderzoekstafel
onderzoeksteam	noun	groep mensen die samen iets onderzoekt
onderzoeksteampje	=	onderzoeksteam
onderzoeksteams	=	onderzoeksteam
onderzoekster	noun	een vrouwelijk persoon die (al dan niet wetenschappelijke) vraagstukken onderzoekt
onderzoeksterrein	noun	verzameling van te onderzoeken zaken of mensen; vakgebied waar men onderzoek naar doet
onderzoeksterreinen	=	onderzoeksterrein
onderzoeksterreintje	=	onderzoeksterrein
onderzoeksterreintjes	=	onderzoeksterrein
onderzoeksters	=	onderzoekster
onderzoekstertje	=	onderzoekster
onderzoekstertjes	=	onderzoekster
onderzoeksthema	noun	het onderwerp waar men onderzoek naar doet
onderzoeksthema's	=	onderzoeksthema
onderzoeksthemata	=	onderzoeksthema
onderzoekstoestel	noun	een apparaat dat gebouwd is om mee op onderzoek uit te gaan of dat op afstand kan
onderzoekstoestellen	=	onderzoekstoestel
onderzoekstoestelletje	=	onderzoekstoestel
onderzoekstoestelletjes	=	onderzoekstoestel
onderzoeksveld	noun	zaken waarnaar men onderzoek doet; vakgebied waar men onderzoek naar doet
onderzoeksvelden	=	onderzoeksveld
onderzoeksverantwoording	noun	het onderdeel van een rapport of scriptie waarin je transparant beschrijft hoe het onderzoek is uitgevoerd.
onderzoeksverantwoordingen	=	onderzoeksverantwoording
onderzoeksverantwoordinkje	=	onderzoeksverantwoording
onderzoeksverantwoordinkjes	=	onderzoeksverantwoording
onderzoeksverslag	noun	een rapportage dat er wordt opgemaakt na of met een onderzoek
onderzoeksverslagen	=	onderzoeksverslag
onderzoeksverslagje	=	onderzoeksverslag
onderzoeksverslagjes	=	onderzoeksverslag
onderzoeksvoorstel	noun	voorgesteld onderzoek
onderzoeksvoorstellen	=	onderzoeksvoorstel
onderzoeksvraag	noun	centrale vraag waarop een wetenschappelijk onderzoek antwoord probeert te vinden
onderzoeksvragen	=	onderzoeksvraag
onderzoekswereld	noun	alle mensen en organisaties die betrokken zijn bij het doen van (wetenschappelijk) onderzoek
onderzoekswerelden	=	onderzoekswereld
onderzoekswereldje	=	onderzoekswereld
onderzoekswereldjes	=	onderzoekswereld
onderzoekswerk	noun	het uitvoeren van een onderzoek
onderzoekswerken	=	onderzoekswerk
onderzoekt	=	onderzoeken
ondeskundig	adj	niet deskundig
ondeskundige	=	ondeskundig
ondeskundiger	=	ondeskundig
ondeskundigere	=	ondeskundig
ondeskundigers	=	ondeskundig
ondeskundigs	=	ondeskundig
ondeskundigst	=	ondeskundig
ondeskundigste	=	ondeskundig
ondeugd	noun	slechte gewoonte of handeling
ondeugdelijk	adj	van slechte kwaliteit
ondeugdelijke	=	ondeugdelijk
ondeugdelijker	=	ondeugdelijk
ondeugdelijkere	=	ondeugdelijk
ondeugdelijkers	=	ondeugdelijk
ondeugdelijkheden	=	ondeugdelijkheid
ondeugdelijkheid	noun	het ongeschikt zijn van iets of iemand; iets wat onjuist is
ondeugdelijks	=	ondeugdelijk
ondeugdelijkst	=	ondeugdelijk
ondeugdelijkste	=	ondeugdelijk
ondeugden	=	ondeugd
ondeugdje	=	ondeugd
ondeugdjes	=	ondeugd
ondeugdzaam	adj	niet deugdzaam
ondeugdzaams	=	ondeugdzaam
ondeugdzaamst	=	ondeugdzaam
ondeugdzaamste	=	ondeugdzaam
ondeugdzame	=	ondeugdzaam
ondeugdzamer	=	ondeugdzaam
ondeugdzamere	=	ondeugdzaam
ondeugdzamers	=	ondeugdzaam
ondeugend	adj	stout, ongehoorzaam
ondeugende	=	ondeugend
ondeugender	=	ondeugend
ondeugendere	=	ondeugend
ondeugenders	=	ondeugend
ondeugendheden	=	ondeugendheid
ondeugendheid	noun	de mate waarin iemand zich niet houdt aan de regels; de mate waarin iemand stout is
ondeugendheidje	=	ondeugendheid
ondeugendheidjes	=	ondeugendheid
ondeugends	=	ondeugend
ondeugendst	=	ondeugend
ondeugendste	=	ondeugend
ondicht	noun	een tekst die niet rijmt	adj	lek, open
ondichte	=	ondicht
ondichten	=	ondicht
ondichter	=	ondicht
ondichtere	=	ondicht
ondichterlijk	adj	niet dichterlijk
ondichterlijke	=	ondichterlijk
ondichterlijker	=	ondichterlijk
ondichterlijkere	=	ondichterlijk
ondichterlijkers	=	ondichterlijk
ondichterlijks	=	ondichterlijk
ondichterlijkst	=	ondichterlijk
ondichterlijkste	=	ondichterlijk
ondichters	=	ondicht
ondichts	=	ondicht
ondichtst	=	ondicht
ondichtste	=	ondicht
ondienst	noun	een handeling die nadelig voor iemand is
ondienstbaar	adj	een (ondergeschikte) dienst niet doende
ondienstbaarder	=	ondienstbaar
ondienstbaardere	=	ondienstbaar
ondienstbaarders	=	ondienstbaar
ondienstbaars	=	ondienstbaar
ondienstbaarst	=	ondienstbaar
ondienstbaarste	=	ondienstbaar
ondienstbare	=	ondienstbaar
ondiensten	=	ondienst
ondienstig	adj	nutteloos
ondienstige	=	ondienstig
ondienstiger	=	ondienstig
ondienstigere	=	ondienstig
ondienstigers	=	ondienstig
ondienstigs	=	ondienstig
ondienstigst	=	ondienstig
ondienstigste	=	ondienstig
ondiep	adj	niet diep
ondiepe	=	ondiep
ondieper	=	ondiep
ondiepere	=	ondiep
ondiepers	=	ondiep
ondieps	=	ondiep
ondiepst	=	ondiep
ondiepste	=	ondiep
ondiepte	noun	een plek waar het water te weinig diepte heeft voor een veilige doorvaart
ondiepten	=	ondiepte
ondieptes	=	ondiepte
ondieptetje	=	ondiepte
ondier	noun	monster, gedrocht, wangedrocht, wanproduct
ondieren	=	ondier
ondiertje	=	ondier
ondiertjes	=	ondier
onding	noun	iets dat slecht is of slecht gemaakt is
ondingen	=	onding
ondingetje	=	onding
ondingetjes	=	onding
ondiplomatiek	adj	onbeleefd
ondiplomatieke	=	ondiplomatiek
ondiplomatieker	=	ondiplomatiek
ondiplomatiekere	=	ondiplomatiek
ondiplomatiekers	=	ondiplomatiek
ondiplomatieks	=	ondiplomatiek
ondiplomatiekst	=	ondiplomatiek
ondiplomatiekste	=	ondiplomatiek
ondode	noun	iemand die ondood is
ondoden	=	ondode
ondoder	=	ondood
ondodere	=	ondood
ondoders	=	ondood
ondoelmatig	adj	niet geschikt voor voor wat je het wilt bereiken
ondoelmatige	=	ondoelmatig
ondoelmatiger	=	ondoelmatig
ondoelmatigere	=	ondoelmatig
ondoelmatigers	=	ondoelmatig
ondoelmatigs	=	ondoelmatig
ondoelmatigst	=	ondoelmatig
ondoelmatigste	=	ondoelmatig
ondoeltreffend	adj	zonder het gewenste effect, niet leidend tot het resultaat dat het moet opleveren
ondoeltreffende	=	ondoeltreffend
ondoeltreffender	=	ondoeltreffend
ondoeltreffendere	=	ondoeltreffend
ondoeltreffenders	=	ondoeltreffend
ondoeltreffends	=	ondoeltreffend
ondoeltreffendst	=	ondoeltreffend
ondoeltreffendste	=	ondoeltreffend
ondoenbaar	adj	niet te doen
ondoenbaarder	=	ondoenbaar
ondoenbaardere	=	ondoenbaar
ondoenbaarders	=	ondoenbaar
ondoenbaars	=	ondoenbaar
ondoenbaarst	=	ondoenbaar
ondoenbaarste	=	ondoenbaar
ondoenbare	=	ondoenbaar
ondoenlijk	adj	niet te doen
ondoenlijke	=	ondoenlijk
ondoenlijker	=	ondoenlijk
ondoenlijkere	=	ondoenlijk
ondoenlijkers	=	ondoenlijk
ondoenlijks	=	ondoenlijk
ondoenlijkst	=	ondoenlijk
ondoenlijkste	=	ondoenlijk
ondogmatisch	adj	ongewoon, vernieuwend
ondogmatische	=	ondogmatisch
ondogmatischer	=	ondogmatisch
ondogmatischere	=	ondogmatisch
ondogmatischers	=	ondogmatisch
ondood	adj	een fictieve toestand waarin een mens of ander wezen terechtkomt als hij/het is gestorven, maar teruggehaald is uit de dood
ondoods	=	ondood
ondoodst	=	ondood
ondoodste	=	ondood
ondoofbaar	adj	niet te doven
ondoofbaarder	=	ondoofbaar
ondoofbaardere	=	ondoofbaar
ondoofbaarders	=	ondoofbaar
ondoofbaars	=	ondoofbaar
ondoofbaarst	=	ondoofbaar
ondoofbaarste	=	ondoofbaar
ondoofbare	=	ondoofbaar
ondoordacht	adj	zonder eerst goed nagedacht te hebben
ondoordachte	=	ondoordacht
ondoordachter	=	ondoordacht
ondoordachtere	=	ondoordacht
ondoordachters	=	ondoordacht
ondoordachts	=	ondoordacht
ondoordachtst	=	ondoordacht
ondoordachtste	=	ondoordacht
ondoordringbaar	adj	waar niets doorheen kan dringen, ondoorlatend.
ondoordringbaarder	=	ondoordringbaar
ondoordringbaardere	=	ondoordringbaar
ondoordringbaarders	=	ondoordringbaar
ondoordringbaarheden	=	ondoordringbaarheid
ondoordringbaarheid	noun	de onmogelijkheid om ergens binnen te dringen
ondoordringbaars	=	ondoordringbaar
ondoordringbaarst	=	ondoordringbaar
ondoordringbaarste	=	ondoordringbaar
ondoordringbare	=	ondoordringbaar
ondoorgrondbaar	adj	niet te doorgronden
ondoorgrondbaarder	=	ondoorgrondbaar
ondoorgrondbaardere	=	ondoorgrondbaar
ondoorgrondbaarders	=	ondoorgrondbaar
ondoorgrondbaars	=	ondoorgrondbaar
ondoorgrondbaarst	=	ondoorgrondbaar
ondoorgrondbaarste	=	ondoorgrondbaar
ondoorgrondbare	=	ondoorgrondbaar
ondoorgrondelijk	adj	niet door een mens te begrijpen
ondoorgrondelijke	=	ondoorgrondelijk
ondoorgrondelijker	=	ondoorgrondelijk
ondoorgrondelijkere	=	ondoorgrondelijk
ondoorgrondelijkers	=	ondoorgrondelijk
ondoorgrondelijkheden	=	ondoorgrondelijkheid
ondoorgrondelijkheid	noun	de mate waarin iets niet te begrijpen of te kennen valt
ondoorgrondelijks	=	ondoorgrondelijk
ondoorgrondelijkst	=	ondoorgrondelijk
ondoorgrondelijkste	=	ondoorgrondelijk
ondoorlaatbaar	adj	wat niet doorlaat
ondoorlaatbaarder	=	ondoorlaatbaar
ondoorlaatbaardere	=	ondoorlaatbaar
ondoorlaatbaarders	=	ondoorlaatbaar
ondoorlaatbaars	=	ondoorlaatbaar
ondoorlaatbaarst	=	ondoorlaatbaar
ondoorlaatbaarste	=	ondoorlaatbaar
ondoorlaatbare	=	ondoorlaatbaar
ondoorlatend	adj	het niet laten passeren.
ondoorlatende	=	ondoorlatend
ondoorlatender	=	ondoorlatend
ondoorlatendere	=	ondoorlatend
ondoorlatenders	=	ondoorlatend
ondoorlatends	=	ondoorlatend
ondoorlatendst	=	ondoorlatend
ondoorlatendste	=	ondoorlatend
ondoorschijnend	adj	niet doorschijnend, alle licht tegenhoudend
ondoorschijnende	=	ondoorschijnend
ondoorschijnender	=	ondoorschijnend
ondoorschijnendere	=	ondoorschijnend
ondoorschijnenders	=	ondoorschijnend
ondoorschijnends	=	ondoorschijnend
ondoorschijnendst	=	ondoorschijnend
ondoorschijnendste	=	ondoorschijnend
ondoorwaadbaar	adj	van een water dat men dat niet te voet kan oversteken omdat het te diep is of te snel stroomt
ondoorwaadbaarder	=	ondoorwaadbaar
ondoorwaadbaardere	=	ondoorwaadbaar
ondoorwaadbaarders	=	ondoorwaadbaar
ondoorwaadbaars	=	ondoorwaadbaar
ondoorwaadbaarst	=	ondoorwaadbaar
ondoorwaadbaarste	=	ondoorwaadbaar
ondoorwaadbare	=	ondoorwaadbaar
ondoorzichtig	adj	waar licht zo gehinderd door treedt dat het zicht erdoor belemmerd wordt
ondoorzichtige	=	ondoorzichtig
ondoorzichtiger	=	ondoorzichtig
ondoorzichtigere	=	ondoorzichtig
ondoorzichtigers	=	ondoorzichtig
ondoorzichtigheden	=	ondoorzichtigheid
ondoorzichtigheid	noun	het ergens niet doorheen kunnen kijken
ondoorzichtigs	=	ondoorzichtig
ondoorzichtigst	=	ondoorzichtig
ondoorzichtigste	=	ondoorzichtig
ondraagbaar	adj	ondraaglijk
ondraagbaarder	=	ondraagbaar
ondraagbaardere	=	ondraagbaar
ondraagbaarders	=	ondraagbaar
ondraagbaars	=	ondraagbaar
ondraagbaarst	=	ondraagbaar
ondraagbaarste	=	ondraagbaar
ondraagbare	=	ondraagbaar
ondraaglijk	adj	niet te verdragen, niet uit te houden
ondraaglijke	=	ondraaglijk
ondraaglijker	=	ondraaglijk
ondraaglijkere	=	ondraaglijk
ondraaglijkers	=	ondraaglijk
ondraaglijkheden	=	ondraaglijkheid
ondraaglijkheid	noun	de mate waarin iets zo vervelend is dat het niet te verdragen is
ondraaglijks	=	ondraaglijk
ondraaglijkst	=	ondraaglijk
ondraaglijkste	=	ondraaglijk
ondragelijk	adj	van iets dat het zo erg is dat het niet uit te houden is
ondragelijke	=	ondragelijk
ondragelijker	=	ondragelijk
ondragelijkere	=	ondragelijk
ondragelijkers	=	ondragelijk
ondragelijks	=	ondragelijk
ondragelijkst	=	ondragelijk
ondragelijkste	=	ondragelijk
ondramatisch	adj	betreft situaties, handelingen of verhalen die rustig, feitelijk en zonder overdreven emoties, spektakel of spanning verlopen.
ondramatische	=	ondramatisch
ondramatischer	=	ondramatisch
ondramatischere	=	ondramatisch
ondramatischers	=	ondramatisch
ondrinkbaar	adj	van water dat de kwaliteit zo slecht is dat je het niet kunt drinken zonder gevaar voor de gezondheid
ondrinkbaarder	=	ondrinkbaar
ondrinkbaardere	=	ondrinkbaar
ondrinkbaarders	=	ondrinkbaar
ondrinkbaars	=	ondrinkbaar
ondrinkbaarst	=	ondrinkbaar
ondrinkbaarste	=	ondrinkbaar
ondrinkbare	=	ondrinkbaar
ondubbelzinnig	adj	niet mis te verstaan, met slechts één betekenis
ondubbelzinnige	=	ondubbelzinnig
ondubbelzinniger	=	ondubbelzinnig
ondubbelzinnigere	=	ondubbelzinnig
ondubbelzinnigers	=	ondubbelzinnig
ondubbelzinnigheden	=	ondubbelzinnigheid
ondubbelzinnigheid	noun	het helder en duidelijk maar op één manier te interpreteren zijn
ondubbelzinnigs	=	ondubbelzinnig
ondubbelzinnigst	=	ondubbelzinnig
ondubbelzinnigste	=	ondubbelzinnig
onduidelijk	adj	niet helder of zeker
onduidelijke	=	onduidelijk
onduidelijker	=	onduidelijk
onduidelijkere	=	onduidelijk
onduidelijkers	=	onduidelijk
onduidelijkheden	=	onduidelijkheid
onduidelijkheid	noun	het onduidelijk zijn
onduidelijkheidje	=	onduidelijkheid
onduidelijkheidjes	=	onduidelijkheid
onduidelijks	=	onduidelijk
onduidelijkst	=	onduidelijk
onduidelijkste	=	onduidelijk
ondulatie	noun	golvende beweging, golving
ondulaties	=	ondulatie
ondulatietheorie	noun	theorie volgens welke warmte, licht en elektriciteit vormen zijn van golfbewegingen
ondulatietheorietje	=	ondulatietheorie
ondulatietheorietjes	=	ondulatietheorie
ondulatietheorieën	=	ondulatietheorie
ondulator	noun	toestel voor het omvormen van gelijkstroom in wisselstroom wat men b.v. nodig heeft bij fotovoltaïsche cellen om stroom aan het elektriciteitsnet te kunnen leveren
ondulatoren	=	ondulator
ondulators	=	ondulator
ondulatortje	=	ondulator
ondulatortjes	=	ondulator
onduldbaar	adj	dat iets niet te accepteren is
onduldbaarder	=	onduldbaar
onduldbaardere	=	onduldbaar
onduldbaarders	=	onduldbaar
onduldbaars	=	onduldbaar
onduldbaarst	=	onduldbaar
onduldbaarste	=	onduldbaar
onduldbare	=	onduldbaar
onduleer	=	onduleren
onduleerde	=	onduleren
onduleerden	=	onduleren
onduleert	=	onduleren
ondulere	=	onduleren
onduleren	verb	doen golven, golfvormig maken, in wisselstroom veranderen
ondulerend	=	onduleren
ondulerende	=	onduleren
onduline	noun	golvende kromme lijn waarvan de bochten elkaar zeer dicht benaderen
ondulines	=	onduline
onduurzaam	adj	niet duurzaam
onduurzaams	=	onduurzaam
onduurzaamst	=	onduurzaam
onduurzaamste	=	onduurzaam
onduurzame	=	onduurzaam
onduurzamer	=	onduurzaam
onduurzamere	=	onduurzaam
onduurzamers	=	onduurzaam
one	=	onen
onecht	adj	niet echt, verzonnen, doen alsof, vervalst	noun|obsolete	buitenechtelijke gemeenschap
onechte	=	onecht
onechtelijk	adj	van kinderen dat ze buiten het huwelijk zijn geboren
onechtelijke	=	onechtelijk
onechtelijker	=	onechtelijk
onechtelijkere	=	onechtelijk
onechtelijkers	=	onechtelijk
onechtelijks	=	onechtelijk
onechtelijkst	=	onechtelijk
onechtelijkste	=	onechtelijk
onechter	=	onecht
onechtere	=	onecht
onechters	=	onecht
onechtheden	=	onechtheid
onechtheid	noun	het waar zijn
onechts	=	onecht
onechtst	=	onecht
onechtste	=	onecht
oneconomisch	adj	onvoordelig
oneconomische	=	oneconomisch
oneconomischer	=	oneconomisch
oneconomischere	=	oneconomisch
oneconomischers	=	oneconomisch
onedel	adj	van metalen: makkelijk roestend of oxideren
onedele	=	onedel
onedeler	=	onedel
onedelere	=	onedel
onedelers	=	onedel
onedels	=	onedel
onedelst	=	onedel
onedelste	=	onedel
oneen	noun	rouwende vóór de begrafenis
oneens	adj	hebben van een andere mening dan iemand anders heeft
oneensgezind	adj	dat mensen niet dezelfde mening hebben
oneer	noun	zonder respect; alles wat in strijd is met de eer en waarover men zich zou moeten schamen
oneerbaar	adj	schandelijk
oneerbaarder	=	oneerbaar
oneerbaardere	=	oneerbaar
oneerbaarders	=	oneerbaar
oneerbaars	=	oneerbaar
oneerbaarst	=	oneerbaar
oneerbaarste	=	oneerbaar
oneerbare	=	oneerbaar
oneerbiedig	adj	zonder respect
oneerbiedige	=	oneerbiedig
oneerbiediger	=	oneerbiedig
oneerbiedigere	=	oneerbiedig
oneerbiedigers	=	oneerbiedig
oneerbiedigheden	=	oneerbiedigheid
oneerbiedigheid	noun	de mate waarin men geen respect heeft of toont
oneerbiedigs	=	oneerbiedig
oneerbiedigst	=	oneerbiedig
oneerbiedigste	=	oneerbiedig
oneerlijk	adj	niet eerlijk
oneerlijke	=	oneerlijk
oneerlijker	=	oneerlijk
oneerlijkere	=	oneerlijk
oneerlijkers	=	oneerlijk
oneerlijkheden	=	oneerlijkheid
oneerlijkheid	noun	de mate waarin iets oneerlijk of onrechtvaardig is; de mate waarin iets in strijd is met de goede trouw
oneerlijks	=	oneerlijk
oneerlijkst	=	oneerlijk
oneerlijkste	=	oneerlijk
oneervol	adj	zonder enige eer
oneervolle	=	oneervol
oneervoller	=	oneervol
oneervollere	=	oneervol
oneervollers	=	oneervol
oneervols	=	oneervol
oneervolst	=	oneervol
oneervolste	=	oneervol
oneetbaar	adj	ongeschikt als voedsel
oneetbaarder	=	oneetbaar
oneetbaardere	=	oneetbaar
oneetbaarders	=	oneetbaar
oneetbaars	=	oneetbaar
oneetbaarst	=	oneetbaar
oneetbaarste	=	oneetbaar
oneetbare	=	oneetbaar
oneffen	adj	ruw en hobbelig
oneffener	=	oneffen
oneffeners	=	oneffen
oneffenheden	=	oneffenheid
oneffenheid	noun	een plaats waar het ruw, niet vlak is
oneffenheidje	=	oneffenheid
oneffenheidjes	=	oneffenheid
oneffens	=	oneffen
oneffenst	=	oneffen
oneffenste	=	oneffen
oneg	noun	genoegen
oneigen	adj	niet van zichzelf; niet bij zichzelf horend
oneigener	=	oneigen
oneigenere	=	oneigen
oneigeners	=	oneigen
oneigenlijk	adj	niet overeenkomend met de oorspronkelijke bedoeling
oneigenlijke	=	oneigenlijk
oneigenlijker	=	oneigenlijk
oneigenlijkere	=	oneigenlijk
oneigenlijkers	=	oneigenlijk
oneigenlijks	=	oneigenlijk
oneigenlijkst	=	oneigenlijk
oneigenlijkste	=	oneigenlijk
oneigens	=	oneigen
oneigenst	=	oneigen
oneigenste	=	oneigen
oneindig	adj	zonder einde, geweldig groot	num	getal dat groter is dan elk reëel getal
oneindige	=	oneindig
oneindiger	=	oneindig
oneindigere	=	oneindig
oneindigers	=	oneindig
oneindigheden	=	oneindigheid
oneindigheid	noun	van een zaak dat ze zonder einde is, dat er geen grens aan is
oneindigheidje	=	oneindigheid
oneindigheidshart	noun	een symbool dat bestaat uit een verstrengeling van het oneindigheidsteken en een hart
oneindigheidsharten	=	oneindigheidshart
oneindigheidshartje	=	oneindigheidshart
oneindigheidshartjes	=	oneindigheidshart
oneindigheidssymbolen	=	oneindigheidssymbool
oneindigheidssymbool	noun	teken dat lijkt op een gekanteld cijfer 8, gebruikt om een onbeperkt grote waarde aan te geven
oneindigheidsteken	noun	symbool dat lijkt op een gekanteld cijfer 8, gebruikt om een onbeperkt grote waarde aan te geven
oneindigheidstekens	=	oneindigheidsteken
oneindighoek	noun	theoretisch concept in de meetkunde dat een cirkel beschrijft als een regelmatige veelhoek met oneindig veel zijden die elk oneindig kort zijn
oneindighoeken	=	oneindighoek
oneindighoekje	=	oneindighoek
oneindighoekjes	=	oneindighoek
oneindigs	=	oneindig
oneindigst	=	oneindig
oneindigste	=	oneindig
oneirisch	adj	betrekking hebbend op dromen.
oneirische	=	oneirisch
oneirischer	=	oneirisch
oneirischere	=	oneirisch
oneirischers	=	oneirisch
oneirologie	noun	stelselmatige bestudering van dromen en hun betekenis
onelastisch	adj	niet rekbaar
onelastische	=	onelastisch
onelastischer	=	onelastisch
onelastischere	=	onelastisch
onelastischers	=	onelastisch
onelegant	adj	niet fraai
onelegante	=	onelegant
oneleganter	=	onelegant
onelegantere	=	onelegant
oneleganters	=	onelegant
onelegants	=	onelegant
onelegantst	=	onelegant
onelegantste	=	onelegant
oneliner	noun	een kernachtige, meestal geestige uitspraak die niet langer is dan één zin
oneliners	=	oneliner
onemanshow	noun	optreden waarbij één persoon de hele show alleen opvoert
onemanshows	=	onemanshow
onemotioneel	adj	zonder gevoel, zonder betrokkenheid
onemotioneels	=	onemotioneel
onemotioneelst	=	onemotioneel
onemotioneelste	=	onemotioneel
onemotionele	=	onemotioneel
onemotioneler	=	onemotioneel
onemotionelere	=	onemotioneel
onemotionelers	=	onemotioneel
onen	verb|obsolete	jongen werpen (van schapen en varkens)
onend	=	onen
oneniem	=	oneen
onenig	adj	niet eensgezind zijn; een verschillende mening of opinie hebbend
onenige	=	onenig
oneniger	=	onenig
onenigere	=	onenig
onenigers	=	onenig
onenigheden	=	onenigheid
onenigheid	noun	het niet met elkaar eens zijn; een verschillende mening hebben
onenigheidje	=	onenigheid
onenigheidjes	=	onenigheid
onenightstand	noun	kortstondig, eenmalig seksueel contact tussen individuen, waarbij minstens één van de betrokkenen geen directe plannen heeft voor het vestigen van een seksuele verhouding op langere termijn
onenightstands	=	onenightstand
onenigs	=	onenig
onenigst	=	onenig
onenigste	=	onenig
onera	=	onus
onereus	adj	vervelend, lastig, drukkend, moeilijk, zwaar
onereust	=	onereus
onereuste	=	onereus
onereuze	=	onereus
onereuzer	=	onereus
onereuzere	=	onereus
onereuzers	=	onereus
onervaren	adj	ter zake nieuw
onervarener	=	onervaren
onervareners	=	onervaren
onervarenheden	=	onervarenheid
onervarenheid	noun	het nog niet veel ondervinding hebben
onervarens	=	onervaren
onervarenst	=	onervaren
onervarenste	=	onervaren
onesie	noun	een kledingstuk waar men direct in kan instappen, dichtritsen en comfortabel zit
onesies	=	onesie
onesthetisch	adj	in strijd met de goede smaak
onesthetische	=	onesthetisch
onesthetischer	=	onesthetisch
onesthetischere	=	onesthetisch
onesthetischers	=	onesthetisch
onestopshop	noun	winkel / bedrijf waar een klant in een keer alles kan kopen wat hij nodig heeft zonder dat hij verschillende winkels / zaken hoeft te bezoeken
onestopshopping	noun	het alles wat men nodig heeft in één winkel kopen zonder dat men naar verschillende speciaalzaken hoeft te gaan
onestopshops	=	onestopshop
onethisch	adj	niet ethisch, moreel laakbaar
onethische	=	onethisch
onethischer	=	onethisch
onethischere	=	onethisch
onethischers	=	onethisch
onethischt	=	onethisch
onethischte	=	onethisch
onevangelisch	adj	niet overeenkomend met de leer van het evangelie
onevangelische	=	onevangelisch
onevangelischer	=	onevangelisch
onevangelischere	=	onevangelisch
onevangelischers	=	onevangelisch
oneven	adj	niet deelbaar door twee
onevenaarbaar	adj	van iets of iemand het het zo goed, uniek of bijzonder is, dat het niet geëvenaard, overtroffen of gekopieerd kan worden
onevenaarbaarder	=	onevenaarbaar
onevenaarbaardere	=	onevenaarbaar
onevenaarbaarders	=	onevenaarbaar
onevenaarbaars	=	onevenaarbaar
onevenaarbaarst	=	onevenaarbaar
onevenaarbaarste	=	onevenaarbaar
onevenaarbare	=	onevenaarbaar
onevener	=	oneven
oneveners	=	oneven
onevenhoevig	adj	vooral lopend op een of drie tenen van elke voet, waarvan de nagels zijn uitgegroeid tot hoeven; behorend tot de zoogdieren uit de orde Perissodactyla
onevenhoevige	noun	benaming voor een zoogdier dat tot de orde Perissodactyla behoort
onevenhoevigen	noun	zoogdieren met een oneven aantal tenen met hoeven, orde Perissodactyla met een oneven aantal tenen met hoeven
onevenhoevigs	=	onevenhoevig
onevenredig	adj	effect dat niet passend is bij de grootte van de oorzaak
onevenredige	=	onevenredig
onevenrediger	=	onevenredig
onevenredigere	=	onevenredig
onevenredigers	=	onevenredig
onevenredigs	=	onevenredig
onevenredigst	=	onevenredig
onevenredigste	=	onevenredig
onevens	=	oneven
onevenst	=	oneven
onevenste	=	oneven
onevenwichtig	adj	van een persoon dat hij snel wisselt van stemming
onevenwichtige	=	onevenwichtig
onevenwichtiger	=	onevenwichtig
onevenwichtigere	=	onevenwichtig
onevenwichtigers	=	onevenwichtig
onevenwichtigheden	=	onevenwichtigheid
onevenwichtigheid	noun	het onevenwichtig zijn
onevenwichtigs	=	onevenwichtig
onevenwichtigst	=	onevenwichtig
onevenwichtigste	=	onevenwichtig
onfair	adj	niet eerlijk
onfairder	=	onfair
onfairdere	=	onfair
onfairders	=	onfair
onfaire	=	onfair
onfairs	=	onfair
onfairst	=	onfair
onfairste	=	onfair
onfatsoen	noun	iets dat niet past bij net en wellevend gedrag
onfatsoenlijk	adj	niet netjes, niet zoals het hoort
onfatsoenlijke	=	onfatsoenlijk
onfatsoenlijker	=	onfatsoenlijk
onfatsoenlijkere	=	onfatsoenlijk
onfatsoenlijkers	=	onfatsoenlijk
onfatsoenlijkheden	=	onfatsoenlijkheid
onfatsoenlijkheid	noun	iets wat niet netjes en welgemanierd is volgens de geldende fatsoensregels
onfatsoenlijks	=	onfatsoenlijk
onfatsoenlijkst	=	onfatsoenlijk
onfatsoenlijkste	=	onfatsoenlijk
onfeilbaar	adj	niet kunnen falen, altijd goed werkend
onfeilbaarder	=	onfeilbaar
onfeilbaardere	=	onfeilbaar
onfeilbaarders	=	onfeilbaar
onfeilbaarheden	=	onfeilbaarheid
onfeilbaarheid	noun	mate waarin iets of iemand geen fouten kan maken
onfeilbaars	=	onfeilbaar
onfeilbaarst	=	onfeilbaar
onfeilbaarste	=	onfeilbaar
onfeilbaer	=	onfeilbaar
onfeilbare	=	onfeilbaar
onfeylbaer	=	onfeilbaar
onflatterend	adj	van iets (zoals kleding, een foto, een kleur of een beschrijving) iemands uiterlijk of imago niet gunstig doet uitkomen
onflatterende	=	onflatterend
onflatterender	=	onflatterend
onflatterendere	=	onflatterend
onflatterenders	=	onflatterend
onflatterends	=	onflatterend
onflatterendst	=	onflatterend
onflatterendste	=	onflatterend
onflatteus	adj	niet vleiend
onflatteust	=	onflatteus
onflatteuste	=	onflatteus
onflatteuze	=	onflatteus
onflatteuzer	=	onflatteus
onflatteuzere	=	onflatteus
onflatteuzers	=	onflatteus
onfortuinlijk	adj	met veel pech, zonder geluk
onfortuinlijke	=	onfortuinlijk
onfortuinlijker	=	onfortuinlijk
onfortuinlijkere	=	onfortuinlijk
onfortuinlijkers	=	onfortuinlijk
onfortuinlijks	=	onfortuinlijk
onfortuinlijkst	=	onfortuinlijk
onfortuinlijkste	=	onfortuinlijk
onfraai	adj	lelijk, niet prettig om te zien of horen
onfraaie	=	onfraai
onfraaier	=	onfraai
onfraaiere	=	onfraai
onfraaiers	=	onfraai
onfraais	=	onfraai
onfraaist	=	onfraai
onfraaiste	=	onfraai
onfris	adj	onhygiënisch
onfrisse	=	onfris
onfrisser	=	onfris
onfrissere	=	onfris
onfrissers	=	onfris
onfrist	=	onfris
onfriste	=	onfris
ongaar	adj	niet genoeg gekookt of gebakken
ongaarder	=	ongaar
ongaardere	=	ongaar
ongaarders	=	ongaar
ongaarne	adv	met tegenzin; niet graag
ongaars	=	ongaar
ongaarst	=	ongaar
ongaarste	=	ongaar
ongans	noun	schapenziekte veroorzaakt door leverbot	adj	ongezond, onwel
onganse	=	ongans
onganser	=	ongans
ongansere	=	ongans
ongansers	=	ongans
onganst	=	ongans
onganste	=	ongans
ongare	=	ongaar
ongastvrij	adj	van een persoon dat deze niet geneigd is om gasten vriendelijk te ontvangen
ongastvrije	=	ongastvrij
ongastvrijer	=	ongastvrij
ongastvrijere	=	ongastvrij
ongastvrijers	=	ongastvrij
ongastvrijs	=	ongastvrij
ongastvrijst	=	ongastvrij
ongastvrijste	=	ongastvrij
ongeacht	adj	geen of weinig respect verdienend	prep	los van
ongeachte	=	ongeacht
ongeachter	=	ongeacht
ongeachtere	=	ongeacht
ongeachters	=	ongeacht
ongeachts	=	ongeacht
ongeachtst	=	ongeacht
ongeachtste	=	ongeacht
ongeanimeerd	adj	lusteloos, met weinig animo
ongeanimeerde	=	ongeanimeerd
ongeanimeerder	=	ongeanimeerd
ongeanimeerdere	=	ongeanimeerd
ongeanimeerders	=	ongeanimeerd
ongeanimeerds	=	ongeanimeerd
ongeanimeerdst	=	ongeanimeerd
ongeanimeerdste	=	ongeanimeerd
ongearticuleerd	adj	niet duidelijk uitgesproken en daardoor niet goed verstaanbaar
ongearticuleerde	=	ongearticuleerd
ongearticuleerder	=	ongearticuleerd
ongearticuleerdere	=	ongearticuleerd
ongearticuleerders	=	ongearticuleerd
ongearticuleerds	=	ongearticuleerd
ongearticuleerdst	=	ongearticuleerd
ongearticuleerdste	=	ongearticuleerd
ongeautoriseerd	adj	zonder dat er officiële toestemming voor is gegeven
ongeautoriseerde	=	ongeautoriseerd
ongeautoriseerds	=	ongeautoriseerd
ongeautoriseerdst	=	ongeautoriseerd
ongebaand	adj	zonder wegen of paden
ongebaande	=	ongebaand
ongebaander	=	ongebaand
ongebaandere	=	ongebaand
ongebaanders	=	ongebaand
ongebaands	=	ongebaand
ongebaandst	=	ongebaand
ongebaandste	=	ongebaand
ongebakken	adj	niet gebakken
ongebakkens	=	ongebakken
ongebalanceerd	adj	(audio(visuele)-term) om aan te geven dat de minpool van het signaal gebruikt wordt als mantel van de kabel
ongebalanceerde	=	ongebalanceerd
ongebalanceerder	=	ongebalanceerd
ongebalanceerdere	=	ongebalanceerd
ongebalanceerders	=	ongebalanceerd
ongebalanceerds	=	ongebalanceerd
ongebalanceerdst	=	ongebalanceerd
ongebalanceerdste	=	ongebalanceerd
ongebleekt	adj	niet ontkleurd
ongebleekte	=	ongebleekt
ongebleekts	=	ongebleekt
ongeblust	adj	van kalk: dat het water eruit is gehaald
ongebluste	=	ongeblust
ongeblusts	=	ongeblust
ongeblustst	=	ongeblust
ongeboeid	adj	zonder (hand)boeien
ongeboeide	=	ongeboeid
ongeboeider	=	ongeboeid
ongeboeidere	=	ongeboeid
ongeboeiders	=	ongeboeid
ongeboeids	=	ongeboeid
ongeboeidst	=	ongeboeid
ongeboeidste	=	ongeboeid
ongebogen	adj	recht van houding en gestalte
ongebogens	=	ongebogen
ongebonden	adj	boeken niet ingebonden maar geplakt
ongebondenheden	=	ongebondenheid
ongebondenheid	noun	mate waarin men onafhankelijk is
ongebondens	=	ongebonden
ongeboren	adj	levend in de baarmoeder maar nog niet geboren
ongeborene	noun	een menselijk of dierlijk wezen dat zich in de baarmoeder ontwikkelt
ongeborenen	=	ongeborene
ongeborens	=	ongeboren
ongebouwd	adj	van een stuk grond: zonder bebouwing
ongebouwde	=	ongebouwd
ongebouwds	=	ongebouwd
ongebrand	adj	van voeding dat het niet geroosterd is
ongebrande	=	ongebrand
ongebrands	=	ongebrand
ongebreideld	adj	zonder remmingen, beperkingen of grenzen
ongebreidelde	=	ongebreideld
ongebreidelder	=	ongebreideld
ongebreideldere	=	ongebreideld
ongebreidelders	=	ongebreideld
ongebreidelds	=	ongebreideld
ongebreideldst	=	ongebreideld
ongebreideldste	=	ongebreideld
ongebroken	adj	heel, niet in stukken of brokken
ongebrokens	=	ongebroken
ongebruikelijk	adj	niet conform datgene wat gebruikelijk is
ongebruikelijke	=	ongebruikelijk
ongebruikelijker	=	ongebruikelijk
ongebruikelijkere	=	ongebruikelijk
ongebruikelijkers	=	ongebruikelijk
ongebruikelijks	=	ongebruikelijk
ongebruikelijkst	=	ongebruikelijk
ongebruikelijkste	=	ongebruikelijk
ongebruiksvriendelijk	adj	onhandig in gebruik
ongebruiksvriendelijke	=	ongebruiksvriendelijk
ongebruiksvriendelijker	=	ongebruiksvriendelijk
ongebruiksvriendelijkere	=	ongebruiksvriendelijk
ongebruiksvriendelijkers	=	ongebruiksvriendelijk
ongebruiksvriendelijks	=	ongebruiksvriendelijk
ongebruiksvriendelijkst	=	ongebruiksvriendelijk
ongebruiksvriendelijkste	=	ongebruiksvriendelijk
ongebruikt	adj	dat iets nog nooit gebruikt is en dus nog helemaal als nieuw is en nog niet gesleten is
ongebruikte	=	ongebruikt
ongebruikts	=	ongebruikt
ongebuild	adj	zonder builen
ongebuilde	=	ongebuild
ongebuilds	=	ongebuild
ongebundeld	adj	niet tot een bundel verenigd
ongebundelde	=	ongebundeld
ongebundelds	=	ongebundeld
ongecensureerd	adj	zonder het weghalen van (onwenselijke) informatie; zonder aanpassingen; zonder weglatingen
ongecensureerde	=	ongecensureerd
ongecensureerder	=	ongecensureerd
ongecensureerdere	=	ongecensureerd
ongecensureerders	=	ongecensureerd
ongecensureerds	=	ongecensureerd
ongecensureerdst	=	ongecensureerd
ongecensureerdste	=	ongecensureerd
ongeciviliseerd	adj	niet geciviliseerd, onbeschaafd
ongeciviliseerde	=	ongeciviliseerd
ongeciviliseerder	=	ongeciviliseerd
ongeciviliseerdere	=	ongeciviliseerd
ongeciviliseerders	=	ongeciviliseerd
ongeciviliseerds	=	ongeciviliseerd
ongeciviliseerdst	=	ongeciviliseerd
ongeciviliseerdste	=	ongeciviliseerd
ongeclausuleerd	adj	geen clausule hebbend
ongeclausuleerde	=	ongeclausuleerd
ongeclausuleerder	=	ongeclausuleerd
ongeclausuleerdere	=	ongeclausuleerd
ongeclausuleerders	=	ongeclausuleerd
ongeclausuleerds	=	ongeclausuleerd
ongeclausuleerdst	=	ongeclausuleerd
ongeclausuleerdste	=	ongeclausuleerd
ongecompliceerd	adj	eenvoudig en dus makkelijk te begrijpen
ongecompliceerde	=	ongecompliceerd
ongecompliceerder	=	ongecompliceerd
ongecompliceerdere	=	ongecompliceerd
ongecompliceerders	=	ongecompliceerd
ongecompliceerds	=	ongecompliceerd
ongecompliceerdst	=	ongecompliceerd
ongecompliceerdste	=	ongecompliceerd
ongeconcentreerd	adj	zonder aandacht, zonder focus
ongeconcentreerde	=	ongeconcentreerd
ongeconcentreerder	=	ongeconcentreerd
ongeconcentreerdere	=	ongeconcentreerd
ongeconcentreerders	=	ongeconcentreerd
ongeconcentreerds	=	ongeconcentreerd
ongeconcentreerdst	=	ongeconcentreerd
ongeconcentreerdste	=	ongeconcentreerd
ongeconditioneerd	adj	niet aan voorwaarden gebonden
ongeconditioneerde	=	ongeconditioneerd
ongeconditioneerder	=	ongeconditioneerd
ongeconditioneerdere	=	ongeconditioneerd
ongeconditioneerders	=	ongeconditioneerd
ongeconditioneerds	=	ongeconditioneerd
ongeconditioneerdst	=	ongeconditioneerd
ongeconditioneerdste	=	ongeconditioneerd
ongecontroleerd	adj	zonder dat getest is of het wel goed is
ongecontroleerde	=	ongecontroleerd
ongecontroleerder	=	ongecontroleerd
ongecontroleerdere	=	ongecontroleerd
ongecontroleerders	=	ongecontroleerd
ongecontroleerds	=	ongecontroleerd
ongecontroleerdst	=	ongecontroleerd
ongecontroleerdste	=	ongecontroleerd
ongecorrigeerd	adj	niet gecorrigeerd
ongecorrigeerde	=	ongecorrigeerd
ongecorrigeerder	=	ongecorrigeerd
ongecorrigeerdere	=	ongecorrigeerd
ongecorrigeerders	=	ongecorrigeerd
ongecorrigeerds	=	ongecorrigeerd
ongecorrigeerdst	=	ongecorrigeerd
ongecorrigeerdste	=	ongecorrigeerd
ongecoördineerd	adj	niet gecoördineerd, niet goed op elkaar afgesteld
ongecoördineerde	=	ongecoördineerd
ongecoördineerder	=	ongecoördineerd
ongecoördineerdere	=	ongecoördineerd
ongecoördineerders	=	ongecoördineerd
ongecoördineerds	=	ongecoördineerd
ongecoördineerdst	=	ongecoördineerd
ongecoördineerdste	=	ongecoördineerd
ongecultiveerd	adj	niet in cultuur gebracht
ongecultiveerde	=	ongecultiveerd
ongecultiveerder	=	ongecultiveerd
ongecultiveerdere	=	ongecultiveerd
ongecultiveerders	=	ongecultiveerd
ongecultiveerds	=	ongecultiveerd
ongecultiveerdst	=	ongecultiveerd
ongecultiveerdste	=	ongecultiveerd
ongedaan	adj	opheffing gevolgen
ongedaanmaking	noun	een juridische term die inhoudt dat reeds verrichte handelingen of overeenkomsten ongedaan worden gemaakt en teruggedraaid alsof ze nooit hebben bestaan.
ongedaanmakingen	=	ongedaanmaking
ongedaanmakinkje	=	ongedaanmaking
ongedaanmakinkjes	=	ongedaanmaking
ongedaans	=	ongedaan
ongedacht	adj	onverwacht
ongedachte	=	ongedacht
ongedachts	=	ongedacht
ongedane	=	ongedaan
ongedateerd	adj	van iets dat het niet van een datum is voorzien
ongedateerde	=	ongedateerd
ongedateerds	=	ongedateerd
ongedeeld	adj	niet verdeeld
ongedeelde	=	ongedeeld
ongedeelds	=	ongedeeld
ongedeerd	adj	niet verwond door het gebeuren
ongedeerde	=	ongedeerd
ongedeerds	=	ongedeerd
ongedefinieerd	adj	niet precies te omschrijven, niet duidelijk vastgelegd
ongedefinieerde	=	ongedefinieerd
ongedefinieerder	=	ongedefinieerd
ongedefinieerdere	=	ongedefinieerd
ongedefinieerders	=	ongedefinieerd
ongedefinieerds	=	ongedefinieerd
ongedefinieerdst	=	ongedefinieerd
ongedefinieerdste	=	ongedefinieerd
ongedekt	adj	van een tafel dat er geen tafellaken overheen ligt
ongedekte	=	ongedekt
ongedekts	=	ongedekt
ongedesemd	adj	van brood en andere graanproducten dat men er geen gist bij heeft gebruikt
ongedesemde	=	ongedesemd
ongedesemds	=	ongedesemd
ongedierte	noun	ongewenste dieren, die de mens op een of andere manier last bezorgen
ongediertebestrijder	noun	persoon die plaagdieren probeert te verjagen of te doden
ongediertebestrijders	=	ongediertebestrijder
ongediertebestrijdertje	=	ongediertebestrijder
ongediertebestrijdertjes	=	ongediertebestrijder
ongediertebestrijding	noun	de vernietiging of verwijdering van ongewenste parasieten, insecten, knaagdieren en andere kleine dieren die overlast of gevaar opleveren, ten behoeve van mensen, kleding, huisdieren of het milieu
ongediertebestrijdingen	=	ongediertebestrijding
ongediertebestrijdinkje	=	ongediertebestrijding
ongediertebestrijdinkjes	=	ongediertebestrijding
ongedifferentieerd	adj	niet gedifferentieerd, waarin geen onderscheid is of gemaakt wordt
ongedifferentieerde	=	ongedifferentieerd
ongedifferentieerder	=	ongedifferentieerd
ongedifferentieerdere	=	ongedifferentieerd
ongedifferentieerders	=	ongedifferentieerd
ongedifferentieerds	=	ongedifferentieerd
ongedifferentieerdst	=	ongedifferentieerd
ongedifferentieerdste	=	ongedifferentieerd
ongediplomeerd	adj	zonder voltooide relevante opleiding
ongediplomeerde	=	ongediplomeerd
ongediplomeerds	=	ongediplomeerd
ongedisciplineerd	adj	zonder discipline
ongedisciplineerde	=	ongedisciplineerd
ongedisciplineerder	=	ongedisciplineerd
ongedisciplineerdere	=	ongedisciplineerd
ongedisciplineerders	=	ongedisciplineerd
ongedisciplineerds	=	ongedisciplineerd
ongedisciplineerdst	=	ongedisciplineerd
ongedisciplineerdste	=	ongedisciplineerd
ongedocumenteerd	adj	zonder vastlegging in blijvende vorm, zonder schriftelijk bewijs
ongedocumenteerde	adj	zijnde illegaal, zonder geldige verblijfsvergunning	noun	vreemdeling zonder een geldige verblijfsvergunning, uitgeprocedeerde asielzoeker
ongedocumenteerden	=	ongedocumenteerde
ongedocumenteerds	=	ongedocumenteerd
ongedoopt	adj	niet of nog niet het doopsel ontvangen hebbend
ongedoopte	=	ongedoopt
ongedoopts	=	ongedoopt
ongedrukt	adj	van een tekst dat deze alleen getypt of in handschrift beschikbaar is en dus nog niet is uitgegeven
ongedrukte	=	ongedrukt
ongedrukts	=	ongedrukt
ongeduld	noun	drift, boosheid, woedeaanval, zonder geduld
ongeduldig	adj	onwillig nog langer te wachten
ongeduldige	=	ongeduldig
ongeduldiger	=	ongeduldig
ongeduldigere	=	ongeduldig
ongeduldigers	=	ongeduldig
ongeduldigheid	noun	het haast hebben en niet kunnen wachten
ongeduldigs	=	ongeduldig
ongeduldigst	=	ongeduldig
ongeduldigste	=	ongeduldig
ongeduldje	=	ongeduld
ongedurig	adj	rusteloos, ongeduldig en nerveus bewegend
ongedurige	=	ongedurig
ongeduriger	=	ongedurig
ongedurigere	=	ongedurig
ongedurigers	=	ongedurig
ongedurigheid	noun	het onrustige verlangen
ongedurigs	=	ongedurig
ongedurigst	=	ongedurig
ongedurigste	=	ongedurig
ongedwongen	adj	zonder dwang, casual, los, zonder zich al te veel druk te maken om formele regels
ongedwongener	=	ongedwongen
ongedwongeners	=	ongedwongen
ongedwongenheden	=	ongedwongenheid
ongedwongenheid	noun	het vrij zijn, het zonder dwang kunnen doen wat men wil
ongedwongens	=	ongedwongen
ongedwongenst	=	ongedwongen
ongedwongenste	=	ongedwongen
ongeestig	adj	zonder enige vorm van geestigheid
ongeestige	=	ongeestig
ongeestiger	=	ongeestig
ongeestigere	=	ongeestig
ongeestigers	=	ongeestig
ongeestigs	=	ongeestig
ongeestigst	=	ongeestig
ongeestigste	=	ongeestig
ongefilterd	adj	zonder dat het door iets wordt tegengehouden
ongefilterde	=	ongefilterd
ongefilterds	=	ongefilterd
ongeforceerd	adj	niet geforceerd
ongeforceerde	=	ongeforceerd
ongeforceerder	=	ongeforceerd
ongeforceerdere	=	ongeforceerd
ongeforceerders	=	ongeforceerd
ongeforceerds	=	ongeforceerd
ongeforceerdst	=	ongeforceerd
ongeforceerdste	=	ongeforceerd
ongefrankeerd	adj	niet van postzegels voorzien
ongefrankeerde	=	ongefrankeerd
ongefrankeerds	=	ongefrankeerd
ongefundeerd	adj	zonder voldoende feitelijke onderbouwing
ongefundeerde	=	ongefundeerd
ongefundeerder	=	ongefundeerd
ongefundeerdere	=	ongefundeerd
ongefundeerders	=	ongefundeerd
ongefundeerds	=	ongefundeerd
ongefundeerdst	=	ongefundeerd
ongefundeerdste	=	ongefundeerd
ongegeneerd	adj	zonder schaamte
ongegeneerde	=	ongegeneerd
ongegeneerder	=	ongegeneerd
ongegeneerdere	=	ongegeneerd
ongegeneerders	=	ongegeneerd
ongegeneerdheden	=	ongegeneerdheid
ongegeneerdheid	noun	volledig gebrek aan schaamte (over iets waarover men zich eigenlijk wel zou moeten schamen)
ongegeneerds	=	ongegeneerd
ongegeneerdst	=	ongegeneerd
ongegeneerdste	=	ongegeneerd
ongegist	adj	niet door een gistingsproces bereid
ongegiste	=	ongegist
ongegists	=	ongegist
ongeglazuurd	adj	niet geglazuurd
ongeglazuurde	=	ongeglazuurd
ongeglazuurds	=	ongeglazuurd
ongegrond	adj	niet op een grond gebaseerd, zonder wetenschappelijk bewijs, gratuit, onterecht, onnodig, ongerechtvaardigd
ongegronde	=	ongegrond
ongegronder	=	ongegrond
ongegrondere	=	ongegrond
ongegronders	=	ongegrond
ongegrondheid	noun|figurative	van iets dat er geen enkele fundering of basis voor is in de werkelijkheid
ongegronds	=	ongegrond
ongegrondst	=	ongegrond
ongegrondste	=	ongegrond
ongehaast	adj	zonder haast
ongehaaste	=	ongehaast
ongehaaster	=	ongehaast
ongehaastere	=	ongehaast
ongehaasters	=	ongehaast
ongehaasts	=	ongehaast
ongehaastst	=	ongehaast
ongehaastste	=	ongehaast
ongehavend	adj	zonder schade, helemaal intact
ongehavende	=	ongehavend
ongehavender	=	ongehavend
ongehavendere	=	ongehavend
ongehavenders	=	ongehavend
ongehavends	=	ongehavend
ongehavendst	=	ongehavend
ongehavendste	=	ongehavend
ongehinderd	adj	zonder belemmering
ongehinderde	=	ongehinderd
ongehinderder	=	ongehinderd
ongehinderdere	=	ongehinderd
ongehinderders	=	ongehinderd
ongehinderds	=	ongehinderd
ongehinderdst	=	ongehinderd
ongehinderdste	=	ongehinderd
ongehoord	adj	schandelijk, zo erg dat niemand ooit van zoiets gehoord heeft
ongehoorde	=	ongehoord
ongehoorder	=	ongehoord
ongehoordere	=	ongehoord
ongehoorders	=	ongehoord
ongehoords	=	ongehoord
ongehoordst	=	ongehoord
ongehoordste	=	ongehoord
ongehoorzaam	adj	niet bereid gehoor te geven aan gestelde regels
ongehoorzaamheden	=	ongehoorzaamheid
ongehoorzaamheid	noun	het niet opvolgen van opgelegde regels; het niet opvolgen van bevelen
ongehoorzaamheidje	=	ongehoorzaamheid
ongehoorzaams	=	ongehoorzaam
ongehoorzaamst	=	ongehoorzaam
ongehoorzaamste	=	ongehoorzaam
ongehoorzame	=	ongehoorzaam
ongehoorzamer	=	ongehoorzaam
ongehoorzamere	=	ongehoorzaam
ongehoorzamers	=	ongehoorzaam
ongehuicheld	adj	niet gehuicheld, oprecht gemeend
ongehuichelde	=	ongehuicheld
ongehuichelder	=	ongehuicheld
ongehuicheldere	=	ongehuicheld
ongehuichelders	=	ongehuicheld
ongehuichelds	=	ongehuicheld
ongehuicheldst	=	ongehuicheld
ongehuicheldste	=	ongehuicheld
ongehuwd	adj	niet getrouwd
ongehuwde	=	ongehuwd
ongehuwds	=	ongehuwd
ongein	noun	flauwe grap
ongeinen	=	ongein
ongeintje	=	ongein
ongekamd	adj	met name van haren dat ze niet gekamd zijn met een kam of borstel
ongekamde	=	ongekamd
ongekamds	=	ongekamd
ongekend	adj	zoals nog nooit eerder is gebeurd
ongekende	=	ongekend
ongekender	=	ongekend
ongekendere	=	ongekend
ongekenders	=	ongekend
ongekends	=	ongekend
ongekendst	=	ongekend
ongekendste	=	ongekend
ongekerstend	adj	niet gekerstend, nog niet tot het christendom bekeerd
ongekerstende	=	ongekerstend
ongekerstends	=	ongekerstend
ongekeurd	adj	van iets dat het niet getest is
ongekeurde	=	ongekeurd
ongekeurds	=	ongekeurd
ongeklede	=	ongekleed
ongekleder	=	ongekleed
ongekledere	=	ongekleed
ongekleders	=	ongekleed
ongekleed	adj	van een persoon dat hij niet gekleed is
ongekleeds	=	ongekleed
ongekleedst	=	ongekleed
ongekleedste	=	ongekleed
ongekleurd	adj	geen kleur bezittend
ongekleurde	=	ongekleurd
ongekleurder	=	ongekleurd
ongekleurdere	=	ongekleurd
ongekleurders	=	ongekleurd
ongekleurds	=	ongekleurd
ongekleurdst	=	ongekleurd
ongekleurdste	=	ongekleurd
ongeklopt	adj	nog helemaal vloeibaar
ongeklopte	=	ongeklopt
ongeklopts	=	ongeklopt
ongeknecht	adj	niet aan een ander onderworpen
ongeknechte	=	ongeknecht
ongeknechts	=	ongeknecht
ongekoeld	adj	zonder koeling
ongekoelde	=	ongekoeld
ongekoelds	=	ongekoeld
ongekookt	adj	van voeding dat de voedeselproducten nog niet in kokend water bereid zijn
ongekookte	=	ongekookt
ongekookter	=	ongekookt
ongekooktere	=	ongekookt
ongekookters	=	ongekookt
ongekookts	=	ongekookt
ongekooktst	=	ongekookt
ongekooktste	=	ongekookt
ongekozen	adj	van een bestuurder dat hij niet door verkiezingen aan de macht is gekomen
ongekozens	=	ongekozen
ongekrenkt	adj	niet gekrenkt
ongekrenkte	=	ongekrenkt
ongekrenkts	=	ongekrenkt
ongekreukt	adj	zonder kreuken
ongekreukte	=	ongekreukt
ongekreukts	=	ongekreukt
ongekroond	adj	niet gekroond
ongekroonde	=	ongekroond
ongekroonds	=	ongekroond
ongekruid	adj	zonder kleine toevoegingen om de smaak te verbeteren
ongekruide	=	ongekruid
ongekruids	=	ongekruid
ongekuist	adj	niet fijn
ongekuiste	=	ongekuist
ongekuists	=	ongekuist
ongekunsteld	adj	eenvoudig, oprecht en eerlijk zonder aanstellerij
ongekunstelde	=	ongekunsteld
ongekunstelder	=	ongekunsteld
ongekunsteldere	=	ongekunsteld
ongekunstelders	=	ongekunsteld
ongekunsteldheid	noun	de mate waarin iemand simpel en eenvoudig is zonder overbodige poespas
ongekunstelds	=	ongekunsteld
ongekunsteldst	=	ongekunsteld
ongekunsteldste	=	ongekunsteld
ongekwalificeerd	adj	met name van personeel dat het niet aan de eisen voldoet die men eraan zou mogen stellen
ongekwalificeerde	=	ongekwalificeerd
ongekwalificeerds	=	ongekwalificeerd
ongel	noun	vet uit de ingewanden van vee Dit vet kon worden gebruikt als smeermiddel, als brandstof of bij het bereiden van voedsel.
ongelaagd	adj	niet uit verschillende aardlagen bestaand
ongelaagde	=	ongelaagd
ongelaagds	=	ongelaagd
ongeladen	adj	van een wapen dat er geen munitie in zit
ongelakt	adj	van een voorwerp dat er geen lak of verf op is aangebracht
ongelakte	=	ongelakt
ongelakts	=	ongelakt
ongeld	noun	onkosten
ongelden	=	ongeld
ongeldig	adj	waarvan de waarde of wettigheid niet erkend wordt
ongeldige	=	ongeldig
ongeldiger	=	ongeldig
ongeldigere	=	ongeldig
ongeldigers	=	ongeldig
ongeldigheden	=	ongeldigheid
ongeldigheid	noun	de mate waarin iet geen waarde, kracht of gezag heeft
ongeldigs	=	ongeldig
ongeldigst	=	ongeldig
ongeldigste	=	ongeldig
ongeldigverklaring	noun	verklaring dat iets ongeldig is
ongeldigverklaringen	=	ongeldigverklaring
ongeldigverklarinkje	=	ongeldigverklaring
ongeldigverklarinkjes	=	ongeldigverklaring
ongelede	=	ongeleed
ongeleed	adj	in de lengterichting één geheel vormend, zonder zichtbare onderverdeling
ongeleeds	=	ongeleed
ongeleerd	adj	zonder veel onderwijs genoten te hebben; ongeletterd
ongeleerde	=	ongeleerd
ongeleerder	=	ongeleerd
ongeleerdere	=	ongeleerd
ongeleerders	=	ongeleerd
ongeleerds	=	ongeleerd
ongeleerdst	=	ongeleerd
ongeleerdste	=	ongeleerd
ongelegen	adj	op een ongeschikt tijdstip
ongelegene	noun	ongeschiktheid van het tijdstip
ongelegener	=	ongelegen
ongelegeners	=	ongelegen
ongelegens	=	ongelegen
ongelegenst	=	ongelegen
ongelegenste	=	ongelegen
ongeleid	adj	zonder externe leiding of sturing
ongeleide	=	ongeleid
ongeleids	=	ongeleid
ongeletterd	adj	niet onderricht in lezen en schrijven
ongeletterde	=	ongeletterd
ongeletterder	=	ongeletterd
ongeletterdere	=	ongeletterd
ongeletterders	=	ongeletterd
ongeletterdheid	noun	het onvermogen te kunnen lezen of schrijven
ongeletterds	=	ongeletterd
ongeletterdst	=	ongeletterd
ongeletterdste	=	ongeletterd
ongelezen	adj	van een tekst dat die tekst niet gelezen is en waarvan de inhoud dus onbekend is gebleven
ongelezens	=	ongelezen
ongeliefd	adj	niet bemind
ongeliefde	=	ongeliefd
ongeliefder	=	ongeliefd
ongeliefdere	=	ongeliefd
ongeliefders	=	ongeliefd
ongeliefds	=	ongeliefd
ongeliefdst	=	ongeliefd
ongeliefdste	=	ongeliefd
ongelijk	adj	niet met elkaar overeenstemmend, verschillend	noun	ongelijk hebben: iets niet goed of op een verkeerde manier begrijpen
ongelijkbenig	adj	met drie zijden die elk een andere lengte hebben
ongelijkbenige	=	ongelijkbenig
ongelijkbenigs	=	ongelijkbenig
ongelijke	=	ongelijk
ongelijker	=	ongelijk
ongelijkere	=	ongelijk
ongelijkers	=	ongelijk
ongelijkheden	=	ongelijkheid
ongelijkheid	noun	het door de staat voortrekken van de een en achterstellen van de ander
ongelijkheidje	=	ongelijkheid
ongelijkheidjes	=	ongelijkheid
ongelijkheidsteken	noun	verzamelnaam voor de symbolen voor "groter dan" (>) en "kleiner dan" (<)
ongelijkheidstekens	=	ongelijkheidsteken
ongelijkmatig	adj	op een onregelmatige manier wisselend
ongelijkmatige	=	ongelijkmatig
ongelijkmatiger	=	ongelijkmatig
ongelijkmatigere	=	ongelijkmatig
ongelijkmatigers	=	ongelijkmatig
ongelijkmatigs	=	ongelijkmatig
ongelijkmatigst	=	ongelijkmatig
ongelijkmatigste	=	ongelijkmatig
ongelijknamig	adj	verschillende namen dragend
ongelijknamige	=	ongelijknamig
ongelijknamigs	=	ongelijknamig
ongelijks	=	ongelijk
ongelijkslachtig	adj	niet gelijkslachtig
ongelijkslachtige	=	ongelijkslachtig
ongelijkslachtigs	=	ongelijkslachtig
ongelijksoortig	adj	niet van dezelfde soort
ongelijksoortige	=	ongelijksoortig
ongelijksoortiger	=	ongelijksoortig
ongelijksoortigere	=	ongelijksoortig
ongelijksoortigers	=	ongelijksoortig
ongelijksoortigheden	=	ongelijksoortigheid
ongelijksoortigheid	noun	het ongelijksoortig zijn
ongelijksoortigs	=	ongelijksoortig
ongelijksoortigst	=	ongelijksoortig
ongelijksoortigste	=	ongelijksoortig
ongelijkst	=	ongelijk
ongelijkste	=	ongelijk
ongelijkvloers	adj	niet op hetzelfde niveau (als het maaiveld)
ongelijkvloerse	=	ongelijkvloers
ongelijkvormig	adj	leden van een verzameling die een verschillende vorm hebben
ongelijkvormige	=	ongelijkvormig
ongelijkvormiger	=	ongelijkvormig
ongelijkvormigere	=	ongelijkvormig
ongelijkvormigers	=	ongelijkvormig
ongelijkvormigs	=	ongelijkvormig
ongelijkvormigst	=	ongelijkvormig
ongelijkvormigste	=	ongelijkvormig
ongelijkwaardig	adj	niet van onderling gelijke waarde
ongelijkwaardige	=	ongelijkwaardig
ongelijkwaardiger	=	ongelijkwaardig
ongelijkwaardigere	=	ongelijkwaardig
ongelijkwaardigers	=	ongelijkwaardig
ongelijkwaardigheden	=	ongelijkwaardigheid
ongelijkwaardigheid	noun	van verschillende waarde
ongelijkwaardigs	=	ongelijkwaardig
ongelijkwaardigst	=	ongelijkwaardig
ongelijkwaardigste	=	ongelijkwaardig
ongelijkzijdig	adj	niet gelijkzijdig
ongelijkzijdige	=	ongelijkzijdig
ongelijkzijdigs	=	ongelijkzijdig
ongelijmd	adj	zonder dat er lijm is gebruikt
ongelijmde	=	ongelijmd
ongelijmds	=	ongelijmd
ongelijnd	adj	van papier dat het geen voorbedrukte lijnen bevat
ongelijnde	=	ongelijnd
ongelijnder	=	ongelijnd
ongelijndere	=	ongelijnd
ongelijnders	=	ongelijnd
ongelijnds	=	ongelijnd
ongelijndst	=	ongelijnd
ongelijndste	=	ongelijnd
ongelikt	adj	ongepolijst, ruw, brutaal, plomp, onbeschaafd
ongelikte	=	ongelikt
ongelikter	=	ongelikt
ongeliktere	=	ongelikt
ongelikters	=	ongelikt
ongelikts	=	ongelikt
ongeliktst	=	ongelikt
ongeliktste	=	ongelikt
ongelimiteerd	adj	zonder opgelegde beperkingen
ongelimiteerde	=	ongelimiteerd
ongelimiteerder	=	ongelimiteerd
ongelimiteerdere	=	ongelimiteerd
ongelimiteerders	=	ongelimiteerd
ongelimiteerds	=	ongelimiteerd
ongelimiteerdst	=	ongelimiteerd
ongelimiteerdste	=	ongelimiteerd
ongelinieerd	adj	zonder schrijflijntjes
ongelinieerde	=	ongelinieerd
ongelinieerds	=	ongelinieerd
ongelode	=	ongelood
ongelofelijk	adj	onmogelijk om geloof aan te schenken
ongelofelijke	=	ongelofelijk
ongelofelijker	=	ongelofelijk
ongelofelijkere	=	ongelofelijk
ongelofelijkers	=	ongelofelijk
ongelofelijks	=	ongelofelijk
ongelofelijkst	=	ongelofelijk
ongelofelijkste	=	ongelofelijk
ongelogen	adj	waarheidsgetrouw
ongelogens	=	ongelogen
ongelood	adj	van benzine: zonder lood toevoeging
ongeloods	=	ongelood
ongeloof	noun	het niet (kunnen) geloven
ongelooflijk	adj	onmogelijk om geloof aan te schenken
ongelooflijke	=	ongelooflijk
ongelooflijker	=	ongelooflijk
ongelooflijkere	=	ongelooflijk
ongelooflijkers	=	ongelooflijk
ongelooflijks	=	ongelooflijk
ongelooflijkst	=	ongelooflijk
ongelooflijkste	=	ongelooflijk
ongeloofwaardig	adv	geen geloof verdienend (omdat het onwaarschijnlijk overkomt)
ongeloofwaardige	=	ongeloofwaardig
ongeloofwaardiger	=	ongeloofwaardig
ongeloofwaardigere	=	ongeloofwaardig
ongeloofwaardigers	=	ongeloofwaardig
ongeloofwaardigheden	=	ongeloofwaardigheid
ongeloofwaardigheid	noun	het ongeloofwaardig zijn
ongeloofwaardigs	=	ongeloofwaardig
ongeloofwaardigst	=	ongeloofwaardig
ongeloofwaardigste	=	ongeloofwaardig
ongelouterd	adj	niet gelouterd
ongelouterde	=	ongelouterd
ongelouterds	=	ongelouterd
ongelovig	adj	niet geloven, in de godsdienstige zin het niet geloven in een opperwezen.
ongelovige	adj	van een persoon dat hij niet gelooft	noun	iemand die niet (meer) gelooft
ongelovigen	=	ongelovige
ongeloviger	=	ongelovig
ongelovigere	=	ongelovig
ongelovigers	=	ongelovig
ongelovigheid	noun	het denken en vermoeden dat iets niet kan
ongelovigs	=	ongelovig
ongelovigst	=	ongelovig
ongelovigste	=	ongelovig
ongeluk	noun	een onvoorziene gebeurtenis met negatieve en soms zelfs fatale gevolgen
ongelukje	=	ongeluk
ongelukjes	=	ongeluk
ongelukken	=	ongeluk
ongelukkig	adj	met een gevoel van bedroefde onvrede
ongelukkige	=	ongelukkig
ongelukkiger	=	ongelukkig
ongelukkigere	=	ongelukkig
ongelukkigers	=	ongelukkig
ongelukkigerwijs	adv	jammer genoeg
ongelukkigerwijze	adv	op een ongelukkige manier
ongelukkiglijk	adv	jammer genoeg
ongelukkigs	=	ongelukkig
ongelukkigst	=	ongelukkig
ongelukkigste	=	ongelukkig
ongeluksbode	noun	iemand die met een slecht bericht komt
ongeluksboden	=	ongeluksbode
ongeluksbodes	=	ongeluksbode
ongeluksdag	noun	een dag die veel pech, ongeluk e.d. brengt
ongeluksdagen	=	ongeluksdag
ongeluksgetal	noun	getal waarvan iemand denkt dat het ongeluk gaat opleveren
ongeluksgetallen	=	ongeluksgetal
ongeluksgetalletje	=	ongeluksgetal
ongeluksgetalletjes	=	ongeluksgetal
ongeluksjaar	noun	jaar waarin veel vervelende dingen zijn gebeurd
ongeluksjaartje	=	ongeluksjaar
ongeluksjaartjes	=	ongeluksjaar
ongeluksjaren	=	ongeluksjaar
ongeluksprofeet	noun	iemand die ongeluk voorspelt
ongeluksprofeten	=	ongeluksprofeet
ongelukstijding	noun	een bericht over de aankomst, vertrek of doorgang van schepen.
ongelukstijdingen	=	ongelukstijding
ongelukstijdinkje	=	ongelukstijding
ongelukstijdinkjes	=	ongelukstijding
ongeluksvogel	noun|figurative	iemand die veel pech heeft
ongeluksvogels	=	ongeluksvogel
ongeluksvogeltje	=	ongeluksvogel
ongeluksvogeltjes	=	ongeluksvogel
ongemaakt	adj	als echt overkomend, zonder te doen alsof
ongemaakte	=	ongemaakt
ongemaakter	=	ongemaakt
ongemaaktere	=	ongemaakt
ongemaakters	=	ongemaakt
ongemaakts	=	ongemaakt
ongemaaktst	=	ongemaakt
ongemaaktste	=	ongemaakt
ongemak	noun	onaangename verstoring
ongemakje	=	ongemak
ongemakjes	=	ongemak
ongemakkelijk	adj	moeilijk, waar veel inspanning en moeite voor nodig is	adv	moeilijk, niet op je gemak, onprettig
ongemakkelijke	=	ongemakkelijk
ongemakkelijker	=	ongemakkelijk
ongemakkelijkere	=	ongemakkelijk
ongemakkelijkers	=	ongemakkelijk
ongemakkelijkheden	=	ongemakkelijkheid
ongemakkelijkheid	noun	het niet heel makkelijk of comfortabel aanvoelen in de menselijke omgang
ongemakkelijks	=	ongemakkelijk
ongemakkelijkst	=	ongemakkelijk
ongemakkelijkste	=	ongemakkelijk
ongemakken	=	ongemak
ongemakkentoeslag	noun	aan werknemers toegekende toeslag op het loon ter compensatie van zekere ongemakken, zoals late diensten, weekenddiensten e.d
ongemakkentoeslagen	=	ongemakkentoeslag
ongemakkentoeslagje	=	ongemakkentoeslag
ongemakkentoeslagjes	=	ongemakkentoeslag
ongemalen	adj	nog niet gemalen, nog niet verwerkt
ongemalens	=	ongemalen
ongemanierd	adj	zonder goede manier van doen
ongemanierde	=	ongemanierd
ongemanierder	=	ongemanierd
ongemanierdere	=	ongemanierd
ongemanierders	=	ongemanierd
ongemanierdheden	=	ongemanierdheid
ongemanierdheid	noun	het onfatsoenlijk zijn
ongemanierds	=	ongemanierd
ongemanierdst	=	ongemanierd
ongemanierdste	=	ongemanierd
ongemarkeerd	adj	zonder naam of markering
ongemarkeerde	=	ongemarkeerd
ongemarkeerder	=	ongemarkeerd
ongemarkeerdere	=	ongemarkeerd
ongemarkeerders	=	ongemarkeerd
ongemarkeerds	=	ongemarkeerd
ongemarkeerdst	=	ongemarkeerd
ongemarkeerdste	=	ongemarkeerd
ongemaskerd	adj	niet gemaskerd
ongemaskerde	=	ongemaskerd
ongemaskerds	=	ongemaskerd
ongematteerd	adj	zonder poeder, zonder verf
ongematteerde	=	ongematteerd
ongematteerds	=	ongematteerd
ongemeen	adj	heel bijzonder; niet normaal	adv	versterking van het volgende bijvoeglijk naamwoord; heel erg
ongemeend	adj	niet oprecht
ongemeende	=	ongemeend
ongemeender	=	ongemeend
ongemeendere	=	ongemeend
ongemeenders	=	ongemeend
ongemeends	=	ongemeend
ongemeendst	=	ongemeend
ongemeendste	=	ongemeend
ongemeens	=	ongemeen
ongemene	=	ongemeen
ongemengd	adj	iets puurs zonder bijmenging van andere zaken
ongemengde	=	ongemengd
ongemengds	=	ongemengd
ongemerkt	adj	niet door iemand gezien
ongemerkte	=	ongemerkt
ongemerkts	=	ongemerkt
ongemeten	adj	niet gemeten
ongemetene	noun|figurative	iemand die nog onovertroffen is
ongemetenen	=	ongemetene
ongemetens	=	ongemeten
ongemeubileerd	adj	zonder meubels verhuurd Geeft aan de huurder zelf moet zorgen voor dingen als bedden, kasten, stoelen, tafels en witgoed.
ongemeubileerde	=	ongemeubileerd
ongemeubileerds	=	ongemeubileerd
ongemoeid	adj	onberoerd, onveranderd, ongehinderd
ongemoeide	=	ongemoeid
ongemoeids	=	ongemoeid
ongemotiveerd	adj	zonder enige innerlijke drang om iets te doen
ongemotiveerde	=	ongemotiveerd
ongemotiveerder	=	ongemotiveerd
ongemotiveerdere	=	ongemotiveerd
ongemotiveerders	=	ongemotiveerd
ongemotiveerds	=	ongemotiveerd
ongemotiveerdst	=	ongemotiveerd
ongemotiveerdste	=	ongemotiveerd
ongemotoriseerd	adj	niet gemotoriseerd
ongemotoriseerde	=	ongemotoriseerd
ongemotoriseerder	=	ongemotoriseerd
ongemotoriseerdere	=	ongemotoriseerd
ongemotoriseerders	=	ongemotoriseerd
ongemotoriseerds	=	ongemotoriseerd
ongemotoriseerdst	=	ongemotoriseerd
ongemotoriseerdste	=	ongemotoriseerd
ongemunt	adj	van een hoeveelheid (edel)metaal dat ze nog niet is gebruikt om er munten van te slaan
ongemunte	=	ongemunt
ongemunts	=	ongemunt
ongena	noun	boosheid op een persoon die als gevolg daarvan een slechtere behandeling kan verwachten
ongenaakbaar	adj	afstandelijk, niet te raken
ongenaakbaarder	=	ongenaakbaar
ongenaakbaardere	=	ongenaakbaar
ongenaakbaarders	=	ongenaakbaar
ongenaakbaarheden	=	ongenaakbaarheid
ongenaakbaarheid	noun	het vol koel zelfvertrouwen zijn
ongenaakbaars	=	ongenaakbaar
ongenaakbaarst	=	ongenaakbaar
ongenaakbaarste	=	ongenaakbaar
ongenaakbare	=	ongenaakbaar
ongenade	noun	boosheid op een persoon die als gevolg daarvan een slechtere behandeling kan verwachten
ongenades	=	ongenade
ongenadig	adj	heel erg zonder verzachtende omstandigheden
ongenadige	=	ongenadig
ongenadiger	=	ongenadig
ongenadigere	=	ongenadig
ongenadigers	=	ongenadig
ongenadigs	=	ongenadig
ongenadigst	=	ongenadig
ongenadigste	=	ongenadig
ongeneesbaar	adj	niet geneesbaar
ongeneesbaarder	=	ongeneesbaar
ongeneesbaardere	=	ongeneesbaar
ongeneesbaarders	=	ongeneesbaar
ongeneesbaars	=	ongeneesbaar
ongeneesbaarst	=	ongeneesbaar
ongeneesbaarste	=	ongeneesbaar
ongeneesbare	=	ongeneesbaar
ongeneeslijk	adj	niet door medisch handelen weer gezond kunnen worden, maar hoeft er ook niet aan dood te gaan
ongeneeslijke	=	ongeneeslijk
ongeneeslijker	=	ongeneeslijk
ongeneeslijkere	=	ongeneeslijk
ongeneeslijkers	=	ongeneeslijk
ongeneeslijks	=	ongeneeslijk
ongeneeslijkst	=	ongeneeslijk
ongeneeslijkste	=	ongeneeslijk
ongenegen	adj	zonder goede wil
ongenegener	=	ongenegen
ongenegeners	=	ongenegen
ongenegens	=	ongenegen
ongenegenst	=	ongenegen
ongenegenste	=	ongenegen
ongeneigd	adj	geen voorkeur hebbend, niet bereid
ongeneigde	=	ongeneigd
ongeneigds	=	ongeneigd
ongeneselijk	adj	ongeneeslijk, ongeneesbaar
ongeneselijke	=	ongeneselijk
ongeneselijker	=	ongeneselijk
ongeneselijkere	=	ongeneselijk
ongeneselijkers	=	ongeneselijk
ongeneselijks	=	ongeneselijk
ongeneselijkst	=	ongeneselijk
ongeneselijkste	=	ongeneselijk
ongeneugte	noun	ongenoegen
ongeneugten	=	ongeneugte
ongenietbaar	adj	van iets dat je er geen aangenaam gevoel van kunt krijgen
ongenietbaarder	=	ongenietbaar
ongenietbaardere	=	ongenietbaar
ongenietbaarders	=	ongenietbaar
ongenietbaars	=	ongenietbaar
ongenietbaarst	=	ongenietbaar
ongenietbaarste	=	ongenietbaar
ongenietbare	=	ongenietbaar
ongenode	=	ongenood
ongenodigd	adj	niet genodigd
ongenodigde	=	ongenodigd
ongenodigds	=	ongenodigd
ongenoegen	noun	ontevredenheid
ongenoegens	=	ongenoegen
ongenoegzaam	adj	onvoldoende, ontoereikend
ongenoegzaamheid	noun	het ongenoegzaam zijn
ongenoegzaams	=	ongenoegzaam
ongenoegzaamst	=	ongenoegzaam
ongenoegzaamste	=	ongenoegzaam
ongenoegzame	=	ongenoegzaam
ongenoegzamer	=	ongenoegzaam
ongenoegzamere	=	ongenoegzaam
ongenoegzamers	=	ongenoegzaam
ongenoemd	adj	niet met name genoemd, niet gezegd of geschreven
ongenoemde	=	ongenoemd
ongenoemds	=	ongenoemd
ongenood	adj	niet uitgenodigd
ongenoods	=	ongenood
ongenuanceerd	adj	zonder rekening te houden met details en afwijkingen
ongenuanceerde	=	ongenuanceerd
ongenuanceerder	=	ongenuanceerd
ongenuanceerdere	=	ongenuanceerd
ongenuanceerders	=	ongenuanceerd
ongenuanceerds	=	ongenuanceerd
ongenuanceerdst	=	ongenuanceerd
ongenuanceerdste	=	ongenuanceerd
ongenummerd	adj	zonder dat het een (rang)nummer heeft
ongenummerde	=	ongenummerd
ongenummerds	=	ongenummerd
ongeoefend	adj	zonder opleiding of training te hebben ontvangen
ongeoefende	=	ongeoefend
ongeoefender	=	ongeoefend
ongeoefendere	=	ongeoefend
ongeoefenders	=	ongeoefend
ongeoefends	=	ongeoefend
ongeoefendst	=	ongeoefend
ongeoefendste	=	ongeoefend
ongeoorloofd	adj	fatsoenshalve verboden
ongeoorloofde	=	ongeoorloofd
ongeoorloofder	=	ongeoorloofd
ongeoorloofdere	=	ongeoorloofd
ongeoorloofders	=	ongeoorloofd
ongeoorloofds	=	ongeoorloofd
ongeoorloofdst	=	ongeoorloofd
ongeoorloofdste	=	ongeoorloofd
ongeopend	adj	nog steeds dicht
ongeopende	=	ongeopend
ongeopends	=	ongeopend
ongeordend	adj	zonder ordening of regelmaat
ongeordende	=	ongeordend
ongeordender	=	ongeordend
ongeordendere	=	ongeordend
ongeordenders	=	ongeordend
ongeordends	=	ongeordend
ongeordendst	=	ongeordend
ongeordendste	=	ongeordend
ongeorganiseerd	adj	zonder dat er sprake is van een vooraf plan
ongeorganiseerde	noun	een chaotisch persoon; iemand die zonder plan handelt
ongeorganiseerden	=	ongeorganiseerde
ongeorganiseerder	=	ongeorganiseerd
ongeorganiseerdere	=	ongeorganiseerd
ongeorganiseerders	=	ongeorganiseerd
ongeorganiseerds	=	ongeorganiseerd
ongeorganiseerdst	=	ongeorganiseerd
ongeorganiseerdste	=	ongeorganiseerd
ongepaard	adj	van iets dat het vrij en ongebonden is
ongepaarde	=	ongepaard
ongepaards	=	ongepaard
ongepast	adj	niet gepast, niet geschikt voor een situatie
ongepaste	=	ongepast
ongepaster	=	ongepast
ongepastere	=	ongepast
ongepasters	=	ongepast
ongepastheden	=	ongepastheid
ongepastheid	noun	gedrag dat niet netjes is; gedrag dat onbehoorlijk is
ongepastheidje	=	ongepastheid
ongepasts	=	ongepast
ongepastst	=	ongepast
ongepastste	=	ongepast
ongepeld	adj	dat iets (nog) niet is ontdaan van de schil of dop
ongepelde	=	ongepeld
ongepelds	=	ongepeld
ongepermitteerd	adj	niet geoorloofd, onbehoorlijk
ongepermitteerde	=	ongepermitteerd
ongepermitteerder	=	ongepermitteerd
ongepermitteerdere	=	ongepermitteerd
ongepermitteerders	=	ongepermitteerd
ongepermitteerds	=	ongepermitteerd
ongepermitteerdst	=	ongepermitteerd
ongepermitteerdste	=	ongepermitteerd
ongeplaatst	adj	geen plaats in een toernooi verworven hebbend
ongeplaatste	=	ongeplaatst
ongeplaatsts	=	ongeplaatst
ongepland	adj	onvoorzien, zonder dat het in de voorbereiding was meegenomen
ongeplande	=	ongepland
ongeplander	=	ongepland
ongeplandere	=	ongepland
ongeplanders	=	ongepland
ongeplands	=	ongepland
ongeplandst	=	ongepland
ongeplandste	=	ongepland
ongeplaveid	adj	van een weg dat deze niet verhard is met stenen, keien of asfalt
ongeplaveide	=	ongeplaveid
ongeplaveids	=	ongeplaveid
ongepolijst	adj	van stenen of metalen: niet niet door polijsten glad en glimmend gemaakt
ongepolijste	=	ongepolijst
ongepolijster	=	ongepolijst
ongepolijstere	=	ongepolijst
ongepolijsters	=	ongepolijst
ongepolijsts	=	ongepolijst
ongepolijstst	=	ongepolijst
ongepolijstste	=	ongepolijst
ongepubliceerd	adj	iets dat nog niet openbaar is gemaakt; iets dat nog niet in druk is verschenen
ongepubliceerde	=	ongepubliceerd
ongepubliceerds	=	ongepubliceerd
onger	=	honger
ongeraden	adj	van een raadsel: dat de goede oplossing nog niet gevonden is
ongeradens	=	ongeraden
ongeraffineerd	adj	niet geraffineerd
ongeraffineerde	=	ongeraffineerd
ongeraffineerder	=	ongeraffineerd
ongeraffineerdere	=	ongeraffineerd
ongeraffineerders	=	ongeraffineerd
ongeraffineerds	=	ongeraffineerd
ongeraffineerdst	=	ongeraffineerd
ongeraffineerdste	=	ongeraffineerd
ongerechtigheden	=	ongerechtigheid
ongerechtigheid	noun	onrechtvaardigheid
ongerechtigheidje	=	ongerechtigheid
ongerechtigheidjes	=	ongerechtigheid
ongerechtvaardigd	adj	waar geen goede reden voor bestaat
ongerechtvaardigde	=	ongerechtvaardigd
ongerechtvaardigder	=	ongerechtvaardigd
ongerechtvaardigdere	=	ongerechtvaardigd
ongerechtvaardigders	=	ongerechtvaardigd
ongerechtvaardigds	=	ongerechtvaardigd
ongerechtvaardigdst	=	ongerechtvaardigd
ongerechtvaardigdste	=	ongerechtvaardigd
ongerede	noun	het niet klaar of goed genoeg zijn om gebruikt te kunnen worden; buiten gebruik; niet beschikbaar
ongeregeld	adj	zonder planning of organisatie
ongeregelde	=	ongeregeld
ongeregelder	=	ongeregeld
ongeregeldere	=	ongeregeld
ongeregelders	=	ongeregeld
ongeregeldheden	=	ongeregeldheid
ongeregeldheid	noun	iets dat niet helemaal glad en effen is
ongeregelds	=	ongeregeld
ongeregeldst	=	ongeregeld
ongeregeldste	=	ongeregeld
ongeregistreerd	adj	van iets of iemand dat deze niet is opgenomen in een officieel bestand
ongeregistreerde	=	ongeregistreerd
ongeregistreerds	=	ongeregistreerd
ongereguleerd	adj	niet gereguleerd
ongereguleerde	=	ongereguleerd
ongereguleerder	=	ongereguleerd
ongereguleerdere	=	ongereguleerd
ongereguleerders	=	ongereguleerd
ongereguleerds	=	ongereguleerd
ongereguleerdst	=	ongereguleerd
ongereguleerdste	=	ongereguleerd
ongerekend	prep	met buiten beschouwing laten van, zonder rekening te houden met
ongeremd	adj	zonder enige terughoudendheid, zonder enige belemmering, (te) spontaan
ongeremde	=	ongeremd
ongeremder	=	ongeremd
ongeremdere	=	ongeremd
ongeremders	=	ongeremd
ongeremdheden	=	ongeremdheid
ongeremdheid	noun	het ongeremd zijn
ongeremds	=	ongeremd
ongeremdst	=	ongeremd
ongeremdste	=	ongeremd
ongeren	=	hongeren
ongerept	adj	niet zichtbaar door menselijk toedoen veranderd
ongerepte	=	ongerept
ongerepter	=	ongerept
ongereptere	=	ongerept
ongerepters	=	ongerept
ongereptheid	noun	de mate waarin iets of iemand niet beschadigd of aangetast is; de mate waarin iets nog in de oorspronkelijke toestand verkeert
ongerepts	=	ongerept
ongereptst	=	ongerept
ongereptste	=	ongerept
ongerezen	adj	niet gerezen
ongerezens	=	ongerezen
ongericht	adj	zonder duidelijk doel of richting
ongerichte	=	ongericht
ongerichter	=	ongericht
ongerichtere	=	ongericht
ongerichters	=	ongericht
ongerichts	=	ongericht
ongerichtst	=	ongericht
ongerichtste	=	ongericht
ongerief	noun	hinder, ongemak
ongeriefelijk	adj	niet geriefelijk
ongeriefelijke	=	ongeriefelijk
ongeriefelijker	=	ongeriefelijk
ongeriefelijkere	=	ongeriefelijk
ongeriefelijkers	=	ongeriefelijk
ongeriefelijkheden	=	ongeriefelijkheid
ongeriefelijkheid	noun	het ongeriefelijk zijn
ongeriefelijks	=	ongeriefelijk
ongeriefelijkst	=	ongeriefelijk
ongeriefelijkste	=	ongeriefelijk
ongerieflijk	adj	ongemakkelijk en niet comfortabel
ongerieflijke	=	ongerieflijk
ongerieflijker	=	ongerieflijk
ongerieflijkere	=	ongerieflijk
ongerieflijkers	=	ongerieflijk
ongerieflijkheden	=	ongerieflijkheid
ongerieflijkheid	noun	het ongerieflijk zijn
ongerieflijks	=	ongerieflijk
ongerieflijkst	=	ongerieflijk
ongerieflijkste	=	ongerieflijk
ongerijmd	adj	absurd, onzinnig, in strijd met het gezonde verstand
ongerijmde	=	ongerijmd
ongerijmder	=	ongerijmd
ongerijmdere	=	ongerijmd
ongerijmders	=	ongerijmd
ongerijmdheden	=	ongerijmdheid
ongerijmdheid	noun	de mate waarin iets strijdig is met het gezonde verstand
ongerijmds	=	ongerijmd
ongerijmdst	=	ongerijmd
ongerijmdste	=	ongerijmd
ongeroerd	adj	zonder emotioneel geraakt te zijn
ongeroerde	=	ongeroerd
ongeroerder	=	ongeroerd
ongeroerdere	=	ongeroerd
ongeroerders	=	ongeroerd
ongeroerds	=	ongeroerd
ongeroerdst	=	ongeroerd
ongeroerdste	=	ongeroerd
ongerust	adj	bezorgd dat iemand iets zal overkomen
ongeruste	=	ongerust
ongeruster	=	ongerust
ongerustere	=	ongerust
ongerusters	=	ongerust
ongerustheid	noun	het je zorgen maken over iets wat zou kunnen gaan gebeuren
ongerusts	=	ongerust
ongerustst	=	ongerust
ongerustste	=	ongerust
ongesausd	adj	van een muur of plafond dat ze (nog niet) zijn geverfd met een (witte) muurverf
ongesausde	=	ongesausd
ongesausds	=	ongesausd
ongesaust	adj	niet gesaust
ongesauste	=	ongesaust
ongesausts	=	ongesaust
ongescheiden	adj	niet gescheiden
ongeschikt	adj	niet goed voor wat je ermee wilt
ongeschikte	=	ongeschikt
ongeschikter	=	ongeschikt
ongeschiktere	=	ongeschikt
ongeschikters	=	ongeschikt
ongeschiktheden	=	ongeschiktheid
ongeschiktheid	noun	iets dat niet geschikt is om voor een bepaald doel te gebruiken; het ongeschikt zijn om iets te doen
ongeschikts	=	ongeschikt
ongeschiktst	=	ongeschikt
ongeschiktste	=	ongeschikt
ongeschminkt	adj	zonder opmaak
ongeschminkte	=	ongeschminkt
ongeschminkts	=	ongeschminkt
ongeschoeid	adv	zonder schoeisel
ongeschoeide	=	ongeschoeid
ongeschoeids	=	ongeschoeid
ongeschonden	adj	zonder schade
ongeschondene	noun	persoon die zelf niet beschadigd is	adj|obsolete	verbogen vorm van de stellende trap van ongeschonden
ongeschondenen	=	ongeschondene
ongeschondener	=	ongeschonden
ongeschondeners	=	ongeschonden
ongeschondens	=	ongeschonden
ongeschondenst	=	ongeschonden
ongeschondenste	=	ongeschonden
ongeschoold	adj	van een persoon dat deze geen (vak)opleiding heeft genoten
ongeschoolde	=	ongeschoold
ongeschoolds	=	ongeschoold
ongeschoren	adj	zonder dat lichaamsbeharing met een scheermes of scheermachine is verwijderd (als teken dat iemand zichzelf niet meer goed verzorgt of kan verzorgen)	adv	zonder dat lichaamsbeharing met een scheermes of scheermachine is verwijderd (als teken dat iemand zichzelf niet meer goed verzorgd of kan verzorgen)
ongeschorens	=	ongeschoren
ongeschreven	adj	niet op schrift gebracht
ongeschrevens	=	ongeschreven
ongeslachtelijk	adj	zonder bevruchting, aseksueel
ongeslachtelijke	=	ongeslachtelijk
ongeslachtelijks	=	ongeslachtelijk
ongeslagen	adj	van een persoon of team dat hij of zij nog nooit is verslagen
ongeslagener	=	ongeslagen
ongeslageners	=	ongeslagen
ongeslagens	=	ongeslagen
ongeslagenst	=	ongeslagen
ongeslagenste	=	ongeslagen
ongeslepen	adj	niet sluw of doortrapt
ongeslepens	=	ongeslepen
ongesofisticeerd	adj	simpel en eenvoudig; ongekunsteld
ongesofisticeerde	=	ongesofisticeerd
ongesofisticeerder	=	ongesofisticeerd
ongesofisticeerdere	=	ongesofisticeerd
ongesofisticeerders	=	ongesofisticeerd
ongesofisticeerds	=	ongesofisticeerd
ongesofisticeerdst	=	ongesofisticeerd
ongesofisticeerdste	=	ongesofisticeerd
ongespecificeerd	adj	niet nader beschreven; niet nader omschreven; niet nader bepaald
ongespecificeerde	=	ongespecificeerd
ongespecificeerder	=	ongespecificeerd
ongespecificeerdere	=	ongespecificeerd
ongespecificeerders	=	ongespecificeerd
ongespecificeerds	=	ongespecificeerd
ongespecificeerdst	=	ongespecificeerd
ongespecificeerdste	=	ongespecificeerd
ongestadig	adj	steeds veranderen in richting, gedrag en denkwijze
ongestadige	=	ongestadig
ongestadiger	=	ongestadig
ongestadigere	=	ongestadig
ongestadigers	=	ongestadig
ongestadigs	=	ongestadig
ongestadigst	=	ongestadig
ongestadigste	=	ongestadig
ongesteeld	adj	geen steel hebbend
ongesteelde	=	ongesteeld
ongesteelds	=	ongesteeld
ongesteld	adj	menstruerend
ongestelde	=	ongesteld
ongestelder	=	ongesteld
ongesteldere	=	ongesteld
ongestelders	=	ongesteld
ongesteldheden	=	ongesteldheid
ongesteldheid	noun	dat gedeelte van de menstruatiecyclus waarin de verdikte wand van de baarmoeder, het endometrium, dat klaargemaakt was om een embryo op te vangen, wordt opgeruimd om voor de volgende ovulatie opnieuw te kunnen worden opgebouwd
ongestelds	=	ongesteld
ongesteldst	=	ongesteld
ongesteldste	=	ongesteld
ongestoord	adj	niet onderbroken (door iets vervelends) dus lekker rustig
ongestoorde	=	ongestoord
ongestoorder	=	ongestoord
ongestoordere	=	ongestoord
ongestoorders	=	ongestoord
ongestoords	=	ongestoord
ongestoordst	=	ongestoord
ongestoordste	=	ongestoord
ongestraft	adj	van iets dat fout is dat er geen straf of boete op volgt
ongestrafte	=	ongestraft
ongestrafts	=	ongestraft
ongestructureerd	adj	zonder organisatie of planning
ongestructureerde	=	ongestructureerd
ongestructureerder	=	ongestructureerd
ongestructureerdere	=	ongestructureerd
ongestructureerders	=	ongestructureerd
ongestructureerds	=	ongestructureerd
ongestructureerdst	=	ongestructureerd
ongestructureerdste	=	ongestructureerd
ongetekend	adj	niet ondertekend
ongetekende	=	ongetekend
ongetekends	=	ongetekend
ongeteld	adj	zonder dat de precieze hoeveelheid is berekend
ongetelde	=	ongeteld
ongetelds	=	ongeteld
ongetemd	adj	van grote wilde dieren dat ze niet tamzijn gemaakt
ongetemde	=	ongetemd
ongetemder	=	ongetemd
ongetemdere	=	ongetemd
ongetemders	=	ongetemd
ongetemds	=	ongetemd
ongetemdst	=	ongetemd
ongetemdste	=	ongetemd
ongetemperd	adj	zonder enige terughoudendheid
ongetemperde	=	ongetemperd
ongetemperds	=	ongetemperd
ongetoond	adj	buiten het zicht
ongetoonde	=	ongetoond
ongetoonds	=	ongetoond
ongetraind	adj	zonder voldoende speciale lichamelijke oefening
ongetrainde	=	ongetraind
ongetrainder	=	ongetraind
ongetraindere	=	ongetraind
ongetrainders	=	ongetraind
ongetrainds	=	ongetraind
ongetraindst	=	ongetraind
ongetraindste	=	ongetraind
ongetroost	adj	geen troost ontvangen hebbende, zonder troost
ongetrooste	=	ongetroost
ongetroosts	=	ongetroost
ongetrouwd	adj	niet getrouwd
ongetrouwde	=	ongetrouwd
ongetrouwds	=	ongetrouwd
ongetuigd	adj	een attribuut dat een paard aanduidt zonder hoofdstel of tuig
ongetuigde	=	ongetuigd
ongetuigds	=	ongetuigd
ongetwijfeld	adv	waarover zekerheid bestaat
ongeuit	adj	niet uitgesproken
ongeuite	=	ongeuit
ongeuits	=	ongeuit
ongevaar	=	ongeveer
ongevaarlijk	adj	onschadelijk, goedaardig, veilig
ongevaarlijke	=	ongevaarlijk
ongevaarlijker	=	ongevaarlijk
ongevaarlijkere	=	ongevaarlijk
ongevaarlijkers	=	ongevaarlijk
ongevaarlijks	=	ongevaarlijk
ongevaarlijkst	=	ongevaarlijk
ongevaarlijkste	=	ongevaarlijk
ongevaccineerd	adj	geen inenting hebben ontvangen
ongevaccineerde	noun	iemand die geen inenting heeft ontvangen
ongevaccineerden	=	ongevaccineerde
ongevaccineerds	=	ongevaccineerd
ongeval	noun	een ongeluk
ongevallen	=	ongeval
ongevallenletsel	noun	letsel als gevolg van een ongeval
ongevallenverzekering	noun	een verzekering die tot doel heeft een uitkering te verstrekken indien de verzekerde een ongeval overkomt
ongevallenverzekeringen	=	ongevallenverzekering
ongevallenwet	noun	wet waarbij werknemers verzekerd zijn tegen geldelijke gevolgen van bedrijfsongevallen etc.
ongevallenwetten	=	ongevallenwet
ongevalletje	=	ongeval
ongevalletjes	=	ongeval
ongevalslachtoffer	noun	slachtoffer van een ongeval
ongevalslachtoffers	=	ongevalslachtoffer
ongevalsrisico	noun	de kans op een ongeval per gereden kilometer
ongevalsrisico's	=	ongevalsrisico
ongeveer	adv	bij benadering
ongeveinsd	adj	zonder dat men doet alsof
ongeveinsde	=	ongeveinsd
ongeveinsder	=	ongeveinsd
ongeveinsdere	=	ongeveinsd
ongeveinsders	=	ongeveinsd
ongeveinsds	=	ongeveinsd
ongeveinsdst	=	ongeveinsd
ongeveinsdste	=	ongeveinsd
ongeverfd	adj	zonder dat er verf op zit
ongeverfde	=	ongeverfd
ongeverfds	=	ongeverfd
ongevoeglijk	adj	niet fatsoenlijk; in strijd met de welvoegelijkheid
ongevoeglijke	=	ongevoeglijk
ongevoeglijker	=	ongevoeglijk
ongevoeglijkere	=	ongevoeglijk
ongevoeglijkers	=	ongevoeglijk
ongevoeglijks	=	ongevoeglijk
ongevoeglijkst	=	ongevoeglijk
ongevoeglijkste	=	ongevoeglijk
ongevoelig	adj	zonder gevoel bij prikkeling van de zintuigen
ongevoelige	=	ongevoelig
ongevoeliger	=	ongevoelig
ongevoeligere	=	ongevoelig
ongevoeligers	=	ongevoelig
ongevoeligheden	=	ongevoeligheid
ongevoeligheid	noun	de mate waarin iemand medeleven heeft of toont
ongevoeligs	=	ongevoelig
ongevoeligst	=	ongevoelig
ongevoeligste	=	ongevoelig
ongevoerd	adj	van kleding dat er aan de binnenkant geen tweede laag stof in zit als voering
ongevoerde	=	ongevoerd
ongevoerds	=	ongevoerd
ongevormd	adj	nog niet volgroeid, nog niet het uiteindelijke uiterlijk hebbend
ongevormde	=	ongevormd
ongevormder	=	ongevormd
ongevormdere	=	ongevormd
ongevormders	=	ongevormd
ongevormds	=	ongevormd
ongevormdst	=	ongevormd
ongevormdste	=	ongevormd
ongevraagd	adj	zonder dat er een vraag of verzoek was
ongevraagde	=	ongevraagd
ongevraagder	=	ongevraagd
ongevraagdere	=	ongevraagd
ongevraagders	=	ongevraagd
ongevraagds	=	ongevraagd
ongevraagdst	=	ongevraagd
ongevraagdste	=	ongevraagd
ongevuld	adj	zonder vulling, zonder inhoud, leeg
ongevulde	=	ongevuld
ongevulder	=	ongevuld
ongevuldere	=	ongevuld
ongevuldst	=	ongevuld
ongevuldste	=	ongevuld
ongewapend	adj	niet voorzien van bewapening
ongewapende	=	ongewapend
ongewapends	=	ongewapend
ongewasschen	=	ongewassen
ongewassen	adj	niet schoon gemaakt
ongewassens	=	ongewassen
ongewenscht	=	ongewenst
ongewenst	adj	waarop men geen prijs stelt
ongewenste	=	ongewenst
ongewenster	=	ongewenst
ongewenstere	=	ongewenst
ongewensters	=	ongewenst
ongewenstheden	=	ongewenstheid
ongewenstheid	noun	een iets dat niet wenselijk bevonden wordt.
ongewensts	=	ongewenst
ongewenstst	=	ongewenst
ongewenstste	=	ongewenst
ongewenstverklaring	noun	zware maatregel van de IND waarbij een vreemdeling te horen krijgt dat hij niet in Nederland mag verblijven en het land onmiddellijk moet verlaten.
ongewenstverklaringen	=	ongewenstverklaring
ongewenstverklarinkje	=	ongewenstverklaring
ongewenstverklarinkjes	=	ongewenstverklaring
ongewerveld	adj	geen wervelkolom of ruggengraat hebbende
ongewervelde	noun	dier zonder wervelkolom of ruggengraat
ongewervelden	noun	verouderde taxonomische groepering van diersoorten zonder een wervelkolom of ruggengraat
ongewervelds	=	ongewerveld
ongeweten	adj	niet bekend; zonder dat men er zich bewust van is
ongewetens	=	ongeweten
ongewijd	adj	niet door een geestelijke heilig gemaakt (met name over de grond van een begraafplaats waar ongedoopte mensen werden begraven)
ongewijde	=	ongewijd
ongewijds	=	ongewijd
ongewijzigd	adj	zonder verandering
ongewijzigde	=	ongewijzigd
ongewijzigds	=	ongewijzigd
ongewild	adj	wat je niet wenst, wat per ongeluk gebeurd, zonder opzet
ongewilde	=	ongewild
ongewilder	=	ongewild
ongewildere	=	ongewild
ongewilders	=	ongewild
ongewilds	=	ongewild
ongewildst	=	ongewild
ongewildste	=	ongewild
ongewis	adj	onzeker
ongewisheden	=	ongewisheid
ongewisheid	noun	de mate waarin men geen zekerheid heeft
ongewisse	=	ongewis
ongewisser	=	ongewis
ongewissere	=	ongewis
ongewissers	=	ongewis
ongewist	=	ongewis
ongewiste	=	ongewis
ongewogen	adj	zonder dat er rekening wordt gehouden met wegingsfactoren
ongewogene	=	ongewogen
ongewogens	=	ongewogen
ongewone	=	ongewoon
ongewoner	=	ongewoon
ongewonere	=	ongewoon
ongewoners	=	ongewoon
ongewoon	adj	afwijkend van het normale
ongewoons	=	ongewoon
ongewoonst	=	ongewoon
ongewoonste	=	ongewoon
ongewroken	adj	van iets dat er nog geen wraak voor genomen is; zonder wraak
ongewrokens	=	ongewroken
ongezegd	adj	niet besproken, niet in woorden te vatten; niet verbaal geuit
ongezegde	=	ongezegd
ongezegds	=	ongezegd
ongezeglijk	adj	van een persoon (meestal een kind) dat je hem niets kunt zeggen omdat hij toch niet luistert en geboden niet wil opvolgen
ongezeglijke	=	ongezeglijk
ongezeglijker	=	ongezeglijk
ongezeglijkere	=	ongezeglijk
ongezeglijkers	=	ongezeglijk
ongezeglijks	=	ongezeglijk
ongezeglijkst	=	ongezeglijk
ongezeglijkste	=	ongezeglijk
ongezellig	adj	niet gezellig
ongezellige	=	ongezellig
ongezelliger	=	ongezellig
ongezelligere	=	ongezellig
ongezelligers	=	ongezellig
ongezelligs	=	ongezellig
ongezelligst	=	ongezellig
ongezelligste	=	ongezellig
ongezien	adj	zonder het bekeken te hebben
ongeziene	=	ongezien
ongeziens	=	ongezien
ongezind	adj	niet goed gestemd
ongezinde	=	ongezind
ongezinds	=	ongezind
ongezocht	adj	niet expres
ongezochte	=	ongezocht
ongezochts	=	ongezocht
ongezoet	adj	zonder (extra toegevoegde) zoetstoffen
ongezoete	=	ongezoet
ongezoets	=	ongezoet
ongezond	adj	schadelijk voor de gezondheid
ongezonde	=	ongezond
ongezonder	=	ongezond
ongezondere	=	ongezond
ongezonders	=	ongezond
ongezonds	=	ongezond
ongezondst	=	ongezond
ongezondste	=	ongezond
ongezouten	adj	zonder toegevoegd zout
ongezoutener	=	ongezouten
ongezouteners	=	ongezouten
ongezoutens	=	ongezouten
ongezoutenst	=	ongezouten
ongezoutenste	=	ongezouten
ongezuiverd	adj	van iets dat het niet schoongemaakt is
ongezuiverde	=	ongezuiverd
ongezuiverds	=	ongezuiverd
ongezuurd	adj	van brood: dat er geen gist is gebruikt bij de bereiding
ongezuurde	=	ongezuurd
ongezuurds	=	ongezuurd
ongeëvenaard	adj	van een niveau dat niet door iets anders bereikt is
ongeëvenaarde	=	ongeëvenaard
ongeëvenaards	=	ongeëvenaard
ongeïnspireerd	adj	zonder gevoel hoe men iets moet aanpakken
ongeïnspireerde	=	ongeïnspireerd
ongeïnspireerder	=	ongeïnspireerd
ongeïnspireerdere	=	ongeïnspireerd
ongeïnspireerders	=	ongeïnspireerd
ongeïnspireerds	=	ongeïnspireerd
ongeïnspireerdst	=	ongeïnspireerd
ongeïnspireerdste	=	ongeïnspireerd
ongeïnteresseerd	adj	zonder belangstelling, zonder aandacht	adv	op ongeïnteresseerde wijze
ongeïnteresseerde	=	ongeïnteresseerd
ongeïnteresseerder	=	ongeïnteresseerd
ongeïnteresseerdere	=	ongeïnteresseerd
ongeïnteresseerders	=	ongeïnteresseerd
ongeïnteresseerdheid	noun	het ongeïnteresseerd zijn
ongeïnteresseerds	=	ongeïnteresseerd
ongeïnteresseerdst	=	ongeïnteresseerd
ongeïnteresseerdste	=	ongeïnteresseerd
ongijn	=	ongein
ongodsdienstig	adj	niet godsdienstig
ongodsdienstige	=	ongodsdienstig
ongodsdienstiger	=	ongodsdienstig
ongodsdienstigere	=	ongodsdienstig
ongodsdienstigers	=	ongodsdienstig
ongodsdienstigs	=	ongodsdienstig
ongodsdienstigst	=	ongodsdienstig
ongodsdienstigste	=	ongodsdienstig
ongoogelbaar	adj	van iets of iemand dat het niet via de zoekmachine van Google gevonden kan worden op het internet
ongoogelbaarder	=	ongoogelbaar
ongoogelbaardere	=	ongoogelbaar
ongoogelbaarders	=	ongoogelbaar
ongoogelbaars	=	ongoogelbaar
ongoogelbaarst	=	ongoogelbaar
ongoogelbaarste	=	ongoogelbaar
ongoogelbare	=	ongoogelbaar
ongrammaticaal	adj	niet in overeenstemming met de grammatica van een taal
ongrammaticaals	=	ongrammaticaal
ongrammaticaalst	=	ongrammaticaal
ongrammaticaalste	=	ongrammaticaal
ongrammaticale	=	ongrammaticaal
ongrammaticaler	=	ongrammaticaal
ongrammaticalere	=	ongrammaticaal
ongrammaticalers	=	ongrammaticaal
ongrijpbaar	adj	niet te begrijpen
ongrijpbaarder	=	ongrijpbaar
ongrijpbaardere	=	ongrijpbaar
ongrijpbaarders	=	ongrijpbaar
ongrijpbaars	=	ongrijpbaar
ongrijpbaarst	=	ongrijpbaar
ongrijpbaarste	=	ongrijpbaar
ongrijpbare	=	ongrijpbaar
ongrondwettelijk	adj	in strijd met de grondwet
ongrondwettelijke	=	ongrondwettelijk
ongrondwettelijker	=	ongrondwettelijk
ongrondwettelijkere	=	ongrondwettelijk
ongrondwettelijkers	=	ongrondwettelijk
ongrondwettelijks	=	ongrondwettelijk
ongrondwettelijkst	=	ongrondwettelijk
ongrondwettelijkste	=	ongrondwettelijk
ongrondwettig	adj	iets is ongrondwettig als het volgens de grondwet niet mag
ongrondwettige	=	ongrondwettig
ongrondwettiger	=	ongrondwettig
ongrondwettigere	=	ongrondwettig
ongrondwettigers	=	ongrondwettig
ongrondwettigs	=	ongrondwettig
ongrondwettigst	=	ongrondwettig
ongrondwettigste	=	ongrondwettig
ongunst	noun	onwelwillende gezindheid, ongenade
ongunsten	=	ongunst
ongunstig	adj	slecht, nadelig
ongunstige	=	ongunstig
ongunstiger	=	ongunstig
ongunstigere	=	ongunstig
ongunstigers	=	ongunstig
ongunstigs	=	ongunstig
ongunstigst	=	ongunstig
ongunstigste	=	ongunstig
ongunstje	=	ongunst
ongunstjes	=	ongunst
ongure	=	onguur
onguur	adj	louche
onguurder	=	onguur
onguurdere	=	onguur
onguurders	=	onguur
onguurs	=	onguur
onguurst	=	onguur
onguurste	=	onguur
onhaalbaar	adj	niet mogelijk
onhaalbaarder	=	onhaalbaar
onhaalbaardere	=	onhaalbaar
onhaalbaarders	=	onhaalbaar
onhaalbaars	=	onhaalbaar
onhaalbaarst	=	onhaalbaar
onhaalbaarste	=	onhaalbaar
onhaalbare	=	onhaalbaar
onhandelbaar	adj	moeilijk om mee om te gaan
onhandelbaarder	=	onhandelbaar
onhandelbaardere	=	onhandelbaar
onhandelbaarders	=	onhandelbaar
onhandelbaars	=	onhandelbaar
onhandelbaarst	=	onhandelbaar
onhandelbaarste	=	onhandelbaar
onhandelbare	=	onhandelbaar
onhandig	adj	niet goed met de handen om kunnen gaan
onhandige	=	onhandig
onhandiger	=	onhandig
onhandigere	=	onhandig
onhandigers	=	onhandig
onhandigheden	=	onhandigheid
onhandigheid	noun	de mate waarin iemand iets op een moeilijke, omslachtige, of gebrekkige manier doet
onhandigheidje	=	onhandigheid
onhandigheidjes	=	onhandigheid
onhandigs	=	onhandig
onhandigst	=	onhandig
onhandigste	=	onhandig
onhanteerbaar	adj	niet onder controle te houden, niet in bedwang te houden
onhanteerbaarder	=	onhanteerbaar
onhanteerbaardere	=	onhanteerbaar
onhanteerbaarders	=	onhanteerbaar
onhanteerbaars	=	onhanteerbaar
onhanteerbaarst	=	onhanteerbaar
onhanteerbaarste	=	onhanteerbaar
onhanteerbare	=	onhanteerbaar
onharmonisch	adj	niet in overeenstemming, storend of niet passend in een geheel
onharmonische	=	onharmonisch
onharmonischer	=	onharmonisch
onharmonischere	=	onharmonisch
onharmonischers	=	onharmonisch
onhartelijk	adj	zonder enig medeleven
onhartelijke	=	onhartelijk
onhartelijker	=	onhartelijk
onhartelijkere	=	onhartelijk
onhartelijkers	=	onhartelijk
onhartelijks	=	onhartelijk
onhartelijkst	=	onhartelijk
onhartelijkste	=	onhartelijk
onhebbelijk	adj	onvriendelijk	adv	ongemanierd
onhebbelijke	=	onhebbelijk
onhebbelijker	=	onhebbelijk
onhebbelijkere	=	onhebbelijk
onhebbelijkers	=	onhebbelijk
onhebbelijkheden	=	onhebbelijkheid
onhebbelijkheid	noun	het ongemanierd, onvriendelijk, onaangenaam en onbeschoft zijn
onhebbelijkheidje	=	onhebbelijkheid
onhebbelijkheidjes	=	onhebbelijkheid
onhebbelijks	=	onhebbelijk
onhebbelijkst	=	onhebbelijk
onhebbelijkste	=	onhebbelijk
onheil	noun	grote tegenspoed
onheilen	=	onheil
onheilig	adj	niet heilig.
onheilige	=	onheilig
onheiliger	=	onheilig
onheiligere	=	onheilig
onheiligers	=	onheilig
onheiligs	=	onheilig
onheiligst	=	onheilig
onheiligste	=	onheilig
onheils	=	onheil
onheilsbode	noun	ongeluksbode
onheilsboden	=	onheilsbode
onheilsbodes	=	onheilsbode
onheilsboodschap	noun	mededeling dat er iets ergs is gebeurd of gaat gebeuren
onheilsboodschappen	=	onheilsboodschap
onheilspellend	adj	wat gevaarlijke, onplezierige dingen voorspelt
onheilspellende	=	onheilspellend
onheilspellender	=	onheilspellend
onheilspellendere	=	onheilspellend
onheilspellenders	=	onheilspellend
onheilspellends	=	onheilspellend
onheilspellendst	=	onheilspellend
onheilspellendste	=	onheilspellend
onheilsplek	noun	plek waar iets vreselijks is gebeurd
onheilsplekken	=	onheilsplek
onheilsprofeet	noun	iemand die voorspelt dat er allerlei rampen gaan gebeuren
onheilsprofeten	=	onheilsprofeet
onheilsprofetes	=	onheilsprofeet
onheilstijding	noun	een heel vervelend, rampzalig bericht; slecht nieuws
onheilstijdingen	=	onheilstijding
onheilstijdinkje	=	onheilstijding
onheilstijdinkjes	=	onheilstijding
onheilswens	noun	vervloeking, verwensing, anathema, verdoeming.
onheilswensen	=	onheilswens
onheilswensje	=	onheilswens
onheilswensjes	=	onheilswens
onheilszwanger	adj	vol met angst en dreiging
onheilszwangerder	=	onheilszwanger
onheilszwangerdere	=	onheilszwanger
onheilszwangerders	=	onheilszwanger
onheilszwangere	=	onheilszwanger
onheilszwangers	=	onheilszwanger
onheilszwangerst	=	onheilszwanger
onheilszwangerste	=	onheilszwanger
onheimelijk	adj	van iets dat je een ongemakkelijk, vreemd en eng gevoel geeft, alsof het niet vertrouwd is
onheimelijke	=	onheimelijk
onheimelijker	=	onheimelijk
onheimelijkere	=	onheimelijk
onheimelijkers	=	onheimelijk
onheimelijks	=	onheimelijk
onheimelijkst	=	onheimelijk
onheimelijkste	=	onheimelijk
onhelder	adj	niet doorzichtig
onhelderder	=	onhelder
onhelderdere	=	onhelder
onhelderders	=	onhelder
onheldere	=	onhelder
onhelders	=	onhelder
onhelderst	=	onhelder
onhelderste	=	onhelder
onherbergzaam	adj	een streek: woest en zonder goede verblijfplaatsen
onherbergzaams	=	onherbergzaam
onherbergzaamst	=	onherbergzaam
onherbergzaamste	=	onherbergzaam
onherbergzame	=	onherbergzaam
onherbergzamer	=	onherbergzaam
onherbergzamere	=	onherbergzaam
onherbergzamers	=	onherbergzaam
onherhaalbaar	adj	van iets dat het niet opnieuw kan plaatsvinden, herhaald of gekopieerd kan worden
onherhaalbaarder	=	onherhaalbaar
onherhaalbaardere	=	onherhaalbaar
onherhaalbaarders	=	onherhaalbaar
onherhaalbaars	=	onherhaalbaar
onherhaalbaarst	=	onherhaalbaar
onherhaalbaarste	=	onherhaalbaar
onherhaalbare	=	onherhaalbaar
onherkenbaar	adj	dat het niet mogelijk is te beseffen wie het is
onherkenbaarder	=	onherkenbaar
onherkenbaardere	=	onherkenbaar
onherkenbaarders	=	onherkenbaar
onherkenbaars	=	onherkenbaar
onherkenbaarst	=	onherkenbaar
onherkenbaarste	=	onherkenbaar
onherkenbare	=	onherkenbaar
onherleidbaar	adj	niet terug te brengen naar de oorsprong
onherleidbaarder	=	onherleidbaar
onherleidbaardere	=	onherleidbaar
onherleidbaarders	=	onherleidbaar
onherleidbaars	=	onherleidbaar
onherleidbaarst	=	onherleidbaar
onherleidbaarste	=	onherleidbaar
onherleidbare	=	onherleidbaar
onherroepbaar	adj	van iets dat het niet meer kan worden teruggedraaid, veranderd of ingetrokken.
onherroepbaarder	=	onherroepbaar
onherroepbaardere	=	onherroepbaar
onherroepbaarders	=	onherroepbaar
onherroepbaars	=	onherroepbaar
onherroepbaarst	=	onherroepbaar
onherroepbaarste	=	onherroepbaar
onherroepbare	=	onherroepbaar
onherroepelijk	adj	zonder mogelijkheid om ongedaan gemaakt te worden	adv	op onherroepelijke wijze
onherroepelijke	=	onherroepelijk
onherroepelijker	=	onherroepelijk
onherroepelijkere	=	onherroepelijk
onherroepelijkers	=	onherroepelijk
onherroepelijkheden	=	onherroepelijkheid
onherroepelijkheid	noun	het definitief zijn van iets
onherroepelijks	=	onherroepelijk
onherroepelijkst	=	onherroepelijk
onherroepelijkste	=	onherroepelijk
onherstelbaar	adj	niet meer te repareren
onherstelbaarder	=	onherstelbaar
onherstelbaardere	=	onherstelbaar
onherstelbaarders	=	onherstelbaar
onherstelbaars	=	onherstelbaar
onherstelbaarst	=	onherstelbaar
onherstelbaarste	=	onherstelbaar
onherstelbare	=	onherstelbaar
onheugelijk	adj	zeer lang geleden; langer geleden dan dat men zich kan herinneren
onheugelijke	=	onheugelijk
onheugelijker	=	onheugelijk
onheugelijkere	=	onheugelijk
onheugelijkers	=	onheugelijk
onheugelijks	=	onheugelijk
onheugelijkst	=	onheugelijk
onheugelijkste	=	onheugelijk
onheuglijk	adj	zo lang gelden dat er geen herinneringen meer aan zijn
onheuglijke	=	onheuglijk
onheuglijker	=	onheuglijk
onheuglijkere	=	onheuglijk
onheuglijkers	=	onheuglijk
onheuglijks	=	onheuglijk
onheuglijkst	=	onheuglijk
onheuglijkste	=	onheuglijk
onheus	adj	niet voorkomend
onheusch	=	onheus
onheuse	=	onheus
onheuser	=	onheus
onheusere	=	onheus
onheusers	=	onheus
onheust	=	onheus
onheuste	=	onheus
onhistorisch	adj	in strijd is met feitelijke historische gebeurtenissen
onhistorische	=	onhistorisch
onhistorischer	=	onhistorisch
onhistorischere	=	onhistorisch
onhistorischers	=	onhistorisch
onhoffelijk	adj	niet beleefd; niet volgens de etiquette
onhoffelijke	=	onhoffelijk
onhoffelijker	=	onhoffelijk
onhoffelijkere	=	onhoffelijk
onhoffelijkers	=	onhoffelijk
onhoffelijks	=	onhoffelijk
onhoffelijkst	=	onhoffelijk
onhoffelijkste	=	onhoffelijk
onhoorbaar	adj	niet met de oren waarneembaar	adv	op onhoorbare wijze
onhoorbaarder	=	onhoorbaar
onhoorbaardere	=	onhoorbaar
onhoorbaarders	=	onhoorbaar
onhoorbaars	=	onhoorbaar
onhoorbaarst	=	onhoorbaar
onhoorbaarste	=	onhoorbaar
onhoorbare	=	onhoorbaar
onhoudbaar	adj	niet meer te verdedigen
onhoudbaarder	=	onhoudbaar
onhoudbaardere	=	onhoudbaar
onhoudbaarders	=	onhoudbaar
onhoudbaarheden	=	onhoudbaarheid
onhoudbaarheid	noun	iets dat niet meer te verdedigen is; iets dat men niet meer kan dulden
onhoudbaars	=	onhoudbaar
onhoudbaarst	=	onhoudbaar
onhoudbaarste	=	onhoudbaar
onhoudbare	=	onhoudbaar
onhuiselijk	adj	niet knus of gezellig
onhuiselijke	=	onhuiselijk
onhuiselijker	=	onhuiselijk
onhuiselijkere	=	onhuiselijk
onhuiselijkers	=	onhuiselijk
onhuiselijks	=	onhuiselijk
onhuiselijkst	=	onhuiselijk
onhuiselijkste	=	onhuiselijk
onhuislijk	adj	niet knus of gezellig
onhuislijke	=	onhuislijk
onhuislijker	=	onhuislijk
onhuislijkere	=	onhuislijk
onhuislijkers	=	onhuislijk
onhuislijks	=	onhuislijk
onhuislijkst	=	onhuislijk
onhuislijkste	=	onhuislijk
onhygiënisch	adj	vies en smerig
onhygiënische	=	onhygiënisch
onhygiënischer	=	onhygiënisch
onhygiënischere	=	onhygiënisch
onhygiënischers	=	onhygiënisch
oninbaar	adj	gelden die men niet (meer) kan opeisen van de schuldenaar; niet invorderbaar
oninbaarder	=	oninbaar
oninbaardere	=	oninbaar
oninbaarders	=	oninbaar
oninbaars	=	oninbaar
oninbaarst	=	oninbaar
oninbaarste	=	oninbaar
oninbare	=	oninbaar
oningevuld	adj	niet ingevuld
oningevulde	=	oningevuld
oningevulds	=	oningevuld
oninneembaar	adj	van iets dat het niet veroverd, ingenomen of bedwongen kan worden
oninneembaarder	=	oninneembaar
oninneembaardere	=	oninneembaar
oninneembaarders	=	oninneembaar
oninneembaars	=	oninneembaar
oninneembaarst	=	oninneembaar
oninneembaarste	=	oninneembaar
oninneembare	=	oninneembaar
oninteressant	adj	helemaal niet boeiend; niet belangwekkend; niet de moeite waard om over na te denken
oninteressante	=	oninteressant
oninteressanter	=	oninteressant
oninteressantere	=	oninteressant
oninteressanters	=	oninteressant
oninteressants	=	oninteressant
oninteressantst	=	oninteressant
oninteressantste	=	oninteressant
oninvorderbaar	adj	van een openstaande schuld of factuur dat deze niet langer kan worden geïnd of betaald door de schuldenaar
oninvorderbaarder	=	oninvorderbaar
oninvorderbaardere	=	oninvorderbaar
oninvorderbaarders	=	oninvorderbaar
oninvorderbaars	=	oninvorderbaar
oninvorderbaarst	=	oninvorderbaar
oninvorderbaarste	=	oninvorderbaar
oninvorderbare	=	oninvorderbaar
onislamitisch	adj	alles wat te maken heeft met de islam als religie, geloofsovertuiging of cultuur, zoals islamitische wetgeving, feesten of gewoontes
onislamitische	=	onislamitisch
onislamitischer	=	onislamitisch
onislamitischere	=	onislamitisch
onislamitischers	=	onislamitisch
onjoods	adj	niet overeenkomend met de joodse opvattingen
onjoodse	=	onjoods
onjoodser	=	onjoods
onjoodsere	=	onjoods
onjoodsers	=	onjoods
onjoodst	=	onjoods
onjoodste	=	onjoods
onjuist	adj	niet correct
onjuiste	=	onjuist
onjuister	=	onjuist
onjuistere	=	onjuist
onjuisters	=	onjuist
onjuistheden	=	onjuistheid
onjuistheid	noun	iets dat niet op waarheid berust
onjuistheidje	=	onjuistheid
onjuists	=	onjuist
onjuistst	=	onjuist
onjuistste	=	onjuist
onkel	noun	broer of zwager van iemands vader of moeder
onkels	=	onkel
onkeltje	=	onkel
onkeltjes	=	onkel
onkenbaar	adj	dat iets niet te kennen valt
onkenbaarder	=	onkenbaar
onkenbaardere	=	onkenbaar
onkenbaarders	=	onkenbaar
onkenbaars	=	onkenbaar
onkenbaarst	=	onkenbaar
onkenbaarste	=	onkenbaar
onkenbare	=	onkenbaar
onkennelijk	adj	ontstellend zwak, teleurstellend slecht
onkennelijke	=	onkennelijk
onkennelijker	=	onkennelijk
onkennelijkere	=	onkennelijk
onkennelijkers	=	onkennelijk
onkennelijks	=	onkennelijk
onkennelijkst	=	onkennelijk
onkennelijkste	=	onkennelijk
onkerkelijk	adj	niet lid zijn van een kerkgenootschap
onkerkelijke	=	onkerkelijk
onkerkelijker	=	onkerkelijk
onkerkelijkere	=	onkerkelijk
onkerkelijkers	=	onkerkelijk
onkerkelijks	=	onkerkelijk
onkerkelijkst	=	onkerkelijk
onkerkelijkste	=	onkerkelijk
onkerks	adj	niet religieus, niet behorend tot een kerkgenootschap, anti-kerks
onkerkse	=	onkerks
onkerkser	=	onkerks
onkerksere	=	onkerks
onkerksers	=	onkerks
onkerkst	=	onkerks
onkerkste	=	onkerks
onkies	adj	niet volgens de fatsoensnormen, onbeschaafd, onzedelijk, vulgair
onkiese	=	onkies
onkieser	=	onkies
onkiesere	=	onkies
onkiesers	=	onkies
onkiest	=	onkies
onkieste	=	onkies
onkieze	=	onkies
onkiezer	=	onkies
onkiezere	=	onkies
onkiezers	=	onkies
onkinderlijk	adj	niet passend bij kinderen
onkinderlijke	=	onkinderlijk
onkinderlijker	=	onkinderlijk
onkinderlijkere	=	onkinderlijk
onkinderlijkers	=	onkinderlijk
onkinderlijks	=	onkinderlijk
onkinderlijkst	=	onkinderlijk
onkinderlijkste	=	onkinderlijk
onklaar	adj	niet werkend omdat het kapot is
onklaarder	=	onklaar
onklaardere	=	onklaar
onklaarders	=	onklaar
onklaars	=	onklaar
onklaarst	=	onklaar
onklaarste	=	onklaar
onklare	=	onklaar
onklopbaar	adj	onverslaanbaar in een (wed)strijd
onklopbaarder	=	onklopbaar
onklopbaardere	=	onklopbaar
onklopbaarders	=	onklopbaar
onklopbaars	=	onklopbaar
onklopbaarst	=	onklopbaar
onklopbaarste	=	onklopbaar
onklopbare	=	onklopbaar
onknap	adj	niet mooi: meestal gebruikt in de frase niet onknap en dat betekent dus juist wel knap
onknappe	=	onknap
onknapper	=	onknap
onknappere	=	onknap
onknappers	=	onknap
onknaps	=	onknap
onknapst	=	onknap
onknapste	=	onknap
onkost	noun	geld dat men moet uitgeven voor schade en verlies of bijkomende en onnodige zaken
onkosten	noun	geld dat men moet uitgeven voor schade en verlies of bijkomende en onnodige zaken
onkostenclaim	noun	aanspraak maken op een vergoeding voor gemaakte onkosten
onkostenclaims	=	onkostenclaim
onkostendeclaratie	noun	het in rekening brengen van de kosten die men heeft moeten maken voor het verrichten van bepaalde diensten
onkostendeclaraties	=	onkostendeclaratie
onkostenrekening	noun	een opgaaf van de onkosten die men heeft gemaakt
onkostenrekeningen	=	onkostenrekening
onkostenvergoeding	noun	een vergoeding die vooral werkgevers aan hun werknemers kunnen toekennen ter compensatie van kosten die werknemers maken bij de uitoefening van hun functie
onkostenvergoedingen	=	onkostenvergoeding
onkostenvergoedinkje	=	onkostenvergoeding
onkostenvergoedinkjes	=	onkostenvergoeding
onkostje	=	onkost
onkraakbaar	adj	van iets dat het niet te kraken, open te breken of te hacken is
onkraakbaarder	=	onkraakbaar
onkraakbaardere	=	onkraakbaar
onkraakbaarders	=	onkraakbaar
onkraakbaars	=	onkraakbaar
onkraakbaarst	=	onkraakbaar
onkraakbaarste	=	onkraakbaar
onkraakbare	=	onkraakbaar
onkreukbaar	adj	niet vatbaar voor omkoping en corruptie
onkreukbaarder	=	onkreukbaar
onkreukbaardere	=	onkreukbaar
onkreukbaarders	=	onkreukbaar
onkreukbaarheden	=	onkreukbaarheid
onkreukbaarheid	noun	het heel eerlijk en betrouwbaar zijn
onkreukbaars	=	onkreukbaar
onkreukbaarst	=	onkreukbaar
onkreukbaarste	=	onkreukbaar
onkreukbare	=	onkreukbaar
onkritisch	adj	een gebrek aan (zelf)kritiek tonend
onkritische	=	onkritisch
onkritischer	=	onkritisch
onkritischere	=	onkritisch
onkritischers	=	onkritisch
onkruid	noun	planten die voorkomen op plekken waar ze niet gewenst zijn
onkruidbestrijder	noun	iemand die onkruid weghaalt of aanpakt
onkruidbestrijders	=	onkruidbestrijder
onkruidbestrijdertje	=	onkruidbestrijder
onkruidbestrijdertjes	=	onkruidbestrijder
onkruidbestrijding	noun	het verwijderen of beheersen van ongewenste wilde planten (onkruid) op specifieke plaatsen zoals tuinen, akkers of verhardingen.
onkruidbestrijdingen	=	onkruidbestrijding
onkruidbestrijdinkje	=	onkruidbestrijding
onkruidbestrijdinkjes	=	onkruidbestrijding
onkruidborstel	noun	een tuingereedschap waarmee onkruid van de bestrating en tussen de voegen geboend kan worden
onkruidborstels	=	onkruidborstel
onkruiden	=	onkruid
onkruidje	=	onkruid
onkruidjes	=	onkruid
onkruidverdelger	noun	chemische bestrijdingsmiddel dat wordt gebruikt om onkruid te bestrijden
onkruidverdelgers	=	onkruidverdelger
onkruidverdelgingsmiddel	noun	gif of andere methode om planten die op de verkeerde plaats staan uit te roeien
onkruidverdelgingsmiddelen	=	onkruidverdelgingsmiddel
onkruidverdelgingsmiddeltje	=	onkruidverdelgingsmiddel
onkruidverdelgingsmiddeltjes	=	onkruidverdelgingsmiddel
onkuis	adj	onzedelijk
onkuise	=	onkuis
onkuiser	=	onkuis
onkuisere	=	onkuis
onkuisers	=	onkuis
onkuisheden	=	onkuisheid
onkuisheid	noun	handeling, uiting of gedachte die ingaat tegen de seksuele moraal, ontucht
onkuisheidje	=	onkuisheid
onkuist	=	onkuis
onkuiste	=	onkuis
onkunde	noun	iets niet kunnen, iets niet weten, onwetendheid.
onkundig	adj	ergens niet van weten
onkundige	=	onkundig
onkundiger	=	onkundig
onkundigere	=	onkundig
onkundigers	=	onkundig
onkundigs	=	onkundig
onkundigst	=	onkundig
onkundigste	=	onkundig
onkwetsbaar	adj	zo sterk en stevig dat je het niet kunt beschadigen
onkwetsbaarder	=	onkwetsbaar
onkwetsbaardere	=	onkwetsbaar
onkwetsbaarders	=	onkwetsbaar
onkwetsbaars	=	onkwetsbaar
onkwetsbaarst	=	onkwetsbaar
onkwetsbaarste	=	onkwetsbaar
onkwetsbare	=	onkwetsbaar
onland	noun	onbruikbare woeste grond
onlanden	=	onland
onlangs	adv	recentelijk, niet lang geleden; pas geleden
onledig	adj	bezig, in de weer
onledige	=	onledig
onlediger	=	onledig
onledigere	=	onledig
onledigers	=	onledig
onledigs	=	onledig
onledigst	=	onledig
onledigste	=	onledig
onleefbaar	adj	dat iets zo slecht is dat je er niet kunt wonen
onleefbaarder	=	onleefbaar
onleefbaardere	=	onleefbaar
onleefbaarders	=	onleefbaar
onleefbaars	=	onleefbaar
onleefbaarst	=	onleefbaar
onleefbaarste	=	onleefbaar
onleefbare	=	onleefbaar
onleesbaar	adj	niet te lezen doordat de karakters onduidelijk zijn of wegens de slechte schrijfstijl
onleesbaarder	=	onleesbaar
onleesbaardere	=	onleesbaar
onleesbaarders	=	onleesbaar
onleesbaarheden	=	onleesbaarheid
onleesbaarheid	noun	hoe onleesbaar iets is
onleesbaars	=	onleesbaar
onleesbaarst	=	onleesbaar
onleesbaarste	=	onleesbaar
onleesbare	=	onleesbaar
onlekker	adj	een beetje ziek; niet helemaal gezond
onlekkerder	=	onlekker
onlekkerdere	=	onlekker
onlekkerders	=	onlekker
onlekkere	=	onlekker
onlekkers	=	onlekker
onlekkerst	=	onlekker
onlekkerste	=	onlekker
onlesbaar	adj	een niet te bevredigen dorst
onlesbaarder	=	onlesbaar
onlesbaardere	=	onlesbaar
onlesbaarders	=	onlesbaar
onlesbaars	=	onlesbaar
onlesbaarst	=	onlesbaar
onlesbaarste	=	onlesbaar
onlesbare	=	onlesbaar
onleuk	adj	niet leuk
onleuke	=	onleuk
onleuker	=	onleuk
onleukere	=	onleuk
onleukers	=	onleuk
onleuks	=	onleuk
onleukst	=	onleuk
onleukste	=	onleuk
onlichamelijk	adj	van iets dat waarde heeft maar niet tastbaar is
onlichamelijke	=	onlichamelijk
onlichamelijker	=	onlichamelijk
onlichamelijkere	=	onlichamelijk
onlichamelijkers	=	onlichamelijk
onlichamelijks	=	onlichamelijk
onlichamelijkst	=	onlichamelijk
onlichamelijkste	=	onlichamelijk
online	adj	in verbinding met het internet
online-shop	noun	een website die functioneert als een winkel
online-shops	=	online-shop
onlineaanbod	noun	alle producten of diensten die via internet worden aangeboden en verkocht
onlinebedreiging	noun	een strafbare uiting via internet of social media waarin iemand laat weten dat hij of zij jou of een naaste pijn of schade wil toebrengen
onlinebedreigingen	=	onlinebedreiging
onlinebedreiginkje	=	onlinebedreiging
onlinebedreiginkjes	=	onlinebedreiging
onlinebehandeling	noun	therapie via het internet
onlinebehandelingen	=	onlinebehandeling
onlinebehandelingetje	=	onlinebehandeling
onlinebehandelingetjes	=	onlinebehandeling
onlinecursus	noun	digitaal leertraject dat via internet wordt gevolgd, vaak via een computer, tablet of smartphone
onlinecursusje	=	onlinecursus
onlinecursusjes	=	onlinecursus
onlinecursussen	=	onlinecursus
onlinedoodsbedreiging	noun	een strafbaar misdrijf waarbij iemand via internet, zoals social media, e-mail of chatapps, laat weten dat hij of zij jou zal doden
onlinedoodsbedreigingen	=	onlinedoodsbedreiging
onlinedoodsbedreiginkje	=	onlinedoodsbedreiging
onlinedoodsbedreiginkjes	=	onlinedoodsbedreiging
onlinegame	noun	computerspel dat men via internet speelt
onlinegames	=	onlinegame
onlineles	noun	les die via het internet wordt gevolgd, waarbij studenten en docenten digitaal met elkaar communiceren
onlinelesje	=	onlineles
onlinelesjes	=	onlineles
onlinelessen	=	onlineles
onlinemoord	noun	moord met behulp van een met het internet verbonden explosief of wapen
onlinemoorden	=	onlinemoord
onlineopleiding	noun	een vorm van onderwijs waarbij het leerproces volledig of grotendeels via internet en digitale middelen plaatsvindt.
onlineopleidingen	=	onlineopleiding
onlineopleidinkje	=	onlineopleiding
onlineopleidinkjes	=	onlineopleiding
onlineplatform	noun	plaats op het internet waar men kan vertellen wat men denkt, wenst of kan bieden
onlineplatformen	=	onlineplatform
onlineplatforms	=	onlineplatform
onlinereactie	noun	een reactie via het internet
onlinereacties	=	onlinereactie
onlinereactietje	=	onlinereactie
onlinereactietjes	=	onlinereactie
onlines	=	online
onlineshop	noun	een website die functioneert als een winkel
onlineshopping	noun	het kopen van goederen of diensten via het internet zonder tussenkomst van een fysieke winkel
onlineshops	=	onlineshop
onlinespel	noun	computerspel dat men via internet speelt
onlinespelen	=	onlinespel
onlinespellen	=	onlinespel
onlineverbinding	noun	de digitale 'lijn' die nodig is om online te zijn.
onlineverbindingen	=	onlineverbinding
onlineverbindinkje	=	onlineverbinding
onlineverbindinkjes	=	onlineverbinding
onlinevergadering	noun	een vergadering via internet
onlinevergaderingen	=	onlinevergadering
onlineverslaving	noun	verslaving aan het online op internet zijn
onlinevragenlijst	noun	een digitaal instrument dat bestaat uit een reeks vragen om informatie, feedback of data te verzamelen van een specifieke doelgroep via internet
onlinevragenlijsten	=	onlinevragenlijst
onlinevragenlijstje	=	onlinevragenlijst
onlinevragenlijstjes	=	onlinevragenlijst
onlinevriend	noun	iemand die je via het internet leert kennen, zoals via sociale media, games of chatprogramma's, en met wie je een vriendschappelijke relatie opbouwt door te chatten of te praten
onlinevrienden	=	onlinevriend
onlinevriendje	=	onlinevriend
onlinevriendjes	=	onlinevriend
onlinewinkel	noun	bedrijf dat zaken aan particulieren verkoopt via een internetsite
onlinewinkels	=	onlinewinkel
onlinewinkeltje	=	onlinewinkel
onlinewinkeltjes	=	onlinewinkel
onlinewoordenboek	noun	een woordenboek dat men via internet raadpleegt
onlinewoordenboeken	=	onlinewoordenboek
onlinezangsessie	noun	een zangsessie die via het internet uitgezonden wordt
onlinezangsessies	=	onlinezangsessie
onlogica	noun	iets dat niet gebaseerd is op een juiste manier van denken
onlogica's	=	onlogica
onlogisch	adj	niet logisch, onnavolgbaar, onbegrijpelijk, idioot, willekeurig
onlogische	=	onlogisch
onlogischer	=	onlogisch
onlogischere	=	onlogisch
onlogischers	=	onlogisch
onloochenbaar	adj	van een zaak dat ze niet te ontkennen valt
onloochenbaarder	=	onloochenbaar
onloochenbaardere	=	onloochenbaar
onloochenbaarders	=	onloochenbaar
onloochenbaars	=	onloochenbaar
onloochenbaarst	=	onloochenbaar
onloochenbaarste	=	onloochenbaar
onloochenbare	=	onloochenbaar
onlosmakelijk	adj	altijd verbonden, hecht, onverbrekelijk
onlosmakelijke	=	onlosmakelijk
onlosmakelijker	=	onlosmakelijk
onlosmakelijkere	=	onlosmakelijk
onlosmakelijkers	=	onlosmakelijk
onlosmakelijks	=	onlosmakelijk
onlosmakelijkst	=	onlosmakelijk
onlosmakelijkste	=	onlosmakelijk
onlust	noun	gevoel van onbehagen
onlusten	noun	onenigheden, gebeurtenissen waarbij men in het openbaar laat merken dat men ontevreden is
onlustje	=	onlust
onlustjes	=	onlust
onmaatschappelijk	adj	niet aangepast aan de samenleving
onmaatschappelijke	=	onmaatschappelijk
onmaatschappelijker	=	onmaatschappelijk
onmaatschappelijkere	=	onmaatschappelijk
onmaatschappelijkers	=	onmaatschappelijk
onmaatschappelijks	=	onmaatschappelijk
onmaatschappelijkst	=	onmaatschappelijk
onmaatschappelijkste	=	onmaatschappelijk
onmacht	noun	het niet kunnen doen wat je graag wilt of nodig hebt
onmachten	=	onmacht
onmachtig	adj	niet bij bewustzijn
onmachtige	=	onmachtig
onmachtiger	=	onmachtig
onmachtigere	=	onmachtig
onmachtigers	=	onmachtig
onmachtigs	=	onmachtig
onmachtigst	=	onmachtig
onmachtigste	=	onmachtig
onmanlijk	adj	op een manier die niet zou passen bij een mannen
onmanlijke	=	onmanlijk
onmanlijker	=	onmanlijk
onmanlijkere	=	onmanlijk
onmanlijkers	=	onmanlijk
onmanlijks	=	onmanlijk
onmanlijkst	=	onmanlijk
onmanlijkste	=	onmanlijk
onmannelijk	adj	niet passend bij het zijn van een 'echte' man
onmannelijke	=	onmannelijk
onmannelijker	=	onmannelijk
onmannelijkere	=	onmannelijk
onmannelijkers	=	onmannelijk
onmannelijks	=	onmannelijk
onmannelijkst	=	onmannelijk
onmannelijkste	=	onmannelijk
onmatig	adj	geen maat houdend
onmatige	=	onmatig
onmatiger	=	onmatig
onmatigere	=	onmatig
onmatigers	=	onmatig
onmatigheden	=	onmatigheid
onmatigheid	noun	het onmatig zijn
onmatigs	=	onmatig
onmatigst	=	onmatig
onmatigste	=	onmatig
onmededeelbaar	adj	van iets dat het niet medegedeeld, overgedragen of meegedeeld kan worden
onmededeelbaarder	=	onmededeelbaar
onmededeelbaardere	=	onmededeelbaar
onmededeelbaarders	=	onmededeelbaar
onmededeelbaars	=	onmededeelbaar
onmededeelbaarst	=	onmededeelbaar
onmededeelbaarste	=	onmededeelbaar
onmededeelbare	=	onmededeelbaar
onmeedogend	adj	zonder medeleven, zonder empathie
onmeedogende	=	onmeedogend
onmeedogender	=	onmeedogend
onmeedogendere	=	onmeedogend
onmeedogenders	=	onmeedogend
onmeedogends	=	onmeedogend
onmeedogendst	=	onmeedogend
onmeedogendste	=	onmeedogend
onmeetbaar	adj	heel erg groot
onmeetbaarder	=	onmeetbaar
onmeetbaardere	=	onmeetbaar
onmeetbaarders	=	onmeetbaar
onmeetbaars	=	onmeetbaar
onmeetbaarst	=	onmeetbaar
onmeetbaarste	=	onmeetbaar
onmeetbare	=	onmeetbaar
onmens	noun	wreedaard
onmenselijk	adj	niet goed voor de medemens
onmenselijke	=	onmenselijk
onmenselijker	=	onmenselijk
onmenselijkere	=	onmenselijk
onmenselijkers	=	onmenselijk
onmenselijkheden	=	onmenselijkheid
onmenselijkheid	noun	extreme wreedheid tegen andere mensen of het in positie brengen van mensen zodat ze in een onmenselijke positie geraken
onmenselijks	=	onmenselijk
onmenselijkst	=	onmenselijk
onmenselijkste	=	onmenselijk
onmensen	=	onmens
onmensje	=	onmens
onmensjes	=	onmens
onmerkbaar	adj	in het geheel niet opvallend
onmerkbaarder	=	onmerkbaar
onmerkbaardere	=	onmerkbaar
onmerkbaarders	=	onmerkbaar
onmerkbaars	=	onmerkbaar
onmerkbaarst	=	onmerkbaar
onmerkbaarste	=	onmerkbaar
onmerkbare	=	onmerkbaar
onmetelijk	adj	zo groot of zoveel dat het niet te meten of te tellen is
onmetelijke	=	onmetelijk
onmetelijker	=	onmetelijk
onmetelijkere	=	onmetelijk
onmetelijkers	=	onmetelijk
onmetelijkheden	=	onmetelijkheid
onmetelijkheid	noun	de mate waarin iets zo groot of veel is dat men het niet kan meten of in een getal uitdrukken
onmetelijks	=	onmetelijk
onmetelijkst	=	onmetelijk
onmetelijkste	=	onmetelijk
onmiddelbaar	=	onmiddellijk
onmiddelijk	=	onmiddellijk
onmiddellijk	adj	zonder uitstel	adv	zonder uitstel
onmiddellijke	=	onmiddellijk
onmiddellijker	=	onmiddellijk
onmiddellijkere	=	onmiddellijk
onmiddellijkers	=	onmiddellijk
onmiddellijks	=	onmiddellijk
onmiddellijkst	=	onmiddellijk
onmiddellijkste	=	onmiddellijk
onmin	noun	vertroebelde verhoudingen, wederzijdse gevoelens van wrok en boosheid
onmisbaar	adj	niet gemist kunnende worden
onmisbaarder	=	onmisbaar
onmisbaardere	=	onmisbaar
onmisbaarders	=	onmisbaar
onmisbaarheden	=	onmisbaarheid
onmisbaarheid	noun	de mate waarin men niet zonder iets kan
onmisbaars	=	onmisbaar
onmisbaarst	=	onmisbaar
onmisbaarste	=	onmisbaar
onmisbare	noun	persoon waar men niet zonder kan
onmisbaren	=	onmisbare
onmiskenbaar	adj	waarover geen twijfel kan bestaan	adv	zonder twijfel
onmiskenbaarder	=	onmiskenbaar
onmiskenbaardere	=	onmiskenbaar
onmiskenbaarders	=	onmiskenbaar
onmiskenbaars	=	onmiskenbaar
onmiskenbaarst	=	onmiskenbaar
onmiskenbaarste	=	onmiskenbaar
onmiskenbare	=	onmiskenbaar
onmodieus	adj	niet volgens de laatste mode
onmodieuse	=	onmodieus
onmodieuser	=	onmodieus
onmodieusere	=	onmodieus
onmodieusers	=	onmodieus
onmodieust	=	onmodieus
onmodieuste	=	onmodieus
onmodieuze	=	onmodieus
onmodieuzer	=	onmodieus
onmodieuzere	=	onmodieus
onmodieuzers	=	onmodieus
onmogelijk	adj	niet te verwezenlijken
onmogelijke	=	onmogelijk
onmogelijker	=	onmogelijk
onmogelijkere	=	onmogelijk
onmogelijkers	=	onmogelijk
onmogelijkheden	=	onmogelijkheid
onmogelijkheid	noun	de mate waarin iets niet kan gebeuren
onmogelijks	=	onmogelijk
onmogelijkst	=	onmogelijk
onmogelijkste	=	onmogelijk
onmondig	adj	geen beslissende invloed hebben
onmondige	=	onmondig
onmondiger	=	onmondig
onmondigere	=	onmondig
onmondigers	=	onmondig
onmondigs	=	onmondig
onmondigst	=	onmondig
onmondigste	=	onmondig
onna	adv|obsolete	niet dichtbij
onnadenkend	adj	zonder over iets na te denken, oppervlakkig, lichtzinnig
onnadenkende	=	onnadenkend
onnadenkender	=	onnadenkend
onnadenkendere	=	onnadenkend
onnadenkenders	=	onnadenkend
onnadenkendheden	=	onnadenkendheid
onnadenkendheid	noun	het niet heel erg goed en zorgvuldig nadenken
onnadenkends	=	onnadenkend
onnadenkendst	=	onnadenkend
onnadenkendste	=	onnadenkend
onnadrukkelijk	adj	zonder speciale aandacht; zonder klemtoon
onnadrukkelijke	=	onnadrukkelijk
onnadrukkelijker	=	onnadrukkelijk
onnadrukkelijkere	=	onnadrukkelijk
onnadrukkelijkers	=	onnadrukkelijk
onnadrukkelijks	=	onnadrukkelijk
onnadrukkelijkst	=	onnadrukkelijk
onnadrukkelijkste	=	onnadrukkelijk
onnaspeurbaar	adj	van iets dat het niet te achterhalen, te doorgronden of na te gaan is
onnaspeurbaarder	=	onnaspeurbaar
onnaspeurbaardere	=	onnaspeurbaar
onnaspeurbaarders	=	onnaspeurbaar
onnaspeurbaars	=	onnaspeurbaar
onnaspeurbaarst	=	onnaspeurbaar
onnaspeurbaarste	=	onnaspeurbaar
onnaspeurbare	=	onnaspeurbaar
onnaspeurlijk	adj	van iets dat men het niet kan onderzoeken of verklaren; van iets dat het niet na te gaan is
onnaspeurlijke	=	onnaspeurlijk
onnaspeurlijker	=	onnaspeurlijk
onnaspeurlijkere	=	onnaspeurlijk
onnaspeurlijkers	=	onnaspeurlijk
onnaspeurlijks	=	onnaspeurlijk
onnaspeurlijkst	=	onnaspeurlijk
onnaspeurlijkste	=	onnaspeurlijk
onnatuur	noun	iets dat niet vanzelfsprekend, niet natuurlijk, geforceerd, gekunsteld of overdreven is, afwijkt van het normale of het wezenlijke van iemands karakter
onnatuurlijk	adj	niet natuurlijk, kunstmatig, door de mens gemaakt
onnatuurlijke	=	onnatuurlijk
onnatuurlijker	=	onnatuurlijk
onnatuurlijkere	=	onnatuurlijk
onnatuurlijkers	=	onnatuurlijk
onnatuurlijkheden	=	onnatuurlijkheid
onnatuurlijkheid	noun	de mate waarin iets kunstmatig of gekunsteld is
onnatuurlijks	=	onnatuurlijk
onnatuurlijkst	=	onnatuurlijk
onnatuurlijkste	=	onnatuurlijk
onnauwkeurig	adj	niet precies
onnauwkeurige	=	onnauwkeurig
onnauwkeuriger	=	onnauwkeurig
onnauwkeurigere	=	onnauwkeurig
onnauwkeurigers	=	onnauwkeurig
onnauwkeurigheden	=	onnauwkeurigheid
onnauwkeurigheid	noun	het niet of onvoldoende nauwkeurig zijn
onnauwkeurigheidje	=	onnauwkeurigheid
onnauwkeurigs	=	onnauwkeurig
onnauwkeurigst	=	onnauwkeurig
onnauwkeurigste	=	onnauwkeurig
onnavolgbaar	adj	zo onlogisch dat je het niet kunt begrijpen
onnavolgbaarder	=	onnavolgbaar
onnavolgbaardere	=	onnavolgbaar
onnavolgbaarders	=	onnavolgbaar
onnavolgbaars	=	onnavolgbaar
onnavolgbaarst	=	onnavolgbaar
onnavolgbaarste	=	onnavolgbaar
onnavolgbare	=	onnavolgbaar
onneembaar	adj	niet te veroveren, niet de bedwingen
onneembaarder	=	onneembaar
onneembaardere	=	onneembaar
onneembaarders	=	onneembaar
onneembaars	=	onneembaar
onneembaarst	=	onneembaar
onneembaarste	=	onneembaar
onneembare	=	onneembaar
onnet	adj	niet beleefd, niet wellevend
onnets	=	onnet
onnetst	=	onnet
onnetste	=	onnet
onnette	=	onnet
onnetter	=	onnet
onnettere	=	onnet
onnetters	=	onnet
onnodig	adj	niet noodzakelijk
onnodige	=	onnodig
onnodiger	=	onnodig
onnodigere	=	onnodig
onnodigers	=	onnodig
onnodigs	=	onnodig
onnodigst	=	onnodig
onnodigste	=	onnodig
onnoembaar	adj	waar geen woorden of namen voor zijn
onnoembaarder	=	onnoembaar
onnoembaardere	=	onnoembaar
onnoembaarders	=	onnoembaar
onnoembaars	=	onnoembaar
onnoembaarst	=	onnoembaar
onnoembaarste	=	onnoembaar
onnoembare	=	onnoembaar
onnoemelijk	adj	zo veel of zo erg dat er geen naam voor te vinden is
onnoemelijke	=	onnoemelijk
onnoemelijker	=	onnoemelijk
onnoemelijkere	=	onnoemelijk
onnoemelijkers	=	onnoemelijk
onnoemelijks	=	onnoemelijk
onnoemelijkst	=	onnoemelijk
onnoemelijkste	=	onnoemelijk
onnoemlijk	adj	van iets dat er geen woorden voor zijn
onnoemlijke	=	onnoemlijk
onnoemlijker	=	onnoemlijk
onnoemlijkere	=	onnoemlijk
onnoemlijkers	=	onnoemlijk
onnoemlijks	=	onnoemlijk
onnoemlijkst	=	onnoemlijk
onnoemlijkste	=	onnoemlijk
onnoodig	=	onnodig
onnoozel	=	onnozel
onnozel	adj	dwaas, naïef
onnozelaar	noun	idioot, halve gare, dwaas
onnozelaars	=	onnozelaar
onnozelaartje	=	onnozelaar
onnozelaartjes	=	onnozelaar
onnozele	=	onnozel
onnozeler	=	onnozel
onnozelere	=	onnozel
onnozelers	=	onnozel
onnozelheden	=	onnozelheid
onnozelheid	noun	iets dat ontstaat door domheid en onnadenkendheid
onnozelheidje	=	onnozelheid
onnozels	=	onnozel
onnozelst	=	onnozel
onnozelste	=	onnozel
onnut	noun	iemand, meestal een kind, die stout en ongehoorzaam is	adj	zonder nut, onbruikbaar en vaak zelfs schadelijk
onnuts	=	onnut
onnutst	=	onnut
onnutste	=	onnut
onnutte	=	onnut
onnutten	=	onnut
onnutter	=	onnut
onnuttere	=	onnut
onnutters	=	onnut
onnuttig	adj	zonder nut
onnuttige	=	onnuttig
onnuttiger	=	onnuttig
onnuttigere	=	onnuttig
onnuttigers	=	onnuttig
onnuttigs	=	onnuttig
onnuttigst	=	onnuttig
onnuttigste	=	onnuttig
ono	adv	richting tussen oost en noordoost
onofficieel	adj	niet officieel
onofficieels	=	onofficieel
onofficieelst	=	onofficieel
onofficieelste	=	onofficieel
onofficiële	=	onofficieel
onofficiëler	=	onofficieel
onofficiëlere	=	onofficieel
onofficiëlers	=	onofficieel
onomasticon	noun	een woordenboek of woordenlijst van eigennamen of plaatsnamen
onomasticons	=	onomasticon
onomastiek	noun	leer van de oorsprong, betekenis en verspreiding van namen
onomatopee	noun	een door klanknabootsing gevormd woord
onomatopeetje	=	onomatopee
onomatopeetjes	=	onomatopee
onomatopeeën	=	onomatopee
onomatopoëtisch	adj	met betrekking tot klanknabootsing
onomatopoëtische	=	onomatopoëtisch
onomfloerst	adj	zonder bedekking met dun zwart weefsel als teken van rouw
onomfloerste	=	onomfloerst
onomfloerster	=	onomfloerst
onomfloerstere	=	onomfloerst
onomfloersters	=	onomfloerst
onomfloersts	=	onomfloerst
onomfloerstst	=	onomfloerst
onomfloerstste	=	onomfloerst
onomkeerbaar	adj	niet terug te draaien
onomkeerbaarder	=	onomkeerbaar
onomkeerbaardere	=	onomkeerbaar
onomkeerbaarders	=	onomkeerbaar
onomkeerbaarheden	=	onomkeerbaarheid
onomkeerbaarheid	noun	de mate waarin iets niet meer is terug te draaien
onomkeerbaars	=	onomkeerbaar
onomkeerbaarst	=	onomkeerbaar
onomkeerbaarste	=	onomkeerbaar
onomkeerbare	=	onomkeerbaar
onomkoopbaar	adj	De stijve saaie ambtenaar was volkomen onomkoopbaar ook niet door zijn eigen burgemeester.
onomkoopbaarder	=	onomkoopbaar
onomkoopbaardere	=	onomkoopbaar
onomkoopbaarders	=	onomkoopbaar
onomkoopbaars	=	onomkoopbaar
onomkoopbaarst	=	onomkoopbaar
onomkoopbaarste	=	onomkoopbaar
onomkoopbare	=	onomkoopbaar
onomstootbaar	adj|figurative	volstrekt overtuigend omdat het onmogelijk kan worden ontkend
onomstootbaarder	=	onomstootbaar
onomstootbaardere	=	onomstootbaar
onomstootbaarders	=	onomstootbaar
onomstootbaars	=	onomstootbaar
onomstootbaarst	=	onomstootbaar
onomstootbaarste	=	onomstootbaar
onomstootbare	=	onomstootbaar
onomstotelijk	adj	van iets dat het niet ontkend kan worden (letterlijk je kunt het niet omverwerpen)
onomstotelijke	=	onomstotelijk
onomstotelijker	=	onomstotelijk
onomstotelijkere	=	onomstotelijk
onomstotelijkers	=	onomstotelijk
onomstotelijks	=	onomstotelijk
onomstotelijkst	=	onomstotelijk
onomstotelijkste	=	onomstotelijk
onomstreden	adj	onbetwist, algemeen erkend
onomstredene	noun	persoon die niet ter discussie staat
onomstredenen	=	onomstredene
onomstredener	=	onomstreden
onomstredeners	=	onomstreden
onomstredens	=	onomstreden
onomstredenst	=	onomstreden
onomstredenste	=	onomstreden
onomwonden	adv	zonder er doekjes om te winden, zonder het proberen te verbergen of te verzachten, zonder smoesjes
onomwondene	=	onomwonden
onomwondener	=	onomwonden
onomwondens	=	onomwonden
onomwondenst	=	onomwonden
ononderbroken	adj	zonder ook maar één keer te stoppen, zonder onderbreking
ononderbrokens	=	ononderbroken
onontbeerlijk	adj	volstrekt noodzakelijk
onontbeerlijke	=	onontbeerlijk
onontbeerlijker	=	onontbeerlijk
onontbeerlijkere	=	onontbeerlijk
onontbeerlijkers	=	onontbeerlijk
onontbeerlijks	=	onontbeerlijk
onontbeerlijkst	=	onontbeerlijk
onontbeerlijkste	=	onontbeerlijk
onontbindbaar	adj	van iets dat het niet verbroken, opgeheven of gescheiden kan worden
onontbindbaarder	=	onontbindbaar
onontbindbaardere	=	onontbindbaar
onontbindbaarders	=	onontbindbaar
onontbindbaars	=	onontbindbaar
onontbindbaarst	=	onontbindbaar
onontbindbaarste	=	onontbindbaar
onontbindbare	=	onontbindbaar
onontcijferbaar	adj	niet de eigenschap bezittend qua betekenis geduid te kunnen worden
onontcijferbaarder	=	onontcijferbaar
onontcijferbaardere	=	onontcijferbaar
onontcijferbaarders	=	onontcijferbaar
onontcijferbaars	=	onontcijferbaar
onontcijferbaarst	=	onontcijferbaar
onontcijferbaarste	=	onontcijferbaar
onontcijferbare	=	onontcijferbaar
onontdekt	adj	nog niet bekend
onontdekte	=	onontdekt
onontdekts	=	onontdekt
onontgonnen	adj	van iets dat het nog niet volledig onderzocht en ontwikkeld is
onontgonnens	=	onontgonnen
onontkenbaar	adj	van iets dat men het als waarheid moet erkennen
onontkenbaarder	=	onontkenbaar
onontkenbaardere	=	onontkenbaar
onontkenbaarders	=	onontkenbaar
onontkenbaars	=	onontkenbaar
onontkenbaarst	=	onontkenbaar
onontkenbaarste	=	onontkenbaar
onontkenbare	=	onontkenbaar
onontkombaar	adj	van iets dat het zeker zal gebeuren en niet vermeden, ontlopen of ontsnapt kan worden
onontkombaarder	=	onontkombaar
onontkombaardere	=	onontkombaar
onontkombaarders	=	onontkombaar
onontkombaars	=	onontkombaar
onontkombaarst	=	onontkombaar
onontkombaarste	=	onontkombaar
onontkombare	=	onontkombaar
onontkomelijk	adj	waaraan niet is te ontkomen
onontkomelijke	=	onontkomelijk
onontkomelijker	=	onontkomelijk
onontkomelijkere	=	onontkomelijk
onontkomelijkers	=	onontkomelijk
onontkomelijks	=	onontkomelijk
onontkomelijkst	=	onontkomelijk
onontkomelijkste	=	onontkomelijk
onontkoombaar	adj	waaraan niet te ontsnappen is
onontkoombaarder	=	onontkoombaar
onontkoombaardere	=	onontkoombaar
onontkoombaarders	=	onontkoombaar
onontkoombaarheden	=	onontkoombaarheid
onontkoombaarheid	noun	zekerheid dat je ten slotte toch met iets of iemand te maken krijgt
onontkoombaars	=	onontkoombaar
onontkoombaarst	=	onontkoombaar
onontkoombaarste	=	onontkoombaar
onontkoombare	=	onontkoombaar
onontvankelijk	adj	dat een zaak of vordering niet in juridische zin inhoudelijk wordt behandeld omdat niet is voldaan aan formele wettelijke eisen, zoals termijnen of procedures
onontvankelijke	=	onontvankelijk
onontvankelijker	=	onontvankelijk
onontvankelijkere	=	onontvankelijk
onontvankelijkers	=	onontvankelijk
onontvankelijks	=	onontvankelijk
onontvankelijkst	=	onontvankelijk
onontvankelijkste	=	onontvankelijk
onontvlambaar	adj	van iets dat het in de brand kan vliegen
onontvlambaarder	=	onontvlambaar
onontvlambaardere	=	onontvlambaar
onontvlambaarders	=	onontvlambaar
onontvlambaars	=	onontvlambaar
onontvlambaarst	=	onontvlambaar
onontvlambaarste	=	onontvlambaar
onontvlambare	=	onontvlambaar
onontvreemdbaar	adj	van iets dat het niet gestolen of afhandig gemaakt kan worden
onontvreemdbaarder	=	onontvreemdbaar
onontvreemdbaardere	=	onontvreemdbaar
onontvreemdbaarders	=	onontvreemdbaar
onontvreemdbaars	=	onontvreemdbaar
onontvreemdbaarst	=	onontvreemdbaar
onontvreemdbaarste	=	onontvreemdbaar
onontvreemdbare	=	onontvreemdbaar
onontwarbaar	adj	zo rommelig door elkaar verstrengeld dat het niet meer ordelijk uit elkaar te halen is
onontwarbaarder	=	onontwarbaar
onontwarbaardere	=	onontwarbaar
onontwarbaarders	=	onontwarbaar
onontwarbaars	=	onontwarbaar
onontwarbaarst	=	onontwarbaar
onontwarbaarste	=	onontwarbaar
onontwarbare	=	onontwarbaar
onontwijkbaar	adj	van iets dat het zeker zal gebeuren en niet vermeden, ontlopen of ontsnapt kan worden.
onontwijkbaarder	=	onontwijkbaar
onontwijkbaardere	=	onontwijkbaar
onontwijkbaarders	=	onontwijkbaar
onontwijkbaars	=	onontwijkbaar
onontwijkbaarst	=	onontwijkbaar
onontwijkbaarste	=	onontwijkbaar
onontwijkbare	=	onontwijkbaar
onontwikkeld	adj	primitief, zonder opleiding
onontwikkelde	=	onontwikkeld
onontwikkelder	=	onontwikkeld
onontwikkeldere	=	onontwikkeld
onontwikkelders	=	onontwikkeld
onontwikkelds	=	onontwikkeld
onontwikkeldst	=	onontwikkeld
onontwikkeldste	=	onontwikkeld
onooglijk	adj	niet om aan te zien, lelijk
onooglijke	=	onooglijk
onooglijker	=	onooglijk
onooglijkere	=	onooglijk
onooglijkers	=	onooglijk
onooglijks	=	onooglijk
onooglijkst	=	onooglijk
onooglijkste	=	onooglijk
onoorbaar	adj	ontoelaatbaar, ongepast, onbetamelijk, onfatsoenlijk, onbillijk
onoorbaarder	=	onoorbaar
onoorbaardere	=	onoorbaar
onoorbaarders	=	onoorbaar
onoorbaars	=	onoorbaar
onoorbaarst	=	onoorbaar
onoorbaarste	=	onoorbaar
onoorbare	=	onoorbaar
onoordeelkundig	adj	zonder het vermogen om een goed oordeel te kunnen vellen; zonder verstand van zaken
onoordeelkundige	=	onoordeelkundig
onoordeelkundiger	=	onoordeelkundig
onoordeelkundigere	=	onoordeelkundig
onoordeelkundigers	=	onoordeelkundig
onoordeelkundigs	=	onoordeelkundig
onoordeelkundigst	=	onoordeelkundig
onoordeelkundigste	=	onoordeelkundig
onopgehelderd	adj	van iets dat men niet kan verklaren hoe en waarom het gebeurd is
onopgehelderde	=	onopgehelderd
onopgehelderder	=	onopgehelderd
onopgehelderdere	=	onopgehelderd
onopgehelderders	=	onopgehelderd
onopgehelderds	=	onopgehelderd
onopgehelderdst	=	onopgehelderd
onopgehelderdste	=	onopgehelderd
onopgeleid	adj	geen onderwijs gevolgd hebbend
onopgeleide	=	onopgeleid
onopgeleids	=	onopgeleid
onopgelost	adj	van misdaden dat de dader nog niet gevonden is
onopgeloste	=	onopgelost
onopgelosts	=	onopgelost
onopgemaakt	adj	van een gezicht nog niet opgemaakt, zonder make up
onopgemaakte	=	onopgemaakt
onopgemaakter	=	onopgemaakt
onopgemaaktere	=	onopgemaakt
onopgemaakters	=	onopgemaakt
onopgemaakts	=	onopgemaakt
onopgemaaktst	=	onopgemaakt
onopgemaaktste	=	onopgemaakt
onopgemerkt	adj	dat iets of iemand niet gezien of erkend is
onopgemerkte	=	onopgemerkt
onopgemerkter	=	onopgemerkt
onopgemerktere	=	onopgemerkt
onopgemerkters	=	onopgemerkt
onopgemerkts	=	onopgemerkt
onopgemerktst	=	onopgemerkt
onopgemerktste	=	onopgemerkt
onopgeruimd	adj	als er heel veel rommel ligt en het niet is opgeruimd
onopgeruimde	=	onopgeruimd
onopgeruimder	=	onopgeruimd
onopgeruimdere	=	onopgeruimd
onopgeruimders	=	onopgeruimd
onopgeruimds	=	onopgeruimd
onopgeruimdst	=	onopgeruimd
onopgeruimdste	=	onopgeruimd
onopgesmukt	adj	niet opgesmukt
onopgesmukte	=	onopgesmukt
onopgesmukter	=	onopgesmukt
onopgesmuktere	=	onopgesmukt
onopgesmukters	=	onopgesmukt
onopgesmukts	=	onopgesmukt
onopgesmuktst	=	onopgesmukt
onopgesmuktste	=	onopgesmukt
onopgevoed	adj	onbeleefd, onbeschoft en onwellevend (door het ontbreken van een goede opvoeding)
onopgevoede	=	onopgevoed
onopgevoeder	=	onopgevoed
onopgevoedere	=	onopgevoed
onopgevoeders	=	onopgevoed
onopgevoeds	=	onopgevoed
onopgevoedst	=	onopgevoed
onopgevoedste	=	onopgevoed
onophoudelijk	adj	zonder stoppen	adv	zonder te stoppen, als maar doorgaand
onophoudelijke	=	onophoudelijk
onophoudelijker	=	onophoudelijk
onophoudelijkere	=	onophoudelijk
onophoudelijkers	=	onophoudelijk
onophoudelijks	=	onophoudelijk
onophoudelijkst	=	onophoudelijk
onophoudelijkste	=	onophoudelijk
onophoudend	adj	onophoudelijk
onophoudende	=	onophoudend
onophoudender	=	onophoudend
onophoudendere	=	onophoudend
onophoudenders	=	onophoudend
onophoudends	=	onophoudend
onophoudendst	=	onophoudend
onophoudendste	=	onophoudend
onoplettend	adj	niet oplettend
onoplettende	=	onoplettend
onoplettender	=	onoplettend
onoplettendere	=	onoplettend
onoplettenders	=	onoplettend
onoplettendheden	=	onoplettendheid
onoplettendheid	noun	het niet opletten
onoplettends	=	onoplettend
onoplettendst	=	onoplettend
onoplettendste	=	onoplettend
onoplosbaar	adj	niet in oplossing kunnen gaan
onoplosbaarder	=	onoplosbaar
onoplosbaardere	=	onoplosbaar
onoplosbaarders	=	onoplosbaar
onoplosbaarheden	=	onoplosbaarheid
onoplosbaarheid	noun	de mate waarin een vraagstuk of probleem niet op te lossen is
onoplosbaars	=	onoplosbaar
onoplosbaarst	=	onoplosbaar
onoplosbaarste	=	onoplosbaar
onoplosbare	=	onoplosbaar
onopmerkelijk	adj	van geen enkel bijzonder belang; helemaal niet bijzonder
onopmerkelijke	=	onopmerkelijk
onopmerkelijker	=	onopmerkelijk
onopmerkelijkere	=	onopmerkelijk
onopmerkelijkers	=	onopmerkelijk
onopmerkelijks	=	onopmerkelijk
onopmerkelijkst	=	onopmerkelijk
onopmerkelijkste	=	onopmerkelijk
onopmerkzaam	adj	geen aandacht hebbend
onopmerkzaame	=	onopmerkzaam
onopmerkzaamer	=	onopmerkzaam
onopmerkzaamere	=	onopmerkzaam
onopmerkzaamers	=	onopmerkzaam
onopmerkzaams	=	onopmerkzaam
onopmerkzaamst	=	onopmerkzaam
onopmerkzaamste	=	onopmerkzaam
onopmerkzame	=	onopmerkzaam
onopmerkzamer	=	onopmerkzaam
onopmerkzamere	=	onopmerkzaam
onopmerkzamers	=	onopmerkzaam
onoprecht	adj	expres je anders voordoen dan je bent
onoprechte	=	onoprecht
onoprechter	=	onoprecht
onoprechtere	=	onoprecht
onoprechters	=	onoprecht
onoprechtheden	=	onoprechtheid
onoprechtheid	noun	het niet eerlijk zijn
onoprechts	=	onoprecht
onoprechtst	=	onoprecht
onoprechtste	=	onoprecht
onopvallend	adj	niet opvallend
onopvallende	=	onopvallend
onopvallender	=	onopvallend
onopvallendere	=	onopvallend
onopvallenders	=	onopvallend
onopvallendheden	=	onopvallendheid
onopvallendheid	noun	de mate waarin iets of niemand geen aandacht weet te trekken
onopvallends	=	onopvallend
onopvallendst	=	onopvallend
onopvallendste	=	onopvallend
onopzegbaar	adj	van een overeenkomst, zoals een verzekering of huurcontract, dat deze niet door de aanbieder/verzekeraar kan worden beëindigd
onopzegbaarder	=	onopzegbaar
onopzegbaardere	=	onopzegbaar
onopzegbaarders	=	onopzegbaar
onopzegbaars	=	onopzegbaar
onopzegbaarst	=	onopzegbaar
onopzegbaarste	=	onopzegbaar
onopzegbare	=	onopzegbaar
onopzettelijk	adj	zonder opzet gedaan
onopzettelijke	=	onopzettelijk
onopzettelijker	=	onopzettelijk
onopzettelijkere	=	onopzettelijk
onopzettelijkers	=	onopzettelijk
onopzettelijks	=	onopzettelijk
onopzettelijkst	=	onopzettelijk
onopzettelijkste	=	onopzettelijk
onordelijk	adj	zonder orde of regelmaat
onordelijke	=	onordelijk
onordelijker	=	onordelijk
onordelijkere	=	onordelijk
onordelijkers	=	onordelijk
onordelijks	=	onordelijk
onordelijkst	=	onordelijk
onordelijkste	=	onordelijk
onorigineel	adj	niet oorspronkelijk
onorigineels	=	onorigineel
onorigineelst	=	onorigineel
onorigineelste	=	onorigineel
onoriginele	=	onorigineel
onorigineler	=	onorigineel
onoriginelere	=	onorigineel
onoriginelers	=	onorigineel
onorthodox	adj	niet orthodox, oorspronkelijk, van het gewone afwijkend
onorthodoxe	=	onorthodox
onorthodoxer	=	onorthodox
onorthodoxere	=	onorthodox
onorthodoxers	=	onorthodox
onorthodoxt	=	onorthodox
onorthodoxte	=	onorthodox
onoverbrugbaar	adj	dat er geen verbinding tussen twee zaken gemaakt kan worden
onoverbrugbaarder	=	onoverbrugbaar
onoverbrugbaardere	=	onoverbrugbaar
onoverbrugbaarders	=	onoverbrugbaar
onoverbrugbaars	=	onoverbrugbaar
onoverbrugbaarst	=	onoverbrugbaar
onoverbrugbaarste	=	onoverbrugbaar
onoverbrugbare	=	onoverbrugbaar
onovergankelijk	adj	zonder lijdend voorwerp waarop de werking van het werkwoord overgedragen wordt
onovergankelijke	=	onovergankelijk
onovergankelijker	=	onovergankelijk
onovergankelijkere	=	onovergankelijk
onovergankelijkers	=	onovergankelijk
onovergankelijks	=	onovergankelijk
onovergankelijkst	=	onovergankelijk
onovergankelijkste	=	onovergankelijk
onoverkombaar	adj	van iets dat het te groot, te zwaar of te ernstig is om op te lossen, te nemen of te overwinnen
onoverkombaarder	=	onoverkombaar
onoverkombaardere	=	onoverkombaar
onoverkombaarders	=	onoverkombaar
onoverkombaars	=	onoverkombaar
onoverkombaarst	=	onoverkombaar
onoverkombaarste	=	onoverkombaar
onoverkombare	=	onoverkombaar
onoverkomelijk	adj	niet te boven te komen
onoverkomelijke	=	onoverkomelijk
onoverkomelijker	=	onoverkomelijk
onoverkomelijkere	=	onoverkomelijk
onoverkomelijkers	=	onoverkomelijk
onoverkomelijks	=	onoverkomelijk
onoverkomelijkst	=	onoverkomelijk
onoverkomelijkste	=	onoverkomelijk
onoverkoombaar	adj	van iets dat het te groot, te zwaar of te ernstig is om op te lossen, te nemen of te overwinnen
onoverkoombaarder	=	onoverkoombaar
onoverkoombaardere	=	onoverkoombaar
onoverkoombaarders	=	onoverkoombaar
onoverkoombaars	=	onoverkoombaar
onoverkoombaarst	=	onoverkoombaar
onoverkoombaarste	=	onoverkoombaar
onoverkoombare	=	onoverkoombaar
onovertrefbaar	adj	van iets dat het niet beter kan
onovertrefbaarder	=	onovertrefbaar
onovertrefbaardere	=	onovertrefbaar
onovertrefbaarders	=	onovertrefbaar
onovertrefbaars	=	onovertrefbaar
onovertrefbaarst	=	onovertrefbaar
onovertrefbaarste	=	onovertrefbaar
onovertrefbare	=	onovertrefbaar
onovertroffen	adj	van iets of iemand dat er nog nooit een betere is geweest
onovertroffener	=	onovertroffen
onovertroffeners	=	onovertroffen
onovertroffens	=	onovertroffen
onovertroffenst	=	onovertroffen
onovertroffenste	=	onovertroffen
onoverwinbaar	adj	van iets dat het niet veroverd, ingenomen of bedwongen kan worden
onoverwinbaarder	=	onoverwinbaar
onoverwinbaardere	=	onoverwinbaar
onoverwinbaarders	=	onoverwinbaar
onoverwinbaars	=	onoverwinbaar
onoverwinbaarst	=	onoverwinbaar
onoverwinbaarste	=	onoverwinbaar
onoverwinbare	=	onoverwinbaar
onoverwinlijk	adj	dat iets of iemand niet te verslaan is
onoverwinlijke	=	onoverwinlijk
onoverwinlijker	=	onoverwinlijk
onoverwinlijkere	=	onoverwinlijk
onoverwinlijkers	=	onoverwinlijk
onoverwinlijks	=	onoverwinlijk
onoverwinlijkst	=	onoverwinlijk
onoverwinlijkste	=	onoverwinlijk
onoverwinnelijk	adj	altijd de overwinning behalend
onoverwinnelijke	=	onoverwinnelijk
onoverwinnelijker	=	onoverwinnelijk
onoverwinnelijkere	=	onoverwinnelijk
onoverwinnelijkers	=	onoverwinnelijk
onoverwinnelijkheden	=	onoverwinnelijkheid
onoverwinnelijkheid	noun	het niet verslagen kunnen worden
onoverwinnelijks	=	onoverwinnelijk
onoverwinnelijkst	=	onoverwinnelijk
onoverwinnelijkste	=	onoverwinnelijk
onoverzichtelijk	adj	chaotisch, onduidelijk
onoverzichtelijke	=	onoverzichtelijk
onoverzichtelijker	=	onoverzichtelijk
onoverzichtelijkere	=	onoverzichtelijk
onoverzichtelijkers	=	onoverzichtelijk
onoverzichtelijkheden	=	onoverzichtelijkheid
onoverzichtelijkheid	noun	het onduidelijk en rommelig zijn van iets
onoverzichtelijks	=	onoverzichtelijk
onoverzichtelijkst	=	onoverzichtelijk
onoverzichtelijkste	=	onoverzichtelijk
onoverzienbaar	adj	van iets dat het te uitgestrekt, te groot, te complex of te hoog is om in één oogopslag te overzien, te begrijpen of te overzien
onoverzienbaarder	=	onoverzienbaar
onoverzienbaardere	=	onoverzienbaar
onoverzienbaarders	=	onoverzienbaar
onoverzienbaars	=	onoverzienbaar
onoverzienbaarst	=	onoverzienbaar
onoverzienbaarste	=	onoverzienbaar
onoverzienbare	=	onoverzienbaar
onpaar	adj	niet even, oneven, geen paar vormende
onpaars	=	onpaar
onpare	=	onpaar
onparlementair	adj	betrekking hebbend op het parlement
onparlementairder	=	onparlementair
onparlementairdere	=	onparlementair
onparlementairders	=	onparlementair
onparlementaire	=	onparlementair
onparlementairs	=	onparlementair
onparlementairst	=	onparlementair
onparlementairste	=	onparlementair
onpartijdig	adj	niet partijdig , niet bij een bepaalde stelling of kant aansluiten
onpartijdige	=	onpartijdig
onpartijdiger	=	onpartijdig
onpartijdigere	=	onpartijdig
onpartijdigers	=	onpartijdig
onpartijdigheden	=	onpartijdigheid
onpartijdigheid	noun	het niet partijdig zijn
onpartijdigs	=	onpartijdig
onpartijdigst	=	onpartijdig
onpartijdigste	=	onpartijdig
onpasselijk	adj	lijdend aan een tijdelijke aanval van misselijkheid en onwel voelen
onpasselijke	=	onpasselijk
onpasselijker	=	onpasselijk
onpasselijkere	=	onpasselijk
onpasselijkers	=	onpasselijk
onpasselijkheden	=	onpasselijkheid
onpasselijkheid	noun	vorm van misselijkheid en onwelbevinden
onpasselijks	=	onpasselijk
onpasselijkst	=	onpasselijk
onpasselijkste	=	onpasselijk
onpassend	adj	op een tijdstip dat iemand niet uitkomt, in een situatie die niet geschikt is
onpassende	=	onpassend
onpassender	=	onpassend
onpassenders	=	onpassend
onpassends	=	onpassend
onpassendst	=	onpassend
onpassendste	=	onpassend
onpatriottisch	adj	zonder vaderlandsliefde
onpatriottische	=	onpatriottisch
onpatriottischer	=	onpatriottisch
onpatriottischere	=	onpatriottisch
onpatriottischers	=	onpatriottisch
onpedagogisch	adj	betreffende een handeling, houding of methode in strijd is met de regels van de opvoedkunde en pedagogiek.
onpedagogische	=	onpedagogisch
onpedagogischer	=	onpedagogisch
onpedagogischere	=	onpedagogisch
onpedagogischers	=	onpedagogisch
onpeilbaar	adj	niet mogelijk om te peilen
onpeilbaarder	=	onpeilbaar
onpeilbaardere	=	onpeilbaar
onpeilbaarders	=	onpeilbaar
onpeilbaars	=	onpeilbaar
onpeilbaarst	=	onpeilbaar
onpeilbaarste	=	onpeilbaar
onpeilbare	=	onpeilbaar
onpersonen	=	onpersoon
onpersoon	noun	iemand die niet in de openbaarheid mag verschijnen op last van de overheid
onpersoonlijk	adj	niet persoonlijk; niet benaderd wordende als een individu maar als één van een groep
onpersoonlijke	=	onpersoonlijk
onpersoonlijker	=	onpersoonlijk
onpersoonlijkere	=	onpersoonlijk
onpersoonlijkers	=	onpersoonlijk
onpersoonlijkheden	=	onpersoonlijkheid
onpersoonlijkheid	noun	de mate waarin iemand niet als een individu maar als een lid van een groep wordt behandeld
onpersoonlijks	=	onpersoonlijk
onpersoonlijkst	=	onpersoonlijk
onpersoonlijkste	=	onpersoonlijk
onplezierig	adj	een negatief gevoel oproepend
onplezierige	=	onplezierig
onplezieriger	=	onplezierig
onplezierigere	=	onplezierig
onplezierigers	=	onplezierig
onplezierigs	=	onplezierig
onplezierigst	=	onplezierig
onplezierigste	=	onplezierig
onpopulair	adj	niet geliefd bij het grote publiek
onpopulairder	=	onpopulair
onpopulairdere	=	onpopulair
onpopulairders	=	onpopulair
onpopulaire	=	onpopulair
onpopulairs	=	onpopulair
onpopulairst	=	onpopulair
onpopulairste	=	onpopulair
onpraktisch	adj	niet op een wijze die goed uitvoerbaar is in de werkelijkheid
onpraktische	=	onpraktisch
onpraktischer	=	onpraktisch
onpraktischere	=	onpraktisch
onpraktischers	=	onpraktisch
onpraktischt	=	onpraktisch
onpraktischte	=	onpraktisch
onprettig	adj	onaangenaam voelend of aandoend
onprettige	=	onprettig
onprettiger	=	onprettig
onprettigere	=	onprettig
onprettigers	=	onprettig
onprettigs	=	onprettig
onprettigst	=	onprettig
onprettigste	=	onprettig
onproblematisch	adj	zonder moeilijkheden
onproblematische	=	onproblematisch
onproblematischer	=	onproblematisch
onproblematischere	=	onproblematisch
onproblematischers	=	onproblematisch
onproductief	adj	zonder nuttig effect; weinig opleverend
onproductiefs	=	onproductief
onproductiefst	=	onproductief
onproductiefste	=	onproductief
onproductieve	=	onproductief
onproductiever	=	onproductief
onproductievere	=	onproductief
onproductievers	=	onproductief
onprofessioneel	adj	op een niet vakkundige manier
onprofessioneels	=	onprofessioneel
onprofessioneelst	=	onprofessioneel
onprofessioneelste	=	onprofessioneel
onprofessionele	=	onprofessioneel
onprofessioneler	=	onprofessioneel
onprofessionelere	=	onprofessioneel
onprofessionelers	=	onprofessioneel
onraad	noun	dreigend gevaar
onraadzaam	adj	niet aan te raden, af te raden
onraadzaams	=	onraadzaam
onraadzame	=	onraadzaam
onrealistisch	adj	geen betrekking hebbend op de werkelijkheid, abstract
onrealistische	=	onrealistisch
onrealistischer	=	onrealistisch
onrealistischere	=	onrealistisch
onrealistischers	=	onrealistisch
onrealistischt	=	onrealistisch
onrealistischte	=	onrealistisch
onrechtmatig	adj	in strijd met het recht(sgevoel)
onrechtmatige	=	onrechtmatig
onrechtmatiger	=	onrechtmatig
onrechtmatigere	=	onrechtmatig
onrechtmatigers	=	onrechtmatig
onrechtmatigs	=	onrechtmatig
onrechtmatigst	=	onrechtmatig
onrechtmatigste	=	onrechtmatig
onrechtstreeks	adj	via een omweg
onrechtstreekse	=	onrechtstreeks
onrechtstreekser	=	onrechtstreeks
onrechtstreeksere	=	onrechtstreeks
onrechtstreeksers	=	onrechtstreeks
onrechtstreekst	=	onrechtstreeks
onrechtstreekste	=	onrechtstreeks
onrechtvaardig	adj	niet rechtvaardig
onrechtvaardige	=	onrechtvaardig
onrechtvaardiger	=	onrechtvaardig
onrechtvaardigere	=	onrechtvaardig
onrechtvaardigers	=	onrechtvaardig
onrechtvaardigheden	=	onrechtvaardigheid
onrechtvaardigheid	noun	een behandeling die iemand onrecht aandoet of een toestand die onrecht inhoudt
onrechtvaardigs	=	onrechtvaardig
onrechtvaardigst	=	onrechtvaardig
onrechtvaardigste	=	onrechtvaardig
onredelijk	adj	wat je als onrechtvaardig ervaart
onredelijke	=	onredelijk
onredelijker	=	onredelijk
onredelijkere	=	onredelijk
onredelijkers	=	onredelijk
onredelijkheden	=	onredelijkheid
onredelijkheid	noun	het onverstandig of onbillijk zijn
onredelijks	=	onredelijk
onredelijkst	=	onredelijk
onredelijkste	=	onredelijk
onreduceerbaar	adj	van iets dat het niet kleiner gemaakt kan worden of te reduceren is
onreduceerbaarder	=	onreduceerbaar
onreduceerbaardere	=	onreduceerbaar
onreduceerbaarders	=	onreduceerbaar
onreduceerbaars	=	onreduceerbaar
onreduceerbaarst	=	onreduceerbaar
onreduceerbaarste	=	onreduceerbaar
onreduceerbare	=	onreduceerbaar
onregeerbaar	adj	niet te besturen
onregeerbaarder	=	onregeerbaar
onregeerbaardere	=	onregeerbaar
onregeerbaarders	=	onregeerbaar
onregeerbaars	=	onregeerbaar
onregeerbaarst	=	onregeerbaar
onregeerbaarste	=	onregeerbaar
onregeerbare	=	onregeerbaar
onregelmatig	adj	zonder orde
onregelmatige	=	onregelmatig
onregelmatiger	=	onregelmatig
onregelmatigere	=	onregelmatig
onregelmatigers	=	onregelmatig
onregelmatigheden	=	onregelmatigheid
onregelmatigheid	noun	iets wat niet volgens de regels is gegaan (er zijn frauduleuze handelingen verricht)
onregelmatigheidje	=	onregelmatigheid
onregelmatigheidstoeslag	noun	een toeslag die een werknemer op zijn brutoloon krijgt wanneer deze op onregelmatige tijden moet werken
onregelmatigheidstoeslagen	=	onregelmatigheidstoeslag
onregelmatigs	=	onregelmatig
onregelmatigst	=	onregelmatig
onregelmatigste	=	onregelmatig
onreglementair	adj	niet in overeenkomst met wetten, regels of het reglement
onreglementairder	=	onreglementair
onreglementairdere	=	onreglementair
onreglementairders	=	onreglementair
onreglementaire	=	onreglementair
onreglementairs	=	onreglementair
onreglementairst	=	onreglementair
onreglementairste	=	onreglementair
onrein	adj	vuil, onzindelijk
onreine	=	onrein
onreiner	=	onrein
onreinere	=	onrein
onreiners	=	onrein
onreinheden	=	onreinheid
onreinheid	noun	het niet schoon zijn
onreins	=	onrein
onreinst	=	onrein
onreinste	=	onrein
onrendabel	adj	zonder dat het geldelijk gewin oplevert
onrendabele	=	onrendabel
onrendabeler	=	onrendabel
onrendabelere	=	onrendabel
onrendabelers	=	onrendabel
onrendabels	=	onrendabel
onrendabelst	=	onrendabel
onrendabelste	=	onrendabel
onrijm	noun	proza
onrijp	adj	nog niet volledig rijp
onrijpe	=	onrijp
onrijper	=	onrijp
onrijpere	=	onrijp
onrijpers	=	onrijp
onrijps	=	onrijp
onrijpst	=	onrijp
onrijpste	=	onrijp
onroerend	adj	niet gemakkelijk van zijn plaats te krijgen
onroerende	=	onroerend
onroerender	=	onroerend
onroerendere	=	onroerend
onroerenders	=	onroerend
onroerendezaakbelasting	noun	is in Nederland een belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende goeden
onroerendezaakbelastingen	=	onroerendezaakbelasting
onroerendgoedarsenaal	noun	de gebouwen die men in zijn bezit heeft
onroerendgoedarsenaaltje	=	onroerendgoedarsenaal
onroerendgoedarsenaaltjes	=	onroerendgoedarsenaal
onroerendgoedarsenalen	=	onroerendgoedarsenaal
onroerendgoedbelasting	noun	belasting die men moet betalen als eigenaar van huizen en gebouwen
onroerendgoedbelastingen	=	onroerendgoedbelasting
onroerendgoedbelegging	noun	investering in fysiek onroerend goed (zoals woningen, kantoren of winkels) met als doel financieel rendement te behalen.
onroerendgoedbeleggingen	=	onroerendgoedbelegging
onroerendgoedbelegginkje	=	onroerendgoedbelegging
onroerendgoedbelegginkjes	=	onroerendgoedbelegging
onroerendgoedbubbel	noun	plotselinge stijging en daling van de verkoopwaarde van woningen en ander onroerende goederen; tijdelijke overwaardering van onroerendgoed
onroerendgoedbubbels	=	onroerendgoedbubbel
onroerendgoedconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die actief zijn op de onroerendgeodmarkt
onroerendgoedconcerns	=	onroerendgoedconcern
onroerendgoedzeepbel	noun	een snelle toename van de taxatiewaarde van onroerende zaken, zoals woningen, totdat een onhoudbaar niveau wordt bereikt ten opzichte van de financieringslast en het rendement.
onroerendgoedzeepbellen	=	onroerendgoedzeepbel
onroerendgoedzeepbelletje	=	onroerendgoedzeepbel
onroerendgoedzeepbelletjes	=	onroerendgoedzeepbel
onroerends	=	onroerend
onroerendst	=	onroerend
onroerendste	=	onroerend
onromantisch	adj	niet romantisch
onromantische	=	onromantisch
onromantischer	=	onromantisch
onromantischere	=	onromantisch
onromantischers	=	onromantisch
onrooms	adj	niet in overeenstemming met het rommse gedachtengoed
onroomse	=	onrooms
onroomser	=	onrooms
onroomsere	=	onrooms
onroomsers	=	onrooms
onroomst	=	onrooms
onroomste	=	onrooms
onrust	noun	het verstoord zijn van de maatschappelijke of sociale orde, verstoord zijn van de rust in een bepaalde groep mensen
onrustbarend	adj	van iets of iemand dat het mensen bang en bezorgd maakt zodat er onrust ontstaat
onrustbarende	=	onrustbarend
onrustbarender	=	onrustbarend
onrustbarendere	=	onrustbarend
onrustbarenders	=	onrustbarend
onrustbarends	=	onrustbarend
onrustbarendst	=	onrustbarend
onrustbarendste	=	onrustbarend
onrusten	=	onrust
onrustig	adj	niet rustig zijnde
onrustige	=	onrustig
onrustiger	=	onrustig
onrustigere	=	onrustig
onrustigers	=	onrustig
onrustigs	=	onrustig
onrustigst	=	onrustig
onrustigste	=	onrustig
onrustje	=	onrust
onruststoker	noun	iemand die de huidige orde verstoort
onruststokers	=	onruststoker
onruststokertje	=	onruststoker
onruststokertjes	=	onruststoker
onruststookster	noun	vrouw die ruzie en chaos veroorzaakt; vrouw die verdeeldheid veroorzaakt
onruststooksters	=	onruststookster
onruststookstertje	=	onruststookster
onruststookstertjes	=	onruststookster
onrustwekkend	adj	tot ernstige bezorgdheid leidend
onrustwekkende	=	onrustwekkend
onrustwekkender	=	onrustwekkend
onrustwekkendere	=	onrustwekkend
onrustwekkenders	=	onrustwekkend
onrustwekkends	=	onrustwekkend
onrustwekkendst	=	onrustwekkend
onrustwekkendste	=	onrustwekkend
onrustzaaier	noun	iemand die opschudding teweegbrengt met schrikbarende verhalen die vaak overdreven of gewoonweg onwaar zijn
onrustzaaiers	=	onrustzaaier
onrustzaaiertje	=	onrustzaaier
onrustzaaiertjes	=	onrustzaaier
ons	pron	1e persoon meervoud als (direct of indirect) object of na een voorzetsel	noun	niet officiële gewichtsmaat van 100 gram
onsamendrukbaar	adj	van een stof, meestal vloeistoffen of vaste stoffen, dat ze door drukverhoging praktisch niet in volume vermindert.
onsamendrukbaarder	=	onsamendrukbaar
onsamendrukbaardere	=	onsamendrukbaar
onsamendrukbaarders	=	onsamendrukbaar
onsamendrukbaars	=	onsamendrukbaar
onsamendrukbaarst	=	onsamendrukbaar
onsamendrukbaarste	=	onsamendrukbaar
onsamendrukbare	=	onsamendrukbaar
onsamenhangend	adj	geen samenhangend geheel vormen	adv	op een niet samenhangende manier
onsamenhangende	=	onsamenhangend
onsamenhangender	=	onsamenhangend
onsamenhangendere	=	onsamenhangend
onsamenhangenders	=	onsamenhangend
onsamenhangendheden	=	onsamenhangendheid
onsamenhangendheid	noun	die mate waarin een betoog bestaat uit onderdelen die niets met elkaar te maken hebben zodat men het betoog niet kan volgen
onsamenhangends	=	onsamenhangend
onsamenhangendst	=	onsamenhangend
onsamenhangendste	=	onsamenhangend
onsamenpersbaar	adj	van een stof, meestal vloeistoffen of vaste stoffen, dat ze door drukverhoging praktisch niet in volume vermindert.
onsamenpersbaarder	=	onsamenpersbaar
onsamenpersbaardere	=	onsamenpersbaar
onsamenpersbaarders	=	onsamenpersbaar
onsamenpersbaars	=	onsamenpersbaar
onsamenpersbaarst	=	onsamenpersbaar
onsamenpersbaarste	=	onsamenpersbaar
onsamenpersbare	=	onsamenpersbaar
onsbelang	noun	kleine winkel in Suriname waar men landbouwproducten en soms ook vis kan kopen
onschadelijk	adj	geen schade berokkenend, ongevaarlijk
onschadelijke	=	onschadelijk
onschadelijker	=	onschadelijk
onschadelijkere	=	onschadelijk
onschadelijkers	=	onschadelijk
onschadelijks	=	onschadelijk
onschadelijkst	=	onschadelijk
onschadelijkste	=	onschadelijk
onschatbaar	adj	dat je het niet kunt betalen
onschatbaarder	=	onschatbaar
onschatbaardere	=	onschatbaar
onschatbaarders	=	onschatbaar
onschatbaars	=	onschatbaar
onschatbaarst	=	onschatbaar
onschatbaarste	=	onschatbaar
onschatbare	=	onschatbaar
onscheidbaar	adj	onlosmakelijk met elkaar verbonden; niet in twee of meer afzonderlijke zaken te scheiden
onscheidbaarder	=	onscheidbaar
onscheidbaardere	=	onscheidbaar
onscheidbaarders	=	onscheidbaar
onscheidbaars	=	onscheidbaar
onscheidbaarst	=	onscheidbaar
onscheidbaarste	=	onscheidbaar
onscheidbare	=	onscheidbaar
onschendbaar	adj	niet voor strafrechterlijke vervolging ontvankelijk
onschendbaarder	=	onschendbaar
onschendbaardere	=	onschendbaar
onschendbaarders	=	onschendbaar
onschendbaarheden	=	onschendbaarheid
onschendbaarheid	noun	het onschendbaar zijn
onschendbaars	=	onschendbaar
onschendbaarst	=	onschendbaar
onschendbaarste	=	onschendbaar
onschendbare	=	onschendbaar
onscherp	adj	van een foto dat de foto gemaakt is zonder een goede instelling van de focus waardoor details minder goed zichtbaar zijn
onscherpe	=	onscherp
onscherper	=	onscherp
onscherpere	=	onscherp
onscherpers	=	onscherp
onscherps	=	onscherp
onscherpst	=	onscherp
onscherpste	=	onscherp
onscherpte	noun	het onscherp zijn
onscherpten	=	onscherpte
onscherptes	=	onscherpte
onschone	=	onschoon
onschoner	=	onschoon
onschonere	=	onschoon
onschoners	=	onschoon
onschoolbaar	adj	betreft jongeren die door hun extreme gedrag of houding niet langer in het reguliere (en vaak ook niet in het buitengewoon) onderwijs kunnen functioneren
onschoolbaarder	=	onschoolbaar
onschoolbaardere	=	onschoolbaar
onschoolbaarders	=	onschoolbaar
onschoolbaars	=	onschoolbaar
onschoolbaarst	=	onschoolbaar
onschoolbaarste	=	onschoolbaar
onschoolbare	=	onschoolbaar
onschoon	adj	niet mooi
onschoons	=	onschoon
onschoonst	=	onschoon
onschoonste	=	onschoon
onschuld	noun	de staat waarin iemand geen kwaad gedaan heeft
onschuldig	adj	niet schuldig
onschuldige	noun	iemand die geen schuld heeft
onschuldigen	=	onschuldige
onschuldiger	=	onschuldig
onschuldigere	=	onschuldig
onschuldigers	=	onschuldig
onschuldigs	=	onschuldig
onschuldigst	=	onschuldig
onschuldigste	=	onschuldig
onsen	noun	een heet bad in Japan, gevuld met warm water uit de natuur (uit de grond, zoals bij vulkanen)
onsentimenteel	adj	zonder al te veel emotie
onsentimenteels	=	onsentimenteel
onsentimenteelst	=	onsentimenteel
onsentimenteelste	=	onsentimenteel
onsentimentele	=	onsentimenteel
onsentimenteler	=	onsentimenteel
onsentimentelere	=	onsentimenteel
onsentimentelers	=	onsentimenteel
onserieus	adj	niet serieus
onserieust	=	onserieus
onserieuste	=	onserieus
onserieuze	=	onserieus
onserieuzer	=	onserieus
onserieuzere	=	onserieus
onserieuzers	=	onserieus
onsexy	adj	saai, niet opwindend en onaantrekkelijk
onsexy's	=	onsexy
onsexyer	=	onsexy
onsexyere	=	onsexy
onsexyers	=	onsexy
onsexyst	=	onsexy
onsexyste	=	onsexy
onshore	adj	op het land
onsje	=	ons
onsjes	=	ons
onslijtbaar	adj	van iets dat het niet aan slijtage onderhevig is, extreem duurzaam is of niet kapot te krijgen is
onslijtbaarder	=	onslijtbaar
onslijtbaardere	=	onslijtbaar
onslijtbaarders	=	onslijtbaar
onslijtbaars	=	onslijtbaar
onslijtbaarst	=	onslijtbaar
onslijtbaarste	=	onslijtbaar
onslijtbare	=	onslijtbaar
onsmakelijk	adj	onaangenaam, stuitend
onsmakelijke	=	onsmakelijk
onsmakelijker	=	onsmakelijk
onsmakelijkere	=	onsmakelijk
onsmakelijkers	=	onsmakelijk
onsmakelijks	=	onsmakelijk
onsmakelijkst	=	onsmakelijk
onsmakelijkste	=	onsmakelijk
onsolidair	adj	zonder een gevoel van saamhorigheid
onsolidairder	=	onsolidair
onsolidairdere	=	onsolidair
onsolidairders	=	onsolidair
onsolidaire	=	onsolidair
onsolidairs	=	onsolidair
onsolidairst	=	onsolidair
onsolidairste	=	onsolidair
onspectaculair	adj	niet al te opzienbarend
onspectaculairder	=	onspectaculair
onspectaculairdere	=	onspectaculair
onspectaculairders	=	onspectaculair
onspectaculaire	=	onspectaculair
onspectaculairs	=	onspectaculair
onspectaculairst	=	onspectaculair
onspectaculairste	=	onspectaculair
onspeelbaar	adj	van een compositie dat deze niet te vertolken is
onspeelbaarder	=	onspeelbaar
onspeelbaardere	=	onspeelbaar
onspeelbaarders	=	onspeelbaar
onspeelbaars	=	onspeelbaar
onspeelbaarst	=	onspeelbaar
onspeelbaarste	=	onspeelbaar
onspeelbare	=	onspeelbaar
onsportief	adj	van een persoon dat deze zich niet houdt aan de regels van een goed sporter
onsportiefs	=	onsportief
onsportiefst	=	onsportief
onsportiefste	=	onsportief
onsportieve	=	onsportief
onsportiever	=	onsportief
onsportievere	=	onsportief
onsportievers	=	onsportief
onstabiel	adj	geneigd of gedoemd om uiteen of om te vallen
onstabiele	=	onstabiel
onstabieler	=	onstabiel
onstabielere	=	onstabiel
onstabielers	=	onstabiel
onstabiels	=	onstabiel
onstabielst	=	onstabiel
onstabielste	=	onstabiel
onstabiliteit	noun	het onstabiel zijn
onstabiliteiten	=	onstabiliteit
onstandvastig	adj	niet met heel grote zekerheid
onstandvastige	=	onstandvastig
onstandvastiger	=	onstandvastig
onstandvastigere	=	onstandvastig
onstandvastigers	=	onstandvastig
onstandvastigs	=	onstandvastig
onstandvastigst	=	onstandvastig
onstandvastigste	=	onstandvastig
onsterfelijk	adj	niet de eigenschap hebbend te zullen sterven; eeuwig levend
onsterfelijke	=	onsterfelijk
onsterfelijker	=	onsterfelijk
onsterfelijkere	=	onsterfelijk
onsterfelijkers	=	onsterfelijk
onsterfelijkheid	noun	de eigenschap niet te zullen sterven
onsterfelijks	=	onsterfelijk
onsterfelijkst	=	onsterfelijk
onsterfelijkste	=	onsterfelijk
onsterflijk	adj	het eeuwige leven hebbend
onsterflijke	=	onsterflijk
onsterflijker	=	onsterflijk
onsterflijkere	=	onsterflijk
onsterflijkers	=	onsterflijk
onsterflijks	=	onsterflijk
onsterflijkst	=	onsterflijk
onsterflijkste	=	onsterflijk
onsterk	adj	niet stevig, niet krachtig
onsterke	=	onsterk
onsterker	=	onsterk
onsterkere	=	onsterk
onsterkers	=	onsterk
onsterks	=	onsterk
onsterkst	=	onsterk
onsterkste	=	onsterk
onstichtelijk	adj	niet deugdzaam, niet zedelijk, schadelijk voor het goede gevoel
onstichtelijke	=	onstichtelijk
onstichtelijker	=	onstichtelijk
onstichtelijkere	=	onstichtelijk
onstichtelijkers	=	onstichtelijk
onstichtelijks	=	onstichtelijk
onstichtelijkst	=	onstichtelijk
onstichtelijkste	=	onstichtelijk
onstilbaar	adj	dat iets niet te bevredigen is
onstilbaarder	=	onstilbaar
onstilbaardere	=	onstilbaar
onstilbaarders	=	onstilbaar
onstilbaars	=	onstilbaar
onstilbaarst	=	onstilbaar
onstilbaarste	=	onstilbaar
onstilbare	=	onstilbaar
onstoffelijk	adj	niet gemaakt van materie
onstoffelijke	=	onstoffelijk
onstoffelijker	=	onstoffelijk
onstoffelijkere	=	onstoffelijk
onstoffelijkers	=	onstoffelijk
onstoffelijkheden	=	onstoffelijkheid
onstoffelijkheid	noun	het onstoffelijk zijn
onstoffelijks	=	onstoffelijk
onstoffelijkst	=	onstoffelijk
onstoffelijkste	=	onstoffelijk
onstopbaar	adj	niet te stoppen
onstopbaarder	=	onstopbaar
onstopbaardere	=	onstopbaar
onstopbaarders	=	onstopbaar
onstopbaars	=	onstopbaar
onstopbaarst	=	onstopbaar
onstopbaarste	=	onstopbaar
onstopbare	=	onstopbaar
onstrafbaar	adj	waarbij verwijt of vergelding niet mogelijk of wenselijk is
onstrafbaars	=	onstrafbaar
onstrafbare	=	onstrafbaar
onstuimig	adj	moeilijk in toom te houden
onstuimige	=	onstuimig
onstuimiger	=	onstuimig
onstuimigere	=	onstuimig
onstuimigers	=	onstuimig
onstuimigheden	=	onstuimigheid
onstuimigheid	noun	de mate waarin men op een wilde manier enthousiast is
onstuimigs	=	onstuimig
onstuimigst	=	onstuimig
onstuimigste	=	onstuimig
onstuitbaar	adj	niet te belemmeren in zijn gaan
onstuitbaarder	=	onstuitbaar
onstuitbaardere	=	onstuitbaar
onstuitbaarders	=	onstuitbaar
onstuitbaars	=	onstuitbaar
onstuitbaarst	=	onstuitbaar
onstuitbaarste	=	onstuitbaar
onstuitbare	=	onstuitbaar
onsubtiel	adj	te duidelijk, te helder
onsubtiele	=	onsubtiel
onsubtieler	=	onsubtiel
onsubtielere	=	onsubtiel
onsubtielers	=	onsubtiel
onsubtiels	=	onsubtiel
onsubtielst	=	onsubtiel
onsubtielste	=	onsubtiel
onsuccesvol	adj	zonder enig succes, mislukkend
onsuccesvolle	=	onsuccesvol
onsuccesvoller	=	onsuccesvol
onsuccesvollere	=	onsuccesvol
onsuccesvollers	=	onsuccesvol
onsuccesvols	=	onsuccesvol
onsuccesvolst	=	onsuccesvol
onsuccesvolste	=	onsuccesvol
onsympathiek	adj	niet prettig om mee om te gaan
onsympathieke	=	onsympathiek
onsympathieker	=	onsympathiek
onsympathiekere	=	onsympathiek
onsympathiekers	=	onsympathiek
onsympathieks	=	onsympathiek
onsympathiekst	=	onsympathiek
onsympathiekste	=	onsympathiek
onsystematisch	adj	chaotisch, gefragmenteerd en niet stelselmatig
onsystematische	=	onsystematisch
onsystematischer	=	onsystematisch
onsystematischere	=	onsystematisch
onsystematischers	=	onsystematisch
onsystematischt	=	onsystematisch
onsystematischte	=	onsystematisch
onszelf	pron	eerste persoon meervoud, versterkte vorm van ons
ont-sms	=	ont-sms'en
ont-sms'e	=	ont-sms'en
ont-sms'en	verb	de gewoonte om zich in sms-termen uit te drukken afgewennen
ont-sms'end	=	ont-sms'en
ont-sms'ende	=	ont-sms'en
ont-sms't	=	ont-sms'en
ont-sms'te	=	ont-sms'en
ont-sms'ten	=	ont-sms'en
ontaard	adj	zijn ware aard verloren hebbend (en als zodanig afkeurenswaardig)
ontaardde	=	ontaarden
ontaardden	=	ontaarden
ontaarde	=	ontaarden
ontaarden	verb	overgaan in iets verkeerds
ontaardend	=	ontaarden
ontaardende	=	ontaarden
ontaarder	=	ontaard
ontaardere	=	ontaard
ontaarders	=	ontaard
ontaarding	noun	het vervallen in betreurenswaardig gedrag of omstandigheden
ontaardingen	=	ontaarding
ontaardinkje	=	ontaarding
ontaardinkjes	=	ontaarding
ontaards	=	ontaard
ontaardst	=	ontaard
ontaardste	=	ontaard
ontaardt	=	ontaarden
ontactisch	adj	niet tactisch, niet slim
ontactische	=	ontactisch
ontactischer	=	ontactisch
ontactischere	=	ontactisch
ontactischers	=	ontactisch
ontariopopulier	noun	Populus balsamifera een soort uit de wilgenfamilie.
ontariopopulieren	=	ontariopopulier
ontariopopuliertje	=	ontariopopulier
ontariopopuliertjes	=	ontariopopulier
ontastbaar	adj	niet duidelijk, niet concreet
ontastbaarder	=	ontastbaar
ontastbaardere	=	ontastbaar
ontastbaarders	=	ontastbaar
ontastbaars	=	ontastbaar
ontastbaarst	=	ontastbaar
ontastbaarste	=	ontastbaar
ontastbare	=	ontastbaar
ontbeen	=	ontbenen
ontbeend	adj	van een stuk vlees dat de botten eruit verwijderd zijn
ontbeende	=	ontbenen
ontbeenden	=	ontbenen
ontbeends	=	ontbeend
ontbeent	=	ontbenen
ontbeer	=	ontberen
ontbeerd	=	ontberen
ontbeerde	=	ontberen
ontbeerden	=	ontberen
ontbeerlijk	adj	niet nodig zijnde, met de eigenschap dat het goed kan worden gemist
ontbeerlijke	=	ontbeerlijk
ontbeerlijker	=	ontbeerlijk
ontbeerlijkere	=	ontbeerlijk
ontbeerlijkers	=	ontbeerlijk
ontbeerlijks	=	ontbeerlijk
ontbeerlijkst	=	ontbeerlijk
ontbeerlijkste	=	ontbeerlijk
ontbeert	=	ontberen
ontbeet	=	ontbijten
ontbene	=	ontbenen
ontbenen	verb	van been ontdoen
ontbenend	=	ontbenen
ontbenende	=	ontbenen
ontbere	=	ontberen
ontberen	verb	iets missen waaraan men grote behoefte heeft
ontberend	=	ontberen
ontberende	=	ontberen
ontbering	noun	ɡebrek aan dinɡen die noodzakelijk zijn om voort te kunnen leven
ontberingen	=	ontbering
ontberinkje	=	ontbering
ontberinkjes	=	ontbering
ontbete	=	ontbijten
ontbeten	=	ontbijten
ontbied	=	ontbieden
ontbiede	=	ontbieden
ontbieden	verb	om iemands aanwezigheid verzoeken
ontbiedend	=	ontbieden
ontbiedende	=	ontbieden
ontbiedt	=	ontbieden
ontbijt	noun	eerste maaltijd van de dag
ontbijtblad	noun	dienblad waarop men een ontbijt serveert
ontbijtbladen	=	ontbijtblad
ontbijtbord	noun	een klein bord waarop men de ochtendmaaltijd kan eten
ontbijtborden	=	ontbijtbord
ontbijtbordje	=	ontbijtbord
ontbijtbordjes	=	ontbijtbord
ontbijtbuffet	noun	uitstalling met gerechten voor het ontbijt
ontbijtbuffetje	=	ontbijtbuffet
ontbijtbuffetjes	=	ontbijtbuffet
ontbijtbuffetten	=	ontbijtbuffet
ontbijte	=	ontbijten
ontbijten	verb	de eerste maaltijd van de dag nuttigen
ontbijtend	=	ontbijten
ontbijtende	=	ontbijten
ontbijtgoed	noun	alle gerei dat men nodig heeft om te ontbijten
ontbijtgoederen	=	ontbijtgoed
ontbijtgoedje	=	ontbijtgoed
ontbijtgoedjes	=	ontbijtgoed
ontbijtgraan	noun	allerlei graanproducten (b.v. muesli) die gecombineerd met melk of yoghurt kunnen worden gegeten
ontbijtgraantje	=	ontbijtgraan
ontbijtgraantjes	=	ontbijtgraan
ontbijtgranen	=	ontbijtgraan
ontbijtje	=	ontbijt
ontbijtjes	=	ontbijt
ontbijtkamer	noun	de ruimte (in een hotel) waar de ochtendmaaltijd wordt gebruikt
ontbijtkamers	=	ontbijtkamer
ontbijtkamertje	=	ontbijtkamer
ontbijtkamertjes	=	ontbijtkamer
ontbijtkoek	noun	koek die vooral bij het ontbijt gegeten wordt
ontbijtkoekblik	noun	een langwerpig, metalen bewaarblik met een deksel, speciaal ontworpen om ontbijtkoek in te bewaren
ontbijtkoekblikje	=	ontbijtkoekblik
ontbijtkoekblikjes	=	ontbijtkoekblik
ontbijtkoekblikken	=	ontbijtkoekblik
ontbijtkoeken	=	ontbijtkoek
ontbijtkoekje	=	ontbijtkoek
ontbijtkoekjes	=	ontbijtkoek
ontbijtnieuws	noun	een nieuwsbulletin dat wordt uitgezonden aan het begin van de ochtend, tijdens het ontbijt
ontbijtprogramma	noun	radio- of televisieprogramma dat 's morgens vroeg wordt uitgezonden zodat men zich niet verveelt
ontbijtprogramma's	=	ontbijtprogramma
ontbijtprogrammaatje	=	ontbijtprogramma
ontbijtprogrammaatjes	=	ontbijtprogramma
ontbijtradio	noun	radio-uitzending in de vroege ochtend
ontbijtradio's	=	ontbijtradio
ontbijtradiootje	=	ontbijtradio
ontbijtradiootjes	=	ontbijtradio
ontbijtreep	noun	balkvormig stuk voeding dat men voor het ochtendeten kan gebruiken
ontbijtreepje	=	ontbijtreep
ontbijtreepjes	=	ontbijtreep
ontbijtrepen	=	ontbijtreep
ontbijtruimte	noun	het vertrek (in een hotel) waar het ontbijt wordt genuttigd
ontbijtruimten	=	ontbijtruimte
ontbijtruimtes	=	ontbijtruimte
ontbijtservies	noun	een verzamelnaam voor al het vaatwerk, zoals borden, schalen en kopjes, dat wordt gebruikt bij het ochtendeten
ontbijtserviesje	=	ontbijtservies
ontbijtserviesjes	=	ontbijtservies
ontbijtserviezen	=	ontbijtservies
ontbijtspek	noun	doorregen spek voor op de boterham, ook lekker gebakken met eieren
ontbijtspekje	=	ontbijtspek
ontbijtspekjes	=	ontbijtspek
ontbijttafel	noun	tafel waaraan ontbeten wordt
ontbijttafels	=	ontbijttafel
ontbijttafeltje	=	ontbijttafel
ontbijttafeltjes	=	ontbijttafel
ontbijttelevisie	noun	televisieprogramma tijdens het ontbijt
ontbijtzaal	noun	grote ruimte (m.n. in een hotel) waar een groep mensen het ontbijt kan gebruiken
ontbijtzaaltje	=	ontbijtzaal
ontbijtzaaltjes	=	ontbijtzaal
ontbijtzalen	=	ontbijtzaal
ontbind	=	ontbinden
ontbindbaar	adj	van iets dat het kan worden opgeheven, beëindigd of uit elkaar gehaald
ontbindbaarder	=	ontbindbaar
ontbindbaardere	=	ontbindbaar
ontbindbaarders	=	ontbindbaar
ontbindbaars	=	ontbindbaar
ontbindbaarst	=	ontbindbaar
ontbindbaarste	=	ontbindbaar
ontbindbare	=	ontbindbaar
ontbinde	=	ontbinden
ontbinden	verb	een organisatie opheffen
ontbindend	adj	van een factor dat het een contract kan doen beëindigen
ontbindende	=	ontbinden
ontbindends	=	ontbindend
ontbindens	noun	genitief van ontbinden
ontbinding	noun	het ontbinden
ontbindingen	=	ontbinding
ontbindinkje	=	ontbinding
ontbindinkjes	=	ontbinding
ontbindt	=	ontbinden
ontblader	=	ontbladeren
ontbladerd	=	ontbladeren
ontbladerde	=	ontbladeren
ontbladerden	=	ontbladeren
ontbladere	=	ontbladeren
ontbladeren	verb	van de bladeren ontdoen
ontbladerend	=	ontbladeren
ontbladerende	=	ontbladeren
ontbladeringsmiddel	noun	chemisch product dat alle bomen en planten van hun bladeren ontdoet
ontbladeringsmiddelen	=	ontbladeringsmiddel
ontbladert	=	ontbladeren
ontbloot	adj	niet door kleding bedekt
ontbloote	=	ontbloot
ontbloots	=	ontbloot
ontblootst	=	ontbloot
ontblootste	=	ontbloot
ontblootte	=	ontbloten
ontblootten	=	ontbloten
ontblote	=	verantwoorden
ontbloten	verb	de bedekking van iets wegnemen, gewoonlijk een lichaamsdeel
ontblotend	=	ontbloten
ontblotende	=	ontbloten
ontbloter	=	ontbloot
ontblotere	=	ontbloot
ontbloters	=	ontbloot
ontbode	=	ontbieden
ontboden	=	ontbieden
ontboezem	=	ontboezemen
ontboezemd	=	ontboezemen
ontboezemde	=	ontboezemen
ontboezemden	=	ontboezemen
ontboezemdend	=	ontboezemen
ontboezeme	=	ontboezemen
ontboezemen	verb	uit het gemoed (de boezem) loslaten, slaken
ontboezemend	=	ontboezemen
ontboezemende	=	ontboezemen
ontboezeming	noun	het kenbaar maken van, de tot dan toe verborgen, diepste innerlijke gevoelens en gedachten
ontboezemingen	=	ontboezeming
ontboezemt	=	ontboezemen
ontbond	=	ontbinden
ontbonde	=	ontbinden
ontbonden	=	ontbinden
ontbondt	=	ontbinden
ontbood	=	ontbieden
ontboodt	=	ontbieden
ontbording	noun	het verwijderen van overbodige verkeersborden uit de openbare ruimte
ontbordingen	=	ontbording
ontbordinkje	=	ontbording
ontbordinkjes	=	ontbording
ontbos	=	ontbossen
ontbosse	=	ontbossen
ontbossen	verb	een gebied ontdoen van het erop groeiende woud
ontbossend	=	ontbossen
ontbossende	=	ontbossen
ontbossing	noun	het ontbossen
ontbossingen	=	ontbossing
ontbost	=	ontbossen
ontboste	=	ontbossen
ontbosten	=	ontbossen
ontbraakt	=	ontbreken
ontbraam	=	ontbramen
ontbraamd	=	ontbramen
ontbraamde	=	ontbramen
ontbraamden	=	ontbramen
ontbraamt	=	ontbramen
ontbrak	=	ontbreken
ontbrake	=	ontbreken
ontbraken	=	ontbreken
ontbrame	=	ontbramen
ontbramen	verb	een scherpe rand of oppervlak ontdoen van uitstekende oneffenheden
ontbramend	=	ontbramen
ontbramende	=	ontbramen
ontbrand	=	ontbranden
ontbrandbaar	adj	dat iets gemakkelijk vlam kan vatten en verbrandt
ontbrandde	=	ontbranden
ontbrandden	=	ontbranden
ontbrande	=	ontbranden
ontbranden	verb	een proces ondergaan waarbij vuurverschijnselen ontstaan, in de brand vliegen
ontbrandend	=	ontbranden
ontbrandende	=	ontbranden
ontbrandens	noun	genitief van ontbranden
ontbranding	noun	het ontbranden
ontbrandingen	=	ontbranding
ontbrandingstemperaturen	=	ontbrandingstemperatuur
ontbrandingstemperatuur	noun	laagste temperatuur waarbij ontbranding van een stof kan plaats hebben
ontbrandingstemperatuurtje	=	ontbrandingstemperatuur
ontbrandingstemperatuurtjes	=	ontbrandingstemperatuur
ontbrandinkje	=	ontbranding
ontbrandinkjes	=	ontbranding
ontbrandt	=	ontbranden
ontbreek	=	ontbreken
ontbreekt	=	ontbreken
ontbreke	=	ontbreken
ontbreken	verb	niet aanwezig zijn terwijl dit wel zou moeten of verwacht worden
ontbrekend	adj	dat iets niet aanwezig is terwijl het wel nodig is
ontbrekende	=	ontbrekend
ontbrekends	=	ontbrekend
ontbroken	=	ontbreken
ontcijfer	=	ontcijferen
ontcijferbaar	adj	de eigenschap bezittend qua betekenis geduid te kunnen worden
ontcijferbaarder	=	ontcijferbaar
ontcijferbaardere	=	ontcijferbaar
ontcijferbaarders	=	ontcijferbaar
ontcijferbaars	=	ontcijferbaar
ontcijferbaarst	=	ontcijferbaar
ontcijferbaarste	=	ontcijferbaar
ontcijferbare	=	ontcijferbaar
ontcijferd	=	ontcijferen
ontcijferde	=	ontcijferen
ontcijferden	=	ontcijferen
ontcijfere	=	ontcijferen
ontcijferen	verb	qua betekenis duiden en begrijpen
ontcijferend	=	ontcijferen
ontcijferende	=	ontcijferen
ontcijfering	noun	het ontdekken van de betekenis in een versleutelde boodschap
ontcijferingen	=	ontcijfering
ontcijfert	=	ontcijferen
ontdaan	adj	van streek
ontdaans	=	ontdaan
ontdaanst	=	ontdaan
ontdaanste	=	ontdaan
ontdane	=	ontdaan
ontdaner	=	ontdaan
ontdanes	=	ontdaan
ontdarm	=	ontdarmen
ontdarmd	=	ontdarmen
ontdarmde	=	ontdarmen
ontdarmden	=	ontdarmen
ontdarme	=	ontdarmen
ontdarmen	verb	het verwijderen van enkele of alle organen van het darmkanaalstelsel
ontdarmend	=	ontdarmen
ontdarmende	=	ontdarmen
ontdarming	noun	het verwijderen van enkele of alle organen van het darmkanaalstelsel, m.n. bij geslachte dieren; in vroeger tijden mogelijk ook bij levende mensen uitgevoerd, bij wijze van doodstraf en ultieme marteling
ontdarmt	=	ontdarmen
ontdede	=	ontdoen
ontdeden	=	ontdoen
ontdeed	=	ontdoen
ontdeedt	=	ontdoen
ontdek	=	ontdekken
ontdeken	=	ontdekken
ontdekke	=	ontdekken
ontdekken	verb	iets vinden of leren waarvan het bestaan voorheen niet bekend was bij de ontdekker
ontdekkend	=	ontdekken
ontdekkende	=	ontdekken
ontdekker	noun	iemand die iets ontdekt wat al wel bestond, maar nog niet gevonden of bekend was
ontdekkers	=	ontdekker
ontdekkertje	=	ontdekker
ontdekking	noun	het vinden van iets dat nog niet bekend was
ontdekkingen	=	ontdekking
ontdekkingsreis	noun	Met ontdekkingsreizen of expedities worden reizen bedoeld waarmee niet of weinig bekende gebieden verkend worden.
ontdekkingsreisje	=	ontdekkingsreis
ontdekkingsreisjes	=	ontdekkingsreis
ontdekkingsreizen	=	ontdekkingsreis
ontdekkingsreiziger	noun	een leider of verantwoordelijke van een groep mensen die vaak in opdracht op zoek ging naar gebieden of plaatsen die voor de cultuur waar hij toe behoorde onbekend waren
ontdekkingsreizigers	=	ontdekkingsreiziger
ontdekkingsreizigertje	=	ontdekkingsreiziger
ontdekkingsreizigertjes	=	ontdekkingsreiziger
ontdekkingsreizigster	noun	vrouwelijke vorm van ontdekkingsreiziger
ontdekkingsreizigsters	=	ontdekkingsreizigster
ontdekkingsreizigstertje	=	ontdekkingsreizigster
ontdekkingsreizigstertjes	=	ontdekkingsreizigster
ontdekkingstocht	noun	reis waarbij men probeert nieuwe zaken te ontdekken
ontdekkingstochten	=	ontdekkingstocht
ontdekkingstochtje	=	ontdekkingstocht
ontdekkingstochtjes	=	ontdekkingstocht
ontdekkinkje	=	ontdekking
ontdekkinkjes	=	ontdekking
ontdekt	=	ontdekken
ontdekte	=	ontdekken
ontdekten	=	ontdekken
ontdierentuind	=	ontdierentuinen
ontdierentuinde	=	ontdierentuinen
ontdierentuinen	verb	een dierentuin een meer natuurlijk uiterlijk geven
ontdierentuinend	=	ontdierentuinen
ontdoe	=	ontdoen
ontdoen	verb	een aanhangsel of eigendom verwijderen van iets
ontdoend	=	ontdoen
ontdoende	=	ontdoen
ontdoet	=	ontdoen
ontdoke	=	ontduiken
ontdoken	=	ontduiken
ontdoof	=	ontdoven
ontdoofd	=	ontdoven
ontdoofde	=	ontdoven
ontdoofden	=	ontdoven
ontdooft	=	ontdoven
ontdooi	=	ontdooien
ontdooid	=	ontdooien
ontdooide	=	ontdooien
ontdooiden	=	ontdooien
ontdooie	=	ontdooien
ontdooien	verb	ophouden bevroren te zijn
ontdooiend	=	ontdooien
ontdooiende	=	ontdooien
ontdooiing	noun	het ontdoen van ijs of sneeuw, ofwel het opwarmen van bevroren materie tot boven de 0°C
ontdooiingen	=	ontdooiing
ontdooiinkje	=	ontdooiing
ontdooiinkjes	=	ontdooiing
ontdooit	=	ontdooien
ontdook	=	ontduiken
ontdookt	=	ontduiken
ontdoop	=	ontdopen
ontdoopt	=	ontdopen
ontdoopte	=	ontdopen
ontdoopten	=	ontdopen
ontdope	=	ontdopen
ontdopen	verb	schrappen uit het doopregister, verlating van een geloofsgemeenschap bevestigen
ontdopend	=	ontdopen
ontdopende	=	ontdopen
ontdoping	noun	het uitstappen uit de kerk met het schrappen uit het doopregister
ontdopingen	=	ontdoping
ontdove	=	ontdoven
ontdoven	verb	toch opengaande ramen aanbrengen in een dove gevel die er om geluidshinder te voorkomen geen heeft
ontdovend	=	ontdoven
ontdovende	=	ontdoven
ontdubbel	=	ontdubbelen
ontdubbeld	=	ontdubbelen
ontdubbelde	=	ontdubbelen
ontdubbelden	=	ontdubbelen
ontdubbele	=	ontdubbelen
ontdubbelen	verb	exemplaren in een verzameling die identiek zijn aan elkaar op één na verwijderen, zodat de verzameling bestaat uit exemplaren die elk maar één keer voorkomen
ontdubbelend	=	ontdubbelen
ontdubbelende	=	ontdubbelen
ontdubbeling	noun	dubbele exemplaren uit een lijst, bestand en dergelijke verwijderen
ontdubbelingen	=	ontdubbeling
ontdubbelt	=	ontdubbelen
ontduik	=	ontduiken
ontduike	=	ontduiken
ontduiken	verb	door zich te bukken, aan iets ontkomen
ontduikend	=	ontduiken
ontduikende	=	ontduiken
ontduiker	noun	iemand die ontduikt (met name zich aan verplichtingen of gevaren weet te onttrekken)
ontduikers	=	ontduiker
ontduikertje	=	ontduiker
ontduikertjes	=	ontduiker
ontduiking	noun	het ontduiken (zich aan iets onttrekken)
ontduikingen	=	ontduiking
ontduikinkje	=	ontduiking
ontduikinkjes	=	ontduiking
ontduikt	=	ontduiken
ontechnisch	adj	niet-technisch
ontechnische	=	ontechnisch
ontechnischer	=	ontechnisch
ontechnischere	=	ontechnisch
ontechnischers	=	ontechnisch
ontecht	=	ontechten
ontechte	=	ontechten
ontechten	verb	iemand zijn rechten ontnemen.
ontechtend	=	ontechten
ontechtte	=	ontechten
ontechtten	=	ontechten
onteer	=	onteren
onteerd	=	onteren
onteerde	=	onteren
onteerden	=	onteren
onteert	=	onteren
ontegensprekelijk	adj	van iets dat het niet ontkend kan worden
ontegensprekelijke	=	ontegensprekelijk
ontegensprekelijker	=	ontegensprekelijk
ontegensprekelijkere	=	ontegensprekelijk
ontegensprekelijkers	=	ontegensprekelijk
ontegensprekelijks	=	ontegensprekelijk
ontegensprekelijkst	=	ontegensprekelijk
ontegensprekelijkste	=	ontegensprekelijk
ontegenzeggelijk	adj	wat niet valt te ontkennen, wat niet kan worden tegengesproken, wat helemaal waar is zonder twijfel.
ontegenzeggelijke	=	ontegenzeggelijk
ontegenzeggelijker	=	ontegenzeggelijk
ontegenzeggelijkere	=	ontegenzeggelijk
ontegenzeggelijkers	=	ontegenzeggelijk
ontegenzeggelijks	=	ontegenzeggelijk
ontegenzeggelijkst	=	ontegenzeggelijk
ontegenzeggelijkste	=	ontegenzeggelijk
ontegenzeglijk	adj	niet tegen te spreken; niet te betwisten
ontegenzeglijke	=	ontegenzeglijk
ontegenzeglijker	=	ontegenzeglijk
ontegenzeglijkere	=	ontegenzeglijk
ontegenzeglijkers	=	ontegenzeglijk
ontegenzeglijks	=	ontegenzeglijk
ontegenzeglijkst	=	ontegenzeglijk
ontegenzeglijkste	=	ontegenzeglijk
onteigen	=	onteigenen
onteigend	=	onteigenen
onteigende	=	onteigenen
onteigenden	=	onteigenen
onteigene	=	onteigenen
onteigenen	verb	van staatswege iemand dwingen eigendom te verkopen tegen een opgelegde prijs
onteigenend	=	onteigenen
onteigenende	=	onteigenen
onteigening	noun	handeling, al of niet gerechtelijk, waarbij een zaak tot het eigendom van iemand anders gemaakt wordt
onteigeningen	=	onteigening
onteigeningetje	=	onteigening
onteigeningetjes	=	onteigening
onteigeninkje	=	onteigening
onteigent	=	onteigenen
ontelbaar	adj	heel veel, zoveel dat het niet meer te tellen is
ontelbaarder	=	ontelbaar
ontelbaardere	=	ontelbaar
ontelbaarders	=	ontelbaar
ontelbaars	=	ontelbaar
ontelbaarst	=	ontelbaar
ontelbaarste	=	ontelbaar
ontelbare	=	ontelbaar
ontembaar	adj	niet te domesticeren
ontembaarder	=	ontembaar
ontembaardere	=	ontembaar
ontembaarders	=	ontembaar
ontembaare	=	ontembaar
ontembaars	=	ontembaar
ontembaarst	=	ontembaar
ontembaarste	=	ontembaar
ontembare	=	ontembaar
ontere	=	onteren
onterecht	adj	ongegrond
onterechte	=	onterecht
onterechter	=	onterecht
onterechtere	=	onterecht
onterechters	=	onterecht
onterechts	=	onterecht
onterechtst	=	onterecht
onterechtste	=	onterecht
onteren	verb	van zijn of haar aanzien beroven
onterend	=	onteren
onterende	=	onteren
onterf	=	onterven
onterfd	=	onterven
onterfde	=	onterven
onterfden	=	onterven
onterft	=	onterven
ontering	noun	het op een onbeschofte, brutale, beledigende manier met iets of iemand omgaan die in hoog aanzien staan
onteringen	=	ontering
onterinkje	=	ontering
onterinkjes	=	ontering
onterve	=	onterven
onterven	verb	bepalen dat iemand niet langer voor een deel in de erfenis in aanmerking komt
ontervend	=	onterven
ontervende	=	onterven
onterving	noun	het niet meer mogen meedelen in de nalatenschap van iemand
ontervingen	=	onterving
ontevreden	adj	behoefte voelend om aanmerkingen te maken
ontevredene	noun	iemand die op- en aanmerkingen maakt omdat hij iets niet goed genoeg vindt
ontevredenen	=	ontevredene
ontevredener	=	ontevreden
ontevredeners	=	ontevreden
ontevredenheden	=	ontevredenheid
ontevredenheid	noun	het gevoel niet genoeg te hebben en onvoldaan te zijn
ontevredenheidje	=	ontevredenheid
ontevredens	=	ontevreden
ontevredenst	=	ontevreden
ontevredenste	=	ontevreden
ontferm	=	ontfermen
ontfermd	=	ontfermen
ontfermde	=	ontfermen
ontfermden	=	ontfermen
ontferme	=	ontfermen
ontfermen	verb	zich ~ over zich het lot van iemand aantrekken en voor gaan zorgen
ontfermend	=	ontfermen
ontfermende	=	ontfermen
ontferming	noun	de handeling van het zorgen voor een kwetsbaar iemand; met name van god die de kwetsbare mens beschermt
ontfermingen	=	ontferming
ontfermt	=	ontfermen
ontfutsel	=	ontfutselen
ontfutseld	=	ontfutselen
ontfutselde	=	ontfutselen
ontfutselden	=	ontfutselen
ontfutsele	=	ontfutselen
ontfutselen	verb	iemand iets afhandig maken
ontfutselend	=	ontfutselen
ontfutselende	=	ontfutselen
ontfutselt	=	ontfutselen
ontga	=	ontgaan
ontgaaft	=	ontgeven
ontgaan	verb	aan de aandacht ontsnappen
ontgaand	=	ontgaan
ontgaande	=	ontgaan
ontgaans	=	ontgaan
ontgaat	=	ontgaan
ontgaf	=	ontgeven
ontgane	=	ontgaan
ontgas	=	ontgassen
ontgasse	=	ontgassen
ontgassen	verb	door goede ventilatie een ruimte ontdoen van aanwezig gas
ontgassend	=	ontgassen
ontgassende	=	ontgassen
ontgast	=	ontgassen
ontgaste	=	ontgassen
ontgasten	=	ontgassen
ontgave	=	ontgeven
ontgaven	=	ontgeven
ontgeef	=	ontgeven
ontgeeft	=	ontgeven
ontgeld	=	ontgelden
ontgelde	=	ontgelden
ontgelden	verb	het ~ de prijs voor iets betalen
ontgeldend	=	ontgelden
ontgeldende	=	ontgelden
ontgeldt	=	ontgelden
ontgeve	=	ontgeven
ontgeven	verb|obsolete	weigeren, afwijzen
ontgevend	=	ontgeven
ontgevende	=	ontgeven
ontgift	=	ontgiften
ontgifte	=	ontgiften
ontgiften	verb	van gifstoffen ontdoen
ontgiftend	=	ontgiften
ontgiftende	=	ontgiften
ontgifting	noun	verwijdering van stoffen die de gezondheid kunnen bedreigen
ontgiftingen	=	ontgifting
ontgiftte	=	ontgiften
ontgiftten	=	ontgiften
ontgin	=	ontginnen
ontgind	=	ontginnen
ontging	=	ontgaan
ontginge	=	ontgaan
ontgingen	=	ontgaan
ontgingt	=	ontgaan
ontginne	=	ontginnen
ontginnen	verb	een wildernis geschikt maken voor landbouw
ontginnend	=	ontginnen
ontginnende	=	ontginnen
ontginner	noun	mensen die een gebied geschikt maken voor menselijke bewoning en exploitatie
ontginners	=	ontginner
ontginning	noun	het een stuk land geschikt maken voor een economische activiteit
ontginningen	=	ontginning
ontginninkje	=	ontginning
ontgint	=	ontginnen
ontglip	=	ontglippen
ontglippe	=	ontglippen
ontglippen	verb	ontgaan
ontglippend	=	ontglippen
ontglippende	=	ontglippen
ontglipt	=	ontglippen
ontglipte	=	ontglippen
ontglipten	=	ontglippen
ontgold	=	ontgelden
ontgolde	=	ontgelden
ontgolden	=	ontgelden
ontgoldt	=	ontgelden
ontgon	=	ontginnen
ontgonne	=	ontginnen
ontgonnen	=	ontginnen
ontgont	=	ontginnen
ontgoochel	=	ontgoochelen
ontgoocheld	adj	zwaar teleurgesteld
ontgoochelde	=	ontgoocheld
ontgoochelden	=	ontgoochelen
ontgoochelder	=	ontgoocheld
ontgoocheldere	=	ontgoocheld
ontgoochelders	=	ontgoocheld
ontgoochelds	=	ontgoocheld
ontgoocheldst	=	ontgoocheld
ontgoocheldste	=	ontgoocheld
ontgoochele	=	ontgoochelen
ontgoochelen	verb	van een illusie beroven
ontgoochelend	=	ontgoochelen
ontgoochelende	=	ontgoochelen
ontgoocheling	noun	grote teleurstelling na een onverwachte tegenvaller
ontgoochelingen	=	ontgoocheling
ontgoochelinkje	=	ontgoocheling
ontgoochelt	=	ontgoochelen
ontgoogel	=	ontgoogelen
ontgoogeld	=	ontgoogelen
ontgoogelde	=	ontgoogelen
ontgoogelden	=	ontgoogelen
ontgoogele	=	ontgoogelen
ontgoogelen	verb	informatie op het internet uit de zoekmachine, met name die van Google, verwijderen
ontgoogelend	=	ontgoogelen
ontgoogelende	=	ontgoogelen
ontgoogelt	=	ontgoogelen
ontgraaf	=	ontgraven
ontgraaft	=	ontgraven
ontgraat	=	ontgraten
ontgraatte	=	ontgraten
ontgraatten	=	ontgraten
ontgrate	=	ontgraten
ontgraten	verb	van graten ontdoen (vis)
ontgratend	=	ontgraten
ontgratende	=	ontgraten
ontgrave	=	ontgraven
ontgraven	verb	door graven tevoorschijn brengen
ontgravend	=	ontgraven
ontgravende	=	ontgraven
ontgrendel	=	ontgrendelen
ontgrendeld	=	ontgrendelen
ontgrendelde	=	ontgrendelen
ontgrendelden	=	ontgrendelen
ontgrendele	=	ontgrendelen
ontgrendelen	verb	een vergrendeling verwijderen
ontgrendelend	=	ontgrendelen
ontgrendelende	=	ontgrendelen
ontgrendeling	noun	iets niet langer op slot laten zijn
ontgrendelingen	=	ontgrendeling
ontgrendelingetje	=	ontgrendeling
ontgrendelingetjes	=	ontgrendeling
ontgrendelt	=	ontgrendelen
ontgrens	=	ontgrenzen
ontgrensd	=	ontgrenzen
ontgrensde	=	ontgrenzen
ontgrensden	=	ontgrenzen
ontgrenst	=	ontgrenzen
ontgrenze	=	ontgrenzen
ontgrenzen	verb	begrenzing verwijderen bij scooters, brommers enz.
ontgrenzend	=	ontgrenzen
ontgrenzende	=	ontgrenzen
ontgrijs	=	ontgrijzen
ontgrijsd	=	ontgrijzen
ontgrijsde	=	ontgrijzen
ontgrijsden	=	ontgrijzen
ontgrijst	=	ontgrijzen
ontgrijze	=	ontgrijzen
ontgrijzen	verb	vergrijzing van hout chemisch tenietdoen
ontgrijzend	=	ontgrijzen
ontgrijzende	=	ontgrijzen
ontgroef	=	ontgraven
ontgroeft	=	ontgraven
ontgroei	=	ontgroeien
ontgroeid	=	ontgroeien
ontgroeide	=	ontgroeien
ontgroeiden	=	ontgroeien
ontgroeie	=	ontgroeien
ontgroeien	verb	door groeien te groot worden
ontgroeiend	=	ontgroeien
ontgroeiende	=	ontgroeien
ontgroeit	=	ontgroeien
ontgroen	=	ontgroenen
ontgroend	=	ontgroenen
ontgroende	=	ontgroenen
ontgroenden	=	ontgroenen
ontgroene	=	ontgroenen
ontgroenen	verb	een zich aandienend nieuw lid onderwerpen aan een serie, vaak vernederende, behandelingen als initiatie in de groep
ontgroenend	=	ontgroenen
ontgroenende	=	ontgroenen
ontgroening	noun	rituele toelating tot een studentencorps of vergelijkbare groep, waarbij nieuwe leden een soort beproeving moeten ondergaan
ontgroeningen	=	ontgroening
ontgroeningsritueel	noun	inwijdingsritueel van eerstejaarsstudenten die lid willen worden van het corps
ontgroeningsrituelen	=	ontgroeningsritueel
ontgroeninkje	=	ontgroening
ontgroent	=	ontgroenen
ontgroeve	=	ontgraven
ontgroeven	=	ontgraven
ontgrond	=	ontgronden
ontgrondde	=	ontgronden
ontgrondden	=	ontgronden
ontgronde	=	ontgronden
ontgronden	verb	bewerken om het bebouwbaar te maken door de bovengrond af te graven
ontgrondend	=	ontgronden
ontgrondende	=	ontgronden
ontgronding	noun	aanduiding voor een plaats waar ontgrondingsactiviteiten plaatsvinden of plaatsgevonden hebben
ontgrondingen	=	ontgronding
ontgrondinkje	=	ontgronding
ontgrondinkjes	=	ontgronding
ontgrondt	=	ontgronden
onthaal	noun	de manier waarop men iemand als gast ontvangt
onthaald	=	onthalen
onthaalde	=	onthalen
onthaalden	=	onthalen
onthaalmedewerker	noun	medewerker van een organisatie die de mensen die binnen komen te woord staat en vragen beantwoordt
onthaalmedewerkers	=	onthaalmedewerker
onthaalmedewerkertje	=	onthaalmedewerker
onthaalmedewerkertjes	=	onthaalmedewerker
onthaalmoeder	noun	vrouw die als beroep een klein aantal kinderen in haar woning opvangt
onthaalmoederken	=	onthaalmoeder
onthaalmoeders	=	onthaalmoeder
onthaalmoedertje	=	onthaalmoeder
onthaalmoedertjes	=	onthaalmoeder
onthaalouder	noun	iemand die tegen betaling op kinderen past in zijn of haar eigen woning
onthaalouders	=	onthaalouder
onthaalt	=	onthalen
onthaaltje	=	onthaal
onthaalvader	=	onthaalmoeder
onthaar	=	ontharen
onthaard	=	ontharen
onthaarde	=	ontharen
onthaarden	=	ontharen
onthaart	=	ontharen
onthaast	=	onthaasten
onthaaste	=	onthaasten
onthaasten	verb	bewust kiezen voor ontspanning, vrije tijd, als reactie op drukte, stress, werkdruk, het snel nuttigen van maaltijden, enz.
onthaastend	=	onthaasten
onthaastende	=	onthaasten
onthaasting	noun	het bewust vertragen van het tempo van leven voor ontspanning, vrije tijd enz.
onthaastte	=	onthaasten
onthaastten	=	onthaasten
onthale	=	onthalen
onthalen	verb	iemand gastvrij verwelkomen
onthalend	=	onthalen
onthalende	=	onthalen
onthals	=	onthalzen
onthalsd	=	onthalzen
onthalsde	=	onthalzen
onthalsden	=	onthalzen
onthalst	=	onthalzen
onthalze	=	onthalzen
onthalzen	verb	het hoofd van de romp verwijderen
onthalzend	=	onthalzen
onthalzende	=	onthalzen
onthand	adj	in een ongemakkelijke, lastige, vervelende toestand omdat je iets of iemand kwijt bent of niet kan gebruiken
onthande	=	onthand
onthands	=	onthand
onthard	=	ontharden
onthardde	=	ontharden
onthardden	=	ontharden
ontharde	=	ontharden
ontharden	verb	door de kalkconcentratie te verlagen
onthardend	=	ontharden
onthardende	=	ontharden
ontharder	noun	middel waarmee men kan ontharden
ontharders	=	ontharder
ontharding	noun	het proces waarbij calcium- en magnesiumionen (kalk) uit leidingwater worden verwijderd, Waterontharder - Wikipedia.
onthardingen	=	ontharding
onthardinkje	=	ontharding
onthardinkjes	=	ontharding
onthardt	=	ontharden
onthare	=	ontharen
ontharen	verb	beharing verwijderen
ontharend	=	ontharen
ontharende	=	ontharen
ontharing	noun	het ontharen
ontharingen	=	ontharing
ontharingspoeder	noun	middel om ongewenste haargroei te verwijderen in de vorm van een fijngemalen vaste stof
ontharingspoeders	=	ontharingspoeder
ontharinkje	=	ontharing
ontharinkjes	=	ontharing
onthecht	=	onthechten
onthechte	=	onthechten
onthechten	verb	emotioneel afstand nemen van iets of iemand
onthechtend	=	onthechten
onthechtende	=	onthechten
onthechtheid	noun	het niet gebonden zijn aan (onbelangrijke, aardse) zaken
onthechting	noun	je losmaken van allerlei materiële behoeften en zaken
onthechtingen	=	onthechting
onthechtte	=	onthechten
onthechtten	=	onthechten
ontheemd	adj	verdreven van huis en haard
ontheemde	noun	iemand die gedwongen zijn woonplek heeft moeten verlaten, bijvoorbeeld door een natuurramp of oorlog
ontheemden	=	ontheemde
ontheemder	=	ontheemd
ontheemdere	=	ontheemd
ontheemders	=	ontheemd
ontheemding	noun	het zich ergens niet thuis voelen
ontheemdingen	=	ontheemding
ontheemdinkje	=	ontheemding
ontheemdinkjes	=	ontheemding
ontheemds	=	ontheemd
ontheemdst	=	ontheemd
ontheemdste	=	ontheemd
onthef	=	ontheffen
ontheffe	=	ontheffen
ontheffen	verb	vrijstellen
ontheffend	=	ontheffen
ontheffende	=	ontheffen
ontheffing	noun	het ontheffen
ontheffingen	=	ontheffing
ontheffinkje	=	ontheffing
ontheffinkjes	=	ontheffing
ontheft	=	ontheffen
ontheilig	=	ontheiligen
ontheiligd	=	ontheiligen
ontheiligde	=	ontheiligen
ontheiligden	=	ontheiligen
ontheilige	=	ontheiligen
ontheiligen	verb	niet meer als heilig beschouwen
ontheiligend	=	ontheiligen
ontheiligende	=	ontheiligen
ontheiliging	noun	schending van wat heilig is of heilig gevonden wordt
ontheiligingen	=	ontheiliging
ontheiligingetje	=	ontheiliging
ontheiligingetjes	=	ontheiliging
ontheiligt	=	ontheiligen
ontheven	adj	van een persoon dat hij zijn functie is kwijtgeraakt
onthevens	=	ontheven
onthief	=	ontheffen
onthieft	=	ontheffen
onthield	=	onthouden
onthielde	=	onthouden
onthielden	=	onthouden
onthieldt	=	onthouden
onthieve	=	ontheffen
onthieven	=	ontheffen
onthoofd	=	onthoofden
onthoofdde	=	onthoofden
onthoofdden	=	onthoofden
onthoofden	verb	iemand doden door het hoofd van de romp te scheiden
onthoofdend	=	onthoofden
onthoofdende	=	onthoofden
onthoofding	noun	het onthoofden (meestal uitgevoerd door afhakken)
onthoofdingen	=	onthoofding
onthoofdingsvideo	noun	videofilm van een onthoofding
onthoofdingsvideo's	=	onthoofdingsvideo
onthoofdinkje	=	onthoofding
onthoofdinkjes	=	onthoofding
onthoofdt	=	onthoofden
onthoorn	=	onthoornen
onthoornd	adj	waar de hoorn van af gehaald is
onthoornde	=	onthoornd
onthoornden	=	onthoornen
onthoornds	=	onthoornd
onthoorne	=	onthoornen
onthoornen	verb	de hoorn of hoorns verwijderen van een dier
onthoornend	=	onthoornen
onthoornende	=	onthoornen
onthoornt	=	onthoornen
onthou	=	onthouden
onthoud	=	onthouden
onthoude	=	onthouden
onthouden	verb	in het geheugen bewaren
onthoudend	=	onthouden
onthoudende	=	onthouden
onthoudens	=	onthouden
onthouder	noun	mensen die (bepaalde) drugs en genotmiddelen niet gebruiken
onthouders	=	onthouder
onthouding	noun	het bewust niet een gewoonte of behoefte volgen
onthoudingen	=	onthouding
onthoudingsverschijnsel	noun	ontwenningsverschijnsel
onthoudingsverschijnselen	=	onthoudingsverschijnsel
onthoudingsverschijnseltje	=	onthoudingsverschijnsel
onthoudingsverschijnseltjes	=	onthoudingsverschijnsel
onthoudinkje	=	onthouding
onthoudinkjes	=	onthouding
onthoudt	=	onthouden
onthul	=	onthullen
onthuld	=	onthullen
onthulde	=	onthullen
onthulden	=	onthullen
onthulle	=	onthullen
onthullen	verb	van het hulsel ontdoen bij plechtige gelegenheden
onthullend	adj	een geheim bekend makend; het verborgene zichtbaar makend
onthullende	=	onthullen
onthullender	=	onthullend
onthullendere	=	onthullend
onthullenders	=	onthullend
onthullends	=	onthullend
onthullendst	=	onthullend
onthullendste	=	onthullend
onthuller	noun	iets bekend en openbaar maken wat eerst nog verborgen was
onthullers	=	onthuller
onthulling	noun	bekend maken wat eerst verborgen was
onthullingen	=	onthulling
onthullinkje	=	onthulling
onthullinkjes	=	onthulling
onthult	=	onthullen
onthuts	=	onthutsen
onthutse	=	onthutsen
onthutsen	verb	in staat van verbijstering brengen
onthutsend	adj	op een negatieve, verbazingwekkende manier
onthutsende	=	onthutsen
onthutsender	=	onthutsend
onthutsendere	=	onthutsend
onthutsenders	=	onthutsend
onthutsends	=	onthutsend
onthutsendst	=	onthutsend
onthutsendste	=	onthutsend
onthutsing	noun	verbazing, verwarring
onthutsingen	=	onthutsing
onthutst	adj	verbijsterd, ontsteld
onthutste	=	onthutsen
onthutsten	=	onthutsen
onthutster	=	onthutst
onthutstere	=	onthutst
onthutsters	=	onthutst
onthutsts	=	onthutst
onthutstst	=	onthutst
onthutstste	=	onthutst
ontideologisering	noun	verschijnsel dat men het handelen minder laat leiden door een wijsgerig systeem
ontideologiseringen	=	ontideologisering
ontiegelijk	adj	in zeer hoge mate aanwezig	adv	in zeer hoge mate
ontiegelijke	=	ontiegelijk
ontiegelijker	=	ontiegelijk
ontiegelijkere	=	ontiegelijk
ontiegelijkers	=	ontiegelijk
ontiegelijks	=	ontiegelijk
ontiegelijkst	=	ontiegelijk
ontiegelijkste	=	ontiegelijk
ontig	adj|obsolete	in een bedorven of smerige toestand
ontige	=	ontig
ontij	noun	het gevaarlijke, slechte, donkere deel van de dag
ontijd	=	ontij
ontijdig	adj	op een verkeerde tijd, vooral als het gaat om te vroeg
ontijdige	=	ontijdig
ontijdiger	=	ontijdig
ontijdigere	=	ontijdig
ontijdigers	=	ontijdig
ontijdigs	=	ontijdig
ontijdigst	=	ontijdig
ontijdigste	=	ontijdig
ontijzer	=	ontijzeren
ontijzerd	=	ontijzeren
ontijzerde	=	ontijzeren
ontijzerden	=	ontijzeren
ontijzere	=	ontijzeren
ontijzeren	verb	van opgelost ijzer ontdoen
ontijzerend	=	ontijzeren
ontijzerende	=	ontijzeren
ontijzert	=	ontijzeren
ontilbaar	adj	zo groot of zwaar dat het niet (door mensen) te tillen is
ontilbaarder	=	ontilbaar
ontilbaardere	=	ontilbaar
ontilbaarders	=	ontilbaar
ontilbaars	=	ontilbaar
ontilbaarst	=	ontilbaar
ontilbaarste	=	ontilbaar
ontilbare	=	ontilbaar
ontkalk	=	ontkalken
ontkalke	=	ontkalken
ontkalken	verb	kalk van een metalen oppervlak, met name van de binnenkant van waterkokers e.d., verwijderen
ontkalkend	=	ontkalken
ontkalkende	=	ontkalken
ontkalking	noun	het verwijderen van kalk van een metalen oppervlak, met name van de binnenkant van waterkokers e.d
ontkalkingen	=	ontkalking
ontkalkinkje	=	ontkalking
ontkalkinkjes	=	ontkalking
ontkalkt	=	ontkalken
ontkalkte	=	ontkalken
ontkalkten	=	ontkalken
ontken	=	ontkennen
ontkenbaar	adj	van iets dat het loochenbaar is, oftewel: het is mogelijk om te ontkennen, tegenspreken of niet te erkennen dat iets waar is.
ontkenbaarder	=	ontkenbaar
ontkenbaardere	=	ontkenbaar
ontkenbaarders	=	ontkenbaar
ontkenbaars	=	ontkenbaar
ontkenbaarst	=	ontkenbaar
ontkenbaarste	=	ontkenbaar
ontkenbare	=	ontkenbaar
ontkend	=	ontkennen
ontkende	=	ontkennen
ontkenden	=	ontkennen
ontkenne	=	ontkennen
ontkennen	verb	verklaren dat het gestelde niet waar is
ontkennend	adj	nee zeggend
ontkennende	=	ontkennen
ontkennender	=	ontkennend
ontkennendere	=	ontkennend
ontkennenders	=	ontkennend
ontkennends	=	ontkennend
ontkennendst	=	ontkennend
ontkennendste	=	ontkennend
ontkenner	noun	iemand die beweert dat bepaalde algemeen aanvaarde en wetenschappelijk bewezen kennis niet waar is
ontkenners	=	ontkenner
ontkennertje	=	ontkenner
ontkennertjes	=	ontkenner
ontkenning	noun	handeling of uiting waarmee iemand kan laten weten dat hij denkt dat iets niet waar is
ontkenningen	=	ontkenning
ontkenningsfase	noun	de periode die soms na het ontvangen van slecht nieuws voorkomt waarin iemand zegt dat het onvangen bericht niet waar is
ontkenningsfasen	=	ontkenningsfase
ontkenningsfases	=	ontkenningsfase
ontkenninkje	=	ontkenning
ontkenninkjes	=	ontkenning
ontkent	=	ontkennen
ontkerkelijking	noun	het sociale verschijnsel dat minder mensen actief lid zijn van een kerk
ontkerkelijkingen	=	ontkerkelijking
ontkerkelijkingetje	=	ontkerkelijking
ontkerkelijkingetjes	=	ontkerkelijking
ontkersten	=	ontkerstenen
ontkerstend	=	ontkerstenen
ontkerstende	=	ontkerstenen
ontkerstenden	=	ontkerstenen
ontkerstene	=	ontkerstenen
ontkerstenen	verb	onchristelijk of minder christelijk maken
ontkerstenend	=	ontkerstenen
ontkerstenende	=	ontkerstenen
ontkerstent	=	ontkerstenen
ontketen	=	ontketenen
ontketend	=	ontketenen
ontketende	=	ontketenen
ontketenden	=	ontketenen
ontketene	=	ontketenen
ontketenen	verb	een explosieve situatie veroorzaken, een heftig proces in gang zetten
ontketenend	=	ontketenen
ontketenende	=	ontketenen
ontketent	=	ontketenen
ontkiem	=	ontkiemen
ontkiemd	=	ontkiemen
ontkiemde	=	ontkiemen
ontkiemden	=	ontkiemen
ontkieme	=	ontkiemen
ontkiemen	verb	een proces ondergaan waarbij uit een zaadje een kiemplant ontspruit
ontkiemend	=	ontkiemen
ontkiemende	=	ontkiemen
ontkieming	noun	het ontspruiten van een plant uit een zaadje
ontkiemingen	=	ontkieming
ontkiemt	=	ontkiemen
ontklede	=	verantwoorden
ontkleden	verb	zich ~: zijn kleding afdoen
ontkledend	=	ontkleden
ontkledende	=	ontkleden
ontkleding	noun	het (zichzelf / een ander) ontdoen van kleding
ontkledingen	=	ontkleding
ontkleed	adj	niet gekleed zijnd
ontkleedde	=	ontkleden
ontkleedden	=	ontkleden
ontkleeddet	=	ontkleden
ontkleede	=	ontkleden
ontkleeden	=	ontkleden
ontkleedend	=	ontkleden
ontkleeds	=	ontkleed
ontkleedt	=	ontkleden
ontklei	=	ontkleien
ontkleid	=	ontkleien
ontkleide	=	ontkleien
ontkleiden	=	ontkleien
ontkleie	=	ontkleien
ontkleien	verb	een laag klei verwijderen die bruikbaar materiaal bedekt
ontkleiend	=	ontkleien
ontkleiende	=	ontkleien
ontkleit	=	ontkleien
ontkleur	=	ontkleuren
ontkleurd	=	ontkleuren
ontkleurde	=	ontkleuren
ontkleurden	=	ontkleuren
ontkleure	=	ontkleuren
ontkleuren	verb	de kleur doen verdwijnen
ontkleurend	=	ontkleuren
ontkleurende	=	ontkleuren
ontkleuring	noun	het wegwerken van een verkleuring
ontkleuringen	=	ontkleuring
ontkleurinkje	=	ontkleuring
ontkleurinkjes	=	ontkleuring
ontkleurt	=	ontkleuren
ontklinkering	noun	het verwijderen van de klinkers uit een woord om het een hipper karakter te geven
ontklinkeringen	=	ontklinkering
ontknoop	=	ontknopen
ontknoopt	=	ontknopen
ontknoopte	=	ontknopen
ontknoopten	=	ontknopen
ontknope	=	ontknopen
ontknopen	verb	iets wat in de knoop zit uit de knoop halen
ontknopend	=	ontknopen
ontknopende	=	ontknopen
ontknoping	noun	afloop, afsluiting, voleindiging, uitkomst, uitslag van een kwestie.
ontknopingen	=	ontknoping
ontknopinkje	=	ontknoping
ontknopinkjes	=	ontknoping
ontkole	=	ontkolen
ontkolen	verb	ontdoen van koolstof
ontkolend	=	ontkolen
ontkolende	=	ontkolen
ontkom	=	ontkomen
ontkome	=	ontkomen
ontkomen	verb	ergens aan ontsnappen
ontkomend	=	ontkomen
ontkomende	=	ontkomen
ontkomens	=	ontkomen
ontkomt	=	ontkomen
ontkool	=	ontkolen
ontkoold	=	ontkolen
ontkoolde	=	ontkolen
ontkoolden	=	ontkolen
ontkoolt	=	ontkolen
ontkoppel	=	ontkoppelen
ontkoppeld	=	ontkoppelen
ontkoppelde	=	ontkoppelen
ontkoppelden	=	ontkoppelen
ontkoppele	=	ontkoppelen
ontkoppelen	verb	een koppeling verbreken
ontkoppelend	=	ontkoppelen
ontkoppelende	=	ontkoppelen
ontkoppeling	noun	het losmaken van twee aan elkaar verbonden delen
ontkoppelingen	=	ontkoppeling
ontkoppelingspedaal	noun|obsolete	voetbediening om de verbinding tussen de motor van een voertuig en de wielen te verbreken Kan worden gebruikt om de motor stationair te laten draaien of om zonder schade aan tandwielen te kunnen schakelen naar een andere versnelling.
ontkoppelingspedalen	=	ontkoppelingspedaal
ontkoppelinkje	=	ontkoppeling
ontkoppelinkjes	=	ontkoppeling
ontkoppelt	=	ontkoppelen
ontkracht	=	ontkrachten
ontkrachte	=	ontkrachten
ontkrachten	verb	van zijn geldigheid beroven
ontkrachtend	=	ontkrachten
ontkrachtende	=	ontkrachten
ontkrachtte	=	ontkrachten
ontkrachtten	=	ontkrachten
ontkroes	=	ontkroezen
ontkroesd	=	ontkroezen
ontkroesde	=	ontkroezen
ontkroesden	=	ontkroezen
ontkroest	=	ontkroezen
ontkroeze	=	ontkroezen
ontkroezen	verb	krullend haar recht maken
ontkroezend	=	ontkroezen
ontkroezende	=	ontkroezen
ontkrul	=	ontkrullen
ontkruld	=	ontkrullen
ontkrulde	=	ontkrullen
ontkrulden	=	ontkrullen
ontkrulle	=	ontkrullen
ontkrullen	verb	het stijl maken van krullend of kroezend haar
ontkrullend	=	ontkrullen
ontkrullende	=	ontkrullen
ontkrult	=	ontkrullen
ontkurk	=	ontkurken
ontkurke	=	ontkurken
ontkurken	verb	een fles van de afsluitende kurk ontdoen
ontkurkend	=	ontkurken
ontkurkende	=	ontkurken
ontkurkt	=	ontkurken
ontkurkte	=	ontkurken
ontkurkten	=	ontkurken
ontkwaamt	=	ontkomen
ontkwam	=	ontkomen
ontkwame	=	ontkomen
ontkwamen	=	ontkomen
ontlaad	=	ontladen
ontlaadde	=	ontladen
ontlaadden	=	ontladen
ontlaaddet	=	ontladen
ontlaadt	=	ontladen
ontlaat	=	ontlaten
ontlade	=	ontladen
ontladen	verb	iets (bijv. een dier, voertuig enz.) van zijn last ontdoen
ontladend	=	ontladen
ontladende	=	ontladen
ontladens	=	ontladen
ontlader	noun	iets dat ervoor zorgt dat de spanning minder wordt
ontladers	=	ontlader
ontlading	noun	het ontladen
ontladingen	=	ontlading
ontladinkje	=	ontlading
ontladinkjes	=	ontlading
ontlak	=	ontlakken
ontlakke	=	ontlakken
ontlakken	verb	het verwijderen van lak en coatings van diverse materialen
ontlakkend	=	ontlakken
ontlakkende	=	ontlakken
ontlakt	=	ontlakken
ontlakte	=	ontlakken
ontlakten	=	ontlakken
ontlast	=	ontlasten
ontlaste	=	ontlasten
ontlasten	verb	een last verminderen
ontlastend	=	ontlasten
ontlastende	=	ontlasten
ontlasting	noun	het van een last ontdoen
ontlastingen	=	ontlasting
ontlastingsmonster	noun	een hoeveelheid ontlasting die in het laboratorium onderzocht kan worden op chemische- en microbiologische samenstelling
ontlastingsmonsters	=	ontlastingsmonster
ontlastingsmonstertje	=	ontlastingsmonster
ontlastingsmonstertjes	=	ontlastingsmonster
ontlastingsweg	noun	alternatieve route, aangelegd zodat het minder druk wordt op een bestaande route
ontlastingswegen	=	ontlastingsweg
ontlastinkje	=	ontlasting
ontlastte	=	ontlasten
ontlastten	=	ontlasten
ontlate	=	ontlaten
ontlaten	verb	losmaken, vrij doen worden
ontlatend	=	ontlaten
ontlatende	=	ontlaten
ontlede	=	ontleden
ontleden	verb	iets in zijn bestanddelen uiteendoen
ontledend	=	ontleden
ontledende	=	ontleden
ontledigen	verb	ledig maken
ontlediging	noun	het ledig maken of legen van iets
ontledigingen	=	ontlediging
ontledigingetje	=	ontlediging
ontledigingetjes	=	ontlediging
ontleding	noun	een reactie waarbij één stof in meerdere reactieproducten uiteenvalt
ontledingen	=	ontleding
ontledingstemperaturen	=	ontledingstemperatuur
ontledingstemperatuur	noun	de temperatuur waarbij een chemische verbinding merkbaar begint te ontleden
ontledinkje	=	ontleding
ontledinkjes	=	ontleding
ontleed	=	ontleden
ontleedde	=	ontleden
ontleedden	=	ontleden
ontleedkunde	noun	anatomie
ontleedkundig	adj	horend tot de studie hoe organismen uit organen zijn samengesteld of op die wetenschap betrekking hebbend
ontleedkundige	noun	iemand die bestudeert hoe een levend wezen uit organen is opgebouwd
ontleedkundigen	=	ontleedkundige
ontleedkundiger	=	ontleedkundig
ontleedkundigere	=	ontleedkundig
ontleedkundigers	=	ontleedkundig
ontleedkundigs	=	ontleedkundig
ontleedkundigst	=	ontleedkundig
ontleedkundigste	=	ontleedkundig
ontleedmes	noun	een klein scherp mes waarmee men een lijkschouwing kan uitvoeren
ontleedmesje	=	ontleedmes
ontleedmesjes	=	ontleedmes
ontleedmessen	=	ontleedmes
ontleedt	=	ontleden
ontleen	=	ontlenen
ontleend	=	ontlenen
ontleende	=	ontlenen
ontleenden	=	ontlenen
ontleent	=	ontlenen
ontleer	=	ontleren
ontleerd	=	ontleren
ontleerde	=	ontleren
ontleerden	=	ontleren
ontleert	=	ontleren
ontlene	=	ontlenen
ontlenen	verb	een element gaan gebruiken van wat elders in gebruik was
ontlenend	=	ontlenen
ontlenende	=	ontlenen
ontlener	noun	iemand die geld ontvangt als lening; iemand die iets te leen krijgt
ontleners	=	ontlener
ontlening	noun	het ontlenen
ontleningen	=	ontlening
ontlere	=	ontleren
ontleren	verb	gewoontes en kennis die fout, ongewenst of niet meer ter zake zijn niet meer gebruiken of toepassen
ontlerend	=	ontleren
ontlerende	=	ontleren
ontlezing	noun	het minder lezen van boeken door de bevolking in het algemeen
ontlezingen	=	ontlezing
ontliep	=	ontlopen
ontliepe	=	ontlopen
ontliepen	=	ontlopen
ontliept	=	ontlopen
ontliet	=	ontlaten
ontliete	=	ontlaten
ontlieten	=	ontlaten
ontloke	=	ontluiken
ontloken	=	ontluiken
ontlook	=	ontluiken
ontlookt	=	ontluiken
ontloop	=	ontlopen
ontloopen	=	ontlopen
ontloopt	=	ontlopen
ontlope	=	ontlopen
ontlopen	verb	een bepaald lot vermijden, ontkomen aan iets
ontlopend	=	ontlopen
ontlopende	=	ontlopen
ontlopens	=	ontlopen
ontlucht	=	ontluchten
ontluchte	=	ontluchten
ontluchten	verb	verwijderen van lucht uit een systeem dat met vloeistof is gevuld
ontluchtend	=	ontluchten
ontluchtende	=	ontluchten
ontluchting	noun	het ontluchten
ontluchtingen	=	ontluchting
ontluchtingspijp	noun	pijp die ervoor zorgt dat ontluchting mogelijk is
ontluchtingspijpen	=	ontluchtingspijp
ontluchtingspijpje	=	ontluchtingspijp
ontluchtingspijpjes	=	ontluchtingspijp
ontluchtingssleutel	noun	gereedschap dat wordt gebruikt bij het handmatig ontluchten van een installatie voor centrale verwarming
ontluchtingssleutels	=	ontluchtingssleutel
ontluchtingssleuteltje	=	ontluchtingssleutel
ontluchtingssleuteltjes	=	ontluchtingssleutel
ontluchtingsventiel	noun	ventiel om lucht uit een circulatiesysteem te laten ontsnappen, bv. uit de centrale verwarming
ontluchtingsventielen	=	ontluchtingsventiel
ontluchtte	=	ontluchten
ontluchtten	=	ontluchten
ontluik	=	ontluiken
ontluike	=	ontluiken
ontluiken	verb	het opengaan van knoppen.
ontluikend	adj	tot bloei komend
ontluikende	=	ontluiken
ontluikends	=	ontluikend
ontluiking	noun	het langzaam opengaan van bloemknoppen
ontluikingen	=	ontluiking
ontluikinkje	=	ontluiking
ontluikinkjes	=	ontluiking
ontluikt	=	ontluiken
ontluis	=	ontluizen
ontluisd	=	ontluizen
ontluisde	=	ontluizen
ontluisden	=	ontluizen
ontluist	=	ontluizen
ontluister	=	ontluisteren
ontluisterd	=	ontluisteren
ontluisterde	=	ontluisteren
ontluisterden	=	ontluisteren
ontluistere	=	ontluisteren
ontluisteren	verb	van luister of aanzien beroven
ontluisterend	adj	van luister of aanzien berovend
ontluisterende	=	ontluisterend
ontluisterender	=	ontluisterend
ontluisterendere	=	ontluisterend
ontluisterenders	=	ontluisterend
ontluisterends	=	ontluisterend
ontluisterendst	=	ontluisterend
ontluisterendste	=	ontluisterend
ontluistert	=	ontluisteren
ontluize	=	ontluizen
ontluizen	verb	het verwijderen van luizen
ontluizend	=	ontluizen
ontluizende	=	ontluizen
ontmaagd	=	ontmaagden
ontmaagdde	=	ontmaagden
ontmaagdden	=	ontmaagden
ontmaagde	=	ontmaagden
ontmaagden	verb	met iemand voor het eerst seksueel verkeer hebben
ontmaagdend	=	ontmaagden
ontmaagdende	=	ontmaagden
ontmaagding	noun	de keer dat men voor het eerst seks heeft
ontmaagdingen	=	ontmaagding
ontmaagdinkje	=	ontmaagding
ontmaagdinkjes	=	ontmaagding
ontmaagdt	=	ontmaagden
ontmaak	=	ontmaken
ontmaakt	=	ontmaken
ontmaakte	=	ontmaken
ontmaakten	=	ontmaken
ontmake	=	ontmaken
ontmaken	verb	doden, afbreken
ontmakend	=	ontmaken
ontmakende	=	ontmaken
ontman	=	ontmannen
ontmand	=	ontmannen
ontmande	=	ontmannen
ontmanden	=	ontmannen
ontmanne	=	ontmannen
ontmannen	verb	door te castreren of het amputeren van de penis, iemand ontdoen van zijn mannelijkheid
ontmannend	=	ontmannen
ontmannende	=	ontmannen
ontmant	=	ontmannen
ontmantel	=	ontmantelen
ontmanteld	=	ontmantelen
ontmantelde	=	ontmantelen
ontmantelden	=	ontmantelen
ontmantele	=	ontmantelen
ontmantelen	verb	een geheel dusdanig in delen uiteennemen dat het niet meer als geheel functioneert
ontmantelend	=	ontmantelen
ontmantelende	=	ontmantelen
ontmanteling	noun	het onklaar maken van iets
ontmantelingen	=	ontmanteling
ontmantelt	=	ontmantelen
ontmasker	=	ontmaskeren
ontmaskerd	=	ontmaskeren
ontmaskerde	=	ontmaskeren
ontmaskerden	=	ontmaskeren
ontmaskere	=	ontmaskeren
ontmaskeren	verb	de ware aard laten zien van iets of iemand
ontmaskerend	=	ontmaskeren
ontmaskerende	=	ontmaskeren
ontmaskering	noun	moment dat de (beschamende) waarheid waarheid onthuld wordt; bewijs dat er bedrog is gepleegd
ontmaskeringen	=	ontmaskering
ontmaskert	=	ontmaskeren
ontmeer	=	ontmeren
ontmeerd	=	ontmeren
ontmeerde	=	ontmeren
ontmeerden	=	ontmeren
ontmeert	=	ontmeren
ontmeng	=	ontmengen
ontmengd	=	ontmengen
ontmengde	=	ontmengen
ontmengden	=	ontmengen
ontmenge	=	ontmengen
ontmengen	verb	uiteenvallen in de verschillende samenstellende delen
ontmengend	=	ontmengen
ontmengende	=	ontmengen
ontmenging	noun	het proces waarbij een mengsel uiteenvalt in de oorspronkelijke, samenstellende delen
ontmengingen	=	ontmenging
ontmenginkje	=	ontmenging
ontmenginkjes	=	ontmenging
ontmengt	=	ontmengen
ontmenselijk	=	ontmenselijken
ontmenselijke	=	ontmenselijken
ontmenselijken	verb	aan menselijkheid verliezen
ontmenselijkend	=	ontmenselijken
ontmenselijkende	=	ontmenselijken
ontmenselijking	noun	het verlies van menselijke eigenschappen
ontmenselijkingen	=	ontmenselijking
ontmenselijkingetje	=	ontmenselijking
ontmenselijkingetjes	=	ontmenselijking
ontmenselijkt	=	ontmenselijken
ontmenselijkte	=	ontmenselijken
ontmenselijkten	=	ontmenselijken
ontmenst	adj	ontdaan van de menselijke waardigheid, ontdaan van medemenselijkheid
ontmenste	=	ontmenst
ontmenster	=	ontmenst
ontmenstere	=	ontmenst
ontmensters	=	ontmenst
ontmensts	=	ontmenst
ontmenstst	=	ontmenst
ontmenstste	=	ontmenst
ontmere	=	ontmeren
ontmeren	verb	van de oever losmaken, de trossen losgooien
ontmerend	=	ontmeren
ontmerende	=	ontmeren
ontmiddel	=	ontmiddelen
ontmiddeld	=	ontmiddelen
ontmiddelde	=	ontmiddelen
ontmiddelden	=	ontmiddelen
ontmiddele	=	ontmiddelen
ontmiddelen	verb	een discussie ontdoen van een ongepaste voorkeur voor het gemiddelde
ontmiddelend	=	ontmiddelen
ontmiddelende	=	ontmiddelen
ontmiddelt	=	ontmiddelen
ontmijn	=	ontmijnen
ontmijnd	=	ontmijnen
ontmijnde	=	ontmijnen
ontmijnden	=	ontmijnen
ontmijne	=	ontmijnen
ontmijnen	verb	verwijderen van mijnen; ruimen van mijnen; vegen van mijnen
ontmijnend	=	ontmijnen
ontmijnende	=	ontmijnen
ontmijning	noun	het ontmijnen
ontmijningen	=	ontmijning
ontmijningsdienst	noun	onderdeel van het leger dat gespecialiseerd is in het opruimen en onschadelijk maken van mijnen en andere niet ontplofte explosieven
ontmijningsdiensten	=	ontmijningsdienst
ontmijnt	=	ontmijnen
ontmoedig	=	ontmoedigen
ontmoedigd	=	ontmoedigen
ontmoedigde	=	ontmoedigen
ontmoedigden	=	ontmoedigen
ontmoedige	=	ontmoedigen
ontmoedigen	verb	de moed ontnemen
ontmoedigend	adj	van iets dat je daardoor de hoop verliest
ontmoedigende	=	ontmoedigen
ontmoedigender	=	ontmoedigend
ontmoedigendere	=	ontmoedigend
ontmoedigenders	=	ontmoedigend
ontmoedigends	=	ontmoedigend
ontmoedigendst	=	ontmoedigend
ontmoedigendste	=	ontmoedigend
ontmoediging	noun	het ontmoedigen
ontmoedigingen	=	ontmoediging
ontmoedigingetje	=	ontmoediging
ontmoedigingetjes	=	ontmoediging
ontmoedigingsbeleid	noun	overheidsbeleid dat er op gericht is bepaald gedrag minder aangenaam te maken, zonder dat men het gedrag strafbaar stelt
ontmoedigt	=	ontmoedigen
ontmoet	=	ontmoeten
ontmoete	=	ontmoeten
ontmoeten	verb	met iemand kennismaken en een gesprek voeren
ontmoetend	=	ontmoeten
ontmoetende	=	ontmoeten
ontmoeting	noun	het in contact komen met elkaar; de keer dat men contact heeft met elkaar
ontmoetingen	=	ontmoeting
ontmoetingscontainer	noun	een aangepaste (zee)container die gebruikt wordt als Jongeren Ontmoetingsplaats (JOP)
ontmoetingscontainers	=	ontmoetingscontainer
ontmoetingscontainertje	=	ontmoetingscontainer
ontmoetingscontainertjes	=	ontmoetingscontainer
ontmoetingsplaats	noun	plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten
ontmoetingsplaatsen	=	ontmoetingsplaats
ontmoetingsplek	noun	plaats waar men contact met elkaar kan maken
ontmoetingsplekje	=	ontmoetingsplek
ontmoetingsplekjes	=	ontmoetingsplek
ontmoetingsplekken	=	ontmoetingsplek
ontmoetingspunt	noun	plaats van ontmoeting
ontmoetingspunten	=	ontmoetingspunt
ontmoetingspuntje	=	ontmoetingspunt
ontmoetingspuntjes	=	ontmoetingspunt
ontmoetingsruimte	noun	plaats waar mensen bij elkaar kunnen komen om met elkaar in contact te komen
ontmoetingsruimten	=	ontmoetingsruimte
ontmoetingsruimtes	=	ontmoetingsruimte
ontmoetinkje	=	ontmoeting
ontmoetinkjes	=	ontmoeting
ontmoette	=	ontmoeten
ontmoetten	=	ontmoeten
ontmom	=	ontmommen
ontmomd	=	ontmommen
ontmomde	=	ontmommen
ontmomden	=	ontmommen
ontmomme	=	ontmommen
ontmommen	verb|obsolete	ontmaskeren
ontmommend	=	ontmommen
ontmommende	=	ontmommen
ontmomt	=	ontmommen
ontmunt	=	ontmunten
ontmunte	=	ontmunten
ontmunten	verb	munten zo bewerken dat ze niet meer gebruikt kunnen worden als betaalmiddel
ontmuntend	=	ontmunten
ontmuntende	=	ontmunten
ontmuntte	=	ontmunten
ontmuntten	=	ontmunten
ontnaamt	=	ontnemen
ontnam	=	ontnemen
ontname	=	ontnemen
ontnamen	=	ontnemen
ontneem	=	ontnemen
ontneemt	=	ontnemen
ontneme	=	ontnemen
ontnemen	verb	zorgen dat iemand ergens niet meer over beschikt
ontnemend	=	ontnemen
ontnemende	=	ontnemen
ontneming	noun	het ontnemen
ontnemingen	=	ontneming
ontnemingsvordering	noun	rechtsvordering waarmee beslaglegging op geld of goederen van de beklaagde geëist wordt
ontnemingsvorderingen	=	ontnemingsvordering
ontniet	=	ontnieten
ontniete	=	ontnieten
ontnieten	verb	ontdoen van nietjes
ontnietend	=	ontnieten
ontnietende	=	ontnieten
ontnieter	noun	een apparaat om nietjes uit papier te verwijderen
ontnieters	=	ontnieter
ontnietertje	=	ontnieter
ontnietertjes	=	ontnieter
ontniette	=	ontnieten
ontnietten	=	ontnieten
ontnomen	=	ontnemen
ontnuchter	=	ontnuchteren
ontnuchterd	=	ontnuchteren
ontnuchterde	=	ontnuchteren
ontnuchterden	=	ontnuchteren
ontnuchtere	=	ontnuchteren
ontnuchteren	verb	terugbrengen uit een waan of roes
ontnuchterend	adj	zeer teleurstellend; op een manier dat je illusies verliest
ontnuchterende	=	ontnuchteren
ontnuchterender	=	ontnuchterend
ontnuchterendere	=	ontnuchterend
ontnuchterenders	=	ontnuchterend
ontnuchterends	=	ontnuchterend
ontnuchterendst	=	ontnuchterend
ontnuchterendste	=	ontnuchterend
ontnuchtering	noun	het weer nuchter worden na een roes; het zich realiseren hoe iets echt is na het hebben geleefd in een roes
ontnuchteringen	=	ontnuchtering
ontnuchtert	=	ontnuchteren
ontoegankelijk	adj	dat het voor iets of iemand niet mogelijk is om ergens te komen
ontoegankelijke	=	ontoegankelijk
ontoegankelijker	=	ontoegankelijk
ontoegankelijkere	=	ontoegankelijk
ontoegankelijkers	=	ontoegankelijk
ontoegankelijkheden	=	ontoegankelijkheid
ontoegankelijkheid	noun	van een gebied dat men daar niet in kan gaan
ontoegankelijks	=	ontoegankelijk
ontoegankelijkst	=	ontoegankelijk
ontoegankelijkste	=	ontoegankelijk
ontoegefelijk	adj	niet bereid om toe te geven of compromissen te sluiten, vaak met een hard of streng karakter
ontoegefelijke	=	ontoegefelijk
ontoegefelijker	=	ontoegefelijk
ontoegefelijkere	=	ontoegefelijk
ontoegefelijkers	=	ontoegefelijk
ontoegefelijks	=	ontoegefelijk
ontoegefelijkst	=	ontoegefelijk
ontoegefelijkste	=	ontoegefelijk
ontoelaatbaar	adj	wat niet toegelaten kan worden
ontoelaatbaarder	=	ontoelaatbaar
ontoelaatbaardere	=	ontoelaatbaar
ontoelaatbaarders	=	ontoelaatbaar
ontoelaatbaars	=	ontoelaatbaar
ontoelaatbaarst	=	ontoelaatbaar
ontoelaatbaarste	=	ontoelaatbaar
ontoelaatbare	=	ontoelaatbaar
ontoepasselijk	adj	wat niet bruikbaar is
ontoepasselijke	=	ontoepasselijk
ontoepasselijker	=	ontoepasselijk
ontoepasselijkere	=	ontoepasselijk
ontoepasselijkers	=	ontoepasselijk
ontoepasselijks	=	ontoepasselijk
ontoepasselijkst	=	ontoepasselijk
ontoepasselijkste	=	ontoepasselijk
ontoereikend	adj	onvoldoende, niet genoeg zijnd
ontoereikende	=	ontoereikend
ontoereikender	=	ontoereikend
ontoereikendere	=	ontoereikend
ontoereikenders	=	ontoereikend
ontoereikendheid	noun	de mate waarin iemand niet genoeg doet de mate waarin iemand in gebreke blijft
ontoereikends	=	ontoereikend
ontoereikendst	=	ontoereikend
ontoereikendste	=	ontoereikend
ontoerekenbaar	adj	niet verantwoordelijk te stellen voor zijn daden
ontoerekenbaarder	=	ontoerekenbaar
ontoerekenbaardere	=	ontoerekenbaar
ontoerekenbaarders	=	ontoerekenbaar
ontoerekenbaars	=	ontoerekenbaar
ontoerekenbaarst	=	ontoerekenbaar
ontoerekenbaarste	=	ontoerekenbaar
ontoerekenbare	=	ontoerekenbaar
ontoerekeningsvatbaar	adj	niet verantwoordelijk te stellen voor zijn daden, ontoerekenbaar
ontoerekeningsvatbaarder	=	ontoerekeningsvatbaar
ontoerekeningsvatbaardere	=	ontoerekeningsvatbaar
ontoerekeningsvatbaarders	=	ontoerekeningsvatbaar
ontoerekeningsvatbaarheden	=	ontoerekeningsvatbaarheid
ontoerekeningsvatbaarheid	noun	het ontoerekeningsvatbaar zijn
ontoerekeningsvatbaars	=	ontoerekeningsvatbaar
ontoerekeningsvatbaarst	=	ontoerekeningsvatbaar
ontoerekeningsvatbaarste	=	ontoerekeningsvatbaar
ontoerekeningsvatbare	=	ontoerekeningsvatbaar
ontoeschietelijk	adj	niet makkelijk bereid zijn om ergens aan mee te doen
ontoeschietelijke	=	ontoeschietelijk
ontoeschietelijker	=	ontoeschietelijk
ontoeschietelijkere	=	ontoeschietelijk
ontoeschietelijkers	=	ontoeschietelijk
ontoeschietelijks	=	ontoeschietelijk
ontoeschietelijkst	=	ontoeschietelijk
ontoeschietelijkste	=	ontoeschietelijk
ontogenese	noun	ontwikkelingsgeschiedenis van een levend wezen vanaf de eicel tot de volwassen toestand
ontogenetisch	adj	betrekking hebbend op de ontogenese
ontogenetische	=	ontogenetisch
ontogenie	noun	wetenschap van de ontogenese (ontwikkelingsfysiologie)
ontolereerbaar	adj	van iets dat het niet te verdragen of te accepteren is
ontolereerbaarder	=	ontolereerbaar
ontolereerbaardere	=	ontolereerbaar
ontolereerbaarders	=	ontolereerbaar
ontolereerbaars	=	ontolereerbaar
ontolereerbaarst	=	ontolereerbaar
ontolereerbaarste	=	ontolereerbaar
ontolereerbare	=	ontolereerbaar
ontologen	=	ontoloog
ontologie	noun	de tak van de metafysica die zich bezig houdt met het bestuderen van de aard van het bestaan of het zijn, zijnsleer
ontologies	=	ontologie
ontologietje	=	ontologie
ontologieën	=	ontologie
ontologisch	adj	betrekking hebbend op de ontologie
ontologische	=	ontologisch
ontologischer	=	ontologisch
ontologischere	=	ontologisch
ontologischers	=	ontologisch
ontologisme	noun	theorie die de gehele verstandelijke kennis haar oorsprong laat vinden in de aangeboren of onmiddellijk gekende idee van het zijn
ontoloog	noun	iemand die de ontologie beoefent
ontontkwaamt	=	ontkomen
ontoombaar	adj	van iets of iemand dat het niet in toom te houden is
ontoombaarder	=	ontoombaar
ontoombaardere	=	ontoombaar
ontoombaarders	=	ontoombaar
ontoombaars	=	ontoombaar
ontoombaarst	=	ontoombaar
ontoombaarste	=	ontoombaar
ontoombare	=	ontoombaar
ontoonbaar	adj	zo lelijk geworden dat het niet aan anderen getoond kan worden
ontoonbaarder	=	ontoonbaar
ontoonbaardere	=	ontoonbaar
ontoonbaarders	=	ontoonbaar
ontoonbaars	=	ontoonbaar
ontoonbaarst	=	ontoonbaar
ontoonbaarste	=	ontoonbaar
ontoonbare	=	ontoonbaar
ontpaald	=	ontpalen
ontpaalde	=	ontpalen
ontpak	=	ontpakken
ontpakke	=	ontpakken
ontpakken	verb	uitpakken
ontpakkend	=	ontpakken
ontpakkende	=	ontpakken
ontpakt	=	ontpakken
ontpakte	=	ontpakken
ontpakten	=	ontpakken
ontpalen	verb	een gebied ontdoen van palen
ontpaling	noun	het verwijderen van palen
ontpalingen	=	ontpaling
ontpit	=	ontpitten
ontpitte	=	ontpitten
ontpitten	verb	een vrucht van zijn pit of pitten ontdoen
ontpittend	=	ontpitten
ontpittende	=	ontpitten
ontpitter	noun	gereedschap waarmee een harde pit eenvoudig kan worden verwijderd uit een vrucht zonder laatstgenoemde daarbij te beschadigen
ontpitters	=	ontpitter
ontplant	=	ontplanten
ontplante	=	ontplanten
ontplanten	verb	het geplante verwijderen; de grond vrijmaken
ontplantend	=	ontplanten
ontplantende	=	ontplanten
ontplantte	=	ontplanten
ontplantten	=	ontplanten
ontplof	=	ontploffen
ontplofbaar	adj	van iets dat het kan exploderen
ontplofbaarder	=	ontplofbaar
ontplofbaardere	=	ontplofbaar
ontplofbaarders	=	ontplofbaar
ontplofbaars	=	ontplofbaar
ontplofbaarst	=	ontplofbaar
ontplofbaarste	=	ontplofbaar
ontplofbare	=	ontplofbaar
ontploffe	=	ontploffen
ontploffen	verb	plotseling sterk uitdijen en tegelijkertijd desintegreren, vaak in combinatie met een explosie
ontploffend	=	ontploffen
ontploffende	=	ontploffen
ontploffens	noun	genitief van ontploffen
ontploffing	noun	explosie
ontploffingen	=	ontploffing
ontploffinkje	=	ontploffing
ontploffinkjes	=	ontploffing
ontploft	=	ontploffen
ontplofte	=	ontploffen
ontploften	=	ontploffen
ontplooi	=	ontplooien
ontplooid	adj	ontwikkeld
ontplooide	=	ontplooid
ontplooiden	=	ontplooien
ontplooids	=	ontplooid
ontplooie	=	ontplooien
ontplooien	verb	ontwikkelen
ontplooiend	=	ontplooien
ontplooiende	=	ontplooien
ontplooiing	noun	het ontplooien
ontplooiingen	=	ontplooiing
ontplooiingskans	noun	ontwikkelingskansen, de mogelijkheid om tot volle wasdom komen, de mogelijkheid om te zichbaar te maken wat in potentie al aanwizig is.
ontplooiingskansen	=	ontplooiingskans
ontplooiingskansje	=	ontplooiingskans
ontplooiingskansjes	=	ontplooiingskans
ontplooiinkje	=	ontplooiing
ontplooiinkjes	=	ontplooiing
ontplooit	=	ontplooien
ontpolder	=	ontpolderen
ontpolderd	=	ontpolderen
ontpolderden	=	ontpolderen
ontpoldere	=	ontpolderen
ontpolderen	verb	een eerder ingepolderd gebied weer onder water zetten
ontpolderend	=	ontpolderen
ontpolderende	=	ontpolderen
ontpoldering	noun	de handeling van het ontpolderen
ontpolderingen	=	ontpoldering
ontpoldert	=	ontpolderen
ontpop	=	ontpoppen
ontpoppe	=	ontpoppen
ontpoppen	verb|figurative	zich doen kennen, zich ontwikkelen
ontpoppend	=	ontpoppen
ontpoppende	=	ontpoppen
ontpopt	=	ontpoppen
ontpopte	=	ontpoppen
ontpopten	=	ontpoppen
ontraad	=	ontraden
ontraadde	=	ontraden
ontraadden	=	ontraden
ontraadsel	=	ontraadselen
ontraadseld	=	ontraadselen
ontraadselde	=	ontraadselen
ontraadselden	=	ontraadselen
ontraadsele	=	ontraadselen
ontraadselen	verb	ontknopen, oplossen
ontraadselend	=	ontraadselen
ontraadselende	=	ontraadselen
ontraadselt	=	ontraadselen
ontraadt	=	ontraden
ontraceerbaar	adj	niet na te trekken, niet te volgen
ontraceerbaarder	=	ontraceerbaar
ontraceerbaardere	=	ontraceerbaar
ontraceerbaarders	=	ontraceerbaar
ontraceerbaars	=	ontraceerbaar
ontraceerbaarst	=	ontraceerbaar
ontraceerbaarste	=	ontraceerbaar
ontraceerbare	=	ontraceerbaar
ontrade	=	ontraden
ontraden	verb	afraden
ontradend	=	ontraden
ontradende	=	ontraden
ontradens	=	ontraden
ontrading	noun	de keer dat men iets afraadt om te doen
ontradingen	=	ontrading
ontradinkje	=	ontrading
ontradinkjes	=	ontrading
ontrafel	=	ontrafelen
ontrafeld	=	ontrafelen
ontrafelde	=	ontrafelen
ontrafelden	=	ontrafelen
ontrafele	=	ontrafelen
ontrafelen	verb	uitzoeken hoe een ingewikkelde structuur in elkaar zit
ontrafelend	=	ontrafelen
ontrafelende	=	ontrafelen
ontrafeling	noun	het oplossen van een raadsel; het oplossen van een mysterie
ontrafelingen	=	ontrafeling
ontrafelingskost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan het oplossen van een raadsel
ontrafelingskosten	noun	geld dat men besteedt aan het oplossen van een raadsel
ontrafelt	=	ontrafelen
ontrat	=	ontratten
ontratte	=	ontratten
ontratten	verb	bestrijden van ratten
ontrattend	=	ontratten
ontredder	=	ontredderen
ontredderd	adj	zo verward en ellendig dat je volledig afhankelijk van hulp bent
ontredderde	=	ontredderen
ontredderden	=	ontredderen
ontredderder	=	ontredderd
ontredderdere	=	ontredderd
ontredderders	=	ontredderd
ontredderds	=	ontredderd
ontredderdst	=	ontredderd
ontredderdste	=	ontredderd
ontreddere	=	ontredderen
ontredderen	verb	in wanorde brengen
ontredderend	=	ontredderen
ontredderende	=	ontredderen
ontreddering	noun	uitzichtloze wanhoop en verdriet
ontredderingen	=	ontreddering
ontreddert	=	ontredderen
ontrefbaar	adj	van een persoon dat hij of zij fysiek of emotioneel niet geraakt kan worden
ontrefbaarder	=	ontrefbaar
ontrefbaardere	=	ontrefbaar
ontrefbaarders	=	ontrefbaar
ontrefbaars	=	ontrefbaar
ontrefbaarst	=	ontrefbaar
ontrefbaarste	=	ontrefbaar
ontrefbare	=	ontrefbaar
ontregel	=	ontregelen
ontregeld	adj	in de war
ontregelde	=	ontregeld
ontregelden	=	ontregelen
ontregelder	=	ontregeld
ontregeldere	=	ontregeld
ontregelders	=	ontregeld
ontregelds	=	ontregeld
ontregeldst	=	ontregeld
ontregeldste	=	ontregeld
ontregele	=	ontregelen
ontregelen	verb	de regelmaat of goed geregelde werking verstoren in het bijzonder van systemen
ontregelend	=	ontregelen
ontregelende	=	ontregelen
ontregeling	noun	het ontregeld zijn (van apparatuur of systemen)
ontregelingen	=	ontregeling
ontregelt	=	ontregelen
ontrem	=	ontremmen
ontremd	adj	zonder remmingen
ontremde	=	ontremmen
ontremden	=	ontremmen
ontremder	=	ontremd
ontremdere	=	ontremd
ontremders	=	ontremd
ontremds	=	ontremd
ontremdst	=	ontremd
ontremdste	=	ontremd
ontremme	=	ontremmen
ontremmen	verb	verwijderen of losmaken van een rem of remming
ontremmend	=	ontremmen
ontremmende	=	ontremmen
ontremt	=	ontremmen
ontried	=	ontraden
ontriede	=	ontraden
ontrieden	=	ontraden
ontriedt	=	ontraden
ontrief	=	ontrieven
ontriefd	=	ontrieven
ontriefde	=	ontrieven
ontriefden	=	ontrieven
ontrieft	=	ontrieven
ontrieve	=	ontrieven
ontrieven	verb|formal	hinderen, ongemak veroorzaken
ontrievend	=	ontrieven
ontrievende	=	ontrieven
ontroer	=	ontroeren
ontroerd	adj	een staat waarin een persoon verkeert als iets hem of haar emotioneel geraakt heeft
ontroerde	=	ontroerd
ontroerden	=	ontroeren
ontroerder	=	ontroerd
ontroerdere	=	ontroerd
ontroerders	=	ontroerd
ontroerds	=	ontroerd
ontroerdst	=	ontroerd
ontroerdste	=	ontroerd
ontroere	=	ontroeren
ontroeren	verb	gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen
ontroerend	adj	aandoenlijk, aangrijpend
ontroerende	=	ontroerend
ontroerender	=	ontroerend
ontroerendere	=	ontroerend
ontroerenders	=	ontroerend
ontroerends	=	ontroerend
ontroerendst	=	ontroerend
ontroerendste	=	ontroerend
ontroering	noun	gevoelens van medeleven
ontroeringen	=	ontroering
ontroerinkje	=	ontroering
ontroerinkjes	=	ontroering
ontroert	=	ontroeren
ontrol	=	ontrollen
ontrold	=	ontrollen
ontrolde	=	ontrollen
ontrolden	=	ontrollen
ontrolle	=	ontrollen
ontrollen	verb	iets dat opgerold is afwikkelen
ontrollend	=	ontrollen
ontrollende	=	ontrollen
ontrolt	=	ontrollen
ontromer	noun	machine die de room van ruwe melk verwijdert
ontromers	=	ontromer
ontroming	noun	het verwijderen van de room van de melk
ontromingen	=	ontroming
ontrommel	=	ontrommelen
ontrommeld	=	ontrommelen
ontrommelde	=	ontrommelen
ontrommelden	=	ontrommelen
ontrommele	=	ontrommelen
ontrommelen	verb	overbodige zaken weghalen, rommel wegruimen
ontrommelend	=	ontrommelen
ontrommelende	=	ontrommelen
ontrommelt	=	ontrommelen
ontronding	noun	taalkundig proces (fonologie) waarbij een geronde klinker (zoals u, uu, eu, ö) verandert in een ongeronde klinker (i, ie, ee, e) doordat de lippen niet meer rond zijn.
ontrondingen	=	ontronding
ontrondinkje	=	ontronding
ontrondinkjes	=	ontronding
ontroof	=	ontroven
ontroofd	=	ontroven
ontroofde	=	ontroven
ontroofden	=	ontroven
ontrooft	=	ontroven
ontroostbaar	adj	heel verdrietig
ontroostbaarder	=	ontroostbaar
ontroostbaardere	=	ontroostbaar
ontroostbaarders	=	ontroostbaar
ontroostbaars	=	ontroostbaar
ontroostbaarst	=	ontroostbaar
ontroostbaarste	=	ontroostbaar
ontroostbare	=	ontroostbaar
ontrouw	noun	gedrag dat niet loyaal is	adj	gebrek aan loyaliteit vertonend
ontrouwe	=	ontrouw
ontrouwer	=	ontrouw
ontrouwere	=	ontrouw
ontrouwers	=	ontrouw
ontrouws	=	ontrouw
ontrouwst	=	ontrouw
ontrouwste	=	ontrouw
ontrove	=	ontroven
ontroven	verb	iets van de eigenaar afnemen zonder toestemming van die eigenaar
ontrovend	=	ontroven
ontrovende	=	ontroven
ontruim	=	ontruimen
ontruimd	=	ontruimen
ontruimde	=	ontruimen
ontruimden	=	ontruimen
ontruime	=	ontruimen
ontruimen	verb	een gebouw of gebied voorgoed verlaten en leeg achterlaten
ontruimend	=	ontruimen
ontruimende	=	ontruimen
ontruiming	noun	het leeg maken van een ruimte, de mensen uit die ruimte verwijderen
ontruimingen	=	ontruiming
ontruimingsbevel	noun	bevel om iets (een pand, terrein) te ontruimen
ontruimingsbevelen	=	ontruimingsbevel
ontruimingstijd	noun	de tijd gereserveerd bij een verkeerslicht na het rode licht, zodat het verkeer dat nog vrij de kruising opgereden is de tijd heeft om door te rijden en het kruispunt vrij te maken.
ontruiminkje	=	ontruiming
ontruimt	=	ontruimen
ontruk	=	ontrukken
ontrukke	=	ontrukken
ontrukken	verb	met kracht losmaken
ontrukkend	=	ontrukken
ontrukkende	=	ontrukken
ontrukt	=	ontrukken
ontrukte	=	ontrukken
ontrukten	=	ontrukken
ontrust	=	ontrusten
ontruste	=	ontrusten
ontrusten	verb	iemand bang of onrustig maken
ontrustend	=	ontrusten
ontrustte	=	ontrusten
ontrustten	=	ontrusten
ontscheep	=	ontschepen
ontscheept	=	ontschepen
ontscheepte	=	ontschepen
ontscheepten	=	ontschepen
ontschepe	=	ontschepen
ontschepen	verb	aan land gaan (van personen)
ontschepend	=	ontschepen
ontschepende	=	ontschepen
ontscheping	noun	de keer dat de bemanning van een schip het schip verlaat
ontschepingen	=	ontscheping
ontschiet	=	ontschieten
ontschiete	=	ontschieten
ontschieten	verb	uit het geheugen verdwijnen
ontschietend	=	ontschieten
ontschietende	=	ontschieten
ontschoot	=	ontschieten
ontschote	=	ontschieten
ontschoten	=	ontschieten
ontsier	=	ontsieren
ontsierd	=	ontsieren
ontsierde	=	ontsieren
ontsierden	=	ontsieren
ontsiere	=	ontsieren
ontsieren	verb	van de schoonheid beroven
ontsierend	=	ontsieren
ontsierende	=	ontsieren
ontsiering	noun	iets dat iets mooi lelijk maakt
ontsieringen	=	ontsiering
ontsiert	=	ontsieren
ontsla	=	ontslaan
ontslaak	=	ontslaken
ontslaakt	=	ontslaken
ontslaakte	=	ontslaken
ontslaakten	=	ontslaken
ontslaan	verb	de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer
ontslaand	=	ontslaan
ontslaande	=	ontslaan
ontslaap	=	ontslapen
ontslaapt	=	ontslapen
ontslaat	=	ontslaan
ontslag	noun	het verbreken van het dienstverband met een werknemer
ontslagaanvraag	noun	aanvraag van ontslag door werkgever of werknemer
ontslagaanvrage	noun	aanvraag van ontslag door werkgever of werknemer
ontslagaanvragen	=	ontslagaanvraag
ontslagaanzegging	noun	officiële aankondiging of schriftelijke bevestiging van je werkgever dat je arbeidsovereenkomst eindigt.
ontslagaanzeggingen	=	ontslagaanzegging
ontslagaanzegginkje	=	ontslagaanzegging
ontslagaanzegginkjes	=	ontslagaanzegging
ontslagbericht	noun	een officiële mededeling waarin wordt aangegeven dat een arbeidsovereenkomst wordt beëindigd
ontslagberichten	=	ontslagbericht
ontslagberichtje	=	ontslagbericht
ontslagberichtjes	=	ontslagbericht
ontslagbescherming	noun	wettelijk verbod op ontslag
ontslagbeschermingen	=	ontslagbescherming
ontslagbrief	noun	een brief waarin staat dat je je werk kwijt bent
ontslagbriefje	=	ontslagbrief
ontslagbriefjes	=	ontslagbrief
ontslagbrieven	=	ontslagbrief
ontslagen	=	ontslag
ontslagene	noun	iemand die uit zijn functie heeft verloren; persoon die met ontslag is gestuurd
ontslagenen	=	ontslagene
ontslagje	=	ontslag
ontslagjes	=	ontslag
ontslagkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als men als werkgever een arbeidsovereenkomst wil ontbinden
ontslagkosten	noun	geld dat men moet betalen als men als werkgever een arbeidsovereenkomst wil ontbinden
ontslagnemer	noun	persoon die ontslag neemt
ontslagnemers	=	ontslagnemer
ontslagneming	noun	het ontslag nemen
ontslagnemingen	=	ontslagneming
ontslagpremie	noun	premie die men krijgt bij gedwongen ontslag (wegens inkrimping of opheffing van de arbeidsplaats)
ontslagpremies	=	ontslagpremie
ontslagprocedure	noun	procedure die tot ontslag uit een baan of functie leidt
ontslagprocedures	=	ontslagprocedure
ontslagrecht	noun	alle wetgeving die betrekking heeft op het beëindigen van een arbeidscontract door de werkgever
ontslagrechten	=	ontslagrecht
ontslagregeling	noun	financiële regeling bij gedwongen ontslag van personeel
ontslagregelingen	=	ontslagregeling
ontslagregelingetje	=	ontslagregeling
ontslagregelingetjes	=	ontslagregeling
ontslagronde	noun	keer dat men veel mensen tegelijkertijd ontslaat
ontslagronden	=	ontslagronde
ontslagrondes	=	ontslagronde
ontslagroute	noun	bepaalde reeks van dingen die een werkgever moet doen om te bereiken dat een werknemer officieel niet langer bij hem werkt
ontslagrouten	=	ontslagroute
ontslagroutes	=	ontslagroute
ontslagtoets	noun	wettelijk verplichte toets waarbij het arbeidsbureau de rechtmatigheid van een door een werkgever aangevraagd ontslag nagaat
ontslagtoetsen	=	ontslagtoets
ontslagverbod	noun	verbod voor een werkgever om een werknemer in specifieke omstandigheden te ontslaan, zoals tijdens zwangerschap, ziekte (eerste 2 jaar) of bij lidmaatschap van de ondernemingsraad, om werknemers te beschermen tegen onredelijke ontslagen
ontslagverboden	=	ontslagverbod
ontslagverbodje	=	ontslagverbod
ontslagverbodjes	=	ontslagverbod
ontslagvergoeding	noun	ter compensatie van inkomensverlies uitgekeerde geldsom bij ontslag
ontslagvergoedingen	=	ontslagvergoeding
ontslagvergoedinkje	=	ontslagvergoeding
ontslagvergoedinkjes	=	ontslagvergoeding
ontslak	=	ontslakken
ontslake	=	ontslaken
ontslaken	verb	losmaken, vrijlaten
ontslakend	=	ontslaken
ontslakke	=	ontslakken
ontslakken	verb	ontdoen van afval- en gifstoffen
ontslakkend	=	ontslakken
ontslakkende	=	ontslakken
ontslakt	=	ontslakken
ontslakte	=	ontslakken
ontslakten	=	ontslakken
ontslape	=	ontslapen
ontslapen	verb|formal	sterven# voltooid deelwoord van ontslapen
ontslapend	=	ontslapen
ontslapende	=	ontslapen
ontslapene	noun	iemand die is overleden
ontslapenen	=	ontslapene
ontsleutel	=	ontsleutelen
ontsleuteld	=	ontsleutelen
ontsleutelde	=	ontsleutelen
ontsleutelden	=	ontsleutelen
ontsleutele	=	ontsleutelen
ontsleutelen	verb	door het toepassen van de juiste sleutel en het bijbehorende ontsleutelingsalgoritme een versleutelde tekst leesbaar maken
ontsleutelend	=	ontsleutelen
ontsleutelende	=	ontsleutelen
ontsleutelt	=	ontsleutelen
ontsliep	=	ontslapen
ontsliepe	=	ontslapen
ontsliepen	=	ontslapen
ontsliept	=	ontslapen
ontslip	=	ontslippen
ontslippe	=	ontslippen
ontslippen	verb	per ongeluk, niet expres iets zeggen waar men later spijt van heeft
ontslippend	=	ontslippen
ontslippende	=	ontslippen
ontslipt	=	ontslippen
ontslipte	=	ontslippen
ontslipten	=	ontslippen
ontsloeg	=	ontslaan
ontsloege	=	ontslaan
ontsloegen	=	ontslaan
ontsloegt	=	ontslaan
ontsloot	=	ontsluiten
ontslote	=	ontsluiten
ontsloten	=	ontsluiten
ontsluier	=	ontsluieren
ontsluierd	=	ontsluieren
ontsluierde	=	ontsluieren
ontsluierden	=	ontsluieren
ontsluiere	=	ontsluieren
ontsluieren	verb	vanuit het verborgene zichtbaar maken
ontsluierend	=	ontsluieren
ontsluierende	=	ontsluieren
ontsluiert	=	ontsluieren
ontsluit	=	ontsluiten
ontsluite	=	ontsluiten
ontsluiten	verb	toegankelijk maken.
ontsluitend	=	ontsluiten
ontsluitende	=	ontsluiten
ontsluiting	noun	het ontsluiten
ontsluitingen	=	ontsluiting
ontsluitinkje	=	ontsluiting
ontsmet	=	ontsmetten
ontsmette	=	ontsmetten
ontsmetten	verb	kleine organismen zoals bacteriën gericht doden
ontsmettend	adj	ziektekiemen dodend
ontsmettende	=	ontsmetten
ontsmettender	=	ontsmettend
ontsmettendere	=	ontsmettend
ontsmettenders	=	ontsmettend
ontsmettends	=	ontsmettend
ontsmettendst	=	ontsmettend
ontsmettendste	=	ontsmettend
ontsmetting	noun	het ontsmetten (gebruik van middelen om ziektekiemen te doden)
ontsmettingen	=	ontsmetting
ontsmettingsalcohol	noun	alcohol die gebruikt wordt om ruimte of objecten te ontsmetten
ontsmettingsdienst	noun	organisatiedeel die belast is met het ontsmetten van ruimtes en/of objecten
ontsmettingsdiensten	=	ontsmettingsdienst
ontsmettingskamer	noun	ruimte waarin ziektekiemen kunnen worden vernietigd
ontsmettingskamers	=	ontsmettingskamer
ontsmettingskamertje	=	ontsmettingskamer
ontsmettingskamertjes	=	ontsmettingskamer
ontsmettingsmiddel	noun	een middel om ter ontsmetting bacteriën of andere micro-organismen te doden
ontsmettingsmiddelen	=	ontsmettingsmiddel
ontsmettingsmiddeltje	=	ontsmettingsmiddel
ontsmettingsmiddeltjes	=	ontsmettingsmiddel
ontsnap	=	ontsnappen
ontsnappe	=	ontsnappen
ontsnappen	verb	aan gevangenschap, dreigende gevangenneming of ander gevaar ontkomen
ontsnappend	=	ontsnappen
ontsnappende	=	ontsnappen
ontsnapping	noun	het ontkomen aan gevangenschap
ontsnappingen	=	ontsnapping
ontsnappingsmogelijkheden	=	ontsnappingsmogelijkheid
ontsnappingsmogelijkheid	noun|figurative	kans om zich aan een probleem te onttrekken
ontsnappingsmogelijkheidje	=	ontsnappingsmogelijkheid
ontsnappingsmogelijkheidjes	=	ontsnappingsmogelijkheid
ontsnappingspoging	noun	de keer dat men probeert vrij te komen of te blijven
ontsnappingspogingen	=	ontsnappingspoging
ontsnappingspoginkje	=	ontsnappingspoging
ontsnappingspoginkjes	=	ontsnappingspoging
ontsnappingsroute	noun	een weg of methode waarlangs men kan wegvluchten
ontsnappingsrouten	=	ontsnappingsroute
ontsnappingsroutes	=	ontsnappingsroute
ontsnappingssnelheden	=	ontsnappingssnelheid
ontsnappingssnelheid	noun	de snelheid die nodig is om zich aan het zwaartekrachtsveld van een hemellichaam te onttrekken
ontsnappingsweg	noun	route via welke een misdadiger kan ontsnappen aan de politie of de overheid
ontsnappingswegen	=	ontsnappingsweg
ontsnappingsweggetje	=	ontsnappingsweg
ontsnappingsweggetjes	=	ontsnappingsweg
ontsnappingswegje	=	ontsnappingsweg
ontsnappingswegjes	=	ontsnappingsweg
ontsnappinkje	=	ontsnapping
ontsnappinkjes	=	ontsnapping
ontsnapt	=	ontsnappen
ontsnapte	=	ontsnappen
ontsnapten	=	ontsnappen
ontspaar	=	ontsparen
ontspaard	=	ontsparen
ontspaarde	=	ontsparen
ontspaarden	=	ontsparen
ontspaart	=	ontsparen
ontspan	=	ontspannen
ontspande	=	ontspannen
ontspanden	=	ontspannen
ontspanne	=	ontspannen
ontspannen	verb	in een minder gespannen staat brengen	adj	in een minder gespannen staat
ontspannend	adj	van iets dat het vermoeidheid en spanning doet verminderen
ontspannende	=	ontspannen
ontspannender	=	ontspannend
ontspannendere	=	ontspannend
ontspannenders	=	ontspannend
ontspannends	=	ontspannend
ontspannendst	=	ontspannend
ontspannendste	=	ontspannend
ontspannener	=	ontspannen
ontspannenheid	noun	de mate waarin iemand het leven makkelijk neemt
ontspannens	=	ontspannen
ontspannenst	=	ontspannen
ontspanner	noun	knop voor de bediening van de sluiter van een fototoestel
ontspanners	=	ontspanner
ontspanning	noun	het afnemen van de verhoogde aandacht
ontspanningen	=	ontspanning
ontspanningsoefening	noun	training waarbij men zich zowel geestelijk als lichamelijk leert ontspannen
ontspanningsoefeningen	=	ontspanningsoefening
ontspanningsoefeningetje	=	ontspanningsoefening
ontspanningsoefeningetjes	=	ontspanningsoefening
ontspanningspolitiek	noun	politiek die als doel heeft tot ontspanning te komen
ontspanningsruimte	noun	ruimte in een gebouw waar mensen samen kunnen komen voor de gezelligheid en gemeenschappelijke activiteiten
ontspanningsruimten	=	ontspanningsruimte
ontspanningsruimtes	=	ontspanningsruimte
ontspanninkje	=	ontspanning
ontspant	=	ontspannen
ontspare	=	ontsparen
ontsparen	verb	spaargeld gebruiken
ontsparend	=	ontsparen
ontsparende	=	ontsparen
ontspiegel	=	ontspiegelen
ontspiegeld	=	ontspiegelen
ontspiegelde	=	ontspiegelen
ontspiegelden	=	ontspiegelen
ontspiegele	=	ontspiegelen
ontspiegelen	verb	het verwijderen van ongewenste reflecterende eigenschappen van een lens
ontspiegelend	=	ontspiegelen
ontspiegelende	=	ontspiegelen
ontspiegelt	=	ontspiegelen
ontspin	=	ontspinnen
ontspind	=	ontspinnen
ontspinde	=	ontspinnen
ontspinden	=	ontspinnen
ontspinne	=	ontspinnen
ontspinnen	verb	ontwikkelen, ontstaan
ontspinnend	=	ontspinnen
ontspinnende	=	ontspinnen
ontspint	=	ontspinnen
ontspon	=	ontspinnen
ontsponne	=	ontspinnen
ontsponnen	=	ontspinnen
ontspont	=	ontspinnen
ontspoor	=	ontsporen
ontspoord	=	ontsporen
ontspoorde	=	ontsporen
ontspoorden	=	ontsporen
ontspoort	=	ontsporen
ontspore	=	ontsporen
ontsporen	verb	uit het aangelegde spoor geraken
ontsporend	=	ontsporen
ontsporende	=	ontsporen
ontsporing	noun	het ontsporen
ontsporingen	=	ontsporing
ontsporingstong	noun	een technische installatie op de sporen om een spooktrein te laten stoppen
ontsporingstongen	=	ontsporingstong
ontsporinkje	=	ontsporing
ontsporinkjes	=	ontsporing
ontspring	=	ontspringen
ontspringe	=	ontspringen
ontspringen	verb	ontstaan op een bepaalde plek
ontspringend	=	ontspringen
ontspringende	=	ontspringen
ontspringt	=	ontspringen
ontsprong	=	ontspringen
ontspronge	=	ontspringen
ontsprongen	=	ontspringen
ontsprongt	=	ontspringen
ontsproot	=	ontspruiten
ontsprote	=	ontspruiten
ontsproten	=	ontspruiten
ontspruit	=	ontspruiten
ontspruite	=	ontspruiten
ontspruiten	verb	een nieuwe loot vormen aan een plant of uit een zaad.
ontspruitend	=	ontspruiten
ontspruitende	=	ontspruiten
ontspul	=	ontspullen
ontspuld	=	ontspullen
ontspulde	=	ontspullen
ontspulden	=	ontspullen
ontspulle	=	ontspullen
ontspullen	verb	overbodige spullen wegruimen; zich ontdoen van overbodige zaken
ontspullend	=	ontspullen
ontspullende	=	ontspullen
ontspult	=	ontspullen
ontsta	=	ontstaan
ontstaakt	=	ontsteken
ontstaalt	=	ontstelen
ontstaan	verb	de verandering ondergaan van niet bestaan naar wel bestaan	adj	die zich ontwikkeld heeft
ontstaand	=	ontstaan
ontstaande	=	ontstaan
ontstaans	=	ontstaan
ontstaansgeschiedenis	noun	de geschiedenis die vertelt hoe iets tot stand is gekomen, de wordingsgeschiedenis
ontstaansgeschiedenisje	=	ontstaansgeschiedenis
ontstaansgeschiedenisjes	=	ontstaansgeschiedenis
ontstaansgeschiedenissen	=	ontstaansgeschiedenis
ontstaat	=	ontstaan
ontstak	=	ontsteken
ontstake	=	ontsteken
ontstaken	=	ontsteken
ontstal	=	ontstelen
ontstale	=	ontstelen
ontstalen	=	ontstelen
ontstane	=	ontstaan
ontsteeg	=	ontstijgen
ontsteegt	=	ontstijgen
ontsteek	=	ontsteken
ontsteekt	=	ontsteken
ontsteel	=	ontstelen
ontsteeld	=	ontstelen
ontsteelde	=	ontstelen
ontsteelden	=	ontstelen
ontsteelt	=	ontstelen
ontstege	=	ontstijgen
ontstegen	=	ontstijgen
ontsteke	=	ontsteken
ontsteken	verb	in vlammen doen opgaan
ontstekend	=	ontsteken
ontstekende	=	ontsteken
ontsteker	noun	een hulpmiddel om een op zichzelf stabiel explosief te laten ontploffen.
ontstekers	=	ontsteker
ontstekertje	=	ontsteker
ontstekertjes	=	ontsteker
ontsteking	noun	een beschermende reactie van lichaamsweefsel op een schadelijke prikkel, vaak gekenmerkt door een rode, warme, pijnlijke zwelling
ontstekingen	=	ontsteking
ontstekingremmend	adj	van een middel (medicijn, voeding of kruid) dat het de ontstekingsreactie in het lichaam vermindert, waardoor pijn, zwelling en roodheid afnemen
ontstekingremmende	=	ontstekingremmend
ontstekingremmender	=	ontstekingremmend
ontstekingremmendere	=	ontstekingremmend
ontstekingremmenders	=	ontstekingremmend
ontstekingremmends	=	ontstekingremmend
ontstekingremmendst	=	ontstekingremmend
ontstekingremmendste	=	ontstekingremmend
ontstekingsmechanisme	noun	mechanisme waarmee ontplofbare stoffen tot ontploffing worden gebracht
ontstekingsmechanismen	=	ontstekingsmechanisme
ontstekingsmechanismes	=	ontstekingsmechanisme
ontstekingsremmend	adj	het doen remmen van de ontsteking.
ontstekingsremmende	=	ontstekingsremmend
ontstekingsremmender	=	ontstekingsremmend
ontstekingsremmendere	=	ontstekingsremmend
ontstekingsremmenders	=	ontstekingsremmend
ontstekingsremmends	=	ontstekingsremmend
ontstekingsremmendst	=	ontstekingsremmend
ontstekingsremmendste	=	ontstekingsremmend
ontstekingsremmer	noun	een middel dat de ontsteking minder hevig maakt
ontstekingsremmers	=	ontstekingsremmer
ontstekingsremmertje	=	ontstekingsremmer
ontstekingsremmertjes	=	ontstekingsremmer
ontstekingssysteem	noun	van een verbrandingsmotor
ontstekingssysteempje	=	ontstekingssysteem
ontstekingssysteempjes	=	ontstekingssysteem
ontstekingssystemen	=	ontstekingssysteem
ontstekingswerend	adj	van een middel (medicijn, voeding of kruid) dat het de ontstekingsreactie in het lichaam vermindert, waardoor pijn, zwelling en roodheid afnemen
ontstekingswerende	=	ontstekingswerend
ontstekingswerender	=	ontstekingswerend
ontstekingswerendere	=	ontstekingswerend
ontstekingswerenders	=	ontstekingswerend
ontstekingswerends	=	ontstekingswerend
ontstekingswerendst	=	ontstekingswerend
ontstekingswerendste	=	ontstekingswerend
ontstekingsziekte	noun	een ziekte waarbij een (te sterke) ontstekingsreactie de klachten veroorzaakt
ontstekingsziekten	=	ontstekingsziekte
ontstekingsziektes	=	ontstekingsziekte
ontstekinkje	=	ontsteking
ontstekinkjes	=	ontsteking
ontstel	=	ontstellen
ontsteld	adj	tijdelijk niet in staat om iets te doen vanwege een emotionele of lichamelijke klap
ontstelde	=	ontsteld
ontstelden	=	ontstellen
ontstelder	=	ontsteld
ontsteldere	=	ontsteld
ontstelders	=	ontsteld
ontstelds	=	ontsteld
ontsteldst	=	ontsteld
ontsteldste	=	ontsteld
ontstele	=	ontstelen
ontstelen	verb	door stelen ontnemen
ontstelend	=	ontstelen
ontstelende	=	ontstelen
ontstelle	=	ontstellen
ontstellen	verb	in sterke mate verontrusten, van zijn stuk brengen
ontstellend	adj	vreselijk op een manier die je nauwelijks kunt geloven
ontstellende	=	ontstellen
ontstellender	=	ontstellend
ontstellendere	=	ontstellend
ontstellenders	=	ontstellend
ontstellends	=	ontstellend
ontstellendst	=	ontstellend
ontstellendste	=	ontstellend
ontstelt	=	ontstellen
ontsteltenis	noun	toestand van plotselinge en grote schrik, verwarring en/of paniek
ontsteltenissen	=	ontsteltenis
ontstem	=	ontstemmen
ontstemd	adj	een beetje boos
ontstemde	=	ontstemd
ontstemden	=	ontstemmen
ontstemder	=	ontstemd
ontstemdere	=	ontstemd
ontstemders	=	ontstemd
ontstemdheid	noun	het boos en geïrriteerd zijn; een onaangename stemming hebben
ontstemds	=	ontstemd
ontstemdst	=	ontstemd
ontstemdste	=	ontstemd
ontstemme	=	ontstemmen
ontstemmen	verb	in een slecht humeur brengen
ontstemmend	=	ontstemmen
ontstemmende	=	ontstemmen
ontstemming	noun	het boos, kwaad, geërgerd zijn
ontstemmingen	=	ontstemming
ontstemt	=	ontstemmen
ontstentenis	noun|formal	het niet voorhanden zijn, ontbreken, niet aanwezig zijn, verhinderd zijn (meestal door factoren buiten de macht van de betrokkene bijvoorbeeld ziekte, familieomstandigheden)
ontstijg	=	ontstijgen
ontstijge	=	ontstijgen
ontstijgen	verb	iets overtreffen, meer of beter worden dan iets
ontstijgend	=	ontstijgen
ontstijgende	=	ontstijgen
ontstijgt	=	ontstijgen
ontstof	=	ontstoffen
ontstoffe	=	ontstoffen
ontstoffen	verb	verwijderen van stof; vrijmaken van droog vuil
ontstoffend	=	ontstoffen
ontstoffende	=	ontstoffen
ontstoft	=	ontstoffen
ontstofte	=	ontstoffen
ontstoften	=	ontstoffen
ontstoken	=	ontsteken
ontstolen	=	ontstelen
ontstollingsmiddel	noun	een middel dat de vloeibaarheid van het bloed in stand houdt
ontstollingsmiddelen	=	ontstollingsmiddel
ontstollingsmiddeltje	=	ontstollingsmiddel
ontstollingsmiddeltjes	=	ontstollingsmiddel
ontstond	=	ontstaan
ontstonde	=	ontstaan
ontstonden	=	ontstaan
ontstondt	=	ontstaan
ontstoor	=	ontstoren
ontstoord	=	ontstoren
ontstoorde	=	ontstoren
ontstoorden	=	ontstoren
ontstoort	=	ontstoren
ontstop	=	ontstoppen
ontstoppe	=	ontstoppen
ontstoppen	verb	vrijmaken
ontstoppend	=	ontstoppen
ontstoppende	=	ontstoppen
ontstopper	noun	fysiek of chemisch middel om verstopte afvoer weer doorgankelijk te maken
ontstoppers	=	ontstopper
ontstopt	=	ontstoppen
ontstopte	=	ontstoppen
ontstopten	=	ontstoppen
ontstore	=	ontstoren
ontstoren	verb	ontdoen van storing; verwijderen van iets dat hindert of stoort
ontstorend	=	ontstoren
ontstorende	=	ontstoren
ontstoring	noun	zodanige uitvoering of aanpassing dat er geen ongewenste invloed is op de werking van elektronica in de omgeving
ontstoringen	=	ontstoring
onttakel	=	onttakelen
onttakeld	=	onttakelen
onttakelde	=	onttakelen
onttakelden	=	onttakelen
onttakele	=	onttakelen
onttakelen	verb	het van een (zeil-)schip verwijderen of verliezen van tuig en uitrusting: masten, laadbomen, staand en lopend want, verlichting enz.
onttakelend	=	onttakelen
onttakelende	=	onttakelen
onttakelt	=	onttakelen
onttogen	adj	uit iets tevoorschijn getrokken zijn
onttogens	=	onttogen
onttover	=	onttoveren
onttoverd	=	onttoveren
onttoverde	=	onttoveren
onttoverden	=	onttoveren
onttovere	=	onttoveren
onttoveren	verb	ontdoen van een betovering; teleurstellen
onttoverend	=	onttoveren
onttoverende	=	onttoveren
onttovering	noun	het verwijderen van een betovering
onttoveringen	=	onttovering
onttovert	=	onttoveren
onttrek	=	onttrekken
onttrekke	=	onttrekken
onttrekken	verb	een bijdrage of deel ergens uit verwijderen
onttrekkend	=	onttrekken
onttrekkende	=	onttrekken
onttrekking	noun	het geleidelijk ontnemen van iets
onttrekkingen	=	onttrekking
onttrekkinkje	=	onttrekking
onttrekkinkjes	=	onttrekking
onttrekt	=	onttrekken
onttrok	=	onttrekken
onttrokke	=	onttrekken
onttrokken	=	onttrekken
onttrokt	=	onttrekken
onttrone	=	onttronen
onttronen	verb	iemand van de macht beroven
onttronend	=	onttronen
onttronende	=	onttronen
onttroning	noun	het afzetten van een koning of keizer
onttroningen	=	onttroning
onttroon	=	onttronen
onttroond	=	onttronen
onttroonde	=	onttronen
onttroonden	=	onttronen
onttroont	=	onttronen
onttuig	=	onttuigen
onttuigd	=	onttuigen
onttuigde	=	onttuigen
onttuigden	=	onttuigen
onttuige	=	onttuigen
onttuigen	verb	een paard ontdoen van zijn tuig
onttuigend	=	onttuigen
onttuigende	=	onttuigen
onttuigt	=	onttuigen
ontucht	noun	seks die tegen de heersende moraal ingaat
ontuchtig	adj	de regels (en wetten) van de (seksuele) moraal niet in acht nemend
ontuchtige	=	ontuchtig
ontuchtiger	=	ontuchtig
ontuchtigere	=	ontuchtig
ontuchtigers	=	ontuchtig
ontuchtigs	=	ontuchtig
ontuchtigst	=	ontuchtig
ontuchtigste	=	ontuchtig
ontuchtzaak	noun	rechtszaak m.b.t. een zedendelict
ontuchtzaken	=	ontuchtzaak
ontuig	noun	ongure personen; slecht volk
ontvaar	=	ontvaren
ontvaarde	=	ontvaren
ontvaarden	=	ontvaren
ontvaart	=	ontvaren
ontvaderd	=	ontvaderen
ontvaderde	=	ontvaderen
ontvaderen	verb	minder plaats inruimen voor de traditionele, autoritaire vaderrol
ontvaderend	=	ontvaderen
ontvadering	noun	tendens om de autoritaire, strenge vadersrol terug te dringen
ontval	=	ontvallen
ontvalle	=	ontvallen
ontvallen	verb	iets zeggen wat men liever voor zich gehouden had
ontvallend	=	ontvallen
ontvallende	=	ontvallen
ontvalt	=	ontvallen
ontvang	=	ontvangen
ontvangantenne	noun	een vrij opgestelde elektrische geleider voor het ontvangen van elektromagnetische straling in het radiofrequentie gedeelte van het elektromagnetische spectrum
ontvangantennes	=	ontvangantenne
ontvangantennetje	=	ontvangantenne
ontvangantennetjes	=	ontvangantenne
ontvangceel	noun	ontvangstbewijs (bijv. van opgeslagen goederen)
ontvangceeltje	=	ontvangceel
ontvangceeltjes	=	ontvangceel
ontvangcelen	=	ontvangceel
ontvange	=	ontvangen
ontvangen	verb	het verkrijgen van zaken zoals loon en berichten
ontvangend	=	ontvangen
ontvangende	=	ontvangen
ontvangenis	noun	bevruchting, en dan vooral in de combinatie van de onbevlekte ontvangenis van Maria die zonder geslachtelijke gemeenschap toch zwanger is geworden van Jezus Christus
ontvangenissen	=	ontvangenis
ontvangens	=	ontvangen
ontvanger	noun	iemand aan wie iets overhandigd, besteld of gegeven wordt
ontvangers	=	ontvanger
ontvangertje	=	ontvanger
ontvangertjes	=	ontvanger
ontvangkamer	noun	kamer in een gebouw waar men gasten welkom heet
ontvangkamers	=	ontvangkamer
ontvangkamertje	=	ontvangkamer
ontvangkamertjes	=	ontvangkamer
ontvangst	noun	verwelkoming, onthaal
ontvangstbevestiging	noun	een bericht waarmee de verzender wordt geïnformeerd dat zijn post, e-mail of document in goede orde is ontvangen.
ontvangstbevestigingen	=	ontvangstbevestiging
ontvangstbevestigingetje	=	ontvangstbevestiging
ontvangstbevestigingetjes	=	ontvangstbevestiging
ontvangstbewijs	noun	bewijs van ontvangst
ontvangstbewijsje	=	ontvangstbewijs
ontvangstbewijsjes	=	ontvangstbewijs
ontvangstbewijzen	=	ontvangstbewijs
ontvangstcomiteetje	=	ontvangstcomité
ontvangstcomiteetjes	=	ontvangstcomité
ontvangstcomité	noun	groep mensen die als taak heeft iets of iemand welkom te heten
ontvangstcomités	=	ontvangstcomité
ontvangsten	=	ontvangst
ontvangsthal	noun	ruimte bij de ingang van een gebouw waar men bezoekers kan binnenlaten en verwelkomen
ontvangsthallen	=	ontvangsthal
ontvangstje	=	ontvangst
ontvangstjes	=	ontvangst
ontvangstkamer	noun	ruimte waar men bezoekers (in eerste instantie) kan ontvangen
ontvangstkamers	=	ontvangstkamer
ontvangstkamertje	=	ontvangstkamer
ontvangstkamertjes	=	ontvangstkamer
ontvangstruimte	noun	ruimte in een gebouw waar men gasten welkom heet
ontvangstruimten	=	ontvangstruimte
ontvangstruimtes	=	ontvangstruimte
ontvangstzaal	noun	ruime kamer waar men gasten welkom heet
ontvangstzaaltje	=	ontvangstzaal
ontvangstzaaltjes	=	ontvangstzaal
ontvangstzalen	=	ontvangstzaal
ontvangt	=	ontvangen
ontvankelijk	adj	toegankelijk voor indrukken of aandoeningen
ontvankelijke	=	ontvankelijk
ontvankelijker	=	ontvankelijk
ontvankelijkere	=	ontvankelijk
ontvankelijkers	=	ontvankelijk
ontvankelijkheid	noun	het ontvankelijk zijn
ontvankelijkheidsverklaring	noun	eigenschap van een juridisch bezwaar, beroep of verzoek dat het aan alle formele vereisten voldoet en door een instantie (zoals een rechter of bestuursorgaan) in behandeling wordt genomen.
ontvankelijkheidsverklaringen	=	ontvankelijkheidsverklaring
ontvankelijkheidsverklarinkje	=	ontvankelijkheidsverklaring
ontvankelijkheidsverklarinkjes	=	ontvankelijkheidsverklaring
ontvankelijkheidverklaring	noun	officieel document dat bevestigt dat een juridisch bezwaar, beroep of verzoek voldoet aan alle formele eisen (zoals termijnen en juiste documenten) en inhoudelijk door een instantie of rechter behandeld wordt.
ontvankelijkheidverklaringen	=	ontvankelijkheidverklaring
ontvankelijkheidverklarinkje	=	ontvankelijkheidverklaring
ontvankelijkheidverklarinkjes	=	ontvankelijkheidverklaring
ontvankelijks	=	ontvankelijk
ontvankelijkst	=	ontvankelijk
ontvankelijkste	=	ontvankelijk
ontvare	=	ontvaren
ontvaren	verb	ontsnappen, ontvlieden
ontvarend	=	ontvaren
ontveins	=	ontveinzen
ontveinsd	=	ontveinzen
ontveinsde	=	ontveinzen
ontveinsden	=	ontveinzen
ontveinst	=	ontveinzen
ontveinze	=	ontveinzen
ontveinzen	verb	door te veinzen als niet-bestaand doen voorkomen
ontveinzend	=	ontveinzen
ontveinzende	=	ontveinzen
ontvel	=	ontvellen
ontveld	=	ontvellen
ontvelde	=	ontvellen
ontvelden	=	ontvellen
ontvelle	=	ontvellen
ontvellen	verb	ergens de huid vanaf halen
ontvellend	=	ontvellen
ontvellende	=	ontvellen
ontvelt	=	ontvellen
ontvet	=	ontvetten
ontvette	=	ontvetten
ontvetten	verb	van vet ontdoen
ontvettend	=	ontvetten
ontvettende	=	ontvetten
ontviel	=	ontvallen
ontviele	=	ontvallen
ontvielen	=	ontvallen
ontvielt	=	ontvallen
ontving	=	ontvangen
ontvinge	=	ontvangen
ontvingen	=	ontvangen
ontvingt	=	ontvangen
ontvink	=	ontvinken
ontvinke	=	ontvinken
ontvinken	verb	vinkjes, merktekentjes verwijderen of door klikken deactiveren
ontvinkend	=	ontvinken
ontvinkende	=	ontvinken
ontvinkt	=	ontvinken
ontvinkte	=	ontvinken
ontvinkten	=	ontvinken
ontvlam	=	ontvlammen
ontvlambaar	adj	makkelijk in brand kunnen vliegen
ontvlambaarder	=	ontvlambaar
ontvlambaardere	=	ontvlambaar
ontvlambaarders	=	ontvlambaar
ontvlambaarheden	=	ontvlambaarheid
ontvlambaarheid	noun	het vermogen van iets om gemakkelijk in brand te vliegen door bijv. een vonk, vlam of hoge temperatuur
ontvlambaars	=	ontvlambaar
ontvlambaarst	=	ontvlambaar
ontvlambaarste	=	ontvlambaar
ontvlambare	=	ontvlambaar
ontvlamd	=	ontvlammen
ontvlamde	=	ontvlammen
ontvlamden	=	ontvlammen
ontvlamme	=	ontvlammen
ontvlammen	verb	vlam vatten
ontvlammend	=	ontvlammen
ontvlammende	=	ontvlammen
ontvlamt	=	ontvlammen
ontvlecht	=	ontvlechten
ontvlechte	=	ontvlechten
ontvlechten	verb	uit elkaar halen van wat samengevoegd is
ontvlechtend	=	ontvlechten
ontvlechtende	=	ontvlechten
ontvlees	=	ontvlezen
ontvleesd	adj	zonder vlees of vet
ontvleesde	=	ontvlezen
ontvleesden	=	ontvlezen
ontvleesder	=	ontvleesd
ontvleesdere	=	ontvleesd
ontvleesders	=	ontvleesd
ontvleesds	=	ontvleesd
ontvleesdst	=	ontvleesd
ontvleesdste	=	ontvleesd
ontvleest	=	ontvlezen
ontvleze	=	ontvlezen
ontvlezen	verb	van vlees ontdoen
ontvlezend	=	ontvlezen
ontvlezende	=	ontvlezen
ontvlied	=	ontvlieden
ontvliede	=	ontvlieden
ontvlieden	verb	ontvluchten, ontwijken
ontvliedend	=	ontvlieden
ontvliedende	=	ontvlieden
ontvliedt	=	ontvlieden
ontvlocht	=	ontvlechten
ontvlochte	=	ontvlechten
ontvlochten	=	ontvlechten
ontvlode	=	ontvlieden
ontvloden	=	ontvlieden
ontvloei	=	ontvloeien
ontvloeid	=	ontvloeien
ontvloeide	=	ontvloeien
ontvloeiden	=	ontvloeien
ontvloeie	=	ontvloeien
ontvloeien	verb	ergens uitvloeien; ergens uit ontspringen
ontvloeiend	=	ontvloeien
ontvloeiende	=	ontvloeien
ontvloeit	=	ontvloeien
ontvlood	=	ontvlieden
ontvloodt	=	ontvlieden
ontvlooi	=	ontvlooien
ontvlooid	=	ontvlooien
ontvlooide	=	ontvlooien
ontvlooiden	=	ontvlooien
ontvlooie	=	ontvlooien
ontvlooien	verb	van vlooien ontdoen
ontvlooiend	=	ontvlooien
ontvlooiende	=	ontvlooien
ontvlooiing	noun	het dier of de persoon ontdoen van vlooien.
ontvlooiingen	=	ontvlooiing
ontvlooiinkje	=	ontvlooiing
ontvlooiinkjes	=	ontvlooiing
ontvlooit	=	ontvlooien
ontvlucht	=	ontvluchten
ontvluchten	verb	door te vluchten aan iets ontkomen
ontvluchtend	=	ontvluchten
ontvluchtende	=	ontvluchten
ontvluchting	noun	de keer dat men zich bevrijdt uit een gevaarlijke situatie of gevangenschap
ontvluchtingen	=	ontvluchting
ontvluchtte	=	ontvluchten
ontvluchtten	=	ontvluchten
ontvochtig	=	ontvochtigen
ontvochtigd	=	ontvochtigen
ontvochtigde	=	ontvochtigen
ontvochtigden	=	ontvochtigen
ontvochtige	=	ontvochtigen
ontvochtigen	verb	de vochtigheid verlagen
ontvochtigend	=	ontvochtigen
ontvochtigende	=	ontvochtigen
ontvochtiging	noun	het proces waarbij water(damp) uit de lucht wordt verwijderd om de relatieve luchtvochtigheid in een ruimte te verlagen.
ontvochtigingen	=	ontvochtiging
ontvochtigingetje	=	ontvochtiging
ontvochtigingetjes	=	ontvochtiging
ontvochtigt	=	ontvochtigen
ontvoer	=	ontvoeren
ontvoerd	=	ontvoeren
ontvoerde	=	ontvoeren
ontvoerden	=	ontvoeren
ontvoerder	noun	iemand die ontvoert
ontvoerders	=	ontvoerder
ontvoerdertje	=	ontvoerder
ontvoere	=	ontvoeren
ontvoeren	verb	wederrechtelijk en onder dwang iemand weghalen
ontvoerend	=	ontvoeren
ontvoerende	=	ontvoeren
ontvoering	noun	het, tegen iemands zin, wederrechtelijk verplaatsen van een persoon
ontvoeringen	=	ontvoering
ontvoerinkje	=	ontvoering
ontvoerinkjes	=	ontvoering
ontvoert	=	ontvoeren
ontvolg	=	ontvolgen
ontvolgd	=	ontvolgen
ontvolgde	=	ontvolgen
ontvolgden	=	ontvolgen
ontvolge	=	ontvolgen
ontvolgen	verb	niet meer abonneren
ontvolgend	=	ontvolgen
ontvolgende	=	ontvolgen
ontvolgt	=	ontvolgen
ontvolk	=	ontvolken
ontvolke	=	ontvolken
ontvolken	verb	zijn bevolking verliezen
ontvolkend	=	ontvolken
ontvolkende	=	ontvolken
ontvolking	noun	aanzienlijke vermindering van het aantal inwoners
ontvolkingen	=	ontvolking
ontvolkinkje	=	ontvolking
ontvolkinkjes	=	ontvolking
ontvolkt	=	ontvolken
ontvolkte	=	ontvolken
ontvolkten	=	ontvolken
ontvonk	=	ontvonken
ontvonke	=	ontvonken
ontvonken	verb	in de brand steken; tot ontbranding komen
ontvonkend	=	ontvonken
ontvonkende	=	ontvonken
ontvonkt	=	ontvonken
ontvonkte	=	ontvonken
ontvonkten	=	ontvonken
ontvoogd	=	ontvoogden
ontvoogdde	=	ontvoogden
ontvoogdden	=	ontvoogden
ontvoogde	=	ontvoogden
ontvoogden	verb	ontheffen van het voogdijschap
ontvoogdend	=	ontvoogden
ontvoogdende	=	ontvoogden
ontvoogding	noun	het niet meer bestuurd worden door een ander, ook niet als die ander "het beste met je voor heeft"
ontvoogdingen	=	ontvoogding
ontvoogdingsstrijd	noun	conflict dat wordt aangegaan om een einde te maken aan achterstelling of betutteling
ontvoogdingsstrijden	=	ontvoogdingsstrijd
ontvoogdinkje	=	ontvoogding
ontvoogdinkjes	=	ontvoogding
ontvoogdt	=	ontvoogden
ontvouw	=	ontvouwen
ontvouwd	=	ontvouwen
ontvouwde	=	ontvouwen
ontvouwden	=	ontvouwen
ontvouwdet	=	ontvouwen
ontvouwe	=	ontvouwen
ontvouwen	verb	iets in detail verklaren
ontvouwend	=	ontvouwen
ontvouwende	=	ontvouwen
ontvouwing	noun	het openvouwen van een opgevouwen voorwerp
ontvouwingen	=	ontvouwing
ontvouwt	=	ontvouwen
ontvreemd	=	ontvreemden
ontvreemdbaar	adj	van iets dat het gestolen of afhandig gemaakt kan worden
ontvreemdbaarder	=	ontvreemdbaar
ontvreemdbaardere	=	ontvreemdbaar
ontvreemdbaarders	=	ontvreemdbaar
ontvreemdbaars	=	ontvreemdbaar
ontvreemdbaarst	=	ontvreemdbaar
ontvreemdbaarste	=	ontvreemdbaar
ontvreemdbare	=	ontvreemdbaar
ontvreemdde	=	ontvreemden
ontvreemdden	=	ontvreemden
ontvreemde	=	ontvreemden
ontvreemden	verb	aan de rechtmatige eigenaar ontnemen, stelen
ontvreemdend	=	ontvreemden
ontvreemdende	=	ontvreemden
ontvreemding	noun	het plegen van een diefstal
ontvreemdingen	=	ontvreemding
ontvreemdinkje	=	ontvreemding
ontvreemdinkjes	=	ontvreemding
ontvreemdt	=	ontvreemden
ontvriend	=	ontvrienden
ontvriendde	=	ontvrienden
ontvriendden	=	ontvrienden
ontvriende	=	ontvrienden
ontvrienden	verb	contacten uit een virtuele vriendenlijst verwijderen
ontvriendend	=	ontvrienden
ontvriendende	=	ontvrienden
ontvriendt	=	ontvrienden
ontvries	=	ontvriezen
ontvriest	=	ontvriezen
ontvrieze	=	ontvriezen
ontvriezen	verb	doen ontdooien
ontvriezend	=	ontvriezen
ontvriezende	=	ontvriezen
ontvroor	=	ontvriezen
ontvroort	=	ontvriezen
ontvrore	=	ontvriezen
ontvroren	=	ontvriezen
ontvrouwelijking	noun	het proces of de toestand waarbij vrouwelijke kenmerken, eigenschappen of invloeden afnemen of verdwijnen.
ontwaak	=	ontwaken
ontwaakt	=	ontwaken
ontwaakte	=	ontwaken
ontwaakten	=	ontwaken
ontwaar	=	ontwaren
ontwaard	=	ontwaarden
ontwaardde	=	ontwaarden
ontwaardden	=	ontwaarden
ontwaarde	=	ontwaren
ontwaarden	verb	waarde verliezen
ontwaardend	=	ontwaarden
ontwaardende	=	ontwaarden
ontwaarding	noun	waardevermindering
ontwaardingen	=	ontwaarding
ontwaardinkje	=	ontwaarding
ontwaardinkjes	=	ontwaarding
ontwaardt	=	ontwaarden
ontwaart	=	ontwaren
ontwake	=	ontwaken
ontwaken	verb	uit de slaap weer tot vol bewustzijn terugkeren
ontwakend	adj	wakker wordend
ontwakende	=	ontwaken
ontwakends	=	ontwakend
ontwaking	noun	het wakker worden; het tot bewustzijn komen; het ontwaken
ontwakingen	=	ontwaking
ontwakinkje	=	ontwaking
ontwakinkjes	=	ontwaking
ontwapen	=	ontwapenen
ontwapend	=	ontwapenen
ontwapende	=	ontwapenen
ontwapenden	=	ontwapenen
ontwapene	=	ontwapenen
ontwapenen	verb	van wapens ontdoen
ontwapenend	adj	zo vriendelijk en onschuldig dat alle boosheid verdwijnt
ontwapenende	=	ontwapenen
ontwapenender	=	ontwapenend
ontwapenendere	=	ontwapenend
ontwapenenders	=	ontwapenend
ontwapenends	=	ontwapenend
ontwapenendst	=	ontwapenend
ontwapenendste	=	ontwapenend
ontwapening	noun	het verwijderen, beperken of afschaffen van wapens van een persoon, organisatie of land
ontwapeningen	=	ontwapening
ontwapeningsbespreking	noun	een overleg tussen landen (meestal wereldmachten) met als doel het verminderen, controleren of geheel afschaffen van militaire bewapening, zoals kernwapens en conventionele legers.
ontwapeningsbesprekingen	=	ontwapeningsbespreking
ontwapeningsbesprekinkje	=	ontwapeningsbespreking
ontwapeningsbesprekinkjes	=	ontwapeningsbespreking
ontwapeningsplan	noun	een plan dat ervoor moet zorgen dat er minder of helemaal geen wapens (van een bepaalde soort of algemeen) in omloop zijn
ontwapeningsplannen	=	ontwapeningsplan
ontwapent	=	ontwapenen
ontwar	=	ontwarren
ontward	=	ontwarren
ontwarde	=	ontwarren
ontwarden	=	ontwarren
ontware	=	ontwaren
ontwaren	verb	een moeilijk waarneembaar object beginnen waar te nemen
ontwarend	=	ontwaren
ontwarende	=	ontwaren
ontwarre	=	ontwarren
ontwarren	verb	uit de war halen, uitzoeken, oplossen
ontwarrend	=	ontwarren
ontwarrende	=	ontwarren
ontwart	=	ontwarren
ontwas	=	ontwassen
ontwasse	=	ontwassen
ontwassen	verb	door groeien ergens te groot voor worden
ontwassend	=	ontwassen
ontwassende	=	ontwassen
ontwast	=	ontwassen
ontwater	=	ontwateren
ontwaterd	=	ontwateren
ontwaterde	=	ontwateren
ontwaterden	=	ontwateren
ontwatere	=	ontwateren
ontwateren	verb	ontdoen van overtollig water
ontwaterend	=	ontwateren
ontwaterende	=	ontwateren
ontwateringskanaal	noun	gegraven waterloop die vooral dient voor het verwijderen van overtollig water uit een bepaald (veenachtig) gebied
ontwateringskanaaltje	=	ontwateringskanaal
ontwateringskanaaltjes	=	ontwateringskanaal
ontwateringskanalen	=	ontwateringskanaal
ontwateringsprobleem	noun	het vraagstuk hoe overtollig water ergens weg te krijgen
ontwateringsproblemen	=	ontwateringsprobleem
ontwateringstocht	noun	een sloot die gegraven is in het kader van de drooglegging van een bepaald gebied
ontwateringstochten	=	ontwateringstocht
ontwateringstochtje	=	ontwateringstocht
ontwateringstochtjes	=	ontwateringstocht
ontwatert	=	ontwateren
ontweek	=	ontwijken
ontweekt	=	ontwijken
ontwei	=	ontweien
ontweid	=	ontweien
ontweidde	=	ontweiden
ontweidden	=	ontweiden
ontweide	=	ontweien
ontweiden	verb	ontdoen
ontweidend	=	ontweiden
ontweidt	=	ontweiden
ontweie	=	ontweien
ontweien	verb	vis, gevogelte of wild van de ingewanden ontdoen
ontweiend	=	ontweien
ontweiende	=	ontweien
ontweit	=	ontweien
ontweke	=	ontwijken
ontweken	=	ontwijken
ontwel	=	ontwellen
ontweld	=	ontwellen
ontwelde	=	ontwellen
ontwelden	=	ontwellen
ontwelle	=	ontwellen
ontwellen	verb	ontspringen van een beek
ontwellend	=	ontwellen
ontwelt	=	ontwellen
ontwen	=	ontwennen
ontwend	=	ontwennen
ontwende	=	ontwennen
ontwenden	verb	ontvreemden
ontwenne	=	ontwennen
ontwennen	verb	het lichamelijk en/of geestelijk losmaken van datgene waar men aan gewend geraakt is
ontwennend	=	ontwennen
ontwennende	=	ontwennen
ontwenning	noun	het ontwennen
ontwenningen	=	ontwenning
ontwenningshuis	noun	een huis waar mensen kunnen wennen om geen drugs of ander verslavend middel te gebruiken
ontwenningshuisje	=	ontwenningshuis
ontwenningshuisjes	=	ontwenningshuis
ontwenningshuizen	=	ontwenningshuis
ontwenningskliniek	noun	een instelling voor verslavingszorg, die mensen helpt om van een verslaving af te komen
ontwenningsklinieken	=	ontwenningskliniek
ontwenningskuren	=	ontwenningskuur
ontwenningskuur	noun	een behandeling die als doel heeft dat de patiënt niet meer verslaafd is aan een bepaald middel
ontwenningsverschijnsel	noun	lichamelijke en geestelijke verschijnselen die ontstaan als men plotseling stopt met de inname van een verslavend middel
ontwenningsverschijnselen	=	ontwenningsverschijnsel
ontwenninkje	=	ontwenning
ontwenninkjes	=	ontwenning
ontwent	=	ontwennen
ontwerp	noun	resultaat van het proces van het ontwerpen, soms slechts een schets of concept
ontwerpakkoord	noun	voorstel voor een akkoord dat nog moet worden goedgekeurd voordat het gesloten kan worden
ontwerpakkoorden	=	ontwerpakkoord
ontwerpbeschikking	noun	een voorlopig besluit van een overheidsorgaan (zoals een gemeente of provincie) over een vergunningaanvraag, voordat de definitieve beslissing wordt genomen.
ontwerpbeschikkingen	=	ontwerpbeschikking
ontwerpbeschikkinkje	=	ontwerpbeschikking
ontwerpbeschikkinkjes	=	ontwerpbeschikking
ontwerpbesluit	noun	voorlopig ontwerp van een besluit ??
ontwerpbesluiten	=	ontwerpbesluit
ontwerpe	=	ontwerpen
ontwerpen	verb	bedenken en uitwerken op papier
ontwerpend	=	ontwerpen
ontwerpende	=	ontwerpen
ontwerper	noun	iemand die dingen ontwerpt
ontwerpers	=	ontwerper
ontwerpertje	=	ontwerper
ontwerpertjes	=	ontwerper
ontwerpfase	noun	periode die men gebruikt om iets te bedenken
ontwerpfasen	=	ontwerpfase
ontwerpfases	=	ontwerpfase
ontwerpfout	noun	een vergissing in het ontwerp van een product zodat het niet goed functioneert
ontwerpfouten	=	ontwerpfout
ontwerpfoutje	=	ontwerpfout
ontwerpfoutjes	=	ontwerpfout
ontwerpje	=	ontwerp
ontwerpjes	=	ontwerp
ontwerpkosten	noun	geld dat men betaalt voor de ontwikkeling van een product
ontwerpmethodologie	noun	de wetenschap over de methoden en technieken voor het ontwerpen en construeren
ontwerpmethodologieën	=	ontwerpmethodologie
ontwerpster	noun	een vrouwelijke ontwerper, iemand die dingen ontwerpt
ontwerpsters	=	ontwerpster
ontwerpstertje	=	ontwerpster
ontwerpstertjes	=	ontwerpster
ontwerpt	=	ontwerpen
ontwerptechnisch	adj	betreffende het technische aspect van een ontwerp
ontwerptechnische	=	ontwerptechnisch
ontwerptechnischer	=	ontwerptechnisch
ontwerptechnischere	=	ontwerptechnisch
ontwerptechnischers	=	ontwerptechnisch
ontwerptekening	noun	afbeelding waarop men laat zien hoe men iets bedacht heeft
ontwerptekeningen	=	ontwerptekening
ontwerptekeningetje	=	ontwerptekening
ontwerptekeningetjes	=	ontwerptekening
ontwerptekst	noun	een voorstel voor een schrijven; een schets voor een schrijven
ontwerpteksten	=	ontwerptekst
ontwerptracébesluit	noun	een van de stappen bij de aanleg van wegen
ontwerptracébesluiten	=	ontwerptracébesluit
ontwerpverklaring	noun	een voorlopige mededeling
ontwerpverklaringen	=	ontwerpverklaring
ontwerpverklarinkje	=	ontwerpverklaring
ontwerpverklarinkjes	=	ontwerpverklaring
ontwierp	=	ontwerpen
ontwierpe	=	ontwerpen
ontwierpen	=	ontwerpen
ontwierpt	=	ontwerpen
ontwies	=	ontwassen
ontwiese	=	ontwassen
ontwiesen	=	ontwassen
ontwijd	=	ontwijden
ontwijdde	=	ontwijden
ontwijdden	=	ontwijden
ontwijde	=	ontwijden
ontwijden	verb	iets of iemand van zijn heiligheid ontdoen
ontwijdend	=	ontwijden
ontwijdende	=	ontwijden
ontwijding	noun	de wijding van een bepaalde heilige geachte plaats ongedaan maken
ontwijdingen	=	ontwijding
ontwijdinkje	=	ontwijding
ontwijdinkjes	=	ontwijding
ontwijdt	=	ontwijden
ontwijfelbaar	adj	met volkomen zekerheid
ontwijfelbaarder	=	ontwijfelbaar
ontwijfelbaardere	=	ontwijfelbaar
ontwijfelbaarders	=	ontwijfelbaar
ontwijfelbaars	=	ontwijfelbaar
ontwijfelbaarst	=	ontwijfelbaar
ontwijfelbaarste	=	ontwijfelbaar
ontwijfelbare	=	ontwijfelbaar
ontwijk	=	ontwijken
ontwijkbaar	adj	van iets dat men kan voorkomen dat het gebeurt
ontwijkbaarder	=	ontwijkbaar
ontwijkbaardere	=	ontwijkbaar
ontwijkbaarders	=	ontwijkbaar
ontwijkbaars	=	ontwijkbaar
ontwijkbaarst	=	ontwijkbaar
ontwijkbaarste	=	ontwijkbaar
ontwijkbare	=	ontwijkbaar
ontwijke	=	ontwijken
ontwijken	verb	ontsnappen uit een insluiting
ontwijkend	adj	pogend een moeilijke of vervelende situatie uit de weg te gaan
ontwijkende	=	ontwijken
ontwijkender	=	ontwijkend
ontwijkendere	=	ontwijkend
ontwijkenders	=	ontwijkend
ontwijkends	=	ontwijkend
ontwijkendst	=	ontwijkend
ontwijkendste	=	ontwijkend
ontwijking	noun	het ontwijken
ontwijkingen	=	ontwijking
ontwijkinkje	=	ontwijking
ontwijkinkjes	=	ontwijking
ontwijkstress	noun	gespannen gevoel doordat je voortdurend afstand tot andere mensen moet bewaren
ontwijkt	=	ontwijken
ontwijn	=	ontwijnen
ontwijnd	=	ontwijnen
ontwijnde	=	ontwijnen
ontwijnden	=	ontwijnen
ontwijne	=	ontwijnen
ontwijnen	verb	stoppen met het drinken van wijn
ontwijnend	=	ontwijnen
ontwijnende	=	ontwijnen
ontwijnt	=	ontwijnen
ontwikkel	=	ontwikkelen
ontwikkelaar	noun	iemand die iets nieuws maakt en ontwikkelt
ontwikkelaars	=	ontwikkelaar
ontwikkelaartje	=	ontwikkelaar
ontwikkelcentrale	noun	bedrijf waar fotografische films massaal ontwikkeld en afgedrukt worden
ontwikkelcentrales	=	ontwikkelcentrale
ontwikkeld	adj	volgroeid zijn
ontwikkelde	=	ontwikkelen
ontwikkelden	=	ontwikkelen
ontwikkelder	=	ontwikkeld
ontwikkeldere	=	ontwikkeld
ontwikkelders	=	ontwikkeld
ontwikkeldoos	noun	tank waarin men belichte films kan ontwikkelen, fixeren en spoelen
ontwikkeldozen	=	ontwikkeldoos
ontwikkelds	=	ontwikkeld
ontwikkeldst	=	ontwikkeld
ontwikkeldste	=	ontwikkeld
ontwikkele	=	ontwikkelen
ontwikkelen	verb	iets ~: een aanwezige aanleg tot bloei brengen; laten groeien
ontwikkelend	=	ontwikkelen
ontwikkelende	=	ontwikkelen
ontwikkeling	noun	geleidelijke verandering in een zekere richting
ontwikkelingen	=	ontwikkeling
ontwikkelingetje	=	ontwikkeling
ontwikkelingetjes	=	ontwikkeling
ontwikkelingsbank	noun	een bank die als doel heeft de sociaal-economische ontwikkeling in een land te stimuleren
ontwikkelingsbanken	=	ontwikkelingsbank
ontwikkelingsbegeleiding	noun	een vorm van ondersteuning die gericht is op het stimuleren en begeleiden van de persoonlijke groei, vaardigheden en kwaliteiten van een individu.
ontwikkelingsbegeleidingen	=	ontwikkelingsbegeleiding
ontwikkelingsbegeleidinkje	=	ontwikkelingsbegeleiding
ontwikkelingsbegeleidinkjes	=	ontwikkelingsbegeleiding
ontwikkelingsbeleid	noun	een plan om iets beter te maken of om iets te starten
ontwikkelingsdoel	noun	een richting waarin men zich wil ontwikkelen
ontwikkelingsdoelen	=	ontwikkelingsdoel
ontwikkelingsfase	noun	periode als onderdeel van een langere ontwikkeling
ontwikkelingsfasen	=	ontwikkelingsfase
ontwikkelingsfases	=	ontwikkelingsfase
ontwikkelingsfysiologie	noun	de leer van de groei en differentiëring van cellen en weefsels
ontwikkelingsgang	noun	proces van ontwikkeling
ontwikkelingsgangen	=	ontwikkelingsgang
ontwikkelingsgebied	noun	gebied dat tot ontwikkeling gebracht wordt of moet worden
ontwikkelingsgebieden	=	ontwikkelingsgebied
ontwikkelingsgebiedje	=	ontwikkelingsgebied
ontwikkelingsgebiedjes	=	ontwikkelingsgebied
ontwikkelingsgeld	noun	geld dat aan een land wordt gegeven in het kader van de ontwikkelingssamenwerking
ontwikkelingsgelden	=	ontwikkelingsgeld
ontwikkelingshulp	noun	Vroeger werd gesproken van ontwikkelingshulp tegenwoordig van ontwikkelingssamenwerking.
ontwikkelingskost	noun|obsolete	geld dat men betaalt om een product te ontwerpen en geschikt voor gebruik te maken
ontwikkelingskosten	noun	geld dat men betaalt om een product te ontwerpen en geschikt voor gebruik te maken
ontwikkelingsland	noun	een land dat (nog) geen hoge graad van industrialisatie bereikt heeft in verhouding tot ontwikkelde landen
ontwikkelingslanden	=	ontwikkelingsland
ontwikkelingslandje	=	ontwikkelingsland
ontwikkelingslandjes	=	ontwikkelingsland
ontwikkelingsmechanica	noun	onderdeel van de dierkunde dat tracht de mechanica van de ontwikkeling van de dieren wetmatig te verklaren
ontwikkelingsmethodologie	noun	de leer over de methoden en technieken voor ontwikkeling
ontwikkelingsmethodologieën	=	ontwikkelingsmethodologie
ontwikkelingsmodel	noun	een methode om een land rijker en welvarender te maken
ontwikkelingsmodellen	=	ontwikkelingsmodel
ontwikkelingsniveau	noun	de mate waarin iemand kennis of kunde heeft opgedaan
ontwikkelingsniveaus	=	ontwikkelingsniveau
ontwikkelingsorganisatie	noun	organisatie die zich bezig houdt met het bevorderen van de ontwikkeling van een deel van de bevolking
ontwikkelingsorganisaties	=	ontwikkelingsorganisatie
ontwikkelingspolitiek	noun	beleid gericht op de ontwikkeling van arme landen
ontwikkelingsprogramma	noun	plan voor ontwikkelingshulp
ontwikkelingsprogramma's	=	ontwikkelingsprogramma
ontwikkelingspsychologen	=	ontwikkelingspsycholoog
ontwikkelingspsychologie	noun	psychologie van de ontwikkeling van de persoonlijkheid
ontwikkelingspsychologisch	adj	betreffende de wetenschappelijke studie naar de psychologische veranderingen van gedrag, denken en emoties die mensen gedurende hun hele levensloop doormaken, van geboorte tot ouderdom
ontwikkelingspsychologische	=	ontwikkelingspsychologisch
ontwikkelingspsychologischer	=	ontwikkelingspsychologisch
ontwikkelingspsychologischere	=	ontwikkelingspsychologisch
ontwikkelingspsychologischers	=	ontwikkelingspsychologisch
ontwikkelingspsycholoog	noun	deskundige op het gebied van de geestelijke en emotionele ontwikkeling van mensen
ontwikkelingspsychotisch	adj	betreffende de ontwikkeling van een psychose (psychotisch worden) waarbij iemand tijdelijk het contact met de realiteit verliest, gekenmerkt door wanen, hallucinaties, en verward denken of gedrag
ontwikkelingspsychotische	=	ontwikkelingspsychotisch
ontwikkelingspsychotischer	=	ontwikkelingspsychotisch
ontwikkelingspsychotischere	=	ontwikkelingspsychotisch
ontwikkelingspsychotischers	=	ontwikkelingspsychotisch
ontwikkelingsroman	noun	verhaal over de geestelijke ontwikkeling van de hoofdpersoon
ontwikkelingsromannetje	=	ontwikkelingsroman
ontwikkelingsromannetjes	=	ontwikkelingsroman
ontwikkelingsromans	=	ontwikkelingsroman
ontwikkelingssamenwerking	noun	de samenwerking tussen overheden en andere instanties met als doel het helpen met de economische en sociale ontwikkeling van ontwikkelingslanden
ontwikkelingssamenwerkingen	=	ontwikkelingssamenwerking
ontwikkelingsstadia	=	ontwikkelingsstadium
ontwikkelingsstadium	noun	de mate waarin iets of iemand zich gevormd of ontwikkeld heeft
ontwikkelingsstadiums	=	ontwikkelingsstadium
ontwikkelingsstoornis	noun	een neurologische, psychische of lichamelijke aandoening die optreedt bij kinderen of adolescenten en die een belemmering vormt voor de normale ontwikkeling
ontwikkelingsstoornissen	=	ontwikkelingsstoornis
ontwikkelingsstrategie	noun	manier waarop men een gebied of land tot ontwikkeling kan laten komen
ontwikkelingsstrategieën	=	ontwikkelingsstrategie
ontwikkelingstheorie	noun	een theorie over de ontwikkeling van het leven
ontwikkelingstheorieën	=	ontwikkelingstheorie
ontwikkelingstijdperk	noun	tijdperk waarin een bepaalde ontwikkeling plaats heeft (bijna altijd dus)
ontwikkelingstijdperken	=	ontwikkelingstijdperk
ontwikkelingsvraagstuk	noun	probleem rond de naar verhouding sterk achterblijvende welvaart van een land of gebied
ontwikkelingsvraagstukken	=	ontwikkelingsvraagstuk
ontwikkelingswerk	noun	werk in of voor landen die in ontwikkeling zijn
ontwikkelingswerken	=	ontwikkelingswerk
ontwikkelingswerker	noun	iemand die naar een ontwikkelingsland wordt uitgezonden om te helpen bij de opbouw daarvan
ontwikkelingswerkers	=	ontwikkelingswerker
ontwikkelinkje	=	ontwikkeling
ontwikkelkost	noun|obsolete	geld dat men betaalt voor het ontwikkelen van een film of fotorolletje
ontwikkelkosten	noun	geld dat men betaalt voor het ontwikkelen van een film of fotorolletje
ontwikkelomgeving	noun	geheel van randvoorwaarden bij de ontwikkeling van iets nieuws, bv. een nieuw product of systeem
ontwikkelomgevingen	=	ontwikkelomgeving
ontwikkelomgevinkje	=	ontwikkelomgeving
ontwikkelomgevinkjes	=	ontwikkelomgeving
ontwikkelt	=	ontwikkelen
ontwin	=	ontwinnen
ontwind	=	ontwinden
ontwinde	=	ontwinden
ontwinden	verb	tot rust komen
ontwindend	=	ontwinden
ontwindende	=	ontwinden
ontwindt	=	ontwinden
ontwinne	=	ontwinnen
ontwinnen	verb	afnemen door te overtreffen, ook gebruikt om aan te tonen dat je over iemand of iets de overhand hebt gekregen
ontwinnend	=	ontwinnen
ontwinnende	=	ontwinnen
ontwint	=	ontwinnen
ontwon	=	ontwinnen
ontwond	=	ontwinden
ontwonde	=	ontwinden
ontwonden	=	ontwinden
ontwondt	=	ontwinden
ontwonne	=	ontwinnen
ontwonnen	=	ontwinnen
ontwont	=	ontwinnen
ontworm	=	ontwormen
ontwormd	=	ontwormen
ontwormde	=	ontwormen
ontwormden	=	ontwormen
ontworme	=	ontwormen
ontwormen	verb	ontdoen van ingewandswormen
ontwormend	=	ontwormen
ontwormende	=	ontwormen
ontwormt	=	ontwormen
ontworpen	=	ontwerpen
ontworstel	=	ontworstelen
ontworsteld	=	ontworstelen
ontworstelde	=	ontworstelen
ontworstelden	=	ontworstelen
ontworstele	=	ontworstelen
ontworstelen	verb	door zware inspanning ontnemen
ontworstelend	=	ontworstelen
ontworstelende	=	ontworstelen
ontworsteling	noun	het ontworstelen
ontworstelingen	=	ontworsteling
ontworstelinkje	=	ontworsteling
ontworstelinkjes	=	ontworsteling
ontworstelt	=	ontworstelen
ontwortel	=	ontwortelen
ontworteld	adj	van zijn oorsprong vervreemd
ontwortelde	=	ontworteld
ontwortelden	=	ontwortelen
ontwortelds	=	ontworteld
ontwortele	=	ontwortelen
ontwortelen	verb	losrukken uit de grond (van planten)
ontwortelend	=	ontwortelen
ontwortelende	=	ontwortelen
ontworteling	noun	uit de grond rukken
ontwortelingen	=	ontworteling
ontwortelt	=	ontwortelen
ontwricht	=	ontwrichten
ontwrichte	=	ontwrichten
ontwrichten	verb	losmaken uit het betreffende gewricht zn
ontwrichtend	=	ontwrichten
ontwrichtende	=	ontwrichten
ontwrichting	noun	verwonding door losmaking uit het gewricht ('uit de kom schieten')
ontwrichtingen	=	ontwrichting
ontwrichtte	=	ontwrichten
ontwrichtten	=	ontwrichten
ontwring	=	ontwringen
ontwringe	=	ontwringen
ontwringen	verb	met veel moeite (door 'wringen') uit iets verkrijgen
ontwringend	=	ontwringen
ontwringende	=	ontwringen
ontwringt	=	ontwringen
ontwrong	=	ontwringen
ontwronge	=	ontwringen
ontwrongen	=	ontwringen
ontwrongt	=	ontwringen
ontwurm	=	ontwurmen
ontwurmd	=	ontwurmen
ontwurmde	=	ontwurmen
ontwurmden	=	ontwurmen
ontwurme	=	ontwurmen
ontwurmen	verb	van wormen ontdoen
ontwurmend	=	ontwurmen
ontwurmende	=	ontwurmen
ontwurmt	=	ontwurmen
ontzaagt	=	ontzien
ontzag	noun	eerbiedige vrees
ontzage	=	ontzien
ontzagen	=	ontzien
ontzaggelijk	adj	vrees inboezemend
ontzaggelijke	=	ontzaggelijk
ontzaggelijker	=	ontzaggelijk
ontzaggelijkere	=	ontzaggelijk
ontzaggelijkers	=	ontzaggelijk
ontzaggelijks	=	ontzaggelijk
ontzaggelijkst	=	ontzaggelijk
ontzaggelijkste	=	ontzaggelijk
ontzaglijk	adj	vrees en eerbied inboezemend door de grootte van iets	adv	heel erg
ontzaglijke	=	ontzaglijk
ontzaglijker	=	ontzaglijk
ontzaglijkere	=	ontzaglijk
ontzaglijkers	=	ontzaglijk
ontzaglijkheden	=	ontzaglijkheid
ontzaglijkheid	noun	iets dat zeer groot is; iets dat ontzag inboezemt
ontzaglijks	=	ontzaglijk
ontzaglijkst	=	ontzaglijk
ontzaglijkste	=	ontzaglijk
ontzagwekkend	adj	ontzag inboezemende
ontzagwekkende	=	ontzagwekkend
ontzagwekkender	=	ontzagwekkend
ontzagwekkendere	=	ontzagwekkend
ontzagwekkenders	=	ontzagwekkend
ontzagwekkends	=	ontzagwekkend
ontzagwekkendst	=	ontzagwekkend
ontzagwekkendste	=	ontzagwekkend
ontzand	=	ontzanden
ontzandde	=	ontzanden
ontzandden	=	ontzanden
ontzande	=	ontzanden
ontzanden	verb	winnen van zand
ontzandend	=	ontzanden
ontzandende	=	ontzanden
ontzanding	noun	het proces van het grootschalig winnen of weghalen van zand uit de bodem, vaak in waterrijke gebieden.
ontzandingen	=	ontzanding
ontzandinkje	=	ontzanding
ontzandinkjes	=	ontzanding
ontzandt	=	ontzanden
ontzeg	=	ontzeggen
ontzegd	=	ontzeggen
ontzegde	=	ontzeggen
ontzegden	=	ontzeggen
ontzegdet	=	ontzeggen
ontzegel	=	ontzegelen
ontzegeld	=	ontzegelen
ontzegelde	=	ontzegelen
ontzegelden	=	ontzegelen
ontzegele	=	ontzegelen
ontzegelen	verb	openbaar maken wat aanvankelijk hermetisch was afgesloten voor de buitenwereld met behulp van een zegel
ontzegelend	=	ontzegelen
ontzegelende	=	ontzegelen
ontzegelt	=	ontzegelen
ontzegge	=	ontzeggen
ontzeggen	verb	iemand iets ~: een toelating weigeren of intrekken
ontzeggend	=	ontzeggen
ontzeggende	=	ontzeggen
ontzegging	noun	zichzelf of anderen iets niet geven of laten gebruiken
ontzeggingen	=	ontzegging
ontzegginkje	=	ontzegging
ontzegginkjes	=	ontzegging
ontzegt	=	ontzeggen
ontzei	=	ontzeggen
ontzeide	=	ontzeggen
ontzeiden	=	ontzeggen
ontzeidet	=	ontzeggen
ontzeidt	=	ontzeggen
ontzeil	=	ontzeilen
ontzeild	=	ontzeilen
ontzeilde	=	ontzeilen
ontzeilden	=	ontzeilen
ontzeile	=	ontzeilen
ontzeilen	verb	zorgen dat men iets of iemand niet ontmoet
ontzeilend	=	ontzeilen
ontzeilt	=	ontzeilen
ontzenuw	=	ontzenuwen
ontzenuwd	=	ontzenuwen
ontzenuwde	=	ontzenuwen
ontzenuwden	=	ontzenuwen
ontzenuwe	=	ontzenuwen
ontzenuwen	verb	afdoende weerleggen
ontzenuwend	=	ontzenuwen
ontzenuwende	=	ontzenuwen
ontzenuwt	=	ontzenuwen
ontzet	adj	heel erg van streek zijn na te zijn geschrokken	noun	verjaging van belegerende troepen door een strijdmacht die de belegerden te hulp komt
ontzets	=	ontzet
ontzetst	=	ontzet
ontzetste	=	ontzet
ontzette	=	ontzetten
ontzetten	verb	een belegering opheffen voor
ontzettend	adj	waarvan je schrikt
ontzettende	=	ontzettend
ontzettender	=	ontzettend
ontzettendere	=	ontzettend
ontzettenders	=	ontzettend
ontzettends	=	ontzettend
ontzettendst	=	ontzettend
ontzettendste	=	ontzettend
ontzetter	noun	iemand die ontzet, een bevrijder
ontzettere	=	ontzet
ontzetters	=	ontzet
ontzetting	noun	grote mate van schrik
ontzettingen	=	ontzetting
ontzie	=	ontzien
ontziel	=	ontzielen
ontzield	adj	dood
ontzielde	=	ontzield
ontzielden	=	ontzielen
ontzields	=	ontzield
ontziele	=	ontzielen
ontzielen	verb	van zijn ziel beroven
ontzielend	=	ontzielen
ontzielende	=	ontzielen
ontzielt	=	ontzielen
ontzien	verb	het iemand gemakkelijker maken dan die persoon het anders zou hebben gehad door die persoon minder te belasten
ontziend	=	ontzien
ontziende	=	ontzien
ontziene	=	ontzien
ontziens	=	ontzien
ontziet	=	ontzien
ontzilt	=	ontzilten
ontzilte	=	ontzilten
ontzilten	verb	van opgelost zout ontdoen, ontzouten
ontziltend	=	ontzilten
ontziltende	=	ontzilten
ontzilting	noun	het verlagen van het zoutgehalte, het proces van zoet water winnen uit zoutwater
ontziltingen	=	ontzilting
ontziltte	=	ontzilten
ontziltten	=	ontzilten
ontzind	adj	van het verstand beroofd
ontzinde	=	ontzind
ontzinder	=	ontzind
ontzindere	=	ontzind
ontzinders	=	ontzind
ontzinds	=	ontzind
ontzindst	=	ontzind
ontzindste	=	ontzind
ontzink	=	ontzinken
ontzinke	=	ontzinken
ontzinken	verb	verloren gaan
ontzinkend	=	ontzinken
ontzinkende	=	ontzinken
ontzinkt	=	ontzinken
ontzinkte	=	ontzinken
ontzinkten	=	ontzinken
ontzonk	=	ontzinken
ontzonke	=	ontzinken
ontzonken	=	ontzinken
ontzonkt	=	ontzinken
ontzood	=	ontzooën
ontzoode	=	ontzooën
ontzooën	verb	een dierentuin een meer natuurlijk uiterlijk geven
ontzooënd	=	ontzooën
ontzorging	noun	het wegnemen van zorgen of stress.
ontzorgingen	=	ontzorging
ontzorginkje	=	ontzorging
ontzorginkjes	=	ontzorging
ontzout	=	ontzouten
ontzoute	=	ontzouten
ontzouten	verb	van opgelost zout ontdoen, ontzilten
ontzoutend	=	ontzouten
ontzoutende	=	ontzouten
ontzoutens	=	ontzouten
ontzouting	noun	het ontzouten
ontzoutte	=	ontzouten
ontzoutten	=	ontzouten
ontzuil	=	ontzuilen
ontzuild	=	ontzuilen
ontzuilde	=	ontzuilen
ontzuilden	=	ontzuilen
ontzuile	=	ontzuilen
ontzuilen	verb	de opsplitsing in allerlei kerkelijk-politieke belangengroepen kwijtraken
ontzuilend	=	ontzuilen
ontzuilende	=	ontzuilen
ontzuiling	noun	het wegvallen van naast elkaar bestaande structuren in een samenleving die duidelijk getekend zijn door verschillende levensbeschouwelijke groepen binnen die samenleving
ontzuilingen	=	ontzuiling
ontzuilinkje	=	ontzuiling
ontzuilinkjes	=	ontzuiling
ontzuilt	=	ontzuilen
ontzure	=	ontzuren
ontzuren	verb	verlagen van het zuurgehalte
ontzurend	=	ontzuren
ontzurende	=	ontzuren
ontzuringsbehandeling	noun	een proces waarbij verzurend papier (vaak boeken of archiefstukken) wordt behandeld om verdere afbraak te voorkomen.
ontzuringsbehandelingen	=	ontzuringsbehandeling
ontzuringsbehandelingetje	=	ontzuringsbehandeling
ontzuringsbehandelingetjes	=	ontzuringsbehandeling
ontzuur	=	ontzuren
ontzuurd	=	ontzuren
ontzuurde	=	ontzuren
ontzuurden	=	ontzuren
ontzuurt	=	ontzuren
ontzwanger	=	ontzwangeren
ontzwangerd	=	ontzwangeren
ontzwangerde	=	ontzwangeren
ontzwangerden	=	ontzwangeren
ontzwangere	=	ontzwangeren
ontzwangeren	verb	herstelproces na het einde van de zwangerschap
ontzwangerend	=	ontzwangeren
ontzwangerende	=	ontzwangeren
ontzwangert	=	ontzwangeren
ontzwavel	=	ontzwavelen
ontzwaveld	=	ontzwavelen
ontzwavelde	=	ontzwavelen
ontzwavelden	=	ontzwavelen
ontzwavele	=	ontzwavelen
ontzwavelen	verb	zwavel of zwavelverbindingen verwijderen
ontzwavelend	=	ontzwavelen
ontzwavelende	=	ontzwavelen
ontzwaveling	noun	het ontdoen van zwavel of zwavelverbindingen
ontzwavelingen	=	ontzwaveling
ontzwavelt	=	ontzwavelen
onuitblusbaar	adj	van iets dat het niet gedoofd, gestild of tot bedaren gebracht kan worden
onuitblusbaarder	=	onuitblusbaar
onuitblusbaardere	=	onuitblusbaar
onuitblusbaarders	=	onuitblusbaar
onuitblusbaars	=	onuitblusbaar
onuitblusbaarst	=	onuitblusbaar
onuitblusbaarste	=	onuitblusbaar
onuitblusbare	=	onuitblusbaar
onuitdoofbaar	adj	van iets dat het niet gedoofd, gestild of tot bedaren gebracht kan worden
onuitdoofbaarder	=	onuitdoofbaar
onuitdoofbaardere	=	onuitdoofbaar
onuitdoofbaarders	=	onuitdoofbaar
onuitdoofbaars	=	onuitdoofbaar
onuitdoofbaarst	=	onuitdoofbaar
onuitdoofbaarste	=	onuitdoofbaar
onuitdoofbare	=	onuitdoofbaar
onuitgebracht	adj	niet gepubliceerd
onuitgebrachte	=	onuitgebracht
onuitgebrachts	=	onuitgebracht
onuitgegeven	adj	niet gepubliceerd
onuitgegevens	=	onuitgegeven
onuitgenodigd	adj	zonder uitnodiging, zonder welkom te zijn
onuitgenodigde	=	onuitgenodigd
onuitgenodigds	=	onuitgenodigd
onuitgepakt	adj	van iets dat het nog in de verpakking zit; van iets dat het nog ingepakt is
onuitgepakte	=	onuitgepakt
onuitgepakts	=	onuitgepakt
onuitgesproken	adj	duidelijk door houding en gedrag maar niet in woorden gezegd (soms zelfs in woorden ontkend)
onuitgesprokens	=	onuitgesproken
onuitputtelijk	adj	nooit oprakend
onuitputtelijke	=	onuitputtelijk
onuitputtelijker	=	onuitputtelijk
onuitputtelijkere	=	onuitputtelijk
onuitputtelijkers	=	onuitputtelijk
onuitputtelijks	=	onuitputtelijk
onuitputtelijkst	=	onuitputtelijk
onuitputtelijkste	=	onuitputtelijk
onuitroeibaar	adj	dat iets niet te vernietigen is, dat iets niet uit de wereld geholpen kan worden
onuitroeibaarder	=	onuitroeibaar
onuitroeibaardere	=	onuitroeibaar
onuitroeibaarders	=	onuitroeibaar
onuitroeibaars	=	onuitroeibaar
onuitroeibaarst	=	onuitroeibaar
onuitroeibaarste	=	onuitroeibaar
onuitroeibare	=	onuitroeibaar
onuitspreekbaar	adj	dat iets niet of nauwelijks uit te spreken is
onuitspreekbaarder	=	onuitspreekbaar
onuitspreekbaardere	=	onuitspreekbaar
onuitspreekbaarders	=	onuitspreekbaar
onuitspreekbaars	=	onuitspreekbaar
onuitspreekbaarst	=	onuitspreekbaar
onuitspreekbaarste	=	onuitspreekbaar
onuitspreekbare	=	onuitspreekbaar
onuitsprekelijk	adj	zo groot of sterk dat er geen woorden voor zijn; zeer, heel
onuitsprekelijke	=	onuitsprekelijk
onuitsprekelijker	=	onuitsprekelijk
onuitsprekelijkere	=	onuitsprekelijk
onuitsprekelijkers	=	onuitsprekelijk
onuitsprekelijks	=	onuitsprekelijk
onuitsprekelijkst	=	onuitsprekelijk
onuitsprekelijkste	=	onuitsprekelijk
onuitstaanbaar	adj	zo vervelend dat je er niet bij in de buurt kunt blijven
onuitstaanbaarder	=	onuitstaanbaar
onuitstaanbaardere	=	onuitstaanbaar
onuitstaanbaarders	=	onuitstaanbaar
onuitstaanbaars	=	onuitstaanbaar
onuitstaanbaarst	=	onuitstaanbaar
onuitstaanbaarste	=	onuitstaanbaar
onuitstaanbare	=	onuitstaanbaar
onuitvoerbaar	adj	niet mogelijk om zo te doen
onuitvoerbaarder	=	onuitvoerbaar
onuitvoerbaardere	=	onuitvoerbaar
onuitvoerbaarders	=	onuitvoerbaar
onuitvoerbaarheden	=	onuitvoerbaarheid
onuitvoerbaarheid	noun	het onmogelijk zijn van iets; de eigenschap van iets dat het niet gedaan kan worden
onuitvoerbaars	=	onuitvoerbaar
onuitvoerbaarst	=	onuitvoerbaar
onuitvoerbaarste	=	onuitvoerbaar
onuitvoerbare	=	onuitvoerbaar
onuitwisbaar	adj	niet te verwijderen
onuitwisbaarder	=	onuitwisbaar
onuitwisbaardere	=	onuitwisbaar
onuitwisbaarders	=	onuitwisbaar
onuitwisbaars	=	onuitwisbaar
onuitwisbaarst	=	onuitwisbaar
onuitwisbaarste	=	onuitwisbaar
onuitwisbare	=	onuitwisbaar
onuitwisselbaar	adj	van iets of iemand dat het niet vervangen kan worden door iets of iemand anders
onuitwisselbaarder	=	onuitwisselbaar
onuitwisselbaardere	=	onuitwisselbaar
onuitwisselbaarders	=	onuitwisselbaar
onuitwisselbaars	=	onuitwisselbaar
onuitwisselbaarst	=	onuitwisselbaar
onuitwisselbaarste	=	onuitwisselbaar
onuitwisselbare	=	onuitwisselbaar
onus	noun	plicht, verantwoordelijkheid
onusje	=	onus
onussen	=	onus
onvaderlandlievend	adj	van een persoon dat deze geen liefde, trouw of toewijding toont voor het eigen vaderland
onvaderlandlievende	=	onvaderlandlievend
onvaderlandlievender	=	onvaderlandlievend
onvaderlandlievendere	=	onvaderlandlievend
onvaderlandlievenders	=	onvaderlandlievend
onvaderlandlievends	=	onvaderlandlievend
onvaderlandlievendst	=	onvaderlandlievend
onvaderlandlievendste	=	onvaderlandlievend
onvaderlandslievend	adj	van een persoon dat deze geen liefde, trouw of toewijding toont voor het eigen vaderland
onvaderlandslievende	=	onvaderlandslievend
onvaderlandslievender	=	onvaderlandslievend
onvaderlandslievendere	=	onvaderlandslievend
onvaderlandslievenders	=	onvaderlandslievend
onvaderlandslievends	=	onvaderlandslievend
onvaderlandslievendst	=	onvaderlandslievend
onvaderlandslievendste	=	onvaderlandslievend
onvast	adj	van de slaap: dat je makkelijk wakker kunt worden
onvaste	=	onvast
onvaster	=	onvast
onvastere	=	onvast
onvasters	=	onvast
onvasts	=	onvast
onvastst	=	onvast
onvastste	=	onvast
onvatbaar	adj	immuun, resistent
onvatbaarder	=	onvatbaar
onvatbaardere	=	onvatbaar
onvatbaarders	=	onvatbaar
onvatbaars	=	onvatbaar
onvatbaarst	=	onvatbaar
onvatbaarste	=	onvatbaar
onvatbare	=	onvatbaar
onveilig	adj	gevaar met zich meebrengend
onveilige	=	onveilig
onveiliger	=	onveilig
onveiligere	=	onveilig
onveiligers	=	onveilig
onveiligheden	=	onveiligheid
onveiligheid	noun	het onveilig zijn
onveiligheidsgevoel	noun	verwachting dat men door misdaad of ander onheil kan worden getroffen
onveiligheidsgevoelen	noun	een gevoel(en) van onveiligheid
onveiligheidsgevoelens	=	onveiligheidsgevoel
onveiligs	=	onveilig
onveiligst	=	onveilig
onveiligste	=	onveilig
onveranderbaar	adj	dat iets niet te veranderen is
onveranderbaarder	=	onveranderbaar
onveranderbaardere	=	onveranderbaar
onveranderbaarders	=	onveranderbaar
onveranderbaars	=	onveranderbaar
onveranderbaarst	=	onveranderbaar
onveranderbaarste	=	onveranderbaar
onveranderbare	=	onveranderbaar
onveranderd	adj	hetzelfde gebleven, zonder wijziging
onveranderde	=	onveranderd
onveranderder	=	onveranderd
onveranderdere	=	onveranderd
onveranderders	=	onveranderd
onveranderds	=	onveranderd
onveranderdst	=	onveranderd
onveranderdste	=	onveranderd
onveranderlijk	adj	niet tot anders worden geneigd, zodat het steeds hetzelfde blijft
onveranderlijke	=	onveranderlijk
onveranderlijker	=	onveranderlijk
onveranderlijkere	=	onveranderlijk
onveranderlijkers	=	onveranderlijk
onveranderlijkheden	=	onveranderlijkheid
onveranderlijkheid	noun	het constant zijn van iets
onveranderlijks	=	onveranderlijk
onveranderlijkst	=	onveranderlijk
onveranderlijkste	=	onveranderlijk
onverantwoord	adj	onaanvaardbaar riskant
onverantwoorde	=	onverantwoord
onverantwoordelijk	adj	zich onvoldoende rekenschap gevend van de gevolgen van zijn daden
onverantwoordelijke	=	onverantwoordelijk
onverantwoordelijker	=	onverantwoordelijk
onverantwoordelijkere	=	onverantwoordelijk
onverantwoordelijkers	=	onverantwoordelijk
onverantwoordelijkheden	=	onverantwoordelijkheid
onverantwoordelijkheid	noun	de mate waarin iemand zich onvoldoende rekenschap geeft van de gevolgen van zijn daden
onverantwoordelijks	=	onverantwoordelijk
onverantwoordelijkst	=	onverantwoordelijk
onverantwoordelijkste	=	onverantwoordelijk
onverantwoorder	=	onverantwoord
onverantwoordere	=	onverantwoord
onverantwoorders	=	onverantwoord
onverantwoords	=	onverantwoord
onverantwoordst	=	onverantwoord
onverantwoordste	=	onverantwoord
onverbeterbaar	adj	van iets of iemand dat het niet verbeterd kan worden
onverbeterbaarder	=	onverbeterbaar
onverbeterbaardere	=	onverbeterbaar
onverbeterbaarders	=	onverbeterbaar
onverbeterbaars	=	onverbeterbaar
onverbeterbaarst	=	onverbeterbaar
onverbeterbaarste	=	onverbeterbaar
onverbeterbare	=	onverbeterbaar
onverbeterd	adj	zonder verbeteringen
onverbeterde	=	onverbeterd
onverbeterder	=	onverbeterd
onverbeterdere	=	onverbeterd
onverbeterders	=	onverbeterd
onverbeterds	=	onverbeterd
onverbeterdst	=	onverbeterd
onverbeterdste	=	onverbeterd
onverbeterlijk	adj	van iets dat slecht is en toch niet beter kan worden dan dat het nu is)
onverbeterlijke	=	onverbeterlijk
onverbeterlijker	=	onverbeterlijk
onverbeterlijkere	=	onverbeterlijk
onverbeterlijkers	=	onverbeterlijk
onverbeterlijks	=	onverbeterlijk
onverbeterlijkst	=	onverbeterlijk
onverbeterlijkste	=	onverbeterlijk
onverbiddelijk	adj	niet geneigd om zich door smeekbeden tot andere handelwijze te laten bewegen
onverbiddelijke	=	onverbiddelijk
onverbiddelijker	=	onverbiddelijk
onverbiddelijkere	=	onverbiddelijk
onverbiddelijkers	=	onverbiddelijk
onverbiddelijkheden	=	onverbiddelijkheid
onverbiddelijkheid	noun	de mate waarin iemand niet geneigd is om zich door smeekbeden tot andere handelwijze te laten bewegen
onverbiddelijks	=	onverbiddelijk
onverbiddelijkst	=	onverbiddelijk
onverbiddelijkste	=	onverbiddelijk
onverbindend	adj	van een regel, besluit of aanbod juridisch dat deze niet bindt, oftewel niet afdwingbaar is en geen verplichtingen schept
onverbindende	=	onverbindend
onverbindender	=	onverbindend
onverbindendere	=	onverbindend
onverbindenders	=	onverbindend
onverbindends	=	onverbindend
onverbindendst	=	onverbindend
onverbindendste	=	onverbindend
onverbloemd	adj	zonder iets mooier te laten zijn dan het is, (te) eerlijk
onverbloemde	=	onverbloemd
onverbloemder	=	onverbloemd
onverbloemdere	=	onverbloemd
onverbloemders	=	onverbloemd
onverbloemds	=	onverbloemd
onverbloemdst	=	onverbloemd
onverbloemdste	=	onverbloemd
onverbrede	=	onverbreed
onverbreed	adj	zonder horizontaal haaks op de kijkrichting of dwars op de lengte groter te worden
onverbreeds	=	onverbreed
onverbreekbaar	adj	dat de onderlinge band niet kapot te maken is
onverbreekbaarder	=	onverbreekbaar
onverbreekbaardere	=	onverbreekbaar
onverbreekbaarders	=	onverbreekbaar
onverbreekbaars	=	onverbreekbaar
onverbreekbaarst	=	onverbreekbaar
onverbreekbaarste	=	onverbreekbaar
onverbreekbare	=	onverbreekbaar
onverbrekelijk	adj	niet door te knippen of te snijden
onverbrekelijke	=	onverbrekelijk
onverbrekelijker	=	onverbrekelijk
onverbrekelijkere	=	onverbrekelijk
onverbrekelijkers	=	onverbrekelijk
onverbrekelijks	=	onverbrekelijk
onverbrekelijkst	=	onverbrekelijk
onverbrekelijkste	=	onverbrekelijk
onverbuigbaar	adj	onmogelijk te verbuigen
onverbuigbaarder	=	onverbuigbaar
onverbuigbaardere	=	onverbuigbaar
onverbuigbaarders	=	onverbuigbaar
onverbuigbaars	=	onverbuigbaar
onverbuigbaarst	=	onverbuigbaar
onverbuigbaarste	=	onverbuigbaar
onverbuigbare	=	onverbuigbaar
onverdacht	adj	geen reden tot verdenking of twijfel gevend, betrouwbaar, zuiver
onverdachte	=	onverdacht
onverdachter	=	onverdacht
onverdachtere	=	onverdacht
onverdachters	=	onverdacht
onverdachts	=	onverdacht
onverdachtst	=	onverdacht
onverdachtste	=	onverdacht
onverdedigbaar	adj	dat een bescherming niet mogelijk is
onverdedigbaarder	=	onverdedigbaar
onverdedigbaardere	=	onverdedigbaar
onverdedigbaarders	=	onverdedigbaar
onverdedigbaars	=	onverdedigbaar
onverdedigbaarst	=	onverdedigbaar
onverdedigbaarste	=	onverdedigbaar
onverdedigbare	=	onverdedigbaar
onverdedigd	adj	zonder verdediging of bescherming
onverdedigde	=	onverdedigd
onverdedigds	=	onverdedigd
onverdeeld	adj	niet verdeeld
onverdeelde	=	onverdeeld
onverdeelder	=	onverdeeld
onverdeeldere	=	onverdeeld
onverdeelders	=	onverdeeld
onverdeeldheid	noun	toestand waarin iets een eenheid vormt
onverdeelds	=	onverdeeld
onverdeeldst	=	onverdeeld
onverdeeldste	=	onverdeeld
onverdiend	adj	van een gelukje dat je er niets voor gedaan hebt
onverdiende	=	onverdiend
onverdiender	=	onverdiend
onverdiendere	=	onverdiend
onverdienders	=	onverdiend
onverdiends	=	onverdiend
onverdiendst	=	onverdiend
onverdiendste	=	onverdiend
onverdienstelijk	adj	niet goed of geweldig
onverdienstelijke	=	onverdienstelijk
onverdienstelijker	=	onverdienstelijk
onverdienstelijkere	=	onverdienstelijk
onverdienstelijkers	=	onverdienstelijk
onverdienstelijks	=	onverdienstelijk
onverdienstelijkst	=	onverdienstelijk
onverdienstelijkste	=	onverdienstelijk
onverdraagbaar	adj	de eigenschap van iets wat niet te verdragen of te verduren is
onverdraagbaarder	=	onverdraagbaar
onverdraagbaardere	=	onverdraagbaar
onverdraagbaarders	=	onverdraagbaar
onverdraagbaars	=	onverdraagbaar
onverdraagbaarst	=	onverdraagbaar
onverdraagbaarste	=	onverdraagbaar
onverdraagbare	=	onverdraagbaar
onverdraaglijk	adj	niet te verdragen; iets wat zo erg is dat men het niet kan accepteren
onverdraaglijke	=	onverdraaglijk
onverdraaglijker	=	onverdraaglijk
onverdraaglijkere	=	onverdraaglijk
onverdraaglijkers	=	onverdraaglijk
onverdraaglijks	=	onverdraaglijk
onverdraaglijkst	=	onverdraaglijk
onverdraaglijkste	=	onverdraaglijk
onverdraagzaam	adj	zich altijd verzettend tegen wat afwijkt van de eigen opvattingen
onverdraagzaamheden	=	onverdraagzaamheid
onverdraagzaamheid	noun	houding waardoor iemand niet bereid is iets te aanvaarden
onverdraagzaamheidje	=	onverdraagzaamheid
onverdraagzaams	=	onverdraagzaam
onverdraagzaamst	=	onverdraagzaam
onverdraagzaamste	=	onverdraagzaam
onverdraagzame	=	onverdraagzaam
onverdraagzamer	=	onverdraagzaam
onverdraagzamere	=	onverdraagzaam
onverdraagzamers	=	onverdraagzaam
onverdroten	adj	zich niet latende terneerslaan
onverdrotener	=	onverdroten
onverdroteners	=	onverdroten
onverdrotenheden	=	onverdrotenheid
onverdrotenheid	noun	een onverdroten houding, het onverdroten zijn
onverdrotens	=	onverdroten
onverdrotenst	=	onverdroten
onverdrotenste	=	onverdroten
onverdund	adj	van vloeistoffen: niet vermengd met een andere vloeistof; niet aangelengd (ook figuurlijk)
onverdunde	=	onverdund
onverdunder	=	onverdund
onverdundere	=	onverdund
onverdunders	=	onverdund
onverdunds	=	onverdund
onverdundst	=	onverdund
onverdundste	=	onverdund
onveredeld	adj	zonder dat er iets aan gedaan is om de kwaliteit of geschiktheid te verbeteren
onveredelde	noun	dat wat oorspronkelijk, puur en onbewerkt is
onveredelds	=	onveredeld
onverenigbaar	adj	niet te verenigen
onverenigbaarder	=	onverenigbaar
onverenigbaardere	=	onverenigbaar
onverenigbaarders	=	onverenigbaar
onverenigbaarheden	=	onverenigbaarheid
onverenigbaarheid	noun	het niet verenigd kunnen worden
onverenigbaars	=	onverenigbaar
onverenigbaarst	=	onverenigbaar
onverenigbaarste	=	onverenigbaar
onverenigbare	=	onverenigbaar
onverflauwd	adj	zonder vermindering van aandacht of inspanning; niet verzwakkend
onverflauwde	=	onverflauwd
onverflauwder	=	onverflauwd
onverflauwdere	=	onverflauwd
onverflauwders	=	onverflauwd
onverflauwds	=	onverflauwd
onverflauwdst	=	onverflauwd
onverflauwdste	=	onverflauwd
onverganckelick	=	onvergankelijk
onverganckelijck	=	onvergankelijk
onvergancklick	=	onvergankelijk
onvergangklyk	=	onvergankelijk
onvergankelijk	adj	voorgoed blijvend, niet voorbijgaand, onverwoestbaar, niet geleidelijk vergaand
onvergankelijke	=	onvergankelijk
onvergankelijker	=	onvergankelijk
onvergankelijkere	=	onvergankelijk
onvergankelijkers	=	onvergankelijk
onvergankelijkheden	=	onvergankelijkheid
onvergankelijkheid	noun	het niet verloren kunnen gaan; het eeuwig zijn; het niet vergaan
onvergankelijks	=	onvergankelijk
onvergankelijkst	=	onvergankelijk
onvergankelijkste	=	onvergankelijk
onverganklijk	=	onvergankelijk
onvergeeflijk	adj	een fout die je niet goed kunt praten
onvergeeflijke	=	onvergeeflijk
onvergeeflijker	=	onvergeeflijk
onvergeeflijkere	=	onvergeeflijk
onvergeeflijkers	=	onvergeeflijk
onvergeeflijks	=	onvergeeflijk
onvergeeflijkst	=	onvergeeflijk
onvergeeflijkste	=	onvergeeflijk
onvergeetbaar	adj	dat iets of iemand zo bijzonder, indrukwekkend of waardevol is, dat het niet vergeten kan worden en in het geheugen gegrift blijft
onvergeetbaarder	=	onvergeetbaar
onvergeetbaardere	=	onvergeetbaar
onvergeetbaarders	=	onvergeetbaar
onvergeetbaars	=	onvergeetbaar
onvergeetbaarst	=	onvergeetbaar
onvergeetbaarste	=	onvergeetbaar
onvergeetbare	=	onvergeetbaar
onvergefelijk	adj	van iets wat je iemand altijd kwalijk blijft nemen, zoals een grote fout, nalatigheid, of iets dat buiten proportie is, en waarvoor geen excuse is
onvergefelijke	=	onvergefelijk
onvergefelijker	=	onvergefelijk
onvergefelijkere	=	onvergefelijk
onvergefelijkers	=	onvergefelijk
onvergefelijks	=	onvergefelijk
onvergefelijkst	=	onvergefelijk
onvergefelijkste	=	onvergefelijk
onvergelijkbaar	adj	niet te vergelijken, zonder enige gelijkenis
onvergelijkbaarder	=	onvergelijkbaar
onvergelijkbaardere	=	onvergelijkbaar
onvergelijkbaarders	=	onvergelijkbaar
onvergelijkbaars	=	onvergelijkbaar
onvergelijkbaarst	=	onvergelijkbaar
onvergelijkbaarste	=	onvergelijkbaar
onvergelijkbare	=	onvergelijkbaar
onvergelijkelijk	adv	zo verschillend van elkaar dat je ze eigenlijk niet met elkaar kunt vergelijken
onvergelijkelijke	=	onvergelijkelijk
onvergelijkelijker	=	onvergelijkelijk
onvergelijkelijkere	=	onvergelijkelijk
onvergelijkelijkers	=	onvergelijkelijk
onvergelijkelijks	=	onvergelijkelijk
onvergelijkelijkst	=	onvergelijkelijk
onvergelijkelijkste	=	onvergelijkelijk
onvergetelijk	adj	niet kunnen vergeten, heuglijk, gedenkwaardig
onvergetelijke	=	onvergetelijk
onvergetelijker	=	onvergetelijk
onvergetelijkere	=	onvergetelijk
onvergetelijkers	=	onvergetelijk
onvergetelijks	=	onvergetelijk
onvergetelijkst	=	onvergetelijk
onvergetelijkste	=	onvergetelijk
onverhaalbaar	adj	van kosten, schade of een schuld dat deze niet kunnen worden teruggevorderd of verhaald op de aansprakelijke partij.
onverhaalbaarder	=	onverhaalbaar
onverhaalbaardere	=	onverhaalbaar
onverhaalbaarders	=	onverhaalbaar
onverhaalbaars	=	onverhaalbaar
onverhaalbaarst	=	onverhaalbaar
onverhaalbaarste	=	onverhaalbaar
onverhaalbare	=	onverhaalbaar
onverhard	adj	vooral van een weg dat er geen stenen of asfalt toplaag is
onverharde	=	onverhard
onverharder	=	onverhard
onverhardere	=	onverhard
onverharders	=	onverhard
onverhards	=	onverhard
onverhardst	=	onverhard
onverhardste	=	onverhard
onverheeld	adj	onverborgen, onverzwegen
onverheelde	=	onverheeld
onverheelder	=	onverheeld
onverheeldere	=	onverheeld
onverheelders	=	onverheeld
onverheelds	=	onverheeld
onverheeldste	=	onverheeld
onverhoeds	adj	plotseling zonder dat iemand er op voorbereid is
onverhoedsch	=	onverhoeds
onverhoedse	=	onverhoeds
onverhoedser	=	onverhoeds
onverhoedsere	=	onverhoeds
onverhoedsers	=	onverhoeds
onverhoedst	=	onverhoeds
onverhoedste	=	onverhoeds
onverholen	adj	geen moeite nemend iets te verhelen, openlijk
onverholener	=	onverholen
onverholeners	=	onverholen
onverholens	=	onverholen
onverholenst	=	onverholen
onverholenste	=	onverholen
onverhoopt	adj	waarvan je niet hoopt dat het gebeurt, maar waarvoor je wel bang bent dat het zou kunnen gebeuren
onverhoopte	=	onverhoopt
onverhoopter	=	onverhoopt
onverhooptere	=	onverhoopt
onverhoopters	=	onverhoopt
onverhoopts	=	onverhoopt
onverhooptst	=	onverhoopt
onverhooptste	=	onverhoopt
onverhuld	adj	open en bloot, zonder iets te verbergen of te bedekken
onverhulde	=	onverhuld
onverhulder	=	onverhuld
onverhuldere	=	onverhuld
onverhulders	=	onverhuld
onverhulds	=	onverhuld
onverhuldst	=	onverhuld
onverhuldste	=	onverhuld
onverifieerbaar	adj	wat niet nagegaan kan worden
onverifieerbaarder	=	onverifieerbaar
onverifieerbaardere	=	onverifieerbaar
onverifieerbaarders	=	onverifieerbaar
onverifieerbaars	=	onverifieerbaar
onverifieerbaarst	=	onverifieerbaar
onverifieerbaarste	=	onverifieerbaar
onverifieerbare	=	onverifieerbaar
onverkiesbaar	adj	niet gekozen kunnen worden in een verkiezing
onverkiesbaarder	=	onverkiesbaar
onverkiesbaardere	=	onverkiesbaar
onverkiesbaarders	=	onverkiesbaar
onverkiesbaars	=	onverkiesbaar
onverkiesbaarst	=	onverkiesbaar
onverkiesbaarste	=	onverkiesbaar
onverkiesbare	=	onverkiesbaar
onverklaarbaar	adj	niet te begrijpen
onverklaarbaarder	=	onverklaarbaar
onverklaarbaardere	=	onverklaarbaar
onverklaarbaarders	=	onverklaarbaar
onverklaarbaars	=	onverklaarbaar
onverklaarbaarst	=	onverklaarbaar
onverklaarbaarste	=	onverklaarbaar
onverklaarbare	=	onverklaarbaar
onverklaard	adj	wat geen nadere uitleg (nodig) heeft
onverklaarde	=	onverklaard
onverklaarder	=	onverklaard
onverklaardere	=	onverklaard
onverklaarders	=	onverklaard
onverklaards	=	onverklaard
onverklaardst	=	onverklaard
onverklaardste	=	onverklaard
onverkleinbaar	adj	van iets dat het niet kleiner gemaakt kan worden, niet te reduceren is, of onveranderlijk is in grootte of omvang.
onverkleinbaarder	=	onverkleinbaar
onverkleinbaardere	=	onverkleinbaar
onverkleinbaarders	=	onverkleinbaar
onverkleinbaars	=	onverkleinbaar
onverkleinbaarst	=	onverkleinbaar
onverkleinbaarste	=	onverkleinbaar
onverkleinbare	=	onverkleinbaar
onverkocht	adj	van iets dat het (nog) niet verkocht is
onverkochte	=	onverkocht
onverkochts	=	onverkocht
onverkoopbaar	adj	niet mogelijk om te verkopen
onverkoopbaarder	=	onverkoopbaar
onverkoopbaardere	=	onverkoopbaar
onverkoopbaarders	=	onverkoopbaar
onverkoopbaars	=	onverkoopbaar
onverkoopbaarst	=	onverkoopbaar
onverkoopbaarste	=	onverkoopbaar
onverkoopbare	=	onverkoopbaar
onverkort	adj	niet korter gemaakt	prep	zonder af te doen aan de geldigheid en werking van
onverkorte	=	onverkort
onverkorts	=	onverkort
onverkrijgbaar	adj	van iets dat het niet te koop, niet leverbaar of niet te bemachtigen is.
onverkrijgbaarder	=	onverkrijgbaar
onverkrijgbaardere	=	onverkrijgbaar
onverkrijgbaarders	=	onverkrijgbaar
onverkrijgbaars	=	onverkrijgbaar
onverkrijgbaarst	=	onverkrijgbaar
onverkrijgbaarste	=	onverkrijgbaar
onverkrijgbare	=	onverkrijgbaar
onverkwikkelijk	adj	onsmakelijk, gênant
onverkwikkelijke	=	onverkwikkelijk
onverkwikkelijker	=	onverkwikkelijk
onverkwikkelijkere	=	onverkwikkelijk
onverkwikkelijkers	=	onverkwikkelijk
onverkwikkelijks	=	onverkwikkelijk
onverkwikkelijkst	=	onverkwikkelijk
onverkwikkelijkste	=	onverkwikkelijk
onverlaat	noun	iemand met een verdorven karakter
onverlaatje	=	onverlaat
onverlaten	=	onverlaat
onverlet	adj	onverlet laten - onverminderd aanwezig blijven
onverlete	=	onverlet
onverleter	=	onverlet
onverletere	=	onverlet
onverleters	=	onverlet
onverlets	=	onverlet
onverletst	=	onverlet
onverletste	=	onverlet
onverlicht	adj	zonder dat er licht op schijnt
onverlichte	=	onverlicht
onverlichter	=	onverlicht
onverlichtere	=	onverlicht
onverlichters	=	onverlicht
onverlichts	=	onverlicht
onverlichtst	=	onverlicht
onverlichtste	=	onverlicht
onverliesbaar	adj	van iets dat het niet verloren kan worden
onverliesbaarder	=	onverliesbaar
onverliesbaardere	=	onverliesbaar
onverliesbaarders	=	onverliesbaar
onverliesbaars	=	onverliesbaar
onverliesbaarst	=	onverliesbaar
onverliesbaarste	=	onverliesbaar
onverliesbare	=	onverliesbaar
onvermakelijk	adj	niet fijn; niet amusant
onvermakelijke	=	onvermakelijk
onvermakelijker	=	onvermakelijk
onvermakelijkere	=	onvermakelijk
onvermakelijkers	=	onvermakelijk
onvermakelijks	=	onvermakelijk
onvermakelijkst	=	onvermakelijk
onvermakelijkste	=	onvermakelijk
onvermeld	adj	niet genoemd of genoteerd
onvermelde	=	onvermeld
onvermelds	=	onvermeld
onvermengd	adj	zuiver
onvermengde	=	onvermengd
onvermengder	=	onvermengd
onvermengdere	=	onvermengd
onvermengders	=	onvermengd
onvermengds	=	onvermengd
onvermengdst	=	onvermengd
onvermengdste	=	onvermengd
onvermijdbaar	adj	niet te vermijden
onvermijdbaarder	=	onvermijdbaar
onvermijdbaardere	=	onvermijdbaar
onvermijdbaarders	=	onvermijdbaar
onvermijdbaars	=	onvermijdbaar
onvermijdbaarst	=	onvermijdbaar
onvermijdbaarste	=	onvermijdbaar
onvermijdbare	=	onvermijdbaar
onvermijdelijk	adj	waaraan niet te ontsnappen is
onvermijdelijke	=	onvermijdelijk
onvermijdelijker	=	onvermijdelijk
onvermijdelijkere	=	onvermijdelijk
onvermijdelijkers	=	onvermijdelijk
onvermijdelijkheden	=	onvermijdelijkheid
onvermijdelijkheid	noun	de mate waarin iets noodzakelijk is
onvermijdelijks	=	onvermijdelijk
onvermijdelijkst	=	onvermijdelijk
onvermijdelijkste	=	onvermijdelijk
onverminderd	adj	nog even groot, niet minder geworden	prep|formal	zonder af te doen aan
onverminderde	=	onverminderd
onverminderder	=	onverminderd
onverminderdere	=	onverminderd
onverminderders	=	onverminderd
onverminderds	=	onverminderd
onverminderdst	=	onverminderd
onverminderdste	=	onverminderd
onvermoed	adj	waar je geen vermoeden van had en toch gebeurt
onvermoede	=	onvermoed
onvermoeder	=	onvermoed
onvermoedere	=	onvermoed
onvermoeders	=	onvermoed
onvermoeds	=	onvermoed
onvermoedst	=	onvermoed
onvermoedste	=	onvermoed
onvermoeibaar	adj	ondanks zware inspanning niet moe te krijgen
onvermoeibaarder	=	onvermoeibaar
onvermoeibaardere	=	onvermoeibaar
onvermoeibaarders	=	onvermoeibaar
onvermoeibaars	=	onvermoeibaar
onvermoeibaarst	=	onvermoeibaar
onvermoeibaarste	=	onvermoeibaar
onvermoeibare	=	onvermoeibaar
onvermoeid	adj	zonder vermoeid te raken
onvermoeide	=	onvermoeid
onvermoeider	=	onvermoeid
onvermoeidere	=	onvermoeid
onvermoeiders	=	onvermoeid
onvermoeids	=	onvermoeid
onvermoeidst	=	onvermoeid
onvermoeidste	=	onvermoeid
onvermogen	noun	niet bij machte zijn iets te doen
onvermogend	adj	zonder (ruime) financiële middelen
onvermogende	=	onvermogend
onvermogender	=	onvermogend
onvermogendere	=	onvermogend
onvermogenders	=	onvermogend
onvermogends	=	onvermogend
onvermogendst	=	onvermogend
onvermogendste	=	onvermogend
onvermogens	=	onvermogen
onvermogentje	=	onvermogen
onvermurwbaar	adj	niet toegevend
onvermurwbaarder	=	onvermurwbaar
onvermurwbaardere	=	onvermurwbaar
onvermurwbaarders	=	onvermurwbaar
onvermurwbaars	=	onvermurwbaar
onvermurwbaarst	=	onvermurwbaar
onvermurwbaarste	=	onvermurwbaar
onvermurwbare	=	onvermurwbaar
onverpakt	adj	van goederen dat er geen omhulsel omheen zit, losse goederen
onverpakte	=	onverpakt
onverpakts	=	onverpakt
onverpoosd	adj	zonder pauze
onverpoosde	=	onverpoosd
onverpoosder	=	onverpoosd
onverpoosdere	=	onverpoosd
onverpoosders	=	onverpoosd
onverpoosds	=	onverpoosd
onverpoosdst	=	onverpoosd
onverpoosdste	=	onverpoosd
onverrast	adj	zonder verbazing#:▸ ‘Het is jammer dat we je zo weinig gezien hebben, Toon’, zei Dick. ‘Ik hoop volgende keer eens wat meer van je te horen.
onverraste	=	onverrast
onverrasts	=	onverrast
onverricht	adj	niet verricht
onverrichte	=	onverricht
onverrichter	=	onverricht
onverrichtere	=	onverricht
onverrichters	=	onverricht
onverrichts	=	onverricht
onverrichtst	=	onverricht
onverrichtste	=	onverricht
onversaagd	adj	zonder vrees
onversaagde	=	onversaagd
onversaagder	=	onversaagd
onversaagdere	=	onversaagd
onversaagders	=	onversaagd
onversaagdheden	=	onversaagdheid
onversaagdheid	noun	moedig doorzettingsvermogen
onversaagds	=	onversaagd
onversaagdst	=	onversaagd
onversaagdste	=	onversaagd
onverschillig	adj	nergens iets om gevend
onverschillige	=	onverschillig
onverschilliger	=	onverschillig
onverschilligere	=	onverschillig
onverschilligers	=	onverschillig
onverschilligheden	=	onverschilligheid
onverschilligheid	noun	houding waarbij men zich niets aantrekt van omstandigheden en de opvattingen van anderen
onverschilligs	=	onverschillig
onverschilligst	=	onverschillig
onverschilligste	=	onverschillig
onverschoonbaar	adj	een fout die je niet goed kunt praten
onverschoonbaarder	=	onverschoonbaar
onverschoonbaardere	=	onverschoonbaar
onverschoonbaarders	=	onverschoonbaar
onverschoonbaars	=	onverschoonbaar
onverschoonbaarst	=	onverschoonbaar
onverschoonbaarste	=	onverschoonbaar
onverschoonbare	=	onverschoonbaar
onverschrokken	adj	niet bang
onverschrokkener	=	onverschrokken
onverschrokkeners	=	onverschrokken
onverschrokkenheden	=	onverschrokkenheid
onverschrokkenheid	noun	de mate waarin iemand niet terugdeinst voor iets moeilijks of gevaarlijks
onverschrokkens	=	onverschrokken
onverschrokkenst	=	onverschrokken
onverschrokkenste	=	onverschrokken
onversierd	adj	zonder versiering, opsmuk of verfraaiing
onversierde	=	onversierd
onversierder	=	onversierd
onversierdere	=	onversierd
onversierders	=	onversierd
onversierds	=	onversierd
onversierdst	=	onversierd
onversierdste	=	onversierd
onverslaanbaar	adj	onoverwinnelijk
onverslaanbaarder	=	onverslaanbaar
onverslaanbaardere	=	onverslaanbaar
onverslaanbaarders	=	onverslaanbaar
onverslaanbaars	=	onverslaanbaar
onverslaanbaarst	=	onverslaanbaar
onverslaanbaarste	=	onverslaanbaar
onverslaanbare	=	onverslaanbaar
onverslagen	adj	niet verslagen; niet overwonnen
onverslagener	=	onverslagen
onverslageners	=	onverslagen
onverslagens	=	onverslagen
onverslagenst	=	onverslagen
onverslagenste	=	onverslagen
onverslijtbaar	adj	van iets dat het niet in kwaliteit kan verminderen door het te gebruiken
onverslijtbaarder	=	onverslijtbaar
onverslijtbaardere	=	onverslijtbaar
onverslijtbaarders	=	onverslijtbaar
onverslijtbaars	=	onverslijtbaar
onverslijtbaarst	=	onverslijtbaar
onverslijtbaarste	=	onverslijtbaar
onverslijtbare	=	onverslijtbaar
onversneden	adj	van een drank: zonder menging met vloeistoffen van mindere kwaliteit
onversnedens	=	onversneden
onverstaanbaar	adj	onmogelijk te verstaan en dus ook niet te begrijpen
onverstaanbaarder	=	onverstaanbaar
onverstaanbaardere	=	onverstaanbaar
onverstaanbaarders	=	onverstaanbaar
onverstaanbaars	=	onverstaanbaar
onverstaanbaarst	=	onverstaanbaar
onverstaanbaarste	=	onverstaanbaar
onverstaanbare	=	onverstaanbaar
onverstandig	adj	zijn verstand niet gebruikend en daardoor ook grote risico's lopend
onverstandige	=	onverstandig
onverstandiger	=	onverstandig
onverstandigere	=	onverstandig
onverstandigers	=	onverstandig
onverstandigs	=	onverstandig
onverstandigst	=	onverstandig
onverstandigste	=	onverstandig
onversterfelijk	adj	niet aan het sterven onderhevig zijnde
onversterfelijke	=	onversterfelijk
onversterfelijker	=	onversterfelijk
onversterfelijkere	=	onversterfelijk
onversterfelijkers	=	onversterfelijk
onversterfelijks	=	onversterfelijk
onversterfelijkst	=	onversterfelijk
onversterfelijkste	=	onversterfelijk
onverstoorbaar	adj	zonder de aandacht te verliezen, moeilijk van zijn stuk te brengen	adv	op onverstoorbare wijze
onverstoorbaarder	=	onverstoorbaar
onverstoorbaardere	=	onverstoorbaar
onverstoorbaarders	=	onverstoorbaar
onverstoorbaarheden	=	onverstoorbaarheid
onverstoorbaarheid	noun	het onverstoorbaar zijn
onverstoorbaars	=	onverstoorbaar
onverstoorbaarst	=	onverstoorbaar
onverstoorbaarste	=	onverstoorbaar
onverstoorbare	=	onverstoorbaar
onverstoord	adj	kalm en rustig
onverstoorde	=	onverstoord
onverstoorder	=	onverstoord
onverstoordere	=	onverstoord
onverstoorders	=	onverstoord
onverstoords	=	onverstoord
onverstoordst	=	onverstoord
onverstoordste	=	onverstoord
onvertaalbaar	adj	van een woord, uitdrukking of begrip dat het niet direct of exact in een andere taal kan worden omgezet, vaak door culturele verschillen, unieke fenomenen of ontbrekende synoniemen.
onvertaalbaarder	=	onvertaalbaar
onvertaalbaardere	=	onvertaalbaar
onvertaalbaarders	=	onvertaalbaar
onvertaalbaars	=	onvertaalbaar
onvertaalbaarst	=	onvertaalbaar
onvertaalbaarste	=	onvertaalbaar
onvertaalbare	=	onvertaalbaar
onvertaald	adj	niet in de doeltaal omgezet
onvertaalde	=	onvertaald
onvertaalds	=	onvertaald
onvertaaldste	=	onvertaald
onvertakt	adj	zonder verdeling of splitsing
onvertakte	=	onvertakt
onvertakts	=	onvertakt
onverteerbaar	adj	niet te verteren door het spijsverteringsstelsel van een levend wezen
onverteerbaarder	=	onverteerbaar
onverteerbaardere	=	onverteerbaar
onverteerbaarders	=	onverteerbaar
onverteerbaars	=	onverteerbaar
onverteerbaarst	=	onverteerbaar
onverteerbaarste	=	onverteerbaar
onverteerbare	=	onverteerbaar
onverteerd	adj	niet verteerd
onverteerde	=	onverteerd
onverteerder	=	onverteerd
onverteerdere	=	onverteerd
onverteerders	=	onverteerd
onverteerds	=	onverteerd
onverteerdst	=	onverteerd
onverteerdste	=	onverteerd
onvertogen	adj	vooral in de combinatie een onvertogen woord: een ruwe ongepaste uitdrukking
onvertogener	=	onvertogen
onvertogeners	=	onvertogen
onvertogens	=	onvertogen
onvertogenst	=	onvertogen
onvertogenste	=	onvertogen
onvervaard	adj	zonder vrees, met veel moed
onvervaarde	=	onvervaard
onvervaarder	=	onvervaard
onvervaardere	=	onvervaard
onvervaarders	=	onvervaard
onvervaards	=	onvervaard
onvervaardst	=	onvervaard
onvervaardste	=	onvervaard
onvervalst	adj	niet vervalst, zuiver, echt, authentiek
onvervalste	=	onvervalst
onvervalster	=	onvervalst
onvervalstere	=	onvervalst
onvervalsters	=	onvervalst
onvervalsts	=	onvervalst
onvervalstst	=	onvervalst
onvervalstste	=	onvervalst
onvervangbaar	adj	duidt de onmogelijkheid aan de plaats van iets door iets anders in te laten nemen
onvervangbaarder	=	onvervangbaar
onvervangbaardere	=	onvervangbaar
onvervangbaarders	=	onvervangbaar
onvervangbaars	=	onvervangbaar
onvervangbaarst	=	onvervangbaar
onvervangbaarste	=	onvervangbaar
onvervangbare	=	onvervangbaar
onverveerd	adj|obsolete	zonder vrees, met veel moed
onverveerde	=	onverveerd
onverveerder	=	onverveerd
onverveerdere	=	onverveerd
onverveerders	=	onverveerd
onverveerds	=	onverveerd
onverveerdst	=	onverveerd
onverveerdste	=	onverveerd
onvervreemdbaar	adj	dat iets niet van je af te nemen is
onvervreemdbaarder	=	onvervreemdbaar
onvervreemdbaardere	=	onvervreemdbaar
onvervreemdbaarders	=	onvervreemdbaar
onvervreemdbaars	=	onvervreemdbaar
onvervreemdbaarst	=	onvervreemdbaar
onvervreemdbaarste	=	onvervreemdbaar
onvervreemdbare	=	onvervreemdbaar
onvervulbaar	adj	niet vervulbaar
onvervulbaarder	=	onvervulbaar
onvervulbaardere	=	onvervulbaar
onvervulbaarders	=	onvervulbaar
onvervulbaars	=	onvervulbaar
onvervulbaarst	=	onvervulbaar
onvervulbaarste	=	onvervulbaar
onvervulbare	=	onvervulbaar
onvervuld	adj	van wensen en verlangens dat ze nog niet zijn ingewilligd
onvervulde	=	onvervuld
onvervulder	=	onvervuld
onvervuldere	=	onvervuld
onvervulders	=	onvervuld
onvervulds	=	onvervuld
onvervuldst	=	onvervuld
onvervuldste	=	onvervuld
onverwacht	adj	niet van tevoren in zicht
onverwachte	=	onverwacht
onverwachter	=	onverwacht
onverwachtere	=	onverwacht
onverwachters	=	onverwacht
onverwachtheden	=	onverwachtheid
onverwachtheid	noun	het niet verwacht zijn
onverwachts	adj	plotseling, zonder erop voorbereid te zijn	adv	tegen de verwachting in
onverwachtse	=	onverwachts
onverwachtser	=	onverwachts
onverwachtsere	=	onverwachts
onverwachtsers	=	onverwachts
onverwachtst	=	onverwacht
onverwachtste	=	onverwacht
onverwelkelijk	adj	niet verwelkend; blijvend fris
onverwelkelijke	=	onverwelkelijk
onverwelkelijker	=	onverwelkelijk
onverwelkelijkere	=	onverwelkelijk
onverwelkelijkers	=	onverwelkelijk
onverwelkelijks	=	onverwelkelijk
onverwelkelijkst	=	onverwelkelijk
onverwelkelijkste	=	onverwelkelijk
onverwerkbaar	adj	van iets dat het niet verwerkt, afgehandeld of emotioneel een plek gegeven kan worden
onverwerkbaarder	=	onverwerkbaar
onverwerkbaardere	=	onverwerkbaar
onverwerkbaarders	=	onverwerkbaar
onverwerkbaars	=	onverwerkbaar
onverwerkbaarst	=	onverwerkbaar
onverwerkbaarste	=	onverwerkbaar
onverwerkbare	=	onverwerkbaar
onverwerkt	adj	in de context van trauma dat een traumatische ervaring niet volledig is verwerkt of genezen, waardoor de klachten blijven bestaan of verergeren
onverwerkte	=	onverwerkt
onverwerkter	=	onverwerkt
onverwerktere	=	onverwerkt
onverwerkters	=	onverwerkt
onverwerkts	=	onverwerkt
onverwerktst	=	onverwerkt
onverwerktste	=	onverwerkt
onverwijld	adj|formal	zonder uitstel
onverwijlde	=	onverwijld
onverwijlder	=	onverwijld
onverwijldere	=	onverwijld
onverwijlders	=	onverwijld
onverwijlds	=	onverwijld
onverwijldst	=	onverwijld
onverwijldste	=	onverwijld
onverwoestbaar	adj	niet stuk te krijgen, buitengewoon robuust
onverwoestbaarder	=	onverwoestbaar
onverwoestbaardere	=	onverwoestbaar
onverwoestbaarders	=	onverwoestbaar
onverwoestbaarheid	noun	de eigenschap bezittend onverwoestbaar te zijn
onverwoestbaars	=	onverwoestbaar
onverwoestbaarst	=	onverwoestbaar
onverwoestbaarste	=	onverwoestbaar
onverwoestbare	=	onverwoestbaar
onverwond	adj	zonder kwetsuren
onverwonde	=	onverwond
onverwonds	=	onverwond
onverwoordbaar	adj	van iets dat het niet in woorden uit te drukken, te beschrijven of onder woorden te brengen is
onverwoordbaarder	=	onverwoordbaar
onverwoordbaardere	=	onverwoordbaar
onverwoordbaarders	=	onverwoordbaar
onverwoordbaars	=	onverwoordbaar
onverwoordbaarst	=	onverwoordbaar
onverwoordbaarste	=	onverwoordbaar
onverwoordbare	=	onverwoordbaar
onverzadigbaar	adj	niet te bevredigen
onverzadigbaarder	=	onverzadigbaar
onverzadigbaardere	=	onverzadigbaar
onverzadigbaarders	=	onverzadigbaar
onverzadigbaarheden	=	onverzadigbaarheid
onverzadigbaarheid	noun	de mate waarin men nooit genoeg (voedsel) heeft; de mate waarin men steeds meer (voedsel) wil
onverzadigbaars	=	onverzadigbaar
onverzadigbaarst	=	onverzadigbaar
onverzadigbaarste	=	onverzadigbaar
onverzadigbare	=	onverzadigbaar
onverzadigd	adj	niet verzadigd
onverzadigde	=	onverzadigd
onverzadigder	=	onverzadigd
onverzadigdere	=	onverzadigd
onverzadigders	=	onverzadigd
onverzadigds	=	onverzadigd
onverzadigdst	=	onverzadigd
onverzadigdste	=	onverzadigd
onverzekerbaar	adj	dat er geen verzekering voor is af te sluiten
onverzekerbaarder	=	onverzekerbaar
onverzekerbaardere	=	onverzekerbaar
onverzekerbaarders	=	onverzekerbaar
onverzekerbaars	=	onverzekerbaar
onverzekerbaarst	=	onverzekerbaar
onverzekerbaarste	=	onverzekerbaar
onverzekerbare	=	onverzekerbaar
onverzekerd	adj	geen verzekering hebbend
onverzekerde	=	onverzekerd
onverzekerder	=	onverzekerd
onverzekerdere	=	onverzekerd
onverzekerders	=	onverzekerd
onverzekerds	=	onverzekerd
onverzekerdst	=	onverzekerd
onverzekerdste	=	onverzekerd
onverzettelijk	adj	koppig, standvastig
onverzettelijke	=	onverzettelijk
onverzettelijker	=	onverzettelijk
onverzettelijkere	=	onverzettelijk
onverzettelijkers	=	onverzettelijk
onverzettelijkheden	=	onverzettelijkheid
onverzettelijkheid	noun	het altijd kunnen doorgaan zonder opgeven
onverzettelijks	=	onverzettelijk
onverzettelijkst	=	onverzettelijk
onverzettelijkste	=	onverzettelijk
onverzoenbaar	adj	zonder dat een verschil van mening kan worden bijgelegd
onverzoenbaarder	=	onverzoenbaar
onverzoenbaardere	=	onverzoenbaar
onverzoenbaarders	=	onverzoenbaar
onverzoenbaars	=	onverzoenbaar
onverzoenbaarst	=	onverzoenbaar
onverzoenbaarste	=	onverzoenbaar
onverzoenbare	=	onverzoenbaar
onverzoenlijk	adj	niet in staat om vrede te sluiten; niet in staat om een strijd te staken
onverzoenlijke	=	onverzoenlijk
onverzoenlijker	=	onverzoenlijk
onverzoenlijkere	=	onverzoenlijk
onverzoenlijkers	=	onverzoenlijk
onverzoenlijkheden	=	onverzoenlijkheid
onverzoenlijkheid	noun	de onmogelijkheid om een conflict op te lossen; het niet bereid zijn op een probleem op te lossen
onverzoenlijks	=	onverzoenlijk
onverzoenlijkst	=	onverzoenlijk
onverzoenlijkste	=	onverzoenlijk
onverzorgd	adj	zonder dat er aandacht aan is besteed
onverzorgde	=	onverzorgd
onverzorgder	=	onverzorgd
onverzorgdere	=	onverzorgd
onverzorgders	=	onverzorgd
onverzorgds	=	onverzorgd
onverzorgdst	=	onverzorgd
onverzorgdste	=	onverzorgd
onverzwakt	adj	zonder nuancering of vermindering; onverminderd in kracht
onverzwakte	=	onverzwakt
onverzwakter	=	onverzwakt
onverzwaktere	=	onverzwakt
onverzwakters	=	onverzwakt
onverzwakts	=	onverzwakt
onverzwaktst	=	onverzwakt
onverzwaktste	=	onverzwakt
onvies	adj|obsolete	niet kieskeurig
onviest	=	onvies
onvieste	=	onvies
onvieze	=	onvies
onviezer	=	onvies
onviezere	=	onvies
onviezers	=	onvies
onvindbaar	adj	niet te vinden ook niet na lang zoeken
onvindbaarder	=	onvindbaar
onvindbaardere	=	onvindbaar
onvindbaarders	=	onvindbaar
onvindbaare	=	onvindbaar
onvindbaars	=	onvindbaar
onvindbaarst	=	onvindbaar
onvindbaarste	=	onvindbaar
onvindbare	=	onvindbaar
onvoegzaam	adj	ongepast
onvoegzaams	=	onvoegzaam
onvoegzaamst	=	onvoegzaam
onvoegzaamste	=	onvoegzaam
onvoegzame	=	onvoegzaam
onvoegzamer	=	onvoegzaam
onvoegzamere	=	onvoegzaam
onvoegzamers	=	onvoegzaam
onvoldaan	adj	geplaagd door gevoelens van behoefte of verlangen
onvoldaanheden	=	onvoldaanheid
onvoldaanheid	noun	de mate waarin iemand onbevredigd en ontevreden is
onvoldaans	=	onvoldaan
onvoldaanst	=	onvoldaan
onvoldaanste	=	onvoldaan
onvoldane	=	onvoldaan
onvoldaner	=	onvoldaan
onvoldanere	=	onvoldaan
onvoldaners	=	onvoldaan
onvoldoend	adj	niet toereikend
onvoldoende	noun	te laag cijfer	adj	te weinig voor het beoogde doel
onvoldoenden	=	onvoldoende
onvoldoender	=	onvoldoend
onvoldoendere	=	onvoldoend
onvoldoenders	=	onvoldoend
onvoldoendes	=	onvoldoende
onvoldoendetje	=	onvoldoende
onvoldoendetjes	=	onvoldoende
onvoldoends	=	onvoldoend
onvoldoendst	=	onvoldoend
onvoldoendste	=	onvoldoend
onvoldongen	adj	nog niet beslist
onvoldongens	=	onvoldongen
onvoldragen	adj	van een kind dat het nog niet oud genoeg is om geboren te kunnen worden
onvoldragens	=	onvoldragen
onvolgroeid	adj	van iets dat het nog niet tot volle wasdom is ontwikkeld
onvolgroeide	=	onvolgroeid
onvolgroeider	=	onvolgroeid
onvolgroeidere	=	onvolgroeid
onvolgroeiders	=	onvolgroeid
onvolgroeids	=	onvolgroeid
onvolgroeidst	=	onvolgroeid
onvolgroeidste	=	onvolgroeid
onvolkomen	adj	niet helemaal
onvolkomener	=	onvolkomen
onvolkomeners	=	onvolkomen
onvolkomenheden	=	onvolkomenheid
onvolkomenheid	noun	een klein foutje dat ervoor zorgt dat iets niet helemaal perfect is
onvolkomens	=	onvolkomen
onvolkomenst	=	onvolkomen
onvolkomenste	=	onvolkomen
onvolledig	adj	niet compleet, niet alles bevattend
onvolledige	=	onvolledig
onvollediger	=	onvolledig
onvolledigere	=	onvolledig
onvolledigers	=	onvolledig
onvolledigheden	=	onvolledigheid
onvolledigheid	noun	het niet compleet of volledig zijn
onvolledigs	=	onvolledig
onvolledigst	=	onvolledig
onvolledigste	=	onvolledig
onvolmaakt	adj	niet zonder gebreken
onvolmaakte	=	onvolmaakt
onvolmaakter	=	onvolmaakt
onvolmaaktere	=	onvolmaakt
onvolmaakters	=	onvolmaakt
onvolmaaktheden	=	onvolmaaktheid
onvolmaaktheid	noun	het niet zonder gebreken zijn
onvolmaaktheidje	=	onvolmaaktheid
onvolmaakts	=	onvolmaakt
onvolmaaktst	=	onvolmaakt
onvolmaaktste	=	onvolmaakt
onvolprezen	adj|formal	wat niet genoeg geprezen kan worden
onvolprezens	=	onvolprezen
onvoltooid	adj	niet voltooid, niet afgewerkt
onvoltooide	=	onvoltooid
onvoltooids	=	onvoltooid
onvolwaardig	adj	niet van de goede kwaliteit die nodig is
onvolwaardige	=	onvolwaardig
onvolwaardiger	=	onvolwaardig
onvolwaardigere	=	onvolwaardig
onvolwaardigers	=	onvolwaardig
onvolwaardigs	=	onvolwaardig
onvolwaardigst	=	onvolwaardig
onvolwaardigste	=	onvolwaardig
onvolwassen	adj	jonger zijn dan 18 jaar
onvolwassener	=	onvolwassen
onvolwasseners	=	onvolwassen
onvolwassenheden	=	onvolwassenheid
onvolwassenheid	noun	het zo jong zijn dat men nog niet meerderjarig is
onvolwassens	=	onvolwassen
onvolwassenst	=	onvolwassen
onvolwassenste	=	onvolwassen
onvoorbereid	adj	niet voorbereid
onvoorbereide	=	onvoorbereid
onvoorbereider	=	onvoorbereid
onvoorbereidere	=	onvoorbereid
onvoorbereiders	=	onvoorbereid
onvoorbereids	=	onvoorbereid
onvoorbereidst	=	onvoorbereid
onvoorbereidste	=	onvoorbereid
onvoordelig	adj	zonder winst of voordeel, met nadeel
onvoordelige	=	onvoordelig
onvoordeliger	=	onvoordelig
onvoordeligere	=	onvoordelig
onvoordeligers	=	onvoordelig
onvoordeligs	=	onvoordelig
onvoordeligst	=	onvoordelig
onvoordeligste	=	onvoordelig
onvoorkombaar	adj	van iets dat het, zelfs met optimale preventieve maatregelen, niet te voorkomen is
onvoorkombaarder	=	onvoorkombaar
onvoorkombaardere	=	onvoorkombaar
onvoorkombaarders	=	onvoorkombaar
onvoorkombaars	=	onvoorkombaar
onvoorkombaarst	=	onvoorkombaar
onvoorkombaarste	=	onvoorkombaar
onvoorkombare	=	onvoorkombaar
onvoorkoombaar	adj	van iets dat het, zelfs met optimale preventieve maatregelen, niet te voorkomen is
onvoorkoombaarder	=	onvoorkoombaar
onvoorkoombaardere	=	onvoorkoombaar
onvoorkoombaarders	=	onvoorkoombaar
onvoorkoombaars	=	onvoorkoombaar
onvoorkoombaarst	=	onvoorkoombaar
onvoorkoombaarste	=	onvoorkoombaar
onvoorkoombare	=	onvoorkoombaar
onvoorspelbaar	adj	waarvan de uitkomst niet bij voorbaat te kennen is
onvoorspelbaarder	=	onvoorspelbaar
onvoorspelbaardere	=	onvoorspelbaar
onvoorspelbaarders	=	onvoorspelbaar
onvoorspelbaarheden	=	onvoorspelbaarheid
onvoorspelbaarheid	noun	het niet kunnen weten wat de toekomst brengen zal
onvoorspelbaars	=	onvoorspelbaar
onvoorspelbaarst	=	onvoorspelbaar
onvoorspelbaarste	=	onvoorspelbaar
onvoorspelbare	=	onvoorspelbaar
onvoorstelbaar	adj	waarvan men zich vooraf geen voorstelling kon maken`
onvoorstelbaarder	=	onvoorstelbaar
onvoorstelbaardere	=	onvoorstelbaar
onvoorstelbaarders	=	onvoorstelbaar
onvoorstelbaars	=	onvoorstelbaar
onvoorstelbaarst	=	onvoorstelbaar
onvoorstelbaarste	=	onvoorstelbaar
onvoorstelbare	=	onvoorstelbaar
onvoorwaardelijk	adj	zonder uitzondering, zonder clausule, zonder beperkingen
onvoorwaardelijke	=	onvoorwaardelijk
onvoorwaardelijker	=	onvoorwaardelijk
onvoorwaardelijkere	=	onvoorwaardelijk
onvoorwaardelijkers	=	onvoorwaardelijk
onvoorwaardelijkheden	=	onvoorwaardelijkheid
onvoorwaardelijkheid	noun	het zonder uitzonderingen of bijkomende voorwaarden zijn
onvoorwaardelijks	=	onvoorwaardelijk
onvoorwaardelijkst	=	onvoorwaardelijk
onvoorwaardelijkste	=	onvoorwaardelijk
onvoorzichtig	adj	niet voorzichtig
onvoorzichtige	=	onvoorzichtig
onvoorzichtiger	=	onvoorzichtig
onvoorzichtigere	=	onvoorzichtig
onvoorzichtigers	=	onvoorzichtig
onvoorzichtigheden	=	onvoorzichtigheid
onvoorzichtigheid	noun	een gedraging die gemakkelijk tot ongelukken kan leiden
onvoorzichtigheidje	=	onvoorzichtigheid
onvoorzichtigs	=	onvoorzichtig
onvoorzichtigst	=	onvoorzichtig
onvoorzichtigste	=	onvoorzichtig
onvoorzien	adj	bij verrassing optredend
onvoorzienbaar	adj	van iets dat men het niet kon voorspellen; dat men het niet aan kon zien aankomen
onvoorzienbaarder	=	onvoorzienbaar
onvoorzienbaardere	=	onvoorzienbaar
onvoorzienbaarders	=	onvoorzienbaar
onvoorzienbaars	=	onvoorzienbaar
onvoorzienbaarst	=	onvoorzienbaar
onvoorzienbaarste	=	onvoorzienbaar
onvoorzienbare	=	onvoorzienbaar
onvoorziene	=	onvoorzien
onvoorziener	=	onvoorzien
onvoorzienere	=	onvoorzien
onvoorzieners	=	onvoorzien
onvoorziens	=	onvoorzien
onvoorzienst	=	onvoorzien
onvoorzienste	=	onvoorzien
onvrede	noun	het gevoel ergens niet blij mee te zijn en er iets aan willen doen
onvree	noun	het niet tevreden en rustig zijn
onvriendelijk	adj	niet aardig of vriendelijk, vijandig
onvriendelijke	=	onvriendelijk
onvriendelijker	=	onvriendelijk
onvriendelijkere	=	onvriendelijk
onvriendelijkers	=	onvriendelijk
onvriendelijkheden	=	onvriendelijkheid
onvriendelijkheid	noun	de mate waarin iemand onaardig is
onvriendelijks	=	onvriendelijk
onvriendelijkst	=	onvriendelijk
onvriendelijkste	=	onvriendelijk
onvriendschappelijk	adj	afwezigheid van vriendschap, kameraadschap, warmte en vriendelijkheid
onvriendschappelijke	=	onvriendschappelijk
onvriendschappelijker	=	onvriendschappelijk
onvriendschappelijkere	=	onvriendschappelijk
onvriendschappelijkers	=	onvriendschappelijk
onvriendschappelijks	=	onvriendschappelijk
onvriendschappelijkst	=	onvriendschappelijk
onvriendschappelijkste	=	onvriendschappelijk
onvrij	adj	dat je moet doen wat een ander je zegt
onvrije	=	onvrij
onvrijer	=	onvrij
onvrijere	=	onvrij
onvrijers	=	onvrij
onvrijheden	=	onvrijheid
onvrijheid	noun	het niet kunnen doen en laten wat men zelf wil
onvrijs	=	onvrij
onvrijst	=	onvrij
onvrijste	=	onvrij
onvrijwillig	adj	niet vrijwillig
onvrijwillige	=	onvrijwillig
onvrijwilliger	=	onvrijwillig
onvrijwilligere	=	onvrijwillig
onvrijwilligers	=	onvrijwillig
onvrijwilligs	=	onvrijwillig
onvrijwilligst	=	onvrijwillig
onvrijwilligste	=	onvrijwillig
onvrolijk	adj	droevig
onvrolijke	=	onvrolijk
onvrolijker	=	onvrolijk
onvrolijkere	=	onvrolijk
onvrolijkers	=	onvrolijk
onvrolijks	=	onvrolijk
onvrolijkst	=	onvrolijk
onvrolijkste	=	onvrolijk
onvrouwelijk	adj	van iets dat het niet overeenkomt met het klassieke beeld wat sommige mensen over vrouwen hebben of hadden
onvrouwelijke	=	onvrouwelijk
onvrouwelijker	=	onvrouwelijk
onvrouwelijkere	=	onvrouwelijk
onvrouwelijkers	=	onvrouwelijk
onvrouwelijks	=	onvrouwelijk
onvrouwelijkst	=	onvrouwelijk
onvrouwelijkste	=	onvrouwelijk
onvruchtbaar	adj	ongeschikt voor, niet in staat tot voortplanting
onvruchtbaarder	=	onvruchtbaar
onvruchtbaardere	=	onvruchtbaar
onvruchtbaarders	=	onvruchtbaar
onvruchtbaarheden	=	onvruchtbaarheid
onvruchtbaarheid	noun	geen kinderen kunnen krijgen, infertiliteit
onvruchtbaars	=	onvruchtbaar
onvruchtbaarst	=	onvruchtbaar
onvruchtbaarste	=	onvruchtbaar
onvruchtbare	=	onvruchtbaar
onwaar	adj	niet waar
onwaarachtig	adj	niet in overeenstemming met de werkelijke toestand of toedracht
onwaarachtige	=	onwaarachtig
onwaarachtiger	=	onwaarachtig
onwaarachtigere	=	onwaarachtig
onwaarachtigers	=	onwaarachtig
onwaarachtigheden	=	onwaarachtigheid
onwaarachtigheid	noun	het onoprecht zijn
onwaarachtigs	=	onwaarachtig
onwaarachtigst	=	onwaarachtig
onwaarachtigste	=	onwaarachtig
onwaard	adj	de gegeven aandacht niet waard zijn
onwaarde	noun	waardeloosheid, nulliteit
onwaarden	=	onwaarde
onwaarder	=	onwaar
onwaardere	=	onwaar
onwaarders	=	onwaar
onwaardes	=	onwaarde
onwaardig	adj	schandelijk
onwaardige	=	onwaardig
onwaardiger	=	onwaardig
onwaardigere	=	onwaardig
onwaardigers	=	onwaardig
onwaardigheden	=	onwaardigheid
onwaardigheid	noun	gedrag dat geen respect verdient
onwaardigs	=	onwaardig
onwaardigst	=	onwaardig
onwaardigste	=	onwaardig
onwaards	=	onwaard
onwaarheden	=	onwaarheid
onwaarheid	noun	het onwaar zijn
onwaarheidje	=	onwaarheid
onwaarneembaar	adj	onmogelijk om met zintuigen of instrumenten waar te nemen
onwaarneembaarder	=	onwaarneembaar
onwaarneembaardere	=	onwaarneembaar
onwaarneembaarders	=	onwaarneembaar
onwaarneembaars	=	onwaarneembaar
onwaarneembaarst	=	onwaarneembaar
onwaarneembaarste	=	onwaarneembaar
onwaarneembare	=	onwaarneembaar
onwaars	=	onwaar
onwaarschijnlijk	adj	een geringe kans bezittend om waar te worden of te blijken
onwaarschijnlijke	=	onwaarschijnlijk
onwaarschijnlijker	=	onwaarschijnlijk
onwaarschijnlijkere	=	onwaarschijnlijk
onwaarschijnlijkers	=	onwaarschijnlijk
onwaarschijnlijkheden	=	onwaarschijnlijkheid
onwaarschijnlijkheid	noun	het feit dat iets niet waarschijnlijk is
onwaarschijnlijks	=	onwaarschijnlijk
onwaarschijnlijkst	=	onwaarschijnlijk
onwaarschijnlijkste	=	onwaarschijnlijk
onwaarst	=	onwaar
onwaarste	=	onwaar
onwankelbaar	adj	door niets aan het wankelen te krijgen
onwankelbaarder	=	onwankelbaar
onwankelbaardere	=	onwankelbaar
onwankelbaarders	=	onwankelbaar
onwankelbaars	=	onwankelbaar
onwankelbaarst	=	onwankelbaar
onwankelbaarste	=	onwankelbaar
onwankelbare	=	onwankelbaar
onware	=	onwaar
onweder	noun|obsolete	heftig weer met storm, regen, donder en bliksem
onweders	=	onweder
onwederswolk	=	onweerswolk
onwedertje	=	onweder
onwedertjes	=	onweder
onweer	verb	gebiedende wijs van onweren	noun	meteorologisch verschijnsel waarbij regen gepaard gaat met donder en bliksem
onweerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van onweer
onweerachtige	=	onweerachtig
onweerachtiger	=	onweerachtig
onweerachtigere	=	onweerachtig
onweerachtigers	=	onweerachtig
onweerachtigs	=	onweerachtig
onweerachtigst	=	onweerachtig
onweerachtigste	=	onweerachtig
onweerbaar	adj	niet in staat tegenstand te bieden
onweerbaarder	=	onweerbaar
onweerbaardere	=	onweerbaar
onweerbaarders	=	onweerbaar
onweerbaars	=	onweerbaar
onweerbaarst	=	onweerbaar
onweerbaarste	=	onweerbaar
onweerbare	=	onweerbaar
onweerde	=	onweren
onweerden	=	onweren
onweerhoudelijk	adj	niet tegen te houden; niet te stoppen
onweerhoudelijke	=	onweerhoudelijk
onweerhoudelijker	=	onweerhoudelijk
onweerhoudelijkere	=	onweerhoudelijk
onweerhoudelijkers	=	onweerhoudelijk
onweerhoudelijks	=	onweerhoudelijk
onweerhoudelijkst	=	onweerhoudelijk
onweerhoudelijkste	=	onweerhoudelijk
onweerlegbaar	adj	zo zeker dat je niet meer kunt bewijzen dat het onjuist is
onweerlegbaarder	=	onweerlegbaar
onweerlegbaardere	=	onweerlegbaar
onweerlegbaarders	=	onweerlegbaar
onweerlegbaarheden	=	onweerlegbaarheid
onweerlegbaarheid	noun	iets dat men niet met bewijzen kan ontkennen
onweerlegbaars	=	onweerlegbaar
onweerlegbaarst	=	onweerlegbaar
onweerlegbaarste	=	onweerlegbaar
onweerlegbare	=	onweerlegbaar
onweerroepelijk	adj	van iets dat het definitief is en niet meer teruggedraaid, veranderd of aangevochten kan worden
onweerroepelijke	=	onweerroepelijk
onweerroepelijker	=	onweerroepelijk
onweerroepelijkere	=	onweerroepelijk
onweerroepelijkers	=	onweerroepelijk
onweerroepelijks	=	onweerroepelijk
onweerroepelijkst	=	onweerroepelijk
onweerroepelijkste	=	onweerroepelijk
onweersachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van onweers
onweersachtige	=	onweersachtig
onweersachtiger	=	onweersachtig
onweersachtigere	=	onweersachtig
onweersachtigers	=	onweersachtig
onweersachtigs	=	onweersachtig
onweersachtigst	=	onweersachtig
onweersachtigste	=	onweersachtig
onweersbui	noun	een regenbui met bliksem en donder
onweersbuien	=	onweersbui
onweersbuitje	=	onweersbui
onweersbuitjes	=	onweersbui
onweersdag	noun	etmaal met donder
onweersdagen	=	onweersdag
onweersdreiging	noun	de situatie waarin de weersomstandigheden dusdanig instabiel zijn dat er binnen afzienbare tijd een gerede kans is op het ontstaan van onweersbuien (cumulonimbus-wolken).
onweersdreigingen	=	onweersdreiging
onweersdreiginkje	=	onweersdreiging
onweersdreiginkjes	=	onweersdreiging
onweerslucht	noun	weersomstandigheid met veel donkere onweerswolken
onweersluchten	=	onweerslucht
onweersprekelijk	adj	hetgeen niet weersproken kan worden
onweersprekelijke	=	onweersprekelijk
onweersprekelijker	=	onweersprekelijk
onweersprekelijkere	=	onweersprekelijk
onweersprekelijkers	=	onweersprekelijk
onweersprekelijks	=	onweersprekelijk
onweersprekelijkst	=	onweersprekelijk
onweersprekelijkste	=	onweersprekelijk
onweerstaanbaar	adj	zo verleidelijk dat je eraan toe moet geven
onweerstaanbaarder	=	onweerstaanbaar
onweerstaanbaardere	=	onweerstaanbaar
onweerstaanbaarders	=	onweerstaanbaar
onweerstaanbaarheden	=	onweerstaanbaarheid
onweerstaanbaarheid	noun	de mate waarin iets zo verleidelijk is dat je eraan toe moet geven
onweerstaanbaars	=	onweerstaanbaar
onweerstaanbaarst	=	onweerstaanbaar
onweerstaanbaarste	=	onweerstaanbaar
onweerstaanbare	=	onweerstaanbaar
onweerswolk	noun	donkere wolk waaruit een onweersbui kan ontstaan
onweerswolken	=	onweerswolk
onweerswolkje	=	onweerswolk
onweerswolkjes	=	onweerswolk
onweert	=	onweren
onweertje	=	onweer
onweertjes	=	onweer
onwel	adj	zich niet gezond voelend
onwelgevallig	adj	van iets dat het niet prettig is voor iemand en dat die persoon het er dan ook helemaal niet mee eens is
onwelgevallige	=	onwelgevallig
onwelgevalliger	=	onwelgevallig
onwelgevalligere	=	onwelgevallig
onwelgevalligers	=	onwelgevallig
onwelgevalligs	=	onwelgevallig
onwelgevalligst	=	onwelgevallig
onwelgevalligste	=	onwelgevallig
onwelgevoegelijk	adj	niet netjes of beleefd; niet zoals het hoort
onwelgevoegelijke	=	onwelgevoegelijk
onwelgevoegelijks	=	onwelgevoegelijk
onwelgevoeglijk	adj	niet netjes of beleefd; niet zoals het hoort
onwelgevoeglijke	=	onwelgevoeglijk
onwelgevoeglijker	=	onwelgevoeglijk
onwelgevoeglijkere	=	onwelgevoeglijk
onwelgevoeglijkers	=	onwelgevoeglijk
onwelgevoeglijks	=	onwelgevoeglijk
onwelgevoeglijkst	=	onwelgevoeglijk
onwelgevoeglijkste	=	onwelgevoeglijk
onwelkom	adj	niet welkom, ongewenst
onwelkome	=	onwelkom
onwelkomer	=	onwelkom
onwelkomere	=	onwelkom
onwelkomers	=	onwelkom
onwelkoms	=	onwelkom
onwelkomst	=	onwelkom
onwelkomste	=	onwelkom
onwelle	=	onwel
onwellevend	adj	helemaal niet volgens de fatsoensnormen
onwellevende	=	onwellevend
onwellevender	=	onwellevend
onwellevendere	=	onwellevend
onwellevenders	=	onwellevend
onwellevendheid	noun	mate waarin iets niet beleefd is
onwellevends	=	onwellevend
onwellevendst	=	onwellevend
onwellevendste	=	onwellevend
onwelluidend	adj	een onprettige klank hebbend
onwelluidende	=	onwelluidend
onwelluidender	=	onwelluidend
onwelluidendere	=	onwelluidend
onwelluidenders	=	onwelluidend
onwelluidends	=	onwelluidend
onwelluidendst	=	onwelluidend
onwelluidendste	=	onwelluidend
onwelriekend	adj	van iets dat het geen prettige geur heeft
onwelriekende	=	onwelriekend
onwelriekender	=	onwelriekend
onwelriekendere	=	onwelriekend
onwelriekenders	=	onwelriekend
onwelriekends	=	onwelriekend
onwelriekendst	=	onwelriekend
onwelriekendste	=	onwelriekend
onwels	=	onwel
onwelvoegelijk	adj	niet fatsoenlijk; in strijd met de welvoegelijkheid
onwelvoegelijke	=	onwelvoegelijk
onwelvoegelijker	=	onwelvoegelijk
onwelvoegelijkere	=	onwelvoegelijk
onwelvoegelijkers	=	onwelvoegelijk
onwelvoegelijks	=	onwelvoegelijk
onwelvoegelijkst	=	onwelvoegelijk
onwelvoegelijkste	=	onwelvoegelijk
onwelvoeglijk	adj	niet netjes of beleefd; niet zoals het hoort
onwelvoeglijke	=	onwelvoeglijk
onwelvoeglijker	=	onwelvoeglijk
onwelvoeglijkere	=	onwelvoeglijk
onwelvoeglijkers	=	onwelvoeglijk
onwelvoeglijks	=	onwelvoeglijk
onwelvoeglijkst	=	onwelvoeglijk
onwelvoeglijkste	=	onwelvoeglijk
onwelwillend	adj	het niet vriendelijk of toegevend zijn
onwelwillende	=	onwelwillend
onwelwillender	=	onwelwillend
onwelwillendere	=	onwelwillend
onwelwillenders	=	onwelwillend
onwelwillendheid	noun	de mate waarin men zich verzet om de redelijke wensen van een ander in te willigen
onwelwillends	=	onwelwillend
onwelwillendst	=	onwelwillend
onwelwillendste	=	onwelwillend
onwelwording	noun	onwel worden; een plotselinge verandering in de gezondheidstoestand waarbij iemand zich beroerd, misselijk, duizelig of zwak voelt.
onwelwordingen	=	onwelwording
onwelwordinkje	=	onwelwording
onwelwordinkjes	=	onwelwording
onwennig	adj	ergens niet aan gewoon zijn, iets niet kennen, onhandig
onwennige	=	onwennig
onwenniger	=	onwennig
onwennigere	=	onwennig
onwennigers	=	onwennig
onwennigheden	=	onwennigheid
onwennigheid	noun	de mate waarin men (nog) niet goed met iets kan omgaan; de mate waarin men iets (nog) niet kan doen
onwennigs	=	onwennig
onwennigst	=	onwennig
onwennigste	=	onwennig
onwenselijk	adj	niet wenselijk, ongewenst
onwenselijke	=	onwenselijk
onwenselijker	=	onwenselijk
onwenselijkere	=	onwenselijk
onwenselijkers	=	onwenselijk
onwenselijks	=	onwenselijk
onwenselijkst	=	onwenselijk
onwenselijkste	=	onwenselijk
onwere	=	onweren
onwerelds	adj	niet horend bij de gewone, dagelijkse, materiële wereld
onwereldse	=	onwerelds
onwereldser	=	onwerelds
onwereldsere	=	onwerelds
onwereldsers	=	onwerelds
onwereldst	=	onwerelds
onwereldste	=	onwerelds
onweren	verb	het plaatsvinden van het weerverschijnsel van bliksem en donder
onwerend	=	onweren
onwerende	=	onweren
onwerkbaar	adj	van omstandigheden: dat men daardoor niet kan werken
onwerkbaarder	=	onwerkbaar
onwerkbaardere	=	onwerkbaar
onwerkbaarders	=	onwerkbaar
onwerkbaars	=	onwerkbaar
onwerkbaarst	=	onwerkbaar
onwerkbaarste	=	onwerkbaar
onwerkbare	=	onwerkbaar
onwerkelijk	adj	verbeeld
onwerkelijke	=	onwerkelijk
onwerkelijker	=	onwerkelijk
onwerkelijkere	=	onwerkelijk
onwerkelijkers	=	onwerkelijk
onwerkelijkheden	=	onwerkelijkheid
onwerkelijkheid	noun	gevoel dat iets helemaal niet bestaat of zou kunnen bestaan
onwerkelijks	=	onwerkelijk
onwerkelijkst	=	onwerkelijk
onwerkelijkste	=	onwerkelijk
onwerkzaam	adj	van iets dat het niet uit te voeren is
onwerkzaamheden	=	onwerkzaamheid
onwerkzaamheid	noun	iets dat niet werkt; iets dat geen nuttig effect heeft
onwerkzaams	=	onwerkzaam
onwerkzaamst	=	onwerkzaam
onwerkzaamste	=	onwerkzaam
onwerkzame	=	onwerkzaam
onwerkzamer	=	onwerkzaam
onwerkzamere	=	onwerkzaam
onwerkzamers	=	onwerkzaam
onwetend	adj	geen kennis hebbend van iets
onwetende	=	onwetend
onwetender	=	onwetend
onwetendere	=	onwetend
onwetenders	=	onwetend
onwetendheden	=	onwetendheid
onwetendheid	noun	afwezigheid van kennis bij iemand
onwetendheidje	=	onwetendheid
onwetendheidjes	=	onwetendheid
onwetends	=	onwetend
onwetendst	=	onwetend
onwetendste	=	onwetend
onwetens	adv	zonder bewust te weten, onbewust, per ongeluk
onwetenschappelijk	adj	niet voldoend aan de eisen van de wetenschap
onwetenschappelijke	=	onwetenschappelijk
onwetenschappelijker	=	onwetenschappelijk
onwetenschappelijkere	=	onwetenschappelijk
onwetenschappelijkers	=	onwetenschappelijk
onwetenschappelijks	=	onwetenschappelijk
onwetenschappelijkst	=	onwetenschappelijk
onwetenschappelijkste	=	onwetenschappelijk
onwettelijk	adj	zonder dat er een juridische onderbouwing voor is; strijdig met wettelijke bepalingen
onwettelijke	=	onwettelijk
onwettelijker	=	onwettelijk
onwettelijkere	=	onwettelijk
onwettelijkers	=	onwettelijk
onwettelijks	=	onwettelijk
onwettelijkst	=	onwettelijk
onwettelijkste	=	onwettelijk
onwettig	adj	in strijd met de wet
onwettige	=	onwettig
onwettiger	=	onwettig
onwettigere	=	onwettig
onwettigers	=	onwettig
onwettigheden	=	onwettigheid
onwettigheid	noun	de mate waarin iets niet voldoet aan juridische eisen
onwettigheidje	=	onwettigheid
onwettigs	=	onwettig
onwettigst	=	onwettig
onwettigste	=	onwettig
onwezenlijk	adj	niet in de werkelijkheid bestaand
onwezenlijke	=	onwezenlijk
onwezenlijker	=	onwezenlijk
onwezenlijkere	=	onwezenlijk
onwezenlijkers	=	onwezenlijk
onwezenlijks	=	onwezenlijk
onwezenlijkst	=	onwezenlijk
onwezenlijkste	=	onwezenlijk
onwijs	adj	dwaas, gek, vreemd, niet verstandig, dom	adv	heel erg
onwijslijk	adj	op een domme, onverstandige manier
onwijslijke	=	onwijslijk
onwijslijker	=	onwijslijk
onwijslijkere	=	onwijslijk
onwijslijkers	=	onwijslijk
onwijslijks	=	onwijslijk
onwijslijkst	=	onwijslijk
onwijslijkste	=	onwijslijk
onwijst	=	onwijs
onwijste	=	onwijs
onwijze	=	onwijs
onwijzer	=	onwijs
onwijzere	=	onwijs
onwijzers	=	onwijs
onwil	noun	het niet uitvoeren van een opdracht (met name als het gaat over kinderen en werknemers)
onwillekeurig	adj	toevallig; zonder wil, regelmaat of oorzaak
onwillekeurige	=	onwillekeurig
onwillekeuriger	=	onwillekeurig
onwillekeurigere	=	onwillekeurig
onwillekeurigers	=	onwillekeurig
onwillekeurigs	=	onwillekeurig
onwillekeurigst	=	onwillekeurig
onwillekeurigste	=	onwillekeurig
onwillend	adj	niet bereid zijn om te helpen
onwillende	=	onwillend
onwillender	=	onwillend
onwillendere	=	onwillend
onwillenders	=	onwillend
onwillends	=	onwillend
onwillendst	=	onwillend
onwillendste	=	onwillend
onwillig	adj	niet gewillig
onwillige	=	onwillig
onwilliger	=	onwillig
onwilligere	=	onwillig
onwilligers	=	onwillig
onwilligheden	=	onwilligheid
onwilligheid	noun	het onwillig zijn
onwilligs	=	onwillig
onwilligst	=	onwillig
onwilligste	=	onwillig
onwis	adj	zonder zekerheid
onwisse	=	onwis
onwrikbaar	adj	niet van zijn stuk te krijgen
onwrikbaarder	=	onwrikbaar
onwrikbaardere	=	onwrikbaar
onwrikbaarders	=	onwrikbaar
onwrikbaarheden	=	onwrikbaarheid
onwrikbaarheid	noun	de mate waarin iemand niet van zijn stuk te krijgen is
onwrikbaars	=	onwrikbaar
onwrikbaarst	=	onwrikbaar
onwrikbaarste	=	onwrikbaar
onwrikbare	=	onwrikbaar
onychofagie	noun	nagelbijten
onycholyse	noun	het loslaten van de nagel
onycholysetje	=	onycholyse
onycholysetjes	=	onycholyse
onyx	noun	een variëteit van kwarts, meer nader bepaald een variant van chalcedoon
onyxen	=	onyx
onzacht	adj	heel hard, heel ruw en met veel geweld
onzachte	=	onzacht
onzachter	=	onzacht
onzachtere	=	onzacht
onzachters	=	onzacht
onzachts	=	onzacht
onzachtst	=	onzacht
onzachtste	=	onzacht
onzakelijk	adj	niet rekening houdend met de financiële consequenties
onzakelijke	=	onzakelijk
onzakelijker	=	onzakelijk
onzakelijkere	=	onzakelijk
onzakelijkers	=	onzakelijk
onzakelijks	=	onzakelijk
onzakelijkst	=	onzakelijk
onzakelijkste	=	onzakelijk
onzalig	adj	een onzalig idee is een heel slecht idee
onzalige	=	onzalig
onzaliger	=	onzalig
onzaligere	=	onzalig
onzaligers	=	onzalig
onzaligs	=	onzalig
onzaligst	=	onzalig
onzaligste	=	onzalig
onze	pron	attributief voor enkelvoud / en alle meervouden
onze-lieve-heer	noun	afbeelding van Jezus Christus
onze-lieve-heertje	=	onze-lieve-heer
onze-lieve-heertjes	=	onze-lieve-heer
onze-lieve-heren	=	onze-lieve-heer
onze-lieve-vrouw	noun	beeld of plaatje van Maria, de moeder van Jezus Christus
onze-lieve-vrouwekerk	noun	een veel voorkomende naam van katholieke kerken
onze-lieve-vrouwekerken	=	onze-lieve-vrouwekerk
onze-lieve-vrouwen	=	onze-lieve-vrouw
onze-vader	=	onzevader
onzedelijk	adj	immoreel, in strijd met de ethiek
onzedelijke	=	onzedelijk
onzedelijker	=	onzedelijk
onzedelijkere	=	onzedelijk
onzedelijkers	=	onzedelijk
onzedelijkheden	=	onzedelijkheid
onzedelijkheid	noun	iets dat niet netjes is volgens de geldende (seksuele) gewoonten en normen
onzedelijks	=	onzedelijk
onzedelijkst	=	onzedelijk
onzedelijkste	=	onzedelijk
onzedig	adj	niet netjes, seksueel getint
onzedige	=	onzedig
onzediger	=	onzedig
onzedigere	=	onzedig
onzedigers	=	onzedig
onzedigs	=	onzedig
onzedigst	=	onzedig
onzedigste	=	onzedig
onzegbaar	adj	dat iets niet te zeggen valt
onzegbaarder	=	onzegbaar
onzegbaardere	=	onzegbaar
onzegbaarders	=	onzegbaar
onzegbaars	=	onzegbaar
onzegbaarst	=	onzegbaar
onzegbaarste	=	onzegbaar
onzegbare	=	onzegbaar
onzeglijk	adj	in zo grote of hoge mate dat het niet in woorden uit te drukken is
onzeglijke	=	onzeglijk
onzeglijker	=	onzeglijk
onzeglijkere	=	onzeglijk
onzeglijkers	=	onzeglijk
onzeglijks	=	onzeglijk
onzeglijkst	=	onzeglijk
onzeglijkste	=	onzeglijk
onzeker	adj	waarvan de afloop niet vaststaat
onzekerder	=	onzeker
onzekerdere	=	onzeker
onzekerders	=	onzeker
onzekere	noun	iets waaraan men twijfelt
onzekerheden	=	onzekerheid
onzekerheid	noun	het niet (helemaal) zeker zijn
onzekerheidje	=	onzekerheid
onzekerheidjes	=	onzekerheid
onzekerheidsprincipe	noun	het beginsel in de kwantummechanica dat van een paar grootheden (impuls / plaats en tijd / energie) niet tegelijk de grootte van elk met oneindige nauwkeurigheid kan worden bepaald
onzekerheidsprincipes	=	onzekerheidsprincipe
onzekerheidsprincipetje	=	onzekerheidsprincipe
onzekerheidsprincipetjes	=	onzekerheidsprincipe
onzekerheidsrelatie	noun	een relatie tussen twee of meer grootheden waarbij sprake is van een bepaalde onzekerheid
onzekerheidsrelaties	=	onzekerheidsrelatie
onzekerheidsrelatietje	=	onzekerheidsrelatie
onzekerheidsrelatietjes	=	onzekerheidsrelatie
onzekerheidsvermijding	noun	een culturele dimensie van Geert Hofstede die meet in hoeverre leden van een samenleving zich bedreigd voelen door onbekende of onzekere situaties.
onzekerheidsvermijdingen	=	onzekerheidsvermijding
onzekerheidsvermijdinkje	=	onzekerheidsvermijding
onzekerheidsvermijdinkjes	=	onzekerheidsvermijding
onzekers	=	onzeker
onzekerst	=	onzeker
onzekerste	=	onzeker
onzelfstandig	adj	je heel erg afhankelijk voelen van de mening van anderen en geen eigen beslissingen durven nemen
onzelfstandige	=	onzelfstandig
onzelfstandiger	=	onzelfstandig
onzelfstandigere	=	onzelfstandig
onzelfstandigers	=	onzelfstandig
onzelfstandigs	=	onzelfstandig
onzelfstandigst	=	onzelfstandig
onzelfstandigste	=	onzelfstandig
onzelfzuchtig	adj	niet steeds eigen voordeel beogend
onzelfzuchtige	=	onzelfzuchtig
onzelfzuchtiger	=	onzelfzuchtig
onzelfzuchtigere	=	onzelfzuchtig
onzelfzuchtigers	=	onzelfzuchtig
onzelfzuchtigheden	=	onzelfzuchtigheid
onzelfzuchtigheid	noun	de mate waarin iemand zijn eigen belangen opzij kan zetten
onzelfzuchtigs	=	onzelfzuchtig
onzelfzuchtigst	=	onzelfzuchtig
onzelfzuchtigste	=	onzelfzuchtig
onzelieveheersbeestje	noun	benaming voor torren uit de familie Coccinellidae
onzelieveheersbeestjes	=	onzelieveheersbeestje
onzelievevrouwebedstro	noun	Galium odoratum syn.
onzen	=	ons
onzent	adv	te onzent bij ons
onzenthalve	adv	van onze kant; wat ons betreft
onzentwege	adv	van onze kant; door ons
onzentwil	adv	ter wille van ons
onzer	pron|obsolete	genitief (van) ons
onzerzijds	adv	van onze kant
onzes	pron|obsolete	genitief (van) ons
onzevader	noun	een keer dat je het Onzevader bidt
onzevaders	=	onzevader
onzichtbaar	adj	niet waarneembaar voor het oog
onzichtbaarder	=	onzichtbaar
onzichtbaardere	=	onzichtbaar
onzichtbaarders	=	onzichtbaar
onzichtbaarheden	=	onzichtbaarheid
onzichtbaarheid	noun	het niet zichtbaar zijn
onzichtbaars	=	onzichtbaar
onzichtbaarst	=	onzichtbaar
onzichtbaarste	=	onzichtbaar
onzichtbare	=	onzichtbaar
onzienlijk	adj	heel klein en bescheiden; zonder aanzien
onzienlijke	=	onzienlijk
onzienlijker	=	onzienlijk
onzienlijkere	=	onzienlijk
onzienlijkers	=	onzienlijk
onzienlijks	=	onzienlijk
onzienlijkst	=	onzienlijk
onzienlijkste	=	onzienlijk
onzijdig	adj	horend bij een zelfstandig naamwoorden bij welke in het Nederlands het lidwoord 'het' voor geplaatst kan worden
onzijdige	=	onzijdig
onzijdiger	=	onzijdig
onzijdigere	=	onzijdig
onzijdigers	=	onzijdig
onzijdigs	=	onzijdig
onzijdigst	=	onzijdig
onzijdigste	=	onzijdig
onzin	noun	dat wat niet waar of redelijk is
onzinbaan	noun	een baan die eigenlijk nauwelijks of niet een bijdrage levert aan iets waar andere mensen of de maatschappij wat aan hebben
onzinbaantje	=	onzinbaan
onzinbaantjes	=	onzinbaan
onzinbanen	=	onzinbaan
onzinbehandeling	noun	een medische of therapeutische behandeling die geen wetenschappelijk bewezen werking heeft.
onzinbehandelingen	=	onzinbehandeling
onzinbehandelingetje	=	onzinbehandeling
onzinbehandelingetjes	=	onzinbehandeling
onzindelijk	adj	zijn natuurlijke behoeften niet beheersend
onzindelijke	=	onzindelijk
onzindelijker	=	onzindelijk
onzindelijkere	=	onzindelijk
onzindelijkers	=	onzindelijk
onzindelijkheid	noun	de mate waarin iets vuil of smerig is
onzindelijks	=	onzindelijk
onzindelijkst	=	onzindelijk
onzindelijkste	=	onzindelijk
onzinkbaar	adj	het niet kunnen zinken.
onzinkbaarder	=	onzinkbaar
onzinkbaardere	=	onzinkbaar
onzinkbaarders	=	onzinkbaar
onzinkbaars	=	onzinkbaar
onzinkbaarst	=	onzinkbaar
onzinkbaarste	=	onzinkbaar
onzinkbare	=	onzinkbaar
onzinnelijk	adj	van een persoon dat zijn natuurlijke behoeften (plassen, poepen) niet beheerst
onzinnelijke	=	onzinnelijk
onzinnelijker	=	onzinnelijk
onzinnelijkere	=	onzinnelijk
onzinnelijkers	=	onzinnelijk
onzinnelijks	=	onzinnelijk
onzinnelijkst	=	onzinnelijk
onzinnelijkste	=	onzinnelijk
onzinnig	adj	zonder enige betekenis of nut
onzinnige	=	onzinnig
onzinniger	=	onzinnig
onzinnigere	=	onzinnig
onzinnigers	=	onzinnig
onzinnigheden	=	onzinnigheid
onzinnigheid	noun	het helemaal fout zijn van iets
onzinnigs	=	onzinnig
onzinnigst	=	onzinnig
onzinnigste	=	onzinnig
onzinverhaal	noun	vertelling waarin nonsens wordt vertelt
onzinverhaaltje	=	onzinverhaal
onzinverhaaltjes	=	onzinverhaal
onzinverhalen	=	onzinverhaal
onzinwoord	noun	klankcombinatie die lijkt op een 'woord' maar geen enkele zinnige betekenis heeft
onzinwoorden	=	onzinwoord
onzinwoordje	=	onzinwoord
onzinwoordjes	=	onzinwoord
onzinzin	noun	een serie woorden die hoewel ze gezamenlijk in syntactisch verband een afgerond geheel vormen toch betekenisloos zijn
onzinzinnen	=	onzinzin
onzorgvuldig	adj	zonder aandacht en zorg
onzorgvuldige	=	onzorgvuldig
onzorgvuldiger	=	onzorgvuldig
onzorgvuldigere	=	onzorgvuldig
onzorgvuldigers	=	onzorgvuldig
onzorgvuldigheden	=	onzorgvuldigheid
onzorgvuldigheid	noun	het niet of in onvoldoende mate zorgvuldig zijn
onzorgvuldigheidje	=	onzorgvuldigheid
onzorgvuldigs	=	onzorgvuldig
onzorgvuldigst	=	onzorgvuldig
onzorgvuldigste	=	onzorgvuldig
onzuiver	adj	niet puur, verontreinigd
onzuiverder	=	onzuiver
onzuiverdere	=	onzuiver
onzuiverders	=	onzuiver
onzuivere	=	onzuiver
onzuiverheden	=	onzuiverheid
onzuiverheid	noun	de mate waarin iets vervuild is
onzuiverheidje	=	onzuiverheid
onzuiverheidjes	=	onzuiverheid
onzuivers	=	onzuiver
onzuiverst	=	onzuiver
onzuiverste	=	onzuiver
ooft	noun	gedroogde appels, in het bijzonder om vla mee te maken
ooften	=	ooft
ooftje	=	ooft
ooftjes	=	ooft
ooftkunde	noun	de leer van het fruit en de fruitsoorten
ooftkundige	noun	expert op het gebied van fruit, met diepgaande kennis van fruitsoorten, rassen, fruitteelt, snoeien, enten en het beschrijven van fruit
ooftkundigen	=	ooftkundige
ooftmarkt	noun	markt waar voornamelijk fruit wordt verkocht
ooftmarkten	=	ooftmarkt
ooftmarktje	=	ooftmarkt
ooftmarktjes	=	ooftmarkt
oog	noun	gezichtsorgaan voor het waarnemen van lichtprikkels
oog-handcoördinatie	noun	het vermogen om de bewegingen van de hand af te stemmen op wat het oog waarneemt
oog-handcoördinaties	=	oog-handcoördinatie
oogaandoening	noun	ziekte van het ogen
oogaandoeningen	=	oogaandoening
oogafwijking	noun	een verzamelnaam voor verschillende problemen met de ogen, waardoor iemand minder scherp of vervormd ziet
oogafwijkingen	=	oogafwijking
oogafwijkinkje	=	oogafwijking
oogafwijkinkjes	=	oogafwijking
oogappel	noun	ronde en gekleurde deel van het regenboogvlies dat naar buiten zichtbaar is
oogappels	=	oogappel
oogappeltje	=	oogappel
oogappeltjes	=	oogappel
oogarts	noun	medicus die zich toelegt op aandoeningen van het oog
oogartsen	=	oogarts
oogartsje	=	oogarts
oogbad	noun	kommetje waarmee je een oog kan bevochtigen met oogwater
oogbaden	=	oogbad
oogbadje	=	oogbad
oogbadjes	=	oogbad
oogbal	noun	het gehele oog dus niet alleen maar het deel dat van buitenaf zichtbaar is
oogballen	=	oogbal
oogballetje	=	oogbal
oogballetjes	=	oogbal
oogbaltatoeage	noun	tatoeage op het oogwit van de oogbal
oogbaltatoeages	=	oogbaltatoeage
oogbaltattoo	noun	tatoeage op het oogwit van de oogbal
oogbaltattoos	=	oogbaltattoo
oogbeweging	noun	de gecoördineerde beweging van de ogen om visuele prikkels waar te nemen, te volgen of te fixeren
oogbewegingen	=	oogbeweging
oogbeweginkje	=	oogbeweging
oogbeweginkjes	=	oogbeweging
oogbladroller	noun	een soort vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae)
oogbladrollers	=	oogbladroller
oogbladrollertje	=	oogbladroller
oogbladrollertjes	=	oogbladroller
oogbloeding	noun	een bloeding in het oog zelf
oogbloedingen	=	oogbloeding
oogbol	noun	het oog zonder de omliggende structuren
oogbollen	=	oogbol
oogbolletje	=	oogbol
oogbolletjes	=	oogbol
oogbout	noun	een specifiek type bevestigingsmiddel dat bestaat uit een metalen pen met schroefdraad aan het ene uiteinde en een ringvormig "oog" of lus aan het andere uiteinde
oogbouten	=	oogbout
oogboutje	=	oogbout
oogboutjes	=	oogbout
oogcontact	noun	een verbinding met iemand hebben door elkaar aan te kijken, het is een vorm van non-verbale communicatie
oogcontacten	=	oogcontact
oogcontactje	=	oogcontact
oogcrème	noun	zalf tegen oogrimpels
oogcrèmes	=	oogcrème
oogde	=	ogen
oogden	=	ogen
oogdokter	noun	een medisch specialist die de heelkunde van het oog oftewel de oogheelkunde beoefent
oogdokters	=	oogdokter
oogdoktertje	=	oogdokter
oogdoktertjes	=	oogdokter
oogdop	noun	deel van het richtsysteem van een vuurwapen
oogdopje	=	oogdop
oogdopjes	=	oogdop
oogdoppen	=	oogdop
oogdruk	noun	de inwendige druk die in een oog heerst
oogdruppel	noun	geneesmiddel voor de ogen in de vorm van een vloeistofdruppel die in het oog gebracht kan worden
oogdruppels	noun	geneesmiddel voor de ogen in de vorm van vloeistof druppels die in het oog gebracht kunnen worden
oogdruppeltje	=	oogdruppel
oogdruppeltjes	=	oogdruppel
oogen	=	ogen
oogenblik	=	ogenblik
oogenwenck	=	oogwenk
oogenwenk	=	oogwenk
ooggel	noun	stroperige oogdruppels gemaakt van een gel
ooggels	=	ooggel
ooggetuige	noun	iemand die iets heeft gezien
ooggetuigen	=	ooggetuige
ooggetuigenverklaring	noun	bewijs in de vorm van uitspraken over gebeurtenissen door iemand die ze zelf heeft gezien
ooggetuigenverklaringen	=	ooggetuigenverklaring
ooggetuigenverklarinkje	=	ooggetuigenverklaring
ooggetuigenverklarinkjes	=	ooggetuigenverklaring
ooggetuigenverslag	noun	bericht over gebeurtenissen door iemand die ze zelf heeft gezien
ooggetuigenverslagen	=	ooggetuigenverslag
ooggetuiges	=	ooggetuige
ooggetuigetje	=	ooggetuige
oogglaasje	=	oogglas
oogglaasjes	=	oogglas
oogglas	noun	een bril voor één oog
oogglazen	=	oogglas
ooghaar	noun	haar die op de rand van het boven- of onder ooglid zit
ooghaartje	=	ooghaar
ooghaartjes	=	ooghaar
oogharen	=	ooghaar
oogheelkunde	noun	leer en heelkunde van de ziekten en afwijkingen van het oog
oogheelkundig	adj	betrekking hebbend op de geneeskunde van het oog
oogheelkundige	noun	oogarts die operaties uitvoert
oogheelkundigen	=	oogheelkundige
oogheelkundiger	=	oogheelkundig
oogheelkundigere	=	oogheelkundig
oogheelkundigers	=	oogheelkundig
oogheelkundigs	=	oogheelkundig
oogheelkundigst	=	oogheelkundig
oogheelkundigste	=	oogheelkundig
ooghoek	noun	de hoek van het oog, de hoek van het gezichtsveld
ooghoeken	=	ooghoek
ooghoekje	=	ooghoek
ooghoekjes	=	ooghoek
oogholte	noun	opening in de schedel waarin het oog gelegen is.
oogholten	=	oogholte
oogholtes	=	oogholte
ooghoogte	noun	op het niveau waarop zich de ogen bevinden; op een hoogte tussen de 120 en 160 cm boven het vloeroppervlak
ooghoogten	=	ooghoogte
ooghoogtes	=	ooghoogte
ooginfarct	noun	verstopping van een bloedvat in een oog
ooginfarcten	=	ooginfarct
oogje	=	oog
oogjes	=	oog
oogjesgoed	noun	een geweven stof met een speciaal patroon, vaak gebruikt voor babykleding, luiers of als decoratieve stof, gekenmerkt door kleine, oogvormige openingen of patronen die door het weefsel ontstaan
oogjesgoederen	=	oogjesgoed
oogjesgoedje	=	oogjesgoed
oogjesgoedjes	=	oogjesgoed
oogkamer	noun	een van de twee delen van het oog die door de iris van elkaar worden gescheiden in de voorste- en achterste oogkamer
oogkamers	=	oogkamer
oogkanker	noun	kwaadaardige nieuwvorming uitgaande van oogweefsel
oogkankers	=	oogkanker
oogkankertje	=	oogkanker
oogkankertjes	=	oogkanker
oogkas	noun	schedelholte waarin de oogbol ligt
oogkasje	=	oogkas
oogkasjes	=	oogkas
oogkassen	=	oogkas
oogklep	noun	onderdeel van het paardenhoofdstel waardoor een paard alleen maar naar voren kan kijken
oogklepje	=	oogklep
oogklepjes	=	oogklep
oogklepmot	noun	insect uit de familie Opostegidae van vlinders in de superfamilie Nepticuloidea.
oogklepmotje	=	oogklepmot
oogklepmotjes	=	oogklepmot
oogklepmotten	noun	Opostegidae een familie van vlinders in de superfamilie Nepticuloidea.
oogkleppen	=	oogklep
oogkleur	noun	de kleur die de iris van de ogen van een individu hebben
oogkleuren	=	oogkleur
oogkleurtje	=	oogkleur
oogkleurtjes	=	oogkleur
oogkopvlieg	noun	insect uit de familie Pipunculidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
oogkopvliegen	noun	Pipunculidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
oogkopvliegje	=	oogkopvlieg
oogkopvliegjes	=	oogkopvlieg
oogkwaal	noun	een ziekte van het oog
oogkwaaltje	=	oogkwaal
oogkwaaltjes	=	oogkwaal
oogkwalen	=	oogkwaal
ooglap	noun	een stukje textiel dat het oog afdekt, meestal gebruikt in de vorm ooglapje
ooglapje	=	ooglap
ooglapjes	=	ooglap
ooglapmot	noun	insect uit de familie Bucculatricidae van vlinders in de superfamilie Gracillarioidea.
ooglapmotje	=	ooglapmot
ooglapmotjes	=	ooglapmot
ooglapmotten	noun	Bucculatricidae een familie van vlinders in de superfamilie Gracillarioidea.
ooglappen	=	ooglap
ooglaser	noun	laser waarmee met het hoornvlies zodanig kan aanpassen dat een refractiestoornis wordt opgeheven
ooglasers	=	ooglaser
ooglasertje	=	ooglaser
ooglasertjes	=	ooglaser
oogleden	=	ooglid
ooglens	noun	de lens van het oog, structuur in het oog, die zich tussen de cornea en het netvlies bevindt, meer specifiek achter de iris, en voor het glasachtig lichaam
ooglensje	=	ooglens
ooglensjes	=	ooglens
ooglenzen	=	ooglens
oogletsel	noun	beschadiging van het ook door een uitwendige chemische of fysieke factor
oogletsels	=	oogletsel
ooglid	noun	een beschermend vlies van huid dat over de ogen bewogen kan worden
ooglidje	=	ooglid
ooglidjes	=	ooglid
ooglijder	noun	iemand met een oogziekte
ooglijders	=	ooglijder
ooglijk	adj	mooi, prettig om naar te kijken
ooglijke	=	ooglijk
ooglijker	=	ooglijk
ooglijkere	=	ooglijk
ooglijkers	=	ooglijk
ooglijks	=	ooglijk
ooglijkst	=	ooglijk
ooglijkste	=	ooglijk
oogluikend	adj	alsof je iets niet ziet of gezien hebt	adv	terwijl je doet alsof je het niet ziet
oogluikende	=	oogluikend
oogluikender	=	oogluikend
oogluikendere	=	oogluikend
oogluikenders	=	oogluikend
oogluikends	=	oogluikend
oogluikendst	=	oogluikend
oogluikendste	=	oogluikend
oogmasker	noun	klein maskertje dat allen de ogen bedekt
oogmaskers	=	oogmasker
oogmeester	noun|obsolete	arts die gespecialiseerd is in de oogheelkunde
oogmeesters	=	oogmeester
oogmeetkunde	noun	een techniek waarbij met behulp van metingen afwijkingen aan de ogen geconstateerd kunnen worden
oogmerk	noun	een bedoeling
oogmerken	=	oogmerk
oogmerkje	=	oogmerk
oogmerkjes	=	oogmerk
oogmeting	noun	het meten van de benodigde brilsterkte
oogmetingen	=	oogmeting
oogmissie	noun	organisatie in Suriname die oogheelkundige zorg levert in afgelegen gebieden
oogmissies	=	oogmissie
oogontsteking	noun	een ontsteking van het oog
oogontstekingen	=	oogontsteking
oogontstekinkje	=	oogontsteking
oogontstekinkjes	=	oogontsteking
oogopener	noun	iets waardoor je ineens een nieuwe waarheid herkent
oogopeners	=	oogopener
oogoperatie	noun	operatie aan een oog
oogoperaties	=	oogoperatie
oogopslag	noun	in een ~ : direct, in een zeer korte tijd
oogopslagen	=	oogopslag
oogopslagje	=	oogopslag
oogpijn	noun	naar gevoel in het oog of bij het kijken
oogpijnen	=	oogpijn
oogpotloden	=	oogpotlood
oogpotlood	noun	potlood voor het bijtekenen van de wenkbrauwen en het opmaken van de ogen
oogpotloodje	=	oogpotlood
oogpotloodjes	=	oogpotlood
oogpunt	noun	gezichtspunt waaruit iets wordt bekeken
oogpunten	=	oogpunt
oogpuntje	=	oogpunt
oogpuntjes	=	oogpunt
oogrand	noun	de directe omgeving van het oog
oogranden	=	oogrand
oograndje	=	oogrand
oograndjes	=	oogrand
oogring	noun	opvallend anders gekleurde ronde rand om de ogen van gewervelde dieren
oogringdistelstaart	noun	Asthenes palpebralis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
oogringdistelstaarten	=	oogringdistelstaart
oogringdistelstaartje	=	oogringdistelstaart
oogringdistelstaartjes	=	oogringdistelstaart
oogringen	=	oogring
oogringetje	=	oogring
oogringetjes	=	oogring
oogrok	noun	een bindweefselvlies dat het oog omgeeft
oogrokken	=	oogrok
oogschaduw	noun	een cosmetica-product, in poeder- of crèmevorm, dat gebruikt wordt om de ogen te verfraaien
oogschaduwen	=	oogschaduw
oogschaduwtje	=	oogschaduw
oogscheel	noun|obsolete	een beschermend vlies van huid dat over de ogen bewogen kan worden
oogscheeltje	=	oogscheel
oogscheeltjes	=	oogscheel
oogschelen	=	oogscheel
oogscherm	noun	stuk plastic of glas waarmee men de ogen beschermt
oogschermen	=	oogscherm
oogschroef	noun	een schroef met aan de kopse kant een open ronde ring
oogschroeven	=	oogschroef
oogsierkopje	noun	Walckenaeria incisa een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
oogsierkopjes	=	oogsierkopje
oogsikkelwants	noun	Himacerus boops een wants uit de familie sikkelwantsen (Nabidae)
oogsikkelwantsen	=	oogsikkelwants
oogsikkelwantsje	=	oogsikkelwants
oogsikkelwantsjes	=	oogsikkelwants
oogspiegel	noun	instrument om het inwendige van het oog te onderzoeken, bestaande uit een holle spiegel met een gat in het midden met daarin een paar lensjes.
oogspiegels	=	oogspiegel
oogspiegeltje	=	oogspiegel
oogspiegeltjes	=	oogspiegel
oogspier	noun	spier die zorgt voor het kunnen bewegen van de oogbol
oogspieren	=	oogspier
oogspiertje	=	oogspier
oogspiertjes	=	oogspier
oogst	noun	het van het land halen van het rijpe gewas
oogstand	noun	de richting van de ogen in de oogkas
oogstanden	=	oogstand
oogstappel	noun	een zeer vroeg rijpend appelras
oogstappelen	=	oogstappel
oogstappels	=	oogstappel
oogstappeltje	=	oogstappel
oogstappeltjes	=	oogstappel
oogstbaar	adj	te oogsten, als men van de de resultaten van een handeling kan profiteren
oogstbaarder	=	oogstbaar
oogstbaardere	=	oogstbaar
oogstbaarders	=	oogstbaar
oogstbaars	=	oogstbaar
oogstbaarst	=	oogstbaar
oogstbaarste	=	oogstbaar
oogstbare	=	oogstbaar
oogste	=	oogsten
oogsteelslakkenworm	noun	Leucochloridium paradoxum een parasitair levende platworm (Trematoda, Digenea).
oogsteelslakkenwormen	=	oogsteelslakkenworm
oogsteelslakkenwormpje	=	oogsteelslakkenworm
oogsteelslakkenwormpjes	=	oogsteelslakkenworm
oogsten	verb	het volgroeide gewas van het veld halen
oogstend	=	oogsten
oogstende	=	oogsten
oogster	noun	iets of iemand die iets oogst
oogsters	=	oogster
oogstertje	=	oogster
oogstertjes	=	oogster
oogstfeest	noun	feest na het binnenhalen van de oogst
oogstfeesten	=	oogstfeest
oogstfeestje	=	oogstfeest
oogstfeestjes	=	oogstfeest
oogstjaar	noun	jaar, bekeken met betrekking tot de oogst
oogstjaartje	=	oogstjaar
oogstjaren	=	oogstjaar
oogstje	=	oogst
oogstjes	=	oogst
oogstmaan	noun	de volle maan die het dichtst bij de herfstequinox valt, wat traditioneel door boeren werd gebruikt om de oogst na zonsondergang te verlengen dankzij het heldere maanlicht
oogstmaand	noun	achtste maand van het kalenderjaar
oogstmaanden	=	oogstmaand
oogstmaandje	=	oogstmaand
oogstmaandjes	=	oogstmaand
oogstmaantje	=	oogstmaan
oogstmaantjes	=	oogstmaan
oogstmachine	noun	een machine om de oogst binnen te halen
oogstmachines	=	oogstmachine
oogstmachinetje	=	oogstmachine
oogstmachinetjes	=	oogstmachine
oogstmanen	=	oogstmaan
oogstmier	noun	Messor barbarus een mier uit de onderfamilie Myrmicinae die voorkomt in Zuid-Europa en het Middellandse Zeegebied in droge streken bij een temperatuur rond 25 graden.
oogstmieren	=	oogstmier
oogstmiertje	=	oogstmier
oogstmiertjes	=	oogstmier
oogstmijt	noun	Trombicula autumnalis een soort mijt uit de familie van de Trombiculidae.
oogstmijten	=	oogstmijt
oogstmijtje	=	oogstmijt
oogstmijtjes	=	oogstmijt
oogstraming	noun	schatting van wat men bij de volgende oogst zal oogsten aan landbouwproducten
oogstramingen	=	oogstraming
oogstreeprandwants	noun	Ceraleptus lividus een wants uit de familie randwantsen (Coreidae)
oogstreeprandwantsen	=	oogstreeprandwants
oogstreeprandwantsje	=	oogstreeprandwants
oogstreeprandwantsjes	=	oogstreeprandwants
oogstrelend	adj	heel erg mooi om te zien
oogstrelende	=	oogstrelend
oogstrelender	=	oogstrelend
oogstrelendere	=	oogstrelend
oogstrelenders	=	oogstrelend
oogstrelends	=	oogstrelend
oogstrelendst	=	oogstrelend
oogstrelendste	=	oogstrelend
oogstte	=	oogsten
oogstten	=	oogsten
oogsttermiet	noun	Trinervitermes trinervoides een insect uit de familie Termitidae
oogsttermieten	=	oogsttermiet
oogsttermietje	=	oogsttermiet
oogsttermietjes	=	oogsttermiet
oogsttijd	noun	de tijd waarin men kan oogsten
oogsttijden	=	oogsttijd
oogsttijdje	=	oogsttijd
oogstverlof	noun	verlof om aan de oogst mee te kunnen doen
oogstverloven	=	oogstverlof
oogstzon	noun	zon, zoals die schijnt in augustus, in de oogsttijd, de heetste tijd van het jaar
oogstzonnen	=	oogstzon
oogstzonnetje	=	oogstzon
oogstzonnetjes	=	oogstzon
oogt	=	ogen
oogtand	noun	hoektand van de bovenkaak (en soms ook van de onderkaak)
oogtanden	=	oogtand
oogtest	noun	een test waarmee je kunt meten hoe duidelijk iemand kan zien (met en zonder het gebruik van een bril)
oogtesten	=	oogtest
oogtests	=	oogtest
oogverband	noun	verband dat men draagt voor het oog bij een oogziekte of oogbeschadiging
oogverbanden	=	oogverband
oogverbandje	=	oogverband
oogverbandjes	=	oogverband
oogverblindend	adj	heel erg mooi
oogverblindende	=	oogverblindend
oogverblindender	=	oogverblindend
oogverblindendere	=	oogverblindend
oogverblindenders	=	oogverblindend
oogverblindends	=	oogverblindend
oogverblindendst	=	oogverblindend
oogverblindendste	=	oogverblindend
oogverblinding	noun	beschrijving waarin iets mooier of anders lijkt dan het werkelijk is
oogverblindingen	=	oogverblinding
oogverblindinkje	=	oogverblinding
oogverblindinkjes	=	oogverblinding
oogvermoeidheid	noun	overbelasting van de oogspieren door langdurig en intensief gebruik van de ogen
oogvijs	noun	ringetje met een schroef eraan
oogvijsje	=	oogvijs
oogvijsjes	=	oogvijs
oogvijzen	=	oogvijs
oogvlek	noun	ringvormige vlek op het lichaam van een dier zijn die dient als camouflage of signaal
oogvlekboktor	noun	Oberea oculata een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
oogvlekboktorren	=	oogvlekboktor
oogvlekboktorretje	=	oogvlekboktor
oogvlekboktorretjes	=	oogvlekboktor
oogvlekje	=	oogvlek
oogvlekjes	=	oogvlek
oogvlekken	=	oogvlek
oogvlekkoraalvlinder	noun	Chaetodon auriga een straalvinnige vissensoort uit de familie van koraalvlinders (Chaetodontidae).
oogvlekkoraalvlinders	=	oogvlekkoraalvlinder
oogvlekkoraalvlindertje	=	oogvlekkoraalvlinder
oogvlekkoraalvlindertjes	=	oogvlekkoraalvlinder
oogvleklieveheersbeestje	noun	Anatis ocellata een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
oogvleklieveheersbeestjes	=	oogvleklieveheersbeestje
oogvlekrifwachter	noun	Calloplesiops altivelis een straalvinnige vissensoort uit de familie van rifwachters of rondkoppen (Plesiopidae).
oogvlekrifwachters	=	oogvlekrifwachter
oogvlekrifwachtertje	=	oogvlekrifwachter
oogvlekrifwachtertjes	=	oogvlekrifwachter
oogvleksteilkopje	noun	Cryptocephalus ocellatus een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
oogvleksteilkopjes	=	oogvleksteilkopje
oogvlekzee-engel	noun	Squatina tergocellatoides een vis uit de familie van zee-engelen (Squatinidae) en behoort tot de orde van haaien.
oogvlekzee-engelen	=	oogvlekzee-engel
oogvlekzee-engeltje	=	oogvlekzee-engel
oogvlekzee-engeltjes	=	oogvlekzee-engel
oogvlies	noun	een van de vliezen van het oog die in of om het oog zitten
oogvliezen	=	oogvlies
oogvocht	noun	vocht dat aan de buitenkant van het oog zit
oogvochten	=	oogvocht
oogvormig	adj	vorm van een oog hebbend
oogvormige	=	oogvormig
oogvormiger	=	oogvormig
oogvormigere	=	oogvormig
oogvormigers	=	oogvormig
oogvormigs	=	oogvormig
oogvormigst	=	oogvormig
oogvormigste	=	oogvormig
oogwater	noun	lotion dat heilzaam voor het oog is
oogwaters	=	oogwater
oogwatertje	=	oogwater
oogwatertjes	=	oogwater
oogwenck	=	oogwenk
oogwenk	noun	een zeer korte tijd
oogwenken	=	oogwenk
oogwenkje	=	oogwenk
oogwimper	noun	de haren die zitten op de rand van je oogleden
oogwimpers	=	oogwimper
oogwimpertje	=	oogwimper
oogwimpertjes	=	oogwimper
oogwit	noun	de harde witte schaal die het merendeel van het oog omgeeft
oogwitten	=	oogwit
oogzalf	noun	zalf die men in het oog brengt om oogziektes te behandelen
oogzalfje	=	oogzalf
oogzalfjes	=	oogzalf
oogzalven	=	oogzalf
oogzenuw	noun	een deel van het oog dat de beeldinformatie doorgeeft aan de hersenen
oogzenuwen	=	oogzenuw
oogzenuwtje	=	oogzenuw
oogzenuwtjes	=	oogzenuw
oogziekenhuis	noun	een gespecialiseerde instelling voor oogheelkundige zorg
oogziekenhuisje	=	oogziekenhuis
oogziekenhuisjes	=	oogziekenhuis
oogziekenhuizen	=	oogziekenhuis
oogziekte	noun	een aandoening van het oog
oogziekten	=	oogziekte
oogziektes	=	oogziekte
oogziektetje	=	oogziekte
oogzorg	noun	alle medische zorg die betrekking heeft op het oog en het zien
ooi	noun	wijfjesschaap, vrouwelijk schaap
ooibos	noun	een bos dat langs rivieren groeit op de strook land aan weerszijden ervan die regelmatig overstroomt.
ooibossen	=	ooibos
ooien	=	ooi
ooievaar	noun	bepaald soort grote witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten, Ciconia ciconia
ooievaarachtigen	noun	een orde Ciconiiformes bestaande uit 1 familie, 6 geslachten en 19 soorten vogels
ooievaars	noun	Ciconiidae een familie van vogels uit de orde van de ooievaarachtigen.
ooievaarsbek	noun	snavel van een ooievaar, Ciconia ciconia
ooievaarsbek-veenwortelroest	noun	Puccinia polygoni-amphibii een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
ooievaarsbek-veenwortelroesten	=	ooievaarsbek-veenwortelroest
ooievaarsbek-veenwortelroestje	=	ooievaarsbek-veenwortelroest
ooievaarsbek-veenwortelroestjes	=	ooievaarsbek-veenwortelroest
ooievaarsbekfamilie	noun	een familie Geraniaceae van bloeiende planten.
ooievaarsbekfamilies	=	ooievaarsbekfamilie
ooievaarsbekfamilietje	=	ooievaarsbekfamilie
ooievaarsbekfamilietjes	=	ooievaarsbekfamilie
ooievaarsbekgalmug	noun	Dasineura geranii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
ooievaarsbekgalmuggen	=	ooievaarsbekgalmug
ooievaarsbekgalmugje	=	ooievaarsbekgalmug
ooievaarsbekgalmugjes	=	ooievaarsbekgalmug
ooievaarsbekijsvogel	noun	Pelargopsis capensis een vogelsoort uit de familie van de ijsvogels (Alcedinidae).
ooievaarsbekijsvogels	=	ooievaarsbekijsvogel
ooievaarsbekijsvogeltje	=	ooievaarsbekijsvogel
ooievaarsbekijsvogeltjes	=	ooievaarsbekijsvogel
ooievaarsbekje	=	ooievaarsbek
ooievaarsbekjes	=	ooievaarsbek
ooievaarsbekken	=	ooievaarsbek
ooievaarsbekkraterbultje	noun	Coleroa circinans een schimmel behorend tot de familie Venturiaceae.
ooievaarsbekkraterbultjes	=	ooievaarsbekkraterbultje
ooievaarskuitenvet	noun	een onbestaand spul dat nieuwelingen in een bedrijf in het magazijn moeten gaan halen als fop-opdracht
ooievaarsnest	noun	het nest van een ooievaarskoppel
ooievaarsnesten	=	ooievaarsnest
ooievaartje	=	ooievaar
ooievaartjes	=	ooievaar
ooievaren	=	ooievaar
ooilam	noun	jong vrouwelijk schaap
ooilammeren	=	ooilam
ooit	adv	op een zeker tijdstip in het verleden
ooitje	=	ooi
ooitjes	=	ooi
ook	adv	daarnaast; verder; tevens
oom	noun	broer of zwager van iemands vader of moeder
oompje	=	oom
oompjes	=	oom
ooms	=	oom
oomschap	noun	de broer van iemands vader of moeder zijn
oomzegger	noun	zoon of dochter van een broer of zus
oomzeggers	=	oomzegger
oomzeggertje	=	oomzegger
oomzeggertjes	=	oomzegger
oomzegster	=	oomzegger
oon	=	onen
oonde	=	onen
oonden	=	onen
oonen	=	onen
oont	=	onen
oor	noun	lichaamsdeel waarmee geluiden kunnen worden gehoord
ooraandoening	noun	een verzamelnaam voor elke afwijking, ziekte of beschadiging aan het oor die het gehoor of het evenwicht kan beïnvloeden
ooraandoeningen	=	ooraandoening
ooramputatie	noun	een chirurgische operatie waarbij een arts het hele oor of een deel daarvan (zoals de oorschelp) weghaalt
ooramputaties	=	ooramputatie
ooramputatietje	=	ooramputatie
ooramputatietjes	=	ooramputatie
oorapparaat	noun	toestel dat geluid zo versterkt dat de gebruiker beter kan horen
oorarts	noun	medisch specialist op het gebied van oorziekten
oorartsen	=	oorarts
oorbaar	adj	toelaatbaar, gepast, betamelijk, fatsoenlijk, billijk
oorbaarder	=	oorbaar
oorbaardere	=	oorbaar
oorbaarders	=	oorbaar
oorbaars	=	oorbaar
oorbaarst	=	oorbaar
oorbaarste	=	oorbaar
oorband	noun	hoofdband, vaak gemaakt van neopreen, die gebruikt wordt om de oren te beschermen tegen water, kou en wind, en die helpt om water uit de gehoorgang te houden tijdens het zwemmen, douchen of sporten in de kou
oorbanden	=	oorband
oorbandje	=	oorband
oorbandjes	=	oorband
oorbare	=	oorbaar
oorbeest	noun	Forficula auricularia een insect dat behoort tot de orde van de oorwormen (Dermaptera
oorbeesten	=	oorbeest
oorbeestje	=	oorbeest
oorbeestjes	=	oorbeest
oorbel	noun	een ornament dat in of op het oor aangebracht wordt
oorbellen	=	oorbel
oorbellenhouder	noun	een functionele en decoratieve houder, vaak gemaakt van metaal, hout of plastic, ontworpen om oorbellen overzichtelijk op te bergen en te presenteren
oorbellenhouders	=	oorbellenhouder
oorbellenhoudertje	=	oorbellenhouder
oorbellenhoudertjes	=	oorbellenhouder
oorbellenrek	noun	een functionele en decoratieve houder, vaak gemaakt van metaal, hout of plastic, ontworpen om oorbellen overzichtelijk op te bergen en te presenteren
oorbellenrekje	=	oorbellenrek
oorbellenrekjes	=	oorbellenrek
oorbellenrekken	=	oorbellenrek
oorbellenstandaard	noun	een functionele en decoratieve houder, vaak gemaakt van metaal, hout of plastic, ontworpen om oorbellen overzichtelijk op te bergen en te presenteren
oorbellenstandaarden	=	oorbellenstandaard
oorbellenstandaardje	=	oorbellenstandaard
oorbellenstandaardjes	=	oorbellenstandaard
oorbellenstandaards	=	oorbellenstandaard
oorbelletje	=	oorbel
oorbelletjes	=	oorbel
oorbeschermer	noun	toestel dat het gehoor beschermt tegen overmatig luid lawaai
oorbeschermers	=	oorbeschermer
oorbeschermertje	=	oorbeschermer
oorbeschermertjes	=	oorbeschermer
oorbiecht	noun	persoonlijke schuldbelijdenis aan een priester zonder getuigen
oorbiechten	=	oorbiecht
oorblazer	noun	iemand die op een achterbakse manier kwaadspreekt over anderen
oorblazers	=	oorblazer
oorblazertje	=	oorblazer
oorblazertjes	=	oorblazer
oorcicade	noun	Ledra aurita een halfvleugelig insect uit de familie dwergcicaden (Cicadellidae)
oorcicades	=	oorcicade
oorcicadetje	=	oorcicade
oorcicadetjes	=	oorcicade
oorclip	noun	sieraad dat men draagt aan het oorlelletje
oorclipje	=	oorclip
oorclips	=	oorclip
oord	noun	een bepaalde plaats
oorde	=	oren
oordeel	noun	een mening, een opinie
oordeelde	=	oordelen
oordeelden	=	oordelen
oordeelen	=	oordelen
oordeelkundig	adj	van iemand dat hij of zij voldoende deskundig is om een oordeel over een kwestie te kunnen geven
oordeelkundige	=	oordeelkundig
oordeelkundiger	=	oordeelkundig
oordeelkundigere	=	oordeelkundig
oordeelkundigers	=	oordeelkundig
oordeelkundigs	=	oordeelkundig
oordeelkundigst	=	oordeelkundig
oordeelkundigste	=	oordeelkundig
oordeelloos	adj	zonder oordeel
oordeelloost	=	oordeelloos
oordeellooste	=	oordeelloos
oordeelloze	=	oordeelloos
oordeellozer	=	oordeelloos
oordeellozere	=	oordeelloos
oordeellozers	=	oordeelloos
oordeelonthouding	noun	is een verklaring van een accountant waarin hij/zij verklaart géén oordeel te geven over de juistheid van de jaarrekening.
oordeelonthoudingen	=	oordeelonthouding
oordeelonthoudinkje	=	oordeelonthouding
oordeelonthoudinkjes	=	oordeelonthouding
oordeels	=	oordeel
oordeelsvermogen	noun	het vermogen om een oordeel over een bepaalde zaak te kunnen bepalen
oordeelsvermogens	=	oordeelsvermogen
oordeelt	=	oordelen
oordeeltje	=	oordeel
oordeeltjes	=	oordeel
oordelaar	noun	iemand die ergens over kan, mag of moet oordelen
oordelaars	=	oordelaar
oordelaren	=	oordelaar
oordele	=	oordelen
oordelen	verb	een oordeel geven over een persoon of een zaak
oordelend	=	oordelen
oordelende	=	oordelen
oorden	=	oord
oordje	=	oord
oordjedood	noun|obsolete	iemand die erg gierig is
oordjes	=	oord
oordjesbijter	noun	extreem gierig persoon
oordjesbijters	=	oordjesbijter
oordjesbijtertje	=	oordjesbijter
oordjesbijtertjes	=	oordjesbijter
oordop	noun	plug in of schelp om het oor die het gehoor beschermt tegen lawaai
oordopje	noun	klein voorwerp om de gehoorgang te blokkeren zodat je niet door lawaai gehinderd wordt
oordopjes	=	oordopje
oordoppen	=	oordop
oorflap	noun	wettelijk voorgeschreven flap met een identificatienummer die aan het oor van runderen, varkens, geiten en schapen bevestigd dient te worden
oorflapje	=	oorflap
oorflapjes	=	oorflap
oorflappen	=	oorflap
oorgaatje	=	oorgat
oorgaatjes	=	oorgat
oorgat	noun	de lichaamsopening van het oor
oorgatbrug	noun	een brug die maar over een lengte van een meter geopend kan worden om masten van schepen door te laten
oorgatbruggen	=	oorgatbrug
oorgatbrugje	=	oorgatbrug
oorgatbrugjes	=	oorgatbrug
oorgaten	=	oorgat
oorgetuige	noun	iemand die een getuigenis aflegt van iets wat hij/zij gehoord heeft (bijv. een gesprek)
oorgetuigen	=	oorgetuige
oorgier	noun	Torgos tracheliotos een Afrikaanse gier uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
oorgieren	=	oorgier
oorgiertje	=	oorgier
oorgiertjes	=	oorgier
oorhanger	noun	sieraad dat men aan de oorlel hangt
oorhangers	=	oorhanger
oorhangertje	=	oorhanger
oorhangertjes	=	oorhanger
oorheelkunde	noun	subspecialisme dat zich bezighoudt met de anatomie, fysiologie, ziekten en behandeling van het oor, evenals het gehoor en het evenwichtsorgaan
oorhoorn	noun	een ouder, niet-elektronisch hulpmiddel voor mensen die slecht horen, een soort trechtervormige buis die geluid naar het oor dirigeert om het beter verstaanbaar te maken
oorhoorns	=	oorhoorn
oorhoorntje	=	oorhoorn
oorhoorntjes	=	oorhoorn
oorijzer	noun	onderdeel van de klederdracht voor vrouwen in met name de noordelijke provincies van Nederland en Zeeland
oorijzers	=	oorijzer
oorijzertje	=	oorijzer
oorklep	noun	deel van een muts waarmee je de oren kunt afdekken (tegen het lawaai, of tegen de kou)
oorklepje	=	oorklep
oorklepjes	=	oorklep
oorkleppen	=	oorklep
oorknop	noun	bolvormig oorsieraad dat met een pin door een gaatje in het oorlelletje wordt gestoken
oorknopje	=	oorknop
oorknopjes	=	oorknop
oorknoppen	=	oorknop
oorkonde	noun	bezegelde en in tegenwoordigheid van meerdere getuigen ondertekende schriftelijke akte die bekendheid gaf van een rechtsfeit of -handeling
oorkondeboek	noun	een verzameling van afschriften van officiële documenten
oorkondeboeken	=	oorkondeboek
oorkondeboekje	=	oorkondeboek
oorkondeboekjes	=	oorkondeboek
oorkondeleer	noun	hulpwetenschap van de geschiedschrijving die het ontstaan, de vorm en geschiedenis van oorkonden onderzoekt
oorkonden	=	oorkonde
oorkondes	=	oorkonde
oorkondetje	=	oorkonde
oorkussen	noun	het zachte deel van een hoofdtelefoon dat tegen of om het oor zit
oorkussens	=	oorkussen
oorkussentje	=	oorkussen
oorkussentjes	=	oorkussen
oorkwal	noun	Aurelia aurita een schijfkwal die kan 10 tot 40 cm groot kan worden.
oorkwallen	=	oorkwal
oorkwalletje	=	oorkwal
oorkwalletjes	=	oorkwal
oorlam	noun	Rantsoen met water aangelengde sterke drank (gin, jenever, rum of wat voorhanden was) dat destijds op bepaalde vaste tijden aan de bemanning van de marine uitgedeeld werd
oorlammen	=	oorlam
oorlammetje	=	oorlam
oorlammetjes	=	oorlam
oorlamsmok	noun	beker van tin of blik waarin zeelieden bij de marine in de 19e eeuw hun rantsoen jenever kregen
oorlamsmokje	=	oorlamsmok
oorlamsmokjes	=	oorlamsmok
oorlamsmokken	=	oorlamsmok
oorlap	noun	oorlel
oorlapje	=	oorlap
oorlapjes	=	oorlap
oorlappen	=	oorlap
oorlel	noun	het onderste deel van de oorschelp bestaande uit vetweefsel
oorlellen	=	oorlel
oorlelletje	=	oorlel
oorlelletjes	=	oorlel
oorlepelzwam	noun	Auriscalpium vulgare een paddenstoel uit de familie Auriscalpiaceae.
oorlepelzwammen	=	oorlepelzwam
oorlepelzwammetje	=	oorlepelzwam
oorlepelzwammetjes	=	oorlepelzwam
oorlof	noun|obsolete	goedkeuring om iets te mogen doen	intj|obsolete	afscheidsgroet bij vertrek voor een langere periode
oorlofje	=	oorlof
oorlog	noun	een gewapende strijd tussen twee of meer bevolkingsgroepen en/of tussen twee of meer landen of “de voortzetting van de politiek met andere middelen” (Clausewitz)
oorloge	=	oorlogen
oorlogen	verb	oorlog voeren, strijden
oorlogend	=	oorlogen
oorlogende	=	oorlogen
oorloghitser	=	oorlogshitser
oorlogje	=	oorlog
oorlogjes	=	oorlog
oorlogsbedrijf	noun	organisatie die een oorlog voert
oorlogsbedrijven	=	oorlogsbedrijf
oorlogsbeeld	noun	beeld ter herinnering van een oorlog
oorlogsbeelden	=	oorlogsbeeld
oorlogsbegraafplaats	noun	begraafplaats voor de gesneuvelden in een oorlog
oorlogsbegraafplaatsen	=	oorlogsbegraafplaats
oorlogsbehoeften	noun	benodigdheden om een oorlog te voeren
oorlogsbelevenis	noun	ervaringen in een oorlogssituatie; iets dat men heeft meegemaakt in de oorlog
oorlogsbelevenissen	=	oorlogsbelevenis
oorlogsbodem	noun	oorlogsschip
oorlogsbodempje	=	oorlogsbodem
oorlogsbodempjes	=	oorlogsbodem
oorlogsbodems	=	oorlogsbodem
oorlogsboek	noun	boek over de oorlog
oorlogsboeken	=	oorlogsboek
oorlogsboekje	=	oorlogsboek
oorlogsboekjes	=	oorlogsboek
oorlogsbuit	noun	wat men in de oorlog van de vijand steelt
oorlogsburgemeester	noun	iemand die tijdens de Duitse bezetting gedurende de Tweede Wereldoorlog door de bezetter tot burgemeester van een gemeente werd benoemd
oorlogsburgemeesters	=	oorlogsburgemeester
oorlogsburgemeestertje	=	oorlogsburgemeester
oorlogsburgemeestertjes	=	oorlogsburgemeester
oorlogscommunisme	noun	een economisch en politiek systeem, dat in de Sovjet-Unie werd toegepast tijdens de Russische Burgeroorlog van 1918 tot 1921
oorlogscorrespondent	noun	journalist die op het oorlogsterrein aanwezig is en over het verloop van de oorlog verslag uitbrengt
oorlogscorrespondente	=	oorlogscorrespondent
oorlogscorrespondenten	=	oorlogscorrespondent
oorlogscorrespondentje	=	oorlogscorrespondent
oorlogscorrespondentjes	=	oorlogscorrespondent
oorlogscrimineel	noun	iemand die zich tijdens een oorlog schuldig maakt aan oorlogsmisdaden
oorlogscrimineeltje	=	oorlogscrimineel
oorlogscrimineeltjes	=	oorlogscrimineel
oorlogscriminelen	=	oorlogscrimineel
oorlogsdaad	noun	daad van oorlog, oorlogshandeling
oorlogsdaden	=	oorlogsdaad
oorlogsdag	noun	een dag in een oorlog
oorlogsdagboek	noun	dagboek dat is geschreven tijdens een oorlog en waarin de auteur chronologisch de dagelijkse gebeurtenissen, ervaringen en gedachten vastlegt
oorlogsdagboeken	=	oorlogsdagboek
oorlogsdagboekje	=	oorlogsdagboek
oorlogsdagboekjes	=	oorlogsdagboek
oorlogsdagen	=	oorlogsdag
oorlogsdocumentaire	noun	non-fictie film over een oorlog
oorlogsdocumentaires	=	oorlogsdocumentaire
oorlogsdocumentatie	noun	verzameling van documenten betreffende de of een oorlog met name gebruikt voor de Tweede Wereldoorlog
oorlogsdocumentaties	=	oorlogsdocumentatie
oorlogsdoel	noun	doel wat men door een oorlog te voeren denkt te bereiken
oorlogsdoeleinden	noun	totaal aan oorlogsdoelen
oorlogsdoelen	=	oorlogsdoel
oorlogsdrama	noun	drama in een oorlog
oorlogsdrama's	=	oorlogsdrama
oorlogsdreiging	noun	dreiging van het uitbreken van een oorlog
oorlogsdreigingen	=	oorlogsdreiging
oorlogsdreiginkje	=	oorlogsdreiging
oorlogsdreiginkjes	=	oorlogsdreiging
oorlogseconomie	noun	de economische voorbereiding van de oorlog in vredestijd met name de productie van voldoende oorlogsmateriaal
oorlogseconomieën	=	oorlogseconomie
oorlogsellende	noun	ellende zoals die onvermijdelijk voortvloeit uit oorlogshandelingen
oorlogservaring	noun	wat men door ondervinding geleerd heeft in een oorlog
oorlogservaringen	=	oorlogservaring
oorlogservarinkje	=	oorlogservaring
oorlogservarinkjes	=	oorlogservaring
oorlogsfilm	noun	een filmgenre waarin een militair conflict een overheersende rol speelt
oorlogsfilmpje	=	oorlogsfilm
oorlogsfilmpjes	=	oorlogsfilm
oorlogsfilms	=	oorlogsfilm
oorlogsfoto	noun	in een oorlogssituatie gemaakte foto
oorlogsfoto's	=	oorlogsfoto
oorlogsfotograaf	noun	maker van oorlogsfoto's
oorlogsfotografe	=	oorlogsfotograaf
oorlogsfotografen	=	oorlogsfotograaf
oorlogsfront	noun	voorste gevechtslinie van een leger in een oorlog
oorlogsfronten	=	oorlogsfront
oorlogsgas	noun	gas gebruikt in een oorlog om de vijand uit te schakelen
oorlogsgassen	=	oorlogsgas
oorlogsgebied	noun	het gebied waar er een oorlog gevoerd wordt
oorlogsgebieden	=	oorlogsgebied
oorlogsgebiedje	=	oorlogsgebied
oorlogsgebiedjes	=	oorlogsgebied
oorlogsgeneratie	noun	generatie die geboren is tussen 1920 en 1935 en die bewust de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt (ook wel ruimer voor de generatie die geboren is tussen ca. 1920 en het einde van de Tweede Wereldoorlog)
oorlogsgeneraties	=	oorlogsgeneratie
oorlogsgeschiedenis	noun	de beschrijving van de oorlogen uit het verleden
oorlogsgeschiedenissen	=	oorlogsgeschiedenis
oorlogsgetroffene	noun	iemand die bijzonder werd getroffen door oorlogshandelingen
oorlogsgetroffenen	=	oorlogsgetroffene
oorlogsgevaar	noun	gevaar voor het ontstaan van een oorlog
oorlogsgevangene	noun	gevangen genomen persoon in een oorlog
oorlogsgevangenen	=	oorlogsgevangene
oorlogsgevaren	=	oorlogsgevaar
oorlogsgeweld	noun	het geweld dat gepleegd wordt tijdens de actieve oorlogsvoering
oorlogshandeling	noun	een handeling uitgevoerd tijdens een oorlog
oorlogshandelingen	=	oorlogshandeling
oorlogshandelinkje	=	oorlogshandeling
oorlogshaven	noun	aanlegplaats van waaruit marineschepen opereren
oorlogshavens	=	oorlogshaven
oorlogsheld	noun	iemand die heel moedig is geweest in de oorlog
oorlogshelden	=	oorlogsheld
oorlogsheldin	noun	vrouw die heel moedig is geweest in de oorlog
oorlogsheldinnen	=	oorlogsheldin
oorlogsheldje	=	oorlogsheld
oorlogsheldjes	=	oorlogsheld
oorlogsherinnering	noun	iets wat men zich herinnert uit de oorlog
oorlogsherinneringen	=	oorlogsherinnering
oorlogshitser	noun	iemand die tot oorlog aanzet
oorlogshitsers	=	oorlogshitser
oorlogshoofdkwartier	noun	locatie waar het leger wordt aangestuurd en waar de strategie wordt bepaald
oorlogshoofdkwartieren	=	oorlogshoofdkwartier
oorlogsindustrie	noun	de bedrijven die voor het leger wapens produceren
oorlogsindustrieën	=	oorlogsindustrie
oorlogsinspanning	noun	alle inspanningen die men tijdens een militaire strijd levert en alle inspanningen die die die strijd mogelijk maken
oorlogsinspanningen	=	oorlogsinspanning
oorlogsinvalide	noun	iemand die met ernstige gebreken kampt door deelname aan een gewapend conflict tussen landen
oorlogsinvaliden	=	oorlogsinvalide
oorlogsjaar	noun	de tijd waarin een oorlog woedt
oorlogsjaren	=	oorlogsjaar
oorlogskabinet	noun	deel van de ministerraad dat militaire beslissingen neemt
oorlogskabinetten	=	oorlogskabinet
oorlogskas	noun	geld gebruikt om oorlog te voeren
oorlogskasje	=	oorlogskas
oorlogskasjes	=	oorlogskas
oorlogskassen	=	oorlogskas
oorlogskleur	noun	signaalkleur die men gebruikt om aan te geven dat men klaar is voor de strijd
oorlogskleuren	=	oorlogskleur
oorlogskreet	noun	kreet waarmee tot de strijd wordt aangewakkerd of opgeroepen
oorlogskreetje	=	oorlogskreet
oorlogskreetjes	=	oorlogskreet
oorlogskreten	=	oorlogskreet
oorlogsleider	noun	leider van een land dat in oorlog is
oorlogsleiders	=	oorlogsleider
oorlogsmachine	noun	een machine gebruikt om oorlog te voeren
oorlogsmachines	=	oorlogsmachine
oorlogsmachinetje	=	oorlogsmachine
oorlogsmachinetjes	=	oorlogsmachine
oorlogsmasker	noun	een masker die de oorlog uitbeeldt
oorlogsmaskers	=	oorlogsmasker
oorlogsmaskertje	=	oorlogsmasker
oorlogsmaskertjes	=	oorlogsmasker
oorlogsmateriaal	noun	zaken die een leger gebruikt in een oorlog
oorlogsmaterialen	=	oorlogsmateriaal
oorlogsmaterieel	noun	alle zaken die men nodig heeft om oorlog te voeren
oorlogsmemoire	noun	herinnering aan de oorlog
oorlogsmemoires	=	oorlogsmemoire
oorlogsmisdaad	noun	een daad in tijd van oorlog die het oorlogsrecht of -gebruik schendt
oorlogsmisdaadje	=	oorlogsmisdaad
oorlogsmisdaadjes	=	oorlogsmisdaad
oorlogsmisdaden	=	oorlogsmisdaad
oorlogsmisdadiger	noun	iemand die een oorlogsmisdaad pleegt of heeft gepleegd en daarvoor individueel aansprakelijk gesteld kan worden onder het internationaal recht
oorlogsmisdadigers	=	oorlogsmisdadiger
oorlogsmisdadigertje	=	oorlogsmisdadiger
oorlogsmisdadigertjes	=	oorlogsmisdadiger
oorlogsmisdrijf	noun	een misdrijf in tijd van oorlog dat het oorlogsrecht of -gebruik schendt
oorlogsmisdrijven	=	oorlogsmisdrijf
oorlogsmoe	adj	moe van oorlog
oorlogsmoeheid	noun	een groeiend verlangen in een oorlogvoerend land om de strijd op te geven, wat ook de gevolgen zijn
oorlogsmoeie	=	oorlogsmoe
oorlogsmoes	=	oorlogsmoe
oorlogsmoest	=	oorlogsmoe
oorlogsmoeste	=	oorlogsmoe
oorlogsmoeë	=	oorlogsmoe
oorlogsmoeër	=	oorlogsmoe
oorlogsmoeëre	=	oorlogsmoe
oorlogsmoeërs	=	oorlogsmoe
oorlogsmonument	noun	monument om gebeurtenissen en/of gesneuvelde of gewonde personen uit een oorlog te eren en te blijven herdenken
oorlogsmonumenten	=	oorlogsmonument
oorlogsmonumentje	=	oorlogsmonument
oorlogsmonumentjes	=	oorlogsmonument
oorlogsnieuws	noun	actuele berichtgeving over een gewapend conflict
oorlogsomstandigheden	noun	algemene toestand in een oorlogssituatie
oorlogsornaat	noun	kleding die een militair draagt als hij naar de oorlog gaat
oorlogspad	noun|figurative	toestand waarin met een oorlog of conflict aangaat
oorlogspaden	=	oorlogspad
oorlogsperiode	noun	de tijdspanne waarin een gewapend conflict plaatsvindt tussen landen, staten of bevolkingsgroepen
oorlogsperioden	=	oorlogsperiode
oorlogsperiodes	=	oorlogsperiode
oorlogsperiodetje	=	oorlogsperiode
oorlogsperiodetjes	=	oorlogsperiode
oorlogspropaganda	noun	uitingen om stelselmatig steun te werven voor het beginnen en voortzetten van gewapende strijd tussen landen
oorlogsrecht	noun	geheel van rechtsregels in geval van een oorlogstoestand of een gewapende conflict
oorlogsrechten	=	oorlogsrecht
oorlogsresolutie	noun	op politiek niveau genomen besluit om oorlog te gaan voeren
oorlogsresoluties	=	oorlogsresolutie
oorlogsretoriek	noun	taalgebruik dat getuigt van de wil om ten strijde te trekken
oorlogsretorieken	=	oorlogsretoriek
oorlogsroman	noun	roman over een oorlog
oorlogsromannetje	=	oorlogsroman
oorlogsromannetjes	=	oorlogsroman
oorlogsromans	=	oorlogsroman
oorlogsschade	noun	nadelen die zijn ontstaan door militaire acties in oorlogstijd
oorlogsschaden	=	oorlogsschade
oorlogsschades	=	oorlogsschade
oorlogsscheepje	=	oorlogsschip
oorlogsscheepjes	=	oorlogsschip
oorlogsschepen	=	oorlogsschip
oorlogsschip	noun	schip voor oorlogsvoering
oorlogsschipvisje	noun	Nomeus gronovii een klein, sterk visje uit de familie Nomeidae (Kwallenvissen).
oorlogsschipvisjes	=	oorlogsschipvisje
oorlogssituatie	noun	een plaats en tijd waar een oorlog heerst, een toestand van oorlog
oorlogssituaties	=	oorlogssituatie
oorlogsslachtoffer	noun	slachtoffer van oorlogsgeweld
oorlogsslachtoffers	=	oorlogsslachtoffer
oorlogsslachtoffertje	=	oorlogsslachtoffer
oorlogsslachtoffertjes	=	oorlogsslachtoffer
oorlogsspel	noun	de oorlog voorgesteld als een spel
oorlogsspelen	=	oorlogsspel
oorlogsspellen	=	oorlogsspel
oorlogsspelletje	=	oorlogsspel
oorlogsspelletjes	=	oorlogsspel
oorlogssterkte	noun	van het leger dat het gereed is om oorlog te voeren
oorlogssterkten	=	oorlogssterkte
oorlogssterktes	=	oorlogssterkte
oorlogstaal	noun	taal die past bij het voeren van een gewapende strijd
oorlogstaaltje	=	oorlogstaal
oorlogstaaltjes	=	oorlogstaal
oorlogstalen	=	oorlogstaal
oorlogstijd	noun	de periode waarin men oorlog voert
oorlogstijden	=	oorlogstijd
oorlogstoestand	noun	door een regering afgekondigde situatie van oorlog
oorlogstoestanden	=	oorlogstoestand
oorlogstoneel	noun	gebied waar de krijgshandelingen tijdens een oorlog zich afspelen
oorlogstonelen	=	oorlogstoneel
oorlogstrauma	noun	psychische stoornis als gevolg van oorlogservaringen
oorlogstrauma's	=	oorlogstrauma
oorlogstraumaatje	=	oorlogstrauma
oorlogstraumaatjes	=	oorlogstrauma
oorlogstraumata	=	oorlogstrauma
oorlogstuig	noun	al het materiaal dat men nodig heeft voor het voeren van een oorlog
oorlogstuigen	=	oorlogstuig
oorlogsverhaal	noun	verslag van een waargebeurde of verzonnen gebeurtenis die een verband heeft met een gewapende strijd
oorlogsverhaaltje	=	oorlogsverhaal
oorlogsverhaaltjes	=	oorlogsverhaal
oorlogsverhalen	=	oorlogsverhaal
oorlogsverklaring	noun	een officiële mededeling van een land dat het oorlog gaat voeren
oorlogsverklaringen	=	oorlogsverklaring
oorlogsverklarinkje	=	oorlogsverklaring
oorlogsverklarinkjes	=	oorlogsverklaring
oorlogsverleden	noun	wat er vroeger in de oorlog gebeurd is, wat iemand heeft gedaan of meegemaakt in de oorlog
oorlogsverledens	=	oorlogsverleden
oorlogsverwonding	noun	fysiek of psychisch letsel dat is opgelopen tijdens een gewapend conflict of als direct gevolg van oorlogshandelingen.
oorlogsverwondingen	=	oorlogsverwonding
oorlogsverwondinkje	=	oorlogsverwonding
oorlogsverwondinkjes	=	oorlogsverwonding
oorlogsveteraan	noun	militair in een oorlog heeft gevochten
oorlogsveteraantje	=	oorlogsveteraan
oorlogsveteraantjes	=	oorlogsveteraan
oorlogsveteranen	=	oorlogsveteraan
oorlogsvlieger	noun	piloot van een gevechtsvliegtuig
oorlogsvliegers	=	oorlogsvlieger
oorlogsvliegtuig	noun	een vliegtuig (of helikopter) dat vooral ten tijde van oorlog actief ingezet wordt om de vijand aan te vallen en voor andere strategische doeleinden.
oorlogsvliegtuigen	=	oorlogsvliegtuig
oorlogsvliegtuigje	=	oorlogsvliegtuig
oorlogsvliegtuigjes	=	oorlogsvliegtuig
oorlogsvloot	noun	vloot van oorlogsschepen
oorlogsvlootje	=	oorlogsvloot
oorlogsvlootjes	=	oorlogsvloot
oorlogsvloten	=	oorlogsvloot
oorlogsvoering	noun	het strijden tijdens een oorlog
oorlogsvoeringen	=	oorlogsvoering
oorlogsvoorbereiding	noun	de maatregelen, plannen en acties die een staat of organisatie neemt om zich gereed te maken voor een mogelijk gewapend conflict.
oorlogsvoorbereidingen	=	oorlogsvoorbereiding
oorlogsvoorbereidinkje	=	oorlogsvoorbereiding
oorlogsvoorbereidinkjes	=	oorlogsvoorbereiding
oorlogsweduwe	noun	vrouw waarvan de echtgenoot is gesneuveld in de oorlog door oorlogshandelingen
oorlogsweduwen	=	oorlogsweduwe
oorlogsweduwes	=	oorlogsweduwe
oorlogswinter	noun	winter tijdens een oorlog
oorlogswinters	=	oorlogswinter
oorlogswoordenboek	noun	boek waarin de betekenis van woorden wordt uitgelegd die tijdens een specifieke oorlog (vaak de Tweede Wereldoorlog) zijn ontstaan, veranderd of een speciale betekenis kregen
oorlogswoordenboeken	=	oorlogswoordenboek
oorlogswoordenboekje	=	oorlogswoordenboek
oorlogswoordenboekjes	=	oorlogswoordenboek
oorlogszuchtig	adj	met de wil en neiging om oorlog te voeren
oorlogszuchtige	=	oorlogszuchtig
oorlogszuchtiger	=	oorlogszuchtig
oorlogszuchtigere	=	oorlogszuchtig
oorlogszuchtigers	=	oorlogszuchtig
oorlogszuchtigs	=	oorlogszuchtig
oorlogszuchtigst	=	oorlogszuchtig
oorlogszuchtigste	=	oorlogszuchtig
oorlogvoerend	adj	als land verwikkeld zijnd in een gewapend conflict
oorlogvoerends	=	oorlogvoerend
oorlogvoering	noun	het strijden tijdens een oorlog
oorlogvoeringen	=	oorlogvoering
oorlogvoerinkje	=	oorlogvoering
oorlogzuchtig	adj	oorlogszuchtig is meer gebruikelijk
oorlogzuchtige	=	oorlogzuchtig
oorlogzuchtiger	=	oorlogzuchtig
oorlogzuchtigere	=	oorlogzuchtig
oorlogzuchtigers	=	oorlogzuchtig
oorlogzuchtigs	=	oorlogzuchtig
oorlogzuchtigst	=	oorlogzuchtig
oorlogzuchtigste	=	oorlogzuchtig
oorloog	=	oorlogen
oorloogde	=	oorlogen
oorloogden	=	oorlogen
oorloogt	=	oorlogen
oorloven	=	oorlof
oormerk	noun	een, meestal geel, genummerd label op de oren van rundvee – inclusief waterbuffel en Amerikaanse bizon – en sinds 2005 ook van schapen, geiten en varkens
oormerke	=	oormerken
oormerken	verb	van een oormerk voorzien
oormerkend	=	oormerken
oormerkende	=	oormerken
oormerkje	=	oormerk
oormerkt	=	oormerken
oormerkte	=	oormerken
oormerkten	=	oormerken
oormijt	noun	Otodectes cynotis een veel voorkomende parasiet bij katten.
oormijten	=	oormijt
oormijtje	=	oormijt
oormijtjes	=	oormijt
oorontsteking	noun	een ontsteking van het oor
oorontstekingen	=	oorontsteking
oorontstekingetje	=	oorontsteking
oorontstekinkje	=	oorontsteking
oorontstekinkjes	=	oorontsteking
oorpiercing	noun	een gaatje in de oorlel of oorschelp om sieraden te dragen.
oorpiercings	=	oorpiercing
oorpiercinkje	=	oorpiercing
oorpiercinkjes	=	oorpiercing
oorpijn	noun	pijn in het oor
oorpijnen	=	oorpijn
oorprop	noun	een hoeveelheid cerumen of andere stof die de gehoorgang afsluit waardoor je minder goed kunt horen
oorpropje	=	oorprop
oorpropjes	=	oorprop
oorproppen	=	oorprop
oorring	noun	oorsieraad dat door een gaatje in het oorlelletje vast zit, het is dus een vorm van een piercing
oorringen	=	oorring
oorringetje	=	oorring
oorringetjes	=	oorring
oorrob	noun	zoogdier uit de familie Otariidae uit de orde der roofdieren (Carnivora).
oorrobben	noun	een familie Otariidae van zoogdieren die hun voedsel in het water vangen, maar hun jongen op het land ter wereld brengen Ze komen voor langs de kusten van de Grote Oceaan en de Zuidelijke Oceaan en behoren net als de zeehonden en walrussen tot de orde der roofdieren (Carnivora)
oorrobbetje	=	oorrob
oorrobbetjes	=	oorrob
oorsardientje	noun	Sardinella aurita een straalvinnige vissensoort uit de familie van haringen (Clupeidae).
oorsardientjes	=	oorsardientje
oorschelp	noun	het uit het hoofd stekende deel van een oor
oorschelpen	=	oorschelp
oorschelpje	=	oorschelp
oorschelpjes	=	oorschelp
oorsieraad	noun	decoratie van de oorschelp, vaak in de vorm van een juweel
oorsieraden	=	oorsieraad
oorsilene	noun	Silene otites een overblijvende plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
oorsilene-uil	noun	Hadena irregularis een nachtvlinder uit de familie van de nachtuiltjes.
oorsilene-uilen	=	oorsilene-uil
oorsilene-uiltje	=	oorsilene-uil
oorsilene-uiltjes	=	oorsilene-uil
oorsilenen	=	oorsilene
oorsilenes	=	oorsilene
oorsilenetje	=	oorsilene
oorsilenetjes	=	oorsilene
oorsmeer	noun	stroperige vloeistof in de gehoorgangen
oorspecialist	noun	specialist op het gebied van het gehoor
oorspecialisten	=	oorspecialist
oorspecialistje	=	oorspecialist
oorspecialistjes	=	oorspecialist
oorspiegel	noun	instrument om de uitwendige gehoorgang te onderzoeken
oorspiegels	=	oorspiegel
oorspiegeltje	=	oorspiegel
oorspiegeltjes	=	oorspiegel
oorsprong	noun	herkomst
oorsprongen	=	oorsprong
oorspronkelijk	adj	zoals het in begin was
oorspronkelijke	=	oorspronkelijk
oorspronkelijker	=	oorspronkelijk
oorspronkelijkere	=	oorspronkelijk
oorspronkelijkers	=	oorspronkelijk
oorspronkelijkheden	=	oorspronkelijkheid
oorspronkelijkheid	noun	de mate waarin iemand zelf iets bedacht heeft; de mate waarin iemand geen navolger is
oorspronkelijks	=	oorspronkelijk
oorspronkelijkst	=	oorspronkelijk
oorspronkelijkste	=	oorspronkelijk
oorstaafje	noun	een houten, plastic of papieren stokje waarop 1 of 2 plukjes watten zijn bevestigd en dat men gebruikt voor het verwijderen van oorsmeer
oorstaafjes	=	oorstaafje
oorsteentje	noun	een structuur in het binnenoor van gewervelden die een rolspeelt in het waarnemen van geluid, versnelling en zwaartekracht
oorsteentjes	=	oorsteentje
oorstokje	noun	stokje met daarop een watje gedraaid waarmee men de gehoorgang kan reinigen
oorstokjes	=	oorstokje
oorstrelend	adj	bijzonder aangenaam om naar te luisteren
oorstrelende	=	oorstrelend
oorstrelender	=	oorstrelend
oorstrelendere	=	oorstrelend
oorstrelenders	=	oorstrelend
oorstrelends	=	oorstrelend
oorstrelendst	=	oorstrelend
oorstrelendste	=	oorstrelend
oorsuizen	noun	waarnemen van een voortdurend hinderlijk geluid, zonder dat er in de omgeving een geluidsbron aan te wijzen is
oorsuizing	noun	een hinderlijk, ruisend geluid in het oor zonder dat er een uitwendige geluidsbron is dit dit geluid veroorzaakt
oorsuizingen	=	oorsuizing
oort	=	oren
oortelefoon	noun	hoofdtelefoon, koptelefoon
oortelefoons	=	oortelefoon
oortelefoontje	=	oortelefoon
oortelefoontjes	=	oortelefoon
oortje	noun	mini-luidsprekertje om in je oren te stoppen zoals gebruikt met smartphones
oortjes	=	oor
oortjesverbod	noun	een verbod op het dragen van luisterapparatuur in je oren.
oortjesverboden	=	oortjesverbod
oortjesverbodje	=	oortjesverbod
oortjesverbodjes	=	oortjesverbod
oortrompet	noun	een ouder, niet-elektronisch hulpmiddel voor mensen die slecht horen, een soort trechtervormige buis die geluid naar het oor dirigeert om het beter verstaanbaar te maken
oortrompetje	=	oortrompet
oortrompetjes	=	oortrompet
oortrompetten	=	oortrompet
oortwolk	noun	enorme aantallen stukken steen en ijs die 2.000 tot 200.000 keer verder dan de aarde rond de zon zouden bewegen en zo een soort bol vormen waaruit kometen kunnen ontstaan
ooruil	noun	bepaald soort vogel met lange oorpluimen en ronde ogen die recht naar voren staan, Asio otus
ooruilen	=	ooruil
ooruiltje	=	ooruil
ooruiltjes	=	ooruil
oorvaag	=	oorvijg
oorvage	=	oorvijg
oorveeg	noun	klap tegen de oren als straf
oorveegje	=	oorveeg
oorvegen	=	oorveeg
oorverdovend	adj	heel erg luid
oorverdovende	=	oorverdovend
oorverdovender	=	oorverdovend
oorverdovendere	=	oorverdovend
oorverdovenders	=	oorverdovend
oorverdovends	=	oorverdovend
oorverdovendst	=	oorverdovend
oorverdovendste	=	oorverdovend
oorverscheurend	adj	heel erg luid
oorverscheurende	=	oorverscheurend
oorverscheurender	=	oorverscheurend
oorverscheurendere	=	oorverscheurend
oorverscheurenders	=	oorverscheurend
oorverscheurends	=	oorverscheurend
oorverscheurendst	=	oorverscheurend
oorverscheurendste	=	oorverscheurend
oorvijg	noun	een klap in het gezicht
oorvijgen	=	oorvijg
oorvijgje	=	oorvijg
oorvinger	noun|obsolete	vijfde vinger gerekend vanaf de duim, kleinste vinger van de hand
oorvissen	noun	een familie Kneriidae van straalvinnige vissen uit de orde van zandvisachtigen (Gonorhynchiformes)
oorvlekdwergtiran	noun	Myiornis auricularis een kleine zangvogel in het noorden van Zuid-Amerika.
oorvlekdwergtirannen	=	oorvlekdwergtiran
oorvlekdwergtirannetje	=	oorvlekdwergtiran
oorvlekdwergtirannetjes	=	oorvlekdwergtiran
oorvlies	noun	een membraan in het oor van zoogdieren, waaronder de mens, waarmee het oor geluid opvangt en doorgeeft aan de gehoorbeentjes
oorvliezen	=	oorvlies
oorvormig	adj	vorm van een oor hebbend
oorvormige	=	oorvormig
oorvormiger	=	oorvormig
oorvormigere	=	oorvormig
oorvormigers	=	oorvormig
oorvormigs	=	oorvormig
oorvormigst	=	oorvormig
oorvormigste	=	oorvormig
oorwarmer	noun	een kledingstuk dat gemaakt is om de oren buitenshuis warm te houden bij koude weersomstandigheden
oorwarmers	=	oorwarmer
oorwas	noun	een vettige substantie die door klieren in de gehoorgang wordt geproduceerd
oorwassing	noun	het wassen van een oor
oorwassingen	=	oorwassing
oorworm	noun	benaming voor insecten uit de orde Dermaptera, die grote tangvormige uitsteeksels (cerci) aan het einde van het achterlijf hebben
oorwormen	noun	een orde Dermaptera van gevleugelde insecten.
oorwormpje	=	oorworm
oorwormpjes	=	oorworm
oorwoud	=	oerwoud
oorwurm	noun	een melodie, of een stukje daarvan, die in je hoofd blijft hangen, maar waar je geen prijs op stelt
oorwurmen	=	oorwurm
oorwurmpje	=	oorwurm
oorwurmpjes	=	oorwurm
oorzaak	noun	datgene wat noodzakelijk en voldoende is om een zeker gevolg te hebben
oorzaak-gevolgrelatie	noun	vaak voorkomend verband tussen oorzaak en gevolg
oorzaak-gevolgrelaties	=	oorzaak-gevolgrelatie
oorzakelijk	adj	de oorzaak van iets in zich sluitend
oorzakelijke	=	oorzakelijk
oorzakelijker	=	oorzakelijk
oorzakelijkere	=	oorzakelijk
oorzakelijkers	=	oorzakelijk
oorzakelijkheden	=	oorzakelijkheid
oorzakelijkheid	noun	verband tussen oorzaak en gevolg
oorzakelijks	=	oorzakelijk
oorzakelijkst	=	oorzakelijk
oorzakelijkste	=	oorzakelijk
oorzaken	=	oorzaak
oorziekte	noun	een aandoening van het oor
oorziekten	=	oorziekte
oorziektes	=	oorziekte
oorzwammetje	noun	een schimmel van het geslacht Crepidotus in de familie Crepidotaceae waarvan het vruchtlichaam veel op een oor lijkt
oorzwammetjes	=	oorzwammetje
oost	adv	de richting waar de zon opkomt
oost-aziatisch	adj	betreffende de geografische en culturele kenmerken van het oostelijke deel van Azië, voornamelijk China, Japan, Zuid-Korea, Noord-Korea, Taiwan en Mongolië
oost-aziatische	noun	een vrouwelijke inwoner van Oost-Azië, of een vrouw afkomstig uit Oost-Azië
oost-aziatischen	=	oost-aziatische
oost-aziatischer	=	oost-aziatisch
oost-aziatischere	=	oost-aziatisch
oost-aziatischers	=	oost-aziatisch
oost-duits	adj	op Oost-Duitsland betrekking hebbend
oost-duitse	noun	een vrouwelijke inwoner van Oost-Duitsland, of iemand afkomstig hiervan
oost-duitsen	=	oost-duitse
oost-duitser	noun	een inwoner van Oost-Duitsland, of iemand afkomstig hiervan
oost-duitsere	=	oost-duits
oost-duitsers	=	oost-duitser
oost-duitst	=	oost-duits
oost-duitste	=	oost-duits
oost-europeaan	noun	een inwoner van Oost-Europa, of iemand afkomstig uit Oost-Europa
oost-europeanen	=	oost-europeaan
oost-europees	adj	op Oost-Europa betrekking hebbend
oost-europeest	=	oost-europees
oost-europeeste	=	oost-europees
oost-europese	=	oost-europees
oost-europeser	=	oost-europees
oost-europesere	=	oost-europees
oost-europesers	=	oost-europees
oost-fries	noun	een Nedersaksische taalvariëteit die wordt gesproken in Oost-Friesland	adj	van, in, uit Oost-Friesland
oost-friese	=	oost-fries
oost-frieser	=	oost-fries
oost-friesere	=	oost-fries
oost-friesers	=	oost-fries
oost-friezen	=	oost-fries
oost-galicisch	adj	op Oost-Galicië betrekking hebbend
oost-galicische	noun	een vrouwelijke inwoner van Oost-Galicië, of een vrouw afkomstig uit Oost-Galicië
oost-galicischen	=	oost-galicische
oost-galiciër	noun	een inwoner van Oost-Galicië, of iemand afkomstig uit Oost-Galicië
oost-galiciërs	=	oost-galiciër
oost-indisch	adj	van, in, uit Oost-Indië
oost-indische	=	oost-indisch
oost-indischer	=	oost-indisch
oost-indischere	=	oost-indisch
oost-indischers	=	oost-indisch
oost-nederland	noun	benaming voor een groot deel van Nederland ten noorden van de grote rivieren en westelijk van het IJsselmeer (in taalkundige beschouwingen vaak met uitzondering van het Friestalige gebied)
oost-timorees	noun	een inwoner van Oost-Timor, of iemand afkomstig uit Oost-Timor	adj	op Oost-Timor betrekking hebbend
oost-timorese	noun	een vrouwelijke inwoner van Oost-Timor, of een vrouw afkomstig uit Oost-Timor
oost-timoresen	=	oost-timorese
oost-timorezen	=	oost-timorees
oost-vlaams	adj	uit Oost-Vlaanderen afkomstig
oost-vlaamse	noun	een vrouwelijke inwoner van Oost-Vlaanderen, of een vrouw afkomstig uit Oost-Vlaanderen
oost-vlaamsen	=	oost-vlaamse
oost-vlaamser	=	oost-vlaams
oost-vlaamsere	=	oost-vlaams
oost-vlaamsers	=	oost-vlaams
oost-vlaamst	=	oost-vlaams
oost-vlaamste	=	oost-vlaams
oost-vlaming	noun	een inwoner van Oost-Vlaanderen, of iemand afkomstig uit Oost-Vlaanderen
oost-vlamingen	=	oost-vlaming
oost-westelijk	adj	op de as die loodrecht staat op die van het noord-zuiden
oost-westelijke	=	oost-westelijk
oost-westelijker	=	oost-westelijk
oost-westelijkere	=	oost-westelijk
oost-westelijkers	=	oost-westelijk
oost-westelijks	=	oost-westelijk
oost-westelijkst	=	oost-westelijk
oost-westelijkste	=	oost-westelijk
oost-westverbinding	noun	een fysieke weg, spoorlijn of infrastructuur die het oosten en westen van een gebied met elkaar verbindt.
oost-westverbindingen	=	oost-westverbinding
oost-westverbindinkje	=	oost-westverbinding
oost-westverbindinkjes	=	oost-westverbinding
oost-westverhouding	noun	internationale betrekkingen en militaire krachtsverhouding tussen de machtsblokken die tijdens de Koude Oorlog rond de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten zijn gevormd
oost-westverhoudingen	noun	internationale betrekkingen en militaire krachtsverhouding tussen de machtsblokken die tijdens de Koude Oorlog rond de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten zijn gevormd
oost-westverhoudinkje	=	oost-westverhouding
oost-westverhoudinkjes	=	oost-westverhouding
oostakkenaar	noun	een inwoner van Oostakker, of iemand afkomstig uit Oostakker
oostakkenaren	=	oostakkenaar
oostakkeraar	noun	een inwoner van Oostakker, of iemand afkomstig uit Oostakker
oostakkeraren	=	oostakkeraar
oostakkers	adj	op Oostakker betrekking hebbend
oostakkerse	noun	een vrouwelijke inwoner van Oostakker, of een vrouw afkomstig uit Oostakker
oostakkersen	=	oostakkerse
oostamazonevuurogen	=	oostamazonevuuroog
oostamazonevuuroog	noun	Pyriglena leuconota een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
oostamazonevuuroogje	=	oostamazonevuuroog
oostamazonevuuroogjes	=	oostamazonevuuroog
oostblokland	noun	staat die tijdens de Koude Oorlog behoorde tot het Warschaupact, het militair bondgenootschap van Oost-Europese landen onder leiding van de Sovjet-Unie
oostbloklanden	=	oostblokland
oostdwergtonijn	noun	Euthynnus affinis een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
oostdwergtonijnen	=	oostdwergtonijn
oostdwergtonijntje	=	oostdwergtonijn
oostdwergtonijntjes	=	oostdwergtonijn
oosteeklonaar	noun	een inwoner van Oosteeklo, of iemand afkomstig uit Oosteeklo
oosteeklonaren	=	oosteeklonaar
oosteekloos	adj	op Oosteeklo betrekking hebbend
oosteeklose	noun	een vrouwelijke inwoner van Oosteeklo, of een vrouw afkomstig uit Oosteeklo
oosteeklosen	=	oosteeklose
oostelijk	adj	betrekking hebbend op, liggend in, afkomstig uit het oosten enz
oostelijke	=	oostelijk
oostelijker	=	oostelijk
oostelijkere	=	oostelijk
oostelijkers	=	oostelijk
oostelijks	=	oostelijk
oostelijkst	=	oostelijk
oostelijkste	=	oostelijk
oosten	noun	een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de rechterkant
oostenrijker	noun	een inwoner van Oostenrijk of persoon die de Oostenrijkse nationaliteit bezit
oostenrijkers	=	oostenrijker
oostenrijkertje	=	oostenrijker
oostenrijkertjes	=	oostenrijker
oostenrijks	noun	de Duitse taal zoals gesproken in Oostenrijk	adj	gerelateerd aan Oostenrijk
oostenrijksch	=	oostenrijks
oostenrijkse	noun	een inwoonster van Oostenrijk of vrouw die de Oostenrijkse nationaliteit bezit
oostenrijksen	=	oostenrijkse
oostenrijkser	=	oostenrijks
oostenrijksere	=	oostenrijks
oostenrijksers	=	oostenrijks
oostenrijkst	=	oostenrijks
oostenrijkste	=	oostenrijks
oostenryks	=	oostenrijks
oostenryksch	=	oostenrijks
oostenwind	noun	wind die uit het oosten komt.
oostenwinden	=	oostenwind
oostenwindje	=	oostenwind
oostenwindjes	=	oostenwind
ooster	adj	geeft als eerste lid in samenstellingen aan dat het door het tweede lid genoemde oostelijk ligt of daarvandaan komt
oosterburen	=	oosterbuur
oosterbuur	noun	mensen die in een gebeid ten oosten van iemand wonen
oosterbuurtje	=	oosterbuur
oosterkim	noun	de oostelijke horizon waar de zon opkomt
oosterkimmen	=	oosterkim
oosterlengte	noun	lengtegraad ten oosten van de nulmedidiaan tot 180ᵒ
oosterling	noun	iemand uit het oosten (van het land)
oosterlingen	=	oosterling
oosterlingetje	=	oosterling
oosterlingetjes	=	oosterling
oostermaand	noun|obsolete	vierde maand van het kalenderjaar
oosters	adj	ten oosten van de Balkan
oosters-orthodox	adj	behorend tot de oosterse kerken die niet met Rome verbonden zijn
oosters-orthodoxe	=	oosters-orthodox
oosters-orthodoxer	=	oosters-orthodox
oosters-orthodoxere	=	oosters-orthodox
oosters-orthodoxers	=	oosters-orthodox
oosters-orthodoxt	=	oosters-orthodox
oosters-orthodoxte	=	oosters-orthodox
oosterscheldekering	noun	stormvloedkering in de Oosterschelde
oosterse	=	oosters
oosterser	=	oosters
oostersere	=	oosters
oostersers	=	oosters
oosterst	=	oosters
oosterste	=	oosters
oosterzon	noun	de zon zoals zij 's-morgens in het oosten opgaat
oostflank	noun	de flank die in het oosten gelegen is.
oostflanken	=	oostflank
oostflankje	=	oostflank
oostflankjes	=	oostflank
oostfront	noun	het oorlogsfront in het oosten waar de strijd ging tussen de Sovjet-Unie / Rusland aan de ene kant en Duitsland aan de andere kant zowel in de Eerste als de Tweede Wereldoorlog
oostfronten	=	oostfront
oostgevel	noun	de gevel aan de oostzijde van het gebouw.
oostgevels	=	oostgevel
oostgeveltje	=	oostgevel
oostgeveltjes	=	oostgevel
oostgrens	noun	een scheidingslijn in het oosten; de uiterste rand in het oosten
oostgrenzen	=	oostgrens
oosthoek	noun	de hoek die in het oosten gelegen is.
oosthoeken	=	oosthoek
oosthoekje	=	oosthoek
oosthoekjes	=	oosthoek
oostkant	noun	de kant die in het oosten gelegen is.
oostkanten	=	oostkant
oostkantje	=	oostkant
oostkantjes	=	oostkant
oostkantons	adj	behorend of betrekking hebbend tot de Oostkantons
oostkantonse	=	oostkantons
oostkust	noun	de oostelijke zeeoever/kustgebied, de kust die in het oosten gelegen is.
oostkusten	=	oostkust
oostkustje	=	oostkust
oostkustjes	=	oostkust
oostnoordoost	adv	tussen oost en noordoost
oostnoordoostelijk	adj	in de richting die ligt tussen het oosten en het noordoosten
oostnoordoostelijke	=	oostnoordoostelijk
oostnoordoostelijker	=	oostnoordoostelijk
oostnoordoostelijkere	=	oostnoordoostelijk
oostnoordoostelijkers	=	oostnoordoostelijk
oostnoordoostelijks	=	oostnoordoostelijk
oostnoordoostelijkst	=	oostnoordoostelijk
oostnoordoostelijkste	=	oostnoordoostelijk
oostnoordoosten	noun	precies tussen het oosten en het noordoosten
oostoever	noun	land dat grenst aan de oostzijde van een water
oostoevers	=	oostoever
oostpunt	noun	punt aan de horizon waar de zon op 21 maart en 22 september opkomt
oostpunten	=	oostpunt
oostpuntje	=	oostpunt
oostpuntjes	=	oostpunt
oostrand	noun	de rand die in het oosten gelegen is.
oostranden	=	oostrand
oostrandje	=	oostrand
oostrandjes	=	oostrand
ooststation	noun	het station dat in het oosten van een stad gelegen is en soms ook een kopstation met sporen enkel in oostelijke richting
ooststationnetje	=	ooststation
ooststationnetjes	=	ooststation
ooststations	=	ooststation
oosttak	noun	de tak van een tracé dat richting het oosten gelegen is.
oosttakje	=	oosttak
oosttakjes	=	oosttak
oosttakken	=	oosttak
oostvleugel	noun	de vleugel die in het oosten gelegen is.
oostvleugels	=	oostvleugel
oostvleugeltje	=	oostvleugel
oostvleugeltjes	=	oostvleugel
oostwaarts	adv	in een oostelijke richting, naar het oosten
oostwaartse	=	oostwaarts
oostwaartser	=	oostwaarts
oostwaartsere	=	oostwaarts
oostwaartsers	=	oostwaarts
oostwaartst	=	oostwaarts
oostwaartste	=	oostwaarts
oostzeegroenworm	noun	Marenzelleria neglecta een borstelworm uit de familie Spionidae.
oostzeegroenwormen	=	oostzeegroenworm
oostzeegroenwormpje	=	oostzeegroenworm
oostzeegroenwormpjes	=	oostzeegroenworm
oostzeeharing	noun	Clupea harengus membras een haringondersoort die voortkomt in de noordelijke Atlantische Oceaan en de Oostzee
oostzeeharingen	=	oostzeeharing
oostzeeharinkje	=	oostzeeharing
oostzeeharinkjes	=	oostzeeharing
oostzij	noun	de zijde die in het oosten ligt.
oostzijde	noun	de zijde die in het oosten ligt.
oostzijden	=	oostzijde
oostzijdes	=	oostzijde
oostzijdetje	=	oostzijde
oostzijdetjes	=	oostzijde
oostzuidoost	adv	tussen oost en zuidoost
oostzuidoostelijk	adj	in de richting die ligt tussen het oosten en het zuidoosten
oostzuidoostelijke	=	oostzuidoostelijk
oostzuidoostelijker	=	oostzuidoostelijk
oostzuidoostelijkere	=	oostzuidoostelijk
oostzuidoostelijkers	=	oostzuidoostelijk
oostzuidoostelijks	=	oostzuidoostelijk
oostzuidoostelijkst	=	oostzuidoostelijk
oostzuidoostelijkste	=	oostzuidoostelijk
oostzuidoosten	noun	precies tussen het oosten en het zuidoosten
oot	noun	Avena fatua een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie.
oote	intj	een woord zonder betekenis, bekend uit een gedicht van Hanlo.
ootje	noun	het cijfer nul
ootmoed	noun	nederigheid
ootmoedig	adj	ootmoed tonend
ootmoedige	=	ootmoedig
ootmoediger	=	ootmoedig
ootmoedigere	=	ootmoedig
ootmoedigers	=	ootmoedig
ootmoediglijk	adj	op een bescheiden manier
ootmoediglijke	=	ootmoediglijk
ootmoediglijker	=	ootmoediglijk
ootmoediglijkere	=	ootmoediglijk
ootmoediglijkers	=	ootmoediglijk
ootmoediglijks	=	ootmoediglijk
ootmoediglijkst	=	ootmoediglijk
ootmoediglijkste	=	ootmoediglijk
ootmoedigs	=	ootmoedig
ootmoedigst	=	ootmoedig
ootmoedigste	=	ootmoedig
op	prep	aan de bovenkant aanrakend, rustend op, zich bevindend te	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
op-en-neer	noun	een uitwendige hulpconstructie die het verder verzakken van een oude gevel moet voorkomen
op-en-neertje	=	op-en-neer
op-en-neertjes	=	op-en-neer
op-en-neren	=	op-en-neer
op-en-top	adv	buitengemeen, in hoge mate
opa	noun	de vader van een ouder
opa's	=	opa
opaak	adj	ondoorzichtig
opaaks	=	opaak
opaakst	=	opaak
opaakste	=	opaak
opaal	noun	een halfedelsteen en een amorfe variëteit van kwarts, SiO₂·nH₂O, gehydrateerd siliciumdioxide met een waterpercentage van soms wel 20%
opaalgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6026 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6026 ( ).
opaalgroene	=	opaalgroen
opaalgroens	=	opaalgroen
opaalkettingtrilzwam	noun	Sirobasidium brefeldianum een schimmel behorend tot de familie Sirobasidiaceae.
opaalkettingtrilzwammen	=	opaalkettingtrilzwam
opaalkettingtrilzwammetje	=	opaalkettingtrilzwam
opaalkettingtrilzwammetjes	=	opaalkettingtrilzwam
opaalkruinmanakin	noun	Lepidothrix iris een zangvogel uit de familie der manakins (Pipridae)
opaalkruinmanakinnetje	=	opaalkruinmanakin
opaalkruinmanakinnetjes	=	opaalkruinmanakin
opaalkruinmanakins	=	opaalkruinmanakin
opaalkruintangare	noun	Tangara callophrys een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
opaalkruintangaren	=	opaalkruintangare
opaalkruintangaretje	=	opaalkruintangare
opaalkruintangaretjes	=	opaalkruintangare
opaalstern	noun	Gygis alba een kleine zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini)
opaalsternen	=	opaalstern
opaalsterns	=	opaalstern
opaalsterntje	=	opaalstern
opaalsterntjes	=	opaalstern
opaalstuittangare	noun	Tangara velia een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
opaalstuittangaren	=	opaalstuittangare
opaalstuittangaretje	=	opaalstuittangare
opaalstuittangaretjes	=	opaalstuittangare
opaaltje	=	opaal
opaaltjes	=	opaal
opaalvaalhoed	noun	Hebeloma velutipes een schimmel in de familie Hymenogastraceae.
opaalvaalhoeden	=	opaalvaalhoed
opaalvaalhoedje	=	opaalvaalhoed
opaalvaalhoedjes	=	opaalvaalhoed
opaat	=	opeten
opaatje	=	opa
opaatjes	=	opa
opaciteit	noun	mate van ondoorlatendheid voor licht
opaciteiten	=	opaciteit
opacriminaliteit	noun	criminaliteit door ouderen, met name 55-plussers
opake	=	opaak
opaker	=	opaak
opakere	=	opaak
opakers	=	opaak
opalen	=	opaal
opalescent	adj	bijna doorschijnend
opalescente	=	opalescent
opalescenter	=	opalescent
opalescentere	=	opalescent
opaltongrassluiper	noun	Amytornis rowleyi een zangvogel uit de familie der elfjes (Maluridae).
opaltongrassluipers	=	opaltongrassluiper
opaltongrassluipertje	=	opaltongrassluiper
opaltongrassluipertjes	=	opaltongrassluiper
opaque	=	opaak
opart	noun	kunststroming die gebaseerd is op optische effecten
opat	=	opeten
opate	=	opeten
opaten	=	opeten
opbaar	=	opbaren
opbaarde	=	opbaren
opbaarden	=	opbaren
opbaart	=	opbaren
opbagger	=	opbaggeren
opbaggerde	=	opbaggeren
opbaggerden	=	opbaggeren
opbaggere	=	opbaggeren
opbaggeren	verb	iets uit de modder op de bodem van een water naar boven halen
opbaggerend	=	opbaggeren
opbaggerende	=	opbaggeren
opbaggert	=	opbaggeren
opbak	=	opbakken
opbakke	=	opbakken
opbakken	verb	iets dat eerst gekookt is in boter of olie opnieuw bakken
opbakkend	=	opbakken
opbakkende	=	opbakken
opbakt	=	opbakken
opbakte	=	opbakken
opbakten	=	opbakken
opbare	=	opbaren
opbaren	verb	een overledene klaarleggen voor het afscheidnemen door familie en anderen
opbarend	=	opbaren
opbarende	=	opbaren
opbel	=	opbellen
opbelde	=	opbellen
opbelden	=	opbellen
opbelle	=	opbellen
opbellen	verb	iemand ~: iemand telefonisch proberen te bereiken
opbellend	=	opbellen
opbellende	=	opbellen
opbeller	noun	iemand de telefoneert; iemand die opbelt
opbellers	=	opbeller
opbelprogramma	noun	programma waarbij de luisteraars telefonische vragen kunnen stellen
opbelprogramma's	=	opbelprogramma
opbelt	=	opbellen
opberg	=	opbergen
opberge	=	opbergen
opbergen	verb	op een veilige plaats wegdoen
opbergend	=	opbergen
opbergende	=	opbergen
opberghok	noun	een onaantrekkelijke kale ruimte waarin je dingen kunt opbergen
opberghokje	=	opberghok
opberghokjes	=	opberghok
opberghokken	=	opberghok
opberging	noun	het plaatsen van een voorwerp in een bergruimte
opbergingen	=	opberging
opberginkje	=	opberging
opberginkjes	=	opberging
opbergkast	noun	een groot meubelstuk waarin men veel spullen kan stoppen die men niet vaak nodig heeft
opbergkasten	=	opbergkast
opbergkastje	=	opbergkast
opbergkastjes	=	opbergkast
opbergmap	noun	bergplaats voor papieren
opbergmapje	=	opbergmap
opbergmapjes	=	opbergmap
opbergmappen	=	opbergmap
opbergplaats	noun	plaats om zaken op te kunnen bergen
opbergplaatsen	=	opbergplaats
opbergplaatsje	=	opbergplaats
opbergplaatsjes	=	opbergplaats
opbergruimte	noun	plaats waar men zaken kan bewaren die men niet direct nodig heeft
opbergruimten	=	opbergruimte
opbergruimtes	=	opbergruimte
opbergsysteem	noun	manier waarop men zaken volgens een bepaald patroon kan bewaren
opbergsysteempje	=	opbergsysteem
opbergsysteempjes	=	opbergsysteem
opbergsystemen	=	opbergsysteem
opbergt	=	opbergen
opbergvak	noun	door rechte afscheidingen gevormde ruimte die aan een kant open is, bestemd om dingen in te bewaren
opbergvakje	=	opbergvak
opbergvakjes	=	opbergvak
opbergvakken	=	opbergvak
opbergzak	noun	van onder afgesloten vormloze huls uit textiel of ander flexibel materiaal bestemd om dingen in te bewaren
opbergzakje	=	opbergzak
opbergzakjes	=	opbergzak
opbergzakken	=	opbergzak
opbeur	=	opbeuren
opbeurde	=	opbeuren
opbeurden	=	opbeuren
opbeure	=	opbeuren
opbeuren	verb	iemand die onder neerslachtigheid gebukt gaat trachten optimistischer te stemmen
opbeurend	adj	van iets of iemand dat het de bedoeling heeft iemand die verdrietig is op te vrolijken
opbeurende	=	opbeuren
opbeurender	=	opbeurend
opbeurendere	=	opbeurend
opbeurenders	=	opbeurend
opbeurends	=	opbeurend
opbeurendst	=	opbeurend
opbeurendste	=	opbeurend
opbeuring	noun	troost, iets waarmee je iemand kracht en moed geeft na een teleurstelling
opbeuringen	=	opbeuring
opbeurinkje	=	opbeuring
opbeurinkjes	=	opbeuring
opbeurt	=	opbeuren
opbiecht	=	opbiechten
opbiechte	=	opbiechten
opbiechten	verb	toegeven dat men iets kwaads gedaan heeft
opbiechtend	=	opbiechten
opbiechtende	=	opbiechten
opbiechtte	=	opbiechten
opbiechtten	=	opbiechten
opbied	=	opbieden
opbiede	=	opbieden
opbieden	verb	telkens een ander met een hoger bod overtreffen
opbiedend	=	opbieden
opbiedende	=	opbieden
opbieding	noun	aankondiging dat men iets per opbod zal verkopen
opbiedingen	=	opbieding
opbiedt	=	opbieden
opbind	=	opbinden
opbinde	=	opbinden
opbinden	verb	naar boven omslaan en daar vastbinden
opbindend	=	opbinden
opbindende	=	opbinden
opbindt	=	opbinden
opblaas	=	opblazen
opblaasbaar	adj	als iets door er lucht in te blazen zijn functionele vorm krijgt
opblaasbaarder	=	opblaasbaar
opblaasbaardere	=	opblaasbaar
opblaasbaarders	=	opblaasbaar
opblaasbaarheden	=	opblaasbaarheid
opblaasbaarheid	noun	met de eigenschap om opgeblazen [1] (met lucht gevuld) te kunnen worden
opblaasbaars	=	opblaasbaar
opblaasbaarst	=	opblaasbaar
opblaasbaarste	=	opblaasbaar
opblaasbad	noun	een klein zwembadje waarvan men de randen gevormd worden door met lucht gevulde kamers; tijdelijk zwembad voor particulier gebruik
opblaasbaden	=	opblaasbad
opblaasbadje	=	opblaasbad
opblaasbadjes	=	opblaasbad
opblaasbare	=	opblaasbaar
opblaasboot	noun	een boot die bestaat uit een omhulsel van rubber of kunststof dat wordt gevuld met lucht om hem te laten drijven
opblaasbootje	=	opblaasboot
opblaasbootjes	=	opblaasboot
opblaasboten	=	opblaasboot
opblaashal	noun	een grote, opblaasbare sporttent zonder palen die door middel van luchtdruk omhoog wordt gehouden om tijdelijk een buitenveld te overdekken
opblaashallen	=	opblaashal
opblaashalletje	=	opblaashal
opblaashalletjes	=	opblaashal
opblaaskerk	noun	tijdelijk, opblaasbaar kerkgebouw
opblaaskerken	=	opblaaskerk
opblaaskostuum	noun	een feestelijk verkleedkostuum dat door middel van een ingebouwd ventilatortje continu vol lucht wordt geblazen
opblaaskostuumpje	=	opblaaskostuum
opblaaskostuumpjes	=	opblaaskostuum
opblaaskostuums	=	opblaaskostuum
opblaaskrokodil	noun	kunststof speelgoedvoorwerp in de vorm van een krokodil dat je met lucht kunt vullen
opblaaskrokodillen	=	opblaaskrokodil
opblaaskrokodilletje	=	opblaaskrokodil
opblaaskrokodilletjes	=	opblaaskrokodil
opblaaspak	noun	een feestelijk verkleedkostuum dat door middel van een ingebouwd ventilatortje continu vol lucht wordt geblazen
opblaaspakje	=	opblaaspak
opblaaspakjes	=	opblaaspak
opblaaspakken	=	opblaaspak
opblaaspop	noun	opblaasbare pop
opblaaspoppen	=	opblaaspop
opblaaspoppetje	=	opblaaspop
opblaaspoppetjes	=	opblaaspop
opblaast	=	opblazen
opblaaszwembad	noun	tijdelijk en verplaatsbaar zwembad dat je vult met lucht en water
opblaaszwembaden	=	opblaaszwembad
opblaaszwembadje	=	opblaaszwembad
opblaaszwembadjes	=	opblaaszwembad
opblaze	=	opblazen
opblazen	verb	doen ontploffen
opblazend	=	opblazen
opblazende	=	opblazen
opbleef	=	opblijven
opbleeft	=	opblijven
opbleek	=	opbleken
opbleekt	=	opbleken
opbleekte	=	opbleken
opbleekten	=	opbleken
opbleke	=	opbleken
opbleken	verb	witter worden, bleker worden, witter maken, bleker maken
opblekend	=	opbleken
opblekende	=	opbleken
opbleve	=	opblijven
opbleven	=	opblijven
opblies	=	opblazen
opbliest	=	opblazen
opblieze	=	opblazen
opbliezen	=	opblazen
opblijf	=	opblijven
opblijft	=	opblijven
opblijve	=	opblijven
opblijven	verb	niet gaan slapen
opblijvend	=	opblijven
opblijvende	=	opblijven
opblink	=	opblinken
opblinke	=	opblinken
opblinken	verb	door een schittering zichtbaar worden
opblinkend	=	opblinken
opblinkende	=	opblinken
opblinkt	=	opblinken
opbloei	noun	nieuwe, hogere bloei
opbloeide	=	opbloeien
opbloeiden	=	opbloeien
opbloeie	=	opbloeien
opbloeien	verb	tot bloei komen, wel gaan varen
opbloeiend	=	opbloeien
opbloeiende	=	opbloeien
opbloeit	=	opbloeien
opblonk	=	opblinken
opblonken	=	opblinken
opbod	noun	het uitbrengen van een bod dat hoger is dan het vorige
opboden	=	opbieden
opboei	=	opboeien
opboeide	=	opboeien
opboeiden	=	opboeien
opboeie	=	opboeien
opboeien	verb	opbinden van takken van een boom
opboeiend	=	opboeien
opboeiende	=	opboeien
opboeit	=	opboeien
opboen	=	opboenen
opboende	=	opboenen
opboenden	=	opboenen
opboene	=	opboenen
opboenen	verb	mooier maken; glanzend maken
opboenend	=	opboenen
opboenende	=	opboenen
opboent	=	opboenen
opboks	=	opboksen
opbokse	=	opboksen
opboksen	verb	met veel moeite ingaan tegen iets of iemand: vooral in decombinatie opboksen tegen
opboksend	=	opboksen
opboksende	=	opboksen
opbokst	=	opboksen
opbokste	=	opboksen
opboksten	=	opboksen
opbol	=	opbollen
opbolde	=	opbollen
opbolden	=	opbollen
opbolle	=	opbollen
opbollen	verb	bolrond worden
opbollend	=	opbollen
opbollende	=	opbollen
opbolt	=	opbollen
opbome	=	opbomen
opbomen	verb	een vaartuig met een vaarboom tegen de stroom of wind in voort duwen
opbomend	=	opbomen
opbomende	=	opbomen
opbond	=	opbinden
opbonden	=	opbinden
opbood	=	opbieden
opboodt	=	opbieden
opboom	=	opbomen
opboomde	=	opbomen
opboomden	=	opbomen
opboomt	=	opbomen
opboor	=	opboren
opboorde	=	opboren
opboorden	=	opboren
opboort	=	opboren
opbore	=	opboren
opboren	verb	via een boorgat naar boven brengen
opborend	=	opboren
opborende	=	opboren
opborg	=	opbergen
opborge	=	opbergen
opborgen	=	opbergen
opborgt	=	opbergen
opborrel	=	opborrelen
opborrelde	=	opborrelen
opborrelden	=	opborrelen
opborrele	=	opborrelen
opborrelen	verb	het naar boven komen van gasbellen door een vloeistof
opborrelend	=	opborrelen
opborrelende	=	opborrelen
opborrelt	=	opborrelen
opbouw	noun	het opbouwen (-> opbouwdrank, pensioenopbouw)
opbouwde	=	opbouwen
opbouwden	=	opbouwen
opbouwe	=	opbouwen
opbouwen	verb	maken uit losse onderdelen
opbouwend	adj	met name van kritiek: met de bedoeling iets of iemand ermee te verbeteren
opbouwende	=	opbouwen
opbouwender	=	opbouwend
opbouwendere	=	opbouwend
opbouwenders	=	opbouwend
opbouwends	=	opbouwend
opbouwendst	=	opbouwend
opbouwendste	=	opbouwend
opbouwkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het bouwen van iets uit al bestaande onderdelen
opbouwkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het bouwen van iets uit al bestaande onderdelen
opbouwt	=	opbouwen
opbouwtje	=	opbouw
opbouwtjes	=	opbouw
opbouwwerk	noun	een onderdeel van welzijnswerk, dat zich richt op het verbeteren van de woon- en leefomstandigheden van buurt- en wijkbewoners door onder meer de invloed van de bewoners bij het verbeteren van de leefbaarheid van hun woonomgeving te versterken
opbouwwerken	=	opbouwwerk
opbouwwerker	noun	iemand die maatschappelijk werk verricht, dat beoogt de sociale omgeving van de mens te verbeteren
opbouwwerkers	=	opbouwwerker
opbouwwerkje	=	opbouwwerk
opbouwwerkjes	=	opbouwwerk
opbraad	=	opbraden
opbraadde	=	opbraden
opbraadden	=	opbraden
opbraadt	=	opbraden
opbraak	noun	de ontruiming van een woning
opbraakt	=	opbreken
opbracht	=	opbrengen
opbrachte	=	opbrengen
opbrachten	=	opbrengen
opbrade	=	opbraden
opbraden	verb	bereiden van voedsel door braden
opbradend	=	opbraden
opbradende	=	opbraden
opbrak	=	opbreken
opbrake	=	opbreken
opbraken	=	opbreken
opbrand	=	opbranden
opbrandde	=	opbranden
opbrandden	=	opbranden
opbrande	=	opbranden
opbranden	verb	branden tot er geen brandstof rest
opbrandend	=	opbranden
opbrandende	=	opbranden
opbrandt	=	opbranden
opbreek	=	opbreken
opbreekt	=	opbreken
opbreke	=	opbreken
opbreken	verb	de tenten afbreken en optrekken
opbrekend	=	opbreken
opbrekende	=	opbreken
opbreking	noun	een fysieke onderbreking van de openbare weg.
opbrekingen	=	opbreking
opbrekinkje	=	opbreking
opbrekinkjes	=	opbreking
opbreng	=	opbrengen
opbrenge	=	opbrengen
opbrengen	verb	als batig resultaat leveren
opbrengend	=	opbrengen
opbrengende	=	opbrengen
opbrengst	noun	dat wat opgebracht wordt, de baat die men heeft van zijn activiteiten
opbrengsten	=	opbrengst
opbrengsthuis	noun	gebouw dat men in zijn bezit heeft als belegging
opbrengsthuizen	=	opbrengsthuis
opbrengstje	=	opbrengst
opbrengstjes	=	opbrengst
opbrengstwoning	noun	een woning die u koopt met als voornaamste doel deze te verhuren.
opbrengstwoningen	=	opbrengstwoning
opbrengstwoninkje	=	opbrengstwoning
opbrengstwoninkjes	=	opbrengstwoning
opbrengt	=	opbrengen
opbruis	=	opbruisen
opbruise	=	opbruisen
opbruisen	verb	door vorming van uiteenspattende gasbellen in volume toenemen
opbruisend	=	opbruisen
opbruisende	=	opbruisen
opbruist	=	opbruisen
opbruiste	=	opbruisen
opbruisten	=	opbruisen
opcenten	noun	verhoging van een belasting ten behoeve van provincie of gemeente
opcentiem	noun	extra verhoging met 1 procent van een belasting voor een bepaald doel of een beperkte periode
opcentiemen	=	opcentiem
opcentiempje	=	opcentiem
opdaag	=	opdagen
opdaagde	=	opdagen
opdaagden	=	opdagen
opdaagt	=	opdagen
opdage	=	opdagen
opdagen	verb	op de verwachte tijd en plaats verschijnen
opdagend	=	opdagen
opdagende	=	opdagen
opdat	conj	geeft onderschikkend een doel aan
opdeciemen	noun	aantal tienden waarmee een aan de staat te betalen bedrag wordt verhoogd Het gaat rekenkundig dus om een verhoging met een tien keer zo groot percentage.
opdede	=	opdoen
opdeden	=	opdoen
opdeed	=	opdoen
opdeedt	=	opdoen
opdeel	=	opdelen
opdeelde	=	opdelen
opdeelden	=	opdelen
opdeelt	=	opdelen
opdek	=	opdekken
opdekke	=	opdekken
opdekken	verb	de eettafel gereedmaken voor de maaltijd
opdekkend	=	opdekken
opdekkende	=	opdekken
opdekt	=	opdekken
opdekte	=	opdekken
opdekten	=	opdekken
opdele	=	opdelen
opdelen	verb	~ in geheel in stukken verdelen
opdelend	=	opdelen
opdelende	=	opdelen
opdelf	=	opdelven
opdelfde	=	opdelven
opdelfden	=	opdelven
opdelft	=	opdelven
opdeling	noun	verdeling van een geheel in afzonderlijke stukken
opdelingen	=	opdeling
opdelve	=	opdelven
opdelven	verb	door delven aan de oppervlakte brengen
opdelvend	=	opdelven
opdelvende	=	opdelven
opdelving	noun	het opgraven van iets dat ondergronds verborgen is
opdelvingen	=	opdelving
opdien	=	opdienen
opdiende	=	opdienen
opdienden	=	opdienen
opdiene	=	opdienen
opdienen	verb	eten en drinken op tafel zetten
opdienend	=	opdienen
opdienende	=	opdienen
opdienster	noun	vrouw die klanten bedient in een horecagelegenheid
opdiensters	=	opdienster
opdienstertje	=	opdienster
opdienstertjes	=	opdienster
opdient	=	opdienen
opdiep	=	opdiepen
opdiepe	=	opdiepen
opdiepen	verb|figurative	iets uit het verborgene te voorschijn halen
opdiepend	=	opdiepen
opdiepende	=	opdiepen
opdiept	=	opdiepen
opdiepte	=	opdiepen
opdiepten	=	opdiepen
opdijk	noun	deel van een polderdijk, dijkpand, dat rechthoekig staat op die dijk en de scheiding vormt tussen twee polders
opdijken	=	opdijk
opdijkje	=	opdijk
opdijkjes	=	opdijk
opdikkend	adj	dikker makend
opdikkende	=	opdikkend
opdikkender	=	opdikkend
opdikkendere	=	opdikkend
opdikkenders	=	opdikkend
opdikkends	=	opdikkend
opdikkendst	=	opdikkend
opdikkendste	=	opdikkend
opdirk	=	opdirken
opdirke	=	opdirken
opdirken	verb	veel aandacht aan je uiterlijk besteden als je naar een feestelijke gebeurtenis gaat
opdirkend	=	opdirken
opdirkende	=	opdirken
opdirkt	=	opdirken
opdirkte	=	opdirken
opdirkten	=	opdirken
opdis	=	opdissen
opdisse	=	opdissen
opdissen	verb	het maken en aanbieden van een maaltijd
opdissend	=	opdissen
opdissende	=	opdissen
opdist	=	opdissen
opdiste	=	opdissen
opdisten	=	opdissen
opdoe	=	opdoen
opdoek	=	opdoeken
opdoeke	=	opdoeken
opdoeken	verb	een organisatie ontbinden, laten ophouden te bestaan
opdoekend	=	opdoeken
opdoekende	=	opdoeken
opdoekt	=	opdoeken
opdoekte	=	opdoeken
opdoekten	=	opdoeken
opdoem	=	opdoemen
opdoemde	=	opdoemen
opdoemden	=	opdoemen
opdoeme	=	opdoemen
opdoemen	verb	geleidelijk zichtbaar worden
opdoemend	=	opdoemen
opdoemende	=	opdoemen
opdoemt	=	opdoemen
opdoen	verb	op de huid aanbrengen
opdoend	=	opdoen
opdoende	=	opdoen
opdoet	=	opdoen
opdof	=	opdoffen
opdoffe	=	opdoffen
opdoffen	verb	zeer veel aandacht aan het uiterlijk besteden voor een feestelijke aangelegenheid
opdoffend	=	opdoffen
opdoffende	=	opdoffen
opdoffer	noun	een harde klap of klap tegen een lichaamsdeel
opdoffers	=	opdoffer
opdoffertje	=	opdoffer
opdoffertjes	=	opdoffer
opdoft	=	opdoffen
opdofte	=	opdoffen
opdoften	=	opdoffen
opdoftend	=	opdoffen
opdok	=	opdokken
opdoke	=	opduiken
opdoken	=	opduiken
opdokke	=	opdokken
opdokken	verb	eindelijk en met tegenzin betalen van wat men verplicht is te betalen
opdokkend	=	opdokken
opdokkende	=	opdokken
opdokt	=	opdokken
opdokte	=	opdokken
opdokten	=	opdokken
opdolf	=	opdelven
opdolven	=	opdelven
opdonder	noun	harde klap of vuistslag
opdonderde	=	opdonderen
opdonderden	=	opdonderen
opdondere	=	opdonderen
opdonderen	verb	heel snel weggaan
opdonderend	=	opdonderen
opdonderende	=	opdonderen
opdonders	=	opdonder
opdondert	=	opdonderen
opdondertje	noun	alleen verkleinwoord man of jongen met een kleine gestalte
opdondertjes	=	opdonder
opdooi	noun	situatie waarbij na intreden van de dooi de grond gaat verweken, doordat het dooiwater niet weg kan zakken door de ondoorlatende bevroren grond eronder
opdook	=	opduiken
opdookt	=	opduiken
opdraaf	=	opdraven
opdraafde	=	opdraven
opdraafden	=	opdraven
opdraaft	=	opdraven
opdraag	=	opdragen
opdraagt	=	opdragen
opdraai	=	opdraaien
opdraaide	=	opdraaien
opdraaiden	=	opdraaien
opdraaie	=	opdraaien
opdraaien	verb	een weg, baan ~ met in draaiende beweging een weg oprijden
opdraaiend	=	opdraaien
opdraaiende	=	opdraaien
opdraait	=	opdraaien
opdracht	noun	een (door een hogere autoriteit in de organisatie) opgelegde verplichting tot het verrichten van werk
opdrachtbevestiging	noun	een document waarmee een dienstverlener of verkoper de ontvangst en aanvaarding van een opdracht of bestelling formeel bevestigt.
opdrachtbevestigingen	=	opdrachtbevestiging
opdrachtbevestigingetje	=	opdrachtbevestiging
opdrachtbevestigingetjes	=	opdrachtbevestiging
opdrachten	=	opdracht
opdrachtenboek	noun	Lesboek of examenboek met opdrachten en vraagstukken zonder dat de theorie wordt behandeld.
opdrachtenboeken	=	opdrachtenboek
opdrachtenboekje	=	opdrachtenboek
opdrachtenboekjes	=	opdrachtenboek
opdrachtgeefster	noun	vrouw die opdrachten geeft; vrouw die een bestelling doet
opdrachtgeefsters	=	opdrachtgeefster
opdrachtgever	noun	iemand die opdrachten geeft; iemand die een bestelling doet
opdrachtgevers	=	opdrachtgever
opdrachtgevertje	=	opdrachtgever
opdrachtgevertjes	=	opdrachtgever
opdrachtje	=	opdracht
opdrachtjes	=	opdracht
opdrachtkaart	noun	Kaart met opdrachten / taken of vraagstukken.
opdrachtkaarten	=	opdrachtkaart
opdrachtkaartje	=	opdrachtkaart
opdrachtkaartjes	=	opdrachtkaart
opdrachtneemster	=	opdrachtnemer
opdrachtnemer	noun	een rechtspersoon die tegen een vergoeding goederen of diensten levert aan de opdrachtgever
opdrachtnemers	=	opdrachtnemer
opdrachtnemertje	=	opdrachtnemer
opdrachtpagina	noun	bladzijde waarop staat aan wie het boek is opgedragen
opdrachtpagina's	=	opdrachtpagina
opdrachtpaginaatje	=	opdrachtpagina
opdrachtpaginaatjes	=	opdrachtpagina
opdrachtregel	noun	combinatie van horizontaal achter elkaar geplaatste commando's, gebruikt om een bepaald programma te besturen
opdrachtregels	=	opdrachtregel
opdrachtregeltje	=	opdrachtregel
opdrachtregeltjes	=	opdrachtregel
opdrachtsverklaring	noun	korte, kernachtige omschrijving van het bestaansrecht en de fundamentele doelstellingen van een bedrijf of organisatie
opdrachtsverklaringen	=	opdrachtsverklaring
opdrachtsverklarinkje	=	opdrachtsverklaring
opdrachtsverklarinkjes	=	opdrachtsverklaring
opdrachtverklaring	noun	een beknopte omschrijving van de hogere doelstelling van een bedrijf of organisatie
opdrachtverklaringen	=	opdrachtverklaring
opdrachtverklarinkje	=	opdrachtverklaring
opdrachtverklarinkjes	=	opdrachtverklaring
opdrage	=	opdragen
opdragen	verb	iemand iets te doen geven
opdragend	=	opdragen
opdragende	=	opdragen
opdrave	=	opdraven
opdraven	verb	snel komen voor iets belangrijks
opdravend	=	opdraven
opdravende	=	opdraven
opdreef	=	opdrijven
opdreeft	=	opdrijven
opdreg	=	opdreggen
opdregde	=	opdreggen
opdregden	=	opdreggen
opdregge	=	opdreggen
opdreggen	verb	van onder het wateroppervlak weer naar boven halen
opdreggend	=	opdreggen
opdreggende	=	opdreggen
opdregt	=	opdreggen
opdreun	=	opdreunen
opdreunde	=	opdreunen
opdreunden	=	opdreunen
opdreune	=	opdreunen
opdreunen	verb	op monotone wijze voordragen of voorlezen
opdreunend	=	opdreunen
opdreunende	=	opdreunen
opdreunt	=	opdreunen
opdreve	=	opdrijven
opdreven	=	opdrijven
opdrijf	=	opdrijven
opdrijft	=	opdrijven
opdrijve	=	opdrijven
opdrijven	verb	iets naar boven toe doen bewegen
opdrijvend	=	opdrijven
opdrijvende	=	opdrijven
opdrijving	noun	het opdrijven
opdrijvingen	=	opdrijving
opdring	=	opdringen
opdringe	=	opdringen
opdringen	verb	dringend zich in een bepaalde richting begeven
opdringend	adj	de wil opleggend
opdringende	=	opdringen
opdringender	=	opdringend
opdringendere	=	opdringend
opdringenders	=	opdringend
opdringends	=	opdringend
opdringendst	=	opdringend
opdringendste	=	opdringend
opdringer	noun	een persoon die zich opdringt.
opdringerig	adj	de neiging hebbend tot opdringen
opdringerige	=	opdringerig
opdringeriger	=	opdringerig
opdringerigere	=	opdringerig
opdringerigers	=	opdringerig
opdringerigheden	=	opdringerigheid
opdringerigheid	noun	de mate waarin iemand zich op de voorgrond dringt
opdringerigs	=	opdringerig
opdringerigst	=	opdringerig
opdringerigste	=	opdringerig
opdringers	=	opdringer
opdringertje	=	opdringer
opdringertjes	=	opdringer
opdringkassa	noun	kassa met aanbiedingen (van ongezonde producten) die aan de consument worden opgedrongen
opdringkassa's	=	opdringkassa
opdringt	=	opdringen
opdrink	=	opdrinken
opdrinke	=	opdrinken
opdrinken	verb	iets drinken tot er niets overblijft
opdrinkend	=	opdrinken
opdrinkende	=	opdrinken
opdrinkt	=	opdrinken
opdroeg	=	opdragen
opdroege	=	opdragen
opdroegen	=	opdragen
opdroegt	=	opdragen
opdroge	=	opdrogen
opdrogen	verb	drogen tot alle water verdwenen is
opdrogend	=	opdrogen
opdrogende	=	opdrogen
opdroging	noun	volledig verlies van alle water of vocht; het volkomen droog worden
opdrogingen	=	opdroging
opdroginkje	=	opdroging
opdroginkjes	=	opdroging
opdrong	=	opdringen
opdronge	=	opdringen
opdrongen	=	opdringen
opdrongt	=	opdringen
opdronk	=	opdrinken
opdronke	=	opdrinken
opdronken	=	opdrinken
opdronkt	=	opdrinken
opdroog	=	opdrogen
opdroogde	=	opdrogen
opdroogden	=	opdrogen
opdroogt	=	opdrogen
opdruk	noun	een op een doek of verpakking door drukken aangebrachte tekst
opdrukje	=	opdruk
opdrukjes	=	opdruk
opdrukke	=	opdrukken
opdrukken	verb	een krachtoefening uitvoeren waarbij men zich, met handen en voeten op de grond in opgerichte positie, laat zakken tot de borst even de grond raakt, en waarna men zichzelf weer omhoog drukt
opdrukkend	=	opdrukken
opdrukkende	=	opdrukken
opdrukker	noun	klein duw- en sleepbootje
opdrukkers	=	opdrukker
opdrukkertje	=	opdrukker
opdrukkertjes	=	opdrukker
opdrukt	=	opdrukken
opdrukte	=	opdrukken
opdrukten	=	opdrukken
opduik	=	opduiken
opduike	=	opduiken
opduikel	=	opduikelen
opduikelde	=	opduikelen
opduikelden	=	opduikelen
opduikele	=	opduikelen
opduikelen	verb	te voorschijn brengen wat eerst verborgen was
opduikelend	=	opduikelen
opduikelende	=	opduikelen
opduikelt	=	opduikelen
opduiken	verb	weer aan het oppervlak zichtbaar worden na ondergedoken geweest te zijn
opduikend	=	opduiken
opduikende	=	opduiken
opduikt	=	opduiken
opduvel	=	opduvelen
opduvelde	=	opduvelen
opduvelden	=	opduvelen
opduvele	=	opduvelen
opduvelen	verb|vulgar	weggaan
opduvelend	=	opduvelen
opduvelende	=	opduvelen
opduvels	=	opduvelen
opduvelt	=	opduvelen
opduveltje	=	opduvelen
opduveltjes	=	opduvelen
opduw	=	opduwen
opduwde	=	opduwen
opduwden	=	opduwen
opduwe	=	opduwen
opduwen	verb	door druk uit te oefenen iets (naar boven) verplaatsen
opduwend	=	opduwen
opduwende	=	opduwen
opduwt	=	opduwen
opdwarrel	=	opdwarrelen
opdwarrelde	=	opdwarrelen
opdwarrelden	=	opdwarrelen
opdwarrele	=	opdwarrelen
opdwarrelen	verb	met een draaiende beweging omhoog gaan
opdwarrelend	=	opdwarrelen
opdwarrelende	=	opdwarrelen
opdwarrelt	=	opdwarrelen
opdweil	=	opdweilen
opdweilde	=	opdweilen
opdweilden	=	opdweilen
opdweile	=	opdweilen
opdweilen	verb	nattigheid met behulp van een dweil opnemen
opdweilend	=	opdweilen
opdweilende	=	opdweilen
opdweilt	=	opdweilen
opeen	adv	op elkaar, dicht bij elkaar
opeendring	=	opeendringen
opeendringe	=	opeendringen
opeendringen	verb	dicht op elkaar in gaan
opeendringend	=	opeendringen
opeendringende	=	opeendringen
opeendringt	=	opeendringen
opeendrong	=	opeendringen
opeendrongen	=	opeendringen
opeengedrongen	=	opeendringen
opeengehoopt	=	opeenhopen
opeengehoopte	=	opeenhopen
opeengeklemd	adj	met veel kracht op elkaar gedrukt
opeengeklemde	=	opeengeklemd
opeengeklemds	=	opeengeklemd
opeengeklemdst	=	opeengeklemd
opeengepakt	=	opeenpakken
opeengepakte	=	opeenpakken
opeengepropt	=	opeenproppen
opeengestapeld	=	opeenstapelen
opeengestapelde	=	opeenstapelen
opeengevolgd	=	opeenvolgen
opeengezet	=	opeenzetten
opeenhoop	=	opeenhopen
opeenhoopt	=	opeenhopen
opeenhoopte	=	opeenhopen
opeenhoopten	=	opeenhopen
opeenhope	=	opeenhopen
opeenhopen	verb	tot een hoop opstapelen
opeenhopend	=	opeenhopen
opeenhopende	=	opeenhopen
opeenhoping	noun	het (zich) opeenhopen
opeenhopingen	=	opeenhoping
opeenhopinkje	=	opeenhoping
opeenhopinkjes	=	opeenhoping
opeenklem	=	opeenklemmen
opeenklemde	=	opeenklemmen
opeenklemden	=	opeenklemmen
opeenklemme	=	opeenklemmen
opeenklemmen	verb	door klemmen opeenbrengen
opeenklemmend	=	opeenklemmen
opeenklemmende	=	opeenklemmen
opeenklemt	=	opeenklemmen
opeenpak	=	opeenpakken
opeenpakke	=	opeenpakken
opeenpakken	verb	veel zaken op een klein oppervlak of in een klein volume stoppen
opeenpakkend	=	opeenpakken
opeenpakkende	=	opeenpakken
opeenpakt	=	opeenpakken
opeenpakte	=	opeenpakken
opeenpakten	=	opeenpakken
opeenprop	=	opeenproppen
opeenproppe	=	opeenproppen
opeenproppen	verb	met (te) veel kracht iets of iemand ergens instoppen
opeenproppend	=	opeenproppen
opeenproppende	=	opeenproppen
opeenpropt	=	opeenproppen
opeenpropte	=	opeenproppen
opeenpropten	=	opeenproppen
opeens	adv	snel en onverwachts
opeenstapel	=	opeenstapelen
opeenstapelde	=	opeenstapelen
opeenstapelden	=	opeenstapelen
opeenstapele	=	opeenstapelen
opeenstapelen	verb	op elkaar leggen of zetten zodat een grotere stapel ontstaat
opeenstapelend	=	opeenstapelen
opeenstapelende	=	opeenstapelen
opeenstapeling	noun	een grote hoeveelheid samenhangende zaken
opeenstapelingen	=	opeenstapeling
opeenstapelt	=	opeenstapelen
opeenvolg	=	opeenvolgen
opeenvolgde	=	opeenvolgen
opeenvolgden	=	opeenvolgen
opeenvolgen	verb	na elkaar volgen
opeenvolgend	adj	(zonder (of met kleine) tussenruimten) op elkaar volgend, elkander opvolgend, achtereenvolgend
opeenvolgende	=	opeenvolgend
opeenvolgends	=	opeenvolgend
opeenvolging	noun	het opeenvolgen, de volgorde
opeenvolgingen	=	opeenvolging
opeenvolginkje	=	opeenvolging
opeenvolginkjes	=	opeenvolging
opeenvolgt	=	opeenvolgen
opeenzetten	verb	plantjes na het zaaien op een vaste afstand van elkaar plaatsen door zwakke plantjes weg te kappen
opeenzettend	=	opeenzetten
opeenzettende	=	opeenzetten
opeet	=	opeten
opeis	=	opeisen
opeisbaar	adj	dwingend te kunnen vragen
opeisbaarder	=	opeisbaar
opeisbaardere	=	opeisbaar
opeisbaarders	=	opeisbaar
opeisbaars	=	opeisbaar
opeisbaarst	=	opeisbaar
opeisbaarste	=	opeisbaar
opeisbare	=	opeisbaar
opeise	=	opeisen
opeisen	verb	eisen dat iets of iemand waarop men recht heeft, wordt overgegeven
opeisend	=	opeisen
opeisende	=	opeisen
opeising	noun	mededeling waarin iemand zegt verantwoordelijk voor iets te zijn waar men trots op is
opeisingen	=	opeising
opeist	=	opeisen
opeiste	=	opeisen
opeisten	=	opeisen
open	adj	niet gesloten	adv	op open wijze
open-breedbandhuismoeder	noun	Noctua janthe een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
open-breedbandhuismoeders	=	open-breedbandhuismoeder
open-breedbandhuismoedertje	=	open-breedbandhuismoeder
open-breedbandhuismoedertjes	=	open-breedbandhuismoeder
openbaar	adj	vrij toegankelijk
openbaarde	=	openbaren
openbaarden	=	openbaren
openbaarder	=	openbaar
openbaardere	=	openbaar
openbaarders	=	openbaar
openbaarheden	=	openbaarheid
openbaarheid	noun	het zichtbaar of toegankelijk zijn voor het grote publiek
openbaarmaking	noun	het algemeen bekendmaken
openbaarmakingen	=	openbaarmaking
openbaarmakinkje	=	openbaarmaking
openbaarmakinkjes	=	openbaarmaking
openbaars	=	openbaar
openbaarst	=	openbaar
openbaarste	=	openbaar
openbaart	=	openbaren
openbare	=	openbaar
openbaren	verb	wat voorheen een geheim was algemeen bekend maken
openbarend	=	openbaren
openbarende	=	openbaren
openbaring	noun	het openbaar maken
openbaringen	=	openbaring
openbarinkje	=	openbaring
openbarinkjes	=	openbaring
openbarst	=	openbarsten
openbarste	=	openbarsten
openbarsten	verb	door druk van binnenuit met geweld opengaan
openbarstend	=	openbarsten
openbarstende	=	openbarsten
openbarstte	=	openbarsten
openbarstten	=	openbarsten
openberst	=	openbersten
openberste	=	openbersten
openbersten	verb	barsten, bersten, openbarsten, scheuren, springen
openberstend	=	openbersten
openberstende	=	openbersten
openberstte	=	openbersten
openberstten	=	openbersten
openbleef	=	openblijven
openbleven	=	openblijven
openblijf	=	openblijven
openblijft	=	openblijven
openblijve	=	openblijven
openblijven	verb	niet gesloten worden
openblijvend	=	openblijven
openblijvende	=	openblijven
openbloei	=	openbloeien
openbloeide	=	openbloeien
openbloeiden	=	openbloeien
openbloeie	=	openbloeien
openbloeien	verb	het openen van een bloemknop tot een bloem
openbloeiend	=	openbloeien
openbloeiende	=	openbloeien
openbloeit	=	openbloeien
openborst	=	openbersten
openborsten	=	openbersten
openbraakt	=	openbreken
openbrak	=	openbreken
openbrake	=	openbreken
openbraken	=	openbreken
openbrakt	=	openbreken
openbreek	=	openbreken
openbreekt	=	openbreken
openbreke	=	openbreken
openbreken	verb	al brekend opengaan
openbrekend	=	openbreken
openbrekende	=	openbreken
openbreking	noun	verwijst naar de handeling of het proces van iets openbreken
openbrekingen	=	openbreking
openbrekinkje	=	openbreking
openbrekinkjes	=	openbreking
openbronsoftware	noun	software waarvan de broncode openbaar is gemaakt en die door de gebruiker kan worden aangepast
opende	=	openen
opendede	=	opendoen
opendeden	=	opendoen
opendeed	=	opendoen
opendeedt	=	opendoen
openden	=	openen
opendeurdag	noun	een kennismakingsdag bij een instelling, zoals een school of een overheidsinstituut, of bij een bedrijf, stichting of organisatie waar meestal geen kosten aan verbonden zijn
opendeurdagen	=	opendeurdag
opendeurdagje	=	opendeurdag
opendeurpolitiek	noun	handelspolitiek waarbij aan alle naties gelijke behandeling wordt verzekerd
opendoe	=	opendoen
opendoen	verb	een afsluiting ongedaan maken
opendoend	=	opendoen
opendoende	=	opendoen
opendoet	=	opendoen
opendraai	=	opendraaien
opendraaide	=	opendraaien
opendraaiden	=	opendraaien
opendraaie	=	opendraaien
opendraaien	verb	openen door te draaien
opendraaiend	=	opendraaien
opendraaiende	=	opendraaien
opendraait	=	opendraaien
openduw	=	openduwen
openduwde	=	openduwen
openduwden	=	openduwen
openduwe	=	openduwen
openduwen	verb	door drukken iets openmaken
openduwend	=	openduwen
openduwende	=	openduwen
openduwt	=	openduwen
opene	=	openen
openeinderegeling	noun	een regeling die geen beperking kent met betrekking tot het aantal gevallen dat er gebruik van kan maken
openeinderegelingen	=	openeinderegeling
openeinderegelingetje	=	openeinderegeling
openeinderegelingetjes	=	openeinderegeling
openeindregeling	noun	een financiële of wettelijke regeling waaraan geen budgettair maximum (plafond) is gekoppeld.
openeindregelingen	=	openeindregeling
openeindregelingetje	=	openeindregeling
openeindregelingetjes	=	openeindregeling
openen	verb	laten beginnen, in bedrijf brengen
openend	=	openen
openende	=	openen
opener	noun	werktuig om iets te openen, bv. een blik of een fles
openers	=	opener
openertje	=	opener
openertjes	=	opener
openga	=	opengaan
opengaan	verb	zich openen
opengaand	=	opengaan
opengaande	=	opengaan
opengaat	=	opengaan
opengebarsten	=	openbarsten
opengebleven	=	openblijven
opengebloeid	=	openbloeien
opengeborsten	=	openbersten
opengebroken	=	openbreken
opengedaan	=	opendoen
opengedane	=	opendoen
opengedraaid	=	opendraaien
opengedraaide	=	opendraaien
opengeduwd	=	openduwen
opengegaan	=	opengaan
opengegleden	=	openglijden
opengegooid	=	opengooien
opengegooide	=	opengooien
opengegraven	=	opengraven
opengehaald	=	openhalen
opengehaalde	=	openhalen
opengehakt	=	openhakken
opengehangen	=	openhangen
opengehouden	=	openhouden
opengeklapt	=	openklappen
opengeknipt	=	openknippen
opengeknipte	=	openknippen
opengeknoopt	=	openknopen
opengekrabd	=	openkrabben
opengekrabde	=	openkrabben
opengelaten	=	openlaten
opengelegd	=	openleggen
opengelegde	=	openleggen
opengelegen	=	openliggen
opengemaakt	=	openmaken
opengemaakte	=	openmaken
opengepeuterd	=	openpeuteren
opengepeuterde	=	openpeuteren
opengereten	=	openrijten
opengeritst	=	openritsen
opengerukt	=	openrukken
opengerukte	=	openrukken
opengescheurd	=	openscheuren
opengescheurde	=	openscheuren
opengeschoten	=	openschieten
opengeschoven	=	openschuiven
opengeschuurd	=	openschuren
opengeslagen	=	openslaan
opengesneden	=	opensnijden
opengesperd	=	opensperren
opengesperde	=	opensperren
opengespleten	=	opensplijten
opengesprongen	=	openspringen
opengestaan	=	openstaan
opengesteld	=	openstellen
opengestelde	=	openstellen
opengetrokken	=	opentrekken
opengevallen	=	openvallen
opengevlogen	=	openvliegen
opengevouwen	=	openvouwen
opengewerkt	adj	door verwijderen van materiaal opgemaakt
opengewerkte	=	openwerken
opengewerkter	=	opengewerkt
opengewerktere	=	opengewerkt
opengewerkters	=	opengewerkt
opengewerkts	=	opengewerkt
opengewerktst	=	opengewerkt
opengewerktste	=	opengewerkt
opengewreven	=	openwrijven
opengezet	=	openzetten
opengezette	=	openzetten
opengezwaaid	=	openzwaaien
opengezwaaide	=	openzwaaien
openging	=	opengaan
openginge	=	opengaan
opengingen	=	opengaan
opengingt	=	opengaan
opengleden	=	openglijden
opengleed	=	openglijden
openglij	=	openglijden
openglijd	=	openglijden
openglijde	=	openglijden
openglijden	verb	glijdend opengaan
openglijdend	=	openglijden
openglijdende	=	openglijden
openglijdt	=	openglijden
opengooi	=	opengooien
opengooide	=	opengooien
opengooiden	=	opengooien
opengooie	=	opengooien
opengooien	verb	met kracht en grote snelheid openen
opengooiend	=	opengooien
opengooiende	=	opengooien
opengooit	=	opengooien
opengraaf	=	opengraven
opengraaft	=	opengraven
opengrave	=	opengraven
opengraven	verb	door te graven iets openen
opengravend	=	opengraven
opengravende	=	opengraven
opengroef	=	opengraven
opengroeft	=	opengraven
opengroeven	=	opengraven
openhaal	=	openhalen
openhaalde	=	openhalen
openhaalden	=	openhalen
openhaalt	=	openhalen
openhaardhout	noun	brandhout dat men kan gebruiken voor een open haard
openhak	=	openhakken
openhakke	=	openhakken
openhakken	verb	iets met een bijl of hak openmaken; iets met veel kracht en geweld openen
openhakkend	=	openhakken
openhakkende	=	openhakken
openhakt	=	openhakken
openhakte	=	openhakken
openhakten	=	openhakken
openhale	=	openhalen
openhalen	verb	openmaken door scheuren; ergens een gat in maken; met name van de huid
openhalend	=	openhalen
openhalende	=	openhalen
openhang	=	openhangen
openhange	=	openhangen
openhangen	verb	open zijn van iets dat ook gesloten had kunnen zijn (met name van de mond of van kleding)
openhangend	=	openhangen
openhangende	=	openhangen
openhangt	=	openhangen
openhartchirurgie	noun	waarbij het hart zelf wordt geopend en de werking van het hart tijdelijk wordt overgenomen door een kunsthart
openhartig	adj	zonder iets verborgen te houden vertellen over gevoelige zaken
openhartige	=	openhartig
openhartiger	=	openhartig
openhartigere	=	openhartig
openhartigers	=	openhartig
openhartigheden	=	openhartigheid
openhartigheid	noun	de mate van openhartig zijn
openhartigs	=	openhartig
openhartigst	=	openhartig
openhartigste	=	openhartig
openhartoperatie	noun	operatie waarbij het hart wordt geopend en de functies hiervan moeten worden overgenomen door een hart-longmachine
openhartoperaties	=	openhartoperatie
openheden	=	openheid
openheid	noun	het open zijn
openhield	=	openhouden
openhielden	=	openhouden
openhing	=	openhangen
openhingen	=	openhangen
openhou	=	openhouden
openhoud	=	openhouden
openhoude	=	openhouden
openhouden	verb	zorgen dat iets open blijft
openhoudend	=	openhouden
openhoudende	=	openhouden
openhoudt	=	openhouden
opening	noun	een plaats die toegang biedt tot iets dat is afgesloten
openingen	=	opening
openingetje	=	opening
openingetjes	=	opening
openingsact	noun	eerste optreden in een programma (om het te openen)
openingsactie	noun	specifieke promotie of kortingsactie die wordt gehouden bij de opening van een nieuwe zaak, website of evenement om aandacht te trekken en klanten te werven
openingsacties	=	openingsactie
openingsactietje	=	openingsactie
openingsactietjes	=	openingsactie
openingsactje	=	openingsact
openingsactjes	=	openingsact
openingsacts	=	openingsact
openingsavond	noun	een avond waarin men iets voor het eerst voor het publiek toegankelijk maakt
openingsavonden	=	openingsavond
openingsbehandeling	noun	verwijst in de context van schaken naar de reeks zetten en de strategie die een schaakspeler hanteert aan het begin van de partij (de opening).
openingsbehandelingen	=	openingsbehandeling
openingsbehandelingetje	=	openingsbehandeling
openingsbehandelingetjes	=	openingsbehandeling
openingsboek	noun	de beslissingsboom die een schaakprogramma e.d. in de opening hanteert.
openingsboeken	=	openingsboek
openingsboekje	=	openingsboek
openingsboekjes	=	openingsboek
openingsceremonie	noun	plechtigheid als opening van een evenement
openingsceremonies	=	openingsceremonie
openingsceremonietje	=	openingsceremonie
openingsceremonietjes	=	openingsceremonie
openingsceremonieën	=	openingsceremonie
openingsceremoniën	=	openingsceremonie
openingsdag	noun	de datum dat iets in gebruik wordt genomen
openingsdagen	=	openingsdag
openingsdata	=	openingsdatum
openingsdatum	noun	de dag dat men iets ingebruik neemt
openingsdatums	=	openingsdatum
openingsduel	noun	de eerste wedstrijd van een toernooi of competitie
openingsduellen	=	openingsduel
openingsduels	=	openingsduel
openingsetappe	noun	de eerste wedstrijd van een meerdaagse wedstrijd
openingsetappen	=	openingsetappe
openingsetappes	=	openingsetappe
openingsfase	noun	periode direct na het begin van iets
openingsfasen	=	openingsfase
openingsfases	=	openingsfase
openingsfeest	noun	een feest dat men geeft bij de ingebruikname van iets
openingsfeesten	=	openingsfeest
openingsfeestje	=	openingsfeest
openingsfeestjes	=	openingsfeest
openingsfilm	noun	de eerste film die wordt vertoond op de feestelijke opening van een filmfestival
openingsfilmpje	=	openingsfilm
openingsfilmpjes	=	openingsfilm
openingsfilms	=	openingsfilm
openingsklassieker	noun	wedstrijd waarmee men gewoonlijk een sportseizoen opent
openingsklassiekers	=	openingsklassieker
openingsmatch	noun	wedstrijd die als begin van een toernooi of competitie wordt beschouwd en die daarom vaak met extra ceremonieel is omgeven
openingsmatchen	=	openingsmatch
openingsmatches	=	openingsmatch
openingsnummer	noun	het eerste onderdeel van een programma of voorstelling
openingsnummers	=	openingsnummer
openingspagina	noun	de eerste webpagina die je ziet wanneer je een website bezoekt
openingspagina's	=	openingspagina
openingspaginaatje	=	openingspagina
openingspaginaatjes	=	openingspagina
openingspartij	noun	de eerste (tennis)partij die een sporter op een toernooi speelt
openingspartijen	=	openingspartij
openingspartijtje	=	openingspartij
openingspartijtjes	=	openingspartij
openingsplechtigheden	=	openingsplechtigheid
openingsplechtigheid	noun	ceremonie wanneer een evenement begint of wanneer iets dat met veel werk tot stand is gekomen, in gebruik wordt genomen
openingsprobleem	noun	moeilijkheden tijdens de openingsfase van het schaakspel (of damspel)
openingsproblemen	=	openingsprobleem
openingsronde	noun	de eerste serie wedstrijden van een toernooi
openingsronden	=	openingsronde
openingsrondes	=	openingsronde
openingsscène	noun	het eerste tafereel waarmee een fictiefilm aanvangt of waarmee een boek begint
openingsscènes	=	openingsscène
openingsspeech	noun	toespraak die men houdt bij de start van iets
openingsspeeches	=	openingsspeech
openingsspeechje	=	openingsspeech
openingsspeechjes	=	openingsspeech
openingstijd	noun	tijdstip waarop locatie open gaat voor bezoekers
openingstijden	noun	afgebakende periode dat een locatie open is voor bezoekers
openingstoespraak	noun	toespraak waarmee men een evenement of congres begint
openingstoespraakje	=	openingstoespraak
openingstoespraakjes	=	openingstoespraak
openingstoespraken	=	openingstoespraak
openingstreffer	noun	het eerste doelpunt van een wedstrijd
openingstreffers	=	openingstreffer
openingsvoorbereiding	noun	het vooraf bestuderen en memoriseren van specifieke zetreeksen in de beginfase van een partij, vaak met behulp van databases of computers.
openingsvoorbereidingen	=	openingsvoorbereiding
openingsvoorbereidinkje	=	openingsvoorbereiding
openingsvoorbereidinkjes	=	openingsvoorbereiding
openingsvraag	noun	vraag waarmee men een ondervraging begint
openingsvragen	=	openingsvraag
openingswedstrijd	noun	de eerste wedstrijd van een toernooi of competitieseizoen
openingswedstrijden	=	openingswedstrijd
openingszin	noun	eerste zin van een toespraak of van een schriftelijk werk
openingszinnen	=	openingszin
openingszinnetje	=	openingszin
openingszinnetjes	=	openingszin
openinkje	=	opening
openklap	=	openklappen
openklapbaar	adj	te openen door delen ten opzichte van elkaar te laten scharnieren
openklapbaarder	=	openklapbaar
openklapbaardere	=	openklapbaar
openklapbaarders	=	openklapbaar
openklapbaars	=	openklapbaar
openklapbaarst	=	openklapbaar
openklapbaarste	=	openklapbaar
openklapbare	=	openklapbaar
openklappe	=	openklappen
openklappen	verb	iets wat je kunt openen door het draaien van de deksel om een scharnier
openklappend	=	openklappen
openklappende	=	openklappen
openklapt	=	openklappen
openklapte	=	openklappen
openklapten	=	openklappen
openknip	=	openknippen
openknippe	=	openknippen
openknippen	verb	met een klik plotseling openmaken
openknippend	=	openknippen
openknippende	=	openknippen
openknipt	=	openknippen
openknipte	=	openknippen
openknipten	=	openknippen
openknoop	=	openknopen
openknoopt	=	openknopen
openknoopte	=	openknopen
openknoopten	=	openknopen
openknope	=	openknopen
openknopen	verb	van een kledingstuk de knoopjes losmaken
openknopend	=	openknopen
openknopende	=	openknopen
openkrab	=	openkrabben
openkrabbe	=	openkrabben
openkrabben	verb	door bewerking met de nagels iets openmaken
openkrabbend	=	openkrabben
openkrabbende	=	openkrabben
openkrabde	=	openkrabben
openkrabden	=	openkrabben
openkrabt	=	openkrabben
openlaagt	=	openliggen
openlaat	=	openlaten
openlag	=	openliggen
openlagen	=	openliggen
openlate	=	openlaten
openlaten	verb	geopend laten
openlatend	=	openlaten
openlatende	=	openlaten
openleg	=	openleggen
openlegde	=	openleggen
openlegden	=	openleggen
openlegge	=	openleggen
openleggen	verb	iets open maken
openleggend	=	openleggen
openleggende	=	openleggen
openlegging	noun	het openleggen
openleggingen	=	openlegging
openlegginkje	=	openlegging
openlegginkjes	=	openlegging
openlegt	=	openleggen
openliet	=	openlaten
openliete	=	openlaten
openlieten	=	openlaten
openlig	=	openliggen
openligge	=	openliggen
openliggen	verb	open (onbedekt) liggen
openliggend	=	openliggen
openliggende	=	openliggen
openligt	=	openliggen
openlijk	adj	zonder te verbergen, in het openbaar
openlijke	=	openlijk
openlijker	=	openlijk
openlijkere	=	openlijk
openlijkers	=	openlijk
openlijks	=	openlijk
openlijkst	=	openlijk
openlijkste	=	openlijk
openlucht	noun	in de ~: buiten de deur, onder blote hemel
openluchtbioscoop	noun	een vorm van filmvertoning die plaatsvindt in de openlucht in plaats van in een traditionele, afgesloten zaal
openluchtbioscoopje	=	openluchtbioscoop
openluchtbioscoopjes	=	openluchtbioscoop
openluchtbioscopen	=	openluchtbioscoop
openluchtfestival	noun	feestelijke bijeenkomst in de buitenlucht
openluchtfestivalletje	=	openluchtfestival
openluchtfestivalletjes	=	openluchtfestival
openluchtfestivals	=	openluchtfestival
openluchtgevangenis	noun	gevangenis waarbij de beheerder niet zorgt voor een gebouw, maar gevangenen in de openlucht laat verblijven
openluchtgevangenissen	=	openluchtgevangenis
openluchtmusea	=	openluchtmuseum
openluchtmuseum	noun	museum met karakteristieke woonhuizen, boerderijen, industriegebouwen e.d. die in de buitenlucht zijn tentoongesteld
openluchtmuseumpje	=	openluchtmuseum
openluchtmuseumpjes	=	openluchtmuseum
openluchtmuseums	=	openluchtmuseum
openluchtscherm	noun	tv- of filmscherm dat in de openlucht staat en door grote groepen toeschouwers bekeken kan worden
openluchtschermen	=	openluchtscherm
openluchtschermpje	=	openluchtscherm
openluchtschermpjes	=	openluchtscherm
openluchtscholen	=	openluchtschool
openluchtschool	noun	school waar het lesgeven zo veel mogelijk in de openlucht plaatsvond
openluchtschooltje	=	openluchtschool
openluchtschooltjes	=	openluchtschool
openluchttheater	noun	plaats waar toneel- en andere voorstellingen plaatshebben in de openlucht
openluchttheaters	=	openluchttheater
openluchttheatertje	=	openluchttheater
openluchttheatertjes	=	openluchttheater
openluchtzwembad	noun	niet overdekt zwembad
openluchtzwembaden	=	openluchtzwembad
openluchtzwembadje	=	openluchtzwembad
openluchtzwembadjes	=	openluchtzwembad
openmaak	=	openmaken
openmaakt	=	openmaken
openmaakte	=	openmaken
openmaakten	=	openmaken
openmake	=	openmaken
openmaken	verb	de sluiting van iets verbreken
openmakend	=	openmaken
openmakende	=	openmaken
openpeuter	=	openpeuteren
openpeuterde	=	openpeuteren
openpeuterden	=	openpeuteren
openpeutere	=	openpeuteren
openpeuteren	verb	met de vingers iets op een lastige tijdrovende manier openmaken
openpeuterend	=	openpeuteren
openpeuterende	=	openpeuteren
openpeutert	=	openpeuteren
openreet	=	openrijten
openreten	=	openrijten
openrijt	=	openrijten
openrijte	=	openrijten
openrijten	verb	openscheuren
openrijtend	=	openrijten
openrijtende	=	openrijten
openrits	=	openritsen
openritse	=	openritsen
openritsen	verb	met behulp van een rits openmaken
openritsend	=	openritsen
openritsende	=	openritsen
openritst	=	openritsen
openritste	=	openritsen
openritsten	=	openritsen
openruimteheffing	noun	financiële heffing (belasting of bestemmingsheffing) op het bebouwen van voorheen onbebouwde grond, vaak bedoeld om verstedelijking van het buitengebied tegen te gaan.
openruimteheffingen	=	openruimteheffing
openruimteheffinkje	=	openruimteheffing
openruimteheffinkjes	=	openruimteheffing
openruk	=	openrukken
openrukke	=	openrukken
openrukken	verb	met grote kracht op een ruwe manier openmaken
openrukkend	=	openrukken
openrukkende	=	openrukken
openrukt	=	openrukken
openrukte	=	openrukken
openrukten	=	openrukken
opens	=	open
openscheur	=	openscheuren
openscheurde	=	openscheuren
openscheurden	=	openscheuren
openscheure	=	openscheuren
openscheuren	verb	door scheuren van de verpakking openen of openbarsten zodat de inhoud naar buiten kan komen
openscheurend	=	openscheuren
openscheurende	=	openscheuren
openscheurt	=	openscheuren
openschiet	=	openschieten
openschiete	=	openschieten
openschieten	verb	plotseling en snel opengaan
openschietend	=	openschieten
openschietende	=	openschieten
openschoof	=	openschuiven
openschoot	=	openschieten
openschoten	=	openschieten
openschoven	=	openschuiven
openschuif	=	openschuiven
openschuift	=	openschuiven
openschuive	=	openschuiven
openschuiven	verb	schuivend opengaan
openschuivend	=	openschuiven
openschuivende	=	openschuiven
openschuren	verb	door schuren iets kapot maken, door schuren ergens een gat in maken
openschurend	=	openschuren
opensla	=	openslaan
openslaan	verb	openmaken, openleggen
openslaand	adj	van deuren en ramen dat men ze door draaien kan openen
openslaande	=	openslaan
openslaat	=	openslaan
opensloeg	=	openslaan
opensloegen	=	openslaan
opensneden	=	opensnijden
opensneed	=	opensnijden
opensnij	=	opensnijden
opensnijd	=	opensnijden
opensnijde	=	opensnijden
opensnijden	verb	door snijden openen of door snijden een opening maken
opensnijdend	=	opensnijden
opensnijdende	=	opensnijden
opensnijdt	=	opensnijden
opensource	adj	met een broncode die helemaal gepubliceerd is en door iedereen mag worden gebruikt en aangepast
opensourcesoftware	noun	software waarvan de broncode voor iedereen beschikbaar is en door iedereen te veranderen
opensper	=	opensperren
opensperde	=	opensperren
opensperden	=	opensperren
opensperre	=	opensperren
opensperren	verb	een grote opening maken door de randen wijd uit elkaar te trekken
opensperrend	=	opensperren
opensperrende	=	opensperren
openspert	=	opensperren
openspleet	=	opensplijten
openspleten	=	opensplijten
opensplijt	=	opensplijten
opensplijte	=	opensplijten
opensplijten	verb	splijtend opengaan
opensplijtend	=	opensplijten
opensplijtende	=	opensplijten
openspring	=	openspringen
openspringe	=	openspringen
openspringen	verb	met kracht opengaan
openspringend	=	openspringen
openspringende	=	openspringen
openspringt	=	openspringen
opensprong	=	openspringen
opensprongen	=	openspringen
openst	=	open
opensta	=	openstaan
openstaan	verb	open zijn van bijvoorbeeld een kraan
openstaand	adj	in een stand waardoor naar binnen gaan of kijken mogelijk is
openstaande	=	openstaan
openstaands	=	openstaand
openstaat	=	openstaan
openste	=	open
openstel	=	openstellen
openstelde	=	openstellen
openstelden	=	openstellen
openstelle	=	openstellen
openstellen	verb	toegankelijk maken
openstellend	=	openstellen
openstellende	=	openstellen
openstelling	noun	het voor publiek toegankelijk maken
openstellingen	=	openstelling
openstelt	=	openstellen
openstond	=	openstaan
openstonde	=	openstaan
openstonden	=	openstaan
openstondt	=	openstaan
opent	=	openen
opentrek	=	opentrekken
opentrekke	=	opentrekken
opentrekken	verb	iets openen door te trekken
opentrekkend	=	opentrekken
opentrekkende	=	opentrekken
opentrekt	=	opentrekken
opentrok	=	opentrekken
opentrokken	=	opentrekken
openval	=	openvallen
openvalle	=	openvallen
openvallen	verb	vallend opengaan
openvallend	=	openvallen
openvallende	=	openvallen
openvalt	=	openvallen
openviel	=	openvallen
openvielen	=	openvallen
openvlieg	=	openvliegen
openvliege	=	openvliegen
openvliegen	verb	plotseling, snel opengaan
openvliegend	=	openvliegen
openvliegende	=	openvliegen
openvliegt	=	openvliegen
openvlogen	=	openvliegen
openvloog	=	openvliegen
openvouw	=	openvouwen
openvouwde	=	openvouwen
openvouwden	=	openvouwen
openvouwe	=	openvouwen
openvouwen	verb	iets dat opgevouwen is openen
openvouwend	=	openvouwen
openvouwende	=	openvouwen
openvouwt	=	openvouwen
openwaterzwemmen	verb	zwemmen in een natuurlijk, niet-overdekt water
openwaterzwemmend	=	openwaterzwemmen
openwaterzwemmende	=	openwaterzwemmen
openwerk	=	openwerken
openwerke	=	openwerken
openwerken	verb	een gat of een holle ruimte maken in iets
openwerkend	=	openwerken
openwerkende	=	openwerken
openwerkt	=	openwerken
openwerkte	=	openwerken
openwerkten	=	openwerken
openwreef	=	openwrijven
openwreven	=	openwrijven
openwrijf	=	openwrijven
openwrijft	=	openwrijven
openwrijve	=	openwrijven
openwrijven	verb	al wrijvende doen opengaan
openwrijvend	=	openwrijven
openwrijvende	=	openwrijven
openzet	=	openzetten
openzette	=	openzetten
openzetten	verb	iets in een stand zetten dat een opening open blijft terwijl die eerst gesloten was
openzettend	=	openzetten
openzettende	=	openzetten
openzwaai	=	openzwaaien
openzwaaide	=	openzwaaien
openzwaaiden	=	openzwaaien
openzwaaie	=	openzwaaien
openzwaaien	verb	zich in een zwaaiende beweging openen
openzwaaiend	=	openzwaaien
openzwaaiende	=	openzwaaien
openzwaait	=	openzwaaien
opera	noun	een in hoofdzaak gezongen en orkestraal begeleid muziekdrama, gewoonlijk van ernstige aard
opera's	=	opera
opera-aanbod	noun	alle beschikbare opera's of operavoorstellingen
opera-achtig	adj	muziek, kleding en verhaal lijkend op opera
opera-achtige	=	opera-achtig
opera-achtiger	=	opera-achtig
opera-achtigere	=	opera-achtig
opera-achtigers	=	opera-achtig
opera-achtigs	=	opera-achtig
opera-achtigst	=	opera-achtig
opera-achtigste	=	opera-achtig
operaatje	=	opera
operaatjes	=	opera
operabegeleiding	noun	de instrumentale muzikale begeleiding bij operaproducties
operabegeleidingen	=	operabegeleiding
operabegeleidinkje	=	operabegeleiding
operabegeleidinkjes	=	operabegeleiding
operabel	adj	van een aandoening (met name een tumor) dat deze met een operatie genezen kan worden
operabele	=	operabel
operabeler	=	operabel
operabelere	=	operabel
operabelers	=	operabel
operabels	=	operabel
operabelst	=	operabel
operabelste	=	operabel
operabiliteit	noun	het operabel zijn
operaclub	noun	vereniging mensen die voor hun plezier operavoorstellingen geven
operaclubje	=	operaclub
operaclubjes	=	operaclub
operaclubs	=	operaclub
operadiva	noun	beroemde zangeres in een opera
operadiva's	=	operadiva
operagebouw	noun	theater waar opera's kunnen worden opgevoerd
operagebouwen	=	operagebouw
operagebouwtje	=	operagebouw
operagebouwtjes	=	operagebouw
operagezelschap	noun	groep mensen die een opera uitvoert
operagezelschapje	=	operagezelschap
operagezelschapjes	=	operagezelschap
operagezelschappen	=	operagezelschap
operahuis	noun	een gebouw waarin opera's worden opgevoerd
operahuisje	=	operahuis
operahuisjes	=	operahuis
operahuizen	=	operahuis
operamuziek	noun	de muziekcompositie van een opera
operand	noun	een argument, (invoerwaarde) waar een operator op werkt zodat een operatie plaatsvindt
operanden	=	operand
operandje	=	operand
operandjes	=	operand
operaregisseur	noun	iemand die de regie voert bij het maken van een opera
operaregisseurs	=	operaregisseur
operaregisseurtje	=	operaregisseur
operaregisseurtjes	=	operaregisseur
operarepertoire	noun	een verzameling van opera's die opgevoerd kunnen worden
operarepertoires	=	operarepertoire
operaster	noun	een bekende zanger of zangeres die in opera's zingt
operasterren	=	operaster
operatesk	adj	theatraal zoals past bij een opera uitvoering
operateske	=	operatesk
operatesker	=	operatesk
operateskere	=	operatesk
operateskers	=	operatesk
operatesks	=	operatesk
operateskst	=	operatesk
operateskste	=	operatesk
operateur	noun	operator (bedieningsvakman voor technische installaties)
operateurs	=	operateur
operateurtje	=	operateur
operateurtjes	=	operateur
operatheater	noun	gebouw waarin opera's worden uitgevoerd
operatheaters	=	operatheater
operatheatertje	=	operatheater
operatheatertjes	=	operatheater
operatie	noun	een aantal gecoördineerde acties
operatieassistent	noun	iemand die de chirurg helpt bij het uitvoeren van een operatie
operatieassistenten	=	operatieassistent
operatiebases	=	operatiebasis
operatiebasis	noun	de geldstroom die voortkomt uit de kernactiviteiten van een bedrijf gedurende een bepaalde periode
operatiebasissen	=	operatiebasis
operatief	adj	betrekking hebbend op operaties, d.m.v. een operatie
operatiefs	=	operatief
operatiefst	=	operatief
operatiefste	=	operatief
operatiekamer	noun	ruimte waar heelkundige bewerkingen uitgevoerd worden
operatiekamers	=	operatiekamer
operatiekamertje	=	operatiekamer
operatiekamertjes	=	operatiekamer
operatiekwartier	noun	geheel van operatiezalen en aanverwante infrastructuur
operatiekwartieren	=	operatiekwartier
operatiepatiënt	noun	persoon die een operatie heeft ondergaan of nog moet ondergaan
operatiepatiënten	=	operatiepatiënt
operatiepatiëntje	=	operatiepatiënt
operatiepatiëntjes	=	operatiepatiënt
operaties	=	operatie
operatietafel	noun	in hoogte verstelbaar plateau waarop de patiënt ligt die geopereerd moet worden
operatietafels	=	operatietafel
operatietafeltje	=	operatietafel
operatietafeltjes	=	operatietafel
operatietechniek	noun	manier van chirurgie bedrijven
operatietechnieken	=	operatietechniek
operatietechniekje	=	operatietechniek
operatietechniekjes	=	operatietechniek
operatietje	=	operatie
operatietjes	=	operatie
operatieve	=	operatief
operatiever	=	operatief
operatievere	=	operatief
operatievers	=	operatief
operatiezaal	noun	zeer schone, steriele ruimte in een ziekenhuis waar men chirurgische ingrepen kan verrichten
operatiezaaltje	=	operatiezaal
operatiezaaltjes	=	operatiezaal
operatiezalen	=	operatiezaal
operationeel	adj	betrekking hebbend op de keuzemogelijkheden van het laagste niveau van een organisatie
operationeels	=	operationeel
operationeelst	=	operationeel
operationeelste	=	operationeel
operationele	=	operationeel
operationeler	=	operationeel
operationelere	=	operationeel
operationelers	=	operationeel
operator	noun	symbool waarmee een functie [3] wordt aangeduid die een bepaalde bewerking uitvoert op één of meer operanden
operatoren	=	operator
operatorentheorie	noun	een theorie die de eigenschappen bestudeert van lineaire afbeeldingen tussen topologische vectorruimten
operatorentheorietje	=	operatorentheorie
operatorentheorietjes	=	operatorentheorie
operatorentheorieën	=	operatorentheorie
operators	=	operator
operazanger	noun	iemand die opera's zingt
operazangeres	noun	een vrouw die opera's zingt
operazangeresje	=	operazangeres
operazangeresjes	=	operazangeres
operazangeressen	=	operazangeres
operazangers	=	operazanger
operazangertje	=	operazanger
operazangertjes	=	operazanger
opereer	=	opereren
opereerde	=	opereren
opereerden	=	opereren
opereert	=	opereren
operere	=	opereren
opereren	verb	aan een chirurgische ingreep onderwerpen
opererend	=	opereren
opererende	=	opereren
operetje	=	operette
operetjes	=	operette
operette	noun	een vrolijk muzikaal toneelstuk waarin zang en gesproken woord elkaar afwisselen met als basis lichte klassieke muziek, minder serieus dan een opera
operetteachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een operette, bombastisch, overdreven vrolijk en kleurrijk
operetteachtige	=	operetteachtig
operetteachtiger	=	operetteachtig
operetteachtigere	=	operetteachtig
operetteachtigers	=	operetteachtig
operetteachtigs	=	operetteachtig
operetteachtigst	=	operetteachtig
operetteachtigste	=	operetteachtig
operettes	=	operette
operettetje	=	operette
operettetjes	=	operette
operettevereniging	noun	is een culturele amateur- of semiprofessionele theatergroep die zich richt op het instuderen en opvoeren van operettes.
operetteverenigingen	=	operettevereniging
operetteverenigingetje	=	operettevereniging
operetteverenigingetjes	=	operettevereniging
operment	noun	felgele delfstof, zwavelarsenicum (As₂S₃), gebruikt als verfstof en rattengif
opermenten	=	operment
opete	=	opeten
opeten	verb	door eten opmaken
opetend	=	opeten
opetende	=	opeten
opfiets	=	opfietsen
opfietse	=	opfietsen
opfietsen	verb	zich op de fiets naar boven bewegen
opfietsend	=	opfietsen
opfietsende	=	opfietsen
opfietst	=	opfietsen
opfietste	=	opfietsen
opfietsten	=	opfietsen
opflakker	=	opflakkeren
opflakkerde	=	opflakkeren
opflakkerden	=	opflakkeren
opflakkere	=	opflakkeren
opflakkeren	verb	plotseling weer heftig gaan branden
opflakkerend	adj	steeds weer opnieuw gaan branden of oplichten
opflakkerende	=	opflakkeren
opflakkerends	=	opflakkerend
opflakkering	noun	het plotseling (gedurende een korte periode) weer heftiger gaan branden
opflakkeringen	=	opflakkering
opflakkeringetje	=	opflakkering
opflakkeringetjes	=	opflakkering
opflakkert	=	opflakkeren
opfleur	=	opfleuren
opfleurde	=	opfleuren
opfleurden	=	opfleuren
opfleure	=	opfleuren
opfleuren	verb	er beter uit gaan zien
opfleurend	=	opfleuren
opfleurende	=	opfleuren
opfleurt	=	opfleuren
opflik	=	opflikken
opflikke	=	opflikken
opflikken	verb	opsieren, opschikken, optooien
opflikkend	=	opflikken
opflikkende	=	opflikken
opflikker	=	opflikkeren
opflikkerde	=	opflikkeren
opflikkerden	=	opflikkeren
opflikkere	=	opflikkeren
opflikkeren	verb	het toneel verlaten, weggaan
opflikkerend	=	opflikkeren
opflikkerende	=	opflikkeren
opflikkert	=	opflikkeren
opflikt	=	opflikken
opflikte	=	opflikken
opflikten	=	opflikken
opflits	=	opflitsen
opflitse	=	opflitsen
opflitsen	verb	kort en krachtig oplichten
opflitsend	=	opflitsen
opflitsende	=	opflitsen
opflitst	=	opflitsen
opflitste	=	opflitsen
opflitsten	=	opflitsen
opfluf	=	opfluffen
opfluffe	=	opfluffen
opfluffen	verb	vooral uiterlijk of oppervlakkig verbeteren
opfluffend	=	opfluffen
opfluffende	=	opfluffen
opfluft	=	opfluffen
opflufte	=	opfluffen
opfluften	=	opfluffen
opfok	=	opfokken
opfokke	=	opfokken
opfokken	verb	jonge dieren grootbrengen
opfokkend	=	opfokken
opfokkende	=	opfokken
opfokt	=	opfokken
opfokte	=	opfokken
opfokten	=	opfokken
opfris	=	opfrissen
opfrisbeurt	noun	keer dat men iets weer nieuw en helder maakt
opfrisbeurten	=	opfrisbeurt
opfrisbeurtje	=	opfrisbeurt
opfrisbeurtjes	=	opfrisbeurt
opfrisbruiloft	noun	na 25 of 50 jaar de huwelijksceremonie nog eens overdoen
opfrisbruiloften	=	opfrisbruiloft
opfriscursus	noun	vervolgcursus waarbij eerder opgedane kennis en vaardigheden herhaalt wordt zodat je deze kennis en vaardigheden weer paraat hebt en up-to-date is
opfriscursusje	=	opfriscursus
opfriscursusjes	=	opfriscursus
opfriscursussen	=	opfriscursus
opfrisse	=	opfrissen
opfrissen	verb	fris maken, prettiger leefbaar of toonbaarder maken
opfrissend	=	opfrissen
opfrissende	=	opfrissen
opfrisser	noun	een middel om weer afgekoeld te raken na zware inspanning
opfrissers	=	opfrisser
opfrissertje	=	opfrisser
opfrissertjes	=	opfrisser
opfrissing	noun	handeling waardoor iets weer helder, schoon of als nieuw wordt
opfrissingen	=	opfrissing
opfrissingscursus	noun	een korte training bedoeld om bestaande kennis en vaardigheden op te halen, bij te spijkeren of te verbeteren
opfrissingscursusje	=	opfrissingscursus
opfrissingscursusjes	=	opfrissingscursus
opfrissingscursussen	=	opfrissingscursus
opfrissinkje	=	opfrissing
opfrissinkjes	=	opfrissing
opfrist	=	opfrissen
opfriste	=	opfrissen
opfristen	=	opfrissen
opfrisverlof	noun	verloftijd voor wetenschappelijk en onderwijzend personeel met name om kennis op te doen
opfrisverloven	=	opfrisverlof
opga	=	opgaan
opgaaf	noun	melding van bepaalde gegevens
opgaafje	=	opgave
opgaaft	=	opgeven
opgaan	verb	oprijzen, omhooggaan
opgaand	=	opgaan
opgaat	=	opgaan
opgaf	=	opgeven
opgang	noun	een weg, pad of trap die naar boven gaat
opgangen	=	opgang
opgangetje	=	opgang
opgave	noun	rekensom, raadsel
opgaven	=	opgeven
opgavenboek	noun	boek dat alleen uit opdrachten en vraagstukken bestaat, zonder de bijbehorende theorie, en bedoeld is om de geleerde stof te oefenen
opgavenboeken	=	opgavenboek
opgavenboekje	=	opgavenboek
opgavenboekjes	=	opgavenboek
opgaves	=	opgave
opgavetje	=	opgave
opgebaard	=	opbaren
opgebaarde	=	opbaren
opgebaggerd	=	opbaggeren
opgebaggerde	=	opbaggeren
opgebakken	=	opbakken
opgebeld	=	opbellen
opgebelde	=	opbellen
opgebeurd	=	opbeuren
opgebeurde	=	opbeuren
opgebiecht	=	opbiechten
opgebiechte	=	opbiechten
opgeblazen	=	opblazen
opgebleekt	=	opbleken
opgebleven	=	opblijven
opgebloeid	=	opbloeien
opgebloeide	=	opbloeien
opgeblonken	=	opblinken
opgeboden	=	opbieden
opgeboeid	=	opboeien
opgeboend	=	opboenen
opgebokst	=	opboksen
opgebold	=	opbollen
opgebonden	=	opbinden
opgeboomd	=	opbomen
opgeboord	=	opboren
opgeboorde	=	opboren
opgeborgen	=	opbergen
opgeborreld	=	opborrelen
opgeborrelde	=	opborrelen
opgebouwd	adj	gemaakt, ontwikkeld
opgebouwde	=	opbouwen
opgebouwds	=	opgebouwd
opgebracht	=	opbrengen
opgebrachte	=	opbrengen
opgebraden	=	opbraden
opgebrand	=	opbranden
opgebrande	=	opbranden
opgebroken	=	opbreken
opgebruik	=	opgebruiken
opgebruike	=	opgebruiken
opgebruiken	verb	alles gebruiken tot het op is
opgebruikend	=	opgebruiken
opgebruikende	=	opgebruiken
opgebruikt	=	opgebruiken
opgebruikte	=	opgebruiken
opgebruikten	=	opgebruiken
opgebruist	=	opbruisen
opgebruiste	=	opbruisen
opgedaagd	=	opdagen
opgedaagde	=	opdagen
opgedaan	adj	van iets immaterieels dat je verworven hebt, meestal gaat het over iets positief bij opgelopen gaat het meestal om iets negatiefs zoals een ziekte
opgedaans	=	opgedaan
opgedane	=	opdoen
opgedeeld	=	opdelen
opgedeelde	=	opdelen
opgedekt	=	opdekken
opgediend	=	opdienen
opgediende	=	opdienen
opgediept	=	opdiepen
opgediepte	=	opdiepen
opgedirkt	adj	pronkerig
opgedirkte	=	opdirken
opgedirkter	=	opgedirkt
opgedirktere	=	opgedirkt
opgedirkters	=	opgedirkt
opgedirkts	=	opgedirkt
opgedirktst	=	opgedirkt
opgedirktste	=	opgedirkt
opgedist	=	opdissen
opgediste	=	opdissen
opgedoekt	=	opdoeken
opgedoekte	=	opdoeken
opgedoemd	=	opdoemen
opgedoemde	=	opdoemen
opgedoft	=	opdoffen
opgedofte	=	opdoffen
opgedoken	=	opduiken
opgedokt	=	opdokken
opgedolven	=	opdelven
opgedonderd	=	opdonderen
opgedonderde	=	opdonderen
opgedraafd	=	opdraven
opgedraafde	=	opdraven
opgedraaid	=	opdraaien
opgedraaide	=	opdraaien
opgedragen	=	opdragen
opgedregd	=	opdreggen
opgedreund	=	opdreunen
opgedreunde	=	opdreunen
opgedreven	=	opdrijven
opgedrongen	=	opdringen
opgedronken	=	opdrinken
opgedroogd	=	opdrogen
opgedroogde	=	opdrogen
opgedrukt	=	opdrukken
opgedrukte	=	opdrukken
opgeduikeld	=	opduikelen
opgeduikelde	=	opduikelen
opgeduveld	=	opduvelen
opgeduwd	=	opduwen
opgeduwde	=	opduwen
opgedwarreld	=	opdwarrelen
opgedweild	=	opdweilen
opgedweilde	=	opdweilen
opgeef	=	opgeven
opgeeft	=	opgeven
opgefietst	=	opfietsen
opgeflakkerd	=	opflakkeren
opgefleurd	=	opfleuren
opgefleurde	=	opfleuren
opgeflikkerd	=	opflikkeren
opgeflikkerde	=	opflikkeren
opgeflikt	=	opflikken
opgeflitst	=	opflitsen
opgefluft	=	opfluffen
opgefokt	adj	opgewonden, nerveus en agressief en dus vervelend
opgefokte	=	opfokken
opgefokter	=	opgefokt
opgefoktere	=	opgefokt
opgefokters	=	opgefokt
opgefokts	=	opgefokt
opgefoktst	=	opgefokt
opgefoktste	=	opgefokt
opgefrist	=	opfrissen
opgefriste	=	opfrissen
opgegaan	=	opgaan
opgegeild	=	opgeilen
opgegeilde	=	opgeilen
opgegeten	=	opeten
opgegeven	=	opgeven
opgegloeid	=	opgloeien
opgegooid	=	opgooien
opgegooide	=	opgooien
opgegoten	=	opgieten
opgegraven	=	opgraven
opgegroeid	=	opgroeien
opgegroeide	=	opgroeien
opgehaald	=	ophalen
opgehaalde	=	ophalen
opgehad	=	ophebben
opgehakt	=	ophakken
opgehangen	=	ophangen
opgeharkt	=	opharken
opgeharkte	=	opharken
opgehelderd	=	ophelderen
opgehelderde	=	ophelderen
opgehemeld	=	ophemelen
opgehemelde	=	ophemelen
opgehesen	=	ophijsen
opgeheven	=	opheffen
opgehitst	=	ophitsen
opgehitste	=	ophitsen
opgehoepeld	=	ophoepelen
opgehoepelde	=	ophoepelen
opgehoest	=	ophoesten
opgehoeste	=	ophoesten
opgehokt	=	ophokken
opgehokte	=	ophokken
opgehold	=	ophollen
opgeholpen	=	ophelpen
opgehoogd	=	ophogen
opgehoogde	=	ophogen
opgehoopt	=	ophopen
opgehoord	=	ophoren
opgehouden	=	ophouden
opgehutseld	=	ophutselen
opgeil	=	opgeilen
opgeilde	=	opgeilen
opgeilden	=	opgeilen
opgeile	=	opgeilen
opgeilen	verb	iemand seksueel prikkelen
opgeilend	=	opgeilen
opgeilende	=	opgeilen
opgeilt	=	opgeilen
opgejaagd	=	opjagen
opgejaagde	=	opjagen
opgejuind	=	opjuinen
opgejuinde	=	opjuinen
opgejut	=	opjutten
opgejutte	=	opjutten
opgekalefaterd	=	opkalefateren
opgekalefaterde	=	opkalefateren
opgekalfaterd	=	opkalfateren
opgekalfaterde	=	opkalfateren
opgekamd	=	opkammen
opgekamde	=	opkammen
opgekapt	=	opkappen
opgekeken	=	opkijken
opgekikkerd	=	opkikkeren
opgekikkerde	=	opkikkeren
opgekist	=	opkisten
opgekiste	=	opkisten
opgeklaard	=	opklaren
opgeklaarde	=	opklaren
opgeklapt	=	opklappen
opgeklapte	=	opklappen
opgeklauterd	=	opklauteren
opgekleed	=	opkleden
opgekleefd	=	opkleven
opgeklommen	=	opklimmen
opgeklonken	=	opklinken
opgeklopt	adj	belangrijker gemaakt dan iets werkelijk is
opgeklopte	=	opkloppen
opgeklopter	=	opgeklopt
opgekloptere	=	opgeklopt
opgeklopters	=	opgeklopt
opgeklopts	=	opgeklopt
opgekloptst	=	opgeklopt
opgekloptste	=	opgeklopt
opgeknapt	=	opknappen
opgeknapte	=	opknappen
opgeknipt	=	opknippen
opgeknipte	=	opknippen
opgeknoopt	=	opknopen
opgeknoopte	=	opknopen
opgekocht	=	opkopen
opgekochte	=	opkopen
opgekomen	=	opkomen
opgekooid	=	opkooien
opgekookt	=	opkoken
opgekookte	=	opkoken
opgekot	=	opkotten
opgekote	=	opkotten
opgekoterd	=	opkoteren
opgekraamd	=	opkramen
opgekrabbeld	=	opkrabbelen
opgekrabbelde	=	opkrabbelen
opgekrast	=	opkrassen
opgekregen	=	opkrijgen
opgekrikt	=	opkrikken
opgekrikte	=	opkrikken
opgekropen	=	opkruipen
opgekropt	adj	van een emotie: opgestapeld en niet geuit
opgekropte	=	opgekropt
opgekropter	=	opgekropt
opgekroptere	=	opgekropt
opgekropters	=	opgekropt
opgekropts	=	opgekropt
opgekroptst	=	opgekropt
opgekroptste	=	opgekropt
opgekruid	=	opkruien
opgekruide	=	opkruien
opgekruld	=	opkrullen
opgekrulde	=	opkrullen
opgekuist	=	opkuisen
opgekuiste	=	opkuisen
opgekweekt	=	opkweken
opgekweekte	=	opkweken
opgelaaid	=	oplaaien
opgelaaide	=	oplaaien
opgeladen	=	opladen
opgelapt	=	oplappen
opgelapte	=	oplappen
opgelast	=	oplassen
opgelaten	adj	met het gevoel iets niet goed te doen, zonder dat anderen er iets van zeggen
opgelatener	=	opgelaten
opgelateners	=	opgelaten
opgelatens	=	opgelaten
opgelatenst	=	opgelaten
opgelatenste	=	opgelaten
opgelazerd	=	oplazeren
opgeld	noun	geld dat betaald wordt boven de nominale waarde van iets
opgelden	=	opgeld
opgeleefd	=	opleven
opgeleerd	=	opleren
opgelegd	adj	uitgesproken
opgelegde	=	opleggen
opgelegds	=	opgelegd
opgeleid	=	opleiden
opgeleide	noun	iemand die een opleiding heeft gehad
opgeleiden	=	opgeleide
opgelepeld	=	oplepelen
opgelepelde	=	oplepelen
opgelet	=	opletten
opgeleukt	=	opleuken
opgeleverd	=	opleveren
opgeleverde	=	opleveren
opgelezen	=	oplezen
opgelicht	=	oplichten
opgelichte	=	oplichten
opgelierd	=	oplieren
opgelijst	=	oplijsten
opgelikt	=	oplikken
opgelikte	=	oplikken
opgeloefd	=	oploeven
opgeloefde	=	oploeven
opgeloken	=	opluiken
opgelopen	=	oplopen
opgelost	adj	tot een goed einde gebracht, van een correcte uitkomst voorzien
opgeloste	=	oplossen
opgelosts	=	opgelost
opgelucht	adj	verlost van de zorg dat er iets naars gaat gebeuren
opgeluchte	=	opluchten
opgeluchter	=	opgelucht
opgeluchtere	=	opgelucht
opgeluchters	=	opgelucht
opgeluchts	=	opgelucht
opgeluchtst	=	opgelucht
opgeluchtste	=	opgelucht
opgeluisterd	=	opluisteren
opgeluisterde	=	opluisteren
opgemaakt	=	opmaken
opgemalen	=	opmalen
opgemarcheerd	=	opmarcheren
opgemerkt	=	opmerken
opgemeten	=	opmeten
opgemetseld	=	opmetselen
opgemonterd	=	opmonteren
opgemonterde	=	opmonteren
opgenaaid	=	opnaaien
opgenaaide	=	opnaaien
opgenoemd	=	opnoemen
opgenoemde	=	opnoemen
opgenomen	=	opnemen
opgenomene	noun	iemand die in een zorginstelling verblijft
opgenomenen	=	opgenomene
opgeofferd	=	opofferen
opgeofferde	=	opofferen
opgepakt	=	oppakken
opgepakte	noun	iemand die door de politie is gearresteerd
opgepakten	=	opgepakte
opgepast	=	oppassen
opgepept	=	oppeppen
opgepepte	=	oppeppen
opgeperst	=	oppersen
opgepeuzeld	=	oppeuzelen
opgepeuzelde	=	oppeuzelen
opgepiept	=	oppiepen
opgepiepte	=	oppiepen
opgepijpt	=	oppijpen
opgepijpte	=	oppijpen
opgepikt	=	oppikken
opgepikte	=	oppikken
opgepimpt	=	oppimpen
opgepimpte	=	oppimpen
opgeplakt	=	opplakken
opgeplakte	=	opplakken
opgepleurd	=	oppleuren
opgeploegd	=	opploegen
opgeplooid	=	opplooien
opgepoetst	=	oppoetsen
opgepoetste	=	oppoetsen
opgepompt	=	oppompen
opgepompte	=	oppompen
opgepookt	=	oppoken
opgepookte	=	oppoken
opgepopt	=	oppoppen
opgepord	=	opporren
opgeporde	=	opporren
opgepot	=	oppotten
opgepotte	=	oppotten
opgeprikt	verb	overdreven keurig gekleed
opgeprikte	=	opprikken
opgeprikter	=	opgeprikt
opgepriktere	=	opgeprikt
opgeprikters	=	opgeprikt
opgeprikts	=	opgeprikt
opgepriktst	=	opgeprikt
opgepriktste	=	opgeprikt
opgepropt	=	opproppen
opgepropte	=	opproppen
opgeraakt	=	opraken
opgeraapt	=	oprapen
opgeraapte	=	oprapen
opgerakeld	=	oprakelen
opgerakelde	=	oprakelen
opgereden	=	oprijden
opgerekt	=	oprekken
opgerekte	=	oprekken
opgerend	=	oprennen
opgereten	=	oprijten
opgerezen	=	oprijzen
opgericht	adj	begonnen, gestart
opgerichte	=	oprichten
opgerichts	=	opgericht
opgerispt	=	oprispen
opgerispte	=	oprispen
opgeroeid	=	oproeien
opgeroepen	=	oproepen
opgeroerd	=	oproeren
opgerold	=	oprollen
opgerolde	=	oprollen
opgerookt	=	oproken
opgerookte	=	oproken
opgerot	=	oprotten
opgeruid	=	opruien
opgeruide	=	opruien
opgeruimd	adj	vrolijk, opgewekt
opgeruimde	=	opgeruimd
opgeruimder	=	opgeruimd
opgeruimdere	=	opgeruimd
opgeruimders	=	opgeruimd
opgeruimdheid	noun	de mate waarin met met een vrolijke, opgewekte houding in het leven staat
opgeruimds	=	opgeruimd
opgeruimdst	=	opgeruimd
opgeruimdste	=	opgeruimd
opgerukt	=	oprukken
opgeruwd	=	opruwen
opgeschaald	=	opschalen
opgeschaalde	=	opschalen
opgescharreld	=	opscharrelen
opgescharrelde	=	opscharrelen
opgescheept	=	opschepen
opgeschept	=	opscheppen
opgeschepte	=	opscheppen
opgeschikt	=	opschikken
opgeschikte	=	opschikken
opgeschilderd	=	opschilderen
opgeschilderde	=	opschilderen
opgeschonken	=	opschenken
opgeschoond	=	opschonen
opgeschoonde	=	opschonen
opgeschoren	=	opscheren
opgeschorst	=	opschorsen
opgeschort	=	opschorten
opgeschorte	=	opschorten
opgeschoten	adj	lang
opgeschotens	=	opgeschoten
opgeschoven	=	opschuiven
opgeschreven	=	opschrijven
opgeschrikt	=	opschrikken
opgeschroefd	adj	overdreven (uitbundig)
opgeschroefde	=	opschroeven
opgeschroefder	=	opgeschroefd
opgeschroefdere	=	opgeschroefd
opgeschroefders	=	opgeschroefd
opgeschroefds	=	opgeschroefd
opgeschroefdst	=	opgeschroefd
opgeschroefdste	=	opgeschroefd
opgeschrokken	=	opschrikken
opgeschrokt	=	opschrokken
opgeschrokte	=	opschrokken
opgeschud	=	opschudden
opgeschudde	=	opschudden
opgeschut	=	opschutten
opgeschutte	=	opschutten
opgeschuurd	=	opschuren
opgeschuurde	=	opschuren
opgesierd	=	opsieren
opgesierde	=	opsieren
opgesjord	=	opsjorren
opgesjorde	=	opsjorren
opgesjouwd	=	opsjouwen
opgeslagen	=	opslaan
opgesleept	=	opslepen
opgesleepte	=	opslepen
opgesleurd	=	opsleuren
opgeslokt	=	opslokken
opgeslokte	=	opslokken
opgesloomd	=	opslomen
opgeslorpt	=	opslorpen
opgeslorpte	=	opslorpen
opgesloten	adj	geïsoleerd van de buitenwereld	adv	geïsoleerd van de buitenwereld
opgeslotens	=	opgesloten
opgeslurpt	=	opslurpen
opgeslurpte	=	opslurpen
opgesmeerd	=	opsmeren
opgesmukt	=	opsmukken
opgesneden	=	opsnijden
opgesnoept	=	opsnoepen
opgesnoepte	=	opsnoepen
opgesnord	=	opsnorren
opgesnorde	=	opsnorren
opgesnoven	=	opsnuiven
opgesodemieterd	=	opsodemieteren
opgesolferd	=	opsolferen
opgesolferde	=	opsolferen
opgesomd	=	opsommen
opgesoupeerd	=	opsouperen
opgesoupeerde	=	opsouperen
opgespaard	=	opsparen
opgespaarde	=	opsparen
opgespannen	=	opspannen
opgespat	=	opspatten
opgespeeld	=	opspelen
opgespeelde	=	opspelen
opgespekt	=	opspekken
opgespeld	=	opspelden
opgespelde	=	opspelden
opgesperd	=	opsperren
opgespeurd	=	opspeuren
opgespeurde	=	opspeuren
opgespit	=	opspitten
opgesplitst	=	opsplitsen
opgesplitste	=	opsplitsen
opgespoeld	=	opspoelen
opgespoord	=	opsporen
opgespoorde	=	opsporen
opgespoten	=	opspuiten
opgesprongen	=	opspringen
opgespuwd	=	opspuwen
opgespuwde	=	opspuwen
opgestaan	=	opstaan
opgestapeld	=	opstapelen
opgestapelde	=	opstapelen
opgestapt	adj	afgetreden, weggegaan
opgestapte	=	opgestapt
opgestapts	=	opgestapt
opgestart	=	opstarten
opgestarte	=	opstarten
opgestegen	=	opstijgen
opgesteld	adj	geplaatst op een plek die met een bepaalde bedoeling is gekozen
opgestelde	=	opstellen
opgestelds	=	opgesteld
opgesteven	=	opstijven
opgestijfd	=	opstijven
opgestikt	=	opstikken
opgestikte	=	opstikken
opgestoken	=	opsteken
opgestoofd	=	opstoven
opgestoofde	=	opstoven
opgestookt	=	opstoken
opgestookte	=	opstoken
opgestoomd	=	opstomen
opgestoomde	=	opstomen
opgestopt	=	opstoppen
opgestopte	=	opstoppen
opgestormd	=	opstormen
opgestoten	=	opstoten
opgestoven	=	opstuiven
opgestraald	=	opstralen
opgestreken	=	opstrijken
opgestroomd	=	opstromen
opgestroomde	=	opstromen
opgestroopt	=	opstropen
opgestroopte	=	opstropen
opgestuikt	=	opstuiken
opgestuit	=	opstuiten
opgestuurd	=	opsturen
opgestuurde	=	opsturen
opgestuwd	=	opstuwen
opgestuwde	=	opstuwen
opgetakeld	=	optakelen
opgetakelde	=	optakelen
opgetast	=	optassen
opgetaste	=	optassen
opgeteerd	=	opteren
opgeteerde	=	opteren
opgetekend	=	optekenen
opgetekende	=	optekenen
opgeteld	=	optellen
opgetelde	=	optellen
opgetieft	=	optiefen
opgetild	=	optillen
opgetilde	=	optillen
opgetogen	adj	in een enthousiaste stemming	adv	met enthousiasme, op enthousiaste wijze
opgetogener	=	opgetogen
opgetogeners	=	opgetogen
opgetogenheden	=	opgetogenheid
opgetogenheid	noun	enthousiaste stemming, houding, instelling
opgetogens	=	opgetogen
opgetogenst	=	opgetogen
opgetogenste	=	opgetogen
opgetooid	=	optooien
opgetooide	=	optooien
opgetoomd	=	optomen
opgetoomde	=	optomen
opgetopt	=	optoppen
opgetornd	=	optornen
opgetornde	=	optornen
opgetreden	=	optreden
opgetrokken	=	optrekken
opgetrommeld	=	optrommelen
opgetrommelde	=	optrommelen
opgetuigd	=	optuigen
opgetuigde	=	optuigen
opgetut	=	optutten
opgetutte	=	optutten
opgetyft	=	optyfen
opgevallen	=	opvallen
opgevangen	=	opvangen
opgevaren	=	opvaren
opgevat	=	opvatten
opgevatte	=	opvatten
opgeve	=	opgeven
opgeveegd	=	opvegen
opgeveegde	=	opvegen
opgeveerd	=	opveren
opgeven	verb	de strijd/competitie e.d. staken en zich gewonnen geven
opgevend	=	opgeven
opgevende	=	opgeven
opgever	noun	iemand die stopt met iets dat moeilijk is om te doen
opgeverfd	=	opverven
opgeverfde	=	opverven
opgevers	=	opgever
opgevertje	=	opgever
opgevertjes	=	opgever
opgevezen	=	opvijzen
opgevijsd	=	opvijzen
opgevijzeld	=	opvijzelen
opgevijzelde	=	opvijzelen
opgevist	=	opvissen
opgeviste	=	opvissen
opgevlamd	=	opvlammen
opgevlogen	=	opvliegen
opgevoed	=	opvoeden
opgevoerd	=	opvoeren
opgevoerde	=	opvoeren
opgevolgd	=	opvolgen
opgevolgde	=	opvolgen
opgevouwen	=	opvouwen
opgevraagd	=	opvragen
opgevraagde	=	opvragen
opgevreeën	=	opvrijen
opgevreeënª	=	opvrijen
opgevreten	=	opvreten
opgevrijd	=	opvrijen
opgevrijde	=	opvrijen
opgevrolijkt	=	opvrolijken
opgevrolijkte	=	opvrolijken
opgevroren	=	opvriezen
opgevuld	=	opvullen
opgevulde	=	opvullen
opgewaaid	=	opwaaien
opgewaaide	=	opwaaien
opgewaardeerd	=	opwaarderen
opgewaardeerde	=	opwaarderen
opgewacht	=	opwachten
opgewachte	=	opwachten
opgewarmd	=	opwarmen
opgewarmde	=	opwarmen
opgewassen	adj	van iemand dat hij voldoende kracht heeft om iets of iemand te weerstaan
opgewassens	=	opgewassen
opgewekt	adj	in een actieve en positieve stemming
opgewekte	=	opwekken
opgewekter	=	opgewekt
opgewektere	=	opgewekt
opgewekters	=	opgewekt
opgewektheden	=	opgewektheid
opgewektheid	noun	het opgewekt zijn
opgewekts	=	opgewekt
opgewektst	=	opgewekt
opgewektste	=	opgewekt
opgeweld	=	opwellen
opgewelde	=	opwellen
opgewerkt	=	opwerken
opgewerkte	=	opwerken
opgewipt	=	opwippen
opgewipte	=	opwippen
opgewogen	=	opwegen
opgewonden	=	opwinden
opgewondenheden	=	opgewondenheid
opgewondenheid	noun	het seksueel of emotioneel (te) gespannen zijn
opgeworpen	adj	ter sprake gebracht
opgewreven	=	opwrijven
opgezadeld	=	opzadelen
opgezadelde	=	opzadelen
opgezakt	=	opzakken
opgezegd	=	opzeggen
opgezegde	=	opzeggen
opgezet	adj	van de te voren bedacht
opgezeten	=	opzitten
opgezets	=	opgezet
opgezetst	=	opgezet
opgezetste	=	opgezet
opgezette	=	opzetten
opgezetter	=	opgezet
opgezettere	=	opgezet
opgezetters	=	opgezet
opgezien	=	opzien
opgezocht	=	opzoeken
opgezochte	=	opzoeken
opgezogen	=	opzuigen
opgezonden	=	opzenden
opgezonken	=	opzinken
opgezopen	=	opzuipen
opgezout	=	opzouten
opgezouten	=	opzouten
opgezweept	adj	opgewonden, enthousiast, verhit, aangemoedigd
opgezweepte	=	opgezweept
opgezweepter	=	opgezweept
opgezweeptere	=	opgezweept
opgezweepters	=	opgezweept
opgezweepts	=	opgezweept
opgezweeptst	=	opgezweept
opgezweeptste	=	opgezweept
opgezwollen	=	opzwellen
opgeëist	=	opeisen
opgeëiste	=	opeisen
opgiet	=	opgieten
opgiete	=	opgieten
opgieten	verb	op iets gieten, met name om het te laten trekken of weken
opgietend	=	opgieten
opgietende	=	opgieten
opging	=	opgaan
opginge	=	opgaan
opgingen	=	opgaan
opgingt	=	opgaan
opgloei	=	opgloeien
opgloeide	=	opgloeien
opgloeiden	=	opgloeien
opgloeie	=	opgloeien
opgloeien	verb	beginnen met licht uit te stralen
opgloeiend	=	opgloeien
opgloeiende	=	opgloeien
opgloeit	=	opgloeien
opgooi	noun	worp omhoog, vaak een beginhandeling bij sport of spel
opgooide	=	opgooien
opgooiden	=	opgooien
opgooie	=	opgooien
opgooien	verb	iets naar boven gooien
opgooiend	=	opgooien
opgooiende	=	opgooien
opgooit	=	opgooien
opgooizweefmolen	noun	ronddraaiende kermisattractie met zitbakjes die door medewerkers omhoog worden geslingerd
opgooizweefmolens	=	opgooizweefmolen
opgooizweefmolentje	=	opgooizweefmolen
opgooizweefmolentjes	=	opgooizweefmolen
opgoot	=	opgieten
opgoten	=	opgieten
opgraaf	=	opgraven
opgraaft	=	opgraven
opgrave	=	opgraven
opgraven	verb	een voorwerp uit de bodem naar boven halen
opgravend	=	opgraven
opgravende	=	opgraven
opgraver	noun	iemand die opgravingen verricht
opgravers	=	opgraver
opgraving	noun	archeologische vindplaats
opgravingen	=	opgraving
opgravinkje	=	opgraving
opgroef	=	opgraven
opgroeft	=	opgraven
opgroei	=	opgroeien
opgroeide	=	opgroeien
opgroeiden	=	opgroeien
opgroeie	=	opgroeien
opgroeien	verb	de tijd tot de volwassenheid doorbrengen; de tijd dat iemand zich ontwikkelt tot een volwassene
opgroeiend	adj	van een kind dat het ouder en volwassener wordt
opgroeiende	=	opgroeien
opgroeiends	=	opgroeiend
opgroeit	=	opgroeien
opgroeve	=	opgraven
opgroeven	=	opgraven
ophaal	noun	opgaande haal of trek met de pen
ophaalbaar	adj	betreft een voorwerp, pakket of persoon dat op een bepaalde locatie beschikbaar is om meegenomen te worden
ophaalbaarder	=	ophaalbaar
ophaalbaardere	=	ophaalbaar
ophaalbaarders	=	ophaalbaar
ophaalbaars	=	ophaalbaar
ophaalbaarst	=	ophaalbaar
ophaalbaarste	=	ophaalbaar
ophaalbare	=	ophaalbaar
ophaalbrug	noun	een brug die opgehaald wordt en voorzien is van een contragewicht
ophaalbruggen	=	ophaalbrug
ophaalbruggetje	=	ophaalbrug
ophaalbruggetjes	=	ophaalbrug
ophaalbrugje	=	ophaalbrug
ophaalbrugjes	=	ophaalbrug
ophaaldag	noun	vastgestelde datum waarop iets bij een vaste verblijfplaats wordt ingezameld
ophaaldagen	=	ophaaldag
ophaalde	=	ophalen
ophaalden	=	ophalen
ophaaldienst	noun	organisatie die bij een reeks adressen langsgaat met een vervoermiddel om bepaalde zaken, dieren of personen mee te nemen en naar een bestemming te brengen
ophaaldiensten	=	ophaaldienst
ophaalnet	noun	een soort visnet
ophaalnetje	=	ophaalnet
ophaalnetjes	=	ophaalnet
ophaalnetten	=	ophaalnet
ophaalt	=	ophalen
ophaaltje	=	ophaal
ophaaltjes	=	ophaal
ophad	=	ophebben
ophadden	=	ophebben
ophadt	=	ophebben
ophak	=	ophakken
ophakke	=	ophakken
ophakken	verb	een groter geheel in (te) kleine delen verdelen
ophakkend	=	ophakken
ophakkende	=	ophakken
ophakt	=	ophakken
ophakte	=	ophakken
ophakten	=	ophakken
ophale	=	ophalen
ophalen	verb	een voorwerp of persoon bij iets/iemand vandaan halen
ophalend	=	ophalen
ophalende	=	ophalen
ophaler	noun	iemand die iets bij iemand wegneemt om het ergens anders naartoe te brengen
ophalers	=	ophaler
ophaling	noun	inzameling van afval door bij woningen en bedrijven langs te gaan
ophalingen	=	ophaling
ophalinkje	=	ophaling
ophanden	adv	binnenkort te verwachten
ophang	=	ophangen
ophange	=	ophangen
ophangen	verb	iets in een hangende positie bevestigen
ophangend	=	ophangen
ophangende	=	ophangen
ophanging	noun	het beëindigen van het leven d.m.v. een strop
ophangingen	=	ophanging
ophanginkje	=	ophanging
ophanginkjes	=	ophanging
ophangt	=	ophangen
ophark	=	opharken
opharke	=	opharken
opharken	verb	met een hark op een hoop vegen
opharkend	=	opharken
opharkende	=	opharken
opharkt	=	opharken
opharkte	=	opharken
opharkten	=	opharken
opheb	=	ophebben
ophebbe	=	ophebben
ophebben	verb	als hoofddeksel dragen
ophebbend	=	ophebben
ophebbende	=	ophebben
ophebt	=	ophebben
opheeft	=	ophebben
ophees	=	ophijsen
opheest	=	ophijsen
ophef	noun	lawaai, onrust, tumult, geraas, spektakel
opheffe	=	opheffen
opheffen	verb	iets in opwaartse richting brengen
opheffend	=	opheffen
opheffende	=	opheffen
opheffing	noun	het opheffen, optillen
opheffingen	=	opheffing
opheffingsuitverkoop	noun	uitverkoop van de voorraden van een winkel die definitief wordt gesloten
opheffingsuitverkopen	=	opheffingsuitverkoop
opheffinkje	=	opheffing
opheffinkjes	=	opheffing
ophefje	=	ophef
ophefmakend	adj	veel onrust veroorzakend
ophefmakende	=	ophefmakend
ophefmakender	=	ophefmakend
ophefmakendere	=	ophefmakend
ophefmakenders	=	ophefmakend
ophefmakends	=	ophefmakend
ophefmakendst	=	ophefmakend
ophefmakendste	=	ophefmakend
opheft	=	opheffen
ophelder	=	ophelderen
ophelderde	=	ophelderen
ophelderden	=	ophelderen
opheldere	=	ophelderen
ophelderen	verb	duidelijkheid scheppen in iets
ophelderend	=	ophelderen
ophelderende	=	ophelderen
opheldering	noun	verduidelijking
ophelderingen	=	opheldering
ophelderingetje	=	opheldering
ophelderingetjes	=	opheldering
ophelderinkje	=	opheldering
opheldert	=	ophelderen
ophelp	=	ophelpen
ophelpe	=	ophelpen
ophelpen	verb	iemand bijstaan bij opstaan
ophelpend	=	ophelpen
ophelpende	=	ophelpen
ophelpt	=	ophelpen
ophemel	=	ophemelen
ophemelde	=	ophemelen
ophemelden	=	ophemelen
ophemele	=	ophemelen
ophemelen	verb	iets of iemand overdreven goed afschilderen
ophemelend	=	ophemelen
ophemelende	=	ophemelen
ophemelt	=	ophemelen
ophesen	=	ophijsen
ophief	=	opheffen
ophieft	=	opheffen
ophield	=	ophouden
ophielde	=	ophouden
ophielden	=	ophouden
ophieldt	=	ophouden
ophielp	=	ophelpen
ophielpe	=	ophelpen
ophielpen	=	ophelpen
ophielpt	=	ophelpen
ophieve	=	opheffen
ophieven	=	opheffen
ophijs	=	ophijsen
ophijse	=	ophijsen
ophijsen	verb	in de hoogste positie optrekken
ophijsend	=	ophijsen
ophijsende	=	ophijsen
ophijst	=	ophijsen
ophing	=	ophangen
ophinge	=	ophangen
ophingen	=	ophangen
ophingt	=	ophangen
ophits	=	ophitsen
ophitse	=	ophitsen
ophitsen	verb	kwaad en opgewonden maken
ophitsend	=	ophitsen
ophitsende	=	ophitsen
ophitser	noun	iemand die tracht een rel te veroorzaken door woede aan te wakkeren
ophitsers	=	ophitser
ophitsertje	=	ophitser
ophitsertjes	=	ophitser
ophitsing	noun	het aanzetten tot (politieke) wraak en strijd
ophitsingen	=	ophitsing
ophitst	=	ophitsen
ophitste	=	ophitsen
ophitsten	=	ophitsen
ophoepel	=	ophoepelen
ophoepelde	=	ophoepelen
ophoepelden	=	ophoepelen
ophoepele	=	ophoepelen
ophoepelen	verb|informal	weggaan
ophoepelend	=	ophoepelen
ophoepelende	=	ophoepelen
ophoepelt	=	ophoepelen
ophoest	=	ophoesten
ophoeste	=	ophoesten
ophoesten	verb	door hoesten vanuit de luchtpijp of slokdarm omhoog werken
ophoestend	=	ophoesten
ophoestende	=	ophoesten
ophoestte	=	ophoesten
ophoestten	=	ophoesten
ophoge	=	ophogen
ophogen	verb	iets hoger maken dat het was
ophogend	=	ophogen
ophogende	=	ophogen
ophoging	noun	iets wat hoger gelegen is dan de omgeving
ophogingen	=	ophoging
ophoginkje	=	ophoging
ophoginkjes	=	ophoging
ophok	=	ophokken
ophokke	=	ophokken
ophokken	verb	binnen, in het hok houden van pluimvee
ophokkend	=	ophokken
ophokkende	=	ophokken
ophokplicht	noun	wettelijke verplichting om pluimvee in het hok te houden om verspreiding van een besmettelijke ziekte tegen te gaan
ophokplichten	=	ophokplicht
ophokplichtje	=	ophokplicht
ophokplichtjes	=	ophokplicht
ophokt	=	ophokken
ophokte	=	ophokken
ophokten	=	ophokken
ophokuren	=	ophokuur
ophokuur	noun	ingeroosterde periode die middelbare scholieren verplicht in een lokaal doorbrengen zonder onderwijs te genieten
ophokuurtje	=	ophokuur
ophokuurtjes	=	ophokuur
ophol	=	ophollen
opholde	=	ophollen
opholden	=	ophollen
opholle	=	ophollen
ophollen	verb	naar boven rennen
ophollend	=	ophollen
ophollende	=	ophollen
opholt	=	ophollen
ophoog	=	ophogen
ophoogde	=	ophogen
ophoogden	=	ophogen
ophoogt	=	ophogen
ophoop	=	ophopen
ophoopt	=	ophopen
ophoopte	=	ophopen
ophoopten	=	ophopen
ophoor	=	ophoren
ophoorde	=	ophoren
ophoorden	=	ophoren
ophoort	=	ophoren
ophope	=	ophopen
ophopen	verb	op elkaar stapelen
ophopend	=	ophopen
ophopende	=	ophopen
ophoping	noun	het resultaat van op één plaats verzamelen of samenkomen
ophopingen	=	ophoping
ophopinkje	=	ophoping
ophopinkjes	=	ophoping
ophore	=	ophoren
ophoren	verb	met verbazing of verwondering naar iets luisteren
ophorend	=	ophoren
ophorende	=	ophoren
ophou	=	ophouden
ophoud	=	ophouden
ophoude	=	ophouden
ophouden	verb	een einde nemen, stoppen [4]
ophoudend	=	ophouden
ophoudende	=	ophouden
ophouder	noun	voorwerp dat iets ophoudt
ophouders	=	ophouder
ophouding	noun	het stoppen, vertragen of tegenhouden van iets
ophoudingen	=	ophouding
ophoudinkje	=	ophouding
ophoudinkjes	=	ophouding
ophoudt	=	ophouden
ophutsel	=	ophutselen
ophutselde	=	ophutselen
ophutselden	=	ophutselen
ophutselen	verb	door elkaar schudden en opgooien
ophutselend	=	ophutselen
ophutselt	=	ophutselen
opiaat	noun	opiumbevattend geneesmiddel
opiaatje	=	opiaat
opiaten	=	opiaat
opinie	noun	een mening of oordeel
opinieartikel	noun	een artikel waarin de schrijver een mening over een bepaald onderwerp verkondigt; een artikel waarmee men een bijdrage aan een discussie wil leveren
opinieartikelen	=	opinieartikel
opinieartikels	=	opinieartikel
opinieblaadje	=	opinieblad
opinieblaadjes	=	opinieblad
opinieblad	noun	een tijdschrift waarin meningen worden verkondigd
opiniebladen	=	opinieblad
opinieer	=	opiniëren
opinieerde	=	opiniëren
opinieerden	=	opiniëren
opinieert	=	opiniëren
opiniemaker	noun	iemand die de maatschappelijke meningsvorming beïnvloedt, vooral via de massamedia
opiniemakers	=	opiniemaker
opinieonderzoek	noun	een procedure waarmee een organisatie de mening (opinie) van belanghebbenden in kaart probeert te brengen
opinieonderzoeken	=	opinieonderzoek
opiniepagina	noun	een deel van een krant of tijdschrift waar vooral meningen staan in plaats van feiten.
opiniepagina's	=	opiniepagina
opiniepaginaatje	=	opiniepagina
opiniepaginaatjes	=	opiniepagina
opiniepeiler	noun	iemand die opinies peilt
opiniepeilers	=	opiniepeiler
opiniepeiling	noun	een steekproefsgewijs onderzoek naar de mening van de bevolking
opiniepeilingen	=	opiniepeiling
opiniepeilinkje	=	opiniepeiling
opiniepeilinkjes	=	opiniepeiling
opinies	=	opinie
opiniestuk	noun	artikel waarin een standpunt wordt bepleit
opiniestukje	=	opiniestuk
opiniestukjes	=	opiniestuk
opiniestukken	=	opiniestuk
opinietijdschrift	noun	tijdschrift waarin opiniestukken centraal staan
opinietijdschriften	=	opinietijdschrift
opinietijdschriftje	=	opinietijdschrift
opinietijdschriftjes	=	opinietijdschrift
opinietje	=	opinie
opinietjes	=	opinie
opinievorming	noun	een ontstaan van een bepaalde mening bij het grote publiek
opinievormingen	=	opinievorming
opiniëre	=	opiniëren
opiniëren	verb	het uiten van een mening
opiniërend	adj	mening vormend; mening beïnvloedend
opiniërende	=	opiniëren
opiniërender	=	opiniërend
opiniërendere	=	opiniërend
opiniërenders	=	opiniërend
opiniërends	=	opiniërend
opiniërendst	=	opiniërend
opiniërendste	=	opiniërend
opioïde	noun	een analgeticum (pijnstiller) dat min of meer dezelfde werking heeft als morfine, waarbij de pijnstillende effecten op de voorgrond staan
opioïden	=	opioïde
opioïdenverslaving	noun	verslaving aan opioïden
opioïdes	=	opioïde
opisthotonus	noun	krampachtige achteroverstrekking van het lichaam
opium	noun	het ingedroogde melksap van de opiumpapaver of slaapbol (Papaver somniferum), een pijnstillend, verdovend en verslavend middel
opiumalkaloïde	noun	een alkaloïde aanwezig in opium
opiumalkaloïden	=	opiumalkaloïde
opiumalkaloïdes	=	opiumalkaloïde
opiumoorlog	noun	benaming voor twee gewapende conflicten in de 19e eeuw waarmee het Britse rijk van het Chinese keizerrijk toestemming afdwong voor handelsactiviteiten, waaronder de export van harddrugs naar China
opiumoorlogen	=	opiumoorlog
opiumproductie	noun	het telen van papaver voor het maken van opium
opiumproducties	=	opiumproductie
opiumverlof	noun	vergunning voor het kweken van drugs voor wetenschappelijke doeleinden
opiumverlofje	=	opiumverlof
opiumverlofjes	=	opiumverlof
opiumverloven	=	opiumverlof
opiumwet	noun	wet die productie, bezit en handel in verdovende middelen strafbaar maakt
opiumwetten	=	opiumwet
opjaag	=	opjagen
opjaagde	=	opjagen
opjaagden	=	opjagen
opjaagt	=	opjagen
opjage	=	opjagen
opjagen	verb	uit zijn schuilplaats verdrijven
opjagend	=	opjagen
opjagende	=	opjagen
opjoeg	=	opjagen
opjoege	=	opjagen
opjoegen	=	opjagen
opjoegt	=	opjagen
opjuin	=	opjuinen
opjuinde	=	opjuinen
opjuinden	=	opjuinen
opjuine	=	opjuinen
opjuinen	verb	iemand aanzetten tot iets wat niet helemaal goed is
opjuinend	=	opjuinen
opjuinende	=	opjuinen
opjuint	=	opjuinen
opjut	=	opjutten
opjutte	=	opjutten
opjutten	verb	kwaad en opgewonden maken
opjuttend	=	opjutten
opjuttende	=	opjutten
opkalefater	=	opkalefateren
opkalefaterde	=	opkalefateren
opkalefaterden	=	opkalefateren
opkalefatere	=	opkalefateren
opkalefateren	verb	een houten schip met touw weer waterdicht maken
opkalefaterend	=	opkalefateren
opkalefaterende	=	opkalefateren
opkalefatert	=	opkalefateren
opkalfater	=	opkalfateren
opkalfaterde	=	opkalfateren
opkalfaterden	=	opkalfateren
opkalfatere	=	opkalfateren
opkalfateren	verb	het opknappen van een schip
opkalfaterend	=	opkalfateren
opkalfaterende	=	opkalfateren
opkalfatert	=	opkalfateren
opkam	=	opkammen
opkamde	=	opkammen
opkamden	=	opkammen
opkamer	noun	een kamer die wat hoger is gelegen dan de andere vertrekken op dezelfde verdieping
opkamers	=	opkamer
opkamertje	=	opkamer
opkamertjes	=	opkamer
opkamme	=	opkammen
opkammen	verb	door te kammen een haartooi mooier maken
opkammend	=	opkammen
opkammende	=	opkammen
opkamt	=	opkammen
opkap	=	opkappen
opkappe	=	opkappen
opkappen	verb	het kapsel verzorgen
opkappend	=	opkappen
opkappende	=	opkappen
opkapt	=	opkappen
opkapte	=	opkappen
opkapten	=	opkappen
opkeek	=	opkijken
opkeekt	=	opkijken
opkeke	=	opkijken
opkeken	=	opkijken
opkijk	=	opkijken
opkijke	=	opkijken
opkijken	verb	de blik omhoog richten
opkijkend	=	opkijken
opkijkende	=	opkijken
opkijker	noun	Uranoscopus scaber een straalvinnige vissensoort uit de familie van sterrenkijkers (Uranoscopidae).
opkijkers	=	opkijker
opkijkertje	=	opkijker
opkijkertjes	=	opkijker
opkijkt	=	opkijken
opkikker	noun	iets waarvan je je beter gaat voelen als je moe, depressief of op een andere manier niet helemaal lekker bent
opkikkerde	=	opkikkeren
opkikkerden	=	opkikkeren
opkikkere	=	opkikkeren
opkikkeren	verb	zorgen dat iemands stemming verbetert
opkikkerend	=	opkikkeren
opkikkerende	=	opkikkeren
opkikkers	=	opkikker
opkikkert	=	opkikkeren
opkikkertje	=	opkikker
opkikkertjes	=	opkikker
opkist	=	opkisten
opkiste	=	opkisten
opkisten	verb	een kist aanbrengen rond een zandmeevoerende wel
opkistend	=	opkisten
opkistende	=	opkisten
opkistte	=	opkisten
opkistten	=	opkisten
opklaar	=	opklaren
opklaarde	=	opklaren
opklaarden	=	opklaren
opklaart	=	opklaren
opklap	=	opklappen
opklapbaar	adj	naar boven te scharnieren
opklapbaarder	=	opklapbaar
opklapbaardere	=	opklapbaar
opklapbaarders	=	opklapbaar
opklapbaars	=	opklapbaar
opklapbaarst	=	opklapbaar
opklapbaarste	=	opklapbaar
opklapbare	=	opklapbaar
opklapbed	noun	een bed dat men na gebruik kan wegbergen door het op te klappen
opklapbedden	=	opklapbed
opklapbedje	=	opklapbed
opklapbedjes	=	opklapbed
opklappe	=	opklappen
opklappen	verb	iets (naar boven) wegdraaien
opklappend	=	opklappen
opklappende	=	opklappen
opklapt	=	opklappen
opklapte	=	opklappen
opklapten	=	opklappen
opklare	=	opklaren
opklaren	verb	Het ontstaan van open plekken in wat een gesloten wolkendek was
opklarend	=	opklaren
opklarende	=	opklaren
opklaring	noun	het wegtrekken van de bewolking
opklaringen	=	opklaring
opklarinkje	=	opklaring
opklarinkjes	=	opklaring
opklauter	=	opklauteren
opklauterde	=	opklauteren
opklauterden	=	opklauteren
opklautere	=	opklauteren
opklauteren	verb	naar boven klimmen
opklauterend	=	opklauteren
opklauterende	=	opklauteren
opklautert	=	opklauteren
opklede	=	opkleden
opkleden	verb	je zodanig verkleden dat andere mensen je niet herkennen
opkledend	=	opkleden
opkledende	=	opkleden
opkleed	=	opkleden
opkleedde	=	opkleden
opkleedden	=	opkleden
opkleedt	=	opkleden
opkleef	=	opkleven
opkleefde	=	opkleven
opkleefden	=	opkleven
opkleeft	=	opkleven
opkleven	verb	met lijm iets op iets anders bevestigen
opklevend	=	opkleven
opklim	=	opklimmen
opklimme	=	opklimmen
opklimmen	verb	een hoger punt trachten te bereiken
opklimmend	=	opklimmen
opklimmende	=	opklimmen
opklimt	=	opklimmen
opklink	=	opklinken
opklinke	=	opklinken
opklinken	verb	een helder geluid voortbrengen
opklinkend	=	opklinken
opklinkende	=	opklinken
opklinkt	=	opklinken
opklom	=	opklimmen
opklomme	=	opklimmen
opklommen	=	opklimmen
opklomt	=	opklimmen
opklonk	=	opklinken
opklonken	=	opklinken
opklop	=	opkloppen
opkloppe	=	opkloppen
opkloppen	verb	door kloppen in volume doen toenemen
opkloppend	=	opkloppen
opkloppende	=	opkloppen
opklopt	=	opkloppen
opklopte	=	opkloppen
opklopten	=	opkloppen
opknap	=	opknappen
opknapbeurt	noun	iets beter en mooier maken nadat het door slijten en/of ouderdom minder mooi is geworden
opknapbeurten	=	opknapbeurt
opknapbeurtje	=	opknapbeurt
opknapbeurtjes	=	opknapbeurt
opknapkost	noun|obsolete	geld dat men besteedt om iets dat beschadigd of verouderd is te verbeteren
opknapkosten	noun	geld dat men besteedt om iets dat beschadigd of verouderd is te verbeteren
opknappe	=	opknappen
opknappen	verb	een proces van verbetering ondergaan, gewoonlijk wat betreft de gezondheid
opknappend	=	opknappen
opknappende	=	opknappen
opknapper	noun	iets wat eerst hersteld moet worden voordat het weer kan worden gebruikt
opknappers	=	opknapper
opknappertje	=	opknapper
opknappertjes	=	opknapper
opknapt	=	opknappen
opknapte	=	opknappen
opknapten	=	opknappen
opknip	=	opknippen
opknippe	=	opknippen
opknippen	verb	een groter geheel in kleinere onderdelen opsplitisen
opknippend	=	opknippen
opknippende	=	opknippen
opknipt	=	opknippen
opknipte	=	opknippen
opknipten	=	opknippen
opknoop	=	opknopen
opknoopt	=	opknopen
opknoopte	=	opknopen
opknoopten	=	opknopen
opknope	=	opknopen
opknopen	verb	iets ophangen door het met een touw ergens aan vast te binden
opknopend	=	opknopen
opknopende	=	opknopen
opknoping	noun	het iets of iemand met een geknoopt touw omhoog brengen, met name van een persoon die men hierdoor ter dood brengt
opknopingen	=	opknoping
opkocht	=	opkopen
opkochten	=	opkopen
opkoke	=	opkoken
opkoken	verb	aan de kook brengen
opkokend	=	opkoken
opkokende	=	opkoken
opkom	=	opkomen
opkome	=	opkomen
opkomen	verb	zichzelf of iemand anders verdedigen
opkomend	adj	opgaand, omhoog komend
opkomende	=	opkomend
opkomender	=	opkomend
opkomendere	=	opkomend
opkomenders	=	opkomend
opkomends	=	opkomend
opkomendst	=	opkomend
opkomendste	=	opkomend
opkomst	noun	de toename in belang van een staat, stand, technologie of organisatie
opkomsten	=	opkomst
opkomstje	=	opkomst
opkomstpercentage	noun	het aantal mensen dat gaat stemmen per honder kiesgerechtigden
opkomstpercentages	=	opkomstpercentage
opkomt	=	opkomen
opkooi	=	opkooien
opkooide	=	opkooien
opkooiden	=	opkooien
opkooie	=	opkooien
opkooien	verb	in een kooi opsluiten
opkooiend	=	opkooien
opkooiende	=	opkooien
opkooit	=	opkooien
opkook	=	opkoken
opkookt	=	opkoken
opkookte	=	opkoken
opkookten	=	opkoken
opkoop	=	opkopen
opkoopbescherming	noun	wetterlijke bescherming die ervoor moet zorgen dat men een woning alleen kan kopen om er zelf in te gaan wonen
opkoopbeschermingen	=	opkoopbescherming
opkoopprijs	noun	hoeveelheid geld die men betaalt om een goed in zijn geheel over te nemen om dit goed uit de markt te nemen
opkoopprijzen	=	opkoopprijs
opkoopprogramma	noun	het massaal opkopen van obligaties
opkoopprogramma's	=	opkoopprogramma
opkoopregeling	noun	regeling waarbij de kopende partij een goed verwerft met als doel het uit de markt te nemen (en dus niet om het te gebruiken voor het doel waarvoor het normaliters gebruikt wordt)
opkoopregelingen	=	opkoopregeling
opkoopt	=	opkopen
opkope	=	opkopen
opkopen	verb	in zijn geheel kopen van een verzameling artikelen
opkopend	=	opkopen
opkopende	=	opkopen
opkoper	noun	inkoper die minder courante producten inkoopt waarvan de verkopende partij vaak niet weet wat ermee te doen.
opkopers	=	opkoper
opkot	=	opkotten
opkoter	=	opkoteren
opkoterde	=	opkoteren
opkoterden	=	opkoteren
opkotere	=	opkoteren
opkoteren	verb	iemand doen ontwaken
opkoterend	=	opkoteren
opkoterende	=	opkoteren
opkotert	=	opkoteren
opkotte	=	opkotten
opkotten	verb|humorous	mensen verplichten langdurig binnen te blijven
opkottend	=	opkotten
opkottende	=	opkotten
opkraam	=	opkramen
opkraamde	=	opkramen
opkraamden	=	opkramen
opkraamt	=	opkramen
opkrabbel	=	opkrabbelen
opkrabbelde	=	opkrabbelen
opkrabbelden	=	opkrabbelen
opkrabbele	=	opkrabbelen
opkrabbelen	verb	met moeite weer gaan staan vanuit een zittende of liggende houding; overeind komen
opkrabbelend	=	opkrabbelen
opkrabbelende	=	opkrabbelen
opkrabbelt	=	opkrabbelen
opkrame	=	opkramen
opkramen	verb	weggaan
opkramend	=	opkramen
opkramende	=	opkramen
opkras	=	opkrassen
opkrasse	=	opkrassen
opkrassen	verb|informal	weggaan, weggestuurd worden
opkrassend	=	opkrassen
opkrassende	=	opkrassen
opkrast	=	opkrassen
opkraste	=	opkrassen
opkrasten	=	opkrassen
opkreeg	=	opkrijgen
opkreegt	=	opkrijgen
opkrege	=	opkrijgen
opkregen	=	opkrijgen
opkrijg	=	opkrijgen
opkrijge	=	opkrijgen
opkrijgen	verb	opnemen, overeind krijgen
opkrijgend	=	opkrijgen
opkrijgende	=	opkrijgen
opkrijgt	=	opkrijgen
opkrik	=	opkrikken
opkrikke	=	opkrikken
opkrikken	verb	met behulp van een krik van de grond opheffen
opkrikkend	=	opkrikken
opkrikkende	=	opkrikken
opkrikt	=	opkrikken
opkrikte	=	opkrikken
opkrikten	=	opkrikken
opkroop	=	opkruipen
opkrop	=	opkroppen
opkropen	=	opkruipen
opkroppe	=	opkroppen
opkroppen	verb	niet uiten (en dus binnenhouden) van gevoelens zoals woede
opkroppend	=	opkroppen
opkroppende	=	opkroppen
opkropt	=	opkroppen
opkropte	=	opkroppen
opkropten	=	opkroppen
opkrui	=	opkruien
opkruide	=	opkruien
opkruiden	=	opkruien
opkruie	=	opkruien
opkruien	verb	door wind en waterstroming opstuwen van ijs en ijsschotsen
opkruiend	=	opkruien
opkruiende	=	opkruien
opkruip	=	opkruipen
opkruipe	=	opkruipen
opkruipen	verb	omhoog kruipen
opkruipend	=	opkruipen
opkruipende	=	opkruipen
opkruipt	=	opkruipen
opkruit	=	opkruien
opkrul	=	opkrullen
opkrulde	=	opkrullen
opkrulden	=	opkrullen
opkrulle	=	opkrullen
opkrullen	verb	vervormen tot een lus, slinger of spiraal
opkrullend	=	opkrullen
opkrullende	=	opkrullen
opkrult	=	opkrullen
opkuis	=	opkuisen
opkuise	=	opkuisen
opkuisen	verb	drastisch opschonen.
opkuisend	=	opkuisen
opkuisende	=	opkuisen
opkuist	=	opkuisen
opkuiste	=	opkuisen
opkuisten	=	opkuisen
opkwaamt	=	opkomen
opkwam	=	opkomen
opkwame	=	opkomen
opkwamen	=	opkomen
opkweek	=	opkweken
opkweekt	=	opkweken
opkweekte	=	opkweken
opkweekten	=	opkweken
opkweke	=	opkweken
opkweken	verb	het grootbrengen van planten.
opkwekend	=	opkweken
opkwekende	=	opkweken
oplaad	=	opladen
oplaadapparatuur	noun	toestel waarmee men een batterij of accu weer van stroom kan voorzien
oplaadbaar	adj	weer opnieuw te laden met stroom
oplaadbaarder	=	oplaadbaar
oplaadbaardere	=	oplaadbaar
oplaadbaarders	=	oplaadbaar
oplaadbaars	=	oplaadbaar
oplaadbaarst	=	oplaadbaar
oplaadbaarste	=	oplaadbaar
oplaadbare	=	oplaadbaar
oplaadde	=	opladen
oplaadden	=	opladen
oplaadinfra	noun	alle voorzieningen die nodig zijn voor het opladen van de batterijen van elektrische voertuigen
oplaadinfrastructuren	=	oplaadinfrastructuur
oplaadinfrastructuur	noun	geheel van voorzieningen die nodig is voor het opladen van elektrische vervoermiddelen
oplaadpaal	noun	laadpaal
oplaadpaaltje	=	oplaadpaal
oplaadpaaltjes	=	oplaadpaal
oplaadpalen	=	oplaadpaal
oplaadpas	noun	pas die men nodig heeft om van openbare laadpalen gebruik te kunnen maken
oplaadpasje	=	oplaadpas
oplaadpasjes	=	oplaadpas
oplaadpassen	=	oplaadpas
oplaadpunt	noun	een infrastructuurelement dat elektrische energie voorziet om elektrische plug-invoertuigen op te laden
oplaadpunten	=	oplaadpunt
oplaadrobot	noun	een robot die een object met accu, zoals een elektrische auto, automatisch koppelt om deze op te laden
oplaadrobotje	=	oplaadrobot
oplaadrobotjes	=	oplaadrobot
oplaadrobots	=	oplaadrobot
oplaadstation	noun	een element waar of werktuig waarmee men elektrische energie kan toevoegen aan met accu's uitgeruste apparaten
oplaadstations	=	oplaadstation
oplaadt	=	opladen
oplaadtijd	noun	de tijd die nodig is om een batterij of accu op te laden
oplaadtijden	=	oplaadtijd
oplaag	noun	het aantal exemplaren van een drukwerk (bijv. boek, tijdschrift of krant e.d.) dat bij dezelfde publicatiegelegenheid gedrukt wordt
oplaagje	=	oplaag
oplaagjes	=	oplaag
oplaai	=	oplaaien
oplaaide	=	oplaaien
oplaaiden	=	oplaaien
oplaaie	=	oplaaien
oplaaien	verb	plotseling heviger gaan branden
oplaaiend	=	oplaaien
oplaaiende	=	oplaaien
oplaaiing	noun	het heftiger worden van een conflict, een brand of van emoties
oplaaiingen	=	oplaaiing
oplaaiinkje	=	oplaaiing
oplaaiinkjes	=	oplaaiing
oplaait	=	oplaaien
oplaast	=	oplezen
oplaat	=	oplaten
oplade	=	opladen
opladen	verb	een materiële lading op iets aanbrengen
opladend	=	opladen
opladende	=	opladen
oplader	noun	Batterijlader.
opladers	=	oplader
opladertje	=	oplader
opladertjes	=	oplader
oplading	noun	het opladen
opladingen	=	oplading
opladinkje	=	oplading
opladinkjes	=	oplading
oplage	noun	het aantal exemplaren van een drukwerk (bijv. boek, tijdschrift of krant e.d.) dat bij dezelfde publicatiegelegenheid gedrukt wordt
oplagecijfer	noun	aantal exemplaren dat van een krant of tijdschrift wordt gedrukt.
oplagecijfers	=	oplagecijfer
oplagedaling	noun	het verminderen van het aantal exemplaren dat van een krant of tijdschrift is gedrukt
oplagedalingen	=	oplagedaling
oplagen	=	oplaag
oplages	=	oplage
oplagestijging	noun	de groei van het aantal geproduceerde en verspreide exemplaren van een publicatie (zoals een krant, tijdschrift of boek) binnen een bepaalde periode.
oplagestijgingen	=	oplagestijging
oplagestijginkje	=	oplagestijging
oplagestijginkjes	=	oplagestijging
oplagetje	=	oplage
oplagetjes	=	oplage
oplanger	noun	iemand die omhoog reikt
oplangers	=	oplanger
oplap	=	oplappen
oplappe	=	oplappen
oplappen	verb	zieke mensen en dieren verzorgen en genezen
oplappend	=	oplappen
oplappende	=	oplappen
oplapt	=	oplappen
oplapte	=	oplappen
oplapten	=	oplappen
oplapwerk	noun	klungelige, onvoldoend grondige reparatie
oplapwerken	=	oplapwerk
oplapwerkje	=	oplapwerk
oplapwerkjes	=	oplapwerk
oplas	=	oplezen
oplassen	verb	het toevoegen van materiaal aan een object door middel van lassen
oplassend	=	oplassen
oplate	=	oplaten
oplaten	verb	loslaten zodat het omhoog gaat
oplatend	=	oplaten
oplatende	=	oplaten
oplawaai	noun	een harde klap ook figuurlijk
oplawaaien	=	oplawaai
oplawaaier	=	oplawaai
oplawaaitje	=	oplawaai
oplazen	=	oplezen
oplazer	=	oplazeren
oplazerde	=	oplazeren
oplazerden	=	oplazeren
oplazere	=	oplazeren
oplazeren	verb|informal	weggaan
oplazerend	=	oplazeren
oplazerende	=	oplazeren
oplazers	=	oplazeren
oplazert	=	oplazeren
opleef	=	opleven
opleefde	=	opleven
opleefden	=	opleven
opleeft	=	opleven
opleer	=	opleren
opleerde	=	opleren
opleerden	=	opleren
opleert	=	opleren
oplees	=	oplezen
opleest	=	oplezen
opleg	noun	opslag of bewaring voor gebruik in de toekomst
oplegde	=	opleggen
oplegden	=	opleggen
oplegge	=	opleggen
opleggen	verb	iets een liggende plaats geven op iets anders
opleggend	=	opleggen
opleggende	=	opleggen
oplegger	noun	een aanhangwagen, die geen eigen vooras heeft en waarvan dus een belangrijk deel van het gewicht op het trekkend voertuig (de trekker) rust
opleggers	=	oplegger
oplegging	noun	het opleggen
opleggingen	=	oplegging
oplegginkje	=	oplegging
oplegginkjes	=	oplegging
opleghout	noun	dunne plaatjes van fijn hout die met lijm op meubels van eenvoudig hout wordt bevestigd
oplegnathiden	noun	een familie Oplegnathidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
oplegt	=	opleggen
opleid	=	opleiden
opleidde	=	opleiden
opleidden	=	opleiden
opleide	=	opleiden
opleiden	verb	kennis en vaardigheid bijbrengen
opleidend	=	opleiden
opleidende	=	opleiden
opleider	noun	een persoon of organisatie die iemand anders een vaardigheid leert
opleiders	=	opleider
opleiding	noun	vorm van onderwijs
opleidingen	=	opleiding
opleidingenaanbod	noun	opleidingen die door een onderwijsinstelling of een andere aanbieder worden aangeboden
opleidingsaanbod	noun	de verzameling van opleidingen die door een onderwijsinstelling wordt aangeboden
opleidingscentra	=	opleidingscentrum
opleidingscentrum	noun	instituut dat onderwijs verzorgt; instituut waar men een vaardigheid kan leren
opleidingscentrums	=	opleidingscentrum
opleidingscursus	noun	een gestructureerde reeks lessen of bijeenkomsten gericht op het aanleren van specifieke kennis, vaardigheden of competenties.
opleidingscursusje	=	opleidingscursus
opleidingscursusjes	=	opleidingscursus
opleidingscursussen	=	opleidingscursus
opleidingseis	noun	opleiding die men gevolgd moet hebben om een bepaald beroep te mogen uitoefenen
opleidingseisen	=	opleidingseis
opleidingsgraad	noun	het niveau tot welke men is opgeleid
opleidingsgraden	=	opleidingsgraad
opleidingsinstituten	=	opleidingsinstituut
opleidingsinstituut	noun	instelling waar men (beroeps)onderwijs geeft
opleidingskost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan scholing en onderwijs
opleidingskosten	noun	geld dat men besteedt aan scholing en onderwijs
opleidingsmogelijkheden	=	opleidingsmogelijkheid
opleidingsmogelijkheid	noun	dat de kans aanwezig is om verder onderwijs te volgen
opleidingsmogelijkheidje	=	opleidingsmogelijkheid
opleidingsmogelijkheidjes	=	opleidingsmogelijkheid
opleidingsniveau	noun	de kwaliteit van de hoogste sudie die men ooit gedaan heeft studie
opleidingsniveaus	=	opleidingsniveau
opleidingsplaats	noun	mogelijkheid om een opleiding te volgen
opleidingsplaatsen	=	opleidingsplaats
opleidingsploeg	noun	groep mensen die in opleiding is voor een bepaalde functie
opleidingsploegen	=	opleidingsploeg
opleidingsploegje	=	opleidingsploeg
opleidingsploegjes	=	opleidingsploeg
opleidingsprogramma	noun	al het onderwijs dat iemand ontvangt (om een bepaalde functie te bekleden)
opleidingsprogramma's	=	opleidingsprogramma
opleidingsresultaat	noun	uitkomst van een onderhandeling in de zin van verworven vaardigheden en behalen van diploma's
opleidingsresultaatje	=	opleidingsresultaat
opleidingsresultaatjes	=	opleidingsresultaat
opleidingsresultaten	=	opleidingsresultaat
opleidingsscheepje	=	opleidingsschip
opleidingsschepen	=	opleidingsschip
opleidingsschip	noun	schip dat gebruikt wordt voor onderwijs (aan zeevarenden)
opleidingsscholen	=	opleidingsschool
opleidingsschool	noun	school waar men voor een beroep, vak of betrekking wordt opgeleid
opleidingsschooltje	=	opleidingsschool
opleidingsschooltjes	=	opleidingsschool
opleidingstijd	noun	de tijd dat men onderwijs volgt
opleidingstijden	=	opleidingstijd
opleidingstype	noun	geheel van de scholen of vormen van onderwijs die bepaalde kenmerken delen, ook gebruikt als aanduiding van het geheel van die kenmerken
opleidingstypen	=	opleidingstype
opleidingstypes	=	opleidingstype
opleidingsvergoeding	noun	Een opleidingsvergoeding is een financiële compensatie die een (voetbal)club betaalt aan de amateur- of voormalige clubs waar een speler is opgeleid.
opleidingsvergoedingen	=	opleidingsvergoeding
opleidingsvergoedinkje	=	opleidingsvergoeding
opleidingsvergoedinkjes	=	opleidingsvergoeding
opleidinkje	=	opleiding
opleidinkjes	=	opleiding
opleidt	=	opleiden
oplepel	=	oplepelen
oplepelde	=	oplepelen
oplepelden	=	oplepelen
oplepele	=	oplepelen
oplepelen	verb	met een lepel opdienen of opeten
oplepelend	=	oplepelen
oplepelende	=	oplepelen
oplepelt	=	oplepelen
oplere	=	opleren
opleren	verb	leren tot men alles kent
oplerend	=	opleren
oplerende	=	opleren
oplet	=	opletten
oplette	=	opletten
opletten	verb	bij voortduring aandachtig zijn
oplettend	adj	met zorgvuldige aandacht
oplettende	=	opletten
oplettender	=	oplettend
oplettendere	=	oplettend
oplettenders	=	oplettend
oplettendheden	=	oplettendheid
oplettendheid	noun	het oplettend zijn
oplettends	=	oplettend
oplettendst	=	oplettend
oplettendste	=	oplettend
opletter	noun	iemand die steeds waarneemt wat er gebeurt zodat hij daarop passend kan reageren
opletters	=	opletter
opleuk	=	opleuken
opleuke	=	opleuken
opleuken	verb	leuker, mooier maken
opleukend	=	opleuken
opleukende	=	opleuken
opleukt	=	opleuken
opleukte	=	opleuken
opleukten	=	opleuken
opleve	=	opleven
opleven	verb	weer tot bloei komen
oplevend	=	opleven
oplevende	=	opleven
oplever	=	opleveren
opleverde	=	opleveren
opleverden	=	opleveren
oplevere	=	opleveren
opleveren	verb	iemand iets ~ uiteindelijk als resultaat geven
opleverend	=	opleveren
opleverende	=	opleveren
oplevering	noun	het opleveren, overdracht van een voltooid werk
opleveringen	=	oplevering
oplevert	=	opleveren
opleving	noun	een periode van hernieuwde sterkte
oplevingen	=	opleving
oplevinkje	=	opleving
oplevinkjes	=	opleving
opleze	=	oplezen
oplezen	verb	voorlezen
oplezend	=	oplezen
oplezende	=	oplezen
oplicht	=	oplichten
oplichte	=	oplichten
oplichten	verb	van de bodem opheffen
oplichtend	=	oplichten
oplichtende	=	oplichten
oplichter	noun	een mannelijk persoon die oplicht
oplichterij	noun	bedrog waarbij men iemand geld of goed afhandig weet te maken
oplichterijen	=	oplichterij
oplichterijtje	=	oplichterij
oplichterijtjes	=	oplichterij
oplichters	=	oplichter
oplichtertje	=	oplichter
oplichtertjes	=	oplichter
oplichting	noun	bedrog waarbij men iemand geld of goed afhandig weet te maken
oplichtingen	=	oplichting
oplichtingetje	=	oplichting
oplichtinkje	=	oplichting
oplichtinkjes	=	oplichting
oplichtster	noun	een vrouwelijk persoon die oplicht
oplichtsters	=	oplichtster
oplichtstertje	=	oplichtster
oplichtstertjes	=	oplichtster
oplichtte	=	oplichten
oplichtten	=	oplichten
opliep	=	oplopen
opliepe	=	oplopen
opliepen	=	oplopen
opliept	=	oplopen
oplier	=	oplieren
oplierde	=	oplieren
oplierden	=	oplieren
opliere	=	oplieren
oplieren	verb	met een takel naar boven brengen
oplierend	=	oplieren
oplierende	=	oplieren
opliert	=	oplieren
opliet	=	oplaten
oplieten	=	oplaten
opligger	noun	een aanhangwagen, die geen eigen vooras heeft en waarvan dus een belangrijk deel van het gewicht op het trekkend voertuig (de trekker) rust
opliggers	=	opligger
oplijst	=	oplijsten
oplijste	=	oplijsten
oplijsten	verb	volledig als een reeks vastleggen, schriftelijk opsommen
oplijstend	=	oplijsten
oplijstende	=	oplijsten
oplijsting	noun	een in een rij geplaatste serie van items, horizontaal of verticaal ten opzichte van elkaar geplaatst.
oplijstingen	=	oplijsting
oplijstte	=	oplijsten
oplijstten	=	oplijsten
oplik	=	oplikken
oplikke	=	oplikken
oplikken	verb	met de tong over iets wrijven om het zo te kunnen eten of drinken
oplikkend	=	oplikken
oplikkende	=	oplikken
oplikt	=	oplikken
oplikte	=	oplikken
oplikten	=	oplikken
oploef	=	oploeven
oploefde	=	oploeven
oploefden	=	oploeven
oploeft	=	oploeven
oploeve	=	oploeven
oploeven	verb	hoger aan de wind gaan varen met een (zeil)boot
oploevend	=	oploeven
oploevende	=	oploeven
oploken	=	opluiken
oplook	=	opluiken
oploop	noun	samenscholing van mensen op een straat of plein, vaak gericht op iets waar ze boos over zijn
oploopje	=	oploop
oploopjes	=	oploop
oploopt	=	oplopen
oplope	=	oplopen
oplopen	verb	naar boven hellen
oplopend	adj	hellend, steeds hoger wordend
oplopende	=	oplopend
oplopender	=	oplopend
oplopendere	=	oplopend
oplopenders	=	oplopend
oplopends	=	oplopend
oplopendst	=	oplopend
oplopendste	=	oplopend
oplos	=	oplossen
oplosbaar	adj	het vermogen bezittend opgelost te worden
oplosbaarder	=	oplosbaar
oplosbaardere	=	oplosbaar
oplosbaarders	=	oplosbaar
oplosbaarheden	=	oplosbaarheid
oplosbaarheid	noun	de hoeveelheid van een stof die maximaal in een gegeven hoeveelheid oplosmiddel oplost
oplosbaars	=	oplosbaar
oplosbaarst	=	oplosbaar
oplosbaarste	=	oplosbaar
oplosbare	=	oplosbaar
oploskoffie	noun	ge(vries)droogd koffie-extract, dat met heet water weer koffie oplevert
oploskoffies	=	oploskoffie
oploskoffietje	=	oploskoffie
oplosmiddel	noun	een chemische stof waarin een andere stof kan worden opgelost
oplosmiddelen	=	oplosmiddel
oplosmiddeltje	=	oplosmiddel
oplosmiddeltjes	=	oplosmiddel
oplosse	=	oplossen
oplossen	verb	een homogeen mengsel gaan vormen met een vloeistof, in een vloeistof verdwijnen
oplossend	adj	verdwijnend door uiteen te vallen
oplossende	=	oplossen
oplossends	=	oplossend
oplossendst	=	oplossend
oplosser	noun	iemand die een raadsel oplost
oplossers	=	oplosser
oplossertje	=	oplosser
oplossertjes	=	oplosser
oplossing	noun	een mengsel van een stof met een vloeistof
oplossingen	=	oplossing
oplossinkje	=	oplossing
oplossinkjes	=	oplossing
oplost	=	oplossen
oploste	=	oplossen
oplosten	=	oplossen
oploswarmte	noun	de hoeveelheid warmte (positief of negatief) die bij het oplossen in een vloeistof vrijkomt
oploswarmtes	=	oploswarmte
oplucht	=	opluchten
opluchte	=	opluchten
opluchten	verb	geruststellen, doen verdwijnen van een angst
opluchtend	=	opluchten
opluchtende	=	opluchten
opluchting	noun	het gevoel bevrijd te zijn van iets dat dreigde
opluchtingen	=	opluchting
opluchtingetje	=	opluchting
opluchtte	=	opluchten
opluchtten	=	opluchten
opluik	=	opluiken
opluike	=	opluiken
opluiken	verb	openen van bloemen
opluikend	=	opluiken
opluikende	=	opluiken
opluikt	=	opluiken
opluister	=	opluisteren
opluisterde	=	opluisteren
opluisterden	=	opluisteren
opluistere	=	opluisteren
opluisteren	verb	iets mooier, feesterlijker, leuker of belangrijker maken
opluisterend	=	opluisteren
opluisterende	=	opluisteren
opluistert	=	opluisteren
opmaak	noun	vormgeving van een grafisch ontwerp
opmaakredacteur	noun	iemand die belast is met het opmaken van een krant, tijdschrift of webpagina
opmaakredacteuren	=	opmaakredacteur
opmaakredacteurs	=	opmaakredacteur
opmaakredacteurtje	=	opmaakredacteur
opmaakredacteurtjes	=	opmaakredacteur
opmaaksel	noun	de versiering die op kleding is aangebracht
opmaaksels	=	opmaaksel
opmaakseltje	=	opmaaksel
opmaakseltjes	=	opmaaksel
opmaakt	=	opmaken
opmaakte	=	opmaken
opmaakten	=	opmaken
opmaal	=	opmalen
opmaalde	=	opmalen
opmaalden	=	opmalen
opmaalt	=	opmalen
opmaat	noun	zonder nadruk gespeelde noten aan het begin van een melodie voorafgaand aan de eerste tel van een maat
opmaatje	=	opmaat
opmaatjes	=	opmaat
opmake	=	opmaken
opmaken	verb	iets verbruiken tot het op is
opmakend	=	opmaken
opmakende	=	opmaken
opmaker	noun	iemand die de lay-out van een drukwerk maakt
opmakers	=	opmaker
opmaking	noun	het samenstellen van een rekening of akte
opmakingen	=	opmaking
opmale	=	opmalen
opmalen	verb	omhoog malen
opmalend	=	opmalen
opmalende	=	opmalen
opmarche	=	opmars
opmarcheer	=	opmarcheren
opmarcheerde	=	opmarcheren
opmarcheerden	=	opmarcheren
opmarcheert	=	opmarcheren
opmarchere	=	opmarcheren
opmarcheren	verb	in het gelid ergens naartoe lopen
opmarcherend	=	opmarcheren
opmarcherende	=	opmarcheren
opmars	noun	snel belangrijker worden
opmarsch	=	opmars
opmarsen	=	opmars
opmarsgebied	noun	terrein waar een leger is opgesteld voordat het ten strijde trekt
opmarsgebieden	=	opmarsgebied
opmarsgebiedje	=	opmarsgebied
opmarsgebiedjes	=	opmarsgebied
opmarsje	=	opmars
opmarsjes	=	opmars
opmat	=	opmeten
opmaten	=	opmeten
opmeet	=	opmeten
opmerk	=	opmerken
opmerkbaar	adj	als iets waarneembaar is en de aandacht trekt
opmerkbaarder	=	opmerkbaar
opmerkbaardere	=	opmerkbaar
opmerkbaarders	=	opmerkbaar
opmerkbaars	=	opmerkbaar
opmerkbaarst	=	opmerkbaar
opmerkbaarste	=	opmerkbaar
opmerkbare	=	opmerkbaar
opmerke	=	opmerken
opmerkelijk	adj	bijzonder genoeg om opgemerkt te worden
opmerkelijke	=	opmerkelijk
opmerkelijker	=	opmerkelijk
opmerkelijkere	=	opmerkelijk
opmerkelijkers	=	opmerkelijk
opmerkelijks	=	opmerkelijk
opmerkelijkst	=	opmerkelijk
opmerkelijkste	=	opmerkelijk
opmerken	verb	bemerken, waarnemen
opmerkend	=	opmerken
opmerkende	=	opmerken
opmerkenswaardig	adj	van iets of iemand dat het de moeite waard is om aandachtig waar te nemen; aandacht verdienend
opmerkenswaardige	=	opmerkenswaardig
opmerkenswaardiger	=	opmerkenswaardig
opmerkenswaardigere	=	opmerkenswaardig
opmerkenswaardigers	=	opmerkenswaardig
opmerkenswaardigs	=	opmerkenswaardig
opmerkenswaardigst	=	opmerkenswaardig
opmerkenswaardigste	=	opmerkenswaardig
opmerker	noun	aandachtig waarnemer
opmerkers	=	opmerker
opmerkertje	=	opmerker
opmerkertjes	=	opmerker
opmerking	noun	een gesproken of geschreven uiting van een gedachte
opmerkingen	=	opmerking
opmerkingsgave	noun	het aangeboren talent om scherp te kunnen waarnemen
opmerkingsgaven	=	opmerkingsgave
opmerkingsgaves	=	opmerkingsgave
opmerkinkje	=	opmerking
opmerkinkjes	=	opmerking
opmerkt	=	opmerken
opmerkte	=	opmerken
opmerkten	=	opmerken
opmerkzaam	adj	erg goed naar de omgeving kijkend
opmerkzaamheid	noun	de mate waarin iemand oplettend is
opmerkzaams	=	opmerkzaam
opmerkzaamst	=	opmerkzaam
opmerkzaamste	=	opmerkzaam
opmerkzame	=	opmerkzaam
opmerkzamer	=	opmerkzaam
opmerkzamere	=	opmerkzaam
opmerkzamers	=	opmerkzaam
opmete	=	opmeten
opmeten	verb	van iets de maten bepalen
opmetend	=	opmeten
opmetende	=	opmeten
opmeting	noun	het bepalen van de precieze omvang van iets door het te meten
opmetingen	=	opmeting
opmetsel	=	opmetselen
opmetselde	=	opmetselen
opmetselden	=	opmetselen
opmetsele	=	opmetselen
opmetselen	verb	door metselen herstellen; opnieuw opbouwen door te metselen
opmetselend	=	opmetselen
opmetselende	=	opmetselen
opmetselt	=	opmetselen
opmonter	=	opmonteren
opmonterde	=	opmonteren
opmonterden	=	opmonteren
opmontere	=	opmonteren
opmonteren	verb	opvrolijken, animeren
opmonterend	=	opmonteren
opmonterende	=	opmonteren
opmontert	=	opmonteren
opnaai	=	opnaaien
opnaaide	=	opnaaien
opnaaiden	=	opnaaien
opnaaie	=	opnaaien
opnaaien	verb	iets met behulp van naald en draad ergens aan vast maken
opnaaiend	=	opnaaien
opnaaiende	=	opnaaien
opnaait	=	opnaaien
opnaamt	=	opnemen
opnam	=	opnemen
opname	noun	de handeling of het proces van het opnemen
opnameapparatuur	noun	verzamelterm voor toestellen waarmee gebeurtenissen in beeld of geluid worden vastgelegd
opnamecapaciteit	noun	de ruimte die een ziekenhuis heeft om patiënten te kunnen aannemen
opnamecapaciteiten	=	opnamecapaciteit
opnamedag	noun	dag dat men geluids- of filmopnames maakt
opnamedagen	=	opnamedag
opnamekost	noun|obsolete	geld dat ment betaalt voor een geluids- of beeldopname
opnamekosten	noun	geld dat ment betaalt voor een geluids- of beeldopname
opnamen	=	opname
opnames	=	opname
opnamestop	noun	situatie dat een instelling geen nieuwe patiënten of cliënten een plaats kan geven
opnamestops	=	opnamestop
opnamestudio	noun	een ruimte die speciaal geschikt is gemaakt om muziek op te nemen
opnamestudio's	=	opnamestudio
opnamestudiootje	=	opnamestudio
opnamestudiootjes	=	opnamestudio
opnametje	=	opname
opnametjes	=	opname
opneem	=	opnemen
opneembaar	adj	van een spaarrekening te halen
opneembaarder	=	opneembaar
opneembaardere	=	opneembaar
opneembaarders	=	opneembaar
opneembaars	=	opneembaar
opneembaarst	=	opneembaar
opneembaarste	=	opneembaar
opneembare	=	opneembaar
opneemt	=	opnemen
opneme	=	opnemen
opnemen	verb	in handen nemen
opnemend	=	opnemen
opnemende	=	opnemen
opnemer	noun	iets dat of iemand die opneemt
opnemers	=	opnemer
opnemertje	=	opnemer
opnemertjes	=	opnemer
opneming	noun	plaatsen of binnenlaten van iets of iemand
opnemingen	=	opneming
opnemingsvermogen	noun	het vermogen om iets te kunnen opnemen (kennis, vocht etc.)
opnemingsvermogens	=	opnemingsvermogen
opneuker	noun	harde vuistslag, oplawaai
opneukers	=	opneuker
opneukertje	=	opneuker
opneukertjes	=	opneuker
opnieuw	adv	nog een keer, een vorige gebeurtenis herhalend
opnoem	=	opnoemen
opnoemde	=	opnoemen
opnoemden	=	opnoemen
opnoeme	=	opnoemen
opnoemen	verb	één voor één vermelden van de namen van personen of zaken
opnoemend	=	opnoemen
opnoemende	=	opnoemen
opnoeming	noun	opsomming
opnoemingen	=	opnoeming
opnoemt	=	opnoemen
opoe	noun	vrouw met kleinzoon of kleindochter
opoefiets	noun	eenvoudige ouderwets ogende damesfiets
opoefietsen	=	opoefiets
opoefietsje	=	opoefiets
opoefietsjes	=	opoefiets
opoes	=	opoe
opoetje	=	opoe
opoetjes	=	opoe
opoffer	=	opofferen
opofferde	=	opofferen
opofferden	=	opofferen
opoffere	=	opofferen
opofferen	verb	bij noodzaak moeten gebruiken
opofferend	=	opofferen
opofferende	=	opofferen
opoffering	noun	het opgeven van iets wat waarde heeft voor een groter doel
opofferingen	=	opoffering
opofferingetje	=	opoffering
opofferingetjes	=	opoffering
opofferingsgezindheid	noun	de mate waarin men bereid is het eigen belang opzij te zetten om iemand anders te helpen
opoffert	=	opofferen
oponthoud	noun	tijd die men ergens verblijft
oponthouden	=	oponthoud
oponthoudje	=	oponthoud
opossum	noun	benaming voor zoogdieren uit de familie Didelphidae, die voorkomen in Amerika
opossummuis	noun	zoogdier uit de enige levende familie Caenolestidae van de buideldierorde Paucituberculata.
opossummuisje	=	opossummuis
opossummuisjes	=	opossummuis
opossummuizen	noun	Caenolestidae De opossummuizen (Caenolestidae) zijn de enige levende familie uit de buideldierorde Paucituberculata.
opossumpje	=	opossum
opossums	noun	familie van buideldieren, Didelphidae, de enige overlevende familie van de zoogdierorde Didelphimorphia.
oppak	=	oppakken
oppakke	=	oppakken
oppakken	verb	pakken en oprapen
oppakkend	=	oppakken
oppakkende	=	oppakken
oppakt	=	oppakken
oppakte	=	oppakken
oppakten	=	oppakken
oppas	noun	iemand die voor korte tijd zorgt voor iets (kinderen, een huis etc.)
oppascentrale	noun	centraal regelpunt voor kinderoppas
oppascentrales	=	oppascentrale
oppashuis	noun	een huis dat wordt bewoond door iemand die toezicht houdt bij tijdelijke afwezigheid van de eigenaar
oppashuizen	=	oppashuis
oppasje	=	oppas
oppasjes	=	oppas
oppasprobleem	noun	het vraagstuk om aan een goede oppas te komen voor je kleine kinderen
oppasprobleempje	=	oppasprobleem
oppasprobleempjes	=	oppasprobleem
oppasproblemen	=	oppasprobleem
oppasse	=	oppassen
oppassen	verb	opletten dat er niet iets ergs gebeurt
oppassend	adj	zich welbewust volgens de regels van de samenleving gedragend
oppassende	=	oppassend
oppassender	=	oppassend
oppassendere	=	oppassend
oppassenders	=	oppassend
oppassends	=	oppassend
oppassendst	=	oppassend
oppassendste	=	oppassend
oppasser	noun	iemand die oppast waar enig toezicht nodig is
oppassers	=	oppasser
oppassertje	=	oppasser
oppassertjes	=	oppasser
oppassing	noun	de keer dat men iets of iemand verzorgt of verpleegt
oppassingen	=	oppassing
oppasster	noun	vrouwspersoon dat oppast
oppassters	=	oppasster
oppast	=	oppassen
oppaste	=	oppassen
oppasten	=	oppassen
oppensioenstelling	noun	het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; het stoppen met werken en beginnen met het ontvangen van een pensioen
oppensioenstellingen	=	oppensioenstelling
oppep	=	oppeppen
oppepcursus	noun	is een korte, intensieve cursus of opfriscursus die bedoeld is om kennis of vaardigheden snel weer op peil te brengen, te activeren of te verlevendigen.
oppepcursusje	=	oppepcursus
oppepcursusjes	=	oppepcursus
oppepcursussen	=	oppepcursus
oppeppe	=	oppeppen
oppeppen	verb	iets of iemand actiever maken
oppeppend	=	oppeppen
oppeppende	=	oppeppen
oppepper	noun	iets waardoor je zowel lichamelijk als psychisch meer energie en kracht krijgt; een steuntje in de rug
oppeppers	=	oppepper
oppeppertje	=	oppepper
oppeppertjes	=	oppepper
oppept	=	oppeppen
oppepte	=	oppeppen
oppepten	=	oppeppen
opper	noun	hoop gemaaid en gedroogd gras
opperarm	noun	bovenarm
opperarmbeen	noun	bot in de bovenarm
opperarmbeenderen	=	opperarmbeen
opperarmbeentje	=	opperarmbeen
opperarmbeentjes	=	opperarmbeen
opperarmen	=	opperarm
opperarmpje	=	opperarm
opperbest	adj	uitmuntend, zo goed als mogelijk.
opperbeste	=	opperbest
opperbests	=	opperbest
opperbevel	noun	de hoogste legerleiding, oppercommando
opperbevelen	=	opperbevel
opperbevelhebber	noun	de persoon die aan het hoofd staat van het gehele leger
opperbevelhebbers	=	opperbevelhebber
opperbevelhebbertje	=	opperbevelhebber
opperbevelhebbertjes	=	opperbevelhebber
opperbevelletje	=	opperbevel
opperbevelletjes	=	opperbevel
oppercommando	noun	het hoogste niveau van de bevelvoering van een leger
oppercommando's	=	oppercommando
opperde	=	opperen
opperdek	noun	het bovenste waterdichte scheepsdek dat doorloopt over de gehele scheepslengte.
opperdekje	=	opperdek
opperdekjes	=	opperdek
opperdekken	=	opperdek
opperden	=	opperen
oppere	=	opperen
opperen	verb	iets voorstellen, aanvoeren
opperend	=	opperen
opperende	=	opperen
oppergezag	noun	het hoogste gezag
oppergod	noun	godheid die in polytheïstische godsdiensten het pantheon overheerst.
oppergoden	=	oppergod
oppergodje	=	oppergod
opperheerschappij	noun	iets of iemand die de baas is over alle andere zaken of mensen
opperheerschappijen	=	opperheerschappij
opperhoofd	noun	leider van een stam
opperhoofden	=	opperhoofd
opperhoofdje	=	opperhoofd
opperhoofdjes	=	opperhoofd
opperhuid	noun	de bovenste laag van de huid
opperhuiden	=	opperhuid
opperhuidje	=	opperhuid
opperhuidjes	=	opperhuid
opperklederen	=	opperkleed
opperkleed	noun	kledingstuk dat over de andere kleding wordt gedragen
opperkleren	=	opperkleed
opperlieden	=	opperman
opperlui	=	opperman
oppermacht	noun	de allerhoogste macht
oppermachten	=	oppermacht
oppermachtig	adj	hoogste macht hebbend
oppermachtige	=	oppermachtig
oppermachtiger	=	oppermachtig
oppermachtigere	=	oppermachtig
oppermachtigers	=	oppermachtig
oppermachtigs	=	oppermachtig
oppermachtigst	=	oppermachtig
oppermachtigste	=	oppermachtig
opperman	noun	helper van metselaars of stratenmakers, die materiaal (stenen, specie, zand) aanvoert
oppermannen	=	opperman
oppermannetje	=	opperman
oppermannetjes	=	opperman
opperpriester	noun	de hoogste priester in rang
opperpriesteren	=	opperpriester
opperpriesters	=	opperpriester
opperpriestertje	=	opperpriester
opperpriestertjes	=	opperpriester
opperrabbijn	noun	geestelijk leider over de synagoges in een bepaald gebied die behoren tot een eenzelfde richting binnen het jodendom
opperrabbijnen	=	opperrabbijn
opperrechter	noun	hoogste rechter
opperrechters	=	opperrechter
oppers	=	opper
opperse	=	oppersen
oppersen	verb	door te drukken naar boven brengen
oppersend	=	oppersen
oppersende	=	oppersen
opperst	adj	van personen: de hoogste rang hebbende
opperstalmeester	noun	een functionaris die het beheer over de stallen, meestal die van een vorst, heeft
opperstalmeesters	=	opperstalmeester
opperste	=	oppersen
oppersten	=	oppersen
oppersts	=	opperst
oppert	=	opperen
oppertje	=	opper
oppertjes	=	opper
oppervlak	noun	een vlak dat iets naar boven of naar buiten begrenst
oppervlakje	=	oppervlak
oppervlakjes	=	oppervlak
oppervlakken	=	oppervlak
oppervlakkig	adj	niet diepgaand of niet grondig
oppervlakkige	=	oppervlakkig
oppervlakkiger	=	oppervlakkig
oppervlakkigere	=	oppervlakkig
oppervlakkigers	=	oppervlakkig
oppervlakkigheden	=	oppervlakkigheid
oppervlakkigheid	noun	het oppervlakkig zijn
oppervlakkigs	=	oppervlakkig
oppervlakkigst	=	oppervlakkig
oppervlakkigste	=	oppervlakkig
oppervlakte	noun	vlak dat iets naar boven begrenst
oppervlaktebehandeling	noun	het aanpassen of bedekken van de buitenlaag van een materiaal (zoals metaal, hout of kunststof) om de eigenschappen te verbeteren.
oppervlaktebehandelingen	=	oppervlaktebehandeling
oppervlaktebehandelingetje	=	oppervlaktebehandeling
oppervlaktebehandelingetjes	=	oppervlaktebehandeling
oppervlaktemaat	noun	een eenheid/maat om de oppervlakte van iets op te meten.
oppervlaktematen	=	oppervlaktemaat
oppervlakten	=	oppervlakte
oppervlakteruwheden	=	oppervlakteruwheid
oppervlakteruwheid	noun	een eigenschap van de textuur van een materiaaloppervlak
oppervlaktes	=	oppervlakte
oppervlaktespanning	noun	verschijnsel dat het oppervlak van een vloeistof aan een vloeistof-gasovergang zich gedraagt als een veerkrachtige laag
oppervlaktespanningen	=	oppervlaktespanning
oppervlaktespanninkje	=	oppervlaktespanning
oppervlaktetemperaturen	=	oppervlaktetemperatuur
oppervlaktetemperatuur	noun	de temperatuur aan de buitenkant van een voorwerp
oppervlaktetemperatuurtje	=	oppervlaktetemperatuur
oppervlaktetemperatuurtjes	=	oppervlaktetemperatuur
oppervlaktetje	=	oppervlakte
oppervlaktetjes	=	oppervlakte
oppervlaktewater	noun	water dat in vloeibare vorm aan de oppervlakte komt zoals in meren, rivieren en kanalen
oppervlaktewateren	=	oppervlaktewater
oppervlaktewaters	=	oppervlaktewater
oppervlaktewatertje	=	oppervlaktewater
oppervlaktewatertjes	=	oppervlaktewater
oppervogel	noun|figurative	persoon die zichzelf heel belangrijk vindt
oppervogels	=	oppervogel
oppervogeltje	=	oppervogel
oppervogeltjes	=	oppervogel
opperwater	noun	water dat van elders de rivier af komt stromen (dus niet afkomstig is van lokaal hemelwater)
opperwateren	=	opperwater
opperwezen	noun	een hypothetisch bovennatuurlijke entiteit die door gelovigen als machtig, bovenmenselijk wezen wordt aanbeden en verantwoordelijk wordt geacht voor bepaalde aspecten van de werkelijkheid, dan wel voor de werkelijkheid als geheel
opperwezens	=	opperwezen
opperwezentje	=	opperwezen
opperzaal	noun	hoger gelegen zaal in een deftig huis
opperzaaltje	=	opperzaal
opperzaaltjes	=	opperzaal
opperzalen	=	opperzaal
oppeuzel	=	oppeuzelen
oppeuzelde	=	oppeuzelen
oppeuzelden	=	oppeuzelen
oppeuzele	=	oppeuzelen
oppeuzelen	verb	met genoegen opeten
oppeuzelend	=	oppeuzelen
oppeuzelende	=	oppeuzelen
oppeuzelt	=	oppeuzelen
oppiep	=	oppiepen
oppiepe	=	oppiepen
oppiepen	verb|informal	iemand oproepen met behulp van een semafoon (of ander draadloos apparaat)
oppiepend	=	oppiepen
oppiepende	=	oppiepen
oppiept	=	oppiepen
oppiepte	=	oppiepen
oppiepten	=	oppiepen
oppijp	=	oppijpen
oppijpe	=	oppijpen
oppijpen	verb	groter voorstellen dan het is, luidruchtig protesteren
oppijpend	=	oppijpen
oppijpende	=	oppijpen
oppijpt	=	oppijpen
oppijpte	=	oppijpen
oppijpten	=	oppijpen
oppik	=	oppikken
oppikke	=	oppikken
oppikken	verb	iemand op een bepaalde plek meenemen
oppikkend	=	oppikken
oppikkende	=	oppikken
oppikt	=	oppikken
oppikte	=	oppikken
oppikten	=	oppikken
oppimp	=	oppimpen
oppimpe	=	oppimpen
oppimpen	verb	iets, vooral qua uiterlijk, mooier en beter maken
oppimpend	=	oppimpen
oppimpende	=	oppimpen
oppimpt	=	oppimpen
oppimpte	=	oppimpen
oppimpten	=	oppimpen
opplak	=	opplakken
opplakke	=	opplakken
opplakken	verb	met lijm iets op iets anders bevestigen
opplakkend	=	opplakken
opplakkende	=	opplakken
opplakt	=	opplakken
opplakte	=	opplakken
opplakten	=	opplakken
oppleur	=	oppleuren
oppleurde	=	oppleuren
oppleurden	=	oppleuren
oppleure	=	oppleuren
oppleuren	verb|informal	vertrekken, weggaan
oppleurend	=	oppleuren
oppleurende	=	oppleuren
oppleurt	=	oppleuren
opploeg	=	opploegen
opploegde	=	opploegen
opploegden	=	opploegen
opploege	=	opploegen
opploegen	verb	met een ploeg omhoog brengen
opploegend	=	opploegen
opploegende	=	opploegen
opploegt	=	opploegen
opplooi	=	opplooien
opplooibaar	adj	vouwbaar, inklapbaar, plooibaar
opplooibaarder	=	opplooibaar
opplooibaardere	=	opplooibaar
opplooibaarders	=	opplooibaar
opplooibaars	=	opplooibaar
opplooibaarst	=	opplooibaar
opplooibaarste	=	opplooibaar
opplooibare	=	opplooibaar
opplooide	=	opplooien
opplooiden	=	opplooien
opplooie	=	opplooien
opplooien	verb	iets door het te vouwen kleiner maken zodat het makkelijk is op te bergen
opplooiend	=	opplooien
opplooiende	=	opplooien
opplooit	=	opplooien
oppoets	=	oppoetsen
oppoetse	=	oppoetsen
oppoetsen	verb	iets door poetsen een betere aanblik geven
oppoetsend	=	oppoetsen
oppoetsende	=	oppoetsen
oppoetst	=	oppoetsen
oppoetste	=	oppoetsen
oppoetsten	=	oppoetsen
oppoke	=	oppoken
oppoken	verb	een vuur door erin te roeren met een metalen pin heftiger laten branden
oppokend	=	oppoken
oppokende	=	oppoken
oppomp	=	oppompen
oppompe	=	oppompen
oppompen	verb	iets vullen met lucht met behulp van een pomp
oppompend	=	oppompen
oppompende	=	oppompen
oppompt	=	oppompen
oppompte	=	oppompen
oppompten	=	oppompen
opponeer	=	opponeren
opponeerbaar	adj	de mogelijkheid bezittend in tegenovergestelde positie gebracht te worden
opponeerbaarder	=	opponeerbaar
opponeerbaardere	=	opponeerbaar
opponeerbaarders	=	opponeerbaar
opponeerbaarheid	noun	eigenschap zo tegenover de andere vingers geplaatst te kunnen worden dat een grijpbeweging mogelijk is Bij dieren kan het ook om de grote teen gaan, of om andere vingers of tenen met dezelfde eigenschap.
opponeerbaars	=	opponeerbaar
opponeerbaarst	=	opponeerbaar
opponeerbaarste	=	opponeerbaar
opponeerbare	=	opponeerbaar
opponeerde	=	opponeren
opponeerden	=	opponeren
opponeert	=	opponeren
opponens	noun	aanspreektitel van iemand die (kritische) vragen stelt tijdens de promotie aan een universiteit
opponent	noun	de tegenstander in een debat
opponente	noun	tegenstandster in een wedstrijd
opponenten	=	opponent
opponentes	=	opponente
opponentje	=	opponent
opponere	=	opponeren
opponeren	verb	kritiek leveren, debatteren
opponerend	=	opponeren
opponerende	=	opponeren
oppook	=	oppoken
oppookt	=	oppoken
oppookte	=	oppoken
oppookten	=	oppoken
oppop	=	oppoppen
oppoppe	=	oppoppen
oppoppen	verb	plotseling zichtbaar worden, plotseling in de openbaarheid komen, tevoorschijn komen
oppoppend	=	oppoppen
oppoppende	=	oppoppen
oppopt	=	oppoppen
oppopte	=	oppoppen
oppopten	=	oppoppen
oppor	=	opporren
opporde	=	opporren
opporden	=	opporren
opporre	=	opporren
opporren	verb	een vuur harder laten branden door er met een pook in te porren
opporrend	=	opporren
opporrende	=	opporren
opport	=	opporren
opportune	=	opportuun
opportuner	=	opportuun
opportunere	=	opportuun
opportuners	=	opportuun
opportunisme	noun	zich laten leiden door de omstandigheden en eigenbelang en niet door beginselen
opportunist	noun	iemand die profijt trekt van de omstandigheden zonder rekening te houden met principes of moraal
opportuniste	noun	vrouwelijke opportunist zn
opportunisten	=	opportunist
opportunistes	=	opportuniste
opportunistisch	adj	voordeel willen halen uit een bepaalde situatie
opportunistische	=	opportunistisch
opportunistischer	=	opportunistisch
opportunistischere	=	opportunistisch
opportunistischers	=	opportunistisch
opportuniteit	noun	geschiktheid van tijd of gelegenheid
opportuniteiten	=	opportuniteit
opportuniteitsbeginsel	noun	het beginsel dat een officier van justitie zelf beslist of een strafbaar feit vervolgd wordt
opportuniteitsbeginselen	=	opportuniteitsbeginsel
opportuniteitsbeginsels	=	opportuniteitsbeginsel
opportuniteitsbeginseltje	=	opportuniteitsbeginsel
opportuniteitsbeginseltjes	=	opportuniteitsbeginsel
opportuniteitskosten	noun	vergelijking van de opbrengst per saldo van een gemaakte keus met het best mogelijke alternatief
opportuun	adj	van pas komend, gelegen; vaak voorkomend in combinatie met "niet"
opportuuns	=	opportuun
opportuunst	=	opportuun
opportuunste	=	opportuun
opposant	noun	iemand die tegen iets of iemand is en daaraan uiting geeft
opposanten	=	opposant
opposantje	=	opposant
oppositie	noun	verzet, tegenstand
oppositiebeweging	noun	organisatie van mensen die het niet eens zijn met het beleid van de regering
oppositiebewegingen	=	oppositiebeweging
oppositiebeweginkje	=	oppositiebeweging
oppositiebeweginkjes	=	oppositiebeweging
oppositiekrant	noun	krant die een spreekbuis is voor mensen die het niet eens zijn met de regering
oppositiekranten	=	oppositiekrant
oppositiekringen	noun	mensen en groeperingen die het niet eens zijn met het regeringsbeleid
oppositieleider	noun	een titel voor meestal het parlementslid dat politiek leider is van de grootste politieke fractie die niet in de regering zit
oppositieleiders	=	oppositieleider
oppositieleidertje	=	oppositieleider
oppositieleidster	=	oppositieleider
oppositielicht	noun	heldere plek aan de hemel, op de plaats tegenover de zon gelegen
oppositielichten	=	oppositielicht
oppositielichtje	=	oppositielicht
oppositielichtjes	=	oppositielicht
oppositiepartij	noun	een politieke partij die niet in de regering zit
oppositiepartijen	=	oppositiepartij
oppositiepartijtje	=	oppositiepartij
oppositiepartijtjes	=	oppositiepartij
opposities	=	oppositie
oppositietje	=	oppositie
oppositietjes	=	oppositie
oppositioneel	adj	een oppositie vormend of daartoe behorend
oppositioneels	=	oppositioneel
oppositioneelst	=	oppositioneel
oppositioneelste	=	oppositioneel
oppositionele	=	oppositioneel
oppositioneler	=	oppositioneel
oppositionelere	=	oppositioneel
oppositionelers	=	oppositioneel
oppot	=	oppotten
oppotte	=	oppotten
oppotten	verb	een plant in een pot plaatsen
oppottend	=	oppotten
oppottende	=	oppotten
oppressie	noun	onderdrukking
oppressies	=	oppressie
opprik	=	opprikken
opprikke	=	opprikken
opprikkelateur	noun	gepensioneerde spoorwegbeambte die met een prikstok (zwerf)afval langs het spoor opruimt.
opprikkelateurs	=	opprikkelateur
opprikken	verb	iets vastpakken of vastzetten door het voorwerp te doorboren met een scherp voorwerp
opprikkend	=	opprikken
opprikkende	=	opprikken
opprikt	=	opprikken
opprikte	=	opprikken
opprikten	=	opprikken
opprop	=	opproppen
opproppe	=	opproppen
opproppen	verb	met (te) veel kracht iets of iemand ergens instoppen
opproppend	=	opproppen
opproppende	=	opproppen
oppropt	=	opproppen
opproptang	noun	een tang waarmee het uiteinde van een loden pijp taps wijder gemaakt kan worden
opproptangen	=	opproptang
opproptangetje	=	opproptang
opproptangetjes	=	opproptang
oppropte	=	opproppen
oppropten	=	opproppen
oppuntstelling	noun	de verdere detaillering van iets; de verdere uitwerking van iets
oppuntstellingen	=	oppuntstelling
opraak	=	opraken
opraakt	=	opraken
opraakte	=	opraken
opraakten	=	opraken
opraap	=	oprapen
opraapsel	noun	iets klakkeloos overnemen van anderen
opraapsels	=	opraapsel
opraapt	=	oprapen
opraapte	=	oprapen
opraapten	=	oprapen
opraapwagen	noun	voertuig dat in de rundveehouderij gebruikt wordt bij de winning van kuilgras
opraapwagens	=	opraapwagen
oprake	=	opraken
oprakel	=	oprakelen
oprakelde	=	oprakelen
oprakelden	=	oprakelen
oprakele	=	oprakelen
oprakelen	verb	het vuur feller doen branden door erin te poken
oprakelend	=	oprakelen
oprakelende	=	oprakelen
oprakelt	=	oprakelen
opraken	verb	door gebruik uitgeput raken van voorraden
oprakend	=	opraken
oprakende	=	opraken
oprape	=	oprapen
oprapen	verb	in de hand nemen en van de grond opheffen
oprapend	=	oprapen
oprapende	=	oprapen
oprecht	adj	de waarheid sprekend
oprechte	=	oprecht
oprechter	=	oprecht
oprechtere	=	oprecht
oprechters	=	oprecht
oprechtheden	=	oprechtheid
oprechtheid	noun	de mate van oprecht zijn, eerlijkheid, van goede wil zijn
oprechts	=	oprecht
oprechtst	=	oprecht
oprechtste	=	oprecht
opreden	=	oprijden
opreed	=	oprijden
oprees	=	oprijzen
opreest	=	oprijzen
opreet	=	oprijten
oprek	=	oprekken
oprekke	=	oprekken
oprekken	verb	iets door rekken groter maken of uitbreiden met name ook figuurlijk
oprekkend	=	oprekken
oprekkende	=	oprekken
oprekking	noun	iets groter en ruimer maken door eraan te trekken
oprekkingen	=	oprekking
oprekkinkje	=	oprekking
oprekkinkjes	=	oprekking
oprekt	=	oprekken
oprekte	=	oprekken
oprekten	=	oprekken
opren	=	oprennen
oprende	=	oprennen
oprenden	=	oprennen
oprenne	=	oprennen
oprennen	verb	heel snel te voet iets betreden
oprennend	=	oprennen
oprennende	=	oprennen
oprent	=	oprennen
opreten	=	oprijten
opreze	=	oprijzen
oprezen	=	oprijzen
opricht	=	oprichten
oprichte	=	oprichten
oprichten	verb	in verticale stand brengen
oprichtend	=	oprichten
oprichtende	=	oprichten
oprichter	noun	iemand die een activiteit is gestart
oprichters	=	oprichter
oprichtertje	=	oprichter
oprichtertjes	=	oprichter
oprichting	noun	Het begin van iets, het gaan staan van iets
oprichtingen	=	oprichting
oprichtingetje	=	oprichting
oprichtingsakte	noun	officieel document dat door een notaris wordt opgesteld bij de stichting van een stichting, besloten vennootschap of naamloze vennootschap
oprichtingsakten	=	oprichtingsakte
oprichtingsaktes	=	oprichtingsakte
oprichtingsdata	=	oprichtingsdatum
oprichtingsdatum	noun	de datum waarop een bedrijf, organisatie of fonds officieel is opgericht en wettelijk is erkend
oprichtingsdatums	=	oprichtingsdatum
oprichtingskost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan de oprichting van een bedrijf of organisatie
oprichtingskosten	noun	geld dat men besteedt aan de oprichting van een bedrijf of organisatie
oprichtingsvergadering	noun	bijeenkomst waarin een organisatie of vereniging in het leven wordt geroepen
oprichtingsvergaderingen	=	oprichtingsvergadering
oprichtinkje	=	oprichting
oprichtster	noun	vrouwelijke vorm van oprichter
oprichtsters	=	oprichtster
oprichtstertje	=	oprichtster
oprichtstertjes	=	oprichtster
oprichtte	=	oprichten
oprichtten	=	oprichten
opriep	=	oproepen
opriepe	=	oproepen
opriepen	=	oproepen
opriept	=	oproepen
oprij	=	oprijden
oprijbomen	=	oprijboom
oprijboom	noun	een slagboom zoals bij een spoorwegovergang om het oprijden tegen te gaan
oprijd	=	oprijden
oprijde	=	oprijden
oprijden	verb	ergens bovenop beginnen te rijden
oprijdend	=	oprijden
oprijdende	=	oprijden
oprijdt	=	oprijden
oprijlaan	noun	weg tussen een huis en de openbare weg
oprijlaantje	=	oprijlaan
oprijlaantjes	=	oprijlaan
oprijlanen	=	oprijlaan
oprijs	=	oprijzen
oprijst	=	oprijzen
oprijt	=	oprijten
oprijte	=	oprijten
oprijten	verb	openrijten, openscheuren, openspringen
oprijtend	=	oprijten
oprijtende	=	oprijten
oprijwagen	noun	een wagen die ingericht is om gestrande wagens achterop de wagen te laden en naar de garage te brengen
oprijwagens	=	oprijwagen
oprijwagentje	=	oprijwagen
oprijwagentjes	=	oprijwagen
oprijze	=	oprijzen
oprijzen	verb	in de hoogte stijgen, stijgend verschijnen
oprijzend	=	oprijzen
oprijzende	=	oprijzen
opril	noun	weg naar de top van een dijk, vestingwal of andere verhoging
oprillen	=	opril
oprisp	=	oprispen
oprispe	=	oprispen
oprispen	verb	opgeven van maaginhoud
oprispend	=	oprispen
oprispende	=	oprispen
oprisping	noun	het weer naar boven komen van iets dat ingeslikt was
oprispingen	=	oprisping
oprispinkje	=	oprisping
oprispinkjes	=	oprisping
oprispt	=	oprispen
oprispte	=	oprispen
oprispten	=	oprispen
oprit	noun	een toegangsweg tot een grotere weg
opritjacking	noun	een vorm van inbraak waarbij dieven doelgericht inbreken in een woning met als hoofddoel het bemachtigen van de autosleutels, zodat ze de auto kunnen stelen die buiten op de oprit geparkeerd staat.
opritjackings	=	opritjacking
opritje	=	oprit
opritjes	=	oprit
opritten	=	oprit
oproei	=	oproeien
oproeide	=	oproeien
oproeiden	=	oproeien
oproeie	=	oproeien
oproeien	verb	tegen de stroom inroeien
oproeiend	=	oproeien
oproeiende	=	oproeien
oproeit	=	oproeien
oproep	noun	een dringende vraag om iets te doen
oproepbaar	adj	te verkrijgen door te melden dat je iets of iemand nodig hebt
oproepbaarder	=	oproepbaar
oproepbaardere	=	oproepbaar
oproepbaarders	=	oproepbaar
oproepbaars	=	oproepbaar
oproepbaarst	=	oproepbaar
oproepbaarste	=	oproepbaar
oproepbare	=	oproepbaar
oproepbasis	noun	arbeidscontract waarbij een een werknemer alleen werkt wanneer de werkgever die persoon oproept, en dus niet op vaste tijden of dagen werkt
oproepe	=	oproepen
oproepen	verb	doen verschijnen
oproepend	=	oproepen
oproepende	=	oproepen
oproeper	noun	iets of iemand die een signaal doet uitgaan met als doel een antwoord te krijgen of een actie te bewerkstelligen
oproepers	=	oproeper
oproeping	noun	één of meerdere personen naar een bepaalde plaats laten komen.
oproepingen	=	oproeping
oproepinkje	=	oproeping
oproepinkjes	=	oproeping
oproepinstallatie	noun	een technische inrichting waarmee in grote gebouwen, werkplaatsen en op uitgestrekte terreinen, selectief personeel kan worden opgeroepen
oproepinstallaties	=	oproepinstallatie
oproepinstallatietje	=	oproepinstallatie
oproepinstallatietjes	=	oproepinstallatie
oproepje	=	oproep
oproepjes	=	oproep
oproept	=	oproepen
oproer	noun	is het plaatselijk in verzet komen tegen een autoriteit.
oproerde	=	oproeren
oproerden	=	oproeren
oproere	=	oproeren
oproeren	verb	door roeren omhoog brengen
oproerend	=	oproeren
oproerende	=	oproeren
oproerhelm	noun	beschermend hoofddeksel dat politieagenten dragen als er sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde
oproerhelmen	=	oproerhelm
oproerig	adj	opstandig met veel onrust
oproerige	=	oproerig
oproeriger	=	oproerig
oproerigere	=	oproerig
oproerigers	=	oproerig
oproerigheid	noun	genegen tot oproer, woelzucht
oproerigs	=	oproerig
oproerigst	=	oproerig
oproerigste	=	oproerig
oproerkraaier	noun	iemand die op luidruchtige wijze aangeeft dat hij het ergens niet mee eens is
oproerkraaiers	=	oproerkraaier
oproerkraaiertje	=	oproerkraaier
oproerkraaiertjes	=	oproerkraaier
oproermaker	noun	persoon die in opstand komt tegen het bevoegde gezag
oproermakers	=	oproermaker
oproerpolitie	noun	speciale afdeling van de politie, die optreedt in geval van relletjes, opstootjes of oproer -> mobiele eenheid (me)
oproerpolitietje	=	oproerpolitie
oproert	=	oproeren
oproertje	=	oproer
oproertjes	=	oproer
oproke	=	oproken
oproken	verb	iets verbruiken door het langzaam te verbranden
oprokend	=	oproken
oprokende	=	oproken
oprol	=	oprollen
oprolbaar	adj	iets vlaks wat tot een cilindervorm kan worden veranderd of een draad die tot een cirkel kan worden veranderd
oprolbaarder	=	oprolbaar
oprolbaardere	=	oprolbaar
oprolbaarders	=	oprolbaar
oprolbaars	=	oprolbaar
oprolbaarst	=	oprolbaar
oprolbaarste	=	oprolbaar
oprolbare	=	oprolbaar
oprolde	=	oprollen
oprolden	=	oprollen
oprolkogeltje	noun	insect uit de familie Clambidae van kevers (Coleoptera) uit de onderorde Polyphaga. ;externe links
oprolkogeltjes	noun	Clambidae een familie van kevers (Coleoptera) uit de onderorde Polyphaga. ;externe links
oprolle	=	oprollen
oprollen	verb	zich ~, tot een rol vormen
oprollend	=	oprollen
oprollende	=	oprollen
oproller	noun	een landpissebed uit de geslachten Armadillidium en Eluma bekend om zijn neiging zich in een bal op te rollen bij gevaar
oprollers	noun	een familie Glomeridae van miljoenpoten binnen de orde Glomerida
oprollertje	=	oproller
oprollertjes	=	oproller
oprolmier	noun	Myrmecina graminicola een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
oprolmieren	=	oprolmier
oprolmiertje	=	oprolmier
oprolmiertjes	=	oprolmier
oprolt	=	oprollen
oprook	=	oproken
oprookt	=	oproken
oprookte	=	oproken
oprookten	=	oproken
oprot	=	oprotten
oprotpremie	noun|informal	vertrekpremie
oprotpremies	=	oprotpremie
oprotpremietje	=	oprotpremie
oprotpremietjes	=	oprotpremie
oprotte	=	oprotten
oprotten	verb|informal	weggaan, vertrekken
oprottend	=	oprotten
oprottende	=	oprotten
oprotzes	noun	voldoende die men geeft aan een universiteit of hogeschool voor een studieprestatie die eigenlijk niet voldoet aan de standaarden; een onverdiende voldoende
oprotzesje	=	oprotzes
oprotzesjes	=	oprotzes
oprotzessen	=	oprotzes
oprui	=	opruien
opruide	=	opruien
opruiden	=	opruien
opruie	=	opruien
opruien	verb	kwaad en opgewonden maken (voor een gevecht, aanval)
opruiend	adj	aanzettend tot oproer
opruiende	=	opruien
opruiender	=	opruiend
opruiendere	=	opruiend
opruienders	=	opruiend
opruiends	=	opruiend
opruiendst	=	opruiend
opruiendste	=	opruiend
opruier	noun	iemand die andere mensen aanzet tot het plegen van geweld
opruiers	=	opruier
opruiertje	=	opruier
opruiertjes	=	opruier
opruiing	noun	het proberen mensen in opstand te laten komen
opruiingen	=	opruiing
opruiinkje	=	opruiing
opruiinkjes	=	opruiing
opruim	=	opruimen
opruimactie	noun	geheel van opeenvolgende handelingen om een gebied of ruimte van rommel te ontdoen en weer in een ordelijk staat te brengen
opruimacties	=	opruimactie
opruimdag	noun	dag die men gebruikt om iets weer netjes te maken
opruimdagen	=	opruimdag
opruimdagje	=	opruimdag
opruimdagjes	=	opruimdag
opruimde	=	opruimen
opruimden	=	opruimen
opruime	=	opruimen
opruimen	verb	iets uit de weg ruimen
opruimend	=	opruimen
opruimende	=	opruimen
opruimer	noun	iemand die iets schoonmaakt door ongewenste materialen of personen te verwijderen
opruimers	=	opruimer
opruiming	noun	periode dat een winkel zijn oude voorraden met korting verkoopt
opruimingen	=	opruiming
opruimingsdienst	noun	organisatie die gevaarlijke zaken, zoals explosieven, uit de openbare ruimte verwijdert
opruimingsdiensten	=	opruimingsdienst
opruimingskosten	noun	geld dat nodig is voor het opruimen van rommel
opruimingswerkzaamheden	noun	activiteiten die als doel hebben rommel te verwijderen
opruiminkje	=	opruiming
opruiminkjes	=	opruiming
opruimt	=	opruimen
opruimwerk	noun	het netjes maken van iets; het opruimen van rommel
opruimwerken	=	opruimwerk
opruimwerkje	=	opruimwerk
opruimwerkjes	=	opruimwerk
opruimwerkzaamheden	=	opruimwerkzaamheid
opruimwerkzaamheid	noun	de werkzaamheden die men verricht tijdens het opruimen en schoonmaken van iets
opruit	=	opruien
opruk	=	oprukken
oprukke	=	oprukken
oprukken	verb	je verplaatsen in de gewenste richting
oprukkend	adj	in belang toenemend
oprukkende	=	oprukken
oprukkends	=	oprukkend
oprukt	=	oprukken
oprukte	=	oprukken
oprukten	=	oprukken
opruststelling	noun	stoppen met werken en pensioen ontvangen
opruststellingen	=	opruststelling
opruw	=	opruwen
opruwde	=	opruwen
opruwden	=	opruwen
opruwe	=	opruwen
opruwen	verb	iets minder glad maken; iets ruwer maken
opruwend	=	opruwen
opruwende	=	opruwen
opruwt	=	opruwen
opruyden	=	opruien
opschaal	=	opschalen
opschaalde	=	opschalen
opschaalden	=	opschalen
opschaalt	=	opschalen
opschale	=	opschalen
opschalen	verb	zeer sterk in omvang laten toenemen
opschalend	=	opschalen
opschalende	=	opschalen
opschaling	noun	het in vooraf gedefinieerde stappen verhogen
opschalingen	=	opschaling
opschalinkje	=	opschaling
opschalinkjes	=	opschaling
opscharrel	=	opscharrelen
opscharrelde	=	opscharrelen
opscharrelden	=	opscharrelen
opscharrele	=	opscharrelen
opscharrelen	verb	met moeite vinden en krijgen
opscharrelend	=	opscharrelen
opscharrelende	=	opscharrelen
opscharrelt	=	opscharrelen
opscheep	=	opschepen
opscheept	=	opschepen
opscheepte	=	opschepen
opscheepten	=	opschepen
opscheer	=	opscheren
opscheert	=	opscheren
opschenk	=	opschenken
opschenke	=	opschenken
opschenken	verb	een vloeistof op iets schenken of gieten
opschenkend	=	opschenken
opschenkende	=	opschenken
opschenkt	=	opschenken
opschep	=	opscheppen
opschepe	=	opschepen
opschepen	verb	iemand ergens mee belasten terwijl je er zelf ook verantwoordelijkheid voor hebt
opschepend	=	opschepen
opschepende	=	opschepen
opscheplepel	noun	een lange, grote en diepe lepel bedoeld voor het opdienen van soep, groenten e.d
opscheplepels	=	opscheplepel
opscheplepeltje	=	opscheplepel
opscheplepeltjes	=	opscheplepel
opscheppe	=	opscheppen
opscheppen	verb	voedsel uit een schaal of pan op een bord doen
opscheppend	=	opscheppen
opscheppende	=	opscheppen
opschepper	noun	iemand die vaak opschept tot ergernis van anderen
opschepperig	adj	van een persoon dat hij van zichzelf zegt dat hij heel goed is
opschepperige	=	opschepperig
opschepperiger	=	opschepperig
opschepperigere	=	opschepperig
opschepperigers	=	opschepperig
opschepperigs	=	opschepperig
opschepperigst	=	opschepperig
opschepperigste	=	opschepperig
opschepperij	noun	je beter voordoen dan je eigenlijk bent
opschepperijen	=	opschepperij
opschepperijtje	=	opschepperij
opschepperijtjes	=	opschepperij
opscheppers	=	opschepper
opscheppertje	=	opschepper
opscheppertjes	=	opschepper
opschept	=	opscheppen
opschepte	=	opscheppen
opschepten	=	opscheppen
opschere	=	opscheren
opscheren	verb	van onder naar boven wegscheren
opscherend	=	opscheren
opscherende	=	opscheren
opschiet	=	opschieten
opschiete	=	opschieten
opschieten	verb	haast maken
opschietend	=	opschieten
opschietende	=	opschieten
opschik	noun	tooi, versiering
opschikje	=	opschik
opschikjes	=	opschik
opschikke	=	opschikken
opschikken	verb	door opschuiven plaats maken voor iemand
opschikkend	=	opschikken
opschikkende	=	opschikken
opschikt	=	opschikken
opschikte	=	opschikken
opschikten	=	opschikken
opschilder	=	opschilderen
opschilderde	=	opschilderen
opschilderden	=	opschilderen
opschildere	=	opschilderen
opschilderen	verb	het opnieuw voorzien van een laag verf
opschilderend	=	opschilderen
opschilderende	=	opschilderen
opschildert	=	opschilderen
opschone	=	opschonen
opschonen	verb	van overbodige troep ontdoen
opschonend	=	opschonen
opschonende	=	opschonen
opschonk	=	opschenken
opschonken	=	opschenken
opschoof	=	opschuiven
opschoon	=	opschonen
opschoonde	=	opschonen
opschoonden	=	opschonen
opschoonen	=	opschonen
opschoont	=	opschonen
opschoor	=	opscheren
opschoort	=	opscheren
opschoot	=	opschieten
opschore	=	opscheren
opschoren	=	opscheren
opschors	=	opschorsen
opschorse	=	opschorsen
opschorsen	verb	opschorten
opschorsend	=	opschorsen
opschorsende	=	opschorsen
opschorst	=	opschorsen
opschorste	=	opschorsen
opschorsten	=	opschorsen
opschort	=	opschorten
opschortbaar	adj	met de mogelijkheid om uit te stellen
opschortbaarder	=	opschortbaar
opschortbaardere	=	opschortbaar
opschortbaarders	=	opschortbaar
opschortbaars	=	opschortbaar
opschortbaarst	=	opschortbaar
opschortbaarste	=	opschortbaar
opschortbare	=	opschortbaar
opschorte	=	opschorten
opschorten	verb	uitstellen
opschortend	=	opschorten
opschortende	=	opschorten
opschorting	noun	tijdelijk of blijvend buiten werking stellen van iets, of het niet in werking stellen van iets
opschortingen	=	opschorting
opschortte	=	opschorten
opschortten	=	opschorten
opschote	=	opschieten
opschoten	=	opschieten
opschoven	=	opschuiven
opschreef	=	opschrijven
opschreeft	=	opschrijven
opschreve	=	opschrijven
opschreven	=	opschrijven
opschrift	noun	korte tekst die op een voorwerp staat
opschriften	=	opschrift
opschriftje	=	opschrift
opschriftjes	=	opschrift
opschrijf	=	opschrijven
opschrijfboek	noun	blok of klein boek waarin men aantekeningen kan maken
opschrijfboeken	=	opschrijfboek
opschrijfboekje	=	opschrijfboek
opschrijfboekjes	=	opschrijfboek
opschrijft	=	opschrijven
opschrijve	=	opschrijven
opschrijven	verb	schrijvend een notitie ergens van maken
opschrijvend	=	opschrijven
opschrijvende	=	opschrijven
opschrik	=	opschrikken
opschrikke	=	opschrikken
opschrikken	verb	van schrik opspringen
opschrikkend	=	opschrikken
opschrikkende	=	opschrikken
opschrikt	=	opschrikken
opschrikte	=	opschrikken
opschrikten	=	opschrikken
opschroef	=	opschroeven
opschroefde	=	opschroeven
opschroefden	=	opschroeven
opschroeft	=	opschroeven
opschroeve	=	opschroeven
opschroeven	verb	iets groter of hoger maken, of dat alleen maar beloven
opschroevend	=	opschroeven
opschroevende	=	opschroeven
opschrok	=	opschrokken
opschrokke	=	opschrokken
opschrokken	verb	gulzig opeten
opschrokkend	=	opschrokken
opschrokkende	=	opschrokken
opschrokt	=	opschrokken
opschrokte	=	opschrokken
opschrokten	=	opschrokken
opschud	=	opschudden
opschudde	=	opschudden
opschudden	verb	schuddend ordenen
opschuddend	=	opschudden
opschuddende	=	opschudden
opschudding	noun	een reactie van schok, verbazing of afkeer op een daad of gebeurtenis
opschuddingen	=	opschudding
opschuddinkje	=	opschudding
opschuddinkjes	=	opschudding
opschude	=	opschudden
opschuden	=	opschudden
opschudend	=	opschudden
opschudt	=	opschudden
opschuif	=	opschuiven
opschuift	=	opschuiven
opschuive	=	opschuiven
opschuiven	verb	van plaats veranderen zonder los te raken van de ondergrond
opschuivend	=	opschuiven
opschuivende	=	opschuiven
opschure	=	opschuren
opschuren	verb	door schuren weer een heel klein beetje ruw maken
opschurend	=	opschuren
opschurende	=	opschuren
opschut	=	opschutten
opschutte	=	opschutten
opschutten	verb	een schip door een sluis doen passeren van lager naar hoger gelegen water.
opschuttend	=	opschutten
opschuttende	=	opschutten
opschuur	=	opschuren
opschuurde	=	opschuren
opschuurden	=	opschuren
opschuurt	=	opschuren
opsier	=	opsieren
opsierde	=	opsieren
opsierden	=	opsieren
opsiere	=	opsieren
opsieren	verb	extra mooi maken
opsierend	=	opsieren
opsierende	=	opsieren
opsiering	noun	iets dat dient om iets of iemand mooier te maken maar verder geen functie heeft
opsieringen	=	opsiering
opsiert	=	opsieren
opsjor	=	opsjorren
opsjorde	=	opsjorren
opsjorden	=	opsjorren
opsjorre	=	opsjorren
opsjorren	verb	met moeite naar boven brengen of tillen
opsjorrend	=	opsjorren
opsjorrende	=	opsjorren
opsjort	=	opsjorren
opsjouw	=	opsjouwen
opsjouwde	=	opsjouwen
opsjouwden	=	opsjouwen
opsjouwe	=	opsjouwen
opsjouwen	verb	komen voor iets belangrijks
opsjouwend	=	opsjouwen
opsjouwende	=	opsjouwen
opsjouwt	=	opsjouwen
opsla	=	opslaan
opslaan	verb	een service uitvoeren, serveren
opslaand	=	opslaan
opslaande	=	opslaan
opslaat	=	opslaan
opslag	noun	berging, tijdelijke plaatsing van goederen
opslagcapaciteit	noun	de grote van een bergruimte; de hoeveelheid goederen die ergens opgeslagen kan worden
opslagcapaciteiten	=	opslagcapaciteit
opslagconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die gespecialiseerd zijn in het opslaan van goederen
opslagconcerns	=	opslagconcern
opslagen	=	opslag
opslaghouder	noun	persoon of organisatie die slecht verzorgde dieren opvangt die door de Landelijke Inspectiedienst in beslag zijn genomen
opslaghouders	=	opslaghouder
opslagje	=	opslag
opslagjes	=	opslag
opslagkamer	noun	kamer waar men voorraden kan opbergen
opslagkamers	=	opslagkamer
opslagkamertje	=	opslagkamer
opslagkamertjes	=	opslagkamer
opslagkost	noun|obsolete	geld dat men besteedt aan het opbergen van goederen
opslagkosten	noun	geld dat men besteedt aan het opbergen van goederen
opslagmedia	=	opslagmedium
opslagmedium	noun	fysieke plek om informatie op te slaan, informatiedrager
opslagplaats	noun	een ruimte bedoeld om er voorraden op te slaan
opslagplaatsen	=	opslagplaats
opslagplaatsje	=	opslagplaats
opslagplaatsjes	=	opslagplaats
opslagrente	noun	een extra rente die betaald moet worden om welke reden dan ook
opslagrenten	=	opslagrente
opslagrentes	=	opslagrente
opslagruimte	noun	een fysieke of virtuele plaats waar men iets kan bewaren
opslagruimten	=	opslagruimte
opslagruimtes	=	opslagruimte
opslagruimtetje	=	opslagruimte
opslagruimtetjes	=	opslagruimte
opslagtank	noun	tank om vloeistof of gas op te slaan
opslagtankje	=	opslagtank
opslagtankjes	=	opslagtank
opslagtanks	=	opslagtank
opslagterrein	noun	stuk land dat men kan gebruiken om zaken te bewaren
opslagterreinen	=	opslagterrein
opslagterreintje	=	opslagterrein
opslagterreintjes	=	opslagterrein
opslagval	noun	achteruitgang in het besteedbaar inkomen bij een toename van het brutoloon (doordat bepaalde toeslagen vervallen door het hogere loon)
opsleep	=	opslepen
opsleept	=	opslepen
opsleepte	=	opslepen
opsleepten	=	opslepen
opslepe	=	opslepen
opslepen	verb	door trekken iets of iemand ergens naartoe brengen
opslepend	=	opslepen
opslepende	=	opslepen
opsleur	=	opsleuren
opsleurde	=	opsleuren
opsleurden	=	opsleuren
opsleure	=	opsleuren
opsleuren	verb	iets met veel moeite naar boven slepen
opsleurend	=	opsleuren
opsleurende	=	opsleuren
opsleurt	=	opsleuren
opslibbing	noun	natuurlijke proces waarbij land langs kusten en rivieren hoger wordt doordat slib, zand en kleideeltjes uit het water bezinken.
opslibbingen	=	opslibbing
opslibbinkje	=	opslibbing
opslibbinkjes	=	opslibbing
opsloeg	=	opslaan
opsloege	=	opslaan
opsloegen	=	opslaan
opsloegt	=	opslaan
opslok	=	opslokken
opslokke	=	opslokken
opslokken	verb	heel of in grote brokken inslikken
opslokkend	=	opslokken
opslokkende	=	opslokken
opslokking	noun	het proces of de handeling van ergens helemaal in opgaan, absorberen of inlijven
opslokkingen	=	opslokking
opslokkinkje	=	opslokking
opslokkinkjes	=	opslokking
opslokt	=	opslokken
opslokte	=	opslokken
opslokten	=	opslokken
opslome	=	opslomen
opslomen	verb	bewust kalmer aan gaan doen als voorbereiding op een rustperiode
opslomend	=	opslomen
opslomende	=	opslomen
opsloom	=	opslomen
opsloomde	=	opslomen
opsloomden	=	opslomen
opsloomt	=	opslomen
opsloot	=	opsluiten
opslorp	=	opslorpen
opslorpe	=	opslorpen
opslorpen	verb	in zich opnemen
opslorpend	=	opslorpen
opslorpende	=	opslorpen
opslorpt	=	opslorpen
opslorpte	=	opslorpen
opslorpten	=	opslorpen
opslote	=	opsluiten
opsloten	=	opsluiten
opsluit	=	opsluiten
opsluite	=	opsluiten
opsluiten	verb	iemand achter slot gevangen zetten
opsluitend	=	opsluiten
opsluitende	=	opsluiten
opsluiting	noun	het opsluiten
opsluitingen	=	opsluiting
opsluitinkje	=	opsluiting
opsluitinkjes	=	opsluiting
opslurp	=	opslurpen
opslurpe	=	opslurpen
opslurpen	verb	gretig drinken waarbij men veel lawaai maakt
opslurpend	=	opslurpen
opslurpende	=	opslurpen
opslurpt	=	opslurpen
opslurpte	=	opslurpen
opslurpten	=	opslurpen
opsmeer	=	opsmeren
opsmeerde	=	opsmeren
opsmeerden	=	opsmeren
opsmeert	=	opsmeren
opsmere	=	opsmeren
opsmeren	verb	iets (met name een vette substantie) over een oppervlak aanbrengen; smerend aanbrengen
opsmerend	=	opsmeren
opsmerende	=	opsmeren
opsmuk	=	opsmukken
opsmukke	=	opsmukken
opsmukken	verb	zorgen dat iets of iemand er mooier uitziet
opsmukkend	=	opsmukken
opsmukkende	=	opsmukken
opsmukt	=	opsmukken
opsmukte	=	opsmukken
opsmukten	=	opsmukken
opsneden	=	opsnijden
opsneed	=	opsnijden
opsnij	=	opsnijden
opsnijd	=	opsnijden
opsnijde	=	opsnijden
opsnijden	verb	opscheppen, snoeven
opsnijdend	=	opsnijden
opsnijdende	=	opsnijden
opsnijder	noun	opschepper, snoever, pocher, bluffer
opsnijderig	adj|formal	opschepperig
opsnijderige	=	opsnijderig
opsnijderiger	=	opsnijderig
opsnijderigere	=	opsnijderig
opsnijderigers	=	opsnijderig
opsnijderigs	=	opsnijderig
opsnijderigst	=	opsnijderig
opsnijderigste	=	opsnijderig
opsnijders	=	opsnijder
opsnijdt	=	opsnijden
opsnoep	=	opsnoepen
opsnoepe	=	opsnoepen
opsnoepen	verb	het nuttigen van snoep
opsnoepend	=	opsnoepen
opsnoepende	=	opsnoepen
opsnoept	=	opsnoepen
opsnoepte	=	opsnoepen
opsnoepten	=	opsnoepen
opsnoof	=	opsnuiven
opsnooft	=	opsnuiven
opsnor	=	opsnorren
opsnorde	=	opsnorren
opsnorden	=	opsnorren
opsnorre	=	opsnorren
opsnorren	verb	zoeken en vinden
opsnorrend	=	opsnorren
opsnorrende	=	opsnorren
opsnort	=	opsnorren
opsnove	=	opsnuiven
opsnoven	=	opsnuiven
opsnuif	=	opsnuiven
opsnuift	=	opsnuiven
opsnuive	=	opsnuiven
opsnuiven	verb	door de neus inademen en daardoor iets in de neus opnemen
opsnuivend	=	opsnuiven
opsnuivende	=	opsnuiven
opsodemieter	=	opsodemieteren
opsodemieterde	=	opsodemieteren
opsodemieterden	=	opsodemieteren
opsodemietere	=	opsodemieteren
opsodemieteren	verb|informal	weggaan
opsodemieterend	=	opsodemieteren
opsodemieterende	=	opsodemieteren
opsodemieters	=	opsodemieteren
opsodemietert	=	opsodemieteren
opsolfer	=	opsolferen
opsolferde	=	opsolferen
opsolferden	=	opsolferen
opsolfere	=	opsolferen
opsolferen	verb	iemand anders met jouw eigen probleem of vervelende, moeilijke taak belasten
opsolferend	=	opsolferen
opsolferende	=	opsolferen
opsolfert	=	opsolferen
opsom	=	opsommen
opsomde	=	opsommen
opsomden	=	opsommen
opsomme	=	opsommen
opsommen	verb	achter elkaar opnoemen
opsommend	=	opsommen
opsommende	=	opsommen
opsomming	noun	een in een rij geplaatste serie van items, horizontaal of verticaal ten opzichte van elkaar geplaatst
opsommingen	=	opsomming
opsommingsteken	noun	speciaal teken dat aangeeft dat het een opsomming betreft
opsommingstekenen	=	opsommingsteken
opsommingstekens	=	opsommingsteken
opsommingstekentje	=	opsommingsteken
opsommingteken	noun	speciaal teken dat aangeeft dat het een opsomming betreft
opsommingtekens	=	opsommingteken
opsomminkje	=	opsomming
opsomminkjes	=	opsomming
opsomt	=	opsommen
opsoupeer	=	opsouperen
opsoupeerde	=	opsouperen
opsoupeerden	=	opsouperen
opsoupeert	=	opsouperen
opsoupere	=	opsouperen
opsouperen	verb	met name van een hoeveelheid geld: op een snelle en niet zinvolle manier helemaal opmaken
opsouperend	=	opsouperen
opsouperende	=	opsouperen
opspaar	=	opsparen
opspaarde	=	opsparen
opspaarden	=	opsparen
opspaart	=	opsparen
opspan	=	opspannen
opspande	=	opspannen
opspanden	=	opspannen
opspanne	=	opspannen
opspannen	verb	op iets vastmaken (onder een zekere spanning)
opspannend	=	opspannen
opspannende	=	opspannen
opspant	=	opspannen
opspare	=	opsparen
opsparen	verb	meerdere zaken bewaren voor later zodat je ze dan in één keer kunt gebruiken
opsparend	=	opsparen
opsparende	=	opsparen
opspat	=	opspatten
opspatte	=	opspatten
opspatten	verb	door spatten omhoog gaan
opspattend	=	opspatten
opspattende	=	opspatten
opspeel	=	opspelen
opspeelde	=	opspelen
opspeelden	=	opspelen
opspeelt	=	opspelen
opspekken	verb	door veel te eten lichaamsgewicht winnen
opspekkend	=	opspekken
opspeld	=	opspelden
opspeldde	=	opspelden
opspeldden	=	opspelden
opspelde	=	opspelden
opspelden	verb	een voorwerp, vaak een ereteken, middels een speld op een kledingstuk aanbrengen
opspeldend	=	opspelden
opspeldende	=	opspelden
opspeldt	=	opspelden
opspele	=	opspelen
opspelen	verb	op een vervelende manier ergens wat van merken
opspelend	=	opspelen
opspelende	=	opspelen
opsper	=	opsperren
opsperde	=	opsperren
opsperden	=	opsperren
opsperre	=	opsperren
opsperren	verb	wijd openen
opsperrend	=	opsperren
opsperrende	=	opsperren
opspert	=	opsperren
opspeur	=	opspeuren
opspeurde	=	opspeuren
opspeurden	=	opspeuren
opspeure	=	opspeuren
opspeuren	verb	met veel ijver, aandacht zoeken
opspeurend	=	opspeuren
opspeurende	=	opspeuren
opspeurt	=	opspeuren
opspit	=	opspitten
opspitte	=	opspitten
opspitten	verb	door spitten naar boven brengen
opspittend	=	opspitten
opspittende	=	opspitten
opsplits	=	opsplitsen
opsplitse	=	opsplitsen
opsplitsen	verb	open maken van een touw zodat men iets tussen de strengen van het touw kan steken
opsplitsend	=	opsplitsen
opsplitsende	=	opsplitsen
opsplitsing	noun	een geheel verdelen in meerdere kleinere delen
opsplitsingen	=	opsplitsing
opsplitst	=	opsplitsen
opsplitste	=	opsplitsen
opsplitsten	=	opsplitsen
opspoel	=	opspoelen
opspoelde	=	opspoelen
opspoelden	=	opspoelen
opspoele	=	opspoelen
opspoelen	verb	een draad of koord op een rol draaien
opspoelend	=	opspoelen
opspoelende	=	opspoelen
opspoelt	=	opspoelen
opspoor	=	opsporen
opspoorbaar	adj	door speuren te vinden
opspoorbaarder	=	opspoorbaar
opspoorbaardere	=	opspoorbaar
opspoorbaarders	=	opspoorbaar
opspoorbaars	=	opspoorbaar
opspoorbaarst	=	opspoorbaar
opspoorbaarste	=	opspoorbaar
opspoorbare	=	opspoorbaar
opspoorde	=	opsporen
opspoorden	=	opsporen
opspoort	=	opsporen
opspoot	=	opspuiten
opspore	=	opsporen
opsporen	verb	tot vindens toe het spoor van iets of iemand volgen
opsporend	=	opsporen
opsporende	=	opsporen
opsporing	noun	het opsporen
opsporingen	=	opsporing
opsporingsactie	noun	het proces van de politie om na een strafbaar feit onderzoek te doen naar de dader, bewijsmateriaal te verzamelen en feiten te achterhalen.
opsporingsacties	=	opsporingsactie
opsporingsactietje	=	opsporingsactie
opsporingsactietjes	=	opsporingsactie
opsporingsambtenaar	noun	ambtenaar, belast met het opsporen van strafbare feiten
opsporingsambtenaars	=	opsporingsambtenaar
opsporingsambtenaartje	=	opsporingsambtenaar
opsporingsambtenaartjes	=	opsporingsambtenaar
opsporingsambtenaren	=	opsporingsambtenaar
opsporingsapparaat	noun	de organisatie die belast is met het zoeken en vinden van daders van misdaden
opsporingsapparaatje	=	opsporingsapparaat
opsporingsapparaatjes	=	opsporingsapparaat
opsporingsapparaten	=	opsporingsapparaat
opsporingsbericht	noun	een bericht bedoeld om iets of iemand op te sporen
opsporingsberichten	=	opsporingsbericht
opsporingsberichtje	=	opsporingsbericht
opsporingsberichtjes	=	opsporingsbericht
opsporingsbevel	noun	bevel dat een politiedienst mag en moet zoeken naar een persoon en deze mag arresteren
opsporingsbevelen	=	opsporingsbevel
opsporingsbevoegdheden	=	opsporingsbevoegdheid
opsporingsbevoegdheid	noun	recht om namens de staat onderzoek te doen naar strafbare feiten en de plegers van deze feiten
opsporingsdienst	noun	een organisatie van de overheid die belast is met het speuren naar overtredingen van de wet
opsporingsdiensten	=	opsporingsdienst
opsporingskost	noun|obsolete	uitgaven die men moet doen om iets of iemand te vinden
opsporingskosten	noun	uitgaven die men moet doen om iets of iemand te vinden
opsporingsmethode	noun	een manier waarop men iets kan ontdekken; manier waarop men iets te weten kan komen
opsporingsmethoden	=	opsporingsmethode
opsporingsmethodes	=	opsporingsmethode
opsporingsmiddel	noun	methode om iets te vinden wat verborgen is
opsporingsmiddelen	=	opsporingsmiddel
opsporingsonderzoek	noun	het geheel van de handelingen die ertoe strekken de misdrijven, hun daders en de bewijzen ervan op te sporen en de gegevens te verzamelen die dienstig zijn voor de uitoefening van de strafvordering
opsporingsonderzoeken	=	opsporingsonderzoek
opsporingsprogramma	noun	radio- of televisieprogramma waarin de luisteraars en kijkers om inlichtingen wordt gevraagd over gepleegde misdaden
opsporingsprogramma's	=	opsporingsprogramma
opsporingsprogrammaatje	=	opsporingsprogramma
opsporingsprogrammaatjes	=	opsporingsprogramma
opsporingsregister	noun	register van door de politie gezochte personen
opsporingsregisters	=	opsporingsregister
opsporingsregistertje	=	opsporingsregister
opsporingsregistertjes	=	opsporingsregister
opsporingsteam	noun	groep mensen die één of meer vermisten probeert te vinden
opsporingsteams	=	opsporingsteam
opsporingsverzoek	noun	vraag om een bepaald persoon te zoeken (en aan te houden)
opsporingsverzoeken	=	opsporingsverzoek
opsporingsverzoekje	=	opsporingsverzoek
opsporingsverzoekjes	=	opsporingsverzoek
opsporinkje	=	opsporing
opsporinkjes	=	opsporing
opspoten	=	opspuiten
opspraak	noun	publieke discussie, gewoonlijk in afkeurende zin
opsprakelijk	adj	van iets dat het strenge afkeuring verdient
opsprakelijke	=	opsprakelijk
opsprakelijker	=	opsprakelijk
opsprakelijkere	=	opsprakelijk
opsprakelijkers	=	opsprakelijk
opsprakelijks	=	opsprakelijk
opsprakelijkst	=	opsprakelijk
opsprakelijkste	=	opsprakelijk
opspring	=	opspringen
opspringe	=	opspringen
opspringen	verb	in de hoogte springen
opspringend	=	opspringen
opspringende	=	opspringen
opspringt	=	opspringen
opsprong	=	opspringen
opspronge	=	opspringen
opsprongen	=	opspringen
opsprongt	=	opspringen
opspuit	=	opspuiten
opspuite	=	opspuiten
opspuiten	verb	een stuk ondiep water verlanden door een mengsel van zand en water erop aan te brengen en het water weg te laten zakken
opspuitend	=	opspuiten
opspuitende	=	opspuiten
opspuw	=	opspuwen
opspuwde	=	opspuwen
opspuwden	=	opspuwen
opspuwe	=	opspuwen
opspuwen	verb	in grote hoeveelheden produceren
opspuwend	=	opspuwen
opspuwende	=	opspuwen
opspuwt	=	opspuwen
opsta	=	opstaan
opstaakt	=	opsteken
opstaan	verb	gaan staan
opstaand	adj	overeind geplaatst
opstaande	=	opstaan
opstaands	=	opstaand
opstaat	=	opstaan
opstak	=	opsteken
opstake	=	opsteken
opstaken	=	opsteken
opstal	noun	een constructie of bouwwerk dat op een perceel geplaatst is.
opstallen	=	opstal
opstalletje	=	opstal
opstalletjes	=	opstal
opstalverzekering	noun	verzekering tegen schade van het huis zelf.
opstalverzekeringen	=	opstalverzekering
opstand	noun	een massale, vaak gewelddadige, poging om het heersende gezag omver te werpen
opstandeling	noun	iemand die zich gewapenderhand verzet tegen het heersende gezag
opstandelingen	=	opstandeling
opstandelingenbeweging	noun	is een georganiseerde groep mensen die zich met geweld of andere acties verzet tegen de gevestigde macht, een zittend regime of het huidige gezag.
opstandelingenbewegingen	=	opstandelingenbeweging
opstandelingenbeweginkje	=	opstandelingenbeweging
opstandelingenbeweginkjes	=	opstandelingenbeweging
opstandelingetje	=	opstandeling
opstandelingetjes	=	opstandeling
opstanden	=	opstand
opstandig	adj	geneigd zich te verzetten tegen het heersende gezag
opstandige	=	opstandig
opstandiger	=	opstandig
opstandigere	=	opstandig
opstandigers	=	opstandig
opstandigheden	=	opstandigheid
opstandigheid	noun	het zich verzetten tegen het gezag; het in verzet komen tegen een autoriteit
opstandigs	=	opstandig
opstandigst	=	opstandig
opstandigste	=	opstandig
opstanding	noun	verrijzenis
opstandingen	=	opstanding
opstandinkje	=	opstanding
opstandinkjes	=	opstanding
opstandje	=	opstand
opstandjes	=	opstand
opstap	noun	een verhoging die met één stap te bestijgen is
opstapel	=	opstapelen
opstapelde	=	opstapelen
opstapelden	=	opstapelen
opstapele	=	opstapelen
opstapelen	verb	boven op een grote hoop leggen, ergens een hoop van maken
opstapelend	=	opstapelen
opstapelende	=	opstapelen
opstapeling	noun	een grote hoeveelheid samenhangende zaken
opstapelingen	=	opstapeling
opstapelt	=	opstapelen
opstapje	=	opstap
opstapjes	=	opstap
opstappe	=	opstappen
opstappen	verb	aftreden, weggaan
opstappend	=	opstappen
opstappende	=	opstappen
opstapper	noun	iemand die in een voertuig stapt als nieuw of tijdelijk bemanningslid; iemand die meevaart en belooft mee te helpen
opstappers	=	opstapper
opstappertje	=	opstapper
opstappertjes	=	opstapper
opstapplaats	noun	plaats waar deelnemers aan een reis kunnen instappen
opstapplaatsen	=	opstapplaats
opstapt	=	opstappen
opstapte	=	opstappen
opstapten	=	opstappen
opstart	=	opstarten
opstarte	=	opstarten
opstarten	verb	beginnen vanuit een rusttoestand, voor de eerste keer beginnen
opstartend	=	opstarten
opstartende	=	opstarten
opstartkost	noun|obsolete	uitgaven die men moet doen voor de start van iets
opstartkosten	noun	uitgaven die men moet doen voor de start van iets
opstartpagina	noun	de eerste webpagina die je ziet wanneer je een website bezoekt
opstartpagina's	=	opstartpagina
opstartpaginaatje	=	opstartpagina
opstartpaginaatjes	=	opstartpagina
opstartprobleem	noun	moeilijkheden die bestaan tijdens het begin van een activiteit of bij de ingebruikname van iets
opstartprobleempje	=	opstartprobleem
opstartprobleempjes	=	opstartprobleem
opstartproblemen	=	opstartprobleem
opstartte	=	opstarten
opstartten	=	opstarten
opsteef	=	opstijven
opsteeg	=	opstijgen
opsteegt	=	opstijgen
opsteek	=	opsteken
opsteekt	=	opsteken
opstege	=	opstijgen
opstegen	=	opstijgen
opsteke	=	opsteken
opsteken	verb	iets leren
opstekend	adj	van een wind dat deze plotseling sterker wordt
opstekende	=	opsteken
opstekends	=	opstekend
opsteker	noun	een omstandigheid die gunstig voor iets of iemand werkt; iets wat blijmoedig maakt
opstekers	=	opsteker
opstekertje	=	opsteker
opstekertjes	=	opsteker
opstel	noun	een korte en schriftelijke beschouwing van iets
opstelde	=	opstellen
opstelden	=	opstellen
opstelle	=	opstellen
opstellen	verb	op zijn plaats zetten
opstellend	=	opstellen
opstellende	=	opstellen
opsteller	noun	schrijver of ontwerper van een plan of geschrift
opstellers	=	opsteller
opstelletje	=	opstel
opstelletjes	=	opstel
opstelling	noun	het opstellen (plaatsen)
opstellingen	=	opstelling
opstellinkje	=	opstelling
opstelstroken	=	opstelstrook
opstelstrook	noun	een gemarkeerd gebied waar het verkeer kan gaan staan om te wachten bij rood licht wanneer zij een weg of kruispunt willen oprijden
opstelt	=	opstellen
opstelwedstrijd	noun	een wedstrijd waarvoor de deelnemers een essay over een bepaald onderwerp schrijven
opstelwedstrijden	=	opstelwedstrijd
opsteven	=	opstijven
opstiet	=	opstoten
opstieten	=	opstoten
opstijf	=	opstijven
opstijfde	=	opstijven
opstijfden	=	opstijven
opstijft	=	opstijven
opstijg	=	opstijgen
opstijge	=	opstijgen
opstijgen	verb	in de lucht omhooggaan
opstijgend	adj	naar boven gaand
opstijgende	=	opstijgen
opstijgends	=	opstijgend
opstijging	noun	het oprijzen in de hoogte
opstijgingen	=	opstijging
opstijginkje	=	opstijging
opstijginkjes	=	opstijging
opstijgt	=	opstijgen
opstijve	=	opstijven
opstijven	verb	stijf maken
opstijvend	=	opstijven
opstijvende	=	opstijven
opstik	=	opstikken
opstikke	=	opstikken
opstikken	verb	met naald en draad iets ergens op aanbrengen
opstikkend	=	opstikken
opstikkende	=	opstikken
opstikt	=	opstikken
opstikte	=	opstikken
opstikten	=	opstikken
opstoke	=	opstoken
opstoken	verb	van een vuur dat je het heftiger laat branden ook figuurlijk
opstokend	=	opstoken
opstokende	=	opstoken
opstoker	noun	iemand die probeert mensen tot strijd aan te zetten
opstokers	=	opstoker
opstome	=	opstomen
opstomen	verb	van een stoom- of motorschip dat het ergens naartoe vaart of van een stoomtrein dat het ergens naartoe rijdt
opstomend	=	opstomen
opstomende	=	opstomen
opstond	=	opstaan
opstonde	=	opstaan
opstonden	=	opstaan
opstondt	=	opstaan
opstoof	=	opstuiven
opstoofde	=	opstoven
opstoofden	=	opstoven
opstooft	=	opstoven
opstook	=	opstoken
opstookt	=	opstoken
opstookte	=	opstoken
opstookten	=	opstoken
opstoom	=	opstomen
opstoomde	=	opstomen
opstoomden	=	opstomen
opstoomt	=	opstomen
opstoot	noun	iets wat snel en onverwachts krachtig komen maar even snel weer weggaat
opstootje	=	opstoot
opstootte	=	opstoten
opstootten	=	opstoten
opstop	=	opstoppen
opstoppe	=	opstoppen
opstoppen	verb	volstoppen, opvullen
opstoppend	=	opstoppen
opstoppende	=	opstoppen
opstopper	noun|informal	een stomp of harde slag
opstoppers	=	opstopper
opstoppertje	=	opstopper
opstoppertjes	=	opstopper
opstopping	noun	verstoppende stremming
opstoppingen	=	opstopping
opstoppinkje	=	opstopping
opstoppinkjes	=	opstopping
opstopt	=	opstoppen
opstopte	=	opstoppen
opstopten	=	opstoppen
opstorm	=	opstormen
opstormde	=	opstormen
opstormden	=	opstormen
opstorme	=	opstormen
opstormen	verb	met hoge snelheid en lawaai iets betreden
opstormend	=	opstormen
opstormende	=	opstormen
opstormt	=	opstormen
opstote	=	opstoten
opstoten	verb	wild opjagen
opstotend	=	opstoten
opstotende	=	opstoten
opstove	=	opstoven
opstoven	verb	door stoven verder klaarmaken
opstovend	=	opstoven
opstovende	=	opstoven
opstraal	=	opstralen
opstraalde	=	opstralen
opstraalden	=	opstralen
opstraalt	=	opstralen
opstrale	=	opstralen
opstralen	verb	met een straal naar boven brengen
opstralend	=	opstralen
opstralende	=	opstralen
opstreek	=	opstrijken
opstreken	=	opstrijken
opstrijk	=	opstrijken
opstrijke	=	opstrijken
opstrijken	verb	met een strijkijzer in de vereiste toestand brengen
opstrijkend	=	opstrijken
opstrijkende	=	opstrijken
opstrijkt	=	opstrijken
opstrome	=	opstromen
opstromen	verb	zich geleidelijk in een bepaalde richting bewegen
opstromend	=	opstromen
opstromende	=	opstromen
opstroom	=	opstromen
opstroomde	=	opstromen
opstroomden	=	opstromen
opstroomt	=	opstromen
opstroop	=	opstropen
opstroopt	=	opstropen
opstroopte	=	opstropen
opstroopten	=	opstropen
opstrope	=	opstropen
opstropen	verb	de onderste rand van een mouw of broekspijp naar boven schuiven zodat de handen of de voeten onbedekt blijven
opstropend	=	opstropen
opstropende	=	opstropen
opstuif	=	opstuiven
opstuift	=	opstuiven
opstuik	=	opstuiken
opstuike	=	opstuiken
opstuiken	verb	zo hard stuiken (stoten) dat het materiaal vervormt, het verdikken en verkorten van metalen voorwerpen
opstuikend	=	opstuiken
opstuikende	=	opstuiken
opstuikt	=	opstuiken
opstuikte	=	opstuiken
opstuikten	=	opstuiken
opstuit	=	opstuiten
opstuite	=	opstuiten
opstuiten	verb	naar boven stuiteren
opstuitend	=	opstuiten
opstuitende	=	opstuiten
opstuitte	=	opstuiten
opstuitten	=	opstuiten
opstuive	=	opstuiven
opstuiven	verb	door de wind opwaaien van fijn deeltjes.
opstuivend	=	opstuiven
opstuivende	=	opstuiven
opsture	=	opsturen
opsturen	verb	met de post verzenden
opsturend	=	opsturen
opsturende	=	opsturen
opstuur	=	opsturen
opstuurde	=	opsturen
opstuurden	=	opsturen
opstuurt	=	opsturen
opstuw	=	opstuwen
opstuwde	=	opstuwen
opstuwden	=	opstuwen
opstuwe	=	opstuwen
opstuwen	verb	van water dat het door bijvoorbeeld een stuw of door de wind hoger komt te staan
opstuwend	=	opstuwen
opstuwende	=	opstuwen
opstuwing	noun	het naar boven en naar voren gedrukt worden of zijn
opstuwingen	=	opstuwing
opstuwt	=	opstuwen
optakel	=	optakelen
optakelde	=	optakelen
optakelden	=	optakelen
optakele	=	optakelen
optakelen	verb	met een hijskraan omhoog brengen
optakelend	=	optakelen
optakelende	=	optakelen
optakelt	=	optakelen
optant	noun	iemand die in een optietransaktie betrokken is
optanten	=	optant
optantje	=	optant
optas	=	optassen
optasse	=	optassen
optassen	verb	in een hoge stapel verzamelen
optassend	=	optassen
optassende	=	optassen
optast	=	optassen
optaste	=	optassen
optasten	verb	in een hoge stapel verzamelen
optastend	=	optasten
optastende	=	optasten
optastte	=	optasten
optastten	=	optasten
optater	noun	een harde slag
optaters	=	optater
optatertje	=	optater
optatie	noun	stijlfiguur waarmee een redenaar op hartstochtelijke wijze een wens uitspreekt
optatief	noun	modus die een wens uitdrukt	adj	een wens uitdrukkend
optatiefje	=	optatief
optatiefs	=	optatief
optaties	=	optatie
optatietje	=	optatie
optatieve	=	optatief
optatieven	=	optatief
opteer	=	opteren
opteerde	=	opteren
opteerden	=	opteren
opteert	=	opteren
opteken	=	optekenen
optekende	=	optekenen
optekenden	=	optekenen
optekene	=	optekenen
optekenen	verb	nauwkeurig omschrijven en schriftelijk vastleggen zodat men het later nog kan raadplegen
optekenend	=	optekenen
optekenende	=	optekenen
optekent	=	optekenen
optel	=	optellen
optelde	=	optellen
optelden	=	optellen
optelfout	noun	een onjuistheid in een optelling
optelfouten	=	optelfout
optelfoutje	=	optelfout
optelfoutjes	=	optelfout
optelle	=	optellen
optellen	verb	bij elkaar tellen; het samenvoegen van twee of meer termen tot een totaal, de som genoemd
optellend	=	optellen
optellende	=	optellen
opteller	noun	iemand die een optelling maakt
optellers	=	opteller
optellertje	=	opteller
optellertjes	=	opteller
optelling	noun	het samenvoegen van een of meer termen tot een totaal, de som
optellingen	=	optelling
optellinkje	=	optelling
optellinkjes	=	optelling
optelsom	noun	een rekenopgave bestaande uit een optelling
optelsommen	=	optelsom
optelsommetje	=	optelsom
optelsommetjes	=	optelsom
optelster	noun	vrouw die een optelling maakt
optelsters	=	optelster
optelstertje	=	optelster
optelstertjes	=	optelster
optelt	=	optellen
optelteken	noun	een symbool dat wordt gebruikt om een optelling aan te duiden
opteltekens	=	optelteken
opteltekentje	=	optelteken
opteltekentjes	=	optelteken
optere	=	opteren
opteren	verb	verteren, geheel opmaken, zodat er niets meer overblijft
opterend	=	opteren
opterende	=	opteren
optica	noun	het deelgebied van de natuurkunde dat het gedrag van licht beschrijft
optica's	=	optica
optici	=	opticus
opticien	noun	iemand die kundig is in de optica
opticiens	=	opticien
opticientje	=	opticien
opticientjes	=	opticien
opticus	noun	natuurkundige die gespecialiseerd is in licht en zien
optie	noun	een van de keuzes die gemaakt kan worden
optiebeurs	noun	plaats waar opties op aandelen worden verhandeld
optiebeursje	=	optiebeurs
optiebeurzen	=	optiebeurs
optief	=	optiefen
optiefe	=	optiefen
optiefen	verb	zich uit de voeten maken
optiefend	=	optiefen
optiefende	=	optiefen
optieft	=	optiefen
optiefte	=	optiefen
optieften	=	optiefen
optiehandel	noun	het handelen in de rechten om aandelen te mogen kopen of verkopen op een bepaald tijdstip tegen een bepaalde prijs
optiek	noun	geheel van optische instrumenten
optieken	=	optiek
optieker	noun	iemand die brillen en contactlenzen verkoopt
optiekers	=	optieker
optiekje	=	optiek
optieks	=	optiek
optieregeling	noun	een overeenkomst of regeling die iemand het recht geeft om in de toekomst iets te kopen of te krijgen tegen vooraf afgesproken voorwaarden.
optieregelingen	=	optieregeling
optieregelingetje	=	optieregeling
optieregelingetjes	=	optieregeling
opties	=	optie
optietje	=	optie
optil	=	optillen
optilde	=	optillen
optilden	=	optillen
optille	=	optillen
optillen	verb	iets van de grond opheffen
optillend	=	optillen
optillende	=	optillen
optilt	=	optillen
optima	=	optimum
optimaal	adj	het best mogelijk	adv	op de best mogelijke wijze
optimaals	=	optimaal
optimaalst	=	optimaal
optimaalste	=	optimaal
optimale	=	optimaal
optimaler	=	optimaal
optimalere	=	optimaal
optimalers	=	optimaal
optimalisatie	noun	het optimaliseren
optimalisaties	=	optimalisatie
optimaliseer	=	optimaliseren
optimaliseerde	=	optimaliseren
optimaliseerden	=	optimaliseren
optimaliseert	=	optimaliseren
optimalisere	=	optimaliseren
optimaliseren	verb	optimaal maken, in de meest gunstige omstandigheden of tot de gunstigste oplossing brengen gegeven een bepaald criterium en bekende randvoorwaarden
optimaliserend	=	optimaliseren
optimaliserende	=	optimaliseren
optimalisering	noun	het optimaliseren
optimaliseringen	=	optimalisering
optimisme	noun	de verwachting dat gebeurtenissen gunstig gaan uitvallen
optimist	noun	iemand die alles van de positieve kant beschouwt
optimiste	noun	een vrouwelijk iemand die alles van de positieve kant beschouwt
optimisten	=	optimist
optimistetje	=	optimiste
optimistetjes	=	optimiste
optimistisch	adj	van het positieve uitgaand
optimistische	=	optimistisch
optimistischer	=	optimistisch
optimistischere	=	optimistisch
optimistischers	=	optimistisch
optimistischt	=	optimistisch
optimistischte	=	optimistisch
optimistje	=	optimist
optimistjes	=	optimist
optimum	noun	optimale waarde, het minimum van een kostfunctie, het maximum van een opbrengst
optimumpje	=	optimum
optimumpjes	=	optimum
optioneel	adj	de mogelijkheid tot keus hebbend of toelatend
optioneels	=	optioneel
optioneelst	=	optioneel
optioneelste	=	optioneel
optionele	=	optioneel
optioneler	=	optioneel
optionelere	=	optioneel
optionelers	=	optioneel
optisch	adj	met betrekking tot het licht
optische	=	optisch
optischer	=	optisch
optischere	=	optisch
optischers	=	optisch
optocht	noun	is een georganiseerde trektocht, die meestal gehouden wordt om iets te manifesteren
optochten	=	optocht
optochtje	=	optocht
optochtjes	=	optocht
optome	=	optomen
optomen	verb	een paard gereed maken om te berijden
optomend	=	optomen
optomende	=	optomen
optometrie	noun	oogmeetkunde
optometrist	noun	oogmeetkundige
optometristen	=	optometrist
optooi	=	optooien
optooide	=	optooien
optooiden	=	optooien
optooie	=	optooien
optooien	verb	iets of iemand mooier maken
optooiend	=	optooien
optooiende	=	optooien
optooit	=	optooien
optoom	=	optomen
optoomde	=	optomen
optoomden	=	optomen
optoomt	=	optomen
optop	=	optoppen
optoppe	=	optoppen
optoppen	verb	toevoegen van een extra bouwlaag bovenop een bestaand gebouw
optoppend	=	optoppen
optoppende	=	optoppen
optopt	=	optoppen
optopte	=	optoppen
optopten	=	optoppen
optorenen	verb	als een toren oprijzen
optorn	=	optornen
optornde	=	optornen
optornden	=	optornen
optorne	=	optornen
optornen	verb	ergens met veel moeite tegenin gaan
optornend	=	optornen
optornende	=	optornen
optornt	=	optornen
optraadt	=	optreden
optrad	=	optreden
optrade	=	optreden
optraden	=	optreden
optrede	=	optreden
optreden	verb	voor een publiek bepaalde handelingen verrichten, bijvoorbeeld in kunstzinnige zin	noun	een kunstzinnig verschijnen voor een publiek
optredend	adj	wat plaatsvindt; wat zich voordoet
optredende	=	optreden
optredends	=	optredend
optredens	=	optreden
optredentje	=	optreden
optredentjes	=	optreden
optree	noun	de hoogte van een traptrede
optreed	=	optreden
optreedt	=	optreden
optrek	noun	meestal gebruikt in de verklein vorm: een kleine woning of een klein verblijf soms ook schertsend gebruikt voor juist een groot huis
optrekje	=	optrek
optrekjes	=	optrek
optrekke	=	optrekken
optrekken	verb	door trekken iets naar boven halen
optrekkend	=	optrekken
optrekkende	=	optrekken
optrekking	noun	het (op)bouwen van een constructie
optrekkingen	=	optrekking
optrekkinkje	=	optrekking
optrekkinkjes	=	optrekking
optrekt	=	optrekken
optrok	=	optrekken
optrokke	=	optrekken
optrokken	=	optrekken
optrokt	=	optrekken
optrommel	=	optrommelen
optrommelde	=	optrommelen
optrommelden	=	optrommelen
optrommele	=	optrommelen
optrommelen	verb	mensen bij elkaar roepen, mensen vragen om naar je toe te komen
optrommelend	=	optrommelen
optrommelende	=	optrommelen
optrommelt	=	optrommelen
optuig	=	optuigen
optuigde	=	optuigen
optuigden	=	optuigen
optuige	=	optuigen
optuigen	verb	het voorzien van versierselen en andere toebehoren
optuigend	=	optuigen
optuigende	=	optuigen
optuigt	=	optuigen
optut	=	optutten
optutte	=	optutten
optutten	verb	zichzelf of iemand anders opmaken, soms op het overdrevene af
optuttend	=	optutten
optuttende	=	optutten
optyf	=	optyfen
optyfe	=	optyfen
optyfen	verb	zich uit voeten maken, weggaan
optyfend	=	optyfen
optyfende	=	optyfen
optyft	=	optyfen
optyfte	=	optyfen
optyften	=	optyfen
optéren	=	opteren
opulent	adj	grote rijkdom uitstralend
opulente	=	opulent
opulenter	=	opulent
opulentere	=	opulent
opulenters	=	opulent
opulentie	noun	overdadige rijkdom en luxe
opulents	=	opulent
opulentst	=	opulent
opulentste	=	opulent
opus	noun	werk van een kunstenaar (componist)
opusje	=	opus
opusjes	=	opus
opussen	=	opus
opvaar	=	opvaren
opvaart	=	opvaren
opval	=	opvallen
opvalle	=	opvallen
opvallen	verb	gemakkelijk opgemerkt worden, opzien baren
opvallend	adj	wat de aandacht trekt en wat iedereen dus direct ziet
opvallende	=	opvallend
opvallender	=	opvallend
opvallendere	=	opvallend
opvallenders	=	opvallend
opvallenderwijs	adv	op een opvallende manier
opvallends	=	opvallend
opvallendst	=	opvallend
opvallendste	=	opvallend
opvalt	=	opvallen
opvang	noun	het verzorgen van kinderen op de uren dat de ouders dat niet zelf kunnen doen, kinderopvang
opvangaanbod	noun	alle opties waar ouders hun kinderen kunnen onderbrengen, zowel voor de hele dag als voor een deel van de dag
opvangadres	noun	plaats waar mensen of dieren kunnen verblijven die (tijdelijk) niet (meer) in hun eigen huis kunnen wonen
opvangadressen	=	opvangadres
opvangcapaciteit	noun	de hoeveelheid mensen of dieren in nood die men kan huisvesten en verzorgen
opvangcapaciteiten	=	opvangcapaciteit
opvangcentra	=	opvangcentrum
opvangcentrum	noun	verblijfplaats voor personen (b.v. vluchtelingen, verslaafden) of dieren (b.v. zeehonden) die bijzondere hulp nodig hebben
opvangcentrums	=	opvangcentrum
opvangcrises	=	opvangcrisis
opvangcrisis	noun	een crisis in de opvang
opvangcrisissen	=	opvangcrisis
opvangdwang	noun	de handeling waarbij een gemeente gedwongen wordt om een aantal asielzoekers op te vangen
opvange	=	opvangen
opvangen	verb	vangen, zodat het ophoudt met vallen (-> in zijn werking of gevolgen tenietdoen)
opvangend	=	opvangen
opvangende	=	opvangen
opvangetje	=	opvang
opvanggezin	noun	een gezin dat tijdelijk onderdak, zorg en begeleiding biedt aan een persoon of dier in een kwetsbare situatie
opvanggezinnen	=	opvanggezin
opvanggezinnetje	=	opvanggezin
opvanggezinnetjes	=	opvanggezin
opvanghuis	noun	tijdelijke verblijfplaats voor mensen/gezinnen met problemen
opvanghuisje	=	opvanghuis
opvanghuisjes	=	opvanghuis
opvanghuizen	=	opvanghuis
opvangkamp	noun	provisorisch toevluchtsoord voor personen die onmiddellijk hulp nodig hebben, zoals vluchtelingen enz
opvangkampen	=	opvangkamp
opvangkost	noun|obsolete	uitgaven voor de verzorging van iets of iemand door een derde persoon
opvangkosten	noun	uitgaven voor de verzorging van iets of iemand door een derde persoon
opvangland	noun	het land waar (politieke of economische) vluchtelingen worden opgevangen
opvanglanden	=	opvangland
opvanglandje	=	opvangland
opvanglandjes	=	opvangland
opvanglocatie	noun	plaats waar iets of iemand die in nood is wordt gehuisvest
opvanglocaties	=	opvanglocatie
opvangmogelijkheden	=	opvangmogelijkheid
opvangmogelijkheid	noun	plaats waar mensen of dieren in nood tijdelijk kunnen verblijven totdat een meer permanente oplossing is gevonden
opvangnet	noun	iets of iemand die in tijden van nood de schade beperkt
opvangnetten	=	opvangnet
opvangorganisatie	noun	instituut dat mensen of dieren die zorg nodig hebben kan verzorgen en huisvesten
opvangorganisaties	=	opvangorganisatie
opvangplaats	noun	plek voor de opvang van hulpbehoevenden, zoals drugsverslaafden, vluchtelingen, zwervers en probleemjongeren
opvangplaatsen	=	opvangplaats
opvangplaatsje	=	opvangplaats
opvangplaatsjes	=	opvangplaats
opvangplek	noun	plaats waar iets of iemand die in nood is wordt gehuisvest
opvangplekje	=	opvangplek
opvangplekken	=	opvangplek
opvangt	=	opvangen
opvangtehuis	noun	tehuis voor tijdelijke opvang van mensen die zorg nodig hebben
opvangtehuisje	=	opvangtehuis
opvangtehuisjes	=	opvangtehuis
opvangtehuizen	=	opvangtehuis
opvangverlof	noun	verlof voor een werknemer die een adoptie- of pleegkind opneemt
opvangverlofje	=	opvangverlof
opvangverlofjes	=	opvangverlof
opvangverloven	=	opvangverlof
opvangzone	noun	aangewezen gebied waar vluchtelingen zich tijdelijk kunnen vestigen
opvangzones	=	opvangzone
opvare	=	opvaren
opvaren	verb	een rivier stroomopwaarts bevaren
opvarend	=	opvaren
opvarende	noun	iemand die op een schip vaart
opvarenden	=	opvarende
opvat	=	opvatten
opvatte	=	opvatten
opvatten	verb	~ als een bepaalde interpretatie aan iets geven
opvattend	=	opvatten
opvattende	=	opvatten
opvatting	noun	de manier waarop iets wordt beschouwd
opvattingen	=	opvatting
opvattinkje	=	opvatting
opvattinkjes	=	opvatting
opveeg	=	opvegen
opveegde	=	opvegen
opveegden	=	opvegen
opveegt	=	opvegen
opveer	=	opveren
opveerde	=	opveren
opveerden	=	opveren
opveert	=	opveren
opvees	=	opvijzen
opvege	=	opvegen
opvegen	verb	met een veger of bezem van de grond afhalen
opvegend	=	opvegen
opvegende	=	opvegen
opvere	=	opveren
opveren	verb	met veel kracht opstaan
opverend	=	opveren
opverende	=	opveren
opverf	=	opverven
opverfde	=	opverven
opverfden	=	opverven
opverft	=	opverven
opverve	=	opverven
opverven	verb	iets opknappen door het te verven
opvervend	=	opverven
opvervende	=	opverven
opvezen	=	opvijzen
opviel	=	opvallen
opviele	=	opvallen
opvielen	=	opvallen
opvielt	=	opvallen
opvijs	=	opvijzen
opvijsde	=	opvijzen
opvijsden	=	opvijzen
opvijst	=	opvijzen
opvijze	=	opvijzen
opvijzel	=	opvijzelen
opvijzelde	=	opvijzelen
opvijzelden	=	opvijzelen
opvijzele	=	opvijzelen
opvijzelen	verb	iets met een vijzel omhoog brengen
opvijzelend	=	opvijzelen
opvijzelende	=	opvijzelen
opvijzelt	=	opvijzelen
opvijzen	verb	met schroeven naar boven brengen of vastzetten
opvijzend	=	opvijzen
opvijzende	=	opvijzen
opving	=	opvangen
opvinge	=	opvangen
opvingen	=	opvangen
opvingt	=	opvangen
opvis	=	opvissen
opvisse	=	opvissen
opvissen	verb	door te vissen aan boord brengen
opvissend	=	opvissen
opvissende	=	opvissen
opvist	=	opvissen
opviste	=	opvissen
opvisten	=	opvissen
opvlam	=	opvlammen
opvlamde	=	opvlammen
opvlamden	=	opvlammen
opvlamme	=	opvlammen
opvlammen	verb	van een vuur dat bijna gedoofd is: weer gaan branden
opvlammend	=	opvlammen
opvlammende	=	opvlammen
opvlamt	=	opvlammen
opvlieg	=	opvliegen
opvliege	=	opvliegen
opvliegen	verb	vanaf de grond of een andere positie van rust aan een vlucht door de lucht beginnen
opvliegend	adj	driftig, prikkelbaar
opvliegende	=	opvliegend
opvliegender	=	opvliegend
opvliegendere	=	opvliegend
opvliegenders	=	opvliegend
opvliegendheid	noun	het snel boos en driftig kunnen worden; het prikkelbaar zijn
opvliegends	=	opvliegend
opvliegendst	=	opvliegend
opvliegendste	=	opvliegend
opvlieger	noun	plotseling gevoel van hitte gepaard gaande met transpiratie bij vrouwen op het einde van de vruchtbare leeftijd
opvliegerig	adj	snel boos
opvliegerige	=	opvliegerig
opvliegeriger	=	opvliegerig
opvliegerigere	=	opvliegerig
opvliegerigers	=	opvliegerig
opvliegerigs	=	opvliegerig
opvliegerigst	=	opvliegerig
opvliegerigste	=	opvliegerig
opvliegers	=	opvlieger
opvliegertje	=	opvlieger
opvliegertjes	=	opvlieger
opvlieging	noun	een plotselinge, kortdurende golf van intense hitte, meestal beginnend in het gezicht en uitstralend naar hals en borst.
opvliegingen	=	opvlieging
opvlieginkje	=	opvlieging
opvlieginkjes	=	opvlieging
opvliegt	=	opvliegen
opvloge	=	opvliegen
opvlogen	=	opvliegen
opvloog	=	opvliegen
opvloogt	=	opvliegen
opvoed	=	opvoeden
opvoedbaar	adj	normen en waarden bij te brengen zodat ze een gewenst gedrag gaan vertonen
opvoedbaarder	=	opvoedbaar
opvoedbaardere	=	opvoedbaar
opvoedbaarders	=	opvoedbaar
opvoedbaars	=	opvoedbaar
opvoedbaarst	=	opvoedbaar
opvoedbaarste	=	opvoedbaar
opvoedbare	=	opvoedbaar
opvoedcursus	noun	een preventieve oudercursus die zich richt op de ontwikkeling en opvoeding van kinderen met als doel het zelfvertrouwen en de opvoedcompetenties van ouders te versterken
opvoedcursusje	=	opvoedcursus
opvoedcursusjes	=	opvoedcursus
opvoedcursussen	=	opvoedcursus
opvoedde	=	opvoeden
opvoedden	=	opvoeden
opvoede	=	opvoeden
opvoeden	verb	het vormen van een onvolwassene naar de normen en waarden van een samenleving
opvoedend	=	opvoeden
opvoeder	noun	iemand die een kind leert hoe het zich moet gedragen en zorgt dat het opgroeit door het eten te geven
opvoeders	=	opvoeder
opvoedertje	=	opvoeder
opvoedertjes	=	opvoeder
opvoedgezin	noun	gezin dat een criminele jongere een heropvoeding geeft
opvoedgezinnen	=	opvoedgezin
opvoeding	noun	het proces waarin iemand wordt gevormd naar de normen van diens opvoeders, en daarmee meestal de samenleving waarin hij leeft
opvoedingen	=	opvoeding
opvoedingsbegeleiding	noun	begeleiding bij de opvoeding
opvoedingsbegeleidingen	=	opvoedingsbegeleiding
opvoedingscursus	noun	een preventieve oudercursus die zich richt op de ontwikkeling en opvoeding van kinderen met als doel het zelfvertrouwen en de opvoedcompetenties van ouders te versterken
opvoedingscursusje	=	opvoedingscursus
opvoedingscursusjes	=	opvoedingscursus
opvoedingscursussen	=	opvoedingscursus
opvoedingsgesticht	noun	een instelling voor de opvang en begeleiding van arme, verwaarloosde of ouderloze kinderen
opvoedingsgestichten	=	opvoedingsgesticht
opvoedingshulp	noun	hulp bij het opvoeden
opvoedingskosten	noun	uitgaven die men doet in verband met de opvoeding van een kind
opvoedingsmethode	noun	de manier waarop men jongeren leert om volwassen te worden
opvoedingsmethoden	=	opvoedingsmethode
opvoedingsmethodes	=	opvoedingsmethode
opvoedingsprobleem	noun	probleem met betrekking tot de opvoeding
opvoedingsprobleempje	=	opvoedingsprobleem
opvoedingsprobleempjes	=	opvoedingsprobleem
opvoedingsproblemen	=	opvoedingsprobleem
opvoedingstherapeut	noun	iemand die zich bezighoudt met problemen gerelateerd aan opvoeding
opvoedingstherapeuten	=	opvoedingstherapeut
opvoedingstherapeutje	=	opvoedingstherapeut
opvoedingstherapeutjes	=	opvoedingstherapeut
opvoedingstherapie	noun	therapie met betrekking tot de opvoeding
opvoedingstherapietje	=	opvoedingstherapie
opvoedingstherapietjes	=	opvoedingstherapie
opvoedingstherapieën	=	opvoedingstherapie
opvoedingstip	noun	aanbeveling over hoe men kinderen kan vormen en groot brengen
opvoedingstipje	=	opvoedingstip
opvoedingstipjes	=	opvoedingstip
opvoedingstips	=	opvoedingstip
opvoedinkje	=	opvoeding
opvoedinkjes	=	opvoeding
opvoedkunde	noun	de leer van de opvoeding, de wetenschap die het opvoeden bestudeert
opvoedkundig	adj	volgens de pedagogie, passende bij de opvoeding
opvoedkundige	=	opvoedkundig
opvoedkundiger	=	opvoedkundig
opvoedkundigere	=	opvoedkundig
opvoedkundigers	=	opvoedkundig
opvoedkundigs	=	opvoedkundig
opvoedkundigst	=	opvoedkundig
opvoedkundigste	=	opvoedkundig
opvoedouder	noun	volwassene die een jongere met een strafbad een heropvoeding geeft
opvoedouders	=	opvoedouder
opvoedpoli	noun	polikliniek waar ouders geadviseerd kunnen worden bij opvoedproblemen
opvoedpoli's	=	opvoedpoli
opvoedregel	noun	de eisen die ouders stellen aan hun kinderen als deel van de opvoeding
opvoedregels	=	opvoedregel
opvoedster	noun	iemand die kinderen groot brengt en ze leert hoe je kunt leven
opvoedsters	=	opvoedster
opvoedt	=	opvoeden
opvoer	=	opvaren
opvoerde	=	opvoeren
opvoerden	=	opvoeren
opvoere	=	opvoeren
opvoeren	verb	doen toenemen
opvoerend	=	opvoeren
opvoerende	=	opvoeren
opvoering	noun	de keer dat men een toneelstuk, muziekstuk of andersoortig stuk speelt
opvoeringen	=	opvoering
opvoerinkje	=	opvoering
opvoerinkjes	=	opvoering
opvoert	=	opvoeren
opvolg	=	opvolgen
opvolgde	=	opvolgen
opvolgden	=	opvolgen
opvolge	=	opvolgen
opvolgen	verb	uitvoeren wat een ander aangeraden of bevolen heeft
opvolgend	adj	op elkaar aansluitend; volgend op iets
opvolgende	=	opvolgen
opvolgends	=	opvolgend
opvolger	noun	iemand die een ambt bekleedt na iemand anders.
opvolgers	=	opvolger
opvolgerslijst	noun	een lijst, naast de hoofdlijst, van personen die in het parlement gaan zetelen als iemand uit het gewest de post van minister of staatssecretaris gaat vervullen
opvolgerslijsten	=	opvolgerslijst
opvolgerslijstje	=	opvolgerslijst
opvolgerslijstjes	=	opvolgerslijst
opvolgertje	=	opvolger
opvolgertjes	=	opvolger
opvolging	noun	het opvolgen
opvolgingen	=	opvolging
opvolgingsprobleem	noun	moeilijkheden met het vinden van een opvolger; moeilijkheden met het vinden van iemand die het bedrijf overneemt
opvolgingsprobleempje	=	opvolgingsprobleem
opvolgingsprobleempjes	=	opvolgingsprobleem
opvolgingsproblemen	=	opvolgingsprobleem
opvolginkje	=	opvolging
opvolginkjes	=	opvolging
opvolgmelk	noun	melkproduct te geven als alternatief voor moedermelk
opvolgster	noun	een vrouwelijke opvolger.
opvolgsters	=	opvolgster
opvolgstertje	=	opvolgster
opvolgstertjes	=	opvolgster
opvolgt	=	opvolgen
opvordering	noun	het stakers dwingen weer te gaan werken, omdat de staking het algemeen belang teveel schaadt
opvorderingen	=	opvordering
opvouw	=	opvouwen
opvouwbaar	adj	kleiner te maken door te vouwen
opvouwbaarder	=	opvouwbaar
opvouwbaardere	=	opvouwbaar
opvouwbaarders	=	opvouwbaar
opvouwbaars	=	opvouwbaar
opvouwbaarst	=	opvouwbaar
opvouwbaarste	=	opvouwbaar
opvouwbare	=	opvouwbaar
opvouwde	=	opvouwen
opvouwden	=	opvouwen
opvouwe	=	opvouwen
opvouwen	verb	door vouwen oppervlak en omvang zo verminderen dat opbergen of hanteren makkelijker is
opvouwend	=	opvouwen
opvouwende	=	opvouwen
opvouwt	=	opvouwen
opvraag	=	opvragen
opvraagbaar	adj	te verkrijgen door erom te verzoeken
opvraagbaarder	=	opvraagbaar
opvraagbaardere	=	opvraagbaar
opvraagbaarders	=	opvraagbaar
opvraagbaars	=	opvraagbaar
opvraagbaarst	=	opvraagbaar
opvraagbaarste	=	opvraagbaar
opvraagbare	=	opvraagbaar
opvraagde	=	opvragen
opvraagden	=	opvragen
opvraagdenª	=	opvragen
opvraagdeª	=	opvragen
opvraagt	=	opvragen
opvrage	=	opvragen
opvragen	verb	vragen om iets
opvragend	=	opvragen
opvragende	=	opvragen
opvraging	noun	het beschikbaar laten maken van informatie, documenten of middelen die niet direct voorhanden zijn, vaak via een formele aanvraag.
opvragingen	=	opvraging
opvraginkje	=	opvraging
opvraginkjes	=	opvraging
opvrat	=	opvreten
opvrate	=	opvreten
opvraten	=	opvreten
opvree	=	opvrijen
opvreet	=	opvreten
opvreeª	=	opvrijen
opvreeën	=	opvrijen
opvreeënª	=	opvrijen
opvrete	=	opvreten
opvreten	verb|informal	gulzig opeten
opvretend	=	opvreten
opvretende	=	opvreten
opvreter	noun	iemand die op kosten van een ander leeft, profiteur, parasiet, klaploper, uitvreter
opvreters	=	opvreter
opvretertje	=	opvreter
opvretertjes	=	opvreter
opvries	=	opvriezen
opvriest	=	opvriezen
opvrieze	=	opvriezen
opvriezen	verb	opnieuw bevriezen van een vochtige ondergrond
opvriezend	=	opvriezen
opvriezende	=	opvriezen
opvrij	=	opvrijen
opvrijde	=	opvrijen
opvrijden	=	opvrijen
opvrije	=	opvrijen
opvrijen	verb	de partner in de stemming brengen
opvrijend	=	opvrijen
opvrijende	=	opvrijen
opvrijt	=	opvrijen
opvroeg	=	opvragen
opvroege	=	opvragen
opvroegen	=	opvragen
opvroegt	=	opvragen
opvrolijk	=	opvrolijken
opvrolijke	=	opvrolijken
opvrolijken	verb	opmonteren, animeren
opvrolijkend	=	opvrolijken
opvrolijkende	=	opvrolijken
opvrolijkt	=	opvrolijken
opvrolijkte	=	opvrolijken
opvrolijkten	=	opvrolijken
opvroolijken	=	opvrolijken
opvroor	=	opvriezen
opvroren	=	opvriezen
opvul	=	opvullen
opvulde	=	opvullen
opvulden	=	opvullen
opvulle	=	opvullen
opvullen	verb	geheel vullen
opvullend	=	opvullen
opvullende	=	opvullen
opvulling	noun	waarmee iets vol gemaakt kan worden
opvullingen	=	opvulling
opvullinkje	=	opvulling
opvullinkjes	=	opvulling
opvulsel	noun	materiaal waarmee je iets vol kan maken zonder dat dit materiaal erg waardevol of belangrijk is vaak in figuurlijke zin gebruikt
opvulsels	=	opvulsel
opvult	=	opvullen
opwaai	=	opwaaien
opwaaide	=	opwaaien
opwaaiden	=	opwaaien
opwaaie	=	opwaaien
opwaaien	verb	door de wind in beweging brengen
opwaaiend	adj	door de wind omhoog geblazen
opwaaiende	=	opwaaien
opwaaiends	=	opwaaiend
opwaait	=	opwaaien
opwaardeer	=	opwaarderen
opwaardeerde	=	opwaarderen
opwaardeerden	=	opwaarderen
opwaardeert	=	opwaarderen
opwaardere	=	opwaarderen
opwaarderen	verb	verbeteren, bijwerken
opwaarderend	=	opwaarderen
opwaarderende	=	opwaarderen
opwaarts	adv	bergop, tegen de hoogte op	adj	naar boven gericht
opwaartse	=	opwaarts
opwacht	=	opwachten
opwachte	=	opwachten
opwachten	verb	op iemand wachten
opwachtend	=	opwachten
opwachtende	=	opwachten
opwachting	noun	bezoek, deftig bezoek.
opwachtingen	=	opwachting
opwachtte	=	opwachten
opwachtten	=	opwachten
opwarm	=	opwarmen
opwarmde	=	opwarmen
opwarmden	=	opwarmen
opwarme	=	opwarmen
opwarmen	verb	warmte toevoegen aan iets
opwarmend	=	opwarmen
opwarmende	=	opwarmen
opwarmer	noun	iets dat alleen maar dient als voorbereiding op iets anders dat belangrijker is
opwarmers	=	opwarmer
opwarmertje	=	opwarmer
opwarmertjes	=	opwarmer
opwarming	noun	het doen stijgen van de temperatuur
opwarmingen	=	opwarming
opwarmingscijfer	noun	getal dat aangeeft hoeveel iets warmer is geworden dan voorheen
opwarmingscijfers	=	opwarmingscijfer
opwarminkje	=	opwarming
opwarminkjes	=	opwarming
opwarmt	=	opwarmen
opwas	=	opwassen
opwasse	=	opwassen
opwassen	verb	groot worden
opwassend	=	opwassen
opwassende	=	opwassen
opwast	=	opwassen
opwaste	=	opwassen
opwasten	=	opwassen
opweeg	=	opwegen
opweegt	=	opwegen
opweek	noun	de week waarin iemand dienst heeft.
opweekje	=	opweek
opweekjes	=	opweek
opwege	=	opwegen
opwegen	verb	~ tegen: een tegenwicht vormen; een even belangrijke zaak vormen
opwegend	=	opwegen
opwegende	=	opwegen
opwek	=	opwekken
opweken	=	opweek
opwekke	=	opwekken
opwekkelijk	adj	vrolijk makend
opwekkelijke	=	opwekkelijk
opwekkelijker	=	opwekkelijk
opwekkelijkere	=	opwekkelijk
opwekkelijkers	=	opwekkelijk
opwekkelijks	=	opwekkelijk
opwekkelijkst	=	opwekkelijk
opwekkelijkste	=	opwekkelijk
opwekken	verb	opmonteren, animeren
opwekkend	adj	van iets of iemand dat je er vrolijk en levendig van wordt
opwekkende	=	opwekken
opwekkender	=	opwekkend
opwekkendere	=	opwekkend
opwekkenders	=	opwekkend
opwekkends	=	opwekkend
opwekkendst	=	opwekkend
opwekkendste	=	opwekkend
opwekker	noun	iemand die of iets dat opwekt
opwekkers	=	opwekker
opwekking	noun	een beweging die tracht het geloof nieuw leven in te blazen
opwekkingen	=	opwekking
opwekkingslied	noun	loflied op de Heer, vaak onder begeleiding van een praiseband, gezongen in pinkster- en evangeliegemeenten
opwekkingsliederen	=	opwekkingslied
opwekkingsliedje	=	opwekkingslied
opwekkingsliedjes	=	opwekkingslied
opwekkinkje	=	opwekking
opwekkinkjes	=	opwekking
opwekt	=	opwekken
opwekte	=	opwekken
opwekten	=	opwekken
opwel	=	opwellen
opwelde	=	opwellen
opwelden	=	opwellen
opwelle	=	opwellen
opwellen	verb	naar boven komen
opwellend	=	opwellen
opwellende	=	opwellen
opwelling	noun	innerlijke drang
opwellingen	=	opwelling
opwellinkje	=	opwelling
opwellinkjes	=	opwelling
opwelt	=	opwellen
opwerk	=	opwerken
opwerke	=	opwerken
opwerken	verb	zorgen dat je vooruitkomt in het leven, zorgen dat je promotie maakt
opwerkend	=	opwerken
opwerkende	=	opwerken
opwerking	noun	het winnen van bruikbare materialen uit gebruikte splijtstofstaven van een kerncentrale
opwerkingen	=	opwerking
opwerkt	=	opwerken
opwerkte	=	opwerken
opwerkten	=	opwerken
opwerp	=	opwerpen
opwerpe	=	opwerpen
opwerpen	verb	als onderdeel van een betoog presenteren
opwerpend	=	opwerpen
opwerpende	=	opwerpen
opwerping	noun	protest tegen de argumenten van iemand anders
opwerpingen	=	opwerping
opwerpt	=	opwerpen
opwierp	=	opwerpen
opwierpen	=	opwerpen
opwies	=	opwassen
opwiesen	=	opwassen
opwiest	=	opwassen
opwind	=	opwinden
opwindbaar	adj	van een horloge dat het door middel van een draaiknopje en een veer in beweging gehouden kan worden
opwindbaarder	=	opwindbaar
opwindbaardere	=	opwindbaar
opwindbaarders	=	opwindbaar
opwindbaars	=	opwindbaar
opwindbaarst	=	opwindbaar
opwindbaarste	=	opwindbaar
opwindbare	=	opwindbaar
opwinde	=	opwinden
opwinden	verb	rond een as of klos wikkelen
opwindend	adj	emoties oproepend
opwindende	=	opwindend
opwindender	=	opwindend
opwindendere	=	opwindend
opwindenders	=	opwindend
opwindends	=	opwindend
opwindendst	=	opwindend
opwindendste	=	opwindend
opwinding	noun	de handeling van het opwinden
opwindingen	=	opwinding
opwindinkje	=	opwinding
opwindinkjes	=	opwinding
opwindspeelgoed	noun	toestellen die bewogen worden met een opwindveer en gebruikt worden door kinderen om mee te spelen
opwindt	=	opwinden
opwip	=	opwippen
opwippe	=	opwippen
opwippen	verb	met een korte beweging iets een beetje omhoog brengen
opwippend	=	opwippen
opwippende	=	opwippen
opwipt	=	opwippen
opwipte	=	opwippen
opwipten	=	opwippen
opwoei	=	opwaaien
opwoeien	=	opwaaien
opwogen	=	opwegen
opwond	=	opwinden
opwonde	=	opwinden
opwonden	=	opwinden
opwondt	=	opwinden
opwonende	noun	persoon die in een bepaalde plaats of een bepaald land woont
opwonenden	=	opwonende
opwoog	=	opwegen
opwoogt	=	opwegen
opwreef	=	opwrijven
opwreeft	=	opwrijven
opwreven	=	opwrijven
opwrijf	=	opwrijven
opwrijft	=	opwrijven
opwrijve	=	opwrijven
opwrijven	verb	door wrijven glanzend maken
opwrijvend	=	opwrijven
opwrijvende	=	opwrijven
opwíndend	=	opwindend
opzaagt	=	opzien
opzadel	=	opzadelen
opzadelde	=	opzadelen
opzadelden	=	opzadelen
opzadele	=	opzadelen
opzadelen	verb|figurative	iemand belasten met iets onaangenaams
opzadelend	=	opzadelen
opzadelende	=	opzadelen
opzadelt	=	opzadelen
opzag	=	opzien
opzage	=	opzien
opzagen	verb	zolang zagen tot alles op is
opzak	=	opzakken
opzakke	=	opzakken
opzakken	verb	in zakken stoppen of verpakken
opzakkend	=	opzakken
opzakkende	=	opzakken
opzakt	=	opzakken
opzakte	=	opzakken
opzakten	=	opzakken
opzat	=	opzitten
opzaten	=	opzitten
opzeg	=	opzeggen
opzegbaar	adj	het kunnen beëindigen van een verplichting
opzegbaarder	=	opzegbaar
opzegbaardere	=	opzegbaar
opzegbaarders	=	opzegbaar
opzegbaars	=	opzegbaar
opzegbaarst	=	opzegbaar
opzegbaarste	=	opzegbaar
opzegbare	=	opzegbaar
opzegde	=	opzeggen
opzegden	=	opzeggen
opzegdet	=	opzeggen
opzegge	=	opzeggen
opzeggen	verb	mededelen dat men een eerdere overeenkomst beëindigt
opzeggend	=	opzeggen
opzeggende	=	opzeggen
opzegger	noun	iemand die zijn lidmaatschap of abonnement beëindigt
opzeggers	=	opzegger
opzegging	noun	het beëindigen van iets wat afgesproken was
opzeggingen	=	opzegging
opzeggingstermijn	noun	de tijd die zit tussen het opzeggen en het moment dat de afspraak ook echt stopt
opzeggingstermijnen	=	opzeggingstermijn
opzeggingsvergoeding	noun	een vergoeding verkregen ten gevolge of naar aanleiding van de stopzetting of de beëindiging van de arbeidsovereenkomst
opzeggingsvergoedingen	=	opzeggingsvergoeding
opzeggingsvergoedinkje	=	opzeggingsvergoeding
opzeggingsvergoedinkjes	=	opzeggingsvergoeding
opzegginkje	=	opzegging
opzegginkjes	=	opzegging
opzegt	=	opzeggen
opzegtermijn	noun	opzeggingstermijn, de tijd die zit tussen het opzeggen en het moment dat de afspraak ook echt stopt
opzegtermijnen	=	opzegtermijn
opzegtermijntje	=	opzegtermijn
opzegtermijntjes	=	opzegtermijn
opzegverbod	noun	verbod voor een werkgever om een werknemer in specifieke omstandigheden te ontslaan, zoals tijdens zwangerschap, ziekte (eerste 2 jaar) of bij lidmaatschap van de ondernemingsraad, om werknemers te beschermen tegen onredelijke ontslagen
opzegverboden	=	opzegverbod
opzegverbodje	=	opzegverbod
opzegverbodjes	=	opzegverbod
opzegvergoeding	noun	een financiële vergoeding die een leverancier ontvangt van een klant als deze laatste een contract voortijdig beëindigt
opzegvergoedingen	=	opzegvergoeding
opzegvergoedinkje	=	opzegvergoeding
opzegvergoedinkjes	=	opzegvergoeding
opzei	=	opzeggen
opzeide	=	opzeggen
opzeiden	=	opzeggen
opzeidet	=	opzeggen
opzeidt	=	opzeggen
opzend	=	opzenden
opzende	=	opzenden
opzenden	verb	opsturen
opzendend	=	opzenden
opzendende	=	opzenden
opzending	noun	omstandigheid dat men iets of iemand ergens naartoe stuurt
opzendingen	=	opzending
opzendinkje	=	opzending
opzendinkjes	=	opzending
opzendt	=	opzenden
opzet	noun	de manier waarop aan iets vorm gegeven is
opzetaanranding	noun	een strafbaar zedendelict (art. 241 Sr) waarbij seksuele handelingen worden gepleegd terwijl de dader weet of bewust is dat het slachtoffer geen toestemming geeft.
opzetaanrandingen	=	opzetaanranding
opzetaanrandinkje	=	opzetaanranding
opzetaanrandinkjes	=	opzetaanranding
opzetdoos	noun	kunststof bakje die wordt opgezet (meestal op de muur) en waarin de verbindingen in een elektrische installatie tot stand worden gebracht
opzetdoosje	=	opzetdoos
opzetdoosjes	=	opzetdoos
opzetdozen	=	opzetdoos
opzetje	=	opzet
opzetjes	=	opzet
opzetkast	noun	een bergmeubel dat men bovenop iets anders kan zetten
opzetkasten	=	opzetkast
opzetkastje	=	opzetkast
opzetkastjes	=	opzetkast
opzette	=	opzetten
opzettelijk	adj	bewust op deze manier	adv	bewust op deze manier
opzettelijke	=	opzettelijk
opzettelijker	=	opzettelijk
opzettelijkere	=	opzettelijk
opzettelijkers	=	opzettelijk
opzettelijkheden	=	opzettelijkheid
opzettelijkheid	noun	het met een plan iets doen; het met voorbedachte rade iets doen
opzettelijks	=	opzettelijk
opzettelijkst	=	opzettelijk
opzettelijkste	=	opzettelijk
opzetten	verb	in volume toenemen, met name van lichaamsdelen
opzettend	=	opzetten
opzettende	=	opzetten
opzetter	noun	iemand die dieren prepareert zodat ze tentoongesteld kunnen worden
opzetters	=	opzetter
opzettertje	=	opzetter
opzettertjes	=	opzetter
opzetting	noun	het opgezwellen of of opgezwollen zijn
opzettingen	=	opzetting
opzicht	noun	manier waarop je er naar kijkt
opzichte	=	opzicht
opzichtelijk	adj	te veel aandacht trekkend
opzichtelijke	=	opzichtelijk
opzichtelijker	=	opzichtelijk
opzichtelijkere	=	opzichtelijk
opzichtelijkers	=	opzichtelijk
opzichtelijks	=	opzichtelijk
opzichtelijkst	=	opzichtelijk
opzichtelijkste	=	opzichtelijk
opzichten	=	opzicht
opzichter	noun	iemand die toezicht houdt
opzichters	=	opzichter
opzichtertje	=	opzichter
opzichtertjes	=	opzichter
opzichtig	adj	bedoeld om in het oog te vallen, vaak op banale wijze
opzichtige	=	opzichtig
opzichtiger	=	opzichtig
opzichtigere	=	opzichtig
opzichtigers	=	opzichtig
opzichtigs	=	opzichtig
opzichtigst	=	opzichtig
opzichtigste	=	opzichtig
opzichtje	=	opzicht
opzichtjes	=	opzicht
opzichtster	noun	vrouwelijke opzichter.
opzichtsters	=	opzichtster
opzichtstertje	=	opzichtster
opzichtstertjes	=	opzichtster
opzichzelfstaand	adj	apart, bijzonder
opzichzelfstaande	=	opzichzelfstaand
opzichzelfstaands	=	opzichzelfstaand
opzie	=	opzien
opzien	verb	~ naar: in hoog aanzien hebben, van hogere status achten
opzienbarend	adj	geruchtmakend, sensationeel, verrassend, spraakmakend
opzienbarende	=	opzienbarend
opzienbarender	=	opzienbarend
opzienbarendere	=	opzienbarend
opzienbarenders	=	opzienbarend
opzienbarends	=	opzienbarend
opzienbarendst	=	opzienbarend
opzienbarendste	=	opzienbarend
opziend	=	opzien
opziende	=	opzien
opziender	=	opziener
opziener	noun	iemand die toezicht houdt
opzieneres	=	opziener
opzieners	=	opziener
opzienertje	=	opziener
opzienster	=	opziener
opziet	=	opzien
opzij	adv	aan de zijkant
opzijga	=	opzijgaan
opzijgaan	verb	iets of iemand ontwijken door een zijwaartse beweging te maken
opzijgaand	=	opzijgaan
opzijgaande	=	opzijgaan
opzijgaat	=	opzijgaan
opzijgegaan	=	opzijgaan
opzijgelegd	=	opzijleggen
opzijgelegde	=	opzijleggen
opzijgeschoven	=	opzijschuiven
opzijgesprongen	=	opzijspringen
opzijgevallen	=	opzijvallen
opzijgezet	=	opzijzetten
opzijgezette	=	opzijzetten
opzijging	=	opzijgaan
opzijgingen	=	opzijgaan
opzijleg	=	opzijleggen
opzijlegde	=	opzijleggen
opzijlegden	=	opzijleggen
opzijlegge	=	opzijleggen
opzijleggen	verb	geld ~ sparen, in een aparte pot doen
opzijleggend	=	opzijleggen
opzijleggende	=	opzijleggen
opzijlegt	=	opzijleggen
opzijschoof	=	opzijschuiven
opzijschoven	=	opzijschuiven
opzijschuif	=	opzijschuiven
opzijschuift	=	opzijschuiven
opzijschuive	=	opzijschuiven
opzijschuiven	verb	aan de kant schuiven
opzijschuivend	=	opzijschuiven
opzijschuivende	=	opzijschuiven
opzijspring	=	opzijspringen
opzijspringe	=	opzijspringen
opzijspringen	verb	in zijwaartse richting wegspringen
opzijspringend	=	opzijspringen
opzijspringende	=	opzijspringen
opzijspringt	=	opzijspringen
opzijsprong	=	opzijspringen
opzijsprongen	=	opzijspringen
opzijval	=	opzijvallen
opzijvalle	=	opzijvallen
opzijvallen	verb	naar de zijkant vallen
opzijvallend	=	opzijvallen
opzijvallende	=	opzijvallen
opzijvalt	=	opzijvallen
opzijviel	=	opzijvallen
opzijvielen	=	opzijvallen
opzijzet	=	opzijzetten
opzijzette	=	opzijzetten
opzijzetten	verb	naar links of rechts verplaatsen
opzijzettend	=	opzijzetten
opzijzettende	=	opzijzetten
opzinken	verb	maken van een (afsluit)dam door het boven op elkaar afzinken van zinkstukken
opzit	=	opzitten
opzitte	=	opzitten
opzitten	verb	overeind zitten
opzittend	=	opzitten
opzittende	=	opzitten
opzocht	=	opzoeken
opzochte	=	opzoeken
opzochten	=	opzoeken
opzoek	=	opzoeken
opzoekboek	noun	een handig naslagwerk, vaak gebruikt in het onderwijs, met daarin een verzameling van informatie die leerlingen kunnen raadplegen om zelfstandig antwoorden te vinden of hun kennis op te frissen
opzoekboeken	=	opzoekboek
opzoekboekje	=	opzoekboek
opzoekboekjes	=	opzoekboek
opzoeke	=	opzoeken
opzoeken	verb	proberen te vinden
opzoekend	=	opzoeken
opzoekende	=	opzoeken
opzoeking	noun	inspanning om iets te ontdekken of op te sporen
opzoekingen	=	opzoeking
opzoekinkje	=	opzoeking
opzoekinkjes	=	opzoeking
opzoekt	=	opzoeken
opzogen	=	opzuigen
opzond	=	opzenden
opzonden	=	opzenden
opzoog	=	opzuigen
opzoop	=	opzuipen
opzopen	=	opzuipen
opzout	=	opzouten
opzoute	=	opzouten
opzouten	verb	van eetwaren in het zout leggen om ze te kunnen bewaren en later te gebruiken
opzoutend	=	opzouten
opzoutende	=	opzouten
opzoutte	=	opzouten
opzoutten	=	opzouten
opzuig	=	opzuigen
opzuige	=	opzuigen
opzuigen	verb	door zuigen opnemen
opzuigend	=	opzuigen
opzuigende	=	opzuigen
opzuigt	=	opzuigen
opzuip	=	opzuipen
opzuipe	=	opzuipen
opzuipen	verb|vulgar	drank tot zich nemen tot er niets meer over is
opzuipend	=	opzuipen
opzuipende	=	opzuipen
opzuipt	=	opzuipen
opzweep	=	opzwepen
opzweept	=	opzwepen
opzweepte	=	opzwepen
opzweepten	=	opzwepen
opzwel	=	opzwellen
opzwelle	=	opzwellen
opzwellen	verb	in volume toenemen
opzwellend	=	opzwellen
opzwellende	=	opzwellen
opzwelling	noun	het toenemen in volume
opzwellingen	=	opzwelling
opzwelt	=	opzwellen
opzwepe	=	opzwepen
opzwepen	verb	zorgen dat de emoties van mensen hoog oplopen
opzwepend	adj	zeer stimulerend
opzwepende	=	opzwepen
opzwepender	=	opzwepend
opzwependere	=	opzwepend
opzwependers	=	opzwepend
opzwepends	=	opzwepend
opzwependst	=	opzwepend
opzwependste	=	opzwepend
opzwol	=	opzwellen
opzwolle	=	opzwellen
opzwollen	=	opzwellen
opzwolt	=	opzwellen
oraal	adj	met betrekking tot de mond, mondeling
oraals	=	oraal
oraalst	=	oraal
oraalste	=	oraal
orakel	noun	persoon die geraadpleegd kan worden voor het doen van voorspellingen
orakelachtig	adj	op een geheimzinnige manier die men op verschillende manieren kan uitleggen
orakelachtige	=	orakelachtig
orakelachtiger	=	orakelachtig
orakelachtigere	=	orakelachtig
orakelachtigers	=	orakelachtig
orakelachtigs	=	orakelachtig
orakelachtigst	=	orakelachtig
orakelachtigste	=	orakelachtig
orakelde	=	orakelen
orakelden	=	orakelen
orakele	=	orakelen
orakelen	verb	als een orakel verkondigen
orakelend	=	orakelen
orakelende	=	orakelen
orakels	=	orakel
orakelt	=	orakelen
orakeltaal	noun	een door priesters onder goddelijke inspiratie ontvangen uitspraak, die meestal zeer moeilijk te begrijpen was met tal van interpretatiemogelijkheden.
orakeltaaltje	=	orakeltaal
orakeltaaltjes	=	orakeltaal
orakeltalen	=	orakeltaal
orakeltje	=	orakel
orakeltjes	=	orakel
orale	=	oraal
oraler	=	oraal
oralere	=	oraal
oralers	=	oraal
oraliteit	noun	het oraal zijn ( het in de orale fase verkeren ?)
oraliteiten	=	oraliteit
orang-oetan	noun	mensaap met lange armen en roodbruinachtig haar
orang-oetang	noun	Ponginae een onderfamilie van de familie mensachtigen (Hominidae) die het levende geslacht orang-oetans bevat, en daarnaast de uitgestorven geslachten Ankarapithecus, Gigantopithecus, Khoratpithecus, Lufengpithecus en Sivapithecus.
orang-oetangs	=	orang-oetang
orang-oetankje	=	orang-oetang
orang-oetankjes	=	orang-oetang
orang-oetannetje	=	orang-oetan
orang-oetannetjes	=	orang-oetan
orang-oetans	noun	Pongo een geslacht van mensapen.
orangeade	noun	frisdrank, verfrissende drank, bereid uit sinaasappelsap
orangeades	=	orangeade
orangerie	noun	aanbouw of vrijstaand gebouw met glazen wanden, vaak gebruikt als ruimte waar men bij koud maar zonnig weer aangenaam kan verblijven
orangeries	=	orangerie
orangerieën	=	orangerie
orangisme	noun	politieke stroming die de Oranjes aan de macht wil houden
orangist	noun	aanhanger van het huis van Oranje in de Nederlanden
orangisten	=	orangist
oranje	noun	secundaire kleur gelegen tussen geel en rood, met een golflengte van ca. 620 - 585 nanometer	adj	de kleur oranje hebbend
oranjeachtig	adj	lijkend op de kleur oranje
oranjeachtige	=	oranjeachtig
oranjeachtiger	=	oranjeachtig
oranjeachtigere	=	oranjeachtig
oranjeachtigers	=	oranjeachtig
oranjeachtigs	=	oranjeachtig
oranjeachtigst	=	oranjeachtig
oranjeachtigste	=	oranjeachtig
oranjeafvaardiging	noun	een groep sporters of vertegenwoordigers die namens Nederland worden uitgezonden om deel te nemen aan een internationale competitie, zoals een Europees of Wereldkampioenschap.
oranjeafvaardigingen	=	oranjeafvaardiging
oranjeafvaardigingetje	=	oranjeafvaardiging
oranjeafvaardigingetjes	=	oranjeafvaardiging
oranjeappel	noun	Citrus aurantium Citrus aurantium var. amara vrucht van de oranjeboom of sinaasappel
oranjeappelen	=	oranjeappel
oranjeappels	=	oranjeappel
oranjeappeltje	=	oranjeappel
oranjeappeltjes	=	oranjeappel
oranjebandtiran	noun	Nephelomyias lintoni een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
oranjebandtirannen	=	oranjebandtiran
oranjebandtirannetje	=	oranjebandtiran
oranjebandtirannetjes	=	oranjebandtiran
oranjebloesem	noun	de witte bloemen van de sinaasappelboom Citrus sinensis
oranjebloesems	=	oranjebloesem
oranjebloesemzwam	noun	Hebeloma sacchariolens een schimmel in de familie Hymenogastraceae.
oranjebloesemzwammen	=	oranjebloesemzwam
oranjebloesemzwammetje	=	oranjebloesemzwam
oranjebloesemzwammetjes	=	oranjebloesemzwam
oranjebomen	=	oranjeboom
oranjeboom	noun	boom van de soort Citrus communis (gewone sinaasappelboom), met goudgele vruchten
oranjeboompje	=	oranjeboom
oranjeboompjes	=	oranjeboom
oranjeborstbosakalat	noun	Stiphrornis erythrothorax een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
oranjeborstbosakalatje	=	oranjeborstbosakalat
oranjeborstbosakalatjes	=	oranjeborstbosakalat
oranjeborstbosakalats	=	oranjeborstbosakalat
oranjeborsthoningzuiger	noun	Anthobaphes violacea een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers) die voorkomt in Zuid-Afrika waar hij Oranjeborssuikerbekkie heet
oranjeborsthoningzuigers	=	oranjeborsthoningzuiger
oranjeborsthoningzuigertje	=	oranjeborsthoningzuiger
oranjeborsthoningzuigertjes	=	oranjeborsthoningzuiger
oranjeborstlijstergaai	noun	Garrulax annamensis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
oranjeborstlijstergaaien	=	oranjeborstlijstergaai
oranjeborstlijstergaaitje	=	oranjeborstlijstergaai
oranjeborstlijstergaaitjes	=	oranjeborstlijstergaai
oranjeborstpapegaaiduif	noun	Treron bicinctus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
oranjeborstpapegaaiduifje	=	oranjeborstpapegaaiduif
oranjeborstpapegaaiduifjes	=	oranjeborstpapegaaiduif
oranjeborstpapegaaiduiven	=	oranjeborstpapegaaiduif
oranjeborststekelkruin	noun	Phacellodomus ferrugineigula een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
oranjeborststekelkruinen	=	oranjeborststekelkruin
oranjeborststekelkruintje	=	oranjeborststekelkruin
oranjeborststekelkruintjes	=	oranjeborststekelkruin
oranjeborsttangare	noun	Tangara desmaresti een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
oranjeborsttangaren	=	oranjeborsttangare
oranjeborsttangaretje	=	oranjeborsttangare
oranjeborsttangaretjes	=	oranjeborsttangare
oranjeborstvijgpapegaai	noun	Cyclopsitta gulielmitertii een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
oranjeborstvijgpapegaaien	=	oranjeborstvijgpapegaai
oranjeborstvijgpapegaaitje	=	oranjeborstvijgpapegaai
oranjeborstvijgpapegaaitjes	=	oranjeborstvijgpapegaai
oranjeborstvliegenvanger	noun	Ficedula dumetoria een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
oranjeborstvliegenvangers	=	oranjeborstvliegenvanger
oranjeborstvliegenvangertje	=	oranjeborstvliegenvanger
oranjeborstvliegenvangertjes	=	oranjeborstvliegenvanger
oranjebruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8023 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8023 ( ).
oranjebruine	=	oranjebruin
oranjebruinen	=	oranjebruin
oranjebruiner	=	oranjebruin
oranjebruinere	=	oranjebruin
oranjebruiners	=	oranjebruin
oranjebruins	=	oranjebruin
oranjebruinst	=	oranjebruin
oranjebruinste	=	oranjebruin
oranjebuikbladvogel	noun	Chloropsis hardwickii een vogel uit de familie van de bladvogels (Chloropseidae) die voorkomt van de oostelijke Himalaya tot Malakka.
oranjebuikbladvogels	=	oranjebuikbladvogel
oranjebuikbladvogeltje	=	oranjebuikbladvogel
oranjebuikbladvogeltjes	=	oranjebuikbladvogel
oranjebuikcotinga	noun	Pipreola jucunda een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
oranjebuikcotinga's	=	oranjebuikcotinga
oranjebuikcotingaatje	=	oranjebuikcotinga
oranjebuikcotingaatjes	=	oranjebuikcotinga
oranjebuikhoningvogel	noun	Dicaeum trigonostigma een bastaardhoningvogel die voorkomt op het Indisch Subcontinent en de Indische Archipel
oranjebuikhoningvogels	=	oranjebuikhoningvogel
oranjebuikhoningvogeltje	=	oranjebuikhoningvogel
oranjebuikhoningvogeltjes	=	oranjebuikhoningvogel
oranjebuikjufferduif	noun	Ptilinopus iozonus een duif die voorkomt in Nieuw-Guinea en omliggende eilanden
oranjebuikjufferduifje	=	oranjebuikjufferduif
oranjebuikjufferduifjes	=	oranjebuikjufferduif
oranjebuikjufferduiven	=	oranjebuikjufferduif
oranjebuikmanakin	noun	Lepidothrix suavissima een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
oranjebuikmanakinnetje	=	oranjebuikmanakin
oranjebuikmanakinnetjes	=	oranjebuikmanakin
oranjebuikmanakins	=	oranjebuikmanakin
oranjebuikmiersluiper	noun	Terenura sicki een vogel uit de familie Thamnophilidae.
oranjebuikmiersluipers	=	oranjebuikmiersluiper
oranjebuikmiersluipertje	=	oranjebuikmiersluiper
oranjebuikmiersluipertjes	=	oranjebuikmiersluiper
oranjebuikparkiet	noun	Neophema chrysogaster een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
oranjebuikparkieten	=	oranjebuikparkiet
oranjebuikparkietje	=	oranjebuikparkiet
oranjebuikparkietjes	=	oranjebuikparkiet
oranjecafeetje	=	oranjecafé
oranjecafeetjes	=	oranjecafé
oranjecafé	noun	uitgaansgelegenheid voor liefhebbers van het Nederlandse koningshuis
oranjecafés	=	oranjecafé
oranjecomiteetje	=	oranjecomité
oranjecomiteetjes	=	oranjecomité
oranjecomité	noun	groep mensen die feesten betreffende het koningshuis (zoals koningsdag) organiseren
oranjecomités	=	oranjecomité
oranjeflankmierpitta	noun	Hylopezus dives een zangvogel uit de familie Grallariidae.
oranjeflankmierpitta's	=	oranjeflankmierpitta
oranjeflankmierpittaatje	=	oranjeflankmierpitta
oranjeflankmierpittaatjes	=	oranjeflankmierpitta
oranjegeel	noun	geel met een vleugje oranje	adj	voornoemde kleur hebbend
oranjegeels	=	oranjegeel
oranjegeelst	=	oranjegeel
oranjegeelste	=	oranjegeel
oranjegele	=	oranjegeel
oranjegelen	=	oranjegeel
oranjegeler	=	oranjegeel
oranjegelere	=	oranjegeel
oranjegelers	=	oranjegeel
oranjehalskasuaris	noun	Casuarius unappendiculatus een loopvogel uit het geslacht van de kasuarissen en de familie Casuariidae (Kasuarissen en emoes).
oranjehalskasuarisje	=	oranjehalskasuaris
oranjehalskasuarisjes	=	oranjehalskasuaris
oranjehalskasuarissen	=	oranjehalskasuaris
oranjehuis	noun|obsolete	aanbouw of vrijstaand gebouw met glazen wanden, vaak gebruikt als ruimte waar men bij koud maar zonnig weer aangenaam kan verblijven
oranjehuizen	=	oranjehuis
oranjekaakje	noun	Estrilda melpoda een kleurig vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
oranjekaakjes	=	oranjekaakje
oranjekaptroepiaal	noun	Icterus auricapillus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
oranjekaptroepiaaltje	=	oranjekaptroepiaal
oranjekaptroepiaaltjes	=	oranjekaptroepiaal
oranjekaptroepialen	=	oranjekaptroepiaal
oranjekeeltangare	noun	Wetmorethraupis sterrhopteron een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
oranjekeeltangaren	=	oranjekeeltangare
oranjekeeltangaretje	=	oranjekeeltangare
oranjekeeltangaretjes	=	oranjekeeltangare
oranjekeelzonnekolibrie	noun	Heliangelus mavors een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
oranjekeelzonnekolibries	=	oranjekeelzonnekolibrie
oranjekeelzonnekolibrietje	=	oranjekeelzonnekolibrie
oranjekeelzonnekolibrietjes	=	oranjekeelzonnekolibrie
oranjekleurig	adj	met een oranje kleur
oranjekleurige	=	oranjekleurig
oranjekleuriger	=	oranjekleurig
oranjekleurigere	=	oranjekleurig
oranjekleurigers	=	oranjekleurig
oranjekleurigs	=	oranjekleurig
oranjekleurigst	=	oranjekleurig
oranjekleurigste	=	oranjekleurig
oranjeknolknikmos	noun	Bryum tenuisetum een mos uit de familie Bryaceae.
oranjeknolknikmosje	=	oranjeknolknikmos
oranjeknolknikmosjes	=	oranjeknolknikmos
oranjeknolknikmossen	=	oranjeknolknikmos
oranjekoek	noun	een traditioneel in Friesland bereide en verkochte, vierkante kruidkoek, die afgewerkt is met roze glazuur
oranjekoeken	=	oranjekoek
oranjekoekje	=	oranjekoek
oranjekoekjes	=	oranjekoek
oranjekoorts	noun	verschijnsel van chauvinisme dat zich voordoet onder bepaalde delen van de Nederlandse bevolking, voornamelijk bij belangrijke internationale sportwedstrijden (voetbal !) waarbij Nederland vertegenwoordigd is en op Koningsdag en waarbij de kleur oranje overal wordt aangebracht
oranjekoortsen	=	oranjekoorts
oranjekopspecht	noun	Celeus spectabilis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
oranjekopspechten	=	oranjekopspecht
oranjekopspechtje	=	oranjekopspecht
oranjekopspechtjes	=	oranjekopspecht
oranjekoptangare	noun	Thlypopsis sordida een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
oranjekoptangaren	=	oranjekoptangare
oranjekoptangaretje	=	oranjekoptangare
oranjekoptangaretjes	=	oranjekoptangare
oranjekopzanger	noun	Peucedramus taeniatus een kleine zangvogel die voorkomt in Midden-Amerika.
oranjekopzangers	=	oranjekopzanger
oranjekopzangertje	=	oranjekopzanger
oranjekopzangertjes	=	oranjekopzanger
oranjekraagmanakin	noun	Manacus aurantiacus een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
oranjekraagmanakinnetje	=	oranjekraagmanakin
oranjekraagmanakinnetjes	=	oranjekraagmanakin
oranjekraagmanakins	=	oranjekraagmanakin
oranjekruinmanakin	noun	Heterocercus aurantiivertex een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
oranjekruinmanakinnetje	=	oranjekruinmanakin
oranjekruinmanakinnetjes	=	oranjekruinmanakin
oranjekruinmanakins	=	oranjekruinmanakin
oranjekuifkaketoe	noun	Cacatua citrinocristata een vogel uit de orde der papegaaiachtigen en de familie der kaketoes.
oranjekuifkaketoes	=	oranjekuifkaketoe
oranjekuifkaketoetje	=	oranjekuifkaketoe
oranjekuifkaketoetjes	=	oranjekuifkaketoe
oranjekuiftiran	noun	Myiophobus phoenicomitra een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
oranjekuiftirannen	=	oranjekuiftiran
oranjekuiftirannetje	=	oranjekuiftiran
oranjekuiftirannetjes	=	oranjekuiftiran
oranjekuiftuiniervogel	noun	Amblyornis subalaris een zangvogel uit de familie Ptilonorhynchidae (prieelvogels).
oranjekuiftuiniervogels	=	oranjekuiftuiniervogel
oranjekuiftuiniervogeltje	=	oranjekuiftuiniervogel
oranjekuiftuiniervogeltjes	=	oranjekuiftuiniervogel
oranjelelie	noun	zeldzame plantensoort Lilium bulbiferum subsp. croceum die vooral in roggevelden groeit
oranjelelies	=	oranjelelie
oranjeleliën	=	oranjelelie
oranjelijnenkardinaalbaars	noun	Archamia fucata een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
oranjelijnenkardinaalbaarsje	=	oranjelijnenkardinaalbaars
oranjelijnenkardinaalbaarsjes	=	oranjelijnenkardinaalbaars
oranjelijnenkardinaalbaarzen	=	oranjelijnenkardinaalbaars
oranjeoogbreedbektiran	noun	Tolmomyias traylori een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
oranjeoogbreedbektirannen	=	oranjeoogbreedbektiran
oranjeoogbreedbektirannetje	=	oranjeoogbreedbektiran
oranjeoogbreedbektirannetjes	=	oranjeoogbreedbektiran
oranjeoortangare	noun	Chlorochrysa calliparaea een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
oranjeoortangaren	=	oranjeoortangare
oranjeoortangaretje	=	oranjeoortangare
oranjeoortangaretjes	=	oranjeoortangare
oranjepoot	noun	Gongylidium rufipes een spin uit de familie van de hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae).
oranjepootje	=	oranjepoot
oranjepootjes	=	oranjepoot
oranjepoten	=	oranjepoot
oranjer	=	oranje
oranjere	=	oranje
oranjerie	noun	aanbouw of vrijstaand gebouw met glazen wanden, vaak gebruikt als ruimte waar men bij koud maar zonnig weer aangenaam kan verblijven
oranjeries	=	oranjerie
oranjerieën	=	oranjerie
oranjerivierbrilvogel	noun	Zosterops pallidus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
oranjerivierbrilvogels	=	oranjerivierbrilvogel
oranjerivierbrilvogeltje	=	oranjerivierbrilvogel
oranjerivierbrilvogeltjes	=	oranjerivierbrilvogel
oranjerode	=	oranjerood
oranjeroden	=	oranjerood
oranjeroder	=	oranjerood
oranjerodere	=	oranjerood
oranjeroders	=	oranjerood
oranjerood	noun	een kleur tussen rood en oranje in	adj	de kleur oranjerood hebbend
oranjeroods	=	oranjerood
oranjeroodst	=	oranjerood
oranjeroodste	=	oranjerood
oranjers	=	oranje
oranjerugspecht	noun	Reinwardtipicus validus een specht uit het monotypische geslacht Reinwardtipicus
oranjerugspechten	=	oranjerugspecht
oranjerugspechtje	=	oranjerugspecht
oranjerugspechtjes	=	oranjerugspecht
oranjes	=	oranje
oranjeshirt	noun	shirt gedragen door supporters van een Nederlands elftal
oranjeshirts	=	oranjeshirt
oranjespeler	noun	sporter die lid is van een team dat uitkomt voor Nederland
oranjespelers	=	oranjespeler
oranjest	=	oranje
oranjestaarttiran	noun	Myiarchus validus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
oranjestaarttirannen	=	oranjestaarttiran
oranjestaarttirannetje	=	oranjestaarttiran
oranjestaarttirannetjes	=	oranjestaarttiran
oranjeste	=	oranje
oranjesteeltje	noun	Bryoerythrophyllum recurvirostre een mos uit de familie Pottiaceae.
oranjesteeltjes	=	oranjesteeltje
oranjestuitheremietkolibrie	noun	Anopetia gounellei een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
oranjestuitheremietkolibries	=	oranjestuitheremietkolibrie
oranjestuitheremietkolibrietje	=	oranjestuitheremietkolibrie
oranjestuitheremietkolibrietjes	=	oranjestuitheremietkolibrie
oranjesupporter	noun	iemand die het Nederlandse voetbalelftal of een ander Nederlands nationaal sportteam steunt door aanwezigheid bij wedstrijden en andere blijken van aanhankelijkheid
oranjesupporters	=	oranjesupporter
oranjetip	noun	bepaald soort dagvlinder, Anthocharis cardamines uit de familie Pieridae, de witjes
oranjetip-eikenwespvlinder	noun	Synanthedon conopiformis een vlinder uit de familie wespvlinders (Sesiidae), onderfamilie Sesiinae
oranjetip-eikenwespvlinders	=	oranjetip-eikenwespvlinder
oranjetip-eikenwespvlindertje	=	oranjetip-eikenwespvlinder
oranjetip-eikenwespvlindertjes	=	oranjetip-eikenwespvlinder
oranjetipje	=	oranjetip
oranjetipjes	=	oranjetip
oranjetippen	=	oranjetip
oranjetompoesindex	noun	maat voor het aantal oranje tompoezen dat verkocht is tijdens een optreden van een Nederlands sportteam
oranjetompoesindexen	=	oranjetompoesindex
oranjetompoesindices	=	oranjetompoesindex
oranjevereniging	noun	lokale vrijwilligersorganisatie in Nederland die zich inzet voor het bevorderen van de nationale eenheid en de verbondenheid met het Koninklijk Huis.
oranjeverenigingen	=	oranjevereniging
oranjeverenigingetje	=	oranjevereniging
oranjeverenigingetjes	=	oranjevereniging
oranjevla	noun	vla met sinaasappelsmaak
oranjevla's	=	oranjevla
oranjevlaatje	=	oranjevla
oranjevlaatjes	=	oranjevla
oranjevlekgranietmot	noun	Scoparia basistrigalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
oranjevlekgranietmotje	=	oranjevlekgranietmot
oranjevlekgranietmotjes	=	oranjevlekgranietmot
oranjevlekgranietmotten	=	oranjevlekgranietmot
oranjevleklipvis	noun	Coris aygula een straalvinnige vissensoort uit de familie van lipvissen (Labridae).
oranjevleklipvisje	=	oranjevleklipvis
oranjevleklipvisjes	=	oranjevleklipvis
oranjevleklipvissen	=	oranjevleklipvis
oranjevleugelamazone	noun	Amazona amazonica een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
oranjevleugelamazonen	=	oranjevleugelamazone
oranjevleugelamazones	=	oranjevleugelamazone
oranjevleugelamazonetje	=	oranjevleugelamazone
oranjevleugelamazonetjes	=	oranjevleugelamazone
oranjevleugelparkiet	noun	Brotogeris chrysoptera een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
oranjevleugelparkieten	=	oranjevleugelparkiet
oranjevleugelparkietje	=	oranjevleugelparkiet
oranjevleugelparkietjes	=	oranjevleugelparkiet
oranjevleugeltroepiaal	noun	Icterus jamacaii een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
oranjevleugeltroepiaaltje	=	oranjevleugeltroepiaal
oranjevleugeltroepiaaltjes	=	oranjevleugeltroepiaal
oranjevleugeltroepialen	=	oranjevleugeltroepiaal
oranjevoorhoofdkakariki	noun	Cyanoramphus malherbi een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
oranjevoorhoofdkakariki's	=	oranjevoorhoofdkakariki
oranjevoorhoofdkakarikietje	=	oranjevoorhoofdkakariki
oranjevoorhoofdkakarikietjes	=	oranjevoorhoofdkakariki
orante	noun	voorstelling van een biddende vrouw in lang gewaad die rechtop staat en de handen naar de hemel heft
oranten	=	orante
orateur	noun	iemand die oreert, een redenaar
orateurs	=	orateur
orateurtje	=	orateur
orateurtjes	=	orateur
oratie	noun	rede, redevoering, speech, toespraak
oraties	=	oratie
oratietje	=	oratie
oratietjes	=	oratie
orator	noun	redenaar
oratoren	=	orator
oratoria	=	oratorium
oratorio	noun	uitgebreid muziekwerk met koor, zangers en orkest over een onderwerp
oratorio's	=	oratorio
oratorisch	adj	betrekking hebbend op het kunnen spreken in het openbaar
oratorische	=	oratorisch
oratorischer	=	oratorisch
oratorischere	=	oratorisch
oratorischers	=	oratorisch
oratorium	noun	geestelijk zangstuk voor orkest, zangsolisten en koor en zonder rekwisieten
oratoriumpje	=	oratorium
oratoriumpjes	=	oratorium
oratoriums	=	oratorium
oratoriumvereniging	noun	een zangkoor dat zich richt op het instuderen en uitvoeren van oratoria.
oratoriumverenigingen	=	oratoriumvereniging
oratoriumverenigingetje	=	oratoriumvereniging
oratoriumverenigingetjes	=	oratoriumvereniging
orators	=	orator
oratortje	=	orator
oratortjes	=	orator
orb	noun	een optisch verschijnsel dat zich voordoet bij het maken van foto's, bestaande uit typische cirkelvormige witte, of doorzichtige vlekjes
orbiculair	adj	cirkelvormig, kringvormig
orbiculaire	=	orbiculair
orbiculairs	=	orbiculair
orbit	noun	elliptische omloop van een ruimtevaartuig of sateliet rond de aarde of een hemellichaam
orbita	noun	elk van beide holtes in de schedel waar een oog in ligt
orbitaal	adj	met betrekking tot de oogkas	noun	een staand golfpatroon zoals een elektron dat vormt in ingevangen toestand rond een atoomkern
orbitaals	=	orbitaal
orbitaalst	=	orbitaal
orbitaalste	=	orbitaal
orbitaaltje	=	orbitaal
orbitaaltjes	=	orbitaal
orbitae	=	orbita
orbitale	=	orbitaal
orbitalen	=	orbitaal
orbitaler	=	orbitaal
orbitalere	=	orbitaal
orbitalers	=	orbitaal
orbits	=	orbit
orchidee	noun	benaming voor planten uit de familie Orchidaceae
orchidee-bidsprinkhaan	noun	Hymenopus coronatus een bidsprinkhaan uit de familie Hymenopodidae.
orchidee-bidsprinkhaantje	=	orchidee-bidsprinkhaan
orchidee-bidsprinkhaantjes	=	orchidee-bidsprinkhaan
orchidee-bidsprinkhanen	=	orchidee-bidsprinkhaan
orchideekleurig	adj	de kleur orchidee hebbend
orchideekleurige	=	orchideekleurig
orchideekleurigs	=	orchideekleurig
orchideetje	=	orchidee
orchideetjes	=	orchidee
orchideewortelvlieg	noun	Chyliza vittata een vliegensoort uit de familie van de wortelvliegen (Psilidae).
orchideewortelvliegen	=	orchideewortelvlieg
orchideewortelvliegje	=	orchideewortelvlieg
orchideewortelvliegjes	=	orchideewortelvlieg
orchideeën	=	orchidee
orchideeënblauwtje	noun	bepaalde soort van vlinder, Chliaria othona , uit de onderfamilie Lycaenidae, die op Java voorkomt.
orchideeënblauwtjes	=	orchideeënblauwtje
orchideeënfamilie	noun	een van de grootste plantenfamilies Orchidaceae op aarde.
orchidometer	noun	medisch instrument in de vorm van een ketting met 12 ovale kralen in groottes van 1 tot 25 ml, gebruikt wordt om het volume van de testikels te meten
orchidometers	=	orchidometer
orchiem	noun	gasten
orchis	noun	een geslacht Orchis van planten uit de orchideeënfamilie.
orchisje	=	orchis
orchissen	=	orchis
orchitis	noun	ontsteking van de teelbal
orde	noun	gewenste regelmaat met het oog op een doel
ordebewaarder	noun	iemand die belast is met het handhaven van de rust
ordebewaarders	=	ordebewaarder
ordebewaker	noun	iemand die of iets dat ervoor zorgt dat de rust, de veiligheid en de goede orde worden gehandhaafd
ordebewakers	=	ordebewaker
ordebewakertje	=	ordebewaker
ordebewakertjes	=	ordebewaker
ordedienst	noun	organisatie die zorgt dat de openbare orde gehandhaafd blijft
ordediensten	=	ordedienst
ordegetal	noun	ranggetal van welgeordende verzamelingen
ordegetallen	=	ordegetal
ordegetalletje	=	ordegetal
ordegetalletjes	=	ordegetal
ordegrootte	noun	ruwe indicatie van de omvang, met weinig precisie aangeduide hoeveelheid
ordegrootten	=	ordegrootte
ordegroottes	=	ordegrootte
ordehandhaver	noun	iemand die de orde handhaaft
ordehandhavers	=	ordehandhaver
ordehandhaving	noun	geheel van activiteiten uitgevoerd door bevoegde personen om ervoor te zorgen dat mensen zich in een bepaalde situatie volgens de regels gedragen
ordehandhavingen	=	ordehandhaving
ordelievend	adj	van een persoon dat deze gesteld is op orde, rust en regelmaat
ordelievende	=	ordelievend
ordelievender	=	ordelievend
ordelievendere	=	ordelievend
ordelievenders	=	ordelievend
ordelievends	=	ordelievend
ordelievendst	=	ordelievend
ordelievendste	=	ordelievend
ordelijk	adj	rustig en zonder uitspattingen
ordelijke	=	ordelijk
ordelijker	=	ordelijk
ordelijkere	=	ordelijk
ordelijkers	=	ordelijk
ordelijkheden	=	ordelijkheid
ordelijkheid	noun	het ordelijk zijn
ordelijks	=	ordelijk
ordelijkst	=	ordelijk
ordelijkste	=	ordelijk
ordelint	noun	een lint dat men schuin over de borst draagt als teken dat men lid is van een bepaalde ridderorde
ordelinten	=	ordelint
ordelintje	=	ordelint
ordelintjes	=	ordelint
ordeloos	adj	zonder orde
ordeloosheden	=	ordeloosheid
ordeloosheid	noun	het ordeloos zijn
ordeloost	=	ordeloos
ordelooste	=	ordeloos
ordeloze	=	ordeloos
ordelozer	=	ordeloos
ordelozere	=	ordeloos
ordelozers	=	ordeloos
orden	=	orde
ordende	=	ordenen
ordenden	=	ordenen
ordene	=	ordenen
ordenen	verb	plaatsen volgens een bepaalde ordening of regel
ordenend	adj	bezig zijn met zaken te organiseren
ordenende	=	ordenen
ordenends	=	ordenend
ordenendste	=	ordenend
ordening	noun	een regelmatig, een aangebrachte orde, het tegendeel van chaos
ordeningen	=	ordening
ordent	=	ordenen
ordentelijk	adj	volgens de regels en zonder problemen
ordentelijke	=	ordentelijk
ordentelijker	=	ordentelijk
ordentelijkere	=	ordentelijk
ordentelijkers	=	ordentelijk
ordentelijks	=	ordentelijk
ordentelijkst	=	ordentelijk
ordentelijkste	=	ordentelijk
ordepolitie	noun	bewapend onderdeel van de politie dat de openbare orde beschermt
ordeprobleem	noun	moeilijkheden met het bewaren van de rust en de orde, met name in het onderwijs
ordeprobleempje	=	ordeprobleem
ordeprobleempjes	=	ordeprobleem
ordeproblemen	=	ordeprobleem
order	noun	een verzoek om diensten of goederen te leveren
orderbevestiging	noun	een document waarmee een dienstverlener of verkoper de ontvangst en aanvaarding van een opdracht of bestelling formeel bevestigt.
orderbevestigingen	=	orderbevestiging
orderbevestigingetje	=	orderbevestiging
orderbevestigingetjes	=	orderbevestiging
orderboek	noun	lijst met alle bestellingen die afnemers hebben gedaan bij een bedrijf en die nog niet zijn afgeleverd
orderboeken	=	orderboek
orderboekje	=	orderboek
orderboekjes	=	orderboek
orderde	=	orderen
orderden	=	orderen
ordere	=	orderen
ordereglement	noun	lijst van bepalingen die betrekking hebben op een genootschap van ridders
ordereglementen	=	ordereglement
orderen	verb	bevelen, gelasten, orde stellen dat iets gebeurt
orderend	=	orderen
orderende	=	orderen
orderpicker	noun	persoon die artikelen van een bestelling verzamelt in een distributiecentrum om ze klaar te maken voor verzending
orderpickers	=	orderpicker
orderportefeuille	noun	de verzameling van alle orders die een bedrijf heeft
orderportefeuilles	=	orderportefeuille
orders	=	order
ordert	=	orderen
ordertje	=	order
ordertjes	=	order
ordes	=	orde
ordeteken	noun	uiterlijk versiersel van een ridder waaraan men kan zien tot welke ridderorde de ridder behoort
ordetekenen	=	ordeteken
ordetekens	=	ordeteken
ordetje	=	orde
ordetjes	=	orde
ordetroepen	noun	militairen die ingezet worden bij demonstraties, betogingen
ordeverstorend	adj	van iets of iemand dat deze de rust, structuur of de normale gang van zaken verstoort
ordeverstorende	=	ordeverstorend
ordeverstorender	=	ordeverstorend
ordeverstorendere	=	ordeverstorend
ordeverstorenders	=	ordeverstorend
ordeverstorends	=	ordeverstorend
ordeverstorendst	=	ordeverstorend
ordeverstorendste	=	ordeverstorend
ordeverstoring	noun	verstoring van de openbare orde
ordeverstoringen	=	ordeverstoring
ordeverstorinkje	=	ordeverstoring
ordeverstorinkjes	=	ordeverstoring
ordevraag	noun	verzoek om inlichtingen over het beloop van een discussie of vergadering
ordevraagje	=	ordevraag
ordevraagjes	=	ordevraag
ordevragen	=	ordevraag
ordinaal	adj	met betrekking tot een rangorde
ordinaals	=	ordinaal
ordinaalst	=	ordinaal
ordinaalste	=	ordinaal
ordinaat	noun	de verticale as van de beide coördinaten van een punt in een plat vlak, de y-as
ordinair	adj	gewoon, alledaags, normaal
ordinairder	=	ordinair
ordinairdere	=	ordinair
ordinairders	=	ordinair
ordinaire	=	ordinair
ordinairs	=	ordinair
ordinairst	=	ordinair
ordinairste	=	ordinair
ordinale	=	ordinaal
ordinaler	=	ordinaal
ordinalere	=	ordinaal
ordinalers	=	ordinaal
ordinantie	noun	een bevel dat van hogerhand gegeven is
ordinanties	=	ordinantie
ordinantiën	=	ordinantie
ordinaria	=	ordinarium
ordinarii	=	ordinarius
ordinarium	noun	gewoon beloop van inkomsten en uitgaven
ordinariumpje	=	ordinarium
ordinariumpjes	=	ordinarium
ordinariums	=	ordinarium
ordinarius	noun	gewoon hoogleraar aan een universiteit
ordinaten	=	ordinaat
ordinatie	noun	het ordineren
ordinaties	=	ordinatie
ordinatietje	=	ordinatie
ordinatietjes	=	ordinatie
ordineer	=	ordineren
ordineerde	=	ordineren
ordineerden	=	ordineren
ordineert	=	ordineren
ordinere	=	ordineren
ordineren	verb	de priesterwijding geven
ordinerend	=	ordineren
ordinerende	=	ordineren
ordkangoeroegoffer	noun	Dipodomys ordii knaagdier uit de familie van de wangzakmuizen (Heteromyidae).
ordkangoeroegoffers	=	ordkangoeroegoffer
ordkangoeroegoffertje	=	ordkangoeroegoffer
ordkangoeroegoffertjes	=	ordkangoeroegoffer
ordner	noun	een verstevigde map met een beugelklem bedoeld voor het geordend opbergen van geperforeerde losse bladzijden
ordners	=	ordner
ordnertje	=	ordner
ordnertjes	=	ordner
ordonnans	noun	militair die als taak heeft berichten, bevelen en rapporten over te brengen
ordonnansen	=	ordonnans
ordonnansofficier	noun	officier die als taak heeft berichten, bevelen en rapporten over te brengen
ordonnansofficieren	=	ordonnansofficier
ordonnantie	noun	voorschrift, verordening
ordonnanties	=	ordonnantie
ordonnantietje	=	ordonnantie
ordonnantiën	=	ordonnantie
ordonnateur	noun	ambtenaar die in Nederlands-Indië de bevoegdheid had tot het afgeven van ordonnantiën van betaling
ordonnateurs	=	ordonnateur
ordonnateurtje	=	ordonnateur
ordonnateurtjes	=	ordonnateur
ordonneer	=	ordonneren
ordonneerde	=	ordonneren
ordonneerden	=	ordonneren
ordonneert	=	ordonneren
ordonnere	=	ordonneren
ordonneren	verb	bevelen
ordonnerend	=	ordonneren
ordonnerende	=	ordonneren
ordovicium	noun	geologisch tijdperk waarin de eerste ontwikkelde levensvormen op land zijn aangetoond, tweede periode van het era paleozoïcum; van 485 tot 444 miljoen jaar geleden
ore	=	oor
oreade	noun	bergnimf, berggeest
oreaden	=	oreade
oreades	=	oreade
oreer	=	oreren
oreerde	=	oreren
oreerden	=	oreren
oreert	=	oreren
oregano	noun	een vaste plant Origanum vulgare uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
oregonwoelmuis	noun	Microtus oregoni knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
oregonwoelmuisje	=	oregonwoelmuis
oregonwoelmuisjes	=	oregonwoelmuis
oregonwoelmuizen	=	oregonwoelmuis
orel	noun	onbesnedene, niet-jood
oremelait	noun	armelui
oremus	noun	oproep van een priester tot de gelovigen om samen met hem te bidden; Laat ons bidden.
oremussen	=	oremus
oren	verb	bidden
orend	=	oren
orende	=	oren
orenmaffia	noun	het geheel van therapeuten die beweren dat elke ziekte uiteindelijk voortkomt uit het denken, 'tussen de oren zit'
orenmaffia's	=	orenmaffia
orenstrelend	adj	met een heel mooie klank
orenstrelende	=	orenstrelend
orenstrelender	=	orenstrelend
orenstrelendere	=	orenstrelend
orenstrelenders	=	orenstrelend
orenstrelends	=	orenstrelend
orenstrelendst	=	orenstrelend
orenstrelendste	=	orenstrelend
oreodont	noun	zoogdier uit de onderorde Oreodonta van uitgestorven evenhoevigen.
oreodonten	noun	Oreodonta een onderorde van uitgestorven evenhoevigen.
oreodontje	=	oreodont
oreodontjes	=	oreodont
oreofrappuccino	noun	een ijzige, milkshake-achtige drank, vaak met een koffiesmaak, die gemixt wordt met in stukjes gehakte Oreo-koekjes en afgetopt wordt met slagroom en extra koekjes
oreofrappuccino's	=	oreofrappuccino
oreoica	noun	Oreoica een geslacht van zangvogels.
oreoica's	noun	Oreoicidae een familie van zangvogels.
oreoicaatje	=	oreoica
oreoicaatjes	=	oreoica
oreos	noun	een familie Oreosomatidae van straalvinnige vissen uit de orde van zonnevisachtigen (Zeiformes)
orere	=	oreren
oreren	verb	een toespraak houden
orerend	=	oreren
orerende	=	oreren
orexigeen	adj	ertoe leidend dat je trek in eten krijgt
orexigeens	=	orexigeen
orexigeenst	=	orexigeen
orexigeenste	=	orexigeen
orexigene	=	orexigeen
orexigener	=	orexigeen
orexigenere	=	orexigeen
orexigeners	=	orexigeen
oreïd	noun	legering van koper, tin en andere metalen die goud nabootst
orf	noun	aandoening van huid en slijmvliezen van schapen en geiten door een infectie met een bepaald virus uit het geslacht Parapox in de familie Poxviridae	verb|humorous	erfde, onvoltooid verleden tijd van erven, voor een komisch effect verbogen als werven
orfisch	adj	betrekking hebbend op Orpheus, de oudste mythische zanger van Griekenland
orfische	=	orfisch
orfischer	=	orfisch
orfischere	=	orfisch
orfischers	=	orfisch
orgaan	noun	onderdeel van het organisme, samengesteld uit weefsels die één of meerdere specifieke functies vervullen, en een macroscopisch of microscopisch afzonderlijk geheel vormt
orgaandonatie	noun	het afstaan van een orgaan (tijdens het leven of na het overlijden) voor medische doeleinden
orgaandonaties	=	orgaandonatie
orgaandonor	noun	iemand die een orgaan afstaat voor transplantatie
orgaandonoren	=	orgaandonor
orgaandonors	=	orgaandonor
orgaansysteem	noun	een functioneel geheel gevormd door het geheel van organen
orgaansysteempje	=	orgaansysteem
orgaansysteempjes	=	orgaansysteem
orgaansystemen	=	orgaansysteem
orgaantje	=	orgaan
orgaantjes	=	orgaan
orgaantransplantatie	noun	een orgaan van een (overleden) persoon overplanten in het lichaam van een ander persoon
orgaantransplantaties	=	orgaantransplantatie
organdie	noun	gladde, doorzichtige, katoenen, stof; glad neteldoek
organel	noun	deel van een cel met een bepaalde functie, zoals lysosoom, mitochondrium, nucleus.
organellen	=	organel
organelletje	=	organel
organelletjes	=	organel
organen	=	orgaan
organiek	adj	organisch, natuurlijk
organieke	=	organiek
organieker	=	organiek
organiekere	=	organiek
organiekers	=	organiek
organieks	=	organiek
organiekst	=	organiek
organiekste	=	organiek
organigram	noun	uitgeschreven schema van de structuur van een organisatie; de inrichting van een organisatie
organigrammen	=	organigram
organisatie	noun	het organiseren
organisatieadvies	noun	advies t.a.v. de organisatie, het management en de bedrijfsvoering
organisatieadviesbureau	noun	instelling die bedrijven adviseert over het verbeteren van hun organisatiestructuur, management en bedrijfsvoering
organisatieadviesbureaus	=	organisatieadviesbureau
organisatieadviezen	=	organisatieadvies
organisatieadviseur	noun	een adviseur van het bedrijfsleven, de overheid en andere organisaties in beleidsmatige en organisatorische vraagstukken
organisatieadviseurs	=	organisatieadviseur
organisatieadviseurtje	=	organisatieadviseur
organisatieadviseurtjes	=	organisatieadviseur
organisatiebureau	noun	bedrijf dat iets tot stand brengt; bedrijf dat iets regelt
organisatiebureaus	=	organisatiebureau
organisatiebureautje	=	organisatiebureau
organisatiebureautjes	=	organisatiebureau
organisatiecomiteetje	=	organisatiecomité
organisatiecomiteetjes	=	organisatiecomité
organisatiecomité	noun	groep mensen die belast is met de organisatie van een evenement
organisatiecomités	=	organisatiecomité
organisatiecriminaliteit	noun	misdaad die in een legaal samenwerkingsverband van mensen wordt begaan om een op zichzelf legaal doel daarvan te bereiken
organisatiegraad	noun	deel van de werknemers dat lid is van een vakbond
organisatiegraden	=	organisatiegraad
organisatiekost	noun|obsolete	uitgaven die men doet om iets tot stand te brengen
organisatiekosten	noun	uitgaven die men doet om iets tot stand te brengen
organisatiekunde	noun	de tak van wetenschap die het samenspel in organisaties en hun relatie met hun omgeving bestudeert
organisatieleer	noun	de leer van/over organisaties en hun structuur
organisatieprobleem	noun	vraagstuk hoe men een complexe activiteit of organisatie soepel kan laten verlopen
organisatieprobleempje	=	organisatieprobleem
organisatieprobleempjes	=	organisatieprobleem
organisatieproblemen	=	organisatieprobleem
organisatiepsychologie	noun	tak van de psychologie die de mens in relatie tot zijn werk en werkorganisatie bestudeert
organisaties	=	organisatie
organisatieschema	noun	diagram dat laat zien hoe taken en zeggenschap in een bedrijf of ander samenwerkingsverband zijn verdeeld
organisatieschema's	=	organisatieschema
organisatiestructuren	=	organisatiestructuur
organisatiestructuur	noun	de opbouw van de taakverdeling binnen een organisatie
organisatiestructuurtje	=	organisatiestructuur
organisatiestructuurtjes	=	organisatiestructuur
organisatietalent	noun	persoon die er goed in is iets te regelen
organisatietalenten	=	organisatietalent
organisatietalentje	=	organisatietalent
organisatietalentjes	=	organisatietalent
organisatietje	=	organisatie
organisatietjes	=	organisatie
organisatieverandering	noun	het proces waarbij een onderneming haar structuur, cultuur, strategie of processen fundamenteel aanpast om beter te functioneren of in te spelen op de omgeving.
organisatieveranderingen	=	organisatieverandering
organisatieveranderingetje	=	organisatieverandering
organisatieveranderingetjes	=	organisatieverandering
organisatievermogen	noun	het vermogen om dingen goed te organiseren
organisatievermogens	=	organisatievermogen
organisatiewijziging	noun	belangrijke, structurele verandering in de inrichting, bevoegdheden of werkzaamheden van een bedrijf, vaak met gevolgen voor medewerkers
organisatiewijzigingen	=	organisatiewijziging
organisatiewijzigingetje	=	organisatiewijziging
organisatiewijzigingetjes	=	organisatiewijziging
organisator	noun	iemand die organiseert of die organisatietalent heeft
organisatoren	=	organisator
organisatorisch	adj	wat de organisatie betreft
organisatorische	=	organisatorisch
organisatorischer	=	organisatorisch
organisatorischere	=	organisatorisch
organisatorischers	=	organisatorisch
organisators	=	organisator
organisatortje	=	organisator
organisatortjes	=	organisator
organisatrice	noun	vrouwelijke vorm van organisator
organisatrices	=	organisatrice
organisatricetje	=	organisatrice
organisatricetjes	=	organisatrice
organisch	adj	met betrekking tot een orgaan of de organen
organische	=	organisch
organischer	=	organisch
organischere	=	organisch
organischers	=	organisch
organischt	=	organisch
organischte	=	organisch
organiseer	=	organiseren
organiseerde	=	organiseren
organiseerden	=	organiseren
organiseeren	=	organiseren
organiseert	=	organiseren
organisere	=	organiseren
organiseren	verb	een bepaalde structuur aanbrengen
organiserend	=	organiseren
organiserende	=	organiseren
organisme	noun	een afzonderlijk en volledig levend wezen dat voor zijn voortbestaan afhankelijk is van zijn eigen metabolisme en bestaat uit verschillende organen
organismen	=	organisme
organismes	=	organisme
organismetje	=	organisme
organismetjes	=	organisme
organist	noun	musicus die zich toelegt op het bespelen van het orgel
organiste	noun	vrouwelijke vorm van organist
organisten	noun	een geslacht Chlorophonia van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae)
organistes	=	organiste
organistje	=	organist
organistjes	=	organist
organizer	noun	persoon of voorwerp dat 'nodig' is om je leven georganiseerd te houden
organizers	=	organizer
organogenese	noun	het zich ontwikkelen van organen uit enkele typen weefsel
organogram	noun	diagram dat laat zien hoe taken en zeggenschap in een bedrijf of ander samenwerkingsverband zijn verdeeld
organogrammen	=	organogram
organogrammetje	=	organogram
organogrammetjes	=	organogram
organoleptisch	adj	werking op een orgaan uitoefenend
organoleptische	=	organoleptisch
organoleptischer	=	organoleptisch
organoleptischere	=	organoleptisch
organoleptischers	=	organoleptisch
organoleptischt	=	organoleptisch
organoleptischte	=	organoleptisch
organometaalchemie	noun	onderdeel van de scheikunde op het grensvlak van de organische en de anorganische chemie
organoïde	noun	in een laboratorium gekweekte, driedimensionale (3D) structuur die een miniatuurversie van een echt orgaan nabootst
organza	noun	doorzichtige (zijden) stof
orgasme	noun	lustgevoelens bij seksuele opwinding (klaarkomen)
orgasmecoach	noun	begeleider op het gebied van seksualiteit en het verkrijgen van een orgasme
orgasmecoaches	=	orgasmecoach
orgasmekloof	noun	het (grote) verschil in de belevening van een orgasme tussen mannen en vrouwen
orgasmekloven	=	orgasmekloof
orgasmen	=	orgasme
orgasmepil	noun	pil waarvan wordt beweerd dat die het krijgen van een orgasme zou bevorderen
orgasmepillen	=	orgasmepil
orgasmepilletje	=	orgasmepil
orgasmepilletjes	=	orgasmepil
orgasmes	=	orgasme
orgasmetje	=	orgasme
orgasmetjes	=	orgasme
orgastisch	adj	van een orgasme
orgastische	=	orgastisch
orgastischer	=	orgastisch
orgastischere	=	orgastisch
orgastischers	=	orgastisch
orgeade	noun	melkachtige drank, gekookt uit amandelen (amandelorgeade, amandelmelk) of kokosnootvlees (kokosorgeade)
orgeades	=	orgeade
orgel	noun	een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen
orgelbegeleiding	noun	het ondersteunen van zang (gemeentezang, koor of solist) door een organist op een kerkorgel.
orgelbegeleidingen	=	orgelbegeleiding
orgelbegeleidinkje	=	orgelbegeleiding
orgelbegeleidinkjes	=	orgelbegeleiding
orgelboek	noun	boek dat een draaiorgel kan aansturen voor het spelen van bepaalde muziek
orgelboeken	=	orgelboek
orgelboekje	=	orgelboek
orgelboekjes	=	orgelboek
orgeldraaier	noun	iemand die muziek laat komen uit een draaiorgel (door aan het grote wiel te draaien)
orgeldraaiers	=	orgeldraaier
orgelist	noun	bespeler van een orgel
orgelisten	=	orgelist
orgelles	noun	les waarin men leert hoe men een orgel moet bespelen
orgellesje	=	orgelles
orgellesjes	=	orgelles
orgellessen	=	orgelles
orgellieden	=	orgelman
orgellui	=	orgelman
orgelmakerij	noun	het maken van orgels
orgelmakerijen	=	orgelmakerij
orgelmakerijtje	=	orgelmakerij
orgelmakerijtjes	=	orgelmakerij
orgelman	noun	iemand die een draaiorgel laat spelen
orgelmannen	=	orgelman
orgelmannetje	=	orgelman
orgelmannetjes	=	orgelman
orgelmuziek	noun	composities gemaakt voor een orgel
orgelmuziekje	=	orgelmuziek
orgelmuziekjes	=	orgelmuziek
orgelpijp	noun	een van de buizen van een orgel waar het geluid uit komt
orgelpijpcactus	noun	Stenocereus thurberi een cactus.
orgelpijpcactusje	=	orgelpijpcactus
orgelpijpcactusjes	=	orgelpijpcactus
orgelpijpcactussen	=	orgelpijpcactus
orgelpijpen	=	orgelpijp
orgelpijpje	=	orgelpijp
orgelpijpjes	=	orgelpijp
orgelpunt	noun	een lang aangehouden of herhaalde toon, waar omheen zich andere stemmen vrij bewegen
orgelpunten	=	orgelpunt
orgelpuntje	=	orgelpunt
orgelpuntjes	=	orgelpunt
orgelregister	noun	rij orgelpijpen van hetzelfde timbre
orgelregisters	=	orgelregister
orgelregistertje	=	orgelregister
orgelregistertjes	=	orgelregister
orgels	=	orgel
orgelspeler	noun	musicus die zich toelegt op het bespelen van het orgel
orgelspelers	=	orgelspeler
orgelspelertje	=	orgelspeler
orgelspelertjes	=	orgelspeler
orgelstoel	noun	zetel, kruk of bank waarop een organist kan zitten als hij aan het spelen is
orgelstoelen	=	orgelstoel
orgelstoeltje	=	orgelstoel
orgelstoeltjes	=	orgelstoel
orgeltje	=	orgel
orgeltjes	=	orgel
orgeltonen	=	orgeltoon
orgeltoon	noun	geluid dat gemaakt wordt met een orgel
orgelvogels	noun	Cracticinae een onderfamilie van vogels uit de orde zangvogels.
orgelvoorspel	noun	muziek die als inleiding van een muziekstuk of voorstelling wordt gespeeld op een orgel
orgelvoorspelen	=	orgelvoorspel
orgiastisch	adj	dweepachtig opgewonden
orgiastische	=	orgiastisch
orgiastischer	=	orgiastisch
orgiastischere	=	orgiastisch
orgiastischers	=	orgiastisch
orgie	noun	in het oude Griekenland een extatisch feest ter ere van een godheid, met name Dionysus
orgies	=	orgie
orgietje	=	orgie
orgietjes	=	orgie
orgieën	=	orgie
orgiën	=	orgie
oribi	noun	soort dwergantilope Ourebia ourebi in Afrika
oribi's	=	oribi
orichalcum	noun	legendarische metaallegering, die in gebruik zou zijn geweest in Atlantis
oriflamme	noun	de standaard van de Frans koningen; banier van St.
oriflammen	=	oriflamme
origami	noun	uit Japan afkomstige kunst van het vouwen van objecten uit papier
origamifiguren	=	origamifiguur
origamifiguur	noun	een volgens de origamimethode van papier gevouwen object
origamifiguurtje	=	origamifiguur
origamifiguurtjes	=	origamifiguur
originaliteit	noun	oorspronkelijkheid
originaliteiten	=	originaliteit
origine	noun	plaats of tijd waar iets of iemand uit afkomstig is
origineel	adj	enige of zeer zeldzaam in zijn soort, eigenaardig	noun	voorwerp, gemaakt door de eerste en oorspronkelijke maker, waarvan een of kopieën zijn gemaakt
origineels	=	origineel
origineelst	=	origineel
origineelste	=	origineel
origineeltje	=	origineel
origineeltjes	=	origineel
originees	adj	van Chinese origine, goedkoop maar van mindere kwaliteit
originele	=	origineel
originelen	=	origineel
origineler	=	origineel
originelere	=	origineel
originelers	=	origineel
origines	=	origine
originese	=	originees
orinico-appelen	=	orinoco-appel
orinoco-agoeti	noun	Dasyprocta guamara knaagdier uit de familie van de agoeti's en acouchy's (Dasyproctidae).
orinoco-agoeti's	=	orinoco-agoeti
orinoco-agoetietje	=	orinoco-agoeti
orinoco-agoetietjes	=	orinoco-agoeti
orinoco-appel	noun	Solanum sessiliflorum een tropische plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae), die nauw verwant is aan de lulo (Solanum quitoense).
orinoco-appelen	=	orinoco-appel
orinoco-appels	=	orinoco-appel
orinoco-appeltje	=	orinoco-appel
orinoco-appeltjes	=	orinoco-appel
orinococanastero	noun	Thripophaga cherriei een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
orinococanastero's	=	orinococanastero
orinococanasterootje	=	orinococanastero
orinococanasterootjes	=	orinococanastero
orinocodolfijn	noun	Inia geoffrensis een rivierdolfijn die enkel leeft in de Zuid-Amerikaanse rivieren de Amazone (en enkele grote zijrivieren) en de bovenloop van de Orinoco
orinocodolfijnen	noun	Iniidae een familie van rivierdolfijnen
orinocodolfijntje	=	orinocodolfijn
orinocodolfijntjes	=	orinocodolfijn
orinocodwergspecht	noun	Picumnus pumilus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
orinocodwergspechten	=	orinocodwergspecht
orinocodwergspechtje	=	orinocodwergspecht
orinocodwergspechtjes	=	orinocodwergspecht
orinocogans	noun	Neochen jubata een vogel uit de familie Anatidae.
orinocogansje	=	orinocogans
orinocogansjes	=	orinocogans
orinocoganzen	=	orinocogans
orinocokrokodil	noun	Crocodylus intermedius een krokodilachtige uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae) en de onderfamilie Crocodylinae
orinocokrokodillen	=	orinocokrokodil
orinocokrokodilletje	=	orinocokrokodil
orinocokrokodilletjes	=	orinocokrokodil
orinocosaltator	noun	Saltator orenocensis een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
orinocosaltators	=	orinocosaltator
orinocosaltatortje	=	orinocosaltator
orinocosaltatortjes	=	orinocosaltator
orinocostekelstaart	noun	Synallaxis beverlyae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
orinocostekelstaarten	=	orinocostekelstaart
orinocostekelstaartje	=	orinocostekelstaart
orinocostekelstaartjes	=	orinocostekelstaart
oriëntaal	adj	oostelijk
oriëntaals	adj	oosters
oriëntaalse	=	oriëntaals
oriëntaalser	=	oriëntaals
oriëntaalsere	=	oriëntaals
oriëntaalsers	=	oriëntaals
oriëntaalst	=	oriëntaal
oriëntaalste	=	oriëntaal
oriëntale	=	oriëntaal
oriëntaler	=	oriëntaal
oriëntalere	=	oriëntaal
oriëntalers	=	oriëntaal
oriëntalisme	noun	opvattingen (m.n. in de geesteswetenschappen) die typisch zijn voor de oosterse wereld
oriëntalistiek	noun	de academische studie van de oosterse talen en beschavingen
oriëntalistisch	adj	betrekking hebbend op het oriëntalisme
oriëntalistische	=	oriëntalistisch
oriëntalistischer	=	oriëntalistisch
oriëntalistischere	=	oriëntalistisch
oriëntalistischers	=	oriëntalistisch
oriëntatie	noun	inlichting, voorlichting, introductie
oriëntatiecursus	noun	een kortdurend, voorbereidend traject bedoeld om kennis te maken met een specifiek vakgebied, studie of instelling
oriëntatiecursusje	=	oriëntatiecursus
oriëntatiecursusjes	=	oriëntatiecursus
oriëntatiecursussen	=	oriëntatiecursus
oriëntatieloop	noun	Oriëntatieloop is een loopsport waarbij door middel van navigatie met kaart en kompas zo snel mogelijk een omloop wordt afgelegd.
oriëntatielopen	=	oriëntatieloop
oriëntatiepaal	noun	een kenmerkende paal, vaak voorzien van herkenbaar symbool, aangebracht op het strand of andere openbare plaats, zodat kinderen hun ouders kunnen terugvinden en zich kunnen oriënteren waar ze zijn
oriëntatiepalen	=	oriëntatiepaal
oriëntatiepunt	noun	herkenbaar punt waarop men zich kan oriënteren
oriëntatiepunten	=	oriëntatiepunt
oriëntatiepuntje	=	oriëntatiepunt
oriëntatiepuntjes	=	oriëntatiepunt
oriëntaties	=	oriëntatie
oriëntatievermogen	noun	de eigenschap om zich goed te kunnen oriënteren
oriëntatievermogens	=	oriëntatievermogen
oriënteer	=	oriënteren
oriënteerbaar	adj	richtbaar
oriënteerbaarder	=	oriënteerbaar
oriënteerbaardere	=	oriënteerbaar
oriënteerbaarders	=	oriënteerbaar
oriënteerbaars	=	oriënteerbaar
oriënteerbaarst	=	oriënteerbaar
oriënteerbaarste	=	oriënteerbaar
oriënteerbare	=	oriënteerbaar
oriënteerde	=	oriënteren
oriënteerden	=	oriënteren
oriënteert	=	oriënteren
oriëntere	=	oriënteren
oriënteren	verb	richten
oriënterend	=	oriënteren
oriënterende	=	oriënteren
oriëntering	noun	het oriënteren
oriënteringen	=	oriëntering
oriënteringsvermogen	noun	de eigenschap om zich goed te kunnen oriënteren
oriënteringsvermogens	=	oriënteringsvermogen
oriëntjuffer	noun	Epallage fatime een juffer (Zygoptera) uit de familie van de Euphaeidae (oriëntjuffers)
oriëntjuffers	noun	Euphaeidae een familie van juffers (Zygoptera), een van de drie suborden van de libellen (Odonata).
oriëntjuffertje	=	oriëntjuffer
oriëntjuffertjes	=	oriëntjuffer
oriëntrode	=	oriëntrood
oriëntrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3031 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3031 ( ).
oriëntroods	=	oriëntrood
ork	noun	fictieve wezentjes die in groepsverband leven en gewoonlijk de vijand van de mensen zijn
orka	noun	Orcinus orca de grootste vertegenwoordiger van de familie der dolfijnen (Delphinidae).
orka's	=	orka
orkaan	noun	een bijzonder hevige storm
orkaankracht	noun	windsnelheden die passen bij een orkaan (vanaf windkracht 12)
orkaankrachten	=	orkaankracht
orkaantje	=	orkaan
orkaantjes	=	orkaan
orkaatje	=	orka
orkaatjes	=	orka
orkanen	=	orkaan
orken	=	ork
orkest	noun	een groep musici
orkestbak	noun	bij een muzikale toneeluitvoering (opera, operette, musical) de plaats waar het orkest zit (meestal voor en onder het toneel)
orkestbakje	=	orkestbak
orkestbakjes	=	orkestbak
orkestbakken	=	orkestbak
orkestbegeleiding	noun	ondersteuning van een muzikaal stuk of een solist (zanger of instrumentalist) door een orkest.
orkestbegeleidingen	=	orkestbegeleiding
orkestbegeleidinkje	=	orkestbegeleiding
orkestbegeleidinkjes	=	orkestbegeleiding
orkestdirectie	noun	het leiden van het orkest
orkestdirecties	=	orkestdirectie
orkesten	=	orkest
orkesthoorn	noun	de in een symfonieorkest gebruikelijke hoorn met drie ventielen
orkesthoorns	=	orkesthoorn
orkesthoorntje	=	orkesthoorn
orkesthoorntjes	=	orkesthoorn
orkestinstrument	noun	een muziekinstrument dat in een orkest bespeeld wordt
orkestinstrumenten	=	orkestinstrument
orkestinstrumentje	=	orkestinstrument
orkestinstrumentjes	=	orkestinstrument
orkestje	=	orkest
orkestjes	=	orkest
orkestleden	=	orkestlid
orkestlid	noun	musicus die speelt in een orkest
orkestraal	adj	van muziek dat het klinkt als een symfonieorkest
orkestraals	=	orkestraal
orkestraalst	=	orkestraal
orkestraalste	=	orkestraal
orkestrale	=	orkestraal
orkestraler	=	orkestraal
orkestralere	=	orkestraal
orkestralers	=	orkestraal
orkestratie	noun	arrangement voor orkest
orkestraties	=	orkestratie
orkestrator	noun	iemand die orkestreert
orkestratoren	=	orkestrator
orkestrators	=	orkestrator
orkestratortje	=	orkestrator
orkestratortjes	=	orkestrator
orkestratrice	noun	vrouwelijke vorm van orkestrator
orkestratrices	=	orkestratrice
orkestratricetje	=	orkestratrice
orkestratricetjes	=	orkestratrice
orkestreer	=	orkestreren
orkestreerde	=	orkestreren
orkestreerden	=	orkestreren
orkestreert	=	orkestreren
orkestrere	=	orkestreren
orkestreren	verb	in partijen voor orkest bewerken
orkestrerend	=	orkestreren
orkestrerende	=	orkestreren
orkestzetel	noun	zitplaats in het gebied voor het podium van een traditionele schouwburgzaal
orkestzetels	=	orkestzetel
orkin	=	ork
orkje	=	ork
orkjes	=	ork
orks	=	ork
orla	noun	voorhuid
orlam	=	oorlam
orleaan	noun	natuurlijke roodoranje kleurstof, bereid uit de vruchthuid van de tropische orleaanboom (Bixa orellana), onder meer toegepast om boter en margarine een gele kleur te geven
orleaanbomen	=	orleaanboom
orleaanboom	noun	Bixa orellana een struik of boom in Zuid-Amerika die zijn faam dankt aan de gele tot rode kleurstof (anatto) die uit de vrucht gewonnen wordt
orleaanboompje	=	orleaanboom
orleaanboompjes	=	orleaanboom
orloge	=	horloge
orlogie	=	horloge
orlot	=	orla
ornaat	noun	de kleding die bij een ambt of waardigheid behoort (bijvoorbeeld het ornaat van een ridderorde of een koningschap)
ornaatapalis	noun	Oreolais pulcher een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
ornaatapalisje	=	ornaatapalis
ornaatapalisjes	=	ornaatapalis
ornaatapalissen	=	ornaatapalis
ornaatelfje	noun	Malurus cyaneus een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
ornaatelfjes	=	ornaatelfje
ornaatgaai	noun	Cyanolyca pulchra een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
ornaatgaaien	=	ornaatgaai
ornaatgaaitje	=	ornaatgaai
ornaatgaaitjes	=	ornaatgaai
ornaathoningeter	noun	Melidectes torquatus een endemische vogel uit de gebergtebossen van Nieuw-Guinea.
ornaathoningeters	=	ornaathoningeter
ornaathoningetertje	=	ornaathoningeter
ornaathoningetertjes	=	ornaathoningeter
ornaathoningzuiger	noun	Cinnyris venustus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
ornaathoningzuigers	=	ornaathoningzuiger
ornaathoningzuigertje	=	ornaathoningzuiger
ornaathoningzuigertjes	=	ornaathoningzuiger
ornaatlori	noun	Saudareos ornata een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae).
ornaatlori's	=	ornaatlori
ornaatlorietje	=	ornaatlori
ornaatlorietjes	=	ornaatlori
ornaatmees	noun	Pardaliparus elegans een zangvogel die alleen voorkomt in de Filipijnen.
ornaatmeesje	=	ornaatmees
ornaatmeesjes	=	ornaatmees
ornaatmezen	=	ornaatmees
ornaatminla	noun	Actinodura strigula een soort van zangvogels uit het geslacht Actinodura (voorheen Minla) in de familie Leiothrichidae
ornaatminla's	=	ornaatminla
ornaatminlaatje	=	ornaatminla
ornaatminlaatjes	=	ornaatminla
ornaatpitta	noun	Pitta concinna een soort die lang is beschouwd als ondersoort van de elegante pitta (P. elegans) en lang dezelfde naam had.
ornaatpitta's	=	ornaatpitta
ornaatpittaatje	=	ornaatpitta
ornaatpittaatjes	=	ornaatpitta
ornaattachuri	noun	Tachuris rubrigastra een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
ornaattachuri's	=	ornaattachuri
ornaattachurietje	=	ornaattachuri
ornaattachurietjes	=	ornaattachuri
ornaattiran	noun	Myiotriccus ornatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
ornaattirannen	=	ornaattiran
ornaattirannetje	=	ornaattiran
ornaattirannetjes	=	ornaattiran
ornaatzanger	noun	Oreothlypis superciliosa een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
ornaatzangers	=	ornaatzanger
ornaatzangertje	=	ornaatzanger
ornaatzangertjes	=	ornaatzanger
ornament	noun	toevoegsel om iets er aantrekkelijker uit te laten zien
ornamentatie	noun	versiering met ornamenten
ornamentaties	=	ornamentatie
ornamenteel	adj	het karakter dragend van een versiering, versierend
ornamenteels	=	ornamenteel
ornamenteelst	=	ornamenteel
ornamenteelste	=	ornamenteel
ornamentele	=	ornamenteel
ornamenteler	=	ornamenteel
ornamentelere	=	ornamenteel
ornamentelers	=	ornamenteel
ornamenten	=	ornament
ornamentje	=	ornament
ornamentjes	=	ornament
ornamentslangen	noun	een geslacht Denisonia van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae) en de onderfamilie Elapinae
ornement	noun	iets dat voor het mooie is aangebracht maar verder geen functie heeft
ornementen	=	ornement
ornithocheirus	noun	een geslacht Ornithocheirus van uitgestorven pterosauriërs, vliegende reptielen, behorend tot de groep van de Pterodactyloidea, dat leefde tijdens het vroege Krijt.
ornithologen	=	ornitholoog
ornithologie	noun	alles wat betrekking heeft tot onze kennis van vogels en hoe die te verwerven, de leer van de vogels
ornithologieën	=	ornithologie
ornithologisch	adj	betrekking hebbend op de ornithologie
ornithologische	=	ornithologisch
ornithologischer	=	ornithologisch
ornithologischere	=	ornithologisch
ornithologischers	=	ornithologisch
ornitholoog	noun	iemand die veel verstand heeft van vogels; vogeldeskundige
orodispergeerbaar	adj	dat een tablet direct in de mond oplost, zonder water, en gemakkelijk kan worden doorgeslikt
orodispergeerbaarder	=	orodispergeerbaar
orodispergeerbaardere	=	orodispergeerbaar
orodispergeerbaarders	=	orodispergeerbaar
orodispergeerbaars	=	orodispergeerbaar
orodispergeerbaarst	=	orodispergeerbaar
orodispergeerbaarste	=	orodispergeerbaar
orodispergeerbare	=	orodispergeerbaar
orofaciaal	adj	met betrekking tot de mond en het gelaat
orofaciale	=	orofaciaal
orofacialer	=	orofaciaal
orofacialere	=	orofaciaal
orogeen	noun	een geologisch tijdvak gekenmerkt door gebergtevorming alsmede het gevormde gebergte
orografie	noun	wetenschappelijke beschrijving van bergen en gebergten
orosirium	noun	geologisch tijdperk, derde periode van het paleoproterozoïcum, van 2,05 tot 1,8 miljard jaar geleden
orpheusboszanger	noun	Phylloscopus cantator een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
orpheusboszangers	=	orpheusboszanger
orpheusboszangertje	=	orpheusboszanger
orpheusboszangertjes	=	orpheusboszanger
orpheusfluiter	noun	Pachycephala orpheus een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
orpheusfluiters	=	orpheusfluiter
orpheusfluitertje	=	orpheusfluiter
orpheusfluitertjes	=	orpheusfluiter
orpheuspurperspreeuw	noun	Aplonis cantoroides een spreeuwensoort uit Nieuw-Guinea en de omliggende eilanden
orpheuspurperspreeuwen	=	orpheuspurperspreeuw
orpheuspurperspreeuwtje	=	orpheuspurperspreeuw
orpheuspurperspreeuwtjes	=	orpheuspurperspreeuw
orpheusspotvogel	noun	Hippolais polyglotta een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
orpheusspotvogels	=	orpheusspotvogel
orpheusspotvogeltje	=	orpheusspotvogel
orpheusspotvogeltjes	=	orpheusspotvogel
orpheusvireo	noun	Vireo gilvus een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
orpheusvireo's	=	orpheusvireo
orpheusvireootje	=	orpheusvireo
orpheusvireootjes	=	orpheusvireo
orpheuswinterkoning	noun	Cyphorhinus arada een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
orpheuswinterkoningen	=	orpheuswinterkoning
orpheuswinterkoninkje	=	orpheuswinterkoning
orpheuswinterkoninkjes	=	orpheuswinterkoning
orseille	noun	een plantaardig purperrood pigment gemaakt uit korstmos (geslacht Rocella) gebruikt voor het verven van textiel
ort	=	onregelmatigheidstoeslag
orthese	noun	een uitwendig gedragen hulpmiddel ter correctie van standafwijkingen of abnormale beweeglijkheid van gewrichten of van de wervelkolom
orthesen	=	orthese
ortheses	=	orthese
ortho	=	orthodontist
orthoagogisch	adj	betrekking hebbend op de orthoagogie
orthoagogische	=	orthoagogisch
orthoagogischer	=	orthoagogisch
orthoagogischere	=	orthoagogisch
orthoagogischers	=	orthoagogisch
orthodidactiek	noun	didactiek die gericht is op de vorming van en het onderwijs aan kinderen met leer- en gedragsstoornissen
orthodidactieken	=	orthodidactiek
orthodont	noun	orthodontist
orthodonten	=	orthodont
orthodontie	noun	de tandheelkunde die gericht is op de vorming van een regelmatig gebit
orthodontisch	adj	betrekking hebbend op de orthodontie
orthodontische	=	orthodontisch
orthodontischer	=	orthodontisch
orthodontischere	=	orthodontisch
orthodontischers	=	orthodontisch
orthodontist	noun	een tandarts-specialist die de vorm, groei en ontwikkeling van het gebit en de kaken bestudeert
orthodontiste	=	orthodontist
orthodontisten	=	orthodontist
orthodontistje	=	orthodontist
orthodontistjes	=	orthodontist
orthodontje	=	orthodont
orthodontjes	=	orthodont
orthodox	adj	star vasthoudend aan een bepaald geloof
orthodox-christelijk	adj	volgens de traditionele opvatting van de christelijke godsdienst, het christendom
orthodox-christelijke	=	orthodox-christelijk
orthodox-christelijker	=	orthodox-christelijk
orthodox-christelijkere	=	orthodox-christelijk
orthodox-christelijkers	=	orthodox-christelijk
orthodox-christelijks	=	orthodox-christelijk
orthodox-christelijkst	=	orthodox-christelijk
orthodox-christelijkste	=	orthodox-christelijk
orthodox-communistisch	adj	volgens de klassieke opvattingen van het communisme als gepredikt door Marx en Engels in Het Communistisch Manifest (1848)
orthodox-communistische	=	orthodox-communistisch
orthodox-communistischer	=	orthodox-communistisch
orthodox-communistischere	=	orthodox-communistisch
orthodox-communistischers	=	orthodox-communistisch
orthodox-gereformeerd	adj	een stroming binnen het gereformeerde protestantisme in Nederland
orthodox-gereformeerde	=	orthodox-gereformeerd
orthodox-gereformeerder	=	orthodox-gereformeerd
orthodox-gereformeerdere	=	orthodox-gereformeerd
orthodox-gereformeerders	=	orthodox-gereformeerd
orthodox-gereformeerds	=	orthodox-gereformeerd
orthodox-gereformeerdst	=	orthodox-gereformeerd
orthodox-gereformeerdste	=	orthodox-gereformeerd
orthodox-islamitisch	adj	volgens de traditionele opvatting van de islam zoals door Mohammed (570-632) gepredikt
orthodox-islamitische	=	orthodox-islamitisch
orthodox-islamitischer	=	orthodox-islamitisch
orthodox-islamitischere	=	orthodox-islamitisch
orthodox-islamitischers	=	orthodox-islamitisch
orthodox-joods	adj	volgens de traditionele opvatting van de joodse godsdienst, het jodendom
orthodox-joodse	=	orthodox-joods
orthodox-joodser	=	orthodox-joods
orthodox-joodsere	=	orthodox-joods
orthodox-joodsers	=	orthodox-joods
orthodox-joodst	=	orthodox-joods
orthodox-joodste	=	orthodox-joods
orthodox-protestant	noun	persoon die orthodox-protestants is
orthodox-protestanten	=	orthodox-protestant
orthodox-protestants	adj	gelovend dat de Bijbel het onfeilbare Woord Gods is met exclusieve, absolute en universele zeggingskracht
orthodox-protestantse	=	orthodox-protestants
orthodox-protestantser	=	orthodox-protestants
orthodox-protestantsere	=	orthodox-protestants
orthodox-protestantsers	=	orthodox-protestants
orthodox-protestantst	=	orthodox-protestants
orthodox-protestantste	=	orthodox-protestants
orthodox-religieus	adj	star vasthoudend aan een bepaald geloof
orthodox-religieust	=	orthodox-religieus
orthodox-religieuste	=	orthodox-religieus
orthodox-religieuze	noun	vrouw die orthodox-religieus is
orthodox-religieuzen	=	orthodox-religieuze
orthodox-religieuzer	=	orthodox-religieus
orthodox-religieuzere	=	orthodox-religieus
orthodox-religieuzers	=	orthodox-religieus
orthodoxe	=	orthodox
orthodoxer	=	orthodox
orthodoxere	=	orthodox
orthodoxers	=	orthodox
orthodoxie	noun	het streng vasthouden aan de kerkleer of enige andere leer
orthodoxt	=	orthodox
orthodoxte	=	orthodox
orthoftalaat	noun	een zout afgeleid van orthoftaalzuur
orthoftalaten	=	orthoftalaat
orthogenese	noun	evolutie volgens voorbeschikking, onafhankelijk van natuurlijke selectie
orthogneis	noun	een gneis waarvan verondersteld wordt dat de protoliet een (meestal felsisch) dieptegesteente was, meestal een granitoïd zoals graniet
orthogneisen	=	orthogneis
orthogonaal	adj	rechthoekig
orthogonaals	=	orthogonaal
orthogonaalst	=	orthogonaal
orthogonaalste	=	orthogonaal
orthogonale	=	orthogonaal
orthogonaler	=	orthogonaal
orthogonalere	=	orthogonaal
orthogonalers	=	orthogonaal
orthograaf	noun	iemand die correcte spelling en schrijfwijze bestudeert
orthografen	=	orthograaf
orthografie	noun	kunst om volgens de regels te schrijven
orthografieën	=	orthografie
orthografisch	adj	volgens de spellingregels
orthografische	=	orthografisch
orthografischer	=	orthografisch
orthografischere	=	orthografisch
orthografischers	=	orthografisch
orthoklaas	noun	dit mineraal is een kalium-aluminium-tectosilicaat met de chemische formule KAlSi₃O₈
orthoklaasje	=	orthoklaas
orthoklaasjes	=	orthoklaas
orthoklazen	=	orthoklaas
orthomanueel	adj	betrekking hebbend op de orthomanuele geneeskunde, die gericht is op het herstel van een juiste lichaamshouding d.m.v. manuele therapie
orthomanueels	=	orthomanueel
orthomanueelst	=	orthomanueel
orthomanueelste	=	orthomanueel
orthomanuele	=	orthomanueel
orthomanueler	=	orthomanueel
orthomanuelere	=	orthomanueel
orthomanuelers	=	orthomanueel
orthomoleculair	adj	met betrekking tot de orthomoleculaire behandelwijze
orthomoleculairder	=	orthomoleculair
orthomoleculairdere	=	orthomoleculair
orthomoleculairders	=	orthomoleculair
orthomoleculaire	=	orthomoleculair
orthomoleculairs	=	orthomoleculair
orthomoleculairst	=	orthomoleculair
orthomoleculairste	=	orthomoleculair
orthonormaal	adj	rechthoekig (orthogonaal) en tevens met een lengte van 1 (genormeerd is)
orthonormaals	=	orthonormaal
orthonormale	=	orthonormaal
orthopantomogram	noun	een röntgenfoto van de gehele kaak, inclusief de kaakgewrichten, die zo wordt genomen dat alle tanden en kiezen daarop te zien zijn
orthopantomogrammen	=	orthopantomogram
orthopedagoge	noun	vrouw die zich stelselmatig verdiept in de problemen bij de opvoeding van kinderen
orthopedagogen	=	orthopedagoog
orthopedagoges	=	orthopedagoge
orthopedagogie	noun	begeleiding van kinderen met een ontwikkelingsstoornis of leerstoornis
orthopedagogiek	noun	begeleiding van kinderen met een ontwikkelings- of leerstoornis
orthopedagogieken	=	orthopedagogiek
orthopedagogieën	=	orthopedagogie
orthopedagogisch	adj	betrekking hebbend op de orthopedagogie
orthopedagogische	=	orthopedagogisch
orthopedagogischer	=	orthopedagogisch
orthopedagogischere	=	orthopedagogisch
orthopedagogischers	=	orthopedagogisch
orthopedagoog	noun	beoefenaar van de orthopedagogiek
orthopeden	=	orthopeed
orthopedie	noun	leer van de afwijkingen van het menselijk bewegingsapparaat
orthopedisch	adj	met betrekking tot de behandeling van misvormingen van beenderen en gewrichten
orthopedische	=	orthopedisch
orthopedischer	=	orthopedisch
orthopedischere	=	orthopedisch
orthopedischers	=	orthopedisch
orthopedist	noun	een medisch specialist die zich bezig houdt met de orthopedie, het recht doen groeien en goed doen functioneren van alle delen van het skelet
orthopedisten	=	orthopedist
orthopeed	noun	specialist in de orthopedie
orthoptisch	adj	met betrekking tot de orthoptie
orthoptische	=	orthoptisch
orthoptischer	=	orthoptisch
orthoptischere	=	orthoptisch
orthoptischers	=	orthoptisch
orthoptist	noun	paramedicus werkzaam in de oogheelkunde
orthoptisten	=	orthoptist
orthorexia	noun	eetstoornis waarbij de patiënt een obsessie heeft voor gezond eten
orthorhombisch	=	orthorombisch
orthorombisch	adj	drie onderling loodrechte spiegelvlakken of tweetallige assen bezittend
orthorombische	=	orthorombisch
orthostatisch	adj	wat bij rechtstaan optreedt
orthostatische	=	orthostatisch
orthostatischer	=	orthostatisch
orthostatischere	=	orthostatisch
orthostatischers	=	orthostatisch
orthotheek	noun	geordende verzameling onderwijsondersteunend materiaal
orthotheken	=	orthotheek
orthotoop	adj	aanwezig op de juiste en/of oorspronkelijke plaats
orthotoops	=	orthotoop
orthotope	=	orthotoop
ortolaan	noun	Emberiza hortulana lid van de familie der gorzen met groengrijze kop, in Nederland als broedvogel uitgestorven
ortolaantje	=	ortolaan
ortolaantjes	=	ortolaan
ortolanen	=	ortolaan
orvlinder	noun	Tethea or een nachtvlinder die behoort tot de eenstaartjes, de Drepanidae.
orvlinders	=	orvlinder
orvlindertje	=	orvlinder
orvlindertjes	=	orvlinder
orwelliaans	adj	de gedachte aan een totalitaire dictatuur oproepend
orwelliaanse	=	orwelliaans
orwelliaanser	=	orwelliaans
orwelliaansere	=	orwelliaans
orwelliaansers	=	orwelliaans
orwelliaanst	=	orwelliaans
orwelliaanste	=	orwelliaans
oryx	noun	Oryx gazella soort spiesbok
oryxen	noun	Oryx een geslacht van woestijnbewonende antilopen uit Afrika en Arabië.
os	noun	gecastreerde stier
osagedoorn	noun	Maclura pomifera een plant uit de moerbeifamilie (Moraceae).
osagedoornen	=	osagedoorn
osagedoorns	=	osagedoorn
osagedoorntje	=	osagedoorn
osagedoorntjes	=	osagedoorn
oscaruitreiking	noun	de jaarlijkse ceremonie waarin de Academy of Motion Picture Arts and Sciences de belangrijkste filmprijzen ter wereld uitreikt.
oscaruitreikingen	=	oscaruitreiking
oscaruitreikinkje	=	oscaruitreiking
oscaruitreikinkjes	=	oscaruitreiking
oscarwaardig	adj	zo goed dat het een bekroning verdient met een van de Academy Awards, de bekendste Amerikaanse filmprijzen
oscarwaardige	=	oscarwaardig
oscarwaardiger	=	oscarwaardig
oscarwaardigere	=	oscarwaardig
oscarwaardigers	=	oscarwaardig
oscarwaardigs	=	oscarwaardig
oscarwaardigst	=	oscarwaardig
oscarwaardigste	=	oscarwaardig
oscillatie	noun	het rond een vast punt heen en weer gaan van massa of energie
oscillaties	=	oscillatie
oscillatietje	=	oscillatie
oscillatietjes	=	oscillatie
oscillator	noun	een electronisch apparaat of schakeling voor het opwekken van een wisselspanning van een bepaalde frequentie
oscillatoren	=	oscillator
oscillators	=	oscillator
oscillatortje	=	oscillator
oscillatortjes	=	oscillator
oscilleer	=	oscilleren
oscilleerde	=	oscilleren
oscilleerden	=	oscilleren
oscilleert	=	oscilleren
oscillere	=	oscilleren
oscilleren	verb	rond een vast punt heen en weer gaan van massa of energie
oscillerend	=	oscilleren
oscillerende	=	oscilleren
oscillograaf	noun	registrerend apparaat, bestemd voor het optekenen van wisselende elektrische stromen en spanningen (in de praktijk van het taalgebruik hetzelfde als een oscilloscoop)
oscillografen	=	oscillograaf
oscillogram	noun	door een oscillograaf opgetekende grafiek, of een op het beeldscherm van een oscilloscoop aanwezige figuur
oscillogrammen	=	oscillogram
oscillogrammetje	=	oscillogram
oscillogrammetjes	=	oscillogram
oscilloscoop	noun	niet registrerend, apparaat voor het zichtbaar maken van stroom- en spanningsfluctuaties op een beeldscherm
oscilloscopen	=	oscilloscoop
osje	=	os
osjes	=	os
oskischtalig	adj	de Oskische taal sprekend
oskischtalige	=	oskischtalig
oskischtaligs	=	oskischtalig
osloconfrontatie	noun	methode die waarbij een getuige de dader uit een rij personen moet aanwijzen
osloconfrontaties	=	osloconfrontatie
osloos	adj	op Oslo betrekking hebbend
oslose	noun	een vrouwelijke inwoner van Oslo, of een vrouw afkomstig uit Oslo
oslosen	=	oslose
osloër	noun	een inwoner van Oslo, of iemand afkomstig uit Oslo
osloërs	=	osloër
osmium	noun	scheikundig element met symbool Os en atoomnummer 76. Het is een blauwgrijs overgangsmetaal
osmiumatomen	=	osmiumatoom
osmiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element osmium.
osmiumatoompje	=	osmiumatoom
osmiumatoompjes	=	osmiumatoom
osmolaliteit	noun	concentratie van een oplossing weergegeven door aantal osmols per kg oplosmiddel
osmometer	noun	apparaat dat de osmolaliteit van een oplossing meet, wat de concentratie van osmotisch actieve deeltjes in de oplossing aangeeft
osmometers	=	osmometer
osmometertje	=	osmometer
osmometertjes	=	osmometer
osmose	noun	het zich wederzijds vermengen van twee vloeistoffen door een poreuze wand heen
osmotisch	adj	door wederzijdse doordringing (osmose) veroorzaakt
osmotische	=	osmotisch
osmotischer	=	osmotisch
osmotischere	=	osmotisch
osmotischers	=	osmotisch
oss	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Oss
ossaal	adj	gemaakt van botten
ossaals	=	ossaal
ossale	=	ossaal
osse	noun	een vrouwelijke inwoner van Oss, of een vrouw afkomstig uit Oss
ossekop	=	ossenkop
ossen	=	os
ossenaar	noun	een inwoner van Oss, of iemand afkomstig uit Oss
ossenaren	=	ossenaar
ossenboer	noun	kleine, arme boer die een os in plaats van een paard gebruikt als trekdier
ossenboeren	=	ossenboer
ossenboertje	=	ossenboer
ossenboertjes	=	ossenboer
ossendraaischrift	noun	schrijfwijze waarbij regels om en om van links naar rechts en rechts naar links worden geschreven
ossengal	noun	gal van een rund dat gebruikt wordt voor het oplossen van eiwit- en vetvlekken
ossenhaas	noun	het meest malse vlees van het rund, de lendenspier
ossenhaasje	=	ossenhaas
ossenhaasjes	=	ossenhaas
ossenhazen	=	ossenhaas
ossenhoeder	noun|historical	iemand die op gecastreerde stieren past en ze begeleid wanneer ze iets voorttrekken
ossenhoeders	=	ossenhoeder
ossenhuid	noun	de huid van een rund
ossenhuiden	=	ossenhuid
ossenhuidje	=	ossenhuid
ossenhuidjes	=	ossenhuid
ossenkar	noun	een kar getrokken door gecastreerde stieren
ossenkarren	=	ossenkar
ossenkarretje	=	ossenkar
ossenkarretjes	=	ossenkar
ossenkop	noun	het hoofd van een os met twee hoorns
ossenkoppen	=	ossenkop
ossenleer	noun	leer gemaakt van de huid van een os
ossenlul	noun	stomme sufferd
ossenlullen	=	ossenlul
ossenlulletje	=	ossenlul
ossenlulletjes	=	ossenlul
ossenmarkt	noun	veemarkt (voor rundvee)
ossenmarkten	=	ossenmarkt
ossenmarktje	=	ossenmarkt
ossenmarktjes	=	ossenmarkt
ossenogen	=	ossenoog
ossenoog	noun	een rond of ovaal (dak)raam
ossenpikkers	noun	Buphagus een geslacht van zangvogels uit de monotypische familie Buphagidae.
ossenploegschrift	noun	schrijfwijze waarbij regels om en om van links naar rechts en rechts naar links worden geschreven
ossenrib	noun	ribstuk van een os
ossenribben	=	ossenrib
ossenribje	=	ossenrib
ossenribjes	=	ossenrib
ossenspan	noun	twee of meer trekossen die samen zijn aangespannen
ossenspannen	=	ossenspan
ossenstaart	noun	staart van een os
ossenstaarten	=	ossenstaart
ossenstaartje	=	ossenstaart
ossenstaartjes	=	ossenstaart
ossenstaartsoep	noun	krachtige soep getrokken van ossenstaart
ossenstaartsoepen	=	ossenstaartsoep
ossenstaartsoepje	=	ossenstaartsoep
ossenstaartsoepjes	=	ossenstaartsoep
ossenstal	noun	verblijf voor een of meer ossen
ossenstallen	=	ossenstal
ossentong	noun	de tong van een rund en het gerecht daarvan bereid
ossentongen	=	ossentong
ossentongetje	=	ossentong
ossentonggraafwants	noun	Sehirus morio een wants uit de familie graafwantsen (Cydnidae).
ossentonggraafwantsen	=	ossentonggraafwants
ossentonggraafwantsje	=	ossentonggraafwants
ossentonggraafwantsjes	=	ossentonggraafwants
ossenwagen	noun	kar getrokken door gecastreerde stieren
ossenwagens	=	ossenwagen
ossenwagentje	=	ossenwagen
ossenwit	noun	wit rundvet, met name gebruikt om voedsel in te frituren
ossenworst	noun	worst gemaakt van gerijpt vlees dat gerookt wordt bij lage temperatuur, waardoor het vlees rauw blijft.
ossenworsten	=	ossenworst
ossenworstje	=	ossenworst
ossenworstjes	=	ossenworst
ossetisch	adj	op Ossetië betrekking hebbend
ossetische	=	ossetisch
ossetischer	=	ossetisch
ossetischere	=	ossetisch
ossetischers	=	ossetisch
ossetischtalig	adj	de Ossetische taal sprekend
ossetischtalige	=	ossetischtalig
ossetischtaligs	=	ossetischtalig
ossewagen	=	ossenwagen
ossi	noun|informal	Duitser uit de voormalige DDR
ossi's	=	ossi
ossiculum	noun	beentje
ossificatie	noun	beenvorming
osso	noun|slang	gebouw waar je woont
osso's	=	osso
ossobuco	noun	van oorsprong Italiaans gerecht, waarbij kalfsschenkel wordt gesmoord in witte wijn met tomaat en ui
ossobuco's	=	ossobuco
ossootje	=	osso
ossuaria	=	ossuarium
ossuarium	noun	knekelhuis
ossuariumpje	=	ossuarium
ossuariumpjes	=	ossuarium
ossuariums	=	ossuarium
ostalgie	noun	het verlangen naar het dagelijks leven ten tijde van de DDR
ostealgie	noun	pijn in de botten
ostealgietje	=	ostealgie
ostealgietjes	=	ostealgie
ostensief	adj	heel duidelijk; met nadruk; opvallend
ostensiefs	=	ostensief
ostensiefst	=	ostensief
ostensiefste	=	ostensief
ostensieve	=	ostensief
ostensiever	=	ostensief
ostensievere	=	ostensief
ostensievers	=	ostensief
ostensorium	noun	onderdeel van het liturgisch vaatwerk in de Katholieke Kerk, de Anglicaanse Kerk, de Oudkatholieke Kerk en in het Lutheranisme waarin de hostie of een reliek ter verering wordt getoond
ostensoriumpje	=	ostensorium
ostensoriumpjes	=	ostensorium
ostensoriums	=	ostensorium
ostentatief	adj	met de bedoeling om aandacht te krijgen
ostentatiefs	=	ostentatief
ostentatiefst	=	ostentatief
ostentatiefste	=	ostentatief
ostentatieve	=	ostentatief
ostentatiever	=	ostentatief
ostentatievere	=	ostentatief
ostentatievers	=	ostentatief
osteoarthritis	noun	gewrichtsontsteking tot op het bot
osteoartritis	noun	chronische ontsteking van bot en kraakbeen
osteoblast	noun	een cel die bot aanmaakt
osteoblasten	=	osteoblast
osteoblastje	=	osteoblast
osteoblastjes	=	osteoblast
osteoclast	noun	een gespecialiseerde witte bloedcel die bot kan afbreken en opruimen
osteoclasten	=	osteoclast
osteoclastje	=	osteoclast
osteoclastjes	=	osteoclast
osteocyt	noun	een cel die bot om zich heeft aangemaakt en daar nu door omgeven wordt
osteocyten	=	osteocyt
osteocytje	=	osteocyt
osteocytjes	=	osteocyt
osteodystrofie	noun	groeistoornis van het beenweefsel
osteogeen	adj	beenvormend
osteogeens	=	osteogeen
osteogene	=	osteogeen
osteologie	noun	anatomie van de beenderen
osteologieën	=	osteologie
osteolyse	noun	verdwijning van beenweefsel
osteoma	noun	goedaardige tumor uitgaande van het botweefsel
osteoma's	=	osteoma
osteomalacie	noun	beenverweking
osteomata	=	osteoma
osteomyelitis	noun	infectie van het bot of beenmerg die doorgaans veroorzaakt wordt door bacteriën
osteon	noun	een microscopische structuur van concentrische lagen gemineraliseerde collageenmatrix rond een kanaaltje met bloedvaten en zenuwvezels
osteonen	=	osteon
osteontje	=	osteon
osteontjes	=	osteon
osteopaat	noun	beoefenaar van de osteopathie
osteopaatje	=	osteopaat
osteopaatjes	=	osteopaat
osteopaten	=	osteopaat
osteopathie	noun	geneeswijze die alle ziekten van orthopedisch standpunt beziet en van daaruit tracht te genezen
osteopathisch	adj	betrekking hebbend op de osteopathie
osteopathische	=	osteopathisch
osteopathischer	=	osteopathisch
osteopathischere	=	osteopathisch
osteopathischers	=	osteopathisch
osteoporose	noun	botontkalking
osteotomie	noun	uitsnijden, doorzagen of doorbeitelen van een bot
osteotomieën	=	osteotomie
ostracisme	noun	in het oude Athene methode om staatsgevaarlijke personen te verbannen via het schrijven van diens naam op een scherf
ostracoberyciden	noun	een familie Ostracoberycidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
ostraka	=	ostrakon
ostrakon	noun	stuk aardewerk, meestal een scherf, dat gebruikt werd als schrijfmateriaal in de Oudheid, vooral in Egypte en Griekenland
ostrogotisch	adj	betreft de cultuur, taal en geschiedenis van de Ostrogoten, een Germaans volk dat in de 5e-6e eeuw een machtig rijk in Italië stichtte onder Theodorik de Grote
ostrogotische	=	ostrogotisch
ostrogotischer	=	ostrogotisch
ostrogotischere	=	ostrogotisch
ostrogotischers	=	ostrogotisch
ot-en-sienkleding	noun	nostalgische, ouderwetse kinderkleding die doet denken aan het begin van de 20e eeuw.
otagoaalscholver	noun	Leucocarbo chalconotus een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers).
otagoaalscholvers	=	otagoaalscholver
otagoaalscholvertje	=	otagoaalscholver
otagoaalscholvertjes	=	otagoaalscholver
otalgie	noun	pijn in het oor
othering	noun	jezelf beschrijven door je te distantiëren van anderen die negatief worden weggezet
otitis	noun	een ontsteking van het oor
otitissen	=	otitis
otium	noun	tijd waarin je rustig kan doen waar je zin in hebt
oto	=	opleiden
oto-rino-laryngologie	noun	vakgebied binnen de geneeskunde dat gericht is op aandoeningen van oren, neus en keel
otofoon	noun|historical	bij het oor gehouden hoorntje waarmee slechthorenden geluid uit een bepaalde richting kunnen opvangen en versterken
otofoons	=	otofoon
otoliet	noun	een structuur in het binnenoor van gewervelden en een rolspelen in het waarnemen van geluid, versnelling en zwaartekracht
otolieten	=	otoliet
otologen	=	otoloog
otologie	noun	subspecialisme dat zich bezighoudt met de anatomie, fysiologie, ziekten en behandeling van het oor, evenals het gehoor en het evenwichtsorgaan
otoloog	noun	een arts die zich als specialist bezighoudt met de medische en chirurgische behandeling van aandoeningen van het oor en gehoor
otonde	noun	een rotonde in de vorm van een ovaal
otonden	=	otonde
otondes	=	otonde
otophoon	=	otofoon
otorroe	noun	loopoor
otosclerose	noun	erfelijke doofheid
otoscoop	noun	een medisch instrument, dat gebruikt wordt om de gehoorgang en trommelvlies te inspecteren
otoscopen	=	otoscoop
ototoxisch	adj	giftig voor het gehoororgaan
ototoxische	=	ototoxisch
ototoxischer	=	ototoxisch
ototoxischere	=	ototoxisch
ototoxischers	=	ototoxisch
ottawaan	noun	een inwoner van Ottawa, of iemand afkomstig uit Ottawa
ottawaans	adj	op Ottawa betrekking hebbend
ottawaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Ottawa, of een vrouw afkomstig uit Ottawa
ottawaansen	=	ottawaanse
ottawaas	adj	op Ottawa betrekking hebbend
ottawanen	=	ottawaan
ottawase	noun	een vrouwelijke inwoner van Ottawa, of een vrouw afkomstig uit Ottawa
ottawasen	=	ottawase
ottawaër	noun	een inwoner van Ottawa, of iemand afkomstig uit Ottawa
ottawaërs	=	ottawaër
ottelenojeheine	intj|vulgar	Heer!, God!
ottenoje	intj|vulgar	Heer!, God!
otter	noun	benaming voor zoogdieren uit het geslacht Lutra
ottercivetkat	noun	Cynogale bennettii De ottercivetkat (Cynogale bennettii), is een aquatische civetkatachtige.
ottercivetkatje	=	ottercivetkat
ottercivetkatjes	=	ottercivetkat
ottercivetkatten	=	ottercivetkat
otterde	=	otteren
otterden	=	otteren
ottere	=	otteren
otteren	verb	heel moeizaam bezig zijn
otterend	=	otteren
otterende	=	otteren
otterpoep	noun	poep van otters
otterpoepen	=	otterpoep
otterpoepje	=	otterpoep
otterpoepjes	=	otterpoep
otters	noun	onderfamilie Lutrinae van in het water levende roofdieren uit de familie der marterachtigen (Mustelidae) bestaand uit dertien nog levende soorten, verdeeld over zes geslachten.
otterspitsmuis	noun	benaming voor een zoogdier uit de familie Potamogalidae die in en om wateren in Afrika leeft
otterspitsmuizen	noun	een familie van deels in het water levende zoogdieren, Potamogalidae, uit de orde Afrosoricida die voorkomen in Afrika
ottert	=	otteren
ottertje	=	otter
ottertjes	=	otter
ottetto	noun	octet
ottetto's	=	ottetto
ottettootje	=	ottetto
ottettootjes	=	ottetto
otto	noun	standaard plastic container op wieltjes, minicontainer, kliko
otto's	=	otto
ottomane	noun	kussen zonder rugleuning waarop men kan zitten; soort sofa zonder arm- en rugleuning
ottomanes	=	ottomane
ottomotor	noun	verbrandingsmotor waarbij de menging van de brandstof (meestal benzine) met de lucht plaatsvindt vóór de compressie (in een carburateur zn)
ottomotoren	=	ottomotor
ottomotors	=	ottomotor
ottomotortje	=	ottomotor
ottomotortjes	=	ottomotor
ottootje	=	otto
ottootjes	=	otto
ou	=	oude
oubakken	=	oudbakken
oublie	noun	een cirkelvormige wafel, geheel bedekt met chocolade
oubliehoren	noun	Retusa obtusa een slakkensoort uit de familie van de Retusidae.
oubliehorens	=	oubliehoren
oubliehorentje	=	oubliehoren
oubliehorentjes	=	oubliehoren
oublies	=	oublie
oublietje	=	oublie
oublietjes	=	oublie
oubliëtje	=	oubliëtte
oubliëtte	noun	onderaardse gevangenis
oubliëtten	=	oubliëtte
oubollig	adj	grappig, koddig, flauw
oubollige	=	oubollig
oubolliger	=	oubollig
oubolligere	=	oubollig
oubolligers	=	oubollig
oubolligheden	=	oubolligheid
oubolligheid	noun	een vreemde, koddige eigenzinnigheid
oubolligs	=	oubollig
oubolligst	=	oubollig
oubolligste	=	oubollig
oud	adj	van hoge leeftijd
oud-aanvoerder	noun	voormalig leider of bevelvoerder
oud-aanvoerders	=	oud-aanvoerder
oud-adviseur	noun	voormalig adviseur, mentor, raadgever, raadsman of raadsvrouw
oud-adviseurs	=	oud-adviseur
oud-advocaat	noun	voormalig pleiter, verdediger in rechtszaken
oud-advocaten	=	oud-advocaat
oud-ajacied	noun	voormalig lid van Ajax
oud-ajacieden	=	oud-ajacied
oud-ajc'er	noun	voormalig lid van de AJC, de Arbeidersjeugdcentrale, een socialistische jeugdorganisatie uit het midden van de 20e eeuw
oud-ajc'ers	=	oud-ajc'er
oud-ambassadeur	noun	voormalig ambassadeur
oud-ambassadeuren	=	oud-ambassadeur
oud-ambassadeurs	=	oud-ambassadeur
oud-ambassadrice	noun	voormalig ambassadrice
oud-ambassadrices	=	oud-ambassadrice
oud-ambtenaar	noun	voormalig ambtenaar
oud-ambtenaars	=	oud-ambtenaar
oud-ambtenaren	=	oud-ambtenaar
oud-atleet	noun	voormalig atleet
oud-atleten	=	oud-atleet
oud-bankier	noun	voormalig bankier
oud-bankiers	=	oud-bankier
oud-bekende	noun	iemand die je vroeger goed kende
oud-bekenden	=	oud-bekende
oud-bestuurder	noun	voormalig bestuurder
oud-bestuurders	=	oud-bestuurder
oud-bestuurdertje	=	oud-bestuurder
oud-bestuurdertjes	=	oud-bestuurder
oud-bestuursleden	=	oud-bestuurslid
oud-bestuurslid	noun	iemand die vroeger lid van een bestuur is geweest, maar nu niet meer
oud-bestuursvoorzitter	noun	voormalig voorzitter van een bestuur
oud-bestuursvoorzitters	=	oud-bestuursvoorzitter
oud-bevelhebber	noun	voormalig bevelhebber
oud-bevelhebbers	=	oud-bevelhebber
oud-bewindslieden	=	oud-bewindsman
oud-bewindslui	=	oud-bewindsman
oud-bewindsman	noun	voormalig bewindsman
oud-bewindsmannen	=	oud-bewindsman
oud-bewindsvrouw	noun	voormalig bewindsvrouw
oud-bewindsvrouwen	=	oud-bewindsvrouw
oud-bewoner	noun	iemand die in het verleden in een bepaald huis heeft gewoond maar nu niet meer
oud-bewoners	=	oud-bewoner
oud-bisschop	noun	voormalig bisschop
oud-bisschoppen	=	oud-bisschop
oud-bokser	noun	voormalig bokser
oud-boksers	=	oud-bokser
oud-bondscoach	noun	voormalig bondscoach
oud-bondscoaches	=	oud-bondscoach
oud-bondskanselier	noun	voormalig bondskanselier
oud-bondskanselieren	=	oud-bondskanselier
oud-bondskanseliers	=	oud-bondskanselier
oud-brandweerlieden	=	oud-brandweerman
oud-brandweerlui	=	oud-brandweerman
oud-brandweerman	noun	voormalig brandweerman
oud-brandweermannen	=	oud-brandweerman
oud-burgemeester	noun	voormalig burgemeester
oud-burgemeesters	=	oud-burgemeester
oud-chef	noun	voormalig chef
oud-chefs	=	oud-chef
oud-coach	noun	iemand die vroeger trainer was; voormalig coach
oud-coaches	=	oud-coach
oud-collega	noun	voormalig collega
oud-collega's	=	oud-collega
oud-collegae	=	oud-collega
oud-commandant	noun	voormalig commandant
oud-commandanten	=	oud-commandant
oud-commissaris	noun	voormalig commissaris
oud-commissarissen	=	oud-commissaris
oud-communist	noun	voormalig communist
oud-communisten	=	oud-communist
oud-communistisch	adj	betreffende personen, organisaties of landen die voorheen de communistische ideologie aanhingen, maar dit niet langer doen, vaak na de val van de Sovjet-Unie (1991).
oud-communistische	=	oud-communistisch
oud-communistischer	=	oud-communistisch
oud-communistischere	=	oud-communistisch
oud-communistischers	=	oud-communistisch
oud-correspondent	noun	voormalig correspondent
oud-correspondenten	=	oud-correspondent
oud-coureur	noun	voormalig coureur
oud-coureurs	=	oud-coureur
oud-cursist	noun	voormalig cursist
oud-cursisten	=	oud-cursist
oud-deken	noun	voormalig deken
oud-dekens	=	oud-deken
oud-dictator	noun	voormalig dictator
oud-dictatoren	=	oud-dictator
oud-dictators	=	oud-dictator
oud-diplomaat	noun	voormalig diplomaat
oud-diplomaten	=	oud-diplomaat
oud-directeur	noun	voormalig directeur
oud-directeuren	=	oud-directeur
oud-directeurs	=	oud-directeur
oud-directrice	noun	voormalig directrice
oud-directrices	=	oud-directrice
oud-docent	noun	voormalig docent
oud-docente	noun	voormalig docente
oud-docenten	=	oud-docent
oud-docentes	=	oud-docente
oud-doellieden	=	oud-doelman
oud-doellui	=	oud-doelman
oud-doelman	noun	voormalig doelman
oud-doelmannen	=	oud-doelman
oud-egyptisch	adj	betreffende de taal, cultuur en beschaving die van ca. 3300 v.Chr. tot de 3e eeuw n.Chr. in het Nijldal bloeide
oud-egyptische	=	oud-egyptisch
oud-egyptischer	=	oud-egyptisch
oud-egyptischere	=	oud-egyptisch
oud-egyptischers	=	oud-egyptisch
oud-eigenaar	noun	voormalig eigenaar
oud-eigenaars	=	oud-eigenaar
oud-eigenaren	=	oud-eigenaar
oud-engelandvaarder	noun	aanduiding voor iemand die in de Tweede Wereldoorlog de Duitse bezetting ontvluchtte door naar Engeland te gaan
oud-engelandvaarders	=	oud-engelandvaarder
oud-feyenoorder	noun	voormalig lid van of voetballer bij Feyenoord
oud-feyenoorders	=	oud-feyenoorder
oud-fractieleider	noun	voormalig fractieleider
oud-fractieleiders	=	oud-fractieleider
oud-fractievoorzitter	noun	voormalig fractievoorzitter
oud-fractievoorzitters	=	oud-fractievoorzitter
oud-gedeputeerde	noun	voormalig gedeputeerde
oud-gedeputeerden	=	oud-gedeputeerde
oud-gemeentehuis	noun	voormalig gemeentehuis
oud-gemeentehuizen	=	oud-gemeentehuis
oud-gemeenteraadsleden	=	oud-gemeenteraadslid
oud-gemeenteraadslid	noun	voormalig gemeenteraadslid
oud-gemeentesecretaris	noun	voormalig gemeentesecretaris
oud-gemeentesecretarissen	=	oud-gemeentesecretaris
oud-generaal	noun	gewezen (voormalig) generaal
oud-generaals	=	oud-generaal
oud-gevangene	noun	voormalig gevangene
oud-gevangenen	=	oud-gevangene
oud-gouverneur	noun	voormalig gouverneur
oud-gouverneurs	=	oud-gouverneur
oud-griffier	noun	voormalig griffier
oud-griffiers	=	oud-griffier
oud-hoofd	noun	voormalig hoofd
oud-hoofden	=	oud-hoofd
oud-hoofdredacteur	noun	voormalig hoofdredacteur
oud-hoofdredacteuren	=	oud-hoofdredacteur
oud-hoofdredacteurs	=	oud-hoofdredacteur
oud-hoofdredactrice	noun	voormalig hoofdredactrice
oud-hoofdredactrices	=	oud-hoofdredactrice
oud-hoogleraar	noun	voormalig hoogleraar
oud-hoogleraars	=	oud-hoogleraar
oud-hoogleraren	=	oud-hoogleraar
oud-hulpbisschop	noun	een voormalig hulpbisschop
oud-hulpbisschoppen	=	oud-hulpbisschop
oud-illegaal	noun	voormalig illegaal
oud-illegalen	=	oud-illegaal
oud-indisch	adj	betreffende de culturele aspecten, godheden of talen uit het historische Indiase subcontinent
oud-indische	=	oud-indisch
oud-indischer	=	oud-indisch
oud-indischere	=	oud-indisch
oud-indischers	=	oud-indisch
oud-indiëganger	noun	persoon die vroeger naar (het voormalige) Indië ging
oud-indiëgangers	=	oud-indiëganger
oud-informateur	noun	voormalig informateur
oud-informateurs	=	oud-informateur
oud-inspecteur	noun	voormalig inspecteur
oud-inspecteurs	=	oud-inspecteur
oud-international	noun	voormalig international
oud-internationals	=	oud-international
oud-inwoner	noun	voormalig inwoner
oud-inwoners	=	oud-inwoner
oud-journalist	noun	voormalig journalist
oud-journalisten	=	oud-journalist
oud-kamerleden	=	oud-kamerlid
oud-kamerlid	noun	voormalig lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
oud-kamervoorzitter	noun	voormalig voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
oud-kamervoorzitters	=	oud-kamervoorzitter
oud-kampioen	noun	voormalig kampioen
oud-kampioene	noun	voormalig kampioene
oud-kampioenen	=	oud-kampioen
oud-kampioenes	=	oud-kampioene
oud-kanselier	noun	voormalig kanselier
oud-kanselieren	=	oud-kanselier
oud-kanseliers	=	oud-kanselier
oud-kapitein	noun	voormalig kapitein
oud-kapiteinen	=	oud-kapitein
oud-kapiteins	=	oud-kapitein
oud-keeper	noun	voormalig keeper
oud-keepers	=	oud-keeper
oud-klasgenoot	noun	voormalig klasgenoot
oud-klasgenootje	=	oud-klasgenoot
oud-klasgenootjes	=	oud-klasgenoot
oud-klasgenoten	=	oud-klasgenoot
oud-kolonel	noun	voormalig kolonel
oud-kolonels	=	oud-kolonel
oud-kolonie	noun	voormalig kolonie
oud-kolonies	=	oud-kolonie
oud-koloniën	=	oud-kolonie
oud-korpschef	noun	voormalig korpschef
oud-korpschefs	=	oud-korpschef
oud-leden	=	oud-lid
oud-leerkracht	noun	voormalig leerkracht
oud-leerkrachten	=	oud-leerkracht
oud-leerling	noun	voormalig leerling
oud-leerlinge	noun	voormalig leerlinge
oud-leerlingen	=	oud-leerling
oud-leerlinges	=	oud-leerlinge
oud-legerleider	noun	voormalig legerleider
oud-legerleiders	=	oud-legerleider
oud-leider	noun	voormalig leider
oud-leiders	=	oud-leider
oud-leraar	noun	voormalig leraar
oud-leraars	=	oud-leraar
oud-leraren	=	oud-leraar
oud-lerares	noun	voormalig lerares
oud-leraressen	=	oud-lerares
oud-liberaal	noun	voormalig liberaal
oud-liberalen	=	oud-liberaal
oud-lid	noun	voormalig lid
oud-manager	noun	voormalig manager
oud-managers	=	oud-manager
oud-marinier	noun	voormalig marinier
oud-mariniers	=	oud-marinier
oud-medewerker	noun	voormalig medewerker
oud-medewerkers	=	oud-medewerker
oud-medewerkster	noun	voormalig medewerkster
oud-medewerksters	=	oud-medewerkster
oud-mijnwerker	noun	voormalig mijnwerker
oud-mijnwerkers	=	oud-mijnwerker
oud-militair	noun	voormalig militair
oud-militairen	=	oud-militair
oud-minister	noun	voormalig minister
oud-ministers	=	oud-minister
oud-nazi	noun	voormalig nazi
oud-nazi's	=	oud-nazi
oud-notaris	noun	voormalig notaris
oud-notarissen	=	oud-notaris
oud-officier	noun	voormalig officier
oud-officieren	=	oud-officier
oud-officiers	=	oud-officier
oud-ondernemer	noun	voormalig ondernemer
oud-ondernemers	=	oud-ondernemer
oud-opperbevelhebber	noun	voormalig opperbevelhebber
oud-opperbevelhebbers	=	oud-opperbevelhebber
oud-parlementsvoorzitter	noun	voormalig parlementsvoorzitter
oud-parlementsvoorzitters	=	oud-parlementsvoorzitter
oud-partijleider	noun	voormalig partijleider
oud-partijleiders	=	oud-partijleider
oud-partijvoorzitter	noun	voormalig partijvoorzitter
oud-partijvoorzitters	=	oud-partijvoorzitter
oud-penningmeester	noun	voormalig penningmeester
oud-penningmeesters	=	oud-penningmeester
oud-ploeggenoot	noun	voormalig ploeggenoot
oud-ploeggenootje	=	oud-ploeggenoot
oud-ploeggenootjes	=	oud-ploeggenoot
oud-ploeggenoten	=	oud-ploeggenoot
oud-politica	noun	voormalig politica
oud-politica's	=	oud-politica
oud-politici	=	oud-politicus
oud-politicus	noun	voormalig politicus
oud-politielieden	=	oud-politieman
oud-politielui	=	oud-politieman
oud-politieman	noun	voormalig politieman
oud-politiemannen	=	oud-politieman
oud-predikant	noun	voormalig predikant
oud-predikanten	=	oud-predikant
oud-premier	noun	iemand die vroeger premier was, maar nu niet meer is
oud-premiers	=	oud-premier
oud-premiertje	=	oud-premier
oud-premiertjes	=	oud-premier
oud-president	noun	voormalig president
oud-presidente	noun	voormalig presidente
oud-presidenten	=	oud-president
oud-presidentes	=	oud-presidente
oud-prof	noun	iemand die vroeger een betaalde professional was, maar nu niet meer is
oud-profs	=	oud-prof
oud-profspeler	noun	voormalig profspeler
oud-profspelers	=	oud-profspeler
oud-profvoetballer	noun	voormalig profvoetballer
oud-profvoetballers	=	oud-profvoetballer
oud-psv'er	noun	voormalig lid van of voetbalspeler bij PSV
oud-psv'ers	=	oud-psv'er
oud-raadsleden	=	oud-raadslid
oud-raadslid	noun	voormalig raadslid
oud-rebel	noun	voormalig rebel
oud-rebellen	=	oud-rebel
oud-rechter	noun	voormalig rechter
oud-rechters	=	oud-rechter
oud-rector	noun	voormalig rector
oud-rectoren	=	oud-rector
oud-rectors	=	oud-rector
oud-rectrices	=	oud-rectrix
oud-rectrix	noun	voormalig rectrix
oud-rectrixen	=	oud-rectrix
oud-redacteur	noun	voormalig redacteur
oud-redacteuren	=	oud-redacteur
oud-redacteurs	=	oud-redacteur
oud-renner	noun	voormalig renner
oud-renners	=	oud-renner
oud-schaatser	noun	voormalig schaatser
oud-schaatsers	=	oud-schaatser
oud-scheidsrechter	noun	voormalig scheidsrechter
oud-scheidsrechters	=	oud-scheidsrechter
oud-secretaris	noun	voormalig secretaris
oud-secretarissen	=	oud-secretaris
oud-senator	noun	voormalig senator
oud-senatoren	=	oud-senator
oud-senators	=	oud-senator
oud-soldaat	noun	voormalig soldaat
oud-soldaatje	=	oud-soldaat
oud-soldaatjes	=	oud-soldaat
oud-soldaten	=	oud-soldaat
oud-speelster	noun	voormalig speelster
oud-speelsters	=	oud-speelster
oud-speler	noun	voormalig speler
oud-spelers	=	oud-speler
oud-ss'er	noun	voormalig lid van de SS
oud-ss'ers	=	oud-ss'er
oud-staatshoofd	noun	voormalig staatshoofd
oud-staatshoofden	=	oud-staatshoofd
oud-staatssecretaris	noun	voormalig staatssecretaris
oud-staatssecretarissen	=	oud-staatssecretaris
oud-strijder	noun	iemand die vroeger aan een oorlog of ander gewapend conflict heeft deelgenomen
oud-strijders	=	oud-strijder
oud-student	noun	voormalig student
oud-studente	noun	voormalig studente
oud-studenten	=	oud-student
oud-studentes	=	oud-studente
oud-studiegenoot	noun	voormalig studiegenoot
oud-studiegenootje	=	oud-studiegenoot
oud-studiegenootjes	=	oud-studiegenoot
oud-studiegenoten	=	oud-studiegenoot
oud-tennisser	noun	voormalig tennisser
oud-tennissers	=	oud-tennisser
oud-topambtenaar	noun	voormalig topambtenaar
oud-topambtenaars	=	oud-topambtenaar
oud-topambtenaren	=	oud-topambtenaar
oud-toplieden	=	oud-topman
oud-toplui	=	oud-topman
oud-topman	noun	voormalig topman
oud-topmannen	=	oud-topman
oud-topmannetje	=	oud-topman
oud-topmannetjes	=	oud-topman
oud-topvrouw	noun	voormalig topvrouw
oud-topvrouwen	=	oud-topvrouw
oud-trainer	noun	voormalig trainer
oud-trainers	=	oud-trainer
oud-trainster	noun	voormalig trainster
oud-trainsters	=	oud-trainster
oud-vakbondsleider	noun	voormalig vakbondsleider
oud-vakbondsleiders	=	oud-vakbondsleider
oud-vakbondslieden	=	oud-vakbondsman
oud-vakbondslui	=	oud-vakbondsman
oud-vakbondsman	noun	voormalig vakbondsman
oud-vakbondsmannen	=	oud-vakbondsman
oud-verdediger	noun	voormalig verdediger
oud-verdedigers	=	oud-verdediger
oud-verpleegkundige	noun	voormalig verpleegkundige
oud-verpleegkundigen	=	oud-verpleegkundige
oud-verzetslieden	=	oud-verzetsman
oud-verzetslui	=	oud-verzetsman
oud-verzetsman	noun	voormalig verzetsman
oud-verzetsmannen	=	oud-verzetsman
oud-verzetsstrijder	noun	voormalig verzetsstrijder
oud-verzetsstrijders	=	oud-verzetsstrijder
oud-vicepresident	noun	voormalig vicepresident
oud-vicepresidenten	=	oud-vicepresident
oud-voetballer	noun	voormalig voetballer
oud-voetballers	=	oud-voetballer
oud-voetbalster	noun	voormalig voetbalster
oud-voetbalsters	=	oud-voetbalster
oud-voorlichter	noun	een voormalig voorlichter
oud-voorlichters	=	oud-voorlichter
oud-voorzitster	noun	voormalig voorzitster
oud-voorzitsters	=	oud-voorzitster
oud-voorzitter	noun	voormalig voorzitter
oud-voorzitters	=	oud-voorzitter
oud-vvd-leider	noun	voormalig leider van de VVD
oud-vvd-leiders	=	oud-vvd-leider
oud-wereldkampioen	noun	voormalig wereldkampioen
oud-wereldkampioene	noun	voormalig wereldkampioene
oud-wereldkampioenen	=	oud-wereldkampioen
oud-wereldkampioenes	=	oud-wereldkampioene
oud-werkgever	noun	voormalig werkgever
oud-werkgevers	=	oud-werkgever
oud-werkneemster	noun	voormalig werkneemster
oud-werkneemsters	=	oud-werkneemster
oud-werknemer	noun	voormalig werknemer
oud-werknemers	=	oud-werknemer
oud-wethouder	noun	voormalig wethouder
oud-wethouders	=	oud-wethouder
oud-wielrenner	noun	voormalig wielrenner
oud-wielrenners	=	oud-wielrenner
oud-winnaar	noun	voormalig winnaar
oud-winnaars	=	oud-winnaar
oud-zeelieden	=	oud-zeeman
oud-zeelui	=	oud-zeeman
oud-zeeman	noun	voormalig zeeman
oud-zeemannen	=	oud-zeeman
oudachtig	adj	lijkend op iets dat oud is
oudachtige	=	oudachtig
oudachtiger	=	oudachtig
oudachtigere	=	oudachtig
oudachtigers	=	oudachtig
oudachtigs	=	oudachtig
oudachtigst	=	oudachtig
oudachtigste	=	oudachtig
oudbakken	adj|figurative	niet meer nieuw, ouderwets
oudbakkener	=	oudbakken
oudbakkeners	=	oudbakken
oudbakkens	=	oudbakken
oudbakkenst	=	oudbakken
oudbakkenste	=	oudbakken
oudblauw	noun	een soort grijs-blauwe kleur met de kleurcode 6018-R88B
oudblauwen	=	oudblauw
oudbouw	noun	oud reeds bestaand gebouw
oudbouwwoning	noun	een woning die al wat ouder is en niet recent is gebouwd.
oudbouwwoningen	=	oudbouwwoning
oudbouwwoninkje	=	oudbouwwoning
oudbouwwoninkjes	=	oudbouwwoning
oudchristelijk	adj	behorend tot de eerste eeuwen van het christendom (ca. 100-500 n.Chr.) en verwijst naar de geloofsleer, praktijken en kunst uit die vroege, ongedeelde kerk, in tegenstelling tot latere ontwikkelingen of moderne stromingen zoals het Rooms-Katholicisme of Protestantisme
oudchristelijke	=	oudchristelijk
oudchristelijker	=	oudchristelijk
oudchristelijkere	=	oudchristelijk
oudchristelijkers	=	oudchristelijk
oudchristelijks	=	oudchristelijk
oudchristelijkst	=	oudchristelijk
oudchristelijkste	=	oudchristelijk
oude	noun	iemand die oud is
oudedagsvoorziening	noun	een voorziening die voor de oude dag bestemd is wanneer men geen inkomsten uit arbeid meer heeft
oudedagsvoorzieningen	=	c
oudedagvoorziening	noun	inkomensverzekering voor de periode wanneer men op hogere leeftijd geen inkomsten uit arbeid meer heeft
oudedagvoorzieningen	=	oudedagvoorziening
oudegyptisch	adj	betrekking hebbend op het Oudegypisch of het oude Egypte
oudegyptische	=	oudegyptisch
oudegyptischer	=	oudegyptisch
oudegyptischere	=	oudegyptisch
oudegyptischers	=	oudegyptisch
oudejaar	noun	laatste dag van het jaar ofwel 31 december
oudejaarsavond	noun	de avond van oudejaar, de avond van de laatste dag in het jaar (31 december).
oudejaarsavonden	=	oudejaarsavond
oudejaarsavondje	=	oudejaarsavond
oudejaarsavondjes	=	oudejaarsavond
oudejaarsconcert	noun	een feestelijke, vaak klassieke, muziekuitvoering die plaatsvindt op 31 december om het jaar muzikaal af te sluiten
oudejaarsconference	noun	een conference die op oudejaarsavond gegeven of uitgezonden wordt
oudejaarsconferences	=	oudejaarsconference
oudejaarsconferencetje	=	oudejaarsconference
oudejaarsconferencetjes	=	oudejaarsconference
oudejaarsdag	noun	31 december, de laatste dag van het jaar
oudejaarsdagen	=	oudejaarsdag
oudejaarsdiner	noun	een feestelijke maaltijd die op oudejaarsavond wordt gehouden.
oudejaarsdiners	=	oudejaarsdiner
oudejaarsnacht	noun	de nacht van de laatste dag van het nieuwe jaar naar de eerste dag van het nieuwe jaar, meestal de nacht van 31 december op 1 januari
oudejaarsnachten	=	oudejaarsnacht
oudejaarsprogramma	noun	een speciale (televisie)uitzending, show of voorstelling die op 31 december wordt uitgezonden om het jaar af te sluiten en de overgang naar het nieuwe jaar te vieren
oudejaarsprogramma's	=	oudejaarsprogramma
oudejaarsprogrammaatje	=	oudejaarsprogramma
oudejaarsprogrammaatjes	=	oudejaarsprogramma
oudejaarsshow	noun	een speciale uitzending of voorstelling op oudejaarsavond
oudejaarsshows	=	oudejaarsshow
oudejaarsshowtje	=	oudejaarsshow
oudejaarsshowtjes	=	oudejaarsshow
oudejaarsstunt	noun	een stunt die uitgehaald wordt met oudejaarsdag (of enkele dagen eerder) om de aandacht te trekken voor een dorp of vereniging
oudejaarsstunts	=	oudejaarsstunt
oudejaarsvereniging	noun	een vereniging, voornamelijk actief in Noord-Nederland (Friesland, Groningen, Drenthe), die zich inzet om de jaarwisseling op een ludieke en feestelijke manier te vieren, vaak met als hoofddoel een of andere stunt
oudejaarsverenigingen	=	oudejaarsvereniging
oudejaarsverenigingetje	=	oudejaarsvereniging
oudejaarsverenigingetjes	=	oudejaarsvereniging
oudejaartje	=	oudejaar
oudelui	noun	oudere mensen
oudemuziekbeweging	noun	een muziekstroming waarin wordt gestreefd om eeuwenoude composities (middeleeuwen, renaissance en barok) zo authentiek mogelijk uit te voeren.
oudemuziekbewegingen	=	oudemuziekbeweging
oudemuziekbeweginkje	=	oudemuziekbeweging
oudemuziekbeweginkjes	=	oudemuziekbeweging
ouden	=	oude
ouder	noun	de moeder of vader van een kind
ouderavond	noun	Een avond waarin ouders met de leerkracht kunnen spreken over de vorderingen van hun kind op school.
ouderavonden	=	ouderavond
ouderavondje	=	ouderavond
ouderavondjes	=	ouderavond
ouderbegeleiding	noun	het ondersteunen van ouders en hun kinderen.
ouderbegeleidingen	=	ouderbegeleiding
ouderbegeleidinkje	=	ouderbegeleiding
ouderbegeleidinkjes	=	ouderbegeleiding
ouderbijdrage	noun	geld dat ouders van kinderen moeten betalen voor een bepaalde dienst
ouderbijdragen	=	ouderbijdrage
ouderbijdrages	=	ouderbijdrage
oudercomiteetje	=	oudercomité
oudercomiteetjes	=	oudercomité
oudercomité	noun	groep ouders van kinderen van een school die betrokken is bij het functioneren van die school
oudercomités	=	oudercomité
ouderdag	noun	dag die iemand speciaal aan zijn of haar taken als ouder besteedt
ouderdagen	=	ouderdag
ouderdagje	=	ouderdag
ouderdagjes	=	ouderdag
ouderdom	noun	tijd gedurende welke iets bestaat, leeftijd
ouderdommen	=	ouderdom
ouderdomsbepaling	noun	het proces in de archeologie, geologie en paleontologie om de leeftijd van objecten, gesteenten of fossielen te bepalen.
ouderdomsbepalingen	=	ouderdomsbepaling
ouderdomsbepalinkje	=	ouderdomsbepaling
ouderdomsbepalinkjes	=	ouderdomsbepaling
ouderdomspensioen	noun	periodieke uitkering vanaf een bepaalde leeftijd tot welke je geacht wordt op andere wijze in je levensonderhoud te voorzien
ouderdomspensioenen	=	ouderdomspensioen
ouderdomspensioentje	=	ouderdomspensioen
ouderdomspensioentjes	=	ouderdomspensioen
ouderdomssuiker	noun	afkorting van ouderdomssuikerziekte
ouderdomssuikers	=	ouderdomssuiker
ouderdomssuikertje	=	ouderdomssuiker
ouderdomssuikertjes	=	ouderdomssuiker
ouderdomssuikerziekte	noun	type suikerziekte dat zich vooral op latere leeftijd manifesteert, maar ook bij jongeren kan voorkomen
ouderdomssuikerziekten	=	ouderdomssuikerziekte
ouderdomssuikerziektes	=	ouderdomssuikerziekte
ouderdomsuitkering	noun	geld dat iemand die ouder is dan een bepaalde leeftijd krijgt van de overheid
ouderdomsuitkeringen	=	ouderdomsuitkering
ouderdomsverschijnsel	noun	verschijnsel dat bij toenemende leeftijd optreedt
ouderdomsverschijnselen	=	ouderdomsverschijnsel
ouderdomsverschijnsels	=	ouderdomsverschijnsel
ouderdomsvoorziening	noun	inkomen dat mensen ontvangen na de pensioengerechtigde leeftijd
ouderdomsvoorzieningen	=	ouderdomsvoorziening
ouderdomswet	noun	een regeling voor het Nederlandse verplichte, collectieve ouderdomspensioen.
ouderdomswetten	=	ouderdomswet
ouderdomsziekte	noun	ziekte die vooral voorkomt bij oudere mensen
ouderdomsziekten	=	ouderdomsziekte
ouderdomsziektes	=	ouderdomsziekte
oudere	noun	een persoon op leeftijd
ouderejaars	noun	bijna afgestudeerde student	adj	een verder gevorderd studiejaar binnen een opleiding betreffend
ouderen	=	oudere
ouderenbond	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van oude mensen
ouderenbonden	=	ouderenbond
ouderengeneeskunde	noun	tak van de geneeskunde die de medische zorg van personen op leeftijd behelst
ouderenhulp	noun	alle vormen van zorg en ondersteuning voor ouderen, met als doel de levenskwaliteit te behouden of te verbeteren, vaak zodat ze zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen
ouderenhulpen	=	ouderenhulp
ouderenmishandeling	noun	mishandeling van een oudere, vaak hulpeloze persoon
ouderenmishandelingen	=	ouderenmishandeling
ouderenorganisatie	noun	een celangenorganisatie voor oudere mensen
ouderenorganisaties	=	ouderenorganisatie
ouderenuren	=	ouderenuur
ouderenuur	noun	een moment op de dag dat specifiek gericht is op mensen met een hoge leeftijd
ouderenuurtje	=	ouderenuur
ouderenuurtjes	=	ouderenuur
ouderenwoning	noun	huis dat door ligging, omvang en ontwerp geschikt is voor mensen met een hogere leeftijd
ouderenwoningen	=	ouderenwoning
ouderenwoninkje	=	ouderenwoning
ouderenwoninkjes	=	ouderenwoning
ouderenzorg	noun	de zorg voor ouderen
ouderenzorgje	=	ouderenzorg
ouderenzorgjes	=	ouderenzorg
oudergeleding	noun	de groep ouders in de medezeggenschapsraad (MR) van een school die namens alle ouders meedenkt en beslist over schoolzaken.
oudergeledingen	=	oudergeleding
oudergeledinkje	=	oudergeleding
oudergeledinkjes	=	oudergeleding
oudergesprek	noun	een geplande bijeenkomst tussen ouders (of verzorgers) en de leerkracht of mentor om de ontwikkeling en voortgang van een leerling te bespreken
oudergesprekje	=	oudergesprek
oudergesprekjes	=	oudergesprek
oudergesprekken	=	oudergesprek
ouderhuis	noun	het huis waar iemand geboren en getogen is; het huis van de ouders
ouderhuisje	=	ouderhuis
ouderhuisjes	=	ouderhuis
ouderhuizen	=	ouderhuis
ouderliefde	noun	de liefde van ouders voor hun kinderen
ouderliefdes	=	ouderliefde
ouderlijk	adj	behorende bij de ouders van een kind
ouderlijke	=	ouderlijk
ouderlijker	=	ouderlijk
ouderlijkere	=	ouderlijk
ouderlijkers	=	ouderlijk
ouderlijks	=	ouderlijk
ouderlijkst	=	ouderlijk
ouderlijkste	=	ouderlijk
ouderling	noun	een functie binnen een kerkelijke gemeenschap, lid van de kerkenraad
ouderlingen	=	ouderling
ouderlingetje	=	ouderling
ouderloos	adj	zonder ouders
ouderloost	=	ouderloos
ouderlooste	=	ouderloos
ouderloze	=	ouderloos
ouderlozer	=	ouderloos
ouderlozere	=	ouderloos
ouderlozers	=	ouderloos
oudermuilbroeder	noun	vis waarvan zowel het mannetje als het wijfje de taak van het uitbroeden van de eieren in hun bek vervullen
oudermuilbroeders	=	oudermuilbroeder
oudermuilbroedertje	=	oudermuilbroeder
oudermuilbroedertjes	=	oudermuilbroeder
ouderpaar	noun	twee volwassenen die samen verantwoordelijk zijn voor een of meer kinderen
ouderpaartje	=	ouderpaar
ouderparen	=	ouderpaar
ouderparticipatie	noun	het deelnemen van de ouders aan de inrichting van het onderwijs en het gebeuren op school
ouderparticipatiecrèche	noun	systeem waarbij ouders onderling elkaars kinderen opvangen
ouderparticipatiecrècheje	=	ouderparticipatiecrèche
ouderparticipatiecrèchejes	=	ouderparticipatiecrèche
ouderparticipatiecrèches	=	ouderparticipatiecrèche
ouderparticipaties	=	ouderparticipatie
ouderraad	noun	vertegenwoordiging van de ouders van leerlingen van een school
ouderraadje	=	ouderraad
ouderraadjes	=	ouderraad
ouderraden	=	ouderraad
ouderrol	noun	dat wat een vader of moeder doen bij de opvoeding van kinderen
ouderrollen	=	ouderrol
ouderrolletje	=	ouderrol
ouderrolletjes	=	ouderrol
ouders	=	oud
ouderschap	noun	alles wat met het vader of moeder zijn te maken heeft
ouderschapje	=	ouderschap
ouderschappen	=	ouderschap
ouderschapsverlof	noun	al of niet betaalde periode die een werknemer niet hoeft te werken als hij of zij een kind heeft gekregen
ouderschapsverloven	=	ouderschapsverlof
ouderslaapkamer	noun	slaapvertrek van de ouders (meestal het slaapvertrek van de vader en moeder)
ouderslaapkamers	=	ouderslaapkamer
ouderslaapkamertje	=	ouderslaapkamer
ouderslaapkamertjes	=	ouderslaapkamer
oudertje	=	ouder
oudertjes	=	ouder
oudertraining	noun	opvoedingscursus voor ouders (met kinderen die een gedragsafwijking hebben)
oudertrainingen	=	oudertraining
oudertraininkje	=	oudertraining
oudertraininkjes	=	oudertraining
oudervereniging	noun	een organisatie van ouders van bepaalde kinderen
ouderverenigingen	=	oudervereniging
ouderverenigingetje	=	oudervereniging
ouderverenigingetjes	=	oudervereniging
oudervervreemding	noun	een proces waarbij een kind zich, vaak door beïnvloeding of manipulatie van één ouder, afkeert van de andere ouder zonder geldige reden.
oudervervreemdingen	=	oudervervreemding
oudervervreemdinkje	=	oudervervreemding
oudervervreemdinkjes	=	oudervervreemding
ouderwets	adj	niet langer gebruikt of in de mode
ouderwetse	=	ouderwets
ouderwetser	=	ouderwets
ouderwetsere	=	ouderwets
ouderwetsers	=	ouderwets
ouderwetsheden	=	ouderwetsheid
ouderwetsheid	noun	de mate waarin iets niet meer gebruikt wordt of niet meer in de mode is
ouderwetst	=	ouderwets
ouderwetste	=	ouderwets
oudewereldvariant	noun	een vorm die specifiek voorkomt of herkomst heeft op de continenten Europa, Afrika en Azië
oudewereldvarianten	=	oudewereldvariant
oudewijvenpraat	noun|figurative	onzin die past bij een demente oude vrouw
oudewijvenpraatje	=	oudewijvenpraat
oudewijvenpraatjes	=	oudewijvenpraat
oudewijvenzomer	noun	periode van eind september tot half november waarin het nog zomerachtig weer kan zijn
oudewijvenzomers	=	oudewijvenzomer
oudewijvenzomertje	=	oudewijvenzomer
oudewijvenzomertjes	=	oudewijvenzomer
oudfrankisch	adj	betrekking hebbend op het Oudfrankisch
oudfrankische	=	oudfrankisch
oudfrankischer	=	oudfrankisch
oudfrankischere	=	oudfrankisch
oudfrankischers	=	oudfrankisch
oudgast	noun	iemand die al lang in Nederlands-Indië woonde
oudgasten	=	oudgast
oudgastje	=	oudgast
oudgediend	adj	ervaren, dankzij een lange tijd van krijgsdienst
oudgediende	noun	iemand die in het verleden ergens gewerkt heeft
oudgedienden	=	oudgediende
oudgediendetje	=	oudgediende
oudgediends	=	oudgediend
oudheden	=	oudheid
oudheid	noun	het tijdperk van de geschiedenis van de prehistorie tot de middeleeuwen
oudheidje	=	oudheid
oudheidkunde	noun	kennis en studie van de overblijfselen van oude culturen
oudheidkundig	adj	betrekking hebbend op de oudheid of de geschiedenis meer in het algemeen
oudheidkundige	noun	iemand die archeologie heeft gestudeerd
oudheidkundigeje	=	oudheidkundige
oudheidkundigejes	=	oudheidkundige
oudheidkundigen	=	oudheidkundige
oudheidkundiger	=	oudheidkundig
oudheidkundigere	=	oudheidkundig
oudheidkundigers	=	oudheidkundig
oudheidkundigetje	=	oudheidkundige
oudheidkundigetjes	=	oudheidkundige
oudheidkundigs	=	oudheidkundig
oudheidkundigst	=	oudheidkundig
oudheidkundigste	=	oudheidkundig
oudheidskamer	noun	een museum dat zich vooral richt op te tonen van in de streek gemaakte en gebruikte objecten
oudheidskamers	=	oudheidskamer
oudheidskamertje	=	oudheidskamer
oudheidskamertjes	=	oudheidskamer
oudhollands	noun	Nederlands dat vroeger in Holland gesproken werd	adj	betreffende het Oudhollands (de taal)
oudhollandse	=	oudhollands
oudhollandser	=	oudhollands
oudhollandsere	=	oudhollands
oudhollandsers	=	oudhollands
oudhollandst	=	oudhollands
oudhollandste	=	oudhollands
oudindisch	noun	taal die gesproken werd in het oude Indië
oudindische	=	oudindisch
oudjaar	noun	31 december
oudjaarsavond	noun	viering van de overgang naar een nieuw jaar die op 31 december in de tijd vanaf het avondeten tot middernacht plaatsvindt
oudjaarsavonden	=	oudjaarsavond
oudjaarsdag	noun	31 december, de laatste dag van het jaar
oudjaarsdagen	=	oudjaarsdag
oudjaarsdiner	=	oudejaarsdiner
oudjaarsduik	noun	traditioneel evenement voor de jaarwisseling op de laatste dag van het jaar of eerder waarbij men gezamenlijk in een open water springt
oudjaarsduiken	=	oudjaarsduik
oudjaarsvereniging	noun	jongerenvereniging, voornamelijk in Noord-Nederland (Friesland, Groningen en Drenthe), die zich inzet voor de leefbaarheid en saamhorigheid in het dorp.
oudjaarsverenigingen	=	oudjaarsvereniging
oudjaarsverenigingetje	=	oudjaarsvereniging
oudjaarsverenigingetjes	=	oudjaarsvereniging
oudjaartje	=	oudjaar
oudjaartjes	=	oudjaar
oudje	noun	iemand op hogere leeftijd
oudjes	=	oudje
oudkeltisch	noun	taal van de Kelten, een Indo-Europees volk uit de ijzertijd (ca. 2e millennium tot 1e eeuw v.Chr.)	adj	betreffende de vroegste vormen van de Keltische talen en de bijbehorende cultuur van de Kelten, een Indo-Europees volk uit de ijzertijd (ca. 2e millennium tot 1e eeuw v.Chr.).
oudkeltische	=	oudkeltisch
oudkeltischer	=	oudkeltisch
oudkeltischere	=	oudkeltisch
oudkeltischers	=	oudkeltisch
oudlandpolder	noun	een polder van de dertiende eeuw of ouder waar al heel lang de invloed van het water ongedaan gemaakt is
oudlandpolders	=	oudlandpolder
oudlandpoldertje	=	oudlandpolder
oudlandpoldertjes	=	oudlandpolder
oudmodisch	adj	ouderwets
oudmodische	=	oudmodisch
oudmodischer	=	oudmodisch
oudmodischere	=	oudmodisch
oudmodischers	=	oudmodisch
oudnederfrankisch	noun	een taal die in de vroege middeleeuwen in de Lage Landen werd gesproken
oudomen	=	oudoom
oudoom	noun	oom van een ouder, broer van een grootouder
oudoompje	=	oudoom
oudoompjes	=	oudoom
oudooms	=	oudoom
oudpapier	noun	gebruikt papier dat geen functie meer heeft
oudpapieractie	noun	inzameling door plaatselijke clubs van afvalpapier en -karton voor recycling, om met de geldelijke opbrengst hun activiteiten te ondersteunen
oudpapieracties	=	oudpapieractie
oudpapieractietje	=	oudpapieractie
oudpapieractietjes	=	oudpapieractie
oudpapierbak	noun	een inzamelmiddel dat specifiek bedoeld is voor het scheiden en inzamelen van oud papier en karton
oudpapierbakje	=	oudpapierbak
oudpapierbakjes	=	oudpapierbak
oudpapierbakken	=	oudpapierbak
oudpapiercontainer	noun	een inzamelmiddel dat specifiek bedoeld is voor het scheiden en inzamelen van oud papier en karton
oudpapiercontainers	=	oudpapiercontainer
oudpapiercontainertje	=	oudpapiercontainer
oudpapiercontainertjes	=	oudpapiercontainer
oudpapierprijs	noun	de marktwaarde die recyclers en papierfabrieken betalen voor ingezameld papier en karton
oudpapierprijsje	=	oudpapierprijs
oudpapierprijsjes	=	oudpapierprijs
oudpapierprijzen	=	oudpapierprijs
oudroest	noun	oud ijzer en andere rommel
oudroze	noun	tint roze met RAL-nummer 3014 ( ); een wat doffe, roze kleur.	adj	in een tint roze met RAL-nummer 3014 ( ).
oudrozen	=	oudroze
oudrozes	=	oudroze
oudrussisch	adj	betrekking hebbend op Oudrussisch
oudrussische	=	oudrussisch
oudrussischer	=	oudrussisch
oudrussischere	=	oudrussisch
oudrussischers	=	oudrussisch
ouds	=	oud
oudsaksisch	adj	behorend tot of afkomstig uit het Oudsaksisch
oudsaksische	=	oudsaksisch
oudsaksischer	=	oudsaksisch
oudsaksischere	=	oudsaksisch
oudsaksischers	=	oudsaksisch
oudsher	adv	al sinds de oude tijden, al sinds heel lang
oudst	adv	als nadere bepaling bij een adjectief
oudste	noun	het kind dat als eerste in een gezin met meerdere kinderen is geboren, eerstgeborene, eersteling [3]
oudsten	=	oudste
oudt	=	oud
oudtante	noun	tante van een ouder, zus van een grootouder
oudtantes	=	oudtante
oudtantetje	=	oudtante
oudtantetjes	=	oudtante
oudtestamentisch	adj	uit, zoals in het Oude Testament
oudtestamentische	=	oudtestamentisch
oudtestamentischer	=	oudtestamentisch
oudtestamentischere	=	oudtestamentisch
oudtestamentischers	=	oudtestamentisch
oudtijds	adv	horend bij de vroegere tijd
oudtsjechisch	adj	betrekking hebbend op het Oudtsjechisch
oudtsjechische	=	oudtsjechisch
oudtsjechischer	=	oudtsjechisch
oudtsjechischere	=	oudtsjechisch
oudtsjechischers	=	oudtsjechisch
oudvaderlijk	adj	betreffende grootvaders en voorouders
oudvaderlijke	=	oudvaderlijk
oudvaderlijker	=	oudvaderlijk
oudvaderlijkere	=	oudvaderlijk
oudvaderlijkers	=	oudvaderlijk
oudvaderlijks	=	oudvaderlijk
oudvaderlijkst	=	oudvaderlijk
oudvaderlijkste	=	oudvaderlijk
oudvolwassene	noun	mensen van gevorderde leeftijd, waaronder zij die grootouder zijn
oudvolwassenen	=	oudvolwassene
oudzweeds	noun	een taal die in de middeleeuwen in Zweden werd gesproken, die afstamt van het Oudnoords en via het Middelzweeds in het Zweeds is veranderd	adj	gerelateerd aan de Oudzweedse taal
oudzweedse	=	oudzweeds
ouijabord	noun	plank met daarop de letters van het alfabet, de cijfers 0-9, en de woorden 'ja' en 'nee', waarmee men communiceert met geesten of het onderbewuste door middel van een planchette (een wijzer) die zich over het bord beweegt
ouijaborden	=	ouijabord
ouijabordje	=	ouijabord
ouijabordjes	=	ouijabord
ouleh	intj	heus, ook ironisch gebruikt om juist twijfel uit te drukken over wat iemand beweert
oulings	adv	eertijds, vroegtijdig, vroeger
ounce	noun	Engelse gewichtseenheid van 28,35 gram
ounces	=	ounce
ouroboros	noun	slang of draak die in zijn eigen staart bijt, waardoor een cirkel ontstaat#:▸ De slang die zijn eigen staart opeet.
out	adv	uit
outaar	=	altaar
outback	noun	wildernis van Australië
outbacks	=	outback
outbreak	noun	uitbraak
outbreakje	=	outbreak
outbreakjes	=	outbreak
outbreaks	=	outbreak
outcast	noun	iemand die uit de normale samenleving is gestoten
outcasts	=	outcast
outdated	adj	onvoldoende vers of modern, niet van de huidige tijd
outdateds	=	outdated
outdoor	adj	buiten de deur, buitenshuis, buiten
outdoorkleding	noun	functionele kleding, speciaal ontworpen voor buitenactiviteiten (wandelen, skiën, trekking) om bescherming te bieden tegen weersinvloeden zoals wind, regen en kou.
outdoors	=	outdoor
outdoorseizoen	noun	periode van het jaar dat atletiekwedstrijden in de buitenlucht worden gehouden; de periode van 1 april tot 1 oktober
outdoorseizoenen	=	outdoorseizoen
outdoorseizoentje	=	outdoorseizoen
outdoorseizoentjes	=	outdoorseizoen
oute	=	outen
outen	verb	het zonder iemands instemming bekendmaken van diens (al dan niet vermeende) seksuele voorkeur, waarmee doorgaans homoseksualiteit bedoeld wordt
outend	=	outen
outende	=	outen
outenikwageelhout	noun	Afrocarpus falcatus een boom die inheems is in Zuid-Afrika.
outenikwageelhouten	=	outenikwageelhout
outenikwageelhoutje	=	outenikwageelhout
outenikwageelhoutjes	=	outenikwageelhout
outer	=	altaar
outfit	noun	uitrusting, m.n. kleding die men draagt of bij zich heeft
outfitje	=	outfit
outfitjes	=	outfit
outfits	=	outfit
outillage	noun	uitrusting, toerusting
outillages	=	outillage
outilleer	=	outilleren
outilleerde	=	outilleren
outilleerden	=	outilleren
outilleert	=	outilleren
outillere	=	outilleren
outilleren	verb	voorzien van werktuigen, van materieel, van kennis
outillerend	=	outilleren
outillerende	=	outilleren
outing	noun	het zonder iemands instemming bekendmaken dat diegene (al dan niet vermeend) homoseksueel, biseksueel of transgender is
outings	=	outing
outlaw	noun	iemand die zich buiten de wet heeft geplaatst of vogelvrij is verklaard
outlaws	=	outlaw
outlet	noun	winkel waar restpartijen worden verkocht soms een fabriekswinkel
outletcenter	noun	winkelcentrum met winkels waar partijen goederen (zogenaamd) tegen hoge korting worden verkocht
outletcenters	=	outletcenter
outletcentertje	=	outletcenter
outletcentertjes	=	outletcenter
outlets	=	outlet
outline	noun	schets, ontwerp, contour
outlines	=	outline
outlook	noun	vooruitzicht
outperformance	noun	betere prestatie (van bepaalde aandelen of obligaties ten opzichte van de markt als geheel)
outperformances	=	outperformance
outplacement	noun	begeleidende diensten om ontslagen of met ontslag bedreigde werknemers te helpen bij het vinden van een nieuwe betrekking of bij het opstarten van een activiteit als zelfstandige
output	noun	uitvoer zn [3]
outputs	=	output
outro	noun	laatste deel van een muziekstuk of geluidopname
outro's	=	outro
outsider	noun	iemand die niet helemaal normaal is
outsiders	=	outsider
outsourcing	noun	het niet meer zelf iets doen, maar het laten doen door een extern bedrijf
outte	=	outen
outten	=	outen
ouveahoornparkiet	noun	Eunymphicus uvaeensis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
ouveahoornparkieten	=	ouveahoornparkiet
ouveahoornparkietje	=	ouveahoornparkiet
ouveahoornparkietjes	=	ouveahoornparkiet
ouverture	noun	een meestal instrumentaal muziekstuk dat als opening fungeert van een opera of operette
ouverturen	=	ouverture
ouvertures	=	ouverture
ouvreuse	noun	vrouw die in een theater of bioscoop de bezoekers naar hun plaatsen brengt
ouvreuses	=	ouvreuse
ouvreusetje	=	ouvreuse
ouw	=	oog
ouwe	noun	ouder, vader, ouder persoon, iemand die er al lang is	adj	uitspraakvariant van oude bn
ouwe-jongens-krentenbrood	noun	gemoedelijke sfeer zoals goede bekenden die met elkaar in stand houden Ook vaak als eerste deel van samenstellingen.	adj	in gemoedelijke sfeer zoals goede bekenden die met elkaar in stand houden
ouweheer	noun	bijnaam voor vader
ouweheertje	=	ouweheer
ouweheren	=	ouweheer
ouwehoedendoos	noun	klepzeikerd, kletskous, kletsmajoor, kletsmeier, leuteraar, leuterkont, lulmajoor, terpentijnzijker, zwamneus
ouwehoedendozen	=	ouwehoedendoos
ouwehoer	=	ouwehoeren
ouwehoerde	=	ouwehoeren
ouwehoerden	=	ouwehoeren
ouwehoere	=	ouwehoeren
ouwehoeren	verb	veelvuldig en weinig verstandig praten
ouwehoerend	=	ouwehoeren
ouwehoerende	=	ouwehoeren
ouwehoert	=	ouwehoeren
ouwehoertje	=	ouwehoeren
ouwehoertjes	=	ouwehoeren
ouwel	noun	een dun wit ongedesemd baksel van rijstzetmeel zoals dat in de Eucharistie en als bodem voor bepaalde koekjes gebruikt wordt
ouwelijk	adj	van iets dat het past bij oudere mensen
ouwelijke	=	ouwelijk
ouwelijker	=	ouwelijk
ouwelijkere	=	ouwelijk
ouwelijkers	=	ouwelijk
ouwelijks	=	ouwelijk
ouwelijkst	=	ouwelijk
ouwelijkste	=	ouwelijk
ouwels	=	ouwel
ouweltje	=	ouwel
ouweltjes	=	ouwel
ouwelui	noun	de ouders van iemand
ouwelul	noun|informal	oude man
ouwelullen	=	ouwelul
ouwelvreter	noun	katholiek
ouwelvreters	=	ouwelvreter
ouwelvretertje	=	ouwelvreter
ouwelvretertjes	=	ouwelvreter
ouwen	=	ouwe
ouwetje	=	ouwe
ouwetjes	=	ouwe
ouzo	noun	bekende Griekse sterk alcoholische drank die wat naar anijs smaakt
ouzo's	=	ouzo
ouzootje	=	ouzo
ouzootjes	=	ouzo
ov	noun	openbaar vervoer
ov's	=	ov
ov'tje	=	ov
ov-chip	noun	elektronische betaalchip voor het openbaar vervoer
ov-chipkaart	noun	betaalpas en vervoersbewijs voor het openbaar vervoer waar een afleesbare microprocessor in zit
ov-chipkaarten	=	ov-chipkaart
ov-chipkaartje	=	ov-chipkaart
ov-chipkaartjes	=	ov-chipkaart
ov-chips	=	ov-chip
ov-jaarkaart	noun	een ov-kaart voor een heel jaar waarmee gereisd kan worden in het openbaar vervoer
ov-jaarkaarten	=	ov-jaarkaart
ov-jaarkaartje	=	ov-jaarkaart
ov-jaarkaartjes	=	ov-jaarkaart
ov-kaart	noun	een kaart waarmee gereisd kan worden in het openbaar vervoer
ov-kaarten	=	ov-kaart
ov-kaartje	=	ov-kaart
ov-kaartjes	=	ov-kaart
ov-studentenjaarkaart	noun	een ov-kaart voor studenten voor een heel jaar die als studiefinanciering wordt verstrekt
ov-studentenjaarkaarten	=	ov-studentenjaarkaart
ov-studentenjaarkaartje	=	ov-studentenjaarkaart
ov-studentenjaarkaartjes	=	ov-studentenjaarkaart
ov-studentenkaart	noun	een ov-kaart voor studenten die als studiefinanciering wordt verstrekt
ov-studentenkaarten	=	ov-studentenkaart
ov-studentenkaartje	=	ov-studentenkaart
ov-studentenkaartjes	=	ov-studentenkaart
ovaal	noun	een figuur in de vorm van een ei	adj	in vorm gelijkend op een ei
ovaals	=	ovaal
ovaalst	=	ovaal
ovaalste	=	ovaal
ovaaltje	=	ovaal
ovaaltjes	=	ovaal
ovaalvormig	adj	de vorm hebben van een ei, ovaal.
ovaalvormige	=	ovaalvormig
ovaalvormiger	=	ovaalvormig
ovaalvormigere	=	ovaalvormig
ovaalvormigers	=	ovaalvormig
ovaalvormigs	=	ovaalvormig
ovaalvormigst	=	ovaalvormig
ovaalvormigste	=	ovaalvormig
ovale	=	ovaal
ovalen	=	ovaal
ovaler	=	ovaal
ovalere	=	ovaal
ovalers	=	ovaal
ovambosperwer	noun	Accipiter ovampensis een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
ovambosperwers	=	ovambosperwer
ovambosperwertje	=	ovambosperwer
ovambosperwertjes	=	ovambosperwer
ovaria	=	ovarium
ovariaal	adj	met betrekking tot de ovaria (eierstokken)
ovarium	noun	geslachtsorgaan van de vrouw waarin eicellen gevormd worden
ovariummetje	=	ovarium
ovariummetjes	=	ovarium
ovariumpje	=	ovarium
ovariumpjes	=	ovarium
ovariums	=	ovarium
ovariëctomie	noun	het wegnemen van een of beide eierstokken
ovariëctomietje	=	ovariëctomie
ovariëctomietjes	=	ovariëctomie
ovariëctomieën	=	ovariëctomie
ovatie	noun	een enthousiast, luid en langdurig applaus
ovaties	=	ovatie
ovatietje	=	ovatie
ovatietjes	=	ovatie
ovationeel	adj	betrekking hebbend op een ovatie
ovationeels	=	ovationeel
ovationeelst	=	ovationeel
ovationeelste	=	ovationeel
ovationele	=	ovationeel
ovationeler	=	ovationeel
ovationelere	=	ovationeel
ovationelers	=	ovationeel
ovatonde	noun	verbinding van kruisende wegen waarbij ze op een eivormig rondgaande weg zijn aangesloten
ovatonden	=	ovatonde
ovatondes	=	ovatonde
ovel	noun	rouwend
oven	noun	besloten ruimte die verhit wordt om er voorwerpen in te smelten, te bakken enz
ovenbouwer	noun	een persoon die ovens, haarden en gelijkaardige stookplaatsen alsmede rookkanalen ontwerpt en bouwt maar niet installeert
ovenbouwers	=	ovenbouwer
ovenbouwertje	=	ovenbouwer
ovenbouwertjes	=	ovenbouwer
ovendeur	noun	de deur die een oven afsluit tijdens het bakken en waardoor de voorwerpen die gebakken moeten worden of zijn gebakken zijn de oven in- en uitgebracht kunnen worden
ovendeuren	=	ovendeur
ovenhandschoen	noun	want om hete schalen, pannen etc. mee aan te vatten
ovenhandschoenen	=	ovenhandschoen
ovenhandschoentje	=	ovenhandschoen
ovenhandschoentjes	=	ovenhandschoen
ovenist	noun	iemand die de oven bedient in een bakkerij, crematorium enz
ovenisten	=	ovenist
ovenistje	=	ovenist
ovenistjes	=	ovenist
ovenkoek	noun	ronde platte koek van tarwemeel die tegelijk met het brood in de oven wordt gebakken en die warm wordt gegeten
ovenkoeken	=	ovenkoek
ovenkoekje	=	ovenkoek
ovenkoekjes	=	ovenkoek
ovenpaal	noun	platte houten schop met lange steel waarmee brood in een bakkersoven wordt geschoven en eruit wordt gehaald
ovenpaaltje	=	ovenpaal
ovenpaaltjes	=	ovenpaal
ovenpalen	=	ovenpaal
ovenplaat	noun	ijzeren plaat waarop het deeg gelegd wordt dat in de oven moet bakken
ovenplaatje	=	ovenplaat
ovenplaatjes	=	ovenplaat
ovenplaatser	noun	een persoon die ovens, haarden en gelijkaardige stookplaatsen alsmede rookkanalen plaatst en installeert
ovenplaatsers	=	ovenplaatser
ovenplaatsertje	=	ovenplaatser
ovenplaatsertjes	=	ovenplaatser
ovenplaten	=	ovenplaat
ovenrek	noun	een metalen, rastervormig rek dat in een oven, magnetron of fornuis wordt geplaatst om etenswaren op te bereiden
ovenrekje	=	ovenrek
ovenrekjes	=	ovenrek
ovenrekken	=	ovenrek
ovenrooster	noun	een metalen, rastervormig rek dat in een oven, magnetron of fornuis wordt geplaatst om etenswaren op te bereiden
ovenroosters	=	ovenrooster
ovenroostertje	=	ovenrooster
ovenroostertjes	=	ovenrooster
ovens	=	oven
ovenschaal	noun	ovenvaste schaal waarin gerechten worden bereid of verwarmd
ovenschaaltje	=	ovenschaal
ovenschaaltjes	=	ovenschaal
ovenschalen	=	ovenschaal
ovenschotel	noun	gerecht dat in de oven bereid wordt
ovenschotels	=	ovenschotel
ovenschoteltje	=	ovenschotel
ovenschoteltjes	=	ovenschotel
ovensteen	noun	platte steen die gebruikt wordt om op te bakken
ovensteentje	=	ovensteen
ovensteentjes	=	ovensteen
ovenstenen	=	ovensteen
oventijd	noun	tijd dat iets in de oven moet staat tijdens de bereiding
oventijden	=	oventijd
oventijdje	=	oventijd
oventijdjes	=	oventijd
oventje	=	oven
oventjes	=	oven
ovenvast	adj	bestand tegen verhitting in een oven
ovenvaste	=	ovenvast
ovenvaster	=	ovenvast
ovenvastere	=	ovenvast
ovenvasters	=	ovenvast
ovenvasts	=	ovenvast
ovenvastst	=	ovenvast
ovenvastste	=	ovenvast
ovenvenster	noun	raampje in de oven van een fornuis waarmee men het bakken in de gaten kan houden
ovenvensters	=	ovenvenster
ovenvenstertje	=	ovenvenster
ovenvenstertjes	=	ovenvenster
ovenvers	adj	zó uit de oven, zeer vers
ovenverse	=	ovenvers
ovenvisje	noun	Thermobia domestica vleugelloos insect, dat gedijt in een warme, droge omgeving en zich voedt met papier, lijm, leer, behang e.d
ovenvisjes	=	ovenvisje
ovenvogel	noun	Seiurus aurocapilla een zangvogel uit de familie Amerikaanse zangers (Parulidae).
ovenvogels	noun	Furnariidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
ovenvogeltje	=	ovenvogel
ovenvogeltjes	=	ovenvogel
ovenwant	noun	want om hete schalen, pannen etc. mee aan te vatten
ovenwanten	=	ovenwant
ovenwantje	=	ovenwant
over	prep	wat betreft	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
over-overmorgen	adv	de tweede volgende dag na morgen
overaanbod	noun	situatie waarin er meer producten verkrijgbaar zijn dan nuttig of prettig is
overacteer	=	overacteren
overacteerd	=	overacteren
overacteerde	=	overacteren
overacteerden	=	overacteren
overacteert	=	overacteren
overactere	=	overacteren
overacteren	verb	bewust of onbewust op een overdreven manier acteren
overacterend	adj	op een onnatuurlijke, aanstellerige manier toneelspelend
overacterende	=	overacteren
overacterends	=	overacterend
overacteur	noun	iemand die overacteert
overacteurs	=	overacteur
overacteurtje	=	overacteur
overacteurtjes	=	overacteur
overactief	adj	te actief, te ondernemend
overactiefs	=	overactief
overactiefst	=	overactief
overactiefste	=	overactief
overactieve	=	overactief
overactiever	=	overactief
overactievere	=	overactief
overactievers	=	overactief
overal	noun	overall, werkkleding die zoals de naam al aangeeft over andere kleding gedragen wordt.	adv	op alle plaatsen
overall	noun	kledingstuk, bestaande uit een aaneengesloten broek en hemd, dat als werkpak of als bovenkleding gedragen wordt.
overalletje	=	overal
overalletjes	=	overal
overalls	=	overall
overals	=	overal
overat	=	overeten
overate	=	overeten
overaten	=	overeten
overbeet	noun	stand van het gebit waarbij de boventanden meer naar voren staan dan de ondertanden
overbegrazing	noun	het fenomeen dat door langdurige, intensieve begrazing door planteneters de vegetatie niet de kans heeft zichzelf te herstellen
overbegrazingen	=	overbegrazing
overbegroeiing	noun	de situatie waarin een gebied, oppervlak of object (zoals een sloot, pad of muur) overmatig bedekt raakt met ongewenste, woekerende planten.
overbegroeiingen	=	overbegroeiing
overbegroeiinkje	=	overbegroeiing
overbegroeiinkjes	=	overbegroeiing
overbehandeling	noun	toepassen van medische zorg die geen aantoonbaar nut meer heeft voor de patiënt, of die niet opweegt tegen de risico's en bijwerkingen.
overbehandelingen	=	overbehandeling
overbehandelingetje	=	overbehandeling
overbehandelingetjes	=	overbehandeling
overbejaging	noun	het te intensief bejagen van een diersoort, waardoor de populatie afneemt tot onder het gewenste of biologisch veilige niveau
overbejagingen	=	overbejaging
overbejaginkje	=	overbejaging
overbejaginkjes	=	overbejaging
overbekend	adj	wat voor iedereen bekend is
overbekende	=	overbekend
overbekender	=	overbekend
overbekendere	=	overbekend
overbekenders	=	overbekend
overbekends	=	overbekend
overbekendst	=	overbekend
overbekendste	=	overbekend
overbelaad	=	overbeladen
overbelaadde	=	overbeladen
overbelaadden	=	overbeladen
overbelaadt	=	overbeladen
overbelade	=	overbeladen
overbeladen	verb	te zwaar beladen
overbeladend	=	overbeladen
overbeladende	=	overbeladen
overbelading	noun	dat een voertuig (vrachtwagen, auto, camper of aanhanger) zwaarder is beladen dan wettelijk is toegestaan
overbeladingen	=	overbelading
overbeladinkje	=	overbelading
overbeladinkjes	=	overbelading
overbelast	adj	te zwaar, te zeer belast
overbelaste	=	verantwoorden
overbelasten	verb	zwaarder belasten dan het systeem verdragen kan
overbelastend	=	overbelasten
overbelastende	=	overbelasten
overbelaster	=	overbelast
overbelastere	=	overbelast
overbelasters	=	overbelast
overbelasting	noun	een zo grote belasting van een persoon, mechanische structuur of elektrisch netwerk dat schade aan de persoon, de structuur of het netwerk kan ontstaan
overbelastingen	=	overbelasting
overbelasts	=	overbelast
overbelastst	=	overbelast
overbelastste	=	overbelast
overbelastte	=	overbelasten
overbelastten	=	overbelasten
overbeleefd	adj	met overdreven omgangsvormen
overbeleefde	=	overbeleefd
overbeleefder	=	overbeleefd
overbeleefdere	=	overbeleefd
overbeleefders	=	overbeleefd
overbeleefds	=	overbeleefd
overbeleefdst	=	overbeleefd
overbeleefdste	=	overbeleefd
overbelicht	adj	te veel belicht
overbelichte	=	overbelicht
overbelichten	verb	een fotografisch medium blootstellen aan een te grote lichtintensiteit
overbelichtend	=	overbelichten
overbelichtende	=	overbelichten
overbelichting	noun	een film- of foto-opname maken waar men meer licht op de film liet vallen dan nodig is
overbelichtingen	=	overbelichting
overbelichts	=	overbelicht
overbelichtte	=	overbelichten
overbelichtten	=	overbelichten
overbesteding	noun	een economische situatie waarin de totale vraag naar goederen en diensten (effectieve vraag) groter is dan de maximale productiecapaciteit van een land.
overbestedingen	=	overbesteding
overbestedinkje	=	overbesteding
overbestedinkjes	=	overbesteding
overbetaal	=	overbetalen
overbetaald	=	overbetalen
overbetaalde	=	overbetalen
overbetaalden	=	overbetalen
overbetaalt	=	overbetalen
overbetale	=	overbetalen
overbetalen	verb	meer betalen dan waartoe men verplicht is
overbetalend	=	overbetalen
overbetalende	=	overbetalen
overbeten	=	overbeet
overbevissing	noun	het verschijnsel dat te veel vis in een bepaald gebied gevangen wordt, wat leidt tot het verdwijnen van die vissoort in dat gebied
overbevolk	=	overbevolken
overbevolke	=	overbevolken
overbevolken	verb	met te veel mensen of dieren bevolken
overbevolkend	=	overbevolken
overbevolkende	=	overbevolken
overbevolking	noun	toestand waarbij een ruimte, gebied of land zo dichtbevolkt is dat het problemen geeft
overbevolkingen	=	overbevolking
overbevolkinkje	=	overbevolking
overbevolkinkjes	=	overbevolking
overbevolkt	adj	te veel bewoners hebbend
overbevolkte	=	overbevolkt
overbevolkten	=	overbevolken
overbevolkter	=	overbevolkt
overbevolktere	=	overbevolkt
overbevolkters	=	overbevolkt
overbevolkts	=	overbevolkt
overbevolktst	=	overbevolkt
overbevolktste	=	overbevolkt
overbeweeglijk	adj	van gewrichten dat ze beweeglijker, en daardoor kwestbaarder, zijn dan normaal
overbeweeglijke	=	overbeweeglijk
overbeweeglijker	=	overbeweeglijk
overbeweeglijkere	=	overbeweeglijk
overbeweeglijkers	=	overbeweeglijk
overbeweeglijks	=	overbeweeglijk
overbeweeglijkst	=	overbeweeglijk
overbeweeglijkste	=	overbeweeglijk
overbeweiding	noun	het kaalvreten van de vegetatie door vee waardoor de vegetatie niet de kans heeft zichzelf te herstellen
overbeweidingen	=	overbeweiding
overbeweidinkje	=	overbeweiding
overbeweidinkjes	=	overbeweiding
overbewoning	noun	als er te veel mensen in één woning wonen ten opzichte van de beschikbare ruimte.
overbewoningen	=	overbewoning
overbezet	adj	meer dan volledig bezet
overbezets	=	overbezet
overbezetst	=	overbezet
overbezetste	=	overbezet
overbezette	=	overbezet
overbezetter	=	overbezet
overbezettere	=	overbezet
overbezetters	=	overbezet
overbezetting	noun	het hebben van teveel werknemers
overbezettingen	=	overbezetting
overbezorgd	adj	al te bezorgd, zodat zowel degene die zich zorgen maakt als degene waarover de zorgen gemaakt worden, er last van hebben
overbezorgde	=	overbezorgd
overbezorgder	=	overbezorgd
overbezorgdere	=	overbezorgd
overbezorgders	=	overbezorgd
overbezorgds	=	overbezorgd
overbezorgdst	=	overbezorgd
overbezorgdste	=	overbezorgd
overbied	=	overbieden
overbiede	=	overbieden
overbieden	verb	een hoger bod uitbrengen dan een ander.
overbiedend	=	overbieden
overbiedende	=	overbieden
overbiedt	=	overbieden
overblaas	=	overblazen
overblaast	=	overblazen
overblaze	=	overblazen
overblazen	verb	het door anders blazen een instrument een toon laten voortbrengen die een oktaaf hoger klinkt
overblazend	=	overblazen
overblazende	=	overblazen
overbleef	=	overblijven
overbleeft	=	overblijven
overbleve	=	overblijven
overbleven	=	overblijven
overblies	=	overblazen
overbliezen	=	overblazen
overblijf	noun	kinderopvang op school tussen de ochtend- en middaglessen
overblijfkracht	noun	iemand die bij de overblijf werkt
overblijfkrachten	=	overblijfkracht
overblijflokaal	noun	lokaal waar overblijvende leerlingen van een school in de middagpauze kunnen vertoeven
overblijflokaaltje	=	overblijflokaal
overblijflokaaltjes	=	overblijflokaal
overblijflokalen	=	overblijflokaal
overblijfmoeder	noun	moeder die toezicht houdt op kinderen die op school overblijven
overblijfmoeders	=	overblijfmoeder
overblijfmoedertje	=	overblijfmoeder
overblijfmoedertjes	=	overblijfmoeder
overblijfruimte	noun	de ruimte waar zich de overblijf bevindt
overblijfruimten	=	overblijfruimte
overblijfruimtes	=	overblijfruimte
overblijfsel	noun	datgene dat nog resteert
overblijfselen	=	overblijfsel
overblijfsels	=	overblijfsel
overblijfseltje	=	overblijfsel
overblijfseltjes	=	overblijfsel
overblijft	=	overblijven
overblijve	=	overblijven
overblijven	verb	nog overhouden
overblijvend	adj	van een kind dat het tussen de middag op school blijft in plaats van naar huis te gaan
overblijvende	=	overblijven
overblijvender	=	overblijvend
overblijvends	=	overblijvend
overblijvendst	=	overblijvend
overbluf	=	overbluffen
overbluffe	=	overbluffen
overbluffen	verb	met bluf overrompelen
overbluffend	=	overbluffen
overbluffende	=	overbluffen
overbluft	=	overbluffen
overblufte	=	overbluffen
overbluften	=	overbluffen
overbode	=	overbieden
overboden	=	overbieden
overbodig	adj	niet of niet langer nodig
overbodige	=	overbodig
overbodiger	=	overbodig
overbodigere	=	overbodig
overbodigers	=	overbodig
overbodigs	=	overbodig
overbodigst	=	overbodig
overbodigste	=	overbodig
overboek	=	overboeken
overboeke	=	overboeken
overboeken	verb	naar een andere rekening overzetten
overboekend	=	overboeken
overboekende	=	overboeken
overboeking	noun	een verkoper biedt meer goederen of diensten aan dat hij daadwerkelijk kan bieden in de veronderstelling dat een aantal bestellingen zullen worden afgezegd
overboekingen	=	overboeking
overboekinkje	=	overboeking
overboekinkjes	=	overboeking
overboekt	=	overboeken
overboekte	=	overboeken
overboekten	=	overboeken
overbogen	=	overbuigen
overbood	=	overbieden
overboodt	=	overbieden
overboog	=	overbuigen
overboord	adv	het schip uit, het water in
overbouwd	=	overbouwen
overbouwde	=	overbouwen
overbouwen	verb	nadat het uit de oorspronkelijke constructie is gehaald in een andere constructie verwerken
overbracht	=	overbrengen
overbrachte	=	overbrengen
overbrachten	=	overbrengen
overbreng	=	overbrengen
overbrenge	=	overbrengen
overbrengen	verb	van de ene locatie naar de andere brengen, transporteren, vervoeren, verleggen, verplaatsen
overbrengend	=	overbrengen
overbrengende	=	overbrengen
overbrenger	noun	iemand die overbrengt, mannelijke vorm van overbrengster
overbrengers	=	overbrenger
overbrenging	noun	constructie waarmee de beweging van een aandrijvend onderdeel wordt overgebracht naar een aangedreven onderdeel, zodat de gewenste richting, snelheid en kracht van de beweging van dit aangedreven onderdeel zo efficiënt mogelijk bereikt wordt
overbrengingen	=	overbrenging
overbrengingsverhouding	noun	de verhouding (ratio) van de omwentelingen van tandwielen of poelies in de aandrijving van voertuigen, machines en werktuigen
overbrengingsverhoudingen	=	overbrengingsverhouding
overbrengingsverhoudinkje	=	overbrengingsverhouding
overbrengingsverhoudinkjes	=	overbrengingsverhouding
overbrenginkje	=	overbrenging
overbrenginkjes	=	overbrenging
overbrengt	=	overbrengen
overbrief	=	overbrieven
overbriefde	=	overbrieven
overbriefden	=	overbrieven
overbrieft	=	overbrieven
overbrieve	=	overbrieven
overbrieven	verb	een boodschap (vaak iets dat een geheim is) via een brief overbrengen
overbrievend	=	overbrieven
overbrievende	=	overbrieven
overbrug	=	overbruggen
overbrugbaar	adj	een tijdelijk probleem met een tijdelijke oplossing oplossen
overbrugbaarder	=	overbrugbaar
overbrugbaardere	=	overbrugbaar
overbrugbaarders	=	overbrugbaar
overbrugbaars	=	overbrugbaar
overbrugbaarst	=	overbrugbaar
overbrugbaarste	=	overbrugbaar
overbrugbare	=	overbrugbaar
overbrugd	=	overbruggen
overbrugde	=	overbruggen
overbrugden	=	overbruggen
overbrugge	=	overbruggen
overbruggen	verb	iets wat niet op elkaar aansluit met elkaar verbinden
overbruggend	=	overbruggen
overbruggende	=	overbruggen
overbrugging	noun	het maken van een verbinding tussen twee zaken die niet aan elkaar zitten, ook in figuurlijke zin
overbruggingen	=	overbrugging
overbruggingskrediet	noun	een krediet dat beschikbaar is totdat de definitieve financiering geregeld is
overbruggingskredieten	=	overbruggingskrediet
overbruggingskredietje	=	overbruggingskrediet
overbruggingskredietjes	=	overbruggingskrediet
overbruggingsperiode	noun	tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden
overbruggingsperioden	=	overbruggingsperiode
overbruggingsperiodes	=	overbruggingsperiode
overbrugginkje	=	overbrugging
overbrugginkjes	=	overbrugging
overbrugt	=	overbruggen
overbuig	=	overbuigen
overbuige	=	overbuigen
overbuigen	verb	overhellen
overbuigend	=	overbuigen
overbuigende	=	overbuigen
overbuigt	=	overbuigen
overburen	=	overbuur
overbuur	noun	iemand die aan de overkant van de straat woont
overbuurjongen	noun	Jongen die aan de overkant van de straat woont.
overbuurjongens	=	overbuurjongen
overbuurjongentje	=	overbuurjongen
overbuurjongentjes	=	overbuurjongen
overbuurkind	noun	Kind dat aan de overkant van de straat woont.
overbuurkinderen	=	overbuurkind
overbuurkindje	=	overbuurkind
overbuurkindjes	=	overbuurkind
overbuurlieden	=	overbuurman
overbuurlui	=	overbuurman
overbuurman	noun	Man die aan de overkant van de straat woont.
overbuurmannen	=	overbuurman
overbuurmannetje	=	overbuurman
overbuurmannetjes	=	overbuurman
overbuurmeisje	noun	een meisje dat aan de overkant van de straat woont
overbuurmeisjes	=	overbuurmeisje
overbuurtje	=	overbuur
overbuurtjes	=	overbuur
overbuurvrouw	noun	een vrouw die aan de overkant van de straat woont
overbuurvrouwen	=	overbuurvrouw
overbuurvrouwtje	=	overbuurvrouw
overbuurvrouwtjes	=	overbuurvrouw
overbíéden	=	overbieden
overbóúwen	=	overbouwen
overcapaciteit	noun	het vermogen dat nog in reserve is bij normale belasting
overcapaciteiten	=	overcapaciteit
overcompensatie	noun	te ruime, te sterke compensatie
overcompensaties	=	overcompensatie
overcompenseer	=	overcompenseren
overcompenseerd	=	overcompenseren
overcompenseerde	=	overcompenseren
overcompenseerden	=	overcompenseren
overcompenseert	=	overcompenseren
overcompensere	=	overcompenseren
overcompenseren	verb	te sterk compenseren
overcompenserend	=	overcompenseren
overcompenserende	=	overcompenseren
overcompleet	adj	overbodig, te veel
overcompleets	=	overcompleet
overcomplete	=	overcompleet
overconsumptie	noun	excessief verbruik van goederen en/of diensten
overconsumpties	=	overconsumptie
overdaad	noun	wat te veel is
overdaadje	=	overdaad
overdaan	=	overdoen
overdacht	=	overdenken
overdachte	=	overdenken
overdachten	=	overdenken
overdaden	=	overdaad
overdadig	adj	meer dan nodig
overdadige	=	overdadig
overdadiger	=	overdadig
overdadigere	=	overdadig
overdadigers	=	overdadig
overdadigheden	=	overdadigheid
overdadigheid	noun	het voorhanden zijn van meer dan voldoende van iets; het aanwezig zijn van te veel van iets
overdadigs	=	overdadig
overdadigst	=	overdadig
overdadigste	=	overdadig
overdag	adv	tijdens de uren van de dag
overdede	=	overdoen
overdeden	=	overdoen
overdeed	=	overdoen
overdeedt	=	overdoen
overdek	noun	voorwerp waarmee men iets kan overdekken
overdekke	=	overdekken
overdekken	verb	helemaal bedekken, iets voorzien van een dak
overdekkend	=	overdekken
overdekkende	=	overdekken
overdekking	noun	een constructie, zoals een dak, kap of afdekkap, die dient als beschutting en de bovenkant van een ruimte afsluit
overdekkingen	=	overdekking
overdekkinkje	=	overdekking
overdekkinkjes	=	overdekking
overdekt	adj	Voorzien van een dak, niet in de buitenlucht
overdekte	=	overdekken
overdekten	=	overdekken
overdekts	=	overdekt
overdenk	=	overdenken
overdenke	=	overdenken
overdenken	verb	nadenken over
overdenkend	=	overdenken
overdenkende	=	overdenken
overdenking	noun	het denken aan iets en de gedachtes, gevoelens en herinneringen die daarbij naar boven komen
overdenkingen	=	overdenking
overdenkinkje	=	overdenking
overdenkinkjes	=	overdenking
overdenkt	=	overdenken
overdicht	adj	meer dan gewoon dicht, hermetisch dicht
overdichte	=	overdicht
overdichts	=	overdicht
overdiep	adj	heel erg diep
overdiepe	=	overdiep
overdieps	=	overdiep
overdijken	verb	doorsnijden met een dam van de ene naar de andere kant
overdimensioneer	=	overdimensioneren
overdimensioneerde	=	overdimensioneren
overdimensioneerden	=	overdimensioneren
overdimensioneert	=	overdimensioneren
overdimensionere	=	overdimensioneren
overdimensioneren	verb	te ruim, te zwaar, te groot opzetten
overdimensionerend	=	overdimensioneren
overdimensionerende	=	overdimensioneren
overdoe	=	overdoen
overdoen	verb	met een nieuwe laag verf bedekken
overdoend	=	overdoen
overdoende	=	overdoen
overdoet	=	overdoen
overdonder	=	overdonderen
overdonderd	=	overdonderen
overdonderde	=	overdonderen
overdonderden	=	overdonderen
overdondere	=	overdonderen
overdonderen	verb	verbluffen, in heftige onrust gebracht worden
overdonderend	=	overdonderen
overdonderende	=	overdonderen
overdondert	=	overdonderen
overdone	adj	overdreven; te veel van het goede
overdosering	noun	toediening van een te grote hoeveelheid
overdoseringen	=	overdosering
overdoserinkje	=	overdosering
overdoserinkjes	=	overdosering
overdoses	=	overdosis
overdosis	noun	te grote hoeveelheid
overdosisje	=	overdosis
overdosisjes	=	overdosis
overdosissen	=	overdosis
overdraag	=	overdragen
overdraagbaar	adj	van de ene naar de andere persoon over te dragen
overdraagbaarder	=	overdraagbaar
overdraagbaardere	=	overdraagbaar
overdraagbaarders	=	overdraagbaar
overdraagbaars	=	overdraagbaar
overdraagbaarst	=	overdraagbaar
overdraagbaarste	=	overdraagbaar
overdraagbare	=	overdraagbaar
overdraagt	=	overdragen
overdracht	noun	officieel iets in handen van de andere partij geven
overdrachtelijk	adj	bij uitbreiding, wanneer er een ruimere interpretatie dan gebruikelijk aan wordt gegeven
overdrachtelijke	=	overdrachtelijk
overdrachtelijker	=	overdrachtelijk
overdrachtelijkere	=	overdrachtelijk
overdrachtelijkers	=	overdrachtelijk
overdrachtelijks	=	overdrachtelijk
overdrachtelijkst	=	overdrachtelijk
overdrachtelijkste	=	overdrachtelijk
overdrachten	=	overdracht
overdrachtje	=	overdracht
overdrachtsbelasting	noun	geld dat de koper aan de overheid moet betalen bij het kopen van een bestaand huis en waarbij de hoogte van dit bedrag een vast percentage van de aankoopsom is; deel van de kosten koper
overdrachtsbelastingen	=	overdrachtsbelasting
overdrachtsfunctie	noun	een wiskundige functie die de relatie beschrijft tussen de ingang en de uitgang van een systeem
overdrachtsfuncties	=	overdrachtsfunctie
overdrachtsfunctietje	=	overdrachtsfunctie
overdrachtsfunctietjes	=	overdrachtsfunctie
overdrachtskost	noun|obsolete	uitgaven die men doet bij de overdracht van een hoeveelheid geld of goederen
overdrachtskosten	noun	uitgaven die men doet bij de overdracht van een hoeveelheid geld of goederen
overdrage	=	overdragen
overdragen	verb	in handen van een andere partij geven
overdragend	=	overdragen
overdragende	=	overdragen
overdraging	noun	het verplaatsen, afstaan of overbrengen van iets naar een ander, zoals eigendom, een taak, kennis of een ziekte.
overdragingen	=	overdraging
overdraginkje	=	overdraging
overdraginkjes	=	overdraging
overdreef	=	overdrijven
overdreeft	=	overdrijven
overdressed	adj	te netjes gekleed voor een bepaalde gelegenheid
overdresseds	=	overdressed
overdresste	=	overdressed
overdreve	=	overdrijven
overdreven	adj	buiten proportie weergegeven
overdrevener	=	overdreven
overdreveners	=	overdreven
overdrevens	=	overdreven
overdrevenst	=	overdreven
overdrevenste	=	overdreven
overdrijf	=	overdrijven
overdrijfster	noun	vrouw die feiten heftiger presenteert dan ze eigenlijk zijn
overdrijfsters	=	overdrijfster
overdrijft	=	overdrijven
overdrijve	=	overdrijven
overdrijven	verb	tot het verleden gaan behoren.
overdrijvend	=	overdrijven
overdrijvende	=	overdrijven
overdrijving	noun	het overdrijven, het (veel) te belangrijk/sterk/ernstig/omvangrijk enz. voorstellen van iets
overdrijvingen	=	overdrijving
overdrijvinkje	=	overdrijving
overdrijvinkjes	=	overdrijving
overdrive	noun	iets veel sneller en krachtiger doen dan normaal mogelijk is; een razend tempo
overdrives	=	overdrive
overdroeg	=	overdragen
overdroege	=	overdragen
overdroegen	=	overdragen
overdroegt	=	overdragen
overdruk	noun	extra uitgave van een drukwerk dat gelijk is aan vorige uitgaven	adj	te druk
overdrukbeveiliging	noun	een veiligheidsmechanisme dat een systeem beschermt tegen een te hoge druk.
overdrukbeveiligingen	=	overdrukbeveiliging
overdrukbeveiligingetje	=	overdrukbeveiliging
overdrukbeveiligingetjes	=	overdrukbeveiliging
overdrukje	=	overdruk
overdrukjes	=	overdruk
overdrukke	=	overdruk
overdrukken	verb	opnieuw drukken
overdrukkend	=	overdrukken
overdrukkende	=	overdrukken
overdrukker	=	overdruk
overdrukkere	=	overdruk
overdrukkers	=	overdruk
overdruks	=	overdruk
overdrukst	=	overdruk
overdrukste	=	overdruk
overdrukt	=	overdrukken
overdrukte	=	overdrukken
overdrukten	=	overdrukken
overdrukventiel	noun	ventiel dat automatisch opent zodra de maximumwaarde van druk (of temperatuur) dreigt te worden overschreden
overdrukventielen	=	overdrukventiel
overdríjven	=	overdrijven
overduidelijk	adj	zo duidelijk dat je er niet aan hoeft te twijfelen
overduidelijke	=	overduidelijk
overduidelijker	=	overduidelijk
overduidelijkere	=	overduidelijk
overduidelijkers	=	overduidelijk
overduidelijks	=	overduidelijk
overduidelijkst	=	overduidelijk
overduidelijkste	=	overduidelijk
overdwars	adv	in de breedte
overdóén	=	overdoen
overeen	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: tot een afspraak; accoord
overeenbracht	=	overeenbrengen
overeenbrachten	=	overeenbrengen
overeenbreng	=	overeenbrengen
overeenbrenge	=	overeenbrengen
overeenbrengen	verb	op elkaar afstemmen
overeenbrengend	=	overeenbrengen
overeenbrengende	=	overeenbrengen
overeenbrengt	=	overeenbrengen
overeengebracht	=	overeenbrengen
overeengebrachte	=	overeenbrengen
overeengekomen	=	overeenkomen
overeengestemd	=	overeenstemmen
overeengestemde	=	overeenstemmen
overeenkom	=	overeenkomen
overeenkome	=	overeenkomen
overeenkomen	verb	~ met iets vergelijkbaars vertegenwoordigen
overeenkomend	adj	grote gelijkenis vertonend
overeenkomende	=	overeenkomen
overeenkomends	=	overeenkomend
overeenkomst	noun	een eigenschap die hetzelfde is bij twee of meer verschillende individuen
overeenkomsten	=	overeenkomst
overeenkomstig	adj	gelijkenis vertonend, in een bepaald opzicht identiek	prep|formal	voldoend aan, overeenstemmend met
overeenkomstige	=	overeenkomstig
overeenkomstiger	=	overeenkomstig
overeenkomstigere	=	overeenkomstig
overeenkomstigers	=	overeenkomstig
overeenkomstigs	=	overeenkomstig
overeenkomstigst	=	overeenkomstig
overeenkomstigste	=	overeenkomstig
overeenkomstje	=	overeenkomst
overeenkomstjes	=	overeenkomst
overeenkomt	=	overeenkomen
overeenkwaamt	=	overeenkomen
overeenkwam	=	overeenkomen
overeenkwame	=	overeenkomen
overeenkwamen	=	overeenkomen
overeenstem	=	overeenstemmen
overeenstemde	=	overeenstemmen
overeenstemden	=	overeenstemmen
overeenstemme	=	overeenstemmen
overeenstemmen	verb	gelijkenis vertonen
overeenstemmend	adj	twee of meer zaken die gelijk aan elkaar zijn; twee of meer zaken die bij elkaar passen
overeenstemmende	=	overeenstemmen
overeenstemmender	=	overeenstemmend
overeenstemmendere	=	overeenstemmend
overeenstemmenders	=	overeenstemmend
overeenstemmends	=	overeenstemmend
overeenstemmendst	=	overeenstemmend
overeenstemmendste	=	overeenstemmend
overeenstemming	noun	de situatie waarbij alle partijen het met elkaar eens zijn
overeenstemmingen	=	overeenstemming
overeenstemminkje	=	overeenstemming
overeenstemminkjes	=	overeenstemming
overeenstemt	=	overeenstemmen
overeet	=	overeten
overeind	adv	in verticale toestand
overenthousiast	adj	met te veel geestdrift
overenthousiaste	=	overenthousiast
overenthousiaster	=	overenthousiast
overenthousiastere	=	overenthousiast
overenthousiasters	=	overenthousiast
overenthousiasts	=	overenthousiast
overenthousiastst	=	overenthousiast
overenthousiastste	=	overenthousiast
overerf	=	overerven
overerfbaar	adj	door te geven aan een opvolger
overerfbaarder	=	overerfbaar
overerfbaardere	=	overerfbaar
overerfbaarders	=	overerfbaar
overerfbaarheid	noun	het vermogen van iets (bijv. een bezit of een titel) om als erfenis over te gaan naar een volgende generatie
overerfbaars	=	overerfbaar
overerfbaarst	=	overerfbaar
overerfbaarste	=	overerfbaar
overerfbare	=	overerfbaar
overerfd	=	overerven
overerfde	=	overerven
overerfden	=	overerven
overerfelijk	adj	van iets dat via genen van ouders op kinderen wordt doorgegeven
overerfelijke	=	overerfelijk
overerfelijker	=	overerfelijk
overerfelijkere	=	overerfelijk
overerfelijkers	=	overerfelijk
overerfelijks	=	overerfelijk
overerfelijkst	=	overerfelijk
overerfelijkste	=	overerfelijk
overerft	=	overerven
overerve	=	overerven
overerven	verb	doorgeven van een erfelijke eigenschap aan het nageslacht
overervend	=	overerven
overervende	=	overerven
overerving	noun	overdracht van eigenschappen aan nageslacht via het erfelijk materiaal
overervingen	=	overerving
overervinkje	=	overerving
overete	=	overeten
overeten	verb	zich ~ uit gulzigheid te veel eten
overetend	=	overeten
overetende	=	overeten
overflow	noun	overloop als iets niet de capaciteit heeft om het aangebodene te verwerken
overflows	=	overflow
overga	=	overgaan
overgaaf	noun	overgave
overgaaft	=	overgeven
overgaan	verb	van de ene toestand in de andere veranderen
overgaand	=	overgaan
overgaande	=	overgaan
overgaar	adj	te lang gekookt
overgaarder	=	overgaar
overgaardere	=	overgaar
overgaarders	=	overgaar
overgaars	=	overgaar
overgaarst	=	overgaar
overgaarste	=	overgaar
overgaat	=	overgaan
overgaf	=	overgeven
overgang	noun	het overgaan of veranderen in
overgangen	=	overgang
overgangetje	=	overgang
overgangetjes	=	overgang
overgangsbepaling	noun	een speciale bepaling die tijdens een overgang geldt
overgangsbepalingen	=	overgangsbepaling
overgangsbepalinkje	=	overgangsbepaling
overgangsbepalinkjes	=	overgangsbepaling
overgangselement	noun	elk van de chemische elementen waarvan het atoom een incomplete d-elektronenschil heeft of een kation kan vormen met een incomplete d-elektronenschil
overgangselementen	=	overgangselement
overgangselementje	=	overgangselement
overgangselementjes	=	overgangselement
overgangsfase	noun	fase (die hier periode betekent!) die de overgang vormt tussen twee toestanden
overgangsfasen	=	overgangsfase
overgangsfases	=	overgangsfase
overgangsfasetje	=	overgangsfase
overgangsfasetjes	=	overgangsfase
overgangsgebied	noun	een gebied gelegen tussen minstens twee andere gebieden
overgangsgebieden	=	overgangsgebied
overgangsgebiedje	=	overgangsgebied
overgangsgebiedjes	=	overgangsgebied
overgangskabinet	noun	minderheidskabinet dat is ontstaan als het vorige kabinet is afgetreden en er nog verkiezingen moeten worden gehouden
overgangskabinetje	=	overgangskabinet
overgangskabinetjes	=	overgangskabinet
overgangskabinetten	=	overgangskabinet
overgangsklimaat	noun	klimaat tussen land- en zeeklimaat in
overgangsklimaatje	=	overgangsklimaat
overgangsklimaatjes	=	overgangsklimaat
overgangsklimaten	=	overgangsklimaat
overgangsmaatregel	noun	maatregel die men treft om de overgang van de ene toestand in de andere geleidelijker te doen verlopen
overgangsmaatregelen	=	overgangsmaatregel
overgangsmaatregels	=	overgangsmaatregel
overgangsmatrices	=	overgangsmatrix
overgangsmatrix	noun	een matrix die de overgangen van een markovketen beschrijft
overgangsmatrixen	=	overgangsmatrix
overgangsmatrixje	=	overgangsmatrix
overgangsmatrixjes	=	overgangsmatrix
overgangsmetaal	noun	de naam voor elk element uit het D-blok van het periodiek systeem der elementen
overgangsmetaaltje	=	overgangsmetaal
overgangsmetaaltjes	=	overgangsmetaal
overgangsmetalen	=	overgangsmetaal
overgangsmoment	noun	een gebeurtenis waardoor je van de ene naar de andere toestand gaat
overgangsmomenten	=	overgangsmoment
overgangsmomentje	=	overgangsmoment
overgangsmomentjes	=	overgangsmoment
overgangsperiode	noun	periode van overgang tussen de ene toestand en de andere
overgangsperioden	=	overgangsperiode
overgangsperiodes	=	overgangsperiode
overgangsperiodetje	=	overgangsperiode
overgangsperiodetjes	=	overgangsperiode
overgangspil	noun	pil met hormonen voor vrouwen bij wie tijdens de menopauze de hormoonhuishouding ontregeld is geraakt en die (mede) daardoor overgangsklachten hebben, zoals opvliegers en stemmingswisselingen
overgangspillen	=	overgangspil
overgangsprobleem	noun	problemen die vrouwen kunnen ervaren rond de menopauze
overgangsprobleempje	=	overgangsprobleem
overgangsprobleempjes	=	overgangsprobleem
overgangsproblemen	=	overgangsprobleem
overgangspunt	noun	punt waar het een overgang plaatsvindt
overgangspunten	=	overgangspunt
overgangspuntje	=	overgangspunt
overgangspuntjes	=	overgangspunt
overgangsrapport	noun	schoolrapport op het eind van een jaar dat bepalend is voor de overgang naar een hogere klas
overgangsrapporten	=	overgangsrapport
overgangsrecht	noun	regeling die aangeeft, bij veranderingen in de wet, in welke situaties de oude en in welke situaties die nieuwe wet gebruikt moet worden
overgangsrechten	=	overgangsrecht
overgangsregeling	noun	regeling die is ontworpen om de overgang van een oude naar een nieuwe situatie makkelijker te maken
overgangsregelingen	=	overgangsregeling
overgangsregelingetje	=	overgangsregeling
overgangsregelingetjes	=	overgangsregeling
overgangsregering	noun	tijdelijke regering die de periode tussen de oude en de nieuwe regering overbrugt
overgangsregeringen	=	overgangsregering
overgangsritueel	noun	reeks handelingen die gedaan wordt bij een belangrijke gebeurtenis in het leven
overgangsritueeltje	=	overgangsritueel
overgangsritueeltjes	=	overgangsritueel
overgangsrituelen	=	overgangsritueel
overgangsstadia	=	overgangsstadium
overgangsstadium	noun	fase tussen een begin- en een eindtoestand
overgangsstadiums	=	overgangsstadium
overgangstemperaturen	=	overgangstemperatuur
overgangstemperatuur	noun	temperatuur waarbij overgang plaatsvindt van een toestand in een andere
overgangstijd	noun	periode waarin men overgaat van de ene naar een andere situatie; periode met veel veranderingen
overgangstijden	=	overgangstijd
overgangstoestand	noun	een kortdurende tussentoestand die kan optreden bij een chemische reactie
overgangstoestanden	=	overgangstoestand
overgangstoestandje	=	overgangstoestand
overgangstoestandjes	=	overgangstoestand
overgangsverschijnsel	noun	verschijnsel, eigen aan een overgang
overgangsverschijnselen	=	overgangsverschijnsel
overgangsverschijnsels	=	overgangsverschijnsel
overgangsverschijnseltje	=	overgangsverschijnsel
overgangsverschijnseltjes	=	overgangsverschijnsel
overgangsvorm	noun	vorm die de overgang uitmaakt tussen twee andere vormen
overgangsvormen	=	overgangsvorm
overgankelijk	adj	van een werkwoord een lijdend voorwerp bezittend waarop de werking van het werkwoord overgedragen wordt
overgankelijke	=	overgankelijk
overgankelijker	=	overgankelijk
overgankelijkere	=	overgankelijk
overgankelijkers	=	overgankelijk
overgankelijks	=	overgankelijk
overgankelijkst	=	overgankelijk
overgankelijkste	=	overgankelijk
overgare	=	overgaar
overgave	noun	het opgeven van de strijd en zich aan de vijand onderwerpen
overgaven	=	overgeven
overgaves	=	overgave
overgeacteerd	=	overacteren
overgeblazen	=	overblazen
overgebleven	adj	iets of iemand die nog niet verdwenen of verslagen is
overgeblevene	noun	persoon die er nog is terwijl de anderen zijn verdwenen
overgeblevenen	=	overgeblevene
overgeblevens	=	overgebleven
overgeboden	=	overbieden
overgeboekt	=	overboeken
overgeboekte	=	overboeken
overgebogen	=	overbuigen
overgebouwd	=	overbouwen
overgebracht	=	overbrengen
overgebriefd	=	overbrieven
overgebriefde	=	overbrieven
overgecompenseerd	=	overcompenseren
overgecompenseerde	=	overcompenseren
overgedaan	=	overdoen
overgedane	=	overdoen
overgedienstig	adj	op een overdreven manier bereid om op een onderdanige manier diensten te verlenen
overgedienstige	=	overgedienstig
overgedienstiger	=	overgedienstig
overgedienstigere	=	overgedienstig
overgedienstigers	=	overgedienstig
overgedienstigs	=	overgedienstig
overgedienstigst	=	overgedienstig
overgedienstigste	=	overgedienstig
overgedimensioneerd	=	overdimensioneren
overgedragen	=	overdragen
overgedreven	=	overdrijven
overgedrukt	=	overdrukken
overgedrukte	=	overdrukken
overgeef	=	overgeven
overgeeft	=	overgeven
overgegaan	=	overgaan
overgegeven	=	overgeven
overgegooid	=	overgooien
overgegooide	=	overgooien
overgegoten	=	overgieten
overgehaald	=	overhalen
overgehad	=	overhebben
overgehangen	=	overhangen
overgeheld	=	overhellen
overgeheveld	=	overhevelen
overgehevelde	=	overhevelen
overgehouden	=	overhouden
overgeijld	=	overijlen
overgejaagd	=	overjagen
overgekapt	=	overkappen
overgekeken	=	overkijken
overgekocht	=	overkopen
overgekochte	=	overkopen
overgekomen	=	overkomen
overgekookt	=	overkoken
overgekookte	=	overkoken
overgekwalificeerd	adj	teveel opleiding of ervaring hebben voor een bepaalde functie of taak
overgekwalificeerde	=	overgekwalificeerd
overgekwalificeerder	=	overgekwalificeerd
overgekwalificeerdere	=	overgekwalificeerd
overgekwalificeerders	=	overgekwalificeerd
overgekwalificeerds	=	overgekwalificeerd
overgekwalificeerdst	=	overgekwalificeerd
overgekwalificeerdste	=	overgekwalificeerd
overgeladen	=	overladen
overgelapt	=	overlappen
overgelaten	=	overlaten
overgelatene	=	overlaten
overgelegd	=	overleggen
overgelegde	=	overleggen
overgelegen	=	overliggen
overgeleverd	=	overleveren
overgelezen	=	overlezen
overgelopen	=	overlopen
overgelukkig	adj	heel erg gelukkig
overgelukkige	=	overgelukkig
overgelukkiger	=	overgelukkig
overgelukkigere	=	overgelukkig
overgelukkigers	=	overgelukkig
overgelukkigs	=	overgelukkig
overgelukkigst	=	overgelukkig
overgelukkigste	=	overgelukkig
overgemaakt	=	overmaken
overgemaakte	=	overmaken
overgenomen	=	overnemen
overgepend	=	overpennen
overgepende	=	overpennen
overgeplaatst	=	overplaatsen
overgeplaatste	=	overplaatsen
overgepompt	=	overpompen
overgepompte	=	overpompen
overgepoot	=	overpoten
overgepote	=	overpoten
overgereageerd	=	overreageren
overgereden	=	overrijden
overgereguleerd	adj	op een hinderlijke, niet nuttige wijze onderhevig zijn aan te veel regels en voorschriften
overgereguleerde	=	overgereguleerd
overgereguleerder	=	overgereguleerd
overgereguleerdere	=	overgereguleerd
overgereguleerders	=	overgereguleerd
overgereguleerds	=	overgereguleerd
overgereguleerdst	=	overgereguleerd
overgereguleerdste	=	overgereguleerd
overgereikt	=	overreiken
overgereikte	=	overreiken
overgeroeid	=	overroeien
overgeschaduwd	=	overschaduwen
overgeschakeld	=	overschakelen
overgeschat	=	overschatten
overgeschatte	=	overschatten
overgescheept	=	overschepen
overgescheepte	=	overschepen
overgeschept	=	overscheppen
overgeschilderd	adj	als er een nieuwe verflaag aangebracht is
overgeschilderde	=	overgeschilderd
overgeschilderds	=	overgeschilderd
overgeschonken	=	overschenken
overgeschoten	=	overschieten
overgeschreven	=	overschrijven
overgeslagen	=	overslaan
overgesloten	=	oversluiten
overgesneden	=	oversnijden
overgespannen	=	overspannen
overgespeeld	=	overspelen
overgespeelde	=	overspelen
overgesprongen	=	overspringen
overgestapt	=	overstappen
overgestemd	=	overstemmen
overgestemde	=	overstemmen
overgestoken	=	oversteken
overgestort	=	overstorten
overgestorte	=	overstorten
overgestroomd	=	overstromen
overgestroomde	=	overstromen
overgestuurd	=	oversturen
overgestuurde	=	oversturen
overgetapt	=	overtappen
overgetekend	=	overtekenen
overgetekende	=	overtekenen
overgeten	=	overeten
overgetreden	=	overtreden
overgetrokken	=	overtrekken
overgetrouwd	=	overtrouwen
overgetuigd	=	overtuigen
overgetuigde	=	overtuigen
overgetypt	=	overtypen
overgetypte	=	overtypen
overgevallen	=	overvallen
overgevaren	=	overvaren
overgeve	=	overgeven
overgeven	verb	de maaginhoud uitspugen
overgevend	=	overgeven
overgevende	=	overgeven
overgevloeid	=	overvloeien
overgevlogen	=	overvliegen
overgevoelig	adj	te gevoelig
overgevoelige	=	overgevoelig
overgevoeliger	=	overgevoelig
overgevoeligere	=	overgevoelig
overgevoeligers	=	overgevoelig
overgevoeligheden	=	overgevoeligheid
overgevoeligheid	noun	overgevoelige reactie van het afweersysteem op een stof
overgevoeligs	=	overgevoelig
overgevoeligst	=	overgevoelig
overgevoeligste	=	overgevoelig
overgevoerd	=	overvoeren
overgevoerde	=	overvoeren
overgevraagd	=	overvragen
overgevraagde	=	overvragen
overgewaaid	=	overwaaien
overgewaardeerd	=	overwaarderen
overgewaardeerde	=	overwaarderen
overgeweldig	adj	zeer geweldig
overgeweldige	=	overgeweldig
overgeweldigs	=	overgeweldig
overgewerkt	=	overwerken
overgewerkte	=	overwerken
overgewicht	noun	te groot lichaamsgewicht
overgewichtbelasting	noun	belasting op voedingsproducten die vetzucht bevorderen
overgewichtbelastingen	=	overgewichtbelasting
overgewichten	=	overgewicht
overgewichtje	=	overgewicht
overgewipt	=	overwippen
overgewogen	=	overwegen
overgewonnen	=	overwinnen
overgezet	=	overzetten
overgezette	=	overzetten
overgezien	=	overzien
overgeziene	=	overzien
overgezonden	=	overzenden
overgezwommen	=	overzwemmen
overgeërfd	=	overerven
overgeërfde	=	overerven
overgiet	=	overgieten
overgiete	=	overgieten
overgieten	verb	door gieten bedekken
overgietend	=	overgieten
overgietende	=	overgieten
overging	=	overgaan
overginge	=	overgaan
overgingen	=	overgaan
overgingt	=	overgaan
overgooi	=	overgooien
overgooide	=	overgooien
overgooiden	=	overgooien
overgooie	=	overgooien
overgooien	verb	iets van de ene naar de andere persoon of plaats werpen; heen en weer werpen
overgooiend	=	overgooien
overgooiende	=	overgooien
overgooier	noun	een wijde, mouwloze jurk zonder taille die over het hoofd wordt aangetrokken
overgooiers	=	overgooier
overgooiertje	=	overgooier
overgooiertjes	=	overgooier
overgooit	=	overgooien
overgoot	=	overgieten
overgordijn	noun	gordijn dat over een ander heen hangt.
overgordijnen	=	overgordijn
overgordijntje	=	overgordijn
overgordijntjes	=	overgordijn
overgote	=	overgieten
overgoten	=	overgieten
overgroei	=	overgroeien
overgroeid	=	overgroeien
overgroeide	=	overgroeien
overgroeiden	=	overgroeien
overgroeie	=	overgroeien
overgroeien	verb	door begroeien geheel overdekken
overgroeiend	=	overgroeien
overgroeiende	=	overgroeien
overgroeiing	noun	dat iets door begroeiing geheel wordt overdekt of dichtgroeit.
overgroeiingen	=	overgroeiing
overgroeiinkje	=	overgroeiing
overgroeiinkjes	=	overgroeiing
overgroeit	=	overgroeien
overgroot	adj	zeer omvangrijk
overgrootmoeder	noun	moeder van oma of opa
overgrootmoeders	=	overgrootmoeder
overgrootmoedertje	=	overgrootmoeder
overgrootmoedertjes	=	overgrootmoeder
overgrootoma	noun	moeder van een grootouder
overgrootoma's	=	overgrootoma
overgrootopa	noun	vader van opa of oma
overgrootopa's	=	overgrootopa
overgrootopaatje	=	overgrootopa
overgrootopaatjes	=	overgrootopa
overgrootouder	noun	een ouder van een grootouder
overgrootouders	=	overgrootouder
overgrootoudertje	=	overgrootouder
overgrootoudertjes	=	overgrootouder
overgroots	=	overgroot
overgrootvader	noun	een vader van een grootouder
overgrootvaders	=	overgrootvader
overgrootvadertje	=	overgrootvader
overgrootvadertjes	=	overgrootvader
overgrote	=	overgroot
overgíéten	=	overgieten
overhaal	noun	een installatie waarbij een schip over land van het ene in het andere water wordt getrokken, met het doel een peilverschil te overwinnen.
overhaalde	=	overhalen
overhaalden	=	overhalen
overhaalt	=	overhalen
overhaaltje	=	overhaal
overhaaltjes	=	overhaal
overhaast	adj	met teveel haast, met teveel snelheid
overhaaste	=	overhaasten
overhaasten	verb	iets te snel willen doen zodat er fouten gemaakt worden
overhaastend	=	overhaasten
overhaastende	=	overhaasten
overhaaster	=	overhaast
overhaastere	=	overhaast
overhaasters	=	overhaast
overhaastig	adj	te haastig; te snel; zonder voldoende nadenken
overhaastige	=	overhaastig
overhaastiger	=	overhaastig
overhaastigere	=	overhaastig
overhaastigers	=	overhaastig
overhaastigs	=	overhaastig
overhaastigst	=	overhaastig
overhaastigste	=	overhaastig
overhaasting	noun	met te grote spoed
overhaastingen	=	overhaasting
overhaasts	=	overhaast
overhaastst	=	overhaast
overhaastste	=	overhaast
overhaastte	=	overhaasten
overhaastten	=	overhaasten
overhad	=	overhebben
overhadden	=	overhebben
overhadt	=	overhebben
overhale	=	overhalen
overhalen	verb	iemand zo ver proberen te krijgen ergens in mee te gaan
overhalend	=	overhalen
overhalende	=	overhalen
overhand	noun	de meeste invloed, de meeste macht hebben
overhandig	=	overhandigen
overhandigd	=	overhandigen
overhandigde	=	overhandigen
overhandigden	=	overhandigen
overhandige	=	overhandigen
overhandigen	verb	in de handen van een ander geven
overhandigend	=	overhandigen
overhandigende	=	overhandigen
overhandiging	noun	uitreiking, bezorging, afgifte, aanbieding, aanreiking
overhandigingen	=	overhandiging
overhandigingetje	=	overhandiging
overhandigingetjes	=	overhandiging
overhandigt	=	overhandigen
overhang	=	overhangen
overhange	=	overhangen
overhangen	verb	boven iets hangen
overhangend	adj	ergens boven hangend
overhangende	=	overhangen
overhangends	=	overhangend
overhangt	=	overhangen
overhead	noun	operationele kosten, kosten die niet toe te schrijven zijn aan het maken van een product
overheadkost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft aan zaken die niet direct betrekking hebben op de te leveren diensten of de te maken producten; geld dat een organisatie aan zichzelf besteedt
overheadkosten	noun	geld dat men uitgeeft aan zaken die niet direct betrekking hebben op de te leveren diensten of de te maken producten; geld dat een organisatie aan zichzelf besteedt
overheadprojector	noun	apparaat dat op transparant materiaal gemaakte afbeeldingen of teksten achter de spreker op een scherm projecteert
overheadprojectoren	=	overheadprojector
overheadprojectors	=	overheadprojector
overheb	=	overhebben
overhebbe	=	overhebben
overhebben	verb	na alles gebruikt te hebben wat nodig is toch nog meer hebben, kunnen missen
overhebbend	=	overhebben
overhebbende	=	overhebben
overhebt	verb	tweede persoon enkelvoud van overhebben
overheden	=	overheid
overheeft	verb	tweede persoon (alleen U) en derde persoon enkelvoud van overhebben
overheen	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord drukt een bedekking of overspanning uit
overheerlijk	adj	heel erg lekker om te eten of te drinken
overheerlijke	=	overheerlijk
overheerlijks	=	overheerlijk
overheers	=	overheersen
overheerschen	=	overheersen
overheerschend	=	overheersend
overheersching	=	overheersing
overheerse	=	overheersen
overheersen	verb	de macht uitoefenen over een ander volk
overheersend	adj	dominerend, heerszuchtig, de overhand hebbend, penetrerend
overheersende	=	overheersend
overheersender	=	overheersend
overheersendere	=	overheersend
overheersenders	=	overheersend
overheersends	=	overheersend
overheersendst	=	overheersend
overheersendste	=	overheersend
overheerser	noun	iemand die op basis van militaire kracht de baas is over een land of bevolking, met name als het gaat over een ander land of ander volk dan waar de overheerser vandaan komt
overheersers	=	overheerser
overheersing	noun	het overheersen, het uitoefenen van een verregaande macht over een land, volk of persoon
overheersingen	=	overheersing
overheerst	=	overheersen
overheerste	=	overheersen
overheersten	=	overheersen
overheid	noun	het geheel aan gezagvoerende lichamen
overheidje	=	overheid
overheidjes	=	overheid
overheids-nv	noun	zelfstandig bedrijf waarvan alle aandelen in het bezit van de overheid zijn
overheids-nv's	=	overheids-nv
overheidsaanbesteding	noun	een formele inkoopprocedure waarbij de overheid (of een publieke instelling) opdrachten voor werken, leveringen of diensten uitbesteedt aan de markt.
overheidsaanbestedingen	=	overheidsaanbesteding
overheidsaanbestedinkje	=	overheidsaanbesteding
overheidsaanbestedinkjes	=	overheidsaanbesteding
overheidsadministratie	noun	het geheel van structuren en processen waarbinnen voor de maatschappij bindende beslissingen worden genomen
overheidsadministraties	=	overheidsadministratie
overheidsapparaat	noun	al wie en al wat betrokken is bij het functioneren van de overheid
overheidsapparaten	=	overheidsapparaat
overheidsbedrijf	noun	door de overheid geleide onderneming van algemeen belang
overheidsbedrijfje	=	overheidsbedrijf
overheidsbedrijfjes	=	overheidsbedrijf
overheidsbedrijven	=	overheidsbedrijf
overheidsbegroting	noun	raming van de hoeveelheid geld die een overheid de komende tijd kan uitgeven
overheidsbegrotingen	=	overheidsbegroting
overheidsbeleid	noun	beleid dat door de overheid wordt opgesteld en uitgevoerd
overheidsbeleiden	=	overheidsbeleid
overheidsbeleidje	=	overheidsbeleid
overheidsbeleidjes	=	overheidsbeleid
overheidsbemiddeling	noun	bemiddeling via de overheid
overheidsbemiddelingen	=	overheidsbemiddeling
overheidsbemoeienis	noun	bemoeienis door de overheid
overheidsbemoeienisje	=	overheidsbemoeienis
overheidsbemoeienisjes	=	overheidsbemoeienis
overheidsbemoeienissen	=	overheidsbemoeienis
overheidsbemoeiing	noun	het bemoeien door de overheid
overheidsbemoeiingen	=	overheidsbemoeiing
overheidsbemoeiinkje	=	overheidsbemoeiing
overheidsbemoeiinkjes	=	overheidsbemoeiing
overheidsbeschikking	noun	een officiële, schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan (zoals een gemeente of ministerie) die gericht is op één specifiek geval.
overheidsbeschikkingen	=	overheidsbeschikking
overheidsbeschikkinkje	=	overheidsbeschikking
overheidsbeschikkinkjes	=	overheidsbeschikking
overheidsbesluit	noun	door de regering of lagere overheid genomen beslissing
overheidsbesluiten	=	overheidsbesluit
overheidsbesteding	noun	de uitgaven van de overheid (Rijk, gemeenten, provincies) voor goederen en diensten waar een directe tegenprestatie tegenover staat.
overheidsbestedingen	=	overheidsbesteding
overheidsbestedinkje	=	overheidsbesteding
overheidsbestedinkjes	=	overheidsbesteding
overheidsbetrekking	noun	een baan bij de overheid; een baan als ambtenaar
overheidsbetrekkingen	=	overheidsbetrekking
overheidsbetrekkinkje	=	overheidsbetrekking
overheidsbetrekkinkjes	=	overheidsbetrekking
overheidsbezuiniging	noun	een politiek-economische maatregel waarbij de overheid haar uitgaven vermindert.
overheidsbezuinigingen	=	overheidsbezuiniging
overheidsbezuinigingetje	=	overheidsbezuiniging
overheidsbezuinigingetjes	=	overheidsbezuiniging
overheidsbijdrage	noun	financiële of andere bijdrage van de overheid
overheidsbijdragen	=	overheidsbijdrage
overheidsbijdrages	=	overheidsbijdrage
overheidsboekhouding	noun	het systematisch en chronologisch bijhouden van alle financiële transacties (inkomsten en uitgaven) van overheidsinstanties.
overheidsboekhoudingen	=	overheidsboekhouding
overheidsboekhoudinkje	=	overheidsboekhouding
overheidsboekhoudinkjes	=	overheidsboekhouding
overheidsboodschap	noun	een mededeling of advies van de overheid
overheidsboodschappen	=	overheidsboodschap
overheidsbudget	noun	de financiële middelen waarover de overheid beschikt
overheidsbudgetje	=	overheidsbudget
overheidsbudgetjes	=	overheidsbudget
overheidsbudgets	=	overheidsbudget
overheidsbudgetten	=	overheidsbudget
overheidscampagne	noun	een actei van de overheid die gericht is op het vragen van aandacht voor een bepaald beleidsgebied
overheidscampagnes	=	overheidscampagne
overheidscommunicatie	noun	verzorging van het contact van overheden en burgers
overheidscommunicaties	=	overheidscommunicatie
overheidsconsumptie	noun	de uitgaven van de overheid
overheidsconsumpties	=	overheidsconsumptie
overheidscontract	noun	een contract verkregen van de overheid
overheidscontracten	=	overheidscontract
overheidsdienaar	noun	iemand die werkt voor de overheid
overheidsdienaars	=	overheidsdienaar
overheidsdienaren	=	overheidsdienaar
overheidsdienst	noun	een door de overheid ingestelde en/of namens de overheid opererende dienstverlenende instantie
overheidsdiensten	=	overheidsdienst
overheidsfinanciering	noun	betaling met gemeenschapsgelden
overheidsfinancieringen	=	overheidsfinanciering
overheidsfinanciën	noun	alle inkomsten en uitgaven van de overheid
overheidsfunctie	noun	een beroep dat iemand namens en voor de overheid uitoefent
overheidsfuncties	=	overheidsfunctie
overheidsfunctionaris	noun	iemand die werkt voor de overheid; persoon met een overheidsbetrekking
overheidsfunctionarissen	=	overheidsfunctionaris
overheidsgarantie	noun	garantie door de overheid dat een lening terugbetaald wordt ook als de lener failliet gaat
overheidsgaranties	=	overheidsgarantie
overheidsgebouw	noun	een gebouw dat in gebruik is bij de overheid vaak gaat het om grote gebouwen die ook een symbolische waarde hebben
overheidsgebouwen	=	overheidsgebouw
overheidsgebouwtje	=	overheidsgebouw
overheidsgebouwtjes	=	overheidsgebouw
overheidsgeld	noun	geldbedrag dat de overheid ter beschikking stelt aan een organisatie of aan een persoon voor een speciaal doel
overheidsgelden	=	overheidsgeld
overheidsgepensioneerde	noun	ex-ambtenaar die een ouderdomsuitkering ontvangt
overheidsgepensioneerden	=	overheidsgepensioneerde
overheidsgezag	noun	het gezag dat de overheid heeft
overheidshandelen	noun	wat de overheid doet
overheidsholding	noun	een door de overheid gecontroleerde houdstermaatschappij die aandelen beheert in diverse bedrijven, vaak met als doel strategische belangen te beschermen of rendement te behalen.
overheidsholdings	=	overheidsholding
overheidsholdinkje	=	overheidsholding
overheidsholdinkjes	=	overheidsholding
overheidshuishouding	noun	een economische term die verwijst naar het financiële beheer en de economische activiteiten van de overheid (rijk, provincies, gemeenten).
overheidshuishoudingen	=	overheidshuishouding
overheidshuishoudinkje	=	overheidshuishouding
overheidshuishoudinkjes	=	overheidshuishouding
overheidsingrijpen	noun	ingrijpen door de overheid
overheidsinmenging	noun	de mate waarin en de manier waarop de overheid ingrijpt in de maatschappij, de economie of het persoonlijke leven van burgers
overheidsinmengingen	=	overheidsinmenging
overheidsinmenginkje	=	overheidsinmenging
overheidsinmenginkjes	=	overheidsinmenging
overheidsinstantie	noun	dienst behorend tot de overheid
overheidsinstanties	=	overheidsinstantie
overheidsinstelling	noun	een instelling van de overheid die overheidstaken uitvoert
overheidsinstellingen	=	overheidsinstelling
overheidsinterventie	noun	interventie door de overheid
overheidsinterventies	=	overheidsinterventie
overheidsinvestering	noun	investering gedaan met gemeenschapsgelden
overheidsinvesteringen	=	overheidsinvestering
overheidskost	noun|obsolete	geld dat door de overheid wordt uitgegeven
overheidskosten	noun	geld dat door de overheid wordt uitgegeven
overheidsloket	noun	loket van de overheid
overheidsloketten	=	overheidsloket
overheidsmaatregel	noun	een besluit dat genomen is door de overheid
overheidsmaatregelen	=	overheidsmaatregel
overheidsmaatregels	=	overheidsmaatregel
overheidsmaatregeltje	=	overheidsmaatregel
overheidsmaatregeltjes	=	overheidsmaatregel
overheidsmacht	noun	het vermogen van een overheid om haar wil op te leggen
overheidsmachten	=	overheidsmacht
overheidsmanagement	noun	management door en bij de overheid
overheidsmedewerker	noun	medewerker bij de overheid
overheidsmedewerkers	=	overheidsmedewerker
overheidsmedia	=	overheidsmedium
overheidsmedium	noun	massacommunicatiemiddel zoals b.v. krant, tijdschrift, televisie, radio, internet dat wordt beheerd door de overheid
overheidsopdracht	noun	een opdracht van de overheid
overheidsopdrachten	=	overheidsopdracht
overheidsopdrachtje	=	overheidsopdracht
overheidsopdrachtjes	=	overheidsopdracht
overheidsorganisatie	noun	een organisatie van de overheid die overheidstaken uitvoert
overheidsorganisaties	=	overheidsorganisatie
overheidsorganisatietje	=	overheidsorganisatie
overheidsorganisatietjes	=	overheidsorganisatie
overheidspapier	noun	door de overheid uitgegeven effecten
overheidspapieren	=	overheidspapier
overheidspapiertje	=	overheidspapier
overheidspapiertjes	=	overheidspapier
overheidspersoneel	noun	personeel in overheidsdienst
overheidspolitiek	noun	door de overheid gevoerde politiek
overheidspremie	noun	geldbedrag, door de overheid ter beschikking gesteld om mensen tot een gewenst doel aan te sporen
overheidspremies	=	overheidspremie
overheidspremietje	=	overheidspremie
overheidspremietjes	=	overheidspremie
overheidsscholen	=	overheidsschool
overheidsschool	noun	een school die door de overheid wordt bekostigd én ingericht
overheidsschooltje	=	overheidsschool
overheidsschooltjes	=	overheidsschool
overheidsschuld	noun	het totaal van de schulden van de centrale overheid, de niet-centrale overheden (provincies, waterschappen, gemeenten) en de wettelijke sociale verzekeringsinstellingen
overheidsschulden	=	overheidsschuld
overheidssector	noun	deel van de economie van een land dat financieel gecontroleerd wordt door de overheid
overheidssectoren	=	overheidssector
overheidssectors	=	overheidssector
overheidssteun	noun	geldelijke ondersteuning van een bedrijf, organisatie e.d. door de overheid
overheidssubsidie	noun	subsidie die een overheid verschaft
overheidssubsidies	=	overheidssubsidie
overheidssubsidietje	=	overheidssubsidie
overheidssubsidietjes	=	overheidssubsidie
overheidstaak	noun	een taak die de overheid geacht wordt uit te voeren
overheidstaakje	=	overheidstaak
overheidstaakjes	=	overheidstaak
overheidstaken	=	overheidstaak
overheidstekort	noun	verschil tussen de uitgaven en de inkomsten van de overheid
overheidstekorten	=	overheidstekort
overheidstekortje	=	overheidstekort
overheidstekortjes	=	overheidstekort
overheidstoezicht	noun	toezicht van de kant van een overheid
overheidsuitgave	noun	publicatie door de overheid
overheidsuitgaven	noun	totale bedrag dat organen met wettelijk gezag over een gebied in een bepaalde periode uitgeven
overheidswege	adv	archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
overheidszorg	noun	waar de overheid zich over moet ontfermen; waar de overheid zich mee moet bemoeien
overheidszorgen	=	overheidszorg
overhel	=	overhellen
overhelde	=	overhellen
overhelden	=	overhellen
overhelle	=	overhellen
overhellen	verb	scheef staan, niet verticaal staan
overhellend	=	overhellen
overhellende	=	overhellen
overhelling	noun	een scheve stand, een scheve houding
overhellingen	=	overhelling
overhelt	=	overhellen
overhemd	noun	een kledingstuk voor het bovenlichaam van fijne stof met voorsluiting en kraag
overhemden	=	overhemd
overhemdje	=	overhemd
overhemdjes	=	overhemd
overhemdkraag	noun	een omgeslagen rand van een overhemd bij de halsopening
overhemdkraagje	=	overhemdkraag
overhemdkraagjes	=	overhemdkraag
overhemdkragen	=	overhemdkraag
overhevel	=	overhevelen
overhevelde	=	overhevelen
overhevelden	=	overhevelen
overhevele	=	overhevelen
overhevelen	verb	iets verplaatsen
overhevelend	=	overhevelen
overhevelende	=	overhevelen
overheveling	noun	middels een hevel een vloeistof van het ene vat in het andere overbrengen
overhevelingen	=	overheveling
overhevelingstoeslag	noun	door de werkgever betaalde toeslag op het loon als compensatie voor het feit dat werknemers bepaalde sociale premies zelf zijn gaan betalen
overhevelingstoeslagen	=	overhevelingstoeslag
overhevelt	=	overhevelen
overhield	=	overhouden
overhielde	=	overhouden
overhielden	=	overhouden
overhieldt	=	overhouden
overhing	=	overhangen
overhingen	=	overhangen
overhoek	noun	een deel van een grondperceel dat minder makkelijk valt te beheren dan de rest
overhoeken	=	overhoek
overhoekje	=	overhoek
overhoekjes	=	overhoek
overhoeks	adj	diagonaal
overhoekse	=	overhoeks
overhoekser	=	overhoeks
overhoeksere	=	overhoeks
overhoeksers	=	overhoeks
overhoekslijn	noun|obsolete	lijn die tegenover elkaar liggende hoekpunten van een figuur verbindt
overhoekslijnen	=	overhoekslijn
overhoekst	=	overhoeks
overhoekste	=	overhoeks
overhoogte	noun	extra hoogte die aan een dijk gegeven wordt ter compensatie van de klink
overhoogtes	=	overhoogte
overhoop	adv	in een wanordelijke staat
overhoopgegooid	=	overhoopgooien
overhoopgegooide	=	overhoopgooien
overhoopgehaald	=	overhoophalen
overhoopgehaalde	=	overhoophalen
overhoopgelegen	=	overhoopliggen
overhoopgelopen	=	overhooplopen
overhoopgeschoten	=	overhoopschieten
overhoopgesmeten	=	overhoopsmijten
overhoopgestoken	=	overhoopsteken
overhoopgooi	=	overhoopgooien
overhoopgooide	=	overhoopgooien
overhoopgooiden	=	overhoopgooien
overhoopgooie	=	overhoopgooien
overhoopgooien	verb	op heftige wijze voorwerpen door elkaar smijten
overhoopgooiend	=	overhoopgooien
overhoopgooiende	=	overhoopgooien
overhoopgooit	=	overhoopgooien
overhoophaal	=	overhoophalen
overhoophaalde	=	overhoophalen
overhoophaalden	=	overhoophalen
overhoophaalt	=	overhoophalen
overhoophale	=	overhoophalen
overhoophalen	verb	in een wanordelijke staat brengen
overhoophalend	=	overhoophalen
overhoophalende	=	overhoophalen
overhooplaagt	=	overhoopliggen
overhooplag	=	overhoopliggen
overhooplagen	=	overhoopliggen
overhoopliep	=	overhooplopen
overhoopliepe	=	overhooplopen
overhoopliepen	=	overhooplopen
overhoopliept	=	overhooplopen
overhooplig	=	overhoopliggen
overhoopligge	=	overhoopliggen
overhoopliggen	verb	wanordelijk door elkaar liggen van dingen
overhoopliggend	=	overhoopliggen
overhoopliggende	=	overhoopliggen
overhoopligt	=	overhoopliggen
overhooploop	=	overhooplopen
overhooploopt	=	overhooplopen
overhooplope	=	overhooplopen
overhooplopen	verb	op heftige wijze tegen iemand opbotsen
overhooplopend	=	overhooplopen
overhooplopende	=	overhooplopen
overhoopschiet	=	overhoopschieten
overhoopschiete	=	overhoopschieten
overhoopschieten	verb	op onbezonnen wijze iemand met een schietwapen ernstig verwonden of doden
overhoopschietend	=	overhoopschieten
overhoopschietende	=	overhoopschieten
overhoopschoot	=	overhoopschieten
overhoopschoten	=	overhoopschieten
overhoopsmeet	=	overhoopsmijten
overhoopsmeten	=	overhoopsmijten
overhoopsmijt	=	overhoopsmijten
overhoopsmijte	=	overhoopsmijten
overhoopsmijten	verb	op heftige wijze voorwerpen door elkaar gooien
overhoopsmijtend	=	overhoopsmijten
overhoopsmijtende	=	overhoopsmijten
overhoopstaakt	=	overhoopsteken
overhoopstak	=	overhoopsteken
overhoopstaken	=	overhoopsteken
overhoopsteek	=	overhoopsteken
overhoopsteekt	=	overhoopsteken
overhoopsteke	=	overhoopsteken
overhoopsteken	verb	op onbezonnen wijze iemand met een steekwapen of mes ernstig verwonden of doden
overhoopstekend	=	overhoopsteken
overhoopstekende	=	overhoopsteken
overhoor	=	overhoren
overhoord	=	overhoren
overhoorde	=	overhoren
overhoorden	=	overhoren
overhoort	=	overhoren
overhore	=	overhoren
overhoren	verb	nagaan of iemand bepaalde kennis in voldoende mate tot zich genomen heeft door het stellen van vragen over deze kennis
overhorend	=	overhoren
overhorende	=	overhoren
overhoring	noun	het nagaan of iemand bepaalde kennis in voldoende mate tot zich genomen heeft door het stellen van vragen over deze kennis
overhoringen	=	overhoring
overhorinkje	=	overhoring
overhorinkjes	=	overhoring
overhou	=	overhouden
overhoud	=	overhouden
overhoude	=	overhouden
overhouden	verb	nog hebben nadat al het nodige is verdeeld of gebruikt
overhoudend	=	overhouden
overhoudende	=	overhouden
overhoudt	=	overhouden
overig	adj	overblijvende (datgene van het geheel wat nog overblijft buiten het eerdergenoemde)
overige	=	overig
overigens	adv	buiten het zojuist genoemde om
overigs	=	overig
overijl	=	overijlen
overijld	adj	met te grote haast
overijlde	=	overijlen
overijlden	=	overijlen
overijlds	=	overijld
overijle	=	overijlen
overijlen	verb	te zeer haasten, te veel bespoedigen
overijlend	=	overijlen
overijlende	=	overijlen
overijling	noun	grote haast
overijlingen	=	overijling
overijlt	=	overijlen
overijsselaar	noun	een inwoner van Overijssel, of iemand afkomstig uit Overijssel
overijsselaars	=	overijsselaar
overijsselaren	=	overijsselaar
overijssels	adj	op Overijssel betrekking hebbend
overijsselse	noun	een vrouwelijke inwoner van Overijssel, of een vrouw afkomstig uit Overijssel
overijsselsen	=	overijsselse
overijsselser	=	overijssels
overijsselsere	=	overijssels
overijsselsers	=	overijssels
overijsselst	=	overijssels
overijsselste	=	overijssels
overijverig	adj	met te veel inzet
overijverige	=	overijverig
overijveriger	=	overijverig
overijverigere	=	overijverig
overijverigers	=	overijverig
overijverigs	=	overijverig
overijverigst	=	overijverig
overijverigste	=	overijverig
overjaag	=	overjagen
overjaagd	=	overjagen
overjaagde	=	overjagen
overjaagden	=	overjagen
overjaagt	=	overjagen
overjaars	adj	behorend tot een eerder jaar, ouder dan een bepaalde grens
overjaarse	=	overjaars
overjaarser	=	overjaars
overjaarsere	=	overjaars
overjaarsers	=	overjaars
overjaarst	=	overjaars
overjaarste	=	overjaars
overjage	=	overjagen
overjagen	verb	iets of iemand ergens overheen laten bewegen
overjagend	=	overjagen
overjagende	=	overjagen
overjarig	adj	te oud
overjarige	=	overjarig
overjariger	=	overjarig
overjarigere	=	overjarig
overjarigers	=	overjarig
overjarigs	=	overjarig
overjarigst	=	overjarig
overjarigste	=	overjarig
overjas	noun	een jas die hoofdzakelijk als bescherming van de kleding eronder wordt gedragen
overjasje	=	overjas
overjasjes	=	overjas
overjassen	=	overjas
overjoeg	=	overjagen
overjoege	=	overjagen
overjoegen	=	overjagen
overjoegt	=	overjagen
overkant	noun	de andere zijde van een weg of water
overkanten	=	overkant
overkantje	=	overkant
overkantjes	=	overkant
overkap	=	overkappen
overkappe	=	overkappen
overkappen	verb	overdekken
overkappend	=	overkappen
overkappende	=	overkappen
overkapping	noun	een dak hebbend maar geen muren, vooral van een station
overkappingen	=	overkapping
overkappinkje	=	overkapping
overkappinkjes	=	overkapping
overkapt	=	overkappen
overkapte	=	overkappen
overkapten	=	overkappen
overkeek	=	overkijken
overkeekt	=	overkijken
overkeke	=	overkijken
overkeken	=	overkijken
overkijk	=	overkijken
overkijke	=	overkijken
overkijken	verb	nogmaals bekijken, nazien
overkijkend	=	overkijken
overkijkende	=	overkijken
overkijkt	=	overkijken
overkill	noun	teveel van het goede
overklas	=	overklassen
overklasse	=	overklassen
overklassen	verb	heel veel beter zijn dan iets of iemand anders
overklassend	=	overklassen
overklassende	=	overklassen
overklast	=	overklassen
overklaste	=	overklassen
overklasten	=	overklassen
overkleden	=	overkleed
overklederen	=	overkleed
overkleding	noun	kledingstukken die als buitenste laag over andere kleding worden gedragen, vaak voor warmte of bescherming tegen het weer.
overkleed	noun	kledingstuk dat over alle andere kleren wordt gedragen
overkleedje	=	overkleed
overkleedjes	=	overkleed
overklein	adj	te klein, kleiner dan klein
overkleine	=	overklein
overkleins	=	overklein
overkleren	=	overkleed
overkluis	=	overkluizen
overkluisd	=	overkluizen
overkluisde	=	overkluizen
overkluisden	=	overkluizen
overkluist	=	overkluizen
overkluize	=	overkluizen
overkluizen	verb	een civieltechnisch kunstwerk plaatsen waarmee een weg een andere weg, een plein of een waterloop (kruiselings) overwelfd wordt.
overkluizend	=	overkluizen
overkluizende	=	overkluizen
overkluizing	noun	een civieltechnisch kunstwerk waarmee een weg een andere weg, een plein of een waterloop (kruiselings) overwelft.
overkluizingen	=	overkluizing
overkluizinkje	=	overkluizing
overkluizinkjes	=	overkluizing
overkocht	=	overkopen
overkochten	=	overkopen
overkoepel	=	overkoepelen
overkoepeld	=	overkoepelen
overkoepelde	=	overkoepelen
overkoepelden	=	overkoepelen
overkoepele	=	overkoepelen
overkoepelen	verb	met een koepelconstuctie overdekken
overkoepelend	=	overkoepelen
overkoepelende	=	overkoepelen
overkoepelends	=	overkoepelen
overkoepelt	=	overkoepelen
overkoke	=	overkoken
overkoken	verb	door koken het vat uitrijzen
overkokend	=	overkoken
overkokende	=	overkoken
overkom	=	overkomen
overkombaar	adj	van iets dat het opgelost of overwonnen kan worden
overkombaarder	=	overkombaar
overkombaardere	=	overkombaar
overkombaarders	=	overkombaar
overkombaars	=	overkombaar
overkombaarst	=	overkombaar
overkombaarste	=	overkombaar
overkombare	=	overkombaar
overkome	=	overkomen
overkomelijk	adj	van iets dat men het kan overwinnen, doorstaan of herstellen
overkomelijke	=	overkomelijk
overkomelijker	=	overkomelijk
overkomelijkere	=	overkomelijk
overkomelijkers	=	overkomelijk
overkomelijks	=	overkomelijk
overkomelijkst	=	overkomelijk
overkomelijkste	=	overkomelijk
overkomen	verb	aan iemand iets ~: getroffen worden door een bepaalde gebeurtenis.
overkomend	=	overkomen
overkomende	=	overkomen
overkomens	=	overkomen
overkomst	noun	het van ver weg bij ergens naar toe gaan
overkomsten	=	overkomst
overkomt	=	overkomen
overkook	=	overkoken
overkookt	=	overkoken
overkookte	=	overkoken
overkookten	=	overkoken
overkoombaar	adj	van iets dat het opgelost of overwonnen kan worden
overkoombaarder	=	overkoombaar
overkoombaardere	=	overkoombaar
overkoombaarders	=	overkoombaar
overkoombaars	=	overkoombaar
overkoombaarst	=	overkoombaar
overkoombaarste	=	overkoombaar
overkoombare	=	overkoombaar
overkoop	=	overkopen
overkoopt	=	overkopen
overkop	adv	in of na een ongecontroleerde beweging waarbij de bovenkant onderop raakt
overkope	=	overkopen
overkopen	verb	iets kopen van iemand die eigenaar is of koper was
overkopend	=	overkopen
overkopende	=	overkopen
overkraging	noun	bouwkundig element waarbij een deel van een constructie vrij uitsteekt voorbij de onderliggende ondersteuning of gevelvlak, zonder directe verticale steun aan het uiteinde
overkragingen	=	overkraging
overkraginkje	=	overkraging
overkraginkjes	=	overkraging
overkwaamt	=	overkomen
overkwam	=	overkomen
overkwame	=	overkomen
overkwamen	=	overkomen
overkómen	=	overkomen
overlaad	=	overladen
overlaadde	=	overladen
overlaadden	=	overladen
overlaadt	=	overladen
overlaat	noun	een stuw, of het laagste gedeelte van een waterkering, waar het water bij een bepaalde waterhoogte overheen kan stromen
overlaatje	=	overlaat
overlaatjes	=	overlaat
overlade	=	overladen
overladen	verb	een lading vanuit het ene voer- of vaartuig in het andere brengen
overladend	=	overladen
overladende	=	overladen
overlading	noun	het verplaatsen van vracht naar een ander vervoermiddel
overladingen	=	overlading
overladinkje	=	overlading
overladinkjes	=	overlading
overlag	=	overliggen
overlagen	=	overliggen
overlang	adv	een lange tijd geleden
overlangs	adv	in de lengterichting
overlap	noun	mate waarin twee lagen, onderdelen e.d. iets gezamenlijk bedekken
overlappe	=	overlappen
overlappen	verb	gedeeltelijk dubbel bedekken
overlappend	=	overlappen
overlappende	=	overlappen
overlapt	=	overlappen
overlapte	=	overlappen
overlapten	=	overlappen
overlas	=	overlezen
overlast	noun	hinder op een onacceptabel niveau
overlastbelasting	noun	vergoeding die betaald moet worden door veroorzakers van overlast
overlastbelastingen	=	overlastbelasting
overlastboete	noun	vergoeding die betaald moet worden door veroorzakers van overlast
overlastboeten	=	overlastboete
overlastboetes	=	overlastboete
overlastcel	noun	politieteam dat overlast bestrijdt
overlastcellen	=	overlastcel
overlastcontract	noun	contract met regels en bepalingen die gelden voor veroorzakers van overlast
overlastcontracten	=	overlastcontract
overlastdonatie	noun	boete resp. compensatie die een winkeldief moet betalen aan de winkelier ter bestrijding van de kosten die de winkelier heeft moeten maken door die winkeldiefstal en de afhandeling daarvan
overlastdonaties	=	overlastdonatie
overlaste	=	overlasten
overlasten	verb	te zwaar belasten of beladen
overlastend	=	overlasten
overlastende	=	overlasten
overlastformulier	noun	een formulier dat je kunt invullen bij het aangeven van hinder bij een officiële instantie
overlastformulieren	=	overlastformulier
overlastformuliertje	=	overlastformulier
overlastformuliertjes	=	overlastformulier
overlastmanager	noun	iemand die zorgt voor onderlinge afstemming tussen mensen die de hinder van bepaalde activiteiten moeten tegengaan
overlastmanagers	=	overlastmanager
overlastprobleem	noun	vraagstuk hoe men zaken die overlast veroorzaken zo kan aanpakken dat de hinder minder wordt; zaken die hinderlijk zijn
overlastprobleempje	=	overlastprobleem
overlastprobleempjes	=	overlastprobleem
overlastproblemen	=	overlastprobleem
overlastsituatie	noun	hinderlijke omstandigheid
overlastsituaties	=	overlastsituatie
overlastsituatietje	=	overlastsituatie
overlastsituatietjes	=	overlastsituatie
overlasttaks	noun	belasting die betaald moet worden door veroorzakers van overlast
overlasttaksen	=	overlasttaks
overlastte	=	overlasten
overlastteam	noun	politieteam dat zich inzet om overlast te bestrijden
overlastteams	=	overlastteam
overlastten	=	overlasten
overlate	=	overlaten
overlaten	verb	erop vertrouwen dat een ander iets doet
overlatend	=	overlaten
overlatende	=	overlaten
overlaze	=	overlezen
overlazen	=	overlezen
overlede	=	overlijden
overleden	adj	gestorven, doodgegaan
overledene	noun	iemand die gestorven is, de dode
overledenen	=	overledene
overledens	=	overleden
overleed	=	overlijden
overleedt	=	overlijden
overleef	=	overleven
overleefbaar	adj	van iets dat je er niet noodzakelijk aan dood gaat
overleefbaarder	=	overleefbaar
overleefbaardere	=	overleefbaar
overleefbaarders	=	overleefbaar
overleefbaars	=	overleefbaar
overleefbaarst	=	overleefbaar
overleefbaarste	=	overleefbaar
overleefbare	=	overleefbaar
overleefd	=	overleven
overleefde	=	overleven
overleefden	=	overleven
overleefster	noun	vrouw die zeer bedreigende situaties doorstaat
overleefsters	=	overleefster
overleeft	verb	‘Zelensky overleeft drie moordpogingen in één week’.
overlees	=	overlezen
overleest	=	overlezen
overleg	noun	beraad, beraadslaging
overlegcomiteetje	=	overlegcomité
overlegcomiteetjes	=	overlegcomité
overlegcomité	noun	een orgaan waarin vertegenwoordigers zetelen van de verschillende Belgische regeringen om overleg te plegen en conflicten te voorkomen of beslechten
overlegcomités	=	overlegcomité
overlegd	=	overleggen
overlegde	=	overleggen
overlegdemocratie	noun	democratie waarin een grote rol is weggelegd voor overleg alvorens politieke beslissingen worden genomen
overlegdemocratieën	=	overlegdemocratie
overlegden	=	overleggen
overlegge	=	overleggen
overleggen	verb	gezamenlijk bespreken
overleggend	=	overleggen
overleggende	=	overleggen
overlegging	noun	onderdeel van een administratief proces waarbij een bepaald document wordt overhandigd of getoond
overleggingen	=	overlegging
overlegginkje	=	overlegging
overlegginkjes	=	overlegging
overlegje	=	overleg
overlegjes	=	overleg
overlegklimaat	noun	sfeer waarin overleg plaatsvindt
overlegklimaten	=	overlegklimaat
overlegnaamruimte	noun	een naamruimte waar men overleg kan voeren over de pagina waar de overlegpagina bij hoort
overlegnaamruimtes	=	overlegnaamruimte
overlegnaamruimtetje	=	overlegnaamruimte
overlegnaamruimtetjes	=	overlegnaamruimte
overlegorgaan	noun	organisatie waarbij verschillende partijen op een regelmatige basis met elkaar overleggen, onderhandelen en informatie uitwisselen
overlegorganen	=	overlegorgaan
overlegpagina	noun	een pagina bestemd voor overleg
overlegpagina's	=	overlegpagina
overlegpaginaatje	=	overlegpagina
overlegpaginaatjes	=	overlegpagina
overlegt	=	overleggen
overleve	=	overleven
overleven	verb	in leven blijven ondanks levensbedreigende omstandigheden of gebeurtenissen
overlevend	=	overleven
overlevende	noun	iemand die een levensbedreigende situatie overleefd heeft
overlevenden	=	overlevende
overlever	noun	iemand die zeer bedreigende situaties doorstaat
overleverde	=	overleveren
overleverden	=	overleveren
overlevere	=	overleveren
overleveren	verb	in handen van een andere partij geven
overleverend	=	overleveren
overleverende	=	overleveren
overlevering	noun	een mondeling of schriftelijk vertelde doorgave van geschiedkundige, maatschappelijke of religieuze verhalen over gebeurtenissen, situaties of personen, waarvan men veelal niet kan nagaan of het historisch gezien klopt
overleveringen	=	overlevering
overleveringetje	=	overlevering
overleverinkje	=	overlevering
overlevers	=	overlever
overlevert	=	overleveren
overlevertje	=	overlever
overlevertjes	=	overlever
overleving	noun	het niet sterven maar blijven voortleven
overlevingen	=	overleving
overlevingscursus	noun	cursus waarin men leert met weinig hulpmiddelen te overleven in barre omstandigheden
overlevingscursusje	=	overlevingscursus
overlevingscursusjes	=	overlevingscursus
overlevingscursussen	=	overlevingscursus
overlevingsdrang	noun	de onbedwingbare neiging om door te gaan (met leven)
overlevingsinstinct	noun	instinct dat elk levend wezen heeft om te trachten hoe dan ook te overleven
overlevingsinstincten	=	overlevingsinstinct
overlevingskans	noun	de kans op overleven
overlevingskansen	=	overlevingskans
overlevingskansje	=	overlevingskans
overlevingskansjes	=	overlevingskans
overlevingskracht	noun	het vermogen van iets of iemand om te blijven bestaan zonder te verdwijnen of te sterven ondanks moeilijke omstandigheden
overlevingskrachten	=	overlevingskracht
overlevingskunstenaar	noun	iemand die bijzonder goed is in overleven
overlevingskunstenaars	=	overlevingskunstenaar
overlevingspak	noun	pak dat tegen hevige kou etc. beschermt
overlevingspakje	=	overlevingspak
overlevingspakjes	=	overlevingspak
overlevingspakken	=	overlevingspak
overlevingspakket	noun	pakket met noodrantsoenen en andere benodigdheden om te overleven onder barre omstandigheden
overlevingspakketje	=	overlevingspakket
overlevingspakketjes	=	overlevingspakket
overlevingspakketten	=	overlevingspakket
overlevingspensioen	noun	periodieke uitkering voor levensonderhoud aan de partner van een overledene
overlevingspensioenen	=	overlevingspensioen
overlevingspensioentje	=	overlevingspensioen
overlevingspensioentjes	=	overlevingspensioen
overlevingsplan	noun	plan dat zichtbaar maakt op welke wijze iets of iemand kan overleven
overlevingsplannen	=	overlevingsplan
overlevingsplannetje	=	overlevingsplan
overlevingsplannetjes	=	overlevingsplan
overlevingsstand	noun	attitude / houding die het mogelijk maakt om een moeilijke of gevaarlijke situatie het hoofd te bieden
overlevingsstanden	=	overlevingsstand
overlevingsstandje	=	overlevingsstand
overlevingsstandjes	=	overlevingsstand
overlevingsstrategie	noun	een plan dat alleen maar dient om niet te sterven; een plan dat alleen maar dient om door te kunnen gaan
overlevingsstrategieën	=	overlevingsstrategie
overlevingstechniek	noun	methodiek die het mogelijk maakt om een levensbedreigende situatie te overleven
overlevingstechnieken	=	overlevingstechniek
overlevingstechniekje	=	overlevingstechniek
overlevingstechniekjes	=	overlevingstechniek
overlevingstocht	noun	een tocht door ruw en moeilijk terrein, die je maakt met weinig hulpmiddelen en zonder hulp van buiten
overlevingstochten	=	overlevingstocht
overlevingstochtje	=	overlevingstocht
overlevingstochtjes	=	overlevingstocht
overlevingsvaardigheden	=	overlevingsvaardigheid
overlevingsvaardigheid	noun	kennis en kunde die men nodig heeft om noodsituaties aan te kunnen
overlevingszintuig	noun	een van de zintuigen die men nodig heeft om in de wildernis te kunnen blijven leven
overlevingszintuigen	=	overlevingszintuig
overleze	=	overlezen
overlezen	verb	nog eens, opnieuw lezen
overlezend	=	overlezen
overlezende	=	overlezen
overlieden	=	overman
overliep	=	overlopen
overliepe	=	overlopen
overliepen	=	overlopen
overliept	=	overlopen
overliet	=	overlaten
overliete	=	overlaten
overlieten	=	overlaten
overlig	=	overliggen
overligge	=	overliggen
overliggen	verb	laten liggen tot een volgende gunstige gelegenheid
overliggend	=	overliggen
overliggende	=	overliggen
overligt	=	overliggen
overlijd	=	overlijden
overlijde	=	overlijden
overlijden	verb	ophouden met leven, meestal gezegd van mensen (oorspronkelijk als eufemisme)
overlijdend	=	overlijden
overlijdende	=	overlijden
overlijdens	=	overlijden
overlijdensaangifte	noun	de officiële melding van iemands overlijden bij de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgevonden
overlijdensaangiften	=	overlijdensaangifte
overlijdensaangiftetje	=	overlijdensaangifte
overlijdensaangiftetjes	=	overlijdensaangifte
overlijdensacte	=	overlijdensakte
overlijdensadvertentie	noun	een bekendmaking in de krant of op het internet waarin je aangeeft dat iemand is overleden en hoe het afscheid is geregeld
overlijdensadvertenties	=	overlijdensadvertentie
overlijdensakte	noun	bewijsstuk door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakt waarin staat dat iemand is dood gegaan
overlijdensakten	=	overlijdensakte
overlijdensaktes	=	overlijdensakte
overlijdensbericht	noun	de melding dat iemand gestorven is
overlijdensberichten	=	overlijdensbericht
overlijdensberichtje	=	overlijdensbericht
overlijdensberichtjes	=	overlijdensbericht
overlijdensdata	noun	gegevens over het overlijden van mensen
overlijdensdatum	noun	datum waarop iemand is overleden
overlijdensdatums	=	overlijdensdatum
overlijdensdekking	noun	een verzekering die nabestaanden beschermt tegen de financiële gevolgen van uw overlijden.
overlijdensdekkingen	=	overlijdensdekking
overlijdensdekkinkje	=	overlijdensdekking
overlijdensdekkinkjes	=	overlijdensdekking
overlijdensgeval	noun	gebeurtenis dat iemand dood is gegaan
overlijdensgevallen	=	overlijdensgeval
overlijdenskans	noun	waarschijnlijkheid dat iemand dood gaat
overlijdenskansen	=	overlijdenskans
overlijdensplaats	noun	plek waar een bepaald persoon is doodgegaan
overlijdensplaatsen	=	overlijdensplaats
overlijdensverklaring	noun	een verklaring die wordt afgegeven door een arts, en waarmee deze verklaart dat een bepaalde persoon is overleden
overlijdensverklaringen	=	overlijdensverklaring
overlijdensverklarinkje	=	overlijdensverklaring
overlijdensverklarinkjes	=	overlijdensverklaring
overlijding	noun	het ophouden met leven
overlijdingen	=	overlijding
overlijdinkje	=	overlijding
overlijdinkjes	=	overlijding
overlijdt	=	overlijden
overloop	noun	gang op een bovenverdieping
overloopgemeente	noun	een aan een grote stad grenzende gemeente waar mensen zich vestigen die in die stad geen huisvesting kunnen vinden
overloopgemeenten	=	overloopgemeente
overloopgemeentes	=	overloopgemeente
overloopgemeentetje	=	overloopgemeente
overloopgemeentetjes	=	overloopgemeente
overloophevel	noun	een hevel aangebracht aan de zijde van een vat dat geleidelijk gevuld wordt, waardoor het vat leegloopt wanneer een bepaald peil bereikt is
overloophevels	=	overloophevel
overloopheveltje	=	overloophevel
overloopheveltjes	=	overloophevel
overloopje	=	overloop
overloopjes	=	overloop
overloopt	=	overlopen
overlope	=	overlopen
overlopen	verb	tot boven de rand van een vat of dijk gevuld raken.
overlopend	=	overlopen
overlopende	=	overlopen
overloper	noun	iemand die overloopt (naar de vijand)
overlopers	=	overloper
overlopertje	=	overloper
overlopertjes	=	overloper
overlui	=	overman
overluid	adj	te lawaaierig; op een hinderlijke manier luid
overluide	=	overluid
overluider	=	overluid
overluidere	=	overluid
overluiders	=	overluid
overluids	=	overluid
overluidst	=	overluid
overluidste	=	overluid
overléggen	=	overleggen
overlíggen	=	overliggen
overlópen	=	overlopen
overmaak	=	overmaken
overmaakt	=	overmaken
overmaakte	=	overmaken
overmaakten	=	overmaken
overmaat	noun	grotere maat dan normaal
overmacht	noun	iets waar je niet de mogelijkheid hebt om iets anders te doen of te laten
overmachten	=	overmacht
overmachtig	adj	zo overweldigend dat het bijna onmogelijk is om er tegenop te gaan
overmachtige	=	overmachtig
overmachtiger	=	overmachtig
overmachtigere	=	overmachtig
overmachtigers	=	overmachtig
overmachtigs	=	overmachtig
overmachtigst	=	overmachtig
overmachtigste	=	overmachtig
overmake	=	overmaken
overmaken	verb	opnieuw maken
overmakend	=	overmaken
overmakende	=	overmaken
overmaking	noun	een financiële transactie waarbij geld digitaal wordt verplaatst van de ene bankrekening naar de andere.
overmakingen	=	overmaking
overmakinkje	=	overmaking
overmakinkjes	=	overmaking
overman	noun	leider (van een gilde)
overmand	=	overmannen
overmande	=	overmannen
overmanden	=	overmannen
overmanne	=	overmannen
overmannen	verb	met grote kracht de baas worden of blijven
overmannend	=	overmannen
overmannende	=	overmannen
overmant	=	overmannen
overmatig	adj	buitensporig, ongezond veel
overmatige	=	overmatig
overmatiger	=	overmatig
overmatigere	=	overmatig
overmatigers	=	overmatig
overmatigs	=	overmatig
overmatigseptiemakkoord	noun	een vierklank met minimaal: “een begintoon (prime), een grote terts, een overmatige kwint en een grote septiem”
overmatigseptiemakkoorden	=	overmatigseptiemakkoord
overmatigseptiemakkoordje	=	overmatigseptiemakkoord
overmatigseptiemakkoordjes	=	overmatigseptiemakkoord
overmatigst	=	overmatig
overmatigste	=	overmatig
overmeester	=	overmeesteren
overmeesterd	=	overmeesteren
overmeesterde	=	overmeesteren
overmeesterden	=	overmeesteren
overmeestere	=	overmeesteren
overmeesteren	verb	Iemand meester worden
overmeesterend	=	overmeesteren
overmeesterende	=	overmeesteren
overmeestering	noun	het overmeesteren
overmeesteringen	=	overmeestering
overmeesteringetje	=	overmeestering
overmeesteringetjes	=	overmeestering
overmeesterinkje	=	overmeestering
overmeestert	=	overmeesteren
overmits	conj	geeft onderschikkend een reden aan
overmoed	noun	met te veel moed
overmoedig	adj	roekeloos, met teveel moed, te veel risico nemend
overmoedige	=	overmoedig
overmoediger	=	overmoedig
overmoedigere	=	overmoedig
overmoedigers	=	overmoedig
overmoedigs	=	overmoedig
overmoedigst	=	overmoedig
overmoedigste	=	overmoedig
overmooi	adj	zeer mooi
overmooie	=	overmooi
overmoois	=	overmooi
overmorgen	adv	de eerstvolgende dag na morgen
overnaads	adj	met overlappende naden gemaakt
overnaadse	=	overnaads
overnaadser	=	overnaads
overnaadsere	=	overnaads
overnaadsers	=	overnaads
overnaadst	=	overnaads
overnaadste	=	overnaads
overnaamt	=	overnemen
overnacht	=	overnachten
overnachte	=	overnachten
overnachten	verb	ergens de nacht doorbrengen
overnachtend	=	overnachten
overnachtende	=	overnachten
overnachting	noun	het doorbrengen van de nacht in een tijdelijk onderkomen
overnachtingen	=	overnachting
overnachtingkost	noun|obsolete	geld dat men moet uitgeven om ergens te kunnen overnachten
overnachtingkosten	noun	geld dat men moet betalen om ergens de nacht te kunnen doorbrengen
overnachtingskost	noun|obsolete	geld dat men moet uitgeven om ergens te kunnen overnachten
overnachtingskosten	noun	geld dat men moet betalen om ergens de nacht te kunnen doorbrengen
overnachtingsmogelijkheden	=	overnachtingsmogelijkheid
overnachtingsmogelijkheid	noun	de gelegenheid om ergens de nacht door te brengen
overnachtingsplaats	noun	plek waar men kan overnachten
overnachtingsplaatsen	=	overnachtingsplaats
overnachtingsplek	noun	plaats waar men de nacht kan doorbrengen
overnachtingsplekje	=	overnachtingsplek
overnachtingsplekjes	=	overnachtingsplek
overnachtingsplekken	=	overnachtingsplek
overnachtinkje	=	overnachting
overnachtinkjes	=	overnachting
overnachtte	=	overnachten
overnachtten	=	overnachten
overnam	=	overnemen
overname	noun	het kopen van iets, meestal gebruikt voor het kopen van een bedrijf door een ander bedrijf
overnamebespreking	noun	een zakelijk overleg waarin twee partijen onderhandelen over de aankoop van een onderneming of activa.
overnamebesprekingen	=	overnamebespreking
overnamebesprekinkje	=	overnamebespreking
overnamebesprekinkjes	=	overnamebespreking
overnamebod	noun	hoeveelheid geld dat een bedrijf biedt om een ander bedrijf in bezit te krijgen
overnamegevecht	noun	economische concurrentie tussen verschillende partijen die één bepaald bedrijf willen kopen
overnamegevechten	=	overnamegevecht
overnamegevechtje	=	overnamegevecht
overnamegevechtjes	=	overnamegevecht
overnamekas	noun	bedrag dat een concern beschikbaar heeft en wil gebruiken voor overnames
overnamekasje	=	overnamekas
overnamekasjes	=	overnamekas
overnamekassen	=	overnamekas
overnamekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als met zaken of een bedrijf koopt van een ander die ze eerst in bezit had
overnamekosten	noun	geld dat men moet betalen als met zaken of een bedrijf koopt van een ander die ze eerst in bezit had
overnamen	=	overname
overnamepad	noun	het op zoek gaan naar bedrijven om over te nemen
overnamepaden	=	overnamepad
overnameplan	noun	het voornemen om een bedrijf voort te zetten door een nieuwe eigenaar
overnameplannen	=	overnameplan
overnameplannetje	=	overnameplan
overnameplannetjes	=	overnameplan
overnamepoging	noun	het proces waarin een persoon of bedrijf (de overnemer) probeert de controle over een ander bedrijf (het doelwit) te verwerven.
overnamepogingen	=	overnamepoging
overnamepoginkje	=	overnamepoging
overnamepoginkjes	=	overnamepoging
overnamepremie	noun	het verschil tussen de aandelenkoers en de geboden prijs per aandeel bij een overname
overnamepremies	=	overnamepremie
overnameproces	noun	alle acties die nodig zijn als een bedrijf of organisatie wordt ingelijfd door een ander bedrijf
overnameprocessen	=	overnameproces
overnameprooi	noun	het bedrijf dat wordt overgenomen
overnameprooien	=	overnameprooi
overnames	=	overname
overnameslag	noun	hevige strijd tussen partijen die een bedrijf willen overnemen
overnameslagen	=	overnameslag
overnamesom	noun	bedrag dat men betaalt voor het in bezit krijgen van een bedrijf
overnamesommen	=	overnamesom
overnamesommetje	=	overnamesom
overnamesommetjes	=	overnamesom
overnamestrijd	noun	economische concurrentie waarbij verschillende partijen één bedrijf willen overnemen
overnamestrijden	=	overnamestrijd
overnametje	=	overname
overnametjes	=	overname
overneem	=	overnemen
overneemt	=	overnemen
overneme	=	overnemen
overnemen	verb	uit die van een ander in eigen handen verkrijgen
overnemend	=	overnemen
overnemende	=	overnemen
overnemer	noun	bedrijf of persoon dat de eigenaar wil worden van iets dat in het bezit is van een ander
overnemers	=	overnemer
overneming	noun	het in bezit krijgen van een bedrijf dat eerst in bezit was van iemand anders
overnemingen	=	overneming
overnieuw	adv	nog een keer, vanaf het begin herhaald
overnoem	=	overnoemen
overnoemd	=	overnoemen
overnoemde	=	overnoemen
overnoemden	=	overnoemen
overnoeme	=	overnoemen
overnoemen	verb	een andere naam geven
overnoemend	=	overnoemen
overnoemende	=	overnoemen
overnoeming	noun	beeldspraak waarbij men een woord B zegt in plaats van het woord A terwijl er tussen A en B een vaste relatie (een contiguïteitsrelatie) is
overnoemingen	=	overnoeming
overnoeminkje	=	overnoeming
overnoeminkjes	=	overnoeming
overnoemt	=	overnoemen
overoptimistisch	adj	té hoopvol of onrealistisch positief gestemd zijn
overoptimistische	=	overoptimistisch
overoptimistischer	=	overoptimistisch
overoptimistischere	=	overoptimistisch
overoptimistischers	=	overoptimistisch
overoud	adj	heel erg oud
overoude	=	overoud
overouder	=	overoud
overoudere	=	overoud
overouders	=	overoud
overouds	=	overoud
overoudst	=	overoud
overoudste	=	overoud
overovermorgen	adv	de tweede volgende dag na morgen
overpad	noun	route naar een terrein die over grond van een ander loopt
overpaden	=	overpad
overpeins	=	overpeinzen
overpeinsd	=	overpeinzen
overpeinsde	=	overpeinzen
overpeinsden	=	overpeinzen
overpeinst	=	overpeinzen
overpeinze	=	overpeinzen
overpeinzen	verb	ergens langere tijd ernstig over nadenken
overpeinzend	=	overpeinzen
overpeinzende	=	overpeinzen
overpeinzing	noun	het ernstig nadenken over iets
overpeinzingen	=	overpeinzing
overpeinzinkje	=	overpeinzing
overpeinzinkjes	=	overpeinzing
overpen	=	overpennen
overpende	=	overpennen
overpenden	=	overpennen
overpenne	=	overpennen
overpennen	verb	vaak onrechtmatig in handschrift copiëren
overpennend	=	overpennen
overpennende	=	overpennen
overpent	=	overpennen
overplaats	=	overplaatsen
overplaatse	=	overplaatsen
overplaatsen	verb	het verplaatsen van de ene plek naar de ander, gewoonlijk binnen een organisatie
overplaatsend	=	overplaatsen
overplaatsende	=	overplaatsen
overplaatsing	noun	verandering van dienstbetrekking van de ene plek naar de andere binnen dezelfde organisatie
overplaatsingen	=	overplaatsing
overplaatsinkje	=	overplaatsing
overplaatsinkjes	=	overplaatsing
overplaatst	=	overplaatsen
overplaatste	=	overplaatsen
overplaatsten	=	overplaatsen
overpomp	=	overpompen
overpompe	=	overpompen
overpompen	verb	met behulp van een pomp van het ene vat in het andere brengen
overpompend	=	overpompen
overpompende	=	overpompen
overpompt	=	overpompen
overpompte	=	overpompen
overpompten	=	overpompen
overpond	noun	pond extra boven het verwachte gewicht
overponden	=	overpond
overpondje	=	overpond
overpondjes	=	overpond
overpoot	=	overpoten
overpootte	=	overpoten
overpootten	=	overpoten
overpote	=	overpoten
overpoten	verb	planten op de ene plaats uit de grond halen en op een andere plaats weer opnieuw planten
overpotend	=	overpoten
overpotende	=	overpoten
overprijs	noun	meer dan de gewone prijs
overprijzen	=	overprijs
overprikkel	=	overprikkelen
overprikkeld	=	overprikkelen
overprikkelde	=	overprikkelen
overprikkelden	=	overprikkelen
overprikkele	=	overprikkelen
overprikkelen	verb	overmatig stimuleren
overprikkelend	=	overprikkelen
overprikkelende	=	overprikkelen
overprikkelt	=	overprikkelen
overproductie	noun	als het aantal geproduceerde goederen of diensten groter is dan de vraag hiernaar
overproducties	=	overproductie
overreactie	noun	te sterke reactie op een prikkel
overreacties	=	overreactie
overreageer	=	overreageren
overreageerd	=	overreageren
overreageerde	=	overreageren
overreageerden	=	overreageren
overreageert	=	overreageren
overreagere	=	overreageren
overreageren	verb	naar aanleiding van een gebeurtenis, op een overmatige manier actie ondernemen
overreagerend	=	overreageren
overreagerende	=	overreageren
overrede	=	overreden
overreden	verb	overhalen, overtuigen
overredend	adj	geschikt of met de bedoeling om over te halen	adv	op een manier om iemand over te halen
overredende	=	overredend
overredends	=	overredend
overredens	=	overreden
overreding	noun	het vermogen om iemand te overtuigen van je gelijk
overredingen	=	overreding
overredingskracht	noun	het vermogen om iemand te overtuigen dat iets juist is
overredingskrachten	=	overredingskracht
overredinkje	=	overreding
overredinkjes	=	overreding
overreed	=	overrijden
overreedde	=	overreden
overreedden	=	overreden
overreedt	=	overreden
overreik	=	overreiken
overreike	=	overreiken
overreiken	verb	aan een ander toereiken, ter hand stellen
overreikend	=	overreiken
overreikende	=	overreiken
overreikt	=	overreiken
overreikte	=	overreiken
overreikten	=	overreiken
overriep	=	overroepen
overriepe	=	overroepen
overriepen	=	overroepen
overriept	=	overroepen
overrij	=	overrijden
overrijd	=	overrijden
overrijde	=	overrijden
overrijden	verb	met de wielen van een voertuig over iets of iemand heen rijden.
overrijdend	=	overrijden
overrijdende	=	overrijden
overrijdt	=	overrijden
overrijp	adj	van vruchten: te rijp
overrijpe	=	overrijp
overrijper	=	overrijp
overrijpere	=	overrijp
overrijpers	=	overrijp
overrijps	=	overrijp
overrijpst	=	overrijp
overrijpste	=	overrijp
overroei	=	overroeien
overroeide	=	overroeien
overroeiden	=	overroeien
overroeie	=	overroeien
overroeien	verb	door roeien overvaren
overroeiend	=	overroeien
overroeiende	=	overroeien
overroeit	=	overroeien
overroep	=	overroepen
overroepe	=	overroepen
overroepen	verb	overdreven prijzen
overroepend	=	overroepen
overroepende	=	overroepen
overroept	=	overroepen
overrompel	=	overrompelen
overrompeld	=	overrompelen
overrompelde	=	overrompelen
overrompelden	=	overrompelen
overrompele	=	overrompelen
overrompelen	verb	plotseling en onverwachts iemand ergens mee verrassen (kan zijn met iets vervelends maar ook met iets fijns)
overrompelend	adj	zeer indrukwekkend
overrompelende	=	overrompelen
overrompelender	=	overrompelend
overrompelendere	=	overrompelend
overrompelenders	=	overrompelend
overrompelends	=	overrompelend
overrompelendst	=	overrompelend
overrompelendste	=	overrompelend
overrompeling	noun	een plotselinge gebeurtenis waar men niet op voorbereid was
overrompelingen	=	overrompeling
overrompelingetje	=	overrompeling
overrompelingetjes	=	overrompeling
overrompelingstactiek	noun	methode om een strijd te winnen: in één keer met een verbazend grote overmacht de tegenstander aanvallen zodat deze niet meer in staat is zich te verdedigen
overrompelingstactieken	=	overrompelingstactiek
overrompelingstactiekje	=	overrompelingstactiek
overrompelingstactiekjes	=	overrompelingstactiek
overrompelinkje	=	overrompeling
overrompelt	=	overrompelen
overrule	=	overrulen
overruled	=	overrulen
overrulede	=	overrulen
overruleden	=	overrulen
overrulen	verb	naast zich neer leggen of tenietdoen van een eerdere uitspraak of beslissing die gedaan was door een lagere macht
overrulend	=	overrulen
overrulende	=	overrulen
overrulet	=	overrulen
overríjden	=	overrijden
overs	=	over
overschaduw	=	overschaduwen
overschaduwd	=	overschaduwen
overschaduwde	=	overschaduwen
overschaduwden	=	overschaduwen
overschaduwe	=	overschaduwen
overschaduwen	verb	iets domineren, naar de achtergrond drukken
overschaduwend	=	overschaduwen
overschaduwende	=	overschaduwen
overschaduwt	=	overschaduwen
overschakel	=	overschakelen
overschakelde	=	overschakelen
overschakelden	=	overschakelen
overschakele	=	overschakelen
overschakelen	verb	een andere verbinding opzetten
overschakelend	=	overschakelen
overschakelende	=	overschakelen
overschakeling	noun	bewust gemaakte overgang naar een duidelijk verschillende toestand
overschakelingen	=	overschakeling
overschakelt	=	overschakelen
overschat	=	overschatten
overschatte	=	overschatten
overschatten	verb	iets groter of van groter belang inschatten dan het in werkelijkheid blijkt
overschattend	=	overschatten
overschattende	=	overschatten
overschatting	noun	het overschatten
overschattingen	=	overschatting
overscheep	=	overschepen
overscheept	=	overschepen
overscheepte	=	overschepen
overscheepten	=	overschepen
overschenk	=	overschenken
overschenke	=	overschenken
overschenken	verb	van de ene houder in de andere schenken
overschenkend	=	overschenken
overschenkende	=	overschenken
overschenkt	=	overschenken
overschep	=	overscheppen
overschepe	=	overschepen
overschepen	verb	van het ene schip in het andere brengen
overschepend	=	overschepen
overschepende	=	overschepen
overscheppe	=	overscheppen
overscheppen	verb	met een schop iets van de ene naar de andere plaats brengen
overscheppend	=	overscheppen
overscheppende	=	overscheppen
overschept	=	overscheppen
overschepte	=	overscheppen
overschepten	=	overscheppen
overschierig	adj	overtollig
overschiet	=	overschieten
overschiete	=	overschieten
overschieten	verb	overblijven
overschietend	=	overschieten
overschietende	=	overschieten
overschilder	=	overschilderen
overschilderbaar	adj	te schilderen
overschilderbaarder	=	overschilderbaar
overschilderbaardere	=	overschilderbaar
overschilderbaarders	=	overschilderbaar
overschilderbaars	=	overschilderbaar
overschilderbaarst	=	overschilderbaar
overschilderbaarste	=	overschilderbaar
overschilderbare	=	overschilderbaar
overschilderd	=	overschilderen
overschilderde	=	overschilderen
overschilderden	=	overschilderen
overschildere	=	overschilderen
overschilderen	verb	opnieuw schilderen
overschilderend	=	overschilderen
overschilderende	=	overschilderen
overschildert	=	overschilderen
overschoen	noun	een (vaak rubberen) schoen die ter bescherming tegen nat en vuil over een andere wordt aangetrokken
overschoenen	=	overschoen
overschoentje	=	overschoen
overschoentjes	=	overschoen
overscholing	noun	het meer geschoold zijn dan voor de uitoefening van een bepaalde functie noodzakelijk is
overscholingen	=	overscholing
overschonk	=	overschenken
overschonken	=	overschenken
overschoot	=	overschieten
overschort	noun	schort dat over een ander gedragen wordt
overschorten	=	overschort
overschot	noun	wat er overblijft, de rest
overschotdoos	noun	doos waarin de resten van een restaurantmaaltijd gestopt kunnen worden die de gasten later thuis kunnen opeten
overschotdoosje	=	overschotdoos
overschotdoosjes	=	overschotdoos
overschotdozen	=	overschotdoos
overschoten	=	overschieten
overschotje	=	overschot
overschotjes	=	overschot
overschotprobleem	noun	moeilijkheid die ontstaat door overproductie of overaanbod
overschotproblemen	=	overschotprobleem
overschotten	=	overschot
overschouw	=	overschouwen
overschouwd	=	overschouwen
overschouwde	=	overschouwen
overschouwden	=	overschouwen
overschouwe	=	overschouwen
overschouwen	verb	vanaf een hoogte alles kunnen zien
overschouwend	=	overschouwen
overschouwende	=	overschouwen
overschouwt	=	overschouwen
overschrede	=	overschrijden
overschreden	=	overschrijden
overschreed	=	overschrijden
overschreedt	=	overschrijden
overschreef	=	overschrijven
overschreeft	=	overschrijven
overschreeuw	=	overschreeuwen
overschreeuwd	=	overschreeuwen
overschreeuwde	=	overschreeuwen
overschreeuwden	=	overschreeuwen
overschreeuwe	=	overschreeuwen
overschreeuwen	verb	harder schreeuwen dan iets of iemand (om er bovenuit te komen)
overschreeuwend	=	overschreeuwen
overschreeuwende	=	overschreeuwen
overschreeuwt	=	overschreeuwen
overschreve	=	overschrijven
overschreven	=	overschrijven
overschrijd	=	overschrijden
overschrijde	=	overschrijden
overschrijden	verb	de overzijde van een grens betreden
overschrijdend	=	overschrijden
overschrijdende	=	overschrijden
overschrijding	noun	het overschrijden
overschrijdingen	=	overschrijding
overschrijdinkje	=	overschrijding
overschrijdinkjes	=	overschrijding
overschrijdt	=	overschrijden
overschrijf	=	overschrijven
overschrijft	=	overschrijven
overschrijve	=	overschrijven
overschrijven	verb	al schrijvend kopiëren.
overschrijvend	=	overschrijven
overschrijvende	=	overschrijven
overschrijving	noun	girale overboeking van geld (via de bank)
overschrijvingen	=	overschrijving
overschrijvingskosten	noun	geld dat men moet betalen als men geld van de ene naar de andere rekening overmaakt
overschrijvinkje	=	overschrijving
overschrijvinkjes	=	overschrijving
overschréven	=	overschrijven
overschrééf	=	overschrijven
overschríj́ven	=	overschrijven
overschátten	=	overschatten
oversekst	adj	teveel beheerst worden door seksuele lustgevoelens
oversekste	=	oversekst
oversekster	=	oversekst
oversekstere	=	oversekst
overseksters	=	oversekst
overseksts	=	oversekst
oversekstst	=	oversekst
oversekstste	=	oversekst
oversized	adj	bewust een te grote maat hebbend met name van kleding maar ook van bijvoorbeeld auto's
oversizede	=	oversized
oversizeds	=	oversized
oversla	=	overslaan
overslaan	verb	een beurt doen missen
overslaand	=	overslaan
overslaap	=	overslapen
overslaapt	=	overslapen
overslaat	=	overslaan
overslag	noun	turnoefening
overslagcentra	=	overslagcentrum
overslagcentrum	noun	plaats waar goederen van het ene naar het andere vervoersmiddel worden overgeladen
overslagcentrums	=	overslagcentrum
overslagen	=	overslag
overslaghaven	noun	haven waar goederen van het ene naar het andere schip worden overgeheveld (met name van zeeschepen naar binnenvaartschepen en andersom)
overslaghavens	=	overslaghaven
overslaghaventje	=	overslaghaven
overslaghaventjes	=	overslaghaven
overslagje	=	overslag
overslagjes	=	overslag
overslagplaats	noun	plaats waar goederen van het ene transportmedium op het andere overgebracht worden
overslagplaatsen	=	overslagplaats
overslape	=	overslapen
overslapen	verb	niet op tijd wakker worden
overslapend	=	overslapen
overslapende	=	overslapen
overslapens	=	overslapen
oversliep	=	overslapen
oversliepe	=	overslapen
oversliepen	=	overslapen
oversliept	=	overslapen
oversloeg	=	overslaan
oversloege	=	overslaan
oversloegen	=	overslaan
oversloegt	=	overslaan
oversloot	=	oversluiten
oversloten	=	oversluiten
oversluit	=	oversluiten
oversluite	=	oversluiten
oversluiten	verb	het opnieuw afsluiten van een hypothecaire lening, al dan niet bij een andere geldverstrekker
oversluitend	=	oversluiten
oversluitende	=	oversluiten
oversnede	=	oversnijden
oversneden	=	oversnijden
oversneed	=	oversnijden
oversneedt	=	oversnijden
oversnij	=	oversnijden
oversnijd	=	oversnijden
oversnijde	=	oversnijden
oversnijden	verb	helemaal over een oppervlakte snijden
oversnijdend	=	oversnijden
oversnijdende	=	oversnijden
oversnijdt	=	oversnijden
overspan	=	overspannen
overspande	=	overspannen
overspanden	=	overspannen
overspanne	=	overspannen
overspannen	adj	ziek door een te zware belasting op geestelijk vlak	verb	voor een ander voertuig vastmaken
overspannend	=	overspannen
overspannende	=	overspannen
overspannener	=	overspannen
overspanneners	=	overspannen
overspannenheid	noun	een gemoedstoestand die ontstaat als iemand te lang gespannen is geweest en niet meer voldoende tot rust kan komen
overspannens	=	overspannen
overspannenst	=	overspannen
overspannenste	=	overspannen
overspanning	noun	constructie die de ruimte tussen steunpunten overdekt, bijvoorbeeld een gewelf een kap of een brug
overspanningen	=	overspanning
overspanningsbeveiliging	noun	onderdeel dat een te hoge stroom die tot schade aan een installatie zou leiden, blokkeert
overspanningsbeveiligingen	=	overspanningsbeveiliging
overspanningsbeveiligingetje	=	overspanningsbeveiliging
overspanningsbeveiligingetjes	=	overspanningsbeveiliging
overspanninkje	=	overspanning
overspanninkjes	=	overspanning
overspant	=	overspannen
overspeel	=	overspelen
overspeeld	=	overspelen
overspeelde	=	overspelen
overspeelden	=	overspelen
overspeelt	=	overspelen
overspel	noun	in een huwelijk of vaste relatie toch seks hebben met een ander dan de echtgenoot of vaste partner
overspele	=	overspelen
overspelen	verb	nog een keer spelen
overspelend	=	overspelen
overspelende	=	overspelen
overspelig	adj	seks hebbend met iemand anders dan je wettige partner
overspelige	=	overspelig
overspeliger	=	overspelig
overspeligere	=	overspelig
overspeligers	=	overspelig
overspeligs	=	overspelig
overspeligst	=	overspelig
overspeligste	=	overspelig
overspoel	=	overspoelen
overspoeld	adj	helemaal met vloeistof bedekt
overspoelde	=	overspoelen
overspoelden	=	overspoelen
overspoelds	=	overspoeld
overspoele	=	overspoelen
overspoelen	verb	iets met te veel vullen
overspoelend	=	overspoelen
overspoelende	=	overspoelen
overspoelt	=	overspoelen
overspraak	noun	elektromagnetische interferentie tussen verschillende signalen, bijvoorbeeld tussen het linkerkanaal en rechterkanaal van een stereosignaal
overspraken	=	overspraak
overspring	=	overspringen
overspringe	=	overspringen
overspringen	verb	van het een op het andere springen
overspringend	=	overspringen
overspringende	=	overspringen
overspringt	=	overspringen
oversprong	noun	met een sprong op iets anders overgaan
oversprongen	=	overspringen
overspruitelijk	adj	besmettelijk
overspruitelijke	=	overspruitelijk
overspruitelijker	=	overspruitelijk
overspruitelijkere	=	overspruitelijk
overspruitelijkers	=	overspruitelijk
overspruitelijks	=	overspruitelijk
overspruitelijkst	=	overspruitelijk
overspruitelijkste	=	overspruitelijk
overspánning	=	overspanning
overspélen	=	overspelen
oversta	=	overstaan
overstaakt	=	oversteken
overstaan	verb	tegenover iets staan
overstaand	=	overstaan
overstaat	=	overstaan
overstag	adv	door de wind, over de andere boeg
overstak	=	oversteken
overstake	=	oversteken
overstaken	=	oversteken
overstand	noun	een betalingsachterstand bij het terugbetalen van een lening van minder dan een volledige termijn
overstanden	=	overstand
overstandje	=	overstand
overstandjes	=	overstand
overstap	noun	handeling van over iets heen te stappen
overstapje	=	overstap
overstapjes	=	overstap
overstapkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen of geld dat men misloopt als met iets verandert
overstapkosten	noun	geld dat men moet betalen of geld dat men misloopt als met iets verandert
overstappe	=	overstappen
overstappen	verb	met een ander (openbaar) vervoermiddel de reis vervolgen
overstappend	=	overstappen
overstappende	=	overstappen
overstapper	noun	reiziger die van het ene naar het andere vervoermiddel overstapt
overstappers	=	overstapper
overstapplaats	noun	plek waar men kan overstappen
overstapplaatsen	=	overstapplaats
overstapt	=	overstappen
overstapte	=	overstappen
overstapten	=	overstappen
overstaptijd	noun	de tijdsspanne die men heeft om met een ander (openbaar) vervoermiddel de reis te vervolgen
overstaptijden	=	overstaptijd
overste	noun	iemand die de hoogste leiding van iets heeft
oversteeg	=	overstijgen
oversteegt	=	overstijgen
oversteek	noun	het oversteken van de ene plaats naar de andere
oversteekje	=	oversteek
oversteekjes	=	oversteek
oversteekplaats	noun	plaats waar voetgangers veilig een weg kunnen overgaan en waar het verkeer voor hen moeten stoppen
oversteekplaatsen	=	oversteekplaats
oversteekplaatsje	=	oversteekplaats
oversteekplaatsjes	=	oversteekplaats
oversteekt	=	oversteken
overstege	=	overstijgen
overstegen	=	overstijgen
overstek	noun	overhangend uitsteeksel
oversteke	=	oversteken
oversteken	verb	doorkruisen om de overzijde te bereiken
overstekend	adj	van de ene naar de andere kant van een weg gaand
overstekende	=	oversteken
overstekends	=	overstekend
overstekje	=	overstek
overstekjes	=	overstek
overstekken	=	overstek
overstelp	=	overstelpen
overstelpe	=	overstelpen
overstelpen	verb	overladen met allerlei zaken
overstelpend	=	overstelpen
overstelpende	=	overstelpen
overstelpt	=	overstelpen
overstelpte	=	overstelpen
overstelpten	=	overstelpen
overstem	=	overstemmen
overstemd	=	overstemmen
overstemde	=	overstemmen
overstemden	=	overstemmen
overstemme	=	overstemmen
overstemmen	verb	zijn stem bij een verkiezing nogmaals uitbrengen
overstemmend	=	overstemmen
overstemmende	=	overstemmen
overstemt	=	overstemmen
oversten	=	overste
oversterfte	noun	de mate waarin het gebruikelijke sterftecijfer in een bepaalde periode overschreden wordt
oversterften	=	oversterfte
oversterftes	=	oversterfte
oversterk	adj	heel erg krachtig
oversterke	=	oversterk
oversterker	=	oversterk
oversterkere	=	oversterk
oversterkers	=	oversterk
oversterks	=	oversterk
oversterkst	=	oversterk
oversterkste	=	oversterk
overstijg	=	overstijgen
overstijge	=	overstijgen
overstijgen	verb	verder gaan dan een tevoren bepaalde grens
overstijgend	=	overstijgen
overstijgende	=	overstijgen
overstijging	noun	het overstijgen
overstijgingen	=	overstijging
overstijginkje	=	overstijging
overstijginkjes	=	overstijging
overstijgt	=	overstijgen
overstil	adj	heel erg geruisloos
overstille	=	overstil
overstiller	=	overstil
overstillere	=	overstil
overstillers	=	overstil
overstils	=	overstil
overstilst	=	overstil
overstilste	=	overstil
overstond	=	overstaan
overstonden	=	overstaan
overstondt	=	overstaan
overstort	noun	plaats waar het water van een kanaal, naar een lager gelegen water kan lopen
overstorte	=	overstorten
overstorten	verb	helemaal naar voren vallen
overstortend	=	overstorten
overstortende	=	overstorten
overstortte	=	overstorten
overstortten	=	overstorten
overstrome	=	overstromen
overstromen	verb	het tot over de rand gevuld raken van een vat.
overstromend	=	overstromen
overstromende	=	overstromen
overstromens	noun	genitief van overstromen
overstroming	noun	het binnenlopen van water in doorgaans droog gebied
overstromingen	=	overstroming
overstromingsgebied	noun	het gebied dat overstroomd wordt
overstromingsgebieden	=	overstromingsgebied
overstromingsgebiedje	=	overstromingsgebied
overstromingsgebiedjes	=	overstromingsgebied
overstrominkje	=	overstroming
overstrominkjes	=	overstroming
overstroom	=	overstromen
overstroomd	=	overstromen
overstroomde	=	overstromen
overstroomden	=	overstromen
overstroomt	=	overstromen
overstrómen	=	overstromen
oversture	=	oversturen
oversturen	verb	met een vaartuig naar de overkant varen
oversturend	=	oversturen
oversturende	=	oversturen
overstuur	adj	emotioneel aangedaan
overstuurd	adj	vervormd klinkend door een te hoog geluidsvolume
overstuurde	=	oversturen
overstuurden	=	oversturen
overstuurder	=	overstuurd
overstuurdere	=	overstuurd
overstuurders	=	overstuurd
overstuurds	=	overstuurd
overstuurdst	=	overstuurd
overstuurdste	=	overstuurd
overstuurst	=	overstuur
overstuurt	=	oversturen
overstórten	=	overstorten
overstúren	=	oversturen
overtal	noun	spelsituatie waarbij het ene team met meer spelers speelt dan het andere team
overtallen	=	overtal
overtallig	adj	iets waarvan men een groter aantal heeft dan men nodig heeft; te veel
overtallige	=	overtallig
overtalliger	=	overtallig
overtalligere	=	overtallig
overtalligers	=	overtallig
overtalligs	=	overtallig
overtalligst	=	overtallig
overtalligste	=	overtallig
overtap	=	overtappen
overtappe	=	overtappen
overtappen	verb	een vloeistof van het ene naar het andere opslagvat laten stromen
overtappend	=	overtappen
overtappende	=	overtappen
overtapt	=	overtappen
overtapte	=	overtappen
overtapten	=	overtappen
overteken	=	overtekenen
overtekend	=	overtekenen
overtekende	=	overtekenen
overtekenden	=	overtekenen
overtekene	=	overtekenen
overtekenen	verb	met behulp van half doorschijnend papier of projectie een afbeelding als tekening kopiëren, natekenen
overtekenend	=	overtekenen
overtekenende	=	overtekenen
overtekent	=	overtekenen
overtijd	noun	meer dan verwachte of gebruikelijke tijd
overtijdbehandeling	noun	zeer vroege, poliklinische zwangerschapsafbreking (abortus) die wordt uitgevoerd tot 16 dagen nadat je eigenlijk ongesteld had moeten worden.
overtijdbehandelingen	=	overtijdbehandeling
overtijdbehandelingetje	=	overtijdbehandeling
overtijdbehandelingetjes	=	overtijdbehandeling
overtijdje	=	overtijd
overtijdjes	=	overtijd
overtijdpil	noun	pil waarmee een aantal weken na de eventuele bevruchting de menstruatie alsnog kan worden opgewekt en een zwangerschap afgebroken
overtijdpillen	=	overtijdpil
overtijdsbehandeling	noun	zeer vroege, poliklinische zwangerschapsafbreking (abortus) die wordt uitgevoerd tot 16 dagen nadat je eigenlijk ongesteld had moeten worden.
overtijdsbehandelingen	=	overtijdsbehandeling
overtijdsbehandelingetje	=	overtijdsbehandeling
overtijdsbehandelingetjes	=	overtijdsbehandeling
overtime	noun	extra speeltijd
overtocht	noun	een reis over het water om van het ene stuk land naar het andere stuk land te gaan om daarna de reis over land weer voort te kunnen zetten
overtochten	=	overtocht
overtochtje	=	overtocht
overtochtjes	=	overtocht
overtoerisme	noun	het teveel aan toeristische activiteiten of toeristen in een plaats
overtollig	adj	wat in te ruime mate aanwezig is
overtollige	=	overtollig
overtolliger	=	overtollig
overtolligere	=	overtollig
overtolligers	=	overtollig
overtolligs	=	overtollig
overtolligst	=	overtollig
overtolligste	=	overtollig
overtomen	=	overtoom
overtoom	noun	dam met glooiende hellingen, waar kleine schepen overheen getrokken kunnen worden van de ene vaart in de andere
overtoompje	=	overtoom
overtraadt	=	overtreden
overtrad	=	overtreden
overtrade	=	overtreden
overtraden	=	overtreden
overtraind	adj	uitgeput door teveel trainingsarbeid
overtrainde	=	overtraind
overtrainder	=	overtraind
overtraindere	=	overtraind
overtrainders	=	overtraind
overtrainds	=	overtraind
overtraindst	=	overtraind
overtraindste	=	overtraind
overtrede	=	overtreden
overtreden	verb	bepaalde denkbeeldige of daadwerkelijke lijnen te buiten gaan
overtredend	=	overtreden
overtredende	=	overtreden
overtredens	=	overtreden
overtreder	noun	iemand de de grenzen door de wet gesteld over gaat
overtreders	=	overtreder
overtreding	noun	een relatief licht strafbaar feit (Nederlands recht)
overtredingen	=	overtreding
overtredinkje	=	overtreding
overtredinkjes	=	overtreding
overtreed	=	overtreden
overtreedt	=	overtreden
overtref	=	overtreffen
overtreffe	=	overtreffen
overtreffen	verb	een voorheen behaald niveau te boven gaan
overtreffend	adj	ergens overheen gaande
overtreffende	=	overtreffend
overtreffends	=	overtreffend
overtreft	=	overtreffen
overtrek	noun	een stuk stof dat aangebracht wordt als bedekking van iets, bijvoorbeeld een meubelstuk
overtrekje	=	overtrek
overtrekjes	=	overtrek
overtrekke	=	overtrekken
overtrekken	verb	een nieuwe stoffen bekleding aanbrengen
overtrekkend	=	overtrekken
overtrekkende	=	overtrekken
overtrekt	=	overtrekken
overtroef	=	overtroeven
overtroefd	=	overtroeven
overtroefde	=	overtroeven
overtroefden	=	overtroeven
overtroeft	=	overtroeven
overtroeve	=	overtroeven
overtroeven	verb	nadat iemand een troefkaart gespeeld heeft, een hogere kaart spelen
overtroevend	=	overtroeven
overtroevende	=	overtroeven
overtrof	=	overtreffen
overtroffe	=	overtreffen
overtroffen	=	overtreffen
overtroft	=	overtreffen
overtrok	=	overtrekken
overtrokke	=	overtrekken
overtrokken	=	overtrekken
overtrokt	=	overtrekken
overtrouw	=	overtrouwen
overtrouwde	=	overtrouwen
overtrouwden	=	overtrouwen
overtrouwe	=	overtrouwen
overtrouwen	verb	opnieuw in de kerk trouwen na de sluiting van het burgerlijk huwelijk, opnieuw voor een andere geestelijke van een ander geloof trouwen
overtrouwend	=	overtrouwen
overtrouwende	=	overtrouwen
overtrouwt	=	overtrouwen
overtrékken	=	overtrekken
overtuig	=	overtuigen
overtuigd	adj	met te veel zeil voor de weersomstandigheden
overtuigde	=	overtuigen
overtuigden	=	overtuigen
overtuigder	=	overtuigd
overtuigdere	=	overtuigd
overtuigders	=	overtuigd
overtuigds	=	overtuigd
overtuigdst	=	overtuigd
overtuigdste	=	overtuigd
overtuige	=	overtuigen
overtuigen	verb	met argumenten tot andere visies brengen
overtuigend	adj	zodanig dat men overtuigd wordt; zodanig dat men de inhoud accepteert als de waarheid
overtuigende	=	overtuigen
overtuigender	=	overtuigend
overtuigendere	=	overtuigend
overtuigenders	=	overtuigend
overtuigends	=	overtuigend
overtuigendst	=	overtuigend
overtuigendste	=	overtuigend
overtuiging	noun	sterke mening of geloof
overtuigingen	=	overtuiging
overtuigingskracht	noun	vermogen om anderen tot jouw opvatting te brengen Het woord kan zowel op personen als argumenten betrekking hebben.
overtuigingskrachten	=	overtuigingskracht
overtuiginkje	=	overtuiging
overtuiginkjes	=	overtuiging
overtuigt	=	overtuigen
overtyp	=	overtypen
overtype	=	overtypen
overtypen	verb	een tekst kopiëren met een schrijfmachine
overtypend	=	overtypen
overtypende	=	overtypen
overtypt	=	overtypen
overtypte	=	overtypen
overtypten	=	overtypen
overtúígen	=	overtuigen
overuren	=	overuur
overurenvergoeding	noun	compensatie die een werknemer ontvangt voor het werken van uren die bovenop de contractueel vastgelegde arbeidsduur komen.
overurenvergoedingen	=	overurenvergoeding
overurenvergoedinkje	=	overurenvergoeding
overurenvergoedinkjes	=	overurenvergoeding
overuur	noun	de tijd die men langer werkt dan waarvoor men is aangenomen
overuurtje	=	overuur
overuurtjes	=	overuur
overvaar	=	overvaren
overvaart	noun	het overvaren
overvaarten	=	overvaart
overval	noun	plotselinge aanval, gewoonlijk van misdadige aard
overvalle	=	overvallen
overvallen	verb	naar een bepaalde kant vallen.
overvallend	=	overvallen
overvallende	=	overvallen
overvallens	=	overvallen
overvaller	noun	iemand die mensen, banken of winkels berooft
overvallers	=	overvaller
overvallertje	=	overvaller
overvallertjes	=	overvaller
overvalletje	=	overval
overvalletjes	=	overval
overvalt	=	overvallen
overvaltactiek	noun	door een plotselinge, onverwachte handeling proberen een doel te bereiken
overvaltactieken	=	overvaltactiek
overvaltactiekje	=	overvaltactiek
overvaltactiekjes	=	overvaltactiek
overvaltechniek	noun	het door zeer opdringerig gedrag iemand uit zijn evenwicht brengen
overvaltechnieken	=	overvaltechniek
overvaltechniekje	=	overvaltechniek
overvaltechniekjes	=	overvaltechniek
overvalwagen	noun	een wagen van de politie waarmee een groep agenten snel naar de plaats van handeling gebracht kan worden
overvalwagens	=	overvalwagen
overvalwagentje	=	overvalwagen
overvalwagentjes	=	overvalwagen
overvare	=	overvaren
overvaren	verb	varend zich naar de overzijde begeven
overvarend	=	overvaren
overvarende	=	overvaren
overveeg	=	overvegen
overvegen	verb	door een schuivende beweɡinɡ van een borstel, bezem of hand naar een andere plaats brenɡen
oververhit	adj	overspannen
oververhits	=	oververhit
oververhitst	=	oververhit
oververhitste	=	oververhit
oververhitte	=	oververhit
oververhitten	verb	boven het gewone verhitten
oververhittend	=	oververhitten
oververhittende	=	oververhitten
oververhitter	=	oververhit
oververhittere	=	oververhit
oververhitters	=	oververhit
oververhitting	noun	te grote verhitting
oververhittingen	=	oververhitting
oververmoei	=	oververmoeien
oververmoeid	adj	te vermoeid, zo vermoeid dat het niet meer gezond is
oververmoeide	=	oververmoeid
oververmoeiden	=	oververmoeien
oververmoeider	=	oververmoeid
oververmoeidere	=	oververmoeid
oververmoeiders	=	oververmoeid
oververmoeidheid	noun	het te moe zijn
oververmoeids	=	oververmoeid
oververmoeidst	=	oververmoeid
oververmoeidste	=	oververmoeid
oververmoeie	=	oververmoeien
oververmoeien	verb	te veel vermoeien
oververmoeiend	=	oververmoeien
oververmoeiende	=	oververmoeien
oververmoeit	=	oververmoeien
oververtegenwoordigd	adj	dat een bepaalde groep van de bevolking vaker een bepaald kenmerk heeft dan leden van de rest van de bevolking
oververtegenwoordigde	=	oververtegenwoordigd
oververtegenwoordigder	=	oververtegenwoordigd
oververtegenwoordigdere	=	oververtegenwoordigd
oververtegenwoordigders	=	oververtegenwoordigd
oververtegenwoordigds	=	oververtegenwoordigd
oververtegenwoordigdst	=	oververtegenwoordigd
oververtegenwoordigdste	=	oververtegenwoordigd
oververtegenwoordiging	noun	meer voorkomend dan men op grond van de grootte van een groep zou verwachten
oververtegenwoordigingen	=	oververtegenwoordiging
oververtegenwoordigingetje	=	oververtegenwoordiging
oververtegenwoordigingetjes	=	oververtegenwoordiging
oververtel	=	oververtellen
oververteld	=	oververtellen
oververtelde	=	oververtellen
oververtelden	=	oververtellen
oververtelle	=	oververtellen
oververtellen	verb	iets aan anderen vertellen; het gehoorde doorvertellen aan anderen
oververtellend	=	oververtellen
oververtellende	=	oververtellen
oververtelt	=	oververtellen
oververzadig	=	oververzadigen
oververzadigd	adj	meer dan verzadigd
oververzadigde	=	oververzadigd
oververzadigden	=	oververzadigen
oververzadigds	=	oververzadigd
oververzadige	=	oververzadigen
oververzadigen	verb	meer dan verzadigen
oververzadigend	=	oververzadigen
oververzadigende	=	oververzadigen
oververzadiging	noun	een toestand waarin iets meer van een bepaalde stof of prikkel bevat dan onder normale omstandigheden mogelijk is.
oververzadigingen	=	oververzadiging
oververzadigingetje	=	oververzadiging
oververzadigingetjes	=	oververzadiging
oververzadigt	=	oververzadigen
overvet	adj	met te veel vet
overvets	=	overvet
overvette	=	overvet
overviel	=	overvallen
overviele	=	overvallen
overvielen	=	overvallen
overvielt	=	overvallen
overvleugel	=	overvleugelen
overvleugeld	=	overvleugelen
overvleugelde	=	overvleugelen
overvleugelden	=	overvleugelen
overvleugele	=	overvleugelen
overvleugelen	verb	in belang of grootte te boven groeien
overvleugelend	=	overvleugelen
overvleugelende	=	overvleugelen
overvleugelt	=	overvleugelen
overvlieg	=	overvliegen
overvliege	=	overvliegen
overvliegen	verb	ergens overheen vliegen
overvliegend	=	overvliegen
overvliegende	=	overvliegen
overvliegt	=	overvliegen
overvloed	noun	het voorhanden zijn van meer dan voldoende van iets
overvloede	=	overvloed
overvloeden	=	overvloed
overvloedig	adj	in ruime hoeveelheid aanwezig
overvloedige	=	overvloedig
overvloediger	=	overvloedig
overvloedigere	=	overvloedig
overvloedigers	=	overvloedig
overvloediglijk	adj	in ruime mate; meer dan voldoende
overvloediglijke	=	overvloediglijk
overvloediglijker	=	overvloediglijk
overvloediglijkere	=	overvloediglijk
overvloediglijkers	=	overvloediglijk
overvloediglijks	=	overvloediglijk
overvloediglijkst	=	overvloediglijk
overvloediglijkste	=	overvloediglijk
overvloedigs	=	overvloedig
overvloedigst	=	overvloedig
overvloedigste	=	overvloedig
overvloedje	=	overvloed
overvloeds	=	overvloed
overvloei	=	overvloeien
overvloeide	=	overvloeien
overvloeiden	=	overvloeien
overvloeie	=	overvloeien
overvloeien	verb	een overvloed hebben van
overvloeiend	=	overvloeien
overvloeiende	=	overvloeien
overvloeier	noun	video/film overgang tussen twee shots, waarbij een shot langzaam verdwijnt (slechter zichtbaar wordt), terwijl het nieuwe shot steeds helderder wordt
overvloeiers	=	overvloeier
overvloeit	=	overvloeien
overvloge	=	overvliegen
overvlogen	=	overvliegen
overvloog	=	overvliegen
overvloogt	=	overvliegen
overvoederen	=	overvoeren
overvoeding	noun	inname van meer calorieën (via voedsel, snoepen, snacks, dranken, etc.) dan het lichaam verbrandt als gevolg van de basis-stofwisseling (in rust) en psychische en lichamelijke inspanning.
overvoedingen	=	overvoeding
overvoedinkje	=	overvoeding
overvoedinkjes	=	overvoeding
overvoer	=	overvaren
overvoerd	=	overvoeren
overvoerde	=	overvoeren
overvoerden	=	overvoeren
overvoere	=	overvoeren
overvoeren	verb	opnieuw voeren
overvoerend	=	overvoeren
overvoerende	=	overvoeren
overvoert	=	overvoeren
overvol	adj	meer dan vol, te vol
overvolle	=	overvol
overvoller	=	overvol
overvollere	=	overvol
overvollers	=	overvol
overvols	=	overvol
overvolst	=	overvol
overvolste	=	overvol
overvraag	=	overvragen
overvraagd	=	overvragen
overvraagde	=	overvragen
overvraagden	=	overvragen
overvraagt	=	overvragen
overvrage	=	overvragen
overvragen	verb	te veel vragen
overvragend	=	overvragen
overvragende	=	overvragen
overvraging	noun	dat er meer van iemand wordt gevraagd (qua taken, verantwoordelijkheden of cognitief vermogen) dan hij of zij redelijkerwijs aankan.
overvragingen	=	overvraging
overvraginkje	=	overvraging
overvraginkjes	=	overvraging
overvrat	=	overvreten
overvrate	=	overvreten
overvraten	=	overvreten
overvreet	=	overvreten
overvrete	=	overvreten
overvreten	verb	zich ~ vreten totdat men er last van krijgt
overvretend	=	overvreten
overvretende	=	overvreten
overvriendelijk	adj	uiterst of al te vriendelijk
overvriendelijke	=	overvriendelijk
overvriendelijker	=	overvriendelijk
overvriendelijkere	=	overvriendelijk
overvriendelijkers	=	overvriendelijk
overvriendelijks	=	overvriendelijk
overvriendelijkst	=	overvriendelijk
overvriendelijkste	=	overvriendelijk
overvroeg	=	overvragen
overvroege	=	overvragen
overvroegen	=	overvragen
overvroegt	=	overvragen
overwaai	=	overwaaien
overwaaide	=	overwaaien
overwaaiden	=	overwaaien
overwaaie	=	overwaaien
overwaaien	verb	van elders komen
overwaaiend	=	overwaaien
overwaaiende	=	overwaaien
overwaait	=	overwaaien
overwaard	adj	ten volle waard
overwaarde	noun	hogere waarde dan nodig of dan normaal
overwaardeer	=	overwaarderen
overwaardeerd	=	overwaarderen
overwaardeerde	=	overwaarderen
overwaardeerden	=	overwaarderen
overwaardeert	=	overwaarderen
overwaarden	=	overwaarde
overwaardere	=	overwaarderen
overwaarderen	verb	aan iets een te hoge geldelijke waarde geven
overwaarderend	=	overwaarderen
overwaarderende	=	overwaarderen
overwaardes	=	overwaarde
overwaardetje	=	overwaarde
overwaardetjes	=	overwaarde
overwaards	=	overwaard
overwal	noun	de wal aan de overkant
overwallen	=	overwal
overwalletje	=	overwal
overwalletjes	=	overwal
overweeg	=	overwegen
overweegbaar	adj	de moeite waard om over na te denken
overweegbaarder	=	overweegbaar
overweegbaardere	=	overweegbaar
overweegbaarders	=	overweegbaar
overweegbaars	=	overweegbaar
overweegbaarst	=	overweegbaar
overweegbaarste	=	overweegbaar
overweegbare	=	overweegbaar
overweegt	=	overwegen
overweg	noun	een kruising van een weg met een spoorbaan.	adv	~ kunnen met: goed kunnen opschieten met iemand.
overwege	=	overwegen
overwegen	verb	de voor- en nadelen bezien alvorens een beslissing te nemen.
overwegend	adj	voor het grootste gedeelte
overwegende	=	overwegen
overwegender	=	overwegend
overwegendere	=	overwegend
overwegenders	=	overwegend
overwegends	=	overwegend
overwegendst	=	overwegend
overwegendste	=	overwegend
overweggetje	=	overweg
overweggetjes	=	overweg
overweging	noun	beoordeling van argumenten, ergens over nadenken om tot een beslissing te komen
overwegingen	=	overweging
overweginkje	=	overweging
overweginkjes	=	overweging
overwegje	=	overweg
overwegjes	=	overweg
overwegwachter	noun	persoon die de overweg van een spoorweg bewaakt
overwegwachters	=	overwegwachter
overweldig	=	overweldigen
overweldigd	=	overweldigen
overweldigde	=	overweldigen
overweldigden	=	overweldigen
overweldige	=	overweldigen
overweldigen	verb	met geweld onderwerpen
overweldigend	adj	indrukwekkend, imponerend, doorslaand
overweldigende	=	overweldigend
overweldigender	=	overweldigend
overweldigendere	=	overweldigend
overweldigenders	=	overweldigend
overweldigends	=	overweldigend
overweldigendst	=	overweldigend
overweldigendste	=	overweldigend
overweldiger	noun	iemand die zich met geweld iets toe-eigent
overweldigers	=	overweldiger
overweldiging	noun	gewelddadige onderwerping
overweldigingen	=	overweldiging
overweldigingetje	=	overweldiging
overweldigingetjes	=	overweldiging
overweldigt	=	overweldigen
overwelf	=	overwelven
overwelfd	=	overwelven
overwelfde	=	overwelven
overwelfden	=	overwelven
overwelft	=	overwelven
overwelm	=	overwelmen
overwelmd	=	overwelmen
overwelmde	=	overwelmen
overwelmden	=	overwelmen
overwelme	=	overwelmen
overwelmen	verb	door iets of iemand bedolven, verpletterd of overweldigd worden
overwelmend	=	overwelmen
overwelmende	=	overwelmen
overwelmt	=	overwelmen
overwelve	=	overwelven
overwelven	verb	een gewelf maken over iets
overwelvend	=	overwelven
overwelvende	=	overwelven
overwelving	noun	iets dat een ruimte met een boog overspant en van boven afsluit
overwelvingen	=	overwelving
overwerk	noun	het werk dat gedaan wordt buiten de werktijd zoals dat is bepaald in het arbeidscontract
overwerke	=	overwerken
overwerken	verb	meer of langer werken dan bepaald was
overwerkend	=	overwerken
overwerkende	=	overwerken
overwerkkosten	noun	extra loon dat men moet uitbetalen als een werknemer meer werkt dan is afgesproken in het arbeidscontract
overwerkt	adj	ziek door te veel drukte en gedoe op je werk
overwerkte	=	overwerken
overwerkten	=	overwerken
overwerkter	=	overwerkt
overwerktere	=	overwerkt
overwerkters	=	overwerkt
overwerkts	=	overwerkt
overwerktst	=	overwerkt
overwerktste	=	overwerkt
overwerkvergoeding	noun	extra geld dat een werknemer ontvangt die langer werkt dan in zijn arbeidscontract is vermeld
overwerkvergoedingen	=	overwerkvergoeding
overwerkvergoedinkje	=	overwerkvergoeding
overwerkvergoedinkjes	=	overwerkvergoeding
overwicht	noun	het sterker zijn, grote invloed hebben.
overwichten	=	overwicht
overwichtje	=	overwicht
overwichtjes	=	overwicht
overwin	=	overwinnen
overwinbaar	adj	van iets dat het veroverd, ingenomen of bedwongen kan worden
overwinbaarder	=	overwinbaar
overwinbaardere	=	overwinbaar
overwinbaarders	=	overwinbaar
overwinbaars	=	overwinbaar
overwinbaarst	=	overwinbaar
overwinbaarste	=	overwinbaar
overwinbare	=	overwinbaar
overwinlijk	adj	van iets dat men het kan overwinnen
overwinlijke	=	overwinlijk
overwinlijker	=	overwinlijk
overwinlijkere	=	overwinlijk
overwinlijkers	=	overwinlijk
overwinlijks	=	overwinlijk
overwinlijkst	=	overwinlijk
overwinlijkste	=	overwinlijk
overwinnaar	noun	iemand die in een strijd tegen iets of iemand wint
overwinnaars	=	overwinnaar
overwinnaartje	=	overwinnaar
overwinne	=	overwinnen
overwinnen	verb	een tegenstander of zwakte onder de knie krijgen
overwinnend	=	overwinnen
overwinnende	=	overwinnen
overwinning	noun	keer dat je wint
overwinningen	=	overwinning
overwinningetje	=	overwinning
overwinningsfeest	noun	feest dat men viert ter gelegenheid van een militaire of sportieve overwinning
overwinningsfeesten	=	overwinningsfeest
overwinningsfeestje	=	overwinningsfeest
overwinningsfeestjes	=	overwinningsfeest
overwinningsnederlaag	noun	overwinning die als nederlaag wordt gevoeld omdat men op een grotere overwinning had gerekend
overwinningsnederlaagje	=	overwinningsnederlaag
overwinningsnederlaagjes	=	overwinningsnederlaag
overwinningsnederlagen	=	overwinningsnederlaag
overwinningsroes	noun	de zeer opgewonden toestand waarin iemand verkeerd die een zege heeft behaald
overwinningsroesje	=	overwinningsroes
overwinningsroesjes	=	overwinningsroes
overwinningsroezen	=	overwinningsroes
overwinninkje	=	overwinning
overwinninkjes	=	overwinning
overwint	=	overwinnen
overwinter	=	overwinteren
overwinteraar	noun	iemand die gedurende de winter in een warmer gebied blijft
overwinteraars	=	overwinteraar
overwinterd	=	overwinteren
overwinterde	=	overwinteren
overwinterden	=	overwinteren
overwintere	=	overwinteren
overwinteren	verb	de winter op een bepaalde plaats doorbrengen
overwinterend	=	overwinteren
overwinterende	=	overwinteren
overwintering	noun	het doorkomen van van het koudste jaargetijde
overwinteringen	=	overwintering
overwinteringsgebied	noun	plaats waar vogels de winter doorbrengen
overwinteringsgebieden	=	overwinteringsgebied
overwinteringsgebiedje	=	overwinteringsgebied
overwinteringsgebiedjes	=	overwinteringsgebied
overwinteringsplaats	noun	plaats om te overwinteren
overwinteringsplaatsen	=	overwinteringsplaats
overwinterinkje	=	overwintering
overwinterinkjes	=	overwintering
overwintert	=	overwinteren
overwip	=	overwippen
overwippe	=	overwippen
overwippen	verb	ergens overheen springen
overwippend	=	overwippen
overwippende	=	overwippen
overwipt	=	overwippen
overwipte	=	overwippen
overwipten	=	overwippen
overwoei	=	overwaaien
overwoeien	=	overwaaien
overwoeker	=	overwoekeren
overwoekerd	adj	door plantengroei overdekt
overwoekerde	=	overwoekeren
overwoekerden	=	overwoekeren
overwoekerds	=	overwoekerd
overwoekere	=	overwoekeren
overwoekeren	verb	woekerend bedekken
overwoekerend	=	overwoekeren
overwoekerende	=	overwoekeren
overwoekert	=	overwoekeren
overwoge	=	overwegen
overwogen	=	overwegen
overwon	=	overwinnen
overwonne	=	overwinnen
overwonnen	=	overwinnen
overwonnene	noun	iemand die een strijd verloren heeft
overwonnenen	=	overwonnene
overwont	=	overwinnen
overwoog	=	overwegen
overwoogt	=	overwegen
overwínnen	=	overwinnen
overzaagt	=	overzien
overzacht	adv	zeer zacht
overzachte	=	overzacht
overzachts	=	overzacht
overzag	=	overzien
overzage	=	overzien
overzagen	=	overzien
overzee	adv	aan de overkant van de zee
overzees	adj	met betrekking tot aan de overzijde van de zee gelegen zaken
overzeesch	=	overzees
overzeese	=	overzees
overzend	=	overzenden
overzende	=	overzenden
overzenden	verb	naar een andere kant sturen
overzendend	=	overzenden
overzendende	=	overzenden
overzending	noun	de keer dat men iets naar elders stuurt of aan iemand die ergens anders is toezendt
overzendingen	=	overzending
overzendinkje	=	overzending
overzendinkjes	=	overzending
overzendt	=	overzenden
overzet	noun	plaats waar men over het water kan worden gezet
overzetboot	noun	veerboot (met name die voor fietsers en voetgangers)
overzetbootje	=	overzetboot
overzetbootjes	=	overzetboot
overzetboten	=	overzetboot
overzetje	=	overzet
overzetjes	=	overzet
overzette	=	overzetten
overzetten	verb	van de ene kant naar de andere brengen
overzettend	=	overzetten
overzettende	=	overzetten
overzetting	noun	vertaling van een tekst
overzettingen	=	overzetting
overzicht	noun	toestand waarvan men het geheel duidelijk kan overzien
overzichtelijk	adj	goed te overzien
overzichtelijke	=	overzichtelijk
overzichtelijker	=	overzichtelijk
overzichtelijkere	=	overzichtelijk
overzichtelijkers	=	overzichtelijk
overzichtelijks	=	overzichtelijk
overzichtelijkst	=	overzichtelijk
overzichtelijkste	=	overzichtelijk
overzichten	=	overzicht
overzichtje	=	overzicht
overzichtjes	=	overzicht
overzichtsartikel	noun	artikel in een tijdschrift dat een samenvattend overzicht bevat over een bepaald onderwerp
overzichtsartikelen	=	overzichtsartikel
overzichtsartikels	=	overzichtsartikel
overzichtsartikeltje	=	overzichtsartikel
overzichtsartikeltjes	=	overzichtsartikel
overzichtsboek	noun	boek dat een overzicht geeft van een bepaald onderwerp of een verzameling werken
overzichtsboeken	=	overzichtsboek
overzichtsboekje	=	overzichtsboek
overzichtsboekjes	=	overzichtsboek
overzichtskaart	noun	Landkaart die een indruk geeft van het geheel.
overzichtskaarten	=	overzichtskaart
overzichtskaartje	=	overzichtskaart
overzichtskaartjes	=	overzichtskaart
overzichtspagina	noun	webpagina of deel van een applicatie dat gegevens uit diverse bronnen verzamelt en presenteert op één pagina, zodat de gebruiker een duidelijk beeld of samenvatting krijgt van die informatie
overzichtspagina's	=	overzichtspagina
overzichtspaginaatje	=	overzichtspagina
overzichtspaginaatjes	=	overzichtspagina
overzichtstentoonstelling	noun	tentoonstelling die een overzicht geeft van het oeuvre van een kunstenaar of binnen een stroming of een land
overzichtstentoonstellingen	=	overzichtstentoonstelling
overzie	=	overzien
overzien	verb	alles tegelijk kunnen zien
overzienbaar	adj	door een goed overzicht kunnen de omvang, de gevolgen etc. eenvoudig worden ingeschat
overzienbaarder	=	overzienbaar
overzienbaardere	=	overzienbaar
overzienbaarders	=	overzienbaar
overzienbaars	=	overzienbaar
overzienbaarst	=	overzienbaar
overzienbaarste	=	overzienbaar
overzienbare	=	overzienbaar
overziend	=	overzien
overziende	=	overzien
overziene	=	overzien
overziens	=	overzien
overziet	=	overzien
overzij	noun	overkant, overzijde, vooral gebruikt in gedichten
overzijde	noun	de andere kant dan waar men is
overzijden	=	overzijde
overzijdes	=	overzijde
overzijdetje	=	overzijde
overzitte	=	overzitten
overzitten	noun	het overdoen van een leerjaar of cursus bij onvoldoende vordering
overzittende	=	overzitten
overzitter	noun	scholier die een schooljaar moet overdoen
overzitters	=	overzitter
overzomer	=	overzomeren
overzomerd	=	overzomeren
overzomerde	=	overzomeren
overzomerden	=	overzomeren
overzomere	=	overzomeren
overzomeren	verb	de zomer in een potentieel broedgebied doorbrengen zonder tot broeden te komen
overzomerend	=	overzomeren
overzomerende	=	overzomeren
overzomert	=	overzomeren
overzond	=	overzenden
overzonden	=	overzenden
overzwaar	adj	met een heel groot gewicht
overzwaars	=	overzwaar
overzware	=	overzwaar
overzwem	=	overzwemmen
overzwemme	=	overzwemmen
overzwemmen	verb	door zwemmen een water oversteken
overzwemmend	=	overzwemmen
overzwemmende	=	overzwemmen
overzwemt	=	overzwemmen
overzwom	=	overzwemmen
overzwomme	=	overzwemmen
overzwommen	=	overzwemmen
overzwomt	=	overzwemmen
overíjlen	=	overijlen
ovipaar	adj	eierleggend
ovipaarder	=	ovipaar
ovipaardere	=	ovipaar
ovipaarders	=	ovipaar
ovipaare	=	ovipaar
ovipaars	=	ovipaar
ovipaarst	=	ovipaar
ovipaarste	=	ovipaar
ovipare	=	ovipaar
ovipositor	noun	buisvormig orgaan waarmee dieren als insecten en vissen hun eitjes op de gewenste plek afzetten
ovipositoren	=	ovipositor
ovipositors	=	ovipositor
ovivoor	noun	een dier dat zich vooral voedt met eieren
ovivoortje	=	ovivoor
ovivoortjes	=	ovivoor
ovivoren	=	ovivoor
ovonde	noun	verbinding van kruisende wegen waarbij ze op een eivormig rondgaande weg zijn aangesloten
ovonden	=	ovonde
ovondes	=	ovonde
ovotonde	noun	een rotonde in de vorm van een ovaal
ovotonden	=	ovotonde
ovotondes	=	ovotonde
ovovivipaar	adj	eierlevendbarend
ovovivipaarder	=	ovovivipaar
ovovivipaardere	=	ovovivipaar
ovovivipaarders	=	ovovivipaar
ovovivipaare	=	ovovivipaar
ovovivipaars	=	ovovivipaar
ovovivipaarst	=	ovovivipaar
ovovivipaarste	=	ovovivipaar
ovovivipare	=	ovovivipaar
ovoïde	noun	een eivormige kromme	adj	eivormig
ovoïden	=	ovoïde
ovoïder	=	ovoïde
ovoïdere	=	ovoïde
ovoïders	=	ovoïde
ovoïdes	=	ovoïde
ovoïedst	=	ovoïde
ovoïedste	=	ovoïde
ovulatie	noun	het gereedkomen van een eicel uit de eierstok
ovulaties	=	ovulatie
ovuleer	=	ovuleren
ovuleerde	=	ovuleren
ovuleerden	=	ovuleren
ovuleert	=	ovuleren
ovulere	=	ovuleren
ovuleren	verb	vrijkomen van een rijpe eicel uit het ovarium
ovulerend	=	ovuleren
ovulerende	=	ovuleren
oweeër	noun	iemand die oorlogswinst heeft gemaakt
oweeërs	=	oweeër
owngoal	noun	actie waarbij de bal in het eigen doel wordt geschoten, zodat de tegenstander een doelpunt krijgt
owngoals	=	owngoal
owrukuku	noun	Bothrops atrox soort gifslang die in Suriname voorkomt
owrukuku's	=	owrukuku
owstonpalmroller	noun	Chrotogale owstoni roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
owstonpalmrollers	=	owstonpalmroller
owstonpalmrollertje	=	owstonpalmroller
owstonpalmrollertjes	=	owstonpalmroller
oxaalzuren	=	oxaalzuur
oxaalzuur	noun	organisch zuur dat o.a. in rabarber en klaverzuring voorkomt	adj	van oxaalzuur afgeleid
oxapampamierpitta	noun	Grallaria centralis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
oxapampamierpitta's	=	oxapampamierpitta
oxapampamierpittaatje	=	oxapampamierpitta
oxapampamierpittaatjes	=	oxapampamierpitta
oxazepam	noun	rustgevend, slaapverwekkend en spierontspannend medicament uit de groep van de benzodiazepines
oxazepammetje	=	oxazepam
oxazepammetjes	=	oxazepam
oxer	noun	type hindernis bij het paardspringen met twee horizontaal achter elkaar liggende balken zodat het paard niet alleen maar hoog maar ook ver moet springen
oxers	=	oxer
oxhoofd	=	okshoofd
oxhooft	=	okshoofd
oxidans	noun	oxidant, oxideermiddel
oxidansen	=	oxidans
oxidansje	=	oxidans
oxidansjes	=	oxidans
oxidant	noun	oxideermiddel, oxidator
oxidanten	=	oxidant
oxidantia	=	oxidans
oxidantje	=	oxidant
oxidantjes	=	oxidant
oxidase	noun	benaming voor enzymen die zich aan zuurstof binden en het daardoor kunnen vervoeren
oxidases	=	oxidase
oxidatie	noun	een reactie met zuurstof
oxidatief	adj	betrekking hebbend op oxidatie
oxidatiefs	=	oxidatief
oxidatiefst	=	oxidatief
oxidatiefste	=	oxidatief
oxidatiegetal	noun	de mate waarin een atoom geoxideerd is
oxidatiegetallen	=	oxidatiegetal
oxidatiegetalletje	=	oxidatiegetal
oxidatiegetalletjes	=	oxidatiegetal
oxidaties	=	oxidatie
oxidatietje	=	oxidatie
oxidatieve	=	oxidatief
oxidatiever	=	oxidatief
oxidatievere	=	oxidatief
oxidatievers	=	oxidatief
oxidator	noun	een stof of species die in een reactie elektronen op kan nemen
oxidatoren	=	oxidator
oxidators	=	oxidator
oxide	noun	een verbinding van zuurstof waarin dit element in de oxidatietoestand -2 voorkomt en het geen onderdeel van een complex ion vormt
oxideer	=	oxideren
oxideerde	=	oxideren
oxideerden	=	oxideren
oxideert	=	oxideren
oxiden	=	oxide
oxideperoxide	noun	een stof waarin zuurstof zowel in oxidatietoestand -2 als -1 voorkomt
oxideperoxiden	=	oxideperoxide
oxideperoxides	=	oxideperoxide
oxidere	=	oxideren
oxideren	verb	het oxidatiegetal van een species verhogen door onttrekking van een of meer elektronen
oxiderend	=	oxideren
oxiderende	=	oxideren
oxiderode	=	oxiderood
oxiderood	noun	tint rood met RAL-nummer 3009 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3009 ( ).
oxideroods	=	oxiderood
oxides	=	oxide
oxozuren	=	oxozuur
oxozuur	noun	een anorganisch zuur met algemene formule X(OH)ₘOₙ
oxydase	=	oxidase
oxydatie	=	oxidatie
oxyde	=	oxide
oxyderen	=	oxideren
oxygenatie	noun	verzadiging met zuurstof
oxygenaties	=	oxygenatie
oxylabes	noun	Oxylabes een geslacht van zangvogels uit de familie Bernieridae
oxylabesje	=	oxylabes
oxylabesjes	=	oxylabes
oxylabessen	=	oxylabes
oxymoron	noun	het in een zin rechtstreeks verbinden van twee qua betekenis tegenovergestelde begrippen
oxymoronnetje	=	oxymoron
oxymoronnetjes	=	oxymoron
oxymorons	=	oxymoron
oxyopie	noun	het scherp zien
oxytocine	noun	een neuropeptide die als hormoon en neurotransmitter fungeert.
oxytocinen	=	oxytocine
oxytocines	=	oxytocine
oxytocisch	adj	wat de bevalling bespoedigt
oxytocische	=	oxytocisch
oxytocischer	=	oxytocisch
oxytocischere	=	oxytocisch
ozb	noun	een Nederlandse belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken, waarbij de geschatte waarde van het onroerende goed de basis is voor de hoogte van de belasting
ozendrop	noun	van het dak aflopend regenwater
ozendropje	=	ozendrop
ozendropjes	=	ozendrop
ozendroppen	=	ozendrop
ozie	noun	de over de muur overhangende dakrand waar geen dakgoot aan vast zit
ozies	=	ozie
ozo	adv	richting tussen oost en zuidoost
ozon	noun	een vorm van zuurstof met drie zuurstofatomen in plaats van twee dat wordt gebruikt om te oxideren en te desinfecteren
ozonaantastend	adj	van iets dat het de ozonlaag in de stratosfeer vernietigd of dunner maakt
ozonaantastende	=	ozonaantastend
ozonaantastender	=	ozonaantastend
ozonaantastendere	=	ozonaantastend
ozonaantastenders	=	ozonaantastend
ozonaantastends	=	ozonaantastend
ozonaantastendst	=	ozonaantastend
ozonaantastendste	=	ozonaantastend
ozonarm	adj	met een laag gehalte aan ozon (O₃)
ozonarme	=	ozonarm
ozonarmer	=	ozonarm
ozonarmere	=	ozonarm
ozonarmers	=	ozonarm
ozonarms	=	ozonarm
ozonarmst	=	ozonarm
ozonarmste	=	ozonarm
ozongaatje	=	ozongat
ozongaatjes	=	ozongat
ozongat	noun	plaats waar de ozonlaag sterk verdund is of ontbreekt
ozongaten	=	ozongat
ozonide	noun	verbinding, gevormd door toevoeging van een ozonmolecule aan een dubbele koolstofbinding
ozoniden	=	ozonide
ozonides	=	ozonide
ozonidetje	=	ozonide
ozonidetjes	=	ozonide
ozonisator	noun	apparaat dat (de lucht) ozoniseert
ozonisatoren	=	ozonisator
ozonisators	=	ozonisator
ozonisatortje	=	ozonisator
ozonisatortjes	=	ozonisator
ozoniseer	=	ozoniseren
ozoniseerde	=	ozoniseren
ozoniseerden	=	ozoniseren
ozoniseert	=	ozoniseren
ozonisere	=	ozoniseren
ozoniseren	verb	ozon opwekken
ozoniserend	=	ozoniseren
ozoniserende	=	ozoniseren
ozonlaag	noun	een laag in de atmosfeer die relatief veel ozon bevat
ozonlaagje	=	ozonlaag
ozonlagen	=	ozonlaag
ozonlucht	noun	karakteristieke prikkelende geur van ozon
ozonluchten	=	ozonlucht
ozonluchtje	=	ozonlucht
ozonluchtjes	=	ozonlucht
ozonometer	noun	meetinstrument dat het ozongehalte van een gas kan bepalen
ozonometers	=	ozonometer
ozonometertje	=	ozonometer
ozonometertjes	=	ozonometer
ozonvreter	noun	substantie die ozon afbreekt
ozonvreters	=	ozonvreter
ozonvriendelijk	adj	vriendelijk voor de ozonlaag door geringe uitstoot van chloorfluorkoolstofverbindingen
ozonvriendelijke	=	ozonvriendelijk
ozonvriendelijks	=	ozonvriendelijk
oöcyt	noun	een eicel voordat het eerste poollichaampje gevormd wordt
oöcyten	=	oöcyt
oöcytje	=	oöcyt
oöcytjes	=	oöcyt
oöliet	noun	een stuk oöliet
oölieten	=	oöliet
oötheca	noun	eicapsule waarin enkele tientallen tot enkele honderden eitjes zitten
oötheek	noun	beschermend omhulsel waarin bepaalde insecten hun eieren leggen
oötheekje	=	oötheek
oötheekjes	=	oötheek
oötheken	=	oötheek
p	noun	de zestiende letter van het alfabet
p's	=	p
p'tje	=	p
p'tjes	=	p
pa	noun	papa, vader
pa's	=	pa
pa-o	noun	volk van 1,5 tot 2 miljoen mensen in Myanmar
paached	noun	in 'paached hebben': angst
paadje	=	pad
paadjes	=	pad
paai	noun	vader
paaide	=	paaien
paaiden	=	paaien
paaie	=	paaien
paaien	verb	het leggen en bevruchten van eieren door vissen
paaiend	=	paaien
paaiende	=	paaien
paaigebied	noun	plaats waar vissen komen om hun eieren af te zetten
paaigebieden	=	paaigebied
paaigebiedje	=	paaigebied
paaigebiedjes	=	paaigebied
paaiperiode	noun	tijd van het jaar dat vissen zich voortplanten
paaiperioden	=	paaiperiode
paaiperiodes	=	paaiperiode
paaiplaats	noun	een plek waar vissen eitjes leggen
paaiplaatsen	=	paaiplaats
paaiplaatsje	=	paaiplaats
paaiplaatsjes	=	paaiplaats
paait	=	paaien
paaitaks	noun	een te betalen bedrag voor het krijgen van een vergunning of toestemming
paaitaksen	=	paaitaks
paaitaksje	=	paaitaks
paaitaksjes	=	paaitaks
paaitijd	noun	tijd van het jaar dat vissen zich voortplanten
paaitijden	=	paaitijd
paaitje	=	paai
paaitjes	=	paai
paaivis	noun	vis die niet wordt gevangen zodat die zich kan voortplanten
paaivissen	=	paaivis
paal	noun	een langwerpig stuk materiaal dat in de grond staat
paaldans	=	paaldansen
paaldanse	=	paaldansen
paaldansen	verb	erotisch rond een paal op een podium dansen in een nachtclub maar ook in een fitnesscenter
paaldansend	=	paaldansen
paaldansende	=	paaldansen
paaldanser	=	paaldanseres
paaldanseres	noun	vrouw die het paaldansen beoefent
paaldanseresje	=	paaldanseres
paaldanseresjes	=	paaldanseres
paaldanseressen	=	paaldanseres
paaldanst	=	paaldansen
paaldanste	=	paaldansen
paaldansten	=	paaldansen
paalde	=	palen
paalden	=	palen
paaldorp	noun	een dorp dat uit paalwoningen bestaat
paaldorpen	=	paaldorp
paaldorpje	=	paaldorp
paaldorpjes	=	paaldorp
paalfundering	noun	fundering dmv palen die bij voorkeur op een stabiele ondergrond staan
paalfunderingen	=	paalfundering
paalgaatje	=	paalgat
paalgaatjes	=	paalgat
paalgat	noun	een gegraven of geboorde kuil in de grond waarin een paal of dergelijke wordt geplaatst
paalgaten	=	paalgat
paalgezeten	=	paalzitten
paalgording	noun	horizontale balk langs palen van een kade of damwand
paalgordingen	=	paalgording
paalgordings	=	paalgording
paalgordinkje	=	paalgording
paalgordinkjes	=	paalgording
paalgroep	noun	een aantal palen samen een bepaalde functie hebben
paalgroepen	=	paalgroep
paalgroepje	=	paalgroep
paalgroepjes	=	paalgroep
paalhoofd	noun	een eenvoudige golfbreker bestaande uit een enkele of dubbele rij houten palen om het strand of rivieroever tegen afkalving te beschermen
paalhoofden	=	paalhoofd
paalhoofdje	=	paalhoofd
paalhoofdjes	=	paalhoofd
paalkampeerterrein	noun	terrein voor wildkamperen waarbij op een paal de regels staan voor het kamperen in de directe omgeving van die paal
paalkampeerterreinen	=	paalkampeerterrein
paalklever	noun	iemand die te lang een laadpaal bezet houdt
paalklevers	=	paalklever
paalklimmen	verb	in een paal trachten te klimmen
paalrecht	noun	geld dat schippers moeten betalen aan een overheid als vergoeding voor het bebakenen van vaarwegen	adj	zich in de lengte uitstrekkend zonder de geringste afwijking naar opzij
paalrechte	=	paalrecht
paalrechten	=	paalrecht
paalrot	noun	een schimmelaantasting door droogstand van houten funderingen
paals	=	paal
paalst	=	paal
paalstand	noun	staan als een paal, camouflagehouding van sommige vogels bijv. de roerdomp
paalstanden	=	paalstand
paalste	=	paal
paalt	=	palen
paaltje	=	paal
paaltjes	=	paal
paalvormig	adj	vorm van een paal hebbend
paalvormige	=	paalvormig
paalvormiger	=	paalvormig
paalvormigere	=	paalvormig
paalvormigers	=	paalvormig
paalvormigs	=	paalvormig
paalvormigst	=	paalvormig
paalvormigste	=	paalvormig
paalwerk	noun	een omheining van palen
paalwerken	=	paalwerk
paalwerkje	=	paalwerk
paalwerkjes	=	paalwerk
paalwoning	noun	huis gebouwd op palen boven moeras- en waterrijke gebieden
paalwoningen	=	paalwoning
paalwoninkje	=	paalwoning
paalwoninkjes	=	paalwoning
paalworm	noun	in zee levend weekdier dat zich in hout boort, Teredo navalis uit de familie Teredinidae
paalwormen	=	paalworm
paalwormpje	=	paalworm
paalwormpjes	=	paalworm
paalzit	=	paalzitten
paalzitten	verb	proberen zo lang mogelijk te blijven zitten op een paal die rechtop in het water staat
paalzittend	=	paalzitten
paalzittende	=	paalzitten
paan	noun	een op fluweel of ribfluweel gelijkende stof
paander	noun	tenen korf of mand
paanders	=	paander
paandertje	=	paander
paandertjes	=	paander
paantje	=	paan
paantjes	=	paan
paap	noun	wereldlijk geestelijke bij de Rooms-Katholieke Kerk
paapje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort Europese kleine zangvogel, Saxicola rubetra uit de onderfamilie Saxicolinae van de vliegenvangers van de Oude Wereld (Muscicapidae)
paapjes	=	paapje
paaps	adj	rooms-katholiek, rooms
paapse	=	paaps
paapser	=	paaps
paapsere	=	paaps
paapsers	=	paaps
paapsgezind	adj	de rooms-katholieken goedgezind
paapsgezinde	=	paapsgezind
paapsgezinder	=	paapsgezind
paapsgezindere	=	paapsgezind
paapsgezinders	=	paapsgezind
paapsgezinds	=	paapsgezind
paapsgezindst	=	paapsgezind
paapsgezindste	=	paapsgezind
paapst	=	paaps
paapste	=	paaps
paar	pron	meerdere, maar niet heel veel	noun	twee personen of zaken die bij elkaar horen
paard	noun	gedomesticeerd hoefdier uit de familie van de paardachtigen Equidae, met vloeiende manen, een langharige staart en relatief korte, opstaande oren, dat als rij- en trekdier gebruikt wordt
paard-en-wagen	noun	een door een of meerdere paarden voortbewogen wagen
paard-en-wagens	=	paard-en-wagen
paard-en-wagentje	=	paard-en-wagen
paard-en-wagentjes	=	paard-en-wagen
paardachtige	noun	zoogdier uit de familie Equidae van onevenhoevige zoogdieren.
paardachtigen	noun	een familie Equidae van onevenhoevige zoogdieren.
paardantiloopje	=	paardantilope
paardantiloopjes	=	paardantilope
paardantilope	noun	zoogdier uit de onderfamilie Hippotraginae uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
paardantilopen	noun	Hippotraginae een onderfamilie uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
paardantilopes	=	paardantilope
paarde	=	paren
paardebloem	=	paardenbloem
paardedistel	=	paardendistel
paardekastanje	=	paardenkastanje
paarden	=	paard
paardenarts	noun	arts voor paarden.
paardenartsen	=	paardenarts
paardenartsje	=	paardenarts
paardenartsjes	=	paardenarts
paardenbaan	noun	een bepaald type attractie [2] waarbij de bezoeker een rondrit maakt op een nagebouwd dier, meestal een paard, die over horizontale rails rijdt
paardenbaantje	=	paardenbaan
paardenbaantjes	=	paardenbaan
paardenbanen	=	paardenbaan
paardenbiefstuk	noun	een lap paardenvlees van de bovenbil
paardenbiefstukje	=	paardenbiefstuk
paardenbiefstukjes	=	paardenbiefstuk
paardenbiefstukken	=	paardenbiefstuk
paardenbij	noun|obsolete	wesp
paardenbijen	=	paardenbij
paardenbijter	noun	Aeshna mixta een echte libel (Anisoptera) uit het geslacht en de familie van de glazenmakers (Aeshnidae).
paardenbijters	=	paardenbijter
paardenbijtertje	=	paardenbijter
paardenbijtertjes	=	paardenbijter
paardenbijtje	=	paardenbij
paardenbijtjes	=	paardenbij
paardenbloedzuiger	noun	Haemopis sanguisuga een bloedzuiger van de familie Hirudinidae.
paardenbloedzuigers	=	paardenbloedzuiger
paardenbloedzuigertje	=	paardenbloedzuiger
paardenbloedzuigertjes	=	paardenbloedzuiger
paardenbloem	noun	bepaald soort plant, Taraxacum officinale uit de composietenfamilie (Asteraceae), met geel bloemhoofdje en gepluimde zaadjes . In deze familie zijn bloemen sterk gereduceerd en klein en staan ze dicht bij elkaar in een bloemhoofdje.
paardenbloembij	noun	Andrena humilis een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
paardenbloembijen	=	paardenbloembij
paardenbloembijtje	=	paardenbloembij
paardenbloembijtjes	=	paardenbloembij
paardenbloembladroller	noun	bepaalde soort vlinder, Celypha striana, uit de familie van de bladrollers Tortricidae, die algemeen in Nederland en Vlaanderen voorkomt
paardenbloembladrollers	=	paardenbloembladroller
paardenbloemen	=	paardenbloem
paardenbloemetje	=	paardenbloem
paardenbloemetjes	=	paardenbloem
paardenbloemgalwesp	noun	Phanacis taraxaci een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
paardenbloemgalwespen	=	paardenbloemgalwesp
paardenbloemgalwespje	=	paardenbloemgalwesp
paardenbloemgalwespjes	=	paardenbloemgalwesp
paardenbloemgeel	noun	de gele kleur van paardenbloemen	adj	de gele kleur van paardenbloemen hebbend
paardenbloemgeels	=	paardenbloemgeel
paardenbloemgeelst	=	paardenbloemgeel
paardenbloemgeelste	=	paardenbloemgeel
paardenbloemgele	=	paardenbloemgeel
paardenbloemgeler	=	paardenbloemgeel
paardenbloemgelere	=	paardenbloemgeel
paardenbloemgelers	=	paardenbloemgeel
paardenbloempje	=	paardenbloem
paardenbloempjes	=	paardenbloem
paardenbloemroest	noun	Puccinia variabilis een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
paardenbloemroesten	=	paardenbloemroest
paardenbloemroestje	=	paardenbloemroest
paardenbloemroestjes	=	paardenbloemroest
paardenbloemsiroop	noun	een siroop op basis van paardenbloemen
paardenbloemsiroopje	=	paardenbloemsiroop
paardenbloemsiroopjes	=	paardenbloemsiroop
paardenbloemsiropen	=	paardenbloemsiroop
paardenbloemspanner	noun	Idaea seriata is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
paardenbloemspanners	=	paardenbloemspanner
paardenbloemspannertje	=	paardenbloemspanner
paardenbloemspannertjes	=	paardenbloemspanner
paardenbloemstreepzaad	noun	een ondersoort Crepis vesicaria subsp. taraxacifolia uit de composietenfamilie (Asteraceae).
paardenbloemstreepzaadje	=	paardenbloemstreepzaad
paardenbloemstreepzaadjes	=	paardenbloemstreepzaad
paardenbloemstreepzaden	=	paardenbloemstreepzaad
paardenbloemvlekgalmug	noun	Cystiphora taraxaci een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
paardenbloemvlekgalmuggen	=	paardenbloemvlekgalmug
paardenbloemvlekgalmuggetjes	=	paardenbloemvlekgalmug
paardenbloemvlekgalmugje	=	paardenbloemvlekgalmug
paardenbonen	=	paardenboon
paardenboon	noun	Faba vulgaris Vicia faba Vicia faba var. equina
paardenbreedte	noun	elk van beide subtropische zones met hoge luchtdruk boven de oceaan, waar de wind sterk veranderlijk is
paardenbreedtes	=	paardenbreedte
paardendaas	noun	Tabanus sudeticus een vlieg uit de familie dazen (Tabanidae)
paardendaasje	=	paardendaas
paardendaasjes	=	paardendaas
paardendazen	=	paardendaas
paardendek	noun	stevig kleed om over de rug van een paard te leggen
paardendeken	noun	deken die wordt gebruikt om over een paard heen te leggen om het warm te houden
paardendekens	=	paardendeken
paardendekken	=	paardendek
paardendief	noun	iemand die paarden steelt
paardendieven	=	paardendief
paardendistel	noun	volksnaam voor enige distelsoorten waaronder vooral akkervederdistel, Cirsium arvense
paardendistels	=	paardendistel
paardendisteltje	=	paardendistel
paardendisteltjes	=	paardendistel
paardendressuren	=	paardendressuur
paardendressuur	noun	De dressuur is de gymnastische basis van de paardensport.
paardenfluisteraar	noun	iemand die paarden traint met veel begrip voor hun natuurlijk gedrag
paardenfluisteraars	=	paardenfluisteraar
paardenfluisteraartje	=	paardenfluisteraar
paardenfokkerij	noun	het fokken van paarden
paardenfokkerijen	=	paardenfokkerij
paardengetrappel	noun	het geluid dat paardenhoeven maken op de ondergrond
paardenhaar	noun	de haren van een paard, met name de haren van de paardenstaart
paardenhaartaailing	noun	Gymnopus androsaceus een paddenstoel in de familie Omphalotaceae.
paardenhaartaailingen	=	paardenhaartaailing
paardenhaartaailinkje	=	paardenhaartaailing
paardenhaartaailinkjes	=	paardenhaartaailing
paardenhaartje	=	paardenhaar
paardenhaartjes	=	paardenhaar
paardenhaarwormen	noun	een stam Nematomorpha van protostomata-wormen.
paardenhaarzegge	noun	Carex appropinquata een vaste plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
paardenhaarzeggen	=	paardenhaarzegge
paardenhaarzeggetje	=	paardenhaarzegge
paardenhaarzeggetjes	=	paardenhaarzegge
paardenhals	noun	de verbinding van het paardenhoofd en het paardenlichaam waarop de manen groeien
paardenhalzen	=	paardenhals
paardenharen	=	paardenhaar
paardenhoef	noun	harde uiteinde van de poot van een paard
paardenhoefklaver	noun	Hippocrepis comosa een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) die voorkomt op droge weilanden en hellingen in grote delen van Europa.
paardenhoefklavers	=	paardenhoefklaver
paardenhoefklavertje	=	paardenhoefklaver
paardenhoefklavertjes	=	paardenhoefklaver
paardenhoeven	=	paardenhoef
paardenhoofd	noun	de kop van een paard
paardenhoofden	=	paardenhoofd
paardenhoofdje	=	paardenhoofd
paardenhoofdjes	=	paardenhoofd
paardenhoofdstel	noun	hoofdstel voor een paard
paardenhoofdstellen	=	paardenhoofdstel
paardenhoofdstelletje	=	paardenhoofdstel
paardenhoofdstelletjes	=	paardenhoofdstel
paardenhorzel	noun	Gasterophilus intestinalis een insect behorende tot de orde van de Diptera (tweevleugeligen) dat als larve parasitair in de maagwand van paarden leeft
paardenhorzels	=	paardenhorzel
paardenhorzeltje	=	paardenhorzel
paardenhorzeltjes	=	paardenhorzel
paardenkar	noun	een door een paard voortgetrokken tweewielige wagen
paardenkarren	=	paardenkar
paardenkastanje	noun	benaming voor bomen uit het geslacht Aesculus met ruim twintig soorten loofbomen De paardenkastanjes komen op het noordelijk halfrond voor, voornamelijk in Noord-Amerika, Zuidoost-Europa (Albanië en Griekenland), de Himalaya, China en Japan.
paardenkastanjemineermot	noun	Cameraria ohridella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
paardenkastanjemineermotje	=	paardenkastanjemineermot
paardenkastanjemineermotjes	=	paardenkastanjemineermot
paardenkastanjemineermotten	=	paardenkastanjemineermot
paardenkastanjes	=	paardenkastanje
paardenkenner	noun	iemand die verstand heeft van paarden; iemand die paarden kan beoordelen
paardenkenners	=	paardenkenner
paardenkoers	noun	snelheidswedstrijd voor paarden
paardenkoersen	=	paardenkoers
paardenkoets	noun	rijtuig getrokken door paarden
paardenkoetsen	=	paardenkoets
paardenkoetsje	=	paardenkoets
paardenkoetsjes	=	paardenkoets
paardenkop	noun	het hoofd van een paard
paardenkopbladroller	noun	Endothenia quadrimaculana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
paardenkopbladrollers	=	paardenkopbladroller
paardenkopbladrollertje	=	paardenkopbladroller
paardenkopbladrollertjes	=	paardenkopbladroller
paardenkopje	noun	Stemonyphantes lineatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
paardenkopjes	=	paardenkopje
paardenkoppen	=	paardenkop
paardenkracht	noun	een oude maat voor het arbeidsvermogen van machines, de arbeid die nodig is om 75 kilogram aan gewicht in één seconde 1 m omhoog te heffen.
paardenkrachten	=	paardenkracht
paardenliefhebber	noun	iemand veel plezier beleeft aan de paardensport
paardenliefhebbers	=	paardenliefhebber
paardenmanege	noun	een rijschool voor paarden
paardenmaneges	=	paardenmanege
paardenmarkt	noun	een markt waarop (levende) paarden verhandeld worden
paardenmarkten	=	paardenmarkt
paardenmarktje	=	paardenmarkt
paardenmarktjes	=	paardenmarkt
paardenmelk	noun	voedzaam vocht uit de melkklieren van een merrie
paardenmest	noun	ontlasting van paarden die men gebruikt voor het vruchtbaar maken van het land
paardenmestkever	noun	Geotrupes mutator een keversoort uit de familie mesttorren (Geotrupidae).
paardenmestkevers	=	paardenmestkever
paardenmestkevertje	=	paardenmestkever
paardenmestkevertjes	=	paardenmestkever
paardenmiddel	noun	een zeer zwaar middel
paardenmiddelen	=	paardenmiddel
paardenmiddeltje	=	paardenmiddel
paardenmiddeltjes	=	paardenmiddel
paardenmolen	noun	een ronddraaiende attractie met paarden om op te zitten
paardenmolens	=	paardenmolen
paardenmolentje	=	paardenmolen
paardenmolentjes	=	paardenmolen
paardenmossel	noun	bepaald soort schelpdier, Modiolus modiolus, dat op een grovere uitvoering van de mossel lijkt
paardenmosselen	=	paardenmossel
paardenmossels	=	paardenmossel
paardenmosseltje	=	paardenmossel
paardenmosseltjes	=	paardenmossel
paardenogen	=	paardenoog
paardenoog	noun	gezichtsorgaan van een hoefdier uit de familie Equidae
paardenoogje	=	paardenoog
paardenoogjes	=	paardenoog
paardenpak	noun	grappig verkleedkostuum in de vorm van een paard
paardenpakje	=	paardenpak
paardenpakjes	=	paardenpak
paardenpakken	=	paardenpak
paardenpoep	noun	de ontlasting van paarden
paardenpoot	noun	been van een paard
paardenpootje	=	paardenpoot
paardenpootjes	=	paardenpoot
paardenposterij	noun|obsolete	de postdienst zoals deze vóór de mechanisatie te paard verzorgd werd
paardenposterijen	=	paardenposterij
paardenpoten	=	paardenpoot
paardenrace	noun	een snelheidswedstrijd met bereden paarden
paardenraces	=	paardenrace
paardenradijs	noun	Armoracia rusticana of Cochlearia armoracia, een plant uit de kruisbloemfamilie, met grote witte wortelstok die als kruiderij gebruikt wordt
paardenradijzen	=	paardenradijs
paardenras	noun	ras van paarden.
paardenrassen	=	paardenras
paardenren	noun	ren voor een paard
paardenrenbaan	noun	baan waarover men met paarden snelheidswedstrijden kan houden
paardenrenbanen	=	paardenrenbaan
paardenrennen	noun	snelheidswedstrijden met bereden paarden.
paardenrenwedstrijd	noun	een georganiseerde paardensport waarbij paarden tegen elkaar racen om als eerste de eindstreep te bereiken
paardenrenwedstrijden	=	paardenrenwedstrijd
paardenrenwedstrijdje	=	paardenrenwedstrijd
paardenrenwedstrijdjes	=	paardenrenwedstrijd
paardenrookvlees	noun	rookvlees van paarden
paardenspektakel	noun	opzienbarend schouwspel met paarden
paardenspektakels	=	paardenspektakel
paardensport	noun	het berijden van paarden in al zijn vormen
paardensprong	noun	een zet die een paard bij het schaken mag maken: twee vakjes horizontaal of vertikaal gevolgd door één hokje loodrecht op de voorgaande richting
paardensprongen	=	paardensprong
paardenstaart	noun	Equisetum sporenplant in de paardenstaartenfamilie Equisetaceae
paardenstaartaardvlo	noun	Hippuriphila modeeri een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
paardenstaartaardvlooien	=	paardenstaartaardvlo
paardenstaartaardvlooitje	=	paardenstaartaardvlo
paardenstaartaardvlooitjes	=	paardenstaartaardvlo
paardenstaarten	=	paardenstaart
paardenstaartenfamilie	noun	een familie Equisetaceae van bestaande uit sporenplanten die slechts één geslacht kent: paardenstaart (Equisetum) De toedeling van de familie aan taxa van hogere orde staat ter discussie.
paardenstaartenfamilies	=	paardenstaartenfamilie
paardenstaartenfamilietje	=	paardenstaartenfamilie
paardenstaartenfamilietjes	=	paardenstaartenfamilie
paardenstaartje	=	paardenstaart
paardenstaartjes	=	paardenstaart
paardenstal	noun	een stal bedoeld om paarden te huisvesten
paardenstallen	=	paardenstal
paardenstalletje	=	paardenstal
paardenstalletjes	=	paardenstal
paardenstamboek	noun	register waarin wordt bijgehouden welke de ouders en voorouders een paard heeft
paardenstamboeken	=	paardenstamboek
paardenstraat	noun	naam van verschillende straten in Nederland en België
paardenstraatje	=	paardenstraat
paardenstraatjes	=	paardenstraat
paardenstraten	=	paardenstraat
paardenstront	noun	ontlasting van een paard
paardentemmer	noun	persoon die paarden africht
paardentemmers	=	paardentemmer
paardentram	noun	een railvoertuig dat getrokken werd door één of meedere paarden
paardentrammen	=	paardentram
paardentrammetje	=	paardentram
paardentrammetjes	=	paardentram
paardentrams	=	paardentram
paardentuig	noun	een stelsel van riemen en verbindingsstukken waarmee het paard ingezet kan worden voor het werk dat er met hem gedaan gaat worden
paardentuigen	=	paardentuig
paardentuigje	=	paardentuig
paardentuigjes	=	paardentuig
paardenvijg	noun	uitwerpsel van een paard
paardenvijgen	=	paardenvijg
paardenvijgje	=	paardenvijg
paardenvijgjes	=	paardenvijg
paardenvlees	noun	vlees van paarden.
paardenvlieg	noun	benaming voor bloedzuigende insecten uit de familie Tabanidae
paardenvliegen	=	paardenvlieg
paardenvoet	noun	hoef van een paard
paardenvoeten	=	paardenvoet
paardenvoetje	=	paardenvoet
paardenvoetjes	=	paardenvoet
paardenvolk	noun	de krijgslieden die te paard strijden
paardenvolken	=	paardenvolk
paardenvolkje	=	paardenvolk
paardenvolkjes	=	paardenvolk
paardenweide	noun	een grasveld waar paarden kunnen grazen en rondlopen
paardenweiden	=	paardenweide
paardenweides	=	paardenweide
paardenwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de paardensport
paardenwerelden	=	paardenwereld
paardenzadel	noun	uit leer of ander niet te zwaar materiaal gemaakte zitplaats bedoeld om op de rug van een als rijdier gebruikt paard Equus ferus caballus te plaatsen
paardenzadels	noun	een familie Anomiidae van tweekleppigen uit de orde Pectinida
paardenzadeltje	=	paardenzadel
paardenzadeltjes	=	paardenzadel
paardenzeik	noun|informal	heel slecht bier
paardenziekte	noun	aandoening waaraan paarden kunnen lijden
paardenziekten	=	paardenziekte
paardenziektes	=	paardenziekte
paardenzuring	noun	bepaald soort vaste plant, Rumex aquaticus uit de duizendknoopfamilie Polygonaceae
paardestaart	=	paardenstaart
paardevijg	=	paardenvijg
paardevlees	=	paardenvlees
paardezel	noun	een wilde ezel uit de woestijnen van Syrië, Iran, India en Tibet
paardezels	=	paardezel
paardezeltje	=	paardezel
paardezeltjes	=	paardezel
paardgereden	=	paardrijden
paardje	=	paard
paardjegereden	=	paardjerijden
paardjereden	=	paardjerijden
paardjereed	=	paardjerijden
paardjereedt	=	paardjerijden
paardjerij	=	paardjerijden
paardjerijd	=	paardjerijden
paardjerijde	=	paardjerijden
paardjerijden	verb	een door kleine kinderen vaak gebruikt woord voor paardrijden of het nadoen daarvan op de knie van een volwassene
paardjerijdend	=	paardjerijden
paardjerijdende	=	paardjerijden
paardjerijdt	=	paardjerijden
paardjes	=	paard
paardmakreel	noun	Caranx hippos een straalvinnige vis uit de familie van de horsmakrelen (Carangidae) en behoort derhalve tot de orde van de baarsachtigen (Perciformes)
paardmakreeltje	=	paardmakreel
paardmakreeltjes	=	paardmakreel
paardmakrelen	=	paardmakreel
paardmens	noun	mythologisch wezen, half mens en half paard
paardmensch	=	paardmens
paardmensen	=	paardmens
paardmensje	=	paardmens
paardreden	=	paardrijden
paardreed	=	paardrijden
paardrift	noun	de drang om te paren
paardriften	=	paardrift
paardrij	=	paardrijden
paardrijd	=	paardrijden
paardrijde	=	paardrijden
paardrijden	verb	zich, zittend op de rug van een paard, verplaatsen	noun	het rijden te paard, ter ontspanning of als sportbeoefening
paardrijdend	=	paardrijden
paardrijdende	=	paardrijden
paardrijder	noun	een persoon die op de rug van een paard zit en het dier bestuurt, hetzij hobbymatig, professioneel of in de paardensport
paardrijders	=	paardrijder
paardrijdertje	=	paardrijder
paardrijdertjes	=	paardrijder
paardrijdster	=	paardrijder
paardrijdt	=	paardrijden
paardrijles	noun	de keer dat men onderricht krijgt in het paardrijden
paardrijlesje	=	paardrijles
paardrijlessen	=	paardrijles
paardrijtocht	noun	een recreatieve tocht te paard door de natuur, zoals bossen, heide of op het strand
paardrijtochten	=	paardrijtocht
paardrijtochtje	=	paardrijtocht
paardrijtochtjes	=	paardrijtocht
paardrijwedstrijd	noun	een sportieve gebeurtenis waarbij een ruiter en paard deelnemen aan een discipline zoals dressuur, springen of mennen
paardrijwedstrijden	=	paardrijwedstrijd
paardrijwedstrijdje	=	paardrijwedstrijd
paardrijwedstrijdjes	=	paardrijwedstrijd
paardspring	=	paardspringen
paardspringen	verb	turnoefening waarbij men over het paard springt
paardspringend	=	paardspringen
paardspringende	=	paardspringen
paardzet	noun	een zet die een paard bij het schaken mag maken: twee vakjes horizontaal of vertikaal gevolgd door één hokje loodrecht op de voorgaande richting
paardzetten	=	paardzet
paargedrag	noun	het gedrag van mensen en dieren dat betrekking heeft op de voortplanting
paarl	noun	een door parelmoer bedekt insluitsel in een oesterschelp gewild als sierraad
paarle	=	parel
paarlemoer	noun	het glanzende mineraal dat de binnenzijde van bepaalde schelpen bedekt
paarlemoeren	adj	gemaakt van parelmoer
paarlemoertje	=	paarlemoer
paarlemoertjes	=	paarlemoer
paarlemoervis	noun	Argyropelecus affinis een straalvinnige vis uit de familie van diepzeebijlvissen (Sternoptychidae), orde draakvisachtigen (Stomiiformes), die voorkomt in de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische Oceaan
paarlemoervisje	=	paarlemoervis
paarlemoervisjes	=	paarlemoervis
paarlemoervissen	=	paarlemoervis
paarlen	adj	met paarlen vervaardigd
paarltje	=	paarl
paarltjes	=	paarl
paarrijden	noun	het als paar rijden van twee personen tijdens een kunstschaatswedstrijd
paarrijdende	=	paarrijden
paars	adj	met een kleur tussen rood en blauw	noun	diverse kleurschakeringen tussen blauw en rood
paars-rode	=	paars-rood
paars-rood	adj	deels rood en deels paars gekleurd
paars-roods	=	paars-rood
paarsachtig	adj	een kleur hebbend die lijkt op paars
paarsachtige	=	paarsachtig
paarsachtiger	=	paarsachtig
paarsachtigere	=	paarsachtig
paarsachtigers	=	paarsachtig
paarsachtigs	=	paarsachtig
paarsachtigst	=	paarsachtig
paarsachtigste	=	paarsachtig
paarsbandspanner	noun	Rhodostrophia vibicaria een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
paarsbandspanners	=	paarsbandspanner
paarsbandspannertje	=	paarsbandspanner
paarsbandspannertjes	=	paarsbandspanner
paarsblauw	noun	tint tussen paars en blauw met RAL-nummer 5000 ( ).	adj	in een tint tussen paars en blauw met RAL-nummer 5000 ( ).
paarsblauwe	=	paarsblauw
paarsblauwen	=	paarsblauw
paarsblauwer	=	paarsblauw
paarsblauwere	=	paarsblauw
paarsblauwers	=	paarsblauw
paarsblauws	=	paarsblauw
paarsblauwst	=	paarsblauw
paarsblauwste	=	paarsblauw
paarsborstkolibrie	noun	Sternoclyta cyanopectus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
paarsborstkolibries	=	paarsborstkolibrie
paarsborstkolibrietje	=	paarsborstkolibrie
paarsborstkolibrietjes	=	paarsborstkolibrie
paarsbuikkolibrie	noun	Chlorestes julie een kolibrie die voorkomt in Midden- en Zuid-Amerika.
paarsbuikkolibries	=	paarsbuikkolibrie
paarsbuikkolibrietje	=	paarsbuikkolibrie
paarsbuikkolibrietjes	=	paarsbuikkolibrie
paarsbuikparkiet	noun	Triclaria malachitacea een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
paarsbuikparkieten	=	paarsbuikparkiet
paarsbuikparkietje	=	paarsbuikparkiet
paarsbuikparkietjes	=	paarsbuikparkiet
paarse	=	paars
paarseizoen	noun	seizoen waarin de dieren gaan paren
paarseizoenen	=	paarseizoen
paarseizoentje	=	paarseizoen
paarseizoentjes	=	paarseizoen
paarsen	=	paars
paarser	=	paars
paarsere	=	paars
paarsers	=	paars
paarsgewijs	adj	bij paren, twee aan twee
paarsgewijze	=	paarsgewijs
paarsharttrechtertje	noun	Rickenella swartzii een schimmel in de familie Rickenellaceae.
paarsharttrechtertjes	=	paarsharttrechtertje
paarsig	adj	een beetje paars
paarsige	=	paarsig
paarsiger	=	paarsig
paarsigere	=	paarsig
paarsigers	=	paarsig
paarsigs	=	paarsig
paarsigst	=	paarsig
paarsigste	=	paarsig
paarskeelboself	noun	Philodice mitchellii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
paarskeelboselfen	=	paarskeelboself
paarskeelboselfje	=	paarskeelboself
paarskeelboselfjes	=	paarskeelboself
paarskeelboselven	=	paarskeelboself
paarskopfeeënkolibrie	noun	Heliothryx barroti een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
paarskopfeeënkolibries	=	paarskopfeeënkolibrie
paarskopfeeënkolibrietje	=	paarskopfeeënkolibrie
paarskopfeeënkolibrietjes	=	paarskopfeeënkolibrie
paarskopkolibrie	noun	Klais guimeti een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
paarskopkolibries	=	paarskopkolibrie
paarskopkolibrietje	=	paarskopkolibrie
paarskopkolibrietjes	=	paarskopkolibrie
paarskroonkoketkolibrie	noun	Stephanoxis loddigesii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
paarskroonkoketkolibries	=	paarskroonkoketkolibrie
paarskroonkoketkolibrietje	=	paarskroonkoketkolibrie
paarskroonkoketkolibrietjes	=	paarskroonkoketkolibrie
paarsrode	=	paarsrood
paarsroden	=	paarsrood
paarsroder	=	paarsrood
paarsrodere	=	paarsrood
paarsroders	=	paarsrood
paarsrood	noun	paarse tint van rood	adj	een paarse tint rood hebbend
paarsroods	=	paarsrood
paarsroodst	=	paarsrood
paarsroodste	=	paarsrood
paarsstaartpapegaai	noun	Touit purpuratus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
paarsstaartpapegaaien	=	paarsstaartpapegaai
paarsstaartpapegaaitje	=	paarsstaartpapegaai
paarsstaartpapegaaitjes	=	paarsstaartpapegaai
paarssteelschijnridderzwam	noun	een eetbare paddenstoel Lepista saeva uit de familie Tricholomataceae.
paarssteelschijnridderzwammen	=	paarssteelschijnridderzwam
paarssteelschijnridderzwammetje	=	paarssteelschijnridderzwam
paarssteelschijnridderzwammetjes	=	paarssteelschijnridderzwam
paarssteelspleetvezelkop	noun	Inocybe pusio een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
paarssteelspleetvezelkopje	=	paarssteelspleetvezelkop
paarssteelspleetvezelkopjes	=	paarssteelspleetvezelkop
paarssteelspleetvezelkoppen	=	paarssteelspleetvezelkop
paarssteelvezelkop	noun	Inocybe amethystina een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
paarssteelvezelkopje	=	paarssteelvezelkop
paarssteelvezelkopjes	=	paarssteelvezelkop
paarssteelvezelkoppen	=	paarssteelvezelkop
paarssteelvezelkoppie	=	paarssteelvezelkop
paarssteelvezelkoppies	=	paarssteelvezelkop
paarst	=	paars
paarste	=	paars
paart	=	paren
paartijd	noun	tijd van paring bij dieren
paartijden	=	paartijd
paartje	=	paar
paartjes	=	paar
paas	noun	Pasen
paasactie	noun	de lente en bijbehorende festiviteiten en activiteiten zoals het zoeken naar paaseieren
paasacties	=	paasactie
paasactietje	=	paasactie
paasactietjes	=	paasactie
paasbest	adj	heel mooi, heel feestelijk (met name over kleding)
paasbeste	=	paasbest
paasbests	=	paasbest
paasbloem	noun	volksnaam voor een bloem die rond de Pasen bloeit
paasbloemen	=	paasbloem
paasbloempje	=	paasbloem
paasbloempjes	=	paasbloem
paasbroden	=	paasbrood
paasbrood	noun	krentenbrood, met Pasen gegeten
paasbroodje	=	paasbrood
paasbroodjes	=	paasbrood
paasbrunch	noun	gezellige, feestelijke maaltijd die ontbijt en lunch combineert, gehouden tijdens Pasen
paasbrunchen	=	paasbrunch
paasbrunches	=	paasbrunch
paascactus	noun	Schlumbergera gaertneri een plant uit de cactusfamilie (Cactaceae), die in het voorjaar (volgens de naam rond Pasen) met rode symmetrische bloemen getooid is
paascactusje	=	paascactus
paascactusjes	=	paascactus
paascactussen	=	paascactus
paasdag	noun	een van de twee dagen van het paasfeest, paaszondag of paasmaandag
paasdagen	=	paasdag
paasdagje	=	paasdag
paasdagjes	=	paasdag
paasdienst	noun	een christelijke liturgie die begint bij zonsondergang en eindigt bij zonsopgang tijdens de nacht van paaszaterdag op Pasen
paasdiensten	=	paasdienst
paasdienstje	=	paasdienst
paasdienstjes	=	paasdienst
paasei	noun	ei van chocolade of suiker dat op of omstreeks Pasen gegeten wordt
paaseieren	=	paasei
paaseierenraap	noun	de activiteit die georganiseerd wordt met Pasen waarbij (met name) kinderen paaseieren kunnen zoeken en rapen
paaseitje	=	paasei
paaseitjes	=	paasei
paasfeest	noun	jaarlijkse viering van Pesach
paasfeesten	=	paasfeest
paasfeestje	=	paasfeest
paasfeestjes	=	paasfeest
paashaas	noun	een fictieve haas die met Pasen paaseieren en ander snoep zou brengen
paashaasje	=	paashaas
paashaasjes	=	paashaas
paashaasschaamhaarverzamelaar	noun|vulgar	verzamelaar van schaamhaar afkomstig van de paashaas
paashaasschaamhaarverzamelaars	=	paashaasschaamhaarverzamelaar
paashaasschaamhaarverzamelaartje	=	paashaasschaamhaarverzamelaar
paashaasschaamhaarverzamelaartjes	=	paashaasschaamhaarverzamelaar
paashazen	=	paashaas
paaskaars	noun	in de paasnacht voor het eerst ontstoken kaars als symbool van het licht van de verrezen Christus
paaskaarsen	=	paaskaars
paaskaarsje	=	paaskaars
paaskaarsjes	=	paaskaars
paasklok	noun	de klok die in Vlaanderen de paaseieren brengt
paasklokje	=	paasklok
paasklokjes	=	paasklok
paasklokken	=	paasklok
paaslam	noun	lam dat men slacht en eet met Pasen
paaslammeren	=	paaslam
paaslammetje	=	paaslam
paaslammetjes	=	paaslam
paaslied	noun	een lied dat gaat over Pasen, de opstanding van Jezus, en de kernboodschap van hoop en nieuw leven
paasliederen	=	paaslied
paasliedje	=	paaslied
paasliedjes	=	paaslied
paasmaal	noun	maaltijd die men samen met andere mensen geniet tijdens het paasfeest
paasmaaltje	=	paasmaal
paasmaaltjes	=	paasmaal
paasmaandag	noun	de dag die volgt op paaszondag.
paasmaandagen	=	paasmaandag
paasmaandagje	=	paasmaandag
paasmaandagjes	=	paasmaandag
paasmalen	=	paasmaal
paasmarkt	noun	markt die rond Pasen wordt gehouden
paasmarkten	=	paasmarkt
paasmarktje	=	paasmarkt
paasmarktjes	=	paasmarkt
paasmis	noun	de mis die in de rooms-katholieke, oosters-orthodoxe en oriëntaals-orthodoxe kerken op de ochtend van de paaszondag gevierd wordt in aansluiting op de paaswake, na de Goede Week
paasmissen	=	paasmis
paasnacht	noun	de nacht waarin Jezus uit de dood herrees van de nacht van paaszaterdag naar eerste paasdag; de nacht van de paaswake
paasnachten	=	paasnacht
paasnachtje	=	paasnacht
paasnachtjes	=	paasnacht
paasochtend	noun	de ochtend van Pasen
paasochtenden	=	paasochtend
paasontbijt	noun	het ontbijt dat gegeten wordt tijdens de paasdagen
paasontbijten	=	paasontbijt
paasontbijtje	=	paasontbijt
paaspakket	noun	een samengesteld cadeau dat bijvoorbeeld een werkgever omstreeks Pasen aan zijn personeelsleden geeft
paaspakketje	=	paaspakket
paaspakketjes	=	paaspakket
paaspakketten	=	paaspakket
paaspanterspin	noun	Alopecosa barbipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
paaspanterspinnen	=	paaspanterspin
paaspanterspinnetje	=	paaspanterspin
paaspanterspinnetjes	=	paaspanterspin
paaspauze	noun	een pauze van iets tijdens de periode rond de paastijd
paaspauzes	=	paaspauze
paasprocessie	noun	een processie gehouden ter gelegenheid van Pasen
paasprocessies	=	paasprocessie
paasprocessietje	=	paasprocessie
paasprocessietjes	=	paasprocessie
paasslinger	noun	vrolijke feestversiering die speciaal bedoeld is voor de paasdagen en het voorjaar.
paasslingers	=	paasslinger
paasslingertje	=	paasslinger
paasslingertjes	=	paasslinger
paast	=	pasen
paaste	=	pasen
paasten	=	pasen
paastijd	noun	de tijd rond Pasen
paastijden	=	paastijd
paasvakantie	noun	de vakantie rond Pasen
paasvakanties	=	paasvakantie
paasvakantietje	=	paasvakantie
paasvakantietjes	=	paasvakantie
paasverhaal	noun	verhaal van de korte laatste periode in het leven van Jezus Christus
paasverhalen	=	paasverhaal
paasvigilie	noun	een christelijke liturgie die begint bij zonsondergang en eindigt bij zonsopgang tijdens de nacht van paaszaterdag op Pasen
paasvigilies	=	paasvigilie
paasvigiliën	=	paasvigilie
paasvuren	=	paasvuur
paasvuur	noun	een groot vuur dat men op eerste of tweede Paasdag aansteekt
paasvuurtje	=	paasvuur
paasvuurtjes	=	paasvuur
paaswake	noun	een christelijke liturgie die begint bij zonsondergang en eindigt bij zonsopgang tijdens de nacht van paaszaterdag op Pasen
paaswaken	=	paaswake
paaswakes	=	paaswake
paasweek	noun	de week na Pasen
paasweekeinde	noun	periode van paaszaterdag tot en met tweede paasdag
paasweekeinden	=	paasweekeinde
paasweekeindes	=	paasweekeinde
paasweekend	noun	periode van paaszaterdag tot en met tweede paasdag
paasweekenden	=	paasweekend
paasweekendje	=	paasweekend
paasweekendjes	=	paasweekend
paasweekends	=	paasweekend
paasweekje	=	paasweek
paasweekjes	=	paasweek
paasweken	=	paasweek
paaszaterdag	noun	de zaterdag voor Pasen
paaszaterdagen	=	paaszaterdag
paaszaterdagje	=	paaszaterdag
paaszaterdagjes	=	paaszaterdag
paaszondag	noun	de dag waarop christenen vieren dat Jezus opgestaan is uit de dood, op de derde dag na zijn kruisiging.
paaszondagen	=	paaszondag
paaszondagje	=	paaszondag
paaszondagjes	=	paaszondag
paat	noun	peetmoeder
paatje	=	pa
paatjes	=	pa
pabo	noun	hbo-opleiding voor leraren in het basisonderwijs
pabo's	=	pabo
pabo-opleiding	noun	De pabo (pedagogische academie voor het basisonderwijs) is een vierjarige hbo-opleiding in Nederland die opleidt tot leraar in het basisonderwijs.
pabo-opleidingen	=	pabo-opleiding
pabo-opleidinkje	=	pabo-opleiding
pabo-opleidinkjes	=	pabo-opleiding
paca	noun	benaming voor zoogdieren uit het geslacht Cuniculus
paca's	noun	Cuniculus (of paka's) zijn een geslacht van Zuid-Amerikaanse knaagdieren
pacarana	noun	Dinomys branickii knaagdier uit Zuid-Amerika.
pacarana's	noun	Dinomyidae een familie van knaagdieren uit de parvorde Caviida en superfamilie Cavioidea die voorkomt in Zuid-Amerika.
pacaranaatje	=	pacarana
pacaranaatjes	=	pacarana
pace	=	pacen
pacemaker	noun	een elektronisch instrument voor het hart
pacemakers	=	pacemaker
pacemakertje	=	pacemaker
pacemakertjes	=	pacemaker
pacen	verb	aangeven met welke snelheid iets moet worden gedaan
pacend	=	pacen
pacende	=	pacen
pacet	=	pacen
pacete	=	pacen
paceten	=	pacen
pacha	=	pasja
pacht	noun	geld betaald voor het vruchtgebruik van grond waar men niet de eigenaar van is
pachtboer	noun	agrariër die land verbouwt dat niet in zijn eigendom is en waarvoor hij pacht moet betalen
pachtboeren	=	pachtboer
pachtboertje	=	pachtboer
pachtboertjes	=	pachtboer
pachtcontract	noun	overeenkomst waarin staat hoeveel pacht men betaalt voor het gebruik van een stuk land
pachtcontracten	=	pachtcontract
pachtcontractje	=	pachtcontract
pachtcontractjes	=	pachtcontract
pachte	=	pachten
pachten	verb	huur betalen voor het recht om een stuk land te gebruiken dat aan een ander toebehoort
pachtend	=	pachten
pachtende	=	pachten
pachter	noun	iemand die iets pacht
pachteres	noun	vrouwelijke pachter; boerin die gehuurde, gepachte grond bewerkt
pachteressen	=	pachteres
pachters	=	pachter
pachtertje	=	pachter
pachtertjes	=	pachter
pachtgrond	noun	grond die door een eigenaar aan een pachter wordt verhuurd
pachtgronden	=	pachtgrond
pachthof	noun	een boerderij of hoeve op grond waarover pacht verschuldigd is
pachthofje	=	pachthof
pachthofjes	=	pachthof
pachthoven	=	pachthof
pachtje	=	pacht
pachtovereenkomst	noun	officieel document waarin de voorwaarden voor de huur van een stuk land worden beschreven
pachtovereenkomsten	=	pachtovereenkomst
pachtsom	noun	de huur die men betaalt voor het mogen gebruiken van een stuk land
pachtsommen	=	pachtsom
pachtsysteem	noun	regulering van een (economische) markt waarbij iemand pacht moet betalen om een deel van een markt te mogen exploiteren
pachtsystemen	=	pachtsysteem
pachtte	=	pachten
pachtten	=	pachten
pachtwet	noun	wet die de verhuur van (agrarische) grond en de daarop staande boerderijen regelt
pachtwetten	=	pachtwet
pachyderm	noun	benaming voor zoogdieren met een dikke huid zoals olifant, nijlpaard en neushoorn
pachydermen	=	pachyderm
pachydermpje	=	pachyderm
pachydermpjes	=	pachyderm
pacificateur	noun	iemand die pacificeert, een vredestichter
pacificateurs	=	pacificateur
pacificateurtje	=	pacificateur
pacificateurtjes	=	pacificateur
pacificatie	noun	het sluiten van vrede, vredesluiting
pacificatiedemocratie	noun	V een politiek waarbij, ondanks grote tegenstellingen tussen de verschillende maatschappelijke zuilen, uiteindelijk een consensus wordt bereikt
pacificatiedemocratieën	=	pacificatiedemocratie
pacificaties	=	pacificatie
pacificatiën	=	pacificatie
pacificeer	=	pacificeren
pacificeerde	=	pacificeren
pacificeerden	=	pacificeren
pacificeert	=	pacificeren
pacificere	=	pacificeren
pacificeren	verb	tot vrede of tot rust brengen
pacificerend	=	pacificeren
pacificerende	=	pacificeren
pacifiek	adj	geneigd om vrede te stichten
pacifieke	=	pacifiek
pacifieker	=	pacifiek
pacifiekere	=	pacifiek
pacifiekers	=	pacifiek
pacifieks	=	pacifiek
pacifiekst	=	pacifiek
pacifiekste	=	pacifiek
pacifisch	adj	op de Pacifische oceaan en omliggende gebieden betrekking hebbend
pacifische	=	pacifisch
pacifischer	=	pacifisch
pacifischere	=	pacifisch
pacifischers	=	pacifisch
pacifisme	noun	een wereldbeschouwing die duurzame vrede nastreeft en tegen oorlog en geweld is
pacifist	noun	aanhanger van het pacifisme; iemand die streeft naar algehele vrede
pacifiste	noun	vrouwelijke vorm van pacifist
pacifisten	=	pacifist
pacifistes	=	pacifiste
pacifistisch	adj	wereldbeschouwing die duurzame vrede nastreeft en tegen oorlog en geweld is
pacifistische	=	pacifistisch
pacifistischer	=	pacifistisch
pacifistischere	=	pacifistisch
pacifistischers	=	pacifistisch
pack	noun	slappe vormeloze tas
packagedeal	noun	transactie waarin verschillende zaken in één pakket worden overeengekomen
packagedeals	=	packagedeal
packagedealtje	=	packagedeal
packagedealtjes	=	packagedeal
packs	=	pack
pacman	noun	figuur die doet denken aan een rond, happend bolletje
pacmannetje	=	pacman
pacmannetjes	=	pacman
pact	noun	overeenkomst (tussen twee of meer soevereine staten)
pacteer	=	pacteren
pacteerde	=	pacteren
pacteerden	=	pacteren
pacteert	=	pacteren
pacten	=	pact
pactere	=	pacteren
pacteren	verb	een (onfatsoenlijke, valse) overeenkomst sluiten
pacterend	=	pacteren
pacterende	=	pacteren
pactje	=	pact
pad	noun	Bufonidae kikker met een gedrongen lichaamsbouw en ruwe huid die een orgaan van Bidder bezit
padadders	noun	een geslacht Causus van slangen uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie echte adders (Viperinae)
padbreedte	noun	hartafstand van de padden op een wagenas
padbreedtes	=	padbreedte
paddel	noun	stok met een platte verbreding op het einde
paddelde	=	paddelen
paddelden	=	paddelen
paddele	=	paddelen
paddelen	verb	een vaartuig met de platte hand voortbewegen
paddelend	=	paddelen
paddelende	=	paddelen
paddels	=	paddel
paddelt	=	paddelen
paddeltje	=	paddel
paddeltjes	=	paddel
padden	noun	Bufonidae een familie van kikvorsachtigen De wetenschappelijke naam kreeg deze groep in 1825 van John Edward Gray, oorspronkelijk werd de naam Bufonina gebruikt.
paddenbloot	adj	helemaal naakt
paddenbloots	=	paddenbloot
paddenblote	=	paddenbloot
paddenkopagamen	noun	een geslacht Phrynocephalus van hagedissen die behoren tot de familie agamen (Agamidae)
paddenkopschildpadden	noun	een geslacht Phrynops van schildpadden uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
paddenmoedernaakt	adj	helemaal bloot
paddenmoedernaakte	=	paddenmoedernaakt
paddenmoedernaakts	=	paddenmoedernaakt
paddenrus	noun	Juncus subnodulosus een overblijvend kruid uit de russenfamilie (Juncaceae).
paddenrusje	=	paddenrus
paddenrusjes	=	paddenrus
paddenrussen	=	paddenrus
paddenstoel	noun	vruchtlichaam van een doorgaans onder de grond levende schimmel of zwam
paddenstoelen	=	paddenstoel
paddenstoelenmoordzaak	noun	rechtszaak betreffende een moord met behulp van giftige paddenstoelen
paddenstoelenmoordzaken	=	paddenstoelenmoordzaak
paddenstoelgitje	noun	Cheilosia scutellata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
paddenstoelgitjes	=	paddenstoelgitje
paddenstoelkrab	noun	Eurynome aspera een krab uit de familie Majidae, die zeldzaam is voor de Nederlandse en Belgische kust.
paddenstoelkrabben	=	paddenstoelkrab
paddenstoelkrabbetje	=	paddenstoelkrab
paddenstoelkrabbetjes	=	paddenstoelkrab
paddenstoelmug	noun	insect uit de familie Mycetophilidae van insecten uit de orde tweevleugeligen (Diptera)
paddenstoelmuggen	noun	Mycetophilidae een familie van insecten uit de orde tweevleugeligen (Diptera)
paddenstoelmuggetje	=	paddenstoelmug
paddenstoelmuggetjes	=	paddenstoelmug
paddenstoelrots	noun	een landvorm ontstaan door een eolisch proces in de vorm van een paddenstoel
paddenstoelrotsen	=	paddenstoelrots
paddenstoelrotsje	=	paddenstoelrots
paddenstoelrotsjes	=	paddenstoelrots
paddenstoelspons	noun	Suberites massa een dier uit de familie Suberitidae.
paddenstoelsponsen	=	paddenstoelspons
paddenstoelsponsje	=	paddenstoelspons
paddenstoelsponsjes	=	paddenstoelspons
paddenstoelsponzen	=	paddenstoelspons
paddenstoeltje	=	paddenstoel
paddenstoeltjes	=	paddenstoel
paddenstoeluil	noun	Parascotia fuliginaria een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
paddenstoeluilen	=	paddenstoeluil
paddenstoeluiltje	=	paddenstoeluil
paddenstoeluiltjes	=	paddenstoeluil
paddenstoelvormig	adj	vorm van een paddenstoel hebbend
paddenstoelvormige	=	paddenstoelvormig
paddenstoelvormiger	=	paddenstoelvormig
paddenstoelvormigere	=	paddenstoelvormig
paddenstoelvormigers	=	paddenstoelvormig
paddenstoelvormigs	=	paddenstoelvormig
paddenstoelvormigst	=	paddenstoelvormig
paddenstoelvormigste	=	paddenstoelvormig
paddenstoelwolk	noun	wolk met de vorm van een paddenstoel zoals deze ontstaat na de explosie van een atoombom of vulkaan
paddenstoelwolken	=	paddenstoelwolk
paddestoel	=	paddenstoel
padding	noun	Zacht materiaal dat wordt gebruikt om iets te beschermen, zoals de vulling in sportuitrusting (bijv. scheenbeschermers) of verpakkingsmateriaal
paddings	=	padding
paddinkje	=	padding
paddinkjes	=	padding
paddo	noun|informal	psychoactieve paddenstoel die om zijn hallucinogene werking gebruikt wordt
paddo's	=	paddo
paddock	noun	terrein met een hek erom voor paarden bij een paardenstal
paddockje	=	paddock
paddockjes	=	paddock
paddocks	=	paddock
paddootje	=	paddo
paddootjes	=	paddo
paddoverbod	noun	verbod op de verkoop van psychoactieve paddestoelen
paddoverboden	=	paddoverbod
paddoverbodje	=	paddoverbod
paddoverbodjes	=	paddoverbod
paddy	noun	spotnaam voor de Ieren
paddy's	=	paddy
padel	noun	sport waarbij men net als bij tennis een bal over een net moet slaan met een racket maar waarbij men ook de wanden en de hekken rond de baan mag gebruiken om tegen te kaatsen
padelde	=	padellen
padelden	=	padellen
padelle	=	padellen
padellen	verb	het spelen van padel een sport die kenmerken heeft van tennis en squash
padellend	=	padellen
padeller	noun	persoon die padel speelt; een sport die lijkt op tennis en squash
padellers	=	padeller
padellertje	=	padeller
padellertjes	=	padeller
padelspeelster	=	padelspeler
padelspeler	noun	persoon die padel speelt; een sport die lijkt of tennis en squash
padelspelers	=	padelspeler
padelspelertje	=	padelspeler
padelspelertjes	=	padelspeler
padelt	=	padellen
pademelon	noun	Thylogale individueel dier van het geslacht van pademelons
pademelonnetje	=	pademelon
pademelonnetjes	=	pademelon
pademelons	noun	Thylogale een geslacht van kangoeroes dat voorkomt in oostelijk Australië, Tasmanië, Nieuw-Guinea en op twee eilandgroepen die enkele honderden kilometers ten westen en ten oosten van Nieuw-Guinea liggen: de Bismarck-archipel en de Aru-eilanden.
paden	=	pad
padhagedis	noun	Phrynosoma platyrhinos een hagedis uit de familie Phrynosomatidae en een van de padhagedissen uit het geslacht Phrynosoma
padhagedisje	=	padhagedis
padhagedisjes	=	padhagedis
padhagedissen	noun	een geslacht Phrynosoma van hagedissen uit de familie Phrynosomatidae
padi	=	padie
padie	noun	rijst Oryza sativa die nog niet is geoogst
padieboer	noun	landbouwer die rijst verbouwt
padieboeren	=	padieboer
padieboertje	=	padieboer
padieboertjes	=	padieboer
padiekaf	noun	de vliezen rondom rijstkorrels
padieopkoop	noun	het kopen van grote hoeveelheden rijst direct van de rijstboeren
padieopkopen	=	padieopkoop
padieopkoper	noun	handelaar die rijst koopt van rijstboeren
padieopkopers	=	padieopkoper
padieprijs	noun	hoeveelheid geld die een rijstboer ontvangt door de verkoop van rijst
padieprijzen	=	padieprijs
padieproducent	noun	boer die rijst verbouwt
padieproducenten	=	padieproducent
padisjah	noun	vorst van een islamitisch land
padisjahs	=	padisjah
padje	=	pad
padjes	=	pad
padmaat	noun	hartafstand van de padden op een wagenas
padmaatje	=	padmaat
padmaatjes	=	padmaat
padmaten	=	padmaat
padoek	noun	soort tropisch hardhout afkomstig van Pterocarpus soyauxii
pads	=	pad
paduaans	noun	dialect van het Italiaans gesproken nabij de Italiaanse stad Padua	adj	betreffende Padua of afkomstig uit Padua
paduaanse	noun	vrouwelijk persoon uit Padua
paduaansen	=	paduaanse
paduaanser	=	paduaans
paduaansere	=	paduaans
paduaansers	=	paduaans
paduaanst	=	paduaans
paduaanste	=	paduaans
padvinder	noun|obsolete	iemand die een nieuwe weg door de wildernis weet te vinden
padvinderachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een padvinder
padvinderachtige	=	padvinderachtig
padvinderachtiger	=	padvinderachtig
padvinderachtigere	=	padvinderachtig
padvinderachtigers	=	padvinderachtig
padvinderachtigs	=	padvinderachtig
padvinderachtigst	=	padvinderachtig
padvinderachtigste	=	padvinderachtig
padvinderij	noun	het zelfstandig de weg moeten vinden zonder duidelijke gids
padvinderijen	=	padvinderij
padvinders	=	padvinder
padvindersbeweging	noun	een wereldwijde jeugd- en jongerenbeweging.
padvindersbewegingen	=	padvindersbeweging
padvindersbeweginkje	=	padvindersbeweging
padvindersbeweginkjes	=	padvindersbeweging
padvindertje	=	padvinder
padvindertjes	=	padvinder
padvindster	noun|obsolete	vrouwelijke scout: lid van de speltak voor jongens en meisjes tussen 11 en 15 jaar
padvindsters	=	padvindster
padvindstertje	=	padvindster
padvindstertjes	=	padvindster
paean	noun	loflied voor Apollo
paeans	=	paean
paedagogisch	=	pedagogisch
paedagoog	=	pedagoog
paella	noun	oorspronkelijk Valenciaans en tegenwoordig typisch Spaans gerecht en bevat, afhankelijk van de regio, als hoofdingrediënten: rijst, zeevruchten als vis en schaaldieren, stukjes kip, konijn, tomatenbasis (tomate frito), garrofónes (speciaal soort witte bonen uit Valencia), snijbonen en saffraan
paella's	=	paella
paerd	=	paard
paerdt	=	paard
paerl	=	parel
paerle	=	parel
paert	=	paard
paf	adj	bevangen door grote verbazing	noun	geluid van een afgeschoten vuurwapen
pafdak	noun	overdekte rookruimte in de buitenlucht
pafdaken	=	pafdak
pafdakje	=	pafdak
pafdakjes	=	pafdak
paffe	=	paf
paffen	verb	tabak roken
paffend	=	paffen
paffende	=	paffen
paffer	noun	iemand die paft
paffere	=	paf
pafferig	adj	slap en dik
pafferige	=	pafferig
pafferiger	=	pafferig
pafferigere	=	pafferig
pafferigers	=	pafferig
pafferigheden	=	pafferigheid
pafferigheid	noun	de mate waarin iemand een opgeblazen uiterlijk heeft
pafferigs	=	pafferig
pafferigst	=	pafferig
pafferigste	=	pafferig
paffers	=	paf
paffertje	=	paffer
paffertjes	=	paffer
paffig	adj	op een ongezonde manier opgezwollen
paffige	=	paffig
paffiger	=	paffig
paffigere	=	paffig
paffigers	=	paffig
paffigs	=	paffig
paffigst	=	paffig
paffigste	=	paffig
pafje	=	paf
pafjes	=	paf
pafpaal	noun	paal waarbij men mag roken
pafpalen	=	pafpaal
pafpauze	noun|informal	werkonderbreking die men gebruikt voor het roken van een sigaret
pafpauzes	=	pafpauze
pafpauzetje	=	pafpauze
pafpauzetjes	=	pafpauze
pafpremie	noun	hogere ziektekostenpremie voor mensen die roken
pafpremies	=	pafpremie
pafs	=	paf
pafst	=	paf
pafste	=	paf
paft	=	paffen
pafte	=	paffen
paften	=	paffen
pafzak	noun	grof, dik, lomp mens
pafzakken	=	pafzak
pagaai	noun	een peddel voor een kano, met één blad, waarbij je twee handen gebruikt voor de voortstuwing
pagaaien	=	pagaai
pagaaitje	=	pagaai
pagaaitjes	=	pagaai
pagadder	noun	kind, meestal een peuter of kleuter, dat op een vertederende manier wat ondeugend is; vooral gebruikt voor jongens
pagadderke	=	pagadder
pagadderken	=	pagadder
pagadderkes	=	pagadder
pagadders	=	pagadder
pagaddertje	=	pagadder
pagaddertjes	=	pagadder
pagaddertoren	noun	uitkijktoren uit de Spaanse tijd in Antwerpen en omgeving die werden opgericht voor het prestige, zonder enig reëel nut
pagaddertorens	=	pagaddertoren
pagaddertorentje	=	pagaddertoren
pagaddertorentjes	=	pagaddertoren
paganelgrondel	noun	Gobius paganellus een straalvinnige vis uit de familie van grondels (Gobiidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
paganelgrondels	=	paganelgrondel
paganelgrondeltje	=	paganelgrondel
paganelgrondeltjes	=	paganelgrondel
paganisme	noun	voor-Christelijk heidens geloof
paganist	noun	beoefenaar van een religie die noch monotheïstisch is, noch op de Bijbel is gebaseerd
paganisten	=	paganist
paganistisch	adj	betrekking hebbend op het paganisme
paganistische	=	paganistisch
paganistischer	=	paganistisch
paganistischere	=	paganistisch
paganistischers	=	paganistisch
pagankarekiet	noun	Acrocephalus yamashinae een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
pagankarekieten	=	pagankarekiet
pagankarekietje	=	pagankarekiet
pagankarekietjes	=	pagankarekiet
pagara-estafette	noun	lange sliert van knalvuurwerk die wordt afgestoken op oudjaarsdag
pagara-estafettes	=	pagara-estafette
pagarafestival	noun	feest waar veel strengen knalvuurwerk worden afgestoken
pagarafestivals	=	pagarafestival
pagatinu	noun	prepaid systeem voor de levering van elektriciteit
pagatinusysteem	noun	prepaid systeem voor het betalen van elektriciteitsrekeningen
pagatinusystemen	=	pagatinusysteem
page	noun	persoonlijke dienaar van iemand met een hoge maatschappelijke positie
pagekop	noun	kapsel voor meisjes en vrouwen waarbij het haar boven de nek recht is afgeknipt
pagekopje	=	pagekop
pagekopjes	=	pagekop
pagekoppen	=	pagekop
pagemantel	noun	Cortinarius semisanguineus een schimmel uit de familie Cortinariaceae.
pagemantels	=	pagemantel
pagemanteltje	=	pagemantel
pagemanteltjes	=	pagemantel
pager	noun	een apparaat dat kan worden gebruikt om iemand een signaal of een tekstbericht te sturen via een telefoonverbinding
pagers	=	pager
pages	noun	Papilionidae een familie van vlinders.	adj	bang, angstig, verslagen
pagetje	=	page
pageview	noun	het verzoek om één HTML-pagina te laden
pageviews	=	pageview
pagina	noun	bladzijde, zowel met betrekking tot de volgorde als tot het oppervlak
pagina's	=	pagina
paginaatje	=	pagina
paginaatjes	=	pagina
paginabeveiliging	noun	een instelling van een pagina op een wiki zodat deze pagina niet meer door iedereen kan worden aangepast
paginabeveiligingen	=	paginabeveiliging
paginagroot	adj	van een artikel, afbeelding of advertentie dat het een hele (kranten)pagina vult
paginagroots	=	paginagroot
paginagrote	=	paginagroot
paginalang	adj	met een omvang van één of meerdere pagina's; van een tekst dat deze heel erg lang is
paginalange	=	paginalang
paginalangs	=	paginalang
paginanummer	noun	een getal waarmee een pagina geïdentificeerd kan worden
paginanummers	=	paginanummer
paginanummertje	=	paginanummer
paginanummertjes	=	paginanummer
paginaset	noun	verzameling pagina's die via of op één pagina worden weergegeven of opgeroepen
paginasetje	=	paginaset
paginasetjes	=	paginaset
paginasets	=	paginaset
paginatitel	noun	de titel van een website zoals die wordt weergegeven bij een zoekopdracht
paginatitels	=	paginatitel
paginatiteltje	=	paginatitel
paginatiteltjes	=	paginatitel
paginaturen	=	paginatuur
paginatuur	noun	het nummeren van de bladzijden van een boek of document
paginavullend	adj	van een afbeelding, advertentie, tekst of grafisch element dat het een hele pagina of bladzijde volledig bedekt
paginavullende	=	paginavullend
paginavullender	=	paginavullend
paginavullendere	=	paginavullend
paginavullenders	=	paginavullend
paginavullends	=	paginavullend
paginavullendst	=	paginavullend
paginavullendste	=	paginavullend
pagineer	=	pagineren
pagineerde	=	pagineren
pagineerden	=	pagineren
pagineert	=	pagineren
paginere	=	pagineren
pagineren	verb	de bladzijden van een drukwerk voorzien van een doorlopende paginanummering
paginerend	=	pagineren
paginerende	=	pagineren
paginering	noun	de nummering van de pagina's van een boek of een ander schrijven dat bestaat uit meerdere bladzijdes
pagineringen	=	paginering
pagode	noun	hoge boeddhistische tempel (vaak met 7 of 13 verdiepingen) waarbij iedere verdieping een overstekend dak heeft
pagodebomen	=	pagodeboom
pagodeboom	noun	Ficus religiosa een plant uit de moerbeifamilie
pagodeboompje	=	pagodeboom
pagodeboompjes	=	pagodeboom
pagoden	=	pagode
pagodes	=	pagode
pagodespreeuw	noun	Sturnia pagodarum een spreeuwensoort uit het geslacht Sturnia, een geslacht van zangvogels uit de familie spreeuwen (Sturnidae).
pagodespreeuwen	=	pagodespreeuw
pagodespreeuwtje	=	pagodespreeuw
pagodespreeuwtjes	=	pagodespreeuw
pailemaille	=	palemaille
paille	adj	strogeel
paille-maille	=	palemaille
pailles	=	paille
paillet	noun|obsolete	droge rode wijn met een bleke kleur
pailletje	=	paillet
pailletjes	=	paillette
paillets	=	paillet
paillette	noun	plaatje glinsterend materiaal dat men op kleding naait als versiering
pailletten	=	paillet
paintball	noun	tijdverdrijf waarbij je elkaar besluipt en beschiet met bolletjes verf
paintballde	=	paintballen
paintballden	=	paintballen
paintballe	=	paintballen
paintballen	verb	het spelen van paintball, een spel waarbij men elkaar beschiet met verfballetjes
paintballend	=	paintballen
paintballende	=	paintballen
paintballt	=	paintballen
pair	noun	twee kaarten met dezelfde waarde (bijvoorbeeld: twee negens of twee boeren) in de hand van een speler
pairs	=	pair
pairtje	=	pair
pairtjes	=	pair
pais	noun	toestand van rust en vrede
paisley	noun	aanduiding voor een gestileerd textiel-motief, dat grofweg een soort van bladvorm met een spits toelopend einde voorstelt, een soort grote komma
paisleys	=	paisley
paitan	noun	dichter van pioetiem (pioet)
paitaniem	=	paitan
pak	noun	hoeveelheid die een geheel vormt
pakaan	noun	iets wat je kan vastgrijpen, handgreep, leuning
pakaans	=	pakaan
pakbaar	adj	door justitie opspoorbaar en daardoor ook strafbaar
pakbaarder	=	pakbaar
pakbaardere	=	pakbaar
pakbaarders	=	pakbaar
pakbaars	=	pakbaar
pakbaarst	=	pakbaar
pakbaarste	=	pakbaar
pakbare	=	pakbaar
pakbon	noun	document dat met een zending wordt meegestuurd en aangeeft waaruit die bestaat
pakbonnen	=	pakbon
pakbonnetje	=	pakbon
pakbons	=	pakbon
pakezel	noun	als lastdier gebruikt hoefdier, Equus asinus
pakezels	=	pakezel
pakezeltje	=	pakezel
pakezeltjes	=	pakezel
pakgoed	noun	verpakkingsmaterialen
pakhuis	noun	een gebouw waar goederen worden opgeslagen
pakhuisje	=	pakhuis
pakhuisjes	=	pakhuis
pakhuizen	=	pakhuis
pakiera	=	pakira
pakijs	noun	de meest voorkomende vorm van zee-ijs en bestaat uit op elkaar geschoven ijsschollen; opeengepakt drijfijs
pakira	noun	Pecari tajacu navelzwijn met grijze vacht en een witte halsband
pakira's	=	pakira
pakistaan	noun	een Pakistaans restaurant
pakistaans	adj	op Pakistan betrekking hebbend
pakistaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Pakistan, of een vrouw afkomstig uit Pakistan
pakistaansen	=	pakistaanse
pakistaanser	=	pakistaans
pakistaansere	=	pakistaans
pakistaansers	=	pakistaans
pakistaanst	=	pakistaans
pakistaanste	=	pakistaans
pakistanen	=	pakistaan
pakistani	noun	een inwoner van Pakistan, of iemand afkomstig uit Pakistan
pakistani's	=	pakistani
pakje	noun	alleen verkleinwoord klein geschenk in een tijdelijk omhulsel van papier of vergelijkbaar materiaal, ter verfraaiing en bescherming
pakjes	=	pak
pakjesavond	noun	avond van 5 december, waarop men als onderdeel van het sinterklaasfeest cadeaus uitpakt en gedichten voorleest
pakjesavonden	=	pakjesavond
pakjesavondje	=	pakjesavond
pakjesbezorger	noun	bedrijf dat pakketten bezorgd
pakjesbezorgers	=	pakjesbezorger
pakjesbus	noun	brievenbus voor pakjes
pakjesbussen	=	pakjesbus
pakjesfeest	noun	Het sinterklaasfeest dat gegeven wordt op pakjesavond 5 decembner.
pakjesfeesten	=	pakjesfeest
pakjesfeestje	=	pakjesfeest
pakjesfeestjes	=	pakjesfeest
pakkage	noun	dat wat men wil vervoeren
pakkans	noun	de kans dat je wordt opgespoord en vervolgd na het plegen van een misdaad
pakkansen	=	pakkans
pakkansje	=	pakkans
pakkansjes	=	pakkans
pakke	=	pakken
pakken	verb	in de handen nemen
pakkend	adj	interessant, boeiend, dat wat je belangstelling trekt
pakkende	=	pakkend
pakkender	=	pakkend
pakkendere	=	pakkend
pakkenders	=	pakkend
pakkendrager	noun	een rek op de fiets waarop spullen te plaatsen zijn om mee te nemen onderweg
pakkendragers	=	pakkendrager
pakkendragertje	=	pakkendrager
pakkendragertjes	=	pakkendrager
pakkends	=	pakkend
pakkendst	=	pakkend
pakkendste	=	pakkend
pakkenproletariaat	noun	klasse van arme, hoogopgeleide mensen die geen baan op hun eigen niveau kunnen vinden
pakkenproletariaten	=	pakkenproletariaat
pakker	noun	inpakker
pakkerd	noun	een dikke kus
pakkerdje	=	pakkerd
pakkerdjes	=	pakkerd
pakkerds	=	pakkerd
pakkerij	noun	bedrijf waar men goederen verpakt of overpakt van de ene naar de andere verpakking m.n. van haring die van de 'ton' in het 'vat' wordt overgepakt
pakkerijen	=	pakkerij
pakkers	=	pakker
pakkertje	=	pakker
pakkertjes	=	pakker
pakket	noun	een verzameling voorwerpen of begrippen
pakketbezorger	noun	iemand die pakketten bezorgt
pakketbezorgers	=	pakketbezorger
pakketboot	noun	een passagiersschip dat een regelmatige lijndienst onderhoudt tussen plaatsen van verschillende continenten tot vervoer van personen, post en goederen
pakketbootje	=	pakketboot
pakketbootjes	=	pakketboot
pakketboten	=	pakketboot
pakketbrievenbus	noun	een grotere, beveiligde brievenbus die speciaal is ontworpen om zowel post als middelgrote pakketten te ontvangen zonder dat je thuis hoeft te zijn
pakketbrievenbusje	=	pakketbrievenbus
pakketbrievenbusjes	=	pakketbrievenbus
pakketbrievenbussen	=	pakketbrievenbus
pakketdrone	noun	een drone waarmee pakjes bezorgd (kunnen) worden
pakketdrones	=	pakketdrone
pakketje	=	pakket
pakketjes	=	pakket
pakketoverzicht	noun	samenvatting van de inhoud van zaken die bij elkaar horen
pakketoverzichten	=	pakketoverzicht
pakketoverzichtje	=	pakketoverzicht
pakketoverzichtjes	=	pakketoverzicht
pakketpost	noun	post die niet door brievenbus past, groter of zwaarder dan: 38 x 26,5 x 3,2 cm en 2 kg.
pakketreis	noun	een reis waarbij verschillende losse onderdelen door dezelfde aanbieder als één pakket worden aangeboden, bv. vliegreis met hotel
pakketreisje	=	pakketreis
pakketreisjes	=	pakketreis
pakketreizen	=	pakketreis
pakketstation	noun	voorziening waar mensen hun bestellingen kunnen ophalen
pakketstations	=	pakketstation
pakketten	=	pakket
pakkettenbus	noun	brievenbus voor pakjes
pakkettenbussen	=	pakkettenbus
pakkettenkast	noun	automaat waar men pakjes kan aanbieden die men wil laten bezorgen
pakkettenkasten	=	pakkettenkast
pakketvergelijking	noun	een methode waarbij de totale arbeidsvoorwaarden van verschillende groepen werknemers of contracten in hun geheel met elkaar worden vergeleken.
pakketvergelijkingen	=	pakketvergelijking
pakketvergelijkinkje	=	pakketvergelijking
pakketvergelijkinkjes	=	pakketvergelijking
pakketzegel	noun	postzegel voor het frankeren van postpakketten
pakketzegels	=	pakketzegel
pakketzegeltje	=	pakketzegel
pakketzegeltjes	=	pakketzegel
pakkie-an	noun	wat iemand ligt
pakking	noun	een afdichting gemaakt van een flexibel materiaal gebruikt in motoren en pompen om iets water- of luchtdicht te maken
pakkingen	=	pakking
pakkingring	noun	ring van rubber, plastic enz. die als pakking fungeert
pakkingringen	=	pakkingring
pakkinkje	=	pakking
pakkinkjes	=	pakking
pakkist	noun	afgesloten bak waarin men goederen kan vervoeren
pakkisten	=	pakkist
pakkistje	=	pakkist
pakkistjes	=	pakkist
paklijst	noun	opsomming van zaken die men op een reis wil meenemen
paklijsten	=	paklijst
pakmand	noun	mand waarin men goederen kan pakken om ze te versturen
pakmanden	=	pakmand
pakmandje	=	pakmand
pakmandjes	=	pakmand
pakpaard	noun	een paard gebruikt voor het vervoer van goederen
pakpaarden	=	pakpaard
pakpapier	noun	papier men gebruikt voor het (feestelijk) inpakken van voorwerpen
pakpapieren	=	pakpapier
pakpapiertje	=	pakpapier
pakpapiertjes	=	pakpapier
paks	=	pak
paksoi	noun	Brassica rapa var. chinensis een langbladige open Chinese kool met groene bladeren en spierwitte bladstelen van Aziatische origine.
pakster	noun	vrouw die goed is in het inpakken van een koffer e.d.
paksters	=	pakster
pakt	=	pakken
paktafel	noun	tafel waarop ingepakt wordt
paktafels	=	paktafel
pakte	=	pakken
pakten	=	pakken
paktouw	noun	touw dat men gebruikt om iets in te pakken
paktouwen	=	paktouw
pakweg	adv	ongeveer, grof geschat
pakwerk	noun	handeling waarbij een hond helpt met het voltooien van een arrestatie door de politie
pakwerken	=	pakwerk
pakwerkje	=	pakwerk
pakwerkjes	=	pakwerk
pakzadel	noun	een zadel dat geschikt is voor het vervoeren van goederen op een paard
pakzadels	=	pakzadel
pakzadeltje	=	pakzadel
pakzadeltjes	=	pakzadel
pal	adv	onbeweeglijk	noun	een onderdeel van een mechanisme om terugdraaien te beletten, stuitpin
paladijn	noun	een slaafse aanhanger
paladijnen	=	paladijn
paladijns	noun|obsolete	paladijnen, weinig gangbare meervoudsvorm van paladijn
paladijntje	=	paladijn
paladijntjes	=	paladijn
palaeoceen	=	paleoceen
palaeogeen	=	paleogeen
palaeolithicum	=	paleolithicum
palaeozoïcum	=	paleozoïcum
palamblamiervogel	noun	Ampelornis griseiceps een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
palamblamiervogels	=	palamblamiervogel
palamblamiervogeltje	=	palamblamiervogel
palamblamiervogeltjes	=	palamblamiervogel
palanilijstergaai	noun	Montecincla fairbanki een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
palanilijstergaaien	=	palanilijstergaai
palanilijstergaaitje	=	palanilijstergaai
palanilijstergaaitjes	=	palanilijstergaai
palankijn	noun	draagstoel met hemel en gordijnen
palankijns	=	palankijn
palankijntje	=	palankijn
palankijntjes	=	palankijn
palapa	noun	een open ruimte met daarboven, op houten palen, een dak van gedroogde palmbladeren
palapa's	=	palapa
palata	=	palatum
palataal	noun	spraakklank die gevormd wordt met de tong tegen het harde verhemelte	adj	gevormd met de tong tegen het harde verhemelte
palataals	=	palataal
palataalst	=	palataal
palataalste	=	palataal
palatale	=	palataal
palatalen	=	palataal
palataler	=	palataal
palatalere	=	palataal
palatalers	=	palataal
palatum	noun	gehemelte van de mond; dak van de mondholte
palatums	=	palatum
palau-ijsvogel	noun	Todiramphus pelewensis een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
palau-ijsvogels	=	palau-ijsvogel
palau-ijsvogeltje	=	palau-ijsvogel
palau-ijsvogeltjes	=	palau-ijsvogel
palaubrilvogel	noun	Zosterops finschii een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
palaubrilvogels	=	palaubrilvogel
palaubrilvogeltje	=	palaubrilvogel
palaubrilvogeltjes	=	palaubrilvogel
palaudwergooruil	noun	Otus podarginus een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
palaudwergooruilen	=	palaudwergooruil
palaudwergooruiltje	=	palaudwergooruil
palaudwergooruiltjes	=	palaudwergooruil
palauer	noun	een inwoner van Palau (ook Belau)
palauers	=	palauer
palaujufferduif	noun	Ptilinopus pelewensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
palaujufferduifje	=	palaujufferduif
palaujufferduifjes	=	palaujufferduif
palaujufferduiven	=	palaujufferduif
palaumonarch	noun	Myiagra erythrops een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
palaumonarchen	=	palaumonarch
palaumonarchje	=	palaumonarch
palaumonarchjes	=	palaumonarch
palaunachtzwaluw	noun	Caprimulgus phalaena een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
palaunachtzwaluwen	=	palaunachtzwaluw
palaunachtzwaluwtje	=	palaunachtzwaluw
palaunachtzwaluwtjes	=	palaunachtzwaluw
palaupatrijsduif	noun	Pampusana canifrons een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana.
palaupatrijsduifje	=	palaupatrijsduif
palaupatrijsduifjes	=	palaupatrijsduif
palaupatrijsduiven	=	palaupatrijsduif
palaupitohui	noun	Pachycephala tenebrosa een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
palaupitohui's	=	palaupitohui
palaupitohuitje	=	palaupitohui
palaupitohuitjes	=	palaupitohui
palaurupsvogel	noun	Edolisoma monacha een rupsvogel die endemisch is op de Palau-eilanden
palaurupsvogels	=	palaurupsvogel
palaurupsvogeltje	=	palaurupsvogel
palaurupsvogeltjes	=	palaurupsvogel
palaus	adj	op Palau (ook Belau) betrekking hebbend
palausalangaan	noun	Aerodramus pelewensis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
palausalangaantje	=	palausalangaan
palausalangaantjes	=	palausalangaan
palausalanganen	=	palausalangaan
palause	noun	een vrouwelijke inwoner van Palau (ook Belau)
palausen	=	palause
palaustruikzanger	noun	Horornis annae een zangvogel uit de familie Cettiidae.
palaustruikzangers	=	palaustruikzanger
palaustruikzangertje	=	palaustruikzanger
palaustruikzangertjes	=	palaustruikzanger
palauwaaierstaart	noun	Rhipidura lepida een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
palauwaaierstaarten	=	palauwaaierstaart
palauwaaierstaartje	=	palauwaaierstaart
palauwaaierstaartjes	=	palauwaaierstaart
palaver	noun	bespreking, onderhandeling
palaverde	=	palaveren
palaverden	=	palaveren
palavere	=	palaveren
palaveren	verb	langdurig overleggen of onderhandelen
palaverend	=	palaveren
palaverende	=	palaveren
palavers	=	palaver
palavert	=	palaveren
palavertje	=	palaver
palavertjes	=	palaver
palawanbaardzwijn	noun	Sus ahoenobarbus een varken dat voorkomt op de eilanden Palawan, Balabac en de Calamianeilanden in de zuidwestelijke Filipijnen.
palawanbaardzwijnen	=	palawanbaardzwijn
palawanbaardzwijntje	=	palawanbaardzwijn
palawanbaardzwijntjes	=	palawanbaardzwijn
palawanbladvogel	noun	Chloropsis palawanensis een vogelsoort uit de familie van de bladvogels.
palawanbladvogels	=	palawanbladvogel
palawanbladvogeltje	=	palawanbladvogel
palawanbladvogeltjes	=	palawanbladvogel
palawanblauwrug	noun	Irena tweeddalii een middelgrote zangvogel.
palawanblauwruggen	=	palawanblauwrug
palawanblauwruggetje	=	palawanblauwrug
palawanblauwruggetjes	=	palawanblauwrug
palawanboomtimalia	noun	Zosterornis hypogrammicus een vogelsoort uit de familie van de Zosteropidae (brilvogels).
palawanboomtimalia's	=	palawanboomtimalia
palawanboomtimaliaatje	=	palawanboomtimalia
palawanboomtimaliaatjes	=	palawanboomtimalia
palawanbuulbuul	noun	Alophoixus frater een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
palawanbuulbuuls	=	palawanbuulbuul
palawanbuulbuultje	=	palawanbuulbuul
palawanbuulbuultjes	=	palawanbuulbuul
palawandrongo	noun	Dicrurus palawanensis een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's en het geslacht Dicrurus.
palawandrongo's	=	palawandrongo
palawandrongootje	=	palawandrongo
palawandrongootjes	=	palawandrongo
palawandwergooruil	noun	Otus fuliginosus een vogelsoort uit de familie Strigidae (uilen).
palawandwergooruilen	=	palawandwergooruil
palawandwergooruiltje	=	palawandwergooruil
palawandwergooruiltjes	=	palawandwergooruil
palawanhoningzuiger	noun	Cinnyris aurora een vogelsoort uit de familie van de Nectariniidae.
palawanhoningzuigers	=	palawanhoningzuiger
palawanhoningzuigertje	=	palawanhoningzuiger
palawanhoningzuigertjes	=	palawanhoningzuiger
palawankikkerbek	noun	Batrachostomus chaseni een vogel uit de familie Podargidae (kikkerbekken).
palawankikkerbekje	=	palawankikkerbek
palawankikkerbekjes	=	palawankikkerbek
palawankikkerbekken	=	palawankikkerbek
palawankraai	noun	Corvus pusillus een vogel uit de familie van de kraaien.
palawankraaien	=	palawankraai
palawankraaitje	=	palawankraai
palawankraaitjes	=	palawankraai
palawanmees	noun	Pardaliparus amabilis een zangvogel uit de familie van de Echte mezen.
palawanmeesje	=	palawanmees
palawanmeesjes	=	palawanmees
palawanmezen	=	palawanmees
palawanneushoornvogel	noun	Anthracoceros marchei een neushoornvogel die voorkomt in de regenwouden van de provincie Palawan in het zuidwesten van de Filipijnen.
palawanneushoornvogels	=	palawanneushoornvogel
palawanneushoornvogeltje	=	palawanneushoornvogel
palawanneushoornvogeltjes	=	palawanneushoornvogel
palawanschubdier	noun	Manis culionensis een schubdier dat voorkomt in de zuidwestelijke Filipijnen (Palawan en Culion).
palawanschubdieren	=	palawanschubdier
palawanschubdiertje	=	palawanschubdier
palawanschubdiertjes	=	palawanschubdier
palawanspiegelpauw	noun	Polyplectron napoleonis een van de opvallendste leden van de pauwfazanten.
palawanspiegelpauwen	=	palawanspiegelpauw
palawanspiegelpauwtje	=	palawanspiegelpauw
palawanspiegelpauwtjes	=	palawanspiegelpauw
palawanspinnenjager	noun	Arachnothera dilutior een zangvogel uit de familie van de honingzuigers.
palawanspinnenjagers	=	palawanspinnenjager
palawanspinnenjagertje	=	palawanspinnenjager
palawanspinnenjagertjes	=	palawanspinnenjager
palawantoepaja	noun	Tupaia palawanensis een toepaja uit het geslacht Tupaia dat voorkomt op de eilanden Palawan en Balabac in de Filipijnen.
palawantoepaja's	=	palawantoepaja
palawantoepajaatje	=	palawantoepaja
palawantoepajaatjes	=	palawantoepaja
palawantwijgtimalia	noun	Malacopteron palawanense een vogelsoort uit de familie van de Timaliidae (timalia's).
palawantwijgtimalia's	=	palawantwijgtimalia
palawantwijgtimaliaatje	=	palawantwijgtimalia
palawantwijgtimaliaatjes	=	palawantwijgtimalia
palawanvlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus platenae een papegaai uit de familie van de Psittaculidae (Papegaaien van de Oude Wereld) en het geslacht vlagstaartpapegaaien (Prioniturus).
palawanvlagstaartpapegaaien	=	palawanvlagstaartpapegaai
palawanvlagstaartpapegaaitje	=	palawanvlagstaartpapegaai
palawanvlagstaartpapegaaitjes	=	palawanvlagstaartpapegaai
palawanvliegenvanger	noun	Ficedula platenae een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae)
palawanvliegenvangers	=	palawanvliegenvanger
palawanvliegenvangertje	=	palawanvliegenvanger
palawanvliegenvangertjes	=	palawanvliegenvanger
palawanwoltimalia	noun	Ptilocichla falcata een vogelsoort uit de familie van de Pellorneidae.
palawanwoltimalia's	=	palawanwoltimalia
palawanwoltimaliaatje	=	palawanwoltimalia
palawanwoltimaliaatjes	=	palawanwoltimalia
pale	=	palen
paleer	=	paleren
paleerde	=	paleren
paleerden	=	paleren
paleert	=	paleren
paleis	noun	een aanzienlijk gebouw dat een openbare functie heeft of een (woon)huis voor een staatshoofd is
paleisachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van paleis
paleisachtige	=	paleisachtig
paleisachtiger	=	paleisachtig
paleisachtigere	=	paleisachtig
paleisachtigers	=	paleisachtig
paleisachtigs	=	paleisachtig
paleisachtigst	=	paleisachtig
paleisachtigste	=	paleisachtig
paleiselijk	adj	van een gebouw dat het lijkt op een paeis
paleiselijke	=	paleiselijk
paleiselijker	=	paleiselijk
paleiselijkere	=	paleiselijk
paleiselijkers	=	paleiselijk
paleiselijks	=	paleiselijk
paleiselijkst	=	paleiselijk
paleiselijkste	=	paleiselijk
paleisje	=	paleis
paleisjes	=	paleis
paleisrevolutie	noun	omwenteling binnen de top van een regering, bedrijf waarbij één persoon wordt vervangen maar de machtsstructuren in essentie dezelfde blijven
paleisrevoluties	=	paleisrevolutie
paleisrevolutietje	=	paleisrevolutie
paleisrevolutietjes	=	paleisrevolutie
paleistuin	noun	een tuin die hoort bij een paleis
paleistuinen	=	paleistuin
paleiswacht	noun	persoon die een paleis bewaakt
paleiswachten	=	paleiswacht
paleize	=	paleis
paleizen	=	paleis
palemaille	noun|historical	spel waarbij deelnemers een houten bal met een slaghout over een lange baan in zo weinig mogelijk slagen vanaf een paal aan het begin via een poortje naar een paal aan het eind spelen
palemaillen	=	palemaille
palen	verb	grenzen aan
palend	=	palen
palende	=	palen
palenpest	noun	een vorm van aantasting van houten paalfunderingen door anaerobe Pseudomonas bacteriën
paleoantropologe	noun	vrouwelijke vorm van paleoantropoloog
paleoantropologen	=	paleoantropoloog
paleoantropologes	=	paleoantropologe
paleoantropologie	noun	wetenschap van het ontstaan van de mens en uitgestorven mensachtigen
paleoantropologisch	adj	betreft het wetenschappelijk vakgebied dat uitgestorven mensachtigen bestudeert
paleoantropologische	=	paleoantropologisch
paleoantropologischer	=	paleoantropologisch
paleoantropologischere	=	paleoantropologisch
paleoantropologischers	=	paleoantropologisch
paleoantropoloog	noun	iemand die de paleoantropologie beoefent
paleoarchaïcum	noun	geologisch tijdperk, tweede era van het archaïcum, van 3,6 tot 3,2 miljard jaar geleden
paleoarcheïcum	noun	geologisch tijdperk, tweede era van het archaïcum, van 3,6 tot 3,2 miljard jaar geleden
paleobotanici	=	paleobotanicus
paleobotanicus	noun	iemand die de paleobotanie beoefent
paleobotanie	noun	wetenschap die onderzoek doet naar fossiele planten en bomen
paleoceen	noun	geologisch tijdperk waarin een grote verscheidenheid van zoogdieren ontstond, eerste tijdvak van het era paleogeen, van 66 tot 56 miljoen jaar geleden	adj	uit het paleoceen of betrekking hebbend op dat tijdperk
paleoceens	=	paleoceen
paleocene	=	paleoceen
paleoconservatisme	noun	een traditionalistische stroming binnen het Amerikaanse conservatisme
paleogeen	noun	geologisch tijdperk volgend op het uitsterven van de dinosauriërs, eerste periode van het era kaenozoïcum, van 66 tot 23 miljoen jaar geleden
paleogeografie	noun	de tak binnen de aardwetenschappen die de ligging en bewegingen van aardplaten alsmede de verdeling van land, zee en gebergten door de geologische geschiedenis heen bestudeert
paleograaf	noun	iemand die de paleografie beoefent (kenner van oude schriftsoorten)
paleografen	=	paleograaf
paleografie	noun	wetenschap die studie maakt van het oude schrift (manier van schrijven), vooral van de handschriften van de middeleeuwen
paleografieën	=	paleografie
paleografisch	adj	betreft de studie van oude handschriften en schriftvormen
paleografische	=	paleografisch
paleografischer	=	paleografisch
paleografischere	=	paleografisch
paleografischers	=	paleografisch
paleoklimatologie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van het klimaat met behulp van gegevens die in de bodem zijn opgeslagen
paleolithicum	noun	eerste periode van de steentijd, waarin mensen alleen door voedsel verzamelen en jacht in hun bestaan voorzien en eenvoudige werktuigen maakten door schilfers van stenen af te slaan, waar vanaf 3,3 miljoen jaar geleden aanwijzingen voor zijn, tot de tijd dat men ook planten ging zaaien, dieren ging houden en samengestelde stenen werktuigen maakte, waarvan na 20.000 voor Chr. de eerste voorbeelden worden gevonden
paleolithisch	adj	betrekking hebbend op, voorkomend in het paleolithicum
paleolithische	=	paleolithisch
paleolithischer	=	paleolithisch
paleolithischere	=	paleolithisch
paleolithischers	=	paleolithisch
paleologen	=	paleoloog
paleologie	noun	kennis en studie van de oudheid
paleoloog	noun	iemand die zich in het verre verleden verdiept
paleomagnetisme	noun	fossiel magnetisme in gesteenten vastgelegd in het geologische verleden
paleontologe	noun	vrouwelijke vorm van paleontoloog
paleontologen	=	paleontoloog
paleontologes	=	paleontologe
paleontologie	noun	aardkunde die gericht is op de bestudering van fossielen
paleontologisch	adj	betreft de wetenschappelijke studie van fossielen, versteende resten en sporen (zoals pootafdrukken) van uitgestorven planten en dieren
paleontologische	=	paleontologisch
paleontologischer	=	paleontologisch
paleontologischere	=	paleontologisch
paleontologischers	=	paleontologisch
paleontoloog	noun	iemand die fossielen bestudeert
paleontoloogje	=	paleontoloog
paleopathologie	noun	wetenschap die de ziektegeschiedenis van dier of mens probeert te achterhalen aan de hand van het resterende oude of fossiele materiaal
paleopathologieën	=	paleopathologie
paleoproterozoïcum	noun	geologisch tijdperk, eerste era van het proterozoïcum, van 2,5 tot 1,6 miljard jaar geleden
paleotropen	noun	de tropische gebieden ten oosten van de Atlantische Oceaan
paleozoïcum	noun	geologisch tijdperk met grote verscheidenheid van leven in de zeeën, eerste era van het fanerozoïcum; van ongeveer 541 tot 242 miljoen jaar geleden
paleozoïsch	adj	betreft de wetenschappelijke studie van fossielen, versteende resten en sporen (zoals pootafdrukken) van uitgestorven planten en dieren
paleozoïsche	=	paleozoïsch
paleozoïscher	=	paleozoïsch
paleozoïschere	=	paleozoïsch
paleozoïschers	=	paleozoïsch
paleozoölogen	=	paleozoöloog
paleozoölogie	noun	subdiscipline van de paleontologie die fossiele overblijfselen van dieren bestudeert
paleozoöloog	noun	een wetenschapper die paleozoölogie beoefent.
paleozoöloogje	=	paleozoöloog
paleozoöloogjes	=	paleozoöloog
paler	=	paal
palere	=	paleren
paleren	verb	mooi maken
palerend	=	paleren
palerende	=	paleren
palers	=	paal
palestijn	noun	een inwoner van Palestina, of iemand afkomstig uit Palestina
palestijnen	=	palestijn
palestijnensjaal	noun	Arabisch hoofddeksel en halsdoek, bekend geworden door Yasser Arafat
palestijnensjaals	=	palestijnensjaal
palestijnensjaaltje	=	palestijnensjaal
palestijnensjaaltjes	=	palestijnensjaal
palestijns	adj	op Palestina betrekking hebbend
palestijnse	noun	een vrouwelijke inwoner van Palestina, of een vrouw afkomstig uit Palestina
palestijnsen	=	palestijnse
palestijnser	=	palestijns
palestijnsere	=	palestijns
palestijnsers	=	palestijns
palestijnst	=	palestijns
palestijnste	=	palestijns
palestijntje	=	palestijn
palestijntjes	=	palestijn
palestinasjaal	noun	Arabisch hoofddeksel en halsdoek, bekend is geworden door Yasser Arafat
palestinasjaals	=	palestinasjaal
palestinasjaaltje	=	palestinasjaal
palestinasjaaltjes	=	palestinasjaal
palet	noun	dunne houten plank, meestal goed in de lak waarop een kunstschilder de verf kan mengen en meestal voorzien van een gat waar de kunstschilder zijn of haar duim doorheen kan steken
paletje	=	palet
paletjes	=	palet
paletmes	noun	een spatelvormig stuk gereedschap dat de kunstschilder gebruikt om op het palet een gebruikshoeveelheid verf van de juiste kleur te mengen
paletmesje	=	paletmes
paletmesjes	=	paletmes
paletmessen	=	paletmes
paletot	noun	korte, ruim vallende mantel of overjas
paletots	=	paletot
palette	=	paletten
paletten	verb	het spel met het slagplankje en de vederbal spelen
palettend	=	paletten
palettende	=	paletten
palfrenier	noun	knecht bij een koets
palfreniers	=	palfrenier
palfreniertje	=	palfrenier
palila	noun	Loxioides bailleui een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
palila's	=	palila
palilaatje	=	palila
palilaatjes	=	palila
palilalie	noun	echolalie waarbij men zichzelf herhaalt
palimalie	=	palemaille
palimpsest	noun	stuk perkament dat na afkrabbing van de tekst opnieuw gebruikt werd voor een nieuwe tekst
palimpsesten	=	palimpsest
palindromen	=	palindroom
palindroom	noun	een symmetrisch woord dat van links naar rechts gelezen hetzelfde is als van rechts naar links gelezen
palindroomdata	=	palindroomdatum
palindroomdatum	noun	een datum die achterste voren hetzelfde geschreven wordt, zoals 02-02-2020
palindroomdatums	=	palindroomdatum
palindroomgetal	noun	cijferreeks die van achter naar voren gelezen weer hetzelfde nummer oplevert
palindroomgetallen	=	palindroomgetal
palindroompje	=	palindroom
palindroompjes	=	palindroom
paling	noun	bepaald soort langwerpige consumptievis, Anguilla anguilla
palingachtigen	noun	een orde Anguilliformes van vissen die allemaal relatief zeer lang en dun zijn.
palingboer	noun	iemand die palingen verkoopt, een palingventer
palingboeren	=	palingboer
palingboertje	=	palingboer
palingboertjes	=	palingboer
palingen	=	paling
palingfuik	noun	een stapsgewijs nauwer wordend net waarmee men paling kan vangen
palingfuiken	=	palingfuik
palingneuker	noun|informal	pietluttig persoon, muggenzifter, kommaneuker, kanarieneuker, pietjesneuker
palingneukers	=	palingneuker
palingneukertje	=	palingneuker
palingneukertjes	=	palingneuker
palingpop	noun|informal	nederpop (popmuziek) van uit Volendam afkomstige groepen
palingsound	noun	typisch Nederlandse stijl in de popmuziek die in Volendam gemaakt wordt
palingsounds	=	palingsound
palingsteelmycena	noun	Mycena clavicularis een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
palingsteelmycena's	=	palingsteelmycena
palingsteelmycenaatje	=	palingsteelmycena
palingsteelmycenaatjes	=	palingsteelmycena
palingtrek	noun	het trekken van palingen naar de paaiplaatsen in de Sargassozee
palingtrekken	verb	volksvermaak waarbij deelnemers staande in een bootje moesten proberen een opgehangen glibberige paling los te trekken
palingtrekkend	=	palingtrekken
palingtrekkende	=	palingtrekken
palingvel	noun	de huid van een paling
palingvellen	=	palingvel
palingventer	noun	iemand die palingen verkoopt
palingventers	=	palingventer
palingventertje	=	palingventer
palingventertjes	=	palingventer
palingvisserij	noun	het (beroepsmatig) vissen op aal en paling
palingvisserijen	=	palingvisserij
palingworst	noun	grove, gekookte worst van varkensspek die gerookt wordt waardoor de smaak een beetje doet denken aan gerookte paling
palingworsten	=	palingworst
palingworstje	=	palingworst
palingworstjes	=	palingworst
palinkje	=	paling
palinkjes	=	paling
palissade	noun	een aaneengesloten rij van in de grond geslagen palen of staken, die vaak dienst doen als omheining
palissaden	=	palissade
palissades	=	palissade
palissadetje	=	palissade
palissadetjes	=	palissade
palissander	noun	fijne, zeer harde en compacte tropische houtsoort voor meubels, siervoorwerpen, muziekinstrumenten, afkomstig van sommige boomsoorten uit het geslacht Dalbergia
palissanderhout	noun	donkerrood hardhout afkomstig van sommige Zuid-Amerikaanse bomen van het geslacht Dalbergia vooral gebruikt voor het maken van meubels
palissanders	=	palissander
paljas	noun	clown
paljasje	=	paljas
paljasjes	=	paljas
paljassen	=	paljas
palla	noun	verstevigd vierkant van textiel waarmee tijdens de mis de kelk wordt afgedekt
palla's	=	palla
palladia	=	palladium
palladium	noun	scheikundig element met symbool Pd en atoomnummer 46. Het is een zilverwit overgangsmetaal
palladiumatomen	=	palladiumatoom
palladiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element palladium.
palladiumatoompje	=	palladiumatoom
palladiumatoompjes	=	palladiumatoom
palladoos	noun	stevige rechthoekig omhulsel voor een of meer van de stukken verstevigd textiel die tijdens de mis de kelk afdekken
palladozen	=	palladoos
pallen	=	pal
pallet	noun	houten of kunststof plateau om goederen op te plaatsen ter opslag of om te vervoeren
palletiseer	=	palletiseren
palletiseerde	=	palletiseren
palletiseerden	=	palletiseren
palletiseert	=	palletiseren
palletisere	=	palletiseren
palletiseren	verb	stapelen van producten op pallets
palletiserend	=	palletiseren
palletiserende	=	palletiseren
palletje	=	pallet
palletjes	=	pallet
pallets	=	pallet
palletten	=	pallet
pallia	=	pallium
palliatie	noun	verzachting van het lijden
palliatief	noun	pijnstiller	adj	de pijn verzachtend
palliatiefs	=	palliatief
palliatiefst	=	palliatief
palliatiefste	=	palliatief
palliaties	=	palliatie
palliatietje	=	palliatie
palliatietjes	=	palliatie
palliatieve	=	palliatief
palliatieven	=	palliatief
palliatiever	=	palliatief
palliatievere	=	palliatief
palliatievers	=	palliatief
pallieter	noun	iemand die probeert zoveel mogelijk vreugde te beleven
pallieters	=	pallieter
pallium	noun	een onderdeel van liturgische kleding uit de rooms-katholieke liturgie.
palliumpje	=	pallium
palliumpjes	=	pallium
palliums	=	pallium
palm	noun	benaming voor hoofdzakelijk tropische bomen uit de familie Arecaceae
palmachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van een palm
palmachtige	=	palmachtig
palmachtiger	=	palmachtig
palmachtigere	=	palmachtig
palmachtigers	=	palmachtig
palmachtigs	=	palmachtig
palmachtigst	=	palmachtig
palmachtigste	=	palmachtig
palmares	noun	opsomming van belangrijke overwinningen, behaalde prijzen of andere bijzondere prestaties
palmaresje	=	palmares
palmaressen	=	palmares
palmaritolijster	noun	Turdus haplochrous een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
palmaritolijsters	=	palmaritolijster
palmaritolijstertje	=	palmaritolijster
palmaritolijstertjes	=	palmaritolijster
palmarosa	noun	Cymbopogon martinii een welriekende grassoort.
palmarosa's	=	palmarosa
palmblaadje	=	palmblad
palmblaadjes	=	palmblad
palmblad	noun	hete blad van een palmboom.
palmbladen	=	palmblad
palmbladeren	=	palmblad
palmblaren	=	palmblad
palmbomen	=	palmboom
palmboom	noun	De palmenfamilie (Palmae of Arecaceae: beide zijn toegestaan) is de enige familie in de orde Arecales.
palmboompje	=	palmboom
palmboompjes	=	palmboom
palmde	=	palmen
palmden	=	palmen
palme	=	palmen
palmeekhoorn	noun	knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae) (die in palmbomen leeft?)
palmeekhoorns	=	palmeekhoorn
palmeekhoorntje	=	palmeekhoorn
palmeekhoorntjes	=	palmeekhoorn
palmen	verb	met de palm omvatten (en naar zich toe halen)
palmend	=	palmen
palmende	=	palmen
palmenfamilie	noun	de enige familie Arecaceae (of Palmae beide zijn toegestaan) in de orde Arecales.
palmenfamilietje	=	palmenfamilie
palmenstrand	noun	strand met palmen geschikt voor een zonnige en onbezorgde vakantie
palmenstranden	=	palmenstrand
palmenstrandje	=	palmenstrand
palmenstrandjes	=	palmenstrand
palmet	noun	een ornament in de vorm van gestileerde palmbladeren
palmetten	=	palmet
palmgier	noun	Gypohierax angolensis een grote roofvogel uit de familie Accipitridae.
palmgieren	=	palmgier
palmgiertje	=	palmgier
palmgiertjes	=	palmgier
palmhout	noun	hout van de buksboom
palmhouten	adj	gemaakt van palmhout
palmiet	noun	Prionium serratum een robuuste, semiaquatische, bloeiende plant met wortelstokken die zo'n 2 m hoog kan worden.
palmieten	=	palmiet
palmitinezuren	=	palmitinezuur
palmitinezuur	noun	een verzadigd vetzuur met zestien koolstofatomen waarvan de IUPAC-naam daarom ook hexadecaanzuur is.
palmitinezuurtje	=	palmitinezuur
palmitinezuurtjes	=	palmitinezuur
palmkolen	=	palmkool
palmkool	noun	Brassica oleracea var. palmifolia een tweejarig, winterhard, eeuwenoud bladgewas dat op alle grondsoorten geteeld kan worden en een typische wintergroente is.
palmkooltje	=	palmkool
palmkooltjes	=	palmkool
palmkruiper	noun	Berlepschia rikeri een zangvogel uit het monotypische geslacht Berlepschia van de familie ovenvogels (Furnariidae).
palmkruipers	=	palmkruiper
palmkruipertje	=	palmkruiper
palmkruipertjes	=	palmkruiper
palmlori	noun	Vini palmarum een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
palmlori's	=	palmlori
palmlorietje	=	palmlori
palmlorietjes	=	palmlori
palmmot	noun	Paysandisia archon een vlinder uit de familie Castniidae.
palmmotje	=	palmmot
palmmotjes	=	palmmot
palmmotten	=	palmmot
palmolie	noun	plantaardige olie bereid uit het vruchtvlees van de oliepalm
palmolieplantage	noun	een plantage waar oliepalmen uitsluitend voor commerciële doelen op grote schaal worden gekweekt.
palmolies	=	palmolie
palmoliën	=	palmolie
palmpaas	noun	feestelijk versierde stok die men tijdens het Palmpasen feest draagt
palmpaasje	=	palmpaas
palmpaasjes	=	palmpaas
palmpaasstok	noun	een versierde stok met veel symbolische betekenissen die met Palmpasen, de zondag voor Pasen, wordt gemaakt
palmpaasstokje	=	palmpaasstok
palmpaasstokjes	=	palmpaasstok
palmpaasstokken	=	palmpaasstok
palmpasen	=	palmpaas
palmpasenoptocht	noun	optocht met Palmpasen waarbij kinderen hun palmpaasstokken meedragen
palmpasenoptochten	=	palmpasenoptocht
palmpasenoptochtje	=	palmpasenoptocht
palmpasenoptochtjes	=	palmpasenoptocht
palmpasenstok	noun	een versierde stok met veel symbolische betekenissen die met Palmpasen, de zondag voor Pasen, wordt gemaakt
palmpasenstokje	=	palmpasenstok
palmpasenstokjes	=	palmpasenstok
palmpasenstokken	=	palmpasenstok
palmpit	noun	pit van de vrucht van de oliepalm
palmpitje	=	palmpit
palmpitjes	=	palmpit
palmpitolie	noun	een plantaardige olie die wordt verkregen door het uitpersen van palmpitten
palmpitolies	=	palmpitolie
palmpitten	=	palmpit
palmpje	=	palm
palmpjes	=	palm
palmpjesmosfamilie	noun	een familie Lembophyllaceae van mossen uit de orde Hypnales.
palmpjesmosfamilies	=	palmpjesmosfamilie
palmpjesmosfamilietje	=	palmpjesmosfamilie
palmpjesmosfamilietjes	=	palmpjesmosfamilie
palmprocessie	noun	processie op palmzondag
palmprocessies	=	palmprocessie
palmprocessietje	=	palmprocessie
palmprocessietjes	=	palmprocessie
palmstrand	noun	een strand waarlangs palmbomen groeien, meestal in tropische gebieden.
palmstranden	=	palmstrand
palmstrandje	=	palmstrand
palmstrandjes	=	palmstrand
palmsuiker	noun	Een sterk geurende suiker die wordt verkregen uit het sap van palmbomen (b.v. de palmyrapalm)
palmsuikers	=	palmsuiker
palmsuikertje	=	palmsuiker
palmsuikertjes	=	palmsuiker
palmt	=	palmen
palmtak	noun	takken met bladeren van een palmboom
palmtakje	=	palmtak
palmtakjes	=	palmtak
palmtakken	=	palmtak
palmtangare	noun	Thraupis palmarum een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
palmtangaren	noun	een geslacht Phaenicophilus van zangvogels uit de familie Phaenicophilidae.
palmtangaretje	=	palmtangare
palmtangaretjes	=	palmtangare
palmtapuit	noun	Dulus dominicus een vogel uit de familie der palmtapuiten (Dulidae) en is de enige soort.
palmtapuiten	noun	Dulidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
palmtapuitje	=	palmtapuit
palmtapuitjes	=	palmtapuit
palmtop	noun	is een klein draagbaar toestel dat computer-, telefonie-, fax- en netwerkfuncties combineert; de voorganger van de smartphone
palmtopje	=	palmtop
palmtopjes	=	palmtop
palmtops	=	palmtop
palmtortel	noun	Spilopelia senegalensis een duif uit de familie Columbidae
palmtortels	=	palmtortel
palmtorteltje	=	palmtortel
palmtorteltjes	=	palmtortel
palmvaren	noun	benaming voor naaktzadige, houtige planten uit de groep Cycadophyta, of meer specifiek de orde Cycadales
palmvarens	noun	een orde Cycadales van zaadplanten die worden gekarakteriseerd door een grote kroon van samengestelde bladeren boven op een stevige stam
palmvarentje	=	palmvaren
palmvarentjes	=	palmvaren
palmvet	noun	plantaardig vet afkomstig van de palmboom
palmvlagborstelworm	noun	Psammoryctides barbatus een ringworm uit de familie van de Naididae.
palmvlagborstelwormen	=	palmvlagborstelworm
palmvlagborstelwormpje	=	palmvlagborstelworm
palmvlagborstelwormpjes	=	palmvlagborstelworm
palmvleerhond	noun	Eidolon helvum een vleermuis uit de familie van de Vleerhonden (Pteropodidae) die wijd verspreid voorkomt in Afrika.
palmvleerhonden	noun	een geslacht Eidolon uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
palmvleerhondje	=	palmvleerhond
palmvleerhondjes	=	palmvleerhond
palmwever	noun	Ploceus bojeri een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
palmwevers	=	palmwever
palmwevertje	=	palmwever
palmwevertjes	=	palmwever
palmwier	noun	Palmaria palmata een roodwier uit de familie Palmariaceae.
palmwieren	=	palmwier
palmwiertje	=	palmwier
palmwiertjes	=	palmwier
palmwijding	noun	een katholieke viering op Palmzondag (begin van de Goede Week) waarin palmtakken (vaak buxus) worden gezegend om de intocht van Jezus in Jeruzalem te herdenken.
palmwijdingen	=	palmwijding
palmwijdinkje	=	palmwijding
palmwijdinkjes	=	palmwijding
palmwijn	noun	alcoholische drank, verkregen door gisting van het suikerhoudende sap van verschillende palmsoorten
palmwijnen	=	palmwijn
palmwijntje	=	palmwijn
palmwijntjes	=	palmwijn
palmyrapalm	noun	bepaalde tropische palmsoort uit Azië, Borassus flabellifer
palmyrapalmen	=	palmyrapalm
palmyrapalmpje	=	palmyrapalm
palmyrapalmpjes	=	palmyrapalm
palmzanger	noun	Setophaga palmarum een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
palmzangers	=	palmzanger
palmzangertje	=	palmzanger
palmzangertjes	=	palmzanger
palmzegge	noun	Carex muskingumensis een overblijvend kruid die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
palmzeggen	=	palmzegge
palmzeggetje	=	palmzegge
palmzeggetjes	=	palmzegge
palp	noun	een klein structuurtje dat zich op de buitenrand van de mandibel, de maxillula, de maxilla of de maxillipede van kreeftachtigen bevindt
palpabel	adj	met de handen voelbaar; waarneembaar door te tasten
palpabele	=	palpabel
palpabeler	=	palpabel
palpabelere	=	palpabel
palpabelers	=	palpabel
palpabels	=	palpabel
palpabelst	=	palpabel
palpabelste	=	palpabel
palpatie	noun	onderzoek door betasting en beklopping van het lichaam
palpaties	=	palpatie
palpatietje	=	palpatie
palpatieën	=	palpatie
palpebraal	adj	met betrekking tot het ooglid
palpebraals	=	palpebraal
palpebrale	=	palpebraal
palpeer	=	palperen
palpeerde	=	palperen
palpeerden	=	palperen
palpeert	=	palperen
palpen	=	palp
palpere	=	palperen
palperen	verb	met de handen betasten en bekloppen
palperend	=	palperen
palperende	=	palperen
palpitatie	noun	klopping van het hart
palpitaties	=	palpitatie
palpitatietje	=	palpitatie
palpitatietjes	=	palpitatie
palpiteer	=	palpiteren
palpiteerde	=	palpiteren
palpiteerden	=	palpiteren
palpiteert	=	palpiteren
palpitere	=	palpiteren
palpiteren	verb	hevig kloppen van het hart of de pols
palpiterend	=	palpiteren
palpiterende	=	palpiteren
palpje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor spinnen uit het geslacht Agyneta in de familie van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
palpjes	=	palp
palpmot	noun	vlindersoort uit de familie Gelechiidae
palpmotje	=	palpmot
palpmotjes	=	palpmot
palpmotten	noun	Gelechiidae een familie van vlinders in de superfamilie Gelechioidea, en met ruim 4600 beschreven soorten in 500 geslachten, een van de grootste families van vlinders.
palrad	noun	rad met een zaagtandvormige vertanding waar een pal terugloop verhindert terwijl de voortgang mogelijk blijft
palraderen	=	palrad
palter	noun	haak met ring waarmee men een grote balk kan kantelen
palters	=	palter
paltertje	=	palter
paltertjes	=	palter
paltisch	noun	een dialect van de Hoogduitse taal dat gesproken wordt in Duitse steden als Zweibrücken en Kaiserslautern	adj	betreft de taal, inwoners en cultuur van Rijnland-Palts een Duitse deelstaat
paltische	=	paltisch
paltischer	=	paltisch
paltischere	=	paltisch
paltischers	=	paltisch
palts	noun	burcht waar de Duitse keizers rechtspraken
paltsen	=	palts
paltsgraaf	noun	beheerder van een palts
paltsgraafje	=	paltsgraaf
paltsgraafjes	=	paltsgraaf
paltsgrafelijk	adj	betrekking hebbend op een paltsgraaf
paltsgrafelijke	=	paltsgrafelijk
paltsgrafelijker	=	paltsgrafelijk
paltsgrafelijkere	=	paltsgrafelijk
paltsgrafelijkers	=	paltsgrafelijk
paltsgrafelijks	=	paltsgrafelijk
paltsgrafelijkst	=	paltsgrafelijk
paltsgrafelijkste	=	paltsgrafelijk
paltsgraven	=	paltsgraaf
paltsje	=	palts
paludaria	=	paludarium
paludarium	noun	oeveraquarium (combinatie van aquarium en terrarium)
paludariumpje	=	paludarium
paludariumpjes	=	paludarium
paludariums	=	paludarium
paludisme	noun	moeraskoorts, malaria
palulu	noun	Heliconia plant met oranjerode bladeren met een gele rand
palulu's	=	palulu
palurk	noun	grok, onbehouwen persoon
palurken	=	palurk
pamflet	noun	een papieren uitgave met een heel duidelijke oproep om een misstand aan te pakken
pamfletje	=	pamflet
pamfletjes	=	pamflet
pamfletten	=	pamflet
pamflettistisch	adj	betrekking hebbend op het pamflettisme
pamflettistische	=	pamflettistisch
pamflettistischer	=	pamflettistisch
pamflettistischere	=	pamflettistisch
pamflettistischers	=	pamflettistisch
pampa	noun	boomloze grasvlakte in Argentinië en Uruguay
pampa's	=	pampa
pampaboy	noun	klootzak
pampaboys	=	pampaboy
pampaboytje	=	pampaboy
pampaboytjes	=	pampaboy
pampagors	noun	Embernagra platensis een soort van vogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
pampagorsje	=	pampagors
pampagorsjes	=	pampagors
pampagorzen	=	pampagors
pampagras	noun	een geslacht Cortaderia uit de grassenfamilie.
pampagrassen	=	pampagras
pampahaas	noun	Dolichotis patagonum een cavia-achtig knaagdier
pampahaasje	=	pampahaas
pampahaasjes	=	pampahaas
pampahazen	=	pampahaas
pampahert	noun	Ozotoceros bezoarticus een evenhoevig zoogdier uit de familie der hertachtigen.
pampaherten	noun	een geslacht Ozotoceros van zoogdieren uit de familie der hertachtigen
pampahertje	=	pampahert
pampahertjes	=	pampahert
pampahoen	noun	Rhynchotus rufescens een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
pampahoenderen	=	pampahoen
pampahoenders	=	pampahoen
pampahoendertje	=	pampahoen
pampahoendertjes	=	pampahoen
pampakat	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus pajeros, een kleine gestreepte katachtige uit de pampa's en de gebieden er dicht tegenaan van Ecuador en Chili door de Andes richting Argentinië Men vermoedt dat het een nachtelijke jager is, met als voornaamste prooidieren vogels en kleine zoogdieren.
pampakatje	=	pampakat
pampakatjes	=	pampakat
pampakatten	=	pampakat
pampasgras	noun	een geslacht Cortaderia uit de grassenfamilie.
pampasgrasje	=	pampasgras
pampasgrasjes	=	pampasgras
pampasgrassen	=	pampasgras
pampasnip	noun	Nycticryphes semicollaris een vogel uit de familie goudsnippen (Rostratulidae).
pampasnipje	=	pampasnip
pampasnipjes	=	pampasnip
pampasnippen	=	pampasnip
pampen	verb	volstoppen
pamper	noun	wegwerpluier van kunststof die veel vocht kan opnemen
pamperde	=	pamperen
pamperden	=	pamperen
pampere	=	pamperen
pamperen	verb	zoveel voor iemand zorgen dat deze persoon niet meer zelfstandig kan handelen
pamperend	=	pamperen
pamperende	=	pamperen
pampergeneratie	noun	generatie jongeren die te beschermd en verwend is opgevoed
pampergeneraties	=	pampergeneratie
pamperrekening	noun	rekening voor de ouders van een pasgeboren kind waarop mensen giften kunnen doen voor de opvoeding van een kind
pamperrekeningen	=	pamperrekening
pampers	=	pamper
pampert	=	pamperen
pampertje	=	pamper
pampertjes	=	pamper
pampoen	=	pompoen
pampus	noun|figurative	in een toestand van uitputting De betekenis is verschoven van ”vastzitten", "moeten wachten” naar het huidige “uitgeput”, “doodop”.
pampusje	=	pampus
pampusjes	=	pampus
pampussen	=	pampus
pan	noun	keukengereedschap om in te koken of braden
pan-amerikaans	adj	betrekking hebbend op heel Amerika (zowel Noord-Amerika als Zuid-Amerika)
pan-amerikaanse	=	pan-amerikaans
pan-amerikaanser	=	pan-amerikaans
pan-amerikaansere	=	pan-amerikaans
pan-amerikaansers	=	pan-amerikaans
pan-amerikaanst	=	pan-amerikaans
pan-amerikaanste	=	pan-amerikaans
pan-arabisch	adj	betreffende alle Arabische landen
pan-arabische	=	pan-arabisch
pan-arabischer	=	pan-arabisch
pan-arabischere	=	pan-arabisch
pan-arabischers	=	pan-arabisch
pan-aziatisch	adj	betrekking hebbend op heel Azië' of 'alle Aziatische volkeren
pan-aziatische	=	pan-aziatisch
pan-aziatischer	=	pan-aziatisch
pan-aziatischere	=	pan-aziatisch
pan-aziatischers	=	pan-aziatisch
pan-europees	adj	betreffende heel Europa
pan-europeest	=	pan-europees
pan-europeeste	=	pan-europees
pan-europese	=	pan-europees
pan-europeser	=	pan-europees
pan-europesere	=	pan-europees
pan-europesers	=	pan-europees
panacee	noun	geneesmiddel dat alle kwalen zou verhelpen
panacees	=	panacee
panaceetje	=	panacee
panaceetjes	=	panacee
panaceeën	=	panacee
panache	noun	vederbos, voor op een helm of ander hoofddeksel, ook als sieraad
panacheer	=	panacheren
panacheerde	=	panacheren
panacheerden	=	panacheren
panacheert	=	panacheren
panachere	=	panacheren
panacheren	verb	leden van verschillende politieke partijen die bij verkiezingen op één lijst zetten
panacherend	=	panacheren
panacherende	=	panacheren
panaches	=	panache
panaché	noun	mix; mixdrankje
panachés	=	panaché
panama	noun	type van hoed gevlochten uit de bladeren van de Carludovica palmata
panama's	=	panama
panamaatje	=	panama
panamaatjes	=	panama
panamadwergeekhoorn	noun	Microsciurus alfari knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
panamadwergeekhoorns	=	panamadwergeekhoorn
panamadwergeekhoorntje	=	panamadwergeekhoorn
panamadwergeekhoorntjes	=	panamadwergeekhoorn
panamagors	noun	Arremonops conirostris een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
panamagorsje	=	panamagors
panamagorsjes	=	panamagors
panamagorzen	=	panamagors
panamahoed	noun	soort strohoed met donker lint en brede rand
panamahoeden	=	panamahoed
panamahoedje	=	panamahoed
panamahoedjes	=	panamahoed
panamaspecht	noun	Piculus callopterus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
panamaspechten	=	panamaspecht
panamaspechtje	=	panamaspecht
panamaspechtjes	=	panamaspecht
panamaspookkathaai	noun	Apristurus stenseni een vis uit de familie van de Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
panamaspookkathaaien	=	panamaspookkathaai
panamaspookkathaaitje	=	panamaspookkathaai
panamaspookkathaaitjes	=	panamaspookkathaai
panamawinterkoning	noun	Cantorchilus elutus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
panamawinterkoningen	=	panamawinterkoning
panamawinterkoninkje	=	panamawinterkoning
panamawinterkoninkjes	=	panamawinterkoning
panamaziekte	noun	schimmelziekte die de bananenteelt bedreigt
panamaziekten	=	panamaziekte
panamaziektes	=	panamaziekte
panamees	noun	iemand afkomstig uit Panama	adj	betrekking hebbend op Panama
panameesje	=	panamees
panameesjes	=	panamees
panameest	=	panamees
panameeste	=	panamees
panamese	noun	een vrouwelijke inwoner van Panama, of een vrouw afkomstig uit Panama
panamesen	=	panamese
panameser	=	panamees
panamesere	=	panamees
panamesers	=	panamees
panamezen	=	panamees
panamintchipmunk	noun	Tamias panamintinus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
panamintchipmunkje	=	panamintchipmunk
panamintchipmunkjes	=	panamintchipmunk
panamintchipmunks	=	panamintchipmunk
panaomierpitta	noun	Grallaria oneilli een zangvogel uit de familie Grallariidae.
panaomierpitta's	=	panaomierpitta
panaomierpittaatje	=	panaomierpitta
panaomierpittaatjes	=	panaomierpitta
panayboomtimalia	noun	Zosterornis latistriatus een vogelsoort uit de familie van de Zosteropidae (brilvogels).
panayboomtimalia's	=	panayboomtimalia
panayboomtimaliaatje	=	panayboomtimalia
panayboomtimaliaatjes	=	panayboomtimalia
panayrupsvogel	noun	Coracina panayensis een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
panayrupsvogels	=	panayrupsvogel
panayrupsvogeltje	=	panayrupsvogel
panayrupsvogeltjes	=	panayrupsvogel
panayvliegenvanger	noun	Eumyias panayensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
panayvliegenvangers	=	panayvliegenvanger
panayvliegenvangertje	=	panayvliegenvanger
panayvliegenvangertjes	=	panayvliegenvanger
pancake	noun	pannenkoek, flensje
pancakes	=	pancake
pancarte	noun	kartonnen of papieren bord waarop een mededeling staat
pancarten	=	pancarte
pancetta	noun	Italiaans spek afkomstig van de varkensbuik, dat ongeveer gedurende 3 maanden aan de lucht gedroogd is
pancetta's	=	pancetta
pancettatje	=	pancetta
panchromatisch	adj	van een fotografisch materiaal (film of papier) gevoelig is voor het volledige spectrum van zichtbaar licht, inclusief rood, groen en blauw.
panchromatische	=	panchromatisch
panchromatischer	=	panchromatisch
panchromatischere	=	panchromatisch
panchromatischers	=	panchromatisch
pancreas	noun	alvleesklier
pancreascarcinomen	=	pancreascarcinoom
pancreascarcinoom	noun	kanker van de alvleesklier
pancreassen	=	pancreas
pancreatitis	noun	ontsteking van de alvleesklier
pancreatitissen	=	pancreatitis
pancytopenie	noun	vermindering van alle cellen in het bloed
pancytopenieën	=	pancytopenie
pand	noun	een deel van een jas (slip), een jaspand
panda	noun	beerachtig dier uit het Himalayagebied
panda's	=	panda
pandaatje	=	panda
pandaatjes	=	panda
pandabeer	noun	Ailuropoda melanoleuca Chinese beer met een witte en zwarte huid die vooral van bamboe leeft
pandabeertje	=	pandabeer
pandabeertjes	=	pandabeer
pandaberen	=	pandabeer
pandadiplomatie	noun	het uitlenen van reuzenpanda's als diplomatiekmiddel van China om de handelsrelaties te verbeteren
pandamot	noun	Heinemannia festivella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
pandamotje	=	pandamot
pandamotjes	=	pandamot
pandamotten	=	pandamot
pandan	noun	Pandanus amaryllifolius smaakmaker uit de Zuid-Aziatische keuken
pandanen	=	pandan
pandapak	noun	verkleedkostuum dat het uiterlijk van een panda nabootst
pandapakje	=	pandapak
pandapakjes	=	pandapak
pandapakken	=	pandapak
pandapantsermeerval	noun	Corydoras panda een vis uit de familie van de pantsermeervallen.
pandapantsermeervallen	=	pandapantsermeerval
pandapantsermeervalletje	=	pandapantsermeerval
pandapantsermeervalletjes	=	pandapantsermeerval
pandaplant	noun	Kalanchoe tomentosa een plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae)
pandaplanten	=	pandaplant
pandaplantje	=	pandaplant
pandaplantjes	=	pandaplant
pandapoep	noun	ontlasting van een panda
pandapunt	noun	soort spaarpunt voor een week of maand zonder seks
pandapunten	=	pandapunt
pandaverblijf	noun	een speciaal ontworpen leefomgeving in een dierentuin waar reuzenpanda's of kleine panda's worden gehuisvest
pandaverblijfje	=	pandaverblijf
pandaverblijfjes	=	pandaverblijf
pandaverblijven	=	pandaverblijf
pandbewijs	noun	bewijs dat men een voorwerp te leen heeft gegeven bij een bank van lening
pandbewijsje	=	pandbewijs
pandbewijsjes	=	pandbewijs
pandbewijzen	=	pandbewijs
pandde	=	panden
pandden	=	panden
pande	=	panden
pandecten	noun	boekwerk dat alles over een bepaald onderwerp bevat
pandemie	noun	een epidemie op wereldwijde schaal
pandemies	=	pandemie
pandemietje	=	pandemie
pandemietjes	=	pandemie
pandemieën	=	pandemie
pandemisch	adj	algemeen, overal verbreid
pandemische	=	pandemisch
pandemischer	=	pandemisch
pandemischere	=	pandemisch
pandemischers	=	pandemisch
pandemocratie	noun	democratie die tijdelijk of blijvend veranderd als gevolg van een pandemie
pandemoe	adj	klaar zijn met de pandemie en alle maatregelen die worden genomen om de pandemie te beteugelen
pandemonium	noun	een chaotische toestand met een hels lawaai en drukte
pandemoniumpje	=	pandemonium
pandemoniums	=	pandemonium
panden	verb	iets in beslag nemen; beslag leggen op iets
pandend	=	panden
pandende	=	panden
pander	noun	iemand die iets in onderpand heeft als zekerheid voor een schuld
panders	=	pander
pandertje	=	pander
pandertjes	=	pander
pandeïsme	noun	de theologische positie dat de god het heelal is geworden, dat nu alles is in diepste wezen goddelijk is; het goddelijke is immanent en alomvattend; universum, natuur en god zijn hierin hetzelfde, maar deze bovennatuurlijke actors daarna geen invloed meer uitoefenden op deze schepping
pandgever	noun	iemand die iets als onderpand geeft als waarborg voor een schuld of verplichting
pandgevers	=	pandgever
pandgoed	noun	een (roerend) object of vermogensrecht dat als onderpand dient voor een lening
pandgoederen	=	pandgoed
pandgoedje	=	pandgoed
pandgoedjes	=	pandgoed
pandhof	noun	tuin die omgeven is door de kruisgang van een klooster
pandhoven	=	pandhof
pandhuis	noun	instelling waar men geld kan lenen als men waardevolle spullen als pand afgeeft, deze panden kan men weer terugkrijgen als men het geld terugbetaald verhoogd met rente
pandhuizen	=	pandhuis
panding	noun	het geven van een lening tegen een onderpand
pandingen	=	panding
pandinkje	=	panding
pandinkjes	=	panding
pandit	noun	geleerde hindoe
pandita	noun	vrouwelijke hindoegeleerde
pandita's	=	pandita
pandits	=	pandit
pandje	=	pand
pandjes	=	pand
pandjeshuis	noun	bank van lening waar men geld kan krijgen als men een pand in bewaring geeft, dit pand kan men terug kopen voor dezelfde prijs verhoogd met rente
pandjeshuizen	=	pandjeshuis
pandjesjas	noun	nette, zwarte jas voor mannen die puntige slippen heeft
pandjesjasje	=	pandjesjas
pandjesjasjes	=	pandjesjas
pandjesjassen	=	pandjesjas
pandnemer	noun	iemand die tegen onderpand geld leent
pandnemers	=	pandnemer
pandoer	noun	kaartspel met 48 kaarten voor 2 keer 2 spelers
pandoerde	=	pandoeren
pandoerden	=	pandoeren
pandoere	=	pandoeren
pandoeren	verb	pandoer (kaartspel) spelen
pandoerend	=	pandoeren
pandoerende	=	pandoeren
pandoering	noun	een pak slaag
pandoeringen	=	pandoering
pandoerinkje	=	pandoering
pandoerinkjes	=	pandoering
pandoers	=	pandoer
pandoert	=	pandoeren
pandoertje	=	pandoer
pandrechtelijk	adj	betrekking hebbend op het pandrecht waarbij een schuldeiser een bepaald goed krijgt als de schuldenaar niet kan betalen
pandrechtelijke	=	pandrechtelijk
pandrechtelijker	=	pandrechtelijk
pandrechtelijkere	=	pandrechtelijk
pandrechtelijkers	=	pandrechtelijk
pandrechtelijks	=	pandrechtelijk
pandrechtelijkst	=	pandrechtelijk
pandrechtelijkste	=	pandrechtelijk
pandt	=	panden
pandverbeur	=	pandverbeuren
pandverbeuren	verb	spel waarbij de verliezer een pand moet inleveren dat hij later moet aflossen door het uitvoeren van een opdracht
pandverbeurend	=	pandverbeuren
pandverbeurende	=	pandverbeuren
paneel	noun	vlakke plaat met of zonder een omlijsting
paneeldeur	noun	een deur die bestaat uit een of meerdere houten vlakken
paneeldeuren	=	paneeldeur
paneeldeurtje	=	paneeldeur
paneeldeurtjes	=	paneeldeur
paneelradiator	noun	uit vlakke, rechthoekige elementen bestaande radiator
paneelradiatoren	=	paneelradiator
paneelradiators	=	paneelradiator
paneelradiatortje	=	paneelradiator
paneelradiatortjes	=	paneelradiator
paneeltje	=	paneel
paneeltjes	=	paneel
paneer	=	paneren
paneerde	=	paneren
paneerden	=	paneren
paneermeel	noun	fijn gemaakt beschuit of droog brood
paneert	=	paneren
panegyriek	noun	een formele publieke toespraak uitgesproken ter meerdere eer en glorie van een persoon of object
panegyrieken	=	panegyriek
panel	noun	vaste groep van langdurig deelnemende personen (vaak als steekproef) voor een onderzoek
panelen	=	paneel
panelleden	=	panellid
panellid	noun	iemand die lid is van een panel
panels	=	panel
paneltje	=	panel
paneltjes	=	panel
panen	adj	van de stof paan vervaardigd
panentheïsme	noun	de theologische positie dat God immanent is in de gehele schepping en dat het universum een deel is van God en dat God de drijvende kracht vormt achter het universum
panere	=	paneren
paneren	verb	met geklopt ei bestrijken en daarna bestrooien met paneermeel
panerend	=	paneren
panerende	=	paneren
panettone	noun	luchtig zoet brood met vruchtjes in een hoge ronde vorm, dat in Italië vooral met kerstmis wordt gegeten
panettone's	=	panettone
panettones	=	panettone
panfluit	noun	blaasinstrument dat is samengesteld uit een reeks van eentonige fluiten
panfluiten	=	panfluit
panfluitje	=	panfluit
panfluitjes	=	panfluit
panfobie	noun	onredelijke angst voor veel verschillende dingen
pang	noun	harde knal	intj	klanknabootsing van een knal of harde slag
panga	noun	Pterogymnus laniarius een straalvinnige vis uit de familie van zeebrasems en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen.
panga's	=	panga
pangaai	=	pagaai
panganilangklauw	noun	Macronyx aurantiigula een zangvogel uit de familie Motacillidae (piepers en kwikstaarten).
panganilangklauwen	=	panganilangklauw
panganilangklauwtje	=	panganilangklauw
panganilangklauwtjes	=	panganilangklauw
pangasius	noun	benaming voor vissen uit het geslacht Pangasius uit de familie van reuzenmeervallen Pangasiidae
pangasiusje	=	pangasius
pangasiussen	=	pangasius
pangender	noun	persoon die afwisselend verschillende of alle genderidentiteiten heeft	adj	afwisselend verschillende genderidentiteiten of alle genderidentiteiten hebbend
pangenders	=	pangender
pangi	noun	omslagdoek voor vrouwen
pangi's	=	pangi
pangram	noun	zin met alle letters van het alfabet
pangrammen	=	pangram
pangrammetje	=	pangram
pangrammetjes	=	pangram
pangs	=	pang
panharing	noun	niet gekaakte of gepekelde verse, groene haring, geschikt om in de pan gebakken te worden
panharingen	=	panharing
panhellenisme	noun	het streven naar de vereniging van alle Griekse volkeren
panhellenistisch	adj	Met betrekking tot het streven naar de vereniging van alle Griekse volkeren
panhellenistische	=	panhellenistisch
panhellenistischer	=	panhellenistisch
panhellenistischere	=	panhellenistisch
panhellenistischers	=	panhellenistisch
paniek	noun	plotselinge hevige schrik voor een echt of vermeend gevaar
paniek-voetbal	=	paniekvoetbal
paniekaanval	noun	een uiting van intense angst die meestal plotseling begint en niet erg lang duurt (doorgaans enkele minuten tot een half uur)
paniekaanvallen	=	paniekaanval
paniekaanvalletje	=	paniekaanval
paniekaanvalletjes	=	paniekaanval
paniekachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van paniek
paniekachtige	=	paniekachtig
paniekachtiger	=	paniekachtig
paniekachtigere	=	paniekachtig
paniekachtigers	=	paniekachtig
paniekachtigs	=	paniekachtig
paniekachtigst	=	paniekachtig
paniekachtigste	=	paniekachtig
paniekbestendig	adj	tegen panieksituaties bestand, niet snel in paniek rakend
paniekbestendige	=	paniekbestendig
paniekbestendiger	=	paniekbestendig
paniekbestendigere	=	paniekbestendig
paniekbestendigers	=	paniekbestendig
paniekbestendigs	=	paniekbestendig
paniekbestendigst	=	paniekbestendig
paniekbestendigste	=	paniekbestendig
panieke	=	paniek
panieken	=	paniek
paniekerig	adj	te angstig en te bang
paniekerige	=	paniekerig
paniekeriger	=	paniekerig
paniekerigere	=	paniekerig
paniekerigers	=	paniekerig
paniekerigs	=	paniekerig
paniekerigst	=	paniekerig
paniekerigste	=	paniekerig
paniekje	=	paniek
paniekjes	=	paniek
paniekknop	noun	al of niet figuurlijke knop waarop men kan drukken als er een ongewenste of rampzalige gebeurtenis dreigt
paniekknoppen	=	paniekknop
panieks	=	paniek
panieksituatie	noun	zeer angstaanjagende toestand; toestand waarin mensen zeer angstig zijn
panieksituaties	=	panieksituatie
panieksituatietje	=	panieksituatie
panieksituatietjes	=	panieksituatie
paniekstemming	noun	verschrikte gemoedsgesteldheid met hevige angst voor een dreiging
paniekstemmingen	=	paniekstemming
paniekstoornis	noun	stoornis waarbij pathologische paniekaanvallen optreden die niet in verhouding zijn tot de omstandigheden
paniekstoornissen	=	paniekstoornis
paniektoestand	noun	het zeer angstig of gevaarlijk zijn en blijven; angstige gemoedstoestand
paniektoestanden	=	paniektoestand
paniektoestandje	=	paniektoestand
paniektoestandjes	=	paniektoestand
paniekverkoop	noun	een ondoordachte verkoop die men doet omdat men heel erg bang is geraakt
paniekverkopen	=	paniekverkoop
paniekverlichting	noun	zeer felle noodverlichting die het werk van hulporganisaties in noodsituaties vergemakkelijkt
paniekverlichtingen	=	paniekverlichting
paniekvirus	noun	beeldspraak voor de situatie waarin mensen door paniek bevangen worden
paniekvirusje	=	paniekvirus
paniekvirusjes	=	paniekvirus
paniekvirussen	=	paniekvirus
paniekvoetbal	noun|figurative	emotioneel zonder nadenken handelen omdat men heel bang is
paniekzaaier	noun	iemand die mensen bang probeert te maken zonder dat er een goede reden voor angst is
paniekzaaierij	noun	dat wat (onterechte) angst tot gevolg heeft
paniekzaaierijen	=	paniekzaaierij
paniekzaaiers	=	paniekzaaier
paniekzaaiertje	=	paniekzaaier
paniekzaaiertjes	=	paniekzaaier
paniem	noun	gelaat
panikeer	=	panikeren
panikeerde	=	panikeren
panikeerden	=	panikeren
panikeert	=	panikeren
panikere	=	panikeren
panikeren	verb	erg angstig zijn, in paniek raken
panikerend	=	panikeren
panikerende	=	panikeren
panisch	adj	heel erg bang
panische	=	panisch
panischer	=	panisch
panischere	=	panisch
panischers	=	panisch
panislamisme	noun	het bevorderen van het zelfbewustzijn en het streven naar zelfstandigheid van de moslims
panklaar	adj	klaar om te bakken in een pan, al gesneden en schoon gemaakt
panklaarder	=	panklaar
panklaardere	=	panklaar
panklaarders	=	panklaar
panklaars	=	panklaar
panklaarst	=	panklaar
panklaarste	=	panklaar
panklare	=	panklaar
panlat	noun	houten latten die horizontaal op een hellend dak zijn aangebracht om een bepaalde dakbedekking, vooral dakpannen, op te hangen
panlatten	=	panlat
panlikker	noun	schraper om etensresten uit pannen te halen
panlikkers	=	panlikker
panna	noun	de bal tussen de benen van de verdedigende tegenstander heen spelen
panna's	=	panna
panna-cottapudding	noun	een zijdezachte, gestolde pudding gemaakt van room, suiker en gelatine, die vaak op smaak wordt gebracht met vanille.
panna-cottapuddingen	=	panna-cottapudding
panna-cottapuddinkje	=	panna-cottapudding
panna-cottapuddinkjes	=	panna-cottapudding
pannaatje	=	panna
pannabol	noun	een vorm van straatvoetbal op een klein veldje waarbij 1 tegen 1 tot 5 tegen 5, maar bij voorkeur 2 tegen 2 spelers, door middel van behendige voetbaltrucs proberen de tegenstander af te troeven
pannakooi	noun	kooi waarbinnen men pannavoetbal kan spelen
pannakooien	=	pannakooi
pannakooitje	=	pannakooi
pannakooitjes	=	pannakooi
panne	noun	pech, storing, motorpech, autopech
pannekoek	=	pannenkoek
pannekoekijs	=	pannenkoekenijs
pannen	verb	zijdelings draaien zodat een overzicht ontstaat alsof de toeschouwer om zich heen kijkt
pannenbier	noun	bier dat bouwvakkers drinken ter gelegenheid van het bereiken van het hoogste punt van een te bouw gebouw, het bier wordt door de opdrachtgeven getrakteerd, meestal gaat dan ook de vlag uit
pannenbiertje	=	pannenbier
pannenbiertjes	=	pannenbier
pannendak	noun	schuin dak dat met dakpannen gedekt is
pannendaken	=	pannendak
pannendakje	=	pannendak
pannendakjes	=	pannendak
pannendeksel	noun	een afdekplaat die warmte en vocht in een pan houdt, waardoor voedsel sneller en gelijkmatiger gaart
pannendekselhouder	noun	een handig keukenaccessoire, vaak gemaakt van metaal, bamboe of kunststof, dat dient voor het georganiseerd en ruimtebesparend opbergen van pannendeksels
pannendekselhouders	=	pannendekselhouder
pannendekselhoudertje	=	pannendekselhouder
pannendekselhoudertjes	=	pannendekselhouder
pannendeksels	=	pannendeksel
pannendekseltje	=	pannendeksel
pannendekseltjes	=	pannendeksel
pannenkoek	noun	plat, rond baksel van luchtig beslag, meestal gemaakt van meel en eieren die in een koekenpan worden gebakken
pannenkoeken	=	pannenkoek
pannenkoekendag	noun	dag waarop er in het hele land pannenkoeken worden gebakken, onder meer op vastenavond.
pannenkoekenhuis	noun	restaurant waar hoofdzakelijk allerlei platte, ronde baksels van luchtig deeg met verschillende ingrediënten op het menu staan Een pannenkoekenhuizen richten zich vaak op ouders die met kinderen uit eten gaan en vestigen zich dikwijls in de buurt van bestemmingen voor een dagje uit.
pannenkoekenhuisje	=	pannenkoekenhuis
pannenkoekenhuisjes	=	pannenkoekenhuis
pannenkoekenhuizen	=	pannenkoekenhuis
pannenkoekenijs	noun	patroon van ronde ijsschotsen, als gevolg van het tegen elkaar botsen in open water
pannenkoekenijzer	noun	een elektrisch keukenapparaat met een platte, ronde bakplaat waarmee je eenvoudig pannenkoeken of crêpes kunt bakken
pannenkoekenijzers	=	pannenkoekenijzer
pannenkoekenijzertje	=	pannenkoekenijzer
pannenkoekenijzertjes	=	pannenkoekenijzer
pannenkoekenkraam	noun	een mobiele eetgelegenheid waar verse pannenkoeken worden gebakken en verkocht
pannenkoekenkraampje	=	pannenkoekenkraam
pannenkoekenkraampjes	=	pannenkoekenkraam
pannenkoekenkramen	=	pannenkoekenkraam
pannenkoekenpan	noun	een speciale, platte koekenpan met een extra lage rand, die het omdraaien van pannenkoeken, crêpes en omeletten vergemakkelijkt
pannenkoekenpannen	=	pannenkoekenpan
pannenkoekenpannetje	=	pannenkoekenpan
pannenkoekenpannetjes	=	pannenkoekenpan
pannenkoekenrestaurant	noun	een eetgelegenheid waar men voornamelijk pannenkoeken serveert
pannenkoekenrestaurantje	=	pannenkoekenrestaurant
pannenkoekenrestaurantjes	=	pannenkoekenrestaurant
pannenkoekenrestaurants	=	pannenkoekenrestaurant
pannenkoekje	=	pannenkoek
pannenkoekjes	=	pannenkoek
pannenkoekpan	noun	een speciale, platte koekenpan met een extra lage rand, die het omdraaien van pannenkoeken, crêpes en omeletten vergemakkelijkt
pannenkoekpannen	=	pannenkoekpan
pannenkoekpannetje	=	pannenkoekpan
pannenkoekpannetjes	=	pannenkoekpan
pannenlap	noun	lap om hete pannen mee aan te pakken
pannenlapje	=	pannenlap
pannenlapjes	=	pannenlap
pannenlappen	=	pannenlap
pannenlegger	noun	gespecialiseerde dakdekker die zich richt op het bedekken van hellende daken met dakpannen
pannenleggers	=	pannenlegger
pannenleggertje	=	pannenlegger
pannenleggertjes	=	pannenlegger
pannenlikker	noun	keukengerei waarmee de laatste restjes uit een pan of een pot kunnen worden geschraapt, maar kan ook als een spatel gebruikt worden
pannenlikkerij	noun	aardig doen tegen een ander zodat die in jouw onderhoud voorziet, zonder dat je zelf iets nuttigs doet
pannenlikkerijen	=	pannenlikkerij
pannenlikkers	=	pannenlikker
pannenrek	noun	een rek om pannen aan op te hangen, op te bergen of te laten drogen
pannenrekje	=	pannenrek
pannenrekjes	=	pannenrek
pannenrekken	=	pannenrek
pannenrooster	noun	een rooster, vaak van metaal, dat dient als onderzetter voor hete pannen om je aanrecht, tafel of tafelkleed te beschermen tegen hitte, krassen en vlekken
pannenroosters	=	pannenrooster
pannenroostertje	=	pannenrooster
pannenroostertjes	=	pannenrooster
pannenschraper	noun	het keukengerei om de laatste restjes uit een pan te schrapen
pannenschrapers	=	pannenschraper
pannenschrapertje	=	pannenschraper
pannenschrapertjes	=	pannenschraper
pannenset	noun	een groep bij elkaar horende kookpannen
pannensets	=	pannenset
pannenspons	noun	een voorwerp vervaardigd van roestvrijstaal- of messingdraad, staalwol of kunststofdraad bedoeld om pannen mee te reinigen.
pannensponsen	=	pannenspons
pannensponsje	=	pannenspons
pannensponsjes	=	pannenspons
pannensponzen	=	pannenspons
pannenvis	noun	vis die geschikt is om in de pan gebraden te worden
pannenvissen	=	pannenvis
pannes	=	panne
pannetje	=	pan
pannetjes	=	pan
panniculitis	noun	ontsteking van het onderhuidse vetweefsel
panoptica	=	panopticum
panopticum	noun	wassenbeeldenmuseum
panopticumpje	=	panopticum
panopticumpjes	=	panopticum
panopticums	=	panopticum
panorama	noun	een vergezicht.
panorama's	=	panorama
panoramaatje	=	panorama
panoramaatjes	=	panorama
panoramaraam	noun	zeer groot raam waardoor een heel panorama is waar te nemen
panoramaraampje	=	panoramaraam
panoramaraampjes	=	panoramaraam
panoramaramen	=	panoramaraam
panoramavliegsimulator	noun	hal met een groot bolvormig videoscherm waarin de zitplaatsen voor bezoekers bewegingen maken die synchroon lopen met de vertoonde beelden, zodat ze de indruk krijgen dat ze echt vliegen
panoramavliegsimulatoren	=	panoramavliegsimulator
panoramavliegsimulators	=	panoramavliegsimulator
panoramavliegsimulatortje	=	panoramavliegsimulator
panoramavliegsimulatortjes	=	panoramavliegsimulator
panoramisch	adj	een totaal overzicht gevend
panoramische	=	panoramisch
panoramischer	=	panoramisch
panoramischere	=	panoramisch
panoramischers	=	panoramisch
panorthodox	adj	de orthodoxe kerken gezamenlijk betreffend
panorthodoxe	=	panorthodox
panorthodoxer	=	panorthodox
panorthodoxere	=	panorthodox
panorthodoxers	=	panorthodox
panorthodoxt	=	panorthodox
panorthodoxte	=	panorthodox
panplegie	noun	algehele spierverlamming
panseksualiteit	noun	een vorm van seksualiteit die gericht is op alle mensen, ongeacht hun sekse of gender
panseksueel	adj	lichamelijk aangetrokken tot partners, ongeacht hun geslacht of geaardheid
panseksueels	=	panseksueel
panseksueelst	=	panseksueel
panseksueelste	=	panseksueel
panseksuele	=	panseksueel
panseksuelen	=	panseksueel
panseksueler	=	panseksueel
panseksuelere	=	panseksueel
panseksuelers	=	panseksueel
pansfluit	noun	een blaasinstrument dat is samengesteld uit een reeks van eentonige fluiten
pansfluiten	=	pansfluit
pansfluitje	=	pansfluit
pansfluitjes	=	pansfluit
panslavisme	noun	politieke stroming die de politieke en culturele eenheid van de Slavische volkeren benadrukt
panspermie	noun	de theorie dat de kiemen van het leven overal in het heelal aanwezig zijn en in het verre verleden de aarde bevrucht hebben
pantagruelesk	adj	boertig
pantagrueleske	=	pantagruelesk
pantagruelesks	=	pantagruelesk
pantalon	noun	een lange broek
pantalonnetje	=	pantalon
pantalonnetjes	=	pantalon
pantalons	=	pantalon
pantanalkat	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus braccatus, een kleine katachtige die voorkomt in Brazilië en het noorden van Argentinië De soort werd eerder beschouwd als ondersoort van de colocolokat.
pantanalkatje	=	pantanalkat
pantanalkatjes	=	pantanalkat
pantanalkatten	=	pantanalkat
pantepuilijster	noun	Turdus murinus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
pantepuilijsters	=	pantepuilijster
pantepuilijstertje	=	pantepuilijster
pantepuilijstertjes	=	pantepuilijster
panter	noun	benaming voor verschillende grote katachtige roofdieren
panteramaniet	noun	Amanita pantherina een paddenstoel uit de familie Amanitaceae.
panteramanieten	=	panteramaniet
panteramanietje	=	panteramaniet
panteramanietjes	=	panteramaniet
panterbaars	noun	Cromileptes altivelis een straalvinnige vissensoort uit de familie van zaag- of zeebaarzen (Serranidae).
panterbaarsje	=	panterbaars
panterbaarsjes	=	panterbaars
panterbaarzen	=	panterbaars
panterbot	noun	Bothus pantherinus een straalvinnige vissensoort uit de familie van botachtigen (Bothidae).
panterbotje	=	panterbot
panterbotjes	=	panterbot
panterbotten	=	panterbot
panterchampignon	noun	een eetbare paddenstoel Agaricus brunneolus behorend tot de familie Agaricaceae.
panterchampignonnetje	=	panterchampignon
panterchampignonnetjes	=	panterchampignon
panterchampignons	=	panterchampignon
panterkameleon	noun	Furcifer pardalis een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
panterkameleonnetje	=	panterkameleon
panterkameleonnetjes	=	panterkameleon
panterkameleons	=	panterkameleon
panterkathaai	noun	Poroderma pantherinum een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
panterkathaaien	=	panterkathaai
panterkathaaitje	=	panterkathaai
panterkathaaitjes	=	panterkathaai
panters	=	panter
panterschildpad	noun	Stigmochelys pardalis een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
panterschildpadden	=	panterschildpad
panterschildpadje	=	panterschildpad
panterschildpadjes	=	panterschildpad
panterslang	noun	Palusophis bifossatus een slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
panterslangen	=	panterslang
panterslangetje	=	panterslang
panterslangetjes	=	panterslang
panterspitskopmot	noun	Ypsolopha sequella een nachtvlinder uit de familie Ypsolophidae.
panterspitskopmotje	=	panterspitskopmot
panterspitskopmotjes	=	panterspitskopmot
panterspitskopmotten	=	panterspitskopmot
panterstekelpoot	noun	Zora pardalis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de stekelpootspinnen (Zoridae)
panterstekelpootje	=	panterstekelpoot
panterstekelpootjes	=	panterstekelpoot
panterstekelpoten	=	panterstekelpoot
pantertje	=	panter
pantertjes	=	panter
panteruiltje	noun	Acontia trabealis een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
panteruiltjes	=	panteruiltje
pantervel	noun	een vel met een opdruk dat lijkt op de vacht van een panter
pantervellen	=	pantervel
pantheisme	=	pantheïsme
pantheon	noun	de godenwereld (het geheel aan goden) van de (met name Griekse) mythologie
pantheons	=	pantheon
panther	=	panter
pantheïsme	noun	de theologische aanname dat alles is in diepste wezen goddelijk is; het goddelijke is immanent en alomvattend en het universum, de natuur en god zijn hierin hetzelfde
pantheïst	noun	iemand die die ervan uitgaat dat alles (en iedereen) goddelijk is
pantheïste	noun	vrouw die die ervan uitgaat dat alles (en iedereen) goddelijk is
pantheïsten	=	pantheïst
pantheïstes	=	pantheïste
pantheïstisch	adj	betreft een levensbeschouwing die stelt dat God en het universum één en hetzelfde zijn
pantheïstische	=	pantheïstisch
pantheïstischer	=	pantheïstisch
pantheïstischere	=	pantheïstisch
pantheïstischers	=	pantheïstisch
pantocratie	noun	het zoveelste mooie woord voor alleenheerschappij
pantocratietje	=	pantocratie
pantocratietjes	=	pantocratie
pantocratieën	=	pantocratie
pantoffel	noun	een comfortabel soort schoeisel bedoeld om in huis te gedragen te worden
pantoffeldiertje	noun	pantoffelvormig eencellig trilhaardiertje (Paramecium aurelia) waarvan de cellen enigszins lijken op kleine pantoffeltjes qua vorm met een groef die als celmond fungeert.
pantoffeldiertjes	=	pantoffeldiertje
pantoffelheld	noun	een man die onder de plak zit bij zijn vrouw en dus juist helemaal geen held is.
pantoffelheldeke	=	pantoffelheld
pantoffelhelden	=	pantoffelheld
pantoffelheldje	=	pantoffelheld
pantoffelheldjes	=	pantoffelheld
pantoffelmycena	noun	Mycena mucor een schimmel uit de familie Mycenaceae.
pantoffelmycena's	=	pantoffelmycena
pantoffelmycenaatje	=	pantoffelmycena
pantoffelmycenaatjes	=	pantoffelmycena
pantoffelparade	noun	het flaneren van een menigte op een vaste tijd en een vaste plaats met als doel te zien en gezien te worden
pantoffelparades	=	pantoffelparade
pantoffels	=	pantoffel
pantoffeltje	=	pantoffel
pantoffeltjes	=	pantoffel
pantograaf	noun	werktuig om een vlakke figuur over te brengen (eventueel vergroot of verkleind)
pantograafje	=	pantograaf
pantografen	=	pantograaf
pantomime	noun	toneelspel alleen maar met gebaren en lichaamsuitdrukkingen dus zonder woorden
pantomimen	=	pantomime
pantomimes	=	pantomime
pantomimespeler	noun	toneelspeler die alleen lichaamstaal gebruikt
pantomimespelers	=	pantomimespeler
pantomimetje	=	pantomime
pantomimetjes	=	pantomime
pantomimisch	adj	door gebaren aangeduid of voorgesteld als in een pantomime
pantomimische	=	pantomimisch
pantomimischer	=	pantomimisch
pantomimischere	=	pantomimisch
pantomimischers	=	pantomimisch
pantoniem	noun	verwijzing naar iets of iemand waarvan de naam irrelevant of onbekend is in de context waarbinnen deze wordt gebruikt
pantoniemen	=	pantoniem
pantoniempje	=	pantoniem
pantoniempjes	=	pantoniem
pantry	noun	klein keukentje (op kantoor of in een vliegtuig) geschikt voor het maken van warme dranken en kleine maaltijden
pantry's	=	pantry
pantser	noun	een beschermende laag om dieren of voorwerpen, een soort harnas
pantserbloedbij	noun	Sphecodes gibbus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
pantserbloedbijen	=	pantserbloedbij
pantserbloedbijtje	=	pantserbloedbij
pantserbloedbijtjes	=	pantserbloedbij
pantserde	=	pantseren
pantserden	=	pantseren
pantserdivisie	noun	een militaire eenheid die wordt gevormd door een combinatie van tank, pantservoertuigen, infanterie, artillerie en soms vliegtuigen
pantserdivisies	=	pantserdivisie
pantsere	=	pantseren
pantseren	verb	met een pantser bekleden
pantserend	=	pantseren
pantserende	=	pantseren
pantsergevechtsvoertuig	noun	militair voertuig met pantsering en bewapening
pantsergevechtsvoertuigen	=	pantsergevechtsvoertuig
pantserglas	noun	heel erg sterk, onbreekbaar glas dat beschermt tegen vuurwapens
pantsergordel	noun	een gepantserde bescherming, vaak in de vorm van een dikke gordel van staal, die rond een oorlogsschip is aangebracht (vnl rond de waterlijn) om de belangrijkste delen te beschermen tegen vijandelijk vuur
pantsergordels	=	pantsergordel
pantsergordelstaarthagedis	noun	Ouroborus cataphractus een hagedis uit de familie gordelstaarthagedissen (Cordylidae)
pantsergordelstaarthagedisje	=	pantsergordelstaarthagedis
pantsergordelstaarthagedisjes	=	pantsergordelstaarthagedis
pantsergordelstaarthagedissen	=	pantsergordelstaarthagedis
pantsergordeltje	=	pantsergordel
pantsergordeltjes	=	pantsergordel
pantsergranaat	noun	projectiel bestemd om door de beschermende laag van tanks en andere gepantserde doelen heen te dringen
pantsergranaten	=	pantsergranaat
pantsering	noun	het pantseren
pantseringen	=	pantsering
pantserjuffer	noun	libel uit de kleine kosmopolitische familie Lestidae van libellen uit de onderorde der juffers (Zygoptera).
pantserjufferen	=	pantserjuffer
pantserjuffers	noun	Lestidae een kleine kosmopolitische familie van libellen uit de onderorde der juffers (Zygoptera)
pantserjuffertje	=	pantserjuffer
pantserjuffertjes	=	pantserjuffer
pantserkameleon	noun	Brookesia perarmata een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
pantserkameleonnetje	=	pantserkameleon
pantserkameleonnetjes	=	pantserkameleon
pantserkameleons	=	pantserkameleon
pantserkeverslakken	noun	Ischnochitonidae een familie van keverslakken
pantserkogelspin	noun	Pholcomma gibbum een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).
pantserkogelspinnen	=	pantserkogelspin
pantserkogelspinnetje	=	pantserkogelspin
pantserkogelspinnetjes	=	pantserkogelspin
pantserkopboomkikker	noun	Diaglena spatulata een kikker uit de familie boomkikkers (Hylidae).
pantserkopboomkikkers	=	pantserkopboomkikker
pantserkopboomkikkertje	=	pantserkopboomkikker
pantserkopboomkikkertjes	=	pantserkopboomkikker
pantserkrokodil	noun	Mecistops cataphractus een krokodilachtige uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae) en de onderfamilie Crocodylinae
pantserkrokodillen	=	pantserkrokodil
pantserkrokodilletje	=	pantserkrokodil
pantserkrokodilletjes	=	pantserkrokodil
pantserkruiser	noun	een zwaar type oorlogsschip dat bij de zeemachten dienstdeed voordat het tijdperk van de slagschepen, van 1906 tot 1945, aanbrak
pantserkruisers	=	pantserkruiser
pantserleger	noun	en leger van tanks en andere pantservoertuigen
pantserlegers	=	pantserleger
pantsermeerval	noun	benaming voor zeedieren uit de familie Callichthyidae, genoemd naar de beenplaten onder hun schubloze slijmhuid
pantsermeervallen	noun	een familie Callichthyidae van vissen zonder schubben uit de orde meervalachtigen (Siluriformes).
pantsermeervalletje	=	pantsermeerval
pantsermeervalletjes	=	pantsermeerval
pantserponen	noun	een familie Peristediidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
pantsers	=	pantser
pantserschepen	=	pantserschip
pantserschip	noun	zwaar gepantserd schip zoals dat in gebruik was vóór het tijdperk van de slagschepen
pantserspitsmuis	noun	Scutisorex somereni De pantserspitsmuis (Scutisorex somereni) of Oeganda-schildspitsmuis is een zoogdier uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
pantserspitsmuisje	=	pantserspitsmuis
pantserspitsmuisjes	=	pantserspitsmuis
pantserspitsmuizen	=	pantserspitsmuis
pantserstekelrat	noun	Pattonomys occasius knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
pantserstekelratje	=	pantserstekelrat
pantserstekelratjes	=	pantserstekelrat
pantserstekelratten	=	pantserstekelrat
pantserstrijdkrachten	noun	legeronderdeel dat zich verplaatst in voertuigen met zwaar plaatwerk om inzittenden te beschermen tegen beschietingen
pantsert	=	pantseren
pantsertje	=	pantser
pantsertjes	=	pantser
pantservoertuig	noun	gepantserd motorvoertuig met licht geschut
pantservoertuigen	=	pantservoertuig
pantservoertuigje	=	pantservoertuig
pantserwagen	noun	een voertuig op wielen dat uitgerust is met een verstevigde buitenzijde om gewelddadige aanvallen te kunnen weerstaan
pantserwagens	=	pantserwagen
pantserwagentje	=	pantserwagen
pantserwagentjes	=	pantserwagen
pantserwants	noun	insect uit de familie Scutelleridae van wantsen, die behoort tot de onderorde wantsen (Heteroptera) en tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
pantserwantsen	noun	een familie Scutelleridae uit de onderorde van de wantsen (Heteroptera) en de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
pantserwantsje	=	pantserwants
pantserwantsjes	=	pantserwants
pantserwier	noun	eencellige met een tweetal zweepstaartjes die in water leven, uit de stam Dinoflagellata
pantserwieren	noun	stam van eencelligen met een tweetal zweepstaartjes die in water leven, Dinoflagellata
pantsier	noun	wapenrusting die het bovenlichaam beschermt
panty	noun	onderbroek voor dames, die lijkt op een lange, dunne kous en het gehele been bedekt
panty's	=	panty
panty'tje	=	panty
panty'tjes	=	panty
pantykous	noun	nylonkous tot aan de knieën
pantykousen	=	pantykous
pantykousje	=	pantykous
pantykousjes	=	pantykous
panvis	noun	vis om te bakken
panvissen	=	panvis
pap	noun	gerecht dat meestal bestaat uit melk die is gebonden met een zetmeelproduct zoals meel Pap (voedsel)
papa	noun|informal	informele benaming voor vader door zijn kind
papa's	=	papa
papaatje	=	papa
papaatjes	=	papa
papabile	noun	iemand die gedacht wordt kans te maken om paus te worden
papabileetje	=	papabile
papabileetjes	=	papabile
papabili	=	papabile
papadag	noun	de dag waarop de vader voor de kinderen zorgt
papadagen	=	papadag
papadagje	=	papadag
papadagjes	=	papadag
papadum	noun	Indiase, knapperige pannenkoek vaak gemaakt van bloem van zwarte linzen
papadums	=	papadum
papagaai	=	papegaai
papaja	noun	Carica papaya een plant uit de familie Caricaceae.
papaja's	=	papaja
papajaatje	=	papaja
papajaatjes	=	papaja
papajayoghurt	noun	yoghurt met papajavruchtenpulp
papajayoghurts	=	papajayoghurt
paparazzi	=	paparazzo
paparazzo	noun	min of meer opdringerige persfotograaf
papaver	noun	benaming voor planten uit het geslacht Papaver, waarin ook de opiumpapaver thuishoort
papaverachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van papaver
papaverachtige	=	papaverachtig
papaverachtiger	=	papaverachtig
papaverachtigere	=	papaverachtig
papaverachtigers	=	papaverachtig
papaverachtigs	=	papaverachtig
papaverachtigst	=	papaverachtig
papaverachtigste	=	papaverachtig
papaverbij	noun	Hoplitis papaveris een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
papaverbijen	=	papaverbij
papaverbijtje	=	papaverbij
papaverbijtjes	=	papaverbij
papaverfamilie	noun	een familie Papaveraceae van tweezaadlobbige planten.
papaverfamilies	=	papaverfamilie
papaverfamilietje	=	papaverfamilie
papaverfamilietjes	=	papaverfamilie
papaverklaring	noun	een symbolische verklaring of een plechtig document waarin vaders beloven meer tijd en aandacht te besteden aan de opvoeding en verzorging van hun kinderen.
papaverklaringen	=	papaverklaring
papaverklarinkje	=	papaverklaring
papaverklarinkjes	=	papaverklaring
papavers	=	papaver
papavertje	=	papaver
papavertjes	=	papaver
papborstel	noun	een type borstel die wordt gebruikt voor het aanbrengen van lijm voor behang of voor het aanbrengen van verf, whitewash of kalk
papborstels	=	papborstel
papborsteltje	=	papborstel
papborsteltjes	=	papborstel
papbuik	noun	een slappe, dikke buik
papbuiken	=	papbuik
papbuikje	=	papbuik
papbuikjes	=	papbuik
papeda	noun	Citrus hystrix
papegaai	noun	benaming voor vogels uit de orde Psittaciformes, vaak met een bont verenkleed en het vermogen de menselijke stem na te bootsen
papegaai-alk	noun	Aethia psittacula een vogel uit de familie van alken (Alcidae).
papegaai-alken	=	papegaai-alk
papegaai-alkje	=	papegaai-alk
papegaai-alkjes	=	papegaai-alk
papegaaiachtige	noun	benaming voor tropische, veelal bontgekleurde vogels uit de orde Psittaciformes
papegaaiachtigen	noun	een orde Psittaciformes met tropische, veelal bontgekleurde vogels
papegaaiamadine	noun	een kleurrijk vogeltje van het geslacht Erythrura uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
papegaaiamadines	=	papegaaiamadine
papegaaiamadinetje	=	papegaaiamadine
papegaaiamadinetjes	=	papegaaiamadine
papegaaibladroller	noun	Eulia ministrana een nachtvlinder uit de familie bladrollers, de Tortricidae.
papegaaibladrollers	=	papegaaibladroller
papegaaibladrollertje	=	papegaaibladroller
papegaaibladrollertjes	=	papegaaibladroller
papegaaibreedbek	noun	Psarisomus dalhousiae een vogel van de familie van de breedbekken.
papegaaibreedbekje	=	papegaaibreedbek
papegaaibreedbekjes	=	papegaaibreedbek
papegaaibreedbekken	=	papegaaibreedbek
papegaaide	=	papegaaien
papegaaiden	=	papegaaien
papegaaidikbekje	noun	Sporophila peruviana een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
papegaaidikbekjes	=	papegaaidikbekje
papegaaiduif	noun	een vogel uit het geslacht Treron van de familie Columbidae (duiven)
papegaaiduifje	=	papegaaiduif
papegaaiduifjes	=	papegaaiduif
papegaaiduiker	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Fratercula uit de familie van de alken Alcidae
papegaaiduikers	noun	Fratercula een geslacht van de alken.
papegaaiduikertje	=	papegaaiduiker
papegaaiduikertjes	=	papegaaiduiker
papegaaiduiven	=	papegaaiduif
papegaaie	=	papegaaien
papegaaien	verb	iets precies herhalen, zonder noodzakelijkerwijs te laten zien dat je het begrijpt, net zoals een papegaai.
papegaaienbek	noun	kromme, scherpe snavel van een papegaai
papegaaienbekje	=	papegaaienbek
papegaaienbekjes	=	papegaaienbek
papegaaienbekken	=	papegaaienbek
papegaaiencircuit	noun	informele term voor een kring van mensen, met name in de politiek en de media, waarin roddel en ongefundeerde praatjes elkaar snel opvolgen en herhaald worden
papegaaiencircuits	=	papegaaiencircuit
papegaaiend	=	papegaaien
papegaaiende	=	papegaaien
papegaaienkruid	noun	Amaranthus retroflexus een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
papegaaienkruiden	=	papegaaienkruid
papegaaienkruidje	=	papegaaienkruid
papegaaienkruidjes	=	papegaaienkruid
papegaaienlaan	noun	breed pad in een dierenpark waarlangs vogels uit de orde Psittaciformes worden getoond
papegaaienlanen	=	papegaaienlaan
papegaaienpoep	noun	ontlasting van een papegaai; de gemengde ontlasting en urine van een papegaai
papegaaienziekte	noun	op longontsteking lijkende infectieziekte bij papegaaien en parkieten veroorzaakt door Chlamydophila psittaci, die op de mens kan overgaan
papegaaienziekten	=	papegaaienziekte
papegaaienziektes	=	papegaaienziekte
papegaaischiet	=	papegaaischieten
papegaaischiete	=	papegaaischieten
papegaaischieten	verb	een feest/wedstrijd waarbij schutters schieten op een vogel bovenop een hoge paal of boom
papegaaischietend	=	papegaaischieten
papegaaischietende	=	papegaaischieten
papegaait	=	papegaaien
papegaaitangare	noun	Chlorornis riefferii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
papegaaitangaren	=	papegaaitangare
papegaaitangaretje	=	papegaaitangare
papegaaitangaretjes	=	papegaaitangare
papegaaitje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort nachtvlinder, Chloroclysta siterata uit de familie Geometridae, de spanners; de voorvleugellengte bedraagt tussen de 14 en 17 millimeter
papegaaitjes	=	papegaai
papegaaivis	noun	vis uit een familie Scaridae van baarsachtige vissen met een bek die op een papegaaiensnavel lijkt
papegaaivissen	noun	een familie Scaridae van baarsachtige vissen met een bek die op een papegaaiensnavel lijkt
papegaaizwammetje	noun	Gliophorus psittacinus een plaatjeszwam uit de familie Hygrophoraceae.
papegaaizwammetjes	=	papegaaizwammetje
papegaei	=	papegaai
papegaey	=	papegaai
papel	noun	verheven huidgedeelte, bultje, huidknobbeltje
papellen	=	papel
papelletje	=	papel
papelletjes	=	papel
papels	=	papel
papen	=	paap
papenbloem	noun	volksnaam voor paardenbloem
papenbloemen	=	papenbloem
papenbloemetje	=	papenbloem
papenbloemetjes	=	papenbloem
papenbloempje	=	papenbloem
papenbloempjes	=	papenbloem
papendom	noun	de rooms-katholieke geestelijkheid
papengebroed	noun	rooms-katholieke geestelijken
papenhater	noun	iemand die papen haat, een antipapist
papenhaters	=	papenhater
papenhatertje	=	papenhater
papenhatertjes	=	papenhater
papenkop	noun	lid van de rooms-katholieke kerk
papenkopje	=	papenkop
papenkopjes	=	papenkop
papenkoppen	=	papenkop
papenmuts	noun	muts van een paap, priestermuts
papenmutsen	=	papenmuts
papenmutsje	=	papenmuts
papenmutsjes	=	papenmuts
papenvreter	noun	iemand die papen zo haat dat hij ze wel op kan vreten, een antipapist, papenhater
papenvreters	=	papenvreter
paper	noun	een (vaak wetenschappelijk) schriftelijk verslag.
paperassen	noun	grote hoeveelheid bedrukt of beschreven papier, meestal van officiële aard
paperback	noun	een boek waarvan de rug gelijmd is.
paperbackje	=	paperback
paperbackjes	=	paperback
paperbacks	=	paperback
paperclip	noun	een kleine metalen klem waarmee enkele velletjes papier bijeen gehouden kunnen worden
paperclipje	=	paperclip
paperclipjes	=	paperclip
paperclips	=	paperclip
papers	=	paper
papertje	=	paper
papertjes	=	paper
papeterie	noun	papierhandelaar, papierwinkel
papeterieën	=	papeterie
papfles	noun	zuigfles, babyfles
papflesje	=	papfles
papflesjes	=	papfles
papflessen	=	papfles
papgaar	adj	zo lang gekookt dat het erg week is geworden
papgaars	=	papgaar
papgare	=	papgaar
papiamentstalig	adj	het Papiaments sprekend
papiamentstalige	=	papiamentstalig
papiamentstaligs	=	papiamentstalig
papier	noun	een dun vezelachtig beschrijfbaar materiaal
papier-maché	noun	bouwmateriaal dat gemaakt wordt door papier te vermengen met natte lijm	adj	van papier-maché gemaakt
papieractie	noun	inzamelingsactie voor oud papier en karton met als doel de materialen te recyclen en te hergebruiken
papieracties	=	papieractie
papieractietje	=	papieractie
papieractietjes	=	papieractie
papierafval	noun	overtollig of overbodig geworden drukwerk, verpakkingsmateriaal en andere soorten papier en karton die worden weggegooid; vaak apart ingezameld omdat het een bruikbare grondstof is om weer nieuw papier of karton van te maken
papierarchitecturen	=	papierarchitectuur
papierarchitectuur	noun	het overbrengen van een werktekening op één enkel vel papier, en dit zodanig te snijden en te vouwen dat een driedimensionale voorstelling ontstaat.
papierarchitectuurtje	=	papierarchitectuur
papierarchitectuurtjes	=	papierarchitectuur
papierbak	noun	Afvalbak waarin men oud papier kan verzamelen voor hergebruik.
papierbakje	=	papierbak
papierbakjes	=	papierbak
papierbakken	=	papierbak
papierbeenvissen	noun	een familie Notosudidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
papierberk	noun	Betula papyrifera een plant uit de berkenfamilie (Betulaceae) die afkomstig is uit Canada en het noorden van de Verenigde Staten.
papierberken	=	papierberk
papierberkje	=	papierberk
papierberkjes	=	papierberk
papierboek	noun	boek met een flexibele, zachte kaft van dik papier of dun karton
papierboeken	=	papierboek
papierboekje	=	papierboek
papierboekjes	=	papierboek
papierbrij	noun	massa van verpapte lompen, houtpap e.d. als grondstof voor papier
papierbrijen	=	papierbrij
papierconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse papierfabrieken
papierconcerns	=	papierconcern
papiercontainer	noun	een inzamelmiddel dat specifiek bedoeld is voor het scheiden en inzamelen van oud papier en karton
papiercontainers	=	papiercontainer
papiercontainertje	=	papiercontainer
papiercontainertjes	=	papiercontainer
papieren	verb	met papier bekleden, in papier verpakken	adj	van papier vervaardigd
papierend	=	papieren
papierende	=	papieren
papierfabriek	noun	een bedrijf waar papier wordt gemaakt
papierfabrieken	=	papierfabriek
papierfabriekje	=	papierfabriek
papierfabriekjes	=	papierfabriek
papierformaat	noun	grootte van een blad papier
papierformaatje	=	papierformaat
papierformaatjes	=	papierformaat
papierformaten	=	papierformaat
papiergeld	noun	papier door de overheid uitgegeven met een door de wet bepaalde geldwaarde
papiergelden	=	papiergeld
papierhandel	noun	het in- en verkopen van papier
papierhandels	=	papierhandel
papierhandeltje	=	papierhandel
papierhandeltjes	=	papierhandel
papierklem	noun	een kleine metalen klem die bedoeld is om verschillende vellen papier (tijdelijk en zonder beschadigen van het papier) bij elkaar te houden
papierklemmen	=	papierklem
papierkrabber	noun	een prulschrijver, een laag geplaatste ambtenaar
papierkrabbers	=	papierkrabber
papierkrabbertje	=	papierkrabber
papierkrabbertjes	=	papierkrabber
papierloos	adj	zonder papier
papierloost	=	papierloos
papierlooste	=	papierloos
papierloze	=	papierloos
papierlozer	=	papierloos
papierlozere	=	papierloos
papierlozers	=	papierloos
papiermand	noun	afvalemmer voor papier
papiermanden	=	papiermand
papiermandje	=	papiermand
papiermandjes	=	papiermand
papiermoerbei	noun	Broussonetia papyrifera een boom uit de moerbeifamilie, die van nature voorkomt in Oost-Azië
papiermoerbeien	=	papiermoerbei
papiermoerbeitje	=	papiermoerbei
papiermoerbeitjes	=	papiermoerbei
papiermolen	noun	door wind of stromend water aanɡedreven inrichtinɡ waar textiel wordt vermalen om er blanco vellen papier van te maken om op te schrijven, te tekenen of om te bedrukken
papiermolens	=	papiermolen
papiermolentje	=	papiermolen
papiernautilus	noun	Argonauta nodosa een soort in de taxonomische indeling van de inktvissen, een klasse dieren die tot de stam der weekdieren (Mollusca) behoort.
papiernautilusje	=	papiernautilus
papiernautilusjes	=	papiernautilus
papiernautilussen	=	papiernautilus
papierneuker	noun	kantoorbediende, pennenlikker
papierneukers	=	papierneuker
papierneukertje	=	papierneuker
papierneukertjes	=	papierneuker
papierrol	noun	een opgerolde strook papier
papierrollen	=	papierrol
papierrolletje	=	papierrol
papierrolletjes	=	papierrol
papierschaarste	noun	het tekort aan papier
papierschaarsten	=	papierschaarste
papierschaarstes	=	papierschaarste
papierschubvissen	noun	een familie Grammicolepididae van straalvinnige vissen uit de orde van zonnevisachtigen (Zeiformes)
papierslag	noun	inzameling van oud papier, om met het geld dat men krijgt bij verkoop van dit papier een goed doel te steunen
papierslagen	=	papierslag
papiersnee	noun	een klein, oppervlakkig wondje dat ontstaat door een sneetje met papier, vaak vanwege de scherpe rand van het papier
papiersneetje	=	papiersnee
papiersneetjes	=	papiersnee
papiersneeën	=	papiersnee
papiersnijder	noun	apparaat om papier op maat te snijden
papiersnijders	=	papiersnijder
papiersnijdertje	=	papiersnijder
papiersnijdertjes	=	papiersnijder
papierstroken	=	papierstrook
papierstrook	noun	smalle, lange reep van papier die voor veel verschillende doeleinden gebruikt kan worden
papierstrookje	=	papierstrook
papierstrookjes	=	papierstrook
papierstuc	noun	een materiaal dat werd gebruikt omstreeks 1900 voor het vervaardigen van ornamenten aan plafonds, poppen en speelgoed gemaakt van papier-maché, waar kleefmiddelen, kalk en zand aan werden toegevoegd
papiertje	=	papier
papiertjes	=	papier
papiervernietiger	noun	apparaat waarmee men papier kan versnipperen zodat men niet meer kan lezen wat erop heeft gestaan
papiervernietigers	=	papiervernietiger
papierversnipperaar	noun	toestel waarmee men documenten in kleine strookjes kan verknippen zodat men de inhoud daarna niet meer kan achterhalen
papierversnipperaars	=	papierversnipperaar
papiervisje	noun	bepaald soort klein vleugelloos insect Ctenolepisma longicaudatum
papiervisjes	=	papiervisje
papierwaar	noun	artikelen die van papier zijn gemaakt of die bij het gebruik van papier van pas komen
papierwaren	noun	artikelen die van papier zijn gemaakt of die bij het gebruik van papier van pas komen
papierwerk	noun	het geheel aan formulieren, brieven en andere papieren
papierwerken	=	papierwerk
papierwerkje	=	papierwerk
papierwesp	noun	wesp uit de onderfamilie Polistinae van vliesvleugeligen uit de familie van de wespen (Vespidae).
papierwespen	noun	Polistinae een onderfamilie van vliesvleugeligen uit de familie van de wespen (Vespidae).
papierwespje	=	papierwesp
papierwespjes	=	papierwesp
papierwinkel	noun	een winkel waar je papier kunt kopen
papierwinkels	=	papierwinkel
papierwinkeltje	=	papierwinkel
papierwinkeltjes	=	papierwinkel
papierzwammetje	noun	Byssomerulius corium een paddenstoel uit de familie Phanerochaetaceae.
papierzwammetjes	=	papierzwammetje
papil	noun	verhevenheid, o.a. op de tong (-> smaakpapil)
papilbraamroest	noun	Phragmidium bulbosum een roestschimmel in de familie Phragmidiaceae.
papilbraamroesten	=	papilbraamroest
papilbraamroestje	=	papilbraamroest
papilbraamroestjes	=	papilbraamroest
papilkogelschieter	noun	bepaald soort schimmel, Pilobolus umbonatus uit de familie Pilobolaceae.
papilkogelschieters	=	papilkogelschieter
papilkogelschietertje	=	papilkogelschieter
papilkogelschietertjes	=	papilkogelschieter
papilkorstzwam	noun	Dacryobolus karstenii een schimmel behorend tot de familie Fomitopsidaceae.
papilkorstzwammen	=	papilkorstzwam
papilkorstzwammetje	=	papilkorstzwam
papilkorstzwammetjes	=	papilkorstzwam
papillair	adj	van papillen (knobbeltjes) voorzien
papillen	=	papil
papilletje	=	papil
papilletjes	=	papil
papillitis	noun	ontsteking van de papil (knobbeltje)
papillot	noun	stukje papier dat men gebruikt voor het maken van krullen in het haar
papillotje	=	papillot
papillotjes	=	papillot
papillotten	=	papillot
papilmycena	noun	Mycena vitilis een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
papilmycena's	=	papilmycena
papilmycenaatje	=	papilmycena
papilmycenaatjes	=	papilmycena
papiloedeem	noun	waterzucht (zwelling) van de papil
papiloedeempje	=	papiloedeem
papiloedeempjes	=	papiloedeem
papiloedemen	=	papiloedeem
papilrussula	noun	Russula caerulea een schimmel uit de familie Russulaceae.
papilrussula's	=	papilrussula
papilrussulaatje	=	papilrussula
papilrussulaatjes	=	papilrussula
papilschoorsteentje	noun	Clypeosphaeria mamillana een schimmel behorend tot de familie Clypeosphaeriaceae.
papilschoorsteentjes	=	papilschoorsteentje
papilvissen	noun	een familie Rondeletiidae van straalvinnige vissen uit de orde van walviskopvissen (Cetomimiformes)
papisme	noun	stroming die sterk rooms-katholiek- of pausgezind is
papist	noun	aanhanger van de paus, het papisme
papisten	=	papist
papistisch	adj	met betrekking tot de pauselijke oppermacht in de RK-kerk
papistische	=	papistisch
papistischer	=	papistisch
papistischere	=	papistisch
papistischers	=	papistisch
papje	=	pap
papjes	=	pap
papkind	noun	kind dat met pap is groot gebracht in plaats van met moedermelk
papkinderen	=	papkind
paplam	noun	een lam dat men met pap voedt
paplammeren	=	paplam
paplammetje	=	paplam
paplammetjes	=	paplam
paplap	noun|humorous	iemand van het medisch en verpleegkundig personeel
paplappen	=	paplap
paplepel	noun	kleine lepel waarmee een kind pap [1] gevoerd krijgt
paplepels	=	paplepel
paplepeltje	=	paplepel
paplepeltjes	=	paplepel
papoea	noun	inheemse bewoner van het eiland Nieuw-Guinea en enkele naburige eilanden (Melanesië)
papoea's	=	papoea
papoea-edelpapegaai	noun	Eclectus polychloros edelpapegaai die in 1786 geldig werd beschreven door Giovanni Antonio Scopoli.
papoea-edelpapegaaien	=	papoea-edelpapegaai
papoea-edelpapegaaitje	=	papoea-edelpapegaai
papoea-edelpapegaaitjes	=	papoea-edelpapegaai
papoea-epaulethaai	noun	Hemiscyllium hallstromi een vis uit de familie van epaulethaaien en bamboehaaien (Hemiscylliidae), orde bakerhaaien (Orectolobiformes), die voorkomt in het westen van de Grote Oceaan, vooral rondom Papoea-Nieuw-Guinea.
papoea-epaulethaaien	=	papoea-epaulethaai
papoea-epaulethaaitje	=	papoea-epaulethaai
papoea-epaulethaaitjes	=	papoea-epaulethaai
papoea-ijsvogel	noun	Ceyx pusillus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
papoea-ijsvogels	=	papoea-ijsvogel
papoea-ijsvogeltje	=	papoea-ijsvogel
papoea-ijsvogeltjes	=	papoea-ijsvogel
papoea-jaarvogel	noun	Rhyticeros plicatus een neushoornvogel die voorkomt in Wallacea, Nieuw-Guinea tot en met de Salomonseilanden.
papoea-jaarvogels	=	papoea-jaarvogel
papoea-jaarvogeltje	=	papoea-jaarvogel
papoea-jaarvogeltjes	=	papoea-jaarvogel
papoea-nieuw-guinees	adj	op Papoea-Nieuw-Guinea betrekking hebbend
papoea-nieuw-guineese	noun	een vrouwelijke inwoner van Papoea-Nieuw-Guinea, of een vrouw afkomstig uit Papoea-Nieuw-Guinea
papoea-nieuw-guineesen	=	papoea-nieuw-guineese
papoea-nieuw-guineeër	noun	een inwoner van Papoea-Nieuw-Guinea, of iemand afkomstig uit Papoea-Nieuw-Guinea
papoea-nieuw-guineeërs	=	papoea-nieuw-guineeër
papoeaas	adj	van, betrekking hebbend op de Papoea's
papoeaast	=	papoeaas
papoeaaste	=	papoeaas
papoeaatje	=	papoea
papoeaatjes	=	papoea
papoeababbelaar	noun	Garritornis isidorei een zangvogel uit de familie Pomatostomidae.
papoeababbelaars	=	papoeababbelaar
papoeababbelaartje	=	papoeababbelaar
papoeababbelaartjes	=	papoeababbelaar
papoeaboomloper	noun	Daphoenositta papuensis een zangvogel uit de familie Neosittidae.
papoeaboomlopers	=	papoeaboomloper
papoeaboomlopertje	=	papoeaboomloper
papoeaboomlopertjes	=	papoeaboomloper
papoeaboszanger	noun	Phylloscopus poliocephalus een vogelsoort uit de familie van de Phylloscopidae
papoeaboszangers	=	papoeaboszanger
papoeaboszangertje	=	papoeaboszanger
papoeaboszangertjes	=	papoeaboszanger
papoeabrilvogel	noun	Zosterops novaeguineae een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
papoeabrilvogels	=	papoeabrilvogel
papoeabrilvogeltje	=	papoeabrilvogel
papoeabrilvogeltjes	=	papoeabrilvogel
papoeabuidelslaapmuis	noun	Cercartetus caudatus een klimbuideldier uit het geslacht der buidelslaapmuizen (Cercartetus)
papoeabuidelslaapmuisje	=	papoeabuidelslaapmuis
papoeabuidelslaapmuisjes	=	papoeabuidelslaapmuis
papoeabuidelslaapmuizen	=	papoeabuidelslaapmuis
papoeadoornsnavel	noun	Acanthiza murina een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
papoeadoornsnavels	=	papoeadoornsnavel
papoeadoornsnaveltje	=	papoeadoornsnavel
papoeadoornsnaveltjes	=	papoeadoornsnavel
papoeadwergarend	noun	Hieraaetus weiskei een vogel uit de familie van arendachtigen (Accipitridae).
papoeadwergarenden	=	papoeadwergarend
papoeadwergarendje	=	papoeadwergarend
papoeadwergarendjes	=	papoeadwergarend
papoeadwergijsvogel	noun	Ceyx solitarius een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
papoeadwergijsvogels	=	papoeadwergijsvogel
papoeadwergijsvogeltje	=	papoeadwergijsvogel
papoeadwergijsvogeltjes	=	papoeadwergijsvogel
papoeafluiter	noun	Drymodes beccarii een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers)
papoeafluiters	=	papoeafluiter
papoeafluitertje	=	papoeafluiter
papoeafluitertjes	=	papoeafluiter
papoeagoudlijster	noun	Zoothera heinei een vogelsoort uit de familie van de Turdidae (lijsters).
papoeagoudlijsters	=	papoeagoudlijster
papoeagoudlijstertje	=	papoeagoudlijster
papoeagoudlijstertjes	=	papoeagoudlijster
papoeagrasvogel	noun	Cincloramphus macrurus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
papoeagrasvogels	=	papoeagrasvogel
papoeagrasvogeltje	=	papoeagrasvogel
papoeagrasvogeltjes	=	papoeagrasvogel
papoeahelmlederkop	noun	Philemon novaeguineae een zangvogel uit de familie van de honingeters.
papoeahelmlederkopje	=	papoeahelmlederkop
papoeahelmlederkopjes	=	papoeahelmlederkop
papoeahelmlederkoppen	=	papoeahelmlederkop
papoeahoningvogel	noun	Dicaeum geelvinkianum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
papoeahoningvogels	=	papoeahoningvogel
papoeahoningvogeltje	=	papoeahoningvogel
papoeahoningvogeltjes	=	papoeahoningvogel
papoeaijsvogel	noun	Ceyx pusillus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
papoeaijsvogels	=	papoeaijsvogel
papoeaijsvogeltje	=	papoeaijsvogel
papoeaijsvogeltjes	=	papoeaijsvogel
papoeakiekendief	noun	Circus spilothorax een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae).
papoeakiekendiefje	=	papoeakiekendief
papoeakiekendiefjes	=	papoeakiekendief
papoeakiekendieven	=	papoeakiekendief
papoeakruiper	noun	Cormobates placens een zangvogel uit de familie Climacteridae (Australische kruipers).
papoeakruipers	=	papoeakruiper
papoeakruipertje	=	papoeakruiper
papoeakruipertjes	=	papoeakruiper
papoealori	noun	Charmosyna papou een papegaai uit Nieuw-Guinea.
papoealori's	=	papoealori
papoealorietje	=	papoealori
papoealorietjes	=	papoealori
papoeamaina	noun	Mino dumontii een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
papoeamaina's	=	papoeamaina
papoeamainaatje	=	papoeamaina
papoeamainaatjes	=	papoeamaina
papoeamerel	noun	Turdus papuensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
papoeamerels	=	papoeamerel
papoeamereltje	=	papoeamerel
papoeamereltjes	=	papoeamerel
papoeanachtzwaluw	noun	Eurostopodus papuensis een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
papoeanachtzwaluwen	=	papoeanachtzwaluw
papoeanachtzwaluwtje	=	papoeanachtzwaluw
papoeanachtzwaluwtjes	=	papoeanachtzwaluw
papoeaorgelvogel	noun	Cracticus cassicus een vogel uit de familie van de orgelvogels.
papoeaorgelvogels	=	papoeaorgelvogel
papoeaorgelvogeltje	=	papoeaorgelvogel
papoeaorgelvogeltjes	=	papoeaorgelvogel
papoeapapegaaiamadine	noun	Erythrura papuana een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
papoeapapegaaiamadines	=	papoeapapegaaiamadine
papoeapapegaaiamadinetje	=	papoeapapegaaiamadine
papoeapapegaaiamadinetjes	=	papoeapapegaaiamadine
papoeapieper	noun	Anthus gutturalis een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
papoeapiepers	=	papoeapieper
papoeapiepertje	=	papoeapieper
papoeapiepertjes	=	papoeapieper
papoeapitta	noun	Erythropitta macklotii een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
papoeapitta's	=	papoeapitta
papoeapittaatje	=	papoeapitta
papoeapittaatjes	=	papoeapitta
papoearupsvogel	noun	Coracina papuensis een soort rupsvogel die voorkomt in een groot gebied dat reikt van de Molukken tot Australië en Nieuw-Guinea
papoearupsvogels	=	papoearupsvogel
papoearupsvogeltje	=	papoearupsvogel
papoearupsvogeltjes	=	papoearupsvogel
papoease	=	papoeaas
papoeaser	=	papoeaas
papoeasere	=	papoeaas
papoeasers	=	papoeaas
papoeastruiksluiper	noun	Aethomyias papuensis een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
papoeastruiksluipers	=	papoeastruiksluiper
papoeastruiksluipertje	=	papoeastruiksluiper
papoeastruiksluipertjes	=	papoeastruiksluiper
papoeavaraan	noun	Varanus salvadorii een hagedis uit de familie varanen (Varanidae)
papoeavaraantje	=	papoeavaraan
papoeavaraantjes	=	papoeavaraan
papoeavaranen	=	papoeavaraan
papoeavliegenvanger	noun	Devioeca papuana een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae).
papoeavliegenvangers	=	papoeavliegenvanger
papoeavliegenvangertje	=	papoeavliegenvanger
papoeavliegenvangertjes	=	papoeavliegenvanger
pappa	noun|informal	benaming voor mannelijke ouder door zijn kind
pappa's	=	pappa
pappaatje	=	pappa
pappaatjes	=	pappa
pappe	=	pappen
pappegaai	=	papegaai
pappegaei	=	papegaai
pappegaey	=	papegaai
pappen	verb	tot pap, een brijachtige massa worden
pappend	=	pappen
pappende	=	pappen
pappenheimer	noun	soort mens
pappenheimers	=	pappenheimer
pappenheimertje	=	pappenheimer
pappenheimertjes	=	pappenheimer
papperig	adj	de consistentie hebben van pap
papperige	=	papperig
papperiger	=	papperig
papperigere	=	papperig
papperigers	=	papperig
papperigs	=	papperig
papperigst	=	papperig
papperigste	=	papperig
pappert	noun	persoon die teveel alcohol drinkt
pappertje	=	pappert
pappertjes	=	pappert
papperts	=	pappert
pappie	noun	vader
pappies	=	pappie
pappietje	=	pappie
pappietjes	=	pappie
pappig	adj	van iets dat het halfzacht, halfvloeibaar is
pappige	=	pappig
pappiger	=	pappig
pappigere	=	pappig
pappigers	=	pappig
pappigs	=	pappig
pappigst	=	pappig
pappigste	=	pappig
pappot	noun	pan waarin men pap kookt
pappotje	=	pappot
pappotjes	=	pappot
pappotten	=	pappot
paprika	noun	bepaalde gekweekte vorm van een peperplant, Capsicum annuum
paprika's	=	paprika
paprikaatje	=	paprika
paprikaatjes	=	paprika
paprikakip	noun	traditioneel Hongaars kipgerecht met veel paprikapoeder
paprikakipje	=	paprikakip
paprikakipjes	=	paprikakip
paprikakippen	=	paprikakip
paprikapoeder	noun	fijngemalen gedroogde of gerookte pepers
paprikapoeders	=	paprikapoeder
paprikapoedertje	=	paprikapoeder
paprikapoedertjes	=	paprikapoeder
paprikasnuitkever	noun	Anthonomus eugenii een snuitkever die eitjes legt in de bloemknoppen van paprika's, waarop de larven deze opeten.
paprikasnuitkevers	=	paprikasnuitkever
paprikasnuitkevertje	=	paprikasnuitkever
paprikasnuitkevertjes	=	paprikasnuitkever
paps	noun|informal	vader
papsak	=	papzak
papscholen	=	papschool
papschool	noun	kleuterschool
papschooltje	=	papschool
papschooltjes	=	papschool
papt	=	pappen
papte	=	pappen
papten	=	pappen
papua-koningsmakreel	noun	Scomberomorus multiradiatus een straalvinnige vis uit de familie van de makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
papua-koningsmakreeltje	=	papua-koningsmakreel
papua-koningsmakreeltjes	=	papua-koningsmakreel
papua-koningsmakrelen	=	papua-koningsmakreel
papyri	=	papyrus
papyrologisch	adj	betrekking hebbend op de papyrologie
papyrologische	=	papyrologisch
papyrologischer	=	papyrologisch
papyrologischere	=	papyrologisch
papyrologischers	=	papyrologisch
papyrus	noun	bepaald soort cypergras uit tropisch en subtropisch Afrika, Cyperus papyrus
papyrusfiskaal	noun	Laniarius mufumbiri een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
papyrusfiskaaltje	=	papyrusfiskaal
papyrusfiskaaltjes	=	papyrusfiskaal
papyrusfiskalen	=	papyrusfiskaal
papyrusgraszanger	noun	Cisticola carruthersi een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
papyrusgraszangers	=	papyrusgraszanger
papyrusgraszangertje	=	papyrusgraszanger
papyrusgraszangertjes	=	papyrusgraszanger
papyrusje	=	papyrus
papyruskanarie	noun	Crithagra koliensis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
papyruskanaries	=	papyruskanarie
papyruskanarietje	=	papyruskanarie
papyruskanarietjes	=	papyruskanarie
papyrusriet	noun	Cyperus papyrus een moerasplant uit tropisch en subtropisch Afrika.
papyrusrieten	=	papyrusriet
papyrusrietje	=	papyrusriet
papyrusrietjes	=	papyrusriet
papyrusrietzanger	noun	Acrocephalus rufescens een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
papyrusrietzangers	=	papyrusrietzanger
papyrusrietzangertje	=	papyrusrietzanger
papyrusrietzangertjes	=	papyrusrietzanger
papyrusrol	noun	rol van het papierachtige materiaal gemaakt van papyrus
papyrusrollen	=	papyrusrol
papyrusrolletje	=	papyrusrol
papyrusrolletjes	=	papyrusrol
papyrussen	=	papyrus
papyruswit	noun	tint wit met RAL-nummer 9018 ( ).	adj	in een tint wit met RAL-nummer 9018 ( ).
papyruswits	=	papyruswit
papyruswitte	=	papyruswit
papzacht	adj	heel erg week, een slappe brei vormend
papzachte	=	papzacht
papzachts	=	papzacht
papzak	noun	een dik en zwaar persoon zonder energie
papzakje	=	papzak
papzakjes	=	papzak
papzakken	=	papzak
par	noun	aantal slagen dat een beroepsspeler standaard nodig heeft om de bal vanaf de afslag in een bepaalde hole te krijgen of het totaal van slagen dat nodig is om dat bij een ronde over een golfbaan bij alle holes te doen	adv	in evenveel slagen als een beroepsspeler standaard nodig zou hebben
para	noun	paratroeper
para's	=	para
para'st	=	para
para-universitair	adj	nauw verbonden met een (faculteit van) een universiteit, zonder daarvan onderdeel te zijn
para-universitairder	=	para-universitair
para-universitairdere	=	para-universitair
para-universitairders	=	para-universitair
para-universitaire	=	para-universitair
para-universitairs	=	para-universitair
para-universitairst	=	para-universitair
para-universitairste	=	para-universitair
paraaf	noun	handtekening die alleen bestaat uit initialen
paraafje	=	paraaf
paraafjes	=	paraaf
paraan	noun	iemand die woonachtig is in of afkomstig uit het district Para in Suriname
paraat	adj	gereedstaand om in actie te komen
paraatheden	=	paraatheid
paraatheid	noun	het klaar zijn om te kunnen handelen
paraatje	=	para
paraatjes	=	para
paraats	=	paraat
paraatst	=	paraat
paraatste	=	paraat
parabases	=	parabasis
parabasis	noun	deel van Grieks blijspel waarin het koor zich tot het publiek wendt
parabasisje	=	parabasis
parabasisjes	=	parabasis
parabasissen	=	parabasis
parabel	noun	zinnebeeldig verhaal dat dient om een religieus, moreel of filosofisch idee te illustreren
parabelen	=	parabel
parabella	=	parabellum
parabellum	noun	halfautomatisch pistool
parabellumpje	=	parabellum
parabellumpjes	=	parabellum
parabellums	=	parabellum
parabels	=	parabel
parabeltje	=	parabel
parabeltjes	=	parabel
parabiose	noun	samengroeiing van twee organismen
parabladspeurder	noun	Automolus paraensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
parabladspeurders	=	parabladspeurder
parabladspeurdertje	=	parabladspeurder
parabladspeurdertjes	=	parabladspeurder
parabolen	=	parabool
parabolisch	adj	op een parabool gelijkend
parabolische	=	parabolisch
parabolischer	=	parabolisch
parabolischere	=	parabolisch
parabolischers	=	parabolisch
paraboloïde	noun	een kwadratisch oppervlak in drie dimensies
paraboloïden	=	paraboloïde
paraboloïdetje	=	paraboloïde
paraboloïdetjes	=	paraboloïde
parabool	noun	kegelsnede waarbij het snijvlak parallel loopt met een lijn die aan de kegel raakt en tevens het toppunt snijdt
paraboolantenne	noun	een antenne met een parabolische reflector, die praktische toepassing vindt bij hogere frequenties (UHF en hoger)
paraboolantennen	=	paraboolantenne
paraboolantennes	=	paraboolantenne
paraboolantennetje	=	paraboolantenne
paraboolantennetjes	=	paraboolantenne
paraboolreflector	noun	een reflecterend oppervlak in de vorm van een parabool waarmee een sterke bundeling van geluidsgolven en elektromagnetische straling wordt verkregen
paraboolreflectoren	=	paraboolreflector
paraboolreflectors	=	paraboolreflector
paraboolreflectortje	=	paraboolreflector
paraboolreflectortjes	=	paraboolreflector
parabooltje	=	parabool
parabooltjes	=	parabool
parabouncing	noun	een sportactiviteit waarbij deelnemers aan een harnas onder een enorme heliumballon hangen
paracardiaal	adj	naast of buiten het hart gelegen
paracardiaals	=	paracardiaal
paracardiale	=	paracardiaal
paracentese	noun	doorprikking bijvoorbeeld van het trommelvlies van het oor
paracentraal	adj	naast het midden gelegen
paracentraals	=	paracentraal
paracentrale	=	paracentraal
paracentrisch	adj	met niet samenvallende middelpunten
paracentrische	=	paracentrisch
paracentrum	noun	oefenplaats voor parachutisten
paracentrumpje	=	paracentrum
paracentrumpjes	=	paracentrum
paracetamol	noun	veelgebruikt medicijn tegen koorts en pijn
paracetamolletje	=	paracetamol
paracetamolletjes	=	paracetamol
paracetamols	=	paracetamol
parachela	noun	een geslacht Parachela van straalvinnige vissen uit de familie van eigenlijke karpers (Cyprinidae)
parachela's	=	parachela
parachronisme	noun	fout tegen de tijdrekening, die een gebeurtenis anders stelt dan zij heeft plaatsgehad
parachronismen	=	parachronisme
parachute	noun	een openvouwend scherm dat de valsnelheid dusdanig vertraagt dat iemand veilig uit een vliegtuig kan springen
parachuteer	=	parachuteren
parachuteerde	=	parachuteren
parachuteerden	=	parachuteren
parachuteert	=	parachuteren
parachutefakkel	noun	een brandende, lichtgevende toorts die in zijn val wordt geremd door een valscherm
parachutefakkels	=	parachutefakkel
parachutefakkeltje	=	parachutefakkel
parachutefakkeltjes	=	parachutefakkel
parachutere	=	parachuteren
parachuteren	verb	aan een parachute neerlaten
parachuterend	=	parachuteren
parachuterende	=	parachuteren
parachutes	=	parachute
parachutespringen	verb	het uitvoeren van een sprong uit een vliegtuig of ballon, gevolgd door een vlucht met een parachute na het ontplooien ervan en de landing
parachutespringend	=	parachutespringen
parachutespringende	=	parachutespringen
parachutespringer	noun	iemand die met een valscherm uit een vliegtuig naar beneden springt
parachutespringers	=	parachutespringer
parachutespringertje	=	parachutespringer
parachutesprong	noun	de keer dat men met een valscherm gebruikt bij het naar beneden springen
parachutesprongen	=	parachutesprong
parachutetje	=	parachute
parachutetjes	=	parachute
parachutist	noun	iemand die beroepsmatig of voor zijn plezier parachutespringt
parachutiste	noun	vrouwelijke parachutist
parachutisten	=	parachutist
parachutistes	=	parachutiste
parachutistetje	=	parachutiste
parachutistetjes	=	parachutiste
parachutistje	=	parachutist
parachutistjes	=	parachutist
parachuutje	=	parachute
parachuutjes	=	parachute
paraclub	noun	club van parachutespringers
paraclubje	=	paraclub
paraclubjes	=	paraclub
paraclubs	=	paraclub
paracommando	noun	lid van een eliteonderdeel van het leger dat deelneemt aan vredesoperaties en bescherming biedt aan onderdanen in het buitenland
paracommando's	=	paracommando
parade	noun	schouwspel in de vorm van een optocht, al of niet van militaire aard
paradebed	noun	praalbed waarop men het stoffelijke overschot van een beroemd persoon tentoonstelt
paradebedden	=	paradebed
paradebedje	=	paradebed
paradebedjes	=	paradebed
paradeer	=	paraderen
paradeerde	=	paraderen
paradeerden	=	paraderen
paradeert	=	paraderen
parademaker	noun	iemand die van ijdel vertoon houdt
parademakers	=	parademaker
paradentaal	adj	tegen of bij een tand of kies gelegen
paradentaals	=	paradentaal
paradentale	=	paradentaal
paradentose	noun	aandoening waarbij het tandvlees zich terugtrekt van de tandhalzen
paradepaard	noun	een heel mooi paard dat gebruikt wordt tijdens parades
paradepaarden	=	paradepaard
paradepaardje	=	paradepaard
paradepaardjes	=	paradepaard
paradepas	noun	pas waarmee soldaten in parade marcheren
paradepasje	=	paradepas
paradepasjes	=	paradepas
paradepassen	=	paradepas
paradere	=	paraderen
paraderen	verb	een grote groep van soldaten die zeer geordend marcheren om zich te presenteren aan de leider en het volk
paraderend	=	paraderen
paraderende	=	paraderen
parades	=	parade
paradetje	=	parade
paradetjes	=	parade
paradigalla	noun	Paradigalla een geslacht van zangvogels uit de familie paradijsvogels (Paradisaeidae)
paradigalla's	=	paradigalla
paradigallaatje	=	paradigalla
paradigallaatjes	=	paradigalla
paradigma	noun	model, voorbeeld
paradigma's	=	paradigma
paradigmaatje	=	paradigma
paradigmaatjes	=	paradigma
paradigmashift	noun	ingrijpende verandering in de heersende theorie op een vakgebied
paradigmashifts	=	paradigmashift
paradigmata	=	paradigma
paradigmatisch	adj	tot een paradigma behorend, (als voorbeeld dienend)
paradigmatische	=	paradigmatisch
paradigmatischer	=	paradigmatisch
paradigmatischere	=	paradigmatisch
paradigmatischers	=	paradigmatisch
paradigmatischt	=	paradigmatisch
paradigmatischte	=	paradigmatisch
paradijs	noun	in de volksmond een oord waar het leven heerlijk is, een zalig klimaat, mooie omgeving en overvloed aan lekkers
paradijsappel	noun	soort appel(boom)
paradijsappelen	=	paradijsappel
paradijsappels	=	paradijsappel
paradijscasarca	noun	Tadorna variegata een eend uit de familie van de Anatidae.
paradijscasarca's	=	paradijscasarca
paradijscasarcaatje	=	paradijscasarca
paradijscasarcaatjes	=	paradijscasarca
paradijselijk	adj	lijkend op het paradijs dus zeer mooi, heerlijk en fijn
paradijselijke	=	paradijselijk
paradijselijker	=	paradijselijk
paradijselijkere	=	paradijselijk
paradijselijkers	=	paradijselijk
paradijselijks	=	paradijselijk
paradijselijkst	=	paradijselijk
paradijselijkste	=	paradijselijk
paradijsglansvogel	noun	Galbula dea een vogel uit de familie van de glansvogels (Galbulidae).
paradijsglansvogels	=	paradijsglansvogel
paradijsglansvogeltje	=	paradijsglansvogel
paradijsglansvogeltjes	=	paradijsglansvogel
paradijsje	=	paradijs
paradijsjes	=	paradijs
paradijskorrel	noun	Aframomum melegueta een plantensoort uit de gemberfamilie, Zingiberaceae, en nauw verwant aan kardemom.
paradijskorrels	=	paradijskorrel
paradijskorreltje	=	paradijskorrel
paradijskorreltjes	=	paradijskorrel
paradijslelie	noun	Paradisea liliastrum een plant met tot 6 cm lange, trechtervormige, witte bloemen.
paradijslelies	=	paradijslelie
paradijslelietje	=	paradijslelie
paradijslelietjes	=	paradijslelie
paradijsparkiet	noun	Psephotellus pulcherrimus een uitgestorven vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld) uit het oosten van Australië
paradijsparkieten	=	paradijsparkiet
paradijsparkietje	=	paradijsparkiet
paradijsparkietjes	=	paradijsparkiet
paradijspitta	noun	Megalampitta gigantea een vrij kleine, eigenaardige zangvogel uit het monotypische geslacht Megalampitta
paradijspitta's	noun	Melampittidae een familie van vogels uit de orde Passeriformes (Zangvogels).
paradijspittaatje	=	paradijspitta
paradijspittaatjes	=	paradijspitta
paradijsslang	noun	Chrysopelea paradisi een giftige slang uit de familie van de toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Ahaetuliinae
paradijsslangen	=	paradijsslang
paradijsslangetje	=	paradijsslang
paradijsslangetjes	=	paradijsslang
paradijstangare	noun	Tangara chilensis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren)
paradijstangaren	=	paradijstangare
paradijstangaretje	=	paradijstangare
paradijstangaretjes	=	paradijstangare
paradijsvis	noun	Macropodus opercularis vis die oorspronkelijk voorkomt in Oost-India, Maleisië en Java en die in aquaria wordt gehouden
paradijsvisje	=	paradijsvis
paradijsvisjes	=	paradijsvis
paradijsvissen	=	paradijsvis
paradijsvogel	noun	benaming voor vogels uit de familie Paradisaeidae die voorkomt in Nieuw-Guinea en op nabijgelegen eilanden
paradijsvogelbloem	noun	Strelitzia reginae een fors, tot 2 m hoog, overblijvend kruid.
paradijsvogelbloemen	=	paradijsvogelbloem
paradijsvogelbloempje	=	paradijsvogelbloem
paradijsvogelbloempjes	=	paradijsvogelbloem
paradijsvogels	noun	Paradisaeidae een familie van vogels uit de orde zangvogels, die vrijwel beperkt is tot Nieuw-Guinea en omringende eilanden, en het noordoosten van Australië.
paradijsvogeltje	=	paradijsvogel
paradijsvogeltjes	=	paradijsvogel
paradijswida	noun	een zangvogel uit het geslacht Vidua van de familie Viduidae
paradijswida's	=	paradijswida
paradijswidaatje	=	paradijswida
paradijswidaatjes	=	paradijswida
paradijzen	=	paradijs
paradox	noun	schijnbare tegenspraak	adj	paradoxaal
paradoxaal	adj	tegenstrijdig lijkend
paradoxaals	=	paradoxaal
paradoxaalst	=	paradoxaal
paradoxaalste	=	paradoxaal
paradoxale	=	paradoxaal
paradoxaler	=	paradoxaal
paradoxalere	=	paradoxaal
paradoxalers	=	paradoxaal
paradoxe	=	paradox
paradoxen	=	paradox
paradoxer	=	paradox
paradoxere	=	paradox
paradoxers	=	paradox
paradoxie	noun	het paradoxaal zijn
paradoxje	=	paradox
paradoxjes	=	paradox
paradoxt	=	paradox
paradoxte	=	paradox
paradys-vogel	=	paradijsvogel
paraenese	noun	opwekking tot de deugd
paraer	=	para
parafeer	=	paraferen
parafeerde	=	paraferen
parafeerden	=	paraferen
parafeert	=	paraferen
parafen	=	paraaf
parafere	=	paraferen
paraferen	verb	ondertekenen met een paraaf
paraferend	=	paraferen
paraferende	=	paraferen
parafernalia	noun	bij iemand of iets behorende zaken van weinig intrinsieke waarde
paraffine	noun	olieproduct, een bepaalde fractie van zware koolwaterstoffen
paraffinen	=	paraffine
paraffinepapier	noun	papier dat gedrenkt is in parafine en daardoor bestand is tegen vocht
paraffinepapieren	=	paraffinepapier
paraffinepapiertje	=	paraffinepapier
paraffinepapiertjes	=	paraffinepapier
paraffines	=	paraffine
paraffineverslaving	noun	een omstreden vorm van verslaving
parafilie	noun	het hebben van een seksuele afwijking
parafimose	noun	een aandoening aan de penis
parafimosen	=	parafimose
parafimoses	=	parafimose
parafimosetje	=	parafimose
parafiscaal	adj	de indirecte belastingen betreffend
parafiscaals	=	parafiscaal
parafiscaalst	=	parafiscaal
parafiscaalste	=	parafiscaal
parafiscale	=	parafiscaal
parafiscaler	=	parafiscaal
parafiscalere	=	parafiscaal
parafiscalers	=	parafiscaal
parafoil	noun	matrasvormige vlieger of parachute
parafoils	=	parafoil
parafoiltje	=	parafoil
parafoiltjes	=	parafoil
parafonie	noun	gebroken stemgeluid van jongens in de puberteit
parafrase	noun	omschrijving van iets met andere woorden
parafraseer	=	parafraseren
parafraseerde	=	parafraseren
parafraseerden	=	parafraseren
parafraseert	=	parafraseren
parafrasen	=	parafrase
parafrasere	=	parafraseren
parafraseren	verb	met andere woorden zeggen
parafraserend	=	parafraseren
parafraserende	=	parafraseren
parafrasering	noun	het met andere woorden inhoudelijk hetzelfde zeggen
parafraseringen	=	parafrasering
parafrases	=	parafrase
parafrasetje	=	parafrase
parafrasetjes	=	parafrase
parafrasie	noun	het gebruik van verkeerde woorden bij geestesstoornissen
parafysica	noun	leer van de fysische paranormale verschijnselen
paragangliomen	=	paraganglioom
paraganglioom	noun	vaatrijke tumor die ontstaat uit de paraganglia
paragenese	noun	het naast elkaar voorkomen van bepaalde mineralen in afzettingen
paraglide	=	paragliden
paraglidede	=	paragliden
paraglideden	=	paragliden
paragliden	verb	aan een rechthoekige parachute door de lucht glijden, schermvliegen
paraglidend	=	paragliden
paraglidende	=	paragliden
paraglider	noun	de rechthoekige parachute waarmee men kan schermvliegen, parapente, glijscherm
paragliders	=	paraglider
paraglidertje	=	paraglider
paraglidertjes	=	paraglider
paraglidet	=	paragliden
paragliding	noun	vliegsport met een parachute gebruikmakend van thermiek, vanaf een berg (of voortgetrokken aan een kabel)
paragneis	noun	een gneis waarvan de protoliet een sedimentair gesteente was
paragnosie	noun	het kennen op paranormale wijze, bv. helderziendheid
paragnost	noun	helderziende
paragnosten	=	paragnost
paragnostisch	adj	betrekking hebbend op de paragnosie
paragnostische	=	paragnostisch
paragnostischer	=	paragnostisch
paragnostischere	=	paragnostisch
paragnostischers	=	paragnostisch
paragoge	noun	insertie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordeinde
paragogisch	adj	achteraan toegevoegd
paragogische	=	paragogisch
paragogischer	=	paragogisch
paragogischere	=	paragogisch
paragogischers	=	paragogisch
paragoniet	noun	dit mineraal is een natrium-aluminium-fylosilicaat met de chemische formule NaAl₃Si₃O₁₀(OH)₂
paragraaf	noun	paragraafteken
paragraafje	=	paragraaf
paragraafjes	=	paragraaf
paragraafsymbolen	=	paragraafsymbool
paragraafsymbool	noun	symbool dat een paragraaf aanduidt
paragraafteken	noun	symbool dat een paragraaf aanduidt
paragraaftekens	=	paragraafteken
paragraaftekentje	=	paragraafteken
paragrafen	=	paragraaf
paraguayaan	noun	inwoner van Paraguay, of iemand afkomstig uit Paraguay
paraguayaans	adj	op Paraguay betrekking hebbend
paraguayaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Paraguay, of een vrouw afkomstig uit Paraguay
paraguayaansen	=	paraguayaanse
paraguayaanser	=	paraguayaans
paraguayaansere	=	paraguayaans
paraguayaansers	=	paraguayaans
paraguayaanst	=	paraguayaans
paraguayaanste	=	paraguayaans
paraguayanen	=	paraguayaan
paraguayese	noun	een vrouwelijke inwoner van Paraguay, of een vrouw afkomstig uit Paraguay
paraguayesen	=	paraguayese
paraguees	noun	een inwoner van Paraguay, of iemand afkomstig uit Paraguay	adj	op Paraguay betrekking hebbend
paragueest	=	paraguees
paragueeste	=	paraguees
paraguese	noun	een vrouwelijke inwoner van Paraguay, of een vrouw afkomstig uit Paraguay
paraguesen	=	paraguese
paragueser	=	paraguees
paraguesere	=	paraguees
paraguesers	=	paraguees
paraguezen	=	paraguees
parahoe	noun|obsolete	een woord voor een eenvoudige schuit vervaardigd van een uitgeholde boomstam in het eertijdse Nederlands-Indië
parahoes	=	parahoe
parahoetje	=	parahoe
parahoetjes	=	parahoe
parakleet	noun	heilig persoon die mensen uit onderdrukking zal redden
paralalie	noun	spraakstoornis
paraleipsis	noun	stijlfiguur die benadrukt waaraan men ogenschijnlijk aan voorbij wil gaan
paralexie	noun	leesstoornis waarbij verwisseling van lettergrepen en woorden optreedt
paralinguïstiek	noun	de studie van niet-vocale verschijnselen zoals gelaatsuitdrukkingen en bewegingen van hoofd of oog, die van belang kunnen zijn bij de interpretatie van wat mensen zeggen
paralinguïstisch	adj	betrekking hebbend op het paralinguïsme
paralinguïstische	=	paralinguïstisch
paralinguïstischer	=	paralinguïstisch
paralinguïstischere	=	paralinguïstisch
paralinguïstischers	=	paralinguïstisch
paralipsis	noun	stijlfiguur die benadrukt waaraan men ogenschijnlijk aan voorbij wil gaan
parallactisch	adj	betrekking hebbend op de parallax
parallactische	=	parallactisch
parallactischer	=	parallactisch
parallactischere	=	parallactisch
parallactischers	=	parallactisch
parallax	noun	het verschijnsel dat de schijnbare positie van een voorwerp ten opzichte van een ander voorwerp en/of de achtergrond varieert als men het vanuit verschillende posities bekijkt
parallaxen	=	parallax
parallel	noun	een cirkel op het aardoppervlak waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen, breedtecirkel	adj	evenwijdig
parallelcirkel	noun	een cirkel op het aardoppervlak, waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen
parallelcirkels	=	parallelcirkel
parallelcirkeltje	=	parallelcirkel
parallelcirkeltjes	=	parallelcirkel
parallelcollega	noun	groepsleerkracht van een andere groep in hetzelfde leerjaar
parallelcollega's	=	parallelcollega
parallelcollegae	=	parallelcollega
parallelelement	noun	elk van de deelschakelingen in een parallelschakeling
parallelelementen	=	parallelelement
parallelepipedum	=	parallellepipedum
parallelklas	noun	klas van een school waarin dezelfde leerstof wordt behandeld
parallelklassen	=	parallelklas
parallelle	=	parallel
parallellen	=	parallel
parallellenpostulaat	noun	dit postulaat luidt: wanneer een lijn twee andere lijnen zodanig snijdt dat de som van de binnenhoeken aan dezelfde zijde van de lijn kleiner is dan twee rechte hoeken, dan zullen de twee andere lijnen elkaar ergens aan die zijde van de lijn snijden
parallellepipeda	=	parallellepipedum
parallellepipedum	noun	een driedimensionaal zesvlak, waarvan alle zijden bestaan uit parallelogrammen die paarsgewijs gelijk zijn
parallellepipedummetje	=	parallellepipedum
parallellepipedummetjes	=	parallellepipedum
parallellepipedumpje	=	parallellepipedum
parallellepipedums	=	parallellepipedum
paralleller	=	parallel
parallellere	=	parallel
parallellers	=	parallel
parallelletje	=	parallel
parallelletjes	=	parallel
parallellie	noun	het evenwijdig aan elkaar lopen van lijnen of vlakken
parallellieën	=	parallellie
parallellisatie	noun	het parallelliseren
parallellisaties	=	parallellisatie
parallelliseer	=	parallelliseren
parallelliseerde	=	parallelliseren
parallelliseerden	=	parallelliseren
parallelliseert	=	parallelliseren
parallellisere	=	parallelliseren
parallelliseren	verb	het parallel maken
parallelliserend	=	parallelliseren
parallelliserende	=	parallelliseren
parallellogram	noun	een vierhoek waarvan de overstaande zijden evenwijdig zijn
parallellogrammen	=	parallellogram
parallellogrammetje	=	parallellogram
parallellogrammetjes	=	parallellogram
parallelmarkt	noun	onderdeel van de effectenbeurs waar aandelen van kleinere ondernemingen worden verhandeld
parallelmarkten	=	parallelmarkt
parallelprojectie	noun	projectie gevormd door het trekken van evenwijdige lijnen uit de punten van een meetkundig lichaam naar een plat vlak
parallels	=	parallel
parallelschakeling	noun	schakeling van elektrische componenten die vertrekken op gezamenlijke geleider en samenkomen op een gezamenlijke geleider
parallelschakelingen	=	parallelschakeling
parallelst	=	parallel
parallelste	=	parallel
parallelweg	noun	weg die min of meer evenwijdig met een andere loopt
parallelwegen	=	parallelweg
parallelweggetje	=	parallelweg
parallelwegje	=	parallelweg
parallelwegjes	=	parallelweg
paraloge	=	paraloog
paralogie	noun	dwaling, denkfout
paralogietje	=	paralogie
paralogietjes	=	paralogie
paralogieën	=	paralogie
paralogisme	noun	het gebruik van woorden met afwijkende betekenis
paralogismen	=	paralogisme
paralogismes	=	paralogisme
paralogismetje	=	paralogisme
paralogismetjes	=	paralogisme
paraloog	adj	een gen betreffend dat terecht komt in een andere soort. (ze evolueren afhankelijk van elkaar maar houden dezelfde functie)
paraloogs	=	paraloog
paralympisch	adj	met betrekking tot de paralympics
paralympische	=	paralympisch
paralympischer	=	paralympisch
paralympischere	=	paralympisch
paralympischers	=	paralympisch
paralyse	noun	een toestand waarin men zich niet bewegen kan
paralyseer	=	paralyseren
paralyseerde	=	paralyseren
paralyseerden	=	paralyseren
paralyseert	=	paralyseren
paralysen	=	paralyse
paralysere	=	paralyseren
paralyseren	verb	verlammen
paralyserend	=	paralyseren
paralyserende	=	paralyseren
paralyses	=	paralyse
paralysie	noun	verlamming
paralysieën	=	paralysie
paralytici	=	paralyticus
paralyticus	noun	een verlamde, een lijder aan paralyse
paralytisch	adj	verlamd
paralytische	=	paralytisch
paralytischer	=	paralytisch
paralytischere	=	paralytisch
paralytischers	=	paralytisch
paramagnetisch	adj	de eigenschap bezittend enigszins door een magnetisch veld aangetrokken te worden doordat er niet-gekoppelde ongepaarde spins aanwezig zijn
paramagnetische	=	paramagnetisch
paramagnetischer	=	paramagnetisch
paramagnetischere	=	paramagnetisch
paramagnetischers	=	paramagnetisch
paramagnetischt	=	paramagnetisch
paramagnetischte	=	paramagnetisch
paramagnetisme	noun	is een vorm van magnetisme waarbij in de afwezigheid van een uitwendig veld geen spontane magnetisatie optreedt, hoewel het materiaal wel ongepaarde spins bevat
paramariboos	adj	op Paramaribo betrekking hebbend
paramariboost	=	paramariboos
paramaribooste	=	paramariboos
paramaribose	noun	een vrouwelijke inwoner van Paramaribo, of een vrouw afkomstig uit Paramaribo
paramaribosen	=	paramaribose
paramariboser	=	paramariboos
paramaribosere	=	paramariboos
paramaribosers	=	paramariboos
paramariboër	noun	een inwoner van Paramaribo, of iemand afkomstig uit Paramaribo
paramariboërs	=	paramariboër
paramedici	=	paramedicus
paramedicus	noun	iemand die voor zijn beroep medische behandelingen doet, maar geen arts is
paramedisch	adj	met de geneeskunde samenhangend
paramedische	=	paramedisch
paramedischer	=	paramedisch
paramedischere	=	paramedisch
paramedischers	=	paramedisch
parament	noun	liturgisch kerkgewaad of altaarkleed
paramenten	=	parament
paramentje	=	parament
paramentjes	=	parament
parameter	noun	willekeurig in te stellen grootheid of variabele
parameterkromme	noun	stelsel krommen verkregen door 1 of meer parameters te variëren
parameterkrommen	=	parameterkromme
parameters	=	parameter
parametertje	=	parameter
parametertjes	=	parameter
parametrisch	adj	betreffende de parameters, met behulp van parameters
parametrische	=	parametrisch
paramilitair	noun	een gedeeltelijke militair	adj	halfmilitair
paramilitairder	=	paramilitair
paramilitairdere	=	paramilitair
paramilitairders	=	paramilitair
paramilitaire	=	paramilitair
paramilitairen	=	paramilitair
paramilitairs	=	paramilitair
paramilitairst	=	paramilitair
paramilitairste	=	paramilitair
paramillotapaculo	noun	Scytalopus canus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
paramillotapaculo's	=	paramillotapaculo
paramillotapaculootje	=	paramillotapaculo
paramillotapaculootjes	=	paramillotapaculo
paramnesie	noun	verschijnsel dat men meent personen of zaken die men voor het eerst ziet, reeds vroeger gezien te hebben (déjà vu)
paramocatamenia	noun	Catamenia homochroa een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
paramocatamenia's	=	paramocatamenia
paramocatameniaatje	=	paramocatamenia
paramocatameniaatjes	=	paramocatamenia
paramogors	noun	Idiopsar brachyurus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
paramogorsje	=	paramogors
paramogorsjes	=	paramogors
paramogorzen	=	paramogors
paramopieper	noun	Anthus bogotensis een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
paramopiepers	=	paramopieper
paramopiepertje	=	paramopieper
paramopiepertjes	=	paramopieper
paramosnip	noun	Gallinago nobilis een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
paramosnipje	=	paramosnip
paramosnipjes	=	paramosnip
paramosnippen	=	paramosnip
paramotapaculo	noun	Scytalopus opacus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
paramotapaculo's	=	paramotapaculo
paramotapaculootje	=	paramotapaculo
paramotapaculootjes	=	paramotapaculo
paramowinterkoning	noun	Cistothorus meridae een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
paramowinterkoningen	=	paramowinterkoning
paramowinterkoninkje	=	paramowinterkoning
paramowinterkoninkjes	=	paramowinterkoning
paramuggenvanger	noun	Polioptila paraensis een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
paramuggenvangers	=	paramuggenvanger
paramuggenvangertje	=	paramuggenvanger
paramuggenvangertjes	=	paramuggenvanger
parana-elenia	noun	Elaenia sordida een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
parana-elenia's	=	parana-elenia
parana-eleniaatje	=	parana-elenia
parana-eleniaatjes	=	parana-elenia
paranalijster	noun	Turdus subalaris een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
paranalijsters	=	paranalijster
paranalijstertje	=	paranalijster
paranalijstertjes	=	paranalijster
paranameesstekelstaart	noun	Leptasthenura striolata een zangvogel uit de familie der ovenvogels (Furnariidae)
paranameesstekelstaarten	=	paranameesstekelstaart
paranameesstekelstaartje	=	paranameesstekelstaart
paranameesstekelstaartjes	=	paranameesstekelstaart
paranamiervogel	noun	Formicivora acutirostris een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
paranamiervogels	=	paranamiervogel
paranamiervogeltje	=	paranamiervogel
paranamiervogeltjes	=	paranamiervogel
paranasaal	adj	naast de neus gelegen
paranasaals	=	paranasaal
paranasale	=	paranasaal
paranatangare	noun	Stilpnia peruviana een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
paranatangaren	=	paranatangare
paranatangaretje	=	paranatangare
paranatangaretjes	=	paranatangare
paranen	=	paraan
paranimf	noun	helper bij plechtigheid (met name een bruidsjonker)
paranimfen	=	paranimf
paranoia	noun	achtervolgingswaanzin
paranoot	noun	Bertholletia excelsa een boom uit de familie Lecythidaceae.
paranootje	=	paranoot
paranormaal	adj	betrekking hebbend op wat niet met de normale zintuigen waargenomen wordt
paranormaals	=	paranormaal
paranormaalst	=	paranormaal
paranormaalste	=	paranormaal
paranormale	=	paranormaal
paranormaler	=	paranormaal
paranormalere	=	paranormaal
paranormalers	=	paranormaal
paranormaliteit	noun	het niet wetenschappelijk verklaard of met de zintuigen waargenomen kunnen worden
paranoten	=	paranoot
paranoïci	=	paranoïcus
paranoïcus	noun	lijder aan paranoia
paranoïde	adj	lijdend aan vervolgingswaan (paranoia)
paranoïder	=	paranoïde
paranoïdere	=	paranoïde
paranoïders	=	paranoïde
paranoïdes	=	paranoïde
paranoïedst	=	paranoïde
paranoïedste	=	paranoïde
paranucleair	adj	naast de kern nucleus gelegen
paranucleaire	=	paranucleair
paranucleairs	=	paranucleair
paraoropendola	noun	Psarocolius bifasciatus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
paraoropendola's	=	paraoropendola
paraoropendolaatje	=	paraoropendola
paraoropendolaatjes	=	paraoropendola
paraparese	noun	gedeeltelijke verlamming van de benen
parapente	noun	vliegsport met een parachute gebruikmakend van thermiek, vanaf een berg
parapentes	=	parapente
paraphrase	=	parafrase
paraplegie	noun	verlamming aan beide zijden van het lichaam
paraplu	noun	een scherm waarover een waterdichte stof is gespannen om zich te beschermen tegen de regen
paraplu's	=	paraplu
paraplubak	noun	bak om paraplu's in te plaatsen
paraplubakje	=	paraplubak
paraplubakjes	=	paraplubak
paraplubakken	=	paraplubak
parapludekking	noun	overkoepelende verzekering die bescherming biedt aan meerdere partijen, entiteiten of risico's onder één enkele polis.
parapludekkingen	=	parapludekking
parapludekkinkje	=	parapludekking
parapludekkinkjes	=	parapludekking
paraplufonds	noun	beleggingsfonds dat alleen belegt in andere beleggingsfondsen
paraplufondsen	=	paraplufonds
paraplufondsje	=	paraplufonds
paraplufondsjes	=	paraplufonds
parapluhouder	noun	bak om paraplu's in te plaatsen
parapluhouders	=	parapluhouder
parapluhoudertje	=	parapluhouder
parapluhoudertjes	=	parapluhouder
parapluie	=	paraplu
parapluplant	noun	Cyperus alternifolius een plantensoort uit de cypergrassenfamilie.
parapluplanten	=	parapluplant
parapluplantje	=	parapluplant
parapluplantjes	=	parapluplant
paraplurevolutie	noun	naam van de protesten in Hong-Kong tegen de steeds grotere invloed van de Chinese overheid
parapluspinnen	noun	Theridiosomatidae een familie van spinnen.
paraplustandaard	noun	bak om paraplu's in te plaatsen
paraplustandaarden	=	paraplustandaard
paraplustandaards	=	paraplustandaard
parapluutje	=	paraplu
parapluutjes	=	paraplu
parapluutjesmos	noun	Marchantia polymorpha een levermos uit de orde Marchantiales en heeft een kosmopolitische verspreiding.
parapluutjesmosje	=	parapluutjesmos
parapluutjesmosjes	=	parapluutjesmos
parapluutjesmossen	=	parapluutjesmos
parapsychologen	=	parapsycholoog
parapsychologie	noun	studie van de paranormale verschijnselen
parapsychologisch	adj	betreffende de parapsychologie, daartoe behorend
parapsychologische	=	parapsychologisch
parapsychologischer	=	parapsychologisch
parapsychologischere	=	parapsychologisch
parapsychologischers	=	parapsychologisch
parapsycholoog	noun	beoefenaar van de parapsychologie
pararegionaal	adj	naast een officiële, gewestelijke overheidsdienst bestaand en daarmee bij decreet gelijkgesteld
pararegionaals	=	pararegionaal
pararegionale	=	pararegionaal
pararubber	noun	rubber uit de Braziliaanse staat Pará
parasa	noun	wekelijks wisselende Toraperikoop die in de synagoge wordt gelezen
parasail	=	parasailen
parasailde	=	parasailen
parasailden	=	parasailen
parasaile	=	parasailen
parasailen	verb	een watersport waarbij men in een speciaal harnas onder een grote parachute (parasail) hangt en met een lange kabel wordt voortgetrokken door een snelle motorboot waardoor men tot tientallen meters hoogte opstijgt
parasailend	=	parasailen
parasailende	=	parasailen
parasailt	=	parasailen
parascholair	adj	buiten schooltijd maar wel in schoolverband
parascholairder	=	parascholair
parascholairdere	=	parascholair
parascholairders	=	parascholair
parascholaire	=	parascholair
parascholairs	=	parascholair
parascholairst	=	parascholair
parascholairste	=	parascholair
parascolair	adj	buiten schooltijd maar wel in schoolverband
parascolairder	=	parascolair
parascolairdere	=	parascolair
parascolairders	=	parascolair
parascolaire	=	parascolair
parascolairs	=	parascolair
parascolairst	=	parascolair
parascolairste	=	parascolair
parasiet	noun	levensvorm die ten koste van een ander organisme zich in stand houdt en vermenigvuldigt
parasietbeurszwam	noun	Volvariella surrecta een schimmel behorend tot de familie Pluteaceae.
parasietbeurszwammen	=	parasietbeurszwam
parasietbeurszwammetje	=	parasietbeurszwam
parasietbeurszwammetjes	=	parasietbeurszwam
parasieten	=	parasiet
parasietje	=	parasiet
parasietjes	=	parasiet
parasietkorst	noun	Normandina chlorococca een korstmos behorend tot de familie Verrucariaceae.
parasietkorsten	=	parasietkorst
parasietkorstje	=	parasietkorst
parasietkorstjes	=	parasietkorst
parasietschriftmos	noun	Opegrapha rupestris een korstmosparasiet in de familie Opegraphaceae.
parasietschriftmosje	=	parasietschriftmos
parasietschriftmosjes	=	parasietschriftmos
parasietschriftmossen	=	parasietschriftmos
parasiot	=	parasa
parasitair	adj	door parasieten veroorzaakt
parasitairder	=	parasitair
parasitairdere	=	parasitair
parasitairders	=	parasitair
parasitaire	=	parasitair
parasitairs	=	parasitair
parasitairst	=	parasitair
parasitairste	=	parasitair
parasiteer	=	parasiteren
parasiteerde	=	parasiteren
parasiteerden	=	parasiteren
parasiteeren	=	parasiteren
parasiteert	=	parasiteren
parasitemie	noun	aanwezigheid van parasieten in het bloed
parasitere	=	parasiteren
parasiteren	verb	zich ten koste van een ander organisme in stand houden
parasiterend	=	parasiteren
parasiterende	=	parasiteren
parasitisch	adj	parasitair
parasitische	=	parasitisch
parasitischer	=	parasitisch
parasitischere	=	parasitisch
parasitischers	=	parasitisch
parasitischt	=	parasitisch
parasitischte	=	parasitisch
parasitisme	noun	het leven als parasiet
parasitologie	noun	leer en studie van de parasieten en het parasitisme
parasitologisch	adj	betrekking hebbend op de parasitologie
parasitologische	=	parasitologisch
parasitologischer	=	parasitologisch
parasitologischere	=	parasitologisch
parasitologischers	=	parasitologisch
parasja	noun	wekelijks wisselende Toraperikoop die in de synagoge wordt gelezen
parasja's	=	parasja
parasjaatje	=	parasja
parasjiot	=	parasja
parasjot	=	parasja
parasol	noun	zonnescherm
parasolden	noun	bepaald soort naaldboom, Pinus pinea, uit de dennenfamilie (Pinaceae)
parasoldennen	=	parasolden
parasoldennetje	=	parasolden
parasoldennetjes	=	parasolden
parasoldentje	=	parasolden
parasolgras	noun	bepaald soort cypergras dat ook in Suriname voorkomt, Cyperus giganteus
parasollen	=	parasol
parasolletje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort hydroïdpoliep, Eutonina indicans uit de familie Eirenidae, in 1876 voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Romanes De soort komt wijdverspreid voor in de noordelijke Stille Oceaan van Japan via Alaska tot Santa Barbara, de Beringzee en de Noord-Atlantische Oceaan.
parasolletjes	=	parasol
parasolmier	noun	Atta colombica bladerknippende en -kauwende mier zo genoemd omdat het afgeknipte blad als een parasol naar het nest wordt gedragen waarna ze wordt fijngekauwd en gebruikt als voedingsbodem voor een schimmel
parasolmieren	=	parasolmier
parasolmiertje	=	parasolmier
parasolmiertjes	=	parasolmier
parasols	=	parasol
parasolwaaierpalm	noun	Corypha umbraculifera een langzaam groeiende, rechtopstaande tot 25 m hoge palm.
parasolwaaierpalmen	=	parasolwaaierpalm
parasolwaaierpalmpje	=	parasolwaaierpalm
parasolwaaierpalmpjes	=	parasolwaaierpalm
parasolzwam	noun	benaming voor witsporige plaatjeszwammen uit het geslacht Macrolepiota, meestal met een schubbige hoed en met een ring aan de steel
parasolzwambreedvoet	noun	Kesselimyia chandleri een vliegensoort uit de familie van de breedvoetvliegen (Platypezidae).
parasolzwambreedvoeten	=	parasolzwambreedvoet
parasolzwambreedvoetje	=	parasolzwambreedvoet
parasolzwambreedvoetjes	=	parasolzwambreedvoet
parasolzwammen	noun	een geslacht Lepiota van schimmels behorend tot de familie Agaricaceae.
parasolzwammetje	=	parasolzwam
parasolzwammetjes	=	parasolzwam
parasot	=	parasa
parasport	noun	het parachutespringen als sport
parastataal	adj	door de overheid opgericht en gelijkgesteld met een staatsinstelling
parastataals	=	parastataal
parastataalst	=	parastataal
parastataalste	=	parastataal
parastatale	=	parastataal
parastataler	=	parastataal
parastatalere	=	parastataal
parastatalers	=	parastataal
parasternaal	adj	naast het borstbeen gelegen
parasternaals	=	parasternaal
parasternale	=	parasternaal
parastronaut	noun	een ruimtevaarder met een fysieke beperking
parastronauten	=	parastronaut
parasympathicomimetica	=	parasympathicomimeticum
parasympathicomimeticum	noun	geneesmiddel dat de werking van het autonoom zenuwstelsel nabootst
parasympathisch	adj	betrekking hebbend op de parasympathicus
parasympathische	=	parasympathisch
parasympathischer	=	parasympathisch
parasympathischere	=	parasympathisch
parasympathischers	=	parasympathisch
parataxis	noun	nevenschikking van woorden met dezelfde, verwante of tegengestelde betekenis
parataxissen	=	parataxis
parate	=	paraat
parater	=	paraat
paratere	=	paraat
paraters	=	paraat
parathion	noun	zeer giftig en krachtig insecticide
parathymie	noun	verstoring van het gevoelsleven
paratomie	noun	vorm van aseksuele voortplanting door tweedeling, waarbij een meercellig organisme zich pas volledig splitst als de regeneratie compleet is en alle organen gevormd zijn
paratomieën	=	paratomie
paratroepen	noun	legerafdeling die met de parachute in een actiegebied wordt neergelaten
paratroeper	noun	militair die behoort tot de paratroepen
paratroepers	=	paratroeper
paratuberculose	noun	op tuberculose lijkende ziekte bij vee en huisdieren
paratyfus	noun	een besmettelijke ziekte veroorzaakt door besmetting metSalmonella paratyphi
paraulopiden	noun	een familie Paraulopidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
paravaan	noun	werktuig om onderzeese mijnen van de kabels los te snijden
paravaantje	=	paravaan
paravaantjes	=	paravaan
paravaginaal	adj	naast de schede van de vrouw gelegen
paravaginaals	=	paravaginaal
paravaginale	=	paravaginaal
paravane	noun	werktuig om onderzeese mijnen van de kabels los te snijden
paravanen	=	paravaan
paraveneus	adj	naast de ader
paraveneuze	=	paraveneus
paravent	noun	bescherming tegen de wind
paravents	=	paravent
paraverbinding	noun	elk van de substitutieproducten van benzeen, waarin de groepen diametraal tegenover elkaar zijn gelegen
paraverbindingen	=	paraverbinding
paravertebraal	adj	naast een wervel gelegen
paravertebraals	=	paravertebraal
paravertebrale	=	paravertebraal
parawetenschap	noun	voornamelijk op het onderzoek naar bovennatuurlijke verschijnselen gerichte disciplines die zichzelf als wetenschap zien, maar niet door eenieder daartoe worden gerekend.
parazenen	noun	een familie Parazenidae van straalvinnige vissen uit de orde van zonnevisachtigen (Zeiformes)
parbleu	intj	vloek of uitroep van verbazing
parcours	noun	een bij een wedstrijd te volgen route
parcoursbouwer	noun	persoon die de route ontwerpt en bouwt die sporters tijdens een wedstrijd afleggen
parcoursbouwers	=	parcoursbouwer
parcoursen	=	parcours
parcoursje	=	parcours
parcoursjes	=	parcours
parcourstje	=	parcours
parcourstjes	=	parcours
pardaf	noun	geluid van een doffe klap of knal	intj	paf tw, pats tw, poef tw, vaak gebruikt om te aan te geven dat iets opeens, met enige kracht gebeurt
pardaffen	verb	het geluid van een doffe klap of knal maken
pardaffend	=	pardaffen
pardaffende	=	pardaffen
pardafte	=	pardaffen
pardees	noun	citrusplantage
pardelkat	noun	zoogdier uit het geslacht Leopardus van de familie der katachtigen (Felidae).
pardelkatje	=	pardelkat
pardelkatjes	=	pardelkat
pardelkatten	noun	geslacht Leopardus uit de familie der katachtigen (Felidae) dat voorkomt in Zuid-Amerika
pardellynx	noun	bepaald soort zoogdier, Lynx pardinus, een van de zeldzaamste katachtigen die enkel voorkomt op het Iberisch Schiereiland.
pardellynxen	=	pardellynx
pardellynxje	=	pardellynx
pardellynxjes	=	pardellynx
pardelroller	noun	Nandinia binotata een onopvallend boombewonend roofdier uit de regenwouden van Afrika.
pardelrollers	=	pardelroller
pardelrollertje	=	pardelroller
pardelrollertjes	=	pardelroller
pardessus	noun	overjas
pardessusje	=	pardessus
pardessusjes	=	pardessus
pardessustje	=	pardessus
pardessustjes	=	pardessus
pardoen	noun	verstaging van een steng
pardoens	=	pardoen
pardoentje	=	pardoen
pardoentjes	=	pardoen
pardoes	adv	zonder omwegen, ineens, plotseling
pardon	noun	het kwijtschelden of ontzien van iets, m.n. in het strafrecht	intj	drukt een vorm van verontschuldigen uit, voor een vergissing, of in bepaalde situaties als excuus bij voorbaat om zich naar de toegesprokene iets speciaals te permitteren
pardonneer	=	pardonneren
pardonneerde	=	pardonneren
pardonneerden	=	pardonneren
pardonneert	=	pardonneren
pardonnere	=	pardonneren
pardonneren	verb	mensen een ontheffing aanbieden voor een geldende verplichting; iets oogluikend toestaan
pardonnerend	=	pardonneren
pardonnerende	=	pardonneren
pardonnetje	=	pardon
pardonnetjes	=	pardon
pardonregeling	noun	een regeling waarbij iets kwijt wordt gescholden
pardonregelingen	=	pardonregeling
pardonregelingetje	=	pardonregeling
pardonregelingetjes	=	pardonregeling
pardons	=	pardon
pardusco	noun	Nephelornis oneilli een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
pardusco's	=	pardusco
parduscootje	=	pardusco
parduscootjes	=	pardusco
pare	=	paar
pareer	=	pareren
pareerbreuk	noun	bepaalde breuk van de onderarm zo genoemd omdat het het type breuk is, dat ontstaat als men de arm opheft om een slag op het hoofd af te weren
pareerbreuken	=	pareerbreuk
pareerbreukje	=	pareerbreuk
pareerbreukjes	=	pareerbreuk
pareerde	=	pareren
pareerden	=	pareren
pareert	=	pareren
pareidolie	noun	het herkennen in willekeurige afbeeldingen of waarnemingen van levensvormen (zoals het gezicht van Jezus in een toastje)
parel	noun	een hard, rond voorwerp bestaande uit parelmoer dat door bepaalde weekdieren (hoofdzakelijk oesters, soms slakken) wordt gemaakt, en dat opgevist wordt om als sieraad te dienen
parelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van parel
parelachtige	=	parelachtig
parelachtiger	=	parelachtig
parelachtigere	=	parelachtig
parelachtigers	=	parelachtig
parelachtigs	=	parelachtig
parelachtigst	=	parelachtig
parelachtigste	=	parelachtig
parelamaniet	noun	een eetbare paddenstoel Amanita rubescens uit de familie Amanitaceae.
parelamanieten	=	parelamaniet
parelamanietje	=	parelamaniet
parelamanietjes	=	parelamaniet
parelastrild	noun	Hypargos margaritatus een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
parelastrilden	=	parelastrild
parelastrildje	=	parelastrild
parelastrildjes	=	parelastrild
parelbaarzen	noun	een familie Glaucosomatidae van straalvinnige vissen uit de orde Acropomatiformes
parelbank	noun	plaats waar een kolonie van pareloesters groei
parelbanken	=	parelbank
parelboomloper	noun	Margarornis squamiger een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
parelboomlopers	=	parelboomloper
parelboomlopertje	=	parelboomloper
parelboomlopertjes	=	parelboomloper
parelborstspitssnavel	noun	Conirostrum margaritae een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
parelborstspitssnavels	=	parelborstspitssnavel
parelborstspitssnaveltje	=	parelborstspitssnavel
parelborstspitssnaveltjes	=	parelborstspitssnavel
parelborstzwaluw	noun	Hirundo dimidiata een zwaluw uit het geslacht Hirundo.
parelborstzwaluwen	=	parelborstzwaluw
parelborstzwaluwtje	=	parelborstzwaluw
parelborstzwaluwtjes	=	parelborstzwaluw
parelbuikspecht	noun	Veniliornis spilogaster een vogel uit de familie Picidae (spechten).
parelbuikspechten	=	parelbuikspecht
parelbuikspechtje	=	parelbuikspecht
parelbuikspechtjes	=	parelbuikspecht
parelde	=	parelen
parelden	=	parelen
parelduik	noun	naamwoord van handeling parelduiken: naar de zeebodem zwemmen om pareloesters te vinden
parelduiken	verb	het duiken naar parels
parelduikend	=	parelduiken
parelduikende	=	parelduiken
parelduiker	noun	iemand die pareloesters ophaalt van de zeebodem, een parelvisser
parelduikers	=	parelduiker
parelduikertje	=	parelduiker
parelduikertjes	=	parelduiker
parelduikster	noun	vrouw die diep onder water schelpdieren verzamelt die mogelijk een parel bevatten
parelduiksters	=	parelduikster
parelduikstertje	=	parelduikster
parelduikstertjes	=	parelduikster
pareldwergfazant	noun	Galloperdix lunulata een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
pareldwergfazanten	=	pareldwergfazant
pareldwergfazantje	=	pareldwergfazant
pareldwergfazantjes	=	pareldwergfazant
parele	=	parelen
parelen	verb	als glinsterende bolle druppels op de huid komen staan
parelend	adj	schitterend als parels
parelende	=	parelen
parelender	=	parelend
parelendere	=	parelend
parelenders	=	parelend
parelends	=	parelend
parelendst	=	parelend
parelendste	=	parelend
parelgeleimos	noun	Lathagrium auriforme een korstmos van het geslacht Lathagrium uit de familie Collemataceae.
parelgeleimosje	=	parelgeleimos
parelgeleimosjes	=	parelgeleimos
parelgeleimossen	=	parelgeleimos
parelgierst	noun	bepaalde grassoort, Pennisetum glaucum gierstsoort die goed gedijt op droge gronden
parelgiersten	=	parelgierst
parelglimmerinktzwam	noun	Coprinellus saccharinus een schimmel uit de familie Psathyrellaceae. ;Hoed De hoed heeft een diameter tot 30 mm en een hoogte tot 16 mm.
parelglimmerinktzwammen	=	parelglimmerinktzwam
parelglimmerinktzwammetje	=	parelglimmerinktzwam
parelglimmerinktzwammetjes	=	parelglimmerinktzwam
parelgort	noun	rond gepolijste gepelde gerst
parelgorten	=	parelgort
parelgras	noun	een geslacht Melica van planten uit de grassenfamilie (Poaceae) en omvat ongeveer 96 soorten.
parelgrasje	=	parelgras
parelgrasjes	=	parelgras
parelgrassen	=	parelgras
parelgrijs	adj	licht, blauwachtig grijs
parelgrijst	=	parelgrijs
parelgrijste	=	parelgrijs
parelgrijze	=	parelgrijs
parelgrijzen	=	parelgrijs
parelgrijzer	=	parelgrijs
parelgrijzere	=	parelgrijs
parelgrijzers	=	parelgrijs
parelhagedis	noun	Timon lepidus een hagedis die tot de familie echte hagedissen (Lacertidae) behoort.
parelhagedisje	=	parelhagedis
parelhagedisjes	=	parelhagedis
parelhagedissen	=	parelhagedis
parelhalsmiersluiper	noun	Rhopias gularis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
parelhalsmiersluipers	=	parelhalsmiersluiper
parelhalsmiersluipertje	=	parelhalsmiersluiper
parelhalsmiersluipertjes	=	parelhalsmiersluiper
parelhalstortel	noun	Spilopelia chinensis een soort tortelduif.
parelhalstortels	=	parelhalstortel
parelhalstorteltje	=	parelhalstortel
parelhalstorteltjes	=	parelhalstortel
parelhelder	adj	erg glanzend, licht doorschijnend
parelheldere	=	parelhelder
parelhelders	=	parelhelder
parelhoen	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Numididae
parelhoenchampignon	noun	Agaricus moelleri een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
parelhoenchampignonnetje	=	parelhoenchampignon
parelhoenchampignonnetjes	=	parelhoenchampignon
parelhoenchampignons	=	parelhoenchampignon
parelhoenderen	=	parelhoen
parelhoenders	noun	Numididae een familie van hoenderachtige vogels.
parelhoentje	=	parelhoen
parelhoentjes	=	parelhoen
pareljufferduif	noun	Ptilinopus perlatus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
pareljufferduifje	=	pareljufferduif
pareljufferduifjes	=	pareljufferduif
pareljufferduiven	=	pareljufferduif
parelkandij	noun	kleine brokjes gekristalliseerde suiker, gebruikt in ontbijtkoek en vergelijkbaar gebak
parelketting	noun	een sierraad in de vorm van een ketting met parels vooral gedragen door deftige dames
parelkettingen	=	parelketting
parelkettinkje	=	parelketting
parelkettinkjes	=	parelketting
parelkoffie	noun	kleine ronde, niet-ontwikkelde koffieboontjes
parelkoffies	=	parelkoffie
parelkwal	noun	Pelagia noctiluca een neteldier uit de familie Pelagiidae.
parelkwallen	=	parelkwal
parelkwalletje	=	parelkwal
parelkwalletjes	=	parelkwal
parelmierklauwier	noun	Megastictus margaritatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
parelmierklauwieren	=	parelmierklauwier
parelmierklauwiertje	=	parelmierklauwier
parelmierklauwiertjes	=	parelmierklauwier
parelmoer	noun	het glanzende mineraal dat de binnenzijde van bepaalde schelpen bedekt
parelmoerblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5025 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5025 ( ).
parelmoerblauwe	=	parelmoerblauw
parelmoerblauws	=	parelmoerblauw
parelmoerblauwtje	noun	bepaald soort dagvlinder, Polyommatus nivescens uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes; de spanwijdte bedraagt 34 tot 37 millimeter en de vleugelkleur is zeer lichtblauw, bijna wit, met parelmoerglans
parelmoerblauwtjes	=	parelmoerblauwtje
parelmoerdonkergrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 9023 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 9023 ( ).
parelmoerdonkergrijze	=	parelmoerdonkergrijs
parelmoerdonkergroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6035 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6035 ( ).
parelmoerdonkergroene	=	parelmoerdonkergroen
parelmoerdonkergroens	=	parelmoerdonkergroen
parelmoerdonkerrode	=	parelmoerdonkerrood
parelmoerdonkerrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3032 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3032 ( ).
parelmoerdonkerroods	=	parelmoerdonkerrood
parelmoerdonkerviolet	noun	tint violet met RAL-nummer 4011 ( ).	adj	in een tint violet met RAL-nummer 4011 ( ).
parelmoerdonkerviolets	=	parelmoerdonkerviolet
parelmoerdonkerviolette	=	parelmoerdonkerviolet
parelmoeren	adj	van parelmoer vervaardigd of met parelmoer versierd
parelmoergoud	noun	tint goud met RAL-nummer 1036 ( ).	adj	in een tint goud met RAL-nummer 1036 ( ).
parelmoergoude	=	parelmoergoud
parelmoergouds	=	parelmoergoud
parelmoergrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 1035 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 1035 ( ).
parelmoergrijze	=	parelmoergrijs
parelmoerkoper	noun	tint bruin met RAL-nummer 8029 ( ).
parelmoerkoperkleurig	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8029 ( ).
parelmoerkoperkleurige	=	parelmoerkoperkleurig
parelmoerkoperkleurigs	=	parelmoerkoperkleurig
parelmoerlichtgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 9022 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 9022 ( ).
parelmoerlichtgrijze	=	parelmoerlichtgrijs
parelmoerlichtgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6036 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6036 ( ).
parelmoerlichtgroene	=	parelmoerlichtgroen
parelmoerlichtgroens	=	parelmoerlichtgroen
parelmoerlichtrode	=	parelmoerlichtrood
parelmoerlichtrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3033 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3033 ( ).
parelmoerlichtroods	=	parelmoerlichtrood
parelmoerlichtviolet	noun	tint violet met RAL-nummer 4012 ( ).	adj	in een tint violet met RAL-nummer 4012 ( ).
parelmoerlichtviolets	=	parelmoerlichtviolet
parelmoerlichtviolette	=	parelmoerlichtviolet
parelmoermot	noun	Patania ruralis een vlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae) en een van de grootste leden uit die familie.
parelmoermotje	=	parelmoermot
parelmoermotjes	=	parelmoermot
parelmoermotten	=	parelmoermot
parelmoermuisgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7048 ( ); een grijze kleur zoals die van een muis met een glans zoals die van parelmoer.	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7048 ( ).
parelmoermuisgrijze	=	parelmoermuisgrijs
parelmoernachtblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5026 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5026 ( ).
parelmoernachtblauwe	=	parelmoernachtblauw
parelmoernachtblauws	=	parelmoernachtblauw
parelmoeroranje	noun	tint oranje met RAL-nummer 2013 ( ).	adj	in een tint oranje met RAL-nummer 2013 ( ).
parelmoervlinder	noun	een vlinder uit de onderfamilies Heliconiinae en Melitaeinae, waarvan er een aantal in de Benelux voorkomen.
parelmoervlinders	=	parelmoervlinder
parelmoervlindertje	=	parelmoervlinder
parelmoerwolk	noun	zeldzaam weersverschijnsel waarbij wolken op extreem grote hoogte iriserende, parelmoerachtige kleuren vertonen
parelmoerwolken	=	parelmoerwolk
parelmoerwolkje	=	parelmoerwolk
parelmoerwolkjes	=	parelmoerwolk
parelmos	noun	een geslacht Weissia van bladmossen uit de kleimosfamilie (Pottiaceae).
parelmosje	=	parelmos
parelmosjes	=	parelmos
parelmossel	noun	tweekleppig weekdier van het geslacht Margaritifera, een in zoet water levende mossel die de rivierparels oplevert
parelmosselen	=	parelmossel
parelmossels	=	parelmossel
parelmossen	=	parelmos
parelmot	noun	insect uit de familie Glyphipterigidae van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
parelmotje	=	parelmot
parelmotjes	=	parelmot
parelmotten	noun	Glyphipterigidae een familie van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
parelmurene	noun	Gymnothorax meleagris een murene die voorkomt in de Grote Oceaan en Indische Oceaan op een diepte tot 36 meter.
parelmurenen	=	parelmurene
pareloester	noun	schelpdier dat binnengedrongen vuiltjes bedekt met parelmoer en zo een parel kan voortbrengen
pareloesters	=	pareloester
pareloestertje	=	pareloester
pareloestertjes	=	pareloester
parelogen	noun	een familie Scopelarchidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
parelparkiet	noun	Pyrrhura lepida een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
parelparkieten	=	parelparkiet
parelparkietje	=	parelparkiet
parelparkietjes	=	parelparkiet
parels	=	parel
parelskink	noun	Chalcides ocellatus een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
parelskinken	noun	een geslacht Chalcides van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae)
parelskinkje	=	parelskink
parelskinkjes	=	parelskink
parelsnoer	noun	ketting gemaakt van een groot aantal parels, meestal gedragen door rijkere en chiquere vrouwen
parelsnoerbergerebia	noun	Erebia claudina een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's
parelsnoerbergerebia's	=	parelsnoerbergerebia
parelsnoerbergerebiaatje	=	parelsnoerbergerebia
parelsnoerbergerebiaatjes	=	parelsnoerbergerebia
parelsnoeren	=	parelsnoer
parelsnoertje	=	parelsnoer
parelsnoertjes	=	parelsnoer
parelstuifzwam	noun	Lycoperdon perlatum een schimmel behorend tot de familie Lycoperdaceae.
parelstuifzwammen	=	parelstuifzwam
parelstuifzwammetje	=	parelstuifzwam
parelstuifzwammetjes	=	parelstuifzwam
parelt	=	parelen
pareltje	=	parel
pareltjes	=	parel
parelvederkruid	noun	Myriophyllum aquaticum een kruipende oever- en waterplant uit de vederkruidfamilie.
parelvederkruiden	=	parelvederkruid
parelvederkruidje	=	parelvederkruid
parelvederkruidjes	=	parelvederkruid
parelvis	noun	Carapus acus een straalvinnige vissensoort uit de familie van parelvissen (Carapidae).
parelvisje	=	parelvis
parelvisjes	=	parelvis
parelvissen	noun	een familie Carapidae van zeevissen die worden aangetroffen in zowel tropische als subtropische wateren van de Atlantische, Indische en Grote Oceaan tot op een diepte van 2 kilometer langs het continentaal plat en oceanische hellingen.
parelvlekral	noun	Sarothrura pulchra een vogel uit de familie Sarothruridae.
parelvlekrallen	=	parelvlekral
parelvlekralletje	=	parelvlekral
parelvlekralletjes	=	parelvlekral
parelvormig	adj	vorm van een parel hebbend
parelvormige	=	parelvormig
parelvormiger	=	parelvormig
parelvormigere	=	parelvormig
parelvormigers	=	parelvormig
parelvormigs	=	parelvormig
parelvormigst	=	parelvormig
parelvormigste	=	parelvormig
parelwaaierstaart	noun	Rhipidura perlata een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
parelwaaierstaarten	=	parelwaaierstaart
parelwaaierstaartje	=	parelwaaierstaart
parelwaaierstaartjes	=	parelwaaierstaart
parelwangboomtimalia	noun	Cyanoderma melanothorax een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
parelwangboomtimalia's	=	parelwangboomtimalia
parelwangboomtimaliaatje	=	parelwangboomtimalia
parelwangboomtimaliaatjes	=	parelwangboomtimalia
parelwit	adj	in een tint wit met RAL-nummer 1013 ( ).	noun	tint wit met RAL-nummer 1013 ( ); een gebroken witte kleur zoals die van een parel.
parelwits	=	parelwit
parelwitst	=	parelwit
parelwitste	=	parelwit
parelwitte	=	parelwit
parelwitten	=	parelwit
parelwitter	=	parelwit
parelwittere	=	parelwit
parelwitters	=	parelwit
parelwouw	noun	Gampsonyx swainsonii een kleine roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae).
parelwouwen	=	parelwouw
parelwouwtje	=	parelwouw
parelwouwtjes	=	parelwouw
parelzaad	noun	een geslacht Lithospermum van kruidachtige en verhoutende planten uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
parelzaadgalmug	noun	Dasineura lithospermi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
parelzaadgalmuggen	=	parelzaadgalmug
parelzaadgalmugje	=	parelzaadgalmug
parelzaadgalmugjes	=	parelzaadgalmug
parelzaadje	=	parelzaad
parelzaadjes	=	parelzaad
parelzaden	=	parelzaad
parelziekte	noun	soort tuberculose van vee
parement	noun	parament
parementen	=	parement
paren	verb	samen met iets of iemand anders een paar/koppel vormen
parenbridge	noun	bridgewedstrijd voor tweetallen
parenchym	noun	klierweefsel
parenchymair	adj	op het parenchym betrekking hebbend
parenchymaire	=	parenchymair
parenchymairs	=	parenchymair
parenclub	noun	gelegenheid waar bezoekers (meestal alleen paren) onderling seksuele activiteiten (triootjes, groepsseks e.d.) kunnen ontplooien
parenclubje	=	parenclub
parenclubjes	=	parenclub
parenclubs	=	parenclub
parend	=	paren
parende	=	paren
parendrive	noun	bridgewedstrijd voor tweetallen
parendrives	=	parendrive
parentaal	adj	betrekking hebbend op een ouder of meerdere ouders
parentaals	=	parentaal
parentaalst	=	parentaal
parentaalste	=	parentaal
parentale	=	parentaal
parentaler	=	parentaal
parentalere	=	parentaal
parentalers	=	parentaal
parenteel	adj	berustend op, rekenend naar de parentelen	noun	groep van bloedverwanten afstammend van één bepaalde ouder of ouderpaar
parenteels	=	parenteel
parenteelst	=	parenteel
parenteelste	=	parenteel
parenteeltje	=	parenteel
parenteeltjes	=	parenteel
parentele	=	parenteel
parentelen	=	parenteel
parenteler	=	parenteel
parentelere	=	parenteel
parentelers	=	parenteel
parenteraal	adj	niet via het maag-darmkanaal het lichaam binnenkomend, bijvoorbeeld door inspuiting direct in de bloedvaten
parenteraals	=	parenteraal
parenterale	=	parenteraal
parenthese	noun	tussenzin buiten syntactisch verband
parenthesen	=	parenthese
parentheses	=	parenthese
parenthesetje	=	parenthese
parenthesis	noun	parenthese
pareo	noun	kleurige doek die men om het lichaam kan slaan
pareo's	=	pareo
parere	=	pareren
pareren	verb	afweren, afwenden of tegenhouden
parerend	=	pareren
parerende	=	pareren
parergisch	adj	fysisch paranormaal geschiedend
parergische	=	parergisch
parergischer	=	parergisch
parergischere	=	parergisch
parergischers	=	parergisch
parese	noun	gedeeltelijke verlamming
paresen	=	parese
paresthesie	noun	tinteling
paretisch	adj	op parese berustend
paretische	=	paretisch
paretischer	=	paretisch
paretischere	=	paretisch
paretischers	=	paretisch
paretodiagram	noun	een type diagram dat zowel een staafdiagram als een lijndiagram bevat
paretodiagrammen	=	paretodiagram
paretodiagrammetje	=	paretodiagram
paretodiagrammetjes	=	paretodiagram
parfait	noun	een luxe ijssoort bestaande uit een mengsel van lucht, eidooier, room en suiker die zonder machine en in vele smaken gemaakt kan worden
parfaits	=	parfait
parfum	noun	plantaardig of chemisch verkregen mengsel van opgeloste geurstoffen, bedoeld om een aangename geur te creëren
parfumeer	=	parfumeren
parfumeerde	=	parfumeren
parfumeerden	=	parfumeren
parfumeert	=	parfumeren
parfumere	=	parfumeren
parfumeren	verb	met een parfum een geur geven
parfumerend	=	parfumeren
parfumerende	=	parfumeren
parfumerie	noun	winkel waar men parfums verkoopt
parfumeries	=	parfumerie
parfumerietje	=	parfumerie
parfumerietjes	=	parfumerie
parfumerieën	=	parfumerie
parfumeur	noun	iemand die parfums ontwerpt
parfumeurs	=	parfumeur
parfumeurtje	=	parfumeur
parfumeurtjes	=	parfumeur
parfumfles	noun	een houder, meestal van glas of kristal, die speciaal is ontworpen om vloeibare geurstoffen (parfum) in te bewaren en te verspreiden
parfumflesje	=	parfumfles
parfumflesjes	=	parfumfles
parfumflessen	=	parfumfles
parfumluchtje	noun	de geur van reukwaren
parfumluchtjes	=	parfumluchtje
parfummetje	=	parfum
parfummetjes	=	parfum
parfumpje	=	parfum
parfumpjes	=	parfum
parfums	=	parfum
parfuum	=	parfum
pari	noun	koers of prijs gelijk aan de nominale waarde	adv	tegen de nominale waarde
paria	noun	een persoon die buiten alle aanvaarde kasten valt; een uitgestotene, onaanraakbare
paria's	=	paria
pariaatje	=	paria
pariaatjes	=	paria
pariastruikgors	noun	Arremon phygas een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
pariastruikgorsje	=	pariastruikgors
pariastruikgorsjes	=	pariastruikgors
pariastruikgorzen	=	pariastruikgors
pariets	noun	landheer
parig	adj	geneigd om te paren, paarziek
parige	=	parig
parigs	=	parig
parijs	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Parijs
parijse	noun	een vrouwelijke inwoner van Parijs, of een vrouw afkomstig uit Parijs
parijsen	=	parijse
parijser	=	parijs
parijsere	=	parijs
parijsers	=	parijs
parijst	=	parijs
parijste	=	parijs
parijzenaar	noun	een inwoner van Parijs, of iemand afkomstig uit Parijs
parijzenaars	=	parijzenaar
parijzenaren	=	parijzenaar
paring	noun	geslachtsdaad
paringen	=	paring
paringsdaad	noun	de daad van het paren, geslachtsdaad
paringsdaden	=	paringsdaad
paringsdans	noun	onderdeel van de balts van dieren
paringsdansen	=	paringsdans
paringsdansje	=	paringsdans
paringsdansjes	=	paringsdans
paringsdrang	noun	de drang om te paren
paringsdrift	noun	de drang om te paren
paringsdriften	=	paringsdrift
paringslus	noun	de hartvormige houding die twee libellen of juffers aannemen tijdens de paring, waarbij het vrouwtje met haar geslachtsopening contact maakt met het secundaire copulatie-orgaan van het mannetje
paringslusje	=	paringslus
paringslusjes	=	paringslus
paringslussen	=	paringslus
paringspotloden	=	paringspotlood
paringspotlood	noun	dik, aan twee uiteinden geslepen tweekleurig potlood dat door een timmerman gebruikt wordt tijdens het uitmeten, merken en het paren van werkstukken
paringspotloodje	=	paringspotlood
paringspotloodjes	=	paringspotlood
paringsrad	noun	de hartvormige houding die twee libellen of juffers aannemen tijdens de paring, waarbij het vrouwtje met haar geslachtsopening contact maakt met het secundaire copulatie-orgaan van het mannetje
paringsradje	=	paringsrad
paringsradjes	=	paringsrad
paringsritueel	noun	ritueel voor en tijdens de paring
paringsritueeltje	=	paringsritueel
paringsritueeltjes	=	paringsritueel
paringsrituelen	=	paringsritueel
parinkje	=	paring
paris	noun	benaming voor planten uit het geslacht Paris
parisienne	noun	een vrouwelijke inwoner van Parijs, of een vrouw afkomstig uit Parijs
parisienneboor	noun	metalen schepje om ronde bolletjes uit voedsel (aardappel, meloen, boter enz.) te maken
parisienneboortje	=	parisienneboor
parisienneboortjes	=	parisienneboor
parisienneboren	=	parisienneboor
parisiennes	=	parisienne
parisoordeel	noun	de verkiezing wie de mooiste van de drie godinnen (Hera, Athena en Aphrodite) is door Paris, een verkiezing die uiteindelijk de aanleiding is voor de Trojaanse oorlog
parisoordelen	=	parisoordeel
parissen	=	paris
paritair	adj	op voet van gelijkheid staand
paritairder	=	paritair
paritairdere	=	paritair
paritairders	=	paritair
paritaire	=	paritair
paritairs	=	paritair
paritairst	=	paritair
paritairste	=	paritair
pariteit	noun	gelijkheid
pariteiten	=	pariteit
pariteitsbit	noun	een extra bit dat wordt toegevoegd aan een aantal bits ter controle op transmissiefouten
pariteitsbits	=	pariteitsbit
pariteitsniveau	noun	wisselkoers tussen twee valuta
pariteitsniveaus	=	pariteitsniveau
pariteitsschending	noun	betekent dat een fysisch proces zich niet hetzelfde gedraagt in een 'echte' situatie als in zijn spiegelbeeld
pariteitsschendingen	=	pariteitsschending
pariteitsschendinkje	=	pariteitsschending
pariteitsschendinkjes	=	pariteitsschending
pariteitsymmetrie	noun	de invariantie van een systeem onder een pariteittransformatie.
paritsiem	=	pariets
pariëtaal	adj	betrekking hebbend op de wand van een orgaan of een lichaam
pariëtaals	=	pariëtaal
pariëtaalst	=	pariëtaal
pariëtaalste	=	pariëtaal
pariëtale	=	pariëtaal
pariëtaler	=	pariëtaal
pariëtalere	=	pariëtaal
pariëtalers	=	pariëtaal
park	noun	groengebied bedoeld voor recreatie of natuurbehoud
park-and-ride	noun	parkeerplaats dicht bij een station, bestemd voor treinreizigers die met de auto naar het station komen, daar parkeren ("park") en hun reis met het openbaar vervoer voortzetten ("ride"), of een vergelijkbare parkeerplaats bij een knooppunt voor andere vormen van openbaar vervoer
park-and-rides	=	park-and-ride
parka	noun	lang warm jack met een met bont gevoerde capuchon, oorspronkelijk een kledingstuk van de Inuïts
parka's	=	parka
parkachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een park
parkachtige	=	parkachtig
parkachtiger	=	parkachtig
parkachtigere	=	parkachtig
parkachtigers	=	parkachtig
parkachtigs	=	parkachtig
parkachtigst	=	parkachtig
parkachtigste	=	parkachtig
parkbank	noun	zitplaats voor meerdere personen in een park
parkbanken	=	parkbank
parkbankje	=	parkbank
parkbankjes	=	parkbank
parkbos	noun	een aangelegd bos met wandelfaciliteiten
parkbossen	=	parkbos
parkbronsgroefbij	noun	Halictus tumulorum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
parkbronsgroefbijen	=	parkbronsgroefbij
parkbronsgroefbijtje	=	parkbronsgroefbij
parkbronsgroefbijtjes	=	parkbronsgroefbij
parkeer	=	parkeren
parkeerautomaat	noun	automaat waar voor het parkeren betaald kan worden soms door het kenteken van het voertuig in te typen
parkeerautomaatje	=	parkeerautomaat
parkeerautomaatjes	=	parkeerautomaat
parkeerautomaten	=	parkeerautomaat
parkeerbeheer	noun	gemeentedienst belast met parkeeraangelegenheden
parkeerbeheren	=	parkeerbeheer
parkeerbeleid	noun	stelsel van regels die de toewijzing van parkeerplaatsen aan gebruikers moet regelen
parkeerbeugel	noun	beugel die men omhoog kan zetten op een particuliere parkeerplaats
parkeerbeugels	=	parkeerbeugel
parkeerbeugeltje	=	parkeerbeugel
parkeerbeugeltjes	=	parkeerbeugel
parkeerbiljet	noun	betaalbewijs voor een parkeerplaats
parkeerbiljetten	=	parkeerbiljet
parkeerbon	noun	een schriftelijke mededeling dat men voor ongeoorloofd parkeren beboet wordt
parkeerbonnen	=	parkeerbon
parkeerbonnetje	=	parkeerbon
parkeerbonnetjes	=	parkeerbon
parkeerbons	=	parkeerbon
parkeercontroleur	noun	iemand die controleert of voertuigen reglementair geparkeerd zijn
parkeercontroleurs	=	parkeercontroleur
parkeercontroleurtje	=	parkeercontroleur
parkeercontroleurtjes	=	parkeercontroleur
parkeerde	=	parkeren
parkeerdek	noun	elk van de verdiepingen van een parkeergarage
parkeerdekje	=	parkeerdek
parkeerdekjes	=	parkeerdek
parkeerdekken	=	parkeerdek
parkeerden	=	parkeren
parkeerder	noun	iemand die zijn auto ergens parkeert
parkeerders	=	parkeerder
parkeergarage	noun	garage voor het parkeren van motorvoertuigen
parkeergarages	=	parkeergarage
parkeergaragetje	=	parkeergarage
parkeergaragetjes	=	parkeergarage
parkeergelegenheden	=	parkeergelegenheid
parkeergelegenheid	noun	plaats waar men zijn voertuig kan parkeren, parkeerruimte
parkeerhaven	noun	in het trottoir uitgespaarde parkeergelegenheid langs de rijweg
parkeerhavens	=	parkeerhaven
parkeerhaventje	=	parkeerhaven
parkeerhaventjes	=	parkeerhaven
parkeerheffing	noun	is een gemeentelijke belasting die u betaalt voor het parkeren van uw voertuig op door de gemeente aangewezen plaatsen.
parkeerheffingen	=	parkeerheffing
parkeerheffinkje	=	parkeerheffing
parkeerheffinkjes	=	parkeerheffing
parkeerjeton	noun	parkeermunt
parkeerjetons	=	parkeerjeton
parkeerkaart	noun	kaartje waarmee je, als je de parkeerkosten hebt voldaan, een parkeerplaats kunt verlaten
parkeerkaarten	=	parkeerkaart
parkeerkaartje	=	parkeerkaart
parkeerkaartjes	=	parkeerkaart
parkeerkelder	noun	een ondergrondse ruimte waarin men auto's kan parkeren
parkeerkelders	=	parkeerkelder
parkeerklem	noun	wielklem die aan een verkeerd geparkeerde auto wordt bevestigd en die na betaling van de bekeuring hopelijk wordt verwijderd
parkeerklemmen	=	parkeerklem
parkeerklemmetje	=	parkeerklem
parkeerklemmetjes	=	parkeerklem
parkeerkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het parkeren van een auto
parkeerkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het parkeren van een auto
parkeerlicht	noun	licht dat moet branden tijdens het parkeren op slecht verlichte plaatsen
parkeerlichten	=	parkeerlicht
parkeermeter	noun	een automaat die naast een parkeerplaats staat om bij te houden hoelang de eigenaar van de daar geparkeerde auto zijn wagen nog mag laten staan, betalen kan soms met munten, soms met een bankpas of anderszins
parkeermeters	=	parkeermeter
parkeermetertje	=	parkeermeter
parkeermetertjes	=	parkeermeter
parkeermunt	noun	een die het recht geeft ergens met een auto te parkeren; munt die je in een parkeerautomaat kunt gebruiken
parkeermunten	=	parkeermunt
parkeermuntje	=	parkeermunt
parkeermuntjes	=	parkeermunt
parkeerovertreding	noun	parkeren op een plaats waar dat niet is toegestaan
parkeerovertredingen	=	parkeerovertreding
parkeerovertredinkje	=	parkeerovertreding
parkeerovertredinkjes	=	parkeerovertreding
parkeerplaats	noun	plek waar auto's of andere voertuigen geparkeerd kunnen worden
parkeerplaatsen	=	parkeerplaats
parkeerplaatsje	=	parkeerplaats
parkeerplaatsjes	=	parkeerplaats
parkeerplek	noun	plaats waar je een auto kunt parkeren
parkeerplekje	=	parkeerplek
parkeerplekjes	=	parkeerplek
parkeerplekken	=	parkeerplek
parkeerpolitie	noun	politie die uitsluitend controle uitoefent op het naleven van parkeervoorschriften
parkeerprobleem	noun	het vraagstuk hoe te kunnen zorgen voor voldoende parkeerplaatsen; de moeite die het kost een parkeerplaats te kunnen vinden voor je auto
parkeerprobleempje	=	parkeerprobleem
parkeerprobleempjes	=	parkeerprobleem
parkeerproblemen	=	parkeerprobleem
parkeerruimte	noun	plaats waar men zijn voertuig kan parkeren, parkeergelegenheid
parkeerruimten	=	parkeerruimte
parkeerruimtes	=	parkeerruimte
parkeerschijf	noun	schijf die aangeeft op welk tijdstip een auto geparkeerd werd (en dus tot hoelang hij mag blijven staan)
parkeerschijfje	=	parkeerschijf
parkeerschijfjes	=	parkeerschijf
parkeerschijven	=	parkeerschijf
parkeerstroken	=	parkeerstrook
parkeerstrook	noun	parkeergelegenheid vlak langs een rijweg
parkeerstrookje	=	parkeerstrook
parkeert	=	parkeren
parkeerterrein	noun	parkeergelegenheid voor meerdere voertuigen in de openlucht
parkeerterreinen	=	parkeerterrein
parkeerterreintje	=	parkeerterrein
parkeerterreintjes	=	parkeerterrein
parkeertijd	noun	de tijdsduur dat men ergens de auto heeft geparkeerd
parkeertijden	=	parkeertijd
parkeervak	noun	gemarkeerde parkeergelegenheid voor één voertuig
parkeervakken	=	parkeervak
parkeerverbod	noun	verbod om een voertuig te parkeren
parkeerverboden	=	parkeerverbod
parkeerverbodje	=	parkeerverbod
parkeerverbodjes	=	parkeerverbod
parkeervergunning	noun	vergunning om te parkeren
parkeervergunningen	=	parkeervergunning
parkeervergunninkje	=	parkeervergunning
parkeervergunninkjes	=	parkeervergunning
parkeervoorziening	noun	een voorziening waar men kan parkeren
parkeervoorzieningen	=	parkeervoorziening
parkeerwacht	noun	lid van de dienst die parkeerterreinen bewaakt en controleert of het parkeergeld is betaald, parkeerwachter
parkeerwachten	=	parkeerwacht
parkeerwachter	noun	lid van de dienst die parkeerterreinen bewaakt en controleert of het parkeergeld is betaald, parkeerwacht
parkeerwachters	=	parkeerwachter
parkeerwachtertje	=	parkeerwachter
parkeerwachtertjes	=	parkeerwachter
parkeerzone	noun	gedeelte van de bebouwde kom waar het gebruik van een parkeerschijf verplicht is
parkeerzones	=	parkeerzone
parken	=	park
parkere	=	parkeren
parkeren	verb	tijdelijk ergens plaatsen en laten staan
parkerend	=	parkeren
parkerende	=	parkeren
parket	noun	landelijk ~, functioneel ~, het Openbaar Ministerie
parketje	=	parket
parketjes	=	parket
parkette	=	parket
parketten	=	parket
parketteur	noun	persoon die houten vloeren legt
parketteurs	=	parketteur
parketvloer	noun	een vloerbedekking die bestaat uit houten delen in verschillende formaten die in verschillende parketsystemen gelegd kunnen worden
parketvloeren	=	parketvloer
parketvloertje	=	parketvloer
parketvloertjes	=	parketvloer
parketwacht	noun	dienst die de orde handhaaft in een rechtszaal
parketwachten	=	parketwacht
parkgebied	noun	deel van een stad of landschap met veel parken; groene zone
parkgebieden	=	parkgebied
parkhoningeter	noun	Lichmera indistincta een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
parkhoningeters	=	parkhoningeter
parkhoningetertje	=	parkhoningeter
parkhoningetertjes	=	parkhoningeter
parkiepenmos	noun	Zygodon rupestris een bladmos behorend tot de familie Orthotrichaceae.
parkiepenmosje	=	parkiepenmos
parkiepenmosjes	=	parkiepenmos
parkiepenmossen	=	parkiepenmos
parkiet	noun	kleine papegaaiachtige vogel
parkieten	noun	kleine papegaaiachtigen met een lange staart ten opzichte van de lichaamslengte, de grasparkiet is misschien de bekendste.
parkietje	=	parkiet
parkietjes	=	parkiet
parkiettulp	noun	tulpenras met kleurige strepen, vaak door besmetting met een plantenvirus
parkiettulpen	=	parkiettulp
parkiettulpje	=	parkiettulp
parkiettulpjes	=	parkiettulp
parking	noun	gebied ingericht voor het tijdelijk plaatsen van motorvoertuigen
parkingplaats	noun	parkeerplaats
parkingplaatsen	=	parkingplaats
parkings	=	parking
parkinson	noun	ziekte die het centrale zenuwstelsel steeds verder aantast
parkinsonisme	noun	ziektebeeld gekenmerkt door verminderd vermogen tot bewegen, stijfheid, bevingen en evenwichtsproblemen Deze verschijnselen komen voor bij de ziekte van Parkinson, maar kunnen ook andere oorzaken hebben zoals bepaalde soorten vergif of medicijn; het is dus geen synoniem voor parkinson.
parkinsonpatiënt	noun	persoon die lijdt aan de ziekte van Parkinson, een neurologische ziekte die gepaard gaat met stijfheid en trillen
parkinsonpatiënten	=	parkinsonpatiënt
parkinsonpatiëntje	=	parkinsonpatiënt
parkinsonpatiëntjes	=	parkinsonpatiënt
parkje	=	park
parkjes	=	park
parkkonijn	noun	een halfgedomesticeerd konijn dat in parken gehouden wordt
parkkonijnen	=	parkkonijn
parkkonijntje	=	parkkonijn
parkkonijntjes	=	parkkonijn
parkmoord	noun	een moord die plaatsvindt in of bij een park
parkmoorden	=	parkmoord
parkoers	noun	vastgestelde route die de deelnemers aan een wedstrijd moeten afleggen
parkoersen	=	parkoers
parkoersje	=	parkoers
parkoersjes	=	parkoers
parkoorworm	noun	Apterygida media een insect dat behoort tot de orde oorwormen (Dermaptera)
parkoorwormen	=	parkoorworm
parkoorwormpje	=	parkoorworm
parkoorwormpjes	=	parkoorworm
parkour	noun	risicosport waarbij een traject met obstakels zo snel en vloeiend mogelijk moet worden afgelegd
parkstad	noun	half landelijk, half verstedelijkt gebied tussen grote steden
parksteden	=	parkstad
parktuin	noun	een zeer grote, natuurlijk ogende tuin dat lijkt op een openbaar park of landgoed
parktuinen	=	parktuin
parkwachter	noun	opzichter in een (natuur)park
parkwachters	=	parkwachter
parkwachtertje	=	parkwachter
parkzijde	noun	kant van een bouwwerk tegenover een aangelegd groengebied
parkzijden	=	parkzijde
parkzijdes	=	parkzijde
parkzone	noun	deel van een wijk of stad die is ingericht als groenvoorziening
parkzones	=	parkzone
parlando	noun	muziekstuk of deel daarvan dat meer sprekend dan zingend wordt uitgevoerd	adv	meer sprekend dan zingend (vlot, gearticuleerd en meer gericht op het metrum dan de melodie)
parlando's	=	parlando
parlandootje	=	parlando
parlandootjes	=	parlando
parlement	noun	een lichaam dat het volk vertegenwoordigt en rechtgevende of rechtsprekende bevoegheden heeft
parlementair	adj	betrekking hebbend op een onderhandelaar	noun	onderhandelaar tijdens een oorlog
parlementair-democratisch	adj	betrekking hebbend een vorm van indirecte democratie waarbij burgers volksvertegenwoordigers (het parlement) kiezen, die op hun beurt de regering controleren en wetten goedkeuren
parlementair-democratische	=	parlementair-democratisch
parlementair-democratischer	=	parlementair-democratisch
parlementair-democratischere	=	parlementair-democratisch
parlementair-democratischers	=	parlementair-democratisch
parlementairder	=	parlementair
parlementairdere	=	parlementair
parlementairders	=	parlementair
parlementaire	=	parlementair
parlementairen	=	parlementair
parlementairs	=	parlementair
parlementairst	=	parlementair
parlementairste	=	parlementair
parlementarisme	noun	het regeren met een volksvertegenwoordiging als hoogste macht
parlementariër	noun	iemand die door middel van verkiezingen is verkozen om de bevolking van een land te vertegenwoordigen in het parlement
parlementariërs	=	parlementariër
parlementariërtje	=	parlementariër
parlementariërtjes	=	parlementariër
parlementen	=	parlement
parlementje	=	parlement
parlementjes	=	parlement
parlementscommissie	noun	door de volksvertegenwoordiging ingestelde commissie die bestaat uit volksvertegenwoordigers
parlementscommissies	=	parlementscommissie
parlementsgebouw	noun	bouwwerk waarin de volksvertegenwoordiging vergadert
parlementsgebouwen	=	parlementsgebouw
parlementsgebouwtje	=	parlementsgebouw
parlementsgebouwtjes	=	parlementsgebouw
parlementsleden	=	parlementslid
parlementsleiding	noun	het orgaan dat verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding, organisatie en vertegenwoordiging van een parlement (zoals de Tweede Kamer in Nederland of het Vlaams Parlement in België).
parlementsleidingen	=	parlementsleiding
parlementsleidinkje	=	parlementsleiding
parlementsleidinkjes	=	parlementsleiding
parlementslid	noun	lid van een parlement
parlementslidje	=	parlementslid
parlementslidjes	=	parlementslid
parlementsverkiezing	noun	de volksraadpleging om te bepalen wie de leden van de volksvertegenwoordiging worden in het parlement
parlementsverkiezingen	=	parlementsverkiezing
parlementsverkiezinkje	=	parlementsverkiezing
parlementsverkiezinkjes	=	parlementsverkiezing
parlementsvoorzitter	noun	iemand die de vergadering van het parlement leidt
parlementsvoorzitters	=	parlementsvoorzitter
parlementszetel	noun	een plaats in een parlement
parlementszetels	=	parlementszetel
parlevink	noun	oorspronkelijk rondtrekkende verkoper, later vooral iemand die vanuit een bootje allerlei artikelen aan consumenten verkoopt
parlevinken	=	parlevink
parlevinker	noun	oorspronkelijk rondtrekkende verkoper, later vooral iemand die vanuit een bootje allerlei artikelen aan consumenten verkoopt
parlevinkers	=	parlevinker
parlofonie	noun	een systeem waarmee op afstand kan worden gecontroleerd wie er heeft aangebeld
parlofoon	noun	een systeem waarmee op afstand kan worden gecontroleerd wie er heeft aangebeld
parlofoons	=	parlofoon
parloir	noun	conversatiezaal
parloirs	=	parloir
parmaham	noun	Italiaans varkensvlees dat op traditionele wijze in de buitenlucht is gedroogd
parmahammen	=	parmaham
parmant	adj|humorous	deftig, fier en trots doende
parmante	=	parmant
parmantelijk	adj	een zekere grandeur of fierheid uitstralend
parmantelijke	=	parmantelijk
parmantelijker	=	parmantelijk
parmantelijkere	=	parmantelijk
parmantelijkers	=	parmantelijk
parmantelijks	=	parmantelijk
parmantelijkst	=	parmantelijk
parmantelijkste	=	parmantelijk
parmanter	=	parmant
parmantere	=	parmant
parmanters	=	parmant
parmantig	adj	deftig en trots
parmantige	=	parmantig
parmantiger	=	parmantig
parmantigere	=	parmantig
parmantigers	=	parmantig
parmantigs	=	parmantig
parmantigst	=	parmantig
parmantigste	=	parmantig
parmants	=	parmant
parmantst	=	parmant
parmantste	=	parmant
parmawallaby	noun	Macropus parma een wallaby uit het geslacht Macropus.
parmawallaby's	=	parmawallaby
parmawallaby'tje	=	parmawallaby
parmawallaby'tjes	=	parmawallaby
parmezaan	noun	bepaald soort harde, pittige Italiaanse kaas
parmezaans	noun	dialect van het Italiaans gesproken in en rond de Italiaanse stad Parma	adj	betreffende Parma
parmezaanse	=	parmezaans
parmezaanser	=	parmezaans
parmezaansere	=	parmezaans
parmezaansers	=	parmezaans
parmezaanst	=	parmezaans
parmezaanste	=	parmezaans
parmezaantje	=	parmezaan
parmezaantjes	=	parmezaan
parnaas	noun	lid van het dagelijks bestuur van een Sefardische gemeente
parnas	noun	bestuurder van een joodse gemeente
parnasa	noun	levensonderhoud
parnasiem	=	parnas
parnassen	=	parnas
parnassia	noun	een geslacht Parnassia dat in het APG III-systeem tot de familie Celastraceae, in andere systemen gerekend tot de parnassiafamilie
parnassia's	=	parnassia
parnassiaatje	=	parnassia
parnassiafamilie	noun	een familie Parnassiaceae van planten die vooral voorkomen in koude tot gematigde streken van het noordelijk halfrond
parnassiafamilies	=	parnassiafamilie
parnassiafamilietje	=	parnassiafamilie
parnassiafamilietjes	=	parnassiafamilie
parnassijn	noun	bestuurder van een joodse gemeente
parnassijnen	=	parnassijn
parnassijns	=	parnassijn
parnes	noun	bestuurder van een joodse gemeente
parnose	noun	levensonderhoud
parnosem	=	parnes
paro	noun	titel van de koning van Egypte, ook gebruikt als eigennaam; de enige farao's die in het OT bij hun eigen naam worden genoemd, zijn Chofra, Necho, Sisak en Tirhaka (274×: Gen. 12:15 +, Ex. 1:11 +, Deut. 6:21 +, 1 Sam. 2:27 +, 1 Kon. 3:1 +, 2 Kon. 17:7 +, Jes. 19:11 +, Jer. 25:19 +, Ez. 17:17 +, Ps. 135:9 +, Hoogl. 1:9, Neh. 9:10, 1 Kron. 4:18, 2 Kron. 8:11; Griekse vorm 5× in NT)
parochet	noun	gordijn voor de ark in de synagoge, waarin zich de Torarollen bevinden
parochiaal	adj	betrekking hebbend op een parochie en de mensen die deel uitmaken van een parochie
parochiaals	=	parochiaal
parochiaalst	=	parochiaal
parochiaalste	=	parochiaal
parochiaan	noun	iemand die tot een bepaalde (rooms-katholieke) kerkelijke parochie behoort
parochiaantje	=	parochiaan
parochiaantjes	=	parochiaan
parochiale	=	parochiaal
parochialer	=	parochiaal
parochialere	=	parochiaal
parochialers	=	parochiaal
parochianen	=	parochiaan
parochie	noun	gemeenschap van gelovigen in de katholieke kerk die bij één kerkgebouw hoort
parochieel	adj	de parochie betreffend
parochieels	=	parochieel
parochieelst	=	parochieel
parochieelste	=	parochieel
parochiekerk	noun	een lokaal kerkgebouw dat het religieuze centrum van een parochie vormt
parochiekerken	=	parochiekerk
parochiekerkje	=	parochiekerk
parochiekerkjes	=	parochiekerk
parochiepaap	noun	geestelijk hoofd van een RK-parochie
parochiepaapje	=	parochiepaap
parochiepaapjes	=	parochiepaap
parochiepapen	=	parochiepaap
parochies	=	parochie
parochiescholen	=	parochieschool
parochieschool	noun	katholieke school onder het kerkbestuur van de parochie
parochieschooltje	=	parochieschool
parochieschooltjes	=	parochieschool
parochietje	=	parochie
parochietjes	=	parochie
parochievicaris	noun	door de bisschop benoemde priester binnen een rooms-katholieke parochie
parochievicarisje	=	parochievicaris
parochievicarisjes	=	parochievicaris
parochievicarissen	=	parochievicaris
parochiezaal	noun	grote ruimte waar activiteiten van een parochie worden gehouden
parochiezaaltje	=	parochiezaal
parochiezaaltjes	=	parochiezaal
parochiezalen	=	parochiezaal
parochiële	=	parochieel
parochiëler	=	parochieel
parochiëlere	=	parochieel
parochiëlers	=	parochieel
parochiën	=	parochie
parochot	=	parochet
parodie	noun	spottende nabootsing van een bestaande kunstvorm (letterkundig werk, film etc.)
parodieer	=	parodiëren
parodieerde	=	parodiëren
parodieerden	=	parodiëren
parodieert	=	parodiëren
parodies	=	parodie
parodietje	=	parodie
parodietjes	=	parodie
parodieën	=	parodie
parodist	noun	iemand die parodieert
parodisten	=	parodist
parodistisch	adj	op een parodie lijkend
parodistische	=	parodistisch
parodistischer	=	parodistisch
parodistischere	=	parodistisch
parodistischers	=	parodistisch
parodistje	=	parodist
parodistjes	=	parodist
parodiëre	=	parodiëren
parodiëren	verb	belachelijkerwijs nabootsen
parodiërend	=	parodiëren
parodiërende	=	parodiëren
parodontitis	noun	een ontsteking van het tandvlees; ontsteking van de weefsels rondom de tand
parodontitissen	=	parodontitis
parodontologie	noun	een differentiatie binnen de tandheelkunde die zich richt op de steunweefsels van de tanden en kiezen: het kaakbot, het tandvlees en het ligamentum parodontale
parodontologisch	adj	betrekking hebbend op de parodontologie
parodontologische	=	parodontologisch
parodontologischer	=	parodontologisch
parodontologischere	=	parodontologisch
parodontologischers	=	parodontologisch
parodontose	noun	tandvleesontsteking
parolen	=	parool
paroniem	noun	woord dat een of meerdere morfemen met een ander woord deelt en daardoor soms met dat andere woord verward kan worden
paroniemen	=	paroniem
paronychia	noun	een etterende ontsteking in een vinger of teen, die meestal door de bacterie Staphylococcus aureus wordt veroorzaakt
parool	noun	herkenningswoord, wachtwoord
parooltje	=	parool
parooltjes	=	parool
parosmie	noun	aandoening waardoor de geurzin is verstoord
parotia	noun	Parotia een geslacht paradijsvogels dat voorkomt op Nieuw-Guinea.
parotia's	=	parotia
parotiaatje	=	parotia
parotiaatjes	=	parotia
parotitis	noun	bof, ontsteking van de parotis (speekselklier in mond)
parouches	noun	gordijn voor de ark in de synagoge, waarin zich de Torarollen bevinden
parouchous	=	parouches
paroxismaal	adj	paroxistisch, in aanvallen optredend
paroxismaals	=	paroxismaal
paroxismaalst	=	paroxismaal
paroxismaalste	=	paroxismaal
paroxismale	=	paroxismaal
paroxismaler	=	paroxismaal
paroxismalere	=	paroxismaal
paroxismalers	=	paroxismaal
paroxisme	noun	aanval van een ziekte of aandoening
paroxismen	=	paroxisme
pars	noun	aanhanger van het zoroastrisme zoals dat door vluchtelingen uit Iran naar Guajarat in India is gebracht	verb|obsolete	pers ww
parse	=	parsen
parsec	noun	een afstandsmaat, weergegeven met symbool pc
parsecs	=	parsec
parsen	verb	het automatisch syntactisch analyseren
parsend	=	parsen
parsende	=	parsen
parser	noun	computerprogramma voor automatische syntactische analyse
parserfunctie	noun	een stukje code in de software waarvan de parameters vastgelegd zijn in de software.
parserfuncties	=	parserfunctie
parserfunctietje	=	parserfunctie
parserfunctietjes	=	parserfunctie
parsers	=	parser
parsertje	=	parser
parsertjes	=	parser
parset	=	parsen
parsete	=	parsen
parseten	=	parsen
parsje	noun	wekelijks wisselende Toraperikoop die in de synagoge wordt gelezen
parsjes	=	parsje
parsjetje	=	parsje
parsoon	=	persoon
part	noun	deel, gedeelte, onderdeel, stuk
part-time	=	parttime
parte	=	parten
parten	verb	verdelen
partenariaat	noun	niet-officiële alliantie
partenariaten	=	partenariaat
partend	=	parten
partende	=	parten
partenrederij	noun	een ondernemingsvorm waarbij eigendom en exploitatie van een schip over meerdere personen verdeeld is
partenrederijen	=	partenrederij
partenrederijtje	=	partenrederij
partenrederijtjes	=	partenrederij
parterre	noun	begane grond, benedenverdieping
parterren	=	parterre
parterres	=	parterre
parterretrap	noun	opgang met treden die vanaf de begane grond toegang geeft tot de eerste verdieping
parterretrapje	=	parterretrap
parterretrapjes	=	parterretrap
parterretrappen	=	parterretrap
parterretrappetje	=	parterretrap
parterretrappetjes	=	parterretrap
parterrewoning	noun	een gelijkvloerse benedenwoning waarvan alle leefruimtes zich op de begane grond bevinden.
parterrewoningen	=	parterrewoning
parterrewoninkje	=	parterrewoning
parterrewoninkjes	=	parterrewoning
parthenogenese	noun	een vorm van ongeslachtelijke voortplanting, het verschijnsel dat vrouwtjes van bepaalde diersoorten nakomelingen kunnen krijgen zonder dat hier mannetjes aan te pas komen
parti-pris	noun	vooropgestelde mening
participant	noun	iemand die deelneemt aan een activiteit
participanten	=	participant
participatie	noun	actieve deelname
participatiebewijs	noun	bewijs van deelneming (in een depot met vrij beheer)
participatiebewijsje	=	participatiebewijs
participatiebewijsjes	=	participatiebewijs
participatiebewijzen	=	participatiebewijs
participatiedecreet	noun	decreet van de Vlaamse overheid dat in het onderwijs de leerlingen- en ouderparticipatie in Vlaanderen regelde
participatiedecreten	=	participatiedecreet
participatiedemocratie	noun	democratie waarin de burger een beleidsbepalende invloed heeft op het bestuur en waarbij beslissingen niet slechts overgelaten worden aan gekozen vertegenwoordigers, zoals het geval is bij een parlementaire democratie
participatiedemocratieën	=	participatiedemocratie
participatief	adj	actief deelnemend; een actieve bijdrage leverend
participatiefs	=	participatief
participatiefst	=	participatief
participatiefste	=	participatief
participatiegraad	noun	mate waarin wordt meegedaan
participatiegraden	=	participatiegraad
participatiehypotheek	noun	vorm van hypotheek waarbij verschillende partijen inclusief de geldverstrekker delen in de winst en opbrengst
participatiehypotheekje	=	participatiehypotheek
participatiehypotheekjes	=	participatiehypotheek
participatiehypotheken	=	participatiehypotheek
participatiemaatschappij	noun	een verzameling van actieve aandeelhouders die risicodragend kapitaal levert en hun kennis, geld en netwerk ter beschikking stellen aan een onderneming teneinde de waarde van de onderneming te verhogen
participatiemaatschappijen	=	participatiemaatschappij
participatiemaatschappijtje	=	participatiemaatschappij
participatiemaatschappijtjes	=	participatiemaatschappij
participatieonderwijs	noun	onderwijs, gecombineerd met werk of stage
participatieplaats	noun	een onbetaalde baan waarin een langdurig werkloze met behoud van uitkering kan werken, bedoeld om werkervaring op te doen en sociale vaardigheden aan te leren
participatieplaatsen	=	participatieplaats
participatieraad	noun	was een officieel orgaan in de secundaire scholen van het vrij onderwijs in Vlaanderen
participatieraden	=	participatieraad
participaties	=	participatie
participatiesamenleving	noun	een samenleving waarin de mensen meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven en omgeving
participatiesamenlevingen	=	participatiesamenleving
participatiesamenlevinkje	=	participatiesamenleving
participatiesamenlevinkjes	=	participatiesamenleving
participatiestaat	noun	samenleving waarbij iedereen die dat kan verantwoordelijkheid neemt voor zichzelf en zijn of haar omgeving
participatiestaten	=	participatiestaat
participatiestelsel	noun	stelsel waarbij de werknemers delen in de winst
participatiestelsels	=	participatiestelsel
participatiestelseltje	=	participatiestelsel
participatiestelseltjes	=	participatiestelsel
participatiestress	noun	de stress die er ontstaat als er te veel participatie verwacht wordt
participatietje	=	participatie
participatietjes	=	participatie
participatieve	=	participatief
participatiever	=	participatief
participatievere	=	participatief
participatieverklaring	noun	een verklaring die iedereen die in Nederland wil blijven wonen moet ondertekenen waarin die persoon zegt de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving te respecteren en verklaart een actieve bijdrage te willen leveren aan de Nederlandse samenleving en erop rekent daarvoor ook de ruimte te krijgen van de medeburgers
participatievers	=	participatief
participatiewet	noun	door de politiek aangenomen wet, die tot doel heeft om zoveel mogelijk mensen aan de arbeidsmarkt te laten deelnemen
participatiewetje	=	participatiewet
participatiewetjes	=	participatiewet
participatiewetten	=	participatiewet
participeer	=	participeren
participeerde	=	participeren
participeerden	=	participeren
participeert	=	participeren
participere	=	participeren
participeren	verb	ergens aan deelnemen
participerend	=	participeren
participerende	=	participeren
participia	=	participium
participium	noun	deelwoord
participiumpje	=	participium
participiumpjes	=	participium
participiums	=	participium
particratie	noun	stelsel waarin de politieke partijen de macht uitoefenen
particratietje	=	particratie
particratietjes	=	particratie
particratieën	=	particratie
particularisme	noun	het stellen van particuliere belangen boven het algemeen belang
particularismen	=	particularisme
particularistisch	adj	betreffende, van het particularisme
particularistische	=	particularistisch
particularistischer	=	particularistisch
particularistischere	=	particularistisch
particularistischers	=	particularistisch
particulariteit	noun	een eigenaardigheid die iemand onderscheidt van anderen
particulariteiten	=	particulariteit
particulier	adj	niet van de overheid of onder rechtstreeks toezicht daarvan vallend	noun	een persoon zonder bedrijfsfunctie
particulierder	=	particulier
particulierdere	=	particulier
particulierders	=	particulier
particuliere	=	particulier
particulieren	=	particulier
particuliers	=	particulier
particulierst	=	particulier
particulierste	=	particulier
particuliertje	=	particulier
particuliertjes	=	particulier
partieel	adj	gedeeltelijk	adv	niet volledig
partieels	=	partieel
partieelst	=	partieel
partieelste	=	partieel
partij	noun	persoon of groep die een overeenkomst of strijd aangaat met een andere persoon of groep	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
partijafdeling	noun	deel van een politieke partij
partijafdelingen	=	partijafdeling
partijbases	=	partijbasis
partijbasis	noun	de groep mensen met een gemeenschappelijke politieke voorkeur die het fundament vormt van een politieke organisatie, en die de partij steunt, mobiliseert en vertegenwoordigt in de samenleving.
partijbasissen	=	partijbasis
partijbelang	noun	wat in het belang is van een politieke partij
partijbelangen	=	partijbelang
partijbesturen	=	partijbestuur
partijbestuur	noun	bestuur van een (politieke) partij
partijbestuurtje	=	partijbestuur
partijbestuurtjes	=	partijbestuur
partijbijeenkomst	noun	vergadering van leden van een politieke partij
partijbijeenkomsten	=	partijbijeenkomst
partijblaadje	=	partijblad
partijblaadjes	=	partijblad
partijblad	noun	krant of tijdschrift voor en door de leden van een bepaalde partij
partijbladen	=	partijblad
partijboek	noun	verzamelnaam voor alle officiële documenten en publicaties die de standpunten en de ideologie van een politieke partij beschrijven
partijboeken	=	partijboek
partijboekje	=	partijboek
partijboekjes	=	partijboek
partijbons	noun	leidinggevende, invloedrijke leden van een politieke partij
partijbonzen	=	partijbons
partijbureau	noun	het kantoor van een politieke partij
partijbureaus	=	partijbureau
partijbureautje	=	partijbureau
partijbureautjes	=	partijbureau
partijcomiteetje	=	partijcomité
partijcomiteetjes	=	partijcomité
partijcomité	noun	de leiding van een politieke partij
partijcomités	=	partijcomité
partijcongres	noun	nationale bijeenkomst van leden of afgevaardigden van een politieke partij
partijcongressen	=	partijcongres
partijconventie	noun	grote bijeenkomst van een politieke partij waar de presidentskandidaat voor die partij wordt gekozen
partijconventies	=	partijconventie
partijdag	noun	een dag dat de leden van een politieke partij bij elkaar komen
partijdagen	=	partijdag
partijdemocratie	noun	democratische besluitvorming door de leden van een politieke partij
partijdemocratieën	=	partijdemocratie
partijdig	adj	bij een bepaalde stelling of kant aansluiten , iemand of iets bevoordelen
partijdige	=	partijdig
partijdiger	=	partijdig
partijdigere	=	partijdig
partijdigers	=	partijdig
partijdigheden	=	partijdigheid
partijdigheid	noun	de mate waarin iemand kiest voor een van de partijen die strijden
partijdigs	=	partijdig
partijdigst	=	partijdig
partijdigste	=	partijdig
partijdiscipline	noun	gehoorzaamheid aan voorschriften, bevelen of regels van de leiding van een politieke partij
partijdisciplines	=	partijdiscipline
partijen	=	partij
partijendemocratie	noun	democratie waarin politieke partijen i.p.v. individuele parlementsleden de beslissende elementen in het besluitvormingsproces zijn
partijendemocratieën	=	partijendemocratie
partijenstelsel	noun	een stelsel waarin politieke partijen samen het parlement vormen.
partijenstelsels	=	partijenstelsel
partijenstelseltje	=	partijenstelsel
partijenstelseltjes	=	partijenstelsel
partijfunctionaris	noun	iemand die is aangewezen om een bepaalde taak in dienst van een politieke groepering te vervullen Vooral gebruikt in situaties waar één partij overheersend is: het is zondermeer duidelijk welke partij wordt bedoeld en dat met deze persoon rekening moet worden gehouden.
partijfunctionarisje	=	partijfunctionaris
partijfunctionarisjes	=	partijfunctionaris
partijfunctionarissen	=	partijfunctionaris
partijganger	noun	iemand die lid is van een politieke partij
partijgangers	=	partijganger
partijgangster	=	partijganger
partijgeleding	noun	een onderdeel, orgaan of specifieke structuur binnen een politieke partij.
partijgeledingen	=	partijgeleding
partijgeledinkje	=	partijgeleding
partijgeledinkjes	=	partijgeleding
partijgenoot	noun	iemand die lid is van dezelfde politieke partij.
partijgenootje	=	partijgenoot
partijgenootjes	=	partijgenoot
partijgenoten	=	partijgenoot
partijgeschiedenis	noun	wat er in het verleden van een politieke partij is gebeurd
partijgeschiedenissen	=	partijgeschiedenis
partijgetrokken	=	partijtrekken
partijgoed	noun	lading of goederen die in grote eenheden (1000 kg en meer) of partijen worden vervoerd en verhandeld
partijgoederen	=	partijgoed
partijgoedje	=	partijgoed
partijgoedjes	=	partijgoed
partijkaart	noun	kaart waarmee iemand kan aantonen lid van een bepaalde politieke partij te zijn
partijkaarten	=	partijkaart
partijkader	noun	staf van een politieke partij
partijkaders	=	partijkader
partijkantoor	noun	bureau van een politieke partij
partijkantoortje	=	partijkantoor
partijkantoortjes	=	partijkantoor
partijkantoren	=	partijkantoor
partijkeuze	noun	het kiezen voor een van de verschillende strijdende partijen
partijkeuzen	=	partijkeuze
partijkeuzes	=	partijkeuze
partijkrant	noun	de krant waarin het standpunt van een politieke partij wordt toegelicht en besproken
partijkranten	=	partijkrant
partijkrantje	=	partijkrant
partijkrantjes	=	partijkrant
partijleden	=	partijlid
partijleider	noun	een hoge of de hoogste functie binnen een politieke partij de functie hoeft niet in de statuten van de partij te staan.
partijleiders	=	partijleider
partijleiderschap	noun	de functie van partijleider
partijleiderschappen	=	partijleiderschap
partijleidertje	=	partijleider
partijleiding	noun	bestuur van een (vaak politieke) partij
partijleidingen	=	partijleiding
partijleidinkje	=	partijleiding
partijleidinkjes	=	partijleiding
partijleidster	=	partijleider
partijleus	noun	motto van een politieke partij
partijleuzen	=	partijleus
partijlid	noun	iemand die lid is van een bepaalde politieke partij
partijlieden	=	partijman
partijlijn	noun	de mening van een politieke partij op een bepaald gebied
partijlijnen	=	partijlijn
partijlijntje	=	partijlijn
partijlijntjes	=	partijlijn
partijloos	adj	niet behorend tot een (politiek) partij
partijloost	=	partijloos
partijlooste	=	partijloos
partijloze	=	partijloos
partijlozer	=	partijloos
partijlozere	=	partijloos
partijlozers	=	partijloos
partijlui	=	partijman
partijman	noun	leden van een politieke partij
partijmannen	=	partijman
partijmannetje	=	partijman
partijmannetjes	=	partijman
partijnaam	noun	de naam van een politieke partij
partijnamen	=	partijnaam
partijpolitiek	noun	politiek die een partij als zodanig voorstaat	adj	betrekking hebbend op de politiek van een partij
partijpolitieke	=	partijpolitiek
partijpolitieker	=	partijpolitiek
partijpolitiekere	=	partijpolitiek
partijpolitiekers	=	partijpolitiek
partijpolitieks	=	partijpolitiek
partijpolitiekst	=	partijpolitiek
partijpolitiekste	=	partijpolitiek
partijprogramma	noun	een document van een politieke partij, waarin deze haar standpunten en plannen bekendmaakt
partijprogramma's	=	partijprogramma
partijprogrammaatje	=	partijprogramma
partijprogrammaatjes	=	partijprogramma
partijprominent	noun	belangrijk, vooraanstaand persoon in een politieke partij
partijprominenten	=	partijprominent
partijraad	noun	adviserend en besturend college van een politieke partij die beslissingen neemt die te controversieel of belangrijk zijn om aan het partijbestuur over te laten
partijraadje	=	partijraad
partijraadjes	=	partijraad
partijraden	=	partijraad
partijschap	noun	het bestaan van verschillende partijen in één organisatie
partijschappen	=	partijschap
partijsecretaris	noun	iemand die verantwoordelijk is voor het administratieve werk van een politieke groepering Deze rol kan betaald of onbetaald worden vervuld.
partijsecretarissen	=	partijsecretaris
partijstrijd	noun	strijd tussen verschillende partijen
partijstrijden	=	partijstrijd
partijtje	=	partij
partijtjes	=	partij
partijtop	noun	het bestuur van een politieke partij
partijtoppen	=	partijtop
partijtrek	=	partijtrekken
partijtrekke	=	partijtrekken
partijtrekken	verb	~ voor: een bepaalde partij bevoordelen
partijtrekkend	=	partijtrekken
partijtrekkende	=	partijtrekken
partijtrekt	=	partijtrekken
partijtrok	=	partijtrekken
partijtrokken	=	partijtrekken
partijtrokt	=	partijtrekken
partijtrouw	noun	de mate waarin men een politieke partij blijft ondersteunen
partijtrouwe	=	partijtrouw
partijtrouws	=	partijtrouw
partijverbod	noun	het bij wet verbieden van een politieke partij
partijverboden	=	partijverbod
partijvergadering	noun	bijeenkomst van partijleden waarin gesproken wordt over de te volgen politieke koers
partijvergaderingen	=	partijvergadering
partijverhouding	noun	verwijst in juridische en formele context naar de specifieke relatie, balans of contractuele binding tussen twee of meer personen of entiteiten (de 'partijen') die samen een overeenkomst, rechtshandeling of juridisch proces aangaan.
partijverhoudingen	=	partijverhouding
partijverhoudinkje	=	partijverhouding
partijverhoudinkjes	=	partijverhouding
partijvoorzitster	=	partijvoorzitter
partijvoorzitter	noun	iemand die de hoogste functie heeft binnen een politieke partij
partijvoorzitters	=	partijvoorzitter
partijvoorzittertje	=	partijvoorzitter
partijvriend	noun	een vriend die ook lid is van dezelfde politieke partij
partijvrienden	=	partijvriend
partijvriendje	=	partijvriend
partijvriendjes	=	partijvriend
partikel	noun	klein deeltje
partikelen	=	partikel
partikels	=	partikel
partikeltje	=	partikel
partikeltjes	=	partikel
partita	noun	muziekstuk dat bestaat uit twee delen; Italiaanse suite
partita's	=	partita
partitie	noun	onderverdeling
partitief	noun	naamval die het aspect van gedeeltelijkheid aanduidt	adj	wijzend op gedeeltelijkheid
partitiefs	=	partitief
partities	=	partitie
partitietje	=	partitie
partitietjes	=	partitie
partitieve	=	partitief
partitieven	=	partitief
partitocratie	noun	bestuursvorm waarin het belang van een of meer partijen gesteld wordt boven het algemeen belang
partitocratieën	=	partitocratie
partituren	=	partituur
partituur	noun	volledige notering van een meerstemmige compositie waarin alle afzonderlijke partijen onder elkaar genoteerd staan
partituurtje	=	partituur
partizaan	noun	iemand die binnen een verzetsbeweging strijdt voor een doorgaans (maar niet noodzakelijkerwijs) politiek of nationalistisch belang
partizanen	=	partizaan
partizanenstrijd	noun	de strijd die gevoerd wordt door ongeregelde troepen die hun land willen heroveren
partizanenstrijden	=	partizanenstrijd
partiële	=	partieel
partiëler	=	partieel
partiëlere	=	partieel
partiëlers	=	partieel
partje	=	part
partjes	=	part
partjessnijder	noun	gereedschap waarmee een appel of een peer in één handeling in partjes kan worden gesneden en van zijn klokhuis kan worden ontdaan
partjessnijders	=	partjessnijder
partner	noun	iemand met wie men gezamenlijk iets onderneemt of handel drijft, zakenpartner, handelspartner
partnerdoding	noun	het vermoorden van de partner
partnerdodingen	=	partnerdoding
partnerdodinkje	=	partnerdoding
partnerdodinkjes	=	partnerdoding
partnerkerk	noun	kerk binnen een samenwerkingsverband van kerken
partnerkerken	=	partnerkerk
partnerkerkje	=	partnerkerk
partnerkerkjes	=	partnerkerk
partnerkeus	noun	proces waarin twee (seksuele) partners besluiten voor kortere of langere tijd bij elkaar te blijven
partnerkeuze	noun	proces waarin twee (seksuele) partners besluiten voor kortere of langere tijd bij elkaar te blijven
partnerkeuzen	=	partnerkeuze
partnerkeuzes	=	partnerkeuze
partnerland	noun	een land waar een speciale samenwerkingsrelatie mee is
partnerlanden	=	partnerland
partneroefening	noun	oefening die je samen met iemand anders uitvoert
partneroefeningen	=	partneroefening
partneroefeningetje	=	partneroefening
partneroefeningetjes	=	partneroefening
partnerorganisatie	noun	een organisatie waarmee samengewerkt wordt en die als partner wordt gezien
partnerorganisaties	=	partnerorganisatie
partnerorganisatietje	=	partnerorganisatie
partnerorganisatietjes	=	partnerorganisatie
partnerpas	noun	een lidmaatschapspas voor de partner van iemand die al lid is.
partnerpasje	=	partnerpas
partnerpasjes	=	partnerpas
partnerpassen	=	partnerpas
partnerpensioen	noun	pensioen ten behoeve van de partner van een ongehuwd samenwonende bij overlijden van de laatste
partnerpensioenen	=	partnerpensioen
partnerpensioentje	=	partnerpensioen
partnerpensioentjes	=	partnerpensioen
partnerregister	noun	register waarin de relatie tussen ongehuwd samenwonenden officieel geregistreerd wordt
partnerregisters	=	partnerregister
partnerregistertje	=	partnerregister
partnerregistertjes	=	partnerregister
partnerregistratie	noun	formele registratie bij een gemeente van het partnerschap van twee ongetrouwde mensen
partnerregistraties	=	partnerregistratie
partnerruil	noun	tijdelijke ruil van seksuele partners door paren
partnerruilen	=	partnerruil
partnerruiltje	=	partnerruil
partnerruiltjes	=	partnerruil
partners	=	partner
partnerschap	noun	wordt alleen gebruikt in samenstellingen
partnerschapje	=	partnerschap
partnerschapjes	=	partnerschap
partnerschappen	=	partnerschap
partnerschapsregistratie	noun	wettelijk erkende en geregelde vorm van samenleving tussen man en vrouw, twee mannen of twee vrouwen
partnerschapsregistraties	=	partnerschapsregistratie
partnerscheiding	noun	het opheffen van een relatie tussen twee levenspartners.
partnerscheidingen	=	partnerscheiding
partnerscheidinkje	=	partnerscheiding
partnerscheidinkjes	=	partnerscheiding
partnership	noun	deelhebberschap
partnerships	=	partnership
partnerstad	noun	stad die met een andere stad in een jumelage verbonden is en op grond daarvan een programma van samenwerking en uitwisseling heeft, meestal op het gebied van handel, sport en cultuur
partnerstadje	=	partnerstad
partnerstadjes	=	partnerstad
partnersteden	=	partnerstad
partnertje	=	partner
partnertjes	=	partner
partnertoeslag	noun	toeslag die een AOW-gerechtigde ontvangt als hij of zij een partner heeft die nog geen AOW ontvangt en geen of weinig inkomen heeft
partnertoeslagen	=	partnertoeslag
partnerverklaring	noun	schriftelijke verklaring betreffende het partnerschap, m.n. in verband met sociale wetgeving en pensioenrechten
partnerverklaringen	=	partnerverklaring
partrijs	=	patrijs
partrys	=	patrijs
partsef	noun	gezicht, aangezicht, smoel
partsofem	=	partsef
partte	=	parten
partten	=	parten
parttime	adj	deeltijds, een gedeelte van de tijd werkend of bezig zijnd
parttime-job	=	parttimejob
parttimebaan	noun	een baan waarbij er minder uren gewerkt wordt dan in een volle werkweek
parttimebaantje	=	parttimebaan
parttimebaantjes	=	parttimebaan
parttimebanen	=	parttimebaan
parttimebasis	noun	met een aanstelling die kleiner is dan een fulltime aanstelling
parttimede	=	parttimen
parttimeden	=	parttimen
parttimefunctie	noun	baan voor minder uren dan een volle werkweek
parttimefuncties	=	parttimefunctie
parttimejob	noun	een aanstelling van minder dan 36-uur per week
parttimejobs	=	parttimejob
parttimen	verb	in deeltijd werken
parttimend	=	parttimen
parttimende	=	parttimen
parttimeopleiding	noun	een vorm van studeren waarbij je minder lesuren per week hebt dan bij een voltijdstudie, vaak gericht op het combineren van leren met werk, zorg of andere verplichtingen.
parttimeopleidingen	=	parttimeopleiding
parttimeopleidinkje	=	parttimeopleiding
parttimeopleidinkjes	=	parttimeopleiding
parttimer	noun	iemand die minder dan een voltijds aanstelling heeft
parttimers	=	parttimer
parttimes	=	parttime
parttimet	=	parttimen
parturen	=	partuur
partus	noun	baring
partussen	=	partus
partuur	noun	partij bij een wedstrijd of een verbintenis
party	noun	feest
party's	=	party
party'tje	=	party
party'tjes	=	party
partybezoek	noun	goep mensen die deelneemt aan een feest
partyboot	noun	passagiersschip waarop feesten en partijen georganiseerd kunnen worden
partybootje	=	partyboot
partybootjes	=	partyboot
partyboten	=	partyboot
partybus	noun	een bus die speciaal is omgebouwd tot een rijdende evenementenlocatie
partybusje	=	partybus
partybusjes	=	partybus
partybussen	=	partybus
partycafeetje	=	partycafé
partycafeetjes	=	partycafé
partycafé	noun	uitgaansgelegenheid waarin men feestjes kan organiseren
partycafés	=	partycafé
partycentra	=	partycentrum
partycentrum	noun	gelegenheid waar men feesten en partijen kan houden
partycentrums	=	partycentrum
partycrash	=	partycrashen
partycrashe	=	partycrashen
partycrashen	verb	onuitgenodigd op een feest verschijnen om zich daar te gaan misdragen
partycrashend	=	partycrashen
partycrashende	=	partycrashen
partycrasht	=	partycrashen
partycrashte	=	partycrashen
partycrashten	=	partycrashen
partyde	=	partyen
partyden	=	partyen
partydrug	noun	op dansfeesten en houseparty's gebruikte drug die een langdurige prettige stemming veroorzaakt
partydrugs	=	partydrug
partye	=	partyen
partyen	verb	op een moderne, decadente wijze feesten met veel seks, drugs en dancemuziek
partyend	=	partyen
partyende	=	partyen
partygate	noun	schandaal waarbij de Britse premier Boris Johnson zich niet hield aan de lockdownregels die golden tijdens de coronapandemie
partygeluid	noun	het lawaai dat men tijdens een feest maakt
partygeluiden	=	partygeluid
partygirl	noun	meisje dat veel naar feesten gaat
partygirls	=	partygirl
partypooper	noun	iemand die een gezellige stemming bederft door daar niet in mee te gaan
partypoopers	=	partypooper
partyregelaar	noun	een persoon of bedrijf dat een feest organiseert
partyregelaars	=	partyregelaar
partyregelaartje	=	partyregelaar
partyregelaartjes	=	partyregelaar
partyt	=	partyen
partytent	noun	een tent die men gebruikt op feesten, ze zijn hoog genoeg om in te kunnen staan en als bescherming tegen de wind kan men de wanden sluiten
partytenten	=	partytent
partytentje	=	partytent
partytentjes	=	partytent
partywinkel	noun	een winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van feestartikelen en benodigdheden voor evenementen
partywinkels	=	partywinkel
partywinkeltje	=	partywinkel
partywinkeltjes	=	partywinkel
parure	noun	een set van sieraden die zijn gemaakt om bij elkaar te worden gedragen, meestal bestaande uit een halsketting, broche, oorbellen en een of twee armbanden
paruren	=	paruur
parures	=	paruur
paruur	noun	een set van sieraden die zijn gemaakt om bij elkaar te worden gedragen, meestal bestaande uit een halsketting, broche, oorbellen en een of twee armbanden
parve	noun	melk- noch vleeskost, neutrale kost, bijvoorbeeld vruchten of vis
parvenu	noun	iemand die tot een hogere klasse in de maatschappij, doch niet tot de daarbij behorende beschaving gekomen is
parvenu's	=	parvenu
parvenuachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van parvenu
parvenuachtige	=	parvenuachtig
parvenuachtiger	=	parvenuachtig
parvenuachtigere	=	parvenuachtig
parvenuachtigers	=	parvenuachtig
parvenuachtigs	=	parvenuachtig
parvenuachtigst	=	parvenuachtig
parvenuachtigste	=	parvenuachtig
parvenuutje	=	parvenu
parvenuutjes	=	parvenu
parwa	noun	Avicennia germinans boom die op modderbanken groeit
parwabos	noun	verzameling van zwarte mangrovebomen, terrein met parwabomen
parwabosje	=	parwabos
parwabosjes	=	parwabos
parwabossen	=	parwabos
parwahoning	noun	honing afkomstig van de bloemen van de zwarte mangrove (Avicennia germinans )
pas	noun	het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan.	adv	even tevoren.
pasar	noun	plaatselijke markt
pasars	=	pasar
pasartje	=	pasar
pasbout	noun	schroef waarmee men iets precies kan instellen of aanpassen
pasbouten	=	pasbout
pasboutje	=	pasbout
pasboutjes	=	pasbout
pasbuste	noun	een paspop met het figuur van een bovenlijf
pasbustes	=	pasbuste
pasbustetje	=	pasbuste
pasbustetjes	=	pasbuste
pascal	noun	SI-eenheid voor druk, weergegeven met symbool Pa
pascals	=	pascal
paschant	noun	katholiek die zijn paasplicht nakomt, d.w.z. in de paastijd (biecht en) communiceert
paschanten	=	paschant
paschen	=	pasen
pascontrole	noun	de controle aan de grens of men een geldig paspoort heeft
pascontroles	=	pascontrole
pase	=	pasen
pasen	noun	het belangrijkste feest van het christendom, waarbij de Opstanding van Jesus centraal staat
pasend	=	pasen
pasens	=	pasen
pasfoto	noun	klein fotootje nodig voor een legitimatiebewijs
pasfoto's	=	pasfoto
pasfotootje	=	pasfoto
pasfotootjes	=	pasfoto
pasgang	noun	manier van draven waarbij de beide linkerpoten en de beide rechterpoten om de beurt tegelijk verzet worden
pasgangen	=	pasgang
pasganger	noun	soort rijpaard
pasgangers	=	pasganger
pasgangetje	=	pasgang
pasgangetjes	=	pasgang
pasgeboren	adj	kort geleden geboren
pasgeborene	noun	baby jonger dan 30 dagen oud
pasgeborenen	=	pasgeborene
pasgehuwd	adj	nog maar zeer korte tijd getrouwd
pasgehuwde	noun	iemand die pas getrouwd is
pasgehuwden	=	pasgehuwde
pasgehuwds	=	pasgehuwd
pasgeld	noun	kleingeld dat je terug krijgt als je niet gepast betaalt
pasgeleden	adv	zeer recent
pasgetrouwd	adj	van een persoon dat deze zeer kortgeleden in het huwelijk is getreden
pasgetrouwde	=	pasgetrouwd
pasgetrouwds	=	pasgetrouwd
pashok	noun	hokje in winkel waar je kleding kunt passen
pashokje	=	pashok
pashokjes	=	pashok
pashokken	=	pashok
pashouder	noun	bezitter van een pas of pasje
pashouders	=	pashouder
pashoudertje	=	pashouder
pashoudertjes	=	pashouder
pasja	noun	vroegere titel voor de hoogste Turkse ambtenaren
pasja's	=	pasja
pasjakroet	noun	nietsnut, snoever, windbuil
pasjakroeten	=	pasjakroet
pasjakroetje	=	pasjakroet
pasjakroetjes	=	pasjakroet
pasje	=	pas
pasjes	=	pas
pasjeshouder	noun	compacte houder die is ontworpen om een pinpas en andere kaarten zoals creditcards, OV-chipkaarten en ID-kaarten in te bewaren en te beschermen
pasjeshouders	=	pasjeshouder
pasjeshoudertje	=	pasjeshouder
pasjeshoudertjes	=	pasjeshouder
pasjesmaatschappij	noun	een samenleving waarin we steeds allerlei pasjes moeten tonen om deel te kunnen nemen of binnen te kunnen komen
pasjeswet	noun	wet die mensen verplicht om een pas bij zich te hebben die aangeeft waar de drager zich in een land mag begeven
pasjeswetten	=	pasjeswet
pasjoet	adj	eenvoudig, simpel
paskamer	noun	een ruimte in een kledingzaak waarin men kleding kan passen
paskamers	=	paskamer
paskamertje	=	paskamer
paskamertjes	=	paskamer
pasken	=	paskenen
paskende	=	paskenen
paskenden	=	paskenen
paskene	=	paskenen
paskenen	verb	beslissen in een halachische kwestie
paskenend	=	paskenen
paskenende	=	paskenen
paskent	=	paskenen
pasklaar	adj	m.n. van kleding dat ze op maat gemaakt is en geregen is zodat men kan kijken of de maten goed zijn indien dat het geval is kan het later afgemaakt worden
pasklaarder	=	pasklaar
pasklaardere	=	pasklaar
pasklaarders	=	pasklaar
pasklaars	=	pasklaar
pasklaarst	=	pasklaar
pasklaarste	=	pasklaar
pasklare	=	pasklaar
paskwil	noun	schotschrift of smaadschrift waarin men iets of iemand belachelijk maakt
paskwillen	=	paskwil
paskwilletje	=	paskwil
paskwilletjes	=	paskwil
pasloden	=	paslood
paslood	noun	een stuk gereedschap om te controleren of een vlak of lijn verticaal staat
pasloodje	=	paslood
pasloodjes	=	paslood
pasmunt	noun	muntstuk met een kleine waarde die het mogelijk maakt om een financiële transactie precies kloppend te maken (om gepast te kunnen betalen of om als wisselgeld terug te kunnen geven)
pasmunten	=	pasmunt
pasmuntje	=	pasmunt
pasmuntjes	=	pasmunt
pasnummer	noun	identificatienummer op een persoonlijke pas, zoals een betaal- of abonneepas
pasnummers	=	pasnummer
pasnummertje	=	pasnummer
pasnummertjes	=	pasnummer
pasoek	noun	Bijbelvers
pasoel	adj	ondeugdelijk, ritueel ongeschikt
pasphoto	=	pasfoto
paspoort	noun	officieel document dat de houder identificeert als burger van een bepaald land, en toestemming vraagt in de naam van de regering van het uitgevende land om de houder in het land toe te laten
paspoortaffaire	noun	politiekschandaal rond de invoering van een nieuw paspoort in jaren tachtig van de 20ste eeuw
paspoortaffaires	=	paspoortaffaire
paspoortaffairetje	=	paspoortaffaire
paspoortaffairetjes	=	paspoortaffaire
paspoortcontrole	noun	identificatie met behulp van een door de overheid verstrekt reisdocument om na te gaan of iemand zijn reis mag voortzetten
paspoortcontroles	=	paspoortcontrole
paspoorten	=	paspoort
paspoortje	=	paspoort
paspoortjes	=	paspoort
paspoortwet	noun	wetgeving rond het paspoort
paspoortwetten	=	paspoortwet
paspop	noun	pop waarop men gemaakte kleren past
paspopje	=	paspop
paspopjes	=	paspop
paspoppen	=	paspop
paspoppetje	=	paspop
paspoppetjes	=	paspop
pasrand	noun	strookje van geldswaardige of andere papieren dat voor controle achterblijft in het boekje waaruit men het papier heeft genomen
pasranden	=	pasrand
pasrandje	=	pasrand
pasrandjes	=	pasrand
pass	noun	schot naar een speler van hetzelfde elftal
passaat	noun	de vaste oostelijke wind die waait tussen de 30 graden noorderbreedte en 30 graden zuiderbreedte en het reizen met zeilschepen over de oceaan aanzienlijk eenvoudiger maakt
passaatje	=	passaat
passabel	adj	draaglijk
passabele	=	passabel
passabeler	=	passabel
passabelere	=	passabel
passabelers	=	passabel
passabels	=	passabel
passabelst	=	passabel
passabelste	=	passabel
passabiliteit	noun	het passabel zijn
passaet	=	passaat
passage	noun	gelegenheid, mogelijkheid om te passeren, doorgang
passagebiljet	noun	bewijs dat men betaald heeft voor een reis
passagebiljetten	=	passagebiljet
passages	=	passage
passagetje	=	passage
passagetjes	=	passage
passagier	noun	iemand die al of niet tegen betaling meereist met een voer-, vaar- of vliegtuig
passagierde	=	passagieren
passagierden	=	passagieren
passagiere	=	passagieren
passagieren	verb	aan wal gaan van bemanningsleden van (zee)schepen tot het schip weer uitvaart
passagierend	=	passagieren
passagierende	=	passagieren
passagiers	=	passagier
passagiersaanbod	noun	het aantal passagiers dat gebruik wil maken van een bepaalde verkeersdienst
passagiersboot	noun	boot waarin mensen worden vervoerd; boot voor reizigers
passagiersbootje	=	passagiersboot
passagiersbootjes	=	passagiersboot
passagiersboten	=	passagiersboot
passagiersbrug	noun	een beweegbare brug die de terminal koppelt aan het vliegtuig om passagiers eenvoudig in en uit te laten stappen
passagiersbruggen	=	passagiersbrug
passagiersbrugje	=	passagiersbrug
passagiersbrugjes	=	passagiersbrug
passagierslijst	noun	lijst met namen van de personen die aan boord zijn van een voertuig
passagierslijsten	=	passagierslijst
passagiersruimte	noun	de ruimte die bestemd is voor passagiers
passagiersruimten	=	passagiersruimte
passagiersruimtes	=	passagiersruimte
passagiersscheepje	=	passagiersschip
passagiersscheepjes	=	passagiersschip
passagiersschepen	=	passagiersschip
passagiersschip	noun	schip hoofdzakelijk bestemd voor het vervoer van passagiers
passagiersstoel	noun	stoel in een vervoersmiddel voor iemand die het voertuig niet bestuurt; stoel naast de chauffeur
passagiersstoelen	=	passagiersstoel
passagiersstoeltje	=	passagiersstoel
passagierstrein	noun	trein voor vervoer van personen
passagierstreinen	=	passagierstrein
passagierstreintje	=	passagierstrein
passagierstreintjes	=	passagierstrein
passagiersvervoer	noun	het vervoer van personen naar een bepaalde bestemming
passagiersvliegtuig	noun	vliegtuig dat bestemd is om reizigers te vervoeren
passagiersvliegtuigen	=	passagiersvliegtuig
passagiersvliegtuigje	=	passagiersvliegtuig
passagiersvliegtuigjes	=	passagiersvliegtuig
passagiersvlucht	noun	een reis van passagiers met een vliegtuig
passagiersvluchten	=	passagiersvlucht
passagiersvluchtje	=	passagiersvlucht
passagiersvluchtjes	=	passagiersvlucht
passagiert	=	passagieren
passagiertje	=	passagier
passagiertjes	=	passagier
passant	noun	voorbijganger
passanten	=	passant
passantenvergoeding	noun	een financiële compensatie of schadevergoeding die een veroordeelde krijgt wanneer deze langer dan een bepaalde periode (meestal 4 maanden) in een huis van bewaring (gevangenis) moet wachten op plaatsing in een TBS-kliniek.
passantenvergoedingen	=	passantenvergoeding
passantenvergoedinkje	=	passantenvergoeding
passantenvergoedinkjes	=	passantenvergoeding
passantje	=	passant
passantjes	=	passant
passaten	=	passaat
passe	=	passen
passe-partout	noun	een lijst om een foto of plaat
passe-partoutje	=	passe-partout
passe-partoutjes	=	passe-partout
passe-partouts	=	passe-partout
passe-vite	noun	handmolen om groente en ander niet te hard voedsel fijn te malen en te pureren
passe-vites	=	passe-vite
passech	noun	bepaald schriftteken voor klinker met a-karakter
passechs	=	passech
passeer	=	passeren
passeeractie	noun	actie in bijvoorbeeld voetbal waarbij een speler een tegenstander probeert te passeren door middel van schijnbewegingen of dribbels
passeeracties	=	passeeractie
passeeractietje	=	passeeractie
passeeractietjes	=	passeeractie
passeerbeweging	noun	een actie in een sport (zoals voetbal of hockey) waarbij een speler een tegenstander probeert te misleiden om hem vervolgens voorbij te kunnen gaan.
passeerbewegingen	=	passeerbeweging
passeerbeweginkje	=	passeerbeweging
passeerbeweginkjes	=	passeerbeweging
passeerde	=	passeren
passeerden	=	passeren
passeeren	=	passeren
passeerslag	noun	een tennisslag die de bal zodanig raakt dat hij onbereikbaar langs de tegenstander heen gaat
passeerslagen	=	passeerslag
passeerstroken	=	passeerstrook
passeerstrook	noun	een plaatselijke wegverbreding waar het snellere verkeer langzaam verkeer (zoals een tractor) kan inhalen
passeerstrookje	=	passeerstrook
passeerstrookjes	=	passeerstrook
passeert	=	passeren
passelijk	adj	redelijk, tamelijk
passelijke	=	passelijk
passelijker	=	passelijk
passelijkere	=	passelijk
passelijkers	=	passelijk
passelijks	=	passelijk
passelijkst	=	passelijk
passelijkste	=	passelijk
passement	noun	strook stof om kleding te versieren
passementen	=	passement
passen	verb	precies de goede maat zijn, erin kunnen (van kleding, schoenen e.d.)
passend	adj	geschikt voor iets of iemand
passende	=	passen
passender	=	passend
passendere	=	passend
passenders	=	passend
passends	=	passend
passendst	=	passend
passendste	=	passend
passepartout	=	passe-partout
passer	noun	een hulpmiddel om cirkels en cirkelbogen te tekenen
passerdoos	noun	doos met tekenbenodigdheden waarin ten minste één passer zit
passerdoosje	=	passerdoos
passerdoosjes	=	passerdoos
passerdozen	=	passerdoos
passere	=	passeren
passerelle	noun	speciaal gebouwde doorgang die tussen twee plekken een verbinding vormt.
passerelles	=	passerelle
passeren	verb	langskomen, voorbijgaan
passerend	adj	voorbijkomend, langskomend
passerende	=	passeren
passerends	=	passerend
passering	noun	het passeren
passeringen	=	passering
passers	=	passer
passertje	=	passer
passertjes	=	passer
passes	=	pass
passie	noun	een zaak, onderwerp, activiteit of hobby waar iemand veel interesse in heeft en veel tijd en inspanningen aan wil besteden
passiebloem	noun	benaming voor planten uit het geslacht Passiflora met meest overblijvende en meestal klimmende planten met ranken in de familie Passifloraceae
passiebloemen	=	passiebloem
passiebloemetje	=	passiebloem
passiebloemetjes	=	passiebloem
passiebloemfamilie	noun	een familie Passifloraceae van bloeiende planten.
passiebloemfamilies	=	passiebloemfamilie
passiebloemfamilietje	=	passiebloemfamilie
passiebloemfamilietjes	=	passiebloemfamilie
passiebloempje	=	passiebloem
passiebloempjes	=	passiebloem
passief	adj	niet zelfstandig werkzaam	noun	de financiële lasten
passiefadministratiegebouw	noun	zeer energiezuinig kantoorgebouw
passiefadministratiegebouwen	=	passiefadministratiegebouw
passiefbouw	noun	energie zuinige bouw
passiefbouwwoning	noun	zeer energiezuinige woning
passiefbouwwoningen	=	passiefbouwwoning
passiefbouwwoninkje	=	passiefbouwwoning
passiefbouwwoninkjes	=	passiefbouwwoning
passiefflat	noun	zeer energiezuinig flatgebouw
passiefflatje	=	passiefflat
passiefflatjes	=	passiefflat
passiefflats	=	passiefflat
passiefhuis	noun	woning waar voor ruimteverwarming weinig of geen fossiele energie nodig is
passiefhuisje	=	passiefhuis
passiefhuisjes	=	passiefhuis
passiefhuizen	=	passiefhuis
passiefkantoor	noun	zeer energiezuinig gebouwd kantoorgebouw
passiefkantoorgebouw	noun	zeer energiezuinig kantoorgebouw
passiefkantoorgebouwen	=	passiefkantoorgebouw
passiefkantoren	=	passiefkantoor
passiefnorm	noun	eisen waaraan een gebouw moet voldoen wil het het predicaat 'passief' mogen gebruiken
passiefnormen	=	passiefnorm
passiefs	=	passief
passiefscholen	=	passiefschool
passiefschool	noun	zeer energiezuinig schoolgebouw
passiefschooltje	=	passiefschool
passiefschooltjes	=	passiefschool
passiefst	=	passief
passiefste	=	passief
passiefwijk	noun	wijk met zeer energiezuinige gebouwen en woningen
passiefwijken	=	passiefwijk
passiefwijkje	=	passiefwijk
passiefwijkjes	=	passiefwijk
passiefwoning	noun	zeer energiezuinige woning
passiefwoningen	=	passiefwoning
passiefwoninkje	=	passiefwoning
passiefwoninkjes	=	passiefwoning
passieloos	adj	zonder passie, zonder hartstocht
passieloost	=	passieloos
passielooste	=	passieloos
passieloze	=	passieloos
passielozer	=	passieloos
passielozere	=	passieloos
passielozers	=	passieloos
passies	=	passie
passiespel	noun	een soort toneelvoorstelling over het lijden van Jezus Christus voor en tijdens de kruisiging
passiespelen	=	passiespel
passietje	=	passie
passieve	=	passief
passiever	=	passief
passievere	=	passief
passievers	=	passief
passievol	adj	met veel passie
passievolle	=	passievol
passievoller	=	passievol
passievollere	=	passievol
passievollers	=	passievol
passievols	=	passievol
passievolst	=	passievol
passievolste	=	passievol
passievrucht	noun	vrucht van het plantengeslacht Passiflora
passievruchten	=	passievrucht
passievruchtje	=	passievrucht
passieweek	noun	week voor Pasen, waarin in vieringen de gebeurtenissen uit Jezus' leven vanaf de intocht in Jeruzalem tot de wederopstanding centraal staan Deze week begint met Palmpasen en omvat Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Pasen.
passieweken	=	passieweek
passim	adv	op tal van plaatsen te vinden Vaak gebruikt wanneer het aantal plaatsen te groot is om afzonderlijk op te sommen.
passing	noun	een methode om twee voorwerpen in elkaar te laten passen
passingen	=	passing
passings	=	passing
passion	noun	oratorium met een tekst die handelt over het lijden van Christus
passioneel	adj	hartstochtelijk
passioneels	=	passioneel
passioneelst	=	passioneel
passioneelste	=	passioneel
passioneer	=	passioneren
passioneerde	=	passioneren
passioneerden	=	passioneren
passioneert	=	passioneren
passionele	=	passioneel
passioneler	=	passioneel
passionelere	=	passioneel
passionelers	=	passioneel
passionere	=	passioneren
passioneren	verb	enthousiast maken
passionerend	=	passioneren
passionerende	=	passioneren
passionist	noun	lid van de Congregatie van het Lijden van Christus, een in 1720 opgerichte kloosterorde die zich richt op de devotie tot het lijden van Jezus
passionisten	=	passionist
passions	=	passion
passiva	noun	in geld uitgedrukte waarde van de schulden van een onderneming
passiveer	=	passiveren
passiveerde	=	passiveren
passiveerden	=	passiveren
passiveert	=	passiveren
passivere	=	passiveren
passiveren	verb	de activiteit, inzonderheid van een katalysator of elektrode, beëindigen
passiverend	=	passiveren
passiverende	=	passiveren
passiviteit	noun	zonder daadkracht, niet handelend
passiviteiten	=	passiviteit
passivum	noun	de lijdende vorm van een werkwoord
passje	=	pass
passjes	=	pass
passt	=	passen
passte	=	passen
passten	=	passen
passtuk	noun	iets wat speciaal gemaakt is om ergens in- of op te passen
passtukje	=	passtuk
passtukjes	=	passtuk
passtukken	=	passtuk
passus	noun	zinsnede
passussen	=	passus
password	noun	geheime persoonlijke code die een gebruiker toegang verschaft tot een informatiesysteem
passwords	=	password
passé	adj	behorend tot het verleden en daarom nu niet meer van betekenis
passés	=	passé
passést	=	passé
passéste	=	passé
passéë	=	passé
passéër	=	passé
passéëre	=	passé
passéërs	=	passé
past	=	passen
pasta	noun	de benaming voor een aantal Italiaanse deegproducten
pasta's	=	pasta
pasta-achtig	adj	lijkend op pasta
pasta-achtige	=	pasta-achtig
pasta-achtiger	=	pasta-achtig
pasta-achtigere	=	pasta-achtig
pasta-achtigers	=	pasta-achtig
pasta-achtigs	=	pasta-achtig
pasta-achtigst	=	pasta-achtig
pasta-achtigste	=	pasta-achtig
pastaatje	=	pasta
pastaatjes	=	pasta
pastafarian	noun	iemand die zegt te geloven in het 'Vliegend Spaghettimonster' als verzet tegen de religieuze scheppingsleer
pastafarianisme	noun	pseudo-godsdienst en/of parodie op het monotheïsme, waarin het zogeheten Vliegend Spaghettimonster wordt vereerd
pastafarians	=	pastafarian
pastafarisme	noun	pseudo-godsdienst waarin het Vliegend Spaghettimonster wordt vereerd
pastagerecht	noun	Italiaans gerecht met deegwaren van harde tarwe
pastagerechten	=	pastagerecht
pastagerechtje	=	pastagerecht
pastagerechtjes	=	pastagerecht
pastamachine	noun	een keukenapparaat dat wordt gebruikt om vers pastadeeg uit te rollen en in verschillende vormen te snijden
pastamachines	=	pastamachine
pastamachinetje	=	pastamachine
pastamachinetjes	=	pastamachine
pastaprinter	noun	3D-printer die pasta in allerlei vormen print
pastaprinters	=	pastaprinter
pastaprintertje	=	pastaprinter
pastaprintertjes	=	pastaprinter
pastaprutje	noun	eenvoudige eenpansmaaltijd met macaroni, spaghetti en een saus
pastaprutjes	=	pastaprutje
pastasalade	noun	salade met pasta
pastasalades	=	pastasalade
pastasaus	noun	kruidige, enigszins vloeibare toevoeging aan deeggerechten uit de Italiaanse keuken
pastasausen	=	pastasaus
pastasausje	=	pastasaus
pastasausjes	=	pastasaus
pastasauzen	=	pastasaus
pastaslak	noun	Eobania vermiculata een slakkensoort uit de familie van de tuinslakken (Helicidae).
pastaslakje	=	pastaslak
pastaslakjes	=	pastaslak
pastaslakken	=	pastaslak
pastavergiet	noun	vergiet dat vooral wordt gebruikt om pasta uit te laten lekken
pastavergieten	=	pastavergiet
pastavergietje	=	pastavergiet
pastavergietjes	=	pastavergiet
paste	=	passen
pastechi	noun	gerecht van fijn vlees en brooddeeg
pastechi's	=	pastechi
pastei	noun	gerecht van fijn vlees en brooddeeg
pasteibakker	noun	iemand die gebak maakt van deeg met een vulling van gekruid vlees
pasteibakkerij	noun	vervaardiging van gebak uit deeg gevuld met gekruid vlees
pasteibakkerijen	=	pasteibakkerij
pasteibakkers	=	pasteibakker
pasteien	=	pastei
pasteitje	=	pastei
pasteitjes	=	pastei
pastel	noun	droge stof waarmee men kan kleuren
pastelblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5024 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5024 ( ).
pastelblauwe	=	pastelblauw
pastelblauwen	=	pastelblauw
pastelblauwer	=	pastelblauw
pastelblauwere	=	pastelblauw
pastelblauwers	=	pastelblauw
pastelblauws	=	pastelblauw
pastelblauwst	=	pastelblauw
pastelblauwste	=	pastelblauw
pastelgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1034 ( ).	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1034 ( ).
pastelgeels	=	pastelgeel
pastelgeelst	=	pastelgeel
pastelgeelste	=	pastelgeel
pastelgele	=	pastelgeel
pastelgelen	=	pastelgeel
pastelgeler	=	pastelgeel
pastelgelere	=	pastelgeel
pastelgelers	=	pastelgeel
pastelkleur	noun	een lichte onverzadigde kleur
pastelkleuren	=	pastelkleur
pastelkleurig	adj	een pasteltint hebbend
pastelkleurige	=	pastelkleurig
pastelkleuriger	=	pastelkleurig
pastelkleurigere	=	pastelkleurig
pastelkleurigers	=	pastelkleurig
pastelkleurigs	=	pastelkleurig
pastelkleurigst	=	pastelkleurig
pastelkleurigste	=	pastelkleurig
pastelkleurtje	=	pastelkleur
pastelkleurtjes	=	pastelkleur
pastellen	=	pastel
pastelletje	=	pastel
pastelletjes	=	pastel
pasteloranje	noun	tint oranje met RAL-nummer 2003 ( ).	adj	in een tint oranje met RAL-nummer 2003 ( ).
pastelrussula	noun	Russula amoena een schimmel behorend tot de familie Russulaceae. ;Hoed De hoed is 2 tot 6 cm in doorsnee, convex als ze jong zijn, dan spreidend en vaak ingedeukt tot licht trechtervormig in het midden.
pastelrussula's	=	pastelrussula
pastelrussulaatje	=	pastelrussula
pastelrussulaatjes	=	pastelrussula
pastels	=	pastel
pasteltint	noun	een zachte, lichte kleur die men krijgt met waterverf of door bijmenging van veel wit door de verf
pasteltinten	=	pasteltint
pasteltintje	=	pasteltint
pasteltintjes	=	pasteltint
pastelturquoise	noun	tint tussen blauw en groen met RAL-nummer 6034 ( ).	adj	in een tint tussen blauw en groen met RAL-nummer 6034 ( ).
pastelviolet	noun	tint violet met RAL-nummer 4009 ( ).	adj	in een tint violet met RAL-nummer 4009 ( ).
pastelviolets	=	pastelviolet
pastelviolette	=	pastelviolet
pasten	=	passen
pasteurisatie	noun	het pasteuriseren
pasteurisaties	=	pasteurisatie
pasteuriseer	=	pasteuriseren
pasteuriseerde	=	pasteuriseren
pasteuriseerden	=	pasteuriseren
pasteuriseert	=	pasteuriseren
pasteurisere	=	pasteuriseren
pasteuriseren	verb	voedsel kort verhitten om schadelijke bacteriën te doden Toegepast in de voedselindustrie op bederfelijke producten om die langer houdbaar te maken zonder schade aan de smaak en structuur
pasteuriserend	=	pasteuriseren
pasteuriserende	=	pasteuriseren
pastiche	noun	een document of ander kunstwerk zoals een toneel- of muziekstuk dat is gemaakt via nabootsing en/of het combineren van bepaalde kenmerken van een of meerdere originelen
pastiches	=	pastiche
pastifi	noun	spleetje tussen de bovenste middelste snijtanden
pastille	noun	zuigtablet
pastilles	=	pastille
pastinaak	noun	bepaald circa 20 cm lang knolgewas, Pastinaca sativa subsp. sativa
pastinaakje	=	pastinaak
pastinaakjes	=	pastinaak
pastinaaksmalsnuitje	noun	Aethes dilucidana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
pastinaaksmalsnuitjes	=	pastinaaksmalsnuitje
pastinaakuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza pastinacae een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
pastinaakuitbreekkommetjes	=	pastinaakuitbreekkommetje
pastinak	=	pastinaak
pastinaken	=	pastinaak
pastis	noun	anijsdrank met 40-45% alcohol
pastisje	=	pastis
pastisjes	=	pastis
pastissen	=	pastis
pastoor	noun	een lid van de katholieke geestelijkheid die zich aan de zielzorg van zijn parochie wijdt
pastoors	=	pastoor
pastoortje	=	pastoor
pastoortjes	=	pastoor
pastor	noun	zielenherder, zielzorger, pastoor (bij rooms-katholieken), dominee (bij protestanten)
pastoraal	adj	landelijk, herderlijk
pastoraals	=	pastoraal
pastoraalst	=	pastoraal
pastoraalste	=	pastoraal
pastoraat	noun	het krijgen van geestelijke (religieuze) ondersteuning; herderlijke verzorging
pastoraatje	=	pastoraat
pastorale	noun	lied zoals dat door herders wordt gezongen
pastoralen	=	pastorale
pastoraler	=	pastoraal
pastoralere	=	pastoraal
pastoralers	=	pastoraal
pastorales	=	pastorale
pastoraten	=	pastoraat
pastores	=	pastor
pastorie	noun	ambtswoning van een pastoor of predikant
pastorietje	=	pastorie
pastorietjes	=	pastorie
pastorietuin	noun	tuin die hoort bij de woning van een dominee of pastoor
pastorietuinen	=	pastorietuin
pastorietuintje	=	pastorietuin
pastorietuintjes	=	pastorietuin
pastorieën	=	pastorie
pastorij	noun	de ambtswoning van een pastoor of predikant
pastorijen	=	pastorij
pastorijtje	=	pastorij
pastorijtjes	=	pastorij
pastors	=	pastor
pastortje	=	pastor
pastortjes	=	pastor
pastrami	noun	soort gerookt, gepekeld rundvlees
pastrami's	=	pastrami
pasverworven	adv	recent verkregen; recent machtig geworden
pasvorm	noun	precies op het lichaam aansluitend model voor een kledingstuk
pasvormen	=	pasvorm
pasvormpje	=	pasvorm
pasvormpjes	=	pasvorm
paswerk	noun	het iets zo bewerken dat het precies geschikt is voor het doel waarvoor men het wil gebruiken
paswerken	=	paswerk
paswerker	noun	specialist in draaien en frezen
paswerkers	=	paswerker
paswerkertje	=	paswerker
paswerkertjes	=	paswerker
paswoord	noun	een geheim woord dat aan degene die het kent samen met zijn gebruikerscode toegang verschaft tot een informatiesysteem
paswoorden	=	paswoord
paswoordje	=	paswoord
paswoordjes	=	paswoord
pat	noun	reep stof met een knoopsgat aan het uiteinde en met het andere uiteinde bevestigd aan het kledingstuk	adj	alleen predicatief in een toestand waarin een speler geen enkele zet meer kan doen zonder dat zijn koning daardoor schaak komt te staan
pata	noun|slang	sportschoen, sneaker
pata's	=	pata
pataatje	=	pata
pataca	noun	munteenheid van Macau
pataca's	=	pataca
patach	noun	bepaald schriftteken voor klinker met a-karakter
patachs	=	patach
patagonisch	adj	op Patagonië betrekking hebbend
patagonische	noun	een vrouwelijke inwoner van Patagonië, of een vrouw afkomstig uit Patagonië
patagonischen	=	patagonische
patagonischer	=	patagonisch
patagonischere	=	patagonisch
patagonischers	=	patagonisch
patagoniër	noun	een inwoner van Patagonië, of iemand afkomstig uit Patagonië
patagoniërs	=	patagoniër
pataka	noun	Hoplias malabaricus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de forelzalmen (Erythrinidae).
pataka's	=	pataka
patas	noun	vaartuig
patassen	=	patas
patat	noun	Noord-Nederlandse benaming voor een gerecht of snack van gefrituurde aardappelreepjes ('patat frites')
patatboer	noun	iemand die patat bakt en verkoopt
patatboeren	=	patatboer
patates-friteskraam	noun	kraam waar patates frites en andere snacks worden bereid en verkocht
patates-friteskramen	=	patates-friteskraam
patatgeneratie	noun	generatie die, opgegroeid met patat, verwend zou zijn en een slechte conditie hebben
patatgeneraties	=	patatgeneratie
patatje	=	patat
patatjes	=	patat
patatkraam	noun	kraam voor patates frites en andere snacks
patatkraampje	=	patatkraam
patatkraampjes	=	patatkraam
patatkramen	=	patatkraam
patatsnijder	noun	apparaat om aardappelen in reepjes te snijden voor de bereiding van patates frites
patatsnijders	=	patatsnijder
patatten	=	patat
patatzaak	noun	gelegenheid waar men patat en andere vette snacks kan kopen
patatzaken	=	patatzaak
patch	noun	aansluiting van apparaten via een ethernetkabel
patche	=	patchen
patchen	verb	het programmeren en installeren van updates in een computer systeem om fouten te repareren
patchend	=	patchen
patchende	=	patchen
patches	=	patch
patchoeli	noun	Pogostemon cablin een vast, ruig kruid dat tot een meter hoog wordt.
patcht	=	patchen
patchte	=	patchen
patchten	=	patchen
patchwork	noun	een handwerktechniek waarbij lapjes katoenen stof van verschillende kleur en grootte aan elkaar worden genaaid
patchworkgezin	noun	samengesteld gezin
patchworkgezinnen	=	patchworkgezin
patchworkgezinnetje	=	patchworkgezin
patchworkgezinnetjes	=	patchworkgezin
pateeke	noun	gebakje
pateekes	=	pateeke
pateel	noun	platte schaal
pateen	noun	schotel voor de hostie, waarop deze tijdens de Heilige Mis wordt neergelegd en waarboven deze later wordt gebroken
pateentje	=	pateen
pateentjes	=	pateen
pateetje	=	paté
pateetjes	=	paté
patelen	=	pateel
patella	noun	een dik, driehoekig bot aan de voorzijde van het kniegewricht
patella's	=	patella
patellae	=	patella
paten	=	paat
patenen	=	pateen
patent	noun	wettelijke verklaring dat men als bedenker de enige is die het bedachte mag gebruiken	adj	uitstekend, voortreffelijk
patente	=	patent
patenteer	=	patenteren
patenteerde	=	patenteren
patenteerden	=	patenteren
patenteert	=	patenteren
patenten	=	patent
patenter	=	patent
patentere	=	patent
patenteren	verb	aanvragen en toegekend krijgen van een patent zodat men als uitvinder van iets het alleenrecht heeft op het exploiteren van een uitvinding
patenterend	=	patenteren
patenterende	=	patenteren
patenters	=	patent
patentgeneesmiddel	noun	verpakt geneesmiddel onder fabrieksmerk
patentgeneesmiddelen	=	patentgeneesmiddel
patenthouder	noun	iemand die patent op iets heeft
patenthouders	=	patenthouder
patentje	=	patent
patentjes	=	patent
patentrecht	noun	kosten die men moet maken voor het verkrijgen van een patent
patentrechten	=	patentrecht
patents	=	patent
patentst	=	patent
patentste	=	patent
patenttrol	noun	een bedrijf dat patenten aanvraagt en inkoopt, maar geen producten maakt en door middel van het uitgeven van licenties geld probeert te verdienen
patenttrollen	=	patenttrol
patentwet	noun	wet die uitvinders beschermt tegen commercieel misbruik van hun uitvinding door andere producenten
patentwetje	=	patentwet
patentwetjes	=	patentwet
patentwetten	=	patentwet
pater	noun	priester die tot een rooms-katholieke kloosterorde behoort
paterdavidshert	noun	Elaphurus davidianus een soort uit de familie der hertachtigen.
paterdavidsherten	=	paterdavidshert
paterdavidshertje	=	paterdavidshert
paterdavidshertjes	=	paterdavidshert
paterje	=	pater
paternaal	adj	de vader volgend of gehoorzamend, van de vader, betreffende de vader, als van een vader
paternaals	=	paternaal
paternaalst	=	paternaal
paternaalste	=	paternaal
paternale	=	paternaal
paternaler	=	paternaal
paternalere	=	paternaal
paternalers	=	paternaal
paternalisme	noun	zich te pas en vooral te onpas als een zorgzame vader gedragen, bevoogding
paternalismen	=	paternalisme
paternalismes	=	paternalisme
paternalismetje	=	paternalisme
paternalistisch	adj	van een persoon dat deze zich op een vaderlijke, autoritaire en bevoogdende manier gedraagt
paternalistische	=	paternalistisch
paternalistischer	=	paternalistisch
paternalistischere	=	paternalistisch
paternalistischers	=	paternalistisch
paternalistischt	=	paternalistisch
paternalistischte	=	paternalistisch
paternoster	noun	als gebed uitspreken van het Onzevader Als naam van het gebed wordt Paternoster net als Onzevader met een hoofdletter geschreven volgens spellingregel 16.
paternosterbollekesmakerij	noun	een plaats waar men de kralen nodig voor het maken van een paternoster maakt
paternosterbonen	=	paternosterboon
paternosterboon	noun	rood zaadje, peulvrucht van Adenanthera pavonina Deze zaden zijn giftig, maar kunnen na koken worden gegeten; ze worden gebruikt als kralen voor armbanden en kettingen.
paternosterboontje	noun	bepaald soort tropische klimplant met rode of witte vlinderbloemen, Abrus precatorius, die vooral bekend is vanwege de zaden
paternosterboontjes	=	paternosterboontje
paternosterlift	noun	een liftsysteem van opeenvolgende cabines, zonder deuren, die met geringe snelheid zonder onderbreking aan twee kettingen in één schacht omhoog en in een andere schacht omlaag bewegen
paternosterliften	=	paternosterlift
paternosters	=	paternoster
paternostertje	=	paternoster
paternostertjes	=	paternoster
paters	=	pater
patersbier	noun	het beste bier
patersbieren	=	patersbier
patersbiertje	=	patersbier
patersbiertjes	=	patersbier
patersvaatje	=	patersvat
patersvaatjes	=	patersvat
patersvat	noun	Het vat dat voor de pater bestemd is en bij uitbreiding: het beste vat wijn
patersvaten	=	patersvat
patertje	=	pater
patertjes	=	pater
pathefoon	noun	platenspeler met een hoorn
pathefoons	=	pathefoon
pathetiek	noun	wat overdreven uiting van gevoelens om dezelfde emoties bij anderen op te wekken
pathetisch	adj	in staat intense gevoelens op te wekken (vol van pathos) vooral misschien t.a.v. melancholie
pathetische	=	pathetisch
pathetischer	=	pathetisch
pathetischere	=	pathetisch
pathetischers	=	pathetisch
pathetischt	=	pathetisch
pathetischte	=	pathetisch
pathisch	adj	ziekelijk
pathische	=	pathisch
pathischer	=	pathisch
pathischere	=	pathisch
pathischers	=	pathisch
pathogeen	noun	een organisme dat een ziekte verwekt	adj	de eigenschap bezittend om een ziekte te veroorzaken
pathogeens	=	pathogeen
pathogeenst	=	pathogeen
pathogeenste	=	pathogeen
pathogene	=	pathogeen
pathogenen	=	pathogeen
pathogener	=	pathogeen
pathogenere	=	pathogeen
pathogeners	=	pathogeen
pathognostisch	adj	typisch, kenmerkend voor een ziekte
pathognostische	=	pathognostisch
pathognostischer	=	pathognostisch
pathognostischere	=	pathognostisch
pathognostischers	=	pathognostisch
pathologe	noun	vrouwelijke vorm van patholoog
pathologen	=	patholoog
pathologen-anatomen	=	patholoog-anatoom
pathologes	=	pathologe
pathologie	noun	de tak van de geneeskunde die het ontstaan en verloop van ziektes bestudeert
pathologieën	=	pathologie
pathologisch	adj	ziekte betreffend
pathologisch-anatomisch	adj	betrekking hebbend op de medische specialisatie die ziekten diagnosticeert door weefsels en cellen (macroscopisch en microscopisch) te bestuderen op vormveranderingen.
pathologisch-anatomische	=	pathologisch-anatomisch
pathologisch-anatomischer	=	pathologisch-anatomisch
pathologisch-anatomischere	=	pathologisch-anatomisch
pathologisch-anatomischers	=	pathologisch-anatomisch
pathologische	=	pathologisch
pathologischer	=	pathologisch
pathologischere	=	pathologisch
pathologischers	=	pathologisch
patholoog	noun	een medisch specialist die de oorzaken, de aard en de veranderingen van het lichaam bestudeert en aan de hand van die gegevens de ziekte achterhaalt.
patholoog-anatomen	=	patholoog-anatoom
patholoog-anatoom	noun	iemand die secties verricht om de doodsoorzaak op te sporen
patholoog-anatoompje	=	patholoog-anatoom
patholoog-anatoompjes	=	patholoog-anatoom
patholoogje	=	patholoog
patholoogjes	=	patholoog
pathopsychologie	noun	psychologie van de belevingen van de zieke mens
pathos	noun	het aandoenlijke, de bezieling
patience	noun	kaartspel voor één persoon
patina	noun	doffe, groene tot donkerbruine corrosielaag die zich vormt op het oppervlak van voornamelijk koperen voorwerpen en koperhoudende legeringen (zoals brons), als gevolg van oxidatie van het metaal bij blootstelling aan de lucht en vocht
patina's	=	patina
patinagroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6000 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6000 ( ).
patinagroene	=	patinagroen
patinagroens	=	patinagroen
patineer	=	patineren
patineerde	=	patineren
patineerden	=	patineren
patineert	=	patineren
patinere	=	patineren
patineren	verb	kunstmatig voorzien van een roestlaagje; imiteren van het verouderingsproces in het algemeen
patinerend	=	patineren
patinerende	=	patineren
patio	noun	een al dan niet omheinde binnenplaats bij een huis of ander pand
patio's	=	patio
patiootje	=	patio
patiootjes	=	patio
patiowoning	noun	een woning met een geheel omsloten binnenplaats of binnentuin, de patio.
patiowoningen	=	patiowoning
patiowoninkje	=	patiowoning
patiowoninkjes	=	patiowoning
patisons	=	patisson
patisserie	noun	winkel waar men vooral suikerwaren verkoopt
patisseries	=	patisserie
patisserietje	=	patisserie
patisserietjes	=	patisserie
patisserieën	=	patisserie
patissier	noun	een banketbakker
patissiers	=	patissier
patissiertje	=	patissier
patissiertjes	=	patissier
patisson	noun	Cucurbita pepo kleine groen witte pompoen
patiëns	noun	dat zinsdeel dat de handeling van het werkwoord ondergaat
patiënt	noun	iemand die medische hulp krijgt
patiënte	noun	iemand die medische hulp krijgt
patiënten	=	patiënt
patiëntenbeweging	noun	het geheel van georganiseerde groepen, stichtingen en actiegroepen die opkomen voor de belangen van patiënten en hun naasten.
patiëntenbewegingen	=	patiëntenbeweging
patiëntenbeweginkje	=	patiëntenbeweging
patiëntenbeweginkjes	=	patiëntenbeweging
patiëntendemonstratie	noun	medische les, bestaande uit het bespreken van het ziektebeeld van een aanwezige patiënt
patiëntendemonstraties	=	patiëntendemonstratie
patiëntendossier	noun	bundeling van alle medisch relevante gegevens betreffende één patiënt
patiëntendossiers	=	patiëntendossier
patiëntenfederatie	noun	een organisatie die de belangen van patiënten uitdraagt en patiënten als groep vertegenwoordigt
patiëntenfederaties	=	patiëntenfederatie
patiëntengegeven	noun	een stukje informatie betreffende een patiënt
patiëntengegevens	noun	verzameling medische data betreffende patiënten
patiëntengegeventje	=	patiëntengegeven
patiëntengegeventjes	=	patiëntengegeven
patiëntentevredenheid	noun	de mate waarin patiënten tevreden zijn over een ziekenhuis, kliniek of zorgverlener
patiëntenvereniging	noun	een vereniging of stichting van en/of voor patiënten (bijv. die aan eenzelfde ziekte lijden)
patiëntenverenigingen	=	patiëntenvereniging
patiëntes	=	patiënte
patiëntetje	=	patiënte
patiëntetjes	=	patiënte
patiëntgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een patiënt
patiëntgegevens	=	patiëntgegeven
patiëntia	=	patiëns
patiëntie	noun	geduld
patiëntje	=	patiënt
patiëntjes	=	patiënt
patiënttevredenheid	noun	de mate waarin patiënten tevreden zijn over een ziekenhuis, kliniek of zorgverlener
patiëntveiligheid	noun	veiligheid tav patiënten door het trachten te voorkomen van technische of medische fouten
patiëntvriendelijk	adj	afgestemd op de behoeften van de patiënt
patiëntvriendelijke	=	patiëntvriendelijk
patiëntvriendelijker	=	patiëntvriendelijk
patiëntvriendelijkere	=	patiëntvriendelijk
patiëntvriendelijkers	=	patiëntvriendelijk
patiëntvriendelijks	=	patiëntvriendelijk
patiëntvriendelijkst	=	patiëntvriendelijk
patiëntvriendelijkste	=	patiëntvriendelijk
patjakker	noun|informal	boosaardige man
patjakkers	=	patjakker
patje	=	pat
patjepeeër	noun	een rijk en/of protserig persoon, iemand die zich op zijn – vaak nieuwverworven – welstand doet voorstaan
patjepeeërs	=	patjepeeër
patjepeeërtje	=	patjepeeër
patjepeeërtjes	=	patjepeeër
patjes	=	pat
patois	noun	dialect, m.n. van het Frans en in een klein deel van een groter taalgebied
patria	noun	land waar je je door geboorte en afkomst mee verbonden voelt of waar je je als burger thuisvoelt
patriarch	noun	kerkelijk leider, een belangrijke bisschop
patriarchaal	adj	met de (ouderwetse) opvatting dat (oude) mannen de baas zijn; met vaderlijke overheersing
patriarchaals	=	patriarchaal
patriarchaalst	=	patriarchaal
patriarchaalste	=	patriarchaal
patriarchaat	noun	waardigheid van patriarch
patriarchale	=	patriarchaal
patriarchaler	=	patriarchaal
patriarchalere	=	patriarchaal
patriarchalers	=	patriarchaal
patriarchaten	=	patriarchaat
patriarchen	=	patriarch
patriarchisch	adj	betrekking hebbend op de patriarchie
patriarchische	=	patriarchisch
patriarchischer	=	patriarchisch
patriarchischere	=	patriarchisch
patriarchischers	=	patriarchisch
patriarchje	=	patriarch
patriciaat	noun	iemand met de rang of titel van patriciër
patriciaten	=	patriciaat
patricide	noun	vadermoord
patriciden	=	patricide
patricides	=	patricide
patricidetje	=	patricide
patricidetjes	=	patricide
patricisch	adj	tot de patriciërs behorend
patricische	=	patricisch
patricischer	=	patricisch
patricischere	=	patricisch
patricischers	=	patricisch
patriciër	noun	aanzienlijk persoon, burger, rijke koopman, regent, hoewel het niet om een adellijk persoon gaat is de persoon wel meestal afkomstig uit bepaalde families
patriciërs	=	patriciër
patriciërshuis	noun	woning die gebouwd is voor of bewoond is door een rijke burger
patriciërshuisje	=	patriciërshuis
patriciërshuisjes	=	patriciërshuis
patriciërshuizen	=	patriciërshuis
patriciërswoning	noun	een groot en rijk huis in de stad.
patriciërswoningen	=	patriciërswoning
patriciërswoninkje	=	patriciërswoning
patriciërswoninkjes	=	patriciërswoning
patriciërtje	=	patriciër
patrijs	noun	Perdix perdix, een vogel uit de familie van de fazanten
patrijsduif	noun	een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana
patrijsduifje	=	patrijsduif
patrijsduifjes	=	patrijsduif
patrijsduiven	=	patrijsduif
patrijshond	noun	middelgrote jachthond
patrijshonden	=	patrijshond
patrijshondje	=	patrijshond
patrijshondjes	=	patrijshond
patrijsje	=	patrijs
patrijsjes	=	patrijs
patrijspoort	noun	klein rond raam in een scheepswand dat waterdicht kan worden afgesloten
patrijspoorten	=	patrijspoort
patrijspoortje	=	patrijspoort
patrijspoortjes	=	patrijspoort
patrijzen	=	patrijs
patrilineair	adj	volgens een verwantschap waarbij de afstamming in de mannelijke lijn berekend wordt
patrilineairder	=	patrilineair
patrilineairdere	=	patrilineair
patrilineairders	=	patrilineair
patrilineaire	=	patrilineair
patrilineairs	=	patrilineair
patrilineairst	=	patrilineair
patrilineairste	=	patrilineair
patrimonia	=	patrimonium
patrimoniaal	adj	via een erfenis van de ouders verkregen
patrimoniaals	=	patrimoniaal
patrimoniaalst	=	patrimoniaal
patrimoniaalste	=	patrimoniaal
patrimoniale	=	patrimoniaal
patrimonialer	=	patrimoniaal
patrimonialere	=	patrimoniaal
patrimonialers	=	patrimoniaal
patrimonium	noun	cultureel erfgoed
patrimoniumpje	=	patrimonium
patrimoniumpjes	=	patrimonium
patrimoniums	=	patrimonium
patriot	noun	iemand die zijn vaderland bemint, vaderlander
patriotje	=	patriot
patriotjes	=	patriot
patriots	=	patriot
patriotte	=	patriot
patriotten	=	patriot
patriottentijd	noun	tijdperk in de Nederlandse geschiedenis rond het einde van de 18de eeuw
patriottentijden	=	patriottentijd
patriottentijdje	=	patriottentijd
patriottentijdjes	=	patriottentijd
patriottisch	adj	door liefde voor het vaderland gemotiveerd
patriottische	=	patriottisch
patriottischer	=	patriottisch
patriottischere	=	patriottisch
patriottischers	=	patriottisch
patriottisme	noun	vaderlandsliefde
patriottistisch	adj	betrekking hebbend op het patriottisme
patriottistische	=	patriottistisch
patriottistischer	=	patriottistisch
patriottistischere	=	patriottistisch
patriottistischers	=	patriottistisch
patrologie	noun	kennis en geschiedenis van de kerkvaders
patron	noun	iemand die niet alleen de baas is over zijn ondergeschikten, maar ook hun beschermer
patronaal	adj	betrekking hebbend op de werkgevers
patronaals	=	patronaal
patronaalst	=	patronaal
patronaalste	=	patronaal
patronaat	noun	baas of beschermheer zijn
patronage	noun	beschermheerschap, patronaat
patronages	=	patronage
patronale	=	patronaal
patronaler	=	patronaal
patronalere	=	patronaal
patronalers	=	patronaal
patronaten	=	patronaat
patroneer	=	patroneren
patroneerde	=	patroneren
patroneerden	=	patroneren
patroneert	=	patroneren
patronen	=	patroon
patronere	=	patroneren
patroneren	verb	organiseren, beschermen en leiden van een activiteit
patronerend	=	patroneren
patronerende	=	patroneren
patrones	noun	beschermvrouw
patronessen	=	patrones
patroniem	noun	familienaam, afgeleid van de naam van de vader (patronymicum)
patroniemen	=	patroniem
patroniempje	=	patroniem
patroniempjes	=	patroniem
patrons	=	patron
patronymica	=	patronymicum
patronymicum	noun	een naam, al dan niet officieel, die aangeeft hoe de vader van de naamdrager heet
patroon	noun	/: munitie voor een vuurwapen (cartouche, cartridge)
patroonheilige	noun	een beschermheilige
patroonheiligen	=	patroonheilige
patroonherkenning	noun	het kunnen onderscheiden van een patroon in ruwe, ongezuiverde gegevens
patroonherkenningen	=	patroonherkenning
patroonherkenningstechniek	noun	wiskundige methode waarmee men regelmatigheden kan ontdekken in grote dataverzamelingen
patroonherkenningstechnieken	=	patroonherkenningstechniek
patroonhouder	noun	deel van een vuurwapen waarin een aantal patronen zitten
patroonhouders	=	patroonhouder
patroonhuls	noun	het van omhulsel van de kruitkamer van een patroon
patroonhulzen	=	patroonhuls
patroonriem	noun	riem waarin men de patronen van een geweer kan steken
patroonriemen	=	patroonriem
patroons	=	patroon
patroonschap	noun	het patroon zijn; de functie van beschermer
patroonschappen	=	patroonschap
patroontas	noun	tas waarin men munitie bewaart
patroontasje	=	patroontas
patroontasjes	=	patroontas
patroontassen	=	patroontas
patroontje	=	patroon
patroontjes	=	patroon
patrouille	noun	een groep militairen die samen op pad is
patrouilleboot	noun	boot waarmee de marine of de politie toezicht kan houden op de scheepvaart of het water
patrouillebootje	=	patrouilleboot
patrouillebootjes	=	patrouilleboot
patrouilleboten	=	patrouilleboot
patrouilleer	=	patrouilleren
patrouilleerde	=	patrouilleren
patrouilleerden	=	patrouilleren
patrouilleert	=	patrouilleren
patrouillere	=	patrouilleren
patrouilleren	verb	verkennen
patrouillerend	=	patrouilleren
patrouillerende	=	patrouilleren
patrouilles	=	patrouille
patrouilleschepen	=	patrouilleschip
patrouilleschip	noun	relatief klein vaartuig dat wordt gebruikt voor inspectie en bewaking
patrouillevaartuig	noun	boot waarmee men inspecties uitvoert
patrouillevaartuigen	=	patrouillevaartuig
patrouillevaartuigje	=	patrouillevaartuig
patrouillevaartuigjes	=	patrouillevaartuig
patrouillewagen	noun	wagen waarmee de politie rondrijdt om inspecties uit te voeren
patrouillewagens	=	patrouillewagen
patrouillewagentje	=	patrouillewagen
patrouillewagentjes	=	patrouillewagen
patrys	=	patrijs
patryspoort	=	patrijspoort
pats	noun	klap
pats-boem	intj	geluid van slag of knal direct gevolgd door een doffe bons of ontploffing
patse	=	patsen
patsen	verb	zich gedragen als een patser
patsend	=	patsen
patsende	=	patsen
patser	noun	iemand die pronkt (met zijn of haar bezit).
patserig	adj	geneigd om prat te gaan op bezit en succes
patserige	=	patserig
patseriger	=	patserig
patserigere	=	patserig
patserigers	=	patserig
patserigs	=	patserig
patserigst	=	patserig
patserigste	=	patserig
patsers	=	patser
patsertje	=	patser
patsertjes	=	patser
patsituatie	noun	situatie waarin geen van beide partijen een reguliere zet meer kan doen
patsituaties	=	patsituatie
patsje	=	pats
patsjes	=	pats
patst	=	patsen
patste	=	patsen
patstelling	noun	stand in het schaakspel waarbij de koning pat staat
patstellingen	=	patstelling
patsten	=	patsen
patta	=	pata
patten	=	pat
paté	noun	stevig, maar smeerbaar mengsel van fijngemalen vlees
patés	=	paté
pauk	noun	een grote verstembare keteltrommel zoals gebruikt in een orkest
pauken	=	pauk
paukenist	noun	iemand die (beroepshalve) pauk speelt
paukenisten	=	paukenist
paukenistje	=	paukenist
paukenistjes	=	paukenist
paukje	=	pauk
paukjes	=	pauk
paulinisch	adj	afkomstig van de apostel Paulus
paulinische	=	paulinisch
paulinischer	=	paulinisch
paulinischere	=	paulinisch
paulinischers	=	paulinisch
paumelle	noun	een deelbaar scharnier
paumelles	=	paumelle
paumelletje	=	paumelle
paumelletjes	=	paumelle
pauper	noun	iemand die heel arm is
pauperisme	noun	permanente chronische armoede ten gevolge van maatschappelijke omstandigheden
paupers	=	pauper
paupertje	=	pauper
pauraque	noun	Nyctidromus albicollis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae) die voorkomt in Amerika
pauraques	=	pauraque
pauraquetje	=	pauraque
pauraquetjes	=	pauraque
paus	noun	hoofd van de rooms katholieke kerk en bisschop van Rome
pausdom	noun	alles wat met de paus en de leiding van de rooms-katholieke kerk te maken heeft; het gezag van de paus
pauselijk	adj	betrekking hebbend op de paus, het hoofd van de rooms-katholieke kerk
pauselijke	=	pauselijk
pauselijker	=	pauselijk
pauselijkere	=	pauselijk
pauselijkers	=	pauselijk
pauselijks	=	pauselijk
pauselijkst	=	pauselijk
pauselijkste	=	pauselijk
pausen	=	paus
pausin	noun	vrouwelijke vorm van paus
pausinnen	=	pausin
pausje	=	paus
pausjes	=	paus
pausreis	noun	officiële reis gemaakt door het hoofd van de Rooms-Katholieke Kerk
pausreisje	=	pausreis
pausreisjes	=	pausreis
pausreizen	=	pausreis
pausschap	noun	het paus zijn; de functie van paus
pausschappen	=	pausschap
pauw	noun	benaming voor siervogels uit het geslacht Pavo, waarvan het mannetje een lange sleep van verlengde dekveren bezit die hij om indruk te maken rechtop kan zetten
pauwblauw	noun	de kleur groenachtig blauw die voorkomt in de staartveren van een mannetjes pauw	adj	een groenachtig blauwe kleur hebbend
pauwblauwe	=	pauwblauw
pauwblauwer	=	pauwblauw
pauwblauwere	=	pauwblauw
pauwblauwers	=	pauwblauw
pauwblauws	=	pauwblauw
pauwblauwst	=	pauwblauw
pauwblauwste	=	pauwblauw
pauwbot	noun	Bothus lunatus een straalvinnige vis uit de familie van de botachtigen (Bothidae) en de orde van de platvissen (Pleuronectiformes), die voorkomt in het westen, het oosten, het zuidwesten en het zuidoosten van de Atlantische Oceaan
pauwbotje	=	pauwbot
pauwbotjes	=	pauwbot
pauwbotten	=	pauwbot
pauwdwergbladroller	noun	Pammene gallicana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
pauwdwergbladrollers	=	pauwdwergbladroller
pauwdwergbladrollertje	=	pauwdwergbladroller
pauwdwergbladrollertjes	=	pauwdwergbladroller
pauwen	noun	Pavo een geslacht van middelgrote hoendervogels, waarvan de haan wordt gekenmerkt door een lange staart.
pauwenbloem	noun	bepaald soort tropische struik met prachtige bloemen, Caesalpinia pulcherrima
pauwenbloemen	=	pauwenbloem
pauwenbloempje	=	pauwenbloem
pauwenbloempjes	=	pauwenbloem
pauwenkers	noun	Ixora coccinea een plant uit de sterbladigenfamilie (Rubiaceae).
pauwenkersen	=	pauwenkers
pauwenkersje	=	pauwenkers
pauwenkersjes	=	pauwenkers
pauwenogen	=	pauwenoog
pauwenoog	noun	oogvormig versiersel in de staart van een pauw
pauwenpoep	noun	poep van pauwen
pauwenpoepen	=	pauwenpoep
pauwenpoepje	=	pauwenpoep
pauwenpoepjes	=	pauwenpoep
pauwenstaart	noun	staart van een pauw, in het bijzonder de uitgespreide staart van een pronkende pauw
pauwenstaarten	=	pauwenstaart
pauwenstaartje	=	pauwenstaart
pauwenstaartjes	=	pauwenstaart
pauwenstaartviltkokerworm	noun	Sabella pavonina een borstelworm uit de familie Sabellidae.
pauwenstaartviltkokerwormen	=	pauwenstaartviltkokerworm
pauwenstaartviltkokerwormpje	=	pauwenstaartviltkokerworm
pauwenstaartviltkokerwormpjes	=	pauwenstaartviltkokerworm
pauwenveer	noun	veer van een pauw (met het karakteristieke oog aan het uiteinde van de veer)
pauwenveertje	=	pauwenveer
pauwenveertjes	=	pauwenveer
pauwenveren	=	pauwenveer
pauwkalkoen	noun	Meleagris ocellata een kalkoenensoort uit Yucatán, in Midden-Amerika.
pauwkalkoenen	=	pauwkalkoen
pauwkalkoentje	=	pauwkalkoen
pauwkalkoentjes	=	pauwkalkoen
pauwkoekoek	noun	Dromococcyx pavoninus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
pauwkoekoeken	=	pauwkoekoek
pauwkoekoekje	=	pauwkoekoek
pauwkoekoekjes	=	pauwkoekoek
pauwkoketkolibrie	noun	Lophornis pavoninus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
pauwkoketkolibries	=	pauwkoketkolibrie
pauwkoketkolibrietje	=	pauwkoketkolibrie
pauwkoketkolibrietjes	=	pauwkoketkolibrie
pauwlipvis	noun	Thalassoma pavo een straalvinnige vis uit de familie van de lipvissen (Labridae) en derhalve behorend tot de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
pauwlipvisje	=	pauwlipvis
pauwlipvisjes	=	pauwlipvis
pauwlipvissen	=	pauwlipvis
pauwogen	=	pauwoog
pauwoog	noun	het oog van een pauw
pauwoogbaars	noun	Cichla ocellaris een straalvinnige vis uit de familie van cichliden (Cichlidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
pauwoogbaarsje	=	pauwoogbaars
pauwoogbaarsjes	=	pauwoogbaars
pauwoogbaarzen	=	pauwoogbaars
pauwoogcichlide	noun	Astronotus ocellatus een straalvinnige uit de familie van de cichliden (Cichlidae)
pauwoogcichliden	=	pauwoogcichlide
pauwoogdaggekko	noun	Phelsuma quadriocellata een hagedis die behoort tot de gekko's.
pauwoogdaggekko's	=	pauwoogdaggekko
pauwoogdaggekkootje	=	pauwoogdaggekko
pauwoogdaggekkootjes	=	pauwoogdaggekko
pauwoogdrieklauw	noun	Nilssonia hurum een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
pauwoogdrieklauwen	=	pauwoogdrieklauw
pauwoogdrieklauwtje	=	pauwoogdrieklauw
pauwoogdrieklauwtjes	=	pauwoogdrieklauw
pauwoogje	=	pauwoog
pauwoogkeizersvis	noun	Pygoplites diacanthus een straalvinnige uit de familie van engel- of keizersvissen en behoort tot het monotypische geslacht Pygoplites.
pauwoogkeizersvisje	=	pauwoogkeizersvis
pauwoogkeizersvisjes	=	pauwoogkeizersvis
pauwoogkeizersvissen	=	pauwoogkeizersvis
pauwoogmoerasschildpadden	noun	een geslacht Morenia van schildpadden uit de familie Geoemydidae.
pauwoogpijlstaart	noun	Smerinthus ocellatus een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae)
pauwoogpijlstaarten	=	pauwoogpijlstaart
pauwoogpijlstaartje	=	pauwoogpijlstaart
pauwoogpijlstaartjes	=	pauwoogpijlstaart
pauwoogsierschildpad	noun	Trachemys ornata een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
pauwoogsierschildpadden	=	pauwoogsierschildpad
pauwoogsierschildpadje	=	pauwoogsierschildpad
pauwoogsierschildpadjes	=	pauwoogsierschildpad
pauwoogwaterschildpad	noun	Sacalia bealei een schildpad uit de familie Geoemydidae.
pauwoogwaterschildpadden	noun	een geslacht Sacalia van schildpadden uit de familie Geoemydidae.
pauwoogwaterschildpadje	=	pauwoogwaterschildpad
pauwoogwaterschildpadjes	=	pauwoogwaterschildpad
pauwoogzoetwaterrog	noun	Potamotrygon motoro een veelvoorkomende zoetwaterrog uit Zuid-Amerika
pauwoogzoetwaterroggen	=	pauwoogzoetwaterrog
pauwoogzoetwaterroggetje	=	pauwoogzoetwaterrog
pauwoogzoetwaterroggetjes	=	pauwoogzoetwaterrog
pauwoogzoetwaterrogje	=	pauwoogzoetwaterrog
pauwoogzoetwaterrogjes	=	pauwoogzoetwaterrog
pauwquetzal	noun	Pharomachrus pavoninus een vogel uit de familie van de Trogonidae (Trogons).
pauwquetzals	=	pauwquetzal
pauwquetzaltje	=	pauwquetzal
pauwquetzaltjes	=	pauwquetzal
pauwstaart	noun	Columba livia domestica een sierduif die ook wel de 'koningin van de sierduiven' wordt genoemd.
pauwstaarten	=	pauwstaart
pauwstaartje	=	pauwstaart
pauwstaartjes	=	pauwstaart
pauwtje	=	pauw
pauwtjes	=	pauw
pauwvlieg	noun	Callopistromyia annulipes een vliegensoort uit de familie van de prachtvliegen (Ulidiidae).
pauwvliegen	=	pauwvlieg
pauwvliegje	=	pauwvlieg
pauwvliegjes	=	pauwvlieg
pauze	noun	tijd waarin de hoofdactiviteit wordt onderbroken
pauzeer	=	pauzeren
pauzeerde	=	pauzeren
pauzeerden	=	pauzeren
pauzeert	=	pauzeren
pauzeknop	noun	knop waarmee men het afspelen of opnemen van geluid of video tijdelijk kan onderbreken
pauzeknoppen	=	pauzeknop
pauzen	=	pauze
pauzere	=	pauzeren
pauzeren	verb	een pauze houden
pauzerend	=	pauzeren
pauzerende	=	pauzeren
pauzes	=	pauze
pauzetje	=	pauze
pauzetjes	=	pauze
pauzetoets	noun	een knop op een apparaat om de werking kortdurend te onderbreken
pauzetoetsen	=	pauzetoets
pauzetoetsje	=	pauzetoets
pauzetoetsjes	=	pauzetoets
pauzewoning	noun	tijdelijke woning voor mensen die pas gescheiden zijn
pauzewoningen	=	pauzewoning
pauzewoninkje	=	pauzewoning
pauzewoninkjes	=	pauzewoning
pavane	noun	een oude, in een even maatsoort geschreven, Italiaans-Spaanse dans, langzaam en statig
pavanes	=	pavane
paveien	=	plaveien
paviljoen	noun	bijgebouw of afzonderlijk gelegen afdeling (m.n. van een ziekenhuis of gesticht)
paviljoendak	noun	dakvorm die bestaat uit vier of meer driehoekige dakschilden die in één punt samenkomen
paviljoendaken	=	paviljoendak
paviljoendakje	=	paviljoendak
paviljoendakjes	=	paviljoendak
paviljoenen	=	paviljoen
paviljoens	=	paviljoen
paviljoentje	=	paviljoen
paviljoentjes	=	paviljoen
pavlovreactie	noun	onwillekeurige aangeleerde reactie op een stimulus
pavlovreacties	=	pavlovreactie
pavoiseer	=	pavoiseren
pavoiseerde	=	pavoiseren
pavoiseerden	=	pavoiseren
pavoiseert	=	pavoiseren
pavoisere	=	pavoiseren
pavoiseren	verb	met rijen vlaggen versieren
pavoiserend	=	pavoiseren
pavoiserende	=	pavoiseren
pawpaw	noun	een geslacht Asimina uit de familie Annonaceae.
pawpaws	=	pawpaw
pay-per-view	noun	de kijker betaalt per keer dat hij kijkt, het is vooral bekend voor speelfilms en sportevenementen
pay-tv-station	noun	televisiezender waarvan de programma's zo zijn versleuteld dat ze alleen zichtbaar worden voor abonnees
pay-tv-stations	=	pay-tv-station
payrol	=	payrollen
payrolde	=	payrollen
payrolden	=	payrollen
payrolle	=	payrollen
payrollen	verb	laten werken voor een bedrijf dat de zorg voor salarisadministratie heeft uitbesteed aan een ander bedrijf dat juridisch als werkgever optreedt
payrollend	=	payrollen
payrollende	=	payrollen
payrolling	noun	vorm van inhuur waarbij de mensen die voor een bedrijf werken in dienst zijn van een ander bedrijf dat zich toelegt op vervullen van de rol van werkgever
payrolt	=	payrollen
pays-per-view	=	pay-per-view
paywall	noun	voorziening op een website die ervoor zorgt dat informatie alleen na betaling geraadpleegd kan worden
paywalls	=	paywall
pb	=	privébericht
pc	noun	computer voor persoonlijk gebruik	adj	in overeenstemming met de in het maatschappelijk debat overheersende opvattingen over passend gedrag en uitingen
pc's	=	pc
pc'tje	=	pc
pc'tjes	=	pc
pc-maker	noun	bedrijf dat personal computers maakt en verkoopt
pc-makers	=	pc-maker
pc-netwerk	noun	een netwerk van pc's (personal computers)
pc-netwerken	=	pc-netwerk
pc-netwerkje	=	pc-netwerk
pc-netwerkjes	=	pc-netwerk
pc-probleem	noun	moeilijkheden met je personal computer
pc-problemen	=	pc-probleem
pcb	noun	poly chloor bifenyl, zeer giftige verbinding die o.a. wordt gebruikt als koelmiddel in transformatoren
pcb's	=	pcb
pcr-test	noun	test waarbij uit zeer kleine hoeveelheden DNA specifiek een of meer gedeeltes worden gemultipliceerd tot er genoeg van is om het te analyseren
pcr-testen	=	pcr-test
pcr-testje	=	pcr-test
pcr-testjes	=	pcr-test
pcr-tests	=	pcr-test
pda	noun	personal digital assistant (persoonlijke digitale assistent)
pda's	=	pda
pda'tje	=	pda
pda'tjes	=	pda
pdf	noun	bestandsformaat voor afdrukbare documenten dat door uiteenlopende computers gelezen kan worden zonder dat men het originele programma hoeft te bezitten waarmee het bestand is gemaakt
pdf'je	=	pdf
pdf'jes	=	pdf
pdf's	=	pdf
pdf-bestand	noun	op een computerscherm leesbaar bestand in het 'Portable document format'
pdf-bestanden	=	pdf-bestand
pdf-bestandje	=	pdf-bestand
pdf-bestandjes	=	pdf-bestand
pdf-spam	noun	ongewenste email waarbij de reclameboodschap verborgen zit in een pdf-bestand
pdf-spams	=	pdf-spam
pds	=	prikkelbaredarmsyndroom
pe	noun	een afkorting voor polyetheen, de meest gebruikte kunststof
pea	noun	niet-gemaaide hoek van een veld, voor de armen
peacekeeping	noun	inzet van troepen om strijdende partijen uit elkaar te houden als onderdeel van internationale afspraken om de vrede te bewaren
peanuts	noun|informal	klein, verwaarloosbaar bedrag
pearsonspitsmuis	noun	Solisorex pearsoni insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
pearsonspitsmuisje	=	pearsonspitsmuis
pearsonspitsmuisjes	=	pearsonspitsmuis
pearsonspitsmuizen	=	pearsonspitsmuis
pebibyte	noun	1024⁵ bytes, oftewel 2⁵⁰ bytes, weergegeven met symbool PiB
pebibyteje	=	pebibyte
pebibytejes	=	pebibyte
pebibytes	=	pebibyte
pecannoot	noun	Carya illinoensis langwerpige noot uit Zuid-Amerika,met een roodbruin omhulsel
pecannoten	=	pecannoot
pech	noun	toestand waarin er tegenslag te verwerken is die niet door eigen schuld veroorzaakt is
pechaanbod	noun	aantal pechgevallen dat zich aanbiedt bij een alarmcentrale
pechakucha	noun	presentatie waarbij elke spreker een reeks van 20 afbeeldingen projecteert en daar telkens 20 seconden over spreekt om een boodschap over te brengen
pechakucha's	=	pechakucha
pechdag	noun	een dag dat alles tegen zit
pechdagen	=	pechdag
pechdagje	=	pechdag
pechdagjes	=	pechdag
pechdienst	noun	bedrijf dat hulp biedt als een auto onderweg door een mankement niet verder kan rijden
pechdiensten	=	pechdienst
pechgeneratie	noun	groep studenten die tijdens de tijdelijke afschaffing van de basisbeurs door gebruik te maken van het leenstelsel een hoge studieschuld heeft opgebouwd
pechgeneraties	=	pechgeneratie
pechgeval	noun	een gebeurtenis waarbij iets kapot is gegaan en niet meer functioneert
pechgevallen	=	pechgeval
pechhaven	noun	korte stroken rechts van de weg waarheen een voertuig kan uitwijken om het verkeer niet te hinderen als het niet verder kan rijden langs snelwegen wanneer daar ook over de vluchtstrook wordt gereden
pechhavens	=	pechhaven
pechhaventje	=	pechhaven
pechhaventjes	=	pechhaven
pechhulp	noun	de hulp die men krijgt wanneer het voertuig pech gekregen heeft
pechhulpdienst	noun	de organisatie die hulp verleend wanneer het voertuig pech gekregen heeft
pechhulpdiensten	=	pechhulpdienst
pechhulpdienstje	=	pechhulpdienst
pechhulpdienstjes	=	pechhulpdienst
pechhulpen	=	pechhulp
pechhulpje	=	pechhulp
pechhulpjes	=	pechhulp
pechlamp	noun	waarschuwingslamp die men aandoet bij autopech
pechlampen	=	pechlamp
pechlampje	=	pechlamp
pechlampjes	=	pechlamp
pechstroken	=	pechstrook
pechstrook	noun	door doorgetrokken streep gemarkeerd afgescheiden gedeelte van de rijbaan op de autosnelweg of autoweg, bedoeld voor noodsituaties
pechstrookje	=	pechstrook
pechstrookjes	=	pechstrook
pechstrookrijder	noun	automobilist die illegaal de vluchtstrook gebruikt om een file te passeren
pechstrookrijders	=	pechstrookrijder
pechverhelping	noun	hulpverlening bij pech met een voertuig
pechverhelpingen	=	pechverhelping
pechvogel	noun	een ongelukkig persoon, iemand met veel pech
pechvogels	=	pechvogel
pechvogeltje	=	pechvogel
pechvogeltjes	=	pechvogel
peckbroek	=	pikbroek
pecorino	noun	een Italiaanse schapenkaas
pecorino's	=	pecorino
pectine	noun	elk van de tot de koolhydraten behorende geleivormende stoffen die in de celwanden van planten voorkomen en die van vruchten (appels en citrusvruchten) worden gemaakt
pectinen	=	pectine
pectines	=	pectine
pectoraal	noun	geneesmiddel tegen borstziekten	adj	de borst betreffend
pectoraals	=	pectoraal
pectoraalst	=	pectoraal
pectoraalste	=	pectoraal
pectorale	=	pectoraal
pectoralen	=	pectoraal
pectoraler	=	pectoraal
pectoralere	=	pectoraal
pectoralers	=	pectoraal
pecunia	noun	beschikbaar betaalmiddel
pecuniair	adj	financieel, geld-
pecuniairder	=	pecuniair
pecuniairdere	=	pecuniair
pecuniairders	=	pecuniair
pecuniaire	=	pecuniair
pecuniairs	=	pecuniair
pecuniairst	=	pecuniair
pecuniairste	=	pecuniair
pecunieel	adj	met betrekking tot geld, geldelijk
pecuniële	=	pecunieel
peda	noun	studentenhuis van een onderwijsinstelling of organisatie zonder winstoogmerk
peda's	=	peda
pedaal	noun	met de voet te bedienen hefboom voor de bediening van apparaten, machines en (muziek-)instrumenten, het aandrijven of besturing van vaar-, voer- of vliegtuigen
pedaalas	noun	de trapas van een fiets waaromheen de pedalen draaien tijdens het fietsen
pedaalassen	=	pedaalas
pedaalemmer	noun	een afvalemmer met een deksel waarbij het deksel wordt bediend met de voet
pedaalemmers	=	pedaalemmer
pedaalemmertje	=	pedaalemmer
pedaalemmertjes	=	pedaalemmer
pedaalharp	noun	een harp die is voorzien van pedalen waarmee de werkzame snaarlengte kan worden ingekort om de tonen te verlagen of verhogen zodat in alle toonaarden kan worden gespeeld
pedaalharpen	=	pedaalharp
pedaalharpje	=	pedaalharp
pedaalharpjes	=	pedaalharp
pedaalklavechord	noun	een klavechord dat is voorzien van een pedaalwerk
pedaalklavechordje	=	pedaalklavechord
pedaalklavechordjes	=	pedaalklavechord
pedaalklavechords	=	pedaalklavechord
pedaalmot	noun	insect uit de familie Argyresthiidae van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
pedaalmotje	=	pedaalmot
pedaalmotjes	=	pedaalmot
pedaalmotten	noun	Argyresthiidae een familie van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
pedaalridder	noun|humorous	man die graag, snel of veel op een fiets rijdt
pedaalridders	=	pedaalridder
pedaaltje	=	pedaal
pedaaltjes	=	pedaal
pedagoge	noun	een vrouwelijke leraar, docent of onderwijskundige
pedagogen	=	pedagoog
pedagoges	=	pedagoge
pedagogie	noun	leer van de opvoeding
pedagogiek	noun	pedagogie
pedagogieken	=	pedagogiek
pedagogieën	=	pedagogie
pedagogisch	adj	wat betrekking heeft op opvoeding en onderwijs
pedagogisch-didactisch	adj	betrekking hebbend op het samenvoegen van pedagogiek (de zorg voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en opvoeding) en didactiek (de kunst van het onderwijzen en kennis overdragen) in het onderwijs, waarbij de leerkracht niet alleen inhoud overbrengt, maar ook inspeelt op de leerling als persoon, diens motivatie, gedrag en leerstijl om zo een effectief en ondersteunend leerproces te creëren
pedagogisch-didactische	=	pedagogisch-didactisch
pedagogisch-didactischer	=	pedagogisch-didactisch
pedagogisch-didactischere	=	pedagogisch-didactisch
pedagogisch-didactischers	=	pedagogisch-didactisch
pedagogische	=	pedagogisch
pedagogischer	=	pedagogisch
pedagogischere	=	pedagogisch
pedagogischers	=	pedagogisch
pedagoog	noun	iemand die op een doordachte manier helpt kinderen op te voeden
pedagoogje	=	pedagoog
pedagoogjes	=	pedagoog
pedaleer	=	pedaleren
pedaleerde	=	pedaleren
pedaleerden	=	pedaleren
pedaleert	=	pedaleren
pedalen	=	pedaal
pedalere	=	pedaleren
pedaleren	verb	wielrennen, fietsen
pedalerend	=	pedaleren
pedalerende	=	pedaleren
pedaleur	noun	wielrenner
pedaleurs	=	pedaleur
pedaleurtje	=	pedaleur
pedaleurtjes	=	pedaleur
pedalo	noun	waterfiets
pedalo's	=	pedalo
pedant	noun	iemand die zichzelf beter en wijzer vindt dan andere mensen	adj	naar eigen opvatting beter en wijzer dan andere mensen
pedante	=	pedant
pedanten	=	pedant
pedanter	=	pedant
pedantere	=	pedant
pedanterie	noun	verwaande betweterij
pedanterieën	=	pedanterie
pedanters	=	pedant
pedantisch	adj	pedanterig
pedantische	=	pedantisch
pedantischer	=	pedantisch
pedantischere	=	pedantisch
pedantischers	=	pedantisch
pedantje	=	pedant
pedantjes	=	pedant
pedants	=	pedant
pedantst	=	pedant
pedantste	=	pedant
peddel	noun	stok met aan het uiteinde een verbreding, gebruikt om een vaartuig voort te bewegen
peddelaar	noun	iemand die een boot met behulp van een peddel voortbeweegt
peddelaars	=	peddelaar
peddelaartje	=	peddelaar
peddelaartjes	=	peddelaar
peddelde	=	peddelen
peddelden	=	peddelen
peddele	=	peddelen
peddelen	verb	zich door middel van een peddel afduwend over het water ergens heen bewegen
peddelend	=	peddelen
peddelende	=	peddelen
peddels	=	peddel
peddelsnuitdraakvis	noun	Rhinochimaera africana een vis uit de familie langneusdraakvissen (Rhinochimaeridae).
peddelsnuitdraakvisje	=	peddelsnuitdraakvis
peddelsnuitdraakvisjes	=	peddelsnuitdraakvis
peddelsnuitdraakvissen	=	peddelsnuitdraakvis
peddelt	=	peddelen
peddeltje	=	peddel
peddeltjes	=	peddel
pede	adv	stante pede op staande voet, met onmiddellijke ingang
pedel	noun	bode van een universiteit met een vooral ceremoniële functie
pedelec	noun	elektrische fiets die ondersteuning geeft tot een snelheid van 25 km per uur
pedelecs	=	pedelec
pedellen	=	pedel
pedelletje	=	pedel
pedels	=	pedel
pederast	noun	man die seks bedrijft met jongens
pederasten	=	pederast
pederastie	noun	geslachtsomgang tussen man en jongen
pederastisch	adj	betrekking hebbend op pederastie of een pederast
pederastische	=	pederastisch
pederastischer	=	pederastisch
pederastischere	=	pederastisch
pederastischers	=	pederastisch
pederastje	=	pederast
pedes	=	pes
pedestal	noun	verhoging waarop iets of iemand staat om zichtbaar te zijn voor het publiek
pedestallen	=	pedestal
pedestalletje	=	pedestal
pedestalletjes	=	pedestal
pedestals	=	pedestal
pediater	noun	Een arts die gespecialiseerd is in de behandeling van kinderen
pediaters	=	pediater
pediatrie	noun	kindergeneeskunde
pediatrisch	adj	met betrekking tot kindergeneeskunde
pediatrische	=	pediatrisch
pediatrischer	=	pediatrisch
pediatrischere	=	pediatrisch
pediatrischers	=	pediatrisch
pediculose	noun	luizenplaag
pedicure	noun	voetverzorging
pedicuren	=	pedicure
pedicures	=	pedicure
pedigree	noun	stamboom, afstamming
pedigrees	=	pedigree
pedis	adj	scherp gekruid
pedo	noun|informal	pedofiel
pedo's	=	pedo
pedocentrisme	noun	het maken van het kind tot maatstaf in opvoeding en onderwijs
pedofiel	noun	een volwassene die verlangt naar seksueel contact met kinderen	adj	behorende tot het verlangen van een volwassene naar seksueel contact met kinderen
pedofiele	=	pedofiel
pedofielen	=	pedofiel
pedofieler	=	pedofiel
pedofielere	=	pedofiel
pedofielers	=	pedofiel
pedofiels	=	pedofiel
pedofielst	=	pedofiel
pedofielste	=	pedofiel
pedofieltje	=	pedofiel
pedofieltjes	=	pedofiel
pedofilie	noun	het verlangen van volwassenen naar seksueel contact met kinderen
pedofilofiel	noun|humorous	iemand die verlangt naar seksueel contact met pedofielen
pedofilofielen	=	pedofilofiel
pedofilofieltje	=	pedofilofiel
pedofilofieltjes	=	pedofilofiel
pedogenese	noun	bodemvorming
pedograaf	noun	instrument om een te voet afgelegde route op papier vast te leggen
pedografen	=	pedograaf
pedojager	noun	iemand die als onbevoegd persoon pedofielen probeert te ontmaskeren
pedojagers	=	pedojager
pedologie	noun	studie van de bovenste aardlaag
pedologieën	=	pedologie
pedologisch	adj	betreft de bodemkunde, de tak van wetenschap die zich bezighoudt met vorming en de samenstelling van bodems en de wijze waarop deze gebruikt kunnen worden
pedologische	=	pedologisch
pedologischer	=	pedologisch
pedologischere	=	pedologisch
pedologischers	=	pedologisch
pedometer	noun	een apparaatje dat het aantal stappen telt dat wordt gezet door degene die het draagt
pedometers	=	pedometer
pedootje	=	pedo
pedootjes	=	pedo
pedopater	noun	pater met pedofiele neigingen
pedopaters	=	pedopater
pedopriester	noun	pedofiel die priester is
pedopriesters	=	pedopriester
pedoseksualiteit	noun	het zich seksueel primair aangetrokken voelen van volwassenen en bepaalde adolescenten tot kinderen die nog niet geslachtsrijp zijn
pedoseksueel	noun	iemand die seksuele handelingen met kinderen verricht of heeft verricht	adj	van of zoals van pedoseksuelen
pedoseksueels	=	pedoseksueel
pedoseksueelst	=	pedoseksueel
pedoseksueelste	=	pedoseksueel
pedoseksueeltje	=	pedoseksueel
pedoseksueeltjes	=	pedoseksueel
pedoseksuele	=	pedoseksueel
pedoseksuelen	=	pedoseksueel
pedoseksueler	=	pedoseksueel
pedoseksuelere	=	pedoseksueel
pedoseksuelers	=	pedoseksueel
pedotherapie	noun	speciale medische zorg voor jonge invaliden
pedotherapietje	=	pedotherapie
pedotherapietjes	=	pedotherapie
pedotherapieën	=	pedotherapie
pedrogonzalezhert	noun	Mazama sp. een uitgestorven spieshert.
pedrogonzalezherten	=	pedrogonzalezhert
pedrogonzalezhertje	=	pedrogonzalezhert
pedrogonzalezhertjes	=	pedrogonzalezhert
pee	noun	zeventiende letter van het alfabet
peeke	noun	oud mannetje
peekes	=	pee
peekoffie	noun	surrogaat van koffie uit cichorei vervaardigd
peekoffies	=	peekoffie
peel	noun	drassig, moerassig veenland
peelde	=	peelen
peelden	=	pelen
peelen	verb	de bovenste laag van de huid verwijderen in het kader van een schoonheidsbehandeling
peelend	=	peelen
peeling	noun	een techniek in de cosmetica, waarbij oude oppervlakkige huidcellen verwijderd worden en nieuwe, jonge huidcellen aan de oppervlakte komen, waardoor de huid er zacht en egaal gaat uitzien
peelings	=	peeling
peelt	=	pelen
peen	noun	een eetbare wortelsoort, Daucus carota
peenkaartmot	noun	Agonopterix yeatiana een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
peenkaartmotje	=	peenkaartmot
peenkaartmotjes	=	peenkaartmot
peenkaartmotten	=	peenkaartmot
peensmalsnuitje	noun	Aethes francillana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
peensmalsnuitjes	=	peensmalsnuitje
peentje	=	peen
peentjes	=	peen
peep	=	pijpen
peepshow	noun	show van een naakt persoon (meestal een vrouw) die men anoniem vanuit een kleine cabine kan bekijken
peepshows	=	peepshow
peept	=	pijpen
peer	noun	vrucht van de perenboom, Pyrus communis
peer-jeneverbesroest	noun	Gymnosporangium sabinae een schimmel met Juniperus als primaire waardplant en alleen Pyrus als secundaire waardplant.
peer-jeneverbesroesten	=	peer-jeneverbesroest
peer-jeneverbesroestje	=	peer-jeneverbesroest
peer-jeneverbesroestjes	=	peer-jeneverbesroest
peer-to-peer	adj	van gelijke tot gelijke
peerd	=	paard
peerde	=	peer
peerfie	noun	selfie waarop iemand een peer vasthoudt
peerfies	=	peerfie
peerfiguren	=	peerfiguur
peerfiguur	noun	het lichaam hebbende met de vorm van een peer, waarbij men breder is rond heupen, maar men slanker is bij de schouders
peerfiguurtje	=	peerfiguur
peerfiguurtjes	=	peerfiguur
peergroup	noun	groep van gelijken
peergroups	=	peergroup
peerkopwesp	noun	insect uit de familie Embolemidae uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
peerkopwespen	=	peerkopwesp
peerkopwespje	=	peerkopwesp
peerkopwespjes	=	peerkopwesp
peerlamotte	=	bergamot
peermos	noun	een kosmopolitisch geslacht Pohlia van bladmossen uit de familie Mniaceae.
peermosje	=	peermos
peermosjes	=	peermos
peermossen	=	peermos
peers	=	peer
peert	=	peer
peertje	=	peer
peertjes	=	peer
peervormig	adj	de vorm hebbend van een peer, dus rond met één enkele uitloper
peervormige	=	peervormig
peervormiger	=	peervormig
peervormigere	=	peervormig
peervormigers	=	peervormig
peervormigs	=	peervormig
peervormigst	=	peervormig
peervormigste	=	peervormig
peerzebramot	noun	Parornix anguliferella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
peerzebramotje	=	peerzebramot
peerzebramotjes	=	peerzebramot
peerzebramotten	=	peerzebramot
pees	noun	een uitloper van spierweefsel die de spier aanhecht aan het bot
peesachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van pees
peesachtige	=	peesachtig
peesachtiger	=	peesachtig
peesachtigere	=	peesachtig
peesachtigers	=	peesachtig
peesachtigs	=	peesachtig
peesachtigst	=	peesachtig
peesachtigste	=	peesachtig
peesde	=	pees
peesden	=	pees
peeshotel	noun	gebouw waar de straatprostituee en haar klant seksuele handelingen verrichten
peeshotels	=	peeshotel
peesje	=	pees
peesjes	=	pees
peeskamer	noun	afwerkkamer van een prostitué of prostituee
peeskamers	=	peeskamer
peeskamertje	=	peeskamer
peeskamertjes	=	peeskamer
peesontsteking	noun	een aandoening van een pees en de aanhechting ervan aan het bot
peesontstekingen	=	peesontsteking
peesontstekinkje	=	peesontsteking
peesontstekinkjes	=	peesontsteking
peesschedeontsteking	noun	een ontsteking van de peesschede; het beschermende, met vloeistof gevulde hulsje dat om een pees heen zit.
peesschedeontstekingen	=	peesschedeontsteking
peesschedeontstekinkje	=	peesschedeontsteking
peesschedeontstekinkjes	=	peesschedeontsteking
peest	=	pees
peesvezel	noun	deel van een pees die een spier met een deel van het skelet verbindt
peesvezels	=	peesvezel
peesvezeltje	=	peesvezel
peesvezeltjes	=	peesvezel
peet	noun	doopgetuige, doopheffer, peter
peetdochter	noun	vrouwelijk petekind; vrouwelijke beschermelinge
peetdochters	=	peetdochter
peetdochtertje	=	peetdochter
peetdochtertjes	=	peetdochter
peetje	=	peet
peetjes	=	peet
peetkind	=	petekind
peetmoeder	noun	vrouw die bij de doop wordt aangewezen als tweede moeder, om op het kind te letten in de opvoeding en pleegmoeder te worden mocht dat nodig zijn
peetmoeders	=	peetmoeder
peetmoedertje	=	peetmoeder
peetmoedertjes	=	peetmoeder
peetoom	noun	een man die gevraagd is een bijzondere zorg en aandacht te besteden aan zijn petekind en wordt ook wekpeter genoemd
peetoompje	=	peetoom
peetoompjes	=	peetoom
peetooms	=	peetoom
peetouder	noun	peetoom en peettante zijn samen de peetouders
peetouders	=	peetouder
peetschap	noun	het peetvader zijn; de functie van peetvader
peetschappen	=	peetschap
peettante	noun	een vrouw die gevraagd is een bijzondere zorg en aandacht te besteden aan haar petekind en wordt ook wel meter genoemd
peettantes	=	peettante
peettantetje	=	peettante
peettantetjes	=	peettante
peetvader	noun	iemand die andermans kind mede ten doop houdt en plechtig belooft medeverantwoordelijkheid voor de christelijke opvoeding te zullen dragen
peetvaders	=	peetvader
peetvadertje	=	peetvader
peetvadertjes	=	peetvader
peetzonen	=	peetzoon
peetzoon	noun	mannelijk petekind
peetzoons	=	peetzoon
peetzoontje	=	peetzoon
peetzoontjes	=	peetzoon
peeuw	=	peeuwen
peeuwde	=	peeuwen
peeuwden	=	peeuwen
peeuwe	=	peeuwen
peeuwen	verb	zeuren, zaniken, huilen, janken
peeuwend	=	peeuwen
peeuwende	=	peeuwen
peeuwt	=	peeuwen
peeën	=	pee
peg	noun	pin of spie (bv. om een schaafbeitel vast te zetten)
pegahoorn	noun	mythisch paardachtig wezen met de hoorn van een eenhoorn en vleugels als Pegasus
pegahoornen	=	pegahoorn
pegahoorns	=	pegahoorn
pegahoorntje	=	pegahoorn
pegahoorntjes	=	pegahoorn
pegapega	noun	Phyllodactylus julieni soort gekko (een tropische hagedis) die voorkomt op Aruba
pegapega's	=	pegapega
pegases	noun	modern springtoestel, bedoeld als veiliger opvolger van het paard
pegasessen	=	pegases
pegde	=	peggen
pegden	=	peggen
pegel	noun	stalactiet van ijs
pegelen	=	peilen
pegelpeil	noun	hoogste niveau dat een molenaar het water mag opstuwen (aangeduid met een nagel en een steen met jaartal)
pegelpeilen	=	pegelpeil
pegels	=	pegel
pegeltje	=	pegel
pegeltjes	=	pegel
pegge	=	peggen
peggen	verb	vastzetten door middel van een peg die een opening opvult
peggend	=	peggen
peggende	=	peggen
pegging	noun	seksuele prikkeling van een man doordat een vrouw zijn anus penetreert met een dildo die zij aan haar onderlichaam heeft vastgemaakt
peggings	=	pegging
pegieme	noun	gebrek, beschadiging, met name aan slachtmes
pegiemes	=	pegieme
pegt	=	peggen
peies	noun	haarlokken vóór de oren van een joodse man
peiger	adj	dood, kapot
peigerde	=	peigeren
peigerden	=	peigeren
peigere	=	peigeren
peigeren	verb	doodgaan, sterven, creperen
peigerend	=	peigeren
peigerende	=	peigeren
peigers	=	peiger
peigert	=	peigeren
peignoir	noun	kamerjas voor vrouwen
peignoirs	=	peignoir
peignoirtje	=	peignoir
peignoirtjes	=	peignoir
peil	noun	niveau of stand van bijvoorbeeld water
peilantenne	noun	een antenne die duidelijk in één stand het sterkste signaal van een zender afgeeft
peilantennen	=	peilantenne
peilantennes	=	peilantenne
peilantennetje	=	peilantenne
peilantennetjes	=	peilantenne
peilbaar	adj	van iets dat het gemeten, vastgesteld, gepeild of doorgrond kan worden.
peilbaarder	=	peilbaar
peilbaardere	=	peilbaar
peilbaarders	=	peilbaar
peilbaars	=	peilbaar
peilbaarst	=	peilbaar
peilbaarste	=	peilbaar
peilballon	noun	sondeerballon
peilballonnen	=	peilballon
peilballons	=	peilballon
peilbare	=	peilbaar
peilbesluit	noun	officieel stuk waarin staat welk waterpeil een waterschap in een bepaald gebied nastreeft
peilbesluiten	=	peilbesluit
peilbesluitje	=	peilbesluit
peilbesluitjes	=	peilbesluit
peilbuis	noun	buis waarmee men de grondwaterstand meet of waarin men monsters neemt van het grondwater
peilbuisje	=	peilbuis
peilbuisjes	=	peilbuis
peilbuizen	=	peilbuis
peildata	=	peildatum
peildatum	noun	tijdstip waarop een bepaling plaatsvindt
peildatums	=	peildatum
peilde	=	peilen
peilden	=	peilen
peile	=	peilen
peilen	verb	de waterdiepte bepalen
peilend	adj	onderzoekend
peilende	=	peilen
peilends	=	peilend
peiler	noun	een persoon die peilt
peilers	=	peiler
peilertje	=	peiler
peilertjes	=	peiler
peilfilter	noun	filter, gebruikt in een peilbuis
peilfilters	=	peilfilter
peilfiltertje	=	peilfilter
peilfiltertjes	=	peilfilter
peilglaasje	=	peilglas
peilglaasjes	=	peilglas
peilglas	noun	glazen buis waarin men de stand van een vloeistof kan waarnemen
peilglazen	=	peilglas
peiling	noun	een voor bepaalde grootheden gebruikelijke naam voor de meting van hoogten (hemellichamen, bergen, wolken), diepten (zeewateren) , hoeken en richtingen in het horizontale vlak (koersen, kompasrichtingen) en statistische gegevens (opinies)
peilingen	=	peiling
peilingwijzer	noun	een gemiddelde of samenvatting van verschillende voorspellingen van de uitslag van verkiezingen
peilingwijzers	=	peilingwijzer
peilinkje	=	peiling
peilinkjes	=	peiling
peiljaar	noun	jaar waarin gepeild wordt
peiljaren	=	peiljaar
peilloden	=	peillood
peillood	noun|obsolete	staafvormig gewicht aan een touw (de loodlijn) om de waterdiepte te peilen, en tevens kan in de vetgemaakte holle onderkant een monster van de bodem worden genomen
peilloodje	=	peillood
peilloodjes	=	peillood
peilloos	adj	zonder peil
peilloost	=	peilloos
peillooste	=	peilloos
peilloze	=	peilloos
peillozer	=	peilloos
peillozere	=	peilloos
peillozers	=	peilloos
peilpaal	noun	paal met schaalverdeling ter bepaling van de hoogte van de waterstand
peilpaaltje	=	peilpaal
peilpaaltjes	=	peilpaal
peilpalen	=	peilpaal
peilstok	noun	gecalibreerde stok die men in een vloeistof stopt om de stand hiervan te bepalen.
peilstokje	=	peilstok
peilstokjes	=	peilstok
peilstokken	=	peilstok
peilt	=	peilen
peiltje	=	peil
peiltjes	=	peil
peilvak	noun	deel van een waterweg waarvoor één peilbesluit geldt
peilvakje	=	peilvak
peilvakjes	=	peilvak
peilvakken	=	peilvak
peilverlaging	noun	het bewust verlagen van het oppervlaktewaterpeil (zoals in sloten, kanalen of meren) door een waterschap.
peilverlagingen	=	peilverlaging
peilverlaginkje	=	peilverlaging
peilverlaginkjes	=	peilverlaging
peine	noun|obsolete	oude schrijfwijze voor: pene, straf
peins	=	peinzen
peinsde	=	peinzen
peinsden	=	peinzen
peinst	=	peinzen
peinze	=	peinzen
peinzen	verb	heel diep nadenken
peinzend	adj	diep en serieus nadenkend
peinzende	=	peinzen
peinzender	=	peinzend
peinzendere	=	peinzend
peinzenders	=	peinzend
peinzends	=	peinzend
peinzendst	=	peinzend
peinzendste	=	peinzend
peinzer	noun	iemand die voortdurend nadenkt; iemand die zich aan gepeins overgeeft
peinzers	=	peinzer
peinzertje	=	peinzer
peinzertjes	=	peinzer
peizelijk	adj	betreffende een rustige zorgeloze gemoedstoestand
peizelijke	=	peizelijk
peizelijker	=	peizelijk
peizelijkere	=	peizelijk
peizelijkers	=	peizelijk
peizelijks	=	peizelijk
peizelijkst	=	peizelijk
peizelijkste	=	peizelijk
peizen	verb|obsolete	diep nadenken
peizend	=	peizen
peizende	=	peizen
pejoratief	adj	minachting tonend	noun	een woord waarmee minachting getoond wordt
pejoratiefje	=	pejoratief
pejoratiefjes	=	pejoratief
pejoratiefs	=	pejoratief
pejoratiefst	=	pejoratief
pejoratiefste	=	pejoratief
pejoratieve	=	pejoratief
pejoratieven	=	pejoratief
pejoratiever	=	pejoratief
pejoratievere	=	pejoratief
pejoratievers	=	pejoratief
pek	noun	bitumineuze vaste stof
pekari	noun	Tayassuidae zoogdier uit een familie van evenhoevigen lijkend op de varkens uit de Oude Wereld.
pekari's	noun	Tayassuidae een familie van evenhoevigen.
pekarietje	=	pekari
pekblende	noun	zeer sterk radioactief uraniumerts, het belangrijkste oxide van uranium, met de chemische formule UO₂
pekbloem	noun	Silene armeria een eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae), van nature voorkomend in Midden- en Zuid-Europa
pekbloemen	=	pekbloem
pekbloemetje	=	pekbloem
pekbloemetjes	=	pekbloem
pekbloempje	=	pekbloem
pekbloempjes	=	pekbloem
pekbroek	=	pikbroek
pekel	noun	oplossing van zout (NaCl) in water
pekelbad	noun	bassin met bijna verzadigde zoutoplossing waarin iets ondergedompeld wordt
pekelbaden	=	pekelbad
pekelde	=	pekelen
pekelden	=	pekelen
pekele	=	pekelen
pekelen	verb	blootstellen aan een sterke oplossing van zout
pekelend	=	pekelen
pekelende	=	pekelen
pekelharing	noun	in pekel geconserveerde haring
pekelharingen	=	pekelharing
pekelharinkje	=	pekelharing
pekelharinkjes	=	pekelharing
pekelhoer	noun	oude hoer
pekelhoeren	=	pekelhoer
pekelhoertje	=	pekelhoer
pekelhoertjes	=	pekelhoer
pekelkreeftjes	noun	een middelgrote, vrij primitieve, orde Anostraca van de kreeftachtigen
pekelt	=	pekelen
pekelwater	noun	water waarin veel zout zit opgelost
pekelzonde	noun	onbeduidend vergrijp
pekelzonden	=	pekelzonde
pekelzondes	=	pekelzonde
pekelzondetje	=	pekelzonde
pekelzondetjes	=	pekelzonde
pekinees	noun	kleine hond afkomstig uit China (+/- 28 cm hoog als volwassen dier)
pekineesje	=	pekinees
pekineesjes	=	pekinees
pekinese	noun	een vrouwelijke inwoner van Peking, of een vrouw afkomstig uit Peking
pekinesen	=	pekinese
pekinezen	=	pekinees
peking	noun	een soort kunstzijde
pekingees	noun	een inwoner van Peking, of iemand afkomstig uit Peking	adj	op Peking betrekking hebbend
pekinger	noun	een inwoner van Peking, of iemand afkomstig uit Peking
pekingers	=	pekinger
pekingese	=	pekingees
pekingezen	=	pekingees
pekings	adj	op Peking betrekking hebbend
pekingse	noun	een vrouwelijke inwoner van Peking, of een vrouw afkomstig uit Peking
pekingsen	=	pekingse
pekingwitbrauwzanger	noun	Rhopophilus pekinensis een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
pekingwitbrauwzangers	=	pekingwitbrauwzanger
pekingwitbrauwzangertje	=	pekingwitbrauwzanger
pekingwitbrauwzangertjes	=	pekingwitbrauwzanger
pekke	=	pekken
pekkel	noun	fietsstandaard, waarmee een fiets rechtop kan blijven staan
pekkels	=	pekkel
pekkeltje	=	pekkel
pekkeltjes	=	pekkel
pekken	verb	met pek besmeren of bedekken
pekkend	=	pekken
pekkende	=	pekken
pekklaver	noun	Bituminaria bituminosa een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
pekklavers	=	pekklaver
pekklavertje	=	pekklaver
pekklavertjes	=	pekklaver
pekmortelmacadam	noun	wegverharding, bestaande uit steenslag met bindmiddel hoofdzakelijk bestaande uit pek
pekoven	noun	oven waarin pek uit teer of uit dennenhout gestookt wordt
pekovens	=	pekoven
pekoventje	=	pekoven
pekoventjes	=	pekoven
peksteel	noun	Picipes badius een paddenstoel uit de familie Polyporaceae.
peksteelbreedvoet	noun	Seri obscuripennis een vliegensoort uit de familie van de breedvoetvliegen (Platypezidae).
peksteelbreedvoeten	=	peksteelbreedvoet
peksteelbreedvoetje	=	peksteelbreedvoet
peksteelbreedvoetjes	=	peksteelbreedvoet
peksteeltje	=	peksteel
peksteeltjes	=	peksteel
pekstelen	=	peksteel
pekt	=	pekken
pekte	=	pekken
pekten	=	pekken
pekton	noun	een vat met pek
pektonnen	=	pekton
pel	noun	omhullende laag die als bescherming om iets heen is gegroeid
pelagiaan	noun	aanhanger van het pelagianisme: het geloof dat de zondeval de menselijke natuur niet heeft bedorven en dat de sterfelijke wil nog steeds in staat is tussen het goede en het kwade te kiezen zonder dat hier speciale goddelijke interventie voor nodig is
pelagianen	=	pelagiaan
pelagisch	adj	van, betreffende, voorkomende in de diepe zee
pelagische	=	pelagisch
pelagischer	=	pelagisch
pelagischere	=	pelagisch
pelagischers	=	pelagisch
pelagoscoop	noun|obsolete	toestel waarmee je vanaf een boot beter beneden het wateroppervlak kan zien
pelargonium	noun	benaming voor planten uit het geslacht Pelargonium, die oorspronkelijk in zuidelijk Afrika voorkwamen maar nu op veel plaatsen als sierplant groeien
pelargoniumroest	noun	Puccinia pelargonii-zonalis een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
pelargoniumroesten	=	pelargoniumroest
pelargoniumroestje	=	pelargoniumroest
pelargoniumroestjes	=	pelargoniumroest
pelargoniums	=	pelargonium
pelde	=	pellen
pelden	=	pellen
pele	=	pelen
peledmarene	noun	Coregonus peled een straalvinnige vissensoort uit de familie van zalmen (Salmonidae).
peledmarenes	=	peledmarene
pelen	verb	de huid grondig reinigen en ontdoen van dode cellen
pelend	=	pelen
pelende	=	pelen
pelengrupsvogel	noun	Coracina schistacea een vogel uit de familie van de rupsvogels.
pelengrupsvogels	=	pelengrupsvogel
pelengrupsvogeltje	=	pelengrupsvogel
pelengrupsvogeltjes	=	pelengrupsvogel
pelengspookdier	noun	Tarsius pelengensis primaat uit de familie van de spookdiertjes (Tarsiidae).
pelengspookdieren	=	pelengspookdier
pelengspookdiertje	=	pelengspookdier
pelengspookdiertjes	=	pelengspookdier
pelengwaaierstaart	noun	Rhipidura habibiei een endemische vogel uit de regenbossen van het het eiland Peleng (Banggai-eilanden bij Celebes, Indonesië).
pelengwaaierstaarten	=	pelengwaaierstaart
pelengwaaierstaartje	=	pelengwaaierstaart
pelengwaaierstaartjes	=	pelengwaaierstaart
pelerientje	=	pelerine
pelerientjes	=	pelerine
pelerine	noun	kort schoudermanteltje, door dames op een japon gedragen
pelerines	=	pelerine
peletiet	noun	lid van de lijfwacht van David-1, bestaande uit Keretieten en Peletieten; deze namen houden mogelijk verband met Kreta en Filistijnen (7×: 2 Sam. 8:18 +, 1 Kon. 1:38 +, 1 Kron. 18:17)
peletieten	=	peletiet
pelgrim	noun	iemand die een bedevaart onderneemt
pelgrimage	noun	een (pelgrims)reis naar een bedevaartsoord die een bijzondere betekenis heeft binnen een religie (ook in overdrachtelijke zin)
pelgrimages	=	pelgrimage
pelgrimmetje	=	pelgrim
pelgrimmetjes	=	pelgrim
pelgrimpje	=	pelgrim
pelgrimpjes	=	pelgrim
pelgrims	=	pelgrim
pelgrimsreis	noun	reis naar een heilige plaats
pelgrimsreizen	=	pelgrimsreis
pelgrimsstaf	noun	lange wandelstok
pelgrimsstaven	=	pelgrimsstaf
pelgrimstocht	noun	de bedevaart
pelgrimstochten	=	pelgrimstocht
pelgrimstochtje	=	pelgrimstocht
pelgrimstochtjes	=	pelgrimstocht
pelikaan	noun	benaming voor vogels uit de familie Pelecanidae, grote watervogels met opvallende ondersnavel die op een schepnet lijkt
pelikaanachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een pelikaan
pelikaanachtige	=	pelikaanachtig
pelikaanachtiger	=	pelikaanachtig
pelikaanachtigere	=	pelikaanachtig
pelikaanachtigers	=	pelikaanachtig
pelikaanachtigs	=	pelikaanachtig
pelikaanachtigst	=	pelikaanachtig
pelikaanachtigste	=	pelikaanachtig
pelikaanalen	noun	een familie Saccopharyngidae van straalvinnige vissen uit de orde van alen (Saccopharyngiformes)
pelikaansvoet	noun	Aporrhais pespelecani een zeeslak die leeft in kolonies in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan van Noorwegen tot de Middellandse Zee en ook in de Zwarte Zee.
pelikaansvoeten	noun	Aporrhaidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
pelikaansvoetje	=	pelikaansvoet
pelikaansvoetjes	=	pelikaansvoet
pelikaantje	=	pelikaan
pelikaantjes	=	pelikaan
pelikanen	noun	Pelecanidae een familie van watervogels die bekend zijn door hun opvallende uiterlijk, hun grootte en hun gedrag.
pelinglijster	noun	Geokichla mendeni een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
pelinglijsters	=	pelinglijster
pelinglijstertje	=	pelinglijster
pelinglijstertjes	=	pelinglijster
pelioslijster	noun	Turdus pelios een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae)
pelioslijsters	=	pelioslijster
pelioslijstertje	=	pelioslijster
pelioslijstertjes	=	pelioslijster
pellagra	noun	een vitaminedeficiëntieziekte, die meestal samenhangt met een chronisch gecombineerd tekort aan nicotinezuur (vitamine B3) en zijn precursor, het essentiële aminozuur tryptofaan
pellagra's	=	pellagra
pelle	=	pellen
pellen	verb	van zijn omhulsel of dop ontdoen	noun	tafellinnen met eenvoudige blokachtige patronen
pellend	=	pellen
pellende	=	pellen
pellengoed	noun	met blokjes, oogjes enz. geweven linnen
pellengoederen	=	pellengoed
pellengoedje	=	pellengoed
pellengoedjes	=	pellengoed
peller	noun	iemand die de schil ergens vanaf haalt
pellerij	noun	onderneming waarbij men een schilletje ergens vanaf haalt
pellerijen	=	pellerij
pellers	=	peller
pellet	noun	brok, klomp, bal(letje)
pellet-bbq	abbrev	pelletbarbecue
pelletbarbecue	noun	toestel om vlees te roosteren dat wordt gestookt met brokjes samengeperst hout
pelletbarbecues	=	pelletbarbecue
pelletbarbecuetje	=	pelletbarbecue
pelletbarbecuetjes	=	pelletbarbecue
pelletje	=	pel
pelletjes	noun	alleen verkleinwoord aandoening van de hoofdhuid die schilfertjes veroorzaakt
pellets	=	pellet
pelliculair	adj	op een dun laagje (film) betrekking hebbend, vliesachtig
pelliculaire	=	pelliculair
pelliculairs	=	pelliculair
pelmolen	noun	molen waarin vroeger gerst tot gort (en later rijst) gepeld werd, om het kaf van de graankorrel te scheiden
pelmolens	=	pelmolen
pelomedusa's	noun	een familie Pelomedusidae van schildpadden
peloponnesisch	adj	betreffende de taal, bewoners of cultuur van het Griekse eiland de Peloponnesos
peloponnesische	=	peloponnesisch
peloponnesischer	=	peloponnesisch
peloponnesischere	=	peloponnesisch
peloponnesischers	=	peloponnesisch
peloponnesoshagedis	noun	Podarcis peloponnesiacus een middelgrote hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
peloponnesoshagedisje	=	peloponnesoshagedis
peloponnesoshagedisjes	=	peloponnesoshagedis
peloponnesoshagedissen	=	peloponnesoshagedis
peloponnesoskielhagedis	noun	Algyroides moreoticus een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
peloponnesoskielhagedisje	=	peloponnesoskielhagedis
peloponnesoskielhagedisjes	=	peloponnesoskielhagedis
peloponnesoskielhagedissen	=	peloponnesoskielhagedis
pelorie	noun	afwijkende bloeiwijze met meer dan één draaisymmetrie, terwijl de bloeiwijze van de betreffende soort gewoonlijk alleen maar één spiegelsymmetrie kent
pelorietje	=	pelorie
pelorieën	=	pelorie
pelorisch	adj	van de aard van een pelorie
pelorische	=	pelorisch
pelorischer	=	pelorisch
pelorischere	=	pelorisch
pelorischers	=	pelorisch
peloton	noun	groep van enige tientallen soldaten met één officier, onderdeel van een compagnie
pelotonnetje	=	peloton
pelotonnetjes	=	peloton
pelotonremmer	noun	snelheidsremmende strook voor fietsers
pelotonremmers	=	pelotonremmer
pelotons	=	peloton
pelotonscommandant	noun	leidinggevend officier van een peloton
pelotonscommandanten	=	pelotonscommandant
pelotte	noun	kaatsspel
pelottes	=	pelotte
pelpinda	noun	een pinda waar de dop nog omheen zit en eerst gepeld moet worden alvorens die kan worden opgegeten
pelpinda's	=	pelpinda
pels	noun	de dichtbehaarde huid van verschillende dieren
pelsbaarzen	noun	een familie Caracanthidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
pelsdier	noun	zoogdier waarvan de behaarde huid als bont gebruikt wordt
pelsdieren	=	pelsdier
pelsdierenfokkerij	noun	het fokken van pelsdieren
pelsdierenfokkerijen	=	pelsdierenfokkerij
pelsdiertje	=	pelsdier
pelsdiertjes	=	pelsdier
pelsen	adj	gemaakt van bont
pelser	noun	benaming voor de Europese sardine Sardina pilchardus, gebruikt voor de volgroeide exemplaren
pelsers	=	pelser
pelsgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7000 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7000 ( ).
pelsgrijze	=	pelsgrijs
pelsjager	noun	zeer stoere (Amerikaanse) man die jaagt op dieren voor de (bont)vacht
pelsjagers	=	pelsjager
pelsjas	noun	jas, met bont gevoerd
pelsjasje	=	pelsjas
pelsjasjes	=	pelsjas
pelsjassen	=	pelsjas
pelsje	=	pels
pelsjes	=	pels
pelskever	noun	Attagenus pellio een kever uit de familie van de spektorren (Dermitidae).
pelskevers	=	pelskever
pelskevertje	=	pelskever
pelskevertjes	=	pelskever
pelsmantel	noun	een mantel vervaardigd van het bont van pelsdieren
pelsmantels	=	pelsmantel
pelsmanteltje	=	pelsmantel
pelsmanteltjes	=	pelsmantel
pelsmos	noun	een geslacht Porella van levermossen uit de familie Porellaceae.
pelsmuts	noun	hoofddeksel gemaakt van bont
pelsmutsen	=	pelsmuts
pelsmutsje	=	pelsmuts
pelsmutsjes	=	pelsmuts
pelsrob	noun	zoogdier uit de onderfamilie Arctocephalinae van oorrobben die voornamelijk op het zuidelijk halfrond leven
pelsrobben	=	pelsrob
pelsrobje	=	pelsrob
pelstekelstaarteekhoorn	noun	Anomalurus pelii knaagdier uit de familie stekelstaarteekhoorns dat voorkomt van Guinee in het westen tot Ghana in het oosten
pelstekelstaarteekhoorns	=	pelstekelstaarteekhoorn
pelstekelstaarteekhoorntje	=	pelstekelstaarteekhoorn
pelstekelstaarteekhoorntjes	=	pelstekelstaarteekhoorn
pelswerk	noun	een patroon van twee afwisselende kleuren dat het schild bedekt
pelswerken	=	pelswerk
pelswerker	noun	iemand die bont bewerkt of verwerkt
pelswerkers	=	pelswerker
pelswerkertje	=	pelswerker
pelswerkertjes	=	pelswerker
pelt	=	pellen
pelterij	noun	kostbaar bont
pelterijen	=	pelterij
peltops	noun	Peltops een geslacht van zangvogels uit de familie orgelvogels (Cracticidae).
peltopsen	=	peltops
peltopsje	=	peltops
peltopsjes	=	peltops
peluw	noun|obsolete	kussen waarop het hoofd gelegd kan worden bij het slapen gaan
peluwen	=	peluw
peluws	=	peluw
peluwtje	=	peluw
peluwtjes	=	peluw
pelvicus	adj	tot het bekken behorend
pelzen	adj	gemaakt van een pels
pemba	noun	witte klei die men gebruikt bij wintirituelen
pembabrilvogel	noun	Zosterops vaughani een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
pembabrilvogels	=	pembabrilvogel
pembabrilvogeltje	=	pembabrilvogel
pembabrilvogeltjes	=	pembabrilvogel
pembadwergooruil	noun	Otus pembaensis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
pembadwergooruilen	=	pembadwergooruil
pembadwergooruiltje	=	pembadwergooruil
pembadwergooruiltjes	=	pembadwergooruil
pembahoningzuiger	noun	Cinnyris pembae een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
pembahoningzuigers	=	pembahoningzuiger
pembahoningzuigertje	=	pembahoningzuiger
pembahoningzuigertjes	=	pembahoningzuiger
pembapapegaaiduif	noun	Treron pembaensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
pembapapegaaiduifje	=	pembapapegaaiduif
pembapapegaaiduifjes	=	pembapapegaaiduif
pembapapegaaiduiven	=	pembapapegaaiduif
pembavleerhond	noun	Pteropus voeltzkowi vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
pembavleerhonden	=	pembavleerhond
pembavleerhondje	=	pembavleerhond
pembavleerhondjes	=	pembavleerhond
pemfigus	noun	ernstige auto-immuunziekte die blaren op de huid veroorzaakt
pemphigus	=	pemfigus
pen	noun	instrument om met inkt te schrijven of te tekenen
pen-en-gatverbinding	noun	een houtverbinding waarbij twee houten onderdelen door middel van een pen-gat met elkaar worden verbonden
pen-en-gatverbindingen	=	pen-en-gatverbinding
pen-en-gatverbindinkje	=	pen-en-gatverbinding
pen-en-gatverbindinkjes	=	pen-en-gatverbinding
penaal	adj	strafrechtelijk
penaals	=	penaal
penaalst	=	penaal
penaalste	=	penaal
penages	adj	rustig, kalm, gemakkelijk
penale	=	penaal
penaler	=	penaal
penalere	=	penaal
penalers	=	penaal
penaliseer	=	penaliseren
penaliseerde	=	penaliseren
penaliseerden	=	penaliseren
penaliseert	=	penaliseren
penalisere	=	penaliseren
penaliseren	verb	bestraffen, beboeten
penaliserend	=	penaliseren
penaliserende	=	penaliseren
penaliteit	noun	strafbepaling, straf
penaliteiten	=	penaliteit
penalty	noun	een directe vrije trap voor de aanvallende partij na een zware overtreding van de verdedigende partij binnen het strafschopgebied
penalty's	=	penalty
penalty'tje	=	penalty
penalty'tjes	=	penalty
penaltyserie	noun	een methode in het voetbal om een winnaar aan te wijzen in een wedstrijd die na de reguliere speeltijd en verlenging in een gelijkspel is geëindigd.
penaltyseries	=	penaltyserie
penaltyserietje	=	penaltyserie
penaltyserietjes	=	penaltyserie
penaltystip	noun	een stip op het voetbalveld, 11 meter van het doel gelegen, vanwaar de strafschop genomen kan worden als er een overtreding is gemaakt in het strafschop gebied
penaltystippen	=	penaltystip
penanbaardbuulbuul	noun	Alophoixus ruficrissus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
penanbaardbuulbuuls	=	penanbaardbuulbuul
penanbaardbuulbuultje	=	penanbaardbuulbuul
penanbaardbuulbuultjes	=	penanbaardbuulbuul
penant	noun	steunbeer in het fundament van een gebouw
penanten	=	penant
penantie	noun	strafschop, penalty
penanties	=	penantie
penantje	=	penant
penantkastje	noun	muurkastje of los kastje tussen twee vensters
penantkastjes	=	penantkastje
penantspiegel	noun	langwerpig smalle spiegel tussen twee vensters
penantspiegels	=	penantspiegel
penantspiegeltje	=	penantspiegel
penanttafel	noun	hoog, smal (van een spiegel voorzien) tafeltje tussen twee vensters
penanttafels	=	penanttafel
penarie	noun	armoede, narigheid, problemen
penaten	noun	beschermende huisgoden bij de Romeinen
pence	=	penny
pendag	noun	eerste ziektedag of ziektedagen waarop iemand nog geen ziektegeld ontvangt
pendagen	=	pendag
pendant	noun	Een kunstobject dat de tegenhanger is van een ander kunstobject.
pendanten	=	pendant
pendantje	=	pendant
pendantjes	=	pendant
pende	=	pennen
pendel	noun	hanglamp
pendelaar	noun	iemand die bij herhaling heen en weer rijdt
pendelaars	=	pendelaar
pendelaarster	noun	vrouwelijke pendelaar
pendelaarsters	=	pendelaarster
pendelaarstertje	=	pendelaarster
pendelaarstertjes	=	pendelaarster
pendelaartje	=	pendelaar
pendelaartjes	=	pendelaar
pendelaren	=	pendelaar
pendelbeweging	noun	ritmische beweging van de ene naar de andere kant (heen en weer)
pendelbewegingen	=	pendelbeweging
pendelbeweginkje	=	pendelbeweging
pendelbeweginkjes	=	pendelbeweging
pendelbus	noun	een bus die voor een pendeldienst in gebruik is en dus steeds heen en weer rijdt tussen twee bestemmingen
pendelbusje	=	pendelbus
pendelbusjes	=	pendelbus
pendelbussen	=	pendelbus
pendelde	=	pendelen
pendelden	=	pendelen
pendeldienst	noun	vorm van openbaar vervoer tussen twee, dicht bij elkaar gelegen bestemmingen
pendeldiensten	=	pendeldienst
pendele	=	pendelen
pendelen	verb	het beantwoorden van (levens)vragen met behulp van een pendel, een vaak druppelvormig metalen, glazen of houten voorwerp aan een draad of kettinkje.
pendelend	=	pendelen
pendelende	=	pendelen
pendels	=	pendel
pendelt	=	pendelen
pendeltje	=	pendel
pendeltjes	=	pendel
pendelverkeer	noun	verkeer dat op- en neergaat tussen twee plaatsen
penden	=	pennen
pendoorn	noun	Gymnosporia buxifolia een struik of klein boompje dat wijdverspreid in Zuid-Afrika voorkomt.
pendoornen	=	pendoorn
pendoorns	=	pendoorn
pendoorntje	=	pendoorn
pendoorntjes	=	pendoorn
pendrive	noun	extern flashgeheugen, oorspronkelijk in de vorm van een pen, dat op een USB-poort van een computer kan worden aangesloten.
pendrives	=	pendrive
pendule	noun	klein slingeruurwerk dat binnenshuis gebruikt wordt en meestal op een kast of dressoir staat, vaak als siervoorwerp
pendulebeweging	noun	de beweging van een pendule
pendulebewegingen	=	pendulebeweging
pendules	=	pendule
penduletje	=	pendule
penduletjes	=	pendule
penduultje	=	pendule
penduultjes	=	pendule
pene	noun|obsolete	boete of andere straf op het overtreden van een bepaling in een contract, reglement of overheidsbesluit
penen	=	peen
penetrabel	adj	doordringbaar
penetrabele	=	penetrabel
penetrabeler	=	penetrabel
penetrabelere	=	penetrabel
penetrant	adj	doordringend
penetrante	=	penetrant
penetranter	=	penetrant
penetrantere	=	penetrant
penetranters	=	penetrant
penetrantie	noun	doordringendheid
penetrants	=	penetrant
penetrantst	=	penetrant
penetrantste	=	penetrant
penetratie	noun	doordringing, binnendringing
penetraties	=	penetratie
penetratietje	=	penetratie
penetreer	=	penetreren
penetreerde	=	penetreren
penetreerden	=	penetreren
penetreert	=	penetreren
penetrere	=	penetreren
penetreren	verb	diep in iets doordringen, binnendringen
penetrerend	=	penetreren
penetrerende	=	penetreren
pengat	noun	gat waar een houten pen in gestopt kan worden als deel van een pen-gat-verbinding
pengaten	=	pengat
penhoren	noun	horen (hoorn) in de vorm van een pen
penhorens	=	penhoren
penhorentje	=	penhoren
penhorentjes	=	penhoren
penhouder	noun	een voorwerp bedoeld om een pen in te steken of op te leggen
penhouders	=	penhouder
penhoudertje	=	penhouder
penhoudertjes	=	penhouder
penibel	adj	van een situatie dat deze heel gevaarlijk is
penibele	=	penibel
penibeler	=	penibel
penibelere	=	penibel
penibelers	=	penibel
penibels	=	penibel
penibelst	=	penibel
penibelste	=	penibel
penicillinase	noun	verhoogde weerstand tegen penseelschimmel
penicilline	noun	een in 1928 door de Britse arts-bacterioloog Alexander Fleming ontdekte antibacteriële stof die het eerste algemeen bruikbare antibioticum opleverde.
penicillinen	=	penicilline
penicillines	=	penicilline
penis	noun	het mannelijk geslachtsdeel
penisdokter	noun|informal	arts voor aandoeningen die verband houden met het geslachtsdeel van de man
penisdokters	=	penisdokter
penisje	=	penis
penisjes	=	penis
peniskoker	noun	koker die door de mannen van verschillende primitieve volken over de penis gedragen wordt
peniskokers	=	peniskoker
peniskokertje	=	peniskoker
peniskokertjes	=	peniskoker
penismeter	noun	bandje waarmee de omtrek van een piemel in erectie kan worden vastgesteld
penismeters	=	penismeter
penisnijd	noun	de door Freud veronderstelde, onbewuste afgunst bij de vrouw wegens het gemis van een penis
penisring	noun	een ring van metaal, rubber, leer of siliconen die om de penis geschoven wordt en als doel heeft langer een erectie te houden
penisringen	=	penisring
penisringetje	=	penisring
penisringetjes	=	penisring
penissen	=	penis
penisvis	noun	Urechis unicinctus een penisvormige lepelworm uit de familie Urechidae.
penisvisje	=	penisvis
penisvisjes	=	penisvis
penisvissen	=	penisvis
penisvormig	adj	vorm van een penis hebbend
penisvormige	=	penisvormig
penisvormiger	=	penisvormig
penisvormigere	=	penisvormig
penisvormigers	=	penisvormig
penisvormigs	=	penisvormig
penisvormigst	=	penisvormig
penisvormigste	=	penisvormig
peniswormen	noun	een stam Priapulida van het dierenrijk waarvan de soorten een fors, cilindrisch lichaam met uitwendige ringen hebben die geen echte segmentatie weergeven.
penitent	noun	iemand die berouw heeft van zijn misdaden
penitenten	=	penitent
penitentiair	adj	betrekking hebbend op bestraffing
penitentiairder	=	penitentiair
penitentiairdere	=	penitentiair
penitentiairders	=	penitentiair
penitentiaire	=	penitentiair
penitentiairs	=	penitentiair
penitentiairst	=	penitentiair
penitentiairste	=	penitentiair
penitentie	noun	een boetedoening in de vorm van gebeden of goede werken, die na de belijdenis en absolutie van de zonden in de biecht door de priester aan de biechteling wordt opgelegd
penitenties	=	penitentie
penitentietje	=	penitentie
penitentietjes	=	penitentie
penjing	noun	de traditionele Chinese kunst van het creëren van miniatuurlandschappen in potten of schalen.
penjings	=	penjing
penjinkje	=	penjing
penjinkjes	=	penjing
pennantrosella	noun	Platycercus elegans een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
pennantrosella's	=	pennantrosella
pennantrosellaatje	=	pennantrosella
pennantrosellaatjes	=	pennantrosella
penne	noun	langwerpige, buisvormige pasta met een geribbeld oppervlak en schuin afgesneden uiteinden
penne's	=	penne
pennen	verb	ijverig schrijven met een pen
pennenbak	noun	een bak waarin pennen(houders) kunnen liggen
pennenbakje	=	pennenbak
pennenbakjes	=	pennenbak
pennenbakken	=	pennenbak
pennend	=	pennen
pennende	=	pennen
pennenhouder	noun	stokje waarin men een (kroontjes)pen kan steken om mee te kunnen schrijven
pennenhouders	=	pennenhouder
pennenlikker	noun	kantoorbediende
pennenlikkers	=	pennenlikker
pennenmes	noun	een klein scherp mes
pennenmesje	=	pennenmes
pennenmesjes	=	pennenmes
pennenmessen	=	pennenmes
pennenschaft	noun	Tubularia indivisa een hydroïdpoliep uit de familie Tubulariidae.
pennenschaften	=	pennenschaft
pennenschaftje	=	pennenschaft
pennenschaftjes	=	pennenschaft
pennenschaftmosdiertje	noun	Alcyonidium hydrocoalitum een mosdiertjessoort uit de familie van de Alcyonidiidae.
pennenschaftmosdiertjes	=	pennenschaftmosdiertje
pennenset	noun	een groep bij elkaar horende pennen
pennensets	=	pennenset
pennenstok	noun	houder voor een kroontjespen
pennenstokken	=	pennenstok
pennenstreek	noun	een handeling van iemand met macht die grote gevolgen kan hebben
pennenstreken	=	pennenstreek
pennenstrijd	noun	openbaar uitgevochten strijd met de pen (vroeger, tegenwoordig met modernere middelen)
pennenstrijden	=	pennenstrijd
pennenstrijdje	=	pennenstrijd
pennentrek	noun	haal met een instrument dat inkt in een doorgaande lijn aanbrengt
pennentrekken	=	pennentrek
pennenvogel	noun|obsolete	benaming voor dagvlinders uit de orde Lepidoptera, vooral die met een paarse kleur
pennenvogels	=	pennenvogel
pennenvriend	noun	iemand waarop je gesteld bent, maar waarmee je alleen of hoofdzakelijk per brief contact hebt
pennenvrienden	=	pennenvriend
pennenvrucht	noun	hetgeen dat iemand geschreven heeft
pennenvruchten	=	pennenvrucht
pennenvruchtje	=	pennenvrucht
pennenvruchtjes	=	pennenvrucht
pennenzak	noun	bergplaats voor pennen en andere kleine school benodigdheden
pennenzakje	=	pennenzak
pennenzakjes	=	pennenzak
pennenzakken	=	pennenzak
penner	noun	schrijver, penvoerder, griffier, klerk
penners	=	penner
pennes	=	penne
pennetje	=	pen
pennetjes	=	pen
pennevrucht	=	pennenvrucht
penning	noun	koperen munt van lage waarde
penningen	=	penning
penningkruid	noun	bepaald soort wederik, Lysimachia nummularia
penningkunde	noun	wetenschap van de oude munten en penningen
penningkundig	adj	betrekking hebbend op de wetenschap van de oude munten en penningen
penningkundige	noun	deskundige op het gebied van oude munten en penningen
penningkundigen	=	penningkundige
penningkundigs	=	penningkundig
penningmeester	noun	iemand die het geld beheert van een vereniging
penningmeesteres	noun	een vrouwelijke penningmeester
penningmeesteresje	=	penningmeesteres
penningmeesteresjes	=	penningmeesteres
penningmeesteressen	=	penningmeesteres
penningmeesters	=	penningmeester
penningmeesterschap	noun	hoedanigheid van penningmeesterzijn, wat de functie van penningmeester zoal inhoudt
penningmeesterschapje	=	penningmeesterschap
penningmeesterschapjes	=	penningmeesterschap
penningmeesterschappen	=	penningmeesterschap
penningmeestertje	=	penningmeester
penningmeestertjes	=	penningmeester
penningske	=	penning
penningskes	=	penning
penningsnijder	noun	graveur van penningen
penningsnijders	=	penningsnijder
penninkje	=	penning
penninkjes	=	penning
pennoen	noun|historical	vlaggetje dat als herkenningsteken aan de lans van een ridder zat
pennoenen	=	pennoen
pennoentje	=	pennoen
pennoentjes	=	pennoen
penny	noun	kleinste Britse munt, Engelse stuiver
penny's	=	penny
pennywafel	noun	krokant koekje dat bestaat uit een aantal wafeltjes met zoetigheid ertussen en aan één kant chocolade
pennywafelen	=	pennywafel
pennywafels	=	pennywafel
pennywafeltje	=	pennywafel
pennywafeltjes	=	pennywafel
penologie	noun	wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoeken van de effectiviteit van formele straffen
penopauze	noun	periode met snelle daling van de testosteron productie bij de ouder wordende man; mid-life crisis
penopauzen	=	penopauze
penopauzes	=	penopauze
penopauzetje	=	penopauze
penoze	noun	onderwereld, onderling vertrouwelijke "collega's", crimineel circuit
pens	noun	bij herkauwers de eerste afdeling van de maag
pensa	=	pensum
pensee	noun	benaming voor Viola tricolor
penseel	noun	een stuk gereedschap om verf aan te brengen dat bestaat uit een steel waarop zacht en soepel haar is bevestigd
penseelaapje	noun	Callithrix jacchus aapje van de Nieuwe Wereld dat leeft in het noordoosten van Brazilië
penseelaapjes	=	penseelaapje
penseeldikkopmos	noun	Brachythecium populeum een soort mos uit het geslacht dikkopmos (Brachythecium).
penseeldikkopmosje	=	penseeldikkopmos
penseeldikkopmosjes	=	penseeldikkopmos
penseeldikkopmossen	=	penseeldikkopmos
penseelfranjezwam	noun	Thelephora penicillata een paddenstoel uit de familie Thelephoraceae.
penseelfranjezwammen	=	penseelfranjezwam
penseelfranjezwammetje	=	penseelfranjezwam
penseelfranjezwammetjes	=	penseelfranjezwam
penseelkever	noun	Trichius fasciatus een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae).
penseelkevers	noun	een geslacht Trichius uit de familie van de bladsprietkevers (Scarabaeidae).
penseelkevertje	=	penseelkever
penseelkevertjes	=	penseelkever
penseelkrab	noun	Hemigrapsus takanoi een kleine krabbensoort die ook in Nederland en België is waargenomen.
penseelkrabben	=	penseelkrab
penseelkrabbetje	=	penseelkrab
penseelkrabbetjes	=	penseelkrab
penseelparasolvogel	noun	Cephalopterus glabricollis de op een na grootste zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
penseelparasolvogels	=	penseelparasolvogel
penseelparasolvogeltje	=	penseelparasolvogel
penseelparasolvogeltjes	=	penseelparasolvogel
penseelschimmel	noun	Penicillium een genus van schimmels met kleine penseelvormig vertakte sporendragers
penseelschimmels	=	penseelschimmel
penseelschimmeltje	=	penseelschimmel
penseelschimmeltjes	=	penseelschimmel
penseelstaartbuidelmuis	noun	zoogdier uit het geslacht Phascogale van roofbuideldieren.
penseelstaartbuidelmuisje	=	penseelstaartbuidelmuis
penseelstaartbuidelmuisjes	=	penseelstaartbuidelmuis
penseelstaartbuidelmuizen	noun	Phascogale een geslacht van roofbuideldieren.
penseelstaartslaapmuis	noun	Graphiurus murinus knaagdier uit de familie van de slaapmuizen (Gliridae).
penseelstaartslaapmuisje	=	penseelstaartslaapmuis
penseelstaartslaapmuisjes	=	penseelstaartslaapmuis
penseelstaartslaapmuizen	=	penseelstaartslaapmuis
penseelstreek	noun	verf die in één keer met een ronde kwast op een schilderij is aangebracht
penseelstreekje	=	penseelstreek
penseelstreekjes	=	penseelstreek
penseelstreken	=	penseelstreek
penseeltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort miljoenpoot, Polyxenus lagurus uit de familie van de Polyxenidae
penseeltjes	=	penseel
penseelvissen	noun	een familie Hemiodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
penseelvoering	noun	de voor een schilder typische schildertechniek
penseelvoeringen	=	penseelvoering
penseelvormig	adj	vorm van een penseel hebbend
penseelvormige	=	penseelvormig
penseelvormiger	=	penseelvormig
penseelvormigere	=	penseelvormig
penseelvormigers	=	penseelvormig
penseelvormigs	=	penseelvormig
penseelvormigst	=	penseelvormig
penseelvormigste	=	penseelvormig
penseelzwijn	noun	Potamochoerus porcus een zoogdier uit de familie van de varkens (Suidae).
penseelzwijnen	=	penseelzwijn
penseelzwijntje	=	penseelzwijn
penseelzwijntjes	=	penseelzwijn
pensees	=	pensee
penseetje	=	pensee
penseetjes	=	pensee
penselen	=	penseel
pensen	=	pens
penserij	noun	darmen en andere ingewanden van dieren die gebruikt worden als goedkoop voedsel
penserijen	=	penserij
penshonado	noun	iemand die pensioen ontvangt
penshonado's	=	penshonado
penshonadoregeling	noun|obsolete	fiscale afspraken die het voor vermogende Nederlanders of vreemdelingen aantrekkelijk maakte om zich op de Antillen te vestigen
penshonadoregelingen	=	penshonadoregeling
penshonadowetgeving	noun|obsolete	wet die het voor vermogende Nederlanders of vreemdelingen aantrekkelijk maakte om zich op de Antillen te vestigen
penshonadowetgevingen	=	penshonadowetgeving
pensioen	noun	loon uitgesteld tot de tijd dat iemand niet langer actief is op de arbeidsmarkt
pensioenakkoord	noun	een overeenstemming tussen verschillende partijen over de bekostiging en verdeling van pensioenen, over de pensioenopbouw
pensioenakkoorden	=	pensioenakkoord
pensioenakkoordje	=	pensioenakkoord
pensioenakkoordjes	=	pensioenakkoord
pensioenbijdrage	noun	het bedrag dat men storten moet in het pensioenfonds om later recht te krijgen op pensioen
pensioenbijdragen	=	pensioenbijdrage
pensioenbijdrages	=	pensioenbijdrage
pensioencursus	noun	voorbereidende training voor mensen die binnen afzienbare tijd stoppen met werken en met pensioen gaan
pensioencursusje	=	pensioencursus
pensioencursusjes	=	pensioencursus
pensioencursussen	=	pensioencursus
pensioenen	=	pensioen
pensioenfonds	noun	fonds waaruit pensioenen betaald worden aan leden die daaraan gedurende hun werkende bestaan premies hebben betaald
pensioenfondsen	=	pensioenfonds
pensioenfondsje	=	pensioenfonds
pensioenfondsjes	=	pensioenfonds
pensioengaatje	=	pensioengat
pensioengaatjes	=	pensioengat
pensioengat	noun	het tekort aan pensioen dat men kan ervaren als het (te) ontvangen pensioen lager is dan wat men in een optimale situatie had kunnen of willen opbouwen
pensioengaten	=	pensioengat
pensioengeld	noun	geld dat gespaard is in een pensioenfonds
pensioengelden	=	pensioengeld
pensioengerechtigd	adj	van een persoon dat deze recht heeft op pensioen
pensioengerechtigde	=	pensioengerechtigd
pensioengerechtigds	=	pensioengerechtigd
pensioeninkomen	noun	het geld dat men ontvangt van een pensioenfonds zijn zijn pensioengerechtigde leeftijd
pensioeninkomens	=	pensioeninkomen
pensioenkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om later een pensioen te kunnen ontvangen
pensioenkosten	noun	geld dat men moet betalen om later een pensioen te kunnen ontvangen
pensioenleeftijd	noun	de leeftijd waarop men begint met het ontvangen van een ouderdomspensioen
pensioenleeftijden	=	pensioenleeftijd
pensioenopbouw	noun	de rechten die men verwerft bij een pensioenfonds voordat men met pensioen gaat
pensioenopbouwen	=	pensioenopbouw
pensioenplan	noun	voornemens om een pensioenstelsel te wijzigen
pensioenplannen	=	pensioenplan
pensioenplannetje	=	pensioenplan
pensioenplannetjes	=	pensioenplan
pensioenpot	noun	het kapitaal dat door de pensioenfondsen wordt beheerd
pensioenpotje	=	pensioenpot
pensioenpotjes	=	pensioenpot
pensioenpotten	=	pensioenpot
pensioenpremie	noun	premie die de werknemer en/of de werkgever betaalt voor de pensioenvoorziening van de werknemer
pensioenpremies	=	pensioenpremie
pensioenpremietje	=	pensioenpremie
pensioenpremietjes	=	pensioenpremie
pensioenregeling	noun	regeling t.a.v. de opbouw en uitkering van pensioenen
pensioenregelingen	=	pensioenregeling
pensioenregelingetje	=	pensioenregeling
pensioenregelingetjes	=	pensioenregeling
pensioensbijdrage	noun	het bedrag dat men storten moet in het pensioenfonds om later recht te krijgen op pensioen
pensioensbijdragen	=	pensioensbijdrage
pensioensbijdrages	=	pensioensbijdrage
pensioensouffleetje	=	pensioensoufflé
pensioensouffleetjes	=	pensioensoufflé
pensioensoufflé	noun	crisis die is ontstaan doordat er onvoldoende dekking is voor het uitbetalen van beloofde pensioenen
pensioensoufflés	=	pensioensoufflé
pensioensparen	noun	vorm van sparen tot men de pensioengerechtigde leeftijd bereikt heeft, waarbij de jaarlijks gestorte som geheel of gedeeltelijk fiscaal aftrekbaar is of was
pensioenstelsel	noun	alle regelingen rond de ouderdomsuitkeringen
pensioenstelsels	=	pensioenstelsel
pensioenstelseltje	=	pensioenstelsel
pensioensysteem	noun	manier waarop men de pensioenen bekostigt
pensioensystemen	=	pensioensysteem
pensioentak	noun	deel van een onderneming dat zich bezig houdt met de verwerking van pensioenen
pensioentakje	=	pensioentak
pensioentakjes	=	pensioentak
pensioentakken	=	pensioentak
pensioentekort	noun	het minder geld in kas hebben dan nodig is om aan de pensioenverplichtingen te voldoen
pensioentekorten	=	pensioentekort
pensioentje	=	pensioen
pensioentjes	=	pensioen
pensioentoezegging	noun	de officiële belofte van een werkgever aan een werknemer om financieel bij te dragen aan diens oude dag.
pensioentoezeggingen	=	pensioentoezegging
pensioentoezegginkje	=	pensioentoezegging
pensioentoezegginkjes	=	pensioentoezegging
pensioenuitkering	noun	hoeveelheid geld die iemand iemand periodiek ontvangt die gespaard heeft voor een pensioen en de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt
pensioenuitkeringen	=	pensioenuitkering
pensioenuitvoerder	noun	organisatie die pensioengelden beheert; bedrijf dat pensioengelden beheert voor pensioenfondsen
pensioenuitvoerders	=	pensioenuitvoerder
pensioenverhoging	noun	het aanpassen van een pensioenuitkering aan de stijgende kosten van levensonderhoud (inflatie).
pensioenverhogingen	=	pensioenverhoging
pensioenverhoginkje	=	pensioenverhoging
pensioenverhoginkjes	=	pensioenverhoging
pensioenvermogen	noun	de hoeveelheid geld die men heeft gespaard (in een pensioenfonds) voor het betalen van de ouderdomsuitkering
pensioenvermogens	=	pensioenvermogen
pensioenverzekering	noun	een verzekering die een periodieke uitkering uitkeert als men ouder is dan een bepaalde leeftijd
pensioenverzekeringen	=	pensioenverzekering
pensioenvoorziening	noun	geld waarmee men het pensioen kan betalen
pensioenvoorzieningen	=	pensioenvoorziening
pensioenwet	noun	door de overheid vastgestelde hoofdregels voor de uitkering die je krijgt vanaf de leeftijd waarop je niet meer hoeft te werken
pensioenwetten	=	pensioenwet
pension	noun	een gelegenheid waar men tegen betaling kan overnachten
pensionaat	noun	een kostschool
pensionaatje	=	pensionaat
pensionaatjes	=	pensionaat
pensionado	noun	Nederlandse bejaarde, die zijn oude dag in Spanje doorbrengt, met behoud van zijn Nederlandse pensioen
pensionado's	=	pensionado
pensionaris	noun	iemand die een ouderdomsuitkering ontvangt
pensionarissen	=	pensionaris
pensionaten	=	pensionaat
pensionboerderij	noun	boerderij waar men 's zomers pensiongasten houdt
pensionboerderijen	=	pensionboerderij
pensionboerderijtje	=	pensionboerderij
pensionboerderijtjes	=	pensionboerderij
pensioneer	=	pensioneren
pensioneerde	=	pensioneren
pensioneerden	=	pensioneren
pensioneert	=	pensioneren
pensionere	=	pensioneren
pensioneren	verb	zich terugtrekken uit de arbeidsmarkt en van pensioen genieten
pensionerend	=	pensioneren
pensionerende	=	pensioneren
pensionering	noun	ontslag op grond van het bereiken van een bepaalde leeftijd en daarna een uitkering krijgen zonder te hoeven werken
pensioneringen	=	pensionering
pensionhouder	noun	iemand die kamers verhuurt met kost en inwoning
pensionhouders	=	pensionhouder
pensionhoudster	noun	vrouw die een pension runt
pensionhoudsters	=	pensionhoudster
pensionkosten	noun	geld dat men moet betalen als men in een pension verblijft
pensionnetje	=	pension
pensionnetjes	=	pension
pensions	=	pension
pensje	=	pens
pensjes	=	pens
penster	noun	vriendin waarmee men correspondentie voert
pensters	=	penster
penstertje	=	penster
penstertjes	=	penster
pensum	noun	een opgelegde, verplichte taak
pensums	=	pensum
pent	=	pennen
pentaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₅H₁₂
pentadecaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₁₅H₃₂
pentadecanen	=	pentadecaan
pentagonaal	adj	vijfhoekig
pentagonaals	=	pentagonaal
pentagonaalst	=	pentagonaal
pentagonaalste	=	pentagonaal
pentagonale	=	pentagonaal
pentagonaler	=	pentagonaal
pentagonalere	=	pentagonaal
pentagonalers	=	pentagonaal
pentagonen	=	pentagoon
pentagoon	noun	figuur met vijf even lange zijden en vijf even grote hoeken
pentagram	noun	een vijfpuntige ster
pentagrammen	=	pentagram
pentagrammetje	=	pentagram
pentagrammetjes	=	pentagram
pentakel	noun	een vijfpuntige ster
pentakels	=	pentakel
pentakeltje	=	pentakel
pentakeltjes	=	pentakel
pentameter	noun	versregel die bestaat uit vijf versvoeten
pentameters	=	pentameter
pentanen	=	pentaan
pentaquark	noun	hypothetisch subatomair deeltje bestaande uit 5 quarks
pentaquarks	=	pentaquark
pentarchie	noun	heerschappij of regering van vijf personen, vijfmanschap
pentarchieën	=	pentarchie
pentateuch	noun	benaming voor de vijf eerste boeken van de Bijbel
pentatlon	noun	atletiekwedstrijd bestaande uit vijf disciplines, oorspronkelijk lopen, springen, worstelen, discuswerpen en vuistvechten, tegenwoordig echter uit schermen, zwemmen, paardrijden en een combinatie van hardlopen en pistoolschieten
pentatlons	=	pentatlon
pentatonisch	adj	wat vijf tonen per octaaf heeft
pentatonische	=	pentatonisch
pentatonischer	=	pentatonisch
pentatonischere	=	pentatonisch
pentatonischers	=	pentatonisch
pentazocine	noun	behoort tot een groep geneesmiddelen die morfine-achtige pijnstillers of opiaten worden genoemd
pentazocinen	=	pentazocine
pentaëder	noun	regelmatig vijfvlak
pentaëders	=	pentaëder
pentaëdertje	=	pentaëder
pentaëdertjes	=	pentaëder
pentekening	noun	een tekening die vervaardigd wordt met pen en inkt
pentekeningen	=	pentekening
pentekeningetje	=	pentekening
pentekeningetjes	=	pentekening
penter	noun	takel om het anker langszij te hijsen
penters	=	penter
penthouse	noun	appartement op de bovenste verdieping van een gebouw
penthouseje	=	penthouse
penthousejes	=	penthouse
penthouses	=	penthouse
pentiti	=	pentito
pentito	noun	maffioso die samenwerkt met de politie
pentode	noun	radiobuis met vijf elementen (kathode, anode, 3 roosters)
pentoden	=	pentode
pentodes	=	pentode
pentodetje	=	pentode
pentodetjes	=	pentode
pentoxifylline	noun	dit geneesmiddel zorgt dat bloedcellen minder makkelijk aan elkaar kleven, waardoor het bloed makkelijker stroomt
penultima	noun	de een na laatste dag van de maand
penurie	noun	situatie waarin je erg in het nauw zit, toestand van ernstig gebrek
penvoerder	noun	de functie van de persoon (man of vrouw) die de verslaglegging doet van een organisatie, zoals van een vereniging, stichting of commissie
penvoerders	=	penvoerder
penvriend	noun	vriend waarnaar men regelmatig een brief schrijft
penvrienden	=	penvriend
penvriendin	=	penvriend
penvriendje	=	penvriend
penwortel	noun	wortel van een plant die recht naar beneden, diep in de grond steekt
penwortelen	=	penwortel
penwortels	=	penwortel
peoela	noun	actie, daad, activiteit, in het bijzonder een bijeenkomst van een jeugdvereniging
peoelot	=	peoela
peon	noun	boerenknecht
peones	=	peon
peoplemanager	noun	manager wiens voornaamste taak het is om mensen te motiveren
peoplemanagers	=	peoplemanager
peoplemanagertje	=	peoplemanager
peoplemanagertjes	=	peoplemanager
peot	=	pea
pep	noun	energie, veerkracht, fut, pit, vuur
pepdrank	noun	informele term voor een energiedrank, een frisdrank met cafeïne en suiker die bedoeld is om een oppeppend effect te geven
pepdranken	=	pepdrank
pepdrankje	=	pepdrank
pepdrankjes	=	pepdrank
pepe	=	pijpen
pepel	noun|obsolete	benaming voor nectar etende insecten uit de orde Lepidoptera, gekenmerkt door vier vaak gekleurde vleugels die met heel kleine schubben zijn bedekt
pepels	=	pepel
pepeltje	=	pepel
pepen	=	pijpen
peper	noun	gemalen korrels (gedroogde bessen) van Piper nigrum met een scherpe, hete smaak
peper-en-zoutstel	noun	twee bij elkaar passende vaatjes voor de eettafel, één voor peper en één voor zout
peper-en-zoutstellen	=	peper-en-zoutstel
peper-en-zoutstelletje	=	peper-en-zoutstel
peper-en-zoutstelletjes	=	peper-en-zoutstel
peper-en-zoutvlinder	noun	Biston betularia een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae), met een spanwijdte van 35 tot 60 millimeter.
peper-en-zoutvlinders	=	peper-en-zoutvlinder
peper-en-zoutvlindertje	=	peper-en-zoutvlinder
peper-en-zoutvlindertjes	=	peper-en-zoutvlinder
peperbes	noun	vrucht van de peperplant Piper nigrum
peperbesje	=	peperbes
peperbesjes	=	peperbes
peperbessen	=	peperbes
peperboleet	noun	Chalciporus piperatu een eetbare paddenstoel uit de familie Boletaceae.
peperboleetje	=	peperboleet
peperboleetjes	=	peperboleet
peperboleten	=	peperboleet
peperbomen	=	peperboom
peperboom	noun	benaming voor houtige gewassen met delen die vanwege hun scherpe smaak als specerij worden gebruikt
peperboompje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor planten uit het geslacht Daphne in de peperboompjesfamilie (Thymelaeaceae); merendeels lage, bladverliezende struiken, soms bomen, zelden kruiden; soms bladhoudend De bladen staan afwisselend, soms tegenoverstaand en zijn kort gesteeld.
peperboompjes	=	peperboom
peperboompjesfamilie	noun	een familie Thymelaeaceae van voornamelijk heesters, maar ook kruidachtige planten, lianen en bomen.
peperboompjesfamilies	=	peperboompjesfamilie
peperboompjesfamilietje	=	peperboompjesfamilie
peperboompjesfamilietjes	=	peperboompjesfamilie
peperbus	noun	vaatje met al dan niet gemalen peperkorrels dat op tafel gezet wordt
peperbusje	=	peperbus
peperbusjes	=	peperbus
peperbussen	=	peperbus
peperde	=	peperen
peperden	=	peperen
peperdure	=	peperduur
peperduur	adj	zeer hoog in prijs, uitermate duur
peperduurs	=	peperduur
pepere	=	peperen
peperen	verb	met behulp van peper en andere kruiden iets pittig en sterk gekruid maken
peperend	=	peperen
peperende	=	peperen
peperig	adj	met scherpe kruiden bereid; een scherpe smaak hebbend
peperige	=	peperig
peperiger	=	peperig
peperigere	=	peperig
peperigers	=	peperig
peperigs	=	peperig
peperigst	=	peperig
peperigste	=	peperig
peperkathaai	noun	Galeus piperatus een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
peperkathaaien	=	peperkathaai
peperkathaaitje	=	peperkathaai
peperkathaaitjes	=	peperkathaai
peperkers	noun	Lepidium latifolium een vaste plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
peperkersen	=	peperkers
peperkersje	=	peperkers
peperkersjes	=	peperkers
peperkoek	noun	een zoete koek die gekruid is met peper
peperkoekblik	noun	een langwerpig, metalen bewaarblik met een deksel, speciaal ontworpen om ontbijtkoek in te bewaren
peperkoekblikje	=	peperkoekblik
peperkoekblikjes	=	peperkoekblik
peperkoekblikken	=	peperkoekblik
peperkoeken	adj	van peperkoek
peperkoekje	=	peperkoek
peperkoekjes	=	peperkoek
peperkorrel	noun	de zaadkorrel van een peperstruik, die als ze gemalen is tot peperpoeder gebruikt wordt als smaakmaker
peperkorrels	=	peperkorrel
peperkorreltje	=	peperkorrel
peperkorreltjes	=	peperkorrel
peperment	=	pepermunt
pepermolen	noun	molentje waarmee men peperkorrels fijnmaalt
pepermolens	=	pepermolen
pepermolentje	=	pepermolen
pepermolentjes	=	pepermolen
pepermunt	noun	een plant Mentha ×piperita uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
pepermuntachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van pepermunt
pepermuntachtige	=	pepermuntachtig
pepermuntachtiger	=	pepermuntachtig
pepermuntachtigere	=	pepermuntachtig
pepermuntachtigers	=	pepermuntachtig
pepermuntachtigs	=	pepermuntachtig
pepermuntachtigst	=	pepermuntachtig
pepermuntachtigste	=	pepermuntachtig
pepermuntblaadje	=	pepermuntblad
pepermuntblaadjes	=	pepermuntblad
pepermuntblad	noun	blad van de pepermuntplant (Mentha × piperita)
pepermuntbladen	=	pepermuntblad
pepermuntbladeren	=	pepermuntblad
pepermuntblaren	=	pepermuntblad
pepermunten	=	pepermunt
pepermuntje	noun	alleen verkleinwoord bepaald snoepje met een frisse scherpe smaak
pepermuntjes	=	pepermunt
pepermuntlikeur	noun	likeur waarin ook pepermuntolie is verwerkt
pepermuntlikeuren	=	pepermuntlikeur
pepermuntlikeurtje	=	pepermuntlikeur
pepermuntlikeurtjes	=	pepermuntlikeur
pepermuntolie	noun	vluchtige olie, uit de bladeren en bloesemtoppen van de pepermuntstruik Mentha × piperita bereid
pepermuntolies	=	pepermuntolie
pepermuntoliën	=	pepermuntolie
pepermuntsaus	noun	een saus met een pepermuntsmaak
pepermuntsausen	=	pepermuntsaus
pepermuntsausje	=	pepermuntsaus
pepermuntsausjes	=	pepermuntsaus
pepermuntsauzen	=	pepermuntsaus
pepermuntspiritus	noun	10%-oplossing van pepermuntolie in zuivere alcohol
pepermuntstok	noun	snoep met pepermuntsmaak, in de vorm van een stok (net als een zuurstok)
pepermuntstokken	=	pepermuntstok
pepermuntthee	noun	aftreksel van bladeren van de pepermunt
pepermuntthees	=	pepermuntthee
pepermunttheetje	=	pepermuntthee
pepermunttheetjes	=	pepermuntthee
pepermunttheeën	=	pepermuntthee
pepermuntvreter	noun	gereformeerde
pepermuntvreters	=	pepermuntvreter
pepermuntvretertje	=	pepermuntvreter
pepermuntvretertjes	=	pepermuntvreter
pepernoot	noun	een rond stuk peperkoek dat traditioneel veel rond Sinterklaas gegeten worden
pepernootje	=	pepernoot
pepernootjes	=	pepernoot
pepernoten	=	pepernoot
peperoni	noun	Spaanse peper, ingelegde Spaanse peper, of paprika
peperoni's	=	peperoni
pepers	=	peper
pepersaus	noun	een hete pittige saus met veel peper
pepersausen	=	pepersaus
pepersausje	=	pepersaus
pepersausjes	=	pepersaus
pepersauzen	=	pepersaus
peperspray	noun	een spray die zit in een spuitbus en een sterk (oog)prikkelend extract van chilipeper bevat en gebruikt wordt als zelfverdedigingswapen
pepersprays	=	peperspray
peperstrooier	noun	een tafelaccessoire dat wordt gebruikt om gemalen peper gelijkmatig over gerechten te verdelen
peperstrooiers	=	peperstrooier
peperstrooiertje	=	peperstrooier
peperstrooiertjes	=	peperstrooier
pepert	=	peperen
pepertje	=	peper
pepertjes	=	peper
pepervaatje	noun	een deel van het tafelgarnituur dat de peper bevat
pepervaatjes	=	pepervaatje
pepervreter	noun	benaming voor Zuid-Amerikaanse klimvogels uit het geslacht Selenidera, toekans met een zeer grote snavel
pepervreters	=	pepervreter
pepervretertje	=	pepervreter
pepervretertjes	=	pepervreter
peperwortelbomen	=	peperwortelboom
peperwortelboom	noun	Moringa oleifera een boom uit de familie Moringaceae.
peperwortelboompje	=	peperwortelboom
peperwortelboompjes	=	peperwortelboom
pepino	noun	Solanum muricatum een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
pepino's	=	pepino
pepmiddel	noun	iets waardoor je meer energie krijgt
pepmiddelen	=	pepmiddel
pepmiddeltje	=	pepmiddel
pepmiddeltjes	=	pepmiddel
peposaka-eend	noun	Netta peposaca een eend die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komt.
peposaka-eenden	=	peposaka-eend
peposaka-eendje	=	peposaka-eend
peposaka-eendjes	=	peposaka-eend
peppel	noun|informal	populier
peppel-orvlinder	noun	Tethea ocularis een nachtvlinder die behoort tot de Drepanidae, de eenstaartjes.
peppel-orvlinders	=	peppel-orvlinder
peppel-orvlindertje	=	peppel-orvlinder
peppel-orvlindertjes	=	peppel-orvlinder
peppelbrandvlerkvlinder	noun	gewone brandvlerkvlinder; bepaalde soort vlinder, Pheosia tremula, uit de familie Notodontidae, die in Nederland voorkomt
peppelbrandvlerkvlinders	=	peppelbrandvlerkvlinder
peppelen	adj	gemaakt van populierenhout
peppels	=	peppel
peppeltje	=	peppel
peppeltjes	=	peppel
peppeltwijgmineermot	noun	Phyllocnistis extrematrix een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
peppeltwijgmineermotje	=	peppeltwijgmineermot
peppeltwijgmineermotjes	=	peppeltwijgmineermot
peppeltwijgmineermotten	=	peppeltwijgmineermot
peppen	verb	sprinten, rennen
peppend	=	peppen
peppende	=	peppen
pepperoni	noun	scherpe variant van salami
pepperoni's	=	pepperoni
pepperspray	noun	sterk prikkelend vloeistof in een spuitbus, die in de ogen van een aanvaller kan worden gespoten om hem zonder blijvende schade buiten gevecht te stellen
peppersprays	=	pepperspray
peppil	noun	pil met een stimulerend of opwekkend middel
peppillen	=	peppil
peppilletje	=	peppil
peppilletjes	=	peppil
peprewatra	noun	hete Surinaamse soep op basis van uitgekookt cassavewater, vis en pepers
pepsine	noun	een verteringsenzym dat in de maag eiwitten in kleine stukken breekt
pepsinen	=	pepsine
pepsines	=	pepsine
peptalk	noun	opwekkend, aansporend praatje
peptalks	=	peptalk
pepte	=	peppen
peptide	noun	chemische eiwitverbinding van twee of meer aminozuren
peptidebinding	noun	binding tussen twee aminozuren, om zo een peptide (een kleine keten van aminozuren) te vormen
peptidebindingen	=	peptidebinding
peptiden	=	peptide
peptides	=	peptide
peptisch	adj	wat de spijsvertering bevordert
peptische	=	peptisch
peptiseer	=	peptiseren
peptiseerde	=	peptiseren
peptiseerden	=	peptiseren
peptiseert	=	peptiseren
peptisere	=	peptiseren
peptiseren	verb	uitgevlokt materiaal opnieuw in colloïdale suspensie brengen
peptiserend	=	peptiseren
peptiserende	=	peptiseren
pepton	noun	stof die ontstaat bij afbraak van eiwitten
peptonen	=	pepton
per	prep	door middel van, met
perakiem	=	perek
perbroomzuur	noun	de verbinding HBrO₄
perceel	noun	een stuk grond waarvoor één rechtsorde geldt, dat wil zeggen dezelfde eigenaar en hetzelfde eigendomsrecht
perceelland	noun	groot stuk land met een duidelijke begrenzing dat in bezit is van één eigenaar
perceellanden	=	perceelland
perceellandje	=	perceelland
perceellandjes	=	perceelland
perceeltje	=	perceel
perceeltjes	=	perceel
percelen	=	perceel
percelering	noun	verdeling van een gebied in stukken land die ieder één eigenaar of één soort gebruikt hebben
perceleringen	=	percelering
percent	noun	voor elke honderd
percentage	noun	een percentsgewijze berekend bedrag of hoeveelheid
percentages	=	percentage
percentagetje	=	percentage
percentagetjes	=	percentage
percenten	=	percent
percentiel	noun	een van de in principe 99 punten die de geordende dataset in 100 delen van gelijke grootte verdelen
percentielen	=	percentiel
percentielscore	noun	relatieve score (van een leerling) bij een toets (binnen een groep van scholen)
percentielscores	=	percentielscore
percentje	=	percent
percentjes	=	percent
percentteken	noun	een wiskundig symbool waarmee procenten oftewel percentages worden aangegeven in teksten en formules
percenttekens	=	percentteken
percenttekentje	=	percentteken
percenttekentjes	=	percentteken
percentueel	adj	uitgedrukt in honderdsten
percentueels	=	percentueel
percentueelst	=	percentueel
percentueelste	=	percentueel
percentuele	=	percentueel
percentueler	=	percentueel
percentuelere	=	percentueel
percentuelers	=	percentueel
perceptie	noun	waarneming (door een van de zintuigen)
perceptief	adj	de perceptie betreffend, op waarneming gebaseerd, waarnemend
perceptiefs	=	perceptief
perceptiefst	=	perceptief
perceptiefste	=	perceptief
perceptiekost	noun|obsolete	kosten van administratie en inning die zijn gemoeid met de heffing en invordering van belastingen
perceptiekosten	noun	kosten van administratie en inning die zijn gemoeid met de heffing en invordering van belastingen
percepties	=	perceptie
perceptieve	=	perceptief
perceptiever	=	perceptief
perceptievere	=	perceptief
perceptievermogen	noun	het vermogen om waar te kunnen nemen
perceptievermogens	=	perceptievermogen
perceptievers	=	perceptief
perceptiën	=	perceptie
perceptueel	adj	met betrekking tot de perceptie (waarneming met de zintuigen), zintuiglijk
perceptueels	=	perceptueel
perceptueelst	=	perceptueel
perceptueelste	=	perceptueel
perceptuele	=	perceptueel
perceptueler	=	perceptueel
perceptuelere	=	perceptueel
perceptuelers	=	perceptueel
percies	=	precies
percipieer	=	percipiëren
percipieerde	=	percipiëren
percipieerden	=	percipiëren
percipieert	=	percipiëren
percipiëre	=	percipiëren
percipiëren	verb	waarnemen
percipiërend	=	percipiëren
percipiërende	=	percipiëren
percolatie	noun	het percoleren
percolaties	=	percolatie
percolator	noun	huishoudelijk of industrieel filtreerapparaat
percolatoren	=	percolator
percolators	=	percolator
percolatortje	=	percolator
percolatortjes	=	percolator
percoleer	=	percoleren
percoleerde	=	percoleren
percoleerden	=	percoleren
percoleert	=	percoleren
percolere	=	percoleren
percoleren	verb	extraheren door het laten doorsijpelen
percolerend	=	percoleren
percolerende	=	percoleren
percussie	noun	slagwerk
percussiegeweer	noun	een vuurwapen waarvan de lading wordt ontstoken door middel van slagsas
percussiegeweertje	=	percussiegeweer
percussiegeweertjes	=	percussiegeweer
percussiegeweren	=	percussiegeweer
percussiehamer	noun	medisch instrument om te percuteren
percussiehamers	=	percussiehamer
percussiehamertje	=	percussiehamer
percussiehamertjes	=	percussiehamer
percussies	=	percussie
percussionist	noun	iemand die slagwerk speelt
percussioniste	noun	vrouw die slagwerk bespeelt
percussionisten	=	percussionist
percussionistes	=	percussioniste
percutaan	adj	door de huid heen
percutaans	=	percutaan
percutane	=	percutaan
percuteer	=	percuteren
percuteerde	=	percuteren
percuteerden	=	percuteren
percuteert	=	percuteren
percutere	=	percuteren
percuteren	verb	onderzoeken door bekloppen
percuterend	=	percuteren
percuterende	=	percuteren
percuteur	noun	onderdeel van een granaat dat percussie (een stoot) de ontsteking van het springmiddel veroorzaakt
percuteurs	=	percuteur
percuteurtje	=	percuteur
percuteurtjes	=	percuteur
perd	=	paard
pere	=	peer
perek	noun	hoofdstuk
perelaar	noun	Pyrus perenboom
perelaars	=	perelaar
perelaartje	=	perelaar
perelaartjes	=	perelaar
perelaren	=	perelaar
peren	=	peer
perenbladgalmug	noun	Dasineura pyri een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
perenbladgalmuggen	=	perenbladgalmug
perenbladgalmuggetjes	=	perenbladgalmug
perenbladgalmugje	=	perenbladgalmug
perenbladmineermot	noun	Stigmella pyri een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
perenbladmineermotje	=	perenbladmineermot
perenbladmineermotjes	=	perenbladmineermot
perenbladmineermotten	=	perenbladmineermot
perenbloedluis	noun	Eriosoma lanuginosum een bladluis behorend tot de familie Aphididae.
perenbloedluisje	=	perenbloedluis
perenbloedluisjes	=	perenbloedluis
perenbloedluizen	=	perenbloedluis
perenbomen	=	perenboom
perenboom	noun	een boom met peren als vrucht
perenboompje	=	perenboom
perenboompjes	=	perenboom
perencompote	noun	compote van peren
perencompotes	=	perencompote
perend	=	peer
perende	=	peer
perendikkopgalmug	noun	Contarinia pyrivora een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
perendikkopgalmuggen	=	perendikkopgalmug
perendikkopgalmuggetjes	=	perendikkopgalmug
perendikkopgalmugje	=	perendikkopgalmug
perenhout	noun	een bijproduct van de perenboom, omdat de boom geteeld wordt voor de peren
perenhouten	adj	van perenhout
perenknopgalmug	noun	Apiomyia bergenstammi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
perenknopgalmuggen	=	perenknopgalmug
perenknopgalmuggetjes	=	perenknopgalmug
perenknopgalmugje	=	perenknopgalmug
perenlikeur	noun	alcoholische drank gemaakt van peren, waarbij het perensap of perenextract wordt gecombineerd met een basis van neutrale alcohol en vaak suiker of andere aroma's.
perenlikeuren	=	perenlikeur
perenlikeurtje	=	perenlikeur
perenlikeurtjes	=	perenlikeur
perenpuntkogeltje	noun	Mycosphaerella pyri een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
perenpuntkogeltjes	=	perenpuntkogeltje
perensap	noun	vruchtensap dat uit peren is bereid
perensapje	=	perensap
perensapjes	=	perensap
perensappen	=	perensap
perenschil	noun	schil van een peer
perenschillen	=	perenschil
perenschilletje	=	perenschil
perenschilletjes	=	perenschil
perenstroop	noun	ingedikt sap van peren
perenstroopje	=	perenstroop
perenstroopjes	=	perenstroop
perenstropen	=	perenstroop
perentaart	noun	vruchtentaart met een vulling van peren
perentaarten	=	perentaart
perentaartje	=	perentaart
perentaartjes	=	perentaart
perentak	noun	Phigalia pilosaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners, (Geometridae)
perentakje	=	perentak
perentakjes	=	perentak
perentakken	=	perentak
perenvouwmot	noun	Phyllonorycter mespilella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
perenvouwmotje	=	perenvouwmot
perenvouwmotjes	=	perenvouwmot
perenvouwmotten	=	perenvouwmot
perequatie	noun	vereffening
perequaties	=	perequatie
perespinselbladwesp	noun	Neurotoma saltuum een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinselbladwespen (Pamphiliidae).
perespinselbladwespen	=	perespinselbladwesp
perespinselbladwespje	=	perespinselbladwesp
perespinselbladwespjes	=	perespinselbladwesp
perestrojka	noun	hervormingen zoals deze door Gorbatsjov werden voorgesteld in de Sovjet-Unie van de jaren 80 van de twintigste eeuw
perestrojka's	=	perestrojka
perfect	adj	zonder enig gebrek
perfecta	=	perfectum
perfecte	=	perfect
perfecter	=	perfect
perfectere	=	perfect
perfecters	=	perfect
perfectie	noun	de staat van het perfect zijn
perfectief	adj	een voltooide handeling uitdrukkend
perfectiefs	=	perfectief
perfectiefst	=	perfectief
perfectiefste	=	perfectief
perfecties	=	perfectie
perfectietje	=	perfectie
perfectieve	=	perfectief
perfectiever	=	perfectief
perfectievere	=	perfectief
perfectievers	=	perfectief
perfectioneer	=	perfectioneren
perfectioneerde	=	perfectioneren
perfectioneerden	=	perfectioneren
perfectioneeren	=	perfectioneren
perfectioneert	=	perfectioneren
perfectionere	=	perfectioneren
perfectioneren	verb	perfecter of volmaakter maken
perfectionerend	=	perfectioneren
perfectionerende	=	perfectioneren
perfectionisme	noun	sterke behoefte om dingen volgens hoge standaarden foutloos te doen
perfectionist	noun	iemand met een obsessief verlangen om handelingen perfect uit te voeren
perfectioniste	=	perfectionist
perfectionisten	=	perfectionist
perfectionistisch	adj	dwangmatig strevend naar perfectie (volmaaktheid)
perfectionistische	=	perfectionistisch
perfectionistischer	=	perfectionistisch
perfectionistischere	=	perfectionistisch
perfectionistischers	=	perfectionistisch
perfectionistischt	=	perfectionistisch
perfectionistischte	=	perfectionistisch
perfectionistje	=	perfectionist
perfectionneeren	=	perfectioneren
perfectionneren	=	perfectioneren
perfects	=	perfect
perfectst	=	perfect
perfectste	=	perfect
perfectum	noun	voltooid tegenwoordige tijd
perfectumpje	=	perfectum
perfectumpjes	=	perfectum
perfectums	=	perfectum
perfekt	=	perfect
perfektioneren	=	perfectioneren
perfide	adj	trouweloos, vals, verraderlijk
perfider	=	perfide
perfidere	=	perfide
perfiders	=	perfide
perfides	=	perfide
perfiedst	=	perfide
perfiedste	=	perfide
perforaatje	noun	Lophomma punctatum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
perforaatjes	=	perforaatje
perforateur	noun	werktuig om te perforeren, een perforator
perforateurs	=	perforateur
perforateurtje	=	perforateur
perforateurtjes	=	perforateur
perforatie	noun	het perforeren
perforatieregeling	noun	een specifieke uitzonderingsregel in het Nederlands kerkrecht.
perforatieregelingen	=	perforatieregeling
perforatieregelingetje	=	perforatieregeling
perforatieregelingetjes	=	perforatieregeling
perforaties	=	perforatie
perforatietje	=	perforatie
perforatietjes	=	perforatie
perforator	noun	een apparaat om gaten te maken in papier, karton, kunststof folie of metaalplaat
perforatoren	=	perforator
perforators	=	perforator
perforatortje	=	perforator
perforatortjes	=	perforator
perforeer	=	perforeren
perforeerde	=	perforeren
perforeerden	=	perforeren
perforeert	=	perforeren
perforere	=	perforeren
perforeren	verb	ergens een gat in maken dat de ene zijde met de andere verbindt
perforerend	=	perforeren
perforerende	=	perforeren
perform	=	performen
performaal	adj	niet met taal in verband staande
performaals	=	performaal
performaalst	=	performaal
performaalste	=	performaal
performale	=	performaal
performaler	=	performaal
performalere	=	performaal
performalers	=	performaal
performance	noun	uitvoering van een taak of functie
performances	=	performance
performant	adj	heel goed kunnen presteren
performante	=	performant
performanter	=	performant
performantere	=	performant
performanters	=	performant
performantie	noun	vermogen om prestaties te leveren
performants	=	performant
performantst	=	performant
performantste	=	performant
performde	=	performen
performden	=	performen
performe	=	performen
performen	verb	in het publiek optreden door een kunstenaar
performend	=	performen
performende	=	performen
performer	noun	iemand die een optreden doet voor publiek
performers	=	performer
performertje	=	performer
performertjes	=	performer
performt	=	performen
perfusie	noun	vochttoediening
perfusies	=	perfusie
perfusietje	=	perfusie
perfusietjes	=	perfusie
pergola	noun	een constructie van horizontale latten op hoge palen, waarlangs allerlei planten kunnen groeien
pergola's	=	pergola
pergolaatje	=	pergola
pergolaatjes	=	pergola
peri	noun	gevleugelde geest of fee in het Perzische volksgeloof
peri's	=	peri
perianaal	adj	rondom de aars (uitgang van de endeldarm)
perianaals	=	perianaal
perianale	=	perianaal
periarthritis	noun	ontsteking rondom een gewricht
pericambium	noun	het kruidachtige deel van stengels en wortels buiten de vaatbundels
pericard	noun	hartzakje
pericardiaal	adj	van of aan het hartzakje
pericardiaals	=	pericardiaal
pericardiale	=	pericardiaal
pericarditis	noun	hartvliesontsteking
pericardium	noun	hartzakje
pericards	=	pericard
pericentra	=	pericentrum
pericentrum	noun	rond het centrum gelegen gebied
pericentrumpje	=	pericentrum
pericentrumpjes	=	pericentrum
pericentrums	=	pericentrum
perichondria	=	perichondrium
perichondritis	noun	ontsteking van het kraakbeenvlies
perichondrium	noun	een laagje dicht bindweefsel dat zich om kraakbeen heen bevindt
perichondriumpje	=	perichondrium
perichondriumpjes	=	perichondrium
periculeus	adj	gevaarlijk, hachelijk
periculeust	=	periculeus
periculeuste	=	periculeus
periculeuze	=	periculeus
periculeuzer	=	periculeus
periculeuzere	=	periculeus
periculeuzers	=	periculeus
pericykel	noun	het kruidachtige deel van stengels en wortels buiten de vaatbundels
pericykels	=	pericykel
pericykeltje	=	pericykel
pericykeltjes	=	pericykel
periderm	noun	kurkweefsel van planten
peridermen	=	periderm
peridermpje	=	periderm
peridermpjes	=	periderm
periduraal	adj	rond het harde hersenvlies
periduraals	=	periduraal
peridurale	=	periduraal
perietje	=	peri
perietjes	=	peri
perifeer	adj	aan de buitenzijde
perifeerder	=	perifeer
perifeerdere	=	perifeer
perifeerders	=	perifeer
perifeers	=	perifeer
perifeerst	=	perifeer
perifeerste	=	perifeer
perifere	=	perifeer
periferie	noun	een buitengebied of randgebied, zoals van een stad, land of de wereld
periferietje	=	periferie
periferietjes	=	periferie
periferieën	=	periferie
periferisch	adj	zich aan de periferie bevindend
periferische	=	periferisch
periferischer	=	periferisch
periferischere	=	periferisch
periferischers	=	periferisch
perifrase	noun	retorische figuur die een begrip omschrijft door er eigenschappen, de omgeving of de werking van op te geven
perifrasen	=	perifrase
perifrases	=	perifrase
perifrasetje	=	perifrase
perifrasetjes	=	perifrase
perifrastisch	adj	van de aard van een omschrijving
perifrastische	=	perifrastisch
perifrastischer	=	perifrastisch
perifrastischere	=	perifrastisch
perifrastischers	=	perifrastisch
perigeum	noun	het punt in een baan rond de Aarde dat het dichtst bij het zwaartepunt van de Aarde ligt
periglaciaal	adj	zich voordoend in de periferie van gebieden met landijs
periglaciaals	=	periglaciaal
periglaciale	=	periglaciaal
perigonium	noun	geheel van niet goed te onderscheiden kroon- en kelkbladeren bij een bloem
perigoniumpje	=	perigonium
perigoniumpjes	=	perigonium
perigoniums	=	perigonium
perigynisch	adj	rondom het vruchtbeginsel staand, op de kelk of de bloemkroon ingeplant
perigynische	=	perigynisch
perihelia	=	perihelium
perihelium	noun	punt in de baan van een om de zon bewegend lichaam, waar het de zon op de kleinste afstand nadert
perija-incakolibrie	noun	Coeligena consita een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
perija-incakolibries	=	perija-incakolibrie
perija-incakolibrietje	=	perija-incakolibrie
perija-incakolibrietjes	=	perija-incakolibrie
perijadistelstaart	noun	Asthenes perijana een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
perijadistelstaarten	=	perijadistelstaart
perijadistelstaartje	=	perijadistelstaart
perijadistelstaartjes	=	perijadistelstaart
perijaglansstaartkolibrie	noun	Metallura iracunda een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
perijaglansstaartkolibries	=	perijaglansstaartkolibrie
perijaglansstaartkolibrietje	=	perijaglansstaartkolibrie
perijaglansstaartkolibrietjes	=	perijaglansstaartkolibrie
perijamierpitta	noun	Grallaria saltuensis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
perijamierpitta's	=	perijamierpitta
perijamierpittaatje	=	perijamierpitta
perijamierpittaatjes	=	perijamierpitta
perijastruikgors	noun	Arremon perijanus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
perijastruikgorsje	=	perijastruikgors
perijastruikgorsjes	=	perijastruikgors
perijastruikgorzen	=	perijastruikgors
perijatapaculo	noun	Scytalopus perijanus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
perijatapaculo's	=	perijatapaculo
perijatapaculootje	=	perijatapaculo
perijatapaculootjes	=	perijatapaculo
perikel	noun	een moeilijke toestand
perikelen	=	perikel
perikels	=	perikel
perikeltje	=	perikel
perikeltjes	=	perikel
perikoop	noun	bijbelfragment (dat in de eredienst wordt voorgelezen)
perikopen	=	perikoop
perimedisch	adj	betreft zorgberoepen die zich richten op gezondheid, welzijn en herstel, vaak door middel van lichaamsgerichte therapieën zoals massage en sporttherapie.
perimedische	=	perimedisch
perimedischer	=	perimedisch
perimedischere	=	perimedisch
perimedischers	=	perimedisch
perimeter	noun	omtrek
perimeters	=	perimeter
perimetrie	noun	bepaling van de grootte van het gezichtsveld
perimetrietje	=	perimetrie
perimetrietjes	=	perimetrie
perimetrieën	=	perimetrie
perinataal	adj	rond de geboorte; betrekking hebbend op de perinatale periode, de periode van de 22ste zwangerschapsweek tot de 7de dag na de geboorte
perinataals	=	perinataal
perinataalst	=	perinataal
perinataalste	=	perinataal
perinatale	=	perinataal
perinataler	=	perinataal
perinatalere	=	perinataal
perinatalers	=	perinataal
perinatologisch	adj	betrekking hebbend op de perinatologie
perinatologische	=	perinatologisch
perinatologischer	=	perinatologisch
perinatologischere	=	perinatologisch
perinatologischers	=	perinatologisch
perinea	=	perineum
perineaal	adj	met betrekking tot de bilnaad
perineaals	=	perineaal
perineale	=	perineaal
perineum	noun	de huid tussen de uitwendige geslachtsdelen en de anus, voortgezet in de bilnaad
perineumpje	=	perineum
perineumpjes	=	perineum
perioculair	adj	rondom de ogen, rond de oogbol
perioculaire	=	perioculair
perioculairs	=	perioculair
periode	noun	bepaald tijdsbestek tussen twee tijdstippen
periodeduren	=	periodeduur
periodeduur	noun	de lengte van één periode/cyclus uitgedrukt in een tijdseenheid
periodeduurtje	=	periodeduur
periodeduurtjes	=	periodeduur
perioden	=	periode
periodes	=	periode
periodetijd	noun	de lengte van een periode uitgedrukt in een tijdseenheid
periodetijden	=	periodetijd
periodetijdje	=	periodetijd
periodetijdjes	=	periodetijd
periodetje	=	periode
periodetjes	=	periode
periodeverzorging	noun	alle middelen en methodes die worden gebruikt om het bloedverlies en de symptomen tijdens de maandelijkse menstruatie op een hygiënische manier op te vangen en te beheersen.
periodeverzorgingen	=	periodeverzorging
periodeverzorginkje	=	periodeverzorging
periodeverzorginkjes	=	periodeverzorging
periodiciteit	noun	eigenschap van periodiek te zijn, periodieke terugkeer
periodiciteiten	=	periodiciteit
periodiek	noun	een regelmatig verschijnend tijdschrift	adj	periodisch, regelmatig terugkerend
periodieke	=	periodiek
periodieken	=	periodiek
periodieker	=	periodiek
periodiekere	=	periodiek
periodiekers	=	periodiek
periodiekje	=	periodiek
periodiekjes	=	periodiek
periodieks	=	periodiek
periodiekst	=	periodiek
periodiekste	=	periodiek
periodisch	adj	betrekking hebbend op een periode
periodische	=	periodisch
periodischer	=	periodisch
periodischere	=	periodisch
periodischers	=	periodisch
periodiseer	=	periodiseren
periodiseerde	=	periodiseren
periodiseerden	=	periodiseren
periodiseert	=	periodiseren
periodisere	=	periodiseren
periodiseren	verb	in perioden verdelen
periodiserend	=	periodiseren
periodiserende	=	periodiseren
periodisering	noun	het indelen van tijd in afzonderlijke periodes
periodiseringen	=	periodisering
perioptica	noun	leer van de straalbreking en terugkaatsing aan de oppervlakte van de lichamen
perioraal	adj	rondom de mond
periorbitaal	adj	rondom de oogkas
periorbitaals	=	periorbitaal
periorbitale	=	periorbitaal
periostitis	noun	een ontsteking van het beenvlies dat de botten bekleedt
periostitisje	=	periostitis
periostitisjes	=	periostitis
peripatetici	=	peripateticus
peripateticus	noun	aanhanger van de peripatetische school van Aristoteles
peripatetisch	adj	de wijsbegeerte van Aristoteles betreffend
peripatetische	=	peripatetisch
peripatetischer	=	peripatetisch
peripatetischere	=	peripatetisch
peripatetischers	=	peripatetisch
peripetie	noun	plotselinge omkeer van de handeling in de klassieke tragedie
peripetieën	=	peripetie
periplanatisch	adj	in het rond een vlak gezichtsveld gevend, zodat een vlak weer als vlak wordt afgebeeld
periplanatische	=	periplanatisch
periplanatischer	=	periplanatisch
periplanatischere	=	periplanatisch
periplanatischers	=	periplanatisch
peripteroi	=	peripteros
peripteros	noun	tempel of ander bouwwerk, rondom omgeven door een zuilengang
peripterosje	=	peripteros
peripterosjes	=	peripteros
periscoop	noun	optisch instrument om vanuit een duikboot of tank etc. objecten te kunnen waarnemen
periscoopje	=	periscoop
periscoopjes	=	periscoop
periscoopspinnetje	noun	Walckenaeria acuminata een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
periscoopspinnetjes	=	periscoopspinnetje
periscopen	=	periscoop
periscopisch	adj	holbol
periscopische	=	periscopisch
periscopischer	=	periscopisch
periscopischere	=	periscopisch
periscopischers	=	periscopisch
perisperm	noun	voedingsweefsel in het zaad van sommige planten, ontstaan uit het lichaam van de zaadknop
peristalsis	noun	de peristaltische bewegingen
peristaltiek	noun	de peristaltische bewegingen
peristaltieken	=	peristaltiek
peristaltisch	adj	samentrekkend, waardoor de inhoud van een buisvormig orgaan wordt voortgestuwd
peristaltische	=	peristaltisch
peristaltischer	=	peristaltisch
peristaltischere	=	peristaltisch
peristaltischers	=	peristaltisch
peristeria	=	peristerium
peristerium	noun	van het baldakijn boven een altaar aan kettinkjes neerhangend vat om de hostie in te bewaren
peristeriumpje	=	peristerium
peristeriumpjes	=	peristerium
peristiel	noun	binnenplaats in oude Romeinse huizen, die omgeven werd door een zuilengalerij
peristielen	=	peristiel
peristieltje	=	peristiel
peristieltjes	=	peristiel
peristila	=	peristilum
peristilia	=	peristilium
peristilium	noun	binnenplaats in oude Romeinse huizen, die omgeven werd door een zuilengalerij
peristiliumpje	=	peristilium
peristiliumpjes	=	peristilium
peristilum	noun	binnenplaats in oude Romeinse huizen, die omgeven werd door een zuilengalerij
peristilumpje	=	peristilum
peristilumpjes	=	peristilum
peristyle	noun	zuilengalerij, zuilengang, colonnade
peristylen	=	peristyle
peritonea	=	peritoneum
peritoneum	noun	een epitheelweefsel dat de binnenkant van de buikholte en de buitenkant van de daarin gelegen organen bekleedt
peritoneumpje	=	peritoneum
peritoneumpjes	=	peritoneum
peritonitis	noun	buikvliesontsteking
peritonitissen	=	peritonitis
perivasculair	adj	rondom de vaten
perivasculaire	=	perivasculair
perivasculairs	=	perivasculair
periziet	noun	lid van een oorspronkelijke bevolkingsgroep van Kanaän-2, wonend in het berggebied van Efraïm-3 (23×: Gen. 13:7 +, Ex. 3:8 +, Deut. 7:1 +, Joz. 3:10 +, Recht. 1:4 +, 1 Kon. 9:20, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 2 Kron. 8:7)
perizieten	=	periziet
perizziet	noun	lid van een oorspronkelijke bevolkingsgroep van Kanaän-2, wonend in het berggebied van Efraïm-3 (23×: Gen. 13:7 +, Ex. 3:8 +, Deut. 7:1 +, Joz. 3:10 +, Recht. 1:4 +, 1 Kon. 9:20, Ezra 9:1, Neh. 9:8, 2 Kron. 8:7)
perizzieten	=	perizziet
perk	noun	grens, omheining
perkal	noun	dicht geweven katoenen stof
perkaline	noun	fijn, glanzig, katoenen weefsel in één kleur geverfd
perkament	noun	een dun schrijfmateriaal, gemaakt van huid van kalveren, koeien, geiten, schapen, konijnen of ezels
perkamentachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van perkament
perkamentachtige	=	perkamentachtig
perkamentachtiger	=	perkamentachtig
perkamentachtigere	=	perkamentachtig
perkamentachtigers	=	perkamentachtig
perkamentachtigs	=	perkamentachtig
perkamentachtigst	=	perkamentachtig
perkamentachtigste	=	perkamentachtig
perkamenten	adj	van perkament vervaardigd
perkamentje	=	perkament
perkamentjes	=	perkament
perkamentkokerworm	noun	Chaetopterus variopedatus een borstelworm uit de familie Chaetopteridae.
perkamentkokerwormen	=	perkamentkokerworm
perkamentkokerwormpje	=	perkamentkokerworm
perkamentkokerwormpjes	=	perkamentkokerworm
perkamentrol	noun	rol van perkament waarop (oude, heilige) teksten geschreven kunnen zijn
perkamentrollen	=	perkamentrol
perkamentrolletje	=	perkamentrol
perkamentrolletjes	=	perkamentrol
perke	=	perken
perkeloos	adj	zonder grens
perkeloost	=	perkeloos
perkelooste	=	perkeloos
perkeloze	=	perkeloos
perkelozer	=	perkeloos
perkelozere	=	perkeloos
perkelozers	=	perkeloos
perken	verb	in een perk of omheining opsluiten
perkend	=	perken
perkende	=	perken
perkje	=	perk
perkjes	=	perk
perkoen	noun	korte paal bestaande uit de geschilde stam van een jonge eik of den
perkoenen	=	perkoen
perkoens	=	perkoen
perkt	=	perken
perkte	=	perken
perkten	=	perken
perlator	noun	apparaatje waardoor lucht bijgemengd wordt aan het water dat stroomt uit een kraan
perlatoren	=	perlator
perlators	=	perlator
perlatortje	=	perlator
perlatortjes	=	perlator
perlemoer	=	parelmoer
perm	noun	geologisch tijdperk, zesde en laatste periode van het era paleozoïcum, van 299 tot 252 miljoen jaar geleden
permaculturen	=	permacultuur
permacultuur	noun	agrarische methode waarbij rendabele productie stelselmatig vorm krijgt als onderdeel van duurzame natuurlijke kringlopen
permafrost	noun	altijd bevroren grond die zich onder de oppervlaktelaag bevindt
permanent	adj	voortdurend	noun	kunstmatige krullen in het haar die lang blijven bestaan
permanente	=	permanent
permanenten	=	permanent
permanenter	=	permanent
permanentere	=	permanent
permanenters	=	permanent
permanentie	noun	24/7 bereikbaar en beschikbaar zijn, vol continu dienst
permanentje	=	permanent
permanentjes	=	permanent
permanents	=	permanent
permanentst	=	permanent
permanentste	=	permanent
permeabel	adj	doordringbaar, doorlaatbaar, vocht doorlatend
permeabele	=	permeabel
permeabeler	=	permeabel
permeabelere	=	permeabel
permeabelers	=	permeabel
permeabels	=	permeabel
permeabelst	=	permeabel
permeabelste	=	permeabel
permeabiliteit	noun	mate van doordringbaarheid
permeabiliteiten	=	permeabiliteit
permeatie	noun	het binnendringen van stoffen in cellen op andere wijze dan door diffusie
permeaties	=	permeatie
permillage	noun	verhouding uitgedrukt als duizendste deel
permillages	=	permillage
permis	noun	vergunning
permisch	adj	op Perm betrekking hebbend
permische	noun	een vrouwelijke inwoner van Perm, of een vrouw afkomstig uit Perm
permischen	=	permische
permissie	noun	toestemming, vergunning, verlof
permissief	adj	veel toestaand, toegeeflijk
permissiefs	=	permissief
permissiefst	=	permissief
permissiefste	=	permissief
permissies	=	permissie
permissietje	=	permissie
permissieve	=	permissief
permissiever	=	permissief
permissievere	=	permissief
permissievers	=	permissief
permit	noun	verlofbriefje
permits	=	permit
permitteer	=	permitteren
permitteerde	=	permitteren
permitteerden	=	permitteren
permitteert	=	permitteren
permitten	=	permit
permittere	=	permitteren
permitteren	verb	toestaan, permissie geven
permitterend	=	permitteren
permitterende	=	permitteren
permittiviteit	noun	elektrische permittiviteit
permittiviteiten	=	permittiviteit
permiër	noun	een inwoner van Perm, of iemand afkomstig uit Perm
permiërs	=	permiër
permutatie	noun	is een wiskundig object dat een welbepaalde rangschikking weergeeft van een aantal voorwerpen of getallen
permutaties	=	permutatie
permuteer	=	permuteren
permuteerde	=	permuteren
permuteerden	=	permuteren
permuteert	=	permuteren
permutere	=	permuteren
permuteren	verb	het veranderen van de rangorde van een verzameling geordende elementen
permuterend	=	permuteren
permuterende	=	permuteren
pernambucobladspeurder	noun	Automolus lammi een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
pernambucobladspeurders	=	pernambucobladspeurder
pernambucobladspeurdertje	=	pernambucobladspeurder
pernambucobladspeurdertjes	=	pernambucobladspeurder
pernambucodwerguil	noun	Glaucidium mooreorum een vogel uit de familie van de uilen.
pernambucodwerguilen	=	pernambucodwerguil
pernambucodwerguiltje	=	pernambucodwerguil
pernambucodwerguiltjes	=	pernambucodwerguil
pernicieus	adj	gevaarlijk, kwaadaardig
pernicieust	=	pernicieus
pernicieuste	=	pernicieus
pernicieuze	=	pernicieus
pernicieuzer	=	pernicieus
pernicieuzere	=	pernicieus
pernicieuzers	=	pernicieus
pernio	noun	blauwrode, pijnlijke, hevig jeukende zwelling van vinger of teen na blootstelling aan hevige kou
perniones	=	pernio
pernod	noun	Franse anijsdrank
pernodje	=	pernod
pernodjes	=	pernod
pernods	=	pernod
pernoze	noun	onderwereld
peroesj	noun	uitleg, verklaring
peroesjiem	=	peroesj
peronisme	noun	populistische en nationalistische politieke stroming in Argentinië
peronist	noun	niet-officiële ideologie zoals die door de Argentijnse president Juan Perón vormgegeven werd
peronisten	=	peronist
peronistisch	adj	betrekking hebbend op het peronisme
peronistische	=	peronistisch
peronistischer	=	peronistisch
peronistischere	=	peronistisch
peronistischers	=	peronistisch
peroperatief	adj	tijdens een heelkundige ingreep
peroperatiefs	=	peroperatief
peroperatiefst	=	peroperatief
peroperatiefste	=	peroperatief
peroperatieve	=	peroperatief
peroperatiever	=	peroperatief
peroperatievere	=	peroperatief
peroperatievers	=	peroperatief
peroraal	adj	door de mond, bijv. van een intubatie
peroraals	=	peroraal
peroraalst	=	peroraal
peroraalste	=	peroraal
perorale	=	peroraal
peroraler	=	peroraal
peroralere	=	peroraal
peroralers	=	peroraal
peroratie	noun	een geestdriftige slotrede
peroraties	=	peroratie
peroratietje	=	peroratie
peroratietjes	=	peroratie
peroreer	=	peroreren
peroreerde	=	peroreren
peroreerden	=	peroreren
peroreert	=	peroreren
perorere	=	peroreren
peroreren	verb	een lange geestdriftige of hoogdravende redevoering houden
perorerend	=	peroreren
perorerende	=	peroreren
perovskiet	noun	een calcium-titanium-oxide met de chemische formule CaTiO₃
perovskieten	=	perovskiet
peroxidase	noun	oxidatieverwekkend enzym
peroxidasen	=	peroxidase
peroxide	noun	een verbinding die het ion O₂²⁻ bevat
peroxideer	=	peroxideren
peroxideerde	=	peroxideren
peroxideerden	=	peroxideren
peroxideert	=	peroxideren
peroxiden	=	peroxide
peroxidere	=	peroxideren
peroxideren	verb	haar of tanden met waterstofperoxide behandelen om het te bleken
peroxiderend	=	peroxideren
peroxiderende	=	peroxideren
peroxides	=	peroxide
perpendiculair	noun	loodlijn	adj	loodrecht, rechtstandig
perpendiculairder	=	perpendiculair
perpendiculairdere	=	perpendiculair
perpendiculairders	=	perpendiculair
perpendiculaire	=	perpendiculair
perpendiculairen	=	perpendiculair
perpendiculairs	=	perpendiculair
perpendiculairst	=	perpendiculair
perpendiculairste	=	perpendiculair
perpetueel	adj	onafgebroken, voortdurend, eeuwigdurend
perpetueels	=	perpetueel
perpetueelst	=	perpetueel
perpetueelste	=	perpetueel
perpetuele	=	perpetueel
perpetueler	=	perpetueel
perpetuelere	=	perpetueel
perpetuelers	=	perpetueel
perplex	adv	stomverbaasd, uit het veld geslagen, onthutst, verward, verbluft
perplexe	=	perplex
perplexer	=	perplex
perplexere	=	perplex
perplexers	=	perplex
perplext	=	perplex
perplexte	=	perplex
perron	noun	een hoge, lange zijstoep of verhoogde vrije stoep aan een station om in en uit te stappen
perronkaartje	noun	een door het spoorwegbedrijf uitgegeven bewijs dat toegang geeft tot de perrons, zonder dat men recht op vervoer heeft
perronkaartjes	=	perronkaartje
perronnetje	=	perron
perronnetjes	=	perron
perronopzichter	noun	iemand die toezicht houdt op een station
perronopzichters	=	perronopzichter
perrons	=	perron
pers	noun	instrument waarmee druk uitgeoefend kan worden
persad	noun	zoet smakend, ritueel Hindoestaans gerecht
persagentschap	noun	agentschap dat zich met nieuwsgaring en -verspreiding bezig houdt
persagentschapje	=	persagentschap
persagentschapjes	=	persagentschap
persagentschappen	=	persagentschap
persattaché	noun	ambtenaar die verbonden is met een diplomatieke missie om de contacten met journalisten te onderhouden
persattachés	=	persattaché
persbericht	noun	schriftelijke verklaring om iets via de media bekend te maken
persberichten	=	persbericht
persberichtje	=	persbericht
persberichtjes	=	persbericht
persbijeenkomst	noun	bijeenkomst waar journalisten informatie krijgen en vragen kunnen stellen
persbijeenkomsten	=	persbijeenkomst
persbreidel	noun	maatregelen ter beperking van de persvrijheid
persbreidels	=	persbreidel
persbriefing	noun	bijeenkomst waar journalisten voorlichting krijgen en waar ze vragen kunnen stellen
persbriefings	=	persbriefing
persbriefinkje	=	persbriefing
persbriefinkjes	=	persbriefing
persbureau	noun	een instelling die zich toelegt op het vergaren en verspreiden van nieuws
persbureaus	=	persbureau
persbureautje	=	persbureau
persbureautjes	=	persbureau
perscampagne	noun	een actie waarmee men probeert, door publicaties in kranten en tijdschriften, de publieke opinie in een bepaalde richting te sturen
perscampagnes	=	perscampagne
perscensuren	=	perscensuur
perscensuur	noun	maatregelen ter beperking van de persvrijheid
perscentra	=	perscentrum
perscentrum	noun	plaats waar journalisten kunnen werken aan publicaties over een bepaald onderwerp
perscentrums	=	perscentrum
perschef	noun	iemand die namens een persoon of organisatie de contacten met journalisten regelt
perschefs	=	perschef
persco	=	persconferentie
perscommentaar	noun	een (kritische) bespreking of toelichting van iets in een krant of tijdschrift
perscommentaren	=	perscommentaar
perscommuniqué	noun	mededeling die een persoon of organisatie verstuurt naar journalisten
perscommuniqués	=	perscommuniqué
persconferentie	noun	een bijeenkomst van journalisten waar een persoon of woordvoerder van en organisatie een verklaring aflegt of vragen beantwoordt
persconferenties	=	persconferentie
persconferentietje	=	persconferentie
persconferentietjes	=	persconferentie
perscontainer	noun	gespecialiseerde afvalcontainer die is uitgerust met een ingebouwd persmechanisme om afval (zoals karton, folie, restafval of PMD) automatisch samen te persen
perscontainers	=	perscontainer
perscontainertje	=	perscontainer
perscontainertjes	=	perscontainer
persdag	noun	dag waarop iets of iemand zich presenteert aan journalisten
persdagen	=	persdag
persdelict	noun	delict op het journalistieke vlak
persdelicten	=	persdelict
persdienst	noun	een organisatie die dagbladen, radio- en televisiezenders en andere media (meestal) dagelijks van nationaal en internationaal nieuws voorziet
persdiensten	=	persdienst
perse	=	pers
persecutie	noun	vervolging en kwelling van andersdenkenden
persecuties	=	persecutie
perselling	=	presenning
persen	verb	drukken, ergens druk op uitoefenen
persend	=	persen
persende	=	persen
perser	noun	iemand die kleren perst
perserij	noun	bedrijf waarin men een product door persen maakt
perserijen	=	perserij
persers	=	perser
perseveratie	noun	volharding
perseveraties	=	perseveratie
persevereer	=	persevereren
persevereerde	=	persevereren
persevereerden	=	persevereren
persevereert	=	persevereren
perseverere	=	persevereren
persevereren	verb	standvastig doorgaan
persevererend	=	persevereren
persevererende	=	persevereren
persfilter	noun	filter waar een vloeistof onder druk doorheen geperst wordt
persfilters	=	persfilter
persfiltertje	=	persfilter
persfiltertjes	=	persfilter
persfoto	noun	foto gemaakt als illustratie van een krantenartikel; foto die in een krant wordt gepubliceerd
persfoto's	=	persfoto
persfotograaf	noun	iemand die foto's maakt voor kranten en tijdschriften
persfotograafje	=	persfotograaf
persfotograafjes	=	persfotograaf
persfotografen	=	persfotograaf
persfotootje	=	persfoto
persfotootjes	=	persfoto
persfusiecontroleregeling	noun	een specifiek (en voorgesteld) overheidsinstrument om grote concentraties en monopolievorming in de media (zoals kranten en tijdschriften) tegen te gaan.
persfusiecontroleregelingen	=	persfusiecontroleregeling
persfusiecontroleregelingetje	=	persfusiecontroleregeling
persfusiecontroleregelingetjes	=	persfusiecontroleregeling
persfusieregeling	noun	een (voorgestelde) wettelijke maatregel om te voorkomen dat mediabedrijven, en dan met name kranten en tijdschriften, te veel fuseren en zo een monopolie vormen.
persfusieregelingen	=	persfusieregeling
persfusieregelingetje	=	persfusieregeling
persfusieregelingetjes	=	persfusieregeling
persgas	noun	samengeperst stadsgas dat in een gasfabriek wordt geproduceerd door steenkool te verhitten zonder toetreding van zuurstof
persgassen	=	persgas
persgesprek	noun	gesprek dat een persoon voert met journalisten
persgesprekje	=	persgesprek
persgesprekjes	=	persgesprek
persgesprekken	=	persgesprek
persgilde	noun	de gezamenlijke journalisten
persgilden	=	persgilde
persgildes	=	persgilde
persgroep	noun	uitgever van meerdere kranten en tijdschriften met zelfstandige redacties
persgroepen	=	persgroep
persgroepje	=	persgroep
persgroepjes	=	persgroep
pershing	noun	middellange afstands raket vernoemd naar Amerikaanse generaal John Joseph Pershing (1860-1948)
pershings	=	pershing
persianer	noun	kortharig bont met zeer uiteenlopende haarstructuur, variërend van sterk krullend tot platte krul en moiré-typen	adj	van astrakan
persianers	=	persianer
persico	noun	perziklikeur gemaakt uit de pitten van perziken
persico's	=	persico
persieing	noun	foto waarin iemand doet alsof hij een doelpunt maakt door een snoekduik te maken zoals Robin van Persie deed tijdens een WK-wedstrijd tegen Spanje
persies	=	precies
persiflage	noun	spottende nabootsing met sterke overdrijving
persiflages	=	persiflage
persifleer	=	persifleren
persifleerde	=	persifleren
persifleerden	=	persifleren
persifleert	=	persifleren
persiflere	=	persifleren
persifleren	verb	spottend nabootsen met sterke overdrijving
persiflerend	=	persifleren
persiflerende	=	persifleren
persillade	noun	een klassieke Franse kruidenmix en smaakmaker bestaande uit fijngehakte peterselie en knoflook
persillades	=	persillade
persing	noun	wat ontstaat door met veel kracht ergens op te drukken
persingen	=	persing
persisteer	=	persisteren
persisteerde	=	persisteren
persisteerden	=	persisteren
persisteert	=	persisteren
persistens	adj	persisterend, blijvend, aanhoudend, hardnekkig
persistent	adj	blijvend, volhardend
persistente	=	persistent
persistenter	=	persistent
persistentere	=	persistent
persistenters	=	persistent
persistentie	noun	volharding
persistents	=	persistent
persistentst	=	persistent
persistentste	=	persistent
persistere	=	persisteren
persisteren	verb	volharden
persisterend	=	persisteren
persisterende	=	persisteren
persje	=	pers
persjes	=	pers
perskaart	noun	een officiële, internationaal erkende identiteitskaart die aantoont dat de houder van deze kaart een journalist is
perskaarten	=	perskaart
perskaartje	=	perskaart
perskaartjes	=	perskaart
perskamer	noun	ruimte waarin de journalisten te woord worden gestaan; ruimte voor persconferenties
perskamers	=	perskamer
perskamertje	=	perskamer
perskamertjes	=	perskamer
persklaar	adj	gereed om gedrukt te worden; gereed voor publicatie
persklaarder	=	persklaar
persklaardere	=	persklaar
persklaarders	=	persklaar
persklaars	=	persklaar
persklaarst	=	persklaar
persklaarste	=	persklaar
persklare	=	persklaar
persleiding	noun	buis of slang waardoor een vloeistof of een gas onder druk geperst wordt
persleidingen	=	persleiding
persleidinkje	=	persleiding
persleidinkjes	=	persleiding
perslieden	=	persman
perslucht	noun	samengeperste lucht onder een bepaalde druk.
persluchten	=	perslucht
persluchtfles	noun	een fles bestemd om perslucht te bevatten.
persluchtflesje	=	persluchtfles
persluchtflesjes	=	persluchtfles
persluchtflessen	=	persluchtfles
perslui	=	persman
persmagnaat	noun	rijk en machtig persoon die veel journalistieke media in bezit heeft
persmagnaten	=	persmagnaat
persman	noun	iemand die werkt bij de media
persmannen	=	persman
persmap	noun	een van te voren klaargemaakte map met documenten voor de pers waarmee voorlichters van een organisatie de pers kunnen informeren over die organisatie (op een manier die gunstig is voor die organisatie)
persmapje	=	persmap
persmapjes	=	persmap
persmappen	=	persmap
persmededeling	noun	officiële boodschap, bestemd voor nieuwsmedia
persmededelingen	=	persmededeling
persmoment	noun	korte periode dat journalisten met iemand contact kunnen hebben
persmomenten	=	persmoment
persmuskiet	noun	een vervelende journalist waar je last van hebt (omdat hij 'steekt' als een mug)
persmuskieten	=	persmuskiet
persmuskietje	=	persmuskiet
persmuskietjes	=	persmuskiet
persofficier	noun	justitieel medewerker die journalisten te woord staat
persofficieren	=	persofficier
persofficiers	=	persofficier
persona	noun	denkbeeldige gebruiker met kenmerkende eigenschappen, gebruikt in scenario's waarmee de gebruiksvriendelijkheid van programmatuur wordt onderzocht
persona's	=	persona
personage	noun	een fictieve persoon in een verhaal, boek, toneelstuk e.d.
personages	=	personage
personagetje	=	personage
personagetjes	=	personage
personalia	noun	persoonlijke bijzonderheden
personalisatie	noun	het op maat maken van producten en/of diensten, op basis van eigenschappen of voorkeuren van de gebruiker
personalisaties	=	personalisatie
personaliseer	=	personaliseren
personaliseerbaar	adj	van iets dat het aangepast kan worden aan één bepaald persoon
personaliseerbaarder	=	personaliseerbaar
personaliseerbaardere	=	personaliseerbaar
personaliseerbaarders	=	personaliseerbaar
personaliseerbaars	=	personaliseerbaar
personaliseerbaarst	=	personaliseerbaar
personaliseerbaarste	=	personaliseerbaar
personaliseerbare	=	personaliseerbaar
personaliseerde	=	personaliseren
personaliseerden	=	personaliseren
personaliseert	=	personaliseren
personalisere	=	personaliseren
personaliseren	verb	het persoonlijk maken
personaliserend	=	personaliseren
personaliserende	=	personaliseren
personalisme	noun	filosofisch systeem dat gebaseerd is op de waarde van de persoonlijkheid en de erkenning daarvan
personalistisch	adj	op de persoonlijkheid betrekking hebbend, daarvan uitgaand
personalistische	=	personalistisch
personalistischer	=	personalistisch
personalistischere	=	personalistisch
personalistischers	=	personalistisch
personaliteit	noun	persoonlijkheid
personaliteiten	=	personaliteit
personaliteitsbeginsel	noun	leidende rechtsgedachte die inhoudt dat voor de vraag onder welk recht de vreemdeling op een bepaald gebied leeft, de nationaliteit van die persoon beslissend is
personality	noun	persoonlijkheid met een zekere (cult)status en bekendheid
personality's	=	personality
personeel	noun	de personen die een bedrijf in loondienst heeft	adj	betrekking hebbend op het personeel
personeelkost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft voor de mensen die voor een bedrijf werken
personeelkosten	noun	geld dat men uitgeeft voor de mensen die voor een bedrijf werken
personeels	=	personeel
personeelsadministratie	noun	het systematisch vastleggen en bijhouden van alle gegevens, documenten en taken die te maken hebben met een bedrijf en haar medewerkers
personeelsadministraties	=	personeelsadministratie
personeelsafslanking	noun	het verminderen van het personeelsaantal
personeelsafslankingen	=	personeelsafslanking
personeelsafslankinkje	=	personeelsafslanking
personeelsafslankinkjes	=	personeelsafslanking
personeelsbeleid	noun	beleid t.a.v. personeelszaken
personeelsbestand	noun	totale aantal personeelsleden van een organisatie
personeelsbestanden	=	personeelsbestand
personeelschef	noun	hoofd van de afdeling personeelszaken van een groter bedrijf
personeelschefs	=	personeelschef
personeelsfeest	noun	een feest voor de mensen die in dienst zijn van een bedrijf of organisatie
personeelsfeesten	=	personeelsfeest
personeelsfeestje	=	personeelsfeest
personeelsfeestjes	=	personeelsfeest
personeelsfunctionaris	noun	iemand die belast is met personeelszaken
personeelsfunctionarissen	=	personeelsfunctionaris
personeelsgebrek	noun	te weinig personeel hebben
personeelsgegeven	noun	een stukje informatie betreffende het personeel
personeelsgegevens	=	personeelsgegeven
personeelsgegeventje	=	personeelsgegeven
personeelsgegeventjes	=	personeelsgegeven
personeelskamer	noun	ruimte waar het personeel van een onderneming kan rusten
personeelskamers	=	personeelskamer
personeelskamertje	=	personeelskamer
personeelskantine	noun	plaats waar maaltijden worden geserveerd voor de werknemers van een bedrijf
personeelskantines	=	personeelskantine
personeelskost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft voor de mensen die voor een bedrijf werken
personeelskosten	noun	geld dat men moet betalen omdat men personeel in dienst heeft
personeelskrapte	noun	het te weinig of maar net genoeg mensen in dienst hebben
personeelskrapten	=	personeelskrapte
personeelskraptes	=	personeelskrapte
personeelsleden	=	personeelslid
personeelslid	noun	iemand die ergens in loondienst werkt
personeelslidje	=	personeelslid
personeelslidjes	=	personeelslid
personeelsmanagement	noun	management met betrekking tot alle personeelsaangelegenheden
personeelsmanager	noun	personeelschef
personeelsmanagers	=	personeelsmanager
personeelsmanagertje	=	personeelsmanager
personeelsmanagertjes	=	personeelsmanager
personeelsnummer	noun	identificatienummer van een personeelslid
personeelsnummers	=	personeelsnummer
personeelsprobleem	noun	vraagstuk betreffende het vinden en behouden van voldoende en goed personeel; moeilijkheden met het personeel
personeelsprobleempje	=	personeelsprobleem
personeelsprobleempjes	=	personeelsprobleem
personeelsproblemen	=	personeelsprobleem
personeelspsychologie	noun	psychologie in dienst van aanwerving en selectie van personeel
personeelsregister	noun	register waarin persoonlijke gegevens van de werknemers worden vermeld
personeelsregisters	=	personeelsregister
personeelsregistertje	=	personeelsregister
personeelsregistertjes	=	personeelsregister
personeelsrestaurant	noun	eetgelegenheid voor het personeel van een bedrijf
personeelsrestaurantje	=	personeelsrestaurant
personeelsrestaurantjes	=	personeelsrestaurant
personeelsrestaurants	=	personeelsrestaurant
personeelsstop	noun	situatie waarbij er geen nieuwe werknemers mogen worden aangenomen bij een bedrijf of bij een deel van een bedrijf
personeelsstops	=	personeelsstop
personeelst	=	personeel
personeelste	=	personeel
personeelstekort	noun	tekort aan personeel
personeelstekorten	=	personeelstekort
personeelstekortje	=	personeelstekort
personeelstekortjes	=	personeelstekort
personeelsuitbreiding	noun	een bedrijfsstrategie waarbij tijdelijk extern personeel wordt ingehuurd om het bestaande team te versterken.
personeelsuitbreidingen	=	personeelsuitbreiding
personeelsuitbreidinkje	=	personeelsuitbreiding
personeelsuitbreidinkjes	=	personeelsuitbreiding
personeelsuitbuiting	noun	het verschijnsel dat mensen in dienstverband inspanningen moeten verrichten waar verhoudingsgewijs een te lage beloning tegenover staat
personeelsuitje	noun	een feestelijk gelegenheid waarbij collega's uitgaan
personeelsuitjes	=	personeelsuitje
personeelsvereniging	noun	een vereniging exclusief voor werknemers van een specifiek bedrijf.
personeelsverenigingen	=	personeelsvereniging
personeelsverenigingetje	=	personeelsvereniging
personeelsverenigingetjes	=	personeelsvereniging
personeelsverloop	noun	het aantal personeelsleden dat per jaar een organisatie verlaat en weer wordt aangenomen
personeelsverlopen	=	personeelsverloop
personeelsvertegenwoordiging	noun	een gekozen medezeggenschapsorgaan in kleinere en middelgrote bedrijven (10 tot 50 werknemers).
personeelsvertegenwoordigingen	=	personeelsvertegenwoordiging
personeelsvertegenwoordigingetje	=	personeelsvertegenwoordiging
personeelsvertegenwoordigingetjes	=	personeelsvertegenwoordiging
personeelsvolgsysteem	noun	systeem waarmee gedrag en prestaties van werknemers tijdens het werk worden geregistreerd
personeelsvolgsysteempje	=	personeelsvolgsysteem
personeelsvolgsysteempjes	=	personeelsvolgsysteem
personeelsvolgsystemen	=	personeelsvolgsysteem
personeelswijziging	noun	verandering in de samenstelling, inzet of administratieve gegevens van het personeel binnen een organisatie
personeelswijzigingen	=	personeelswijziging
personeelswijzigingetje	=	personeelswijziging
personeelswijzigingetjes	=	personeelswijziging
personeelswisseling	noun	de verandering in de samenstelling van het personeelsbestand binnen een organisatie, waarbij medewerkers de organisatie verlaten en (meestal) nieuwe medewerkers in dienst treden.
personeelswisselingen	=	personeelswisseling
personeelswisselingetje	=	personeelswisseling
personeelswisselingetjes	=	personeelswisseling
personeelswoning	noun	huis waarin bedienden kunnen wonen
personeelswoningen	=	personeelswoning
personeelswoninkje	=	personeelswoning
personeelswoninkjes	=	personeelswoning
personeelszaken	noun	alle zaken die het personeel aangaan
personeeluitje	=	personeelsuitje
personele	=	personeel
personeler	=	personeel
personelere	=	personeel
personelers	=	personeel
personen	=	persoon
personenauto	noun	een motorvoertuig voor het vervoer van enkele mensen
personenauto's	=	personenauto
personenautootje	=	personenauto
personenautootjes	=	personenauto
personenbelasting	noun	directe belasting op het wereldwijde jaarinkomen van natuurlijke personen
personenbelastingen	=	personenbelasting
personenrecht	noun	deel van het recht dat de rechtsbevoegdheid en plichten van personen regelt
personenrechten	=	personenrecht
personenregister	noun	register van genoemde of voorkomende personen in een boek
personenregisters	=	personenregister
personenregistertje	=	personenregister
personenregistertjes	=	personenregister
personentrein	noun	trein voor vervoer van personen
personentreinen	=	personentrein
personentreintje	=	personentrein
personentreintjes	=	personentrein
personenverkeer	noun	geheel van verplaatsingen van mensen door de openbare ruimte
personenvervoer	noun	vervoer van personen
personenverzekering	noun	verzekering op het leven en/of welzijn van een bepaalde persoon
personenverzekeringen	=	personenverzekering
personenwagen	noun	een motorvoertuig voor het vervoer van enkele mensen
personenwagens	=	personenwagen
personenwagentje	=	personenwagen
personenwagentjes	=	personenwagen
personenweegschaal	noun	weegschaal bestemd voor het bepalen van het gewicht van personen
personenweegschaaltje	=	personenweegschaal
personenweegschaaltjes	=	personenweegschaal
personenweegschalen	=	personenweegschaal
personificatie	noun|figurative	beeldspraak waarbij aan niet menselijke zaken, menselijke eigenschappen worden toegeschreven
personificaties	=	personificatie
persoon	noun	menselijk individu
persoongegeven	noun	een stukje informatie betreffende een persoon
persoongegevens	=	persoongegeven
persoonlijk	adj	betrekking hebbend op iemand specifiek
persoonlijke	=	persoonlijk
persoonlijken	=	persoonlijk
persoonlijker	=	persoonlijk
persoonlijkere	=	persoonlijk
persoonlijkers	=	persoonlijk
persoonlijkheden	=	persoonlijkheid
persoonlijkheid	noun	het geheel van kenmerken en gedragingen dat iemand uniek maakt
persoonlijkheidje	=	persoonlijkheid
persoonlijkheidjes	=	persoonlijkheid
persoonlijkheidsculten	=	persoonlijkheidscultus
persoonlijkheidscultus	noun	het idealiseren en de verering van een persoon
persoonlijkheidscultussen	=	persoonlijkheidscultus
persoonlijkheidsleer	noun	psychologie die zich bezighoudt met de studie van de menselijke persoonlijkheid
persoonlijkheidsleertje	=	persoonlijkheidsleer
persoonlijkheidsonderzoek	noun	onderzoek naar iemands karakter
persoonlijkheidsonderzoeken	=	persoonlijkheidsonderzoek
persoonlijkheidsprobleem	noun	een psychische aandoening die gekenmerkt wordt door een star en duurzaam patroon van gedachten, gevoelens en gedragingen die binnen de cultuur van de betrokkene duidelijk afwijken van de verwachtingen
persoonlijkheidsprobleempje	=	persoonlijkheidsprobleem
persoonlijkheidsprobleempjes	=	persoonlijkheidsprobleem
persoonlijkheidsproblemen	=	persoonlijkheidsprobleem
persoonlijkheidsrecht	noun	recht dat de persoonlijke integriteit beschermt
persoonlijkheidsrechten	=	persoonlijkheidsrecht
persoonlijkheidsstoornis	noun	stoornis in de persoonlijkheid die normaal functioneren hindert
persoonlijkheidsstoornisje	=	persoonlijkheidsstoornis
persoonlijkheidsstoornissen	=	persoonlijkheidsstoornis
persoonlijkheidstest	noun	psychologische test om iemands eigenschappen en karaktertrekken vast te stellen
persoonlijkheidstesten	=	persoonlijkheidstest
persoonlijkheidstestje	=	persoonlijkheidstest
persoonlijkheidstestjes	=	persoonlijkheidstest
persoonlijkheidstests	=	persoonlijkheidstest
persoonlijkheidstoornis	=	persoonlijkheidsstoornis
persoonlijkheidstype	noun	een veel voorkomende combinatie van persoonlijkheidskenmerken
persoonlijkheidstypen	=	persoonlijkheidstype
persoonlijkheidstypes	=	persoonlijkheidstype
persoonlijks	=	persoonlijk
persoonlijkst	=	persoonlijk
persoonlijkste	=	persoonlijk
persoonsafhankelijk	adj	afhankelijk van verschillen tussen de individuen
persoonsafhankelijke	=	persoonsafhankelijk
persoonsafhankelijker	=	persoonsafhankelijk
persoonsafhankelijkere	=	persoonsafhankelijk
persoonsafhankelijkers	=	persoonsafhankelijk
persoonsafhankelijks	=	persoonsafhankelijk
persoonsafhankelijkst	=	persoonsafhankelijk
persoonsafhankelijkste	=	persoonsafhankelijk
persoonsbeschrijving	noun	tekst waarin de eigenschappen van een persoon staan vermeld
persoonsbeschrijvingen	=	persoonsbeschrijving
persoonsbeveiliging	noun	beveiliging van een persoon tegen geweld
persoonsbeveiligingen	=	persoonsbeveiliging
persoonsbeveiligingetje	=	persoonsbeveiliging
persoonsbeveiligingetjes	=	persoonsbeveiliging
persoonsbewijs	noun	kaart waarmee men zich kan identificeren
persoonsbewijsje	=	persoonsbewijs
persoonsbewijsjes	=	persoonsbewijs
persoonsbewijzen	=	persoonsbewijs
persoonsgebonden	adj	gebonden aan een bepaald individu
persoonsgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een persoon
persoonsgegevens	noun	persoonlijke gegevens van iemand zoals naam, geboortedatum, adres etc.
persoonsgegeventje	=	persoonsgegeven
persoonsgegeventjes	=	persoonsgegeven
persoonsgericht	adj	aangepast aan een individu
persoonsgerichte	=	persoonsgericht
persoonsgerichter	=	persoonsgericht
persoonsgerichtere	=	persoonsgericht
persoonsgerichters	=	persoonsgericht
persoonsgerichts	=	persoonsgericht
persoonsgerichtst	=	persoonsgericht
persoonsgerichtste	=	persoonsgericht
persoonskaart	noun	kaart met gegevens van een persoon in een register
persoonskaarten	=	persoonskaart
persoonsnaam	noun	de eigennaam van een persoon
persoonsnaampje	=	persoonsnaam
persoonsnaampjes	=	persoonsnaam
persoonsnamen	=	persoonsnaam
persoonsnummer	noun	nummer of code waarmee een persoon geregistreerd wordt in een administratiesysteem
persoonsnummers	=	persoonsnummer
persoonsnummertje	=	persoonsnummer
persoonsnummertjes	=	persoonsnummer
persoonsregister	noun	register van het bevolkingsbureau met gegevens betreffende personen
persoonsregisters	=	persoonsregister
persoonsregistertje	=	persoonsregister
persoonsregistertjes	=	persoonsregister
persoonsregistratie	noun	inschrijving van persoonlijke gegevens in een bestand, een register e.d
persoonsregistraties	=	persoonsregistratie
persoonsverbeelding	noun	een stijlfiguur waarbij levenloze voorwerpen, dieren of abstracte begrippen menselijke eigenschappen of handelingen krijgen.
persoonsverbeeldingen	=	persoonsverbeelding
persoonsverbeeldinkje	=	persoonsverbeelding
persoonsverbeeldinkjes	=	persoonsverbeelding
persoonsverbod	noun	een juridische maatregel die iemand verbiedt contact te zoeken met een specifiek persoon of personen, in welke vorm dan ook (fysiek, telefoon, social media), vaak opgelegd bij stalking, huiselijk geweld, of ernstige overlast, en wordt gehandhaafd door politie en justitie, met sancties bij overtreding.
persoonsverboden	=	persoonsverbod
persoonsverbodje	=	persoonsverbod
persoonsverbodjes	=	persoonsverbod
persoonsverheerlijking	noun	het dwepen met, ophemeling van een bepaalde persoon
persoonsverheerlijkingen	=	persoonsverheerlijking
persoonsverheerlijkingetje	=	persoonsverheerlijking
persoonsverheerlijkingetjes	=	persoonsverheerlijking
persoonsverwisseling	noun	situatie waarin iemand wordt aangezien voor een ander
persoonsverwisselingen	=	persoonsverwisseling
persoonsverwisselingetje	=	persoonsverwisseling
persoonsverwisselingetjes	=	persoonsverwisseling
persoonsvorm	noun	vervoegde werkwoordsvorm die in persoon en getal (enkelvoud vs. meervoud) met het onderwerp overeenstemt en in een andere tijd kan worden overgebracht.
persoonsvormen	=	persoonsvorm
persoonsvormpje	=	persoonsvorm
persoontje	=	persoon
persoontjes	=	persoon
persoverzicht	noun	lijst met alle relevante kranten- en tijdschriftartikelen over een bepaald onderwerp
persoverzichten	=	persoverzicht
perspassing	noun	een verbindingstechniek waarbij een as in een gat (naaf) wordt geperst, waarbij de as eigenlijk iets te groot is
perspassingen	=	perspassing
perspectief	noun	het aanhouden van zodanige proporties in een vlakke afbeelding dat deze overkomen met hoe de wereld in drie dimensies waargenomen wordt
perspectiefje	=	perspectief
perspectiefjes	=	perspectief
perspectiefloos	adj	zonder perspectief
perspectiefloost	=	perspectiefloos
perspectieflooste	=	perspectiefloos
perspectiefloze	=	perspectiefloos
perspectieflozer	=	perspectiefloos
perspectieflozere	=	perspectiefloos
perspectieflozers	=	perspectiefloos
perspectiefwisseling	noun	het bewust veranderen van gezichtspunt om een situatie, probleem of verhaal door de ogen van een ander (mens of dier) te bekijken
perspectiefwisselingen	=	perspectiefwisseling
perspectiefwisselingetje	=	perspectiefwisseling
perspectiefwisselingetjes	=	perspectiefwisseling
perspectieven	=	perspectief
perspectivisch	adj	betrekking hebbend op of volgens de leer van de perspectief
perspectivische	=	perspectivisch
perspectivischer	=	perspectivisch
perspectivischere	=	perspectivisch
perspectivischers	=	perspectivisch
perspectivisme	noun	visie dat de werkelijkheid als zodanig niet kan worden gekend omdat alles vanuit een bepaald perspectief wordt bekeken
perspex	noun	een soort doorzichtig plastic, ook wel onbreekbaar glas genoemd, het was oorspronkelijk een merknaam	adj	gemaakt van perspex
perspicaciteit	noun	vermogen om te doorgronden, eigenschap om iets dat ingewikkeld is toch snel te begrijpen
perspiratie	noun	het zweten
perspiraties	=	perspiratie
perspiratio	noun	huidademhaling
perspireren	verb	uitwasemen, damp afgeven
persprijs	noun	een prijs die wordt uitgereikt aan de beste rapportage in de pers
persprijsje	=	persprijs
persprijsjes	=	persprijs
persprijzen	=	persprijs
persraad	noun	raad die toezicht houdt op het gedrag van de gedrukte media
persraden	=	persraad
persruimte	noun	werkplaats voor journalisten bij een evenement of organisatie
persruimten	=	persruimte
persruimtes	=	persruimte
perssinaasappel	noun	sinaasappel die vooral geschikt is voor het maken van sinaasappelsap
perssinaasappelen	=	perssinaasappel
perssinaasappels	=	perssinaasappel
perst	=	persen
perste	=	persen
persten	=	persen
perstribune	noun	plaats waar journalisten een evenement kunnen bekijken en verslaan
perstribunes	=	perstribune
persuasie	noun|formal	overreding, overtuiging
persuasief	adj	overtuigend, overredend
persuasiefs	=	persuasief
persuasiefst	=	persuasief
persuasiefste	=	persuasief
persuasies	=	persuasie
persuasieve	=	persuasief
persuasiever	=	persuasief
persuasievere	=	persuasief
persuasievers	=	persuasief
persvak	noun	een afgebakend gebied waar journalisten plaats mogen nemen
persvakje	=	persvak
persvakjes	=	persvak
persvakken	=	persvak
persvereniging	noun	een belangenorganisatie of vakbond voor journalisten, correspondenten en andere mediaprofessionals.
persverenigingen	=	persvereniging
persverenigingetje	=	persvereniging
persverenigingetjes	=	persvereniging
persverklaring	noun	mededeling die met doet aan verslaggevers
persverklaringen	=	persverklaring
persverklarinkje	=	persverklaring
persverklarinkjes	=	persverklaring
persvoorlichter	noun	iemand die namens een organisatie de pers te woord staat (op een manier die gunstig is voor de organisatie)
persvoorlichters	=	persvoorlichter
persvoorlichting	noun	het informeren van de pers
persvoorlichtingen	=	persvoorlichting
persvrijheden	=	persvrijheid
persvrijheid	noun	Het grondrecht om gedachten of gevoelens openbaar te maken in de media
perswee	noun	de samentrekkingen die een barende vrouw ondervindt bij de bevalling
persweetje	=	perswee
persweetjes	=	perswee
persweeën	=	perswee
perswet	noun	een wet die de journalistieke vrijheid regelt
perswetenschap	noun	publicistiek, publiciteitsleer
perswetenschappen	=	perswetenschap
perswetten	=	perswet
perszaal	noun	ruimte waarin men journalisten te woord staat
perszaaltje	=	perszaal
perszaaltjes	=	perszaal
perszalen	=	perszaal
pertang	adv	toch
pertinent	adj	overduidelijk	adv	absoluut, met overtuiging
pertinente	=	pertinent
pertinenter	=	pertinent
pertinentere	=	pertinent
pertinenters	=	pertinent
pertinents	=	pertinent
pertinentst	=	pertinent
pertinentste	=	pertinent
pertroleumstelletje	=	petroleumstel
perturbatie	noun	verwarring, verstoring
perturbaties	=	perturbatie
pertussis	noun	kinkhoest
peruaan	noun	een inwoner van Peru, of iemand afkomstig uit Peru
peruaans	adj	op Peru betrekking hebbend
peruaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Peru, of een vrouw afkomstig uit Peru
peruaansen	=	peruaanse
peruaanser	=	peruaans
peruaansere	=	peruaans
peruaansers	=	peruaans
peruaanst	=	peruaans
peruaanste	=	peruaans
peruaantje	=	peruaan
peruanen	=	peruaan
perubalsem	noun	een dikvloeibare hars die gebruikt wordt in de geneeskunde die wordt gewonnen uit de bast van de Myroxylon pereirae, een Zuid-Amerikaanse boom
perubalsems	=	perubalsem
peruopossummuis	noun	Lestoros inca een zoogdier uit de familie van de opossummuizen (Caenolestidae).
peruopossummuisje	=	peruopossummuis
peruopossummuisjes	=	peruopossummuis
peruopossummuizen	=	peruopossummuis
peruviaan	noun	een inwoner van Peru, of iemand afkomstig uit Peru
peruviaans	adj	op Peru betrekking hebbend
peruviaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Peru, of een vrouw afkomstig uit Peru
peruviaansen	=	peruviaanse
peruviaanser	=	peruviaans
peruviaansere	=	peruviaans
peruviaansers	=	peruviaans
peruviaanst	=	peruviaans
peruviaanste	=	peruviaans
peruviaantje	=	peruviaan
peruviaantjes	=	peruviaan
peruvianen	=	peruviaan
pervasief	adj	doordringend, diepgaand
pervasiefs	=	pervasief
pervasiefst	=	pervasief
pervasiefste	=	pervasief
pervasieve	=	pervasief
pervasiever	=	pervasief
pervasievere	=	pervasief
pervasievers	=	pervasief
pervers	adj	verdorven, tegennatuurlijk
perverse	=	pervers
perverser	=	pervers
perversere	=	pervers
perversers	=	pervers
perversie	noun	perversiteit, tegennatuurlijkheid, verdorvenheid
perversies	=	perversie
perversiteit	noun	verdorvenheid op seksueel gebied
perversiteiten	=	perversiteit
perverst	=	pervers
perverste	=	pervers
pervert	noun	persoon met perverse seksuele voorkeuren; onzedelijk persoon
perverteer	=	perverteren
perverteerde	=	perverteren
perverteerden	=	perverteren
perverteert	=	perverteren
pervertere	=	perverteren
perverteren	verb	iets bederven, slecht maken
perverterend	=	perverteren
perverterende	=	perverteren
pervertine	noun	harddrug, een sterk verslavend amfetamine horend tot de fenylethylaminen (N-methyl-O-fenylisopropylamine), tegenwoordig vooral bekend onder de naam crystal meth
perverts	=	pervert
pervetine	noun	harddrug, een sterk verslavend amfetamine horend tot de fenylethylaminen (N-methyl-O-fenylisopropylamine), tegenwoordig vooral bekend onder de naam crystal meth
pervitine	noun	harddrug, een sterk verslavend amfetamine horend tot de fenylethylaminen (N-methyl-O-fenylisopropylamine), tegenwoordig vooral bekend onder de naam crystal meth
perzen	=	pers
perzik	noun	sappige vrucht van de perzikboom
perzikbomen	=	perzikboom
perzikboom	noun	Prunus persica boom waaraan perziken groeien (en soms ook nectarines)
perzikboompje	=	perzikboom
perzikboompjes	=	perzikboom
perziken	=	perzik
perzikenbomen	=	perzikenboom
perzikenboom	noun	Prunus persica boom waaraan perziken groeien (en soms ook nectarines)
perzikenboompje	=	perzikenboom
perzikenpit	noun	niet-eetbare harde kern in de vrucht van de boom Prunus persica
perzikenpitje	=	perzikenpit
perzikenpitjes	=	perzikenpit
perzikenpitten	=	perzikenpit
perzikenpuree	noun	gepureerde ontpitte vruchten van de perzikboom Prunus persica
perzikenpurees	=	perzikenpuree
perzikhuid	noun	een zachte huid die even zacht en teer is als de schil van een perzik
perzikhuiden	=	perzikhuid
perzikhuidje	=	perzikhuid
perzikhuidjes	=	perzikhuid
perzikje	=	perzik
perzikjes	=	perzik
perzikkopagaporniden	=	perzikkopagapornis
perzikkopagapornis	noun	Agapornis roseicollis een dwergpapegaai die omstreeks 1793 werd ontdekt maar toen werd aangezien voor een roodmaskeragapornis (Agapornis pullarius), een andere soort van hetzelfde geslacht.
perzikkopagapornisje	=	perzikkopagapornis
perzikkopagapornisjes	=	perzikkopagapornis
perzikkopagapornissen	=	perzikkopagapornis
perzikkruid	noun	Persicaria maculosa een algemeen voorkomende, eenjarige plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
perzikkruiden	=	perzikkruid
perzikkruidje	=	perzikkruid
perzikkruidjes	=	perzikkruid
perzikkruiduil	noun	Melanchra persicariae een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
perzikkruiduilen	=	perzikkruiduil
perzikkruiduiltje	=	perzikkruiduil
perzikkruiduiltjes	=	perzikkruiduil
perzikpalm	noun	Bactris gasipaes een tot 30 m hoge, rechtopstaande palm met één of meerdere, onvertakte, 10-25 cm brede stammen.
perzikpalmen	=	perzikpalm
perzikpalmpje	=	perzikpalm
perzikpalmpjes	=	perzikpalm
perzikpit	noun	het stenige deel van een perzik
perzikpitje	=	perzikpit
perzikpitjes	=	perzikpit
perzikpitten	=	perzikpit
perziksap	noun	een vruchtensap die uit perziken bereid is
perziksapje	=	perziksap
perziksapjes	=	perziksap
perziksappen	=	perziksap
perzikscheutboorder	noun	Anarsia lineatella een vlinder uit de familie van de tastermotten, de Gelechiidae.
perzikscheutboorders	=	perzikscheutboorder
perzikscheutboordertje	=	perzikscheutboorder
perzikscheutboordertjes	=	perzikscheutboorder
perziksteen	noun|obsolete	niet-eetbare harde kern in de vrucht van de perzikboom Prunus persica
perzikstenen	=	perziksteen
perzisch	adj	het Perzisch betreffende, betreffende Perzië
perzische	=	perzisch
perzischer	=	perzisch
perzischere	=	perzisch
perzischers	=	perzisch
perzischt	=	perzisch
perzischtalig	adj	de Perzische taal sprekend
perzischtalige	=	perzischtalig
perzischtaligs	=	perzischtalig
perzischte	=	perzisch
pes	noun	een Gregoriaanse neume die een stijging in de melodie aanduidt
pesach	noun	pesachoffer (Pesach)
pesachdik	adj	horend bij Pesach, geoorloofd bij Pesach
pesachiem	=	pesach
peseta	noun|obsolete	de Spaanse munteenheid die in 2002 vervangen is door de Euro
peseta's	=	peseta
pesjat	noun	letterlijke, directe uitleg van een Bijbeltekst
pesjer	noun	eschatologisch genre in Qumranteksten
peso	noun	munteenheid in verschillende Spaanssprekende landen
peso's	=	peso
pesoekee	noun	verzen
pesoekiem	=	pasoek
pesoekim	=	posoek
pesoel	noun	datgene wat ondeugdelijk, ritueel ongeschikt maakt, defect, gebrek
pesoeliem	=	pesoel
pesoules	noun	afval
pessaria	=	pessarium
pessarium	noun	een anticonceptiemiddel waarbij een rubberen kapje in de vagina de baarmoedermond afsluit
pessariumpje	=	pessarium
pessariumpjes	=	pessarium
pessariums	=	pessarium
pessimisme	noun	de verwachting dat gebeurtenissen ongunstig gaan uitvallen
pessimist	noun	iemand die geneigd is alles van de negatieve kant te zien
pessimiste	noun	vrouwelijke pessimist zn
pessimisten	=	pessimist
pessimistes	=	pessimiste
pessimistetje	=	pessimiste
pessimistetjes	=	pessimiste
pessimistisch	adj	somber, alles moeilijk inzien, te neergeslagen, depressief, zonder hoop
pessimistische	=	pessimistisch
pessimistischer	=	pessimistisch
pessimistischere	=	pessimistisch
pessimistischers	=	pessimistisch
pessimistischt	=	pessimistisch
pessimistischte	=	pessimistisch
pessimistje	=	pessimist
pessimistjes	=	pessimist
pest	noun	Dodelijke en besmettelijke ziekten veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis, die verspreid wordt door vlooien die met name op de zwarte rat parasiteren.
pestbacterie	noun	verwekker van een dodelijke ziekte Yersinia pestis
pestbacterietje	=	pestbacterie
pestbacterietjes	=	pestbacterie
pestbacteriën	=	pestbacterie
pestbestrijding	noun	het tegengaan van de ziekte de pest
pestbestrijdingen	=	pestbestrijding
pestbestrijdinkje	=	pestbestrijding
pestbestrijdinkjes	=	pestbestrijding
pestbui	noun	slecht humeur waar zowel degene die dit humeur heeft als de omgeving last van heeft
pestbuien	=	pestbui
pestbuil	noun	gezwollen klier bij een patiënt met de pest
pestbuilen	=	pestbuil
pestcoördinator	noun	een functionaris op een school die verantwoordelijk is voor het coördineren van het anti-pestbeleid en fungeert als centraal aanspreekpunt bij pestsituaties
pestcoördinatoren	=	pestcoördinator
pestcoördinators	=	pestcoördinator
pestcoördinatortje	=	pestcoördinator
pestcoördinatortjes	=	pestcoördinator
peste	=	pesten
pesten	verb	jennen, treiteren
pestend	=	pesten
pestende	=	pesten
pestepidemie	noun	epidemie van een infectieziekte veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis.
pestepidemies	=	pestepidemie
pestepidemieën	=	pestepidemie
pester	noun	iemand die anderen treitert, plaagt en/of pest
pesterig	adj	geneigd tot pesten (minder vriendelijk dan plagerig)
pesterige	=	pesterig
pesteriger	=	pesterig
pesterigere	=	pesterig
pesterigers	=	pesterig
pesterigs	=	pesterig
pesterigst	=	pesterig
pesterigste	=	pesterig
pesterij	noun	gedrag waarbij iemand herhaald en gedurende langere tijd door anderen bejegend wordt op manieren die leiden tot fysieke verwonding en/of psychisch lijden
pesterijen	=	pesterij
pesterijtje	=	pesterij
pesterijtjes	=	pesterij
pesters	=	pester
pestertje	=	pester
pestertjes	=	pester
pestgedrag	noun	herhaaldelijk en voortdurend lastigvallen, waarbij de pesters vaak een zekere machtspositie hebben
pesthaard	noun	gebied waar de perst heerst
pesthaarden	=	pesthaard
pesthaardje	=	pesthaard
pesthekel	noun	grote heftige afkeer
pesthol	noun	plaats waar de pest heerst
pestholen	=	pesthol
pesthuis	noun	gebouw waarin pestlijders werden geïsoleerd en verzorgd
pesthuisje	=	pesthuis
pesthuisjes	=	pesthuis
pesthuizen	=	pesthuis
pesthumeur	noun	een heel slechte, boze, depressieve stemming
pesthumeuren	=	pesthumeur
pesticide	noun	bestrijdingsmiddel tegen door organismen veroorzaakte plagen van cultuurgewassen of tot verdelging van onkruid
pesticiden	=	pesticide
pesticides	=	pesticide
pestilent	adj	zeer verderfelijk
pestilente	=	pestilent
pestilenter	=	pestilent
pestilentere	=	pestilent
pestilenters	=	pestilent
pestilentie	noun	pest of andere epidemische ziekte
pestilenties	=	pestilentie
pestilentiën	=	pestilentie
pestilents	=	pestilent
pestilentst	=	pestilent
pestilentste	=	pestilent
pestkop	noun	iemand die veel en gemeen plaagt
pestkopje	=	pestkop
pestkopjes	=	pestkop
pestkoppen	=	pestkop
pestlijder	noun	iemand die aan de pest lijdt
pestlijders	=	pestlijder
pesto	noun	Italiaanse basilicumsaus
pesto's	=	pesto
pestootje	=	pesto
pestootjes	=	pesto
pestslachtoffer	noun	iemand die de ziekte de pest heeft opgelopen
pestslachtoffers	=	pestslachtoffer
pestte	=	pesten
pestten	=	pesten
pesttest	noun	onderzoek of iemand besmet is met de bacterie Yersinia pestis
pesttesten	=	pesttest
pesttests	=	pesttest
pestuitbraak	noun	plotseling optreden van pest in een populatie
pestuitbraakje	=	pestuitbraak
pestuitbraakjes	=	pestuitbraak
pestuitbraken	=	pestuitbraak
pestvent	noun	heel vervelende man
pestventen	=	pestvent
pestventje	=	pestvent
pestventjes	=	pestvent
pestvogel	noun	bepaald soort vogel, Bombycilla garrulus, met lange kuif en opvallende kleuren
pestvogels	noun	Bombycillidae een familie van de zangvogels bestaande uit drie soorten.
pestvogeltje	=	pestvogel
pestvogeltjes	=	pestvogel
pestwijf	noun	vervelende, lastige vrouw
pestwijfje	=	pestwijf
pestwijfjes	=	pestwijf
pestwijven	=	pestwijf
pestziekte	noun	een ernstige en zeer besmettelijke ziekte
pet	noun	tamelijk plat hoofddeksel met een klep	adj|informal	erg slecht, waardeloos
pet-scan	noun	techniek om een beeld te maken van het inwendige van een lichaam door de straling op te vangen veroorzaakt door het innemen van een minieme hoeveelheid radioactieve stof
pet-scans	=	pet-scan
peta-ampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10¹⁵ ampère of 1.000.000.000.000 kiloampère, weergegeven met symbool PA
peta-ampères	=	peta-ampère
peta-ampèretje	=	peta-ampère
peta-ampèretjes	=	peta-ampère
petabecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10¹⁵ becquerel of 1.000.000.000.000 kilobecquerel, weergegeven met symbool PBq
petabecquerels	=	petabecquerel
petabyte	noun	1.000.000.000.000.000 bytes ofwel 1000 terabyte, weergegeven met symbool PB
petabyteje	=	petabyte
petabytejes	=	petabyte
petabytes	=	petabyte
petacandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10¹⁵ candela of 1.000.000.000.000 kilocandela, weergegeven met symbool Pcd
petacandela's	=	petacandela
petacoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10¹⁵ coulomb of 1.000.000.000.000 kilocoulomb, weergegeven met symbool PC
petacoulombs	=	petacoulomb
petacoulombtje	=	petacoulomb
petacoulombtjes	=	petacoulomb
petafarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10¹⁵ farad of 1.000.000.000.000 kilofarad, weergegeven met symbool PF
petafaradje	=	petafarad
petafaradjes	=	petafarad
petafarads	=	petafarad
petagram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10¹⁵ gram of 1.000.000.000.000 kilogram, weergegeven met symbool Pg
petagrammen	=	petagram
petagrammetje	=	petagram
petagrammetjes	=	petagram
petagray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10¹⁵ gray of 1.000.000.000.000 kilogray, weergegeven met symbool PGy
petagrays	=	petagray
petagraytje	=	petagray
petagraytjes	=	petagray
petahenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10¹⁵ henry of 1.000.000.000.000 kilohenry, weergegeven met symbool PH
petahenry's	=	petahenry
petahenry'tje	=	petahenry
petahenry'tjes	=	petahenry
petahertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10¹⁵ hertz of 1.000.000.000.000 kilohertz, weergegeven met symbool PHz
petajoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10¹⁵ joule of 1.000.000.000.000 kilojoule, weergegeven met symbool PJ
petajoules	=	petajoule
petakatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10¹⁵ katal of 1.000.000.000.000 kilokatal, weergegeven met symbool Pkat
petakatals	=	petakatal
petakelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10¹⁵ kelvin of 1.000.000.000.000 kilokelvin, weergegeven met symbool PK
petaliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 1.000.000.000.000.000 liter, weergegeven met symbool Pl, PL of Pℓ
petaliters	=	petaliter
petalitertje	=	petaliter
petalitertjes	=	petaliter
petalumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10¹⁵ lumen of 1.000.000.000.000 kilolumen, weergegeven met symbool Plm
petalumens	=	petalumen
petalux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10¹⁵ lux of 1.000.000.000.000 kilolux, weergegeven met symbool Plx
petameter	noun	een lengtemaat met een waarde van 10¹⁵ meter of 1.000.000.000.000 kilometer, weergegeven met symbool Pm
petameters	=	petameter
petametertje	=	petameter
petametertjes	=	petameter
petamol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10¹⁵ mol of 1.000.000.000.000 kilomol, weergegeven met symbool Pmol
petamolen	=	petamol
petanewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10¹⁵ newton of 1.000.000.000.000 kilonewton, weergegeven met symbool PN
petanewtons	=	petanewton
petanque	noun	spel waarbij men metalen ballen zo dicht mogelijk naar een klein houten balletje moet gooien
petanquebaan	noun	speelveld voor jeu de boules
petanquebal	noun	metalen bal die gebruikt wordt bij petanque
petanqueballen	=	petanquebal
petanquebanen	=	petanquebaan
petanquen	verb	spelen van een spelletje jeu de boules
petanquend	=	petanquen
petanquende	=	petanquen
petanquet	=	petanquen
petanquete	=	petanquen
petanqueten	=	petanquen
petaohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10¹⁵ ohm of 1.000.000.000.000 kilo-ohm, weergegeven met symbool PΩ
petaohmpje	=	petaohm
petaohmpjes	=	petaohm
petaohms	=	petaohm
petapascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10¹⁵ pascal of 1.000.000.000.000 kilopascal, weergegeven met symbool PPa
petaseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10¹⁵ seconde of 1.000.000.000.000 kiloseconden, weergegeven met symbool Ps
petaseconden	=	petaseconde
petasecondes	=	petaseconde
petasiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10¹⁵ siemens of 1.000.000.000.000 kilosiemens, weergegeven met symbool PS
petasiemensen	=	petasiemens
petasiemensje	=	petasiemens
petasiemensjes	=	petasiemens
petasievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10¹⁵ sievert of 1.000.000.000.000 kilosievert, weergegeven met symbool PSv
petatesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10¹⁵ tesla of 1.000.000.000.000 kilotesla, weergegeven met symbool PT
petavolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10¹⁵ volt of 1.000.000.000.000 kilovolt, weergegeven met symbool PV
petavoltje	=	petavolt
petavoltjes	=	petavolt
petavolts	=	petavolt
petawatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10¹⁵ watt of 1.000.000.000.000 kilowatt, weergegeven met symbool PW
petawatts	=	petawatt
petawatturen	=	petawattuur
petawattuur	noun	een eenheid van arbeid of elektrische energie, gelijk aan 1.000.000.000.000.000 wattuur, weergegeven met symbool PWh
petaweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10¹⁵ weber of 1.000.000.000.000 kiloweber, weergegeven met symbool PWb
petawebers	=	petaweber
petechie	noun	kleine puntvormige vlekjes op de huid, als gevolg van bloedinkjes uit haarvaten net onder het huidoppervlak
petechietje	=	petechie
petechietjes	=	petechie
petechieën	=	petechie
petechiën	=	petechie
petehbonen	=	petehboon
petehboon	noun	Parkia speciosa een peulvrucht die in de Indonesische keuken tamelijk veel gebruikt wordt, maar ook in andere keukens in Zuidoost-Azië wordt gebruikt
petehboontje	=	petehboon
petehboontjes	=	petehboon
petekind	noun	een kind dat men ten doop gehouden heeft
petekinderen	=	petekind
petekindje	=	petekind
petekindjes	=	petekind
petemoei	noun	peettante
petemoeien	=	petemoei
peten	=	peet
peter	noun	iemand die andermans kind mede ten doop houdt en plechtig belooft medeverantwoordelijkheid voor de (christelijke) opvoeding van dit petekind te zullen dragen
peterprincipe	noun	beginsel dat stelt dat elke werknemer in een hiërarchie stijgt tot diens onbekwaamheid
peterprincipes	=	peterprincipe
peterprincipetje	=	peterprincipe
peterprincipetjes	=	peterprincipe
peters	=	peter
peterschap	noun	het peter (peetvader) zijn
peterselie	noun	Petroselinum crispum een tweejarige, winterharde, kruidachtige plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
peterseliebraam	noun	Rubus laciniatus een in Nederland en Vlaanderen algemeen voorkomende, meerjarige, struikachtige plant uit de rozenfamilie (Rosaceae), gekenmerkt door de ingesneden bladeren.
peterseliebraampje	=	peterseliebraam
peterseliebraampjes	=	peterseliebraam
peterseliebramen	=	peterseliebraam
peterselies	=	peterselie
peterselietje	=	peterselie
peterselievlier	noun	Sambucus nigra var. laciniata een variëteit van de gewone vlier die zich in de natuur heeft gevestigd.
peterselievlieren	=	peterselievlier
peterselievliertje	=	peterselievlier
peterselievliertjes	=	peterselievlier
peterseliewortel	noun	Petroselinum crispum var. tuberosum een op pastinaak gelijkend eetbaar wortelgewas eigenlijk een variëteit van de peterselie, die hoofdzakelijk voor zijn tot 15 cm lange, witte penwortel wordt gekweekt
peterseliewortels	=	peterseliewortel
peterselieworteltje	=	peterseliewortel
peterselieworteltjes	=	peterseliewortel
petertje	=	peter
petertjes	=	peter
petfles	noun	een verpakking voor vloeistoffen (vooral van frisdranken), vervaardigd uit polyethyleentereftalaat (pet)
petflesje	=	petfles
petflesjes	=	petfles
petflessen	=	petfles
petflessenprobleem	noun	het vraagstuk wat te doen met al die petflessen
petflessenproblemen	=	petflessenprobleem
petgat	noun	een rechte geul, die oorspronkelijk ontstond door turfwinning
petgaten	=	petgat
peticha	noun	het openen van de ark in de synagoge
petichot	=	peticha
petieter	noun	klein mannetje
petieterig	adj	dat iets heel klein en vaak ook te klein is
petieterige	=	petieterig
petieteriger	=	petieterig
petieterigere	=	petieterig
petieterigers	=	petieterig
petieterigs	=	petieterig
petieterigst	=	petieterig
petieterigste	=	petieterig
petieters	=	petieter
petietertje	=	petieter
petietertjes	=	petieter
petit-four	=	petitfour
petitfour	noun	klein gebakje
petitfours	=	petitfour
petitfourtje	=	petitfour
petitfourtjes	=	petitfour
petitie	noun	een formeel verzoek ondertekend door een groep personen met een politiek of maatschappelijk doel
petities	=	petitie
petitietje	=	petitie
petitioneer	=	petitioneren
petitioneerde	=	petitioneren
petitioneerden	=	petitioneren
petitioneert	=	petitioneren
petitionere	=	petitioneren
petitioneren	verb	het indienen van een verzoekschrift
petitionerend	=	petitioneren
petitionerende	=	petitioneren
petitionnement	noun	een door (heel veel) verschillende mensen ondertekend verzoekschrift
petitionnementen	=	petitionnement
petje	=	pet
petjes	=	pet
petoet	noun|informal	gevangenis, bajes
petoeten	=	petoet
petoetje	=	petoet
petoetjes	=	petoet
petomanie	noun	opzettelijk vaak gas uit de darmen laten ontsnappen
petrand	noun	de rand of de klep van een pet
petranden	=	petrand
petrandje	=	petrand
petrandjes	=	petrand
petrichor	noun	kenmerkende geur na een regenbui die een periode van droogte beëindigd
petrificatie	noun	verstening
petrificaties	=	petrificatie
petrificatietje	=	petrificatie
petrificatietjes	=	petrificatie
petrischaal	noun	laag plat ronde bakje van glas of kunststof met een ruim eroverheen passend deksel
petrischaaltje	=	petrischaal
petrischaaltjes	=	petrischaal
petrischalen	=	petrischaal
petrochemie	noun	scheikunde op basis van aardolieproducten
petrochemies	=	petrochemie
petrochemietje	=	petrochemie
petrochemisch	adj	betrekking hebbend op de industrie die aardolie als grondstof verwerkt
petrochemische	=	petrochemisch
petrochemischer	=	petrochemisch
petrochemischere	=	petrochemisch
petrochemischers	=	petrochemisch
petroglief	noun	een symbool, figuur of andere afbeelding die in de rotsen is gekrast, gekerfd of gehakt
petrogliefen	=	petroglief
petrogliefje	=	petroglief
petrogliefjes	=	petroglief
petrol	noun	vloeibare brandstof, gemaakt uit aardolie	adj	blauw met een groene tint
petroleum	noun	een olieproduct voor verlichting en verwarming
petroleumkachel	noun	een kachel die warmte geeft door de verbranding van petroleum
petroleumkachels	=	petroleumkachel
petroleumkacheltje	=	petroleumkachel
petroleumkacheltjes	=	petroleumkachel
petroleumlamp	noun	olielamp die petroleum als brandstof gebruikt
petroleumlampen	=	petroleumlamp
petroleumlampje	=	petroleumlamp
petroleumlampjes	=	petroleumlamp
petroleumlicht	noun	licht dat ontstaat door een brandende petroleumlamp
petroleumlichten	=	petroleumlicht
petroleumlichtje	=	petroleumlicht
petroleumlichtjes	=	petroleumlicht
petroleummarkt	noun	handel in aardolie
petroleummarkten	=	petroleummarkt
petroleumproduct	noun|obsolete	verhandelbaar resultaat van het bewerken van aardolie
petroleumproducten	=	petroleumproduct
petroleumprodukt	=	petroleumproduct
petroleumstel	noun	kooktoestel dat petroleum als brandstof gebruikt
petroleumstellen	=	petroleumstel
petroleumstelletje	=	petroleumstel
petroleumvergasser	noun	een druklamp die op vergaste petroleum brandt
petroleumvergassers	=	petroleumvergasser
petroleumvergassertje	=	petroleumvergasser
petroleumvergassertjes	=	petroleumvergasser
petrologen	=	petroloog
petrologie	noun	de studie van de gesteentes
petroloog	noun	geleerde van gesteentes
petroloogje	=	petroloog
petroloogjes	=	petroloog
petrols	=	petrol
pets	noun	harde klap die men met de blote, platte hand geeft
petse	=	petsen
petsen	verb	slaan met de vlakke hand
petsend	=	petsen
petsende	=	petsen
petshop	noun	winkel waar huisdieren, hun voeder en middelen voor het houden van dieren verkocht worden
petshops	=	petshop
petsje	=	pets
petsjes	=	pets
petsjorapieper	noun	Anthus gustavi een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
petsjorapiepers	=	petsjorapieper
petsjorapiepertje	=	petsjorapieper
petsjorapiepertjes	=	petsjorapieper
petst	=	petsen
petste	=	petsen
petsten	=	petsen
pette	=	pet
petten	=	pet
pettenprobleem	noun	moeilijkheid die ontstaat als iemand meerdere functies heeft waarin men tegengestelde belangen dient te verdedigen
pettenproblemen	=	pettenprobleem
petter	=	pet
pettere	=	pet
petters	=	pet
petticoat	noun	een stijve onderrok die er voor zorgt dat een rok wijd uitstaat
petticoats	=	petticoat
petulantie	noun|obsolete	uitgelatenheid
petunia	noun	benaming voor planten uit het geslacht Petunia met veel gekweekte nachtschadeachtige planten die trompetvormige bloemen hebben
petunia's	=	petunia
peuk	noun	overblijfsel van een opgerookte sigaret of sigaar
peukel	=	pukkel
peuken	=	peuk
peukenplukker	noun	iemand die (hasj)sigaretten verzamelt om die later op te roken
peukenplukkers	=	peukenplukker
peukenput	noun	verzonken, vandalismebestendige stoeptegel die dient als een asbak
peukenputje	=	peukenput
peukenputjes	=	peukenput
peukenputten	=	peukenput
peukentegel	noun	verzonken, vandalismebestendige stoeptegel die dient als een asbak
peukentegels	=	peukentegel
peukie	=	peuk
peukje	=	peuk
peukjes	=	peuk
peul	noun	het langwerpig omhulsel rond erwten, bonen of kapucijners
peulen	=	peul
peulenschil	noun	het omhulsel van erwten, bonen, enz. dat wordt weggegooid
peulenschillen	=	peulenschil
peulenschilletje	=	peulenschil
peulenschilletjes	=	peulenschil
peulerwt	noun	erwt waarvan men ook de peul kan eten
peulerwten	=	peulerwt
peulerwtje	=	peulerwt
peulerwtjes	=	peulerwt
peuleschil	=	peulenschil
peulschil	noun	de schil van een peulvrucht
peulschillen	=	peulschil
peulschilletje	=	peulschil
peulschilletjes	=	peulschil
peultje	noun	peulgewas Pisum sativum var. saccharatum
peultjes	noun	een variëteit Pisum sativum var. saccharatum en soort doperwt (Pisum sativum) maar de gehele peul kan in jonge toestand gegeten worden.
peultjesmot	noun	Etiella zinckenella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
peultjesmotje	=	peultjesmot
peultjesmotjes	=	peultjesmot
peultjesmotten	=	peultjesmot
peuluw	=	peluw
peulvormig	adj	vorm van een peul hebbend
peulvormige	=	peulvormig
peulvormiger	=	peulvormig
peulvormigere	=	peulvormig
peulvormigers	=	peulvormig
peulvormigs	=	peulvormig
peulvormigst	=	peulvormig
peulvormigste	=	peulvormig
peulvrucht	noun	een vrucht die bestaat uit één vruchtblad en die bij rijpheid opengaat aan beide zijden
peulvruchten	=	peulvrucht
peulvruchtje	=	peulvrucht
peulvruchtjes	=	peulvrucht
peun	noun	een zwaar, lastig karwei
peunde	=	peunen
peunden	=	peunen
peune	=	peunen
peunen	verb	heel hard werken
peunend	=	peunen
peunende	=	peunen
peunt	=	peunen
peur	noun	tientallen wormen die aan een vislijn zijn geregen en als een kluwen onder een stukje lood aan een stok op een neer worden bewogen om hierin bijtende paling te vangen
peurde	=	peuren
peurden	=	peuren
peurder	noun	iemand die op paling vist met een peur: een tros wormen die in het water wordt bewogen als lokkertje
peurders	=	peurder
peure	=	peuren
peuren	verb	wroeten, peuteren
peurend	=	peuren
peurende	=	peuren
peurt	=	peuren
peut	noun|informal	petroleum, benzine of verfverdunner
peuten	=	peut
peuter	noun	jong kind in de leeftijd van één tot vier jaar
peuteraar	noun	iemand die peutert
peuteraars	=	peuteraar
peuteraartje	=	peuteraar
peuteraartjes	=	peuteraar
peuterbad	noun	kinderbad, ondiep zwembassin
peuterbaden	=	peuterbad
peuterbadje	=	peuterbad
peuterbadjes	=	peuterbad
peuterdagverblijf	noun	instelling waar peuters overdag kunnen verblijven
peuterdagverblijven	=	peuterdagverblijf
peuterde	=	peuteren
peuterden	=	peuteren
peutere	=	peuteren
peuteren	verb	met de vinger of een spits voorwerp in iets wroeten (om er iets uit te halen)
peuterend	=	peuteren
peuterende	=	peuteren
peuterig	adj	kriebelig, klein
peuterige	=	peuterig
peuteriger	=	peuterig
peuterigere	=	peuterig
peuterigers	=	peuterig
peuterigs	=	peuterig
peuterigst	=	peuterig
peuterigste	=	peuterig
peuterklas	noun	klas met veel spel en wat voorbereidend onderwijs voor peuters
peuterklasje	=	peuterklas
peuterklasjes	=	peuterklas
peuterklassen	=	peuterklas
peuterleidster	noun	leidster in een peuterspeelzaal
peuterleidsters	=	peuterleidster
peuteropvang	noun	verzorging van kinderen van 1 tot 4 jaar oud, gedurende het deel van de dag dat de ouders afwezig zijn
peuterprogramma	noun	programma speciaal gemaakt voor de jongste, nog niet naar schoolgaande, kinderen
peuterprogramma's	=	peuterprogramma
peuterprogrammaatje	=	peuterprogramma
peuterprogrammaatjes	=	peuterprogramma
peuterpuberteit	noun	fase waarin een peuter koppig en opstandig is zoals een puber
peuterpuberteiten	=	peuterpuberteit
peuters	=	peuter
peuterscholen	=	peuterschool
peuterschool	noun	instelling waar peuters onder toezicht van peuterleidsters kunnen spelen
peuterschooltje	=	peuterschool
peuterschooltjes	=	peuterschool
peuterspeelzaal	noun	instelling waar peuters onder toezicht van peuterleidsters kunnen spelen
peuterspeelzaaltje	=	peuterspeelzaal
peuterspeelzaaltjes	=	peuterspeelzaal
peuterspeelzalen	=	peuterspeelzaal
peutert	=	peuteren
peutertje	=	peuter
peutertjes	=	peuter
peutertuin	noun	klas of schooltje voor peuters
peutertuinen	=	peutertuin
peutertuintje	=	peutertuin
peutertuintjes	=	peutertuin
peuterwerk	noun	iets dat alleen met nauwkeurigheid kan worden verricht
peuterwerken	=	peuterwerk
peuterwerkje	=	peuterwerk
peuterwerkjes	=	peuterwerk
peuzel	=	peuzelen
peuzelaar	noun	iemand die met smaak en met kleine hapjes eet
peuzelaars	=	peuzelaar
peuzelde	=	peuzelen
peuzelden	=	peuzelen
peuzele	=	peuzelen
peuzelen	verb	langzaam en met smaak eten
peuzelend	=	peuzelen
peuzelende	=	peuzelen
peuzelt	=	peuzelen
peyote	noun	bepaald soort kleine doornloze bolvormige cactus die in de zuidelijke Verenigde Staten en Mexico groeit, Lophophora williamsii
peyotes	=	peyote
peze	=	pees
pezen	=	pees
pezend	=	pees
pezende	=	pees
pezerik	noun	de penis van een stier of varken
pezeriken	=	pezerik
pezerikje	=	pezerik
pezerikjes	=	pezerik
pezeweef	=	pezeweven
pezeweefde	=	pezeweven
pezeweefden	=	pezeweven
pezeweeft	=	pezeweven
pezeweve	=	pezeweven
pezeweven	verb	beuzelen over kleinigheden en de grote belangrijke zaken over het hoofd zien
pezewevend	=	pezeweven
pezewevende	=	pezeweven
pezewever	noun	iemand die overdreven aandacht geeft aan kleinigheden
pezewevers	=	pezewever
pezewevertje	=	pezewever
pezewevertjes	=	pezewever
pezig	adj	mager en sterk
pezige	=	pezig
peziger	=	pezig
pezigere	=	pezig
pezigers	=	pezig
pezigs	=	pezig
pezigst	=	pezig
pezigste	=	pezig
pf	intj	drukt een gevoel van warmte te uit
pfas	noun	groep koolwaterstoffen die fluor bevatten
pfas-verontreiniging	noun	is de aanwezigheid van schadelijke, door de mens gemaakte chemische stoffen (poly- en perfluoralkylstoffen) in de bodem, het water of de lucht.
pfas-verontreinigingen	=	pfas-verontreiniging
pfas-verontreinigingetje	=	pfas-verontreiniging
pfas-verontreinigingetjes	=	pfas-verontreiniging
pfeiffer	noun	ziekte waarbij de lymfeklieren ontstoken zijn door besmetting met een bepaald herpesvirus, het epstein-barrvirus
pfeifferpatiënt	noun	persoon die lijdt aan de ziekte van Pfeiffer die gekenmerkt wordt door gezwollen lymfeklieren, keelontsteking en vermoeidheid
pfeifferpatiënten	=	pfeifferpatiënt
pfeifferpatiëntje	=	pfeifferpatiënt
pfeifferpatiëntjes	=	pfeifferpatiënt
pff	intj	drukt een gevoel van lichamelijke verhitting of warmte uit
pfoa	noun	perfluoroctaanzuur een stof die gebruikt word bij de productie van antiaanbaklagen en pizaadozen
pfoa's	=	pfoa
pfoa-verontreiniging	noun	de aanwezigheid in het milieu van perfluoroctaanzuur (PFOA).
pfoa-verontreinigingen	=	pfoa-verontreiniging
pfoa-verontreinigingetje	=	pfoa-verontreiniging
pfoa-verontreinigingetjes	=	pfoa-verontreiniging
pfos-verontreiniging	noun	de aanwezigheid in het milieu van perfluoroctaansulfonzuur (PFOS), een giftige, door de mens gemaakte chemische stof.
pfos-verontreinigingen	=	pfos-verontreiniging
pfos-verontreinigingetje	=	pfos-verontreiniging
pfos-verontreinigingetjes	=	pfos-verontreiniging
pgb	noun	uitkering die een persoon krijgt om zorg in te kopen
pgb's	=	pgb
ph	noun	zuurgraad: maatstaf die kleiner wordt naarmate een waterige oplossing zuurder is en met toenemende waarden (boven 7) aangeeft dat die basischer is
ph's	=	ph
ph-waarde	noun	de waterstofionenconcentratie van een waterige oplossing uitgedrukt als het negatieve van de logaritme op basis tien van de molariteit
ph-waarden	=	ph-waarde
ph-waardes	=	ph-waarde
phablet	noun	een kruising tussen een smartphone en een tablet
phabletje	=	phablet
phabletjes	=	phablet
phablets	=	phablet
phagwafeest	noun	hindoestaans lentefeest waarbij mensen gekleurd poeder naar elkaar gooien
phanerozoïcum	=	fanerozoïcum
phare	noun	lamp met een felle lichtbundel, zoals aan de voorkant van motorvoertuig
pharen	=	phare
phares	=	phare
pharizeer	=	farizeeër
pharmaceut	=	farmaceut
pharmacie	=	farmacie
pharmacologie	=	farmacologie
pharmacologisch	=	farmacologisch
phase	=	fase
phayrelangoer	noun	Trachypithecus phayrei primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
phayrelangoeren	=	phayrelangoer
phayrelangoertje	=	phayrelangoer
phayrelangoertjes	=	phayrelangoer
phegeavlinder	noun	Amata phegea een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
phegeavlinders	=	phegeavlinder
phegeavlindertje	=	phegeavlinder
phegeavlindertjes	=	phegeavlinder
phi	noun	21e letter van het Griekse alfabet: hoofdletter Φ, onderkast φ
phi's	=	phi
phi'tje	=	phi
philadelphiachromosomen	=	philadelphiachromosoom
philadelphiachromosoom	noun	een genetisch defect dat gevonden wordt bij patiënten met chronische myeloïde leukemie.
philadelphiachromosoompje	=	philadelphiachromosoom
philadelphiachromosoompjes	=	philadelphiachromosoom
philadelphiavireo	noun	Vireo philadelphicus een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
philadelphiavireo's	=	philadelphiavireo
philadelphiavireootje	=	philadelphiavireo
philadelphiavireootjes	=	philadelphiavireo
philentoma	noun	Philentoma een geslacht van zangvogels uit de familie Vangidae
philentoma's	=	philentoma
philentomaatje	=	philentoma
philentomaatjes	=	philentoma
philharmonisch	=	filharmonisch
philosopheren	=	filosoferen
philosophisch	=	filosofisch
phishing	noun	vorm van cybercriminaliteit waarbij de crimineel probeert gegevens van het slachtoffer te bemachtigen met het doel diens bankrekening te plunderen
phivariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter phi
phivarianten	=	phivariant
phoebe	noun	Sayornis phoebe een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
phoebe's	noun	een geslacht Sayornis van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
phoebetje	=	phoebe
phoebetjes	=	phoebe
phoeniciër	=	feniciër
phoenixstormvogel	noun	Pterodroma alba een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
phoenixstormvogels	=	phoenixstormvogel
phoenixstormvogeltje	=	phoenixstormvogel
phoenixstormvogeltjes	=	phoenixstormvogel
phon	noun	de eenheid van de door het gehoor waargenomen luidheid van geluid in de vorm van een zuivere toon
phoneem	=	foneem
phonolith	=	fonoliet
phosphaat	=	fosfaat
phosphine	=	fosfine
phosphor	=	fosfor
phosphorzuur	=	fosforzuur
photon	=	foton
photoshoppen	=	fotoshoppen
photosynthese	=	fotosynthese
phototoestel	=	fototoestel
phraseologie	=	fraseologie
phrenologie	=	frenologie
phtisis	=	ftisis
phub	=	phubben
phubbe	=	phubben
phubben	verb	tijdens een samenzijn meer aandacht voor de smartphone hebben dan voor elkaar
phubbend	=	phubben
phubbende	=	phubben
phubbing	noun	het op een onbeleefde wijze in gezelschap bezig zijn met de smartphone
phubde	=	phubben
phubden	=	phubben
phubt	=	phubben
physiek	=	fysiek
physisch	=	fysisch
phytophaag	=	fytofaag
phytophtora	=	fytoftora
pi	noun	de letter π, de zestiende letter van het Griekse alfabet
pi's	=	pi
pi'tje	=	pi
pi'tjes	=	pi
pianissimo	adv	zeer zacht
pianist	noun	musicus die een piano bespeelt
pianist-componist	noun	iemand die zowel pianist als componist is
pianist-componisten	=	pianist-componist
pianiste	noun	vrouw die op een piano speelt
pianiste-componiste	noun	vrouwelijke vorm van pianist-componist
pianisten	=	pianist
pianisten-componisten	=	pianist-componist
pianistes	=	pianiste
pianistes-componistes	=	pianiste-componiste
pianistetje	=	pianiste
pianistiek	noun	de kunst van het pianospelen
pianistisch	adj	betrekking hebbend op pianospel
pianistische	=	pianistisch
pianistischer	=	pianistisch
pianistischere	=	pianistisch
pianistischers	=	pianistisch
pianistje	=	pianist
pianistjes	=	pianist
piano	noun	algemene benaming voor een groot snaarinstrument waarvan de snaren via een toetsenbord (klavier) door hamertjes zacht of hard kunnen worden aangeslagen	adv	met een lage geluidssterkte
piano's	=	piano
pianobegeleiding	noun	het spel van een piano als achtergrondmuziek
pianobegeleidingen	=	pianobegeleiding
pianobegeleidinkje	=	pianobegeleiding
pianobegeleidinkjes	=	pianobegeleiding
pianoconcert	noun	muziekstuk waarbij de solopiano het belangrijkste instrument is (naast het orkest).
pianoconcerten	=	pianoconcert
pianoconcerti	=	pianoconcert
pianoconcertje	=	pianoconcert
pianoconcertjes	=	pianoconcert
pianoconcerto	noun	een concerto waarbij een pianist als solist een dialoog voert met het begeleidend orkest
pianoconcerto's	=	pianoconcert
pianocursus	noun	opleiding in het bespelen van een met een klavier bediend snaarinstrument
pianocursussen	=	pianocursus
pianoforte	noun	18e-eeuwse piano
pianoforte's	=	pianoforte
pianofortes	=	pianoforte
pianogespeeld	=	pianospelen
pianokruk	noun	stoeltje waarop men zit om piano te spelen
pianokrukje	=	pianokruk
pianokrukjes	=	pianokruk
pianokrukken	=	pianokruk
pianola	noun	een piano voorzien van een mechaniek dat automatisch het instrument bespeelt
pianola's	=	pianola
pianolaatje	=	pianola
pianoleraar	noun	iemand die les geeft in pianospelen
pianoleraars	=	pianoleraar
pianoleraartje	=	pianoleraar
pianoleraartjes	=	pianoleraar
pianoleraren	=	pianoleraar
pianoles	noun	een aaneengesloten periode dat men samen met een pianoleraar piano leert spelen
pianolesje	=	pianoles
pianolesjes	=	pianoles
pianolessen	=	pianoles
pianomuziek	noun	muziek voor piano, muziek gespeeld op een piano
pianomuziekje	=	pianomuziek
pianomuziekjes	=	pianomuziek
pianootje	=	piano
pianootjes	=	piano
pianosoli	=	pianosolo
pianosolo	noun	deel van een muziekuitvoering waarbij alleen de piano te horen is
pianosolo's	=	pianosolo
pianosonate	noun	barok muziekstuk voor piano in meerdere delen
pianosonaten	=	pianosonate
pianosonates	=	pianosonate
pianospeel	=	pianospelen
pianospeelde	=	pianospelen
pianospeelden	=	pianospelen
pianospeelster	noun	vrouwelijke pianospeler
pianospeelsters	=	pianospeelster
pianospeelstertje	=	pianospeelster
pianospeelstertjes	=	pianospeelster
pianospeelt	=	pianospelen
pianospel	noun	het spelen op de piano en de muziek die daardoor ontstaat
pianospele	=	pianospelen
pianospelen	verb	muziek maken met een piano
pianospelend	=	pianospelen
pianospelende	=	pianospelen
pianospeler	noun	pianist Iemand die (als beroep) een piano bespeelt.
pianospelers	=	pianospeler
pianospelertje	=	pianospeler
pianospelertjes	=	pianospeler
pianostemmer	noun	iemand die de snaren van een piano stemt en zo het instrument op toon brengt
pianostemmers	=	pianostemmer
pianostemmertje	=	pianostemmer
pianotoets	noun	elk van de 88 toetsen van een piano
pianotoetsen	=	pianotoets
pianowerk	noun	muziekstuk geschreven voor piano
pianowerken	=	pianowerk
pianowerkje	=	pianowerk
pianowerkjes	=	pianowerk
piapiac	noun	Ptilostomus afer een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien)
piapiacje	=	piapiac
piapiacjes	=	piapiac
piapiacs	=	piapiac
pias	noun	hansworst, clown, grappenmaker, lachwekkend figuur
piasje	=	pias
piasjes	=	pias
piassen	=	pias
piasserig	adj	als een pias of clown
piasserige	=	piasserig
piasseriger	=	piasserig
piasserigere	=	piasserig
piasserigers	=	piasserig
piasserigs	=	piasserig
piasserigst	=	piasserig
piasserigste	=	piasserig
piasserij	noun	grappige, clowneske handeling
piasserijen	=	piasserij
piaster	noun	munt (in diverse landen)
piasters	=	piaster
piazza	noun	plein, plaats
piazza's	=	piazza
pica	noun	de ziekelijke neiging oneetbare zaken te consumeren
pica's	=	pica
picador	noun	ruiter die bij stierengevechten de stier met lansen steekt
picadors	=	picador
picardieglaasje	=	picardieglas
picardieglaasjes	=	picardieglas
picardieglas	noun	type kelkvormige drinkbeker van gehard glas
picardieglazen	=	picardieglas
picardisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Picardië
picardische	noun	een vrouwelijke inwoner van Picardië, of een vrouw afkomstig uit Picardië
picardischen	=	picardische
picardischer	=	picardisch
picardischere	=	picardisch
picardischers	=	picardisch
picardischtalig	adj	de Picardische taal sprekend
picardischtalige	=	picardischtalig
picardischtaligs	=	picardischtalig
picardiër	noun	een inwoner van Picardië, of iemand afkomstig uit Picardië
picardiërs	=	picardiër
picarellen	noun	een familie Centracanthidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
picaresk	adj	betrekking hebbend op schelmen en schavuiten
picareske	=	picaresk
picaresker	=	picaresk
picareskere	=	picaresk
picareskers	=	picaresk
picaresks	=	picaresk
picareskst	=	picaresk
picareskste	=	picaresk
picasso	adj	met een kleurrijke garnituur bestaande uit verschillende soorten fruit en groente
picasso-doktersvis	noun	Paracanthurus hepatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van doktersvissen (Acanthuridae).
picasso-doktersvisje	=	picasso-doktersvis
picasso-doktersvisjes	=	picasso-doktersvis
picasso-doktersvissen	=	picasso-doktersvis
picassodoktersvis	noun	Paracanthurus hepatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van doktersvissen (Acanthuridae).
picassodoktersvisje	=	picassodoktersvis
picassodoktersvisjes	=	picassodoktersvis
picassodoktersvissen	=	picassodoktersvis
picassovis	noun	benaming voor vissen uit het geslacht Rhinecanthus, trekkervissen met een helder kleurenpatroon dat doet denken aan een modern schilderij
picassovissen	=	picassovis
picatatapuit	noun	Oenanthe picata een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
picatatapuiten	=	picatatapuit
picatatapuitje	=	picatatapuit
picatatapuitjes	=	picatatapuit
picazuroduif	noun	Patagioenas picazuro een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
picazuroduifje	=	picazuroduif
picazuroduifjes	=	picazuroduif
picazuroduiven	=	picazuroduif
piccalilly	noun	geelkleurige, groente saus met azijn en mosterd
piccolo	noun	een blaasinstrument, sopranino-dwarsfluit, wordt zoals de dwarsfluit bespeeld door dwars over het mondstuk te blazen
piccolo's	=	piccolo
piccolootje	=	piccolo
piccolootjes	=	piccolo
piccolosaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
piccolosaxofoons	=	piccolosaxofoon
piccolosaxofoontje	=	piccolosaxofoon
piccolosaxofoontjes	=	piccolosaxofoon
pick-up	noun	een apparaat om grammofoonplaten af te spelen
pick-upje	=	pick-up
pick-upjes	=	pick-up
pick-ups	=	pick-up
pick-uptruck	noun	een carrosserie-uitvoering van een bestelwagen, waarbij de wagen bestaat uit een passagiers- en bestuurdersgedeelte, met daarachter een open laadbak
pick-uptruckje	=	pick-uptruck
pick-uptruckjes	=	pick-uptruck
pick-uptrucks	=	pick-uptruck
pickles	noun	ingemaakte groeten die men als bijgerecht eet; met name ingemaakte augurken
picknick	noun	een maaltijd in de vrije natuur
picknicke	=	picknicken
picknicken	verb	een picknick houden
picknickend	=	picknicken
picknickende	=	picknicken
picknickje	=	picknick
picknickjes	=	picknick
picknickmand	noun	mand waarin men alles voor een picknick meeneemt
picknickmanden	=	picknickmand
picknickmandje	=	picknickmand
picknickmandjes	=	picknickmand
picknickplaats	noun	plaats waar men kan picknicken
picknickplaatsen	=	picknickplaats
picknickplaatsje	=	picknickplaats
picknickplaatsjes	=	picknickplaats
picknicks	=	picknick
picknickt	=	picknicken
picknicktafel	noun	tafel die kan worden gebruikt bij het picknicken
picknicktafels	=	picknicktafel
picknicktafeltje	=	picknicktafel
picknicktafeltjes	=	picknicktafel
picknickte	=	picknicken
picknickten	=	picknicken
pico-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10⁻¹² ohm of 0,000.000.001 milliohm, weergegeven met symbool pΩ
pico-ohmpje	=	pico-ohm
pico-ohmpjes	=	pico-ohm
pico-ohms	=	pico-ohm
picoampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10⁻¹² ampère of 0,000.000.001 milliampère, weergegeven met symbool pA
picoampères	=	picoampère
picoampèretje	=	picoampère
picoampèretjes	=	picoampère
picobecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10⁻¹² becquerel of 0,000.000.001 millibecquerel, weergegeven met symbool pBq
picobecquerels	=	picobecquerel
picocandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10⁻¹² candela of 0,000.000.001 millicandela, weergegeven met symbool pcd
picocandela's	=	picocandela
picocoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10⁻¹² coulomb of 0,000.000.001 millicoulomb, weergegeven met symbool pC
picocoulombs	=	picocoulomb
picocoulombtje	=	picocoulomb
picocoulombtjes	=	picocoulomb
picofarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10⁻¹² farad of 0,000.000.001 millifarad, weergegeven met symbool pF
picofaradje	=	picofarad
picofaradjes	=	picofarad
picofarads	=	picofarad
picogram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10⁻¹² gram of 0,000.000.001 milligram, weergegeven met symbool pg
picogrammen	=	picogram
picogrammetje	=	picogram
picogrammetjes	=	picogram
picogray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10⁻¹² gray of 0,000.000.001 milligray, weergegeven met symbool pGy
picograys	=	picogray
picograytje	=	picogray
picograytjes	=	picogray
picohenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10⁻¹² henry of 0,000.000.001 millihenry, weergegeven met symbool pH
picohenry's	=	picohenry
picohenry'tje	=	picohenry
picohenry'tjes	=	picohenry
picohertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10⁻¹² hertz of 0,000.000.001 millihertz, weergegeven met symbool pHz
picojoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10⁻¹² joule of 0,000.000.001 millijoule, weergegeven met symbool pJ
picojoules	=	picojoule
picokatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10⁻¹² katal of 0,000.000.001 millikatal, weergegeven met symbool pkat
picokatals	=	picokatal
picokelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10⁻¹² kelvin of 0,000.000.001 millikelvin, weergegeven met symbool pK
picoliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,000.000.000.001 liter, weergegeven met symbool pl, pL of pℓ
picoliters	=	picoliter
picolitertje	=	picoliter
picolitertjes	=	picoliter
picolumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10⁻¹² lumen of 0,000.000.001 millilumen, weergegeven met symbool plm
picolumens	=	picolumen
picolux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10⁻¹² lux of 0,000.000.001 millilux, weergegeven met symbool plx
picometer	noun	een lengtemaat met een waarde van 10⁻¹² meter of 0,000.000.001 millimeter, weergegeven met symbool pm
picometers	=	picometer
picometertje	=	picometer
picometertjes	=	picometer
picomol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10⁻¹² mol of 0,000.000.001 millimol, weergegeven met symbool pmol
picomolen	=	picomol
piconewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10⁻¹² newton of 0,000.000.001 millinewton, weergegeven met symbool pN
piconewtons	=	piconewton
picopascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10⁻¹² pascal of 0,000.000.001 millipascal, weergegeven met symbool pPa
picoseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10⁻¹² seconde of 0,000.000.001 milliseconde, weergegeven met symbool ps
picoseconden	=	picoseconde
picosecondes	=	picoseconde
picosiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10⁻¹² siemens of 0,000.000.001 millisiemens, weergegeven met symbool pS
picosiemensen	=	picosiemens
picosiemensje	=	picosiemens
picosiemensjes	=	picosiemens
picosievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10⁻¹² sievert of 0,000.000.001 millisievert, weergegeven met symbool pSv
picotesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10⁻¹² tesla of 0,000.000.001 millitesla, weergegeven met symbool pT
picovolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10⁻¹² volt of 0,000.000.001 millivolt, weergegeven met symbool pV
picovoltje	=	picovolt
picovoltjes	=	picovolt
picovolts	=	picovolt
picowatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10⁻¹² watt of 0,000.000.001 milliwatt, weergegeven met symbool pW
picowatts	=	picowatt
picoweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10⁻¹² weber of 0,000.000.001 milliweber, weergegeven met symbool pWb
picowebers	=	picoweber
picqueur	=	pikeur
picrinezuren	=	picrinezuur
picrinezuur	noun	een organische verbinding met als brutoformule C₆H₃N₃O₇
pictofonetisch	adj	gevormd uit een element dat de uitspraak aangeeft en een dat laat zien om welke betekenis het gaat
pictofonetische	=	pictofonetisch
pictografisch	adj	met betrekking tot een schriftvorm of communicatiemethode die gebruikmaakt van herkenbare afbeeldingen (pictogrammen) en beeldschrift om een boodschap over te brengen
pictografische	=	pictografisch
pictografischer	=	pictografisch
pictografischere	=	pictografisch
pictografischers	=	pictografisch
pictogram	noun	een voorstelling of mededeling in de vorm van een afbeelding
pictogrammen	=	pictogram
pictogrammetje	=	pictogram
pictogrammetjes	=	pictogram
picturaal	adj	met een fraai uiterlijk
picturaals	=	picturaal
picturaalst	=	picturaal
picturaalste	=	picturaal
picturale	=	picturaal
picturaler	=	picturaal
picturalere	=	picturaal
picturalers	=	picturaal
picture	noun	geheel van personen of zaken die van belang worden geacht
picuiduif	noun	Columbina picui een vogel uit de familie Columbidae (Duiven).
picuiduifje	=	picuiduif
picuiduifjes	=	picuiduif
picuiduiven	=	picuiduif
pidgin	noun	een taal die ontstaat wanneer twee bevolkingsgroepen die verschillende talen spreken met elkaar in contact komen, maar die niemands moedertaal is
pidgins	=	pidgin
pidgintaal	noun	een taal die ontstaat wanneer twee bevolkingsgroepen die verschillende talen spreken met elkaar in contact komen, maar die niemands moedertaal is
pidgintaaltje	=	pidgintaal
pidgintaaltjes	=	pidgintaal
pidgintalen	=	pidgintaal
pidjon	noun	loskoping
piechem	noun	zonderling
piechems	=	piechem
pied-de-poule	noun	een tweekleurig textielpatroon, gekarakteriseerd door onderbroken steken die het patroon laat bestaan uit een tegelvorm van abstracte vierhoekige vormen
pied-à-terre	noun	kleine tweede woning (vaak gelegen in een stad waar men werkt maar niet woont)
pied-à-terres	=	pied-à-terre
pief	noun|informal	mannelijk mens
pief-paf	=	piefpaf
piefen	=	pief
piefje	=	pief
piefjes	=	pief
piefpaf	noun	schot van een vuurwapen	intj	geluid als van een schot uit een vuurwapen
piefpafpoef	intj	nabootsing van het geknal van geweerschoten
piek	noun	een buiten de omgeving uitstekend deel, vrij lang en puntig
piekaanbod	noun	moment waarop er een maximale hoeveelheid van iets wordt aangeboden op de markt, vaak een product of dienst
piekautomaat	noun	speelautomaat die per honderd speeluren niet meer dan een à twee keer uitbetaalt.
piekautomaten	=	piekautomaat
piekbelaster	noun	bedrijf of de eigenaar van een bedrijf dat grote, schadelijke hoeveelheden stikstof uitstoot het gaat meestal over een melkveehouderij
piekbelasters	=	piekbelaster
piekbuis	noun	spaarpot in de vorm van een buis, die in de jaren 1980 veel voorkwam
piekbuizen	=	piekbuis
piekdag	noun	een hele drukke dag
piekdagen	=	piekdag
piekdagje	=	piekdag
piekdagjes	=	piekdag
piekdrinken	verb	in korte tijd veel alcohol gebruiken
piekdrinkend	=	piekdrinken
piekdrinkende	=	piekdrinken
pieke	=	pieken
pieken	verb	uitzonderlijk goed presteren
piekend	=	pieken
piekende	=	pieken
piekenier	noun	een soldaat die bewapend is met een piek
piekeniers	=	piekenier
piekeniertje	=	piekenier
piekeniertjes	=	piekenier
piekenpijp	noun	spaarpot, uit de tijd van de gulden, in de vorm van een doorzichtige plastic buis waarin munten van 1 gulden konden worden gespaard
piekenpijpen	=	piekenpijp
piekenpijpje	=	piekenpijp
piekenpijpjes	=	piekenpijp
pieker	=	piekeren
piekeraar	noun	iemand die veel zorgen heeft en daar lang en nutteloos over nadenkt want een oplossing voor het probleem wordt niet gevonden
piekeraars	=	piekeraar
piekerde	=	piekeren
piekerden	=	piekeren
piekere	=	piekeren
piekeren	verb	langdurig en bezorgd nadenken
piekerend	=	piekeren
piekerende	=	piekeren
piekerig	adj	met veel puntige uitsteeksels
piekerige	=	piekerig
piekeriger	=	piekerig
piekerigere	=	piekerig
piekerigers	=	piekerig
piekerigs	=	piekerig
piekerigst	=	piekerig
piekerigste	=	piekerig
piekerstoornis	noun	soort angststoornis; aandoening die gepaard gaat met veel angsten en zorgen die niet of niet helemaal terecht zijn
piekerstoornissen	=	piekerstoornis
piekert	=	piekeren
piekervaring	noun	heftige (positieve) indrukwekkende ervaring
piekervaringen	=	piekervaring
piekervarinkje	=	piekervaring
piekervarinkjes	=	piekervaring
piekeval	noun	de lijn waarmee de top van het zeil in de mast gehesen wordt op een zeilboot
piekevallen	=	piekeval
piekevalletje	=	piekeval
piekevalletjes	=	piekeval
piekfijn	adj	zeer fijn, heel goed
piekfijne	=	piekfijn
piekfijner	=	piekfijn
piekfijnere	=	piekfijn
piekfijners	=	piekfijn
piekfijns	=	piekfijn
piekfijnst	=	piekfijn
piekfijnste	=	piekfijn
piekhaar	noun	haar dat op een wilde manier naar alle kanten uitsteekt
piekhaartje	=	piekhaar
piekhaartjes	=	piekhaar
piekhaarzwammetje	noun	Crinipellis scabella een schimmel behorend tot de familie Marasmiaceae.
piekhaarzwammetjes	=	piekhaarzwammetje
piekharen	=	piekhaar
piekje	=	piek
piekjes	=	piek
piekjesspons	noun	Hymeniacidon perlevis een dier uit de familie Halichondriidae.
piekjessponsen	=	piekjesspons
piekjessponsje	=	piekjesspons
piekjessponsjes	=	piekjesspons
piekjessponzen	=	piekjesspons
piekmoment	noun	moment of korte periode dat een verschijnsel zijn hoogtepunt bereikt
piekmomenten	=	piekmoment
piekmomentje	=	piekmoment
piekmomentjes	=	piekmoment
piekorgasme	noun	kortdurend orgasme
piekorgasmen	=	piekorgasme
piekorgasmes	=	piekorgasme
piekpijp	noun	spaarpot, uit de tijd van de gulden, in de vorm van een doorzichtige plastic buis waarin munten van 1 gulden konden worden gespaard
piekpijpen	=	piekpijp
piekpijpje	=	piekpijp
piekpijpjes	=	piekpijp
piekring	noun	ringvormige rand van een (inslag)krater
piekringen	=	piekring
piekringetje	=	piekring
piekringetjes	=	piekring
piekstok	noun	staander die gebruikt wordt om een hemel of klamboe boven een babybed te bevestigen
piekstokken	=	piekstok
piekt	=	pieken
piekte	=	pieken
piekten	=	pieken
piekuren	=	piekuur
piekuur	noun	een tijdsperiode met veel verkeer
piekuurtje	=	piekuur
piekuurtjes	=	piekuur
piekvermogen	noun	hoogste vermogen
piekvermogens	=	piekvermogen
piel	=	pielen
pielde	=	pielen
pielden	=	pielen
piele	=	pielen
pieleman	noun	het mannelijk geslachtsdeel
pielemannen	=	pieleman
pielemannetje	=	pieleman
pielemans	=	pieleman
pielen	verb	ingespannen bezig zijn
pielend	=	pielen
pielende	=	pielen
pielepoot	noun	ooievaar
pielepoten	=	pielepoot
pieletje	=	pielen
pielt	=	pielen
pieltje	=	pielen
pieltjes	=	pielen
piemel	=	piemelen
piemelde	=	piemelen
piemelden	=	piemelen
piemele	=	piemelen
piemelen	verb|informal	iets op een klungelige manier ergens in gooien of brengen
piemelend	=	piemelen
piemelende	=	piemelen
piemelkrieltje	noun	Paragus tibialis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
piemelkrieltjes	=	piemelkrieltje
piemelnaakt	adj|informal	zonder enige kleren aan, volledig bloot
piemelnaakte	=	piemelnaakt
piemelnaakts	=	piemelnaakt
piemels	=	piemelen
piemelt	=	piemelen
piemeltje	=	piemelen
piemeltjes	=	piemelen
piempampoentje	noun	benaming voor insecten uit de familie Coccinellidae
piempampoentjes	=	piempampoentje
pienda	=	pinda
piender	=	pienter
pienter	adj	zeer slim
pienterder	=	pienter
pienterdere	=	pienter
pienterders	=	pienter
pientere	=	pienter
pienters	=	pienter
pienterst	=	pienter
pienterste	=	pienter
piep	noun	een piepend geluid	adj|informal	piepjong
piepa	noun|slang	revolver
piepa's	=	piepa
piepaatje	=	piepa
piepaatjes	=	piepa
piepe	=	piepen
piepel	noun	vervelende vent, dikdoener
piepelde	=	piepelen
piepelden	=	piepelen
piepele	=	piepelen
piepelen	verb|informal	kleineren, als een onnozele jongen behandelen en voor de gek houden
piepelend	=	piepelen
piepelende	=	piepelen
piepels	=	piepel
piepelt	=	piepelen
piepeltje	=	piepel
piepeltjes	=	piepel
piepen	verb	een hoog geluid voortbrengen dat niet erg hard klinkt
piepend	adj	een schel geluid producerend tijdens het bewegen van een apparaat
piepende	=	piepen
piepends	=	piepend
pieper	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Anthus
pieperaanval	noun	uitschakeling van tegenstanders door een toestel dat zij voor persoonlijke communicatie bij zich dragen van afstand tot ontploffing te brengen
pieperaanvallen	=	pieperaanval
pieperig	adj	van een stemgeluid dat het zacht, zwak, bang en piepend klinkt
pieperige	=	pieperig
pieperiger	=	pieperig
pieperigere	=	pieperig
pieperigers	=	pieperig
pieperigs	=	pieperig
pieperigst	=	pieperig
pieperigste	=	pieperig
pieperleeuwerik	noun	Calendulauda poecilosterna een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
pieperleeuweriken	=	pieperleeuwerik
pieperleeuwerikje	=	pieperleeuwerik
pieperleeuwerikjes	=	pieperleeuwerik
piepers	=	pieper
pieperschieter	noun	apparaat waarmee men met aardappels kan wegschieten
pieperschieters	=	pieperschieter
pieperstruiksluiper	noun	Pyrrholaemus sagittatus een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
pieperstruiksluipers	=	pieperstruiksluiper
pieperstruiksluipertje	=	pieperstruiksluiper
pieperstruiksluipertjes	=	pieperstruiksluiper
piepertje	=	pieper
piepertjes	=	pieper
piepgeluid	noun	een hinderlijk, snerpend, piepend geluid
piepgeluiden	=	piepgeluid
piepgeluidje	=	piepgeluid
piepgeluidjes	=	piepgeluid
piepje	=	piep
piepjes	=	piep
piepjong	adj	bijzonder jeugdig
piepjonge	=	piepjong
piepjongs	=	piepjong
piepklein	adj	bijzonder klein
piepkleine	=	piepklein
piepkleiner	=	piepklein
piepkleinere	=	piepklein
piepkleiners	=	piepklein
piepkleins	=	piepklein
piepkleinst	=	piepklein
piepkleinste	=	piepklein
piepkuiken	noun	jong slachtkuiken
piepkuikens	=	piepkuiken
piepkuikentje	=	piepkuiken
piepkuikentjes	=	piepkuiken
piepplastic	noun	schuimachtige kunststof die voornamelijk bestaat uit een met lucht gevulde geëxpandeerde polystyreen
pieps	=	piep
piepschuim	noun	een lichte kunststof
piepschuimen	adj	gemaakt van piepschuim
piepschuimkever	noun	Alphitobius diaperinus een keversoort binnen de familie Tenebrionidae, de zwartlijven.
piepschuimkevers	=	piepschuimkever
piepschuimkevertje	=	piepschuimkever
piepschuimkevertjes	=	piepschuimkever
piepstem	noun	zachte piepende stem
piepstemmen	=	piepstem
piepstemmetje	=	piepstem
piepstemmetjes	=	piepstem
piepsysteem	noun	strategie in organisaties en bedrijven waarbij problemen alleen aandacht krijgen wanneer een klant "piept" (klaagt)
piepsysteempje	=	piepsysteem
piepsysteempjes	=	piepsysteem
piepsystemen	=	piepsysteem
piept	=	piepen
piepte	=	piepen
piepten	=	piepen
pieptonen	=	pieptoon
pieptoon	noun	hoge toon
pieptoontje	=	pieptoon
pieptoontjes	=	pieptoon
pieptor	noun	kever uit de familie Hygrobiidae van kevers
pieptorren	noun	Hygrobiidae een familie van kevers.
pieptorretje	=	pieptor
pieptorretjes	=	pieptor
piepzak	noun	koffie opgekookt met melk en suiker
pier	noun	een in een zee of rivier uitstekende brug, dam of golfbreker
pierce	=	piercen
piercen	verb	het aanbrengen van voorwerpen door doorboring van de huid
piercend	=	piercen
piercende	=	piercen
piercet	=	piercen
piercete	=	piercen
pierceten	=	piercen
piercing	noun	het doorboren van bepaalde lichaamsdelen (bijv. de oorlellen, neusvleugels, tepels of tong) om een — meestal metalen — sieraad te laten zetten
piercings	=	piercing
piercinkje	=	piercing
piercinkjes	=	piercing
pierdode	=	pierdood
pierdood	adj	helemaal levenloos
pierdoods	=	pierdood
pieremachochel	noun|humorous	aanduiding voor een log of wonderlijk persoon of voorwerp, vaak gebruikt voor een zonderling (aftands) bootje
pieremachochels	=	pieremachochel
pieremachocheltje	=	pieremachochel
pieremachocheltjes	=	pieremachochel
pieremegoggel	=	pieremachochel
pierement	noun	een groot straatorgel
pierementen	=	pierement
pierementje	=	pierement
pierementjes	=	pierement
pieren	=	pier
pierenbad	noun	ondiep zwembad geschikt voor heel kleine kinderen die nog niet kunnen zwemmen
pierenbaden	=	pierenbad
pierenbadje	=	pierenbad
pierenbadjes	=	pierenbad
pierewaai	=	pierewaaien
pierewaaide	=	pierewaaien
pierewaaiden	=	pierewaaien
pierewaaie	=	pierewaaien
pierewaaien	verb|informal	aan de zwier zijn
pierewaaiend	=	pierewaaien
pierewaaiende	=	pierewaaien
pierewaaier	noun	losbol, boemelaar, kroegloper
pierewaaiers	=	pierewaaier
pierewaaiertje	=	pierewaaier
pierewaait	=	pierewaaien
pierewiet	noun	iemand die veel grapjes maakt
pierewieten	=	pierewiet
pierlala	noun	raar, merkwaardig persoon
pierlala's	=	pierlala
pierrette	noun	vrouw in een pierrotkostuum (het kostuum van de witte clown)
pierrot	noun	clown met een wit gewaad en vaak ook een wit gelaat
pierrotje	=	pierrot
pierrotjes	=	pierrot
pierrots	=	pierrot
piertje	=	pier
piertjes	=	pier
pierwoning	noun	een type woning dat letterlijk op of direct aan een pier in het water is gebouwd.
pierwoningen	=	pierwoning
pierwoninkje	=	pierwoning
pierwoninkjes	=	pierwoning
pies	noun	een vloeistof die bij dieren door de nieren wordt geproduceerd en periodiek wordt geloosd
piesbak	noun	soort van bak die aan de muur is bevestigd en bedoeld is voor een individueel persoon (over het algemeen een man) om in te urineren
piesbakje	=	piesbak
piesbakjes	=	piesbak
piesbakken	=	piesbak
piese	=	piesen
piesen	verb	het ledigen van de urineblaas
piesend	=	piesen
piesende	=	piesen
piesje	=	pies
piesjes	=	pies
piest	=	piesen
pieste	=	piesen
piesten	=	piesen
piet	noun	knecht van Sinterklaas, traditioneel zwart geschminkt met rode lippen en gouden oorringen
piet-van-vliet	noun	Cacomantis merulinus een koekoeksoort uit Azië, bekend vanwege zijn roep
piet-van-vlieten	=	piet-van-vliet
pietdode	=	pietdood
pietdood	adj	dat iets of iemand ineens, plotseling, of geheel en al dood is, ook in figuurlijke zin
pietdoods	=	pietdood
pieten	=	piet
pietendiploma	noun	een certificaat dat laat zien dat kinderen geslaagd zijn voor 'pietenlessen'
pietendiploma's	=	pietendiploma
pietendiplomaatje	=	pietendiploma
pietendiplomaatjes	=	pietendiploma
pietengym	noun	een speciale gymles of spelactiviteit rond de Sinterklaasperiode, waarbij kinderen op een speelse manier de vaardigheden van een Piet oefenen, zoals balanceren, klimmen en pakjes bezorgen
pietenles	noun	een educatieve en leuke activiteit rond het Sinterklaasfeest
pietenlesje	=	pietenles
pietenlesjes	=	pietenles
pietenlessen	=	pietenles
pietenpact	noun	de afspraak van politiek, bedrijfsleven en media om Zwarte Piet te ontdoen van raciale stereotyperingen
pietenpacten	=	pietenpact
pietenpak	noun	een kostuum, meestal een kleurrijke outfit, dat gedragen wordt door helpers van Sinterklaas, zoals de figuur Zwarte Piet
pietenpakje	=	pietenpak
pietenpakjes	=	pietenpak
pietenpakken	=	pietenpak
pietepeuter	=	pietepeuteren
pietepeuterde	=	pietepeuteren
pietepeuterden	=	pietepeuteren
pietepeutere	=	pietepeuteren
pietepeuteren	verb	met iets heel kleins bezig zijn
pietepeuterend	=	pietepeuteren
pietepeuterende	=	pietepeuteren
pietepeuterig	adj|informal	overdreven precies
pietepeuterige	=	pietepeuterig
pietepeuteriger	=	pietepeuterig
pietepeuterigere	=	pietepeuterig
pietepeuterigers	=	pietepeuterig
pietepeuterigs	=	pietepeuterig
pietepeuterigst	=	pietepeuterig
pietepeuterigste	=	pietepeuterig
pietepeutert	=	pietepeuteren
pieterbaas	noun|informal	Zwarte Piet, hulpje van Sinterklaas
pieterbaasje	=	pieterbaas
pieterbaasjes	=	pieterbaas
pieterbazen	=	pieterbaas
pieterig	adj	klein, miezerig
pieterige	=	pieterig
pieteriger	=	pieterig
pieterigere	=	pieterig
pieterigers	=	pieterig
pieterigs	=	pieterig
pieterigst	=	pieterig
pieterigste	=	pieterig
pieterman	noun	benaming voor stekelige zeevissen uit de familie Trachinidae uit de groep van de baarsachtigen
pietermanachtigen	noun	een onderorde Trachinoidei van de baarsachtigen (Perciformes)
pietermannen	noun	een familie Trachinidae van vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
pietermannetje	=	pieterman
pietermannetjes	=	pieterman
pieterselie	=	peterselie
pietitie	noun	een petitie over Zwarte Piet
pietities	=	pietitie
pietitietje	=	pietitie
pietitietjes	=	pietitie
pietje	noun	alleen verkleinwoord zilveren munt ter waarde van 6,25 stuiver (een achtste rijksdaalder)
pietje-precies	noun	iemand die overdreven aandacht heeft voor onbeduidende details
pietje-preciezerig	adj	zoals een pietje-precies het zou doen
pietje-preciezerige	=	pietje-preciezerig
pietje-preciezerigs	=	pietje-preciezerig
pietjes	=	piet
pietjes-precies	=	pietje-precies
pietjesbak	noun	naam voor verschillende Vlaamse volksspelen
pietjesbakken	=	pietjesbak
pietjesneuker	noun|informal	muggenzifter, mierenneuker, kanarieneuker
pietjesneukers	=	pietjesneuker
pietjesneukertje	=	pietjesneuker
pietjesneukertjes	=	pietjesneuker
pietlut	noun	iemand die overmatige aandacht voor onbeduidende details heeft
pietlutje	=	pietlut
pietlutjes	=	pietlut
pietlutten	=	pietlut
pietlutter	noun	iemand die pietluttig doet
pietlutters	=	pietlutter
pietluttertje	=	pietlutter
pietluttertjes	=	pietlutter
pietluttig	adj	van een pietlut
pietluttige	=	pietluttig
pietluttiger	=	pietluttig
pietluttigere	=	pietluttig
pietluttigers	=	pietluttig
pietluttigs	=	pietluttig
pietluttigst	=	pietluttig
pietluttigste	=	pietluttig
pietsie	noun|informal	heel kleine hoeveelheid
pietsies	=	pietsie
pietsje	noun|informal	heel kleine hoeveelheid
pietsjes	=	pietsje
pietzak	noun	iemand die veel toevallig voordeel heeft
pietzakken	=	pietzak
pieus	adj	vroom
pieuze	=	pieus
pieuzer	=	pieus
pieuzere	=	pieus
pieuzers	=	pieus
piezel	noun	klein stukje
piezelen	=	piezel
piezeltje	=	piezel
piezeltjes	=	piezel
pifpaf	=	piefpaf
piggate	noun	schandaal rond premier David Cameron die tijdens een ontgroening zijn geslachtsdeel in de bek van een dood varken zou hebben gestopt
piggates	=	piggate
pigmee	=	pygmee
pigmeeduifje	noun	Chamaepelia minuta een vogelsoort uit de familie duiven (Columbidae)
pigmeeduifjes	=	pigmeeduifje
pigment	noun	een organische of minerale stof met een vaste kleur in de weefsels van mensen, dieren, planten of verf en vernis
pigmentatie	noun	verkleuring
pigmentaties	=	pigmentatie
pigmentatietje	=	pigmentatie
pigmentatietjes	=	pigmentatie
pigmenten	=	pigment
pigmentje	=	pigment
pigmentvlek	noun	alle soorten door bruin pigment (melanine) verkleurde vlekken op de huid die afsteken t.o.v. de omliggende huid
pigmentvlekje	=	pigmentvlek
pigmentvlekjes	=	pigmentvlek
pigmentvlekken	=	pigmentvlek
pigmentvreter	noun	kleurlingenhater
pigmentvreters	=	pigmentvreter
pigmentvretertje	=	pigmentvreter
pigmentvretertjes	=	pigmentvreter
pignon	noun	een benaming voor een conisch tandwiel
pignons	=	pignon
pigoel	noun	wat niet meer geschikt is voor offerdienst
pigskin	noun	varkensleer
pij	noun	habijt, lange kleding gedragen door monniken
pijen	=	pij
pijjekker	noun	halflange overjas van zware stof, zoals vroeger wel gedragen door zeelieden
pijjekkers	=	pijjekker
pijl	noun	langwerpig projectiel met scherpe punt dat met behulp van een boog afgeschoten kan worden
pijl-en-bogen	=	pijl-en-boog
pijl-en-boog	noun	een wapen bestaande uit een boog waarmee pijlen weggeschoten kunnen worden
pijl-en-boogje	=	pijl-en-boog
pijladder	noun	Coluber jaculus adder met pijlvormige tekening
pijladders	=	pijladder
pijladdertje	=	pijladder
pijladdertjes	=	pijladder
pijlbrem	noun	Genista sagittalis een doornloze, groenblijvende struik, die tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) behoort.
pijlbremmen	=	pijlbrem
pijlen	=	pijl
pijlen-en-bogen	=	pijl-en-boog
pijler	noun	zuil, pilaar
pijlers	=	pijler
pijlertje	=	pijler
pijlertjes	=	pijler
pijlgifkikker	noun	kleine, felgekleurde, giftige kikker uit de tropische regenwouden van Midden- en Zuid-Amerikaeen uit de familie familie Dendrobatidae
pijlgifkikkers	noun	Dendrobatidae een diverse familie van kikkers (Anura).
pijlgifkikkertje	=	pijlgifkikker
pijlgifkikkertjes	=	pijlgifkikker
pijlinktvis	noun	weekdier met lange tentakels en zuignappen, o.a. van het geslacht Loligo
pijlinktvisje	=	pijlinktvis
pijlinktvisjes	=	pijlinktvis
pijlinktvissen	noun	Myopsida en Oegopsida informele naam voor een grote, diverse groep mariene weekdieren die samen geen taxonomische eenheid vormen.
pijlkoker	noun	een draagbare houder om pijlen in te bewaren.
pijlkokers	=	pijlkoker
pijlkruid	noun	bepaald soort waterplant met pijlvormige bladeren, Sagittaria sagittifolia uit de waterweegbreefamilie (Alismataceae)
pijlkruidkers	noun	bepaald soort overblijvende plant, Lepidium draba (syn: Cardaria draba) uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
pijlkruidkever	noun	Donacia dentata een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
pijlkruidkevers	=	pijlkruidkever
pijlkruidkevertje	=	pijlkruidkever
pijlkruidkevertjes	=	pijlkruidkever
pijlkruidspanner	noun	Mesotype didymata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
pijlkruidspanners	=	pijlkruidspanner
pijlkruidspannertje	=	pijlkruidspanner
pijlkruidspannertjes	=	pijlkruidspanner
pijlomhoogtoets	noun	een toets op een toetsenbord waarmee men iets - zoals een aanwijzer of een figuurtje - omhoog kan bewegen op een computerbeeldscherm
pijlomhoogtoetsen	=	pijlomhoogtoets
pijlomhoogtoetsje	=	pijlomhoogtoets
pijlomhoogtoetsjes	=	pijlomhoogtoets
pijlomlaagtoets	noun	een toets op een toetsenbord waarmee men iets - zoals een aanwijzer of een figuurtje - omlaag kan bewegen op een computerbeeldscherm
pijlomlaagtoetsen	=	pijlomlaagtoets
pijlomlaagtoetsje	=	pijlomlaagtoets
pijlomlaagtoetsjes	=	pijlomlaagtoets
pijlpalpje	noun	Hypomma fulvum een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
pijlpalpjes	=	pijlpalpje
pijlpunt	noun	de scherpe voorkant van een pijl (zowel van het wapen als van het grafische teken)
pijlpuntbabbelaar	noun	Turdoides jardineii een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
pijlpuntbabbelaars	=	pijlpuntbabbelaar
pijlpuntbabbelaartje	=	pijlpuntbabbelaar
pijlpuntbabbelaartjes	=	pijlpuntbabbelaar
pijlpunten	=	pijlpunt
pijlpuntje	=	pijlpunt
pijlpuntjes	=	pijlpunt
pijlpuntsnavelhaai	noun	Deania profundorum een vis uit de familie van de zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
pijlpuntsnavelhaaien	=	pijlpuntsnavelhaai
pijlpuntsnavelhaaitje	=	pijlpuntsnavelhaai
pijlpuntsnavelhaaitjes	=	pijlpuntsnavelhaai
pijlrecht	adj	zich in de lengte uitstrekkend of verplaatsend zonder de geringste afwijking naar opzij
pijlrechte	=	pijlrecht
pijlrechts	=	pijlrecht
pijlriet	noun	Arundo donax een zowel op riet als ook bamboe lijkende vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
pijlrieten	=	pijlriet
pijlrietje	=	pijlriet
pijlrietjes	=	pijlriet
pijlscheefkelk	noun	Arabis hirsuta subsp. sagittata een plant uit de kruisbloemenfamilie.
pijlscheefkelken	=	pijlscheefkelk
pijlscheefkelkje	=	pijlscheefkelk
pijlscheefkelkjes	=	pijlscheefkelk
pijlslang	noun	Dolichophis jugularis een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
pijlslangen	=	pijlslang
pijlslangetje	=	pijlslang
pijlslangetjes	=	pijlslang
pijlsnel	adj	zo snel als een (afgeschoten) pijl, heel snel
pijlsnelle	=	pijlsnel
pijlsneller	=	pijlsnel
pijlsnellere	=	pijlsnel
pijlsnellers	=	pijlsnel
pijlsnels	=	pijlsnel
pijlsnelst	=	pijlsnel
pijlsnelste	=	pijlsnel
pijlstaart	noun	staart in de vorm van een pijl
pijlstaarteend	noun	Anas acuta zwemeend met lange, puntige staart, een trekvogel die 's winters ver naar het zuiden trekt, tot aan de evenaar toe
pijlstaarteenden	=	pijlstaarteend
pijlstaarteendje	=	pijlstaarteend
pijlstaarteendjes	=	pijlstaarteend
pijlstaarten	noun	Sphingidae een familie van motten in de superfamilie Bombycoidea.
pijlstaartgierzwaluw	noun	Apus caffer een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
pijlstaartgierzwaluwen	=	pijlstaartgierzwaluw
pijlstaartgierzwaluwtje	=	pijlstaartgierzwaluw
pijlstaartgierzwaluwtjes	=	pijlstaartgierzwaluw
pijlstaartglansspreeuw	noun	Lamprotornis acuticaudus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
pijlstaartglansspreeuwen	=	pijlstaartglansspreeuw
pijlstaartglansspreeuwtje	=	pijlstaartglansspreeuw
pijlstaartglansspreeuwtjes	=	pijlstaartglansspreeuw
pijlstaartinktvis	noun	Teuthida lid van een grote, diverse groep zeeweekdieren met een pijlvormige staart die zich voortbeweegt met behulp van een waterstraal
pijlstaartinktvisje	=	pijlstaartinktvis
pijlstaartinktvisjes	=	pijlstaartinktvis
pijlstaartinktvissen	=	pijlstaartinktvis
pijlstaartje	=	pijlstaart
pijlstaartjes	=	pijlstaart
pijlstaartmanakin	noun	Ilicura militaris een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
pijlstaartmanakinnetje	=	pijlstaartmanakin
pijlstaartmanakinnetjes	=	pijlstaartmanakin
pijlstaartmanakins	=	pijlstaartmanakin
pijlstaartolie	noun	gesmolten lever van een pijlstaart
pijlstaartolies	=	pijlstaartolie
pijlstaartolietje	=	pijlstaartolie
pijlstaartolietjes	=	pijlstaartolie
pijlstaartoliën	=	pijlstaartolie
pijlstaartrog	noun	benaming voor vissen uit de familie Dasyatidae
pijlstaartroggen	noun	een familie Dasyatidae van roggen die veelal voorkomen in de tropische kustwateren.
pijlstaartroggetje	=	pijlstaartrog
pijlstaartrogje	=	pijlstaartrog
pijlstaartrupsvogel	noun	Malindangia mcgregori een rupsvogel die alleen voorkomt in de Filipijnen
pijlstaartrupsvogels	=	pijlstaartrupsvogel
pijlstaartrupsvogeltje	=	pijlstaartrupsvogel
pijlstaartrupsvogeltjes	=	pijlstaartrupsvogel
pijlstaartvlinder	noun	Sphingidae lid van familie van vlinders in de superfamilie Bombycoidea, waarvan de rups op het achterlijf een 'hoorn' draagt
pijlstaartvlinders	=	pijlstaartvlinder
pijlstormvogel	noun	een zeevogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels Procellariidae met lange, smalle vleugels en een smalle staart
pijlstormvogels	=	pijlstormvogel
pijlstormvogeltje	=	pijlstormvogel
pijlstormvogeltjes	=	pijlstormvogel
pijltje	=	pijl
pijltjes	=	pijl
pijltjestoets	noun	een toets op een toetsenbord waarmee men iets - zoals een aanwijzer of een figuurtje - naar links, rechts, boven of onder kan bewegen op een computerbeeldscherm
pijltjestoetsen	=	pijltjestoets
pijltjestoetsje	=	pijltjestoets
pijltjestoetsjes	=	pijltjestoets
pijlvergif	noun	dierlijk of plantaardig vergif dat door inheemse volkeren werd gebruikt om hun pijlen en speerpunten te vergiftigen, zodat deze een dodelijke werking kregen
pijlvergiffen	=	pijlvergif
pijlvergifje	=	pijlvergif
pijlvergifjes	=	pijlvergif
pijlvergift	noun	vergift dat aan een pijl wordt aangebracht om doden van de prooi te veroorzaken
pijlvergiften	=	pijlvergift
pijlvormig	adj	vorm van een pijl hebbend
pijlvormige	=	pijlvormig
pijlvormiger	=	pijlvormig
pijlvormigere	=	pijlvormig
pijlvormigers	=	pijlvormig
pijlvormigs	=	pijlvormig
pijlvormigst	=	pijlvormig
pijlvormigste	=	pijlvormig
pijlwagen	noun	voertuig of aanhanger met een uitklapbaar informatiepaneel dat wordt geplaatst op de rijbaan van een autoweg of autosnelweg
pijlwagens	=	pijlwagen
pijlwormen	noun	een stam Chaetognatha van kleine ongewervelde mariene dieren.
pijlwortel	noun	wortel die loodrecht naar beneden groeit
pijlwortels	=	pijlwortel
pijn	noun	lichamelijk leed, veroorzaakt door ziekte of verwonding
pijnaanval	noun	korte periode met heftige pijn
pijnaanvallen	=	pijnaanval
pijnaanvalletje	=	pijnaanval
pijnaanvalletjes	=	pijnaanval
pijnappel	noun	een houtige zaaddoos van een aantal naaldbomen
pijnappelen	=	pijnappel
pijnappelklier	noun	klier in de hersenen, die melatonine uitscheidt
pijnappelklieren	=	pijnappelklier
pijnappelkliertje	=	pijnappelklier
pijnappelkliertjes	=	pijnappelklier
pijnappels	=	pijnappel
pijnappelskink	noun	Tiliqua rugosa een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
pijnappelskinken	=	pijnappelskink
pijnappelskinkje	=	pijnappelskink
pijnappelskinkjes	=	pijnappelskink
pijnappeltje	=	pijnappel
pijnappeltjes	=	pijnappel
pijnbank	noun	folterbank, die in de Oudheid en de Middeleeuwen werd gebruikt om van verdachten bekentenissen te ontlokken
pijnbanken	=	pijnbank
pijnbankje	=	pijnbank
pijnbankjes	=	pijnbank
pijnbeleving	noun	de mate van beleven van pijn
pijnbelevingen	=	pijnbeleving
pijnbestrijding	noun	medische behandeling gericht op het verminderen van pijn
pijnbestrijdingen	=	pijnbestrijding
pijnbestrijdinkje	=	pijnbestrijding
pijnbestrijdinkjes	=	pijnbestrijding
pijnbomen	=	pijnboom
pijnboom	noun	benaming voor naaldbomen uit het geslacht van de dennenfamilie, Pinus
pijnboomgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6028 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6028 ( ).
pijnboomgroene	=	pijnboomgroen
pijnboomgroens	=	pijnboomgroen
pijnboompit	noun	Pinus pinea eetbaar zaadje van bepaalde pijnappelsoorten
pijnboompitje	=	pijnboompit
pijnboompitjes	=	pijnboompit
pijnboompitten	=	pijnboompit
pijnboompje	=	pijnboom
pijnboompjes	=	pijnboom
pijnde	=	pijn
pijnden	=	pijn
pijne	=	pijn
pijnen	=	pijn
pijnend	=	pijn
pijnende	=	pijn
pijngewaarwording	noun	het bewuste proces in de hersenen waarbij zenuwsignalen worden geïnterpreteerd als een onplezierige ervaring.
pijngewaarwordingen	=	pijngewaarwording
pijngewaarwordinkje	=	pijngewaarwording
pijngewaarwordinkjes	=	pijngewaarwording
pijngrens	noun	het punt van waaraf een toenemende prikkel als pijn wordt ervaren
pijngrenzen	=	pijngrens
pijnhout	noun	hout afkomstig van naaldbomen
pijnig	=	pijnigen
pijnigde	=	pijnigen
pijnigden	=	pijnigen
pijnige	=	pijnigen
pijnigen	verb	het opzettelijk veroorzaken van pijn bij iemand; martelen
pijnigend	=	pijnigen
pijnigende	=	pijnigen
pijniger	noun	iets of iemand die anderen pijn doet
pijnigers	=	pijniger
pijniging	noun	de keer dat iemand veel pijn lijdt
pijnigingen	=	pijniging
pijnigingetje	=	pijniging
pijnigingetjes	=	pijniging
pijniginkje	=	pijniging
pijnigt	=	pijnigen
pijnklacht	noun	pijn waarover de patiënt de dokter inlicht
pijnklachten	=	pijnklacht
pijnklachtje	=	pijnklacht
pijnklachtjes	=	pijnklacht
pijnlijk	adj	een onaangenaam gevoel, pijn gevend
pijnlijke	=	pijnlijk
pijnlijker	=	pijnlijk
pijnlijkere	=	pijnlijk
pijnlijkers	=	pijnlijk
pijnlijkheden	=	pijnlijkheid
pijnlijkheid	noun	de mate waarin iets beschamend is
pijnlijks	=	pijnlijk
pijnlijkst	=	pijnlijk
pijnlijkste	=	pijnlijk
pijnloos	adj	zonder pijn
pijnloost	=	pijnloos
pijnlooste	=	pijnloos
pijnloze	=	pijnloos
pijnlozer	=	pijnloos
pijnlozere	=	pijnloos
pijnlozers	=	pijnloos
pijnpatiënt	noun	persoon die lijdt aan een aandoening die veel pijn veroorzaakt
pijnpatiënten	=	pijnpatiënt
pijnpatiëntje	=	pijnpatiënt
pijnpatiëntjes	=	pijnpatiënt
pijnpit	noun	de pit van een pijnboom
pijnpitten	=	pijnpit
pijnpunt	noun	plaats waar men pijn voelt of kan voelen
pijnpunten	=	pijnpunt
pijnpuntje	=	pijnpunt
pijnpuntjes	=	pijnpunt
pijnscheut	noun	een kortdurende scherpe pijn
pijnscheuten	=	pijnscheut
pijnscheutje	=	pijnscheut
pijnscheutjes	=	pijnscheut
pijnstillend	adj	wat de pijn doet ophouden
pijnstillende	=	pijnstillend
pijnstillender	=	pijnstillend
pijnstillendere	=	pijnstillend
pijnstillenders	=	pijnstillend
pijnstillends	=	pijnstillend
pijnstillendst	=	pijnstillend
pijnstillendste	=	pijnstillend
pijnstiller	noun	een middel dat de verschijnselen van een ziekte onderdrukt zonder de ziekte te genezen
pijnstillers	=	pijnstiller
pijnstillertje	=	pijnstiller
pijnstillertjes	=	pijnstiller
pijnstilling	noun	middelen die helpen de pijn te verminderen
pijnstillingen	=	pijnstilling
pijnstoornis	noun	stoornis waarbij de patiënt acuut of chronisch lichamelijk pijn lijdt, waarvoor geen lichamelijke oorzaak te vinden is
pijnt	=	pijn
pijntje	=	pijn
pijntjes	=	pijn
pijnvrij	adj	van een organisme dat het geen pijn meer ervaart
pijnvrije	=	pijnvrij
pijnvrijer	=	pijnvrij
pijnvrijere	=	pijnvrij
pijnvrijers	=	pijnvrij
pijnvrijs	=	pijnvrij
pijnvrijst	=	pijnvrij
pijnvrijste	=	pijnvrij
pijnzin	noun	het vermogen van een organisme om weefselbeschadiging of dreigende weefselbeschadiging waar te nemen
pijoet	=	pioet
pijp	noun	buis
pijpajuin	noun	kleine frissmakende ui waaraan de groene stengel nog vastzit
pijpajuinen	=	pijpajuin
pijpajuintje	=	pijpajuin
pijpajuintjes	=	pijpajuin
pijpbeen	noun	benaming voor langwerpige, buisvormige botten die van binnen zijn gevuld met beenmerg of (bij vogels) lucht
pijpbeenderen	=	pijpbeen
pijpbekleding	noun	de beschermende en isolerende bekleding van pijpen (buizen).
pijpbekledingen	=	pijpbekleding
pijpbekledinkje	=	pijpbekleding
pijpbekledinkjes	=	pijpbekleding
pijpbenen	=	pijpbeen
pijpbeurt	noun	een keer orale seks hebben waarbij een man bevredigd wordt
pijpbeurten	=	pijpbeurt
pijpbeurtje	=	pijpbeurt
pijpbeurtjes	=	pijpbeurt
pijpbloem	noun	bepaald soort kruidachtige, overblijvende plant, Aristolochia clematitis uit de pijpbloemfamilie (Aristolochiaceae)
pijpbloemapollo	noun	Archon apollinus een dagvlinder uit de familie Papilionidae, de grote pages.
pijpbloemapollo's	=	pijpbloemapollo
pijpbloemapollootje	=	pijpbloemapollo
pijpbloemapollootjes	=	pijpbloemapollo
pijpbloemen	=	pijpbloem
pijpbloemfamilie	noun	een familie Aristolochiaceae van bedektzadigen.
pijpbloemfamilies	=	pijpbloemfamilie
pijpbloemfamilietje	=	pijpbloemfamilie
pijpbloemfamilietjes	=	pijpbloemfamilie
pijpbloemvlinder	noun	Zerynthia een vlinder uit de familie Papilionidae, de grote pages
pijpbloemvlinders	=	pijpbloemvlinder
pijpbloemvlindertje	=	pijpbloemvlinder
pijpbloemvlindertjes	=	pijpbloemvlinder
pijpbom	noun	projectiel of vuurwerk, gemaakt van een explosief mengsel in een metalen of kunststof pijp
pijpbommen	=	pijpbom
pijpbommetje	=	pijpbom
pijpe	=	pijpen
pijpekop	noun	de kop van een pijp, waar tabak in wordt gebrand
pijpekoppen	=	pijpekop
pijpen	verb	een melodie spelen op de speelpijp van, met name, een rietinstrument zoals de doedelzak
pijpenbakker	noun|historical	iemand die rookgerei uit aardewerk maakt
pijpenbakkers	=	pijpenbakker
pijpend	=	pijpen
pijpende	=	pijpen
pijpendop	noun	dekseltje van metaal op een pijpenkop, om te voorkomen dat de brandende tabak uit de pijp valt
pijpendoppen	=	pijpendop
pijpendraaier	noun	persoon die een ander beetneemt of een loer draait
pijpendraaiers	=	pijpendraaier
pijpendraaiertje	=	pijpendraaier
pijpendraaiertjes	=	pijpendraaier
pijpenkop	noun	de kant van een tabakspijp waarin de pijptabak zit en brandt, aan de andere kant zit het mondstuk
pijpenkopje	=	pijpenkop
pijpenkopjes	=	pijpenkop
pijpenkoppen	=	pijpenkop
pijpenkrul	noun	een lange haarkrul bij vrouwen
pijpenkrullen	=	pijpenkrul
pijpenkrulletje	=	pijpenkrul
pijpenla	noun	een la waarin je (lange) pijpen kunt opbergen
pijpenla's	=	pijpenla
pijpenlaatje	=	pijpenla
pijpenlaatjes	=	pijpenla
pijpenmaker	noun	bedrijf dat tabakspijpen maakt
pijpenmakerij	noun	het maken van pijpen
pijpenmakerijen	=	pijpenmakerij
pijpenmakerijtje	=	pijpenmakerij
pijpenmakerijtjes	=	pijpenmakerij
pijpenmakers	=	pijpenmaker
pijpenrager	noun	buigzaam en langgerekt cilindervormig borsteltje bestaand uit korte vezels, vastgeklemd tussen in elkaar gedraaide metaaldraden.
pijpenragers	=	pijpenrager
pijpensteel	noun	het lange deel van een (stenen Goudse) tabakspijp waardoor de rook van de pijpenkop naar het mondstuk gaat
pijpensteeltje	=	pijpensteel
pijpenstelen	=	pijpensteel
pijpenstro-uil	noun	Apamea aquila een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
pijpenstro-uilen	=	pijpenstro-uil
pijpenstro-uiltje	=	pijpenstro-uil
pijpenstro-uiltjes	=	pijpenstro-uil
pijpenstromollisia	noun	Cejpia hystrix een schimmel behorend tot de orde Helotiales.
pijpenstromollisia's	=	pijpenstromollisia
pijpenstromollisiaatje	=	pijpenstromollisia
pijpenstromollisiaatjes	=	pijpenstromollisia
pijpenstrootje	noun	rietje
pijpenstrootjes	=	pijpenstrootje
pijpenstrootjesgalmug	noun	Mayetiola ventricola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
pijpenstrootjesgalmuggen	=	pijpenstrootjesgalmug
pijpenstrootjesgalmuggetjes	=	pijpenstrootjesgalmug
pijpenstrootjesgalmugje	=	pijpenstrootjesgalmug
pijpenstrootjesmineermot	noun	Elachista subalbidella een nachtvlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
pijpenstrootjesmineermotje	=	pijpenstrootjesmineermot
pijpenstrootjesmineermotjes	=	pijpenstrootjesmineermot
pijpenstrootjesmineermotten	=	pijpenstrootjesmineermot
pijpenstrootjesroest	noun	Puccinia moliniae een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
pijpenstrootjesroesten	=	pijpenstrootjesroest
pijpenstrootjesroestje	=	pijpenstrootjesroest
pijpenstrootjesroestjes	=	pijpenstrootjesroest
pijper	noun	iemand die pijpt (op een muziekinstrument blaast)
pijpers	=	pijper
pijpertje	=	pijper
pijpertjes	=	pijper
pijpfitter	noun	vakman die is opgeleid voor het aanleggen van pijpleidingen
pijpfitters	=	pijpfitter
pijpfittertje	=	pijpfitter
pijpfittertjes	=	pijpfitter
pijpgerookt	=	pijproken
pijpje	=	pijp
pijpjes	=	pijp
pijpkaneel	noun	kaneel in staafvorm
pijpknotszwam	noun	Typhula fistulosa een schimmel in de familie Typhulaceae.
pijpknotszwammen	=	pijpknotszwam
pijpknotszwammetje	=	pijpknotszwam
pijpknotszwammetjes	=	pijpknotszwam
pijpkraag	noun	schijf bestaand uit sterk golvende stof rondom de hals, als versiering van bovenkleding
pijpkragen	=	pijpkraag
pijpleiding	noun	samenstel van pijpen om vloeistoffen of gassen door te leiden
pijpleidingen	=	pijpleiding
pijpleidinkje	=	pijpleiding
pijpleidinkjes	=	pijpleiding
pijplijn	noun	lange buis die dient voor het transport poeders, vloeistoffen of gassen
pijplijnen	=	pijplijn
pijplijnverbinding	noun	is een fysieke verbinding of een stelsel van buisleidingen die worden gebruikt om vloeistoffen, gassen of andere materialen over grotere afstanden te vervoeren
pijplijnverbindingen	=	pijplijnverbinding
pijplijnverbindinkje	=	pijplijnverbinding
pijplijnverbindinkjes	=	pijplijnverbinding
pijporgel	noun	een toetsinstrument met een of meer reeksen van afgestemde pijpen waardoor lucht wordt geblazen.
pijporgels	=	pijporgel
pijporgeltje	=	pijporgel
pijporgeltjes	=	pijporgel
pijproken	verb	roken van tabak met behulp van een tabakspijp
pijprokend	=	pijproken
pijprokende	=	pijproken
pijproker	noun	iemand die (met regelmaat) tabak rookt met behulp van een pijp
pijprokers	=	pijproker
pijprokertje	=	pijproker
pijprokertjes	=	pijproker
pijprook	noun	zichtbaar mengsel van gassen, dampen en fijne vaste deeltjes dat uit een tabakspijp opstijgt
pijprookt	=	pijproken
pijprookte	=	pijproken
pijprookten	=	pijproken
pijpsleutel	noun	een buisvormig moersleutel om zeskantige bouten en moeren mee vast, of los te draaien
pijpsleutels	=	pijpsleutel
pijpsleuteltje	=	pijpsleutel
pijpsleuteltjes	=	pijpsleutel
pijpsnijder	noun	werktuig voor het haaks afsnijden van ronde metalen buizen
pijpsnijders	=	pijpsnijder
pijpsnijdertje	=	pijpsnijder
pijpsnijdertjes	=	pijpsnijder
pijpt	=	pijpen
pijptabak	noun	grof of halfgrof gesneden kerftabak die voor het roken in de pijp geschikt is
pijptabakken	=	pijptabak
pijptang	noun	een zware verstelbare tang voor het werk aan gas- en waterinstallaties
pijptangen	=	pijptang
pijptangetje	=	pijptang
pijptangetjes	=	pijptang
pijpte	=	pijpen
pijpteken	noun	'|' of '¦'; teken dat bestaat uit een vertikaal streepje, soms ook geschreven met een onderbreking
pijptekens	=	pijpteken
pijptekentje	=	pijpteken
pijptekentjes	=	pijpteken
pijpten	=	pijpen
pijptorkruid	noun	Oenanthe fistulosa een vaste plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
pijptorkruiden	=	pijptorkruid
pijptorkruidje	=	pijptorkruid
pijptorkruidjes	=	pijptorkruid
pijpvormig	adj	vorm van een pijp hebbend
pijpvormige	=	pijpvormig
pijpvormiger	=	pijpvormig
pijpvormigere	=	pijpvormig
pijpvormigers	=	pijpvormig
pijpvormigs	=	pijpvormig
pijpvormigst	=	pijpvormig
pijpvormigste	=	pijpvormig
pijpzak	noun	zak om op te pijpen, doedelzak
pijpzakje	=	pijpzak
pijpzakjes	=	pijpzak
pijpzakken	=	pijpzak
pijtje	=	pij
pijtjes	=	pij
pik	=	pikken
pika	noun	hete saus uit pepers	adj	op een wat venijnige manier prikkelend
pika's	=	pika
pikant	adj	met een prikkelende, scherpe smaak
pikante	=	pikant
pikanter	=	pikant
pikantere	=	pikant
pikanterie	noun	iets dat een (seksuele) prikkeling veroorzaakt
pikanterietje	=	pikanterie
pikanterietjes	=	pikanterie
pikanterieën	=	pikanterie
pikanters	=	pikant
pikantig	adj	afgunstig, nijdig, vijandig
pikantige	=	pikantig
pikantiger	=	pikantig
pikantigere	=	pikantig
pikantigers	=	pikantig
pikantigs	=	pikantig
pikantigst	=	pikantig
pikantigste	=	pikantig
pikants	=	pikant
pikantst	=	pikant
pikantste	=	pikant
pikbroek	noun	een matroos
pikbroeken	=	pikbroek
pikbroekje	=	pikbroek
pikbroekjes	=	pikbroek
pikdonker	adj	zeer donker
pikdonkere	=	pikdonker
pikdonkers	=	pikdonker
pikeer	=	pikeren
pikeerde	=	pikeren
pikeerden	=	pikeren
pikeersel	noun	uitgesneden en opgeplakte afdruk van een cliché, die op een legger wordt geplakt om de afdruk op zijn voordeligst te laten uitkomen
pikeersels	=	pikeersel
pikeerseltje	=	pikeersel
pikeerseltjes	=	pikeersel
pikeert	=	pikeren
pikere	=	pikeren
pikeren	verb	met kleine steekjes doornaaien
pikerend	=	pikeren
pikerende	=	pikeren
piket	noun	paaltje, piketpaal
piketdienst	noun	periode dat men beschikbaar moet zijn voor bepaalde werkzaamheden
piketdiensten	=	piketdienst
piketdienstje	=	piketdienst
piketdienstjes	=	piketdienst
pikethamer	noun	houten hamer om piketten in te slaan
pikethamers	=	pikethamer
pikethamertje	=	pikethamer
pikethamertjes	=	pikethamer
piketje	=	piket
piketjes	=	piket
piketpaal	noun	aangepunt houten paaltje of metalen buisje of staaf, vaak met een gekleurde kop (geverfd of voorzien van gekleurd plakband), gebruikt om objecten te markeren
piketpaaltje	=	piketpaal
piketpaaltjes	=	piketpaal
piketpalen	=	piketpaal
piketspel	noun	het kaartspel piket
piketspelen	=	piketspel
piketspellen	=	piketspel
piketten	=	piket
pikettysme	noun	economische leer die een belasting op grote vermogens aanbeveelt
pikeur	noun	africhter van paarden
pikeurs	=	pikeur
pikeurtje	=	pikeur
pikeurtjes	=	pikeur
pikhaak	noun	een haak op een stok waarmee men iets naar zich toe kan trekken, vooral gebruikt in de scheepvaart
pikhaar	noun|obsolete	bepaald ras van sterke honden, afkomstig uit West-Vlaanderen
pikhaken	=	pikhaak
pikharen	=	pikhaar
pikhouweel	noun	hakwerktuig met steel, voorzien van een punt aan de ene zijde en een beitelachtige voorziening aan de andere zijde
pikhouweeltje	=	pikhouweel
pikhouweeltjes	=	pikhouweel
pikhouwelen	=	pikhouweel
pikje	=	pikken
pikjes	=	pikken
pikke	=	pikken
pikkedonker	adj	zeer donker.
pikkedonkere	=	pikkedonker
pikkedonkers	=	pikkedonker
pikkel	noun	mengsel van zuur en zout voor het pikkelen
pikkelde	=	pikkelen
pikkelden	=	pikkelen
pikkele	=	pikkelen
pikkelen	verb	behandelen met zuur en zout
pikkelend	=	pikkelen
pikkelende	=	pikkelen
pikkels	=	pikkel
pikkelt	=	pikkelen
pikkeltje	=	pikkel
pikkeltjes	=	pikkel
pikken	verb	iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen
pikkend	=	pikken
pikkende	=	pikken
pikker	noun	een vogel die pikkende bewegingen maakt met de snavel
pikkerig	adj	van een vogel: de neiging hebbend om met de snavel te stoten
pikkerige	=	pikkerig
pikkeriger	=	pikkerig
pikkerigere	=	pikkerig
pikkerigers	=	pikkerig
pikkerigs	=	pikkerig
pikkerigst	=	pikkerig
pikkerigste	=	pikkerig
pikkers	=	pikker
pikketanis	noun|informal	borrel
pikketanisje	=	pikketanis
pikketanisjes	=	pikketanis
pikketanissen	=	pikketanis
pikketanissie	=	pikketanis
pikketanus	=	pikketanis
pikkie	noun|informal	kleine jongen
pikkies	=	pikkie
pikmortelmacadam	noun	pekmortelmacadam
pikoeach	noun	toezicht, redding
pikol	noun	een oude Maleise eenheid van gewicht, overeenkomend met het gewicht dat een arbeider kon dragen (62 kg)
pikolet	noun	bepaald soort vogel, waarvan het mannetje zwart is met een bruine buik, Sporophila angolensis, die voor wedstrijden wordt gebruikt
pikoletje	=	pikolet
pikoletjes	=	pikolet
pikolets	=	pikolet
pikols	=	pikol
pikorde	noun	hiërarchie bij kippen die bepaalt welke kip wie mag 'pikken'.
pikorden	=	pikorde
pikordes	=	pikorde
pikordetje	=	pikorde
pikslee	noun	een slee voor op het ijs die de sleeër met stokken moet voortbewegen
piksleetje	=	pikslee
piksleetjes	=	pikslee
piksleeën	=	pikslee
pikt	=	pikken
pikte	=	pikken
pikten	=	pikken
pikton	noun	ton waarin men pek bewaart
piktonnen	=	pikton
piktonnetje	=	pikton
piktonnetjes	=	pikton
pikuren	=	pikuur
pikuur	noun	spuit of injectie
pikzalf	noun	huidsmeersel waarin teer is verwerkt
pikzalven	=	pikzalf
pikzwart	adj	heel zwart, absoluut donker
pikzwarte	=	pikzwart
pikzwarten	=	pikzwart
pikzwarter	=	pikzwart
pikzwartere	=	pikzwart
pikzwarters	=	pikzwart
pikzwarts	=	pikzwart
pikzwartst	=	pikzwart
pikzwartste	=	pikzwart
pil	noun	hoeveelheid werkzame stof met een bindmiddel in een bolletje gedraaid
pilaar	noun	een langgerekt verticaal bouwelement, gewoonlijk uit één stuk en met een willekeurig gevormde doorsnede
pilaarbijter	noun	iemand die zich veel braver voordoet dan hij is
pilaarbijters	=	pilaarbijter
pilaarbijtertje	=	pilaarbijter
pilaarbijtertjes	=	pilaarbijter
pilaarbijtster	noun	vrouw die zich veel braver voordoet dan hij is
pilaarbijtsters	=	pilaarbijtster
pilaarheilige	noun	christelijke kluizenaar die als boetedoening een groot gedeelte van zijn leven op de top van een hoge zuil doorbracht
pilaarheiligen	=	pilaarheilige
pilaartje	=	pilaar
pilaartjes	=	pilaar
pilaren	=	pilaar
pilaster	noun	een rechthoekige muurverzwaring die minder dan zijn breedte voor de gevel uitsteekt
pilasters	=	pilaster
pilastertje	=	pilaster
pilastertjes	=	pilaster
pilates	noun	fitnesssysteem op basis van bewust beheerste houdingen en bewegingen
pilau	=	pilav
pilav	noun	rijstgerecht met vlees en specerijen dat altijd eerst in olie wordt gebakken en vervolgens met vocht wordt gaar gekookt.
pilaw	=	pilav
pilde	=	pil
pilden	=	pil
pili-pili	=	pilipili
pilipili	noun	gemalen Chileense peper, mogelijks in een vloeistof opgelost
pilipili's	=	pilipili
pilipilis	=	pilipili
pilipilitje	=	pilipili
pilipilitjes	=	pilipili
pilkever	noun	Byrrhus pilula een keversoort uit de familie pilkevers (Byrrhidae).
pilkevers	=	pilkever
pilkevertje	=	pilkever
pilkevertjes	=	pilkever
pillamp	noun	kleine lichtbron op batterijen die je bij je kunt dragen
pillampen	=	pillamp
pillampje	=	pillamp
pillampjes	=	pillamp
pille	=	pil
pillegift	noun	geschenk dat men een petekind bij de doop geeft
pillegiften	=	pillegift
pilleke	=	pil
pillen	=	pil
pillend	=	pil
pillende	=	pil
pillendeeg	noun	deegachtig mengsel waaruit pillen gedraaid worden
pillendegen	=	pillendeeg
pillendoos	noun	doos om pillen in te bewaren
pillendoosje	=	pillendoos
pillendoosjes	=	pillendoos
pillendozen	=	pillendoos
pillendraaier	noun	bijnaam voor een apotheker; bijnaam voor de farmaceutische industrie
pillendraaiers	noun	Scarabaeinae een onderfamilie van kevers uit de familie van de bladsprietkevers (Scarabaeidae)
pillendraaiertje	=	pillendraaier
pillendraaiertjes	=	pillendraaier
pillenkever	noun	een mestkever die pillen draait
pillenkevers	=	pillenkever
pillenkevertje	=	pillenkever
pillenkevertjes	=	pillenkever
pillenslikker	noun	iemand die grote hoeveelheden medicijnen inneemt
pillenslikkers	=	pillenslikker
pillenslikkertje	=	pillenslikker
pillenslikkertjes	=	pillenslikker
pilletje	=	pil
pilletjes	=	pil
pilo	noun	een soort geweven stof gemaakt van half katoen en half linnen voor werkkleding
pilo-erectie	noun	rechtop gaan staan van lichaamsharen (kippevel)
pilo-erecties	=	pilo-erectie
pilo-erectietje	=	pilo-erectie
pilo-erectietjes	=	pilo-erectie
piloot	noun	een bestuurder van een vliegtuig, luchtschip (vliegenier) of race-auto
pilootaflevering	noun	losse eerste aflevering van een mogelijke televisiereeks, bedoeld om na te gaan of die voldoende kijkers aanspreekt
pilootafleveringen	=	pilootaflevering
pilootje	=	piloot
pilootjes	=	piloot
pilootscholen	=	pilootschool
pilootschool	noun	school waarin geëxperimenteerd wordt met een nieuwe onderwijsmethode
pilootschooltje	=	pilootschool
pilootschooltjes	=	pilootschool
pilot	noun	probeersel, test
pilotaflevering	noun	losse eerste aflevering van een mogelijke televisiereeks, bedoeld om na te gaan of die voldoende kijkers aanspreekt
pilotafleveringen	=	pilotaflevering
piloten	=	piloot
pilotengaatje	=	pilotengat
pilotengaatjes	=	pilotengat
pilotengat	noun	een grote cirkelvormige of elliptische opening die kan voorkomen in cirrocumulus- of altocumuluswolken
pilotengaten	=	pilotengat
pilotenhelm	noun	helm die een piloot draagt tijdens het besturen van een vliegtuig
pilotenhelmen	=	pilotenhelm
pilotenopleiding	noun	studie waarmee men zijn vliegbrevet kan halen
pilotenopleidingen	=	pilotenopleiding
pilotenopleidinkje	=	pilotenopleiding
pilotenopleidinkjes	=	pilotenopleiding
pilotenpet	noun	hoofddeksel dat deel uitmaakt van het uniform van een piloot
pilotenpetten	=	pilotenpet
pilotenstaking	noun	werkweigering van piloten om betere arbeidsvoorwaarden te bewerkstelligen
pilotenstakingen	=	pilotenstaking
pilotenstakinkje	=	pilotenstaking
pilotenstakinkjes	=	pilotenstaking
pilotenstoel	noun	de stoel waarin een piloot van een vliegtuig zit als hij het vliegtuig bestuurt
pilotenstoelen	=	pilotenstoel
pilotenuniform	noun	de beroepskleding van een vliegenier
pilotenuniformen	=	pilotenuniform
pilotenuniformpje	=	pilotenuniform
pilotenuniformpjes	=	pilotenuniform
pilotenvereniging	noun	een belangenorganisatie die opkomt voor de rechten, arbeidsomstandigheden en vliegveiligheid van piloten.
pilotenverenigingen	=	pilotenvereniging
pilotenverenigingetje	=	pilotenvereniging
pilotenverenigingetjes	=	pilotenvereniging
pilotfase	noun	beginperiode waarin men zaken uitprobeert
pilotfasen	=	pilotfase
pilotfases	=	pilotfase
pilotje	=	pilot
pilotjes	=	pilot
pilotproject	noun	proefproject, een activiteit met een begin en einddatum, dat als doel heeft te kijken of en hoe iets gedaan zou kunnen worden
pilotprojecten	=	pilotproject
pilots	=	pilot
pilotstudie	noun	vooronderzoek
pilotstudies	=	pilotstudie
pilotten	=	pilot
pilpoel	noun	bepaalde dialectische methoden bij studie en verklaring van de Talmoed
pilpoeliem	=	pilpoel
pils	noun	lagerbier, oorspronkelijk uit Pilzen in Tsjechië
pilsbier	noun	een soort bier dat voor het eerst in de stad Pilsen in het voormalige Oostenrijk-Hongarije en het huidige Tsjechië werd gebrouwen
pilsbieren	=	pilsbier
pilsbiertje	=	pilsbier
pilsbiertjes	=	pilsbier
pilsen	=	pils
pilsener	noun	helder, geel bier met een alcoholpercentage van ongeveer 5%
pilseners	=	pilsener
pilsje	=	pils
pilsjes	=	pils
pilt	=	pil
pilvaren	noun	Pilularia globulifera een overblijvende plant die behoort tot de pilvarenfamilie (Marsileaceae) en die van nature voorkomt in Europa.
pilvarenfamilie	noun	een familie Marsileaceae van kleine, aquatische of semi-aquatische varens, die wereldwijd verspreid is.
pilvarenfamilies	=	pilvarenfamilie
pilvarenfamilietje	=	pilvarenfamilie
pilvarenfamilietjes	=	pilvarenfamilie
pilvarens	=	pilvaren
pilvarentje	=	pilvaren
pilvarentjes	=	pilvaren
pilzegge	noun	Carex pilulifera een vaste plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
pilzeggen	=	pilzegge
pilzeggetje	=	pilzegge
pilzeggetjes	=	pilzegge
piment	noun	bepaald soort plant en specerij uit Midden-Amerika en West-Indië, Pimenta dioica
pimentbomen	=	pimentboom
pimentboom	noun	Pimenta dioica hoge boom in West-Indië, waarvan de bessen als specerij gebruikt worden
pimentboompje	=	pimentboom
pimentboompjes	=	pimentboom
pimentkorrel	noun	gedroogde (en gemalen) zaden van piment Pimenta dioica met een smaak die zachter is dan peper, en een aroma heeft van kruidnagel, peper, kaneel en nootmuskaat
pimentkorrels	=	pimentkorrel
pimentolie	noun	uit piment geperste olie
pimentolies	=	pimentolie
pimentoliën	=	pimentolie
pimentsaus	noun	met piment gekruide saus
pimentsausen	=	pimentsaus
pimentsausje	=	pimentsaus
pimentsausjes	=	pimentsaus
pimentsauzen	=	pimentsaus
pimp	=	pimpen
pimpampet	=	pimpampetten
pimpampette	=	pimpampetten
pimpampetten	verb	het spel pimpampet spelen
pimpampettend	=	pimpampetten
pimpampettende	=	pimpampetten
pimpampoentje	noun	benaming voor insecten uit de familie Coccinellidae
pimpampoentjes	=	pimpampoentje
pimpe	=	pimpen
pimpel	noun	pimpelmees
pimpelaar	noun	iemand die met kleine teugjes toch een grote hoeveelheid alcoholische drank tot zich neemt
pimpelaars	=	pimpelaar
pimpelde	=	pimpelen
pimpelden	=	pimpelen
pimpele	=	pimpelen
pimpelen	verb	uitgebreid alcohol consumeren
pimpelend	=	pimpelen
pimpelende	=	pimpelen
pimpelmees	noun	bepaalde mezensoort, Cyanistes caeruleus
pimpelmeesje	=	pimpelmees
pimpelmeesjes	=	pimpelmees
pimpelmezen	noun	een geslacht Cyanistes in de familie van de mezen (Paridae).
pimpelpaars	noun	blauwachtige tint van de kleur paars	adj	met een blauwachtige tint van de kleur paars
pimpelpaarse	=	pimpelpaars
pimpelpaarsen	=	pimpelpaars
pimpelpaarser	=	pimpelpaars
pimpelpaarsere	=	pimpelpaars
pimpelpaarsers	=	pimpelpaars
pimpelpaarst	=	pimpelpaars
pimpelpaarste	=	pimpelpaars
pimpels	=	pimpel
pimpelt	=	pimpelen
pimpeltje	=	pimpel
pimpeltjes	=	pimpel
pimpen	verb	iets heel uitbundig mooi of leuk maken zonder dat de functionaliteit verandert
pimpend	=	pimpen
pimpende	=	pimpen
pimpernel	noun	benaming voor planten uit het geslacht Sanguisorba
pimpernelblauwtje	noun	bepaald soort dagvlinder, Maculinea teleius uit de familie Lycaenidae (de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes); de spanwijdte van de vlinder bedraagt 34 tot 38 millimeter en het vrouwtje is lichter blauw dan het mannetje
pimpernelblauwtjes	=	pimpernelblauwtje
pimpernellen	=	pimpernel
pimpernelletje	=	pimpernel
pimpernelletjes	=	pimpernel
pimpernelroest	noun	Xenodochus carbonarius een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
pimpernelroesten	=	pimpernelroest
pimpernelroestje	=	pimpernelroest
pimpernelroestjes	=	pimpernelroest
pimpernelsmalsnuitje	noun	Eupoecilia sanguisorbana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
pimpernelsmalsnuitjes	=	pimpernelsmalsnuitje
pimpernoot	noun	een forse struik tot kleine boom uit het oostelijk Middellandse Zeegebied en Midden-Europa, die ook wel in België en Nederland wordt aangeplant, Staphylea pinnata
pimpernootfamilie	noun	een familie Staphyleaceae van tweezaadlobbige struiken en kleine bomen.
pimpernootfamilies	=	pimpernootfamilie
pimpernootfamilietje	=	pimpernootfamilie
pimpernootfamilietjes	=	pimpernootfamilie
pimpernoten	=	pimpernoot
pimpt	=	pimpen
pimpte	=	pimpen
pimpten	=	pimpen
pin	noun	een dun metalen staafje waarmee iets bevestigd kan worden
pin-code	=	pincode
pin-onlykassa	noun	kassa waar men alleen met een betaalkaart kan betalen; kassa waar men niet met contact geld kan betalen
pin-onlykassa's	=	pin-onlykassa
pin-pas	=	pinpas
pin-up	noun	schoonheid die model staat voor erotische afbeeldingen
pin-upgirl	noun	meisje waarvan pikante foto's op een muur geprikt worden
pin-upgirls	=	pin-upgirl
pin-upje	=	pin-up
pin-upjes	=	pin-up
pin-ups	=	pin-up
pina	noun	bepaald soort kleine palmboom Euterpe oleracea
pinaar	=	pinaren
pinaarde	=	pinaren
pinaarden	=	pinaren
pinaart	=	pinaren
pinablad	noun	Euterpe oleracea blad van de pinapalm waaraan açaibessen groeien
pinabladen	=	pinablad
pinabladeren	=	pinablad
pinacotheek	noun	schilderijenkabinet
pinacotheken	=	pinacotheek
pinadak	noun	dak gemaakt van de bladeren van de pinapalm Euterpe oleracea
pinadaken	=	pinadak
pinadakje	=	pinadak
pinadakjes	=	pinadak
pinahut	noun	eenvoudig optrekje met een dak gemaakt van de bladeren van de pinapalm Euterpe oleracea
pinahutje	=	pinahut
pinahutjes	=	pinahut
pinahutten	=	pinahut
pinakel	noun	siertorentje in de gotische bouwkunst
pinakels	=	pinakel
pinakeltje	=	pinakel
pinakeltjes	=	pinakel
pinang	noun	benaming voor de betelpalm, Areca catechu
pinangen	=	pinang
pinangs	=	pinang
pinapalm	noun	Euterpe oleacea een palm uit de palmenfamilie met eetbare vruchten die o.a. in Suriname voorkomt
pinapalmen	=	pinapalm
pinapalmpje	=	pinapalm
pinapalmpjes	=	pinapalm
pinapparaat	noun	betaalautomaat die nodig is voor het betalen met een pinpas
pinapparaten	=	pinapparaat
pinare	=	pinaren
pinaren	verb	het moeilijk hebben
pinarend	=	pinaren
pinarende	=	pinaren
pinas	noun	weefsel van ananasvezels
pinassen	=	pinas
pinautomaat	noun	een automaat waar iemand geld van zijn rekening kan afhalen
pinautomaatje	=	pinautomaat
pinautomaatjes	=	pinautomaat
pinautomaten	=	pinautomaat
pinbetaling	noun	een betaling met een pinpas
pinbetalingen	=	pinbetaling
pince-nez	noun	een ouderwetse bril die op de neus geknepen werd gedragen
pince-nezs	=	pince-nez
pince-neztje	=	pince-nez
pince-neztjes	=	pince-nez
pincet	noun	een gevorkt werktuig bestaande uit twee armen waarvan de punt bijeengeknepen kan worden
pincetje	=	pincet
pincetjes	=	pincet
pincetten	=	pincet
pincetvis	noun	Chelmon rostratus een tropische zoutwatervis uit de familie Chaetodontidae (koraalvlinders)
pincetvisje	=	pincetvis
pincetvisjes	=	pincetvis
pincetvissen	=	pincetvis
pincher	noun	hondenras, hondensoort waarbij de oren en de staart gecoupeerd werden
pinchers	=	pincher
pinchertje	=	pincher
pinchertjes	=	pincher
pinchéaapje	noun	Saguinus oedipus Het pinchéaapje (Saguinus oedipus), ook wel dwerg- of lisztaap of katoentamarin, is een aap uit de onderfamilie klauwaapjes (Callitrichinae).
pinchéaapjes	=	pinchéaapje
pincode	noun	de meestal geheime code die men moet intoetsen om met een betaalpas/pinpas ergens te kunnen betalen
pincodes	=	pincode
pincodetje	=	pincode
pincodetjes	=	pincode
pincoyastormvogeltje	noun	Oceanites pincoyae een vogel uit de familie van de zuidelijke stormvogeltjes.
pincoyastormvogeltjes	=	pincoyastormvogeltje
pinda	noun	Arachis hypogaea, een tot de vlinderbloemenfamilie behorende plant
pinda's	=	pinda
pinda-allergie	noun	een allergie tegen pinda´s
pinda-allergieën	=	pinda-allergie
pinda-chinees	noun	een handelaar in pindakoekjes van Chinese afkomst
pinda-chineesje	=	pinda-chinees
pinda-chineesjes	=	pinda-chinees
pinda-chinezen	=	pinda-chinees
pinda-kaas	=	pindakaas
pindaatje	=	pinda
pindaatjes	=	pinda
pindachinees	noun	iemand uit China die in de jaren 30 van de 20e eeuw pindakoekjes op straat verkocht
pindachineesje	=	pindachinees
pindachineesjes	=	pindachinees
pindachinezen	=	pindachinees
pindakaas	noun	een soort broodbeleg dat bestaat uit een pasta van pinda's, slaolie en zout	adj|obsolete	verarmd
pindakaasje	=	pindakaas
pindakaaspot	noun	glazen pot waarin men pindakaas verpakt of verpakt heeft
pindakaaspotje	=	pindakaaspot
pindakaaspotjes	=	pindakaaspot
pindakaaspotten	=	pindakaaspot
pindakazen	=	pindakaas
pindakoek	noun	koek waarin hele pinda's zijn meegebakken
pindakoeken	=	pindakoek
pindakoekje	noun	een koekje gebakken van meel, pindakaas met hele of gebroken pinda's erin
pindakoekjes	=	pindakoek
pindanetje	noun	een netje gevuld met aardnoten bedoeld voor de vogels
pindanetjes	=	pindanetje
pindanoot	noun	noot waarin pinda's zitten; ongepelde pinda
pindanootje	=	pindanoot
pindanootjes	=	pindanoot
pindanoten	=	pindanoot
pindaolie	noun	plantaardige spijsolie, verkregen door het uitpersen van pinda's
pindaolies	=	pindaolie
pindaoliën	=	pindaolie
pindapoepchinees	noun	Chinees of iemand met Aziatisch uiterlijk
pindapoepchineesje	=	pindapoepchinees
pindapoepchineesjes	=	pindapoepchinees
pindapoepchinezen	=	pindapoepchinees
pindarisch	adj	betrekking hebbend op Pindarus
pindarische	=	pindarisch
pindarischer	=	pindarisch
pindarischere	=	pindarisch
pindarischers	=	pindarisch
pindarots	=	pindarotsje
pindarotsje	noun	een soort koekje dat voornamelijk uit (opgehoopte) pinda's bestaat.
pindarotsjes	=	pindarotsje
pindarotsman	noun	man die graag ergens de baas over wil zijn, hoe klein het ook mag zijn
pindarotsmannen	=	pindarotsman
pindarotsmannetje	=	pindarotsman
pindarotsmannetjes	=	pindarotsman
pindasaus	noun	saus gemaakt van pindakaas en (kokos)melk vaak met ketjap en sambal op smaak gebracht
pindasausen	=	pindasaus
pindasausje	=	pindasaus
pindasauzen	=	pindasaus
pindasoep	noun	dikke (maaltijd)soep gemaakt van pindakaas en meestal met stukjes vlees en tomtom
pindasoepje	=	pindasoep
pindasoepjes	=	pindasoep
pindatrommel	noun	blikken doos die straatverkopers van pindakoekjes gebruikten om hun waar uit te venten Deze straatverkoop bestond vooral tijdens de grote economische crisis voor de Tweede Wereldoorlog: de verkopers waren vaak Chinezen, die als zeeman in Rotterdam waren afgemonsterd maar geen schepen vonden om weer aan te monsteren.
pindatrommels	=	pindatrommel
pindawormen	noun	een stam Sipuncula van het dierenrijk die ongeveer 330 soorten telt. (Sipuncula komt van het Latijn sipunculus (siphunculus) = buisje, pijpje)
pinde	=	pinnen
pinden	=	pinnen
pineaal	adj	betrekking hebbend op de pijnappelklier
pineaals	=	pineaal
pineale	=	pineaal
pineberry	noun	aardbei met een ananassmaak
pineberry's	=	pineberry
pineut	noun	gedupeerd slachtoffer, (onterechte) verliezer
pineuten	=	pineut
pineutje	=	pineut
pineutjes	=	pineut
ping	noun	een test op internet vanuit de server om te zien of een account/terminal nog actief is
pingde	=	pingen
pingden	=	pingen
pinge	=	pingen
pingel	=	pingelen
pingelaar	noun	een voetballer die meerdere tegenstanders kan passeren zonder de bal over te spelen naar medespelers
pingelaars	=	pingelaar
pingelaartje	=	pingelaar
pingelaartjes	=	pingelaar
pingelde	=	pingelen
pingelden	=	pingelen
pingele	=	pingelen
pingelen	verb	te vroeg en ongecontroleerd ontbranden van een brandstof in een verbrandingsmotor
pingelend	=	pingelen
pingelende	=	pingelen
pingels	=	pingelen
pingelt	=	pingelen
pingeltje	=	pingelen
pingeltjes	=	pingelen
pingen	verb	tekstberichten versturen met een smartphone, tablet of pc met behulp van een speciaal nummer de BlackBerry PIN
pingend	=	pingen
pingende	=	pingen
pingetje	=	ping
pingetjes	=	ping
pingo	noun	heuvel die ontstaat omdat het grondwater bevriest en uitzet; heuvel met een ijskern
pingo's	=	pingo
pingootje	=	pingo
pingootjes	=	pingo
pingping	noun|informal	geld
pingpong	noun	een klanknabootsend synoniem van tafeltennis
pingpongbal	noun	een licht, plastic balletje met een doorsnede van ongeveer 4 cm dat gebruikt wordt bij tafeltennis
pingpongballen	=	pingpongbal
pingpongballetje	=	pingpongbal
pingpongballetjes	=	pingpongbal
pingpongbat	noun	het slaginstrument dat je gebruikt om de bal te slaan bij tafeltennis (pingpong)
pingpongbatje	=	pingpongbat
pingpongbatjes	=	pingpongbat
pingpongbats	=	pingpongbat
pingpongcommunicatie	noun	gesprek tussen twee personen waarbij de berichten heel snel over en weer gaan
pingpongcommunicaties	=	pingpongcommunicatie
pingpongde	=	pingpongen
pingpongden	=	pingpongen
pingponge	=	pingpongen
pingpongen	verb|informal	pingpong spelen, tafeltennissen
pingpongend	=	pingpongen
pingpongende	=	pingpongen
pingponger	noun	iemand die tafeltennis speelt
pingpongers	=	pingponger
pingpongertje	=	pingponger
pingpongertjes	=	pingponger
pingpongracket	noun	het slaginstrument dat je gebruikt om de bal te slaan bij tafeltennis (pingpong)
pingpongracketje	=	pingpongracket
pingpongracketjes	=	pingpongracket
pingpongrackets	=	pingpongracket
pingpongspeler	noun	sporter die tafeltennis speelt
pingpongspelers	=	pingpongspeler
pingpongspelertje	=	pingpongspeler
pingpongspelertjes	=	pingpongspeler
pingpongt	=	pingpongen
pingpongtafel	noun	tafel waarop men tafeltennis kan spelen
pingpongtafels	=	pingpongtafel
pingpongwedstrijd	noun	een sportstrijd waarin twee of vier spelers een bal met een batje over een net op een tafel slaan, met als doel de meeste games te winnen volgens vaste spelregels
pingpongwedstrijden	=	pingpongwedstrijd
pingpongwedstrijdje	=	pingpongwedstrijd
pingpongwedstrijdjes	=	pingpongwedstrijd
pings	=	ping
pingt	=	pingen
pinguin	=	pinguïn
pinguintje	noun	Hedya salicella een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
pinguintjes	=	pinguintje
pinguïn	noun	benaming voor niet-vliegende zeevogels uit de orde Sphenisciformes die alleen voorkomt op het zuidelijk halfrond
pinguïnnetje	=	pinguïn
pinguïnnetjes	=	pinguïn
pinguïnpak	noun	verkleedpak of kostuum in de vorm van een pinguïn
pinguïnpakje	=	pinguïnpak
pinguïnpakjes	=	pinguïnpak
pinguïnpakken	=	pinguïnpak
pinguïns	noun	een orde Sphenisciformes, niet-vliegende zeevogels die alleen voorkomen op het zuidelijk halfrond
pinguïnshot	noun	filmopname van het moment dat de rechter(s) in toga de rechtszaal betreden of verlaten
pinguïnshots	=	pinguïnshot
pinguïntje	=	pinguïn
pinguïntjes	=	pinguïn
pinguïnverblijf	noun	een speciaal ontworpen leefomgeving in een dierentuin die de natuurlijke habitat van pinguïns nabootst
pinguïnverblijfje	=	pinguïnverblijf
pinguïnverblijfjes	=	pinguïnverblijf
pinguïnverblijven	=	pinguïnverblijf
pinjonmuis	noun	Peromyscus truei knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
pinjonmuisje	=	pinjonmuis
pinjonmuisjes	=	pinjonmuis
pinjonmuizen	=	pinjonmuis
pink	noun	de vijfde, kleinste en buitenste vinger
pinkas	noun	notulenboek
pinkasiem	=	pinkas
pinkassa	noun	kassa waarbij men alleen met een pinpas kan betalen
pinkassa's	=	pinkassa
pinke	=	pinken
pinkel	=	pinkelen
pinkelde	=	pinkelen
pinkelden	=	pinkelen
pinkele	=	pinkelen
pinkelen	verb	knipperen met de ogen
pinkelend	=	pinkelen
pinkelende	=	pinkelen
pinkelpaal	noun	vrijstaande, mobiele sanitaire unit die specifiek is ontworpen om meerdere personen tegelijkertijd te laten urineren
pinkelpaaltje	=	pinkelpaal
pinkelpaaltjes	=	pinkelpaal
pinkelpalen	=	pinkelpaal
pinkelt	=	pinkelen
pinken	verb	met de pink verwijderen
pinkend	=	pinken
pinkende	=	pinken
pinker	noun	knipperlicht op een motorvoertuig dat de richting aangeeft door te knipperen
pinkerde	=	pinkeren
pinkerden	=	pinkeren
pinkere	=	pinkeren
pinkeren	verb	jongensspel, waarbij een puntig houtje met een stok of plankje weggeslagen wordt
pinkerend	=	pinkeren
pinkerende	=	pinkeren
pinkers	=	pinker
pinkert	=	pinkeren
pinkhaar	noun	een van de haren op je oogleden
pinkharen	=	pinkhaar
pinkje	=	pink
pinkjes	=	pink
pinkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het uitvoeren van een pintransactie
pinkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het uitvoeren van een pintransactie
pinkring	noun	een ring die om een pink wordt gedragen
pinkringen	=	pinkring
pinkringetje	=	pinkring
pinkringetjes	=	pinkring
pinkster	noun	Pinksteren
pinksterbeweging	noun	godsdienstige beweging die een herhaling van de oorspronkelijke pinksterervaring beoogt
pinksterbewegingen	=	pinksterbeweging
pinksterbeweginkje	=	pinksterbeweging
pinksterbeweginkjes	=	pinksterbeweging
pinksterbloem	noun	Cardamine pratensis een kruisbloemachtige die eind april het hoogtepunt heeft van haar bloei
pinksterbloemen	=	pinksterbloem
pinksterbloemetje	=	pinksterbloem
pinksterbloemlangsprietmot	noun	Cauchas rufimitrella een dagactieve nachtvlinder uit de familie Adelidae, de langsprietmotten.
pinksterbloemlangsprietmotje	=	pinksterbloemlangsprietmot
pinksterbloemlangsprietmotjes	=	pinksterbloemlangsprietmot
pinksterbloemlangsprietmotten	=	pinksterbloemlangsprietmot
pinksterbloempje	=	pinksterbloem
pinksterdag	noun	een van de twee dagen van het pinksterfeest, pinksterzondag of pinkstermaandag
pinksterdagen	=	pinksterdag
pinksterdagje	=	pinksterdag
pinksterdagjes	=	pinksterdag
pinksterdrie	noun	derde pinksterdag die in de Zaanstreek gevierd wordt naar aanleiding van de overwinning op de Spanjaarden in 1574
pinksterfeest	noun	het feest van Pinksteren
pinksterfeesten	=	pinksterfeest
pinkstergemeenschap	noun	kerkgebouw van de pinksterbeweging een evangelische, protestantse stroming die de nadruk legt op de Heilige Geest
pinkstergemeenschappen	=	pinkstergemeenschap
pinkstergemeente	noun	geloofsgemeente bestaande uit leden van de pinksterbeweging
pinkstergemeenten	=	pinkstergemeente
pinkstergemeentes	=	pinkstergemeente
pinkstergemeentetje	=	pinkstergemeente
pinkstergemeentetjes	=	pinkstergemeente
pinksterkerk	noun	godsdienstige beweging die een herhaling van de oorspronkelijke pinksterervaring beoogt
pinksterkerken	=	pinksterkerk
pinkstermaandag	noun	tweede pinksterdag
pinkstermaandagen	=	pinkstermaandag
pinksterpsalm	noun	benaming voor een lied uit het Bijbelboek Psalmen dat goed onderdeel van de viering van Pinksteren kan zijn
pinksterpsalmen	=	pinksterpsalm
pinkstervakantie	noun	vakantie rond Pinksteren.
pinkstervakanties	=	pinkstervakantie
pinkstervakantietje	=	pinkstervakantie
pinkstervakantietjes	=	pinkstervakantie
pinksterweekeinde	noun	het lange weekend van Pinksteren
pinksterweekeinden	=	pinksterweekeinde
pinksterweekeindes	=	pinksterweekeinde
pinksterweekend	noun	de zaterdag, zondag en maandag waarin het pinksterfeest wordt gehouden
pinksterweekenden	=	pinksterweekend
pinksterweekends	=	pinksterweekend
pinksterzaterdag	noun	de zaterdag voor Pinksteren
pinkt	=	pinken
pinkte	=	pinken
pinkten	=	pinken
pinkvaars	noun	eenjarige koe
pinkvaarsje	=	pinkvaars
pinkvaarsjes	=	pinkvaars
pinkvaarzen	=	pinkvaars
pinkwashing	noun	het gebruik van de kleur roze om het imago van een bedrijf te verbeteren door de indruk te wekken dat ze 'homovriendelijk' zijn
pinne	=	pinnen
pinnen	verb	het opnemen van geld bij een daartoe bedoeld apparaat
pinnend	=	pinnen
pinnende	=	pinnen
pinnenmuts	noun	puntvormige slaapmuts
pinnenmutsen	=	pinnenmuts
pinnenmutsje	=	pinnenmuts
pinnenmutsjes	=	pinnenmuts
pinnetje	=	pin
pinnetjes	=	pin
pinnig	adj	bazig en bits vooral van vrouwen
pinnige	=	pinnig
pinniger	=	pinnig
pinnigere	=	pinnig
pinnigers	=	pinnig
pinnigs	=	pinnig
pinnigst	=	pinnig
pinnigste	=	pinnig
pinokkiomot	noun	Synaphe punctalis een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
pinokkiomotje	=	pinokkiomot
pinokkiomotjes	=	pinokkiomot
pinokkiomotten	=	pinokkiomot
pinokkiorog	noun	Rostroraja eglanteria een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
pinokkioroggen	=	pinokkiorog
pinokkioroggetje	=	pinokkiorog
pinokkioroggetjes	=	pinokkiorog
pinokkiorogje	=	pinokkiorog
pinokkiorogjes	=	pinokkiorog
pinot	noun	wijnstok
pinots	=	pinot
pinpas	noun	betaalkaart in Nederland waarmee bedragen rechtstreeks worden afgeschreven van de bankrekening van de betaler
pinpasgebruik	noun	het betalen met een bankpas
pinpashouder	noun	compacte houder die is ontworpen om een pinpas en andere kaarten zoals creditcards, OV-chipkaarten en ID-kaarten in te bewaren en te beschermen
pinpashouders	=	pinpashouder
pinpashoudertje	=	pinpashouder
pinpashoudertjes	=	pinpashouder
pinpasje	=	pinpas
pinpasjes	=	pinpas
pinpassen	=	pinpas
pinpendel	noun	busverbinding die mensen naar een nabijgelegen geldautomaat vervoert
pinpendels	=	pinpendel
pins	=	pin
pinsbek	noun	goudkleurig mengsel van koper met wat zink
pinsparen	verb	sparen door een vast percentagen van een pin transactie over te maken naar een spaarrekening
pinsparend	=	pinsparen
pinsparende	=	pinsparen
pint	noun	Engelse en Amerikaanse inhoudsmaat van bijna een halve liter
pintelier	=	pintelieren
pintelierde	=	pintelieren
pintelierden	=	pintelieren
pinteliere	=	pintelieren
pintelieren	verb	uitgaan om bier te drinken
pintelierend	=	pintelieren
pintelierende	=	pintelieren
pinteliert	=	pintelieren
pinten	=	pint
pinteriaans	adj	in de stijl van de toneelschrijver Harold Pinter, gekenmerkt door een precies uitgekiende opbouw van natuurlijk klinkende dialogen en een dreigende sfeer in een besloten ruimte
pinteriaanse	=	pinteriaans
pinteriaanser	=	pinteriaans
pinteriaansere	=	pinteriaans
pinteriaansers	=	pinteriaans
pinteriaanst	=	pinteriaans
pinteriaanste	=	pinteriaans
pintje	=	pint
pintjes	=	pint
pinyin	noun	manier om het Mandarijn met het Latijnse alfabet te schrijven.
pinyongaai	noun	Gymnorhinus cyanocephalus een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
pinyongaaien	=	pinyongaai
pinyongaaitje	=	pinyongaai
pinyongaaitjes	=	pinyongaai
pioche	noun	hakwerktuig met steel, voorzien van een punt aan de ene zijde en een beitel aan de andere zijde
pioches	=	pioche
pioen	noun	een geslacht Paeonia van planten uit de familie Paeoniaceae.
pioenen	=	pioen
pioenfamilie	noun	een familie Paeoniaceae van tweezaadlobbige planten.
pioenfamilietje	=	pioenfamilie
pioenroos	noun	Paeonia lactiflora vaste tuinplant met grote purperrode bloemen
pioenroosje	=	pioenroos
pioenrozen	=	pioenroos
pioentje	=	pioen
pioentjes	=	pioen
pioet	noun	dichterlijke hymne, die op speciale sjabbats en feestdagen onderdeel vormt van de synagogedienst
pioetiem	=	pioet
piofach	abbrev	de afkorting voor Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting, een verzamelterm voor activiteiten die een organisatie moet verrichten die niet het primaire proces zijn
pion	noun	een schaakstuk dat per zet slechts één vakje vooruit kan lopen en schuin vooruit slaat
pionen	=	pion
pionier	noun	persoon die baanbrekend werk verricht
pionierde	=	pionieren
pionierden	=	pionieren
pionierdwergspin	noun	Collinsia inerrans een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
pionierdwergspinnen	=	pionierdwergspin
pionierdwergspinnetje	=	pionierdwergspin
pionierdwergspinnetjes	=	pionierdwergspin
pioniere	=	pionieren
pionieren	verb	als eerste iets doen dat later door andere gevolgd kan worden; verkennen van een onbekend gebied; iets als eerste proberen
pionierend	=	pionieren
pionierende	=	pionieren
pionierplatbek	noun	Heringia senilis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
pionierplatbekje	=	pionierplatbek
pionierplatbekjes	=	pionierplatbek
pionierplatbekken	=	pionierplatbek
pioniers	=	pionier
pionierster	noun	vrouw die als (een van de eersten) iets onderneemt
pioniersters	=	pionierster
pionierswerk	noun	werk dat men als eerste, als verkenner, doet zodat men geen gebruik kan maken van eerdere ervaringen van voorgangers
pionierswerken	=	pionierswerk
pionierswerkje	=	pionierswerk
pionierswerkjes	=	pionierswerk
pioniert	=	pionieren
pioniertje	=	pionier
pioniertjes	=	pionier
pionnen	=	pion
pionnenketen	noun	pionnen van dezelfde kleur die een positie recht of schuin direct naast elkaar innemen, waardoor ze moeilijker kunnen worden aangevallen
pionnenketens	=	pionnenketen
pionnetje	=	pion
pionnetjes	=	pion
pionoffer	noun	een pion verliezen om een betere stelling te verkrijgen
pionoffers	=	pionoffer
pions	=	pion
piopio	noun	Turnagra uitgestorven zangvogelsoorten uit de familie Oriolidae (wielewalen en vijgvogels) die voorkwamen in Nieuw-Zeeland
piopio's	noun	een geslacht Turnagra van uitgestorven zangvogels uit de familie van de wielewalen en vijgvogels (Oriolidae)
piopiootje	=	piopio
piopiootjes	=	piopio
piot	noun	soldaat, infanterist
piotten	=	piot
pip	noun	ziekte bij pluimvee in de bek en ademhalingsorganen
pipa	noun	pistool
pipa's	noun	een geslacht Pipa van kikkers uit de familie tongloze kikkers (Pipidae).
pipeline	noun	pijpleiding
pipelines	=	pipeline
piperade	noun	Baskisch vegetarisch gerecht van tomaat, paprika en ui
piperades	=	piperade
pipet	noun	een instrument waarmee heel precieze hoeveelheden vloeistof kunnen worden afgemeten door de vloeistof erin op te zuigen, meestal een in het midden verwijde en spits uitlopende glazen buis
pipetje	=	pipet
pipetjes	=	pipet
pipetteer	=	pipetteren
pipetteerde	=	pipetteren
pipetteerden	=	pipetteren
pipetteert	=	pipetteren
pipetten	=	pipet
pipettere	=	pipetteren
pipetteren	verb	met een pipet vloeistof overbrengen
pipetterend	=	pipetteren
pipetterende	=	pipetteren
pipi	noun	urine, plasje
pipi's	=	pipi
piping	noun	terugschrijdend uitspoelen van grond onder een dijk of kunstwerk als gevolg van onderloopsheid
pipit	noun	klompje goud
pipiten	=	pipit
pipo	noun	clown
pipo's	=	pipo
pipootje	=	pipo
pipootjes	=	pipo
pipowagen	noun	woonwagen met een rond aflopend dak, die door een paard getrokken kan worden
pipowagens	=	pipowagen
pippeling	noun	appelras
pippelingen	=	pippeling
pippelingetje	=	pippeling
pippelingetjes	=	pippeling
pippelinkje	=	pippeling
pippelinkjes	=	pippeling
pips	adj	er ongezond, bleek, vermoeid uitziend
pipse	=	pips
pipser	=	pips
pipsere	=	pips
pipsers	=	pips
pipst	=	pips
pipste	=	pips
piqueetje	=	piqué
piqueetjes	=	piqué
piqueur	=	pikeur
piqué	noun	weefsel van katoen of kunstvezel met een ingeweven patroon van verhogingen Oorspronkelijk de benaming voor een stof met een voering die met steken in een ruitvorming patroon was bevestigd.	adj	gemaakt uit een weefsel van katoen of kunstvezel met een ingeweven patroon van verhogingen
piqués	=	piqué
piquést	=	piqué
piquéste	=	piqué
piquéë	=	piqué
piquéër	=	piqué
piquéëre	=	piqué
piquéërs	=	piqué
piraat	noun	iemand die op zee met een schip andere schepen aanvalt en/of kaapt
piraatbaarzen	noun	een familie Aphredoderidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarszalmen (Percopsiformes)
piraatje	=	piraat
piraatjes	=	piraat
piraattiran	noun	Legatus leucophaius een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
piraattirannen	=	piraattiran
piraattirannetje	=	piraattiran
piraattirannetjes	=	piraattiran
piramidaal	adj	met een vorm die van een breed, wat hoekig grondvlak uitloopt in een punt	noun	benaming voor een bepaald soort plant, Campanula pyramidalis, uit de Klokjesfamilie
piramidaals	=	piramidaal
piramidaalst	=	piramidaal
piramidaalste	=	piramidaal
piramidale	=	piramidaal
piramidalen	=	piramidaal
piramidaler	=	piramidaal
piramidalere	=	piramidaal
piramidalers	=	piramidaal
piramide	noun	ruimtelijke figuur, bestaande uit een veelhoek als grondvlak en driehoekige zijvlakken
piramidebaan	noun	zenuwbundel in het centraal zenuwstelsel
piramidebaantje	=	piramidebaan
piramidebaantjes	=	piramidebaan
piramidebanen	=	piramidebaan
piramidecel	noun	zenuwcel met een driehoekig cellichaam in de schors van de grote hersenen van zoogdieren
piramidecellen	=	piramidecel
piramidecelletje	=	piramidecel
piramidecelletjes	=	piramidecel
piramidefonds	noun	beleggingsfonds dat een groot rendement belooft en waarin het geld van nieuwe inleggers gebruikt wordt om uit te keren aan mensen die eerder in het fonds geïnvesteerd hebben
piramidefondsen	=	piramidefonds
piramideklokje	noun	Campanula pyramidalis een groenblijvende, overblijvende plant.
piramideklokjes	=	piramideklokje
piramiden	=	piramide
piramides	=	piramide
piramidespel	noun	illegaal kansspel waarbij de deelnemers zich eerst moeten inkopen en vervolgens door het aantrekken van nieuwe deelnemers steeds kunnen opklimmen tot de top is bereikt en ze het geld kunnen incasseren
piramidespelen	=	piramidespel
piramidespelletje	=	piramidespel
piramidespelletjes	=	piramidespel
piramidetje	=	piramide
piramidetjes	=	piramide
piramidevlinder	noun	Amphipyra pyramidea een nachtvlinder uit de familie van de nachtuiltjes (Noctuidae).
piramidevlinders	=	piramidevlinder
piramidevlindertje	=	piramidevlinder
piramidevlindertjes	=	piramidevlinder
piramidevogelmelk	noun	Ornithogalum pyramidale een overblijvende plant uit de aspergefamilie (Asparagaceae), vroeger (Cronquist indeling) ingedeeld bij de leliefamilie (Liliaceae).
piramidevogelmelkje	=	piramidevogelmelk
piramidevogelmelkjes	=	piramidevogelmelk
piramidevormig	adj	vorm van een piramide hebbend
piramidevormige	=	piramidevormig
piramidevormiger	=	piramidevormig
piramidevormigere	=	piramidevormig
piramidevormigers	=	piramidevormig
piramidevormigs	=	piramidevormig
piramidevormigst	=	piramidevormig
piramidevormigste	=	piramidevormig
piramidezenegroen	noun	bepaald soort groenblijvende, vaste plant, Ajuga pyramidalis uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
piramidezwendel	noun	oplichterij met een fonds dat een groot rendement belooft en waarin het geld van nieuwe inleggers gebruikt wordt om uit te keren aan mensen die eerder in het fonds geïnvesteerd hebben.
piranha	noun	benaming voor bloeddorstige zeer gevaarlijke Zuid-Amerikaanse roofvissen uit de onderfamilie Serrasalminae
piranha's	noun	een onderfamilie Serrasalminae van carnivore zoetwatervissen die in de rivieren van Zuid-Amerika leven.
piranhaatje	=	piranha
piranhaoplossing	noun	een 7:3 mengsel van geconcentreerd zwavelzuur en een waterige oplossing van 30% waterstofperoxide, waarbij peroxomonozwavelzuur (Caro's zuur) wordt gevormd
piranhaoplossingen	=	piranhaoplossing
piranhaoplossinkje	=	piranhaoplossing
piranhaoplossinkjes	=	piranhaoplossing
pirate	noun	vrouw die door zeeroof in haar levensonderhoud voorziet
piraten	noun	Pirata een geslacht van spinnen uit de familie wolfspinnen (Lycosidae).
pirateneditie	noun	heruitgave door een onbekende 'uitgever', waarvoor aan de schrijver of eigenaar geen rechten worden betaald
piratenedities	=	pirateneditie
pirateneditietje	=	pirateneditie
pirateneditietjes	=	pirateneditie
piratenhemd	noun	lang, openvallend hemd met versiering rond de mouw en hals, geschikt om je te verkleden als zeerover
piratenhemden	=	piratenhemd
piratenhemdje	=	piratenhemd
piratenhemdjes	=	piratenhemd
piratenkleding	noun	een ruige, avontuurlijke en vaak gehavende look, geïnspireerd door 17e-eeuwse zeerovers en boekaniers.
piratenmuziek	noun	gemakkelijk in het gehoor liggende liedjes met meestal Nederlandstalige teksten
piratenscheepje	=	piratenschip
piratenscheepjes	=	piratenschip
piratenschepen	=	piratenschip
piratenschip	noun	schip van of met piraten
piratenvlag	noun	vlag die door piratenschepen werd gevoerd
piratenvlaggen	=	piratenvlag
piratenvlaggetje	=	piratenvlag
piratenvlaggetjes	=	piratenvlag
piratenvlagje	=	piratenvlag
piratenvlagjes	=	piratenvlag
piratenzender	noun	illegale radio- of televisiezender
piratenzenders	=	piratenzender
piratenzendertje	=	piratenzender
piraterij	noun	het beroven of plunderen van een schip op open zee
piraterijen	=	piraterij
piraterijtje	=	piraterij
pirates	=	pirate
piren	noun	benaming voor kleine Zuid-Amerikaanse roofvissen uit de onderfamilie Serrasalminae
pirens	=	piren
pirlamotten	=	bergamot
piroen	noun	een ornament op een markant punt van een bouwwerk, zoals een dak of gevel, vaak in de vorm van een taps toelopende zuil met een bolvormige figuur
piroennetje	=	piroen
piroennetjes	=	piroen
piroens	=	piroen
piron	noun	een ornament op een markant punt van een bouwwerk, zoals een dak of gevel, vaak in de vorm van een taps toelopende zuil met een bolvormige figuur
pironnen	=	piron
pironnetje	=	piron
pironnetjes	=	piron
pirons	=	piron
piroplasmose	noun	ernstige bloedarmoede bij honden en vee, veroorzaakt door besmetting via teken die vooral in Zuid-Europa voorkomen
pirosjki	noun	pasteitje
pirosjki's	=	pirosjki
pirouetje	=	pirouette
pirouetjes	=	pirouette
pirouette	noun	snelle draai op één voet bij het dansen of kunstschaatsen
pirouetten	=	pirouette
pirouettes	=	pirouette
pirouettetje	=	pirouette
pirouettetjes	=	pirouette
piroxicam	noun	een NSAID ontstekingsremmer en pijnstiller (prostaglandinesynthetaseremmer) behorend tot de oxicamzuurderivaten.
pirrezanger	noun	Basileuterus ignotus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
pirrezangers	=	pirrezanger
pirrezangertje	=	pirrezanger
pirrezangertjes	=	pirrezanger
pirritangare	noun	Chlorospingus inornatus een zangvogel uit de familie Emberizidae (Gorzen).
pirritangaren	=	pirritangare
pirritangaretje	=	pirritangare
pirritangaretjes	=	pirritangare
pis	noun	urine
pisacca-tinamoe	noun	Nothoprocta ornata een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
pisacca-tinamoes	=	pisacca-tinamoe
pisacca-tinamoetje	=	pisacca-tinamoe
pisacca-tinamoetjes	=	pisacca-tinamoe
pisang	noun	vrucht van de bananenplant
pisangetje	=	pisang
pisangs	=	pisang
pisbak	noun|informal	urinoir
pisbakje	=	pisbak
pisbakjes	=	pisbak
pisbakken	=	pisbak
pisbloem	noun	Taraxacum officinale paardebloem
pisbloemen	=	pisbloem
pisbloemetje	=	pisbloem
pisbloempje	=	pisbloem
pisbuis	noun	een lange cilindrische holte die de blaas verbindt met de buitenkant van het lichaam
pisbuisje	=	pisbuis
pisbuisjes	=	pisbuis
pisbuizen	=	pisbuis
piscine	noun	voorziening om urine van mannen of vee op te vangen en af te voeren
piscinen	=	piscine
piscines	=	piscine
piscivoor	noun	dier dat zich hoofdzakelijk of uitsluitend voedt met vis
piscivoren	=	piscivoor
pisdoek	noun	katoenen doek die men gebruikt als vocht absorberend kledingstuk dat wordt gedragen door een incontinente persoon, met name door een baby
pisdoeken	=	pisdoek
pisdoekje	=	pisdoek
pisdoekjes	=	pisdoek
pisglas	noun	glazen fles waarin mannen kunnen urineren
pisglazen	=	pisglas
pishoek	noun	een plaats waar men (illegaal) urineert
pishoekje	=	pishoek
pisje	=	pis
pisjes	=	pis
piske	=	pis
piskee	=	psak
piskes	=	pis
piskous	noun	jonge vrouw of meisje
piskousen	=	piskous
piskousje	=	piskous
piskousjes	=	piskous
pislift	noun	een cilindervormig urinoir dat met een telescopisch mechanisme volledig in de grond kan verdwijnen
pisliften	=	pislift
pisliftje	=	pislift
pisliftjes	=	pislift
pislink	adj	heel boos
pislinke	=	pislink
pislinker	=	pislink
pislinkere	=	pislink
pislinkers	=	pislink
pislinks	=	pislink
pislinkst	=	pislink
pislinkste	=	pislink
pislucht	noun	de onaangename geur van urine
pisluchten	=	pislucht
pisnijdig	adj	heel erg boos
pisnijdige	=	pisnijdig
pisnijdiger	=	pisnijdig
pisnijdigere	=	pisnijdig
pisnijdigers	=	pisnijdig
pisnijdigs	=	pisnijdig
pisnijdigst	=	pisnijdig
pisnijdigste	=	pisnijdig
pispaal	noun	paal waar tegen men kan urineren
pispaaltje	=	pispaal
pispaaltjes	=	pispaal
pispalen	=	pispaal
pispot	noun	een pot van metaal of kunststof waarin men zich kan onlasten
pispotje	=	pispot
pispotjes	=	pispot
pispotten	=	pispot
pisse	=	pissen
pissebed	noun	een dier uit de taxonomische orde van de Isopoda, bijv. een ruwe pissebed
pissebedden	noun	een van de weinige ordes van kreeftachtigen (Isopoda) (ook wel schaaldieren genoemd) waarvan er soorten op het land voorkomen.
pissebedje	=	pissebed
pissebedjes	=	pissebed
pissebedkeverslak	noun	Leptochiton asellus een keverslak uit de familie van de pissebedkeverslakken (Leptochitonidae).
pissebedkeverslakje	=	pissebedkeverslak
pissebedkeverslakjes	=	pissebedkeverslak
pissebedkeverslakken	noun	Leptochitonidae een familie van kleine keverslakken (lichaamslengte meestal 4 tot 20 millimeter, nooit groter dan 50 mm) met een smalle gordel met gewoonlijk stekels langs de rand.
pissebedvlieg	noun	insect uit de familie Rhinophoridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera)
pissebedvliegen	noun	Rhinophoridae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera)
pissebedvliegje	=	pissebedvlieg
pissebedvliegjes	=	pissebedvlieg
pissen	verb|informal	vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen via de urinebuis
pissend	=	pissen
pissende	=	pissen
pisser	noun|informal	iemand die pist
pisserig	adj	geneigd tot pissen
pisserige	=	pisserig
pisserigs	=	pisserig
pissers	=	pisser
pissertje	=	pisser
pissertjes	=	pisser
pissig	adj	in een slechte, verstoorde gemoedstoestand
pissige	=	pissig
pissiger	=	pissig
pissigere	=	pissig
pissigers	=	pissig
pissigheden	=	pissigheid
pissigheid	noun	boosheid, woede
pissigheidje	=	pissigheid
pissigheidjes	=	pissigheid
pissigs	=	pissig
pissigst	=	pissig
pissigste	=	pissig
pissijn	noun	soort van bak in een waterplaats, die aan de muur is bevestigd en bedoeld voor een individuele persoon (over het algemeen een man) om in te urineren
pissijneke	=	pissijn
pissijnen	=	pissijn
pissijns	=	pissijn
pissijntje	=	pissijn
pissoir	noun	openbaar toilet
pissoirs	=	pissoir
pist	=	pissen
pistache	noun	benaming voor kleine bomen uit het geslacht Pistacia
pistachenoot	noun	groene noot van de Pistacia vera, die o.a. als smaakstof voor roomijs wordt gebruikt, ze wordt ook wel de groene amandel genoemd
pistachenootje	=	pistachenoot
pistachenootjes	=	pistachenoot
pistachenoten	=	pistachenoot
pistaches	=	pistache
piste	noun	met zand of zaagsel bestrooid middendeel in een circus waar de artiesten en de dieren optreden
pisten	=	pissen
pistes	=	piste
pistetje	=	piste
pistier	noun	wielrenner op de baan (piste)
pistiers	=	pistier
pistolen	=	pistool
pistolet	noun	broodje met een kanpperige korst, in België rond, in Nederland langwerpig, met bovenop een groef
pistoletje	=	pistolet
pistoletjes	=	pistolet
pistolets	=	pistolet
piston	noun	koperen blaasinstrument met ventielen
pistonist	noun	iemand die op een koperen blaasinstrument met ventielen blaast
pistonnen	=	piston
pistonpen	noun	zuigerpen
pistonpennen	=	pistonpen
pistons	=	piston
pistool	noun	een semi-automatisch handvuurwapen met een langwerpig magazijn in het handvat
pistoolafroller	noun	een apparaat dat dient voor het eenhandig afrollen van plakband, meestal rondom een kartonnen doos
pistoolafrollers	=	pistoolafroller
pistoolafrollertje	=	pistoolafroller
pistoolafrollertjes	=	pistoolafroller
pistoolgarnalen	noun	Alpheidae een garnaalfamilie die met hun scharen een luide knal kunnen produceren, waaraan zij hun naam ontlenen
pistoolmitrailleur	noun	licht machinegeweer zonder krachtige terugslag
pistoolmitrailleurs	=	pistoolmitrailleur
pistoolmitrailleurtje	=	pistoolmitrailleur
pistoolmitrailleurtjes	=	pistoolmitrailleur
pistoolmot	noun	Aristotelia subdecurtella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
pistoolmotje	=	pistoolmot
pistoolmotjes	=	pistoolmot
pistoolmotten	=	pistoolmot
pistoolschot	noun	schot dat uit een pistool gelost wordt
pistoolschoten	=	pistoolschot
pistoolschotje	=	pistoolschot
pistoolschotjes	=	pistoolschot
pistooltje	=	pistool
pistooltjes	=	pistool
pisvee	noun	bijnaam voor voetbalclub PSV
pisvlek	noun	een door urine veroorzaakte verontreiniging
pisvlekje	=	pisvlek
pisvlekjes	=	pisvlek
pisvlekken	=	pisvlek
pit	noun	zaadhoudende kern van verschillende vruchten
pita	noun	plat broodje met een zachte korst, gebruikt als een basis voor mediterrane gerechten
pita's	=	pita
pitaatje	=	pita
pitaatjes	=	pita
pitabroden	=	pitabrood
pitabrood	noun	een rond, platbroodje, oorspronkelijk uit het Midden-Oosten, als je het insnijdt ontstaat er een zakje dat je kunt vullen met vlees, saus en groenten
pitabroodje	=	pitabrood
pitabroodjes	=	pitabrood
pitbull	noun	bulterriër gekweekt om zijn grote vechtlust
pitbulletje	=	pitbull
pitbulletjes	=	pitbull
pitbulls	=	pitbull
pitbullsmoking	noun|humorous	joggingpak in glimmende uitvoering en meestal voorzien van een bloemrijk dessin
pitbullsmokings	=	pitbullsmoking
pitbullterriër	noun	gevechtshond met een brede kaak en atletische bouw, het is geen officieel hondenras
pitbullterriërs	=	pitbullterriër
pitbulltje	=	pitbull
pitbulltjes	=	pitbull
pitcairneestalig	adj	de Pitcairneese taal sprekend
pitcairneestalige	=	pitcairneestalig
pitcairneestaligs	=	pitcairneestalig
pitcairneilander	noun	een inwoner van de Pitcairneilanden, of iemand afkomstig uit de Pitcairneilanden
pitcairneilanders	=	pitcairneilander
pitcairneilands	adj	op de Pitcairneilanden betrekking hebbend
pitcairneilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Pitcairneilanden, of een vrouw afkomstig uit de Pitcairneilanden
pitcairneilandsen	=	pitcairneilandse
pitcairneilandser	=	pitcairneilands
pitcairneilandsere	=	pitcairneilands
pitcairneilandsers	=	pitcairneilands
pitcairneilandst	=	pitcairneilands
pitcairneilandste	=	pitcairneilands
pitcairnkarekiet	noun	Acrocephalus vaughani een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
pitcairnkarekieten	=	pitcairnkarekiet
pitcairnkarekietje	=	pitcairnkarekiet
pitcairnkarekietjes	=	pitcairnkarekiet
pitch	noun	zeer korte presentatie van een voorstel
pitche	=	pitchen
pitchen	verb	de bal gooien naar de slagman
pitchend	=	pitchen
pitchende	=	pitchen
pitcher	noun	de speler in een honkbalteam die de bal naar de slagman van de tegenpartij werpt
pitchers	=	pitcher
pitches	=	pitch
pitching	noun	presentatie in korte tijd van een idee, product, dienst of persoon bedoeld om de luisteraar te overtuigen Het is een beknopte, krachtige boodschap met als doel de ander te enthousiasmeren, een samenwerking te starten of een verkoop te realiseren.
pitchings	=	pitching
pitchje	=	pitch
pitchjes	=	pitch
pitchpine	noun	Noord-Amerikaanse pijnboom, Pinus rigida
pitchpines	=	pitchpine
pitchs	=	pitch
pitcht	=	pitchen
pitchte	=	pitchen
pitchten	=	pitchen
pitje	=	pit
pitjes	=	pit
pitjesbak	noun	Vlaams dobbelspel met drie dobbelstenen voor twee tot acht spelers
pitjesbakken	=	pitjesbak
pitloos	adj	zonder pit
pitloost	=	pitloos
pitlooste	=	pitloos
pitloze	=	pitloos
pitlozer	=	pitloos
pitlozere	=	pitloos
pitlozers	=	pitloos
pitmop	noun	klein, plat, vierkant koekje, waarin fijngesneden amandelen zijn gebakken
pitmopje	=	pitmop
pitmopjes	=	pitmop
pitmoppen	=	pitmop
pitohui	noun	Pitohui een geslacht uit de vogelfamilie uit de familie van de wielewalen en vijgvogels (Oriolidae).
pitohui's	noun	een geslacht Pseudorectes van zangvogels uit de familie dikkoppen en fluiters (Pachycephalidae)
pitohuitje	=	pitohui
pitohuitjes	=	pitohui
pitomba	noun	Eugenia luschnathiana een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae).
pitomba's	=	pitomba
pitpoes	=	pitspoes
pitriet	noun	een licht en buigzaam materiaal gemaakt van de binnenkant van rotan
pitrieten	adj	van pitriet
pitrus	noun	Juncus effusus een wild overblijvend kruid uit de russenfamilie (Juncaceae).
pitrusch	=	pitrus
pitrusfranjekelkje	noun	Lachnum apalum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
pitrusfranjekelkjes	=	pitrusfranjekelkje
pitrusje	=	pitrus
pitrusjes	=	pitrus
pitrussen	=	pitrus
pits	noun	gebied langs de racebaan waar de voertuigen die aan de race deelnemen kunnen stoppen om te tanken en voor kleine reparaties en bandenwissel
pitse	=	pitsen
pitsen	verb	knijpen
pitsend	=	pitsen
pitsende	=	pitsen
pitsje	=	pits
pitsjes	=	pits
pitslamp	noun	zaklantaarn
pitslampen	=	pitslamp
pitslampje	=	pitslamp
pitslampjes	=	pitslamp
pitspoes	noun	vrouw die de marketing verzorgt bij een formule-1-wedstrijd
pitspoesje	=	pitspoes
pitspoesjes	=	pitspoes
pitspoezen	=	pitspoes
pitsstop	noun	het stoppen van een racewagen in de pits tijdens een race voor het wisselen van banden, tanken van brandstof en ander onderhoud
pitsstops	=	pitsstop
pitst	=	pitsen
pitste	=	pitsen
pitsten	=	pitsen
pitstop	noun	stop in een motor- of autorace waarin de motorfiets of raceauto nieuwe banden en brandstof krijgt
pitstops	=	pitstop
pitta	noun	een vogel uit de familie Pittidae, orde zangvogels en onderorde schreeuwvogels
pitta's	noun	Pittidae een familie van vogels uit de orde zangvogels en onderorde schreeuwvogels.
pittaatje	=	pitta
pittaatjes	=	pitta
pitte	=	pitten
pitten	verb	ontdoen van pitten (bij vruchten) of ogen (bij aardappelen)
pittend	=	pitten
pittende	=	pitten
pittenzak	noun	een stoffen zakje gevuld met korrels (zoals kersenpitten, tarwe, rijst) dat opgewarmd of gekoeld kan worden om pijn (rug, buik, nek, gewrichten) te verlichten, te ontspannen, of als een veilige, droge kruik te gebruiken; het is ook populair als zintuigelijk speelgoed voor kinderen, ter verbetering van motoriek en concentratie.
pittenzakje	=	pittenzak
pittenzakjes	=	pittenzak
pittenzakken	=	pittenzak
pittig	adj	moeilijk
pittige	=	pittig
pittiger	=	pittig
pittigere	=	pittig
pittigers	=	pittig
pittigs	=	pittig
pittigst	=	pittig
pittigste	=	pittig
pittoresk	adj	schilderachtig, rustig, vredig en mooi
pittoreske	=	pittoresk
pittoresker	=	pittoresk
pittoreskere	=	pittoresk
pittoreskers	=	pittoresk
pittoresks	=	pittoresk
pittoreskst	=	pittoresk
pittoreskste	=	pittoresk
pittoresque	=	pittoresk
pitvis	noun	benaming voor zeevissen uit de familie Callionymidae
pitvisachtigen	noun	een onderorde Callionymoidei van de baarsachtigen (Perciformes)
pitvissen	=	pitvis
pitvrucht	noun	van vruchten dat ze een kleine pit bevatten
pitvruchten	=	pitvrucht
pityriasis	noun	zemelenuitslag van de huid
pityusenhagedis	noun	Podarcis pityusensis een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
pityusenhagedisje	=	pityusenhagedis
pityusenhagedisjes	=	pityusenhagedis
pityusenhagedissen	=	pityusenhagedis
piuradwergmierpitta	noun	Grallaricula peruviana een zangvogel uit de familie Grallariidae.
piuradwergmierpitta's	=	piuradwergmierpitta
piuradwergmierpittaatje	=	piuradwergmierpitta
piuradwergmierpittaatjes	=	piuradwergmierpitta
piurasfenops	noun	Sphenopsis piurae een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
piurasfenopsen	=	piurasfenops
piurasfenopsje	=	piurasfenops
piurasfenopsjes	=	piurasfenops
piuratapuittiran	noun	Ochthoeca piurae een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
piuratapuittirannen	=	piuratapuittiran
piuratapuittirannetje	=	piuratapuittiran
piuratapuittirannetjes	=	piuratapuittiran
pivariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter pi
pivarianten	=	pivariant
pivot	noun	draaibaar onderstel van een scheepsgeschut
pivoteer	=	pivoteren
pivoteerde	=	pivoteren
pivoteerden	=	pivoteren
pivoteert	=	pivoteren
pivotere	=	pivoteren
pivoteren	verb	op een steunpunt in het midden ronddraaien
pivoterend	=	pivoteren
pivoterende	=	pivoteren
pivots	=	pivot
pixel	noun	een beeldpunt
pixelrelatie	noun	een liefdesrelatie enkel via het internet
pixelrelaties	=	pixelrelatie
pixels	=	pixel
pixeltje	=	pixel
pixeltjes	=	pixel
pizza	noun	gerecht van een belegde broodbodem
pizza's	=	pizza
pizza-achtig	adj	lijkend op pizza
pizza-achtige	=	pizza-achtig
pizza-achtiger	=	pizza-achtig
pizza-achtigere	=	pizza-achtig
pizza-achtigers	=	pizza-achtig
pizza-achtigs	=	pizza-achtig
pizza-achtigst	=	pizza-achtig
pizza-achtigste	=	pizza-achtig
pizza-avond	noun	sociale, meestal informele gelegenheid waarbij pizza wordt gegeten
pizza-avonden	=	pizza-avond
pizzaatje	=	pizza
pizzaatjes	=	pizza
pizzabakker	noun	iemand die pizza bakt om ze te verkopen
pizzabakkers	=	pizzabakker
pizzabakkertje	=	pizzabakker
pizzabakkertjes	=	pizzabakker
pizzabeleg	noun	soorten kaas, vlees, saus en groente zoals die worden gebruikt op een ronde broodbodem om een pizza te maken
pizzabeleggen	=	pizzabeleg
pizzabodem	noun	bodem van een pizza
pizzabodempje	=	pizzabodem
pizzabodempjes	=	pizzabodem
pizzabodems	=	pizzabodem
pizzadeeg	noun	deeg voor het maken van de bodem van een pizza
pizzadeegje	=	pizzadeeg
pizzadeegjes	=	pizzadeeg
pizzadegen	=	pizzadeeg
pizzadoos	noun	platte, vierkante, kartonnen doos waarin men een pizza kan stoppen
pizzadozen	=	pizzadoos
pizzakoerier	noun	iemand die (meestal met een brommer of fiets) pizza's bezorgt
pizzakoeriers	=	pizzakoerier
pizzakoeriertje	=	pizzakoerier
pizzakoeriertjes	=	pizzakoerier
pizzakraam	noun	een mobiele keuken of verkoopwagen waar ter plekke verse pizza's worden bereid en gebakken
pizzakraampje	=	pizzakraam
pizzakraampjes	=	pizzakraam
pizzakramen	=	pizzakraam
pizzaoven	noun	een specifiek type oven dat is ontworpen om pizza's op zeer hoge temperaturen (vaak tussen de 350°C en 500°C) te bakken
pizzaovens	=	pizzaoven
pizzaoventje	=	pizzaoven
pizzaoventjes	=	pizzaoven
pizzarestaurant	noun	een restaurant dat zich toelegt op pizza’s
pizzarestaurantje	=	pizzarestaurant
pizzarestaurantjes	=	pizzarestaurant
pizzarestaurants	=	pizzarestaurant
pizzarette	noun	elektrisch apparaat waarmee je samen aan tafel kleine pizza's kunt bakken
pizzarettes	=	pizzarette
pizzarettetje	=	pizzarette
pizzarettetjes	=	pizzarette
pizzaroller	noun	stuk bestek met een cirkelvormig mes en een handvat, ontworpen om pizza's efficiënt en eenvoudig door te snijden
pizzarollers	=	pizzaroller
pizzarollertje	=	pizzaroller
pizzarollertjes	=	pizzaroller
pizzaschaar	noun	schaar die speciaal ontworpen is om pizza mee te knippen
pizzaschaartje	=	pizzaschaar
pizzaschaartjes	=	pizzaschaar
pizzascharen	=	pizzaschaar
pizzaschep	noun	grote metalen of houten schep om pizza's in de oven te schieten
pizzaschepje	=	pizzaschep
pizzaschepjes	=	pizzaschep
pizzascheppen	=	pizzaschep
pizzasnijder	noun	apparaatje om een pizza in stukken te snijden
pizzasnijders	=	pizzasnijder
pizzatopping	noun	elk van de ingrediënten die op de deegbodem worden gedaan bij het bakken van een pizza
pizzatoppings	=	pizzatopping
pizzavreter	noun|humorous	Italiaan
pizzavreters	=	pizzavreter
pizzavretertje	=	pizzavreter
pizzavretertjes	=	pizzavreter
pizzawiel	noun	stuk bestek met een cirkelvormig mes en een handvat, ontworpen om pizza's efficiënt en eenvoudig door te snijden
pizzawielen	=	pizzawiel
pizzawieltje	=	pizzawiel
pizzawieltjes	=	pizzawiel
pizzeria	noun	een restaurant dat zich toelegt op pizza's
pizzeria's	=	pizzeria
pizzeriaatje	=	pizzeria
pizzeriaatjes	=	pizzeria
pizzicato	noun	muziekstuk of muziekpassage waarbij de snaren niet gestreken, maar getokkeld worden	adv	zo dat de snaren niet gestreken, maar getokkeld worden
pizzicato's	=	pizzicato
pizzly	noun	kruising tussen een ijsbeer en een grizzlybeer
pizzly's	=	pizzly
piëdestal	noun	voorwerp dat bestemd is om er een beeld, vaas of ander siervoorwerp op te plaatsen
piëdestallen	=	piëdestal
piëdestalletje	=	piëdestal
piëdestalletjes	=	piëdestal
piëdestals	=	piëdestal
piël	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
piëls	=	piël
piëmontees	adj	met betrekking tot Piëmont of het Piëmontees.
piëmonteest	=	piëmontees
piëmonteestalig	adj	de Piëmonteese taal sprekend
piëmonteestalige	=	piëmonteestalig
piëmonteestaligs	=	piëmonteestalig
piëmonteeste	=	piëmontees
piëmontese	=	piëmontees
piëmonteser	=	piëmontees
piëmontesere	=	piëmontees
piëmontesers	=	piëmontees
piëmontezen	=	piëmontees
piëta	noun	beeld of beeltenis van een dode Christus met een rouwende Maria
piëta's	=	piëta
piëteit	noun	gevoel van hoogachting op geestelijk en zedelijk vlak
piëteitsvol	adj	met veel piëteit
piëteitsvolle	=	piëteitsvol
piëteitsvoller	=	piëteitsvol
piëteitsvollere	=	piëteitsvol
piëteitsvollers	=	piëteitsvol
piëteitsvols	=	piëteitsvol
piëteitsvolst	=	piëteitsvol
piëteitsvolste	=	piëteitsvol
piëtisme	noun	richting in de Lutherse Kerk die nadruk legt op vroomheid van gemoed en op een leven dat daarmee overeenstemt
piëtismen	=	piëtisme
piëtismes	=	piëtisme
piëtist	noun	aanhanger van het piëtisme
piëtisten	=	piëtist
piëtistisch	adj	betrekking hebbend op of overeenkomstig het piëtisme
piëtistische	=	piëtistisch
piëtistischer	=	piëtistisch
piëtistischere	=	piëtistisch
piëtistischers	=	piëtistisch
piëzo-elektriciteit	noun	het vermogen van sommige materialen om een elektrisch potentiaalverschil op te wekken wanneer er een mechanische spanning op uitgeoefend wordt
piëzo-elektrisch	adj	door een torsiekracht elektriciteit teweegbrengend
piëzo-elektrische	=	piëzo-elektrisch
piëzo-ontsteking	noun	een mechanisch systeem dat gas ontsteekt met behulp van een elektrische vonk.
piëzo-ontstekingen	=	piëzo-ontsteking
piëzo-ontstekinkje	=	piëzo-ontsteking
piëzo-ontstekinkjes	=	piëzo-ontsteking
piëzochemie	noun	onderdeel van de scheikunde dat zich bezighoudt met de invloed van hoge druk op scheikundige verschijnselen
piñata	noun	een pop gevuld met snoep die met een hamer kapotgeslagen wordt
piñata's	=	piñata
piñataatje	=	piñata
pjoeterde	=	pjoeteren
pjoeteren	verb	wat op de computer werken of zich vermaken met zaken als games, filmpjes en sociale media
pjoeterend	=	pjoeteren
pjoeterende	=	pjoeteren
pk	noun	paardenkracht
pk's	=	pk
pkl	noun	praktisch kadergerichte leerweg overeenkomend met het Europees - Nederlandse vmbo (voorbereidend middelbaar beroeps onderwijs)
pkl-kandidaat	noun	leerling van de pkl praktisch kadergerichte leerweg overeenkomend met het Europees - Nederlandse vmbo (voorbereidend middelbaar beroeps onderwijs)
pkl-kandidaten	=	pkl-kandidaat
pkl-niveau	noun	onderwijs met een moeilijkheidsgraad dat voorbereidt op middelbaar beroeps onderwijs niveau 3 (zelfstandig beroepsbeoefenaar)
pkl-niveaus	=	pkl-niveau
pkn	noun	Protestantse Kerk in Nederland.
plaag	noun	door God gezonden onheil, ramp
plaagde	=	plagen
plaagden	=	plagen
plaagdier	noun	beest dat overlast veroorzaakt doordat het ergens met veel soortgenoten aanwezig is
plaagdieren	=	plaagdier
plaaggeest	noun	een kwelgeest, een demon
plaaggeesten	=	plaaggeest
plaaggeestje	=	plaaggeest
plaaggeestjes	=	plaaggeest
plaaginsect	noun	door de mens als 'schadelijk' ervaren geleedpotige
plaaginsecten	=	plaaginsect
plaaginsectje	=	plaaginsect
plaaginsectjes	=	plaaginsect
plaagje	=	plaag
plaagjes	=	plaag
plaagkop	noun	persoon die andere mensen pest
plaagkopje	=	plaagkop
plaagkopjes	=	plaagkop
plaagkoppen	=	plaagkop
plaagmier	noun	Lasius neglectus een roodbruine mierensoort die behoort tot het geslacht van de kleine schubmieren (Lasius).
plaagmieren	=	plaagmier
plaagmiertje	=	plaagmier
plaagmiertjes	=	plaagmier
plaagstoot	noun	stoot bij het boksen die erop gericht is een tegenstander te prikkelen en uit te dagen
plaagstootje	=	plaagstoot
plaagstootjes	=	plaagstoot
plaagstoten	=	plaagstoot
plaagt	=	plagen
plaagziek	adj	te graag iemand anders plagend
plaagzieke	=	plaagziek
plaagzieker	=	plaagziek
plaagziekere	=	plaagziek
plaagziekers	=	plaagziek
plaagzieks	=	plaagziek
plaagziekst	=	plaagziek
plaagziekste	=	plaagziek
plaagzucht	noun	de lust op iets of iemand goedmoedig te pesten
plaaster	noun	gips
plaasterde	=	plaasteren
plaasterden	=	plaasteren
plaastere	=	plaasteren
plaasteren	verb	met pleisterkalk bedekken	adj	gipsen, van gips gemaakt
plaasterend	=	plaasteren
plaasterende	=	plaasteren
plaasters	=	plaaster
plaastert	=	plaasteren
plaastertje	=	plaaster
plaastertjes	=	plaaster
plaat	noun	een vlak, plat en vrij dun stuk materiaal, zoals metaal of hout
plaatcondensator	noun	uit parallelle platen bestaande condensator
plaatcondensatoren	=	plaatcondensator
plaatcondensators	=	plaatcondensator
plaatcondensatortje	=	plaatcondensator
plaatcondensatortjes	=	plaatcondensator
plaatdruk	noun	het drukken met behulp van een gegraveerde metalen plaat
plaatdrukken	=	plaatdruk
plaatdrukker	noun	drukker van plaatwerken (prenten)
plaatdrukkers	=	plaatdrukker
plaatdrukkertje	=	plaatdrukker
plaatdrukkertjes	=	plaatdrukker
plaatfilter	noun	uit een of meer platen bestaande filter
plaatfilters	=	plaatfilter
plaatfiltertje	=	plaatfilter
plaatfiltertjes	=	plaatfilter
plaatgraveur	noun	graveur die in een plaat graveert (b.v. om prenten te maken)
plaatgraveurs	=	plaatgraveur
plaatgraveurtje	=	plaatgraveur
plaatgraveurtjes	=	plaatgraveur
plaathaak	noun	zware platte haak waarmee men via een ketting platen kan hijsen
plaathaken	=	plaathaak
plaatijzer	noun	ijzer dat tot vlakke platen gewalst is.
plaatijzeren	adj	gemaakt van een ijzeren plaat
plaatje	noun	alleen verkleinwoord afbeelding of illustratie in een geschrift
plaatjes	=	plaat
plaatjesbeugel	noun	vaste orthodontische beugel die uit kleine 'slotjes' (brackets) bestaat, vastgelijmd op de tanden en kiezen, waartussen een draad loopt om het gebit geleidelijk recht te zetten
plaatjesbeugels	=	plaatjesbeugel
plaatjesbeugeltje	=	plaatjesbeugel
plaatjesbeugeltjes	=	plaatjesbeugel
plaatjesboek	noun	een prentenboek, dat is een boek met illustraties en tekst die samen een verhaal vertellen, meestal voor kinderen
plaatjesboeken	=	plaatjesboek
plaatjesboekje	=	plaatjesboek
plaatjesboekjes	=	plaatjesboek
plaatjesgalwesp	noun	Neuroterus albipes een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
plaatjesgalwespen	=	plaatjesgalwesp
plaatjesgalwespje	=	plaatjesgalwesp
plaatjesgalwespjes	=	plaatjesgalwesp
plaatjeszwam	noun	paddenstoel uit een orde Agaricales waarvan de sporen zich in plaatjes onder de hoed bevinden
plaatjeszwammen	noun	een orde Agaricales van paddenstoelen.
plaatjeszwammetje	=	plaatjeszwam
plaatjeszwammetjes	=	plaatjeszwam
plaatknipschaar	noun	een stuk (hand)gereedschap om blik (dunne plaat metaal) mee te knippen
plaatknipschaartje	=	plaatknipschaar
plaatknipschaartjes	=	plaatknipschaar
plaatknipscharen	=	plaatknipschaar
plaatmateriaal	noun	materiaal in de vorm van een plaat
plaatmaterialen	=	plaatmateriaal
plaatmetaal	noun	metaal in plaatvorm
plaatmetalen	=	plaatmetaal
plaatnummer	noun	het nummer van een plaat
plaatnummers	=	plaatnummer
plaatradiator	noun	radiator in uitvoering van een vlakke plaat
plaatradiatoren	=	plaatradiator
plaatradiators	=	plaatradiator
plaatradiatortje	=	plaatradiator
plaatradiatortjes	=	plaatradiator
plaats	noun	een bepaalde ruimte of een bepaald punt in de ruimte	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
plaatsaanduiding	noun	aanduiding van een plaats
plaatsaanduidingen	=	plaatsaanduiding
plaatsaanduidinkje	=	plaatsaanduiding
plaatsaanduidinkjes	=	plaatsaanduiding
plaatsaanwijzer	noun	instrument waarmee men bepaalde punten op een kaart vastlegt en opmeet
plaatsaanwijzers	=	plaatsaanwijzer
plaatsaanwijzertje	=	plaatsaanwijzer
plaatsaanwijzertjes	=	plaatsaanwijzer
plaatsbaar	adj	van iets of iemand dat het op een bepaalde plek neergezet, geplaatst of tewerkgesteld kan worden
plaatsbaarder	=	plaatsbaar
plaatsbaardere	=	plaatsbaar
plaatsbaarders	=	plaatsbaar
plaatsbaarheid	noun	mate waarin iets of iemand geplaatst kan worden
plaatsbaars	=	plaatsbaar
plaatsbaarst	=	plaatsbaar
plaatsbaarste	=	plaatsbaar
plaatsbal	noun	een goed geplaatste bal om een doelpunt te kunnen scoren
plaatsballen	=	plaatsbal
plaatsbare	=	plaatsbaar
plaatsbekleder	noun	plaatsvervanger
plaatsbekleders	=	plaatsbekleder
plaatsbepaling	noun	het bepalen van de geografische ligging van een plaats of van plaatsen aan de hemel
plaatsbepalingen	=	plaatsbepaling
plaatsbepalinkje	=	plaatsbepaling
plaatsbepalinkjes	=	plaatsbepaling
plaatsbeschrijving	noun	topografie
plaatsbeschrijvingen	=	plaatsbeschrijving
plaatsbeschrijvinkje	=	plaatsbeschrijving
plaatsbeschrijvinkjes	=	plaatsbeschrijving
plaatsbesparend	adj	van iets dat het ervoor zorgt dat je minder ruimte nodig hebt
plaatsbesparende	=	plaatsbesparend
plaatsbesparender	=	plaatsbesparend
plaatsbesparendere	=	plaatsbesparend
plaatsbesparenders	=	plaatsbesparend
plaatsbesparends	=	plaatsbesparend
plaatsbesparendst	=	plaatsbesparend
plaatsbesparendste	=	plaatsbesparend
plaatsbespreking	noun	het bestellen van plaatsen in een schouwburg, concert, vliegtuig etc.
plaatsbesprekingen	=	plaatsbespreking
plaatsbesprekinkje	=	plaatsbespreking
plaatsbesprekinkjes	=	plaatsbespreking
plaatsbewijs	noun	Een bewijs vroeger meestal een kaartje vaak ook een ov-chipkaart dat men recht heeft op een (zit)plaats.
plaatsbewijsje	=	plaatsbewijs
plaatsbewijsjes	=	plaatsbewijs
plaatsbewijzen	=	plaatsbewijs
plaatsbiljet	noun	plaatsbewijs
plaatsbiljetten	=	plaatsbiljet
plaatscommandant	noun	de bevelvoerende officier in een vesting of een plaats waar een garnizoen ligt
plaatscommandanten	=	plaatscommandant
plaatse	=	plaats
plaatselijk	adj	betrekking hebbend op een bepaalde plaats
plaatselijke	=	plaatselijk
plaatselijker	=	plaatselijk
plaatselijkere	=	plaatselijk
plaatselijkers	=	plaatselijk
plaatselijks	=	plaatselijk
plaatselijkst	=	plaatselijk
plaatselijkste	=	plaatselijk
plaatsen	verb	op een bepaalde plaats zetten
plaatsend	=	plaatsen
plaatsende	=	plaatsen
plaatser	noun	iemand die (iets) plaatst
plaatsers	=	plaatser
plaatsertje	=	plaatser
plaatsgebonden	adj	alleen in/op een bepaalde plaats voorkomend
plaatsgebondener	=	plaatsgebonden
plaatsgebondenere	=	plaatsgebonden
plaatsgebondeners	=	plaatsgebonden
plaatsgebondens	=	plaatsgebonden
plaatsgebondenst	=	plaatsgebonden
plaatsgebondenste	=	plaatsgebonden
plaatsgebrek	noun	het hebben van te weinig fysieke ruimte
plaatsgegrepen	=	plaatsgrijpen
plaatsgehad	=	plaatshebben
plaatsgeheugen	noun	vermogen om zich een bepaalde plaats te herinneren
plaatsgeheugens	=	plaatsgeheugen
plaatsgeld	noun	geld dat betaald wordt voor het recht op een plaats; b.v. het stageld dat kramen enz. op een kermis voor een standplaats moeten betalen
plaatsgelden	=	plaatsgeld
plaatsgemaakt	=	plaatsmaken
plaatsgenomen	=	plaatsnemen
plaatsgenoot	noun	iemand die dezelfde plaats inneemt of in dezelfde plaats woont
plaatsgenootje	=	plaatsgenoot
plaatsgenootjes	=	plaatsgenoot
plaatsgenote	=	plaatsgenoot
plaatsgenoten	=	plaatsgenoot
plaatsgevonden	=	plaatsvinden
plaatsgreep	=	plaatsgrijpen
plaatsgrepen	=	plaatsgrijpen
plaatsgrijp	=	plaatsgrijpen
plaatsgrijpe	=	plaatsgrijpen
plaatsgrijpen	verb	gebeuren
plaatsgrijpend	=	plaatsgrijpen
plaatsgrijpende	=	plaatsgrijpen
plaatsgrijpt	=	plaatsgrijpen
plaatshad	=	plaatshebben
plaatshadden	=	plaatshebben
plaatshadt	=	plaatshebben
plaatsheb	=	plaatshebben
plaatshebbe	=	plaatshebben
plaatshebben	verb	gebeuren, zich afspelen
plaatshebbend	=	plaatshebben
plaatshebbende	=	plaatshebben
plaatshebt	=	plaatshebben
plaatsheeft	verb	derde persoon enkelvoud van plaatshebben
plaatshert	noun	mannelijk hert dat in de bronsttijd over de kudde heerst
plaatsherten	=	plaatshert
plaatshertje	=	plaatshert
plaatshertjes	=	plaatshert
plaatsigheden	=	plaatsigheid
plaatsigheid	noun	het aantal argumenten van een relatie of functie
plaatsing	noun	het plaatsen van iets of iemand (op de passende of gewenste plaats)
plaatsingen	=	plaatsing
plaatsingsbureau	noun	bureau voor het toewijzen van plaatsen
plaatsingsbureaus	=	plaatsingsbureau
plaatsingsbureautje	=	plaatsingsbureau
plaatsingsbureautjes	=	plaatsingsbureau
plaatsingscommissie	noun	commissie die de plaatsing regelt
plaatsingscommissies	=	plaatsingscommissie
plaatsingskosten	noun	geld dat nodig is om een voorwerp blijvend op een locatie te zetten
plaatsingslijst	noun	lijst waarop deelnemers aan wedstrijden geplaatst worden
plaatsingslijsten	=	plaatsingslijst
plaatsingslijstje	=	plaatsingslijst
plaatsingslijstjes	=	plaatsingslijst
plaatsinkje	=	plaatsing
plaatsinkjes	=	plaatsing
plaatsje	=	plaats
plaatsjes	=	plaats
plaatskaart	noun	bewijs dat met recht heeft om ergens te zijn en er gebruik van te maken m.n. voor openbaar vervoer en theaters, bioscopen en dergelijke
plaatskaarten	=	plaatskaart
plaatskaartje	=	plaatskaart
plaatskaartjes	=	plaatskaart
plaatsmaak	=	plaatsmaken
plaatsmaakt	=	plaatsmaken
plaatsmaakte	=	plaatsmaken
plaatsmaakten	=	plaatsmaken
plaatsmake	=	plaatsmaken
plaatsmaken	verb	verdwijnen om ruimte te geven aan iets of iemand anders
plaatsmakend	=	plaatsmaken
plaatsmakende	=	plaatsmaken
plaatsnaam	noun	de naam van een stad of dorp
plaatsnaambord	noun	een bord dat staat bij de ingang van een plaats waarop de naam van de plaats staat en de naam van de gemeente waartoe deze plaats behoort
plaatsnaamborden	=	plaatsnaambord
plaatsnaambordje	=	plaatsnaambord
plaatsnaambordjes	=	plaatsnaambord
plaatsnaampje	=	plaatsnaam
plaatsnaampjes	=	plaatsnaam
plaatsnaamt	=	plaatsnemen
plaatsnam	=	plaatsnemen
plaatsname	=	plaatsnemen
plaatsnamen	=	plaatsnemen
plaatsneem	=	plaatsnemen
plaatsneemt	=	plaatsnemen
plaatsneme	=	plaatsnemen
plaatsnemen	verb	gaan zitten op een daartoe bestemde plek
plaatsnemend	=	plaatsnemen
plaatsnemende	=	plaatsnemen
plaatsnijder	noun	graveur
plaatsnijders	=	plaatsnijder
plaatsonafhankelijk	adj	onafhankelijk van de plaats
plaatsonafhankelijke	=	plaatsonafhankelijk
plaatsonafhankelijker	=	plaatsonafhankelijk
plaatsonafhankelijkere	=	plaatsonafhankelijk
plaatsonafhankelijkers	=	plaatsonafhankelijk
plaatsonafhankelijks	=	plaatsonafhankelijk
plaatsonafhankelijkst	=	plaatsonafhankelijk
plaatsonafhankelijkste	=	plaatsonafhankelijk
plaatsonderwerp	noun	Er als tweede onderwerp aan het begin van de zin of na inversie midden in de zin direct na de persoonsvorm, dus waar gewoonlijk het echte onderwerp staat
plaatsonderwerpen	=	plaatsonderwerp
plaatsonderwerpje	=	plaatsonderwerp
plaatsonderwerpjes	=	plaatsonderwerp
plaatsopneming	noun	onderzoek door de rechterlijke macht op de plek van een mogelijke misdaad
plaatsopnemingen	=	plaatsopneming
plaatsruimte	noun	ruimte die iets inneemt of die benodigd is
plaatsruimten	=	plaatsruimte
plaatsruimtes	=	plaatsruimte
plaatsschouwing	noun	het schouwen (bezichtigen, inspecteren) van een bepaalde plaats, in het bijzonder door de rechterlijke macht
plaatsschouwingen	=	plaatsschouwing
plaatst	=	plaatsen
plaatstaal	noun	door walsen plat gemaakt staal
plaatstalen	adj	van plaatstaal vervaardigd
plaatste	=	plaatsen
plaatsten	=	plaatsen
plaatsvector	noun	vector die de verplaatsing van een punt ten opzichte van een verwijspunt aangeeft
plaatsverandering	noun	verandering van plaats
plaatsveranderingen	=	plaatsverandering
plaatsveranderingetje	=	plaatsverandering
plaatsveranderingetjes	=	plaatsverandering
plaatsverlies	noun	korting die in rekening wordt gebracht bij het verdisconteren van wissels, die getrokken zijn op plaatsen die geen bankplaatsen zijn
plaatsverliesje	=	plaatsverlies
plaatsverliesjes	=	plaatsverlies
plaatsverliezen	=	plaatsverlies
plaatsverschil	noun	korting voor plaatsverlies
plaatsverschillen	=	plaatsverschil
plaatsverschilletje	=	plaatsverschil
plaatsverschilletjes	=	plaatsverschil
plaatsvervangend	adj	van een persoon dat deze de werkzaamheden van iemand overneemt als deze laatste afwezig is
plaatsvervangende	=	plaatsvervangend
plaatsvervangends	=	plaatsvervangend
plaatsvervanger	noun	iemand of iets dat in de plaats van de ander/iets er is
plaatsvervangers	=	plaatsvervanger
plaatsvervangertje	=	plaatsvervanger
plaatsvervangertjes	=	plaatsvervanger
plaatsvervanging	noun	de plaatsinname van het een door het andere
plaatsvervangingen	=	plaatsvervanging
plaatsvervanginkje	=	plaatsvervanging
plaatsvervanginkjes	=	plaatsvervanging
plaatsvervangster	noun	vrouwelijke vorm van plaatsvervanger
plaatsvervangsters	=	plaatsvervangster
plaatsvervulling	noun	het vervullen van de plaats van een ander
plaatsvervullingen	=	plaatsvervulling
plaatsvind	=	plaatsvinden
plaatsvinde	=	plaatsvinden
plaatsvinden	verb	gebeuren, geschieden, plaatshebben, plaatsgrijpen, voltrekken, voorvallen
plaatsvindend	=	plaatsvinden
plaatsvindende	=	plaatsvinden
plaatsvindt	=	plaatsvinden
plaatsvond	=	plaatsvinden
plaatsvonde	=	plaatsvinden
plaatsvonden	=	plaatsvinden
plaatsvondt	=	plaatsvinden
plaatsweddenschap	noun	weddenschap waarbij gewed wordt dat een bepaalde deelnemer (paard oid) een van de twee of drie hoogste plaatsen zal bezetten
plaatsweddenschapje	=	plaatsweddenschap
plaatsweddenschapjes	=	plaatsweddenschap
plaatsweddenschappen	=	plaatsweddenschap
plaatszin	noun	het vermogen zijn plaats te kunnen bepalen
plaatszinnen	=	plaatszin
plaattectoniek	=	platentektoniek
plaattektoniek	noun	het verschuiven der aardplaten
plaatval	noun	verschijnsel waarbij door verdieping van de vooroever, in combinatie met losgepakt zand in de ondergrond, een oever van een zandplaat inzakt en in de stroomgeul verdwijnt
plaatvallen	=	plaatval
plaatvalletje	=	plaatval
plaatvalletjes	=	plaatval
plaatwerk	noun	product gemaakt van ijzeren platen
plaatwerken	=	plaatwerk
plaatwerker	noun	arbeider die dun plaatmateriaal bewerkt (zoals van de carrosserie van een auto)
plaatwerkerij	noun	bedrijf waar men de metalen platen van de carrosserie van een auto verwerkt
plaatwerkerijen	=	plaatwerkerij
plaatwerkers	=	plaatwerker
plaatwerkje	=	plaatwerk
plaatwerkjes	=	plaatwerk
plaatzaag	noun	zaag om platen te zagen
plaatzaagje	=	plaatzaag
plaatzaagjes	=	plaatzaag
plaatzagen	=	plaatzaag
placebo	noun	geneesmiddel zonder werkzame stof maar wel in uiterlijk en in smaak geheel overeenkomt met een medicijn
placebo's	=	placebo
placebogroep	noun	de groep mensen die tijdens een geneesmiddelenonderzoek een niet werkzaam middel hebben ontvangen
placebogroepen	=	placebogroep
placebogroepje	=	placebogroep
placebogroepjes	=	placebogroep
placebootje	=	placebo
placebootjes	=	placebo
placeer	=	placeren
placeerde	=	placeren
placeerden	=	placeren
placeert	=	placeren
placemat	noun	onderlegger voor het eetgerei van één persoon dus één couvert
placematje	=	placemat
placemats	=	placemat
placement	noun	regeling waarbij men bepaalt welke mensen op welke plaats aan tafel zitten tijdens een diner of bijeenkomst
placementen	=	placement
placenta	noun	orgaan dat verbinding vormt tussen moeder en de zich ontwikkelende vrucht in de buik van de moeder
placenta's	=	placenta
placentadieren	noun	een grote infraklasse Placentalia van zoogdieren.
placentae	=	placenta
placentair	adj	de moederkoek betreffend
placentaire	=	placentair
placentairs	=	placentair
placentazoogdier	noun	zoogdier waarbij de foetus in de baarmoeder via een placenta gevoed wordt
placentazoogdieren	=	placentazoogdier
placere	=	placeren
placeren	verb	een geschikte plaats geven
placerend	=	placeren
placerende	=	placeren
placet	noun	toestemming door een overheid
placets	=	placet
placeur	noun	arbeidsbemiddelaar
placeurs	=	placeur
placeurtje	=	placeur
placeurtjes	=	placeur
placht	=	plegen
plachte	=	plegen
plachten	=	plegen
placide	adj	kalm en rustig
placider	=	placide
placidere	=	placide
placiders	=	placide
placides	=	placide
placiedst	=	placide
placiedste	=	placide
pladijs	noun	Pleuronectes platessa) een ruitvormige platvis die geschikt is voor menselijke consumptie
pladijsje	=	pladijs
pladijsjes	=	pladijs
pladijzen	=	pladijs
plafon	noun	plafond
plafond	noun	bovenkant van een ruimte in een gebouw
plafondbed	noun	een bed dat zich aan of in het plafond bevindt met een zodanige constructie dat het bed als het niet in gebruik is tegen het plafond hangt
plafondbedden	=	plafondbed
plafondbedje	=	plafondbed
plafondbedjes	=	plafondbed
plafondje	=	plafond
plafondjes	=	plafond
plafondlamp	noun	verlichting die aan het plafond is bevestigd; verlichting die aan het plafond is opgehangen
plafondlampen	=	plafondlamp
plafondlampje	=	plafondlamp
plafondlampjes	=	plafondlamp
plafondlicht	noun	elektrisch licht dat tegen het plafond is aangebracht
plafondlichten	=	plafondlicht
plafondlichtje	=	plafondlicht
plafondlichtjes	=	plafondlicht
plafondmodel	noun	een object dat bestemd is om aan het plafond te bevestigen
plafondmodellen	=	plafondmodel
plafondmodelletje	=	plafondmodel
plafondmodelletjes	=	plafondmodel
plafondmortel	noun	specie voor het maken van plafonds
plafondmortels	=	plafondmortel
plafonds	=	plafond
plafondschildering	noun	schildering die direct is aangebracht op het plafond
plafondschilderingen	=	plafondschildering
plafondschilderingetje	=	plafondschildering
plafondschilderingetjes	=	plafondschildering
plafondventilator	noun	een aan het plafond gemonteerde machine met draaiende bladen die de lucht in een ruimte circuleert om de temperatuur te reguleren en een aangename bries te creëren
plafondventilatoren	=	plafondventilator
plafondventilators	=	plafondventilator
plafondventilatortje	=	plafondventilator
plafondventilatortjes	=	plafondventilator
plafondverlichting	noun	een lamp die aan de zoldering van een vertrek hangt
plafondverlichtingen	=	plafondverlichting
plafonlamp	noun	plafondlamp
plafonlampen	=	plafonlamp
plafonlampje	=	plafonlamp
plafonlampjes	=	plafonlamp
plafonlicht	noun	elektrisch licht dat tegen het plafond is aangebracht
plafonlichten	=	plafonlicht
plafonlichtje	=	plafonlicht
plafonlichtjes	=	plafonlicht
plafonmortel	noun	plafondmortel
plafonmortels	=	plafonmortel
plafonneer	=	plafonneren
plafonneerde	=	plafonneren
plafonneerden	=	plafonneren
plafonneerder	noun	iemand die plafonneert, een plafondmaker
plafonneerders	=	plafonneerder
plafonneert	=	plafonneren
plafonnere	=	plafonneren
plafonneren	verb	van een plafond voorzien
plafonnerend	=	plafonneren
plafonnerende	=	plafonneren
plafonnering	noun	het aanbrengen van een plafond
plafonneringen	=	plafonnering
plafonnerinkje	=	plafonnering
plafonnerinkjes	=	plafonnering
plafonnetje	=	plafond
plafonnetjes	=	plafond
plafonneur	noun	iemand die plafonneert, een plafondmaker
plafonneurs	=	plafonneur
plafonneurtje	=	plafonneur
plafonneurtjes	=	plafonneur
plafonnière	noun	lamphouder die onmiddellijk tegen het plafond wordt aangebracht
plafonnières	=	plafonnière
plafons	=	plafond
plag	noun	een afgestoken zode van een heideveld
plagde	=	plaggen
plagden	=	plaggen
plage	=	plagen
plagen	verb	iets of iemand lastigvallen, teisteren, kwellen
plagend	adj	op een vervelende manier iemand bejegenen
plagende	=	plagen
plagender	=	plagend
plagendere	=	plagend
plagenders	=	plagend
plagends	=	plagend
plagendst	=	plagend
plagendste	=	plagend
plager	noun	iemand die iemand anders kwelt
plagerig	adj	geneid tot (vriendelijk of zelfs liefdevol) plagen
plagerige	=	plagerig
plageriger	=	plagerig
plagerigere	=	plagerig
plagerigers	=	plagerig
plagerigs	=	plagerig
plagerigst	=	plagerig
plagerigste	=	plagerig
plagerij	noun	de keer dat men iemand voor de grap plaagt
plagerijen	=	plagerij
plagerijtje	=	plagerij
plagerijtjes	=	plagerij
plagers	=	plager
plagge	noun	afgestoken stuk met gras of heide begroeide grond
plaggen	verb	plaggen afsteken
plaggend	=	plaggen
plaggende	=	plaggen
plaggenhut	noun	een hut bedekt met plaggen
plaggenhutje	=	plaggenhut
plaggenhutjes	=	plaggenhut
plaggenhutten	=	plaggenhut
plaggensnijder	noun	raamwerk op raderen met snijders waarmee plaggen gesneden worden
plaggensnijders	=	plaggensnijder
plagiaat	noun	het overnemen van andermans werk en dat laten doorgaan voor eigen werk
plagiaatje	=	plagiaat
plagiaris	noun	iemand die plagiaat pleegt
plagiarissen	=	plagiaris
plagiaten	=	plagiaat
plagiator	noun	iemand die plagiaat pleegt
plagiatoren	=	plagiator
plagiators	=	plagiator
plagiatortje	=	plagiator
plagiatortjes	=	plagiator
plagieer	=	plagiëren
plagieerde	=	plagiëren
plagieerden	=	plagiëren
plagieert	=	plagiëren
plagiëre	=	plagiëren
plagiëren	verb	als plagiaat overnemen
plagiërend	=	plagiëren
plagiërende	=	plagiëren
plagje	=	plag
plagt	=	plaggen
plaid	noun	soort deken [1] die men ook buiten het bed kan gebruiken, bijvoorbeeld tijdens het reizen
plaidje	=	plaid
plaidjes	=	plaid
plaids	=	plaid
plaisant	=	plezant
plaisanterie	noun	mop, grap
plaisanterieën	=	plaisanterie
plaisierig	=	plezierig
plaizant	=	plezant
plak	noun	spul waarmee men kan plakken bijv. behangplak, lijm
plakband	noun	een lintvormige drager die aan één of beide zijden bedekt is met kleefstoffen, bedoeld om voorwerpen tijdelijk of blijvend vast te maken
plakbanden	=	plakband
plakbandhouder	noun	een handig hulpmiddel om een rol plakband in te plaatsen, vast te houden en gemakkelijk op maat af te scheuren via een ingebouwd gekarteld mesje
plakbandhouders	=	plakbandhouder
plakbandhoudertje	=	plakbandhouder
plakbandhoudertjes	=	plakbandhouder
plakbandje	=	plakband
plakbandjes	=	plakband
plakbandroller	noun	een handig hulpmiddel om een rol plakband in te plaatsen, vast te houden en gemakkelijk op maat af te scheuren via een ingebouwd gekarteld mesje
plakbandrollers	=	plakbandroller
plakbandrollertje	=	plakbandroller
plakbandrollertjes	=	plakbandroller
plakboek	noun	boek waarin met plaatjes kan plakken
plakboeken	=	plakboek
plakboekje	=	plakboek
plakboekjes	=	plakboek
plakbord	noun	klein vierkant bord van hout met een handvat, waarop de mortel ligt die gebruikt wordt
plakborden	=	plakbord
plakbrief	noun	openbare kennisgeving door middel van een brief die ergens aan wordt opgeplakt
plakbriefje	=	plakbrief
plakbriefjes	=	plakbrief
plakbrieven	=	plakbrief
plakdiertjes	noun	een stam Placozoa van het dierenrijk, waarvan slechts één moderne soort bekend is: Trichoplax adhaerens.
plaket	noun	aan één kant versierde medaille
plaketten	=	plaket
plakje	=	plak
plakjes	=	plak
plakkaart	noun	plakkaat
plakkaarten	=	plakkaart
plakkaartje	=	plakkaart
plakkaartjes	=	plakkaart
plakkaat	noun	aanplakbiljet, affiche, poster
plakkaatboek	noun	historische verzameling van officiële overheidsverordeningen, genaamd plakkaten, die in een bepaald gebied werden uitgevaardigd om de wetten en regels bekend te maken bij het volk.
plakkaatboeken	=	plakkaatboek
plakkaatboekje	=	plakkaatboek
plakkaatboekjes	=	plakkaatboek
plakkaatje	=	plakkaat
plakkaatjes	=	plakkaat
plakkaatmos	noun	geslacht Pellia van levermossen in de koele en gematigde streken van het noordelijk halfrond, ingedeeld in de orde Pelliales en daarbinnen een lid van de familie Pelliaceae
plakkaatmosfamilie	noun	een familie Pelliaceae van levermossen die drie geslachten heeft omvat: Pellia (op het gematigde noordelijk halfrond), Noteroclada (op het zuidelijk halfrond) en Androcryphia.
plakkaatmosfamilies	=	plakkaatmosfamilie
plakkaatmosfamilietje	=	plakkaatmosfamilie
plakkaatmosfamilietjes	=	plakkaatmosfamilie
plakkaatmosje	=	plakkaatmos
plakkaatmosjes	=	plakkaatmos
plakkaatmossen	=	plakkaatmos
plakkaattolzwam	noun	Coltricia confluens een paddenstoelensoort uit het geslacht Coltricia.
plakkaattolzwammen	=	plakkaattolzwam
plakkaattolzwammetje	=	plakkaattolzwam
plakkaattolzwammetjes	=	plakkaattolzwam
plakkaatverf	noun	dekkende waterverf
plakkaatverfje	=	plakkaatverf
plakkaatverfjes	=	plakkaatverf
plakkaatverven	=	plakkaatverf
plakkaten	=	plakkaat
plakke	=	plakken
plakken	verb	lijmen [1], vastlijmen
plakkend	=	plakken
plakkende	=	plakken
plakker	noun	Lymantria dispar een nachtvlinder uit de familie van de donsvlinders (Lymantriidae)
plakkerig	adj	dat iets onaangenaam kleverig wordt
plakkerige	=	plakkerig
plakkeriger	=	plakkerig
plakkerigere	=	plakkerig
plakkerigers	=	plakkerig
plakkerigs	=	plakkerig
plakkerigst	=	plakkerig
plakkerigste	=	plakkerig
plakkerij	noun	plaats waar men iets met lijm vastmaakt
plakkerijen	=	plakkerij
plakkers	=	plakker
plakkertje	=	plakker
plakkertjes	=	plakker
plakletter	noun	van voorgevormde letter die men op een glad oppervlak kan plakken
plakletters	=	plakletter
plakmemo	noun	een klein, los vel papier met een zelfklevende strook, bedoeld om er aantekeningen op te schrijven en ze tijdelijk ergens op te plakken, bijvoorbeeld in een boek of op een oppervlak
plakmemo's	=	plakmemo
plakmemootje	=	plakmemo
plakmemootjes	=	plakmemo
plakmortel	noun	mortel om te pleisteren
plakmortels	=	plakmortel
plaknotitie	noun	een klein, los vel papier met een zelfklevende strook, bedoeld om er aantekeningen op te schrijven en ze tijdelijk ergens op te plakken, bijvoorbeeld in een boek of op een oppervlak
plaknotities	=	plaknotitie
plaknotitietje	=	plaknotitie
plaknotitietjes	=	plaknotitie
plakpil	noun	geneesmiddel om op de huid te plakken waarna dit middel door diffusie geleidelijk in het lichaam wordt opgenomen
plakpillen	=	plakpil
plakpilletje	=	plakpil
plakpilletjes	=	plakpil
plakplaatje	noun	plaatje dat men in een plakboek kan plakken
plakplaatjes	=	plakplaatje
plakpleister	noun	zelfklevend verband voor kleine wondjes; zelfklevende strook voor het fixeren van een niet zelfklevend verband en andere zaken aan de huid
plakpleisters	=	plakpleister
plakrand	noun	een rand waarmee voorwerpen, bijvoorbeeld enveloppen, kunnen worden gesloten
plakranden	=	plakrand
plakrandje	=	plakrand
plakrandjes	=	plakrand
plaksel	noun	Lijm
plakselpot	noun	Pot waarin plaksel (lijm) zit.
plakselpotje	=	plakselpot
plakselpotjes	=	plakselpot
plakselpotten	=	plakselpot
plaksels	=	plaksel
plakseltje	=	plaksel
plakseltjes	=	plaksel
plaksneeuw	noun	stevige sneeuw die goed plakt
plakspaan	noun	dun plastic of ijzeren 'plankje' met handvat voor het gelijkstrijken van raapspecie etc.
plakspaantje	=	plakspaan
plakspaantjes	=	plakspaan
plakspanen	=	plakspaan
plakstift	noun	een stift voor het aanelkaar lijmen van bijvoorbeeld papier of (dun) karton
plakstiften	=	plakstift
plakt	=	plakken
plaktafel	noun	lange, smalle, inklapbare tafel waarop een behanger behang voorziet van plaksel
plaktafels	=	plaktafel
plaktafeltje	=	plaktafel
plaktafeltjes	=	plaktafel
plaktattoo	noun	een tijdelijke neptattoo die je eenvoudig op je huid aanbrengt met behulp van water en een vochtige doek, waarbij een ontwerp van een speciaal vel wordt overgebracht op de huid
plaktattoos	=	plaktattoo
plaktattootje	=	plaktattoo
plaktattootjes	=	plaktattoo
plakte	=	plakken
plakten	=	plakken
plaktivist	noun	klimaatactivist die zich ergens aan vast laat plakken om de aandacht te vestigen op de klimaatproblematiek
plaktivisten	=	plaktivist
plakvilt	noun	vilt met een zelfklevende laag aan één kant, bedoeld om objecten en oppervlakken te beschermen
plakwerk	noun	van een tekst dat deze gemaakt is door het kopiëren (van gedeelten) van andere teksten
plakwerken	=	plakwerk
plakwerkje	=	plakwerk
plakwerkjes	=	plakwerk
plakzegel	noun	een stukje papier meestal voorzien van een plaklaag dat dient om aan te geven dat men recht heeft op een bepaalde zaak of vergoeding
plakzegels	=	plakzegel
plakzode	noun	platte, dunne graszode, als bekleding van een dijk
plakzoden	=	plakzode
plakzodetje	=	plakzode
plakzodetjes	=	plakzode
plamure	=	plamuren
plamuren	verb	steenachtige, houten of andere ondergronden met plamuur egaliseren of repareren
plamurend	=	plamuren
plamurende	=	plamuren
plamuur	noun	opdrogende pasta waarmee gaten en oneffenheden in wanden of houten voorwerpen kunnen worden weggewerkt
plamuurde	=	plamuren
plamuurden	=	plamuren
plamuurmes	noun	een spatelvormig stuk gereedschap waarmee bij het plamuren kleine oneffenheden kunnen worden gladgestreken
plamuurmesje	=	plamuurmes
plamuurmesjes	=	plamuurmes
plamuurmessen	=	plamuurmes
plamuurt	=	plamuren
plan	noun	een voorgenomen handelswijze
planalto-muisspecht	noun	Dendrocolaptes platyrostris een zangvogel uit de onderfamilie der muisspechten
planalto-muisspechten	=	planalto-muisspecht
planalto-muisspechtje	=	planalto-muisspecht
planalto-muisspechtjes	=	planalto-muisspecht
planaltomierklauwier	noun	Thamnophilus pelzelni een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
planaltomierklauwieren	=	planaltomierklauwier
planaltomierklauwiertje	=	planaltomierklauwier
planaltomierklauwiertjes	=	planaltomierklauwier
planaltomuisspecht	noun	Dendrocolaptes platyrostris een zangvogel uit de onderfamilie der muisspechten.
planaltomuisspechten	=	planaltomuisspecht
planaltomuisspechtje	=	planaltomuisspecht
planaltomuisspechtjes	=	planaltomuisspecht
planaltotapaculo	noun	Scytalopus pachecoi een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
planaltotapaculo's	=	planaltotapaculo
planaltotapaculootje	=	planaltotapaculo
planaltotapaculootjes	=	planaltotapaculo
planariën	noun	aanduiding voor verschillende soorten platwormen uit de klasse Turbellaria Aangezien er nog veel discussie is over de taxonomie, wordt deze benaming soms ook meer in het bijzonder gebruikt voor wormen uit de orde Tricladida, de familie Planariidae of het geslacht Planaria.
planbaar	adj	van iets dat men het van te voren kan organiseren of regelen
planbaarder	=	planbaar
planbaardere	=	planbaar
planbaarders	=	planbaar
planbaars	=	planbaar
planbaarst	=	planbaar
planbaarste	=	planbaar
planbare	=	planbaar
planbord	noun	een bord dat aan de muur hangt waarop men kan bijhouden welke zaken wanneer en door wie gedaan moeten worden
planborden	=	planbord
planbordje	=	planbord
planbordjes	=	planbord
planbureau	noun	een organisatie die wetenschappelijke informatie aanreikt voor het onderbouwen van overheidsbeleid
planbureaus	=	planbureau
plancher	noun	langwerpige, vlak en recht afgezaagde stukken hout, gebruikt als vloer
planchers	=	plancher
planchet	noun	plankje, bv. boven wastafels
planchetje	=	planchet
planchetjes	=	planchet
planchets	=	planchet
planchetten	=	planchet
planck-eenheden	=	planckeenheid
planckeenheid	noun	eenheid die gebaseerd is op natuurkundige constanten
plande	=	plannen
plandemie	noun	een (volgens sommige complotdenkers) door de overheid gewenste en geplande pandemie met als doel de vrijheid van de burger te beteugelen
plandemies	=	plandemie
plandemieën	=	plandemie
planden	=	plannen
planeconomie	noun	een door de centrale overheid bestuurde economie
planeconomietje	=	planeconomie
planeconomieën	=	planeconomie
planeer	=	planeren
planeerde	=	planeren
planeerden	=	planeren
planeerder	noun	iemand die uit metalen platen geperste voorwerpen glad afwerkt
planeerders	=	planeerder
planeert	=	planeren
planeet	noun	een groot, rond en massief hemellichaam dat zelf geen licht geeft en in een vaste baan rond een ster draait
planeetbaan	noun	de stabiele baan die een planeet om zijn ster beschrijft
planeetbaantje	=	planeetbaan
planeetbaantjes	=	planeetbaan
planeetbanen	=	planeetbaan
planeetboek	noun	boek over planeten
planeetboeken	=	planeetboek
planeetboekje	=	planeetboek
planeetboekjes	=	planeetboek
planeetje	=	planeet
planeetjes	=	planeet
planeetkunde	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de systematische studie van planeten, manen, planetoïden en kometen, hun ontstaan en evolutie inbegrepen
planeetoppervlak	noun	de buitenkant van een planeet
planeetoppervlakken	=	planeetoppervlak
planeetwiel	noun	wiel (meestal drie of meer) dat in een planeetwielmechanisme draait om het zonnewiel
planeetwielen	=	planeetwiel
planeetwielmechanisme	noun	een constructie van tandwielen waarbij de drijvende as en de aangedreven as op één lijn liggen bestaande uit planeetwielen en een zonnewiel
planeetwielmechanismen	=	planeetwielmechanisme
planeetwielmechanismes	=	planeetwielmechanisme
planeetwieltje	=	planeetwiel
planeetwieltjes	=	planeetwiel
planemo	noun	een hemellichaam met een massa zoals die van een planeet
planemo's	=	planemo
planen	verb	vlak maken
planepool	=	planepoolen
planepoolde	=	planepoolen
planepoolden	=	planepoolen
planepoole	=	planepoolen
planepoolen	verb	tegen betaling meevliegen met andermans privévliegtuig
planepoolend	=	planepoolen
planepoolt	=	planepoolen
planere	=	planeren
planeren	verb	vliegen zonder, of met afgezette motor
planerend	=	planeren
planerende	=	planeren
planetair	adj	betrekking hebbend op, overeenkomstig de planeten
planetairder	=	planetair
planetairdere	=	planetair
planetairders	=	planetair
planetaire	=	planetair
planetairs	=	planetair
planetairst	=	planetair
planetairste	=	planetair
planetaria	=	planetarium
planetarium	noun	een toestel om de bewegingen van planeten voor te stellen
planetariumpje	=	planetarium
planetariumpjes	=	planetarium
planetariums	=	planetarium
planeten	=	planeet
planetenbaan	noun	de stabiele baan die een planeet om zijn ster beschrijft
planetenbaantje	=	planetenbaan
planetenbaantjes	=	planetenbaan
planetenbanen	=	planetenbaan
planetenjager	noun	iemand die op zoek gaat naar (exo)planeten in het heelal
planetenjagers	=	planetenjager
planetenstelsel	noun	stelsel van planeten om de zon of een ster
planetenstelsels	=	planetenstelsel
planetenstelseltje	=	planetenstelsel
planetenstelseltjes	=	planetenstelsel
planetologen	=	planetoloog
planetologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de systematische studie van planeten
planetoloog	noun	een wetenschapper die zich bezighoudt met de systematische studie van planeten, manen, planetoïden en kometen
planetoïde	noun	een brok vaste materie die net als een planeet in een baan rond de zon draait, maar kleiner is dan een planeet
planetoïden	=	planetoïde
planetoïdes	=	planetoïde
planetoïdetje	=	planetoïde
planetoïdetjes	=	planetoïde
plangebied	noun	terrein waar een overheid samenhangende opvattingen of regels voor vastlegt, gronden en wateren binnen de grenzen van een ruimtelijk plan
plangebieden	=	plangebied
plangebiedje	=	plangebied
plangebiedjes	=	plangebied
planhuishouding	noun	ook wel centraal geleide economie of centraal planstelsel genoemd; is een economisch systeem waarbij de overheid of een centrale autoriteit beslist wat, hoe en voor wie er geproduceerd wordt.
planhuishoudingen	=	planhuishouding
planhuishoudinkje	=	planhuishouding
planhuishoudinkjes	=	planhuishouding
planimeter	noun	een slim apparaatje dat je helpt om de grootte (de oppervlakte) van een vorm te meten die niet netjes vierkant of rond is, maar een gekke, onregelmatige vorm heeft
planimeters	=	planimeter
planimetertje	=	planimeter
planimetertjes	=	planimeter
planimetrie	noun	meetkunde van het platte vlak
planisferisch	adj	betreft een voorstelling van een bol (zoals de aarde of de sterrenhemel) op een tweedimensionaal, plat oppervlak.
planisferische	=	planisferisch
planisferischer	=	planisferisch
planisferischere	=	planisferisch
planisferischers	=	planisferisch
planjen	=	planjenen
planjende	=	planjenen
planjenden	=	planjenen
planjene	=	planjenen
planjenen	verb	huilen
planjenend	=	planjenen
planjenende	=	planjenen
planjent	=	planjenen
planjer	=	planjeren
planjerde	=	planjeren
planjerden	=	planjeren
planjere	=	planjeren
planjeren	verb	huilen
planjerend	=	planjeren
planjerende	=	planjeren
planjert	=	planjeren
plank	noun	een plat en langwerpig stuk hout
planken	adj	van planken vervaardigd
plankende	=	planken
plankenkast	noun	kast met legplanken
plankenkasten	=	plankenkast
plankenkastje	=	plankenkast
plankenkastjes	=	plankenkast
plankenkoorts	noun	vrees van iemand die in het openbaar moet optreden
plankenvloer	noun	een vloeg gemaakt van houten planken
plankenvloeren	=	plankenvloer
plankenvrees	noun	zenuwachtige toestand om in het openbaar op te treden
planker	noun	iemand die op vreemde plaatsen zo stijf als een plank gaat liggen met het gezicht naar beneden en dat laat fotograferen om te publiceren op internet; beoefenaar van planking
plankerig	adj	plat en stijf als een plank
plankerige	=	plankerig
plankeriger	=	plankerig
plankerigere	=	plankerig
plankerigers	=	plankerig
plankerigs	=	plankerig
plankerigst	=	plankerig
plankerigste	=	plankerig
plankers	=	planker
planket	noun	houten bekleding van een vloer
planketsel	noun	schutting, beschot
planketsels	=	planketsel
planketten	=	planket
plankgas	noun	met het gaspedaal helemaal ingedrukt rijden, dus zo hard rijden als maar mogelijk is met de auto rijden
plankhard	adj	heel stug weerstand biedend tegen kracht van buiten, met een stijf oppervlak dat niet meegeeft
plankharde	=	plankhard
plankhards	=	plankhard
plankier	noun	een houten vloer gemaakt van planken die een stukje boven de grond of het water zweeft
plankieren	=	plankier
plankiers	=	plankier
plankiertje	=	plankier
plankiertjes	=	plankier
planking	noun	op vreemde plaatsen zo stijf als een plank gaan liggen met het gezicht naar beneden en dat fotograferen en publiceren op internet
plankje	=	plank
plankjes	=	plank
plankschaats	=	plankschaatsen
plankschaatsen	verb	skateboarden
plankschaatsend	=	plankschaatsen
plankschaatsende	=	plankschaatsen
plankton	noun	het geheel van kleine organismen dat in zee ronddrijft
planktonbuis	noun	cilinder van voren open en van achteren met gaas afgesloten, die men achter aan het schip laat slepen om het plankton op te halen
planktonbuisje	=	planktonbuis
planktonbuisjes	=	planktonbuis
planktonbuizen	=	planktonbuis
planktonnet	noun	net van het fijnste gaas om plankton te vangen
planktonnetje	=	planktonnet
planktonnetjes	=	planktonnet
planktonnetten	=	planktonnet
plankzeil	=	plankzeilen
plankzeilde	=	plankzeilen
plankzeilden	=	plankzeilen
plankzeile	=	plankzeilen
plankzeilen	verb	een watersport waarbij men met een surfplank met daarop een zeil bevestigd gaat surfen op zee of zoet water
plankzeilend	=	plankzeilen
plankzeilende	=	plankzeilen
plankzeiler	noun	een sporter die op een surfplank met daarop een zeil de branding trotseert.
plankzeilers	=	plankzeiler
plankzeilertje	=	plankzeiler
plankzeilertjes	=	plankzeiler
plankzeilt	=	plankzeilen
planloos	adj	zonder plannen
planloost	=	planloos
planlooste	=	planloos
planloze	=	planloos
planlozer	=	planloos
planlozere	=	planloos
planlozers	=	planloos
planmatig	adj	volgens een vooraf opgestelde manier van aanpak
planmatige	=	planmatig
planmatiger	=	planmatig
planmatigere	=	planmatig
planmatigers	=	planmatig
planmatigheden	=	planmatigheid
planmatigheid	noun	de mate waarin men handelt volgens een plan
planmatigs	=	planmatig
planmatigst	=	planmatig
planmatigste	=	planmatig
planne	=	plannen
plannen	verb	bestemmen voor een of meer toekomstige activiteiten
plannend	=	plannen
plannende	=	plannen
plannenmaker	noun	iemand die iets voorbereidt dat later kan worden uitgevoerd.
plannenmakerij	noun	het maken van plannen
plannenmakerijen	=	plannenmakerij
plannenmakers	=	plannenmaker
plannenmakertje	=	plannenmaker
plannenmakertjes	=	plannenmaker
planner	noun	een persoon of voorwerp dat behulpzaam is bij het organiseren van werkzaamheden of andere handelingen in de tijd
planners	=	planner
plannetje	=	plan
plannetjes	=	plan
planning	noun	het opstellen van en werken volgens plannen
planningen	=	planning
planningloos	adj	zonder planning
planningloost	=	planningloos
planninglooste	=	planningloos
planningloze	=	planningloos
planninglozer	=	planningloos
planninglozere	=	planningloos
planninglozers	=	planningloos
planninkje	=	planning
planninkjes	=	planning
plano	noun	ongevouwen blad papier dat maar aan één kant bedrukt is	adv	in losse vellen
plano's	=	plano
planoconvex	adj	met een vlakke en een bolle kant
planoconvexe	=	planoconvex
planologen	=	planoloog
planologie	noun	leer van de theorieën, methoden en technieken t.b.v. de ruimtelijke planning (de bestemming en het gebruik van de bodem en gebieden)
planologisch	adj	betrekking hebbend op de planologie, het vak dat zich bezig houdt met de ruimtelijke ordening
planologische	=	planologisch
planologischer	=	planologisch
planologischere	=	planologisch
planologischers	=	planologisch
planoloog	noun	deskundige op het gebied van de ruimtelijke ordening
plans	=	plan
planschade	noun	vermogensschade (waardevermindering van onroerende zaken) of inkomensschade die ontstaat na wijziging van de planologie
planschadeclaim	noun	aanspraak op vergoeding van schade veroorzaakt door de uitvoering van een bepaald beleid
planschadeclaims	=	planschadeclaim
planschaden	=	planschade
planschades	=	planschade
planschadevergoeding	noun	een financiële tegemoetkoming van de gemeente voor schade (waardedaling van onroerend goed of inkomensderving) die u lijdt door een wijziging in het ruimtelijk plan, zoals een nieuw bestemmingsplan.
planschadevergoedingen	=	planschadevergoeding
planschadevergoedinkje	=	planschadevergoeding
planschadevergoedinkjes	=	planschadevergoeding
planstudie	noun	verkennende studie naar de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een plan
planstudies	=	planstudie
plant	noun	organisme dat kooldioxide opneemt en zuurstof afgeeft
plantaadje	=	plantage
plantaarde	noun	grond met veel voedingsstoffen die geschikt is om planten in te laten groeien
plantaardig	adj	tot de planten behorend, uit planten bestaand of daarvan afkomstig
plantaardige	=	plantaardig
plantaardiger	=	plantaardig
plantaardigere	=	plantaardig
plantaardigers	=	plantaardig
plantaardigs	=	plantaardig
plantaardigst	=	plantaardig
plantaardigste	=	plantaardig
plantachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van plant, niet meer dierlijk
plantachtige	=	plantachtig
plantachtiger	=	plantachtig
plantachtigere	=	plantachtig
plantachtigers	=	plantachtig
plantachtigs	=	plantachtig
plantachtigst	=	plantachtig
plantachtigste	=	plantachtig
plantage	noun	een uitgestrekt stuk grond waarop op grote schaal, gewoonlijk tropische, gewassen in monocultuur verbouwd worden
plantagehuis	noun	de hoofdwoning op een plantage
plantagehuizen	=	plantagehuis
plantages	=	plantage
plantagetje	=	plantage
plantagewoning	noun	de statige hoofdwoning op een historische plantage, typisch gelegen in voormalige koloniën zoals Suriname, de Nederlandse Antillen, Indonesië of het zuiden van de Verenigde Staten
plantagewoningen	=	plantagewoning
plantagewoninkje	=	plantagewoning
plantagewoninkjes	=	plantagewoning
plantagie	=	plantage
plantbased	adj	gemaakt van planten zonder dierlijke bestanddelen
plantbaseds	=	plantbased
plantbed	noun	afgegrensd deel van een tuin of akker waarin men jonge planten laat groeien
plantbedden	=	plantbed
plantbedje	=	plantbed
plantbedjes	=	plantbed
plantboor	noun	werktuig om plantgaten te maken
plantboortje	=	plantboor
plantboortjes	=	plantboor
plantboren	=	plantboor
plante	=	planten
planteer	=	planteren
planteerde	=	planteren
planteerden	=	planteren
planteert	=	planteren
planten	verb	in de aarde zetten om te laten groeien of bloeien	noun	taxonomisch rijk Plantae of Archaeplastida, waarvan de meeste leden uit cellulose bestaande celwanden hebben en aan fotosynthese doen
plantenbak	noun	een bak waarin men planten laat groeien
plantenbakje	=	plantenbak
plantenbakjes	=	plantenbak
plantenbakken	=	plantenbak
plantenbed	noun	met planten bezet stuk grond
plantenbedden	=	plantenbed
plantenboek	noun	naslagwerk met afbeeldingen en informatie over planten
plantenboeken	=	plantenboek
plantenboekje	=	plantenboek
plantenboekjes	=	plantenboek
plantenboter	noun	plantaardig vet dat kan worden gebruikt in plaats van gekarnde en geknede room van melk
plantenboters	=	plantenboter
plantend	=	planten
plantende	=	planten
plantenecologie	noun	ecologie van de planten
plantenencyclopedie	noun	naslagwerk dat stelselmatig informatie geeft over alle planten in een bepaald gebied of van belang voor een bepaald doel
plantenencyclopedieën	=	plantenencyclopedie
plantenetend	adj	zijn voedsel verkrijgend door het eten van planten
plantenetende	=	plantenetend
plantenetends	=	plantenetend
planteneter	noun	dier dat uitsluitend plantaardig voedsel eet
planteneters	=	planteneter
plantenetertje	=	planteneter
plantenetertjes	=	planteneter
plantenfamilie	noun	een groep verschillende planten die officieel bij elkaar horen omdat hun bloemen en zaden op elkaar lijken
plantenfamilies	=	plantenfamilie
plantenfamilietje	=	plantenfamilie
plantenfamilietjes	=	plantenfamilie
plantenfysiologie	noun	leer van de levensverschijnselen van planten en de daaraan ten grondslag liggende wetten
plantengemeenschap	noun	karakteristieke leefgemeenschap van planten in een vegetatie
plantengemeenschappen	=	plantengemeenschap
plantengeslacht	noun	groep van bijeenhorende plantensoorten, taxon
plantengeslachten	=	plantengeslacht
plantengroei	noun	het in omvang toenemen van planten
plantenhaar	noun	plantaardige vezels
plantenharen	=	plantenhaar
plantenkas	noun	een structuur van meestal glas en metaal die gebruikt wordt voor het kweken van planten in een beschermde omgeving
plantenkasje	=	plantenkas
plantenkasjes	=	plantenkas
plantenkassen	=	plantenkas
plantenkruk	noun	een klein, decoratief krukje of tafeltje dat specifiek wordt gebruikt om kamerplanten op te zetten en te presenteren
plantenkrukje	=	plantenkruk
plantenkrukjes	=	plantenkruk
plantenkrukken	=	plantenkruk
plantenkwekerij	noun	plaats waar sierplanten worden geteeld
plantenkwekerijen	=	plantenkwekerij
plantenlijm	noun	plantaardige lijm
plantenlijmen	=	plantenlijm
plantenlijmpje	=	plantenlijm
plantenlijmpjes	=	plantenlijm
plantenluis	noun	insect uit de onderorde Sternorrhyncha van insecten uit de orde van de halfvleugeligen (Hemiptera).
plantenluisje	=	plantenluis
plantenluisjes	=	plantenluis
plantenluizen	noun	Sternorrhyncha een onderorde van insecten uit de orde van de halfvleugeligen (Hemiptera).
plantenmateriaal	noun	tastbare stof afkomstig van dode planten
plantenmaterialen	=	plantenmateriaal
plantenmuren	=	plantenmuur
plantenmuur	noun	een muur die (aan de buitenkant) volledig bestaat uit planten
plantenmuurtje	=	plantenmuur
plantenmuurtjes	=	plantenmuur
plantennaam	noun	de naam die men geeft aan een plantensoort
plantennamen	=	plantennaam
plantenpot	noun	een container voor potgrond en een plant, die kan worden gebruikt voor zowel binnen- als buitenplanten
plantenpotje	=	plantenpot
plantenpotjes	=	plantenpot
plantenpotten	=	plantenpot
plantenrest	noun	organisch materiaal afkomstig van de overblijfselen van dode planten
plantenresten	=	plantenrest
plantenrijk	noun	de verzameling van alle organismen die zich niet kunnen voortbewegen en die fotosynthese vertonen
plantenrijken	=	plantenrijk
plantenslijm	noun	slijmerige stof die in de zaden van kweeappels, vlas, heemstwortel en van nog verscheidene andere planten voorkomt
plantensoort	noun	een groep planten die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en zich onderling voort kan planten
plantensoorten	=	plantensoort
plantensoortje	=	plantensoort
plantenspuit	noun	een spuit die een waternevel maakt waarmee men planten water kan geven
plantenspuiten	=	plantenspuit
plantenspuitje	=	plantenspuit
plantenspuitjes	=	plantenspuit
plantentuin	noun	tuin waarin planten worden verzameld en gekweekt voor onderzoek
plantentuinen	=	plantentuin
plantentuintje	=	plantentuin
plantentuintjes	=	plantentuin
plantenveredeling	noun	door selectie planten aanpassen aan de wensen van de kweker
plantenveredelingen	=	plantenveredeling
plantenverzameling	noun	groep planten die men bij elkaar gebracht heeft
plantenverzamelingen	=	plantenverzameling
plantenverzamelingetje	=	plantenverzameling
plantenverzamelingetjes	=	plantenverzameling
plantenvoeding	noun	voedingsstoffen die planten nodig hebben om te kunnen groeien
plantenvoedingen	=	plantenvoeding
plantenvoedingsstof	noun	de (anorganische) chemicaliën die een plant nodig heeft om te kunnen groeien
plantenvoedingsstoffen	=	plantenvoedingsstof
plantenvoedinkje	=	plantenvoeding
plantenvoedinkjes	=	plantenvoeding
plantenziekte	noun	een aandoening van planten
plantenziekten	=	plantenziekte
plantenziektes	=	plantenziekte
planter	noun	iemand die plant of laat planten
plantere	=	planteren
planteren	verb	de raderen van een uurwerk stellen en vastzetten
planterend	=	planteren
planterende	=	planteren
planterij	noun	het in de grond stoppen van planten
planterijen	=	planterij
planters	=	planter
plantershemd	noun	overhemd met korte mouwen en links en rechts borstzakken
plantershemden	=	plantershemd
plantertje	=	planter
plantertjes	=	planter
plantgoed	noun	kleine gekweekte planten die men later op de definitieve, gewenste plaats in de grond kan stoppen om verder te laten groeien
planting	noun	het planten van al gedeeltelijk opgegroeide bomen of struiken
plantingen	=	planting
plantje	=	plant
plantjes	=	plant
plantkunde	noun	het onderdeel van de biologie dat zich bezighoudt met de studie van de planten
plantkundig	adj	betrekking hebbend op de plantkunde
plantkundige	noun	een wetenschapper die de plantkunde beoefent
plantkundigen	=	plantkundige
plantkundiger	=	plantkundig
plantkundigere	=	plantkundig
plantkundigers	=	plantkundig
plantkundigje	=	plantkundige
plantkundigjes	=	plantkundige
plantkundigs	=	plantkundig
plantkundigst	=	plantkundig
plantkundigste	=	plantkundig
plantmachine	noun	een machine om een bepaald gewas in de grond te planten
plantmachines	=	plantmachine
plantnaam	noun	de naam van een plantensoort
plantnamen	=	plantnaam
planton	noun	ordonnans
plantonnetje	=	planton
plantonnetjes	=	planton
plantons	=	planton
plantpot	noun	een container voor potgrond en een plant, die kan worden gebruikt voor zowel binnen- als buitenplanten
plantpotje	=	plantpot
plantpotjes	=	plantpot
plantpotten	=	plantpot
plantrekker	noun	iemand die zich op een of andere wijze steeds uit de slag weet te trekken.
plantrekkers	=	plantrekker
plantrekkertje	=	plantrekker
plantrekkertjes	=	plantrekker
plants	=	plant
plantsel	noun	dat wat men heeft geplant om te laten groeien
plantsels	=	plantsel
plantsoen	noun	Openbare tuin, een park.
plantsoendienst	noun	organisatie die zorgt voor de aanleg en het onderhoud van openbare groenvoorzieningen
plantsoendiensten	=	plantsoendienst
plantsoendienstje	=	plantsoendienst
plantsoendienstjes	=	plantsoendienst
plantsoenen	=	plantsoen
plantsoenendienst	noun	organisatie die zorgt voor de aanleg en het onderhoud van openbare groenvoorzieningen
plantsoenendiensten	=	plantsoenendienst
plantsoentje	=	plantsoen
plantsoentjes	=	plantsoen
plantsoort	noun	groep planten die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en zich onderling voort kan planten
plantsoorten	=	plantsoort
plantsoortje	=	plantsoort
plantsoortjes	=	plantsoort
plantte	=	planten
plantten	=	planten
planttijd	noun	de periode van het jaar die geschikt is voor het planten van gewassen en andere planten
planttijden	=	planttijd
planvoorbereiding	noun	de cruciale fase in bouw- en techniekprojecten waarin alle technische, organisatorische en juridische aspecten worden uitgewerkt voordat de feitelijke uitvoering (de bouw) begint.
planvoorbereidingen	=	planvoorbereiding
planvoorbereidinkje	=	planvoorbereiding
planvoorbereidinkjes	=	planvoorbereiding
planvorming	noun	het vormen van een plan
planvormingen	=	planvorming
plaque	noun	aanslag op tanden en kiezen die aanleiding kan geven tot het ontstaan van cariës
plaqueje	=	plaque
plaquejes	=	plaque
plaques	=	plaque
plaquette	noun	plaat van duurzaam materiaal met die aan een persoon of gebeurtenis herinnert
plaquettes	=	plaquette
plas	noun	een verzameling van vocht
plasberm	noun	beneden hoog water gelegen, met stenen bestorte berm langs de teen van een dijk
plasbermen	=	plasberm
plasbermpje	=	plasberm
plasbermpjes	=	plasberm
plasboot	noun	een boot die aangemeerd wordt waarop mensen naar het toilet kunnen gaan
plasbootje	=	plasboot
plasbootjes	=	plasboot
plasboten	=	plasboot
plasbuis	noun	een lange cilindrische holte die de blaas verbindt met de buitenkant van het lichaam
plasbuisje	=	plasbuis
plasbuisjes	=	plasbuis
plasbuizen	=	plasbuis
plascontract	noun	een contract waarin een verpleeghuis met een bewoner van dat verpleeghuis afspreekt hoe vaak iemand per dag naar het toilet mag
plascontracten	=	plascontract
plascontractje	=	plascontract
plascontractjes	=	plascontract
plasdras	adj	vaak onder water gelegen en soms tijdelijk droogvallend, maar altijd zompig
plasje	=	plas
plasjes	=	plas
plasketting	noun	een ketting die een kind van de kleuterjuf of -meester moet lenen als een kleuter naar het toilet wil om te plassen
plaskettingen	=	plasketting
plaskettinkje	=	plasketting
plaskettinkjes	=	plasketting
plaskruis	noun	vrijstaande, mobiele sanitaire unit die specifiek is ontworpen om meerdere personen tegelijkertijd te laten urineren
plaskruisen	=	plaskruis
plaskruisje	=	plaskruis
plaskruisjes	=	plaskruis
plaskruizen	=	plaskruis
plaskrul	noun	een karakteristiek, krulvormig openbaar urinoir van ijzer of steen
plaskrullen	=	plaskrul
plaskrulletje	=	plaskrul
plaskrulletjes	=	plaskrul
plasma	noun	een geïoniseerd gas
plasma's	=	plasma
plasma-expander	noun	geneesmiddel dat de druk van bloed op omliggend weefsel verhoogt
plasma-expanders	=	plasma-expander
plasmaatje	=	plasma
plasmaatjes	=	plasma
plasmabol	noun	decoratieve bol die bestaat uit een glazen vat gevuld met edelgassen en een hoogspanningselektrode in het midden
plasmabollen	=	plasmabol
plasmabolletje	=	plasmabol
plasmabolletjes	=	plasmabol
plasmacel	noun	immunoglobulinen producerende cellen die ontstaan zijn uit B-lymfocyten en vooral gekenmerkt worden door een grote hoeveelheid cytoplasma, een excentrisch gelegen kern die een radstructuur vertoont en een perinucleair optisch leeg hofje
plasmacellen	=	plasmacel
plasmafysica	noun	natuurkunde van de plasma's
plasmalamp	noun	decoratieve bol die bestaat uit een glazen vat gevuld met edelgassen en een hoogspanningselektrode in het midden
plasmalampen	=	plasmalamp
plasmalampje	=	plasmalamp
plasmalampjes	=	plasmalamp
plasmascherm	noun	een beeldscherm dat voor zijn functioneren gebruikt maakt van een ter plekke van het pixel gevolrmd plasma
plasmaschermen	=	plasmascherm
plasmaschermpje	=	plasmascherm
plasmaschermpjes	=	plasmascherm
plasmaspiegel	noun	concentratie van een bepaalde stof in het bloedplasma
plasmaspiegels	=	plasmaspiegel
plasmaspiegeltje	=	plasmaspiegel
plasmaspiegeltjes	=	plasmaspiegel
plasmatechnologie	noun	techniek waarmee materie (door elektrische spanning) wordt omgezet in plasma
plasmide	noun	een ringvormig DNA-molecuul dat voornamelijk voorkomt voor bij bacteriën
plasmiden	=	plasmide
plasmides	=	plasmide
plasminogeen	noun	eiwit in het bloed
plasminogenen	=	plasminogeen
plasmodesma	noun	open kanaaltje in een plantencelwand, dat het cytosol van twee aanliggende cellen verbindt
plasmodesmata	=	plasmodesma
plasmolen	noun	watermolen die aangedreven wordt door water dat in een stuwmeertje is opgevangen
plasmolens	=	plasmolen
plasmolyse	noun	het loslaten van het protoplasma van de celwand wat gebeurt wanneer een cel veel water verliest door osmose of verdamping
plasmolysetje	=	plasmolyse
plasmolysetjes	=	plasmolyse
plasmon	noun	een collectieve oscillatie van mobiele elektronen
plasmonen	=	plasmon
plasmons	=	plasmon
plaspauze	noun	onderbreking van een activiteit die men kan gebruiken om te urineren
plaspauzen	=	plaspauze
plaspauzes	=	plaspauze
plaspauzetje	=	plaspauze
plaspil	noun	een pil die de productie van urine bevordert
plaspillen	=	plaspil
plaspilletje	=	plaspil
plaspilletjes	=	plaspil
plaspop	noun	speelgoedpop die, als ze met water is gevuld, 'echt' kan plassen
plaspopje	=	plaspop
plaspopjes	=	plaspop
plaspoppen	=	plaspop
plasregen	noun	regen die in stromen neervalt of zware regen waardoor plassen op de grond achterblijven
plasregens	=	plasregen
plasrombout	noun	Gomphus pulchellus een echte libel uit de familie van de rombouten (Gomphidae).
plasrombouten	=	plasrombout
plasromboutje	=	plasrombout
plasromboutjes	=	plasrombout
plasschrijvertje	noun	Gyrinus marinus een keversoort uit de familie van schrijvertjes (Gyrinidae).
plasschrijvertjes	=	plasschrijvertje
plasse	=	plassen
plasseks	noun	prikkeling van de geslachtsdrift met behulp van urine of urineren
plassen	verb	via de urinebuis vloeibare lichamelijke afvalstoffen lozen
plassend	=	plassen
plassende	=	plassen
plasser	noun	iemand die urineert, vooral van het mannelijk geslacht
plassers	=	plasser
plassertje	=	plasser
plassertjes	=	plasser
plassticker	noun	sticker in een wc-pot waardoor mannen de urinestraal beter in de pot richten
plasstickers	=	plassticker
plasstickertje	=	plassticker
plasstickertjes	=	plassticker
plast	=	plassen
plaste	=	plassen
plasten	=	plassen
plastic	noun	oorspronkelijk: plastisch vervormbare polymere kunststof, in uitgebreidere zin op alle polymeren toegepast	adj	van plastic gemaakt
plasticdieet	noun	levensstijl waarbij men het gebruik van plastics probeert te verminderen
plasticdiëten	=	plasticdieet
plasticeer	=	plasticeren
plasticeerde	=	plasticeren
plasticeerden	=	plasticeren
plasticeert	=	plasticeren
plasticere	=	plasticeren
plasticeren	verb	een kunststof verweken en kneedbaar maken door verlaging van het glaspunt door verwarming onder toevoeging van een plasticeringsagens
plasticerend	=	plasticeren
plasticerende	=	plasticeren
plasticfolie	noun	dun en buigzaam vel van kunststof
plasticfolies	=	plasticfolie
plasticine	noun	merknaam voor boetseerpasta op basis van calcium-zouten (kalk), petroleum-gelei en vetzuren
plasticinen	=	plasticine
plasticines	=	plasticine
plasticiteit	noun	het plastisch zijn, de kneedbaarheid, vervormbaarheid
plasticiteiten	=	plasticiteit
plasticje	=	plastic
plasticjes	=	plastic
plastics	=	plastic
plasticschaamte	noun	de schaamte die sommige mensen voelen als ze het voor het milieu schadelijke plastic gebruiken
plasticsoep	noun	verzameling van grotere hoeveelheden plastic en ander afval in oceanen en zeeën, vooral op de plaats van een gyre in een oceaan
plasticsoepen	=	plasticsoep
plastictariër	noun	iemand die geen of zeer weinig plastic gebruikt
plastictariërs	=	plastictariër
plasticverdrag	noun	internationale overeenkomst om de toenemende milieuverontreiniging door kunststoffen tegen te gaan
plasticverdragen	=	plasticverdrag
plasticvervuiling	noun	de opeenhoping van plastic voorwerpen en deeltjes (bijvoorbeeld petflessen, tassen en microkorrels) in de natuurlijke omgeving die een negatieve invloed hebben op mensen, dieren in het wild en hun leefgebied vooral doordat er microplastic ontstaat
plasticvervuilingen	=	plasticvervuiling
plasticvervuilinkje	=	plasticvervuiling
plasticvervuilinkjes	=	plasticvervuiling
plasticvrij	adj	zonder kunststoffen
plasticvrije	=	plasticvrij
plasticvrijer	=	plasticvrij
plasticvrijere	=	plasticvrij
plasticvrijers	=	plasticvrij
plasticvrijs	=	plasticvrij
plasticvrijst	=	plasticvrij
plasticvrijste	=	plasticvrij
plastiek	noun	boetseerkunst, beeldhouwkunst
plastieken	adj	van plastic
plastiekend	=	plastieken
plastiekje	=	plastiek
plastiekjes	=	plastiek
plastiekt	=	plastieken
plastiekwerker	noun	arbeider die op muren en plafonds een mengsel van lak en verf aanbrengt
plastificeer	=	plastificeren
plastificeerapparaat	noun	machine die documenten voorziet van een transparant, beschermend plastic laagje
plastificeerapparaatje	=	plastificeerapparaat
plastificeerapparaatjes	=	plastificeerapparaat
plastificeerapparaten	=	plastificeerapparaat
plastificeerde	=	plastificeren
plastificeerden	=	plastificeren
plastificeermachine	noun	machine die documenten voorziet van een transparant, beschermend plastic laagje
plastificeermachineje	=	plastificeermachine
plastificeermachinejes	=	plastificeermachine
plastificeermachines	=	plastificeermachine
plastificeert	=	plastificeren
plastificere	=	plastificeren
plastificeren	verb	een kunststoffen laag of deklaag aanbrengen die zich in een plastische fase bevindt
plastificerend	=	plastificeren
plastificerende	=	plastificeren
plastiglomeraat	noun	gesteente waarin pastic dient als bindmiddel
plastiglomeraten	=	plastiglomeraat
plastineer	=	plastineren
plastineerde	=	plastineren
plastineerden	=	plastineren
plastineert	=	plastineren
plastinere	=	plastineren
plastineren	verb	biologisch materiaal conserveren dat buitengewone preparaten oplevert met zeer natuurlijke vormen en kleuren en een praktisch onbeperkte houdbaarheid
plastinerend	=	plastineren
plastinerende	=	plastineren
plastisch	adj	aanschouwelijk, beeldend
plastischchirurgisch	adj	betrekking hebbend op het specialisme dat zich richt op het herstellen, reconstrueren of verbeteren van de vorm en functie van lichaamsdelen
plastischchirurgische	=	plastischchirurgisch
plastischchirurgischer	=	plastischchirurgisch
plastischchirurgischere	=	plastischchirurgisch
plastischchirurgischers	=	plastischchirurgisch
plastische	=	plastisch
plastischer	=	plastisch
plastischere	=	plastisch
plastischers	=	plastisch
plastischt	=	plastisch
plastischte	=	plastisch
plastiseer	=	plastiseren
plastiseerde	=	plastiseren
plastiseerden	=	plastiseren
plastiseert	=	plastiseren
plastisere	=	plastiseren
plastiseren	verb	iets in overdrachtelijke zin handelbaar (kneedbaar) maken
plastiserend	=	plastiseren
plastiserende	=	plastiseren
plastisfeer	noun	ecosysteem bestaande uit organismen (waaronder bacteriën en schimmels) die zijn geëvolueerd om te leven in door mensen gemaakte plastic omgevingen
plastisferen	=	plastisfeer
plastron	noun	beschuttende leren borstlap voor schermers
plastronnetje	=	plastron
plastronnetjes	=	plastron
plastrons	=	plastron
plastuit	noun	koker die het voor vrouwen mogelijk maakt om staand te urineren
plastuiten	=	plastuit
plastuitje	=	plastuit
plastuitjes	=	plastuit
plasvriendelijk	adj	met voldoende openbare toilet voorzieningen
plasvriendelijke	=	plasvriendelijk
plasvriendelijker	=	plasvriendelijk
plasvriendelijkere	=	plasvriendelijk
plasvriendelijkers	=	plasvriendelijk
plasvriendelijks	=	plasvriendelijk
plasvriendelijkst	=	plasvriendelijk
plasvriendelijkste	=	plasvriendelijk
plaswekker	noun	hulpmiddel dat helpt bij de behandeling van bedwateren
plaswekkers	=	plaswekker
plaswinkel	noun	winkel met een toilet en waar men toiletbenodigdheden kan kopen
plaswinkels	=	plaswinkel
plaszak	noun	plastic zak waarin zich absorberend materiaal bevindt, bedoeld om urine in op te vangen in situaties waarin geen toilet beschikbaar is
plaszakje	=	plaszak
plaszakjes	=	plaszak
plaszakken	=	plaszak
plaszuil	noun	vrijstaande, mobiele sanitaire unit die specifiek is ontworpen om meerdere personen tegelijkertijd te laten urineren
plaszuilen	=	plaszuil
plaszuiltje	=	plaszuil
plaszuiltjes	=	plaszuil
plat	noun	een algemene aanduiding voor een locale dialectvorm	adj	vlak van vorm met verwaarloosbare hoogteverschillen
plataan	noun	benaming voor loofbomen uit het geslacht Platanus
plataanfamilie	noun	een familie Platanaceae van bedektzadigen.
plataanfamilietje	=	plataanfamilie
plataanfamilietjes	=	plataanfamilie
plataankruikje	noun	Splanchnonema platani een paddenstoel uit de familie Pleomassariaceae.
plataankruikjes	=	plataankruikje
plataannetwants	noun	Corythucha ciliata een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
plataannetwantsen	=	plataannetwants
plataannetwantsje	=	plataannetwants
plataannetwantsjes	=	plataannetwants
plataanridderwants	noun	Arocatus longiceps een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae)
plataanridderwantsen	=	plataanridderwants
plataanridderwantsje	=	plataanridderwants
plataanridderwantsjes	=	plataanridderwants
plataantje	=	plataan
plataantjes	=	plataan
plataanvouwmot	noun	Phyllonorycter platani een vlinder uit de familie Gracillariidae, de mineermotten
plataanvouwmotje	=	plataanvouwmot
plataanvouwmotjes	=	plataanvouwmot
plataanvouwmotten	=	plataanvouwmot
plataf	adv	plat, geheel en al, totaal
platanen	=	plataan
platbek	noun	dier met een platte bek
platbekje	=	platbek
platbekjes	=	platbek
platbekken	=	platbek
platbodem	noun	schip met een platte of ronde bodem zonder kiel
platbodemd	adj|obsolete	vooral van vaartuigen een platte bodem hebbend waardoor ze in ondiep water kunnen varen
platbodemds	=	platbodemd
platbodempje	=	platbodem
platbodempjes	=	platbodem
platbodems	=	platbodem
platboomd	adj|obsolete	van schepen dat ze een bijna platte bodem hebben en ze dus in ondiep water kunnen varen
platboomde	=	platboomd
platboomds	=	platboomd
platbrand	=	platbranden
platbrandde	=	platbranden
platbrandden	=	platbranden
platbrande	=	platbranden
platbranden	verb	iets door brand geheel verwoesten
platbrandend	=	platbranden
platbrandende	=	platbranden
platbrandt	=	platbranden
platbuik	noun	Libellula depressa een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
platbuiken	=	platbuik
platbuikje	=	platbuik
platbuikjes	=	platbuik
platdruk	=	platdrukken
platdrukke	=	platdrukken
platdrukken	verb	iets met kracht samendrukken
platdrukkend	=	platdrukken
platdrukkende	=	platdrukken
platdrukt	=	platdrukken
platdrukte	=	platdrukken
platdrukten	=	platdrukken
plateau	noun	een hooggelegen gebied of hoogvlakte
plateaus	=	plateau
plateautje	=	plateau
plateautjes	=	plateau
plateel	noun	soort aardewerk
plateelbakker	noun	iemand die plateelwerk bakt
plateelbakkers	=	plateelbakker
plateelbakkertje	=	plateelbakker
plateelbakkertjes	=	plateelbakker
plateelgoed	noun	van aardewerk vervaardigde voorwerpen
plateeloven	noun	oven voor het bakken van plateel
plateelovens	=	plateeloven
plateeloventje	=	plateeloven
plateeloventjes	=	plateeloven
plateelschilder	noun	schilder van plateelwerk
plateelschilders	=	plateelschilder
plateeltje	=	plateel
plateeltjes	=	plateel
plateelwerk	noun	van aardewerk vervaardigde voorwerpen (vnl platte schotels) door plateelschilders beschilderd en door plateelbakkers gebakken
plateelwerken	=	plateelwerk
plateelwerkje	=	plateelwerk
plateer	=	plateren
plateerde	=	plateren
plateerden	=	plateren
plateert	=	plateren
platelen	=	plateel
platen	=	plaat
platenatlas	noun	verzameling platen in boekvorm
platenatlassen	=	platenatlas
platenboek	noun	boek met veel illustraties
platenboeken	=	platenboek
platenboekje	=	platenboek
platenboekjes	=	platenboek
platenbon	noun	cadeaubon voor muziekplaten
platenbonnen	=	platenbon
platenbonnetje	=	platenbon
platenbonnetjes	=	platenbon
platenbons	=	platenbon
platencollectie	noun	een verzameling grammofoonplaten
platencollecties	=	platencollectie
platencontract	noun	zakelijke overeenstemming tussen een musicus en een platenfirma over het maken van een plaat of cd
platencontracten	=	platencontract
platencontractje	=	platencontract
platendraaier	noun	platenspeler, draaitafel, grammofoon, pick-up
platendraaiers	=	platendraaier
platendraaiertje	=	platendraaier
platendraaiertjes	=	platendraaier
platendraaister	=	platendraaier
platenhoes	noun	vlak omhulsel waarin een grammofoonplaat kan worden opgeborgen Langspeelplaten kennen vaak een dubbele hoes, met een flexibele gladde binnenhoes en een stevige kartonnen buitenhoes die vaak een fraaie vormgeving heeft
platenhoesje	=	platenhoes
platenhoesjes	=	platenhoes
platenhoezen	=	platenhoes
platenkast	noun	een meubelstuk waarin men grammofoonplaten kan bewaren
platenkasten	=	platenkast
platenkastje	=	platenkast
platenkastjes	=	platenkast
platenlabel	noun	merknaam van een bedrijf dat muziek uitbrengt
platenlabels	=	platenlabel
platenlabeltje	=	platenlabel
platenlabeltjes	=	platenlabel
platenmaatschappij	noun	een bedrijf dat platen (en later ook CD's en muziek in het algemeen) produceert en distribueert
platenmaatschappijen	=	platenmaatschappij
platenmaatschappijtje	=	platenmaatschappij
platenmaatschappijtjes	=	platenmaatschappij
platenmarkt	noun	markt van grammofoonplaten
platenmarkten	=	platenmarkt
platenrek	noun	rek waarin men platen, bij voorbeeld grammofoonplaten zet
platenrekje	=	platenrek
platenrekjes	=	platenrek
platenrekken	=	platenrek
platenspeler	noun	apparaat om grammofoonplaten af te spelen
platenspelers	=	platenspeler
platenspelertje	=	platenspeler
platenspelertjes	=	platenspeler
platentectoniek	=	platentektoniek
platentektoniek	noun	de leer over de bewegende continenten
platenverkoop	noun	afzet van grammofoonplaten en cd's tegen betaling
platenverkopen	=	platenverkoop
platenwinkel	noun	winkel waar men grammofoonplaten verkoopt
platenwinkels	=	platenwinkel
platenwinkeltje	=	platenwinkel
platenwinkeltjes	=	platenwinkel
platenzaak	noun	winkel waar men grammofoonplaten, cd's of andere geluidsdragers kan kopen
platenzaakje	=	platenzaak
platenzaakjes	=	platenzaak
platenzaken	=	platenzaak
platere	=	plateren
plateren	verb	met een ander metaal samenwalsen
platerend	=	plateren
platerende	=	plateren
plateservice	noun	een goedkopere maaltijd die op één bord geserveerd wordt in een restaurant
plateservices	=	plateservice
platform	noun	een bepaalde omgeving waarin een computer werkt
platformbedrijf	noun	onderneming die een of meer websites exploiteert die voor bepaalde producten of informatie grote aantallen aanbieders en afnemers helpen gemakkelijk zaken te doen Door het netwerkeffect kan dit tot een monopoliepositie leiden: aantrekkelijk voor beleggers, maar een risico voor machtsmisbruik.
platformbedrijven	=	platformbedrijf
platformen	=	platform
platformpje	=	platform
platformpjes	=	platform
platforms	=	platform
platga	=	platgaan
platgaan	verb	van iets dat het plotseling niet meer werkt
platgaand	=	platgaan
platgaande	=	platgaan
platgaat	=	platgaan
platgebrand	=	platbranden
platgebrande	=	platbranden
platgedrukt	=	platdrukken
platgedrukte	=	platdrukken
platgegaan	=	platgaan
platgegooid	=	platgooien
platgegooide	=	platgooien
platgelegd	=	platleggen
platgelegde	=	platleggen
platgelegen	=	platliggen
platgelopen	=	platlopen
platgemaakt	=	platmaken
platgeschoten	=	platschieten
platgeslagen	=	platslaan
platgespoten	=	platspuiten
platgestreken	=	platstrijken
platgetrapt	=	plattrappen
platgetrapte	=	plattrappen
platgetreden	=	plattreden
platgewalst	=	platwalsen
platgewalste	=	platwalsen
platging	=	platgaan
platgingen	=	platgaan
platgooi	=	platgooien
platgooide	=	platgooien
platgooiden	=	platgooien
platgooie	=	platgooien
platgooien	verb	slopen van één of meer gebouwen
platgooiend	=	platgooien
platgooiende	=	platgooien
platgooit	=	platgooien
platheden	=	platheid
platheid	noun	ongecultiveerde smakeloosheid
platina	noun	scheikundig element met symbool Pt en atoomnummer 78. Het is een grijswit overgangsmetaal	adj	van platina vervaardigd
platina-atomen	=	platina-atoom
platina-atoom	noun	een atoom van het chemisch element platina.
platina-atoompje	=	platina-atoom
platina-atoompjes	=	platina-atoom
platinablond	adj	een variant van de blonde haarkleur, herinnerend aan de kleur van platina.
platinablonde	=	platinablond
platinablonder	=	platinablond
platinablondere	=	platinablond
platinablonders	=	platinablond
platinablonds	=	platinablond
platinablondst	=	platinablond
platinablondste	=	platinablond
platinagrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7036 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7036 ( ).
platinagrijze	=	platinagrijs
platinahoudend	adj	platina bevattend
platinahoudende	=	platinahoudend
platinahoudender	=	platinahoudend
platinahoudendere	=	platinahoudend
platinahoudenders	=	platinahoudend
platinahoudends	=	platinahoudend
platinahoudendst	=	platinahoudend
platinahoudendste	=	platinahoudend
platinakoper	noun	legering van platina en koper
plating	noun	walbeschoeiing van een waterkant met planken
platingen	=	plating
platitude	noun	platte of afgezaagde zinsnede
platitudes	=	platitude
platitudetje	=	platitude
platje	=	plat
platjes	=	plat
platkielwespbij	noun	Nomada obtusifrons een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
platkielwespbijen	=	platkielwespbij
platkielwespbijtje	=	platkielwespbij
platkielwespbijtjes	=	platkielwespbij
platkop	noun	een schroef met een platte kop
platkopbuidelmuis	noun	Planigale ingrami buideldier uit het geslacht der platkopbuidelmuizen (Planigale) die voorkomt in gras- en struiklandschappen in Noord-Australië van de Kimberley (West-Australië) tot Townsville (Queensland).
platkopbuidelmuisje	=	platkopbuidelmuis
platkopbuidelmuisjes	=	platkopbuidelmuis
platkopbuidelmuizen	noun	Planigale een geslacht van buidelmuizen uit de onderfamilie Sminthopsinae.
platkopkat	noun	bepaald soort zoogdier, Prionailurus planiceps, wilde katachtige uit Zuidoost-Azië, een gespecialiseerde viseter
platkopkathaai	noun	Apristurus macrorhynchus een vis uit de familie van Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
platkopkathaaien	=	platkopkathaai
platkopkathaaitje	=	platkopkathaai
platkopkathaaitjes	=	platkopkathaai
platkopkatje	=	platkopkat
platkopkatjes	=	platkopkat
platkopkatten	=	platkopkat
platkopkoesimanse	noun	Crossarchus platycephalus roofdier uit de familie van de mangoesten (Herpestidae).
platkopkoesimanses	=	platkopkoesimanse
platkopkoesimansje	=	platkopkoesimanse
platkopkoesimansjes	=	platkopkoesimanse
platkopkwiekwie	noun	Callichthys callichthys een straalvinnige vissensoort uit de familie van de pantsermeervallen (Callichthyidae).
platkopkwiekwies	=	platkopkwiekwie
platkoppen	=	platkop
platkopstruikdwergspin	noun	Entelecara erythropus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
platkopstruikdwergspinnen	=	platkopstruikdwergspin
platkopstruikdwergspinnetje	=	platkopstruikdwergspin
platkopstruikdwergspinnetjes	=	platkopstruikdwergspin
platkopvissen	noun	een familie Platycephalidae van zeevissen die zijn verwant aan de schorpioenvissen (Scorpaenidae) waarmee ze tot de orde der schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes) horen
platkopwesp	noun	insect uit de familie Bethylidae uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
platkopwespen	noun	Bethylidae een familie uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
platkopwespje	=	platkopwesp
platkopwespjes	=	platkopwesp
platlaagt	=	platliggen
platlag	=	platliggen
platlagen	=	platliggen
platleg	=	platleggen
platlegde	=	platleggen
platlegden	=	platleggen
platlegge	=	platleggen
platleggen	verb	in een vlakke stand op de grond of ergens anders op leggen
platleggend	=	platleggen
platleggende	=	platleggen
platlegt	=	platleggen
platliep	=	platlopen
platliepe	=	platlopen
platliepen	=	platlopen
platliept	=	platlopen
platlig	=	platliggen
platligge	=	platliggen
platliggen	verb|figurative	buiten werking zijn als gevolg van een werkstaking, een aanval of een incident
platliggend	=	platliggen
platliggende	=	platliggen
platligt	=	platliggen
platlijfje	noun	een vlinder uit de familie Depressariidae in de superfamilie van de Gelechioidea
platlijfjes	noun	een familie Depressariidae van vlinders in de superfamilie van de Gelechioidea.
platloop	=	platlopen
platloopt	=	platlopen
platlope	=	platlopen
platlopen	verb	door lopen iets plat maken
platlopend	=	platlopen
platlopende	=	platlopen
platluis	noun|obsolete	luis die in het schaamhaar van de mens leeft, maar ook maar ook op wimpers, in baard en snor en onder de oksels, Pthirus pubis
platluisje	=	platluis
platluisjes	=	platluis
platluizen	=	platluis
platmaak	=	platmaken
platmaakt	=	platmaken
platmaakte	=	platmaken
platmaakten	=	platmaken
platmake	=	platmaken
platmaken	verb	in afgevlakte, platte bn toestand brengen
platmakend	=	platmaken
platmakende	=	platmaken
platmos	noun	een geslacht Plagiothecium van mossen uit de platmosfamilie (Plagiotheciaceae).
platmosfamilie	noun	een familie Plagiotheciaceae van pleurocarpe mossen uit de orde Hypnales.
platmosfamilies	=	platmosfamilie
platmosfamilietje	=	platmosfamilie
platmosfamilietjes	=	platmosfamilie
platmosje	=	platmos
platmosjes	=	platmos
platmossen	=	platmos
platonisch	adj	volgens de opvattingen van Plato
platonische	=	platonisch
platonischer	=	platonisch
platonischere	=	platonisch
platonischers	=	platonisch
platonisme	noun	geheel van opvattingen van Plato en zijn volgelingen
platoogzwartschild	noun	Pterostichus ovoideus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
platoogzwartschilden	=	platoogzwartschild
platoogzwartschildje	=	platoogzwartschild
platoogzwartschildjes	=	platoogzwartschild
platrond	adj	afgeplat rond
platronde	=	platrond
platronder	=	platrond
platrondere	=	platrond
platronders	=	platrond
platronds	=	platrond
platrondst	=	platrond
platrondste	=	platrond
platrugschildpad	noun	Notochelys platynota een schildpad uit de familie Geoemydidae.
platrugschildpadden	=	platrugschildpad
platrugschildpadje	=	platrugschildpad
platrugschildpadjes	=	platrugschildpad
platrugzeeschildpad	noun	Natator depressus een schildpad uit de familie zeeschildpadden (Chelonidae)
platrugzeeschildpadden	=	platrugzeeschildpad
platrugzeeschildpadje	=	platrugzeeschildpad
platrugzeeschildpadjes	=	platrugzeeschildpad
plats	=	plat
platschelpen	noun	Tellinidae een familie tweekleppige schelpsoorten die behoort tot de orde der Cardiida
platschiet	=	platschieten
platschiete	=	platschieten
platschieten	verb	in puin schieten
platschietend	=	platschieten
platschietende	=	platschieten
platschoot	=	platschieten
platschoten	=	platschieten
platsla	=	platslaan
platslaan	verb	iets vlak maken door erop te slaan
platslaand	=	platslaan
platslaande	=	platslaan
platslaat	=	platslaan
platsloeg	=	platslaan
platsloegen	=	platslaan
platsnavelijsvogel	noun	Todiramphus recurvirostris een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
platsnavelijsvogels	=	platsnavelijsvogel
platsnavelijsvogeltje	=	platsnavelijsvogel
platsnavelijsvogeltjes	=	platsnavelijsvogel
platsnavelvireo	noun	Vireo nanus een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
platsnavelvireo's	=	platsnavelvireo
platsnavelvireootje	=	platsnavelvireo
platsnavelvireootjes	=	platsnavelvireo
platsnuitkever	noun	kever uit de familie Salpingidae in de onderorde Polyphaga.
platsnuitkevers	noun	Salpingidae een keverfamilie in de onderorde Polyphaga.
platsnuitkevertje	=	platsnuitkever
platsnuitkevertjes	=	platsnuitkever
platspoot	=	platspuiten
platspoten	=	platspuiten
platspuit	=	platspuiten
platspuite	=	platspuiten
platspuiten	verb|informal	iemand door injectie met een medicament buiten bewustzijn brengen om ongewenst gedrag te verhinderen
platspuitend	=	platspuiten
platspuitende	=	platspuiten
platst	=	plat
platstaarten	noun	een geslacht Laticauda van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae) en de onderfamilie Elapinae
platstaartgekko	noun	Hemidactylus platyurus een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Gekkonidae
platstaartgekko's	=	platstaartgekko
platstaartgekkootje	=	platstaartgekko
platstaartgekkootjes	=	platstaartgekko
platste	=	plat
platstreek	=	platstrijken
platstreekt	=	platstrijken
platstreken	=	platstrijken
platstrijk	=	platstrijken
platstrijke	=	platstrijken
platstrijken	verb	met een strijkende beweging vlak maken
platstrijkend	=	platstrijken
platstrijkende	=	platstrijken
platstrijkt	=	platstrijken
platte	=	plat
plattegrond	noun	schematische afbeelding van een ruimtelijk gebied op een plat vlak in een verkleinde schaal
plattegronden	=	plattegrond
plattegrondje	=	plattegrond
plattegrondjes	=	plattegrond
plattekaas	noun	een soort zeer jonge half vloeibare kaas
plattekaasje	=	plattekaas
plattekaasjes	=	plattekaas
plattekazen	=	plattekaas
platteland	noun	het landelijke gebied buiten de steden
plattelanden	=	platteland
plattelander	noun	iemand die buiten de stad woont
plattelanders	=	plattelander
plattelandertje	=	plattelander
plattelandertjes	=	plattelander
plattelandje	=	platteland
plattelands	adj	betrekking hebbend op het deel van een land dat buiten de grote steden ligt en vaak een agrarische bestemming heeft
plattelandsbevolking	noun	de groep mensen die niet in de stad woont
plattelandsbevolkingen	=	plattelandsbevolking
plattelandsbevolkinkje	=	plattelandsbevolking
plattelandsbevolkinkjes	=	plattelandsbevolking
plattelandsbewoner	noun	iemand die buiten de stad woont
plattelandsbewoners	=	plattelandsbewoner
plattelandsdokter	noun	arts die buiten de stad werkt
plattelandsdokters	=	plattelandsdokter
plattelandse	=	plattelands
plattelandser	=	plattelands
plattelandsere	=	plattelands
plattelandsers	=	plattelands
plattelandsleven	noun	de manier van bestaan die kenmerkend is voor het platteland; het leven op het platteland
plattelandsleventje	=	plattelandsleven
plattelandsleventjes	=	plattelandsleven
plattelandsontwikkeling	noun	het welvarender maken van de gebieden van een land die buiten de grote steden liggen; verbeteren van de sociaal-economische toestand op het platteland
plattelandsontwikkelingen	=	plattelandsontwikkeling
plattelandsscholen	=	plattelandsschool
plattelandsschool	noun	school in een gemeenschap buiten de grote stad
plattelandsschooltje	=	plattelandsschool
plattelandsschooltjes	=	plattelandsschool
plattelandst	=	plattelands
plattelandste	=	plattelands
plattelandsvrouw	noun	vrouw die niet in de stad woont
plattelandsvrouwen	=	plattelandsvrouw
plattelandsvrouwtje	=	plattelandsvrouw
plattelandsvrouwtjes	=	plattelandsvrouw
plattelandswoning	noun	een voormalige agrarische bedrijfswoning die door een wijziging in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) mag worden bewoond door mensen die niet werken bij dat boerenbedrijf.
plattelandswoningen	=	plattelandswoning
plattelandswoninkje	=	plattelandswoning
plattelandswoninkjes	=	plattelandswoning
platten	verb	plat worden
plattend	=	platten
plattende	=	platten
platter	=	plat
plattere	=	plat
platters	=	plat
platting	noun	platte streng touw of garen
plattingen	=	platting
plattings	=	platting
plattrad	=	plattreden
plattraden	=	plattreden
plattrap	=	plattrappen
plattrappe	=	plattrappen
plattrappen	verb	pletten door er erop te staan of te stampen
plattrappend	=	plattrappen
plattrappende	=	plattrappen
plattrapt	=	plattrappen
plattrapte	=	plattrappen
plattrapten	=	plattrappen
plattrede	=	plattreden
plattreden	verb	door erop te lopen platmaken of kapotmaken
plattredend	=	plattreden
plattredende	=	plattreden
plattreed	=	plattreden
plattreedt	=	plattreden
platuit	adv	ronduit, zonder voorbehoud
platvink	noun	heupfles
platvinken	=	platvink
platvinkje	=	platvink
platvinkjes	=	platvink
platvis	noun	benaming voor vissen uit de orde Pleuronectiformes, die op hun zijde op de bodem leven en geheel plat zijn
platvisje	=	platvis
platvisjes	=	platvis
platvissen	noun	een orde Pleuronectiformes van vissoorten die op hun zijde op de bodem leven.
platvloers	adj	laag bij de grond, onbeschaafd, vulgair
platvloerse	=	platvloers
platvloerser	=	platvloers
platvloersere	=	platvloers
platvloersers	=	platvloers
platvloersheden	=	platvloersheid
platvloersheid	noun	de hoedanigheid van laag-bij-de-gronds optreden
platvloerst	=	platvloers
platvloerste	=	platvloers
platvoet	noun	voet zonder welving van de voetholte
platvoete	=	platvoeten
platvoeten	verb	het doorzakken van de voetboog
platvoetend	=	platvoeten
platvoetende	=	platvoeten
platvoetje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor vliegen uit het geslacht Platycheirus in de familie van de zweefvliegen (Syrphidae)
platvoetjes	=	platvoet
platvoette	=	platvoeten
platvoetten	=	platvoeten
platvoetwacht	noun	wacht aan boord van 4 tot 8 uur in de namiddag
platvoetwachten	=	platvoetwacht
platwals	=	platwalsen
platwalse	=	platwalsen
platwalsen	verb	gladmaken met een wals
platwalsend	=	platwalsen
platwalsende	=	platwalsen
platwalst	=	platwalsen
platwalste	=	platwalsen
platwalsten	=	platwalsen
platweg	adv	op een ordinaire manier; met gewone woorden; zonder omhaal
platworm	noun	worm behorend tot een stam Platyhelminthes van ongewervelde dieren die gekenmerkt worden door een plat en langwerpig lichaam
platwormen	noun	een stam Platyhelminthes van ongewervelde dieren die gekenmerkt worden door een plat en langwerpig lichaam.
platy	noun	Xiphophorus maculatus een straalvinnige uit de familie van de levendbarende tandkarpers (Poeciliidae) . Hij is nauw verwant aan de zwaarddrager (Xiphoporus helleri).
platy's	=	platy
platzak	adj	zonder geld
platzakke	=	platzak
platzaks	=	platzak
platzetter	noun	letterzetter die alleen maar platte tekst zet zonder kopjes, tabellen of illustraties
platzetters	=	platzetter
plausibel	adj	van iets dat het je instemming verdient en kan krijgen
plausibele	=	plausibel
plausibeler	=	plausibel
plausibelere	=	plausibel
plausibelers	=	plausibel
plausibels	=	plausibel
plausibelst	=	plausibel
plausibelste	=	plausibel
plausibiliteit	noun	hoe aannemelijk of waarschijnlijk het is dat iets ook in de werkelijkheid zo is
plausibiliteiten	=	plausibiliteit
plavei	=	plaveien
plaveide	=	plaveien
plaveiden	=	plaveien
plaveie	=	plaveien
plaveien	verb	wegen voorzien van een stenen toplaag
plaveiend	=	plaveien
plaveiende	=	plaveien
plaveiing	noun	het aanleggen van een wegdek
plaveiingen	=	plaveiing
plaveiinkje	=	plaveiing
plaveiinkjes	=	plaveiing
plaveisel	noun	het harde bovenste deel van het wegdek dat bestaat uit losse elementen waardoor de weg water- en gasdoorlatend is.
plaveiselcelkanker	noun	vorm van huidkanker met infiltratieve groei die makkelijk kan metastaseren
plaveiselcelkankers	=	plaveiselcelkanker
plaveisels	=	plaveisel
plaveiseltje	=	plaveisel
plaveiseltjes	=	plaveisel
plaveit	=	plaveien
plavuis	noun	een tegel van steen, kunststof etc. om een vloer mee te bedekken
plavuisje	=	plavuis
plavuisjes	=	plavuis
plavuizen	=	plavuis
play-off	noun	een competitie of wedstrijd na de reguliere competitie om een bepaalde beslissing (kampioenschap, promotie, Europeesvoetbal) te bepalen
play-offs	=	play-off
playa	noun	strand waar veel mensen zich vermaken
playa's	=	playa
playback	noun	net doen alsof men zingt of musiceert, terwijl het geluid van een opname komt	adv	het playback zingen of musiceren
playbacke	=	playbacken
playbacken	verb	een geluidsopname gebruiken in plaats van werkelijke te zingen of spelen
playbackend	=	playbacken
playbackende	=	playbacken
playbackje	=	playback
playbackjes	=	playback
playbacks	=	playback
playbackshow	noun	een voorstelling waarbij mensen zich verkleed hebben als een bekend artiest en doen alsof ze de muziek zelf maken terwijl er alleen maar muziek wordt afgespeeld
playbackshows	=	playbackshow
playbackt	=	playbacken
playbackte	=	playbacken
playbackten	=	playbacken
playboy	noun	iemand die voornamelijk doende is met dingen die die graag doet (behalve werken), zoals reizen en vrouwen versieren, meestal met voldoende geld en soms een nietsnut
playboys	=	playboy
player	noun	een apparaat of computerprogramma dat de inhoud van media zichtbaar en/of hoorbaar kan maken
players	=	player
playlist	noun	een lijst met muzieknummers die men wil afspelen
playlisten	=	playlist
playlists	=	playlist
playstation	noun	spelcomputer gemaakt door Sony
playstations	=	playstation
please	=	pleasen
pleasede	=	pleasen
pleaseden	=	pleasen
pleasen	verb	proberen het anderen naar de zin te maken (met als doel zelf aardig gevonden te worden)
pleasend	=	pleasen
pleasende	=	pleasen
pleaser	noun	iemand die er sterk op is gericht het anderen naar de zin te maken
pleasers	=	pleaser
pleasertje	=	pleaser
pleasertjes	=	pleaser
pleaset	=	pleasen
pleasete	=	pleasen
pleaseten	=	pleasen
plebaan	noun	pastoor van een kathedraal die in plaats van de bisschop zorg draagt voor de parochie
plebanen	=	plebaan
plebejer	noun	een lid van het gewone volk
plebejers	=	plebejer
plebejertje	=	plebejer
plebejisch	adj	zoals past bij het gewone, lagere deel van het volk
plebejische	=	plebejisch
plebejischer	=	plebejisch
plebejischere	=	plebejisch
plebejischers	=	plebejisch
plebisciet	noun	stemming door het gehele volk over een overheidsdaad
plebiscieten	=	plebisciet
plebiscietje	=	plebisciet
plebiscietjes	=	plebisciet
plebisciets	=	plebisciet
plebs	noun	massa van armste en minst aanzienlijke mensen uit de bevolking
plecht	noun	verhoogd dek aan de voorkant van een vaartuig
plechtanker	noun	zwaar anker dat op de plecht ligt
plechtankers	=	plechtanker
plechtankertje	=	plechtanker
plechtankertjes	=	plechtanker
plechten	=	plecht
plechtig	adj	met ernst en formeel ceremonieel
plechtige	=	plechtig
plechtiger	=	plechtig
plechtigere	=	plechtig
plechtigers	=	plechtig
plechtigheden	=	plechtigheid
plechtigheid	noun	een sociale gebeurtenis die met ernst en ceremonieel gepaard gaat
plechtigheidje	=	plechtigheid
plechtigheidjes	=	plechtigheid
plechtiglijk	adj	op een plechtige manier
plechtiglijke	=	plechtiglijk
plechtiglijker	=	plechtiglijk
plechtiglijkere	=	plechtiglijk
plechtiglijkers	=	plechtiglijk
plechtiglijks	=	plechtiglijk
plechtiglijkst	=	plechtiglijk
plechtiglijkste	=	plechtiglijk
plechtigs	=	plechtig
plechtigst	=	plechtig
plechtigste	=	plechtig
plechtje	=	plecht
plechtjes	=	plecht
plechtstatig	adj	overdreven plechtig op een wat stijve manier
plechtstatige	=	plechtstatig
plechtstatiger	=	plechtstatig
plechtstatigere	=	plechtstatig
plechtstatigers	=	plechtstatig
plechtstatigheden	=	plechtstatigheid
plechtstatigheid	noun	al te bombastisch of plechtig als eigenschap van iets of iemand
plechtstatigs	=	plechtstatig
plechtstatigst	=	plechtstatig
plechtstatigste	=	plechtstatig
plectra	=	plectrum
plectrogenen	noun	een familie Plectrogenidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
plectrum	noun	het plaatje waarmee de snaren van tokkelinstrumenten kunnen worden aangeslagen
plectrumpje	=	plectrum
plectrumpjes	=	plectrum
plectrums	=	plectrum
plee	noun|informal	toilet [1,2], wc
pleeborstel	noun	borstel die wordt gebruikt om de binnenkant van een toiletpot te reinigen
pleeborstelhouder	noun	de houder (vaak een potje) waarin je een toiletborstel bewaart om deze hygiënisch op te bergen
pleeborstelhouders	=	pleeborstelhouder
pleeborstelhoudertje	=	pleeborstelhouder
pleeborstelhoudertjes	=	pleeborstelhouder
pleeborstels	=	pleeborstel
pleeborsteltje	=	pleeborstel
pleeborsteltjes	=	pleeborstel
pleeboy	noun|humorous	toiletdeskundige
pleeboys	=	pleeboy
pleebril	noun	met scharnieren aan de toiletpot bevestigde ovale plaat met een gat erin, waar men op zit tijdens het gebruikmaken van het toilet
pleebrillen	=	pleebril
pleebrilletje	=	pleebril
pleebrilletjes	=	pleebril
pleefiguren	=	pleefiguur
pleefiguur	noun	iemand die spot of minachting oproept
pleefiguurtje	=	pleefiguur
pleefiguurtjes	=	pleefiguur
pleeg	=	plegen
pleegbroeder	noun	aangenomen mannelijk kind van de eigen ouders
pleegbroeders	=	pleegbroeder
pleegbroedertje	=	pleegbroeder
pleegbroedertjes	=	pleegbroeder
pleegbroer	noun	mannelijk kind dat door de eigen ouders als eigen kind wordt grootgebracht maar die het niet is
pleegbroers	=	pleegbroer
pleegbroertje	=	pleegbroer
pleegbroertjes	=	pleegbroer
pleegde	=	plegen
pleegden	=	plegen
pleegdochter	noun	Meisje dat als eigen dochter wordt grootgebracht.
pleegdochters	=	pleegdochter
pleegdochtertje	=	pleegdochter
pleegdochtertjes	=	pleegdochter
pleeggezin	noun	gezin met één of meer pleegkinderen
pleeggezinnen	=	pleeggezin
pleeggezinnetje	=	pleeggezin
pleegkerstbomen	=	pleegkerstboom
pleegkerstboom	noun	kerstboom die men na de feestdagen weer terug brengt naar de kweker
pleegkerstboompje	=	pleegkerstboom
pleegkerstboompjes	=	pleegkerstboom
pleegkind	noun	een kind dat als een eigen kind wordt grootgebracht
pleegkinderen	=	pleegkind
pleegkindje	=	pleegkind
pleegkindjes	=	pleegkind
pleegmoeder	noun	vrouw die een kind van een ander echtpaar als haar eigen kind verzorgt
pleegmoeders	=	pleegmoeder
pleegmoedertje	=	pleegmoeder
pleegmoedertjes	=	pleegmoeder
pleegouder	noun	een volwassene die in zijn/haar eigen gezin het kind van iemand anders opvoedt, zonder dit kind echter volledig te adopteren
pleegouders	=	pleegouder
pleegoudertje	=	pleegouder
pleegoudertjes	=	pleegouder
pleegt	=	plegen
pleegvader	noun	man die een kind van een ander echtpaar als zijn eigen kind verzorgt
pleegvaders	=	pleegvader
pleegvadertje	=	pleegvader
pleegvadertjes	=	pleegvader
pleegverlof	noun	ouderschapsverlof voor pleegouders
pleegverloven	=	pleegverlof
pleegzonen	=	pleegzoon
pleegzoon	noun	Jongen die als eigen kind wordt grootgebracht.
pleegzoons	=	pleegzoon
pleegzoontje	=	pleegzoon
pleegzoontjes	=	pleegzoon
pleegzorg	noun	het stelsel waarbij kinderen niet door hun eigen biologische ouders, maar door vervangende ouders verzorgd en opgevoed worden
pleegzorgen	=	pleegzorg
pleegzorgje	=	pleegzorg
pleegzorgverlof	noun	ouderschapsverlof voor pleegouders
pleegzorgverloven	=	pleegzorgverlof
pleegzus	noun	dochter van pleegouders
pleegzusje	=	pleegzus
pleegzusjes	=	pleegzus
pleegzussen	=	pleegzus
pleegzuster	noun	aangenomen vrouwelijk kind van de eigen ouders
pleegzusters	=	pleegzuster
pleegzustertje	=	pleegzuster
pleepapier	noun	wc-papier, toiletpapier, closetpapier, rol papier voor persoonlijke hygiëne in toiletten
pleepapieren	=	pleepapier
pleepapiertje	=	pleepapier
pleepapiertjes	=	pleepapier
pleepot	noun	pot van een wc
pleepotje	=	pleepot
pleepotjes	=	pleepot
pleepotten	=	pleepot
pleerol	noun|informal	rol toiletpapier; rol wc-papier
pleerolhouder	noun	accessoire in een toilet waaraan men een rol toiletpapier kan hangen zodat het toiletpapier makkelijk kan worden afgerold voor gebruik
pleerolhouders	=	pleerolhouder
pleerolhoudertje	=	pleerolhouder
pleerolhoudertjes	=	pleerolhouder
pleerollen	=	pleerol
pleerolletje	=	pleerol
pleerolletjes	=	pleerol
plees	=	plee
pleet	noun	metaal dat met laagje edelmetaal is bedekt
pleetje	=	plee
pleetjes	=	plee
pleetzilver	noun	legering van nikkel en messing, bedekt met een dunne zilverlaag
plege	=	plegen
plegen	verb	begaan, een (gewoonlijk verboden) handeling uitvoeren
plegend	=	plegen
plegende	=	plegen
pleger	noun	iemand die iets specifieks doet (meestal in het eerste lid vermeld), vooral van daden met een negatieve connotatie
plegers	=	pleger
plegiskop	noun	pestkop
plegiskoppen	=	plegiskop
pleiade	noun	elk van de zeven dochters van Atlas en Pleione, die de godin Artemis vergezelden en van Zeus een veilige plaats aan de hemel hadden gekregen
pleiaden	=	pleiade
pleidooi	noun	een rede die een advocaat houdt voor een rechtbank om te pleiten voor zijn cliënt
pleidooien	=	pleidooi
pleidooitje	=	pleidooi
pleidooitjes	=	pleidooi
plein	noun	open, onbebouwde, maar aangelegde plaats, vaak te midden van bouwwerken
pleinen	=	plein
pleiner	noun	benaming voor een jongere die rond 1960 behoorde tot de subcultuur die afwijzend stond tegenover de gevestigde maatschappij en veel interesse had voor jazz en Franse cultuur
pleiners	=	pleiner
pleintje	=	plein
pleintjes	=	plein
pleinverbod	noun	door de rechter of burgemeester opgelegde maatregel waardoor iemand niet op een bepaald openbaar plein mag zijn
pleinverboden	=	pleinverbod
pleinvrees	noun	de angst voor grote, open ruimtes
pleiomorf	adj	in of met verschillende vormen
pleiomorfe	=	pleiomorf
pleiomorfer	=	pleiomorf
pleiomorfere	=	pleiomorf
pleiomorfers	=	pleiomorf
pleiomorfs	=	pleiomorf
pleiomorfst	=	pleiomorf
pleiomorfste	=	pleiomorf
pleister	noun	kalkmengsel om te gieten of muren mee te besmeren
pleisterambtenaar	noun	ambtenaar die probeert anderen te hulp te schieten zonder zich daarbij te bekommeren over de grenzen tussen de verschillende afdeling
pleisterambtenaren	=	pleisterambtenaar
pleisterde	=	pleisteren
pleisterden	=	pleisteren
pleistere	=	pleisteren
pleisteren	verb|formal	een reis onderbreken om te rusten en te eten	adj	van pleister (kalkspecie of gips)
pleisterend	=	pleisteren
pleisterende	=	pleisteren
pleisterkalk	noun	mengsel van gebrand gips, zand, kalk etc.
pleisterlaag	noun	mengsel van gips en kalk gesmeerd op een muur of plafond
pleisterlaagje	=	pleisterlaag
pleisterlaagjes	=	pleisterlaag
pleisterlagen	=	pleisterlaag
pleistermortel	noun	mengsel om muren te bepleisteren
pleistermortels	=	pleistermortel
pleisterneusslangen	noun	een geslacht Salvadora van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
pleisterpil	noun	pleister met werkzame stof die op het lichaam wordt geplakt
pleisterpillen	=	pleisterpil
pleisterpilletje	=	pleisterpil
pleisterpilletjes	=	pleisterpil
pleisterplaats	noun	rustplaats tijdens een tocht
pleisterplaatsen	=	pleisterplaats
pleisterplaatsje	=	pleisterplaats
pleisterplaatsjes	=	pleisterplaats
pleisters	=	pleister
pleisterspaan	noun	spaan om pleisterwerk glad aan te brengen
pleisterspaantje	=	pleisterspaan
pleisterspaantjes	=	pleisterspaan
pleisterspanen	=	pleisterspaan
pleistert	=	pleisteren
pleistertje	=	pleister
pleistertjes	=	pleister
pleisterwerk	noun	middel om een muur glad af te werken zodat ze later beschilderd of behangen kan worden
pleisterwerken	=	pleisterwerk
pleisterwerker	noun	stukadoor
pleisterwerkers	=	pleisterwerker
pleisterwerkje	=	pleisterwerk
pleistoceen	noun	geologisch tijdperk waarin de mensachtigen zich ontwikkelen, eerste tijdvak van het periode quartair, van 2.588.000 tot 11.700 jaar geleden	adj	uit het pleistoceen, of met betrekking tot dat tijdperk
pleistoceens	=	pleistoceen
pleistocene	=	pleistoceen
pleit	=	pleiten
pleitbaar	adj	van een juridisch of fiscaal standpunt dat, hoewel achteraf onjuist bevonden, op het moment van handelen zo redelijk en verdedigbaar was dat er geen sprake is van opzet of grove schuld
pleitbaarder	=	pleitbaar
pleitbaardere	=	pleitbaar
pleitbaarders	=	pleitbaar
pleitbaars	=	pleitbaar
pleitbaarst	=	pleitbaar
pleitbaarste	=	pleitbaar
pleitbare	=	pleitbaar
pleitbezorger	noun	iemand die in woord en soms ook in daad, een bepaalde zaak of persoon verdedigt
pleitbezorgers	=	pleitbezorger
pleitbezorgster	noun	vrouw die iets of iemand met woorden verdedigt
pleitbezorgsters	=	pleitbezorgster
pleitbezorgstertje	=	pleitbezorgster
pleitbezorgstertjes	=	pleitbezorgster
pleite	adj	failliet	adv	weg, verdwenen
pleiten	verb	argumenten aandragen in de hoop een bepaalde beslissing te bewerkstelligen
pleitend	=	pleiten
pleitende	=	pleiten
pleiter	noun	iemand die de verdachte verdedigt, de advocaat
pleiters	=	pleiter
pleitertje	=	pleiter
pleitertjes	=	pleiter
pleitrede	noun	lezing door een advocaat, tijdens een rechtszaak, waarin hij de visie van zijn cliënt verwoordt
pleitredes	=	pleitrede
pleitte	=	pleiten
pleitten	=	pleiten
pleizier	=	plezier
pleizierig	=	plezierig
plejade	noun	zevental personen
plejaden	=	plejade
plejades	=	plejade
plek	noun	plaats, positie
plekje	=	plek
plekjes	=	plek
plekke	=	plek
plekken	verb	er vlekken op maken
plekkend	=	plekken
plekkende	=	plekken
plekkerig	adj	van zaken die eerst gelijkmatig over een oppervlakte waren verdeeld maar nu vooral vlekken vormen
plekkerige	=	plekkerig
plekkeriger	=	plekkerig
plekkerigere	=	plekkerig
plekkerigers	=	plekkerig
plekkerigs	=	plekkerig
plekkerigst	=	plekkerig
plekkerigste	=	plekkerig
plekt	=	plekken
plekte	=	plekken
plekten	=	plekken
plemp	=	plempen
plempdijk	noun	in het water gestorte dijk
plempdijken	=	plempdijk
plempdijkje	=	plempdijk
plempdijkjes	=	plempdijk
plempe	=	plempen
plempen	verb	ter versteviging in het water storten
plempend	=	plempen
plempende	=	plempen
plempt	=	plempen
plempte	=	plempen
plempten	=	plempen
plenair	adj	in aanwezigheid van allen
plenairder	=	plenair
plenairdere	=	plenair
plenairders	=	plenair
plenaire	=	plenair
plenairs	=	plenair
plenairst	=	plenair
plenairste	=	plenair
pleng	=	plengen
plengde	=	plengen
plengden	=	plengen
plenge	=	plengen
plengen	verb	vergieten
plengend	=	plengen
plengende	=	plengen
plenging	noun	de keer dat men een vloeistof morst of uitgiet
plengingen	=	plenging
plenginkje	=	plenging
plenginkjes	=	plenging
plengt	=	plengen
plenipotentiaris	noun	afgevaardigde met volmacht	adj	minister plenipotentiaris: Gevolmachtigd minister
plenipotentiarissen	=	plenipotentiaris
plens	noun	grote hoeveelheid vloeistof
plensbui	noun	een korte, heftige regenbui
plensbuien	=	plensbui
plensde	=	plenzen
plensden	=	plenzen
plensje	=	plens
plensjes	=	plens
plensregen	noun	stortregen
plensregende	=	plensregenen
plensregene	=	plensregenen
plensregenen	verb	heel erg hard regenen, gieten
plensregenend	=	plensregenen
plensregenende	=	plensregenen
plensregens	=	plensregen
plensregent	=	plensregenen
plenst	=	plenzen
plenty	pron	meer dan genoeg, in overvloed
plenum	noun	vergadering waaraan alle leden deelnemen
plenums	=	plenum
plenze	=	plenzen
plenzen	verb	bijzonder hard regenen
plenzend	=	plenzen
plenzende	=	plenzen
pleomorfisme	noun	het optreden van onomkeerbare veranderingen onder invloed van uitwendige omstandigheden
pleonasme	noun	het expliciet benoemen (meestal met een bijvoeglijk naamwoord) van een eigenschap die al in het kernbegrip vervat zit, zodat dit inhoudelijk niets toevoegt
pleonasmen	=	pleonasme
pleonasmetje	=	pleonasme
pleonasmetjes	=	pleonasme
pleonastisch	adj	een betekenis dubbel bevattend, een pleonasme vormend, met overtollige woorden
pleonastische	=	pleonastisch
pleonastischer	=	pleonastisch
pleonastischere	=	pleonastisch
pleonastischers	=	pleonastisch
plet	=	pletten
pletbaar	adj	van iets dat het plat te maken is
pletbaarder	=	pletbaar
pletbaardere	=	pletbaar
pletbaarders	=	pletbaar
pletbaars	=	pletbaar
pletbaarst	=	pletbaar
pletbaarste	=	pletbaar
pletbare	=	pletbaar
pletbord	noun	stuk karton dat men gebruikt in een pletpers
pletborden	=	pletbord
pletbordje	=	pletbord
pletbordjes	=	pletbord
pleten	adj	gemaakt van pleet (koper, ijzer dat aan één of beide zijden bedekt is met een dun laagje zilver, goud of platina)
plethamer	noun	zeer zware hamer waarmee men iets plat kan slaan
plethamers	=	plethamer
pletmolen	noun	een machine die iets samendrukt
pletmolens	=	pletmolen
pletpers	noun	soort boekdrukpers
pletpersen	=	pletpers
pletrol	noun	soort wals waarbij twee rollen het tussenliggende materiaal platter maken
pletrollen	=	pletrol
plets	intj	nabootsing van het geluid (van een slag met de platte hand)
pletse	=	pletsen
pletsen	verb	slaan in water
pletsend	=	pletsen
pletsende	=	pletsen
pletst	=	pletsen
pletste	=	pletsen
pletsten	=	pletsen
plette	=	pletten
pletten	verb	plat maken
plettend	=	pletten
plettende	=	pletten
pletter	noun	iemand die plet
pletterde	=	pletteren
pletterden	=	pletteren
plettere	=	pletteren
pletteren	verb	door herhaald slaan of gooien iets kapot maken
pletterend	=	pletteren
pletterende	=	pletteren
pletterij	noun	fabriek waar men een metaal walst (en zo metalen platen maakt)
pletterijen	=	pletterij
pletters	=	pletter
plettert	=	pletteren
plettertje	=	pletter
plettertjes	=	pletter
pletwals	noun	zeer zware machine met rollen die gebruikt wordt om wegen te effenen
pletwalsen	=	pletwals
pletwerk	noun	een voorwerp dat gemaakt is door iets plat te persen
pletwerken	=	pletwerk
pleur	=	pleuren
pleura	noun	het sereuze membraan dat dubbel geplooid rond elk van de longen ligt en zo een afscheiding vormt tussen longen en borstholte
pleura's	=	pleura
pleuraatje	=	pleura
pleuralgie	noun	pijn in het borstvlies
pleuralgieën	=	pleuralgie
pleurde	=	pleuren
pleurden	=	pleuren
pleure	=	pleuren
pleurectomie	noun	verwijdering van een deel van het borstvlies
pleurectomietje	=	pleurectomie
pleurectomietjes	=	pleurectomie
pleurectomieën	=	pleurectomie
pleuren	verb|informal	smijten, met kracht maar weinig zorgzaam plaatsen
pleurend	=	pleuren
pleurende	=	pleuren
pleuris	noun	borstvliesontsteking
pleurislijder	noun	iemand die lijdt aan de pleuris
pleurislijders	=	pleurislijder
pleurissen	=	pleuris
pleurisweer	noun	heel slecht weer met veel regen
pleurisweertje	=	pleurisweer
pleuritis	noun	borstvliesontsteking
pleuritissen	=	pleuritis
pleurt	=	pleuren
plevier	noun	benaming voor alle vogels uit de geslacht Charadrius, vrij gedrongen steltlopers met een korte nek en lange, meestal puntige vleugels
plevierachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van plevier
plevierachtige	=	plevierachtig
plevierachtiger	=	plevierachtig
plevierachtigere	=	plevierachtig
plevierachtigers	=	plevierachtig
plevierachtigs	=	plevierachtig
plevierachtigst	=	plevierachtig
plevierachtigste	=	plevierachtig
plevieren	=	plevier
pleviers	=	plevier
pleviertje	=	plevier
pleviertjes	=	plevier
plexiglas	noun	oorspronkelijk de handelsnaam van een transparante thermoplastische kunststof gemaakt van een polymeer van methylmethacrylaat
plexiglassamenleving	noun	samenleving waarin veel contacten tussen mensen plaatsvinden met een plexiglas scheiding om verspreiding van een besmettelijke ziekte te voorkomen
plexiglassamenlevingen	=	plexiglassamenleving
plexiglazen	adj	gemaakt van een doorzichtig plastic; gemaakt van acrylglas
plexus	noun	netwerk van zenuwen of bloedvaten
plexussen	=	plexus
plezant	adj	plezierig vooral gebruikt in België
plezante	=	plezant
plezanter	=	plezant
plezantere	=	plezant
plezanters	=	plezant
plezants	=	plezant
plezantst	=	plezant
plezantste	=	plezant
plezier	noun	een staat van genoegen
plezierboot	noun	boot waarmee men voor zijn plezier vaart
plezierbootje	=	plezierboot
plezierbootjes	=	plezierboot
plezierboten	=	plezierboot
plezierde	=	plezieren
plezierden	=	plezieren
plezierdichter	noun	iemand die gedichten schrijft voor zijn plezier en zonder literaire pretenties
plezierdichters	=	plezierdichter
pleziere	=	plezier
plezieren	verb	iemand ergens van laten genieten
plezierend	=	plezieren
plezierende	=	plezieren
plezierig	adj	een positief gevoel oproepend
plezierige	=	plezierig
plezieriger	=	plezierig
plezierigere	=	plezierig
plezierigers	=	plezierig
plezierigs	=	plezierig
plezierigst	=	plezierig
plezierigste	=	plezierig
plezierjacht	noun	pleziervaartuig, plezierboot
plezierjachten	=	plezierjacht
plezierjachtje	=	plezierjacht
plezierjachtjes	=	plezierjacht
pleziermaakster	noun	vrouw die plezier heeft
pleziermaaksters	=	pleziermaakster
pleziermaker	noun	persoon die graag plezier heeft; persoon die lol trapt
pleziermakers	=	pleziermaker
plezierreis	noun	reis die men uitsluitend voor zijn genoegen maakt, een pleziertocht
plezierreisje	=	plezierreis
plezierreisjes	=	plezierreis
plezierreizen	=	plezierreis
plezierrit	noun	een tochtje in een voertuig dat je voor je plezier maakt
plezierritje	=	plezierrit
plezierritjes	=	plezierrit
plezierritten	=	plezierrit
pleziert	=	plezieren
pleziertje	=	plezier
pleziertjes	=	plezier
pleziertocht	noun	tocht die men voor zijn genoegen maakt
pleziertochten	=	pleziertocht
pleziertochtje	=	pleziertocht
pleziertochtjes	=	pleziertocht
pleziertuin	noun	een prachtige tuin waar het heerlijk vertoeven is
pleziertuinen	=	pleziertuin
pleziertuintje	=	pleziertuin
pleziertuintjes	=	pleziertuin
pleziervaart	noun	boottochtjes maken ter ontspanning
pleziervaarten	=	pleziervaart
pleziervaartje	=	pleziervaart
pleziervaartjes	=	pleziervaart
pleziervaartuig	noun	vaartuig dat dient om voor de ontspanning te varen of op te verblijven
pleziervaartuigen	=	pleziervaartuig
pleziervaartuigje	=	pleziervaartuig
pleziervaartuigjes	=	pleziervaartuig
plezierverplaatsing	noun	plezierreisje met behulp van een gemotoriseerd voertuig
plezierverplaatsingen	=	plezierverplaatsing
plicht	noun	een taak die men op zich genomen heeft of opgelegd heeft gekregen, iets wat je moet doen
plichtbesef	noun	bewustzijn van de dingen die men hoort te doen
plichtbewust	adj	doordrongen van wat je behoort te doen
plichtbewuste	=	plichtbewust
plichtbewuster	=	plichtbewust
plichtbewustere	=	plichtbewust
plichtbewusters	=	plichtbewust
plichtbewusts	=	plichtbewust
plichtbewustst	=	plichtbewust
plichtbewustste	=	plichtbewust
plichtelijk	adj	overeenkomstig met wat men moet doen; overeenkomstig met een plicht
plichtelijke	=	plichtelijk
plichtelijker	=	plichtelijk
plichtelijkere	=	plichtelijk
plichtelijkers	=	plichtelijk
plichtelijks	=	plichtelijk
plichtelijkst	=	plichtelijk
plichtelijkste	=	plichtelijk
plichten	=	plicht
plichtenleer	noun	leer van de beroepsmatige plichten, als onderdeel van de ethiek
plichtgetrouw	adj	op een nauwkeurige, precieze manier
plichtgetrouwe	=	plichtgetrouw
plichtgetrouwer	=	plichtgetrouw
plichtgetrouwere	=	plichtgetrouw
plichtgetrouwers	=	plichtgetrouw
plichtgetrouws	=	plichtgetrouw
plichtgetrouwst	=	plichtgetrouw
plichtgetrouwste	=	plichtgetrouw
plichtgevoel	noun	het voelen en beseffen wat men behoort te doen
plichtgevoelens	=	plichtgevoel
plichtig	adj	de plicht hebbend van, schuldig
plichtige	=	plichtig
plichtiger	=	plichtig
plichtigere	=	plichtig
plichtigers	=	plichtig
plichtigs	=	plichtig
plichtigst	=	plichtig
plichtigste	=	plichtig
plichtje	=	plicht
plichtjes	=	plicht
plichtmatig	adj	van iets dat je het doet omdat het moet (maar niet omdat je het wilt)
plichtmatige	=	plichtmatig
plichtmatiger	=	plichtmatig
plichtmatigere	=	plichtmatig
plichtmatigers	=	plichtmatig
plichtmatigs	=	plichtmatig
plichtmatigst	=	plichtmatig
plichtmatigste	=	plichtmatig
plichtpleging	noun	beleefdheid die niet echt uit respect voortkomt
plichtplegingen	=	plichtpleging
plichtpleginkje	=	plichtpleging
plichtpleginkjes	=	plichtpleging
plichtsbesef	noun	bewustzijn van de dingen die men hoort te doen
plichtsbetrachting	noun	het nauwkeurig, precies en ernstig uitvoeren van wat men verplicht is te doen
plichtsbetrachtingen	=	plichtsbetrachting
plichtsbewust	adj	doordrongen van wat je behoort te doen
plichtsbewuste	=	plichtsbewust
plichtsbewuster	=	plichtsbewust
plichtsbewustere	=	plichtsbewust
plichtsbewusters	=	plichtsbewust
plichtsbewusts	=	plichtsbewust
plichtsbewustst	=	plichtsbewust
plichtsbewustste	=	plichtsbewust
plichtsgetrouw	adj	iemand die daadwerkelijk doet wat hij verplicht is te doen en wat men ook van die persoon mag verwachten
plichtsgetrouwe	=	plichtsgetrouw
plichtsgetrouwer	=	plichtsgetrouw
plichtsgetrouwere	=	plichtsgetrouw
plichtsgetrouwers	=	plichtsgetrouw
plichtsgetrouws	=	plichtsgetrouw
plichtsgetrouwst	=	plichtsgetrouw
plichtsgetrouwste	=	plichtsgetrouw
plichtsgevoel	noun	het zich beseffen wat men dient te doen
plichtsverzuim	noun	op een strafbare manier niet doen wat men moet doen
pligt	=	plicht
pligtpleging	=	plichtpleging
plimsollmerk	noun	op zeegaande vrachtschepen aangebracht merkteken waaraan men kan zien of het schip niet te zwaar geladen is
plimsollmerken	=	plimsollmerk
plimsollmerkje	=	plimsollmerk
plimsollmerkjes	=	plimsollmerk
plint	noun	een op vloerhoogte tegen een wand aangebrachte lijst, die de overgang tussen vloer en wand moet vormen
plinten	=	plint
plintje	=	plint
plintjes	=	plint
plintwoning	noun	een woning op de begane grond van een gebouw, zoals een appartementencomplex.
plintwoningen	=	plintwoning
plintwoninkje	=	plintwoning
plintwoninkjes	=	plintwoning
plioceen	noun	geologisch tijdperk waarin de eerste mensachtigen verschenen, tweede en laatste tijdvak van het periode neogeen, van 5,3 tot 2,6 miljoen jaar geleden	adj	uit het plioceen, of met betrekking tot dat tijdperk
plioceens	=	plioceen
pliocene	=	plioceen
plisie	=	politie
plisseer	=	plisseren
plisseerde	=	plisseren
plisseerden	=	plisseren
plisseert	=	plisseren
plisseetje	=	plissé
plisseetjes	=	plissé
plissere	=	plisseren
plisseren	verb	het aanbrengen van fijne plooien in een gesteven stof
plisserend	=	plisseren
plisserende	=	plisseren
plissé	noun	stof met ingeweven plooien
plisségordijn	noun	raambekleding gemaakt van een strak geplooide stof die zich opvouwt als een harmonica wanneer het omhoog getrokken wordt
plisségordijnen	=	plisségordijn
plisségordijntje	=	plisségordijn
plisségordijntjes	=	plisségordijn
plissérok	noun	geplooide rok
plissérokje	=	plissérok
plissérokjes	=	plissérok
plissérokken	=	plissérok
plissés	=	plissé
plistoceen	noun	geologisch tijdperk waarin de mensachtigen zich ontwikkelen, eerste tijdvak van het periode quartair, van 2.588.000 tot 11.700 jaar geleden
plo-leider	noun	machtigste bestuurder van de voornaamste Palestijnse bevrijdingsorganisatie en later politieke partij
plo-leiders	=	plo-leider
plockworst	=	plokworst
plod	noun	vod, lap, stuk textiel
plodde	noun	vod, lap, stuk textiel
plodden	verb	sollen, ergens aan zitten
ploddend	=	plodden
ploddende	=	plodden
ploeg	noun	landbouwwerktuig om de aardoppervlakte, waarin het gewas wordt gezaaid of geplant, te keren, te verkruimelen en te leggen
ploegachtervolging	noun	een officiële wedstrijdvorm in het langebaanschaatsen en het baanwielrennen waarbij twee teams van meerdere personen het tegen elkaar opnemen.
ploegachtervolgingen	=	ploegachtervolging
ploegachtervolginkje	=	ploegachtervolging
ploegachtervolginkjes	=	ploegachtervolging
ploegarts	noun	medicus die verantwoordelijk is voor de medische begeleiding van een sportploeg
ploegartsen	=	ploegarts
ploegbaas	noun	iemand die de leiding heeft over een groep arbeiders
ploegbaasje	=	ploegbaas
ploegbazen	=	ploegbaas
ploegbelang	noun	iets dat belangrijk is voor het sportteam
ploegbelangen	=	ploegbelang
ploegbreker	noun	Erythrina zeyheri een bladverliezende dwergstruik van Zuid-Afrika en Lesotho, die niet hoger wordt dan 60 cm.. De plant hoort tot het geslacht van de koraalbomen.
ploegbrekers	=	ploegbreker
ploegbrekertje	=	ploegbreker
ploegbrekertjes	=	ploegbreker
ploegde	=	ploegen
ploegden	=	ploegen
ploege	=	ploegen
ploegen	verb	zwoegend, met grote moeite zich ergens heen bewegen
ploegenachtervolging	noun	wedstrijd waarbij twee ploegen op een wielerbaan of schaatsbaan een wedstrijd houden wie het snelste kan gaan
ploegenachtervolgingen	=	ploegenachtervolging
ploegenachtervolginkje	=	ploegenachtervolging
ploegenachtervolginkjes	=	ploegenachtervolging
ploegend	=	ploegen
ploegende	=	ploegen
ploegendienst	noun	regeling van arbeid waarbij volgens een vast rooster op wisselende tijden wordt gewerkt, zodat de productie een groter deel van de dag of zelfs continu kan doorgaan
ploegendiensten	=	ploegendienst
ploegendienstje	=	ploegendienst
ploegendienstjes	=	ploegendienst
ploegenklassement	noun	de rangorde van de deelnemende ploegen aan een (wieler)wedstrijd
ploegenklassementen	=	ploegenklassement
ploegenpresentatie	noun	het presenteren van de verschillende wielrenploegen die deelnemen aan een wielerwedstrijd
ploegenpresentaties	=	ploegenpresentatie
ploegenspel	noun	de tactiek van sportploegen in een (wieler)wedstrijd
ploegenspelen	=	ploegenspel
ploegenspellen	=	ploegenspel
ploegentijdrit	noun	een wielerwedstrijd waarin een groep samenwerkende wielrenners probeert een parcours sneller af te leggen dan andere groepen wielrenners
ploegentijdritje	=	ploegentijdrit
ploegentijdritjes	=	ploegentijdrit
ploegentijdritten	=	ploegentijdrit
ploeger	noun	iemand die het land met een ploeg bewerkt
ploegers	=	ploeger
ploegertje	=	ploeger
ploeggenoot	noun	sporter die lid is van dezelfde ploeg
ploeggenootje	=	ploeggenoot
ploeggenootjes	=	ploeggenoot
ploeggenote	noun	vrouw die in dezelfde sporploeg zit
ploeggenoten	=	ploeggenoot
ploeggenotes	=	ploeggenote
ploegje	=	ploeg
ploegjes	=	ploeg
ploegleider	noun	leider van een (sport)team
ploegleider-manager	noun	sportief- en zakelijk leider van een (wieler)ploeg
ploegleider-managers	=	ploegleider-manager
ploegleiders	=	ploegleider
ploegleiderswagen	noun	wagen van waaruit een ploegleider de wielrenners van zijn ploeg tijdens de wedstrijd begeleidt
ploegleiderswagens	=	ploegleiderswagen
ploegleiding	noun	de leiding van een sportploeg
ploegleidingen	=	ploegleiding
ploegleidinkje	=	ploegleiding
ploegleidinkjes	=	ploegleiding
ploegmaat	noun	sporters die in hetzelfde sportteam zitten
ploegmaatje	=	ploegmaat
ploegmaatjes	=	ploegmaat
ploegmaats	=	ploegmaat
ploegmanager	noun	zakelijk leider van een sportploeg
ploegmanagers	=	ploegmanager
ploegmaten	=	ploegmaat
ploegmes	noun	deel van een ploeg dat door de grond snijdt
ploegmessen	=	ploegmes
ploegos	noun	gecastreerd rund dat men kan gebruiken als trekdier voor de ploeg
ploegosje	=	ploegos
ploegossen	=	ploegos
ploegpaard	noun	paard dat men voor de ploeg spant
ploegpaarden	=	ploegpaard
ploegpresentatie	noun	het tonen van één sportploeg aan het publiek
ploegpresentaties	=	ploegpresentatie
ploegschaar	noun	het afneembare en slijpbare onderdeel van een ploeg, bestaande uit een metalen blad met een naar voren gerichte punt, dat de grond van onder open snijdt
ploegschaartje	=	ploegschaar
ploegschaartjes	=	ploegschaar
ploegscharen	=	ploegschaar
ploegsgewijs	adj	per ploeg
ploegsgewijze	=	ploegsgewijs
ploegsport	noun	vermaak waarbij groepen met elkaar volgens bepaalde regels wedijveren bij een inspanning die conditie en vaardigheid vereist
ploegsporten	=	ploegsport
ploegstaart	noun	achtergedeelte van de ploeg
ploegstaarten	=	ploegstaart
ploegt	=	ploegen
ploegverband	noun	deel uitmakend van een team
ploegverbanden	=	ploegverband
ploegvormig	adj	vorm van een ploeg hebbend
ploegvormige	=	ploegvormig
ploegvormiger	=	ploegvormig
ploegvormigere	=	ploegvormig
ploegvormigers	=	ploegvormig
ploegvormigs	=	ploegvormig
ploegvormigst	=	ploegvormig
ploegvormigste	=	ploegvormig
ploert	noun	schoft [B], schurk [1], verdorven iemand
ploertachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van ploert
ploertachtige	=	ploertachtig
ploertachtiger	=	ploertachtig
ploertachtigere	=	ploertachtig
ploertachtigers	=	ploertachtig
ploertachtigs	=	ploertachtig
ploertachtigst	=	ploertachtig
ploertachtigste	=	ploertachtig
ploerten	=	ploert
ploertendoder	noun	verboden wapen lijkend op een gummistok maar dan met een verzwaarde loden kop
ploertendoders	=	ploertendoder
ploertenstreek	noun	een gemene, lage handeling
ploertenstreken	=	ploertenstreek
ploerterig	adj|informal	zich gedragend als een ploert, gemeen
ploerterige	=	ploerterig
ploerteriger	=	ploerterig
ploerterigere	=	ploerterig
ploerterigers	=	ploerterig
ploerterigs	=	ploerterig
ploerterigst	=	ploerterig
ploerterigste	=	ploerterig
ploertig	adj	gemeen, laag, onbeschoft
ploertige	=	ploertig
ploertiger	=	ploertig
ploertigere	=	ploertig
ploertigers	=	ploertig
ploertigs	=	ploertig
ploertigst	=	ploertig
ploertigste	=	ploertig
ploertje	=	ploert
ploertjes	=	ploert
ploeter	=	ploeteren
ploeteraar	noun	iemand die harde moeizame arbeid verricht zonder veel plezier of voldoening
ploeteraars	=	ploeteraar
ploeteraarster	noun	vrouwelijke ploeteraar
ploeteraarsters	=	ploeteraarster
ploeteraarstertje	=	ploeteraarster
ploeteraarstertjes	=	ploeteraarster
ploeteraartje	=	ploeteraar
ploeteraartjes	=	ploeteraar
ploeterde	=	ploeteren
ploeterden	=	ploeteren
ploetere	=	ploeteren
ploeteren	verb	met grote moeite voortgaan
ploeterend	=	ploeteren
ploeterende	=	ploeteren
ploetert	=	ploeteren
plof	noun	dof geluid van iets dat valt of van een plotseling ontbrandend of ontsnappend gas	intj	klanknabootsing van het geluid van iets dat valt of van een plotseling ontbrandend of ontsnappend gas
ploffe	=	ploffen
ploffen	verb	een geluid voortbrengen van een zachte explosie
ploffend	=	ploffen
ploffende	=	ploffen
ploffer	noun	plofklank
ploffers	=	ploffer
ploffertje	=	ploffer
ploffertjes	=	ploffer
plofje	=	plof
plofjes	=	plof
plofkip	noun	kip die in korte tijd zo vetgemest wordt dat hij nauwelijks nog op zijn poten kan staan
plofkipje	=	plofkip
plofkipjes	=	plofkip
plofkippen	=	plofkip
plofkippetje	=	plofkip
plofkippetjes	=	plofkip
plofklank	noun	een medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie ergens in het spraakkanaal
plofklanken	=	plofklank
plofklankje	=	plofklank
plofklankjes	=	plofklank
plofklas	noun	een overvolle klas waarin te veel leerlingen zitten
plofklasje	=	plofklas
plofklasjes	=	plofklas
plofklassen	=	plofklas
plofkoffer	noun	geldkoffer, gebruikt bij geldtransporten, die bij diefstal rook ontwikkelt, een geluidssignaal geeft en de inhoud met verf onbruikbaar maakt
plofkoffers	=	plofkoffer
plofkoffertje	=	plofkoffer
plofkoffertjes	=	plofkoffer
plofkraak	noun	kraak waarbij criminelen een geldautomaat laten ontploffen meestal door er gas in te leiden en dit te laten ontbranden
plofkraakje	=	plofkraak
plofkraakjes	=	plofkraak
plofkraken	=	plofkraak
plofluik	noun	een metalen plaat met daarin een rechthoek of vierkant waarvan drie zijden zodanig ingegroefd of ingestanst zijn dat de plaat losbreekt en als een deurtje openvouwt wanneer aan een zijde van de plaat een te grote luchtdruk ontstaat
plofluiken	=	plofluik
plofluikje	=	plofluik
plofluikjes	=	plofluik
ploft	=	ploffen
plofte	=	ploffen
ploftelefoon	noun	een telefoon die kan ontploffen
ploftelefoons	=	ploftelefoon
ploftelefoontje	=	ploftelefoon
ploftelefoontjes	=	ploftelefoon
ploften	=	ploffen
plofzak	noun	rugzak met airbags die een skiër kan beschermen bij een lawine
plofzakken	=	plofzak
plog	=	ploggen
plogde	=	ploggen
plogden	=	ploggen
plogge	=	ploggen
ploggen	verb	het bijhouden van een foto-blog
ploggend	=	ploggen
ploggende	=	ploggen
plogging	noun	vorm van fitness waarbij tegelijkertijd afval opruimt
plogt	=	ploggen
plok	noun	handvol ("pluk")
ploke	noun	retorische stijlfiguur waarbij een woord of uitdrukking wordt herhaald, maar telkens met een nieuwe betekenis of context om de betekenis te verduidelijken, uit te breiden of te nuanceren
plokgeld	noun	bedrag uitgeloofd aan de hoogste bieder van een veiling die als voorlaatste heeft geboden
plokgelden	=	plokgeld
plokgeldje	=	plokgeld
plokgeldjes	=	plokgeld
plokje	=	plok
plokjes	=	plok
plokken	=	plok
plokpenning	noun	bedrag uitgeloofd aan de hoogste bieder van een veiling
plokpenningen	=	plokpenning
plokpenninkje	=	plokpenning
plokpenninkjes	=	plokpenning
plokworst	noun	gerookte (in de buitenlucht) gedroogde worst van grof rundvlees zonder zeen, vet varkensvlees en spek beiden grof gehakt
plokworsten	=	plokworst
plomb	noun	onderdeel van een stroomkring dat doorbrandt of op andere wijze een te grote stroombelasting verhindert
plombe	noun	gestempeld stukje lood dat door vaste verbinding met een draadje officieel bewijst dat het verbonden voorwerp een bepaalde status heeft
plombeer	=	plomberen
plombeerde	=	plomberen
plombeerden	=	plomberen
plombeert	=	plomberen
plomben	=	plomb
plombere	=	plomberen
plomberen	verb	gaatjes in tanden en kiezen vullen met amalgaam door de tandarts
plomberend	=	plomberen
plomberende	=	plomberen
plombes	=	plombe
plombetje	=	plombe
plombière	noun	consumptie-ijs met meerdere smaken en gekonfijte vruchten
plombière-ijs	noun	consumptie-ijs met meerdere smaken en gekonfijte vruchten
plombières	=	plombière
plombs	=	plomb
plombtje	=	plomb
plombtjes	=	plomb
plomp	noun	geluid van iets dat met een plons in het water valt	adj	hufterig, lomp, onbeschoft, onbehouwen, stijlloos, zonder enige gratie
plompdansmug	noun	Synendotendipes lepidus een muggensoort uit de familie van de dansmuggen (Chironomidae).
plompdansmuggen	=	plompdansmug
plompdansmuggetje	=	plompdansmug
plompdansmuggetjes	=	plompdansmug
plompe	=	plomp
plompen	verb	met een "plomp"-geluid in een vloeistof (meestal water) vallen of springen
plompenblad	noun	blad van een waterlelie (plant uit geslacht Nymphaea)
plompenbladen	=	plompenblad
plompenbladeren	=	plompenblad
plompenblaren	=	plompenblad
plompend	=	plompen
plompende	=	plompen
plomper	=	plomp
plomperd	noun	een binnenwater, gracht, kanaal of vijver
plomperds	=	plomperd
plompere	=	plomp
plompers	=	plomp
plompheden	=	plompheid
plompheid	noun	het log en weinig elegant zijn
plompje	=	plomp
plompkruipertje	noun	Ripistes parasita een ringworm uit de familie van de Naididae.
plompkruipertjes	=	plompkruipertje
plomps	=	plomp
plompst	=	plomp
plompste	=	plomp
plompt	=	plompen
plompte	=	plompen
plompten	=	plompen
plompverloren	adj	ineens zonder dat je het zag aankomen, zonder dat er een aanleiding toe was, zonder context
plompverlorener	=	plompverloren
plompverloreners	=	plompverloren
plompverlorens	=	plompverloren
plompverlorenst	=	plompverloren
plompverlorenste	=	plompverloren
plompweg	adv	op een lompe, onhandige wijze, niet volgens de etiquette
plongee	noun	het schuin aflopende bovenvlak van een borstwering van een vestingwal
plongees	=	plongee
plongeur	noun	iemand die borden wast in een restaurant, een bordenwasser
plongeurs	=	plongeur
plongeurtje	=	plongeur
plongeurtjes	=	plongeur
plons	noun	met het geluid van een in een vloeistof vallend voorwerp
plonsbad	noun	ondiep gedeelte van een zwembassin, kinderbad, pierenbad
plonsbaden	=	plonsbad
plonsbadje	=	plonsbad
plonsbadjes	=	plonsbad
plonsde	=	plonzen
plonsden	=	plonzen
plonsen	=	plons
plonsje	=	plons
plonsjes	=	plons
plonst	=	plonzen
plonze	=	plonzen
plonzen	verb	een geluid voortbrengen zoals dat van iets dat luidruchtig in een vloeistof ondergedompeld wordt
plonzend	=	plonzen
plonzende	=	plonzen
plooi	noun	golving (in dierlijk of plantaardig weefsel)
plooi-ijzer	noun	ijzer waarmee men stijl haar kan laten krullen
plooi-ijzers	=	plooi-ijzer
plooibaar	adj	geplooid kunnende worden
plooibaarder	=	plooibaar
plooibaardere	=	plooibaar
plooibaarders	=	plooibaar
plooibaars	=	plooibaar
plooibaarst	=	plooibaar
plooibaarste	=	plooibaar
plooibare	=	plooibaar
plooide	=	plooien
plooiden	=	plooien
plooie	=	plooien
plooien	verb	iets in losse vouwen opstapelen
plooiend	=	plooien
plooiende	=	plooien
plooifiets	noun	een fiets die opgevouwen/ingeklapt kan worden
plooifietsen	=	plooifiets
plooifietsje	=	plooifiets
plooifietsjes	=	plooifiets
plooifietske	=	plooifiets
plooigebergte	noun|obsolete	gebied met hoge pieken en steile hellingen doordat de aardkorst daar onder druk van opzij enorme rimpels heeft gevormd
plooigebergten	=	plooigebergte
plooigebergtes	=	plooigebergte
plooiing	noun	een ombuiging in oorspronkelijk horizontale lagen
plooiingen	=	plooiing
plooiingsgebergte	noun	gebied met hoge pieken en steile hellingen doordat de aardkorst daar onder druk van opzij enorme rimpels heeft gevormd
plooiingsgebergten	=	plooiingsgebergte
plooiingsgebergtes	=	plooiingsgebergte
plooiinkje	=	plooiing
plooiinkjes	=	plooiing
plooikraag	noun	schijf bestaand uit sterk golvende stof rondom de hals, als versiering van bovenkleding
plooikragen	=	plooikraag
plooilipvleermuis	noun	zoogdier uit de familie Mormoopidae van Amerikaanse vleermuizen.
plooilipvleermuisje	=	plooilipvleermuis
plooilipvleermuisjes	=	plooilipvleermuis
plooilipvleermuizen	noun	Mormoopidae een familie van Amerikaanse vleermuizen.
plooiloos	adj	zonder plooi
plooiloost	=	plooiloos
plooilooste	=	plooiloos
plooiloze	=	plooiloos
plooilozer	=	plooiloos
plooilozere	=	plooiloos
plooilozers	=	plooiloos
plooimuts	noun	muts met plooien; een muts voor opgroeiende meisjes van 12 tot 18 jaar in de oorijzerdracht
plooimutsen	=	plooimuts
plooimutsje	=	plooimuts
plooimutsjes	=	plooimuts
plooirok	noun	een rok waarin decoratieve plooien zijn aangebracht
plooirokje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort paddenstoel, Parasola plicatilis uit de familie Psathyrellaceae
plooirokjes	=	plooirokje
plooirokken	=	plooirok
plooirokmycena	noun	Mycena rhenana een schimmel uit de familie Mycenaceae.
plooirokmycena's	=	plooirokmycena
plooirokmycenaatje	=	plooirokmycena
plooirokmycenaatjes	=	plooirokmycena
plooisel	noun	in plooien gevouwen en vastgestikte stof
plooisels	=	plooisel
plooiseltje	=	plooisel
plooiseltjes	=	plooisel
plooislakken	noun	Goniodorididae een familie van de zeenaaktslakken.
plooit	=	plooien
plooitje	=	plooi
plooitjes	=	plooi
plooivleugelwesp	noun	insect uit de familie Vespidae van de wespachtigen (Vespoidea).
plooivleugelwespen	noun	Vespidae een familie van de wespachtigen (Vespoidea).
plooivleugelwespje	=	plooivleugelwesp
plooivleugelwespjes	=	plooivleugelwesp
plooivlieswaaiertje	noun	Plicaturopsis crispa een paddenstoel uit de familie Amylocorticiaceae.
plooivlieswaaiertjes	=	plooivlieswaaiertje
plooivoetstuifzwam	noun	Lycoperdon excipuliforme een buikzwam uit de familie Agaricaceae. ;Uiterlijke kenmerken Het vruchtlichaam is groot, 8 tot 15 cm hoog, met een bolvormige kop op een flinke steel, die aan de basis en bovenaan vaak sterk geplooid is.
plooivoetstuifzwammen	=	plooivoetstuifzwam
plooivoetstuifzwammetje	=	plooivoetstuifzwam
plooivoetstuifzwammetjes	=	plooivoetstuifzwam
plooiwesp	noun	benaming voor kleine gevleugelde dieren uit de familie Vespidae, waarvan veel soorten in kolonies leven en pijnlijk kunnen steken
plooiwespen	=	plooiwesp
ploos	=	pluizen
ploost	=	pluizen
ploot	noun	door ploten van wol ontdane schapenvacht
plootte	=	ploten
plootten	=	ploten
plop	intj	geluid van klein voorwerp dat in het water valt	noun	iets dat plotseling gebeurt met een ploppend geluid
plopbol	noun	benaming voor een kapje dat over een microfoon geschoven wordt om het zogeheten 'ploppen' (ten gevolge van plosieven als 'p' en 'b') tegen te gaan
plopbollen	=	plopbol
plopbolletje	=	plopbol
plopbolletjes	=	plopbol
plopje	=	plop
plopjes	=	plop
plopkap	noun	benaming voor een kapje dat over een microfoon geschoven wordt om het zogeheten 'ploppen' (ten gevolge van plosieven als 'p' en 'b') tegen te gaan
plopkapje	=	plopkap
plopkapjes	=	plopkap
plopkappen	=	plopkap
ploppe	=	ploppen
ploppen	verb	het geluid 'plop' maken
ploppend	=	ploppen
plopper	noun|informal	zuignap op een steel die men gebruikt bij het ontstoppen van een gootsteen
ploppers	=	plopper
ploppertje	=	plopper
ploppertjes	=	plopper
plopscherm	noun	benaming voor een scherm dat voor een microfoon geplaatst wordt om het zogeheten 'ploppen' (ten gevolge van plosieven als 'p' en 'b') tegen te gaan
plopschermen	=	plopscherm
plopschermpje	=	plopscherm
plopschermpjes	=	plopscherm
plopt	=	ploppen
plopte	=	ploppen
plopten	=	ploppen
plosief	noun	medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie ergens in het spraakkanaal
plosiefje	=	plosief
plosiefjes	=	plosief
plosiefs	=	plosief
plosiefst	=	plosief
plosiefste	=	plosief
plosieven	=	plosief
plot	noun	het raamwerk van een verhaal, film, boek etc
plote	=	ploten
ploten	verb	schapenvellen van de wol ontdoen
plotend	=	ploten
plotende	=	ploten
plotje	=	plot
plotjes	=	plot
plots	adj	ineens zonder vooraankondiging	adv	bij verrassing, opeens
plotse	=	plots
plotselijk	adj	zonder waarschuwing vooraf
plotselijke	=	plotselijk
plotselijker	=	plotselijk
plotselijkere	=	plotselijk
plotselijkers	=	plotselijk
plotselijks	=	plotselijk
plotselijkst	=	plotselijk
plotselijkste	=	plotselijk
plotseling	adj	snel en onverwacht	adv	snel en onverwacht
plotselinge	=	plotseling
plotselinger	=	plotseling
plotselingere	=	plotseling
plotselingers	=	plotseling
plotselings	=	plotseling
plotselingst	=	plotseling
plotselingste	=	plotseling
plotser	=	plots
plotsere	=	plots
plotsers	=	plots
plotsklaps	adv	plotseling en onverwachts
plotsklapse	=	plotsklaps
plotst	=	plots
plotste	=	plots
plotte	=	plotten
plotten	verb	de positie van een schip of vliegtuig bepalen in de vorm van coördinaten
plottend	=	plotten
plottende	=	plotten
plotter	noun	computergestuurde tekenmachine
plotters	=	plotter
plottwist	noun	plotselinge wending in een boek, film of toneelstuk
plottwists	=	plottwist
plotwending	noun	plotselinge verandering in de loop van een verhaal
plotwendingen	=	plotwending
plotwendinkje	=	plotwending
plotwendinkjes	=	plotwending
ploze	=	pluizen
plozen	=	pluizen
plozieve	=	plosief
ploziever	=	plosief
plozievere	=	plosief
plozievers	=	plosief
plu	noun	verkorting van paraplu
plu's	=	plu
pluche	noun	een zacht harig weefsel vaak gebruikt voor bedekking van meubels en speelgoed
pluchekapboomklever	noun	Sitta frontalis een vogel van oud bos
pluchekapboomklevers	=	pluchekapboomklever
pluchekapboomklevertje	=	pluchekapboomklever
pluchekapboomklevertjes	=	pluchekapboomklever
pluchekapgaai	noun	Cyanocorax chrysops een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
pluchekapgaaien	=	pluchekapgaai
pluchekapgaaitje	=	pluchekapgaai
pluchekapgaaitjes	=	pluchekapgaai
pluchekaporganist	noun	Euphonia concinna een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
pluchekaporganisten	=	pluchekaporganist
pluchekaporganistje	=	pluchekaporganist
pluchekaporganistjes	=	pluchekaporganist
pluchekoptroepiaal	noun	Lampropsar tanagrinus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
pluchekoptroepiaaltje	=	pluchekoptroepiaal
pluchekoptroepiaaltjes	=	pluchekoptroepiaal
pluchekoptroepialen	=	pluchekoptroepiaal
pluchen	adj	van pluche vervaardigd
plucheplakker	noun	iemand die er door anderen van wordt beschuldigd te veel te hechten aan een bepaalde positie
plucheplakkers	=	plucheplakker
plucheplakkertje	=	plucheplakker
plucheplakkertjes	=	plucheplakker
pluches	=	pluche
pluchetje	=	pluche
plug	noun	cilindertje van kunststof of hout dat in een in steenachtig geboord gat wordt aangebracht en waarin een schroef kan worden gedraaid
plug-and-play	adj	werkend zodra het apparaat wordt aangesloten
plug-and-playgeneratie	noun	generatie van systemen die plug-and-play werken
plug-and-playgeneraties	=	plug-and-playgeneratie
plug-in	noun	aanvulling op een computerprogramma
plug-inhybride	noun	auto met zowel een benzine- als een elektrische motor waarbij men de batterij ook via een stopcontact kan opladen
plug-inhybrideauto	noun	auto met zowel een benzine- als een elektrische motor waarbij men de batterij ook via een stopcontact kan opladen
plug-inhybrideauto's	=	plug-inhybrideauto
plug-inhybriden	=	plug-inhybride
plug-inhybrides	=	plug-inhybride
plug-inhybridevoertuig	noun	auto met zowel een benzine- als een elektrische motor waarbij men de batterij ook via een stopcontact kan opladen
plug-inhybridevoertuigen	=	plug-inhybridevoertuig
plug-inhybridewagen	noun	auto met zowel een benzine- als een elektrische motor waarbij men de batterij ook via een stopcontact kan opladen
plug-inhybridewagens	=	plug-inhybridewagen
plug-ins	=	plug-in
pluggen	=	plug
plugger	noun	iemand die platen en/of artiesten plugt
pluggers	=	plugger
pluggetje	=	plug
pluggetjes	=	plug
plugje	=	plug
plugjes	=	plug
pluim	noun	een veer
pluim-es	noun	Fraxinus ornus een boom uit de olijffamilie (Oleaceae).
pluim-esje	=	pluim-es
pluim-esjes	=	pluim-es
pluim-essen	=	pluim-es
pluimachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van een pluim
pluimachtige	=	pluimachtig
pluimachtiger	=	pluimachtig
pluimachtigere	=	pluimachtig
pluimachtigers	=	pluimachtig
pluimachtigs	=	pluimachtig
pluimachtigst	=	pluimachtig
pluimachtigste	=	pluimachtig
pluimage	noun	het gevederte van een vogel
pluimages	=	pluimage
pluimagetje	=	pluimage
pluimbal	noun	object bestaande uit een kurk en veren dat als bal gebruikt wordt bij badminton
pluimballen	=	pluimbal
pluimballetje	=	pluimbal
pluimballetjes	=	pluimbal
pluimbroekje	noun	een kolibrie uit de familie Trochilidae (kolibries).
pluimbroekjes	=	pluimbroekje
pluimde	=	pluimen
pluimden	=	pluimen
pluimdikkopje	noun	Carcharodus flocciferus een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
pluimdikkopjes	=	pluimdikkopje
pluimdragers	noun	Valvatidae een familie van kieuwslakken.
pluime	=	pluimen
pluimeloos	adj|obsolete	zonder pluim
pluimeloost	=	pluimeloos
pluimelooste	=	pluimeloos
pluimeloze	=	pluimeloos
pluimelozer	=	pluimeloos
pluimelozere	=	pluimeloos
pluimelozers	=	pluimeloos
pluimen	verb	een vogel die bestemd is voor consumptie ontdoen van veren	adj	van pluim
pluimend	=	pluimen
pluimende	=	pluimen
pluimgierst	noun	Panicum miliaceum soort die men vaak gewoon met gierst aanduidt
pluimgiersten	=	pluimgierst
pluimgipskruid	noun	Gypsophila paniculata een plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
pluimgipskruiden	=	pluimgipskruid
pluimgipskruidje	=	pluimgipskruid
pluimgipskruidjes	=	pluimgipskruid
pluimgraaf	noun	toezichthouder op het gevogelte
pluimgraafje	=	pluimgraaf
pluimgraafjes	=	pluimgraaf
pluimgraven	=	pluimgraaf
pluimlicht	adj	met een heel gering gewicht
pluimlichte	=	pluimlicht
pluimlichts	=	pluimlicht
pluimloos	adj	zonder pluim
pluimloost	=	pluimloos
pluimlooste	=	pluimloos
pluimloze	=	pluimloos
pluimlozer	=	pluimloos
pluimlozere	=	pluimloos
pluimlozers	=	pluimloos
pluimmeestiran	noun	Anairetes parulus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
pluimmeestirannen	=	pluimmeestiran
pluimmeestirannetje	=	pluimmeestiran
pluimmeestirannetjes	=	pluimmeestiran
pluimmug	noun	insect uit de familie Chaoboridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
pluimmuggen	noun	Chaoboridae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
pluimmuggetje	=	pluimmug
pluimmuggetjes	=	pluimmug
pluimoorkatmaki	noun	Allocebus trichotis primaat uit de familie van de Dwergmaki's (Cheirogaleidae).
pluimoorkatmaki's	=	pluimoorkatmaki
pluimoorkatmakietje	=	pluimoorkatmaki
pluimoorkatmakietjes	=	pluimoorkatmaki
pluimpapaver	noun	Macleaya cordata een overblijvende plant die tot de papaverfamilie behoort.
pluimpapavers	=	pluimpapaver
pluimpapavertje	=	pluimpapaver
pluimpapavertjes	=	pluimpapaver
pluimpje	=	pluim
pluimpjes	=	pluim
pluimpjesvedermot	noun	Oidaematophorus lithodactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
pluimpjesvedermotje	=	pluimpjesvedermot
pluimpjesvedermotjes	=	pluimpjesvedermot
pluimpjesvedermotten	=	pluimpjesvedermot
pluimspinner	noun	Ptilophora plumigera een nachtvlinder uit de familie Notodontidae, de tandvlinders.
pluimspinners	=	pluimspinner
pluimspinnertje	=	pluimspinner
pluimspinnertjes	=	pluimspinner
pluimstaart	noun	Start in de vorm van een pluim
pluimstaartbamboemuis	noun	Chiropodomys gliroides knaagdier uit het geslacht Chiropodomys die voorkomt van Zuidoost-China en andere delen van het vasteland van Zuidoost-Azië tot Sumatra, Java en Bali
pluimstaartbamboemuisje	=	pluimstaartbamboemuis
pluimstaartbamboemuisjes	=	pluimstaartbamboemuis
pluimstaartbamboemuizen	=	pluimstaartbamboemuis
pluimstaartbuidelrat	noun	Glironia venusta buideldier uit de familie van de Didelphidae.
pluimstaartbuidelratje	=	pluimstaartbuidelrat
pluimstaartbuidelratjes	=	pluimstaartbuidelrat
pluimstaartbuidelratten	=	pluimstaartbuidelrat
pluimstaarten	=	pluimstaart
pluimstaartje	=	pluimstaart
pluimstaartjes	=	pluimstaart
pluimstaartmos	noun	Rhytidiadelphus triquetrus een soort mos van de klasse Bryopsida (bladmossen).
pluimstaartmosje	=	pluimstaartmos
pluimstaartmosjes	=	pluimstaartmos
pluimstaartmossen	=	pluimstaartmos
pluimstaartrat	noun	Neotoma cinerea knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
pluimstaartratje	=	pluimstaartrat
pluimstaartratjes	=	pluimstaartrat
pluimstaartratten	=	pluimstaartrat
pluimstrijk	=	pluimstrijken
pluimstrijke	=	pluimstrijken
pluimstrijken	verb	vleien
pluimstrijkend	=	pluimstrijken
pluimstrijkende	=	pluimstrijken
pluimstrijkerij	noun	vleierij, kruiperij
pluimstrijkerijen	=	pluimstrijkerij
pluimstrijkt	=	pluimstrijken
pluimstrijkte	=	pluimstrijken
pluimstrijkten	=	pluimstrijken
pluimt	=	pluimen
pluimvee	noun	door de mens gedomesticeerde vogels die worden gehouden voor eier- en/of vleesproductie
pluimveebedrijf	noun	bedrijf waar kippen worden gehouden
pluimveebedrijfje	=	pluimveebedrijf
pluimveebedrijfjes	=	pluimveebedrijf
pluimveebedrijven	=	pluimveebedrijf
pluimveeboer	noun	een boer die pluimvee houdt.
pluimveeboeren	=	pluimveeboer
pluimveeboertje	=	pluimveeboer
pluimveeboertjes	=	pluimveeboer
pluimveebril	noun	plastic of metalen plaatje dat op de snavel van een kip wordt bevestigd om het zicht recht naar voren te belemmeren
pluimveebrillen	=	pluimveebril
pluimveebrilletje	=	pluimveebril
pluimveebrilletjes	=	pluimveebril
pluimveeconsulent	noun	adviseur van het Rijk ten behoeve van de pluimveehouders
pluimveeconsulenten	=	pluimveeconsulent
pluimveeconsulentje	=	pluimveeconsulent
pluimveeconsulentjes	=	pluimveeconsulent
pluimveehouder	noun	een boer die pluimvee houdt.
pluimveehouderij	noun	bedrijf waar men kippen (of andere vogels) houdt
pluimveehouderijen	=	pluimveehouderij
pluimveehouders	=	pluimveehouder
pluimveehoudertje	=	pluimveehouder
pluimveehoudertjes	=	pluimveehouder
pluimveerwier	noun	Pterothamnion plumula een roodwier uit de klasse Florideophyceae.
pluimveerwieren	=	pluimveerwier
pluimveerwiertje	=	pluimveerwier
pluimveerwiertjes	=	pluimveerwier
pluimveevereniging	noun	een vereniging die zich richt op het houden, fokken en tentoonstellen van pluimvee (zoals kippen, watervogels en duiven) of konijnen.
pluimveeverenigingen	=	pluimveevereniging
pluimveeverenigingetje	=	pluimveevereniging
pluimveeverenigingetjes	=	pluimveevereniging
pluimvoetbij	noun	Dasypoda altercator (syn: D. hirtipes) een insect uit de familie Melittidae.
pluimvoetbijen	=	pluimvoetbij
pluimvoetbijtje	=	pluimvoetbij
pluimvoetbijtjes	=	pluimvoetbij
pluimvormig	adj	vorm van een pluim hebbend
pluimvormige	=	pluimvormig
pluimvormiger	=	pluimvormig
pluimvormigere	=	pluimvormig
pluimvormigers	=	pluimvormig
pluimvormigs	=	pluimvormig
pluimvormigst	=	pluimvormig
pluimvormigste	=	pluimvormig
pluimworm	noun	Pherusa plumosa een borstelworm uit de familie Flabelligeridae.
pluimwormen	=	pluimworm
pluimwormpje	=	pluimworm
pluimwormpjes	=	pluimworm
pluimwoudzwever	noun	Criorhina floccosa een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
pluimwoudzwevers	=	pluimwoudzwever
pluimwoudzwevertje	=	pluimwoudzwever
pluimwoudzwevertjes	=	pluimwoudzwever
pluimzakdrager	noun	Ptilocephala plumifera een vlinder uit de familie van de zakjesdragers (Psychidae).
pluimzakdragers	=	pluimzakdrager
pluimzakdragertje	=	pluimzakdrager
pluimzakdragertjes	=	pluimzakdrager
pluimzegge	noun	Carex paniculata een vaste plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
pluimzeggen	=	pluimzegge
pluimzeggetje	=	pluimzegge
pluimzeggetjes	=	pluimzegge
pluimzilverreiger	noun	Ardea plumifera (syn.: Egretta intermedia plumifera) een vogels uit de familie van de reigers.
pluimzilverreigers	=	pluimzilverreiger
pluimzilverreigertje	=	pluimzilverreiger
pluimzilverreigertjes	=	pluimzilverreiger
pluis	noun	vlok droge, lichte stof met een open structuur	adj	zodat het deugt, in orde, naar behoren Het gebruik is beperkt tot de negatieve zin “niet pluis”
pluisachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van pluis
pluisachtige	=	pluisachtig
pluisachtiger	=	pluisachtig
pluisachtigere	=	pluisachtig
pluisachtigers	=	pluisachtig
pluisachtigs	=	pluisachtig
pluisachtigst	=	pluisachtig
pluisachtigste	=	pluisachtig
pluisde	=	pluizen
pluisden	=	pluizen
pluisdraadmos	noun	een geslacht Amblystegium uit de pluisdraadmosfamilie (Amblystegiaceae).
pluisdraadmosfamilie	noun	een familie Amblystegiaceae van mossen uit de orde Hypnales.
pluisdraadmosfamilies	=	pluisdraadmosfamilie
pluisdraadmosfamilietje	=	pluisdraadmosfamilie
pluisdraadmosfamilietjes	=	pluisdraadmosfamilie
pluisdraadmosje	=	pluisdraadmos
pluisdraadmosjes	=	pluisdraadmos
pluisdraadmosschijfje	noun	Lamprospora wrightii een schimmel uit de familie Pyronemataceae.
pluisdraadmosschijfjes	=	pluisdraadmosschijfje
pluisdraadmossen	=	pluisdraadmos
pluishoedhertenzwam	noun	Pluteus hispidulus een schimmel behorend tot de familie Pluteaceae.
pluishoedhertenzwammen	=	pluishoedhertenzwam
pluishoedhertenzwammetje	=	pluishoedhertenzwam
pluishoedhertenzwammetjes	=	pluishoedhertenzwam
pluisje	=	pluis
pluisjes	=	pluis
pluisjesmos	noun	een geslacht Dicranella uit de gaffeltandmosfamilie (Dicranaceae).
pluisjesmosje	=	pluisjesmos
pluisjesmosjes	=	pluisjesmos
pluisjesmosschijfje	noun	Lamprospora dicranellae een schimmel behorend tot de familie Pyronemataceae.
pluisjesmosschijfjes	=	pluisjesmosschijfje
pluisjesmossen	=	pluisjesmos
pluisroller	noun	een handig hulpmiddel om snel pluisjes, haren, stof en roos van kleding en andere stoffen oppervlakken te verwijderen
pluisrollers	=	pluisroller
pluisrollertje	=	pluisroller
pluisrollertjes	=	pluisroller
pluist	=	pluizen
pluize	=	pluizen
pluizen	verb	in vlokken uiteentrekken
pluizend	=	pluizen
pluizende	=	pluizen
pluizenroller	noun	een handig hulpmiddel om snel pluisjes, haren, stof en roos van kleding en andere stoffen oppervlakken te verwijderen
pluizenrollers	=	pluizenroller
pluizenrollertje	=	pluizenroller
pluizenrollertjes	=	pluizenroller
pluizerig	adj	dat het veel pluizen bevat
pluizerige	=	pluizerig
pluizeriger	=	pluizerig
pluizerigere	=	pluizerig
pluizerigers	=	pluizerig
pluizerigs	=	pluizerig
pluizerigst	=	pluizerig
pluizerigste	=	pluizerig
pluizerij	noun	onderzoek, uitpluizerij
pluizerijen	=	pluizerij
pluizig	adj	vol met pluizen
pluizige	=	pluizig
pluiziger	=	pluizig
pluizigere	=	pluizig
pluizigers	=	pluizig
pluizigs	=	pluizig
pluizigst	=	pluizig
pluizigste	=	pluizig
pluk	noun	uitgetrokken bundeltje
plukbaar	adj	wat geplukt kan worden
plukbaarder	=	plukbaar
plukbaardere	=	plukbaar
plukbaarders	=	plukbaar
plukbaars	=	plukbaar
plukbaarst	=	plukbaar
plukbaarste	=	plukbaar
plukbare	=	plukbaar
plukhaar	=	plukharen
plukhaarde	=	plukharen
plukhaarden	=	plukharen
plukhaart	=	plukharen
plukhare	=	plukharen
plukharen	verb	vechten
plukharend	=	plukharen
plukharende	=	plukharen
plukjas	noun	jas die men ophangt in een boom en die gepakt mag worden door iemand die zich geen warme jas kan veroorloven
plukjassen	=	plukjas
plukje	=	pluk
plukjes	=	pluk
plukke	=	plukken
plukken	verb	afbreken of oogsten; vruchten oogsten
plukkend	=	plukken
plukkende	=	plukken
plukker	noun	iemand die plukt
plukkers	=	plukker
pluksel	noun	wat afgeplukt is, het geplukte
pluksels	=	pluksel
plukseltje	=	pluksel
pluksla	noun	Lactuca sativa (var. crispa)
plukt	=	plukken
plukte	=	plukken
plukten	=	plukken
pluktijd	noun	de tijd dat men kan fruit kan oogsten
pluktijden	=	pluktijd
plumage	=	pluimage
plumeau	noun	een stoffer die bestaat uit (imitatie) veren aan een steel, vooral geschikt voor het stofvrij maken van kwetsbare voorwerpen
plumeaus	=	plumeau
plumeautje	=	plumeau
plumeautjes	=	plumeau
plumpudding	noun	een uit Engeland afkomstige pudding die men met kerstmis eet bestaande uit gekonfijt fruit, rozijnen en krenten
plumpuddingen	=	plumpudding
plumpuddinkje	=	plumpudding
plumpuddinkjes	=	plumpudding
plunder	=	plunderen
plunderaar	noun	een die na het behalen van een overwinning eigendom van zijn tegenstander rooft
plunderaars	=	plunderaar
plunderaartje	=	plunderaar
plunderaartjes	=	plunderaar
plunderde	=	plunderen
plunderden	=	plunderen
plundere	=	plunderen
plunderen	verb	het met geweld zich roerende goederen toe-eigenen (uit de woning van) iemand anders
plunderend	=	plunderen
plunderende	=	plunderen
plundering	noun	het eigenmachtig in bezit nemen van achtergelaten goederen en levende have als onderdeel van een militaire overwinning of tijdens een catastrofe of maatschappelijke onrust, zoals gedurende een oorlog, natuurramp, een rel of een terroristische aanslag
plunderingen	=	plundering
plunderpuber	noun	een jongere die samen met anderen winkels en bedrijven plundert
plunderpubers	=	plunderpuber
plundert	=	plunderen
plundertocht	noun	een tocht die als doel heeft goederen wederrechtelijk te verwerven
plundertochten	=	plundertocht
plundertochtje	=	plundertocht
plundertochtjes	=	plundertocht
plunje	noun	kostuum
plunjer	noun	een zuiger zonder eigen afdichtingen die in vloeistoftechniek wordt gebruikt
plunjers	=	plunjer
plunjertje	=	plunjer
plunjertjes	=	plunjer
plunjes	=	plunje
plunjezak	noun	stevige cilindervormige, grove zak waarin soldaten, matrozen, vissers e.d. hun bagage meenemen
plunjezakje	=	plunjezak
plunjezakjes	=	plunjezak
plunjezakken	=	plunjezak
pluraal	adj	wat in meer dan één deel of vorm bestaat
pluraals	=	pluraal
pluraalst	=	pluraal
pluraalste	=	pluraal
plurale	=	pluraal
pluraler	=	pluraal
pluralere	=	pluraal
pluralers	=	pluraal
pluralia	=	pluralis
pluralis	noun	geval waarin een woord verwijst naar meerdere exemplaren
pluralisme	noun	een leer die de werkelijkheid als een veelheid van individuele zelfstandigheden opvat
pluralissen	=	pluralis
pluralistisch	adj	gekenmerkt door een verscheidenheid aan culturen, groeperingen, godsdiensten e.d.
pluralistische	=	pluralistisch
pluralistischer	=	pluralistisch
pluralistischere	=	pluralistisch
pluralistischers	=	pluralistisch
pluralistischt	=	pluralistisch
pluralistischte	=	pluralistisch
pluralisvorm	noun	de meervoudsvorm
pluralisvormen	=	pluralisvorm
pluraliteit	noun	meervoudigheid
pluraliteiten	=	pluraliteit
pluriform	adj	meerdere betekenissen of eigenschappen dragend
pluriforme	=	pluriform
pluriformer	=	pluriform
pluriformere	=	pluriform
pluriformers	=	pluriform
pluriformiteit	noun	veelvormigheid
pluriformiteiten	=	pluriformiteit
pluriforms	=	pluriform
pluriformst	=	pluriform
pluriformste	=	pluriform
pluripotent	adj	de eigenschap hebbend om alle cellen te vormen die een individu bezit, dus zonder het extra-embryonaal weefsel zoals de placenta
pluripotente	=	pluripotent
pluripotents	=	pluripotent
pluriversa	=	pluriversum
pluriversum	noun	universum dat bestaat uit meerdere wereld
pluriversums	=	pluriversum
plurk	noun	lomp en onbeleefd persoon
plurken	=	plurk
plus	noun	+: teken voor (optelling van) positieve getallen	conj	en, daarbij
plusbroer	noun	de zoon van iemands stiefouder uit een andere relatie
plusbroers	=	plusbroer
plusbroertje	=	plusbroer
plusbroertjes	=	plusbroer
plusdochter	noun	vrouwelijk kind van een partner uit een eerdere relatie
plusdochters	=	plusdochter
plusdochtertje	=	plusdochter
plusdochtertjes	=	plusdochter
plusfour	noun	ruim zittende pofbroek die strak om het been sluit tot ongeveer 4 duim (circa 10 cm) onder de knie, hetgeen de naam van het kledingstuk verklaart
plusfours	=	plusfour
plusfourtje	=	plusfour
plusfourtjes	=	plusfour
plusje	=	plus
plusjes	=	plus
pluskind	noun	kind dat door minstens één niet biologische ouder wordt opgevoed; kind dat geboren is uit een vorige relatie van een partner
pluskinderen	=	pluskind
pluskindje	=	pluskind
pluskindjes	=	pluskind
plusmama	noun	vrouw die de zorg van de kinderen van haar nieuwe partner op zich neemt
plusmama's	=	plusmama
plusminus	adv	met een onzekerheid naar boven of naar beneden
plusmoeder	noun	vrouw die de zorg van de kinderen van haar nieuwe partner op zich neemt
plusmoeders	=	plusmoeder
plusouder	noun	volwassene die de zorg van de kinderen van zijn of haar nieuwe partner op zich neemt
plusouders	=	plusouder
pluspapa	noun	man die de zorg van de kinderen van zijn nieuwe partner op zich neemt
pluspapa's	=	pluspapa
pluspolen	=	pluspool
pluspool	noun	de positieve pool in geval van een elektrische schakeling (of ook bij magnetisme)
pluspooltje	=	pluspool
pluspooltjes	=	pluspool
pluspunt	noun	een aspect dat als voordeel gezien kan worden
pluspunten	=	pluspunt
pluspuntje	=	pluspunt
pluspuntjes	=	pluspunt
plusquamperfectum	noun	voltooid verleden tijd
plussen	=	plus
plusser	noun	iemand die ouder is dan een daarvoor genoemde leeftijd
plussers	=	plusser
plusstroken	=	plusstrook
plusstrook	noun	een extra linker rijstrook op de autosnelweg die gecreëerd is door de andere rijstroken smaller te maken
plusstrookje	=	plusstrook
plusstrookjes	=	plusstrook
plusteken	noun	het symbool + om een optelling of een positief getal aan te duiden
plustekens	=	plusteken
plustekentje	=	plusteken
plustekentjes	=	plusteken
plusvader	noun	man die de zorg van de kinderen van haar nieuwe partner op zich neemt
plusvaders	=	plusvader
pluszonen	=	pluszoon
pluszoon	noun	mannelijk kind van een partner uit een eerdere relatie
pluszoons	=	pluszoon
pluszoontje	=	pluszoon
pluszoontjes	=	pluszoon
pluszus	noun	de dochter van iemands stiefouder uit een andere relatie
pluszusje	=	pluszus
pluszusjes	=	pluszus
pluszussen	=	pluszus
plutocraat	noun	rijk en machtig persoon
plutocraten	=	plutocraat
plutocratie	noun	heerschappij van het grote kapitaal
plutocratieën	=	plutocratie
plutocratisch	adj	betrekking hebbend op de plutocraten of de plutocratie
plutocratische	=	plutocratisch
plutocratischer	=	plutocratisch
plutocratischere	=	plutocratisch
plutocratischers	=	plutocratisch
plutokraat	=	plutocraat
plutonisch	adj	stollingsgesteente dat diep onder het aardoppervlak is gevormd door de langzame afkoeling en stolling van magma
plutonische	=	plutonisch
plutonischer	=	plutonisch
plutonischere	=	plutonisch
plutonischers	=	plutonisch
plutonium	noun	scheikundig element met symbool Pu en atoomnummer 94. Het is een zilverwit actinide
plutoniumatomen	=	plutoniumatoom
plutoniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element plutonium.
plutoniumatoompje	=	plutoniumatoom
plutoniumatoompjes	=	plutoniumatoom
pluutje	=	plu
pluutjes	=	plu
pluvier	noun	benaming voor alle vogels uit de geslacht Charadrius, vrij gedrongen steltlopers met een korte nek en lange, meestal puntige vleugels
pluvierachtig	adj	lijkend op een pluvier
pluvierachtige	=	pluvierachtig
pluvierachtiger	=	pluvierachtig
pluvierachtigere	=	pluvierachtig
pluvierachtigers	=	pluvierachtig
pluvierachtigs	=	pluvierachtig
pluvierachtigst	=	pluvierachtig
pluvierachtigste	=	pluvierachtig
pluvieren	=	pluvier
pluviers	=	pluvier
pluviertje	=	pluvier
pluviertjes	=	pluvier
pluviograaf	noun	een toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag meet, en deze registreert voor elk meetogenblik binnen een vastgestelde periode
pluviograafje	=	pluviograaf
pluviograafjes	=	pluviograaf
pluviografen	=	pluviograaf
pluviometer	noun	een toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag meet
pluviometers	=	pluviometer
pluviometertje	=	pluviometer
pluviometertjes	=	pluviometer
pmd	noun	afval dat bestaat uit verpakkingen gemaakt van plastic, metaal of karton met een beschermlaagje, waarin voedsel en verbruiksartikelen zijn verkocht
pmd-zak	noun	afvalzak voor plastic, metaal en drankenkartons
pmd-zakken	=	pmd-zak
pmma	noun	bepaalde doorzichtige kunststof
pmt	noun	psychomotorische therapie
pmt's	=	pmt
pmt'tje	=	pmt
pmt'tjes	=	pmt
pneumatiek	noun	windkracht in het orgel
pneumatisch	adj	werkend door luchtdruk
pneumatische	=	pneumatisch
pneumatischer	=	pneumatisch
pneumatischere	=	pneumatisch
pneumatischers	=	pneumatisch
pneumatologen	=	pneumatoloog
pneumatoloog	noun	iemand bij wie de Heilige Geest een centrale rol in het geloof speelt
pneumatoloogje	=	pneumatoloog
pneumatolyse	noun	de werking van hete gassen op gesteenten
pneumectomie	noun	verwijdering van een long of een deel daarvan
pneumectomietje	=	pneumectomie
pneumectomietjes	=	pneumectomie
pneumectomieën	=	pneumectomie
pneumologisch	adj	betrekking hebbend op de pneumologie
pneumologische	=	pneumologisch
pneumologischer	=	pneumologisch
pneumologischere	=	pneumologisch
pneumologischers	=	pneumologisch
pneumonie	noun	longontsteking
pneumonietje	=	pneumonie
pneumonieën	=	pneumonie
pneumopathie	noun	longziekte
pneumorragie	noun	bloedverlies vanuit de longen
pneumothorax	noun	een longziekte gekenmerkt door de aanwezigheid van lucht in de borstholte buiten de longen
pneumothoraxen	=	pneumothorax
pneumothoraxje	=	pneumothorax
pnoepyga	noun	Pnoepyga een geslacht van zangvogels uit de familie van de Pnoepygidae.
pnoepyga's	=	pnoepyga
pnoepygaatje	=	pnoepyga
pnoepygaatjes	=	pnoepyga
po	noun	een pot, meestal uit kunststof of eertijds geëmailleerd ijzer, waar men zijn behoefte in kan doen
po'ouli	noun	Melamprosops phaeosoma een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
po'ouli's	=	po'ouli
po'oulietje	=	po'ouli
po'oulietjes	=	po'ouli
po's	=	po
poch	=	pochen
poche	=	pochen
pocheer	=	pocheren
pocheerde	=	pocheren
pocheerden	=	pocheren
pocheert	=	pocheren
pochen	verb	zichzelf groots voorstellen
pochend	=	pochen
pochende	=	pochen
pocher	noun	iemand die opschept over zichzelf
pochere	=	pocheren
pocheren	verb	bereiden in water dat net niet kookt, vooral geschikt voor ei en vis
pocherend	=	pocheren
pocherende	=	pocheren
pocherig	adj	een opschepperige, al te trotse en zelfverzekerde manier van doen
pocherige	=	pocherig
pocheriger	=	pocherig
pocherigere	=	pocherig
pocherigers	=	pocherig
pocherigs	=	pocherig
pocherigst	=	pocherig
pocherigste	=	pocherig
pocherij	noun	op een te trotse manier zeggen of laten zien hoe goed je wel bent
pocherijen	=	pocherij
pochers	=	pocher
pochet	noun	vierkant doekje dat men als decoratie nog net zichtbaar opgevouwen draagt in het borstzakje van een colbert, blazer of dinnerjacket Een pochet hoort men niet als zakdoek gebruiken.
pochetje	=	pochet
pochetjes	=	pochet
pochetten	=	pochet
pochhans	noun|informal	iemand die opschept
pochhanzen	=	pochhans
pocht	=	pochen
pochte	=	pochen
pochten	=	pochen
pocket	noun	boekje op zakformaat
pocketboek	noun	goedkope, kleine uitgave van een boek
pocketboeken	=	pocketboek
pocketboekje	=	pocketboek
pocketboekjes	=	pocketboek
pocketeditie	noun	uitgave (in zakformaat) als pocketboek
pocketedities	=	pocketeditie
pocketeditietje	=	pocketeditie
pocketeditietjes	=	pocketeditie
pocketje	=	pocket
pocketjes	=	pocket
pockets	=	pocket
pocketwoordenboek	noun	een klein handzaam woordenboek met een slappe kaft
pocketwoordenboeken	=	pocketwoordenboek
pocketwoordenboekje	=	pocketwoordenboek
pocketwoordenboekjes	=	pocketwoordenboek
poclain	noun	graafmachine
poclains	=	poclain
poco	noun	iemand die culturele minderheden in uitingen en gedrag overmatig tegemoet wil komen	adj	in uitingen en gedrag overmatig tegemoetkomend aan culturele minderheden
poco's	=	poco
podagra	noun	jicht
podagra's	=	podagra
podagreus	adj	lijdend aan jicht
podagreust	=	podagreus
podagreuste	=	podagreus
podagreuze	=	podagreus
podagreuzer	=	podagreus
podagreuzere	=	podagreus
podagreuzers	=	podagreus
podagrist	noun	iemand die last heeft van jicht Er is een sterke bijbetekenis van iemand die veel klaagt, maar weinig begrip krijgt.
podagristen	=	podagrist
podalgie	noun	pijn in de voet
podalgieën	=	podalgie
podcast	noun	digitale radio-uitzending waarbij een audiobestand op internet wordt gezet zodat het kan worden gedownload en beluisterd
podcaste	=	podcasten
podcasten	verb	met maken en publiceren van een podcast
podcastend	=	podcasten
podcastende	=	podcasten
podcaster	noun	iemand die een audio-uitzending maakt die afgespeeld kan worden via het internet
podcasters	=	podcaster
podcasting	noun	regelmatig verzorgde uiteenzettingen of muziekprogramma's die op internet als geluidsbestanden (of videobestanden) aan belangstellenden worden aangeboden
podcastings	=	podcasting
podcastje	=	podcast
podcasts	=	podcast
podcastte	=	podcasten
podcastten	=	podcasten
podia	=	podium
podium	noun	een gewoonlijk verhoogde open ruimte waarop iets voor een publiek aanschouwelijk gemaakt kan worden
podiumact	noun	voorstelling die de artieten uitvoeren op een podium
podiumacts	=	podiumact
podiumartiest	noun	artiest die optreedt in een schouwburg
podiumartiesten	=	podiumartiest
podiumcafeetje	=	podiumcafé
podiumcafeetjes	=	podiumcafé
podiumcafé	noun	uitgaansgelegenheid met een podium voor optredens
podiumcafés	=	podiumcafé
podiumdichter	noun	dichter die zijn poëzie bij voorkeur door voordracht op een podium presenteert
podiumdichters	=	podiumdichter
podiumervaring	noun	de door ondervinding geleerde vaardigheid hoe men zich op een podium moet presenteren
podiumervaringen	=	podiumervaring
podiumervarinkje	=	podiumervaring
podiumervarinkjes	=	podiumervaring
podiumkunst	noun	vormen van kunst die uitgevoerd worden op een podium in de aanwezigheid van publiek
podiumkunsten	=	podiumkunst
podiumpje	=	podium
podiumpjes	=	podium
podiumplaats	noun	een van de drie hoogste plaatsen in een wedstrijd
podiumplaatsen	=	podiumplaats
podiumplaatsje	=	podiumplaats
podiumplaatsjes	=	podiumplaats
podiumplek	noun	de plaatsen 1,2 en 3 bij een wedstrijd waarvoor iemand de gouden, zilveren of bronzen medaille ontvangt
podiumplekje	=	podiumplek
podiumplekjes	=	podiumplek
podiumplekken	=	podiumplek
podiums	=	podium
podofagie	noun	het afbijten van de nagels van de tenen
podologen	=	podoloog
podologie	noun	specialisme gericht op het behandelen en voorkomen van klachten ten gevolge van een verkeerde stand of functie van de voeten of tenen
podologisch	adj	betrekking hebbend op de podologie
podologische	=	podologisch
podologischer	=	podologisch
podologischere	=	podologisch
podologischers	=	podologisch
podoloog	noun	een expert op het gebied van voetklachten maar zonder een door het minister van onderwijs erkende opleiding; het is in Nederland geen wettelijk beschermde titel
podosiri	noun	bes van de pinapalm
podosiripalm	noun	Euterpe oleracea palm waaraan blauwe vruchten (de açaibes) groeien
podosiripalmen	=	podosiripalm
podosiripalmpje	=	podosiripalm
podosiripalmpjes	=	podosiripalm
podsol	noun	zandige grondsoort bedekt met weinig verteerd organisch materiaal, een bodemtype dat in de schrale dekzandgronden in Noord-Europa, waar een neerslagoverschot heerst, veelvuldig voorkomt
podsolen	=	podsol
poeal	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
poeals	=	poeal
poed	noun	verouderde Russische eenheid van massa, gelijk aan ongeveer 16,38 kg
poedel	noun	Frans krulharig hondenras
poedelde	=	poedelen
poedelden	=	poedelen
poedele	=	poedelen
poedelen	verb	aangenaam in ondiep water spelen
poedelend	=	poedelen
poedelende	=	poedelen
poedelnaakt	adj	helemaal zonder kleren
poedelnaakte	=	poedelnaakt
poedelnaakts	=	poedelnaakt
poedelnat	adj	zeer nat
poedelnats	=	poedelnat
poedelnatte	=	poedelnat
poedelprijs	noun	een troostprijs voor iemand die (bijna) als laatste is geëindigd in een wedstrijd
poedelprijsje	=	poedelprijs
poedelprijzen	=	poedelprijs
poedels	=	poedel
poedelt	=	poedelen
poedeltje	=	poedel
poedeltjes	=	poedel
poeder	noun	een fijn verdeelde vaste stof
poederachtig	adj	de structuur van poeder hebbend
poederachtige	=	poederachtig
poederachtiger	=	poederachtig
poederachtigere	=	poederachtig
poederachtigers	=	poederachtig
poederachtigs	=	poederachtig
poederachtigst	=	poederachtig
poederachtigste	=	poederachtig
poederblusser	noun	een brandblusser die werkt met een poeder van ammoniumfosfaat, ammoniumsulfaat, natriumchloride, natriumbicarbonaat of kaliumbicarbonaat
poederblussers	=	poederblusser
poederbrief	noun	een brief die mogelijk een ziekteverwekker bevat, het is een middel om mensen angst aan te jagen en/of ziek te maken
poederbriefje	=	poederbrief
poederbrieven	=	poederbrief
poedercoating	noun	laag die als bescherming of versiering op metaal wordt aangebracht door negatief geladen poeder met perslucht op een geaard metaal te verstuiven
poedercoatings	=	poedercoating
poederde	=	poederen
poederden	=	poederen
poederdiffractie	noun	vaste stof wetenschap: röntgen- of neutronendiffractie uitgevoerd op een poeder
poederdons	noun	katoenen kussenteje waarmee men poeder op het gelaat kan aanbrengen
poederdonsje	=	poederdons
poederdonsjes	=	poederdons
poederdonsklauwier	noun	Dryoscopus cubla een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
poederdonsklauwieren	noun	een geslacht Dryoscopus van vogels uit de familie Malaconotidae, ook wel bosklauwieren genoemd omdat ze qua gedrag op klauwieren lijken.
poederdonsklauwiertje	=	poederdonsklauwier
poederdonsklauwiertjes	=	poederdonsklauwier
poederdonzen	=	poederdons
poederdoos	noun	platte doos waarin poeder zit dat het gelaat minder glimmend maakt en soms ook een lichte kleur geeft
poederdoosje	=	poederdoos
poederdoosjes	=	poederdoos
poederdozen	=	poederdoos
poederdroge	=	poederdroog
poederdroog	adj	zonder enig vocht
poederdroogs	=	poederdroog
poedere	=	poederen
poederen	verb	een poeder op de huid aanbrengen
poederend	=	poederen
poederende	=	poederen
poedergeelkorst	noun	Candelariella reflexa een korstmos uit de familie Candelariaceae.
poedergeelkorsten	=	poedergeelkorst
poedergeelkorstje	=	poedergeelkorst
poedergeelkorstjes	=	poedergeelkorst
poederig	adj	lijkend op een poeder
poederige	=	poederig
poederiger	=	poederig
poederigere	=	poederig
poederigers	=	poederig
poederigs	=	poederig
poederigst	=	poederig
poederigste	=	poederig
poederkalk	noun	fijne, gebluste kluitkalk
poederkalkje	=	poederkalk
poederkalkjes	=	poederkalk
poederkoffie	noun	gedroogd koffie-extract, dat met heet water weer koffie oplevert
poederkoffies	=	poederkoffie
poederkolen	=	poederkool
poederkool	noun	gemalen steenkool
poederkoolcentrale	noun	elektriciteitscentrale die poederkool als brandstof gebruikt
poederkoolcentrales	=	poederkoolcentrale
poederkoolvliegas	noun	vliegas ontstaan bij de verbranding van poederkool (in een energiecentrale)
poederkoolvliegassen	=	poederkoolvliegas
poederkwast	noun	Haemanthus albiflos een bloeiende plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
poederkwasten	=	poederkwast
poederkwastje	=	poederkwast
poederkwastjes	=	poederkwast
poedermelk	noun	poeder waarvan men melk kan maken als men er weer water aan toevoegt
poedermelken	=	poedermelk
poederpruik	noun	een met wit poeder bestoven pruik, zoals die eind achttiende eeuw in de mode was
poederpruiken	=	poederpruik
poederpruikje	=	poederpruik
poederpruikjes	=	poederpruik
poeders	=	poeder
poedersneeuw	noun	sneeuw in de vorm van zeer kleine lichte vlokjes
poedersoep	noun	instantsoep gemaakt door poeder in warm water op te lossen
poedersoepen	=	poedersoep
poedersoepje	=	poedersoep
poedersoepjes	=	poedersoep
poederspecht	noun	Mulleripicus pulverulentus een vogel die tot de familie spechten (Picidae) behoort.
poederspechten	=	poederspecht
poederspechtje	=	poederspecht
poederspechtjes	=	poederspecht
poedersteeltje	noun	Inocybe petiginosa een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
poedersteeltjes	=	poedersteeltje
poedersuiker	noun	zeer fijn gemalen suiker
poedersuikers	=	poedersuiker
poedert	=	poederen
poedertje	=	poeder
poedertjes	=	poeder
poederverf	noun	verf in poedervorm
poederverfje	=	poederverf
poederverfjes	=	poederverf
poederverven	=	poederverf
poedervorm	noun	als hele fijne korreltjes, als poeder
poedervormen	=	poedervorm
poedervormig	adj	poeder structuur hebbend
poedervormige	=	poedervormig
poedervormiger	=	poedervormig
poedervormigere	=	poedervormig
poedervormigers	=	poedervormig
poedervormigs	=	poedervormig
poedervormigst	=	poedervormig
poedervormigste	=	poedervormig
poederzakdrager	noun	Narycia duplicella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
poederzakdragers	=	poederzakdrager
poederzakdragertje	=	poederzakdrager
poederzakdragertjes	=	poederzakdrager
poederzwamgast	noun	Asterophora lycoperdoides een paddenstoel uit de familie Lyophyllaceae.
poederzwamgasten	=	poederzwamgast
poederzwamgastje	=	poederzwamgast
poederzwamgastjes	=	poederzwamgast
poedoe	noun	Pudu De poedoe is een geslacht van twee Zuid-Amerikaanse hertensoorten.
poedoes	=	poedoe
poedoetje	=	poedoe
poedoetjes	=	poedoe
poef	noun	een hard dof geluid dat zou passen bij een vuurwapen
poefen	=	poef
poefje	=	poef
poefjes	=	poef
poefs	=	poef
poeh	intj	drukt uit dat je vermoeid of verbaasd bent
poeha	noun	een hoop drukte en lawaai om niets
poehamaker	noun	iemand die met een hoop drukte zeer gewichtig doet
poehamakers	=	poehamaker
poeier	=	poeieren
poeierde	=	poeieren
poeierden	=	poeieren
poeierdroge	=	poeierdroog
poeierdroog	adj	zonder enig vocht
poeierdroogs	=	poeierdroog
poeiere	=	poeieren
poeieren	verb	zich ~ het aanbrengen van make-up.
poeierend	=	poeieren
poeierende	=	poeieren
poeierig	adj	lijkend op poeder
poeierige	=	poeierig
poeieriger	=	poeierig
poeierigere	=	poeierig
poeierigers	=	poeierig
poeierigs	=	poeierig
poeierigst	=	poeierig
poeierigste	=	poeierig
poeiers	=	poeieren
poeiersuiker	=	poedersuiker
poeiert	=	poeieren
poeiertje	=	poeieren
poeiertjes	=	poeieren
poeiervormig	adj	vorm van een poeier hebbend
poeiervormige	=	poeiervormig
poeiervormiger	=	poeiervormig
poeiervormigere	=	poeiervormig
poeiervormigers	=	poeiervormig
poeiervormigs	=	poeiervormig
poeiervormigst	=	poeiervormig
poeiervormigste	=	poeiervormig
poekoe	noun	bepaald soort antilope, Kobus vardonii die leeft op de savannen in Sub-Saharaans Afrika
poekoes	=	poekoe
poel	noun	een vrij klein stilstaand water
poelen	=	poel
poelepetaan	=	poelepetaat
poelepetaat	noun	bepaald soort loopvogel Numida meleagris
poelepetaatje	=	poelepetaat
poelepetaten	=	poelepetaat
poelet	noun	goedkoop soepvlees
poeletje	=	poelet
poeletjes	=	poelet
poelie	noun	schijf met een V-vormige insnijding in de zijkant, waarin een V-snaar valt die wordt gebruikt voor de aandrijving van machines en onderdelen van voertuigen
poelier	noun	een slager die zich richt op de verkoop van gevogelte (vlees van vogels), (met name kip), kalkoen en wild.
poeliers	=	poelier
poeliertje	=	poelier
poeliertjes	=	poelier
poelies	=	poelie
poelietrekker	noun	een stuk gereedschap waarmee flenzen, lagers en koppelingen van een as gehaald kunnen worden
poelietrekkers	=	poelietrekker
poelje	noun	hen of jonge eend die pas sinds korte tijd eieren legt
poeljes	=	poelje
poelkikker	noun	Pelophylax lessonae een kikker die behoort tot de familie echte kikkers (Ranidae)
poelkikkers	=	poelkikker
poelkikkertje	=	poelkikker
poelkikkertjes	=	poelkikker
poelpiraat	noun	Pirata piraticus een spin die behoort tot de wolfspinnen.
poelpiraatje	=	poelpiraat
poelpiraatjes	=	poelpiraat
poelpiraten	=	poelpiraat
poelruit	noun	Thalictrum flavum een overblijvend kruid in de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
poelruiten	=	poelruit
poelruiter	noun	Tringa stagnatilis een vogel uit de familie van de strandlopers en snippen (Scolopacidae)
poelruiters	=	poelruiter
poelruitertje	=	poelruiter
poelruitertjes	=	poelruiter
poelruitje	=	poelruit
poelruitjes	=	poelruit
poelruitspanner	noun	Gagitodes sagittata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
poelruitspanners	=	poelruitspanner
poelruitspannertje	=	poelruitspanner
poelruitspannertjes	=	poelruitspanner
poelschaatsenrijder	noun	Gerris lacustris een insect uit de familie schaatsenrijders (Gerridae).
poelschaatsenrijders	=	poelschaatsenrijder
poelschaatsenrijdertje	=	poelschaatsenrijder
poelschaatsenrijdertjes	=	poelschaatsenrijder
poelslak	noun	Lymnaea stagnalis een in het zoetwater levende slak uit de familie poelslakken (Lymnaeidae).
poelslakje	=	poelslak
poelslakjes	=	poelslak
poelslakken	noun	Lymnaeidae een familie van slakken die voornamelijk in zoet water leven
poelsnep	=	poelsnip
poelsnip	noun	Gallinago media vrij grote snip uit de familie van Strandlopers en snippen (Scolopacidae) die bekend is van het honderdguldenbiljet
poelsnipje	=	poelsnip
poelsnipjes	=	poelsnip
poelsnippen	=	poelsnip
poeltje	=	poel
poeltjes	=	poel
poeltjespalpmot	noun	Brachmia inornatella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
poeltjespalpmotje	=	poeltjespalpmot
poeltjespalpmotjes	=	poeltjespalpmot
poeltjespalpmotten	=	poeltjespalpmot
poema	noun	bepaald soort zoogdier, Puma concolor, groot katachtig roofdier, dat in geheel Midden– en Zuid Amerika leeft
poema's	=	poema
poemaatje	=	poema
poemaatjes	=	poema
poen	noun	geld
poendak	noun	herberg, restaurant
poendakiem	=	poendak
poenen	=	poen
poenerig	adj	poenig
poenerige	=	poenerig
poeneriger	=	poenerig
poenerigere	=	poenerig
poenerigers	=	poenerig
poenerigs	=	poenerig
poenerigst	=	poenerig
poenerigste	=	poenerig
poenie	noun|informal	het vrouwelijke geslachtsorgaan
poenies	=	poenie
poenig	adj	een poenig persoon laat te duidelijk zien dat hij veel geld heeft
poenige	=	poenig
poeniger	=	poenig
poenigere	=	poenig
poenigers	=	poenig
poenigs	=	poenig
poenigst	=	poenig
poenigste	=	poenig
poentje	=	poen
poentjes	=	poen
poep	noun	uit de darmen uitgescheiden afvalstoffen van mens of dier
poepbacterie	noun	Escherichia coli micro-organisme dat in de ontlasting voorkomt
poepbacteriën	=	poepbacterie
poepbank	noun	verzameling donorpoep die men kan gebruiken voor een poeptransplantatie
poepbanken	=	poepbank
poepbruin	adj	met de kleur van menselijke uitwerpselen
poepbruine	=	poepbruin
poepbruiner	=	poepbruin
poepbruinere	=	poepbruin
poepbruiners	=	poepbruin
poepbruins	=	poepbruin
poepbruinst	=	poepbruin
poepbruinste	=	poepbruin
poepchagrijnig	adj|informal	in een heel slechte stemming
poepchagrijnige	=	poepchagrijnig
poepchagrijnigs	=	poepchagrijnig
poepchic	adj	buitengewoon deftig of luxe
poepchics	=	poepchic
poepchinees	noun	Chinees of iemand met Aziatisch uiterlijk #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
poepchineesje	=	poepchinees
poepchinezen	=	poepchinees
poepchique	=	poepchic
poepdoos	noun|humorous	toilet, privaat, plee, wc
poepdoosje	=	poepdoos
poepdoosjes	=	poepdoos
poepdozen	=	poepdoos
poepdure	=	poepduur
poepduur	adj|informal	erg kostbaar
poepduurs	=	poepduur
poepe	=	poepen
poepeloerezat	adj	heel erg dronken
poepeloerezats	=	poepeloerezat
poepeloerezatte	=	poepeloerezat
poepen	verb	poep uitwerpen, zijn behoefte doen
poepend	=	poepen
poepende	=	poepen
poeper	noun	iemand die poept
poeperd	noun|figurative	een bang persoon
poeperdje	=	poeperd
poeperdjes	=	poeperd
poeperds	=	poeperd
poeperij	noun|informal	diarree
poeperijen	=	poeperij
poepers	=	poeper
poepertje	=	poeper
poepertjes	=	poeper
poepgaatje	=	poepgat
poepgaatjes	=	poepgat
poepgat	noun	opening onderaan de romp waar de ontlasting uitkomt
poepgaten	=	poepgat
poepgoed	adj	meer heel veel kwaliteit, de verwachtingen overtreffend
poepgoede	=	poepgoed
poepgoeds	=	poepgoed
poepgrijper	noun	handig hulpmiddel om hondenuitwerpselen op te ruimen zonder te hoeven bukken of de poep direct aan te raken
poepgrijpers	=	poepgrijper
poepgrijpertje	=	poepgrijper
poepgrijpertjes	=	poepgrijper
poepie	noun	koosnaampje afgeleid van het Duitse Puppe dat popje of schatje betekent
poepiedoepie	noun	koosnaam die innige vertedering uitdrukt	adj	lief, vertederend
poepiedoepies	=	poepiedoepie
poepies	=	poepie
poepje	=	poep
poepjes	=	poep
poeplap	noun	geldbuidel, portemonnee
poeplapje	=	poeplap
poeplapjes	=	poeplap
poeplappen	=	poeplap
poeplucht	noun	de stank die afkomstig is van ontlasting
poepluchten	=	poeplucht
poepluchtje	=	poeplucht
poepluchtjes	=	poeplucht
poepluier	noun	een luier waarin poep zit
poepluiers	=	poepluier
poepluiertje	=	poepluier
poepluiertjes	=	poepluier
poeprits	noun	een rits in een kledingstuk om eenvoudig te kunnen poepen
poepritsen	=	poeprits
poepritsje	=	poeprits
poepritsjes	=	poeprits
poepsimpel	adj|informal	heel erg eenvoudig
poepsimpele	=	poepsimpel
poepsimpels	=	poepsimpel
poepsnoep	noun	lekkernij die probeert kinderen aan te spreken door in benaming en verpakking uitdrukkelijk een verbinding te leggen met zaken die de meeste mensen vies vinden
poepspetter	noun	spat van uitscheiding uit de darmen van mens of dier
poepspetters	=	poepspetter
poept	=	poepen
poepte	=	poepen
poepten	=	poepen
poeptransplantatie	noun	het inbrengen van poep om het spijsverteringssysteem gezonder te maken
poeptransplantaties	=	poeptransplantatie
poeptransplantatietje	=	poeptransplantatie
poeptransplantatietjes	=	poeptransplantatie
poepveld	noun	specifiek aangewezen terrein binnen een gemeente waar honden hun behoefte mogen doen
poepvelden	=	poepveld
poepveldje	=	poepveld
poepveldjes	=	poepveld
poepzakhouder	noun	accessoire, vaak van kunststof of leer, speciaal ontworpen om poepzakjes te bewaren en gemakkelijker mee te nemen tijdens het uitlaten van een hond
poepzakhouders	=	poepzakhouder
poepzakhoudertje	=	poepzakhouder
poepzakhoudertjes	=	poepzakhouder
poepzakje	noun	plastic zakje waarmee men de uitwerpselen van de hond kan oprapen en opbergen
poepzakjes	=	poepzakje
poepzakjesautomaat	noun	een machine die speciaal is ontworpen om gratis of tegen een kleine vergoeding plastic zakjes te verstrekken, bedoeld voor hondeneigenaren om hondenpoep op te ruimen.
poepzakjesautomaatje	=	poepzakjesautomaat
poepzakjesautomaatjes	=	poepzakjesautomaat
poepzakjesautomaten	=	poepzakjesautomaat
poepzakjeshouder	noun	accessoire, vaak van kunststof of leer, speciaal ontworpen om poepzakjes te bewaren en gemakkelijker mee te nemen tijdens het uitlaten van een hond
poepzakjeshouders	=	poepzakjeshouder
poepzakjeshoudertje	=	poepzakjeshouder
poepzakjeshoudertjes	=	poepzakjeshouder
poepzat	adj	stomdronken
poepzats	=	poepzat
poepzatte	=	poepzat
poer	noun	betonnen of bakstenen blok, bedoeld om de krachten uit een bouwwerk over te dragen op de ondergrond (fundering op staal) of op de paalfundering.
poerde	=	poeren
poerden	=	poeren
poerdroge	=	poerdroog
poerdroog	adj	zonder enig vocht
poerdroogs	=	poerdroog
poere	=	poeren
poerem	=	poerim
poeren	verb	peuren, op aal vissen
poerend	=	poeren
poerende	=	poeren
poeriem	noun	feest waarbij de Joden vieren dat ze niet meer door vijanden als Haman worden bedreigd, op 14 adar buiten de steden en op 15 adar in de steden (5×: Est. 9:26 +); Nederlandse naam: Lotenfeest
poerim	noun	feest waarbij de Joden vieren dat ze niet meer door vijanden als Haman worden bedreigd, op 14 adar buiten de steden en op 15 adar in de steden
poerimfeest	noun	feest dat ter gelegenheid van Poerim wordt gehouden
poerimfeesten	=	poerimfeest
poerimfeestje	=	poerimfeest
poerimfeestjes	=	poerimfeest
poert	=	poeren
poerzwart	adj	intensief zwart ziende van het vuil
poerzwarte	=	poerzwart
poerzwarts	=	poerzwart
poes	noun	vrouwelijke huiskat, bij uitbreiding ook wel gebruikt voor huiskatten in het algemeen
poesiealbum	noun	Een boek waain kleine gedichten en versjes van vrienden worden verzameld.
poesiealbumpje	=	poesiealbum
poesiealbumpjes	=	poesiealbum
poesiealbums	=	poesiealbum
poesje	=	poes
poesjenel	noun	traditionele pop van vooral Antwerpse poppentheaters
poesjenellen	=	poesjenel
poesjenelletje	=	poesjenel
poesjenelletjes	=	poesjenel
poesjes	=	poes
poeslief	adj	schijnbaar erg lief
poesliefs	=	poeslief
poeslieve	=	poeslief
poesmooi	adj	met een door verzorging heel fraai uiterlijk
poesmooie	=	poesmooi
poesmoois	=	poesmooi
poespas	noun	overbodige handelingen, nutteloos ritueel
poespasje	=	poespas
poespassen	=	poespas
poesta	noun	Hongaarse boomloze grasvlakte, grassteppe
poesta's	=	poesta
poet	noun|informal	geld of buit
poetel	noun|obsolete	voetje van een klein kind
poetels	=	poetel
poetiniseer	=	poetiniseren
poetiniseerde	=	poetiniseren
poetiniseerden	=	poetiniseren
poetiniseert	=	poetiniseren
poetinisere	=	poetiniseren
poetiniseren	verb	te werk gaan op de manier van de Russische president Poetin, d.w.z. middels het toepassen van staatsterreur en nietsontziende onderdrukking van de eigen bevolking
poetiniserend	=	poetiniseren
poetiniserende	=	poetiniseren
poetinisme	noun	sociaal-economische en politieke praktijk in Rusland in het begin van de 21 eeuw, gekenmerkt door autoritaire en nationalistische opvattingen
poetinsmoothie	noun	molotovcocktail
poetinsmoothies	=	poetinsmoothie
poetoen	noun	Barringtonia asiatica (syn: B. speciosa) een Indische boomsoort uit de Lecythidaceae
poetoens	=	poetoen
poetoentje	=	poetoen
poetoentjes	=	poetoen
poetryslam	noun	wedstrijd waarbij dichters tijdens een optreden op een podium gedichten voordragen, waarna het publiek bepaalt wie de beste is
poetryslammetje	=	poetryslam
poetryslammetjes	=	poetryslam
poetryslams	=	poetryslam
poets	noun	grap die men met iemand uithaalt (vooral in de uitdrukking [iemand] een poets bakken)
poetsbeurt	noun	de keer dat men iets schoonmaakt
poetsbeurten	=	poetsbeurt
poetsbeurtje	=	poetsbeurt
poetsbeurtjes	=	poetsbeurt
poetsdoek	noun	een doekje waarmee je kunt schoonmaken
poetsdoeken	=	poetsdoek
poetsdoekje	=	poetsdoek
poetsdoekjes	=	poetsdoek
poetse	=	poetsen
poetsen	verb	door middel van wrijven zaken schoner maken
poetsend	=	poetsen
poetsende	=	poetsen
poetser	noun	iemand die schoonmaakt
poetsers	=	poetser
poetsertje	=	poetser
poetsertjes	=	poetser
poetsgerei	noun	hulpmidden voor de schoonmaak
poetsje	=	poets
poetsjes	=	poets
poetskatoen	noun	katoenvezel in de vorm van plukken, geschikt voor het schoonpoetsen van zaken
poetslap	noun	een stuk textiel waarmee je door wrijven iets kunt reinigen; ook figuurlijk gebruikt
poetslappen	=	poetslap
poetsmiddel	noun	een substantie waarmee je iets glimmend kunt poetsen
poetsmiddelen	=	poetsmiddel
poetst	=	poetsen
poetste	=	poetsen
poetsten	=	poetsen
poetsvrouw	noun	vrouw die beroepsmatig in het huishouden schoonmaakt, een werkster
poetsvrouwen	=	poetsvrouw
poetsvrouwtje	=	poetsvrouw
poetsvrouwtjes	=	poetsvrouw
poetswant	noun	handschoen met alle vingers, behalve de duim in één ruimte, gemaakt van weefsel dat is doordrenkt met een stof die metalen oppervlakken weer laat glanzen als je erover wrijft
poetswanten	=	poetswant
poezel	noun	jonge vrouw of jong meisje	adj	met zachte, ronde vormen
poezele	=	poezel
poezeler	=	poezel
poezelere	=	poezel
poezelers	=	poezel
poezelig	adj	van vrouwen en kinderen mollig, rond en zacht
poezelige	=	poezelig
poezeliger	=	poezelig
poezeligere	=	poezelig
poezeligers	=	poezelig
poezeligs	=	poezelig
poezeligst	=	poezelig
poezeligste	=	poezelig
poezels	=	poezel
poezelst	=	poezel
poezelste	=	poezel
poezen	=	poes
poezenluik	noun	een kleine opening in een deur of muur, speciaal voor katten, zodat ze zelfstandig naar binnen en buiten kunnen
poezenluiken	=	poezenluik
poezenluikje	=	poezenluik
poezenluikjes	=	poezenluik
poezenmand	noun	een comfortabele, zachte en veilige slaapplek voor een kat, die het dier een eigen rustige plek biedt om te slapen, uit te rusten en zich terug te trekken
poezenmanden	=	poezenmand
poezenmandje	=	poezenmand
poezenmandjes	=	poezenmand
poezie	=	poëzie
poezig	adj	lijkend op een poes
poezige	=	poezig
poeziger	=	poezig
poezigere	=	poezig
poezigers	=	poezig
poezigs	=	poezig
poezigst	=	poezig
poezigste	=	poezig
pof	noun	bolstaande plooi in kledingstuk, inz. in mouw of korte broek
pofadders	noun	een geslacht Bitis van zeer giftige slangen uit de onderfamilie echte adders (Viperinae) van de familie adders (Viperidae)
pofadderschaamhaai	noun	Haploblepharus edwardsii een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
pofadderschaamhaaien	=	pofadderschaamhaai
pofadderschaamhaaitje	=	pofadderschaamhaai
pofadderschaamhaaitjes	=	pofadderschaamhaai
pofbroek	noun	een kniebroek met wijde opbollende pijpen die onder de knie met een bandje om de kuit sluit
pofbroeken	=	pofbroek
pofbroekje	=	pofbroek
pofbroekjes	=	pofbroek
poffe	=	poffen
poffen	verb	in een oven in eigen vocht gaar laten worden
poffend	=	poffen
poffende	=	poffen
poffer	noun	ouderwets hoofddeksel voor vrouwen uit Noord-Brabant
poffers	=	poffer
poffertje	noun	alleen verkleinwoord in een speciale pan met ondiepe putjes van een vloeibaar beslag gebakken lekkernij
poffertjes	=	poffertje
poffertjesijzer	noun	een speciaal stuk keukengerei dat wordt gebruikt om poffertjes te bakken, een typisch Nederlandse lekkernij
poffertjesijzers	=	poffertjesijzer
poffertjesijzertje	=	poffertjesijzer
poffertjesijzertjes	=	poffertjesijzer
poffertjeskraam	noun	kraam waarin men poffertjes bakt en eet
poffertjeskraampje	=	poffertjeskraam
poffertjeskraampjes	=	poffertjeskraam
poffertjeskramen	=	poffertjeskraam
poffertjespan	noun	plaat met kuiltjes om poffertjes in te bakken
poffertjespannen	=	poffertjespan
poffertjespannetje	=	poffertjespan
poffertjespannetjes	=	poffertjespan
poffertjesplaat	noun	een plaat met kuiltjes om poffertjes in te bakken
poffertjesplaatje	=	poffertjesplaat
poffertjesplaatjes	=	poffertjesplaat
poffertjesplaten	=	poffertjesplaat
pofje	=	pof
pofjes	=	pof
pofmaïs	noun	maïs die je kunt poffen tot popcorn
pofmouw	noun	een mouw die zeer wijd is in het midden
pofmouwen	=	pofmouw
pofmouwtje	=	pofmouw
pofmouwtjes	=	pofmouw
poft	=	poffen
pofte	=	poffen
poften	=	poffen
poge	=	pogen
pogen	verb|formal	iets met succes trachten te volbrengen, waarvan men niet weet of het gaat lukken
pogend	=	pogen
pogende	=	pogen
poging	noun	een daad waarmee men tracht een doel te bereiken
pogingen	=	poging
poginkje	=	poging
poginkjes	=	poging
pogo	noun	een dans uitgevoerd op heavy metal, hardcore, ska en punk
pogo's	=	pogo
pogobal	noun	achtvormige bal met een kunststof schijf, waarop je staat en kunt springen
pogoballen	=	pogobal
pogoballetje	=	pogobal
pogoballetjes	=	pogobal
pogode	=	pogoën
pogoden	=	pogoën
pogoot	=	pogoën
pogostick	noun	een springstok die als speelgoed gebruikt wordt om zich met kangoeroeachtige sprongen te verplaatsen
pogostickje	=	pogostick
pogostickjes	=	pogostick
pogosticks	=	pogostick
pogoë	=	pogoën
pogoën	verb	ruig springend dansen op punkmuziek
pogoënd	=	pogoën
pogoënde	=	pogoën
pogrom	noun	razzia tegen Joden
pogrommetje	=	pogrom
pogrommetjes	=	pogrom
pogrompje	=	pogrom
pogroms	=	pogrom
pohnpeivleerhond	noun	Pteropus molossinus een vleermuis uit het geslacht Pteropus die voorkomt in Micronesia, op de atollen Ant, Pakin en Pohnpei en mogelijk ook op de Mortlock-eilanden.
pohnpeivleerhonden	=	pohnpeivleerhond
pohnpeivleerhondje	=	pohnpeivleerhond
pohnpeivleerhondjes	=	pohnpeivleerhond
pohutukawa	noun	Metrosideros excelsa een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae).
pohutukawa's	=	pohutukawa
point	noun	punt
pointe	noun	het derde en laatste deel van een grap (na de introductie, en het verhaal) dat mensen aan het lachen kan maken
pointeer	=	pointeren
pointeerde	=	pointeren
pointeerden	=	pointeren
pointeert	=	pointeren
pointeloos	adj	zonder verrassend einde, zonder clou
pointeloost	=	pointeloos
pointelooste	=	pointeloos
pointeloze	=	pointeloos
pointelozer	=	pointeloos
pointelozere	=	pointeloos
pointelozers	=	pointeloos
pointer	noun	staande jachthond
pointere	=	pointeren
pointeren	verb	aantekenen
pointerend	=	pointeren
pointerende	=	pointeren
pointers	=	pointer
pointertje	=	pointer
pointertjes	=	pointer
pointes	=	pointe
pointeur	noun	richter
pointeurs	=	pointeur
pointeurtje	=	pointeur
pointeurtjes	=	pointeur
pointguard	noun	centrumspeler bij basketbal die de bal naar anderen doorspeelt
pointguardje	=	pointguard
pointguardjes	=	pointguard
pointguards	=	pointguard
pointillisme	noun	schilderwijze d.m.v. pointilleren (met puntjes schilderen)
pointillistisch	adj	betrekking hebbend op het pointillisme
pointillistische	=	pointillistisch
pointillistischer	=	pointillistisch
pointillistischere	=	pointillistisch
pointillistischers	=	pointillistisch
pointillé	noun	weefsel waarin anders gekleurde punten ontstaan door het mee weven van anders gekleurde draden
pointillés	=	pointillé
poissonverdeling	noun	een discrete kansverdeling die met name van toepassing is bij het tellen van bepaalde voorvallen gedurende een gegeven tijdsinterval, afstand, oppervlakte, volume etc.
poissonverdelingen	=	poissonverdeling
poissonverdelinkje	=	poissonverdeling
poissonverdelinkjes	=	poissonverdeling
pok	noun	puist, blaasvormig zweertje of kuiltje als symptoom van een huidziekte zoals pokken, koepokken en water- of windpokken.
pokachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van pokken
pokachtige	=	pokachtig
pokachtiger	=	pokachtig
pokachtigere	=	pokachtig
pokachtigers	=	pokachtig
pokachtigs	=	pokachtig
pokachtigst	=	pokachtig
pokachtigste	=	pokachtig
pokdalig	adj	getekend door de pokken
pokdalige	=	pokdalig
pokdaliger	=	pokdalig
pokdaligere	=	pokdalig
pokdaligers	=	pokdalig
pokdaligs	=	pokdalig
pokdaligst	=	pokdalig
pokdaligste	=	pokdalig
poken	=	pook
poker	noun	een spel waarbij op bepaalde combinaties van kaarten een, gewoonlijk geldelijke, inzet gedaan wordt
pokeraar	noun	iemand die al of niet beroepshalve het spel poker speelt.
pokeraars	=	pokeraar
pokerbeker	noun	een beker waarin je dobbelstenen schudt om ze willekeurig te laten vallen
pokerbekers	=	pokerbeker
pokerbekertje	=	pokerbeker
pokerbekertjes	=	pokerbeker
pokerchip	noun	een gekleurd schijfje dat in spellen als poker geld of punten vertegenwoordigt
pokerchipje	=	pokerchip
pokerchipjes	=	pokerchip
pokerchips	=	pokerchip
pokerde	=	pokeren
pokerden	=	pokeren
pokere	=	pokeren
pokeren	verb	een bepaald spel spelen waarin op een hand kaarten gewed wordt
pokerend	=	pokeren
pokerende	=	pokeren
pokerface	noun	emotieloos gezicht
pokerfaces	=	pokerface
pokerfiche	noun	een gekleurd schijfje dat in spellen als poker geld of punten vertegenwoordigt
pokerfiches	=	pokerfiche
pokerjeton	noun	een gekleurd schijfje dat in spellen als poker geld of punten vertegenwoordigt
pokerjetons	=	pokerjeton
pokerjetontje	=	pokerjeton
pokerjetontjes	=	pokerjeton
pokermunt	noun	een gekleurd schijfje dat in spellen als poker geld of punten vertegenwoordigt
pokermunten	=	pokermunt
pokermuntje	=	pokermunt
pokermuntjes	=	pokermunt
pokers	=	poker
pokerspeelster	noun	vrouwelijke vorm van pokerspeler
pokerspeelsters	=	pokerspeelster
pokerspeelstertje	=	pokerspeelster
pokerspeelstertjes	=	pokerspeelster
pokerspel	noun	een kaartspel waarbij je probeert je tegenstander te overbluffen
pokerspelen	=	pokerspel
pokerspeler	noun	iemand die poker speelt
pokerspelers	=	pokerspeler
pokerspellen	=	pokerspel
pokerspelletje	=	pokerspel
pokerspelletjes	=	pokerspel
pokert	=	pokeren
pokertje	=	poker
pokertjes	=	poker
pokertoken	noun	een gekleurd schijfje dat in spellen als poker geld of punten vertegenwoordigt
pokertokens	=	pokertoken
pokhout	noun	zeer hard, slijtvast hout van de West-Indische guajakboom, Guaiacum officinale, dat zelfsmerende eigenschappen heeft
pokhouten	=	pokhout
pokje	=	pok
pokjes	=	pok
pokke	=	pokken
pokkeherrie	=	pokkenherrie
pokken	noun	uiterst besmettelijke en levensbedreigende virusziekte die huid en slijmvliezen aantastte waartegen een Engelse arts Edward Jenner omstreeks 1796, een vaccin op basis van koepokken ontwikkelde	verb|obsolete	lijden aan de gelijknamige ziekte
pokkend	=	pokken
pokkende	=	pokken
pokkending	noun	voorwerp dat heel slecht of vervelend is
pokkendingen	=	pokkending
pokkendingetje	=	pokkending
pokkendingetjes	=	pokkending
pokkeneind	noun	een zeer lange, vermoeiende afstand
pokkeneinden	=	pokkeneind
pokkeneindje	=	pokkeneind
pokkeneindjes	=	pokkeneind
pokkenherrie	noun	harde en vervelende geluiden
pokkenlijder	noun	iemand die lijdt aan de pokken
pokkenlijders	=	pokkenlijder
pokkenvirus	noun	virus dat de ziekte pokken veroorzaakt bij mensen
pokkenvirussen	=	pokkenvirus
pokkenweer	noun|informal	heel slecht weer
pokkenweertje	=	pokkenweer
pokkenwerk	noun	heel zwaar en vervelend werk
pokkenwerkje	=	pokkenwerk
pokkenwerkjes	=	pokkenwerk
pokkenwijf	noun	onaangename vrouw
pokkenwijfje	=	pokkenwijf
pokkenwijfjes	=	pokkenwijf
pokkenwijven	=	pokkenwijf
pokkenzooi	noun|informal	ontzettende warboel, vreselijke puinhoop
pokkig	adj	alsof iets aangetast is door de pokken
pokkige	=	pokkig
pokkiger	=	pokkig
pokkigere	=	pokkig
pokkigers	=	pokkig
pokkigs	=	pokkig
pokkigst	=	pokkig
pokkigste	=	pokkig
pokoe	=	poku
pokoe's	=	poku
pokoes	=	poku
pokon	noun	een merk plantenvoedsel
pokopoko	adv	langzaam aan, rustig
pokopokobeginsel	noun	uitgangspunt dat de grondslagen van goed bestuur niet één-op-één overdraagbaar zijn van Nederland naar de Antillen
pokopokobeginselen	=	pokopokobeginsel
pokopokobeginsels	=	pokopokobeginsel
pokput	noun	litteken van de pokken
pokputje	=	pokput
pokputjes	=	pokput
pokputten	=	pokput
pokstof	noun	vocht uit een pokgezwel waarmee men tegen de pokken kan vaccineren
pokstoffen	=	pokstof
pokt	=	pokken
pokte	=	pokken
pokten	=	pokken
poku	noun	/ muziek, lied, track, tune
poku's	=	poku
pokziekte	noun	ziekte die gepaard gaat met pokken
pokziekten	=	pokziekte
pokziektes	=	pokziekte
pokébowl	noun	Hawaïaans, koud gegeten gerecht bestaande uit vis, groente, sojaolie en sesamolie
pokébowls	=	pokébowl
pokémongekte	noun	de gekte die het spel Pokémon veroorzaakt
pokémongektes	=	pokémongekte
pokémonterreur	noun	overlast die spelers van het spel Pokémon veroorzaken
pol	noun	bundel van plantaardig materiaal inclusief aardkluit
polabischtalig	adj	het Polabisch sprekend
polabischtalige	=	polabischtalig
polabischtaligs	=	polabischtalig
polair	adj	van magnetische polen voorzien
polairder	=	polair
polairdere	=	polair
polairders	=	polair
polaire	=	polair
polairs	=	polair
polairst	=	polair
polairste	=	polair
polak	noun	iemand afkomstig uit Polen
polakken	=	polak
polakker	noun	vrachtvaartuig
polakkers	=	polakker
polakkertje	=	polakker
polakkertjes	=	polakker
polarisatie	noun	het polariseren
polarisatiefilter	noun	filter dat licht (of andere elektromagnetische straling) alleen doorlaat als het in een bepaalde richting gepolariseerd is
polarisatiefilters	=	polarisatiefilter
polarisatiefiltertje	=	polarisatiefilter
polarisatiefiltertjes	=	polarisatiefilter
polarisatiemicroscoop	noun	microscoop voor het onderzoek van dubbelbrekende objecten in gepolariseerd licht
polarisatiemicroscoopje	=	polarisatiemicroscoop
polarisatiemicroscoopjes	=	polarisatiemicroscoop
polarisatiemicroscopen	=	polarisatiemicroscoop
polarisaties	=	polarisatie
polarisatievlak	noun	vlak waarin een (elektromagnetische) golf (bijv. een lichtstraal) wordt gepolariseerd
polarisatievlakje	=	polarisatievlak
polarisatievlakjes	=	polarisatievlak
polarisatievlakken	=	polarisatievlak
polarisator	noun	voorwerp dat (licht) kan polariseren
polarisatoren	=	polarisator
polarisators	=	polarisator
polarisatortje	=	polarisator
polarisatortjes	=	polarisator
polariseer	=	polariseren
polariseerde	=	polariseren
polariseerden	=	polariseren
polariseert	=	polariseren
polarisere	=	polariseren
polariseren	verb	spanningen en tegenstellingen tussen personen en groepen doen ontstaan of toespitsen
polariserend	=	polariseren
polariserende	=	polariseren
polarisering	noun	het vormen of verscherpen van maatschappelijke tegenstellingen
polariseringen	=	polarisering
polariteit	noun	de eigenschap hebben om polen te bezitten
polariteiten	=	polariteit
polaroid	noun	kunststof voor zonnebrillen dat licht polariseert
polaroidcamera	noun	een direct klaar fotocamera; camera waarmee men foto's kan maken zonder dat er een fotohandel nodig is voor ontwikkelen en afdrukken
polaroidcamera's	=	polaroidcamera
polaroids	=	polaroid
polder	noun	een bedijkt stuk land waarin de waterstand kunstmatig geregeld wordt
polderbesturen	=	polderbestuur
polderbestuur	noun	bestuur van een polder (door een college)
polderbestuurtje	=	polderbestuur
polderbestuurtjes	=	polderbestuur
polderboeddhisme	noun	Nederlandse vorm van boeddhisme
poldercatenaccio	noun	Nederlandse vorm van het sterk verdedigende Italiaanse voetbal
polderde	=	polderen
polderden	=	polderen
polderdrietandglimmer	noun	Amara strenua een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
polderdrietandglimmers	=	polderdrietandglimmer
polderdrietandglimmertje	=	polderdrietandglimmer
polderdrietandglimmertjes	=	polderdrietandglimmer
poldere	=	polderen
polderen	verb	compromissen sluiten en samenwerken als kernpunt van politiek beleid.
polderend	=	polderen
polderende	=	polderen
polderfranjehoed	noun	Psathyrella almerensis een schimmel behorend tot de familie Psathyrellaceae.
polderfranjehoeden	=	polderfranjehoed
polderfranjehoedje	=	polderfranjehoed
polderfranjehoedjes	=	polderfranjehoed
polderhunk	noun	aantrekkelijke man van het platteland
polderhunks	=	polderhunk
polderjihadist	noun	Nederlander die naar een oorlogsgebied gaat om te strijden voor de Islamitische Staat
polderjihadisten	=	polderjihadist
polderjongen	noun	stoere arbeider die werkte bij het bedijken en inrichten van polders, droogmakerijen en andere grondwerken
polderjongens	=	polderjongen
polderkoorts	noun	moeraskoorts, malaria
polderland	noun	landschap van polders
polderlanden	=	polderland
polderlandje	=	polderland
polderlandjes	=	polderland
polderlandschap	noun	een landschap dat gevormd is door inpoldering, dus met dijken, sloten, weilanden en weinig hoogteverschillen
polderlandschapje	=	polderlandschap
polderlandschapjes	=	polderlandschap
polderlandschappen	=	polderlandschap
poldermaskerbij	noun	Hylaeus confusus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
poldermaskerbijen	=	poldermaskerbij
poldermaskerbijtje	=	poldermaskerbij
poldermaskerbijtjes	=	poldermaskerbij
poldermodder	=	poldermodderen
poldermodderde	=	poldermodderen
poldermodderden	=	poldermodderen
poldermoddere	=	poldermodderen
poldermodderen	verb	aanmodderen bij het maken van een politiek compromis
poldermodderend	=	poldermodderen
poldermodderende	=	poldermodderen
poldermoddert	=	poldermodderen
poldermodel	noun	de naam die gegeven wordt aan het Nederlandse consensusmodel waarin partijen met elkaar aan tafel gaan zitten om te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden en lonen
poldermodellen	=	poldermodel
poldermodelletje	=	poldermodel
poldermodelletjes	=	poldermodel
poldermoskee	noun	moskee in Nederland zonder minaret en waarin men Nederlands spreekt
poldermoskeeën	=	poldermoskee
poldernederlands	noun	wijze van uitspraak van het Nederlands waarbij de tweeklanken ei /ɛi/, ui /œy/ en ou /ɔu/ met een meer open mond (lagere kaakstand) worden uitgesproken en die vooral gebruikt zou worden door jonge vrouwen
polderopzichter	noun	toezichthouder op de waterhuishouding in een polder
polderopzichters	=	polderopzichter
polderpeil	noun	vastgesteld grondwaterpeil in een polder
polderpeilen	=	polderpeil
polderpolitiek	noun	politiek in Nederland die gekenmerkt wordt door aanhoudend overleg en het streven naar consensus
polderpop	noun	nederpop
polderpopje	=	polderpop
polderpopjes	=	polderpop
polderpoppen	=	polderpop
polders	=	polder
poldersafari	noun	natuurexcursie door een Nederlandse polder
poldersafari's	=	poldersafari
poldert	=	polderen
poldertje	=	polder
poldertjes	=	polder
polderwater	noun	water dat vanuit een polder wordt weggepompt
polderwateren	=	polderwater
polderwaters	=	polderwater
polderwatertje	=	polderwater
polderwatertjes	=	polderwater
polderweg	noun	een weg die door een polder loopt
polderwegen	=	polderweg
polderweggetje	=	polderweg
polderweggetjes	=	polderweg
polderwegje	=	polderweg
polderwegjes	=	polderweg
polderwinkelde	=	polderwinkelen
polderwinkelen	verb	winkelen waarbij men de geldende coronaregels wel heel erg soepel interpreteert
polderwinkelend	=	polderwinkelen
pole	noun	poleposition, beste startplaats bij een race
poleer	=	poleren
poleerboor	noun	kaliberboor (precisieboor) om lopen van wapens uit te boren
poleerboortje	=	poleerboor
poleerboortjes	=	poleerboor
poleerboren	=	poleerboor
poleerde	=	poleren
poleerden	=	poleren
poleert	=	poleren
polefitness	noun	vorm van fitness die geïnspireerd is op het van oorsprong erotische paaldansen
polei	noun	Mentha pulegium syn.
poleis	=	polis
polemici	=	polemicus
polemicus	noun	iemand die graag strijd voert in de media
polemiek	noun	een strijd die met woorden wordt gestreden (in de media)
polemieken	=	polemiek
polemiekje	=	polemiek
polemiekjes	=	polemiek
polemisch	adj	iets dat uitlokt tot strijd
polemische	=	polemisch
polemischer	=	polemisch
polemischere	=	polemisch
polemischers	=	polemisch
polemiseer	=	polemiseren
polemiseerde	=	polemiseren
polemiseerden	=	polemiseren
polemiseert	=	polemiseren
polemisere	=	polemiseren
polemiseren	verb	woordenstrijd voeren
polemiserend	=	polemiseren
polemiserende	=	polemiseren
polemist	noun	iemand die graag strijd voert in de media
polemiste	=	polemist
polemisten	=	polemist
polemistje	=	polemist
polemistjes	=	polemist
polemologen	=	polemoloog
polemologie	noun	de wetenschap die gaat over de oorzaken van oorlog en vrede waarbij het bereiken van een duurzame vrede het doel is
polemologisch	adj	betrekking hebbend op de polemologie
polemologische	=	polemologisch
polemologischer	=	polemologisch
polemologischere	=	polemologisch
polemologischers	=	polemologisch
polemoloog	noun	sociaal wetenschapper die het ontstaan van oorlog en vrede bestudeert
polen	=	pool
polenta	noun	een traditioneel Noord-Italiaans gerecht gemaakt van griesmeel van mais
polenta's	=	polenta
polepositie	noun	de beste plaats bij de start van een auto- of motorrace
poleposities	=	polepositie
poleposition	noun	de beste positie bij de start van een auto- of motorrace
polepositions	=	poleposition
polere	=	poleren
poleren	verb	polijsten
polerend	=	poleren
polerende	=	poleren
poles	=	pole
poli	noun|informal	polikliniek
poli's	=	poli
policier	noun	politieagent
policiers	=	policier
policor	noun	iemand die politiek correct is	adj	politiek correct; overdreven netjes, fatsoenlijk en menslievend in de politiek; vermijden van beledigende of discriminerende uitingen in het politieke debat
policorder	=	policor
policordere	=	policor
policorders	=	policor
policorre	=	policor
policors	=	policor
policorst	=	policor
policorste	=	policor
poliep	noun	benaming voor neteldieren in het stadium waarin ze de vorm hebben van een krans van tentakels rond een mondopening die via een buis aan de voet is verbonden
poliepen	=	poliep
poliepje	=	poliep
poliepjes	=	poliep
polier	=	polieren
polierde	=	polieren
polierden	=	polieren
poliere	=	polieren
polieren	verb	polijsten
polierend	=	polieren
polierende	=	polieren
poliert	=	polieren
polietje	=	poli
polietjes	=	poli
polijst	=	polijsten
polijste	=	polijsten
polijsten	verb	een stenen of glazen oppervlak bijzonder glad slijpen met steeds fijnere slijpmiddelen
polijstend	=	polijsten
polijstende	=	polijsten
polijster	noun	iemand die polijst
polijsters	=	polijster
polijstkalk	noun	zeer fijn krijt om mee te polijsten
polijstkalkje	=	polijstkalk
polijstkalkjes	=	polijstkalk
polijstte	=	polijsten
polijstten	=	polijsten
polikliniek	noun	inrichting waar niet-bedlegerige patiënten (ambulante patiënten) komen voor een dagbehandeling
poliklinieken	=	polikliniek
polikliniekje	=	polikliniek
polikliniekjes	=	polikliniek
poliklinisch	adj	met betrekking tot een polikliniek (van een behandeling in een ziekenhuis dat opname niet nodig is)
poliklinische	=	poliklinisch
poliklinischer	=	poliklinisch
poliklinischere	=	poliklinisch
poliklinischers	=	poliklinisch
polio	noun	een ziekte veroorzaakt door het poliomyelitisvirus die tot verlammingsverschijnsel leidt
poliomyelitis	noun	virusinfectie o.a. van de grijze stof van het ruggemerg
poliomyelitissen	=	poliomyelitis
poliopatiënt	noun	persoon die lijdt aan poliomyelitis een virusinfectie die kan leiden tot verlammingen en verdwijnen van spiermassa in de aangedane ledematen
poliopatiënten	=	poliopatiënt
poliopatiëntje	=	poliopatiënt
poliopatiëntjes	=	poliopatiënt
poliovaccin	noun	entstof die beschermt tegen kinderverlamming
poliovaccins	=	poliovaccin
poliovirus	noun	enterovirus dat kinderverlamming kan doen ontstaan
poliovirussen	=	poliovirus
polis	noun	schriftelijke vastlegging van een overeenkomst
polisadministratie	noun	een register waarin de meeste Nederlandse inkomstengegevens worden opgeslagen en is een belangrijk instrument voor de uitvoering van de Wet walvis
polisadministraties	=	polisadministratie
polishoppen	verb	van de ene (gezondheidsverekerings)polis naar de andere overgaan ??
polishoppende	=	polishoppen
polisjaar	noun	een periode van één jaar waarvoor een verzekering geldig is, deze periode hoeft niet te beginnen op 1 januari
polisjaren	=	polisjaar
polisje	=	polis
polisjes	=	polis
poliskosten	noun	geld dat men moet betalen voor de administratieve verwerking van een verzekering
polissen	=	polis
polisseur	noun	iemand die voorwerpen polijst, een polijster
polisseurs	=	polisseur
polisseurtje	=	polisseur
polisseurtjes	=	polisseur
polisvoorwaarde	noun	de algemene bepalingen van een verzekering, de belangrijkste voorwaarden dienen op het polisblad te worden vermeld
polisvoorwaarden	=	polisvoorwaarde
politainment	noun	vorm van amusement dat wordt ingezet om stemmen te winnen; politiek entertainment
politbureau	noun	dagelijks bestuur van de communistische partij
politbureaus	=	politbureau
politesse	noun	beleefdheid, wellevendheid, hoffelijkheid, vriendelijkheid
politiair	adj	op de politie betrekking hebbend
politiaire	=	politiair
politiairs	=	politiair
politica	noun	vrouwelijke vorm van politicus
politica's	=	politica
politicaatje	=	politica
politicae	=	politica
politici	=	politicus
politicologe	noun	vrouwelijke vorm van politicoloog
politicologen	=	politicoloog
politicologes	=	politicologe
politicologie	noun	een discipline binnen de sociale wetenschappen die zich bezighoudt met het bestuderen van politiek
politicologisch	adj	betrekking hebbend op de politicologie
politicologische	=	politicologisch
politicologischer	=	politicologisch
politicologischere	=	politicologisch
politicologischers	=	politicologisch
politicoloog	noun	iemand die afgestudeerd is in de politicologie en politicologie bedrijft
politicoloogje	=	politicoloog
politicus	noun	iemand die zich beroepsmatig met politiek bezighoudt
politicusje	=	politicus
politicusjes	=	politicus
politie	noun	ambtenaar bij de politie
politie-uniform	noun	de officiële kleding die door de politie wordt gedragen om herkenbaar en zichtbaar te zijn, wat cruciaal is voor de uitoefening van hun taken zoals ordehandhaving en het bestrijden van criminaliteit
politie-uniformen	=	politie-uniform
politie-uniformpje	=	politie-uniform
politie-uniformpjes	=	politie-uniform
politieaanwezigheid	noun	het ter plekke beschikbaar zijn van een politiemacht
politieacademie	noun	het onderwijs-, kennis- en onderzoeksinstituut voor de politie in Nederland, verspreid over het hele land
politieacademies	=	politieacademie
politieachtervolging	noun	een situatie waarin politieagenten met spoed een vluchtend voertuig of persoon achtervolgen, doorgaans omdat deze zich bewust onttrekt aan een aanhouding of stopteken.
politieachtervolgingen	=	politieachtervolging
politieachtervolginkje	=	politieachtervolging
politieachtervolginkjes	=	politieachtervolging
politieactie	noun	een ingrijpen van de politie
politieacties	=	politieactie
politieafzetting	noun	barricade die gemaakt is door de politie
politieafzettingen	=	politieafzetting
politieagent	noun	een persoon die belast is met hulpverlening en met de handhaving van de openbare orde en veiligheid
politieagente	noun	vrouw die hoofdtaken van de politie uitvoert
politieagenten	noun	meervoud van het zelfstandig naamwoord politieagente
politieagentes	=	politieagente
politieagentetje	=	politieagente
politieagentetjes	=	politieagente
politieagentje	=	politieagent
politieagentjes	=	politieagent
politieambtenaar	noun	politieagent
politieambtenaars	=	politieambtenaar
politieambtenaartje	=	politieambtenaar
politieambtenaartjes	=	politieambtenaar
politieambtenaren	=	politieambtenaar
politieapparaat	noun	de politieorganisatie
politieapparaten	=	politieapparaat
politiearts	noun	arts die verbonden is aan het politiekorps en onder andere de medische zorg heeft voor mensen die in voorlopige hechtenis zitten
politieartsen	=	politiearts
politieauto	noun	een speciale auto voor politieagenten
politieauto's	=	politieauto
politieautootje	=	politieauto
politieautootjes	=	politieauto
politiebeambte	noun|formal	iemand die in dienst is van de politie
politiebeambten	=	politiebeambte
politiebegeleiding	noun	onder escorte van de politie
politiebegeleidingen	=	politiebegeleiding
politiebegeleidinkje	=	politiebegeleiding
politiebegeleidinkjes	=	politiebegeleiding
politiebericht	noun	een mededeling die gemaakt is door de politie en die men via de massamedia verspreidt
politieberichten	=	politiebericht
politiebescherming	noun	actieve bescherming door de politie
politiebeschermingen	=	politiebescherming
politiebewaking	noun	bewaking of beveiliging door de politie
politiebewakingen	=	politiebewaking
politiebewakinkje	=	politiebewaking
politiebewakinkjes	=	politiebewaking
politieblad	noun	tijdschrift voor politieagenten
politiebladen	=	politieblad
politieblokkade	noun	door de politie opgeworpen versperring of afsluiting
politieblokkades	=	politieblokkade
politieblokkadetje	=	politieblokkade
politieblokkadetjes	=	politieblokkade
politiebond	noun	vakbond voor politieambtenaren
politiebonden	=	politiebond
politiebron	noun	politiefunctionaris die inlichtingen verschaft aan een journalist
politiebronnen	=	politiebron
politiebureau	noun	een gebouw van waaruit de politie haar activiteiten ontplooit
politiebureaus	=	politiebureau
politiebureautje	=	politiebureau
politiebureautjes	=	politiebureau
politiebus	noun	personenbusje als vervoersmiddel van de politie
politiebusje	=	politiebus
politiebusjes	=	politiebus
politiebussen	=	politiebus
politiecapaciteit	noun	de hoeveelheid ondersteuning die de politie kan leveren aan de samenleving
politiecapaciteiten	=	politiecapaciteit
politiecel	noun	een afgesloten ruimte in een politiebureau waarin arrestanten kunnen worden vastgezet.
politiecellen	=	politiecel
politiecelletje	=	politiecel
politiecelletjes	=	politiecel
politiechef	noun	leidinggevende politieagent (maar geen officiële politierang in Nederland)
politiechefs	=	politiechef
politiecommandant	noun	leidinggevende bij de politie
politiecommandanten	=	politiecommandant
politiecommissaris	noun	op een na hoogste rang bij een politiekorps, onder hoofdcommissaris
politiecommissarissen	=	politiecommissaris
politiecontrole	noun	aanhouding en onderzoek door de politie zonder dat er een specifieke verdenking bestaat
politiecontroles	=	politiecontrole
politiedetective	noun	rechtshandhaver met de taak misdaden door speurwerk op te helderen
politiedetectives	=	politiedetective
politiedienst	noun	dienst van of bij de politie
politiediensten	=	politiedienst
politiedistrict	noun	het werkterrein van een politiecorps
politiedistricten	=	politiedistrict
politiedossier	noun	verzameling gegevens over een verdachte of een gepleegde misdaad, bij de opsporing daarvan door rechtshandhavers aangelegd
politiedossiers	=	politiedossier
politieel	adj	op de politie betrekking hebbend
politieels	=	politieel
politieelst	=	politieel
politieelste	=	politieel
politiefluit	noun	een signaalinstrument gebruikt door de politie
politiefluiten	=	politiefluit
politiefluitje	=	politiefluit
politiefluitjes	=	politiefluit
politiefunctionaris	noun	iemand die bij de politie werkt
politiefunctionarissen	=	politiefunctionaris
politiegebouw	noun	gebouw waarin de politie gevestigd is
politiegebouwen	=	politiegebouw
politiegegeven	noun	een stukje informatie over of bij de politie
politiegegevens	=	politiegegeven
politiegeweld	noun	geweld dat door politiemensen wordt gebruikt voor de uitoefening van hun beroep
politieheld	noun	een moeidge politieagent (in een film of televisieserie)
politiehelden	=	politieheld
politieheldje	=	politieheld
politieheldjes	=	politieheld
politieheli	noun	afkorting van politiehelikopter
politieheli's	=	politieheli
politiehelikopter	noun	hefschroefvliegtuig dat wordt gebruikt bij de handhaving van de openbare orde en veiligheid en het opsporen van wetsovertreders
politiehelikopters	=	politiehelikopter
politiehelikoptertje	=	politiehelikopter
politiehelm	noun	veiligheidshelm die de oproerpolitie draagt bij het bestrijden van rellen
politiehelmen	=	politiehelm
politiehond	noun	een hond die door de politie wordt gebruikt voor het uitvoeren van politietaken
politiehonden	=	politiehond
politiehondje	=	politiehond
politiehondjes	=	politiehond
politiehulp	noun	de ondersteuning en bescherming die de politie biedt aan burgers
politiehulpen	=	politiehulp
politiehulpje	=	politiehulp
politiehulpjes	=	politiehulp
politiehypotheek	noun	hypotheek met gunstige voorwaarden voor mensen die bij de politie werken
politiehypotheken	=	politiehypotheek
politiek	noun	datgene wat gerelateerd is aan het besturen van een samenleving	adj	betreffende de politiek
politiek-bestuurlijk	adj	waarbij zowel de praktische besturing van een overheidsorganisatie als idealen en partijbelangen van belang zijn
politiek-bestuurlijke	=	politiek-bestuurlijk
politiek-bestuurlijker	=	politiek-bestuurlijk
politiek-bestuurlijkere	=	politiek-bestuurlijk
politiek-bestuurlijkers	=	politiek-bestuurlijk
politiek-bestuurlijks	=	politiek-bestuurlijk
politiek-bestuurlijkst	=	politiek-bestuurlijk
politiek-bestuurlijkste	=	politiek-bestuurlijk
politiek-bureaucratisch	adj	betrekking hebbend op een bestuursstijl of organisatiestructuur waarin politieke besluiten worden uitgevoerd door een hiërarchisch ambtenarenapparaat, dat sterk leunt op starre regels, procedures en protocollen
politiek-bureaucratische	=	politiek-bureaucratisch
politiek-bureaucratischer	=	politiek-bureaucratisch
politiek-bureaucratischere	=	politiek-bureaucratisch
politiek-bureaucratischers	=	politiek-bureaucratisch
politiek-economisch	adj	betrekking hebbend op de politieke economie
politiek-economische	=	politiek-economisch
politiek-economischer	=	politiek-economisch
politiek-economischere	=	politiek-economisch
politiek-economischers	=	politiek-economisch
politiek-economischt	=	politiek-economisch
politiek-economischte	=	politiek-economisch
politiek-filosofisch	adj	betrekking hebbend op het onderzoek dat fundamentele vragen over macht, rechtvaardigheid, vrijheid, eigendom en de inrichting van de samenleving analyseert
politiek-filosofische	=	politiek-filosofisch
politiek-filosofischer	=	politiek-filosofisch
politiek-filosofischere	=	politiek-filosofisch
politiek-filosofischers	=	politiek-filosofisch
politiek-ideologisch	adj	zowel politiek als ideologisch
politiek-ideologische	=	politiek-ideologisch
politiek-ideologischer	=	politiek-ideologisch
politiek-ideologischere	=	politiek-ideologisch
politiek-ideologischers	=	politiek-ideologisch
politiek-maatschappelijk	adj	betrekking hebbend op zowel politieke besluitvorming als maatschappelijke ontwikkelingen
politiek-maatschappelijke	=	politiek-maatschappelijk
politiek-maatschappelijker	=	politiek-maatschappelijk
politiek-maatschappelijkere	=	politiek-maatschappelijk
politiek-maatschappelijkers	=	politiek-maatschappelijk
politiek-maatschappelijks	=	politiek-maatschappelijk
politiek-maatschappelijkst	=	politiek-maatschappelijk
politiek-maatschappelijkste	=	politiek-maatschappelijk
politiek-psychologisch	adj	betrekking hebbend op het onderzoek dat analyseert hoe psychologische mechanismen, zoals emoties, cognitie, persoonlijkheid en motivatie, het gedrag van burgers en politieke leiders beïnvloeden
politiek-psychologische	=	politiek-psychologisch
politiek-psychologischer	=	politiek-psychologisch
politiek-psychologischere	=	politiek-psychologisch
politiek-psychologischers	=	politiek-psychologisch
politiek-wetenschappelijk	adj	betreffende de systematische, wetenschappelijke studie van macht, overheid, politieke systemen, en gedrag
politiek-wetenschappelijke	=	politiek-wetenschappelijk
politiek-wetenschappelijker	=	politiek-wetenschappelijk
politiek-wetenschappelijkere	=	politiek-wetenschappelijk
politiek-wetenschappelijkers	=	politiek-wetenschappelijk
politiek-wetenschappelijks	=	politiek-wetenschappelijk
politiek-wetenschappelijkst	=	politiek-wetenschappelijk
politiek-wetenschappelijkste	=	politiek-wetenschappelijk
politiekazerne	noun	gebouw waar de politie gehuisvest is
politiekazernen	=	politiekazerne
politiekazernes	=	politiekazerne
politieke	=	politiek
politieken	=	politiek
politieker	noun	politicus
politiekere	=	politiek
politiekers	=	politiek
politiekertje	=	politieker
politiekertjes	=	politieker
politiekfilosofisch	adj	betrekking hebbend op het onderzoek dat fundamentele vragen over macht, rechtvaardigheid, vrijheid, eigendom en de inrichting van de samenleving analyseert
politiekfilosofische	=	politiekfilosofisch
politiekfilosofischer	=	politiekfilosofisch
politiekfilosofischere	=	politiekfilosofisch
politiekfilosofischers	=	politiekfilosofisch
politiekje	=	politiek
politiekogel	noun	projectiel van het dienstwapen van een politieagent
politiekogels	=	politiekogel
politiekordon	noun	afzetting bestaande uit politieagenten
politiekordons	=	politiekordon
politiekorps	noun	een zelfstandige eenheid van de politie
politiekorpsen	=	politiekorps
politiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het inzetten van de politie
politiekosten	noun	geld dat men moet betalen voor het inzetten van de politie
politieks	=	politiek
politiekst	=	politiek
politiekste	=	politiek
politieleiding	noun	de leidinggevenden van de politie
politieleidingen	=	politieleiding
politieleidinkje	=	politieleiding
politieleidinkjes	=	politieleiding
politielieden	=	politieman
politielint	noun	afzetlint dat wordt gebruikt door hulpdiensten om een gebied af te zetten vanwege gevaar, bijvoorbeeld bij een ongeval of een misdrijf
politielinten	=	politielint
politielintje	=	politielint
politielintjes	=	politielint
politielui	=	politieman
politiemacht	noun	groep politieagenten bij een bepaalde gebeurtenis
politiemachten	=	politiemacht
politieman	noun	iemand wiens taak het is de wet te handhaven en overtreders in de kraag te grijpen
politiemannen	=	politieman
politiemannetje	=	politieman
politiemannetjes	=	politieman
politiemeldkamer	noun	het centrale zenuwcentrum waar alle noodoproepen (112) en meldingen voor de politie binnenkomen, worden beoordeeld en vervolgens worden aangestuurd
politiemeldkamers	=	politiemeldkamer
politiemeldkamertje	=	politiemeldkamer
politiemeldkamertjes	=	politiemeldkamer
politiemens	noun	iemand die werkzaam is bij de politie
politiemensen	=	politiemens
politiemensje	=	politiemens
politiemensjes	=	politiemens
politiemuts	noun	hoofddeksel van textiel zonder klep, dat gemakkelijk opvouwbaar is en dat militairen dragen als ze in de legerplaats zijn of bij ongevaarlijke werkzaamheden
politiemutsen	=	politiemuts
politienummer	noun	telefoonnummer om contact op te nemen met de politie
politienummers	=	politienummer
politienummertje	=	politienummer
politienummertjes	=	politienummer
politieofficier	noun	een officier bij de politie.
politieofficieren	=	politieofficier
politieofficiers	=	politieofficier
politieofficiertje	=	politieofficier
politieofficiertjes	=	politieofficier
politieonderzoek	noun	onderzoek dat de politie doet bij een misdaad of ongeval
politieonderzoeken	=	politieonderzoek
politieonderzoeker	noun	iemand die onderzoek doet naar en voor de politie
politieonderzoekers	=	politieonderzoeker
politieopleiding	noun	een praktijkgerichte beroepsopleiding (mbo-4 of hbo) aan de Politieacademie die opleidt tot een volwaardig politieagent.
politieopleidingen	=	politieopleiding
politieopleidinkje	=	politieopleiding
politieopleidinkjes	=	politieopleiding
politieoptreden	noun	handelingen van de politie waarbij (enig) fysiek geweld gebruikt wordt
politieoptredens	=	politieoptreden
politieorganisatie	noun	groep mensen die samen de politietaken vervullen
politieorganisaties	=	politieorganisatie
politieovertreding	noun	een relatief licht strafbaar feit, zoals openbare dronkenschap of een verkeersovertreding, vastgelegd in een politie- of gemeentelijke verordening.
politieovertredingen	=	politieovertreding
politieovertredinkje	=	politieovertreding
politieovertredinkjes	=	politieovertreding
politiepaard	noun	een paard dat gebruikt wordt bij de bereden politie
politiepaarden	=	politiepaard
politiepaardje	=	politiepaard
politiepaardjes	=	politiepaard
politiepak	noun	de officiële kleding die door de politie wordt gedragen om herkenbaar en zichtbaar te zijn, wat cruciaal is voor de uitoefening van hun taken zoals ordehandhaving en het bestrijden van criminaliteit
politiepakje	=	politiepak
politiepakjes	=	politiepak
politiepakken	=	politiepak
politiepatrouille	noun	enkele agenten die samen een gebied doorkruisen om het te bewaken of te verkennen
politiepatrouilles	=	politiepatrouille
politiepenning	noun	metalen plaatje waarmee een politieagent zich kan identificeren
politiepenningen	=	politiepenning
politiepet	noun	een plat hoofddeksel zoals gedragen door een politieagent
politiepetje	=	politiepet
politiepetjes	=	politiepet
politiepetten	=	politiepet
politiepost	noun	plaats van waaruit politieagenten hun werk doen; wachthuisje van de politie
politieposten	=	politiepost
politiepostje	=	politiepost
politiepostjes	=	politiepost
politieradio	noun	radioverbinding tussen de verschillende leden van de politie
politieradio's	=	politieradio
politierapport	noun	verslag van een politieonderzoek
politierapporten	=	politierapport
politierapportje	=	politierapport
politierapportjes	=	politierapport
politierat	noun	rat die door de politie wordt ingezet voor opsporingsdoeleinden
politieratten	=	politierat
politierechtbank	noun	Belgische rechtbank die vooral verkeersdelicten en verkeersongevallen betreft
politierechtbanken	=	politierechtbank
politierechtbankje	=	politierechtbank
politierechtbankjes	=	politierechtbank
politierechter	noun	rechter van een politierechtbank
politierechters	=	politierechter
politierechtertje	=	politierechter
politierechtertjes	=	politierechter
politieregio	noun	gebied waar één regionale eenheid van het nationale politiekorps werkzaam is
politieregio's	=	politieregio
politieregister	noun	door de politie bijgehouden register met gegevens over personen die met de politie in aanraking zijn gekomen
politieregisters	=	politieregister
politieregistertje	=	politieregister
politieregistertjes	=	politieregister
politiereglement	noun	wetten en regels die door de gemeenteraad zijn opgesteld
politiereglementen	=	politiereglement
politieroman	noun	een spannend verhaal met een beschrijving van het werk van de politie (in een detectiveroman hoeft de detective geen politieagent te zijn)
politieromannetje	=	politieroman
politieromannetjes	=	politieroman
politieromans	=	politieroman
polities	=	politie
politiesamenwerking	noun	samenwerking tussen verschillende politiekorpsen
politiesamenwerkingen	=	politiesamenwerking
politiescanner	noun	apparaat waarmee men de politieradio kan afluisteren
politiescanners	=	politiescanner
politiescholen	=	politieschool
politieschool	noun	academie waar (aankomende) politieagenten onderwijs krijgen
politieserie	noun	reeks televisieprogramma's waarin fictieve politieagenten de hoofdrol spelen
politieseries	=	politieserie
politieserietje	=	politieserie
politieserietjes	=	politieserie
politiesirene	noun	een toestel dat de politie gebruikt om een akoestisch alarmsignaal weer te geven
politiesirenen	=	politiesirene
politiesirenes	=	politiesirene
politiestaat	noun	een overheid die door (geheime) politie aan de macht is en blijft en waar veel burgerlijke vrijheden zijn ingeperkt
politiestaatje	=	politiestaat
politiestaatjes	=	politiestaat
politiestaten	=	politiestaat
politiestation	noun	gebouw van waaruit de politie actief is
politiestations	=	politiestation
politiestraf	noun	een officiële, kleine straf voor iets wat je fout hebt gedaan, maar wat niet heel ernstig is
politiestraffen	=	politiestraf
politiestrafje	=	politiestraf
politiestrafjes	=	politiestraf
politiestudent	noun	agent in opleiding
politiestudenten	=	politiestudent
politiesysteem	noun	de database die de politie o.a. gebruikt voor het registreren van misdaden en overtredingen; de automatiseringssystemen die in gebruik zijn bij de politie
politiesystemen	=	politiesysteem
politietaak	noun	de verzameling taken die de politie uitvoert
politietaakje	=	politietaak
politietaakjes	=	politietaak
politietaken	=	politietaak
politieteam	noun	groep samenwerkende politieagenten
politieteams	=	politieteam
politietje	=	politie
politietjes	=	politie
politietoezicht	noun	bewaking en controle door de politie
politietop	noun	de leidinggevenden van een politieorganisatie
politietoppen	=	politietop
politietroepen	noun	onderdeel van de krijgsmacht dat voornamelijk bestemd is voor het verrichten van politiediensten in het leger
politievakbond	noun	vakbond die opkomt voor de belangen van politieagenten
politievakbonden	=	politievakbond
politievereniging	noun	een organisatie voor en door politiepersoneel.
politieverenigingen	=	politievereniging
politieverenigingetje	=	politievereniging
politieverenigingetjes	=	politievereniging
politieverhoor	noun	gesprek waarbij de politie inlichtingen probeert te verkrijgen van een verdachte
politieverhoren	=	politieverhoor
politieverklaring	noun	een formele verklaring die iemand aflegt bij de politie over wat hij of zij heeft gezien, gehoord of waargenomen bij een strafbaar feit.
politieverklaringen	=	politieverklaring
politieverklarinkje	=	politieverklaring
politieverklarinkjes	=	politieverklaring
politieverordening	noun|obsolete	een verordening die nodig is voor handhaven van de openbare orde en door de gemeenteraad is vastgesteld
politieverordeningen	=	politieverordening
politievoertuig	noun	een vervoermiddel dat gebruikt wordt door de politie
politievoertuigen	=	politievoertuig
politievoertuigje	=	politievoertuig
politievoertuigjes	=	politievoertuig
politievoorlichter	noun	iemand die de pers te woord staat namens de politie
politievoorlichters	=	politievoorlichter
politievrouw	noun	vrouw die bij de politie werkt
politievrouwen	=	politievrouw
politievrouwtje	=	politievrouw
politievrouwtjes	=	politievrouw
politiewagen	noun	dienstauto voor politieagenten
politiewagens	=	politiewagen
politiewagentje	=	politiewagen
politiewagentjes	=	politiewagen
politiewerk	noun	werkzaamheden die de taak van een politieagent vormen
politiewerken	=	politiewerk
politiewezen	noun	de aard van de politie
politiewoordvoerder	noun	iemand die naar buiten toe een politie-eenheid vertegenwoordigt en namens die eenheid het woord voert
politiewoordvoerders	=	politiewoordvoerder
politiewoordvoerdertje	=	politiewoordvoerder
politiewoordvoerdertjes	=	politiewoordvoerder
politiezaak	noun	een kwestie waar de politie werk van maakt of moet maken
politiezaakje	=	politiezaak
politiezaakjes	=	politiezaak
politiezaken	=	politiezaak
politiezone	noun	overkoepelende politie-eenheid in België; intergemeentelijk samenwerkingsverband
politiezones	=	politiezone
politiezorg	noun	de algemene werkzaamheden die de politie doet
politiezorgen	=	politiezorg
politioneel	adj	op de politie betrekking hebbend
politioneels	=	politioneel
politioneelst	=	politioneel
politioneelste	=	politioneel
politionele	=	politioneel
politioneler	=	politioneel
politionelere	=	politioneel
politionelers	=	politioneel
politisch	adj|obsolete	staatkundig
politische	=	politisch
politischer	=	politisch
politischere	=	politisch
politischers	=	politisch
politischt	=	politisch
politiseer	=	politiseren
politiseerde	=	politiseren
politiseerden	=	politiseren
politiseert	=	politiseren
politisere	=	politiseren
politiseren	verb	iets tot een politieke zaak maken
politiserend	=	politiseren
politiserende	=	politiseren
politisering	noun	het op een politiek vlak brengen van op zich niet politieke maatschappelijke deelgebieden, structuren e.d
politiseringen	=	politisering
politiële	=	politieel
politiëler	=	politieel
politiëlere	=	politieel
politiëlers	=	politieel
politoer	noun	een oplossing van schellak in een alcohol zoals methanol of ethanol, gebruikt om hout af te dichten
politoerde	=	politoeren
politoerden	=	politoeren
politoere	=	politoeren
politoeren	verb	houten voorwerpen glad en glanzend maken
politoerend	=	politoeren
politoerende	=	politoeren
politoert	=	politoeren
politologen	=	politoloog
politoloog	noun	iemand die stelselmatig het bestuur van samenlevingen bestudeert
polk	noun	nest, kuil, leger
polka	noun	Boheemse volksdans
polka's	=	polka
polkaatje	=	polka
polkaatjes	=	polka
polkadot	noun	een patroon bestaand uit een veld gevuld met bolletjes, meestal van gelijke grootte en met een gelijke afstandsverhouding
polkadotje	=	polkadot
polkadotjes	=	polkadot
polkadots	=	polkadot
polkahaar	noun	haar dat ter hoogte van de onderkant van de oren recht is afgeknipt en soms naar binnen is gedraaid
polken	=	polk
poll	noun	opiniepeiling, onderzoek waarbij mensen naar hun opvatting wordt gevraagd
pollak	noun	bepaald soort vis, Pollachius pollachius uit de familie van de kabeljauwen (Gadidae) en behorend tot de orde van de kabeljauwachtigen (Gadiformes)
pollakje	=	pollak
pollakjes	=	pollak
pollakken	=	pollak
pollde	=	pollen
pollden	=	pollen
polle	=	pollen
pollegraszanger	noun	Cisticola eximius een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
pollegraszangers	=	pollegraszanger
pollegraszangertje	=	pollegraszanger
pollegraszangertjes	=	pollegraszanger
pollen	noun	stuifmeel
pollenanalyse	noun	onderzoek van (recente of fossiele) stuifmeelkorrels
pollenanalysen	=	pollenanalyse
pollenanalyses	=	pollenanalyse
pollend	=	pollen
pollenkoorts	noun	hooikoorts
pollenkoortsen	=	pollenkoorts
pollenkoortsje	=	pollenkoorts
pollenkoortsjes	=	pollenkoorts
pollens	intj|vulgar	uitroep van verbaasde ergernis
pollepel	noun	een vrij vlakke, houten of kunststoffen lepel gebruikt voor het roeren van voedsel dat toebereid wordt
pollepels	=	pollepel
pollepeltje	=	pollepel
pollepeltjes	=	pollepel
poller	noun	stevige paaltje om auto's te weren dat in het wegdek kan verzinken op momenten dat toegang voor een auto wel gewenst is
pollers	=	poller
pollertje	=	poller
polletje	=	pol
polletjes	=	pol
pollevie	noun	de hak van een schoen; de achterkant van een schoen
pollevietje	=	pollevie
pollevietjes	=	pollevie
pollevieën	=	pollevie
pollevij	noun	de hak van een schoen
pollevijen	=	pollevij
pollevijtje	=	pollevij
pollevijtjes	=	pollevij
polls	=	poll
pollt	=	pollen
pollueer	=	pollueren
pollueerde	=	pollueren
pollueerden	=	pollueren
pollueert	=	pollueren
polluere	=	pollueren
pollueren	verb|formal	vies maken, bederven door afval of uitgestoten stoffen
polluerend	=	pollueren
polluerende	=	pollueren
pollutie	noun	verontreiniging
polluties	=	pollutie
polo	noun	balsport, van Engelse oorsprong, gespeeld met houten hamers voor twee ploegen in principe te paard (paardenpolo)
polo's	=	polo
polode	=	poloën
poloden	=	poloën
polohemd	noun	sporthemd met korte mouwen en gemaakt van tricot, oorspronkelijk gedragen door polospelers tegenwoordig ook door het algemene publiek
polohemden	=	polohemd
polohemdje	=	polohemd
polohemdjes	=	polohemd
polonaise	noun	een oorspronkelijk Poolse dans waarbij men achter elkaar loopt met de handen op de schouders van de voorgaande persoon
polonaises	=	polonaise
polonaisetje	=	polonaise
polonaisetjes	=	polonaise
polonium	noun	scheikundig element met symbool Po en atoomnummer 84. Het is een zilvergrijs hoofdgroepmetaal
poloniumatomen	=	poloniumatoom
poloniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element polonium.
poloniumatoompje	=	poloniumatoom
poloniumatoompjes	=	poloniumatoom
poloot	=	poloën
polootje	=	polo
polootjes	=	polo
poloshirt	noun	een sportshirt met korte mouwen, een kraag, en knoopjes aan de voorkant
poloshirtje	=	poloshirt
poloshirtjes	=	poloshirt
poloshirts	=	poloshirt
poloë	=	poloën
poloën	verb	spelen van polo (een teamsport waarbij men vanaf de rug van een paard met een stok tegen een bal slaat)
poloënd	=	poloën
poloënde	=	poloën
pols	noun	het gewricht tussen onderarm en hand
polsader	noun	pulserend bloedvat dat aan de binnenkant van de pols ligt en waardoorheen zuurstofrijk bloed stroomt
polsaderen	=	polsader
polsaders	=	polsader
polsband	noun	band die je om je pols draagt vaak met als doel iemand te kunnen herkennen
polsbanden	=	polsband
polsbandje	=	polsband
polsbandjes	=	polsband
polsbeweging	noun	draaiing van het polsgewricht waardoor onderarm en hand een andere stand t.o.v. elkaar krijgen
polsbewegingen	=	polsbeweging
polsbeweginkje	=	polsbeweging
polsbeweginkjes	=	polsbeweging
polsblessure	noun	letsel aan de overgang tussen onderarm en hand door overmatig gebruik
polsblessuren	=	polsblessure
polsblessures	=	polsblessure
polschirurgie	noun	het medisch specialisme dat bezig houdt met het behandelen van aandoeningen aan de polsen
polsdik	adj	zo dik als de pols van een mens
polsdikke	=	polsdik
polsdiks	=	polsdik
polse	=	polsen
polsen	verb	iemand vragen naar zijn mening, interesse voor iets
polsend	=	polsen
polsende	=	polsen
polsfrequentie	noun	aantal polsslagen per minuut
polsfrequenties	=	polsfrequentie
polsgewricht	noun	gewrichten tussen de onderarm en de hand
polsgewrichten	=	polsgewricht
polsgewrichtje	=	polsgewricht
polsgewrichtjes	=	polsgewricht
polshoogspring	=	polshoogspringen
polshoogspringe	=	polshoogspringen
polshoogspringen	verb	het met een lange stok springen over een hooggelegen lat springen
polshoogspringend	=	polshoogspringen
polshoogspringende	=	polshoogspringen
polshorloge	noun	een uurwerk dat om de pols gedragen wordt
polshorloges	=	polshorloge
polshorlogetje	=	polshorloge
polshorlogetjes	=	polshorloge
polsje	=	pols
polsjes	=	pols
polsslag	noun	voelbare hartslag aan de pols
polsslagen	=	polsslag
polsslagje	=	polsslag
polsslagjes	=	polsslag
polsstok	noun	een lange stok die gebruikt wordt om over objecten te springen
polsstokhoogspring	=	polsstokhoogspringen
polsstokhoogspringen	verb	met een lange stok over een hooggelegen lat springen
polsstokhoogspringend	=	polsstokhoogspringen
polsstokhoogspringende	=	polsstokhoogspringen
polsstokje	=	polsstok
polsstokjes	=	polsstok
polsstokken	=	polsstok
polsstokspring	=	polsstokspringen
polsstokspringen	verb	het met een lange stok springen over een hooggelegen lat springen
polsstokspringend	=	polsstokspringen
polsstokspringende	=	polsstokspringen
polsstoksprong	noun	een sprong die er gemaakt wordt met behulp van een polsstok
polsstoksprongen	=	polsstoksprong
polsstoksprongetje	=	polsstoksprong
polsstoksprongetjes	=	polsstoksprong
polsstokverspringen	verb	overbruggen van een zo groot mogelijke afstand over water met een lange staaf als ondersteuning
polsstokverspringende	=	polsstokverspringen
polst	=	polsen
polstas	noun	een kleine tas die met een lus om de pols wordt gedragen
polstasje	=	polstas
polstasjes	=	polstas
polstassen	=	polstas
polste	=	polsen
polsten	=	polsen
polster	noun	wandelstaf
polsters	=	polster
poltergeist	noun	een spook dat veel lawaai maakt
poltergeisten	=	poltergeist
poluw	=	peluw
poly	noun	iemand die polyamoreus is	adj	betrekking hebbend op een situatie waarbij men tegelijkertijd meerdere duurzame liefdesrelatie onderhoudt met verschillende personen
poly's	=	poly
polyacetyleen	noun	hoogmoleculaire stof verkregen door polymerisatie van ethyn (acetyleen)
polyacetylenen	=	polyacetyleen
polyamide	noun	stof waarvan de moleculen bestaan uit een keten van monomeren van het type amide	adj	gemaakt van bovengenoemde kunststof
polyamiden	=	polyamide
polyamides	=	polyamide
polyamoreus	adj	vol liefde voor meerdere partners tegelijk
polyamoreust	=	polyamoreus
polyamoreuste	=	polyamoreus
polyamoreuze	=	polyamoreus
polyamoreuzer	=	polyamoreus
polyamoreuzere	=	polyamoreus
polyamoreuzers	=	polyamoreus
polyamorie	noun	een samenlevingsvorm waarin men open staat voor het gelijktijdig hebben van meer dan één liefdesrelatie, waarbij ook ruimte is voor seksualiteit op de voorwaarde dat het gebeurt in openheid en eerlijkheid en met medeweten en instemming van alle betrokkenen
polyamorist	noun	iemand die een duurzame liefdesrelatie heeft met meerdere personen tegelijkertijd en met medeweten en toestemming van die personen
polyamoristen	=	polyamorist
polyandrie	noun	huwelijk van een vrouw met meer dan één man tegelijkertijd
polyandrieën	=	polyandrie
polyanthisch	adj	rijk aan bloemen / bloesem
polyanthische	=	polyanthisch
polyanthischer	=	polyanthisch
polyanthischere	=	polyanthisch
polyanthischers	=	polyanthisch
polyarchie	noun	veelhoofdige regering
polyarchietje	=	polyarchie
polyarchietjes	=	polyarchie
polyarchieën	=	polyarchie
polyarthritis	noun	ontsteking van meer dan één gewricht
polyartritis	noun	artritis in verschillende gewrichten
polybeton	noun	vloerbedekking van gegoten en heel glad afgewerkt beton
polybutyleen	noun	kunststof waarvan onder andere soepele pijpen worden gemaakt
polycarbonaat	noun	zeer sterke en doorzichtige kunststof
polycarbonaten	=	polycarbonaat
polycarpisch	adj	in staat meermaals te bloeien en vrucht te dragen tijdens de levensduur.
polycarpische	=	polycarpisch
polycentrisch	adj	betreft een structuur, systeem of gebied waarin de macht, functies of activiteiten niet op één punt zijn geconcentreerd, maar verspreid zijn over meerdere gelijkwaardige centra.
polycentrische	=	polycentrisch
polycentrischer	=	polycentrisch
polycentrischere	=	polycentrisch
polycentrischers	=	polycentrisch
polychloorbifenyl	noun	klasse van organische stoffen met 1 tot 10 chlooratomen die hangen aan bifenyl
polychord	noun	veelsnarig, veeltonig strijkinstrument
polychordje	=	polychord
polychordjes	=	polychord
polychords	=	polychord
polychromatisch	adj	veelkleurig
polychromatische	=	polychromatisch
polychromatischer	=	polychromatisch
polychromatischere	=	polychromatisch
polychromatischers	=	polychromatisch
polychrome	=	polychroom
polychromeer	=	polychromeren
polychromeerde	=	polychromeren
polychromeerden	=	polychromeren
polychromeert	=	polychromeren
polychromer	=	polychroom
polychromere	=	polychroom
polychromeren	verb	in vele kleuren beschilderen
polychromerend	=	polychromeren
polychromerende	=	polychromeren
polychromers	=	polychroom
polychromie	noun	het beschilderen (van bouw- en beeldhouwwerken) met vele kleuren
polychromieën	=	polychromie
polychromografie	noun	veelkleurendruk of -drukwerk
polychromografieën	=	polychromografie
polychroom	adj	in verschillende kleuren (beschilderd of afgebeeld), veelkleurig
polychrooms	=	polychroom
polychroomst	=	polychroom
polychroomste	=	polychroom
polycondensatie	noun	chemische reactie van monomeren tot polymeer, onder afsplitsing van een klein molecuul
polycondensatietje	=	polycondensatie
polycondensatietjes	=	polycondensatie
polycondensatieën	=	polycondensatie
polycoria	noun	aandoening van het oog waarbij de iris meer dan één opening met de vorm van een pupil heeft
polycratie	noun	veelhoofdige regering
polycratietje	=	polycratie
polycratietjes	=	polycratie
polycratieën	=	polycratie
polycule	noun	netwerk van meer dan twee mensen die onderling duurzame liefdesrelaties met elkaar onderhouden
polyculen	=	polycule
polycules	=	polycule
polycuul	noun	een polyamoreuze groep van personen die met elkaar verbonden zijn door hun overlappende romantische, seksuele of platonische relaties
polycuultje	=	polycuul
polycuultjes	=	polycuul
polycyclisch	adj	opgebouwd uit twee of meer koolstofringen
polycyclische	=	polycyclisch
polycyclischer	=	polycyclisch
polycyclischere	=	polycyclisch
polycyclischers	=	polycyclisch
polydactylie	noun	het hebben van meer dan vijf vingers of tenen aan een hand of voet
polydextrose	noun	verbinding van glucose en sorbitol, o.a. gebruikt in voedingsmiddelen als vulmiddel en verdikkingsmiddel
polydipsie	noun	verhoogd dorstgevoel, veel drinken
polyeder	noun	veelvlak
polyederprojectie	noun	projectie van een bol (b.v. de wereldbol) op een veelvlak (polyeder)
polyederprojecties	=	polyederprojectie
polyeders	=	polyeder
polyedertje	=	polyeder
polyester	noun	polymeer dat bestaat uit een keten van esterbindingen	adj	van polyester vervaardigd
polyesters	=	polyester
polyetheen	noun	polymerisatieproduct van etheen, een vaak toegepaste kunststof
polyetheenfabriek	noun	petrochemische installatie waarin ethyleen omgezet wordt in polyethyleen
polyetheenfabrieken	=	polyetheenfabriek
polyether	noun	bepaald soort kunststof, vervanger voor schuimrubber
polyethers	=	polyether
polyethyleen	noun	polymerisatieproduct van etheen, een vaak toegepaste kunststof
polyethylenen	=	polyethyleen
polyetnisch	adj	bestaande uit meer volken
polyetnische	=	polyetnisch
polyfaag	noun	organisme dat meerdere soorten andere organismen eet
polyfaagje	=	polyfaag
polyfaagjes	=	polyfaag
polyfagen	=	polyfaag
polyfagie	noun	vraatzucht
polyfenol	noun	flavonoïde aanwezig in bepaalde voedingsmiddelen (o.a. chocola, wijn en appels), een antioxidant die ontstekingsremmend is en een anticarcinogene werking heeft
polyfenolen	=	polyfenol
polyfenolletje	=	polyfenol
polyfenolletjes	=	polyfenol
polyfobie	noun	angst voor veel dingen
polyfone	=	polyfoon
polyfoner	=	polyfoon
polyfonere	=	polyfoon
polyfoners	=	polyfoon
polyfonie	noun	manier van componeren waarin meerdere melodieën tegelijkertijd, al dan niet in verschillende stemregisters, geheel of ten dele zelfstandig voorkomen
polyfonieën	=	polyfonie
polyfoon	adj	meerstemmig, veelstemmig
polyfoons	=	polyfoon
polyfoonst	=	polyfoon
polyfoonste	=	polyfoon
polyform	adj	veelvormig
polyforme	=	polyform
polyforms	=	polyform
polyfosfaat	noun	een zout of ester bestaande uit polymeerketens van fosfaten (PO₄), onderling verbonden via de zuurstofatomen
polyfosfaten	=	polyfosfaat
polyfrasie	noun	praatzucht
polyfyletisch	adj	uit meer dan één afstammingsreeks
polyfyletische	=	polyfyletisch
polyfyllie	noun	overmatige vermeerdering van bladeren
polygaam	adj	met meer dan één partner
polygaams	=	polygaam
polygaamst	=	polygaam
polygaamste	=	polygaam
polygame	=	polygaam
polygamer	=	polygaam
polygamere	=	polygaam
polygamers	=	polygaam
polygamie	noun	samenleving van mens of dier met meer dan één partner
polygeen	adj	meer dan één oorsprong hebbend
polygeens	=	polygeen
polygender	noun	persoon met meerdere genderidentiteiten	adj	meerdere genderidentiteiten hebbend
polygenders	=	polygender
polygene	=	polygeen
polygenese	noun	de leer dat de verschillende mensensoorten een verschillende oorsprong hebben
polygenisme	noun	de leer dat de verschillende mensensoorten een verschillende oorsprong hebben
polyglot	noun	iemand die veel talen goed kent
polyglotje	=	polyglot
polyglotjes	=	polyglot
polyglots	=	polyglot
polyglotte	noun	tekstuitgave met verschillende talen naast elkaar
polyglotten	=	polyglot
polyglottes	=	polyglotte
polyglottisch	adj	veeltalig
polyglottische	=	polyglottisch
polyglottischer	=	polyglottisch
polyglottischere	=	polyglottisch
polyglottischers	=	polyglottisch
polygonaal	adj	veelhoekig
polygonaals	=	polygonaal
polygonale	=	polygonaal
polygonen	=	polygoon
polygoon	noun	een gesloten stelsel lijnsegmenten die samen een plat vlak omsluiten, veelhoek
polygoontje	=	polygoon
polygoontjes	=	polygoon
polygraaf	noun	instrument waarmee meerdere fysiologische reacties tegelijkertijd kunnen worden geregistreerd
polygrafen	=	polygraaf
polygrafisch	adj	betrekking hebbend op de polygrafie of een polygraaf
polygrafische	=	polygrafisch
polygrafischer	=	polygrafisch
polygrafischere	=	polygrafisch
polygrafischers	=	polygrafisch
polygynie	noun	huwelijk van een man met meer dan één vrouw
polyhistor	noun	iemand die een uitgebreide kennis bezit van zeer verschillende vakken van wetenschap, veelweter
polyhistors	=	polyhistor
polyidie	noun	het samenwerken van verschillende pangenen om een enkele eigenschap tevoorschijn te brengen
polyinterpretabel	adj	op verschillende manieren te interpreteren
polyinterpretabele	=	polyinterpretabel
polyinterpretabeler	=	polyinterpretabel
polyinterpretabelere	=	polyinterpretabel
polyinterpretabelers	=	polyinterpretabel
polyinterpretabels	=	polyinterpretabel
polyinterpretabelst	=	polyinterpretabel
polyinterpretabelste	=	polyinterpretabel
polymeer	noun	een reuzenmolecuul dat bestaat uit een sequentie van één of meerdere identieke of soortgelijke onderdelen die aan elkaar zijn gekoppeld	adj	betrekking hebbend op de vorming van een polymeer
polymeerbeton	noun	beton waarin als bindmiddel geen cement maar een polymeer wordt gebruikt
polymeerchemie	noun	chemie van de polymeren
polymeers	=	polymeer
polymeertje	=	polymeer
polymeertjes	=	polymeer
polymelie	noun	vorming van overtollige ledematen
polymelkzuren	=	polymelkzuur
polymelkzuur	noun	thermoplastische polymeren van melkzuur, gebruikt als biologisch afbreekbare alternatief voor op aardolie gebaseerde plastics
polymelkzuurtje	=	polymelkzuur
polymelkzuurtjes	=	polymelkzuur
polymere	=	polymeer
polymeren	=	polymeer
polymerie	noun	verbinding door additie (polymeriseren) van gelijksoortige moleculen (polymerisatie)
polymerisatie	noun	het polymeriseren -> verbinding tot een polymeer
polymerisaties	=	polymerisatie
polymeriseer	=	polymeriseren
polymeriseerde	=	polymeriseren
polymeriseerden	=	polymeriseren
polymeriseert	=	polymeriseren
polymerisere	=	polymeriseren
polymeriseren	verb	een chemische reactie ondergaan waarbij kleinere moleculen zich aaneenrijgen tot een lange keten
polymeriserend	=	polymeriseren
polymeriserende	=	polymeriseren
polymethylmethacrylaat	noun	transparante thermoplastische kunststof
polymethylmethacrylaattje	=	polymethylmethacrylaat
polymethylmethacrylaattjes	=	polymethylmethacrylaat
polymethylmethacrylaten	=	polymethylmethacrylaat
polymetrie	noun	het gelijktijdig optreden van verschillende maatsoorten
polymetriek	noun	het gelijktijdig voorkomen van verschillende maatsoorten in een muziekstuk
polymetrieken	=	polymetriek
polymorf	adj	in meer dan een vorm binnen dezelfde groep voorkomend
polymorfe	=	polymorf
polymorfer	=	polymorf
polymorfere	=	polymorf
polymorfers	=	polymorf
polymorfisme	noun	het voorkomen van verschillende gedaanten bij eenzelfde diersoort
polymorfs	=	polymorf
polymorfst	=	polymorf
polymorfste	=	polymorf
polynesisch	adj	op Polynesië betrekking hebbend
polynesische	noun	een vrouwelijke inwoner van Polynesië, of een vrouw afkomstig uit Polynesië
polynesischen	=	polynesische
polynesischer	=	polynesisch
polynesischere	=	polynesisch
polynesischers	=	polynesisch
polynesiër	noun	een inwoner van Polynesië, of iemand afkomstig uit Polynesië
polynesiërs	=	polynesiër
polyneuritis	noun	ontsteking van verschillende zenuwen
polynome	=	polynoom
polynomen	=	polynoom
polynomer	=	polynoom
polynomere	=	polynoom
polynoom	noun	veelterm	adj	veeltermig, polynomiaal
polynoompje	=	polynoom
polynoompjes	=	polynoom
polynooms	=	polynoom
polyolefine	noun	kunstof die bestaat uit polymeren van lichte alkenen, onverzadigde koolwaterstoffen zoals etheen, propeen en buteen
polyolefinen	noun	verzamelnaam voor kunstoffen die bestaan uit polymeren van lichte alkenen, onverzadigde koolwaterstoffen zoals etheen, propeen en buteen
polypeptide	noun	een keten van een groot aantal met elkaar verbonden aminozuren
polypeptiden	=	polypeptide
polypeptides	=	polypeptide
polypeptidetje	=	polypeptide
polypeptidetjes	=	polypeptide
polypersonalisme	noun	het in synthetische en polysynthetische talen voorkomende verschijnsel dat een werkwoordsvorm door middel van een of meer morfemen congrueert met meer dan één argument in dezelfde zin
polyphonie	=	polyfonie
polyphoon	=	polyfoon
polypropeen	noun	thermoplastische kunststof, bereid door polymerisatie van propeen
polypropeenfabriek	noun	installatie waarin gasvormig propyleen omgezet wordt in vaste polypropyleenkorrels
polypropeenfabrieken	=	polypropeenfabriek
polypropenen	=	polypropeen
polypropyleen	noun	oude naam voor polypropeen
polypropyleenkorrel	noun	korrelig materiaal bestaande uit de thermoplastische kunststof polypropyleen
polypropyleenkorrels	=	polypropyleenkorrel
polypropylenen	=	polypropyleen
polyptiek	noun	een schilderij op paneel, dat uit meer dan drie delen bestaat
polyptieken	=	polyptiek
polyritmiek	noun	het tegelijkertijd optreden van verschillende ritmen
polyritmieken	=	polyritmiek
polysacharide	noun	koolhydraat die is opgebouwd uit tien of meer monosacharide-eenheden
polysachariden	=	polysacharide
polysacharides	=	polysacharide
polysacharidetje	=	polysacharide
polysacharidetjes	=	polysacharide
polyseem	noun	woord met verscheidene betekenissen of betekenisschakeringen	adj	meerdere betekenissen of betekenisschakeringen hebbend
polyseems	=	polyseem
polyseemst	=	polyseem
polyseemste	=	polyseem
polyseksueel	adj	seksueel gericht op beide/meerdere (?) geslachten/genders
polyseksueels	=	polyseksueel
polyseksueelst	=	polyseksueel
polyseksueelste	=	polyseksueel
polyseksuele	=	polyseksueel
polyseksueler	=	polyseksueel
polyseksuelere	=	polyseksueel
polyseksuelers	=	polyseksueel
polysemantisch	adj	polysemie bezittend (meerdere betekenissen hebbend)
polysemantische	=	polysemantisch
polysemantischer	=	polysemantisch
polysemantischere	=	polysemantisch
polysemantischers	=	polysemantisch
polyseme	=	polyseem
polysemen	=	polyseem
polysemer	=	polyseem
polysemere	=	polyseem
polysemers	=	polyseem
polysemie	noun	het kunnen hebben van meerdere (verwante) betekenissen
polystyreen	noun	een thermoplastisch polymeer van het monomeer styreen, een vervormbare kunststof veel gebruikt voor goedkope geperste voorwerpen zoals wegwerpbekertjes en frietbakjes
polysyllabisch	adj	veellettergrepig
polysyllabische	=	polysyllabisch
polysyllabischer	=	polysyllabisch
polysyllabischere	=	polysyllabisch
polysyllabischers	=	polysyllabisch
polysyndeta	=	polysyndeton
polysyndeton	noun	nevenschikking met herhaling van hetzelfde voegwoord
polysyndetons	=	polysyndeton
polysynthetisch	adj	in hoge mate synthetisch
polysynthetische	=	polysynthetisch
polytechniek	noun	hogere theoretische en technische kennis
polytechnieken	=	polytechniek
polytechnisch	adj	met betrekking tot de polytechniek
polytechnische	=	polytechnisch
polytechnischer	=	polytechnisch
polytechnischere	=	polytechnisch
polytechnischers	=	polytechnisch
polytheen	noun	elastische kunststof, verkregen door polymerisatie van etheen eigenlijke naam dus polyetheen of polyethyleen	adj	gemaakt van polytheen
polytherapie	noun	behandeling met verschillende methoden
polytherapietje	=	polytherapie
polytherapietjes	=	polytherapie
polytherapieën	=	polytherapie
polytheïsme	noun	godsdienst met meer dan één god
polytheïsmen	=	polytheïsme
polytonaal	adj	van composities: tegelijk in meerdere tonaliteiten liggend
polytonaals	=	polytonaal
polytonale	=	polytonaal
polytonaliteit	noun	gelijktijdig gebruik van verschillende toonsoorten
polytonaliteiten	=	polytonaliteit
polyurethaan	noun	bepaald type kunststof dat licht en buigzaam en toch sterk en slijtvast is
polyurethaanlijm	noun	een lijm gebaseerd op de reactie van isocyanaat met alcohol.
polyurethaanlijmen	=	polyurethaanlijm
polyurethaanlijmpje	=	polyurethaanlijm
polyurethaanlijmpjes	=	polyurethaanlijm
polyurethanen	=	polyurethaan
polyurie	noun	vermeerderde urinelozing
polyvalent	adj	meerwaardig
polyvalente	=	polyvalent
polyvalenter	=	polyvalent
polyvalentere	=	polyvalent
polyvalenters	=	polyvalent
polyvalentie	noun	meerwaardigheid
polyvalenties	=	polyvalentie
polyvalents	=	polyvalent
polyvalentst	=	polyvalent
polyvalentste	=	polyvalent
polyvalk	noun	een van polyester vervaardigde zeilboot van de valkklasse
polyvalken	=	polyvalk
polyvalkje	=	polyvalk
polyvalkjes	=	polyvalk
polyvinylchloride	noun	zeer veel toegepaste harde thermoplast bekend onder de naam pvc
polyvinylchloriden	=	polyvinylchloride
polyvinylchlorides	=	polyvinylchloride
polyvinylchloridetje	=	polyvinylchloride
polywater	noun	volgens een achterhaalde theorie, een toestand van water met abnormale eigenschappen
polzegge	noun	Carex cespitosa een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
polzeggen	=	polzegge
polzeggetje	=	polzegge
polzeggetjes	=	polzegge
pom	noun	Surinaamse ovenschotel met o.a. kip, zout vlees en tayer
pomander	noun	bolletje van geurende stoffen dat mensen in de middeleeuwen bij zich droegen tegen stank en besmetting
pomanders	=	pomander
pomelo	noun	benaming een boom Citrus maxima × Citrus ×paradisi soort, die is ontstaan uit een kruising van pompelmoes (Citrus maxima) en grapefruit (Citrus ×paradisi)
pomelo's	=	pomelo
pomelootje	=	pomelo
pomerans	noun	Citrus aurantium zure sinaasappel
pomeransen	=	pomerans
pomeransje	=	pomerans
pomerol	noun	zeer kostbare Bordeauxwijn
pomerols	=	pomerol
pommade	noun	vettige substantie, vaak gemengd met was, gebruikt om het haar glanzend te maken en op zijn plaats te houden
pommadeer	=	pommaderen
pommadeerde	=	pommaderen
pommadeerden	=	pommaderen
pommadeert	=	pommaderen
pommadere	=	pommaderen
pommaderen	verb	het aanbrengen van een vettige substantie, de pommade, op het haar om het op zijn plaats te houden
pommaderend	=	pommaderen
pommaderende	=	pommaderen
pommades	=	pommade
pommadetje	=	pommade
pommadetjes	=	pommade
pommel	noun	iets wat kort en dik is, iets met een opbollende vorm
pommels	=	pommel
pommeltje	=	pommel
pommeltjes	=	pommel
pommen	=	pom
pommerak	noun	bepaald soort hoge tropische boom, Syzygium aqueum
pommerakbomen	=	pommerakboom
pommerakboom	noun	Syzygium aqueum tropische boom
pommerakboompje	=	pommerakboom
pommerakboompjes	=	pommerakboom
pommeraks	=	pommerak
pommers	adj	op Pommeren betrekking hebbend
pommerse	=	pommers
pommerser	=	pommers
pommersere	=	pommers
pommersers	=	pommers
pommerst	=	pommers
pommerste	=	pommers
pomologen	=	pomoloog
pomologie	noun	de leer van het fruit en de fruitsoorten
pomoloog	noun	expert op het gebied van fruit, met diepgaande kennis van fruitsoorten, rassen, fruitteelt, snoeien, enten en het beschrijven van fruit
pomp	noun	werktuig dat door middel van drukverschil vloeistoffen of gassen verplaatst
pompadoer	noun	stof met bonte bloemmotieven in heldere kleuren
pompadoeren	=	pompadoer
pompadourcotinga	noun	Xipholena punicea een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
pompadourcotinga's	=	pompadourcotinga
pompadourcotingaatje	=	pompadourcotinga
pompadourcotingaatjes	=	pompadourcotinga
pompadourparkiet	noun	Prosopeia tabuensis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
pompadourparkieten	=	pompadourparkiet
pompadourparkietje	=	pompadourparkiet
pompadourparkietjes	=	pompadourparkiet
pompaf	adj	uitgeput
pomparm	noun	de pomparm laat de pompzuiger op en neer gaan
pomparmen	=	pomparm
pomparmpje	=	pomparm
pomparmpjes	=	pomparm
pompbak	noun	bak die het water opvangt van een kraan
pompbakje	=	pompbak
pompbakjes	=	pompbak
pompbakken	=	pompbak
pompbediende	noun	bediende bij een benzinepomp
pompbedienden	=	pompbediende
pompbediendes	=	pompbediende
pompboor	noun	een dikke, gedrongen lepelboor voor het uithollen van een stuk hout
pompboortje	=	pompboor
pompboortjes	=	pompboor
pompboren	=	pompboor
pompcentrale	noun	een waterkrachtcentrale die bij een overschot aan elektriciteit water pompt van een lager naar een hoger gelegen spaarbekken
pompcentrales	=	pompcentrale
pompe	=	pompen
pompeer	=	pomperen
pompeerde	=	pomperen
pompeerden	=	pomperen
pompeert	=	pomperen
pompelmoes	noun	bepaald soort tot tien meter hoge boom, Citrus maxima
pompelmoesje	=	pompelmoes
pompelmoesjes	=	pompelmoes
pompelmoezen	=	pompelmoes
pompen	verb	vloeistof of gas met behulp van een pomp verplaatsen
pompend	=	pompen
pompende	=	pompen
pompere	=	pomperen
pomperen	verb	iets of iemand op een hinderlijke, oneerlijke manier hinderen
pomperend	=	pomperen
pomperende	=	pomperen
pomperij	noun	het mooier, pompeuzer maken van iets; de ijdele pracht van de wereld
pomperijen	=	pomperij
pompernikkel	noun	een zwart of donkerbruin roggebrood met bitterzoete smaak, afkomstig uit Westfalen
pompernikkels	=	pompernikkel
pompeus	adj	overdreven prachtig, gezwollen
pompeust	=	pompeus
pompeuste	=	pompeus
pompeuze	=	pompeus
pompeuzer	=	pompeus
pompeuzere	=	pompeus
pompeuzers	=	pompeus
pompeïworm	noun	Alvinella pompejana een borstelworm die werd ontdekt begin jaren tachtig door Franse onderzoekers bij de Galapagoseilanden.
pompeïwormen	=	pompeïworm
pompeïwormpje	=	pompeïworm
pompeïwormpjes	=	pompeïworm
pompgemaal	noun	gemaal dat met een pomp water verplaatst
pompgemaaltje	=	pompgemaal
pompgemaaltjes	=	pompgemaal
pompgemalen	=	pompgemaal
pomphouder	noun	exploitant van een benzinepomp (tankstation)
pomphouders	=	pomphouder
pomphoudertje	=	pomphouder
pomphoudertjes	=	pomphouder
pomphuis	noun	gebouw waarin een pomp staat
pomphuizen	=	pomphuis
pompier	noun	een speciaal opgeleid lid van de brandweer voor het bestrijden van branden
pompiers	=	pompier
pompiertje	=	pompier
pompiertjes	=	pompier
pompist	noun	iemand die pomp- en menginstallaties bedient, reinigt en onderhoudt
pompisten	=	pompist
pompje	=	pomp
pompjes	=	pomp
pompoen	noun	een zeer oud (9000 v.Chr.) cultuurgewas uit Midden- en Zuid-Amerika, bestaande uit de grote vlezige vruchten van de planten van het geslacht Cucurbita
pompoenen	=	pompoen
pompoenlampion	noun	lamp gemaakt van een uitgeholde pompoen die men gebruikt bij Halloween
pompoenlampionnen	=	pompoenlampion
pompoenlampionnetje	=	pompoenlampion
pompoenlampionnetjes	=	pompoenlampion
pompoenlampions	=	pompoenlampion
pompoensoep	noun	soep gemaakt van gepureerd pompoenvruchtvlees, vaak aangevuld met andere groenten zoals ui, wortel, aardappel, en smaakmakers zoals knoflook of kruiden, resulterend in een romige, hartige maaltijd
pompoensoepen	=	pompoensoep
pompoensoepje	=	pompoensoep
pompoensoepjes	=	pompoensoep
pompoentaart	noun	gebak waarin vruchten van planten van het geslacht Cucurbita zijn verwerkt
pompoentaarten	=	pompoentaart
pompoentaartje	=	pompoentaart
pompoentaartjes	=	pompoentaart
pompoentje	=	pompoen
pompoentjes	=	pompoen
pompoenvormig	adj	vorm van een pompoen hebbend
pompoenvormige	=	pompoenvormig
pompoenvormiger	=	pompoenvormig
pompoenvormigere	=	pompoenvormig
pompoenvormigers	=	pompoenvormig
pompoenvormigs	=	pompoenvormig
pompoenvormigst	=	pompoenvormig
pompoenvormigste	=	pompoenvormig
pompom	noun	nodeloos lawaai en ophef
pompoms	=	pompom
pompon	noun	van wol, of ander zacht materiaal gemaakt bolvormig versiersel op een wintermuts of pantoffel
pomponnen	=	pompon
pomponnetje	=	pompon
pomponnetjes	=	pompon
pompons	=	pompon
pompput	noun	deel van een riolering: een ingegraven gesloten betonnen bak met daarin een pomp, in feite een kleine versie van een gemaal
pompputten	=	pompput
pompschroevendraaier	noun	een schroevendraaier waarmee door middel van een drukkende beweging de schroef wordt aan- of losgedraaid
pompschroevendraaiers	=	pompschroevendraaier
pompschroevendraaiertje	=	pompschroevendraaier
pompschroevendraaiertjes	=	pompschroevendraaier
pompshop	noun	winkel bij een benzinepompstation waar men oa, voeding, drank, snoep en tabak kan kopen
pompshops	=	pompshop
pompstation	noun	tankstation
pompstationnetje	=	pompstation
pompstationnetjes	=	pompstation
pompstations	=	pompstation
pompsteen	noun	gootsteen onder een pomp
pompstenen	=	pompsteen
pompstok	noun	een stuk gereedschap dat dient om de binnenzijde van de loop van een vuurwapen schoon te maken
pompstokje	=	pompstok
pompstokjes	=	pompstok
pompstokken	=	pompstok
pompt	=	pompen
pompte	=	pompen
pompten	=	pompen
pompwater	noun	water uit een pomp dat direct gebruikt wordt zonder verdere bewerking of zuivering
pompzuiger	noun	zuiger in de buis van een pompinstallatie die het water omhoogpompt
pompzuigers	=	pompzuiger
pompzuigertje	=	pompzuiger
pompzuigertjes	=	pompzuiger
pomtayer	noun	knol van de tayer, Xanthosoma sagittifolium, die men gebruikt als ingrediënt in pom
pon	noun	gewaad om ´s nachts in bed te dragen, nachtjapon
ponapé-ijsvogel	noun	Todiramphus reichenbachii een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
ponapé-ijsvogels	=	ponapé-ijsvogel
ponapé-ijsvogeltje	=	ponapé-ijsvogel
ponapé-ijsvogeltjes	=	ponapé-ijsvogel
ponapébrilvogel	noun	Zosterops ponapensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
ponapébrilvogels	=	ponapébrilvogel
ponapébrilvogeltje	=	ponapébrilvogel
ponapébrilvogeltjes	=	ponapébrilvogel
ponapéjufferduif	noun	Ptilinopus ponapensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
ponapéjufferduifje	=	ponapéjufferduif
ponapéjufferduifjes	=	ponapéjufferduif
ponapéjufferduiven	=	ponapéjufferduif
ponapélori	noun	Trichoglossus rubiginosus een endemische soort op het eiland Ponapé en een atol in de buurt in Micronesië
ponapélori's	=	ponapélori
ponapélorietje	=	ponapélori
ponapélorietjes	=	ponapélori
ponapémonarch	noun	Myiagra pluto een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
ponapémonarchen	=	ponapémonarch
ponapémonarchje	=	ponapémonarch
ponapémonarchjes	=	ponapémonarch
ponapépurperspreeuw	noun	Aplonis pelzelni een zeer zeldzame en mogelijk reeds uitgestorven spreeuwensoort. die vroeger een gewone vogel was op een eiland van de de Federale Staten van Micronesia.
ponapépurperspreeuwen	=	ponapépurperspreeuw
ponapépurperspreeuwtje	=	ponapépurperspreeuw
ponapépurperspreeuwtjes	=	ponapépurperspreeuw
ponapérupsvogel	noun	Edolisoma insperatum een rupsvogel die endemisch is op de Carolinen (waaronder het eiland Ponapé).
ponapérupsvogels	=	ponapérupsvogel
ponapérupsvogeltje	=	ponapérupsvogel
ponapérupsvogeltjes	=	ponapérupsvogel
ponapéwaaierstaart	noun	Rhipidura kubaryi een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
ponapéwaaierstaarten	=	ponapéwaaierstaart
ponapéwaaierstaartje	=	ponapéwaaierstaart
ponapéwaaierstaartjes	=	ponapéwaaierstaart
poncho	noun	een van origine Zuid-Amerikaans kledingstuk dat bestaat uit een rechthoekige doek met in het midden een gat om het hoofd door te steken
poncho's	=	poncho
ponchootje	=	poncho
ponchootjes	=	poncho
pond	noun	naam voor verschillende munteenheden die in het Verenigd Koninkrijk en sommige Engelstalige landen worden gebruikt
ponden	=	pond
ponder	noun	weegschaal, unster
pondereerde	=	pondereren
pondereren	verb	(land)meetfouten evenredig verdelen
pondererend	=	pondereren
pondererende	=	pondereren
ponderosadwergooruil	noun	Psiloscops flammeolus een soort uit de familie uilen (Strigidae).
ponderosadwergooruilen	=	ponderosadwergooruil
ponderosadwergooruiltje	=	ponderosadwergooruil
ponderosadwergooruiltjes	=	ponderosadwergooruil
ponders	=	ponder
pondertje	=	ponder
pondertjes	=	ponder
pondicherryhaai	noun	Carcharhinus hemiodon een haai uit de familie van de requiemhaaien
pondicherryhaaien	=	pondicherryhaai
pondicherryhaaitje	=	pondicherryhaai
pondicherryhaaitjes	=	pondicherryhaai
pondje	=	pond
pondjes	=	pond
pondteken	noun	valutateken voor de Britse pond (£)
pondtekens	=	pondteken
pondtekentje	=	pondteken
pondtekentjes	=	pondteken
poneer	=	poneren
poneerde	=	poneren
poneerden	=	poneren
poneert	=	poneren
ponem	noun	gezicht, smoel
ponempje	=	ponem
ponems	=	ponem
ponen	noun	een familie Triglidae van op de bodem levende zeevissen die ook wel knor- of zeehanen worden genoemd.
ponere	=	poneren
poneren	verb	stellen, voordragen
ponerend	=	poneren
ponerende	=	poneren
ponjaard	noun	dolk, korte degen
ponjaarden	=	ponjaard
ponjaardje	=	ponjaard
ponjaards	=	ponjaard
ponk	noun	bergplaats voor gespaard geld
ponken	=	ponk
ponkje	=	ponk
ponkjes	=	ponk
ponnen	=	pon
ponnetje	=	pon
ponnetjes	=	pon
pons	noun	instrument dat of machine die gaten slaat in papier, metalen platen e.d.
ponsband	noun|obsolete	papieren band met gaten uit de begintijd van het informatietijdperk
ponsbanden	=	ponsband
ponsbandje	=	ponsband
ponsbandjes	=	ponsband
ponse	=	ponsen
ponsen	verb	gaten in iets (vaak papier of metaal) maken door middel van een pons
ponsend	=	ponsen
ponsende	=	ponsen
ponsgaatje	=	ponsgat
ponsgaatjes	=	ponsgat
ponsgat	noun|obsolete	een gat dat gemaakt is in een ponskaart door een ponsmachine
ponsgaten	=	ponsgat
ponsje	=	pons
ponsjes	=	pons
ponskaart	noun	kaart die tot de jaren 80 werd gebruikt voor het vastleggen van gegevens d.m.v. erin geponste gaatjes
ponskaarten	=	ponskaart
ponskaartje	=	ponskaart
ponskaartjes	=	ponskaart
ponsmachine	noun	machine waarmee men (uit metaal) voorwerpen kan ponsen
ponsmachines	=	ponsmachine
ponsmachinetje	=	ponsmachine
ponsmachinetjes	=	ponsmachine
ponsoen	noun	stempel met een lettervorm erin
ponsoenen	=	ponsoen
ponst	=	ponsen
ponste	=	ponsen
ponsten	=	ponsen
pont	noun	een vaartuig dat bedoeld is om mensen en/of voertuigen naar de andere kant van een water te brengen
pontbrug	noun	een brug die de verbinding verzorgt tussen het vasteland en een pont en de verschillen in tij overbrugd moeten worden
pontbruggen	=	pontbrug
pontbruggetje	=	pontbrug
pontbruggetjes	=	pontbrug
pontbrugje	=	pontbrug
pontbrugjes	=	pontbrug
pontederiafamilie	noun	een familie Pontederiaceae van eenzaadlobbige planten.
pontederiafamilies	=	pontederiafamilie
pontederiafamilietje	=	pontederiafamilie
pontederiafamilietjes	=	pontederiafamilie
ponteiro	noun	aanwijzer bij het voorlezen van de Tora
ponteiro's	=	ponteiro
ponten	=	pont
ponteneur	noun	eergevoel dat neigt naar opschepperigheid
ponteneurs	=	ponteneur
pontes	=	pons
pontifex	noun	priester, bisschop, paus
pontifexen	=	pontifex
pontificaal	adj	zeer plechtig, met veel poespas, in volle luister
pontificaals	=	pontificaal
pontificaalst	=	pontificaal
pontificaalste	=	pontificaal
pontificaat	noun	zowel het ambt, als de ambtsperiode van een (hoge)priester, meestal in verbinding met de uitoefening van wereldlijke politieke macht
pontificale	=	pontificaal
pontificaler	=	pontificaal
pontificalere	=	pontificaal
pontificalers	=	pontificaal
pontificalia	noun	de ambtsinsignes (symbolen) die een bisschop of abt draagt om hun waardigheid en ambt te tonen, zoals de staf, de mijter, en het pectoraal (borstkruis)
pontificaten	=	pontificaat
pontifices	=	pontifex
pontje	=	pont
pontjes	=	pont
pontlieden	=	pontman
pontlui	=	pontman
pontman	noun	vrachtvaarder in de binnenvaart
pontmannen	=	pontman
ponton	noun	werkschuit met een vlak dek
pontonbrug	noun	een brug die bestaat uit op het water drijvende elementen
pontonbruggen	=	pontonbrug
pontonbruggetje	=	pontonbrug
pontonbruggetjes	=	pontonbrug
pontonbrugje	=	pontonbrug
pontonbrugjes	=	pontonbrug
pontonnetje	=	ponton
pontonnetjes	=	ponton
pontonnier	noun	geniesoldaat die zich met het bouwen van (tijdelijke) bruggen bezighoudt
pontonniers	=	pontonnier
pontons	=	ponton
pontonvormig	adj	vorm van een ponton hebbend
pontonvormige	=	pontonvormig
pontonvormiger	=	pontonvormig
pontonvormigere	=	pontonvormig
pontonvormigers	=	pontonvormig
pontonvormigs	=	pontonvormig
pontonvormigst	=	pontonvormig
pontonvormigste	=	pontonvormig
pontveer	noun	plaats waar men met een pont oversteekt
pontveren	=	pontveer
pony	noun	paard uit een ras met een schofthoogte tot ongeveer anderhalve meter
pony's	=	pony
pony'tje	=	pony
pony'tjes	=	pony
ponyvissen	noun	een familie Leiognathidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
ponywagen	noun	een wagen met meestal 4 wielen die getrokken wordt door een soort kleine paarden
ponywagens	=	ponywagen
ponywagentje	=	ponywagen
ponywagentjes	=	ponywagen
poog	=	pogen
poogde	=	pogen
poogden	=	pogen
poogt	=	pogen
pooi	=	pooien
pooide	=	pooien
pooiden	=	pooien
pooie	=	pooien
pooien	verb	drinken, zwelgen, zuipen
pooiend	=	pooien
pooiende	=	pooien
pooier	noun	een man die prostituees tegen betaling beschermt en helpt, een souteneur
pooierbak	noun|humorous	grote, patserige auto
pooierbakje	=	pooierbak
pooierbakjes	=	pooierbak
pooierbakken	=	pooierbak
pooierboy	noun	jongen die meisjes verleidt en emotioneel afhankelijk maakt om ze vervolgens tot prostitutie te dwingen
pooierboys	=	pooierboy
pooierig	adj	met de, niet zo fraaie, eigenschappen van een pooier
pooierige	=	pooierig
pooieriger	=	pooierig
pooierigere	=	pooierig
pooierigers	=	pooierig
pooierigs	=	pooierig
pooierigst	=	pooierig
pooierigste	=	pooierig
pooiers	=	pooier
pooiertje	=	pooier
pooiertjes	=	pooier
pooierwagen	noun|humorous	opzichtige, patserige auto
pooierwagentje	=	pooierwagen
pooierwagentjes	=	pooierwagen
pooit	=	pooien
pook	noun	een stang om het vuur op te porren
pookje	=	pook
pookjes	=	pook
pool	noun	uiteinde van een draaiingsas, met name van de aardas
poolbeer	noun	beer wiens natuurlijke habitat bij de polen is, ijsbeer
poolbeertje	=	poolbeer
poolbeervacht	noun	vacht van een poolbeer
poolbeervachten	=	poolbeervacht
poolbeervachtje	=	poolbeervacht
poolbeervachtjes	=	poolbeervacht
poolbeervel	noun	vel van een poolbeer
poolbeervellen	=	poolbeervel
poolbeervelletje	=	poolbeervel
poolbeervelletjes	=	poolbeervel
poolberen	=	poolbeer
poolbiljart	noun	biljart waarbij de ballen in een van de pockets moeten worden gekaatst
poolbiljarten	verb	poolbiljart spelen, poolen
poolbiljarts	=	poolbiljart
poolcirkel	noun	de begrenzing van het gebied waar 's zomer de middernachtszon gezien kan worden en 's winters de nacht een heel etmaal kan duren
poolcirkels	=	poolcirkel
poolcoördinaten	noun	coördinatenstelsel waarin elk punt in een plat vlak bepaald wordt door één afstand tot een vast punt (de pool) en een hoek die gemaakt wordt met een lijn door dat punt (de poolas)
pooldag	noun	een zomerdag waarbij de zon gedurende het hele etmaal niet onder de horizon komt
pooldagen	=	pooldag
pooldagje	=	pooldag
poolde	=	poolen
poolden	=	poolen
poole	=	poolen
poolen	verb	carpoolen
poolend	=	poolen
poolende	=	poolen
pooler	noun	iemand die iets deelt met een ander
poolerebia	noun	Erebia polaris een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
poolerebia's	=	poolerebia
poolerebiaatje	=	poolerebia
poolerebiaatjes	=	poolerebia
poolers	=	pooler
poolexpeditie	noun	tocht naar de poolgebieden, mogelijk met een wetenschappelijk doel
poolexpedities	=	poolexpeditie
poolfront	noun	scheidingsvlak tussen poollucht en lucht van andere oorsprong
poolfronten	=	poolfront
poolfrontje	=	poolfront
poolfrontjes	=	poolfront
poolgebied	noun	gebieden benoorden de noordelijke poolcirkel en bezuiden de zuidelijke
poolgebieden	=	poolgebied
poolgebiedje	=	poolgebied
poolgebiedjes	=	poolgebied
poolhaas	noun	Lepus arcticus een haas uit de familie van de Leporidae
poolhaasje	=	poolhaas
poolhaasjes	=	poolhaas
poolhazen	=	poolhaas
poolhond	noun	hond uit een ras dat gefokt is in het Noordpoolgebied
poolhonden	=	poolhond
poolhondje	=	poolhond
poolhondjes	=	poolhond
poolhoornbloem	noun	Cerastium arcticum een plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
poolhoornbloemen	=	poolhoornbloem
poolhoornbloemetje	=	poolhoornbloem
poolhoornbloemetjes	=	poolhoornbloem
poolhoornbloempje	=	poolhoornbloem
poolhoornbloempjes	=	poolhoornbloem
poolijs	noun	uitgebreide gebieden met ijs rond de Noordpool en Zuidpool
pooling	noun	de middelen van verschillende personen of groepen samenvoegen om er één eenheid van te maken
poolings	=	pooling
pooljaar	noun	jaar waarin bijzonder veel aandacht wordt besteed aan de poolgebieden
pooljaartje	=	pooljaar
pooljaartjes	=	pooljaar
pooljaren	=	pooljaar
poolkap	noun	ijskap die de (Antarctische) pool bedekt
poolkapje	=	poolkap
poolkapjes	=	poolkap
poolkappen	=	poolkap
poolklimaat	noun	het klimaat dat in de poolgebieden heerst
poolklimaatje	=	poolklimaat
poolklimaatjes	=	poolklimaat
poolklimaten	=	poolklimaat
poolkring	noun	poolcirkel
poolkringen	=	poolkring
poollicht	noun	lichtverschijnsel aan de hemel in polaire streken als gevolg van de botsing van elektrisch geladen deeltjes van de zon met de bovenste aardatmosfeer
poollichten	=	poollicht
poollichtje	=	poollicht
poollichtjes	=	poollicht
poollucht	noun	lucht, afkomstig uit de poolstreken
poolluchten	=	poollucht
poolluchtje	=	poollucht
poolluchtjes	=	poollucht
poolnacht	noun	de tijd, in de winter, in de poolstreken waarin de zon niet boven de horizon komt
poolnachten	=	poolnacht
poolnachtje	=	poolnacht
poolnachtjes	=	poolnacht
poolpallet	noun	een pallet die verhuurd wordt aan bedrijven via een gezamenlijke pot
poolpalletje	=	poolpallet
poolpalletjes	=	poolpallet
poolpallets	=	poolpallet
poolpalletten	=	poolpallet
poolpalletverhuurder	noun	een persoon of organisatie die poolpallets verhuurt
poolpalletverhuurders	=	poolpalletverhuurder
poolpalletverhuurdertje	=	poolpalletverhuurder
poolpalletverhuurdertjes	=	poolpalletverhuurder
poolparelmoervlinder	noun	Boloria polaris een vlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
poolparelmoervlinders	=	poolparelmoervlinder
poolparelmoervlindertje	=	poolparelmoervlinder
poolparelmoervlindertjes	=	poolparelmoervlinder
pools	=	pool
poolscheepje	=	poolschip
poolscheepjes	=	poolschip
poolschepen	=	poolschip
poolschip	noun	schip, gebouwd voor tochten naar de polen
poolschoen	noun	verbreed uiteinde aan de polen van een elektromagneet
poolschoenen	=	poolschoen
poolse	noun	een vrouw van Poolse komaf
poolsen	=	poolse
poolshoogte	noun	de hoogte van de hemelpool
poolshoogten	=	poolshoogte
poolshoogtes	=	poolshoogte
poolsneeuw	noun	sneeuw die ontstaat in koude vochtige lucht zonder dat er wolken zijn
poolspanning	noun	spanningsverschil tussen twee elektrische polen
poolspanningen	=	poolspanning
poolspitsmuis	noun	Sorex arcticus insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
poolspitsmuisje	=	poolspitsmuis
poolspitsmuisjes	=	poolspitsmuis
poolspitsmuizen	=	poolspitsmuis
poolstalig	adj	van een persoon dat hij de Poolse taal machtig is
poolstalige	=	poolstalig
poolstaligs	=	poolstalig
poolstation	noun	wetenschappelijk observatiestation in het poolgebied
poolstationnetje	=	poolstation
poolstationnetjes	=	poolstation
poolstations	=	poolstation
poolster	noun	enige ster die in de loop van de geschiedenis dicht bij een van beide hemelpolen komt te liggen
poolsterren	=	poolster
poolsterretje	=	poolster
poolstreek	noun	gebied in de nabijheid van de polen
poolstreken	=	poolstreek
poolstromen	=	poolstroom
poolstroom	noun	elektrische stroom tussen twee polen
poolstroompje	=	poolstroom
poolstroompjes	=	poolstroom
poolt	=	poolen
pooltje	=	pool
pooltjes	=	pool
pooltoendravlinder	noun	Oeneis bore een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (aurelia's).
pooltoendravlinders	=	pooltoendravlinder
pooltoendravlindertje	=	pooltoendravlinder
pooltoendravlindertjes	=	pooltoendravlinder
poolvos	noun	bepaald soort zoogdier, Vulpes lagopus, leeft op de arctische toendra en in het gebergte van Scandinavië, in de zomer is het dier meestal grijsachtig bruin, in de winter wit
poolvosje	=	poolvos
poolvosjes	=	poolvos
poolvossen	=	poolvos
poolwilg	noun	Salix polaris een dwergstruik uit het geslacht wilg (Salix).
poolwilgen	=	poolwilg
poolwilgje	=	poolwilg
poolwilgjes	=	poolwilg
poolwind	noun	een wind komt vanaf de polen en dus zeer koud is
poolwinden	=	poolwind
poolwoestijn	noun	een woestijn die uit sneeuw en ijs bestaat.
poolwoestijnen	=	poolwoestijn
poolwoestijntje	=	poolwoestijn
poolwoestijntjes	=	poolwoestijn
poolwolf	noun	Canis lupus arctos roofdier dat behoort tot de familie van de hondachtigen.
poolwolfje	=	poolwolf
poolwolfjes	=	poolwolf
poolwolven	=	poolwolf
poolzee	noun	zee in de buurt van de polen die in de winter een ijszee is
poolzeetje	=	poolzee
poolzeetjes	=	poolzee
poolzeeën	=	poolzee
poon	noun	benaming voor zeevissen uit familie Triglidae in de onderorde schorpioenvisachtigen
poontje	=	poon
poontjes	=	poon
poors	=	poorsen
poorse	=	poorsen
poorsen	verb	verwijderen van aderen en andere niet-geoorloofde delen uit vlees van een ritueel geslacht dier
poorsend	=	poorsen
poorsende	=	poorsen
poorsj	=	poorsjen
poorsje	=	poorsjen
poorsjen	verb	verwijderen van aderen en andere niet-geoorloofde delen uit vlees van een ritueel geslacht dier
poorsjend	=	poorsjen
poorsjende	=	poorsjen
poorsjt	=	poorsjen
poorsjte	=	poorsjen
poorsjten	=	poorsjen
poorst	=	poorsen
poorste	=	poorsen
poorsten	=	poorsen
poort	noun	Met deuren afsluitbare doorgang door een muur
poortactie	noun	actie die gevoerd wordt bij de poort van een bedrijf
poortacties	=	poortactie
poortactietje	=	poortactie
poortactietjes	=	poortactie
poortader	noun	een ader die zuurstofarm bloed van een orgaan naar een ander orgaan (niet het hart) transporteert
poortaderen	=	poortader
poortaders	=	poortader
poortdeur	noun	deur die een poort afsluit
poortdeuren	=	poortdeur
poorten	=	poort
poorter	noun	burger van een stad die zich het recht verworven had binnen de poorten van een plaats met stadsrechten te wonen
poorters	=	poorter
poorterschap	noun	het poorter zijn; het officieel burger zijn van een stad
poorterschappen	=	poorterschap
poortertje	=	poorter
poortgebouw	noun	een bouwwerk, dat tot doel heeft de in- en uitstroom van personen, goederen en dieren van een bepaald terrein te controleren
poortgebouwen	=	poortgebouw
poortgebouwtje	=	poortgebouw
poortgebouwtjes	=	poortgebouw
poortgewelf	noun	doorgang met boogvormige overkapping naar een andere ruimte
poortgewelven	=	poortgewelf
poortje	=	poort
poortjes	=	poort
poortjesspringer	noun	een zwartrijder die over de poortjes springt in een station
poortjesspringers	=	poortjesspringer
poortjesspringertje	=	poortjesspringer
poortjesspringertjes	=	poortjesspringer
poortwachter	noun	een portier
poortwachters	=	poortwachter
poortwachtertje	=	poortwachter
poortwachtertjes	=	poortwachter
poorwill	noun	Phalaenoptilus nuttallii een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
poorwilletje	=	poorwill
poorwilletjes	=	poorwill
poorwills	noun	een monotypisch geslacht Phalaenoptilus van vogels uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
poos	noun	tijdsinterval.
poosde	=	poos
poosden	=	poos
poosje	=	poos
poosjes	=	poos
poosjet	adj	eenvoudig, ongeletterd
poost	=	poos
poot	noun	ledemaat van een dier
poot-aan	adv	de hand eraan, aan het werk
pootaan	adv	pootaan spelen: iets flink aanpakken
pootaardappel	noun	aardappelen die gebruikt worden om in het land te poten (=in de grond stoppen), uit deze pootaardappelen ontstaan dan de aardappelplanten waar men de ondergrondse knollen van kan oogsten
pootaardappelen	=	pootaardappel
pootaardappels	=	pootaardappel
pootafdruk	noun	Spoor van een dier ontstaan door de druk van de poot in zachte vochtige grond.
pootafdrukje	=	pootafdruk
pootafdrukjes	=	pootafdruk
pootafdrukken	=	pootafdruk
pootamputatie	noun	een operatie waarbij een dierenarts een hele poot of een deel van een poot van een huisdier, zoals een hond of een kat, weghaalt
pootamputaties	=	pootamputatie
pootamputatietje	=	pootamputatie
pootamputatietjes	=	pootamputatie
pootgaatje	=	pootgat
pootgaatjes	=	pootgat
pootgat	noun	een holte waarin men een plant kan planten
pootgaten	=	pootgat
pootgoed	noun	kleine pootaardappelen die men in de grond stopt om uit te laten groeien tot aardappelplanten met veel consumptieaardappelen
pootje	=	po
pootje-over	noun	o.a. bij het schaatsen in de bocht gebruikte techniek, beentje-over
pootje-overs	=	pootje-over
pootjebaad	=	pootjebaden
pootjebaadde	=	pootjebaden
pootjebaadden	=	pootjebaden
pootjebaadt	=	pootjebaden
pootjebade	=	pootjebaden
pootjebaden	verb	met blote voeten (en liefst met opgestroopte broekspijpen!) in het water lopen
pootjebadend	=	pootjebaden
pootjebadende	=	pootjebaden
pootjes	=	po
pootjesbaden	=	pootjebaden
pootjesblaas	noun	het dunne, doorzichtige melkwitte vlies dat normaal gesproken als eerste zichtbaar is als een veulen geboren wordt
pootjesblaasje	=	pootjesblaas
pootjesblaasjes	=	pootjesblaas
pootjesblazen	=	pootjesblaas
pootjesdag	noun	dag waarop de kinderen helemaal gewassen worden, ook hun benen en voeten
pootjesdagen	=	pootjesdag
pootjesdagje	=	pootjesdag
pootjesdagjes	=	pootjesdag
pootjesslangen	noun	een geslacht Chamaesaura van hagedissen uit de familie gordelstaarthagedissen (Cordylidae)
pootmot	noun	Stathmopoda pedella een vlinder uit de familie Stathmopodidae.
pootmotje	=	pootmot
pootmotjes	=	pootmot
pootmotten	=	pootmot
pootroggen	noun	een familie Anacanthobatidae van die bestaat uit vijf geslachten
pootte	=	poten
pootten	=	poten
pootui	noun	ui die men kweekt voor het zaad
pootuien	=	pootui
pootuitje	=	pootui
pootuitjes	=	pootui
pootvis	noun	jonge vis die men in een viskwekerij opkweekt of in het vrije water uitzet
pootvisje	=	pootvis
pootvisjes	=	pootvis
pootvissen	=	pootvis
pootziekte	noun	klauwzeer bij m.n. schapen
pootziekten	=	pootziekte
pootziektes	=	pootziekte
pooze	=	poos
pop	noun	nagemaakte mens, meest als speeltuig
pop-tart	noun	rechthoekig en plat stuk gebak dat ongeveer 7½ bij 11½ cm meet en bestaat uit een zoete vulling omsloten door een dikkere korst
pop-tarts	=	pop-tart
pop-up	noun	iets wat plotseling omhoog komt (en een tijdelijk karakter heeft)
pop-upboek	noun	een kinderboek met driedimensionale elementen die uit de pagina's omhoog springen
pop-upboeken	=	pop-upboek
pop-upboekje	=	pop-upboek
pop-upboekjes	=	pop-upboek
pop-upcamping	noun	tijdelijke kampeerplaats
pop-upcampings	=	pop-upcamping
pop-upkampeerterrein	noun	tijdelijke camping
pop-upkampeerterreinen	=	pop-upkampeerterrein
pop-upkampeerterreintje	=	pop-upkampeerterrein
pop-upkampeerterreintjes	=	pop-upkampeerterrein
pop-upmusea	=	pop-upmuseum
pop-upmuseum	noun	tijdelijk, klein museum over één bepaald onderwerp
pop-upmuseumpje	=	pop-upmuseum
pop-upmuseumpjes	=	pop-upmuseum
pop-upmuseums	=	pop-upmuseum
pop-uprestaurant	noun	tijdelijk gevestigd restaurant
pop-uprestaurantje	=	pop-uprestaurant
pop-uprestaurantjes	=	pop-uprestaurant
pop-uprestaurants	=	pop-uprestaurant
pop-ups	=	pop-up
pop-upshop	noun	tijdelijke winkel waarin een bepaald (mode)product wordt verkocht
pop-upshops	=	pop-upshop
pop-upstore	noun	tijdelijke winkel waarin een bepaald modeproduct wordt verkocht
pop-upstores	=	pop-upstore
pop-upvenster	noun	een plotseling openend, klein venster in een computerprogramma of webpagina met wat extra reclame of informatie
pop-upvensters	=	pop-upvenster
pop-upvenstertje	=	pop-upvenster
pop-upvenstertjes	=	pop-upvenster
pop-upwinkel	noun	een tijdelijke winkel waarin een bepaald modeproduct wordt verkocht
pop-upwinkels	=	pop-upwinkel
pop-upwinkeltje	=	pop-upwinkel
pop-upwinkeltjes	=	pop-upwinkel
popachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een pop
popachtige	=	popachtig
popachtiger	=	popachtig
popachtigere	=	popachtig
popachtigers	=	popachtig
popachtigs	=	popachtig
popachtigst	=	popachtig
popachtigste	=	popachtig
popact	noun	optreden van een popgroep of popartiest
popacts	=	popact
popalangoer	noun	Trachypithecus popa een aap van de Oude Wereld uit het geslacht Trachypithecus die voorkomt in Myanmar.
popalangoeren	=	popalangoer
popalangoertje	=	popalangoer
popalangoertjes	=	popalangoer
popalbum	noun	een muziekalbum met nummers die behoren tot de popmuziek
popalbums	=	popalbum
popart	noun	kunststroming die tegelijkertijd, maar los van elkaar, is ontstaan in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika in het midden van de jaren vijftig en haar hoogtijdagen beleefde in de jaren zestig van de 20e eeuw
popartiest	noun	artiest, werkzaam in de popmuziek
popartiesten	=	popartiest
popartkunstenaar	noun	kunstenaar die werkt in de stijl van de popart
popartkunstenaars	=	popartkunstenaar
popband	noun	is een groep muzikanten, meestal met ook één of meer zangers of zangeressen, die samen popmuziek maken
popbandje	=	popband
popbandjes	=	popband
popbands	=	popband
popblad	noun	tijdschrift waarin artikelen staan over popmuziek
popbladen	=	popblad
popconcert	noun	muziekuitvoering met popmuziek
popconcerten	=	popconcert
popconcertje	=	popconcert
popconcertjes	=	popconcert
popcorn	noun	een ondersoort Zea mays everta van maïssoorten die speciaal voor het poffen veredeld zijn, het meest wordt Zea mays ssp. mays gebruikt
popcornapparaat	noun	een vending machine (verkoopautomaat) die automatisch verse, warme popcorn produceert en verkoopt
popcornapparaatje	=	popcornapparaat
popcornapparaatjes	=	popcornapparaat
popcornapparaten	=	popcornapparaat
popcornautomaat	noun	een vending machine (verkoopautomaat) die automatisch verse, warme popcorn produceert en verkoopt
popcornautomaatje	=	popcornautomaat
popcornautomaatjes	=	popcornautomaat
popcornautomaten	=	popcornautomaat
popcornbak	noun	een verpakking of kom die speciaal bedoeld is voor het serveren en eten van popcorn
popcornbakje	=	popcornbak
popcornbakjes	=	popcornbak
popcornbakken	=	popcornbak
popcornkar	noun	een verrijdbare, vaak in retro-stijl ontworpen wagen met een ingebouwde professionele popcornmachine
popcornkarren	=	popcornkar
popcornkarretje	=	popcornkar
popcornkarretjes	=	popcornkar
popcornkraam	noun	verplaatsbaar verkoop- of uitgiftepunt waar ter plekke verse popcorn wordt bereid en uitgedeeld
popcornkraampje	=	popcornkraam
popcornkraampjes	=	popcornkraam
popcornkramen	=	popcornkraam
popcornmachine	noun	een vending machine (verkoopautomaat) die automatisch verse, warme popcorn produceert en verkoopt
popcornmachines	=	popcornmachine
popcornmachinetje	=	popcornmachine
popcornmachinetjes	=	popcornmachine
popcornpan	noun	een speciaal ontworpen pan om veilig en gemakkelijk popcorn te poffen
popcornpannen	=	popcornpan
popcornpannetje	=	popcornpan
popcornpannetjes	=	popcornpan
popcornwagen	noun	een verrijdbare, vaak in retro-stijl ontworpen wagen met een ingebouwde professionele popcornmachine
popcornwagens	=	popcornwagen
popcornwagentje	=	popcornwagen
popcornwagentjes	=	popcornwagen
popcornziekte	noun	een longziekte die wordt veroorzaakt door het inademen van giftige stoffen of een infectie
popcornziekten	=	popcornziekte
popcornziektes	=	popcornziekte
popculturen	=	popcultuur
popcultuur	noun	de wereld van de popmuziek
popcultuurtje	=	popcultuur
popcultuurtjes	=	popcultuur
popdiva	noun	een beroemde popzangeres (met bijzonder en soms ronduit vervelend en verwaand gedrag)
popdiva's	=	popdiva
popduo	noun	twee muzikanten die samen popmuziek maken
popduo's	=	popduo
pope	noun	een priester in de Oosters-Orthodoxe Kerk, in het bijzonder in de Russisch-Orthodoxe Kerk
popel	=	popelen
popelde	=	popelen
popelden	=	popelen
popele	=	popelen
popelen	verb	Iets zo graag willen dat je hart bonst en je niet stil kunt blijven staan.
popelend	=	popelen
popelende	=	popelen
popelier	=	populier
popeline	noun	licht, halfzijden, glanzend weefsel	adj	gemaakt van popeline
popelines	=	popeline
popelt	=	popelen
popen	=	pope
popes	=	pope
popfestival	noun	muziekfestival met optredens van verschillende popmuzikanten gedurende enkele dagen op één plaats
popfestivalletje	=	popfestival
popfestivalletjes	=	popfestival
popfestivals	=	popfestival
popgroep	noun	is een groep muzikanten, meestal met ook één of meer zangers of zangeressen, die samen popmuziek maken
popgroepen	=	popgroep
popgroepje	=	popgroep
popgroepjes	=	popgroep
pophistorie	noun	geschiedenis van de popmuziek
pophit	noun	heel populair popliedje
pophitje	=	pophit
pophitjes	=	pophit
pophits	=	pophit
popi	adj|informal	gemaakt populair
popidolen	=	popidool
popidool	noun	heel beroemde popmuzikant
popidooltje	=	popidool
popiejopie	noun|humorous	iemand die op een te gemakkelijke manier geliefd is of probeert te zijn	adj	populair, geliefd
popiejopies	=	popiejopie
popjawa	noun	popmuziek met Indonesische invloeden
popje	=	pop
popjes	=	pop
poplied	noun	eenvoudig, makkelijk in het gehoor liggend liedje op hedendaagse muziek, meestal met een Engelse tekst en een stevig ritme
popliederen	=	poplied
popliedje	=	poplied
popliedjes	=	poplied
poplin	noun	licht en luchtig weefsel van zijde en linnen
popmooi	adj	met een heel fraai, maar wat onnatuurlijk uiterlijk
popmooie	=	popmooi
popmoois	=	popmooi
popmusici	=	popmusicus
popmusicus	noun	iemand die popmuziek maakt en uitvoert
popmuziek	noun	hedendaagse populaire muziek
popmuziekje	=	popmuziek
popmuziekjes	=	popmuziek
popnagel	noun	holle nagel waarvan de rand omgebogen wordt door met een speciale tang (de popnageltang) te trekken aan een stift die dan afbreekt
popnagels	=	popnagel
popnageltang	noun	een tang waarmee de zogenaamde pop- of blindklinknagels kunnen worden vastgeklemd
popnageltangen	=	popnageltang
popnageltangetje	=	popnageltang
popnageltangetjes	=	popnageltang
popnageltje	=	popnagel
popnageltjes	=	popnagel
popnummer	noun	een popliedje
popnummers	=	popnummer
popo	noun|slang	politieagent
popo's	=	popo
poppedein	noun	nagemaakt figuur van een mens
poppedeinen	=	poppedein
poppedeintje	=	poppedein
poppedeintjes	=	poppedein
poppemooi	noun|obsolete	vrouw met een erg fraai, maar wat onnatuurlijk uiterlijk; in het bijzonder: met een erg bleke huid, opvallend rode wangen en helder blauwe ogen
poppen	=	pop
poppendokter	noun	iemand die speelgoedpoppen herstelt
poppendokters	=	poppendokter
poppengezicht	noun	gezicht met weinig uitdrukking of karakter
poppengezichten	=	poppengezicht
poppengezichtje	=	poppengezicht
poppengezichtjes	=	poppengezicht
poppengoed	noun	miniatuurversies van alledaagse gebruiksvoorwerpen (servies, keukengerei, haardgerei) gemaakt van materialen als aardewerk, tin of zilver, bedoeld voor poppenhuizen en het naspelen van het huishouden, en was zowel populair speelgoed voor kinderen als pronkstukken voor welgestelde volwassenen
poppengoederen	=	poppengoed
poppengoedje	=	poppengoed
poppengoedjes	=	poppengoed
poppenhoek	noun	een gedeelte van een ruimte die is ingericht om met poppen te kunnen spelen
poppenhoeken	=	poppenhoek
poppenhoofd	noun	de kop van een speelgoedpop
poppenhoofden	=	poppenhoofd
poppenhoofdje	=	poppenhoofd
poppenhoofdjes	=	poppenhoofd
poppenhuis	noun	een in het klein uitgevoerde versie van een huis (met of voor poppen)
poppenhuisje	=	poppenhuis
poppenhuisjes	=	poppenhuis
poppenhuizen	=	poppenhuis
poppenkast	noun	getimmerte waarin een poppenspel wordt gespeeld
poppenkasten	=	poppenkast
poppenkastje	=	poppenkast
poppenkastjes	=	poppenkast
poppenklederen	=	poppenkleed
poppenkleed	noun	kleed voor een pop
poppenkleedje	=	poppenkleed
poppenkleedjes	=	poppenkleed
poppenkleertjes	=	poppenkleren
poppenkleren	noun	kleding voor een pop
poppenkraam	noun	kraam waar men poppen verkoopt
poppenkraampje	=	poppenkraam
poppenkraampjes	=	poppenkraam
poppenkramen	=	poppenkraam
poppenmaakster	noun	vrouw die poppen maakt
poppenmaaksters	=	poppenmaakster
poppenmaker	noun	iemand die speelgoed in de vorm van figuren met menselijke kenmerken vervaardigt
poppenmakers	=	poppenmaker
poppenorchis	noun	bepaald soort zeldzame orchidee, Aceras anthropophorum (syn: Orchis anthropophora)
poppenorchissen	=	poppenorchis
poppenrovers	noun	Calosoma een geslacht van kevers uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
poppensnor	noun	opvallende strook gezichtsbeharing boven de bovenlip
poppensnorren	=	poppensnor
poppensnorretje	=	poppensnor
poppensnorretjes	=	poppensnor
poppenspeelster	noun	vrouwelijke vorm van poppenspeler
poppenspeelsters	=	poppenspeelster
poppenspeelstertje	=	poppenspeelster
poppenspeelstertjes	=	poppenspeelster
poppenspel	noun	een opvoering met poppen
poppenspelen	=	poppenspel
poppenspeler	noun	een kunstenaar achter een poppenspel
poppenspelers	=	poppenspeler
poppenspelertje	=	poppenspeler
poppenspelertjes	=	poppenspeler
poppenspellen	=	poppenspel
poppenspelletje	=	poppenspel
poppenspelletjes	=	poppenspel
poppenstandaard	noun	een hulpmiddel dat speciaal is ontworpen om poppen, knuffels of amigurumi's stevig rechtop te laten staan
poppenstandaarden	=	poppenstandaard
poppenstandaardje	=	poppenstandaard
poppenstandaardjes	=	poppenstandaard
poppenstandaards	=	poppenstandaard
poppenstront	noun	in onderstaande uitdrukking
poppentheater	noun	een voorstelling van één of meerdere poppenspelers, poppenspel
poppentheaters	=	poppentheater
poppentheatertje	=	poppentheater
poppentheatertjes	=	poppentheater
poppenwagen	noun	kleine kinderwagen voor een speelgoedpop
poppenwagens	=	poppenwagen
poppenwagentje	=	poppenwagen
poppenwagentjes	=	poppenwagen
popper	noun	vloeibaar roesmiddel met een scherpe geur, gebruikt voor feesten en seks
popperig	adj	lijkend op een pop (in de zin van speelgoed waarmee vooral meisje spelen)
popperige	=	popperig
popperiger	=	popperig
popperigere	=	popperig
popperigers	=	popperig
popperigs	=	popperig
popperigst	=	popperig
popperigste	=	popperig
poppers	=	popper
poppertje	=	popper
poppertjes	=	popper
poppesnor	=	poppensnor
poppetje	=	pop
poppetjes	=	pop
poppig	adj	met de eigenschappen van een speelgoedpop
poppige	=	poppig
poppiger	=	poppig
poppigere	=	poppig
poppigers	=	poppig
poppigs	=	poppig
poppigst	=	poppig
poppigste	=	poppig
poppodia	=	poppodium
poppodium	noun	theater geschikt voor het uitvoeren popmuziek
poppodiumpje	=	poppodium
poppodiums	=	poppodium
popprijs	noun	een prijs die een musicus wint als waardering voor een uitzonderlijk goede prestatie op het gebied van de popmuziek
popprijsje	=	popprijs
popprijsjes	=	popprijs
popprijzen	=	popprijs
popquiz	noun	spel waarbij de deelnemers vragen over popmuziek moeten beantwoorden
popquizje	=	popquiz
popquizjes	=	popquiz
popquizzen	=	popquiz
poprock	noun	populaire muziek met kenmerken van pop en rock-'n-roll
popsicle	noun	ijsje gemaakt van bevroren limonade
popsicles	=	popsicle
popsocket	noun	een kleine, ronde gadget die je achterop je smartphone of tablet plakt voor extra grip en functionaliteit
popsocketje	=	popsocket
popsocketjes	=	popsocket
popsockets	=	popsocket
popsong	noun	modern en populair liedje dat meestal een Engelse tekst heeft
popsongs	=	popsong
popster	noun	iemand die beroemd is geworden door popmuziek
popsterren	=	popster
popsterretje	=	popster
popsterretjes	=	popster
poptempel	noun	een theater dat belangrijk is voor de popmuziek
poptempels	=	poptempel
poptempeltje	=	poptempel
populair	adj	bij velen in trek
populairder	=	populair
populairdere	=	populair
populairders	=	populair
populaire	=	populair
populairs	=	populair
populairst	=	populair
populairste	=	populair
populairwetenschappelijk	adj	met behandeling van een wetenschappelijk onderwerp op begrijpelijke wijze
populairwetenschappelijke	=	populairwetenschappelijk
populairwetenschappelijker	=	populairwetenschappelijk
populairwetenschappelijkere	=	populairwetenschappelijk
populairwetenschappelijkers	=	populairwetenschappelijk
populairwetenschappelijks	=	populairwetenschappelijk
populairwetenschappelijkst	=	populairwetenschappelijk
populairwetenschappelijkste	=	populairwetenschappelijk
popularisator	noun	iemand die iets toegankelijk maakt voor het grote publiek
popularisatoren	=	popularisator
popularisators	=	popularisator
populariseer	=	populariseren
populariseerde	=	populariseren
populariseerden	=	populariseren
populariseert	=	populariseren
popularisere	=	populariseren
populariseren	verb	zorgen dat meer mensen iets leren waarderen
populariserend	=	populariseren
populariserende	=	populariseren
popularisering	noun	het bekend en geliefd worden bij een groot publiek
populariseringen	=	popularisering
populariteit	noun	de mate waarin iets of iemand geliefd is bij grote delen van de bevolking
populariteiten	=	populariteit
populariteitscijfer	noun	percentage van ondervraagden die een positieve mening over iemand heeft
populariteitscijfers	=	populariteitscijfer
populatie	noun	bevolking.
populatiebiologie	noun	een tak van de biologie die zich bezighoudt met de analyse van factoren die het aantal en de dichtheid van populaties in ruimte en tijd beïnvloeden
populatiedynamica	noun	een tak van de biologie die zich bezighoudt met de analyse van factoren die het aantal en de dichtheid van populaties in ruimte en tijd beïnvloeden
populaties	=	populatie
populatietje	=	populatie
populier	noun	benaming voor loofbomen uit het geslacht Populus, zeer snel groeiende bomen uit de wilgenfamilie
populieren	adj	van populierenhout
populierenblaadje	=	populierenblad
populierenblaadjes	=	populierenblad
populierenblad	noun	het blad van een populierenboom Populus
populierenbladblaasje	noun	Taphrina populina een schimmel behorend tot de familie Taphrinaceae.
populierenbladblaasjes	=	populierenbladblaasje
populierenbladen	=	populierenblad
populierenbladeren	=	populierenblad
populierenbladgalmug	noun	een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae)
populierenbladgalmuggen	=	populierenbladgalmug
populierenbladgalmugje	=	populierenbladgalmug
populierenbladgalmugjes	=	populierenbladgalmug
populierenbladroller	noun	Gypsonoma aceriana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
populierenbladrollers	=	populierenbladroller
populierenbladrollertje	=	populierenbladroller
populierenbladrollertjes	=	populierenbladroller
populierenbladsteelgalmug	noun	Contarinia petioli een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
populierenbladsteelgalmuggen	=	populierenbladsteelgalmug
populierenbladsteelgalmuggetjes	=	populierenbladsteelgalmug
populierenbladsteelgalmugje	=	populierenbladsteelgalmug
populierenbladsteelmineermot	noun	Ectoedemia hannoverella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
populierenbladsteelmineermotje	=	populierenbladsteelmineermot
populierenbladsteelmineermotjes	=	populierenbladsteelmineermot
populierenbladsteelmineermotten	=	populierenbladsteelmineermot
populierenblaren	=	populierenblad
populierenbos	noun	verzameling dicht bij elkaar staande populieren Populus
populierenbosje	=	populierenbos
populierenbosjes	=	populierenbos
populierenbossen	=	populierenbos
populierendwergbladroller	noun	Pammene populana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
populierendwergbladrollers	=	populierendwergbladroller
populierendwergbladrollertje	=	populierendwergbladroller
populierendwergbladrollertjes	=	populierendwergbladroller
populierengouduil	noun	Xanthia ocellaris een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
populierengouduilen	=	populierengouduil
populierengouduiltje	=	populierengouduil
populierengouduiltjes	=	populierengouduil
populierengriendhaantje	noun	Phratora laticollis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
populierengriendhaantjes	=	populierengriendhaantje
populierengroenuil	noun	Earias vernana een nachtvlinder uit de familie van de visstaartjes (Nolidae).
populierengroenuilen	=	populierengroenuil
populierengroenuiltje	=	populierengroenuil
populierengroenuiltjes	=	populierengroenuil
populierenhermelijnvlinder	noun	een nachtvlinder Furcula bifida uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae), die verspreid over Europa en Noord-Afrika voorkomt.
populierenhermelijnvlinders	=	populierenhermelijnvlinder
populierenhermelijnvlindertje	=	populierenhermelijnvlinder
populierenhermelijnvlindertjes	=	populierenhermelijnvlinder
populierenhout	noun	licht van gewicht, maar relatief taai hout van een populier
populierenkogelgalmug	noun	Harmandiola tremulae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
populierenkogelgalmuggen	=	populierenkogelgalmug
populierenkogelgalmuggetjes	=	populierenkogelgalmug
populierenkogelgalmugje	=	populierenkogelgalmug
populierenmineermot	noun	Stigmella trimaculella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
populierenmineermotje	=	populierenmineermot
populierenmineermotjes	=	populierenmineermot
populierenmineermotten	=	populierenmineermot
populierenoogbladroller	noun	Epinotia maculana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
populierenoogbladrollers	=	populierenoogbladroller
populierenoogbladrollertje	=	populierenoogbladroller
populierenoogbladrollertjes	=	populierenoogbladroller
populierenpijlstaart	noun	Laothoe populi een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae)
populierenpijlstaarten	=	populierenpijlstaart
populierenpijlstaartje	=	populierenpijlstaart
populierenpijlstaartjes	=	populierenpijlstaart
populierenprachtkever	noun	Agrilus ater een keversoort uit de familie prachtkevers (Buprestidae).
populierenprachtkevers	=	populierenprachtkever
populierenprachtkevertje	=	populierenprachtkever
populierenprachtkevertjes	=	populierenprachtkever
populierenschijfzwam	noun	Sclerencoelia fascicularis een schimmel behorend tot de familie Cenangiaceae.
populierenschijfzwammen	=	populierenschijfzwam
populierenschijfzwammetje	=	populierenschijfzwam
populierenschijfzwammetjes	=	populierenschijfzwam
populierensigarenmaker	noun	Byctiscus populi een keversoort uit de familie Rhynchitidae.
populierensigarenmakers	=	populierensigarenmaker
populierensigarenmakertje	=	populierensigarenmaker
populierensigarenmakertjes	=	populierensigarenmaker
populierensneeuwmot	noun	Leucoptera sinuella een vlinder uit de familie sneeuwmotten (Lyonetiidae).
populierensneeuwmotje	=	populierensneeuwmot
populierensneeuwmotjes	=	populierensneeuwmot
populierensneeuwmotten	=	populierensneeuwmot
populierenspeldje	noun	een niet-gelicheniseerde ascomyceet Phaeocalicium populneum behorend tot de familie Mycocaliciaceae.
populierenspeldjes	=	populierenspeldje
populierenspikkelpalpmot	noun	Anacampsis populella een vlinder uit de familie van de tastermotten, de Gelechiidae.
populierenspikkelpalpmotje	=	populierenspikkelpalpmot
populierenspikkelpalpmotjes	=	populierenspikkelpalpmot
populierenspikkelpalpmotten	=	populierenspikkelpalpmot
populierentandvlinder	noun	Gluphisia crenata een nachtvlinder uit de familie Notodontidae, de tandvlinders
populierentandvlinders	=	populierentandvlinder
populierentandvlindertje	=	populierentandvlinder
populierentandvlindertjes	=	populierentandvlinder
populierenuil	noun	Parastichtis suspecta een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
populierenuilen	=	populierenuil
populierenuiltje	=	populierenuil
populierenuiltjes	=	populierenuil
populierenurntjesgalmug	noun	Harmandiola globuli een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
populierenurntjesgalmuggen	=	populierenurntjesgalmug
populierenurntjesgalmuggetjes	=	populierenurntjesgalmug
populierenurntjesgalmugje	=	populierenurntjesgalmug
populierenviltmijt	noun	Aceria varia een mijt behorend tot de familie Eriophyidae.
populierenviltmijten	=	populierenviltmijt
populierenviltmijtje	=	populierenviltmijt
populierenviltmijtjes	=	populierenviltmijt
populierenvlekje	noun	Arthonia excipienda een paddenstoel uit de familie Arthoniaceae.
populierenvlekjes	=	populierenvlekje
populierenvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus strangulatus een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
populierenvlieskelkjes	=	populierenvlieskelkje
populierenvoorjaarsuil	noun	Orthosia populeti een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
populierenvoorjaarsuilen	=	populierenvoorjaarsuil
populierenvoorjaarsuiltje	=	populierenvoorjaarsuil
populierenvoorjaarsuiltjes	=	populierenvoorjaarsuil
populierenvuurzwam	noun	Phellinus populicola een schimmel behorend tot de familie Hymenochaetaceae.
populierenvuurzwammen	=	populierenvuurzwam
populierenvuurzwammetje	=	populierenvuurzwam
populierenvuurzwammetjes	=	populierenvuurzwam
populierenweeskind	noun	Catocala elocata een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
populierenweeskinderen	=	populierenweeskind
populierenweeskindje	=	populierenweeskind
populierenweeskindjes	=	populierenweeskind
populierenwespvlinder	noun	Paranthrene tabaniformis een nachtvlinder uit de familie Sesiidae, de wespvlinders.
populierenwespvlinders	=	populierenwespvlinder
populierenwespvlindertje	=	populierenwespvlinder
populierenwespvlindertjes	=	populierenwespvlinder
populierenwoudzwever	noun	Criorhina pachymera een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
populierenwoudzwevers	=	populierenwoudzwever
populierenwoudzwevertje	=	populierenwoudzwever
populierenwoudzwevertjes	=	populierenwoudzwever
populierenwratgalmug	noun	Harmandiola cavernosa een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
populierenwratgalmuggen	=	populierenwratgalmug
populierenwratgalmuggetjes	=	populierenwratgalmug
populierenwratgalmugje	=	populierenwratgalmug
populierleemhoed	noun	Cyclocybe cylindracea een paddenstoel uit de familie Strophariaceae.
populierleemhoeden	=	populierleemhoed
populierleemhoedje	=	populierleemhoed
populierleemhoedjes	=	populierleemhoed
populiermelkzwam	noun	Lactarius controversus een schimmel uit de familie Russulaceae . ;Hoed De hoed is 8 tot 20, soms zelfs tot 25 cm breed.
populiermelkzwammen	=	populiermelkzwam
populiermelkzwammetje	=	populiermelkzwam
populiermelkzwammetjes	=	populiermelkzwam
populiermineervlieg	noun	Aulagromyza populi een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae).
populiermineervliegen	=	populiermineervlieg
populiermineervliegje	=	populiermineervlieg
populiermineervliegjes	=	populiermineervlieg
populiertje	=	populier
populiertjes	=	populier
populiervezelkop	noun	Pseudosperma squamatum een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
populiervezelkopje	=	populiervezelkop
populiervezelkopjes	=	populiervezelkop
populiervezelkoppen	=	populiervezelkop
populiervezelkoppie	=	populiervezelkop
populiervezelkoppies	=	populiervezelkop
populisme	noun	politieke stroming die vindt dat een maatschappelijke elite het belang van het volk verwaarloost en een krachtige leider (net zoals bij het fascisme) de eensgezindheid moet herstellen
populismes	=	populisme
populist	noun	een politicus voor wie de tegenstelling tussen „het volk” en „de elite” leidend is en die beweert voor het volk te spreken
populiste	noun	vrouwelijke populist zn
populisten	=	populist
populistes	=	populiste
populistisch	adj	met, vanuit of passend bij de opvatting dat een maatschappelijke elite het belang van het volk verwaarloost en een krachtige leider de eensgezindheid moet herstellen
populistische	=	populistisch
populistischer	=	populistisch
populistischere	=	populistisch
populistischers	=	populistisch
populistje	=	populist
populistjes	=	populist
popzanger	noun	een zanger van eigentijdse populaire muziek
popzangers	=	popzanger
popzangertje	=	popzanger
popzangertjes	=	popzanger
popzender	noun	radiozender waar men vooral popmuziek afspeelt
popzenders	=	popzender
por	noun	een stoot in iemands zijde, gewoonlijk om hem wakker of alert te maken
porceleinspinnetje	noun	Centromerus prudens een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
porceleinspinnetjes	=	porceleinspinnetje
porch	noun	overdekte veranda
porches	=	porch
porde	=	porren
porden	=	porren
porder	noun|historical	iemand die op de ramen of deuren van mensen kwam tikken om ze te wekken (in de tijd dat veel mensen nog geen wekker hadden)
porders	=	porder
pordertje	=	porder
pordertjes	=	porder
porei	=	prei
porem	noun	gezicht, smoel
porempje	=	porem
porems	=	porem
porets	noun	landheer
poreus	adj	veel, goed zichtbare poriën hebbend
poreusheid	noun	de eigenschap van de aanwezigheid van kleine openingen (poriën) in een materiaal
poreust	=	poreus
poreuste	=	poreus
poreuze	=	poreus
poreuzer	=	poreus
poreuzere	=	poreus
poreuzers	=	poreus
porfier	noun	een stollingsgesteente met een typische textuur van relatief grote fenocrysten in een grondmassa van kleinere kristallen
porfieramaniet	noun	Amanita porphyria een zeldzaam tot vrij algemeen voorkomende paddenstoel uit de familie Amanitaceae.
porfieramanieten	=	porfieramaniet
porfieramanietje	=	porfieramaniet
porfieramanietjes	=	porfieramaniet
porfieren	adj	gemaakt van vulkanisch purpersteen dat geschikt is voor het maken van beeldhouwwerken
porfiers	=	porfier
porfirisch	adj	betreffende een stollingsgesteente dat gekenmerkt wordt door een textuur met relatief grote, goed zichtbare kristallen (fenocrysten) die ingebed zijn in een fijnkorrelige of glasachtige grondmassa
porfirische	=	porfirisch
porfirischer	=	porfirisch
porfirischere	=	porfirisch
porfirischers	=	porfirisch
porfyrie	noun	verstoorde vorming van rode kleurstof in het bloed
porhout	noun|historical	kort knuppeltje dat met een lus om de pols was bevestigd en werd gebruikt door porders en porsters die in de tijd voordat wekkers wijd verbreid waren, als beroep hadden om mensen 's ochtends te wekken door op ramen of deuren te tikken
porhouten	=	porhout
poria	noun	een geslacht van schimmels behorend tot de familie Polyporaceae.
poria's	=	poria
poriaatje	=	poria
poriaatjes	=	poria
porie	noun	een microscopisch gaatje
porietje	=	porie
porietjes	=	porie
porits	noun	landheer
poriën	=	porie
porknokker	noun	zelfstandige goudzoeker
porknokkers	=	porknokker
porknokkertje	=	porknokker
porna	noun	porno voor vrouwen; vrouwvriendelijke porno
porno	noun	de afkorting voor pornografie
porno's	=	porno
pornoacteur	noun	een acteur of actrice die meestal voor een camera seksuele handelingen uitvoert om later op commerciële basis worden aangeboden om te worden bekeken.
pornoacteurs	=	pornoacteur
pornoacteurtje	=	pornoacteur
pornoacteurtjes	=	pornoacteur
pornoactrice	noun	een actrice die meestal voor een camera seksuele handelingen uitvoert om later op commerciële basis worden aangeboden om te worden bekeken.
pornoactrices	=	pornoactrice
pornoactricetje	=	pornoactrice
pornoactricetjes	=	pornoactrice
pornobaas	noun	ondernemer in de pornografische industrie
pornobazen	=	pornobaas
pornoblaadje	=	pornoblad
pornoblaadjes	=	pornoblad
pornoblad	noun	tijdschrift met seksueel prikkelende inhoud
pornobladen	=	pornoblad
pornoboek	noun	een boek met erotische inhoud, zoals seksuele handelingen, dat bedoeld is om seksuele opwinding te veroorzaken bij de lezer
pornoboeken	=	pornoboek
pornoboekje	=	pornoboek
pornoboekjes	=	pornoboek
pornocratie	noun	landsbestuur waarin amoureuze relaties en eerzuchtige maîtresses een doorslaggevende rol spelen
pornocratieën	=	pornocratie
pornofilm	noun	onzedelijke film
pornofilmpje	=	pornofilm
pornofilmpjes	=	pornofilm
pornofilms	=	pornofilm
pornofilter	noun	programma dat bepaalde internetsites of onderdelen daarvan (b.v. met pornografische afbeeldingen) blokkeert
pornofilters	=	pornofilter
pornofiltertje	=	pornofilter
pornofiltertjes	=	pornofilter
pornograaf	noun	iemand die films, afbeeldingen of verhalen maakt om je seksueel te prikkelen
pornograafje	=	pornograaf
pornografe	=	pornograaf
pornografen	=	pornograaf
pornografie	noun	verzamelnaam voor films, afbeeldingen en verhalen die tot doel hebben de kijker seksueel te prikkelen
pornografieën	=	pornografie
pornografisch	adj	betrekking hebbend of product zijn van seksueel prikkelende verhalen of afbeeldingen
pornografische	=	pornografisch
pornografischer	=	pornografisch
pornografischere	=	pornografisch
pornografischers	=	pornografisch
pornografischt	=	pornografisch
pornografischte	=	pornografisch
pornographie	=	pornografie
pornoknop	noun	voorziening op een computer die ervoor zorgt dat men pornosites kan bezoeken zonder sporen op de pc achter te laten
pornoknoppen	=	pornoknop
pornokoning	noun	iemand die veel pornografische producties maakt; iemand die een belangrijke plaats inneemt in de pornoindustrie
pornokoningen	=	pornokoning
pornootje	=	porno
pornootjes	=	porno
pornoshow	noun	een erotische theatervoorstelling
pornoshows	=	pornoshow
pornosite	noun	website met vooral pornografische- en erotische inhoud
pornosites	=	pornosite
pornoster	noun	een pornoacteur of pornoactrice die behoorlijke bekendheid heeft gekregen.
pornosterren	=	pornoster
pornosterretje	=	pornoster
pornosterretjes	=	pornoster
pornotheek	noun	plaats waar je seksfilms kunt huren
pornotheken	=	pornotheek
pornoveteraan	noun	iemand die reeds vele jaren in de pornoindustrie gewerkt heeft en daar om bekend staat.
pornoveteraantje	=	pornoveteraan
pornoveteraantjes	=	pornoveteraan
pornoveteranen	=	pornoveteraan
pornozaak	noun	strafzaak betreffende de productie of verkoop van pornografisch materiaal
pornozaakje	=	pornozaak
pornozaakjes	=	pornozaak
pornozaken	=	pornozaak
pornstarmartini	noun	cocktail gemaakt van passievruchtsap, passievruchtlikeur, vanillewodka en eiwit met een halve passievrucht
pornstarmartini's	=	pornstarmartini
porositeit	noun	de eigenschap van de aanwezigheid van kleine openingen (poriën) in een materiaal
porositeiten	=	porositeit
porre	=	porren
porrei	=	prei
porreij	=	prei
porren	verb	stoten met de hand, een stok of ander langwerpig voorwerp
porrend	=	porren
porrende	=	porren
porretje	=	por
porretjes	=	por
porrey	=	prei
porrie	noun	afval in de vorm van schillen uit de uien- en bollenteelt, die gemakkelijk tot verstopping leidt
porring	noun	het aansporen of aangespoord worden
porringen	=	porring
porselein	noun	fijn, geglazuurd aardewerk
porseleinaarde	noun	erts bestaande uit aluminium-fylosilicaat (kaoliniet): Al₂Si₂O₅(OH)₄, dat het hoofdbestanddeel vormt van het deeg waarvan porselein wordt gemaakt
porseleinaardes	=	porseleinaarde
porseleinen	adj	van porselein gemaakt
porseleinhoen	noun	Porzana porzana een kleine watervogel uit de rallenfamilie (Rallidae)
porseleinhoenderen	=	porseleinhoen
porseleinhoenders	noun	een geslacht Aenigmatolimnas van vogels uit de familie rallen (Rallidae)
porseleinhoendertje	=	porseleinhoen
porseleinhoendertjes	=	porseleinhoen
porseleinhoenen	=	porseleinhoen
porseleinhoentje	=	porseleinhoen
porseleinhoentjes	=	porseleinhoen
porseleinkast	noun	kast waarin een kwetsbare verzameling porselein bewaard wordt, als er glazen deuren zijn is het ook een pronkkast
porseleinkasten	=	porseleinkast
porseleinkastje	=	porseleinkast
porseleinkastjes	=	porseleinkast
porseleintje	=	porselein
porseleintjes	=	porselein
porseleinvlinder	noun	Abraxas sylvata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
porseleinvlinders	=	porseleinvlinder
porseleinvlindertje	=	porseleinvlinder
porseleinvlindertjes	=	porseleinvlinder
porseleinzwam	noun	Oudemansiella mucida een schimmel behorend tot de familie Physalacriaceae.
porseleinzwammen	=	porseleinzwam
porseleinzwammetje	=	porseleinzwam
porseleinzwammetjes	=	porseleinzwam
porster	noun|historical	vrouw die op de ramen of deuren van mensen kwam tikken om ze te wekken (in de tijd dat veel mensen nog geen wekker hadden)
porsters	=	porster
porstertje	=	porster
porstertjes	=	porster
port	noun	en : vrachtloon, kosten voor poststukken
port-lincolnparkiet	noun	Barnardius zonarius een vogel behorende tot de familie van de Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld), meer specifiek tot het geslacht Barnardius
port-lincolnparkieten	=	port-lincolnparkiet
port-lincolnparkietje	=	port-lincolnparkiet
port-lincolnparkietjes	=	port-lincolnparkiet
portaal	noun	de nis met omlijsting van een (buiten-)deur
portaalkraan	noun	een (meestal verrijdbaar) hijswerktuig met een takel die langs een horizontale draagbalk verplaatsbaar is
portaalkraantje	=	portaalkraan
portaalkraantjes	=	portaalkraan
portaalkranen	=	portaalkraan
portaalnaamruimte	noun	een naamruimte op een wiki waar portalen te vinden zijn samen met de subpagina's daarvan
portaalnaamruimtes	=	portaalnaamruimte
portaalnaamruimtetje	=	portaalnaamruimte
portaalnaamruimtetjes	=	portaalnaamruimte
portaalsite	noun	webpagina die toegang geeft tot vele websites van min of meer gerelateerde organisaties
portaalsiteje	=	portaalsite
portaalsitejes	=	portaalsite
portaalsites	=	portaalsite
portaaltje	=	portaal
portaaltjes	=	portaal
portable	noun	draagbare uitvoering van een bepaald voorwerp	adj	draagbaar
portables	=	portable
portal	noun	webpagina die op een overzichtelijke manier eenvoudig toegang biedt tot een groot aantal andere webpagina's rond eenzelfde activiteit of interesse
portalen	=	portaal
portals	=	portal
portatief	noun	een draagbaar klein pijporgeltje dat voornamelijk in de middeleeuwen en renaissance in vooral wereldlijke muziek werd gebruikt	adj	draagbaar, verplaatsbaar, portable
portatiefje	=	portatief
portatiefjes	=	portatief
portatiefs	=	portatief
portatieve	=	portatief
portatieven	=	portatief
porte-crayon	noun	potloodhouder, tekenpen
porte-crayons	=	porte-crayon
porte-manteau	noun	samengetrokken woord dat is gevormd uit het begin van een ander woord, gecombineerd met het eind van nog een ander woord en soms nog met delen van nog meer andere woorden, waarbij alle woordfragmenten een deel van de betekenis van het nieuwe woord uitmaken
porte-manteaus	=	porte-manteau
portee	noun	het belang dat iets gebeurt
porteer	=	porteren
porteerde	=	porteren
porteerden	=	porteren
porteert	=	porteren
portees	=	portee
porteetje	=	portee
porteetjes	=	portee
portefeuille	noun	platte houder voor geld, kredietkaarten, naamkaartjes en dergelijke
portefeuillehouder	noun	iemand die voor een bepaald onderwerp verantwoordelijk is in een organisatie
portefeuillehouders	=	portefeuillehouder
portefeuilles	=	portefeuille
portefeuilletje	=	portefeuille
portefeuilletjes	=	portefeuille
portegies	noun	Portugese jood (benaming door onder andere Asjkenazische joden)
portegiezen	=	portegies
portel	noun	melkachtig vocht dat uit kaas sijpelt tijdens het kaas maken
portelbier	noun	schuimend bier
portelbieren	=	portelbier
portelbiertje	=	portelbier
portelbiertjes	=	portelbier
portelde	=	portelen
portelden	=	portelen
portele	=	portelen
portelen	verb	borrelen, koken, pruttelen
portelend	=	portelen
portelende	=	portelen
portelt	=	portelen
portelwei	noun	met de voeten getreden kaasstof
portelweien	=	portelwei
portelweitje	=	portelwei
portelweitjes	=	portelwei
portemonnaie	=	portemonnee
portemonnee	noun	meestal van leder vervaardigde kleine buidel [1] waarin men munten, papiergeld en andere kleine dingen bewaart
portemonnees	=	portemonnee
portemonneetje	=	portemonnee
portemonneetjes	=	portemonnee
porten	=	port
portere	=	porteren
porteren	verb	telefoonnummer overdragen naar een andere telecomprovider
porterend	=	porteren
porterende	=	porteren
portering	noun	overzetten van het nummer of naam waaronder anderen een consument kunnen bereiken naar een nieuwe leverancier
porteringen	=	portering
portfolio	noun	map (voor het bewaren van grote tekeningen, schema's enz)
portfolio's	=	portfolio
portfolioanalyse	noun	onderzoek van een portfolio
portfolioanalysen	=	portfolioanalyse
portfolioanalyses	=	portfolioanalyse
portfoliootje	=	portfolio
portfoliootjes	=	portfolio
portglaasje	=	portglas
portglaasjes	=	portglas
portglas	noun	glas waaruit men port kan drinken met een inhoud die wat kleiner is dan van een wijnglas
portglazen	=	portglas
porti	=	porto
portie	noun	een deel van een voorraad toebedeeld aan een bepaald persoon
portiek	noun	woningingang bestaande uit een open portaal binnen de voorgevellijn, dat via een trap, of rechtstreeks, toegang geeft tot een of meerdere huisdeuren
portieken	=	portiek
portiekje	=	portiek
portiekjes	=	portiek
portiekwoning	noun	woning met portiek
portiekwoningen	=	portiekwoning
portiekwoninkje	=	portiekwoning
portiekwoninkjes	=	portiekwoning
portier	noun	Persoon die bij de deur staat om te bepalen wie wel en wie niet binnen mag
portieren	=	portier
portierraam	noun	raam in een deur (van een auto)
portierraampje	=	portierraam
portierraampjes	=	portierraam
portierramen	=	portierraam
portiers	=	portier
portiersloge	noun	ruimte waarin de portier verblijft
portiersloges	=	portiersloge
portierswoning	noun	woning van de portier
portierswoningen	=	portierswoning
portierswoninkje	=	portierswoning
portierswoninkjes	=	portierswoning
portiertje	=	portier
portiertjes	=	portier
porties	=	portie
portietje	=	portie
portietjes	=	portie
portioneer	=	portioneren
portioneerbaar	adj	in porties (afgemeten hoeveelheden of stukken) te verdelen
portioneerbaarder	=	portioneerbaar
portioneerbaardere	=	portioneerbaar
portioneerbaarders	=	portioneerbaar
portioneerbaars	=	portioneerbaar
portioneerbaarst	=	portioneerbaar
portioneerbaarste	=	portioneerbaar
portioneerbare	=	portioneerbaar
portioneerde	=	portioneren
portioneerden	=	portioneren
portioneerlepel	noun	handig keukenhulpje om voedsel, zoals ijs in gelijkmatige bolletjes op een gerecht te scheppen
portioneerlepels	=	portioneerlepel
portioneerlepeltje	=	portioneerlepel
portioneerlepeltjes	=	portioneerlepel
portioneert	=	portioneren
portionere	=	portioneren
portioneren	verb	een voorraad verdelen in hoeveelheden die geschikt zijn voor één gebruiker
portionerend	=	portioneren
portionerende	=	portioneren
portière	noun	deurgordijn
portières	=	portière
portje	=	port
portjes	=	port
portlandcement	noun	grondstof voor beton en metselspecie dat voor het eerst werd gefabriceerd in het Verenigd Koninkrijk in het begin van de 19e eeuw
porto	noun	het bedrag dat men moet betalen om een pakje of brief te verzenden
porto's	=	porto
portobello	noun	Agaricus bisporus zeer grote kastanjechampignon waarvan men de hoed kan vullen
portobello's	=	portobello
portofoon	noun	walkietalkie, professioneel mobiel zend- en ontvangtoestel voor communicati tussen meerdere mensen
portofoons	=	portofoon
portofoontje	=	portofoon
portofoontjes	=	portofoon
portokost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het verzenden van een poststuk
portokosten	noun	geld dat men moet betalen voor het verzenden van een poststuk
portootje	=	porto
portootjes	=	porto
portret	noun	schilderij, foto of andere artistieke voorstelling van een persoon
portretfoto	noun	foto met het gelaat van één persoon als onderwerp
portretfoto's	=	portretfoto
portretfotocollectie	noun	verzameling foto's van gezichten van mensen
portretfotocollecties	=	portretfotocollectie
portretfotografie	noun	fotografie met het menselijk gelaat als onderwerp
portretfotografieën	=	portretfotografie
portretfotootje	=	portretfoto
portretfotootjes	=	portretfoto
portretgalerij	noun	zaal met geschilderde portretten
portretgalerijen	=	portretgalerij
portretgalerijtje	=	portretgalerij
portretgalerijtjes	=	portretgalerij
portretje	=	portret
portretjes	=	portret
portretkunst	noun	het schilderen of fotograferen van portretten; de kunst van het portretten maken
portretkunsten	=	portretkunst
portretrecht	noun	het recht van een afgebeelde persoon (de geportretteerde) om zich onder bepaalde omstandigheden te verzetten tegen de openbaarmaking van zijn of haar portret
portretrechten	=	portretrecht
portretrechtje	=	portretrecht
portretrechtjes	=	portretrecht
portretschilder	noun	een kunstschilder die vooral of als specialiteit portretten maakt van het gezicht van een persoon of van een groep personen
portretschilders	=	portretschilder
portretteer	=	portretteren
portretteerde	=	portretteren
portretteerden	=	portretteren
portretteert	=	portretteren
portretten	=	portret
portrettengalerij	noun	verzameling van portretten
portrettengalerijen	=	portrettengalerij
portrettere	=	portretteren
portretteren	verb	een portret maken
portretterend	=	portretteren
portretterende	=	portretteren
portrettist	noun	schilder of fotograaf van portretten
portrettisten	=	portrettist
portugees	noun	inwoner van Portugal of een persoon van Portugese afkomst	adj	verwijzend naar Portugal of naar de Portugese taal
portugees-israëlitisch	adj	betrekking hebbend op de Sefardische Joden / Joden uit Portugal
portugees-israëlitische	=	portugees-israëlitisch
portugees-israëlitischer	=	portugees-israëlitisch
portugees-israëlitischere	=	portugees-israëlitisch
portugees-israëlitischers	=	portugees-israëlitisch
portugeesje	=	portugees
portugeesjes	=	portugees
portugeest	=	portugees
portugeestalig	adj	de Portugeese taal sprekend
portugeestalige	=	portugeestalig
portugeestaligs	=	portugeestalig
portugeeste	=	portugees
portugese	noun	een vrouwelijke inwoner van Portugal of een vrouw of meisje van Portugese afkomst.
portugesen	=	portugese
portugeser	=	portugees
portugesere	=	portugees
portugesers	=	portugees
portugezen	=	portugees
porturen	=	portuur
portuur	noun	partij die ergens tegen opgewassen is, die ergens geschikt voor is
portvrij	adj	vrij van port: dat je geen postzegels hoeft te plakken of geld hoeft te betalen om iets te versturen met de post, zonder verzendkosten
portvrije	=	portvrij
portvrijer	=	portvrij
portvrijere	=	portvrij
portvrijers	=	portvrij
portvrijs	=	portvrij
portvrijst	=	portvrij
portvrijste	=	portvrij
portwijn	noun	een sterke wijn uit de Portugese stad Oporto, met een alcoholgehalte tussen 18 en 20 procent
portwijnen	=	portwijn
portwijntje	=	portwijn
portwijntjes	=	portwijn
porum	noun|informal	gezicht (dat wat men ziet)
porums	=	porum
pos	noun	bepaald soort vis, Gymnocephalus cernuus, behorend tot de familie van de baarsachtigen
posapparaat	noun	Point of Sale-systeem, is een modern kassasysteem dat klanten afrekent en de transactie verwerkt
posapparaatje	=	posapparaat
posapparaatjes	=	posapparaat
posapparaten	=	posapparaat
pose	noun	bewust gekozen stand van het lichaam
poseek	noun	decisor, iemand die bevoegd is om beslissingen te nemen bij halachische kwesties (gewoonlijk een rabbijn)
poseer	=	poseren
poseerde	=	poseren
poseerden	=	poseren
poseert	=	poseren
posel	adj	ondeugdelijk, ritueel ongeschikt
posen	=	pose
poser	noun	duit
posere	=	poseren
poseren	verb	voor een kunstenaar model staan
poserend	=	poseren
poserende	=	poseren
posers	=	poser
poses	=	pose
posetje	=	pose
poseur	noun	iemand die aandacht wil trekken of interessant wil lijken, een aansteller
poseurs	=	poseur
poseurtje	=	poseur
poseurtjes	=	poseur
posh	adj	chic, luxueus, gefortuneerd
poshe	=	posh
posher	=	posh
poshere	=	posh
poshers	=	posh
posht	=	posh
poshte	=	posh
positie	noun	een stand van het lichaam
positiebepaling	noun	het vaststellen van de actuele locatie van een persoon, voertuig of object op aarde, in de lucht of in de ruimte
positiebepalingen	=	positiebepaling
positiebepalinkje	=	positiebepaling
positiebepalinkjes	=	positiebepaling
positieduizeligheden	=	positieduizeligheid
positieduizeligheid	noun	duizeligheid die ontstaat door verandering van de stand van het hoofd
positief	adj	welwillend, gunstig	noun	de stellende trap.
positief-kritisch	adj	betreft opbouwende feedback die men geeft geeft die is gericht op verbetering, in plaats van enkel op fouten
positief-kritische	=	positief-kritisch
positief-kritischer	=	positief-kritisch
positief-kritischere	=	positief-kritisch
positief-kritischers	=	positief-kritisch
positiefje	=	positief
positiefjes	=	positief
positiefs	=	positief
positiefst	=	positief
positiefste	=	positief
positiejurk	noun	wijde jurk voor een zwangere vrouw
positiejurken	=	positiejurk
positiejurkje	=	positiejurk
positiejurkjes	=	positiejurk
positiekleding	noun	kleding die speciaal is ontworpen voor het veranderende lichaam tijdens de zwangerschap.
positieoorlog	noun	stellingoorlog
positieoorlogen	=	positieoorlog
positieoorlogje	=	positieoorlog
positieoorlogjes	=	positieoorlog
posities	=	positie
positietje	=	positie
positietjes	=	positie
positieve	=	positief
positieven	=	positief
positiever	=	positief
positievere	=	positief
positievers	=	positief
positiewisseling	noun	het veranderen van positie, plaats of functie (binnen een sportteam of binnen een bedrijf of organisatie)
positiewisselingen	=	positiewisseling
positiewisselingetje	=	positiewisseling
positiewisselingetjes	=	positiewisseling
positioneel	adj	met betrekking tot de positie
positioneels	=	positioneel
positioneelst	=	positioneel
positioneelste	=	positioneel
positioneer	=	positioneren
positioneerde	=	positioneren
positioneerden	=	positioneren
positioneert	=	positioneren
positionele	=	positioneel
positioneler	=	positioneel
positionelere	=	positioneel
positionelers	=	positioneel
positionere	=	positioneren
positioneren	verb	iets of iemand plaatsen op een bepaalde plek
positionerend	=	positioneren
positionerende	=	positioneren
positionering	noun	het positioneren
positioneringen	=	positionering
positivisme	noun	de opvatting dat alleen de empirische wetenschappen geldige kennis opleveren
positivist	noun	aanhanger van het positivisme
positivisten	=	positivist
positivistisch	adj	van, volgens, met betrekking tot het positivisme
positivistische	=	positivistisch
positivistischer	=	positivistisch
positivistischere	=	positivistisch
positivistischers	=	positivistisch
positivistje	=	positivist
positivistjes	=	positivist
positiviteit	noun	optimistische, meewerkende of enthousiaste houding
positiviteiten	=	positiviteit
positivo	noun	iemand met een overdreven positieve instelling, vaak met de bijbetekenis dat daarmee een geloofsovertuiging wordt uitgedragen
positivo's	=	positivo
positron	noun	een positief deeltje dat het antideeltje van een elektron is
positronen	=	positron
posje	noun	iemand die de wetten van Tora en traditie overtreedt, zondaar
posjes	=	posje
poskiem	=	poseek
posoek	noun	Bijbelvers
posologie	noun	de wetenschap van het doseren van geneesmiddelen
posse	noun	een groep door de autoriteiten (bijvoorbeeld de plaatselijke sheriff) opgeroepen en gemachtigde burgers die politietaken uitvoert
possen	=	pos
posses	=	posse
possessie	noun	bezit, bezitting
possessief	noun	bezittelijk voornaamwoord (possessivum)	adj	bezittend, bezittelijk, bezitterig
possessiefs	=	possessief
possessiefst	=	possessief
possessiefste	=	possessief
possessies	=	possessie
possessieve	=	possessief
possessieven	=	possessief
possessiever	=	possessief
possessievere	=	possessief
possessievers	=	possessief
possibiliteit	noun	mogelijkheid
possibiliteiten	=	possibiliteit
post	noun	toegezonden materiaal, zoals brieven; poststuk - poststukken	prep	op een later tijdstip of in een latere periode dan
post-hbo-opleiding	noun	een praktijkgerichte vervolgopleiding op hbo-niveau, bedoeld voor professionals die al een hbo-bacheloropleiding of vergelijkbaar werk- en denkniveau hebben.
post-hbo-opleidingen	=	post-hbo-opleiding
post-hbo-opleidinkje	=	post-hbo-opleiding
post-hbo-opleidinkjes	=	post-hbo-opleiding
post-it	noun	klein stukje papier met kleefstof dat ergens tijdelijk kan worden aangebracht met een door de gebruiker aangebracht kort bericht
post-itje	=	post-it
post-itjes	=	post-it
post-its	=	post-it
post-partumdepressie	noun	na de geboorte optredende depressie bij de moeder, postnatale depressie
post-partumdepressies	=	post-partumdepressie
postaal	adj	betrekking hebbend op de post, via de post
postaals	=	postaal
postaalst	=	postaal
postaalste	=	postaal
postacademisch	adj	betreft educatieve programma's, cursussen of opleidingen die worden gevolgd na het behalen van een academische mastergraad (universitair niveau)
postacademische	=	postacademisch
postacademischer	=	postacademisch
postacademischere	=	postacademisch
postacademischers	=	postacademisch
postadres	noun	adres waarop iemand zijn post wil ontvangen
postadresje	=	postadres
postadresjes	=	postadres
postadressen	=	postadres
postagentschap	noun	klein postkantoortje waar soms ook nog andere artikelen worden verkocht
postagentschapje	=	postagentschap
postagentschapjes	=	postagentschap
postagentschappen	=	postagentschap
postale	=	postaal
postaler	=	postaal
postalere	=	postaal
postalers	=	postaal
postament	noun	voetstuk van een zuil
postamenten	=	postament
postamentje	=	postament
postapocalyptisch	adj	betreft een wereld of verhaalsetting waarin een catastrofale gebeurtenis (zoals een virus, oorlog, of natuurramp) de menselijke beschaving zoals we die kennen heeft vernietigd, en de overlevenden moeten zien te overleven in een ruïneuze, vaak wetteloze wereld, vaak met een grimmige sfeer.
postapocalyptische	=	postapocalyptisch
postapocalyptischer	=	postapocalyptisch
postapocalyptischere	=	postapocalyptisch
postapocalyptischers	=	postapocalyptisch
postauto	noun	een auto waarmee post vervoerd wordt
postauto's	=	postauto
postautootje	=	postauto
postautootjes	=	postauto
postbak	noun	bak waarin de post voor één persoon of organisatie gelegd kan worden
postbakje	=	postbak
postbakjes	=	postbak
postbakken	=	postbak
postbank	noun	bank die bedreven wordt door een aan de post gerelateerd bedrijf
postbanken	=	postbank
postbeambte	noun	werknemer bij posterijen (in de tijd dat dit nog een overheidsdienst was ?)
postbeambten	=	postbeambte
postbedeling	noun	bedrijfsmatige aflevering van brieven en pakjes aan geadresseerden
postbedelingen	=	postbedeling
postbedrijf	noun	bedrijf dat zorgt voor het vervoer en de bezorging van postbrieven, postkaarten en poststukken
postbedrijfje	=	postbedrijf
postbedrijfjes	=	postbedrijf
postbedrijven	=	postbedrijf
postbesteller	noun	iemand die postkaarten en brieven bezorgt bij de geadresseerden
postbestellers	=	postbesteller
postbestelling	noun	de bezorging van bestelde goederen of poststukken via post of koeriersdiensten zoals brieven en pakketten
postbestellingen	=	postbestelling
postbestellinkje	=	postbestelling
postbestellinkjes	=	postbestelling
postbezorging	noun	het brengen van post naar de geadresseerde
postbezorgingen	=	postbezorging
postbezorginkje	=	postbezorging
postbezorginkjes	=	postbezorging
postblaadje	=	postblad
postblaadjes	=	postblad
postblad	noun	blad postpapier met geperforeerde en gegomde rand en opgedrukte postzegel, dat men gemakkelijk kan opvouwen en dichtsluiten
postbladen	=	postblad
postbode	noun	postbeambte die post aan huis bezorgt
postbodeboot	noun	een boot waarmee post wordt bezorgd in waterrijke gebieden
postbodebootje	=	postbodeboot
postbodebootjes	=	postbodeboot
postbodeboten	=	postbodeboot
postboden	=	postbode
postbodes	=	postbode
postbodetje	=	postbode
postbodetjes	=	postbode
postboek	noun	een register om post te registreren, ook wel een brievenboek of correspondentieboek genoemd.
postboeken	=	postboek
postboekje	=	postboek
postboekjes	=	postboek
postboot	noun	vaartuig waarmee men brieven, pakjes en andere post vervoert en die soms ook passagiers meeneemt
postbop	noun	een eclectische jazzstijl waarin bebop, avant-garde, freejazz en andere invloeden te herkennen zijn
postboten	=	postboot
postbox	noun	is een voorziening in veel landen om postzendingen op te slaan, die door de geadresseerde wordt gehuurd
postboxen	=	postbox
postbus	noun	is een voorziening in veel landen om postzendingen op te slaan, die door de geadresseerde wordt gehuurd
postbusje	=	postbus
postbusjes	=	postbus
postbussen	=	postbus
postcheck	noun	postcheque
postchecks	=	postcheck
postcheque	noun|historical	een formulier waarbij iemand de postcheque- en girodienst opdracht geeft een bedrag aan toonder te betalen
postcheques	=	postcheque
postchristelijk	adj	betrekking hebbend op de westerse samenleving, die ooit sterk door het christendom werd gedomineerd, nu een periode doormaakt waarin het christendom niet langer het dominante wereldbeeld is en alternatieve visies op het leven (zoals secularisme, nationalisme, atheïsme, en spiritualiteit) prominent worden
postchristelijke	=	postchristelijk
postchristelijker	=	postchristelijk
postchristelijkere	=	postchristelijk
postchristelijkers	=	postchristelijk
postchristelijks	=	postchristelijk
postchristelijkst	=	postchristelijk
postchristelijkste	=	postchristelijk
postcode	noun	codering ten behoeve van de postbestelling naast naam, adres en woonplaats een elementair attribuut bij persoonsregistratie
postcodeboek	noun	gids waarin de betekenis van postcodes is vastgelegd
postcodeboeken	=	postcodeboek
postcodeboekje	=	postcodeboek
postcodeboekjes	=	postcodeboek
postcodediscriminatie	noun	discriminatie op basis van de postcode waarin men woont; het maken van beslissingen of het vellen van een oordeel louter en alleen op basis van het adres waar iemand woont
postcodediscriminaties	=	postcodediscriminatie
postcodegebied	noun	gebied met een overeenkomstige postcode
postcodegebieden	=	postcodegebied
postcodeloterij	noun	een loterij waarbij de postcode van de deelnemer zijn lotnummer is
postcodeloterijen	=	postcodeloterij
postcoderacisme	noun	discriminatie op basis van het adres waar iemand woont
postcodes	=	postcode
postcodezorg	noun	medische zorg die mede bepaald wordt door de postcode waarin de patiënt woont
postcommunisme	noun	gematigde vorm van communisme, ontstaan na de val van vele communistische regimes in 1989 en daarna
postcommunistisch	adj	van of over de tijd nadat de communistische partij de baas was
postcommunistische	=	postcommunistisch
postcommunistischer	=	postcommunistisch
postcommunistischere	=	postcommunistisch
postcommunistischers	=	postcommunistisch
postconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die post bezorgen
postconcerns	=	postconcern
postcoronatijd	noun	de tijdsperiode na de coronaepidemie
postcoronatijden	=	postcoronatijd
postdateer	=	postdateren
postdateerde	=	postdateren
postdateerden	=	postdateren
postdateert	=	postdateren
postdatere	=	postdateren
postdateren	verb	opschrijven dat iets op een latere datum heeft plaatsgevonden dan dat het in werkelijkheid heeft plaatsgevonden
postdaterend	=	postdateren
postdaterende	=	postdateren
postdirectief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel achter uitgedrukt wordt: een beweging naar de achterzijde van iets anders
postdirectiefje	=	postdirectief
postdirectiefjes	=	postdirectief
postdirectieven	=	postdirectief
postdoc	noun	wetenschapper die net zijn promotie onderzoek heeft voltooid en dan tijdelijk gaat werken in een ander instituut en vaak ook in een ander land
postdocs	=	postdoc
postdoctoraal	adj	na het afleggen van het doctoraalexamen plaatsvindend
postdoctoraals	=	postdoctoraal
postdoctoraalst	=	postdoctoraal
postdoctoraalste	=	postdoctoraal
postdoctorale	=	postdoctoraal
postdoctoraler	=	postdoctoraal
postdoctoralere	=	postdoctoraal
postdoctoralers	=	postdoctoraal
postdoos	noun	doos waarin men post kan doen
postdoosje	=	postdoos
postdoosjes	=	postdoos
postdozen	=	postdoos
postduif	noun	afgerichte duif Columba livia die berichten kan overbrengen
postduifje	=	postduif
postduifjes	=	postduif
postduiven	=	postduif
postduivensport	noun	een sport die bestaat uit het racen met speciaal gefokte duiven in wed(strijd)vluchten
postduivenvereniging	noun	een club van duivenliefhebbers (duivenmelkers) die zich richt op het fokken, africhten en organiseren van wedstrijdvluchten met speciaal getrainde postduiven.
postduivenverenigingen	=	postduivenvereniging
postduivenverenigingetje	=	postduivenvereniging
postduivenverenigingetjes	=	postduivenvereniging
poste	=	posten
posteer	=	posteren
posteerde	=	posteren
posteerden	=	posteren
posteert	=	posteren
postelatief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel vanachter uitgedrukt wordt: een beweging vanaf de achterzijde van iets anders
postelatiefje	=	postelatief
postelatiefjes	=	postelatief
postelatieven	=	postelatief
postelein	noun	Portulaca oleracea (syn.
postelein-waterlepeltje	noun	Ludwigia peploides een overblijvende water- en oeverplant, die behoort tot de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
postelein-waterlepeltjes	=	postelein-waterlepeltje
posteleinfamilie	noun	een familie Portulacaceae van tweezaadlobbige planten.
posteleinfamilies	=	posteleinfamilie
posteleinfamilietje	=	posteleinfamilie
posteleinfamilietjes	=	posteleinfamilie
posten	verb	op de post doen
postend	=	posten
postende	=	posten
poster	noun	iemand die iets post
posterboy	noun	fotogenieke jongen
posterboys	=	posterboy
postere	=	posteren
posteren	verb	zich posteren: ergens gaan staan
posterend	=	posteren
posterende	=	posteren
posterformaat	noun	met de omvang van een affiche of aanplakbiljet
posterformaatje	=	posterformaat
posterformaatjes	=	posterformaat
posterformaten	=	posterformaat
posterhanger	noun	een minimalistisch ophangsysteem dat bestaat uit twee sets latten (meestal van hout of aluminium) die je aan de boven- en onderkant van een poster bevestigt
posterhangers	=	posterhanger
posterhangertje	=	posterhanger
posterhangertjes	=	posterhanger
posterieur	adj	aan de achterkant; aan de achterzijde
posterieure	=	posterieur
posterieurs	=	posterieur
posterij	noun	het postkantoor
posterijen	=	posterij
posterijtje	=	posterij
posterior	adj	aan de achterkant
posterioriteit	noun	het later komen
posterioriteiten	=	posterioriteit
posterioriteitje	=	posterioriteit
posterioriteitjes	=	posterioriteit
posters	=	poster
postertje	=	poster
postertjes	=	poster
postessief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel achter uitgedrukt wordt: een toestand van rust aan de achterzijde van iets anders
postessiefje	=	postessief
postessiefjes	=	postessief
postessieven	=	postessief
posteuforisch	adj	betreft de emotionele en fysieke toestand direct na een periode van extreme vreugde, opwinding of een grote prestatie.
posteuforische	=	posteuforisch
posteuforischer	=	posteuforisch
posteuforischere	=	posteuforisch
posteuforischers	=	posteuforisch
postfeminisme	noun	reactie op door sommigen als zodanig ondervonden tegenspraken en gebreken in het z.g. 'tweede-golffeminisme'
postgebouw	noun	gebouw van de posterijen waar post wordt verzameld, gesorteerd en van waaruit post wordt bezorgd
postgebouwen	=	postgebouw
postgebouwtje	=	postgebouw
postgebouwtjes	=	postgebouw
postgevat	=	postvatten
postgevatte	=	postvatten
postgiro	noun	betalingsdienst door overboeking van de ene girorekening op de andere
postgiro's	=	postgiro
postgirootje	=	postgiro
postgirootjes	=	postgiro
postglaciaal	adj	van na de ijstijd
postglaciaals	=	postglaciaal
postglaciaalst	=	postglaciaal
postglaciaalste	=	postglaciaal
postglaciale	=	postglaciaal
postglacialer	=	postglaciaal
postglacialere	=	postglaciaal
postglacialers	=	postglaciaal
posthistorisch	adj	betreffende de geschiedenis van gebeurtenissen die plaatsvinden na (en het gevolg zijn van) een gebeurtenis
posthistorische	=	posthistorisch
posthistorischer	=	posthistorisch
posthistorischere	=	posthistorisch
posthistorischers	=	posthistorisch
posthoorn	noun	een natuurtrompet waarmee eertijds de nadering van de postkoets werd gesignaleerd
posthoornen	=	posthoorn
posthoorns	=	posthoorn
posthoorntje	=	posthoorn
posthoorntjes	=	posthoorn
posthoren	noun	een natuurtrompet waarmee eertijds de nadering van de postkoets werd gesignaleerd
posthorens	=	posthoren
posthorentje	=	posthoren
posthorentjes	=	posthoren
posthuum	=	postuum
postiche	noun	nagemaakt
postiches	=	postiche
postideologisch	adj	betrekking hebbend op een fase of toestand waarin traditionele, rigide politieke ideologieën (zoals socialisme of liberalisme) hun overheersende invloed verliezen en worden vervangen door pragmatische, flexibele oplossingen
postideologische	=	postideologisch
postideologischer	=	postideologisch
postideologischere	=	postideologisch
postideologischers	=	postideologisch
postiljon	noun	koerier die per postkoets de post vervoerde
postiljons	=	postiljon
postille	noun	korte uitleg over een wetenschappelijk, zedelijk of religieus onderwerp
postilles	=	postille
postincunabel	noun	boek, gedrukt in de periode 1500-1540 (Nederlandse Koninklijke Bibliotheek te Den Haag)
postincunabelen	=	postincunabel
posting	noun	bericht dat men op de sociale media heeft geplaatst
postings	=	posting
postje	=	post
postjes	=	post
postkaart	noun	stevig stuk rechthoekig papier dat kan worden beschreven en ook zonder envelop met de post kan worden verzonden, vaak met een afbeelding aan een kant
postkaarten	=	postkaart
postkaartje	=	postkaart
postkaartjes	=	postkaart
postkamer	noun	een ruimte in een organisatie waar de uitgaande en binnenkomende post verwerkt wordt
postkamers	=	postkamer
postkamertje	=	postkamer
postkamertjes	=	postkamer
postkantoor	noun	kantoor dat zich bezighoudt met de bezorging van post en vaak ook andere diensten levert zoals bankzaken, kaartverkoop, etc
postkantoortje	=	postkantoor
postkantoortjes	=	postkantoor
postkantoren	=	postkantoor
postkar	noun	een kar waarmee de postbode post bezorgd
postkarren	=	postkar
postkarretje	=	postkar
postkarretjes	=	postkar
postkoets	noun	een koets waarmee vroeger post vervoerd werd en tevens in gebruik was als reiswagen om passagiers mee te vervoeren.
postkoetsen	=	postkoets
postkoetsje	=	postkoets
postkoetsjes	=	postkoets
postkoloniaal	adj	na de koloniale tijd komend
postkoloniaals	=	postkoloniaal
postkoloniaalst	=	postkoloniaal
postkoloniaalste	=	postkoloniaal
postkoloniale	=	postkoloniaal
postkolonialer	=	postkoloniaal
postkolonialere	=	postkoloniaal
postkolonialers	=	postkoloniaal
postkolonialisme	noun	het postkoloniaal zijn
postlieden	=	postman
postludia	=	postludium
postludium	noun	een muzikale afsluiting van een theaterstuk, opera, ballet etc.
postludiumpje	=	postludium
postludiumpjes	=	postludium
postludiums	=	postludium
postlui	=	postman
postman	noun	iemand die bij de posterijen werkt
postmandaat	noun	postwissel
postmandaten	=	postmandaat
postmannen	=	postman
postmarkt	noun	het geheel van omstandigheden waaronder post bezorgd wordt tegen een bepaalde prijs
postmarkten	=	postmarkt
postmaterialistisch	adj	betreft een maatschappelijke verschuiving waarbij waarden als zelfontplooiing, autonomie, kwaliteit van leven en milieu centraal staan, in plaats van materiële zekerheid, inkomen en bezit.
postmaterialistische	=	postmaterialistisch
postmaterialistischer	=	postmaterialistisch
postmaterialistischere	=	postmaterialistisch
postmaterialistischers	=	postmaterialistisch
postmeester	noun	iemand die een postkantoor beheert (waar de paarden van de postkoets vervangen werden)
postmeesters	=	postmeester
postmenopauzaal	adj	na de overgangsjaren bij de vrouw
postmenopauzaals	=	postmenopauzaal
postmenopauzaalst	=	postmenopauzaal
postmenopauzaalste	=	postmenopauzaal
postmenopauzale	=	postmenopauzaal
postmenopauzaler	=	postmenopauzaal
postmenopauzalere	=	postmenopauzaal
postmenopauzalers	=	postmenopauzaal
postmerk	noun	merkteken (meestal een stempel) dat het postbedrijf aanbrengt op een postzegel om aan te geven waar en op welke datum het poststuk is ontvangen en om de postzegel onbruikbaar te maken voor hergebruik
postmerken	=	postmerk
postmix	noun	systeem waarbij frisdranksiroop wordt gemengd met koolzuurhoudend water (sodawater) tijdens het tappen
postmixen	=	postmix
postmodern	adj	de overkoepelende naam voor een cultuurstroming die een reeks van filosofische standpunten en esthetische stijlen in de kunst sinds eind jaren 1950 betreft en die zich afzet tegen vroegere vormen van modernisme
postmoderne	=	postmodern
postmoderner	=	postmodern
postmodernere	=	postmodern
postmoderners	=	postmodern
postmodernisme	noun	culturele stroming die na het modernisme komt en zich daar tegen afzet
postmodernismen	=	postmodernisme
postmodernistisch	adj	betreft een culturele en filosofische stroming die zich afzet tegen het modernisme, door te twijfelen aan universele waarheden, objectieve kennis en vooruitgang, en de focus legt op subjectiviteit, ironie, pluralisme, en het mengen van stijlen en 'hoge' en 'lage' cultuur.
postmodernistische	=	postmodernistisch
postmodernistischer	=	postmodernistisch
postmodernistischere	=	postmodernistisch
postmodernistischers	=	postmodernistisch
postmoderns	=	postmodern
postmodernst	=	postmodern
postmodernste	=	postmodern
postmortaal	adj	na de dood plaatsvindend
postmortaals	=	postmortaal
postmortale	=	postmortaal
postnataal	adj	na de geboorte
postnataals	=	postnataal
postnatale	=	postnataal
postnummer	noun	postcode in België
postnummers	=	postnummer
postoel	noun	stoel met een ingebouwde po, een verplaatsbaar medisch hulpmiddel dat functioneert als een toilet
postoelen	=	postoel
postoeltje	=	postoel
postoeltjes	=	postoel
postogram	noun	briefkaart, prentbriefkaart
postogrammen	=	postogram
postolympisch	adj	betreft de periode direct na afloop van een editie van de Olympische Spelen, vaak gebruikt in de context van de erfenis, evaluatie, of de overgang naar de volgende cyclus.
postolympische	=	postolympisch
postolympischer	=	postolympisch
postolympischere	=	postolympisch
postolympischers	=	postolympisch
postoperatief	adj	na een heelkundige ingreep
postoperatiefs	=	postoperatief
postoperatiefst	=	postoperatief
postoperatiefste	=	postoperatief
postoperatieve	=	postoperatief
postoperatiever	=	postoperatief
postoperatievere	=	postoperatief
postoperatievers	=	postoperatief
postorder	noun	het op afstand kopen van goederen die vervolgens per post of koerier worden afgeleverd
postorderbedrijf	noun	een bedrijf dat goederen verkoopt aan consumenten waarbij zowel het aanbieden van de producten, het plaatsen van de order en het afleveren van de goederen via de post plaatsvindt
postorderbedrijfje	=	postorderbedrijf
postorderbedrijfjes	=	postorderbedrijf
postorderbedrijven	=	postorderbedrijf
postorderbruid	noun	bruid uit Oost-Europa of uit een ontwikkelingsland die men kan ‘bestellen’, als ging het om een artikel uit een postordercatalogus
postorderbruiden	=	postorderbruid
postorderbruidje	=	postorderbruid
postorderbruidjes	=	postorderbruid
postorders	=	postorder
postpaard	noun	een paard dat men op een halte plaats kan verwisselen voor een vers paard
postpaarden	=	postpaard
postpak	noun	met de reguliere post verstuurd pakket
postpakje	=	postpak
postpakjes	=	postpak
postpakken	=	postpak
postpakket	noun	pakket dat via de post verzonden kan worden (maximumformaat: 100 x 50 x 50 cm (binnenlandse pakketten 175 x 78 x 58 cm) en niet zwaarder dan 30 kg.
postpakketje	=	postpakket
postpakketjes	=	postpakket
postpakketten	=	postpakket
postpakketzegel	noun	postzegel voor het frankeren van postpakketten
postpakketzegels	=	postpakketzegel
postpakketzegeltje	=	postpakketzegel
postpakketzegeltjes	=	postpakketzegel
postpapier	noun	papier waarop men brieven schrijft
postpapieren	=	postpapier
postpapiertje	=	postpapier
postpapiertjes	=	postpapier
postpartaal	adj	na de bevalling optredend
postpartaals	=	postpartaal
postpartale	=	postpartaal
postpositie	noun	een functiewoord dat op dezelfde wijze als een voorzetsel een relatie uitdrukt, maar in tegenstelling tot een voorzetsel niet vóór maar achter het woord of zinsdeel wordt geplaatst waarop het betrekking heeft
postposities	=	postpositie
postprandiaal	adj	na de maaltijd
postprandiaale	=	postprandiaal
postprandiaals	=	postprandiaal
postproductie	noun	het verwerken van film- of geluidsopnames tot een afgewerkt product (bv. door montage, kleurcalibratie, ...)
postproducties	=	postproductie
postpunt	noun	locatie als een winkel, supermarkt of tankstation waar het ook mogelijk is brieven en pakketten voor verzending te brengen of niet thuis bezorgde stukken en pakketten op te halen
postpunten	=	postpunt
postrijtuig	noun	spoorrijtuig voor het vervoer van poststukken
postrijtuigen	=	postrijtuig
posts	=	post
postscripta	=	postscriptum
postscriptum	noun	naschrift bij een brief dat geschreven is nadat de brief al is ondertekend
postscriptumpje	=	postscriptum
postscriptums	=	postscriptum
postsocialistisch	adj	betreft de periode of de toestand in landen, met name in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie, na de ineenstorting van het socialistische/communistische stelsel (na 1989/1991).
postsocialistische	=	postsocialistisch
postsocialistischer	=	postsocialistisch
postsocialistischere	=	postsocialistisch
postsocialistischers	=	postsocialistisch
poststem	noun	een per met de post verstuurde schriftelijke wilsuiting die bij het nemen van een beslissing of een verkiezing, medebepalend is
poststemmen	=	poststem
poststempel	noun	de afdruk van een stempel op een postzegel op een poststuk zodat de postzegel niet opnieuw gebruikt kan worden, op het poststempel staan de datum en de plaats waar het poststuk is aangeboden voor versturing
poststempels	=	poststempel
poststructuralisme	noun	een filosofische denkrichting in de hedendaagse filosofie die ontstond in Frankrijk aan het einde van de jaren 60 van de 20e eeuw, in reactie op (dan wel als voortzetting van) het structuralisme
poststuk	noun	iets dat via een postbedrijf verstuurd kan worden
poststukje	=	poststuk
poststukjes	=	poststuk
poststukken	=	poststuk
postte	=	posten
postten	=	posten
posttraumatisch	adj	na een letsel
posttraumatische	=	posttraumatisch
posttraumatischer	=	posttraumatisch
posttraumatischere	=	posttraumatisch
posttraumatischers	=	posttraumatisch
posttrein	noun	een trein die (voornamelijk) post vervoert
posttreinen	=	posttrein
posttreintje	=	posttrein
posttreintjes	=	posttrein
postulaat	noun	een hypothese
postulaatje	=	postulaat
postulaatjes	=	postulaat
postulant	noun	kloosterling die de wens te kennen heeft gegeven in de orde te worden opgenomen, tijdens het postulaat
postulanten	=	postulant
postulaten	=	postulaat
postulator	noun	iemand die postuleert
postulatoren	=	postulator
postulators	=	postulator
postulatortje	=	postulator
postulatortjes	=	postulator
postuleer	=	postuleren
postuleerde	=	postuleren
postuleerden	=	postuleren
postuleert	=	postuleren
postulere	=	postuleren
postuleren	verb	zonder bewijs aannemen
postulerend	=	postuleren
postulerende	=	postuleren
postume	=	postuum
postumer	=	postuum
postumere	=	postuum
postumers	=	postuum
postunie	noun	internationale overeenkomst betreffende het vervoer van poststukken, de te heffen porto en de verrekening hiervan onderling
postunies	=	postunie
postureel	adj	met betrekking tot de houding
postureels	=	postureel
posturele	=	postureel
posturen	=	postuur
postuum	adj	na het overlijden
postuums	=	postuum
postuumst	=	postuum
postuumste	=	postuum
postuur	noun	de vorm van een rechtopstaande mens
postuurtje	=	postuur
postuurtjes	=	postuur
postvak	noun	fysiek bakje waarin de inkomende post voor een persoon of organisatie ligt
postvakje	=	postvak
postvakjes	=	postvak
postvakken	=	postvak
postvat	=	postvatten
postvatte	=	postvatten
postvatten	verb	vaste voet verkrijgen in het denken van mensen
postvattend	=	postvatten
postvattende	=	postvatten
postverbinding	noun	een geregelde mogelijkheid om poststukken (brieven, pakketten) tussen twee of meer plaatsen of landen te versturen en ontvangen.
postverbindingen	=	postverbinding
postverbindinkje	=	postverbinding
postverbindinkjes	=	postverbinding
postvervoer	noun	het transport van poststukken
postverzending	noun	een bericht of pakket naar een bepaalde geadresseerde laten brengen door een bedrijf dat dat op grote schaal doet
postverzendingen	=	postverzending
postwagen	noun	een wagen waarmee post vervoerd wordt.
postwagens	=	postwagen
postwagentje	=	postwagen
postwagentjes	=	postwagen
postweg	noun	grote, veilige weg die oorspronkelijk was aangelegd door de postkoets
postwegen	=	postweg
postwet	noun	wet die de posterijen en de postmarkt regelt
postwetten	=	postwet
postwissel	noun	formulier waarmee men per post geld kan verzenden
postwissels	=	postwissel
postwisseltje	=	postwissel
postwisseltjes	=	postwissel
postzak	noun	zak waarin men de poststukken verzamelt en vervoert die voor een bepaalde plaats bestemd zijn
postzakje	=	postzak
postzakjes	=	postzak
postzakken	=	postzak
postzegel	noun	betalingsmiddel voor het verzenden van post
postzegelalbum	noun	verzamelboek voor postzegels; insteekalbum voor postzegels
postzegelalbumpje	=	postzegelalbum
postzegelalbumpjes	=	postzegelalbum
postzegelalbums	=	postzegelalbum
postzegelautomaat	noun	een automaat waaruit men postzegels kan bekomen
postzegelautomaatje	=	postzegelautomaat
postzegelautomaatjes	=	postzegelautomaat
postzegelautomaten	=	postzegelautomaat
postzegelboek	noun	gebundelde set postzegels die in een handig boekje worden verkocht
postzegelboeken	=	postzegelboek
postzegelboekje	=	postzegelboek
postzegelboekjes	=	postzegelboek
postzegels	=	postzegel
postzegeltje	=	postzegel
postzegeltjes	=	postzegel
postzegelverzamelaar	noun	hobbyïst die postzegels koopt, ruilt en verzamelt
postzegelverzamelaars	=	postzegelverzamelaar
postzegelverzamelaartje	=	postzegelverzamelaar
postzegelverzameling	noun	groep bij elkaar gespaarde postzegels
postzegelverzamelingen	=	postzegelverzameling
postzegelverzamelingetje	=	postzegelverzameling
postzegelverzamelingetjes	=	postzegelverzameling
postzegelverzamelinkje	=	postzegelverzameling
postzegelverzamelinkjes	=	postzegelverzameling
postzending	noun	iets dat met de post verzonden is
postzendingen	=	postzending
postzendinkje	=	postzending
postzendinkjes	=	postzending
pot	noun	cilindervormig voorwerp van glas of aardewerk dat meestal dient om iets te bewaren (verpakking)
potaarde	noun	grond die zeer rijk is aan organisch materiaal en voedingsstoffen en daarom geschikt is om in plantenbakken te doen
potas	noun	een mengsel van zouten dat hoofdzakelijk uit kaliumcarbonaat bestaat verkregen door verbranding van hout
potasch	=	potas
potator	noun	iemand die (te) veel alcoholische drank drinkt
potators	=	potator
potdeksel	=	potdekselen
potdekselde	=	potdekselen
potdekselden	=	potdekselen
potdeksele	=	potdekselen
potdekselen	verb	bedekken met planken, zodanig dat een bovenliggende plank telkens de onderliggende overlapt, vergelijkbaar met de wijze waarop dakpannen zijn gelegd
potdekselend	=	potdekselen
potdekselt	=	potdekselen
potdicht	adj	volledig dicht, bijzonder dicht
potdichte	=	potdicht
potdichts	=	potdicht
potdikkie	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
potdomme	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
potdoof	adj	heel erg doof, zeer doof
potdoofs	=	potdoof
potdorie	intj|vulgar	een uitroep, meestal van ergernis of verbazing
potdove	=	potdoof
pote	=	poten
poteflikker	noun	een homoseksueel
poteflikkers	=	poteflikker
poteflikkertje	=	poteflikker
poteflikkertjes	=	poteflikker
potel	=	potelen
potelde	=	potelen
potelden	=	potelen
potele	=	potelen
potelen	verb|obsolete	met de vingers aanraken en daardoor vies maken of minder fris maken
potelend	=	potelen
potelende	=	potelen
poteling	noun	sterke, zwaargebouwde man
potelingen	=	poteling
potelt	=	potelen
poten	verb	ondiep in de aarde stoppen, met name van bollen, wortels, zaden e.d. om deze te laten groeien
potend	=	poten
potende	=	poten
potenrammer	noun	crimineel die eropuit trekt om homofiele mannen in elkaar te slaan
potenrammers	=	potenrammer
potenrammertje	=	potenrammer
potenrammertjes	=	potenrammer
potent	adj	tot iets in staat, krachtig, machtig
potentaat	noun	iemand die zich zeer laat gelden
potentaatje	=	potentaat
potentaatjes	=	potentaat
potentaten	=	potentaat
potente	=	potent
potenter	=	potent
potentere	=	potent
potenters	=	potent
potentiaal	noun	potentiële energie van een geladen lichaam
potentiaalfunctie	noun	de grootte van de potentiaal als functie van de coördinaten
potentiaalfuncties	=	potentiaalfunctie
potentiaaltheorie	noun	de studie van harmonische functies
potentiaaltheorietje	=	potentiaaltheorie
potentiaaltheorietjes	=	potentiaaltheorie
potentiaaltheorieën	=	potentiaaltheorie
potentiaalverschil	noun	spanningsverschil tussen twee punten
potentiaalverschillen	=	potentiaalverschil
potentiaalverschilletje	=	potentiaalverschil
potentiaalverschilletjes	=	potentiaalverschil
potentiaalvlak	noun	vlak waarbij in elk punt dezelfde potentiaal aanwezig is
potentiaalvlakje	=	potentiaalvlak
potentiaalvlakjes	=	potentiaalvlak
potentiaalvlakken	=	potentiaalvlak
potentialen	=	potentiaal
potentialisering	noun	versterking van de werking van een geneesmiddel door een ander
potentialiseringen	=	potentialisering
potentialiserinkje	=	potentialisering
potentialiserinkjes	=	potentialisering
potentie	noun	vermogen, kracht
potentieel	noun	een aanwezig vermogen dat nog op ontwikkeling wacht	adj	mogelijk.
potentieels	=	potentieel
potentieelst	=	potentieel
potentieelste	=	potentieel
potentieeltje	=	potentieel
potentieeltjes	=	potentieel
potentieprobleem	noun	verminderde seksuele aandrang die als problematisch wordt ervaren
potentieprobleempje	=	potentieprobleem
potentieprobleempjes	=	potentieprobleem
potentieproblemen	=	potentieprobleem
potenties	=	potentie
potentieverhogend	adj	van iets dat het het vermogen van een man om een erectie te krijgen of te behouden stimuleert, ondersteunt of verbetert
potentieverhogende	=	potentieverhogend
potentieverhogender	=	potentieverhogend
potentieverhogendere	=	potentieverhogend
potentieverhogenders	=	potentieverhogend
potentieverhogends	=	potentieverhogend
potentieverhogendst	=	potentieverhogend
potentieverhogendste	=	potentieverhogend
potentiometer	noun	een regelbare weerstand, doorgaans geconstrueerd met een kool- of draadweerstand waarlangs een loper kan worden verplaatst
potentiometers	=	potentiometer
potentiometertje	=	potentiometer
potentiometertjes	=	potentiometer
potentiële	=	potentieel
potentiëlen	=	potentieel
potentiëler	=	potentieel
potentiëlere	=	potentieel
potentiëlers	=	potentieel
potents	=	potent
potentst	=	potent
potentste	=	potent
poter	noun	iemand die poot	adj	vrij
poterde	=	poteren
poterden	=	poteren
potere	=	poteren
poteren	verb	wegnemen, kapen
poterend	=	poteren
poterende	=	poteren
poters	=	poter
potert	=	poteren
poterteelt	noun	teelt van pootaardappels
poterteelten	=	poterteelt
potertje	=	poter
potertjes	=	poter
potestaat	noun	machthebber
potestaten	=	potestaat
potgaatje	=	potgat
potgaatjes	=	potgat
potgat	noun	een tot op beperkte diepte geboord gat zodat een bodem blijft bestaan
potgaten	=	potgat
potgeld	noun	geld dat men gespaard heeft
potgelden	=	potgeld
potgieter	noun|historical	iemand die voorwerpen als pannen, bussen en kommen uit metalen als tin en koper maakt en herstelt
potgieters	=	potgieter
potgrond	noun	Potgrond wordt gebruikt voor het oppotten van planten.
potgronden	=	potgrond
pothelm	noun	ouderwetse, bolvormige, gesloten helm
pothelmen	=	pothelm
pothelmpje	=	pothelm
pothelmpjes	=	pothelm
pothoed	noun	kleine bolle hoed voor vrouwen
pothoeden	=	pothoed
pothoedje	=	pothoed
pothoedjes	=	pothoed
pothoer	noun	verachtelijk vrouwspersoon
pothoeren	=	pothoer
pothoertje	=	pothoer
pothoertjes	=	pothoer
pothuis	noun	laag bouwsel met aflopend dak voor of naast een gebouw
pothuisje	=	pothuis
pothuisjes	=	pothuis
pothuizen	=	pothuis
potiche	noun	een grote, bolvormige siervaas
potiches	=	potiche
potig	adj	stevig uit de kluiten gewassen, weerbaar, ruig
potige	=	potig
potiger	=	potig
potigere	=	potig
potigers	=	potig
potigs	=	potig
potigst	=	potig
potigste	=	potig
potjandorie	intj|vulgar	een uitroep van ergernis, bastaardvloek van godverdomme.
potjandosie	intj|vulgar	een uitroep van ergernis, bastaardvloek van godverdomme.
potjandrie	intj|vulgar	een uitroep van ergernis, bastaardvloek van godverdomme.
potjandriedubbeltjes	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
potje	noun	alleen verkleinwoord hoeveelheid geld met een bepaalde bestemming
potjes	=	pot
potjesgrieks	noun	op foutieve wijze op het Oudgrieks afgeleide vormen
potjeslatijn	noun	enigszins op Latijn gelijkende hoeveelheid woorden, slecht Latijn
potjesmarkt	noun	plaats met kraampjes waar bloempotten met planten of ander vaatwerk worden verkocht
potjesmarkten	=	potjesmarkt
potjesvlees	noun	traditioneel gerecht van verschillende soorten vlees in gelei, uit de streek van Veurne (Westhoek, België)
potkachel	noun	soort ouderwetse gietijzeren kolenkachel
potkachels	=	potkachel
potkacheltje	=	potkachel
potkacheltjes	=	potkachel
potkrauwer	noun	gierigaard
potkrauwers	=	potkrauwer
potlam	noun	jong schaap dat niet door de moeder wordt gezoogd, maar door mensen met andere melk wordt grootgebracht
potlammeren	=	potlam
potlamp	noun	elektrische handlamp die door een accu gevoed wordt en gebruikt wordt ter verlichting door een mijnwerker
potlampen	=	potlamp
potlampje	=	potlamp
potlampjes	=	potlamp
potlikker	noun	het keukengerei om de laatste restjes uit een pan te schrapen
potlikkers	=	potlikker
potlikkertje	=	potlikker
potlikkertjes	=	potlikker
potlode	=	potloden
potloden	verb	met een in hout of een houder gevatte grafietstift opschrijven of tekenen
potlodend	=	potloden
potlodende	=	potloden
potlood	noun	schrijfgerei met een zachte stift vervaardigd van klei en grafiet ingebed in een houten huls
potloodde	=	potloden
potloodden	=	potloden
potloodhouder	noun	hulpmiddel waarmee men een klein eindje potlood kan vastklemmen zodat men het nog kan gebruiken
potloodhouders	=	potloodhouder
potloodje	=	potlood
potloodjes	=	potlood
potloodlijn	noun	een met een potlood getekende streep
potloodlijnen	=	potloodlijn
potloodlijntje	=	potloodlijn
potloodlijntjes	=	potloodlijn
potloodmot	noun	Bedellia somnulentella een vlinder uit de familie van de venstermineermotten (Bedelliidae)
potloodmotje	=	potloodmot
potloodmotjes	=	potloodmot
potloodmotten	=	potloodmot
potloodpunt	noun	de punt van een potlood die men kan verkrijgen m.b.v. een puntenslijper
potloodpunten	=	potloodpunt
potloodpunter	noun	apparaat waarmee men de punt van een potlood (weer) scherp kan maken
potloodpunters	=	potloodpunter
potloodpuntertje	=	potloodpunter
potloodpuntertjes	=	potloodpunter
potloodpuntje	=	potloodpunt
potloodpuntjes	=	potloodpunt
potloodrussula	noun	Russula rosea een schimmel behorend tot de familie Russulaceae.
potloodrussula's	=	potloodrussula
potloodrussulaatje	=	potloodrussula
potloodrussulaatjes	=	potloodrussula
potloodscherper	noun	apparaat waarmee men de punt van een potlood (weer) scherp kan maken
potloodscherpers	=	potloodscherper
potloodscherpertje	=	potloodscherper
potloodscherpertjes	=	potloodscherper
potloodschets	noun	eenvoudige, snel gemaakte, niet al te nauwkeurige tekening gemaakt met een potlood
potloodschetsen	=	potloodschets
potloodschetsje	=	potloodschets
potloodschetsjes	=	potloodschets
potloodslijper	noun	puntenslijper
potloodslijpers	=	potloodslijper
potloodslijpertje	=	potloodslijper
potloodslijpertjes	=	potloodslijper
potloodslijpmachine	noun	molentje met roterende mesjes om een punt aan een potlood te slijpen
potloodstreep	noun	een met een potlood getekende lijn
potloodstreepje	=	potloodstreep
potloodstreepjes	=	potloodstreep
potloodstrepen	=	potloodstreep
potloodt	=	potloden
potloodtekening	noun	een afbeelding gemaakt met een (kleur)potlood
potloodtekeningen	=	potloodtekening
potloodtekeningetje	=	potloodtekening
potloodtekeningetjes	=	potloodtekening
potloodventer	noun|humorous	man die ongevraagd zijn ontblote penis aan voorbijgangers laat zien
potloodventers	=	potloodventer
potloodventertje	=	potloodventer
potmaat	noun	afmeting van de kweekpot waarin een plant is gegroeid
potmaatje	=	potmaat
potmaatjes	=	potmaat
potmaten	=	potmaat
potmeter	noun	een regelbare weerstand, doorgaans geconstrueerd met een kool- of draadweerstand waarlangs een lopen kan worden verplaatst
potmeters	=	potmeter
potmetertje	=	potmeter
potmetertjes	=	potmeter
potnat	noun	een vreemde, lastige snuiter
potoroe	noun	zoogdier uit het geslacht Potorous van kangoeroeratten dat voorkomt in het zuidwesten en zuidoosten van Australië.
potoroes	noun	Potorous een geslacht van kangoeroeratten dat voorkomt in het zuidwesten en zuidoosten van Australië.
potoroetje	=	potoroe
potoroetjes	=	potoroe
potpalm	noun	in een pot geplante palmboom die zo dienst kan doen als kamerplant
potpalmen	=	potpalm
potplant	noun	een plant die in een bloempot gekweekt is, kan zowel binnens- als buitenshuis gebruikt worden
potplanten	=	potplant
potplantje	=	potplant
potplantjes	=	potplant
potpourri	noun	iets wat bestaat uit een samenraapsel van fragmenten uit andere werken, knip-en-plakwerk
potpourri's	=	potpourri
potpourrietje	=	potpourri
potpourrietjes	=	potpourri
potroos	noun	in pot gekweekte roos
potroosje	=	potroos
potroosjes	=	potroos
potrozen	=	potroos
pots	noun	grap, poets
potscherf	noun	deel van een gebroken pot van aardewerk
potscherven	=	potscherf
potsen	=	pots
potsenmaker	noun	iemand die grappig is of probeert grappig te zijn voor een publiek
potsenmakers	=	potsenmaker
potsierlijk	adj	dwaas, komisch, belachelijk
potsierlijke	=	potsierlijk
potsierlijker	=	potsierlijk
potsierlijkere	=	potsierlijk
potsierlijkers	=	potsierlijk
potsierlijks	=	potsierlijk
potsierlijkst	=	potsierlijk
potsierlijkste	=	potsierlijk
potsig	adj	grappig, potsierlijk
potsige	=	potsig
potsiger	=	potsig
potsigere	=	potsig
potsigers	=	potsig
potsigs	=	potsig
potsigst	=	potsig
potsigste	=	potsig
potsje	=	pots
potsjes	=	pots
potspel	noun	spel waarbij de winnaar het geld dat is ingezet wint
potspelen	=	potspel
potspellen	=	potspel
potstal	noun	stal waarin men mest van het vee verzamelt (oppot)
potstallen	=	potstal
potte	=	potten
potten	verb	in een pot doen
pottenbak	=	pottenbakken
pottenbakke	=	pottenbakken
pottenbakken	verb	maken van ronde bakjes en andere voorwerpen uit aardewerk
pottenbakkend	=	pottenbakken
pottenbakkende	=	pottenbakken
pottenbakker	noun	iemand die klei vormt en er aardewerk van bakt
pottenbakkerij	noun	bedrijf waar men aardewerk maakt; werkplaats van een pottenbakker
pottenbakkerijen	=	pottenbakkerij
pottenbakkers	=	pottenbakker
pottenbakkersoven	noun	oven waarin door pottenbakkers vervaardigd aardewerk gebakken wordt
pottenbakkersovens	=	pottenbakkersoven
pottenbakkersoventje	=	pottenbakkersoven
pottenbakkersoventjes	=	pottenbakkersoven
pottenbakkerswesp	noun	Trypoxylon figulus wesp behorend tot de familie van de graafwespen (Crabronidae).
pottenbakkerswespen	=	pottenbakkerswesp
pottenbakkerswespje	=	pottenbakkerswesp
pottenbakkerswespjes	=	pottenbakkerswesp
pottenbakkertje	=	pottenbakker
pottenbakkertjes	=	pottenbakker
pottenbakster	noun	vrouw die potten bakt (om daarmee haar brood te verdienen)
pottenbaksters	=	pottenbakster
pottenbakt	=	pottenbakken
pottenbakte	=	pottenbakken
pottenbakten	=	pottenbakken
pottend	=	potten
pottende	=	potten
pottengoed	noun	aardewerk
pottengoederen	=	pottengoed
pottengoedje	=	pottengoed
pottengoedjes	=	pottengoed
pottenkijker	noun	Ongewenst toeschouwer, spion, bemoeial.
pottenkijkers	=	pottenkijker
pottenkijkertje	=	pottenkijker
pottenkijkertjes	=	pottenkijker
pottenkrabber	noun	keukengerei om rond vaatwerk grondig schoon te maken Het woord wordt soms ook gebruikt voor het keukengerei waarmee de laatste restjes voedsel uit een ronde verpakking kunnen worden geschraapt, een pottenschraper of pottenlikker.
pottenkrabbers	=	pottenkrabber
pottenlikker	noun	iemand die restjes van iets lekker oplikt
pottenlikkers	=	pottenlikker
pottenopener	noun	een keukenhulpmiddel dat speciaal is ontworpen om deksels van glazen potten (zoals augurken- of pastasauspotten) gemakkelijker los te krijgen
pottenopeners	=	pottenopener
pottenopenertje	=	pottenopener
pottenopenertjes	=	pottenopener
pottenpers	noun	handig tuingereedschap waarmee je zelf zaailingpotjes van grond en water kunt maken, in plaats van plastic potjes te gebruiken
pottenpersen	=	pottenpers
pottenpersje	=	pottenpers
pottenpersjes	=	pottenpers
pottenschraper	noun	een werktuig uit de keuken waarmee de laatste restjes voedsel uit een pot of pan geschraapt kunnen worden
pottenschrapers	=	pottenschraper
pottenschrapertje	=	pottenschraper
pottenschrapertjes	=	pottenschraper
potter	noun	iemand die zijn geld oppot
potterie	noun	aardewerk waarin men bloemen en planten kan zetten of telen
potterieën	=	potterie
potters	=	potter
pottertje	=	potter
pottertjes	=	potter
potteus	adj|informal	lesbisch
potteust	=	potteus
potteuste	=	potteus
potteuze	=	potteus
potteuzer	=	potteus
potteuzere	=	potteus
potteuzers	=	potteus
potto	noun	Perodicticus potto de enige Afrikaanse soort in het geslacht potto's (Perodicticus)
potto's	noun	een geslacht Perodicticus uit de familie van de loriachtigen (Lorisidae).
pottootje	=	potto
pottootjes	=	potto
potver	intj|vulgar	om ergernis uit te drukken
potverdikke	intj|vulgar	een uitroep van ergernis, bastaardvloek van godverdomme.
potverdikkeme	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
potverdikkie	intj|vulgar	een uitroep van ergernis, bastaardvloek van godverdomme.
potverdomme	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
potverdorie	intj|vulgar	om ergernis uit te drukken
potverdrie	intj|vulgar	een uitroep van ergernis, bastaardvloek van godverdomme.
potverdriedubbeltjes	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
potverdulleme	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
potverteer	=	potverteren
potverteerd	=	potverteren
potverteerde	=	potverteren
potverteerden	=	potverteren
potverteert	=	potverteren
potvertere	=	potverteren
potverteren	verb	gemeenschappelijk geld uitgeven, bv. een overheid die veel geld uitgeeft
potverterend	=	potverteren
potverterende	=	potverteren
potvis	noun	bepaald soort zeezoogdier, Physeter macrocephalus uit de familie der potvissen (Physeteridae), de grootste soort tandwalvis De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus
potvisch	=	potvis
potvisje	=	potvis
potvisjes	=	potvis
potvisprotocol	noun	een protocol dat overheidsinstanties moeten volgen als er een groot zeezoogdier (zoals een potvis) aanspoelt
potvisprotocollen	=	potvisprotocol
potvissen	noun	Physeteridae een familie van tandwalvissen
potvoljam	intj|vulgar	een uitroep van ergernis of verbazing
potvormig	adj	vorm van een pot hebbend
potvormige	=	potvormig
potvormiger	=	potvormig
potvormigere	=	potvormig
potvormigers	=	potvormig
potvormigs	=	potvormig
potvormigst	=	potvormig
potvormigste	=	potvormig
potworm	noun	larven van muggensoorten die o.a. de potorchideeëncultuur bedreigen
potwormen	=	potworm
poujadisme	noun	benaming voor de populistische en corporatistische beweging die in 1953 in Frankrijk onder aanvoering van de winkelier P. Poujade ontstond, ook gebruikt om vergelijkbare bewegingen in andere landen aan te duiden
poulain	noun	pupil, leerling van een trainer
poulains	=	poulain
poularde	noun	jong hoen
poulardes	=	poularde
poule	noun	groep van sporters of teams die het tegen elkaar opnemen in de voorronden van een competitie of toernooi
poules	=	poule
poulet	noun	in stukjes gesneden vlees (van kip of andere dieren)
pouletje	=	poulet
pouletjes	=	poulet
poulets	=	poulet
poulewedstrijd	noun	de eerste ronde in een toernooi waarbij een kleine groep teams een halve competitie met elkaar spelen
poulewedstrijden	=	poulewedstrijd
poulewedstrijdje	=	poulewedstrijd
poulewedstrijdjes	=	poulewedstrijd
poulewinnaar	noun	winnaar van een groep van sporters of teams die het tegen elkaar spelen in de voorronden van een competitie of toernooi
poulewinnaars	=	poulewinnaar
pouseik	noun	decisor, iemand die bevoegd is om beslissingen te nemen bij halachische kwesties (gewoonlijk een rabbijn)
pouskim	=	pouseik
pousse-cafeetje	=	pousse-café
pousse-cafeetjes	=	pousse-café
pousse-café	noun	borrel na een kopje koffie
pousse-cafés	=	pousse-café
pousseer	=	pousseren
pousseerde	=	pousseren
pousseerden	=	pousseren
pousseert	=	pousseren
poussere	=	pousseren
pousseren	verb	vooruithelpen
pousserend	=	pousseren
pousserende	=	pousseren
poutine	noun	typisch Canadees gerecht of snack bestaande uit friet bedekt met verse kaas, gedrenkt in jus en eventueel nog extra ingrediënten
poutines	=	poutine
poutrel	noun	ijzeren balk of stalen profiel
poutrels	=	poutrel
pover	adj	teleurstellend klein of gering	noun	bepaald soort kleine zangvogel met een opvallend oranje of roodbruin gekleurde keel, Erithacus rubecula
poverder	=	pover
poverdere	=	pover
poverders	=	pover
povere	=	pover
poverheden	=	poverheid
poverheid	noun	armzaligheid, karigheid, schamelheid, schraalheid
povers	=	pover
poverst	=	pover
poverste	=	pover
povertje	=	pover
povertjes	adv	iets wat klein, onbeduidend en armoedig is
power	noun	kracht, vermogen, macht
powerbank	noun	een externe oplaadbare batterij met een hoge capaciteit waarmee men mobiele apparaten kan opladen zonder gebruik te maken van een stopcontact
powerbanks	=	powerbank
powerde	=	poweren
powerden	=	poweren
powere	=	poweren
poweren	verb	iets doen met veel kracht, krachtig handelen
powerend	=	poweren
powerende	=	poweren
powerhouse	noun	onderneming, regio, land en dergelijke met een krachtige technologische infrastructuur en de mogelijkheid om grote economische inspanningen te leveren
powerhouses	=	powerhouse
powerlifter	noun	krachtsporter die aan powerliften doet
powerlifters	=	powerlifter
powernap	noun	kort dutje waarin men nieuwe krachten opdoet
powernapje	=	powernap
powernapjes	=	powernap
powernapper	noun	persoon of dier die veel kleine dutjes doet
powernappers	=	powernapper
powernaps	=	powernap
powerplay	noun	een manier van spelen die vooral is gebaseerd op fysieke kracht
powerpoint	noun	soortnaam voor presentaties gemaakt op een computer met presentatiesoftware (en dat hoeft niet noodzakelijkerwijs Powerpoint te zijn)
powerpointpresentatie	noun	presentatie gemaakt op de computer en gepresenteerd met behulp van een computer
powerpointpresentaties	=	powerpointpresentatie
powerpoints	=	powerpoint
powerpop	noun	popmuziekstijl die wordt gekenmerkt door krachtige ritmes en luide klanken
powers	=	power
powert	=	poweren
powervrouw	noun	zeer krachtige en getalenteerde vrouw die hard werkt aan haar loopbaan; vrouw met pit
powervrouwen	=	powervrouw
powisi	noun	bepaald soort zwarte vogel met een gele snavel, Crax alector, die ongeveer 90 cm lang wordt
powisi's	=	powisi
poze	=	poos
pozen	=	poos
pozend	=	poos
pozende	=	poos
poëem	noun	gedicht
poëet	noun	iemand die dichtkunst voorbrengt
poëetje	=	poëet
poëetjes	=	poëet
poëma	noun|obsolete	in versmaat of een dichterlijke stijl opgestelde tekst
poëma's	=	poëma
poëmata	=	poëma
poëmen	=	poëem
poësis	noun	de vijfde klas van de klassieke humaniora in België (vergelijkbaar met het Nederlandse gymnasium)
poëtaster	noun	slechte dichter
poëtasters	=	poëtaster
poëtastertje	=	poëtaster
poëten	=	poëet
poëtica	noun	de kunst van het dichten; de kunst van poëzie maken; de regels waaraan een gedicht moet voldoen
poëtica's	=	poëtica
poëticaal	adj	betrekking hebbend op de dichtkunst
poëticaals	=	poëticaal
poëticaalst	=	poëticaal
poëticaalste	=	poëticaal
poëticale	=	poëticaal
poëticaler	=	poëticaal
poëticalere	=	poëticaal
poëticalers	=	poëticaal
poëtiek	noun	leerboek over de dichtkunst
poëtisch	adj	uit de poëzie, gelijkend op poëzie
poëtische	=	poëtisch
poëtischer	=	poëtisch
poëtischere	=	poëtisch
poëtischers	=	poëtisch
poëzie	noun	het in een min of meer strakke structuur van ritme, maat en klank verwoorden van een gedachte of een verhaal
poëziealbum	noun	Een boek waain kleine gedichten en versjes van vrienden worden verzameld.
poëziealbumpje	=	poëziealbum
poëziealbumpjes	=	poëziealbum
poëziealbums	=	poëziealbum
poëzieavond	noun	avondbijeenkomst, gewijd aan het voordragen van gedichten
poëzieavonden	=	poëzieavond
poëzieavondje	=	poëzieavond
poëzieavondjes	=	poëzieavond
poëziekritiek	noun	beoordeling van dichtwerken
poëziekritieken	=	poëziekritiek
poëzieprijs	noun	blijk van erkenning voor een dichter
poëzieprijsje	=	poëzieprijs
poëzieprijsjes	=	poëzieprijs
poëzieprijzen	=	poëzieprijs
poëzieregel	noun	reeks woorden uit een gedicht die als een zin worden aangehaald
poëzieregels	=	poëzieregel
poëzietje	=	poëzie
poëzieën	=	poëzie
poëzij	=	poëzie
ppi	noun	afkorting voor: pixels per inch, een waarde die de resolutie weergeeft van verschillende apparaten, waaronder computerbeeldschermen, scanners en beeldsensoren van digitale camera's
ppi's	=	ppi
ppo	noun	vloeibare brandstof van plantaardige origine
ppo's	=	ppo
pr	noun	beste resultaat dat iemand tot nu toe behaald heeft
pr'etje	=	pr
pr'etjes	=	pr
pr's	=	pr
praags	adj	op Praag betrekking hebbend
praagse	noun	een vrouwelijke inwoner van Praag, of een vrouw afkomstig uit Praag
praagsen	=	praagse
praagser	=	praags
praagsere	=	praags
praagsers	=	praags
praagst	=	praags
praagste	=	praags
praai	=	praaien
praaide	=	praaien
praaiden	=	praaien
praaie	=	praaien
praaien	verb	iemand aanspreken, aanklampen, aanroepen, oproepen
praaiend	=	praaien
praaiende	=	praaien
praait	=	praaien
praal	noun	opzichtige schoonheid
praalbed	noun	bed waarop belangrijke personen na hun dood worden gelegd
praalbedden	=	praalbed
praalde	=	pralen
praalden	=	pralen
praalgraf	noun	uitgebreid versierd grafmonument
praalgraven	=	praalgraf
praalhans	noun	opschepper, snoever
praalhansje	=	praalhans
praalhansjes	=	praalhans
praalhanzen	=	praalhans
praalridderwants	noun	Melanocoryphus albomaculatus een wants uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae).
praalridderwantsen	=	praalridderwants
praalridderwantsje	=	praalridderwants
praalridderwantsjes	=	praalridderwants
praalstad	noun	een stad gebouwd met de uitstraling om te pralen
praalstadje	=	praalstad
praalstadjes	=	praalstad
praalsteden	=	praalstad
praalstoet	noun	optocht met praalwagens en groepen
praalstoeten	=	praalstoet
praalstoetje	=	praalstoet
praalstoetjes	=	praalstoet
praalt	=	pralen
praaltje	=	praal
praalwagen	noun	een versierde wagen in een optocht (vaak van een bloemencorso of een carnavalsoptocht)
praalwagens	=	praalwagen
praalwagentje	=	praalwagen
praalwagentjes	=	praalwagen
praalzucht	noun	uiterlijk vertoon
praam	noun	een kleine schuit met platte bodem
praamde	=	pramen
praamden	=	pramen
praampje	=	praam
praampjes	=	praam
praamt	=	pramen
praat	noun	het spreken over een bepaald onderwerp
praatal	noun	iemand die heel veel praat
praatallen	=	praatal
praatalletje	=	praatal
praatalletjes	=	praatal
praatals	=	praatal
praatcafeetje	=	praatcafé
praatcafeetjes	=	praatcafé
praatcafé	noun	plaats waar mensen tegen betaling wat kunnen drinken en waar het rustig genoeg is om met elkaar te kunnen praten
praatcafés	=	praatcafé
praatcoupeetje	=	praatcoupé
praatcoupeetjes	=	praatcoupé
praatcoupé	noun	een treincoupé waar wordt verwacht dat men in contact treedt met medereizigers.
praatcoupés	=	praatcoupé
praatgraag	adj	geneigd tot kletsen, loslippig, graag pratend
praatgraagje	=	praatgraag
praatgraags	=	praatgraag
praatgraagst	=	praatgraag
praatgraagste	=	praatgraag
praatgrage	=	praatgraag
praatgragen	=	praatgraag
praatgrager	=	praatgraag
praatgragere	=	praatgraag
praatgragers	=	praatgraag
praatgroep	noun	Een groep van mensen die met enige regelmaat praat over bepaalde problemen.
praatgroepen	=	praatgroep
praatgroepje	=	praatgroep
praatgroepjes	=	praatgroep
praathuis	noun	plaats waar mensen bijeenkomen om (oefenen met) praten
praathuizen	=	praathuis
praatje	noun	alleen verkleinwoord min of meer informele voordracht
praatjes	=	praatje
praatjesmaker	noun	vlotte prater
praatjesmakers	=	praatjesmaker
praatjesmakertje	=	praatjesmaker
praatkassa	noun	een kassa waar eenzame mensen een praatje kunnen maken
praatkassa's	=	praatkassa
praatkassaatje	=	praatkassa
praatkassaatjes	=	praatkassa
praatlustig	adj	geneigd zijn om veel te praten, een grote lust tot kletsen hebben, of veel willen vertellen
praatlustige	=	praatlustig
praatlustiger	=	praatlustig
praatlustigere	=	praatlustig
praatlustigers	=	praatlustig
praatlustigs	=	praatlustig
praatlustigst	=	praatlustig
praatlustigste	=	praatlustig
praatpaal	noun	een telefoonpaal langs de snelweg waar men de wegenwacht kan bellen bij pech
praatpaaltje	=	praatpaal
praatpaaltjes	=	praatpaal
praatpalen	=	praatpaal
praatprentenboek	noun	een prentenboek dat ontworpen is om een gesprek op gang te brengen
praatprentenboeken	=	praatprentenboek
praatprentenboekje	=	praatprentenboek
praatprentenboekjes	=	praatprentenboek
praatprogramma	noun	een radio- of televisieprogramma dat vooral uit praten bestaat
praatprogramma's	=	praatprogramma
praatprogrammaatje	=	praatprogramma
praatprogrammaatjes	=	praatprogramma
praats	=	praat
praatshow	noun	televisieprogramma waarin mensen een gesprek met elkaar voeren
praatshows	=	praatshow
praatshowtje	=	praatshow
praatshowtjes	=	praatshow
praatstoel	noun	gemakkelijke stoel waarin het aangenaam praten is
praatstoelen	=	praatstoel
praatstoeltje	=	praatstoel
praatstoeltjes	=	praatstoel
praatstuk	noun	een tekst waarover men kan discussiëren
praatstukken	=	praatstuk
praatte	=	praten
praatten	=	praten
praatvaar	noun	oude man die te veel kletst
praatvaars	=	praatvaar
praatziek	adj|humorous	iemand die te veel kletst, plaats waar teveel gekletst wordt
praatzieke	=	praatziek
praatzieker	=	praatziek
praatziekere	=	praatziek
praatziekers	=	praatziek
praatzieks	=	praatziek
praatziekst	=	praatziek
praatziekste	=	praatziek
praatzucht	noun	de neiging om al te veel te willen praten
prach	=	prachen
prache	=	prachen
prachen	verb|obsolete	nadrukkelijk laten merken dat je jezelf beter of belangrijker vindt dan anderen
prachend	=	prachen
prachende	=	prachen
pracht	noun	versiering met als doel indruk te wekken
prachtagamen	noun	een geslacht Calotes van hagedissen uit de familie agamen (Agamidae)
prachtanjer	noun	Dianthus superbus een vrij kort levende vaste plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
prachtanjers	=	prachtanjer
prachtanjertje	=	prachtanjer
prachtanjertjes	=	prachtanjer
prachtastrapia	noun	Astrapia splendidissima een middelgrote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels en de superfamilie Corvoidea.
prachtastrapia's	=	prachtastrapia
prachtastrapiaatje	=	prachtastrapia
prachtastrapiaatjes	=	prachtastrapia
prachtband	noun	boekomslag waarmee men een eenvoudig machinaal geproduceerd boek kan omhullen
prachtbanden	=	prachtband
prachtbarbeel	noun	Puntius conchonius een subtropische zoetwatervis.
prachtbarbeeltje	=	prachtbarbeel
prachtbarbeeltjes	=	prachtbarbeel
prachtbarbelen	=	prachtbarbeel
prachtbeer	noun	een prachtig gekleurde nachtvlinder, Utetheisa pulchella uit de Arctiinae die voornamelijk in Zuid-Europa voorkomt
prachtbeertje	=	prachtbeer
prachtberen	=	prachtbeer
prachtboek	noun	bijzonder mooi, luxe of indrukwekkend boek
prachtboeken	=	prachtboek
prachtboekje	=	prachtboek
prachtboekjes	=	prachtboek
prachtboomgors	noun	Poospiza ornata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
prachtboomgorsje	=	prachtboomgors
prachtboomgorsjes	=	prachtboomgors
prachtboomgorzen	=	prachtboomgors
prachtboomklever	noun	Sitta formosa een zangvogel uit het geslacht sitta.
prachtboomklevers	=	prachtboomklever
prachtboomklevertje	=	prachtboomklever
prachtboomklevertjes	=	prachtboomklever
prachtbosbesbladroller	noun	Rhopobota ustomaculana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
prachtbosbesbladrollers	=	prachtbosbesbladroller
prachtbosbesbladrollertje	=	prachtbosbesbladroller
prachtbosbesbladrollertjes	=	prachtbosbesbladroller
prachtcotinga	noun	Pipreola formosa een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
prachtcotinga's	=	prachtcotinga
prachtcotingaatje	=	prachtcotinga
prachtcotingaatjes	=	prachtcotinga
prachtdwergbladroller	noun	Pammene splendidulana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
prachtdwergbladrollers	=	prachtdwergbladroller
prachtdwergbladrollertje	=	prachtdwergbladroller
prachtdwergbladrollertjes	=	prachtdwergbladroller
prachte	=	prachen
prachteikenvouwmot	noun	Phyllonorycter lautella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
prachteikenvouwmotje	=	prachteikenvouwmot
prachteikenvouwmotjes	=	prachteikenvouwmot
prachteikenvouwmotten	=	prachteikenvouwmot
prachtelfje	noun	Malurus splendens een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
prachtelfjes	=	prachtelfje
prachten	=	prachen
prachtexemplaar	noun	heel fraai voorwerp
prachtexemplaartje	=	prachtexemplaar
prachtexemplaartjes	=	prachtexemplaar
prachtexemplaren	=	prachtexemplaar
prachtframboos	noun	Rubus spectabilis een zachtfruitsoort, die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae)
prachtframboosje	=	prachtframboos
prachtframboosjes	=	prachtframboos
prachtframbozen	=	prachtframboos
prachtgebaar	noun	een mooie, goede handeling waarmee men ook een mening of gevoel wil uitdrukken
prachtgebaartje	=	prachtgebaar
prachtgebaartjes	=	prachtgebaar
prachtgebaren	=	prachtgebaar
prachtgeweervogel	noun	Ptiloris magnificus een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
prachtgeweervogels	=	prachtgeweervogel
prachtgeweervogeltje	=	prachtgeweervogel
prachtgeweervogeltjes	=	prachtgeweervogel
prachtglansspreeuw	noun	Lamprotornis splendidus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
prachtglansspreeuwen	=	prachtglansspreeuw
prachtglansspreeuwtje	=	prachtglansspreeuw
prachtglansspreeuwtjes	=	prachtglansspreeuw
prachtgrasmineermot	noun	Elachista nobilella een nachtvlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
prachtgrasmineermotje	=	prachtgrasmineermot
prachtgrasmineermotjes	=	prachtgrasmineermot
prachtgrasmineermotten	=	prachtgrasmineermot
prachthoningzuiger	noun	Cinnyris superbus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
prachthoningzuigers	=	prachthoningzuiger
prachthoningzuigertje	=	prachthoningzuiger
prachthoningzuigertjes	=	prachthoningzuiger
prachthoornkikker	noun	Ceratophrys ornata een kikker die behoort tot het geslacht Zuid-Amerikaanse hoornkikkers (Ceratophrys).
prachthoornkikkers	=	prachthoornkikker
prachthoornkikkertje	=	prachthoornkikker
prachthoornkikkertjes	=	prachthoornkikker
prachtidee	noun	een heel goed idee
prachtideeën	=	prachtidee
prachtig	adj	bijzonder mooi	adv	op prachtige wijze
prachtige	=	prachtig
prachtiger	=	prachtig
prachtigere	=	prachtig
prachtigers	=	prachtig
prachtigs	=	prachtig
prachtigst	=	prachtig
prachtigste	=	prachtig
prachtjufferduif	noun	Ptilinopus bernsteinii een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
prachtjufferduifje	=	prachtjufferduif
prachtjufferduifjes	=	prachtjufferduif
prachtjufferduiven	=	prachtjufferduif
prachtkans	noun	uitzonderlijk gunstige gelegenheid
prachtkansen	=	prachtkans
prachtkerel	noun	'geweldige' vent
prachtkerels	=	prachtkerel
prachtkereltje	=	prachtkerel
prachtkereltjes	=	prachtkerel
prachtkever	noun	insect uit de familie Buprestidae van kevers uit de superfamilie Buprestoidea.
prachtkevers	noun	Buprestidae een familie van kevers uit de superfamilie Buprestoidea.
prachtkevertje	=	prachtkever
prachtkevertjes	=	prachtkever
prachtklokje	noun	Campanula persicifolia een vaste plant die behoort tot de klokjesfamilie (Campanulaceae).
prachtklokjes	=	prachtklokje
prachtknoopvlekje	noun	Eucosma pupillana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
prachtknoopvlekjes	=	prachtknoopvlekje
prachtkogelspin	noun	Parasteatoda lunata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
prachtkogelspinnen	=	prachtkogelspin
prachtkogelspinnetje	=	prachtkogelspin
prachtkogelspinnetjes	=	prachtkogelspin
prachtkolibrie	noun	Calothorax pulcher een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
prachtkolibries	=	prachtkolibrie
prachtkolibrietje	=	prachtkolibrie
prachtkolibrietjes	=	prachtkolibrie
prachtlamprolia	noun	Lamprolia een zangvogel uit de familie waaierstaarten (Rhipiduridae) en het geslacht lamprolia
prachtlamprolia's	=	prachtlamprolia
prachtlamproliaatje	=	prachtlamprolia
prachtlamproliaatjes	=	prachtlamprolia
prachtlibel	noun	Macromia splendens een echte libel uit de familie van de prachtlibellen (Macromiidae).
prachtlibellen	noun	Macromiidae een familie van echte libellen (Anisoptera), een van de drie onderordes der libellen (Odonata)
prachtlibelletje	=	prachtlibel
prachtlibelletjes	=	prachtlibel
prachtlijstergaai	noun	Trochalopteron variegatum een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
prachtlijstergaaien	=	prachtlijstergaai
prachtlijstergaaitje	=	prachtlijstergaai
prachtlijstergaaitjes	=	prachtlijstergaai
prachtlori	noun	Hypocharmosyna placentis een vogel van Nieuw-Guinea en de omliggende eilanden
prachtlori's	=	prachtlori
prachtlorietje	=	prachtlori
prachtlorietjes	=	prachtlori
prachtlynxspin	noun	Oxyopes ramosus een spin uit de familie lynxspinnen (Oxyopidae)
prachtlynxspinnen	=	prachtlynxspin
prachtlynxspinnetje	=	prachtlynxspin
prachtlynxspinnetjes	=	prachtlynxspin
prachtmanakin	noun	Chiroxiphia pareola een vogel uit de familie der manakins (Pipridae).
prachtmanakinnetje	=	prachtmanakin
prachtmanakinnetjes	=	prachtmanakin
prachtmanakins	=	prachtmanakin
prachtmees	noun	Pardaliparus venustulus een zangvogel uit de familie Echte mezen (Paridae).
prachtmeesje	=	prachtmees
prachtmeesjes	=	prachtmees
prachtmeid	noun	een mooie, goede, jonge vrouw
prachtmeiden	=	prachtmeid
prachtmeidje	=	prachtmeid
prachtmeidjes	=	prachtmeid
prachtmezen	=	prachtmees
prachtmierspin	noun	Micaria dives een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
prachtmierspinnen	=	prachtmierspin
prachtmierspinnetje	=	prachtmierspin
prachtmierspinnetjes	=	prachtmierspin
prachtmot	noun	Oncocera semirubella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
prachtmotje	=	prachtmot
prachtmotjes	=	prachtmot
prachtmotten	noun	Cosmopterigidae een familie van kleine vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
prachtmycena	noun	Mycena crocata een schimmel uit de familie Mycenaceae.
prachtmycena's	=	prachtmycena
prachtmycenaatje	=	prachtmycena
prachtmycenaatjes	=	prachtmycena
prachtoproller	noun	Armadillidium pulchellum een pissebed uit de familie Armadillidiidae.
prachtoprollers	=	prachtoproller
prachtoprollertje	=	prachtoproller
prachtoprollertjes	=	prachtoproller
prachtpalpje	noun	Floronia bucculenta een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
prachtpalpjes	=	prachtpalpje
prachtparkiet	noun	Neophema elegans een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
prachtparkieten	=	prachtparkiet
prachtparkietje	=	prachtparkiet
prachtparkietjes	=	prachtparkiet
prachtpitta	noun	Pitta superba een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
prachtpitta's	=	prachtpitta
prachtpittaatje	=	prachtpitta
prachtpittaatjes	=	prachtpitta
prachtpurperuiltje	noun	Eublemma purpurina een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
prachtpurperuiltjes	=	prachtpurperuiltje
prachtrenspin	noun	Philodromus fallax een spinnensoort in de taxonomische indeling van de renspinnen (Philodromidae)
prachtrenspinnen	=	prachtrenspin
prachtrenspinnetje	=	prachtrenspin
prachtrenspinnetjes	=	prachtrenspin
prachtridderwants	noun	Lygaeus equestris een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae)
prachtridderwantsen	=	prachtridderwants
prachtridderwantsje	=	prachtridderwants
prachtridderwantsjes	=	prachtridderwants
prachtriet	noun	een geslacht Miscanthus van ongeveer vijftien soorten overblijvende grassen, die thuishoren in de subtropische en tropische regio's van Afrika en Zuid-Azië.
prachtrieten	=	prachtriet
prachtrietje	=	prachtriet
prachtrietjes	=	prachtriet
prachtroodmus	noun	een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen) en het geslacht Carpodacus
prachtroodmusje	=	prachtroodmus
prachtroodmusjes	=	prachtroodmus
prachtroodmussen	=	prachtroodmus
prachtrosella	noun	Platycercus eximius een soort uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
prachtrosella's	=	prachtrosella
prachtrosellaatje	=	prachtrosella
prachtrosellaatjes	=	prachtrosella
prachtrozenkransje	noun	Anaphalis margaritacea een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae).
prachtrozenkransjes	=	prachtrozenkransje
prachtschildpadden	noun	een geslacht Pseudemys van schildpadden uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
prachtsibia	noun	Heterophasia pulchella een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
prachtsibia's	=	prachtsibia
prachtsibiaatje	=	prachtsibia
prachtsibiaatjes	=	prachtsibia
prachtsmalbekkikker	noun	Microhyla ornata een kikker uit de familie smalbekkikkers (Microhylidae).
prachtsmalbekkikkers	=	prachtsmalbekkikker
prachtsmalbekkikkertje	=	prachtsmalbekkikker
prachtsmalbekkikkertjes	=	prachtsmalbekkikker
prachtsmalsnuitje	noun	Aethes tesserana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
prachtsmalsnuitjes	=	prachtsmalsnuitje
prachtsmaragdbreedbek	noun	Calyptomena hosii een zangvogelsoort uit de familie breedbekken en hapvogels (Eurylaimidae).
prachtsmaragdbreedbekje	=	prachtsmaragdbreedbek
prachtsmaragdbreedbekjes	=	prachtsmaragdbreedbek
prachtsmaragdbreedbekken	=	prachtsmaragdbreedbek
prachtspecht	noun	Melanerpes pulcher een vogel uit de familie Picidae.
prachtspechten	=	prachtspecht
prachtspechtje	=	prachtspecht
prachtspechtjes	=	prachtspecht
prachtstipspanner	noun	Scopula marginepunctata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
prachtstipspanners	=	prachtstipspanner
prachtstipspannertje	=	prachtstipspanner
prachtstipspannertjes	=	prachtstipspanner
prachtstoottand	noun	Pictodentalium formosum een Scaphopodasoort uit de familie van de Dentaliidae.
prachtstoottanden	=	prachtstoottand
prachtstoottandje	=	prachtstoottand
prachtstoottandjes	=	prachtstoottand
prachtstuk	noun	een heel mooi exemplaar
prachtstukje	=	prachtstuk
prachtstukjes	=	prachtstuk
prachtstukken	=	prachtstuk
prachttaal	noun	bijzonder fraai stelsel van spraakklanken en schriftelijke weergave daarvan dat een groep mensen gebruikt voor onderlinge communicatie
prachttalen	=	prachttaal
prachttangare	noun	Tangara seledon een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
prachttangaren	=	prachttangare
prachttangaretje	=	prachttangare
prachttangaretjes	=	prachttangare
prachtvinken	noun	Estrildidae ee groep vogels die onder meer astrildes, papegaaiamandines, amaranten, amadines, blauwfazantjes, de zebravink en andere lonchura's omvat.
prachtvinkwastsnoek	noun	Polypterus ornatipinnis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de kwastsnoeken (Polypteridae).
prachtvinkwastsnoeken	=	prachtvinkwastsnoek
prachtvinkwastsnoekje	=	prachtvinkwastsnoek
prachtvinkwastsnoekjes	=	prachtvinkwastsnoek
prachtvlamhoed	noun	Gymnopilus junonius een paddenstoel uit de familie Hymenogastraceae.
prachtvlamhoeden	=	prachtvlamhoed
prachtvlamhoedje	=	prachtvlamhoed
prachtvlamhoedjes	=	prachtvlamhoed
prachtvlieg	noun	insect uit de familie Ulidiidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
prachtvliegen	noun	Ulidiidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
prachtvliegje	=	prachtvlieg
prachtvliegjes	=	prachtvlieg
prachtvlinder	noun	insect uit de familie Riodinidae van vlinders in de superfamilie Papilionoidea.
prachtvlinders	noun	Riodinidae een familie van vlinders in de superfamilie Papilionoidea.
prachtvlindertje	=	prachtvlinder
prachtvlindertjes	=	prachtvlinder
prachtvol	adj	met veel pracht
prachtvolle	=	prachtvol
prachtvoller	=	prachtvol
prachtvollere	=	prachtvol
prachtvollers	=	prachtvol
prachtvols	=	prachtvol
prachtvolst	=	prachtvol
prachtvolste	=	prachtvol
prachtvrouw	noun	een hele mooie, goede vrouw
prachtvrouwen	=	prachtvrouw
prachtvrouwtje	=	prachtvrouw
prachtvrouwtjes	=	prachtvrouw
prachtwasplaat	noun	Hygrocybe aurantiosplendens een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
prachtwasplaatje	=	prachtwasplaat
prachtwasplaatjes	=	prachtwasplaat
prachtwasplaten	=	prachtwasplaat
prachtwerk	noun	prachtig werkstuk
prachtwerken	=	prachtwerk
prachtwever	noun	een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten)
prachtwevers	noun	een geslacht Malimbus van zangvogels uit de familie wevers en verwanten (Ploceidae)
prachtwevertje	=	prachtwever
prachtwevertjes	=	prachtwever
prachtwijk	noun	voormalige achterstandwijk waarin het nu goed wonen en werken is
prachtwijken	=	prachtwijk
prachtzwamkever	noun	insect uit de familie Erotylidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
prachtzwamkevers	noun	Erotylidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
prachtzwamkevertje	=	prachtzwamkever
prachtzwamkevertjes	=	prachtzwamkever
practica	noun	verlof om gemeenschap te openen tussen een schip en de wal na ontslag uit quarantaine
practica's	=	practica
practical	adj	handelend, praktisch
practicals	=	practical
practici	=	practicus
practicum	noun	praktisch werk van leerlingen of studenten
practicumpje	=	practicum
practicumpjes	=	practicum
practicums	=	practicum
practicus	noun	iemand die zakelijk en doelmatig werkt
practicussen	=	practicus
practijk	=	praktijk
practisch	=	praktisch
practiseren	=	praktiseren
practivisme	noun	eenvoudig uitvoerbare activiteiten om politieke en maatschappelijke veranderingen te bereiken
prae	=	pre
praecies	=	precies
praedicaat	=	predicaat
praefix	=	prefix
praehistorisch	=	prehistorisch
praesidium	=	presidium
praestatie	=	prestatie
praeventie	=	preventie
praeventief	=	preventief
pragenaar	noun	een inwoner van Praag, of iemand afkomstig uit Praag
pragenaars	=	pragenaar
pragenaren	=	pragenaar
prager	noun	een inwoner van Praag, of iemand afkomstig uit Praag	adj	op Praag betrekking hebbend
pragerin	noun	een vrouwelijke inwoner van Praag, of een vrouw afkomstig uit Praag
pragerinnen	=	pragerin
pragers	=	prager
pragertje	=	prager
pragertjes	=	prager
pragmatici	=	pragmaticus
pragmaticus	noun	aanhanger van het pragmatisme
pragmatiek	noun	het zich vooral door de praktijk laten leiden	adj	praktisch
pragmatieke	=	pragmatiek
pragmatieken	=	pragmatiek
pragmatieker	=	pragmatiek
pragmatiekere	=	pragmatiek
pragmatiekers	=	pragmatiek
pragmatieks	=	pragmatiek
pragmatiekst	=	pragmatiek
pragmatiekste	=	pragmatiek
pragmatisch	adj	op nut en bruikbaarheid gericht
pragmatische	=	pragmatisch
pragmatischer	=	pragmatisch
pragmatischere	=	pragmatisch
pragmatischers	=	pragmatisch
pragmatischt	=	pragmatisch
pragmatischte	=	pragmatisch
pragmatisme	noun	filosofie die alle kennis beoordeeld aan de hand van de bruikbaarheid in het dagelijkse leven; zakelijke manier van denken
pragmatistisch	adj	betrekking hebbend op het pragmatisme
pragmatistische	=	pragmatistisch
pragmatistischer	=	pragmatistisch
pragmatistischere	=	pragmatistisch
pragmatistischers	=	pragmatistisch
prairie	noun	uitgestrekte boomloze grasvlakte in de VS
prairiebuizerd	noun	Buteo swainsoni een roofvogel uit de familie van de Accipitridae.
prairiebuizerdje	=	prairiebuizerd
prairiebuizerdjes	=	prairiebuizerd
prairiebuizerds	=	prairiebuizerd
prairiegors	noun	Calamospiza melanocorys een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
prairiegorsje	=	prairiegors
prairiegorsjes	=	prairiegors
prairiegorzen	=	prairiegors
prairiehaas	noun	Lepus townsendii een haas die voorkomt in het zuiden van Canada, het Amerikaanse Middenwesten en de Rocky Mountains.
prairiehaasje	=	prairiehaas
prairiehaasjes	=	prairiehaas
prairiehazen	=	prairiehaas
prairiehoen	noun	Tympanuchus cupido een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
prairiehoenderen	=	prairiehoen
prairiehoenders	=	prairiehoen
prairiehoendertje	=	prairiehoen
prairiehoendertjes	=	prairiehoen
prairiehond	noun	Cynomys, een eekhoornachtig zoogdier uit Noord-Amerika dat een scherp blaffend geluid maakt
prairiehonden	noun	Cynomys een geslacht van op en onder de grond levende knaagdieren uit de familie eekhoorns (Sciuridae).
prairiehondje	=	prairiehond
prairiehondjes	=	prairiehond
prairiemeeuw	noun	Larus californicus een vogel uit de familie Laridae.
prairiemeeuwen	=	prairiemeeuw
prairiemeeuwtje	=	prairiemeeuw
prairiemeeuwtjes	=	prairiemeeuw
prairiepad	noun	Anaxyrus cognatus een kikker uit de familie padden (Bufonidae).
prairiepadden	=	prairiepad
prairiepadje	=	prairiepad
prairiepadjes	=	prairiepad
prairiepieper	noun	Anthus spragueii een zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
prairiepiepers	=	prairiepieper
prairiepiepertje	=	prairiepieper
prairiepiepertjes	=	prairiepieper
prairieplevier	noun	Charadrius montanus een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
prairieplevieren	=	prairieplevier
prairiepleviertje	=	prairieplevier
prairiepleviertjes	=	prairieplevier
prairieratelslang	noun	Crotalus viridis een slang uit de familie adders (Viperidae)
prairieratelslangen	=	prairieratelslang
prairieratelslangetje	=	prairieratelslang
prairieratelslangetjes	=	prairieratelslang
prairies	=	prairie
prairieskink	noun	Plestiodon obsoletus een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
prairieskinken	=	prairieskink
prairieskinkje	=	prairieskink
prairieskinkjes	=	prairieskink
prairietje	=	prairie
prairietjes	=	prairie
prairievalk	noun	Falco mexicanus, een valkachtige roofvogel uit Noord-Amerika
prairievalken	=	prairievalk
prairievalkje	=	prairievalk
prairievalkjes	=	prairievalk
prairiewoelmuis	noun	Microtus ochrogaster knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
prairiewoelmuisje	=	prairiewoelmuis
prairiewoelmuisjes	=	prairiewoelmuis
prairiewoelmuizen	=	prairiewoelmuis
prairiezanger	noun	Setophaga discolor een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
prairiezangers	=	prairiezanger
prairiezangertje	=	prairiezanger
prairiezangertjes	=	prairiezanger
prairiën	=	prairie
praiselied	noun	loflied op de Heer, vaak onder begeleiding van een praiseband, gezongen in pinkster- en evangeliegemeenten
praiseliederen	=	praiselied
praiseliedje	=	praiselied
praiseliedjes	=	praiselied
prak	noun	hoeveelheid fijngemaakte (geprakte) door elkaar gemengde materie (meestal eten)
prakijzer	noun|informal	vork, vreetijzer
prakijzers	=	prakijzer
prakijzertje	=	prakijzer
prakijzertjes	=	prakijzer
prakje	=	prak
prakjes	=	prak
prakke	=	prakken
prakken	verb	fijndrukken, meestal met een vork
prakkend	=	prakken
prakkende	=	prakken
prakkeseer	=	prakkeseren
prakkeseerde	=	prakkeseren
prakkeseerden	=	prakkeseren
prakkeseert	=	prakkeseren
prakkesere	=	prakkeseren
prakkeseren	verb	zich zorgen maken
prakkeserend	=	prakkeseren
prakkeserende	=	prakkeseren
prakkezeren	=	prakkiseren
prakkiseer	=	prakkiseren
prakkiseerde	=	prakkiseren
prakkiseerden	=	prakkiseren
prakkiseert	=	prakkiseren
prakkisere	=	prakkiseren
prakkiseren	verb	langdurig nadenken over iets, op een zorgelijke manier, zonder dat er tot een oplossing gekomen wordt
prakkiserend	=	prakkiseren
prakkiserende	=	prakkiseren
prakkizeren	=	prakkiseren
prakt	=	prakken
prakte	=	prakken
prakten	=	prakken
prakticabel	noun	een verplaatsbaar podiumelement dat dient als verhoging in een decor	adj	in de praktijk uitvoerbaar of bruikbaar
prakticabele	=	prakticabel
prakticabeler	=	prakticabel
prakticabelere	=	prakticabel
prakticabelers	=	prakticabel
prakticabels	=	prakticabel
prakticabelst	=	prakticabel
prakticabelste	=	prakticabel
praktijk	noun	de ruimte waarin bijvoorbeeld een arts, fysiotherapeut of advocaat zijn/haar beroep uitoefent
praktijkdiploma	noun	diploma van afgelegd praktijkexamen
praktijkdiploma's	=	praktijkdiploma
praktijkdocent	noun	iemand die in een ziekenhuis de docenten assisteert bij de praktijklessen en op de afdelingen toezicht houdt op het werken van de verpleegkundigen
praktijkdocenten	=	praktijkdocent
praktijken	noun	bedenkelijke daden
praktijkervaring	noun	door ondervinding opgedane kennis
praktijkervaringen	=	praktijkervaring
praktijkervarinkje	=	praktijkervaring
praktijkervarinkjes	=	praktijkervaring
praktijkfolder	noun	een gevouwen uitgave waarin praktische informatie staat voor de patiënt van een (huisartsen)praktijk.
praktijkfolders	=	praktijkfolder
praktijkfoldertje	=	praktijkfolder
praktijkfoldertjes	=	praktijkfolder
praktijkgedeelte	noun	het gedeelte waar de praktijk zich bevindt
praktijkgedeelten	=	praktijkgedeelte
praktijkgedeeltes	=	praktijkgedeelte
praktijkgericht	adj	afgestemd op toepassing tijdens het werk
praktijkgerichte	=	praktijkgericht
praktijkgerichter	=	praktijkgericht
praktijkgerichtere	=	praktijkgericht
praktijkgerichters	=	praktijkgericht
praktijkgerichts	=	praktijkgericht
praktijkgerichtst	=	praktijkgericht
praktijkgerichtste	=	praktijkgericht
praktijkhouder	noun	iemand die eigenaar is van een (huisartsen)praktijk
praktijkhouders	=	praktijkhouder
praktijkje	=	praktijk
praktijkjes	=	praktijk
praktijkkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het voeren van een (huisartsen)praktijk
praktijkkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het voeren van een (huisartsen)praktijk
praktijkles	noun	les in de praktijk
praktijklesje	=	praktijkles
praktijklesjes	=	praktijkles
praktijklessen	=	praktijkles
praktijklokaal	noun	schoollokaal waarin beroepsvaardigheden kunnen worden aangeleerd en geoefend
praktijklokalen	=	praktijklokaal
praktijkondersteuner	noun	persoon die patiënten met een bekende, chronische aandoening via protocollen begeleidt en behandelt in de huisartsenpraktijk
praktijkondersteuners	=	praktijkondersteuner
praktijkonderwijs	noun	onderwijs voor leerlingen waarvoor het vmbo te moeilijk is het leidt op voor wonen, werken, burgerschap en vrijetijdsbesteding
praktijkonderzoek	noun	stelselmatige waarneming hoe iets in de alledaagse werkelijkheid gaat om het beter te begrijpen
praktijkonderzoeken	=	praktijkonderzoek
praktijkonderzoekje	=	praktijkonderzoek
praktijkonderzoekjes	=	praktijkonderzoek
praktijkopleiding	noun	leertraject waarbij de focus ligt op het leren in een echte werkomgeving, vaak als aanvulling op theoretische kennis.
praktijkopleidingen	=	praktijkopleiding
praktijkopleidinkje	=	praktijkopleiding
praktijkopleidinkjes	=	praktijkopleiding
praktijkruimte	noun	gebouw waarin een (huis)arts of andere hulpverlener zijn beroep uitoefent
praktijkruimten	=	praktijkruimte
praktijkruimtes	=	praktijkruimte
praktijkscholen	=	praktijkschool
praktijkscholing	noun	leren in de praktijk
praktijkscholingen	=	praktijkscholing
praktijkschool	noun	school waar men bepaalde kennis in praktijk leert brengen (mbo- of hbo-niveau)
praktijkschooltje	=	praktijkschool
praktijkschooltjes	=	praktijkschool
praktijkstage	noun	tijd gedurende welke een leerling of student onder begeleiding in de praktijk werkt als onderdeel van de opleiding
praktijkstages	=	praktijkstage
praktijkstagetje	=	praktijkstage
praktijkstagetjes	=	praktijkstage
praktijktest	noun	een steekproef om na te kijken of een verhuurkantoor of een werkgever bepaalde groepen van mensen mogelijks discrimineert
praktijktesten	=	praktijktest
praktijktestje	=	praktijktest
praktijktestjes	=	praktijktest
praktijktests	=	praktijktest
praktisch	adj	op een manier die ook echt uitgevoerd kan worden, en zodoende nuttig	adv	zogoed als, in die mate dat het verschil met "helemaal" verwaarloosbaar is (daarmee nog wat sterker in gradatie dan bijna en haast)
praktische	=	praktisch
praktischer	=	praktisch
praktischere	=	praktisch
praktischers	=	praktisch
praktischte	=	praktisch
praktiseer	=	praktiseren
praktiseerde	=	praktiseren
praktiseerden	=	praktiseren
praktiseert	=	praktiseren
praktisere	=	praktiseren
praktiseren	verb	in de praktijk beoefenen van een vak (zoals werken als arts of advocaat)
praktiserend	=	praktiseren
praktiserende	=	praktiseren
prale	=	pralen
pralen	verb	of op een andere manier laten schitteren, prachtig vertonen
pralend	=	pralen
pralende	=	pralen
pralerig	adj	met veel uiterlijk vertoon
pralerige	=	pralerig
praleriger	=	pralerig
pralerigere	=	pralerig
pralerigers	=	pralerig
pralerigs	=	pralerig
pralerigst	=	pralerig
pralerigste	=	pralerig
pralerij	noun	trots, hovaardij
pralerijen	=	pralerij
pralientje	=	praline
pralientjes	=	praline
praline	noun	met suiker bedekte en gebrande amandel
pralinedoos	noun	doos voor pralines
pralinedoosje	=	pralinedoos
pralinedoosjes	=	pralinedoos
pralinedozen	=	pralinedoos
pralinemaker	noun	iemand die pralines maakt
pralinemakers	=	pralinemaker
pralinemakertje	=	pralinemaker
pralinemakertjes	=	pralinemaker
pralines	=	praline
pralinetje	=	praline
pralinetjes	=	praline
pralinewinkel	noun	winkel die pralines verkoopt
pralinewinkels	=	pralinewinkel
pram	noun|obsolete	elk van de borsten van een zogende vrouw
prame	=	pramen
pramen	verb	heftige druk uitoefenen op (zowel letterlijk als figuurlijk opgevat)
pramend	=	pramen
pramende	=	pramen
prammen	=	pram
prammetje	=	pram
prammetjes	=	pram
prana	noun	fundamentele kracht die levende dingen doorstroomt en verbindt
prang	noun	voorwerp dat klemt
prangde	=	prangen
prangden	=	prangen
prange	=	prangen
prangen	verb	voortdurend met veel kracht aanraken
prangend	adj	klemmend
prangende	=	prangend
prangender	=	prangend
prangendere	=	prangend
prangenders	=	prangend
prangends	=	prangend
prangendst	=	prangend
prangendste	=	prangend
pranger	noun	prangijzer, klemhaak, bankschroef, klemschroef
prangers	=	pranger
prangertje	=	pranger
prangertjes	=	pranger
prangt	=	prangen
pranisch	adj	met betrekking tot prana
pranische	=	pranisch
pranischer	=	pranisch
pranischere	=	pranisch
pranischers	=	pranisch
prank	noun	grap die bij iemand anders wordt uitgehaald, met als doel diegene te verbazen, dan wel in verlegenheid te brengen of te vernederen
pranken	verb	een practical joke met iemand uithalen (en daar filmpje van maken dat men op het internet plaatst)
prankend	=	pranken
pranks	=	prank
prankte	=	pranken
prapi	noun	aardenwerken kom die men gebruikt in de winticultuur
prapi's	=	prapi
praseodymium	noun	scheikundig element met symbool Pr en atoomnummer 59. Het is een zilverwit lanthanide
praseodymiumatomen	=	praseodymiumatoom
praseodymiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element praseodymium.
praseodymiumatoompje	=	praseodymiumatoom
praseodymiumatoompjes	=	praseodymiumatoom
praslinvasapapegaai	noun	Coracopsis barklyi een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
praslinvasapapegaaien	=	praslinvasapapegaai
praslinvasapapegaaitje	=	praslinvasapapegaai
praslinvasapapegaaitjes	=	praslinvasapapegaai
prat	adj	merkbaar trots
prate	=	praten
praten	verb	zich met behulp van de stem uiten
pratend	=	praten
pratende	=	praten
prater	noun	iemand die (veel) praat
praterig	adj	kletserig
praterige	=	praterig
prateriger	=	praterig
praterigere	=	praterig
praterigers	=	praterig
praterigs	=	praterig
praterigst	=	praterig
praterigste	=	praterig
praters	=	prater
pratertje	=	prater
pratertjes	=	prater
pratikeer	=	pratikeren
pratikeerde	=	pratikeren
pratikeerden	=	pratikeren
pratikeert	=	pratikeren
pratikere	=	pratikeren
pratikeren	verb	in de praktijk brengen van een bepaalde manier van leven
pratikerend	=	pratikeren
pratikerende	=	pratikeren
pratje	=	prat
prats	=	prat
pratst	=	prat
pratste	=	prat
pratte	=	prat
pratten	=	prat
pratter	=	prat
prattere	=	prat
pratters	=	prat
prauw	noun	een soort kano
prauwen	=	prauw
prauwtje	=	prauw
prauwtjes	=	prauw
praxinoscoop	noun|historical	apparaat waarmee bewegende beelden kunnen worden bekeken
praxinoscopen	=	praxinoscoop
praxis	noun	praktijk
prc	=	precies
pre	noun	een voordeel vooral ten opzichte van wat anders
pre's	=	pre
pre-audit	noun	het op orde brengen van administratieve processen, belastingaangiften en jaarrekening, ter voorbereiding op een controle door een accountant of de belastingdienst
pre-audits	=	pre-audit
pre-columbiaans	=	precolumbiaans
pre-ijstijd	adv	voorafgaand aan de laatste tijdperk waarin de gemiddelde temperatuur lager dan normaal was en uitgestrekte gebieden met ijs waren bedekt
pre-islamitisch	adj	betreft de periode, cultuur en samenleving op het Arabisch Schiereiland en omliggende gebieden vóór de opkomst en verspreiding van de islam, die begon in de 7e eeuw na Christus
pre-islamitische	=	pre-islamitisch
pre-islamitischer	=	pre-islamitisch
pre-islamitischere	=	pre-islamitisch
pre-islamitischers	=	pre-islamitisch
pre-mrna	noun	RNA dat nog bewerkt moet worden voordat het als mRNA de celkern verlaat
preadvies	noun	een advies dat men als voorlichting geeft voordat er een besluit is genomen
preadviezen	=	preadvies
prealabel	adj	wat voorafgaand moet worden behandeld of uitgemaakt voor er verder kan worden gegaan
prealabele	=	prealabel
prealabeler	=	prealabel
prealabelere	=	prealabel
prealabelers	=	prealabel
prealabels	=	prealabel
prealabelst	=	prealabel
prealabelste	=	prealabel
preambule	noun	inleiding
preambules	=	preambule
prebende	noun	geestelijke titel waaraan inkomsten verbonden zijn
prebenden	=	prebende
prebendes	=	prebende
prebiotisch	adj	voor het leven
prebiotische	=	prebiotisch
prebiotischer	=	prebiotisch
prebiotischere	=	prebiotisch
prebiotischers	=	prebiotisch
preboreaal	noun	geologisch tijdperk onmiddellijk na de laatste ijstijd, in Noordwest-Europa de eerste chron van het tijdvak holoceen, van 9610 tot 8690 v.	adj	uit het preboreaal, of met betrekking tot dat tijdperk
preboreaals	=	preboreaal
preboreaalst	=	preboreaal
preboreaalste	=	preboreaal
preboreale	=	preboreaal
preborealer	=	preboreaal
preborealere	=	preboreaal
preborealers	=	preboreaal
precair	adj	zeer onzeker, hachelijk, kritiek
precairder	=	precair
precairdere	=	precair
precairders	=	precair
precaire	=	precair
precairs	=	precair
precairst	=	precair
precairste	=	precair
precambrium	noun	geheel van geologische tijdperken zonder goed herkenbare fossielen van meercellige wezens; voorafgaand aan het cambrium dus ouder dan 541 miljoen jaar
precariaat	noun	onderste sociale klasse die steeds in bestaansonzekerheid leeft
precariaten	=	precariaat
precario	noun	een recht, dat zolang geldt als de eigenaar het duldt
precario's	=	precario
precautie	noun	voorzorgsmaatregel
precedeer	=	precederen
precedeerde	=	precederen
precedeerden	=	precederen
precedeert	=	precederen
precedent	noun	een gebeurtenis of voorbeeld van vroeger waarop men zich kan beroepen als een nieuw dergelijk geval zich voordoet om er hetzelfde gevolg aan te geven
precedenten	=	precedent
precedentie	noun	voorrang
precedentje	=	precedent
precedentjes	=	precedent
precedentwerking	noun	de navolging door lagere rechters van eerdere bindende precedenten van de hoogste rechter
precedentwerkingen	=	precedentwerking
precedentwerkinkje	=	precedentwerking
precedentwerkinkjes	=	precedentwerking
precedere	=	precederen
precederen	verb	voorgaan, voorafgaan
precederend	=	precederen
precederende	=	precederen
preceptor	noun	Leraar aan een gymnasium, meer in het bijzonder in de klassieke talen
preceptoren	=	preceptor
preceptors	=	preceptor
preceptortje	=	preceptor
preceptortjes	=	preceptor
precessie	noun	beweging die de draaias van een roterend voorwerp maakt onder invloed van een uitwendige kracht
precessies	=	precessie
prechristelijk	adj	betrekking hebbend op de periode vóór de komst van Christus of vóór het christendom
prechristelijke	=	prechristelijk
prechristelijker	=	prechristelijk
prechristelijkere	=	prechristelijk
prechristelijkers	=	prechristelijk
prechristelijks	=	prechristelijk
prechristelijkst	=	prechristelijk
prechristelijkste	=	prechristelijk
precies	adj	heel nauwkeurig, heel juist
preciest	=	precies
precieste	=	precies
precieus	adj	nauwkeurig, verfijnd
precieust	=	precieus
precieuste	=	precieus
precieuze	=	precieus
precieuzer	=	precieus
precieuzere	=	precieus
precieuzers	=	precieus
precieze	=	precies
preciezen	noun	calvinisten in de 17e eeuw met een zeer dogmatische opvatting van hun geloof, volgelingen van de theoloog F. Gomarus
preciezer	=	precies
preciezere	=	precies
preciezers	=	precies
precipitatie	noun	de vorming van een neerslag (bezinksel)
precipitaties	=	precipitatie
precipiteer	=	precipiteren
precipiteerde	=	precipiteren
precipiteerden	=	precipiteren
precipiteert	=	precipiteren
precipitere	=	precipiteren
precipiteren	verb	afzinken van vaste stof in een vloeistof zodat die zich onderin ophoopt
precipiterend	=	precipiteren
precipiterende	=	precipiteren
precise	=	precies
preciseer	=	preciseren
preciseerde	=	preciseren
preciseerden	=	preciseren
preciseert	=	preciseren
precisere	=	preciseren
preciseren	verb	nauwkeuriger omschrijven
preciserend	=	preciseren
preciserende	=	preciseren
precisering	noun	het nauwkeuriger omschrijven van iets
preciseringen	=	precisering
precisie	noun	nauwkeurigheid
precisie-instrument	noun	werktuig voor het verrichten van nauwkeurige metingen of bewerkingen
precisie-instrumenten	=	precisie-instrument
precisiebombardement	noun	met grote precisie uitgevoerd bombardement op een zeer specifiek doel
precisiebombardementen	=	precisiebombardement
precisiemeting	noun	de consistentie en herhaalbaarheid van metingen; het is de mate waarin verschillende metingen van hetzelfde object of dezelfde waarde dicht bij elkaar liggen, zelfs als deze niet noodzakelijkerwijs de werkelijke waarde weergeven
precisiemetingen	=	precisiemeting
precisiemetinkje	=	precisiemeting
precisiemetinkjes	=	precisiemeting
precisieweegschaal	noun	een weeginstrument dat wordt gebruikt voor het nauwkeurig afwegen van stoffen
precisieweegschaaltje	=	precisieweegschaal
precisieweegschaaltjes	=	precisieweegschaal
precisieweegschalen	=	precisieweegschaal
precisiewerk	noun	een werk dat men heel nauwkeurig moet doen
precisiewerken	=	precisiewerk
precisiewerkje	=	precisiewerk
precisiewerkjes	=	precisiewerk
precolumbiaans	adj	van de periode vóór het einde van de 15e eeuw, toen Columbus Amerika bereikte
precolumbiaanse	=	precolumbiaans
precolumbiaanser	=	precolumbiaans
precolumbiaansere	=	precolumbiaans
precolumbiaansers	=	precolumbiaans
precolumbiaanst	=	precolumbiaans
precolumbiaanste	=	precolumbiaans
precommunistisch	adj	betreft de periode vóór de opkomst of invoering van het communisme.
precommunistische	=	precommunistisch
precommunistischer	=	precommunistisch
precommunistischere	=	precommunistisch
precommunistischers	=	precommunistisch
preconceptioneel	adj	voor de bevruchting
preconceptioneels	=	preconceptioneel
preconceptioneelst	=	preconceptioneel
preconceptioneelste	=	preconceptioneel
preconceptionele	=	preconceptioneel
preconceptioneler	=	preconceptioneel
preconceptionelere	=	preconceptioneel
preconceptionelers	=	preconceptioneel
preconiseerde	=	preconiseren
preconiseren	verb	iets of iemand zeer uitgebreid loven, prijzen
preconiserend	=	preconiseren
precordiaal	adj	vóór het hart
precordiaals	=	precordiaal
precordiale	=	precordiaal
precursor	noun	een voorloper
precursoren	=	precursor
precursors	=	precursor
precursortje	=	precursor
precursortjes	=	precursor
predatie	noun	het vangen, doden en opeten door een organisme, meestal een dier, van een ander dier, het prooidier
predaties	=	predatie
predatietje	=	predatie
predator	noun	dier dat andere dieren vangt en opeet
predatoren	=	predator
predators	=	predator
predatortje	=	predator
predatortjes	=	predator
predestinatie	noun	leerstuk van de goddelijke voorbeschikking van de mens
predestinaties	=	predestinatie
predestineer	=	predestineren
predestineerde	=	predestineren
predestineerden	=	predestineren
predestineert	=	predestineren
predestinere	=	predestineren
predestineren	verb	voorbeschikken
predestinerend	=	predestineren
predestinerende	=	predestineren
predicaat	noun	kenmerkende benaming
predicaatje	=	predicaat
predicaatjes	=	predicaat
predicaatsadjectief	noun	bijvoeglijk naamwoord dat dienst doet als naamwoordelijk deel van het gezegde
predicaatsadjectiefje	=	predicaatsadjectief
predicaatsadjectiefjes	=	predicaatsadjectief
predicaatsadjectieven	=	predicaatsadjectief
predicaatsbepaling	noun	bepaling die iets zegt over het naamwoordelijk deel van het gezegde van een zin én tegelijkertijd hoort bij het werkwoordelijk gezegde
predicaatsbepalingen	=	predicaatsbepaling
predicaatsbepalinkje	=	predicaatsbepaling
predicaatsbepalinkjes	=	predicaatsbepaling
predicaatsnomen	noun	naamwoordelijk deel van het gezegde
predicaatsnomina	=	predicaatsnomen
predicaatssubstantief	noun	zelfstandig naamwoord dat dienst doet als naamwoordelijk deel van het gezegde
predicaatssubstantiefje	=	predicaatssubstantief
predicaatssubstantiefjes	=	predicaatssubstantief
predicaatssubstantieven	=	predicaatssubstantief
predicaatswoord	noun	woord dat als naamwoordelijk deel van het gezegde of als predicaatsbepaling geldt
predicaatswoorden	=	predicaatswoord
predicaatswoordje	=	predicaatswoord
predicaatswoordjes	=	predicaatswoord
predicaten	=	predicaat
predicatenlogica	noun	logica waarin expliciet predicaten voorkomen, waarmee eigenschappen van en relaties tussen verzamelingen objecten worden beschreven
predicatie	noun	toespraak door een voorganger om een bepaald geloof uit te dragen
predicatief	adj	als naamwoordelijk deel van het gezegde
predicatiefs	=	predicatief
predicatiefst	=	predicatief
predicatiefste	=	predicatief
predicaties	=	predicatie
predicatieve	=	predicatief
predicatiever	=	predicatief
predicatievere	=	predicatief
predicatievers	=	predicatief
predicatiën	=	predicatie
prediceer	=	prediceren
prediceerde	=	prediceren
prediceerden	=	prediceren
prediceert	=	prediceren
predicere	=	prediceren
prediceren	verb	voorspellen
predicerend	=	prediceren
predicerende	=	prediceren
predictie	noun	stellige uitspraak over wat in de toekomst gaat gebeuren
predictiemodel	noun	weergave van de werkelijkheid in de vorm van patronen afgeleid uit grote hoeveelheden data uit het verleden, gebruikt om uitspraken over de toekomst te doen
predictiemodellen	=	predictiemodel
predicties	=	predictie
predik	=	prediken
predikaat	=	predicaat
predikant	noun	iemand die gerechtigd is een kerkdienst te leiden in een protestantse kerk
predikant-poëet	noun	dominee die gedichten publiceert
predikant-poëten	=	predikant-poëet
predikanten	=	predikant
predikantenopleiding	noun	een gespecialiseerde academische of hbo-studie die voorbereidt op het ambt van dominee (predikant) binnen een protestantse kerk.
predikantenopleidingen	=	predikantenopleiding
predikantenopleidinkje	=	predikantenopleiding
predikantenopleidinkjes	=	predikantenopleiding
predikantenwoning	noun	woning die zich in veel gevallen dicht bij de kerk bevindt waaraan de predikant aan verbonden is.
predikantenwoningen	=	predikantenwoning
predikantenwoninkje	=	predikantenwoning
predikantenwoninkjes	=	predikantenwoning
predikantje	=	predikant
predikantjes	=	predikant
predikantschap	noun	het predikant zijn; de functie van predikant
predikantschappen	=	predikantschap
predikantsopleiding	noun	een gespecialiseerde academische masteropleiding (WO) die studenten opleidt tot predikant, dominee of geestelijk verzorger binnen een protestantse kerkelijke gezindte.
predikantsopleidingen	=	predikantsopleiding
predikantsopleidinkje	=	predikantsopleiding
predikantsopleidinkjes	=	predikantsopleiding
predikantswoning	noun	woning die zich in veel gevallen dicht bij de kerk bevindt waaraan de predikant aan verbonden is.
predikantswoningen	=	predikantswoning
predikantswoninkje	=	predikantswoning
predikantswoninkjes	=	predikantswoning
predikatie	=	predicatie
predike	=	prediken
prediken	verb	de leer van een geloof verkondigen
predikend	=	prediken
predikende	=	prediken
prediker	noun	een warm voorstander van een zaak die voor die zaak pleit
predikers	=	prediker
predikertje	=	prediker
predikgestoelte	=	preekgestoelte
prediking	noun	het prediken
predikingen	=	prediking
predikinkje	=	prediking
predikinkjes	=	prediking
predikstoel	=	preekstoel
predikt	=	prediken
predikte	=	prediken
predikten	=	prediken
predisponeer	=	predisponeren
predisponeerde	=	predisponeren
predisponeerden	=	predisponeren
predisponeert	=	predisponeren
predisponere	=	predisponeren
predisponeren	verb	voorbestemmen, ontvankelijk of geschikt maken tot
predisponerend	=	predisponeren
predisponerende	=	predisponeren
predispositie	noun	vatbaarheid
predisposities	=	predispositie
prednison	noun	synthetisch steroïd dat men gebruikt als ontstekingsremmer
predomineer	=	predomineren
predomineerde	=	predomineren
predomineerden	=	predomineren
predomineert	=	predomineren
predominere	=	predomineren
predomineren	verb	de overhand hebben
predominerend	=	predomineren
predominerende	=	predomineren
pree	noun	loon dat iemand voor zijn werk ontvangt
preeg	noun	in reliëf gedrukte tekst of afbeelding
preek	noun	een stichtelijk betoog door een geestelijke in een kerkdienst
preekgestoelte	noun	plaats vanwaar een geestelijke een groep gelovigen toespreekt
preekgestoelten	=	preekgestoelte
preekgestoeltes	=	preekgestoelte
preekje	=	preek
preekjes	=	preek
preekstoel	noun	een hoog spreekgestoelte dat vaak in een kerk te vinden is
preekstoelen	=	preekstoel
preekstoeltje	=	preekstoel
preekstoeltjes	=	preekstoel
preekt	=	preken
preekte	=	preken
preekten	=	preken
preektonen	=	preektoon
preektoon	noun	gemaakte, zalvende toon
preektoontje	=	preektoon
preektoontjes	=	preektoon
preekverbod	noun	officiële beperking of verbod opgelegd aan een persoon of groep om te spreken of te prediken in een religieuze of publieke context, vaak als disciplinaire maatregel binnen een kerk (zoals bij Geert Groote in de middeleeuwen) of als een politieke maatregel om bepaalde ideeën te onderdrukken.
preekverboden	=	preekverbod
preekverbodje	=	preekverbod
preekverbodjes	=	preekverbod
preekweek	noun	week waarin men allerlei moralistische lezingen aangeboden krijgt
preekweekje	=	preekweek
preekweekjes	=	preekweek
preekweken	=	preekweek
prees	=	prijzen
preest	=	prijzen
preetje	=	pree
preetjes	=	pree
preeuwen	verb|obsolete	ontfutselen, stelen, stiekem weghalen/wegnemen
pref	noun	verkorting van 'preferente aandelen': een aandeel met bijzondere rechten t.o.v. gewone aandelen
prefab	adj	van tevoren in een standaard formaat gemaakt en vervolgens ter plaatse gemonteerd met andere delen
prefabhuis	noun	een huis dat grotendeels in een fabriek is gemaakt en op de bouwplaats alleen maar hoeft te worden gemonteerd
prefabhuisje	=	prefabhuis
prefabhuisjes	=	prefabhuis
prefabhuizen	=	prefabhuis
prefabricatie	noun	methode van werken waarbij in een fabriek of laboratorium grote delen worden vervaardigd die op de bouwplaats worden samengevoegd
prefabricaties	=	prefabricatie
prefabriceer	=	prefabriceren
prefabriceerde	=	prefabriceren
prefabriceerden	=	prefabriceren
prefabriceert	=	prefabriceren
prefabricere	=	prefabriceren
prefabriceren	verb	in de fabriek zo vervaardigen dat het op de bouwplaats in elkaar kan worden gezet
prefabricerend	=	prefabriceren
prefabricerende	=	prefabriceren
prefabwoning	noun	een woning die in de fabriek al in belangrijke mate is voorgefabriceerd en op de bouwplaats alleen maar in elkaar gezet en afgewerkt hoeft te worden
prefabwoningen	=	prefabwoning
prefabwoninkje	=	prefabwoning
prefabwoninkjes	=	prefabwoning
prefatie	noun	inleiding van het eucharistisch gebed in de Heilige Mis
prefaties	=	prefatie
prefect	noun	bevelhebber, leider, belangrijk ambtenaar bij de Romeinen
prefecten	=	prefect
prefecturen	=	prefectuur
prefectuur	noun	functie van prefect in het oude Rome
prefectuurtje	=	prefectuur
preferabel	adj	voorkeur verdienend
preferabele	=	preferabel
preferabeler	=	preferabel
preferabelere	=	preferabel
preferabelers	=	preferabel
preferabels	=	preferabel
preferabelst	=	preferabel
preferabelste	=	preferabel
prefereer	=	prefereren
prefereerde	=	prefereren
prefereerden	=	prefereren
prefereert	=	prefereren
preferenda	=	preferendum
preferendum	noun	referendum waarin men keuze heeft uit meer dan twee alternatieven
preferendumpje	=	preferendum
preferendumpjes	=	preferendum
preferendums	=	preferendum
preferent	adj	de voorrang hebbend boven andere schuldeisers of aandeelhouders
preferente	=	preferent
preferenter	=	preferent
preferentere	=	preferent
preferenters	=	preferent
preferentie	noun	het hebben van een voorkeur
preferentieel	adj	met voorkeur, met voorrang
preferentieels	=	preferentieel
preferentieelst	=	preferentieel
preferentieelste	=	preferentieel
preferenties	=	preferentie
preferentietje	=	preferentie
preferentiële	=	preferentieel
preferentiëler	=	preferentieel
preferentiëlere	=	preferentieel
preferentiëlers	=	preferentieel
preferents	=	preferent
preferentst	=	preferent
preferentste	=	preferent
preferere	=	prefereren
prefereren	verb	de voorkeur geven aan
prefererend	=	prefereren
prefererende	=	prefereren
prefigeer	=	prefigeren
prefigeerde	=	prefigeren
prefigeerden	=	prefigeren
prefigeert	=	prefigeren
prefigere	=	prefigeren
prefigeren	verb	van een prefix voorzien
prefigerend	=	prefigeren
prefigerende	=	prefigeren
prefix	noun	een gebonden morfeem dat voor een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen
prefixe	=	prefix
prefixen	=	prefix
prefixje	=	prefix
prefixjes	=	prefix
preformateur	noun	iemand die het werk van de informateur voortzet en het werk van de formateur voorbereidt om een coalitieregering te vormen
preformateurs	=	preformateur
prefs	=	pref
pregen	=	preeg
preglaciaal	noun	tijdperk (kort) voor de ijstijd	adj	van kort voor de ijstijd en van kort voor het front van het landijs
preglaciaals	=	preglaciaal
preglaciaalst	=	preglaciaal
preglaciaalste	=	preglaciaal
preglaciale	=	preglaciaal
preglacialen	=	preglaciaal
preglacialer	=	preglaciaal
preglacialere	=	preglaciaal
preglacialers	=	preglaciaal
pregnant	adj	kernachtig
pregnante	=	pregnant
pregnanter	=	pregnant
pregnantere	=	pregnant
pregnanters	=	pregnant
pregnantie	noun	stijlfiguur waarbij naar een concrete realiteit wordt verwezen door alleen de context ervan woordelijk te benoemen
pregnants	=	pregnant
pregnantst	=	pregnant
pregnantste	=	pregnant
prehistorie	noun	voorhistorische periode, de tijd waaruit totaal geen geschreven documenten zijn overgeleverd
prehistorisch	adj	van, behorend tot, m.b.t. de prehistorie
prehistorische	=	prehistorisch
prehistorischer	=	prehistorisch
prehistorischere	=	prehistorisch
prehistorischers	=	prehistorisch
prei	noun	bepaald soort plant Allium porrum
preien	=	prei
preimot	noun	Acrolepiopsis assectella een vlinder uit de familie van de koolmotten (Plutellidae).
preimotje	=	preimot
preimotjes	=	preimot
preimotten	=	preimot
preiskoro	noun	school voor kinderen die jonger zijn dan 6 jaar
preiskoro's	=	preiskoro
preitje	=	prei
preitjes	=	prei
preke	=	preken
preken	verb	een preek houden
prekend	=	preken
prekende	=	preken
preker	noun	iemand die preekt
prekerig	adj	van een manier van spreken dat die lijkt op het houden van een vermaning of preek door een godsdienstleraar of geestelijke
prekerige	=	prekerig
prekeriger	=	prekerig
prekerigere	=	prekerig
prekerigers	=	prekerig
prekerigs	=	prekerig
prekerigst	=	prekerig
prekerigste	=	prekerig
prekers	=	preker
prekertje	=	preker
prekertjes	=	preker
preklinisch	adj	voor de ziekte merkbaar wordt
preklinische	=	preklinisch
preklinischer	=	preklinisch
preklinischere	=	preklinisch
preklinischers	=	preklinisch
prekwalificatie	noun	in een aanbestedingsprocedure, ter selectie van die bedrijven die in aanmerking komen voor een aanbesteding
prekwalificaties	=	prekwalificatie
prela	noun|informal	pre-relatie, een overgangsfase tussen daten en een vaste relatie
prela's	=	prela
prelaat	noun	kerkvorst, kerkvoogd
prelaatje	=	prelaat
prelaatjes	=	prelaat
prelaten	=	prelaat
prelatie	noun	toestand waarin twee mensen die op elkaar gesteld zijn al veel met elkaar optrekken, maar nog geen paar vormen
prelaties	=	prelatie
prelaturen	=	prelatuur
prelatuur	noun	eenheid in de katholieke kerk met een kerkvorst (zoals bijvoorbeeld een bisschop) aan het hoofd
preliminair	adj	als voorbereiding bedoeld of vereist
preliminairder	=	preliminair
preliminairdere	=	preliminair
preliminairders	=	preliminair
preliminaire	=	preliminair
preliminairen	noun	handelingen die nodig zijn om een activiteit mogelijk te maken
preliminairs	=	preliminair
preliminairst	=	preliminair
preliminairste	=	preliminair
preload	noun	voorbelasting
preloved	adj	van iets dat het eerder door iemand anders met liefde gekocht en gebruikt is
preloveds	=	preloved
prelude	noun	een muzikale introductie tot een muziekstuk
preludeer	=	preluderen
preludeerde	=	preluderen
preludeerden	=	preluderen
preludeert	=	preluderen
preludere	=	preluderen
preluderen	verb	zinspelen op wat komen gaat, vooruitlopen
preluderend	=	preluderen
preluderende	=	preluderen
preludes	=	prelude
preludetje	=	prelude
preludetjes	=	prelude
preludia	=	preludium
preludium	noun	een fantasiestuk of een muzikale introductie tot een muziekstuk bijv. een fuga
preludiumpje	=	preludium
preludiumpjes	=	preludium
preludiums	=	preludium
premature	=	prematuur
prematuur	adj	voorbarig
prematuurder	=	prematuur
prematuurdere	=	prematuur
prematuurders	=	prematuur
prematuurs	=	prematuur
prematuurst	=	prematuur
prematuurste	=	prematuur
premedicatie	noun	toediening van geneesmiddelen ter voorbereiding van de patiënt op een behandeling
premedicaties	=	premedicatie
premeditatie	noun	voorafgaand overleg, (voorbedachte rade)
premeditaties	=	premeditatie
premenstrueel	adj	vóór de maandstonden (maadelijkse bloeding) bij de vrouw
premenstrueels	=	premenstrueel
premenstrueelst	=	premenstrueel
premenstrueelste	=	premenstrueel
premenstruele	=	premenstrueel
premenstrueler	=	premenstrueel
premenstruelere	=	premenstrueel
premenstruelers	=	premenstrueel
premetro	noun	een ondergrondse trambaan die later omgebouwd kan worden tot een metro
premetro's	=	premetro
premie	noun	de betaling aan een verzekeringsmaatschappij als tegenprestatie voor het aanhouden van een verzekering
premiebeschikking	noun	een officiële brief of besluit van de Belastingdienst waarin staat hoeveel premie u moet betalen voor werknemersverzekeringen.
premiebeschikkingen	=	premiebeschikking
premiebeschikkinkje	=	premiebeschikking
premiebeschikkinkjes	=	premiebeschikking
premiebetalend	adj	van iemand dat deze op een specifiek moment (periodiek of eenmalig) premie betaalt voor een verzekering of pensioenregeling
premiebetalende	=	premiebetalend
premiebetalender	=	premiebetalend
premiebetalendere	=	premiebetalend
premiebetalenders	=	premiebetalend
premiebetalends	=	premiebetalend
premiebetalendst	=	premiebetalend
premiebetalendste	=	premiebetalend
premiebouw	noun	het bouwen van premiewoningen
premiedifferentiatie	noun	de hoogte van een verzekeringspremie laten afhangen van het risico dat de verzekerde loopt
premiedifferentiaties	=	premiedifferentiatie
premieheffing	noun	het inhouden en afdragen van verplichte bijdragen voor sociale verzekeringen over het loon of inkomen.
premieheffingen	=	premieheffing
premieheffinkje	=	premieheffing
premieheffinkjes	=	premieheffing
premiejager	noun	iemand die op mensen jaagt die door de politie gezocht worden en waarvoor een beloning is uitgeschreven
premiejagers	=	premiejager
premiejagertje	=	premiejager
premiekoopwoning	noun	een koopwoning die (meestal in een nieuwbouwproject) werd gebouwd met financiële steun van de overheid.
premiekoopwoningen	=	premiekoopwoning
premiekoopwoninkje	=	premiekoopwoning
premiekoopwoninkjes	=	premiekoopwoning
premiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor een verzekering
premiekosten	noun	geld dat men moet betalen voor een verzekering
premier	noun	de minister die het kabinet aanvoert
premierbonus	noun	het verschijnsel dat een partij bij parlementsverkiezingen zetels te danken heeft aan het feit dat de zittende premier lijsttrekker van die partij is
premierbonusje	=	premierbonus
premierbonusjes	=	premierbonus
premierbonussen	=	premierbonus
premieregeling	noun	regeling hoe personeelsleden bonussen en premies krijgen bij het leveren van uitzonderlijk goede prestaties
premieregelingen	=	premieregeling
premieregelingetje	=	premieregeling
premieregelingetjes	=	premieregeling
premiernorm	noun	salarisnorm voor hoge ambtenaren en bestuurders die eruit bestaat dat ze niet meer dan de premier mogen verdienen
premiernormen	=	premiernorm
premiers	=	premier
premiersbonus	=	premierbonus
premierschap	noun	hoedanigheid van eerste minister, periode dat iemand eerste minister is
premierschapje	=	premierschap
premierschapjes	=	premierschap
premierschappen	=	premierschap
premierskandidaat	noun	iemand die in aanmerking komt voor de functie van premier
premierskandidaten	=	premierskandidaat
premiertje	=	premier
premiertjes	=	premier
premies	=	premie
premiespaarplan	noun	manier van sparen die na een aantal jaren ook een premie oplevert
premiespaarplannen	=	premiespaarplan
premiespaarplannetje	=	premiespaarplan
premiespaarplannetjes	=	premiespaarplan
premiestijging	noun	het duurder worden van een verzekering
premiestijgingen	=	premiestijging
premiestijginkje	=	premiestijging
premiestijginkjes	=	premiestijging
premietje	=	premie
premietjes	=	premie
premieverhoging	noun	de stijging van het periodieke bedrag dat u betaalt voor een verzekering (zoals een auto- of zorgverzekering) of pensioen.
premieverhogingen	=	premieverhoging
premieverhoginkje	=	premieverhoging
premieverhoginkjes	=	premieverhoging
premieverlaging	noun	vermindering van het bedrag dat je periodiek (maandelijks of jaarlijks) betaalt voor een verzekering of pensioenregeling.
premieverlagingen	=	premieverlaging
premieverlaginkje	=	premieverlaging
premieverlaginkjes	=	premieverlaging
premieverschil	noun	ongelijkheid in de kosten die verzekerden voor een verzekering moeten betalen
premieverschillen	=	premieverschil
premiewoning	noun	een koopwoning die (meestal in een nieuwbouwproject) werd gebouwd met financiële steun van de overheid.
premiewoningen	=	premiewoning
premiewoninkje	=	premiewoning
premiewoninkjes	=	premiewoning
premisse	noun	het voorafgaande, de voorafgaande stelling
premissen	=	premisse
premium	noun	cadeau voor klanten als middel voor marketing (meestal van weinig waarde)
premiums	=	premium
première	noun	de eerste vaak feestelijke vertoning van een film, toneelstuk of een andere vorm van entertainment
premières	=	première
premièretje	=	première
premièrevoorstelling	noun	de eerste vaak feestelijke vertoning van een film, toneelstuk of een andere vorm van entertainment
premièrevoorstellingen	=	premièrevoorstelling
premodern	adj	wat past bij een oude tijd; wat past bij de tijd voor de verlichting
premoderne	=	premodern
premoderner	=	premodern
premodernere	=	premodern
premoderners	=	premodern
premoderns	=	premodern
premodernst	=	premodern
premodernste	=	premodern
premolaar	noun	kies met twee knobbels
premolaren	=	premolaar
premonstratenzer	noun	norbertijn	adj	behorend tot, eigen aan de premonstratenzers
premonstratenzers	=	premonstratenzer
premortaal	adj	voor de dood plaatsvindend
premortaals	=	premortaal
premortale	=	premortaal
prenataal	adj	betrekking hebbend op de tijd vóór de geboorte	adv	vóór de geboorte
prenataals	=	prenataal
prenataalst	=	prenataal
prenataalste	=	prenataal
prenatale	=	prenataal
prenataler	=	prenataal
prenatalere	=	prenataal
prenatalers	=	prenataal
preneolithicum	noun	aanduiding voor de tijd voor de overgang naar landbouw en het gebruik van gepolijste stenen, waar vanaf 11.000 v.Chr. voorbeelden van zijn
preneolithisch	adj	betreft de periode (Paleolithicum/Mesolithicum) waarin mensen leefden als jager-verzamelaars, vóór de overgang naar landbouw en permanente nederzettingen.
preneolithische	=	preneolithisch
preneolithischer	=	preneolithisch
preneolithischere	=	preneolithisch
preneolithischers	=	preneolithisch
prengelaar	noun	iemand die altijd probeert af te pingelen
prengelaars	=	prengelaar
prengelaartje	=	prengelaar
prengelaartjes	=	prengelaar
prent	noun	gedrukte afbeelding
prentbriefkaart	noun	briefkaart waarbij aan één kant een foto of tekening staat en aan de andere zijde tekst en adres geschreven kan worden
prentbriefkaarten	=	prentbriefkaart
prentbriefkaartje	=	prentbriefkaart
prentbriefkaartjes	=	prentbriefkaart
prente	=	prenten
prenten	verb	drukken (op een drukpers), printen
prentenboek	noun	Een boek met tekeningen, meestal voor kleine kinderen.
prentenboeken	=	prentenboek
prentenboekje	=	prentenboek
prentenboekjes	=	prentenboek
prentend	=	prenten
prentende	=	prenten
prenterig	adj	al te precies geschilderd
prenterige	=	prenterig
prenteriger	=	prenterig
prenterigere	=	prenterig
prenterigers	=	prenterig
prenterigs	=	prenterig
prenterigst	=	prenterig
prenterigste	=	prenterig
prentje	=	prent
prentjes	=	prent
prentkunst	noun	verzamelterm voor afbeeldingen, al of niet met bijschrift, die als zelfstandige uiting met een drukpers zijn vermenigvuldigd
prentkunsten	=	prentkunst
prentte	=	prenten
prentten	=	prenten
prenumereerde	=	prenumereren
prenumereren	verb	vooruitbetalen
prenuptiaal	adj	aan het huwelijk voorafgaand
prenuptiaals	=	prenuptiaal
prenuptiaalst	=	prenuptiaal
prenuptiaalste	=	prenuptiaal
prenuptiale	=	prenuptiaal
prenuptialer	=	prenuptiaal
prenuptialere	=	prenuptiaal
prenuptialers	=	prenuptiaal
preoccupatie	noun	datgene waar de geest een bovenmatige belangstelling voor heeft
preoccupaties	=	preoccupatie
preoccupeer	=	preoccuperen
preoccupeerde	=	preoccuperen
preoccupeerden	=	preoccuperen
preoccupeert	=	preoccuperen
preoccupere	=	preoccuperen
preoccuperen	verb	zich heel erg sterk met één onderwerp bezighouden
preoccuperend	=	preoccuperen
preoccuperende	=	preoccuperen
preolympisch	adj	betreft evenementen, kwalificatiewedstrijden of trainingsfasen die plaatsvinden in de periode direct voorafgaand aan de Spelen
preolympische	=	preolympisch
preolympischer	=	preolympisch
preolympischere	=	preolympisch
preolympischers	=	preolympisch
preoperatief	adj	voor de operatie
preoperatiefs	=	preoperatief
preoperatiefst	=	preoperatief
preoperatiefste	=	preoperatief
preoperatieve	=	preoperatief
preoperatiever	=	preoperatief
preoperatievere	=	preoperatief
preoperatievers	=	preoperatief
prepaid	adj	diensten waarvoor vooraf is betaald en pas later worden afgenomen of geleverd, komt vooral voor bij het gebruik van mobiele telefoon
prepaids	=	prepaid
preparaat	noun	bereiding van chemische stof, geneesmiddel etc.
preparaatje	=	preparaat
preparaatjes	=	preparaat
preparaten	=	preparaat
preparateur	noun	iemand die dieren opzet of die anatomische en andere preparaten maakt
preparateurs	=	preparateur
preparateurtje	=	preparateur
preparateurtjes	=	preparateur
preparatie	noun|formal	voorbereiding
preparaties	=	preparatie
prepareer	=	prepareren
prepareerde	=	prepareren
prepareerden	=	prepareren
prepareermicroscoop	noun	binoculair microscoop, dat een stereoscopisch beeld geeft, speciaal ingericht voor gebruik bij het ontleden van kleine objecten
prepareermicroscopen	=	prepareermicroscoop
prepareert	=	prepareren
preparere	=	prepareren
prepareren	verb	in gereedheid brengen, voorbereiden
preparerend	=	prepareren
preparerende	=	prepareren
preparty	noun	feestelijke bijeenkomst voorafgaand aan een evenement bestemd voor deelnemers aan dat evenement
preparty's	=	preparty
preparé	noun	fijn gemalen rauw mager rundvlees dat met kruiden en andere toevoegingen tot een smeuïg geheel is gemaakt, wordt als gerecht of als broodbeleg gegeten
prepensioen	noun	een uitkering totdat het reguliere pensioen begint
prepensioenen	=	prepensioen
preponderant	adj	overwegend, doorslaggevend
preponderante	=	preponderant
preponderanter	=	preponderant
preponderantere	=	preponderant
preponderantie	noun	overwicht
preponderanties	=	preponderantie
preponderantst	=	preponderant
preponderantste	=	preponderant
prepositie	noun	voorzetsel, kastwoord
prepositief	noun	een naamval die enkel na een voorzetsel voorkomt in talen als Russisch en Pasjtoe
prepositiefje	=	prepositief
prepositiefjes	=	prepositief
preposities	=	prepositie
prepositietje	=	prepositie
prepositietjes	=	prepositie
prepositieven	=	prepositief
prepositionalis	noun	een naamval die alleen achter een voorzetsel voorkomt
prepositioneel	adj	als voorzetsel
prepositioneels	=	prepositioneel
prepositioneelst	=	prepositioneel
prepositioneelste	=	prepositioneel
prepositionele	=	prepositioneel
prepositioneler	=	prepositioneel
prepositionelere	=	prepositioneel
prepositionelers	=	prepositioneel
prepper	noun	iemand die zich voorbereid (met name op het einde der tijden)
preppers	=	prepper
prepress	noun	voorbereidende werkzaamheden voordat men een drukwerk daadwerkelijk kan afdrukken
preprint	noun	publicatie die men kan inzien voordat het op papier uitgegeven is
preprinten	=	preprint
preprintje	=	preprint
preprintjes	=	preprint
prepuberteit	noun	de leeftijdsfase vlak voor de puberteit
prepuberteiten	=	prepuberteit
preputium	noun	voorhuid van penis
prequel	noun	aflevering van een serie die laat zien wat aan de serie vooraf ging; voorgaande geschiedenis
prequels	=	prequel
prerogatief	noun	voorrecht
prerogatieven	=	prerogatief
pres	=	pressen
presbyopie	noun	toenemende verzwakking van het accommodatievermogen van de ogen bij het klimmen van de jaren
presbyter	noun	priester (in de oude christelijke gemeenten)
presbyteriaan	noun	aanhanger van de Engelse en Schotse variant van het Calvinisme
presbyterianen	=	presbyteriaan
presbyters	=	presbyter
prescriptie	noun	voorschrift, recept
prescriptief	adj	van de aard van een voorschrift, voorschrijvend
prescriptiefs	=	prescriptief
prescriptiefst	=	prescriptief
prescriptiefste	=	prescriptief
prescripties	=	prescriptie
prescriptieve	=	prescriptief
prescriptiever	=	prescriptief
prescriptievere	=	prescriptief
prescriptievers	=	prescriptief
preselectie	noun	voorselectie
preselecties	=	preselectie
presenning	noun	dekzeil, gewoonlijk van geteerd zeildoek vervaardigd
presenningen	=	presenning
presenninkje	=	presenning
presenninkjes	=	presenning
presens	noun	de onvoltooid tegenwoordige tijd
present	noun	geschenk, cadeau	adj	aanwezig
presentabel	adj	dat iets of iemand er zo goed uitziet dat hij in het openbaar getoond kan worden
presentabele	=	presentabel
presentabeler	=	presentabel
presentabelere	=	presentabel
presentabelers	=	presentabel
presentabels	=	presentabel
presentabelst	=	presentabel
presentabelste	=	presentabel
presentatie	noun	het presenteren (aanbieden) van iets, voordracht
presentatielaag	noun	de zesde laag in het OSI-model, bepaalt het formaat dat moet worden toegepast om data uit te wisselen
presentatielaagje	=	presentatielaag
presentatielaagjes	=	presentatielaag
presentatielagen	=	presentatielaag
presentaties	=	presentatie
presentatiesoftware	noun	computersoftware die specifiek is geschreven voor het maken van presentaties
presentatietje	=	presentatie
presentatietjes	=	presentatie
presentator	noun	iemand die een tv-programma, een forumdiscussie e.d. presenteert
presentatoren	=	presentator
presentators	=	presentator
presentatortje	=	presentator
presentatrice	=	presentator
presente	=	present
presenteer	=	presenteren
presenteerbaar	adj	dat iets geschikt is om via een presentatie publiek te maken
presenteerbaarder	=	presenteerbaar
presenteerbaardere	=	presenteerbaar
presenteerbaarders	=	presenteerbaar
presenteerbaars	=	presenteerbaar
presenteerbaarst	=	presenteerbaar
presenteerbaarste	=	presenteerbaar
presenteerbare	=	presenteerbaar
presenteerblaadje	=	presenteerblad
presenteerblaadjes	=	presenteerblad
presenteerblad	noun	een blad waarop meerdere kopjes of glazen kunnen staan om ze aan gasten te kunnen aanbieden
presenteerbladen	=	presenteerblad
presenteerde	=	presenteren
presenteerden	=	presenteren
presenteeren	=	presenteren
presenteert	=	presenteren
presenten	=	present
presenter	=	present
presentere	=	present
presenteren	verb	op een goed voorbereide wijze aanbieden aan anderen
presenterend	=	presenteren
presenterende	=	presenteren
presenters	=	present
presentexemplaar	noun	iets van een uitgave dat iemand cadeau geeft
presentexemplaren	=	presentexemplaar
presentia	=	presens
presentie	noun	aanwezig zijn van iets op een bepaalde plaats
presentielijst	noun	lijst waarop staat staat wie tijdens een bepaalde activiteit aanwezig was
presentielijsten	=	presentielijst
presentielijstje	=	presentielijst
presentielijstjes	=	presentielijst
presenties	=	presentie
presentje	noun	een klein cadeau
presentjes	=	presentje
presents	=	present
presentst	=	present
presentste	=	present
preservatie	noun	bewaring, behoud (met name van levend materiaal voor transplantaties of kunstmatige inseminatie)
preservatief	noun	voorbehoedmiddel	adj	voorbehoedend
preservatiefje	=	preservatief
preservatiefjes	=	preservatief
preservatiefs	=	preservatief
preservatiefst	=	preservatief
preservatiefste	=	preservatief
preservaties	=	preservatie
preservatietje	=	preservatie
preservatietjes	=	preservatie
preservatieve	=	preservatief
preservatieven	=	preservatief
preservatiever	=	preservatief
preservatievere	=	preservatief
preservatievers	=	preservatief
preserveer	=	preserveren
preserveerde	=	preserveren
preserveerden	=	preserveren
preserveert	=	preserveren
preservere	=	preserveren
preserveren	verb	beschermen tegen aantasting
preserverend	=	preserveren
preserverende	=	preserveren
preses	noun	voorzitter van een vereniging (vaak van een studentenvereniging of bij kerkelijke vergaderingen)
presessen	=	preses
presideer	=	presideren
presideerde	=	presideren
presideerden	=	presideren
presideert	=	presideren
president	noun	het staatshoofd van een republiek
president-commissaris	noun	voorzitter van de raad van commissarissen van een vennootschap
president-commissarissen	=	president-commissaris
president-directeur	noun	de hoogste directeur binnen een organisatie die ook leiding geeft aan de andere directeuren
president-directeuren	=	president-directeur
president-directeurs	=	president-directeur
presidente	noun	vrouw die de functie of rol van voorzitter vervuld
presidenten	=	president
presidenten-commissarissen	=	president-commissaris
presidenten-directeuren	=	president-directeur
presidenten-directeurs	=	president-directeur
presidentes	=	presidente
presidentieel	adj	betrekking hebbend op de president
presidentieels	=	presidentieel
presidentieelst	=	presidentieel
presidentieelste	=	presidentieel
presidentiële	=	presidentieel
presidentiëler	=	presidentieel
presidentiëlere	=	presidentieel
presidentiëlers	=	presidentieel
presidentje	=	president
presidentjes	=	president
presidentschap	noun	ambt, waardigheid van president
presidentschappen	=	presidentschap
presidentskandidaat	noun	iemand die zich verkiesbaar heeft gesteld voor de functie van president tijdens presidentsverkiezingen.
presidentskandidaatje	=	presidentskandidaat
presidentskandidaatjes	=	presidentskandidaat
presidentskandidaten	=	presidentskandidaat
presidentsperiode	noun	tijdperk dat iemand president is; tijdperk dat een president aan de macht is
presidentsperioden	=	presidentsperiode
presidentsperiodes	=	presidentsperiode
presidentsverkiezing	noun	de verkiezing van een president
presidentsverkiezingen	=	presidentsverkiezing
presidentsverkiezinkje	=	presidentsverkiezing
presidentsverkiezinkjes	=	presidentsverkiezing
presidentswisseling	noun	de formele overdracht van de uitvoerende macht van de ene president naar de andere in een presidentieel stelsel, zoals de Verenigde Staten
presidentswisselingen	=	presidentswisseling
presidentswisselingetje	=	presidentswisseling
presidentswisselingetjes	=	presidentswisseling
presidere	=	presideren
presideren	verb	het beoefenen van de functie van voorzitter
presiderend	=	presideren
presiderende	=	presideren
presides	=	preses
presidia	=	presidium
presidiaal	adj	van of met betrekking tot een voorzitter
presidiaals	=	presidiaal
presidiaalst	=	presidiaal
presidiaalste	=	presidiaal
presidiale	=	presidiaal
presidialer	=	presidiaal
presidialere	=	presidiaal
presidialers	=	presidiaal
presidium	noun	het bestuur van een vereniging (vooral van studentenverenigingen en politieke organisaties)
presidiums	=	presidium
preskop	noun	hoofdkaas
preskoppen	=	preskop
pressant	adj	van iets dat het met de grootste spoed moet worden gedaan
pressante	=	pressant
pressanter	=	pressant
pressantere	=	pressant
pressanters	=	pressant
pressants	=	pressant
pressantst	=	pressant
pressantste	=	pressant
presse	=	pressen
presse-papier	noun	vaak fraai gevormd, zwaar voorwerp dat men boven op een stapel losse papieren kan leggen zodat de papieren niet kunnen wegwaaien
presse-papiers	=	presse-papier
presse-papiertje	=	presse-papier
presse-papiertjes	=	presse-papier
presseer	=	presseren
presseerde	=	presseren
presseerden	=	presseren
presseert	=	presseren
pressen	verb	met kracht samendrukken
pressend	=	pressen
pressende	=	pressen
pressere	=	presseren
presseren	verb	dwingen tot grote spoed
presserend	=	presseren
presserende	=	presseren
pressie	noun	morele druk
pressiegroep	noun	groep van mensen of organisaties die het overheidsbeleid in een bepaalde richting willen sturen
pressiegroepen	=	pressiegroep
pressiegroepje	=	pressiegroep
pressiegroepjes	=	pressiegroep
pressiemiddel	noun	iets wat men gebruikt om anderen ergens toe te dwingen
pressiemiddelen	=	pressiemiddel
pressies	=	pressie
pressing	noun	aanhoudende aanval om tegenstanders onder druk te zetten
pressingen	=	pressing
prest	=	pressen
prestant	noun	het hoofdregister van een orgel opgesteld in het front
prestanten	=	prestant
prestantje	=	prestant
prestantjes	=	prestant
prestatie	noun	resultaat van een actie (die vaak met enige moeite gepaard gaat)
prestatie-indicator	noun	factor die aangeeft hoe goed of hoe slecht de kwaliteit van iets is
prestatie-indicatoren	=	prestatie-indicator
prestatie-indicators	=	prestatie-indicator
prestatiebekostiging	noun	een financieringssysteem waarbij een zorgaanbieder of instelling een vergoeding ontvangt op basis van geleverde prestaties in plaats van vergoedingen voor gemaakte kosten of gewerkte uren.
prestatiebekostigingen	=	prestatiebekostiging
prestatiebekostigingetje	=	prestatiebekostiging
prestatiebekostigingetjes	=	prestatiebekostiging
prestatiebevorderend	adj	van iets (middel, methode of actie) dat het de fysieke of cognitieve prestaties verbetert, vaak gebruikt in de context van sport, werk of studie
prestatiebevorderende	=	prestatiebevorderend
prestatiebevorderender	=	prestatiebevorderend
prestatiebevorderendere	=	prestatiebevorderend
prestatiebevorderenders	=	prestatiebevorderend
prestatiebevorderends	=	prestatiebevorderend
prestatiebevorderendst	=	prestatiebevorderend
prestatiebevorderendste	=	prestatiebevorderend
prestatiebonus	noun	bonus die iemand krijgt vanwege een goede prestatie
prestatiebonusje	=	prestatiebonus
prestatiebonusjes	=	prestatiebonus
prestatiebonussen	=	prestatiebonus
prestatiedruk	noun	druk of noodzaak, al dan niet van buiten opgelegd, om te moeten presteren
prestatiegericht	adj	louter en alleen de bedoeling hebbend om een bepaald doel te bereiken
prestatiegerichte	=	prestatiegericht
prestatiegerichter	=	prestatiegericht
prestatiegerichtere	=	prestatiegericht
prestatiegerichters	=	prestatiegericht
prestatiegerichts	=	prestatiegericht
prestatiegerichtst	=	prestatiegericht
prestatiegerichtste	=	prestatiegericht
prestatielonen	=	prestatieloon
prestatieloon	noun	een salaris waarvan de hoogte afhangt van de hoeveelheid en de kwaliteit van de gemaakte producten
prestatiemaatschappij	noun	een samenleving waarin mensen worden beoordeeld op basis van wat ze verrichten
prestatiemaatschappijen	=	prestatiemaatschappij
prestatiemaatschappijtje	=	prestatiemaatschappij
prestatiemaatschappijtjes	=	prestatiemaatschappij
prestatiemotivatie	noun	is de behoefte om te ervaren of te laten zien een uitdaging tot een goed einde te kunnen brengen
prestatiemotivaties	=	prestatiemotivatie
prestaties	=	prestatie
prestatiesport	noun	sport waarbij lichamelijke prestaties moeten worden geleverd
prestatiesporten	=	prestatiesport
prestatietest	noun	onderzoek naar de feitelijk bereikbare resultaten bij het gebruik van een bepaald apparaat
prestatietesten	=	prestatietest
prestatietests	=	prestatietest
prestatietje	=	prestatie
prestatietjes	=	prestatie
prestatieverhogend	adj	van iets – zoals een middel, methode of handeling – dat zorgt voor een verbetering van de fysieke of cognitieve prestaties
prestatieverhogende	=	prestatieverhogend
prestatieverhogender	=	prestatieverhogend
prestatieverhogendere	=	prestatieverhogend
prestatieverhogenders	=	prestatieverhogend
prestatieverhogends	=	prestatieverhogend
prestatieverhogendst	=	prestatieverhogend
prestatieverhogendste	=	prestatieverhogend
preste	=	pressen
prestedelijk	adj	betreffende de tijd dat er nog geen stad was
prestedelijke	=	prestedelijk
prestedelijker	=	prestedelijk
prestedelijkere	=	prestedelijk
prestedelijkers	=	prestedelijk
prestedelijks	=	prestedelijk
prestedelijkst	=	prestedelijk
prestedelijkste	=	prestedelijk
presteer	=	presteren
presteerde	=	presteren
presteerden	=	presteren
presteerder	noun	iemand die iets presteert
presteerders	=	presteerder
presteerdertje	=	presteerder
presteerdertjes	=	presteerder
presteert	=	presteren
presten	=	pressen
prestere	=	presteren
presteren	verb	iets ~: een overtuigende sociale bijdrage leveren
presterend	=	presteren
presterende	=	presteren
prestidigitateur	noun	iemand die goochelt, een goochelaar
prestidigitateurs	=	prestidigitateur
prestidigitateurtje	=	prestidigitateur
prestidigitateurtjes	=	prestidigitateur
prestige	noun	een goede naam op grond van echte prestaties en capaciteiten
prestigeduel	noun	wedstrijd waarbij het aanzien van iets of iemand op het spel staat
prestigeduellen	=	prestigeduel
prestigeduelletje	=	prestigeduel
prestigeduelletjes	=	prestigeduel
prestigeduels	=	prestigeduel
prestigekwestie	noun	zaak waar iemands prestige in het geding is
prestigekwesties	=	prestigekwestie
prestigekwestietje	=	prestigekwestie
prestigekwestietjes	=	prestigekwestie
prestigeobject	noun	iets dat als belangrijkste functie heeft dat het veel aanzien oplevert
prestigeobjecten	=	prestigeobject
prestiges	=	prestige
prestigeslag	noun	een gevecht waarbij het eigenlijk alleen maar gaat om de goede naam en het aanzien van de deelnemende partijen
prestigeslagen	=	prestigeslag
prestigestrijd	noun	wedijver of ruzie die vooral wordt ingegeven door de behoefte indruk te maken op anderen
prestigestrijden	=	prestigestrijd
prestigetje	=	prestige
prestigetjes	=	prestige
prestigieus	adj	met veel prestige, met veel aanzien, iets waar veel mensen bewondering en respect voor hebben
prestigieust	=	prestigieus
prestigieuste	=	prestigieus
prestigieuze	=	prestigieus
prestigieuzer	=	prestigieus
prestigieuzere	=	prestigieus
prestigieuzers	=	prestigieus
prestissimo	adv	zeer snel
presto	noun	gedeelte van een muziekstuk dat snel moet worden gespeeld	adv	snel gespeeld (in een hoger tempo dan allegro)
presto's	=	presto
prestootje	=	presto
prestootjes	=	presto
prestrategisch	adj	betreft de fase waarin kansen, risico's en uitgangspunten worden verkend, geanalyseerd en verkend, voordat er een formeel langetermijnplan of strategische keuze wordt vastgelegd.
prestrategische	=	prestrategisch
prestrategischer	=	prestrategisch
prestrategischere	=	prestrategisch
prestrategischers	=	prestrategisch
presumeer	=	presumeren
presumeerde	=	presumeren
presumeerden	=	presumeren
presumeert	=	presumeren
presumere	=	presumeren
presumeren	verb	op voorhand aannemen, als verwachting hebben
presumerend	=	presumeren
presumerende	=	presumeren
presumptie	noun	vermoeden, veronderstelling
presumptief	adj	vermoedelijk
presumptiefs	=	presumptief
presumptiefst	=	presumptief
presumptiefste	=	presumptief
presumpties	=	presumptie
presumptieve	=	presumptief
presumptiever	=	presumptief
presumptievere	=	presumptief
presumptievers	=	presumptief
presuppositie	noun	iets dat men vooraf als mogelijk of vaststaand aanneemt, een vooronderstelling
presupposities	=	presuppositie
presynaptisch	adj	voor de synaps, d.i. de spleet tussen twee zenuwcellen, liggend
presynaptische	=	presynaptisch
pret	noun	een genoeglijke en vrolijke ervaring
pretbederver	noun	iets dat of iemand die de pret bederft
pretbedervers	=	pretbederver
pretculturen	=	pretcultuur
pretcultuur	noun	cultuur waarin alles om pret en vermaak draait
preteaching	noun	manier van lesgeven waarin leerlingen veel voorbereidende activiteiten verrichten buiten de klas
pretecho	noun	echografie bij een zwangerschap zonder medische noodzaak bijvoorbeeld voor het fotoalbum voor later
pretecho's	=	pretecho
pretechootje	=	pretecho
pretechootjes	=	pretecho
pretendeer	=	pretenderen
pretendeerde	=	pretenderen
pretendeerden	=	pretenderen
pretendeert	=	pretenderen
pretendent	noun	iemand die ergens aanspraak op maakt, vaak op een (koninklijke) titel of rang
pretendenten	=	pretendent
pretendere	=	pretenderen
pretenderen	verb	doen alsof je iets weet, kunt of bent terwijl dat misschien niet het geval is
pretenderend	=	pretenderen
pretenderende	=	pretenderen
pretens	adj	beweerd, waarop men aanspraken beweert te hebben
pretense	=	pretens
pretentie	noun	aanspraak, claim, eis
pretentieloos	adj	zonder pretenties, eenvoudig
pretentieloosheden	=	pretentieloosheid
pretentieloosheid	noun	het pretentieloos zijn
pretentieloost	=	pretentieloos
pretentielooste	=	pretentieloos
pretentieloze	=	pretentieloos
pretentielozer	=	pretentieloos
pretentielozere	=	pretentieloos
pretentielozers	=	pretentieloos
pretenties	=	pretentie
pretentieus	adj	verwaand, met veel pretenties
pretentieust	=	pretentieus
pretentieuste	=	pretentieus
pretentieuze	=	pretentieus
pretentieuzer	=	pretentieus
pretentieuzere	=	pretentieus
pretentieuzers	=	pretentieus
preterita	=	preteritum
preteritum	noun	verleden tijd
preteritums	=	preteritum
pretext	noun	voorwendsel
pretexten	=	pretext
pretje	=	pret
pretjes	=	pret
pretlichtje	noun	een glimmende spiegeling in het oog van iemand die plezier heeft
pretlichtjes	=	pretlichtje
pretmaakster	noun	vrouw die graag plezier maakt
pretmaaksters	=	pretmaakster
pretmaker	noun	iemand die veel plezier maakt
pretmakers	=	pretmaker
pretnet	noun|informal	televisiezender met alleen maar lichte amusementsprogramma's
pretnetten	=	pretnet
pretogen	=	pretoog
pretoog	noun	de gezichtsuitdrukking rond de ogen die past bij mensen die heel blij zijn
pretoogje	=	pretoog
pretoogjes	=	pretoog
pretor	noun	de hoogste rechterlijke magistraat in het oude Rome
pretoren	=	pretor
pretoria	=	pretorium
pretoriaan	noun	lijfwacht van Romeinse keizers
pretoriaans	adj	op Pretoria betrekking hebbend
pretoriaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Pretoria, of een vrouw afkomstig uit Pretoria
pretoriaansen	=	pretoriaanse
pretorianen	=	pretoriaan
pretorium	noun	hoofdkwartier van de keizerlijke lijfwacht in het oude Rome
pretoriumpje	=	pretorium
pretoriumpjes	=	pretorium
pretoriums	=	pretorium
pretors	=	pretor
pretpakket	noun	vakkenpakket op de middelbare school zonder natuurwetenschappelijke vakken, het profiel Cultuur & Maatschappij komt het meest overeen met het pretpakket
pretpakketje	=	pretpakket
pretpakketjes	=	pretpakket
pretpakketten	=	pretpakket
pretpark	noun	een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld
pretparken	=	pretpark
pretparkgeneratie	noun	de generatie die continu op zoek is naar entertainment
pretparkgeneraties	=	pretparkgeneratie
pretparkgeneratietje	=	pretparkgeneratie
pretparkgeneratietjes	=	pretparkgeneratie
pretparkisering	noun	het 0mvormen van een omgeving totdat alles is gericht op het bieden van vermaak
pretparkiseringen	=	pretparkisering
pretparkje	=	pretpark
pretparkjes	=	pretpark
pretpedagogie	noun	onderwijs dat zich in de eerste plaats richt op het welbevinden van kinderen in plaats van kennisoverdracht
pretpil	noun	pil die (terstond) de stemming verhoogt, handig in het uitgaanscircuit
pretpillen	=	pretpil
pretpilletje	=	pretpil
pretpilletjes	=	pretpil
pretpunk	noun	punkrock zonder maatschappijkritische pretentie waarbij het draait om pret, drank en vrolijkheid
pretpunks	=	pretpunk
prettig	adj	een positief gevoel oproepend	adv	aangenaam, plezierig, fijn, lekker
prettige	=	prettig
prettiger	=	prettig
prettigere	=	prettig
prettigers	=	prettig
prettigs	=	prettig
prettigst	=	prettig
prettigste	=	prettig
pretvak	noun	een gemakkelijk, niet-exact vak
pretvakken	=	pretvak
pretzel	noun	hartige, krokante krakeling met grote zoutkorrels aan de buitenkant meestal in de vorm van een knoop gebakken
pretzels	=	pretzel
preut	noun|informal	vagina
preutel	=	preutelen
preutelde	=	preutelen
preutelden	=	preutelen
preutele	=	preutelen
preutelen	verb	mopperen, mompelen
preutelend	=	preutelen
preutelende	=	preutelen
preutelt	=	preutelen
preuten	=	preut
preutje	=	preut
preutjes	=	preut
preuts	adj	zeer ingetogen, overdreven kuis
preutsch	=	preuts
preutse	=	preuts
preutser	=	preuts
preutsere	=	preuts
preutsers	=	preuts
preutsheden	=	preutsheid
preutsheid	noun	een sterke afkeer van alles wat met seks te maken kan hebben, zoals zich ontkleden of over genitalia praten
preutst	=	preuts
preutste	=	preuts
preuve	=	prove
preuven	=	proeven
prevaleer	=	prevaleren
prevaleerde	=	prevaleren
prevaleerden	=	prevaleren
prevaleert	=	prevaleren
prevalent	adj	de voorrang hebbend
prevalente	=	prevalent
prevalenter	=	prevalent
prevalentere	=	prevalent
prevalenters	=	prevalent
prevalentie	noun	overwicht
prevalenties	=	prevalentie
prevalents	=	prevalent
prevalentst	=	prevalent
prevalentste	=	prevalent
prevalere	=	prevaleren
prevaleren	verb	de overhand hebben, overwicht hebben, voorrang hebben
prevalerend	=	prevaleren
prevalerende	=	prevaleren
prevel	=	prevelen
prevelaar	noun	iemand die snel en onduidelijk een gebed uitspreekt
prevelaartje	=	prevelaar
prevelaartjes	=	prevelaar
prevelaren	=	prevelaar
prevelde	=	prevelen
prevelden	=	prevelen
prevele	=	prevelen
prevelement	noun	praatje zonder al teveel inhoud
prevelementen	=	prevelement
prevelementje	=	prevelement
prevelementjes	=	prevelement
prevelen	verb	weinig verstaanbaar iets opzeggen
prevelend	=	prevelen
prevelende	=	prevelen
prevelt	=	prevelen
preventie	noun	voorkoming (van ziekte, brand, etc)
preventieactie	noun	doelbewuste handeling om een negatieve gebeurtenis, zoals een ziekte, ongeluk of ramp, te voorkomen door vooraf maatregelen te nemen
preventieacties	=	preventieactie
preventieactietje	=	preventieactie
preventieactietjes	=	preventieactie
preventieakkoord	noun	afspraak tussen overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties over wat zij gaan doen om gezonde levenswijzen te bevorderen
preventieakkoorden	=	preventieakkoord
preventiebeleid	noun	geplande acties die als doel hebben ongewenste zaken te voorkomen
preventief	adj	bedoeld om erger te voorkomen
preventiefs	=	preventief
preventiefst	=	preventief
preventiefste	=	preventief
preventiepil	noun	pil die wordt geslikt om iets te voorkomen
preventiepillen	=	preventiepil
preventiepilletje	=	preventiepil
preventiepilletjes	=	preventiepil
preventies	=	preventie
preventieve	=	preventief
preventiever	=	preventief
preventievere	=	preventief
preventievers	=	preventief
preview	noun	iets kunnen bekijken voordat de officiële première heeft plaatsgevonden
previews	=	preview
prevocalisch	adj	direct voorafgaand aan een klinker
prevocalische	=	prevocalisch
prevocalischer	=	prevocalisch
prevocalischere	=	prevocalisch
prevocalischers	=	prevocalisch
prexit	noun	eventueel vertrek uit de dollazone door Puerto Rico
preze	=	prijzen
prezen	=	prijzen
pria	noun	het afsnijden van de voorhuid (deel van besnijdenisritueel)
priapisch	adj	als Priapus, met een permanente erectie
priapische	=	priapisch
priapischer	=	priapisch
priapischere	=	priapisch
priapischers	=	priapisch
priapisme	noun	een ongezond langdurige erectie van de penis
priapismen	=	priapisme
priapismes	=	priapisme
priapismetje	=	priapisme
priapismetjes	=	priapisme
prieel	noun	overkapping in een tuin of park met open wanden
prieeltje	=	prieel
prieeltjes	=	prieel
prieelvleermuis	noun	Uroderma bilobatum De prieelvleermuis (Uroderma bilobatum) behoort tot de familie van Bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomatidae).
prieelvleermuisje	=	prieelvleermuis
prieelvleermuisjes	=	prieelvleermuis
prieelvleermuizen	=	prieelvleermuis
prieelvogel	noun	een vogel uit de familie Ptilonorhynchidae van meestal felgekleurde zangvogels (oscines).
prieelvogels	noun	Ptilonorhynchidae een familie van meestal felgekleurde zangvogels (oscines).
prieelvogeltje	=	prieelvogel
priegel	=	priegelen
priegelde	=	priegelen
priegelden	=	priegelen
priegele	=	priegelen
priegelen	verb	Een heel moeilijk, fijn mechanisch werkje verrichten
priegelend	=	priegelen
priegelende	=	priegelen
priegelig	adj	van iets dat heel erg klein is, met name als het gaat om een handschrift
priegelige	=	priegelig
priegeliger	=	priegelig
priegeligere	=	priegelig
priegeligers	=	priegelig
priegeligs	=	priegelig
priegeligst	=	priegelig
priegeligste	=	priegelig
priegelt	=	priegelen
priegelwerk	noun	heel fijn en precies werk; iets wat door heel fijn met de handen te werken is gemaakt
priegelwerken	=	priegelwerk
priegelwerkje	=	priegelwerk
priegelwerkjes	=	priegelwerk
priel	noun	nauwe geul tussen zandbanken
prielen	=	priel
priem	noun	handgreep met ronde, scherpgepunte staaf om kleine gaten of putjes in materiaal (leer) te steken	adj	een priemgetal zijnde
priemde	=	priemen
priemden	=	priemen
priemdonker	noun	de donkerte van priemtijd (de eerste uren van de morgen)	adj	donker als bij priemtijd (de eerste uren van de morgen)
priemdonkerder	=	priemdonker
priemdonkerdere	=	priemdonker
priemdonkerders	=	priemdonker
priemdonkere	=	priemdonker
priemdonkers	=	priemdonker
priemdonkerst	=	priemdonker
priemdonkerste	=	priemdonker
prieme	=	priemen
priemen	verb	met een priem steken, doorboren
priemend	adj	met een scherpe, strenge blik
priemende	=	priemen
priemender	=	priemend
priemendere	=	priemend
priemenders	=	priemend
priemends	=	priemend
priemendst	=	priemend
priemendste	=	priemend
priemgetal	noun	een natuurlijk getal dat groter is dan 1 en alleen kan worden gedeeld door 1 of door het getal zelf
priemgetallen	=	priemgetal
priemgetalletje	=	priemgetal
priemgetalletjes	=	priemgetal
priemgetalstelling	noun	beschrijft de asymptotische verdeling van de priemgetallen
priemgetalstellingen	=	priemgetalstelling
priemgetalstellinkje	=	priemgetalstelling
priemgetalstellinkjes	=	priemgetalstelling
priemkever	noun	een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae)
priemkevers	=	priemkever
priemkevertje	=	priemkever
priemkevertjes	=	priemkever
priemkruid	noun	bepaald soort plant, Subularia aquatica
priemkruiden	=	priemkruid
priempje	=	priem
priempjes	=	priem
priemsnavelaardkruiper	noun	Ochetorhynchus ruficaudus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
priemsnavelaardkruipers	=	priemsnavelaardkruiper
priemsnavelaardkruipertje	=	priemsnavelaardkruiper
priemsnavelaardkruipertjes	=	priemsnavelaardkruiper
priemsnavelheremietkolibrie	noun	Phaethornis bourcieri een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
priemsnavelheremietkolibries	=	priemsnavelheremietkolibrie
priemsnavelheremietkolibrietje	=	priemsnavelheremietkolibrie
priemsnavelheremietkolibrietjes	=	priemsnavelheremietkolibrie
priemsnavelhoningeter	noun	Microptilotis gracilis een vogel die voorkomt in het zuiden van Nieuw-Guinea en het uiterste noordoosten van Australië
priemsnavelhoningeters	=	priemsnavelhoningeter
priemsnavelhoningetertje	=	priemsnavelhoningeter
priemsnavelhoningetertjes	=	priemsnavelhoningeter
priemsnavelmuisspecht	noun	Dendroplex picus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
priemsnavelmuisspechten	=	priemsnavelmuisspecht
priemsnavelmuisspechtje	=	priemsnavelmuisspecht
priemsnavelmuisspechtjes	=	priemsnavelmuisspecht
priemsnavelxenops	noun	Heliobletus contaminatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
priemsnavelxenopsen	=	priemsnavelxenops
priemsnavelxenopsje	=	priemsnavelxenops
priemsnavelxenopsjes	=	priemsnavelxenops
priemstaart	noun	benaming voor een bepaald soort parasitair levende rondworm, Enterobius vermicularis
priemstaarten	=	priemstaart
priemstaartje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vliegend insect, Acisoma panorpoides uit de familie van de korenbouten (Libellulidae), onderorde echte libellen (Anisoptera)
priemstaartjes	noun	alleen verkleinwoord benaming voor vliegende insecten uit het geslacht Acisoma uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
priemt	=	priemen
priemtweeling	noun	een paar priemgetallen die voorkomen in de vorm p en p+2, waarbij zowel p als p+2 een priemgetal zijn
priemtweelingen	=	priemtweeling
priemvetmuren	=	priemvetmuur
priemvetmuur	noun	Sagina subulata een vaste plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
priemvetmuurtje	=	priemvetmuur
priemvetmuurtjes	=	priemvetmuur
priemvormig	adj	vorm van een priem hebbend
priemvormige	=	priemvormig
priemvormiger	=	priemvormig
priemvormigere	=	priemvormig
priemvormigers	=	priemvormig
priemvormigs	=	priemvormig
priemvormigst	=	priemvormig
priemvormigste	=	priemvormig
priester	noun	iemand die de religieuze (offer) rituelen verzorgt
priesterambt	noun	de functie van een beambte die als leider of voorganger van cultische handelingen optreedt als bemiddelaar tussen haar godheid (of godheden) en de mensen
priesterambten	=	priesterambt
priesteren	=	priester
priesteres	noun	een vrouw die de taak heeft religieuze rituelen te verzorgen
priesteresje	=	priesteres
priesteresjes	=	priesteres
priesteressen	=	priesteres
priestergewaad	noun	de ceremoniële kleding van een priester
priestergewaden	=	priestergewaad
priesterin	=	priester
priesterkleding	noun	de ambtskleding van een priester
priesterlijk	adj	behorend bij het priester-zijn; behorend bij bij priester ambt
priesterlijke	=	priesterlijk
priesterlijker	=	priesterlijk
priesterlijkere	=	priesterlijk
priesterlijkers	=	priesterlijk
priesterlijks	=	priesterlijk
priesterlijkst	=	priesterlijk
priesterlijkste	=	priesterlijk
priesteropleiding	noun	gespecialiseerde beroepsopleiding binnen de Rooms-Katholieke Kerk die kandidaten in 6 tot 7 jaar vormt tot priester.
priesteropleidingen	=	priesteropleiding
priesteropleidinkje	=	priesteropleiding
priesteropleidinkjes	=	priesteropleiding
priesters	=	priester
priesterschap	noun	het uitoefenen van het ambt van priester
priesterschappen	=	priesterschap
priestertje	=	priester
priestertjes	=	priester
priesterwijding	noun	plechtige, heilige handeling waardoor iemand priester wordt, vooral belangrijk in die religies waarbij aan voorgangers speciale door de godheid gegeven eigenschappen worden toegeschreven
priesterwijdingen	=	priesterwijding
priesterwijdinkje	=	priesterwijding
priesterwijdinkjes	=	priesterwijding
priesterzonen	=	priesterzoon
priesterzoon	noun	man, wiens vader de rituelen voor een religieuze gemeenschap uitvoerde
priesterzoons	=	priesterzoon
prietpraat	noun	onbeduidend gepraat
prietpraatje	=	prietpraat
prietpraatjes	=	prietpraat
prietsem	=	porets
prijk	=	prijken
prijke	=	prijken
prijken	verb	opvallend zichtbaar zijn
prijkend	=	prijken
prijkende	=	prijken
prijkt	=	prijken
prijkte	=	prijken
prijkten	=	prijken
prijs	noun	het bedrag (meestal in geld) dat betaald wordt voor een goed of een dienst
prijs-kwaliteitsverhouding	noun	mate waarin de kwaliteit van een product in overeenstemming is met de prijs ervan
prijs-kwaliteitsverhoudingen	=	prijs-kwaliteitsverhouding
prijs-kwaliteitsverhoudinkje	=	prijs-kwaliteitsverhouding
prijs-kwaliteitsverhoudinkjes	=	prijs-kwaliteitsverhouding
prijs-kwaliteitverhouding	noun	mate waarin de kwaliteit van een product in overeenstemming is met de prijs ervan
prijs-kwaliteitverhoudingen	=	prijs-kwaliteitverhouding
prijs-kwaliteitverhoudinkje	=	prijs-kwaliteitverhouding
prijs-kwaliteitverhoudinkjes	=	prijs-kwaliteitverhouding
prijs-prestatieverhouding	noun	de relatie tussen de prijs van een product of dienst en de geleverde prestaties, kwaliteit of functionaliteite
prijs-prestatieverhoudingen	=	prijs-prestatieverhouding
prijs-prestatieverhoudinkje	=	prijs-prestatieverhouding
prijs-prestatieverhoudinkjes	=	prijs-prestatieverhouding
prijsaanbieding	noun	een offerte voor een product of dienst, waarin de prijs en voorwaarden staan vermeld
prijsaanbiedingen	=	prijsaanbieding
prijsaanbiedinkje	=	prijsaanbieding
prijsaanbiedinkjes	=	prijsaanbieding
prijsaanduiding	noun	de duidelijk en leesbare vermelding van de verkoopprijs van producten of diensten aan consumenten, inclusief btw en bijkomende kosten.
prijsaanduidingen	=	prijsaanduiding
prijsaanduidinkje	=	prijsaanduiding
prijsaanduidinkjes	=	prijsaanduiding
prijsactie	noun	een tijdelijke prijsverlaging (zoals in de detailhandel)
prijsacties	=	prijsactie
prijsactietje	=	prijsactie
prijsactietjes	=	prijsactie
prijsafbraak	noun	het al dan niet opzettelijk laten dalen van marktprijzen
prijsafspraak	noun	afspraak tussen producenten om een bepaalde prijs te handhaven
prijsafspraakje	=	prijsafspraak
prijsafspraakjes	=	prijsafspraak
prijsafspraken	=	prijsafspraak
prijsbeest	noun	iemand die veel prijzen heeft gewonnen (met name als het gaat over een kunstenaar of sporter)
prijsbeesten	=	prijsbeest
prijsbeestje	=	prijsbeest
prijsbeestjes	=	prijsbeest
prijsbeker	noun	tastbaar, decoratief object dat wordt uitgereikt als erkenning van een prestatie of overwinning, vaak in sportevenementen of wedstrijden
prijsbekers	=	prijsbeker
prijsbekertje	=	prijsbeker
prijsbekertjes	=	prijsbeker
prijsbepaling	noun	strategische proces waarbij een onderneming de verkoopprijs van een product of dienst vaststelt, gebaseerd op interne factoren (kosten) en externe factoren (markt, concurrentie, klantwaarde)
prijsbepalingen	=	prijsbepaling
prijsbepalinkje	=	prijsbepaling
prijsbepalinkjes	=	prijsbepaling
prijsbeschikking	noun	een officieel besluit van de overheid (of een toezichthouder zoals de NZa) waarin regels, maximumprijzen of tarieven voor bepaalde goederen en diensten worden vastgesteld.
prijsbeschikkingen	=	prijsbeschikking
prijsbeschikkinkje	=	prijsbeschikking
prijsbeschikkinkjes	=	prijsbeschikking
prijsbeweging	noun	de verandering in de waarde van een product, dienst of financieel actief over een bepaalde periode.
prijsbewegingen	=	prijsbeweging
prijsbeweginkje	=	prijsbeweging
prijsbeweginkjes	=	prijsbeweging
prijsbewust	adj	rekening houdend met wat de prijs van iets is
prijsbewuste	=	prijsbewust
prijsbewuster	=	prijsbewust
prijsbewustere	=	prijsbewust
prijsbewusters	=	prijsbewust
prijsbewusts	=	prijsbewust
prijsbewustst	=	prijsbewust
prijsbewustste	=	prijsbewust
prijsbinding	noun	een verplichting waarbij een producent of leverancier aan verkooppunten (zoals winkeliers) oplegt tegen welke vaste of minimale prijs een product verkocht moet worden.
prijsbindingen	=	prijsbinding
prijsbindinkje	=	prijsbinding
prijsbindinkjes	=	prijsbinding
prijsboek	noun	boek dat goede leerlingen als prijs ontvangen
prijsboeken	=	prijsboek
prijsboekje	=	prijsboek
prijsboekjes	=	prijsboek
prijscompensatie	noun	aanpassing van de lonen aan de gestegen prijzen
prijscompensaties	=	prijscompensatie
prijscontrole	noun	controle van de prijzen door de overheid
prijscontroles	=	prijscontrole
prijsde	=	prijzen
prijsden	=	prijzen
prijsdifferentiatie	noun	verschijnsel dat voor vergelijkbare maar desondanks verschillende producten een verschillende prijs wordt gevraagd
prijsdifferentiaties	=	prijsdifferentiatie
prijsdiscriminatie	noun	verschillende afnemers een verschillend tarief berekenen voor eenzelfde dienst of product
prijsdiscriminaties	=	prijsdiscriminatie
prijsdrukkend	adj	van iets dat het zorgt dat iets goedkoper wordt
prijsdrukkende	=	prijsdrukkend
prijsdrukkender	=	prijsdrukkend
prijsdrukkendere	=	prijsdrukkend
prijsdrukkenders	=	prijsdrukkend
prijsdrukkends	=	prijsdrukkend
prijsdrukkendst	=	prijsdrukkend
prijsdrukkendste	=	prijsdrukkend
prijselasticiteit	noun	de relatieve (procentuele) verandering van de gevraagde hoeveelheid van een goed als gevolg van een relatieve (procentuele) prijsverandering van dat goed
prijselasticiteiten	=	prijselasticiteit
prijselijk	adj	waard om geprezen te worden
prijselijke	=	prijselijk
prijselijker	=	prijselijk
prijselijkere	=	prijselijk
prijselijkers	=	prijselijk
prijselijks	=	prijselijk
prijselijkst	=	prijselijk
prijselijkste	=	prijselijk
prijserosie	noun	prijsafbraak
prijserosies	=	prijserosie
prijserosietje	=	prijserosie
prijserosietjes	=	prijserosie
prijsexplosie	noun	plotselinge enorme toename in de prijs die men voor iets moet betalen
prijsexplosies	=	prijsexplosie
prijsgaaft	=	prijsgeven
prijsgaf	=	prijsgeven
prijsgave	=	prijsgeven
prijsgaven	=	prijsgeven
prijsgeef	=	prijsgeven
prijsgeeft	=	prijsgeven
prijsgegeven	=	prijsgeven
prijsgeve	=	prijsgeven
prijsgeven	verb	een geheim onthullen, toegeven dat iets waar is
prijsgevend	=	prijsgeven
prijsgevende	=	prijsgeven
prijsgevoelig	adj	persoon die zijn aankopen laat afhangen van de prijs die hij of zij moet betalen voor een bepaald product
prijsgevoelige	=	prijsgevoelig
prijsgevoeliger	=	prijsgevoelig
prijsgevoeligere	=	prijsgevoelig
prijsgevoeligers	=	prijsgevoelig
prijsgevoeligs	=	prijsgevoelig
prijsgevoeligst	=	prijsgevoelig
prijsgevoeligste	=	prijsgevoelig
prijshoudend	adj	van iets dat de prijs ervan stabiel blijft, niet daalt en vaak op een (hoog) niveau blijft
prijshoudende	=	prijshoudend
prijshoudender	=	prijshoudend
prijshoudendere	=	prijshoudend
prijshoudenders	=	prijshoudend
prijshoudends	=	prijshoudend
prijshoudendst	=	prijshoudend
prijshoudendste	=	prijshoudend
prijsindex	noun	cijfer dat de prijsontwikkeling van een pakket producten en diensten uitdrukt, gebruikt voor het vaststellen van inflatie en prijscompensatie
prijsindexcijfer	noun	cijfer dat de prijsontwikkeling van een pakket producten en diensten uitdrukt, gebruikt voor het vaststellen van inflatie en prijscompensatie
prijsindexcijfers	=	prijsindexcijfer
prijsindexen	=	prijsindex
prijsindices	=	prijsindex
prijsinstrument	noun	de prijs (en de variatie daarin) als instrument om het gedrag van consumenten te beïnvloeden
prijsinstrumenten	=	prijsinstrument
prijsje	=	prijs
prijsjes	=	prijs
prijskaart	noun	een stuk tekst waarop kan kan lezen hoe duur iets is
prijskaarten	=	prijskaart
prijskaartje	=	prijskaart
prijskaartjes	=	prijskaart
prijskamp	noun	wedstrijd waarbij een jury bepaalt wie de winnaar is
prijskampen	=	prijskamp
prijskartel	noun	kartel waarbij een gemeenschappelijke prijs wordt overeengekomen
prijskartels	=	prijskartel
prijsklas	noun	van een groep producten dat ze een prijs hebben tussen een bepaalde onder- en bovengrens
prijsklasse	noun	van een groep producten dat ze een prijs hebben tussen een bepaalde onder- en bovengrens
prijsklassen	=	prijsklasse
prijslijk	adj	waard om geprezen te worden
prijslijke	=	prijslijk
prijslijker	=	prijslijk
prijslijkere	=	prijslijk
prijslijkers	=	prijslijk
prijslijks	=	prijslijk
prijslijkst	=	prijslijk
prijslijkste	=	prijslijk
prijslijst	noun	een opsomming van wat men moet betalen om een bepaald goed te kopen
prijslijsten	=	prijslijst
prijslijstje	=	prijslijst
prijslijstjes	=	prijslijst
prijsloos	adj	van onschatbare waarde
prijsloost	=	prijsloos
prijslooste	=	prijsloos
prijsloze	=	prijsloos
prijslozer	=	prijsloos
prijslozere	=	prijsloos
prijslozers	=	prijsloos
prijsmechanisme	noun	het geheel van omstandigheden, bepalingen en gebruiken die de prijsvorming beïnvloeden
prijsmechanismen	=	prijsmechanisme
prijsmechanismes	=	prijsmechanisme
prijsniveau	noun	de hoogte van de prijzen
prijsniveaus	=	prijsniveau
prijsnotering	noun	het noteren van een prijs (koers)
prijsnoteringen	=	prijsnotering
prijsnoterinkje	=	prijsnotering
prijsnoterinkjes	=	prijsnotering
prijsontwikkeling	noun	de verandering van de prijs over de tijd
prijsontwikkelingen	=	prijsontwikkeling
prijsoorlog	noun	langdurige en uitgebreide prijzenslag
prijsoorlogen	=	prijsoorlog
prijsopdrijvend	adj	van iets dat het een effect heeft waardoor de prijzen van producten, diensten of onroerend goed stijgen
prijsopdrijvende	=	prijsopdrijvend
prijsopdrijvender	=	prijsopdrijvend
prijsopdrijvendere	=	prijsopdrijvend
prijsopdrijvenders	=	prijsopdrijvend
prijsopdrijvends	=	prijsopdrijvend
prijsopdrijvendst	=	prijsopdrijvend
prijsopdrijvendste	=	prijsopdrijvend
prijsopdrijving	noun	geforceerde verhoging van de marktprijs ten gevolge van (verboden) onderlinge afspraken van de aanbieders
prijsopdrijvingen	=	prijsopdrijving
prijsopgaaf	noun	financieel document waarin staat welke vergoeding men vraagt voor bepaalde diensten of goederen
prijsopgave	noun	financieel document waarin staat welke vergoeding men vraagt voor bepaalde diensten of goederen
prijsopgaven	=	prijsopgave
prijsopgaves	=	prijsopgave
prijspaal	noun	een paal langs de weg die voor een tankstation de actuele prijzen van de brandstof vermeldt
prijspaaltje	=	prijspaal
prijspaaltjes	=	prijspaal
prijspalen	=	prijspaal
prijspeil	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen voor een standaard pakket van goederen en diensten (een mandje)
prijspeilen	=	prijspeil
prijsplafond	noun	de hoogste prijs die men voor iets moet betalen
prijsplafonds	=	prijsplafond
prijspolitiek	noun	het bewust beïnvloeden van prijzen door de regering of een commerciële instantie
prijsregelend	adj	van iets dat het invloed uitoefent op de hoogte van prijzen, vaak met als doel deze te reguleren, te stabiliseren of vast te stellen
prijsregelende	=	prijsregelend
prijsregelender	=	prijsregelend
prijsregelendere	=	prijsregelend
prijsregelenders	=	prijsregelend
prijsregelends	=	prijsregelend
prijsregelendst	=	prijsregelend
prijsregelendste	=	prijsregelend
prijsregulerend	adj	van iets dat het invloed uitoefent op de hoogte van prijzen, vaak met als doel deze te reguleren, te stabiliseren of vast te stellen
prijsregulerende	=	prijsregulerend
prijsregulerender	=	prijsregulerend
prijsregulerendere	=	prijsregulerend
prijsregulerenders	=	prijsregulerend
prijsregulerends	=	prijsregulerend
prijsregulerendst	=	prijsregulerend
prijsregulerendste	=	prijsregulerend
prijssom	noun	de waarde van alle prijzen bij elkaar opgeteld
prijssommen	=	prijssom
prijsspiraal	=	loon-prijsspiraal
prijsstabiliserend	adj	van iets dat het zorgt voor gelijkblijvende prijzen
prijsstabiliserende	=	prijsstabiliserend
prijsstabiliserender	=	prijsstabiliserend
prijsstabiliserendere	=	prijsstabiliserend
prijsstabiliserenders	=	prijsstabiliserend
prijsstabiliserends	=	prijsstabiliserend
prijsstabiliserendst	=	prijsstabiliserend
prijsstabiliserendste	=	prijsstabiliserend
prijsstabiliteit	noun	de mate van stabiliteit van de prijzen
prijsstelling	noun	het bepalen van wat iemand moet betalen om een product te verwerven
prijsstellingen	=	prijsstelling
prijsstijging	noun	het hoger worden van de prijzen
prijsstijgingen	=	prijsstijging
prijsstijginkje	=	prijsstijging
prijsstijginkjes	=	prijsstijging
prijsstop	noun	vastlegging van een maximumgrens aan de prijzen
prijsstops	=	prijsstop
prijst	=	prijzen
prijstechnisch	adj	wat betreft de prijs; gelet op de prijs
prijstechnische	=	prijstechnisch
prijstransparantie	noun	transparantie in de totstandkoming van een prijs
prijstrekking	noun	het moment of proces waarbij willekeurig winnaars worden aangewezen uit een groep deelnemers om prijzen toe te kennen.
prijstrekkingen	=	prijstrekking
prijstrekkinkje	=	prijstrekking
prijstrekkinkjes	=	prijstrekking
prijsuitdeling	noun	het geven van prijzen op het einde van het schooljaar
prijsuitdelingen	=	prijsuitdeling
prijsuitreiking	noun	het geven van een prijs aan de winnaar van een wedstrijd of competitie
prijsuitreikingen	=	prijsuitreiking
prijsuitreikinkje	=	prijsuitreiking
prijsuitreikinkjes	=	prijsuitreiking
prijsval	noun	plotselinge, sterke daling van de prijs
prijsvallen	=	prijsval
prijsvechter	noun	een winkel met lage prijzen
prijsvechters	=	prijsvechter
prijsvechtertje	=	prijsvechter
prijsvechtertjes	=	prijsvechter
prijsverandering	noun	de procentuele stijging of daling van de prijs van een product of dienst, wat doorgaans leidt tot een aanpassing in de gevraagde hoeveelheid (vraag) of aangeboden hoeveelheid
prijsveranderingen	=	prijsverandering
prijsveranderingetje	=	prijsverandering
prijsveranderingetjes	=	prijsverandering
prijsvergelijking	noun	het proces waarbij de prijzen van dezelfde of vergelijkbare producten of diensten van verschillende aanbieders naast elkaar worden gelegd.
prijsvergelijkingen	=	prijsvergelijking
prijsvergelijkinkje	=	prijsvergelijking
prijsvergelijkinkjes	=	prijsvergelijking
prijsverhogend	adj	van iets dat het zorgt voor hogere prijzen
prijsverhogende	=	prijsverhogend
prijsverhogender	=	prijsverhogend
prijsverhogendere	=	prijsverhogend
prijsverhogenders	=	prijsverhogend
prijsverhogends	=	prijsverhogend
prijsverhogendst	=	prijsverhogend
prijsverhogendste	=	prijsverhogend
prijsverhoging	noun	toename van de hoeveelheid geld die men ergens voor moet betalen
prijsverhogingen	=	prijsverhoging
prijsverhoginkje	=	prijsverhoging
prijsverhoginkjes	=	prijsverhoging
prijsverhouding	noun	de balans tussen de prijs die u betaalt voor een product of dienst en de kwaliteit die u daarvoor terugkrijgt.
prijsverhoudingen	=	prijsverhouding
prijsverhoudinkje	=	prijsverhouding
prijsverhoudinkjes	=	prijsverhouding
prijsverlaging	noun	minder geld vragen voor een product
prijsverlagingen	=	prijsverlaging
prijsverlaginkje	=	prijsverlaging
prijsverlaginkjes	=	prijsverlaging
prijsverschil	noun	hoeveel meer of minder ergens voor betaald moet worden
prijsverschillen	=	prijsverschil
prijsverschilletje	=	prijsverschil
prijsverschilletjes	=	prijsverschil
prijsvorming	noun	het economische proces dat bepaalt tegen welke prijs goederen en diensten worden verhandeld
prijsvormingen	=	prijsvorming
prijsvraag	noun	eenvoudige puzzel waarbij de goede beantwoording kans geeft op een prijs, meestal deel van een commerciële activiteit
prijsvraagje	=	prijsvraag
prijsvraagjes	=	prijsvraag
prijsvragen	=	prijsvraag
prijswijziging	noun	aanpassing van de prijs van een product of dienst
prijswijzigingen	=	prijswijziging
prijswijzigingetje	=	prijswijziging
prijswijzigingetjes	=	prijswijziging
prijswinnaar	noun	iemand die in een competitie de beste was en daarvoor een prijs heeft ontvangen
prijswinnaars	=	prijswinnaar
prijswinnaartje	=	prijswinnaar
prijswinnaartjes	=	prijswinnaar
prijswinnend	adj	van iets of iemand dat het een prijs, onderscheiding of bekroning heeft gewonnen
prijswinnende	=	prijswinnend
prijswinnender	=	prijswinnend
prijswinnendere	=	prijswinnend
prijswinnenders	=	prijswinnend
prijswinnends	=	prijswinnend
prijswinnendst	=	prijswinnend
prijswinnendste	=	prijswinnend
prijszetting	noun	vaststelling van de prijs bij regeringsmaatregel, onafhankelijk van vraag en aanbod op de markt
prijszettingen	=	prijszetting
prijszettinkje	=	prijszetting
prijszettinkjes	=	prijszetting
prijze	=	prijs
prijzen	verb	iemand lof toezwaaien, loven
prijzend	=	prijzen
prijzende	=	prijzen
prijzengeld	noun	het totaal aan geldprijzen dat men kan winnen in een tournooi of wedstrijd
prijzengelden	=	prijzengeld
prijzenkast	noun	een meubelstuk waarin met de behaalde prijzen duidelijk zichtbaar heeft uitgestald
prijzenkasten	=	prijzenkast
prijzenkastje	=	prijzenkast
prijzenkastjes	=	prijzenkast
prijzenoorlog	noun	een situatie waarin ondernemingen binnen een bepaalde sector elkaar beconcurreren door prijsverlagingen door te voeren om een groter marktaandeel te verwerven
prijzenoorlogen	=	prijzenoorlog
prijzenpijn	noun	de hinder die ervaren wordt van gestegen prijzen
prijzenpot	noun	de hoeveelheid geld die beschikbaar is om aan winnende spelers toe te kennen
prijzenpotje	=	prijzenpot
prijzenpotjes	=	prijzenpot
prijzenpotten	=	prijzenpot
prijzenregen	noun	veelvoud aan prijzen of kortingen die tegelijkertijd worden aangeboden, vaak door bedrijven om de verkoop te stimuleren of om te vieren dat ze een bepaalde mijlpaal hebben bereikt
prijzenregens	=	prijzenregen
prijzenstop	noun	vastlegging van een maximumgrens aan de prijzen
prijzenstops	=	prijzenstop
prijzenswaard	adj	het prijzen waard, prijzenswaardig
prijzenswaarde	=	prijzenswaard
prijzenswaarder	=	prijzenswaard
prijzenswaardere	=	prijzenswaard
prijzenswaarders	=	prijzenswaard
prijzenswaardig	adj	zo goed dat het geprezen moet worden
prijzenswaardige	=	prijzenswaardig
prijzenswaardiger	=	prijzenswaardig
prijzenswaardigere	=	prijzenswaardig
prijzenswaardigers	=	prijzenswaardig
prijzenswaardigs	=	prijzenswaardig
prijzenswaardigst	=	prijzenswaardig
prijzenswaardigste	=	prijzenswaardig
prijzenswaards	=	prijzenswaard
prijzenswaardst	=	prijzenswaard
prijzenswaardste	=	prijzenswaard
prijzig	adj	van iets dat het (te) duur is, dat het (te) veel geld kost
prijzige	=	prijzig
prijziger	=	prijzig
prijzigere	=	prijzig
prijzigers	=	prijzig
prijzigs	=	prijzig
prijzigst	=	prijzig
prijzigste	=	prijzig
prik	noun	doorboring van een vlies (meestal de huid) met een scherp (meest naaldvormig) voorwerp
prikachtigen	noun	een orde Petromyzontiformes van kaakloze vissen (Agnatha).
prikactie	noun	kortdurende staking die net even wat hinder veroorzaakt
prikacties	=	prikactie
prikactietje	=	prikactie
prikactietjes	=	prikactie
prikblok	noun	kinderspeelgoed waarmee met een prikpen gaatjes in stevig papier kunnen worden geprikt waarna de tekening vervolgens uit het papier wordt gedrukt
prikblokje	=	prikblok
prikblokjes	=	prikblok
prikblokken	=	prikblok
prikbord	noun	een bord (vaak van vilt) waar met behulp van punaises foto's en andere papierwerken op kunnen worden opgespeld
prikborden	=	prikbord
prikbordje	=	prikbord
prikbordjes	=	prikbord
prikje	=	prik
prikjes	=	prik
prikkabel	noun	een flexibel snoer, draad of kabel waaraan meerdere kleine elektrische lampjes zijn bevestigd
prikkabels	=	prikkabel
prikkabeltje	=	prikkabel
prikkabeltjes	=	prikkabel
prikke	=	prikken
prikkel	noun	gevoelssignaal, stimulus, plotselinge irritatie van het zenuwstelsel, aansporing
prikkelateur	noun	iemand die met een prikstok (zwerf)afval langs wegen of spoorwegen opruimt
prikkelateurs	=	prikkelateur
prikkelbaar	adj	snel in woede kunnen uitbarsten
prikkelbaarder	=	prikkelbaar
prikkelbaardere	=	prikkelbaar
prikkelbaarders	=	prikkelbaar
prikkelbaarheden	=	prikkelbaarheid
prikkelbaarheid	noun	het snel geïrriteerd of ontstemd zijn als eigenschap
prikkelbaars	=	prikkelbaar
prikkelbaarst	=	prikkelbaar
prikkelbaarste	=	prikkelbaar
prikkelbare	=	prikkelbaar
prikkelbaredarmsyndromen	=	prikkelbaredarmsyndroom
prikkelbaredarmsyndroom	noun	een chronische darmstoornis waarbij de beweeglijkheid (peristaltiek) van het darmstelsel chronisch is verstoord
prikkelde	=	prikkelen
prikkelden	=	prikkelen
prikkeldraad	noun	materiaal bestaande uit een dubbele, in elkaar gedraaide metalen draad, op regelmatige afstand voorzien van twee korte in elkaar gedraaide spiralen met elk twee scherpe punten
prikkeldraadhek	noun	een hek gemaakt van staaldraad waarin scherpe pinnen zijn gevlochten
prikkeldraadhekje	=	prikkeldraadhek
prikkeldraadhekjes	=	prikkeldraadhek
prikkeldraadhekken	=	prikkeldraadhek
prikkeldraadje	=	prikkeldraad
prikkeldraadjes	=	prikkeldraad
prikkeldraadversperring	noun	barrière gemaakt van staaldraad met scherpe punten
prikkeldraadversperringen	=	prikkeldraadversperring
prikkeldraden	=	prikkeldraad
prikkele	=	prikkelen
prikkelen	verb	prikken
prikkelend	adj	van iets dat het de aandacht trekt
prikkelende	=	prikkelen
prikkelender	=	prikkelend
prikkelendere	=	prikkelend
prikkelenders	=	prikkelend
prikkelends	=	prikkelend
prikkelendst	=	prikkelend
prikkelendste	=	prikkelend
prikkelgeleiding	noun	het proces waarbij elektrische signalen (prikkels) door het lichaam worden verplaatst.
prikkelgeleidingen	=	prikkelgeleiding
prikkelgeleidinkje	=	prikkelgeleiding
prikkelgeleidinkjes	=	prikkelgeleiding
prikkelhoest	noun	kriebelhoest
prikkelhoesten	=	prikkelhoest
prikkelhoestje	=	prikkelhoest
prikkelhoestjes	=	prikkelhoest
prikkelig	adj	van een opmerking dat die storend is (N.B. een prikkelende opmerking stemt tot nadenken)
prikkelige	=	prikkelig
prikkeliger	=	prikkelig
prikkeligere	=	prikkelig
prikkeligers	=	prikkelig
prikkeligs	=	prikkelig
prikkeligst	=	prikkelig
prikkeligste	=	prikkelig
prikkeling	noun	een aansporing van mens of dier om iets te gaan doen
prikkelingen	=	prikkeling
prikkelingetje	=	prikkeling
prikkelingetjes	=	prikkeling
prikkellectuur	noun	lectuur waarvan het lezen de seksuele driften zou kunnen prikkelen
prikkelpop	noun	pin-up
prikkelpopje	=	prikkelpop
prikkelpopjes	=	prikkelpop
prikkelpoppen	=	prikkelpop
prikkelpoppetje	=	prikkelpop
prikkelpoppetjes	=	prikkelpop
prikkels	=	prikkel
prikkelt	=	prikkelen
prikkeltje	=	prikkel
prikkeltjes	=	prikkel
prikken	verb	een prik of steek toedienen, met een dun voorwerp doorboren	noun	een familie Petromyzontidae van kaakloze vissen (Agnatha).
prikkend	adj	pijnlijk, scherp, vervelend stekend
prikkende	=	prikken
prikkender	=	prikkend
prikkendere	=	prikkend
prikkenders	=	prikkend
prikkends	=	prikkend
prikkendst	=	prikkend
prikkendste	=	prikkend
prikker	noun	kleine pen om iets aan vast te prikken
prikkers	=	prikker
prikkertje	=	prikker
prikkertjes	=	prikker
prikkie	noun	weinig geld
prikkies	=	prikkie
prikklok	noun|obsolete	tijdregistratiesysteem waarbij de werknemer bij aankomst en bij vertrek een kartonnen kaart laat stempelen met tijd en datum zodat bepaald kan worden hoelang iemand heeft gewerkt
prikklokje	=	prikklok
prikklokken	=	prikklok
priklimonade	noun	koolzuurhoudende frisdrank
priklimonades	=	priklimonade
prikneus	noun	Silene coronaria een min of meer vaste plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
prikneusje	=	prikneus
prikneusjes	=	prikneus
prikneuzen	=	prikneus
prikpil	noun	anticonceptiemiddel (medroxyprogesteron) dat via een injectie wordt toegediend en dat een langdurige ovulatie remmende werking heeft
prikpillen	=	prikpil
prikpolarisatie	noun	het lijnrecht tegenover elkaar komen te staan van tegenstanders en voorstanders van vaccinatie
prikpolarisaties	=	prikpolarisatie
prikpropaganda	noun	voorlichting gericht op ongevaccineerden met als doel dat deze personen zich alsnog laten vaccineren
priksafari	noun	wandeltoch door een stad of dorp waarbij men onderweg zwerfvuil verzamelt of opprikt
priksafari's	=	priksafari
prikslee	noun	een slee voor op het ijs die de sleeër met stokken moet voortbewegen
priksleetje	=	prikslee
priksleetjes	=	prikslee
priksleeën	=	prikslee
prikspijt	noun	besef dat je je ten onrechte wel of juist niet hebt laten vaccineren tegen een bepaalde ziekte
prikstok	noun	een stok met een punt om iets aan te prikken.
prikstokje	=	prikstok
prikstokjes	=	prikstok
prikstokken	=	prikstok
prikt	=	prikken
prikte	=	prikken
prikten	=	prikken
priktol	noun|obsolete	tol met ijzeren punt die men met een eromheen gewonden touwtje laat draaien en op de grond gooit
priktollen	=	priktol
priktolletje	=	priktol
priktolletjes	=	priktol
priktwijfelaar	noun	persoon die niet weet of hij zich wel of niet wil laten vaccineren
priktwijfelaars	=	priktwijfelaar
priktwijfelaren	=	priktwijfelaar
prikverbod	noun	verbod om een bepaald medicament of vaccin via een injectie toe te dienen
prikverboden	=	prikverbod
prikverbodje	=	prikverbod
prikverbodjes	=	prikverbod
prikvertikker	noun	iemand die zich niet laat vaccineren
prikvertikkers	=	prikvertikker
prikwater	noun	water met daarin opgelost koolzuurgas
prikwaters	=	prikwater
prikwatertje	=	prikwater
prikwatertjes	=	prikwater
prikwerk	noun	het prikken
prikwerken	=	prikwerk
prikwerkje	=	prikwerk
prikwerkjes	=	prikwerk
pril	adj	gloednieuw, zijn debuut makend, kwetsbaar, onschuldig
prille	=	pril
priller	=	pril
prillere	=	pril
prillers	=	pril
prils	=	pril
prilst	=	pril
prilste	=	pril
prima	noun	eerste wissel	adj	uitstekend, eerste (als in: eerste klasse)
prima's	=	prima
primaat	noun	benaming voor zoogdieren uit de orde Primates, waartoe apen en halfapen behoren
primaatje	=	prima
primaatjes	=	prima
primaatschap	noun	ambt of de functie van primaat, het (pauselijke) oppergezag
primaatschappen	=	primaatschap
primair	adj	als eerste, de eerste plaats hebbende	noun|obsolete	geologisch tijdperk met grote verscheidenheid van leven in de zeeën
primairder	=	primair
primairdere	=	primair
primairders	=	primair
primaire	=	primair
primairs	=	primair
primairst	=	primair
primairste	=	primair
primarii	=	primarius
primarius	noun	eerste violist van een orkest
primarkpremie	noun	premiekorting voor bedrijven die maximaal 120% van het minimumloon aan het personeel betalen
primaten	noun	een orde Primates van zoogdieren waartoe alle halfapen en apen (waaronder de mens) worden gerekend
primatologe	noun	vrouwelijke vorm van primatoloog
primatologen	=	primatoloog
primatologes	=	primatologe
primatologie	noun	de wetenschap die zich bezig houdt met het bestuderen van primaten
primatoloog	noun	deskundige op het gebied van de primaten
primauteit	noun	hoogste gezag, voornaamste plaats
prime	noun	de eerste toon van een diatonische toonladder
primeer	=	primeren
primeerde	=	primeren
primeerden	=	primeren
primeert	=	primeren
primer	noun	vloeistof die als eerste laag op een harde ondergrond wordt aangebracht zodat verf of lijm daar beter aan vast gaat zitten
primerde	=	primeren
primerden	=	primeren
primere	=	primeren
primeren	verb	prevaleren, voorgaan
primerend	=	primeren
primerende	=	primeren
primers	=	primer
primert	=	primeren
primes	=	prime
primetime	noun	de tijd van de dag aangeduid die het gunstigst is voor het behalen van hoge kijkcijfers.	adj	betrekking hebbend op de tijdsperiode dat de meeste mensen naar de televisie kijken
primetimes	=	primetime
primeur	noun	eerste openbaarmaking van iets nieuws
primeurs	=	primeur
primeurtje	=	primeur
primeurtjes	=	primeur
priming	noun	beïnvloeding van mensen die hen ongemerkt voorbereid om een bepaalde opvatting te gaan huldigen
primings	=	priming
primitief	adj	alle kortste translatievectors in de richting van de hoofdassen van de rotatiesymmetrie hebbend
primitiefs	=	primitief
primitiefst	=	primitief
primitiefste	=	primitief
primitieve	=	primitief
primitiever	=	primitief
primitievere	=	primitief
primitievers	=	primitief
primitivistisch	adj	betrekking hebbend op het primitivisme
primitivistische	=	primitivistisch
primitivistischer	=	primitivistisch
primitivistischere	=	primitivistisch
primitivistischers	=	primitivistisch
primitiviteit	noun	iets dat past bij vroegere, minder ontwikkelde mensen en samenlevingen; iets dat getuigt van een beperkte culturele ontwikkeling
primitiviteiten	=	primitiviteit
primo	adv	ten eerste
primogenituur	noun	het, bij verschillende volkeren en tradities voorkomende, recht van het oudste kind (meestal zoon) op de gehele erfenis of een groter deel van de erfenis dan jongere kinderen
primordiaal	adj	fundamenteel
primordiaals	=	primordiaal
primordiaalst	=	primordiaal
primordiaalste	=	primordiaal
primordiale	=	primordiaal
primordialer	=	primordiaal
primordialere	=	primordiaal
primordialers	=	primordiaal
primovaccinatie	noun	eerste inenting (met pokstof)
primovaccinaties	=	primovaccinatie
primula	noun	Primula sleutelbloem, een bloem die vroeg in het voorjaar bloeit
primula's	=	primula
primulaatje	=	primula
primulaatjes	=	primula
primulabladroller	noun	Falseuncaria ruficiliana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
primulabladrollers	=	primulabladroller
primulabladrollertje	=	primulabladroller
primulabladrollertjes	=	primulabladroller
primulagitje	noun	Cheilosia antiqua een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
primulagitjes	=	primulagitje
primus	noun	iemand die de eerste plaats in een rangschikking van personen inneemt
primussen	=	primus
prince	noun	aanhef van de slotstrofe, zoals die traditioneel in een rederijkersgedicht voorkomt
princeps	noun	oude naam voor de Romeinse keizer
princers	=	prinses
princerse	=	prinses
princersse	=	prinses
princes	=	prince
princiep	noun	een grondoorzaak, werkend beginsel
princiepen	=	princiep
princiepsverklaring	noun	een formele verklaring waarin de fundamentele beginselen, uitgangspunten of waarden van een organisatie, partij of overeenkomst worden vastgelegd
princiepsverklaringen	=	princiepsverklaring
princiepsverklarinkje	=	princiepsverklaring
princiepsverklarinkjes	=	princiepsverklaring
princiepverklaring	noun	formele uiting van de intentie om met een bepaald voorstel of project akkoord te gaan, nog voordat alle definitieve details zijn vastgelegd.
princiepverklaringen	=	princiepverklaring
princiepverklarinkje	=	princiepverklaring
princiepverklarinkjes	=	princiepverklaring
principaal	noun	volmachtgever	adj	voornaamst, belangrijkst
principaals	=	principaal
principaalst	=	principaal
principaalste	=	principaal
principaat	noun	het prins zijn
principale	=	principaal
principalen	=	principaal
principaler	=	principaal
principalere	=	principaal
principalers	=	principaal
principaten	=	principaat
principe	noun	een grondoorzaak, werkend beginsel
principeakkoord	noun	een overeenstemming die nog moet worden bekrachtigd
principeakkoorden	=	principeakkoord
principebesluit	noun	besluit dat alleen een principe, niet de uitvoering of toepassing betreft
principebesluiten	=	principebesluit
principebrilvogel	noun	Zosterops ficedulinus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
principebrilvogels	=	principebrilvogel
principebrilvogeltje	=	principebrilvogel
principebrilvogeltjes	=	principebrilvogel
principedwergooruil	noun	Otus bikegila een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
principedwergooruilen	=	principedwergooruil
principedwergooruiltje	=	principedwergooruil
principedwergooruiltjes	=	principedwergooruil
principeglansspreeuw	noun	Lamprotornis ornatus een vogelsoort uit de familie Sturnidae (spreeuwachtigen).
principeglansspreeuwen	=	principeglansspreeuw
principeglansspreeuwtje	=	principeglansspreeuw
principeglansspreeuwtjes	=	principeglansspreeuw
principehoningzuiger	noun	Anabathmis hartlaubii een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
principehoningzuigers	=	principehoningzuiger
principehoningzuigertje	=	principehoningzuiger
principehoningzuigertjes	=	principehoningzuiger
principekanarie	noun	Crithagra rufobrunnea een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
principekanaries	=	principekanarie
principekanarietje	=	principekanarie
principekanarietjes	=	principekanarie
principekwestie	noun	zaak waarin iemand zijn morele principes wil laten gelden of waarin fundamentele principes in het geding zijn
principekwesties	=	principekwestie
principekwestietje	=	principekwestie
principekwestietjes	=	principekwestie
principelijster	noun	Turdus xanthorhynchus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
principelijsters	=	principelijster
principelijstertje	=	principelijster
principelijstertjes	=	principelijster
principeloos	adj	zonder principe, zonder beginselen
principeloosheden	=	principeloosheid
principeloosheid	noun	het principeloos zijn
principeloost	=	principeloos
principelooste	=	principeloos
principeloze	=	principeloos
principelozer	=	principeloos
principelozere	=	principeloos
principelozers	=	principeloos
principeregeling	noun	een afspraak of beleid waarbij partijen het eens zijn over de grote lijnen en de belangrijkste uitgangspunten terwijl de precieze details, uitzonderingen of voorwaarden nog in een latere fase worden uitgewerkt.
principeregelingen	=	principeregeling
principeregelingetje	=	principeregeling
principeregelingetjes	=	principeregeling
principes	=	principe
principeschema	noun	schema van werkingsprincipes van een toestel of installatie, zonder te letten op de technische realisering
principeschema's	=	principeschema
principeschemaatje	=	principeschema
principeschemaatjes	=	principeschema
principetje	=	principe
principetjes	=	principe
principeverklaring	noun	een uitspraak van een gemeente waarin zij aangeeft in beginsel bereid te zijn mee te werken aan een voorgenomen (bouw)plan dat afwijkt van het geldende bestemmingsplan.
principeverklaringen	=	principeverklaring
principeverklarinkje	=	principeverklaring
principeverklarinkjes	=	principeverklaring
principewever	noun	Ploceus princeps een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
principewevers	=	principewever
principewevertje	=	principewever
principewevertjes	=	principewever
principieel	adj	betrekking hebbend op een principe (grondslag, grondidee, stelling, overtuiging)
principieels	=	principieel
principieelst	=	principieel
principieelste	=	principieel
principiële	=	principieel
principiëler	=	principieel
principiëlere	=	principieel
principiëlers	=	principieel
prinia	noun	Prinia een geslacht van zangvogels uit de familie Cisticolidae
prinia's	=	prinia
priniaatje	=	prinia
priniaatjes	=	prinia
prins	noun	hoogste adellijke titel van een man of jongen
prins-bisschop	noun	christelijke geestelijke die naast de geestelijke macht over een bisdom, ook wereldlijke macht heeft over een bepaald territorium
prins-bisschopje	=	prins-bisschop
prins-bisschopjes	=	prins-bisschop
prins-bisschoppen	=	prins-bisschop
prins-gemaal	noun	de partner van een (regerend) koningin die geen koning genoemd kan worden
prins-gemaaltje	=	prins-gemaal
prins-gemaaltjes	=	prins-gemaal
prins-gemalen	=	prins-gemaal
prinsalfredhert	noun	Cervus alfredi een hertensoort die uitsluitend voorkomt in de bossen van enkele Filipijnse eilanden.
prinsalfredherten	=	prinsalfredhert
prinsalfredhertje	=	prinsalfredhert
prinsalfredhertjes	=	prinsalfredhert
prinsbisdom	noun	een historisch vorstendom of gebied, zoals het prinsbisdom Luik, dat geregeerd werd door een prins-bisschop – een bisschop die zowel geestelijke als wereldlijke macht bezat over zijn gebied
prinsbisdommen	=	prinsbisdom
prinsbisdommetje	=	prinsbisdom
prinsdom	noun	een staat waarvan een prins het staatshoofd is
prinsdommen	=	prinsdom
prinsdommetje	=	prinsdom
prinsdommetjes	=	prinsdom
prinselijk	adj	als horend of passend bij een prins of prinses, bestaand uit prinsen of prinsessen
prinselijke	=	prinselijk
prinselijker	=	prinselijk
prinselijkere	=	prinselijk
prinselijkers	=	prinselijk
prinselijks	=	prinselijk
prinselijkst	=	prinselijk
prinselijkste	=	prinselijk
prinsemarij	noun	politie, justitie
prinsemarijen	=	prinsemarij
prinsen	=	prins
prinsen-bisschoppen	=	prins-bisschop
prinsen-gemalen	=	prins-gemaal
prinsenhof	noun	residentie van een prins
prinsenhoven	=	prinsenhof
prinsenmoord	noun	moord op een prins
prinsenmoorden	=	prinsenmoord
prinsenvlag	noun	historische Nederlandse vlag met de kleuren oranje, wit en blauw
prinsenvlaggen	=	prinsenvlag
prinsenvlaggetje	=	prinsenvlag
prinses	noun	de hoogste adellijke titel van een vrouw of meisje
prinses-van-walesparkiet	noun	Polytelis alexandrae een vogel uit de familie der Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
prinses-van-walesparkieten	=	prinses-van-walesparkiet
prinses-van-walesparkietje	=	prinses-van-walesparkiet
prinses-van-walesparkietjes	=	prinses-van-walesparkiet
prinsesbladroller	noun	Periclepsis cinctana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
prinsesbladrollers	=	prinsesbladroller
prinsesbladrollertje	=	prinsesbladroller
prinsesbladrollertjes	=	prinsesbladroller
prinsesje	=	prinses
prinsesjes	=	prinses
prinsessen	=	prinses
prinsessenbonen	=	prinsessenboon
prinsessenboon	noun	sperzieboon
prinsessenboontje	=	prinsessenboon
prinsessenboontjes	=	prinsessenboon
prinsessenjurk	noun	een jurk van een prinses
prinsessenjurken	=	prinsessenjurk
prinsessenjurkje	=	prinsessenjurk
prinsessenjurkjes	=	prinsessenjurk
prinsesvanwalesparkiet	noun	Polytelis alexandrae een vogel uit de familie der Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
prinsesvanwalesparkieten	=	prinsesvanwalesparkiet
prinsesvanwalesparkietje	=	prinsesvanwalesparkiet
prinsesvanwalesparkietjes	=	prinsesvanwalesparkiet
prinsgezind	noun	een aanhanger van de prins van Oranje	adj	sympathie hebbend voor de prins (van Oranje)
prinsgezinde	=	prinsgezind
prinsgezinder	=	prinsgezind
prinsgezindere	=	prinsgezind
prinsgezinders	=	prinsgezind
prinsgezinds	=	prinsgezind
prinsgezindst	=	prinsgezind
prinsgezindste	=	prinsgezind
prinsheerlijk	adj|humorous	heel prettig en comfortabel
prinsheerlijke	=	prinsheerlijk
prinsheerlijker	=	prinsheerlijk
prinsheerlijkere	=	prinsheerlijk
prinsheerlijkers	=	prinsheerlijk
prinsheerlijks	=	prinsheerlijk
prinsheerlijkst	=	prinsheerlijk
prinsheerlijkste	=	prinsheerlijk
prinsje	=	prins
prinsjes	=	prins
prinsjesdag	noun	derde dinsdag van september de opening van het parlementaire jaar in Nederland en aanbieding van de rijksbegroting
prinsjesdagen	=	prinsjesdag
prinsjesdagje	=	prinsjesdag
print	noun	afdruk
printabezem	noun	bezem gemaakt van de nerven van de bladeren van de kokospalm
printabezems	=	printabezem
printbaar	adj	met de mogelijkheid om af te drukken
printbaarder	=	printbaar
printbaardere	=	printbaar
printbaarders	=	printbaar
printbaars	=	printbaar
printbaarst	=	printbaar
printbaarste	=	printbaar
printbare	=	printbaar
printe	=	printen
printen	verb	het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer
printend	=	printen
printende	=	printen
printer	noun	toestel om gegevens af te drukken onder andere op papier
printers	=	printer
printertje	=	printer
printertjes	=	printer
printgegeven	noun	een stukje informatie betreffende het afdrukken
printgegevens	=	printgegeven
printje	=	print
printjes	=	print
printknop	noun	knop op een apparaat die het afdrukproces start als je hem indrukt
printknopje	=	printknop
printknopjes	=	printknop
printknoppen	=	printknop
printkop	noun	deel van een (inktjet)printer dat het af te drukken materiaal op een ondergrond aanbrengt
printkopje	=	printkop
printkopjes	=	printkop
printkoppen	=	printkop
printpapier	noun	papier waarop men afbeeldingen en tekst kan afdrukken met behulp van een laserprinter of inktjetprinter
printpapieren	=	printpapier
printplaat	noun	plaat waarop elektronische bedrading aanwezig is, aangebracht met frees- of etstechnieken
printplaatje	=	printplaat
printplaatjes	=	printplaat
printplaatmot	noun	Phyllocnistis xenia een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
printplaatmotje	=	printplaatmot
printplaatmotjes	=	printplaatmot
printplaatmotten	=	printplaatmot
printplaten	=	printplaat
prints	=	print
printte	=	printen
printten	=	printen
printversie	noun	een versie die geschikt is om af te drukken op een printer
printversies	=	printversie
printwerk	noun	iets wat gedrukt is met behulp van een printer
printwerken	=	printwerk
printwerkje	=	printwerk
printwerkjes	=	printwerk
printwoning	noun	3D-geprinte woning; een huis waarvan de muren en andere onderdelen laagje voor laagje worden gemaakt met een enorme 3D-printer.
printwoningen	=	printwoning
printwoninkje	=	printwoning
printwoninkjes	=	printwoning
prinzipienreiterei	noun	principieel zijn op een drammerige manier, moraalridder spelen
prinzipienreitereien	=	prinzipienreiterei
prio	=	prioriteit
prion	noun	besmettelijk ziekmakend deeltje dat ontstaat uit normale eiwitten die onder andere voorkomen in de hersenen en onder andere BSE (gekke-koeienziekte), scrapie en het creutzfeldt-jakobsyndroom kan veroorzaken
prionen	=	prion
prionnetje	=	prion
prionnetjes	=	prion
prionziekte	noun	overdraagbare ziekte die veroorzaakt wordt door prionen
prionziekten	=	prionziekte
prionziektes	=	prionziekte
prior	noun	kloosteroverste in verscheidene kloosters die geen abdij zijn. (in laatstgenoemd geval is de prior de onderoverste van een klooster, onder de abt)
prioraat	noun	het ambt van een kloosteroverste; bestuur van een klooster
prioraten	=	prioraat
priores	noun	vrouwelijk hoofd van een nonnenklooster
prioressen	=	priores
priori	adv	alleen als deel van de uitdrukking: a priori
priorij	noun	een tweede huis van een bestaand klooster
priorijen	=	priorij
priorijtje	=	priorij
priorijtjes	=	priorij
priorin	noun	leidster van een klooster
priorinnen	=	priorin
prioritair	adj	voorrang hebbend, krijgend
prioritairder	=	prioritair
prioritairdere	=	prioritair
prioritairders	=	prioritair
prioritaire	=	prioritair
prioritairs	=	prioritair
prioritairst	=	prioritair
prioritairste	=	prioritair
prioriteer	=	prioriteren
prioriteerde	=	prioriteren
prioriteerden	=	prioriteren
prioriteert	=	prioriteren
prioriteit	noun	een rangschikking naar belangrijkheid, een zaak gerangschikt naar zijn ingeschat belang
prioriteiten	=	prioriteit
prioriteitenlijst	noun	opsomming van zaken die men het belangrijkste vindt en die men als eerste wil aanpakken
prioriteitenlijsten	=	prioriteitenlijst
prioriteitenlijstje	=	prioriteitenlijst
prioriteitenlijstjes	=	prioriteitenlijst
prioriteitje	=	prioriteit
prioriteitjes	=	prioriteit
prioritere	=	prioriteren
prioriteren	verb	prioriteit verlenen aan
prioriterend	=	prioriteren
prioriterende	=	prioriteren
prioritering	noun	het proces waarmee men bepaalt welke zaken men het eerst doet en welke zaken later
prioriteringen	=	prioritering
priors	=	prior
priorschap	noun	het prior zijn; de functie van prior
priorschappen	=	priorschap
priot	=	pria
priritvliegenvanger	noun	Batis pririt een kleine vogel in de familie der Platysteiridae
priritvliegenvangers	=	priritvliegenvanger
priritvliegenvangertje	=	priritvliegenvanger
priritvliegenvangertjes	=	priritvliegenvanger
prisma	noun	lichaam, begrensd door twee evenwijdige vlakken en drie of meer zijvlakken met evenwijdige snijlijnen
prisma's	=	prisma
prismaatje	=	prisma
prismaatjes	=	prisma
prismata	=	prisma
prismatisch	adj	de vorm van een prisma hebbend
prismatische	=	prismatisch
prismatischer	=	prismatisch
prismatischere	=	prismatisch
prismatischers	=	prismatisch
prison	noun	plaats waar mensen vanwege een delict gevangen worden gehouden
prisons	=	prison
pritsiem	=	pariets
pritt	noun	plakstift, lijmstift, prittstift
privaat	noun	toilet [1]	adj	particulier
privaatdocent	noun|obsolete	onbezoldigd docent aan een universiteit
privaatdocenten	=	privaatdocent
privaatje	=	privaat
privaatjes	=	privaat
privaatonderwijs	noun	onderwijs als privaatles(sen) gegeven
privaatrecht	noun	recht dat de verhoudingen tussen particuliere personen beschrijft en de procedures die beschrijven hoe dit recht kan worden toegepast
privaatrechtelijk	adj	volgens of vallend onder de wetten die de onderlinge verhouding tussen particulieren en hun organisaties regelen
privaatrechtelijke	=	privaatrechtelijk
privaatrechtelijker	=	privaatrechtelijk
privaatrechtelijkere	=	privaatrechtelijk
privaatrechtelijkers	=	privaatrechtelijk
privaatrechtelijks	=	privaatrechtelijk
privaatrechtelijkst	=	privaatrechtelijk
privaatrechtelijkste	=	privaatrechtelijk
privaats	=	privaat
privaatst	=	privaat
privaatste	=	privaat
privacy	noun	de sfeer van persoonlijke afzonderlijkheid hetgeen betekent dat iemand dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daar weet van heeft, inbreuk op maakt, of een corrigerende invloed op uitoefent
privacyaspect	noun	dat wat betrekking heeft op het beschermen stellen van de persoonlijke levenssfeer van iemand
privacyaspecten	=	privacyaspect
privacybelang	noun	het belang dat er gehecht wordt aan privacy
privacybelangen	=	privacybelang
privacydeskundige	noun	een persoon die zich erg verdiept heeft in het onderwerp van privacy
privacydeskundigen	=	privacydeskundige
privacyoverweging	noun	de afweging die een individu of organisatie maakt om iemands persoonlijke levenssfeer te beschermen.
privacyoverwegingen	=	privacyoverweging
privacyoverweginkje	=	privacyoverweging
privacyoverweginkjes	=	privacyoverweging
privacyregel	noun	een regel op het gebied van privacy
privacyregels	=	privacyregel
privacyregeltje	=	privacyregel
privacyregeltjes	=	privacyregel
privacyschending	noun	inbreuk maken op de privésfeer van iemand
privacyschendingen	=	privacyschending
privacyschendinkje	=	privacyschending
privacyschendinkjes	=	privacyschending
privacystatement	noun	verklaring van een bedrijf of organisatie waarin staat hoe ze met persoonsgegevens omgaan
privacystatements	=	privacystatement
privacyverdrag	noun	een verdrag dat de opslag van persoonsgegevens tussen twee partners regelt
privacyverdragen	=	privacyverdrag
privacyverdragje	=	privacyverdrag
privacyverdragjes	=	privacyverdrag
privacyverklaring	noun	een document waarin staat wat een bedrijf mag doen met de persoonlijke gegevens van een bepaalde klant
privacyverklaringen	=	privacyverklaring
privacyverklarinkje	=	privacyverklaring
privacyverklarinkjes	=	privacyverklaring
privacyvriendelijk	adj	gericht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer
privacyvriendelijke	=	privacyvriendelijk
privacyvriendelijker	=	privacyvriendelijk
privacyvriendelijkere	=	privacyvriendelijk
privacyvriendelijkers	=	privacyvriendelijk
privacyvriendelijks	=	privacyvriendelijk
privacyvriendelijkst	=	privacyvriendelijk
privacyvriendelijkste	=	privacyvriendelijk
privacywaakhond	noun	een persoon of organisatie die in de gaten houdt dat de privacy van mensen niet in het geding komt
privacywaakhonden	=	privacywaakhond
privacywaakhondje	=	privacywaakhond
privacywaakhondjes	=	privacywaakhond
privacywet	noun	wet die de privésfeer beschermt
privacywetgeving	noun	de wetgeving op het gebied van privacy
privacywetgevingen	=	privacywetgeving
privacywetten	=	privacywet
private	noun	dat deel van het leven en de samenleving dat privé is
private-equityfonds	noun	beleggingsfonds dat in niet-beursgenoteerde bedrijven belegt
private-equityfondsen	=	private-equityfonds
privaten	=	privaat
privater	=	privaat
privatere	=	privaat
privaters	=	privaat
privatief	adj	voor iemand zelf en dus niet voor anderen
privatiefs	=	privatief
privatiefst	=	privatief
privatiefste	=	privatief
privatieve	=	privatief
privatiever	=	privatief
privatievere	=	privatief
privatievers	=	privatief
privatim	adv	in het geheim
privatiseer	=	privatiseren
privatiseerde	=	privatiseren
privatiseerden	=	privatiseren
privatiseert	=	privatiseren
privatisere	=	privatiseren
privatiseren	verb	omvormen van staatsbedrijven, overheidsdiensten tot particuliere, private bedrijven
privatiserend	=	privatiseren
privatiserende	=	privatiseren
privatisering	noun	het overlaten van overheidstaken aan het bedrijfsleven en/of particulieren
privatiseringen	=	privatisering
privatiserinkje	=	privatisering
privatiserinkjes	=	privatisering
privilege	noun	een bepaald recht, voordeel niet genoten door anderen
privileges	=	privilege
privilegie	noun	bepaald door een machthebber toegekend recht, voordeel niet genoten door anderen
privilegieer	=	privilegiëren
privilegieerde	=	privilegiëren
privilegieerden	=	privilegiëren
privilegieert	=	privilegiëren
privilegies	=	privilegie
privilegiën	=	privilegie
privilegiëre	=	privilegiëren
privilegiëren	verb	voorrechten schenken aan iemand
privilegiërend	=	privilegiëren
privilegiërende	=	privilegiëren
privé	adj	alleen predicatief: voor persoonlijk gebruik gereserveerd
privé-aanlegsteiger	noun	persoonlijke aanlegplaats voor de eigen boot
privé-aanlegsteigers	=	privé-aanlegsteiger
privé-eigenaar	noun	persoon die iets bezit voor zichzelf zonder het te hoeven delen met anderen
privé-eigenaars	=	privé-eigenaar
privé-eigenaren	=	privé-eigenaar
privé-eigendom	noun	een persoonlijk bezit
privé-eigendommen	=	privé-eigendom
privé-eiland	noun	een eiland dat in particulier bezit is
privé-eilanden	=	privé-eiland
privé-eilandje	=	privé-eiland
privé-eilandjes	=	privé-eiland
privé-evenement	noun	een particuliere, besloten bijeenkomst voor genodigden
privé-evenementen	=	privé-evenement
privé-evenementje	=	privé-evenement
privé-evenementjes	=	privé-evenement
privé-informatie	noun	kennis over iemands persoonlijke omstandigheden; persoonlijke informatie; privacy gevoelige informatie
privé-ingang	noun	toegang die uitsluitend voor persoonlijk gebruik is bestemd
privé-ingangen	=	privé-ingang
privé-ingangetje	=	privé-ingang
privé-ingangetjes	=	privé-ingang
privé-initiatief	noun	het door particulieren starten van een activiteit
privé-initiatiefje	=	privé-initiatief
privé-initiatiefjes	=	privé-initiatief
privé-initiatieven	=	privé-initiatief
privé-inkomen	noun	inkomen dat men voor persoonlijke zaken kan gebruiken; inkomen dat men door persoonlijke activiteiten heeft verworven
privé-inkomens	=	privé-inkomen
privé-inkomentje	=	privé-inkomen
privé-inkomentjes	=	privé-inkomen
privé-inkomst	noun	geld dat men verdient door privé-activiteiten
privé-inkomsten	=	privé-inkomst
privé-instructeur	noun	iemand die slechts één persoon instrueert (onderricht) in een vaardigheid
privé-instructeurs	=	privé-instructeur
privé-instructeurtje	=	privé-instructeur
privé-instructeurtjes	=	privé-instructeur
privé-internetten	verb	surfen op het (zakelijk)internet voor persoonlijke zaken
privé-investeerder	noun	persoon die met zijn eigen geld een investering doet; particuliere investeerder
privé-investeerders	=	privé-investeerder
privé-investering	noun	geld dat een particulier in een onderneming stopt met het oog op toekomstig rendement
privé-investeringen	=	privé-investering
privé-post	=	privépost
privé-uitgave	noun	geld dat men voor persoonlijke doeleinden gebruikt
privé-uitgaven	=	privé-uitgave
privé-uitgaves	=	privé-uitgave
privé-universiteit	noun	een universiteit die door particulieren is opgericht en bestuurd
privé-universiteiten	=	privé-universiteit
privé-universiteitje	=	privé-universiteit
privé-universiteitjes	=	privé-universiteit
privéaandeel	noun	een effect dat in particulier eigendom is
privéaandeelhouder	noun	particuliere aandeelhouder
privéaandeelhouders	=	privéaandeelhouder
privéaandelen	=	privéaandeel
privéaangelegenheden	=	privéaangelegenheid
privéaangelegenheid	noun	iets dat helemaal valt in de persoonlijke levenssfeer en waar de buitenwereld niets mee te maken heeft
privéaankoop	noun	het kopen van iets voor persoonlijk gebruik
privéaankoopje	=	privéaankoop
privéaankoopjes	=	privéaankoop
privéaankopen	=	privéaankoop
privéaccount	noun	inschrijving bij een sociale-media site die men alleen voor privézaken gebruikt
privéaccounts	=	privéaccount
privéactiviteit	noun	persoonlijke activiteiten van iemand in zijn of haar vrije tijd
privéactiviteiten	=	privéactiviteit
privéadres	noun	aanduiding van de plaats, straat en huisnummer waar iemand woont
privéadressen	=	privéadres
privéafspraak	noun	een afspraak in de persoonlijke sfeer
privéafspraakje	=	privéafspraak
privéafspraakjes	=	privéafspraak
privéafspraken	=	privéafspraak
privéagenda	noun	een verborgen lijstje met eigen plannen en wensen; verborgen agenda
privéagenda's	=	privéagenda
privéarchief	noun	verzameling documenten van een bepaald persoon dat betrekking heeft op die persoon
privéarchieven	=	privéarchief
privéarts	noun	arts die speciaal voor één persoon is aangesteld; de persoonlijke arts van iemand
privéartsen	=	privéarts
privéauto	noun	een wagen voor persoonlijk gebruik; een wagen die iemands persoonlijk bezit is
privéauto's	=	privéauto
privéautootje	=	privéauto
privéautootjes	=	privéauto
privébalans	noun	het evenwicht tussen het leven op het werk en het leven thuis
privébalansen	=	privébalans
privébank	noun	financiële instelling voor (zeer welgestelde) particulieren
privébanken	=	privébank
privébankrekening	noun	bankrekening die men gebruikt voor de persoonlijke in- en uitgaven
privébankrekeningen	=	privébankrekening
privébedrijf	noun	onderneming die in bezit van particulieren is; particuliere onderneming
privébedrijfje	=	privébedrijf
privébedrijfjes	=	privébedrijf
privébedrijven	=	privébedrijf
privébelang	noun	voordeel voor een bepaalde particulier
privébelangen	=	privébelang
privébelangetje	=	privébelang
privébelangetjes	=	privébelang
privébelegging	noun	investering in waardepapieren met particulier kapitaal
privébeleggingen	=	privébelegging
privébelegginkje	=	privébelegging
privébelegginkjes	=	privébelegging
privébericht	noun	een bericht op een internet website die van één persoon naar één persoon gaat en niet voor iedereen zichtbaar is
privéberichten	=	privébericht
privéberichtje	=	privébericht
privéberichtjes	=	privébericht
privébestaan	noun	het persoonlijke, niet openbare leven van iemand
privébetaling	noun	betalingen voor uitgaven die men doet voor privédoeleinden
privébetalingen	=	privébetaling
privébezit	noun	persoonlijk eigendom
privébezitting	noun	zaken waar men als particulier persoon eigenaar van is; het als particulier persoon eignaar van iets zijn
privébezittingen	=	privébezitting
privébezoek	noun	informeel bezoek dat iemand als particulier brengt
privébezoeken	=	privébezoek
privébezoekje	=	privébezoek
privébezoekjes	=	privébezoek
privébibliotheek	noun	verzameling boeken voor particulier gebruik
privébibliotheekje	=	privébibliotheek
privébibliotheekjes	=	privébibliotheek
privébibliotheken	=	privébibliotheek
privéboer	noun	een particuliere boer die voor eigen rekening een boerenbedrijf runt
privéboeren	=	privéboer
privéboertje	=	privéboer
privéboertjes	=	privéboer
privébos	noun	een bos dat in particulier eigendom is
privébossen	=	privébos
privébus	noun	particuliere bussen die eigendom zijn van particuliere ondernemingen
privébusje	=	privébus
privébusjes	=	privébus
privébussen	=	privébus
privéchat	noun	besloten 'gesprek' met behulp van getypte teksten op internet dat alleen voor de beide gesprekspartners zichtbaar is
privéchats	=	privéchat
privéchauffeur	noun	bestuurder van een voertuig die in dienst is van één persoon of één familie
privéchauffeurs	=	privéchauffeur
privéchauffeurtje	=	privéchauffeur
privéchauffeurtjes	=	privéchauffeur
privéclub	noun	sociëteit of vereniging waar je niet gemakkelijk lid van kan worden
privéclubs	=	privéclub
privécoach	noun	begeleider die verbonden is met één persoon
privécoaches	=	privécoach
privécollectie	noun	een (kunst)verzameling aangelegd en in bezit van een persoon en niet van een organisatie
privécollecties	=	privécollectie
privéconcert	noun	besloten muziekuitvoering; muziekuitvoering die alleen toegankelijk is voor genodigden
privéconcerten	=	privéconcert
privéconcertje	=	privéconcert
privéconcertjes	=	privéconcert
privécursus	noun	leergang die aan slechts één persoon wordt gegeven
privécursusje	=	privécursus
privécursusjes	=	privécursus
privécursussen	=	privécursus
privédeel	noun	het deel dat voor persoonlijk gebruik is; het particuliere deel
privédelen	=	privédeel
privédetective	noun	speurder die in dienst van particulieren tracht bewijsmateriaal te verzamelen of misdaden op te lossen
privédetectives	=	privédetective
privéding	noun	zaken die betrekking hebben op iemands persoonlijke leven
privédingen	=	privéding
privédingetje	=	privéding
privédingetjes	=	privéding
privédocent	noun	door particulier betaalde leraar
privédocenten	=	privédocent
privédoeleinde	noun	een door een particulier bepaald te behalen resultaat; persoonlijk voordee3l
privédoeleinden	=	privédoeleinde
privédoeleindes	=	privédoeleinde
privédomein	noun	particulier gebied waar je alleen met toestemming van de eigenaar mag zijn
privédomeinen	=	privédomein
privédomeintje	=	privédomein
privédomeintjes	=	privédomein
privédruk	noun	drukwerk voor privé gebruik
privéfeest	noun	een besloten feest
privéfeesten	=	privéfeest
privéfeestje	=	privéfeest
privéfeestjes	=	privéfeest
privéfirma	noun	een onderneming die in het bezit is van particulieren; particulier bedrijf
privéfirma's	=	privéfirma
privéfirmaatje	=	privéfirma
privéfirmaatjes	=	privéfirma
privéfoto	noun	persoonlijke foto die gemaakt is in een besloten omgeving en niet bestemd was voor publicatie
privéfoto's	=	privéfoto
privéfotootje	=	privéfoto
privéfotootjes	=	privéfoto
privégarage	noun	overdekte, niet openbare, particuliere parkeerplaats voor auto's
privégarages	=	privégarage
privégebied	noun	besloten terrein voor persoonlijk gebruik
privégebieden	=	privégebied
privégebruik	noun	voor eigen, particulier gebruik
privégebruiken	=	privégebruik
privégedeelte	noun	deel dat niet voor buitenstaanders bestemd is
privégedeelten	=	privégedeelte
privégedeeltes	=	privégedeelte
privégedrag	noun	handelingen die men in de persoonlijke levenssfeer doet
privégegeven	noun	een stukje informatie dat men graag privé wil houden
privégegevens	noun	de persoonlijke gegevens van een individu (die iemand niet openbaar wil maken)
privégegeventje	=	privégegeven
privégegeventjes	=	privégegeven
privégeld	noun	geld dat direct afkomstig is van particulieren; geld dat men mag besteden voor privédoeleinden
privégelden	=	privégeld
privégelegenheden	=	privégelegenheid
privégelegenheid	noun	iets dat helemaal valt in de persoonlijke levenssfeer en waar de buitenwereld niets mee te maken heeft
privégesprek	noun	vertrouwelijke gedachtewisseling tussen mensen waarin geen officiële boodschap wordt overgebracht
privégesprekje	=	privégesprek
privégesprekjes	=	privégesprek
privégesprekken	=	privégesprek
privégids	noun	iemand die één persoon of een besloten groep begeleidt en uitleg geeft
privégidsen	=	privégids
privégoed	noun	zaken die persoonlijk eigendom zijn
privégoederen	=	privégoed
privégrond	noun	besloten terrein dat in particulier bezit is
privégronden	=	privégrond
privéhandel	noun	een handeltje dat men drijft voor eigen rekening
privéhandeling	noun	handeling die men verricht op persoonlijke titel
privéhandelingen	=	privéhandeling
privéhandeltje	=	privéhandel
privéhandeltjes	=	privéhandel
privéhuis	noun	een huis waar prostituees werken
privéhuisje	=	privéhuis
privéhuisjes	=	privéhuis
privéhuisvesting	noun	de woningen voor particulieren
privéhuisvestingen	=	privéhuisvesting
privéhuizen	=	privéhuis
privéhuurwoning	noun	een woning die je huurt van een particuliere eigenaar in plaats van een woningcorporatie.
privéhuurwoningen	=	privéhuurwoning
privéhuurwoninkje	=	privéhuurwoning
privéhuurwoninkjes	=	privéhuurwoning
privéjacht	noun	snel,groot, luxe ingericht pleziervaartuig voor persoonlijk gebruik
privéjachten	=	privéjacht
privéjachtje	=	privéjacht
privéjachtjes	=	privéjacht
privéjet	noun	een - in het algemeen - zeer luxueus, wat kleiner vliegtuig uitgerust met straalmotoren
privéjets	=	privéjet
privékamer	noun	een kamer die niet voor buitenstaanders bestemd is; een kamer die voor persoonlijk gebruik bestemd is
privékamers	=	privékamer
privékamertje	=	privékamer
privékamertjes	=	privékamer
privékantoor	noun	een kantoorruimte voor persoonlijk gebruik
privékantoortje	=	privékantoor
privékantoortjes	=	privékantoor
privékantoren	=	privékantoor
privékapitaal	noun	een grote hoeveelheid geld die men als persoon bezit
privékapitaaltje	=	privékapitaal
privékapitaaltjes	=	privékapitaal
privékapitalen	=	privékapitaal
privékarakter	noun	iets dat betrekking heeft op de persoonlijke, niet publiekelijke levenssfeer
privékilometer	noun	afstand die men met een auto rijdt voor privégebruik
privékilometers	=	privékilometer
privékliniek	noun	particuliere onderneming waar patiënten behandeld kunnen worden
privéklinieken	=	privékliniek
privékliniekje	=	privékliniek
privékliniekjes	=	privékliniek
privékok	noun	iemand die kookt als beroep en in dienst is van een particulier
privékokje	=	privékok
privékokjes	=	privékok
privékoks	=	privékok
privékost	noun|obsolete	geld dat met heeft uitgegeven voor privédoeleinden
privékosten	noun	geld dat met heeft uitgegeven voor privédoeleinden
privékring	noun	de besloten groep mensen van de huiselijke omgeving
privékringen	=	privékring
privékringetje	=	privékring
privékringetjes	=	privékring
privékwestie	noun	een zaak of conflict die de persoonlijke levenssfeer betreft
privékwesties	=	privékwestie
privéleerkracht	noun	docent die in dienst is van een particulier
privéleerkrachten	=	privéleerkracht
privéleger	noun	strijdmacht die in dienst is van een particulier
privélegers	=	privéleger
privélegertje	=	privéleger
privélegertjes	=	privéleger
privéleraar	noun	docent die aan één leerling tegelijk les geeft
privéleraars	=	privéleraar
privéleraartje	=	privéleraar
privéleraartjes	=	privéleraar
privéleraren	=	privéleraar
privéles	noun	les die niet klassikaal wordt gegeven (meestal aan slechts één persoon)
privélesje	=	privéles
privélesjes	=	privéles
privélessen	=	privéles
privéleven	noun	de tijd die besteed wordt aan persoonlijke bezigheden
privélevens	=	privéleven
privéleventje	=	privéleven
privéleventjes	=	privéleven
privélift	noun	lift voor het vertikale vervoer van personen die men niet met buitenstaanders hoeft te delen
privéliften	=	privélift
privéliftje	=	privélift
privéliftjes	=	privélift
privémail	noun	een emaildienst die voor persoonlijk gebruik is en dus niet voor zakelijk gebruik
privémailadres	noun	het persoonlijke, niet professionele e-mailadres; e-mailadres dat men gebruikt voor mailtjes in de huiselijke sfeer
privémailadressen	=	privémailadres
privémails	=	privémail
privémailtje	=	privémail
privémailtjes	=	privémail
privémarkt	noun	de verkoop van zaken en diensten aan particulieren
privémarkten	=	privémarkt
privémarktje	=	privémarkt
privémarktjes	=	privémarkt
privémening	noun	de opinie die iemand als privépersoon heeft
privémeningen	=	privémening
privémeninkje	=	privémening
privémeninkjes	=	privémening
privémiddel	noun	gelden waarover iemand als particulier de beschikking heeft
privémiddelen	=	privémiddel
privémilitie	noun	paramilitaire eenheid in dienst van een particulier
privémilities	=	privémilitie
privémoment	noun	korte periode die voor persoonlijk gebruik is gereserveerd
privémomenten	=	privémoment
privémomentje	=	privémoment
privémomentjes	=	privémoment
privémusea	=	privémuseum
privémuseum	noun	kunstverzameling in particulier bezit
privémuseumpje	=	privémuseum
privémuseumpjes	=	privémuseum
privémuseums	=	privémuseum
privénetwerk	noun	een besloten netwerk van computers dat niet toegankelijk is voor buitenstaanders
privénetwerken	=	privénetwerk
privénetwerkje	=	privénetwerk
privénetwerkjes	=	privénetwerk
privénummer	noun	persoonlijk telefoonnummer
privénummers	=	privénummer
privénummertje	=	privénummer
privénummertjes	=	privénummer
privéomgeving	noun	de huiselijke omgeving
privéomgevingen	=	privéomgeving
privéomstandigheden	=	privéomstandigheid
privéomstandigheid	noun	zaak die te maken heeft met gezinsleden of familie leden (vaak gaat het om ziektes en overlijdens)
privéondernemer	noun	persoon die als een particulier een bedrijf bezit en bestuurt
privéondernemers	=	privéondernemer
privéondernemertje	=	privéondernemer
privéondernemertjes	=	privéondernemer
privéonderneming	noun	bedrijf dat in handen is van een particulier
privéondernemingen	=	privéonderneming
privéonderneminkje	=	privéonderneming
privéonderneminkjes	=	privéonderneming
privéonderwijs	noun	onderwijs gegeven door privé-instellingen (tegen (meestal flinke) betaling)
privéonderzoek	noun	onderzoek door particulieren; een besloten, niet openbaar onderzoek
privéonderzoeken	=	privéonderzoek
privéongeval	noun	ongeluk in de huiselijke omgeving; ongeluk buiten de werktijden
privéongevallen	=	privéongeval
privéonttrekking	noun	geld in de boekhouding van een bedrijf dat wordt gebruikt voor persoonlijke uitgaven van de eigenaar; geld van een bedrijf dat overgemaakt wordt naar particuliere rekeningen van de eigenaar
privéonttrekkingen	=	privéonttrekking
privéonttrekkinkje	=	privéonttrekking
privéonttrekkinkjes	=	privéonttrekking
privéopname	noun	geldmiddelen van een bedrijf dat de eigenaar van dat bedrijft gebruikt voor privédoeleinden; geld van een bedrijf dat overgemaakt wordt op privérekeningen van de eigenaar
privéopnamen	=	privéopname
privéopnames	=	privéopname
privéoptreden	noun	besloten voorstelling; een voorstelling in de huiselijke kring
privéoptredens	=	privéoptreden
privéorganisatie	noun	niet-gouvernementele organisatie
privéorganisaties	=	privéorganisatie
privéorganisatietje	=	privéorganisatie
privéorganisatietjes	=	privéorganisatie
privépaard	noun	paard dat eigendom is van een particulier en niet van een bedrijf
privépaarden	=	privépaard
privépaardje	=	privépaard
privépaardjes	=	privépaard
privéparkeerplaats	noun	parkeerplaats die voor iemand persoonlijk is gereserveerd en waar buitenstaanders geen gebruik van mogen maken
privéparkeerplaatsen	=	privéparkeerplaats
privéparkeerplaatsje	=	privéparkeerplaats
privéparkeerplaatsjes	=	privéparkeerplaats
privéparking	noun	besloten parkeergarage voor één persoon of een besloten groep personen
privéparkings	=	privéparking
privépartner	noun	particulier bedrijf in een samenwerkingsverband met de overheid
privépartners	=	privépartner
privépersonen	=	privépersoon
privépersoon	noun	iemand die niet uit hoofde van zijn ambt of functie handelt
privépost	noun	persoonlijke brievenpost
privépraktijk	noun	een particulier bedrijf van een arts, psychotherapeut, fysiotherapie, advocaat en andere professionals waar deze hun vak uitoefenen
privépraktijken	=	privépraktijk
privéprobleem	noun	moeilijkheden in de persoonlijke levenssfeer
privéprobleempje	=	privéprobleem
privéprobleempjes	=	privéprobleem
privéproblemen	=	privéprobleem
privéraket	noun	een particuliere raket; een raket die wordt afgeschoten door een commercieel bedrijf
privéraketje	=	privéraket
privéraketjes	=	privéraket
privéraketten	=	privéraket
privérecht	noun	de rechten die iemand kan doen gelden met betrekking tot zijn of haar privacy
privérechten	=	privérecht
privéreden	noun	een oorzaak die ligt in de huiselijke omstandigheden van iemand
privéredenen	=	privéreden
privéreis	noun	een reis die men maakt voor het eigen genoegen en dus niet voor een bedrijf of school
privéreisje	=	privéreis
privéreisjes	=	privéreis
privéreizen	=	privéreis
privérekening	noun	mogelijkheid om via een uniek administratienummer bij een bank persoonlijke inkomsten en uitgaven te doen
privérekeningen	=	privérekening
privéruimte	noun	ruimte in een gebouw die bestemd is voor persoonlijk gebruik
privéruimten	=	privéruimte
privéruimtes	=	privéruimte
privés	=	privé
privésauna	noun	eigen, besloten sauna voor persoonlijk gebruik; niet-openbare sauna
privésauna's	=	privésauna
privéscholen	=	privéschool
privéschool	noun	puur commerciële onderneming waar de leerling alle kosten van het onderwijs zelf moet betalen
privéschooltje	=	privéschool
privéschooltjes	=	privéschool
privésecretaresse	noun	vrouw die uitsluitend direct ondersteunend werk verricht voor een specifieke hooggeplaatste persoon
privésecretaresses	=	privésecretaresse
privésecretaris	noun	naaste medewerker van een hooggeplaatst persoon die alleen maar voor die ene persoon diensten verricht
privésecretarissen	=	privésecretaris
privésector	noun	geheel van de bedrijvigheid die niet hoofdzakelijk door de staat wordt beheerst, verzamelterm voor de bedrijven die winst maken voor particuliere eigenaars
privésectoren	=	privésector
privésectors	=	privésector
privésessie	noun	besloten bijeenkomst
privésessies	=	privésessie
privésfeer	noun	dat deel van het menselijke leven dat zich afspeelt in de huiselijke omgeving; persoonlijke levenssfeer
privésfeertje	=	privésfeer
privésfeertjes	=	privésfeer
privésferen	=	privésfeer
privésituatie	noun	de staat van de persoonlijke levenssfeer
privésituaties	=	privésituatie
privésponsor	noun	bedrijf dat één bepaalde sporter financieel ondersteunt
privésponsoren	=	privésponsor
privésponsors	=	privésponsor
privéspul	noun	persoonlijke voorwerpen; zaken die alleen voor één bepaald persoon van belang zijn
privéspullen	=	privéspul
privéspulletje	=	privéspul
privéspulletjes	=	privéspul
privést	=	privé
privéstal	noun	eigen paardenstal voor de eigen paarden; paardenstal in eigendom van een particulier
privéstallen	=	privéstal
privéstalletje	=	privéstal
privéstalletjes	=	privéstal
privéste	=	privé
privéstorting	noun	geld dat een ondernemer op de rekening van zijn onderneming stort
privéstortingen	=	privéstorting
privéstrand	noun	een strand voor persoonlijk, niet publiekelijk gebruik
privéstranden	=	privéstrand
privéstrandje	=	privéstrand
privéstrandjes	=	privéstrand
privésurfen	verb	om persoonlijke redenen websites bezoeken tijdens werktijd
privételefoon	noun	telefoon voor persoonlijk gebruik
privételefoons	=	privételefoon
privételefoontje	=	privételefoon
privételefoontjes	=	privételefoon
privéterras	noun	besloten verhard terrein bij een woning of verblijfsgebouw waar de bewoners buiten kunnen zitten
privéterrasje	=	privéterras
privéterrasjes	=	privéterras
privéterrassen	=	privéterras
privéterrein	noun	terrein dat in bezit is van een particulier dus geen staatsgrond is
privéterreinen	=	privéterrein
privéterreintje	=	privéterrein
privéterreintjes	=	privéterrein
privétijd	noun	de tijd die men heeft voor zijn eigen persoonlijke leven; vrije tijd
privétijden	=	privétijd
privétrainer	noun	oefenmeester die men niet hoeft te delen met anderen
privétrainers	=	privétrainer
privétraining	noun	persoonlijke training
privétrainingen	=	privétraining
privétransactie	noun	betaling in de persoonlijke sfeer
privétransacties	=	privétransactie
privétuin	noun	een tuin die alleen open is voor de bewoners en niet voor het algemene publiek
privétuinen	=	privétuin
privétuintje	=	privétuin
privétuintjes	=	privétuin
privévermogen	noun	de financiële middelen die persoonlijk eigendom van iemand zijn
privévermogens	=	privévermogen
privévertrek	noun	ruimte in een openbaar gebouw voor persoonlijk gebruik
privévertrekje	=	privévertrek
privévertrekjes	=	privévertrek
privévertrekken	=	privévertrek
privévervoer	noun	transport met behulp van particuliere voertuigen
privéverzamelaar	noun	particulier die bepaalde (kunst)voorwerpen verzamelt
privéverzamelaars	=	privéverzamelaar
privéverzameling	noun	een verzameling (kunstvoorwerpen) voor privédoeleinden
privéverzamelingen	=	privéverzameling
privéverzamelingetje	=	privéverzameling
privéverzamelingetjes	=	privéverzameling
privéverzekering	noun	door een particulier afgesloten verzekering
privéverzekeringen	=	privéverzekering
privévlak	noun	de persoonlijke levenssfeer
privévlakken	=	privévlak
privévliegtuig	noun	privéjet, een vliegtuig dat men exclusief voor zichzelf kan gebruiken
privévliegtuigen	=	privévliegtuig
privévliegtuigje	=	privévliegtuig
privévliegtuigjes	=	privévliegtuig
privévoertuig	noun	auto die in het bezit is van een particulier
privévoertuigen	=	privévoertuig
privévoorstelling	noun	optreden voor een besloten, particulier gezelschap
privévoorstellingen	=	privévoorstelling
privévoorstellinkje	=	privévoorstelling
privévoorstellinkjes	=	privévoorstelling
privéwagen	noun	auto voor particulier gebruik
privéwagens	=	privéwagen
privéwagentje	=	privéwagen
privéwagentjes	=	privéwagen
privéweg	noun	een weg die in eigendom is van een particulier of een bedrijf en op elk willekeurig moment mag worden afgesloten
privéwegen	=	privéweg
privéwereld	noun	dat deel van het leven dat men afgeschermd houdt van de buitenwereld
privéwerelden	=	privéwereld
privéwoning	noun	een woning voor persoonlijk gebruik
privéwoningen	=	privéwoning
privéwoninkje	=	privéwoning
privéwoninkjes	=	privéwoning
privézaak	noun	heel persoonlijke dingen die je liever niet aan iedereen bekend maakt en waar eigenlijk ook niemand wat mee te maken heeft
privézaakje	=	privézaak
privézaakjes	=	privézaak
privézaken	=	privézaak
privézender	noun	commerciële radio- of televisiezender
privézenders	=	privézender
privézendertje	=	privézender
privézendertjes	=	privézender
privéziekenhuis	noun	een particulier ziekenhuis; ziekenhuis voor particuliere patiënten; ziekenhuis met winstoogmerk
privéziekenhuisje	=	privéziekenhuis
privéziekenhuisjes	=	privéziekenhuis
privéziekenhuizen	=	privéziekenhuis
privézwembad	noun	zwembad dat in eigendom is van een particulier; niet-openbaar zwembad
privézwembaden	=	privézwembad
privézwembadje	=	privézwembad
privézwembadjes	=	privézwembad
privézwemles	noun	onderricht in zwemmen voor een besloten groep leerlingen
privézwemlesje	=	privézwemles
privézwemlesjes	=	privézwemles
privézwemlessen	=	privézwemles
privéër	=	privé
privéëre	=	privé
privéërs	=	privé
priëel	=	prieel
priëlen	=	prieel
pro	noun	iemand die zeer vakbekwaam is	adj	met een standpunt dat positief is, met een opstelling die steun geeft
pro's	=	pro
pro-actief	=	proactief
pro-amerikaans	adj	een voorliefde voor Amerika hebbend
pro-amerikaanse	=	pro-amerikaans
pro-amerikaanser	=	pro-amerikaans
pro-amerikaansere	=	pro-amerikaans
pro-amerikaansers	=	pro-amerikaans
pro-amerikaanst	=	pro-amerikaans
pro-amerikaanste	=	pro-amerikaans
pro-belgisch	adj	een voorliefde voor België hebbend
pro-belgische	=	pro-belgisch
pro-belgischer	=	pro-belgisch
pro-belgischere	=	pro-belgisch
pro-belgischers	=	pro-belgisch
pro-deoadvocaat	noun	advocaat voor iemand met weinig financiële middelen die geheel of grotendeels door de overheid betaald wordt
pro-deoadvocaatje	=	pro-deoadvocaat
pro-deoadvocaatjes	=	pro-deoadvocaat
pro-deoadvocate	noun	vrouwelijke vorm van pro-Deoadvocaat
pro-deoadvocaten	=	pro-deoadvocaat
pro-deoadvocates	=	pro-deoadvocate
pro-duits	adj	voor het Duitse standpunt of alles wat maar Duits is
pro-duitse	=	pro-duits
pro-duitser	=	pro-duits
pro-duitsere	=	pro-duits
pro-duitsers	=	pro-duits
pro-duitst	=	pro-duits
pro-duitste	=	pro-duits
pro-islamitisch	adj	vóór de islam, gericht op het bevorderen of ondersteunen van de islamitische religie, cultuur, waarden of politieke belangen.
pro-islamitische	=	pro-islamitisch
pro-islamitischer	=	pro-islamitisch
pro-islamitischere	=	pro-islamitisch
pro-islamitischers	=	pro-islamitisch
pro-israëlisch	adj	betrekking hebbend op het actief steunen van de staat Israël, haar bestaansrecht, veiligheid en belangen.
pro-israëlische	=	pro-israëlisch
pro-israëlischer	=	pro-israëlisch
pro-israëlischere	=	pro-israëlisch
pro-israëlischers	=	pro-israëlisch
pro-koerdisch	adj	met betrekking tot het ondersteunen van de belangen, cultuur en politieke aspiraties van het Koerdische volk.
pro-koerdische	=	pro-koerdisch
pro-koerdischer	=	pro-koerdisch
pro-koerdischere	=	pro-koerdisch
pro-koerdischers	=	pro-koerdisch
pro-occultistisch	adj	betreft het omarmen van mystieke, esoterische of bovennatuurlijke praktijken in plaats van ze te verwerpen
pro-occultistische	=	pro-occultistisch
pro-occultistischer	=	pro-occultistisch
pro-occultistischere	=	pro-occultistisch
pro-occultistischers	=	pro-occultistisch
pro-pietdemonstrant	noun	iemand die aangeeft dat hij vóór de traditie van Zwarte Piet is
pro-pietdemonstranten	=	pro-pietdemonstrant
pro-russisch	adj	een voorliefde voor Rusland hebbend
pro-russische	=	pro-russisch
pro-russischer	=	pro-russisch
pro-russischere	=	pro-russisch
pro-russischers	=	pro-russisch
pro-servisch	adj	betreft dat iemand of een organisatie vóór Servië of de Servische belangen is
pro-servische	=	pro-servisch
pro-servischer	=	pro-servisch
pro-servischere	=	pro-servisch
pro-servischers	=	pro-servisch
pro-syrisch	adj	betreft dat iemand of iets sympathie, steun of loyaliteit toont aan Syrië als land, de Syrische bevolking, of in veel politieke contexten
pro-syrische	=	pro-syrisch
pro-syrischer	=	pro-syrisch
pro-syrischere	=	pro-syrisch
pro-syrischers	=	pro-syrisch
proactief	adj	een competentie die er op duidt dat iemand zowel initiatiefrijk is als goed in het anticiperen, vooruitdenken
proactiefs	=	proactief
proactiefst	=	proactief
proactiefste	=	proactief
proactieve	=	proactief
proactiever	=	proactief
proactievere	=	proactief
proactievers	=	proactief
proana	noun	meisje dat of jonge vrouw die haar anorexia niet als een ziekte, maar als een bewuste keus voorstelt
proana's	=	proana
probaat	adj	probaat middel: iets waarvan proefondervindelijk is bewezen dat het goed werkt tegen een ziekte of ander probleem
probaats	=	probaat
probaatst	=	probaat
probaatste	=	probaat
probabilistisch	adj	gebaseerd op de kansrekening
probabilistische	=	probabilistisch
probabilistischer	=	probabilistisch
probabilistischere	=	probabilistisch
probabilistischers	=	probabilistisch
proband	noun	de startpersoon of het centrale uitgangspunt van een onderzoek
probanden	=	proband
probandi	=	proband
probandus	=	proband
probate	=	probaat
probater	=	probaat
probatere	=	probaat
probaters	=	probaat
probatie	noun	proeftijd
probaties	=	probatie
probeer	=	proberen
probeerde	=	proberen
probeerden	=	proberen
probeeren	=	proberen
probeersel	noun|humorous	iets dat je probeert maar dat ook heel goed kan mislukken
probeerselen	=	probeersel
probeersels	=	probeersel
probeerseltje	=	probeersel
probeerseltjes	=	probeersel
probeert	=	proberen
probere	=	proberen
proberen	verb	testen
proberend	=	proberen
proberende	=	proberen
probiotica	noun	bacteriën die de gezondheid bevorderen
probioticum	noun	gezondheidsbevorderende bacterie die in voedingsmiddelen aanwezig is of er aan wordt toegevoegd
probiotisch	adj	betrekking hebbend op een probioticum
probiotische	=	probiotisch
probiotischer	=	probiotisch
probiotischere	=	probiotisch
probiotischers	=	probiotisch
probleem	noun	iets dat schade teweegbrengt of de voortgang van iets anders in de weg staat
probleemanalyse	noun	onderzoek naar de aard en de oorzaak van een moeilijkheid zodat men er later een oplossing voor kan proberen te vinden
probleemanalysen	=	probleemanalyse
probleemanalyses	=	probleemanalyse
probleembank	noun	een bank die dreigt failliet te gaan waardoor de rekeninghouders dreigen hun tegoeden te verliezen
probleembanken	=	probleembank
probleembedrijf	noun	een bedrijf dat in moeilijkheden verkeert
probleembedrijfje	=	probleembedrijf
probleembedrijfjes	=	probleembedrijf
probleembedrijven	=	probleembedrijf
probleembuurt	noun	deel van een stad met veel sociaal-economische moeilijkheden
probleembuurten	=	probleembuurt
probleemcumulatiegebied	noun	een buurt of wijk waar veel soorten van moeilijkheden samenkomen
probleemcumulatiegebieden	=	probleemcumulatiegebied
probleemdefinitie	noun	beschrijving van een moeilijkheid
probleemdefinities	=	probleemdefinitie
probleemdochter	noun	bedrijf dat in moeilijkheden verkeert en geheel of gedeeltelijk eigendom is van een ander bedrijf
probleemdochters	=	probleemdochter
probleemdrinker	noun	iemand die te veel alcohol drinkt
probleemdrinkers	=	probleemdrinker
probleemeigenaar	noun	degene die verantwoordelijk is voor de oplossing van een probleem
probleemeigenaars	=	probleemeigenaar
probleemeigenaren	=	probleemeigenaar
probleemfilm	noun	een film waarin zware problemen ter sprake komen; een film met een boodschap
probleemfilms	=	probleemfilm
probleemformulering	noun	beschrijving van een moeilijkheid
probleemformuleringen	=	probleemformulering
probleemgebied	noun	regio waar een bepaalde moeilijkheid heerst; regio met moeilijkheden
probleemgebieden	=	probleemgebied
probleemgedrag	noun	manier van doen waar iemand zelf, of de omgeving last van heeft
probleemgericht	adj	gericht op het oplossen van moeilijkheden
probleemgerichte	=	probleemgericht
probleemgerichter	=	probleemgericht
probleemgerichtere	=	probleemgericht
probleemgerichters	=	probleemgericht
probleemgerichts	=	probleemgericht
probleemgerichtst	=	probleemgericht
probleemgerichtste	=	probleemgericht
probleemgestuurd	adj	ondrwijs methodiek waarin studenten in kleine groepjes casussen of problemen oplossen
probleemgestuurde	=	probleemgestuurd
probleemgestuurder	=	probleemgestuurd
probleemgestuurdere	=	probleemgestuurd
probleemgestuurders	=	probleemgestuurd
probleemgestuurds	=	probleemgestuurd
probleemgestuurdst	=	probleemgestuurd
probleemgestuurdste	=	probleemgestuurd
probleemgeval	noun	lastige zaak of persoon met veel moeilijkheden
probleemgevallen	=	probleemgeval
probleemgevalletje	=	probleemgeval
probleemgevalletjes	=	probleemgeval
probleemgezin	noun	een gezin met veel maatschappelijke moeilijkheden dat vaak ook overlast veroorzaakt
probleemgezinnen	=	probleemgezin
probleemgezinnetje	=	probleemgezin
probleemgezinnetjes	=	probleemgezin
probleemgroep	noun	groep met problemen die ook problemen voor anderen veroorzaakt
probleemgroepen	=	probleemgroep
probleemgroepje	=	probleemgroep
probleemgroepjes	=	probleemgroep
probleemjeugd	noun	jongeren met veel problemen die ook veel overlast veroorzaken
probleemjongere	noun	jongere die problematisch gedrag vertoont
probleemjongeren	=	probleemjongere
probleemjunk	noun	overlast veroorzakende drugsverslaafde
probleemjunken	=	probleemjunk
probleemjunkie	noun	overlast veroorzakende drugsverslaafde
probleemjunkies	=	probleemjunkie
probleemjunks	=	probleemjunk
probleemkind	noun	kind dat veel problemen heeft en/of geeft (ontwikkeling, opvoeding, gezondheid)
probleemkinderen	=	probleemkind
probleemkindje	=	probleemkind
probleemkindjes	=	probleemkind
probleemlabel	noun	een diagnose die men op iemand plakt die moeilijkheden heeft of veroorzaakt
probleemlabels	=	probleemlabel
probleemland	noun	een land met veel pmoeilijkheden; een land waar andere landen een moeilijkheid mee hebben
probleemlanden	=	probleemland
probleemloos	adj	zonder problemen
probleemloost	=	probleemloos
probleemlooste	=	probleemloos
probleemloze	=	probleemloos
probleemlozer	=	probleemloos
probleemlozere	=	probleemloos
probleemlozers	=	probleemloos
probleemoplossend	adj	goed moeilijkheden kunnen oplossen
probleemoplossende	=	probleemoplossend
probleemoplossender	=	probleemoplossend
probleemoplossendere	=	probleemoplossend
probleemoplossenders	=	probleemoplossend
probleemoplossends	=	probleemoplossend
probleemoplossendst	=	probleemoplossend
probleemoplossendste	=	probleemoplossend
probleemoplosser	noun	iemand die goed is in het oplossen van moeilijkheden
probleemoplossers	=	probleemoplosser
probleemoplossing	noun	alle opeenvolgende handelingen die er voor zorgen dat een moeilijkheid verdwijnt
probleemoplossingen	=	probleemoplossing
probleempje	=	probleem
probleempjes	=	probleem
probleempunt	noun	een moeilijk, vervelend onderwerp
probleempunten	=	probleempunt
probleemsituatie	noun	omstandigheid met veel moeilijkheden
probleemsituaties	=	probleemsituatie
probleemspeler	noun	iemand die zo vaak mee doet aan een kansspel dat hij daardoor in financiële en/of emotionele problemen komt
probleemspelers	=	probleemspeler
probleemspijbelaar	noun	een leerling die zorgelijk veel afwezig is van school
probleemspijbelaars	=	probleemspijbelaar
probleemstaat	noun	een land en dan met name de regering van dat land, waar veel moeilijkheden mee zijn
probleemstaten	=	probleemstaat
probleemstelling	noun	een precieze beschrijving van een vraagstuk
probleemstellingen	=	probleemstelling
probleemveld	noun	gebied met veel moeilijkheden
probleemvelden	=	probleemveld
probleemvol	adj	met veel moeilijkheden
probleemvolle	=	probleemvol
probleemvoller	=	probleemvol
probleemvollere	=	probleemvol
probleemvollers	=	probleemvol
probleemvols	=	probleemvol
probleemvolst	=	probleemvol
probleemvolste	=	probleemvol
probleemwijk	noun	een woonwijk met veel sociaal-economische problemen
probleemwijken	=	probleemwijk
probleemwijkje	=	probleemwijk
probleemwijkjes	=	probleemwijk
probleemzoeker	noun	man die moeilijkheden en ruzie veroorzaakt; iemand die moeilijkheden niet uit de weggaat
probleemzoekers	=	probleemzoeker
probleemzoekertje	=	probleemzoeker
probleemzoekertjes	=	probleemzoeker
probleemzoekster	noun	vrouw die moeilijkheden en ruzie veroorzaakt; een vrouw die problemen niet uit de weg gaat
probleemzoeksters	=	probleemzoekster
probleemzoekstertje	=	probleemzoekster
probleemzoekstertjes	=	probleemzoekster
problematiek	noun	het geheel van problemen en bijzonderheden rond een vraagstuk	adj	met problemen behept
problematieke	=	problematiek
problematieken	=	problematiek
problematieker	=	problematiek
problematiekere	=	problematiek
problematiekers	=	problematiek
problematiekje	=	problematiek
problematieks	=	problematiek
problematiekst	=	problematiek
problematiekste	=	problematiek
problematisch	adj	een probleem vormend; een probleem veroorzakend
problematische	=	problematisch
problematischer	=	problematisch
problematischere	=	problematisch
problematischers	=	problematisch
problematischt	=	problematisch
problematischte	=	problematisch
problemen	=	probleem
procedeer	=	procederen
procedeerde	=	procederen
procedeerden	=	procederen
procedeert	=	procederen
procedeetje	=	procedé
procedeetjes	=	procedé
procedere	=	procederen
procederen	verb	een rechtsstrijd voeren
procederend	=	procederen
procederende	=	procederen
procedure	noun	werkwijze, methodiek
procedureel	adj	een procedure betreffend
procedureels	=	procedureel
procedureelst	=	procedureel
procedureelste	=	procedureel
procedurefout	noun	fout in de procedure
procedurefouten	=	procedurefout
procedurefoutje	=	procedurefout
procedurefoutjes	=	procedurefout
procedurekost	noun|obsolete	geld dat men betaalt voor het doorlopen van een juridische procedure
procedurekosten	noun	geld dat men betaalt voor het doorlopen van een juridische procedure
procedurekwestie	noun	een zaak die gaat over de formele kanten van een rechtszaak
procedurekwesties	=	procedurekwestie
procedurele	=	procedureel
procedureler	=	procedureel
procedurelere	=	procedureel
procedurelers	=	procedureel
procedureregel	noun	regel die bij een procedure moet worden gevolgd
procedureregels	=	procedureregel
procedureregeltje	=	procedureregel
procedureregeltjes	=	procedureregel
procedures	=	procedure
proceduretje	=	procedure
proceduretjes	=	procedure
procedé	noun	de manier waarop iets geproduceerd wordt
procedés	=	procedé
proceeding	noun	een reeks stappen of acties om iets te bereiken
proceedings	=	proceeding
procent	noun	een honderdste deel, weergegeven met symbool %
procentage	=	percentage
procenten	=	procent
procentje	=	procent
procentjes	=	procent
procentpunt	noun	een rekeneenheid om een absoluut verschil aan te geven tussen waarden die in procenten worden uitgedrukt.
procentpunten	=	procentpunt
procentpuntje	=	procentpunt
procentpuntjes	=	procentpunt
procentteken	noun	een wiskundig symbool waarmee procenten oftewel percentages worden aangegeven in teksten en formules
procenttekens	=	procentteken
procenttekentje	=	procentteken
procentueel	adj	in procenten (als percentage) uitgedrukt
procentueels	=	procentueel
procentueelst	=	procentueel
procentueelste	=	procentueel
procentuele	=	procentueel
procentueler	=	procentueel
procentuelere	=	procentueel
procentuelers	=	procentueel
proces	noun	een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
proces-verbaal	noun	de akte waarmee een overheidsambtenaar verslag uitbrengt over wat hij in de uitoefening van zijn functies heeft verricht
proces-verbaaltje	=	proces-verbaal
proces-verbalen	=	proces-verbaal
procesbegeleiding	noun	het begeleiden van groepen mensen bij het behalen van hun doelen — niet door inhoudelijk te sturen, maar door het proces te begeleiden
procesbegeleidingen	=	procesbegeleiding
procesbegeleidinkje	=	procesbegeleiding
procesbegeleidinkjes	=	procesbegeleiding
procesbesturing	noun	het besturen van een productieproces
procesbesturingen	=	procesbesturing
procesbesturinkje	=	procesbesturing
procesbesturinkjes	=	procesbesturing
procesdag	noun	dag dat een rechtszaak gevoerd wordt voor de rechtbank
procesdagen	=	procesdag
proceseconomisch	adj	betreffende het principe dat een gerechtelijke procedure zo efficiënt, snel en goedkoop mogelijk moet verlopen
proceseconomische	=	proceseconomisch
proceseconomischer	=	proceseconomisch
proceseconomischere	=	proceseconomisch
proceseconomischers	=	proceseconomisch
procesje	=	proces
procesjes	=	proces
proceskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om een rechtszaak te kunnen voeren
proceskosten	noun	geld dat men moet betalen om een rechtszaak te kunnen voeren
procesmanagement	noun	optimalisering van de bedrijfsprocessen
procesmanager	noun	Iemand die in een bedrijf het procesmanagement regelt
procesmanagers	=	procesmanager
procesoperator	noun	bedieningsvakman bij automatisch bestuurde processen (in de chemische industrie)
procesoperatoren	=	procesoperator
procesoperators	=	procesoperator
procesplanning	noun	het vaststellen van de aard en de volgorde van de te verrichten werkzaamheden in een productieproces
procesplanningen	=	procesplanning
procesrecht	noun	het geheel van rechtsregels betreffende het instellen van rechtsvorderingen en de tenuitvoerlegging van vonnissen en beschikkingen
procesrechtelijk	adj	betrekking hebbend op de wetgeving die de gang van zaken tijdens een rechtszaak regelt
procesrechtelijke	=	procesrechtelijk
procesrechtelijker	=	procesrechtelijk
procesrechtelijkere	=	procesrechtelijk
procesrechtelijkers	=	procesrechtelijk
procesrechtelijks	=	procesrechtelijk
procesrechtelijkst	=	procesrechtelijk
procesrechtelijkste	=	procesrechtelijk
procesrechten	=	procesrecht
processen	=	proces
processen-verbaal	=	proces-verbaal
processie	noun	optocht van geestelijke en andere gelovigen
processiedag	noun	periodiek terugkerend tijdstip waarop heilige voorwerpen in een plechtige optocht worden rondgedragen
processiedagen	=	processiedag
processiekruis	noun	christelijk symbool in de vorm van een staander met een haakse balk dat met een speciale functie bij een religieuze optocht
processiekruisen	=	processiekruis
processiekruizen	=	processiekruis
processierups	noun	larve van een processievlinder (onderfamilie Thaumetopoeinae), die zich als in een processie naar zijn waardeplanten begeeft om de bladeren daarvan op te eten
processierupsbestrijder	noun	iemand die de eikenprocessierups probeert te bestrijden en de overlast die het diertje veroorzaakt aan te pakken
processierupsbestrijders	=	processierupsbestrijder
processierupsbestrijdertje	=	processierupsbestrijder
processierupsbestrijdertjes	=	processierupsbestrijder
processierupsen	=	processierups
processierupsje	=	processierups
processierupsjes	=	processierups
processies	=	processie
processietje	=	processie
processietjes	=	processie
processieverbod	noun	een wettelijk verbod in de Grondwet dat rooms-katholieke gelovigen belette om religieuze optochten (processies) in de openbare ruimte te houden, wat bedoeld was om de openbare uiting van het katholieke geloof te beperken, vooral boven de grote rivieren
processieverboden	=	processieverbod
processieverbodje	=	processieverbod
processieverbodjes	=	processieverbod
processievlinder	noun	insect uit de onderfamilie Thaumetopoeinae van vlinders uit de familie tandvlinders (Notodontidae).
processievlinders	noun	Thaumetopoeinae een onderfamilie van vlinders uit de familie tandvlinders (Notodontidae).
processievlindertje	=	processievlinder
processievlindertjes	=	processievlinder
processing	noun	verwerking voor een bepaald doel door een bepaalde reeks bewerkingen uit te voeren
processor	noun	centrale verwerkingseenheid (cve) in een computer
processoren	=	processor
processorkern	noun	rekeneenheid van een processor
processorkernen	=	processorkern
processorkoeler	noun	de koeler die nodig is om te voorkomen dat de processor oververhit raakt
processorkoelers	=	processorkoeler
processorkoelertje	=	processorkoeler
processorkoelertjes	=	processorkoeler
processors	=	processor
processortje	=	processor
processtuk	noun	document dat op een proces betrekking heeft
processtukje	=	processtuk
processtukjes	=	processtuk
processtukken	=	processtuk
processueel	adj	betrekking hebbend op een proces (rechtsgeding)
processueels	=	processueel
processueelst	=	processueel
processueelste	=	processueel
processuele	=	processueel
processueler	=	processueel
processuelere	=	processueel
processuelers	=	processueel
procestechnologie	noun	de discipline die zich bezig houdt met de industriële omzetting van grondstoffen in producten
procestechnologieën	=	procestechnologie
procesvereenvoudiging	noun	het doelgericht simpeler en overzichtelijker maken van interne werkprocessen.
procesvereenvoudigingen	=	procesvereenvoudiging
procesvereenvoudigingetje	=	procesvereenvoudiging
procesvereenvoudigingetjes	=	procesvereenvoudiging
procesvoering	noun	de manier waarop men een fabricageproces uitvoert
procesvoeringen	=	procesvoering
proceswater	noun	water dat gebruikt wordt bij een fabricageproces zonder in het product zelf te worden opgenomen
prochie	=	parochie
proclamatie	noun	openbare afkondiging (bekendmaking, uitvaardiging)
proclamaties	=	proclamatie
proclamatietje	=	proclamatie
proclameer	=	proclameren
proclameerde	=	proclameren
proclameerden	=	proclameren
proclameert	=	proclameren
proclamere	=	proclameren
proclameren	verb	in het openbaar voorlezen of bekendmaken van iets officieels
proclamerend	=	proclameren
proclamerende	=	proclameren
proclises	=	proclisis
proclisis	noun	het verschijnsel dat een - meestal onbeklemtoond - woord wordt uitgesproken als vormde het een deel van het woord dat erop volgt
proclisissen	=	proclisis
proclitisch	adj	van de aard van, in proclisis
proclitische	=	proclitisch
proclitischer	=	proclitisch
proclitischere	=	proclitisch
proclitischers	=	proclitisch
procommunistisch	adj	positief staand tegenover het communisme
procommunistische	=	procommunistisch
procommunistischer	=	procommunistisch
procommunistischere	=	procommunistisch
procommunistischers	=	procommunistisch
proconsul	noun	ex-consul uit het Romeinse Rijk
proconsuls	=	proconsul
procope	noun	wegvallen van een of meer klanken aan het begin van een woord
procope's	=	procope
procopen	=	procope
procopes	=	procope
procrastinatie	noun	vertragend gedrag, uitstelgedrag
procrastinaties	=	procrastinatie
procrastineer	=	procrastineren
procrastineerde	=	procrastineren
procrastineerden	=	procrastineren
procrastineert	=	procrastineren
procrastinere	=	procrastineren
procrastineren	verb	uitstellen
procrastinerend	=	procrastineren
procrastinerende	=	procrastineren
procreatie	noun	voortplanting
procreaties	=	procreatie
procreatietje	=	procreatie
procrustesbed	noun	het zich bevinden in een pijnlijke of onmachtige positie
procrustesbedden	=	procrustesbed
proctitis	noun	een ontsteking van het onderste gedeelte van het darmkanaal
procuratie	noun	volmacht om namens een ander, (bijv. een firma) op te treden
procuratiehouder	noun	iemand die mag handelen uit naam van het bedrijf
procuratiehouders	=	procuratiehouder
procuratiehoudertje	=	procuratiehouder
procuratiehoudertjes	=	procuratiehouder
procuraties	=	procuratie
procurator	noun	provinciale administrateur van de oude Romeinse keizers
procuratoren	=	procurator
procurators	=	procurator
procureer	=	procureren
procureerde	=	procureren
procureerden	=	procureren
procureert	=	procureren
procurere	=	procureren
procureren	verb	verkrijgen, verschaffen
procurerend	=	procureren
procurerende	=	procureren
procureur	noun	iemand die de gedingvoerende partijen in een civiel rechtsgeding vertegenwoordigt zonder als raadsman op te treden
procureur-generaal	noun	hoofd van het parket bij het Belgische Hof van Cassatie
procureurs	=	procureur
procureurs-generaal	=	procureur-generaal
procureurtje	=	procureur
procureurtje-generaal	=	procureur-generaal
procureurtjes	=	procureur
procureurtjes-generaal	=	procureur-generaal
procyclisch	adj	betreft beleid of gedrag van de overheid of marktdeelnemers dat meebeweegt met de economische cyclus, waardoor economische pieken hoger en dalen dieper worden
procyclische	=	procyclisch
procyclischer	=	procyclisch
procyclischere	=	procyclisch
procyclischers	=	procyclisch
procédé	=	procedé
prodecaan	noun	iemand die net is afgetreden als het hoofd van een faculteit van een universiteit
prodecanen	=	prodecaan
prodemocratisch	adj	voor de regeringswijze waarbij de regering door het volk gekozen is
prodemocratische	=	prodemocratisch
prodemocratischer	=	prodemocratisch
prodemocratischere	=	prodemocratisch
prodemocratischers	=	prodemocratisch
prodowaka	noun	optocht met mensen in traditionele kleding of modeshow waarbij vooral traditionele kleding wordt gedragen
prodowaka's	=	prodowaka
produce	=	producen
produceer	=	produceren
produceerbaar	adj	wat te maken is (in een fabriek)
produceerbaarder	=	produceerbaar
produceerbaardere	=	produceerbaar
produceerbaarders	=	produceerbaar
produceerbaars	=	produceerbaar
produceerbaarst	=	produceerbaar
produceerbaarste	=	produceerbaar
produceerbare	=	produceerbaar
produceerde	=	produceren
produceerden	=	produceren
produceert	=	produceren
producen	verb	ervoor zorgen dat de culturele producten een vorm krijgen die economisch succesvol is
producend	=	producen
producende	=	producen
producent	noun	iemand die (producten of diensten) produceert
producente	noun	vrouwelijke vorm van producent
producenten	=	producent
producentenmarkt	noun	markt waarop de aanbieders een overheersende positie innemen
producentenmarkten	=	producentenmarkt
producentes	=	producente
producentje	=	producent
producentjes	=	producent
producer	noun	iemand die de zakelijke en technische leiding heeft bij het maken van een muziekopname, film, televisieprogramma, theatervoorstelling
producere	=	produceren
produceren	verb	bij voortduring vervaardigen
producerend	=	produceren
producerende	=	produceren
producers	=	producer
producertje	=	producer
producertjes	=	producer
producet	=	producen
producete	=	producen
produceten	=	producen
product	noun	uitkomst van een vermenigvuldiging
productaanbod	noun	de producten en diensten die een bedrijf aanbiedt
productaankondiging	noun	de officiële, publieke mededeling waarin een bedrijf onthult dat het een nieuw product of dienst op de markt brengt.
productaankondigingen	=	productaankondiging
productaankondigingetje	=	productaankondiging
productaankondigingetjes	=	productaankondiging
productdesign	noun	het ontwerpen van producten die industrieel in massa- of serieproductie worden vervaardigd
productdesigns	=	productdesign
producten	=	product
productenaanbod	noun	de producten en diensten die een bedrijf aanbiedt
productgroep	noun	groep producten met gelijke eigenschappen
productgroepen	=	productgroep
productgroepje	=	productgroep
productgroepjes	=	productgroep
productie	noun	voortbrenging, gewoonlijk langs biochemische weg
productie-uitbreiding	noun	het vergroten van de capaciteit, output of functionaliteit van het productieproces van een bedrijf.
productie-uitbreidingen	=	productie-uitbreiding
productie-uitbreidinkje	=	productie-uitbreiding
productie-uitbreidinkjes	=	productie-uitbreiding
productieafdeling	noun	deel van een organisatie die zorgt voor het maken van de producten van het bedrijf
productieafdelingen	=	productieafdeling
productieapparaat	noun	organisatie die zorgt dat iets gemaakt kan worden
productieapparaten	=	productieapparaat
productieauto	noun	een in massaproductie vervaardigde auto
productieauto's	=	productieauto
productiebases	=	productiebasis
productiebasis	noun	alles wat nodig is voor het maken van goederen en diensten
productiebasissen	=	productiebasis
productiebedrijf	noun	een onderneming die iets maakt
productiebedrijfje	=	productiebedrijf
productiebedrijfjes	=	productiebedrijf
productiebedrijven	=	productiebedrijf
productiebeperkend	adj	van iets dat zorgt voor een vermindering, begrenzing of remming van de hoeveelheid goederen of diensten die worden geproduceerd
productiebeperkende	=	productiebeperkend
productiebeperkender	=	productiebeperkend
productiebeperkendere	=	productiebeperkend
productiebeperkenders	=	productiebeperkend
productiebeperkends	=	productiebeperkend
productiebeperkendst	=	productiebeperkend
productiebeperkendste	=	productiebeperkend
productiebos	noun	een bos dat beheerd wordt met een productiedoelstelling
productiebosje	=	productiebos
productiebosjes	=	productiebos
productiebossen	=	productiebos
productiecapaciteit	noun	de maximale hoeveelheid die men van een bepaald product kan maken; de maximale hoeveelheid die men van een dienst kan leveren
productiecapaciteiten	=	productiecapaciteit
productiecentra	=	productiecentrum
productiecentrum	noun	centrum waar iets geproduceerd wordt
productiecentrums	=	productiecentrum
productiedier	noun	een dier dat voor de mens nuttige producten produceert zoals vlees, melk en wol
productiedieren	=	productiedier
productiediertje	=	productiedier
productiediertjes	=	productiedier
productief	adj	vruchten afwerpend, veel producerend
productiefactor	noun	factor die de productie mogelijk maakt (goederen, personen, diensten en kapitaal)
productiefactoren	=	productiefactor
productiefs	=	productief
productiefst	=	productief
productiefste	=	productief
productiehal	noun	grote ruimte waarin men producten kan fabriceren
productiehallen	=	productiehal
productiehuishouding	noun	een economische eenheid (zoals een bedrijf of organisatie) die als hoofddoel heeft goederen of diensten te produceren en leveren, in tegenstelling tot een consumptiehuishouding die goederen verbruikt.
productiehuishoudingen	=	productiehuishouding
productiehuishoudinkje	=	productiehuishouding
productiehuishoudinkjes	=	productiehuishouding
productiekost	noun|obsolete	de kosten, samenhangend met de vervaardiging van een eindproduct
productiekosten	noun	de kosten, samenhangend met de vervaardiging van een eindproduct
productieleider	noun	leidinggevende in een fabriek die direct bij de productie betrokken is
productieleiders	=	productieleider
productielijn	noun	De efficiënte vorm waarin een product met zijn opeenvolgende bewerkingen door een fabriek stroomt.
productielijnen	=	productielijn
productielijntje	=	productielijn
productielijntjes	=	productielijn
productiemaatschappij	noun	bedrijf dat iets maakt met name als het gaat om theater voorstellingen of programma's voor radio en televisie
productiemaatschappijen	=	productiemaatschappij
productiemaatschappijtje	=	productiemaatschappij
productiemaatschappijtjes	=	productiemaatschappij
productiemethode	noun	de manier waarop men dingen maakt
productiemethoden	=	productiemethode
productiemethodes	=	productiemethode
productiemiddel	noun	middel voor de productie van goederen
productiemiddelen	=	productiemiddel
productiemiddeltje	=	productiemiddel
productiemiddeltjes	=	productiemiddel
productiepeil	noun	hoogte van de productie
productiepeilen	=	productiepeil
productieplaats	noun	plek waar wordt geproduceerd
productieplaatsen	=	productieplaats
productieplatform	noun	stalen of betonnen constructie in zee waarmee olie of gas wordt gewonnen
productieplatformen	=	productieplatform
productieplatforms	=	productieplatform
productieprobleem	noun	moeilijkheden bij het maken van een product
productieprobleempje	=	productieprobleem
productieprobleempjes	=	productieprobleem
productieproblemen	=	productieprobleem
productieproces	noun	het proces waarbij een product wordt vervaardigd
productieprocessen	=	productieproces
productierechten	noun	wettelijke toestemming om een bepaalde hoeveelheid van iets te maken
productierobot	noun	computergestuurde mechanische inrichting om gecompliceerde of eentonige handelingen in productieprocessen van de mens over te nemen en te automatiseren
productieruimte	noun	deel van een gebouw waar men artikelen vervaardigt
productieruimten	=	productieruimte
productieruimtes	=	productieruimte
producties	=	productie
productiestijging	noun	de toename van de hoeveelheid geproduceerde goederen of diensten binnen een bepaalde periode.
productiestijgingen	=	productiestijging
productiestijginkje	=	productiestijging
productiestijginkjes	=	productiestijging
productieteam	noun	groep mensen die samen iets maken
productieteams	=	productieteam
productietje	=	productie
productietjes	=	productie
productieve	=	productief
productiever	=	productief
productieverbod	noun	wettelijk verbod dat de fabricage, het maken of het produceren van bepaalde goederen, stoffen (zoals PFAS) of producten in een bepaald gebied verbiedt, vaak om milieuredenen (zoals vervuiling door PFAS), gezondheidsredenen, of vanwege veiligheidsrisico's
productieverboden	=	productieverbod
productieverbodje	=	productieverbod
productieverbodjes	=	productieverbod
productievere	=	productief
productieverhoging	noun	de toename in de efficiëntie waarmee goederen of diensten worden geproduceerd.
productieverhogingen	=	productieverhoging
productieverhoginkje	=	productieverhoging
productieverhoginkjes	=	productieverhoging
productieverhouding	noun	de sociale en economische relaties tussen mensen tijdens het productieproces
productieverhoudingen	=	productieverhouding
productieverhoudinkje	=	productieverhouding
productieverhoudinkjes	=	productieverhouding
productieverlaging	noun	het minder produceren van goederen of diensten door een bedrijf
productieverlagingen	=	productieverlaging
productieverlaginkje	=	productieverlaging
productieverlaginkjes	=	productieverlaging
productievermogen	noun	productiecapaciteit
productievermogens	=	productievermogen
productievers	=	productief
productievestiging	noun	een fysieke locatie van een onderneming waar goederen worden vervaardigd, bewerkt of geassembleerd.
productievestigingen	=	productievestiging
productievestigingetje	=	productievestiging
productievestigingetjes	=	productievestiging
productiewijze	noun	manier van productie
productiewijzen	=	productiewijze
productivisme	noun	een vorm van economisch denken en handelen, waarbij de productiviteit centraal staat
productiviteit	noun	de hoeveelheid resultaat die per hoeveelheid productiemiddel ontstaat
productiviteitsstijging	noun	dat er meer output (waarde, goederen of diensten) wordt gecreëerd met dezelfde of een kleinere hoeveelheid input (tijd, energie, geld en middelen)
productiviteitsstijgingen	=	productiviteitsstijging
productiviteitsstijginkje	=	productiviteitsstijging
productiviteitsstijginkjes	=	productiviteitsstijging
productiviteitsverhoging	noun	het proces waarbij meer output of waarde wordt gecreëerd met dezelfde of minder input (zoals tijd, arbeid, kapitaal of grondstoffen).
productiviteitsverhogingen	=	productiviteitsverhoging
productiviteitsverhoginkje	=	productiviteitsverhoging
productiviteitsverhoginkjes	=	productiviteitsverhoging
productje	=	product
productjes	=	product
productlancering	noun	de keer dat men een nieuw product op de markt brengt
productlanceringen	=	productlancering
productmanager	noun	iemand die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken in de productie, een productiechef
productmanagers	=	productmanager
productmanagertje	=	productmanager
productmanagertjes	=	productmanager
productontwikkelaar	noun	iemand die nieuwe producten uitvindt en ontwikkeld die een bedrijf kan maken en verkopen
productontwikkelaars	=	productontwikkelaar
productontwikkeling	noun	het ontwerpen en testen van verkoopbare producten en diensten
productontwikkelingen	=	productontwikkeling
productpagina	noun	webpagina die gedetailleerde informatie toont over één product of dienst
productpagina's	=	productpagina
productpaginaatje	=	productpagina
productpaginaatjes	=	productpagina
productplaatsing	noun	het tegen betaling laten zien van een product in een televisieprogramma zonder dat men aangeeft dat er sprake is van reclame
productplaatsingen	=	productplaatsing
productschap	noun|obsolete	tot 2014 organisatie van bedrijven die eenzelfde grondstof in opeenvolgende stadia bewerken
productschappen	=	productschap
producttechnisch	adj	betrekking hebbend op de technische aspecten, specificaties, werking en functionaliteit van een product
producttechnische	=	producttechnisch
producttechnischer	=	producttechnisch
producttechnischere	=	producttechnisch
producttechnischers	=	producttechnisch
producttopologie	noun	een topologische structuur op het Cartesisch product van topologische ruimten
produkt	=	product
produktie	=	productie
produktief	=	productief
produktiviteit	=	productiviteit
proe	verb	weest vruchtbaar
proef	noun	een onderzoek of test naar de juistheid, degelijkheid of waarheid.
proefaanbod	noun	tijdelijke aanbieding van een product of dienst, zoals een tijdschriftabonnement, om de consument de mogelijkheid te geven het product of de dienst eerst te proberen voordat men een volledig abonnement afsluit of het koopt
proefaflevering	noun	losse eerste aflevering van een mogelijke televisiereeks, bedoeld om na te gaan of die voldoende kijkers aanspreekt
proefafleveringen	=	proefaflevering
proefbaar	adj	met de smaak waarneembaar is
proefbaarder	=	proefbaar
proefbaardere	=	proefbaar
proefbaarders	=	proefbaar
proefbaars	=	proefbaar
proefbaarst	=	proefbaar
proefbaarste	=	proefbaar
proefballon	noun	ballon gebruikt door weerstations voor onderzoek
proefballonnen	=	proefballon
proefballonnetje	=	proefballon
proefballonnetjes	=	proefballon
proefballons	=	proefballon
proefbare	=	proefbaar
proefboerderij	noun	boerderij waar nieuwe producten of werkwijzen worden getest en waar men wetenschappelijke proeven doet
proefboerderijen	=	proefboerderij
proefbuis	noun	verticale cilinder van dun glas, aan de bovenkant open en met een bodem aan de onderkant, zoals die wordt gebruikt bij experimenten in de natuurwetenschappen
proefbuisje	=	proefbuis
proefbuisjes	=	proefbuis
proefbuizen	=	proefbuis
proefde	=	proeven
proefden	=	proeven
proefdier	noun	een dier waarop proeven gedaan worden
proefdieren	=	proefdier
proefdieronderzoek	noun	onderzoek bij proefdieren
proefdieronderzoeken	=	proefdieronderzoek
proefdiertje	=	proefdier
proefdiertjes	=	proefdier
proefdiervrij	adj	niet getest op dieren
proefdiervrije	=	proefdiervrij
proefdiervrijer	=	proefdiervrij
proefdiervrijere	=	proefdiervrij
proefdiervrijers	=	proefdiervrij
proefdiervrijs	=	proefdiervrij
proefdiervrijst	=	proefdiervrij
proefdiervrijste	=	proefdiervrij
proefdraai	=	proefdraaien
proefdraaide	=	proefdraaien
proefdraaiden	=	proefdraaien
proefdraaie	=	proefdraaien
proefdraaien	verb	van een machine om de werking te kunnen beoordelen
proefdraaiend	=	proefdraaien
proefdraaiende	=	proefdraaien
proefdraait	=	proefdraaien
proefdruk	noun	de eerste afdruk van een drukwerk dat nog gecontroleerd kan worden voordat het definitieve drukproces begint
proefdrukje	=	proefdruk
proefdrukjes	=	proefdruk
proefdrukken	=	proefdruk
proefexamen	noun	een examen dat men kan men afleggen als voorbereiding op het daadwerkelijk af te leggen examen.
proefexamens	=	proefexamen
proefexamentje	=	proefexamen
proefexamentjes	=	proefexamen
proefexemplaar	noun	voorbeeld van iets van iets om uit te proberen
proefexemplaartje	=	proefexemplaar
proefexemplaartjes	=	proefexemplaar
proefexemplaren	=	proefexemplaar
proefgedraaid	=	proefdraaien
proefgetal	noun	getal dat men bij het maken van een negenproef of elfproef als rest overhoudt
proefgetallen	=	proefgetal
proefgetalletje	=	proefgetal
proefgetalletjes	=	proefgetal
proefglaasje	=	proefglas
proefglaasjes	=	proefglas
proefglas	noun	een glas dat men gebruikt om een drank te beoordelen
proefglazen	=	proefglas
proefhoudend	adj	van iets dat het betrouwbaar, deugdelijk, solide of door de toets der kritiek bevestigd is
proefhoudende	=	proefhoudend
proefhoudender	=	proefhoudend
proefhoudendere	=	proefhoudend
proefhoudenders	=	proefhoudend
proefhoudends	=	proefhoudend
proefhoudendst	=	proefhoudend
proefhoudendste	=	proefhoudend
proefjaar	noun	een proefperiode die een jaar duurt
proefjaartje	=	proefjaar
proefjaartjes	=	proefjaar
proefjaren	=	proefjaar
proefje	=	proef
proefjes	=	proef
proefkonijn	noun	konijn waarop proeven of experimenten gedaan worden
proefkonijnen	=	proefkonijn
proefkonijntje	=	proefkonijn
proefkonijntjes	=	proefkonijn
proefles	noun	een les waarin men kan ondervinden of een cursus of opleiding geschikt is voor de leerling
proeflesje	=	proefles
proeflesjes	=	proefles
proeflessen	=	proefles
proeflezer	noun	persoon die een drukproef of manuscript leest of op fouten controleert
proeflezers	=	proeflezer
proeflokaal	noun	horecagelegenheid waar de nadruk ligt op het proeven van een bepaalde soort drank
proeflokaaltje	=	proeflokaal
proeflokaaltjes	=	proeflokaal
proeflokalen	=	proeflokaal
proefneming	noun	experiment, proef
proefnemingen	=	proefneming
proefneminkje	=	proefneming
proefneminkjes	=	proefneming
proefondervindelijk	adj	door experimenten, proefnemingen, waarnemingen en ervaring
proefondervindelijke	=	proefondervindelijk
proefondervindelijker	=	proefondervindelijk
proefondervindelijkere	=	proefondervindelijk
proefondervindelijkers	=	proefondervindelijk
proefondervindelijks	=	proefondervindelijk
proefondervindelijkst	=	proefondervindelijk
proefondervindelijkste	=	proefondervindelijk
proefopname	noun	geluids- of videoopname die men maakt om de technische kwaliteit van de opnameopstelling te testen
proefopnamen	=	proefopname
proefopnames	=	proefopname
proefopstelling	noun	een opstelling waaraan men metingen kan verrichten om te zien hoe goed iets werkt en zo een techniek verder te kunnen verfijnen
proefopstellingen	=	proefopstelling
proefperiode	noun	tijdsduur die men gebruikt om iets te testen
proefperioden	=	proefperiode
proefperiodes	=	proefperiode
proefpersonen	=	proefpersoon
proefpersoon	noun	iemand die deelneemt aan een wetenschappelijk experiment
proefpersoontje	=	proefpersoon
proefpersoontjes	=	proefpersoon
proefproces	noun	rechtszaak die dient om de wettelijke mogelijkheden van een rechtsregel te onderzoeken door het maken van jurisprudentie
proefprocessen	=	proefproces
proefrit	noun	een rit om een voertuig te testen of uit te proberen voordat men het gaat gebruiken of kopen
proefritje	=	proefrit
proefritjes	=	proefrit
proefritten	=	proefrit
proefscheiding	noun	een tijdelijke periode waarin partners die twijfelen over hun relatie besluiten om apart te gaan wonen om te ervaren hoe het is om zonder de ander te leven.
proefscheidingen	=	proefscheiding
proefscheidinkje	=	proefscheiding
proefscheidinkjes	=	proefscheiding
proefschrift	noun	is geschrift van een promovendus (doctorandus, meester of ingenieur) met daarin een min of meer originele wetenschappelijke verhandeling over een bepaald onderwerp, dat door deze in het openbaar wordt verdedigd en op grond waarvan hem de titel van doctor wordt verleend
proefschriften	=	proefschrift
proefschriftje	=	proefschrift
proefsollicitatie	noun	een simulatie van een echte sollicitatie ter lering ende vermaak
proefsollicitaties	=	proefsollicitatie
proefstop	noun	een poging om te stoppen met bepaalde medicamenten; poging om de dosering van bepaalde medicamenten te verlagen
proefstopje	=	proefstop
proefstopjes	=	proefstop
proefstops	=	proefstop
proefstuk	noun	werkstuk waardoor de leerling laat blijken het vak te verstaan, meesterproef, kunststuk, chef d'oevre, juweeltje
proefstukje	=	proefstuk
proefstukjes	=	proefstuk
proefstukken	=	proefstuk
proeft	=	proeven
proeftijd	noun	een periode waarin men iets of iemand kan uitproberen
proeftijden	=	proeftijd
proeftijdje	=	proeftijd
proeftijdjes	=	proeftijd
proeftuin	noun	tuin waarin men de groei van planten onderzoekt
proeftuinen	=	proeftuin
proeftuintje	=	proeftuin
proeftuintjes	=	proeftuin
proefuitzending	noun	een eerste, niet-officiële uitzending (radio, tv of digitaal) bedoeld om techniek, inhoud of ontvangst te testen voordat het programma of de zender definitief van start gaat.
proefuitzendingen	=	proefuitzending
proefuitzendinkje	=	proefuitzending
proefuitzendinkjes	=	proefuitzending
proefveld	noun	stuk land waar men landbouwkundige experimenten verricht
proefvelden	=	proefveld
proefveldje	=	proefveld
proefveldjes	=	proefveld
proefverlof	noun	gevangene of een persoon met TBS die tijdelijk uit de inrichting mag gaan om weer te wennen aan de samenleving als voorbereiding op zijn of haar definitieve vrijlating
proefverloven	=	proefverlof
proefvlak	noun	een deel van weg waar men iets wil testen, waarmee men iets wil proberen
proefvlakje	=	proefvlak
proefvlakjes	=	proefvlak
proefvlakken	=	proefvlak
proefvlucht	noun	een reis door de lucht die men maakt als proef
proefvluchten	=	proefvlucht
proefvluchtje	=	proefvlucht
proefvluchtjes	=	proefvlucht
proefwerk	noun	Repetitie.
proefwerken	=	proefwerk
proefwerkje	=	proefwerk
proefwerkjes	=	proefwerk
proefwerkweek	noun	in het lesrooster van middelbare scholen de opeenvolgende schooldagen die zijn bestemd om scholieren opgaven te laten verrichten om hun rapportcijfer te bepalen, meestal aan het eind van een trimester of andere periode waarin onderwijs is gegeven
proefwerkweekje	=	proefwerkweek
proefwerkweekjes	=	proefwerkweek
proefwerkweken	=	proefwerkweek
proest	=	proesten
proestbui	noun	een luide, plotselinge, halfonderdruke lachbui
proestbuien	=	proestbui
proeste	=	proesten
proesten	verb	niet erg succesvol trachten een lach te onderdrukken
proestend	=	proesten
proestende	=	proesten
proestte	=	proesten
proestten	=	proesten
proeve	=	proeven
proeven	verb	onderzoeken hoe iets smaakt
proevend	=	proeven
proevende	=	proeven
proever	noun	een persoon die iets van eten of drinken proeft.
proeverij	noun	een eet- en drinkfestijn waarbij veel verschillende gerechten en smaken kunnen worden gekeurd en ervaren.
proeverijen	=	proeverij
proeverijtje	=	proeverij
proeverijtjes	=	proeverij
proevers	=	proever
proevertje	=	proever
proevertjes	=	proever
prof	noun	verkorte van van professor
profaan	adj	van iets dat het geen betrekking heeft op de religie
profaans	=	profaan
profaanst	=	profaan
profaanste	=	profaan
profanatie	noun	heiligschennis
profanaties	=	profanatie
profane	=	profaan
profaneer	=	profaneren
profaneerde	=	profaneren
profaneerden	=	profaneren
profaneert	=	profaneren
profaner	=	profaan
profanere	=	profaan
profaneren	verb	spotten met iets dat heilig is
profanerend	=	profaneren
profanerende	=	profaneren
profaners	=	profaan
profase	noun	een fase in de mitose waarin chromatine condenseert tot chromosomen
profases	=	profase
profcircuit	noun	de wereld van de beroepssporters
profcircuits	=	profcircuit
profclub	noun	sportclub waarbijsommige spelers geld verdienen met het beoefenen van hun sport
profclubje	=	profclub
profclubjes	=	profclub
profclubs	=	profclub
profcompetitie	noun	reeks wedstrijden waaraan beroepssporters deelnemen
profcompetities	=	profcompetitie
profcontract	noun	overeenkomst waarin de arbeidsvoorwaarden van een beroepssporter zijn vastgelegd
profcontracten	=	profcontract
profcontractje	=	profcontract
profcontractjes	=	profcontract
profeet	noun	een persoon die boodschappen van een godheid aan de mensen doorgeeft
profeetje	=	profeet
profeetjes	=	profeet
profes	=	professen
professe	=	professen
professen	verb	iemand de kloostergeloften laten afleggen
professend	=	professen
professende	=	professen
professie	noun	het beroep dat iemand uitoefent om geld mee te verdienen, met kennis van zaken en met betrokkenheid
professies	=	professie
professional	noun	een persoon, die beroepsmatig werkzaam is en daarvoor een inkomen ontvangt en een opleiding heeft genoten
professionalisatie	noun	het professionaliseren
professionalisaties	=	professionalisatie
professionaliseer	=	professionaliseren
professionaliseerde	=	professionaliseren
professionaliseerden	=	professionaliseren
professionaliseert	=	professionaliseren
professionalisere	=	professionaliseren
professionaliseren	verb	professioneel of professioneler aanpakken
professionaliserend	=	professionaliseren
professionaliserende	=	professionaliseren
professionalisering	noun	een proces waarbij iemand zijn of haar beroepscompetenties ontwikkelt
professionaliseringen	=	professionalisering
professionalisme	noun	de vaardigheid die nodig is voor het op een goede manier kunnen uitoefenen van een beroep
professionaliteit	noun	het professioneel zijn
professionals	=	professional
professioneel	adj	in het kader van de uitoefening van een beroep
professioneels	=	professioneel
professioneelst	=	professioneel
professioneelste	=	professioneel
professionele	=	professioneel
professioneler	=	professioneel
professionelere	=	professioneel
professionelers	=	professioneel
professor	noun	de aanspreektitel voor een hoogleraar
professoraal	adj	van, als van of m.b.t. een professor
professoraals	=	professoraal
professoraalst	=	professoraal
professoraalste	=	professoraal
professoraat	noun	het ambt van een professor; een hoogleraarplaats
professorale	=	professoraal
professoraler	=	professoraal
professoralere	=	professoraal
professoralers	=	professoraal
professoraten	=	professoraat
professoren	=	professor
professors	=	professor
professortje	=	professor
professortjes	=	professor
profest	=	professen
profeste	=	professen
profesten	=	professen
profete	noun	vrouw die door god ingegeven vermaningen of toekomstvoorspellingen verkondigt
profeteer	=	profeteren
profeteerde	=	profeteren
profeteerden	=	profeteren
profeteert	=	profeteren
profeten	=	profeet
profetenwoord	noun	uitspraken van een mens die goddelijke boodschappen overbrengt
profetenwoorden	=	profetenwoord
profetere	=	profeteren
profeteren	verb	de toekomst voorspellen uit naam van een godheid
profeterend	=	profeteren
profeterende	=	profeteren
profetes	noun	vrouwelijke profeet
profetesje	=	profetes
profetesjes	=	profetes
profetessen	=	profetes
profetie	noun	een uitspraak uit naam van een godheid die de toekomst voorspelt
profetietje	=	profetie
profetietjes	=	profetie
profetieën	=	profetie
profetisch	adj	van of via een profeet, door God ingegeven
profetische	=	profetisch
profetischer	=	profetisch
profetischere	=	profetisch
profetischers	=	profetisch
profetisme	noun	het oudtestamentische profetendom, beschouwd als historisch en maatschappelijk verschijnsel
proffen	=	prof
profhonkballer	noun	een sporter die men betaalt voor het spelen van honkbal
profhonkballers	=	profhonkballer
proficiat	intj	gezegd om iemand geluk te wensen
profiel	noun	het geheel van verlagingen en verhogingen van een oppervlak
profielen	=	profiel
profielensite	noun	internetsite waar mensen hun profiel kunnen plaatsen bijv. voor het verkrijgen van werk
profielensites	=	profielensite
profielfoto	noun	een foto die deel uitmaakt van de manier waarop iemand zich presenteert op het internet
profielfoto's	=	profielfoto
profielfotootje	=	profielfoto
profielloos	adj	zonder profiel
profielloost	=	profielloos
profiellooste	=	profielloos
profielloze	=	profielloos
profiellozer	=	profielloos
profiellozere	=	profielloos
profiellozers	=	profielloos
profielpagina	noun	webpagina met informatie over een persoon of organisatie waarmee deze persoon of organisatie zich presenteert
profielpagina's	=	profielpagina
profielpaginaatje	=	profielpagina
profielpaginaatjes	=	profielpagina
profielschets	noun	overzicht van de kenmerken van iets
profielschetsen	=	profielschets
profielschetsje	=	profielschets
profielschetsjes	=	profielschets
profieltje	=	profiel
profieltjes	=	profiel
profielwerkstuk	noun	praktische opdracht voor leerlingen in de laatste klas uit de bovenbouw
profielwerkstukje	=	profielwerkstuk
profielwerkstukjes	=	profielwerkstuk
profielwerkstukken	=	profielwerkstuk
profijt	noun	het -met name financiële- voordeel dat men heeft bij een bepaalde zaak
profijtbeginsel	noun	beginsel dat inhoudt dat de openbare voorzieningen zo veel mogelijk betaald moeten worden door degenen die er profijt van hebben
profijtbeginselen	=	profijtbeginsel
profijtbeginsels	=	profijtbeginsel
profijtelijk	adj	van iets dat je er voordeel van hebt; van iets dat het winstgevend is
profijtelijke	=	profijtelijk
profijtelijker	=	profijtelijk
profijtelijkere	=	profijtelijk
profijtelijkers	=	profijtelijk
profijtelijks	=	profijtelijk
profijtelijkst	=	profijtelijk
profijtelijkste	=	profijtelijk
profijten	=	profijt
profijtig	adj	van iets dat het heel goedkoop is
profijtige	=	profijtig
profijtiger	=	profijtig
profijtigere	=	profijtig
profijtigers	=	profijtig
profijtigs	=	profijtig
profijtigst	=	profijtig
profijtigste	=	profijtig
profijtje	=	profijt
profileer	=	profileren
profileerde	=	profileren
profileerden	=	profileren
profileert	=	profileren
profiler	noun	politieambtenaar of beveiliger die potentiële misdadigers aan karakteristiek gedrag herkent
profilere	=	profileren
profileren	verb	zich ~: op een geplande manier bekend maken
profilerend	=	profileren
profilerende	=	profileren
profilering	noun	het profileren
profileringen	=	profilering
profilers	=	profiler
profiteer	=	profiteren
profiteerde	=	profiteren
profiteerden	=	profiteren
profiteert	=	profiteren
profitere	=	profiteren
profiteren	verb	~ van baat hebben bij iets, winst boeken van iets
profiterend	=	profiteren
profiterende	=	profiteren
profiterole	noun	een gerecht dat bestaat uit een aantal met custard gevulde soesjes die overgoten zijn met een grote hoeveelheid chocoladesaus
profiteroles	=	profiterole
profiteur	noun	iemand die erop uit is op alle mogelijke manieren ten koste van anderen zijn voordeel te doen, een klaploper
profiteurs	=	profiteur
profiteurtje	=	profiteur
profiteurtjes	=	profiteur
profitorganisatie	noun	onderneming die gericht is op het maken van winst; onderneming met winstoogmerk
profitorganisaties	=	profitorganisatie
profje	=	prof
profjes	=	prof
profliga	noun	vereniging van sportclubs met betaalde spelers
profliga's	=	profliga
profloopbaan	noun	de carrière als beroepssporter
profloopbanen	=	profloopbaan
profnar	noun	bedrijfskundige die door een organisatie tijdelijk wordt ingehuurd om de werksfeer te verbeteren door daarbinnen op veel plaatsen met mensen te praten en deel te nemen aan overleggen en de opgedane inzichten daarin op een lichtvoetige manier terug te koppelen
profnarren	=	profnar
profpeloton	noun	de gemeenschap van beroepswielrenners
profpelotonnetje	=	profpeloton
profpelotonnetjes	=	profpeloton
profpelotons	=	profpeloton
profploeg	noun	groep samenwerkende sporters die hun sport beroepsmatig beoefenen
profploegen	=	profploeg
profploegje	=	profploeg
profploegjes	=	profploeg
profrenner	noun	iemand die voor zijn beroep wielrent
profrenners	=	profrenner
profronde	noun	wegwedstrijd voor beroepswielrenner
profronden	=	profronde
profrondes	=	profronde
profs	=	prof
profspeler	noun	beroepssporter
profspelers	=	profspeler
profsport	noun	een sport die door beroepssporters wordt beoefend
profsporten	=	profsport
profsporter	noun	iemand die beroepsmatig de sport beoefent
profsporters	=	profsporter
profsportertje	=	profsporter
profsportertjes	=	profsporter
profsportje	=	profsport
profteam	noun	team dat bestaat uit sporters die hun sport uitoefenen als betaald beroep
profteams	=	profteam
proftennis	noun	tennis gespeeld door beroepsspelers
proftennisser	noun	iemand die voor zijn beroep tennist
proftennissers	=	proftennisser
profvoetbal	noun	door betaalde spelers gespeeld voetbal, betaald voetbal
profvoetbalclub	noun	Een sportclub waarin voetbal wordt gespeeld op professioneel niveau
profvoetbalclubje	=	profvoetbalclub
profvoetbalclubjes	=	profvoetbalclub
profvoetbalclubs	=	profvoetbalclub
profvoetballer	noun	iemand die geld verdient met het spelen van voetbal
profvoetballers	=	profvoetballer
profvoetbalster	=	profvoetballer
profwielrenner	noun	iemand die geld verdient als wielrenner; iemand die betaald wordt om wielerwedstrijden te rijden
profwielrenners	=	profwielrenner
profylactisch	adj	betrekking hebbend op de profylaxe
profylactische	=	profylactisch
profylactischer	=	profylactisch
profylactischere	=	profylactisch
profylactischers	=	profylactisch
profylaxe	noun	voorbehoeding, behandeling om een ziekte te voorkomen
profylaxen	=	profylaxe
profylaxes	=	profylaxe
profylaxis	noun	voorkoming
profzege	noun	overwinning in een wedstrijd als beroepssporter
profzeges	=	profzege
progestageen	noun	zwangerschapshormoon
progestagenen	=	progestageen
progesteron	noun	geslachtshormoon dat door het corpus luteum (gele lichaam in de eierstok) in de tweede fase (luteale fase) van de menstruatiecyclus en in grotere hoeveelheden tijdens de zwangerschap door de placenta wordt geproduceerd
prognose	noun	een uitspraak over het vermoedelijk verloop van iets
prognoses	=	prognose
prognosetje	=	prognose
prognosetjes	=	prognose
prognosticatie	noun	het prognosticeren, de voorspelling
prognosticaties	=	prognosticatie
prognosticeer	=	prognosticeren
prognosticeerde	=	prognosticeren
prognosticeerden	=	prognosticeren
prognosticeert	=	prognosticeren
prognosticere	=	prognosticeren
prognosticeren	verb	op basis van kennis en kunde een onderbouwde voorspelling doen
prognosticerend	=	prognosticeren
prognosticerende	=	prognosticeren
prognostisch	adj	een betrouwbare voorspelling makend
prognostische	=	prognostisch
prognostischer	=	prognostisch
prognostischere	=	prognostisch
prognostischers	=	prognostisch
program	noun	overzicht van voorgenomen activiteiten in de toekomst
programkabinet	noun	kabinetsvorm waarbij de deelnemende partijen eerst een beknopt akkoord op hoofdlijnen sluiten, met daarin de grote doelen en kaders van het beleid, waarna een ploeg van ministers en staatssecretarissen in een 'regeerprogramma' de verwezenlijking van die doelen gaat uitwerken
programkabinetten	=	programkabinet
programma	noun	applicatie voor de computer
programma's	=	programma
programma-aanbod	noun	verzameling van alle beschikbare programma's of activiteiten die worden aangeboden door een bepaalde partij, zoals een tv-zender, een theater, een organisatie of een softwareleverancier
programma-instructie	noun	een instructie (aan de processor) in een computerprogramma
programma-instructies	=	programma-instructie
programma-instructietje	=	programma-instructie
programma-instructietjes	=	programma-instructie
programmaatje	=	programma
programmaatjes	=	programma
programmablaadje	=	programmablad
programmablaadjes	=	programmablad
programmablad	noun	tijdschrift waarin je kunt lezen welke radio- of televisieprogramma's, op welke tijd op welke zender worden uitgezonden
programmabladen	=	programmablad
programmaboek	noun	brochure of boekje dat informatie geeft over een evenement, zoals de artiesten, het programma of de inhoud
programmaboeken	=	programmaboek
programmaboekje	=	programmaboek
programmaboekjes	=	programmaboek
programmagegeven	noun	een stukje informatie betreffende een programma
programmagegevens	=	programmagegeven
programmagegeventje	=	programmagegeven
programmagegeventjes	=	programmagegeven
programmagids	noun	tijdschrift waarin staat geschreven op welke tijd en op welke zenders televisie- en radioprogramma's bekeken kunnen worden
programmagidsen	=	programmagids
programmakeuze	noun	selectie van activiteiten, uitzendingen of muzieknummers om een programma samen te stellen
programmakeuzen	=	programmakeuze
programmakeuzes	=	programmakeuze
programmakost	noun|obsolete	geld dat men betaalt voor het maken van een radio- of televisieprogramma
programmakosten	noun	geld dat men betaalt voor het maken van een radio- of televisieprogramma
programmaleider	noun	iemand die leiding geeft aan een project
programmaleiders	=	programmaleider
programmaleiding	noun	het leiden van een uitzending van een radio- of tv-programma
programmaleidingen	=	programmaleiding
programmaleidinkje	=	programmaleiding
programmaleidinkjes	=	programmaleiding
programmamaakster	noun	vrouw die de inhoudelijke kant van radio- en televisieprogramma's maakt
programmamaaksters	=	programmamaakster
programmamaker	noun	iemand die televisieprogramma's maakt
programmamakers	=	programmamaker
programmamakertje	=	programmamaker
programmamakertjes	=	programmamaker
programmamuziek	noun	een vorm van muziek die een verhaal vertelt of iets uitbeeldt dat op literatuur, geschiedenis of natuur betrekking heeft
programmaoverzicht	noun	lijst waarop alle radio- en televisieprogramma's staan vermeld
programmaoverzichten	=	programmaoverzicht
programmapunt	noun	onderdeel van een serie handelingen
programmapunten	=	programmapunt
programmapuntje	=	programmapunt
programmapuntjes	=	programmapunt
programmaraad	noun	een onafhankelijk regionaal orgaan dat kabelexploitanten adviseert bij de samenstelling van het wettelijk basispakket zenders op de kabel
programmaraadje	=	programmaraad
programmaraadjes	=	programmaraad
programmaraden	=	programmaraad
programmatisch	adj	volgens een van tevoren gemaakt (politiek) programma
programmatische	=	programmatisch
programmatischer	=	programmatisch
programmatischere	=	programmatisch
programmatischers	=	programmatisch
programmatorisch	adj	volgens een van tevoren gemaakt (politiek) programma
programmatorische	=	programmatorisch
programmatorischer	=	programmatorisch
programmatorischere	=	programmatorisch
programmatorischers	=	programmatorisch
programmaturen	=	programmatuur
programmatuur	noun	verzameling gegevens die bepaalt wat een computer met andere gegevens moet doen en die het apparaat geschikt maken voor bepaalde toepassingen
programmatuurtje	=	programmatuur
programmawijziging	noun	aanpassing in een reeds vastgesteld plan, traject of inhoud
programmawijzigingen	=	programmawijziging
programmawijzigingetje	=	programmawijziging
programmawijzigingetjes	=	programmawijziging
programmeer	=	programmeren
programmeerbaar	adj	van een apparaat, systeem of machine zodanig kan worden ingesteld dat het specifieke taken, functies of een reeks instructies automatisch uitvoert
programmeerbaarder	=	programmeerbaar
programmeerbaardere	=	programmeerbaar
programmeerbaarders	=	programmeerbaar
programmeerbaars	=	programmeerbaar
programmeerbaarst	=	programmeerbaar
programmeerbaarste	=	programmeerbaar
programmeerbare	=	programmeerbaar
programmeerde	=	programmeren
programmeerden	=	programmeren
programmeert	=	programmeren
programmeertaal	noun	formele taal met vocabulaire en syntaxis voor het schrijven van een computerprogramma.
programmeertaaltje	=	programmeertaal
programmeertaaltjes	=	programmeertaal
programmeertalen	=	programmeertaal
programmere	=	programmeren
programmeren	verb	het schrijven van een computerprogramma
programmerend	=	programmeren
programmerende	=	programmeren
programmering	noun	het programmeren
programmeringen	=	programmering
programmerinkje	=	programmering
programmerinkjes	=	programmering
programmetje	=	program
programmetjes	=	program
programmeur	noun	iemand die programmeert (b.v. iemand die computerprogramma's schrijft)
programmeurs	=	programmeur
programmeurtje	=	programmeur
programmeurtjes	=	programmeur
programs	=	program
progressie	noun	vooruitgang, voortgang
progressief	adj	vooruitstrevend
progressiefs	=	progressief
progressiefst	=	progressief
progressiefste	=	progressief
progressies	=	progressie
progressieve	=	progressief
progressiever	=	progressief
progressievere	=	progressief
progressievers	=	progressief
progressivisme	noun	stroming die sterk gericht is op vernieuwing en met geloof in vooruitgang
progressivismen	=	progressivisme
progressiviteit	noun	de mate waarin iemand veranderingsgezind is
progressiviteiten	=	progressiviteit
prohibitie	noun	fabricage, invoer of verkoop van alcoholhoudende dranken
prohibitief	adj	verbiedend
prohibitiefs	=	prohibitief
prohibitiefst	=	prohibitief
prohibitiefste	=	prohibitief
prohibities	=	prohibitie
prohibitieve	=	prohibitief
prohibitiever	=	prohibitief
prohibitievere	=	prohibitief
prohibitievers	=	prohibitief
project	noun	een zaak die men denkt uit te voeren of te onderzoeken binnen een bepaalde tijd
projectbases	=	projectbasis
projectbasis	noun	op projectbasis van een werknemer dat deze slechts voor de duur van een bepaald project in dienst wordt genomen
projectbasissen	=	projectbasis
projectbeschrijving	noun	de schriftelijke vastlegging van de kenmerken van een project
projectbeschrijvingen	=	projectbeschrijving
projectbeschrijvinkje	=	projectbeschrijving
projectcoördinator	noun	iemand die de samenwerking tussen verschillende partijen binnen een zaak regelt
projectcoördinatoren	=	projectcoördinator
projectcoördinators	=	projectcoördinator
projectdossier	noun	verzameling documenten die betrekking heeft op de planning, uitvoering en resultaten van een project
projectdossiers	=	projectdossier
projecteer	=	projecteren
projecteerde	=	projecteren
projecteerden	=	projecteren
projecteert	=	projecteren
projecten	=	project
projectere	=	projecteren
projecteren	verb	optisch reproduceren op een scherm (d.m.v. een projector)
projecterend	=	projecteren
projecterende	=	projecteren
projectgroep	noun	groep die zich wijdt aan een bepaald project
projectgroepen	=	projectgroep
projectgroepje	=	projectgroep
projectgroepjes	=	projectgroep
projectie	noun	het optisch projecteren van figuren op een scherm
projectief	adj	van de aard van projectie
projectiefs	=	projectief
projectiefst	=	projectief
projectiefste	=	projectief
projectiel	noun	voorwerp dat zich met hoge snelheid vrij verplaatst, bijvoorbeeld doordat het met grote kracht werd weggeschoten
projectielen	=	projectiel
projectieltje	=	projectiel
projectieltjes	=	projectiel
projectieplaat	noun	een plaat waardoor iets geprojecteerd wordt
projectieplaatje	=	projectieplaat
projectieplaatjes	=	projectieplaat
projectieplaten	=	projectieplaat
projecties	=	projectie
projectiescherm	noun	vlak oppervlak waarop (licht)beelden geprojecteerd kunnen worden
projectieschermen	=	projectiescherm
projectieve	=	projectief
projectiever	=	projectief
projectievere	=	projectief
projectievers	=	projectief
projectievlak	noun	vlak waarop het beeld van een geprojecteerd voorwerp terecht komt
projectievlakje	=	projectievlak
projectievlakjes	=	projectievlak
projectievlakken	=	projectievlak
projectje	=	project
projectjes	=	project
projectkost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft aan bepaald project
projectkosten	noun	geld dat men uitgeeft aan bepaald project
projectleider	noun	iemand die een project leidt
projectleiders	=	projectleider
projectleidertje	=	projectleider
projectleidertjes	=	projectleider
projectleiding	noun	persoon of groep personen die leiding geven aan een in de tijd begrensde activiteit
projectleidingen	=	projectleiding
projectleidinkje	=	projectleiding
projectleidinkjes	=	projectleiding
projectlijder	noun|humorous	projectleider iemand die lijdt onder het project
projectlijders	=	projectlijder
projectmanagement	noun	alle activiteiten om een project te doen slagen (organisatie, planning, uitvoering, evaluatie etc.)
projectmanager	noun	hoofdverantwoordelijke van een of meer projecten
projectmanagers	=	projectmanager
projectmanagertje	=	projectmanager
projectmanagertjes	=	projectmanager
projectminister	noun	een minister in een kabinet die zich bezig houdt met een specifiek project, meestal gedurende de termijn van één regeerperiode
projectministers	=	projectminister
projectnaam	noun	de naam die men geeft aan project tijdens de uitvoeringsfase, maar wat niet de naam hoeft te zijn van het uiteindelijk resultaat
projectnamen	=	projectnaam
projectonderwijs	noun	onderwijsmethode waarbij de leerlingen aan een project werkend een bepaald onderwerp vanuit verschillende vakgebieden benaderen
projectontwikkelaar	noun	iemand die of bedrijf dat zich bezighoudt met projectontwikkeling (ook )
projectontwikkelaars	=	projectontwikkelaar
projectontwikkelaartje	=	projectontwikkelaar
projectontwikkelaartjes	=	projectontwikkelaar
projectontwikkeling	noun	het proces waarbij grond, geld en gebruikers bijeen gebracht worden om een bouwwerk te realiseren
projectontwikkelingen	=	projectontwikkeling
projector	noun	toestel om een afbeelding op een scherm te projecteren
projectoren	=	projector
projectorganisatie	noun	organisatiestructuur die ter uitvoering van een bepaald project tot stand is gebracht
projectorganisaties	=	projectorganisatie
projectors	=	projector
projectortje	=	projector
projectpagina	noun	document of online sectie die alle relevante informatie over een project samenbrengt
projectpagina's	=	projectpagina
projectpaginaatje	=	projectpagina
projectpaginaatjes	=	projectpagina
projectplan	noun	een startdocument voor het omschrijven hoe en wanneer een bepaald tijdelijk doel wordt bereikt.
projectplannen	=	projectplan
projectplannetje	=	projectplan
projectplannetjes	=	projectplan
projectresultaat	noun	uitkomst van een in tijd begrensde activiteit
projectresultaatje	=	projectresultaat
projectresultaatjes	=	projectresultaat
projectresultaten	=	projectresultaat
projectsubsidie	noun	geld dat een organisatie van de de overheid ontvangt voor een bepaald project
projectsubsidies	=	projectsubsidie
projektiel	=	projectiel
prokaryoot	noun	ééncellig organisme zonder kernmembraan
prokaryootje	=	prokaryoot
prokaryoots	=	prokaryoot
prokaryote	=	prokaryoot
prokaryoten	=	prokaryoot
prokaryotisch	adj	betreft een organisme of cel dat geen celkern en geen membraangebonden organellen bezit.
prokaryotische	=	prokaryotisch
prokaryotischer	=	prokaryotisch
prokaryotischere	=	prokaryotisch
prokaryotischers	=	prokaryotisch
prokkel	noun	een ontmoeting tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking
prokkeldag	noun	een dag waarop er een prokkel plaatsvindt
prokkeldagen	=	prokkeldag
prokkeldagje	=	prokkeldag
prokkeldagjes	=	prokkeldag
prokkelde	=	prokkelen
prokkelden	=	prokkelen
prokkele	=	prokkelen
prokkelen	verb	het hebben van een ontmoeting tussen mensen met en zonder verstandelijke beperking
prokkelend	=	prokkelen
prokkelende	=	prokkelen
prokkels	=	prokkel
prokkelt	=	prokkelen
prokkeltje	=	prokkel
prokkeltjes	=	prokkel
prokletijeberghagedis	noun	Dinarolacerta montenegrina een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
prokletijeberghagedisje	=	prokletijeberghagedis
prokletijeberghagedisjes	=	prokletijeberghagedis
prokletijeberghagedissen	=	prokletijeberghagedis
prol	noun	iemand van lage komaf die zich onbeschoft gedraagt
prolactinomen	=	prolactinoom
prolactinoom	noun	goedaardig gezwel in de hypofyse
prolaps	noun	uitzakking
prolapsen	=	prolaps
prolapsje	=	prolaps
prolapsjes	=	prolaps
prolatief	noun	een naamval die aangeeft waar men iets voor aanziet of houdt
prolatieven	=	prolatief
proleet	noun	persoon met weinig verfijnd gedrag
proleetje	=	proleet
proleetjes	=	proleet
prolegomena	noun	inleiding op een verhandeling
prolepses	=	prolepsis
prolepsis	noun	vooropstelling is een stijlfiguur waarbij het zinsdeel dat de aandacht moet krijgen als eerste wordt genoteerd
proleptisch	adj	van de aard of op de manier van prolepsis
proleptische	=	proleptisch
proleptischer	=	proleptisch
proleptischere	=	proleptisch
proleptischers	=	proleptisch
proletariaat	noun	de klasse van bezitloze arbeiders
proletariaten	=	proletariaat
proletaries	=	proletarisch
proletarisch	adj	betrekking hebbend op de arbeidersklasse zonder bezit die is overgeleverd aan uitbuiting door gewetenloze kapitalisten
proletarische	=	proletarisch
proletarischer	=	proletarisch
proletarischere	=	proletarisch
proletarischers	=	proletarisch
proletarischt	=	proletarisch
proletarischte	=	proletarisch
proletariër	noun	arbeider zonder kapitaal die uitsluitend van zijn arbeid leeft
proletariërs	=	proletariër
proletariërtje	=	proletariër
proleten	=	proleet
proleterig	adj	als een proleet, proletig
proleterige	=	proleterig
proleteriger	=	proleterig
proleterigere	=	proleterig
proleterigers	=	proleterig
proleterigs	=	proleterig
proleterigst	=	proleterig
proleterigste	=	proleterig
proliferatie	noun	snelle vermenigvuldiging, woekering
proliferaties	=	proliferatie
prolifereer	=	prolifereren
prolifereerde	=	prolifereren
prolifereerden	=	prolifereren
prolifereert	=	prolifereren
proliferere	=	prolifereren
prolifereren	verb	woekeren, uitbreiden
prolifererend	=	prolifereren
prolifererende	=	prolifereren
proline	noun	een proteïnogeen aminozuur
prollen	=	prol
prologen	=	proloog
prolongatie	noun	verlenging (van een tijdsduur, van een overeenkomst, van een betalingstermijn)
prolongatienota	noun	factuur die betaald moet worden voor het verlengen van een verzekering voor een nieuwe periode
prolongatienota's	=	prolongatienota
prolongaties	=	prolongatie
prolongeer	=	prolongeren
prolongeerde	=	prolongeren
prolongeerden	=	prolongeren
prolongeert	=	prolongeren
prolongere	=	prolongeren
prolongeren	verb	ergens de tijdsduur van verlengen
prolongerend	=	prolongeren
prolongerende	=	prolongeren
proloog	noun	inleidende rede van een tekst, voorwoord.
proloogje	=	proloog
proloogjes	=	proloog
promenade	noun	een brede en verhoogde wandelweg, vooral langs de kust of langs een rivier
promenadedek	noun	een dek op een schip waarop passagiers rond kunnen lopen
promenadedekje	=	promenadedek
promenadedekjes	=	promenadedek
promenadedekken	=	promenadedek
promenaden	=	promenade
promenades	=	promenade
promenadetje	=	promenade
promenadetjes	=	promenade
promesse	noun	handelspapier waarop staat dat de ondertekenaar een bepaald bedrag zal betalen aan een bepaald genoemd persoon of aan de toonder van het papier
promessen	=	promesse
promesses	=	promesse
promessie	noun	een uitvaart waarbij het lijk tot stof wordt verpulverd door toepassing van vriesdrogen
promessies	=	promessie
prometheuswoelmuis	noun	Prometheomys schaposchnikowi een zoogdier uit de familie van de Cricetidae.
prometheuswoelmuisje	=	prometheuswoelmuis
prometheuswoelmuisjes	=	prometheuswoelmuis
prometheuswoelmuizen	=	prometheuswoelmuis
promethium	noun	een scheikundig element met het symbool Pm en het atoomnummer 61; een zilverwit à grijs lanthanide
promethiumatomen	=	promethiumatoom
promethiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element promethium.
promethiumatoompje	=	promethiumatoom
promethiumatoompjes	=	promethiumatoom
promillage	noun	verhouding uitgedrukt als duizendste deel
promillages	=	promillage
promille	noun	per duizend, weergegeven met symbool ‰
promilles	=	promille
promilleteken	noun	het symbool ‰ waarmee promilles worden aangegeven in teksten en formules
promilletekens	=	promilleteken
promilletekentje	=	promilleteken
promilletekentjes	=	promilleteken
prominent	adj	belangrijk, duidelijk onderscheidbaar van de rest, op de voorgrond tredend
prominente	=	prominent
prominenter	=	prominent
prominentere	=	prominent
prominenters	=	prominent
prominentie	noun	het prominent zijn
prominenties	=	prominentie
prominents	=	prominent
prominentst	=	prominent
prominentste	=	prominent
promiscue	adj	vrije seksuele omgang hebbend
promiscuer	=	promiscue
promiscuere	=	promiscue
promiscuers	=	promiscue
promiscues	=	promiscue
promiscuest	=	promiscue
promiscueste	=	promiscue
promiscuïteit	noun	het promiscue zijn, volledig vrije seks met meerdere personen
promo	noun	reclame- of promotieuiting
promo's	=	promo
promoactie	noun	een actie om een product of dienst te promoten, met als doel de bekendheid en verkoop te vergroten
promoacties	=	promoactie
promoactietje	=	promoactie
promoactietjes	=	promoactie
promomaker	noun	persoon die een trailer maakt om een programma aan de man te brengen
promomakers	=	promomaker
promoot	=	promoten
promootje	=	promo
promootjes	=	promo
promootte	=	promoten
promootten	=	promoten
promote	=	promoten
promoten	verb	reclame maken voor
promotend	=	promoten
promotende	=	promoten
promotie	noun	een verhoging in rang
promotieactie	noun	tijdelijke marketingactiviteit met als doel de verkoop van een product of dienst te stimuleren, merkbekendheid te vergroten of klantloyaliteit op te bouwen
promotieacties	=	promotieactie
promotieactietje	=	promotieactie
promotieactietjes	=	promotieactie
promotiecommissie	noun	groep professoren die bepaalt of een proefschrift van voldoende kwaliteit is om de dokterstitel te kunnen toekennen aan de promovendus
promotiecommissies	=	promotiecommissie
promotiekost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft om iets op een positieve manier onder de aandacht te brengen
promotiekosten	noun	geld dat men uitgeeft om iets op een positieve manier onder de aandacht te brengen
promotiemateriaal	noun	zaken die men gebruikt om de bekendheid en de verkoop van een product te stimuleren
promotiematerialen	=	promotiemateriaal
promotieonderzoek	noun	oenderzoek dat iemand doet in het kader van een wetenschappelijke promotie
promotieonderzoeken	=	promotieonderzoek
promotieplaats	noun	mogelijkheid om op die plek te promoveren
promotieplaatsen	=	promotieplaats
promoties	=	promotie
promotietje	=	promotie
promotietjes	=	promotie
promotietour	noun	een rondreis die als doel heeft om reclame te maken voor een bepaald product
promotietours	=	promotietour
promotietourtje	=	promotietour
promotietourtjes	=	promotietour
promotieval	noun	vermindering van het besteedbaar inkomen nadat men een salarisverhoging heeft gekregen.
promotievallen	=	promotieval
promotieverlof	noun	tijdelijke verlof om aan een proefschrift te werken
promotieverloven	=	promotieverlof
promotiewedstrijd	noun	wedstrijd die beslist of men klasse hoger mag gaan spelen
promotiewedstrijden	=	promotiewedstrijd
promoting	noun	het reclame maken voor iets; het onder de aandacht brengen van iets; het bevorderen van iets
promotion	noun	stimulering, promotie
promotioneel	adj	gericht op onder de aandacht brengen ter bevordering van de verkoop
promotioneels	=	promotioneel
promotioneelst	=	promotioneel
promotioneelste	=	promotioneel
promotionele	=	promotioneel
promotioneler	=	promotioneel
promotionelere	=	promotioneel
promotionelers	=	promotioneel
promotions	=	promotion
promotor	noun	iemand die ergens een warm voorstander van is en probeert dat te stimuleren
promotoren	=	promotor
promotores	=	promotor
promotors	=	promotor
promotortje	=	promotor
promoveer	=	promoveren
promoveerde	=	promoveren
promoveerden	=	promoveren
promoveert	=	promoveren
promovenda	noun	vrouw die een proefschrift heeft geschreven
promovenda's	=	promovenda
promovendaatje	=	promovenda
promovendae	=	promovenda
promovendi	=	promovendus
promovendus	noun	is iemand die door het zelfstandig beoefenen van wetenschappelijk onderzoek en, hierop aansluitend, het schrijven van een proefschrift wil promoveren tot de academische graad van doctor
promovendusje	=	promovendus
promovendussen	=	promovendus
promovere	=	promoveren
promoveren	verb	vooruitgaan, een betere positie bereiken
promoverend	=	promoveren
promoverende	=	promoveren
prompt	adj	snel, vlot, onmiddellijk volgend op iets anders
prompte	=	prompt
prompter	=	prompt
promptere	=	prompt
prompters	=	prompt
promptheid	noun	het snel en nauwkeurig zijn
prompts	=	prompt
promptst	=	prompt
promptste	=	prompt
promulgatie	noun	openbare en officiële bekendmaking, m.n. gedaan door een staatshoofd
promulgaties	=	promulgatie
promulgatietje	=	promulgatie
promulgatietjes	=	promulgatie
promulgeer	=	promulgeren
promulgeerde	=	promulgeren
promulgeerden	=	promulgeren
promulgeert	=	promulgeren
promulgere	=	promulgeren
promulgeren	verb	afkondigen
promulgerend	=	promulgeren
promulgerende	=	promulgeren
pronatalistisch	adj	betreft mensen die het morele goed van voortplanting verdedigen
pronatalistische	=	pronatalistisch
pronatalistischer	=	pronatalistisch
pronatalistischere	=	pronatalistisch
pronatalistischers	=	pronatalistisch
pronazi	noun	iemand die sympathiseert met het nationaal socialisme
pronazi's	=	pronazi
pronazistisch	adj	voor het fascisme; voor het nationaalsocialisme
pronazistische	=	pronazistisch
pronazistischer	=	pronazistisch
pronazistischere	=	pronazistisch
pronazistischers	=	pronazistisch
prondel	noun	oude rommel
prondels	=	prondel
pronikgetal	noun	de som van een kwadraat en de wortel daarvan ofwel het product van twee getallen die één verschillen
pronikgetallen	=	pronikgetal
pronikgetalletje	=	pronikgetal
pronikgetalletjes	=	pronikgetal
pronk	noun	opzettelijk en opzichtig vertoon	adj|obsolete	fraai om te zien en zich daarvan bewust
pronkbonen	=	pronkboon
pronkboon	noun	bepaald soort plant, Phaseolus coccineus uit de vlinderbloemenfamilie Leguminosae
pronkboontje	=	pronkboon
pronkboontjes	=	pronkboon
pronke	=	pronken
pronken	verb	vertoon maken met mooie dingen
pronkend	=	pronken
pronkende	=	pronken
pronker	noun	iets of iemand die zich mooier voordoet dan hij of zij eigenlijk is
pronkerig	adj	te trots, te zelfvoldaan, te zeer gericht op uiterlijke sier
pronkerige	=	pronkerig
pronkeriger	=	pronkerig
pronkerigere	=	pronkerig
pronkerigers	=	pronkerig
pronkerigs	=	pronkerig
pronkerigst	=	pronkerig
pronkerigste	=	pronkerig
pronkerij	noun	het zich met opzet in de aandacht van anderen brengen met (vermeende) schoonheid of andere bewonderenswaardige hoedanigheden
pronkerijen	=	pronkerij
pronkers	=	pronker
pronkertje	=	pronker
pronkertjes	=	pronker
pronkhertenzwam	noun	Pluteus umbrosus een schimmel behorend tot de familie Pluteaceae.
pronkhertenzwammen	=	pronkhertenzwam
pronkhertenzwammetje	=	pronkhertenzwam
pronkhertenzwammetjes	=	pronkhertenzwam
pronkjuweel	noun	een heel mooi juweel
pronkjuweeltje	=	pronkjuweel
pronkjuweeltjes	=	pronkjuweel
pronkjuwelen	=	pronkjuweel
pronkkamer	noun	een woonkamer in een boerderij of in een burgerwoning, die alleen bij speciale gelegenheden gebruikt werd
pronkkamers	=	pronkkamer
pronkkast	noun	een meubelstuk waarin men mooie en dure bezittingen uitstalt
pronkkasten	=	pronkkast
pronkkastje	=	pronkkast
pronkkastjes	=	pronkkast
pronkkeuken	noun	fraai gedecoreerde keuken die niet gemaakt is om in te koken maar om indruk te maken op bezoekers
pronkkeukens	=	pronkkeuken
pronkkeukentje	=	pronkkeuken
pronkkeukentjes	=	pronkkeuken
pronkmos	noun	een geslacht Herzogiella van mossen die behoren tot de klauwtjesmosfamilie (Hypnaceae).
pronkmosje	=	pronkmos
pronkmosjes	=	pronkmos
pronkmossen	=	pronkmos
pronkneusvleermuis	noun	Nycteris javanica vleermuis uit de familie van de spleetneusvleermuizen (Nycteridae).
pronkneusvleermuisje	=	pronkneusvleermuis
pronkneusvleermuisjes	=	pronkneusvleermuis
pronkneusvleermuizen	=	pronkneusvleermuis
pronkpalpmot	noun	Pseudotelphusa scalella een vlinder uit de familie van de tastermotten, de Gelechiidae.
pronkpalpmotje	=	pronkpalpmot
pronkpalpmotjes	=	pronkpalpmot
pronkpalpmotten	=	pronkpalpmot
pronksnijbonen	=	pronksnijboon
pronksnijboon	noun	Phaseolus coccineus
pronksteelboleet	noun	Caloboletus calopus een paddenstoel uit de familie Boletaceae.
pronksteelboleetje	=	pronksteelboleet
pronksteelboleetjes	=	pronksteelboleet
pronksteelboleten	=	pronksteelboleet
pronkstuk	noun	een persoon of zaak die uitmunt door schoonheid, voortreffelijkheid o.i.d
pronkstukje	=	pronkstuk
pronkstukjes	=	pronkstuk
pronkstukken	=	pronkstuk
pronkt	=	pronken
pronkte	=	pronken
pronkten	=	pronken
pronkziek	adj	te veel geneigd tot pronken, pronkzuchtig
pronkzieke	=	pronkziek
pronkzieker	=	pronkziek
pronkziekere	=	pronkziek
pronkziekers	=	pronkziek
pronkzieks	=	pronkziek
pronkziekst	=	pronkziek
pronkziekste	=	pronkziek
pronkzucht	noun	de grote behoefte om je welvaart en rijkdom te showen
pronomen	noun	woord dat gebruikt wordt om naar een zelfstandigheid te verwijzen, zonder die te noemen
pronomina	=	pronomen
prononceer	=	prononceren
prononceerde	=	prononceren
prononceerden	=	prononceren
prononceert	=	prononceren
prononcere	=	prononceren
prononceren	verb	uitspreken
prononcerend	=	prononceren
prononcerende	=	prononceren
pronostiek	noun	een prognose
pronostieken	=	pronostiek
pronostiekje	=	pronostiek
pronostiekjes	=	pronostiek
pronostikeer	=	pronostikeren
pronostikeerde	=	pronostikeren
pronostikeerden	=	pronostikeren
pronostikeert	=	pronostikeren
pronostikere	=	pronostikeren
pronostikeren	verb	het maken van een voorspelling
pronostikerend	=	pronostikeren
pronostikerende	=	pronostikeren
pront	adj	netjes of volgens de regels	adv	snel, direct
pronte	=	pront
pronter	=	pront
prontere	=	pront
pronters	=	pront
pronts	=	pront
prontst	=	pront
prontste	=	pront
proof	noun	een maat voor de hoeveelheid ethanol (ethylalcohol) in een alcoholische drank (bedraagt ongeveer tweemaal het alcoholpercentage)
prooi	noun	buit van een roofdier
prooidier	noun	een dier dat als prooi dient
prooidieren	=	prooidier
prooidiertje	=	prooidier
prooidiertjes	=	prooidier
prooien	=	prooi
prooitje	=	prooi
prooitjes	=	prooi
prooivis	noun	benaming voor gewervelde waterdieren met kieuwen waar roofdieren op jagen voor voedsel
prooivisje	=	prooivis
prooivisjes	=	prooivis
prooivissen	=	prooivis
prooivogel	noun	een vogel die door een roofvogel of een ander dier wordt bejaagd en gegeten
prooivogels	=	prooivogel
proosdij	noun	de ambtswoning van een proost
proosdijen	=	proosdij
proosdijtje	=	proosdij
proosdijtjes	=	proosdij
proost	intj	heildronk, dronk op iemands gezondheid
prooste	=	proosten
proosten	verb	het glas heffen en een gelukwens uitbrengen
proostend	=	proosten
proostende	=	proosten
proostje	=	proost
proostte	=	proosten
proostten	=	proosten
prop	noun	samengepakte massa weefsel of papier, vaak gebruikt om iets af te stoppen
propaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₃H₈
propaganda	noun	activiteiten of materiaal gericht op het beïnvloeden van de mening of het gedrag van grote groepen mensen waarin niet zelden gelogen wordt
propaganda's	=	propaganda
propaganda-instrument	noun	een instrument (radio, televisie etc.) dat wordt gebruikt om propaganda te maken
propaganda-instrumenten	=	propaganda-instrument
propaganda-uitzending	noun	is een radio-, televisie- of onlineprogramma dat bewust eenzijdige, misleidende of gekleurde informatie verspreidt om de mening, gedachten of het gedrag van een groot publiek te beïnvloeden.
propaganda-uitzendingen	=	propaganda-uitzending
propaganda-uitzendinkje	=	propaganda-uitzending
propaganda-uitzendinkjes	=	propaganda-uitzending
propagandaatje	=	propaganda
propagandacampagne	noun	actie waarbij men probeert mensen te winnen voor een bepaalde opinie
propagandacampagnes	=	propagandacampagne
propagandafilm	noun	film waarin propaganda voor iets wordt gemaakt
propagandafilmpje	=	propagandafilm
propagandafilmpjes	=	propagandafilm
propagandafilms	=	propagandafilm
propagandakosten	noun	geld dat men uitgeeft aan het beïnvloeden van de publieke opinie
propagandamateriaal	noun	materiaal dat gebruikt wordt om propaganda te maken
propagandamaterialen	=	propagandamateriaal
propagandaminister	noun	minister van propaganda
propagandaministers	=	propagandaminister
propagandaministertje	=	propagandaminister
propagandaministertjes	=	propagandaminister
propagandaoorlog	noun	strijd om de gunst van het publiek door zeer intensieve propaganda-activiteiten.
propagandaoorlogen	=	propagandaoorlog
propagandastunt	noun	spectaculaire, promotionele actie
propagandastunten	=	propagandastunt
propagandastuntje	=	propagandastunt
propagandastuntjes	=	propagandastunt
propagandastunts	=	propagandastunt
propagandist	noun	iemand die aanhangers voor een gedachtegoed probeert te winnen
propagandisten	=	propagandist
propagandistisch	adj	bestemd of geschikt om propaganda te maken
propagandistische	=	propagandistisch
propagandistischer	=	propagandistisch
propagandistischere	=	propagandistisch
propagandistischers	=	propagandistisch
propagatie	noun	voortplanting, uitbreiding, verspreiding
propagaties	=	propagatie
propagatietje	=	propagatie
propagatietjes	=	propagatie
propageer	=	propageren
propageerde	=	propageren
propageerden	=	propageren
propageert	=	propageren
propagere	=	propageren
propageren	verb	het beïnvloeden van de publieke opinie voor een meestal niet-commercieel doel, vaak gaat het om een politiek doel.
propagerend	=	propageren
propagerende	=	propageren
propanolol	noun	een bètablokker die voornamelijk gebruikt wordt bij de behandeling van hypertensie maar ook kan worden ingezet voor het weer verwerken van traumatische gebeurtenissen.
propedeuse	noun	eerste fase van universitaire studie of hbo-opleiding in Nederland, meestal duurt deze fase één jaar
propedeuse-uitreiking	noun	de officiële, feestelijke ceremonie op een hogeschool (HBO) of universiteit (WO) waarin je jouw propedeusecertificaat in ontvangst neemt.
propedeuse-uitreikingen	=	propedeuse-uitreiking
propedeuse-uitreikinkje	=	propedeuse-uitreiking
propedeuse-uitreikinkjes	=	propedeuse-uitreiking
propedeuses	=	propedeuse
propedeutisch	adj	betrekking hebbend op de propedeuse
propedeutische	=	propedeutisch
propedeutischer	=	propedeutisch
propedeutischere	=	propedeutisch
propedeutischers	=	propedeutisch
propeen	noun	gasvormige koolwaterstof (C₃H₆)
propeenglycol	noun	reukloze en kleurloze viskeuze vloeistof, niet-toxisch bij lage concentratie en mag gebruikt worden in voeding, cosmetica en medicijnen
propeenglycolen	=	propeenglycol
propeenoxide	noun	organische verbinding met als brutoformule C₃H₆O
propeenoxiden	=	propeenoxide
propeenoxides	=	propeenoxide
propeller	noun	schroef om vliegtuigen of vaartuigen voort te stuwen, luchtschroef
propellers	=	propeller
propellertje	=	propeller
propellertjes	=	propeller
propellor	=	propeller
proper	adj	goed schoongemaakt, netjes verzorgd
properder	=	proper
properdere	=	proper
properders	=	proper
propere	=	proper
properheid	noun	het schoon en opgeruimd zijn als eigenschap
propers	=	proper
properst	=	proper
properste	=	proper
propfan	noun	een vliegtuigmotor die overeenkomsten heeft met zowel de turboprop als de turbofan
propfannetje	=	propfan
propfannetjes	=	propfan
propfans	=	propfan
propheet	=	profeet
prophetes	=	profetes
prophetisch	=	profetisch
propionaat	noun	een ester of zout afgeleid van propionzuur
propionaten	=	propionaat
propionzuur	noun	een verzadigd carbonzuur met de formule CH₃CH₂COOH
propje	=	prop
propjes	=	prop
propolis	noun	een stof die door bijen verzameld wordt van knoppen van populieren, kastanjes en naaldbomen
proponent	noun	voorstander
proponenten	=	proponent
proportie	noun	verhouding
proporties	=	proportie
proportionaliteit	noun	evenredigheid dat de verhouding tussen twee variabelen constant is
proportionaliteiten	=	proportionaliteit
proportionaliteitsbeginsel	noun	beginsel volgens hetwelk er altijd sprake moet zijn van proportionaliteit
proportionaliteitsbeginselen	=	proportionaliteitsbeginsel
proportionaliteitsbeginsels	=	proportionaliteitsbeginsel
proportioneel	adj	evenredig
proportioneels	=	proportioneel
proportioneelst	=	proportioneel
proportioneelste	=	proportioneel
proportioneer	=	proportioneren
proportioneerde	=	proportioneren
proportioneerden	=	proportioneren
proportioneert	=	proportioneren
proportionele	=	proportioneel
proportioneler	=	proportioneel
proportionelere	=	proportioneel
proportionelers	=	proportioneel
proportionere	=	proportioneren
proportioneren	verb	in evenredigheid brengen met
proportionerend	=	proportioneren
proportionerende	=	proportioneren
propos	noun	onderwerp van gesprek (alleen als onderdeel van de vaste verbinding à propos)
propositie	noun	voorstel
propositielogica	noun	tweewaardige logica die zich bezig houdt met redeneringen in de vorm van proposities
propositielogica's	=	propositielogica
proposities	=	propositie
proppe	=	proppen
proppen	verb	met meer kracht dan overleg samendrukken tot een slordige prop
proppend	=	proppen
proppende	=	proppen
propper	noun	iemand die 'propt' (bij een bar of discotheek mensen probeert over te halen naar binnen te gaan)
propperig	adj	van iets dat het druk, klein en vol is met veel kleine voorwerpen; resultaat van volproppen
propperige	=	propperig
propperiger	=	propperig
propperigere	=	propperig
propperigers	=	propperig
propperigs	=	propperig
propperigst	=	propperig
propperigste	=	propperig
proppers	=	propper
proppertje	=	propper
proppertjes	=	propper
propranolol	noun	een niet-selectieve bètablokker die voornamelijk gebruikt wordt bij de behandeling van hypertensie
proprioceptie	noun	het ontvangen en verwerken van prikkels die in het eigen lichaam ontstaan
proprioceptief	adj	met betrekking tot de lichaamsgewaarwording
proprioceptiefs	=	proprioceptief
propriocepties	=	proprioceptie
proprioceptieve	=	proprioceptief
proprium	noun	de reeks wisselende gezangen van de mis
propt	=	proppen
propte	=	proppen
propten	=	proppen
proptosis	noun	uitpuiling van het oog
propulsie	noun	verstoring van het vermogen om een ingezette voorwaartse beweging weer af te remmen, zoals bij de ziekte van Parkinson
propulsief	adj	voortstuwend
propulsiefs	=	propulsief
propulsiefst	=	propulsief
propulsiefste	=	propulsief
propulsies	=	propulsie
propulsieve	=	propulsief
propulsiever	=	propulsief
propulsievere	=	propulsief
propulsievers	=	propulsief
propvol	adj	heel erg vol, vaak in de zin van te vol
propvolle	=	propvol
propvols	=	propvol
propyleen	noun	een koolwaterstof, behorend tot de groep der alkenen, met als brutoformule C₃H₆.
propyleencarbonaat	noun	organische verbinding met als brutoformule C₄H₆O₃
propyleencarbonaten	=	propyleencarbonaat
propyleenglycol	noun	een organische verbinding gekenmerkt door de aanwezigheid van twee hydroxylgroepen
propyleenglycolen	=	propyleenglycol
propylenen	=	propyleen
prorail	noun	naam van de beheerder van het Nederlandse spoorwegnet
prorector	noun	plaatsvervangend rector, bestuurder van een universiteit
prorectoren	=	prorector
prorectors	=	prorector
prorogatie	noun	uitstel, verlenging
prorogaties	=	prorogatie
proscenia	=	proscenium
proscenium	noun	een toneelboog, een architectonisch frame dat het toneel scheidt van het publiek en een 'vierde muur' vormt
prosceniums	=	proscenium
proscriptie	noun	publieke identificatie en officiële veroordeling van vijanden van de staat
proscripties	=	proscriptie
prosecco	noun	Italiaanse mousserende wijn
prosecco's	=	prosecco
proseccootje	=	prosecco
proseccootjes	=	prosecco
prosector	noun	ontleder van menselijke en dierlijke lichamen
prosectoren	=	prosector
prosectors	=	prosector
prosecutie	noun	gerechterlijke vervolging of aanklacht
prosecuties	=	prosecutie
proseliet	noun	iemand die kort geleden tot een geloof is overgegaan
proselieten	=	proseliet
proselietje	=	proseliet
proselietjes	=	proseliet
proselitisme	noun	behoefte om te bekeren
prosit	intj	proost! (wens wanneer men iemand toedrinkt)
prosodie	noun	leer van het gebruik van de woorden en lettergrepen in de versbouw of zinsbouw
prosodieën	=	prosodie
prosodisch	adj	betrekking hebbend op de prosodie
prosodische	=	prosodisch
prosodischer	=	prosodisch
prosodischere	=	prosodisch
prosodischers	=	prosodisch
prosopalgie	noun	extreme pijn in je gezicht
prospect	noun	uitzicht, verwachting, iets waar men naar kan uitzien
prospecteer	=	prospecteren
prospecteerde	=	prospecteren
prospecteerden	=	prospecteren
prospecteert	=	prospecteren
prospecten	=	prospect
prospectere	=	prospecteren
prospecteren	verb	onderzoek doen naar de verkoopbaarheid van een product, op zoek gaan naar nieuwe klanten voor een bepaald product
prospecterend	=	prospecteren
prospecterende	=	prospecteren
prospectie	noun	het op grote schaal zoeken naar delfstoffen die van commercieel belang zijn
prospectief	adj	op de toekomst gericht
prospectiefs	=	prospectief
prospectiefst	=	prospectief
prospectiefste	=	prospectief
prospecties	=	prospectie
prospectieve	=	prospectief
prospectiever	=	prospectief
prospectievere	=	prospectief
prospectievers	=	prospectief
prospector	noun	iemand die onderzoekt of er in een terrein ertsen, edele metalen e.d. voorkomen
prospectors	=	prospector
prospects	=	prospect
prospectus	noun	drukwerk waarin alle gegevens staan over een financieel product, zoals een aandeel of obligatie, die een verantwoorde investeringsbeslissing mogelijk maken
prospectusje	=	prospectus
prospectusjes	=	prospectus
prospectussen	=	prospectus
prost	adj	eenvoudig (van mensen)
prostaat	noun	een klier tussen de blaas en de penis van de man
prostaatje	=	prostaat
prostaatjes	=	prostaat
prostaatkanker	noun	kanker aan de prostaat
prostaatkankers	=	prostaatkanker
prostaatkankertje	=	prostaatkanker
prostaatklier	noun	een klier die bij de man vlak onder de blaas om de urinebuis heen zit
prostaatklieren	=	prostaatklier
prostaatkliertje	=	prostaatklier
prostaatkliertjes	=	prostaatklier
prostaatontsteking	noun	ontsteking van de prostaat (een klier tussen blaas en penis bij de man)
prostaatontstekingen	=	prostaatontsteking
prostaatoperatie	noun	chirurgische ingreep aan de voorstanderklier
prostaatoperaties	=	prostaatoperatie
prostaglandine	noun	op een hormoon lijkende stof in het lichaam
prostaglandinen	=	prostaglandine
prostaglandines	=	prostaglandine
prostaten	=	prostaat
prostatisme	noun	vergroting van de prostaat (een klier tussen blaas en penis bij de man)
prostatismen	=	prostatisme
prostatitis	noun	ontsteking van de prostaat (een klier tussen blaas en penis bij de man)
prosternatie	noun	het prosterneren, het plat op de grond gaan liggen (bijv. van aanstaande priesters bij hun wijding)
prosterneren	verb|formal	zich ~: zich ter onderwerping plat op de aarde werpen (van aanstaande priesters bij hun wijding)
prosthesis	=	prothese
prostituant	noun	iemand die geld betaalt om seks te hebben met een prostituee
prostituanten	=	prostituant
prostituee	noun	vrouw die voor geld seksuele diensten aanbiedt
prostitueer	=	prostitueren
prostitueerde	=	prostitueren
prostitueerden	=	prostitueren
prostitueert	=	prostitueren
prostituees	=	prostituee
prostitueetje	=	prostitué
prostitueetjes	=	prostitué
prostituere	=	prostitueren
prostitueren	verb	iemand dwingen tot het aanbieden van seksuele diensten
prostituerend	=	prostitueren
prostituerende	=	prostitueren
prostitutie	noun	het tegen betaling ter beschikking stellen van het lichaam voor het seksuele genot van een ander
prostitué	noun	man die voor geld seksuele diensten aanbiedt
prostituée	=	prostituee
prostitués	=	prostitué
prosument	noun	persoon die producent en consument tegelijk is
prosumenten	=	prosument
prosumententarief	noun	tarief (van elektriciteit) voor prosumenten (eigenaars van zonnepanelen, windmolens en WKK-installaties)
prosumententarieven	=	prosumententarief
prot	noun	het ontsnappen van opgehoopte gassen uit de anus
protactinium	noun	scheikundig element met symbool Pa en atoomnummer 91. Het is een metalliek zilverkleurig actinide
protactiniumatomen	=	protactiniumatoom
protactiniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element protactinium.
protactiniumatoompje	=	protactiniumatoom
protactiniumatoompjes	=	protactiniumatoom
protagonist	noun	belangrijkste figuur en held van een verhaal
protagoniste	noun	vrouwelijke protagonist
protagonisten	=	protagonist
protagonistes	=	protagoniste
protease	noun	eiwitsplitsende giststof
proteasen	=	protease
proteaseremmer	noun	geneesmiddel dat de werking van proteasen belemmert
proteaseremmers	=	proteaseremmer
protectie	noun	beveiliging door en tegen personen
protectionisme	noun	het streven naar volmaaktheid
protectionistisch	adj	van maatregelen dat ze gericht zijn op het, op oneigenlijke manier, beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurentie
protectionistische	=	protectionistisch
protectionistischer	=	protectionistisch
protectionistischere	=	protectionistisch
protectionistischers	=	protectionistisch
protectionnisme	=	protectionisme
protector	noun	iemand die of iets dat protegeert, een beschermer (b.v. voorwerp ter bescherming van de schaamdelen bij sommige sporten)
protectoraat	noun	volkenrechtelijke verhouding tussen twee staten, gekenmerkt door eenzijdige afhankelijkheid
protectoraatje	=	protectoraat
protectoraatjes	=	protectoraat
protectoraten	=	protectoraat
protectoren	=	protector
protectors	=	protector
protectortje	=	protector
protectortjes	=	protector
protectrice	noun	vrouwelijke vorm van protector
protectrices	=	protectrice
protectricetje	=	protectrice
protectricetjes	=	protectrice
protegee	noun	vrouwelijke vorm van protegé
protegeer	=	protegeren
protegeerde	=	protegeren
protegeerden	=	protegeren
protegeert	=	protegeren
protegees	=	protegee
protegeetje	=	protegé
protegeetjes	=	protegé
protegere	=	protegeren
protegeren	verb	beschermen, voorthelpen
protegerend	=	protegeren
protegerende	=	protegeren
protegé	noun	beschermeling
protegés	=	protegé
proteobacterie	noun	benaming voor soorten uit de groep Proteobacteria
proteobacteriën	noun	benaming voor de groep Proteobacteria
proteolyse	noun	eiwitsplitsing
proteolysen	=	proteolyse
proteolyses	=	proteolyse
proteolysetje	=	proteolyse
proteolysetjes	=	proteolyse
proteolytisch	adj	eiwitsplitsend
proteolytische	=	proteolytisch
proterozoïcum	noun	tijdperk waarin de eerste meercellige levensvormen ontstonden, van 2,5 miljard tot 541 miljoen jaar geleden
protesis	=	prothesis
protest	noun	een uiting van ontevredenheid met het gevolgde beleid
protestactie	noun	actie waarmee men wil aangeven niet met iets in te stemmen
protestacties	=	protestactie
protestactietje	=	protestactie
protestactietjes	=	protestactie
protestant	noun	christen die is aangesloten bij het protestantisme	adj	volgens een bepaalde richting van het christendom
protestante	=	protestant
protestanten	=	protestant
protestanter	=	protestant
protestantere	=	protestant
protestanters	=	protestant
protestantisme	noun	westers christelijke geloofsrichting die paus niet erkent als hoogste gezagsdrager
protestantismen	=	protestantisme
protestantje	=	protestant
protestantjes	=	protestant
protestants	adj	gerelateerd aan het protestantisme
protestants-christelijk	adj	betrekking hebbend op een tak van het christendom die ontstond tijdens de Reformatie (16e eeuw) uit kritiek op de Rooms-Katholieke Kerk, met kernprincipes als het gezag van de Bijbel alleen
protestants-christelijke	=	protestants-christelijk
protestants-christelijker	=	protestants-christelijk
protestants-christelijkere	=	protestants-christelijk
protestants-christelijkers	=	protestants-christelijk
protestants-christelijks	=	protestants-christelijk
protestants-christelijkst	=	protestants-christelijk
protestants-christelijkste	=	protestants-christelijk
protestantse	=	protestants
protestantser	=	protestants
protestantsere	=	protestants
protestantsers	=	protestants
protestantst	=	protestant
protestantste	=	protestant
protestbetoging	noun	openbare samenkomst van een groep mensen die samenkomen om hun onvrede, afkeuring of standpunt over een maatschappelijk of politiek onderwerp te uiten.
protestbetogingen	=	protestbetoging
protestbetoginkje	=	protestbetoging
protestbetoginkjes	=	protestbetoging
protestbeweging	noun	groep mensen die laat merken dat ze het ergens niet mee eens is
protestbewegingen	=	protestbeweging
protestbeweginkje	=	protestbeweging
protestbeweginkjes	=	protestbeweging
protestbijeenkomst	noun	bijeenkomst van mensen die het ergens niet mee eens zijn
protestbijeenkomsten	=	protestbijeenkomst
protestbord	noun	een bord met daarop een leus die duidelijk maakt waartegen men protesteert
protestborden	=	protestbord
protestbordje	=	protestbord
protestbordjes	=	protestbord
protestbrief	noun	geschrift waarin men aangeeft het ergens niet mee eens te zijn
protestbriefje	=	protestbrief
protestbriefjes	=	protestbrief
protestbrieven	=	protestbrief
protestcomiteetje	=	protestcomité
protestcomiteetjes	=	protestcomité
protestcomité	noun	groep mensen die zich ten doel heeft gesteld zich tegen bepaalde misstanden uit te spreken
protestcomités	=	protestcomité
protestdemonstratie	noun	demonstratie die publiekelijk kracht wil bijzetten aan protesten tegen iemand of iets
protestdemonstraties	=	protestdemonstratie
protesteer	=	protesteren
protesteerde	=	protesteren
protesteerden	=	protesteren
protesteert	=	protesteren
protesten	=	protest
protestere	=	protesteren
protesteren	verb	bezwaren uiten
protesterend	=	protesteren
protesterende	=	protesteren
protestgeneratie	noun	deel van de generatie die in de jaren zestig van de twintigste eeuw opgroeide en deelnam aan de toenmalige protestacties met name tegen de oorlog in Vietnam, iets later overgaand in de hippiegeneratie
protestgeneraties	=	protestgeneratie
protesthouding	noun	is de fysieke of mentale houding waarmee iemand laat zien het ergens helemaal niet mee eens te zijn.
protesthoudingen	=	protesthouding
protesthoudinkje	=	protesthouding
protesthoudinkjes	=	protesthouding
protestje	=	protest
protestjes	=	protest
protestkamp	noun	een kamp dat opgezet is om te protesteren
protestkampen	=	protestkamp
protestkampje	=	protestkamp
protestkampjes	=	protestkamp
protestlied	noun	lied waarin maatschappijkritiek wordt geuit
protestliederen	=	protestlied
protestliedje	=	protestlied
protestliedjes	=	protestlied
protestmars	noun	optocht van groep lopende mensen die zo laten zien dat zij ergens tegen zijn
protestmarsen	=	protestmars
protestregister	noun	register dat door notarissen en andere ambtenaren moet worden gehouden voor de aantekening van de door hen opgemaakte protesten
protestregisters	=	protestregister
protestregistertje	=	protestregister
protestregistertjes	=	protestregister
proteststaking	noun	het collectief en tijdelijk neerleggen van het werk door werknemers.
proteststakingen	=	proteststaking
proteststakinkje	=	proteststaking
proteststakinkjes	=	proteststaking
proteststem	noun	een stem die een kiezer uitbrengt uit onvrede met de huidige machthebbers en niet zo zeer omdat hij het beleid van de gekozene ondersteunt
proteststemmen	=	proteststem
proteststemmetje	=	proteststem
protestverbod	noun	een bevel van de burgemeester om een demonstratie niet door te laten gaan (verbieden) of te stoppen (beëindigen) wanneer dit noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid, het verkeer, of ter bestrijding van wanordelijkheden
protestverboden	=	protestverbod
protestverbodje	=	protestverbod
protestverbodjes	=	protestverbod
protestverklaring	noun	een formele of openbare uiting van bezwaar, afkeuring of verzet tegen een besluit, beleid, situatie of handeling.
protestverklaringen	=	protestverklaring
protestverklarinkje	=	protestverklaring
protestverklarinkjes	=	protestverklaring
protestvuren	=	protestvuur
protestvuur	noun	hoop in brand gestoken materiaal als uiting van verzet
proteïne	noun	eiwit (2)
proteïnedieet	noun	vermageringsdieet gebaseerd op vooral proteïnerijk voedsel
proteïnedieetje	=	proteïnedieet
proteïnedieetjes	=	proteïnedieet
proteïnediëten	=	proteïnedieet
proteïnen	=	proteïne
proteïnepoeder	noun	een eiwitrijke fijn verdeelde vaste stof die men gebruikt als voedingssupplement
proteïnereep	noun	eiwitverrijkte reep
proteïnereepje	=	proteïnereep
proteïnereepjes	=	proteïnereep
proteïnerepen	=	proteïnereep
proteïnes	=	proteïne
proteïntje	=	proteïne
prothese	noun	een kunstmatig lichaamsdeel
prothesehand	noun	een kunstmatige hand
prothesehanden	=	prothesehand
prothesemaker	noun	persoon die een kunstmatige vervanging van een lichaamsdeel of orgaan maakt
prothesemakers	=	prothesemaker
prothesen	=	prothese
protheses	=	prothese
prothesetje	=	prothese
prothesetjes	=	prothese
prothesis	noun	insertie van een of meer klanken of een lettergreep aan het woordbegin
prothesissen	=	prothesis
prothetisch	adj	betrekking hebbend op een prothese
prothetische	=	prothetisch
prothetischer	=	prothetisch
prothetischere	=	prothetisch
prothetischers	=	prothetisch
protist	noun	benaming voor elke eencellige eukaryoot die niet tot de planten, dieren of schimmels wordt gerekend
protisten	noun	verzamelgroep van de eencellige eukaryoten die niet tot planten, dieren of schimmels worden gerekend, Protista
protje	=	prot
protjes	=	prot
protocol	noun	inleidend deel van een oorkonde, met de namen van de oorkonder en die van degene voor wie het stuk bestemd is en een groetformule
protocolfetisjisme	noun	het nadrukkelijk volgen van de details van het protocol
protocolfetisjist	noun	iemand die nadrukkelijk de details van het protocol volgt
protocolfetisjisten	=	protocolfetisjist
protocolfetisjistje	=	protocolfetisjist
protocolfetisjistjes	=	protocolfetisjist
protocollair	adj	betrekking hebbend op, volgens het protocol
protocollairder	=	protocollair
protocollairdere	=	protocollair
protocollairders	=	protocollair
protocollaire	=	protocollair
protocollairs	=	protocollair
protocollairst	=	protocollair
protocollairste	=	protocollair
protocollen	=	protocol
protocolletje	=	protocol
protocolletjes	=	protocol
protocols	=	protocol
protogermaans	adj	in, van of betrekking hebbend op de gereconstrueerde taal die vroeger door de Germanen werd gesproken
protogermaanse	=	protogermaans
protogermaanser	=	protogermaans
protogermaansere	=	protogermaans
protogermaansers	=	protogermaans
protogermaanst	=	protogermaans
protogermaanste	=	protogermaans
proton	noun	subatomair deeltje met een positieve elektrische lading en een rustmassa van 1 amu (1,6726231×10⁻²⁷ kg)
protonen	=	proton
protonkaart	noun	de belgische variant van de chipknip, een electronische kaart waarmee men kan betalen zonder pinnummer
protonkaarten	=	protonkaart
protonkaartje	=	protonkaart
protonkaartjes	=	protonkaart
protoplasma	noun	slijmerige vloeistof
protoplasma's	=	protoplasma
prototaxiet	noun	benaming voor op een boomstam lijkende eukaryoten uit het uitgestorven geslacht Prototaxites, waarvan de fossielen worden gedateerd vanaf het late siluur tot het einde van het devoon
prototaxieten	noun	benaming voor een bepaalde uitgestorven taxonomische groep van eukaryoten die op een boomstam lijken, Prototaxites
prototype	noun	oorspronkelijk model, eerste model van een product
prototypen	=	prototype
prototypes	=	prototype
prototypetheorie	noun	een in de cognitieve wetenschap en de semantiek gebruikte categorisatiemethode waarbij sommige leden van een categorie die een concept vormt meer centraal staan dan andere
prototypetheorietje	=	prototypetheorie
prototypetheorietjes	=	prototypetheorie
prototypetheorieën	=	prototypetheorie
prototyping	noun	snel opeenvolgende voorbeelden construeren bij de ontwikkeling van een product of het testen van een theorie
prototypisch	adj	als prototype geldend
prototypische	=	prototypisch
prototypischer	=	prototypisch
prototypischere	=	prototypisch
prototypischers	=	prototypisch
protozo	noun	een informele naam voor een groep eencellige, vaak beweeglijke eukaryoten, die zelfstandig leven of op andere levensvormen parasiteren
protozoa	=	protozoön
protozoair	adj	gerelateerd aan protozoa
protozoaire	=	protozoair
protozoairs	=	protozoair
protozoën	=	protozo
protozoïsch	adj	van, betreffende de protozoa
protozoïsche	=	protozoïsch
protozoïscher	=	protozoïsch
protozoïschere	=	protozoïsch
protozoïschers	=	protozoïsch
protozoön	noun	eencellig dierlijk organisme, vaak beweeglijk dat zelfstandig leeft of op andere levensvormen parasiteert, en zich voedt met organisch materiaal van bepaalde micro-organismen of organisch afval
protrombine	noun	bloedstollingsfactor
protrusie	noun	uitpuiling, iets dat uitsteekt
protrusies	=	protrusie
prots	=	protsen
protse	=	protsen
protsen	verb	opscheppen, bluffen, drukte maken
protsend	=	protsen
protsende	=	protsen
protser	noun	bluffer, opschepper
protserig	adj	teveel van het goede, overdadig, opschepperig
protserige	=	protserig
protseriger	=	protserig
protserigere	=	protserig
protserigers	=	protserig
protserigheden	=	protserigheid
protserigheid	noun	het protserig zijn
protserigs	=	protserig
protserigst	=	protserig
protserigste	=	protserig
protsers	=	protser
protsig	adj	opzichtig en opschepperig
protsige	=	protsig
protsiger	=	protsig
protsigere	=	protsig
protsigers	=	protsig
protsigs	=	protsig
protsigst	=	protsig
protsigste	=	protsig
protst	=	protsen
protste	=	protsen
protsten	=	protsen
protten	=	prot
protuberans	noun	uitsteeksel, iets dat uitpuilt van iets anders
protuberansen	=	protuberans
protuberantie	noun	uitwas
protuberanties	=	protuberantie
proturen	noun	een orde Protura van zeer kleine bodem bewonende zespotigen.
protégé	=	protegé
prove	noun	jaarlijks inkomen door een bisschop toegekend aan een geestelijke in verband met zijn taken of status
proven	=	prove
proveniershuis	noun	een wooncomplex waar bewoners zich voor een eenmalig bedrag inkochten en vervolgens levenslang 'gratis' kost en inwoning genoten
proveniershuisje	=	proveniershuis
proveniershuisjes	=	proveniershuis
proveniershuizen	=	proveniershuis
provenu	noun	opbrengst
provenu's	=	provenu
provençaals	adj	van of met betrekking tot de Provence
provençaalse	=	provençaals
provençaalser	=	provençaals
provençaalsere	=	provençaals
provençaalsers	=	provençaals
provençaalst	=	provençaals
provençaalstalig	adj	de Provençaalse taal sprekend
provençaalstalige	=	provençaalstalig
provençaalstaligs	=	provençaalstalig
provençaalste	=	provençaals
provetje	=	prove
proviand	noun	een hoeveelheid voedsel die genoeg is voor een langere tijd
provianddoos	noun	bewaardoos waarin men eten en drinken (proviand) meeneemt voor onderweg.
provianddoosje	=	provianddoos
provianddoosjes	=	provianddoos
provianddozen	=	provianddoos
proviande	=	proviand
proviandeer	=	provianderen
proviandeerde	=	provianderen
proviandeerden	=	provianderen
proviandeert	=	provianderen
provianden	=	proviand
proviandere	=	provianderen
provianderen	verb	iets of iemand voorzien van voedsel en drinken
provianderend	=	provianderen
provianderende	=	provianderen
proviandering	noun	het iets of iemand voorzien van voedsel en andere primaire levensbehoeften
provianderingen	=	proviandering
providenciavireo	noun	Vireo approximans een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
providenciavireo's	=	providenciavireo
providenciavireootje	=	providenciavireo
providenciavireootjes	=	providenciavireo
providentie	noun	de eigenschap van God dat hij alles kan voorzien en heeft voorzien
providentieel	adj	door de voorzienigheid beschikt
providentieels	=	providentieel
providentieelst	=	providentieel
providentieelste	=	providentieel
providenties	=	providentie
providentiële	=	providentieel
providentiëler	=	providentieel
providentiëlere	=	providentieel
providentiëlers	=	providentieel
provider	noun	organisatie die, al dan niet tegen betaling, (elektronische) diensten aanbiedt (b.v. toegang verleent tot internet)
providers	=	provider
providertje	=	provider
providertjes	=	provider
provinciaal	noun	plattelandsbewoner	adj	betrekking hebbend op een provincie als staatkundige of kerkelijke eenheid
provinciaalheid	noun	niet zijn aangepast aan het leven in de grote stad, niet werelds zijn
provinciaals	adj	met , volgens opvattingen van stedelingen, plattelandseigenschappen: achterlijk, bekrompen, beetje boers
provinciaalse	=	provinciaals
provinciaalser	=	provinciaals
provinciaalsere	=	provinciaals
provinciaalsers	=	provinciaals
provinciaalst	=	provinciaal
provinciaalste	=	provinciaal
provinciaaltje	=	provinciaal
provinciaaltjes	=	provinciaal
provincialaat	noun	ambt, waardigheid van provinciaal
provincialaten	=	provincialaat
provinciale	=	provinciaal
provincialen	=	provinciaal
provincialer	=	provinciaal
provincialere	=	provinciaal
provincialers	=	provinciaal
provincialisme	noun	uitdrukking die alleen plaatselijk voorkomt
provincialistisch	adj	behorend tot, kenmerkend voor het provincialisme
provincialistische	=	provincialistisch
provincialistischer	=	provincialistisch
provincialistischere	=	provincialistisch
provincialistischers	=	provincialistisch
provincie	noun	een staatkundig onderdeel van een land
provinciebesturen	=	provinciebestuur
provinciebestuur	noun	bestuur van een provincie
provinciebestuurder	noun	leidinggevende van een provincie van een land
provinciebestuurders	=	provinciebestuurder
provinciebestuurtje	=	provinciebestuur
provinciebestuurtjes	=	provinciebestuur
provincieclub	noun	een sportclub uit de provincie; een sportclub die niet op het hoogste niveau uitkomt
provincieclubje	=	provincieclub
provincieclubjes	=	provincieclub
provincieclubs	=	provincieclub
provinciefonds	noun	rijksfonds waarvan het kapitaal onder de provincies verdeeld wordt
provinciefondsen	=	provinciefonds
provinciegouverneur	noun	voorzitter van de provincieraad en de Bestendige Deputatie
provinciegouverneurs	=	provinciegouverneur
provinciegrens	noun	de grens van een provincie
provinciegrenzen	=	provinciegrens
provinciehoofdstad	noun	hoofdstad van een provincie
provinciehoofdstadje	=	provinciehoofdstad
provinciehoofdstadjes	=	provinciehoofdstad
provinciehoofdsteden	=	provinciehoofdstad
provinciehuis	noun	gebouw waar het bestuur van een provincie gevestigd is
provinciehuisje	=	provinciehuis
provinciehuisjes	=	provinciehuis
provinciehuizen	=	provinciehuis
provincieplaats	noun	niet al te grote (landelijke) plaats in de provincie
provincieplaatsen	=	provincieplaats
provincieplaatsje	=	provincieplaats
provincieplaatsjes	=	provincieplaats
provincieraad	noun	(rechtstreeks gekozen) bestuurscollege in een provincie
provincieraadje	=	provincieraad
provincieraadjes	=	provincieraad
provincieraden	=	provincieraad
provincierecht	noun	het voor de provincie geldende heteronome recht
provincierechten	=	provincierecht
provincierechtje	=	provincierecht
provincierechtjes	=	provincierecht
provincieroos	noun	vleeskleurige roos, Rosa × damascena
provincieroosje	=	provincieroos
provincieroosjes	=	provincieroos
provincierozen	=	provincieroos
provincies	=	provincie
provinciestad	noun	een kleine, rustige, landelijke stad
provinciestadje	=	provinciestad
provinciestadjes	=	provinciestad
provinciesteden	=	provinciestad
provincietje	=	provincie
provincietjes	=	provincie
provinciewet	noun	nationaal vastgelegde regels over de inrichting en werkwijze van grote regionale bestuurlijke eenheden waarin een land is verdeeld
provinciewetten	=	provinciewet
provinciën	=	provincie
provisie	noun	voedselvoorraad, proviand
provisiebasis	noun	op provisiebasis systeem waarbij de beloning van een werknemer afhankelijk is van zijn of haar prestaties (zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid verkochte producten)
provisiekamer	noun	een ruimte waar men voorraden opslaat
provisiekamers	=	provisiekamer
provisiekamertje	=	provisiekamer
provisiekamertjes	=	provisiekamer
provisiekast	noun	kast of kleine ruimte voor het bewaren van een voorraad levensmiddelen
provisiekasten	=	provisiekast
provisiekastje	=	provisiekast
provisiekastjes	=	provisiekast
provisiekelder	noun	koele ruimte onder een gebouw waarin men voedsel kan bewaren
provisiekelders	=	provisiekelder
provisiekeldertje	=	provisiekelder
provisiekeldertjes	=	provisiekelder
provisiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen aan iemand die bemiddeld heeft bij een financiele transactie
provisiekosten	noun	geld dat men moet betalen aan iemand die bemiddeld heeft bij een financiele transactie
provisies	=	provisie
provisietje	=	provisie
provisietjes	=	provisie
provisieverbod	noun	het verbod van het geven van provisie (geld en cadeautjes) aan tussenpersonen om er voor te zorgen dat tussenpersonen uitsluitend het belang van de klant dienen
provisieverboden	=	provisieverbod
provisioneel	adj	voorlopig, tijdelijk
provisioneels	=	provisioneel
provisioneelst	=	provisioneel
provisioneelste	=	provisioneel
provisionele	=	provisioneel
provisioneler	=	provisioneel
provisionelere	=	provisioneel
provisionelers	=	provisioneel
provisoir	adj	tijdelijk in afwachting van iets definitiefs
provisor	noun	plaatsvervanger van een bisschop, rechter
provisoren	=	provisor
provisoria	=	provisorium
provisorisch	adj	goed genoeg voor een kortere periode, maar niet goed genoeg voor altijd
provisorische	=	provisorisch
provisorischer	=	provisorisch
provisorischere	=	provisorisch
provisorischers	=	provisorisch
provisorium	noun	voorlopige inrichting, tijdelijke voorziening
provisoriumpje	=	provisorium
provisoriumpjes	=	provisorium
provisors	=	provisor
provitamine	noun	stof die in het lichaam omgezet kan worden in een vitamine
provitaminen	=	provitamine
provitamines	=	provitamine
provo	noun	beweging die midden jaren zestig van de twintigste eeuw in Nederland ontstond
provo's	=	provo
provobeweging	noun	protestbeweging die midden jaren zestig van de twintigste eeuw in Nederland ontstond
provobewegingen	=	provobeweging
provobeweginkje	=	provobeweging
provobeweginkjes	=	provobeweging
provocateur	noun	iemand die provoceert (anderen tracht te verleiden tot iets)
provocateurs	=	provocateur
provocateurtje	=	provocateur
provocateurtjes	=	provocateur
provocatie	noun	het opzettelijk oproepen van een ongewenste toestand of handeling om daarin het argument te vinden negatief op te kunnen treden
provocatief	adj	met de bedoeling om iemand te ergeren en boos te maken
provocatiefs	=	provocatief
provocatiefst	=	provocatief
provocatiefste	=	provocatief
provocaties	=	provocatie
provocatietje	=	provocatie
provocatietjes	=	provocatie
provocatieve	=	provocatief
provocatiever	=	provocatief
provocatievere	=	provocatief
provocatievers	=	provocatief
provocatrice	noun	vrouwelijke vorm van provocateur
provocatrices	=	provocatrice
provocatricetje	=	provocatrice
provocatricetjes	=	provocatrice
provoceer	=	provoceren
provoceerde	=	provoceren
provoceerden	=	provoceren
provoceert	=	provoceren
provocere	=	provoceren
provoceren	verb	een reactie oproepen, uitdagen
provocerend	adj	de bedoeling hebbend om iemand te activeren
provocerende	=	provoceren
provocerender	=	provocerend
provocerendere	=	provocerend
provocerenders	=	provocerend
provocerends	=	provocerend
provocerendst	=	provocerend
provocerendste	=	provocerend
provolone	noun	stevige, rauwmelkse kaas uit Italië
provolone's	=	provolone
provolones	=	provolone
provoost	noun	functionaris, belast met de handhaving van orde en tucht
provoosten	=	provoost
provootje	=	provo
provootjes	=	provo
prowesters	adj	voor het (vrije) westen zijnd
prowesterse	=	prowesters
prowesterser	=	prowesters
prowestersere	=	prowesters
prowestersers	=	prowesters
prowesterst	=	prowesters
prowesterste	=	prowesters
prowvissen	noun	een familie Zaproridae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
proximaal	adj	dichtstbijzijnd, aan deze kant
proximaals	=	proximaal
proximaalst	=	proximaal
proximaalste	=	proximaal
proximale	=	proximaal
proximaler	=	proximaal
proximalere	=	proximaal
proximalers	=	proximaal
proximiteit	noun	nabijheid
proximiteiten	=	proximiteit
proxy	noun	programma dat ter beveiliging op een aparte computer (de proxyserver) protocollen afhandelt, zodat het echte programma niet toegankelijk is via een netwerk
proxy's	=	proxy
proxy'tje	=	proxy
proxy'tjes	=	proxy
proxyserver	noun	server die ter beveiliging tegen ongeautoriseerd gebruik, tussen de gebruiker en het systeem met de database wordt geplaatst
proxyservers	=	proxyserver
proxyverbinding	noun	een internetverbinding die via een tussenstation, de proxyserver, verloopt in plaats van direct tussen jouw apparaat en het internet.
proxyverbindingen	=	proxyverbinding
proxyverbindinkje	=	proxyverbinding
proxyverbindinkjes	=	proxyverbinding
proza	noun	gewoon, alledaags
prozaatje	=	proza
prozaatjes	=	proza
prozaboek	noun	een boek dat is geschreven in proza, een schrijfstijl die niet in dichtvorm is en geen rijm of vaste metrum heeft, in tegenstelling tot poëzie
prozaboeken	=	prozaboek
prozaboekje	=	prozaboek
prozaboekjes	=	prozaboek
prozac	noun	algemene benaming voor een geneesmiddel dat bij een depressie wordt voorgeschreven
prozaroman	noun	een roman die niet in rijm of verzen is geschreven
prozaromannetje	=	prozaroman
prozaromannetjes	=	prozaroman
prozaromans	=	prozaroman
prozaschrijver	noun	iemand die (verzonnen) verhalen schrijft
prozaschrijvers	=	prozaschrijver
prozatekst	noun	een niet rijmende, niet dichterlijke tekst
prozateksten	=	prozatekst
prozatekstje	=	prozatekst
prozatekstjes	=	prozatekst
prozawerk	noun	een doorlopende niet rijmende literaire tekst
prozawerken	=	prozawerk
prozawerkje	=	prozawerk
prozawerkjes	=	prozawerk
prozaïsch	adj	niet dichterlijk, in gewone taal
prozaïsche	=	prozaïsch
prozaïscher	=	prozaïsch
prozaïschere	=	prozaïsch
prozaïschers	=	prozaïsch
prozaïscht	=	prozaïsch
prozaïschte	=	prozaïsch
prozaïst	noun	schrijver van proza
prozaïsten	=	prozaïst
prudent	adj	met zorg, getuigend van wijsheid, getuigend van inzicht
prudente	=	prudent
prudenter	=	prudent
prudentere	=	prudent
prudenters	=	prudent
prudentie	noun	voorzichtigheid, inzicht, beleid
prudentieel	adj	getuigend van voorzichtigheid, getuigend van verstandig beleid
prudentieels	=	prudentieel
prudentieelst	=	prudentieel
prudentieelste	=	prudentieel
prudentiële	=	prudentieel
prudentiëler	=	prudentieel
prudentiëlere	=	prudentieel
prudentiëlers	=	prudentieel
prudents	=	prudent
prudentst	=	prudent
prudentste	=	prudent
pruderie	noun	huichelachtige zedigheid
pruderieën	=	pruderie
pruik	noun	een kunstmatig haarstuk waarmee het hoofd bedekt wordt
pruiken	=	pruik
pruikenbomen	=	pruikenboom
pruikenboom	noun	Cotinus coggygria een plant uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae).
pruikenboomfamilie	noun	een familie Anacardiaceae van bedektzadigen.
pruikenboomfamilies	=	pruikenboomfamilie
pruikenboomfamilietje	=	pruikenboomfamilie
pruikenboomfamilietjes	=	pruikenboomfamilie
pruikenboompje	=	pruikenboom
pruikenboompjes	=	pruikenboom
pruikenmaker	noun	persoon die een kunstmatig kapsel maakt, dat op het hoofd gedragen de suggestie geeft een werkelijk kapsel te zijn
pruikenmakers	=	pruikenmaker
pruikentijd	noun	een periode in de achttiende eeuw waarin het mode was in de deftige kringen om een pruik te dragen
pruikentijden	=	pruikentijd
pruikerig	adj	duf, bekrompen en conservatief
pruikerige	=	pruikerig
pruikeriger	=	pruikerig
pruikerigere	=	pruikerig
pruikerigers	=	pruikerig
pruikerigs	=	pruikerig
pruikerigst	=	pruikerig
pruikerigste	=	pruikerig
pruikje	=	pruik
pruikjes	=	pruik
pruikspinnetje	noun	Leptothrix hardyi een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
pruikspinnetjes	=	pruikspinnetje
pruikzwam	noun	Hericium erinaceus een parasitaire schimmel uit de stam van de steeltjeszwammen (Basidiomycota) en komt voor in Noord-Amerika, Europa en Azië.
pruikzwammen	=	pruikzwam
pruikzwammetje	=	pruikzwam
pruikzwammetjes	=	pruikzwam
pruil	=	pruilen
pruilde	=	pruilen
pruilden	=	pruilen
pruile	=	pruilen
pruilen	verb	boos en ontevreden zijn zonder te zeggen waarom
pruilend	=	pruilen
pruilende	=	pruilen
pruiler	noun	een boos, mokkend, ontevreden, chagrijnig persoon die vaak pruilt
pruilerig	adj	op een manier die (meestal met mond of lippen) uiting geeft aan boosheid, ontevredenheid en verdriet
pruilerige	=	pruilerig
pruileriger	=	pruilerig
pruilerigere	=	pruilerig
pruilerigers	=	pruilerig
pruilerigs	=	pruilerig
pruilerigst	=	pruilerig
pruilerigste	=	pruilerig
pruilers	=	pruiler
pruilertje	=	pruiler
pruilertjes	=	pruiler
pruilhoek	noun	afgezonderd plekje waar iemand zich terugtrekt om ongestoord ontevreden te zijn
pruilhoeken	=	pruilhoek
pruilhoekje	=	pruilhoek
pruilhoekjes	=	pruilhoek
pruillip	noun	een naar buiten gedraaide onderlip als teken van ontevredenheid en verongelijking
pruillipje	=	pruillip
pruillipjes	=	pruillip
pruillippen	=	pruillip
pruilmond	noun	een gelaatsuitdrukking (met name van vrouwen en kinderen) die aangeeft dat iemand ontevreden is
pruilmonden	=	pruilmond
pruilmondje	=	pruilmond
pruilmondjes	=	pruilmond
pruilt	=	pruilen
pruim	noun	Prunus domestica een plantensoort uit de rozenfamilie (Rosaceae)
pruimbaar	adj	accepteerbaar
pruimbaarder	=	pruimbaar
pruimbaardere	=	pruimbaar
pruimbaarders	=	pruimbaar
pruimbaars	=	pruimbaar
pruimbaarst	=	pruimbaar
pruimbaarste	=	pruimbaar
pruimbare	=	pruimbaar
pruimde	=	pruimen
pruimden	=	pruimen
pruime	=	pruimen
pruimedant	noun	gedroogde (blauwe) vrucht van de pruimenboom, Prunus domestica
pruimedanten	=	pruimedant
pruimedantje	=	pruimedant
pruimedantjes	=	pruimedant
pruimelaar	noun	Prunus domestica pruimenboom
pruimelaars	=	pruimelaar
pruimelaartje	=	pruimelaar
pruimelaartjes	=	pruimelaar
pruimelaren	=	pruimelaar
pruimen	verb	tabak kauwen	noun	pruimenhout
pruimenballonmot	noun	Stigmella plagicolella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
pruimenballonmotje	=	pruimenballonmot
pruimenballonmotjes	=	pruimenballonmot
pruimenballonmotten	=	pruimenballonmot
pruimenbladgalmug	noun	Dasineura tortrix een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
pruimenbladgalmuggen	=	pruimenbladgalmug
pruimenbladgalmuggetjes	=	pruimenbladgalmug
pruimenbladgalmugje	=	pruimenbladgalmug
pruimenbomen	=	pruimenboom
pruimenboom	noun	Prunus domestica vruchtboom die pruimen voortbrengt
pruimenboompje	=	pruimenboom
pruimenboompjes	=	pruimenboom
pruimenboorder	noun	Involvulus cupreus een keversoort uit de familie Rhynchitidae.
pruimenboorders	=	pruimenboorder
pruimenboordertje	=	pruimenboorder
pruimenboordertjes	=	pruimenboorder
pruimencompote	noun	compote van pruimen
pruimencompotes	=	pruimencompote
pruimend	=	pruimen
pruimende	=	pruimen
pruimenhoorntjesmijt	noun	Phyllocoptes eupadi een spin uit de familie der Eriophyidae.
pruimenhoorntjesmijten	=	pruimenhoorntjesmijt
pruimenhoorntjesmijtje	=	pruimenhoorntjesmijt
pruimenhoorntjesmijtjes	=	pruimenhoorntjesmijt
pruimenjam	noun	zoet broodbeleg gemaakt met pruimen
pruimenjams	=	pruimenjam
pruimenkettingspoortje	noun	Miricatena prunicola een schimmel behorend tot de ascomyceten.
pruimenkettingspoortjes	=	pruimenkettingspoortje
pruimenknopgalmug	noun	Asphondylia pruniperda een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
pruimenknopgalmuggen	=	pruimenknopgalmug
pruimenknopgalmuggetjes	=	pruimenknopgalmug
pruimenknopgalmugje	=	pruimenknopgalmug
pruimenmot	noun	Grapholita funebrana een vlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
pruimenmotje	=	pruimenmot
pruimenmotjes	=	pruimenmot
pruimenmotten	=	pruimenmot
pruimenpage	noun	Satyrium pruni een dagvlinder uit de familie Lycaenidae (kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes).
pruimenpages	=	pruimenpage
pruimenpap	noun	pap van pruimen
pruimenpapje	=	pruimenpap
pruimenpapjes	=	pruimenpap
pruimenpappen	=	pruimenpap
pruimenpit	noun	niet-eetbare harde kern in de vrucht van een boom uit het ondergeslacht Prunus
pruimenpitje	=	pruimenpit
pruimenpitjes	=	pruimenpit
pruimenpitten	=	pruimenpit
pruimenroest	noun	Tranzschelia discolor een schimmel behorend tot de Tranzscheliaceae.
pruimenroesten	=	pruimenroest
pruimenroestje	=	pruimenroest
pruimenroestjes	=	pruimenroest
pruimenrotkelkje	noun	Monilinia laxa een schimmelsoort behorend tot de familie Sclerotiniaceae.
pruimenrotkelkjes	=	pruimenrotkelkje
pruimenschorssnuitkever	noun	Magdalis ruficornis een keversoort uit de familie van de snuitkevers (Curculionidae)
pruimenschorssnuitkevers	=	pruimenschorssnuitkever
pruimenschorssnuitkevertje	=	pruimenschorssnuitkever
pruimenschorssnuitkevertjes	=	pruimenschorssnuitkever
pruimentaart	noun	een taart met pruimen als smaakmaker
pruimentaarten	=	pruimentaart
pruimentaartje	=	pruimentaart
pruimentaartjes	=	pruimentaart
pruimer	noun	pruimenboom, pruimelaar
pruimers	=	pruimer
pruimkeelcotinga	noun	Cotinga maynana een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
pruimkeelcotinga's	=	pruimkeelcotinga
pruimkeelcotingaatje	=	pruimkeelcotinga
pruimkeelcotingaatjes	=	pruimkeelcotinga
pruimkleur	noun	de kleur van een pruim
pruimkleurig	adj	de kleur van een pruim hebbend
pruimkleurige	=	pruimkleurig
pruimkleurigs	=	pruimkleurig
pruimkopmargrietje	noun	Pionus tumultuosus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
pruimkopmargrietjes	=	pruimkopmargrietje
pruimkopparkiet	noun	Psittacula cyanocephala een vogel uit de familie van de papegaaien afkomstig uit Zuid- en Oost-Azië, voornamelijk India en Sri Lanka
pruimkopparkieten	=	pruimkopparkiet
pruimkopparkietje	=	pruimkopparkiet
pruimkopparkietjes	=	pruimkopparkiet
pruimpje	=	pruim
pruimpjes	=	pruim
pruimt	=	pruimen
pruimtabak	noun	kerftabak die geschikt is om gepruimd te worden (om op te kauwen)
pruimtabakken	=	pruimtabak
pruimwitvlakbladroller	noun	Hedya pruniana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
pruimwitvlakbladrollers	=	pruimwitvlakbladroller
pruimwitvlakbladrollertje	=	pruimwitvlakbladroller
pruimwitvlakbladrollertjes	=	pruimwitvlakbladroller
pruisisch	adj	betrekking hebbende op Pruisen of de Pruisische taal
pruisische	=	pruisisch
pruisischer	=	pruisisch
pruisischere	=	pruisisch
pruisischers	=	pruisisch
pruissisch	=	pruisisch
prul	noun	rommeltje, goedkoop kitscherig ding
prulachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van prul, van slechte kwaliteit
prulachtige	=	prulachtig
prulachtiger	=	prulachtig
prulachtigere	=	prulachtig
prulachtigers	=	prulachtig
prulachtigs	=	prulachtig
prulachtigst	=	prulachtig
prulachtigste	=	prulachtig
prulboek	noun	een boek van weinig tot geen waarde, oftewel een waardeloos boek
prulboeken	=	prulboek
prulboekje	=	prulboek
prulboekjes	=	prulboek
pruldichter	noun	zeer slechte dichter
pruldichters	=	pruldichter
prullaria	noun	waardeloze dingen, meuk
prullen	=	prul
prullenbak	noun	een bak waar het afval in wordt gedeponeerd totdat de vuilnisdienst het ophaalt
prullenbakje	=	prullenbak
prullenbakjes	=	prullenbak
prullenbakken	=	prullenbak
prullenbakvaccin	noun	een vaccin dat gebruikt wordt voor iemand die (nog) niet in aanmerking komt voor vaccinatie met een vaccin dat anders in de prullenbak gegooid zou worden
prullenbakvaccins	=	prullenbakvaccin
prullenmand	noun	mand waarin men, vooral papieren, afval kan gooien
prullenmanden	=	prullenmand
prullenmandje	=	prullenmand
prullenmandjes	=	prullenmand
prullerig	adj	van iets of iemand dat het geen of weinig waarde is
prullerige	=	prullerig
prulleriger	=	prullerig
prullerigere	=	prullerig
prullerigers	=	prullerig
prullerigs	=	prullerig
prullerigst	=	prullerig
prullerigste	=	prullerig
prullerij	noun	vodden, iets dat geen waarde heeft
prullerijen	=	prullerij
prulletje	=	prul
prulletjes	=	prul
prullig	adj	van slechte smaak getuigend
prullige	=	prullig
prulliger	=	prullig
prulligere	=	prullig
prulligers	=	prullig
prulligs	=	prullig
prulligst	=	prullig
prulligste	=	prullig
prulpoëet	noun	een hele slechte dichter
prulpoëetje	=	prulpoëet
prulpoëetjes	=	prulpoëet
prulpoëten	=	prulpoëet
prulschrijver	noun	iemand die heel slechte boeken of stukjes schrijft
prulschrijvers	=	prulschrijver
prulvent	noun	een waardeloze man waar je niets aan hebt
prulventen	=	prulvent
prulventje	=	prulvent
prulventjes	=	prulvent
prulwerk	noun	iets wat heel slecht gemaakt is; iets van heel slechte kwaliteit
prulwerken	=	prulwerk
prulwerkje	=	prulwerk
prulwerkjes	=	prulwerk
prumjee	=	premier
prune	adj	roodpaarse kleur als van een pruim
prunel	noun	kleine van de schil ontdane en gekonfijte pruim
prunellen	=	prunel
prunes	=	prune
prunus	noun	Prunus boom horend tot de rozenfamilie; sierkers met in het vroege voorjaar rode of roze bloesems
prunuskokermot	noun	Coleophora prunifoliae een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
prunuskokermotje	=	prunuskokermot
prunuskokermotjes	=	prunuskokermot
prunuskokermotten	=	prunuskokermot
prunussen	=	prunus
prunusspanner	noun	Aleucis distinctata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
prunusspanners	=	prunusspanner
prunusspannertje	=	prunusspanner
prunusspannertjes	=	prunusspanner
prurigineus	adj	jeukend
prurigineuze	=	prurigineus
prurigineuzer	=	prurigineus
prurigineuzere	=	prurigineus
prurigineuzers	=	prurigineus
pruritus	noun	jeuk
prut	noun	modder
prutje	=	prut
prutjes	=	prut
prutogen	=	prutoog
prutoog	noun	oog waar pus uitstroomt
pruts	noun	iets dat niet degelijk, niets bijzonders is
prutsding	noun	een ondeugdelijk, waardeloos of slecht functionerend voorwerp.
prutsdingen	=	prutsding
prutsdingetje	=	prutsding
prutsdingetjes	=	prutsding
prutse	=	prutsen
prutsen	verb	een vak zonder voldoende kennis of vaardigheid uitoefenen, onhandig bezig zijn, knoeien, broddelen
prutsend	=	prutsen
prutsende	=	prutsen
prutser	noun	iemand die slecht werk levert
prutserig	adj	op een onduidelijke, rommelige, slordige manier zoals past bij klungels
prutserige	=	prutserig
prutseriger	=	prutserig
prutserigere	=	prutserig
prutserigers	=	prutserig
prutserigs	=	prutserig
prutserigst	=	prutserig
prutserigste	=	prutserig
prutserij	noun	ondoelmatig geklungel; iets heel slecht doen
prutserijen	=	prutserij
prutserijtje	=	prutserij
prutserijtjes	=	prutserij
prutsers	=	prutser
prutsertje	=	prutser
prutsertjes	=	prutser
prutsje	=	pruts
prutsjes	=	pruts
prutst	=	prutsen
prutste	=	prutsen
prutsten	=	prutsen
prutswerk	noun	slordig en slecht werk
prutswerken	=	prutswerk
prutswerkje	=	prutswerk
prutswerkjes	=	prutswerk
pruttel	=	pruttelen
pruttelde	=	pruttelen
pruttelden	=	pruttelen
pruttele	=	pruttelen
pruttelen	verb	op een laag pitje koken
pruttelend	adj	kokend op een laag vuur
pruttelende	=	pruttelen
pruttelends	=	pruttelend
pruttelig	adj	mopperig, brommerig, knorrig
pruttelige	=	pruttelig
prutteliger	=	pruttelig
prutteligere	=	pruttelig
prutteligers	=	pruttelig
prutteligs	=	pruttelig
prutteligst	=	pruttelig
prutteligste	=	pruttelig
pruttelt	=	pruttelen
pruven	=	proeven
przewalskipaard	noun	klein wild paard, Equus ferus przewalskii, dat vroeger in Europa en later alleen nog in Centraal-Azië voorkwam, maar in de jaren zestig van de twintigste eeuw in het wild uitgestorven is en nu alleen nog in dierentuinen leeft
przewalskipaarden	=	przewalskipaard
przewalskipaardje	=	przewalskipaard
przewalskipaardjes	=	przewalskipaard
pré	=	pre
précepteur	noun	huisonderwijzer, opvoeder, leermeester, gouverneur
précepteurs	=	précepteur
précepteurtje	=	précepteur
précepteurtjes	=	précepteur
présence	noun	manier waarop iemands aanwezigheid indruk maakt op anderen
prêt-à-porter	noun	in grotere aantallen gemaakte dameskleding in standaardmaten van bekende mode-ontwerpers
ps	abbrev	de afkorting voor postscriptum, een aankondiging van een extra opmerking onder aan een brief of e-mail
psak	noun	beslissing in een halachische kwestie
psakiem	=	psak
psalm	noun	elk van honderdvijftig gezangen uit de Tenach en het Oude Testament
psalmboek	noun	boek met vertalingen van de psalmen uit het Oude Testament
psalmboeken	=	psalmboek
psalmboekje	=	psalmboek
psalmboekjes	=	psalmboek
psalmeer	=	psalmeren
psalmeerde	=	psalmeren
psalmeerden	=	psalmeren
psalmeert	=	psalmeren
psalmen	=	psalm
psalmere	=	psalmeren
psalmeren	verb	God in lofliederen prijzen
psalmerend	=	psalmeren
psalmerende	=	psalmeren
psalmgezang	noun	het zingen van psalmen
psalmgezangen	=	psalmgezang
psalmist	noun	dichter van psalmen, vaak bedoelt men koning Davind
psalmisten	=	psalmist
psalmodie	noun	een zangwijze of melodieformule volgens welke de psalmen sinds de 9e - 10e eeuw gezongen werden in het officie van de Rooms-Katholieke Kerk
psalmodieën	=	psalmodie
psalmpje	=	psalm
psalmpjes	=	psalm
psalter	noun	oud snaarinstrument, voorloper van het hakkebord
psalteria	=	psalterium
psalterium	noun	oud snaarinstrument, voorloper van het hakkebord
psalteriums	=	psalterium
psalters	=	psalter
psaltertje	=	psalter
pseudo-borstelwitvoetmuis	noun	Peromyscus pseudocrinitus is een zoogdier uit de familie van de Cricetidae.
pseudo-borstelwitvoetmuisje	=	pseudo-borstelwitvoetmuis
pseudo-borstelwitvoetmuisjes	=	pseudo-borstelwitvoetmuis
pseudo-borstelwitvoetmuizen	=	pseudo-borstelwitvoetmuis
pseudo-intellectueel	noun	iemand die doet alsof hij zich heeft verdiept in veel uiteenlopende vraagstukken	adj	de schijn wekken van uitgebreide theoretische grondslag
pseudo-intellectueels	=	pseudo-intellectueel
pseudo-intellectueelst	=	pseudo-intellectueel
pseudo-intellectueelste	=	pseudo-intellectueel
pseudo-intellectuele	=	pseudo-intellectueel
pseudo-intellectuelen	=	pseudo-intellectueel
pseudo-intellectueler	=	pseudo-intellectueel
pseudo-intellectuelere	=	pseudo-intellectueel
pseudo-intellectuelers	=	pseudo-intellectueel
pseudo-islamitisch	adj	niet in overeenstemming met de islam, maar zich wel zo voordoend
pseudo-islamitische	=	pseudo-islamitisch
pseudo-islamitischer	=	pseudo-islamitisch
pseudo-islamitischere	=	pseudo-islamitisch
pseudo-islamitischers	=	pseudo-islamitisch
pseudoartrose	noun	is het verschijnsel dat optreedt wanneer een botbreuk niet vastgroeit, waardoor er een vals gewricht ontstaat
pseudocode	noun	een onechte programmeertaal gebruikt om de logica achter een algoritme op te schrijven
pseudocratie	noun	regeren met leugens en bedrog door het volk van de noodzakelijke informatie te onthouden of van desinformatie te voorzien, met als doel de regeerders aan de macht te houden
pseudocratieën	=	pseudocratie
pseudocyste	noun	is een onnatuurlijke holte in een biologisch lichaam die ontstaat door verweking van weefsel
pseudodeelwoord	noun	bijvoeglijk naamwoord dat de vorm heeft van een voltooid deelwoord heeft (vaak beginnend met ge- en eindigend op -d of -t), maar niet is afgeleid van een werkwoord
pseudodeelwoorden	=	pseudodeelwoord
pseudofilosofisch	adj	duidt op redeneringen, uitspraken of theorieën die pretenderen diepzinnig of wijsgerig te zijn, maar in werkelijkheid oppervlakkig, vaag, verward of inhoudsloos zijn
pseudofilosofische	=	pseudofilosofisch
pseudofilosofischer	=	pseudofilosofisch
pseudofilosofischere	=	pseudofilosofisch
pseudofilosofischers	=	pseudofilosofisch
pseudofossiel	noun	is een inorganisch voorwerp of inorganische afdruk in gesteente die kan verward worden met een fossiel
pseudohypertrofie	noun	is een term uit de geneeskunde die slaat op een orgaan, zoals de spieren.
pseudojicht	noun	een vorm van kristalartropathie door afzetting van calciumpyrofosfaat
pseudoklassiek	adj	lijkend op klassiek maar het niet zijn
pseudoklassieke	=	pseudoklassiek
pseudoklassieker	=	pseudoklassiek
pseudoklassiekere	=	pseudoklassiek
pseudoklassiekers	=	pseudoklassiek
pseudoklassieks	=	pseudoklassiek
pseudoklassiekst	=	pseudoklassiek
pseudoklassiekste	=	pseudoklassiek
pseudokoper	noun	iemand die zich als koper voordoet
pseudokopers	=	pseudokoper
pseudokroep	noun	aandoening die op kroep lijkt, maar die geen echte difterie is
pseudologen	=	pseudoloog
pseudologie	noun	neiging om gefantaseerde belevenissen als waar te vertellen
pseudologieën	=	pseudologie
pseudoloog	noun	iemand die de neiging heeft om gefantaseerde en vaak heroïsche verhalen te vertellen die hij als waar presenteert; pathologische leugenaar
pseudomembraneus	adj	met vorming van een schijnbaar membraan (vlies)
pseudomembraneuze	=	pseudomembraneus
pseudomorf	adj	pseudomorfose vertonend
pseudomorfe	=	pseudomorf
pseudomorfose	noun	het verschijnsel dat een mineraal voorkomt in een kristalvorm die bij een ander mineraal behoort
pseudomorfosen	=	pseudomorfose
pseudomorfoses	=	pseudomorfose
pseudomorfs	=	pseudomorf
pseudoniem	noun	een aangenomen naam (misschien gebruikt als men iets publiceert)
pseudoniemen	=	pseudoniem
pseudoniempje	=	pseudoniem
pseudoniempjes	=	pseudoniem
pseudonimiseer	=	pseudonimiseren
pseudonimiseerde	=	pseudonimiseren
pseudonimiseerden	=	pseudonimiseren
pseudonimiseert	=	pseudonimiseren
pseudonimisere	=	pseudonimiseren
pseudonimiseren	verb	iets of iemand door versleuteling voorzien van een niet herkenbare naam
pseudonimiserend	=	pseudonimiseren
pseudonimiserende	=	pseudonimiseren
pseudoscoop	noun	samenstel van spiegels waarmee men de voorwerpen omgekeerd ziet
pseudoscoopje	=	pseudoscoop
pseudoscoopjes	=	pseudoscoop
pseudoscopen	=	pseudoscoop
pseudospingus	noun	een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren)
pseudospingusje	=	pseudospingus
pseudospingusjes	=	pseudospingus
pseudospingussen	=	pseudospingus
pseudotrichonoten	noun	een familie Pseudotrichonotidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
pseudotumor	noun	schijngezwel
pseudotumoren	=	pseudotumor
pseudotumortje	=	pseudotumor
pseudotumortjes	=	pseudotumor
pseudovogelpest	noun	zeer besmettelijke pluimveeziekte
pseudowetenschap	noun	een stelsel van opvattingen, uitspraken, of handelingen dat de toets van de wetenschappelijke methode niet doorstaat maar waarvan aanhangers toch beweren of insinueren dat het wetenschappelijk is
pseudowetenschappelijk	adj	betrekking hebbend op pseudowetenschap
pseudowetenschappelijke	=	pseudowetenschappelijk
pseudowetenschappelijker	=	pseudowetenschappelijk
pseudowetenschappelijkere	=	pseudowetenschappelijk
pseudowetenschappelijkers	=	pseudowetenschappelijk
pseudowetenschappelijks	=	pseudowetenschappelijk
pseudowetenschappelijkst	=	pseudowetenschappelijk
pseudowetenschappelijkste	=	pseudowetenschappelijk
pseudowetenschappen	=	pseudowetenschap
pseudowoord	noun	onbestaande, maar bestaand lijkende woorden die in de leerpsychologie gebruikt worden, te weten bij het onderzoek naar het leesproces (bijvoorbeeld bij lexicale decisie) of voor geheugenonderzoek
pseudowoorden	=	pseudowoord
pseudowoordje	=	pseudowoord
pseudowoordjes	=	pseudowoord
pseudozuren	=	pseudozuur
pseudozuur	noun	elk van de organische verbindingen die door isomerisatie eigenschappen van een echt zuur kunnen verkrijgen
psi	noun	de 23e letter van het Griekse alfabet: hoofdletter Ψ, onderkast ψ
psi's	=	psi
psi'tje	=	psi
psi'tjes	=	psi
psi-uil	noun	Acronicta psi een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
psi-uilen	=	psi-uil
psi-uiltje	=	psi-uil
psi-uiltjes	=	psi-uil
psieche	noun	het openen van de ark in de synagoge
psilocine	noun	een hallucinogeen die in paddenstoelen van het geslacht Psilocybe voorkomt
psilocybine	noun	de belangrijkste psychoactieve stof uit verschillende hallucinogene paddenstoelsoorten
psilocybinen	=	psilocybine
psilocybines	=	psilocybine
psivariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter psi
psivarianten	=	psivariant
psokem	=	psak
psoriasis	noun	schubziekte met rode jeukende plekken en overmatig vette schilfers van de huid
psoriatisch	adj	te maken hebbend met, of veroorzaakt door psoriasis
psoriatische	=	psoriatisch
psoriatischer	=	psoriatisch
psoriatischere	=	psoriatisch
psoriatischers	=	psoriatisch
pst	intj	sissend geluid waarmee men aandacht probeert te trekken
pstn	noun	de afkorting voor Public Switched Telephone Network, de benaming van het wereldwijd gebruikte telefonienetwerk
psych	noun	psycholoog of psychiater
psyche	noun	de menselijke ziel of geest
psyche's	=	psyche
psychedelica	=	psychedelicum
psychedelicum	noun	stof die een bewustzijnsverruimende werking heeft, gebruikt als genotmiddel
psychedelicums	=	psychedelicum
psychedelisch	adj	zorgend voor een veranderd bewustzijn waardoor je de werkelijkheid anders waarneemt dan dat je normaal doet
psychedelische	=	psychedelisch
psychedelischer	=	psychedelisch
psychedelischere	=	psychedelisch
psychedelischers	=	psychedelisch
psychedelischt	=	psychedelisch
psychedelischte	=	psychedelisch
psychen	=	psyche
psyches	=	psyche
psychiater	noun	een arts die zich gespecialiseerd heeft in de psychiatrie
psychiaters	=	psychiater
psychiatertje	=	psychiater
psychiatertjes	=	psychiater
psychiatrice	noun	vrouwelijke vorm van psychiater
psychiatrices	=	psychiatrice
psychiatrie	noun	een medisch specialisme dat zich richt op de diagnostiek en behandeling van psychische ziektebeelden
psychiatriebijbel	noun	belangrijkste handboek voor de psychiatrie
psychiatriebijbels	=	psychiatriebijbel
psychiatrisch	adj	met betrekking tot de behandeling van geestelijke stoornissen
psychiatrische	=	psychiatrisch
psychiatrischer	=	psychiatrisch
psychiatrischere	=	psychiatrisch
psychiatrischers	=	psychiatrisch
psychisch	adj	geestelijk
psychische	=	psychisch
psychischer	=	psychisch
psychischere	=	psychisch
psychischers	=	psychisch
psychischt	=	psychisch
psychischte	=	psychisch
psycho	noun	iemand die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis die antisociaal gedrag veroorzaakt
psycho's	=	psycho
psychoactief	adj	de psyche, het bewustzijn en het gedrag beïnvloedend
psychoactiefs	=	psychoactief
psychoactiefst	=	psychoactief
psychoactiefste	=	psychoactief
psychoactieve	=	psychoactief
psychoactiever	=	psychoactief
psychoactievere	=	psychoactief
psychoactievers	=	psychoactief
psychoanalyse	noun	stroming in de psychologie, die psychische symptomen wil verklaren vanuit verschijnselen in het bewuste en onbewuste
psychoanalysen	=	psychoanalyse
psychoanalyses	=	psychoanalyse
psychoanalytica	noun	vrouwelijke psychotherapeut die gespecialiseerd is in de psychoanalyse
psychoanalytica's	=	psychoanalytica
psychoanalytici	=	psychoanalyticus
psychoanalyticus	noun	psychiater die de psychoanalyse toepast
psychoanalytisch	adj	betrekking hebbend op, behorend tot de psychoanalyse
psychoanalytische	=	psychoanalytisch
psychoanalytischer	=	psychoanalytisch
psychoanalytischere	=	psychoanalytisch
psychoanalytischers	=	psychoanalytisch
psychobiografie	noun	biografie die vooral de psychologische achtergronden van een persoon behandelt
psychobiografietje	=	psychobiografie
psychobiografietjes	=	psychobiografie
psychobiografieën	=	psychobiografie
psychobiologie	noun	onderdeel van de biologie dat de relatie tussen psyche en lichaam onderzoekt
psychochirurgie	noun	operatieve behandeling van psychische aandoeningen of ondraaglijke pijn door onderbreking van bepaalde zenuwbanen
psychodiagnostiek	noun	onderzoek van de menselijke geest met behulp van tests, interviews e.d
psychodiagnostieken	=	psychodiagnostiek
psychodrama	noun	groepstherapie d.m.v. rollenspelen
psychodrama's	=	psychodrama
psychodramaatje	=	psychodrama
psychodramaatjes	=	psychodrama
psychodynamiek	noun	de dynamiek in het functioneren van de psyche
psychodynamieken	=	psychodynamiek
psychodynamisch	adj	de psychodynamiek betreffend
psychodynamische	=	psychodynamisch
psychodynamischer	=	psychodynamisch
psychodynamischere	=	psychodynamisch
psychodynamischers	=	psychodynamisch
psychodysleptica	=	psychodyslepticum
psychodyslepticum	noun	middel dat psychisch anders functioneren veroorzaakt (term vaak gebruikt voor bewustzijnsverruimende middelen)
psychodyslepticums	=	psychodyslepticum
psychofarmaca	=	psychofarmacon
psychofarmacologie	noun	studie van de werking van geneesmiddelen op de menselijke geest
psychofarmacon	noun	geneesmiddel dat de psyche beïnvloedt
psychofysica	noun	onderzoeksgebied dat ligt tussen psychische en fysische processen
psychofysiologie	noun	onderzoek en leer van de fysische kant van geestelijke processen
psychofysisch	adj	de psychofysica betreffend
psychofysische	=	psychofysisch
psychofysischer	=	psychofysisch
psychofysischere	=	psychofysisch
psychofysischers	=	psychofysisch
psychogeen	adj	door de geest veroorzaakt
psychogeens	=	psychogeen
psychogeenst	=	psychogeen
psychogeenste	=	psychogeen
psychogene	=	psychogeen
psychogener	=	psychogeen
psychogenere	=	psychogeen
psychogeners	=	psychogeen
psychogenese	noun	het aandeel van psychologische processen bij het ontstaan van lichamelijke aandoeningen
psychogeriatrie	noun	onderdeel van de geneeskunde dat zich bezighoudt met aandoeningen die gepaard gaan met beperkingen van de geestelijke vermogens op hogere leeftijd
psychogeriatrisch	adj	met betrekking tot de psychogeriatrie
psychogeriatrische	=	psychogeriatrisch
psychogeriatrischer	=	psychogeriatrisch
psychogeriatrischere	=	psychogeriatrisch
psychogeriatrischers	=	psychogeriatrisch
psychogese	noun	Bijbelonderzoek vanuit psychologisch standpunt
psychografie	noun	psychologische persoons- en levensbeschrijving
psychografietje	=	psychografie
psychografietjes	=	psychografie
psychografieën	=	psychografie
psychografisch	adj	betrekking hebbend op psychografie
psychografische	=	psychografisch
psychogram	noun	beschrijving van verschillende kenmerken van de psyche
psychogrammen	=	psychogram
psychogrammetje	=	psychogram
psychogrammetjes	=	psychogram
psychohygiëne	noun	geestelijke gezondheidszorg
psychohygiënisch	adj	betrekking hebbend op de psychohygiëne
psychohygiënische	=	psychohygiënisch
psychohygiënischer	=	psychohygiënisch
psychohygiënischere	=	psychohygiënisch
psychohygiënischers	=	psychohygiënisch
psychokinese	noun	de beweging van voorwerpen op afstand door zogenaamde menselijke 'geestkracht' zonder fysieke hulpmiddelen
psychokineses	=	psychokinese
psycholance	noun	een ambulance die ingericht is op het verstrekken van psychische hulpverlening
psycholancen	=	psycholance
psycholances	=	psycholance
psycholatrie	noun	verering van de zielen van afgestorvenen
psycholeptica	=	psycholepticum
psycholepticum	noun	geneesmiddel dat bepaalde geestelijke functies onderdrukt
psycholinguïst	noun	iemand die zich verdiept in de mentale processen die een rol spelen bij taal en taalgebruik en problemen die daarbij kunnen optreden
psycholinguïsten	=	psycholinguïst
psycholinguïstiek	noun	studie van de invloed van de menselijke geest op natuurlijke taal en taalgedrag
psychologe	noun	vrouw die psychologie heeft gestudeerd en als psycholoog werkt, vrouwelijke vorm van psycholoog
psychologen	=	psycholoog
psychologes	=	psychologe
psychologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met het onderzoek naar bewustzijnsverschijnselen, het bewuste, het onderbewuste en het onbewuste
psychologiestudent	noun	persoon die psychologie studeert aan een universiteit of hogeschool
psychologiestudenten	=	psychologiestudent
psychologietje	=	psychologie
psychologieën	=	psychologie
psychologisch	adj	betrekking hebbend op de psychologie; betrekking hebbend op het denken en het gedrag
psychologisch-somatisch	adj	betreft de wisselwerking tussen geest (psyche) en lichaam (soma), waarbij lichamelijke klachten ontstaan, verergeren of aanhouden door psychische factoren zoals stress, angst of emotionele problemen
psychologisch-somatische	=	psychologisch-somatisch
psychologisch-somatischer	=	psychologisch-somatisch
psychologisch-somatischere	=	psychologisch-somatisch
psychologisch-somatischers	=	psychologisch-somatisch
psychologische	=	psychologisch
psychologischer	=	psychologisch
psychologischere	=	psychologisch
psychologischers	=	psychologisch
psychologiseer	=	psychologiseren
psychologiseerde	=	psychologiseren
psychologiseerden	=	psychologiseren
psychologiseert	=	psychologiseren
psychologisere	=	psychologiseren
psychologiseren	verb	iets tot een psychologische zaak maken
psychologiserend	=	psychologiseren
psychologiserende	=	psychologiseren
psychologisme	noun	filosofisch opvatting die de psychologie als de fundamentele wetenschap beschouwt
psycholoog	noun	een beoefenaar van de psychologie
psycholoogje	=	psycholoog
psycholoogjes	=	psycholoog
psycholytica	=	psycholyticum
psycholyticum	noun	middel waarmee veranderingen in de geest van een mens teweeg kunnen worden gebracht en verdrongen gedachten en ervaringen mogelijk tot bewustzijn kunnen komen
psycholyticums	=	psycholyticum
psycholytisch	adj	psycholytische therapie is psychotherapie die gebruik maakt van geestverruimende middelen zoals LSD
psycholytische	=	psycholytisch
psycholytischer	=	psycholytisch
psycholytischere	=	psycholytisch
psycholytischers	=	psycholytisch
psychomedisch	adj	betreft de combinatie van geestelijke (psyche) en lichamelijke (medische) zorg
psychomedische	=	psychomedisch
psychomedischer	=	psychomedisch
psychomedischere	=	psychomedisch
psychomedischers	=	psychomedisch
psychometrie	noun	een wetenschap die zich bezighoudt met het meten van psychologische eigenschappen
psychometrisch	adj	betreft een vakgebied binnen de psychologie dat zich bezighoudt met de theorie en techniek van het kwantitatief meten van psychologische eigenschappen, zoals intelligentie, persoonlijkheid, attitudes, vaardigheden en gedrag.
psychometrische	=	psychometrisch
psychometrischer	=	psychometrisch
psychometrischere	=	psychometrisch
psychometrischers	=	psychometrisch
psychomotoriek	noun	de bewuste, vanuit de hersenen gestuurde beweging
psychomotorisch	adj	met betrekking tot bewegingen door de geest veroorzaakt
psychomotorische	=	psychomotorisch
psychomotorischer	=	psychomotorisch
psychomotorischere	=	psychomotorisch
psychomotorischers	=	psychomotorisch
psychonaut	noun	iemand die geestverruimende middelen gebruikt
psychonaute	=	psychonaut
psychonauten	=	psychonaut
psychonautje	=	psychonaut
psychonautjes	=	psychonaut
psychoneurose	noun	psychiatrisch ziektebeeld zonder aanwijsbare lichamelijke oorzaak, gekenmerkt door angst, depressiviteit, spanning en eventueel obsessief gedrag, waarbij het prestatievermogen intact blijft
psychoneurosen	=	psychoneurose
psychoneuroses	=	psychoneurose
psychonomen	=	psychonoom
psychonomie	noun	de studie van menselijke functies als beslissen, denken, waarnemen, motoriek, leren, geëmotioneerd raken, spreken, schrijven etc. met het doel om formele theorieën en modellen hiervan op te stellen die voorspellingen omtrent het gedrag mogelijk maken
psychonoom	noun	een beoefenaar van de psychonomie
psychonoompje	=	psychonoom
psychonoompjes	=	psychonoom
psychoot	noun	iemand die lijdt aan een psychose
psychootje	=	psychoot
psychootjes	=	psychoot
psychopaat	noun	iemand die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis die antisociaal gedrag veroorzaakt
psychopaatje	=	psychopaat
psychopaatjes	=	psychopaat
psychopate	=	psychopaat
psychopaten	=	psychopaat
psychopatenprogramma	noun	intensieve behandeling van mensen bij wie het geweten niet is ontwikkeld, omdat ze zich slecht in anderen kunnen inleven en geen berouw ervaren
psychopatenprogramma's	=	psychopatenprogramma
psychopathie	noun	aangeboren eigenschap waarbij de gewetensfunctie, die zich in baby- en peuterfase zou moeten ontwikkelen, achterblijft of geheel niet tot stand komt waardoor iemand antisociaal gedrag vertoont
psychopathieën	=	psychopathie
psychopathisch	adj	als van een psychopaat (gekenmerkt door antisociaal gedrag)
psychopathische	=	psychopathisch
psychopathischer	=	psychopathisch
psychopathischere	=	psychopathisch
psychopathischers	=	psychopathisch
psychopathischte	=	psychopathisch
psychopathologie	noun	leer van de psychische ziekte (geestelijk en psychologisch) of het psychische lijden
psychopathologieën	=	psychopathologie
psychopathologisch	adj	betrekking hebbend op de psychopathologie
psychopathologische	=	psychopathologisch
psychopathologischer	=	psychopathologisch
psychopathologischere	=	psychopathologisch
psychopathologischers	=	psychopathologisch
psychopatisch	=	psychopathisch
psychopedagogisch	adj	betrekking hebbend op de psychopedagogie
psychopedagogische	=	psychopedagogisch
psychopedagogischer	=	psychopedagogisch
psychopedagogischere	=	psychopedagogisch
psychopedagogischers	=	psychopedagogisch
psychorealistisch	adj	betreft een stijl in literatuur, theater, film of kunst die zich richt op de diepgaande, realistische weergave van de menselijke psyche, innerlijke gedachten, emoties en motivaties.
psychorealistische	=	psychorealistisch
psychorealistischer	=	psychorealistisch
psychorealistischere	=	psychorealistisch
psychorealistischers	=	psychorealistisch
psychoscopie	noun	paranormale gave waarbij van een voorwerp wordt 'gezien' wat dit heeft doorgemaakt
psychose	noun	een geestesziekte waarbij men wanen heeft
psychosen	=	psychose
psychoses	=	psychose
psychosetje	=	psychose
psychosetjes	=	psychose
psychosociaal	adj	Het zielenleven betreffend voor zover dit door sociale factoren beïnvloed wordt
psychosociaals	=	psychosociaal
psychosociaalst	=	psychosociaal
psychosociaalste	=	psychosociaal
psychosociale	=	psychosociaal
psychosocialer	=	psychosociaal
psychosocialere	=	psychosociaal
psychosocialers	=	psychosociaal
psychosomatiek	noun	een medisch gebied dat zich bezighoudt met de ziektebeelden die zich vooral lichamelijk (somatisch) manifesteren, maar waarbij psychische factoren duidelijk meespelen
psychosomatisch	adj	met betrekking tot het verband tussen geest en lichaam
psychosomatische	=	psychosomatisch
psychosomatischer	=	psychosomatisch
psychosomatischere	=	psychosomatisch
psychosomatischers	=	psychosomatisch
psychosomatischt	=	psychosomatisch
psychosomatischte	=	psychosomatisch
psychosomatose	noun	door psychische oorzaken ontstane ziekte met lichamelijke verschijnselen
psychosomatosen	=	psychosomatose
psychotechniek	noun	toegepaste experimentele psychologie
psychotechnieken	=	psychotechniek
psychotechnisch	adj	met betrekking tot de psychotechniek
psychotechnische	=	psychotechnisch
psychotechnischer	=	psychotechnisch
psychotechnischere	=	psychotechnisch
psychotechnischers	=	psychotechnisch
psychoten	=	psychoot
psychotherapeut	noun	iemand die psychotherapie toepast
psychotherapeute	noun	vrouwelijke vorm van psychotherapeut
psychotherapeuten	=	psychotherapeut
psychotherapeutes	=	psychotherapeute
psychotherapeutisch	adj	met betrekking tot de psychotherapie
psychotherapeutische	=	psychotherapeutisch
psychotherapeutischer	=	psychotherapeutisch
psychotherapeutischere	=	psychotherapeutisch
psychotherapeutischers	=	psychotherapeutisch
psychotherapie	noun	een vorm van therapie in de psychologie
psychotherapieën	=	psychotherapie
psychotisch	adj	van of horend bij een psychose
psychotische	=	psychotisch
psychotischer	=	psychotisch
psychotischere	=	psychotisch
psychotischers	=	psychotisch
psychotogeen	noun	stof die psychische veranderingen, met name een psychose of hallucinaties, teweegbrengt	adj	veranderingen, afwijkingen in de psyche veroorzakend
psychotogeens	=	psychotogeen
psychotogeentje	=	psychotogeen
psychotogeentjes	=	psychotogeen
psychotogene	=	psychotogeen
psychotogenen	=	psychotogeen
psychotrauma	noun	psychisch trauma dat wordt opgelopen na het meemaken van een afschuwelijke gebeurtenis
psychotrauma's	=	psychotrauma
psychotraumaatje	=	psychotrauma
psychotraumaatjes	=	psychotrauma
psychotraumata	=	psychotrauma
psychotronisch	adj	met betrekking tot de psychotronica
psychotronische	=	psychotronisch
psychotronischer	=	psychotronisch
psychotronischere	=	psychotronisch
psychotronischers	=	psychotronisch
psychotroop	adj	wat de geest beïnvloedt
psychotroops	=	psychotroop
psychotroopst	=	psychotroop
psychotroopste	=	psychotroop
psychotrope	=	psychotroop
psychotroper	=	psychotroop
psychotropere	=	psychotroop
psychotropers	=	psychotroop
psychotropisch	adj	met invloed op het mentaal functioneren
psychotropische	=	psychotropisch
psychotropischer	=	psychotropisch
psychotropischere	=	psychotropisch
psychotropischers	=	psychotropisch
psychrofiel	adj	kou minnend
psychrofiele	=	psychrofiel
psychrofieler	=	psychrofiel
psychrofielere	=	psychrofiel
psychrofielers	=	psychrofiel
psychrofiels	=	psychrofiel
psychrofielst	=	psychrofiel
psychrofielste	=	psychrofiel
psychrolutiden	noun	een familie Psychrolutidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
psyché	noun	spiegel die kan draaien om een horizontale as waarmee men zich van top tot teen kan bekijken
psychés	=	psyché
ptc	noun	materiaal met een positief verloop van de elektrische weerstand met de temperatuur
ptc's	=	ptc
ptc'tje	=	ptc
ptc'tjes	=	ptc
pterodactylus	noun	Pterodactylus antiquus een pterosauriër die leefde in het Late Jura, de naamgever van de groep der Pterodactyloidea.
pterodactylussen	=	pterodactylus
pterosauriërs	noun	een uitgestorven groep Pterosauria van vliegende reptielen die behoren tot de Archosauromorpha.
ptosis	noun	verzakking veel gebruikt voor een naar beneden gezakt ooglid
ptss	noun	geestelijke en lichamelijke aandoeningen die het gevolg zijn van een schokkende ervaring die niet je niet goed hebt kunnen verwerken
pual	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
puals	=	pual
pub	noun	café in een volkse, Britse stijl
pub-ploeg	noun	groep burgers die de politie helpt bij het handhaven van de orde tijdens de uitgaansuren
pub-ploegen	=	pub-ploeg
puber	noun	iemand met de leeftijd tussen kind en adolescent.
puberaal	adj	behorende tot, zich voordoend bij pubers	adv	op puberale wijze
puberaals	=	puberaal
puberaalst	=	puberaal
puberaalste	=	puberaal
puberachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van puber
puberachtige	=	puberachtig
puberachtiger	=	puberachtig
puberachtigere	=	puberachtig
puberachtigers	=	puberachtig
puberachtigs	=	puberachtig
puberachtigst	=	puberachtig
puberachtigste	=	puberachtig
puberale	=	puberaal
puberaler	=	puberaal
puberalere	=	puberaal
puberalers	=	puberaal
puberde	=	puberen
puberden	=	puberen
pubere	=	puberen
puberen	verb	het opstandige gedrag van jongeren tegenover de gevestigde orde en andere verschijnselen die ontstaan door de hormonen
puberend	=	puberen
puberende	=	puberen
puberjongen	noun	een tiener in overgang van kind naar volwassene, gekenmerkt door ingrijpende lichamelijke, emotionele en verstandelijke veranderingen door hormonen
puberjongens	=	puberjongen
puberjongetje	=	puberjongen
puberjongetjes	=	puberjongen
pubermeisje	noun	een meisje in de overgangsfase van kind naar volwassene, doorgaans tussen de 10 en 18 jaar, waarin ze onder invloed van hormonen ingrijpende lichamelijke (groei, borstvorming, menstruatie) en emotionele veranderingen ondergaat
pubermeisjes	=	pubermeisje
puberprogramma	noun	programma speciaal gemaakt voor jongeren die naar de middelbare school gaan
puberprogramma's	=	puberprogramma
puberprogrammaatje	=	puberprogramma
puberprogrammaatjes	=	puberprogramma
pubers	=	puber
pubert	=	puberen
puberteit	noun	het proces van seksuele rijping van kind naar volwassene en het gedrag dat daar bij hoort
puberteiten	=	puberteit
puberteitje	=	puberteit
puberteitscrises	=	puberteitscrisis
puberteitscrisis	noun	identiteitscrisis tijdens de puberteit
puberteitscrisissen	=	puberteitscrisis
pubertijd	noun	de tijd waarin iemand de puberteit ondergaat
pubertje	=	puber
pubertjes	=	puber
puberzonen	=	puberzoon
puberzoon	noun	een jongen die je kind is en die zich in de levensfase tussen kind en volwassenheid bevindt
puberzoons	=	puberzoon
puberzoontje	=	puberzoon
puberzoontjes	=	puberzoon
pubescent	adj	in de puberteit verkerend
pubescente	=	pubescent
pubescenter	=	pubescent
pubescentere	=	pubescent
pubescenters	=	pubescent
pubescentie	noun	de periode van lichamelijke en geestelijke ontwikkeling waarin een kind volwassen wordt en geslachtsrijp wordt, vaak rond de leeftijd van het begin van de puberteit
pubescents	=	pubescent
pubescentst	=	pubescent
pubescentste	=	pubescent
pubis	noun	ronding van het vrouwelijk lichaam ter hoogte van het schaambeen, boven de vagina
pubissen	=	pubis
pubje	=	pub
pubkwis	=	pubquiz
publicatie	noun	het uitgeven van een geschrift
publicatiegegeven	noun	een stukje informatie betreffende een publicatie
publicatiegegevens	=	publicatiegegeven
publicatielijst	noun	opsomming van teksten die in druk zijn verschenen
publicatielijsten	=	publicatielijst
publicaties	=	publicatie
publicatietje	=	publicatie
publicatieverbod	noun	gebod om iets niet in de openbaarheid te brengen
publicatieverboden	=	publicatieverbod
publicdomainsoftware	noun	software waarbij afstand is gedaan van de auteurs- of creatierechten
publicdomainsoftwares	=	publicdomainsoftware
publiceer	=	publiceren
publiceerbaar	adj	geschikt om in de openbaarheid te brengen
publiceerbaarder	=	publiceerbaar
publiceerbaardere	=	publiceerbaar
publiceerbaarders	=	publiceerbaar
publiceerbaars	=	publiceerbaar
publiceerbaarst	=	publiceerbaar
publiceerbaarste	=	publiceerbaar
publiceerbare	=	publiceerbaar
publiceerde	=	publiceren
publiceerden	=	publiceren
publiceert	=	publiceren
publicere	=	publiceren
publiceren	verb	bekend maken aan een doorgaans groot publiek via een bepaald medium
publicerend	=	publiceren
publicerende	=	publiceren
publicist	noun	iemand die teksten schrijft om ze openbaar te maken
publiciste	noun	vrouwelijke vorm van publicist
publicisten	=	publicist
publicistes	=	publiciste
publicistiek	noun	publiciteitsleer
publicistisch	adj	betrekking hebbend op de publicistiek
publicistische	=	publicistisch
publicistischer	=	publicistisch
publicistischere	=	publicistisch
publicistischers	=	publicistisch
publicitair	adj	op de publiciteit betrekking hebbend
publicitairder	=	publicitair
publicitairdere	=	publicitair
publicitairders	=	publicitair
publicitaire	=	publicitair
publicitairs	=	publicitair
publicitairst	=	publicitair
publicitairste	=	publicitair
publiciteit	noun	door publieke media aan een zaak geschonken aandacht
publiciteitje	=	publiciteit
publiciteitjes	=	publiciteit
publiciteitsgeil	adj|informal	erop belust om in de publiciteit te komen
publiciteitsgeile	=	publiciteitsgeil
publiciteitsgeiler	=	publiciteitsgeil
publiciteitsgeilere	=	publiciteitsgeil
publiciteitsgeilers	=	publiciteitsgeil
publiciteitsgeils	=	publiciteitsgeil
publiciteitsgeilst	=	publiciteitsgeil
publiciteitsgeilste	=	publiciteitsgeil
publiciteitsstunt	noun	een stunt waarmee geprobeerd wordt om in de publiciteit te komen
publiciteitsstuntje	=	publiciteitsstunt
publiciteitsstuntjes	=	publiciteitsstunt
publiciteitsstunts	=	publiciteitsstunt
publiek	noun	een groep toeschouwers; groep bezoekers	adj	vrij toegangelijk, openbaar
publieke	=	publiek
publiekelijk	adj	in het openbaar, ten overstaan van toeschouwers
publiekelijke	=	publiekelijk
publiekelijker	=	publiekelijk
publiekelijkere	=	publiekelijk
publiekelijkers	=	publiekelijk
publiekelijks	=	publiekelijk
publiekelijkst	=	publiekelijk
publiekelijkste	=	publiekelijk
publieken	=	publiek
publieker	=	publiek
publiekere	=	publiek
publiekers	=	publiek
publiekeruimteobject	noun	straatmeubilair of een kunstwerk dat permanent in de publieke ruimte geplaatst is
publiekeruimteobjecten	=	publiekeruimteobject
publiekje	=	publiek
publiekjes	=	publiek
publiekrechtelijk	adj	volgens of vallend onder de voorschriften voor het functioneren van de overheid
publiekrechtelijke	=	publiekrechtelijk
publiekrechtelijker	=	publiekrechtelijk
publiekrechtelijkere	=	publiekrechtelijk
publiekrechtelijkers	=	publiekrechtelijk
publiekrechtelijks	=	publiekrechtelijk
publiekrechtelijkst	=	publiekrechtelijk
publiekrechtelijkste	=	publiekrechtelijk
publieks	=	publiek
publieksactie	noun	actie die georganiseerd wordt om het publiek te betrekken bij een onderwerp, zoals een campagne van een gemeente over noodpakketten, of een publieksvriendelijke campagne
publieksacties	=	publieksactie
publieksactietje	=	publieksactie
publieksactietjes	=	publieksactie
publieksboek	noun	boek dat zich richt op een breed publiek, in tegenstelling tot een gespecialiseerd vakboek.
publieksboeken	=	publieksboek
publieksboekje	=	publieksboek
publieksboekjes	=	publieksboek
publiekscampagne	noun	project waarbij men de bevolking op een bepaalde zaak wil attenderen
publiekscampagnes	=	publiekscampagne
publiekslieveling	noun	iemand die bij zijn optredens een buitengewoon sterke voorkeur van de toeschouwers heeft
publiekslievelingen	=	publiekslieveling
publieksonvriendelijk	adj	niet aangenaam of toegankelijk voor bezoekers of gebruikers
publieksonvriendelijke	=	publieksonvriendelijk
publieksonvriendelijker	=	publieksonvriendelijk
publieksonvriendelijkere	=	publieksonvriendelijk
publieksonvriendelijkers	=	publieksonvriendelijk
publieksonvriendelijks	=	publieksonvriendelijk
publieksonvriendelijkst	=	publieksonvriendelijk
publieksonvriendelijkste	=	publieksonvriendelijk
publieksprijs	noun	een prijs waarbij het publiek (en dus niet een jury) beslist wie er wint
publieksprijsje	=	publieksprijs
publieksprijsjes	=	publieksprijs
publieksprijzen	=	publieksprijs
publieksraadpleging	noun	het betrekken van de klanten bij productvorming
publieksraadplegingen	=	publieksraadpleging
publieksstem	noun	de stemmen die door kijkers, luisteraars of lezers worden gegeven bij een wedstrijd
publieksstemmen	=	publieksstem
publiekst	=	publiek
publiekste	=	publiek
publiekstrekkend	adj	van iets of iemand dat het in staat is om veel publiek (bezoekers, kijkers of belangstellenden) aan te trekken.
publiekstrekkende	=	publiekstrekkend
publiekstrekkender	=	publiekstrekkend
publiekstrekkendere	=	publiekstrekkend
publiekstrekkenders	=	publiekstrekkend
publiekstrekkends	=	publiekstrekkend
publiekstrekkendst	=	publiekstrekkend
publiekstrekkendste	=	publiekstrekkend
publiekstrekker	noun	een zaak of persoon waar veel publiek opafkomt, iets of iemand waar veel publieke belangstelling voor is
publiekstrekkers	=	publiekstrekker
publiekstrekkertje	=	publiekstrekker
publiekstrekkertjes	=	publiekstrekker
publieksvoorlichting	noun	de keer dat men een grote groep mensen ergens over informeert
publieksvoorlichtingen	=	publieksvoorlichting
publieksvriendelijk	adj	rekening houdend met het publiek
publieksvriendelijke	=	publieksvriendelijk
publieksvriendelijker	=	publieksvriendelijk
publieksvriendelijkere	=	publieksvriendelijk
publieksvriendelijkers	=	publieksvriendelijk
publieksvriendelijks	=	publieksvriendelijk
publieksvriendelijkst	=	publieksvriendelijk
publieksvriendelijkste	=	publieksvriendelijk
publiekswissel	noun	het wisselen van een goede speler op het einde van de wedstrijd waardoor het publiek speciaal voor hem kan juichen
publiekswissels	=	publiekswissel
pubploeg	noun	groep mensen die kalmerend optreedt bij dreigende situaties in het uitgaansleven
pubploegen	=	pubploeg
pubquiz	noun	een quiz die eenmaal per week of maand in een pub of café wordt gehouden
pubquizje	=	pubquiz
pubquizzen	=	pubquiz
pubs	=	pub
puck	noun	harde rubberen schijf gebruikt bij ijshockey
puckje	=	puck
puckjes	=	puck
pucks	=	puck
puddel	=	puddelen
puddelaar	noun	een arbeider bij een puddeloven, met name een ijzerbewerker, die het vloeibare erts moet omroeren
puddelaars	=	puddelaar
puddelaartje	=	puddelaar
puddelaartjes	=	puddelaar
puddelde	=	puddelen
puddelden	=	puddelen
puddele	=	puddelen
puddelen	verb	het vloeibare ijzer in de oven met lange stangen (puddels) omroeren waarbij de koolstof zich geleidelijk bindt met zuurstof en dus uit het ijzer verdwijnt
puddelend	=	puddelen
puddelende	=	puddelen
puddeloven	noun	een oven waarin ruw ijzer in smeedijzer of staal wordt omgezet o.m. door puddelen (roeren)
puddelovens	=	puddeloven
puddeloventje	=	puddeloven
puddeloventjes	=	puddeloven
puddelt	=	puddelen
pudding	noun	zoet nagerecht uit melk en smaakgevende bestanddelen die gemengd met meel of iets vergelijkbaars om het te binden wordt gekookt en daarna in een vorm stolt, meestal koud geserveerd
puddingbroodje	noun	met banketbakkersroom gevuld broodje
puddingbroodjes	=	puddingbroodje
puddingen	=	pudding
puddinglepel	noun	grote platte lepel waarmee men pudding op een bord kan scheppen
puddinglepels	=	puddinglepel
puddinglepeltje	=	puddinglepel
puddinglepeltjes	=	puddinglepel
puddingvorm	noun	een vorm waarin een pudding kan stollen
puddingvormen	=	puddingvorm
puddingvormpje	=	puddingvorm
puddingvormpjes	=	puddingvorm
puddinkje	=	pudding
puddinkjes	=	pudding
pudeur	noun	schroom
pueblo	noun	dorp in een spaanstalige omgeving
pueblo's	=	pueblo
pueriel	adj	van iets dat het passend is voor jonge mensen
pueriele	=	pueriel
puerieler	=	pueriel
puerielere	=	pueriel
puerielers	=	pueriel
pueriels	=	pueriel
puerielst	=	pueriel
puerielste	=	pueriel
puerperia	=	puerperium
puerperium	noun	kraambed
puerto-ricomango	noun	Anthracothorax aurulentus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
puerto-ricomango's	=	puerto-ricomango
puerto-ricomangootje	=	puerto-ricomango
puerto-ricomangootjes	=	puerto-ricomango
puerto-ricospecht	noun	Melanerpes portoricensis een vogel uit de familie Picidae.
puerto-ricospechten	=	puerto-ricospecht
puerto-ricospechtje	=	puerto-ricospecht
puerto-ricospechtjes	=	puerto-ricospecht
puerto-ricotiran	noun	Myiarchus antillarum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
puerto-ricotirannen	=	puerto-ricotiran
puerto-ricotirannetje	=	puerto-ricotiran
puerto-ricotirannetjes	=	puerto-ricotiran
puerto-ricozanger	noun	Setophaga angelae een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
puerto-ricozangers	=	puerto-ricozanger
puerto-ricozangertje	=	puerto-ricozanger
puerto-ricozangertjes	=	puerto-ricozanger
puf	noun	fut, energie, lust
puffe	=	puffen
puffen	verb	bij herhaling een kleine hoeveelheid gas uitstoten
puffend	=	puffen
puffende	=	puffen
pufferig	adj	van warm weer dat het zo warm is dat je er benauwd van wordt
pufferige	=	pufferig
pufferiger	=	pufferig
pufferigere	=	pufferig
pufferigers	=	pufferig
pufferigs	=	pufferig
pufferigst	=	pufferig
pufferigste	=	pufferig
pufheet	adj	zo warm dat men ervan moet puffen
pufheets	=	pufheet
pufhete	=	pufheet
pufje	noun	alleen verkleinwoord door inhalatie ingenomen medicament, meestal een bronchusverwijder
pufjes	=	puf
puft	=	puffen
pufte	=	puffen
puften	=	puffen
pug	noun	harde slag, stomp, schop
puggen	=	pug
pugilist	noun	bokser
pugiliste	=	pugilist
pugilisten	=	pugilist
pugilistiek	noun	bokssport
pugilistisch	adj	betrekking hebbend op het pugilisme
pugilistische	=	pugilistisch
pugliees	noun	dialect van het Italiaans, gesproken in Puglia
pui	noun	voorgevel, met name van de begane grond van een huis
puibalk	noun	horizontale (ijzeren) balk die de onderpui overspant en de bovenpui ondersteunt
puibalken	=	puibalk
puien	=	pui
puik	noun	het beste in zijn soort	adj|informal	helemaal in orde, perfect
puikbest	adj	zeer goed
puikbeste	=	puikbest
puikbests	=	puikbest
puike	=	puik
puiker	=	puik
puikere	=	puik
puikers	=	puik
puikje	=	puik
puiks	=	puik
puikst	=	puik
puikste	=	puik
puil	=	puilen
puilde	=	puilen
puilden	=	puilen
puile	=	puilen
puilen	verb	naar buiten toe uitsteken
puilend	=	puilen
puilende	=	puilen
puilogen	=	puiloog
puiloog	noun	ver naar voren uitpuilend oog
puilt	=	puilen
puim	noun	stukje puimsteen
puimbeton	noun	beton met puimsteen als vulstof
puimde	=	puimen
puimden	=	puimen
puime	=	puimen
puimen	verb	met puimsteen een oppervlak schuren
puimend	=	puimen
puimende	=	puimen
puimsteen	noun	een uiterst lichte en poreuze steensoort van vulkanische oorsprong
puimsteenmosdiertje	noun	Cellepora pumicosa een mosdiertjessoort uit de familie van de Celleporidae.
puimsteenmosdiertjes	=	puimsteenmosdiertje
puimsteenpoeder	noun	poeder dat men gebruikt in de ondergrond van een schilderij
puimsteentje	=	puimsteen
puimsteentjes	=	puimsteen
puimstenen	adj	van puimsteen vervaardigd, uit puimsteen bestaand
puimt	=	puimen
puin	noun	een massa vergruizelde steen	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord een onredderde toestand
puinbak	noun	een, meestal van ijzer gemaakte, bak waarin men verguizelde stenen kan bewaren en vervoeren
puinbakken	=	puinbak
puinbed	noun	laag gebroken steken die men gebruikt als onderlaag voor een verharde weg
puinbedden	=	puinbed
puincontainer	noun	een speciale afzetcontainer die wordt gehuurd voor het afvoeren van steenachtig afval bij verbouwingen of sloopwerkzaamheden
puincontainers	=	puincontainer
puincontainertje	=	puincontainer
puincontainertjes	=	puincontainer
puinen	=	puin
puingeruimd	=	puinruimen
puinhoop	noun	een hoop puin, meestal door de verwoesting van bouwwerken
puinhoopje	=	puinhoop
puinhoopjes	=	puinhoop
puinhopen	=	puinhoop
puinruim	=	puinruimen
puinruimde	=	puinruimen
puinruimden	=	puinruimen
puinruime	=	puinruimen
puinruimen	verb	een einde trachten te maken aan een verwarde, ontredderde toestand
puinruimend	=	puinruimen
puinruimende	=	puinruimen
puinruimt	=	puinruimen
puintje	=	puin
puinweg	noun	een halfverharde weg met steenslag
puinwegen	=	puinweg
puinzooi	noun	een ongeorganiseerde hoeveelheid zaken die vaak ook nog kapot zijn of kapot gaan
puinzooitje	=	puinzooi
puinzootje	=	puinzooi
puissance	noun	verzwaard vervolg van een concours hippique als er een gelijk aantal punten door verschillende ruiters is behaald
puissances	=	puissance
puissant	adj	in de verbinding 'puissant rijk': machtig rijk
puissante	=	puissant
puissanter	=	puissant
puissantere	=	puissant
puissanters	=	puissant
puissants	=	puissant
puissantst	=	puissant
puissantste	=	puissant
puist	noun	ontsteking van de huid die tot een bobbeltje leidt
puistachtig	adj	lijkend op een puist
puistachtige	=	puistachtig
puistachtiger	=	puistachtig
puistachtigere	=	puistachtig
puistachtigers	=	puistachtig
puistachtigs	=	puistachtig
puistachtigst	=	puistachtig
puistachtigste	=	puistachtig
puisten	=	puist
puistenkop	noun	persoon met een puistig gezicht
puistenkopje	=	puistenkop
puistenkopjes	=	puistenkop
puistenkoppen	=	puistenkop
puisterig	adj	puistig
puisterige	=	puisterig
puisteriger	=	puisterig
puisterigere	=	puisterig
puisterigers	=	puisterig
puisterigs	=	puisterig
puisterigst	=	puisterig
puisterigste	=	puisterig
puistig	adj	met puisten bezet
puistige	=	puistig
puistiger	=	puistig
puistigere	=	puistig
puistigers	=	puistig
puistigs	=	puistig
puistigst	=	puistig
puistigste	=	puistig
puistje	=	puist
puistjes	=	puist
puit	noun	soort kikker
puitaal	noun	bepaald soort zeevis die voorkomt in de kustwateren van de Noordzee, Zoarces viviparus
puitalen	noun	een familie Zoarcidae van baarsachtige vissen.
puiten	=	puit
puitje	=	pui
puitjes	=	pui
puk	noun	iemand die heel klein is of een dier dat klein voor zijn soort is
puk'en	=	puk
puk's	=	puk
pukcode	noun	code die men kan gebruiken om een geblokkeerde PIN-pas te reactiveren
pukcodes	=	pukcode
pukje	=	puk
pukjes	=	puk
pukkel	noun	bobbeltje op de huid, puist
pukkelbek	noun	puistenkop
pukkelbekje	=	pukkelbek
pukkelbekjes	=	pukkelbek
pukkelbekken	=	pukkelbek
pukkelig	adj	met pukkels
pukkelige	=	pukkelig
pukkeliger	=	pukkelig
pukkeligere	=	pukkelig
pukkeligers	=	pukkelig
pukkeligs	=	pukkelig
pukkeligst	=	pukkelig
pukkeligste	=	pukkelig
pukkels	=	pukkel
pukkeltje	=	pukkel
pukkeltjes	=	pukkel
pukken	=	puk
pul	noun	gewoonlijk aardewerken kroes voor bier met een deksel
pula	noun	munteenheid van Botswana sinds 1976
pula's	=	pula
pulk	=	pulken
pulke	=	pulken
pulken	verb	met kleine vingerbewegingen ergens aan trekken
pulkend	=	pulken
pulkende	=	pulken
pulkt	=	pulken
pulkte	=	pulken
pulkten	=	pulken
pull	noun	aanlokkelijke inhoud of presentatie die de gewenste aandacht spontaan oproept, zonder druk uit te oefenen of daar uitdrukkelijk om te vragen	intj	nu! startsignaal voor het trekken
pull-over	=	pullover
pullen	=	pul
pulleschieten	verb	carbidschieten
pulletje	=	pul
pulletjes	=	pul
pulli	noun	[A] trui met col, onder een andere trui of een overhemd gedragen
pulli's	=	pulli
pullka	noun	trekken van een zware slee over een strand
pullman	noun	van alle gemakken voorzien spoorrijtuig
pullmans	=	pullman
pullover	noun	gebreide herentrui met mouwen die over een overhemd gedragen wordt
pullovers	=	pullover
pullovertje	=	pullover
pullovertjes	=	pullover
pulls	=	pull
pullus	noun	jonge, nog nog met dons beklede vogel
pulmonaal	adj	betrekking hebbend op de longen
pulmonaals	=	pulmonaal
pulmonair	adj	met betrekking tot de longen
pulmonaire	=	pulmonair
pulmonairs	=	pulmonair
pulmonale	=	pulmonaal
pulo-annaans	noun	een dialect van het Sonsorolees dat gesproken wordt gesproken in Palau
pulp	noun	papachtige brij (weke massa), door vermalen van plantaardig materiaal verkregen
pulpanecrose	noun	het afsterven van de tandpulpa
pulpblaadje	=	pulpblad
pulpblaadjes	=	pulpblad
pulpblad	noun|informal	roddelblad
pulpbladen	=	pulpblad
pulpboek	noun	goedkoop, massaal geproduceerd boek of tijdschrift dat oorspronkelijk werd gedrukt op goedkoop houtpulp-papier
pulpboeken	=	pulpboek
pulpboekje	=	pulpboek
pulpboekjes	=	pulpboek
pulpdetective	noun	goedkoop in grote aantallen gedrukt verhaal over een speurder die tracht misdaden op te lossen
pulpdetectives	=	pulpdetective
pulpitum	noun	schuin oplopende lessenaar
pulpitums	=	pulpitum
pulplectuur	noun	een reeks goedkope fictie-tijdschriften die werden gepubliceerd van de jaren 20 tot de jaren 50 van de 20e eeuw
pulplectuurtje	=	pulplectuur
pulplectuurtjes	=	pulplectuur
pulppers	noun	pers voor het verwijderen van het overtollige water uit houtpulp
pulppersen	=	pulppers
pulppersje	=	pulppers
pulppersjes	=	pulppers
pulproman	noun	ter ontspanning ende vermaak geschreven werk met een eenvoudige plot
pulpromannetje	=	pulproman
pulpromannetjes	=	pulproman
pulpromans	=	pulproman
puls	noun	impuls
pulsar	noun	een snel ronddraaiende neutronenster die elektromagnetische straling uitzendt
pulsars	=	pulsar
pulsatie	noun	het pulseren
pulsatief	adj	kloppend
pulsatiefs	=	pulsatief
pulsaties	=	pulsatie
pulsatietje	=	pulsatie
pulsatietjes	=	pulsatie
pulsatieve	=	pulsatief
pulsbuis	noun	boorbuis waarin bij het pulsen de puls neergelaten wordt
pulsbuizen	=	pulsbuis
pulscode	noun	elk van de vele codes die wordt gebruikt om aan een reeks pulsen betekenis toe te kennen
pulscodemodulatie	noun	is een digitale voorstelling van een analoog signaal, waarbij de signaalwaarde op regelmatige tijdstippen bemonsterd wordt, en gekwantiseerd tot een serie waarden in een digitale (binaire) code.
pulscodes	=	pulscode
pulscodetje	=	pulscode
pulscodetjes	=	pulscode
pulse	=	pulsen
pulseer	=	pulseren
pulseerde	=	pulseren
pulseerden	=	pulseren
pulseert	=	pulseren
pulsen	verb	methode bij grondboringen, waarbij een buis, die van onderen open is, op diepte wordt gedrukt door grond onder uit de paal te scheppen
pulsend	=	pulsen
pulsende	=	pulsen
pulsere	=	pulseren
pulseren	verb	ritmisch sterker en zwakker worden
pulserend	=	pulseren
pulserende	=	pulseren
pulsje	=	puls
pulsjes	=	puls
pulspaal	noun	paal die in de grond gepulst wordt
pulspaaltje	=	pulspaal
pulspaaltjes	=	pulspaal
pulspalen	=	pulspaal
pulsput	noun	met een puls gemaakte put
pulsputje	=	pulsput
pulsputjes	=	pulsput
pulsputten	=	pulsput
pulst	=	pulsen
pulste	=	pulsen
pulsteller	noun	meetinstrument om pulsen te tellen
pulstellers	=	pulsteller
pulstellertje	=	pulsteller
pulstellertjes	=	pulsteller
pulsten	=	pulsen
pulsvissen	verb	vis vangen door middel van elektrische stroom
pulver	=	pulveren
pulverachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van pulver, poederachtig
pulverachtige	=	pulverachtig
pulverachtiger	=	pulverachtig
pulverachtigere	=	pulverachtig
pulverachtigers	=	pulverachtig
pulverachtigs	=	pulverachtig
pulverachtigst	=	pulverachtig
pulverachtigste	=	pulverachtig
pulverde	=	pulveren
pulverden	=	pulveren
pulvere	=	pulveren
pulveren	verb|obsolete	tot pulver worden
pulverend	=	pulveren
pulverende	=	pulveren
pulverig	adj	met de eigenschappen van poeder
pulverige	=	pulverig
pulveriger	=	pulverig
pulverigere	=	pulverig
pulverigers	=	pulverig
pulverigs	=	pulverig
pulverigst	=	pulverig
pulverigste	=	pulverig
pulverisateur	noun	instrument waarmee men een vloeistof in zeer fijn verdeelde vorm verspreidt
pulverisateurs	=	pulverisateur
pulverisateurtje	=	pulverisateur
pulverisateurtjes	=	pulverisateur
pulverisatie	noun	het pulveriseren
pulverisaties	=	pulverisatie
pulverisator	noun	instrument waarmee men een vloeistof in zeer fijn verdeelde vorm verspreidt
pulverisatoren	=	pulverisator
pulverisators	=	pulverisator
pulverisatortje	=	pulverisator
pulverisatortjes	=	pulverisator
pulveriseer	=	pulveriseren
pulveriseerde	=	pulveriseren
pulveriseerden	=	pulveriseren
pulveriseert	=	pulveriseren
pulverisere	=	pulveriseren
pulveriseren	verb	tot kleine deeltjes terugbrengen (tot poeder wrijven of stampen), verpulveren
pulveriserend	=	pulveriseren
pulveriserende	=	pulveriseren
pulvert	=	pulveren
pummel	noun	lomperd
pummelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van pummel
pummelachtige	=	pummelachtig
pummelachtiger	=	pummelachtig
pummelachtigere	=	pummelachtig
pummelachtigers	=	pummelachtig
pummelachtigs	=	pummelachtig
pummelachtigst	=	pummelachtig
pummelachtigste	=	pummelachtig
pummelig	adj	zoals past bij een pummel
pummelige	=	pummelig
pummeliger	=	pummelig
pummeligere	=	pummelig
pummeligers	=	pummelig
pummeligs	=	pummelig
pummeligst	=	pummelig
pummeligste	=	pummelig
pummels	=	pummel
pummeltje	=	pummel
pummeltjes	=	pummel
pump	noun	een damesschoen zonder sluiting en met hoge hak
pumpje	=	pump
pumpjes	=	pump
pumps	=	pump
puna-ibis	noun	Plegadis ridgwayi vogel uit de familie van ibissen en lepelaars (Threskiornithidae).
puna-ibisje	=	puna-ibis
puna-ibisjes	=	puna-ibis
puna-ibissen	=	puna-ibis
puna-tinamoe	noun	Tinamotis pentlandii een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
puna-tinamoes	=	puna-tinamoe
puna-tinamoetje	=	puna-tinamoe
puna-tinamoetjes	=	puna-tinamoe
punadistelstaart	noun	Asthenes helleri een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
punadistelstaarten	=	punadistelstaart
punadistelstaartje	=	punadistelstaart
punadistelstaartjes	=	punadistelstaart
punafuten	=	punafuut
punafuut	noun	Podiceps taczanowskii een vogelsoort uit de familie van de futen en is vernoemd naar de Polen dierkundige Wladyslaw Taczanowski.
punafuutje	=	punafuut
punafuutjes	=	punafuut
punagrondtiran	noun	Muscisaxicola juninensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
punagrondtirannen	=	punagrondtiran
punagrondtirannetje	=	punagrondtiran
punagrondtirannetjes	=	punagrondtiran
punaholengraver	noun	Geositta punensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
punaholengravers	=	punaholengraver
punaholengravertje	=	punaholengraver
punaholengravertjes	=	punaholengraver
punaise	noun	een korte spijker of speld met een zeer brede kop, waardoor hij met de hand in een zachte ondergrond (bijvoorbeeld hout) te drukken is
punaises	=	punaise
punaisetje	=	punaise
punaisetjes	=	punaise
punakoet	noun	Fulica ardesiaca een vogel uit de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).
punakoeten	=	punakoet
punakoetje	=	punakoet
punakoetjes	=	punakoet
punakwartelsnip	noun	Thinocorus orbignyianus een vogel uit de familie Thinocoridae (Kwartelsnippen).
punakwartelsnipje	=	punakwartelsnip
punakwartelsnipjes	=	punakwartelsnip
punakwartelsnippen	=	punakwartelsnip
punamuis	noun	Punomys lemminus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
punamuisje	=	punamuis
punamuisjes	=	punamuis
punamuizen	=	punamuis
punapieper	noun	Anthus brevirostris een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
punapiepers	=	punapieper
punapiepertje	=	punapieper
punapiepertjes	=	punapieper
punaplevier	noun	Charadrius alticola een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
punaplevieren	=	punaplevier
punapleviertje	=	punaplevier
punapleviertjes	=	punaplevier
punasaffraangors	noun	Sicalis lutea een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
punasaffraangorsje	=	punasaffraangors
punasaffraangorsjes	=	punasaffraangors
punasaffraangorzen	=	punasaffraangors
punasierragors	noun	Phrygilus punensis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
punasierragorsje	=	punasierragors
punasierragorsjes	=	punasierragors
punasierragorzen	=	punasierragors
punataling	noun	Spatula puna een vogel uit de familie Anatidae.
punatalingen	=	punataling
punatalinkje	=	punataling
punatalinkjes	=	punataling
punch	noun	opzettelijke krachtige aanraking
punchkom	noun	kom waarin men een warme alcoholische drank met vruchten kan bereiden en opdienen
punchkommen	=	punchkom
punchkommetje	=	punchkom
punchkommetjes	=	punchkom
punchlepel	noun	lepel om punch uit de bowl in de glazen te scheppen
punchlepels	=	punchlepel
punchlepeltje	=	punchlepel
punchlepeltjes	=	punchlepel
punctatie	noun	het puncteren, de puntenvaststelling
punctaties	=	punctatie
puncteer	=	puncteren
puncteerde	=	puncteren
puncteerden	=	puncteren
puncteert	=	puncteren
punctere	=	puncteren
puncteren	verb	met een dun scherp voorwerp doorboren
puncterend	=	puncteren
puncterende	=	puncteren
punctie	noun	een prik met het doel iets uit het lichaam te verwijderen
puncties	=	punctie
punctietje	=	punctie
punctietjes	=	punctie
punctualiteit	noun	het feit dat iets betrouwbaar is; met name over het op tijd rijden van het openbaar vervoer
punctualiteiten	=	punctualiteit
punctuatie	noun	het plaatsen van leestekens in een tekst
punctuaties	=	punctuatie
punctueel	adj	stipt, nauwkeurig
punctueels	=	punctueel
punctueelst	=	punctueel
punctueelste	=	punctueel
punctuele	=	punctueel
punctueler	=	punctueel
punctuelere	=	punctueel
punctuelers	=	punctueel
punctum	intj	punt uit!
puncturen	=	punctuur
punctuur	noun	gat dat door prikken ontstaat
punisch	adj	op de Carthagers en hun cultuur betrekking hebbend
punische	=	punisch
punischer	=	punisch
punischere	=	punisch
punischers	=	punisch
punitief	adj	gericht zijn op het straffen van iemand
punitiefs	=	punitief
punitiefst	=	punitief
punitiefste	=	punitief
punitieve	=	punitief
punitiever	=	punitief
punitievere	=	punitief
punitievers	=	punitief
punjabitalig	adj	Punjabi sprekend
punjabitalige	=	punjabitalig
punjabitaligs	=	punjabitalig
punk	noun	subcultuur, uit de jaren zeventig van de twintigste eeuw van jongeren met een afwijzende maatschappijhouding en opvallend door een vaak provocerende levensstijl (veiligheidsspelden, hanenkammen, piercings), later vooral gericht op mode en muziek	adj	van een punk, behorend tot de punk
punkachtig	adj	lijkend op punk, wat verwijst naar een rebelse, anti-establishment houding en stijl, gekenmerkt door ruwe rockmuziek, provocerende kleding (hanenkammen, veiligheidsspelden, gescheurde kleding) en een 'no future'-mentaliteit, als reactie op de mainstream maatschappij
punkachtige	=	punkachtig
punkachtiger	=	punkachtig
punkachtigere	=	punkachtig
punkachtigers	=	punkachtig
punkachtigs	=	punkachtig
punkachtigst	=	punkachtig
punkachtigste	=	punkachtig
punkband	noun	band die punk speelt
punkbandje	=	punkband
punkbandjes	=	punkband
punkbands	=	punkband
punkbeweging	noun	jeugdcultuur uit de jaren '80 van de twintigste eeuw
punkbewegingen	=	punkbeweging
punkbeweginkje	=	punkbeweging
punkbeweginkjes	=	punkbeweging
punker	noun	liefhebber van punkmuziek en het uiterlijk heeft dat daarbij hoort
punkers	=	punker
punkertje	=	punker
punkertjes	=	punker
punkgroep	noun	muziekgezelschap dat eenvoudige, luide rockmuziek speelt zoals die paste bij een stroming die zich rond 1980 afwijzend opstelde tegenover de gevestigde orde
punkgroepen	=	punkgroep
punkgroepje	=	punkgroep
punkgroepjes	=	punkgroep
punkpop	noun	muziek genre dat een combinatie is van popmuziek en punkmuziek
punkrock	noun	punk met de nadruk op rock
punks	=	punk
punnik	=	punniken
punnike	=	punniken
punniken	verb	een eenvoudig soort handwerken waarbij je lange gebreide koorden kunt maken met een doorboord stuk hout met 3 of 4 spijkers erop
punnikend	=	punniken
punnikende	=	punniken
punnikt	=	punniken
punnikte	=	punniken
punnikten	=	punniken
punomierpitta	noun	Grallaria sinaensis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
punomierpitta's	=	punomierpitta
punomierpittaatje	=	punomierpitta
punomierpittaatjes	=	punomierpitta
puns	=	punch
punt	noun	een positie in de ruimte
puntadevacaschinchillarat	noun	Abrocoma vaccarum een chinchillarat die voorkomt in de Argentijnse provincie Mendoza, in de Punta de Vacas.
puntadevacaschinchillaratje	=	puntadevacaschinchillarat
puntadevacaschinchillaratjes	=	puntadevacaschinchillarat
puntadevacaschinchillaratten	=	puntadevacaschinchillarat
puntagaat	noun	witte tot grijze, doorschijnende chalcedoon, waarin kleine, rode punten of vlekjes van ijzeroxide aanwezig zijn
puntagaatje	=	puntagaat
puntagaatjes	=	puntagaat
puntagaten	=	puntagaat
puntbaard	noun	baard die in een punt eindigt
puntbaarden	=	puntbaard
puntbaardje	=	puntbaard
puntbaardjes	=	puntbaard
puntbeitel	noun	puntige, smalle beitel (waarmee men kan punten)
puntbeitels	=	puntbeitel
puntbeiteltje	=	puntbeitel
puntbeiteltjes	=	puntbeitel
puntbijvlieg	noun	Eristalis nemorum een tweevleugelig insect uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
puntbijvliegen	=	puntbijvlieg
puntbijvliegje	=	puntbijvlieg
puntbijvliegjes	=	puntbijvlieg
puntbogen	=	puntboog
puntbol	noun	bol die is gedegenereerd tot een punt dus met een straal van nul
puntbollen	=	puntbol
puntbolletje	=	puntbol
puntbolletjes	=	puntbol
puntboog	noun	spits toelopende boog bestaande uit twee cirkelbogen die elkaar in den top snijden
puntboogje	=	puntboog
puntboogjes	=	puntboog
puntbroden	=	puntbrood
puntbron	noun	een in een punt geconcentreerd gedachte trillingsbron waarvandaan de energie zich in alle richtingen gelijkelijk uitbreidt.
puntbronnen	=	puntbron
puntbronnetje	=	puntbron
puntbronnetjes	=	puntbron
puntbrood	noun	een soort brood dat lijkt op baguette maar dat iets kleiner en zachter is
puntbroodje	noun	alleen verkleinwoord puntvormig broodje ook wel genoemd puntje
puntbroodjes	=	puntbrood
puntcirkel	noun	cirkel die is gedegenereerd tot een punt dus met een straal van nul
puntcirkels	=	puntcirkel
puntcirkeltje	=	puntcirkel
puntcirkeltjes	=	puntcirkel
puntdak	noun	dak waarbij de dwarse doorsnede de vorm van een scherpe hoek heeft
puntdaken	=	puntdak
puntdakje	=	puntdak
puntdakjes	=	puntdak
puntdeur	noun	type deur van een sluis die onder een stompe hoek samenkomt met de andere sluisdeur
puntdeuren	=	puntdeur
puntdeurtje	=	puntdeur
puntdeurtjes	=	puntdeur
puntdiagram	noun	diagram met punten die het resultaat zijn van een aantal metingen of berekeningen
puntdiagrammen	=	puntdiagram
puntdiagrammetje	=	puntdiagram
puntdiagrammetjes	=	puntdiagram
puntdicht	noun	kort gedicht dat op een compacte, geestige en vaak scherpe manier een zekere waarheid bevat
puntdichten	=	puntdicht
puntdichter	noun	iemand die puntdichten maakt
puntdichters	=	puntdichter
puntdichtje	=	puntdicht
puntdichtjes	=	puntdicht
punte	=	punten
punteer	=	punteren
punteerde	=	punteren
punteerden	=	punteren
punteert	=	punteren
puntelijk	adj	heel precies; zich heel goed aan afspraken houdend
puntelijke	=	puntelijk
puntelijker	=	puntelijk
puntelijkere	=	puntelijk
puntelijkers	=	puntelijk
puntelijks	=	puntelijk
puntelijkst	=	puntelijk
puntelijkste	=	puntelijk
punteloos	adj	zonder een scherpe punt
punteloost	=	punteloos
puntelooste	=	punteloos
punteloze	=	punteloos
puntelozer	=	punteloos
puntelozere	=	punteloos
puntelozers	=	punteloos
punten	verb	uitlopen, kiemen
puntenaantal	noun	de hoeveelheid punten dat wordt toegekend
puntenaantallen	=	puntenaantal
puntenaantalletje	=	puntenaantal
puntenaantalletjes	=	puntenaantal
puntenaftrek	noun	het in mindering brengen van strafpunten
puntenaftrekje	=	puntenaftrek
puntenaftrekjes	=	puntenaftrek
puntenaftrekken	=	puntenaftrek
puntenberekening	noun	berekening van het aantal punten
puntenberekeningen	=	puntenberekening
puntend	=	punten
puntende	=	punten
puntendeling	noun	het gelijk verdelen van de punten ofwel gelijkspel
puntendelingen	=	puntendeling
puntendelinkje	=	puntendeling
puntendelinkjes	=	puntendeling
puntengrens	noun	aantal behaalde punten dat men kan zien als een mijlpaal
puntengrenzen	=	puntengrens
puntenklassement	noun	klassement voor de sprinters van een etappe wedstrijd
puntenklassementen	=	puntenklassement
puntenkoers	noun	wielerwedstrijd, waarbij een jury punten toekent
puntenkoersen	=	puntenkoers
puntenkoersje	=	puntenkoers
puntenkoersjes	=	puntenkoers
puntenlijst	noun	lijst waarop iemands behaalde punten staan, rapport
puntenlijsten	=	puntenlijst
puntenlijstje	=	puntenlijst
puntenlijstjes	=	puntenlijst
puntenrijbewijs	noun	rijbewijs dat wordt afgenomen als men een voldoende aantal ernstige, met strafpunten gewaardeerde overtredingen heeft begaan
puntenrijbewijzen	=	puntenrijbewijs
puntenruimte	noun	een verzameling van punten in de ruimte
puntenruimten	=	puntenruimte
puntenruimtes	=	puntenruimte
puntenruimtetje	=	puntenruimte
puntenruimtetjes	=	puntenruimte
puntenslijper	noun	taps toelopende houder met een mesje dat bedoeld is voor het aanslijpen van een verse punt aan een potlood
puntenslijpers	=	puntenslijper
puntenslijpertje	=	puntenslijper
puntenslijpertjes	=	puntenslijper
puntenstelsel	noun	stelsel waarbij een aantal punten wordt gesommeerd om een eindscore te krijgen, puntensysteem
puntenstelsels	=	puntenstelsel
puntenstelseltje	=	puntenstelsel
puntenstelseltjes	=	puntenstelsel
puntensysteem	noun	systeem waar voor elke situatie een berekening wordt toegepast waar een aantal verschillende factoren met een eigen aantal punten wordt gewaardeerd en gesommeerd tot een eindtotaal
puntensysteempje	=	puntensysteem
puntensysteempjes	=	puntensysteem
puntensystemen	=	puntensysteem
puntental	noun	een aantal punten
puntentallen	=	puntental
puntentelling	noun	het tellen van de punten
puntentellingen	=	puntentelling
puntentellinkje	=	puntentelling
puntentellinkjes	=	puntentelling
puntentotaal	noun	de som van alle behaalde punten in een serie wedstrijden
puntentotalen	=	puntentotaal
puntentrui	noun	trui die tijdens een meerdaagse wielerwedstrijd gedragen wordt door degene die het hoogste aantal punten heeft behaald
puntentruien	=	puntentrui
puntentruitje	=	puntentrui
puntentruitjes	=	puntentrui
puntenverdeling	noun	hoe de wedstrijdpunten verspreid worden over de verschillende deelnemers
puntenverdelingen	=	puntenverdeling
puntenverdelinkje	=	puntenverdeling
puntenverdelinkjes	=	puntenverdeling
puntenverlies	noun	het minder dan het maximaal haalbare aantal punten halen in een wedstrijd of spel
puntenverliezen	=	puntenverlies
puntenwaarde	noun	waarde in punten volgens een bepaalde berekening toegepast in een puntensysteem
puntenwaarden	=	puntenwaarde
puntenwaardes	=	puntenwaarde
puntenwaardetje	=	puntenwaarde
puntenwaardetjes	=	puntenwaarde
puntenwolk	noun	grafiek met punten die het resultaat zijn van een aantal metingen of berekeningen
puntenwolken	=	puntenwolk
puntenwolkje	=	puntenwolk
puntenwolkjes	=	puntenwolk
punter	noun	scheepstype gekenmerkt door een vlakke bodem, rechte sterk hellende (vallende) stevens en hoekige spanten
punterde	=	punteren
punterden	=	punteren
puntere	=	punteren
punteren	verb	met een punter varen
punterend	=	punteren
punterende	=	punteren
punters	=	punter
puntert	=	punteren
puntertje	=	punter
puntertjes	=	punter
puntgaaf	adj	helemaal gaaf zonder enige beschadiging
puntgaafs	=	puntgaaf
puntgaafst	=	puntgaaf
puntgaafste	=	puntgaaf
puntgave	=	puntgaaf
puntgaver	=	puntgaaf
puntgavere	=	puntgaaf
puntgavers	=	puntgaaf
puntgevel	noun	boven in een punt uitlopende gevel
puntgevels	=	puntgevel
puntgeveltje	=	puntgevel
puntgeveltjes	=	puntgevel
puntglanspriemkever	noun	Bembidion properans een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
puntglanspriemkevers	=	puntglanspriemkever
puntglanspriemkevertje	=	puntglanspriemkever
puntglanspriemkevertjes	=	puntglanspriemkever
puntgroep	noun	een verzameling eigenlijke en oneigenlijke rotaties die een groep vormen en de symmetrie rond een centraal punt beschrijven
puntgroepen	=	puntgroep
punthaak	noun	[<][>] elk van beide spiegelbeeldige puntvormige leestekens waarmee een bepaald deel van een tekst kan worden gemarkeerd
punthaakje	=	punthaak
punthaakjes	=	punthaak
punthaken	=	punthaak
punthamer	noun	hamer waarvan een einde een punt heeft (en waarmee men goed kan punten)
punthamers	=	punthamer
punthamertje	=	punthamer
punthamertjes	=	punthamer
punthoofd	noun	hoofdvorm die men verkrijgt indien men te lang onderworpen is aan stress (vooral door kleine kinderen)
punthoofden	=	punthoofd
punthoofdje	=	punthoofd
punthoofdjes	=	punthoofd
puntig	adj	met een vorm die scherpe uitsteeksels bevat
puntige	=	puntig
puntiger	=	puntig
puntigere	=	puntig
puntigers	=	puntig
puntigs	=	puntig
puntigst	=	puntig
puntigste	=	puntig
puntje	noun	alleen verkleinwoord langwerpig broodje
puntjes	=	punt
puntjesboek	noun	tekenboek waarin tekeningen gemaakt kunnen worden door (genummerde) puntjes met elkaar te verbinden
puntjesboeken	=	puntjesboek
puntjesboekje	=	puntjesboek
puntjesboekjes	=	puntjesboek
puntkokkel	noun	Patella vulgata een in zee levende slakkensoort uit de familie van de Patellidae
puntkokkels	=	puntkokkel
puntkokkeltje	=	puntkokkel
puntkokkeltjes	=	puntkokkel
puntkomma	noun	een leesteken dat twee nauw aan elkaar gerelateerde zinnen tot een geheel verbindt (;)
puntkomma's	=	puntkomma
puntkommaatje	=	puntkomma
puntkommaatjes	=	puntkomma
puntkop	noun	kegelvormige uiteinde van een klinknagel
puntkopje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort spin, Erigonoplus justus uit de familie van de hangmatspinnen (Linyphiidae); de wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd in 1875 door Octavius Pickard-Cambridge
puntkopjes	=	puntkopje
puntkoppen	=	puntkop
puntkroos	noun	bepaald soort plant die voorkomt in Europa, Azië, Noord-Amerika en Mexico, Lemna trisulca uit de aronskelkfamilie Araceae
puntkroosje	=	puntkroos
puntkroosjes	=	puntkroos
puntkrozen	=	puntkroos
puntlaars	noun	laars met een puntige voorkant
puntlaarsje	=	puntlaars
puntlaarsjes	=	puntlaars
puntlaarzen	=	puntlaars
puntlading	noun	een elektrische lading in een wiskundig punt zonder dimensies
puntladingen	=	puntlading
puntladinkje	=	puntlading
puntladinkjes	=	puntlading
puntlas	=	puntlassen
puntlasse	=	puntlassen
puntlassen	verb	lassen, waarbij de te verbinden delen door verhitting (meestal door het doorvoeren van een stroom) half-vloeibaar worden, waarna door krachtig drukken, de verbinding ontstaat
puntlassend	=	puntlassen
puntlassende	=	puntlassen
puntlast	=	puntlassen
puntlaste	=	puntlassen
puntlasten	=	puntlassen
puntlijn	noun	lijn bestaande uit puntjes, stippellijn
puntlijnen	=	puntlijn
puntlijntje	=	puntlijn
puntlijntjes	=	puntlijn
puntloos	adj	zonder punten
puntloost	=	puntloos
puntlooste	=	puntloos
puntloze	=	puntloos
puntlozer	=	puntloos
puntlozere	=	puntloos
puntlozers	=	puntloos
puntmassa	noun	massa die in een wiskundig punt geconcentreerd gedacht is
puntmassa's	=	puntmassa
puntmotief	noun	uit punten bestaand herhalingspatroon
puntmotiefje	=	puntmotief
puntmotiefjes	=	puntmotief
puntmotieven	=	puntmotief
puntmutatie	noun	een mutatie waarbij één nucleotide in het DNA door één andere nucleotide vervangen wordt
puntmutaties	=	puntmutatie
puntmutatietje	=	puntmutatie
puntmutatietjes	=	puntmutatie
puntmuts	noun	in een punt eindigende muts
puntmutsen	=	puntmuts
puntmutsje	=	puntmuts
puntmutsjes	=	puntmuts
puntmutswasplaat	noun	Hygrocybe acutoconica een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
puntmutswasplaatje	=	puntmutswasplaat
puntmutswasplaatjes	=	puntmutswasplaat
puntmutswasplaten	=	puntmutswasplaat
puntneus	noun	puntig uitlopende neus
puntneusje	=	puntneus
puntneusjes	=	puntneus
puntneusslang	noun	Rhinocheilus lecontei een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
puntneusslangen	=	puntneusslang
puntneusslangetje	=	puntneusslang
puntneusslangetjes	=	puntneusslang
puntneuzen	=	puntneus
puntombervis	noun	Leiostomus xanthurus een straalvinnige vis uit de familie van ombervissen (Sciaenidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
puntombervisje	=	puntombervis
puntombervisjes	=	puntombervis
puntombervissen	=	puntombervis
puntpaprika	noun	spits toelopende vrucht van bepaalde variëteiten van Capsicum annuum
puntpaprika's	=	puntpaprika
puntschoen	noun	schoen met spitse neus
puntschoenen	=	puntschoen
puntschoentje	=	puntschoen
puntschoentjes	=	puntschoen
puntschubmier	noun	Lasius jensi een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
puntschubmieren	=	puntschubmier
puntschubmiertje	=	puntschubmier
puntschubmiertjes	=	puntschubmier
puntsgewijs	adj	per punt gedaan	adv	op een puntsgewijze manier
puntsgewijze	=	puntsgewijs
puntslag	noun	stalen pen met een harde, scherpe punt waarmee men een deukje in metaal kan maken door er met een hamer op te slaan
puntslagen	=	puntslag
puntslagje	=	puntslag
puntslagjes	=	puntslag
puntsnuitdraakvis	noun	Hydrolagus trolli een in 2002 beschreven soort draakvis.
puntsnuitdraakvisje	=	puntsnuitdraakvis
puntsnuitdraakvisjes	=	puntsnuitdraakvis
puntsnuitdraakvissen	=	puntsnuitdraakvis
puntstaartaal	noun	Myrichthys breviceps een straalvinnige vissensoort uit de familie van slangalen (Ophichthidae).
puntstaartaaltje	=	puntstaartaal
puntstaartaaltjes	=	puntstaartaal
puntstaartalen	=	puntstaartaal
puntstaarttiran	noun	Culicivora caudacuta een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
puntstaarttirannen	=	puntstaarttiran
puntstaarttirannetje	=	puntstaarttiran
puntstaarttirannetjes	=	puntstaarttiran
puntstaartwormhagedissen	noun	een familie Trogonophidae van reptielen uit de onderorde wormhagedissen (Amphisbaenia)
puntstok	noun	stok met een punt aan de onderkant bijv. een skistok of als gebruikt bij nordic walking
puntstokje	=	puntstok
puntstokjes	=	puntstok
puntstokken	=	puntstok
puntstuk	noun	onderdeel voor het verbinden van twee buizen
puntstukje	=	puntstuk
puntstukjes	=	puntstuk
puntstukken	=	puntstuk
punttandvleerhond	noun	Pteralopex atrata een vleermuis uit het geslacht der apenkopvleermuizen (Pteralopex) die voorkomt op Guadalcanal en New Georgia in de Salomonseilanden.
punttandvleerhonden	=	punttandvleerhond
punttandvleerhondje	=	punttandvleerhond
punttandvleerhondjes	=	punttandvleerhond
puntte	=	punten
puntten	=	punten
puntverlies	noun	geen of minder dan het maximaal aantal punten scoren in een wedstrijd
puntverliesje	=	puntverlies
puntverliesjes	=	puntverlies
puntverliezen	=	puntverlies
puntverzameling	noun	verzameling van punten
puntverzamelingen	=	puntverzameling
puntverzamelingetje	=	puntverzameling
puntverzamelingetjes	=	puntverzameling
puntvijl	noun	puntig toelopende vijl
puntvijlen	=	puntvijl
puntvijltje	=	puntvijl
puntvijltjes	=	puntvijl
puntvleugelpalpmot	noun	Brachmia blandella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
puntvleugelpalpmotje	=	puntvleugelpalpmot
puntvleugelpalpmotjes	=	puntvleugelpalpmot
puntvleugelpalpmotten	=	puntvleugelpalpmot
puntvormig	adj	vorm van een punt hebbend
puntvormige	=	puntvormig
puntvormiger	=	puntvormig
puntvormigere	=	puntvormig
puntvormigers	=	puntvormig
puntvormigs	=	puntvormig
puntvormigst	=	puntvormig
puntvormigste	=	puntvormig
puntwederik	noun	bepaald soort overblijvende plant, Lysimachia punctata uit de sleutelbloemfamilie Primulaceae
puntwederikje	=	puntwederik
puntwederikjes	=	puntwederik
puntwederikken	=	puntwederik
puntzak	noun	driehoekige zak meestal vervaardigd van papier
puntzakje	=	puntzak
puntzakjes	=	puntzak
puntzakken	=	puntzak
puntzeef	noun	zeef die naar beneden in een punt toeloopt waar ingrediënten met een (houten) lepel doorheen kunnen worden geduwd
puntzeefje	=	puntzeef
puntzeefjes	=	puntzeef
puntzeven	=	puntzeef
pup	noun	jonge hond
pupil	noun	minderjarige onder voogdij
pupildilatatie	noun	pupilverwijding
pupildilataties	=	pupildilatatie
pupildilatatietje	=	pupildilatatie
pupildilatatietjes	=	pupildilatatie
pupillen	=	pupil
pupilletje	=	pupil
pupilletjes	=	pupil
pupiter	noun	standaard om bladmuziek op te plaatsen
pupiters	=	pupiter
pupitertje	=	pupiter
pupitertjes	=	pupiter
pupje	=	pup
pupjes	=	pup
puppy	noun	pasgeboren hond, jonge hond
puppy's	=	puppy
puppy'tje	=	puppy
puppy'tjes	=	puppy
puppypoep	noun	poep van puppy’s
puppypoepen	=	puppypoep
puppypoepje	=	puppypoep
puppypoepjes	=	puppypoep
pups	=	pup
pur	noun	type kunststof dat licht en buigzaam en toch sterk en slijtvast is
pure	=	puur
puree	noun	warm gerecht van fijngestampte of gezeefde aardappelen, tomaten of andere groenten, vruchten enz., waar meestal nog een zuivelproduct zoals melk aan is toegevoegd
pureeknijper	noun	een keukenhulpmiddel waarmee je gekookte aardappelen door een geperforeerd rooster drukt om een zeer fijne, luchtige puree te maken
pureeknijpers	=	pureeknijper
pureeknijpertje	=	pureeknijper
pureeknijpertjes	=	pureeknijper
pureepers	noun	een keukenhulpmiddel waarmee je gekookte aardappelen door een geperforeerd rooster drukt om een zeer fijne, luchtige puree te maken
pureepersen	=	pureepers
pureepersje	=	pureepers
pureepersjes	=	pureepers
pureer	=	pureren
pureerde	=	pureren
pureerden	=	pureren
pureert	=	pureren
purees	=	puree
pureestamper	noun	huishoudelijk apparaat waarmee men gekookte aardappels kan stampen
pureestampers	=	pureestamper
pureestampertje	=	pureestamper
pureestampertjes	=	pureestamper
pureetje	=	puree
puren	verb	iets schoonmaken
purend	=	puren
purende	=	puren
purere	=	pureren
pureren	verb	voedsel fijnmaken tot een egale halfvloeibare massa met behulp van een mixer, foodprocessor, blender, stamper of zeef
purerend	=	pureren
purerende	=	pureren
purgatie	noun	zuivering van maag en ingewanden door het innemen van een purgeermiddel
purgatief	noun	middel tegen verstopping, laxeermiddel	adj	laxerend
purgatiefs	=	purgatief
purgatiefst	=	purgatief
purgatiefste	=	purgatief
purgaties	=	purgatie
purgatietje	=	purgatie
purgatietjes	=	purgatie
purgatieve	=	purgatief
purgatieven	=	purgatief
purgatiever	=	purgatief
purgatievere	=	purgatief
purgatievers	=	purgatief
purgatoria	=	purgatorium
purgatorium	noun	een denkbeeldige plaats waar de zielen van gestorven personen gereinigd worden
purgatoriumpje	=	purgatorium
purgatoriumpjes	=	purgatorium
purgatoriums	=	purgatorium
purgeer	=	purgeren
purgeerde	=	purgeren
purgeerden	=	purgeren
purgeermiddel	noun|obsolete	middel dat defaecatie veroorzaakt en daardoor de darmen en het lichaam zou reinigen
purgeermiddelen	=	purgeermiddel
purgeermiddeltje	=	purgeermiddel
purgeernoot	noun	Jatropha curcas een plant uit de familie van de wolfsmelkachtigen (Euphorbiaceae).
purgeernootje	=	purgeernoot
purgeernootjes	=	purgeernoot
purgeernoten	=	purgeernoot
purgeert	=	purgeren
purgere	=	purgeren
purgeren	verb	laxeren, afdrijven
purgerend	adj	betreft het ledigen van de maag of darmen, vaak door middel van laxeermiddelen of opwekken van braken
purgerende	=	purgeren
purgerender	=	purgerend
purgerendere	=	purgerend
purgerenders	=	purgerend
purgerends	=	purgerend
purgerendst	=	purgerend
purgerendste	=	purgerend
purificatie	noun	reiniging, zuivering, loutering
purificaties	=	purificatie
purificatoria	=	purificatorium
purificatorium	noun	linnen doekje om de miskelk te reinigen
purificatoriumpje	=	purificatorium
purificatoriumpjes	=	purificatorium
purificeren	verb	reinigen
purine	noun	een heterocyclische verbinding met de chemische formule C₅H₄N₄ die de basis is voor de groep derivaten die purines genoemd worden, organische basen die bestaan uit gesubstitueerd purine.
purinen	=	purine
purines	=	purine
purisme	noun	streven naar puurheid
purismen	=	purisme
purist	noun	iemand die zuiverheid nastreeft en geen verandering of vernieuwing tolereert
puristen	=	purist
puristisch	adj	van of als van een purist, van de aard van het purisme
puristische	=	puristisch
puristischer	=	puristisch
puristischere	=	puristisch
puristischers	=	puristisch
puritanisme	noun	levenshouding en streven van de puriteinen
puritanismen	=	puritanisme
puritein	noun	een (te) strenge protestant die streeft naar zuiverheid van godsdienst en levenswandel
puriteinen	=	puritein
puriteins	adj	vroom, sober, ingetogen en streng
puriteinse	=	puriteins
puriteinser	=	puriteins
puriteinsere	=	puriteins
puriteinsers	=	puriteins
puriteinst	=	puriteins
puriteinste	=	puriteins
purkabel	noun	een of meer elektrische leidingen in een mantel van polyurethaan Voordelen van pur als mantel zijn slijtvastheid, het lichte gewicht en de bestendigheid tegen chemische stoffen en temperatuurverschillen.
purkabels	=	purkabel
purper	noun	een paarsige kleur	adj	de kleur purper hebbend
purperastrild	noun	Pyrenestes ostrinus een felgekleurd vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
purperastrilden	=	purperastrild
purperastrildje	=	purperastrild
purperastrildjes	=	purperastrild
purperbaardhelmkolibrie	noun	Oxypogon stuebelii een vogel uit de familie der kolibries (Trochilidae).
purperbaardhelmkolibries	=	purperbaardhelmkolibrie
purperbaardhelmkolibrietje	=	purperbaardhelmkolibrie
purperbaardhelmkolibrietjes	=	purperbaardhelmkolibrie
purperbandgrondduif	noun	Paraclaravis geoffroyi een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
purperbandgrondduifje	=	purperbandgrondduif
purperbandgrondduifjes	=	purperbandgrondduif
purperbandgrondduiven	=	purperbandgrondduif
purperbeer	noun	Rhyparia purpurata een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
purperbeertje	=	purperbeer
purperbeertjes	=	purperbeer
purperberen	=	purperbeer
purperborstamazilia	noun	Polyerata rosenbergi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
purperborstamazilia's	=	purperborstamazilia
purperborstamaziliaatje	=	purperborstamazilia
purperborstamaziliaatjes	=	purperborstamazilia
purperborstcotinga	noun	Cotinga cotinga een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
purperborstcotinga's	=	purperborstcotinga
purperborstcotingaatje	=	purperborstcotinga
purperborstcotingaatjes	=	purperborstcotinga
purperborstgrondduif	noun	Paraclaravis mondetoura een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
purperborstgrondduifje	=	purperborstgrondduif
purperborstgrondduifjes	=	purperborstgrondduif
purperborstgrondduiven	=	purperborstgrondduif
purperbuikhoningzuiger	noun	Nectarinia purpureiventris een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
purperbuikhoningzuigers	=	purperbuikhoningzuiger
purperbuikhoningzuigertje	=	purperbuikhoningzuiger
purperbuikhoningzuigertjes	=	purperbuikhoningzuiger
purperbuiklori	noun	Lorius hypoinochrous een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
purperbuiklori's	=	purperbuiklori
purperbuiklorietje	=	purperbuiklori
purperbuiklorietjes	=	purperbuiklori
purpercochoa	noun	Cochoa purpurea een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
purpercochoa's	=	purpercochoa
purpercochoaatje	=	purpercochoa
purpercochoaatjes	=	purpercochoa
purperde	=	purperen
purperden	=	purperen
purperduif	noun	Patagioenas subvinacea een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
purperduifje	=	purperduif
purperduifjes	=	purperduif
purperduiven	=	purperduif
purpere	=	purperen
purperen	adj	de kleur purper hebbend
purperend	=	purperen
purperende	=	purperen
purpergaai	noun	Cyanocorax cyanomelas een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
purpergaaien	=	purpergaai
purpergaaitje	=	purpergaai
purpergaaitjes	=	purpergaai
purpergentiaan	noun	Gentiana purpurea een plant die in de westelijke Alpen, de Apennijnen en Noorwegen voorkomt.
purpergentiaantje	=	purpergentiaan
purpergentiaantjes	=	purpergentiaan
purpergentianen	=	purpergentiaan
purperglansspreeuw	noun	Lamprotornis purpureus een vogelsoort uit de familie Sturnidae die iets onder de hele Sahel voorkomt
purperglansspreeuwen	=	purperglansspreeuw
purperglansspreeuwtje	=	purperglansspreeuw
purperglansspreeuwtjes	=	purperglansspreeuw
purperglansvogel	noun	Galbula chalcothorax een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
purperglansvogels	=	purperglansvogel
purperglansvogeltje	=	purperglansvogel
purperglansvogeltjes	=	purperglansvogel
purpergors	noun	Passerina ciris een zangvogel uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae).
purpergorsje	=	purpergors
purpergorsjes	=	purpergors
purpergorzen	=	purpergors
purperhalsglansvogel	noun	Galbula cyanicollis een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
purperhalsglansvogels	=	purperhalsglansvogel
purperhalsglansvogeltje	=	purperhalsglansvogel
purperhalsglansvogeltjes	=	purperhalsglansvogel
purperhoningzuiger	noun	Cinnyris asiatica een klein soort honingzuiger
purperhoningzuigers	=	purperhoningzuiger
purperhoningzuigertje	=	purperhoningzuiger
purperhoningzuigertjes	=	purperhoningzuiger
purperkaartmot	noun	Agonopterix purpurea een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
purperkaartmotje	=	purperkaartmot
purperkaartmotjes	=	purperkaartmot
purperkaartmotten	=	purperkaartmot
purperkapjufferduif	noun	Ptilinopus porphyraceus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
purperkapjufferduifje	=	purperkapjufferduif
purperkapjufferduifjes	=	purperkapjufferduif
purperkapjufferduiven	=	purperkapjufferduif
purperkaplori	noun	Parvipsitta porphyrocephala een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
purperkaplori's	=	purperkaplori
purperkaplorietje	=	purperkaplori
purperkaplorietjes	=	purperkaplori
purperkeelcotinga	noun	Porphyrolaema porphyrolaema een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
purperkeelcotinga's	=	purperkeelcotinga
purperkeelcotingaatje	=	purperkeelcotinga
purperkeelcotingaatjes	=	purperkeelcotinga
purperkeelhoningzuiger	noun	Leptocoma sperata een soort honingzuiger. van Hasselts honingzuiger (L. basiliana) wordt ook wel beschouwd als een ondersoort van deze soort.
purperkeelhoningzuigers	=	purperkeelhoningzuiger
purperkeelhoningzuigertje	=	purperkeelhoningzuiger
purperkeelhoningzuigertjes	=	purperkeelhoningzuiger
purperkeeljuweelkolibrie	noun	Lampornis calolaemus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
purperkeeljuweelkolibries	=	purperkeeljuweelkolibrie
purperkeeljuweelkolibrietje	=	purperkeeljuweelkolibrie
purperkeeljuweelkolibrietjes	=	purperkeeljuweelkolibrie
purperkeelorganist	noun	Euphonia chlorotica een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
purperkeelorganisten	=	purperkeelorganist
purperkeelorganistje	=	purperkeelorganist
purperkeelorganistjes	=	purperkeelorganist
purperkeelvruchtenkraai	noun	Querula purpurata een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
purperkeelvruchtenkraaien	=	purperkeelvruchtenkraai
purperkeelvruchtenkraaitje	=	purperkeelvruchtenkraai
purperkeelvruchtenkraaitjes	=	purperkeelvruchtenkraai
purperknolknikmos	noun	Bryum ruderale een bladmos behorend tot de familie Bryaceae.
purperknolknikmosje	=	purperknolknikmos
purperknolknikmosjes	=	purperknolknikmos
purperknolknikmossen	=	purperknolknikmos
purperknoopjeskorst	noun	Bacidia laurocerasi een korstmos uit de familie Ramalinaceae.
purperknoopjeskorsten	=	purperknoopjeskorst
purperknoopjeskorstje	=	purperknoopjeskorst
purperknoopjeskorstjes	=	purperknoopjeskorst
purperkoet	noun	Porphyrio porphyrio een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
purperkoeten	=	purperkoet
purperkoetje	=	purperkoet
purperkoetjes	=	purperkoet
purperkopglansspreeuw	noun	Hylopsar purpureiceps een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
purperkopglansspreeuwen	=	purperkopglansspreeuw
purperkopglansspreeuwtje	=	purperkopglansspreeuw
purperkopglansspreeuwtjes	=	purperkopglansspreeuw
purperkraagkolibrie	noun	Myrtis fanny een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
purperkraagkolibries	=	purperkraagkolibrie
purperkraagkolibrietje	=	purperkraagkolibrie
purperkraagkolibrietjes	=	purperkraagkolibrie
purperkring	noun	Dendrographa decolorans een korstmos uit de familie Roccellaceae.
purperkringen	=	purperkring
purperkringetje	=	purperkring
purperkringetjes	=	purperkring
purperkroongors	noun	Rhodospingus cruentus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
purperkroongorsje	=	purperkroongors
purperkroongorsjes	=	purperkroongors
purperkroongorzen	=	purperkroongors
purperkruinelfje	noun	Malurus coronatus een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
purperkruinelfjes	=	purperkruinelfje
purperkuiftoerako	noun	Gallirex porphyreolophus een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's).
purperkuiftoerako's	=	purperkuiftoerako
purperkuiftoerakootje	=	purperkuiftoerako
purperkuiftoerakootjes	=	purperkuiftoerako
purperleverkruid	noun	Eupatorium purpureum een kruidachtige vaste plant uit de composietenfamilie.
purperleverkruiden	=	purperleverkruid
purperleverkruidje	=	purperleverkruid
purperleverkruidjes	=	purperleverkruid
purperlibel	noun	Trithemis annulata een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
purperlibellen	=	purperlibel
purperlibelletje	=	purperlibel
purperlibelletjes	=	purperlibel
purpermanteltangare	noun	Iridosornis porphyrocephalus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
purpermanteltangaren	=	purpermanteltangare
purpermanteltangaretje	=	purpermanteltangare
purpermanteltangaretjes	=	purpermanteltangare
purpermaskertangare	noun	Stilpnia larvata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
purpermaskertangaren	=	purpermaskertangare
purpermaskertangaretje	=	purpermaskertangare
purpermaskertangaretjes	=	purpermaskertangare
purpermot	noun	insect uit de familie Eriocraniidae van primitieve, meestal dagactieve vlinders waarvan de rupsen bladmineerders zijn.
purpermotje	noun	Pyrausta purpuralis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae)
purpermotjes	=	purpermot
purpermotten	noun	Eriocraniidae een familie van primitieve, meestal dagactieve vlinders waarvan de rupsen bladmineerders zijn.
purpernekspinnenjager	noun	Kurochkinegramma hypogrammicum een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers) die voorkomt in Zuidoost-Azië.
purpernekspinnenjagers	=	purpernekspinnenjager
purpernekspinnenjagertje	=	purpernekspinnenjager
purpernekspinnenjagertjes	=	purpernekspinnenjager
purperorchis	noun	Orchis purpurea een orchidee.
purperorchisje	=	purperorchis
purperorchisjes	=	purperorchis
purperorchissen	=	purperorchis
purperreiger	noun	Ardea purpurea een lid van de reigerfamilie (Ardeidae).
purperreigers	=	purperreiger
purperreigertje	=	purperreiger
purperreigertjes	=	purperreiger
purperrode	=	purperrood
purperroden	=	purperrood
purperroder	=	purperrood
purperrodere	=	purperrood
purperroders	=	purperrood
purperrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3004 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3004 ( ).
purperroods	=	purperrood
purperroodst	=	purperrood
purperroodste	=	purperrood
purperrugdoornsnavel	noun	Ramphomicron microrhynchum een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
purperrugdoornsnavels	=	purperrugdoornsnavel
purperrugdoornsnaveltje	=	purperrugdoornsnavel
purperrugdoornsnaveltjes	=	purperrugdoornsnavel
purperruggaai	noun	Cyanocorax beecheii een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
purperruggaaien	=	purperruggaai
purperruggaaitje	=	purperruggaai
purperruggaaitjes	=	purperruggaai
purperrupsvogel	noun	Campephaga quiscalina een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
purperrupsvogels	=	purperrupsvogel
purperrupsvogeltje	=	purperrupsvogel
purperrupsvogeltjes	=	purperrupsvogel
purpers	=	purper
purperschaaltje	noun	een geslacht Lecidella van korstmossen uit de familie Lecanoraceae.
purperschaaltjes	=	purperschaaltje
purperslak	noun	Nucella lapillus een in zee levende kieuwslak.
purperslakje	=	purperslak
purperslakjes	=	purperslak
purperslakken	=	purperslak
purpersnedemycena	noun	Mycena pelianthina een paddenstoel.
purpersnedemycena's	=	purpersnedemycena
purpersnedemycenaatje	=	purpersnedemycena
purpersnedemycenaatjes	=	purpersnedemycena
purperspreeuw	noun	een vogelsoort van het geslacht Aplonis uit de familie spreeuwen (Sturnidae)
purperspreeuwen	noun	een geslacht Aplonis van zangvogels uit de familie spreeuwen (Sturnidae).
purperspreeuwtje	=	purperspreeuw
purperspreeuwtjes	=	purperspreeuw
purperstaalvink	noun	Vidua purpurascens een vogel uit de familie van de Viduidae.
purperstaalvinken	=	purperstaalvink
purperstaalvinkje	=	purperstaalvink
purperstaalvinkjes	=	purperstaalvink
purpersteelmosschijfje	noun	Lamprospora seaveri een paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
purpersteelmosschijfjes	=	purpersteelmosschijfje
purperstreepparelmoervlinder	noun	Brenthis ino een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
purperstreepparelmoervlinders	=	purperstreepparelmoervlinder
purperstreepparelmoervlindertje	=	purperstreepparelmoervlinder
purperstreepparelmoervlindertjes	=	purperstreepparelmoervlinder
purperstuithoningzuiger	noun	Leptocoma zeylonica een soort honingzuiger
purperstuithoningzuigers	=	purperstuithoningzuiger
purperstuithoningzuigertje	=	purperstuithoningzuiger
purperstuithoningzuigertjes	=	purperstuithoningzuiger
purpersuikervogel	noun	Cyanerpes caeruleus een vogel uit de familie van de tangaren (Thraupidae).
purpersuikervogels	=	purpersuikervogel
purpersuikervogeltje	=	purpersuikervogel
purpersuikervogeltjes	=	purpersuikervogel
purpert	=	purperen
purpertandboegsprietmot	noun	Eulamprotes unicolorella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
purpertandboegsprietmotje	=	purpertandboegsprietmot
purpertandboegsprietmotjes	=	purpertandboegsprietmot
purpertandboegsprietmotten	=	purpertandboegsprietmot
purperteugelhoningeter	noun	Lichenostomus cratitius een zangvogel uit de familie der honingeters (Meliphagidae).
purperteugelhoningeters	=	purperteugelhoningeter
purperteugelhoningetertje	=	purperteugelhoningeter
purperteugelhoningetertjes	=	purperteugelhoningeter
purperuiltje	noun	Phytometra viridaria een nachtvlinder uit de familie spinneruilen (Erebidae).
purperuiltjes	=	purperuiltje
purperverf	noun	roodpaarse kleurstof voor textiel, oorspronkelijk gewonnen uit bepaalde soorten slakken
purperverven	=	purperverf
purperviolet	noun	tint violet met RAL-nummer 4007 ( ).	adj	in een tint violet met RAL-nummer 4007 ( ).
purperviolets	=	purperviolet
purperviolette	=	purperviolet
purperzwaluw	noun	Progne subis een relatief grote zwaluw van de Nieuwe Wereld.
purperzwaluwen	noun	een geslacht Progne van zangvogels uit de familie zwaluwen (Hirundinidae).
purperzwaluwtje	=	purperzwaluw
purperzwaluwtjes	=	purperzwaluw
purpriet	noun	rode kleurstof in wijn
purpura	noun	puntvormige bloedingen in de huid
purpura's	=	purpura
purschuim	noun	een schuim vervaardigd door polyurethaan ter plekke te polymeriseren
purser	noun	hoofd van de stewards en stewardessen in een vliegtuig
pursers	=	purser
purulent	adj	etterig
purulente	=	purulent
purulenter	=	purulent
purulentere	=	purulent
purusglansvogel	noun	Galbalcyrhynchus purusianus een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
purusglansvogels	=	purusglansvogel
purusglansvogeltje	=	purusglansvogel
purusglansvogeltjes	=	purusglansvogel
pus	noun	wittig vocht met witte bloedlichaampjes en bacteriën dat bij een ontsteking afgescheiden wordt
push	noun	duwende slag waardoor een bal zich in een rechte lijn voortbeweegt
push-pull-strategie	noun	een duw- en trekstrategie
push-pull-strategietje	=	push-pull-strategie
push-pull-strategietjes	=	push-pull-strategie
push-pull-strategieën	=	push-pull-strategie
push-up	noun	krachtoefening waarbij het lichaam rustend op handen en voeten door de armen op- en neer bewogen wordt
push-ups	=	push-up
push-upzwembroek	noun	zwembroek voor mannen die de vorm van de geslachtsdelen accentueert
push-upzwembroeken	=	push-upzwembroek
pushback	noun	het terugduwen
pushbackje	=	pushback
pushbacks	=	pushback
pushbericht	noun	bericht uit een app dat direct op het beeldscherm komst zonder dat men de app hoeft te openen; directe melding
pushberichten	=	pushbericht
pushberichtje	=	pushbericht
pushberichtjes	=	pushbericht
pushe	=	pushen
pushen	verb	iets of iemand indringend aanbevelen
pushend	=	pushen
pushende	=	pushen
pusher	noun	iemand die op opdringerige wijze probeert iets te verkopen
pushers	=	pusher
pushes	=	push
pushmelding	noun	een kort, automatisch bericht dat vanuit een app of website naar je smartphone, tablet of computer wordt gestuurd.
pushmeldingen	=	pushmelding
pushmeldinkje	=	pushmelding
pushmeldinkjes	=	pushmelding
pusht	=	pushen
pushte	=	pushen
pushten	=	pushen
pusse	=	pussen
pussen	verb	etter voortbrengen
pussend	=	pussen
pussende	=	pussen
pussy	noun	iemand met te weinig durf
pussy's	=	pussy
pust	=	pussen
puste	=	pussen
pusten	=	pussen
pustuleus	adj	met betrekking tot puisten
pustuleuze	=	pustuleus
put	noun	een pijpvormige uitholling in een oppervlak
puta-uil	noun	Agrotis puta een nachtvlinder uit de familie van de uilen en het geslacht Agrotis
puta-uilen	=	puta-uil
puta-uiltje	=	puta-uil
puta-uiltjes	=	puta-uil
putatief	adj	te goeder trouw
putatiefs	=	putatief
putatiefst	=	putatief
putatiefste	=	putatief
putatieve	=	putatief
putatiever	=	putatief
putatievere	=	putatief
putatievers	=	putatief
putbaas	noun|obsolete	baas van een groep polderwerkers of grondwerkers
putbazen	=	putbaas
putboor	noun	grondboor om diepe putten te boren
putboortje	=	putboor
putboortjes	=	putboor
putboren	=	putboor
putdeksel	noun	afdekking van een (riool)put zoals deze in een weg of trottoir ligt
putdeksels	=	putdeksel
putdekseltje	=	putdeksel
putdekseltjes	=	putdeksel
putfolly	noun	bouwwerk met het uiterlijk van een oude Romeinse waterput
putfolly's	=	putfolly
putgalg	noun	constructie boven een waterput die dient om een emmer in de put te laten zakken en weer op te hijsen
putgalgen	=	putgalg
putgalgje	=	putgalg
putgalgjes	=	putgalg
puthaak	noun	stok met haak waaraan de emmer wordt opgehaald uit een put
puthaken	=	puthaak
putje	=	put
putjes	=	put
putjesschepper	noun	iemand die stormwaterputten schoonmaakt
putjesscheppers	=	putjesschepper
putkast	noun	kast die onder het straatniveau is aangebracht zodat er midden op een plein voorzieningen zijn, zonder dat die in de weg staan als die in een gangbare bovengrondse kast geplaatst zouden zijn
putkasten	=	putkast
putkopruwborstje	noun	Erigonella hiemalis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
putkopruwborstjes	=	putkopruwborstje
putkopstruikdwergspin	noun	Entelecara flavipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
putkopstruikdwergspinnen	=	putkopstruikdwergspin
putkopstruikdwergspinnetje	=	putkopstruikdwergspin
putkopstruikdwergspinnetjes	=	putkopstruikdwergspin
putoor	noun	bepaald soort watervogel, Botaurus stellaris
putoortje	=	putoor
putoortjes	=	putoor
putoptie	noun	een recht om een onderliggende waarde tegen een van tevoren afgesproken koers te verkopen
putopties	=	putoptie
putoren	=	putoor
putrad	noun	katrol waarmee een emmer in en uit een put getakeld kan worden
putraderen	=	putrad
putrand	noun	de opstaande rand van een put
putranden	=	putrand
puts	noun	een emmer aan een touw die men overboord gooit om wat water te scheppen, gewoonlijk om het dek van een schip schoon te maken
putsch	noun	een (geweldadige) omverwerping van een legitieme regering
putschen	=	putsch
putschepper	=	putjesschepper
putschist	noun	iemand die een staatsgreep pleegt of wil plegen
putschisten	=	putschist
putschje	=	putsch
putschjes	=	putsch
putse	noun	melkemmer
putsen	=	puts
putsje	=	puts
putsjes	=	puts
putt	noun	golfterm: de slag die gedaan wordt op (of direct naast) de green naar de hole
putte	verb	putte #enkelvoud verleden tijd van putten #:*Ik putte. #:*Jij putte. #:*Hij, zij, het putte. #aanvoegende wijs van putten
puttee	noun	lange, handbrede strook wollen stof die vanaf de enkel in een spiraal om het onderbeen wordt gewonden als bescherming en steun
puttees	=	puttee
putten	verb	halen uit, ontlenen aan
puttend	=	putten
puttende	=	putten
putter	noun	golfclub, gebruikt om te putten
putters	=	putter
putterskooi	noun	vogelkooitje
putterskooien	=	putterskooi
putterskooitje	=	putterskooi
putterskooitjes	=	putterskooi
puttertje	=	putter
puttertjes	=	putter
putti	=	putto
putting	noun	een stevig aan dek of boord verankerd oog waaraan het want of een stag want wordt bevestigd
puttingijzer	noun	een zware uitvoering van een putting, een stevig aan het boord verankerde ijzeren strip, die voorzien is van een oog waaraan de wantstagen zijn bevestigd
puttingijzers	=	puttingijzer
puttingijzertje	=	puttingijzer
puttingijzertjes	=	puttingijzer
puttings	=	putting
puttinkje	=	putting
puttinkjes	=	putting
puttje	=	putt
puttjes	=	putt
putto	noun	in de beeldhouw- en schilderkunst een mollig kinderfiguurtje, bijna altijd mannelijk en meestal naakt en vaak met vleugeltjes
putto's	=	putto
putts	=	putt
putwater	noun	water dat komt uit een waterput, waterwinput of welput
puur	adj	zuiver
puurde	=	puren
puurden	=	puren
puurder	=	puur
puurdere	=	puur
puurders	=	puur
puurheden	=	puurheid
puurheid	noun	het onvermengd en zuiver zijn van iets of iemand
puurs	=	puur
puurst	=	puur
puurste	=	puur
puurt	=	puren
puyck	=	puik
puyk	=	puik
puys	=	poes
puzzel	noun	raadsel of moeilijke opgave die men als tijdverdrijf probeert op te lossen
puzzelaar	noun	iemand die puzzels oplost.
puzzelaars	=	puzzelaar
puzzelaartje	=	puzzelaar
puzzelaartjes	=	puzzelaar
puzzelboek	noun	een boek waarin allemaal dezelfde soort puzzels staan of juist verschillende soorten door elkaar.
puzzelboeken	=	puzzelboek
puzzelboekje	=	puzzelboek
puzzelboekjes	=	puzzelboek
puzzelde	=	puzzelen
puzzelden	=	puzzelen
puzzele	=	puzzelen
puzzelen	verb	oplossen van raadsels en puzzels
puzzelend	=	puzzelen
puzzelende	=	puzzelen
puzzelplatform	noun	een website of applicatie waarbij die puzzels aanbiedt
puzzelplatforms	=	puzzelplatform
puzzelredacteur	noun	een redacteur die puzzels maakt
puzzelredacteuren	=	puzzelredacteur
puzzelredacteurtje	=	puzzelredacteur
puzzelredacteurtjes	=	puzzelredacteur
puzzelrit	noun	een plezier rit op een motor of in een auto waarbij de deelnemers één of meer puzzels moeten oplossen
puzzelritje	=	puzzelrit
puzzelritjes	=	puzzelrit
puzzelritten	=	puzzelrit
puzzels	=	puzzel
puzzelstuk	noun	een deel van een legpuzzel
puzzelstukje	=	puzzelstuk
puzzelstukjes	=	puzzelstuk
puzzelstukken	=	puzzelstuk
puzzelt	=	puzzelen
puzzeltje	=	puzzel
puzzeltjes	=	puzzel
puzzeltocht	noun	spel voor grotere groepen mensen.
puzzeltochten	=	puzzeltocht
puzzeltochtje	=	puzzeltocht
puzzeltochtjes	=	puzzeltocht
puzzelwerk	noun	een ingewikkelde, complexe taak waarbij je goed moet nadenken omdat het niet direct duidelijk is hoe je het moet doen
puzzelwerken	=	puzzelwerk
puzzelwerkje	=	puzzelwerk
puzzelwerkjes	=	puzzelwerk
puzzelwoordenboek	noun	een woordenboek waarin met name voor kruiswoordraadsels, doorlopers en Zweedse puzzels mogelijke antwoorden staan.
puzzelwoordenboeken	=	puzzelwoordenboek
puzzelwoordenboekje	=	puzzelwoordenboek
puzzelwoordenboekjes	=	puzzelwoordenboek
pvc	noun	acroniem van polyvinylchloride, harde veel gebruikte kunststof
pvc's	=	pvc
pvda	noun	Nederlandse sociaal democratische partij
pvda-fractie	noun	volksvertegenwoordigers van de PvdA in één volksvertegenwoordiging
pvda-fracties	=	pvda-fractie
pvdc	noun	een afkorting voor polyvinylidenechloride, een kunststof, gebruikt om de houdbaarheid van perpakt voedsel te verlengen
pvdd	noun	Nederlandse sociaal milieupartij die dierenrechten hoog in het vaandel heeft staan
pvv	noun	Partij voor de Vrijheid, een Nederlandse politieke partij die in 2006 werd opgericht door Geert Wilders
pvv-fractie	noun	volksvertegenwoordigers van de PVV in één volksvertegenwoordiging
pvv-fracties	=	pvv-fractie
pws	=	profielwerkstuk
pyaw	noun	oorspronkelijk Chinees kansspel met loterijbriefjes
pycnidia	=	pycnidium
pycnidium	noun	ongeslachtelijk vruchtlichaam bij sommige schimmels in de vorm van een bol- of peervormige uitstulping die sporen bevat
pycnidiën	=	pycnidium
pycnisch	=	pyknisch
pyelitis	noun	nierbekkenontsteking
pyelonephritis	noun	ontsteking van nier en nierbekken
pygmee	noun	een persoon behorend tot bepaalde volkeren in Centraal-Afrika die klein van postuur zijn
pygmeetje	=	pygmee
pygmeetjes	=	pygmee
pygmeeën	=	pygmee
pyjama	noun	gemakkelijk zittende hemd en broek die 's nachts in bed kunnen worden gedragen
pyjama's	=	pyjama
pyjama-achtig	adj	lijkend op een pyjama
pyjama-achtige	=	pyjama-achtig
pyjama-achtiger	=	pyjama-achtig
pyjama-achtigere	=	pyjama-achtig
pyjama-achtigers	=	pyjama-achtig
pyjama-achtigs	=	pyjama-achtig
pyjama-achtigst	=	pyjama-achtig
pyjama-achtigste	=	pyjama-achtig
pyjamaatje	=	pyjama
pyjamaatjes	=	pyjama
pyjamabroek	noun	De (lange) wijde broek die samen met een pyjamajasje een pyjama vormt
pyjamabroeken	=	pyjamabroek
pyjamabroekje	=	pyjamabroek
pyjamabroekjes	=	pyjamabroek
pyjamadag	noun	dag dat de bewoners noodgedwongen in hun pyjama moeten blijven omdat er niet genoeg zorgpersoneel is om hun te helpen bij het aan- en uitkleden
pyjamadagen	=	pyjamadag
pyjamadagje	=	pyjamadag
pyjamadagjes	=	pyjamadag
pyjamajas	noun	het bovendeel van een pyjama
pyjamajasje	=	pyjamajas
pyjamajasjes	=	pyjamajas
pyjamajassen	=	pyjamajas
pyjamakardinaalbaars	noun	Sphaeramia nematoptera een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
pyjamakardinaalbaarsje	=	pyjamakardinaalbaars
pyjamakardinaalbaarsjes	=	pyjamakardinaalbaars
pyjamakardinaalbaarzen	=	pyjamakardinaalbaars
pyjamamouw	noun	deel dat een arm bedekt van een gemakkelijk zittende jasje dat is bestemd om met een bijpassende broek in bed te worden gedragen
pyjamamouwen	=	pyjamamouw
pyjamaparty	noun	informele bijeenkomst of logeerpartij waarbij de deelnemers in pyjama's of andere nachtkleding samenkomen om spelletjes te spelen, films te kijken en gezellig te praten, en vaak ook om te overnachten
pyjamaparty's	=	pyjamaparty
pyjamaschildwants	noun	Graphosoma italicum een 8,5­-11,0 mm grote wants uit de familie Pentatomidae
pyjamaschildwantsen	=	pyjamaschildwants
pyjamaschildwantsje	=	pyjamaschildwants
pyjamaschildwantsjes	=	pyjamaschildwants
pyjamatoerist	noun	iemand die voor zijn plezier naar een stad reist om die door een verblijf van meerdere dagen goed te leren kennen
pyjamatoeristen	=	pyjamatoerist
pyjamawerker	noun	iemand die vanuit zijn huis werkt en dus zijn werk in pyjama zou kunnen uitvoeren
pyjamawerkers	=	pyjamawerker
pyjamazweefvlieg	noun	Episyrphus balteatus een insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae)
pyjamazweefvliegen	=	pyjamazweefvlieg
pyjamazweefvliegje	=	pyjamazweefvlieg
pyjamazweefvliegjes	=	pyjamazweefvlieg
pyknisch	adj	met een korte, zware gestalte
pyknische	=	pyknisch
pyknischer	=	pyknisch
pyknischere	=	pyknisch
pyknischers	=	pyknisch
pylaster	=	pilaster
pylon	noun	een oranje verkeerskegel, gebruikt bij wegwerkzaamheden.
pylonen	=	pyloon
pylonnen	=	pylon
pylonnetje	=	pylon
pylonnetjes	=	pylon
pyloon	noun	een steuntoren van een brug.
pyloontje	=	pyloon
pyloontjes	=	pyloon
pylorus	noun	maaguitgang
pyodermie	noun	etterige huidziekte
pyogeen	adj	etterverwekkend
pyogene	=	pyogeen
pyogener	=	pyogeen
pyogenere	=	pyogeen
pyramidaal	=	piramidaal
pyramide	=	piramide
pyramide-oogbladroller	noun	Epinotia subsequana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
pyramide-oogbladrollers	=	pyramide-oogbladroller
pyramide-oogbladrollertje	=	pyramide-oogbladroller
pyramide-oogbladrollertjes	=	pyramide-oogbladroller
pyranometer	noun	een soort actinometer die gebruikt wordt om zonnestraling op een oppervlak te meten
pyranometers	=	pyranometer
pyranometertje	=	pyranometer
pyranometertjes	=	pyranometer
pyrenees	adj	op Pyreneeën betrekking hebbend
pyreneese	=	pyrenese
pyreneest	=	pyrenees
pyreneeste	=	pyrenees
pyreneeënbeeksalamander	noun	Calotriton asper een landsalamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
pyreneeënbeeksalamanders	=	pyreneeënbeeksalamander
pyreneeënbeeksalamandertje	=	pyreneeënbeeksalamander
pyreneeënbeeksalamandertjes	=	pyreneeënbeeksalamander
pyreneeëndauwerebia	noun	Erebia sthennyo een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
pyreneeëndauwerebia's	=	pyreneeëndauwerebia
pyreneeëndauwerebiaatje	=	pyreneeëndauwerebia
pyreneeëndauwerebiaatjes	=	pyreneeëndauwerebia
pyreneeënzijde-erebia	noun	Erebia gorgone een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
pyreneeënzijde-erebia's	=	pyreneeënzijde-erebia
pyreneeënzijde-erebiaatje	=	pyreneeënzijde-erebia
pyreneeënzijde-erebiaatjes	=	pyreneeënzijde-erebia
pyreneeër	noun	bewoner van de Pyreneeën, of iemand afkomstig uit de Pyreneeën
pyreneeërs	=	pyreneeër
pyrenese	noun	een vrouwelijke inwoner van Pyreneeën, of een vrouw afkomstig uit Pyreneeën
pyrenesen	=	pyrenese
pyreneser	=	pyrenees
pyrenesere	=	pyrenees
pyrenesers	=	pyrenees
pyrex	noun	glaswerk gemaakt van hittebestendig gehard natronkalkglas
pyrexglas	noun	een soort hittebestendig glas
pyrexie	noun	koorts
pyridine	noun	heterocyclische, aromatische verbinding met als brutoformule C5H5N met een penetrante vislucht
pyridinen	=	pyridine
pyridines	=	pyridine
pyriet	noun	een kubisch mineraal met de samenstelling FeS₂
pyrieten	=	pyriet
pyrietje	=	pyriet
pyrimidine	noun	een heterocyclische aromatische organische verbinding met twee stikstofatomen in een ring C₄H₅N₂
pyrimidinen	=	pyrimidine
pyrimidines	=	pyrimidine
pyro-elektriciteit	noun	elektriciteit die door verwarming in toermalijn en andere kristallen wordt opgewekt
pyroclastisch	adj	door een vulkaan tijdens een uitbarsting uitgestoten
pyroclastische	=	pyroclastisch
pyroclastischer	=	pyroclastisch
pyroclastischere	=	pyroclastisch
pyroclastischers	=	pyroclastisch
pyrofoor	noun	aan de lucht ontvlammende substantie	adj	door lucht snel oxiderend, en onder vlamverschijnsel snel verbrandend
pyrofoors	=	pyrofoor
pyrofoortje	=	pyrofoor
pyrofoortjes	=	pyrofoor
pyrofore	=	pyrofoor
pyroforen	=	pyrofoor
pyrofosfaat	noun	het oxoanion van pyrofosforzuur, met als brutoformule P₂O₇⁴⁻
pyrogeen	adj	koortsverwekkend	noun	stof die pyrogene eigenschappen heeft
pyrogeens	=	pyrogeen
pyrogene	=	pyrogeen
pyrogenen	=	pyrogeen
pyrologie	noun	stelselmatige bestudering van vuur
pyrolyse	noun	een chemische ontleding veroorzaakt door droge verhitting onder uitsluiting van zuurstof
pyrolysen	=	pyrolyse
pyrolyses	=	pyrolyse
pyromaan	noun	iemand die een sterke fascinatie heeft met het stichten van branden	adj	betreffende een drang om branden te stichten
pyromaans	=	pyromaan
pyromaanst	=	pyromaan
pyromaanste	=	pyromaan
pyromaantje	=	pyromaan
pyromaantjes	=	pyromaan
pyromane	=	pyromaan
pyromanen	=	pyromaan
pyromaner	=	pyromaan
pyromanere	=	pyromaan
pyromaners	=	pyromaan
pyromanie	noun	onweerstaanbare drang om brand te stichten
pyrometer	noun	een thermometrisch instrument waarmee men de temperatuur van een heet voorwerp of vlam bepalen kan
pyrometers	=	pyrometer
pyrometertje	=	pyrometer
pyrometertjes	=	pyrometer
pyroshow	noun	gooien van vuurwerk tijdens een voetbalwedstrijd
pyroshows	=	pyroshow
pyrosis	noun	een brandend gevoel ten gevolge van oprisping van maagzuur
pyrozwavelzuur	noun	dizwavelzuur, gevormd uit zwavelzuur met zwaveloxide en aanwezig in rokend zwavelzuur met als brutoformule H₂S₂O₇
pyrrhus-overwinning	=	pyrrusoverwinning
pyrrhusoverwinning	=	pyrrusoverwinning
pyrronisme	noun	een sceptische school opgericht door Aenesidemus in de 1e eeuw v.Chr. en beschreven door Sextus Empiricus in de late 2e of vroege 3e eeuw n.Chr. (die leert dat men aan alles moet twijfelen om de waarheid te onderzoeken)
pyrrusoverwinning	noun	overwinning die zo kostbaar is dat de voordelen ervan niet meer opwegen tegen de nadelen
pyrrusoverwinningen	=	pyrrusoverwinning
pyrrusoverwinninkje	=	pyrrusoverwinning
pyrrusoverwinninkjes	=	pyrrusoverwinning
pythagorisch	adj	van, volgens de leer van Pythagoras
pythagorische	=	pythagorisch
pythagorischer	=	pythagorisch
pythagorischere	=	pythagorisch
pythagorischers	=	pythagorisch
pythisch	adj	aan Apollo gewijd
pythische	=	pythisch
pythischer	=	pythisch
pythischere	=	pythisch
pythischers	=	pythisch
python	noun	geslacht Python van wurgslangen uit de familie pythons (Pythonidae) waarvan de soorten niet giftig zijn en die soms erg lang kunnen worden
pythons	noun	een familie Pythonidae van slangen
pythontje	=	python
pythontjes	=	python
pyxiden	=	pyxis
pyxis	noun	klein doosje (vaak rond en met deksel), gebruikt om iets waardevols in te bewaren
pyxisje	=	pyxis
pyxissen	=	pyxis
páramowinterkoning	=	paramowinterkoning
pâtisserie	=	patisserie
pâtissier	=	patissier
pétanque	=	petanque
q	noun	de zeventiende letter van het alfabet
q's	=	q
q'tje	=	q
q'tjes	=	q
q-koorts	noun	een bacteriële infectieziekte die kan worden overgedragen van dieren op mensen, een zoönose
qal	noun	bepaalde stamvorm van werkwoorden
qals	=	qal
qaly	noun	extra levensjaar in goede gezondheid, als maatstaf voor het effect van een behandeling, waarbij het aantal daardoor gewonnen levensjaren wordt gecorrigeerd voor een te verwachten verminderde kwaliteit van leven die daarmee gepaard gaat
qaly's	=	qaly
qat	noun	het blad van een bedektzadige plant Catha edulis uit Kenia en Somalië dat gekauwd wordt vanwege zijn mild opwekkende eigenschappen
qatarees	noun	inwoner van Qatar	adj	van Qatar, uit Qatar
qatareesje	=	qatarees
qatareesjes	=	qatarees
qatareest	=	qatarees
qatareeste	=	qatarees
qatarese	noun	een vrouwelijke inwoner van Qatar, of een vrouw afkomstig uit Qatar
qataresen	=	qatarese
qatareser	=	qatarees
qataresere	=	qatarees
qataresers	=	qatarees
qatarezen	=	qatarees
qatari	noun	inwoner van Qatar
qatari's	=	qatari
qatje	=	qat
qatjes	=	qat
qatkauwen	verb	tussen de tanden fijnmalen van blaadjes van Catha edulis vanwege het opwekkend effect daarvan
qatkauwende	=	qatkauwen
qats	=	qat
qatte	=	qatten
qatten	verb	gebruiken, kauwen van qat
qattend	=	qatten
qattende	=	qatten
qeree	noun	term voor datgene wat volgens de masoreten moet worden gelezen in plaats van datgene wat er staat geschreven (ketiev)
qerees	=	qeree
qi	noun	begrip dat in de Chinese filosofie een bepaalde levenskracht of energie aanduidt
qi's	=	qi
qilianblauwstaart	noun	Tarsiger albocoeruleus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
qilianblauwstaarten	=	qilianblauwstaart
qilianblauwstaartje	=	qilianblauwstaart
qilianblauwstaartjes	=	qilianblauwstaart
ql-lamp	noun	spaarlamp waarin de gasontlading veroorzaakt wordt door inductie
ql-lampen	=	ql-lamp
ql-lampje	=	ql-lamp
ql-lampjes	=	ql-lamp
qq'er	noun	werknemer die het minimale doet om zijn of haar baan te behouden
qq'ers	=	qq'er
qr-code	noun	een afkorting van "Quick Response Code" (snelle antwoord/reactie code, een tweedimentionale vorm van barcode)
qr-codes	=	qr-code
qr-codetje	=	qr-code
qr-samenleving	noun	samenleving waarin men continu een QR-code moet laten zien als bewijs van vaccinatie, genezing of getest zijn, voordat men ergens naar binnen mag
qrs-complex	noun	gedeelte uit ecg (hartfilmpje)
qt	noun	gedeelte van het patroon in een elektrocardiogram (hartfilmpje)
qt-interval	noun	gedeelte van het patroon in een elektrocardiogram (hartfilmpje)
qt-verlenging	noun	ongewoon lang tijdsverloop tussen twee kenmerkende punten in het patroon van iemands hartfilmpje, die het gevolg kan zijn van een erfelijke aandoening
qua	prep	wat betreft
quackel	=	kwakkel
quacksalver	=	kwakzalver
quackzalver	=	kwakzalver
quad	noun	een motorfiets of brommer op vier wielen
quadde	=	quadden
quadden	verb	rijden op een quad, een klein vierwielig motorvoortuig met een motorstuur
quaddend	=	quadden
quaddende	=	quadden
quadje	=	quad
quadjes	=	quad
quadongeluk	noun	verkeersongeval of incident waarbij een quad (een vierwielig motorvoertuig) betrokken is
quadongelukje	=	quadongeluk
quadongelukjes	=	quadongeluk
quadongelukken	=	quadongeluk
quadrafonie	noun	vierkanaals stereofonie
quadrafonisch	adj	betrekking hebbend op quadrafonie
quadrafonische	=	quadrafonisch
quadrafonischer	=	quadrafonisch
quadrafonischere	=	quadrafonisch
quadrafonischers	=	quadrafonisch
quadrageen	noun	een periode van veertig dagen
quadragenen	=	quadrageen
quadragesima	noun	de veertigdagentijd van de vasten tussen Aswoensdag en Pasen
quadragesima's	=	quadragesima
quadriceps	noun	vierhoofdige spier die ligt aan de voorzijde van het bovenbeen
quadricepsen	=	quadriceps
quadriga	noun	met vier paarden bespannen tweewielige wagen van de oude Grieken en Romeinen
quadriga's	=	quadriga
quadrigaatje	=	quadriga
quadrigaatjes	=	quadriga
quadrikopter	noun	drone met vier, om een verticale as draaiende, propellers
quadrikopters	=	quadrikopter
quadriljard	noun	een getal gelijk aan 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000, duizendmaal quadriljoen, 10²⁷
quadriljarden	=	quadriljard
quadriljardje	=	quadriljard
quadriljardjes	=	quadriljard
quadriljardste	adj	nummer quadriljard in een rij
quadriljoen	noun	een miljoen in de 4de macht, 1.000.000.000.000.000.000.000.000, 10²⁴
quadriljoenen	=	quadriljoen
quadriljoenste	adj	nummer quadriljoen in een rij
quadriljoentje	=	quadriljoen
quadriljoentjes	=	quadriljoen
quadrille	noun	een Franse contradans uit de 18e eeuw
quadrilleer	=	quadrilleren
quadrilleerde	=	quadrilleren
quadrilleerden	=	quadrilleren
quadrilleert	=	quadrilleren
quadrillere	=	quadrilleren
quadrilleren	verb	een quadrille dansen
quadrillerend	=	quadrilleren
quadrillerende	=	quadrilleren
quadrilles	=	quadrille
quadrilletje	=	quadrille
quadrilletjes	=	quadrille
quadrimester	noun	een periode van vier maanden.
quadrimesters	=	quadrimester
quadrimestertje	=	quadrimester
quadrimestertjes	=	quadrimester
quadriplegie	noun	verlamming van beide armen en benen
quadriënnia	=	quadriënnium
quadriënnium	noun	periode van vier jaar
quadriënniën	=	quadriënnium
quadrofonie	noun	weergave van geluid over vier kanalen
quadrofonisch	adj	met betrekking tot of gebruikmakend van quadrofonie
quadrofonische	=	quadrofonisch
quadrupel	adj	viervoudig
quadrupele	=	quadrupel
quadrupels	=	quadrupel
quadrupleer	=	quadrupleren
quadrupleerde	=	quadrupleren
quadrupleerden	=	quadrupleren
quadrupleert	=	quadrupleren
quadruplere	=	quadrupleren
quadrupleren	verb	verviervoudigen
quadruplerend	=	quadrupleren
quadruplerende	=	quadrupleren
quadrupolen	=	quadrupool
quadrupool	noun	een geheel van vier elektrische polen waarvan er kruiselings twee positief en twee negatief zijn
quadrupooltje	=	quadrupool
quadrupooltjes	=	quadrupool
quads	=	quad
quadt	=	quadden
quaestor	noun	een gekozen publieke vertegenwoordiger (ambtenaar) met de taak toezicht te houden op de schatkist en financiën
quaestoren	=	quaestor
quaestores	=	quaestor
quaestorretje	=	quaestor
quaestorretjes	=	quaestor
quaestors	=	quaestor
quaestortje	=	quaestor
quaestrices	=	quaestrix
quaestrix	noun	vrouwelijke quaestor, penningmeesteres
quaesturen	=	quaestuur
quaestuur	noun	penningmeesterschap, ambt
quaestuurtje	=	quaestuur
quaestuurtjes	=	quaestuur
quagga	noun	Equus quagga quagga is een uitgestorven ondersoort van de steppezebra (Equus quagga) die leefde in Zuid-Afrika.
quagga's	=	quagga
quaggaatje	=	quagga
quaggaatjes	=	quagga
quaggakathaai	noun	Halaelurus quagga een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
quaggakathaaien	=	quaggakathaai
quaggakathaaitje	=	quaggakathaai
quaggakathaaitjes	=	quaggakathaai
quaggamossel	noun	bepaalde soort kleine zoetwatermossel, Dreissena bugensis, nauw verwant aan de driehoeksmossel
quaggamosselen	=	quaggamossel
quaggamossels	=	quaggamossel
quaggamosseltje	=	quaggamossel
quaggamosseltjes	=	quaggamossel
quaker	noun	volgeling van een religieuze beweging gekend onder de naam Genootschap der Vrienden
quakers	=	quaker
quakertje	=	quaker
quakkel	=	kwakkel
qualificatie	=	kwalificatie
qualificeeren	=	kwalificeren
qualiteit	=	kwaliteit
qualle	=	kwal
quant	noun	de kleinste, ondeelbare hoeveelheid van een grootheid die bij een interactie betrokken kan zijn, kwantum
quanta	=	quantum
quanten	=	quant
quantiteit	=	kwantiteit
quantje	=	quant
quantjes	=	quant
quantum	noun	de kleinste natuurlijke eenheid die in onze kosmos voorkomt
quantumbaan	noun	elk van een beperkt aantal banen waarin een elektron zich in een atoom rond de kern kan bewegen.
quantumbaantje	=	quantumbaan
quantumbaantjes	=	quantumbaan
quantumbanen	=	quantumbaan
quantumcomputer	noun	soort (toekomstige) computer waarbij de processor gebruikmaakt van de principes van de kwantummechanica
quantumcomputers	=	quantumcomputer
quantumfysica	=	kwantumfysica
quantumklok	noun	klok gebaseerd op quantummechanische verschijnselen; klok die nodig is voor quantumcomputers
quantumklokken	=	quantumklok
quantummechanica	noun	studie en beschrijving van het gedrag van de kleinste deeltjes
quantumraadsel	noun	een raadselachtig verschijnsel in de kwantumfysica
quantumraadsels	=	quantumraadsel
quantums	=	quantum
quantumtheorie	noun	kwantumtheorie
quantumtheorieën	=	quantumtheorie
quantumtoestand	noun	de fysische toestand van een systeem, zoals die wordt beschreven in het kader van de kwantummechanica
quantumtoestanden	=	quantumtoestand
quantumverstrengeling	=	kwantumverstrengeling
quarantaine	noun	tijdelijke afzondering van personen, dieren of zaken die besmet zouden kunnen zijn met ziektekiemen
quarantaine-inrichting	noun	een inrichting die gespecialiseerd is in het in quarantaine plaatsen van patiënten
quarantaine-inrichtingen	=	quarantaine-inrichting
quarantaine-inrichtinkje	=	quarantaine-inrichting
quarantaine-inrichtinkjes	=	quarantaine-inrichting
quarantainehotel	noun	een hotel dat erop ingericht is om mensen die een bepaalde tijd in quarantaine moeten gaan kunnen verblijven
quarantainehotelletje	=	quarantainehotel
quarantainehotelletjes	=	quarantainehotel
quarantainehotels	=	quarantainehotel
quarantainekilo	noun	gewichtstoename doordat de maatregelen tegen verspreiding van een besmettelijke ziekte leiden tot minder bewegen en meer eten
quarantainekilo's	=	quarantainekilo
quarantainelijst	noun	een lijst met ziekteverwekkers die in quarantaine geplaatst moeten worden om verspreiding ervan te voorkomen
quarantainelijsten	=	quarantainelijst
quarantainemaatregel	noun	een maatregel die genomen wordt om de quarantaine mogelijk te maken en af te dwingen
quarantainemaatregelen	=	quarantainemaatregel
quarantainemaatregels	=	quarantainemaatregel
quarantainemaatregeltje	=	quarantainemaatregel
quarantainemaatregeltjes	=	quarantainemaatregel
quarantaineperiode	noun	de tijd hoe lang een quarantainemaatregel van kracht blijft
quarantaineperioden	=	quarantaineperiode
quarantaineperiodes	=	quarantaineperiode
quarantaineplek	noun	een locatie waar iemand in quarantaine kan gaan
quarantaineplekje	=	quarantaineplek
quarantaineplekjes	=	quarantaineplek
quarantaineplekken	=	quarantaineplek
quarantainepolitiek	noun	het geheel aan maatregelen om een land of organisatie in een isolement te plaatsen
quarantainer	noun	container waarin men iemand die in quarantaine zit veilig kan ontmoeten
quarantaineregel	noun	een voorschrift waar men zich aan moet houden als men in quarantaine gaat
quarantaineregels	=	quarantaineregel
quarantaineregeltje	=	quarantaineregel
quarantaineregeltjes	=	quarantaineregel
quarantainers	=	quarantainer
quarantaines	=	quarantaine
quarantainetje	=	quarantaine
quarantainevlag	noun	een vlag om aan te geven dat een bepaald gebied in quarantaine is
quarantainevlaggen	=	quarantainevlag
quarantainevlagje	=	quarantainevlag
quarantainevlagjes	=	quarantainevlag
quarantainevoorwaarde	noun	de regel die er geldt wanneer men/iets in quarantaine moet
quarantainevoorwaarden	=	quarantainevoorwaarde
quark	noun	een elementair deeltje waaruit de protonen en neutronen zelf gevormd zijn
quarks	=	quark
quartair	noun	laatste geologische periode van het era kaenozoïcum, die ongeveer 2,6 miljoen jaar geleden begon	adj	op het quartair betrekking hebbend
quartairder	=	quartair
quartairdere	=	quartair
quartairders	=	quartair
quartaire	=	quartair
quartairs	=	quartair
quartairst	=	quartair
quartairste	=	quartair
quartel	=	kwartel
quarterback	noun	een aanvallende positie in American football en Canadian football
quarterbacks	=	quarterback
quarterlifecrises	=	quarterlifecrisis
quarterlifecrisis	noun	identiteitscrisis rond het dertigste levensjaar
quarterlifecrisissen	=	quarterlifecrisis
quarterone	noun	iemand met een wit persoon en persoon met een witte en een zwarte ouder, als ouders
quarteronen	=	quarterone
quarterones	=	quarterone
quarteroon	=	quarterone
quartet	=	kwartet
quartetto	=	kwartet
quarto	=	kwarto
quarté	noun	weddenschap op vier paarden
quartés	=	quarté
quasar	noun	een object dat in optische telescopen op een ster lijkt, maar een zeer hoge roodverschuiving heeft en zich dus op zeer grote afstand van miljarden lichtjaren bevindt
quasars	=	quasar
quasi	adv	in schijn
quasi-boeddhistisch	=	quasiboeddhistisch
quasi-intellectueel	noun	iemand die zich voordoet als een belezen persoon die kan kan meedoen aan meer abstracte discussies	adj	schijnbaar passend in een omgeving met abstracte discussies door belezen personen
quasi-intellectueels	=	quasi-intellectueel
quasi-intellectueelst	=	quasi-intellectueel
quasi-intellectueelste	=	quasi-intellectueel
quasi-intellectuele	=	quasi-intellectueel
quasi-intellectuelen	=	quasi-intellectueel
quasi-intellectueler	=	quasi-intellectueel
quasi-intellectuelere	=	quasi-intellectueel
quasi-intellectuelers	=	quasi-intellectueel
quasibestraffend	adj	van iets dat lijkt op een bestraffing maar het niet is
quasibestraffende	=	quasibestraffend
quasibestraffender	=	quasibestraffend
quasibestraffendere	=	quasibestraffend
quasibestraffenders	=	quasibestraffend
quasibestraffends	=	quasibestraffend
quasibestraffendst	=	quasibestraffend
quasibestraffendste	=	quasibestraffend
quasiboeddhistisch	adj	lijkend op wat de navolgers van Boeddha doen of vinden
quasiboeddhistische	=	quasiboeddhistisch
quasiboeddhistischer	=	quasiboeddhistisch
quasiboeddhistischere	=	quasiboeddhistisch
quasiboeddhistischers	=	quasiboeddhistisch
quasifilosofisch	adj	duidt op redeneringen, uitspraken of theorieën die pretenderen diepzinnig of wijsgerig te zijn, maar in werkelijkheid oppervlakkig, vaag, verward of inhoudsloos zijn
quasifilosofische	=	quasifilosofisch
quasifilosofischer	=	quasifilosofisch
quasifilosofischere	=	quasifilosofisch
quasifilosofischers	=	quasifilosofisch
quasimodo	noun	eerste zondag na Pasen
quasimodo's	=	quasimodo
quasinonchalant	adj	in schijn onbekommerd; in schijn achteloos; zogenaamd achteloos
quasinonchalante	=	quasinonchalant
quasinonchalanter	=	quasinonchalant
quasinonchalantere	=	quasinonchalant
quasinonchalanters	=	quasinonchalant
quasinonchalants	=	quasinonchalant
quasinonchalantst	=	quasinonchalant
quasinonchalantste	=	quasinonchalant
quasistaat	noun	politieke entiteit die vrijwel als een staat functioneert maar niet als zodanig erkend wordt
quasistamgastje	noun	Denisia augustella een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
quasistamgastjes	=	quasistamgastje
quasistaten	=	quasistaat
quasivriendelijk	adj	op een onechte, niet gemeende manier vriendelijk
quasivriendelijke	=	quasivriendelijk
quasivriendelijker	=	quasivriendelijk
quasivriendelijkere	=	quasivriendelijk
quasivriendelijkers	=	quasivriendelijk
quasivriendelijks	=	quasivriendelijk
quasivriendelijkst	=	quasivriendelijk
quasivriendelijkste	=	quasivriendelijk
quasiwetenschappelijk	adj	alleen maar in schijn wetenschappelijk
quasiwetenschappelijke	=	quasiwetenschappelijk
quasiwetenschappelijker	=	quasiwetenschappelijk
quasiwetenschappelijkere	=	quasiwetenschappelijk
quasiwetenschappelijkers	=	quasiwetenschappelijk
quasiwetenschappelijks	=	quasiwetenschappelijk
quasiwetenschappelijkst	=	quasiwetenschappelijk
quasiwetenschappelijkste	=	quasiwetenschappelijk
quaternair	adj	viertallig	noun	vorm waarin vier veranderlijken optreden
quaternairder	=	quaternair
quaternairdere	=	quaternair
quaternairders	=	quaternair
quaternaire	=	quaternair
quaternairs	=	quaternair
quaternairst	=	quaternair
quaternairste	=	quaternair
quaternairtje	=	quaternair
quaternairtjes	=	quaternair
quaternion	noun	een hypercomplex getal bestaande uit vier reële delen
quaternionen	=	quaternion
quaternions	=	quaternion
quatertemper	noun	elk van de vastgestelde vastendagen aan het begin van ieder kwartaal
quatertempers	=	quatertemper
quatre-mains	noun	het bespelen van een klavierinstrument met twee personen
quatsch	noun|informal	onzin
quattrocento	noun	de stijlperiode van 1400-1500, met name in Italië
quattuordeciljard	noun	getal gelijk aan 10⁸⁷, te schrijven als een 1 met 87 nullen	num	10⁸⁷, het getal in cijfers een één met zevenentachtig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
quattuordeciljarden	=	quattuordeciljard
quattuordeciljoen	noun	getal gelijk aan 10⁸⁴, te schrijven als een 1 met 84 nullen	num	10⁸⁴, het getal in cijfers een één met vierentachtig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
quattuordeciljoenen	=	quattuordeciljoen
quebracho-tinamoe	noun	Eudromia formosa een vogel uit de familie tinamoes.
quebracho-tinamoes	=	quebracho-tinamoe
quebracho-tinamoetje	=	quebracho-tinamoe
quebracho-tinamoetjes	=	quebracho-tinamoe
queensland-koningsmakreel	noun	Scomberomorus queenslandicus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
queensland-koningsmakreeltje	=	queensland-koningsmakreel
queensland-koningsmakreeltjes	=	queensland-koningsmakreel
queensland-koningsmakrelen	=	queensland-koningsmakreel
queenslandkoeskoes	noun	Hemibelideus lemuroides een klimbuideldier uit de familie der kleine koeskoezen (Pseudocheiridae).
queenslandkoeskoesje	=	queenslandkoeskoes
queenslandkoeskoesjes	=	queenslandkoeskoes
queenslandkoeskoezen	=	queenslandkoeskoes
queenslandvoskoesoe	noun	Trichosurus johnstonii een klimbuideldier uit het geslacht der koesoes (Trichosurus).
queenslandvoskoesoes	=	queenslandvoskoesoe
queenslandvoskoesoetje	=	queenslandvoskoesoe
queenslandvoskoesoetjes	=	queenslandvoskoesoe
queer	noun	iemand die rond seksualiteit en gender radicaal uitgaat van persoonlijke vrijheid en zich op deze terreinen niet wil aanpassen aan star ingedeelde categorieën met bijbehorende verwachtingen	adj	met of passend bij de radicale opvatting dat persoonlijke vrijheid op het terrein van seksualiteit en gender belangrijker is dan star ingedeelde categorieën met bijbehorende verwachtingen
queercoding	noun	het subtiel toekennen van LHBTQIA+-eigenschappen, stereotypen of gedragingen aan fictieve personages zonder hun seksuele gerichtheid of genderidentiteit expliciet te benoemen.
queerder	=	queer
queerdere	=	queer
queerders	=	queer
queere	=	queer
queers	=	queer
queerst	=	queer
queerste	=	queer
queeste	noun	een onuitvoerbare opdracht die iemand zichzelf gesteld heeft
queesten	=	queeste
queestes	=	queeste
queestetje	=	queeste
queestetjes	=	queeste
quena	noun	traditionele fluit van de Andes
quena's	=	quena
quenelle	noun	een langwerpig balletje van gepureerde snoekbaars, vlees of gevogelte
quenelles	=	quenelle
quenelletje	=	quenelle
quenelletjes	=	quenelle
querelleerde	=	querelleren
querelleren	verb	zich over iets of iemand beklagen
querellerend	=	querelleren
querulant	noun	iemand die voortdurend klaagt over onrecht dat hem zou zijn aangedaan
querulanten	=	querulant
querulantenwaan	noun	een vorm van paranoïde waanstoornis waarbij men ervan overtuigd is dat een groot onrecht is geschied dat ongedaan gemaakt dient te worden
querulantie	noun	houding waarbij je snel met klachten komt
querulantisme	noun	psychopathische toestand waarbij iemand zich als querulant gedraagt
querulantje	=	querulant
querulantjes	=	querulant
queruleer	=	queruleren
queruleerde	=	queruleren
queruleerden	=	queruleren
queruleert	=	queruleren
querulere	=	queruleren
queruleren	verb	ongegrond klagen om wille van het klagen
querulerend	=	queruleren
querulerende	=	queruleren
query	noun	een verzoek aan een database
query's	=	query
query'tje	=	query
query'tjes	=	query
querytaal	noun	vraagtaal.
querytaaltje	=	querytaal
querytaaltjes	=	querytaal
querytalen	=	querytaal
questionnaire	noun	vaste reeks vragen die bij een onderzoek aan verschillende mensen wordt voorgelegd
questionnaires	=	questionnaire
questor	=	quaestor
queteletindex	noun	lichaamsgewicht in kilogrammen gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters, als maat voor eventueel overgewicht
queteletindexen	=	queteletindex
queteletindices	=	queteletindex
quetzal	noun	bepaald soort vogel, Pharomachrus mocinno uit de familie van de trogons, de nationale vogel van het Midden-Amerikaanse land Guatemala; lengte: kop-romp 35–40 cm, staart tot 100 cm, gewicht: 200-225 g
quetzalletje	=	quetzal
quetzalletjes	=	quetzal
quetzals	noun	een geslacht Pharomachrus van vogels uit de familie trogons (Trogonidae)
quetzaltje	=	quetzal
queue	noun	lange rij met personen die op hun beurt staan te wachten
queues	=	queue
queuetje	=	queue
queuetjes	=	queue
queueën	=	queue
qui-vive	noun	op zijn ~ zijn: oplettend zijn
quiche	noun	warme, hartige taart met eieren, spek, slagroom, kaas en groenten
quicheje	=	quiche
quichejes	=	quiche
quiches	=	quiche
quickstep	noun	een ballroomdans in vierkwartsmaat, vergelijkbaar met de maat van een snelle foxtrot
quicksteps	=	quickstep
quidam	noun	vreemd, raar, gek, zonderling persoon
quidams	=	quidam
quietist	=	quiëtist
quilt	noun	een dekbed gemaakt van twee lagen stof en daartussenin een dikkere isolerende laag waarbij de boven- en onderlaag met stiksel met elkaar verbonden zijn
quilten	noun	het maken van een gevoerde lapjesdeken; het maken van een quilt
quiltende	=	quilten
quiltje	=	quilt
quiltjes	=	quilt
quilts	=	quilt
quilvissen	noun	een familie Ptilichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
quine	noun	worp met twee vijven
quines	=	quine
quingentiljard	noun	getal gelijk aan 10³⁰⁰³, te schrijven als een 1 met 3003 nullen
quingentiljarden	=	quingentiljard
quinoa	noun	bepaald soort Zuid-Amerikaanse plant Chenopodium quinoa, uit het geslacht ganzenvoet
quinoa's	=	quinoa
quinoabloem	noun	bloeiwijze van de quinoaplant
quinoabloemen	=	quinoabloem
quinoabloempje	=	quinoabloem
quinoabloempjes	=	quinoabloem
quinquadeciljard	noun	getal gelijk aan 10⁹³, te schrijven als een 1 met 93 nullen	num	10⁹³, het getal in cijfers een één met drieënnegentig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
quinquadeciljarden	=	quinquadeciljard
quinquadeciljoen	noun	getal gelijk aan 10⁹⁰, te schrijven als een 1 met 90 nullen	num	10⁹⁰, het getal dat overeenkomt met de tiende macht van een miljard, in cijfers een één met negentig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
quinquadeciljoenen	=	quinquadeciljoen
quinquagintiljard	noun	getal gelijk aan 10³⁰³, te schrijven als een 1 met 303 nullen
quinquagintiljarden	=	quinquagintiljard
quinquennia	=	quinquennium
quinquennium	noun	periode van vijf jaar
quint	=	kwint
quintessens	=	kwintessens
quintet	noun	groep van vijf samenspelende muzikanten
quintetje	=	quintet
quintetjes	=	quintet
quintetten	=	quintet
quintetto	=	kwintet
quintiljard	noun	een getal gelijk aan 10³³
quintiljarden	=	quintiljard
quintiljardje	=	quintiljard
quintiljardjes	=	quintiljard
quintiljardste	adj	nummer quintiljard in een rij
quintiljoen	noun	een getal gelijk aan 10³⁰
quintiljoenen	=	quintiljoen
quintiljoenste	adj	nummer quintiljoen (10⁻³⁰) in een rij
quintiljoentje	=	quintiljoen
quintiljoentjes	=	quintiljoen
quinto	adv|obsolete	ten vijfde
quishing	noun	samentrekking van QR-codes en phishing.
quisling	noun	iemand in hoge positie die verraad pleegt aan wat aan hem is toevertrouwd
quislingen	=	quisling
quislingetje	=	quisling
quislingetjes	=	quisling
quislings	=	quisling
quitclaim	noun	overeenkomst waarbij men blijvend afziet van het uitoefenen van bepaalde rechten
quitclaims	=	quitclaim
quiteen	noun	inwoner van de stad Quito
quiteens	adj	op Quito betrekking hebbend
quiteense	noun	een vrouwelijke inwoner van Quito, of een vrouw afkomstig uit Quito
quiteensen	=	quiteense
quiteentje	=	quiteen
quiteentjes	=	quiteen
quitenen	=	quiteen
quito-tomaat	noun	Solanum quitoense plant die van nature voorkomt in de Andes in Colombia, Ecuador en Peru.
quito-tomaten	=	quito-tomaat
quitoos	adj	op Quito betrekking hebbend
quitose	noun	een vrouwelijke inwoner van Quito, of een vrouw afkomstig uit Quito
quitosen	=	quitose
quitoër	noun	inwoner van de stad Quito
quitoërs	=	quitoër
quitoërtje	=	quitoër
quitoërtjes	=	quitoër
quitte	adj	in een toestand waarin alle schulden vereffend zijn; noch winst noch verlies makend
quiz	noun	spel waarbij de deelnemers vragen moeten proberen te beantwoorden
quizje	=	quiz
quizjes	=	quiz
quizleider	noun	persoon die een quiz presenteert
quizleiders	=	quizleider
quizleidertje	=	quizleider
quizleidertjes	=	quizleider
quizmaster	noun	iemand die een quiz presenteert
quizmasters	=	quizmaster
quizmastertje	=	quizmaster
quizmastertjes	=	quizmaster
quizprogramma	noun	een televisieprogramma waarin kandidaten onderworpen worden aan vragen waarmee zij prijzen kunnen winnen
quizprogramma's	=	quizprogramma
quizprogrammaatje	=	quizprogramma
quizprogrammaatjes	=	quizprogramma
quizvraag	noun	een vraag die tijdens een quiz wordt gesteld of gesteld kan worden
quizvraagje	=	quizvraag
quizvraagjes	=	quizvraag
quizvragen	=	quizvraag
quizzen	=	quiz
quiëtisme	noun	een geestelijke stroming die het zich uit de drukke wereld terugtrekken in stilte predikt
quiëtist	noun	iemand die quiëtisme beoefent
quiëtiste	=	quiëtist
quiëtisten	=	quiëtist
quiëtistisch	adj	betrekking hebbend op het quiëtisme
quiëtistische	=	quiëtistisch
quiëtistischer	=	quiëtistisch
quiëtistischere	=	quiëtistisch
quiëtistischers	=	quiëtistisch
quodlibet	noun	een les of college waarbij de studenten om het even welke vraag aan de docent mag stellen
quodlibets	=	quodlibet
quokka	noun	Setonix brachyurus, een wallaby, een klein soort kangoeroe, uit het zuidwesten van Australië
quokka's	=	quokka
quokkaatje	=	quokka
quokkaatjes	=	quokka
quorn	noun	vleesvervanger op basis van schimmeleiwitten Fusarium venenatum
quorum	noun	het minimumaantal personen of leden dat aanwezig moet zijn om stemprocedure als geldig te kunnen beschouwen
quorums	=	quorum
quota	noun	quotum
quota's	=	quota
quotaregeling	noun	een regeling ten aanzien van de vastgestelde quota
quotaregelingen	=	quotaregeling
quotaregelingetje	=	quotaregeling
quotaregelingetjes	=	quotaregeling
quotastelsel	noun	regeling waarbij zaken naar een vaste verhouding worden toegedeeld
quotastelsels	=	quotastelsel
quotatie	noun	quotisatie
quotaties	=	quotatie
quote	noun	letterlijke passage die door iemand anders aangehaald wordt
quoteer	=	quoteren
quoteerde	=	quoteren
quoteerden	=	quoteren
quoteert	=	quoteren
quoteje	=	quote
quotejes	=	quote
quoten	=	quote
quotere	=	quoteren
quoteren	verb	evenredig verdelen
quoterend	=	quoteren
quoterende	=	quoteren
quotering	noun	evenredige verdeling
quoteringen	=	quotering
quoteringsregeling	noun	een regeling om een quotering vast te stellen
quoteringsregelingen	=	quoteringsregeling
quoteringsregelingetje	=	quoteringsregeling
quoteringsregelingetjes	=	quoteringsregeling
quoteringssysteem	noun	systeem om een quotering vast te stellen
quoteringssysteempje	=	quoteringssysteem
quoteringssysteempjes	=	quoteringssysteem
quoteringssystemen	=	quoteringssysteem
quoterinkje	=	quotering
quoterinkjes	=	quotering
quotes	=	quote
quotetje	=	quote
quotetjes	=	quote
quotilde	noun	vrouw die op een bepaalde hoge functie is aangesteld om maar aan het vrouwen quotum te voldoen
quotildes	=	quotilde
quotisatie	noun	het quotiseren (berekenen van ieders aandeel)
quotisaties	=	quotisatie
quotiseer	=	quotiseren
quotiseerde	=	quotiseren
quotiseerden	=	quotiseren
quotiseert	=	quotiseren
quotisere	=	quotiseren
quotiseren	verb	verdelen naar evenredigheid of verhouding
quotiserend	=	quotiseren
quotiserende	=	quotiseren
quotiteit	noun	het percentage van de waarde van een woning dat men leent bij een bank
quotiteiten	=	quotiteit
quotiënt	noun	resultaat van de deling van het deeltal door de deler
quotiënten	=	quotiënt
quotiëntje	=	quotiënt
quotiëntjes	=	quotiënt
quotum	noun	een vastgesteld deel of percentage
quotumpje	=	quotum
quotumpjes	=	quotum
quotumplafond	noun	maximale hoeveelheid die geproduceerd mag worden binnen een systeem waarin productierechten worden gerantsoeneerd
quotumplafonds	=	quotumplafond
quotumregeling	noun	een regeling bij het vaststellen van een quotum
quotumregelingen	=	quotumregeling
quotumregelingetje	=	quotumregeling
quotumregelingetjes	=	quotumregeling
quotums	=	quotum
qwertyklavier	noun	gestandaardiseerd toetsenbord van schrijfmachines en computers voor bepaalde taalgebieden, waaronder de VS en Nederland
qwertyklavieren	=	qwertyklavier
qwertytoetsenbord	noun	oppervlak met knopjes per letter voor het invoeren van tekst, ingedeeld zoals dat in Nederland en Engelstalige landen gebruikelijk is
qwertytoetsenborden	=	qwertytoetsenbord
r	noun	de achttiende letter van het alfabet
r'en	=	r
r'etje	=	r
r'etjes	=	r
r's	=	r
ra	noun	op klassieke dwarsgetuigde zeilschepen: een aan de mast bevestigde, horizontaal draaibare boom waar onder een zeil gezet kan worden	intj	raad eens, (altijd tweemaal: ra, ra) een verkorting van de gebiedende wijs van "raden"
ra's	=	ra
raad	noun	aanbeveling hoe om te gaan met een probleem
raadde	=	raden
raadden	=	raden
raaden	=	raden
raadgeefster	noun	vertrouwde, wijze vrouw die advies geeft
raadgeefsters	=	raadgeefster
raadgevend	adj	van iets dat het adviserend is, maar niet dwingend
raadgevende	=	raadgevend
raadgevends	=	raadgevend
raadgever	noun	iemand die ergens raad over geeft
raadgevers	=	raadgever
raadgevertje	=	raadgever
raadgevertjes	=	raadgever
raadgeving	noun	een al of niet dwingende aanbeveling om iets te doen of te laten
raadgevingen	=	raadgeving
raadhuis	noun	gebouw waar de gemeentediensten gehuisvest waren
raadhuisje	=	raadhuis
raadhuisjes	=	raadhuis
raadhuistoren	noun	smal, hoog oprijzend bouwwerk dat onderdeel is van het gebouw waar de gemeenteraad bijeenkomt
raadhuistorens	=	raadhuistoren
raadhuistorentje	=	raadhuistoren
raadhuistorentjes	=	raadhuistoren
raadhuizen	=	raadhuis
raadje	=	raad
raadjes	=	raad
raadkamer	noun	vergaderzaal waar een bevoegd orgaan bijeenkomt om beslissingen te nemen
raadkamers	=	raadkamer
raadkamertje	=	raadkamer
raadkamertjes	=	raadkamer
raadpensionaris	noun	titel van de eerste ambtenaar en rechtskundig adviseur van de staten van zowel het gewest Holland als het gewest Zeeland
raadpensionarisje	=	raadpensionaris
raadpensionarissen	=	raadpensionaris
raadpleeg	=	raadplegen
raadpleegbaar	adj	van informatie, documenten of bronnen dat deze gemakkelijk op te zoeken, te bekijken of te raadplegen zijn
raadpleegbaarder	=	raadpleegbaar
raadpleegbaardere	=	raadpleegbaar
raadpleegbaarders	=	raadpleegbaar
raadpleegbaars	=	raadpleegbaar
raadpleegbaarst	=	raadpleegbaar
raadpleegbaarste	=	raadpleegbaar
raadpleegbare	=	raadpleegbaar
raadpleegde	=	raadplegen
raadpleegden	=	raadplegen
raadpleegt	=	raadplegen
raadplege	=	raadplegen
raadplegen	verb	een bron van informatie of ervaring aanspreken
raadplegend	=	raadplegen
raadplegende	=	raadplegen
raadpleging	noun	het raadplegen
raadplegingen	=	raadpleging
raadpleginkje	=	raadpleging
raadpleginkjes	=	raadpleging
raadsbesluit	noun	een beslissing die is genomen door de gemeenteraad
raadsbesluiten	=	raadsbesluit
raadsbrief	noun	brief geschreven door een wethouder die bestemd is voor de gemeenteraad
raadsbriefje	=	raadsbrief
raadsbriefjes	=	raadsbrief
raadsbrieven	=	raadsbrief
raadscollege	noun	gemeenteraad
raadscolleges	=	raadscollege
raadsel	noun	iets waarnaar men moet raden; iets waarvan de betekenis niet helemaal duidelijk is
raadselachtig	adj	onbegrijpelijk door dubbelzinnige of verborgen informatie
raadselachtige	=	raadselachtig
raadselachtiger	=	raadselachtig
raadselachtigere	=	raadselachtig
raadselachtigers	=	raadselachtig
raadselachtigheden	=	raadselachtigheid
raadselachtigheid	noun	iets dat een raadsel is; iets wat men nog niet begrijpt
raadselachtigs	=	raadselachtig
raadselachtigst	=	raadselachtig
raadselachtigste	=	raadselachtig
raadselen	=	raadsel
raadsels	=	raadsel
raadseltje	=	raadsel
raadseltjes	=	raadsel
raadsfractie	noun	de gemeenteraadsleden van eenzelfde politieke partij
raadsfracties	=	raadsfractie
raadsgebied	noun	terrein dat onder het gezag valt van een orgaan dat bestaat uit een groep vertegenwoordigers uit dat gebied
raadsgebieden	=	raadsgebied
raadsgriffier	noun	griffier die mede aan het hoofd staat van een gemeentelijke organisatie
raadsgriffiers	=	raadsgriffier
raadsgriffiertje	=	raadsgriffier
raadsgriffiertjes	=	raadsgriffier
raadsheer	noun	iemand die advies geeft
raadsheertje	=	raadsheer
raadsheertjes	=	raadsheer
raadsheren	=	raadsheer
raadshuis	=	raadhuis
raadsleden	=	raadslid
raadslid	noun	een lid van een gemeenteraad
raadslidmaatschap	noun	het lid zijn van de gemeenteraad
raadslidmaatschapje	=	raadslidmaatschap
raadslidmaatschapjes	=	raadslidmaatschap
raadslidmaatschappen	=	raadslidmaatschap
raadslieden	=	raadsman
raadslui	=	raadsman
raadsman	noun	advocaat, man die een cliënt juridisch vertegenwoordigt en adviseert
raadsmannen	=	raadsman
raadsmannetje	=	raadsman
raadsmannetjes	=	raadsman
raadsnestor	noun	het oudste lid van een raad
raadsnestoren	=	raadsnestor
raadsnestors	=	raadsnestor
raadspel	noun	spel waarbij men iets moet raden
raadspelen	=	raadspel
raadspellen	=	raadspel
raadspelletje	=	raadspel
raadspelletjes	=	raadspel
raadsperiode	noun	tijdperk tussen aanstelling en ontbinding van een gemeenteraad, een periode die in principe 4 jaar duurt
raadsperioden	=	raadsperiode
raadsperiodes	=	raadsperiode
raadsplegen	=	raadplegen
raadsstuk	noun	schrijven dat hoort bij de agenda van de gemeenteraad
raadsstukje	=	raadsstuk
raadsstukjes	=	raadsstuk
raadsstukken	=	raadsstuk
raadsvergadering	noun	vergadering van de (gemeente)raad
raadsvergaderingen	=	raadsvergadering
raadsvergaderingetje	=	raadsvergadering
raadsverkiezing	noun	verkiezingen waarbij men de leden van de gemeenteraad of een deelraad kiest
raadsverkiezingen	=	raadsverkiezing
raadsverkiezinkje	=	raadsverkiezing
raadsverkiezinkjes	=	raadsverkiezing
raadsvoorzitterschap	noun	het raadsvoorzitter zijn; de functie van raadsvoorzitter
raadsvoorzitterschappen	=	raadsvoorzitterschap
raadsvrouw	noun	adviseuse, raadgeefster
raadsvrouwe	noun	adviseuse, raadgeefster
raadsvrouwen	=	raadsvrouw
raadsvrouwtje	=	raadsvrouw
raadsvrouwtjes	=	raadsvrouw
raadswerk	noun	werk dat je doet als raadslid in een gemeenteraad
raadswerken	=	raadswerk
raadszaal	noun	de vergaderzaal van de gemeenteraad
raadszaaltje	=	raadszaal
raadszaaltjes	=	raadszaal
raadszalen	=	raadszaal
raadt	=	raden
raadzaal	noun	zaal waarin een raad (gemeenteraad) vergadert
raadzaaltje	=	raadzaal
raadzaaltjes	=	raadzaal
raadzaam	adj	aan te raden
raadzaams	=	raadzaam
raadzaamst	=	raadzaam
raadzaamste	=	raadzaam
raadzalen	=	raadzaal
raadzalig	adj	vol goede raad, verstandig
raadzalige	=	raadzalig
raadzaligs	=	raadzalig
raadzame	=	raadzaam
raadzamer	=	raadzaam
raadzamere	=	raadzaam
raadzamers	=	raadzaam
raaf	noun	grootste van alle zangvogels, met flinke snavel, Corvus corax
raafachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een raaf
raafachtige	=	raafachtig
raafachtiger	=	raafachtig
raafachtigere	=	raafachtig
raafachtigers	=	raafachtig
raafachtigs	=	raafachtig
raafachtigst	=	raafachtig
raafachtigste	=	raafachtig
raafje	=	raaf
raafjes	=	raaf
raag	=	ragen
raagbol	noun	een ronde harige borstel aan een lange stok, vaak gebruikt om hogergelegen spinnenraggen mee te verwijderen
raagbollen	=	raagbol
raagbolletje	=	raagbol
raagbolletjes	=	raagbol
raagde	=	ragen
raagden	=	ragen
raagt	=	ragen
raai	noun	grashalm, hennep
raaien	=	raai
raaigras	noun	Lolium voedselrijk gras dat daarom in gebruik is in weilanden voor vee
raaigrassen	=	raaigras
raak	adj	zijn doel treffend	adv	zijn doel treffend
raakgeslagen	=	raakslaan
raakheden	=	raakheid
raakheid	noun	het precies en doeltreffend zijn van een uitbeelding of formulering
raakje	=	raak
raakjes	=	raak
raaklijn	noun	de rechte lijn die in het raakpunt dezelfde richting heeft als de kromme in dat raakpunt
raaklijnen	=	raaklijn
raaklijntje	=	raaklijn
raaklijntjes	=	raaklijn
raakpunt	noun	het punt dat een rechte lijn en een kromme gemeen hebben zonder dat er van snijden sprake is
raakpunten	=	raakpunt
raakpuntje	=	raakpunt
raakpuntjes	=	raakpunt
raaks	=	raak
raaksla	=	raakslaan
raakslaan	verb	treffen bij het slaan
raakslaand	=	raakslaan
raakslaande	=	raakslaan
raakslaat	=	raakslaan
raaksloeg	=	raakslaan
raaksloegen	=	raakslaan
raakst	=	raak
raakste	=	raak
raakt	=	raken
raakte	=	raken
raakten	=	raken
raakvlak	noun	het platte vlak opgespannen door de rechte lijnen die het voorwerp in het raakpunt raken
raakvlakje	=	raakvlak
raakvlakjes	=	raakvlak
raakvlakken	=	raakvlak
raam	noun	een opening in de wand of muur van een gebouw om licht door te laten, vaak gevuld met een ruit doorzichtig materiaal zoals glas
raamambtenaar	noun	ambtenaar die zo weinig te doen heeft dat hij maar de hele dag uit het raam zit te kijken
raamambtenaars	=	raamambtenaar
raamambtenaartje	=	raamambtenaar
raamambtenaartjes	=	raamambtenaar
raamambtenaren	=	raamambtenaar
raamantenne	noun	een richtinggevoelige antenne die wordt gevormd door één of enkele spoelwindingen op een raamwerk met een tamelijk grote diameter
raamantennen	=	raamantenne
raamantennes	=	raamantenne
raamantennetje	=	raamantenne
raamantennetjes	=	raamantenne
raambekleding	noun	een verzamelnaam voor functionele en decoratieve producten die aan de binnenkant van ramen worden bevestigd, zoals gordijnen, jaloezieën, shutters en rolgordijnen.Het dient voor privacy, lichtregulering, isolatie, akoestiekverbetering en het verfraaien van het interieur
raambekledingen	=	raambekleding
raambekledinkje	=	raambekleding
raambekledinkjes	=	raambekleding
raambezoek	noun	iemand bezoeken waarbij er tussen beiden een glasplaat (zoals een raam) blijft om zo het gevaar van elkaar te besmetten te voorkomen
raambezoeken	=	raambezoek
raambordeel	noun	seksinrichting waar een prostituee van achter een groot venster klanten tracht te lokken
raambordeeltje	=	raambordeel
raambordeeltjes	=	raambordeel
raambordelen	=	raambordeel
raamde	=	ramen
raamden	=	ramen
raamdorpel	noun	dorpel van een raam, een gevelonderdeel dat voorkomt dat regenwater direct op of in de onderliggende gevel loopt
raamdorpels	=	raamdorpel
raamdorpelsteen	noun	een speciaal gevormde tegel onder een kozijn als lekdorpel
raamdorpelsteentje	=	raamdorpelsteen
raamdorpelsteentjes	=	raamdorpelsteen
raamdorpelstenen	=	raamdorpelsteen
raamdorpeltje	=	raamdorpel
raamdorpeltjes	=	raamdorpel
raamexploitant	noun	exploitant van een of meer raambordelen
raamexploitanten	=	raamexploitant
raamhor	noun	gaas dat men voor een open raam kan zetten zodat insecten buiten blijven; anti-insectengaas
raamhorren	=	raamhor
raamhorretje	=	raamhor
raamhorretjes	=	raamhor
raamkant	noun	zijde van een ruimte of gebouw waar de ramen zijn
raamkanten	=	raamkant
raamkit	noun	dikvloeibaar materiaal, gebruikt voor verlijming en afdichting van glas in een raam
raamkitten	=	raamkit
raamkozijn	noun	een kozijn waarin een raam is opgenomen
raamkozijnen	=	raamkozijn
raamkozijntje	=	raamkozijn
raamkozijntjes	=	raamkozijn
raamloos	adj	zonder ramen
raamloost	=	raamloos
raamlooste	=	raamloos
raamloze	=	raamloos
raamlozer	=	raamloos
raamlozere	=	raamloos
raamlozers	=	raamloos
raamopening	noun	een opening in een muur waar zich een raam in bevindt
raamopeningen	=	raamopening
raamopeningetje	=	raamopening
raamopeningetjes	=	raamopening
raampje	=	raam
raampjes	=	raam
raamprostitutie	noun	vorm van prostitutie waarbij een sekswerker zich aanbiedt door achter een raam plaats te nemen
raamsdonkenaar	noun	een inwoner van Raamsdonk, of iemand afkomstig uit Raamsdonk
raamsdonkenaars	=	raamsdonkenaar
raamsdonkenaren	=	raamsdonkenaar
raamstijl	noun	de verticale zijstukken van een raam
raamstijlen	=	raamstijl
raamstok	noun	een lange stok, vaak met een haak, gebruikt om hoge schuiframen te openen, sluiten of om ze op een kier te zette
raamstokje	=	raamstok
raamstokjes	=	raamstok
raamstokken	=	raamstok
raamt	=	ramen
raamvertelling	noun	een vertelling waarin meerdere afzonderlijke verhalen worden verteld; verhaal dat dient als omlijsting van meerdere andere verhalen
raamvertellingen	=	raamvertelling
raamvertellinkje	=	raamvertelling
raamvertellinkjes	=	raamvertelling
raamvisite	noun	bezoek waarbij men elkaar door een raam ziet zonder elkaar fysiek aan te kunnen raken (nodig om een besmetting door een micro-organisme te voorkomen); visite achter glas
raamvisites	=	raamvisite
raamwerk	noun	een omlijsting om werkstukken van slappe materialen (textiel) ter bewerking op te spannen
raamwerken	=	raamwerk
raamwerkje	=	raamwerk
raamwerkjes	=	raamwerk
raamwet	noun	een wet die de algemene principes, verantwoordelijkheden en procedures regelt, maar geen gedetailleerde regels bevat
raamwetten	=	raamwet
raap	noun	gewas met een groot aantal variëteiten, waarvan keukenraap en meiraap als groente worden gegeten.
raapje	=	raap
raapjes	=	raap
raapkoek	noun	het overblijfsel van raapzaad nadat de raapzaadolie er in een oliemolen uitgeperst is
raapkoeken	=	raapkoek
raapkoekje	=	raapkoek
raapkoekjes	=	raapkoek
raapkolen	=	raapkool
raapkool	noun	Brassica oleracea var. gongylodes Brassica oleracea var. gongylodes cv. acephala bepaalde kool die aan de stronk vlak boven de grond ronde, raapvormige, eetbare knollen heeft
raapolie	noun	Brassica rapa een plantaardige olie (halfdrogend) die wordt verkregen door het uitpersen van de zaadkorrels van raapzaad
raapolies	=	raapolie
raapoliën	=	raapolie
raapsteel	noun	jonge groen van ondersoorten van de koolsoort raapzaad Brassica rapa Dit is een typische voorjaarsgroente.
raapsteeltje	=	raapsteel
raapsteeltjes	=	raapsteel
raapstelen	noun	Brassica het jonge groen van diverse koolsoorten als Brassica rapa en Brassica spp.. Dit is een typische voorjaarsgroente.
raapt	=	rapen
raapte	=	rapen
raapten	=	rapen
raapzaad	noun	Brassica rapa een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
raapzaadje	=	raapzaad
raapzaadolie	noun	een plantaardige olie die koudgeperst wordt uit de zaden van raapzaad (Brassica rapa) niet te verwarren met koolzaadolie
raapzaadolies	=	raapzaadolie
raapzaadolietje	=	raapzaadolie
raapzaadolietjes	=	raapzaadolie
raapzaadoliën	=	raapzaadolie
raapzaden	=	raapzaad
raar	adj	vreemd, afwijkend van gewoonlijk, verbazing opwekkend
raarder	=	raar
raardere	=	raar
raarders	=	raar
raars	=	raar
raarst	=	raar
raarste	=	raar
raas	noun	onzin
raasde	=	razen
raasden	=	razen
raasdonder	noun|informal	kapucijner
raasdonders	=	raasdonder
raasdondertje	=	raasdonder
raasdondertjes	=	raasdonder
raaskal	=	raaskallen
raaskalde	=	raaskallen
raaskalden	=	raaskallen
raaskalle	=	raaskallen
raaskallen	verb	onzin uitkramen, wartaal spreken
raaskallend	=	raaskallen
raaskallende	=	raaskallen
raaskalt	=	raaskallen
raasmaandag	noun	koppermaandag
raasmaandagen	=	raasmaandag
raasmaandagje	=	raasmaandag
raasmaandagjes	=	raasmaandag
raast	=	razen
raat	noun	bouwsel van was door bijen gemaakt
raathoning	noun	honing die men direct vanuit de honingraat kan nuttigen
raatje	=	ra
raatjes	=	raat
raaven	=	raaf
raba	adj	groot
raban	noun	rabbijn
rabaniem	=	raban
rabarber	noun	bepaald soort plant Rheum rhabarbarum uit de duizendbladfamilie Polygonaceae
rabarbers	=	rabarber
rabarbersap	noun	vocht uit de stengels van Rheum rhabarbarum
rabarbersapje	=	rabarbersap
rabarbersapjes	=	rabarbersap
rabarbersappen	=	rabarbersap
rabarbertje	=	rabarber
rabas	noun	woesteling
rabasje	=	rabas
rabasjes	=	rabas
rabassen	=	rabas
rabat	noun	een vermindering van de oorspronkelijke prijs, meestal met een bepaald percentage
rabatje	=	rabat
rabatten	=	rabat
rabauw	noun	ruw persoon van het minste allooi
rabauwen	=	rabauw
rabba	noun	vrouwelijke rabbijn
rabba's	=	rabba
rabbaniet	noun	tegenstander van de karaïeten, die zich ook baseert op de mondelinge, Talmoedische traditie
rabbanieten	=	rabbaniet
rabbel	=	rabbelen
rabbelaar	noun	iemand die veel praat m.n. van advocaten
rabbelaars	=	rabbelaar
rabbelde	=	rabbelen
rabbelden	=	rabbelen
rabbele	=	rabbelen
rabbelen	verb	snel en onduidelijk spreken
rabbelend	=	rabbelen
rabbelende	=	rabbelen
rabbelt	=	rabbelen
rabbi	noun	rabbijn, een joods geestelijk leider
rabbi's	=	rabbi
rabbietje	=	rabbi
rabbietjes	=	rabbi
rabbig	adj	rafelig, beschadigd; onafgewerkt
rabbige	=	rabbig
rabbiger	=	rabbig
rabbigere	=	rabbig
rabbigers	=	rabbig
rabbigs	=	rabbig
rabbigst	=	rabbig
rabbigste	=	rabbig
rabbijn	noun	joods leraar met de hoogste bevoegdheid, ook bevoegd om te antwoorden en beslissen bij halachische kwesties, vaak verbonden aan een joodse gemeente en daarbij belast met onderwijs en zielzorg, tevens een religieuze, joodse geleerde die een expert is op het gebied van joodse wetgeving
rabbijnen	=	rabbijn
rabbijns	adj	van de rabbijnen, horend tot de (traditie van) de rabbijnen
rabbijnse	=	rabbijns
rabbijnser	=	rabbijns
rabbijnsere	=	rabbijns
rabbijnsers	=	rabbijns
rabbijnst	=	rabbijns
rabbijnste	=	rabbijns
rabbijntje	=	rabbijn
rabbijntjes	=	rabbijn
rabbinaal	adj	van of door een rabbijn
rabbinaals	=	rabbinaal
rabbinaalst	=	rabbinaal
rabbinaalste	=	rabbinaal
rabbinaat	noun	functie en waardigheid van een rabbijn
rabbinale	=	rabbinaal
rabbinaler	=	rabbinaal
rabbinalere	=	rabbinaal
rabbinalers	=	rabbinaal
rabbinaten	=	rabbinaat
rabbinica	noun	bestudering van het rabbijnse jodendom
rabbinisme	noun	de joodse leer zoals die door de rabbijnen is voorgeschreven
rabbot	=	rabba
rabdomant	noun	wichelroedeloper
rabdomanten	=	rabdomant
rabdomyomen	=	rabdomyoom
rabdomyoom	noun	goedaardige tumor van het dwarsgestreept spierweefsel
rabelaisachtig	adj	herinnering oproepend aan het werk van Rabelais
rabelaisachtige	=	rabelaisachtig
rabelaisachtigs	=	rabelaisachtig
rabenoe	noun	eretitel voor Torageleerden in de oudheid die veel leerlingen hadden
rabiaat	adj	op een boze manier ergens helemaal van bezeten zijn
rabiaats	=	rabiaat
rabiaatst	=	rabiaat
rabiaatste	=	rabiaat
rabiate	=	rabiaat
rabiater	=	rabiaat
rabiatere	=	rabiaat
rabiaters	=	rabiaat
rabiës	noun	ernstige aandoening als gevolg van een infectie met het rabiësvirus, meestal door een beet van een besmet dier
raboisai	noun	mijne heren, dames en heren (aanspreekvorm)
rabot	noun	een keersluis met een afsluiting in de vorm van een enkele hefdeur of schofdeur	adj	vele
rabotten	=	rabot
race	noun	wedstrijd waarbij het erom gaat een bepaald traject of parcours zo snel mogelijk af te leggen
raceauto	noun	een auto om snelheidswedstrijden mee te rijden.
raceauto's	=	raceauto
raceautootje	=	raceauto
raceautootjes	=	raceauto
racebaan	noun	een baan om snelheidswedstrijden op te houden
racebaantje	=	racebaan
racebaantjes	=	racebaan
racebanen	=	racebaan
raceboot	noun	snelle, open motorboot waarmee je aan snelheidswedstrijden kunt meedoen
racebootje	=	raceboot
racebootjes	=	raceboot
raceboten	=	raceboot
racecar	noun	auto gemaakt om snelheidswedstrijden te winnen
racecars	=	racecar
racecircuit	noun	voor motor- of autoraces bestemde weg die tijdens de race meermalen afgelegd moet worden
racecircuits	=	racecircuit
racedag	noun	de dag van een snelheidswedstrijd
racedagen	=	racedag
racefiets	noun	lichte fiets om zo snel mogelijk te fietsen
racefietsen	=	racefiets
racefietsje	=	racefiets
racefietsjes	=	racefiets
racegame	noun	computerspelgenre, waarin het racen over een circuit met een auto of ander transportmiddel centraal staat
racegamepje	=	racegame
racegamepjes	=	racegame
racegames	=	racegame
raceje	=	race
racejes	=	race
racekak	noun|humorous	diarree
raceklasse	noun	groep raceauto's of racemotoren die aan bepaalde eisen voldoen
raceklassen	=	raceklasse
racemaat	noun	racemisch mengsel
racemaatje	=	racemaat
racemaatjes	=	racemaat
racematen	=	racemaat
racemisch	adj	met gelijke concentraties van beide optische isomeren
racemische	=	racemisch
racemiseer	=	racemiseren
racemiseerde	=	racemiseren
racemiseerden	=	racemiseren
racemiseert	=	racemiseren
racemisere	=	racemiseren
racemiseren	verb	overgaan in een racemisch mengsel
racemiserend	=	racemiseren
racemiserende	=	racemiseren
racen	verb	aan een snelheidswedstrijd deelnemen
racend	=	racen
racende	=	racen
racepaard	noun	een paard dat kan meedoen aan paardenraces
racepaarden	=	racepaard
racepaardje	=	racepaard
racepaardjes	=	racepaard
racer	noun	iemand die aan een race deelneemt
racerij	noun	alles wat betrekking heeft op snelheidswedstrijden
racers	=	racer
racertje	=	racer
racertjes	=	racer
races	=	race
racespel	noun	computerspel, waarin het racen over een circuit met een auto of ander transportmiddel centraal staat
racespelen	=	racespel
racespellen	=	racespel
racesport	noun	snelheidswedstrijd waarbij deelnemers proberen een bepaald doel zo snel mogelijk te bereiken
racesporten	=	racesport
racesportje	=	racesport
racesportjes	=	racesport
racesturen	=	racestuur
racestuur	noun	Een speciaal ontworpen fietsstuur voor de wielersport.
racestuurtje	=	racestuur
racestuurtjes	=	racestuur
racet	=	racen
racete	=	racen
raceteam	noun	groep mensen die samen meedoen aan een snelheidswedstrijd
raceteams	=	raceteam
raceten	=	racen
racewagen	noun	een auto om snelheidswedstrijden mee te rijden.
racewagens	=	racewagen
racewagentje	=	racewagen
racewagentjes	=	racewagen
rachamiem	noun	barmhartigheid, medelijden
rachel	noun	smalle plank
rachels	=	rachel
racheltje	=	rachel
racheltjes	=	rachel
rachitis	noun	gebrekkige ontwikkeling van botten door gebrek aan vitamine D
rachitisch	adj	betrekking hebbend op rachitis
rachitische	=	rachitisch
rachitischer	=	rachitisch
rachitischere	=	rachitisch
rachitischers	=	rachitisch
rachitissen	=	rachitis
rachmones	noun	medelijden
rachter	noun	smalle plank
rachters	=	rachter
rachtertje	=	rachter
rachtertjes	=	rachter
raciaal	adj	het ras betreffend
raciaals	=	raciaal
raciaalst	=	raciaal
raciaalste	=	raciaal
raciale	=	raciaal
racialer	=	raciaal
racialere	=	raciaal
racialers	=	raciaal
racisme	noun	opvatting dat mensen door afstamming kunnen worden ingedeeld in grote groepen met verschillende uiterlijke kenmerken ("ras") en dat zo'n indeling belangrijk is voor het inrichten van de samenleving
racismebestrijding	noun	het geheel van acties, beleid en maatregelen dat gericht is op het voorkomen, tegengaan en verminderen van discriminatie en ongelijkheid op basis van afkomst, huidskleur, etniciteit of religie.
racismebestrijdingen	=	racismebestrijding
racismebestrijdinkje	=	racismebestrijding
racismebestrijdinkjes	=	racismebestrijding
racismeknielen	verb	knielen om een signaal af te geven tegen racisme te zijn
racismeregister	noun	lijst van namen van mensen die discriminerende uitlating hebben gedaan in uitgesloten zouden moeten worden van een overheidsbetrekking
racismeregisters	=	racismeregister
racist	noun	pleitbezorger voor ongelijke behandeling van mensen op grond van aangeboren uiterlijke kenmerken of afstamming van een etnische groep
raciste	noun	vrouwelijke vorm van racist
racisten	=	racist
racistes	=	raciste
racistisch	adj	voortkomend uit de opvatting dat mensen door afstamming kunnen worden ingedeeld in grote groepen met verschillende uiterlijke kenmerken ("ras") en dat zo'n indeling belangrijk is voor het inrichten van de samenleving
racistische	=	racistisch
racistischer	=	racistisch
racistischere	=	racistisch
racistischers	=	racistisch
racistischt	=	racistisch
racistischte	=	racistisch
racistje	=	racist
racistjes	=	racist
racket	noun	een sportvoorwerp bestaande uit een frame met een open ring waarover een netwerk van snaren is gespannen en een handvat
racketeer	noun	afperser
racketeers	=	racketeer
racketje	=	racket
racketjes	=	racket
rackets	=	racket
racketsport	noun	sport waarvoor met een racket nodig heeft
racketsporten	=	racketsport
raclet	=	racletten
raclette	noun	Zwitsers gerecht bestaande uit aardappels, zilveruitjes en kaas
racletten	verb	het aan tafel klaarmaken en eten van raclette
raclettend	=	racletten
raclettende	=	racletten
raclettes	=	raclette
rad	noun	wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water	abbrev	SI-eenheid voor hoek (symbool voor radiaal)
radar	noun	techniek waarmee uit de weerkaatsing van radiogolven de positie van een al dan niet bewegend voorwerp kan worden bepaald
radarantenne	noun	een richtinggevoelige antenne die de omgeving kan “aftasten”
radarantennen	=	radarantenne
radarantennes	=	radarantenne
radarantennetje	=	radarantenne
radarantennetjes	=	radarantenne
radarapparatuur	noun	toestellen die nodig zijn voor radar waarnemingen
radarcontrole	noun	vaststellen of bestuurders zich aan de maximumsnelheid houden door de snelheid van motorvoertuigen met behulp van radiogolven te meten
radarcontroles	=	radarcontrole
radardetector	noun	toestel dat de radiogolven van een radarinstallatie kan detecteren
radardetectoren	=	radardetector
radardetectors	=	radardetector
radardetectortje	=	radardetector
radardetectortjes	=	radardetector
radardiagram	noun	een webvormig diagram dat wordt gebruikt binnen de statistiek om de relatieve invloed van verschillende numerieke parameters aan te duiden
radardiagrammen	=	radardiagram
radardiagrammetje	=	radardiagram
radardiagrammetjes	=	radardiagram
radaroppervlak	noun	oppervlak van een voorwerp die een indicatie is van de grootte waarmee dit op een radarscherm is te zien
radaroppervlakje	=	radaroppervlak
radaroppervlakjes	=	radaroppervlak
radaroppervlakken	=	radaroppervlak
radarpost	noun	plaats waar waarnemingen gedaan worden met behulp van radar, met name om ruimtevaartuigen en scheepsbewegingen te observeren
radarposten	=	radarpost
radars	=	radar
radarscherm	noun	het beeldscherm waarop de gegevens van een radar zichtbaar worden gemaakt
radarschermen	=	radarscherm
radarschermpje	=	radarscherm
radarschermpjes	=	radarscherm
radarstation	noun	locatie met een radarinstallatie
radarstations	=	radarstation
radarsysteem	noun	groep toestellen die men nodig heeft voor het doen van radar waarnemingen
radarsysteempje	=	radarsysteem
radarsysteempjes	=	radarsysteem
radarsystemen	=	radarsysteem
radartje	=	radar
radartjes	=	radar
radarverklikker	noun	apparaat dat radiogolven van een radarinstallatie (voor snelheidscontroles) kan detecteren
radarverklikkers	=	radarverklikker
radbraak	=	radbraken
radbraakt	=	radbraken
radbraakte	=	radbraken
radbraakten	=	radbraken
radbrake	=	radbraken
radbraken	verb	ter dood brengen door opbinding op een rad en het breken van alle botten in de ledematen gevolgd door een zware slag op de hartstreek
radbrakend	=	radbraken
radbrakende	=	radbraken
radde	=	rad
radden	=	rad
radder	=	rad
raddere	=	rad
radders	=	rad
raddraaier	noun	iemand die dingen doet die bij de wet verboden zijn
raddraaiers	=	raddraaier
raddraaiertje	=	raddraaier
raddraaiertjes	=	raddraaier
raddraaister	=	raddraaier
rade	=	raad
radeer	=	raderen
radeerde	=	raderen
radeerden	=	raderen
radeergum	noun	gum om tekens op papier uit te wissen
radeergummen	=	radeergum
radeergummetje	=	radeergum
radeergummetjes	=	radeergum
radeerpotloden	=	radeerpotlood
radeerpotlood	noun	radeerstift
radeerpotloodje	=	radeerpotlood
radeerpotloodjes	=	radeerpotlood
radeert	=	raderen
radeloos	adj	ten einde raad, wanhopig
radeloosheid	noun	het radeloos zijn
radeloost	=	radeloos
radelooste	=	radeloos
radeloze	=	radeloos
radelozer	=	radeloos
radelozere	=	radeloos
radelozers	=	radeloos
raden	verb	een gissing maken naar iets
raden-republiek	=	radenrepubliek
radencommunisme	noun	communistisch systeem met arbeiders- en soldatenraden
radend	=	raden
radende	=	raden
radendemocratie	noun	een staat bestuurd door raden of 'sovjets' (Russisch voor 'raad') van arbeiders, boeren en soldaten
radendemocratietje	=	radendemocratie
radendemocratietjes	=	radendemocratie
radendemocratieën	=	radendemocratie
radenrepubliek	noun	republiek bestuurd door raden (van arbeiders, boeren en soldaten)
radenrepublieken	=	radenrepubliek
rader	=	raderen
raderboot	noun	een scheepstype dat wordt voortbewogen door schoepenraderen
raderbootje	=	raderboot
raderbootjes	=	raderboot
raderboten	=	raderboot
raderde	=	raderen
raderden	=	raderen
raderdieren	noun	een stam Rotifera van kleine meercellige organismen.
radere	=	raderen
raderen	verb	met een raderwieltje een patroon overnemen op patroonpapier
raderend	=	raderen
raderende	=	raderen
raderstoomboot	noun	een scheepstype dat wordt voortbewogen door schoepenraderen
raderstoombootje	=	raderstoomboot
raderstoombootjes	=	raderstoomboot
raderstoomboten	=	raderstoomboot
radert	=	raderen
radertje	=	rad
radertjes	=	rad
raderwerk	noun	een serie van in elkaar grijpende raderen
raderwerken	=	raderwerk
raderwerkje	=	raderwerk
raderwerkjes	=	raderwerk
raderwiel	noun	tandwiel
raderwielen	=	raderwiel
raderwieltje	=	raderwiel
raderwieltjes	=	raderwiel
radheid	noun	vaardigheid waarmee iets snel en doeltreffend wordt gedaan of gezegd
radiaal	noun	de SI-eenheid voor een hoek per definitie gelijk aan de grootte van een middelpuntshoek van een cirkel waarvan de lengte van de boog gelijk is aan de lengte van de straal (radius)	adj	straalsgewijs
radiaalband	noun	autoband waarbij de koordlagen van het binnenwerk volgens de omtrek van de doorsnede verlopen
radiaalbanden	=	radiaalband
radiaalmotor	noun	motor waarbij de cilinders in een stervorm of cirkelvorm rondom de krukas gesitueerd zijn
radiaalmotoren	=	radiaalmotor
radiaalmotors	=	radiaalmotor
radiaalmotortje	=	radiaalmotor
radiaalmotortjes	=	radiaalmotor
radiaals	=	radiaal
radiaalst	=	radiaal
radiaalste	=	radiaal
radiaaltje	=	radiaal
radiaaltjes	=	radiaal
radiair	adj	straalsgewijs
radiaire	=	radiair
radiairs	=	radiair
radiale	=	radiaal
radialen	=	radiaal
radialer	=	radiaal
radialere	=	radiaal
radialers	=	radiaal
radiant	noun	punt van uitstraling
radianten	=	radiant
radiateur	noun	toestel dat het koelwater van een verbrandingsmotor afkoelt
radiateuren	=	radiateur
radiateurs	=	radiateur
radiateurtje	=	radiateur
radiateurtjes	=	radiateur
radiatie	noun	uitstraling
radiatiepunt	noun	punt vanwaaruit uitstraling of uitzwerming plaatsvindt
radiatiepunten	=	radiatiepunt
radiatiepuntje	=	radiatiepunt
radiatiepuntjes	=	radiatiepunt
radiaties	=	radiatie
radiator	noun	een toestel dat door straling warmte afgeeft, ofwel ter verwarming van een ruimte, ofwel ter koeling van bijvoorbeeld een motor
radiatoren	=	radiator
radiatorfolie	noun	reflecterende en isolerende folie die wordt aangebracht tussen de buitenmuur en de radiator
radiatorfolies	=	radiatorfolie
radiatorfolietje	=	radiatorfolie
radiatorfolietjes	=	radiatorfolie
radiatorkraan	noun	kraan waarmee het hete water van een centrale verwarming naar de radiator wordt geregeld
radiatorkraantje	=	radiatorkraan
radiatorkraantjes	=	radiatorkraan
radiatorkranen	=	radiatorkraan
radiatorkwast	noun	speciale kwast om radiatoren te reinigen
radiatorkwasten	=	radiatorkwast
radiatorkwastje	=	radiatorkwast
radiatorkwastjes	=	radiatorkwast
radiators	=	radiator
radiatortje	=	radiator
radiatortjes	=	radiator
radiatorverf	noun	verf geschikt voor radiatoren (tegen hoge temperatuur bestand)
radiatorverfje	=	radiatorverf
radiatorverfjes	=	radiatorverf
radiatorverven	=	radiatorverf
radicaal	noun	iemand die de uiterste consequenties van een zienswijze aanvaardt	adj	diep ingrijpend
radicaal-links	adj	met een politieke overtuiging aan de uiterste linkerzijde van het politiek spectrum
radicaal-linkse	=	radicaal-links
radicaal-linkser	=	radicaal-links
radicaal-linksere	=	radicaal-links
radicaal-linksers	=	radicaal-links
radicaal-rechts	noun	de groep politici die extreem behoudend zijn	adj	in politiek opzicht extreem behoudend
radicaal-rechtse	=	radicaal-rechts
radicaal-rechtser	=	radicaal-rechts
radicaal-rechtsere	=	radicaal-rechts
radicaal-rechtsers	=	radicaal-rechts
radicaal-rechtst	=	radicaal-rechts
radicaal-rechtste	=	radicaal-rechts
radicaaldemocratisch	adj	met betrekking tot het streven naar een ingrijpende, fundamentele uitbreiding van vrijheid, gelijkheid en directe volksinvloed, waarbij democratie wordt gezien als een onvoltooid en continu proces
radicaaldemocratische	=	radicaaldemocratisch
radicaaldemocratischer	=	radicaaldemocratisch
radicaaldemocratischere	=	radicaaldemocratisch
radicaaldemocratischers	=	radicaaldemocratisch
radicaalfeministisch	adj	betreft een stroming uit de jaren 60 die streeft naar een fundamentele reorganisatie van de maatschappij om patriarchale structuren en mannelijke dominantie volledig te elimineren
radicaalfeministische	=	radicaalfeministisch
radicaalfeministischer	=	radicaalfeministisch
radicaalfeministischere	=	radicaalfeministisch
radicaalfeministischers	=	radicaalfeministisch
radicaalislamitisch	adj	radicaal zijnd in het islamitische geloof
radicaalislamitische	=	radicaalislamitisch
radicaalislamitischer	=	radicaalislamitisch
radicaalislamitischere	=	radicaalislamitisch
radicaalislamitischers	=	radicaalislamitisch
radicaallesbisch	adj	betreft een stroming binnen het feminisme (veelal jaren '70/'80) die lesbisch zijn niet slechts als seksuele voorkeur, maar als een politieke keuze ziet om zich volledig los te maken van het patriarchaat en de patriarchale structuur van de maatschappij
radicaallesbische	=	radicaallesbisch
radicaallesbischer	=	radicaallesbisch
radicaallesbischere	=	radicaallesbisch
radicaallesbischers	=	radicaallesbisch
radicaalmarxistisch	adj	betreft het streven naar een fundamentele, revolutionaire omverwerping van het kapitalisme en de burgerlijke staat om een klasseloze, communistische samenleving te vestigen
radicaalmarxistische	=	radicaalmarxistisch
radicaalmarxistischer	=	radicaalmarxistisch
radicaalmarxistischere	=	radicaalmarxistisch
radicaalmarxistischers	=	radicaalmarxistisch
radicaalnationalistisch	adj	betrekking hebbend op een extreme vorm van nationalisme die de eigen natie superieur acht en vaak streeft naar uitsluiting van minderheden of buitenlanders
radicaalnationalistische	=	radicaalnationalistisch
radicaalnationalistischer	=	radicaalnationalistisch
radicaalnationalistischere	=	radicaalnationalistisch
radicaalnationalistischers	=	radicaalnationalistisch
radicaals	=	radicaal
radicaalst	=	radicaal
radicaalste	=	radicaal
radicaaltje	=	radicaal
radicaaltjes	=	radicaal
radicale	=	radicaal
radicalen	=	radicaal
radicaler	=	radicaal
radicalere	=	radicaal
radicalers	=	radicaal
radicaliseer	=	radicaliseren
radicaliseerde	=	radicaliseren
radicaliseerden	=	radicaliseren
radicaliseert	=	radicaliseren
radicalisere	=	radicaliseren
radicaliseren	verb	in bepaalde (veelal extremistische) opvattingen radicaal of radicaler worden
radicaliserend	=	radicaliseren
radicaliserende	=	radicaliseren
radicalisering	noun	het proces waarin iemand of iets radicaal wordt
radicaliseringen	=	radicalisering
radicalisme	noun	neiging om principes tot het uiterste door te voeren
radicaliteit	noun	extreme mening of gedachte die sterk afwijkt van de gangbare mening
radicaliteiten	=	radicaliteit
radicchio	noun	rode sla
radicchio's	=	radicchio
radices	=	radix
radieus	adj	heel erg blij
radieust	=	radieus
radieuste	=	radieus
radieuze	=	radieus
radieuzer	=	radieus
radieuzere	=	radieus
radieuzers	=	radieus
radii	=	radius
radiicephalen	noun	een familie Radiicephalidae van straalvinnige vissen uit de orde van koningsvissen (Lampriformes)
radijs	noun	bepaald soort plant, Raphanus sativus uit de kruisbloemfamilie
radijsgalmug	noun	Gephyraulus raphanistri een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
radijsgalmuggen	=	radijsgalmug
radijsgalmugje	=	radijsgalmug
radijsgalmugjes	=	radijsgalmug
radijsje	=	radijs
radijsjes	=	radijs
radijsvaalhoed	noun	Hebeloma crustuliniforme een schimmel behorend tot de familie Hymenogastraceae.
radijsvaalhoeden	=	radijsvaalhoed
radijsvaalhoedje	=	radijsvaalhoed
radijsvaalhoedjes	=	radijsvaalhoed
radijzen	=	radijs
radio	noun	toestel dat uitgezonden radiogolven kan ontvangen en omzetten in geluid
radio's	=	radio
radio-cassetterecorder	noun	draagbaar toestel met een radio en een cassetterecorder
radio-cassetterecorders	=	radio-cassetterecorder
radio-isotoop	noun	radioactieve isotoop, o.a. gebruikt voor de bestraling van kwaadaardige weefsels
radio-isotopen	=	radio-isotoop
radio-omroep	noun	het vanuit een centraal punt (studio) via de ether of kabel openbaar verspreiden van berichten en muziek, volgens een bekendgemaakt programma of formule
radio-omroepen	=	radio-omroep
radio-omroepje	=	radio-omroep
radio-omroepjes	=	radio-omroep
radio-ontvanger	noun	toestel waarmee radio-uitzendingen kunnen worden ontvangen
radio-ontvangers	=	radio-ontvanger
radio-ontvangertje	=	radio-ontvanger
radio-ontvangertjes	=	radio-ontvanger
radio-ontvangst	noun	het kunnen beluisteren van een radioprogramma
radio-ontvangsten	=	radio-ontvangst
radio-uitzending	noun	dat wat via de radio publiekelijk wordt gemaakt
radio-uitzendingen	=	radio-uitzending
radio-uitzendinkje	=	radio-uitzending
radio-uitzendinkjes	=	radio-uitzending
radioactief	adj	door instabiliteit van de atoomkern materiële deeltjes en/of elektromagnetische straling uitzendend
radioactiefs	=	radioactief
radioactiefst	=	radioactief
radioactiefste	=	radioactief
radioactieve	=	radioactief
radioactiever	=	radioactief
radioactievere	=	radioactief
radioactievers	=	radioactief
radioactiviteit	noun	het verval van onstabiele isotopen waarbij materiële deeltjes en/of elektromagnetische straling vrijkomt
radioactiviteiten	=	radioactiviteit
radioalfabet	noun	Een radioalfabet (ook wel spelalfabet genoemd) is een lijst waarin elke letter van het alfabet wordt gekoppeld aan een woord, meestal een persoons- of plaatsnaam, om woorden duidelijk te spellen over de radio
radioamateur	noun	iemand die met een zendinstallatie heeft met andere liefhebbers in contact treedt
radioamateurs	=	radioamateur
radioamateurtje	=	radioamateur
radioamateurtjes	=	radioamateur
radioapparaat	noun	ontvangtoestel voor radio-uitzendingen
radioapparaatje	=	radioapparaat
radioapparaatjes	=	radioapparaat
radioapparaten	=	radioapparaat
radioapparatuur	noun	toestellen die nodig zijn voor het verzenden of ontvangen van radioberichten
radioastronomie	noun	sterrenkunde die zich bezighoudt met door sterren en nevels uitgezonden korte radiogolven
radiobaken	noun	radiozendstation op een zee- of luchthaven of langs een luchtroute, dat dient als hulpmiddel om de koers voor schepen en vliegtuigen te bepalen
radiobakens	=	radiobaken
radiobakentje	=	radiobaken
radiobakentjes	=	radiobaken
radiobericht	noun	mededeling die via een radioverbinding wordt verstuurd
radioberichten	=	radiobericht
radioberichtje	=	radiobericht
radioberichtjes	=	radiobericht
radiobesturing	noun	besturing door middel van elektromagnetische signalen in de frequentieband die gewoonlijk wordt gebruikt voor radiosignalen.
radiobesturingen	=	radiobesturing
radiobesturinkje	=	radiobesturing
radiobesturinkjes	=	radiobesturing
radiobiologen	=	radiobioloog
radiobiologie	noun	studie en leer van de invloed van straling op levende organismen en van de productie van straling door organismen
radiobiologisch	adj	betreffende de bestudering van de invloed van ioniserende straling op levende organismen
radiobiologische	=	radiobiologisch
radiobiologischer	=	radiobiologisch
radiobiologischere	=	radiobiologisch
radiobiologischers	=	radiobiologisch
radiobioloog	noun	bioloog die zich bezig houdt met de wetenschap van de biologische gevolgen van ioniserende en niet-ioniserende straling van het gehele elektromagnetische spectrum
radiobioloogje	=	radiobioloog
radiobioloogjes	=	radiobioloog
radiobode	noun	radiogids
radioboden	=	radiobode
radiobodes	=	radiobode
radioboek	noun	een via de radio uitgezonden gesproken boek
radioboeken	=	radioboek
radioboekje	=	radioboek
radioboekjes	=	radioboek
radiobron	noun	een klein, afgebakend gebied aan de hemel van waaruit radiostraling afkomstig is
radiobronnen	=	radiobron
radiobronnetje	=	radiobron
radiobronnetjes	=	radiobron
radiobuis	noun	dit is de oudste elektronische component.
radiobuisje	=	radiobuis
radiobuisjes	=	radiobuis
radiobuizen	=	radiobuis
radiocarboonmethode	noun	methode om de ouderdom van organisch materiaal te bepalen m.b.v. het radioactieve koolstofisotoop C14 ('carboon')
radiocarboonmethoden	=	radiocarboonmethode
radiocarboonmethodes	=	radiocarboonmethode
radiocarboonmethodetje	=	radiocarboonmethode
radiocarboonmethodetjes	=	radiocarboonmethode
radiochemie	noun	scheikunde van de radioactieve isotopen
radiocommentator	noun	iemand die voor de radio commentaar geeft (b.v. op actuele gebeurtenissen)
radiocommentatoren	=	radiocommentator
radiocommentators	=	radiocommentator
radiocommentatortje	=	radiocommentator
radiocommentatortjes	=	radiocommentator
radiocommercial	noun	aanprijzing van een product of een dienst tijdens een radio-uitzending
radiocommercials	=	radiocommercial
radiocommunicatie	noun	uitwisselen van informatie met behulp van elektromagnetische straling
radiocommunicaties	=	radiocommunicatie
radiocontact	noun	communicatie via radiogolven
radiocontacten	=	radiocontact
radiodagboek	noun	instrument dat wordt gebruikt bij het continu luisteronderzoek naar radioluistergedrag.
radiodagboeken	=	radiodagboek
radiodagboekje	=	radiodagboek
radiodagboekjes	=	radiodagboek
radiodistributie	noun	faciliteit voor het doorgeven van radioprogramma's via een kabel die van ongeveer 1925 tot 1975 in Nederland functioneerde
radiodistributies	=	radiodistributie
radiodrama	noun	een vorm van drama, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van geluid
radiodrama's	=	radiodrama
radiodramaatje	=	radiodrama
radiodramaatjes	=	radiodrama
radioflits	noun	plotselinge, kortdurende uitbarsting van radiostraling
radioflitsen	=	radioflits
radioflitsje	=	radioflits
radioflitsjes	=	radioflits
radiofrequentie	noun	frequentie van radiogolven in het bereik van enkele honderden Hz tot enkele honderden GHz
radiofrequenties	=	radiofrequentie
radiogeen	adj	ioniserende straling veroorzakend
radiogeens	=	radiogeen
radiogene	=	radiogeen
radiogesprek	noun	een gesprek op de radio
radiogesprekken	=	radiogesprek
radiogids	noun	tijdschrift uitgegeven door omroeporganisaties waarin radio- (en televisie-)programma's worden besproken en waarin staat welke programma's waar en wanneer worden uitgezonden
radiogidsen	=	radiogids
radiogolf	noun	een elektromagnetische golf met golflengten uiteenlopend van ruwweg duizend kilometer tot een millimeter, dus in het frequentiegebied van enkele honderden Hz tot enkele honderden GHz, gebruikt voor bijvoorbeeld radio, televisie en radar
radiogolfje	=	radiogolf
radiogolven	=	radiogolf
radiografie	noun	fotograferen door middel van röntgenstralen
radiografieën	=	radiografie
radiografisch	adj	met behulp van radiostralen
radiografische	=	radiografisch
radiografischer	=	radiografisch
radiografischere	=	radiografisch
radiografischers	=	radiografisch
radiogram	noun	vastlegging van het beeld dat röntgenstralen geven wanneer zij door een lichaam of voorwerp heen gaan
radiogrammen	=	radiogram
radiogrammetje	=	radiogram
radiogrammetjes	=	radiogram
radiohandelaar	noun	winkelier die radio's en televisies verkoopt
radiohandelaars	=	radiohandelaar
radiohandelaren	=	radiohandelaar
radiohut	noun	kleine ruimte van waaruit met de radiocommunicatie of radiotelegrafie verzorgt
radiohutje	=	radiohut
radiohutjes	=	radiohut
radiohutten	=	radiohut
radiojournaal	noun	nieuwsuitzending op de radio
radiojournaals	=	radiojournaal
radiojournalen	=	radiojournaal
radiojournalist	noun	een mediaprofessional die nieuws en verhalen onderzoekt, verzamelt en presenteert via audio-uitzendingen, zoals radio en podcasts
radiojournalisten	=	radiojournalist
radiojournalistje	=	radiojournalist
radiojournalistjes	=	radiojournalist
radiokamer	noun	vertrek van waaruit de radiocommunicatie of radiotelegrafie wordt verzorgd
radiokamers	=	radiokamer
radiokamertje	=	radiokamer
radiokamertjes	=	radiokamer
radiolamp	noun|obsolete	elektronenbuis in een radiozender of -ontvanger
radiolampen	=	radiolamp
radiolampje	=	radiolamp
radiolampjes	=	radiolamp
radiolaria	noun	taxonomische groep van in zee levende eencelligen, Radiolaria, waarvan vele een fraai gevormd skelet hebben
radiolezing	noun	rede die wordt uitgezonden via de radio
radiolezingen	=	radiolezing
radiolieden	=	radioman
radiologen	=	radioloog
radiologie	noun	het medisch specialisme dat zich bezig houdt met het opzoeken van de aard en de plaats van een ziekte, letsel of aandoening door middel van stralen of golven
radiologisch	adj	met betrekking tot het medisch specialisme dat zich bezig houdt met het opzoeken van de aard en de plaats van een ziekte, letsel of aandoening door middel van stralen of golven
radiologische	=	radiologisch
radiologischer	=	radiologisch
radiologischere	=	radiologisch
radiologischers	=	radiologisch
radioloog	noun	de arts die gespecialiseerd is in het verrichten van onderzoek en het stellen van diagnoses met behulp van stralen of apparaten die de weefsels en organen van het lichaam zichtbaar maken
radioloogje	=	radioloog
radioloogjes	=	radioloog
radiolui	=	radioman
radioluisteraar	noun	persoon die naar een radioprogramma luistert
radioluisteraars	=	radioluisteraar
radiolyse	noun	door ioniserende straling teweeggebrachte veranderingen in een chemisch systeem
radiolyses	=	radiolyse
radiomaker	noun	iemand die een radioprogramma maakt
radiomakers	=	radiomaker
radiomakertje	=	radiomaker
radioman	noun	iemand die een radioprogramma maakt
radiomannen	=	radioman
radiomannetje	=	radioman
radiomannetjes	=	radioman
radiometer	noun	toestel voor het meten van de intensiteit van (radioactieve) stralen, stralingsmeter
radiometers	=	radiometer
radiometertje	=	radiometer
radiometrie	noun	meting van (radioactieve) stralingsenergie
radiometrisch	adj	betrekking hebbend op de radiometrie en/of bepaald door middel van een radiometer
radiometrische	=	radiometrisch
radiometrischer	=	radiometrisch
radiometrischere	=	radiometrisch
radiometrischers	=	radiometrisch
radiomonteur	noun	iemand die voor zijn beroep radio's bouwt, onderhoudt of repareert
radiomonteurs	=	radiomonteur
radionet	noun	radioprogramma's die achterelkaar worden uitgezonden op een zelfde radiofrequentie
radionetten	=	radionet
radionieuws	noun	nieuwsuitzending op de radio
radionuclide	noun	nuclide die zonder invloed van buitenaf vervalt onder uitzending van ioniserende straling
radionucliden	=	radionuclide
radionuclides	=	radionuclide
radiootje	=	radio
radiootjes	=	radio
radiopeiler	noun	toestel om radiosignalen mee op te vangen met een speciale richtantenne
radiopeilers	=	radiopeiler
radiopresentator	noun	presentator op de radio
radiopresentatoren	=	radiopresentator
radiopresentators	=	radiopresentator
radiopresentatortje	=	radiopresentator
radiopresentatortjes	=	radiopresentator
radioprogramma	noun	programma dat op de radio wordt uitgezonden
radioprogramma's	=	radioprogramma
radioprogrammaatje	=	radioprogramma
radioprogrammaatjes	=	radioprogramma
radiopuntbron	noun	een puntvormig gebied aan de hemel van waaruit radiostraling afkomstig is
radiopuntbronnen	=	radiopuntbron
radiopuntbronnetje	=	radiopuntbron
radiopuntbronnetjes	=	radiopuntbron
radioreclame	noun	aanprijzing voor bepaalde producten of diensten die wordt uitgezonden tijdens een radio-uitzending
radioreclames	=	radioreclame
radiorede	noun	lezing die wordt uitgezonden via de radio
radioredes	=	radiorede
radioregisseur	noun	iemand die de regie voert bij het maken van een radioprogramma
radioregisseurs	=	radioregisseur
radioregisseurtje	=	radioregisseur
radioregisseurtjes	=	radioregisseur
radiorichtingzoeker	noun	peilapparaat waarmee de richting van de bron van een radiosignaal kan worden bepaald
radiorichtingzoekers	=	radiorichtingzoeker
radiorichtingzoekertje	=	radiorichtingzoeker
radiorichtingzoekertjes	=	radiorichtingzoeker
radioschotel	noun	holle, cirkelvormige antenne voor het opvangen van radiosignalen
radioschotels	=	radioschotel
radioscoop	noun	röntgenapparaat
radioscopie	noun	het bekijken van inwendige organen d.m.v. röntgenstralen
radioscopieën	=	radioscopie
radioscopisch	adj	op de radioscopie betrekking hebbend, volgens de radioscopie
radioscopische	=	radioscopisch
radioscopischer	=	radioscopisch
radioscopischere	=	radioscopisch
radioscopischers	=	radioscopisch
radioshow	noun	radioprogramma met gesprekken en muziek
radioshows	=	radioshow
radiosignaal	noun	elektromagnetisch signaal op radiogolflengte (enkele honderden Hz tot enkele honderden GHz)
radiosignaaltje	=	radiosignaal
radiosignaaltjes	=	radiosignaal
radiosignalen	=	radiosignaal
radiosonde	noun	een apparaat dat hangend onder een weerballon meteorologische metingen verricht en deze draadloos doorgeeft aan een meteorologisch station.
radiosondes	=	radiosonde
radiospectrum	noun	dit spectrum omvat elektromagnetische golven met golflengten uiteenlopend van ruwweg duizend kilometer tot één millimeter, dus in het frequentiegebied van enkele honderden Hz tot enkele honderden GHz
radiospot	noun	korte reclame op de radio
radiospotje	=	radiospot
radiospotjes	=	radiospot
radiospots	=	radiospot
radiostation	noun	een radiozender die geregelde programma's verzorgt
radiostationnetje	=	radiostation
radiostationnetjes	=	radiostation
radiostations	=	radiostation
radiostem	noun	de stem van iemand die men kan horen via de radio
radiostemmen	=	radiostem
radiostemmetje	=	radiostem
radiostemmetjes	=	radiostem
radiostilte	noun	een toestand waarin men geen radioboodschappen uitzendt
radiostilten	=	radiostilte
radiostiltes	=	radiostilte
radiostiltetje	=	radiostilte
radiostoring	noun	een verstoring van het radioverkeer
radiostoringen	=	radiostoring
radiostraling	noun	een vorm van elektromagnetische straling met lange golflengtes (1 millimeter tot duizenden kilometers) en lage frequenties, hetzelfde frequentiespectrum waarin de radio golven ontvangt
radiostralingen	=	radiostraling
radiostudio	noun	een ruimte die ingericht is om radioprogramma's te maken
radiostudio's	=	radiostudio
radiostudiootje	=	radiostudio
radiostudiootjes	=	radiostudio
radiotechniek	noun	alle apparatuur en kennis die nodig is voor het uitzenden en ontvangen van radioberichten
radiotechnieken	=	radiotechniek
radiotelefoon	noun	een radioverbinding die men gebruikt voor het verzenden van persoonlijke berichten
radiotelefoons	=	radiotelefoon
radiotelegrafie	noun	draadloze telegrafie
radiotelegrafist	noun	telegrafist bij de draadloze telegrafie
radiotelegrafisten	=	radiotelegrafist
radiotelegram	noun	draadloos overgebracht telegram
radiotelegrammen	=	radiotelegram
radiotelescoop	noun	instrument waarmee men radiogolven uit de kosmische ruimte kan opvangen
radiotelescopen	=	radiotelescoop
radiotherapeutisch	adj	betrekking hebbend op de radiotherapie
radiotherapeutische	=	radiotherapeutisch
radiotherapeutischer	=	radiotherapeutisch
radiotherapeutischere	=	radiotherapeutisch
radiotherapeutischers	=	radiotherapeutisch
radiotherapie	noun	therapie door bestraling met lichtstralen, röntgenstralen en radioactieve stralen
radiotherapieën	=	radiotherapie
radiotoespraak	noun	een rede gehouden voor de radio
radiotoespraakje	=	radiotoespraak
radiotoespraakjes	=	radiotoespraak
radiotoespraken	=	radiotoespraak
radiotoestel	noun	ontvangtoestel voor radio-uitzendingen
radiotoestellen	=	radiotoestel
radiotoestelletje	=	radiotoestel
radiotoestelletjes	=	radiotoestel
radiotoren	noun	een hoge ondersteuningsconstructie die een radiozendantenne draagt
radiotorens	=	radiotoren
radiotorentje	=	radiotoren
radiotorentjes	=	radiotoren
radioverbinding	noun	communicatiekanaal dat werkt met elektromagnetische golven
radioverbindingen	=	radioverbinding
radioverbindinkje	=	radioverbinding
radioverbindinkjes	=	radioverbinding
radioverkeer	noun	telecommunicatie door middel van de radio
radioverslaggever	noun	verslaggever bij de radio
radioverslaggevers	=	radioverslaggever
radiovriendelijk	adj	geschikt om via de radio te worden uitgezonden
radiovriendelijke	=	radiovriendelijk
radiovriendelijker	=	radiovriendelijk
radiovriendelijkere	=	radiovriendelijk
radiovriendelijkers	=	radiovriendelijk
radiovriendelijks	=	radiovriendelijk
radiovriendelijkst	=	radiovriendelijk
radiovriendelijkste	=	radiovriendelijk
radiowekker	noun	een klok die je op een bepaalde tijd wakker maakt met radiomuziek
radiowekkers	=	radiowekker
radiowekkertje	=	radiowekker
radiowekkertjes	=	radiowekker
radiozender	noun	toestel voor het uitzenden van radioprogramma's
radiozenders	=	radiozender
radiozendertje	=	radiozender
radiozendertjes	=	radiozender
radium	noun	scheikundig element met symbool Ra en atoomnummer 88. Wit/zilverkleurig aardalkalimetaal
radiumatomen	=	radiumatoom
radiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element radium.
radiumatoompje	=	radiumatoom
radiumatoompjes	=	radiumatoom
radius	noun	straal van een cirkel
radiussen	=	radius
radix	noun	wortel uit een getal
radiësthesie	noun	ontvankelijkheid voor aardstralen
radiësthesist	noun	wichelroedeloper
radiësthesisten	=	radiësthesist
radja	noun	Indische vorst
radja's	=	radja
radjaahtje	=	radjah
radjaatje	=	radja
radjah	noun	adellijk persoon op Java
radjah-eend	noun	Radjah radjah vogel die voorkomt in Australië, Nieuw-Guinea en op de Molukken, en wordt ook wel Molukse radjah-eend genoemd
radjah-eenden	=	radjah-eend
radjah-eendje	=	radjah-eend
radjah-eendjes	=	radjah-eend
radjahdwergooruil	noun	Otus brookii een vogelsoort uit de familie van de Strigidae (echte uilen).
radjahdwergooruilen	=	radjahdwergooruil
radjahdwergooruiltje	=	radjahdwergooruil
radjahdwergooruiltjes	=	radjahdwergooruil
radjahs	=	radjah
radje	=	rad
radjes	=	rad
radlijn	noun	kromme, beschreven door een punt van een cirkel die rolt over een rechte lijn
radlijnen	=	radlijn
radlijntje	=	radlijn
radlijntjes	=	radlijn
radon	noun	met symbool Rn en atoomnummer 86. Een kleurloos edelgas
radonatomen	=	radonatoom
radonatoom	noun	een atoom van het chemisch element radon.
radonatoompje	=	radonatoom
radonatoompjes	=	radonatoom
rads	=	rad
radslag	noun	Turnoefening lijkend op een arabier.
radslagen	=	radslag
radslagje	=	radslag
radslagjes	=	radslag
radst	=	rad
radste	=	rad
radularog	noun	Raja radula een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
radularoggen	=	radularog
radularoggetje	=	radularog
radularoggetjes	=	radularog
radularogje	=	radularog
radularogjes	=	radularog
radvormig	adj	vorm van een rad hebbend
radvormige	=	radvormig
radvormiger	=	radvormig
radvormigere	=	radvormig
radvormigers	=	radvormig
radvormigs	=	radvormig
radvormigst	=	radvormig
radvormigste	=	radvormig
raecks	=	reeks
raecx	=	reeks
raedtsheer	=	raadsheer
raef	=	raaf
raeks	=	reeks
raetsheer	=	raadsheer
raetsplegen	=	raadplegen
raeven	=	raaf
raex	=	reeks
rafactie	noun	korting wegens beschadiging
rafacties	=	rafactie
rafactietje	=	rafactie
rafactietjes	=	rafactie
rafee	noun	bepaald schriftteken boven een medeklinkerletter dat een spirantische uitspraak daarvan aangeeft
rafel	noun	een losgeraakte draad van een weefsel
rafelde	=	rafelen
rafelden	=	rafelen
rafele	=	rafelen
rafelen	verb	van een geweven stof of touw dat deze vanaf de rand of uiteinde uit elkaar valt
rafelend	=	rafelen
rafelende	=	rafelen
rafelig	adj	een weefsel is rafelig als er draden uit losraken, het weefsel is dan beschadigd
rafelige	=	rafelig
rafeliger	=	rafelig
rafeligere	=	rafelig
rafeligers	=	rafelig
rafeligs	=	rafelig
rafeligst	=	rafelig
rafeligste	=	rafelig
rafeling	noun	een schadeverschijnsel dat optreedt bij asfaltbeton
rafelingen	=	rafeling
rafelrand	noun	zaken aan de periferie van de samenleving die niet helemaal volgens de gebruikelijke, officiële regels gaan
rafelranden	=	rafelrand
rafelrandje	=	rafelrand
rafelrandjes	=	rafelrand
rafels	=	rafel
rafelschotelkorst	noun	Myriolecis crenulata een korstmos die hoort tot de familie Lecanoraceae.
rafelschotelkorsten	=	rafelschotelkorst
rafelschotelkorstje	=	rafelschotelkorst
rafelschotelkorstjes	=	rafelschotelkorst
rafelt	=	rafelen
rafeltje	=	rafel
rafeltjes	=	rafel
raffel	=	raffelen
raffelde	=	raffelen
raffelden	=	raffelen
raffele	=	raffelen
raffelen	verb	vlug spreken
raffelend	=	raffelen
raffelende	=	raffelen
raffelt	=	raffelen
raffia	noun	lange, uit gedroogde bladeren gesneden vezels van een Afrikaanse palmsoort
raffinaderij	noun	een fabriek waar ruwe aardolie verwerkt wordt tot primaire chemicaliën
raffinaderijen	=	raffinaderij
raffinaderijtje	=	raffinaderij
raffinaderijtjes	=	raffinaderij
raffinadeur	noun	iemand die raffineert
raffinadeurs	=	raffinadeur
raffinadeurtje	=	raffinadeur
raffinadeurtjes	=	raffinadeur
raffinage	noun	het raffineren (afscheiden van de onzuivere bestanddelen van een stof)
raffinages	=	raffinage
raffineer	=	raffineren
raffineerde	=	raffineren
raffineerden	=	raffineren
raffineert	=	raffineren
raffinement	noun	met veel verfijning en elegantie
raffinementen	=	raffinement
raffinementje	=	raffinement
raffinementjes	=	raffinement
raffinere	=	raffineren
raffineren	verb	zuiveren, fijner maken, verfijnen
raffinerend	=	raffineren
raffinerende	=	raffineren
raffineur	noun	raffineerder
raffineurs	=	raffineur
raffineurtje	=	raffineur
raffineurtjes	=	raffineur
raft	=	raften
rafte	=	raften
raften	verb	met een rubberboot op snel stromende rivieren varen
raftend	=	raften
raftende	=	raften
rafter	noun	smalle plank
rafters	=	rafter
raftertje	=	rafter
raftertjes	=	rafter
raftte	=	raften
raftten	=	raften
rafute	noun	Okinawaans gerecht van in blokken gesneden varkensrib gesudderd in sojasaus
rag	noun	door een spin voortgebrachte draden
raga	noun	Indiase melodie die het uitgangspunt vormt voor een improvisatie
raga's	=	raga
ragade	noun	scheurtje in huid of slijmvlies, bijvoorbeeld in de mondhoek
ragaden	=	ragade
ragadetje	=	ragade
ragadetjes	=	ragade
ragamuffin	noun	dansmuziek die een combinatie is van reggae en rap
ragamuffins	=	ragamuffin
ragde	=	raggen
ragden	=	raggen
ragdun	adj	heel erg smal, heel erg slank
ragdunne	=	ragdun
ragduns	=	ragdun
rage	noun	iets dat op zeker ogenblik sterk in de mode is
ragebol	noun	een ronde harige borstel aan een lange stok, vaak gebruikt om hogergelegen spinraggen mee te verwijderen
ragebollen	=	ragebol
ragebolletje	=	ragebol
ragebolletjes	=	ragebol
ragen	verb	spinrag en andere verontreinigingen verwijderen met een bolvormige borstel op een steel ('ragebol')
ragend	=	ragen
ragende	=	ragen
rager	noun	borstel met gebold oppervlak, bevestigd aan een lange steel en gemaakt om spinrag te verwijderen
ragers	=	rager
ragertje	=	rager
ragertjes	=	rager
rages	=	rage
ragfijn	adj	bijzonder dun en teer
ragfijne	=	ragfijn
ragfijns	=	ragfijn
ragga	noun	een genre van Jamaicaanse populaire muziek dat is ontstaan in de late jaren 1970
raggamuffin	noun	reggae met hiphopinvloeden, zoals snelle beats
raggamuffins	=	raggamuffin
ragge	=	raggen
raggeling	noun	tegenvaller, strop
raggen	verb	ruw heen en weer bewegen
raggend	=	raggen
raggende	=	raggen
ragje	=	rag
ragjes	=	rag
raglan	noun	mantel waarbij de mouwen tot aan de hals doorlopen, doordat de gewone mouwinzet is vervangen door schuin oplopende naden tussen oksel en hals
raglanmouw	noun	mouw ingezet zó dat er een schuine naad loopt vanaf de okselholte tot de halskraag
raglanmouwen	=	raglanmouw
raglanmouwtje	=	raglanmouw
raglanmouwtjes	=	raglanmouw
raglans	=	raglan
ragout	noun	een gerecht dat bestaat uit stukjes gesneden vlees, gevogelte of vis in saus.
ragoutje	=	ragout
ragoutjes	=	ragout
ragouts	=	ragout
rags	=	rag
ragschore	noun	ondeugdelijke waar
ragt	=	raggen
ragtime	noun	laatnegentiende-eeuwse Amerikaanse jazzmuziek, die gekenmerkt wordt door syncopische melodie en begeleiding
ragtimes	=	ragtime
raiateajufferduif	noun	Ptilinopus chrysogaster een soort jufferduif uit de familie Columbidae (duiven).
raiateajufferduifje	=	raiateajufferduif
raiateajufferduifjes	=	raiateajufferduif
raiateajufferduiven	=	raiateajufferduif
raiateakakariki	noun	Cyanoramphus ulietanus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
raiateakakariki's	=	raiateakakariki
raiateakakarikietje	=	raiateakakariki
raiateakakarikietjes	=	raiateakakariki
raid	noun	kortdurende militaire expeditie
raider	noun	iemand die zorgt voor een vijandige overname van een bedrijf door aandelen te kopen
raiders	=	raider
raids	=	raid
rail	noun	een metalen staaf waar het wiel van een railvoertuig op rijdt
raildemper	noun	rubberen voorwerp dat aan de zijkanten van spoorstaven wordt bevestigd om de trillingen te verminderen van daarover heenrijdende treinen
raildempers	=	raildemper
raildempertje	=	raildemper
raildempertjes	=	raildemper
railinfrastructuren	=	railinfrastructuur
railinfrastructuur	noun	het spoorwegnet en daarmee samenhangende voorzieningen als stations, terminals, spoorwegovergangen, tunnels, bruggen, viaducten, bovenleiding en spoorwegbeveilgings- en -besturingssystemen
railleer	=	railleren
railleerde	=	railleren
railleerden	=	railleren
railleert	=	railleren
raillere	=	railleren
railleren	verb	schertsen, als grap opmerken
raillerend	=	railleren
raillerende	=	railleren
railnet	noun	verzameling van met elkaar samenhangende spoorwegverbindingen
railnetten	=	railnet
rails	=	rail
railsje	=	rail
railtender	noun	wagentje met dranken en versnaperingen in de trein
railtenders	=	railtender
railtje	=	rail
railtjes	=	rail
railtransport	noun	bepaalde verplaatsing van personen of goederen per trein
railtransporten	=	railtransport
railverbinding	noun	een spoorweg tussen twee plaatsen
railverbindingen	=	railverbinding
railverbindinkje	=	railverbinding
railverbindinkjes	=	railverbinding
railverkeer	noun	verkeer op rails
railverkeersleiding	noun	Instantie die verantwoordelijk is voor het conflictvrij en veilig leiden van het treinverkeer
railvervoer	noun	vervoer over rails
railvoertuig	noun	een voertuig dat op rails gebruikt wordt voor het vervoer.
railvoertuigen	=	railvoertuig
railvoertuigje	=	railvoertuig
railvoertuigjes	=	railvoertuig
rainbowwashing	noun	de praktijk waarbij bedrijven of organisaties zich oppervlakkig profileren als bondgenoot van de LHBTIQ+-gemeenschap om commercieel gewin of een positief imago te creëren, zonder dat hier structurele steun of beleid tegenover staat.
raio	noun	afgestudeerd jurist die als deel van zijn opleiding tot rechter of officier van justitie voor een rechter of het openbaar ministerie werkt
raio's	=	raio
raisonnabel	adj	redelijk, billijk, gematigd
raisonnabele	=	raisonnabel
raisonnabeler	=	raisonnabel
raisonnabelere	=	raisonnabel
raisonnabelers	=	raisonnabel
raisonnabels	=	raisonnabel
raisonnabelst	=	raisonnabel
raisonnabelste	=	raisonnabel
raisonneer	=	raisonneren
raisonneerde	=	raisonneren
raisonneerden	=	raisonneren
raisonneert	=	raisonneren
raisonnere	=	raisonneren
raisonneren	verb	redeneren
raisonnerend	=	raisonneren
raisonnerende	=	raisonneren
raisonneur	noun	iemand die raisonneert (doorgedreven redeneert), een haarklover, drammer, muggenzifter, vitter
raisonneurs	=	raisonneur
raja	=	radja
raja-ampatpitohui	noun	Pitohui cerviniventris een soort vogel uit de familie van de wielewalen en vijgvogels (Oriolidae).
raja-ampatpitohui's	=	raja-ampatpitohui
raja-ampatpitohuitje	=	raja-ampatpitohui
raja-ampatpitohuitjes	=	raja-ampatpitohui
rajab	noun	de zevende maand van het jaar in de islamitische kalender
rajasthanitalig	adj	Rajasthani sprekend
rajasthanitalige	=	rajasthanitalig
rajasthanitaligs	=	rajasthanitalig
rak	noun	recht stuk vaarwater
rake	noun	schrijfwijze voor: raak "hark"
rakel	noun	werktuig in de vorm van een wisser waarmee inkt door een zeefraam gedrukt wordt
rakelde	=	rakelen
rakelden	=	rakelen
rakele	=	rakelen
rakelen	verb	harken
rakelend	=	rakelen
rakelende	=	rakelen
rakelings	adj	vlak langs, bijna rakend, scheerlings	adv	bijna rakend, scheerlings
rakelingse	=	rakelings
rakels	=	rakel
rakelt	=	rakelen
rakeltje	=	rakel
rakeltjes	=	rakel
raken	verb	een klap, schot of stoot toebrengen
rakend	=	raken
rakende	=	raken
raker	=	raak
rakere	=	raak
rakers	=	raak
raket	noun	cilindervormig projectiel dat door een naar achteren gerichte, gecontroleerde ontploffing wordt voortbewogen
raketaandrijving	noun	aandrijving d.m.v. het raketprincipe (reactiemotor)
raketaanval	noun	actie waarbij explosieven met aandrijving door een straalpijp op de vijand worden afgeschoten
raketaanvallen	=	raketaanval
raketaanvalletje	=	raketaanval
raketaanvalletjes	=	raketaanval
raketafweer	noun	systeem dat beschermt tegen aanvallende raketten
raketafweren	=	raketafweer
raketbases	=	raketbasis
raketbasis	noun	plaats waarvan raketten kunnen worden afgevuurd samen met alle hulpgebouwen en -wegen die daarbij horen
raketbasissen	=	raketbasis
raketbrandstof	noun	stof die men in een raketmotor verbrandt om de raket voort te stuwen
raketbrandstoffen	=	raketbrandstof
raketje	=	raket
raketjes	=	raket
raketkop	noun	het bovenste deel van een raket waarin de nuttige lading is geborgen
raketkoppen	=	raketkop
raketlanceerbasis	noun	locatie van waaraf men raketten kan afvuren
raketlanceerbasissen	=	raketlanceerbasis
raketmotor	noun	reactiemotor ter voortstuwing van een raket
raketmotoren	=	raketmotor
raketmotors	=	raketmotor
raketmotortje	=	raketmotor
raketmotortjes	=	raketmotor
raketprogramma	noun	aantal activiteiten voor de ontwikkeling, de productie en het gebruik van raketten
raketprogramma's	=	raketprogramma
raketschepen	=	raketschip
raketschild	noun	systeem dat raketten van de vijand onklaar maakt
raketschilden	=	raketschild
raketschildje	=	raketschild
raketschildjes	=	raketschild
raketschip	noun	een type oorlogsschip dat primair met raketwapens is uitgerust
raketsla	noun	Eruca sativa slasoort met langwerpige groene krulblaadjes met een pittige, nootachtige smaak
raketslaatje	=	raketsla
raketsysteem	noun	raketten en de daarvoor benodigde randapparatuur die samen een bepaalde offensieve of defensieve taak kunnen verzorgen
raketsystemen	=	raketsysteem
rakette	=	raketten
rakettechnologie	noun	de kennis en kunde die men gebruikt voor het ontwerpen en bouwen van raketten
rakettechnologieën	=	rakettechnologie
raketten	verb	met een raket (racket) een spel spelen
rakettend	=	raketten
rakettende	=	raketten
rakettest	noun	controleren of een soort raket goed functioneert door er een af te vuren
rakettesten	=	rakettest
rakettests	=	rakettest
raketverdediging	noun	een militair verdedigingssysteem dat is ontworpen om inkomende raketten op te sporen, te onderscheppen en uit te schakelen voordat ze hun doel kunnen raken.
raketverdedigingen	=	raketverdediging
raketverdedigingetje	=	raketverdediging
raketverdedigingetjes	=	raketverdediging
raketwerper	noun	een wapen waarmee aangedreven projectielen gelanceerd kunnen worden
raketwerpers	=	raketwerper
raketwetenschap	noun	wetenschap die zich bezighoudt met de ontwikkeling van raketten
rakhi	noun	zijden armband die men draagt om een verbintenis met iemand aan te geven
rakhi's	=	rakhi
raki	noun	Turkse alcoholische anijsdrank
raki's	=	raki
rakje	=	rak
rakjes	=	rak
rakken	=	rak
rakker	=	rakkeren
rakkerdag	noun	evenement met sport en spel voor jongens De benaming "rakker" voor jongens van 8 tot 12 jaar werd gebruikt in het jeugdwerk op rooms-katholieke grondslag in het midden van de 20e eeuw.
rakkerdagen	=	rakkerdag
rakkerde	=	rakkeren
rakkerden	=	rakkeren
rakkere	=	rakkeren
rakkeren	verb	zichtbare en onzichtbare vervuiling verwijderen
rakkerend	=	rakkeren
rakkerende	=	rakkeren
rakkers	=	rakkeren
rakkert	=	rakkeren
rakkertje	=	rakkeren
rakkertjes	=	rakkeren
ral	noun	benaming voor vogels uit de familie van rallen (Rallidae)
ral-kleur	noun	tint van een kleur zoals gedefinieerd door een Duitse organisatie voor handelsnormen
ral-kleuren	=	ral-kleur
ral-kleurtje	=	ral-kleur
ral-kleurtjes	=	ral-kleur
ral-oranje	noun	tint oranje met RAL-nummer 2017 ( )	adj	in een tint oranje met RAL-nummer 2017 ( )
ral-oranjes	=	ral-oranje
ralbabbelaar	noun	Eupetes macrocerus een bijzondere vogel uit de monotypische familie Eupetidae van de eigenlijke zangvogels.
ralbabbelaars	=	ralbabbelaar
ralbabbelaartje	=	ralbabbelaar
ralbabbelaartjes	=	ralbabbelaar
ralenti	noun	laagste toerental, met minimaal vermogen
rallen	noun	Rallidae een familie van vogels uit de orde kraanvogelachtigen (Gruiformes).	verb|obsolete	praten zonder ernstige bedoelingen
rallend	=	rallen
rallende	=	rallen
rallentando	adv	langzamer
ralletje	=	ral
rally	noun	een snelheidsrace over tijdelijk afgesloten, maar normaal gesproken openbare wegen waarbij het o.a. gaat om snelheid
rally's	=	rally
rally'tje	=	rally
rally'tjes	=	rally
rallyauto	noun	een auto die wordt gebruikt in rally's.
rallyauto's	=	rallyauto
rallyautootje	=	rallyauto
rallyautootjes	=	rallyauto
rallyde	=	rallyen
rallyden	=	rallyen
rallye	=	rallyen
rallyen	verb	meedoen aan een snelheidsrace over tijdelijk afgesloten, maar normaal gesproken openbare wegen
rallyend	=	rallyen
rallyende	=	rallyen
rallysport	noun	een sport die bestaat uit een snelheidsrace over tijdelijk afgesloten, maar normaal gesproken openbare wegen waarbij het o.a. gaat om snelheid
rallysporten	=	rallysport
rallyt	=	rallyen
ralreiger	noun	Ardeola ralloides een vogel uit de familie der reigers
ralreigers	=	ralreiger
ralreigertje	=	ralreiger
ralreigertjes	=	ralreiger
ralvogel	noun	benaming voor vogels uit de familie Rallidae
ralvogels	=	ralvogel
ralvogeltje	=	ralvogel
ralvogeltjes	=	ralvogel
ram	noun	mannelijk schaap
ramadan	noun	de negende maand van het islamitische jaar, waarin men vast (d.w.z. zich onthoudt van voedsel, drinken, roken en seksueel genot) van zonsopgang tot zonsondergang
ramadanfeest	noun	groot islamitisch feest, vlak na de ramadan
ramadanfeesten	=	ramadanfeest
ramadanfeestje	=	ramadanfeest
ramadanfeestjes	=	ramadanfeest
ramadanpil	noun	medicament dat hongergevoel tijdens het vasten wegneemt
ramadanpillen	=	ramadanpil
ramadans	=	ramadan
ramaneffect	noun	een vorm van inelastische strooiing waarbij de energie van zichtbaar licht in lichte mate verandert, doordat er een kleine hoeveelheid toegevoegd of onttrokken wordt aan vibrationele energieniveaus
ramanspectroscopie	noun	spectroscopische analysemethode die het ramaneffect gebruikt om de vibrationele en rotationele energieniveaus van een molecule te onderzoeken
ramark	noun	radiobaken dat in werking wordt gesteld door centimetergolven die door een vaartuig worden uitgezonden
ramarkje	=	ramark
ramarkjes	=	ramark
ramarks	=	ramark
rambam	noun	denkbeeldige ernstige aandoening	intj	benadrukt een krachtige beweging
rambo	noun	sterke, gewelddadige man
rambo's	=	rambo
ramboetan	noun	Nephelium lappaceum een boom van 25 meter hoog uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae)
ramboetans	=	ramboetan
ramde	=	rammen
ramden	=	rammen
rame	=	ramen
ramee	noun	bepaald soort tropisch netelachtig gewas met spinbare vezels, Boehmeria nivea
ramen	verb	inschatten, vaak middels berekening
ramend	=	ramen
ramende	=	ramen
ramequin	noun	klein potje van glas of porselein, waarin één portie van een gerecht of nagerecht kan worden bereid en opgediend
ramequins	=	ramequin
ramet	noun	de term voor een module welke potentieel onafhankelijk kan blijven bestaan
rametje	=	ramet
rametjes	=	ramet
rametten	=	ramet
ramie	noun	Boehmeria nivea een van nature in oostelijk Azië voorkomende plant uit de brandnetelfamilie.
ramin	noun	een soort hardhout afkomstig van de wouden van Zuidoost-Azië
raming	noun	het ramen (schatten)
ramingen	=	raming
raminkje	=	raming
raminkjes	=	raming
raminnen	=	ramin
ramkoers	noun	op een koers liggen die een aanvaring onvermijdelijk maakt
ramkraak	noun	inbraak waarbij criminelen zich met een auto, shovel of ander zwaar voertuig toegang verschaffen tot het te beroven object
ramkraakje	=	ramkraak
ramkraakjes	=	ramkraak
ramkraken	verb	het rammen van een beveiliging met een motorvoertuig teneinde inbraak mogelijk te maken
ramkrakende	=	ramkraken
ramlam	noun	jong mannelijk schaap
ramlammeren	=	ramlam
ramlammetje	=	ramlam
ramlammetjes	=	ramlam
ramme	=	rammen
rammei	=	rammeien
rammeide	=	rammeien
rammeiden	=	rammeien
rammeie	=	rammeien
rammeien	verb	met een stormram beuken op een poort
rammeiend	=	rammeien
rammeiende	=	rammeien
rammeit	=	rammeien
rammel	noun	een of meer klappen bij een bestraffing of in een gevecht
rammelaar	noun	mannetje van een dier uit de familie der Haasachtigen (bijvoorbeeld een konijn of haas)
rammelaars	=	rammelaar
rammelaartje	=	rammelaar
rammelaartjes	=	rammelaar
rammelde	=	rammelen
rammelden	=	rammelen
rammele	=	rammelen
rammelen	verb	een geluid voortbrengen of er iets loszit
rammelend	adj	van een geluid gemaakt door zaken die niet goed vastzitten of liggen
rammelende	=	rammelen
rammelends	=	rammelend
rammeling	noun	pak slaag
rammelingen	=	rammeling
rammelingetje	=	rammeling
rammelingetjes	=	rammeling
rammelkar	noun	gammel voertuig op wielen
rammelkarren	=	rammelkar
rammelkarretje	=	rammelkar
rammelkarretjes	=	rammelkar
rammelkast	noun	een gammel voertuig
rammelkasten	=	rammelkast
rammelkastje	=	rammelkast
rammelkastjes	=	rammelkast
rammels	=	rammel
rammelt	=	rammelen
rammeltje	=	rammel
rammeltjes	=	rammel
rammen	verb	een opzettelijke botsing op een vijandelijk schip veroorzaken
rammenas	noun	Raphanus sativus een zwarte wortelknol die veel op radijs lijkt maar een wat mildere smaak heeft en groter is
rammenasje	=	rammenas
rammenasjes	=	rammenas
rammenassen	=	rammenas
rammend	=	rammen
rammende	=	rammen
rammer	noun	iemand die ramt
rammers	=	rammer
rammertje	=	rammer
rammertjes	=	rammer
rammetje	=	ram
rammetjes	=	ram
ramnose	noun	een methylpentose met formule C₆H₁₂O₅
ramp	noun	een grote catastrofale gebeurtenis met ernstige gevolgen
rampaal	noun	vóór een gevel in de grond verankerde paal die ramkraken moet voorkomen
rampaaltje	=	rampaal
rampaaltjes	=	rampaal
rampaard	noun	een voertuig met vier wielen dat op oudere (oorlogs)schepen werd gebruikt om een kanon te dragen en te manipuleren
rampaarden	=	rampaard
rampaardje	=	rampaard
rampaardjes	=	rampaard
rampalen	=	rampaal
rampbestrijding	noun	het geheel van maatregelen en voorbereidingen door overheden om de oorzaken en gevolgen van rampen of zware ongevallen te beperken, te bestrijden en de nazorg te regelen.
rampbestrijdingen	=	rampbestrijding
rampbestrijdinkje	=	rampbestrijding
rampbestrijdinkjes	=	rampbestrijding
rampcafé	noun	café waar een ramp heeft plaatsgevonden; in het bijzonder de bijnaam voor café De Hemel in Volendam, waar in de nieuwjaarsnacht van 2001 een grote brand woedde
rampcafés	=	rampcafé
rampdag	noun	de dag dat een catastrofale gebeurtenis plaats vond
rampdagen	=	rampdag
rampen	=	ramp
rampenbestrijding	noun	alle maatregelen die genomen worden om de gevolgen van een ramp zo gering mogelijk te maken
rampenbestrijdingen	=	rampenbestrijding
rampenbestrijdingsdienst	noun	overheidsdienst die belast is met het verminderen van de nadelige gevolgen van een (natuur)ramp
rampenbestrijdingsdiensten	=	rampenbestrijdingsdienst
rampenbestrijdinkje	=	rampenbestrijding
rampenbestrijdinkjes	=	rampenbestrijding
rampenbijziendheid	noun	de neiging om recente rampen belangrijker te vinden dan rampen die in een verder verleden zijn gebeurd
rampenfilm	noun	een film over een ramp die op komst is of bezig is
rampenfilmpje	=	rampenfilm
rampenfilmpjes	=	rampenfilm
rampenfilms	=	rampenfilm
rampenfonds	noun	noodfonds dat wordt gebruikt als zich rampen voordoen
rampenfondsen	=	rampenfonds
rampengeneeskunde	noun	bij een ramp een opschaling van de normale spoedeisende medische hulp
rampenplan	noun	een door een overheid of organisatie beschreven methodiek die gehanteerd moet gaan worden na het optreden van een ramp
rampenplannen	=	rampenplan
rampenplannetje	=	rampenplan
rampenplannetjes	=	rampenplan
rampenscenario	noun	een verhaal met een ramp als onderwerp
rampenscenario's	=	rampenscenario
rampenscenariootje	=	rampenscenario
rampenscenariootjes	=	rampenscenario
rampentoerist	noun	iemand die door een ramp getroffen plaatsen bezoekt als toeristische attractie
rampentoeristen	=	rampentoerist
rampentoeristje	=	rampentoerist
rampentoeristjes	=	rampentoerist
rampentraining	noun	een training waarbij geleerd en geoefend wordt hoe men dient te handelen bij een ramp
rampentrainingen	=	rampentraining
rampentraininkje	=	rampentraining
rampentraininkjes	=	rampentraining
rampenzender	noun	radio- of televisiezender die informatie geeft tijdens een ramp
rampenzenders	=	rampenzender
rampetamp	=	rampetampen
rampetampe	=	rampetampen
rampetampen	verb	op een stevige manier de liefde bedrijven
rampetampend	=	rampetampen
rampetampende	=	rampetampen
rampetampt	=	rampetampen
rampetampte	=	rampetampen
rampetampten	=	rampetampen
rampgebied	noun	gebied dat getroffen is door een ramp
rampgebieden	=	rampgebied
rampjaar	noun	een jaar waarin allerlei vervelende dingen gebeuren of gebeurd zijn
rampjaren	=	rampjaar
rampje	=	ramp
rampjes	=	ramp
rampnacht	noun	nacht waarin een ramp is gebeurd
rampnachten	=	rampnacht
rampok	=	rampokken
rampokke	=	rampokken
rampokken	verb	roven, plunderen
rampokkend	=	rampokken
rampokkende	=	rampokken
rampokker	noun	iemand die gewelddadige misdaad pleegt, bandiet, bendelid
rampokkers	=	rampokker
rampokkertje	=	rampokker
rampokkertjes	=	rampokker
rampokt	=	rampokken
rampokte	=	rampokken
rampokten	=	rampokken
ramponeer	=	ramponeren
ramponeerde	=	ramponeren
ramponeerden	=	ramponeren
ramponeert	=	ramponeren
ramponere	=	ramponeren
ramponeren	verb	ernstig beschadigen
ramponerend	=	ramponeren
ramponerende	=	ramponeren
rampplek	noun	plaats waar een ramp is gebeurd
rampplekken	=	rampplek
ramps	=	ramp
rampscenario	noun	een beschrijving van een mogelijke toekomstige ramp
rampscenario's	=	rampscenario
rampspoed	noun	een noodlottige gebeurtenis
rampspoeden	=	rampspoed
rampspoedig	adj	iets wat heel slecht gaat; iets wat rampzalig afloopt
rampspoedige	=	rampspoedig
rampspoediger	=	rampspoedig
rampspoedigere	=	rampspoedig
rampspoedigers	=	rampspoedig
rampspoedigs	=	rampspoedig
rampspoedigst	=	rampspoedig
rampspoedigste	=	rampspoedig
rampspoedje	=	rampspoed
ramptoerist	noun	iemand die door een ramp getroffen plaatsen bezoekt als toeristische attractie
ramptoeristen	=	ramptoerist
ramptoestel	noun	rampvliegtuig
ramptoestellen	=	ramptoestel
ramptrein	noun	een trein die met rampzalige gevolgen verongelukt is
ramptreinen	=	ramptrein
rampvliegtuig	noun	een vliegtuig dat betrokken is bij een vliegtuigramp
rampvliegtuigen	=	rampvliegtuig
rampvlucht	noun	een vlucht meteen vliegtuig dat uitmondt in een ramp
rampvluchten	=	rampvlucht
rampvluchtje	=	rampvlucht
rampvluchtjes	=	rampvlucht
rampzalig	adj	op een ramp uitdraaiend
rampzalige	=	rampzalig
rampzaliger	=	rampzalig
rampzaligere	=	rampzalig
rampzaligers	=	rampzalig
rampzaligs	=	rampzalig
rampzaligst	=	rampzalig
rampzaligste	=	rampzalig
ramshoorn	noun	hard uitsteeksel, dat gedraaid in een punt uitloopt, aan beide kanten van de kop van een mannetjesschaap
ramshoornen	adj	gemaakt uit het hoorn van een ram
ramshoorngalwesp	noun	Andricus aries een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
ramshoorngalwespen	=	ramshoorngalwesp
ramshoorngalwespje	=	ramshoorngalwesp
ramshoorngalwespjes	=	ramshoorngalwesp
ramshoorns	=	ramshoorn
ramshoorntje	=	ramshoorn
ramshoorntjes	=	ramshoorn
ramshoren	noun	schrijfwijze voor ramshoorn
ramshorens	=	ramshoren
ramshorentje	=	ramshoren
ramshorentjes	=	ramshoren
ramsj	noun	uitverkoop
ramsjboek	noun	een boek dat door de uitgever tegen een sterk gereduceerde prijs wordt verkocht, omdat het niet meer goed verkoopt
ramsjboeken	=	ramsjboek
ramsjboekje	=	ramsjboek
ramsjboekjes	=	ramsjboek
ramsje	=	ramsjen
ramsjen	verb	tegen een lage prijs ongeregelde goederen opkopen
ramsjend	=	ramsjen
ramsjende	=	ramsjen
ramsjt	=	ramsjen
ramsjte	=	ramsjen
ramsjten	=	ramsjen
ramt	=	rammen
ranch	noun	een zeer grote boerderij met een uitgestrekte gebied eromheen
ranchen	=	ranch
rancher	noun	vee- en paardenfokker; bezitter van een ranch
ranchero	noun	bewoner van een ranch
ranchero's	=	ranchero
ranchers	=	rancher
ranches	=	ranch
ranchje	=	ranch
ranchjes	=	ranch
rancho	noun	Amerikaans landgoed of Amerikaanse boerderij
rancho's	=	rancho
ranchootje	=	rancho
ranchootjes	=	rancho
rancune	noun	wrok,wraakzucht
rancunes	=	rancune
rancuneus	adj	met opgekropte gevoelens van haat of wraak
rancuneust	=	rancuneus
rancuneuste	=	rancuneus
rancuneuze	=	rancuneus
rancuneuzer	=	rancuneus
rancuneuzere	=	rancuneus
rancuneuzers	=	rancuneus
rand	noun	de buitenkant van een gebied of een ding
randaarding	noun	een veiligheidssysteem in elektrische installaties (met name in Nederland) dat via metalen strips in het stopcontact een verbinding maakt met de aarde.
randaardingen	=	randaarding
randaardinkje	=	randaarding
randaardinkjes	=	randaarding
randapparaat	noun	apparaat dat aan een computer e.d. wordt gekoppeld om een bepaalde extra toepassing mogelijk te maken, bv. een printer
randapparaatje	=	randapparaat
randapparaatjes	=	randapparaat
randapparaten	=	randapparaat
randapparatuur	noun	apparaten die rond een computer staan (bijv. beeldscherm, muis, toetsenbord, printer of webcam)
randde	=	rand
randdebiel	noun	marginale imbeciel, gek, dwaas
randdebielen	=	randdebiel
randdebieltje	=	randdebiel
randdebieltjes	=	randdebiel
randden	=	rand
rande	=	rand
randen	=	rand
randend	=	rand
randende	=	rand
randfiguren	=	randfiguur
randfiguur	noun	persoon die (al of niet uit eigen keuze) niet deelneemt aan het 'normale' leven, vaak (maar lang niet altijd) een minder belangrijk persoon, een bijzonder persoon
randfiguurtje	=	randfiguur
randfiguurtjes	=	randfiguur
randgebeuren	noun	verschijnselen die gebeuren in de periferie van grotere zaken maar daar wel bijhoren
randgebied	noun	grensgebied
randgebieden	=	randgebied
randgebiedje	=	randgebied
randgebiedjes	=	randgebied
randgemeente	noun	gemeente waarvan het grondgebied grenst aan dat van een grote stad
randgemeenten	=	randgemeente
randgemeentes	=	randgemeente
randgemeentetje	=	randgemeente
randgemeentetjes	=	randgemeente
randgeval	noun	iets dat op de grens twee categorieën in zit
randgevallen	=	randgeval
randgevalletje	=	randgeval
randgroep	noun	een groep van mensen die door armoede, opleiding en/of gedrag zich niet (kan) houden aan de algemeen geldende maatschappelijke normen
randgroepen	=	randgroep
randgroepje	=	randgroep
randgroepjes	=	randgroep
randje	=	rand
randjes	=	rand
randjesbloem	noun	Arabis caucasica een vaste plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
randjesbloemen	=	randjesbloem
randjesbloemetje	=	randjesbloem
randjesbloemetjes	=	randjesbloem
randjesbloemgalmug	noun	Dasineura alpestris een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
randjesbloemgalmuggen	=	randjesbloemgalmug
randjesbloemgalmugje	=	randjesbloemgalmug
randjesbloemgalmugjes	=	randjesbloemgalmug
randjesbloempje	=	randjesbloem
randjesbloempjes	=	randjesbloem
randkerkelijk	adj	betreffende iemand die formeel lid is van een kerk (ingeschreven), maar niet actief deelneemt aan het kerkelijk leven
randkerkelijke	=	randkerkelijk
randkerkelijker	=	randkerkelijk
randkerkelijkere	=	randkerkelijk
randkerkelijkers	=	randkerkelijk
randkerkelijks	=	randkerkelijk
randkerkelijkst	=	randkerkelijk
randkerkelijkste	=	randkerkelijk
randmeer	noun	een water rondom een polder dat als doel heeft de waterhuishouding van de polder te isoleren van het omliggende land
randmeertje	=	randmeer
randmeertjes	=	randmeer
randmeren	=	randmeer
random	adj	zuiver toevallig
randomiseer	=	randomiseren
randomiseerde	=	randomiseren
randomiseerden	=	randomiseren
randomiseert	=	randomiseren
randomisere	=	randomiseren
randomiseren	verb	items door het toeval over twee of meer groepen verdelen
randomiserend	=	randomiseren
randomiserende	=	randomiseren
randprobleem	noun	een kleinere moeilijkheid die niet de kern van het probleem raakt
randprobleempje	=	randprobleem
randprobleempjes	=	randprobleem
randproblemen	=	randprobleem
rands	=	rand
randschrift	noun	tekst die in de rand van een munt is gedrukt
randschriften	=	randschrift
randstad	noun	stad die aan de rand ligt
randstadje	=	randstad
randstadjes	=	randstad
randstadpolitiek	noun	een landelijke politiek die hoofdzakelijk gericht is op de Randstad en de rest van Nederland uit het oog verloren is
randstedelijk	adj	gerelateerd aan een een randstad
randstedelijke	=	randstedelijk
randstedelijker	=	randstedelijk
randstedelijkere	=	randstedelijk
randstedelijkers	=	randstedelijk
randstedelijks	=	randstedelijk
randstedelijkst	=	randstedelijk
randstedelijkste	=	randstedelijk
randstedeling	noun	iemand die in een randstad woont
randstedelingen	=	randstedeling
randsteden	=	randstad
randstipspanner	noun	Idaea sylvestraria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
randstipspanners	=	randstipspanner
randstipspannertje	=	randstipspanner
randstipspannertjes	=	randstipspanner
randt	=	rand
randverschijnsel	noun	iets wat slechts van bijkomend belang is
randverschijnselen	=	randverschijnsel
randverschijnsels	=	randverschijnsel
randvlekuil	noun	Charanyca ferruginea een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
randvlekuilen	=	randvlekuil
randvlekuiltje	=	randvlekuil
randvlekuiltjes	=	randvlekuil
randvoorwaarde	noun	bijkomstige voorwaarde die echter wel noodzakelijk is voor het te bereiken doel
randvoorwaardelijk	adj	van iets dat het niet de kern van de zaak betreft maar desalniettemin wel noodzakelijk is
randvoorwaardelijke	=	randvoorwaardelijk
randvoorwaardelijker	=	randvoorwaardelijk
randvoorwaardelijkere	=	randvoorwaardelijk
randvoorwaardelijkers	=	randvoorwaardelijk
randvoorwaardelijks	=	randvoorwaardelijk
randvoorwaardelijkst	=	randvoorwaardelijk
randvoorwaardelijkste	=	randvoorwaardelijk
randvoorwaarden	=	randvoorwaarde
randvoorwaardes	=	randvoorwaarde
randvoorwaardetje	=	randvoorwaarde
randwants	noun	insect uit de familie Coreidae van wantsen, die vooral in de tropen voorkomt, en waarvan de leden een behoorlijke grootte hebben
randwantsen	noun	een familie Coreidae van wantsen, die vooral in de tropen voorkomt, en waarvan de leden een behoorlijke grootte hebben
randwantsje	=	randwants
randwantsjes	=	randwants
randweg	noun	een weg die aan de buitenkant van een gebied loopt om dit gebied te vrijwaren van overmatig veel verkeer en ook om het verkeer ongehinderd het gebied te laten passeren
randwegen	=	randweg
randwoning	noun	woningen die grenzen aan de vrije ruimte, zoals een hoekwoning of eindwoning
randwoningen	=	randwoning
randwoninkje	=	randwoning
randwoninkjes	=	randwoning
randzaak	noun	bijkomende voorwaarde die nodig is voor het behalen van een resultaat
randzaken	=	randzaak
randzee	noun	grote inham van een continent die grenst aan een oceaan
randzeetje	=	randzee
randzeetjes	=	randzee
randzeeën	=	randzee
rang	noun	een plaats binnen een bepaalde hiërarchie
rangcorrelatiecoëfficiënt	noun	maat voor de afhankelijkheid van twee toetsingsgrootheden bij een tweezijdige toets
rangcorrelatiecoëfficiënten	=	rangcorrelatiecoëfficiënt
range	noun	hoe ver iets kan komen
rangeer	=	rangeren
rangeerde	=	rangeren
rangeerden	=	rangeren
rangeerder	noun	spoorwegbeambte die werkzaam is bij het rangeren
rangeerders	=	rangeerder
rangeeremplacement	noun	een terrein waar goederentreinen worden gesplitst en samengesteld
rangeeremplacementen	=	rangeeremplacement
rangeeremplacementje	=	rangeeremplacement
rangeeremplacementjes	=	rangeeremplacement
rangeeren	=	rangeren
rangeerspoor	noun	sporen waarmee men de samenstelling van een trein kan aanpassen; spoor dat dient om te rangeren
rangeersporen	=	rangeerspoor
rangeerstation	noun	een terrein waar goederentreinen worden gesplitst en samengesteld
rangeerstationnetje	=	rangeerstation
rangeerstationnetjes	=	rangeerstation
rangeerstations	=	rangeerstation
rangeert	=	rangeren
rangeerterrein	noun	een terrein waar goederentreinen worden gesplitst en samengesteld
rangeerterreinen	=	rangeerterrein
rangeerterreintje	=	rangeerterrein
rangeerterreintjes	=	rangeerterrein
rangeje	=	range
rangejes	=	range
rangen	=	rang
ranger	noun	beheerder van een wildpark
rangere	=	rangeren
rangeren	verb	splitsen en samenvoegen
rangerend	=	rangeren
rangerende	=	rangeren
rangers	=	ranger
ranges	=	range
rangetje	=	rang
rangetjes	=	rang
ranglijst	noun	klassement, lijst waarbij de elementen op volgorde van belangrijkheid, kwaliteit of prestatie staan
ranglijsten	=	ranglijst
ranglijstje	=	ranglijst
ranglijstjes	=	ranglijst
rangonderscheidingsteken	noun	uiterlijk teken waarmee wordt aangeven welke rang iemand bekleedt in een organisatie
rangonderscheidingstekens	=	rangonderscheidingsteken
rangorde	noun	lijst waarin de items in een volgorde staan
rangorden	=	rangorde
rangordes	=	rangorde
rangordetje	=	rangorde
rangschik	=	rangschikken
rangschikke	=	rangschikken
rangschikken	verb	een bepaalde volgorde in iets aanbrengen
rangschikkend	=	rangschikken
rangschikkende	=	rangschikken
rangschikking	noun	het rangschikken (systematisch ordenen volgens een bepaald systeem)
rangschikkingen	=	rangschikking
rangschikkinkje	=	rangschikking
rangschikkinkjes	=	rangschikking
rangschikt	=	rangschikken
rangschikte	=	rangschikken
rangschikten	=	rangschikken
rangtelwoord	noun	een telwoord dat een rangorde of volgorde aanduidt
rangtelwoorden	=	rangtelwoord
rangtelwoordje	=	rangtelwoord
rangtelwoordjes	=	rangtelwoord
ranja	noun	sinaasappellimonade(siroop)
ranja's	=	ranja
ranjaatje	=	ranja
ranjaatjes	=	ranja
rank	noun	een gespecialiseerde stengel, blad of bladsteel voor ondersteuning en hechting	adj	slank, tenger, fijngebouwd
ranke	=	rank
ranken	=	rank
ranker	=	rank
rankere	=	rank
rankers	=	rank
ranket	noun	een dubbelrietinstrument met negenvoudige boring uit de renaissance
ranketje	=	ranket
ranketjes	=	ranket
ranketten	=	ranket
rankheid	noun	het licht, slank, tenger en fijngebouwd zijn
ranking	noun	de plaats in een rangorde
rankings	=	ranking
rankinkje	=	ranking
rankinkjes	=	ranking
rankje	=	rank
rankjes	=	rank
rankpootkreeften	noun	een onderklasse Cirripedia van de kreeftachtigen.
ranks	=	rank
rankst	=	rank
rankste	=	rank
ranonkel	noun	benaming voor planten uit het geslacht Ranunculus, vaak gekenmerkt door bloemen met vijf bloemblaadjes en voorkomend in vele variëteiten
ranonkelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van ranonkel
ranonkelachtige	=	ranonkelachtig
ranonkelachtiger	=	ranonkelachtig
ranonkelachtigere	=	ranonkelachtig
ranonkelachtigers	=	ranonkelachtig
ranonkelachtigs	=	ranonkelachtig
ranonkelachtigst	=	ranonkelachtig
ranonkelachtigste	=	ranonkelachtig
ranonkelbij	noun	Chelostoma florisomne een vliesvleugelig insect dat vooral op boterbloemen vliegt.
ranonkelbijen	=	ranonkelbij
ranonkelbijtje	=	ranonkelbij
ranonkelbijtjes	=	ranonkelbij
ranonkelfamilie	noun	een plantenfamilie Ranunculaceae uit de orde Ranunculales.
ranonkelfamilietje	=	ranonkelfamilie
ranonkelfamilietjes	=	ranonkelfamilie
ranonkels	=	ranonkel
ranonkelstruik	noun	Kerria japonica een tot 3 m hoge struik, die oorspronkelijk afkomstig is uit China en Japan.
ranonkelstruiken	=	ranonkelstruik
ranonkelstruikje	=	ranonkelstruik
ranonkelstruikjes	=	ranonkelstruik
ranonkeltje	=	ranonkel
ranonkeltjes	=	ranonkel
rans	adj	sterk smakend en een akelige geur verspreidend door afbraak (hydrolyse en oxidatie)
ranse	=	rans
ransel	noun	een vierkant soort rugzak, zoals deze eertijds door soldaten gedragen werd
ranselde	=	ranselen
ranselden	=	ranselen
ransele	=	ranselen
ranselen	verb	iemand met een stok of karwats een pak slaag geven
ranselend	=	ranselen
ranselende	=	ranselen
ranseling	noun	pak slaag
ranselingen	=	ranseling
ransels	=	ransel
ranselt	=	ranselen
ranseltje	=	ransel
ranseltjes	=	ransel
ranser	=	rans
ransere	=	rans
ransers	=	rans
ransig	=	ranzig
ransomware	noun	op de computer terecht gekomen malware die de gegevens op het systeem ontoegankelijk maakt waarna vrijgave alleen mogelijk zou zijn als de chanteur een bedrag zou worden betaald
ranst	=	rans
ranste	=	rans
ranstig	=	ranzig
ransuil	noun	bepaald soort vogel, Asio otus, met lange oorpluimen en ronde ogen die recht naar voren staan
ransuilen	=	ransuil
ransuiltje	=	ransuil
ransuiltjes	=	ransuil
rantsoen	noun	beperkte dagelijks verstrekte hoeveelheid voedsel en andere primaire levensbenodigdheden
rantsoeneer	=	rantsoeneren
rantsoeneerde	=	rantsoeneren
rantsoeneerden	=	rantsoeneren
rantsoeneert	=	rantsoeneren
rantsoenen	=	rantsoen
rantsoenere	=	rantsoeneren
rantsoeneren	verb	voorzien van de benodigde levensmiddelen
rantsoenerend	=	rantsoeneren
rantsoenerende	=	rantsoeneren
rantsoenering	noun	het beperken van de hoeveelheid goederen die men afgeeft om zo een schaarste eerlijk te verdelen
rantsoeneringen	=	rantsoenering
rantsoentijd	noun	periode dat er sprake was van rantsoenering van sommige of alle producten
rantsoentijden	=	rantsoentijd
rantsoentijdje	=	rantsoentijd
rantsoentijdjes	=	rantsoentijd
rantsoentje	=	rantsoen
rantsoentjes	=	rantsoen
ranze	=	rans
ranzer	=	rans
ranzere	=	rans
ranzers	=	rans
ranzig	adj	sterk smakend en een akelige geur verspreidend door afbraak (hydrolyse en oxidatie)
ranzige	=	ranzig
ranziger	=	ranzig
ranzigere	=	ranzig
ranzigers	=	ranzig
ranzigs	=	ranzig
ranzigst	=	ranzig
ranzigste	=	ranzig
rap	noun	muziekstijl gekarakteriseerd door het ritmisch voordragen van tekst op een beat	adj	snel, vlug
rapaille	noun	heel slecht volk dat van het laagste allooi is
rapajufferduif	noun	Ptilinopus huttoni een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
rapajufferduifje	=	rapajufferduif
rapajufferduifjes	=	rapajufferduif
rapajufferduiven	=	rapajufferduif
rapalje	=	rapaille
rapapijlstormvogel	noun	Puffinus myrtae een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
rapapijlstormvogels	=	rapapijlstormvogel
rapapijlstormvogeltje	=	rapapijlstormvogel
rapapijlstormvogeltjes	=	rapapijlstormvogel
rape	=	rapen
rapedrug	noun	bijnaam voor ghb; een verdovend middel dat gebruikt wordt voordat men iemand wil verkrachten
rapedrugs	=	rapedrug
rapen	verb	met de hand oppakken
rapend	=	rapen
rapende	=	rapen
rapensoep	noun	soep gemaakt van (kool)raap of een andere raap
rapensoepen	=	rapensoep
rapensoepje	=	rapensoep
rapensoepjes	=	rapensoep
raper	noun	een hulpmiddel om iets op te kunnen rapen
rapers	=	raper
rapertje	=	raper
rapertjes	=	raper
rapgroep	noun	groep van muzikanten die rapmuziek maken
rapgroepen	=	rapgroep
rapgroepje	=	rapgroep
rapgroepjes	=	rapgroep
rapheden	=	rapheid
rapheid	noun	het snel zijn
rapiaria	=	rapiarium
rapiarium	noun	boekje waarin middeleeuwse kloosterlingen uitgezochte spreuken en teksten verzamelden
rapiariumpje	=	rapiarium
rapiariumpjes	=	rapiarium
rapier	noun	lange puntige degen
rapieren	=	rapier
rapiertje	=	rapier
rapje	=	rap
rapjes	=	rap
rapmetal	noun	een genre dat de vocale structuur van hiphop met het gitaarspel en de drumpartijen van punkrock of metal combineert
rapmuziek	noun	muziek met uitgebreide gesproken teksten
rapmuziekje	=	rapmuziek
rapmuziekjes	=	rapmuziek
rappe	=	rap
rappel	noun	aanmaning, herinnering, waarschuwing
rappelleer	=	rappelleren
rappelleerde	=	rappelleren
rappelleerden	=	rappelleren
rappelleert	=	rappelleren
rappellere	=	rappelleren
rappelleren	verb	sturen van een herinnering, waarschuwing of aanmaning
rappellerend	=	rappelleren
rappellerende	=	rappelleren
rappels	=	rappel
rappen	verb	ritmisch uitspreken van een tekst begeleid door een beat
rappend	=	rappen
rappende	=	rappen
rapper	noun	iemand die ritmisch teksten voordraagt op muziek, meestal hiphop
rappere	=	rap
rappers	=	rapper
rappertje	=	rapper
rappertjes	=	rapper
rapport	noun	schriftelijk bericht of verslag over een gebeurtenis of toestand
rapportage	noun	het uitbrengen van een rapport, het rapporteren
rapportages	=	rapportage
rapportagetje	=	rapportage
rapportagetjes	=	rapportage
rapportcijfer	noun	een cijfer dat op een (school)rapport staat en aangeeft hoe de vorderingen van de leerling zijn
rapportcijfers	=	rapportcijfer
rapporteer	=	rapporteren
rapporteerde	=	rapporteren
rapporteerden	=	rapporteren
rapporteert	=	rapporteren
rapporten	=	rapport
rapportere	=	rapporteren
rapporteren	verb	het uitbrengen van een verslag of rapport
rapporterend	=	rapporteren
rapporterende	=	rapporteren
rapporteur	noun	iemand die volgens opdracht of krachtens functie een rapport, verslag (van een voorval) uitbrengt
rapporteurs	=	rapporteur
rapporteurtje	=	rapporteur
rapporteurtjes	=	rapporteur
rapportje	=	rapport
rapportjes	=	rapport
raps	adj	kwiek
rapscene	noun	alles en iedereen die veel te maken heeft met rapmuziek
rapscenes	=	rapscene
rapsode	noun	rondtrekkende zanger
rapsoden	=	rapsode
rapsodie	noun	een muziek of dichtwerk dat contrasterende delen bevat en toch een eenheid vormt
rapsodies	=	rapsodie
rapsodieën	=	rapsodie
rapsodisch	adj	van de aard, op de wijze van een rapsodie
rapsodische	=	rapsodisch
rapsodischer	=	rapsodisch
rapsodischere	=	rapsodisch
rapsodischers	=	rapsodisch
rapsong	noun	muzieknummer waarbij men de tekst ritmisch voordraagt op een beat
rapsongs	=	rapsong
rapst	=	rap
rapste	=	rap
rapster	noun	vrouwelijke vorm van rapper
rapsters	=	rapster
rapt	=	rappen
rapte	noun	snelheid
raptekst	noun	tekst die op een ritmische wijze gezonden wordt in de hiphopmuziek
rapteksten	=	raptekst
rapten	=	rappen
rapunzel	noun	benaming voor planten uit het geslacht Phyteuma, met sierplanten die van nature voorkomend in West-Azië en Europa
rapunzelklokje	noun	Campanula rapunculus een plant uit de klokjesfamilie (Campanulaceae).
rapunzelklokjes	=	rapunzelklokje
rapunzels	=	rapunzel
rapziekte	noun	soort aardappelziekte
rapziektetje	=	rapziekte
rapziektetjes	=	rapziekte
rapé	noun	snuiftabak
rara	intj	raad eens
rarara	intj	raad eens
rare	noun	licht iemand die vreemd gedrag vertoont	adj	licht gebakken, zodat het van binnen nog bloedrood is
rarekiek	noun	een kijkkast met ronde gaatjes, waarin zich vergrootglazen bevinden
rarekieken	=	rarekiek
rarekiekje	=	rarekiek
rarekiekjes	=	rarekiek
raren	=	rare
rarigheden	=	rarigheid
rarigheid	noun	iets dat vreemds is; iets dat raar is; iets dat gek is
rarigheidje	=	rarigheid
rarigheidjes	=	rarigheid
rariteit	noun	van een voorwerp dat het bijzonder en zeldzaam is, maar geen kunstzinnige of wetenschappelijke waarde heeft
rariteiten	=	rariteit
rariteitenkabinet	noun	een kast of kamer waarin een verzameling van kunst en rariteiten kan worden bewaard
rariteitenkabinetje	=	rariteitenkabinet
rariteitenkabinetten	=	rariteitenkabinet
rariteitje	=	rariteit
rariteitjes	=	rariteit
rarotongajufferduif	noun	Ptilinopus rarotongensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
rarotongajufferduifje	=	rarotongajufferduif
rarotongajufferduifjes	=	rarotongajufferduif
rarotongajufferduiven	=	rarotongajufferduif
rarotongamonarch	noun	Pomarea dimidiata een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen)
rarotongamonarchen	=	rarotongamonarch
rarotongamonarchje	=	rarotongamonarch
rarotongamonarchjes	=	rarotongamonarch
rarotongapurperspreeuw	noun	Aplonis cinerascens een zeldzame spreeuwenensoort.
rarotongapurperspreeuwen	=	rarotongapurperspreeuw
rarotongapurperspreeuwtje	=	rarotongapurperspreeuw
rarotongapurperspreeuwtjes	=	rarotongapurperspreeuw
ras	noun	groep van dieren of planten die door menselijke veredelingstechnieken op gewenste eigenschappen geselecteerd en aangepast zijn, soms ook 'ondersoort'	adj	snel, in hoog tempo
rasch	=	ras
rascisme	=	racisme
rasdier	noun	een dier dat aan alle eisen voldoet die een bepaald ras definiëren
rasdieren	=	rasdier
rasdiertje	=	rasdier
rasdiertjes	=	rasdier
rasecht	adj	zuiver van ras
rasechte	=	rasecht
rasechter	=	rasecht
rasechtere	=	rasecht
rasechters	=	rasecht
rasechts	=	rasecht
rasechtst	=	rasecht
rasechtste	=	rasecht
raseer	=	raseren
raseerde	=	raseren
raseerden	=	raseren
raseert	=	raseren
rasegoïst	noun	iemand die van nature heel erg zelfzuchtig is
rasegoïsten	=	rasegoïst
rasere	=	raseren
raseren	verb	uitkrabben van letters
raserend	=	raseren
raserende	=	raseren
rasheden	=	rasheid
rasheid	noun	snelheid, spoed
rashond	noun	hond die voldoet aan de kenmerken van een bepaald hondenras
rashonden	=	rashond
rashondje	=	rashond
rashondjes	=	rashond
rasisme	=	racisme
rasja	noun	booswicht
rasje	=	ras
rasjee	noun	hoofden van
rasjes	=	ras
rasjiem	=	rosj
raskat	noun	een kat die qua uiterlijk en gedrag, tezamen de eigenschappen, aan een welbepaalde omschrijving van een welbepaald ras voldoet en als zodanig erkend door organisaties voor raskatten (Fokkers) in een bepaald land
raskatje	=	raskat
raskatjes	=	raskat
raskatten	=	raskat
raskenmerk	noun	eigenschap die alle zuivere vertegenwoordigers van een bepaald ras erfelijk bezitten
raskenmerken	noun	Uiterlijke en genetische eigenschappen van planten, dieren en andere organismen
rasoptimist	noun	iemand die sterk geneigd is alles van de positieve kant te bekijken
rasoptimisten	=	rasoptimist
rasoptimistje	=	rasoptimist
rasp	noun	een grofgetande vijl die wordt gebruikt om rondingen aan hout te maken
raspaard	noun	paard dat in sterke mate een bepaalde gewenste combinatie van erfelijke eigenschappen vertoond
raspaarden	=	raspaard
raspaardje	=	raspaard
raspaardjes	=	raspaard
raspe	=	raspen
raspen	verb	met een rasp afvijlen en fijnmaken
raspend	=	raspen
raspende	=	raspen
rasper	noun	iemand die raspt (zie ook rasphuis)
rasperig	adj	van een stem dat deze rauw, ruw en schor klinkt
rasperige	=	rasperig
rasperiger	=	rasperig
rasperigere	=	rasperig
rasperigers	=	rasperig
rasperigs	=	rasperig
rasperigst	=	rasperig
rasperigste	=	rasperig
raspers	=	rasper
raspertje	=	rasper
raspertjes	=	rasper
rasphuis	noun	tuchthuis waar landlopers, misdadigers enz. verfhout voor de bereiding van kleurstof fijn moesten raspen, voor de dames was er het spinhuis
rasphuisje	=	rasphuis
rasphuisjes	=	rasphuis
rasphuizen	=	rasphuis
raspje	=	rasp
raspjes	=	rasp
raspkopmier	noun	Colobopsis truncata een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
raspkopmieren	=	raspkopmier
raspkopmiertje	=	raspkopmier
raspkopmiertjes	=	raspkopmier
raspmolen	noun	molen waarmee men raspt
raspmolens	=	raspmolen
raspmolentje	=	raspmolen
raspmolentjes	=	raspmolen
raspoetin	noun	gebedsgenezer/adviseur met grote (ongewenste) politieke invloed
raspoetins	=	raspoetin
raspsel	noun	het spul dat ontstaat bij het raspen equivalent aan het zaagsel bij het zagen; dit kan eetbaar zijn zoals citroenrasp, soms gebruikt voor kleurstof (zie rasphuis)
raspsels	=	raspsel
raspstaartrog	noun	Raja velezi een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
raspstaartroggen	=	raspstaartrog
raspstaartroggetje	=	raspstaartrog
raspstaartroggetjes	=	raspstaartrog
raspstaartrogje	=	raspstaartrog
raspstaartrogjes	=	raspstaartrog
raspt	=	raspen
rasptandlantaarnhaai	noun	Miroscyllium sheikoi een vissensoort uit de familie van de lantaarnhaaien (Etmopteridae).
rasptandlantaarnhaaien	=	rasptandlantaarnhaai
rasptandlantaarnhaaitje	=	rasptandlantaarnhaai
rasptandlantaarnhaaitjes	=	rasptandlantaarnhaai
raspte	=	raspen
raspten	=	raspen
raspvijl	noun	combinatie van rasp en vijl
raspvijlen	=	raspvijl
raspvijltje	=	raspvijl
raspvijltjes	=	raspvijl
rasse	=	ras
rassen	=	ras
rassendiscriminatie	noun	achterstelling of benadeling van mensen op grond van hun etnische of raciale achtergrond of kenmerken
rassendiscriminaties	=	rassendiscriminatie
rassengelijkheden	=	rassengelijkheid
rassengelijkheid	noun	gelijkheid van verschillende rassen in rechten en aanleg
rassenhaat	noun	de haat die bestaat ten opzichte van een bepaald persoon of groep louter omdat die persoon een bepaald ras heeft
rassenideologie	noun	voornamelijk door de nazi's (maar ook in Zuid-Afrika) gepropageerde theorie die een meerwaarde toekent aan een bepaald mensenras (met name het blanke)
rassenideologietje	=	rassenideologie
rassenideologietjes	=	rassenideologie
rassenideologieën	=	rassenideologie
rassenleer	noun	als wetenschap gepresenteerde opvatting waarin mensen op grond van genetisch bepaalde kenmerken als huidskleur, schedelvorm en beharing worden ingedeeld in hoofdgroepen, "rassen", die als categorie superieur of inferieur zouden zijn
rassenleertje	=	rassenleer
rassenleertjes	=	rassenleer
rassenleren	=	rassenleer
rassenonderdrukking	noun	het systematisch achterstellen, uitsluiten of mishandelen van bevolkingsgroepen op basis van vermeende ras- of etnische kenmerken.
rassenonderdrukkingen	=	rassenonderdrukking
rassenonderdrukkinkje	=	rassenonderdrukking
rassenonderdrukkinkjes	=	rassenonderdrukking
rassenoorlog	noun	oorlog tussen verschillende rassen
rassenoorlogen	=	rassenoorlog
rassenpolitiek	noun	politiek tegenover de verschillende mensenrassen die in eenzelfde staat samenleven
rassenprobleem	noun	het vraagstuk hoe men met verschillen in etnische afkomst moet omgaan
rassenproblemen	=	rassenprobleem
rassenscheiding	noun	het mensen van een verschillende etnische afkomst niet laten samenleven
rassenscheidingen	=	rassenscheiding
rassenscheidinkje	=	rassenscheiding
rassenscheidinkjes	=	rassenscheiding
rassenstrijd	noun	strijd tussen rassen
rassenstrijden	=	rassenstrijd
rassentheorie	noun	samenhangende gedachten waarin mensen door afstamming kunnen worden ingedeeld in grote groepen met verschillende uiterlijke kenmerken ("ras") en waarin die indeling van belang is voor de manier waarop mensen samenleven
rassentheorieën	=	rassentheorie
rassenverhouding	noun	de manier waarop verschillende groepen mensen (vaak gedefinieerd door etniciteit, huidskleur of afkomst) met elkaar omgaan, samenleven of hoe zij zich tot elkaar verhouden binnen een samenleving.
rassenverhoudingen	=	rassenverhouding
rassenverhoudinkje	=	rassenverhouding
rassenverhoudinkjes	=	rassenverhouding
rassenvermenging	noun	het kruisen van twee organismen uit verschillende rassen
rassenvermengingen	=	rassenvermenging
rassenvermenginkje	=	rassenvermenging
rassenvermenginkjes	=	rassenvermenging
rassenwaan	noun	onjuiste opvatting dat je mensen op grond van uiterlijke erfelijke kenmerken kunt indelen in groepen die beter of slechter zijn
rassenwet	noun	wetten die bepalen dat mensen van een verschillend 'ras' verschillend behandeld mogen worden
rassenwetten	=	rassenwet
rasser	=	ras
rassere	=	ras
rassers	=	ras
rassé	noun	Viverricula indica roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae)
rassés	=	rassé
rast	=	ras
rasta	noun	de levensbeschouwing die keizer Haille Selassie ziet als reïncarnatie van Jezus
rasta's	=	rasta
rastafari	noun	aanhanger van de levensbeschouwing die keizer Haile Selassie zien als reïncarnatie van Jezus
rastafari's	=	rastafari
rastafarian	noun	iemand die behoort tot de groep mensen die gelooft dan Haile Selassie de messias was
rastafarians	=	rastafarian
rastakapsel	noun	bundels vervilt haar.
rastakapsels	=	rastakapsel
raste	=	ras
raster	noun	een netwerk van kruisende lijnen
rasterafbeelding	noun	een afbeelding in digitale vorm, waarbij van elke pixel de kleur wordt vastgelegd
rasterafbeeldingen	=	rasterafbeelding
rasterafbeeldinkje	=	rasterafbeelding
rasterafbeeldinkjes	=	rasterafbeelding
rastercliché	noun	cliché dat uit een raster van punten of lijnen is opgebouwd
rasterclichés	=	rastercliché
rasterde	=	rasteren
rasterden	=	rasteren
rasterdraad	noun	draad dat tot omrastering dient
rasterdraden	=	rasterdraad
rastere	=	rasteren
rasterelektronenmicroscoop	noun	een type elektronenmicroscoop waarmee men direct oppervlaktestructuren goed kan afbeelden
rasterelektronenmicroscoopje	=	rasterelektronenmicroscoop
rasterelektronenmicroscoopjes	=	rasterelektronenmicroscoop
rasterelektronenmicroscopen	=	rasterelektronenmicroscoop
rasteren	verb	een raster gebruiken
rasterend	=	rasteren
rasterende	=	rasteren
rasterhoningeter	noun	Territornis reticulata een honingeter uit het geslacht Territornis die sterk verwant is aan de witbaardhoningeter (T. albilineata) van Noord-Australië
rasterhoningeters	=	rasterhoningeter
rasterhoningetertje	=	rasterhoningeter
rasterhoningetertjes	=	rasterhoningeter
rastering	noun	het rasteren
rasteringen	=	rastering
rasterpatronen	=	rasterpatroon
rasterpatroon	noun	een patroon van horizontale en verticale lijnen die samen doorgaans vierkante hokjes vormen
rasterpatroontje	=	rasterpatroon
rasterpatroontjes	=	rasterpatroon
rasterpitvis	noun	Callionymus reticulatus een straalvinnige vis uit de familie van pitvissen (Callionymidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
rasterpitvisje	=	rasterpitvis
rasterpitvisjes	=	rasterpitvis
rasterpitvissen	=	rasterpitvis
rasters	=	raster
rasterschallebijter	noun	Carabus cancellatus een loopkever uit het geslacht schallebijters (Carabus).
rasterschallebijters	=	rasterschallebijter
rasterschallebijtertje	=	rasterschallebijter
rasterschallebijtertjes	=	rasterschallebijter
rasterstaarttrogon	noun	Trogon clathratus een vogel uit de familie Trogonidae.
rasterstaarttrogonnetje	=	rasterstaarttrogon
rasterstaarttrogonnetjes	=	rasterstaarttrogon
rasterstaarttrogons	=	rasterstaarttrogon
rastert	=	rasteren
rastertje	=	raster
rastertjes	=	raster
rasterwerk	noun	omheining met een raster
rasterwerken	=	rasterwerk
rasterwerkje	=	rasterwerk
rasterwerkjes	=	rasterwerk
rastraal	noun|obsolete	inkttekenpen met vijf punten om notenbalken in één keer te trekken
rastraaltje	=	rastraal
rastraaltjes	=	rastraal
rastralen	=	rastraal
rasure	noun	deel van een handschrift dat weggekrabd is
rasuren	=	rasuur
rasures	=	rasure
rasuur	noun	deel van een handschrift dat weggekrabd is
rasverbetering	noun	veredeling van een ras
rasverbeteringen	=	rasverbetering
rasvereniging	noun	een organisatie die de belangen van fokkers en/of eigenaren van één of meerdere specifieke diersoorten en -rassen behartigt.
rasverenigingen	=	rasvereniging
rasverenigingetje	=	rasvereniging
rasverenigingetjes	=	rasvereniging
rasvermenging	noun	de biologische en genetische vermenging van mensen uit verschillende etnische groepen of vermeende rassen.
rasvermengingen	=	rasvermenging
rasvermenginkje	=	rasvermenging
rasvermenginkjes	=	rasvermenging
rasverteller	noun	iemand die van nature heel goed is in het vertellen van verhalen
rasvertellers	=	rasverteller
raszuiver	adj	alleen maar voorouders hebben die tot hetzelfde ras behoren
raszuiverder	=	raszuiver
raszuiverdere	=	raszuiver
raszuiverders	=	raszuiver
raszuivere	=	raszuiver
raszuivers	=	raszuiver
raszuiverst	=	raszuiver
raszuiverste	=	raszuiver
rat	noun	muisachtig knaagdier uit het geslacht Rattus dat vaak gezien wordt als ongedierte
rata	noun	evenredig deel, aandeel dat overeenkomt met de verdeling van een andere hoeveelheid
ratafia	noun	likeur gemaakt van brandewijn met sap van vruchten of bloesems en gezoet met suiker
rataplan	noun	klanknabootsing voor tromgeroffel
ratatouille	noun	Frans gerecht bestaande uit een mengsel van verschillende groentes zoals aubergines, courgettes, uien, tomaten en knoflook
ratatouilles	=	ratatouille
ratel	noun	een eenvoudige muziek- en signaalinstrument dat geluid geeft doordat bij het rondslingeren een tandrad een latje repeterend weggedrukt en laat terugvallen
ratelaar	noun	benaming voor planten uit het geslacht Rhinanthus in de bremraapfamilie (Orobanchaceae)
ratelaarbladroller	noun	Gynnidomorpha permixtana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
ratelaarbladrollers	=	ratelaarbladroller
ratelaarbladrollertje	=	ratelaarbladroller
ratelaarbladrollertjes	=	ratelaarbladroller
ratelaars	=	ratelaar
ratelaarspanner	noun	Perizoma albulata een nachtvlinder uit de familie van de Geometridae, de spanners.
ratelaarspanners	=	ratelaarspanner
ratelaarspannertje	=	ratelaarspanner
ratelaarspannertjes	=	ratelaarspanner
ratelaartje	=	ratelaar
ratelde	=	ratelen
ratelden	=	ratelen
ratele	=	ratelen
ratelen	verb	snel praten
ratelend	adj	ritmisch, schel geluid makend
ratelende	=	ratelen
ratelends	=	ratelend
ratelgraszanger	noun	Cisticola chiniana een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
ratelgraszangers	=	ratelgraszanger
ratelgraszangertje	=	ratelgraszanger
ratelgraszangertjes	=	ratelgraszanger
ratelkous	noun	iemand die heel veel praat
ratelkousen	=	ratelkous
ratelkousje	=	ratelkous
ratelkousjes	=	ratelkous
ratelleeuwerik	noun	Mirafra rufocinnamomea een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
ratelleeuweriken	=	ratelleeuwerik
ratelleeuwerikje	=	ratelleeuwerik
ratelleeuwerikjes	=	ratelleeuwerik
ratellint	noun	een stuk vuurwerk dat een knetterend effect produceert door meerdere kleine knallen achter elkaar af te geven
ratellinten	=	ratellint
ratellintje	=	ratellint
ratellintjes	=	ratellint
ratelpopulier	noun	bepaald soort loofboom, Populus tremula, die inheems is in de Benelux, tot 35 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie, Salicaceae
ratelpopulieren	=	ratelpopulier
ratelpopuliermineermot	noun	Stigmella assimilella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
ratelpopuliermineermotje	=	ratelpopuliermineermot
ratelpopuliermineermotjes	=	ratelpopuliermineermot
ratelpopuliermineermotten	=	ratelpopuliermineermot
ratelpopuliertje	=	ratelpopulier
ratels	=	ratel
ratelslang	noun	Crotalus gifslang uit de familie adders (Viperidae), onderfamilie groefkopadders (Crotalinae), meest bekend van de staartpunt die een ratel draagt
ratelslangen	noun	een informele groep van slangen behorend tot de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae).
ratelslangetje	=	ratelslang
ratelslangetjes	=	ratelslang
ratelt	=	ratelen
rateltje	=	ratel
rateltjes	=	ratel
raten	=	raat
rathamster	noun	Tscherskia triton knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
rathamsters	=	rathamster
rathamstertje	=	rathamster
rathamstertjes	=	rathamster
ratificatie	noun	officiële bekrachtiging van een internationale overeenkomst
ratificaties	=	ratificatie
ratificeer	=	ratificeren
ratificeerde	=	ratificeren
ratificeerden	=	ratificeren
ratificeert	=	ratificeren
ratificere	=	ratificeren
ratificeren	verb	bekrachtigen van een internationaal verdrag door het nationale parlement of regering
ratificerend	=	ratificeren
ratificerende	=	ratificeren
ratineer	=	ratineren
ratineerde	=	ratineren
ratineerden	=	ratineren
ratineert	=	ratineren
ratinere	=	ratineren
ratineren	verb	van een stof: met nopjes bedekken
ratinerend	=	ratineren
rating	noun	beoordeling van de sterkte van de financiële positie van een bedrijf of een financieel product
ratingbureau	noun	een bedrijf dat de kredietwaardigheid beoordeelt van uitgevende instellingen van bepaalde vormen van schuldbewijzen (obligatieleningen), alsmede de schuldbewijzen zelf
ratingbureaus	=	ratingbureau
ratings	=	rating
ratingverlaging	noun	verlaging van de kredietwaardigheid van een land, overheid of bedrijf zoals door een kredietbeoordelaar (zoals Moody's, S&P of Fitch) ingeschat.
ratingverlagingen	=	ratingverlaging
ratingverlaginkje	=	ratingverlaging
ratingverlaginkjes	=	ratingverlaging
ratinkje	=	rating
ratinkjes	=	rating
ratiné	noun	dikke, geweven, wollen stof geschikt voor winterjassen
ratio	noun	verhouding, een verband in de vorm van een breuk tussen getalsmatige grootheden
ratio's	=	ratio
rationaal	adj	volledig berekenbaar, meetbaar
rationaals	=	rationaal
rationaalst	=	rationaal
rationaalste	=	rationaal
rationale	=	rationaal
rationaler	=	rationaal
rationalere	=	rationaal
rationalers	=	rationaal
rationalisatie	noun	het rationaliseren
rationalisaties	=	rationalisatie
rationaliseer	=	rationaliseren
rationaliseerde	=	rationaliseren
rationaliseerden	=	rationaliseren
rationaliseert	=	rationaliseren
rationalisere	=	rationaliseren
rationaliseren	verb	in overeenstemming brengen met de rede
rationaliserend	=	rationaliseren
rationaliserende	=	rationaliseren
rationalisering	noun	vergroting van de doelmatigheid door beredeneerde aanpassing van werkwijzen
rationaliseringen	=	rationalisering
rationalisme	noun	denkwijze waarbij alleen datgene aanvaard wordt, wat met het verstand (de ratio) te begrijpen is
rationalismus	=	rationalisme
rationalist	noun	aanhanger van het rationalisme
rationalisten	=	rationalist
rationalistisch	adj	sterk gericht op het redelijke
rationalistische	=	rationalistisch
rationalistischer	=	rationalistisch
rationalistischere	=	rationalistisch
rationalistischers	=	rationalistisch
rationaliteit	noun	consistent handelen op basis van de rede
rationaliteiten	=	rationaliteit
rationaliteitje	=	rationaliteit
rationeel	adj	op redelijk overwegingen gebaseerd
rationeels	=	rationeel
rationeelst	=	rationeel
rationeelste	=	rationeel
rationele	=	rationeel
rationeler	=	rationeel
rationelere	=	rationeel
rationelers	=	rationeel
ratje	=	rat
ratjes	=	rat
ratjetoe	noun	frans gerecht met verschillende gestoofde groenten
ratjetoes	=	ratjetoe
ratjetoetje	=	ratjetoe
ratkangoeroe	noun	individu Potoroidae van een familie van klimbuideldieren uit Australië
ratkangoeroes	=	ratkangoeroe
ratkangoeroetje	=	ratkangoeroe
ratkangoeroetjes	=	ratkangoeroe
rato	noun	evenredigheid, verhouding alleen als deel van vaste verbindingen
ratrace	noun	een race die nooit gewonnen kan worden, eindeloos en zinloos is
ratraceje	=	ratrace
ratracejes	=	ratrace
ratraces	=	ratrace
rats	=	ratsen
ratse	=	ratsen
ratsen	verb	op een heimelijke manier wegnemen
ratsend	=	ratsen
ratsende	=	ratsen
ratsmodee	noun	in 'naar de ratsmodee': naar de bliksem, naar de verdoemenis
ratst	=	ratsen
ratste	=	ratsen
ratsten	=	ratsen
ratte	=	ratten
rattekruid	=	rattenkruid
ratten	verb	te pakken krijgen
rattenbestrijding	noun	bestrijding van ratten
rattenbestrijdingen	=	rattenbestrijding
rattenbestrijdinkje	=	rattenbestrijding
rattenbestrijdinkjes	=	rattenbestrijding
rattend	=	ratten
rattende	=	ratten
rattengezicht	noun	spits toelopend menselijk gelaat, dat aan een knaagdier doet denken
rattengezichten	=	rattengezicht
rattengezichtje	=	rattengezicht
rattengezichtjes	=	rattengezicht
rattengif	noun	een verzamelnaam voor verschillende vergiften die bedoeld zijn ter verdelging van ratten
rattengiffen	=	rattengif
rattengift	=	rattengif
rattenkoning	noun	een aantal zwarte ratten die met hun staarten in de knoop zijn geraakt en dan door verhongering sterven
rattenkoningen	=	rattenkoning
rattenkruid	noun	volksnaam gegeven aan de giftige kruisbladwolfsmelk, Euphorbia lathyris
rattenkruit	noun	di-arseentrioxide As₂O₃, een zwaar giftige arsenicumverbinding
rattenlongworm	noun	Angiostrongylus cantonensis een parasitaire rondworm
rattenlongwormen	=	rattenlongworm
rattennest	noun	nest van een of meer ratten
rattennesten	=	rattennest
rattenoverlast	noun	hinder die men ondervindt door de aanwezigheid van ratten
rattenschild	noun	een ronde plaat om een meertros om ratten van boord te houden
rattenschilden	=	rattenschild
rattenschildje	=	rattenschild
rattenschildjes	=	rattenschild
rattenslang	noun	een veelvoorkomende, niet-giftige wurgslang
rattenslangen	=	rattenslang
rattenslangetje	=	rattenslang
rattenslangetjes	=	rattenslang
rattenstaart	noun	de staart van een rat, een lange onbehaarde staart
rattenstaarten	noun	een familie Macrouridae uit de orde van de kabeljauwachtigen (Gadiformes).
rattenstaartje	=	rattenstaart
rattenstaartjes	=	rattenstaart
rattenvanger	noun	iemand die voor zijn beroep (muskus)ratten vangt
rattenvangers	=	rattenvanger
rattenvergif	noun	chemisch middel om (schadeveroorzakende) ratten te doden
rattenvergiffen	=	rattenvergif
rattenvergifje	=	rattenvergif
rattenvergifjes	=	rattenvergif
rattenvergift	=	rattenvergif
rattenvlo	noun	Xenopsylla cheopis een parasiet die voorkomt bij knaagdieren, met name bij de zwarte rat (Rattus rattus) en is de voornaamste vector voor de overdracht van builenpest.
rattenvlooien	=	rattenvlo
rattenvlooitje	=	rattenvlo
rattenvlooitjes	=	rattenvlo
raturen	=	ratuur
ratuur	noun	uitgekrabde tekst
rauhfaser	noun	wandbekleding waarbij kleine stukjes houtvezel zorgen voor een onregelmatig oppervlak
raus	=	rauzen
rausde	=	rauzen
rausden	=	rauzen
rausj	=	rausjen
rausje	=	rausjen
rausjen	verb	je iets toe-eigenen wat niet van jou is
rausjend	=	rausjen
rausjende	=	rausjen
rausjt	=	rausjen
rausjte	=	rausjen
rausjten	=	rausjen
raust	=	rauzen
rauw	adj	ongekookt en vers	adv	ongekookt en vers
rauwactie	noun|obsolete	archaïsche term voor een snelle en directe eis of actie, vaak zonder formele procedures
rauwacties	=	rauwactie
rauwactietje	=	rauwactie
rauwactietjes	=	rauwactie
rauwdouw	=	rauwdouwen
rauwdouwde	=	rauwdouwen
rauwdouwden	=	rauwdouwen
rauwdouwe	=	rauwdouwen
rauwdouwen	verb	rouwdouwen
rauwdouwend	=	rauwdouwen
rauwdouwende	=	rauwdouwen
rauwdouwer	noun	en ruw, grof onbeschaafd persoon
rauwdouwers	=	rauwdouwer
rauwdouwt	=	rauwdouwen
rauwe	=	rauw
rauwelijks	adv	zonder behoorlijke voorbereidende stappen
rauwelijkse	=	rauwelijks
rauwelijkser	=	rauwelijks
rauwelijksere	=	rauwelijks
rauwelijksers	=	rauwelijks
rauwelijkst	=	rauwelijks
rauwelijkste	=	rauwelijks
rauwelings	adj	zonder meer, onverwacht of zonder speciale voorbereiding, vooral in juridische contexten
rauwelingse	=	rauwelings
rauwer	=	rauw
rauwere	=	rauw
rauwers	=	rauw
rauwheden	=	rauwheid
rauwheid	noun	ongepolijst zijn, het niet glad zijn, het niet bewerkt zijn, het niet beschaafd zijn
rauwig	adj	zonder veel opsmuk
rauwige	=	rauwig
rauwiger	=	rauwig
rauwigere	=	rauwig
rauwigers	=	rauwig
rauwigs	=	rauwig
rauwigst	=	rauwig
rauwigste	=	rauwig
rauwkost	noun	Groenten die onverhit (dus rauw) wordt genuttigd.
rauwkosten	=	rauwkost
rauwkostje	=	rauwkost
rauwkostjes	=	rauwkost
rauwkostsalade	noun	salade van rauwe groentes
rauwkostsalades	=	rauwkostsalade
rauws	=	rauw
rauwst	=	rauw
rauwste	=	rauw
rauze	=	rauzen
rauzen	verb	wild tekeergaan zonder confrontaties te vermijden
rauzend	=	rauzen
rauzende	=	rauzen
rav	noun	rabbijn
rav's	=	rav
ravage	noun	schade, verwoesting
ravages	=	ravage
ravanger	noun	extra touw dat een balk waar een zeil aan hangt met de mast verbindt, als beveiliging voor het geval de normale verbinding het begeeft
ravangers	=	ravanger
rave	noun	keper zn, spar zn [1]
raveel	noun	dwarsbalk
raveje	=	rave
ravelen	=	raveel
ravelijn	noun	buiten de vestinggracht gelegen bolwerk ter dekking van de poort
ravelijnen	=	ravelijn
ravelijntje	=	ravelijn
raven	=	raaf
ravenaas	noun	boef, schurk, galgenbrok, galgenaas
ravenazen	=	ravenaas
ravenbek	noun	de snavel van een raaf
ravenbekje	=	ravenbek
ravenbekjes	=	ravenbek
ravenbekken	=	ravenbek
ravenbladroller	noun	Ptycholomoides aeriferana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
ravenbladrollers	=	ravenbladroller
ravenbladrollertje	=	ravenbladroller
ravenbladrollertjes	=	ravenbladroller
ravenzwart	adj	glanzend zwart, vaak gebruikt om een haarkleur aan te geven
ravenzwarte	=	ravenzwart
ravenzwarter	=	ravenzwart
ravenzwartere	=	ravenzwart
ravenzwarters	=	ravenzwart
ravenzwarts	=	ravenzwart
ravenzwartst	=	ravenzwart
ravenzwartste	=	ravenzwart
raver	noun	deelnemer aan een groot feest met housemuziek
ravers	=	raver
raves	=	rave
raveteef	noun	vrouw die houseparty bijwoont
raveteefje	=	raveteef
raveteefjes	=	raveteef
raveteven	=	raveteef
ravigotesaus	noun	een saus op basis van vinaigrette (olie en azijn), afkomstig uit de klassieke Franse keuken.
ravigotesausen	=	ravigotesaus
ravigotesauzen	=	ravigotesaus
ravijn	noun	een diepe, steile insnijding in een terrein
ravijnen	=	ravijn
ravijntje	=	ravijn
ravijntjes	=	ravijn
ravioli	noun	kleine vierkante deegplakjes die gevuld zijn met gehakt, tomaten en kruiden, overgoten met bijpassende saus
ravioli's	=	ravioli
ravissant	adj	zo aantrekkelijk dat de toeschouwer buiten zichzelf wordt gebracht, erg bekoorlijk, betoverend
ravissante	=	ravissant
ravissanter	=	ravissant
ravissantere	=	ravissant
ravissanters	=	ravissant
ravissants	=	ravissant
ravissantst	=	ravissant
ravissantste	=	ravissant
ravitailleer	=	ravitailleren
ravitailleerde	=	ravitailleren
ravitailleerden	=	ravitailleren
ravitailleert	=	ravitailleren
ravitaillere	=	ravitailleren
ravitailleren	verb	van levensmiddelen voorzien
ravitaillerend	=	ravitailleren
ravitaillerende	=	ravitailleren
ravitaillering	noun	het ravitailleren, het bevoorraden of bevoorraad-worden
ravitailleringen	=	ravitaillering
ravot	=	ravotten
ravotte	=	ravotten
ravotten	verb	op een gezellige vriendschappelijke wijze met elkaar vechten zonder elkaar te verwonden
ravottend	=	ravotten
ravottende	=	ravotten
rawlplug	noun	plastic plug waarmee men schroeven in een muur kan bevestigen
rawlpluggen	=	rawlplug
raynaudfenomeen	noun	bleekheid van vingers of tenen
rayon	noun	bepaald gebied waarbinnen iemand de zakelijk vertegenwoordiging van een bedrijf verzorgt
rayonmanager	noun	leider van een gedeelte van een bedrijf of organisatie dat een bepaald gebied bestrijkt
rayonmanagers	=	rayonmanager
rayonnetje	=	rayon
rayonnetjes	=	rayon
rayons	=	rayon
raze	=	razen
razeil	noun	een vierkantig of rechthoekig zeil dat bevestigd is aan een horizontale dwars geplaatste ra, die aan de scheepsmast hangt, dwars op de vaarrichting
razeilen	=	razeil
razeils	=	razeil
razeiltje	=	razeil
razen	verb	heel snel rijden
razend	adj	bijzonder heftig
razende	=	razend
razender	=	razend
razendere	=	razend
razenders	=	razend
razends	=	razend
razendsnel	adj	heel erg snel
razendsnelle	=	razendsnel
razendsneller	=	razendsnel
razendsnellere	=	razendsnel
razendsnellers	=	razendsnel
razendsnels	=	razendsnel
razendsnelst	=	razendsnel
razendsnelste	=	razendsnel
razendst	=	razend
razendste	=	razend
razerij	=	razernij
razernij	noun	woest optreden
razernijen	=	razernij
razoleeuwerik	noun	Alauda razae een zangvogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae).
razoleeuweriken	=	razoleeuwerik
razoleeuwerikje	=	razoleeuwerik
razoleeuwerikjes	=	razoleeuwerik
razzia	noun	politionele drijfjacht
razzia's	=	razzia
razzia-achtig	adj	lijkend op een razzia
razzia-achtige	=	razzia-achtig
razzia-achtiger	=	razzia-achtig
razzia-achtigere	=	razzia-achtig
razzia-achtigers	=	razzia-achtig
razzia-achtigs	=	razzia-achtig
razzia-achtigst	=	razzia-achtig
razzia-achtigste	=	razzia-achtig
razziaatje	=	razzia
razziaatjes	=	razzia
re	noun	een bepaalde muzieknoot tussen de do en mi
re's	=	re
re'tje	=	re
re'tjes	=	re
re-educatie	noun	heropvoeding
re-educaties	=	re-educatie
re-enactment	noun	evenement waarbij een historische gebeurtenis in de openlucht wordt nagebootst door een groot aantal vrijwilligers met zorgvuldig nagemaakte kleding en spullen
re-enactments	=	re-enactment
re-integratie	noun	proces van opnieuw aan het werk raken na langdurige ziekte
re-integratiehulp	noun	begeleiding naar een baan van iemand die lang geen werk heeft gehad
re-integraties	=	re-integratie
re-integratiesteun	noun	begeleiding naar een baan van iemand die lang geen werk heeft gehad
re-integreer	=	re-integreren
re-integreerde	=	re-integreren
re-integreerden	=	re-integreren
re-integreert	=	re-integreren
re-integrere	=	re-integreren
re-integreren	verb	weer laten functioneren
re-integrerend	=	re-integreren
re-integrerende	=	re-integreren
re-iteratie	noun	herhaling van een recept
re-iteraties	=	re-iteratie
re-unificatie	noun	herstel van een staat uit delen waarin het gesplitst was
re-unificaties	=	re-unificatie
rea	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Rhea, zoals die voorkomen in Zuid-Amerika
rea's	=	rea
reaal	noun	een historische oorspronkelijk Spaanse muntsoort, waarvan het soort metaal (goud, zilver of koper) en het gewicht van land tot land en periode tot periode kon verschillen
reaaltje	=	reaal
reabsorptie	noun	terugresorptie (terugopslorping)
reabsorpties	=	reabsorptie
reactantie	noun	het imaginaire deel van de impedantie
reactanties	=	reactantie
reactantietje	=	reactantie
reactantietjes	=	reactantie
reactie	noun	een actie die een gevolg is van een stimulus
reactief	adj	van een stof dat deze een reactie kan veroorzaken	noun	scheikundige stof die een bepaalde, gewenste reactie veroorzaken kan
reactiefs	=	reactief
reactiefst	=	reactief
reactiefste	=	reactief
reactiemechanisme	noun	het hoe-en-waarom van het verlopen van een bepaalde chemische reactie onder bepaalde condities
reactiemechanismen	=	reactiemechanisme
reactiemechanismes	=	reactiemechanisme
reactiemotor	noun	motor die functioneert door het uitstoten van materie
reactiemotoren	=	reactiemotor
reactiemotors	=	reactiemotor
reactiemotortje	=	reactiemotor
reactiemotortjes	=	reactiemotor
reactiepagina	noun	webpagina waarop bezoekers hun mening, commentaar of andere vormen van feedback kunnen achterlaten
reactiepagina's	=	reactiepagina
reactiepaginaatje	=	reactiepagina
reactiepaginaatjes	=	reactiepagina
reacties	=	reactie
reactiesnelheden	=	reactiesnelheid
reactiesnelheid	noun	voortvarendheid waarmee een handeling volgt op de prikkel die haar uitlokt
reactietje	=	reactie
reactietjes	=	reactie
reactieturbine	noun	een turbine die draait als gevolg van de reactiewerking van de versnellende stoom tussen de asymmetrische schoepen van het loopwiel
reactieturbines	=	reactieturbine
reactieturbinetje	=	reactieturbine
reactieturbinetjes	=	reactieturbine
reactieve	=	reactief
reactieven	=	reactief
reactiever	=	reactief
reactievere	=	reactief
reactievermogen	noun	eiɡenschap adequaat te handelen bij een bepaalde waarneminɡ of prikkel
reactievermogens	=	reactievermogen
reactievers	=	reactief
reactievoetbal	noun	initiatiefarme manier van voetballen
reactiewarmte	noun	warmte die ontstaat of opgenomen wordt bij het verlopen van een chemische reactie
reactiewarmtes	=	reactiewarmte
reactionair	noun	iemand die uiterst conservatief is	adj	uiterst conservatief
reactionairder	=	reactionair
reactionairdere	=	reactionair
reactionairders	=	reactionair
reactionaire	=	reactionair
reactionairen	=	reactionair
reactionairs	=	reactionair
reactionairst	=	reactionair
reactionairste	=	reactionair
reactiveer	=	reactiveren
reactiveerde	=	reactiveren
reactiveerden	=	reactiveren
reactiveert	=	reactiveren
reactivere	=	reactiveren
reactiveren	verb	opnieuw in werking stellen nadat het eerst uitgeschakeld of gedeactiveerd was
reactiverend	=	reactiveren
reactiverende	=	reactiveren
reactivering	noun	weer actief maken
reactiveringen	=	reactivering
reactiverinkje	=	reactivering
reactiverinkjes	=	reactivering
reactiviteit	noun	vermogen om te reageren
reactiviteiten	=	reactiviteit
reactor	noun	installatie bedoeld om er een fysische, chemische of nucleaire reactie in te doen plaatsvinden
reactorcentrale	noun	elektriciteitscentrale die energie opwekt met behulp van kernenergie
reactorcentrales	=	reactorcentrale
reactoren	=	reactor
reactors	=	reactor
reactortje	=	reactor
reactortjes	=	reactor
reader	noun	een compilatiewerk, syllabus, een uitgave, voor onderwijsdoeleinden, waarin verschillende publicaties over één onderwerp verzameld zijn
readers	=	reader
readertje	=	reader
readertjes	=	reader
ready	adj|informal	voldoende voorbereid op iets wat gaat gebeuren
ready's	=	ready
readyer	=	ready
readyere	=	ready
readyers	=	ready
readymade	noun	kunstvorm waarbij alledaagse voorwerpen als kunst worden gepresenteerd
readymades	=	readymade
readyst	=	ready
readyste	=	ready
reaganomics	noun	het economische beleid van de Amerikaanse president Reagan van minder regels en lagere belastingen wat het begin inzette van de toename van de Amerikaanse staatsschuld en een gigantisch verschil in inkomensongelijkheid en rijkdom tussen de Amerikanen
reageer	=	reageren
reageerbuis	noun	glazen buisje dat bij het nemen van (scheikundige) proeven gebruikt wordt
reageerbuisbabies	=	reageerbuisbaby
reageerbuisbaby	noun	baby, voortgekomen uit een (kunstmatig) bevruchte eicel die ingeplant is in de baarmoeder van de aanstaande moeder
reageerbuisbaby's	=	reageerbuisbaby
reageerbuisbaby'tje	=	reageerbuisbaby
reageerbuisbaby'tjes	=	reageerbuisbaby
reageerbuisbevruchting	noun	bevruchting buiten het lichaam van een vrouw
reageerbuisbevruchtingen	=	reageerbuisbevruchting
reageerbuisbevruchtinkje	=	reageerbuisbevruchting
reageerbuisbevruchtinkjes	=	reageerbuisbevruchting
reageerbuisje	=	reageerbuis
reageerbuisjes	=	reageerbuis
reageerbuizen	=	reageerbuis
reageerde	=	reageren
reageerden	=	reageren
reageerder	noun	iemand die, meestal via het internet, reageert op iets
reageerders	=	reageerder
reageerdertje	=	reageerder
reageerdertjes	=	reageerder
reageeren	=	reageren
reageert	=	reageren
reagens	noun	een chemische stof die deelneemt aan een reactie
reagensje	=	reagens
reagensjes	=	reagens
reagentia	=	reagens
reagere	=	reageren
reageren	verb	~ op op een nieuwe situatie actie ondernemen
reagerend	=	reageren
reagerende	=	reageren
reaguurder	noun	iemand die online, vooral op weblogs, uiting geeft aan zijn (vaak nogal ongenuanceerde) mening
reaguurders	=	reaguurder
reaguurdertje	=	reaguurder
reaguurster	=	reaguurder
reaktie	=	reactie
real	noun	munteenheid van Brazilië
realen	=	reaal
realia	noun	/ concreet object van waarneming
realisatie	noun	het in de praktijk tot stand brengen van iets
realisaties	=	realisatie
realisatietje	=	realisatie
realiseer	=	realiseren
realiseerbaar	adj	van iets dat het werkelijkheid kan worden
realiseerbaarder	=	realiseerbaar
realiseerbaardere	=	realiseerbaar
realiseerbaarders	=	realiseerbaar
realiseerbaars	=	realiseerbaar
realiseerbaarst	=	realiseerbaar
realiseerbaarste	=	realiseerbaar
realiseerbare	=	realiseerbaar
realiseerde	=	realiseren
realiseerden	=	realiseren
realiseert	=	realiseren
realisere	=	realiseren
realiseren	verb	tot werkelijkheid maken
realiserend	=	realiseren
realiserende	=	realiseren
realisering	noun	het realiseren, de verwezenlijking
realiseringen	=	realisering
realisme	noun	levenshouding die zich richt op de (waarneembare) werkelijkheid`
realist	noun	iemand die zich houdt aan wat de waarneembare wereld heeft te bieden
realisten	=	realist
realistisch	adj	de werkelijkheid zo getrouw mogelijk weergevend
realistische	=	realistisch
realistischer	=	realistisch
realistischere	=	realistisch
realistischers	=	realistisch
realistischt	=	realistisch
realistischte	=	realistisch
realistje	=	realist
realiteit	noun	werkelijkheid
realiteiten	=	realiteit
realiteitje	=	realiteit
realiteitjes	=	realiteit
realiteitsgehalte	noun	mate waarin iets haalbaar is; mate waarin iets te verwerkelijken is
realiteitsgehalten	=	realiteitsgehalte
realiteitsgehaltes	=	realiteitsgehalte
realiteitszin	noun	de mate waarin men de realiteit zoalsd men die ervaart overeenkomt met de werkelijkheid
realiter	adv|formal	in werkelijkheid
reality	noun	werkelijkheid, realiteit
reality-tv	noun	een televisieserie met echte mensen en echt drama, soms worden waargebeurde zaken nagespeeld, minder zakelijke weergave dan bij een documentaire
realitysoap	noun	een programma waarin je het echte leven van echte mensen volgt zonder dat er geacteerd wordt
realitysoaps	=	realitysoap
reallife	adj	zoals in het echte leven, niet geacteerd
reallifesoap	noun	een televisieprogramma waarin men de 'werkelijkheid' ziet en niet een geacteerde werkelijkheid
reallifesoaps	=	reallifesoap
realo	noun	iemand van de politieke strekking die realistische strijdpunten tracht te realiseren, op basis van beschikbare cijfers en gekende feiten
realo's	=	realo
realootje	=	realo
realootjes	=	realo
reals	=	real
realtime	adj	even snel als hoe het zich in de werkelijkheid voltrekt; met een zeer korte reactie en uitvoertijd
realtimes	=	realtime
realtje	=	real
realtjes	=	real
reanimatie	noun	het reanimeren (weer tot leven wekken)
reanimatieapparaat	noun	draagbaar toestel waarmee men het hartritme van een bewustelozen patiënt kan annalyseren en zomogelijk met een elektrische schok kan corrigeren
reanimatieapparaatje	=	reanimatieapparaat
reanimatieapparaatjes	=	reanimatieapparaat
reanimatieapparaten	=	reanimatieapparaat
reanimaties	=	reanimatie
reanimatietje	=	reanimatie
reanimatietoestel	noun	draagbaar toestel waarmee men het hartritme van een bewustelozen patiënt kan annalyseren en zomogelijk met een elektrische schok kan corrigeren
reanimatietoestellen	=	reanimatietoestel
reanimatietoestelletje	=	reanimatietoestel
reanimatietoestelletjes	=	reanimatietoestel
reanimeer	=	reanimeren
reanimeerapparaat	noun	draagbaar toestel waarmee men het hartritme van een bewustelozen patiënt kan annalyseren en zomogelijk met een elektrische schok kan corrigeren
reanimeerapparaatje	=	reanimeerapparaat
reanimeerapparaatjes	=	reanimeerapparaat
reanimeerapparaten	=	reanimeerapparaat
reanimeerde	=	reanimeren
reanimeerden	=	reanimeren
reanimeert	=	reanimeren
reanimeertoestel	noun	draagbaar toestel waarmee men het hartritme van een bewustelozen patiënt kan annalyseren en zomogelijk met een elektrische schok kan corrigeren
reanimeertoestellen	=	reanimeertoestel
reanimeertoestelletje	=	reanimeertoestel
reanimeertoestelletjes	=	reanimeertoestel
reanimere	=	reanimeren
reanimeren	verb	het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop, indien er sprake is van een circulatiestilstand
reanimerend	=	reanimeren
reanimerende	=	reanimeren
reb	noun	heer, meneer
rebab	noun	een oud tweesnarig strijkinstrument
rebabje	=	rebab
rebabjes	=	rebab
rebabs	=	rebab
rebalancing	noun	een aandachtige, lichaamsgerichte vorm van therapie die helpt spanningen los te laten en de balans tussen lichaam en geest te herstellen.
rebalancingen	=	rebalancing
rebalancinkje	=	rebalancing
rebalancinkjes	=	rebalancing
rebbe	noun	rabbijn, leraar
rebbel	=	rebbelen
rebbelde	=	rebbelen
rebbelden	=	rebbelen
rebbele	=	rebbelen
rebbelen	verb	druk en weinig verstaanbaar of structuurloos praten
rebbelend	=	rebbelen
rebbelende	=	rebbelen
rebbelt	=	rebbelen
rebben	=	rebbe
rebbes	noun	winst, woeker
rebbetseente	noun	vrouw van een rabbijn
rebbetseentes	=	rebbetseente
rebbetsen	noun	vrouw van een rabbijn
rebbetsens	=	rebbetsen
rebec	noun	een gewoonlijk driesnarig strijkinstrument met een vrij smalle klankkast
rebecje	=	rebec
rebecjes	=	rebec
rebecs	=	rebec
rebel	noun	iemand die tegen het gevestigde gezag in opstand komt
rebelleer	=	rebelleren
rebelleerde	=	rebelleren
rebelleerden	=	rebelleren
rebelleert	=	rebelleren
rebellen	=	rebel
rebellenbeweging	noun	organisatie van (gewapende) opstandelingen
rebellenbewegingen	=	rebellenbeweging
rebellenbeweginkje	=	rebellenbeweging
rebellenbeweginkjes	=	rebellenbeweging
rebellengroep	noun	groep (gewapende) opstandelingen
rebellengroepen	=	rebellengroep
rebellengroepering	noun	groep (gewapende) opstandelingen
rebellengroeperingen	=	rebellengroepering
rebellengroepje	=	rebellengroep
rebellengroepjes	=	rebellengroep
rebellenleger	noun	legermacht van opstandelingen
rebellenlegers	=	rebellenleger
rebellenlegertje	=	rebellenleger
rebellenlegertjes	=	rebellenleger
rebellenleider	noun	aanvoerder van opstandelingen
rebellenleiders	=	rebellenleider
rebellere	=	rebelleren
rebelleren	verb	~ tegen tegen het heersende gezag in opstand komen
rebellerend	=	rebelleren
rebellerende	=	rebelleren
rebelletje	=	rebel
rebelletjes	=	rebel
rebellie	noun	opstandigheid tegen het wettig gezag
rebellietje	=	rebellie
rebellieën	=	rebellie
rebels	adj	opstandig, balorig, geneigd tot verzet
rebelsch	=	rebels
rebelse	=	rebels
rebelser	=	rebels
rebelsere	=	rebels
rebelsers	=	rebels
rebelst	=	rebels
rebelste	=	rebels
rebetika	noun	melancholieke Griekse volksmuziek over thema's als verloren liefdes en eenzaamheid, aan het einde van de 19e eeuw ontstaan onder door de Turken verdreven vluchtelingen uit Klein-Azië, later vooral populair in Griekse hasjcafés
rebirthing	noun	actieve ademhalingstechniek gericht op fysieke en emotionele ontspanning.
rebirthings	=	rebirthing
reboot	noun	de nieuwe versie van iets
reboote	=	rebooten
rebooten	verb	opnieuw opstarten van een computer; herstarten van een computer
rebootend	=	rebooten
rebootende	=	rebooten
rebootte	=	rebooten
rebootten	=	rebooten
rebound	noun	de teruggekaatste bal na een schot op doel
reboundeffect	noun	gedeeltelijke of zelfs verhevigde terugkeer van symptomen als de toediening van een geneesmiddel daartegen (plotseling) wordt beëindigd
rebounds	=	rebound
rebranding	noun	het strategisch vernieuwen van een merknaam, logo, visuele identiteit of positionering om het imago bij klanten en stakeholders te veranderen.
rebrandings	=	rebranding
rebrandinkje	=	rebranding
rebrandinkjes	=	rebranding
rebus	noun	beeldraadsel
rebusje	=	rebus
rebusjes	=	rebus
rebussen	=	rebus
recalcitrant	adj	onwillig, tegendraads, tegenstrevend, dwars
recalcitrante	=	recalcitrant
recalcitranter	=	recalcitrant
recalcitrantere	=	recalcitrant
recalcitranters	=	recalcitrant
recalcitrantie	noun	weerspannigheid
recalcitrants	=	recalcitrant
recalcitrantst	=	recalcitrant
recalcitrantste	=	recalcitrant
recall	noun	inlevering bij de fabriek of leverancier voor herstel of vergoeding (vanwege een veel voorkomend gebrek door een fout bij de productie)
recalls	=	recall
recap	=	recappen
recapitulatie	noun	het recapituleren, (kort samenvatten van de inhoud)
recapitulaties	=	recapitulatie
recapitulatietheorie	noun	de hypothese dat de ontwikkeling van een organisme van een bepaalde soort een herhaling is van evolutionaire ontwikkeling van die soort
recapitulatietheorietje	=	recapitulatietheorie
recapitulatietheorietjes	=	recapitulatietheorie
recapitulatietheorieën	=	recapitulatietheorie
recapituleer	=	recapituleren
recapituleerde	=	recapituleren
recapituleerden	=	recapituleren
recapituleert	=	recapituleren
recapitulere	=	recapituleren
recapituleren	verb	de belangrijkste punten samenvatten
recapitulerend	=	recapituleren
recapitulerende	=	recapituleren
recappe	=	recappen
recappen	verb	banden voorzien van een nieuw loopvlak
recappend	=	recappen
recappende	=	recappen
recapt	=	recappen
recapte	=	recappen
recapten	=	recappen
receiver	noun	ontvanger
receivers	=	receiver
recenseer	=	recenseren
recenseerde	=	recenseren
recenseerden	=	recenseren
recenseert	=	recenseren
recensent	noun	iemand die een deskundige en onafhankelijke beoordeling geeft van een product, zoals een boek of voorstelling
recensenten	=	recensent
recensentje	=	recensent
recensentjes	=	recensent
recensere	=	recenseren
recenseren	verb	een beoordelend verslag schrijven, meestal van een culturele gebeurtenis
recenserend	=	recenseren
recenserende	=	recenseren
recensie	noun	een oordeelgevend verslag, met name van een culturele gebeurtenis
recensies	=	recensie
recensietje	=	recensie
recensietjes	=	recensie
recensiewebsite	noun	een website waar mensen een beoordeling kunnen achterlaten na het gebruik van een product of dienst
recensiewebsites	=	recensiewebsite
recent	adj	een korte tijd geleden gebeurd of begonnen
recente	=	recent
recentelijk	adv	nog niet lang geleden
recenter	=	recent
recentere	=	recent
recenters	=	recent
recents	=	recent
recentst	=	recent
recentste	=	recent
recepis	noun	schriftelijk bewijs dat men iets ontvangen heeft
recept	noun	voorschrift voor de bereiding van een gerecht
recepten	=	recept
receptenboek	noun	boek met kookrecepten
receptenboeken	=	receptenboek
receptenboekje	=	receptenboek
receptenboekjes	=	receptenboek
receptie	noun	een gelegenheid waarbij gasten ontvangen worden naar aanleiding van een huwelijk, jubileum, pensionering e.d.
receptiebalie	noun	een balie bij de ingang van allerlei instellingen, zoals hotels, kantoren en overheidsinstellingen
receptiebalies	=	receptiebalie
receptieboek	noun	gastenboek waarin bezoekers hun naam, adres en persoonlijke boodschappen kunnen achterlaten, vaak op een evenement zoals een bruiloft of receptie
receptieboeken	=	receptieboek
receptieboekje	=	receptieboek
receptieboekjes	=	receptieboek
receptief	adj	gevoelig voor indrukken
receptiefs	=	receptief
receptiefst	=	receptief
receptiefste	=	receptief
receptiekosten	noun	geld dat men moet betalen voor het organiseren van een ontvangst
recepties	=	receptie
receptietje	=	receptie
receptietjes	=	receptie
receptieve	=	receptief
receptiever	=	receptief
receptievere	=	receptief
receptievers	=	receptief
receptionist	noun	een persoon werkzaam in een receptie
receptioniste	noun	vrouwelijke receptionist
receptionisten	=	receptionist
receptionistes	=	receptioniste
receptionistje	=	receptionist
receptionistjes	=	receptionist
receptiviteit	noun	ontvankelijkheid
receptiviteiten	=	receptiviteit
receptje	=	recept
receptjes	=	recept
receptkaart	noun	een stuk stevig (geplastificeerd) papier of karton waarop een recept gedrukt staat
receptkaarten	=	receptkaart
receptkaartje	=	receptkaart
receptkaartjes	=	receptkaart
receptor	noun	onderdeel dat signalen opvangt
receptoren	=	receptor
receptortje	=	receptor
receptortjes	=	receptor
recepturen	=	receptuur
receptuur	noun	voorschrift hoe je iets moet maken of bereiden
receptuurtje	=	receptuur
receptuurtjes	=	receptuur
reces	noun	een pauze in de beraadslagingen
recesje	=	reces
recessen	=	reces
recessie	noun	een periode waarin de omvang van de economie krimpt
recessieachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een recessie
recessieachtige	=	recessieachtig
recessieachtiger	=	recessieachtig
recessieachtigere	=	recessieachtig
recessieachtigers	=	recessieachtig
recessieachtigs	=	recessieachtig
recessieachtigst	=	recessieachtig
recessieachtigste	=	recessieachtig
recessief	adj	als deze eigenschap alleen tot uiting (expressie) komt, wanneer een dominant allel ontbreekt
recessiefs	=	recessief
recessiefst	=	recessief
recessiefste	=	recessief
recessiegroeier	noun	persoon die tijdens een economische crisis toch promotie maakt
recessiegroeiers	=	recessiegroeier
recessies	=	recessie
recessietje	=	recessie
recessietjes	=	recessie
recessieve	=	recessief
recessiever	=	recessief
recessievere	=	recessief
recessievers	=	recessief
recessionista	noun	vrouw die zich ondanks een economische crisis en een lager inkomen toch modebewust weet te kleden
recessionista's	=	recessionista
recestje	=	reces
recestjes	=	reces
recette	noun	totaal van de entreegelden die de bezoekers van een voorstelling, evenement of attractie hebben betaald
recettes	=	recette
rechaud	noun	een voorwerp om schotels met spijzen warm te houden
rechaudje	=	rechaud
rechaudjes	=	rechaud
rechauds	=	rechaud
recherche	noun	een afdeling van de politie die als taak heeft misdrijven op te lossen
recherchedienst	noun	dienst binnen het politieapparaat dat onderzoek doet naar een misdaad met als doel de daders te vinden en voor het gerecht te brengen
recherchediensten	=	recherchedienst
rechercheer	=	rechercheren
rechercheerde	=	rechercheren
rechercheerden	=	rechercheren
rechercheert	=	rechercheren
recherchere	=	rechercheren
rechercheren	verb	een onderzoek instellen, onderzoeken, naspeuren, opsporen
rechercherend	=	rechercheren
rechercherende	=	rechercheren
recherches	=	recherche
rechercheur	noun	iemand die een politioneel onderzoek uitvoert
rechercheurs	=	rechercheur
rechercheurtje	=	rechercheur
rechercheurtjes	=	rechercheur
recht	noun	geheel van regels waar iedereen in een samenleving zich aan moet houden en de instituties om zulke regels te maken en te handhaven	adj	niet krom
recht-toe-recht-aan	adv	zonder eromheen te draaien
rechtaan	adv	regelrecht
rechtbank	noun	een instelling waar rechtgesproken wordt
rechtbankdrama	noun	toneelstuk, film of boek dat gaat over een (fictieve) rechtszaak
rechtbankdrama's	=	rechtbankdrama
rechtbanken	=	rechtbank
rechtbankje	=	rechtbank
rechtbankjes	=	rechtbank
rechtbankpresident	noun	de rechter die de dagelijkse leiding over een rechtbank heeft
rechtbankpresidenten	=	rechtbankpresident
rechtbankverslag	noun	verslag door een journalist van een rechtszaak in een krant of tijdschrift
rechtbankverslagen	=	rechtbankverslag
rechtbankverslaggever	noun	journalist die verslag doet van rechtszaken
rechtbankverslaggevers	=	rechtbankverslaggever
rechtbogen	=	rechtbuigen
rechtboog	=	rechtbuigen
rechtbrei	=	rechtbreien
rechtbreide	=	rechtbreien
rechtbreiden	=	rechtbreien
rechtbreie	=	rechtbreien
rechtbreien	verb	iets wat verkeerd gegaan is (op een slinkse manier) corrigeren
rechtbreiend	=	rechtbreien
rechtbreiende	=	rechtbreien
rechtbreit	=	rechtbreien
rechtbuig	=	rechtbuigen
rechtbuige	=	rechtbuigen
rechtbuigen	verb	door buigen rechtmaken
rechtbuigend	=	rechtbuigen
rechtbuigende	=	rechtbuigen
rechtbuigt	=	rechtbuigen
rechtdoor	adv	noch naar rechts noch naar links van richting veranderend
rechtdoorzee	adj	zonder omwegen dingen doen, zeggen wat je doet en doen wat je zegt
rechtdoorzees	=	rechtdoorzee
rechtdoorzeest	=	rechtdoorzee
rechtdoorzeeste	=	rechtdoorzee
rechtdoorzeeë	=	rechtdoorzee
rechtdoorzeeër	=	rechtdoorzee
rechtdoorzeeëre	=	rechtdoorzee
rechtdoorzeeërs	=	rechtdoorzee
rechte	noun	een rechte lijn
rechtelijk	adj	met betrekking tot het recht en/of de wet
rechtelijke	=	rechtelijk
rechtelijker	=	rechtelijk
rechtelijkere	=	rechtelijk
rechtelijkers	=	rechtelijk
rechtelijks	=	rechtelijk
rechtelijkst	=	rechtelijk
rechtelijkste	=	rechtelijk
rechteloos	adj	zonder rechten
rechteloosheden	=	rechteloosheid
rechteloosheid	noun	het rechteloos zijn
rechteloost	=	rechteloos
rechtelooste	=	rechteloos
rechteloze	=	rechteloos
rechtelozer	=	rechteloos
rechtelozere	=	rechteloos
rechtelozers	=	rechteloos
rechten	noun	studierichting aan een universiteit, rechtenfaculteit	verb	je lichaamshouding corrigeren
rechtend	=	rechten
rechtende	=	rechten
rechtenfaculteit	noun	deel van de universiteit waar men zich bezighoudt met juridisch onderwijs en onderzoek; juridische faculteit
rechtenfaculteiten	=	rechtenfaculteit
rechtenopleiding	noun	een studie die zich richt op de studie van het recht, wetten en regels, en hoe deze worden toegepast in de maatschappij.
rechtenopleidingen	=	rechtenopleiding
rechtenopleidinkje	=	rechtenopleiding
rechtenopleidinkjes	=	rechtenopleiding
rechtens	adv	in overeenstemming met het recht, volgens het recht
rechtenstudent	noun	student in de rechtsgeleerdheid
rechtenstudente	noun	vrouw die een juridische studie volgt
rechtenstudenten	=	rechtenstudent
rechtenstudentes	=	rechtenstudente
rechtenstudentje	=	rechtenstudent
rechtenstudentjes	=	rechtenstudent
rechtenstudie	noun	de bestudering van rechten
rechtenstudies	=	rechtenstudie
rechtenstudietje	=	rechtenstudie
rechtenstudietjes	=	rechtenstudie
rechter	noun	persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt	adj	aan de tegenovergestelde zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
rechter-commissaris	noun	rechter aan wie een bijzondere taak is opgedragen, bv. het toezicht op de afwikkeling van een faillissement, of de instructie in strafzaken
rechter-commissarissen	=	rechter-commissaris
rechterarm	noun	de arm aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterarmen	=	rechterarm
rechterarmpje	=	rechterarm
rechterarmpjes	=	rechterarm
rechterbaan	noun	de rechterrijstrook van een weg met meerdere rijstroken in één richting
rechterbal	noun	de bal aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterballen	=	rechterbal
rechterballetje	=	rechterbal
rechterballetjes	=	rechterbal
rechterbanen	=	rechterbaan
rechterbeen	noun	het been aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterbeentje	=	rechterbeen
rechterbeentjes	=	rechterbeen
rechterbenen	=	rechterbeen
rechterbil	noun	de bil aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterbillen	=	rechterbil
rechterbilletje	=	rechterbil
rechterbilletjes	=	rechterbil
rechterboezem	noun	de boezem aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterboezempje	=	rechterboezem
rechterboezempjes	=	rechterboezem
rechterboezems	=	rechterboezem
rechterborst	noun	de borst aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterborsten	=	rechterborst
rechterborstje	=	rechterborst
rechterborstjes	=	rechterborst
rechterbovenbeen	noun	het bovenbeen aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterbovenbeentje	=	rechterbovenbeen
rechterbovenbeentjes	=	rechterbovenbeen
rechterbovenbenen	=	rechterbovenbeen
rechterbovenhoek	noun	hoek die zich aan de rechterkant en bovenkant bevindt
rechterbovenhoeken	=	rechterbovenhoek
rechterbovenhoekje	=	rechterbovenhoek
rechterbovenhoekjes	=	rechterbovenhoek
rechterburen	=	rechterbuur
rechterbuur	noun	iemand die zich direct rechts bevindt
rechterdeel	noun	onderdeel van iets aan de rechterkant
rechterdelen	=	rechterdeel
rechterdijbeen	noun	het dijbeen aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterdijbeenbreuk	noun	breuk in het rechterdijbeen
rechterdijbeenbreuken	=	rechterdijbeenbreuk
rechterdijbeentje	=	rechterdijbeen
rechterdijbeentjes	=	rechterdijbeen
rechterdijbenen	=	rechterdijbeen
rechterduim	noun	de duim aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterduimen	=	rechterduim
rechterduimpje	=	rechterduim
rechterduimpjes	=	rechterduim
rechtere	=	recht
rechterellebogen	=	rechterelleboog
rechterelleboog	noun	de elleboog aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterelleboogje	=	rechterelleboog
rechterelleboogjes	=	rechterelleboog
rechteren	noun	kasteel bij de plaats Dalfsen in Overijssel
rechterenkel	noun	de enkel aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterenkels	=	rechterenkel
rechterenkeltje	=	rechterenkel
rechterenkeltjes	=	rechterenkel
rechterflank	noun	rechterzijkant van een dier, gebouw, vestingwerk, speelveld of heraldiek schild
rechterflanken	=	rechterflank
rechterflankspeler	noun	voetballer die rechts in de voorhoede speelt
rechterflankspelers	=	rechterflankspeler
rechtergedeelte	noun	het gedeelte aan de rechterkant
rechtergedeelten	=	rechtergedeelte
rechtergedeeltes	=	rechtergedeelte
rechterhand	noun	de hand aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterhanden	=	rechterhand
rechterhandje	=	rechterhand
rechterhandjes	=	rechterhand
rechterhandregel	noun	een ezelsbruggetje om bij twee gegeven richtingen, een derde te vinden
rechterhandregelen	=	rechterhandregel
rechterhandregels	=	rechterhandregel
rechterhandregeltje	=	rechterhandregel
rechterhandregeltjes	=	rechterhandregel
rechterhelft	noun	De helft aan de rechter zijde
rechterhelften	=	rechterhelft
rechterhelftje	=	rechterhelft
rechterhelftjes	=	rechterhelft
rechterhersenhelft	noun	de hersenhelft aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterhersenhelften	=	rechterhersenhelft
rechterhersenhelftje	=	rechterhersenhelft
rechterhersenhelftjes	=	rechterhersenhelft
rechterheup	noun	de heup aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterheupen	=	rechterheup
rechterheupje	=	rechterheup
rechterheupjes	=	rechterheup
rechterhiel	noun	de hiel aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterhielen	=	rechterhiel
rechterhieltje	=	rechterhiel
rechterhieltjes	=	rechterhiel
rechterhoek	noun	plaats waar twee zijdes bij elkaar komen aan de rechterkant
rechterhoeken	=	rechterhoek
rechterhoekje	=	rechterhoek
rechterhoekjes	=	rechterhoek
rechterkant	noun	de overzijde van waar gewoonlijk het hart zit
rechterkanten	=	rechterkant
rechterkantje	=	rechterkant
rechterkantjes	=	rechterkant
rechterknie	noun	de knie aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterknietje	=	rechterknie
rechterknietjes	=	rechterknie
rechterknieën	=	rechterknie
rechterkuit	noun	de gespierde achterkant van het rechteronderbeen
rechterkuiten	=	rechterkuit
rechterlijk	adj	het recht betreffende
rechterlijke	=	rechterlijk
rechterlijker	=	rechterlijk
rechterlijkere	=	rechterlijk
rechterlijkers	=	rechterlijk
rechterlijks	=	rechterlijk
rechterlijkst	=	rechterlijk
rechterlijkste	=	rechterlijk
rechterlong	noun	de long aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterlongen	=	rechterlong
rechterlongetje	=	rechterlong
rechterlongetjes	=	rechterlong
rechtermiddelvinger	noun	de middelvinger aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechtermiddelvingers	=	rechtermiddelvinger
rechtermiddelvingertje	=	rechtermiddelvinger
rechtermiddelvingertjes	=	rechtermiddelvinger
rechtermondhoek	noun	het, voor de persoon zelf, rechteruiteinde van de mond
rechtermondhoeken	=	rechtermondhoek
rechtermondhoekje	=	rechtermondhoek
rechtermondhoekjes	=	rechtermondhoek
rechtermouw	noun	deel van een kledingstuk dat de rechter arm bedekt
rechtermouwen	=	rechtermouw
rechtermouwtje	=	rechtermouw
rechtermouwtjes	=	rechtermouw
rechterneusgat	noun	het neusgat aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterneusgaten	=	rechterneusgat
rechterneusgatje	=	rechterneusgat
rechterneusgatjes	=	rechterneusgat
rechternier	noun	de nier aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechternieren	=	rechternier
rechterniertje	=	rechternier
rechterniertjes	=	rechternier
rechteroever	noun	de oever die zich aan de rechterkant bevindt wanneer men stroomafwaarts kijkt
rechteroevers	=	rechteroever
rechteroevertje	=	rechteroever
rechterogen	=	rechteroog
rechteronderarm	noun	deel van het menselijk lichaam tussen de elleboog en pols aan de, voor de persoon zelf, rechterkant
rechteronderarmen	=	rechteronderarm
rechteronderbeen	noun	de onderbeen aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechteronderbeentje	=	rechteronderbeen
rechteronderbeentjes	=	rechteronderbeen
rechteronderbenen	=	rechteronderbeen
rechteroog	noun	het oog aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechteroogje	=	rechteroog
rechteroogjes	=	rechteroog
rechteroogleden	=	rechterooglid
rechterooglid	noun	de beweeglijke huidplooi die het rechteroog bedekt en beschermt
rechterooglidje	=	rechterooglid
rechterooglidjes	=	rechterooglid
rechteroor	noun	het oor aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechteroortje	=	rechteroor
rechteroortjes	=	rechteroor
rechterop	=	rechtop
rechteroren	=	rechteroor
rechterpagina	noun	bladzijde aan de rechterkant (gezien vanuit de lezer) van een opengeslagen drukwerk dat meestal een oneven paginanummer bevat
rechterpagina's	=	rechterpagina
rechterpaginaatje	=	rechterpagina
rechterpaginaatjes	=	rechterpagina
rechterpijltoets	noun	een toets op een toetsenbord waarmee men iets - zoals een aanwijzer of een figuurtje - naar rechts kan bewegen op een computerbeeldscherm
rechterpijltoetsen	=	rechterpijltoets
rechterpijltoetsje	=	rechterpijltoets
rechterpijltoetsjes	=	rechterpijltoets
rechterpink	noun	de pink aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterpinken	=	rechterpink
rechterpinkje	=	rechterpink
rechterpinkjes	=	rechterpink
rechterpols	noun	het verbindende gewricht tussen de rechter onderarm en de rechterhand
rechterpolsen	=	rechterpols
rechterpolsje	=	rechterpols
rechterpolsjes	=	rechterpols
rechterpoot	noun	een extremiteit aan de rechterkant van een lichaam van een dier
rechterpootje	=	rechterpoot
rechterpootjes	=	rechterpoot
rechterportier	noun	deur aan de rechterkant van een voertuig
rechterportieren	=	rechterportier
rechterportiertje	=	rechterportier
rechterportiertjes	=	rechterportier
rechterpoten	=	rechterpoot
rechterrib	noun	de rib aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterribben	=	rechterrib
rechterribje	=	rechterrib
rechterribjes	=	rechterrib
rechterrij	noun	de kolom of rij aan de rechterkant
rechterrijen	=	rechterrij
rechterrijstroken	=	rechterrijstrook
rechterrijstrook	noun	de meest rechter rijstrook van een weg met meerdere rijstroken voor het verkeer in één richting; de rijstrook voor het verkeer dat niet aan het inhalen is
rechterrijtje	=	rechterrij
rechterrijtjes	=	rechterrij
rechterringvinger	noun	de ringvinger aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterringvingers	=	rechterringvinger
rechterringvingertje	=	rechterringvinger
rechterringvingertjes	=	rechterringvinger
rechters	=	rechter
rechters-commissarissen	=	rechter-commissaris
rechterschap	noun	het rechter zijn; de functie van rechter
rechterschappen	=	rechterschap
rechterscheenbeen	noun	het scheenbeen aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterscheenbeentje	=	rechterscheenbeen
rechterscheenbeentjes	=	rechterscheenbeen
rechterscheenbenen	=	rechterscheenbeen
rechterschoen	noun	schoen voor de rechtervoet
rechterschoenen	=	rechterschoen
rechterschoentje	=	rechterschoen
rechterschoentjes	=	rechterschoen
rechterschouder	noun	de schouder aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterschouders	=	rechterschouder
rechterschoudertje	=	rechterschouder
rechterschoudertjes	=	rechterschouder
rechterslaap	noun	zijvlak van het hoofd tussen rechteroog en rechteroor
rechterslapen	=	rechterslaap
rechterstoel	noun	de stoel aan de rechterkant
rechterstoelen	=	rechterstoel
rechterstoeltje	=	rechterstoel
rechterstoeltjes	=	rechterstoel
rechterteelbal	noun	de teelbal aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterteelballen	=	rechterteelbal
rechterteelballetje	=	rechterteelbal
rechterteelballetjes	=	rechterteelbal
rechtertje	=	rechter
rechtertjes	=	rechter
rechtervleugel	noun	de vleugel aan de rechterkant van een vliegtuig, insect of vogel
rechtervleugels	=	rechtervleugel
rechtervleugeltje	=	rechtervleugel
rechtervleugeltjes	=	rechtervleugel
rechtervoet	noun	de voet aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechtervoeten	=	rechtervoet
rechtervoetje	=	rechtervoet
rechtervoetjes	=	rechtervoet
rechtervuist	noun	gebalde rechterhand
rechtervuisten	=	rechtervuist
rechtervuistje	=	rechtervuist
rechtervuistjes	=	rechtervuist
rechterwang	noun	de wang aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterwangen	=	rechterwang
rechterwangetje	=	rechterwang
rechterwangetjes	=	rechterwang
rechterwenkbrauw	noun	de wenkbrauw aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterwenkbrauwen	=	rechterwenkbrauw
rechterwenkbrauwtje	=	rechterwenkbrauw
rechterwenkbrauwtjes	=	rechterwenkbrauw
rechterwijsvinger	noun	de wijsvinger aan de overzijde van waar zich in het lichaam gewoonlijk het hart bevindt
rechterwijsvingers	=	rechterwijsvinger
rechterwijsvingertje	=	rechterwijsvinger
rechterwijsvingertjes	=	rechterwijsvinger
rechterzij	noun	de kant tegenover degene waar zich gewoonlijk het hart bevindt
rechterzijde	noun	de kant tegenover degene waar zich gewoonlijk het hart bevindt
rechterzijden	=	rechterzij
rechterzijdes	=	rechterzij
rechtetje	=	rechte
rechtetjes	=	rechte
rechtgeaard	adj	van iets of iemand dat een bepaalde eigenschap echt een deel van zijn karakter is
rechtgeaarde	=	rechtgeaard
rechtgeaarder	=	rechtgeaard
rechtgeaardere	=	rechtgeaard
rechtgeaarders	=	rechtgeaard
rechtgeaards	=	rechtgeaard
rechtgeaardst	=	rechtgeaard
rechtgeaardste	=	rechtgeaard
rechtgebogen	=	rechtbuigen
rechtgebreid	=	rechtbreien
rechtgebreide	=	rechtbreien
rechtgekomen	=	rechtkomen
rechtgelovig	adj	gelovig op de juiste manier
rechtgelovige	=	rechtgelovig
rechtgeloviger	=	rechtgelovig
rechtgelovigere	=	rechtgelovig
rechtgelovigers	=	rechtgelovig
rechtgelovigs	=	rechtgelovig
rechtgelovigst	=	rechtgelovig
rechtgelovigste	=	rechtgelovig
rechtgesproken	=	rechtspreken
rechtgestaan	=	rechtstaan
rechtgetrekt	=	rechttrekken
rechtgetrokken	=	rechttrekken
rechtgezet	=	rechtzetten
rechtgezeten	=	rechtzitten
rechtgezette	=	rechtzetten
rechthebbende	noun	een rechtspersoon die recht op iets heeft
rechthebbenden	=	rechthebbende
rechtheid	noun	het zonder kromming zijn
rechthoek	noun	een vierhoek met vier rechte hoeken
rechthoeken	=	rechthoek
rechthoekhangmatspin	noun	Oreonetides vaginatus een spin uit de familie hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae).
rechthoekhangmatspinnen	=	rechthoekhangmatspin
rechthoekhangmatspinnetje	=	rechthoekhangmatspin
rechthoekhangmatspinnetjes	=	rechthoekhangmatspin
rechthoekig	adj	het in een rechte hoek staan van lijnen of vlakken
rechthoekige	=	rechthoekig
rechthoekiger	=	rechthoekig
rechthoekigere	=	rechthoekig
rechthoekigers	=	rechthoekig
rechthoekigs	=	rechthoekig
rechthoekigst	=	rechthoekig
rechthoekigste	=	rechthoekig
rechthoekje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort spin, Theridion familiare uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae)
rechthoekjes	=	rechthoek
rechthoekkogelspin	noun	Theridion familiare een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).
rechthoekkogelspinnen	=	rechthoekkogelspin
rechthoekkogelspinnetje	=	rechthoekkogelspin
rechthoekkogelspinnetjes	=	rechthoekkogelspin
rechthoornpillendraaier	noun	Onthophagus nuchicornis een keversoort uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae).
rechthoornpillendraaiers	=	rechthoornpillendraaier
rechthoornpillendraaiertje	=	rechthoornpillendraaier
rechthoornpillendraaiertjes	=	rechthoornpillendraaier
rechtje	=	recht
rechtjes	=	recht
rechtkom	=	rechtkomen
rechtkome	=	rechtkomen
rechtkomen	verb	van een liggende, gebogen of zittende lichaamshouding naar een meer verticale houding overgaan
rechtkomend	=	rechtkomen
rechtkomende	=	rechtkomen
rechtkomt	=	rechtkomen
rechtkrabbele	=	rechtkrabbelen
rechtkrabbelen	verb	overeind krabbelen of met moeite weer opstaan na een val of na tegenslag
rechtkrabbelende	=	rechtkrabbelen
rechtkwaamt	=	rechtkomen
rechtkwam	=	rechtkomen
rechtkwamen	=	rechtkomen
rechtlijnig	adj	zonder bochten of uitzonderingen
rechtlijnige	=	rechtlijnig
rechtlijniger	=	rechtlijnig
rechtlijnigere	=	rechtlijnig
rechtlijnigers	=	rechtlijnig
rechtlijnigheden	=	rechtlijnigheid
rechtlijnigheid	noun	het strikt regels en wetten volgen
rechtlijnigs	=	rechtlijnig
rechtlijnigst	=	rechtlijnig
rechtlijnigste	=	rechtlijnig
rechtmatig	adj	volgens het recht, de wet
rechtmatige	=	rechtmatig
rechtmatiger	=	rechtmatig
rechtmatigere	=	rechtmatig
rechtmatigers	=	rechtmatig
rechtmatigheden	=	rechtmatigheid
rechtmatigheid	noun	het rechtmatig zijn
rechtmatigs	=	rechtmatig
rechtmatigst	=	rechtmatig
rechtmatigste	=	rechtmatig
rechtop	adv	helemaal naar boven gericht
rechtopstaand	adj	van iets dat het een verticale positie inneemt
rechtopstaande	=	rechtopstaand
rechtopstaands	=	rechtopstaand
rechtover	adv	vlak aan de overkant	prep	aan de overzijde van, dichtbij met de voorzijde gericht op de voorzijde van
rechtovereind	adv	helemaal omhoog
rechts	adj	tegenovergestelde van links	noun	de gehele rechtse beweging
rechts-conservatief	adj	zeer behoudend
rechts-conservatiefs	=	rechts-conservatief
rechts-conservatiefst	=	rechts-conservatief
rechts-conservatiefste	=	rechts-conservatief
rechts-conservatieve	=	rechts-conservatief
rechts-conservatiever	=	rechts-conservatief
rechts-conservatievere	=	rechts-conservatief
rechts-conservatievers	=	rechts-conservatief
rechts-extremisme	noun	aanduiding voor autoritaire of nationalistische stromingen die geweld niet schuwen
rechts-extremist	noun	iemand dia vanuit uiterst autoritaire en nationalistische opvattingen gebruik van geweld rechtvaardigt
rechts-extremisten	=	rechts-extremist
rechts-extremistisch	adj	betreft een ideologie die extremer is dan het rechts-radicalisme
rechts-extremistische	=	rechts-extremistisch
rechts-extremistischer	=	rechts-extremistisch
rechts-extremistischere	=	rechts-extremistisch
rechts-extremistischers	=	rechts-extremistisch
rechts-nationalistisch	adj	betrekking hebbend op een politieke ideologie die een sterke nationale identiteit nastreeft en deze beschermt tegen invloeden van buitenaf, vaak gekoppeld aan conservatieve waarden en kritiek op immigratie
rechts-nationalistische	=	rechts-nationalistisch
rechts-nationalistischer	=	rechts-nationalistisch
rechts-nationalistischere	=	rechts-nationalistisch
rechts-nationalistischers	=	rechts-nationalistisch
rechts-populisme	noun	politieke stroming die vindt dat een maatschappelijke elite te veel veranderingen doorvoert die niet in het belang van het volk zijn en wil dat een krachtige leider de eensgezindheid herstelt
rechts-populistisch	adj	betreft een politieke stroming die beweert op te komen voor de 'gewone burger' tegenover een vermeende corrupte of elitaire macht.
rechts-populistische	=	rechts-populistisch
rechts-populistischer	=	rechts-populistisch
rechts-populistischere	=	rechts-populistisch
rechts-populistischers	=	rechts-populistisch
rechts-radicaal	noun	iemand met uiterst rechtse denkbeelden	adj	uiterst rechts
rechts-radicaals	=	rechts-radicaal
rechts-radicaalst	=	rechts-radicaal
rechts-radicaalste	=	rechts-radicaal
rechts-radicale	=	rechts-radicaal
rechts-radicalen	=	rechts-radicaal
rechts-radicaler	=	rechts-radicaal
rechts-radicalere	=	rechts-radicaal
rechts-radicalers	=	rechts-radicaal
rechts-radicalisme	noun	benaming voor stromingen die het eigen volk idealiseren en streven naar het invoeren van een strakke maatschappelijke ordening onder autoritaire leiding#:▸ In zijn lezing constateert hij dat het rechts-radicalisme gekenmerkt wordt door een schaarsheid aan ideeën; dat het in strikte zin geen ideologie is, maar veeleer een ordeloze verzameling van simpele frases, die des te effectiever en destructiever zijn omdat ze eindeloos herhaald worden.
rechts-radicalistisch	adj	betreft een politieke ideologie aan de uiterste rechterflank die streeft naar een samenleving gebaseerd op autoritarisme, natie en het uitsluiten van minderheden, vaak met een antidemocratisch of illiberaal karakter.
rechts-radicalistische	=	rechts-radicalistisch
rechts-radicalistischer	=	rechts-radicalistisch
rechts-radicalistischere	=	rechts-radicalistisch
rechts-radicalistischers	=	rechts-radicalistisch
rechtsachter	noun	in de hoek die zowel aan de rechterkant als de achterkant gelegen is
rechtsachters	=	rechtsachter
rechtsaf	adv	~ slaan: onder een min of meer rechte hoek naar rechts van richting wijzigen
rechtsback	noun	achterspeler, verdediger die aan de rechterkant van het veld opereert
rechtsbacks	=	rechtsback
rechtsbases	=	rechtsbasis
rechtsbasis	noun	de juridische basis die een bevoegdheid of maatregel verleent
rechtsbasissen	=	rechtsbasis
rechtsbeginsel	noun	fundamentele opvatting die behoort tot het wezen van een samenleving en waarop het recht gebaseerd is
rechtsbeginselen	=	rechtsbeginsel
rechtsbeginsels	=	rechtsbeginsel
rechtsbegrip	noun	begrip of gevoel inzake recht of onrecht
rechtsbegrippen	=	rechtsbegrip
rechtsbenig	adj	beter met het rechterbeen kunnende schieten dan met het linker
rechtsbenige	noun	iemand die rechtsbenig is
rechtsbenigen	=	rechtsbenige
rechtsbeniger	=	rechtsbenig
rechtsbenigere	=	rechtsbenig
rechtsbenigers	=	rechtsbenig
rechtsbenigs	=	rechtsbenig
rechtsbenigst	=	rechtsbenig
rechtsbenigste	=	rechtsbenig
rechtsbescherming	noun	het geheel van mogelijkheden in een samenleving om (achteraf) op te komen tegen besluiten en handelingen van overheidsorganen
rechtsbeschermingen	=	rechtsbescherming
rechtsbetrekking	noun	de juridische relatie tussen twee of meer partijen, waaraan de wet of een overeenkomst bepaalde rechten en plichten verbindt.
rechtsbetrekkingen	=	rechtsbetrekking
rechtsbetrekkinkje	=	rechtsbetrekking
rechtsbetrekkinkjes	=	rechtsbetrekking
rechtsbevoegd	adj	de bevoegdheid hebbend om een recht op te eisen
rechtsbevoegde	=	rechtsbevoegd
rechtsbevoegds	=	rechtsbevoegd
rechtsbewustzijn	noun	het gevoel dat mensen zonder juridische achtergrond hebben over wat rechtvaardig is en wat niet
rechtsbijstand	noun	hulp in het recht door een deskundige
rechtsbinnen	noun	voorhoedespeler tussen middenvoor en rechtsbuiten
rechtsbinnens	=	rechtsbinnen
rechtsbinnentje	=	rechtsbinnen
rechtsbinnentjes	=	rechtsbinnen
rechtsboek	noun	een verzameling van wetten die een specifiek rechtsgebied binnen het recht regelen
rechtsboeken	=	rechtsboek
rechtsboekje	=	rechtsboek
rechtsboekjes	=	rechtsboek
rechtsboven	adv	hoog aan de rechterkant
rechtsbron	noun	de bron waarop het recht is gebaseerd (uit de wetten of juist de casuïstiek)
rechtsbronnen	=	rechtsbron
rechtsbuiten	noun	voorhoede speler die aan de rechterbuitenkant van het veld speelt
rechtsbuitens	=	rechtsbuiten
rechtsbuitentje	=	rechtsbuiten
rechtsbuitentjes	=	rechtsbuiten
rechtsch	=	rechts
rechtschapen	adj	van mensen dat ze zich houden aan de morele normen en waarden
rechtschapener	=	rechtschapen
rechtschapeners	=	rechtschapen
rechtschapenheden	=	rechtschapenheid
rechtschapenheid	noun	het zijn zoals met eigenlijk zou moeten zijn; het zijn van een goed mens als karaktereigenschap
rechtschapens	=	rechtschapen
rechtschapenst	=	rechtschapen
rechtschapenste	=	rechtschapen
rechtscollege	noun	rechtsprekend college; rechtbank, bestaande uit meerdere rechters
rechtscolleges	=	rechtscollege
rechtsdelict	noun	feit dat sowieso als onrechtmatig wordt ervaren, ook voordat het door de wet verboden wordt
rechtsdelicten	=	rechtsdelict
rechtsdraaiend	adj	met de wijzers van de klok mee draaiend
rechtsdraaiende	=	rechtsdraaiend
rechtsdraaiends	=	rechtsdraaiend
rechtsdwaling	noun	een veroordeling van een onschuldig persoon
rechtsdwalingen	=	rechtsdwaling
rechtse	=	rechts
rechtseenheden	=	rechtseenheid
rechtseenheid	noun	eenduidige toepassing van het recht
rechtser	=	rechts
rechtsere	=	rechts
rechtsers	=	rechts
rechtsfeit	noun	gebeurtenis, omstandigheid of handeling waaraan het objectieve recht rechtsgevolgen verbindt al dan niet als gevolg van menselijk handelen
rechtsfeiten	=	rechtsfeit
rechtsgang	noun	het verloop van een proces
rechtsgangen	=	rechtsgang
rechtsgebied	noun	het deel van het recht waar een overheidsorgaan recht van spreken heeft, waar het bevoegd is
rechtsgebieden	=	rechtsgebied
rechtsgebiedje	=	rechtsgebied
rechtsgeding	noun	een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
rechtsgedingen	=	rechtsgeding
rechtsgedingetje	=	rechtsgeding
rechtsgedingetjes	=	rechtsgeding
rechtsgeklikt	=	rechtsklikken
rechtsgeldig	adj	het geldig zijn volgens het recht geldig, of volgens het recht van kracht zijn.
rechtsgeldige	=	rechtsgeldig
rechtsgeldiger	=	rechtsgeldig
rechtsgeldigere	=	rechtsgeldig
rechtsgeldigers	=	rechtsgeldig
rechtsgeldigheden	=	rechtsgeldigheid
rechtsgeldigheid	noun	de mate dat iets een juridische waarde heeft
rechtsgeldigs	=	rechtsgeldig
rechtsgeldigst	=	rechtsgeldig
rechtsgeldigste	=	rechtsgeldig
rechtsgeleerd	adj	deskundig op het gebied van het recht
rechtsgeleerde	noun	een deskundige op het gebied van rechtsleer
rechtsgeleerden	=	rechtsgeleerde
rechtsgeleerdetje	=	rechtsgeleerde
rechtsgeleerdetjes	=	rechtsgeleerde
rechtsgeleerdheden	=	rechtsgeleerdheid
rechtsgeleerdheid	noun	wetenschap, kennis of studie van recht
rechtsgeleerds	=	rechtsgeleerd
rechtsgelijkheden	=	rechtsgelijkheid
rechtsgelijkheid	noun	het bezitten van gelijke rechten voor de wet
rechtsgemeenschap	noun	een groep mensen of landen waarin men gemeenschappelijke waarden en rechten heeft
rechtsgemeenschappen	=	rechtsgemeenschap
rechtsgeschiedenis	noun	de wetenschappelijke bestudering van de geschiedenis van het recht en de wetgeving
rechtsgeschiedenissen	=	rechtsgeschiedenis
rechtsgevoel	noun|formal	opvatting over wat eerlijk is
rechtsgevoelen	noun|formal	opvatting over wat eerlijk is
rechtsgevolg	noun	juridische, gerechtelijke, wettelijke consequenties van iets
rechtsgevolgen	=	rechtsgevolg
rechtsgoed	noun	een fundamentele waarde of belang van een individu of de samenleving die door de wet wordt beschermd tegen inbreuken, bv. openbare orde, eigendom
rechtsgrond	noun	de wettelijke basis van iets; de wet waarop een bepaalde actie gebaseerd is
rechtsgronden	=	rechtsgrond
rechtshandeling	noun	wilsuiting die welbepaalde rechtsgevolgen heeft beoogd door het handelend rechtssubject
rechtshandelingen	=	rechtshandeling
rechtshandhaving	noun	het ervoor zorgen dat de wetten gehandhaafd worden; handhaven van de rechtsorde
rechtshandhavingen	=	rechtshandhaving
rechtshandig	adj	van een persoon dat hij met zijn rechterhand beter kan schrijven dan met zijn linkerhand
rechtshandige	=	rechtshandig
rechtshandiger	=	rechtshandig
rechtshandigere	=	rechtshandig
rechtshandigers	=	rechtshandig
rechtshandigs	=	rechtshandig
rechtshandigst	=	rechtshandig
rechtshandigste	=	rechtshandig
rechtsherstel	noun	herstel in eer of aanzien; het beëindigen van een onrechtmatige toestand
rechtshistorisch	adj	betrekking hebbend op de geschiedenis van de wetgeving en rechtsspraak
rechtshistorische	=	rechtshistorisch
rechtshistorischer	=	rechtshistorisch
rechtshistorischere	=	rechtshistorisch
rechtshistorischers	=	rechtshistorisch
rechtshulp	noun	de ondersteuning die een jurist geeft bij een juridisch probleem
rechtshulpen	=	rechtshulp
rechtshulpverzoek	noun	verzoek van het ene land aan het andere om mee te helpen bij het opsporen en aanhouden van criminelen
rechtshulpverzoeken	=	rechtshulpverzoek
rechtskarakter	noun	hoedanigheid van tot het recht te behoren
rechtskarakters	=	rechtskarakter
rechtskennis	noun	juridische vakkennis over wetten en procedures
rechtsklik	=	rechtsklikken
rechtsklikke	=	rechtsklikken
rechtsklikken	verb	de rechterknop van een computermuis gebruiken
rechtsklikkend	=	rechtsklikken
rechtsklikkende	=	rechtsklikken
rechtsklikt	=	rechtsklikken
rechtsklikte	=	rechtsklikken
rechtsklikten	=	rechtsklikken
rechtskring	noun	gebied met eigen recht
rechtskringen	=	rechtskring
rechtskringetje	=	rechtskring
rechtskringetjes	=	rechtskring
rechtskundig	adj	betrekking hebbende op de kennis van wetten en regels
rechtskundige	=	rechtskundig
rechtskundiger	=	rechtskundig
rechtskundigere	=	rechtskundig
rechtskundigers	=	rechtskundig
rechtskundigs	=	rechtskundig
rechtskundigst	=	rechtskundig
rechtskundigste	=	rechtskundig
rechtslaan	verb	door slaan recht maken
rechtsleer	noun	teksten geschreven door rechtsgeleerden die wetgeving en rechtspraak uitleggen en verduidelijken
rechtsmisbruik	noun	gebruik van een wettelijk recht louter en alleen om een ander te schaden
rechtsnavelrietkruiper	noun	Limnoctites rectirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
rechtsnavelrietkruipers	=	rechtsnavelrietkruiper
rechtsnavelrietkruipertje	=	rechtsnavelrietkruiper
rechtsnavelrietkruipertjes	=	rechtsnavelrietkruiper
rechtsnorm	noun	de algemene regels waaraan het recht en de rechtspleging moet voldoen
rechtsnormen	=	rechtsnorm
rechtsom	adv	in een rondgaande beweging met de klok mee; naar rechts bewegend in een cirkel, bezien vanuit het middelpunt
rechtsomkeer	adv	omkeren en terugkeren naar de plaats van vertrek
rechtsomkeert	adv	overgegaan in de tegengestelde bewegingsrichting, bewegend na een draai van 180°
rechtsonder	adv	beneden, aan de rechterkant
rechtsongelijkheden	=	rechtsongelijkheid
rechtsongelijkheid	noun	dat gelijke gevallen door de rechterlijke macht toch ongelijk worden behandeld
rechtsorde	noun	het geheel van door het recht beheerste regels in een gemeenschap samen met de gezamenlijke instellingen op juridisch gebied
rechtsorden	=	rechtsorde
rechtsordes	=	rechtsorde
rechtspersonen	=	rechtspersoon
rechtspersoon	noun	een zelfstandig vermogen of een collectief met eigen autonomie dat als rechtssubject kan deelnemen aan het rechtsverkeer behept met rechten en plichten, maar zelfstandige rechtshandelingen niet kan verrichten
rechtspersoonlijkheden	=	rechtspersoonlijkheid
rechtspersoonlijkheid	noun	een juridische constructie waardoor een abstracte entiteit of organisatie op kan treden als een volwaardig en handelingsbekwaam persoon in het rechtsverkeer behept met rechten en plichten zoals een natuurlijk persoon
rechtspersoontje	=	rechtspersoon
rechtspersoontjes	=	rechtspersoon
rechtspleging	noun	het voeren van een rechtszaak en het uitspreken van een vonnis; toepassing van het recht
rechtsplegingen	=	rechtspleging
rechtsplegingsvergoeding	noun	een forfaitaire, wettelijk vastgestelde tegemoetkoming in de kosten en advocatenhonoraria van de in het gelijk gestelde partij.
rechtsplegingsvergoedingen	=	rechtsplegingsvergoeding
rechtsplegingsvergoedinkje	=	rechtsplegingsvergoeding
rechtsplegingsvergoedinkjes	=	rechtsplegingsvergoeding
rechtsplegingvergoeding	noun	een forfaitaire, wettelijk vastgestelde tegemoetkoming in de kosten en advocatenhonoraria van de in het gelijk gestelde partij.
rechtsplegingvergoedingen	=	rechtsplegingvergoeding
rechtsplegingvergoedinkje	=	rechtsplegingvergoeding
rechtsplegingvergoedinkjes	=	rechtsplegingvergoeding
rechtspleginkje	=	rechtspleging
rechtspleginkjes	=	rechtspleging
rechtsplicht	noun	een wettelijke verplichting
rechtsplichten	=	rechtsplicht
rechtspolitiek	adj	onderzoek naar de veranderingen in het recht die nodig zijn om aan de huidige maatschappelijke eisen te voldoen
rechtspolitieke	=	rechtspolitiek
rechtspolitieker	=	rechtspolitiek
rechtspolitiekere	=	rechtspolitiek
rechtspolitiekers	=	rechtspolitiek
rechtspolitieks	=	rechtspolitiek
rechtspolitiekst	=	rechtspolitiek
rechtspolitiekste	=	rechtspolitiek
rechtspositie	noun	het geheel van iemands rechten en plichten
rechtspositieregeling	noun	een document of set van regels waarin de juridische verhouding tussen een werkgever en werknemer (of een specifieke doelgroep) is vastgelegd.
rechtspositieregelingen	=	rechtspositieregeling
rechtspositieregelingetje	=	rechtspositieregeling
rechtspositieregelingetjes	=	rechtspositieregeling
rechtsposities	=	rechtspositie
rechtspraak	noun	is het proces waarin door een rechter een oordeel wordt gevormd over een rechtszaak
rechtspraakt	=	rechtspreken
rechtsprak	=	rechtspreken
rechtspraken	=	rechtspraak
rechtspraktijk	noun	de manier waarop men wetten en regels in de praktijk toepast
rechtspraktijken	=	rechtspraktijk
rechtspreek	=	rechtspreken
rechtspreekt	=	rechtspreken
rechtspreke	=	rechtspreken
rechtspreken	verb	een gerechtelijke uitspraak doen
rechtsprekend	=	rechtspreken
rechtsprekende	=	rechtspreken
rechtsprobleem	noun	een conflict waar de rechter een uitspraak over kan doen
rechtsproblemen	=	rechtsprobleem
rechtsprocedure	noun	de formele regels aangaande het verloop van een rechtszaak
rechtsprocedures	=	rechtsprocedure
rechtspsychologie	noun	honderdeel van de toegepaste psychologie dat zich vooral richt op psychologische theorieën, methoden en problemen op het gebied van de rechtspraak
rechtspunt	noun	onderdeel van een juridische kwestie
rechtspunten	=	rechtspunt
rechtspuntje	=	rechtspunt
rechtspuntjes	=	rechtspunt
rechtsregel	noun	wettelijke verplichting; wettelijk voorschrift
rechtsregels	=	rechtsregel
rechtsspraak	noun	dat deel van de juridische macht waarbij een rechter zich uitspreekt over een conflict
rechtsspraken	=	rechtsspraak
rechtsstaat	noun	staat zn [A] waarvan de macht gereguleerd en beperkt wordt door het geldende recht
rechtsstaatje	=	rechtsstaat
rechtsstatelijk	adj	zoals past bij een land waar iedereen de wet naleeft
rechtsstatelijke	=	rechtsstatelijk
rechtsstatelijker	=	rechtsstatelijk
rechtsstatelijkere	=	rechtsstatelijk
rechtsstatelijkers	=	rechtsstatelijk
rechtsstatelijks	=	rechtsstatelijk
rechtsstatelijkst	=	rechtsstatelijk
rechtsstatelijkste	=	rechtsstatelijk
rechtsstaten	=	rechtsstaat
rechtsstelsel	noun	geheel van bindende regels hun handhaving en opvattingen over rechtvaardigheid voor een samenleving of voor een zelfstandig deel daarvan
rechtsstelsels	=	rechtsstelsel
rechtssubject	noun	drager van subjectieve rechten en plichten
rechtssubjecten	=	rechtssubject
rechtssysteem	noun	geheel van bindende regels, hun handhaving en opvattingen over rechtvaardigheid voor een samenleving of voor een zelfstandig deel daarvan
rechtssysteempje	=	rechtssysteem
rechtssysteempjes	=	rechtssysteem
rechtssystemen	=	rechtssysteem
rechtst	=	recht
rechtsta	=	rechtstaan
rechtstaal	noun	terminologie van de rechtsgeleerden
rechtstaan	verb	rechtop staan
rechtstaand	=	rechtstaan
rechtstaande	=	rechtstaan
rechtstaartdrongo	noun	Dicrurus ludwigii een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's en het geslacht Dicrurus.
rechtstaartdrongo's	=	rechtstaartdrongo
rechtstaartdrongokoekoek	noun	Surniculus lugubris een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
rechtstaartdrongokoekoeken	=	rechtstaartdrongokoekoek
rechtstaartdrongokoekoekje	=	rechtstaartdrongokoekoek
rechtstaartdrongokoekoekjes	=	rechtstaartdrongokoekoek
rechtstaartdrongootje	=	rechtstaartdrongo
rechtstaartdrongootjes	=	rechtstaartdrongo
rechtstaat	noun	rechtsstaat
rechtstaatje	=	rechtstaat
rechtstaatjes	=	rechtstaat
rechtstalen	=	rechtstaal
rechtstand	noun	verticale ondersteuning van een boog of een gewelf
rechtstanden	=	rechtstand
rechtstandig	adj	loodrecht naar boven of naar beneden
rechtstandige	=	rechtstandig
rechtstandiger	=	rechtstandig
rechtstandigere	=	rechtstandig
rechtstandigers	=	rechtstandig
rechtstandigs	=	rechtstandig
rechtstandigst	=	rechtstandig
rechtstandigste	=	rechtstandig
rechtstandje	=	rechtstand
rechtstandjes	=	rechtstand
rechtstatelijk	adj	met betrekking tot de rechtstaat; overeenkomend met de wetten en procedures van de rechtstaat
rechtstatelijke	=	rechtstatelijk
rechtstatelijker	=	rechtstatelijk
rechtstatelijkere	=	rechtstatelijk
rechtstatelijkers	=	rechtstatelijk
rechtstatelijks	=	rechtstatelijk
rechtstatelijkst	=	rechtstatelijk
rechtstatelijkste	=	rechtstatelijk
rechtstaten	=	rechtstaat
rechtste	=	recht
rechtstelsel	noun	geheel van bindende regels hun handhaving en opvattingen over rechtvaardigheid voor een samenleving of voor een zelfstandig deel daarvan
rechtstelsels	=	rechtstelsel
rechtstheorie	noun	vakgebied binnen de rechtswetenschap dat zich bezighoudt met de fundamentele begrippen, beginselen en filosofische grondslagen van het recht
rechtstheorieën	=	rechtstheorie
rechtstoepassing	noun	de manier waarop het rechtssysteem werkt
rechtstoepassingen	=	rechtstoepassing
rechtstond	=	rechtstaan
rechtstonden	=	rechtstaan
rechtstreeks	adj	zonder omwegen	adv	zonder omwegen
rechtstreekse	=	rechtstreeks
rechtstreekser	=	rechtstreeks
rechtstreeksere	=	rechtstreeks
rechtstreeksers	=	rechtstreeks
rechtstreekst	=	rechtstreeks
rechtstreekste	=	rechtstreeks
rechtsveiligheid	noun	zekerheid dat de regels van het recht ergens op de juiste wijze worden nageleefd
rechtsverdraaiing	noun	het opzettelijk verkeerd of verdraaid uitleggen van wetteksten, regels of feiten.
rechtsverdraaiingen	=	rechtsverdraaiing
rechtsverdraaiinkje	=	rechtsverdraaiing
rechtsverdraaiinkjes	=	rechtsverdraaiing
rechtsvergelijking	noun	het systematisch bestuderen van overeenkomsten en verschillen tussen verschillende rechtsstelsels of specifieke wetgeving.
rechtsvergelijkingen	=	rechtsvergelijking
rechtsvergelijkinkje	=	rechtsvergelijking
rechtsvergelijkinkjes	=	rechtsvergelijking
rechtsverhouding	noun	door wettelijke bepalingen geregelde verhouding
rechtsverhoudingen	=	rechtsverhouding
rechtsverhoudinkje	=	rechtsverhouding
rechtsverhoudinkjes	=	rechtsverhouding
rechtsverkeer	noun	het geheel van handelingen waardoor de leden van een gemeenschap in rechte met elkaar omgaan
rechtsvervolging	noun	het vervolgen in rechte
rechtsvervolgingen	=	rechtsvervolging
rechtsvervolginkje	=	rechtsvervolging
rechtsvervolginkjes	=	rechtsvervolging
rechtsvervreemding	noun	is een term uit de rechtssociologie die de groeiende kloof tussen de belevingswereld van de burger en het formele rechtssysteem beschrijft.
rechtsvervreemdingen	=	rechtsvervreemding
rechtsvervreemdinkje	=	rechtsvervreemding
rechtsvervreemdinkjes	=	rechtsvervreemding
rechtsvinding	noun	het maken van rechtsregels
rechtsvindingen	=	rechtsvinding
rechtsvindinkje	=	rechtsvinding
rechtsvindinkjes	=	rechtsvinding
rechtsvoor	noun	rechtsbuiten
rechtsvoors	=	rechtsvoor
rechtsvordering	noun	eis tot rechtsbescherming; handeling waarmee men de rechter verzoekt zich over een bepaalde zaak uit te spreken
rechtsvorderingen	=	rechtsvordering
rechtsvorm	noun	juridische status van een bedrijf, organisatie of onderneming
rechtsvormen	=	rechtsvorm
rechtswege	adv	archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
rechtswetenschap	noun	rechtsgeleerdheid
rechtswetenschappelijk	adj	betrekking hebbend op of gebruikmakend van de juridische wetenschappen
rechtswetenschappelijke	=	rechtswetenschappelijk
rechtswetenschappelijker	=	rechtswetenschappelijk
rechtswetenschappelijkere	=	rechtswetenschappelijk
rechtswetenschappelijkers	=	rechtswetenschappelijk
rechtswetenschappelijks	=	rechtswetenschappelijk
rechtswetenschappelijkst	=	rechtswetenschappelijk
rechtswetenschappelijkste	=	rechtswetenschappelijk
rechtswetenschappen	=	rechtswetenschap
rechtswezen	noun	de rechterlijke macht in het algemeen; de organisatie die zich bezighoudt met de uitoefening van de rechtspraak
rechtswinkel	noun	vrijwilligersorganisatie die goedkoop of gratis juridische bijstand geeft aan armere mensen
rechtswinkels	=	rechtswinkel
rechtswinkeltje	=	rechtswinkel
rechtswinkeltjes	=	rechtswinkel
rechtsysteem	noun	geheel van bindende regels, hun handhaving en opvattingen over rechtvaardigheid voor een samenleving of voor een zelfstandig deel daarvan
rechtsystemen	=	rechtsysteem
rechtszaak	noun	een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
rechtszaakje	=	rechtszaak
rechtszaakjes	=	rechtszaak
rechtszaal	noun	de ruimte waar een rechtszitting gehouden wordt
rechtszaaltje	=	rechtszaal
rechtszaaltjes	=	rechtszaal
rechtszaken	=	rechtszaak
rechtszalen	=	rechtszaal
rechtszekerheden	=	rechtszekerheid
rechtszekerheid	noun	de garantie dat de rechtspraak volgens bepaalde normen geschiedt
rechtszitting	noun	onderdeel van een proces waar het geschil wordt besproken met de rechter(s)
rechtszittingen	=	rechtszitting
rechtszittinkje	=	rechtszitting
rechtszittinkjes	=	rechtszitting
rechttandwezelhaai	noun	Paragaleus tengi een vissensoort uit de familie van de wezelhaaien (Hemigaleidae).
rechttandwezelhaaien	=	rechttandwezelhaai
rechttandwezelhaaitje	=	rechttandwezelhaai
rechttandwezelhaaitjes	=	rechttandwezelhaai
rechtte	=	rechten
rechtten	=	rechten
rechttoe	adv	recht vooruit, gewoonweg
rechttrek	=	rechttrekken
rechttrekke	=	rechttrekken
rechttrekken	verb	door trekken weer recht of glad maken
rechttrekkend	=	rechttrekken
rechttrekkende	=	rechttrekken
rechttrekt	=	rechttrekken
rechttrekte	=	rechttrekken
rechttrekten	=	rechttrekken
rechttrok	=	rechttrekken
rechttrokken	=	rechttrekken
rechtuit	adv	recht naar voren
rechtuiter	=	rechtuit
rechtuitst	=	rechtuit
rechtvaardig	adj	in overeenstemming met bepaalde ethische beginselen
rechtvaardigde	=	rechtvaardigen
rechtvaardigden	=	rechtvaardigen
rechtvaardige	=	rechtvaardig
rechtvaardigen	verb	onderbouwen volgens bepaalde ethische beginselen
rechtvaardigend	=	rechtvaardigen
rechtvaardigende	=	rechtvaardigen
rechtvaardiger	=	rechtvaardig
rechtvaardigere	=	rechtvaardig
rechtvaardigers	=	rechtvaardig
rechtvaardigheden	=	rechtvaardigheid
rechtvaardigheid	noun	de overeenstemming met bepaalde ethische beginselen
rechtvaardigheidsgevoel	noun	het aanvoelen van wat goed en kwaad is
rechtvaardigheidsgevoelens	=	rechtvaardigheidsgevoel
rechtvaardigheidsoverweging	noun	gedachteproces of beslissing gebaseerd op billijkheid, eerlijkheid en onpartijdigheid.
rechtvaardigheidsoverwegingen	=	rechtvaardigheidsoverweging
rechtvaardigheidsoverweginkje	=	rechtvaardigheidsoverweging
rechtvaardigheidsoverweginkjes	=	rechtvaardigheidsoverweging
rechtvaardiging	noun	het rechtvaardig maken
rechtvaardigingen	=	rechtvaardiging
rechtvaardigingetje	=	rechtvaardiging
rechtvaardigingetjes	=	rechtvaardiging
rechtvaardigingsgrond	noun	die omstandigheid waardoor het strafbaar feit zijn wederrechtelijk karakter verliest, dus niet langer in strijd is met de wet
rechtvaardigingsgronden	=	rechtvaardigingsgrond
rechtvaardigingsgrondje	=	rechtvaardigingsgrond
rechtvaardigingsgrondjes	=	rechtvaardigingsgrond
rechtvaardiglijk	adj	overeenkomstig met het recht of wat juist is
rechtvaardiglijke	=	rechtvaardiglijk
rechtvaardiglijker	=	rechtvaardiglijk
rechtvaardiglijkere	=	rechtvaardiglijk
rechtvaardiglijkers	=	rechtvaardiglijk
rechtvaardiglijks	=	rechtvaardiglijk
rechtvaardiglijkst	=	rechtvaardiglijk
rechtvaardiglijkste	=	rechtvaardiglijk
rechtvaardigs	=	rechtvaardig
rechtvaardigst	=	rechtvaardig
rechtvaardigste	=	rechtvaardig
rechtvaardigt	=	rechtvaardigen
rechtvere	=	rechtveren
rechtveren	verb	opstaan, plotseling overeind komen
rechtverende	=	rechtveren
rechtvingergekko's	noun	een geslacht Alsophylax van hagedissen die behoren tot de gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae
rechtvleugelig	adj	behorend of met betrekking tot de orde Orthoptera, insecten met rechte, lederachtige vleugels, die meestal een langwerpige lichaamsbouw, lange voelsprieten en sterk vergrote achterste poten hebben, zoals sprinkhanen en krekels
rechtvleugelige	noun	benaming voor insecten uit de orde Orthoptera
rechtvleugeligen	noun	orde Orthoptera, die de krekels en sprinkhanen omvat.
rechtvleugeligs	=	rechtvleugelig
rechtzaak	=	rechtszaak
rechtzaal	=	rechtszaal
rechtzat	=	rechtzitten
rechtzaten	=	rechtzitten
rechtzet	=	rechtzetten
rechtzette	=	rechtzetten
rechtzetten	verb	rechtop zetten
rechtzettend	=	rechtzetten
rechtzettende	=	rechtzetten
rechtzetting	noun	correctie van een eerdere vergissing
rechtzettingen	=	rechtzetting
rechtzinnig	adj	streng van opvatting in godsdienstige zaken
rechtzinnige	=	rechtzinnig
rechtzinniger	=	rechtzinnig
rechtzinnigere	=	rechtzinnig
rechtzinnigers	=	rechtzinnig
rechtzinnigheden	=	rechtzinnigheid
rechtzinnigheid	noun	het zuiver in de leer zijn
rechtzinnigs	=	rechtzinnig
rechtzinnigst	=	rechtzinnig
rechtzinnigste	=	rechtzinnig
rechtzit	=	rechtzitten
rechtzitte	=	rechtzitten
rechtzitten	verb	zitten met een rechte rug
rechtzittend	=	rechtzitten
rechtzittende	=	rechtzitten
rechtzitting	noun	onderdeel van een proces waar het geschil wordt besproken met de rechter(s)
rechtzittingen	=	rechtzitting
rechute	noun	het opnieuw zieker worden van een zich herstellende zieke
rechutes	=	rechute
rechutetje	=	rechute
rechutetjes	=	rechute
rechuutje	=	rechute
rechuutjes	=	rechute
recidief	adj	terugkerend, opnieuw optredend, wederinstorting
recidieve	=	recidief
recidiever	=	recidief
recidievere	=	recidief
recidive	noun	herhaling van een misdrijf, het opnieuw vervallen in dezelfde zonde
recidiveer	=	recidiveren
recidiveerde	=	recidiveren
recidiveerden	=	recidiveren
recidiveert	=	recidiveren
recidivegevaar	noun	de kans dat een crimineel opnieuw een misdaad pleegt
recidivegevaren	=	recidivegevaar
recidiven	=	recidive
recidivere	=	recidiveren
recidiveren	verb	nog een keer een strafbaar feit plegen na al één of meer keren te zijn veroordeeld
recidiverend	=	recidiveren
recidiverende	=	recidiveren
recidives	=	recidive
recidivist	noun	iemand die zich bij herhaling schuldig maakt aan het plegen van strafbare feiten
recidivisten	=	recidivist
recidivistje	=	recidivist
recidivistjes	=	recidivist
reciet	noun	voordracht van een verhaal of gedicht
recieten	=	reciet
recipieer	=	recipiëren
recipieerde	=	recipiëren
recipieerden	=	recipiëren
recipieert	=	recipiëren
recipiënt	noun	een kolf of vat voor gas of vloeistof
recipiënten	=	recipiënt
recipiëntje	=	recipiënt
recipiëntjes	=	recipiënt
recipiëre	=	recipiëren
recipiëren	verb	voorbereid gelijktijdig ontvangen van een groot aantal gasten bij een gedenkwaardig moment als een huwelijk, jubileum, pensionering of de jaarwisseling
recipiërend	=	recipiëren
recipiërende	=	recipiëren
reciprociteit	noun	wederkerigheid, wederzijds overeenkomstig handelen
reciprociteiten	=	reciprociteit
reciproke	=	reciprook
reciprook	adj	een dimensie bezittend die de omgekeerde is van een andere dimensie
reciprooks	=	reciprook
reciproque	adj	een dimensie bezittend die de omgekeerde is van een andere dimensie
reciproquer	=	reciproque
reciproquere	=	reciproque
reciproquers	=	reciproque
reciproques	=	reciproque
reciproquest	=	reciproque
reciproqueste	=	reciproque
reciprozaag	noun	langwerpig stuk gereedschap, met aan het einde een zaagblad
reciprozaagje	=	reciprozaag
reciprozaagjes	=	reciprozaag
reciprozagen	=	reciprozaag
recirculatie	noun	het recirculeren, de recycling
recirculaties	=	recirculatie
recital	noun	uitvoering met meerdere muziekstukken uitgevoerd door één solist
recitalletje	=	recital
recitalletjes	=	recital
recitals	=	recital
recitaltje	=	recital
recitaltjes	=	recital
recitando	adv	half sprekend, half zingend
recitatie	noun	het reciteren
recitatief	noun	gedeelte in een opera e.d. op de manier van de gesproken rede
recitatiefje	=	recitatief
recitatiefjes	=	recitatief
recitaties	=	recitatie
recitatieven	=	recitatief
reciteer	=	reciteren
reciteerde	=	reciteren
reciteerden	=	reciteren
reciteert	=	reciteren
recitere	=	reciteren
reciteren	verb	een stuk voordragen of opzeggen
reciterend	=	reciteren
reciterende	=	reciteren
reclamant	noun	iemand die iets terugvordert, die een bezwaarschrift indient
reclamanten	=	reclamant
reclamatie	noun	het reclameren
reclamaties	=	reclamatie
reclame	noun	het verstrekking van informatie over diensten en producten, en vooral ook de aanprijzing ervan, met het doel er meer van te leveren
reclameaanbieding	noun	produkt dat met veel publiciteit tijdelijk tegen een verlaagde prijs of andere gunstige voorwaarden wordt aangeboden
reclameaanbiedingen	=	reclameaanbieding
reclameaanbiedinkje	=	reclameaanbieding
reclameaanbiedinkjes	=	reclameaanbieding
reclameachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van reclame
reclameachtige	=	reclameachtig
reclameachtiger	=	reclameachtig
reclameachtigere	=	reclameachtig
reclameachtigers	=	reclameachtig
reclameachtigs	=	reclameachtig
reclameachtigst	=	reclameachtig
reclameachtigste	=	reclameachtig
reclameactie	noun	tijdelijke reclame die is gericht op het direct stimuleren van een aankoop, vaak door middel van aanbiedingen zoals prijsverlagingen of kortingen.
reclameacties	=	reclameactie
reclameactietje	=	reclameactie
reclameactietjes	=	reclameactie
reclameadviseur	noun	iemand die bedrijven raad geeft over de beste manier waarop zij zichzelf of hun produkten bij hun afnemers kunnen aanprijzen
reclameadviseurs	=	reclameadviseur
reclamebedrijf	noun	onderneming die reclameuitingen maakt voor andere bedrijven of organisaties
reclamebedrijfje	=	reclamebedrijf
reclamebedrijfjes	=	reclamebedrijf
reclamebedrijven	=	reclamebedrijf
reclamebesteding	noun	de totale financiële middelen die organisaties en bedrijven direct uitgeven om hun producten, diensten of merkimago via diverse media (zoals tv, radio, kranten, internet) onder de aandacht te brengen.
reclamebestedingen	=	reclamebesteding
reclamebestedinkje	=	reclamebesteding
reclamebestedinkjes	=	reclamebesteding
reclameblaadje	=	reclameblad
reclameblaadjes	=	reclameblad
reclameblad	noun	tijdschrift over reclame en reclamemakers, gericht op mensen met belangstelling voor die bedrijfstak
reclamebladen	=	reclameblad
reclameblok	noun	een aantal reclamespotjes die achterelkaar worden uitgezonden voor, na of tijdens een televisieuitzending
reclameblokje	=	reclameblok
reclameblokjes	=	reclameblok
reclameblokken	=	reclameblok
reclameboodschap	noun	bepaalde aanprijzing van een product of leverancier
reclameboodschapje	=	reclameboodschap
reclameboodschapjes	=	reclameboodschap
reclameboodschappen	=	reclameboodschap
reclamebord	noun	een in de openbare ruimte geplaatst reclamemedium en het wordt daarmee tot de buitenreclame gerekend
reclameborden	=	reclamebord
reclamebordje	=	reclamebord
reclamebordjes	=	reclamebord
reclamebranche	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij maken van advertenties en commercials
reclamebranches	=	reclamebranche
reclamebudget	noun	geld dat een reclamemaker tot zijn beschikking heeft om een product aan te bevelen bij consumenten
reclamebudgetje	=	reclamebudget
reclamebudgetjes	=	reclamebudget
reclamebudgets	=	reclamebudget
reclamebudgetten	=	reclamebudget
reclamebureau	noun	bedrijf dat de reclame verzorgt voor een ander bedrijf of instelling.
reclamebureaus	=	reclamebureau
reclamebureautje	=	reclamebureau
reclamebureautjes	=	reclamebureau
reclamecampagne	noun	een groep van met elkaar samenhangende promotieactiviteiten voor een bepaald merk, product of dienst
reclamecampagnes	=	reclamecampagne
reclamecampagnetje	=	reclamecampagne
reclamecode	noun	door betrokken bedrijven vastgelegde verzameling regels om het aanprijzen van artikelen en producten in een maatschappelijk aanvaardbare vorm te laten plaatsvinden
reclamecodecommissie	noun	groep personen die is aangewezen om een bindend oordeel te geven of een bepaalde aanprijzing van artikelen of producten aanvaardbaar is volgens de regels die betrokken bedrijven daarover hebben vastgelegd
reclamecodecommissies	=	reclamecodecommissie
reclamecodes	=	reclamecode
reclamecontract	noun	zakelijke overeenkomst met betrekking tot het aanprijzen van goederen en diensten
reclamecontracten	=	reclamecontract
reclamecontractje	=	reclamecontract
reclamecontractjes	=	reclamecontract
reclamedrukwerk	noun	aanprijzingen van een of meer producten of leveranciers die op papier zijn vermenigvuldigd om onder mogelijke klanten te worden verspreid
reclamedrukwerken	=	reclamedrukwerk
reclamedrukwerkje	=	reclamedrukwerk
reclamedrukwerkjes	=	reclamedrukwerk
reclameer	=	reclameren
reclameerde	=	reclameren
reclameerden	=	reclameren
reclameert	=	reclameren
reclamefolder	noun	en blad met reclame
reclamefolders	=	reclamefolder
reclamefoldertje	=	reclamefolder
reclamefoldertjes	=	reclamefolder
reclamegeld	noun	geld dat ment ontvangt door het plaatsen van reclame
reclamegelden	=	reclamegeld
reclamejongen	noun	iemand die reclame maakt (spottend)
reclamejongens	=	reclamejongen
reclamejongetje	=	reclamejongen
reclamejongetjes	=	reclamejongen
reclamekaravaan	noun	optocht die hoofdzakelijk aanprijzingen van een of meer producten of leveranciers laat zien of promotiemateriaal verspreidt Dit is vaak onderdeel van een wielerkoers of ander evenement met veel toeschouwers langs de kant van de weg.
reclamekaravanen	=	reclamekaravaan
reclamekosten	noun	geld dat men besteedt aan het maken van advertenties; geld dat men moet uitgeven om een product aan de man te brengen
reclamekreet	noun	reclameslogan
reclamekreten	=	reclamekreet
reclamelieden	=	reclameman
reclamelui	=	reclameman
reclameluw	adj	met weinig of geen reclame
reclameluwe	=	reclameluw
reclameluwer	=	reclameluw
reclameluwere	=	reclameluw
reclameluwers	=	reclameluw
reclameluws	=	reclameluw
reclameluwst	=	reclameluw
reclameluwste	=	reclameluw
reclamemaker	noun	bedenker of vervaardiger van uitingen waarmee aanbieders hun producten en diensten kunnen aanprijzen bij mogelijke afnemers
reclamemakers	=	reclamemaker
reclameman	noun	een persoon die commerciële uitingen maakt
reclamemannen	=	reclameman
reclamemannetje	=	reclameman
reclamemannetjes	=	reclameman
reclameposter	noun	een aanplakbiljet waarmee een product wordt aanbevolen
reclameposters	=	reclameposter
reclameraad	noun	college dat beoordeelt of een reclame al of niet door de beugel kan
reclameraadje	=	reclameraad
reclameraadjes	=	reclameraad
reclameraden	=	reclameraad
reclamere	=	reclameren
reclameren	verb	terugvorderen, opeisen (ook )
reclamerend	=	reclameren
reclamerende	=	reclameren
reclames	=	reclame
reclameslogan	noun	wervende kreet waarmee men een dienst of product aanbeveelt
reclameslogans	=	reclameslogan
reclamespot	noun	kort reclamefilmpje
reclamespotje	=	reclamespot
reclamespotjes	=	reclamespot
reclamespots	=	reclamespot
reclametekst	noun	de lullige kreten waarmee een reclame-uiting gepaard gaat
reclameteksten	=	reclametekst
reclametekstje	=	reclametekst
reclametekstjes	=	reclametekst
reclametje	=	reclame
reclametjes	=	reclame
reclameverbod	noun	het wettelijk niet is toegestaan om bepaalde goederen, diensten, of denkbeelden publiekelijk aan te prijzen, vaak om redenen van volksgezondheid (zoals tabak), consumentenbescherming (bijvoorbeeld agressieve of misleidende reclame) of duurzaamheid (zoals fossiele producten)
reclameverboden	=	reclameverbod
reclameverbodje	=	reclameverbod
reclameverbodjes	=	reclameverbod
reclamevrij	adj	zonder dat er advertenties aan zijn toegevoegd
reclamevrije	=	reclamevrij
reclamevrijer	=	reclamevrij
reclamevrijere	=	reclamevrij
reclamevrijers	=	reclamevrij
reclamevrijs	=	reclamevrij
reclamevrijst	=	reclamevrij
reclamevrijste	=	reclamevrij
reclamewaakhond	noun	instantie die toezicht houdt op de aanvaardbaarheid van advertenties en spotjes
reclamewaakhonden	=	reclamewaakhond
reclamewereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met het aanprijzen van producten
reclamewerelden	=	reclamewereld
reclamewereldje	=	reclamewereld
reclamewereldjes	=	reclamewereld
reclamezuil	noun	object om goederen, diensten of merken aan te prijzen dat vanaf de grond minstens tot ooghoogte reikt, maar veel minder breed en diep is
reclamezuilen	=	reclamezuil
reclamezuiltje	=	reclamezuil
reclamezuiltjes	=	reclamezuil
reclasseer	=	reclasseren
reclasseerde	=	reclasseren
reclasseerden	=	reclasseren
reclasseert	=	reclasseren
reclassere	=	reclasseren
reclasseren	verb	een persoon die in de gevangenis heeft gezeten weer geschikt maken om te functioneren in de samenleving
reclasserend	=	reclasseren
reclasserende	=	reclasseren
reclassering	noun	instituut dat er op gericht is om iemand (met name ex-gevangenen) weer geschikt te maken voor de samenleving
reclasseringen	=	reclassering
reclasseringsambtenaar	noun	iemand die werkt bij de reclassering
reclasseringsambtenaars	=	reclasseringsambtenaar
reclasseringsambtenaren	=	reclasseringsambtenaar
reclasseringsraad	noun	college in elk arrondissement dat de reclasseringsinstellingen gezamenlijk vertegenwoordigt
reclasseringsraden	=	reclasseringsraad
reclasseringstoezicht	noun	controle van ex-gevangenen door de reclassering
reclasseringswerker	noun	iemand die werkt voor de reclassering
reclasseringswerkers	=	reclasseringswerker
reclasseringswerkertje	=	reclasseringswerker
reclasseringswerkertjes	=	reclasseringswerker
recognitie	noun	periodieke betaling van een recht
recollectie	noun	korte afzondering voor spiritueel zelfonderzoek en geestelijke oefening
recollecties	=	recollectie
recombinant	noun	DNA waarin een stukje vreemd DNA is ingelast
recombinanten	=	recombinant
recombinatie	noun	het recombineren, hergroepering, herschikking
recombinaties	=	recombinatie
recombineer	=	recombineren
recombineerde	=	recombineren
recombineerden	=	recombineren
recombineert	=	recombineren
recombinere	=	recombineren
recombineren	verb	hergroeperen
recombinerend	=	recombineren
recombinerende	=	recombineren
recommandabel	adj	een aanbeveling verdienend
recommandabele	=	recommandabel
recommandabeler	=	recommandabel
recommandabelere	=	recommandabel
recommandabelers	=	recommandabel
recommandabels	=	recommandabel
recommandabelst	=	recommandabel
recommandabelste	=	recommandabel
recommandatie	noun	aanbeveling
recommandaties	=	recommandatie
recommandeer	=	recommanderen
recommandeerde	=	recommanderen
recommandeerden	=	recommanderen
recommandeert	=	recommanderen
recommandere	=	recommanderen
recommanderen	verb	aanbevelen
recommanderend	=	recommanderen
recommanderende	=	recommanderen
reconciliatie	noun	hereniging, verzoening
reconciliaties	=	reconciliatie
reconcilieer	=	reconciliëren
reconcilieerde	=	reconciliëren
reconcilieerden	=	reconciliëren
reconcilieert	=	reconciliëren
reconciliëre	=	reconciliëren
reconciliëren	verb	verzoenen, weer verenigen
reconciliërend	=	reconciliëren
reconciliërende	=	reconciliëren
reconstitutie	noun	bijeenbrengen van verschillende componenten
reconstituties	=	reconstitutie
reconstructie	noun	herstel in de oorspronkelijke gedaante (tevens resultaat van deze samenvoeging), wederopbouw
reconstructies	=	reconstructie
reconstructietje	=	reconstructie
reconstrueer	=	reconstrueren
reconstrueerde	=	reconstrueren
reconstrueerden	=	reconstrueren
reconstrueert	=	reconstrueren
reconstruere	=	reconstrueren
reconstrueren	verb	opnieuw opbouwen
reconstruerend	=	reconstrueren
reconstruerende	=	reconstrueren
reconvalescent	noun	herstellende	adj	herstellend, aan de beterende hand
reconvalescente	=	reconvalescent
reconvalescenten	=	reconvalescent
reconvalescenter	=	reconvalescent
reconvalescentere	=	reconvalescent
reconvalescenters	=	reconvalescent
reconvalescentie	noun	het herstel na een ziekte
reconvalescenties	=	reconvalescentie
reconvalescents	=	reconvalescent
reconvalescentst	=	reconvalescent
reconvalescentste	=	reconvalescent
reconventie	noun	een tegeneis die een gedaagde bij zijn conclusie van antwoord tegen de eiser kenbaar maakt
reconventies	=	reconventie
reconversie	noun	aanpassing van gebouwen aan de behoeften van een nieuwe tijd
reconversies	=	reconversie
record	noun	beste prestatie
recordaantal	noun	zodanig aantal dat een record wordt gevestigd
recordaantallen	=	recordaantal
recordbedrag	noun	in een reeks tot dan toe grootste waarde in geld
recordbedragen	=	recordbedrag
recordbedragje	=	recordbedrag
recordbedragjes	=	recordbedrag
recordboek	noun	een jaarlijks uitgegeven publicatie die een verzameling van internationaal erkende records bevat
recordboeken	=	recordboek
recordboekje	=	recordboek
recordboekjes	=	recordboek
recordbrekend	adj	een record overtreffend
recordbrekende	=	recordbrekend
recordbrekends	=	recordbrekend
recorder	noun	toestel voor het opnemen en weergeven van informatie (elektrische signalen), hetzij in analoge hetzij in digitale vorm
recorders	=	recorder
recordertje	=	recorder
recordertjes	=	recorder
recordhoeveelheden	=	recordhoeveelheid
recordhoeveelheid	noun	een kwantiteit die groter is dan er ooit eerder geweest is
recordhoogte	noun	in een reeks tot dan toe grootste verticale afstand tot de bodem
recordhoogten	=	recordhoogte
recordhoogtes	=	recordhoogte
recordhouder	noun	iemand die de beste prestatie heeft verricht in een sport
recordhouders	=	recordhouder
recordhoudertje	=	recordhouder
recordhoudster	noun	een vrouw die de beste prestatie heeft verricht in een sport
recordhoudsters	=	recordhoudster
recordhoudstertje	=	recordhoudster
recordhoudstertjes	=	recordhoudster
recordinternational	noun	sporter die meer dan andere sporters aan internationale wedstrijden heeft deelgenomen
recordinternationals	=	recordinternational
recordjaar	noun	uit een reeks opeenvolgende tijdvakken van 12 maanden het tijdvak met de hoogste of beste resultaten tot dan toe
recordjaartje	=	recordjaar
recordjaartjes	=	recordjaar
recordjaren	=	recordjaar
recordje	=	record
recordjes	=	record
recordniveau	noun	een alleruiterste stand
recordniveaus	=	recordniveau
recordomzet	noun	tot dan toe hoogste bruto-opbrengsten uit een reeks
recordomzetten	=	recordomzet
recordpoging	noun	een poging een record te behalen
recordpogingen	=	recordpoging
recordpoginkje	=	recordpoging
recordpoginkjes	=	recordpoging
recordresultaat	noun	uitkomst die beter is dan alle andere uitkomsten die vroeger behaald zijn
recordresultaatje	=	recordresultaat
recordresultaatjes	=	recordresultaat
recordresultaten	=	recordresultaat
records	=	record
recordscore	noun	de hoogste aantal punten dat ooit in een spel of wedstrijd is behaald
recordscores	=	recordscore
recordstijging	noun	toename of groei die groter is dan ooit tevoren gemeten binnen een bepaalde categorie of tijdsperiode.
recordstijgingen	=	recordstijging
recordstijginkje	=	recordstijging
recordstijginkjes	=	recordstijging
recordtemperaturen	=	recordtemperatuur
recordtemperatuur	noun	de hoogste (of juist laagste) temperatuur die ooit gemeten is onder bepaalde omstandigheden
recordtemperatuurtje	=	recordtemperatuur
recordtemperatuurtjes	=	recordtemperatuur
recordtempo	noun	hoogste snelheid tot dan toe uit een reeks
recordtempo's	=	recordtempo
recordtijd	noun	de snelste tijd waarin een bepaalde prestatie ooit verricht is
recordtijden	=	recordtijd
recordvangst	noun	grootste dier of hoeveelheid bemachtigde dieren tot dan toe in een reeks
recordvangsten	=	recordvangst
recordverlies	noun	verlies van een omvang die zich nog nooit eerder heeft voorgedaan
recordverliezen	=	recordverlies
recordwinst	noun	een winst die groter is dan dat men ooit in het verleden heeft behaald
recordwinsten	=	recordwinst
recovery	noun	ruimte in een ziekenhuis voor patiënten die net een operatie hebben ondergaan
recovery's	=	recovery
recreant	noun	iemand die recreëert
recreanten	=	recreant
recreantje	=	recreant
recreatie	noun	activiteiten die de gezondheid of het moraal bevorderen door ontspanning en plezier
recreatiecentra	=	recreatiecentrum
recreatiecentrum	noun	plaats die bezoekers een verscheidenheid aan vrijetijdsbesteding biedt
recreatiecentrums	=	recreatiecentrum
recreatiecriminaliteit	noun	criminaliteit onder jeugdige vakantievierders
recreatief	adj	betrekking hebbend op de recreatie
recreatiefs	=	recreatief
recreatiefst	=	recreatief
recreatiefste	=	recreatief
recreatiegebied	noun	uitgestrekt terrein waar bezoekers verschillende mogelijkheden hebben hun vrije tijd te besteden
recreatiegebieden	=	recreatiegebied
recreatieloper	noun	een sporter die aan een marathon meedoet ter recreatie.
recreatielopers	=	recreatieloper
recreatielopertje	=	recreatieloper
recreatielopertjes	=	recreatieloper
recreatieoord	noun	terrein met voorzieningen die verblijf in de vrije tijd aantrekkelijk maken
recreatieoorden	=	recreatieoord
recreatieruimte	noun	ruimte in een gebouw waar mensen bij elkaar kunnen komen voor gezellige activiteiten
recreatieruimten	=	recreatieruimte
recreatieruimtes	=	recreatieruimte
recreaties	=	recreatie
recreatieschap	noun	organisatie die de recreatie in een bepaald gebied stimuleert
recreatieschappen	=	recreatieschap
recreatiesector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van recreatie
recreatiesectoren	=	recreatiesector
recreatiesectors	=	recreatiesector
recreatieterrein	noun	afgebakend stuk grond zo ingericht dat bezoekers zich er op verschillende manieren kunnen vermaken
recreatieterreinen	=	recreatieterrein
recreatieterreintje	=	recreatieterrein
recreatieterreintjes	=	recreatieterrein
recreatietje	=	recreatie
recreatievaart	noun	vrijetijdsbesteding in de vorm van het besturen van een boot of het meevaren op een als vrijetijdsbesteding bestuurde boot
recreatievaarten	=	recreatievaart
recreatieve	=	recreatief
recreatiever	=	recreatief
recreatievere	=	recreatief
recreatieverkeer	noun	alle vervoersstromen die te maken hebben met vrijetijdsbestedingen
recreatievers	=	recreatief
recreatiewoning	noun	een vakantiehuisje dat specifiek is ingericht voor mensen met een zorgbehoefte, of naar een recreatiewoning op een vakantiepark die tijdelijk of permanent wordt ingezet als mantelzorgwoning.
recreatiewoningen	=	recreatiewoning
recreatiewoninkje	=	recreatiewoning
recreatiewoninkjes	=	recreatiewoning
recreatiezaal	noun	ruimte waarin mensen zich kunnen ontspannen en de vrije tijd kunnen besteden
recreatiezaaltje	=	recreatiezaal
recreatiezaaltjes	=	recreatiezaal
recreatiezalen	=	recreatiezaal
recreëer	=	recreëren
recreëerde	=	recreëren
recreëerden	=	recreëren
recreëert	=	recreëren
recreëre	=	recreëren
recreëren	verb	zich ontspannen, zijn vrije tijd besteden
recreërend	=	recreëren
recreërende	=	recreëren
recriminatie	noun	tegenbeschuldiging
recriminaties	=	recriminatie
recruiter	noun	iemand die personeel werft voor een functie
recruiters	=	recruiter
recruitment	noun	het vinden en aantrekken van mensen en deze proberen aan te stellen voor vast of tijdelijk werk
recruitmentbureau	noun	een organisatie met de hoofdzakelijke bezigheid om mensen te vinden, aan te trekken en aan te stellen voor vast of tijdelijk werk
recruitmentbureaus	=	recruitmentbureau
recruitmentbureautje	=	recruitmentbureau
recruitmentbureautjes	=	recruitmentbureau
recruitments	=	recruitment
recruteren	=	rekruteren
recruteringscentrum	=	rekruteringscentrum
recruut	=	rekruut
recta	=	rectum
rectaal	adj	met betrekking tot de endeldarm
rectaals	=	rectaal
rectaalst	=	rectaal
rectaalste	=	rectaal
rectale	=	rectaal
rectaler	=	rectaal
rectalere	=	rectaal
rectalers	=	rectaal
rectie	noun	het verschijnsel dat een bepaald woord in de zin door middel van verbuiging bepaalde kenmerken uitdrukt van een ander woord in dezelfde zin, die door dit laatste woord als het ware aan het woord dat rectie vertoont worden opgelegd
recties	=	rectie
rectificatie	noun	het rectificeren (recht zetten, gelijk richten)
rectificaties	=	rectificatie
rectificatietje	=	rectificatie
rectificeer	=	rectificeren
rectificeerde	=	rectificeren
rectificeerden	=	rectificeren
rectificeert	=	rectificeren
rectificere	=	rectificeren
rectificeren	verb	een gemaakte fout verbeteren
rectificerend	=	rectificeren
rectificerende	=	rectificeren
recto	noun	voorkant van een blad	adv	op de voorkant
recto's	=	recto
rector	noun	iemand die de bestuurlijke leiding heeft over een onderwijsinstituut
rectoraal	adj	betrekking hebbend op een rector van een universiteit
rectoraals	=	rectoraal
rectoraalst	=	rectoraal
rectoraalste	=	rectoraal
rectoraat	noun	het ambt van rector, de leiding van een onderwijsinstelling, de leiding van een universiteit
rectorale	=	rectoraal
rectoraler	=	rectoraal
rectoralere	=	rectoraal
rectoralers	=	rectoraal
rectoraten	=	rectoraat
rectoren	=	rector
rectors	=	rector
rectorschap	noun	het rector zijn; de functie van rector
rectorschappen	=	rectorschap
rectoscoop	noun	apparaat om mee in het rectum te kijken
rectoscopen	=	rectoscoop
rectoscopie	noun	onderzoek van het rectum met de rectoscoop
rectoscopieën	=	rectoscopie
rectrices	=	rectrix
rectrix	noun	vrouw die de bestuurlijke leiding heeft over een onderwijsinstituut
rectrixen	=	rectrix
rectum	noun	endeldarm
rectumpje	=	rectum
rectumpjes	=	rectum
rectums	=	rectum
recul	noun	terugstoot van een vuurwapen bij het afschieten
reculs	=	recul
recuperatie	noun	het herstel van krachten
recuperatief	adj	door recuperatie verkregen
recuperatiefs	=	recuperatief
recuperaties	=	recuperatie
recuperatieve	=	recuperatief
recuperatieverlof	noun	verlof tot herstel van krachten
recuperatieverlofje	=	recuperatieverlof
recuperatieverlofjes	=	recuperatieverlof
recuperatieverloven	=	recuperatieverlof
recuperatievermogen	noun	het vermogen om te kunnen hetstellen
recuperatievermogens	=	recuperatievermogen
recuperator	noun	systeem dat iets kan recupereren
recuperatoren	=	recuperator
recuperators	=	recuperator
recuperatortje	=	recuperator
recuperatortjes	=	recuperator
recupereer	=	recupereren
recupereerbaar	adj	van iets dat het hersteld of teruggewonnen kan worden
recupereerbaarder	=	recupereerbaar
recupereerbaardere	=	recupereerbaar
recupereerbaarders	=	recupereerbaar
recupereerbaars	=	recupereerbaar
recupereerbaarst	=	recupereerbaar
recupereerbaarste	=	recupereerbaar
recupereerbare	=	recupereerbaar
recupereerde	=	recupereren
recupereerden	=	recupereren
recupereert	=	recupereren
recuperere	=	recupereren
recupereren	verb	vooral: , opnieuw op krachten komen na grote lichamelijke inspanning
recupererend	=	recupereren
recupererende	=	recupereren
recurrent	adj	herhalend, betrekking hebbend op het voorafgaande
recurrente	=	recurrent
recurrenter	=	recurrent
recurrentere	=	recurrent
recurrenters	=	recurrent
recurrents	=	recurrent
recurrentst	=	recurrent
recurrentste	=	recurrent
recurrerend	adj	terugkomend
recurrerende	=	recurrerend
recurrerends	=	recurrerend
recursie	noun	het optreden van een constructie als onderdeel van zichzelf
recursief	adj	optredend of gedefinieerd als onderdeel van zichzelf (direct of indirect)
recursiefs	=	recursief
recursiefst	=	recursief
recursiefste	=	recursief
recursieve	=	recursief
recursiever	=	recursief
recursievere	=	recursief
recursievers	=	recursief
recusatie	noun	verwerping
recusaties	=	recusatie
recusatietje	=	recusatie
recusatietjes	=	recusatie
recuseer	=	recuseren
recuseerde	=	recuseren
recuseerden	=	recuseren
recuseert	=	recuseren
recusere	=	recuseren
recuseren	verb	verwerpen
recuserend	=	recuseren
recuserende	=	recuseren
recyclage	noun	Frans klinkende variant van het Engels recycling wat weer 'hergebruik van materialen' inhoudt
recyclagepark	noun	plaats waar mensen hun afval gescheiden kunnen inleveren voor verwerking en hergebruik
recyclageparken	=	recyclagepark
recyclages	=	recyclage
recycle	=	recyclen
recyclebaar	adj	helemaal opnieuw te gebruiken
recyclebaarder	=	recyclebaar
recyclebaardere	=	recyclebaar
recyclebaarders	=	recyclebaar
recyclebaars	=	recyclebaar
recyclebaarst	=	recyclebaar
recyclebaarste	=	recyclebaar
recyclebare	=	recyclebaar
recyclebedrijf	noun	bedrijf dat van afval weer grondstoffen maakt
recyclebedrijven	=	recyclebedrijf
recyclede	=	recyclen
recycleden	=	recyclen
recycleer	=	recycleren
recycleerbaar	adj	van een product of materiaal dat het na gebruik kan worden ingezameld, verwerkt en omgezet in nieuwe grondstoffen, waardoor het niet als afval op de vuilnisbelt belandt
recycleerbaarder	=	recycleerbaar
recycleerbaardere	=	recycleerbaar
recycleerbaarders	=	recycleerbaar
recycleerbaars	=	recycleerbaar
recycleerbaarst	=	recycleerbaar
recycleerbaarste	=	recycleerbaar
recycleerbare	=	recycleerbaar
recycleerde	=	recycleren
recycleerden	=	recycleren
recycleert	=	recycleren
recyclekerstbomen	=	recyclekerstboom
recyclekerstboom	noun	kerstboom die meerdere jaren gebruikt kan worden
recyclekerstboompje	=	recyclekerstboom
recyclekerstboompjes	=	recyclekerstboom
recyclen	verb	verzamelen van opgebruikte producten en verwerken tot grondstoffen voor nieuwe producten
recyclend	=	recyclen
recyclende	=	recyclen
recyclere	=	recycleren
recycleren	verb	na verbruik weer omzetten in iets bruikbaars
recyclerend	=	recycleren
recyclerende	=	recycleren
recyclet	=	recyclen
recyclingbedrijf	noun	bedrijf dat van afvalstoffen weer grondstoffen maakt
recyclingbedrijfje	=	recyclingbedrijf
recyclingbedrijfjes	=	recyclingbedrijf
recyclingbedrijven	=	recyclingbedrijf
red	=	redden
redacteur	noun	iemand die teksten corrigeert en klaarmaakt voor publicatie
redacteuren	=	redacteur
redacteurs	=	redacteur
redacteurschap	noun	het redacteur zijn; de functie van redacteur
redacteurschappen	=	redacteurschap
redacteurtje	=	redacteur
redacteurtjes	=	redacteur
redactie	noun	het redigeren, de werkzaamheden voor het opstellen en rangschikken van artikelen
redactieadres	noun	plaats waar men de personen die de de inhoud van een publicatie bepalen kan bereiken
redactieadressen	=	redactieadres
redactiechef	noun	chef van de redactie maar lager in functie dan de hoofdredacteur
redactiechefs	=	redactiechef
redactiecomiteetje	=	redactiecomité
redactiecomiteetjes	=	redactiecomité
redactiecomité	noun	groep journalisten die als groep een journalistiek product maken
redactiecomités	=	redactiecomité
redactiekosten	noun	geld dat men moet betalen voor het redigeren van een boek, krant of tijdschrift
redactieleden	=	redactielid
redactielid	noun	iemand die behoort tot de groep personen die de inhoud van een publicatie of uitzending bepalen
redactielokaal	noun	ruimte waarin journalisten werken die de inhoud van een krant, tijdschrift of programma bepalen
redactielokaaltje	=	redactielokaal
redactielokaaltjes	=	redactielokaal
redactielokalen	=	redactielokaal
redacties	=	redactie
redactietje	=	redactie
redactietjes	=	redactie
redactievergadering	noun	samenkomst van daarvoor aangewezen personen om de inhoud van een publicatie of uitzending te bepalen
redactievergaderingen	=	redactievergadering
redactioneel	adj	van de redactie afkomstig of de redactie betreffend
redactioneels	=	redactioneel
redactioneelst	=	redactioneel
redactioneelste	=	redactioneel
redactionele	=	redactioneel
redactioneler	=	redactioneel
redactionelere	=	redactioneel
redactionelers	=	redactioneel
redactrice	=	redacteur
redde	=	redden
reddeloos	adj	zonder mogelijkheid tot redding
reddeloosheden	=	reddeloosheid
reddeloosheid	noun	het reddeloos zijn
reddeloost	=	reddeloos
reddelooste	=	reddeloos
reddeloze	=	reddeloos
reddelozer	=	reddeloos
reddelozere	=	reddeloos
reddelozers	=	reddeloos
redden	verb	actie ondernemen om iets of iemand uit de moeilijkheden te halen
reddend	=	redden
reddende	=	redden
redder	noun	iemand die iemand anders redt
redderbaby	noun	baby die verwekt is om het leven van een ander te redden
redderbaby's	=	redderbaby
redderde	=	redderen
redderden	=	redderen
reddere	=	redderen
redderen	verb	schoonmaken, opruimen
redderend	=	redderen
redderende	=	redderen
reddering	noun	redding, hoop
redderingen	=	reddering
redders	=	redder
reddert	=	redderen
reddertje	=	redder
reddertjes	=	redder
redding	noun	het van gevaar verlost worden
reddingboot	noun	kleine boot die aan een schip hangt en gebruikt kan worden als het schip zinkt
reddingbootje	=	reddingboot
reddingbootjes	=	reddingboot
reddingboten	=	reddingboot
reddingen	=	redding
reddingloos	adj	zonder dat er redding is
reddingloost	=	reddingloos
reddinglooste	=	reddingloos
reddingloze	=	reddingloos
reddinglozer	=	reddingloos
reddinglozere	=	reddingloos
reddinglozers	=	reddingloos
reddingsactie	noun	actie tot redding van personen of zaken in een bedreigende situatie
reddingsacties	=	reddingsactie
reddingsactietje	=	reddingsactie
reddingsactietjes	=	reddingsactie
reddingsboei	noun	een drijvende ring die naar een drenkeling geworpen wordt om de drenkeling boven water te houden
reddingsboeien	=	reddingsboei
reddingsboeitje	=	reddingsboei
reddingsboeitjes	=	reddingsboei
reddingsboot	noun	een speciaal gebouwde en uitgeruste boot om het schip in geval van nood veilig te kunnen verlaten
reddingsbootje	=	reddingsboot
reddingsbootjes	=	reddingsboot
reddingsboten	=	reddingsboot
reddingsbrigade	noun	een groep mensen met als doel het op non-profitbasis voorkomen en beheersen van ongevallen
reddingsbrigaden	=	reddingsbrigade
reddingsbrigades	=	reddingsbrigade
reddingscomiteetje	=	reddingscomité
reddingscomiteetjes	=	reddingscomité
reddingscomité	noun	groep mensen die zijn aangesteld om een reddingsoperatie te organiseren
reddingscomités	=	reddingscomité
reddingsdienst	noun	organisatie die mensen uit een benarde toestand haalt Het is een algemene term, waarbij het afhankelijk van de situatie om heel uiteenlopende vormen van redding kan gaan, zoals op zee: opvarenden bij een schipbreuk; aan het strand: badgasten die zich te ver in het water wagen; in de bergen: alpinisten die in de problemen zijn gekomen.
reddingsdiensten	=	reddingsdienst
reddingshelikopter	noun	hefschroefvliegtuig waarmee men reddingsvluchten kan uitvoeren
reddingshelikopters	=	reddingshelikopter
reddingshond	noun	een hond die ingezet wordt als hulp bij het redden van mensen in nood
reddingshonden	=	reddingshond
reddingshondje	=	reddingshond
reddingshondjes	=	reddingshond
reddingslijn	noun	touw waarmee men mensen kan redden
reddingslijnen	=	reddingslijn
reddingsloos	adj	zonder dat er redding is
reddingsloost	=	reddingsloos
reddingslooste	=	reddingsloos
reddingsloze	=	reddingsloos
reddingslozer	=	reddingsloos
reddingslozere	=	reddingsloos
reddingslozers	=	reddingsloos
reddingsoperatie	noun	actie ondernomen om mensen, dieren of dingen te beschermen die dreigen dood te gaan of kapot te gaan door een gebeurtenis zoals overstroming, brand of zinken van een schip
reddingsoperaties	=	reddingsoperatie
reddingsoperatietje	=	reddingsoperatie
reddingsplan	noun	voorgenomen handswijze om iets of iemand die in nood is te helpen
reddingsplannen	=	reddingsplan
reddingsplannetje	=	reddingsplan
reddingsplannetjes	=	reddingsplan
reddingsploeg	noun	team van mensen met de taak slachtoffers of belangrijke zaken uit een noodsituatie te halen
reddingsploegen	=	reddingsploeg
reddingsploegje	=	reddingsploeg
reddingsploegjes	=	reddingsploeg
reddingspoging	noun	de keer dat men iets of iemand probeert te redden
reddingspogingen	=	reddingspoging
reddingspoginkje	=	reddingspoging
reddingspoginkjes	=	reddingspoging
reddingsscheepje	=	reddingsschip
reddingsscheepjes	=	reddingsschip
reddingsschepen	=	reddingsschip
reddingsschip	noun	een groot vaartuig waarmee men drenkelingen kan redden
reddingssloep	noun	open boot voor schipbreukelingen
reddingssloepen	=	reddingssloep
reddingsstroken	=	reddingsstrook
reddingsstrook	noun	een strook van de (snel)weg die bij file moet worden vrijgehouden zodat hulpdiensten ter plaatse kunnen geraken
reddingsstrookje	=	reddingsstrook
reddingsstrookjes	=	reddingsstrook
reddingsteam	noun	een groep mensen getraind en toegerust voor het redden van mensen na een ongeval of ramp
reddingsteams	=	reddingsteam
reddingsvest	noun	Het reddingsvest is een reddingsmiddel dat dient om een drenkeling veilig drijvend te houden
reddingsvesten	=	reddingsvest
reddingsvestje	=	reddingsvest
reddingsvestjes	=	reddingsvest
reddingsvlot	noun	plat vaartuig waarop men zich na een scheepsram in veiligheid heeft gesteld
reddingsvlotje	=	reddingsvlot
reddingsvlotjes	=	reddingsvlot
reddingsvlotten	=	reddingsvlot
reddingswerk	noun	activiteit om mensen of dieren uit een gevaarlijke situatie te halen
reddingswerken	=	reddingswerk
reddingswerker	noun	iemand die tot taak heeft om mensenlevens te redden
reddingswerkers	=	reddingswerker
reddingswerkertje	=	reddingswerker
reddingswerkertjes	=	reddingswerker
reddingswerkster	=	reddingswerker
reddingswerkzaamheden	noun	activiteiten om mensen of dieren uit een gevaarlijke situatie te halen
reddingwerk	noun	activiteit om mensen of dieren uit een gevaarlijke situatie te halen
reddinkje	=	redding
reddinkjes	=	redding
rede	noun	het vermogen te denken en begrijpen
rededeel	noun	een categorie waarin de woorden van een taal worden ingedeeld op basis van hun functie in de zin, ook wel een woordsoort genoemd
rededelen	=	rededeel
redekavel	=	redekavelen
redekavelde	=	redekavelen
redekavelden	=	redekavelen
redekavele	=	redekavelen
redekavelen	verb|humorous	redetwisten, discussiëren
redekavelend	=	redekavelen
redekavelende	=	redekavelen
redekaveling	noun	discussie, debat
redekavelingen	=	redekaveling
redekavelt	=	redekavelen
redekundig	adj	logisch
redekundige	=	redekundig
redekundiger	=	redekundig
redekundigere	=	redekundig
redekundigers	=	redekundig
redekundigs	=	redekundig
redekundigst	=	redekundig
redekundigste	=	redekundig
redekunst	noun	de kunst van het spreken in het openbaar
redekunsten	=	redekunst
redelijk	adj	wat op nuchtere wijze te beredeneren is	adv	in aanzienlijke mate
redelijke	=	redelijk
redelijker	=	redelijk
redelijkere	=	redelijk
redelijkers	=	redelijk
redelijkerwijs	adv	met goede redenen, op een beredeneerde wijze
redelijkerwijze	adv	met goede redenen, op een beredeneerde wijze
redelijkheden	=	redelijkheid
redelijkheid	noun	het redelijk zijn, het gebruik maken van de rede
redelijks	=	redelijk
redelijkst	=	redelijk
redelijkste	=	redelijk
redeloos	adj	zonder rede, zonder
redeloosheden	=	redeloosheid
redeloosheid	noun	het redeloos zijn
redeloost	=	redeloos
redelooste	=	redeloos
redeloze	=	redeloos
redelozer	=	redeloos
redelozere	=	redeloos
redelozers	=	redeloos
redemptorist	noun	een lid van de rooms-katholieke missionaire congregatie van de Allerheiligste Verlosser (dat wil zeggen Jezus Christus), in 1732 gesticht door de heilige Alfonsus van Liguori
redemptoristen	=	redemptorist
redemptoristje	=	redemptorist
reden	noun	motivatie door iemand bedacht of beredeneerd	verb|obsolete	klaar maken tot het eindproduct
reden-cavelen	=	redekavelen
reden-kavelen	=	redekavelen
redenaar	noun	iemand die in het openbaar spreekt, een beoefenaar van de welsprekendheid
redenaars	=	redenaar
redenaarstalent	noun	iemand die heel goed een redevoering kan uitspreken
redenaarstalenten	=	redenaarstalent
redenaartje	=	redenaar
redenatie	noun	redenering of manier van redeneren, veelal in ongunstige zin
redenaties	=	redenatie
redencavelen	=	redekavelen
redend	=	reden
redende	=	reden
redeneer	=	redeneren
redeneerde	=	redeneren
redeneerden	=	redeneren
redeneeren	=	redeneren
redeneerprogramma	noun	computertoepassing waarmee op basis van bekende gegevens en regels nieuwe informatie wordt afgeleid of op juistheid beoordeeld
redeneerprogramma's	=	redeneerprogramma
redeneerprogrammaatje	=	redeneerprogramma
redeneerprogrammaatjes	=	redeneerprogramma
redeneert	=	redeneren
redeneertrant	noun	manier van het houden van een samenhangend betoog; manier van argumenteren
redeneertranten	=	redeneertrant
redeneervermogen	noun	het goed kunnen redeneren
redeneervermogens	=	redeneervermogen
redeneerwijze	noun	manier waarop een opvatting wordt beargumenteerd
redeneerwijzen	=	redeneerwijze
redenen	=	reden
redenere	=	redeneren
redeneren	verb	trachten een logisch samenhangend betoog te houden
redenerend	=	redeneren
redenerende	=	redeneren
redenering	noun	het proces waarmee men (in de logica) van een aantal argumenten, premissen of axioma's tot een standpunt of conclusie komt
redeneringen	=	redenering
redeneringsvermogen	noun	het goed kunnen redeneren
redeneringsvermogens	=	redeneringsvermogen
redenerinkje	=	redenering
redenerinkjes	=	redenering
redenkavelen	=	redekavelen
redens	=	reden
redentje	=	reden
redentjes	=	reden
reder	noun	eigenaar van een schip
rederij	noun	een rechtspersoon welke eigenaar is van één of meerdere schepen
rederijen	=	rederij
rederijk	adj	welsprekend
rederijke	=	rederijk
rederijker	noun	amateurdichter die lid was van het gilde van een rederijkerskamer op het einde van de middeleeuwen
rederijkere	=	rederijk
rederijkers	=	rederijker
rederijkerskamer	noun	gilde van amateurdichters vanaf het einde der middeleeuwen
rederijkerskamers	=	rederijkerskamer
rederijkertje	=	rederijker
rederijks	=	rederijk
rederijkst	=	rederijk
rederijkste	=	rederijk
rederijtje	=	rederij
rederijtjes	=	rederij
reders	=	reder
redersvereniging	noun	een belangenorganisatie voor eigenaren en beheerders van schepen.
redersverenigingen	=	redersvereniging
redersverenigingetje	=	redersvereniging
redersverenigingetjes	=	redersvereniging
redertje	=	reder
redertjes	=	reder
redes	=	rede
redetje	=	rede
redetjes	=	rede
redetwist	noun	ruzie, geschil waarbij men elkaar met woorden bestrijdt
redetwiste	=	redetwisten
redetwisten	verb	woordenstrijd voeren
redetwistend	=	redetwisten
redetwistende	=	redetwisten
redetwistte	=	redetwisten
redetwistten	=	redetwisten
redevoer	=	redevoeren
redevoerde	=	redevoeren
redevoerden	=	redevoeren
redevoere	=	redevoeren
redevoeren	verb	een toespraak houden
redevoerend	=	redevoeren
redevoerende	=	redevoeren
redevoering	noun	een voordracht door een spreker voor een publiek
redevoeringen	=	redevoering
redevoerinkje	=	redevoering
redevoerinkjes	=	redevoering
redevoert	=	redevoeren
redigeer	=	redigeren
redigeerde	=	redigeren
redigeerden	=	redigeren
redigeert	=	redigeren
redigere	=	redigeren
redigeren	verb	op schrift onder woorden brengen
redigerend	=	redigeren
redigerende	=	redigeren
redingote	noun	ruim vallende geklede herenjas die tot de knieën reikt, met brede schouders en smalle taille, zoals die in de 18e eeuw in de mode kwam en dat tot de tweede helft van de 19e eeuw bleef
redingotes	=	redingote
redirect	noun	doorverwijspagina, een automatische doorverwijzing, gebruikt bij onderwerpen met meerdere identieke namen voor dat onderwerp zodat een bezoeker vanuit meerdere artikels op hetzelfde goede artikel terecht komen (en er geen dubbele artikelen aangemaakt hoeven worden.
redirecten	=	redirect
redirectje	=	redirect
redirectjes	=	redirect
redmiddel	noun	iets dat men kan gebruiken om een probleem uit de wereld te helpen
redmiddelen	=	redmiddel
redmiddeltje	=	redmiddel
redneck	noun	een minachtende term voor een arme blanke landarbeider in met name de Zuidelijke Verenigde Staten.
rednecks	=	redneck
redoublet	noun	een bod met de betekenis: ik denk dat wij wel halen wat wij geboden hebben, ook al denkt de tegenpartij van niet
redoubletten	=	redoublet
redoute	noun	gesloten stenen, aarden of houten schans die alleen uitspringende hoeken had
redoutes	=	redoute
redoxreactie	noun	een reactie waarbij elektronen overgedragen worden en oxidatietoestanden veranderen
redoxreacties	=	redoxreactie
redoxreactietje	=	redoxreactie
redoxreactietjes	=	redoxreactie
redplank	noun	breed plat hulpmiddel waarmee men mensen of dieren die door het ijs gezakt zijn kan redden
redplanken	=	redplank
redplankje	=	redplank
redplankjes	=	redplank
redres	noun	fouten ongedaan maken zodat een eerdere toestand terugkeert
redresseerstroken	=	redresseerstrook
redresseerstrook	noun	een verharde strook langs de buitenste rijstroken om uit de koers geraakte voertuigen op te vangen
redresseerstrookje	=	redresseerstrook
redresseerstrookjes	=	redresseerstrook
redster	noun	vrouwelijk persoon die een ander uit de nood helpt
redsters	=	redster
redstertje	=	redster
redstertjes	=	redster
redt	=	redden
reduceer	=	reduceren
reduceerbaar	adj	van iets dat het kan worden teruggebracht, vereenvoudigd, verminderd of herleid tot een kleinere omvang, lagere waarde of simpelere vorm
reduceerbaarder	=	reduceerbaar
reduceerbaardere	=	reduceerbaar
reduceerbaarders	=	reduceerbaar
reduceerbaars	=	reduceerbaar
reduceerbaarst	=	reduceerbaar
reduceerbaarste	=	reduceerbaar
reduceerbare	=	reduceerbaar
reduceerde	=	reduceren
reduceerden	=	reduceren
reduceert	=	reduceren
reduceerventiel	noun	ventiel dat de druk in het medium verlaagt en tevens zorgt voor een waarde die constanter is
reduceerventielen	=	reduceerventiel
reducere	=	reduceren
reduceren	verb	terugbrengen tot kleinere proporties, verminderen, inkrimpen
reducerend	=	reduceren
reducerende	=	reduceren
reductie	noun	scheikundige herleiding, vermindering
reductiedeling	noun	een tweedelig delingsproces dat voortplantingscellen produceert, meiose
reductiedelingen	=	reductiedeling
reductiedelinkje	=	reductiedeling
reductiedelinkjes	=	reductiedeling
reductiedoel	noun	eindwaarde die men wil bereiken bij een vermindering van iets
reductiedoelen	=	reductiedoel
reductiegetal	noun	getal dat de verhouding tussen twee gelijknamige of gelijksoortige eenheden, bv. een euro en een andere munt, aanwijst
reductiegetallen	=	reductiegetal
reductiegetalletje	=	reductiegetal
reductiegetalletjes	=	reductiegetal
reducties	=	reductie
reductietje	=	reductie
reductietjes	=	reductie
reductionisme	noun	de opvatting die stelt dat de natuur van complexe entiteiten steeds herleid kan worden tot meer fundamentele entiteiten
reductionist	noun	aanhanger van het reductionisme
reductionisten	=	reductionist
reductionistisch	adj	betrekking hebbend op het reductionisme
reductionistische	=	reductionistisch
reductionistischer	=	reductionistisch
reductionistischere	=	reductionistisch
reductionistischers	=	reductionistisch
reductor	noun	een stof of species die in een reactie elektronen af kan staan
reductoren	=	reductor
reductors	=	reductor
reduktie	=	reductie
redundant	adj	overbodig, dubbelop
redundante	=	redundant
redundanter	=	redundant
redundantere	=	redundant
redundanters	=	redundant
redundantie	noun	overvloed (aan gegevens of materiaal)
redundanties	=	redundantie
redundants	=	redundant
redundantst	=	redundant
redundantste	=	redundant
reduplicatie	noun	vorming van nieuwe woorden of zinsneden door het geheel of gedeeltelijk herhalen van een deel daarvan
reduplicaties	=	reduplicatie
redzaam	adj	van een persoon dat deze zich weet te redden in het leven; van een persoon dat deze zich weet te behelpen
redzaamheid	noun	het jezelf kunnen handhaven in een bepaalde situatie zonder dat professionele hulp nodig is
redzaams	=	redzaam
redzaamst	=	redzaam
redzaamste	=	redzaam
redzame	=	redzaam
redzamer	=	redzaam
redzamere	=	redzaam
redzamers	=	redzaam
ree	noun	/ / Capreolus capreolus zoogdier uit de familie van de hertachtigen (Cervidae) voornamelijk voorkomend in Europa.
reebok	noun	Capreolus capreolus mannetjes ree
reebokantiloopje	=	reebokantilope
reebokantiloopjes	=	reebokantilope
reebokantilope	noun	Pelea capreolus evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
reebokantilopen	=	reebokantilope
reebokantilopes	=	reebokantilope
reebokje	=	reebok
reebokjes	=	reebok
reebokken	=	reebok
reebout	noun	bovenste dikke deel van de poot van een ree en het daaruit bereide gerecht
reebouten	=	reebout
reebruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8007 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8007 ( ).
reebruine	=	reebruin
reebruinen	=	reebruin
reebruiner	=	reebruin
reebruinere	=	reebruin
reebruiners	=	reebruin
reebruins	=	reebruin
reebruinst	=	reebruin
reebruinste	=	reebruin
reed	=	rijden
reedde	=	reden
reedden	=	reden
reede	=	rede
reeds	adv|formal	al
reedt	=	reden
reef	noun	bij windmolens en zeilschepen: strook van het zeiloppervlak dat tijdelijk kan worden opgevouwen of opgerold
reefde	=	reven
reefden	=	reven
reefje	=	reef
reefjes	=	reef
reeft	=	reven
reefter	=	refter
reeg	=	rijgen
reegeit	noun	volwassen wijfjesree
reegeiten	=	reegeit
reegt	=	rijgen
reek	noun	riek
reekalf	noun	het jong van een ree
reekalfje	=	reekalf
reekalfjes	=	reekalf
reekalveren	=	reekalf
reeks	noun	rij van opeenvolgende gebeurtenissen of verschijningsvormen
reeksen	=	reeks
reekshoofd	noun	als kansrijkste geplaatste speler of ploeg uit een groep deelnemers aan de voorrondes van een toernooi
reekshoofden	=	reekshoofd
reeksje	=	reeks
reeksjes	=	reeks
reeksontwikkeling	noun	ontwikkeling in een (oneindige) reeks (van functies of termen)
reeksontwikkelingen	=	reeksontwikkeling
reeksontwikkelingetje	=	reeksontwikkeling
reeksontwikkelingetjes	=	reeksontwikkeling
reel	noun	soort dans	adj|obsolete	met een (te) kleine omvang in verhouden tot de lengte
reeline	noun	een glycoproteïne dat vooral een belangrijke rol speelt bij het sturen van de neuronale migratie in de embryo's van gewervelde organismen
reels	=	reel
reen	noun	verhoging, verlaging, berm of iets degelijks die in stand worden gehouden als afbakening tussen twee stukken grond
reende	=	renen
reenden	=	renen
reent	=	renen
reep	noun	een naar verhouding smalle maar lange strook materiaal die ergens van afgesneden of afgebroken is
reepje	=	reep
reepjes	=	reep
reeroof	noun	lijkenroof
reeroofje	=	reeroof
reeroofjes	=	reeroof
reeroven	=	reeroof
reerug	noun	vlees van de rug van een hert
reeruggen	=	reerug
rees	=	ree
reeschaaf	noun	lange schaaf (met een blok van 70 cm lengte), om reeds geschaafd hout af te werken
reeschaven	=	reeschaaf
reesem	=	resem
reesj	noun	twintigste letter van het alfabet
reesjen	=	reesj
reessem	=	resem
reest	=	rijzen
reet	noun	een (soms opengereten) spleet, kier
reetje	=	ree
reetjes	=	reet
reetkever	noun	homoseksueel
reetkevers	=	reetkever
reetkevertje	=	reetkever
reetkevertjes	=	reetkever
reetlikker	noun	iemand die werkelijk alles doet om maar in het gevlei te komen bij iemand
reetlikkers	=	reetlikker
reetlikkertje	=	reetlikker
reetlikkertjes	=	reetlikker
reetridder	noun	homoseksueel
reetridders	=	reetridder
reetriddertje	=	reetridder
reetriddertjes	=	reetridder
reetroeier	noun	homoseksueel
reetroeiers	=	reetroeier
reetroeiertje	=	reetroeier
reetroeiertjes	=	reetroeier
reets	=	reeds
reette	=	reten
reetveger	noun|historical	persoon wiens werk het is om de rails voor de paardentram schoon te houden
reetvegers	=	reetveger
reetvegertje	=	reetveger
reetvegertjes	=	reetveger
reetveter	noun|vulgar	broekje, slip of tanga waarvan het achterste gedeelte uit een koordje (string) bestaat, billenkoordje
reetveters	=	reetveter
reetvetertje	=	reetveter
reetvetertjes	=	reetveter
reeuw	noun	lijk, dood lichaam
reeuwde	=	reeuwen
reeuwden	=	reeuwen
reeuwe	=	reeuwen
reeuwen	verb	het lichaam van een overledene verzorgen
reeuwend	=	reeuwen
reeuwende	=	reeuwen
reeuwer	noun|historical	iemand die lijders aan besmettelijke ziekten verzorgt en eventueel zorgt voor hun begrafenis
reeuwers	=	reeuwer
reeuws	adj	een lijklucht hebbend
reeuwse	=	reeuws
reeuwser	=	reeuws
reeuwsere	=	reeuws
reeuwsers	=	reeuws
reeuwst	=	reeuws
reeuwste	=	reeuws
reeuwstro	noun	stro ter ondersteuning van het lichaam van een overledene
reeuwstrootje	=	reeuwstro
reeuwstrootjes	=	reeuwstro
reeuwt	=	reeuwen
reevlees	noun	vlees afkomstig van een ree
reewild	noun	jaagbare herten; de populatie van reeën
reeën	noun	Capreolus een geslacht van kleine hertachtigen die voorkomen in Europa en het noorden van Azië.
reeënhorzel	noun	Cephenemyia stimulator een vliegensoort uit de familie van de horzels (Oestridae).
reeënhorzels	=	reeënhorzel
reeënhorzeltje	=	reeënhorzel
reeënhorzeltjes	=	reeënhorzel
ref	noun|informal	persoon die bewaakt dat deelnemers aan een wedstrijd zich aan de spelregels houden
refactie	noun	korting ter compensatie van een tekortkoming van geleverde goederen
refacties	=	refactie
refectoria	=	refectorium
refectorium	noun	gemeenschappelijke eetzaal in een klooster, refter
refectoriumpje	=	refectorium
refectoriumpjes	=	refectorium
refectoriums	=	refectorium
referaat	noun	voorbereide mondelinge presentatie
referaatje	=	referaat
referaatjes	=	referaat
referaten	=	referaat
referee	noun	persoon die bewaakt dat deelnemers aan een wedstrijd zich aan de spelregels houden
refereer	=	refereren
refereerde	=	refereren
refereerden	=	refereren
refereert	=	refereren
referees	=	referee
referenda	=	referendum
referendaris	noun	hoofdambtenaar bij o.a. een departement
referendarissen	=	referendaris
referendum	noun	een stemming over een wetsvoorstel, waarbij gestemd wordt door het volk zelf, niet door vertegenwoordigers van het volk
referendumpje	=	referendum
referendumpjes	=	referendum
referendums	=	referendum
referendumwet	noun	wet die gaat over hoe een volksraadpleging gehouden kan worden over een bepaald onderwerp en wat de consequenties zijn van een bepaalde uitslag
referendumwetten	=	referendumwet
referent	noun	iemand die een referaat houdt, iemand die een inleiding houdt
referente	=	referent
referenten	=	referent
referentie	noun	verwijzing, aanwijzing om elders te zoeken
referentie-elektrode	noun	is een elektrode met een stabiel en goed gekend redoxpotentiaal.
referentie-elektroden	=	referentie-elektrode
referentie-elektrodes	=	referentie-elektrode
referentiekader	noun	het schema van regels, normen en waarden waaraan je iets analyseert
referentiekaders	=	referentiekader
referentiekadertje	=	referentiekader
referentiekadertjes	=	referentiekader
referentiepunt	noun	waarde ten opzichte waarvan wordt gemeten
referentiepunten	=	referentiepunt
referentiepuntje	=	referentiepunt
referentiepuntjes	=	referentiepunt
referenties	=	referentie
referentietje	=	referentie
referentietjes	=	referentie
referentiewaarde	noun	de waarde die bij het meten of ijken wordt genomen als grondslag of standaard en die om praktische redenen kan afwijken van één eenheid
referentiewaarden	=	referentiewaarde
referentiewaardes	=	referentiewaarde
referentje	=	referent
referere	=	refereren
refereren	verb	~ aan: verwijzen naar
refererend	=	refereren
refererende	=	refereren
referte	noun	verwijzing
refertes	=	referte
reflatie	noun	geheel van maatregelen waardoor een dreigende deflatie wordt gecompenseeerd
reflaties	=	reflatie
reflectant	noun	iemand die reageert op een advertentie
reflectanten	=	reflectant
reflecteer	=	reflecteren
reflecteerde	=	reflecteren
reflecteerden	=	reflecteren
reflecteert	=	reflecteren
reflectere	=	reflecteren
reflecteren	verb	licht of andere golven weerkaatsen
reflecterend	=	reflecteren
reflecterende	=	reflecteren
reflectie	noun	beschouwing of overpeinzing
reflectief	adj	bespiegelend, beschouwend
reflectiefactor	noun	het deel van de invallende straling dat door een vlak gereflecteerd wordt
reflectiefactoren	=	reflectiefactor
reflectiefactors	=	reflectiefactor
reflectiefs	=	reflectief
reflectiefst	=	reflectief
reflectiefste	=	reflectief
reflectiekader	noun	afgegrensde beschouwing over een bepaald onderwerp
reflectiekaders	=	reflectiekader
reflectiekadertje	=	reflectiekader
reflectiekadertjes	=	reflectiekader
reflectiepsychologie	noun	psychologie van de zelfwaarneming
reflecties	=	reflectie
reflectiescherm	noun	een scherm dat in de fotografie gebruikt wordt om licht te reflecteren
reflectieschermen	=	reflectiescherm
reflectieschermpje	=	reflectiescherm
reflectieschermpjes	=	reflectiescherm
reflectietape	noun	materiaal dat licht weerkaatst en in de vorm van strepen is aangebracht op voertuigen en kleding
reflectietapes	=	reflectietape
reflectietje	=	reflectie
reflectieve	=	reflectief
reflectiever	=	reflectief
reflectievere	=	reflectief
reflectievermogen	verb	het vermogen van terugkaatsing
reflectievers	=	reflectief
reflectoor	adj	reflectorisch, met betrekking tot een reflex
reflectoors	=	reflectoor
reflector	noun	voorwerp bestemd om geluid of elektromagnetische straling zoals licht terug te kaatsen
reflectore	=	reflectoor
reflectoren	=	reflector
reflectorisch	adj	betrekking hebbend op een reflex
reflectorische	=	reflectorisch
reflectorischer	=	reflectorisch
reflectorischere	=	reflectorisch
reflectorischers	=	reflectorisch
reflectors	=	reflector
reflectortje	=	reflector
reflectortjes	=	reflector
reflektie	=	reflectie
reflex	noun	een onwillekeurige reactie op bepaalde prikkels
reflexbeweging	noun	automatische reactie van spieren op een prikkel waardoor de stand van een lichaamsdeel verandert#:▸ Toen namelijk de Spruce Goose tijdens de aanloop een snelheid van iets meer dan 70 (land)mijlen per uur had bereikt verliet het vliegtuig spontaan het water als gevolg van de neergelaten vleugelkleppen.
reflexbewegingen	=	reflexbeweging
reflexbeweginkje	=	reflexbeweging
reflexbeweginkjes	=	reflexbeweging
reflexcamera	noun	fototoestel dat dankzij een spiegel in de zoeker precies het beeld laat zien dat wordt vastgelegd
reflexcamera's	=	reflexcamera
reflexen	=	reflex
reflexhamer	noun	een neurologisch onderzoeksinstrument, vooral gebruikt door neuroloog en huisarts
reflexhamers	=	reflexhamer
reflexhamertje	=	reflexhamer
reflexhamertjes	=	reflexhamer
reflexie	=	reflectie
reflexief	adj	wederkerend
reflexiefs	=	reflexief
reflexiefst	=	reflexief
reflexiefste	=	reflexief
reflexieve	=	reflexief
reflexiever	=	reflexief
reflexievere	=	reflexief
reflexievers	=	reflexief
reflexiviteit	noun	het reflexief zijn
reflexiviteiten	=	reflexiviteit
reflexje	=	reflex
reflexjes	=	reflex
reflexmatig	adj	op een automatishe manier; zonder nadenken
reflexmatige	=	reflexmatig
reflexmatiger	=	reflexmatig
reflexmatigere	=	reflexmatig
reflexmatigers	=	reflexmatig
reflexmatigs	=	reflexmatig
reflexmatigst	=	reflexmatig
reflexmatigste	=	reflexmatig
reflexzoeker	noun	zoeker die werkt met een spiegeltje
reflexzoekers	=	reflexzoeker
reflexzoekertje	=	reflexzoeker
reflexzoekertjes	=	reflexzoeker
reflux	noun	terugvloeiing
refluxe	=	refluxen
refluxen	verb	verwarmen waarbij de dampen gekoeld worden en als vloeistof terugvloeien in het mengsel
refluxend	=	refluxen
refluxende	=	refluxen
refluxkoeler	noun	een stug glaswerk met een vloeistofgekoelde mantel die belet dat dampen uit een verwarmd mengsel ontsnappen
refluxkoelers	=	refluxkoeler
refluxkoelertje	=	refluxkoeler
refluxkoelertjes	=	refluxkoeler
refluxt	=	refluxen
refluxte	=	refluxen
refluxten	=	refluxen
refo	noun	lid van de orthodoxe zuil van de gereformeerde kerk
refo's	=	refo
refocafeetje	=	refocafé
refocafeetjes	=	refocafé
refocafé	noun	gezellige bijeenkomst voor gereformeerden
refocafés	=	refocafé
refoea	noun	genezing
refoeot	=	refoea
reform	noun	hervorming, wijziging, verbetering
reformateur	noun	iemand die reformeert, een hervormer
reformateurs	=	reformateur
reformateurtje	=	reformateur
reformateurtjes	=	reformateur
reformatie	noun	hervorming, herstelling (tot een vroegere, als beter beschouwde toestand), vernieuwing, verbetering
reformaties	=	reformatie
reformator	noun	hervormer (b.v. op het gebied van de kerk, het geloof)
reformatoren	=	reformator
reformatorisch	adj	betrekking hebbend op of voorkomend uit de Reformatie
reformatorische	=	reformatorisch
reformatorischer	=	reformatorisch
reformatorischere	=	reformatorisch
reformatorischers	=	reformatorisch
reformators	=	reformator
reformatortje	=	reformator
reformbeweging	noun	beweging die iets anders wil dan tot dat moment gangbaar is met name een beweging rond 1900 met ideeën over kleding, voeding, gezondheid en hygiëne
reformbewegingen	=	reformbeweging
reformbeweginkje	=	reformbeweging
reformbeweginkjes	=	reformbeweging
reformeer	=	reformeren
reformeerde	=	reformeren
reformeerden	=	reformeren
reformeeren	=	reformeren
reformeert	=	reformeren
reformen	=	reform
reformere	=	reformeren
reformeren	verb	een andere vorm geven, hervormen
reformerend	=	reformeren
reformerende	=	reformeren
reformhuis	noun	winkel waar reformartikelen (bepaalde gezondheidsproducten volgens de principes van de reformbeweging) worden verkocht
reformhuizen	=	reformhuis
reformisme	noun	het streven om een systeem, wetenschap of samenleving door systematische ingrepen te wijzigen en te hervormen
reformist	noun	iemand die hervormingen nastreeft
reformisten	=	reformist
reformistisch	adj	betrekking hebbend op het reformisme
reformistische	=	reformistisch
reformistischer	=	reformistisch
reformistischere	=	reformistisch
reformistischers	=	reformistisch
reformkleding	noun	comfortabele, gezonde en niet-knellende dameskleding, ontworpen als tegenreactie op het korset en onpraktische mode die is ontstaan rond 1900
reformvoeding	noun	voeding volgens bepaalde principes van een reformbeweging
reformvoedingen	=	reformvoeding
reformvoedinkje	=	reformvoeding
reformvoedinkjes	=	reformvoeding
reformzaak	noun	winkel waar reformartikelen (bepaalde gezondheidsproducten volgens de principes van de reformbeweging) worden verkocht
reformzaken	=	reformzaak
refractair	adj	weerspannig
refractairder	=	refractair
refractairdere	=	refractair
refractairders	=	refractair
refractaire	=	refractair
refractairs	=	refractair
refractairst	=	refractair
refractairste	=	refractair
refracteer	=	refracteren
refracteerde	=	refracteren
refracteerden	=	refracteren
refracteert	=	refracteren
refractere	=	refracteren
refracteren	verb	breken (veranderen van richting)
refracterend	=	refracteren
refracterende	=	refracteren
refractie	noun	breking van golven (o.a. licht) wanneer deze van het ene medium in het andere overgaan, straalbreking
refractiechirurgie	noun	het laseren van de ogen
refracties	=	refractie
refractometrie	noun	bepaling van de straalbreking
refractor	noun	telescoop of verrekijker met lenzen
refractoren	=	refractor
refractors	=	refractor
refrein	noun	gelijke woorden of versregels die aan het eind van de coupletten van een lied of gedicht telkens herhaald worden
refreinen	=	refrein
refreintje	=	refrein
refreintjes	=	refrein
refs	=	ref
refter	noun	eetzaal in een klooster of school
refters	=	refter
reftertje	=	refter
reftertjes	=	refter
refuge	noun	schuilhut in de bergen
refuges	=	refuge
refugieetje	=	refugié
refugieetjes	=	refugié
refugié	noun	vluchteling
refugiés	=	refugié
refuseer	=	refuseren
refuseerde	=	refuseren
refuseerden	=	refuseren
refuseert	=	refuseren
refusere	=	refuseren
refuseren	verb	weigeren om aan iets deel te nemen
refuserend	=	refuseren
refuserende	=	refuseren
refutatie	noun	afwijzing, weigering
refutaties	=	refutatie
regaal	noun	geheel van rietpijpen aangeblazen met een blaasbalg en bespeeld met een toetsenbord	adj	koninklijk
regaals	=	regaal
regaalst	=	regaal
regaalste	=	regaal
regaaltje	=	regaal
regaaltjes	=	regaal
regale	=	regaal
regaleer	=	regaleren
regaleerde	=	regaleren
regaleerden	=	regaleren
regaleert	=	regaleren
regalen	=	regaal
regaler	=	regaal
regalere	=	regaal
regaleren	verb	tracteren op een maaltijd
regalerend	=	regaleren
regalers	=	regaal
regalia	noun	uiterlijke tekenen van de soevereine macht van een vorst.
regaliem	noun	pelgrimages te voet
regaliën	noun	uiterlijke tekenen van de soevereine macht van een vorst.
regardeer	=	regarderen
regardeerde	=	regarderen
regardeerden	=	regarderen
regardeert	=	regarderen
regardere	=	regarderen
regarderen	verb	letten op, achtslaan op, betrekking hebben op
regarderend	=	regarderen
regarderende	=	regarderen
regatta	noun	race met boten zonder motor
regatta's	=	regatta
rege	=	rijgen
regeer	=	regeren
regeerakkoord	noun	overeenkomst tussen coalitiepartijen die bij de vorming van een coalitieregering gesloten wordt
regeerakkoorden	=	regeerakkoord
regeerakkoordje	=	regeerakkoord
regeerakkoordjes	=	regeerakkoord
regeerbaar	adj	van een land dat het mogelijk is een werkzame regering te vormen
regeerbaarder	=	regeerbaar
regeerbaardere	=	regeerbaar
regeerbaarders	=	regeerbaar
regeerbaars	=	regeerbaar
regeerbaarst	=	regeerbaar
regeerbaarste	=	regeerbaar
regeerbare	=	regeerbaar
regeerde	=	regeren
regeerden	=	regeren
regeerder	noun	heerser
regeerders	=	regeerder
regeerdertje	=	regeerder
regeerdertjes	=	regeerder
regeeren	=	regeren
regeering	=	regering
regeerperiode	noun	de tijdsduur dat een regering aan de macht is
regeerperioden	=	regeerperiode
regeerperiodes	=	regeerperiode
regeerprogramma	noun	voornemens van een pas aangetreden regering
regeerprogramma's	=	regeerprogramma
regeerprogrammaatje	=	regeerprogramma
regeerprogrammaatjes	=	regeerprogramma
regeert	=	regeren
regeerverklaring	noun	toespraak van de regeringsleider (zoals de premier of minister-president) waarin de nieuw aangetreden regering haar beleidsvoornemens voor de komende periode uiteenzet aan het parlement.
regeerverklaringen	=	regeerverklaring
regeerverklarinkje	=	regeerverklaring
regeerverklarinkjes	=	regeerverklaring
regel	noun	een horizontaal stuk tekst op een bladzijde
regelaar	noun	iemand die regelt
regelaars	=	regelaar
regelaartje	=	regelaar
regelaartjes	=	regelaar
regelbaar	adj	iets wat hoger of lager kan worden ingesteld al nagelang wat nodig is, van iets dat je het kunt regelen
regelbaarder	=	regelbaar
regelbaardere	=	regelbaar
regelbaarders	=	regelbaar
regelbaars	=	regelbaar
regelbaarst	=	regelbaar
regelbaarste	=	regelbaar
regelbare	=	regelbaar
regelde	=	regelen
regelden	=	regelen
regeldrift	noun	de overdreven en hinderlijke neiging alles te willen vastleggen in voorschriften
regeldriften	=	regeldrift
regeldruk	noun	de moeite of kosten voor ondernemers, instellingen en particulieren om overheidsregels na te leven en vergunningen aan te vragen
regele	=	regelen
regelelement	noun	elk van de onderdelen die nodig zijn om een proces stabiel te regelen
regelelementen	=	regelelement
regelelementje	=	regelelement
regelelementjes	=	regelelement
regelen	verb	zorgen dat een gewenste effect bereikt wordt
regelend	adj	van iemand dat hij iets organiseert
regelende	=	regelen
regelends	=	regelend
regelgeving	noun	bevat directieve kaders, voor het correct implementeren of toepassen van wetgeving
regelgevingen	=	regelgeving
regelgevinkje	=	regelgeving
regelgevinkjes	=	regelgeving
regeling	noun	het in orde brengen, het geregeld worden of zijn
regelingen	=	regeling
regelingetje	=	regeling
regelingetjes	=	regeling
regelinkje	=	regeling
regelkamer	noun	ruimte van waaruit een proces wordt geregeld
regelkamers	=	regelkamer
regelknop	noun	een knop waarmee je iets kunt verstellen
regelknopje	=	regelknop
regelknopjes	=	regelknop
regelknoppen	=	regelknop
regelloos	adj	zonder regel(s)
regelloosheden	=	regelloosheid
regelloosheid	noun	het regelloos zijn
regelloost	=	regelloos
regellooste	=	regelloos
regelloze	=	regelloos
regellozer	=	regelloos
regellozere	=	regelloos
regellozers	=	regelloos
regelmaat	noun	orde in opeenvolging en schikking van handelingenregel
regelmaatje	=	regelmaat
regelmaatjes	=	regelmaat
regelmaten	=	regelmaat
regelmatig	adv	op gezette tijden	adj	aan een bepaalde regel gehoorzamend
regelmatige	=	regelmatig
regelmatiger	=	regelmatig
regelmatigere	=	regelmatig
regelmatigers	=	regelmatig
regelmatigheden	=	regelmatigheid
regelmatigheid	noun	Het volgen van vaste regels, met alles op de juiste plaats en met een vaste tijdsduur ertussen
regelmatigs	=	regelmatig
regelmatigst	=	regelmatig
regelmatigste	=	regelmatig
regelneef	noun|humorous	iemand die zich met alles wil bemoeien, een bemoeial
regelneefje	=	regelneef
regelneefjes	=	regelneef
regelneven	=	regelneef
regelneverij	noun	overdreven neiging om alles te willen controleren
regelneverijen	=	regelneverij
regelnicht	noun	licht voor wat bedillerig persoon bij een gebeurtenis
regelnichten	=	regelnicht
regelnichtje	=	regelnicht
regeloppervlak	noun	een oppervlak, waarbij door elk punt van het oppervlak minstens één rechte - een beschrijvende of regel - gaat, die volledig tot het oppervlak behoort
regeloppervlakje	=	regeloppervlak
regeloppervlakjes	=	regeloppervlak
regeloppervlakken	=	regeloppervlak
regelrecht	adj	zonder omwegen, zonder tijd te verspillen
regelrechte	=	regelrecht
regelrechts	=	regelrecht
regels	noun	menstruatie
regelsysteem	noun	een apparaat of een verzameling apparatuur om het gedrag van een of ander systeem of proces te regelen
regelsysteempje	=	regelsysteem
regelsysteempjes	=	regelsysteem
regelsystemen	=	regelsysteem
regelt	=	regelen
regeltechniek	noun	techniek van de automatische besturing en regeling van technologische processen, van apparaten en machines
regeltechnieken	=	regeltechniek
regeltje	=	regel
regeltjes	=	regel
regeltransformator	noun	transformator waarvan men de spanning continu kan regelen (terwijl hij in bedrijf is)
regeltransformatoren	=	regeltransformator
regeltransformators	=	regeltransformator
regelval	noun	verloop van de regels van een document bij het zetten van titels enz
regelvallen	=	regelval
regelvrij	adj	zonder wettelijke regels of voorschriften
regelvrije	=	regelvrij
regelvrijs	=	regelvrij
regelwijziging	noun	verandering, aanpassing of correctie in een bestaande set regels, voorschriften, wetten of richtlijnen.
regelwijzigingen	=	regelwijziging
regelwijzigingetje	=	regelwijziging
regelwijzigingetjes	=	regelwijziging
regen	verb	gebiedende wijs van regenen	noun	neerslag van tot druppels gecondenseerde waterdamp
regenachtig	adj	regelmatig regenend of neigend naar regen
regenachtige	=	regenachtig
regenachtiger	=	regenachtig
regenachtigere	=	regenachtig
regenachtigers	=	regenachtig
regenachtigs	=	regenachtig
regenachtigst	=	regenachtig
regenachtigste	=	regenachtig
regenarm	adj	met weinig regenval; droog
regenarme	=	regenarm
regenarmer	=	regenarm
regenarmere	=	regenarm
regenarmers	=	regenarm
regenarms	=	regenarm
regenarmst	=	regenarm
regenarmste	=	regenarm
regenbaankorst	noun	Bellicidia incompta een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
regenbaankorsten	=	regenbaankorst
regenbaankorstje	=	regenbaankorst
regenbaankorstjes	=	regenbaankorst
regenbak	noun	een bak waarin regenwater opgevangen wordt
regenbakje	=	regenbak
regenbakjes	=	regenbak
regenbakken	=	regenbak
regenband	noun	een band met een profiel dat geschikt is om te rijden op een natte weg
regenbanden	=	regenband
regenbogen	=	regenboog
regenboog	noun	een natuurfenomeen dat na regen als een verschijnende veelkleurige boog te zien is
regenboogamazilia	noun	Chrysuronia versicolor een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
regenboogamazilia's	=	regenboogamazilia
regenboogamaziliaatje	=	regenboogamazilia
regenboogamaziliaatjes	=	regenboogamazilia
regenboogbaardvogel	noun	Psilopogon rafflesii een Aziatische baardvogel die voorkomt in de Indische Archipel
regenboogbaardvogels	=	regenboogbaardvogel
regenboogbaardvogeltje	=	regenboogbaardvogel
regenboogbaardvogeltjes	=	regenboogbaardvogel
regenboogbijeneter	noun	Merops ornatus de enige bijeneter die voorkomt in Australië
regenboogbijeneters	=	regenboogbijeneter
regenboogbijenetertje	=	regenboogbijeneter
regenboogbijenetertjes	=	regenboogbijeneter
regenboogbladroller	noun	Cochylis flaviciliana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
regenboogbladrollers	=	regenboogbladroller
regenboogbladrollertje	=	regenboogbladroller
regenboogbladrollertjes	=	regenboogbladroller
regenboogboa	noun	Epicrates cenchria een slang uit de familie reuzenslangen Boidae
regenboogboa's	=	regenboogboa
regenboogboaatje	=	regenboogboa
regenboogdoornsnavel	noun	Chalcostigma herrani een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
regenboogdoornsnavels	=	regenboogdoornsnavel
regenboogdoornsnaveltje	=	regenboogdoornsnavel
regenboogdoornsnaveltjes	=	regenboogdoornsnavel
regenboogforel	noun	bepaald soort Pacifische zalm, Oncorhynchus mykiss, uit het geslacht Oncorhynchus
regenboogforellen	=	regenboogforel
regenboogforelletje	=	regenboogforel
regenboogforelletjes	=	regenboogforel
regenbooggemeenschap	noun	gemeenschap van alle lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, trans, intersekse, aseksuele en queer personen (lhbtiqa+)
regenbooggemeenschapje	=	regenbooggemeenschap
regenbooggemeenschapjes	=	regenbooggemeenschap
regenbooggemeenschappen	=	regenbooggemeenschap
regenbooggezin	noun	gezin met geadopteerde kinderen met een andere nationaliteit
regenbooggezinnen	=	regenbooggezin
regenbooggezinnetje	=	regenbooggezin
regenbooggezinnetjes	=	regenbooggezin
regenbooggors	noun	Passerina leclancherii een zangvogel uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae)
regenbooggorsje	=	regenbooggors
regenbooggorsjes	=	regenbooggors
regenbooggorzen	=	regenbooggors
regenbooggoudwesp	noun	Chrysis equestris een vliesvleugelig insect uit de familie van de goudwespen (Chrysididae).
regenbooggoudwespen	=	regenbooggoudwesp
regenbooggoudwespje	=	regenbooggoudwesp
regenbooggoudwespjes	=	regenbooggoudwesp
regenbooghaai	noun	Epalzeorhynchos frenatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de eigenlijke karpers (Cyprinidae).
regenbooghaaien	=	regenbooghaai
regenbooghaaitje	=	regenbooghaai
regenbooghaaitjes	=	regenbooghaai
regenboogincakolibrie	noun	Coeligena iris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
regenboogincakolibries	=	regenboogincakolibrie
regenboogincakolibrietje	=	regenboogincakolibrie
regenboogincakolibrietjes	=	regenboogincakolibrie
regenboogje	=	regenboog
regenboogjes	=	regenboog
regenboogjufferduif	noun	Ptilinopus perousii een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
regenboogjufferduifje	=	regenboogjufferduif
regenboogjufferduifjes	=	regenboogjufferduif
regenboogjufferduiven	=	regenboogjufferduif
regenboogkind	noun	hooggevoelig kind dat vrede en harmonie in de wereld zal brengen
regenboogkinderen	=	regenboogkind
regenboogkindje	=	regenboogkind
regenboogkindjes	=	regenboogkind
regenboogkleur	noun	een door de mens onderscheiden kleur in de regenboog
regenboogkleuren	=	regenboogkleur
regenboogkleurtje	=	regenboogkleur
regenboogkleurtjes	=	regenboogkleur
regenbooglipvis	noun	Coris julis een straalvinnige vis uit de familie van de lipvissen (Labridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
regenbooglipvisje	=	regenbooglipvis
regenbooglipvisjes	=	regenbooglipvis
regenbooglipvissen	=	regenbooglipvis
regenbooglori	noun	Trichoglossus haematodus een lori uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
regenbooglori's	=	regenbooglori
regenbooglorietje	=	regenbooglori
regenbooglorietjes	=	regenbooglori
regenboogmosschijfje	noun	Octospora rubens een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
regenboogmosschijfjes	=	regenboogmosschijfje
regenboogpad	noun	oversteekplaats voor voetgangers die wordt uitgevoerd in de kleuren van de regenboog als teken van steun voor de gelijke behandeling van mensen, ongeacht hun voorkeur voor het geslacht van hun seksuele partners
regenboogpaden	=	regenboogpad
regenboogpak	noun	het iconische shirt dat gedragen wordt door de regerend wereldkampioen in verschillende wielerdisciplines
regenboogpakje	=	regenboogpak
regenboogpakjes	=	regenboogpak
regenboogpakken	=	regenboogpak
regenboogparkiet	noun	Psephotellus varius een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
regenboogparkieten	=	regenboogparkiet
regenboogparkietje	=	regenboogparkiet
regenboogparkietjes	=	regenboogparkiet
regenboogpitta	noun	Pitta iris een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
regenboogpitta's	=	regenboogpitta
regenboogpittaatje	=	regenboogpitta
regenboogpittaatjes	=	regenboogpitta
regenboogrussula	noun	Russula cyanoxantha een paddenstoel uit de familie Russulaceae.
regenboogrussula's	=	regenboogrussula
regenboogrussulaatje	=	regenboogrussula
regenboogrussulaatjes	=	regenboogrussula
regenboogslang	noun	Xenopeltis unicolor een niet-giftige, terrestrische slang uit de familie aardslangen (Xenopeltidae).
regenboogslangen	=	regenboogslang
regenboogslangetje	=	regenboogslang
regenboogslangetjes	=	regenboogslang
regenboogsprinkhaan	noun	Romalea guttata een sprinkhaan die voorkomt in de Verenigde Staten, voornamelijk in de staten Florida, Tennessee, Georgia, Alabama, Mississippi, Louisiana, Arkansas en Texas.
regenboogsprinkhaantje	=	regenboogsprinkhaan
regenboogsprinkhaantjes	=	regenboogsprinkhaan
regenboogsprinkhanen	=	regenboogsprinkhaan
regenboogstekelmakreel	noun	Elagatis bipinnulata een straalvinnige vis uit de familie van horsmakrelen (Carangidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
regenboogstekelmakreeltje	=	regenboogstekelmakreel
regenboogstekelmakreeltjes	=	regenboogstekelmakreel
regenboogstekelmakrelen	=	regenboogstekelmakreel
regenboogtaal	noun	het genderneutraal aanspreken van personen
regenboogtaalkunde	noun	beschrijving van de taal de gebruikt wordt in de LHBTI+-gemeenschap
regenboogtrui	noun	een trui voor de wereldkampioen wielrennen
regenboogtruien	=	regenboogtrui
regenboogtruitje	=	regenboogtrui
regenboogtruitjes	=	regenboogtrui
regenboogvissen	noun	een familie Melanotaeniidae uit de orde van de koornaarvisachtigen (Atheriniformes) van kleine, kleurrijke, zoetwatervissen die aangetroffen worden in noordelijk en oostelijk Australië en Nieuw-Guinea en in de Zuidoost-Aziatische Eilanden
regenboogvlag	noun	doek met banen in de kleuren zoals die soms in een halve cirkel zichtbaar worden als het zonlicht wordt gebroken door druppels in de lucht, gebruikt als verbindend symbool
regenboogvlaggen	=	regenboogvlag
regenboogvlaggetje	=	regenboogvlag
regenboogvlaggetjes	=	regenboogvlag
regenboogvlagje	=	regenboogvlag
regenboogvlagjes	=	regenboogvlag
regenboogvlies	noun	het gekleurde vlies in het oog waarin de pupil zich bevindt
regenboogvliesje	=	regenboogvlies
regenboogvliesjes	=	regenboogvlies
regenboogvliezen	=	regenboogvlies
regenboogzebra	noun	voetgangersoversteekplaats met de 6 kleuren van de regenboog als teken van homotolerantie
regenboogzebra's	=	regenboogzebra
regenboogzebrapad	noun	oversteekplaats voor voetgangers die wordt uitgevoerd in de kleuren van de regenboog als teken van steun voor de gelijke behandeling van mensen, ongeacht hun voorkeur voor het geslacht van hun seksuele partners
regenboogzebrapaden	=	regenboogzebrapad
regenbroek	noun	broek die tegen de regen beschermt
regenbroeken	=	regenbroek
regenbui	noun	een tijdelijke periode van regen ten gevolge van het overtrekken van een wolkenveld
regenbuien	=	regenbui
regenbuitje	=	regenbui
regenbuitjes	=	regenbui
regencape	noun	schoudermantel waarmee men de benen en het bovenlijf droog kan houden
regencapeje	=	regencape
regencapejes	=	regencape
regencapes	=	regencape
regendag	noun	een dag waarop het veel regent
regendagen	=	regendag
regende	=	regenen
regenden	=	regenen
regendicht	adj	geen regen doorlatend
regendichte	=	regendicht
regendichter	=	regendicht
regendichtere	=	regendicht
regendichters	=	regendicht
regendichts	=	regendicht
regendichtst	=	regendicht
regendichtste	=	regendicht
regendroppel	noun	regendruppel
regendroppels	=	regendroppel
regendroppeltje	=	regendroppel
regendroppeltjes	=	regendroppel
regendruppel	noun	een druppel die als regen uit de lucht naar beneden valt
regendruppels	=	regendruppel
regendruppeltje	=	regendruppel
regendruppeltjes	=	regendruppel
regene	=	regenen
regenen	verb	het vallen van neerslag in de vorm van waterdruppels
regenend	=	regenen
regenende	=	regenen
regeneraat	noun	wat door regeneratie ontstaat of gevormd is (uit afval herwonnen grondstof)
regeneraatje	=	regeneraat
regeneraatjes	=	regeneraat
regeneraten	=	regeneraat
regeneratie	noun	herstel, (ook: vernieuwing van (geestelijke) waarden)
regeneratief	adj	terugwinnend, herwinnend
regeneratiefs	=	regeneratief
regeneratiefst	=	regeneratief
regeneratiefste	=	regeneratief
regeneraties	=	regeneratie
regeneratietje	=	regeneratie
regeneratietjes	=	regeneratie
regeneratieve	=	regeneratief
regeneratiever	=	regeneratief
regeneratievere	=	regeneratief
regeneratievers	=	regeneratief
regenerator	noun	inrichting om afgewerkte producten te regenereren (weer bruikbaar te maken)
regeneratoren	=	regenerator
regenerators	=	regenerator
regeneratortje	=	regenerator
regeneratortjes	=	regenerator
regenereer	=	regenereren
regenereerde	=	regenereren
regenereerden	=	regenereren
regenereert	=	regenereren
regenerere	=	regenereren
regenereren	verb	weer aangroeien of ontstaan
regenererend	=	regenereren
regenererende	=	regenereren
regenfront	noun	een scheidingsvlak tussen koude en warme luchtsoorten waar veel regen valt
regenfronten	=	regenfront
regenfrontje	=	regenfront
regenfrontjes	=	regenfront
regengod	noun	een god die verantwoordelijk is voor de neerslag
regengoden	=	regengod
regengordijn	noun	heftige regen waar je nauwelijks doorheen kunt kijken
regengordijnen	=	regengordijn
regenhoed	noun	hoed die beschermt tegen de regen
regenhoeden	=	regenhoed
regenhoedje	=	regenhoed
regenhoedjes	=	regenhoed
regenjack	noun	een korte, sportieve en waterdichte overjas
regenjackje	=	regenjack
regenjackjes	=	regenjack
regenjacks	=	regenjack
regenjas	noun	een waterdichte overjas die geschikt is voor regenachtig weer
regenjasje	=	regenjas
regenjasjes	=	regenjas
regenjassen	=	regenjas
regenkans	noun	waarschijnlijkheid dat er in een bepaald gebied en een bepaalde periode een bui zal vallen
regenkansen	=	regenkans
regenkap	noun	kap die tegen regen beschermt
regenkapje	=	regenkap
regenkapjes	=	regenkap
regenkappen	=	regenkap
regenkleding	noun	waterdichte kleding die je beschermt tegen de regen
regenkoekoek	noun	Coccyzus pluvialis een vogel uit de familie van de koekoeken.
regenkoekoeken	=	regenkoekoek
regenkoekoekje	=	regenkoekoek
regenkoekoekjes	=	regenkoekoek
regenkwartel	noun	Coturnix coromandelica een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
regenkwartels	=	regenkwartel
regenkwarteltje	=	regenkwartel
regenkwarteltjes	=	regenkwartel
regenlaars	noun	waterdichte rubber- of gummilaars
regenlaarsje	=	regenlaars
regenlaarsjes	=	regenlaars
regenlaarzen	=	regenlaars
regenlucht	noun	lucht waar uit regen valt of dreigt te vallen
regenluchten	=	regenlucht
regenluchtje	=	regenlucht
regenluchtjes	=	regenlucht
regenmaker	noun	persoon die op kunstmatige wijze regen kan maken
regenmakers	=	regenmaker
regenmantel	noun	jas die bescherming biedt tegen regen
regenmantels	=	regenmantel
regenmanteltje	=	regenmantel
regenmanteltjes	=	regenmantel
regenmeter	noun	toestel dat de hoeveelheid gevallen neerslag in een bepaalde periode op een bepaalde plaats meet
regenmeters	=	regenmeter
regenmetertje	=	regenmeter
regenmetertjes	=	regenmeter
regenpak	noun	een pak bestaande uit waterdichte jas met capuchon en broek dat beschermt tegen de regen
regenpakken	=	regenpak
regenpauze	noun	tijdelijk oponthoud in een wedstrijd in verband met regen
regenpauzen	=	regenpauze
regenpauzes	=	regenpauze
regenperiode	noun	tijdspanne waarin er veelvuldig of aanhoudend neerslag valt
regenperioden	=	regenperiode
regenperiodes	=	regenperiode
regenperiodetje	=	regenperiode
regenperiodetjes	=	regenperiode
regenpijp	noun	een verticale buis die aan een dakgoot is bevestigd en dient om het hemelwater dat op het dak valt, af te voeren
regenpijpen	=	regenpijp
regenpijpje	=	regenpijp
regenplas	noun	door regen ontstane ondiepe plas, met name op wegen en paden
regenplasje	=	regenplas
regenplasjes	=	regenplas
regenplassen	=	regenplas
regenpluim	noun	slierten regen
regenpluimen	=	regenpluim
regenponcho	noun	een cape zonder mouwen die de drager beschermt tegen de regen
regenponcho's	=	regenponcho
regenponchootje	=	regenponcho
regenponchootjes	=	regenponcho
regenput	noun	ondergronds afgesloten reservoir waarin met regenwater kan verzamelen en bewaren
regenputje	=	regenput
regenputjes	=	regenput
regenputten	=	regenput
regenrijk	adj	met heel veel regen
regenrijke	=	regenrijk
regenrijker	=	regenrijk
regenrijkere	=	regenrijk
regenrijkers	=	regenrijk
regenrijks	=	regenrijk
regenrijkst	=	regenrijk
regenrijkste	=	regenrijk
regenrivier	noun	is een rivier die volledig wordt gevoed door regen- en/of grondwater
regenrivieren	=	regenrivier
regenriviertje	=	regenrivier
regenriviertjes	=	regenrivier
regens	=	regen
regenscherm	noun	een paraplu
regenschermen	=	regenscherm
regenschermpje	=	regenscherm
regenschermpjes	=	regenscherm
regenschurft	noun	een huidontsteking bij paarden veroorzaakt door de bacterie Dermatophilus congolensis
regenseizoen	noun	de tijd van het jaar dat het regent
regenseizoenen	=	regenseizoen
regensensor	noun	detector die meet of het regent
regensensoren	=	regensensor
regensensors	=	regensensor
regenstormvogel	noun	Pterodroma inexpectata een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
regenstormvogels	=	regenstormvogel
regenstormvogeltje	=	regenstormvogel
regenstormvogeltjes	=	regenstormvogel
regent	noun	iemand die voor de eigenlijke vorst het koningschap waarneemt
regentaat	noun|obsolete	Vlaamse titel: tweedegraads onderwijsbevoegdheid; onderwijsbevoegdheid voor de eerste drie jaar van de middelbare school de nieuwe term is "professionele bachelor (baccalaureus) in onderwijs"
regentaatsopleiding	noun|obsolete	opleiding tot leraar in de onderbouw van de middelbare school (tweedegraads onderwijsbevoegdheid; onderwijsbevoegdheid voor de eerste drie jaar van de middelbare school de nieuwe term is "professionele bachelor (baccalaureus) in onderwijs")
regentaatsopleidingen	=	regentaatsopleiding
regentaatsopleidinkje	=	regentaatsopleiding
regentaatsopleidinkjes	=	regentaatsopleiding
regentaten	=	regentaat
regenten	=	regent
regentendom	noun	het regent zijn
regentengeslacht	noun	geslacht van regenten
regentengeslachten	=	regentengeslacht
regentes	noun	vrouwelijke regent
regentesje	=	regentes
regentesk	adj	autoritair en arrogant waardoor minder democratisch, al is het aanvankelijk vaak met de beste bedoelingen
regenteske	=	regentesk
regentesker	=	regentesk
regenteskere	=	regentesk
regenteskers	=	regentesk
regentesks	=	regentesk
regenteskst	=	regentesk
regenteskste	=	regentesk
regentesse	=	regentes
regentessen	=	regentes
regentijd	noun	tijd van het jaar dat het veel regent in de tropen (april tot september in het noorden, van oktober tot maart in het zuiden)
regentijden	=	regentijd
regentje	=	regen
regentjes	=	regent
regenton	noun	Een vat dat dient om regenwater op te vangen en te bewaren
regentonnen	=	regenton
regentonnetje	=	regenton
regentonnetjes	=	regenton
regentparkiet	noun	Polytelis anthopeplus een vogel uit de familie van de Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
regentparkieten	=	regentparkiet
regentparkietje	=	regentparkiet
regentparkietjes	=	regentparkiet
regentschap	noun	het regent zijn
regentschappen	=	regentschap
regenval	noun	een vorm van neerslag waarbij water in vloeibare vorm uit de lucht komt vallen
regenvallen	=	regenval
regenvalletje	=	regenval
regenvlaag	noun	windstoot met veel regen
regenvlaagje	=	regenvlaag
regenvlaagjes	=	regenvlaag
regenvlagen	=	regenvlaag
regenwater	noun	water dat in de vorm van regen uit de hemel komt.
regenwateren	=	regenwater
regenwaterput	noun	ondergronds reservoir of tank waarin men regenwater kan verzamelen, bewaren en laten oppompen voor bijvoorbeeld spoelen van het toilet, regenput
regenwaterputje	=	regenwaterput
regenwaterputjes	=	regenwaterput
regenwaterputten	=	regenwaterput
regenwaters	=	regenwater
regenwatertje	=	regenwater
regenwatertjes	=	regenwater
regenweer	noun	weer dat gekenmerkt wordt door regenval
regenweertje	=	regenweer
regenweertjes	=	regenweer
regenwolk	noun	een meestal grijze wolk waaruit regen kan vallen
regenwolken	=	regenwolk
regenwolkje	=	regenwolk
regenwolkjes	=	regenwolk
regenworm	noun	benaming voor dieren uit de familie Lumbricidae, gelede borstelwormen
regenwormen	noun	een familie Lumbricidae van ongewervelde dieren die behoren tot de ringwormen (Annelida).
regenwormpje	=	regenworm
regenwormpjes	=	regenworm
regenwoud	noun	een bos in een klimaat met het hele jaar door neerslag
regenwouden	=	regenwoud
regenwoudje	=	regenwoud
regenwoudjes	=	regenwoud
regenwulp	noun	Numenius phaeopus waadvogel met lange snavel en opvallende roep die in Nederland op de trek voorkomt
regenwulpen	=	regenwulp
regenwulpje	=	regenwulp
regenwulpjes	=	regenwulp
regenwurm	noun	benaming voor dieren uit de familie Lumbricidae, gelede borstelwormen
regenwurmen	=	regenwurm
regenwurmpje	=	regenwurm
regenwurmpjes	=	regenwurm
regenzeil	noun	lap waterdichte stof die beschermt tegen water en neerslag
regenzeilen	=	regenzeil
regenzeiltje	=	regenzeil
regenzeiltjes	=	regenzeil
regenzone	noun	een gebied waar het (gewoonlijk) veel regent
regenzones	=	regenzone
regere	=	regeren
regeren	verb	het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde opdracht
regerend	adj	van een sporter dat hij of zij de meest recente winnaar is van een titel
regerende	=	regeren
regerends	=	regerend
regering	noun	een groep van personen die een land bestuurt, specifiek het staatshoofd en alle ministers
regeringen	=	regering
regeringloos	adj	zonder regering
regeringloost	=	regeringloos
regeringlooste	=	regeringloos
regeringloze	=	regeringloos
regeringlozer	=	regeringloos
regeringlozere	=	regeringloos
regeringlozers	=	regeringloos
regeringsadviseur	noun	adviseur van de regering, bv. in grote ondernemingen die aanspraak maken op overheidssubsidie
regeringsadviseurs	=	regeringsadviseur
regeringsadviseurtje	=	regeringsadviseur
regeringsadviseurtjes	=	regeringsadviseur
regeringsambtenaar	noun	persoon die in dienst is van de rijksoverheid en de regering bijstaat
regeringsambtenaars	=	regeringsambtenaar
regeringsambtenaren	=	regeringsambtenaar
regeringsauto	noun	auto waarin regeringsfunctionarissen vervoerd worden
regeringsauto's	=	regeringsauto
regeringsbeleid	noun	plan van aanpak van de regering
regeringsbijdrage	noun	de financiële bijdrage die een regering of overheid inbrengt naast de bijdragen van andere partijen
regeringsbijdragen	=	regeringsbijdrage
regeringsbijdrages	=	regeringsbijdrage
regeringsbroden	=	regeringsbrood
regeringsbrood	noun	brood dat Nederlandse bakkers verplicht waren te bakken in tijden van schaarste met meel van vooral inlandse tarwesoorten en toevoegingen zoals aardappelmeel, roggemeel of peulvruchtenmeel
regeringsbroodje	=	regeringsbrood
regeringsbroodjes	=	regeringsbrood
regeringsbureau	noun	een organisatie van de rijksoverheid met een welomschreven werkterrein
regeringsbureaus	=	regeringsbureau
regeringscentra	=	regeringscentrum
regeringscentrum	noun	de fysieke locatie waar een regering gehuisvest is
regeringscentrums	=	regeringscentrum
regeringscoalitie	noun	groep fracties in een parlement die samen een regering aan de macht willen houden, meestal omdat er geestverwanten in zitten die zo een deel van de politieke doelstellingen van de fractie werkelijkheid kunnen maken
regeringscoalities	=	regeringscoalitie
regeringscomiteetje	=	regeringscomité
regeringscomiteetjes	=	regeringscomité
regeringscomité	noun	groep mensen die door de regering van een land is aangesteld voor een bepaalde taak
regeringscomités	=	regeringscomité
regeringscommissaris	noun	iemand die door de regering met een bijzondere taak van bestuur belast is
regeringscommissarissen	=	regeringscommissaris
regeringscommissie	noun	groep personen die door het landsbestuur is gevormd om advies uit te brengen of een bepaalde taak uit te voeren
regeringscommissies	=	regeringscommissie
regeringscrises	=	regeringscrisis
regeringscrisis	noun	een politieke situatie met grotere problemen van de regering uit verschillende redenen
regeringscrisissen	=	regeringscrisis
regeringsdeelname	noun	het deelnemen van een politieke partij aan een regeringscoalitie
regeringsdeelnamen	=	regeringsdeelname
regeringsdeelnames	=	regeringsdeelname
regeringsdelegatie	noun	een afvaardiging van de overheid
regeringsdelegaties	=	regeringsdelegatie
regeringsfractie	noun	gezamenlijk optredende groep parlementariërs die de regering aan de macht wil houden
regeringsfracties	=	regeringsfractie
regeringsfunctie	noun	een aanstelling of betrekking binnen het regeringsapparaat van een land; ambtelijke aanstelling
regeringsfuncties	=	regeringsfunctie
regeringsfunctionaris	noun	iemand die namens de regering een bepaalde werkzaamheden verricht
regeringsfunctionarissen	=	regeringsfunctionaris
regeringsgebouw	noun	gebouw waarin een regeringsfunctie van de landelijke overheid is gevestigd
regeringsgebouwen	=	regeringsgebouw
regeringsgebouwtje	=	regeringsgebouw
regeringsgebouwtjes	=	regeringsgebouw
regeringsjaar	noun	periode van een jaar dat iemand aan de macht is
regeringsjaartje	=	regeringsjaar
regeringsjaartjes	=	regeringsjaar
regeringsjaren	=	regeringsjaar
regeringsjubilea	=	regeringsjubileum
regeringsjubileum	noun	feest ter gelegenheid van het feit dat een regeringsleider een 'rond' (bijv. 5,10,25,40,50 of 60) aantal jaren aan de macht is
regeringsjubileums	=	regeringsjubileum
regeringsleden	=	regeringslid
regeringsleger	noun	leger van een land dat aangestuurd wordt door de regering van dat land
regeringslegers	=	regeringsleger
regeringslegertje	=	regeringsleger
regeringslegertjes	=	regeringsleger
regeringsleider	noun	de belangrijkste persoon van een regering
regeringsleiders	=	regeringsleider
regeringsleidertje	=	regeringsleider
regeringsleidster	noun	vrouwelijke vorm van regeringsleider
regeringsleidsters	=	regeringsleidster
regeringsleidstertje	=	regeringsleidster
regeringsleidstertjes	=	regeringsleidster
regeringslid	noun	iemand die deel uitmaakt van het landsbestuur
regeringsmacht	noun	voldoende bevoegdheid hebben om te kunnen en mogen regeren
regeringsmachten	=	regeringsmacht
regeringsmeerderheden	=	regeringsmeerderheid
regeringsmeerderheid	noun	de regering steunende meerderheid in het parlement
regeringsontwerp	noun	wetsontwerp door de regering ingediend
regeringsontwerpen	=	regeringsontwerp
regeringsorgaan	noun	organisatie die deel uitmaakt van de landelijke overheid; dienst die onderdeel is van het landsbestuur
regeringsorganen	=	regeringsorgaan
regeringspartij	noun	een politieke partij waarvan een of meer ministers lid van de ministerraad zijn
regeringspartijen	=	regeringspartij
regeringspartijtje	=	regeringspartij
regeringspartijtjes	=	regeringspartij
regeringsperiode	noun	de tijdspanne dat iets of iemand aan de macht is
regeringsperioden	=	regeringsperiode
regeringsperiodes	=	regeringsperiode
regeringsploeg	noun	verzameling van bewindspersonen (ministers en staatssecretarissen) die samen de regering vormen
regeringsploegen	=	regeringsploeg
regeringsploegje	=	regeringsploeg
regeringsploegjes	=	regeringsploeg
regeringspoging	noun	de fase in een kabinetsformatie waarin één specifiek persoon (de formateur) de opdracht krijgt om een werkbare coalitie en een regeerakkoord te smeden.
regeringspogingen	=	regeringspoging
regeringspoginkje	=	regeringspoging
regeringspoginkjes	=	regeringspoging
regeringspolitiek	noun	de beginselen volgens welke een regering handelt en de manier van uitvoeren daarvan
regeringsprogramma	noun	document met alle voorgenomen acties en handelingen die een regering wil doorvoeren
regeringsprogramma's	=	regeringsprogramma
regeringstijd	noun	de periode dat een vorst of regering aan de macht is
regeringstijden	=	regeringstijd
regeringstroepen	noun	leger van de centrale overheid
regeringsuitgave	noun	geld dat door het bestuur van land aan iets wordt besteed
regeringsuitgaven	=	regeringsuitgave
regeringsverklaring	noun	een rede van een regeringsleider waarin hij/zij het beleid van de nieuw aangetreden regering mededeelt aan het parlement
regeringsverklaringen	=	regeringsverklaring
regeringsverklarinkje	=	regeringsverklaring
regeringsverklarinkjes	=	regeringsverklaring
regeringsvliegtuig	noun	vliegtuig dat gebruikt wordt voor reizen van regeringsfunctionarissen
regeringsvliegtuigen	=	regeringsvliegtuig
regeringsvliegtuigje	=	regeringsvliegtuig
regeringsvliegtuigjes	=	regeringsvliegtuig
regeringsvorm	noun	de manier waarop het staatsgezag formeel is georganiseerd
regeringsvormen	=	regeringsvorm
regeringsvormpje	=	regeringsvorm
regeringsvormpjes	=	regeringsvorm
regeringswisseling	noun	het proces waarbij de samenstelling van de regering (het kabinet) verandert.
regeringswisselingen	=	regeringswisseling
regeringswisselingetje	=	regeringswisseling
regeringswisselingetjes	=	regeringswisseling
regeringszetel	noun	plaats waar de regering en het parlement gehuisvest zijn
regeringszetels	=	regeringszetel
regeringtroepen	noun	leger van de centrale overheid
regerinkje	=	regering
regerinkjes	=	regering
regest	noun	een eenregelige samenvatting van de inhoud van een oorkonde
regesten	=	regest
reggae	noun	muzieksoort uit Jamaica
reggaeartiest	noun	iemand die optreedt met reggaemuziek
reggaeartiesten	=	reggaeartiest
reggaeton	noun	Caraïbische dansmuziek met invloeden van reggae, dance en hiphop, gekenmerkt door een strak ritme uit een drummachine, en pittige, van oorsprong Spaanstalige teksten
reggaezanger	noun	vertolker van van reggaemuziek
reggaezangers	=	reggaezanger
reggiano	noun	een dialect van het Italiaans, gesproken in Reggio-Emilia
regicide	noun	een bewuste moord op een koning
regiciden	=	regicide
regicides	=	regicide
regie	noun	de inhoudelijke en artistieke leiding
regieaanwijzing	noun	tekst in een toneelstuk of filmscenario die niet wordt uitgesproken door de spelers, maar beschrijft wat het publiek te zien krijgt
regieaanwijzingen	=	regieaanwijzing
regiearts	noun	arts die op een huisartsenpost met de triagisten of mensen aan de balie overlegt welke zorg passend is en op welke termijn
regieartsen	=	regiearts
regieassistent	noun	iemand die een regisseur helpt bij zijn werk
regieassistente	noun	vrouw die een regisseur helpt bij zijn werk
regieassistenten	=	regieassistent
regieassistentes	=	regieassistente
regieboek	noun	een draaiboek voor een toneelstuk of film, waarin de regisseur alle instructies voor de acteurs, technische aanwijzingen en eventuele tekstwijzigingen verzamelt
regieboeken	=	regieboek
regieboekje	=	regieboek
regieboekjes	=	regieboek
regiedokter	noun	arts die op een huisartsenpost met de triagisten of mensen aan de balie overlegt welke zorg passend is en op welke termijn
regiedokters	=	regiedokter
regiegroep	noun	groep functionarissen die proberen de regie te voeren over een bepaalde zaak
regiegroepen	=	regiegroep
regiegroepje	=	regiegroep
regiegroepjes	=	regiegroep
regiem	noun	veranderingen in de hoeveelheid water die door een rivier stroomt
regiemen	=	regiem
regiempje	=	regiem
regiempjes	=	regiem
regiems	=	regiem
regieopleiding	noun	een gespecialiseerde kunstvakopleiding (hbo) die studenten opleidt tot regisseur voor theater, film of televisie.
regieopleidingen	=	regieopleiding
regieopleidinkje	=	regieopleiding
regieopleidinkjes	=	regieopleiding
regierol	noun	functioneren als regisseur in een niet artistieke productie
regierollen	=	regierol
regies	=	regie
regietje	=	regie
regietjes	=	regie
regieverpleegkundige	noun	verpleegkundige die een coördinerende taak heeft
regieverpleegkundigen	=	regieverpleegkundige
regiezitting	noun	eerste terechtzitting waarin een zaak nog niet inhoudelijk wordt behandeld
regiezittingen	=	regiezitting
regieën	=	regie
regime	noun	bestuur van een land, vaak onderdrukkend, dwingend, alles omvattend
regiment	noun	een legereenheid, afdeling van de strijdkrachten
regimenten	=	regiment
regimentje	=	regiment
regimentjes	=	regiment
regimentscommandant	noun	bevelvoerder over een regiment
regimentscommandanten	=	regimentscommandant
regimentsfeest	noun	feest voor de manschappen van een regiment
regimentsfeesten	=	regimentsfeest
regimentsfeestje	=	regimentsfeest
regimentsfeestjes	=	regimentsfeest
regimepje	=	regime
regimepjes	=	regime
regimes	=	regime
regimetje	=	regime
regimetjes	=	regime
regimeverandering	noun	het (deels) onder dwang vervangen van een regeringsstelsel, politiek systeem of de zittende machthebbers in een land door een ander.
regimeveranderingen	=	regimeverandering
regimeveranderingetje	=	regimeverandering
regimeveranderingetjes	=	regimeverandering
regimewisseling	noun	het vervangen van een zittende regering of regeringsstelsel door een ander, vaak door dwang of buitenlandse interventie.
regimewisselingen	=	regimewisseling
regimewisselingetje	=	regimewisseling
regimewisselingetjes	=	regimewisseling
regio	noun	een geografisch, taalkundig, cultureel, demografisch en/of institutioneel gebied met een bepaald karakter, al dan niet erkend door de officiële instanties
regio's	=	regio
regiofonds	noun	fonds waaruit regionale projecten worden gefinancierd
regiofondsen	=	regiofonds
regiofondsje	=	regiofonds
regiofondsjes	=	regiofonds
regiogemeente	noun	gemeente waarin een aantal dorpen en woonkernen zijn samengevoegd
regiogemeenten	=	regiogemeente
regiogemeentes	=	regiogemeente
regiolect	noun	regionaal taalgebruik binnen de landstaal
regiolecten	=	regiolect
regiolectje	=	regiolect
regiomanager	noun	iemand die namens een organisatie verantwoordelijk is voor de werkzaamheden en resultaten in een bepaalde regio
regiomanagers	=	regiomanager
regiomanagertje	=	regiomanager
regiomanagertjes	=	regiomanager
regionaal	adj	op de streek betrekking hebbend
regionaals	=	regionaal
regionaalst	=	regionaal
regionaalste	=	regionaal
regionale	=	regionaal
regionaler	=	regionaal
regionalere	=	regionaal
regionalers	=	regionaal
regionalisatie	noun	het regionaliseren (indeling in regio's (met politieke en culturele autonomie))
regionalisaties	=	regionalisatie
regionalisering	noun	spreiding van een activiteit of verantwoordelijkheid door die per streek te organiseren
regionaliseringen	=	regionalisering
regionalisme	noun	het cultiveren van streektradities
regionalist	noun	aanhanger van het cultiveren van streektradities
regionalisten	=	regionalist
regionalistisch	adj	betrekking hebbend op het regionalisme
regionalistische	=	regionalistisch
regionalistischer	=	regionalistisch
regionalistischere	=	regionalistisch
regionalistischers	=	regionalistisch
regionalistje	=	regionalist
regionalistjes	=	regionalist
regionen	=	regio
regiootje	=	regio
regiopolitie	noun	regionaal opererende politie
regiotaxi	noun	taxi op het platteland die men telefonisch kan bestellen als vervanger van een busverbinding; Collectief Vraagafhankelijk Vervoer
regiotaxi's	=	regiotaxi
regisseer	=	regisseren
regisseerde	=	regisseren
regisseerden	=	regisseren
regisseert	=	regisseren
regissere	=	regisseren
regisseren	verb	het begeleiden van en het artistiek leiding geven bij het maken van een toneelstuk, opera, film, videoclip, televisieprogramma, radioprogramma, hoorspel, nasynchronisatie
regisserend	=	regisseren
regisserende	=	regisseren
regisseur	noun	artistiek leider van toneel-, radio- of tv-opvoeringen en filmopnamen
regisseurs	=	regisseur
regisseursduo	noun	twee personen die samen de creatieve supervisie voeren over uitvoerende kunst
regisseursduo's	=	regisseursduo
regisseursstoel	noun	een opklapbare stoel met rugleuning en armleggers
regisseursstoelen	=	regisseursstoel
regisseursstoeltje	=	regisseursstoel
regisseursstoeltjes	=	regisseursstoel
regisseurstoneel	noun	toneel, opvoering met overwegende invloed van de regisseur
regisseurstonelen	=	regisseurstoneel
regisseurtje	=	regisseur
regisseurtjes	=	regisseur
regisseuse	noun	vrouwelijke vorm van regisseur
regisseuses	=	regisseuse
regisseusetje	=	regisseuse
regisseusetjes	=	regisseuse
register	noun	voortdurend bijgehouden lijst met gegevens over personen of zaken (b.v. bij een kadaster), bestand
registeraccountant	noun	accountant die is ingeschreven bij het Nederlandse Instituut van Registeraccountants (NIVRA)
registeraccountants	=	registeraccountant
registerallocatie	noun	toewijzing van een computerregister aan een operatie
registerallocaties	=	registerallocatie
registerde	=	registeren
registerden	=	registeren
registere	=	registeren
registeren	verb	opzoeken en op fiches brengen
registerend	=	registeren
registerende	=	registeren
registergoed	noun	goederen voor welker overdracht of vestiging inschrijving in de openbare registers nodig is
registergoederen	=	registergoed
registergoedje	=	registergoed
registergoedjes	=	registergoed
registeringenieur	noun	ingenieur die is ingeschreven in het ingenieursregister
registeringenieurs	=	registeringenieur
registerinhoud	noun	inhoud in registertonnen
registerinhouden	=	registerinhoud
registerknop	noun	knop van een orgel waarmee men een register uittrekt
registerknopje	=	registerknop
registerknopjes	=	registerknop
registerknoppen	=	registerknop
registermakelaar	noun	makelaar in verzekeringen op de assurantiebeurs
registermakelaars	=	registermakelaar
registermakelaren	=	registermakelaar
registermeester	noun|historical	stedelijke ambtenaar die belast was met het registreren
registermeesters	=	registermeester
registermeestertje	=	registermeester
registermeestertjes	=	registermeester
registerpapier	noun	duurzaam papier waarvan registers enz. vervaardigd werden
registerpapieren	=	registerpapier
registerpapiertje	=	registerpapier
registerpapiertjes	=	registerpapier
registers	=	register
registert	=	registeren
registertje	=	register
registertjes	=	register
registerton	noun	maat waarin de grootte van schepen wordt uitgedrukt (1 Moorsomton = 100 ft³ = 2,83 m³)
registertonnen	=	registerton
registertonnetje	=	registerton
registertonnetjes	=	registerton
registerwisseling	noun	het stijlmiddel waarbij een spreker of schrijver abrupt verandert van taalstijl, meestal van formeel naar informeel taalgebruik (of omgekeerd).
registerwisselingen	=	registerwisseling
registerwisselingetje	=	registerwisseling
registerwisselingetjes	=	registerwisseling
registrant	noun	een assistent van een organist die de registers van een pijporgel bedient
registranten	=	registrant
registratie	noun	het registreren
registratieformulier	noun	formulier dat dient om zich te laten opnemen in een register
registratieformulieren	=	registratieformulier
registratiekamer	noun	organisatie die de privacywetgeving bewaakt
registratiekamers	=	registratiekamer
registratiekantoor	noun	gebouw waar bureaucraten zaken registreren
registratiekantoren	=	registratiekantoor
registratiekost	noun|obsolete	uitgaven die nodig zijn om iets of iemand in een register op te nemen
registratiekosten	noun	uitgaven die nodig zijn om iets of iemand in een register op te nemen
registratieletter	noun	elk van de letters van de combinatie waaronder bv. een vliegtuig geregistreerd staat
registratieletters	=	registratieletter
registratielettertje	=	registratieletter
registratielettertjes	=	registratieletter
registratienummer	noun	nummer waaronder iets of iemand geregistreerd staat
registratienummers	=	registratienummer
registratienummertje	=	registratienummer
registratienummertjes	=	registratienummer
registratiepagina	noun	webpagina waar bezoekers hun gegevens kunnen invullen en zichzelf kunnen aanmelden voor een dienst, een activiteit of om toegang te krijgen tot beschermde delen van een website
registratiepagina's	=	registratiepagina
registratiepaginaatje	=	registratiepagina
registratiepaginaatjes	=	registratiepagina
registratieplicht	noun	verplichting om zich in een register op te laten nemen
registratieplichten	=	registratieplicht
registratierecht	noun	recht (= bedrag) dat geheven wordt voor ambtelijke registratie
registratierechten	=	registratierecht
registratieregeling	noun	een verzameling afspraken, regels en procedures die beschrijft hoe, wanneer en door wie gegevens of personen ergens moeten worden ingeschreven.
registratieregelingen	=	registratieregeling
registratieregelingetje	=	registratieregeling
registratieregelingetjes	=	registratieregeling
registraties	=	registratie
registratiesysteem	noun	manier om bepaalde zaken te noteren en op te nemen in een register
registratiesysteempje	=	registratiesysteem
registratiesysteempjes	=	registratiesysteem
registratiesystemen	=	registratiesysteem
registratietje	=	registratie
registratietjes	=	registratie
registratiewet	noun	wet die een verplichte opname in een register regelt
registratiewetje	=	registratiewet
registratiewetjes	=	registratiewet
registratiewetten	=	registratiewet
registrator	noun	apparaat dat registreert
registratoren	=	registrator
registrators	=	registrator
registratortje	=	registrator
registratortjes	=	registrator
registraturen	=	registratuur
registratuur	noun	officiële inschrijving in een register
registreer	=	registreren
registreerbaar	adj	van iets dat het kan worden vastgelegd, opgeslagen of ingeschreven in een officieel register, database of document
registreerbaarder	=	registreerbaar
registreerbaardere	=	registreerbaar
registreerbaarders	=	registreerbaar
registreerbaars	=	registreerbaar
registreerbaarst	=	registreerbaar
registreerbaarste	=	registreerbaar
registreerbare	=	registreerbaar
registreerde	=	registreren
registreerden	=	registreren
registreeren	=	registreren
registreert	=	registreren
registrere	=	registreren
registreren	verb	vastleggen in een register
registrerend	=	registreren
registrerende	=	registreren
reglement	noun	officieel vastgelegde regeling, lijst van procedures en voorschriften
reglementair	adj	het reglement betreffende, volgens het reglement
reglementairder	=	reglementair
reglementairdere	=	reglementair
reglementairders	=	reglementair
reglementaire	=	reglementair
reglementairs	=	reglementair
reglementairst	=	reglementair
reglementairste	=	reglementair
reglementatie	noun	het reglementeren
reglementaties	=	reglementatie
reglementeer	=	reglementeren
reglementeerde	=	reglementeren
reglementeerden	=	reglementeren
reglementeert	=	reglementeren
reglementen	=	reglement
reglementere	=	reglementeren
reglementeren	verb	iets in geschreven regels vastleggen
reglementerend	=	reglementeren
reglementerende	=	reglementeren
reglementering	noun	het invoeren van regels betreffende een bepaalde kwestie
reglementeringen	=	reglementering
reglementje	=	reglement
reglementjes	=	reglement
reglementswijziging	noun	het officieel aanpassen, herzien of vernieuwen van vastgestelde regels, bepalingen of voorschriften binnen een organisatie, vereniging of regeling.
reglementswijzigingen	=	reglementswijziging
reglementswijzigingetje	=	reglementswijziging
reglementswijzigingetjes	=	reglementswijziging
regolem	noun	pelgrimages te voet
regoliet	noun	los, verweerd materiaal aan het oppervlak van een maan, asteroïde of planeet
regres	noun	recht op terugbetaling of schadeloosstelling
regressie	noun	achteruitgang.
regressieanalyse	noun	onderzoek van de mate van regressie (achteruitgang) (of richting waarin zich iets ontwikkelt)
regressieanalysen	=	regressieanalyse
regressieanalyses	=	regressieanalyse
regressief	adj	teruggaand
regressiefs	=	regressief
regressiefst	=	regressief
regressiefste	=	regressief
regressies	=	regressie
regressietje	=	regressie
regressietjes	=	regressie
regressieve	=	regressief
regressiever	=	regressief
regressievere	=	regressief
regressievers	=	regressief
regulair	adj	regelmatig, geregeld, regulier
regulairder	=	regulair
regulairdere	=	regulair
regulairders	=	regulair
regulaire	=	regulair
regulairs	=	regulair
regulairst	=	regulair
regulairste	=	regulair
regularisatie	noun	het regulariseren
regularisatiecampagne	noun	een campagne ter bevordering van de integratie
regularisatiecampagnes	=	regularisatiecampagne
regularisaties	=	regularisatie
regularisatieslachtoffer	noun	gastarbeider die volgens een wettelijke normering geen recht heeft op een verblijfsvergunning en daardoor het land zou moeten verlaten
regularisatieslachtoffers	=	regularisatieslachtoffer
regularisatieslachtoffertje	=	regularisatieslachtoffer
regularisatieslachtoffertjes	=	regularisatieslachtoffer
regulariseer	=	regulariseren
regulariseerde	=	regulariseren
regulariseerden	=	regulariseren
regulariseert	=	regulariseren
regularisere	=	regulariseren
regulariseren	verb	dwingend voorschrijven hoe iets moet
regulariserend	=	regulariseren
regulariserende	=	regulariseren
regulateur	noun	werktuig om de gang van een machine te stabiliseren
regulateurs	=	regulateur
regulateurtje	=	regulateur
regulateurtjes	=	regulateur
regulatie	noun	aanpassing aan de normale toestand
regulatief	noun	voorschrift, richtsnoer	adj	regulerend
regulatiefje	=	regulatief
regulatiefjes	=	regulatief
regulatiefs	=	regulatief
regulatiefst	=	regulatief
regulatiefste	=	regulatief
regulaties	=	regulatie
regulatietje	=	regulatie
regulatietjes	=	regulatie
regulatieve	=	regulatief
regulatieven	=	regulatief
regulatiever	=	regulatief
regulatievere	=	regulatief
regulatievers	=	regulatief
regulator	noun	regulateur, regelaar
regulatoren	=	regulator
regulatorisch	adj	betrekking hebbend op
regulatorische	=	regulatorisch
regulatorischer	=	regulatorisch
regulatorischere	=	regulatorisch
regulatorischers	=	regulatorisch
regulators	=	regulator
reguleer	=	reguleren
reguleerde	=	reguleren
reguleerden	=	reguleren
reguleert	=	reguleren
regulere	=	reguleren
reguleren	verb	aan oplegging van regels of besturing onderwerpen en het uitoefenen van toezicht op het uitvoeren hiervan
regulerend	adj	regels en verordeningen makend
regulerende	=	reguleren
regulerender	=	regulerend
regulerendere	=	regulerend
regulerenders	=	regulerend
regulerends	=	regulerend
regulerendst	=	regulerend
regulerendste	=	regulerend
regulering	noun	het reguleren
reguleringen	=	regulering
regulier	adj	geregeld, regelmatig	noun	ordesgeestelijke, kloosterling
regulierder	=	regulier
regulierdere	=	regulier
regulierders	=	regulier
reguliere	=	regulier
regulieren	=	regulier
reguliers	=	regulier
regulierst	=	regulier
regulierste	=	regulier
regurgitatie	noun	terugstroming (meestal van voedsel uit maag naar mond)
regurgitaties	=	regurgitatie
regurgitatietje	=	regurgitatie
regurgitatietjes	=	regurgitatie
rehabilitatie	noun	herstel in vorige staat, eer of aanzien, eerherstel
rehabilitaties	=	rehabilitatie
rehabilitatietje	=	rehabilitatie
rehabilitatietjes	=	rehabilitatie
rehabiliteer	=	rehabiliteren
rehabiliteerde	=	rehabiliteren
rehabiliteerden	=	rehabiliteren
rehabiliteert	=	rehabiliteren
rehabilitere	=	rehabiliteren
rehabiliteren	verb	iemand zijn verloren gegane goede naam teruggeven
rehabiliterend	=	rehabiliteren
rehabiliterende	=	rehabiliteren
rehydratie	noun	opheffing van uitdroging door toevoer van vocht
rehydraties	=	rehydratie
rehydratietje	=	rehydratie
rehydratietjes	=	rehydratie
rei	=	reien
reidans	noun|obsolete	de dans die in toneelstukken aan het einde van een akte of bedrijf werd gedanst, en waarbij vaak ook werd gezongen
reidansen	=	reidans
reidansje	=	reidans
reidansjes	=	reidans
reide	=	reien
reiden	=	reien
reie	=	reien
reien	verb	een rondedans uitvoeren
reiend	=	reien
reiende	=	reien
reifkoek	noun	aardappelpannenkoekje van geraspte aardappelen
reifkoeken	=	reifkoek
reifkoekje	=	reifkoek
reifkoekjes	=	reifkoek
reiger	noun	benaming voor ooievaarachtige watervogels uit de familie Ardeidae, met lange poten en spitse snavel
reigers	noun	Ardeidae een familie van vogels uit de orde van roeipotigen.
reigersbek	noun	Erodium cicutarium een plant uit de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae).
reigersbekje	=	reigersbek
reigersbekjes	=	reigersbek
reigersbekken	=	reigersbek
reigersbekrandwants	noun	Arenocoris fallenii een wants uit de familie randwantsen (Coreidae)
reigersbekrandwantsen	=	reigersbekrandwants
reigersbekrandwantsje	=	reigersbekrandwants
reigersbekrandwantsjes	=	reigersbekrandwants
reigertje	=	reiger
reigertjes	=	reiger
reik	=	reiken
reike	=	reiken
reiken	verb	~ naar: de armen uitstrekken tot iets
reikend	=	reiken
reikende	=	reiken
reikhals	=	reikhalzen
reikhalsde	=	reikhalzen
reikhalsden	=	reikhalzen
reikhalst	=	reikhalzen
reikhalze	=	reikhalzen
reikhalzen	verb	de hals uitrekken om goed te zien
reikhalzend	=	reikhalzen
reikhalzende	=	reikhalzen
reiki	noun	paranormale therapie uit Japan
reikt	=	reiken
reikte	=	reiken
reikten	=	reiken
reikwijdte	noun	afstand waarover of tot waar iets reikt
reikwijdten	=	reikwijdte
reikwijdtes	=	reikwijdte
reil	=	reilen
reilat	noun	lat waarmee men kan controleren of een stuk hout vlak geschaafd is
reilatten	=	reilat
reilde	=	reilen
reilden	=	reilen
reile	=	reilen
reilen	noun	het reilen en zeilen: hoe dingen gebeuren
reilend	=	reilen
reilende	=	reilen
reilt	=	reilen
rein	adj	zonder vuiligheid
reine	=	rein
reine-claude	noun	bepaalde zoete, sappige groengele pruim
reine-claudes	=	reine-claude
reiner	=	rein
reinere	=	rein
reiners	=	rein
reinette	noun	zure, grauwgroene appelsoort
reinettes	=	reinette
reinheid	noun	het rein zijn
reinig	=	reinigen
reinigbaar	adj	van iets dat het kan worden schoongemaakt zonder dat het beschadigd raakt
reinigbaarder	=	reinigbaar
reinigbaardere	=	reinigbaar
reinigbaarders	=	reinigbaar
reinigbaars	=	reinigbaar
reinigbaarst	=	reinigbaar
reinigbaarste	=	reinigbaar
reinigbare	=	reinigbaar
reinigde	=	reinigen
reinigden	=	reinigen
reinigen	verb	zichtbare en onzichtbare vervuiling van een oppervlak verwijderen
reinigend	=	reinigen
reinigende	=	reinigen
reiniger	noun	apparaat waarmee men kan reinigen
reinigers	=	reiniger
reiniging	noun	het schoonmaken van iets
reinigingen	=	reiniging
reinigingetje	=	reiniging
reinigingetjes	=	reiniging
reinigingsbad	noun	een bad waarin men zich (ritueel) kan wassen
reinigingsbaden	=	reinigingsbad
reinigingsbadje	=	reinigingsbad
reinigingsbadjes	=	reinigingsbad
reinigingsheffing	noun	geld dat een bewoner van een huis moet betalen aan een gemeente voor het ophalen van het huisvuil
reinigingsheffingen	=	reinigingsheffing
reinigingsheffinkje	=	reinigingsheffing
reinigingsheffinkjes	=	reinigingsheffing
reinigingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om iets schoon te maken wat verontreinigd is geraakt
reinigingskosten	noun	geld dat men moet betalen om iets schoon te maken wat verontreinigd is geraakt
reinigingsmiddel	noun	vaste stof of vloeistof gebruikt bij het schoonmaken
reinigingsmiddelen	=	reinigingsmiddel
reinigingsmiddeltje	=	reinigingsmiddel
reinigingsmiddeltjes	=	reinigingsmiddel
reinigingsritueel	noun	een ceremoniële handeling die erop gericht is om stress te verwijderen en zo lichaam en geest te zuiveren
reinigingsrituelen	=	reinigingsritueel
reinigt	=	reinigen
reins	=	rein
reinst	=	rein
reinste	=	rein
reinwit	noun	heldere kleur, zonder enige tint	adj	met een heldere kleur, zonder enige tint
reinwits	=	reinwit
reinwitte	=	reinwit
reis	noun	grote, lange tocht of trip
reisactiviteit	noun	een activiteit die voor een groot deel uit reizen bestaat
reisactiviteiten	=	reisactiviteit
reisadvies	noun	een aanbevolen maar niet verplichte raadgeving met betrekking tot een reis
reisadviesje	=	reisadvies
reisadviesjes	=	reisadvies
reisadviezen	=	reisadvies
reisagent	noun	persoon die bij een reisbureau werkt
reisagente	=	reisagent
reisagenten	=	reisagent
reisagentje	=	reisagent
reisagentjes	=	reisagent
reisagentschap	noun|formal	een organisatie die reizen boekt tegen een vergoeding, een reisbureau
reisagentschapje	=	reisagentschap
reisagentschapjes	=	reisagentschap
reisagentschappen	=	reisagentschap
reisapotheek	noun	handzame verpakking van een verzameling geneesmiddelen die je tijdens een tocht misschien nodig zou kunnen hebben
reisapotheekje	=	reisapotheek
reisapotheekjes	=	reisapotheek
reisapotheken	=	reisapotheek
reisbagage	noun	dingen die je meeneemt op een reis
reisbench	noun	een kooi waarin je een huisdier kunt vervoeren
reisbenchen	=	reisbench
reisbenches	=	reisbench
reisbenodigdheden	noun	zaken die men nodig heeft als men op reis gaat
reisbenodigdheid	noun	iets wat men op reis nodig heeft
reisbenodigdheidje	=	reisbenodigdheid
reisbenodigdheidjes	=	reisbenodigdheid
reisbestemming	noun	plaats waar een reis naartoe gaat
reisbestemmingen	=	reisbestemming
reisbevrachting	noun	stelsel van bevrachting waarbij de vrachtprijs bepaald wordt naar de afstand
reisbevrachtingen	=	reisbevrachting
reisbevrachtinkje	=	reisbevrachting
reisbevrachtinkjes	=	reisbevrachting
reisbeweging	noun	de verplaatsing van een persoon of voertuig van locatie A naar locatie B. In de praktijk wordt de term gebruikt als synoniem voor 'autorit', 'treinrit' of andere individuele reizen.
reisbewegingen	=	reisbeweging
reisbeweginkje	=	reisbeweging
reisbeweginkjes	=	reisbeweging
reisbiljet	noun	papier waarop staat dat men gerechtigd is een bepaalde reis met een bepaald vervoermiddel te maken
reisbiljetten	=	reisbiljet
reisblog	noun	verslag over een reis dat men publiceert op het internet
reisblogger	noun	iemand die een reisverslag op het internet bijhoudt
reisbloggers	=	reisblogger
reisblogs	=	reisblog
reisboek	noun	is een publicatie die bedoeld is om reizigers informatie te verschaffen over de plaats of plaatsen die zij van plan zijn te gaan bezoeken
reisboeken	=	reisboek
reisboekje	=	reisboek
reisboekjes	=	reisboek
reisbranche	noun	alle bedrijven die zich specialiseren in reizen en toerisme
reisbranches	=	reisbranche
reisbureau	noun	winkel of bedrijf dat reizen voor klanten regelt
reisbureaus	=	reisbureau
reisbureautje	=	reisbureau
reisbureautjes	=	reisbureau
reisbus	noun	een groot voertuig voor het vervoeren van een groot aantal passagiers over een langere afstand
reisbusje	=	reisbus
reisbusjes	=	reisbus
reisbussen	=	reisbus
reiscafeetje	=	reiscafé
reiscafeetjes	=	reiscafé
reiscafé	noun	gezellige bijeenkomst waarin men spreekt over het maken van reizen
reiscafés	=	reiscafé
reischaaf	noun	lange rechte schaaf die wordt gebruikt om hout zuiver glad en op maat te schaven
reischaven	=	reischaaf
reischeque	noun	waardebon die men kan gebruiken voor het betalen van een reis
reischequeje	=	reischeque
reischeques	=	reischeque
reisconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die reizen voor toeristen organiseren
reisconcerns	=	reisconcern
reisdag	noun	een dag die men besteedt aan reizen
reisdagboek	noun	boek dat bestaat uit een dagelijks reisverslag
reisdagboeken	=	reisdagboek
reisdagboekje	=	reisdagboek
reisdagboekjes	=	reisdagboek
reisdagen	=	reisdag
reisdagje	=	reisdag
reisdagjes	=	reisdag
reisde	=	reizen
reisdeclaratie	noun	opgave van uitgaven die gedaan zijn voor het maken van een reis met de bedoeling die vergoed te krijgen
reisdeclaraties	=	reisdeclaratie
reisdeken	noun	deken die men tijdens een reis gebruikt en die makkelijk in de bagage is mee te nemen of kan huren van een vervoersmaatschappij
reisdekens	=	reisdeken
reisdekentje	=	reisdeken
reisdekentjes	=	reisdeken
reisden	=	reizen
reisdocument	noun	een papier dat men op reis nodig heeft
reisdocumenten	=	reisdocument
reisdoel	noun	de bestemming van een reis, plaats van bestemming
reisdoelen	=	reisdoel
reisduif	noun	duif die gehouden en gekweekt wordt voor het houden van wedstrijden
reisduifje	=	reisduif
reisduifjes	=	reisduif
reisduiven	=	reisduif
reisduur	noun	de tijd die de reis kost
reiservaring	noun	iets wat je hebt meegemaakt op reis
reiservaringen	=	reiservaring
reiservarinkje	=	reiservaring
reiservarinkjes	=	reiservaring
reisetui	noun	een compact tasje of hoesje dat speciaal is ontworpen om persoonlijke eigendommen georganiseerd en beschermd mee te nemen tijdens het reizen
reisetuis	=	reisetui
reisetuitje	=	reisetui
reisetuitjes	=	reisetui
reisfolder	noun	reclamedrukwerk van reisorganisaties
reisfolders	=	reisfolder
reisgeld	noun	hoeveelheid geld die nodig is voor het maken van een reis
reisgelden	=	reisgeld
reisgeldje	=	reisgeld
reisgeldjes	=	reisgeld
reisgenoot	noun	een persoon waarmee je een reis gaat maken
reisgenootje	=	reisgenoot
reisgenootjes	=	reisgenoot
reisgenote	noun	vrouw waarmee men samen een reis maakt
reisgenoten	=	reisgenoot
reisgenotes	=	reisgenote
reisgezel	noun	iemand waarmee je samen een reis maakt
reisgezellen	=	reisgezel
reisgezelschap	noun	groep mensen die samen een reis maken
reisgezelschapje	=	reisgezelschap
reisgezelschapjes	=	reisgezelschap
reisgezelschappen	=	reisgezelschap
reisgids	noun	een document met informatie gericht op een toerist of reiziger
reisgidsen	=	reisgids
reisgidsje	=	reisgids
reisgidsjes	=	reisgids
reisgoed	noun	de spullen (bagage) die je meeneemt op reis
reishandboek	noun	een boek dat informatie geeft over een reisbestemming, zoals bezienswaardigheden, accommodatie en vervoer
reishandboeken	=	reishandboek
reishandboekje	=	reishandboek
reishandboekjes	=	reishandboek
reisinformatie	noun	informatie die een reiziger tijdens het reizen ontvangt over de reis die hij maakt
reisinformaties	=	reisinformatie
reisje	=	reis
reisjes	=	reis
reiskaart	noun	kaart die toegang geeft tot een bepaald vervoermiddel
reiskaarten	=	reiskaart
reiskaartje	=	reiskaart
reiskaartjes	=	reiskaart
reiskleding	noun	comfortabele, functionele kleding die speciaal is ontworpen om makkelijk mee te reizen.
reiskoepel	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van reisorganisaties; brancheorganisatie voor de reiswereld
reiskoepels	=	reiskoepel
reiskoffer	noun	koffer waarin een reiziger zijn reisbenodigdheden heeft opgeboren
reiskoffers	=	reiskoffer
reiskoffertje	=	reiskoffer
reiskoffertjes	=	reiskoffer
reiskost	noun	eten voor onderweg
reiskosten	noun	hoeveelheid geld die je voor een reis moet uitgeven
reiskostenvergoeding	noun	geld dat een werknemer krijgt om op en neer van huis naar het werk te reizen
reiskostenvergoedingen	=	reiskostenvergoeding
reiskostenvergoedinkje	=	reiskostenvergoeding
reiskostenvergoedinkjes	=	reiskostenvergoeding
reislectuur	noun	boeken en tijdschriften om tijdens langere reizen als ontspanning te lezen
reisleider	noun	een persoon die reizen begeleidt in opdracht van een derde
reisleiders	=	reisleider
reisleidertje	=	reisleider
reisleidertjes	=	reisleider
reisleiding	noun	persoon die in opdracht van een reisorganisatie een groep vakantiegangers begeleidt, de praktische organisatie ter plaatse regelt en fungeert als aanspreekpunt.
reisleidingen	=	reisleiding
reisleidinkje	=	reisleiding
reisleidinkjes	=	reisleiding
reisleidster	noun	Vrouwelijke reisleider
reisleidsters	=	reisleidster
reisleidstertje	=	reisleidster
reisleidstertjes	=	reisleidster
reisliteratuur	noun	literatuur waarin het reizen centraal staat
reislust	noun	zin om te reizen
reislusten	=	reislust
reislustig	adj	heel veel zin hebbend om reizen te maken
reislustige	noun	iemand die graag reist
reislustigen	=	reislustige
reislustiger	=	reislustig
reislustigere	=	reislustig
reislustigers	=	reislustig
reislustigs	=	reislustig
reislustigst	=	reislustig
reislustigste	=	reislustig
reismand	noun	mand waarin je een dier kunt meenemen op reis
reismanden	=	reismand
reismandje	=	reismand
reismandjes	=	reismand
reismantel	noun	jas of cape die men kan gebruiken als men op reis is
reismantels	=	reismantel
reismanteltje	=	reismantel
reismanteltjes	=	reismantel
reismarkt	noun	handel in (vakantie)reizen
reismarkten	=	reismarkt
reismarktje	=	reismarkt
reismarktjes	=	reismarkt
reisnecessaire	noun	tas waarin zaken bewaart kunnen worden die men op reis nodig heeft voor de persoonlijke verzorging
reisnecessaires	=	reisnecessaire
reisonderneming	noun	bedrijf dat vakantiereizen organiseert
reisondernemingen	=	reisonderneming
reisonderneminkje	=	reisonderneming
reisonderneminkjes	=	reisonderneming
reisorder	noun	de opdracht om ergens naartoe te gaan
reisorders	=	reisorder
reisorganisatie	noun	een bedrijf of andere organisatie die zich bezig houdt met het organiseren van reizen voor klanten
reisorganisaties	=	reisorganisatie
reispapier	noun	een papier dat men op reis nodig heeft
reispapieren	noun	documenten die men voor een reis nodig heeft
reispapiertje	=	reispapier
reispapiertjes	=	reispapier
reispas	noun	paspoort
reispasje	=	reispas
reispasjes	=	reispas
reispassen	=	reispas
reisplan	noun	het plan om op reis te gaan
reisplannen	=	reisplan
reisplanner	noun	computerprogramma waarmee je een reis met het openbaar vervoer kunt voorbereiden
reisplanners	=	reisplanner
reisplannetje	=	reisplan
reisplannetjes	=	reisplan
reisroute	noun	beschrijving van de weg van een reis, de weg waarlangs men reist
reisrouten	=	reisroute
reisroutes	=	reisroute
reisroutetje	=	reisroute
reisroutetjes	=	reisroute
reisschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen als ze (verre) reizen maken omdat het slecht is voor het milieu
reisschema	noun	de planning van een reis met alle aankomst- en vertrektijden
reisschema's	=	reisschema
reisschrijver	noun	persoon die reisverhalen schrijft
reisschrijvers	=	reisschrijver
reissector	noun	alle bedrijven die zich specialiseren in reizen en toerisme
reissectoren	=	reissector
reissectors	=	reissector
reissite	noun	een website met informatie over reis- en vakantiebestemmingen
reissites	=	reissite
reissom	noun	bedrag dat men voor een reis moet betalen
reissommen	=	reissom
reissommetje	=	reissom
reissommetjes	=	reissom
reisspel	noun	een fysiek spel zoals een bordspel of kaartspel dat geschikt is gemaakt om als passagier te spelen tijdens een reis
reisspellen	=	reisspel
reisspelletje	=	reisspel
reisspelletjes	=	reisspel
reist	=	reizen
reistas	noun	rechthoekige afsluitbare zak van stevig materiaal met hengsels bestemd om spullen op reis mee te nemen
reistasje	=	reistas
reistasjes	=	reistas
reistassen	=	reistas
reistijd	noun	Tijd die nodig is om een bestemming te bereiken.
reistijden	=	reistijd
reistijdje	=	reistijd
reistijdjes	=	reistijd
reisurenvergoeding	noun	vergoeding voor de tijd die een werknemer besteedt aan het reizen van en naar het werk.
reisurenvergoedingen	=	reisurenvergoeding
reisurenvergoedinkje	=	reisurenvergoeding
reisurenvergoedinkjes	=	reisurenvergoeding
reisvaardig	adj	gereed om te kunnen reizen
reisvaardige	=	reisvaardig
reisvaardiger	=	reisvaardig
reisvaardigere	=	reisvaardig
reisvaardigers	=	reisvaardig
reisvaardigs	=	reisvaardig
reisvaardigst	=	reisvaardig
reisvaardigste	=	reisvaardig
reisverbod	noun	het strafbaar stellen voor een groep mensen om bepaalde reizen te maken
reisverboden	=	reisverbod
reisvereniging	noun	een organisatie die reizen samenstelt, inkoopt en uitvoert.
reisverenigingen	=	reisvereniging
reisverenigingetje	=	reisvereniging
reisverenigingetjes	=	reisvereniging
reisvergoeding	noun	geld dat iemand ontvangt om de kosten van het vervoer te dekken
reisvergoedingen	=	reisvergoeding
reisvergoedinkje	=	reisvergoeding
reisvergoedinkjes	=	reisvergoeding
reisverhaal	noun	verhaal of verslag van noemenswaardige gebeurtenissen tijdens een reis
reisverhaaltje	=	reisverhaal
reisverhaaltjes	=	reisverhaal
reisverhalen	=	reisverhaal
reisverslag	noun	verslag van een reis
reisverslagen	=	reisverslag
reisverslagje	=	reisverslag
reisverslagjes	=	reisverslag
reisverzekering	noun	een verzekering tegen schade die wordt opgelopen tijdens reizen
reisverzekeringen	=	reisverzekering
reisverzekeringetje	=	reisverzekering
reisverzekeringetjes	=	reisverzekering
reiswagen	noun	een rijtuig dat bedoeld is voor lange reizen
reiswagens	=	reiswagen
reiswagentje	=	reiswagen
reiswagentjes	=	reiswagen
reisweg	noun	reeks plaatsen waarlangs welke plaatsen je een bestemming bereikt
reiswegen	=	reisweg
reiswereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met reizen en toerisme
reiswerelden	=	reiswereld
reiswereldje	=	reiswereld
reiswereldjes	=	reiswereld
reiswieg	noun	een wieg waarin een baby kan liggen als men op reis is; babybedje dat je kunt dragen
reiswiegen	=	reiswieg
reiswiegje	=	reiswieg
reiswiegjes	=	reiswieg
reiswinkel	noun	reisbureau
reiswinkels	=	reiswinkel
reiswinkeltje	=	reiswinkel
reiswinkeltjes	=	reiswinkel
reiszak	noun	grote buisvormige tas met hengsels waarin men reisbenodigdheden kan pakken
reiszakje	=	reiszak
reiszakjes	=	reiszak
reiszakken	=	reiszak
reisziekte	noun	aandoening die ontstaat doordat iemand zich op een bewegend voorwerp bevindt
reisziekten	=	reisziekte
reisziektes	=	reisziekte
reit	=	reien
reitje	=	reien
reitjes	=	reien
reize	=	reizen
reizen	verb	gericht onderweg zijn naar een bepaalde bestemming
reizend	adj	als iets of iemand op reis is
reizende	=	reizend
reizends	=	reizend
reiziger	noun	iemand die bezig is een reis te maken
reizigers	=	reiziger
reizigersaanbod	noun	reizigers die gebruik maken van een bepaalde vervoersdienst
reizigersaantal	noun	getal dat aangeeft hoeveel reizigers gebruikmaken van een bepaald vervoersmiddel
reizigersaantallen	=	reizigersaantal
reizigersbomen	=	reizigersboom
reizigersboom	noun	Ravenala madagascariensis een van de bekendste planten van Madagaskar.
reizigersboompje	=	reizigersboom
reizigersboompjes	=	reizigersboom
reizigerscompartiment	noun	het gedeelte van een trein of ander voertuig dat bestemd is voor reizigers
reizigerscompartimenten	=	reizigerscompartiment
reizigerscompartimentje	=	reizigerscompartiment
reizigerscompartimentjes	=	reizigerscompartiment
reizigersdiarree	noun	aandoening van mensen die op vakantie zijn, die gekenmerkt wordt door waterige ontlasting
reizigersgroei	noun	toename van het aantal mensen dat gebruikmaakt van een een bepaald middel van het openbaar vervoer
reizigersorganisatie	noun	instelling die opkomt voor de belangen van mensen die gebruik maken van het openbaar vervoer
reizigersorganisaties	=	reizigersorganisatie
reizigerstrein	noun	trein voor vervoer van personen
reizigerstreinen	=	reizigerstrein
reizigerstreintje	=	reizigerstrein
reizigerstreintjes	=	reizigerstrein
reizigersvereniging	noun	vereniging van mensen die gebruikmaken van het openbaar vervoer
reizigersverenigingen	=	reizigersvereniging
reizigersverenigingetje	=	reizigersvereniging
reizigersverenigingetjes	=	reizigersvereniging
reizigertje	=	reiziger
reizigertjes	=	reiziger
reizigster	noun	vrouw die een reis maakt
reizigsters	=	reizigster
rek	noun	vergroting van de lengte van een voorwerp door het uitoefenen van een trekkracht
rekbaar	adj	dat iets groter kan worden, zonder scheuren, door eraan te trekken
rekbaarder	=	rekbaar
rekbaardere	=	rekbaar
rekbaarders	=	rekbaar
rekbaarheden	=	rekbaarheid
rekbaarheid	noun	dat iets langer gemaakt kan worden zonder dat het kapot gaat
rekbaars	=	rekbaar
rekbaarst	=	rekbaar
rekbaarste	=	rekbaar
rekband	noun	elastsiche band met name als hulpmiddel voor fitness oefeningen
rekbanden	=	rekband
rekbare	=	rekbaar
reke	=	reek
rekel	noun	ondeugende jongen
rekels	=	rekel
rekeltje	=	rekel
rekeltjes	=	rekel
reken	=	rekenen
rekenaar	noun	apparaat waarmee men kan rekenen, computer
rekenaars	=	rekenaar
rekenaartje	=	rekenaar
rekenapparaat	noun	apparaat waarmee men (eenvoudige) berekeningen kan maken
rekenapparaatje	=	rekenapparaat
rekenapparaatjes	=	rekenapparaat
rekenapparaten	=	rekenapparaat
rekenarij	noun	de handeling van het (nutteloos, slordig, klunzig, manipulerend) rekenen
rekenarijen	=	rekenarij
rekenarijtje	=	rekenarij
rekenarijtjes	=	rekenarij
rekenblaadje	=	rekenblad
rekenblaadjes	=	rekenblad
rekenblad	noun	een computerprogramma dat waarden kan presenteren in een matrix van rijen en kolommen
rekenbladen	=	rekenblad
rekenboek	noun	een boek waaruit iemand leert rekenen
rekenboeken	=	rekenboek
rekenboekje	=	rekenboek
rekenboekjes	=	rekenboek
rekende	=	rekenen
rekenden	=	rekenen
rekendocent	noun	iemand die rekenles geeft, mannelijke vorm van rekendocente
rekendocenten	=	rekendocent
rekendocentje	=	rekendocent
rekendocentjes	=	rekendocent
rekene	=	rekenen
rekeneenheden	=	rekeneenheid
rekeneenheid	noun	een eenheid die gebruikt wordt om de waarde van iets aan te geven, meestal wordt hiervoor geld gebruikt
rekenen	verb	getallen manipuleren
rekenend	=	rekenen
rekenende	=	rekenen
rekenexamen	noun	een verplichte, door de school afgenomen toets die meet of je voldoende basisvaardigheden in rekenen bezit (getallen, verhoudingen, meten, meetkunde)
rekenexamens	=	rekenexamen
rekenexamentje	=	rekenexamen
rekenexamentjes	=	rekenexamen
rekenfout	noun	een fout bij het maken van een berekening (en omdat computers foutloos kunnen rekenen zijn dat dus eigenlijk volkomen overbodige fouten)
rekenfouten	=	rekenfout
rekenfoutje	=	rekenfout
rekenfoutjes	=	rekenfout
rekening	noun	optelsom van te betalen bedragen
rekening-courant	noun	lopende rekening waar de betalingen en ontvangsten plaatsvinden
rekening-courantje	=	rekening-courant
rekening-courantjes	=	rekening-courant
rekening-courantverhouding	noun	Een rekening-courantverhouding is een (vaak stilzwijgende) overeenkomst tussen twee partijen, zoals een DGA en zijn BV of twee bedrijven, om wederzijdse vorderingen en schulden te verrekenen in één doorlopende rekening.
rekening-courantverhoudingen	=	rekening-courantverhouding
rekening-courantverhoudinkje	=	rekening-courantverhouding
rekening-courantverhoudinkjes	=	rekening-courantverhouding
rekeningen	=	rekening
rekeningen-courant	=	rekening-courant
rekeningetje	=	rekening
rekeningetjes	=	rekening
rekeninghouder	noun	de persoon op wiens naam een bank- of girorekening is geopend
rekeninghouders	=	rekeninghouder
rekeningnummer	noun	factuurnummer, het nummer van een factuur door een bedrijf gestuurd
rekeningnummers	=	rekeningnummer
rekeningnummertje	=	rekeningnummer
rekeningnummertjes	=	rekeningnummer
rekeningoverzicht	noun	papier waarop staat hoeveel geld erop een bankrekening staat en dat een overzicht geeft van alle bij- en afschrijvingen
rekeningoverzichten	=	rekeningoverzicht
rekeningrij	=	rekeningrijden
rekeningrijd	=	rekeningrijden
rekeningrijden	verb	variabele verkeersbelasting betalen volgens plaats, tijd, type voertuig en afstand bijgehouden met een elektronisch systeem en bedoeld om het autorijden te verminderen
rekeningrijdend	=	rekeningrijden
rekeningrijdende	=	rekeningrijden
rekeninguittreksel	noun	overzicht van de veranderingen in een tegoed (inkomsten en uitgaven) dat bij een instelling (bijvoorbeeld een bank) wordt bijgehouden
rekeninguittreksels	=	rekeninguittreksel
rekeninguittrekseltje	=	rekeninguittreksel
rekeningverhouding	noun	tussen twee personen of lichamen bestaande verhouding die meebrengt dat zij hun wederzijdse schulden en vorderingen niet telkens afrekenen, maar in een rekening-courant tot uiting brengen
rekeningverhoudingen	=	rekeningverhouding
rekeningverhoudinkje	=	rekeningverhouding
rekeningverhoudinkjes	=	rekeningverhouding
rekenkamer	noun	onafhankelijk orgaan dat toezicht houdt op de financiën van het rijk
rekenkamers	=	rekenkamer
rekenkamertje	=	rekenkamer
rekenkamertjes	=	rekenkamer
rekenkracht	noun	het vermogen om veel berekeningen uit te voeren
rekenkrachten	=	rekenkracht
rekenkunde	noun	de leer van de basale operaties die op getallen worden uitgevoerd (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, machtsverheffen en worteltrekken)
rekenkundig	adj	volgens de leer van het rekenen
rekenkundige	=	rekenkundig
rekenkundiger	=	rekenkundig
rekenkundigere	=	rekenkundig
rekenkundigers	=	rekenkundig
rekenkundigs	=	rekenkundig
rekenkundigst	=	rekenkundig
rekenkundigste	=	rekenkundig
rekenlat	noun|informal	rekenliniaal
rekenlatten	=	rekenlat
rekenleraar	noun	iemand die rekenles geeft, mannelijke vorm van rekenlerares
rekenleraartje	=	rekenleraar
rekenleraartjes	=	rekenleraar
rekenleraren	=	rekenleraar
rekenles	noun	een korte tijd gedurende welke men rekenen leert
rekenlesje	=	rekenles
rekenlesjes	=	rekenles
rekenlessen	=	rekenles
rekenliniaal	noun	mechanisch werktuig waarmee men snel berekeningen kan maken
rekenlinialen	=	rekenliniaal
rekenmachientje	=	rekenmachine
rekenmachientjes	=	rekenmachine
rekenmachine	noun	apparaat dat rekenkundige berekeningen kan uitvoeren
rekenmachines	=	rekenmachine
rekenmachinetje	=	rekenmachine
rekenmachinetjes	=	rekenmachine
rekenmethode	noun	manier waarop vanuit bekende getalswaarden en bepaald resultaat wordt afgeleid
rekenmethoden	=	rekenmethode
rekenmethodes	=	rekenmethode
rekenmodel	noun	nabootsing van de werkelijkheid in de vorm van verbanden tussen getalsmatige grootheden
rekenmodellen	=	rekenmodel
rekenonderwijs	noun	het onderwijs dat zich richt op het ontwikkelen van reken- en wiskundige vaardigheden, zoals het begrijpen van getallen, bewerkingen en verbanden, en het toepassen hiervan in het dagelijks leven
rekenopgave	noun	opdracht waarmee een leerling zijn vaardigheid in het maken van sommen kan vergroten of laten zien
rekenopgaven	=	rekenopgave
rekenopgaves	=	rekenopgave
rekenprobleem	noun	moeilijkheid met het leren rekenen
rekenprobleempje	=	rekenprobleem
rekenprobleempjes	=	rekenprobleem
rekenproblemen	=	rekenprobleem
rekenprogramma	noun	een computerprogramma dat specifiek is ontworpen om wiskundige of statistische berekeningen uit te voeren
rekenprogramma's	=	rekenprogramma
rekenprogrammaatje	=	rekenprogramma
rekenprogrammaatjes	=	rekenprogramma
rekenraam	noun	mechanisch hulpmiddel bij het rekenen en vooral het rekenonderwijs bestaande uit horizontale staven met daarop gekleurde kralen die men kan verschuiven
rekenraampje	=	rekenraam
rekenraampjes	=	rekenraam
rekenramen	=	rekenraam
rekenreeks	noun	tafel
rekenreeksen	=	rekenreeks
rekenreeksje	=	rekenreeks
rekenreeksjes	=	rekenreeks
rekenrek	noun	een hulpmiddel voor het bijhouden van rekenwerk door het verschuiven van kralen op een raamwerk
rekenrekje	=	rekenrek
rekenrekjes	=	rekenrek
rekenrekken	=	rekenrek
rekenschap	noun	uiteenzetting omtrent en verdediging van handelingen
rekenschrift	noun	Een schrift met ruitjespapier om het rekenen te vergemakkelijken.
rekenschriften	=	rekenschrift
rekenschriftje	=	rekenschrift
rekenschriftjes	=	rekenschrift
rekensom	noun	Een rekenopgave
rekensommen	=	rekensom
rekensommetje	=	rekensom
rekensommetjes	=	rekensom
rekent	=	rekenen
rekentaak	noun	Een (reeks van) rekenopgaven, sommen.
rekentaakje	=	rekentaak
rekentaakjes	=	rekentaak
rekentaken	=	rekentaak
rekentijd	noun	tijd gedurende welke een computer voor iemand werkt of beschikbaar is
rekentijden	=	rekentijd
rekentoestel	noun	apparaat waarmee men (eenvoudige) berekeningen kan maken
rekentoestellen	=	rekentoestel
rekentoestelletje	=	rekentoestel
rekentoestelletjes	=	rekentoestel
rekentruc	noun	methode om een som makkelijk te kunnen uitrekenen
rekentrucje	=	rekentruc
rekentrucjes	=	rekentruc
rekentrucs	=	rekentruc
rekentruken	=	rekentruc
rekenvergoeding	noun	aannemersvergoeding voor het maken van een offerte of calculatiewerk.
rekenvergoedingen	=	rekenvergoeding
rekenvergoedinkje	=	rekenvergoeding
rekenvergoedinkjes	=	rekenvergoeding
rekenvoorbeeld	noun	een uitgerekend voorbeeld met getallen
rekenvoorbeelden	=	rekenvoorbeeld
rekenvoorbeeldje	=	rekenvoorbeeld
rekenvoorbeeldjes	=	rekenvoorbeeld
rekenwerk	noun	Rekenen als arbeid.
rekenwerkblad	noun	een (geprint) oefenblad met sommen, bedoeld om rekenvaardigheden te oefenen en te consolideren
rekenwerkbladen	=	rekenwerkblad
rekenwerkbladeren	=	rekenwerkblad
rekenwerkbladje	=	rekenwerkblad
rekenwerkbladjes	=	rekenwerkblad
rekenwerken	=	rekenwerk
rekenwerkje	=	rekenwerk
rekenwerkjes	=	rekenwerk
rekenwijze	noun	manier waarop je een berekening uitvoert of maakt
rekenwijzen	=	rekenwijze
rekenwonder	noun	iemand die uitzonderlijk goed is in hoofdrekenen
rekenwonders	=	rekenwonder
rekenwondertje	=	rekenwonder
rekenwondertjes	=	rekenwonder
rekest	noun	een verzoekschrift waarmee men zich tot de rechter of een bestuursorgaan kan wenden om een bepaalde voorziening te krijgen
rekesten	=	rekest
rekestje	=	rekest
rekestjes	=	rekest
rekje	=	rek
rekjes	=	rek
rekke	noun	vrouwelijke ree Capreolus
rekkelijk	adj	geneigd tot het sluiten van compromissen
rekkelijke	=	rekkelijk
rekkelijken	noun	calvinisten in de 17e eeuw met een vrijere opvatting over hun geloof, volgelingen van de theoloog J. Arminius
rekkelijker	=	rekkelijk
rekkelijkere	=	rekkelijk
rekkelijkers	=	rekkelijk
rekkelijkheden	=	rekkelijkheid
rekkelijkheid	noun	het kunnen afwijken van (al te strenge) regels en wetten
rekkelijks	=	rekkelijk
rekkelijkst	=	rekkelijk
rekkelijkste	=	rekkelijk
rekken	verb	door trekken of spannen langer of wijder worden
rekkend	=	rekken
rekkende	=	rekken
rekker	noun	voorwerp waarmee men iets kan rekken
rekkerig	adj	langdradig, saai, vervelend
rekkerige	=	rekkerig
rekkeriger	=	rekkerig
rekkerigere	=	rekkerig
rekkerigers	=	rekkerig
rekkerigs	=	rekkerig
rekkerigst	=	rekkerig
rekkerigste	=	rekkerig
rekkers	=	rekker
rekkertje	=	rekker
rekkertjes	=	rekker
rekking	noun	het langer worden door een trekkende beweging
rekkingen	=	rekking
rekkinkje	=	rekking
rekkinkjes	=	rekking
rekoefening	noun	oefening waarbij met de gewrichten en de spieren oprekt met als doel ze soepeler en leniger te maken; oefening die men gebruikt bij de warming-up
rekoefeningen	=	rekoefening
rekruteer	=	rekruteren
rekruteerde	=	rekruteren
rekruteerden	=	rekruteren
rekruteert	=	rekruteren
rekruten	=	rekruut
rekrutere	=	rekruteren
rekruteren	verb	werven van personen voor het leger of voor een ander doel
rekruterend	=	rekruteren
rekruterende	=	rekruteren
rekrutering	noun	het werven van mensen voor het leger (of voor een andere organisatie)
rekruteringen	=	rekrutering
rekruteringscentra	=	rekruteringscentrum
rekruteringscentrum	noun	vestiging van waaruit een onderdeel van de krijgsmacht nieuwe militairen werft
rekruut	noun	pas opgeroepen soldaat die de training nog niet voltooid heeft
rekstok	noun	een turntoestel, bestaande uit een aan verticale palen bevestigde legger van metaal of glasfiber, komt ook voor als speeltoestel in een speeltuin
rekstokje	=	rekstok
rekstokjes	=	rekstok
rekstokken	=	rekstok
rekstrookje	noun	een elektronisch element dat op een voorwerp aangehecht wordt om er de vervorming van te kunnen meten
rekstrookjes	=	rekstrookje
rekt	=	rekken
rekte	=	rekken
rekten	=	rekken
rekwest	noun	verzoekschrift
rekwesten	=	rekwest
rekwestje	=	rekwest
rekwestjes	=	rekwest
rekwestrant	noun	iemand die een verzoekschrift indient
rekwestranten	=	rekwestrant
rekwestreer	=	rekwestreren
rekwestreerde	=	rekwestreren
rekwestreerden	=	rekwestreren
rekwestreert	=	rekwestreren
rekwestrere	=	rekwestreren
rekwestreren	verb	een rekwest (verzoekschrift) indienen
rekwestrerend	=	rekwestreren
rekwestrerende	=	rekwestreren
rekwirant	noun	iemand die een verzoek indient bij een burgerlijk rechter
rekwiranten	=	rekwirant
rekwireer	=	rekwireren
rekwireerde	=	rekwireren
rekwireerden	=	rekwireren
rekwireert	=	rekwireren
rekwirere	=	rekwireren
rekwireren	verb	vorderen
rekwirerend	=	rekwireren
rekwirerende	=	rekwireren
rekwisiet	noun	een voorwerp dat gebruikt wordt bij o.a. toneelvoorstellingen en films
rekwisieten	=	rekwisiet
rekwisietje	=	rekwisiet
rekwisietjes	=	rekwisiet
rekwisiteur	noun	iemand die zorg draagt voor de rekwisieten
rekwisiteurs	=	rekwisiteur
rekwisiteurtje	=	rekwisiteur
rekwisiteurtjes	=	rekwisiteur
rekwisitie	noun	vordering, vooral van goederen, personen of diensten door het militair gezag
rekwisities	=	rekwisitie
rekwisitoor	noun	aanklacht van de officier van justitie tijdens een strafproces, waarin hij de feiten op een rijtje zet, zijn mening geeft over het bewijs en een bepaalde straf eist
rekwisitoren	=	rekwisitoor
rekzone	noun	het schap in een supermarkt boven de 180 centimeter, vaak met veel huismerken
rekzones	=	rekzone
rel	noun	een verstoring van de openbare orde door een menigte, meestal gepaard gaand met geweld en politieoptreden
relaas	noun	een beschrijving van een gebeurtenis of situatie
relaasje	=	relaas
relais	noun	toestel om met een zwakke stroom, een nieuwe, sterke stroomkring te openen of te sluiten, belangrijke component in de sterkstroomtechniek en vroeger ook in de schakeltechniek (digitale techniek)
relaistje	=	relais
relaistjes	=	relais
relance	noun	opleving of heropleving
relanceer	=	relanceren
relanceerde	=	relanceren
relanceerden	=	relanceren
relanceert	=	relanceren
relancere	=	relanceren
relanceren	verb	opnieuw lanceren
relancerend	=	relanceren
relancerende	=	relanceren
relances	=	relance
relaps	noun	opnieuw ziek worden na een schijnbare genezing
relapsen	=	relaps
relateer	=	relateren
relateerde	=	relateren
relateerden	=	relateren
relateert	=	relateren
relatere	=	relateren
relateren	verb	iets of iemand in verband brengen met iets of iemand anders, gecorreleerd
relaterend	=	relateren
relaterende	=	relateren
relatie	noun	min of meer vast verband, betrekking
relatiebeding	noun	een afspraak in je arbeidsovereenkomst die verbiedt dat je na uitdiensttreding zakelijke relaties (zoals klanten of leveranciers) van je oude werkgever benadert of voor hen werkt.
relatiebedingen	=	relatiebeding
relatiebedingetje	=	relatiebeding
relatiebedingetjes	=	relatiebeding
relatiebeheer	noun	onderhoud van (zaken)relaties
relatiebeheerder	noun	iemand die het relatiebeheer verzorgt
relatiebeheerders	=	relatiebeheerder
relatiebeheerdertje	=	relatiebeheerder
relatiebeheerdertjes	=	relatiebeheerder
relatiebemiddelaar	noun	iemand die beroepsmatig aan relatiebemiddeling doet
relatiebemiddelaars	=	relatiebemiddelaar
relatiebemiddelaartje	=	relatiebemiddelaar
relatiebemiddelaartjes	=	relatiebemiddelaar
relatiebemiddeling	noun	bemiddeling bij het in contact brengen van twee mensen, met het doel een relatie tot stand te laten komen
relatiebemiddelingen	=	relatiebemiddeling
relatiebemiddelingsbureau	noun	bedrijf dat gespecialiseerd is in het vinden van een geschikte (huwelijks)partner
relatiebemiddelingsbureaus	=	relatiebemiddelingsbureau
relatiebreuk	noun	het beëindigen van een liefdesverhouding tussen partners
relatiebreuken	=	relatiebreuk
relatiebreukje	=	relatiebreuk
relatiebureau	noun	bedrijf dat mensen helpt die op zoek zijn naar een (levens)partner
relatiebureaus	=	relatiebureau
relatiecoaching	noun	actieve en doelgerichte vorm van begeleiding om de interactie en verbinding tussen partners, familieleden of collega's te verbeteren.
relatief	noun	betrekkelijk voornaamwoord	adj	beschouwd in vergelijking met iets anders, betrekkelijk
relatiefs	=	relatief
relatiefst	=	relatief
relatiefste	=	relatief
relatiegeschenk	noun	vaak kleine geschenken die bedrijven geven aan hun afnemers om prettige verhoudingen te creëren en te onderhouden
relatiegeschenken	=	relatiegeschenk
relatiegeschenkje	=	relatiegeschenk
relatiegeschenkjes	=	relatiegeschenk
relatiemagazine	noun	magazine voor personeel en klanten van een organisatie
relatiemagazines	=	relatiemagazine
relatiemanagement	noun	het onderhouden van de contacten (van een bedrijf), relatiebeheer
relatiemanager	noun	intermediair tussen de klant en de organisatie die hij vertegenwoordigt (b.v. bij een bank iemand die een cliënt adviseert over geldbelegging en andere geldzaken)
relatiemanagers	=	relatiemanager
relatiemanagertje	=	relatiemanager
relatiemanagertjes	=	relatiemanager
relatieprobleem	noun	moeilijkheid in de verhouding tussen mensen die iets samen doen
relatieprobleempje	=	relatieprobleem
relatieprobleempjes	=	relatieprobleem
relatieproblemen	=	relatieprobleem
relaties	=	relatie
relatietherapeut	noun	iemand die beroepsmatig aan relatietherapie doet
relatietherapeute	noun	vrouwelijke vorm van relatietherapeut
relatietherapeuten	=	relatietherapeut
relatietherapeutes	=	relatietherapeute
relatietherapeutje	=	relatietherapeut
relatietherapeutjes	=	relatietherapeut
relatietherapie	noun	een vorm van therapie die poogt een slechte (huwelijks)relatie tussen twee mensen te verbeteren
relatietherapieën	=	relatietherapie
relatietje	=	relatie
relatietjes	=	relatie
relatietraining	noun	training ter verbetering van onderlinge relaties d.m.v. een indringende uitwisseling van meningen en gevoelens
relatietrainingen	=	relatietraining
relatieve	=	relatief
relatieven	=	relatief
relatiever	=	relatief
relatievere	=	relatief
relatievers	=	relatief
relatievorm	noun	het uiterlijk van een relatie
relatievormen	=	relatievorm
relatiezwendel	noun	geven van bedrieglijke informatie aan de liefdespartner teneinde deze geld en goederen afhandig te maken
relationeel	adj	met betrekking tot een relatie
relationeels	=	relationeel
relationeelst	=	relationeel
relationeelste	=	relationeel
relationele	=	relationeel
relationeler	=	relationeel
relationelere	=	relationeel
relationelers	=	relationeel
relativa	=	relativum
relativeer	=	relativeren
relativeerde	=	relativeren
relativeerden	=	relativeren
relativeert	=	relativeren
relativere	=	relativeren
relativeren	verb	iets minder absoluut maken door het in een bepaalde context te plaatsen
relativerend	adj	de betrekkelijkheid van zaken inziend; wetend dat het allemaal niet zo heel belangrijk is
relativerende	=	relativeren
relativerender	=	relativerend
relativerendere	=	relativerend
relativerenders	=	relativerend
relativerends	=	relativerend
relativerendst	=	relativerend
relativerendste	=	relativerend
relativering	noun	het relativeren
relativeringen	=	relativering
relativeringsvermogen	noun	het kunnen inzien dat niet alles van het allergrootste belang is
relativeringsvermogens	=	relativeringsvermogen
relativerinkje	=	relativering
relativisme	noun	opvatting dat alles betrekkelijk is
relativistisch	adj	betrekking hebbend op het relativisme
relativistische	=	relativistisch
relativistischer	=	relativistisch
relativistischere	=	relativistisch
relativistischers	=	relativistisch
relativiteit	noun	beperkte geldigheid of waarde
relativiteiten	=	relativiteit
relativiteitsprincipe	noun	principe dat stelt dat de wetten van de mechanica hetzelfde zijn voor waarnemers in twee stelsels die eenparig (een beweging die geen versnelling of vertraging kent) ten opzichte van elkaar bewegen
relativiteitsprincipes	=	relativiteitsprincipe
relativiteitstheorie	noun	een natuurkundige theorie die ervan uitgaat dat de tijd een relatief begrip is
relativiteitstheorietje	=	relativiteitstheorie
relativiteitstheorietjes	=	relativiteitstheorie
relativiteitstheorieën	=	relativiteitstheorie
relativum	noun	betrekkelijk voornaamwoord, de taalkundige benoeming een voornaamwoord dat een betrekkelijke bijzin inleidt
relax	=	relaxen
relaxans	noun	middel dat ontspanning teweegbrengt
relaxansen	=	relaxans
relaxansje	=	relaxans
relaxansjes	=	relaxans
relaxatie	noun	ontspanning
relaxaties	=	relaxatie
relaxe	=	relaxen
relaxed	adj	tot rust brengend
relaxeds	=	relaxed
relaxeer	=	relaxeren
relaxeerde	=	relaxeren
relaxeerden	=	relaxeren
relaxeert	=	relaxeren
relaxen	verb	de tijd nemen zich te ontspannen
relaxend	=	relaxen
relaxende	=	relaxen
relaxer	noun	soort crème die je op krullend of kroeshaar smeert om het steil te maken
relaxere	=	relaxeren
relaxeren	verb	helemaal tot rust komen
relaxerend	adj	ontspannend
relaxerende	=	relaxeren
relaxerender	=	relaxerend
relaxerendere	=	relaxerend
relaxerenders	=	relaxerend
relaxerends	=	relaxerend
relaxerendst	=	relaxerend
relaxerendste	=	relaxerend
relaxers	=	relaxer
relaxertje	=	relaxer
relaxertjes	=	relaxer
relaxruimte	noun	een speciaal ingerichte ruimte voor ontspanning en het ontsnappen aan stress
relaxruimten	=	relaxruimte
relaxruimtes	=	relaxruimte
relaxruimtetje	=	relaxruimte
relaxruimtetjes	=	relaxruimte
relaxt	=	relaxen
relaxte	=	relaxen
relaxten	=	relaxen
relaxter	=	relaxed
relaxtere	=	relaxed
relaxters	=	relaxed
relaxtst	=	relaxed
relaxtste	=	relaxed
relayeer	=	relayeren
relayeerde	=	relayeren
relayeerden	=	relayeren
relayeert	=	relayeren
relayere	=	relayeren
relayeren	verb	vermoeide paarden inwisselen voor verse
relayerend	=	relayeren
relayerende	=	relayeren
relazen	=	relaas
relde	=	rellen
relden	=	rellen
release	noun	het uitkomen van een nieuwe film, cd, boek, computerprogramma
releasede	=	releasen
releaseden	=	releasen
releasen	verb	voor het kopers beschikbaar maken, op de markt brengen
releasend	=	releasen
releasende	=	releasen
releases	=	release
releaset	=	releasen
releasete	=	releasen
releaseten	=	releasen
relen	=	reel
relevant	adj	van toepassing
relevante	=	relevant
relevanter	=	relevant
relevantere	=	relevant
relevanters	=	relevant
relevantie	noun	het van toepassing zijn, de toepasbaarheid
relevanties	=	relevantie
relevants	=	relevant
relevantst	=	relevant
relevantste	=	relevant
relevatie	noun	ontheffing
relevaties	=	relevatie
releveer	=	releveren
releveerde	=	releveren
releveerden	=	releveren
releveert	=	releveren
relevere	=	releveren
releveren	verb	de aandacht bijzonder vestigen op, beter doen uitkomen, accentueren
releverend	=	releveren
releverende	=	releveren
releveur	noun	sorteerder in glasfabriek
releveurs	=	releveur
releveurtje	=	releveur
releveurtjes	=	releveur
reli	adj|informal	betrekking hebbend op een levensbeschouwing die gekenmerkt wordt door een geloof in een god
reli's	=	reli
relict	noun	overblijfsel uit vroegere tijd, nagelaten zaak, voorwerp etc. van de overledene
relicten	=	relict
relictje	=	relict
relictmeeuw	noun	Ichthyaetus relictus een vogel uit de familie Laridae (meeuwen)
relictmeeuwen	=	relictmeeuw
relictmeeuwtje	=	relictmeeuw
relictmeeuwtjes	=	relictmeeuw
reliek	noun	relikwie
relieken	=	reliek
reliekhouder	noun	voorwerp om relieken in te bewaren
reliekhouders	=	reliekhouder
reliekhoudertje	=	reliekhouder
reliekhoudertjes	=	reliekhouder
reliekje	=	reliek
reliekjes	=	reliek
reliekschrijn	noun	versierd kistje waarin een of meer relikwieën bewaard worden
reliekschrijnen	=	reliekschrijn
reliekschrijntje	=	reliekschrijn
reliekschrijntjes	=	reliekschrijn
religie	noun	een godsdienst
religieoorlog	noun	een oorlog veroorzaakt door godsdienstige verschillen of gelegitimeerd door godsdienstige argumenten
religieoorlogen	=	religieoorlog
religieoorlogje	=	religieoorlog
religieoorlogjes	=	religieoorlog
religies	=	religie
religietje	=	religie
religietjes	=	religie
religieus	adj	te maken hebbend met godsdienst en geloof	noun	iemand die lid is van een godsdienstige woongemeenschap na een plechtige belofte haar leefregels te volgen
religieusiteit	noun	het religieus zijn
religieusiteiten	=	religieusiteit
religieust	=	religieus
religieuste	=	religieus
religieuze	noun	rooms-katholieke vrouwelijke kloosterling
religieuzen	=	religieus
religieuzer	=	religieus
religieuzere	=	religieus
religieuzers	=	religieus
religieuzes	=	religieuze
religiositeit	noun	alles wat te maken heeft met godsdienst en geloof in een opperwezen
religiositeiten	=	religiositeit
religiën	=	religie
relikliniek	noun	een instelling voor psychiatrische zorg gebaseerd op een religieuze stroming; meestal een christelijke ggz-instelling
reliklinieken	=	relikliniek
relikwie	noun	een overblijfsel van het lichaam van een heilige of een voorwerp dat in aanraking met een heilige geweest is
relikwietje	=	relikwie
relikwietjes	=	relikwie
relikwieën	=	relikwie
reling	noun	een leuning boven de verschansing die een scheepsdek omgeeft
relingen	=	reling
relinkje	=	reling
relinkjes	=	reling
reliquiarium	noun	voorwerp om relieken in te bewaren, reliekhouder
reliquiariumpje	=	reliquiarium
reliquiariumpjes	=	reliquiarium
reliquiariums	=	reliquiarium
reliëf	noun	het uitsteken boven of naar voren komen ten opzichte van iets anders (het releveren)
reliëfs	=	reliëf
relle	=	rellen
rellen	verb	snel en druk praten
rellend	=	rellen
rellende	=	rellen
rellenschopper	=	relschopper
rellerig	adj	onrustig en ruzieachtig; geneigd tot relschoppen
rellerige	=	rellerig
relleriger	=	rellerig
rellerigere	=	rellerig
rellerigers	=	rellerig
rellerigs	=	rellerig
rellerigst	=	rellerig
rellerigste	=	rellerig
relletje	=	rel
relletjes	=	rel
relmaker	noun	iemand die een rel veroorzaakt
relmakers	=	relmaker
relmuis	noun	Glis glis de grootste slaapmuis van West-Europa
relmuisje	=	relmuis
relmuisjes	=	relmuis
relmuizen	=	relmuis
relnicht	noun	homo die door verschijning en gedrag bewust de confrontatie zoekt met mensen die afwijzend staan tegenover zijn levenswijze
relnichten	=	relnicht
relnichtje	=	relnicht
relnichtjes	=	relnicht
relocatie	noun	naar een andere plaats brengen
relocaties	=	relocatie
relschoppen	verb	onrust zaaien; met geweld demonstreren; verstoren van de openbare orde; veroorzaken van relletjes
relschoppende	=	relschoppen
relschopper	noun	iemand die relletjes probeert te veroorzaken die het liefst met een flinke knokpartij gepaard gaan
relschoppers	=	relschopper
relschoppertje	=	relschopper
relschoppertjes	=	relschopper
relt	=	rellen
reltoerist	noun	iemand die zich begeeft naar een plaats waar rellen zijn om daaraan te kunnen deelnemen
reltoeristen	=	reltoerist
reltoeristje	=	reltoerist
reltoeristjes	=	reltoerist
reluctantie	noun	tegenwerking, weerstand
reluctanties	=	reluctantie
rem	noun	een mechanisme dat iets vertraagt of tot stilstand brengt
remafstand	noun	de afstand die een rijdend voertuig nodig heeft om tot stilstand te komen
remafstanden	=	remafstand
remake	noun	een nieuwe versie van een al eerder gemaakte film, plaat of ander kunstwerk
remakeje	=	remake
remakes	=	remake
remanentie	noun	het blijven bestaan, resp, dat wat blijft bestaan na uitschakeling van de veroorzakende werking
remanenties	=	remanentie
remanentietje	=	remanentie
remanentietjes	=	remanentie
remaster	noun	opnieuw bewerkte (en verbeterde) opname die geschikt is om te publiceren
remasterde	=	remasteren
remasterden	=	remasteren
remastere	=	remasteren
remasteren	verb	een opname opnieuw elektronisch bewerken zodat de kwaliteit beter wordt
remasterend	=	remasteren
remasterende	=	remasteren
remasters	=	remaster
remastert	=	remasteren
remaziem	=	remez
rembekrachtiging	noun	een systeem in voertuigen dat de fysieke kracht die je op het rempedaal uitoefent, aanzienlijk versterkt.
rembekrachtigingen	=	rembekrachtiging
rembekrachtigingetje	=	rembekrachtiging
rembekrachtigingetjes	=	rembekrachtiging
remblok	noun	blokvormig deel van een rem dat door wrijving een beweging vertraagt (kinetische energie omzet in warmte)
remblokje	=	remblok
remblokjes	=	remblok
remblokken	=	remblok
remboe	=	rimboe
rembours	noun	betaling bij aflevering
remboursen	=	rembours
rembourskosten	noun	geld dat men moet betalen voor een verzending onder rembours (de ontvanger krijgt het verzondene pas als hij het direkt ter plaats betaalt)
rembrandtesk	adj	in een stijl die aan Rembrandt doet denken
rembrandteske	=	rembrandtesk
rembrandtesker	=	rembrandtesk
rembrandteskere	=	rembrandtesk
rembrandteskers	=	rembrandtesk
rembrandtesks	=	rembrandtesk
rembrandteskst	=	rembrandtesk
rembrandteskste	=	rembrandtesk
remcircuit	noun	meestal hydraulisch remsysteem waarvan zich er twee in een auto behoren te bevinden, zodat wanneer het ene defect is het andere de taak kan overnemen
remcircuitje	=	remcircuit
remcircuitjes	=	remcircuit
remcircuits	=	remcircuit
remde	=	remmen
remden	=	remmen
remdruk	noun	de druk in de leidingen van een hydraulisch remsysteem; de druk die de remschoen uitoefent op de remschijf
remdrukken	=	remdruk
remediatie	noun	het opnemen van eigenschappen van een oud medium in een nieuw medium
remediaties	=	remediatie
remedie	noun	een medicijn of een op genezing gerichte behandeling
remedieer	=	remediëren
remedieerde	=	remediëren
remedieerden	=	remediëren
remedieert	=	remediëren
remedies	=	remedie
remedietje	=	remedie
remedietjes	=	remedie
remediëre	=	remediëren
remediëren	verb	iets herstellen wat niet goed werkt; iemand helpen die een (leer)beperking heeft
remediërend	=	remediëren
remediërende	=	remediëren
remez	noun	allegorische of mystieke aanduiding of verwijzing in een Bijbeltekst
remgeld	noun	eigen risico voor ziektekosten om te zorgen dat mensen niet onnodig vaak naar de (huis)arts gaan
remgelden	=	remgeld
remhendel	noun	beweegbaar handvat waarmee men een handrem bedient
remhendels	=	remhendel
remhendeltje	=	remhendel
remhendeltjes	=	remhendel
remigrant	noun	iemand die na enige tijd in een ander land verbleven te hebben besluit terug te gaan naar het land van herkomst
remigranten	=	remigrant
remigratie	noun	terugkeer (van remigranten) naar het land van herkomst
remigratieregeling	noun	het geheel van regels en financiële ondersteuning vanuit de overheid voor mensen die in Nederland wonen en vrijwillig terugkeren naar het land waar zij zijn geboren.
remigratieregelingen	=	remigratieregeling
remigratieregelingetje	=	remigratieregeling
remigratieregelingetjes	=	remigratieregeling
remigraties	=	remigratie
remigreer	=	remigreren
remigreerde	=	remigreren
remigreerden	=	remigreren
remigreert	=	remigreren
remigrere	=	remigreren
remigreren	verb	terugkeren naar het land waaruit men eerder geëmigreerd is
remigrerend	=	remigreren
remigrerende	=	remigreren
reminder	noun	iets dat er voor zorgt dat je iets niet vergeet
reminders	=	reminder
reminiscentie	noun	door een waarneming opgeroepen herinnering
reminiscenties	=	reminiscentie
remise	noun	bij spelen zoals dammen en schaken: een onbeslist einde van de partij
remiseaanbod	noun	aanbod in een spel, meestal schaken, om de partij in een gelijkspel te laten eindigen, waarbij beide spelers een half punt krijgen
remiseer	=	remiseren
remiseerde	=	remiseren
remiseerden	=	remiseren
remiseert	=	remiseren
remisere	=	remiseren
remiseren	verb	een schaak- of dampartij onbeslist beëindigen
remiserend	=	remiseren
remiserende	=	remiseren
remises	=	remise
remisetje	=	remise
remissie	noun	tijdelijke vermindering of verdwijning van ziekteverschijnselen
remissies	=	remissie
remissietje	=	remissie
remissietjes	=	remissie
remitteer	=	remitteren
remitteerde	=	remitteren
remitteerden	=	remitteren
remitteert	=	remitteren
remittent	noun	iemand die geld overmaakt
remittenten	=	remittent
remittere	=	remitteren
remitteren	verb	overmaken
remitterend	=	remitteren
remitterende	=	remitteren
remix	noun	opnieuw gemixte versie van een geluidsopname
remixe	=	remixen
remixen	verb	een muzieknummer opnieuw uitgeven of door de oorspronkelijke opname te bewerken of door een nieuwe opname te maken
remixend	=	remixen
remixende	=	remixen
remixes	=	remix
remixt	=	remixen
remixte	=	remixen
remixten	=	remixen
remkabel	noun	Een meestal stalen kabel om een rem te kunnen bedienen.
remkabels	=	remkabel
remkabeltje	=	remkabel
remkabeltjes	=	remkabel
remklauw	noun	klem waarop de remblokken zitten
remklauwen	=	remklauw
remklauwtje	=	remklauw
remklauwtjes	=	remklauw
remklep	noun	kleppen van een vliegtuig die zorgen voor het verminderen van vaart tijdens de landing
remkleppen	=	remklep
remkracht	noun	de kracht die een voertuig vertraagt
remkrachten	=	remkracht
remleiding	noun	leiding waar de remvloeistof doorheen gaat bij een hydraulisch remsysteem
remleidingen	=	remleiding
remleidinkje	=	remleiding
remleidinkjes	=	remleiding
remlicht	noun	fel rood licht aan de achterzijde van een voertuig dat gaat branden als de rem van een gemotoriseerd voertuig wordt ingetrapt
remlichten	=	remlicht
remlichtje	=	remlicht
remlichtjes	=	remlicht
remlichtschakelaar	noun	schakelaar die geactiveerd door het intrappen van het rempedaal het remlicht zal inschakelen
remlichtschakelaars	=	remlichtschakelaar
remlichtschakelaartje	=	remlichtschakelaar
remlichtschakelaartjes	=	remlichtschakelaar
remme	=	remmen
remmen	verb	snelheid doen verminderen
remmend	adj	snelheid verminderend of groei vertragend
remmende	=	remmen
remmender	=	remmend
remmendere	=	remmend
remmenders	=	remmend
remmends	=	remmend
remmendst	=	remmend
remmendste	=	remmend
remmer	noun	stof die een remmende werking uitoefent, die de reactiesnelheid vertraagt
remmers	=	remmer
remmertje	=	remmer
remmertjes	=	remmer
remmetje	=	rem
remmetjes	=	rem
remming	noun	langgerekt raamwerk van houten palen dat, ter bescherming tegen aanvaringen van een brug, kade, sluis en dergelijke in het water langs de oever is geplaatst Wachtende schepen kunnen er tijdelijk aan vastmaken.
remmingen	=	remming
remmingswerk	noun	aanleg van een langgerekt beschermend raamwerk van houten palen
remmingswerken	=	remmingswerk
remmingswerkje	=	remmingswerk
remmingswerkjes	=	remmingswerk
remmingwerk	noun	aanleg van een langgerekt beschermend raamwerk van houten palen
remmingwerken	=	remmingwerk
remmingwerkje	=	remmingwerk
remmingwerkjes	=	remmingwerk
remminkje	=	remming
remminkjes	=	remming
remmotor	noun	elektromotor die voornamelijk gebruikt wordt om te remmen waardoor de kinetische energie kan worden omgevormd in elektrische en opgeslagen in een accu
remmotortje	=	remmotor
remmotortjes	=	remmotor
remnaaf	noun	naaf met ingebouwde terugtraprem
remnaven	=	remnaaf
remolie	noun	vloeistof voor een hydraulisch remsysteem
remolies	=	remolie
remoliën	=	remolie
remonstrancie	=	remonstrantie
remonstrant	noun	een Nederlandse calvinist die in de 17e eeuw volgeling van Arminius was
remonstrante	noun	een Nederlandse calviniste die in de 17e eeuw volgeling van Arminius was
remonstranten	=	remonstrant
remonstrantes	=	remonstrant
remonstrantie	noun	betoog tegen iets, bezwaarschrift
remonstranties	=	remonstrantie
remonstrantiën	=	remonstrantie
remonstrantje	=	remonstrant
remonstrantjes	=	remonstrant
remonstrants	adj	betrekking hebbend op, of behorend tot de Remonstrantse Broederschap
remonstrantsch	=	remonstrants
remonstrantse	=	remonstrants
remonstrantser	=	remonstrants
remonstrantsere	=	remonstrants
remonstrantsers	=	remonstrants
remonstrantst	=	remonstrants
remonstrantste	=	remonstrants
remonte	noun	stijging na een daling, herstel na een slechte periode
remontes	=	remonte
remontoir	noun	knopje aan de zijkant van een horloge waarmee men het horloge kan opwinden en gelijkzetten
remontoirs	=	remontoir
remontoirtje	=	remontoir
remontoirtjes	=	remontoir
remora	noun	een geslacht Remora van straalvinnige vissen van de familie Echeneidae uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
remora's	=	remora
remorque	noun	kleine wagen voor vervoer van spullen die aan een trekhaak achter een auto kan worden vastgemaakt
remorquen	=	remorque
remouladesaus	noun	een koude saus van mayonaise, mosterd, augurk, kappertjes en diverse tijdkruiden
remouladesausen	=	remouladesaus
remouladesauzen	=	remouladesaus
remous	noun	het optreden van snel wisselende stijgingen en dalingen in een instabiele luchtlaag, waardoor een vliegtuig gaat schokken
remover	noun	oplosmiddel voor stoffen die je met water en gangbare schoonmaakmiddelen niet goed kan verwijderen
removers	=	remover
rempedaal	noun	een met de voet te bedienen hefboom voor de bediening van een mechanisme dat een voertuig vertraagt of tot stilstand brengt
rempedaaltje	=	rempedaal
rempedalen	=	rempedaal
remplaceer	=	remplaceren
remplaceerde	=	remplaceren
remplaceerden	=	remplaceren
remplaceert	=	remplaceren
remplacere	=	remplaceren
remplaceren	verb	vervangen
remplacerend	=	remplaceren
remplacerende	=	remplaceren
remplaçant	noun	vervanger -> (plaatsvervanger, vervangingsmiddel)
remplaçanten	=	remplaçant
remplaçantje	=	remplaçant
remplaçantjes	=	remplaçant
remprobleem	noun	moeilijkheden met het afremmen
remprobleempje	=	remprobleem
remprobleempjes	=	remprobleem
remproblemen	=	remprobleem
remproef	noun	het testen van de mogelijkheid een voertuig snel tot stilstand te brengen
remproeven	=	remproef
remraket	noun	een raketmotor die stuwkracht levert om de beweging van een voertuig tegen te gaan, zodat het vertraagt
remraketje	=	remraket
remraketjes	=	remraket
remraketten	=	remraket
remschijf	noun	een deel van een remsysteem waarbij remblokken een aan de as verbonden schijf kunnen omvatten
remschijven	=	remschijf
remschoen	noun	deel van een rem waar een bewegend en een stilstaand deel tegen elkaar drukken
remschoenen	=	remschoen
remschoentje	=	remschoen
remschoentjes	=	remschoen
remslaap	noun	een kenmerkende fase in de slaap van mens en (zoog-) dier waarin de ogen snelle bewegingen maken en de hersenen actiever zijn, daarentegen zijn de spieren in hoge mate ontspannen
remslaapje	=	remslaap
remslaapjes	=	remslaap
remslapen	=	remslaap
remslof	noun	een wig die gebruikt wordt om een voertuig op zijn plaats te houden
remsloffen	=	remslof
remslofje	=	remslof
remslofjes	=	remslof
remspoor	noun	spoor dat door een rubberband op de weg achtergelaten wordt als er met geblokkeerde remmen geremd wordt
remspoortje	=	remspoor
remspoortjes	=	remspoor
remsporen	=	remspoor
remstof	noun	stof dat ontstaat door het slijten van remmen
remstoffen	=	remstof
remstofje	=	remstof
remstofjes	=	remstof
remsysteem	noun	de apparatuur en of systematiek in en transportmiddel, die zorgt voor het remmen
remsysteempje	=	remsysteem
remsysteempjes	=	remsysteem
remsystemen	=	remsysteem
remt	=	remmen
remuneratie	noun	beloning
remuneratiecomiteetje	=	remuneratiecomité
remuneratiecomiteetjes	=	remuneratiecomité
remuneratiecomité	noun	groep mensen die de beloning voor het leidinggevende personeel bepaalt
remuneratiecomités	=	remuneratiecomité
remuneraties	=	remuneratie
remuneratietje	=	remuneratie
remuneratietjes	=	remuneratie
remuneratiën	=	remuneratie
remunereer	=	remunereren
remunereerde	=	remunereren
remunereerden	=	remunereren
remunereert	=	remunereren
remunerere	=	remunereren
remunereren	verb	loon betalen
remunererend	=	remunereren
remunererende	=	remunereren
remvertraging	noun	de snelheid waarmee een voertuig afremt, uitgedrukt als de afname van snelheid per seconde (in m/s²).
remvertragingen	=	remvertraging
remvertraginkje	=	remvertraging
remvertraginkjes	=	remvertraging
remvloeistof	noun	vloeistof voor een hydraulisch remsysteem
remvloeistoffen	=	remvloeistof
remvloeistofje	=	remvloeistof
remvoering	noun	bekleding van een remblok
remvoeringen	=	remvoering
remweg	noun	de afstand die een rijdend voertuig nodig heeft om tot stilstand te komen
remwegen	=	remweg
remwerk	noun	onderdelen van een machine of apparaat die samen de rem vormen
remwerken	=	remwerk
remwerkje	=	remwerk
remwerkjes	=	remwerk
remzuiger	noun	zuiger waarmee remvloeistof naar de rem wordt gepompt
remzuigers	=	remzuiger
remzuigertje	=	remzuiger
remzuigertjes	=	remzuiger
ren	noun	heel snelle loop
renaal	adj	met betrekking tot de nier
renaals	=	renaal
renaalst	=	renaal
renaissance	noun	in Europa de overgang tussen middeleeuwen en nieuwe tijd die gekenmerkt wordt door een op de klassieke oudheid geïnspireerde bloei van kunsten en letteren
renaissancekasteel	noun	kasteel gebouwd in de renaissance of volgens de stijl van die periode
renaissancekastelen	=	renaissancekasteel
renaissances	=	renaissance
renaissancist	noun	een kunstenaar die de renaissance volgt.
renaissancisten	=	renaissancist
renaissancistisch	adj	van, in, uit de renaissance
renaissancistische	=	renaissancistisch
renaissancistischer	=	renaissancistisch
renaissancistischere	=	renaissancistisch
renaissancistischers	=	renaissancistisch
renaissancistje	=	renaissancist
renaissancistjes	=	renaissancist
renale	=	renaal
renaler	=	renaal
renbaan	noun	terrein met banen voor wedrennen
renbaantje	=	renbaan
renbaantjes	=	renbaan
renbanen	=	renbaan
renbode	noun	koerier
renboden	=	renbode
renbodes	=	renbode
rencontre	noun	ontmoeting
rencontres	=	rencontre
rencoua	noun	Coua cursor een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
rencoua's	=	rencoua
rencouaatje	=	rencoua
rencouaatjes	=	rencoua
rendabel	adj	als iets meer baten dan kosten heeft
rendabele	=	rendabel
rendabeler	=	rendabel
rendabelere	=	rendabel
rendabelers	=	rendabel
rendabels	=	rendabel
rendabelst	=	rendabel
rendabelste	=	rendabel
rendabiliteit	noun	hoeveelheid winst die men maakt per hoeveelheid geïnvesteerd vermogen
rendabiliteiten	=	rendabiliteit
rendang	noun	gerecht van rundvlees met kokos
rendant	noun	rentmeester
rendanten	=	rendant
rendantje	=	rendant
rendantjes	=	rendant
rende	=	rennen
rendeer	=	renderen
rendeerde	=	renderen
rendeerden	=	renderen
rendeert	=	renderen
rendement	noun	de opbrengst van iets in verhouding tot de kosten, winst.
rendementen	=	rendement
rendementje	=	rendement
rendementjes	=	rendement
rendementsheffing	noun	de belasting die je in Nederland betaalt over je vermogen in box 3, zoals spaargeld, beleggingen of een tweede woning.
rendementsheffingen	=	rendementsheffing
rendementsheffinkje	=	rendementsheffing
rendementsheffinkjes	=	rendementsheffing
rendementsstijging	noun	het vergroten van de opbrengst, winst of efficiency van een investering, bedrijfsproces of stuk grond in verhouding tot de gemaakte kosten of inspanning.
rendementsstijgingen	=	rendementsstijging
rendementsstijginkje	=	rendementsstijging
rendementsstijginkjes	=	rendementsstijging
rendementsverhoging	noun	het vergroten van de opbrengst, winst of efficiency van een investering, bedrijfsproces of stuk grond in verhouding tot de gemaakte kosten of inspanning.
rendementsverhogingen	=	rendementsverhoging
rendementsverhoginkje	=	rendementsverhoging
rendementsverhoginkjes	=	rendementsverhoging
renden	=	rennen
render	=	renderen
renderde	=	renderen
renderden	=	renderen
rendere	=	renderen
renderen	verb	winst opleveren
renderend	=	renderen
renderende	=	renderen
rendert	=	renderen
rendez-vous	noun	afgesproken samenkomst (vooral van geliefden)
rendez-voustje	=	rendez-vous
rendez-voustjes	=	rendez-vous
rendier	noun	Rangifer tarandus, een hertachtig zoogdier met een breed uitlopend gewei
rendieren	=	rendier
rendierlipvis	noun	Novaculichthys taeniourus een lipvis van het geslacht Novaculichthys.
rendierlipvisje	=	rendierlipvis
rendierlipvisjes	=	rendierlipvis
rendierlipvissen	=	rendierlipvis
rendiermos	noun	een ondergeslacht Cladonia subg.
rendiermosje	=	rendiermos
rendiermosjes	=	rendiermos
rendiermossen	=	rendiermos
rendierslee	noun	een sledetransportmiddel dat wordt voortgetrokken door rendieren en dat traditioneel werd gebruikt in Noord-Scandinavië
rendiersleetje	=	rendierslee
rendiersleetjes	=	rendierslee
rendiersleeën	=	rendierslee
rendiertje	=	rendier
rendiertjes	=	rendier
rendiervlees	noun	vlees afkomstig van een rendier (Rangifer tarandus)
rene	=	renen
renegaat	noun	afvallige, apostaat, geloofsverzaker
renegaatje	=	renegaat
renegaten	=	renegaat
renen	verb	met een markering afzetten
renend	=	renen
renende	=	renen
renet	noun	zure, grauwgroene appelsoort
renetten	=	renet
rengalop	noun	zeer snelle galop waarbij de beide voorbenen bijna gelijktijdig de bodem raken, evenals de beide achterbenen
rengalopje	=	rengalop
rengalopjes	=	rengalop
rengalops	=	rengalop
renhagedissen	noun	een geslacht Cnemidophorus van hagedissen die behoren tot de familie tejuhagedissen (Teiidae)
renine	noun	giststof die de bloeddruk beïnvloedt
renium	noun	scheikundig element met symbool Re en atoomnummer 75. Het is een grijswit overgangsmetaal
reniumatomen	=	reniumatoom
reniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element renium.
reniumatoompje	=	reniumatoom
reniumatoompjes	=	reniumatoom
renkikkers	noun	Kassina een geslacht van kikkers uit de familie rietkikkers (Hyperoliidae).
renkoekoek	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Geococcyx
renkoekoeken	noun	Geococcyx een geslacht van vogels uit de familie koekoeken (Cuculidae).
renkoekoekje	=	renkoekoek
renkoekoekjes	=	renkoekoek
renminbi	noun	valuta van de Volksrepubliek China (verkorting van renminbi yuan)
renminbi's	=	renminbi
renmuis	noun	Rhombomys een knaagdier uit de familie van de Muridae
renmuisje	=	renmuis
renmuisjes	=	renmuis
renmuizen	=	renmuis
renne	=	rennen
rennellbrilvogel	noun	Zosterops rennellianus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
rennellbrilvogels	=	rennellbrilvogel
rennellbrilvogeltje	=	rennellbrilvogel
rennellbrilvogeltjes	=	rennellbrilvogel
rennellfluiter	noun	Pachycephala feminina een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
rennellfluiters	=	rennellfluiter
rennellfluitertje	=	rennellfluiter
rennellfluitertjes	=	rennellfluiter
rennellklauwiermonarch	noun	Clytorhynchus hamlini een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
rennellklauwiermonarchen	=	rennellklauwiermonarch
rennellklauwiermonarchje	=	rennellklauwiermonarch
rennellklauwiermonarchjes	=	rennellklauwiermonarch
rennellmangrovezanger	noun	Gerygone citrina een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
rennellmangrovezangers	=	rennellmangrovezanger
rennellmangrovezangertje	=	rennellmangrovezanger
rennellmangrovezangertjes	=	rennellmangrovezanger
rennellpurperspreeuw	noun	Aplonis insularis een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
rennellpurperspreeuwen	=	rennellpurperspreeuw
rennellpurperspreeuwtje	=	rennellpurperspreeuw
rennellpurperspreeuwtjes	=	rennellpurperspreeuw
rennellwaaierstaart	noun	Rhipidura rennelliana een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
rennellwaaierstaarten	=	rennellwaaierstaart
rennellwaaierstaartje	=	rennellwaaierstaart
rennellwaaierstaartjes	=	rennellwaaierstaart
rennen	noun	snelheidsproef op de weg of in het terrein	verb	zeer snel lopen
rennend	adj	snel voortbewegend, haastig
rennende	=	rennen
rennends	=	rennend
renner	noun	een wielrenner
renners	=	renner
rennertje	=	renner
rennertjes	=	renner
rennetje	=	ren
rennetjes	=	ren
renommee	noun	mate waarin en manier waarop iets of iemand bekend staat
renommeer	=	renommeren
renommeerde	=	renommeren
renommeerden	=	renommeren
renommeert	=	renommeren
renommere	=	renommeren
renommeren	verb	beroemd / bekend maken
renommerend	=	renommeren
renommerende	=	renommeren
renommée	=	renommee
renonce	noun	geen kaart van een bepaalde kleur kunnen bijspelen omdat men ze niet heeft
renonces	=	renonce
renovasculair	adj	met betrekking tot nieren en bloedvaten
renovasculaire	=	renovasculair
renovasculairs	=	renovasculair
renovatie	noun	het opnieuw bewoonbaar maken van een huis of wijk door een grote verbouwing
renovatiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om iets te laten voldoen aan de moderne eisen
renovatiekosten	noun	geld dat men moet betalen om iets te laten voldoen aan de moderne eisen
renovatieproject	noun	het uitvoeren van activiteiten om een gebouw te laten voldoen aan moderne eisen vanuit wet- en regelgeving
renovatieprojecten	=	renovatieproject
renovatieprojectje	=	renovatieproject
renovatieprojectjes	=	renovatieproject
renovaties	=	renovatie
renovatietje	=	renovatie
renovatietjes	=	renovatie
renovatiewoning	noun	huis dat een ingrijpende opknapbeurt moet of heeft ondergaan
renovatiewoningen	=	renovatiewoning
renovatiewoninkje	=	renovatiewoning
renovatiewoninkjes	=	renovatiewoning
renoveer	=	renoveren
renoveerde	=	renoveren
renoveerden	=	renoveren
renoveert	=	renoveren
renovere	=	renoveren
renoveren	verb	opknappen, repareren, vernieuwen
renoverend	=	renoveren
renoverende	=	renoveren
renpaard	noun	paard dat gefokt is met het doel om aan paardenrennen deel te nemen
renpaarden	=	renpaard
renpaardje	=	renpaard
renpaardjes	=	renpaard
rens	adj	rins
rensdak	noun	een dak bedekt met dakleien, waarbij het zichtbare deel van de leistenen afgerond is, vergelijkbaar met de schubben van vissen
rensdaken	=	rensdak
rensdakje	=	rensdak
rensdakjes	=	rensdak
rense	=	rens
renser	=	rens
rensere	=	rens
rensers	=	rens
renslangen	noun	een geslacht Drymobius van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
renspin	noun	spin uit de familie renspinnen (Philodromidae)
renspinnen	noun	Philodromidae een familie van spinnen bestaande uit 536 soorten in 29 geslachten.
renspinnetje	=	renspin
renspinnetjes	=	renspin
rensport	noun	sport waarbij het gaat om de snelheid van galopperende paarden
rensporten	=	rensport
renst	=	rens
renstal	noun	stal met renpaarden
renstallen	=	renstal
renste	=	rens
renster	noun	vrouw die hardloopt
rensters	=	renster
rent	=	rennen
rentabiliteit	noun	de hoeveelheid winst die behaald wordt per geïnvesteerde hoeveelheid geld
rentabiliteiten	=	rentabiliteit
rentambt	noun	rentmeester, rentmeesterschap
rentambten	=	rentambt
rente	noun	op geregelde tijden te betalen geldbedrag voor het vruchtgebruik van een geleende som geld
rentebetaling	noun	betaling van rente
rentebetalingen	=	rentebetaling
rentebetalinkje	=	rentebetaling
rentebetalinkjes	=	rentebetaling
rentebeweging	noun	stijging of daling van het rentepercentage (rentevoet) op financiële markten
rentebewegingen	=	rentebeweging
rentebeweginkje	=	rentebeweging
rentebeweginkjes	=	rentebeweging
rentefonds	noun	zelfstandige openbare instelling die de markt van de overheidsobligaties reguleert
rentefondsen	=	rentefonds
rentekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als rente over een lening
rentekosten	noun	geld dat men moet betalen als rente over een lening
rentelast	noun	de interest die betaalt moet worden over een schuld
rentelasten	=	rentelast
renteloos	adj	zonder rente te ontvangen of hoeven te betalen
renteloost	=	renteloos
rentelooste	=	renteloos
renteloze	=	renteloos
rentelozer	=	renteloos
rentelozere	=	renteloos
rentelozers	=	renteloos
rentemeester	=	rentmeester
renten	=	rente
rentenier	noun	iemand die zo kapitaalkrachtig is dat hij niet meer hoeft te werken en nog geen recht heeft op AOW of pensioen
rentenierde	=	rentenieren
rentenierden	=	rentenieren
renteniere	=	rentenieren
rentenieren	verb	leven van de rente van het kapitaal dat je bezit; niet meer hoeven te werken voor je dagelijks brood
rentenierend	=	rentenieren
rentenierende	=	rentenieren
renteniers	=	rentenier
renteniert	=	rentenieren
renteniertje	=	rentenier
renteniertjes	=	rentenier
renteniveau	noun	de hoogte van de rente uitgedrukt in procenten
renteniveaus	=	renteniveau
rentepeil	noun	hoogte van de rente op een bepaald tijdstip
rentepeilen	=	rentepeil
rentepercentage	noun	het aantal procent dat men aan rente betaald/ontvangt op basis van het geleende bedrag
rentepercentages	=	rentepercentage
renteresultaat	noun	wat je met een spaar- of depositorekening verdient
renteresultaatje	=	renteresultaat
renteresultaatjes	=	renteresultaat
renteresultaten	=	renteresultaat
rentes	=	rente
renteschuld	noun	schuld die bestaat uit nog niet betaalde rente
renteschulden	=	renteschuld
renteschuldje	=	renteschuld
renteschuldjes	=	renteschuld
rentestand	noun	de hoogte van vergoeding die men krijgt op spaargeld of die men moet betalen voor een lening uitgedrukt in procenten van het bedrag
rentestandaard	noun	rentevoet, rentepercentage
rentestandaarden	=	rentestandaard
rentestandaardje	=	rentestandaard
rentestandaardjes	=	rentestandaard
rentestandaards	=	rentestandaard
rentestanden	=	rentestand
rentestap	noun	verhoging of verlaging van de rente door een centrale bank
rentestapje	=	rentestap
rentestapjes	=	rentestap
rentestappen	=	rentestap
rentestijging	noun	het verhogen van de prijs van geld.
rentestijgingen	=	rentestijging
rentestijginkje	=	rentestijging
rentestijginkjes	=	rentestijging
rentesubsidieregeling	noun	een financiële regeling waarbij een overheid, werkgever of andere instantie een deel van de rente van een lening betaalt of compenseert.
rentesubsidieregelingen	=	rentesubsidieregeling
rentesubsidieregelingetje	=	rentesubsidieregeling
rentesubsidieregelingetjes	=	rentesubsidieregeling
renteswap	noun	swap op de rente
renteswapje	=	renteswap
renteswapjes	=	renteswap
renteswaps	=	renteswap
rentetarief	noun	de hoogte van de vergoeding die iemand moet betalen als hij of zij geld leent
rentetariefje	=	rentetarief
rentetariefjes	=	rentetarief
rentetarieven	=	rentetarief
rentetermijn	noun	hoeveelheid geld die men als rente over een bepaalde periode moet betalen
rentetermijnen	=	rentetermijn
rentetermijntje	=	rentetermijn
rentetermijntjes	=	rentetermijn
rentetje	=	rente
rentetjes	=	rente
renteverandering	noun	een stijging of daling van het rentepercentage dat wordt berekend over geleend geld of ontvangen over spaargeld
renteveranderingen	=	renteverandering
renteveranderingetje	=	renteverandering
renteveranderingetjes	=	renteverandering
renteverbod	noun	religieus of historisch verbod op het vragen of betalen van rente bij geldleningen, met name bekend vanuit de islam (riba) en het christelijke canonieke recht (tot de moderne tijd), waarbij het werd gezien als woeker en tegen de leer van rechtvaardigheid en solidariteit inging
renteverboden	=	renteverbod
renteverbodje	=	renteverbod
renteverbodjes	=	renteverbod
rentevergadering	noun	vergadering waarin men de rentestand bepaalt
rentevergaderingen	=	rentevergadering
rentevergoeding	noun	een vergoeding (rente) die je ontvangt over een openstaand tegoed of een compensatie voor renteverlies, bijvoorbeeld op een spaarrekening, bouwdepot of derdengeldenrekening.
rentevergoedingen	=	rentevergoeding
rentevergoedinkje	=	rentevergoeding
rentevergoedinkjes	=	rentevergoeding
renteverhoging	noun	het toenemen van de vergoeding die men moet betalen voor uitgeleend geld
renteverhogingen	=	renteverhoging
renteverhoginkje	=	renteverhoging
renteverhoginkjes	=	renteverhoging
renteverlaging	noun	het verlagen van de officiële beleidsrente door een centrale bank (zoals de ECB), waardoor lenen voor banken, bedrijven en consumenten goedkoper wordt.
renteverlagingen	=	renteverlaging
renteverlaginkje	=	renteverlaging
renteverlaginkjes	=	renteverlaging
renteverlies	noun	een verlies wat ontstaat door lagere renteinkomsten
renteverliesje	=	renteverlies
renteverliesjes	=	renteverlies
renteverliezen	=	renteverlies
rentevoet	noun	de hoogte van de rente uitgedrukt in procenten gedeeld door 100
rentevoeten	=	rentevoet
rentewijziging	noun	verandering van het rentepercentage van je lening of spaarrekening, meestal omdat een rentevaste periode afloopt en de actuele marktrente
rentewijzigingen	=	rentewijziging
rentewijzigingetje	=	rentewijziging
rentewijzigingetjes	=	rentewijziging
rentewinst	noun	baten die men behaalt door een hoge rentestand
rentewinsten	=	rentewinst
rentmeester	noun	financieel beheerder van vermogensbestanddelen die niet aan hem toebehoren
rentmeesterlijk	adj	op een goede, zorgvuldige en verantwoorde manier beheren
rentmeesterlijke	=	rentmeesterlijk
rentmeesterlijker	=	rentmeesterlijk
rentmeesterlijkere	=	rentmeesterlijk
rentmeesterlijkers	=	rentmeesterlijk
rentmeesterlijks	=	rentmeesterlijk
rentmeesterlijkst	=	rentmeesterlijk
rentmeesterlijkste	=	rentmeesterlijk
rentmeesters	=	rentmeester
rentmeesterschap	noun	het rentmeester zijn, de betrekking van rentmeester
rentmeesterschappen	=	rentmeesterschap
rentmeesterswoning	noun	de officiële ambtswoning of het woonhuis van een rentmeester.
rentmeesterswoningen	=	rentmeesterswoning
rentmeesterswoninkje	=	rentmeesterswoning
rentmeesterswoninkjes	=	rentmeesterswoning
rentmeesterwoning	noun	de officiële ambtswoning of het woonhuis van een rentmeester.
rentmeesterwoningen	=	rentmeesterwoning
rentmeesterwoninkje	=	rentmeesterwoning
rentmeesterwoninkjes	=	rentmeesterwoning
rentree	noun	terugkomen van weggeweest te zijn
rentrees	=	rentree
renumeratie	noun|formal	terugbetaling
renumeraties	=	renumeratie
renumereer	=	renumereren
renumereerde	=	renumereren
renumereerden	=	renumereren
renumereert	=	renumereren
renumerere	=	renumereren
renumereren	verb|informal	het overnieuw toekennen van volgnummers aan opeenvolgende elementen, of het voorzien van objecten van cijfers
renumererend	=	renumereren
renumererende	=	renumereren
renunciatie	noun	onthouding van lichamelijke genoegens
renunciaties	=	renunciatie
renunciatietje	=	renunciatie
renunciëerde	=	renunciëren
renunciëren	verb	afzien van
renversaal	noun	bewijs waarin men aangeeft bepaalde goederen of documenten te hebben ontvangen
renversalen	=	renversaal
renvogel	noun	Cursorius cursor een soort uit het geslacht Cursorius uit de familie renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae)
renvogels	noun	een geslacht Cursorius van vogels uit de familie renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae).
renvogeltje	=	renvogel
renvogeltjes	=	renvogel
renvooi	noun	doorverwijzing naar de bevoegde rechter
renvooien	=	renvooi
renwagen	noun	door paarden getrokken wagen die men gebruikt bij een wedstrijd
renwagens	=	renwagen
renwagentje	=	renwagen
renwagentjes	=	renwagen
reoeveniet	noun	lid van de stam Ruben-2, inwoner van het gebied van Ruben-3 (18×: Num. 26:7 +, Deut. 3:12 +, Joz. 1:12 +, 2 Kon. 10:33, 1 Kron. 5:6 +)
reoevenieten	=	reoeveniet
reofiel	adj	houdend van stromend water
reofiele	=	reofiel
reofiels	=	reofiel
reofyt	noun	plant die is sterk stromend water kan leven
reofyten	=	reofyt
reofytje	=	reofyt
reofytjes	=	reofyt
reologie	noun	kennis over het vervormen van weke materialen onder invloed van kracht
reologisch	adj	op de reologie betrekking hebbend
reologische	=	reologisch
reologischer	=	reologisch
reologischere	=	reologisch
reologischers	=	reologisch
reometer	noun	meetinstrument om te bepalen hoe een stof van vorm verandert wanneer er kracht op wordt uitgeoefend
reometers	=	reometer
reorganisatie	noun	het reorganiseren
reorganisatiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als men de organisatie van een bedrijf of organisatie verandert
reorganisatiekosten	noun	geld dat men moet betalen als men de organisatie van een bedrijf of organisatie verandert
reorganisatieplan	noun	plan dat verandering binnen een organisatie beoogt om deze efficiënter te doen werken
reorganisatieplannen	=	reorganisatieplan
reorganisatieplannetje	=	reorganisatieplan
reorganisatieplannetjes	=	reorganisatieplan
reorganisaties	=	reorganisatie
reorganisator	noun	iemand die reorganiseert
reorganisatoren	=	reorganisator
reorganisators	=	reorganisator
reorganisatortje	=	reorganisator
reorganisatortjes	=	reorganisator
reorganiseer	=	reorganiseren
reorganiseerde	=	reorganiseren
reorganiseerden	=	reorganiseren
reorganiseert	=	reorganiseren
reorganisere	=	reorganiseren
reorganiseren	verb	anders, opnieuw inrichten.
reorganiserend	=	reorganiseren
reorganiserende	=	reorganiseren
reostaat	noun	een toestel dat de stroomsterkte regelt, m.n. van de elektrische stroom
reostaten	=	reostaat
rep	=	reppen
repaircafé	noun	plaats waar men apperatuur gratis of tegen een geringe vergoeding door diskundige vrijwilligers kan laten repareren
repaircafés	=	repaircafé
reparabel	adj	herstelbaar
reparabele	=	reparabel
reparabeler	=	reparabel
reparabelere	=	reparabel
reparabelers	=	reparabel
reparabels	=	reparabel
reparabelst	=	reparabel
reparabelste	=	reparabel
reparateur	noun	iemand die repareert, een hersteller (van machines, apparaten e.d)
reparateurs	=	reparateur
reparateurtje	=	reparateur
reparateurtjes	=	reparateur
reparatie	noun	het repareren
reparatief	adj	herstellend
reparatiefs	=	reparatief
reparatiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om iets te herstellen wat kapotgegaan is
reparatiekosten	noun	geld dat men moet betalen om iets te herstellen wat kapotgegaan is
reparaties	=	reparatie
reparatietje	=	reparatie
reparatietjes	=	reparatie
reparatieve	=	reparatief
reparatiewerk	noun	herstel dat gedaan moet worden
reparatiewerken	=	reparatiewerk
reparatiewerkje	=	reparatiewerk
reparatiewerkjes	=	reparatiewerk
reparatiewerkzaamheden	noun	activiteiten die erop gericht zijn iets te herstellen wat kapot gegaan is
reparatiewetgeving	noun	het corrigeren van onzorgvuldige wetgeving
reparatiewetgevingen	=	reparatiewetgeving
reparatieën	=	reparatie
reparatrice	noun	vrouwelijke vorm van reparateur
reparatrices	=	reparatrice
reparatricetje	=	reparatrice
reparatricetjes	=	reparatrice
repareer	=	repareren
repareerde	=	repareren
repareerden	=	repareren
repareert	=	repareren
reparere	=	repareren
repareren	verb	iets weer in werkende staat brengen
reparerend	=	repareren
reparerende	=	repareren
repartitie	noun	bij een pensioenstelsel: dat de niet-actieven direct worden betaald door de actieven
repartities	=	repartitie
repartitiestelsel	noun	financiering van sociale verzekering waarbij de kosten van de uitkeringen in een bepaalde periode worden verdeeld over de premiebetalers in die periode In tegenstelling tot een stelsel waarin gespaard wordt voor toekomstige uitkeringen.
repartitiestelsels	=	repartitiestelsel
repatriant	noun	iemand die terugkeert naar het vaderland
repatrianten	=	repatriant
repatriatie	noun	het repatriëren
repatriaties	=	repatriatie
repatrieer	=	repatriëren
repatrieerde	=	repatriëren
repatrieerden	=	repatriëren
repatrieert	=	repatriëren
repatriëre	=	repatriëren
repatriëren	verb	naar het vaderland terugkeren.
repatriërend	=	repatriëren
repatriërende	=	repatriëren
repatriëring	noun	het repatriëren
repatriëringen	=	repatriëring
repatriëringsvlucht	noun	een reis met een vliegtuig om weer terug te kunnen komen in het vaderland
repatriëringsvluchten	=	repatriëringsvlucht
repel	noun	lange, smalle strook van buigzaam materiaal
repelaar	noun	iemand die repelt
repelde	=	repelen
repelden	=	repelen
repele	=	repelen
repelen	verb	de zaadbol van het vlas scheiden
repelend	=	repelen
repelende	=	repelen
repels	=	repel
repelt	=	repelen
repeltje	=	repel
repeltjes	=	repel
repen	=	reep
repercussie	noun	uiterst onaangenaam gevolg
repercussies	=	repercussie
repertoire	noun	al de stukken die een uitvoerend kunstenaar ten beste kan geven
repertoires	=	repertoire
repertoiretje	=	repertoire
repertoiretjes	=	repertoire
repertoria	=	repertorium
repertorieer	=	repertoriëren
repertorieerde	=	repertoriëren
repertorieerden	=	repertoriëren
repertorieert	=	repertoriëren
repertorium	noun	chronologische lijst van akten enz
repertoriumpje	=	repertorium
repertoriumpjes	=	repertorium
repertoriums	=	repertorium
repertoriëre	=	repertoriëren
repertoriëren	verb	op een geordende manier nagaan en vastleggen
repertoriërend	=	repertoriëren
repertoriërende	=	repertoriëren
repeteer	=	repeteren
repeteerde	=	repeteren
repeteerden	=	repeteren
repeteergeweer	noun	met twee handen bediend handvuurwapen waarmee na het laden meerdere schoten achter elkaar kunnen worden gelost Na de uitvinding in 1860 veel gebruikt tot halverwege de 20e eeuw; hierna verdrongen door het (semi-)automatische geweer; in het taalgebruik gangbaar gebleven bij beeldspraak die verwijst naar een reeks snelle herhalingen.
repeteergeweren	=	repeteergeweer
repeteert	=	repeteren
repetent	noun	docent die studenten voorbereid op een examen, of de student zelf die zich voorbereid op een examen
repetenten	=	repetent
repetere	=	repeteren
repeteren	verb	een toneel- of muziekstuk bij wijze van proef op- of uitvoeren
repeterend	=	repeteren
repeterende	=	repeteren
repetitie	noun	het opnieuw uitvoeren van dezelfde handeling
repetitief	adj	zich herhalend
repetitiefs	=	repetitief
repetitiefst	=	repetitief
repetitiefste	=	repetitief
repetitieperiode	noun	de tijd die men gebruikt om iets in te studeren
repetitieperioden	=	repetitieperiode
repetitieperiodes	=	repetitieperiode
repetitieruimte	noun	onderdeel van een gebouw waar artiesten hun uitvoering oefenen
repetitieruimten	=	repetitieruimte
repetitieruimtes	=	repetitieruimte
repetities	=	repetitie
repetitietje	=	repetitie
repetitietjes	=	repetitie
repetitieve	=	repetitief
repetitiever	=	repetitief
repetitievere	=	repetitief
repetitievers	=	repetitief
repetitor	noun	correpetitor, muzikant die koor, zanger of andere muzikant begeleidt bij het instuderen
repetitoren	=	repetitor
repetitors	=	repetitor
repetitortje	=	repetitor
repetitortjes	=	repetitor
replay	noun	opnieuw gespeelde wedstrijd (als de eerste wedstrijd in een gelijkspel is geëindigd)
replays	=	replay
replica	noun	iets wat zo gemaakt is dat het precies overeenkomt met een origineel
replica's	=	replica
replicaatje	=	replica
replicaatjes	=	replica
replicatie	noun	het repliceren (het kopiëren)
replicaties	=	replicatie
replicatietje	=	replicatie
replicatietjes	=	replicatie
replicator	noun	molecuul dat kopieën van zichzelf kan maken
replicatoren	=	replicator
replicators	=	replicator
repliceer	=	repliceren
repliceerbaar	adj	van een wetenschappelijk onderzoek of experiment dat het kan worden door andere onderzoekers, gebruikmakend van dezelfde methode maar met nieuwe data, en daarbij tot vergelijkbare resultaten komt
repliceerbaarder	=	repliceerbaar
repliceerbaardere	=	repliceerbaar
repliceerbaarders	=	repliceerbaar
repliceerbaars	=	repliceerbaar
repliceerbaarst	=	repliceerbaar
repliceerbaarste	=	repliceerbaar
repliceerbare	=	repliceerbaar
repliceerde	=	repliceren
repliceerden	=	repliceren
repliceert	=	repliceren
replicere	=	repliceren
repliceren	verb	opnieuw hetzelfde van iets maken in een zo getrouw mogelijke kopie
replicerend	=	repliceren
replicerende	=	repliceren
repliek	noun	een stevig, raak antwoord
replieken	=	repliek
repliekje	=	repliek
repliekjes	=	repliek
repman	noun	volwassen, mannelijke zangvogel
repmans	=	repman
reporente	noun	rente die banken aan de centrale bank moeten betalen voor het verkrijgen van krediet
reporentes	=	reporente
report	noun	transactie waardoor de afwikkeling van een termijncontract naar de toekomst verschuift
reportage	noun	verslag van een gebeurtenis door een journalist
reportageachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een reportage
reportageachtige	=	reportageachtig
reportageachtiger	=	reportageachtig
reportageachtigere	=	reportageachtig
reportageachtigers	=	reportageachtig
reportageachtigs	=	reportageachtig
reportageachtigst	=	reportageachtig
reportageachtigste	=	reportageachtig
reportagemaker	noun	persoon die een verslag van iets doet in een radio- of televisieprogramma of in een krantenartikel
reportagemakers	=	reportagemaker
reportagereeks	noun	serie documentaires over een bepaald onderwerp
reportagereeksen	=	reportagereeks
reportagereis	noun	reis gemaakt door een verslaggever om verslag te doen hoe de situatie onderweg is
reportagereizen	=	reportagereis
reportages	=	reportage
reportageteam	noun	groep mensen die samen een documentaire maken
reportageteams	=	reportageteam
reportagetje	=	reportage
reportagetjes	=	reportage
reportagewagen	noun	voertuig met voorzieningen om berichtgeving via radio of tv te verzorgen
reportagewagens	=	reportagewagen
reportagewagentje	=	reportagewagen
reportagewagentjes	=	reportagewagen
reporter	noun	iemand die in de media verslag doet van een onderwerp.
reporters	=	reporter
reportertje	=	reporter
reportertjes	=	reporter
reports	=	report
repoussoir	noun	achtergrond waartegen iets afsteekt
repoussoirs	=	repoussoir
reppe	=	reppen
reppen	verb	vermelden, spreken over
reppend	=	reppen
reppende	=	reppen
reprentaties	=	representatie
represaille	noun	een actie uit wraak
represailles	=	represaille
represailletje	=	represaille
represailletjes	=	represaille
representant	noun	vertegenwoordiger (van iets of iemand)
representanten	=	representant
representantje	=	representant
representatie	noun	behartiging van belangen van anderen
representatief	adj	met bepaalde kenmerken een groep of geheel vertegenwoordigend
representatiefs	=	representatief
representatiefst	=	representatief
representatiefste	=	representatief
representatiekost	noun	uitgaven die nodig zijn voor het voeren van een staat die verbonden is aan een bepaalde functie
representatiekosten	noun	uitgaven die nodig zijn voor het voeren van een staat die verbonden is aan een bepaalde functie
representaties	=	representatie
representatietje	=	representatie
representatieve	=	representatief
representatieven	=	representatief
representatiever	=	representatief
representatievere	=	representatief
representatievergoeding	noun	een (vaak maandelijkse) vergoeding van een werkgever aan een werknemer voor kosten gemaakt bij het onderhouden van zakelijke relaties en het vertegenwoordigen van het bedrijf.
representatievergoedingen	=	representatievergoeding
representatievergoedinkje	=	representatievergoeding
representatievergoedinkjes	=	representatievergoeding
representatievers	=	representatief
representativiteit	noun	het er goed en netjes uitzien van iets; uiterlijk vertoon
representativiteiten	=	representativiteit
representeer	=	representeren
representeerde	=	representeren
representeerden	=	representeren
representeert	=	representeren
representere	=	representeren
representeren	verb	vertegenwoordigen
representerend	=	representeren
representerende	=	representeren
representering	noun	representatie
representeringen	=	representering
repressie	noun	onderdrukking, beteugeling
repressief	adj	onderdrukkend, gewoon te onderdrukken
repressiefs	=	repressief
repressiefst	=	repressief
repressiefste	=	repressief
repressies	=	repressie
repressietje	=	repressie
repressieve	=	repressief
repressiever	=	repressief
repressievere	=	repressief
repressievers	=	repressief
reprimande	noun	bestraffende opmerking tegen iets of iemand waarvan men meent dat die een fout heeft gemaakt
reprimandes	=	reprimande
reprint	noun	herdruk, heruitgave
reprints	=	reprint
reprise	noun	term voor de wederopvoering van een vroeger gespeeld toneelstuk (opera, musical)
reprises	=	reprise
repro	noun	verkorting van reproductie en als zodanig ook als eerste deel van samenstellingen
repro's	=	repro
reproduceer	=	reproduceren
reproduceerbaar	adj	dat het herhaalbaar is en onder dezelfde omstandigheden telkens tot dezelfde resultaten leidt
reproduceerbaarder	=	reproduceerbaar
reproduceerbaardere	=	reproduceerbaar
reproduceerbaarders	=	reproduceerbaar
reproduceerbaars	=	reproduceerbaar
reproduceerbaarst	=	reproduceerbaar
reproduceerbaarste	=	reproduceerbaar
reproduceerbare	=	reproduceerbaar
reproduceerde	=	reproduceren
reproduceerden	=	reproduceren
reproduceert	=	reproduceren
reproducere	=	reproduceren
reproduceren	verb	vermenigvuldigen met één of andere reproductietechniek zoals drukken, fysiek kopiëren
reproducerend	=	reproduceren
reproducerende	=	reproduceren
reproductie	noun	voortplanting
reproductiegetal	noun	de besmettingsgraad van een ziekte uitgedrukt in een getal
reproductiegetallen	=	reproductiegetal
reproductierecht	noun	het recht van de auteur of andere rechthebbende van een werk letterkunde of kunst om als enige dit werk te reproduceren of te laten reproduceren
reproductierechten	=	reproductierecht
reproducties	=	reproductie
reproductietje	=	reproductie
reproductietjes	=	reproductie
reproductievergoeding	noun	een vergoeding die organisaties en ondernemers betalen voor het kopiëren, scannen of printen van auteursrechtelijk beschermde werken (zoals krantenartikelen, tijdschriften of boeken) voor intern gebruik.
reproductievergoedingen	=	reproductievergoeding
reproductievergoedinkje	=	reproductievergoeding
reproductievergoedinkjes	=	reproductievergoeding
reprorecht	noun	het recht van de auteur of andere rechthebbende van een werk letterkunde of kunst om als enige dit werk te reproduceren of te laten reproduceren
reprorechten	=	reprorecht
rept	=	reppen
repte	=	reppen
repten	=	reppen
reptiel	noun	een koudbloedig, kruipend gewerveld dier met meestal vier poten en een schubbenhuid
reptielachtig	adj	lijkend op een reptiel
reptielachtige	=	reptielachtig
reptielachtiger	=	reptielachtig
reptielachtigere	=	reptielachtig
reptielachtigers	=	reptielachtig
reptielachtigs	=	reptielachtig
reptielachtigst	=	reptielachtig
reptielachtigste	=	reptielachtig
reptielen	noun	een traditionele klasse Reptilia, koudbloedige, gewervelde dieren.
reptielenhuis	noun	gebouw in een dierentuin waar men reptielen huisvest en tentoonstelt
reptielenhuizen	=	reptielenhuis
reptieltje	=	reptiel
reptieltjes	=	reptiel
republicanisme	noun	politieke stroming die vindt dat de beste staatsvorm een republiek is met een door het volk gekozen president
republicq	=	republiek
republiek	noun	staatsvorm waarbij het staatshoofd voor een aantal jaren verkozen of benoemd wordt
republieken	=	republiek
republiekje	=	republiek
republiekjes	=	republiek
republijk	=	republiek
republikein	noun	burger in een republiek ??
republikeinen	=	republikein
republikeins	adj	van of als van een republiek
republikeinse	=	republikeins
republikeinser	=	republikeins
republikeinsere	=	republikeins
republikeinsers	=	republikeins
republikeinst	=	republikeins
republikeinste	=	republikeins
republikeintje	=	republikein
republikeinwever	noun	Philetairus socius een zangvogel en komt voor in zuidelijk Afrika.
republikeinwevers	=	republikeinwever
republikeinwevertje	=	republikeinwever
republikeinwevertjes	=	republikeinwever
republiq	=	republiek
republique	=	republiek
republycque	=	republiek
republyk	=	republiek
repulsie	noun	afstoting
repulsief	adj	afstotend, afwijzend, terugstotend
repulsiefs	=	repulsief
repulsiefst	=	repulsief
repulsiefste	=	repulsief
repulsiemotor	noun	eenfase seriemotor voorzien van een collector en kortgesloten anker waarbij de snelheid continu kan worden geregeld, terwijl het omkeren van de draairichting gebeurt door verdraaiing van de borstels
repulsiemotoren	=	repulsiemotor
repulsiemotors	=	repulsiemotor
repulsiemotortje	=	repulsiemotor
repulsiemotortjes	=	repulsiemotor
repulsies	=	repulsie
repulsieve	=	repulsief
repulsiever	=	repulsief
repulsievere	=	repulsief
repulsievers	=	repulsief
reputatie	noun	de manier waarop iemand bekend is
reputaties	=	reputatie
reputatietje	=	reputatie
reputatietjes	=	reputatie
reputatieverlies	noun	het kwijtraken van de goede naam; verlies van aanzien
reputatieverliezen	=	reputatieverlies
repweek	noun	periode waarin de leerling alleen op school komt om repetities te maken
repweekje	=	repweek
repweekjes	=	repweek
repweken	=	repweek
request	=	rekest
requiem	noun	mis opgedragen voor een overledene
requiemhaaien	noun	een familie Carcharhinidae van grondhaaien (Carcharhiniformes) die bestaat uit 12 geslachten en 52 soorten.
requiemmis	noun	kerkdienst die hoort bij een begrafenis
requiemmissen	=	requiemmis
requiems	=	requiem
requisiet	=	rekwisiet
requisit	=	rekwisiet
requisitoir	noun	aanklacht van de officier van justitie tijdens een strafproces, waarin hij de feiten op een rijtje zet, zijn mening geeft over het bewijs en een bepaalde straf eist
requisitoiren	=	requisitoir
requisitoirs	=	requisitoir
requisitoirtje	=	requisitoir
requisitoirtjes	=	requisitoir
requisitum	=	rekwisiet
resch	=	rus
rescontreer	=	rescontreren
rescontreerde	=	rescontreren
rescontreerden	=	rescontreren
rescontreert	=	rescontreren
rescontrere	=	rescontreren
rescontreren	verb	verrekenen, vereffenen
rescontrerend	=	rescontreren
rescontrerende	=	rescontreren
rescript	noun	schrijven waarin een besluit van de overheid of kerkelijke autoriteit wordt uitgevaardigd
rescripten	=	rescript
research	noun	wetenschappelijk onderzoek
researchje	=	research
resectie	noun	uitsnijding
resecties	=	resectie
reseda	noun	benaming voor kruidachtige planten uit de familie Resedaceae
reseda's	=	reseda
reseda-aardvlo	noun	Phyllotreta nodicornis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
reseda-aardvlooien	=	reseda-aardvlo
reseda-aardvlooitje	=	reseda-aardvlo
reseda-aardvlooitjes	=	reseda-aardvlo
resedaatje	=	reseda
resedaatjes	=	reseda
resedafamilie	noun	een familie Resedaceae van kruidachtige planten.
resedafamilies	=	resedafamilie
resedafamilietje	=	resedafamilie
resedafamilietjes	=	resedafamilie
resedagroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6011 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6011 ( ).
resedagroene	=	resedagroen
resedagroens	=	resedagroen
resedamaskerbij	noun	Hylaeus signatus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
resedamaskerbijen	=	resedamaskerbij
resedamaskerbijtje	=	resedamaskerbij
resedamaskerbijtjes	=	resedamaskerbij
resedawitje	noun	Pontia daplidice een dagvlinder uit de familie Pieridae (witjes).
resedawitjes	=	resedawitje
reseller	noun	persoon of bedrijf dat goederen aan consumenten verkoopt zonder deze zelf te produceren
resellers	=	reseller
resem	noun|figurative	lange lijst met op elkaar lijkende zaken
resempje	=	resem
resempjes	=	resem
resems	=	resem
reservaat	noun	gebied waarin de natuur of zijn bewoners worden beschermd
reservaatje	=	reservaat
reservaatjes	=	reservaat
reservaten	=	reservaat
reservatie	noun	het reserveren, het voorbehouden, voorbehoud
reservaties	=	reservatie
reserve	noun	iemand die of iets wat voor later gebruik opzijgezet is of wordt
reserveband	noun	een band die ter reserve wordt aangehouden en bedoeld is om te gebruiken indien een andere band kapot gaat.
reservebanden	=	reserveband
reservebandje	=	reserveband
reservebandjes	=	reserveband
reservebank	noun	de bank waarop de reservespelers zitten tijdens een wedstrijd
reservebanken	=	reservebank
reservebankje	=	reservebank
reservebankjes	=	reservebank
reserveer	=	reserveren
reserveerde	=	reserveren
reserveerden	=	reserveren
reserveeren	=	reserveren
reserveert	=	reserveren
reservefonds	noun	fonds waarin geld gestort is ter dekking van toekomstige tekorten of t.b.v. bijzondere voorzieningen
reservefondsen	=	reservefonds
reservegetal	noun	extra getal in de trekking van de lottogetallen
reservegetallen	=	reservegetal
reservegetalletje	=	reservegetal
reservegetalletjes	=	reservegetal
reservekader	noun	militair kader dat na opleiding in de maatschappij terugkeert, maar in oorlogstijd het beroepskader kan aanvullen
reservekaders	=	reservekader
reservekleding	noun	extra set kleding die wordt meegenomen of klaargelegd om te dragen als de oorspronkelijke kleding vies, nat of onbruikbaar is geworden.
reservelijst	noun	lijst waarop mogelijke invallers staan
reservelijsten	=	reservelijst
reservelijstje	=	reservelijst
reservelijstjes	=	reservelijst
reservelucht	noun	lucht die men als extra voorraad beschikbaar heeft zonder dat men deze lucht direct nodig heeft
reserven	=	reserve
reserveofficier	noun	iemand die gewoonlijk niet in actieve dienst is totdat hij wordt opgeroepen, maar in dat geval een rang heeft waaraan het bevel over een zeker aantal ondergeschikten is verbonden, leidinggevende bij reserve-eenheden
reserveofficieren	=	reserveofficier
reserveofficiers	=	reserveofficier
reserveofficiertje	=	reserveofficier
reserveofficiertjes	=	reserveofficier
reserveonderdeel	noun	component voor een appparaat die apart beschikbaar is als vervanging bij slijtage of beschadiging
reserveonderdeeltje	=	reserveonderdeel
reserveonderdelen	=	reserveonderdeel
reservepositie	noun	geld dat men in kas heeft zonder dat er al een bestemming voor gevonden is en dat gebruikt kan worden bij tegenvallers
reserveposities	=	reservepositie
reservere	=	reserveren
reserveren	verb	een plaats laten vrijhouden omdat men deze wil gebruiken
reserverend	=	reserveren
reserverende	=	reserveren
reservering	noun	het vooraf bespreken van een plaats in een openbare gelegenheid, vervoermiddel, restaurant e.d.
reserveringen	=	reservering
reserveringetje	=	reservering
reserveringetjes	=	reservering
reserveringsbevestiging	noun	officieel (digitaal) document of e-mail van een dienstverlener waarin staat dat jouw boeking definitief is geaccepteerd.
reserveringsbevestigingen	=	reserveringsbevestiging
reserveringsbevestigingetje	=	reserveringsbevestiging
reserveringsbevestigingetjes	=	reserveringsbevestiging
reserveringskost	noun|obsolete	geld dat je moet betalen bij het maken van een reservering
reserveringskosten	noun	geld dat je moet betalen bij het maken van een reservering
reserveringssysteem	noun	systeem waarmee men iets kan reserveren
reserveringssystemen	=	reserveringssysteem
reserverinkje	=	reservering
reserverinkjes	=	reservering
reserverol	noun	een rol die men in reserve heeft
reserverollen	=	reserverol
reserves	=	reserve
reservesleutel	noun	een kopie van een sleutel die je kunt gebruiken als de originele sleutel niet beschikbaar is
reservesleutels	=	reservesleutel
reservesleuteltje	=	reservesleutel
reservesleuteltjes	=	reservesleutel
reservetank	noun	vat waarin brandstof zit die men kan gebruiken als de hoofdtank (per ongeluk) leeg is geraakt
reservetankje	=	reservetank
reservetankjes	=	reservetank
reservetanks	=	reservetank
reservetje	=	reserve
reservetroepen	noun	een deel van leger dat men kan inzetten als de reguliere troepen uitgeput of verslagen zijn ; troepen die niet in actieve dienst zijn maar wel oproepbaar zijn
reservevaluta	noun	een valuta die door de overheid en andere instanties van een land vaak in grote hoeveelheden achter de hand wordt gehouden als onderdeel van de internationale reserves van een land.
reservevaluta's	=	reservevaluta
reservewiel	noun	een band/wiel die ter reserve wordt aangehouden en bedoeld is om te gebruiken indien een andere band kapot gaat.
reservewielen	=	reservewiel
reservewieltje	=	reservewiel
reservewieltjes	=	reservewiel
reservist	noun	iemand die oproepbaar is voor militaire dienst in tijden van oorlog, oorlogsdreiging of andere situaties waarin inzet van het leger nodig is
reservisten	=	reservist
reservoir	noun	plaats waar water of een andere vloeistof bewaard kan worden
reservoirs	=	reservoir
reservoirtje	=	reservoir
reservoirtjes	=	reservoir
reset	=	resetten
resetknop	noun	schakelaar op een elektronisch apparaat om het systeem opnieuw op te starten of de oorspronkelijke fabrieksinstellingen te herstellen
resetknopje	=	resetknop
resetknopjes	=	resetknop
resetknoppen	=	resetknop
resette	=	resetten
resetten	verb	van een computer of ander apparaat: eerst helemaal uitzetten en dan weer opnieuw opstarten (vanaf de eerste fabrieksinstellingen)
resettend	=	resetten
resettende	=	resetten
resideer	=	resideren
resideerde	=	resideren
resideerden	=	resideren
resideert	=	resideren
resident	noun	bestuurder van een groot gebied in het vroegere Nederlands-Indië (rang onder gouverneur(-generaal) en boven assistent-resident)
residente	noun	vrouwelijke resident
residenten	=	resident
residentes	=	residente
residentie	noun	verblijfplaats (van een staatshoofd)
residentieel	adj	betrekking hebbend op de residentie
residentieels	=	residentieel
residentieelst	=	residentieel
residentieelste	=	residentieel
residenties	=	residentie
residentietje	=	residentie
residentiële	=	residentieel
residentiëler	=	residentieel
residentiëlere	=	residentieel
residentiëlers	=	residentieel
residentschap	noun	het resident zijn; de functie van resident
residentschappen	=	residentschap
residentswoning	noun	een woning die bedoeld is voor permanente bewoning.
residentswoningen	=	residentswoning
residentswoninkje	=	residentswoning
residentswoninkjes	=	residentswoning
residere	=	resideren
resideren	verb	ergens in luxe wonen of verblijven
residerend	=	resideren
residerende	=	resideren
residu	noun	wat na een bepaalde bewerking overblijft
residu's	=	residu
residuaal	adj	met betrekking tot een overblijvend restant
residuaals	=	residuaal
residuaalst	=	residuaal
residuaalste	=	residuaal
residuair	adj	met betrekking tot een overblijvend restant, resterend
residuairder	=	residuair
residuairdere	=	residuair
residuairders	=	residuair
residuaire	=	residuair
residuairs	=	residuair
residuairst	=	residuair
residuairste	=	residuair
residuale	=	residuaal
residualer	=	residuaal
residualere	=	residuaal
residualers	=	residuaal
residueel	adj	betrekking hebbend op een residu (rest, overblijfsel), overblijvend, resterend
residueels	=	residueel
residueelst	=	residueel
residueelste	=	residueel
residuele	=	residueel
residueler	=	residueel
residuelere	=	residueel
residuelers	=	residueel
residuen	=	residu
residuutje	=	residu
residuutjes	=	residu
resignatie	noun	het afzien (van een verlangen), berusting, gelatenheid
resignaties	=	resignatie
resigneer	=	resigneren
resigneerde	=	resigneren
resigneerden	=	resigneren
resigneert	=	resigneren
resignere	=	resigneren
resigneren	verb	afstand doen van een functie
resignerend	=	resigneren
resignerende	=	resigneren
resine	noun	hars
resinen	=	resine
resines	=	resine
resinetje	=	resine
resistantie	noun	weinig gebruikelijke naam voor elektrische weerstand (de eigenschap van materialen om de doorgang van stroom te belemmeren) uitgedrukt in de eenheid ohm (Ω).
resistanties	=	resistantie
resistent	adj	bestand tegen
resistente	=	resistent
resistenter	=	resistent
resistentere	=	resistent
resistenters	=	resistent
resistentie	noun	het resistent zijn, het weerstandsvermogen
resistenties	=	resistentie
resistents	=	resistent
resistentst	=	resistent
resistentste	=	resistent
resj	noun	hoofd
resjaffen	adj	eerlijk, rechtschapen
resjaïem	=	rasja
resocialisatie	noun	het resocialiseren
resocialisaties	=	resocialisatie
resocialiseer	=	resocialiseren
resocialiseerde	=	resocialiseren
resocialiseerden	=	resocialiseren
resocialiseert	=	resocialiseren
resocialisere	=	resocialiseren
resocialiseren	verb	weer geschikt worden om op een goede manier te functioneren in de samenleving (na een gevangenisstraf)
resocialiserend	=	resocialiseren
resocialiserende	=	resocialiseren
resolute	=	resoluut
resoluter	=	resoluut
resolutere	=	resoluut
resoluters	=	resoluut
resolutie	noun	door een overheid of ander bestuurlijk orgaan genomen besluit, dat meestal de vorm heeft van een officiële verklaring
resolutieboek	noun	historisch archief waarin de besluiten en beslissingen van een bestuur, zoals een stadsbestuur of een raad, chronologisch werden vastgelegd.
resolutieboeken	=	resolutieboek
resolutieboekje	=	resolutieboek
resolutieboekjes	=	resolutieboek
resoluties	=	resolutie
resolutietje	=	resolutie
resoluut	adj	met veel daadkracht en zonder aarzeling
resoluuts	=	resoluut
resoluutst	=	resoluut
resoluutste	=	resoluut
resolveer	=	resolveren
resolveerde	=	resolveren
resolveerden	=	resolveren
resolveert	=	resolveren
resolvere	=	resolveren
resolveren	verb	besluiten
resolverend	=	resolveren
resolverende	=	resolveren
resomatie	noun	lijkbezorging waarbij men de stoffelijke overschotten van een overledene laat oplossen in een kaliumhydroxide oplossing
resomaties	=	resomatie
resomator	noun	drukvat waarin men de stoffelijke overschotten van een overledene kan laten oplossen in een kaliumhydroxide oplossing
resomatoren	=	resomator
resomatoria	=	resomatorium
resomatorium	noun	uitvaartcentrum gespecialiseerd in biocrematies waarbij de stoffelijke overschotten van een overledene worden opgelost in een kaliumhydroxide oplossing
resomatoriums	=	resomatorium
resomators	=	resomator
resomeer	=	resomeren
resomeercentra	=	resomeercentrum
resomeercentrum	noun	uitvaartcentrum gespecialiseerd in biocrematies waarbij de stoffelijke overschotten van een overledene worden opgelost in een kaliumhydroxide oplossing
resomeercentrums	=	resomeercentrum
resomeerde	=	resomeren
resomeerden	=	resomeren
resomeert	=	resomeren
resomere	=	resomeren
resomeren	verb	een techniek waarbij stoffelijke resten van mens of dier onder druk met behulp van kaliumhydroxide worden opgelost in heet water
resomerend	=	resomeren
resomerende	=	resomeren
resonans	noun	langer doorklinkend geluid doordat voorwerpen het weerkaatsen of op dezelfde toonhoogte gaan meetrillen
resonantie	noun	weergalm, weerklank
resonantiebodem	noun	klankbodem
resonantiebodempje	=	resonantiebodem
resonantiebodempjes	=	resonantiebodem
resonantiebodems	=	resonantiebodem
resonantiefrequentie	noun	de frequentie van de trilling op de eigenfrequentie
resonantiefrequenties	=	resonantiefrequentie
resonantiekring	noun	een (hoogfrequent) schakeling die zo is ontworpen dat de “wisselstroomweerstand” van capaciteit en de zelfinductie van de erin opgenomen componenten elkaar bij een welbepaalde frequentie teniet doen.
resonantiekringen	=	resonantiekring
resonantiekringetje	=	resonantiekring
resonantiekringetjes	=	resonantiekring
resonanties	=	resonantie
resonantiesnaar	noun	een snaar die niet aangeslagen wordt maar meeklinkt als een andere snaar de betreffende noot speelt
resonantiesnaartje	=	resonantiesnaar
resonantiesnaartjes	=	resonantiesnaar
resonantiesnaren	=	resonantiesnaar
resonator	noun	systeem dat een uitgesproken frequentie (eigenfrequentie) heeft waarop resonantie optreedt
resonatoren	=	resonator
resonators	=	resonator
resonatortje	=	resonator
resonatortjes	=	resonator
resoneer	=	resoneren
resoneerde	=	resoneren
resoneerden	=	resoneren
resoneert	=	resoneren
resonere	=	resoneren
resoneren	verb	meetrillen, meeklinken.
resonerend	=	resoneren
resonerende	=	resoneren
resorptie	noun	opslorping
resorpties	=	resorptie
resorptietje	=	resorptie
resorptietjes	=	resorptie
resort	noun	een plaats waar het heel prettig en comfortabel is om te verblijven tijdens je vakantie
resorts	=	resort
resource	noun	iets wat een beschikbaar moet worden gehouden om te kunnen produceren
resources	noun	geheel van de productiemiddelen zoals mensen, geld en grondstoffen
respect	noun	gevoel van bewondering op geestelijk en zedelijk vlak
respectabel	adj	eerbiedwaardig
respectabele	=	respectabel
respectabeler	=	respectabel
respectabelere	=	respectabel
respectabelers	=	respectabel
respectabels	=	respectabel
respectabelst	=	respectabel
respectabelste	=	respectabel
respectabiliteit	noun	de mate waarin iets respect en bewondering afdwingt
respectabiliteiten	=	respectabiliteit
respectblaadje	=	respectblad
respectblaadjes	=	respectblad
respectblad	noun	onbedrukt gelaten blad (in een drukwerk of geschrift)
respectbladen	=	respectblad
respectbladeren	=	respectblad
respecteer	=	respecteren
respecteerde	=	respecteren
respecteerden	=	respecteren
respecteert	=	respecteren
respectere	=	respecteren
respecteren	verb	iemand in aanzien houden, iemand in acht nemen
respecterend	=	respecteren
respecterende	=	respecteren
respectief	adj	betrekking hebbend op ieder van de afzonderlijke dingen waarvan sprake is
respectiefs	=	respectief
respectiefst	=	respectief
respectiefste	=	respectief
respectieve	=	respectief
respectievelijk	adj	wat na elkaar komt, in volgorde	adv	in dezelfde volgorde
respectievelijke	=	respectievelijk
respectievelijks	=	respectievelijk
respectiever	=	respectief
respectievere	=	respectief
respectievers	=	respectief
respectloos	adj	oneerbiedig, gezegd over de aard van personen en het gedrag waaruit dat blijkt	adv	zonder ontzag
respectloosheden	=	respectloosheid
respectloosheid	noun	het respectloos zijn
respectloost	=	respectloos
respectlooste	=	respectloos
respectloze	=	respectloos
respectlozer	=	respectloos
respectlozere	=	respectloos
respectlozers	=	respectloos
respectueus	adj	eerbiedig
respectueust	=	respectueus
respectueuste	=	respectueus
respectueuze	=	respectueus
respectueuzer	=	respectueus
respectueuzere	=	respectueus
respectueuzers	=	respectueus
respectvol	adj	met veel respect
respectvolle	=	respectvol
respectvoller	=	respectvol
respectvollere	=	respectvol
respectvollers	=	respectvol
respectvols	=	respectvol
respectvolst	=	respectvol
respectvolste	=	respectvol
respijt	noun	uitstel, pauze, opschorting
respijten	=	respijt
respiratie	noun	ademhaling
respiraties	=	respiratie
respiratoir	adj	respiratoor, met betrekking tot de ademhaling
respiratoirder	=	respiratoir
respiratoirdere	=	respiratoir
respiratoirders	=	respiratoir
respiratoire	=	respiratoir
respiratoirs	=	respiratoir
respiratoirst	=	respiratoir
respiratoirste	=	respiratoir
respirator	noun	apparaat om de in te ademen lucht te zuiveren of ervoor te zorgen dat alleen verwarmde lucht wordt ingeademd
respiratoren	=	respirator
respiratorisch	adj	betrekking hebbend op de ademhaling
respiratorische	=	respiratorisch
respiratorischer	=	respiratorisch
respiratorischere	=	respiratorisch
respiratorischers	=	respiratorisch
respirators	=	respirator
respiratortje	=	respirator
respiratortjes	=	respirator
respireer	=	respireren
respireerde	=	respireren
respireerden	=	respireren
respireert	=	respireren
respirere	=	respireren
respireren	verb	ademhalen, lucht scheppen
respirerend	=	respireren
respirerende	=	respireren
respondent	noun	iemand die antwoordt of reageert op bijvoorbeeld een circulaire of een enquête
respondenten	=	respondent
respons	noun	antwoord (op een vraag)
responsabilisering	noun	beleid of ontwikkeling waarin mensen of organisaties meer verantwoordelijkheid krijgen
responsabiliseringen	=	responsabilisering
response	noun	reactie op een prikkel
responsen	=	respons
responses	=	response
responsie	noun	antwoord op een uitwendige prikkel
responsief	adj	antwoordend
responsiefs	=	responsief
responsiefst	=	responsief
responsiefste	=	responsief
responsies	=	responsie
responsieve	=	responsief
responsiever	=	responsief
responsievere	=	responsief
responsievers	=	responsief
responsje	=	respons
responsjes	=	respons
responsoria	=	responsorium
responsorisch	adj	betrekking hebbend op een responsorie
responsorische	=	responsorisch
responsorischer	=	responsorisch
responsorischere	=	responsorisch
responsorischers	=	responsorisch
responsorium	noun	een vorm in de kerkmuziek waarbij er een afwisseling is tussen voorzang door een cantor en zang door een koor als antwoord (Latijn: responsum)
responsoriums	=	responsorium
ressentiment	noun	een boos gevoel omdat je het idee hebt dat jou kwaad gedaan is en dat je dat kwaad wil wreken
ressentimenten	=	ressentiment
ressort	noun	rechtsgebied met een zekere geografische uitbreiding
ressorteer	=	ressorteren
ressorteerde	=	ressorteren
ressorteerden	=	ressorteren
ressorteert	=	ressorteren
ressorten	=	ressort
ressortere	=	ressorteren
ressorteren	verb	ressorteren onder: behoren tot iets of iemand
ressorterend	=	ressorteren
ressorterende	=	ressorteren
ressortje	=	ressort
ressortjes	=	ressort
ressortraad	noun	de gekozen volkvertegenwoordigers van een van de 62 bestuurlijke eenheden waarin de tien districten van Suriname onderverdeeld zijn
ressortraden	=	ressortraad
ressorts	=	ressort
ressource	noun	middel van bestaan
ressources	=	ressource
rest	noun	wie of wat er overblijft
restafval	noun	datgene dat overblijft nadat de gangbare afvalstromen (glas, blik, metaal, papier- en kartonafval, groente-, fruit- en tuinafval (gft), kca/kga en lompen) uit de hoofdstroom genomen zijn
restalcohol	noun	alcohol die nog in het bloed zit als men zijn roes heeft uitgeslapen
restant	noun	wat is overgebleven, het overschot of overblijfsel
restantbewijs	noun	bewijs dat afgegeven wordt voor het verschil dat overblijft wanneer een fonds niet precies deelbaar is door het bedrag van de kleinste stukken
restantbewijzen	=	restantbewijs
restanten	=	restant
restantje	=	restant
restantjes	=	restant
restaurant	noun	uitgaansgelegenheid waar men tegen betaling een maaltijd en drank kan nuttigen
restaurantbezoek	noun	de keer dat men in een eetgelegenheid gaat eten
restaurantbezoeken	=	restaurantbezoek
restaurantbezoeker	noun	iemand die naar een restaurant gaat om er te eten (dineren)
restaurantbezoekers	=	restaurantbezoeker
restaurantbezoekertje	=	restaurantbezoeker
restaurantbezoekertjes	=	restaurantbezoeker
restaurantbezoekje	=	restaurantbezoek
restaurantbezoekjes	=	restaurantbezoek
restaurantboeking	noun	een reservering van een tafel in een restaurant om daar later te komen eten
restaurantboekingen	=	restaurantboeking
restaurantbranche	noun	bedrijfstak van eetgelegenheden
restaurantbranches	=	restaurantbranche
restauranteigenaar	noun	iemand die een eetgelegenheid in bezit heeft en er vaak ook de bedrijfleider van is
restauranteigenaars	=	restauranteigenaar
restauranteigenaartje	=	restauranteigenaar
restauranteigenaartjes	=	restauranteigenaar
restauranteigenaren	=	restauranteigenaar
restauranten	=	restaurant
restaurantgedeelte	noun	deel van een gebouw of ruimte dat is ingericht als een eetgelegenheid
restaurantgedeelten	=	restaurantgedeelte
restaurantgedeeltes	=	restaurantgedeelte
restauranthouder	noun	eigenaar van een eetgelegenheid
restauranthouders	=	restauranthouder
restaurantje	=	restaurant
restaurantjes	=	restaurant
restaurantkost	noun|obsolete	geld dat men betaalt aan restaurantbezoek
restaurantkosten	noun	geld dat men betaalt aan restaurantbezoek
restaurantmanager	noun	leider van een eetgelegenheid
restaurantmanagers	=	restaurantmanager
restaurantrekening	noun	lijst met zaken die men in een restaurant heeft genuttigd en welke prijs men daarvoor moet betalen
restaurantrekeningen	=	restaurantrekening
restaurants	=	restaurant
restaurantwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij restaurants
restaurateur	noun	iemand die kunstwerken restaureert
restaurateurs	=	restaurateur
restaurateurtje	=	restaurateur
restaurateurtjes	=	restaurateur
restauratie	noun	een plaats waar men bij het treinreizen op verhaal kan komen en versnaperingen of een maaltijd kan nuttigen
restauratiebedrijf	noun	onderneming waar men oude voorwerpen herstelt
restauratiebedrijven	=	restauratiebedrijf
restauratief	adj	herstellend, restaurerend
restauratiefs	=	restauratief
restauratiefst	=	restauratief
restauratiefste	=	restauratief
restauratiekost	noun|obsolete	geld dat nodig is om iets ouds te repareren zodat het weer in de oude staat hersteld wordt
restauratiekosten	noun	geld dat nodig is om iets ouds te repareren zodat het weer in de oude staat hersteld wordt
restauratieplan	noun	beschrijving van voorgestelde acties om iets ouds te herstellen
restauratieplannen	=	restauratieplan
restauratieplannetje	=	restauratieplan
restauratieplannetjes	=	restauratieplan
restauraties	=	restauratie
restauratietje	=	restauratie
restauratietjes	=	restauratie
restauratieve	=	restauratief
restauratiever	=	restauratief
restauratievere	=	restauratief
restauratievers	=	restauratief
restauratiewagen	noun	een wagen die onderdeel van een trein is en die is ingericht voor het bedienen van de passagiers met voedsel en drank gedurende lange ritten
restauratiewagens	=	restauratiewagen
restauratiewerk	noun	alle arbeid die men verricht bij het repareren van oude gebouwen
restauratiewerken	=	restauratiewerk
restauratiewerkje	=	restauratiewerk
restauratiewerkjes	=	restauratiewerk
restauratiewerkzaamheden	noun	handelingen die ervoor dienen een gebouw weer in oude glorie te herstellen
restaurator	noun	deskundige die beschadigde kunstwerken herstelt
restauratoren	=	restaurator
restaurators	=	restaurator
restauratortje	=	restaurator
restauratortjes	=	restaurator
restauratrice	noun	vrouwelijke vorm van restaurateur vrouwelijke vorm van restaurator
restauratrices	=	restauratrice
restauratricetje	=	restauratrice
restauratricetjes	=	restauratrice
restaureer	=	restaureren
restaureerde	=	restaureren
restaureerden	=	restaureren
restaureert	=	restaureren
restaurere	=	restaureren
restaureren	verb	in de vroegere toestand herstellen
restaurerend	=	restaureren
restaurerende	=	restaureren
restbevoegdheden	=	restbevoegdheid
restbevoegdheid	noun	bevoegdheid die nog niet is toegewezen aan de federale overheid of aan de deelstaten
restbevoegdheidje	=	restbevoegdheid
restbevoegdheidjes	=	restbevoegdheid
reste	=	resten
resteer	=	resteren
resteerde	=	resteren
resteerden	=	resteren
resteeren	=	resteren
resteert	=	resteren
restembryo	noun	embryo dat 'over' is en niet in de baarmoeder wordt teruggeplaatst na een reageerbuisbevruchting
restembryo's	=	restembryo
restembryootje	=	restembryo
restembryootjes	=	restembryo
resten	noun	stoffelijke resten: (delen van) het lichaam van een overledene	verb	overblijven, over zijn
restend	=	resten
restende	=	resten
restere	=	resteren
resteren	verb	~ van: ergens van overblijven
resterend	adj	nog aanwezig zijn
resterende	=	resterend
resterends	=	resterend
restfractie	noun	restdeel, restgedeelte
restfracties	=	restfractie
restfractietje	=	restfractie
restfractietjes	=	restfractie
restgas	noun	gasvormige koolwaterstoffen die overblijven na een bewerking en nuttig gebruikt kunnen worden
restgassen	=	restgas
restgetal	noun	getal dat na een deling als rest overblijft
restgetallen	=	restgetal
restgetalletje	=	restgetal
restgetalletjes	=	restgetal
restingalooftiran	noun	Phylloscartes kronei een zangvogel uit de familie der tirannen (Tyrannidae).
restingalooftirannen	=	restingalooftiran
restingalooftirannetje	=	restingalooftiran
restingalooftirannetjes	=	restingalooftiran
restingamiersluiper	noun	Formicivora serrana littoralis een ondersoort van de bergmiersluiper (F. serrana).
restingamiersluipers	=	restingamiersluiper
restingamiersluipertje	=	restingamiersluiper
restingamiersluipertjes	=	restingamiersluiper
restitueer	=	restitueren
restitueerbaar	adj	van geld, goederen of kosten dat het terugbetaald, vergoed of teruggegeven kan worden.
restitueerbaarder	=	restitueerbaar
restitueerbaardere	=	restitueerbaar
restitueerbaarders	=	restitueerbaar
restitueerbaars	=	restitueerbaar
restitueerbaarst	=	restitueerbaar
restitueerbaarste	=	restitueerbaar
restitueerbare	=	restitueerbaar
restitueerde	=	restitueren
restitueerden	=	restitueren
restitueert	=	restitueren
restituere	=	restitueren
restitueren	verb	teruggeven wat eerder ontvangen is
restituerend	=	restitueren
restituerende	=	restitueren
restitutie	noun	teruggave, het weer aan de eigenaar geven
restitutiepolis	noun	zorgverzekering waarbij men de gemaakte kosten vergoed krijgt ongeacht naar welke zorgverlener men is gegaan
restitutiepolissen	=	restitutiepolis
restituties	=	restitutie
restje	=	rest
restjes	=	rest
restklacht	noun	hinder die een patiënt blijft houden nadat een ziekte behandeld of genezen is
restklachten	=	restklacht
restloos	adj	zonder rest
restloost	=	restloos
restlooste	=	restloos
restloze	=	restloos
restlozer	=	restloos
restlozere	=	restloos
restlozers	=	restloos
restoorde	=	restoren
restoren	verb	verlossen
restorend	=	restoren
restorestje	noun	zak of kartonnendoosje met de restanten van een in een restaurant genuttigde maaltijd die de gasten mee naar huis kunnen nemen
restorestjes	=	restorestje
restorno	noun	herstel van een foute boeking
restorno's	=	restorno
restproduct	noun	een stof die men overhoudt bij een productieproces
restproducten	=	restproduct
restproductje	=	restproduct
restproductjes	=	restproduct
restregering	noun	het overgebleven deel van de regering, dat een minderheidsregering is, nadat een van de andere politieke partijen uit de regering is gestapt
restregeringen	=	restregering
restrictie	noun	een opgelegde beperking (voorwaarde, voorbehoud)
restrictief	adj	beperkend
restrictiefs	=	restrictief
restrictiefst	=	restrictief
restrictiefste	=	restrictief
restricties	=	restrictie
restrictieve	=	restrictief
restrictiever	=	restrictief
restrictievere	=	restrictief
restrictievers	=	restrictief
restschadeclaim	noun	aanspraak op vergoeding van de blijvende nog niet gecompenseerde schade
restschadeclaims	=	restschadeclaim
restschuld	noun	schuld die overblijft als men een huis heeft verkocht en daarmee slechts een deel van de hypotheekschuld kan afbetalen
restschulden	=	restschuld
reststof	noun	restafval
reststoffen	=	reststof
reststofje	=	reststof
reststofjes	=	reststof
reststromen	=	reststroom
reststroom	noun	reststroom van elektriciteit
reststroompje	=	reststroom
reststroompjes	=	reststroom
restsuiker	noun	suikers (zoals druivensuiker en vruchtensuiker) die nog in wijn aanwezig zijn.
restsuikers	=	restsuiker
restsuikertje	=	restsuiker
restsuikertjes	=	restsuiker
restte	=	resten
restten	=	resten
restwaarde	noun	de geschatte waarde die een bedrijfsmiddel, zoals een auto, machine of computer, aan het einde van zijn economische levensduur nog heeft
restwaarden	=	restwaarde
restwaardes	=	restwaarde
restwarmte	noun	warmte die vrijkomt bij een energieomzetting (waardoor het rendement van die omzetting kleiner dan 100% is).
restwarmtetje	=	restwarmte
restwarmtetjes	=	restwarmte
restyle	=	restylen
restylede	=	restylen
restyleden	=	restylen
restylen	verb	iets of iemand een geheel nieuw uiterlijk geven
restylend	=	restylen
restylende	=	restylen
restylet	=	restylen
restyling	noun	vernieuwing van uiterlijke vorm
restzetel	noun	zetel die overblijft nadat de stemmen door verdeling met de kiesdeler verdeeld zijn in een kiessysteem met evenredige vertegenwoordiging
restzetels	=	restzetel
resultaat	noun	een uitkomst
resultaatje	=	resultaat
resultaatjes	=	resultaat
resultaatstijging	noun	de vergroting van de opbrengst, winst of prestatie over een bepaalde periode.
resultaatstijgingen	=	resultaatstijging
resultaatstijginkje	=	resultaatstijging
resultaatstijginkjes	=	resultaatstijging
resultaatsverplichting	noun	een (contractuele) verplichting om een vooraf vrij nauwkeurig omschreven resultaat te bereiken
resultaatsverplichtingen	=	resultaatsverplichting
resultaatverplichting	noun	een (contractuele) verplichting om een vooraf vrij nauwkeurig omschreven resultaat te bereiken
resultaatverplichtingen	=	resultaatverplichting
resultante	noun	de som van verschillende krachten
resultanten	=	resultante
resultaten	=	resultaat
resultatenpagina	noun	webpagina die je ziet nadat je een zoekopdracht hebt ingevoerd in een zoekmachine
resultatenpagina's	=	resultatenpagina
resultatenpaginaatje	=	resultatenpagina
resultatenpaginaatjes	=	resultatenpagina
resultatenrekening	noun	winst-en-verliesrekening
resultatenrekeningen	=	resultatenrekening
resulteer	=	resulteren
resulteerde	=	resulteren
resulteerden	=	resulteren
resulteeren	=	resulteren
resulteert	=	resulteren
resultere	=	resulteren
resulteren	verb	tot gevolg hebben
resulterend	adj	ergens uit voortvloeiend; betreffende het gevolg van iets
resulterende	=	resulteren
resulterends	=	resulterend
resumeer	=	resumeren
resumeerde	=	resumeren
resumeerden	=	resumeren
resumeert	=	resumeren
resumeetje	=	resumé
resumeetjes	=	resumé
resumere	=	resumeren
resumeren	verb	kernachtig het vorige samenvatten en herhalen om iets te verhelderen
resumerend	=	resumeren
resumerende	=	resumeren
resumptie	noun	samenvatting
resumpties	=	resumptie
resumé	noun	korte weergave met de voornaamste punten uit een langere tekst
resumés	=	resumé
resupplydoos	noun	een doos met herbevoorradingsgoederen die men met de post vooruit stuurt m.n. bij het maken van een hike
resupplydoosje	=	resupplydoos
resupplydoosjes	=	resupplydoos
resupplydozen	=	resupplydoos
resupplypostpakketkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het verzenden en vullen van dozen met herbevoorradingsgoederen die men gebruikt op een hike
resurrectie	noun	het weer tot leven komen na eerder gestorven te zijn
resurrecties	=	resurrectie
resusaap	noun	Macaca mulatta een makaak uit de familie der apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae) waarbij de resusfactor het eerst ontdekt werd
resusaapje	=	resusaap
resusaapjes	=	resusaap
resusapen	=	resusaap
resuscitatie	noun	reanimatie, opwekken van hart bij harstilstand en beademen
resuscitaties	=	resuscitatie
resuscitatietje	=	resuscitatie
resuscitatietjes	=	resuscitatie
resusfactor	noun	antigene stof in het bloed, agglutinogeen in de rode bloedcellen
resusfactoren	=	resusfactor
resusnegatief	adj	zonder resusfactor
resusnegatiefs	=	resusnegatief
resusnegatieve	=	resusnegatief
resuspositief	adj	met de resusfactor
resuspositiefs	=	resuspositief
resuspositieve	=	resuspositief
retabel	noun	een wand van schilder- of beeldhouwwerk tegen de muur boven een altaar in een rooms-katholieke kerk
retabels	=	retabel
retabeltje	=	retabel
retabeltjes	=	retabel
retail	noun	detailhandel
retailbank	noun	instelling die zich richt op financiële dienstverlening aan particulieren
retailbanken	=	retailbank
retailbelegger	noun	particulieren die niet-professioneel beleggen, vaak met eigen vermogen en zonder een plan, waarbij ze emotionele beslissingen nemen
retailbeleggers	=	retailbelegger
retailbranche	noun	geheel van bedrijven die goederen en diensten aan consumenten verkopen
retailbrancheorganisatie	noun	een organisatie die de retailbranche vertegenwoordigt, een brancheorganisatie voor de retailsector
retailbrancheorganisaties	=	retailbrancheorganisatie
retailbranches	=	retailbranche
retaildeskundige	noun	iemand die adviseert over bedrijven die direct aan consumenten verkopen
retaildeskundigen	=	retaildeskundige
retailer	noun	handelaar die direct aan de eindverbruiker verkoopt
retailers	=	retailer
retailmarkt	noun	de bedrijfstak die goederen in kleine porties verkoopt aan de eindgebruiker
retailmarkten	=	retailmarkt
retails	=	retail
retard	noun	vertraagde opneming in het lichaam
retardatie	noun	vertraging, achterstand
retardaties	=	retardatie
retardeer	=	retarderen
retardeerde	=	retarderen
retardeerden	=	retarderen
retardeeren	=	retarderen
retardeert	=	retarderen
retardere	=	retarderen
retarderen	verb	langzamer laten voortgaan of tijdelijk tot stilstand brengen
retarderend	=	retarderen
retarderende	=	retarderen
rete	=	rijten
rete-eigenwijs	adj	heel erg eigenwijs
rete-eigenwijze	=	rete-eigenwijs
retecool	adj|informal	heel erg cool
retecoole	=	retecool
retecooler	=	retecool
retecoolere	=	retecool
retecoolers	=	retecool
retecools	=	retecool
retecoolste	=	retecool
retedruk	adj	uitermate druk
retedrukke	=	retedruk
retedrukker	=	retedruk
retedrukkere	=	retedruk
retedrukkers	=	retedruk
retedruks	=	retedruk
retedrukst	=	retedruk
retedrukste	=	retedruk
retegaaf	adj	heel erg gunstig of aantrekkelijk
retegaafs	=	retegaaf
retegave	=	retegaaf
retegeil	adj	uitermate (seksueel) opwindend
retegeile	=	retegeil
retegeils	=	retegeil
retegoed	adj|informal	heel erg goed
retegoede	=	retegoed
retegoeds	=	retegoed
retehandig	adj	zeer handig.
retehandige	=	retehandig
retehandiger	=	retehandig
retehandigere	=	retehandig
retehandigers	=	retehandig
retehandigs	=	retehandig
retehandigst	=	retehandig
retehandigste	=	retehandig
reten	verb	vlas of hennep ter fermentatie in het water leggen
retenlikker	noun	iemand die alles doet om bij een baas in het gevlij te komen
retenlikkers	=	retenlikker
retenlikkertje	=	retenlikker
retenlikkertjes	=	retenlikker
retentie	noun	ophouding, het vertraagd afgeven of vasthouden van iets
retentiebekken	noun	laaggelegen terrein langs het stroomgebied van een rivier (bv. een polder) waar bij hoogwater overtollig water tijdelijk wordt opgeslagen om wateroverlast te voorkomen
retentiebekkens	=	retentiebekken
retentiebekkentje	=	retentiebekken
retentiebekkentjes	=	retentiebekken
retentiegebied	noun	gebied dat bij hoge waterstanden van een rivier tijdelijk onderloopt, zodat gebieden stroomafwaarts minder wateroverlast hebben
retentiegebieden	=	retentiegebied
retentierecht	noun	het recht van een schuldeiser om een roerend goed dat hij onder zich heeft niet af te geven aan de schuldenaar zolang zijn prestatie of inspanning niet is betaald
retentierechten	=	retentierecht
retentierechtje	=	retentierecht
retentierechtjes	=	retentierecht
retenties	=	retentie
retentietje	=	retentie
reteslim	adj|informal	heel erg slim
reteslimme	=	reteslim
reteslimmer	=	reteslim
reteslimmere	=	reteslim
reteslimmers	=	reteslim
reteslims	=	reteslim
reteslimst	=	reteslim
reteslimste	=	reteslim
retesnel	adj|informal	heel erg snel
retesnelle	=	retesnel
retesnels	=	retesnel
reticulair	adj	de gedaante van een netwerk hebbend
reticulairder	=	reticulair
reticulairdere	=	reticulair
reticulairders	=	reticulair
reticulaire	=	reticulair
reticulairs	=	reticulair
reticulairst	=	reticulair
reticulairste	=	reticulair
reticule	noun	dameshandtas gemaakt van stof of zacht leer
reticules	=	reticule
reticuletje	=	reticule
reticuletjes	=	reticule
reticuultje	=	reticule
reticuultjes	=	reticule
retig	adj	vol kieren en spleten
retige	=	retig
retiger	=	retig
retigere	=	retig
retigers	=	retig
retigs	=	retig
retigst	=	retig
retigste	=	retig
retina	noun	netvlies (nummer 13 op de afbeelding)
retina's	=	retina
retinaal	adj	met betrekking tot de retina (het netvlies)
retinaals	=	retinaal
retinaatje	=	retina
retinale	=	retinaal
retinopathie	noun	netvliesaandoening
retirade	noun	plaats waar je je terug kunt trekken
retirades	=	retirade
retireer	=	retireren
retireerde	=	retireren
retireerden	=	retireren
retireeren	=	retireren
retireert	=	retireren
retirere	=	retireren
retireren	verb	terugtrekken of vluchten
retirerend	=	retireren
retirerende	=	retireren
reto-romaanstalig	adj	de Reto-Romaanse taal sprekend
reto-romaanstalige	=	reto-romaanstalig
reto-romaanstaligs	=	reto-romaanstalig
retor	noun	redenaar
retoren	=	retor
retorica	noun	leer van de welsprekendheid
retorica's	=	retorica
retorici	=	retoricus
retoricus	noun	iemand die getraind is in de welsprekendheid
retoriek	noun	de leer van de welsprekendheid
retorieken	=	retoriek
retoriekje	=	retoriek
retoriekjes	=	retoriek
retorisch	adj	van of als van de redekunst
retorische	=	retorisch
retorischer	=	retorisch
retorischere	=	retorisch
retorischers	=	retorisch
retors	=	retor
retorsie	noun	rechtmatige maatregel die een staat kan nemen als reactie op een maatregel van een andere staat
retorsies	=	retorsie
retort	noun	een verouderd toestel voor het destilleren bestaande uit een vat met een neergebogen tuit
retorten	=	retort
retortje	=	retort
retortjes	=	retort
retouche	noun	het bijwerken (retoucheren) van foto's enz
retoucheer	=	retoucheren
retoucheerde	=	retoucheren
retoucheerden	=	retoucheren
retoucheert	=	retoucheren
retoucheje	=	retouche
retouchejes	=	retouche
retouchere	=	retoucheren
retoucheren	verb	wijzigingen aanbrengen aan een foto
retoucherend	=	retoucheren
retoucherende	=	retoucheren
retouches	=	retouche
retouchetje	=	retouche
retouchetjes	=	retouche
retoucheur	noun	iemand die retoucheert
retoucheurs	=	retoucheur
retoucheurtje	=	retoucheur
retoucheurtjes	=	retoucheur
retour	noun	terugzending van wat ontvangen is, omdat het niet voldoet of verkeerd bezorgd is	adv	weer naar het punt van uitgang
retouradres	noun	adres waar een niet te bezorgen poststuk naartoe wordt gezonden
retouradressen	=	retouradres
retourartikel	noun	een product dat door de klant terug wordt gebracht naar de winkel waar dit product is verkocht
retourartikelen	=	retourartikel
retourartikeltje	=	retourartikel
retourartikeltjes	=	retourartikel
retourbiljet	noun	bewijs dat men recht heeft om zowel de heen- als een terugreis te maken tussen twee plaatsen
retourbiljetten	=	retourbiljet
retouren	=	retour
retourkerstbomen	=	retourkerstboom
retourkerstboom	noun	kerstboom die men na gebruik tijdens de feestdagen weer terug kan brengen naar de kweker die hem weer in de aarde zet en door laat groeien
retourlading	noun	lading die een vervoerseenheid – zoals een vrachtwagen, schip of vliegtuig – meeneemt op de terugreis van een rit, nadat de oorspronkelijke goederen op de bestemming zijn afgeleverd
retourladingen	=	retourlading
retourladinkje	=	retourlading
retourladinkjes	=	retourlading
retourleiding	noun	leiding waardoor vloeistof of gas terugstroomt (naar de ingang)
retourleidingen	=	retourleiding
retourleidinkje	=	retourleiding
retourleidinkjes	=	retourleiding
retourneer	=	retourneren
retourneerde	=	retourneren
retourneerden	=	retourneren
retourneert	=	retourneren
retournere	=	retourneren
retourneren	verb	iets of iemand naar het punt van vertrek terugbrengen of terugzenden
retournerend	=	retourneren
retournerende	=	retourneren
retourpinnen	verb	een gepind bedrag terugstorten; een pinbetaling terugstorten
retourpinnend	=	retourpinnen
retourpinnende	=	retourpinnen
retours	=	retour
retourtermijn	noun	de periode waarin een klant een product kan retourneren
retourtermijnen	=	retourtermijn
retourticket	noun	vervoersbewijs voor de terugreis; vervoersbewijs voor de heen- en terugreis
retourticketje	=	retourticket
retourticketjes	=	retourticket
retourtickets	=	retourticket
retourtje	=	retour
retourtjes	=	retour
retourvignet	noun	label dat aan goederen is bevestigd, waarbij dit goed niet meer retour gezonden mag worden als dit vignet is verwijderd
retourvignetje	=	retourvignet
retourvignetjes	=	retourvignet
retourvignetten	=	retourvignet
retourvlucht	noun	de terugvlucht
retourvluchten	=	retourvlucht
retourvluchtje	=	retourvlucht
retourvluchtjes	=	retourvlucht
retourzending	noun	het terugsturen van een eerder ontvangen product of poststuk naar de afzender of webshop, vaak binnen een herroepingsperiode.
retourzendingen	=	retourzending
retourzendinkje	=	retourzending
retourzendinkjes	=	retourzending
retractie	noun	een herroeping van wat eerder gepubliceerd is
retracties	=	retractie
retractietje	=	retractie
retractietjes	=	retractie
retraite	noun	afzondering voor spiritueel zelfonderzoek en geestelijke oefening
retraitehuis	noun	een gebouw of locatie waar iemand zich voor een bepaalde periode kan terugtrekken uit het dagelijks leven om zich te bezinnen, tot rust te komen en te reflecteren.
retraitehuisje	=	retraitehuis
retraitehuisjes	=	retraitehuis
retraitehuizen	=	retraitehuis
retraites	=	retraite
retraitetje	=	retraite
retributie	noun	betaling
retributief	adj	vergeldend
retributiefs	=	retributief
retributies	=	retributie
retributieve	=	retributief
retriever	noun	jachthond die het geschoten wild apporteert (naar de jager brengt)
retrievers	=	retriever
retrievertje	=	retriever
retrievertjes	=	retriever
retro	adj	terug in de mode
retro's	=	retro
retroacta	noun	stukken die betrekking hebben op de voorgeschiedenis van een zaak
retroactief	adj	dat een wet met terugwerkende kracht al geldig is, dat een wet al betrekking heeft op zaken van voor de aanneming van de wet
retroactiefs	=	retroactief
retroactiefst	=	retroactief
retroactiefste	=	retroactief
retroactieve	=	retroactief
retroactiever	=	retroactief
retroactievere	=	retroactief
retroactievers	=	retroactief
retrobulbair	adj	achter de oogbol
retrobulbaire	=	retrobulbair
retrobulbairs	=	retrobulbair
retrocessie	noun	teruggave, terugtrekking
retrocessies	=	retrocessie
retroflex	noun	een medeklinkerklank die gevormd wordt door de tong om te buigen zodat het met de onderkant naar het verhemelte staat	adj	met de tong naar achter gebogen zodat het in een verticale positie komt te staan
retroflexe	=	retroflex
retroflexen	=	retroflex
retroflexie	noun	het achteroverkantelen, het achterovergekanteld zijn
retroflexies	=	retroflexie
retroflexje	=	retroflex
retroflexjes	=	retroflex
retrograad	adj	teruggaand
retrograads	=	retrograad
retrograadst	=	retrograde
retrograadste	=	retrograde
retrograde	adj	in een richting, tegengesteld aan de als normaal beschouwde, van achteren naar voren	noun	kreeftdicht (rijmpje dat ook van achteren naar voren gelezen kan worden)
retrogradeer	=	retrograderen
retrogradeerde	=	retrograderen
retrogradeerden	=	retrograderen
retrogradeert	=	retrograderen
retrograden	=	retrograde
retrograder	=	retrograde
retrogradere	=	retrograderen
retrograderen	verb	achteruit gaan
retrograderend	=	retrograderen
retrograderende	=	retrograderen
retrograders	=	retrograde
retrogrades	=	retrograde
retrokerst	noun	een ouderwets kerstfeest
retroniem	noun	een neologisme dat in de plaats komt van een vaak verwante benaming die door tech­no­lo­gi­sche of an­de­re ont­wik­ke­lin­gen een ruimere be­te­ke­nis heeft ge­kre­gen
retroniemen	=	retroniem
retroreflecterend	adj	dat een oppervlak invallend licht (zoals koplampen) direct en met minimale verstrooiing terugkaatst in de richting van de lichtbron
retroreflecterende	=	retroreflecterend
retroreflecterender	=	retroreflecterend
retroreflecterendere	=	retroreflecterend
retroreflecterenders	=	retroreflecterend
retroreflecterends	=	retroreflecterend
retroreflecterendst	=	retroreflecterend
retroreflecterendste	=	retroreflecterend
retrospect	noun	terugblik
retrospecten	=	retrospect
retrospectie	noun	het terugblikken
retrospectief	noun	overzicht van iemands oeuvre (waarin dus wordt teruggekeken)	adj	terugkijkend naar het verleden
retrospectiefs	=	retrospectief
retrospectiefst	=	retrospectief
retrospectiefste	=	retrospectief
retrospecties	=	retrospectie
retrospectieve	=	retrospectief
retrospectieven	=	retrospectief
retrospectiever	=	retrospectief
retrospectievere	=	retrospectief
retrospectievers	=	retrospectief
retrosternaal	adj	achter het borstbeen
retrosternaals	=	retrosternaal
retrosternale	=	retrosternaal
retsina	noun	Griekse wijn; witte harswijn
retsina's	=	retsina
retteketet	intj	tussenwerpsel zonder duidelijk betekenis gebruikt als rijmwoord
rettich	noun	lange, witte wortelknol van een variant van de tuinradijs Raphanus sativus, met een iets zachtere, vergelijkbare smaak
rettichs	=	rettich
rettichsnijder	noun	keukengerei dat gebruikt wordt om witte rammenas (of andere harde groenten zoals radijs) in spiraalvorm te snijden, wat ook wel een 'wokkel' wordt genoemd
rettichsnijders	=	rettichsnijder
rettichsnijdertje	=	rettichsnijder
rettichsnijdertjes	=	rettichsnijder
return	noun	binnen een toernooi of competitie de tweede wedstrijd tussen twee ploegen waarbij de ploeg die eerst thuis speelde nu het bezoekende team is
returnmatch	noun	de tweede wedstrijd in een reeks van twee sportwedstrijden waarin dezelfde twee teams of spelers tegen elkaar spelen
returnmatchen	=	returnmatch
returnmatches	=	returnmatch
returns	=	return
returntoets	noun	de toets van een tekstverwerker-, rekenmachine-, computertoetsenbord etc. waarmee de invoer van data op een nieuwe regel wordt voortgezet, danwel voor verwerking wordt vrijgegeven
returntoetsen	=	returntoets
returntoetsje	=	returntoets
returntoetsjes	=	returntoets
retweet	noun	twitterbericht van iemand die men doorstuurt naar anderen
retweetactie	noun	een actie op social media (zoals Twitter/X) waarbij je een bericht van iemand anders opnieuw deelt met jouw eigen volgers
retweetacties	=	retweetactie
retweetactietje	=	retweetactie
retweetactietjes	=	retweetactie
retweete	=	retweeten
retweeten	verb	een door een ander gemaakt bericht doorsturen op het sociale netwerk Twitter
retweetend	=	retweeten
retweetende	=	retweeten
retweetje	=	retweet
retweetjes	=	retweet
retweets	=	retweet
retweette	=	retweeten
retweetten	=	retweeten
reu	noun	mannelijke hond
reuen	=	reu
reuk	noun	geur
reukeloos	adj	zonder geur
reukeloost	=	reukeloos
reukelooste	=	reukeloos
reukeloze	=	reukeloos
reukelozer	=	reukeloos
reukelozere	=	reukeloos
reukelozers	=	reukeloos
reuken	=	reuk
reukgras	noun	een geslacht Anthoxanthum uit de grassenfamilie (Poaceae).
reukgrasje	=	reukgras
reukgrasjes	=	reukgras
reukgrassen	=	reukgras
reukje	=	reuk
reukjes	=	reuk
reukloos	adj	niet met de neus waarneembaar
reukloost	=	reukloos
reuklooste	=	reukloos
reukloze	=	reukloos
reuklozer	=	reukloos
reuklozere	=	reukloos
reuklozers	=	reukloos
reukorgaan	noun	het orgaan waarmee een organisme kan ruiken
reukorgaantje	=	reukorgaan
reukorgaantjes	=	reukorgaan
reukorganen	=	reukorgaan
reukvermogen	noun	het kunnen ruiken
reukvermogens	=	reukvermogen
reukwater	noun	een vloeistof die bedoeld is om een aangename geur te verspreiden
reukwaters	=	reukwater
reukwatertje	=	reukwater
reukwatertjes	=	reukwater
reukwerk	noun	verzamelnaam voor stoffen die worden gemaakt om een prettige geur te verspreiden
reukwerken	=	reukwerk
reukwerkje	=	reukwerk
reukzin	noun	de mogelijkheid tot het waarnemen van geuren
reukzintuig	noun	het orgaan waarmee men geur kan waarnemen
reukzintuigen	=	reukzintuig
reukzintuigje	=	reukzintuig
reukzintuigjes	=	reukzintuig
reukzout	noun	anorganische verbinding, die aan de lucht of bij verwarming gemakkelijk ontleedt en bij die ontleding komt naast water en koolstofdioxide het irriterende ammoniak vrij
reuma	noun	verzamelnaam voor meer dan 100 verschillende aandoeningen aan gewrichten, spieren en pezen en andere soorten bindweefsel zoals het kraakbeen
reuma's	=	reuma
reumaatje	=	reuma
reumaatjes	=	reuma
reumabehandeling	noun	bestrijding van een ziekte waarbij het afweersysteem zich tegen eigen lichaamsweefsel keert
reumabehandelingen	=	reumabehandeling
reumapatiënt	noun	patiënt de lijdt aan een reumatische aandoening: een chronische ontsteking aan één of meer gewrichten die ontstaat door een immunologische afweerreactie tegen het lichaamseigen weefsel
reumapatiënten	=	reumapatiënt
reumapatiëntje	=	reumapatiënt
reumapatiëntjes	=	reumapatiënt
reumatiek	noun	ziekte gekenmerkt door ontstekingen aan de gewrichten
reumatisch	adj	van de aard van reuma
reumatische	=	reumatisch
reumatischer	=	reumatisch
reumatischere	=	reumatisch
reumatischers	=	reumatisch
reumatoïde	adj	reumatisch
reumatoïder	=	reumatoïde
reumatoïdere	=	reumatoïde
reumatoïders	=	reumatoïde
reumatoïdes	=	reumatoïde
reumatoïedst	=	reumatoïde
reumatoïedste	=	reumatoïde
reunionkiekendief	noun	Circus maillardi een roofvogel uit de familie Accipitridae.
reunionkiekendiefje	=	reunionkiekendief
reunionkiekendiefjes	=	reunionkiekendief
reunionkiekendieven	=	reunionkiekendief
reup	noun	ziekte in rogge veroorzaakt door het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci)
reuring	noun	drukte die de rust verstoort of de saaiheid verdrijft
reuringen	=	reuring
reurinkje	=	reuring
reus	noun	een buitengewoon grote man
reusachtig	adj	zeer groot
reusachtige	=	reusachtig
reusachtiger	=	reusachtig
reusachtigere	=	reusachtig
reusachtigers	=	reusachtig
reusachtigs	=	reusachtig
reusachtigst	=	reusachtig
reusachtigste	=	reusachtig
reusje	=	reus
reusjes	=	reus
reut	noun	zooi
reutel	=	reutelen
reutelaar	noun	iemand die met grommende geluiden uiting geeft aan zijn ongenoegen
reutelaars	=	reutelaar
reutelaartje	=	reutelaar
reutelaartjes	=	reutelaar
reutelde	=	reutelen
reutelden	=	reutelen
reutele	=	reutelen
reutelen	verb	rochelend ademhalen bij een verlaagd bewustzijn
reutelend	=	reutelen
reutelende	=	reutelen
reutelt	=	reutelen
reutemeteut	noun	alles wat ermee te maken heeft
reuter	noun	zeef
reuters	=	reuter
reutertje	=	reuter
reutertjes	=	reuter
reutje	=	reu
reutjes	=	reu
reuze	adv	enorm, groot	intj	drukt sterk enthousiasme over een eerdere mededeling uit
reuzedom	adj	enorm dom
reuzedomme	=	reuzedom
reuzedoms	=	reuzedom
reuzefijn	adj	heel erg fijn
reuzefijne	=	reuzefijn
reuzefijns	=	reuzefijn
reuzegezellig	adj	heel erg gezellig
reuzegezellige	=	reuzegezellig
reuzegezelligs	=	reuzegezellig
reuzegoed	adj	enorm goed
reuzegoede	=	reuzegoed
reuzegoeds	=	reuzegoed
reuzegroot	adj	heel erg groot
reuzegroots	=	reuzegroot
reuzegrote	=	reuzegroot
reuzekans	noun	prachtige of goede kans
reuzekansen	=	reuzekans
reuzekerel	noun|informal	man die erg gewaardeerd wordt
reuzekerels	=	reuzekerel
reuzekerst	noun	een geweldig kerstfeeset
reuzeklein	adj	enorm klein
reuzekleine	=	reuzeklein
reuzekleins	=	reuzeklein
reuzel	noun	verkregen door uitsmelting van varkensvet
reuzeleuk	adj	heel erg leuk
reuzeleuke	=	reuzeleuk
reuzeleuks	=	reuzeleuk
reuzelief	adj	heel erg lief
reuzeliefs	=	reuzelief
reuzelieve	=	reuzelief
reuzemooi	adj	enorm fraai
reuzemooie	=	reuzemooi
reuzemoois	=	reuzemooi
reuzemop	noun	hele goede grap
reuzemoppen	=	reuzemop
reuzen	=	reus
reuzenaardschildpad	noun	Heosemys grandis een schildpad uit de familie Geoemydidae.
reuzenaardschildpadden	=	reuzenaardschildpad
reuzenaardschildpadje	=	reuzenaardschildpad
reuzenaardschildpadjes	=	reuzenaardschildpad
reuzenaardworm	noun	Microchaetus rappi een gesegmenteerde worm die voorkomt in het gebied rond het plaatsje Debenek in de Zuid-Afrikaanse provincie Oostkaap tussen King William's Town en Oos-Londen.
reuzenaardwormen	=	reuzenaardworm
reuzenaardwormpje	=	reuzenaardworm
reuzenaardwormpjes	=	reuzenaardworm
reuzenalk	noun	Pinguinus impennis een in 1844 uitgestorven zeevogel uit de familie van de alken (Alcidae)
reuzenalken	=	reuzenalk
reuzenalkje	=	reuzenalk
reuzenalkjes	=	reuzenalk
reuzenaronskelk	noun	Amorphophallus titanum een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
reuzenaronskelken	=	reuzenaronskelk
reuzenaronskelkje	=	reuzenaronskelk
reuzenaronskelkjes	=	reuzenaronskelk
reuzenbaarzen	noun	een familie Latidae binnen de baarsachtige vissen.
reuzenbabax	noun	Pterorhinus waddelli een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
reuzenbabaxen	=	reuzenbabax
reuzenbabaxje	=	reuzenbabax
reuzenbabaxjes	=	reuzenbabax
reuzenbalsemien	noun	bepaald soort plant, Impatiens glandulifera
reuzenbalsemienen	=	reuzenbalsemien
reuzenbalsemientje	=	reuzenbalsemien
reuzenbamboe	noun	Dendrocalamus giganteus een tot 35 meter hoge plant met tot 30 cm dikke stengels.
reuzenbamboetje	=	reuzenbamboe
reuzenbamboetjes	=	reuzenbamboe
reuzenbamboezen	=	reuzenbamboe
reuzenbekhaai	noun	Megachasma pelagios een van de grootste en vreemdste vondsten uit de diepzee sinds jaren.
reuzenbekhaaien	=	reuzenbekhaai
reuzenbekhaaitje	=	reuzenbekhaai
reuzenbekhaaitjes	=	reuzenbekhaai
reuzenberenklauw	noun	Heracleum mantegazzianum een meerjarige plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
reuzenberenklauwen	=	reuzenberenklauw
reuzenberenklauwtje	=	reuzenberenklauw
reuzenberenklauwtjes	=	reuzenberenklauw
reuzenbladhaan	noun	Timarcha tenebricosa een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
reuzenbladhaantje	=	reuzenbladhaan
reuzenbladhaantjes	=	reuzenbladhaan
reuzenbladhanen	=	reuzenbladhaan
reuzenbladroller	noun	Choristoneura hebenstreitella een nachtvlinder uit de familie van de bladrollers.
reuzenbladrollers	=	reuzenbladroller
reuzenbladrollertje	=	reuzenbladroller
reuzenbladrollertjes	=	reuzenbladroller
reuzenblauwtongskink	noun	Tiliqua gigas een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
reuzenblauwtongskinken	=	reuzenblauwtongskink
reuzenblauwtongskinkje	=	reuzenblauwtongskink
reuzenblauwtongskinkjes	=	reuzenblauwtongskink
reuzenboomkikker	noun	Nyctimystes infrafrenatus een kikker uit de familie Phyllomedusidae.
reuzenboomkikkers	=	reuzenboomkikker
reuzenboomkikkertje	=	reuzenboomkikker
reuzenboomkikkertjes	=	reuzenboomkikker
reuzenboomklever	noun	Sitta magna een zangvogelsoort uit het geslacht sitta.
reuzenboomklevers	=	reuzenboomklever
reuzenboomklevertje	=	reuzenboomklever
reuzenboomklevertjes	=	reuzenboomklever
reuzenbooteend	noun	Tachyeres pteneres een vogel uit de familie Anatidae.
reuzenbooteenden	=	reuzenbooteend
reuzenbooteendje	=	reuzenbooteend
reuzenbooteendjes	=	reuzenbooteend
reuzenbosral	noun	Aramides ypecaha een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
reuzenbosrallen	=	reuzenbosral
reuzenbosralletje	=	reuzenbosral
reuzenbosralletjes	=	reuzenbosral
reuzenboszwijn	noun	Hylochoerus meinertzhageni het grootste bekende wilde varken.
reuzenboszwijnen	=	reuzenboszwijn
reuzenboszwijntje	=	reuzenboszwijn
reuzenboszwijntjes	=	reuzenboszwijn
reuzenbovist	noun	bepaald soort paddenstoel Langermannia gigantea uit de familie Agaricaceae
reuzenbovisten	=	reuzenbovist
reuzenbovistje	=	reuzenbovist
reuzenbovistjes	=	reuzenbovist
reuzenbrilvogel	noun	Megazosterops palauensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
reuzenbrilvogels	=	reuzenbrilvogel
reuzenbrilvogeltje	=	reuzenbrilvogel
reuzenbrilvogeltjes	=	reuzenbrilvogel
reuzenchampignon	noun	een eetbare paddenstoel Agaricus augustus met relatief groot vruchtlichaam die voorkomt in een groot aantal biotopen, waaronder loof- en naaldbossen
reuzenchampignonnetje	=	reuzenchampignon
reuzenchampignonnetjes	=	reuzenchampignon
reuzenchampignons	=	reuzenchampignon
reuzencondoom	noun	langwerpig omhulsel waarvan de vorm lijkt op een rubberen voorbehoedmiddel bij geslachtsverkeer
reuzencondooms	=	reuzencondoom
reuzendikbekje	noun	Sporophila frontalis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
reuzendikbekjes	=	reuzendikbekje
reuzendolkwesp	noun	Regiscolia maculata een vliesvleugelig insect uit de familie van de dolkwespen (Scoliidae).
reuzendolkwespen	=	reuzendolkwesp
reuzendolkwespje	=	reuzendolkwesp
reuzendolkwespjes	=	reuzendolkwesp
reuzendoornrog	noun	Plesiobatis daviesi een rog uit een monotypisch geslacht en een monotypische familie.
reuzendoornroggen	noun	een familie Plesiobatidae uit de orde van de Myliobatiformes (roggen).
reuzendoornroggetje	=	reuzendoornrog
reuzendoornroggetjes	=	reuzendoornrog
reuzendoornrogje	=	reuzendoornrog
reuzendoornrogjes	=	reuzendoornrog
reuzenekstertje	noun	Spermestes fringilloides vogel die anders dan zijn Nederlandse naam doet vermoeden vrij klein is uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
reuzenekstertjes	=	reuzenekstertje
reuzenelandantiloopje	=	reuzenelandantilope
reuzenelandantiloopjes	=	reuzenelandantilope
reuzenelandantilope	noun	Taurotragus derbianus De reuzenelandantilope, Derbys elandantilope (Taurotragus derbianus of Tragelaphus derbianus) is een Afrikaanse antilope, verwant aan de elandantilope (Taurotragus oryx).
reuzenelandantilopen	=	reuzenelandantilope
reuzenelandantilopes	=	reuzenelandantilope
reuzenfluitkikker	noun	Leptodactylus pentadactylus een kikker uit de familie fluitkikkers (Leptodactylidae).
reuzenfluitkikkers	=	reuzenfluitkikker
reuzenfluitkikkertje	=	reuzenfluitkikker
reuzenfluitkikkertjes	=	reuzenfluitkikker
reuzengenet	noun	Genetta victoriae roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
reuzengenetje	=	reuzengenet
reuzengenetjes	=	reuzengenet
reuzengenetten	=	reuzengenet
reuzengordeldier	noun	Priodontes maximus buideldier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
reuzengordeldieren	=	reuzengordeldier
reuzengordeldiertje	=	reuzengordeldier
reuzengordeldiertjes	=	reuzengordeldier
reuzengordelstaarthagedis	noun	Smaug giganteus een hagedis uit de familie gordelstaarthagedissen (Cordylidae)
reuzengordelstaarthagedisje	=	reuzengordelstaarthagedis
reuzengordelstaarthagedisjes	=	reuzengordelstaarthagedis
reuzengordelstaarthagedissen	=	reuzengordelstaarthagedis
reuzengoudmol	noun	bepaald soort zoogdier, Chrysospalax trevelyani, dat voorkomt in Zuid-Afrika De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Günther in 1875.
reuzengoudmollen	=	reuzengoudmol
reuzengoudmolletje	=	reuzengoudmol
reuzengoudmolletjes	=	reuzengoudmol
reuzengraafskinken	noun	een geslacht Acontias van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae)
reuzengroot	adj	met het formaat van een reus
reuzengroots	=	reuzengroot
reuzengrote	=	reuzengroot
reuzengrottenkakkerlak	noun	Blaberus giganteus een insect uit de orde kakkerlakken en de familie Blaberidae.
reuzengrottenkakkerlakje	=	reuzengrottenkakkerlak
reuzengrottenkakkerlakjes	=	reuzengrottenkakkerlak
reuzengrottenkakkerlakken	=	reuzengrottenkakkerlak
reuzenhaai	noun	Cetorhinus maximus een haai en rog uit de familie van de Cetorhinidae, die maar uit één geslacht Cetorhinus en één soort Cetorhinus maximus bestaat.
reuzenhaaien	=	reuzenhaai
reuzenhaaitje	=	reuzenhaai
reuzenhaaitjes	=	reuzenhaai
reuzenhagedis	noun	een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
reuzenhagedissen	=	reuzenhagedis
reuzenhengelvis	noun	Ceratias holboelli een straalvinnige vissensoort uit de familie van zeeduivels (Ceratiidae).
reuzenhengelvisje	=	reuzenhengelvis
reuzenhengelvisjes	=	reuzenhengelvis
reuzenhengelvissen	=	reuzenhengelvis
reuzenhoningbij	noun	Apis dorsata een bijensoort die behoort tot het geslacht honingbijen.
reuzenhoningbijen	=	reuzenhoningbij
reuzenhoningbijtje	=	reuzenhoningbij
reuzenhoningbijtjes	=	reuzenhoningbij
reuzenhoningzuiger	noun	Dreptes thomensis een endemische vogelsoort zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers) die voorkomt in Sao Tomé en Principe
reuzenhoningzuigers	=	reuzenhoningzuiger
reuzenhoningzuigertje	=	reuzenhoningzuiger
reuzenhoningzuigertjes	=	reuzenhoningzuiger
reuzenhoutwesp	noun	Urocerus gigas een wesp uit de familie houtwespen of Siricidae
reuzenhoutwespen	=	reuzenhoutwesp
reuzenhoutwespje	=	reuzenhoutwesp
reuzenhoutwespjes	=	reuzenhoutwesp
reuzenibis	noun	Pseudibis gigantea een vogel uit de familie Threskiornithidae (Ibissen en lepelaars).
reuzenibisje	=	reuzenibis
reuzenibisjes	=	reuzenibis
reuzenibissen	=	reuzenibis
reuzeninktvis	noun	een dier van het geslacht Architeuthis waarvan de soort Architeuthis dux vermoedelijk het grootste lid is en het grootste ongewervelde dier op aarde
reuzeninktvisje	=	reuzeninktvis
reuzeninktvisjes	=	reuzeninktvis
reuzeninktvissen	=	reuzeninktvis
reuzenkameleon	noun	Furcifer oustaleti een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
reuzenkameleonnetje	=	reuzenkameleon
reuzenkameleonnetjes	=	reuzenkameleon
reuzenkameleons	=	reuzenkameleon
reuzenkangoeroerat	noun	Dipodomys ingens knaagdier uit de familie van de wangzakmuizen (Heteromyidae).
reuzenkangoeroeratje	=	reuzenkangoeroerat
reuzenkangoeroeratjes	=	reuzenkangoeroerat
reuzenkangoeroeratten	=	reuzenkangoeroerat
reuzenkans	noun	hele grote kans
reuzenkansen	=	reuzenkans
reuzenkapiteinvis	noun	Eleutheronema tetradactylum een straalvinnige vis uit de familie van draadvinnigen (Polynemidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
reuzenkapiteinvisje	=	reuzenkapiteinvis
reuzenkapiteinvisjes	=	reuzenkapiteinvis
reuzenkapiteinvissen	=	reuzenkapiteinvis
reuzenkeverslak	noun	Cryptochiton stelleri een keverslak uit de familie der Acanthochitonidae
reuzenkeverslakje	=	reuzenkeverslak
reuzenkeverslakjes	=	reuzenkeverslak
reuzenkeverslakken	=	reuzenkeverslak
reuzenkieuwworm	noun	Branchiura sowerbyi een ringworm uit de familie van de Naididae.
reuzenkieuwwormen	=	reuzenkieuwworm
reuzenkieuwwormpje	=	reuzenkieuwworm
reuzenkieuwwormpjes	=	reuzenkieuwworm
reuzenklimtrompet	noun	Solandra maxima een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
reuzenklimtrompetje	=	reuzenklimtrompet
reuzenklimtrompetjes	=	reuzenklimtrompet
reuzenklimtrompetten	=	reuzenklimtrompet
reuzenkoekoek	noun	Scythrops novaehollaniae een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
reuzenkoekoeken	=	reuzenkoekoek
reuzenkoekoekje	=	reuzenkoekoek
reuzenkoekoekjes	=	reuzenkoekoek
reuzenkoeskoes	noun	Petauroides volans buideldier uit het geslacht Petauroides
reuzenkoeskoesje	=	reuzenkoeskoes
reuzenkoeskoesjes	=	reuzenkoeskoes
reuzenkoeskoezen	=	reuzenkoeskoes
reuzenkoet	noun	Fulica gigantea een vogel uit de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).
reuzenkoeten	=	reuzenkoet
reuzenkoetje	=	reuzenkoet
reuzenkoetjes	=	reuzenkoet
reuzenkogelvis	noun	Arothron stellatus de grootste soort kogelvis die vaak te vinden is boven zandbodems van lagunes van koraalriffen.
reuzenkogelvisje	=	reuzenkogelvis
reuzenkogelvisjes	=	reuzenkogelvis
reuzenkogelvissen	=	reuzenkogelvis
reuzenkolibrie	noun	Patagona gigas een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
reuzenkolibries	=	reuzenkolibrie
reuzenkolibrietje	=	reuzenkolibrie
reuzenkolibrietjes	=	reuzenkolibrie
reuzenkraak	noun	Enteroctopus dofleini, vermoedelijk de grootste soort van de Octopoda met een grootste gemeten gewicht van 71 kg en een armlengte van 4,3 m; de soort leeft in de Grote Oceaan
reuzenkraakje	=	reuzenkraak
reuzenkraakjes	=	reuzenkraak
reuzenkraken	noun	Enteroctopus een geslacht van weekdieren uit de klasse der Cephalopoda (inktvissen)
reuzenlangpootmug	noun	Tipula maxima de grootste langpootmug in Midden-Europa
reuzenlangpootmuggen	=	reuzenlangpootmug
reuzenlangpootmuggetje	=	reuzenlangpootmug
reuzenlangpootmuggetjes	=	reuzenlangpootmug
reuzenlevensbomen	=	reuzenlevensboom
reuzenlevensboom	noun	Thuja plicata een boom uit de cipresfamilie (Cupressaceae) uit westelijk Noord-Amerika die daar van belang is voor de houtoogst.
reuzenlevensboompje	=	reuzenlevensboom
reuzenlevensboompjes	=	reuzenlevensboom
reuzenlijster	noun	Turdus fuscater een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
reuzenlijstergaai	noun	Ianthocincla maxima een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
reuzenlijstergaaien	=	reuzenlijstergaai
reuzenlijstergaaitje	=	reuzenlijstergaai
reuzenlijstergaaitjes	=	reuzenlijstergaai
reuzenlijsters	=	reuzenlijster
reuzenlijstertje	=	reuzenlijster
reuzenlijstertjes	=	reuzenlijster
reuzenluiaard	noun	benaming voor uitgestorven zoogdieren uit het geslacht Megatherium
reuzenluiaards	noun	een geslacht Megatherium uit de uitgestorven familie van Megatheriidae, een groep soms gigantische luiaards.
reuzenmanta	noun	Mobula birostris de grootste bekende rog van de kraakbeenvissen en de familie duivelsroggen (Mobulidae).
reuzenmanta's	=	reuzenmanta
reuzenmantaatje	=	reuzenmanta
reuzenmantaatjes	=	reuzenmanta
reuzenmeervallen	noun	een familie Pangasiidae uit de orde der meervalachtigen (Siluriformes) waarvan de soorten voorkomen in zoet en brak water in zuidelijk Azië, van Pakistan tot Borneo.
reuzenmier	noun	Camponotus insect uit een geslacht van mieren dat meer dan duizend soorten telt.
reuzenmieren	noun	Camponotus een geslacht van mieren dat meer dan duizend soorten telt.
reuzenmiereneter	noun	Myrmecophaga tridactyla het grootste lid uit de familie der echte miereneters (Myrmecophagidae).
reuzenmiereneters	=	reuzenmiereneter
reuzenmierenetertje	=	reuzenmiereneter
reuzenmierenetertjes	=	reuzenmiereneter
reuzenmierklauwier	noun	Batara cinerea een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
reuzenmierklauwieren	=	reuzenmierklauwier
reuzenmierklauwiertje	=	reuzenmierklauwier
reuzenmierklauwiertjes	=	reuzenmierklauwier
reuzenmierpitta	noun	Grallaria gigantea een zangvogel uit de familie Grallariidae.
reuzenmierpitta's	=	reuzenmierpitta
reuzenmierpittaatje	=	reuzenmierpitta
reuzenmierpittaatjes	=	reuzenmierpitta
reuzenmiertje	=	reuzenmier
reuzenmiertjes	=	reuzenmier
reuzenmolrat	noun	Tachyoryctes macrocephalus knaagdier uit de familie van de Spalacidae.
reuzenmolratje	=	reuzenmolrat
reuzenmolratjes	=	reuzenmolrat
reuzenmolratten	=	reuzenmolrat
reuzenmop	noun	groot formaat baksteen van 30 tot meer dan 40 cm lang, die in de middeleeuwen werd gebruikt
reuzenmoppen	=	reuzenmop
reuzenmuisspecht	noun	Xiphocolaptes promeropirhynchus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
reuzenmuisspechten	=	reuzenmuisspecht
reuzenmuisspechtje	=	reuzenmuisspecht
reuzenmuisspechtjes	=	reuzenmuisspecht
reuzenmuntjak	noun	Muntiacus vuquangensis een evenhoevige uit de familie van de hertachtigen (Cervidae).
reuzenmuntjakje	=	reuzenmuntjak
reuzenmuntjakjes	=	reuzenmuntjak
reuzenmuntjaks	=	reuzenmuntjak
reuzenmurene	noun	Gymnothorax javanicus een murenensoort die voorkomt in de rifgebieden van de Indische Oceaan, de Grote Oceaan en de Rode Zee.
reuzenmurenen	=	reuzenmurene
reuzenmuskaatduif	noun	Ducula goliath een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
reuzenmuskaatduifje	=	reuzenmuskaatduif
reuzenmuskaatduifjes	=	reuzenmuskaatduif
reuzenmuskaatduiven	=	reuzenmuskaatduif
reuzennachtzwaluw	noun	een vogel uit de familie Nyctibiidae en de orde steatornithiformes
reuzennachtzwaluwen	noun	Nyctibiidae een familie van vogels uit de orde steatornithiformes.
reuzennachtzwaluwtje	=	reuzennachtzwaluw
reuzennachtzwaluwtjes	=	reuzennachtzwaluw
reuzenoorvleermuis	noun	Megaderma spasma een vleermuis uit de familie reuzenoorvleermuizen (Megadermatidae).
reuzenoorvleermuisje	=	reuzenoorvleermuis
reuzenoorvleermuisjes	=	reuzenoorvleermuis
reuzenoorvleermuizen	noun	Megadermatidae een familie van vleermuizen uit de tropische en subtropische delen van de Oude Wereld.
reuzenotter	noun	bepaald soort zoogdier, Pteronura brasiliensis, die voorkomt in het Amazonische regenwoud, de grootste ottersoort
reuzenotters	=	reuzenotter
reuzenottertje	=	reuzenotter
reuzenottertjes	=	reuzenotter
reuzenpaardenstaart	noun	bepaald soort vaste plant, Equisetum telmateia uit de paardenstaartfamilie Equisetaceae.
reuzenpaardenstaarten	=	reuzenpaardenstaart
reuzenpaardenstaartje	=	reuzenpaardenstaart
reuzenpaardenstaartjes	=	reuzenpaardenstaart
reuzenpaardestaart	=	reuzenpaardenstaart
reuzenpad	noun	Rhinella marina een kikker uit de familie padden (Bufonidae).
reuzenpadden	=	reuzenpad
reuzenpadje	=	reuzenpad
reuzenpadjes	=	reuzenpad
reuzenpanda	noun	Ailuropoda melanoleuca, een beer die leeft in de hooggelegen hellingen van berggebieden in centraal China
reuzenpanda's	noun	Ailuropoda het enige bestaande geslacht in de ursidae (beren) uit de onderfamilie Ailuropodinae
reuzenpandaatje	=	reuzenpanda
reuzenpandaatjes	=	reuzenpanda
reuzenpekari	noun	Platygonus compressus is een uitgestorven pekari-soort uit het Pleistoceen.
reuzenpekari's	=	reuzenpekari
reuzenpekarietje	=	reuzenpekari
reuzenpekarietjes	=	reuzenpekari
reuzenpijlinktvis	noun	een dier van het geslacht Architeuthis aangeduid waarvan de soort Architeuthis dux vermoedelijk het grootste lid is en het grootste ongewervelde dier op aarde
reuzenpijlinktvisje	=	reuzenpijlinktvis
reuzenpijlinktvisjes	=	reuzenpijlinktvis
reuzenpijlinktvissen	=	reuzenpijlinktvis
reuzenpijpbloem	noun	Aristolochia gigantea een tot 10 m hoog klimmende, windende liaan met diep gekloofde, kurkachtige bast.
reuzenpijpbloemen	=	reuzenpijpbloem
reuzenpijpbloemetje	=	reuzenpijpbloem
reuzenpijpbloemetjes	=	reuzenpijpbloem
reuzenpissebed	noun	Bathynomus giganteus een van de bijna twintig soorten van pissebedden (kreeftachtigen) uit het geslacht Bathynomus.
reuzenpissebedden	=	reuzenpissebed
reuzenpissebedje	=	reuzenpissebed
reuzenpissebedjes	=	reuzenpissebed
reuzenpitta	noun	Hydrornis caeruleus een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae)
reuzenpitta's	=	reuzenpitta
reuzenpittaatje	=	reuzenpitta
reuzenpittaatjes	=	reuzenpitta
reuzenplaneet	noun	zeer grote planeet die voornamelijk uit gassen bestaat
reuzenplaneetje	=	reuzenplaneet
reuzenplaneten	=	reuzenplaneet
reuzenpompoen	noun	een eenjarige plant Cucurbita maxima uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae) die afstamt van de wilde, in Zuid-Amerika voorkomende Cucurbita andreana.
reuzenpompoenen	=	reuzenpompoen
reuzenpompoentje	=	reuzenpompoen
reuzenpompoentjes	=	reuzenpompoen
reuzenrad	noun	kermisattractie met zitplaatsen die gelijkmatig rondom aan een huizenhoog wiel hangen dat draait om een horizontale as
reuzenraden	=	reuzenrad
reuzenraderen	=	reuzenrad
reuzenradje	=	reuzenrad
reuzenradjes	=	reuzenrad
reuzenrat	noun	aanduiding voor verschillende soorten grote muisachtige knaagdieren
reuzenratten	=	reuzenrat
reuzenreiger	noun	Ardea goliath een vogel uit de familie der reigers
reuzenreigers	=	reuzenreiger
reuzenreigertje	=	reuzenreiger
reuzenreigertjes	=	reuzenreiger
reuzenrondbladneus	noun	Hipposideros commersoni vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Oude Wereld (Hipposideridae).
reuzenrondbladneusje	=	reuzenrondbladneus
reuzenrondbladneusjes	=	reuzenrondbladneus
reuzenrondbladneuzen	=	reuzenrondbladneus
reuzenroodmus	noun	Carpodacus rubicilloides een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
reuzenroodmusje	=	reuzenroodmus
reuzenroodmusjes	=	reuzenroodmus
reuzenroodmussen	=	reuzenroodmus
reuzenroofworm	noun	Chaetogaster diaphanus een ringworm uit de familie van de Naididae.
reuzenroofwormen	=	reuzenroofworm
reuzenroofwormpje	=	reuzenroofworm
reuzenroofwormpjes	=	reuzenroofworm
reuzensabelantiloopje	=	reuzensabelantilope
reuzensabelantiloopjes	=	reuzensabelantilope
reuzensabelantilope	noun	Hippotragus niger variani is een ondersoort van de Sabelantilope (Hippotragus niger).
reuzensabelantilopen	=	reuzensabelantilope
reuzensabelantilopes	=	reuzensabelantilope
reuzensalamander	noun	een salamander uit de familie Cryptobranchidae van grote salamanders
reuzensalamanders	noun	Cryptobranchidae een familie van grote salamanders (Caudata).
reuzensalangaan	noun	Hydrochous gigas een schaars voorkomende gierzwaluw uit de familie gierzwaluwen (Apodidae).
reuzensalangaantje	=	reuzensalangaan
reuzensalangaantjes	=	reuzensalangaan
reuzensalanganen	=	reuzensalangaan
reuzenschedeworm	noun	Limnodrilus udekemianus een ringworm uit de familie van de Naididae.
reuzenschedewormen	=	reuzenschedeworm
reuzenschedewormpje	=	reuzenschedeworm
reuzenschedewormpjes	=	reuzenschedeworm
reuzenschelpkokerworm	noun	Loimia ramzega een Polychaete mariene worm.
reuzenschelpkokerwormen	=	reuzenschelpkokerworm
reuzenschelpkokerwormpje	=	reuzenschelpkokerworm
reuzenschelpkokerwormpjes	=	reuzenschelpkokerworm
reuzenschildhagedis	noun	Matobosaurus validus een reptiel uit de familie schildhagedissen (Gerrhosauridae)
reuzenschildhagedisje	=	reuzenschildhagedis
reuzenschildhagedisjes	=	reuzenschildhagedis
reuzenschildhagedissen	=	reuzenschildhagedis
reuzenschildpad	noun	grote en zware landschildpad
reuzenschildpadden	=	reuzenschildpad
reuzenschildpadje	=	reuzenschildpad
reuzenschildpadjes	=	reuzenschildpad
reuzenschubdier	noun	Smutsia gigantea (voorheen Manis gigantea) het grootste van alle 8 soorten schubdieren die verspreid zijn over Afrika en Azië.
reuzenschubdieren	=	reuzenschubdier
reuzenschubdiertje	=	reuzenschubdier
reuzenschubdiertjes	=	reuzenschubdier
reuzensequoia	noun	soort naaldboom Sequoiadendron giganteum die uitzonderlijk groot kan worden en oorspronkelijk voorkomt aan de westkust van Noord-Amerika
reuzensequoia's	=	reuzensequoia
reuzenslalom	noun	nummer bij het alpineskiën; slalom waarbij de poortjes verder uit elkaar staan dan bij een gewone slalom
reuzenslaloms	=	reuzenslalom
reuzenslang	noun	Boidae zeer grote slang
reuzenslangen	noun	een familie Boidae van slangen die behoort tot de superfamilie Booidea.
reuzensmaragdhagedis	noun	Lacerta trilineata een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
reuzensmaragdhagedisje	=	reuzensmaragdhagedis
reuzensmaragdhagedisjes	=	reuzensmaragdhagedis
reuzensmaragdhagedissen	=	reuzensmaragdhagedis
reuzensnip	noun	Gallinago undulata een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
reuzensnipje	=	reuzensnip
reuzensnipjes	=	reuzensnip
reuzensnippen	=	reuzensnip
reuzenspitssnavel	noun	Conirostrum binghami een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
reuzenspitssnavels	=	reuzenspitssnavel
reuzenspitssnaveltje	=	reuzenspitssnavel
reuzenspitssnaveltjes	=	reuzenspitssnavel
reuzensprong	noun	een enorm hoge of verre sprong
reuzensprongen	=	reuzensprong
reuzenstap	noun	een hele grote stap; een hele grote pas
reuzenstappen	=	reuzenstap
reuzenstekelstaartgierzwaluw	noun	Hirundapus giganteus een grote gierzwaluwachtige die standvogel is in Zuid-Azië en de Indische Archipel
reuzenstekelstaartgierzwaluwen	=	reuzenstekelstaartgierzwaluw
reuzenstekelstaartgierzwaluwtje	=	reuzenstekelstaartgierzwaluw
reuzenstekelstaartgierzwaluwtjes	=	reuzenstekelstaartgierzwaluw
reuzenstern	noun	Hydroprogne caspia een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
reuzensternen	=	reuzenstern
reuzensterns	=	reuzenstern
reuzensterntje	=	reuzenstern
reuzensterntjes	=	reuzenstern
reuzenstormvogel	noun	Macronectes halli een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
reuzenstormvogels	=	reuzenstormvogel
reuzenstormvogeltje	=	reuzenstormvogel
reuzenstormvogeltjes	=	reuzenstormvogel
reuzenteju's	noun	een geslacht Tupinambis van hagedissen die behoren tot de familie tejuhagedissen (Teiidae)
reuzentoekan	noun	Ramphastos toco een van de 47 toekansoorten uit de familie Ramphastidae.
reuzentoekannetje	=	reuzentoekan
reuzentoekannetjes	=	reuzentoekan
reuzentoekans	=	reuzentoekan
reuzentoerako	noun	Corythaeola cristata een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's).
reuzentoerako's	=	reuzentoerako
reuzentoerakootje	=	reuzentoerako
reuzentoerakootjes	=	reuzentoerako
reuzenuilnachtzwaluw	noun	Podargus papuensis een vogel uit de familie van kikkerbekken (Podargidae).
reuzenuilnachtzwaluwen	=	reuzenuilnachtzwaluw
reuzenuilnachtzwaluwtje	=	reuzenuilnachtzwaluw
reuzenuilnachtzwaluwtjes	=	reuzenuilnachtzwaluw
reuzenvaraan	noun	Varanus giganteus een hagedis uit de familie varanen (Varanidae)
reuzenvaraantje	=	reuzenvaraan
reuzenvaraantjes	=	reuzenvaraan
reuzenvaranen	=	reuzenvaraan
reuzenvingerdier	noun	Daubentonia robusta een uitgestorven primatensoort dat verwant is met het vingerdier, maar beduidend groter.
reuzenvingerdieren	=	reuzenvingerdier
reuzenvingerdiertje	=	reuzenvingerdier
reuzenvingerdiertjes	=	reuzenvingerdier
reuzenviolen	=	reuzenviool
reuzenviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola × wittrockiana uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
reuzenviooltje	noun	bepaald soort viooltje, Viola × wittrockiana, dat het driekleurig viooltje als stamouder heeft
reuzenviooltjes	=	reuzenviooltje
reuzenvuurbuikpad	noun	Bombina maxima een kikker uit de familie Bombinatoridae.
reuzenvuurbuikpadden	=	reuzenvuurbuikpad
reuzenvuurbuikpadje	=	reuzenvuurbuikpad
reuzenvuurbuikpadjes	=	reuzenvuurbuikpad
reuzenwaterrat	noun	Lundomys molitor knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
reuzenwaterratje	=	reuzenwaterrat
reuzenwaterratjes	=	reuzenwaterrat
reuzenwaterratten	=	reuzenwaterrat
reuzenwaterwants	noun	Lethocerus grandis een insect uit de familie reuzenwaterwantsen (Belostomatidae).
reuzenwaterwantsen	noun	Belostomatidae een familie van insecten die behoren tot de wantsen (Heteroptera).
reuzenweekschildpadden	noun	een geslacht Pelochelys van schildpadden uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
reuzenwever	noun	Ploceus grandis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
reuzenwevers	=	reuzenwever
reuzenwevertje	=	reuzenwever
reuzenwevertjes	=	reuzenwever
reuzenwinterkoning	noun	Campylorhynchus chiapensis een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
reuzenwinterkoningen	=	reuzenwinterkoning
reuzenwinterkoninkje	=	reuzenwinterkoning
reuzenwinterkoninkjes	=	reuzenwinterkoning
reuzenwoestijnspringmuis	noun	Jaculus orientalis knaagdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
reuzenwoestijnspringmuisje	=	reuzenwoestijnspringmuis
reuzenwoestijnspringmuisjes	=	reuzenwoestijnspringmuis
reuzenwoestijnspringmuizen	=	reuzenwoestijnspringmuis
reuzenwolf	noun	Canis dirus een uitgestorven hondachtige die tijdens het Pleistoceen in Amerika en oostelijk Azië leefde
reuzenwolfje	=	reuzenwolf
reuzenwolfjes	=	reuzenwolf
reuzenwolven	=	reuzenwolf
reuzenxenops	noun	Megaxenops parnaguae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
reuzenxenopsen	=	reuzenxenops
reuzenxenopsje	=	reuzenxenops
reuzenxenopsjes	=	reuzenxenops
reuzenzeerups	noun	Sthenelais boa een borstelworm uit de familie Sigalionidae.
reuzenzeerupsen	=	reuzenzeerups
reuzenzeerupsje	=	reuzenzeerups
reuzenzeerupsjes	=	reuzenzeerups
reuzenzilverspar	noun	Abies grandis een boom die tot de dennenfamilie (Pinaceae) behoort.
reuzenzilversparren	=	reuzenzilverspar
reuzenzilversparretje	=	reuzenzilverspar
reuzenzilversparretjes	=	reuzenzilverspar
reuzenzoetwaterpijlstaartrog	noun	Urogymnus polylepis vis uit de orde Myliobatiformes en de familie Dasyatidae die voorkomt in de grote rivieren en estuariën van Zuidoost-Azië.
reuzenzoetwaterpijlstaartroggen	=	reuzenzoetwaterpijlstaartrog
reuzenzoetwaterpijlstaartroggetje	=	reuzenzoetwaterpijlstaartrog
reuzenzoetwaterpijlstaartroggetjes	=	reuzenzoetwaterpijlstaartrog
reuzenzoetwaterpijlstaartrogje	=	reuzenzoetwaterpijlstaartrog
reuzenzoetwaterpijlstaartrogjes	=	reuzenzoetwaterpijlstaartrog
reuzenzwaai	noun	heel grote zwaai
reuzenzwaaien	=	reuzenzwaai
reuzenzwam	noun	Meripilus giganteus een saprofyte, parasiterende schimmel uit de familie Meripilaceae.
reuzenzwammen	=	reuzenzwam
reuzenzwammetje	=	reuzenzwam
reuzenzwammetjes	=	reuzenzwam
reuzenzwartkopmeeuw	noun	Ichthyaetus ichthyaetus een zeer grote vogel uit de familie van de meeuwen (Laridae).
reuzenzwartkopmeeuwen	=	reuzenzwartkopmeeuw
reuzenzwartkopmeeuwtje	=	reuzenzwartkopmeeuw
reuzenzwartkopmeeuwtjes	=	reuzenzwartkopmeeuw
reuzenzwenkgras	noun	Festuca gigantea een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae oftewel Poaceae).
reuzenzwenkgrasje	=	reuzenzwenkgras
reuzenzwenkgrasjes	=	reuzenzwenkgras
reuzenzwenkgrassen	=	reuzenzwenkgras
reuzesnel	adj	heel erg snel
reuzesnelle	=	reuzesnel
reuzesnels	=	reuzesnel
reuzespannend	adj	heel erg spannend; enorm spannend
reuzespannende	=	reuzespannend
reuzespannends	=	reuzespannend
reuzestap	noun	een heel goede stap; een heel goede verandering
reuzestappen	=	reuzestap
reuzesterk	adj	heel erg krachtig
reuzesterke	=	reuzesterk
reuzesterker	=	reuzesterk
reuzesterkere	=	reuzesterk
reuzesterkers	=	reuzesterk
reuzesterks	=	reuzesterk
reuzesterkst	=	reuzesterk
reuzesterkste	=	reuzesterk
reuzetelescoop	noun	extreem grote telescoop
reuzetelescopen	=	reuzetelescoop
reuzetrots	adj	heel erg blij met wat men (bereikt) heeft
reuzetrotse	=	reuzetrots
reuzig	adj	heel groot
reuzige	=	reuzig
reuziger	=	reuzig
reuzigere	=	reuzig
reuzigers	=	reuzig
reuzigs	=	reuzig
reuzigst	=	reuzig
reuzigste	=	reuzig
reuzin	noun	zeer groot, vrouwelijk mensachtig wezen
reuzinnen	=	reuzin
reuzinnetje	=	reuzin
reuzinnetjes	=	reuzin
revaccinatie	noun	hernieuwde inenting, hervaccinatie
revaccinaties	=	revaccinatie
revaccineer	=	revaccineren
revaccineerde	=	revaccineren
revaccineerden	=	revaccineren
revaccineert	=	revaccineren
revaccinere	=	revaccineren
revaccineren	verb	opnieuw inenten
revaccinerend	=	revaccineren
revaccinerende	=	revaccineren
revalidant	noun	iemand die revalideert
revalidanten	=	revalidant
revalidatie	noun	geheel van medische en sociale maatregelen, die ten doel hebben de validiteit van patiënten zover mogelijk te herstellen
revalidatiearts	noun	arts die werkzaam is in de revalidatie
revalidatieartsen	=	revalidatiearts
revalidatiecentra	=	revalidatiecentrum
revalidatiecentrum	noun	centrum, plek waar men kan revalideren
revalidatiecentrumpje	=	revalidatiecentrum
revalidatiecentrumpjes	=	revalidatiecentrum
revalidatiecentrums	=	revalidatiecentrum
revalidatiehulp	noun	begeleiding bij het overwinnen van lichamelijke beperkingen die het gevolg zijn van een aandoening of de behandeling daarvan
revalidatieproces	noun	alle handelingen en gebeurtenissen die gericht zijn op het herstel van een patiënt die lijdt aan de restverschijnselen van een ziekte of trauma
revalidatieprocessen	=	revalidatieproces
revalidaties	=	revalidatie
revalideer	=	revalideren
revalideerde	=	revalideren
revalideerden	=	revalideren
revalideert	=	revalideren
revalidere	=	revalideren
revalideren	verb	weer valide worden
revaliderend	=	revalideren
revaliderende	=	revalideren
revalorisatie	noun	herstel van een geïnflateerde valuta
revaluatie	noun	herwaardering
revaluaties	=	revaluatie
revaluatietje	=	revaluatie
revaluatietjes	=	revaluatie
revalueer	=	revalueren
revalueerde	=	revalueren
revalueerden	=	revalueren
revalueert	=	revalueren
revaluere	=	revalueren
revalueren	verb	iets opnieuw waarderen na een periode dat men het minder aantrekkelijk vond
revaluerend	=	revalueren
revaluerende	=	revalueren
revanche	noun	vergelding, terugpakking, wraakneming
revancheer	=	revancheren
revancheerde	=	revancheren
revancheerden	=	revancheren
revancheert	=	revancheren
revanchere	=	revancheren
revancheren	verb	zich ~ een eerdere nederlaag tenietdoen
revancherend	=	revancheren
revancherende	=	revancheren
revanches	=	revanche
revanchisme	noun	stroming die revanche nastreeft na een verloren oorlog
revanchist	noun	iemand die zich ernstig tekortgedaan voelt en uit is op wraak
revanchisten	=	revanchist
revanchistisch	adj	betrekking hebbend op het revanchisme of revanche
revanchistische	=	revanchistisch
revanchistischer	=	revanchistisch
revanchistischere	=	revanchistisch
revanchistischers	=	revanchistisch
revanchistischt	=	revanchistisch
revanchistischte	=	revanchistisch
reve	=	reven
reveil	noun	opleving of vernieuwing van het geestelijke leven
reveille	noun	oproep om de troepen wakker te maken
reveilles	=	reveille
revelaar	noun|obsolete	iemand die over onbelangrijke of onzinnige dingen praat
revelaars	=	revelaar
revelatie	noun	ontdekking, openbaring, onthulling
revelaties	=	revelatie
revelatietje	=	revelatie
reveleer	=	reveleren
reveleerde	=	reveleren
reveleerden	=	reveleren
reveleert	=	reveleren
revelen	verb|obsolete	gemoedelijk praten over onbelangrijke dingen
revelere	=	reveleren
reveleren	verb	bekend maken, zichtbaar worden
revelerend	=	reveleren
revelerende	=	reveleren
reven	verb	het effectieve oppervlak verkleinen door samenvouwing of oprolling
revend	=	reven
revende	=	reven
revenu	noun	dat wat aan geld binnenkomt na het leveren van goederen, diensten of om andere redenen
revenu's	=	revenu
revenuen	=	revenu
reverbeeroven	noun	vlamoven waarin de te smelten of te verkalken stoffen aan de hitte van vlammen zijn blootgesteld
reverbeerovens	=	reverbeeroven
reverbeeroventje	=	reverbeeroven
reverbeeroventjes	=	reverbeeroven
reverence	noun	enigszins buigen van de hals en de knieën waarbij één been naar achteren wordt geplaatst, meestal uitgevoerd door een vrouw als eerbiedige begroeting van een hooggeplaatst persoon
reverences	=	reverence
reverentie	noun	eerbied die men voor iemand heeft
reverenties	=	reverentie
revers	noun	de keerzijde van munten of waardepapier
reversibel	adj	omkeerbaar
reversibele	=	reversibel
reversibeler	=	reversibel
reversibelere	=	reversibel
reversibelers	=	reversibel
reversibels	=	reversibel
reversibelst	=	reversibel
reversibelste	=	reversibel
reversie	noun	omkering
reversies	=	reversie
revia	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
reviaan	noun	liefhebber en kenner van het werk van Gerard Reve
reviaans	adj	geïnspireerd door de spreek- en schrijfstijl van Gerard Reve
reviaanse	=	reviaans
reviaanser	=	reviaans
reviaansere	=	reviaans
reviaansers	=	reviaans
reviaanst	=	reviaans
reviaanste	=	reviaans
revianen	=	reviaan
revideer	=	revideren
revideerde	=	revideren
revideerden	=	revideren
revideert	=	revideren
revidere	=	revideren
revideren	verb	nakijken en herstellen
reviderend	=	revideren
reviderende	=	revideren
revier	noun	terrein waarop gejaagd of dat doorzocht wordt
revierde	=	revieren
revierden	=	revieren
reviere	=	revieren
revieren	verb	speurend heen en weer lopen
revierend	=	revieren
revierende	=	revieren
reviert	=	revieren
review	noun	inspectie, beoordeling
reviewde	=	reviewen
reviewden	=	reviewen
reviewe	=	reviewen
reviewen	verb	het maken van een beoordeling
reviewend	=	reviewen
reviewende	=	reviewen
reviews	=	review
reviewt	=	reviewen
reviewtje	=	review
reviewtjes	=	review
revindicatie	noun	opeising, terugvordering van zijn eigendom
revindicaties	=	revindicatie
revindiceer	=	revindiceren
revindiceerde	=	revindiceren
revindiceerden	=	revindiceren
revindiceert	=	revindiceren
revindicere	=	revindiceren
revindiceren	verb	als zijn eigendom opeisen
revindicerend	=	revindiceren
revindicerende	=	revindiceren
reviseer	=	reviseren
reviseerde	=	reviseren
reviseerden	=	reviseren
reviseert	=	reviseren
revisere	=	reviseren
reviseren	verb	nakijken en herstellen van machines
reviserend	=	reviseren
reviserende	=	reviseren
revisie	noun	herziening
revisies	=	revisie
revisionisme	noun	streven naar herziening
revisionismes	=	revisionisme
revisionist	noun	iemand die streeft naar revisie
revisionisten	=	revisionist
revisionisties	=	revisionistisch
revisionistisch	adj	van, eigen aan het revisionisme
revisionistische	=	revisionistisch
revisionistischer	=	revisionistisch
revisionistischere	=	revisionistisch
revisionistischers	=	revisionistisch
revisionistischt	=	revisionistisch
revisionistischte	=	revisionistisch
revisionistje	=	revisionist
revisme	noun	de in een archaïsche stijl geformuleerde ideeënwereld en levenshouding van Gerard Kornelis van het Reve
revisor	noun	corrector, herziener, controleur
revisoren	=	revisor
revisors	=	revisor
revitaliseer	=	revitaliseren
revitaliseerde	=	revitaliseren
revitaliseerden	=	revitaliseren
revitaliseert	=	revitaliseren
revitalisere	=	revitaliseren
revitaliseren	verb	weer tot leven brengen, nieuw leven inblazen
revitaliserend	=	revitaliseren
revitaliserende	=	revitaliseren
revival	noun	het herleven van een ingeslapen godsdienstig besef
revivals	=	revival
revo	noun	revolutie
revocatie	noun	terugroeping van personen
revocaties	=	revocatie
revoceer	=	revoceren
revoceerde	=	revoceren
revoceerden	=	revoceren
revoceert	=	revoceren
revocere	=	revoceren
revoceren	verb	herroepen, intrekken
revocerend	=	revoceren
revocerende	=	revoceren
revoltant	adj	heel erg irritant, vervelend of schadelijk
revoltante	=	revoltant
revoltanter	=	revoltant
revoltantere	=	revoltant
revoltanters	=	revoltant
revoltants	=	revoltant
revoltantst	=	revoltant
revoltantste	=	revoltant
revolte	noun	openlijk verzet tegen mensen die de baas zijn
revolteer	=	revolteren
revolteerde	=	revolteren
revolteerden	=	revolteren
revolteert	=	revolteren
revolten	=	revolte
revoltere	=	revolteren
revolteren	verb	in opstand komen tegen een onrechtvaardig gezag
revolterend	=	revolteren
revolterende	=	revolteren
revoltes	=	revolte
revolutie	noun	een omwenteling in de politieke machtsverhoudingen
revolutiebouw	noun	slechte, massale huizenbouw
revolutiehymne	noun	strijdlied van degenen die een machtsomwenteling nastreven
revolutiehymnen	=	revolutiehymne
revolutiehymnes	=	revolutiehymne
revolutiepoging	noun	een mislukte of onderbroken poging om de bestaande regering of het politieke systeem van een land met geweld, massaprotest of stakingen af te zetten en te vervangen.
revolutiepogingen	=	revolutiepoging
revolutiepoginkje	=	revolutiepoging
revolutiepoginkjes	=	revolutiepoging
revoluties	=	revolutie
revolutietje	=	revolutie
revolutietjes	=	revolutie
revolutionair	adj	de revolutie aanhangend, oproerig	noun	aanhanger van de of een revolutie
revolutionairder	=	revolutionair
revolutionairdere	=	revolutionair
revolutionairders	=	revolutionair
revolutionaire	=	revolutionair
revolutionairen	=	revolutionair
revolutionairs	=	revolutionair
revolutionairst	=	revolutionair
revolutionairste	=	revolutionair
revolutionairtje	=	revolutionair
revolveer	=	revolveren
revolveerde	=	revolveren
revolveerden	=	revolveren
revolveert	=	revolveren
revolver	noun	een handvuurwapen met een roterende trommel met kogels
revolvere	=	revolveren
revolveren	verb|obsolete	om zijn as doen draaien
revolverend	adj	terugkerend, zich herhalend, om de as draaiend
revolverende	=	revolveren
revolverender	=	revolverend
revolverendere	=	revolverend
revolverenders	=	revolverend
revolverends	=	revolverend
revolverendst	=	revolverend
revolverendste	=	revolverend
revolverheld	noun	een hoofdrolspeler in een western.
revolverhelden	=	revolverheld
revolverheldje	=	revolverheld
revolverheldjes	=	revolverheld
revolvers	=	revolver
revolverschot	noun	schot dat uit een revolver gelost wordt
revolverschoten	=	revolverschot
revolvertas	noun	holster voor een revolver
revolvertassen	=	revolvertas
revolvertje	=	revolver
revolvertjes	=	revolver
revotijd	noun	tijd(perk) met één of meer maatschappelijke, technische of wetenschappelijke omwentelingen
revue	noun	theatershow bestaande uit een aaneenschakeling van zang, dans en toneel in de vorm van komische of satirische sketches
revueartiest	noun	artiest werkzaam in de revue
revueartiesten	=	revueartiest
revuedanseres	noun	danseres die in een revue optreedt
revuedanseresje	=	revuedanseres
revuedanseresjes	=	revuedanseres
revuedanseressen	=	revuedanseres
revuegezelschap	noun	groep mensen die in een gevarieerde theatershow optreden
revuegezelschapje	=	revuegezelschap
revuegezelschapjes	=	revuegezelschap
revuegezelschappen	=	revuegezelschap
revues	=	revue
revuetje	=	revue
revuetjes	=	revue
revulsief	adj	afleidend
rexisme	noun	een Belgische fascistische politieke beweging
rexist	noun	aanhanger van een Belgische fascistische organisatie
rexisten	=	rexist
rexistje	=	rexist
reykjaviker	noun	een inwoner van Reykjavik, of iemand afkomstig uit Reykjavik
reykjavikers	=	reykjaviker
reykjaviks	adj	op Reykjavik betrekking hebbend
reykjavikse	noun	een vrouwelijke inwoner van Reykjavik, of een vrouw afkomstig uit Reykjavik
reykjaviksen	=	reykjavikse
rez-de-chaussee	noun	benedenwoning, souterrain, onderhuis
rez-de-chaussees	=	rez-de-chaussee
reze	=	reizen
rezen	=	rijzen
reçu	noun	schriftelijk bewijs van ontvangst in de vorm van een bonnetje
reçu's	=	reçu
reçuutje	=	reçu
reçuutjes	=	reçu
reëel	adj	met de werkelijkheid overeenstemmend, echt, waar
reëels	=	reëel
reëelst	=	reëel
reëelste	=	reëel
reële	=	reëel
reëleonkostenvergoeding	noun	fiscaal onbelaste vergoeding van een werkgever aan een werknemer voor daadwerkelijk gemaakte, zakelijke kosten.
reëleonkostenvergoedingen	=	reëleonkostenvergoeding
reëleonkostenvergoedinkje	=	reëleonkostenvergoeding
reëleonkostenvergoedinkjes	=	reëleonkostenvergoeding
reëler	=	reëel
reëlere	=	reëel
reëlers	=	reëel
reïncarnatie	noun	wedergeboorte van de ziel in een lichaam, wedervleeswording, wedergeboorte
reïncarnaties	=	reïncarnatie
reïncarnatietje	=	reïncarnatie
reïncarneer	=	reïncarneren
reïncarneerde	=	reïncarneren
reïncarneerden	=	reïncarneren
reïncarneert	=	reïncarneren
reïncarnere	=	reïncarneren
reïncarneren	verb	opnieuw geboren worden in een nieuw en ander lichaam
reïncarnerend	=	reïncarneren
reïncarnerende	=	reïncarneren
reïteratie	=	re-iteratie
reünie	noun	een gelegenheid waarbij een groep mensen na lange tijd opnieuw bijeenkomt
reünies	=	reünie
reünietje	=	reünie
reünietjes	=	reünie
reünist	noun	bezoeker van een reünie
reünisten	=	reünist
reüsseer	=	reüsseren
reüsseerde	=	reüsseren
reüsseerden	=	reüsseren
reüsseert	=	reüsseren
reüssere	=	reüsseren
reüsseren	verb	succes hebben
reüsserend	=	reüsseren
reüsserende	=	reüsseren
rhea	=	rea
rheologie	=	reologie
rhesusfactor	=	resusfactor
rhetorica	=	retorica
rheumatiek	=	reumatiek
rhijn	=	rijn
rhinitis	=	rinitis
rhinoplastiek	=	rinoplastiek
rhizoctoniaziekte	noun	een ziekte die wordt veroorzaakt door de bodemschimmels van het geslacht Rhizoctonia behoren en die wortelrot en wortelbrand veroorzaken in suikerbieten, aardappelen, groente en bolgewassen.
rhizoctoniaziekten	=	rhizoctoniaziekte
rhizoctoniaziektes	=	rhizoctoniaziekte
rhizoctoniaziektetje	=	rhizoctoniaziekte
rhizoctoniaziektetjes	=	rhizoctoniaziekte
rhizosfeer	=	rizosfeer
rho	noun	de 17e letter van het Griekse alfabet: hoofdletter Ρ, onderkast ρ
rho's	=	rho
rho'tje	=	rho
rho'tjes	=	rho
rhodesisch	adj	betrekking hebbend op Rhodesië
rhodesische	=	rhodesisch
rhodesischer	=	rhodesisch
rhodesischere	=	rhodesisch
rhodesischers	=	rhodesisch
rhodium	=	rodium
rhodiumatoom	=	rodiumatoom
rhododendron	=	rododendron
rhododendronknopvreter	noun	Seifertia azaleae een paddenstoel uit de familie Melanommataceae.
rhododendronknopvreters	=	rhododendronknopvreter
rhododendronknopvretertje	=	rhododendronknopvreter
rhododendronknopvretertjes	=	rhododendronknopvreter
rhonchus	=	ronchus
rhotisch	adj	betreft een term uit de fonetiek (leer van spraakklanken) die verwijst naar dialecten of accenten waarin de /r/-klank altijd wordt uitgesproken, ook aan het einde van een woord of vóór een medeklinker.
rhotische	=	rhotisch
rhotischer	=	rhotisch
rhotischere	=	rhotisch
rhotischers	=	rhotisch
rhovariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter rho
rhovarianten	=	rhovariant
rhumatiek	=	reumatiek
rhyacium	noun	geologisch tijdperk, tweede periode van het paleoproterozoïcum, van 2,3 tot 2,05 miljard jaar geleden
rhythm-and-blues	noun	muzieksoort met invloeden uit de jazz, gospel en blues
rhythme	=	ritme
rhythmiek	=	ritmiek
rhythmisch	=	ritmisch
rhythmus	=	ritme
ria	noun	een rivierdal dat uitmondt in zee, aan uitslijting onderhevig is en gedeeltelijk door zee overstroomd wordt
ria's	=	ria
riad	noun	een traditioneel Marokkaans huis of paleis met een atrium of binnentuin
riads	=	riad
riagg	noun	afkorting voor 'Regionale Instelling voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg'
riagg-centra	=	riagg-centrum
riagg-centrum	noun	centrum van de Riagg
riagg-centrums	=	riagg-centrum
rial	noun	munteenheid van, of de vroegere munteenheid van Iran, Jemen, Oman, Qatar, en Saoedi-Arabië
rials	=	rial
riant	adj	groot en daardoor aantrekkelijk
riante	=	riant
rianter	=	riant
riantere	=	riant
rianters	=	riant
riants	=	riant
riantst	=	riant
riantste	=	riant
riaskust	noun	kust vorm die ontstaan is uit een uitgesleten rivierdal dat later door een (relatieve) zeespiegelstijging is overstroomd
riaskusten	=	riaskust
rib	noun	elk van de platte, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
ribbe	noun	een van de platte, dunne, boogvormige beenderen die de borstkas omsluiten
ribbedebie	adv|informal	plotseling niet meer aanwezig
ribbel	noun	smalle verhoging aan een voorwerp
ribbelbies	noun	Schoenoplectiella mucronata een overblijvende plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae)
ribbelbiesje	=	ribbelbies
ribbelbiesjes	=	ribbelbies
ribbelbiezen	=	ribbelbies
ribbelde	=	ribbelen
ribbelden	=	ribbelen
ribbele	=	ribbelen
ribbelen	verb	van ribbels voorzien
ribbelend	=	ribbelen
ribbelende	=	ribbelen
ribbelgevoel	noun	de mogelijkheid om kleine oneffenheden te voelen
ribbelig	adj	met veel hobbels en bobbels
ribbelige	=	ribbelig
ribbeliger	=	ribbelig
ribbeligere	=	ribbelig
ribbeligers	=	ribbelig
ribbeligs	=	ribbelig
ribbeligst	=	ribbelig
ribbeligste	=	ribbelig
ribbeling	noun	rimpeling, rimpel, plooi, kreukel
ribbelingen	=	ribbeling
ribbelkoppriemkever	noun	Bembidion assimile een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
ribbelkoppriemkevers	=	ribbelkoppriemkever
ribbelkoppriemkevertje	=	ribbelkoppriemkever
ribbelkoppriemkevertjes	=	ribbelkoppriemkever
ribbeloprollertje	noun	een pissebed Reductoniscus costulatus uit de familie Armadillidae.
ribbeloprollertjes	=	ribbeloprollertje
ribbelrug	noun	dier met een geribbelde rug
ribbelrugbodemwants	noun	Tropidophlebia costalis een wants uit de onderfamilie Oxycarininae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
ribbelrugbodemwantsen	=	ribbelrugbodemwants
ribbelrugbodemwantsje	=	ribbelrugbodemwants
ribbelrugbodemwantsjes	=	ribbelrugbodemwants
ribbelruggen	=	ribbelrug
ribbelruggetje	=	ribbelrug
ribbelruggetjes	=	ribbelrug
ribbelrugje	=	ribbelrug
ribbelrugjes	=	ribbelrug
ribbels	=	ribbel
ribbelt	=	ribbelen
ribbeltegel	noun	een speciaal type geleidelijntegel dat wordt gebruikt in de openbare ruimte om blinden en slechtzienden de weg te wijzen
ribbeltegels	=	ribbeltegel
ribbeltegeltje	=	ribbeltegel
ribbeltegeltjes	=	ribbeltegel
ribbeltje	=	ribbel
ribbeltjes	=	ribbel
ribbelzaadmier	noun	Tetramorium bicarinatum een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
ribbelzaadmieren	=	ribbelzaadmier
ribbelzaadmiertje	=	ribbelzaadmier
ribbelzaadmiertjes	=	ribbelzaadmier
ribbelzegge	noun	Carex vulpinoidea een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).De plant komt van nature voor in Noord-Amerika en is van daaruit verder verspreid naar Europa en Nieuw-Zeeland.
ribbelzeggen	=	ribbelzegge
ribbelzeggetje	=	ribbelzegge
ribbelzeggetjes	=	ribbelzegge
ribben	=	rib
ribbenkas	noun	minder gangbare vorm van ribbenkast
ribbenkassen	noun	minder gangbare vorm van ribbenkasten
ribbenkast	noun	het geraamte van de borst
ribbenkasten	=	ribbenkast
ribbenkastje	=	ribbenkast
ribbenkastjes	=	ribbenkast
ribbenkubus	noun	voorwerp dat bestaat uit de randen tussen de vlakken van een vierkant blok, zonder tussenliggende vlakken en zonder inhoud
ribbenkubusje	=	ribbenkubus
ribbenkubusjes	=	ribbenkubus
ribbenkubussen	=	ribbenkubus
ribbensalamander	noun	Pleurodeles waltl een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
ribbensalamanders	noun	Pleurodeles een geslacht van salamanders uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
ribbensalamandertje	=	ribbensalamander
ribbensalamandertjes	=	ribbensalamander
ribbenstuk	=	ribstuk
ribbestuk	=	ribstuk
ribbetje	=	ribbe
ribbetjes	=	ribbe
ribbroek	noun	een broek gemaakt van ribfluweel (corduroy)
ribbroeken	=	ribbroek
ribcord	noun	katoenen, geweven stof met ribbels
ribes	noun	een geslacht Ribes van struiken (of soms bomen).
ribes-katwilgroest	noun	Melampsora ribesii-viminalis een paddenstoel uit de familie Melampsoraceae.
ribes-katwilgroesten	=	ribes-katwilgroest
ribes-katwilgroestje	=	ribes-katwilgroest
ribes-katwilgroestjes	=	ribes-katwilgroest
ribes-zeggeroest	noun	Puccinia caricina een heteroecische roest die tot de Basidiomycota behoort.
ribes-zeggeroesten	=	ribes-zeggeroest
ribes-zeggeroestje	=	ribes-zeggeroest
ribes-zeggeroestjes	=	ribes-zeggeroest
ribesfamilie	noun	een familie Grossulariaceae van tweezaadlobbige heesters.
ribesfamilietje	=	ribesfamilie
ribesfamilietjes	=	ribesfamilie
ribesroest	noun	Puccinia ribis een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
ribesroesten	=	ribesroest
ribesroestje	=	ribesroest
ribesroestjes	=	ribesroest
ribessen	=	ribes
ribfluweel	noun	katoenen, geweven stof met ribbels
ribfluweeltje	=	ribfluweel
ribfluweeltjes	=	ribfluweel
ribfluwelen	adj	van ribfluweel
ribfracturen	=	ribfractuur
ribfractuur	noun	breuk in een van de botten die het borstbeen met de ruggengraat verbinden
ribhout	noun	houten balk met een doorsnede tussen 15 × 20 en 7.5 × 7.50 cm
ribi	noun	assistent-rabbijn in Portugees-Israëlitische gemeenten
ribje	=	rib
ribjes	=	rib
ribkauri's	noun	Triviidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
ribkwal	noun	een dier uit de de stam Ctenophora van het dierenrijk waartoe de zeedieren worden gerekend die gelijkenis hebben met neteldieren, maar geen netelcellen bezitten.
ribkwallen	noun	een stam Ctenophora van het dierenrijk waartoe de zeedieren worden gerekend die gelijkenis hebben met neteldieren, maar geen netelcellen bezitten.
ribkwalletje	=	ribkwal
ribkwalletjes	=	ribkwal
riblap	noun	rundvlees afkomstig van de ribben
riblapje	=	riblap
riblapjes	=	riblap
riblappen	=	riblap
ribonucleïnezuren	=	ribonucleïnezuur
ribonucleïnezuur	noun	ribose bevattend nucleïnezuur, één van drie macromoleculen die essentieel zijn voor alle bekende levensvormen
ribonucleïnezuurtje	=	ribonucleïnezuur
ribonucleïnezuurtjes	=	ribonucleïnezuur
ribose	noun	monosacharide (pentose) met formule C₅H₁₀O₅ die van nature voorkomt in sommige nucleïnezuren en als zodanig een bestanddeel is van spieren
ribosen	=	ribose
riboses	=	ribose
ribosomen	=	ribosoom
ribosoom	noun	het molecuulcomplex dat eiwitten synthetiseert
ribosoompje	=	ribosoom
ribosoompjes	=	ribosoom
ribstof	noun	geribbelde geweven stof
ribstoffen	=	ribstof
ribstuk	noun	het vlees dat aan de ribben vast zit of zat
ribstukje	=	ribstuk
ribstukjes	=	ribstuk
ribstukken	=	ribstuk
ribzaad	noun	een geslacht Chaerophyllum uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
ribzaadje	=	ribzaad
ribzaadjes	=	ribzaad
ribzaadroest	noun	Puccinia chaerophylli een soort schimmel in de familie Pucciniaceae.
ribzaadroesten	=	ribzaadroest
ribzaadroestje	=	ribzaadroest
ribzaadroestjes	=	ribzaadroest
ribzaden	=	ribzaad
ricecooker	noun	een keukenapparaat, gebruikt voor het koken van rijst
ricecookers	=	ricecooker
richard	noun	iemand met grote rijkdom
richardje	=	richard
richardjes	=	richard
richards	=	richard
richardsongrondeekhoorn	noun	Urocitellus richardsonii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
richardsongrondeekhoorns	=	richardsongrondeekhoorn
richardsongrondeekhoorntje	=	richardsongrondeekhoorn
richardsongrondeekhoorntjes	=	richardsongrondeekhoorn
richardsonwoelmuis	noun	Microtus richardsoni knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
richardsonwoelmuisje	=	richardsonwoelmuis
richardsonwoelmuisjes	=	richardsonwoelmuis
richardsonwoelmuizen	=	richardsonwoelmuis
richel	noun	een smalle uitstekende rand of lijst.
richels	=	richel
richelsigaar	noun	Sigara nigrolineata een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
richelsigaartje	=	richelsigaar
richelsigaartjes	=	richelsigaar
richelsigaren	=	richelsigaar
richeltje	=	richel
richeltjes	=	richel
richt	=	richten
richtantenne	noun	een antenne die duidelijk in één stand het sterkste signaal van een zender afgeeft
richtantennes	=	richtantenne
richtantennetje	=	richtantenne
richtantennetjes	=	richtantenne
richtbaak	noun	landmeters werktuig
richtbaar	adj	van iets dat het naar één vooraf bepaalde plaats gestuurd kan worden
richtbaarder	=	richtbaar
richtbaardere	=	richtbaar
richtbaarders	=	richtbaar
richtbaars	=	richtbaar
richtbaarst	=	richtbaar
richtbaarste	=	richtbaar
richtbaken	=	richtbaak
richtbare	=	richtbaar
richte	=	richten
richten	verb	op een bepaald doel afstemmen
richtend	adj	vooral aandacht hebbend voor
richtende	=	richten
richtender	=	richtend
richtendere	=	richtend
richtenders	=	richtend
richtends	=	richtend
richtendst	=	richtend
richtendste	=	richtend
richter	noun	iets of iemand die richt
richteren	=	richter
richters	=	richter
richtertje	=	richter
richtertjes	=	richter
richtgetal	noun	getal dat een bepaalde aanwijzing of norm bevat
richtgetallen	=	richtgetal
richtgetalletje	=	richtgetal
richtgetalletjes	=	richtgetal
richtig	adj	helemaal goed; zoals het hoort
richtige	=	richtig
richtiger	=	richtig
richtigere	=	richtig
richtigers	=	richtig
richtigs	=	richtig
richtigst	=	richtig
richtigste	=	richtig
richting	noun	de kant die men op moet gaan om een bestemming te bereiken	prep	de kant op van, in de richting van
richtingaanwijzer	noun	een systeem om richting aan te geven in een voertuig
richtingaanwijzers	=	richtingaanwijzer
richtingaanwijzerschakelaar	noun	omschakelaar met middenstand die de rechter- dan wel de linkerrichtingaanwijzer activeert
richtingaanwijzerschakelaars	=	richtingaanwijzerschakelaar
richtingaanwijzerschakelaartje	=	richtingaanwijzerschakelaar
richtingaanwijzerschakelaartjes	=	richtingaanwijzerschakelaar
richtingaanwijzertje	=	richtingaanwijzer
richtingaanwijzertjes	=	richtingaanwijzer
richtingen	=	richting
richtinggevend	adj	bepalend voor de koers, naar het doel leidend
richtinggevende	=	richtinggevend
richtinggevender	=	richtinggevend
richtinggevendere	=	richtinggevend
richtinggevenders	=	richtinggevend
richtinggevends	=	richtinggevend
richtinggevendst	=	richtinggevend
richtinggevendste	=	richtinggevend
richtinggevoel	noun	de intuïtieve kennis over welke kant men uit moet gaan
richtingloos	adj	zonder duidelijke richting
richtingloosheden	=	richtingloosheid
richtingloosheid	noun	het richtingloos zijn
richtingloost	=	richtingloos
richtinglooste	=	richtingloos
richtingloze	=	richtingloos
richtinglozer	=	richtingloos
richtinglozere	=	richtingloos
richtinglozers	=	richtingloos
richtingsgevoel	noun	gevoel van een mens of een dier voor het vinden van de juiste weg
richtingsgevoelen	=	richtingsgevoel
richtingsgevoelens	=	richtingsgevoel
richtingsroer	noun	roer van een vliegtuig voor besturing loodrecht op de vliegrichting
richtingsroeren	=	richtingsroer
richtingsroertje	=	richtingsroer
richtingsroertjes	=	richtingsroer
richtingsverandering	noun	proces waarbij een object, voertuig of beweging van koers verandert
richtingsveranderingen	=	richtingsverandering
richtingsveranderingetje	=	richtingsverandering
richtingsveranderingetjes	=	richtingsverandering
richtingverandering	noun	proces waarbij een object, voertuig of beweging van koers verandert
richtingveranderingen	=	richtingverandering
richtingveranderingetje	=	richtingverandering
richtingveranderingetjes	=	richtingverandering
richtingzoeker	noun	toestel om radiosignalen mee op te vangen met een speciale richtantenne
richtingzoekers	=	richtingzoeker
richtingzoekertje	=	richtingzoeker
richtingzoekertjes	=	richtingzoeker
richtinkje	=	richting
richtinkjes	=	richting
richtkromme	noun	kromme lijn die het grondvlak van een kegel of cilinder is of meer algemeen van een regeloppervlak
richtkrommen	=	richtkromme
richtlat	noun	voorwerp dat dient om iets op één lijn te krijgen
richtlatje	=	richtlat
richtlatjes	=	richtlat
richtlatten	=	richtlat
richtlijn	noun	aanwijzing voor een te volgen gedrag
richtlijnen	=	richtlijn
richtlijntje	=	richtlijn
richtlijntjes	=	richtlijn
richtloden	=	richtlood
richtlood	noun	een draad met loden balletje om de loodrechte stand van iets te onderzoeken
richtmicrofoon	noun	microfoon die gevoelig is voor geluid dat uit één richting komt en er bij de opname dus geen hinder is van omgevingslawaai
richtmicrofoons	=	richtmicrofoon
richtprijs	noun	De door de fabrikant geadviseerde prijs.
richtprijsje	=	richtprijs
richtprijsjes	=	richtprijs
richtprijzen	=	richtprijs
richtpunt	noun	punt waarop of waarmee men kan of moet richten, mikpunt
richtpunten	=	richtpunt
richtpuntje	=	richtpunt
richtpuntjes	=	richtpunt
richtsnoer	noun	touw om bij het metselen enz. in een rechte lijn te blijven
richtsnoeren	=	richtsnoer
richtsnoertje	=	richtsnoer
richtsnoertjes	=	richtsnoer
richtte	=	richten
richtten	=	richten
richttijd	noun	de tijd die men denkt nodig te hebben voor een bepaalde (sport)activiteit
richttijden	=	richttijd
ricine	noun	giftige stof afkomstig van de bonen van de Ricinus communis (wonderboom, castorolieplant)
ricinuleïden	noun	Ricinulei een orde van geleedpotige dieren die tot de klasse spinachtigen (Arachnida) behoren.
ricinus	noun	bepaald soort snelgroeiende tropische boom, Ricinus communis de enige soort in het geslacht Ricinus uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
ricinusje	=	ricinus
ricinusolie	noun	uit ricinuszaad geperste, dikvloeibare olie met purgerende werking
ricinusolies	=	ricinusolie
ricinusolietje	=	ricinusolie
ricinusoliën	=	ricinusolie
ricinussen	=	ricinus
ricocheer	=	ricocheren
ricocheerde	=	ricocheren
ricocheerden	=	ricocheren
ricocheert	=	ricocheren
ricochere	=	ricocheren
ricocheren	verb	de grond even aanraken en dan opspringen
ricocherend	=	ricocheren
ricocherende	=	ricocheren
ricochet	noun	het stuiteren/afketsen van een kanonskogel op de grond
ricotta	noun	op kwark lijkend Italiaans zuivelproduct met een zachte smaak en een kruimelige structuur die is ontstaan bij de boeren als nevenproduct bij het kaasmaken.
ridder	noun	oorspronkelijk een bereden en bepantserde ruiter die de ridderslag ontvangen had
ridderanolis	noun	Anolis equestris een hagedis uit de familie anolissen (Dactyloidae)
ridderanolisje	=	ridderanolis
ridderanolisjes	=	ridderanolis
ridderanolissen	=	ridderanolis
ridderde	=	ridderen
ridderden	=	ridderen
ridderdicht	noun	gedicht over de (wan)daden van ridders
ridderdichten	=	ridderdicht
riddere	=	ridderen
riddereden	=	riddereed
riddereed	noun	plechtige, bindende belofte die een nieuwe ridder aflegt als hij tot ridder geslagen wordt
riddereedje	=	riddereed
riddereedjes	=	riddereed
ridderen	verb	iemand de titel ridder verlenen
ridderend	=	ridderen
ridderende	=	ridderen
riddergoed	noun	de bezittingen van een ridder; het onroerend goed dat een ridder bezit
riddergoederen	=	riddergoed
ridderideaal	noun	de nobele idealen van middeleeuwse ridders; de gedragscode van middeleeuwse ridders
ridderideaaltje	=	ridderideaal
ridderideaaltjes	=	ridderideaal
ridderidealen	=	ridderideaal
ridderkruis	noun	kruis op de mantel van een kruisridder
ridderkruisen	=	ridderkruis
ridderkruizen	=	ridderkruis
ridderlijk	adj	zoals past bij een ridder
ridderlijke	=	ridderlijk
ridderlijker	=	ridderlijk
ridderlijkere	=	ridderlijk
ridderlijkers	=	ridderlijk
ridderlijkheden	=	ridderlijkheid
ridderlijkheid	noun	het riddelijk zijn
ridderlijks	=	ridderlijk
ridderlijkst	=	ridderlijk
ridderlijkste	=	ridderlijk
ridderorde	noun	vereniging van ridders, vereniging van mensen die een gemeenschappelijk ideaal nastreven
ridderorden	=	ridderorde
ridderordes	=	ridderorde
ridderordetje	=	ridderorde
ridderroman	noun	romans die zich afspelen in de riddertijd en gaan over het hoofse leven
ridderromannetje	=	ridderroman
ridderromannetjes	=	ridderroman
ridderromans	=	ridderroman
ridders	=	ridder
ridderschap	noun	de ridderstand
ridderschappen	=	ridderschap
ridderslag	noun	een slag op de schouder die men krijgt als men tot ridder wordt geslagen
ridderslagen	=	ridderslag
ridderspoor	noun|historical	spoor aan de hiel van een ridder
ridderspoortje	=	ridderspoor
ridderspoortjes	=	ridderspoor
ridderspooruil	noun	Periphanes delphinii een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
ridderspooruilen	=	ridderspooruil
ridderspooruiltje	=	ridderspooruil
ridderspooruiltjes	=	ridderspooruil
riddersporen	=	ridderspoor
ridderstand	noun	de gezamenlijke ridders
ridderstanden	=	ridderstand
ridderstandje	=	ridderstand
ridderstandjes	=	ridderstand
ridderster	noun	benaming voor op de amaryllis lijkende planten uit het geslacht Hippeastrum, bolgewassen in de narcisfamilie (Amaryllidaceae)
riddersterren	=	ridderster
riddersterretje	=	ridderster
riddersterretjes	=	ridderster
riddert	=	ridderen
riddertijd	noun	De ridderttijd was in Europa van het jaar 500 tot het jaar 1000.
riddertijden	=	riddertijd
riddertje	=	ridder
riddertjes	=	ridder
riddertoernooi	noun	evenement waarbij ridders met elkaar strijden
riddertoernooien	=	riddertoernooi
riddervissen	noun	een geslacht Equetus van straalvinnige vissen uit de familie van ombervissen (Sciaenidae).
ridderwants	noun	een wants uit de onderfamilie: Lygaeinae (ridderwantsen) van de familie: Lygaeidae (bodemwantsen)
ridderwantsen	=	ridderwants
ridderwasplaat	noun	Cuphophyllus fornicatus een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
ridderwasplaatje	=	ridderwasplaat
ridderwasplaatjes	=	ridderwasplaat
ridderwasplaten	=	ridderwasplaat
ridderwezen	noun	de aard van de ridders
ridderwoord	noun	het erewoord van een ridder; de betouwbare belofte van een ridder
ridderwoorden	=	ridderwoord
ridderzaal	noun	grote zaal in een kasteel, die kon dienen als plaats waar een leenheer met zijn vazallen samenkwam
ridderzalen	=	ridderzaal
ridderzuring	noun	Rumex obtusifolius een vaste plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae), die van nature voorkomt in Europa.
ridderzuringen	=	ridderzuring
ridderzuringgalmug	noun	Contarinia scutati een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
ridderzuringgalmuggen	=	ridderzuringgalmug
ridderzuringgalmugje	=	ridderzuringgalmug
ridderzuringgalmugjes	=	ridderzuringgalmug
ridderzurinkje	=	ridderzuring
ridderzwam	noun	doorgaans vrij grote, witsporige paddenstoel behorend tot de orde plaatjeszwammen
ridderzwammen	=	ridderzwam
ridderzwammetje	=	ridderzwam
ridderzwammetjes	=	ridderzwam
ride	noun	verder rijden, niet blijven parkeren
ridicule	=	ridicuul
ridiculer	=	ridicuul
ridiculere	=	ridicuul
ridiculers	=	ridicuul
ridiculiseer	=	ridiculiseren
ridiculiseerde	=	ridiculiseren
ridiculiseerden	=	ridiculiseren
ridiculiseert	=	ridiculiseren
ridiculisere	=	ridiculiseren
ridiculiseren	verb	iets of iemand belachelijk maken
ridiculiserend	=	ridiculiseren
ridiculiserende	=	ridiculiseren
ridicuul	adj	iets wat weinig of niets te maken heeft met de echte werkelijkheid en als zodanig lachwekkend is
ridicuuls	=	ridicuul
ridicuulst	=	ridicuul
ridicuulste	=	ridicuul
ried	=	raden
riede	=	raden
riedel	noun	kort melodietje
riedelde	=	riedelen
riedelden	=	riedelen
riedele	=	riedelen
riedelen	verb	ongeïnspireerd, snel afraffelend, spelen
riedelend	=	riedelen
riedelende	=	riedelen
riedels	=	riedel
riedelt	=	riedelen
riedeltje	=	riedel
riedeltjes	=	riedel
rieden	=	raden
riedt	=	raden
riek	noun	een handwerktuig voor het verplaatsen van bladeren, gras of gewied materiaal in de vorm van een grote vork met smalle tanden
rieke	=	rieken
rieken	verb	een sterke, meestal onaangename geur en/of stank verspreiden
riekend	adj	reuk veroorzakend
riekende	=	rieken
riekender	=	riekend
riekendere	=	riekend
riekenders	=	riekend
riekends	=	riekend
riekendst	=	riekend
riekendste	=	riekend
riekje	=	riek
riekjes	=	riek
riekt	=	rieken
riel	noun	munteenheid van Cambodja
riels	=	riel
riem	noun	band van leer of een vergelijkbaar sterk en soepel materiaal
riemaandrijving	noun	aandrijving overgebracht door een aandrijfriem
riemen	=	riem
riemenaar	noun	een inwoner van Rieme, of iemand afkomstig uit Rieme
riemenaren	=	riemenaar
riemer	noun	veenarbeider, mannelijke vorm van riemster
riemers	=	riemer
riemertje	=	riemer
riemertjes	=	riemer
riemgesp	noun	beugel met tong of pin waarmee het ene uiteinde van een riem of ceintuur wordt vastgemaakt aan het andere uiteinde, waarin gaatjes zijn gemaakt waar die tong of pin inpast
riemgespen	=	riemgesp
riemhout	noun	een stuk hout geschikt om als roeiriem te dienen
riemhoutbomen	=	riemhoutboom
riemhoutboom	noun	Micropholis guyanensis een boomsoort die o.a. in Suriname groeit
riemhouten	=	riemhout
riempje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort slak, Bathyomphalus contortus uit de familie van de Planorbidae; de wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1758 door Linnaeus
riempjes	noun	bepaald soort sterrenmuurachtige plant, Corrigiola litoralis
riempjesmos	noun	Rhytidiadelphus loreus een soort mos van de klasse Bryopsida (bladmossen).
riempjesmosje	=	riempjesmos
riempjesmosjes	=	riempjesmos
riempjesmossen	=	riempjesmos
riems	adj	op Rieme betrekking hebbend
riemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Rieme, of een vrouw afkomstig uit Rieme
riemsen	=	riemse
riemslot	noun	sluiting van een autogordel
riemsloten	=	riemslot
riemsluiting	noun	afsluiting aan het uiteinde van een stevige en buigzame band die is bevestigd aan het af te sluiten voorwerp (koffer, bijbel, schoen)
riemsluitingen	=	riemsluiting
riemvis	noun	Regalecus glesne een vis uit de orde van de koningsvissen en de familie van de riemvissen die bestaat uit twee geslachten en in totaal vier soorten.
riemvisje	=	riemvis
riemvisjes	=	riemvis
riemvissen	noun	een familie Regalecidae uit de orde van de koningsvissen.
riemvormig	adj	vorm van een riem hebbend
riemvormige	=	riemvormig
riemvormiger	=	riemvormig
riemvormigere	=	riemvormig
riemvormigers	=	riemvormig
riemvormigs	=	riemvormig
riemvormigst	=	riemvormig
riemvormigste	=	riemvormig
riep	=	roepen
riepe	=	roepen
riepen	=	roepen
riept	=	roepen
riesling	noun	soort witte wijn die oorspronkelijk uit Duitsland komt
rieslings	=	riesling
riet	noun	Phragmites australis (syn.: Phragmites communis), plantensoort uit de grassenfamilie (Poaceae) met een stevige stengel die langs het water voorkomt
rietachtig	adj	lijkend op riet
rietachtige	=	rietachtig
rietachtiger	=	rietachtig
rietachtigere	=	rietachtig
rietachtigers	=	rietachtig
rietachtigs	=	rietachtig
rietachtigst	=	rietachtig
rietachtigste	=	rietachtig
rietbeslag	noun	tijdelijke afdekking met riet als taludverdediging
rietblaadje	=	rietblad
rietblaadjes	=	rietblad
rietblad	noun	een onderdeel van het mondstuk van een blaasinstrument dat in trilling gebracht wordt
rietbladen	=	rietblad
rietbladmuurspoorbolletje	noun	Pleospora abscondita een schimmel behorend tot de familie Pleosporaceae.
rietbladmuurspoorbolletjes	=	rietbladmuurspoorbolletje
rietblazer	noun	iemand die op een rietinstrument speelt
rietblazers	=	rietblazer
rietblazertje	=	rietblazer
rietblazertjes	=	rietblazer
rietbodemwants	noun	Holcocranum saturejae een wants uit de onderfamilie Artheneinae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
rietbodemwantsen	=	rietbodemwants
rietbodemwantsje	=	rietbodemwants
rietbodemwantsjes	=	rietbodemwants
rietbok	noun	Redunca arundinum een middelgrote antilopesoort uit het geslacht der rietbokken (Redunca).
rietbokje	=	rietbok
rietbokjes	=	rietbok
rietbokken	noun	een geslacht Redunca in de familie van de holhoornigen (Bovidae) in de orde van evenhoevigen.
rietbontloper	noun	Acupalpus parvulus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rietbontlopers	=	rietbontloper
rietbontlopertje	=	rietbontloper
rietbontlopertjes	=	rietbontloper
rietborstelspinnendoder	noun	Anoplius caviventris een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
rietborstelspinnendoders	=	rietborstelspinnendoder
rietborstelspinnendodertje	=	rietborstelspinnendoder
rietborstelspinnendodertjes	=	rietborstelspinnendoder
rietdekker	noun	iemand die rieten daken dekt
rietdekkers	=	rietdekker
rietdekkertje	=	rietdekker
rietdekkertjes	=	rietdekker
rietdoradito	noun	Pseudocolopteryx flaviventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
rietdoradito's	=	rietdoradito
rietdoraditootje	=	rietdoradito
rietdoraditootjes	=	rietdoradito
rieten	adj	gemaakt van riet
rietfluit	noun	blaasinstrument gemaakt van een rietstengel
rietfluiten	=	rietfluit
rietfluitje	=	rietfluit
rietfluitjes	=	rietfluit
rietfranjekelkje	noun	Lachnum controversum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
rietfranjekelkjes	=	rietfranjekelkje
rietgans	noun	Anser fabalis (sensu lato) een vogel uit de familie Anatidae (zwanen, ganzen en eenden)
rietgansje	=	rietgans
rietgansjes	=	rietgans
rietganzen	=	rietgans
rietgors	noun	met riet begroeid gors of aangeslibd land
rietgorsje	=	rietgors
rietgorzen	=	rietgors
rietgras	noun	bepaald soort hoge vaste plant, Phalaris arundinacea, die in vegetatieve toestand op riet (Phragmites australis) lijkt
rietgrasroest	noun	Puccinia sessilis een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
rietgrasroesten	=	rietgrasroest
rietgrasroestje	=	rietgrasroest
rietgrasroestjes	=	rietgrasroest
rietgrassen	=	rietgras
rietgrasuil	noun	Apamea unanimis een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
rietgrasuilen	=	rietgrasuil
rietgrasuiltje	=	rietgrasuil
rietgrasuiltjes	=	rietgrasuil
rietgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6013 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6013 ( ).
rietgroene	=	rietgroen
rietgroens	=	rietgroen
riethalm	noun	rietstengel
riethalmen	=	riethalm
riethalmgalmug	noun	Microlasioptera flexuosa een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
riethalmgalmuggen	=	riethalmgalmug
riethalmgalmugje	=	riethalmgalmug
riethalmgalmugjes	=	riethalmgalmug
riethalmpje	=	riethalm
riethalmpjes	=	riethalm
rietinstrument	noun	een instrument waarvan het geluid voortgebracht wordt door een enkel- of dubbel strookje riet onder druk te zetten
rietinstrumenten	=	rietinstrument
rietinstrumentje	=	rietinstrument
rietinstrumentjes	=	rietinstrument
rietje	noun	alleen verkleinwoord dun drinkbuisje, pijpenstrootje
rietjes	=	riet
rietkapper	noun	iemand die riet kapt
rietkappers	=	rietkapper
rietkappertje	=	rietkapper
rietkappertjes	=	rietkapper
rietkever	noun	insect uit de geslacht Donacia van kevers uit de familie bladkevers (Chrysomelidae) en de onderfamilie Donaciinae
rietkevers	noun	Donacia een geslacht van kevers uit de familie bladkevers (Chrysomelidae) en de onderfamilie Donaciinae
rietkevertje	=	rietkever
rietkevertjes	=	rietkever
rietkikkers	noun	Hyperoliidae een familie uit de orde kikkers (Anura).
rietkogelspin	noun	Theridion hemerobium een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
rietkogelspinnen	=	rietkogelspin
rietkogelspinnetje	=	rietkogelspin
rietkogelspinnetjes	=	rietkogelspin
rietkraag	noun	waterkant die begroeid is met riet
rietkraagje	=	rietkraag
rietkraagjes	=	rietkraag
rietkragen	=	rietkraag
rietkratertje	noun	Stictis dissociativus een schimmel behorend tot de familie Stictidaceae.
rietkratertjes	=	rietkratertje
rietkruisspin	noun	Larinioides cornutus een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen.
rietkruisspinnen	=	rietkruisspin
rietkruisspinnetje	=	rietkruisspin
rietkruisspinnetjes	=	rietkruisspin
rietland	noun	gebied waar riet groeit
rietlanden	=	rietland
rietlandje	=	rietland
rietlandjes	=	rietland
rietlandwimperzwam	noun	Scutellinia umbrorum een schimmel uit de familie Pyronemataceae.
rietlandwimperzwammen	=	rietlandwimperzwam
rietlandwimperzwammetje	=	rietlandwimperzwam
rietlandwimperzwammetjes	=	rietlandwimperzwam
rietluipaard	noun	Phragmataecia castaneae een nachtvlinder uit de familie Cossidae, de houtboorders.
rietluipaarden	=	rietluipaard
rietluipaardje	=	rietluipaard
rietluipaardjes	=	rietluipaard
rietmarpissa	noun	Marpissa radiata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
rietmarpissa's	=	rietmarpissa
rietmarpissaatje	=	rietmarpissa
rietmarpissaatjes	=	rietmarpissa
rietmaskerbij	noun	Hylaeus pectoralis een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
rietmaskerbijen	=	rietmaskerbij
rietmaskerbijtje	=	rietmaskerbij
rietmaskerbijtjes	=	rietmaskerbij
rietmat	noun	tot een mat geweven of gebonden groep zoetwaterrietstengels, vaak gebruikt als bescherming tegen de wind en de kou of als vloerbedekking
rietmatje	=	rietmat
rietmatjes	=	rietmat
rietmatten	=	rietmat
rietmot	noun	Chilo phragmitella een nachtvlinder uit de familie Crambidae, de grasmotten.
rietmotje	=	rietmot
rietmotjes	=	rietmot
rietmotten	=	rietmot
rietorchis	noun	bepaald soort Europese orchidee Dactylorhiza praetermissa, syn.:Dactylorhiza majalis (var. junialis) (var. pardalina) (var. praetermissa)
rietorchisje	=	rietorchis
rietorchisjes	=	rietorchis
rietorchissen	=	rietorchis
rietpalpmot	noun	Helcystogramma rufescens een nachtvlinder uit de familie Gelechiidae, de tastermotten
rietpalpmotje	=	rietpalpmot
rietpalpmotjes	=	rietpalpmot
rietpalpmotten	=	rietpalpmot
rietpijp	noun	een eenvoudig instrument bestaande uit een (of meer) pijpen met vingergaten en een enkel- of dubbelriet
rietpijpen	=	rietpijp
rietpijpje	=	rietpijp
rietpijpjes	=	rietpijp
rietrat	noun	zoogdier uit de familie Thryonomyidae van knaagdieren uit de superfamilie Thryonomyoidea die voorkomt in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal en Soedan tot Namibië en noordelijk Zuid-Afrika.
rietratje	=	rietrat
rietratjes	=	rietrat
rietratten	noun	Thryonomyidae een familie van knaagdieren uit de superfamilie Thryonomyoidea die voorkomt in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal en Soedan tot Namibië en noordelijk Zuid-Afrika.
rietscherm	noun	rieten scherm om duinverstuiving tegen te gaan
rietschermen	=	rietscherm
rietschijfzwammetje	noun	Calycina scolochloae een schimmel behorend tot de familie Pezizellaceae.
rietschijfzwammetjes	=	rietschijfzwammetje
rietsnelloper	noun	Agonum thoreyi een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rietsnellopers	=	rietsnelloper
rietsnellopertje	=	rietsnelloper
rietsnellopertjes	=	rietsnelloper
rietsnijder	noun	iemand die in rietlanden riet afsnijdt, bijvoorbeeld om gebruikt te worden als dakbedekking
rietsnijders	=	rietsnijder
rietsnijdertje	=	rietsnijder
rietsnijdertjes	=	rietsnijder
rietsnuitmot	noun	Schoenobius gigantella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
rietsnuitmotje	=	rietsnuitmot
rietsnuitmotjes	=	rietsnuitmot
rietsnuitmotten	=	rietsnuitmot
rietstekelkruin	noun	Clibanornis dendrocolaptoides een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
rietstekelkruinen	=	rietstekelkruin
rietstekelkruintje	=	rietstekelkruin
rietstekelkruintjes	=	rietstekelkruin
rietstengel	noun	Phragmites australis een halm van een soort riet dat aan de oever van een water groeit
rietstengelgalmug	noun	Giraudiella inclusa een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
rietstengelgalmuggen	=	rietstengelgalmug
rietstengelgalmugje	=	rietstengelgalmug
rietstengelgalmugjes	=	rietstengelgalmug
rietstengels	=	rietstengel
rietstompkaak	noun	Badister peltatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rietstompkaakje	=	rietstompkaak
rietstompkaakjes	=	rietstompkaak
rietstompkaken	=	rietstompkaak
rietstreepmot	noun	Orthotelia sparganella een vlinder uit de familie parelmotten (Glyphipterigidae).
rietstreepmotje	=	rietstreepmot
rietstreepmotjes	=	rietstreepmot
rietstreepmotten	=	rietstreepmot
rietstrekspin	noun	Tetragnatha striata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de strekspinnen
rietstrekspinnen	=	rietstrekspin
rietstrekspinnetje	=	rietstrekspin
rietstrekspinnetjes	=	rietstrekspin
rietsuiker	noun	suiker, verkregen uit het sap van suikerriet
rietsuikers	=	rietsuiker
rietsuikerstroop	noun	stroop gemaakt van rietsuiker
rietsuikerstroopje	=	rietsuikerstroop
rietsuikerstroopjes	=	rietsuikerstroop
rietsuikerstropen	=	rietsuikerstroop
rietsuikertje	=	rietsuiker
rietsuikertjes	=	rietsuiker
rietveld	noun	veld waar slootriet groeit
rietvelden	=	rietveld
rietveldje	=	rietveld
rietveldjes	=	rietveld
rietviltmollisia	noun	Trichobelonium kneiffii een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
rietviltmollisia's	=	rietviltmollisia
rietviltmollisiaatje	=	rietviltmollisia
rietviltmollisiaatjes	=	rietviltmollisia
rietvink	noun	Euthrix potatoria een zware, middelgrote nachtvlinder behorende tot de familie van de spinners .
rietvinken	noun	een geslacht Lonchura van zangvogels uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
rietvinkje	=	rietvink
rietvinkjes	=	rietvink
rietvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus robustior een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
rietvlieskelkjes	=	rietvlieskelkje
rietvoorn	noun	Scardinius erythrophthalmus karperachtige zoetwatervis
rietvoorns	=	rietvoorn
rietvoorntje	=	rietvoorn
rietvoorntjes	=	rietvoorn
rietvoren	noun	Scardinius erythrophthalmus karperachtige zoetwatervis
rietvorens	=	rietvoren
rietwever	noun	Ploceus castanops een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
rietwevers	=	rietwever
rietwevertje	=	rietwever
rietwevertjes	=	rietwever
rietwieltje	noun	Marasmius limosus een schimmel uit de familie Marasmiaceae.
rietwieltjes	=	rietwieltje
rietzakspin	noun	Clubiona phragmitis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
rietzakspinnen	=	rietzakspin
rietzakspinnetje	=	rietzakspin
rietzakspinnetjes	=	rietzakspin
rietzanger	noun	Acrocephalus schoenobaenus een zangvogel uit de familie van de Acrocephalidae met gestreepte bovenzijde en witte wenkbrauwstreep
rietzangers	noun	een familie Acrocephalidae uit de orde van de zangvogels en de superfamilie Sylvioidea.
rietzangerstekelstaart	noun	Phleocryptes melanops een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
rietzangerstekelstaarten	=	rietzangerstekelstaart
rietzangerstekelstaartje	=	rietzangerstekelstaart
rietzangerstekelstaartjes	=	rietzangerstekelstaart
rietzangertje	=	rietzanger
rietzangertjes	=	rietzanger
rietzodde	noun	met riet begroeide plas
rietzodden	=	rietzodde
rietzwenkgras	noun	Schedonorus arundinacea een tegenwoordig wereldwijd voorkomende vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae)
rietzwenkgrassen	=	rietzwenkgras
rif	noun	een ondiepte in water, koraalbank, klip
rifampicine	noun	een antibioticum
rifampicines	=	rifampicine
riff	noun	ritmisch (gitaar)loopje; ritmisch basispatroon
riffen	=	rif
riffje	=	riff
riffjes	=	riff
riffs	=	riff
rifgriel	noun	Esacus magnirostris een vogel uit de familie van grielen (Burhinidae).
rifgrielen	=	rifgriel
rifgrieltje	=	rifgriel
rifgrieltjes	=	rifgriel
rifhagedisvis	noun	Synodus variegatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de hagedisvissen (Synodontidae).
rifhagedisvisje	=	rifhagedisvis
rifhagedisvisjes	=	rifhagedisvis
rifhagedisvissen	=	rifhagedisvis
rifje	=	rif
rifjes	=	rif
rifkoralen	noun	een orde Scleractinia van rifvormende en overwegend kolonievormende dieren met een kalkskelet aan de buitenkant van het polieplichaam.
rifraf	noun	rapaille, tuig
rift	=	rif
rigide	adj	star, streng volgens de regels
rigider	=	rigide
rigidere	=	rigide
rigiders	=	rigide
rigides	=	rigide
rigiditeit	noun	stijfheid, onbuigzaamheid
rigiditeiten	=	rigiditeit
rigiedst	=	rigide
rigiedste	=	rigide
rigolade	noun	komische situatie
rigolades	=	rigolade
rigoreus	=	rigoureus
rigorisme	noun	al te rechtlijnig huldigen van morele normen en waarden
rigoureus	adj	onverbiddelijk, radicaal
rigoureust	=	rigoureus
rigoureuste	=	rigoureus
rigoureuze	=	rigoureus
rigoureuzer	=	rigoureus
rigoureuzere	=	rigoureus
rigoureuzers	=	rigoureus
rigueur	noun	dwangmatigheid
rigueurs	=	rigueur
rij	noun	geordende opstelling van een aantal eenheden in één richting
rijangst	noun	een overmatige en niet-functionele angst om een voertuig te besturen of om bijrijder te zijn
rijangsten	=	rijangst
rijbaan	noun	weggedeelte bestemd voor voertuigen
rijbaantje	=	rijbaan
rijbaantjes	=	rijbaan
rijbak	noun	omheinde, met zand bedekte ruimte waarin men op een paard kan rijden
rijbakken	=	rijbak
rijbanen	=	rijbaan
rijbereik	noun	de grootste afstand die een vervoermiddel kan afleggen, zonder het innemen van brandstof of stroom
rijbevoegdheden	=	rijbevoegdheid
rijbevoegdheid	noun	wettelijke bevoegdheid om een motorrijtuig te besturen
rijbewijs	noun	een officieel document waarmee de bezitter bevoegd is om een motorvoertuig te besturen
rijbewijsje	=	rijbewijs
rijbewijsjes	=	rijbewijs
rijbewijzen	=	rijbewijs
rijbroek	noun	een strakke broek met verstevigde stukken aan de binnenkant van de knieën waarmee je comfortabel kunt paardrijden
rijbroeken	=	rijbroek
rijclub	noun	een sportvereniging waar de paardrijsport wordt beoefend
rijclubje	=	rijclub
rijclubjes	=	rijclub
rijclubs	=	rijclub
rijcycli	=	rijcyclus
rijcyclus	noun	een gestandaardiseerd traject (op een rollerbank) dat herhaaldelijk wordt gereden voor een test van o.a. het brandstofgebruik van een voertuig
rijcyclussen	=	rijcyclus
rijd	=	rijden
rijdag	noun	dag dat men rijdt
rijdagen	=	rijdag
rijdbaar	adj	van iets dat het kan rijden
rijdbaarder	=	rijdbaar
rijdbaardere	=	rijdbaar
rijdbaarders	=	rijdbaar
rijdbaars	=	rijdbaar
rijdbaarst	=	rijdbaar
rijdbaarste	=	rijdbaar
rijdbare	=	rijdbaar
rijde	=	rijden
rijdek	noun	deel van een brug waarover het verkeer kan rijden
rijdekken	=	rijdek
rijden	verb	zich verplaatsen met behulp van een voertuig
rijdend	adj	als iets of iemand aan het rijden is
rijdende	=	rijdend
rijdends	=	rijdend
rijder	noun	iemand die een rijdier of voertuig berijdt
rijders	=	rijder
rijdertje	=	rijder
rijdertjes	=	rijder
rijdier	noun	een dier waarop een mens zich kan laten vervoeren
rijdieren	=	rijdier
rijdiertje	=	rijdier
rijdiertjes	=	rijdier
rijdraad	noun	elektriciteitskabel van de bovenleiding voor een trein of tram
rijdraden	=	rijdraad
rijdster	noun	vrouw die een voertuig of rijdier bestuurt
rijdsters	=	rijdster
rijdstertje	=	rijdster
rijdstertjes	=	rijdster
rijdt	=	rijden
rije	=	rijen
rijen	verb	in een rij plaatsen
rijend	=	rijen
rijende	=	rijen
rijendik	adj	in meerdere rijen die achter elkaar staan
rijendikke	=	rijendik
rijendiks	=	rijendik
rijer	noun	opname gemaakt met een rijdende camera
rijers	=	rijer
rijervaring	noun	het hebben van ervaring in het berijden van wegen
rijervaringen	=	rijervaring
rijervarinkje	=	rijervaring
rijervarinkjes	=	rijervaring
rijexamen	noun	het examen dat je moet halen voordat je een rijbewijs ontvangt
rijexamens	=	rijexamen
rijexamentje	=	rijexamen
rijexamentjes	=	rijexamen
rijf	adj	mild, royaal	noun	hooihark
rijfde	=	rijven
rijfden	=	rijven
rijft	=	rijven
rijg	=	rijgen
rijgdraad	noun	garen waarmee verschillende delen van een kledingstuk tijdelijk aan elkaar vast gestikt zitten
rijgdraadje	=	rijgdraad
rijgdraadjes	=	rijgdraad
rijgdraden	=	rijgdraad
rijge	=	rijgen
rijgedrag	noun	gedrag van een verkeersdeelnemer
rijgen	verb	met een naald een draad ergens doorvoeren
rijgend	=	rijgen
rijgende	=	rijgen
rijgenot	noun	plezier dat je beleeft aan het (auto)rijden
rijgevaarlijk	adj	de rijvaardigheid negatief beïnvloedend
rijgevaarlijke	=	rijgevaarlijk
rijgevaarlijker	=	rijgevaarlijk
rijgevaarlijkere	=	rijgevaarlijk
rijgevaarlijkers	=	rijgevaarlijk
rijgevaarlijks	=	rijgevaarlijk
rijgevaarlijkst	=	rijgevaarlijk
rijgevaarlijkste	=	rijgevaarlijk
rijgevoel	noun	de intuïtieve gevoel dat men heeft bij het rijden op een weg
rijggaren	noun	stevige draad waarmee je een kralenketting kunt maken
rijggarens	=	rijggaren
rijglaars	noun	een laars met een veter
rijglaarsje	=	rijglaars
rijglaarsjes	=	rijglaars
rijglaarzen	=	rijglaars
rijglijf	noun	ondergoed van stevig doek, baleinen en een rijgsluiting om de lichaamsvormen van met name vrouwen te verfraaien
rijglijven	=	rijglijf
rijgnaad	noun	een voorlopige, losse naad gemaakt met een rijgsteek
rijgnaald	noun	platte naald met een wijd oog en een stompe punt die men gebruikt bij het rijgen van een draad om twee stukken stof aan elkaar vast te maken
rijgnaalden	=	rijgnaald
rijgnaaldje	=	rijgnaald
rijgnaaldjes	=	rijgnaald
rijgnaden	=	rijgnaad
rijgpen	noun	platte naald met een wijd oog en een stompe punt
rijgpennen	=	rijgpen
rijgschoen	noun	schoen die men met een veter dichtrijgt
rijgschoenen	=	rijgschoen
rijgschoentje	=	rijgschoen
rijgschoentjes	=	rijgschoen
rijgsnoer	noun	draad waarmee men twee zaken aan elkaar vast kan rijgen
rijgsnoeren	=	rijgsnoer
rijgsnoertje	=	rijgsnoer
rijgsnoertjes	=	rijgsnoer
rijgsteek	noun	eenvoudige, losse manier van naaien om twee stukken stof provisorisch aan elkaar vast te maken
rijgsteekje	=	rijgsteek
rijgsteekjes	=	rijgsteek
rijgsteken	=	rijgsteek
rijgt	=	rijgen
rijgveter	noun	snoer waarmee men een kledingstuk zoals schoen of korset strak om het lichaam kan binden
rijgveters	=	rijgveter
rijhal	noun	grote binnenruimte waar men op een paard kan rijden
rijhallen	=	rijhal
rijhalletje	=	rijhal
rijhalletjes	=	rijhal
rijhelft	noun	deel van een weg waar iedereen dezelfde kant op rijdt
rijhelften	=	rijhelft
rijhoogte	noun	de hoogte tussen de weg en de bodem van een auto
rijhoogten	=	rijhoogte
rijhoogtes	=	rijhoogte
rijhuis	noun	huis dat links en rechts aan de buurwoningen is vastgebouwd
rijhuisje	=	rijhuis
rijhuisjes	=	rijhuis
rijhuizen	=	rijhuis
rijijzer	noun|informal	auto
rijijzers	=	rijijzer
rijinstructeur	noun	iemand die voor zijn beroep mensen praktijklessen geeft in het besturen van een motorvoertuig zoals een auto, motor of vrachtwagen
rijinstructeurs	=	rijinstructeur
rijk	adj	veel geld en/of eigendommen hebbend	noun	een staat of natie onder het gezag van een vorst of andere heerser
rijkaard	noun	iemand die heel rijk is
rijkaarden	=	rijkaard
rijkaardje	=	rijkaard
rijkaards	=	rijkaard
rijkaart	noun	bewijs dat men gerechtigd is om te rijden
rijkaarten	=	rijkaart
rijkaartje	=	rijkaart
rijkaartjes	=	rijkaart
rijkbloeiend	adj	van een plant of struik dat deze zeer uitbundig en met een grote hoeveelheid bloemen bloeit
rijkbloeiende	=	rijkbloeiend
rijkbloeiender	=	rijkbloeiend
rijkbloeiendere	=	rijkbloeiend
rijkbloeienders	=	rijkbloeiend
rijkbloeiends	=	rijkbloeiend
rijkbloeiendst	=	rijkbloeiend
rijkbloeiendste	=	rijkbloeiend
rijkdom	noun	het bezitten van veel geld en goud
rijkdommen	=	rijkdom
rijkdommetje	=	rijkdom
rijke	noun	iemand die veel bezit
rijkelijk	adj	overvloedig, niet nauw rekenend
rijkelijke	=	rijkelijk
rijkelijker	=	rijkelijk
rijkelijkere	=	rijkelijk
rijkelijkers	=	rijkelijk
rijkelijks	=	rijkelijk
rijkelijkst	=	rijkelijk
rijkelijkste	=	rijkelijk
rijkelui	noun	het rijke deel van de bevolking
rijkeluiskind	noun	kind uit een rijke familie
rijkeluiskinderen	=	rijkeluiskind
rijkeluiskindje	=	rijkeluiskind
rijkeluiskindjes	=	rijkeluiskind
rijkeluitjes	=	rijkelui
rijken	=	rijk
rijker	=	rijk
rijkerd	=	rijkaard
rijkere	=	rijk
rijkers	=	rijk
rijkert	=	rijkaard
rijkgeschakeerd	adj	heel gevarieerd; met veel diversiteit
rijkgeschakeerde	=	rijkgeschakeerd
rijkgeschakeerds	=	rijkgeschakeerd
rijkheden	=	rijkheid
rijkheid	noun	overvloed
rijkje	=	rijk
rijkjes	=	rijk
rijklaar	adj	geschikt gemaakt om op of in te rijden
rijklaarder	=	rijklaar
rijklaardere	=	rijklaar
rijklaarders	=	rijklaar
rijklaars	=	rijklaar
rijklaarst	=	rijklaar
rijklaarste	=	rijklaar
rijklare	=	rijklaar
rijkleding	noun	specifieke kleding ontworpen voor het paardrijden, gericht op veiligheid, comfort en bewegingsvrijheid.
rijkleed	noun	kleding die vrouwen dragen tijdens het paardrijden
rijkleren	=	rijkleed
rijkmaker	noun	datgene waardoor een persoon rijk wordt; datgene wat geld opbrengt
rijkmakers	=	rijkmaker
rijknecht	noun	iemand die paarden verzorgt en erop rijdt
rijknechten	=	rijknecht
rijknechts	=	rijknecht
rijkop	noun	in een tabel of spreadsheet de meest linkse van een horizontale reeks cellen, als die wordt gebruikt voor een verwijzing naar die cellen of voor een aanduiding van hun inhoud
rijkoppen	=	rijkop
rijkostuum	noun	kleding die men draagt tijdens het paardrijden
rijkostuums	=	rijkostuum
rijks	=	rijk
rijksacademie	noun	instelling voor hoger onderwijs op een bepaald vakgebied, die door de nationale overheid in stand wordt gehouden Deze aanduiding is vaak, maar niet uitsluitend gebruikt voor kunstopleidingen.
rijksacademies	=	rijksacademie
rijksambt	noun	een functie bij de landelijke overheid die vervult wordt door een rijksambtenaar
rijksambten	=	rijksambt
rijksambtenaar	noun	ambtenaar in rijksdienst
rijksambtenaars	=	rijksambtenaar
rijksambtenaartje	=	rijksambtenaar
rijksambtenaartjes	=	rijksambtenaar
rijksambtenaren	=	rijksambtenaar
rijksappel	noun	fraai uitgevoerde bol met bovenop een kruis die symbolisch de wereld voorstelt en door een vorst kan worden vastgehouden als symbool van zijn macht
rijksappels	=	rijksappel
rijksappeltje	=	rijksappel
rijksappeltjes	=	rijksappel
rijksarchief	noun	archief waar documenten van staatsbelang worden bewaard
rijksarchieven	=	rijksarchief
rijksban	noun	vogelvrijverklaring door de wereldlijke macht van het Heilige Roomse Rijk
rijksbannen	=	rijksban
rijksbegroting	noun	overzicht van alle geplande inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid uitgesplitst per ministerie voor één jaar
rijksbegrotingen	=	rijksbegroting
rijksbesturen	=	rijksbestuur
rijksbestuur	noun	bestuur door of van het rijk
rijksbestuurtje	=	rijksbestuur
rijksbestuurtjes	=	rijksbestuur
rijksbetrekking	noun	een baan de rijksoverheid
rijksbetrekkingen	=	rijksbetrekking
rijksbijdrage	noun	de hoeveelheid geld die de rijksoverheid geeft aan iets
rijksbijdragen	=	rijksbijdrage
rijksbijdrageregeling	noun	een officiële afspraak of wet waarin staat dat de overheid geld (een bijdrage) geeft aan een bepaalde organisatie, project of persoon.
rijksbijdrageregelingen	=	rijksbijdrageregeling
rijksbijdrageregelingetje	=	rijksbijdrageregeling
rijksbijdrageregelingetjes	=	rijksbijdrageregeling
rijksbijdrages	=	rijksbijdrage
rijkscommissaris	noun	van rijkswege aangestelde commissaris
rijkscommissarissen	=	rijkscommissaris
rijksdaalder	noun	munt ter waarde van 50 stuivers oftewel 2½ gulden
rijksdaalders	=	rijksdaalder
rijksdaaldertje	=	rijksdaalder
rijksdaaldertjes	=	rijksdaalder
rijksdag	noun	parlement(sgebouw)
rijksdagen	=	rijksdag
rijksdagje	=	rijksdag
rijksdeel	noun	overzees deel van een natie
rijksdelen	=	rijksdeel
rijksdienst	noun	overheidsinstantie die werkt voor het hele land en die belast is met een bepaalde taak
rijksdiensten	=	rijksdienst
rijksgebouw	noun	gebouw dat eigendom is van de rijksoverheid
rijksgebouwen	=	rijksgebouw
rijksgebouwendienst	noun	dienst belast met bouw en onderhoud van de rijksgebouwen
rijksgebouwendiensten	=	rijksgebouwendienst
rijksgeld	noun	geld dat de landelijke overheid besteedt
rijksgelden	=	rijksgeld
rijksgenoot	noun	iemand die dezelfde nationaliteit heeft
rijksgenoten	=	rijksgenoot
rijksgeologisch	adj	betreft de overheidsactiviteiten, instituten of regelgeving (Rijk) die betrekking hebben op de studie van de aarde, gesteenten, bodemgesteldheid en geologische processen (geologisch).
rijksgeologische	=	rijksgeologisch
rijksgeologischer	=	rijksgeologisch
rijksgeologischere	=	rijksgeologisch
rijksgeologischers	=	rijksgeologisch
rijksgraaf	noun	adellijke titel die afkomstig is uit het Heilige Roomse Rijk
rijksgraafje	=	rijksgraaf
rijksgraafjes	=	rijksgraaf
rijksgraven	=	rijksgraaf
rijkshotel	noun|humorous	gevangenis
rijkshotelletje	=	rijkshotel
rijkshotelletjes	=	rijkshotel
rijkshotels	=	rijkshotel
rijksinkomsten	noun	geld dat nationale overheid ontvangt bijvoorbeeld uit belastingen en opbrengsten van staatseigendom
rijksinspectie	noun	inspecterende instelling van de rijksoverheid
rijksinspecties	=	rijksinspectie
rijksinspectietje	=	rijksinspectie
rijksinspectietjes	=	rijksinspectie
rijksinstituten	=	rijksinstituut
rijksinstituut	noun	door het rijk opgerichte en betaalde stichting met een bepaalde taak
rijkskanselier	noun	hoogste regeringsambtenaar
rijkskanselieren	=	rijkskanselier
rijkskanseliers	=	rijkskanselier
rijkskanseliertje	=	rijkskanselier
rijkskanseliertjes	=	rijkskanselier
rijkskas	noun	de geldmiddelen die de rijksoverheid tot haar beschikking heeft
rijkskassen	=	rijkskas
rijkskost	noun|obsolete	op rijkskosten: op kosten van het rijk; dat de landelijke overheid het benodigde geld betaalt
rijkskosten	noun	op rijkskosten: op kosten van het rijk; dat de landelijke overheid het benodigde geld betaalt
rijkskweekscholen	=	rijkskweekschool
rijkskweekschool	noun	kweekschool van rijkswege
rijkskweekschooltje	=	rijkskweekschool
rijkskweekschooltjes	=	rijkskweekschool
rijksmaarschalk	noun	hoge rang in het (Duitse) leger
rijksmaarschalken	=	rijksmaarschalk
rijksmark	noun	officieel betaalmiddel in het Duitsland van 1924 tot 1948
rijksmarken	=	rijksmark
rijksmerk	noun	een door de landelijke overheid erkende titel voor een kaas die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoet
rijksmerken	=	rijksmerk
rijksmerkje	=	rijksmerk
rijksmerkjes	=	rijksmerk
rijksmonument	noun	oud gebouw dat van landelijk, cultureel belang is
rijksmonumenten	=	rijksmonument
rijksmunt	noun	geldstuk dat door de hoogste overheid in een gebied als betaalmiddel is aangewezen
rijksmunten	=	rijksmunt
rijksmusea	=	rijksmuseum
rijksmuseum	noun	een museum met een rijkscollectie
rijksmuseumpje	=	rijksmuseum
rijksmuseumpjes	=	rijksmuseum
rijksmuseums	=	rijksmuseum
rijksonderwijs	noun	onderwijs dat door de rijksoverheid wordt georganiseerd en betaald
rijksoverheden	=	rijksoverheid
rijksoverheid	noun	het onderdeel van de overheid dat werkt op landelijk niveau
rijksplanologisch	adj	betrekking hebbend op de landelijke planologische dienst die zich bezig houdt met de ruimtelijke ordening
rijksplanologische	=	rijksplanologisch
rijksplanologischer	=	rijksplanologisch
rijksplanologischere	=	rijksplanologisch
rijksplanologischers	=	rijksplanologisch
rijkspolitie	noun	van 1945 tot 1993 een onderdeel van de Nederlandse politie dat politietaken uitvoerde in gemeenten die geen eigen gemeentepolitie hadden, in 1993 werd de rijkspolitie afgeschaft
rijkspresident	noun	het staatshoofd van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek (1919-1933/1934).
rijkspresidenten	=	rijkspresident
rijksrecherche	noun	politieorganisatie die strafrechtelijk feiten- en opsporingsonderzoek doet naar corruptie bij overheidsorganen
rijksrecherches	=	rijksrecherche
rijksregister	noun	officieel register t.b.v. de belastingdienst, uitkerende instanties enz. met informatie over alle in België wonende personen
rijksregisters	=	rijksregister
rijksscholen	=	rijksschool
rijksschool	noun	door het Rijk opgerichte en gefinancierde school
rijksschooltje	=	rijksschool
rijksschooltjes	=	rijksschool
rijksstad	noun	een onafhankelijke stad in het Heilige Roomse Rijk.
rijksstadje	=	rijksstad
rijksstadjes	=	rijksstad
rijksstandaard	noun	een banier met daarop het wapen geschilderd van het koninkrijk
rijksstandaarden	=	rijksstandaard
rijksstandaardje	=	rijksstandaard
rijksstandaardjes	=	rijksstandaard
rijkssteden	=	rijksstad
rijkssubsidieregeling	noun	een officieel document waarin staat hoe de Nederlandse overheid (het Rijk) financiële steun geeft aan bepaalde projecten, organisaties of personen.
rijkssubsidieregelingen	=	rijkssubsidieregeling
rijkssubsidieregelingetje	=	rijkssubsidieregeling
rijkssubsidieregelingetjes	=	rijkssubsidieregeling
rijkst	=	rijk
rijkstaal	noun	een taal die officieel erkend is als een taal waarmee de overheid kan communiceren
rijkstalen	=	rijkstaal
rijkste	=	rijk
rijksuitgave	noun	een uitgave die het rijk moet doen
rijksuitgaven	noun	wat de staat op landelijk niveau uitgeeft
rijksuitgaves	=	rijksuitgave
rijksuitgavetje	=	rijksuitgave
rijksuitgavetjes	=	rijksuitgave
rijksuniversiteit	noun	een onderwijs instelling voor wetenschappelijk onderwijs met de 5 klassieke faculteiten die door de rijksoverheid zijn opgericht en bekostigd.
rijksuniversiteiten	=	rijksuniversiteit
rijksvergoeding	noun	een financiële bijdrage of tegemoetkoming die vanuit de Rijksoverheid wordt verstrekt.
rijksvergoedingen	=	rijksvergoeding
rijksvergoedinkje	=	rijksvergoeding
rijksvergoedinkjes	=	rijksvergoeding
rijksvertegenwoordiging	noun	in het Nederlands staatsrecht: de Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES).
rijksvertegenwoordigingen	=	rijksvertegenwoordiging
rijksvertegenwoordigingetje	=	rijksvertegenwoordiging
rijksvertegenwoordigingetjes	=	rijksvertegenwoordiging
rijksvoorlichtingsdienst	noun	communicatiedienst van een overheid
rijksvoorlichtingsdiensten	=	rijksvoorlichtingsdienst
rijkswacht	noun	voormalige, landelijke, op militaire leest gestoelde, politiedienst van het Koninkrijk België, ontbonden op 1 april 2001
rijkswachten	=	rijkswacht
rijkswachter	noun	Belgische politiebeambte, agent van het landelijke politiekorps zoals België dat tot 2001 kende
rijkswachters	=	rijkswachter
rijkswachtertje	=	rijkswachter
rijkswachtertjes	=	rijkswachter
rijkswachtje	=	rijkswacht
rijkswapen	noun	het officiële heraldische schild van een staat
rijkswapens	=	rijkswapen
rijksweg	noun	een meestal grote doorgaande weg die in beheer is van de centrale overheid van een land
rijkswege	noun|obsolete	de kant van de overheid (alleen in de vaste verbinding van rijkswege)
rijkswegen	=	rijksweg
rijkswerf	noun	scheepsbouwplaats voor marineschepen
rijkswerven	=	rijkswerf
rijkswet	noun	een wet die geldt voor het hele Koninkrijk der Nederlanden
rijkswetten	=	rijkswet
rijkszwaard	noun	een zwaard gebruikt bij de kroning van een vorst
rijkszwaarden	=	rijkszwaard
rijkszwaardje	=	rijkszwaard
rijkszwaardjes	=	rijkszwaard
rijkunst	noun	de vaardigheid die je nodig hebt om op een paard te kunnen rijden
rijkunsten	=	rijkunst
rijlaars	noun	hoog schoeisel dat een ruiter draagt tijdens het paardrijden
rijlaarsje	=	rijlaars
rijlaarsjes	=	rijlaars
rijlaarzen	=	rijlaars
rijles	noun	is een onderdeel van een rijopleiding voor het behalen van een rijbewijs.
rijlesje	=	rijles
rijlesjes	=	rijles
rijlessen	=	rijles
rijlijn	noun	de precieze weg die een voertuig volgt op een weg (in een bocht)
rijlijnen	=	rijlijn
rijlijntje	=	rijlijn
rijlijntjes	=	rijlijn
rijm	noun	een vers waarvan een regel eindigt in een woord dat klankverwantschap vertoont met het einde van een andere regel
rijmde	=	rijmen
rijmden	=	rijmen
rijme	=	rijmen
rijmeester	noun	iemand mensen leert paardrijden en paarden africht
rijmeesters	=	rijmeester
rijmel	=	rijmelen
rijmelaar	noun	iemand die slechte, eenvoudige, simpele rijmpjes maakt
rijmelaars	=	rijmelaar
rijmelarij	noun|humorous	slechte poëzie zonder kunstwaarde
rijmelarijen	=	rijmelarij
rijmelarijtje	=	rijmelarij
rijmelarijtjes	=	rijmelarij
rijmelde	=	rijmelen
rijmelden	=	rijmelen
rijmele	=	rijmelen
rijmelen	verb	slechte gedichten maken
rijmelend	=	rijmelen
rijmelende	=	rijmelen
rijmeloos	adj	zonder rijm
rijmeloost	=	rijmeloos
rijmelooste	=	rijmeloos
rijmeloze	=	rijmeloos
rijmelozer	=	rijmeloos
rijmelozere	=	rijmeloos
rijmelozers	=	rijmeloos
rijmelt	=	rijmelen
rijmen	verb	een opvallende herhaling van klanken laten horen
rijmend	=	rijmen
rijmende	=	rijmen
rijmer	noun	iemand die rijmt
rijmerij	noun	het dichten
rijmerijen	=	rijmerij
rijmers	=	rijmer
rijmijder	noun	iemand met een rijbewijs die toch zo weinig mogelijk autorijdt uit angst voor deelname aan het verkeer
rijmijders	=	rijmijder
rijmijdertje	=	rijmijder
rijmijdertjes	=	rijmijder
rijmklank	noun	laatste klank van een versregel die op een andere rijmt
rijmklanken	=	rijmklank
rijmloos	adj	zonder rijm
rijmloost	=	rijmloos
rijmlooste	=	rijmloos
rijmloze	=	rijmloos
rijmlozer	=	rijmloos
rijmlozere	=	rijmloos
rijmlozers	=	rijmloos
rijmpje	=	rijm
rijmpjes	=	rijm
rijmschema	noun	opeenvolging van de rijmen voorgesteld in een letterschema
rijmschema's	=	rijmschema
rijmschemaatje	=	rijmschema
rijmt	=	rijmen
rijmvorm	noun	vorm waarin een rijm staat
rijmvormen	=	rijmvorm
rijmwoord	noun	Een woord dat rijmt op een gegeven woord.
rijmwoorden	=	rijmwoord
rijmwoordenboek	noun	woordenboek van eindrijmen
rijmwoordenboeken	=	rijmwoordenboek
rijmwoordenboekje	=	rijmwoordenboek
rijmwoordenboekjes	=	rijmwoordenboek
rijmwoordje	=	rijmwoord
rijmwoordjes	=	rijmwoord
rijn	noun	molenijzer, de verbinding tussen een molensteen en de as waarmee die wordt aangedreven
rijnaak	noun	een scheepstype dat veel op de Rijn aan te treffen is als vrachtschip
rijnaakje	=	rijnaak
rijnaakjes	=	rijnaak
rijnagel	noun	stiftje in een slot waardoor de schoot in zijn richting blijft
rijnagelen	=	rijnagel
rijnagels	=	rijnagel
rijnageltje	=	rijnagel
rijnageltjes	=	rijnagel
rijnaken	=	rijnaak
rijnbogen	=	rijnboog
rijnboog	noun	deel van de rivier de Rijn dat van boven gezien een stukje van een grote cirkel lijkt
rijnboot	noun	rivierboot waarop toeristen een reis kunnen maken
rijnbootje	=	rijnboot
rijnbootjes	=	rijnboot
rijnboten	=	rijnboot
rijncentaurie	noun	Centaurea stoebe een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae), en van nature voorkomt in veel delen van Europa
rijncentauries	=	rijncentaurie
rijnen	=	rijn
rijnglasslak	noun	Vitrinobrachium breve een slakkensoort uit de familie van de Vitrinidae.
rijnglasslakje	=	rijnglasslak
rijnglasslakjes	=	rijnglasslak
rijnglasslakken	=	rijnglasslak
rijngrind	noun	soort grind dat uit de Rijn afkomstig is
rijnhert	noun	Cervus rhenanus een uitgestorven zoogdier uit de groep der hertachtigen.
rijnherten	=	rijnhert
rijnhertje	=	rijnhert
rijnhertjes	=	rijnhert
rijnlands	adj	van, uit Rijnland
rijnlandse	=	rijnlands
rijnlandser	=	rijnlands
rijnlandsere	=	rijnlands
rijnlandsers	=	rijnlands
rijnlandst	=	rijnlands
rijnlandste	=	rijnlands
rijns	adj	zuurzoet smakend
rijnschepen	=	rijnschip
rijnschip	noun	passagiersschip dat vaart op de grote rivieren
rijnse	=	rijns
rijnser	=	rijns
rijnsere	=	rijns
rijnsers	=	rijns
rijnst	=	rijns
rijnste	=	rijns
rijnsteen	noun	soort gebakken (straat)steen
rijnsteentje	=	rijnsteen
rijnsteentjes	=	rijnsteen
rijnstenen	=	rijnsteen
rijntje	=	rijn
rijntjes	=	rijn
rijnummer	noun	het nummer dat dient als identificatie van een rij
rijnummers	=	rijnummer
rijnwater	noun	water uit de rivier de Rijn
rijnwateren	=	rijnwater
rijnwijn	noun	Duitse wijn uit de Rijnstreek
rijnwijnen	=	rijnwijn
rijnwijntje	=	rijnwijn
rijnwijntjes	=	rijnwijn
rijnzand	noun	rivierzand (uit de rivier de Rijn)
rijontzegging	noun	een ontzegging van de rijbevoegdheid dwz het niet mogen rijden met een motorvoertuig waar een rijbewijs voor nodig is, een strafrechtelijke bijkomende straf die een rechter oplegt na een ernstige verkeersovertreding
rijontzeggingen	=	rijontzegging
rijontzegginkje	=	rijontzegging
rijontzegginkjes	=	rijontzegging
rijopleiding	noun	het proces waarbij je leert autorijden
rijopleidingen	=	rijopleiding
rijopleidinkje	=	rijopleiding
rijopleidinkjes	=	rijopleiding
rijp	noun	stenen voetpad	adj	de eetbare toestand bereikt hebbend
rijpaadje	=	rijpad
rijpaadjes	=	rijpad
rijpaard	noun	een paard dat geschikt is om bereden te worden
rijpaarden	=	rijpaard
rijpaardje	=	rijpaard
rijpaardjes	=	rijpaard
rijpad	noun	een smalle weg geschikt voor voertuigen
rijpaden	=	rijpad
rijpadje	=	rijpad
rijpadjes	=	rijpad
rijpartij	noun	groep mensen die uit rijden gaat
rijpartijen	=	rijpartij
rijpartijtje	=	rijpartij
rijpartijtjes	=	rijpartij
rijpe	=	rijp
rijpedaal	noun	met de voet bewogen hefboom waarmee men een (elektrisch)voertuig in beweging kan zetten en de snelheid van dit voertuig kan regelen
rijpedaaltje	=	rijpedaal
rijpedaaltjes	=	rijpedaal
rijpedalen	=	rijpedaal
rijpelijk	adv	met voldoende ernst, zorgvuldigheid en aandacht
rijpeltocht	noun	benaming voor (Galium Aparine)
rijpeltochten	=	rijpeltocht
rijpeltochtje	=	rijpeltocht
rijpeltochtjes	=	rijpeltocht
rijpen	verb	rijp worden
rijpend	=	rijpen
rijpende	=	rijpen
rijper	=	rijp
rijpere	=	rijp
rijpers	=	rijp
rijpglimschoteltje	noun	Lecania turicensis een korstmossoort uit het geslacht Lecania.
rijpglimschoteltjes	=	rijpglimschoteltje
rijpheid	noun	van vruchten: de mate van optimale ontwikkeling voordat de rotting begint
rijping	noun	proces waarbij iets door ouder worden van betere kwaliteit wordt
rijpingen	=	rijping
rijpingsproces	noun	reeks gebeurtenissen die er toe leidt dat iets of iemand meer volwassen of volgroeid wordt
rijpingsprocessen	=	rijpingsproces
rijplezier	noun	het genoegen dat men ervaart door een voertuig op wielen te besturen
rijps	=	rijp
rijpschildmos	noun	Punctelia jeckeri een korstmos uit de familie Parmeliaceae.
rijpschildmosje	=	rijpschildmos
rijpschildmosjes	=	rijpschildmos
rijpschildmossen	=	rijpschildmos
rijpst	=	rijp
rijpste	=	rijp
rijpt	=	rijpen
rijpte	=	rijpen
rijpten	=	rijpen
rijpwording	noun	de fase van ontwikkeling waarin iets of iemand volwassen, klaar of van betere kwaliteit wordt
rijpwordingen	=	rijpwording
rijpwordinkje	=	rijpwording
rijpwordinkjes	=	rijpwording
rijrichting	noun	de kant waar naartoe men rijdt
rijrichtingen	=	rijrichting
rijs	noun	jong, dun takje
rijsbes	noun	Vaccinium uliginosum een struik uit de heidefamilie (Ericaceae).
rijsbesje	=	rijsbes
rijsbesjes	=	rijsbes
rijsbeslag	noun	tijdelijke afdekking met rijshout als taludverdediging
rijsbeslagen	=	rijsbeslag
rijsbessen	=	rijsbes
rijschaaf	=	reischaaf
rijschema	noun	een tabel waarop staat wat of wie, waar en wanneer rijdt
rijschema's	=	rijschema
rijschemaatje	=	rijschema
rijschemaatjes	=	rijschema
rijscholen	=	rijschool
rijschool	noun	instelling waarin men leert paardrijden, manege
rijschooltje	=	rijschool
rijschooltjes	=	rijschool
rijsdam	noun	langgerekte waterkering, gemaakt van rijshout, met water aan beide kanten
rijsdammen	=	rijsdam
rijsdammetje	=	rijsdam
rijsdammetjes	=	rijsdam
rijshout	noun	staken en tenen van veelal wilgenhout die oorspronkelijk werden geoogst in de grienden (rietlanden) langs de rivieren en in de Biesbosch, voornamelijk gebruikt voor het vervaardigen van zinkstukken
rijshoutje	=	rijshout
rijshoutjes	=	rijshout
rijsje	=	rijs
rijsjes	=	rijs
rijsmiddel	noun	een middel dat aan deeg en beslag wordt toegevoegd om het te laten rijzen
rijsmiddelen	=	rijsmiddel
rijsmiddeltje	=	rijsmiddel
rijsmiddeltjes	=	rijsmiddel
rijspakwerk	noun	oeverbescherming van rijshout en kraagstukken
rijspakwerken	=	rijspakwerk
rijspakwerkje	=	rijspakwerk
rijspakwerkjes	=	rijspakwerk
rijspap	=	rijstepap
rijspoor	noun	spoor in weg of grond ontstaan door het rijden met een wagen; spoor in de weg om op te rijden
rijsporen	=	rijspoor
rijst	noun	graan van het geslacht Oryza
rijstand	noun	positie van een schakelaar als men met een voertuig rijdt
rijstanden	=	rijstand
rijstazijn	noun	azijn met een delicate, zachtzure rijstsmaak die wordt gemaakt van aan de lucht blootgestelde rijstwijn
rijstazijnen	=	rijstazijn
rijstbanaan	noun	bepaald ras van de bananenplant, Musa acuminata, die tot 7,5 m hoog kan worden
rijstbananen	=	rijstbanaan
rijstbouw	noun	vorm van landbouw waarbij rijst het belangrijkste geteelde gewas is
rijstbrandewijn	noun	sterke drank gemaakt uit vergiste suikers van rijst en een destillatieproces
rijstbrandewijnen	=	rijstbrandewijn
rijstbrandewijntje	=	rijstbrandewijn
rijstbrandewijntjes	=	rijstbrandewijn
rijstebrij	noun	zoet gerecht van rijst met melk gekookt, voor het eten traditioneel vaak bestrooid met bruine suiker en kaneel
rijstebrijberg	noun	berg van rijstebrij, waar men zich doorheen moet eten voordat men in Luilekkerland kan komen
rijstebrijbergen	=	rijstebrijberg
rijstebrijbergje	=	rijstebrijberg
rijstebrijbergjes	=	rijstebrijberg
rijstemeel	noun	meel gemaakt van rijst
rijstenat	noun	water waarin rijst heeft gekookt
rijstepap	noun	pap gemaakt van in melk tot pap gekookte dessertrijst
rijstepapje	=	rijstepap
rijstepapjes	=	rijstepap
rijstepappen	=	rijstepap
rijstesoep	noun|obsolete	vloeibaar gerecht bestaand uit gekookt water met rijst en andere ingrediënten
rijstesoepen	=	rijstesoep
rijstesoepje	=	rijstesoep
rijstesoepjes	=	rijstesoep
rijstevla	noun	vla gemaakt van paprijst, volle melk en smaaktstoffen
rijstevla's	=	rijstevla
rijstevlaai	noun	baksel van gegist deeg, met rijstebrij gegarneerd
rijstevlaaien	=	rijstevlaai
rijstevlaaitje	=	rijstevlaai
rijstevlaaitjes	=	rijstevlaai
rijstevlaatje	=	rijstevla
rijstevlaatjes	=	rijstevla
rijstewater	noun	koolhydraatrijk restproduct uit de rijstverwerkende industrie met een sterke werking tegen diarree
rijstgerecht	noun	deel van een maaltijd waarin rijst verwerkt is
rijstgerechten	=	rijstgerecht
rijstgerechtje	=	rijstgerecht
rijstgerechtjes	=	rijstgerecht
rijstgras	noun	Leersia oryzoides een overblijvende plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
rijstgrasje	=	rijstgras
rijstgrasjes	=	rijstgras
rijstgrassen	=	rijstgras
rijstijl	noun	de manier waarop iemand (auto) rijdt
rijstijlen	=	rijstijl
rijstijltje	=	rijstijl
rijstijltjes	=	rijstijl
rijstkaf	noun	vliezen rondom rijstkorrels die bij het pellen worden verwijderd
rijstklander	noun	Sitophilus oryzae een kever die behoort tot de snuitkevers (Curculionoidea).
rijstklanders	=	rijstklander
rijstklandertje	=	rijstklander
rijstklandertjes	=	rijstklander
rijstkoker	noun	een keukenapparaat, gebruikt voor het koken van rijst
rijstkokers	=	rijstkoker
rijstkokertje	=	rijstkoker
rijstkorrel	noun	korrel rijst
rijstkorrelmos	noun	Pycnothelia papillaria een korstmossoort uit de familie Cladoniaceae.
rijstkorrelmosje	=	rijstkorrelmos
rijstkorrelmosjes	=	rijstkorrelmos
rijstkorrelmossen	=	rijstkorrelmos
rijstkorrels	=	rijstkorrel
rijstkorreltje	=	rijstkorrel
rijstkorreltjes	=	rijstkorrel
rijstmeel	noun	meel gemaakt van rijst
rijstmot	noun	Corcyra cephalonica een vlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten
rijstmotje	=	rijstmot
rijstmotjes	=	rijstmot
rijstmotten	=	rijstmot
rijstoel	noun	stoel met wielen, waarop iemand die niet in staat is om te lopen, zich kan voortbewegen, of voortbewogen kan worden
rijstoelen	=	rijstoel
rijstoeltje	=	rijstoel
rijstoeltjes	=	rijstoel
rijstolie	noun	een plantaardige olie (spijsolie) die wordt verkregen door het uitpersen van de zilvervliezen en de kiem van rijstkorrels
rijstolies	=	rijstolie
rijstpan	noun	een keukenapparaat, gebruikt voor het koken van rijst
rijstpannen	=	rijstpan
rijstpap	noun	gerecht van rijst met melk gekookt (en die men b.v. kan eten door het met bruine suiker en kaneel te bestrooien)
rijstpapier	noun	papier met het aanzien van rijst: zilvergrijs
rijstpapieren	=	rijstpapier
rijstpapiertje	=	rijstpapier
rijstpapiertjes	=	rijstpapier
rijstpapje	=	rijstpap
rijstpapjes	=	rijstpap
rijstpappen	=	rijstpap
rijstpoeder	noun	een fijn poeder vervaardigd door het malen van rijstekorrels
rijstpudding	noun	een klassiek, zoet gerecht gemaakt door rijst langzaam te koken in melk met suiker, vaak op smaak gebracht met vanille, kaneel of rozijnen.
rijstpuddingen	=	rijstpudding
rijstpuddinkje	=	rijstpudding
rijstpuddinkjes	=	rijstpudding
rijstrat	noun	Oryzomys palustris knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
rijstratje	=	rijstrat
rijstratjes	=	rijstrat
rijstratten	noun	Oryzomyini een groep (tribus) binnen de knaagdierenfamilie Cricetidae.
rijstroken	=	rijstrook
rijstrook	noun	met strepen gemarkeerd onderdeel van een rijbaan dat breed genoeg is voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen
rijstrookje	=	rijstrook
rijstrookjes	=	rijstrook
rijstschotel	noun	gerecht met rijst als hoofdbestanddeel
rijstschotels	=	rijstschotel
rijstschoteltje	=	rijstschotel
rijstschoteltjes	=	rijstschotel
rijstsoep	noun	vloeibaar gerecht bestaand uit gekookt water met rijst en andere ingrediënten
rijstsoepen	=	rijstsoep
rijstsoepje	=	rijstsoep
rijstsoepjes	=	rijstsoep
rijstsouffleetje	=	rijstsoufflé
rijstsouffleetjes	=	rijstsoufflé
rijstsoufflé	noun	luchtig ovengerecht gemaakt met rijst
rijstsoufflés	=	rijstsoufflé
rijststomer	noun	een keukenapparaat, gebruikt voor het koken van rijst
rijststomers	=	rijststomer
rijsttaart	noun	rijstevlaai
rijsttaarten	=	rijsttaart
rijsttaartje	=	rijsttaart
rijsttaartjes	=	rijsttaart
rijsttafel	noun	een combinatie van rijstschotels en bijgerechten afkomstig uit de koloniale keuken van het eertijdse Nederlands-Indië
rijsttafelde	=	rijsttafelen
rijsttafelden	=	rijsttafelen
rijsttafele	=	rijsttafelen
rijsttafelen	verb	het nuttigen van een rijsttafel
rijsttafelend	=	rijsttafelen
rijsttafelende	=	rijsttafelen
rijsttafels	=	rijsttafel
rijsttafelt	=	rijsttafelen
rijsttafeltje	=	rijsttafel
rijsttafeltjes	=	rijsttafel
rijsttenrek	noun	bepaald soort zoogdier, Oryzorictes hova De wetenschappelijke naam van de soort en van het nieuwe insectenetersgeslacht Oryzorictes werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Alfred Grandidier in 1870.
rijsttenrekje	=	rijsttenrek
rijsttenrekjes	=	rijsttenrek
rijsttenreks	noun	onderfamilie Oryzorictinae van de tenreks Tenrecidae De onderfamilie werd voor het eerst beschreven door Dobson in 1882.
rijsttroepiaal	noun	bepaald soort weidevogel Dolichonyx oryzivorus, die als trekvogel leeft in Noord- en Zuid-Amerika
rijsttroepialen	=	rijsttroepiaal
rijstveld	noun	stuk grond waarop rijst geteeld wordt
rijstvelden	=	rijstveld
rijstveldje	=	rijstveld
rijstveldjes	=	rijstveld
rijstvliesolie	noun	een plantaardige olie (spijsolie) die wordt verkregen door het uitpersen van de zilvervliezen van rijstkorrels
rijstvogel	noun	Padda oryzivora een zangvogeltje behorend tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
rijstvogels	=	rijstvogel
rijstvogeltje	=	rijstvogel
rijstvogeltjes	=	rijstvogel
rijstwafel	noun	wafel van gepofte rijst, beetje flauw van smaak maar niet ongezond
rijstwafels	=	rijstwafel
rijstwafeltje	=	rijstwafel
rijstwafeltjes	=	rijstwafel
rijstwater	noun	rijstewater
rijstwatertje	=	rijstwater
rijstwatertjes	=	rijstwater
rijstwijn	noun	een alcoholische drank met als basis rijst
rijstwijnen	=	rijstwijn
rijstwijntje	=	rijstwijn
rijstwijntjes	=	rijstwijn
rijstzemelen	noun	ingrediënt dat bestaat uit met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen, die overblijven bij het tot meel malen van rijst Oryza
rijswaard	noun	uiterwaard met rijs (griend) begroeid, griendwaard
rijswaarden	=	rijswaard
rijswaardje	=	rijswaard
rijswaardjes	=	rijswaard
rijt	noun	watergeul in (voormalig) buitendijks gebied in Friesland en Groningen
rijtaak	noun	een taak die men moet verrichten tijdens het rijden met een voertuig
rijtaakondersteunend	adj	van technologie of systemen dat ze de bestuurder van een voertuig helpen bij het uitvoeren van het rijden
rijtaakondersteunende	=	rijtaakondersteunend
rijtaakondersteunender	=	rijtaakondersteunend
rijtaakondersteunendere	=	rijtaakondersteunend
rijtaakondersteunenders	=	rijtaakondersteunend
rijtaakondersteunends	=	rijtaakondersteunend
rijtaakondersteunendst	=	rijtaakondersteunend
rijtaakondersteunendste	=	rijtaakondersteunend
rijtaken	=	rijtaak
rijtaks	noun	wegenbelasting voor motorvoertuigen
rijtaksen	=	rijtaks
rijte	noun	kanaal langs de polderzijde van een dijk
rijten	verb	met een scheurende beweging uit elkaar trekken
rijtend	=	rijten
rijtende	=	rijten
rijtest	noun	een test waarbij men controleert of iemand, die zijn rijbewijs al gehaald heeft, nog steeds bekwaam genoeg is om een auto te besturen
rijtesten	=	rijtest
rijtestje	=	rijtest
rijtestjes	=	rijtest
rijtests	=	rijtest
rijtijd	noun	de tijd die nodig is om ergens naartoe te rijden
rijtijden	=	rijtijd
rijtje	=	rij
rijtjes	=	rij
rijtjeshuis	noun	is in Nederland een huis dat in een rijtje staat en van beide kanten wordt ingesloten door een ander, meestal identiek huis
rijtjeshuisje	=	rijtjeshuis
rijtjeshuisjes	=	rijtjeshuis
rijtjeshuizen	=	rijtjeshuis
rijtjeswoning	noun	een huis dat in een rijtje staat en van beide kanten wordt ingesloten door een ander, meestal identiek huis
rijtjeswoningen	=	rijtjeswoning
rijtjeswoninkje	=	rijtjeswoning
rijtjeswoninkjes	=	rijtjeswoning
rijtocht	noun	een (feestelijke, plechtige) rit
rijtochten	=	rijtocht
rijtochtje	=	rijtocht
rijtochtjes	=	rijtocht
rijtoer	noun	korte tocht in het algemeen
rijtoeren	=	rijtoer
rijtoertje	=	rijtoer
rijtoertjes	=	rijtoer
rijtuig	noun	wagen die door een of meer paarden getrokken wordt
rijtuigen	=	rijtuig
rijtuigje	=	rijtuig
rijtuigjes	=	rijtuig
rijtuigschilder	noun	persoon die decoratief schilderwerk aanbrengt op rijtuigen
rijtuigschilders	=	rijtuigschilder
rijvaardig	adj	in staat een motorvoertuig te besturen
rijvaardige	=	rijvaardig
rijvaardiger	=	rijvaardig
rijvaardigere	=	rijvaardig
rijvaardigers	=	rijvaardig
rijvaardigheden	=	rijvaardigheid
rijvaardigheid	noun	wettelijke term voor de vaardigheid die nodig is voor het besturen van een voertuig
rijvaardigs	=	rijvaardig
rijvaardigst	=	rijvaardig
rijvaardigste	=	rijvaardig
rijvak	noun	met strepen op het wegdek afgebakend deel van een weg waarop auto's achter elkaar rijden
rijvakje	=	rijvak
rijvakjes	=	rijvak
rijvakken	=	rijvak
rijve	=	rijven
rijvector	noun	een 1×n-matrix die uit een enkele rij van n elementen bestaat
rijvectoren	=	rijvector
rijven	verb	harken, bij elkaar halen, opruimen
rijvend	=	rijven
rijvende	=	rijven
rijverbod	noun	ontzegging van de rijbevoegdheid na het begaan van een overtreding in het verkeer
rijverboden	=	rijverbod
rijvereniging	noun	sportvereniging waar de paardrijsport wordt beoefend.
rijverenigingen	=	rijvereniging
rijverenigingetje	=	rijvereniging
rijverenigingetjes	=	rijvereniging
rijvlak	noun	dat deel van een rubberband dat contact heeft met het wegdek
rijvlakje	=	rijvlak
rijvlakjes	=	rijvlak
rijvlakken	=	rijvlak
rijweg	noun	een weg die bestemd is om bereden te worden
rijwegen	=	rijweg
rijweggetje	=	rijweg
rijweggetjes	=	rijweg
rijwiel	noun|formal	fiets
rijwielberging	noun	een overdekte en doorgaans afsluitbare ruimte waarin fietsen veilig, droog en geordend gestald worden.
rijwielbergingen	=	rijwielberging
rijwielberginkje	=	rijwielberging
rijwielberginkjes	=	rijwielberging
rijwielen	=	rijwiel
rijwielfabriek	noun	fabriek waar fietsen worden gemaakt
rijwielfabrieken	=	rijwielfabriek
rijwielfabriekje	=	rijwielfabriek
rijwielfabriekjes	=	rijwielfabriek
rijwielgedeelte	noun	het gedeelte waar zich de rijwielen bevinden
rijwielgedeelten	=	rijwielgedeelte
rijwielgedeeltes	=	rijwielgedeelte
rijwielgedeeltetje	=	rijwielgedeelte
rijwielgedeeltetjes	=	rijwielgedeelte
rijwielhandel	noun	fietsenwinkel
rijwielhandels	=	rijwielhandel
rijwielhandeltje	=	rijwielhandel
rijwielhandeltjes	=	rijwielhandel
rijwielhersteller	noun|formal	fietsenmaker, fietsenreparateur
rijwielherstellers	=	rijwielhersteller
rijwielpaadje	=	rijwielpad
rijwielpaadjes	=	rijwielpad
rijwielpad	noun	fietspad
rijwielpaden	=	rijwielpad
rijwielpadje	=	rijwielpad
rijwielpadjes	=	rijwielpad
rijwielstalling	noun	fietsenstalling
rijwielstallingen	=	rijwielstalling
rijwielstallinkje	=	rijwielstalling
rijwielstallinkjes	=	rijwielstalling
rijwieltje	=	rijwiel
rijwieltjes	=	rijwiel
rijwind	noun	luchtstroming over een voertuig die ontstaat als gevolg van het zich voortbewegen van dat voertuig
rijwinden	=	rijwind
rijwoning	noun	huis uit een reeks tegen elkaar staande huizen
rijwoningen	=	rijwoning
rijwoninkje	=	rijwoning
rijwoninkjes	=	rijwoning
rijzadel	noun	zadel dat nodig is voor het berijden van een rijdier zoals paard, ezel, kameel of dromedaris
rijzadels	=	rijzadel
rijzadeltje	=	rijzadel
rijzadeltjes	=	rijzadel
rijze	=	rijzen
rijzen	verb	opstijgen, opgaan
rijzend	=	rijzen
rijzende	=	rijzen
rijzeren	=	rijs
rijzig	adj	zo groot dat hij/het boven de omgeving uitsteekt
rijzige	=	rijzig
rijziger	=	rijzig
rijzigere	=	rijzig
rijzigers	=	rijzig
rijzigs	=	rijzig
rijzigst	=	rijzig
rijzigste	=	rijzig
rijzing	noun	het rijzen
rijzingen	=	rijzing
rijzweep	noun	korte zweep die een ruiter gebruikt bij het paardrijden
rijzweepje	=	rijzweep
rijzweepjes	=	rijzweep
rijzwepen	=	rijzweep
rik	=	rikken
rikke	=	rikken
rikken	verb	een stuk land afsluiten	noun	kaartspel voor 4 personen dat verwant is aan bridge, wiezen en klaverjassen dat voornamelijk in Limburg en Brabant gespeeld wordt
rikkend	=	rikken
rikkende	=	rikken
rikketik	noun|informal	het hart, vaak eufemistisch gebruikt om aan te geven dat er sprake is van een hartziekte
rikketikken	=	rikketik
rikkik	=	rikkikken
rikkikke	=	rikkikken
rikkikken	verb	kwaken zoals kikvorsen doen
rikkikkend	=	rikkikken
rikkikkende	=	rikkikken
rikkikt	=	rikkikken
rikkikte	=	rikkikken
rikkikten	=	rikkikken
riks	noun|obsolete	munt met een waarde van 2,50 gulden
riksen	=	riks
riksja	noun	Aziatisch twee- of driewielig karretje voor personen vervoer
riksja's	=	riksja
riksjaatje	=	riksja
riksje	=	riks
rikt	=	rikken
rikte	=	rikken
rikten	=	rikken
ril	noun	groef, geul (in papier, karton e.d.)	adj	schuw
rilatine	noun	middel dat wordt voorgeschreven bij de behandeling van ADHD
rilatines	=	rilatine
rild	adj	met een naar verhouding grote lengte of geringe dikte
rilde	=	rillen
rilden	=	rillen
rilder	=	rild
rildere	=	rild
rilders	=	rild
rilds	=	rild
rildst	=	rild
rildste	=	rild
rille	=	rillen
rillen	verb	een onwillekeurige schuddende beweging maken van koude of afschuw
rillend	adj	een bibberende beweging maken tegen de kou
rillende	=	rillen
rillends	=	rillend
riller	=	ril
rillere	=	ril
rillerig	adj	als je je wat koortsig voelt zodat je de neiging hebt om te rillen
rillerige	=	rillerig
rilleriger	=	rillerig
rillerigere	=	rillerig
rillerigers	=	rillerig
rillerigs	=	rillerig
rillerigst	=	rillerig
rillerigste	=	rillerig
rillers	=	ril
rilletje	=	ril
rilletjes	=	ril
rillette	noun	smeersel bereid uit vlees, vergelijkbaar met paté
rillettes	=	rillette
rillijn	noun	groef in papier of karton waar men een vouw kan maken
rillijnen	=	rillijn
rilling	noun	een onwillekeurige lichaamsreactie van mens of dier, die ten doel heeft de lichaamstemperatuur te verhogen.
rillingen	=	rilling
rillinkje	=	rilling
rillinkjes	=	rilling
rils	=	ril
rilst	=	ril
rilste	=	ril
rilt	=	rillen
rim	noun	rand of richel aan het houten beschot in een vertrek, (waarop men voorwerpen ter versiering plaatst)
rimboe	noun	ontoegankelijke wildernis
rimboes	=	rimboe
rimboetje	=	rimboe
rimde	=	rimmen
rimden	=	rimmen
rimitarakarekiet	noun	Acrocephalus rimitarae een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
rimitarakarekieten	=	rimitarakarekiet
rimitarakarekietje	=	rimitarakarekiet
rimitarakarekietjes	=	rimitarakarekiet
rimme	=	rimmen
rimmen	verb	in een kring leggen van turven
rimmend	=	rimmen
rimmende	=	rimmen
rimmer	noun|informal	iemand die zijn seksuele partner met de mond anaal stimuleert
rimmers	=	rimmer
rimon	noun	granaatappel
rimoniem	=	rimon
rimpel	noun	een oppervlakkige vouw of golving, in het bijzonder van de menselijke huid
rimpeldag	noun	extra vrije dag voor werknemers in de zorg die ouder zijn van 45 jaar
rimpeldagen	=	rimpeldag
rimpeldagje	=	rimpeldag
rimpeldagjes	=	rimpeldag
rimpelde	=	rimpelen
rimpelden	=	rimpelen
rimpele	=	rimpelen
rimpelen	verb	plooien of golven in het oppervlak vormen
rimpelend	adj	oppervlakkige vouwen of golven vormend
rimpelende	=	rimpelen
rimpelends	=	rimpelend
rimpelgatenplant	noun	Monstera adansonii een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
rimpelgatenplanten	=	rimpelgatenplant
rimpelgatenplantje	=	rimpelgatenplant
rimpelgatenplantjes	=	rimpelgatenplant
rimpelig	adj	met veel plooien in de huid
rimpelige	=	rimpelig
rimpeliger	=	rimpelig
rimpeligere	=	rimpelig
rimpeligers	=	rimpelig
rimpeligs	=	rimpelig
rimpeligst	=	rimpelig
rimpeligste	=	rimpelig
rimpeling	noun	een kortdurende of lichte golving of onregelmatigheid
rimpelingen	=	rimpeling
rimpelingetje	=	rimpeling
rimpelingetjes	=	rimpeling
rimpelinkje	=	rimpeling
rimpelkikkers	noun	Platymantis een geslacht van kikkers uit de familie Ceratobatrachidae.
rimpelkruinbloedbij	noun	Sphecodes reticulatus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
rimpelkruinbloedbijen	=	rimpelkruinbloedbij
rimpelkruinbloedbijtje	=	rimpelkruinbloedbij
rimpelkruinbloedbijtjes	=	rimpelkruinbloedbij
rimpelloos	adj	zonder rimpels
rimpelloost	=	rimpelloos
rimpellooste	=	rimpelloos
rimpelloze	=	rimpelloos
rimpellozer	=	rimpelloos
rimpellozere	=	rimpelloos
rimpellozers	=	rimpelloos
rimpelpoppenrover	noun	Callisthenes reticulatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rimpelpoppenrovers	=	rimpelpoppenrover
rimpelpoppenrovertje	=	rimpelpoppenrover
rimpelpoppenrovertjes	=	rimpelpoppenrover
rimpelroos	noun	Rosa rugosa een roos die van oorsprong afkomstig is uit Noordoost-China, Japan, Korea en Zuidoost-Siberië, waar de soort langs de kusten groeit, veelal in de duinen.
rimpelroosje	=	rimpelroos
rimpelroosjes	=	rimpelroos
rimpelrozen	=	rimpelroos
rimpels	=	rimpel
rimpelsnuit	noun	Andrena combinata een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
rimpelsnuiten	=	rimpelsnuit
rimpelsnuitje	=	rimpelsnuit
rimpelsnuitjes	=	rimpelsnuit
rimpelt	=	rimpelen
rimpeltje	=	rimpel
rimpeltjes	=	rimpel
rimpelvervaging	noun	cosmetische of huidtherapeutische behandeling die tot doel heeft rimpels, fijne lijntjes en huidverslapping te verminderen, waardoor de huid er gladder, strakker en jonger uitziet
rimpelvervagingen	=	rimpelvervaging
rimpelvervaginkje	=	rimpelvervaging
rimpelvervaginkjes	=	rimpelvervaging
rimram	noun	holle, opgeblazen maar verder inhoudsloze prietpraat
rimt	=	rimmen
rimu	noun	Dacrydium cupressinum een grote, groenblijvende conifeer uit de familie Podocarpaceae.
rin	=	rinnen
ring	noun	een cirkelvormig sieraad (voor om de vinger)
ringagenda	noun	agenda met een spiraalveer in de rug
ringagenda's	=	ringagenda
ringanker	noun	anker met een ring bovenaan
ringankers	=	ringanker
ringankertje	=	ringanker
ringankertjes	=	ringanker
ringbaard	noun	korte baard die in een ring rond de mond aanwezig is
ringbaarden	=	ringbaard
ringbaardje	=	ringbaard
ringbaardjes	=	ringbaard
ringband	noun	een schrift of map waarin losse papieren waarin gaatjes zijn geponst d.m.v. ringen worden vastgehouden
ringbanden	=	ringband
ringbandje	=	ringband
ringbandjes	=	ringband
ringbus	noun	cirkelvormige busverbinding om het centrum
ringbusje	=	ringbus
ringbusjes	=	ringbus
ringbussen	=	ringbus
ringde	=	ringen
ringden	=	ringen
ringdijk	noun	dijk langs de ringvaart van een polder enz
ringdijken	=	ringdijk
ringdijkje	=	ringdijk
ringdijkjes	=	ringdijk
ringe	=	ringen
ringel	=	ringelen
ringel-esje	=	ringel-s
ringel-essen	=	ringel-s
ringel-s	noun	ß, letterteken dat in het Duits wordt gebruikt voor een scherpe s-klank na een lange klinker
ringel-s'en	=	ringel-s
ringelde	=	ringelen
ringelden	=	ringelen
ringele	=	ringelen
ringelen	verb	geluid maken met een bel
ringelend	=	ringelen
ringelende	=	ringelen
ringeloor	noun	spuit om versieringen en teksten aan te brengen op ongebakken keramiek
ringeloorde	=	ringeloren
ringeloorden	=	ringeloren
ringeloort	=	ringeloren
ringelore	=	ringeloren
ringeloren	verb	kort houden, in bedwang houden
ringelorend	=	ringeloren
ringelorende	=	ringeloren
ringelrob	noun	bepaald soort zoogdier, Pusa hispida
ringelrobben	=	ringelrob
ringelrups	noun	Malacosoma neustria een kleine, vrij korte nachtvlinder behorende tot de familie van de spinners .
ringelrupsen	=	ringelrups
ringelrupsje	=	ringelrups
ringelrupsjes	=	ringelrups
ringelt	=	ringelen
ringelwikke	noun	Vicia hirsuta een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae), die in Nederland en België vrij algemeen voorkomt.
ringelwikkes	=	ringelwikke
ringen	verb	dieren, veelal vogels voorzien van een genummerde band om poot of hals ter identificatie en/of onderzoek naar verspreiding en trekgedrag
ringend	=	ringen
ringende	=	ringen
ringenstelsel	noun	geheel van meerdere ringen rondom een hemellichaam, zoals een planeet
ringenstelsels	=	ringenstelsel
ringenstelseltje	=	ringenstelsel
ringenstelseltjes	=	ringenstelsel
ringetje	=	ring
ringetjes	=	ring
ringfence	=	ringfencen
ringfencen	verb	het beschermen van klanten van een bank door de bank op te splitsen in verschillende juridische entiteiten zodat een onderdeel van de bank niet de hele bank kan meetrekken in zijn ondergang
ringfencend	=	ringfencen
ringfencende	=	ringfencen
ringfencet	=	ringfencen
ringfencete	=	ringfencen
ringfenceten	=	ringfencen
ringhalscobra	noun	Hemachatus haemachatus een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae) en de onderfamilie Elapinae.
ringhalscobra's	=	ringhalscobra
ringhalscobraatje	=	ringhalscobra
ringhalscobraatjes	=	ringhalscobra
ringhoorn	noun	kegelvormig hulpstuk dat op een aambeeld wordt geplaatst om daaromheen een oog te smeden
ringhoorns	=	ringhoorn
ringhoorntje	=	ringhoorn
ringhoorntjes	=	ringhoorn
ringleiding	noun	gesloten leidingsysteem waarin b.v. warm water circuleert
ringleidingen	=	ringleiding
ringleidinkje	=	ringleiding
ringleidinkjes	=	ringleiding
ringlijn	noun	een openbaar vervoerlijn (spoor, metro, tram of bus) die een cirkel beschrijft, in of rond een stad
ringlijnen	=	ringlijn
ringlijnmot	noun	Eudarcia pagenstecherella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
ringlijnmotje	=	ringlijnmot
ringlijnmotjes	=	ringlijnmot
ringlijnmotten	=	ringlijnmot
ringmap	noun	een map waarin men losse van gaatjes voorziene papieren kan stoppen en weer wegnemen
ringmapje	=	ringmap
ringmapjes	=	ringmap
ringmappen	=	ringmap
ringmuren	=	ringmuur
ringmus	noun	Passer montanus een zangvogel uit de familie van mussen en sneeuwvinken
ringmusje	=	ringmus
ringmusjes	=	ringmus
ringmussen	=	ringmus
ringmuur	noun	muur die iets omringt
ringmuurtje	=	ringmuur
ringmuurtjes	=	ringmuur
ringnekslang	noun	Diadophis punctatus een middelgrote slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Dipsadinae
ringnekslangen	=	ringnekslang
ringnekslangetje	=	ringnekslang
ringnekslangetjes	=	ringnekslang
ringneksnelloper	noun	Platynus livens een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
ringneksnellopers	=	ringneksnelloper
ringneksnellopertje	=	ringneksnelloper
ringneksnellopertjes	=	ringneksnelloper
ringnet	noun	cirkelvormig net dat een hele school vissen kan omvatten
ringnetten	=	ringnet
ringoogparelmoervlinder	noun	Boloria eunomia een dagvlinder uit de familie van de Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
ringoogparelmoervlinders	=	ringoogparelmoervlinder
ringoogparelmoervlindertje	=	ringoogparelmoervlinder
ringoogparelmoervlindertjes	=	ringoogparelmoervlinder
ringoogtweevleugel	noun	Cloeon simile een haft uit de familie Baetidae.
ringoogtweevleugelen	=	ringoogtweevleugel
ringoogtweevleugels	=	ringoogtweevleugel
ringoogtweevleugeltje	=	ringoogtweevleugel
ringoogtweevleugeltjes	=	ringoogtweevleugel
ringoppervlak	noun	oppervlak dat ontstaat door wenteling van een cirkel om een rechte, die in het vlak van de cirkel ligt
ringoppervlakje	=	ringoppervlak
ringoppervlakjes	=	ringoppervlak
ringoppervlakken	=	ringoppervlak
ringoven	noun	ring- of ellipsvormige, uit verschillende compartimenten bestaande oven voor het bakken van bakstenen
ringovens	=	ringoven
ringoventje	=	ringoven
ringoventjes	=	ringoven
ringpootkaardertje	noun	Lathys stigmatisata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kaardertjes (Dictynidae)
ringpootkaardertjes	=	ringpootkaardertje
ringpootroetneusje	noun	Parasyrphus vittiger een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
ringpootroetneusjes	=	ringpootroetneusje
ringpootroofvlieg	noun	Tolmerus cingulatus een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
ringpootroofvliegen	=	ringpootroofvlieg
ringpootroofvliegje	=	ringpootroofvlieg
ringpootroofvliegjes	=	ringpootroofvlieg
ringpootzwartkop	noun	Talavera aequipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
ringpootzwartkopje	=	ringpootzwartkop
ringpootzwartkopjes	=	ringpootzwartkop
ringpootzwartkoppen	=	ringpootzwartkop
ringrij	=	ringrijden
ringrijd	=	ringrijden
ringrijden	verb	Zeeuwse versie van het ringsteken met officiële regels en wedstrijden
ringrijdend	=	ringrijden
ringrijdende	=	ringrijden
ringrot	noun	besmettelijke aardappelziekte
ringslang	noun	Natrix natrix niet-giftige waterslang [2] die voorkomt in een groot deel van Europa en daarnaast in delen van het Midden-Oosten en Azië
ringslangen	=	ringslang
ringslangetje	=	ringslang
ringslangetjes	=	ringslang
ringslangplatstaart	noun	Laticauda colubrina een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae).
ringslangplatstaarten	=	ringslangplatstaart
ringslangplatstaartje	=	ringslangplatstaart
ringslangplatstaartjes	=	ringslangplatstaart
ringslangwormpje	noun	Ophidonais serpentina een ringworm uit de familie van de Naididae.
ringslangwormpjes	=	ringslangwormpje
ringsleutel	noun	handgereedschap om bouten en moeren vast en los te draaien.
ringsleutels	=	ringsleutel
ringsleuteltje	=	ringsleutel
ringsleuteltjes	=	ringsleutel
ringsnaveleend	noun	Aythya collaris een eendvogel uit de familie van de Anatidae.
ringsnaveleenden	=	ringsnaveleend
ringsnaveleendje	=	ringsnaveleend
ringsnaveleendjes	=	ringsnaveleend
ringsnavelmeeuw	noun	Larus delawarensis een middelgrote meeuwensoort die een algemene verschijning is in Noord-Amerika.
ringsnavelmeeuwen	=	ringsnavelmeeuw
ringsnavelmeeuwtje	=	ringsnavelmeeuw
ringsnavelmeeuwtjes	=	ringsnavelmeeuw
ringspikkelspanner	noun	bepaalde soort vlinder, Hypomecis punctinalis, uit de familie Geometridae, die in Nederland voorkomt
ringspikkelspanners	=	ringspikkelspanner
ringsprietgarnaal	noun	Pandalus montagui een garnalensoort uit de familie van de Pandalidae.
ringsprietgarnaaltje	=	ringsprietgarnaal
ringsprietgarnaaltjes	=	ringsprietgarnaal
ringsprietgarnalen	=	ringsprietgarnaal
ringsprietslakken	noun	Facelinidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
ringstaartleguanen	noun	een geslacht Cyclura van hagedissen uit de familie leguanen (Iguanidae)
ringstaartmaki	noun	Lemur catta een relatief grote maki en de enige soort van het geslacht Lemur, al werden de vari's (Varecia) en echte maki's (Eulemur) lange tijd ook tot dit geslacht gerekend.
ringstaartmaki's	=	ringstaartmaki
ringstaartmakietje	=	ringstaartmaki
ringstaartmakietjes	=	ringstaartmaki
ringstaartmangoest	noun	Galidia elegans een roofdier uit Madagaskar.
ringstaartmangoesten	=	ringstaartmangoest
ringstaartmangoestje	=	ringstaartmangoest
ringstaartmangoestjes	=	ringstaartmangoest
ringstaartsnoekcichlide	noun	Crenicichla saxatilis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de cichliden (Cichlidae).
ringstaartsnoekcichliden	=	ringstaartsnoekcichlide
ringsteek	=	ringsteken
ringsteken	verb	volksspel waarbij men, gezeten te paard of vanaf een aanspanning, een lans door een ring probeert te steken
ringstekend	=	ringsteken
ringstekende	=	ringsteken
ringt	=	ringen
ringtaling	noun	Callonetta leucophrys een Zuid-Amerikaanse eend en de enige soort in het geslacht Callonetta
ringtalingen	=	ringtaling
ringtalinkje	=	ringtaling
ringtalinkjes	=	ringtaling
ringtone	noun	korte muziekjes of geluiden die worden afgespeeld als een mobiele telefoon wordt gebeld
ringtonen	=	ringtoon
ringtones	=	ringtone
ringtoon	noun	beltoon
ringtoontje	=	ringtoon
ringtoontjes	=	ringtoon
ringvaart	noun	een water dat rond een polder loopt
ringvaarten	=	ringvaart
ringvaartje	=	ringvaart
ringvaartjes	=	ringvaart
ringvaccinatie	noun	het vaccineren van individuen of dieren die zich in een zekere straal om een uitbraak van een ziekte heen bevinden
ringvaccinaties	=	ringvaccinatie
ringvinger	noun	vierde vinger gerekend vanaf de duim, gelegen tussen de pink en de middelvinger, traditioneel bestemd voor het dragen van ringen
ringvingers	=	ringvinger
ringvingertje	=	ringvinger
ringvingertjes	=	ringvinger
ringvormig	adj	de vorm van een ring hebbende
ringvormige	=	ringvormig
ringvormiger	=	ringvormig
ringvormigere	=	ringvormig
ringvormigers	=	ringvormig
ringvormigs	=	ringvormig
ringvormigst	=	ringvormig
ringvormigste	=	ringvormig
ringweg	noun	een weg die als een ring rond een bepaald gebied ligt
ringwegen	=	ringweg
ringweggetje	=	ringweg
ringworm	noun	gelede worm van de stam Annelida
ringwormen	noun	een stam Annelida van het dierenrijk, waartoe de gesegmenteerde wormen behoren.
ringwormpje	=	ringworm
ringwormpjes	=	ringworm
ringxiety	noun	onrustig gevoel dat bij iemand ontstaat als hij zich heeft ingebeeld gebeld te zijn terwijl dat niet zo is
rinitis	noun	ontsteking van het neusslijmvlies
rinitissen	=	rinitis
rinjanidwergooruil	noun	Otus jolandae een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
rinjanidwergooruilen	=	rinjanidwergooruil
rinjanidwergooruiltje	=	rinjanidwergooruil
rinjanidwergooruiltjes	=	rinjanidwergooruil
rink	noun	omtrek, ring
rinkel	noun	plaatje van blik, koper of ijzer waarmee men geluid kan maken; ook wel gebruikt voor een ringvormige deurklopper
rinkelaar	noun	druktemaker
rinkelaars	=	rinkelaar
rinkelbel	noun	aantal belletjes ter verhoging van de muzikale feestvreugde
rinkelbellen	=	rinkelbel
rinkelbelletje	=	rinkelbel
rinkelbelletjes	=	rinkelbel
rinkelbom	noun	eenvoudig slaginstrument bestaande uit een hoepel die met een vel bespannen is en waaraan enkele belletjes bevestigd zijn
rinkelbommen	=	rinkelbom
rinkelde	=	rinkelen
rinkelden	=	rinkelen
rinkele	=	rinkelen
rinkelen	verb	een hel klinkend gebroken geluid geven
rinkelend	=	rinkelen
rinkelende	=	rinkelen
rinkelrooi	=	rinkelrooien
rinkelrooide	=	rinkelrooien
rinkelrooiden	=	rinkelrooien
rinkelrooie	=	rinkelrooien
rinkelrooien	verb	aan de zwier zijn, van kroeg tot kroeg gaan, slechte huizen bezoeken
rinkelrooiend	=	rinkelrooien
rinkelrooiende	=	rinkelrooien
rinkelrooit	=	rinkelrooien
rinkels	=	rinkel
rinkelt	=	rinkelen
rinkeltje	=	rinkel
rinkeltjes	=	rinkel
rinkeltonen	=	rinkeltoon
rinkeltoon	noun	diepere octaaf van de slagtoon van zeer grote luiklokken
rinkeltoontje	=	rinkeltoon
rinkeltoontjes	=	rinkeltoon
rinket	noun	een klep in een stuw of sluisdeur in de vorm van een kleine deur of schuif, waarmee de waterpassage wordt geregeld
rinketje	=	rinket
rinketjes	=	rinket
rinketten	=	rinket
rinkink	=	rinkinken
rinkinke	=	rinkinken
rinkinken	verb	rinkelen
rinkinkend	=	rinkinken
rinkinkende	=	rinkinken
rinkinkt	=	rinkinken
rinkinkte	=	rinkinken
rinkinkten	=	rinkinken
rinks	=	rink
rinne	=	rinnen
rinnen	verb	wegvloeien
rinnend	=	rinnen
rinneweren	=	ruïneren
rinoceros	noun	benaming voor grote zware zoogdieren uit de familie Rhinocerotidae die voorkomen in Afrika en Azië leeft en worden gekenmerkt door een hoorn aan de voorkant van hun kop
rinocerosje	=	rinoceros
rinocerosjes	=	rinoceros
rinocerossen	=	rinoceros
rinofaryngitis	noun	neuskeelholteontsteking.
rinolalie	noun	het spreken door de neus
rinologie	noun	neusheelkunde
rinoplastiek	noun	esthetische chirurgie toegepast op de neus
rinoplastieken	=	rinoplastiek
rinorroe	noun	neusdrop, hevige rinitis
rinoscoop	noun	instrument waarmee de neusholte kan worden bekeken, neusspiegel
rinoscoopje	=	rinoscoop
rinoscoopjes	=	rinoscoop
rinoscopen	=	rinoscoop
rinoscopie	noun	onderzoek van de neus met een rinoscoop
rinoscopietje	=	rinoscopie
rinoscopietjes	=	rinoscopie
rinoscopieën	=	rinoscopie
rins	adj	zurig, zuurachtig
rinse	=	rins
rinser	=	rins
rinsere	=	rins
rinsers	=	rins
rinst	=	rins
rinste	=	rins
rint	=	rinnen
rio-brancomiervogel	noun	Cercomacra carbonaria een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
rio-brancomiervogels	=	rio-brancomiervogel
rio-brancomiervogeltje	=	rio-brancomiervogel
rio-brancomiervogeltjes	=	rio-brancomiervogel
rio-de-janeiromiersluiper	noun	Myrmotherula fluminensis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
rio-de-janeiromiersluipers	=	rio-de-janeiromiersluiper
rio-de-janeiromiersluipertje	=	rio-de-janeiromiersluiper
rio-de-janeiromiersluipertjes	=	rio-de-janeiromiersluiper
rio-madeiramiersluiper	noun	Epinecrophylla amazonica een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
rio-madeiramiersluipers	=	rio-madeiramiersluiper
rio-madeiramiersluipertje	=	rio-madeiramiersluiper
rio-madeiramiersluipertjes	=	rio-madeiramiersluiper
rio-naposchreeuwuil	noun	Megascops roraimae napensis een ondersoort uit het geslacht Megascops en de familie Strigidae (uilen).
rio-naposchreeuwuilen	=	rio-naposchreeuwuil
rio-naposchreeuwuiltje	=	rio-naposchreeuwuil
rio-naposchreeuwuiltjes	=	rio-naposchreeuwuil
rio-negromuggenvanger	noun	Polioptila facilis een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
rio-negromuggenvangers	=	rio-negromuggenvanger
rio-negromuggenvangertje	=	rio-negromuggenvanger
rio-negromuggenvangertjes	=	rio-negromuggenvanger
rio-sunomiersluiper	noun	Myrmotherula sunensis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
rio-sunomiersluipers	=	rio-sunomiersluiper
rio-sunomiersluipertje	=	rio-sunomiersluiper
rio-sunomiersluipertjes	=	rio-sunomiersluiper
riobrancomiervogel	noun	Cercomacra carbonaria een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
riobrancomiervogels	=	riobrancomiervogel
riobrancomiervogeltje	=	riobrancomiervogel
riobrancomiervogeltjes	=	riobrancomiervogel
riodejaneiromiersluiper	noun	Myrmotherula fluminensis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae (miervogels).
riodejaneiromiersluipers	=	riodejaneiromiersluiper
riodejaneiromiersluipertje	=	riodejaneiromiersluiper
riodejaneiromiersluipertjes	=	riodejaneiromiersluiper
riodejaneirorijstrat	noun	Phaenomys ferrugineus een zoogdier uit de familie van de Cricetidae.
riodejaneirorijstratje	=	riodejaneirorijstrat
riodejaneirorijstratjes	=	riodejaneirorijstrat
riodejaneirorijstratten	=	riodejaneirorijstrat
rioja	noun	rode Spaanse wijn uit Baskenland
rioja's	=	rioja
rioleer	=	rioleren
rioleerde	=	rioleren
rioleerden	=	rioleren
rioleert	=	rioleren
riolen	=	riool
riolere	=	rioleren
rioleren	verb	van een afvoer van vloeibaar afval voorzien
riolerend	=	rioleren
riolerende	=	rioleren
riolering	noun	de infrastructuur waarop afvalwater geloosd, ingezameld en getransporteerd wordt
rioleringen	=	riolering
rioleringsstelsel	noun	het netwerk van rioolbuizen en andere voorzieningen die nodig zijn voor de afvoer van overbodig (en vervuild) water uit de bebouwde omgeving
rioleringsstelsels	=	rioleringsstelsel
rioleringssysteem	noun	het netwerk van rioolbuizen en andere voorzieningen die nodig zijn voor de afvoer van overbodig (en vervuild) water uit de bebouwde omgeving
rioleringssystemen	=	rioleringssysteem
riolerinkje	=	riolering
riolerinkjes	=	riolering
riomadeiramiersluiper	noun	Epinecrophylla amazonica een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
riomadeiramiersluipers	=	riomadeiramiersluiper
riomadeiramiersluipertje	=	riomadeiramiersluiper
riomadeiramiersluipertjes	=	riomadeiramiersluiper
rionapotamarin	noun	Leontocebus nigricollis graellsi een zoogdier uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
rionapotamarinnetje	=	rionapotamarin
rionapotamarinnetjes	=	rionapotamarin
rionapotamarins	=	rionapotamarin
rionegromuggenvanger	noun	Polioptila facilis een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
rionegromuggenvangers	=	rionegromuggenvanger
rionegromuggenvangertje	=	rionegromuggenvanger
rionegromuggenvangertjes	=	rionegromuggenvanger
riool	noun	een vaak ondergronds kanaal voor de afvoer van drek en ander afvalwater
rioolbuis	noun	een buis die gebruikt wordt voor het wegvoeren van afvalwater, een buis in een rioolsysteem
rioolbuisje	=	rioolbuis
rioolbuisjes	=	rioolbuis
rioolbuizen	=	rioolbuis
riooldeksel	noun	deksel op een rioolput (vaak in de straat gelegen)
riooldeksels	=	riooldeksel
riooldekseltje	=	riooldeksel
riooldekseltjes	=	riooldeksel
rioolheffing	noun	een gemeentelijke belasting die huiseigenaren en soms huurders betalen voor het aansluiten op het gemeentelijke riool.
rioolheffingen	=	rioolheffing
rioolheffinkje	=	rioolheffing
rioolheffinkjes	=	rioolheffing
riooljournalistiek	noun	leugenachtige, belasterende vorm van journalistiek, een samenraapsel van roddels, ongefundeerde beweringen en halve waarheden
rioolnet	noun	het samenhangend systeem van met elkaar verbonden buizen waardoor afval water wordt weggevoerd
rioolnetten	=	rioolnet
rioolpijp	noun	brede buis voor afvalwater
rioolpijpen	=	rioolpijp
rioolput	noun	een inspectieput die ervoor dient om inspecties in een rioolstelsel uit te kunnen voeren
rioolputje	=	rioolput
rioolputjes	=	rioolput
rioolputten	=	rioolput
rioolrat	noun	Rattus norvegicus, bruine rat
rioolratje	=	rioolrat
rioolratjes	=	rioolrat
rioolratten	=	rioolrat
rioolslib	noun	het restproduct dat overblijft na zuivering van afvalwater in rioolwaterzuiveringsinstallaties
rioolslibben	=	rioolslib
rioolslibs	=	rioolslib
riooltje	=	riool
riooltjes	=	riool
rioolwater	noun	het in en door riolen stromende afvalwater
rioolwateren	=	rioolwater
rioolwaters	=	rioolwater
rioolwatertje	=	rioolwater
rioolwatertjes	=	rioolwater
rioolwaterzuivering	noun	het zuiveren van rioolwater, zodat het geloosd kan worden op het oppervlaktewater
rioolwaterzuiveringen	=	rioolwaterzuivering
rioolwaterzuiveringsinstallatie	noun	apparatuur die het mogelijk maakt water uit de riolen weer voor gebruik gereed te maken
rioolwaterzuiveringsinstallaties	=	rioolwaterzuiveringsinstallatie
riosunomiersluiper	noun	Myrmotherula sunensis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
riosunomiersluipers	=	riosunomiersluiper
riosunomiersluipertje	=	riosunomiersluiper
riosunomiersluipertjes	=	riosunomiersluiper
riotgun	noun	geweer dat de politie gebruikt bij opstootjes
riotguns	=	riotgun
riotteam	noun	speciale eenheid die cellen in een gevangenis doorzoekt om opstanden te voorkomen
riotteams	=	riotteam
rip	=	rippen
rip-off	noun	oplichterij, afzetterij
rip-offs	=	rip-off
ripdeal	noun	overval waarbij iemand van iets (meestal drugs) wordt beroofd
ripdeals	=	ripdeal
ripdealtje	=	ripdeal
ripdealtjes	=	ripdeal
riposte	noun	een snelle, scherpe reactie op een opmerking
riposteer	=	riposteren
riposteerde	=	riposteren
riposteerden	=	riposteren
riposteert	=	riposteren
ripostere	=	riposteren
riposteren	verb	zich op een gevatte wijze verdedigen in een debat; iemand van repliek dienen
riposterend	=	riposteren
riposterende	=	riposteren
ripostes	=	riposte
rippartij	noun	beroving
rippartijen	=	rippartij
rippartijtje	=	rippartij
rippartijtjes	=	rippartij
rippe	=	rippen
rippen	verb	met geweld van iets of iemand anders afrukken, aftrekken, afscheuren, afsnijden, afnemen
rippend	=	rippen
rippende	=	rippen
ripper	noun	misdadiger die andere misdadigers berooft
rippers	=	ripper
rips	noun	dicht geweven geribde stof
ript	=	rippen
ripte	=	rippen
ripten	=	rippen
ris	noun	bundel vlas	intj	weergave van een zacht zagend of scheurend geluid
risaliet	noun	het gedeelte van een gevel dat over de volle hoogte naar voren springt ten opzichte van de rest van de gevel
risalieten	=	risaliet
risch	=	rus
risee	noun	een persoon die door iedereen bespot wordt, iemand die door iedereen wordt uitgelachen
risees	=	risee
riseetje	=	risee
risico	noun	een kans op gevaar of schade
risico's	=	risico
risicoaanvaarding	noun	het bewust accepteren van een mogelijk schade of verlies, vaak omdat de kosten om het risico te vermijden hoger zijn dan de potentiële schade.
risicoaanvaardingen	=	risicoaanvaarding
risicoaanvaardinkje	=	risicoaanvaarding
risicoaanvaardinkjes	=	risicoaanvaarding
risicoanalyse	noun	onderzoek van de risico's die ergens aan zijn verbonden
risicoanalysen	=	risicoanalyse
risicoanalyses	=	risicoanalyse
risicoavers	adj	afkerig van risico's
risicoaverse	=	risicoavers
risicoaverser	=	risicoavers
risicoaversere	=	risicoavers
risicoaversers	=	risicoavers
risicoaverst	=	risicoavers
risicoaverste	=	risicoavers
risicobeheer	noun	inschatting en onder controle houden van de gevaren die bestaan bij het beleggen van geld
risicobeoordeling	noun	inschatting van de kans dat men gevaar loopt
risicobeoordelingen	=	risicobeoordeling
risicobeweging	noun	risicovolle bewegingen
risicobewegingen	=	risicobeweging
risicobeweginkje	=	risicobeweging
risicobeweginkjes	=	risicobeweging
risicocommunicatie	noun	voorlichting en communicatie over risico’s waaraan mensen kunnen blootstaan voordat zich een ramp voordoet
risicocommunicaties	=	risicocommunicatie
risicodekking	noun	de bescherming die een verzekering of pensioenregeling biedt tegen bepaalde financiële risico's, zoals overlijden of arbeidsongeschiktheid.
risicodekkingen	=	risicodekking
risicodekkinkje	=	risicodekking
risicodekkinkjes	=	risicodekking
risicodeling	noun	een vorm van risicobeheer waarbij de kosten van de gevolgen van een risico worden gedeeld door meerdere partijen
risicodelingen	=	risicodeling
risicofactor	noun	factor die de kans op problemen vergroot
risicofactoren	=	risicofactor
risicofactortje	=	risicofactor
risicofactortjes	=	risicofactor
risicogebied	noun	gebied waarin een risico bestaat op iets (geweld, ziekte etc.)
risicogebieden	=	risicogebied
risicogedrag	noun	gevaarlijk gedrag
risicogehalte	noun	de hoeveelheid gevaar dat iets heeft
risicogehalten	=	risicogehalte
risicogehaltes	=	risicogehalte
risicogemeente	noun	gemeente waar de burgers een bepaald risico lopen bijv. t.a.v. hun veiligheid
risicogemeenten	=	risicogemeente
risicogemeentes	=	risicogemeente
risicogemeentetje	=	risicogemeente
risicogemeentetjes	=	risicogemeente
risicogroep	noun	een deel van de bevolking met een grotere kans op een bepaalde ziekte of aandoening
risicogroepen	=	risicogroep
risicogroepje	=	risicogroep
risicogroepjes	=	risicogroep
risicohypotheek	noun	lening waarbij men onvoldoende heeft gecontroleerd of de hypotheeknemer de lasten kan dragen
risicohypotheken	=	risicohypotheek
risicojongere	noun	jongeren tussen 12 en 24 jaar die overlast veroorzaken
risicojongeren	=	risicojongere
risicoland	noun	een land waarin op een bepaald vlak risico gelopen wordt
risicolanden	=	risicoland
risicoloos	adj	zonder risico
risicoloost	=	risicoloos
risicolooste	=	risicoloos
risicoloze	=	risicoloos
risicolozer	=	risicoloos
risicolozere	=	risicoloos
risicolozers	=	risicoloos
risicomanagement	noun	activiteiten die erop gericht zijn de risico's binnen een aanvaardbaar niveau te houden
risicomijdend	adj	van een persoon of organisatie dat deze bewust risico's, gevaren of negatieve gevolgen vermijdt
risicomijdende	=	risicomijdend
risicomijdender	=	risicomijdend
risicomijdendere	=	risicomijdend
risicomijdenders	=	risicomijdend
risicomijdends	=	risicomijdend
risicomijdendst	=	risicomijdend
risicomijdendste	=	risicomijdend
risiconiveau	noun	de hoogte van de kans op een gevaarlijke gebeurtenis uitgedrukt als een getal op een schaal
risiconiveaus	=	risiconiveau
risicootje	=	risico
risicootjes	=	risico
risicopatiënt	noun	zieke die een grote kans loop op ernstige complicaties van zijn of haar ziekte
risicopatiënten	=	risicopatiënt
risicopatiëntje	=	risicopatiënt
risicopatiëntjes	=	risicopatiënt
risicoprofiel	noun	de bijzondere kenmerken van dit risico
risicoprofielen	=	risicoprofiel
risicospreiding	noun	het verdelen van de gevaren (en de kansen) over meerdere zaken om minder (grote) gevaren te lopen
risicospreidingen	=	risicospreiding
risicospreidinkje	=	risicospreiding
risicospreidinkjes	=	risicospreiding
risicovol	adj	met veel risico, gevaarlijk
risicovolle	=	risicovol
risicovoller	=	risicovol
risicovollere	=	risicovol
risicovollers	=	risicovol
risicovols	=	risicovol
risicovolst	=	risicovol
risicovolste	=	risicovol
risicovrij	adj	zonder kans op mislukking
risicovrije	=	risicovrij
risicovrijer	=	risicovrij
risicovrijere	=	risicovrij
risicovrijers	=	risicovrij
risicovrijs	=	risicovrij
risicovrijst	=	risicovrij
risicovrijste	=	risicovrij
risicowedstrijd	noun	een (voetbal)wedstrijd waarbij er een verhoogde kans is op supportersgeweld
risicowedstrijden	=	risicowedstrijd
risje	=	ris
risjes	noun	kwaadaardigheid
risjon	noun	eerste
risjoniem	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden vanaf de 11e tot in de 15e eeuw
risk	noun	gezelschapsspel waarbij men gebieden moet veroveren of een tegenstander moet vernietigen
riskant	adj	waaraan een kans kleeft dat het misgaat
riskante	=	riskant
riskanter	=	riskant
riskantere	=	riskant
riskanters	=	riskant
riskants	=	riskant
riskantst	=	riskant
riskantste	=	riskant
riske	=	risken
riskeer	=	riskeren
riskeerde	=	riskeren
riskeerden	=	riskeren
riskeert	=	riskeren
risken	verb	in een groepje het strategische bordspel "Risk" spelen
riskend	=	risken
riskende	=	risken
riskere	=	riskeren
riskeren	verb	blootstellen aan een kans op verlies
riskerend	=	riskeren
riskerende	=	riskeren
riskt	=	risken
riskte	=	risken
riskten	=	risken
risorgimento	noun	de periode van de eenmaking van Italië, die begon in 1820 met opstanden in Napels en Piëmont en voltooid werd in 1870 met de inname van Rome door de Italianen
risotto	noun	rijstgerecht uit Italië, waarbij men de rijst eerst bakt en daarna kookt in bouillon
risotto's	=	risotto
risp	=	rispen
rispe	=	rispen
rispen	verb	afristen, repelen, rukken, plukken
rispend	=	rispen
rispende	=	rispen
rispt	=	rispen
rispte	=	rispen
rispten	=	rispen
risse	=	rissen
rissen	verb	tot een bundel, 'ris', samenvoegen
rissend	=	rissen
rissende	=	rissen
rist	noun	een groep zaken die op regelmatige wijze zijn geordend
riste	=	rissen
risten	verb	tot een ris bijeenvoegen
ristend	=	risten
ristende	=	risten
ristje	=	rist
ristjes	=	rist
ristorneer	=	ristorneren
ristorneerde	=	ristorneren
ristorneerden	=	ristorneren
ristorneert	=	ristorneren
ristornere	=	ristorneren
ristorneren	verb	terugboeken, retourneren
ristornerend	=	ristorneren
ristornerende	=	ristorneren
ristorno	noun	herstel van een foute boeking
ristorno's	=	ristorno
ristte	=	risten
ristten	=	risten
rit	noun	een korte reis te paard, op een fiets of in een voertuig
ritalin	noun	merknaam van methylfenidaat, een geneesmiddel dat voorgeschreven wordt bij ADHD en zou helpen bij het studeren
ritalins	=	ritalin
ritardando	adv	inhoudend, vertragend
rite	noun	een vaststaande, ceremoniële handeling (meestal van godsdienstige aard)
riten	=	rite
ritenuto	adv	teruggetrokken, licht vertragend
rites	=	rite
ritje	=	rit
ritjes	=	rit
ritme	noun	een zich in de tijd herhalend patroon van geluiden
ritmeer	=	ritmeren
ritmeerde	=	ritmeren
ritmeerden	=	ritmeren
ritmeert	=	ritmeren
ritmeester	noun	een rang in de hiërarchie bij de cavalerie net boven die van luitenant
ritmeesters	=	ritmeester
ritmeestertje	=	ritmeester
ritmeestertjes	=	ritmeester
ritmen	=	ritme
ritmere	=	ritmeren
ritmeren	verb	iets ritmisch maken
ritmerend	=	ritmeren
ritmerende	=	ritmeren
ritmes	=	ritme
ritmesectie	noun	deel van een bandje of orkest dat het ritme van een muziekstuk aangeeft
ritmesecties	=	ritmesectie
ritmetje	=	ritme
ritmetjes	=	ritme
ritmiek	noun	leer van de patronen in de tijdsduur van noten
ritmisch	adj	het ritme betreffend
ritmische	=	ritmisch
ritmischer	=	ritmisch
ritmischere	=	ritmisch
ritmischers	=	ritmisch
ritmischt	=	ritmisch
ritmischte	=	ritmisch
ritmus	noun	ritme
ritmussen	=	ritmus
ritnaald	noun	de larve van een kever uit de familie kniptorren (Elateridae), waarvan de meest schadelijke soorten Agriotes lineatus en Agriotes obscurus zijn
ritnaalden	=	ritnaald
ritnaaldje	=	ritnaald
ritnaaldjes	=	ritnaald
ritornel	noun	herhalingsthema
ritornellen	=	ritornel
ritornelletje	=	ritornel
ritornelletjes	=	ritornel
ritprijs	noun	het geldbedrag dat aan de vervoerder verschuldigd is als betaling voor het vervoer over een bepaald traject
ritprijzen	=	ritprijs
rits	noun	reeks, serie
ritse	=	ritsen
ritsel	=	ritselen
ritselaar	noun|informal	iemand die op een handige, niet per se legale manier iets voor elkaar krijgt
ritselaars	=	ritselaar
ritselaartje	=	ritselaar
ritselaartjes	=	ritselaar
ritselde	=	ritselen
ritselden	=	ritselen
ritsele	=	ritselen
ritselen	verb	een zacht ruisend geluid doen horen
ritselend	adj	knisperend geluid makend
ritselende	=	ritselen
ritselends	=	ritselend
ritseling	noun	het ritselen
ritselingen	=	ritseling
ritselt	=	ritselen
ritsen	verb	om beurten invoegen zoals de tanden van een rits
ritsend	=	ritsen
ritsende	=	ritsen
ritser	=	rits
ritsere	=	rits
ritsers	=	rits
ritsig	adj	seksueel opgewonden
ritsige	=	ritsig
ritsiger	=	ritsig
ritsigere	=	ritsig
ritsigers	=	ritsig
ritsigs	=	ritsig
ritsigst	=	ritsig
ritsigste	=	ritsig
ritsje	=	rits
ritsjes	=	rits
ritspok	noun	Verruca stroemia een zeepokkensoort uit de familie van de Verrucidae.
ritspokje	=	ritspok
ritspokjes	=	ritspok
ritspokken	=	ritspok
ritssluiting	noun	een sluiting bestaande uit twee rijen in elkaar grijpende metalen of kunststof haakjes
ritssluitingen	=	ritssluiting
ritssluitinkje	=	ritssluiting
ritssluitinkjes	=	ritssluiting
ritst	=	ritsen
ritste	=	ritsen
ritsten	=	ritsen
ritsvak	noun	zak in een kledingstuk, tas of koffer die men kan afsluiten met een rits
ritsvakje	=	ritsvak
ritsvakjes	=	ritsvak
ritsvakken	=	ritsvak
ritte	=	ritten
ritten	verb	rijden
rittenadministratie	noun	Met een rittenregistratie in je administratie kan je aantonen dat je op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé hebt gereden
rittenadministraties	=	rittenadministratie
rittend	=	ritten
rittende	=	ritten
rittenkoers	noun	wedstrijd die bestaat uit verschillende dagkoersen
rittenkoersen	=	rittenkoers
rittenkoersje	=	rittenkoers
rittenkoersjes	=	rittenkoers
rittens	=	ritten
rittentje	=	ritten
rituaal	noun	ritueel
rituaaltje	=	rituaal
ritualen	=	rituaal
ritualiseer	=	ritualiseren
ritualiseerde	=	ritualiseren
ritualiseerden	=	ritualiseren
ritualiseert	=	ritualiseren
ritualisere	=	ritualiseren
ritualiseren	verb	een ritueel maken van
ritualiserend	=	ritualiseren
ritualiserende	=	ritualiseren
ritualist	noun	persoon die kennis heeft van rituelen en deze uitvoert
ritualisten	=	ritualist
ritualistisch	adj	betrekking hebbend op ritualisme of rituelen
ritualistische	=	ritualistisch
ritualistischer	=	ritualistisch
ritualistischere	=	ritualistisch
ritualistischers	=	ritualistisch
ritueel	noun	een geheel van vooraf vaststaande en gebruikelijke handelingen	adj	een onderdeel van een ritueel vormend
ritueels	=	ritueel
ritueelst	=	ritueel
ritueelste	=	ritueel
ritueeltje	=	ritueel
ritueeltjes	=	ritueel
rituele	=	ritueel
rituelen	=	ritueel
ritueler	=	ritueel
rituelere	=	ritueel
rituelers	=	ritueel
ritus	noun	geheel van ceremoniële, gewoonlijk godsdienstige gebruiken
ritusje	=	ritus
ritussen	=	ritus
ritzege	noun	het winnen van een etappe van een wielerwedstrijd
ritzeges	=	ritzege
rivaal	noun	iemand met wie men wedijvert voor het bereiken van een bepaald doel
rivaaltje	=	rivaal
rivale	noun	vrouw die met je strijdt om iets dat jullie beiden willen hebben
rivalen	=	rivaal
rivales	=	rivale
rivaliseer	=	rivaliseren
rivaliseerde	=	rivaliseren
rivaliseerden	=	rivaliseren
rivaliseert	=	rivaliseren
rivalisere	=	rivaliseren
rivaliseren	verb	strijden om iets met een concurrent (rivaal)
rivaliserend	=	rivaliseren
rivaliserende	=	rivaliseren
rivaliteit	noun	wedijver tussen tegenstanders die hetzelfde doel bereiken willen
rivaliteiten	=	rivaliteit
rivaliteitje	=	rivaliteit
rivaliteitjes	=	rivaliteit
rivet	noun	kort metalen staafje of buisje dat door twee vlakken wordt gestoken en platgeslagen om ze aan elkaar vast te maken
rivetten	=	rivet
rivier	noun	een natuurlijke waterstroom
rivier-erwtenmossel	noun	een in zoet water levende tweekleppige schelpensoort Pisidium amnicum uit de familie Sphaeriidae.
rivier-erwtenmossels	=	rivier-erwtenmossel
rivier-erwtenmosseltje	=	rivier-erwtenmossel
rivier-erwtenmosseltjes	=	rivier-erwtenmossel
rivier-gifoogdaas	noun	Atylotus rusticus een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
rivier-gifoogdaasje	=	rivier-gifoogdaas
rivier-gifoogdaasjes	=	rivier-gifoogdaas
rivier-gifoogdazen	=	rivier-gifoogdaas
rivieraal	noun	paling die zich in een waterloop ophoudt
rivieraaltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort nematode, Rhabditoides fluviatilis
rivieraaltjes	=	rivieraal
rivieralen	=	rivieraal
rivierarm	noun	tak van een rivier die zijn water uit de hoofdrivier ontvangt
rivierarmen	=	rivierarm
rivierarmpje	=	rivierarm
rivierarmpjes	=	rivierarm
rivierbed	noun	de uitholling in het landschap waardoor bij voldoende aanwezigheid van water een rivier stroomt
rivierbedden	=	rivierbed
rivierbedding	noun	een laagte die door een rivier is uitgesleten en waar de rivier in stroomt
rivierbeddingen	=	rivierbedding
rivierbeddinkje	=	rivierbedding
rivierbeddinkjes	=	rivierbedding
rivierbedje	=	rivierbed
rivierbedjes	=	rivierbed
rivierbodem	noun	grond waarover het water van de rivier stroomt
rivierbodemkruiper	noun	Uncinais uncinata een ringworm uit de familie van de Naididae.
rivierbodemkruipers	=	rivierbodemkruiper
rivierbodemkruipertje	=	rivierbodemkruiper
rivierbodemkruipertjes	=	rivierbodemkruiper
rivierbodems	=	rivierbodem
rivierbodemwantsen	noun	een familie Aphelocheiridae van wantsen.
rivierdal	noun	de laagte waarin een rivier stroomt
rivierdalen	=	rivierdal
rivierdalletje	=	rivierdal
rivierdalletjes	=	rivierdal
rivierdolfijn	noun	zoogdier uit de superfamilie Platanistoidea van dolfijnen
rivierdolfijnen	noun	een superfamilie Platanistoidea van dolfijnen
rivierdolfijntje	=	rivierdolfijn
rivierdolfijntjes	=	rivierdolfijn
rivierdonderpad	noun	Cottus perifretum een gewervelde vis.
rivierdonderpadden	=	rivierdonderpad
rivierdonderpadje	=	rivierdonderpad
rivierdonderpadjes	=	rivierdonderpad
rivierdubbeltandmos	noun	Didymodon nicholsonii een mossoort in de kleimosfamilie (Pottiaceae).
rivierdubbeltandmosje	=	rivierdubbeltandmos
rivierdubbeltandmosjes	=	rivierdubbeltandmos
rivierdubbeltandmossen	=	rivierdubbeltandmos
rivierduinzegge	noun	Carex ligerica een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
rivierduinzeggen	=	rivierduinzegge
rivierduinzeggetje	=	rivierduinzegge
rivierduinzeggetjes	=	rivierduinzegge
rivieren	=	rivier
rivierengebied	noun	deel van een land waar veel of grote rivieren stromen
rivierengebieden	=	rivierengebied
rivierengebiedje	=	rivierengebied
rivierengebiedjes	=	rivierengebied
rivierenland	noun	gebied waardoorheen een aantal rivieren stromen
rivierenlanden	=	rivierenland
rivierenlandschap	noun	landschap dat gekenmert wordt door de aanwezigheid van (grote) rivieren
rivierenlandschapje	=	rivierenlandschap
rivierenlandschapjes	=	rivierenlandschap
rivierenlandschappen	=	rivierenlandschap
riviererwtenmossel	noun	Pisidium amnicum een in zoet water levende tweekleppige schelpensoort uit de familie Sphaeriidae
riviererwtenmossels	=	riviererwtenmossel
riviererwtenmosseltje	=	riviererwtenmossel
riviererwtenmosseltjes	=	riviererwtenmossel
rivierfluweelloper	noun	Chlaenius tibialis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rivierfluweellopers	=	rivierfluweelloper
rivierfluweellopertje	=	rivierfluweelloper
rivierfluweellopertjes	=	rivierfluweelloper
rivierfonteinkruid	noun	Potamogeton nodosus een overblijvende, ondergedoken waterplant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae)
rivierfonteinkruiden	=	rivierfonteinkruid
riviergebied	noun	deel van een land waar veel of grote rivieren stromen
riviergebieden	=	riviergebied
riviergebiedje	=	riviergebied
riviergebiedjes	=	riviergebied
riviergraver	noun	iemand die diamanten wint uit de bodem langs stromend water
riviergravers	=	riviergraver
riviergravertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort tor, Dyschirius neresheimeri uit de familie van de loopkevers (Carabidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1915 gepubliceerd door Hans Wagner.
riviergravertjes	=	riviergravertje
riviergrondel	noun	bepaald soort slanke eetbare Euraziatisch zoetwatervis, Gobio gobio uit de karperachtigen, die tot 20 cm lang wordt; een bodembewoner met een baarddraad in elke mondhoek
riviergrondels	noun	een familie Rhyacichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
riviergrondeltje	=	riviergrondel
riviergrondeltjes	=	riviergrondel
rivierhoornschaal	noun	Sphaerium rivicola een zoetwater tweekleppigensoort uit de familie van de Sphaeriidae.
rivierhoornschaaltje	=	rivierhoornschaal
rivierhoornschaaltjes	=	rivierhoornschaal
rivierhoornschalen	=	rivierhoornschaal
rivierklei	noun	grondsoort die door rivieren in de uiterwaarden is afgezet en zeer geschikt is voor het maken van baksteen
rivierkleien	=	rivierklei
rivierkleipissebedje	noun	Trichoniscoides helveticus een pissebed uit de familie Trichoniscidae.
rivierkleipissebedjes	=	rivierkleipissebedje
rivierkreeft	noun	een soort kreeft die in riviertjes leeft
rivierkreeften	noun	een groep van kreeftachtigen, bestaande uit twee superfamilies en drie families.
rivierkreeftje	=	rivierkreeft
rivierkreeftjes	=	rivierkreeft
rivierkruiskruid	noun	Senecio sarracenicus een 90-150 cm hoge, overblijvende, kruidachtige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
rivierkwelderloper	noun	Dicheirotrichus rufithorax een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rivierkwelderlopers	=	rivierkwelderloper
rivierkwelderlopertje	=	rivierkwelderloper
rivierkwelderlopertjes	=	rivierkwelderloper
rivierlandschap	noun	landschap dat gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van (grote) rivieren
rivierlandschapje	=	rivierlandschap
rivierlandschapjes	=	rivierlandschap
rivierlandschappen	=	rivierlandschap
riviermonding	noun	De monding van een rivier of andere waterstroom is de plaats waar die stroom in zee, een meer of een andere rivier uitmondt, en daar eindigt.
riviermondingen	=	riviermonding
riviermondinkje	=	riviermonding
riviermondinkjes	=	riviermonding
riviermoortiran	noun	Knipolegus orenocensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
riviermoortirannen	=	riviermoortiran
riviermoortirannetje	=	riviermoortiran
riviermoortirannetjes	=	riviermoortiran
riviermos	noun	Dialytrichia mucronata een mossoort uit de kleimosfamilie (Pottiaceae) die voorkomt voor op steen en schors.
riviermosje	=	riviermos
riviermosjes	=	riviermos
riviermossen	=	riviermos
rivieroever	noun	de overgang van water en land aan de zijkant van een rivier
rivieroevers	=	rivieroever
rivierotter	noun	bepaald soort zoogdier, Lontra canadensis uit de familie der marterachtigen (Mustelidae), die goed kan zwemmen
rivierotters	=	rivierotter
rivierottertje	=	rivierotter
rivierottertjes	=	rivierotter
rivierparelmossel	noun	Pseudunio auricularia een zoetwatermossel
rivierparelmossels	=	rivierparelmossel
rivierparelmosseltje	=	rivierparelmossel
rivierparelmosseltjes	=	rivierparelmossel
rivierpolitie	noun	politie die de orde handhaaft op en rond de binnenwateren
rivierpriemkever	noun	Bembidion fluviatile een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rivierpriemkevers	=	rivierpriemkever
rivierpriemkevertje	=	rivierpriemkever
rivierpriemkevertjes	=	rivierpriemkever
rivierprik	noun	Lampetra fluviatilis een vissoort uit de familie Petromyzontidae.Deze soort prik werd in 1758 door Carl Linnaeus als Petromyzon fluviatilis beschreven.
rivierprikje	=	rivierprik
rivierprikjes	=	rivierprik
rivierprikken	=	rivierprik
rivierprinia	noun	Prinia fluviatilis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
rivierprinia's	=	rivierprinia
rivierpriniaatje	=	rivierprinia
rivierpriniaatjes	=	rivierprinia
rivierrombout	noun	Stylurus flavipes een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de rombouten (Gomphidae).
rivierrombouten	noun	Stylurus een geslacht van echte libellen uit de familie van de rombouten (Gomphidae)
rivierromboutje	=	rivierrombout
rivierromboutjes	=	rivierrombout
rivierroodstaart	noun	Phoenicurus leucocephalus een zangvogel uit de familie Muscicapidae
rivierroodstaarten	=	rivierroodstaart
rivierroodstaartje	=	rivierroodstaart
rivierroodstaartjes	=	rivierroodstaart
rivierschriftmos	noun	Alyxoria culmigena een korstmossoort uit de familie Lecanographaceae.
rivierschriftmosje	=	rivierschriftmos
rivierschriftmosjes	=	rivierschriftmos
rivierschriftmossen	=	rivierschriftmos
rivierslingerworm	noun	Isochaetides michaelseni een ringworm uit de familie van de Naididae.
rivierslingerwormen	=	rivierslingerworm
rivierslingerwormpje	=	rivierslingerworm
rivierslingerwormpjes	=	rivierslingerworm
riviersnelloper	noun	Agonum micans een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
riviersnellopers	=	riviersnelloper
riviersnellopertje	=	riviersnelloper
riviersnellopertjes	=	riviersnelloper
riviersteen	noun	stuk rots die door stromend water is meegevoerd en daarbij geleidelijk meer ronde vormen heeft gekregen
riviersteentje	=	riviersteen
riviersteentjes	=	riviersteen
rivierstenen	=	riviersteen
rivierstern	noun	Sterna aurantia een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
riviersternen	=	rivierstern
riviersterns	=	rivierstern
riviersterntje	=	rivierstern
riviersterntjes	=	rivierstern
riviersterretje	noun	Syntrichia latifolia een bladmos behorend tot de familie Pottiaceae.
riviersterretjes	=	riviersterretje
rivierstroomwormpje	noun	Nais behningi een ringworm uit de familie van de Naididae.
rivierstroomwormpjes	=	rivierstroomwormpje
rivierstruisriet	noun	Calamagrostis pseudophragmites een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie.
rivierstruisrieten	=	rivierstruisriet
rivierstruisrietje	=	rivierstruisriet
rivierstruisrietjes	=	rivierstruisriet
riviertachuri	noun	Serpophaga hypoleuca een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
riviertachuri's	=	riviertachuri
riviertachurietje	=	riviertachuri
riviertachurietjes	=	riviertachuri
riviertandzaad	noun	Bidens radiata een eenjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
riviertandzaadje	=	riviertandzaad
riviertandzaadjes	=	riviertandzaad
riviertandzaden	=	riviertandzaad
riviertje	=	rivier
riviertjes	=	rivier
rivierverlegging	noun	de verplaatsing van een rivier naar een andere plek
rivierverleggingen	=	rivierverlegging
riviervis	noun	een in de rivier levende vis
riviervisje	=	riviervis
riviervisjes	=	riviervis
riviervissen	=	riviervis
rivierwater	noun	Water dat door een rivier stroomt.
rivierwateren	=	rivierwater
rivierwaters	=	rivierwater
rivm	noun	Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; een kennis- en onderzoeksinstituut in Nederland, gericht op de bevordering van de volksgezondheid en een gezond en veilig leefmilieu
rix	=	riks
riyal	noun	munteenheid van, of de vroegere munteenheid van Iran, Jemen, Oman, Qatar, en Saoedi-Arabië
riyals	=	riyal
rizofoor	noun	luchtwortelboom
rizoforen	=	rizofoor
rizomen	=	rizoom
rizoom	noun	wortelstok
rizosfeer	noun	gedeelte van de bodem waarin het ecosysteem onder invloed van plantenwortels staat
rna	noun	afkorting van ribo nucleic acid (ribonucleïnezuur), een hoogmoleculaire verbinding die de genetische code kan dragen en/of als katalysator op kan treden
roadblock	noun	tijdelijke afsluiting van een weg als veiligheidsmaatregel
roadblocks	=	roadblock
roadie	noun	een niet-artistieke helper van een artiest of band die op tournee is
roadies	=	roadie
roadmovie	noun	een filmgenre waarin de hoofdpersonen een reis maken en vaak ook een belangrijke levensles leren
roadmovies	=	roadmovie
roadshow	noun	een optreden dat op verschillende plaatsen in het land wordt gegeven door mensen die het hele land doortrekken
roadshows	=	roadshow
roadster	noun	Noord-Amerikaanse benaming voor een type auto met twee zitplaatsen zonder een permanent dak en oorspronkelijk ook zonder zijramen
roadsters	=	roadster
roadtrip	noun	een reis met een auto of motorfiets waarbij het rijden zelf het doel van de reis is
roadtrips	=	roadtrip
roam	=	roamen
roamde	=	roamen
roamden	=	roamen
roame	=	roamen
roamen	verb	gebruikmaken van het mobiele netwerk van een aanbieder waar men geen abonnement bij heeft
roamend	=	roamen
roamende	=	roamen
roaming	noun	een algemene term in de draadloze telecommunicatie waarbij een bepaalde dienst wordt voortgezet hoewel de gebruiker zich niet in het netwerk bevindt waarin deze geregistreerd staat
roamingkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als men belt via een ander netwerk dan het netwerk waarbij men een abonnement heeft==== Gangbaarheid ====
roamingkosten	noun	geld dat men moet betalen als men belt via een ander netwerk dan het netwerk waarbij men een abonnement heeft
roamt	=	roamen
roanantiloopje	=	roanantilope
roanantiloopjes	=	roanantilope
roanantilope	noun	Hippotragus equinus De Roanantilope (Hippotragus equinus), ook wel paardantilope of basterdgemsbok genoemd, is een Afrikaanse antilopesoort uit de onderfamilie der paardantilopen (Hippotraginae).
roanantilopen	=	roanantilope
roanantilopes	=	roanantilope
roastbeef	noun	geroosterd of gebraden rundvlees.
roasten	verb	een bekend persoon publiekelijk bekritiseren; iemand op een humoristische manier belachelijk maken
roastend	=	roasten
roastte	=	roasten
roatan-agoeti	noun	Dasyprocta ruatanica knaagdier uit de familie van de agoeti's en acouchy's (Dasyproctidae).
roatan-agoeti's	=	roatan-agoeti
roatan-agoetietje	=	roatan-agoeti
roatan-agoetietjes	=	roatan-agoeti
rob	noun	benaming voor zoogdieren uit de familie zeehonden (Phocidae)
robbedoes	noun	wilde, onbesuisde man of jongen
robbedoezen	=	robbedoes
robbeken	=	rob
robben	=	rob
robbenjacht	noun	achtervolging van zeehonden, Phocidae om ze te doden voor hun vacht of vlees
robbenjachten	=	robbenjacht
robber	noun	reeks, meestal 3, bridgepartijen
robbers	=	robber
robbertje	=	robber
robbertjes	=	robber
robbertskruid	=	robertskruid
robbetje	=	rob
robbetjes	=	rob
robe	noun	een statig, lichaamsbedekkend kledingstuk dat voornamelijk gedragen wordt bij plechtige gelegenheden
roben	=	robe
robertskruid	noun	Geranium robertianum een plant uit de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae).
robertskruiden	=	robertskruid
robertskruidje	=	robertskruid
robertskruidjes	=	robertskruid
robertskruidkraterbultje	noun	Coleroa robertiani een schimmel behorend tot de familie Venturiaceae.
robertskruidkraterbultjes	=	robertskruidkraterbultje
robes	=	robe
robetje	=	robe
robijn	noun	rode edelsteen
robijnen	adj	met robijnen vervaardigd
robijnkeelkolibrie	noun	Archilochus colubris een vogel uit de familie van de kolibries (Trochilidae).
robijnkeelkolibries	=	robijnkeelkolibrie
robijnkeelkolibrietje	=	robijnkeelkolibrie
robijnkeelkolibrietjes	=	robijnkeelkolibrie
robijnkeeltangare	noun	Nemosia rourei een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
robijnkeeltangaren	=	robijnkeeltangare
robijnkeeltangaretje	=	robijnkeeltangare
robijnkeeltangaretjes	=	robijnkeeltangare
robijnrode	=	robijnrood
robijnroden	=	robijnrood
robijnroder	=	robijnrood
robijnrodere	=	robijnrood
robijnroders	=	robijnrood
robijnrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3003 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3003 ( ).
robijnroods	=	robijnrood
robijnroodst	=	robijnrood
robijnroodste	=	robijnrood
robijnspecht	noun	Blythipicus rubiginosus een vogelsoort uit de familie van de spechten die voorkomt in de Indische Archipel
robijnspechten	=	robijnspecht
robijnspechtje	=	robijnspecht
robijnspechtjes	=	robijnspecht
robijntje	=	robijn
robijntjes	=	robijn
robinhoodheffing	noun	een voorgestelde financiële transactietaks (FTT).
robinhoodheffingen	=	robinhoodheffing
robinhoodheffinkje	=	robinhoodheffing
robinhoodheffinkjes	=	robinhoodheffing
robinia	noun	een geslacht Robinia van planten uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
robinia's	=	robinia
robinia-uitbreekkogeltje	noun	Diaporthe oncostoma een schimmel in de familie Diaporthaceae.
robinia-uitbreekkogeltjes	=	robinia-uitbreekkogeltje
robiniaatje	=	robinia
robiniabladwesp	noun	Nematus tibialis een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
robiniabladwespen	=	robiniabladwesp
robiniabladwespje	=	robiniabladwesp
robiniabladwespjes	=	robiniabladwesp
robiniagalmug	noun	Obolodiplosis robiniae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
robiniagalmuggen	=	robiniagalmug
robiniagalmugje	=	robiniagalmug
robiniagalmugjes	=	robiniagalmug
robinsonade	noun	imaginair reisverhaal met als hoofdthema onvrijwillige sociale isolering, in het bijzonder na een schipbreuk op een eiland
robinsonaden	=	robinsonade
robinsonades	=	robinsonade
robinsonadetje	=	robinsonade
robinsonadetjes	=	robinsonade
robinsonbuisneusvleerhond	noun	Nyctimene robinsoni een vleermuis uit het geslacht Nyctimene die voorkomt langs de oostkust van Australië, van de eilanden in de Straat Torres tot Lismore in Nieuw-Zuid-Wales.
robinsonbuisneusvleerhonden	=	robinsonbuisneusvleerhond
robinsonbuisneusvleerhondje	=	robinsonbuisneusvleerhond
robinsonbuisneusvleerhondjes	=	robinsonbuisneusvleerhond
robje	=	rob
robjes	=	rob
robocup	noun	wedstrijd voor robots
robocups	=	robocup
robot	noun	machine die beschikt over een stoffelijke vorm ('lichaam') en een beslissingsmodel (programma)
robotachtig	adj	als een machine doet
robotachtige	=	robotachtig
robotachtiger	=	robotachtig
robotachtigere	=	robotachtig
robotachtigers	=	robotachtig
robotachtigs	=	robotachtig
robotachtigst	=	robotachtig
robotachtigste	=	robotachtig
robotarm	noun	mechanische manipulator met vergelijkbare functionaliteit als een menselijke arm
robotarmen	=	robotarm
robotarmpje	=	robotarm
robotarmpjes	=	robotarm
robotauto	noun	een zelfrijdende auto die geen bestuurder meer nodig heeft
robotauto's	=	robotauto
robotautootje	=	robotauto
robotautootjes	=	robotauto
robotfoto	noun	aan de hand van enkele gegevens geconstrueerde afbeelding van een persoon die moet worden opgespoord
robotfoto's	=	robotfoto
robotfotootje	=	robotfoto
robotfotootjes	=	robotfoto
robotgrasmaaier	noun	een robot die automatisch en zelfstandig het gras maait
robotgrasmaaiers	=	robotgrasmaaier
robotgrasmaaiertje	=	robotgrasmaaier
robotgrasmaaiertjes	=	robotgrasmaaier
robothond	noun	machine die gedrag en uiterlijk van een hond nabootst
robothonden	=	robothond
robothondje	=	robothond
robothondjes	=	robothond
robothotel	noun	volledig geautomatiseerd hotel waarin weinig of geen personeel werkzaam is
robothotels	=	robothotel
robothuid	noun	structuur aan de buitenzijde van een robot die functies heeft die overeenkomen met een biologische huid
robothuiden	=	robothuid
robotica	noun	wetenschap die zich bezig houdt met de theoretische studie en bouw van robots
robotiseer	=	robotiseren
robotiseerde	=	robotiseren
robotiseerden	=	robotiseren
robotiseert	=	robotiseren
robotisere	=	robotiseren
robotiseren	verb	mechaniseren met behulp van robots
robotiserend	=	robotiseren
robotiserende	=	robotiseren
robotisering	noun	proces waarbij machines steeds meer zelfstandig complexe producten maken
robotiseringen	=	robotisering
robotje	=	robot
robotjes	=	robot
robotmaaier	noun	een autonome robot die automatisch een gazon of grasveld kan maaien
robotmaaiers	=	robotmaaier
robotmaaiertje	=	robotmaaier
robotmaaiertjes	=	robotmaaier
robots	=	robot
robotstem	noun	automatisch gegenereerde, kunstmatige stem die klinkt alsof deze door een machine of computer is geproduceerd
robotstemmen	=	robotstem
robotstemmetje	=	robotstem
robotstemmetjes	=	robotstem
robotstofzuiger	noun	een huisrobot die automatisch en zelfstandig stof uit een ruimte verwijdert
robotstofzuigers	=	robotstofzuiger
robotstofzuigertje	=	robotstofzuiger
robotstofzuigertjes	=	robotstofzuiger
robotsysteem	noun	industrieel systeem waarin robots het gevaarlijke of eentonige deel van het werk uitvoeren
robotsysteempje	=	robotsysteem
robotsysteempjes	=	robotsysteem
robottekening	noun	aan de hand van enkele gegevens geconstrueerde afbeelding van een persoon die moet worden opgespoord
robottekeningen	=	robottekening
robottekeningetje	=	robottekening
robottekeningetjes	=	robottekening
robotten	=	robot
robottruck	noun	vrachtwagen die op afstand wordt bediend; zelfstandig rijdende vrachtwagen
robottrucks	=	robottruck
robotvalk	noun	drone die op een valk lijkt en op vliegvelden wordt gebruikt om vogels te verjagen die anders het vliegverkeer zouden kunnen verstoren
robotvalken	=	robotvalk
robotvoertuig	noun	een zelfstandig rijdend voertuig
robotvoertuigen	=	robotvoertuig
robotvoertuigje	=	robotvoertuig
robotvoertuigjes	=	robotvoertuig
robotvoetbal	noun	sport waarbij de deelnemers robots besturen die voetballen
robotwedloop	noun	een wedloop waarbij concurrerende landen of bedrijven
robotwedloopje	=	robotwedloop
robotwedloopjes	=	robotwedloop
robotwedlopen	=	robotwedloop
robuust	adj	krachtig, stevig gebouwd
robuuste	=	robuust
robuuster	=	robuust
robuustere	=	robuust
robuusters	=	robuust
robuusts	=	robuust
robuustst	=	robuust
robuustste	=	robuust
rocaille	noun	rotstuin
rocailles	=	rocaille
rocambolesk	adj	spectaculair, maar haast niet te geloven
rocamboleske	=	rocambolesk
rocambolesker	=	rocambolesk
rocamboleskere	=	rocambolesk
rocamboleskers	=	rocambolesk
rocambolesks	=	rocambolesk
rocamboleskst	=	rocambolesk
rocamboleskste	=	rocambolesk
rochade	=	rokade
rocheeren	=	rokeren
rochel	=	rochelen
rochelde	=	rochelen
rochelden	=	rochelen
rochele	=	rochelen
rochelen	verb	hoorbaar slijm in beweging brengen met de adem
rochelend	=	rochelen
rochelende	=	rochelen
rochelt	=	rochelen
rocheren	=	rokeren
rochet	noun	een wit koorhemd tot op de knieën dat voorbehouden is voor bisschoppen, abten en andere prelaten
rochetten	=	rochet
rock	noun	een muziekstijl gekarakteriseerd door een 4/4-maat en gebruik van (vaak elektrische) gitaren
rock-'n-roll	noun	muziekstijl die in de jaren 1950-60 in de Verenigde Staten opkwam, gekenmerkt door elektrische gitaren, een vaste beat en op jongeren gerichte teksten
rockabilly	noun	soort muziek die een mengeling is van rock-'n-roll en countrymuziek
rockalbum	noun	verzameling van rocknummers
rockalbums	=	rockalbum
rockband	noun	muziekgroep die rockmuziek maakt en meestal bestaat uit een zanger, een gitarist, een basgitarist, een drummer en soms ook een toetsenist
rockbandje	=	rockband
rockbandjes	=	rockband
rockbands	=	rockband
rockchick	noun	vrouw met een stoere uitstraling die zich actief bezighoudt met rock-'n-rollmuziek
rockchicks	=	rockchick
rockconcert	noun	een uitvoering van rockmuziek
rockconcerten	=	rockconcert
rockconcertje	=	rockconcert
rockconcertjes	=	rockconcert
rocke	=	rocken
rocken	verb	rock-'n-roll muziek maken op een podium voor publiek
rockend	=	rocken
rockende	=	rocken
rocker	noun	muzikant die deel uitmaakt van de rock-'n-roll subcultuur
rockers	=	rocker
rockertje	=	rocker
rockertjes	=	rocker
rockfan	noun	liefhebber van rock-'n-roll muziek
rockfans	=	rockfan
rockfestival	noun	muziekfestival waar rockmuziek wordt uitgevoerd op één plaats door verschillende artiesten of bands
rockfestivalletje	=	rockfestival
rockfestivalletjes	=	rockfestival
rockfestivals	=	rockfestival
rockgala	noun	feestelijk concert met rock-'n-rollmuziek
rockgala's	=	rockgala
rockgroep	noun	een groep muziekanten die rock-'n-roll muziek maken
rockgroepen	=	rockgroep
rockgroepje	=	rockgroep
rockgroepjes	=	rockgroep
rockkoning	noun	de meest populaire rock-'n-rollzanger
rockkoningen	=	rockkoning
rockkoninkje	=	rockkoning
rockkoninkjes	=	rockkoning
rockmuziek	noun	een muziekgenre dat traditioneel gekenmerkt wordt door een bezetting van gitaar, basgitaar en drums, aangevuld met zang en/of andere instrumenten
rockmuziekje	=	rockmuziek
rockmuziekjes	=	rockmuziek
rocknummer	noun	een liedje met rockmuziek
rocknummers	=	rocknummer
rocknummertje	=	rocknummer
rocknummertjes	=	rocknummer
rockrally	noun	wedstrijd waarbij het optreden van rockmuzikanten voor publiek wordt beoordeeld
rockrally's	=	rockrally
rockscene	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de productie en verkoop van rock-'n-rollmuziek; de subcultuur van de rock-'n-rollmuziek
rockscenes	=	rockscene
rockster	noun	iemand die beroemd is geworden door rock and roll muziek
rocksterren	=	rockster
rocksterretje	=	rockster
rockt	=	rocken
rockte	=	rocken
rockten	=	rocken
rocky-mountainsprairiehond	noun	Cynomys gunnisoni een zoogdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
rocky-mountainsprairiehonden	=	rocky-mountainsprairiehond
rocky-mountainsprairiehondje	=	rocky-mountainsprairiehond
rocky-mountainsprairiehondjes	=	rocky-mountainsprairiehond
rockymountainwapiti	noun	een ondersoort Cervus canadensis nelsoni van de wapiti, die voorkomt in de Rocky Mountains en aangelegen gebergtes van westelijk Noord-Amerika
rockymountainwapiti's	=	rockymountainwapiti
rockymountainwapitietje	=	rockymountainwapiti
rockymountainwapitietjes	=	rockymountainwapiti
rockzanger	noun	iemand die zingt in een rockband
rockzangeres	noun	vrouw die rocknummers zingt
rockzangeressen	=	rockzangeres
rockzangers	=	rockzanger
rockzangertje	=	rockzanger
rockzangertjes	=	rockzanger
rococo	noun	bouwstijl uit de 18de eeuw met veel krullerige versierselen volgend op de Barok
rococoachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van rococo
rococoachtige	=	rococoachtig
rococoachtiger	=	rococoachtig
rococoachtigere	=	rococoachtig
rococoachtigers	=	rococoachtig
rococoachtigs	=	rococoachtig
rococoachtigst	=	rococoachtig
rococoachtigste	=	rococoachtig
rococostijl	noun	kunst- en bouwstijl in de periode van 1730 - 1780
rococostijlen	=	rococostijl
roddel	noun	kwaadsprekerij, achterklap
roddelaar	noun	iemand (meestal een man) die (veel) roddelt
roddelaars	=	roddelaar
roddelaarster	noun	vrouwelijk persoon die (veel) roddelt
roddelaarsters	=	roddelaarster
roddelaarstertje	=	roddelaarster
roddelaarstertjes	=	roddelaarster
roddelaartje	=	roddelaar
roddelaartjes	=	roddelaar
roddelblaadje	=	roddelblad
roddelblaadjes	=	roddelblad
roddelblad	noun	een tijdschrift waarin over bekende mensen wordt geroddeld
roddelbladen	=	roddelblad
roddelcircuit	noun	groep mensen die roddels over iets of iemand verspreiden
roddelcircuitje	=	roddelcircuit
roddelcircuitjes	=	roddelcircuit
roddelcircuits	=	roddelcircuit
roddelde	=	roddelen
roddelden	=	roddelen
roddele	=	roddelen
roddelen	verb	nare dingen over anderen zeggen in hun afwezigheid
roddelend	=	roddelen
roddelende	=	roddelen
roddeljournalist	noun	verslaggever die werkt voor een boulevardblad
roddeljournalisten	=	roddeljournalist
roddeljournalistiek	noun	leugenachtige, belasterende vorm van journalistiek, een samenraapsel van roddels, ongefundeerde beweringen en halve waarheden
roddelkous	noun	Iemand (vaak een vrouw) die graag en veel roddelt.
roddelkousen	=	roddelkous
roddelkousje	=	roddelkous
roddelkousjes	=	roddelkous
roddelnicht	noun	een homoseksuele man die veel roddelt
roddelnichten	=	roddelnicht
roddelnichtje	=	roddelnicht
roddelnichtjes	=	roddelnicht
roddelpers	noun	dat gedeelte van de media dat aandacht besteedt aan het persoonlijke leven van beroemde personen zoals artiesten en politici
roddelpraat	noun	ongecontroleerde, onware kletspraat
roddelpraatje	=	roddelpraat
roddelpraatjes	=	roddelpraat
roddels	=	roddel
roddelt	=	roddelen
roddeltante	noun	vrouw die vaak en graag kwaadspreekt over anderen
roddeltantes	=	roddeltante
roddeltje	=	roddel
roddeltjes	=	roddel
roddelvlogger	noun	persoon die roddels over beroemde mensen verspreidt via internetfilmpjes
roddelvloggers	=	roddelvlogger
roddelvlogster	noun	vrouw die roddels over beroemde mensen verspreidt via internetfilmpjes
roddelvlogsters	=	roddelvlogster
rode	noun	persoon met rood haar
rode-kamperfoelieboorvlieg	noun	Myoleja lucida een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
rode-kamperfoelieboorvliegen	=	rode-kamperfoelieboorvlieg
rode-kamperfoelieboorvliegje	=	rode-kamperfoelieboorvlieg
rode-kamperfoelieboorvliegjes	=	rode-kamperfoelieboorvlieg
rodebessensaus	noun	frisse, wat zure vloeibare toevoeging aan gerechten, gemaakt uit rode aalbessen, cranberry's of vergelijkbare vruchtjes Zowel bij vleesgerechten als zoete gerechten kunnen rodebessensausen worden geserveerd.
rodebessensausen	=	rodebessensaus
rodedriehoekslak	noun	Triboniophorus graeffei een slakkensoort uit de familie van de Athoracophoridae.
rodedriehoekslakje	=	rodedriehoekslak
rodedriehoekslakjes	=	rodedriehoekslak
rodedriehoekslakken	=	rodedriehoekslak
rodeer	=	roderen
rodeerde	=	roderen
rodeerden	=	roderen
rodeert	=	roderen
rodehond	noun	een infectieziekte waarbij het gehele lichaam met rode plekken en bulten bedekt is
rodekolen	=	rodekool
rodekool	noun	donkerrood sluitkoolgewas Brassica oleracea convar. capitata var. rubra
rodekoolsalade	noun	salade van rodekool
rodekoolsalades	=	rodekoolsalade
rodekooltje	=	rodekool
rodekooltjes	=	rodekool
rodel	=	rodelen
rodelaar	noun	iemand die rodelt (met een slee de helling afstormt)
rodelaars	=	rodelaar
rodelaarster	noun	vrouwelijke vorm van rodelaar
rodelaartje	=	rodelaar
rodelaartjes	=	rodelaar
rodelbaan	noun	een holle, bochtige baan die speciaal is gemaakt om er met een slee vanaf te kunnen glijden
rodelbanen	=	rodelbaan
rodelde	=	rodelen
rodelden	=	rodelen
rodele	=	rodelen
rodelen	verb	op een bepaald soort slede een berghelling afsnellen
rodelend	=	rodelen
rodelende	=	rodelen
rodeloop	noun	dysenterie
rodelt	=	rodelen
roden	=	rood
rodeo	noun	evenement met wedstrijden in het omgaan met paarden en runderen van cowboys
rodeo's	=	rodeo
rodeostier	noun	een machine die de berijder het gevoel geeft op een rodeostier of paard te zitten
rodeostieren	=	rodeostier
roder	=	rood
rodere	=	rood
roderen	verb	voorzichtig rijden met iets en het zo geschikt maken voor gebruik, inrijden
roderend	=	roderen
roderende	=	roderen
roders	=	rood
rodevruchtenbereiding	noun	een culinair product dat bestaat uit een mengsel van rode vruchten (zoals aardbeien, frambozen, bramen, rode bessen, kersen of bosbessen) die op een bepaalde manier zijn verwerkt.
rodevruchtenbereidingen	=	rodevruchtenbereiding
rodevruchtenbereidinkje	=	rodevruchtenbereiding
rodevruchtenbereidinkjes	=	rodevruchtenbereiding
rodezeebarbeel	noun	Parupeneus forsskali een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zeebarbelen (Mullidae).
rodezeebarbeeltje	=	rodezeebarbeel
rodezeebarbeeltjes	=	rodezeebarbeel
rodezeebarbelen	=	rodezeebarbeel
rodezeefuselier	noun	Caesio suevica een straalvinnige vis uit de familie van Caesionidae, orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het westen van de Indische Oceaan
rodezeefuseliers	=	rodezeefuselier
rodezeefuseliertje	=	rodezeefuselier
rodezeefuseliertjes	=	rodezeefuselier
rodezeejuffertje	noun	Dascyllus marginatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van rifbaarzen en koraaljuffertjes (Pomacentridae).
rodezeejuffertjes	=	rodezeejuffertje
rodezeetandbaars	noun	Cephalopholis hemistiktos een straalvinnige vissensoort uit de familie van zaag- of zeebaarzen (Serranidae).
rodezeetandbaarsje	=	rodezeetandbaars
rodezeetandbaarsjes	=	rodezeetandbaars
rodezeetandbaarzen	=	rodezeetandbaars
rodezeewimpelvis	noun	Heniochus intermedius een koraalvlinder, die ook wel rodezeewimpelvis genoemd wordt.
rodezeewimpelvisje	=	rodezeewimpelvis
rodezeewimpelvisjes	=	rodezeewimpelvis
rodezeewimpelvissen	=	rodezeewimpelvis
rodezeewrakbaars	noun	Plectropomus pessuliferus een straalvinnige vissensoort uit de familie van zaag- of zeebaarzen (Serranidae).
rodezeewrakbaarsje	=	rodezeewrakbaars
rodezeewrakbaarsjes	=	rodezeewrakbaars
rodezeewrakbaarzen	=	rodezeewrakbaars
rodineer	=	rodineren
rodineerde	=	rodineren
rodineerden	=	rodineren
rodineert	=	rodineren
rodinere	=	rodineren
rodineren	verb	metaal (zoals bijvoorbeeld goud) met een dunne laag rodium bedekken
rodinerend	=	rodineren
rodinerende	=	rodineren
rodium	noun	chemisch element met symbool Rh en atoomnummer 45. Het is een zilverwit overgangsmetaal
rodiumatomen	=	rodiumatoom
rodiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element rodium.
rodiumatoompje	=	rodiumatoom
rodiumatoompjes	=	rodiumatoom
rododendron	noun	een geslacht Rhododendron van 600 tot 1000 planten (afhankelijk van de taxonomische opvatting) in de heidefamilie (Ericaceae).
rododendroncicade	noun	Graphocephala fennahi een cicade uit de familie van de dwergcicaden (Cicadellidae)
rododendroncicades	=	rododendroncicade
rododendroncicadetje	=	rododendroncicade
rododendroncicadetjes	=	rododendroncicade
rododendronnetje	=	rododendron
rododendronnetwants	noun	Stephanitis rhododendri een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
rododendronnetwantsen	=	rododendronnetwants
rododendronnetwantsje	=	rododendronnetwants
rododendronnetwantsjes	=	rododendronnetwants
rododendrons	=	rododendron
rodopsine	noun	rode kleurstof in de staafjes van het netvlies die een rol spelen in de waarneming van licht en donker
rodopsinen	=	rodopsine
rodopsines	=	rodopsine
rodriguesduif	noun	Nesoenas rodericanus een uitgestorven vogel uit de familie Columbidae.
rodriguesduifje	=	rodriguesduif
rodriguesduifjes	=	rodriguesduif
rodriguesduiven	=	rodriguesduif
rodrigueskwak	noun	Nycticorax megacephalus een uitgestorven vogel uit de reigerfamilie.
rodrigueskwakje	=	rodrigueskwak
rodrigueskwakjes	=	rodrigueskwak
rodrigueskwakken	=	rodrigueskwak
rodriguespapegaai	noun	Necropsittacus rodricanus een recent uitgestorven vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
rodriguespapegaaien	=	rodriguespapegaai
rodriguespapegaaitje	=	rodriguespapegaai
rodriguespapegaaitjes	=	rodriguespapegaai
rodriguesral	noun	Erythromachus leguati een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae)
rodriguesrallen	=	rodriguesral
rodriguesralletje	=	rodriguesral
rodriguesralletjes	=	rodriguesral
rodriguesrietzanger	noun	Acrocephalus rodericanus een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
rodriguesrietzangers	=	rodriguesrietzanger
rodriguesrietzangertje	=	rodriguesrietzanger
rodriguesrietzangertjes	=	rodriguesrietzanger
rodriguessolitaire	noun	Pezophaps solitaria een uitgestorven loopvogel die uitsluitend voorkwam op het eiland Rodrigues.
rodriguessolitaires	=	rodriguessolitaire
rodriguessolitairetje	=	rodriguessolitaire
rodriguessolitairetjes	=	rodriguessolitaire
rodriguesspreeuw	noun	Necropsar rodericanus een uitgestorven zangvogel uit de familie Sturnidae (spreeuwen)
rodriguesspreeuwen	=	rodriguesspreeuw
rodriguesspreeuwtje	=	rodriguesspreeuw
rodriguesspreeuwtjes	=	rodriguesspreeuw
rodriguesuil	noun	Otus murivorus een uitgestorven vogel uit de familie uilen (Strigidae)
rodriguesuilen	=	rodriguesuil
rodriguesuiltje	=	rodriguesuil
rodriguesuiltjes	=	rodriguesuil
rodriguesvleerhond	noun	Pteropus rodricensis een vleermuis uit het geslacht Pteropus
rodriguesvleerhonden	=	rodriguesvleerhond
rodriguesvleerhondje	=	rodriguesvleerhond
rodriguesvleerhondjes	=	rodriguesvleerhond
rodrigueswever	noun	Foudia flavicans een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
rodrigueswevers	=	rodrigueswever
rodrigueswevertje	=	rodrigueswever
rodrigueswevertjes	=	rodrigueswever
roe	noun	bundel takken waarmee geslagen kan worden
roeach	noun	geest
roebel	noun	naam voor verschillende munteenheden in Rusland en Wit-Rusland
roebelcrises	=	roebelcrisis
roebelcrisis	noun	crisis doordat de koers van de roebel instort o.a. in 1998
roebelcrisissen	=	roebelcrisis
roebels	=	roebel
roebeltje	=	roebel
roebeltjes	=	roebel
roechot	=	roeach
roede	noun	bundel takken waarmee geslagen kan worden
roedel	noun	een groep honden, wolven, herten of ook gemzen waar een sterke hiërarchie heerst
roedels	=	roedel
roedeltje	=	roedel
roedeltjes	=	roedel
roeden	=	roede
roedes	=	roede
roedetje	=	roede
roedetjes	=	roede
roedevormig	adj	vorm van een roede hebbend
roedevormige	=	roedevormig
roedevormiger	=	roedevormig
roedevormigere	=	roedevormig
roedevormigers	=	roedevormig
roedevormigs	=	roedevormig
roedevormigst	=	roedevormig
roedevormigste	=	roedevormig
roef	noun	overdekt deel van een binnenvaartschip waar de schipper en zijn gezin kunnen wonen	intj	geeft aan dat iets in een snelle beweging wordt gedaan of opeens gebeurt
roefdek	noun	dak van de kajuit van een schip
roefdekje	=	roefdek
roefdekjes	=	roefdek
roefdekken	=	roefdek
roefel	=	roefelen
roefeldag	noun	een dag waarop kinderen van de basisschool bij bedrijven, verenigingen, instellingen of winkels een kijkje achter de schermen gaan nemen
roefeldagen	=	roefeldag
roefelde	=	roefelen
roefelden	=	roefelen
roefele	=	roefelen
roefelen	verb	rommelen
roefelend	=	roefelen
roefelende	=	roefelen
roefelt	=	roefelen
roefje	=	roef
roefjes	=	roef
roefroef	adv	snel, maar weinig zorgvuldig
roei	=	roeien
roei-ergometer	noun	een fitnesstoestel dat roeien nabootst
roei-ergometers	=	roei-ergometer
roei-ergometertje	=	roei-ergometer
roei-ergometertjes	=	roei-ergometer
roeiapparaat	noun	fitnessapparaat waarmee je roeibewegingen kunt maken zonder in een boot te zijn en zonder op het water te zijn
roeiapparaatje	=	roeiapparaat
roeiapparaatjes	=	roeiapparaat
roeiapparaten	=	roeiapparaat
roeibaan	noun	een water waar men roeiwedstrijden kan houden
roeibanen	=	roeibaan
roeibank	noun	dwarsscheepse houten plank waarop een of twee roeiers zitten tijdens het roeien van een roeiboot
roeibanken	=	roeibank
roeibankje	=	roeibank
roeibankjes	=	roeibank
roeibeweging	noun	is een cyclische fysieke beweging die in de roeisport of op een roeiapparaat (ergometer) wordt gebruikt.
roeibewegingen	=	roeibeweging
roeibeweginkje	=	roeibeweging
roeibeweginkjes	=	roeibeweging
roeibond	noun	vereniging van roeiclubs
roeibonden	=	roeibond
roeiboot	noun	een boot die voortbewogen wordt door middel van roeiriemen
roeibootje	=	roeiboot
roeibootjes	=	roeiboot
roeiboten	=	roeiboot
roeiclub	noun	een sportvereniging waarin men de roeisport kan beoefenen
roeiclubje	=	roeiclub
roeiclubjes	=	roeiclub
roeiclubs	=	roeiclub
roeicoach	noun	iemand de (wedstrijd)roeiers traint en begeleidt
roeicoaches	=	roeicoach
roeide	=	roeien
roeiden	=	roeien
roeidol	noun	pin waaromheen een roeispaan tijdens het roeien draait
roeidollen	=	roeidol
roeie	=	roeien
roeien	verb	zich met behulp van roeispanen in een boot ergens begeven
roeiend	=	roeien
roeiende	=	roeien
roeier	noun	iemand die roeit
roeiers	=	roeier
roeiertje	=	roeier
roeiertjes	=	roeier
roeifiets	noun	fiets die niet wordt aangedreven door een ronddraaiende beweging van de benen, maar door een beweging die zeer veel lijkt op roeien
roeifietsen	=	roeifiets
roeifietsje	=	roeifiets
roeifietsjes	=	roeifiets
roeiklamp	noun	klem waarmee men een roeiriem aan een roeiboot vastmaakt
roeiklampen	=	roeiklamp
roeimachientje	=	roeimachine
roeimachine	noun	een machine die wordt gebruikt voor de simulatie van de actie van waterkracht - roeien, als oefening of als opleiding voor het roeien
roeimachines	=	roeimachine
roeipen	noun	pin waardoor een roeiriem verbonden is met de roeiboot
roeipennen	=	roeipen
roeipotig	adj	zwemvliezen tussen de tenen van de poten hebbend
roeipotige	noun	benaming voor een vogel uit de orde Pelecaniformes
roeipotigen	noun	een orde Pelecaniformes die 5 families met samen 118 soorten watervogels met zwemvliezen aan hun poten omvat
roeipotiger	=	roeipotig
roeipotigere	=	roeipotig
roeipotigers	=	roeipotig
roeipotigs	=	roeipotig
roeipotigst	=	roeipotig
roeipotigste	=	roeipotig
roeiriem	noun	lange ronde stok met verbreed uiteinde dat de roeier gebruikt om een roeiboot voort te bewegen
roeiriemen	=	roeiriem
roeiriempje	=	roeiriem
roeiriempjes	=	roeiriem
roeispaan	noun	gereedschap bestaande uit een blad met steel om een vaartuig voort te roeien
roeispaantje	=	roeispaan
roeispaantjes	=	roeispaan
roeispanen	=	roeispaan
roeisport	noun	varen in een roeiboot als sport
roeisporten	=	roeisport
roeister	noun	een vrouw die de roeisport als sport beoefend
roeisters	=	roeister
roeistertje	=	roeister
roeistertjes	=	roeister
roeistrop	noun	oog dat om de roeispaan wordt geslagen en die vervolgens over de roeidol wordt gelegd
roeistroppen	=	roeistrop
roeit	=	roeien
roeitechniek	noun	de manier waarop men met de roeiriemen roeit
roeitechnieken	=	roeitechniek
roeitrainer	noun	een fitnesstoestel dat roeien nabootst
roeitrainers	=	roeitrainer
roeitrainertje	=	roeitrainer
roeitrainertjes	=	roeitrainer
roeivereniging	noun	sportvereniging waar de roeisport beoefend wordt
roeiverenigingen	=	roeivereniging
roeiverenigingetje	=	roeivereniging
roeiverenigingetjes	=	roeivereniging
roeiwedstrijd	noun	snelheidswedstrijd voor roeiers in roeiboten
roeiwedstrijden	=	roeiwedstrijd
roeiwedstrijdje	=	roeiwedstrijd
roeiwedstrijdjes	=	roeiwedstrijd
roek	noun	bepaalde soort kraaiachtige vogel, Corvus frugilegus
roekeloos	adj	overmoedig, zonder zorg over de gevolgen of het gevaar van een handeling
roekeloosheden	=	roekeloosheid
roekeloosheid	noun	het roekeloos zijn
roekeloosheidje	=	roekeloosheid
roekeloosheidjes	=	roekeloosheid
roekeloost	=	roekeloos
roekelooste	=	roekeloos
roekeloze	=	roekeloos
roekelozer	=	roekeloos
roekelozere	=	roekeloos
roekelozers	=	roekeloos
roeken	=	roek
roekje	=	roek
roekjes	=	roek
roekoe	=	roekoeën
roekoede	=	roekoeën
roekoeden	=	roekoeën
roekoek	=	roekoeken
roekoeke	=	roekoeken
roekoeken	verb	geluid produceren dat lijkt op het koeren van duiven
roekoekend	=	roekoeken
roekoekende	=	roekoeken
roekoekt	=	roekoeken
roekoekte	=	roekoeken
roekoekten	=	roekoeken
roekoet	=	roekoeën
roekoeë	=	roekoeën
roekoeën	verb	het geluid van een duif voortbrengen
roekoeënd	=	roekoeën
roekoeënde	=	roekoeën
roelroel	noun	Rollulus rouloul een vogel uit de familie der fazantachtigen
roelroels	=	roelroel
roelroeltje	=	roelroel
roelroeltjes	=	roelroel
roem	noun	eer, vermaardheid
roemde	=	roemen
roemden	=	roemen
roeme	=	roemen
roemeen	noun	een inwoner van Roemenië, of iemand afkomstig uit Roemenië
roemeens	adj	betreffende Roemenië of het Roemeens
roemeense	noun	een inwoonster van Roemenië, of een vrouw afkomstig uit Roemenië
roemeensen	=	roemeense
roemeenser	=	roemeens
roemeensere	=	roemeens
roemeensers	=	roemeens
roemeenst	=	roemeens
roemeenstalig	adj	de Roemeense taal sprekend
roemeenstalige	=	roemeenstalig
roemeenstaligs	=	roemeenstalig
roemeenste	=	roemeens
roemeentje	=	roemeen
roemeentjes	=	roemeen
roemen	verb	met lovende woorden spreken over iets of iemand
roemend	=	roemen
roemende	=	roemen
roemenen	=	roemeen
roemer	noun	groot wijnglas met een bolle kelk en een dikke, holle stam die van noppen is voorzien
roemers	=	roemer
roemertje	=	roemer
roemertjes	=	roemer
roemloos	adj	zonder roem
roemloost	=	roemloos
roemlooste	=	roemloos
roemloze	=	roemloos
roemlozer	=	roemloos
roemlozere	=	roemloos
roemlozers	=	roemloos
roemrijk	adj	met bij veel mensen veel verdiende eer
roemrijke	=	roemrijk
roemrijker	=	roemrijk
roemrijkere	=	roemrijk
roemrijkers	=	roemrijk
roemrijks	=	roemrijk
roemrijkst	=	roemrijk
roemrijkste	=	roemrijk
roemrucht	adj	beroemd maar vaak niet alleen maar in positieve zin (combinatie van beroemd en berucht)
roemruchte	=	roemrucht
roemruchter	=	roemrucht
roemruchtere	=	roemrucht
roemruchters	=	roemrucht
roemruchtig	adj	beroemd vaak in de niet al te gunstige zin van het woord
roemruchtige	=	roemruchtig
roemruchtiger	=	roemruchtig
roemruchtigere	=	roemruchtig
roemruchtigers	=	roemruchtig
roemruchtigs	=	roemruchtig
roemruchtigst	=	roemruchtig
roemruchtigste	=	roemruchtig
roemruchts	=	roemrucht
roemruchtst	=	roemrucht
roemruchtste	=	roemrucht
roemt	=	roemen
roemvol	adj	met veel roem
roemvolle	=	roemvol
roemvoller	=	roemvol
roemvollere	=	roemvol
roemvollers	=	roemvol
roemvols	=	roemvol
roemvolst	=	roemvol
roemvolste	=	roemvol
roentgenium	noun	Alternatieve spellingsvorm van röntgenium.
roentgeniumatomen	=	roentgeniumatoom
roentgeniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element roentgenium.
roentgeniumatoompje	=	roentgeniumatoom
roentgeniumatoompjes	=	roentgeniumatoom
roep	noun	een vrij harde klank geproduceerd met stemgeluid
roepe	=	roepen
roepen	verb	met verheffing van stem de aandacht van iemand trachten te verkrijgen
roepend	adj	een luid geluid makend
roepende	=	roepen
roepender	=	roepend
roependere	=	roepend
roependers	=	roepend
roepends	=	roepend
roependst	=	roepend
roependste	=	roepend
roeper	noun	iemand die roept bijv. een afslager
roepers	=	roeper
roepertje	=	roeper
roepertjes	=	roeper
roepia	noun	munteenheid officieel bekend als Indonesische roepia en die alleen daarom uniek naar Indonesië verwijst omdat de naam 'roepia' bij geen enkele andere valuta in de wereld gebruikt wordt
roepia's	=	roepia
roepiah	=	roepia
roepie	noun	benaming voor verschillende munteenheden in India, Mauritius, Nepal, Pakistan, Seychellen en Sri Lanka
roepies	=	roepie
roeping	noun	een taak waarvoor een persoon zich verplicht voelt, vaak met religieuze invloed
roepingen	=	roeping
roepinkje	=	roeping
roepinkjes	=	roeping
roepje	=	roep
roepjes	=	roep
roepnaam	noun	De naam waarmee iemand aangesproken kan worden.
roepnaampje	=	roepnaam
roepnaampjes	=	roepnaam
roepnamen	=	roepnaam
roeps	=	rups
roepstem	noun	zeer luide stem
roepstemmen	=	roepstem
roepstemmetje	=	roepstem
roepstemmetjes	=	roepstem
roept	=	roepen
roeptoeter	=	roeptoeteren
roeptoeterde	=	roeptoeteren
roeptoeterden	=	roeptoeteren
roeptoetere	=	roeptoeteren
roeptoeteren	verb	lawaaierig en protesterend een mening verkondigen, gewoonlijk met een megafoon
roeptoeterend	=	roeptoeteren
roeptoeterende	=	roeptoeteren
roeptoeters	=	roeptoeteren
roeptoetert	=	roeptoeteren
roeptoetertje	=	roeptoeteren
roeptoetertjes	=	roeptoeteren
roepzaal	noun	zaal van een veilinghuis waar men zijn bod mag uitbrengen
roepzalen	=	roepzaal
roer	noun	vlak waarmee de besturing van een schip of een vliegtuig geregeld wordt
roerbak	noun	een bak waarin (om verschillende redenen) wordt geroerd
roerbakje	=	roerbak
roerbakjes	=	roerbak
roerbakke	=	roerbakken
roerbakken	verb	een kooktechniek voor het bereiden van voedsel in een wok, in sterk verhitte olie en op een hoog vuur onder veelvuldig roeren
roerbakkend	=	roerbakken
roerbakkende	=	roerbakken
roerbakt	=	roerbakken
roerbakte	=	roerbakken
roerbakten	=	roerbakken
roerbalans	noun	deel van een roer met als doel het opvangen van de krachten die op het roerblad werken ten opzichte van de roeras
roerbalansen	=	roerbalans
roerbalansje	=	roerbalans
roerbalansjes	=	roerbalans
roerblaadje	=	roerblad
roerblaadjes	=	roerblad
roerblad	noun	het beweegbare vlak van een roer waarmee gestuurd wordt
roerbladen	=	roerblad
roercommando	noun	een commando dat gegeven wordt aan de roerganger
roercommando's	=	roercommando
roercommandootje	=	roercommando
roercommandootjes	=	roercommando
roerde	=	roeren
roerden	=	roeren
roerder	noun	voorwerp waarmee wordt geroerd
roerders	=	roerder
roerdertje	=	roerder
roerdertjes	=	roerder
roerdomp	noun	Botaurus stellaris schuchtere vogel uit de reigerfamilie die een dompend geluid voortbrengt
roerdompen	=	roerdomp
roerdompje	=	roerdomp
roerdompjes	=	roerdomp
roerdraad	noun	draad waaraan men trekt om het roer te doen werken
roerdraadje	=	roerdraad
roerdraadjes	=	roerdraad
roerdraden	=	roerdraad
roere	=	roeren
roerei	noun	een gerecht van gebakken eieren en losgeklopte melk
roereieren	=	roerei
roereitje	=	roerei
roereitjes	=	roerei
roeren	verb	een vloeistof met een spaan in ronde beweging brengen
roerend	adj	~e zaak, ~ goed gemakkelijk van zijn plaats te krijgen	adv	in uitgesproken mate
roerende	=	roerend
roerends	=	roerend
roerganger	noun	degene die aan het roer staat
roergangers	=	roerganger
roergangertje	=	roerganger
roergangertjes	=	roerganger
roergebakken	=	roerbakken
roerhaak	noun	haak waarmee het roer aan het schip opgehangen is
roerhaakje	=	roerhaak
roerhaakjes	=	roerhaak
roerhaken	=	roerhaak
roerig	adj	beweeglijk, bewegelijk, druk, veelbewogen, woelig
roerige	=	roerig
roeriger	=	roerig
roerigere	=	roerig
roerigers	=	roerig
roerigheden	=	roerigheid
roerigheid	noun	onrust
roerigs	=	roerig
roerigst	=	roerig
roerigste	=	roerig
roering	noun	opschudding ('reuring')
roeringen	=	roering
roerings	=	roering
roerinkje	=	roering
roerinkjes	=	roering
roerketting	noun	borgketting voor het roer
roerkettingen	=	roerketting
roerkettinkje	=	roerketting
roerkettinkjes	=	roerketting
roerklamp	noun	klamp die aan de achterkant van het roer zit
roerklampen	=	roerklamp
roerklampje	=	roerklamp
roerklampjes	=	roerklamp
roerklik	noun	het achterste deel van een roer
roerklikje	=	roerklik
roerklikjes	=	roerklik
roerklikken	=	roerklik
roerkoning	noun	de stang tussen helmstok en roerblad bij een doorgestoken roer
roerkoningen	=	roerkoning
roerkoninkje	=	roerkoning
roerkoninkjes	=	roerkoning
roerkruid	noun	benaming voor een aantal verschillende plantensoorten
roerkruiden	=	roerkruid
roerkruidje	=	roerkruid
roerkruidjes	=	roerkruid
roerloos	adj	volkomen stil, zonder zich te roeren
roerloosheid	noun	het roerloos zijn
roerloost	=	roerloos
roerlooste	=	roerloos
roerloze	=	roerloos
roerlozer	=	roerloos
roerlozere	=	roerloos
roerlozers	=	roerloos
roerom	noun	wateropvoerwerktuig van een weidemolen
roerommen	=	roerom
roerompje	=	roerom
roerompjes	=	roerom
roeroms	=	roerom
roeroven	noun	oven met overslaande vlam verwant aan de puddeloven
roerovens	=	roeroven
roeroventje	=	roeroven
roeroventjes	=	roeroven
roerpen	noun	helmstok.
roerpennen	=	roerpen
roerpennetje	=	roerpen
roerpennetjes	=	roerpen
roers	=	roer
roersel	noun	wat iemand (emotioneel) beweegt
roerselen	=	roersel
roersels	=	roersel
roerseltje	=	roersel
roerseltjes	=	roersel
roerspaan	noun	gereedschap om bestanddelen dooreen te roeren
roerspaantje	=	roerspaan
roerspaantjes	=	roerspaan
roerspanen	=	roerspaan
roerspil	noun	as waarom het roer draait
roerspillen	=	roerspil
roerspilletje	=	roerspil
roerspilletjes	=	roerspil
roerstaartzeeslangen	noun	een geslacht Hydrophis van slangen die behoren tot de familie koraalslangachtigen (Elapidae) en de onderfamilie zeeslangen (Hydrophiinae)
roerstel	noun	hulpmiddel waar het roer mee aan een schip bevestigd is, en dat het draaien van het roer mogelijk maakt
roerstellen	=	roerstel
roerstelletje	=	roerstel
roerstelletjes	=	roerstel
roersteven	noun	achtersteven, achterkant van de boot achter de schroeven, waaraan het roer opgehangen is
roerstevens	=	roersteven
roersteventje	=	roersteven
roersteventjes	=	roersteven
roerstok	noun	helmstok
roerstokje	=	roerstok
roerstokjes	=	roerstok
roerstokken	=	roerstok
roert	=	roeren
roertalie	noun	borglijn voor het roer
roertalies	=	roertalie
roertalietje	=	roertalie
roertalietjes	=	roertalie
roertje	=	roer
roertjes	=	roer
roervink	noun	aan een koord vastgemaakte vink die men gebruikt voor het lokken van vrije vinken
roervinken	=	roervink
roervlak	noun	vlak aan de staart van een vliegtuig waarmee gestuurd kan worden
roervlakje	=	roervlak
roervlakjes	=	roervlak
roervlakken	=	roervlak
roervogel	noun	lokvogel
roervogels	=	roervogel
roervogeltje	=	roervogel
roervogeltjes	=	roervogel
roerwerk	noun	apparaat waarmee iets geroerd wordt
roerwerken	=	roerwerk
roerwerkje	=	roerwerk
roerwerkjes	=	roerwerk
roerzeef	noun	keukengereedschap waarmee door te roeren het voedsel door een zeef wordt geperst
roerzeefje	=	roerzeef
roerzeefjes	=	roerzeef
roerzeven	=	roerzeef
roes	noun	een lichte bedwelming door sterke drank, drugs, opwinding, enzovoort
roesde	=	roezen
roesden	=	roezen
roesje	noun	alleen verkleinwoord lichte verdoving bij niet al te pijnlijke ingrepen, waardoor de patiënt in slaap valt maar zelf blijft ademen
roesjes	=	roes
roesmiddel	noun	chemische stof die zorgt voor een verlaging en verandering van het bewustzijnsniveau
roesmiddelen	=	roesmiddel
roest	noun	of een rood- of bruingele bedekking aan de oppervlakte van ijzer die ontstaat door aantasting door de zuurstof van de lucht
roestattila	noun	Attila bolivianus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roestattila's	=	roestattila
roestattilaatje	=	roestattila
roestattilaatjes	=	roestattila
roestbaardloper	noun	Leistus ferrugineus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
roestbaardlopers	=	roestbaardloper
roestbaardlopertje	=	roestbaardloper
roestbaardlopertjes	=	roestbaardloper
roestbak	noun	oude, versleten, aftandse en roestende auto die slecht onderhouden is
roestbakje	=	roestbak
roestbakjes	=	roestbak
roestbakken	=	roestbak
roestbandsmalsnuitje	noun	Aethes margaritana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
roestbandsmalsnuitjes	=	roestbandsmalsnuitje
roestborstboomgors	noun	Castanozoster thoracica een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roestborstboomgorsje	=	roestborstboomgors
roestborstboomgorsjes	=	roestborstboomgors
roestborstboomgorzen	=	roestborstboomgors
roestborstfluiter	noun	Pachycephala fulvotincta een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
roestborstfluiters	=	roestborstfluiter
roestborstfluitertje	=	roestborstfluiter
roestborstfluitertjes	=	roestborstfluiter
roestbrauwboomgors	noun	Microspingus erythrophrys een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roestbrauwboomgorsje	=	roestbrauwboomgors
roestbrauwboomgorsjes	=	roestbrauwboomgors
roestbrauwboomgorzen	=	roestbrauwboomgors
roestbrauwtapuittiran	noun	Ochthoeca superciliosa een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roestbrauwtapuittirannen	=	roestbrauwtapuittiran
roestbrauwtapuittirannetje	=	roestbrauwtapuittiran
roestbrauwtapuittirannetjes	=	roestbrauwtapuittiran
roestbruin	adj	bruin als roest van ijzer
roestbruine	=	roestbruin
roestbruiner	=	roestbruin
roestbruinere	=	roestbruin
roestbruiners	=	roestbruin
roestbruins	=	roestbruin
roestbruinst	=	roestbruin
roestbruinste	=	roestbruin
roestbuik	noun	dier met een roestkleurige buik
roestbuikberghoningkruiper	noun	Diglossa gloriosissima een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roestbuikberghoningkruipers	=	roestbuikberghoningkruiper
roestbuikberghoningkruipertje	=	roestbuikberghoningkruiper
roestbuikberghoningkruipertjes	=	roestbuikberghoningkruiper
roestbuiken	=	roestbuik
roestbuikje	=	roestbuik
roestbuikjes	=	roestbuik
roestbuikklauwier	noun	Prionops rufiventris een vogel uit de familie der prionopidae (Helmklauwieren).
roestbuikklauwieren	=	roestbuikklauwier
roestbuikklauwiertje	=	roestbuikklauwier
roestbuikklauwiertjes	=	roestbuikklauwier
roestbuikkoekoek	noun	Cacomantis castaneiventris een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
roestbuikkoekoeken	=	roestbuikkoekoek
roestbuikkoekoekje	=	roestbuikkoekoek
roestbuikkoekoekjes	=	roestbuikkoekoek
roestbuikkortvleugel	noun	Brachypteryx hyperythra een vogelsoort uit de familie van de vliegenvangers (Muscicapidae) die voorkomt in China, India en Myanmar
roestbuikkortvleugelen	=	roestbuikkortvleugel
roestbuikkortvleugels	=	roestbuikkortvleugel
roestbuikkortvleugeltje	=	roestbuikkortvleugel
roestbuikkortvleugeltjes	=	roestbuikkortvleugel
roestbuikmalkoha	noun	Phaenicophaeus curvirostris een koekoekssoort uit het geslacht Phaenicophaeus
roestbuikmalkoha's	=	roestbuikmalkoha
roestbuikmalkohaatje	=	roestbuikmalkoha
roestbuikmalkohaatjes	=	roestbuikmalkoha
roestbuikmees	noun	Melaniparus rufiventris een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
roestbuikmeesje	=	roestbuikmees
roestbuikmeesjes	=	roestbuikmees
roestbuikmezen	=	roestbuikmees
roestbuikorganist	noun	Euphonia fulvicrissa een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
roestbuikorganisten	=	roestbuikorganist
roestbuikorganistje	=	roestbuikorganist
roestbuikorganistjes	=	roestbuikorganist
roestbuikpiewie	noun	Contopus latirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roestbuikpiewies	=	roestbuikpiewie
roestbuikpiewietje	=	roestbuikpiewie
roestbuikpiewietjes	=	roestbuikpiewie
roestbuikstruikgors	noun	Atlapetes nationi een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
roestbuikstruikgorsje	=	roestbuikstruikgors
roestbuikstruikgorsjes	=	roestbuikstruikgors
roestbuikstruikgorzen	=	roestbuikstruikgors
roestbuikstruikkoekoek	noun	Cacomantis castaneiventris een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
roestbuikstruikkoekoeken	=	roestbuikstruikkoekoek
roestbuikstruikkoekoekje	=	roestbuikstruikkoekoek
roestbuikstruikkoekoekjes	=	roestbuikstruikkoekoek
roestbuiktapaculo	noun	Liosceles thoracicus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
roestbuiktapaculo's	=	roestbuiktapaculo
roestbuiktapaculootje	=	roestbuiktapaculo
roestbuiktapaculootjes	=	roestbuiktapaculo
roeste	=	roesten
roesten	verb	het langzaam oxideren van ijzerhoudende materialen	noun	een klasse Pucciniomycetes binnen het rijk van de schimmels (Fungi), behorend tot de stam van Basidiomycota.
roestend	=	roesten
roestende	=	roesten
roesterig	adj	roestig
roesterige	=	roesterig
roesteriger	=	roesterig
roesterigere	=	roesterig
roesterigers	=	roesterig
roesterigs	=	roesterig
roesterigst	=	roesterig
roesterigste	=	roesterig
roestflankelfje	noun	Malurus amabilis een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
roestflankelfjes	=	roestflankelfje
roestflankprinia	noun	Prinia subflava een zangvogel uit de familie Cisticolidae, kleine insectenetende zangvogels met vaak lange staarten
roestflankprinia's	=	roestflankprinia
roestflankpriniaatje	=	roestflankprinia
roestflankpriniaatjes	=	roestflankprinia
roestflankzanger	noun	Setophaga pensylvanica een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
roestflankzangers	=	roestflankzanger
roestflankzangertje	=	roestflankzanger
roestflankzangertjes	=	roestflankzanger
roestgenet	noun	Genetta maculata een Afrikaanse genetkat, behorende tot de zogenaamde "grootgevlekte" genetkatten, waar ook de tijgergenet (Genetta tigrina), de pardelgenet (Genetta pardina), de koningsgenet (Genetta poensis) en Genetta cristata toe behoren.
roestgenetje	=	roestgenet
roestgenetjes	=	roestgenet
roestgenetten	=	roestgenet
roesthalseremomela	noun	Eremomela usticollis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roesthalseremomela's	=	roesthalseremomela
roesthalseremomelaatje	=	roesthalseremomela
roesthalseremomelaatjes	=	roesthalseremomela
roesthalshoningvogel	noun	Acanthorhynchus superciliosus een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roesthalshoningvogels	=	roesthalshoningvogel
roesthalshoningvogeltje	=	roesthalshoningvogel
roesthalshoningvogeltjes	=	roesthalshoningvogel
roesthalsnachtzwaluw	noun	Caprimulgus pectoralis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
roesthalsnachtzwaluwen	=	roesthalsnachtzwaluw
roesthalsnachtzwaluwtje	=	roesthalsnachtzwaluw
roesthalsnachtzwaluwtjes	=	roesthalsnachtzwaluw
roestig	adj	aangetast door metaaloxide vooral bij ijzer
roestige	=	roestig
roestiger	=	roestig
roestigere	=	roestig
roestigers	=	roestig
roestigs	=	roestig
roestigst	=	roestig
roestigste	=	roestig
roestje	=	roest
roestjes	=	roest
roestkapcoua	noun	Coua ruficeps een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
roestkapcoua's	=	roestkapcoua
roestkapcouaatje	=	roestkapcoua
roestkapcouaatjes	=	roestkapcoua
roestkapmierpitta	noun	Grallaria ruficapilla een zangvogel uit de familie Grallariidae.
roestkapmierpitta's	=	roestkapmierpitta
roestkapmierpittaatje	=	roestkapmierpitta
roestkapmierpittaatjes	=	roestkapmierpitta
roestkappitta	noun	Hydrornis oatesi een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
roestkappitta's	=	roestkappitta
roestkappittaatje	=	roestkappitta
roestkappittaatjes	=	roestkappitta
roestkaptangare	noun	Hemithraupis ruficapilla een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roestkaptangaren	=	roestkaptangare
roestkaptangaretje	=	roestkaptangare
roestkaptangaretjes	=	roestkaptangare
roestkat	noun	bepaald soort zoogdier, Prionailurus rubiginosus, die voorkomt in delen van India en Sri Lanka De soort behoort tot de kleine katten, is ongeveer 40 cm lang met een staart van 20 cm en weegt ongeveer 1,5 kg.
roestkatje	=	roestkat
roestkatjes	=	roestkat
roestkatten	=	roestkat
roestkeelbaardkoekoek	noun	Hypnelus ruficollis een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
roestkeelbaardkoekoeken	=	roestkeelbaardkoekoek
roestkeelbaardkoekoekje	=	roestkeelbaardkoekoek
roestkeelbaardkoekoekjes	=	roestkeelbaardkoekoek
roestkeelmierpitta	noun	Grallaria dignissima een zangvogel uit de familie Grallariidae.
roestkeelmierpitta's	=	roestkeelmierpitta
roestkeelmierpittaatje	=	roestkeelmierpitta
roestkeelmierpittaatjes	=	roestkeelmierpitta
roestkeeltangare	noun	Ixothraupis rufigula een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roestkeeltangaren	=	roestkeeltangare
roestkeeltangaretje	=	roestkeeltangare
roestkeeltangaretjes	=	roestkeeltangare
roestkleurig	adj	de roodbruine kleur van roest hebbend
roestkleurige	=	roestkleurig
roestkleuriger	=	roestkleurig
roestkleurigere	=	roestkleurig
roestkleurigers	=	roestkleurig
roestkleurigs	=	roestkleurig
roestkleurigst	=	roestkleurig
roestkleurigste	=	roestkleurig
roestkniptor	noun	Elater ferrugineus een keversoort uit de familie kniptorren (Elateridae).
roestkniptorren	=	roestkniptor
roestkniptorretje	=	roestkniptor
roestkniptorretjes	=	roestkniptor
roestknolknikmos	noun	Bryum microerythrocarpum een mos uit de familie Bryaceae.
roestknolknikmosje	=	roestknolknikmos
roestknolknikmosjes	=	roestknolknikmos
roestknolknikmossen	=	roestknolknikmos
roestkopcoua	noun	Coua ruficeps een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
roestkopcoua's	=	roestkopcoua
roestkopcouaatje	=	roestkopcoua
roestkopcouaatjes	=	roestkopcoua
roestkopfrankolijn	noun	Pternistis castaneicollis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roestkopfrankolijnen	=	roestkopfrankolijn
roestkopfrankolijntje	=	roestkopfrankolijn
roestkopfrankolijntjes	=	roestkopfrankolijn
roestkraaglijstergaai	noun	Trochalopteron yersini een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
roestkraaglijstergaaien	=	roestkraaglijstergaai
roestkraaglijstergaaitje	=	roestkraaglijstergaai
roestkraaglijstergaaitjes	=	roestkraaglijstergaai
roestkrabspin	noun	Xysticus ferrugineus een spinnensoort uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
roestkrabspinnen	=	roestkrabspin
roestkrabspinnetje	=	roestkrabspin
roestkrabspinnetjes	=	roestkrabspin
roestkruinbijeneter	noun	Merops americanus een vogel uit de familie van de bijeneters (Meropidae).
roestkruinbijeneters	=	roestkruinbijeneter
roestkruinbijenetertje	=	roestkruinbijeneter
roestkruinbijenetertjes	=	roestkruinbijeneter
roestkruingors	noun	Aimophila ruficeps een vogel uit de familie Emberizidae.
roestkruingorsje	=	roestkruingors
roestkruingorsjes	=	roestkruingors
roestkruingorzen	=	roestkruingors
roestkruinleeuwerik	noun	Calandrella eremica een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae).
roestkruinleeuweriken	=	roestkruinleeuwerik
roestkruinleeuwerikje	=	roestkruinleeuwerik
roestkruinleeuwerikjes	=	roestkruinleeuwerik
roestkruinmeesstekelstaart	noun	Leptasthenura pileata een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roestkruinmeesstekelstaarten	=	roestkruinmeesstekelstaart
roestkruinmeesstekelstaartje	=	roestkruinmeesstekelstaart
roestkruinmeesstekelstaartjes	=	roestkruinmeesstekelstaart
roestkruinprinia	noun	Prinia khasiana een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roestkruinprinia's	=	roestkruinprinia
roestkruinpriniaatje	=	roestkruinprinia
roestkruinpriniaatjes	=	roestkruinprinia
roestkruinvireo	noun	Hylophilus poicilotis een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
roestkruinvireo's	=	roestkruinvireo
roestkruinvireootje	=	roestkruinvireo
roestkruinvireootjes	=	roestkruinvireo
roestlijnbladroller	noun	Phiaris micana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
roestlijnbladrollers	=	roestlijnbladroller
roestlijnbladrollertje	=	roestlijnbladroller
roestlijnbladrollertjes	=	roestlijnbladroller
roestmierklauwier	noun	Thamnistes rufescens een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roestmierklauwieren	=	roestmierklauwier
roestmierklauwiertje	=	roestmierklauwier
roestmierklauwiertjes	=	roestmierklauwier
roestmijnmot	noun	Callisto denticulella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
roestmijnmotje	=	roestmijnmot
roestmijnmotjes	=	roestmijnmot
roestmijnmotten	=	roestmijnmot
roestmos	noun	een geslacht Frullania van levermossen uit de roestmosfamilie (Frullaniaceae).
roestmosje	=	roestmos
roestmosjes	=	roestmos
roestmossen	=	roestmos
roestmot	noun	Heliodines roesella een vlinder uit de familie roestmotten (Heliodinidae).
roestmotje	=	roestmot
roestmotjes	=	roestmot
roestmotten	noun	Heliodinidae een familie van vlinders uit de superfamilie Yponomeutoidea.
roestmus	noun	Passer motitensis een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
roestmusje	=	roestmus
roestmusjes	=	roestmus
roestmussen	=	roestmus
roestnekdikbekje	noun	Sporophila collaris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roestnekdikbekjes	=	roestnekdikbekje
roestnekdwergspecht	noun	Picumnus fuscus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roestnekdwergspechten	=	roestnekdwergspecht
roestnekdwergspechtje	=	roestnekdwergspecht
roestnekdwergspechtjes	=	roestnekdwergspecht
roestnekgors	noun	Melozone kieneri een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
roestnekgorsje	=	roestnekgors
roestnekgorsjes	=	roestnekgors
roestnekgorzen	=	roestnekgors
roestnekpapegaaivis	noun	Scarus ferrugineus een straalvinnige vissensoort uit de familie van papegaaivissen (Scaridae).
roestnekpapegaaivisje	=	roestnekpapegaaivis
roestnekpapegaaivisjes	=	roestnekpapegaaivis
roestnekpapegaaivissen	=	roestnekpapegaaivis
roestnekvireo	noun	Pachysylvia semibrunnea een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
roestnekvireo's	=	roestnekvireo
roestnekvireootje	=	roestnekvireo
roestnekvireootjes	=	roestnekvireo
roestparasietje	noun	een hyperparasitaire schimmel Eudarluca caricis (teleomorf) en Sphaerellopsis filum (anamorf) die leeft als biotrofe parasiet en parasiteert op onder andere Pucciniaceae-soorten
roestparasietjes	=	roestparasietje
roestpitohui	noun	Pseudorectes ferrugineus een soort vogel uit de familie van de dikkoppen en fluiters (Pachycephalidae).
roestpitohui's	=	roestpitohui
roestpitohuitje	=	roestpitohui
roestpitohuitjes	=	roestpitohui
roestplaats	noun	rust- of slaapplaats van vogels
roestplaatsen	=	roestplaats
roestplek	noun	gelokaliseerde gebieden waar ijzer aan het oxideren is
roestplekje	=	roestplek
roestplekjes	=	roestplek
roestplekken	=	roestplek
roestpoeder	noun	poeder voor het verwijderen van roestvlekken uit wasgoed
roestpoeders	=	roestpoeder
roestpoedertje	=	roestpoeder
roestpoedertjes	=	roestpoeder
roestprinia	noun	Prinia rufescens een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roestprinia's	=	roestprinia
roestpriniaatje	=	roestprinia
roestpriniaatjes	=	roestprinia
roestrode	=	roestrood
roestroder	=	roestrood
roestrodere	=	roestrood
roestroders	=	roestrood
roestrood	adj	van iets dat het de bruinrode kleur van ijzeroxide heeft
roestroods	=	roestrood
roestroodst	=	roestrood
roestroodste	=	roestrood
roestrugbladspeurder	noun	Syndactyla dimidiata een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roestrugbladspeurders	=	roestrugbladspeurder
roestrugbladspeurdertje	=	roestrugbladspeurder
roestrugbladspeurdertjes	=	roestrugbladspeurder
roestruggors	noun	Aimophila rufescens een vogelsoort uit de familie emberizidae.
roestruggorsje	=	roestruggors
roestruggorsjes	=	roestruggors
roestruggorzen	=	roestruggors
roestruglijster	noun	Turdus rufopalliatus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
roestruglijsters	=	roestruglijster
roestruglijstertje	=	roestruglijster
roestruglijstertjes	=	roestruglijster
roestrugmiersluiper	noun	Formicivora rufa een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roestrugmiersluipers	=	roestrugmiersluiper
roestrugmiersluipertje	=	roestrugmiersluiper
roestrugmiersluipertjes	=	roestrugmiersluiper
roestrugmonjita	noun	Neoxolmis rubetra een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roestrugmonjita's	=	roestrugmonjita
roestrugmonjitaatje	=	roestrugmonjita
roestrugmonjitaatjes	=	roestrugmonjita
roestrugoropendola	noun	Psarocolius angustifrons een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
roestrugoropendola's	=	roestrugoropendola
roestrugoropendolaatje	=	roestrugoropendola
roestrugoropendolaatjes	=	roestrugoropendola
roestschouderelfje	noun	Malurus assimilis een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
roestschouderelfjes	=	roestschouderelfje
roeststaartgors	noun	Peucaea ruficauda een vogelsoort uit de familie emberizidae.
roeststaartgorsje	=	roeststaartgors
roeststaartgorsjes	=	roeststaartgors
roeststaartgorzen	=	roeststaartgors
roeststekelstaart	noun	Synallaxis unirufa een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roeststekelstaarten	=	roeststekelstaart
roeststekelstaartje	=	roeststekelstaart
roeststekelstaartjes	=	roeststekelstaart
roestte	=	roesten
roestten	=	roesten
roestteugelbergnimf	noun	Urochroa bougueri een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roestteugelbergnimfen	=	roestteugelbergnimf
roestteugelbergnimfje	=	roestteugelbergnimf
roestteugelbergnimfjes	=	roestteugelbergnimf
roesttiran	noun	Myiophobus fasciatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roesttirannen	=	roesttiran
roesttirannetje	=	roesttiran
roesttirannetjes	=	roesttiran
roestuil	noun	Mniotype satura een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
roestuilen	=	roestuil
roestuiltje	=	roestuil
roestuiltjes	=	roestuil
roestvast	adj	bestand tegen roesten, roestbestendig
roestvaste	=	roestvast
roestvaster	=	roestvast
roestvastere	=	roestvast
roestvasters	=	roestvast
roestvasts	=	roestvast
roestvastst	=	roestvast
roestvaststaal	noun	een legering van ijzer met hoofdzakelijk ijzer, chroom, nikkel en koolstof
roestvaststaaltje	=	roestvaststaal
roestvaststaaltjes	=	roestvaststaal
roestvaststalen	adj	van roestvaststaal
roestvastste	=	roestvast
roestvlek	noun	plek met roest
roestvlekje	=	roestvlek
roestvlekjes	=	roestvlek
roestvlekken	=	roestvlek
roestvlekkenpoeder	noun	poeder voor het verwijderen van roestvlekken uit wasgoed
roestvlekkenpoeders	=	roestvlekkenpoeder
roestvlekkenpoedertje	=	roestvlekkenpoeder
roestvlekkenpoedertjes	=	roestvlekkenpoeder
roestvlekkenzwam	noun	een paddenstoel Rhodocollybia maculata (syn.: Collybia maculata) uit de familie Marasmiaceae.
roestvlekkenzwammen	=	roestvlekkenzwam
roestvlekkenzwammetje	=	roestvlekkenzwam
roestvlekkenzwammetjes	=	roestvlekkenzwam
roestvlekvliegenvanger	noun	Ficedula strophiata een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
roestvlekvliegenvangers	=	roestvlekvliegenvanger
roestvlekvliegenvangertje	=	roestvlekvliegenvanger
roestvlekvliegenvangertjes	=	roestvlekvliegenvanger
roestvleugelboomloper	noun	Premnornis guttuliger een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roestvleugelboomlopers	=	roestvleugelboomloper
roestvleugelboomlopertje	=	roestvleugelboomloper
roestvleugelboomlopertjes	=	roestvleugelboomloper
roestvleugelgors	noun	Peucaea carpalis een vogelsoort uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen) die voorkomt in het zuiden van de Verenigde Staten en Mexico.
roestvleugelgorsje	=	roestvleugelgors
roestvleugelgorsjes	=	roestvleugelgors
roestvleugelgorzen	=	roestvleugelgors
roestvleugelschiffornis	noun	Schiffornis stenorhyncha een zangvogel uit de familie Tityridae.
roestvleugelschiffornisje	=	roestvleugelschiffornis
roestvleugelschiffornisjes	=	roestvleugelschiffornis
roestvleugelschiffornissen	=	roestvleugelschiffornis
roestvleugelspecht	noun	Piculus simplex een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roestvleugelspechten	=	roestvleugelspecht
roestvleugelspechtje	=	roestvleugelspecht
roestvleugelspechtjes	=	roestvleugelspecht
roestvleugeltiran	noun	Myiozetetes cayanensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roestvleugeltirannen	=	roestvleugeltiran
roestvleugeltirannetje	=	roestvleugeltiran
roestvleugeltirannetjes	=	roestvleugeltiran
roestvliegenvanger	noun	Muscicapa ferruginea een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
roestvliegenvangers	=	roestvliegenvanger
roestvliegenvangertje	=	roestvliegenvanger
roestvliegenvangertjes	=	roestvliegenvanger
roestvoetje	noun	een geslacht Bryoerythrophyllum van bladmossen uit de kleimosfamilie (Pottiaceae).
roestvoetjes	=	roestvoetje
roestvorming	noun	de vorming van roest op metaal, waardoor de sterkte ervan aangetast wordt
roestvormingen	=	roestvorming
roestvrij	adj	bestand tegen roesten, roestbestendig
roestvrije	=	roestvrij
roestvrijer	=	roestvrij
roestvrijere	=	roestvrij
roestvrijers	=	roestvrij
roestvrijs	=	roestvrij
roestvrijst	=	roestvrij
roestvrijstalen	adj	van roestvrij staal vervaardigd
roestvrijste	=	roestvrij
roestwangstaartmees	noun	Aegithalos iouschistos een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae).
roestwangstaartmeesje	=	roestwangstaartmees
roestwangstaartmeesjes	=	roestwangstaartmees
roestwangstaartmezen	=	roestwangstaartmees
roestwangwever	noun	Plocepasser superciliosus een zangvogel uit de familie Passeridae (mussen) die voorkomt in de Sahel in Afrika
roestwangwevers	=	roestwangwever
roestwangwevertje	=	roestwangwever
roestwangwevertjes	=	roestwangwever
roestwerend	adj	van een metaal dat het beschermd wordt tegen roestvorming en corrosie door inwerking van vocht en zuurstof.
roestwerende	=	roestwerend
roestwerender	=	roestwerend
roestwerendere	=	roestwerend
roestwerenders	=	roestwerend
roestwerends	=	roestwerend
roestwerendst	=	roestwerend
roestwerendste	=	roestwerend
roet	noun	koolstofneerslag die ontstaat door onvolledige verbanding van koolstofhoudende stoffen
roetaard	noun	bepaald soort kraaiachtige vogel, Garrulus glandarius
roetaardje	=	roetaard
roetaardjes	=	roetaard
roetachtig	adj	lijkend op roet qua kleur, geur of smaak
roetachtige	=	roetachtig
roetachtiger	=	roetachtig
roetachtigere	=	roetachtig
roetachtigers	=	roetachtig
roetachtigs	=	roetachtig
roetachtigst	=	roetachtig
roetachtigste	=	roetachtig
roetboszanger	noun	Phylloscopus fuligiventer een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
roetboszangers	=	roetboszanger
roetboszangertje	=	roetboszanger
roetboszangertjes	=	roetboszanger
roetbrand	noun	brand die ontstaat door een aanslag van ontvlambaar roet
roetbranden	=	roetbrand
roetbrandje	=	roetbrand
roetbrandjes	=	roetbrand
roete	=	roeten
roeten	verb	uitstoten van roet
roetend	=	roeten
roetende	=	roeten
roeterebia	noun	Erebia pluto een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
roeterebia's	=	roeterebia
roeterebiaatje	=	roeterebia
roeterebiaatjes	=	roeterebia
roeterig	adj	lijkend op, of eigenschappen hebbend van roet
roeterige	=	roeterig
roeteriger	=	roeterig
roeterigere	=	roeterig
roeterigers	=	roeterig
roeterigs	=	roeterig
roeterigst	=	roeterig
roeterigste	=	roeterig
roetfilter	noun	een filter dat op een auto met een dieselmotor aangebracht kan worden om de schadelijke roetdeeltjes uit de uitlaatgassen te verwijderen
roetfilters	=	roetfilter
roetfiltertje	=	roetfilter
roetfiltertjes	=	roetfilter
roetgaai	noun	Perisoreus internigrans een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
roetgaaien	=	roetgaai
roetgaaitje	=	roetgaai
roetgaaitjes	=	roetgaai
roetgierzwaluw	noun	Cypseloides senex een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
roetgierzwaluwen	=	roetgierzwaluw
roetgierzwaluwtje	=	roetgierzwaluw
roetgierzwaluwtjes	=	roetgierzwaluw
roetheen	=	roethenen
roetheenstalig	adj	het Roetheens sprekend
roetheenstalige	=	roetheenstalig
roetheenstaligs	=	roetheenstalig
roethenen	noun	een inwoner van Oekraïne of iemand afkomstig uit Oekraïne
roethoningeter	noun	Melionyx fuscus een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roethoningeters	=	roethoningeter
roethoningetertje	=	roethoningeter
roethoningetertjes	=	roethoningeter
roethoningzuiger	noun	Cinnyris fuscus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
roethoningzuigers	=	roethoningzuiger
roethoningzuigertje	=	roethoningzuiger
roethoningzuigertjes	=	roethoningzuiger
roetig	adj	eigenschappen van roet hebbend, met roet bedekt zijn
roetige	=	roetig
roetiger	=	roetig
roetigere	=	roetig
roetigers	=	roetig
roetigs	=	roetig
roetigst	=	roetig
roetigste	=	roetig
roetje	=	roe
roetjes	=	roe
roetkapbaardkoekoek	noun	Bucco noanamae een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
roetkapbaardkoekoeken	=	roetkapbaardkoekoek
roetkapbaardkoekoekje	=	roetkapbaardkoekoek
roetkapbaardkoekoekjes	=	roetkapbaardkoekoek
roetkluifzwam	noun	Helvella atra een schimmel uit de familie Helvellaceae.
roetkluifzwammen	=	roetkluifzwam
roetkluifzwammetje	=	roetkluifzwam
roetkluifzwammetjes	=	roetkluifzwam
roetkopalbatros	noun	Phoebetria palpebrata een zeevogel uit de familie van de albatrossen (Diomedeidae).
roetkopalbatrosje	=	roetkopalbatros
roetkopalbatrosjes	=	roetkopalbatros
roetkopalbatrossen	=	roetkopalbatros
roetkopbuulbuul	noun	Pycnonotus aurigaster een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae).
roetkopbuulbuuls	=	roetkopbuulbuul
roetkopbuulbuultje	=	roetkopbuulbuul
roetkopbuulbuultjes	=	roetkopbuulbuul
roetkopmiervogel	noun	Percnostola rufifrons een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roetkopmiervogels	=	roetkopmiervogel
roetkopmiervogeltje	=	roetkopmiervogel
roetkopmiervogeltjes	=	roetkopmiervogel
roetkopstruikgors	noun	Atlapetes fuscoolivaceus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
roetkopstruikgorsje	=	roetkopstruikgors
roetkopstruikgorsjes	=	roetkopstruikgors
roetkopstruikgorzen	=	roetkopstruikgors
roetkopwinterkoning	noun	Pheugopedius spadix een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
roetkopwinterkoningen	=	roetkopwinterkoning
roetkopwinterkoninkje	=	roetkopwinterkoning
roetkopwinterkoninkjes	=	roetkopwinterkoning
roetkruinstekelstaart	noun	Synallaxis frontalis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roetkruinstekelstaarten	=	roetkruinstekelstaart
roetkruinstekelstaartje	=	roetkruinstekelstaart
roetkruinstekelstaartjes	=	roetkruinstekelstaart
roetkruintiran	noun	Myiarchus phaeocepghalus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roetkruintirannen	=	roetkruintiran
roetkruintirannetje	=	roetkruintiran
roetkruintirannetjes	=	roetkruintiran
roetlijster	noun	Turdus nigrescens een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
roetlijsters	=	roetlijster
roetlijstertje	=	roetlijster
roetlijstertjes	=	roetlijster
roetmangabey	noun	Cercocebus atys een soort van het geslacht (Cercocebus).
roetmangabeys	=	roetmangabey
roetmangabeytje	=	roetmangabey
roetmangabeytjes	=	roetmangabey
roetmaskertangare	noun	Mitrospingus cassinii een zangvogel uit de familie Mitrospingidae.
roetmaskertangaren	=	roetmaskertangare
roetmaskertangaretje	=	roetmaskertangare
roetmaskertangaretjes	=	roetmaskertangare
roetmees	noun	Melaniparus niger een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
roetmeesje	=	roetmees
roetmeesjes	=	roetmees
roetmezen	=	roetmees
roetmop	noun	iemand met een donker gekleurde huid #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
roetmoppen	=	roetmop
roetnachtzwaluw	noun	Nyctipolus nigrescens een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
roetnachtzwaluwen	=	roetnachtzwaluw
roetnachtzwaluwtje	=	roetnachtzwaluw
roetnachtzwaluwtjes	=	roetnachtzwaluw
roetpiet	noun	helper van Sinterklaas die zwarte vegen op zijn huid heeft aangebracht
roetpieten	=	roetpiet
roetpietje	=	roetpiet
roetpietjes	=	roetpiet
roetschorsschimmel	noun	Cryptostroma corticale een schimmelsoort die roetschorsziekte bij vooral de gewone esdoorn veroorzaakt.
roetschorsschimmels	=	roetschorsschimmel
roetschorsschimmeltje	=	roetschorsschimmel
roetschorsschimmeltjes	=	roetschorsschimmel
roetsj	=	roetsjen
roetsjbaan	noun	achtbaan
roetsjbaantje	=	roetsjbaan
roetsjbaantjes	=	roetsjbaan
roetsjbanen	=	roetsjbaan
roetsje	=	roetsjen
roetsjen	verb	snel ergens vanaf glijden
roetsjend	=	roetsjen
roetsjende	=	roetsjen
roetsjt	=	roetsjen
roetsjte	=	roetsjen
roetsjten	=	roetsjen
roetspecht	noun	Leuconotopicus fumigatus een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
roetspechten	=	roetspecht
roetspechtje	=	roetspecht
roetspechtjes	=	roetspecht
roetspekvreter	noun	Oenanthe dubia een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
roetspekvreters	=	roetspekvreter
roetspekvretertje	=	roetspekvreter
roetspekvretertjes	=	roetspekvreter
roetspitsvogel	noun	Artamus minor een zangvogel die alleen als endeem in Australië voorkomt.
roetspitsvogels	=	roetspitsvogel
roetspitsvogeltje	=	roetspitsvogel
roetspitsvogeltjes	=	roetspitsvogel
roetstreepkokermot	noun	Coleophora clypeiferella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
roetstreepkokermotje	=	roetstreepkokermot
roetstreepkokermotjes	=	roetstreepkokermot
roetstreepkokermotten	=	roetstreepkokermot
roettachuri	noun	Serpophaga nigricans een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roettachuri's	=	roettachuri
roettachurietje	=	roettachuri
roettachurietjes	=	roettachuri
roette	=	roeten
roetten	=	roeten
roetveeg	noun	een zwarte vlek die is ontstaan door contact met roet
roetveegje	=	roetveeg
roetveegjes	=	roetveeg
roetveegpiet	noun	helper van Sinterklaas die zwarte vegen op zijn huid heeft aangebracht
roetveegpieten	=	roetveegpiet
roetveegpietje	=	roetveegpiet
roetveegpietjes	=	roetveegpiet
roetvegen	=	roetveeg
roetvlek	noun	Xylena exsoleta een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
roetvlekbladroller	noun	Eucosmomorpha albersana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
roetvlekbladrollers	=	roetvlekbladroller
roetvlekbladrollertje	=	roetvlekbladroller
roetvlekbladrollertjes	=	roetvlekbladroller
roetvlekje	=	roetvlek
roetvlekjes	=	roetvlek
roetvlekken	=	roetvlek
roetvliegenvanger	noun	Muscicapa sibirica een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
roetvliegenvangers	=	roetvliegenvanger
roetvliegenvangertje	=	roetvliegenvanger
roetvliegenvangertjes	=	roetvliegenvanger
roetwaaierstaart	noun	Rhipidura threnothorax een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
roetwaaierstaarten	=	roetwaaierstaart
roetwaaierstaartje	=	roetwaaierstaart
roetwaaierstaartjes	=	roetwaaierstaart
roetwangvijgpapegaai	noun	Cyclopsitta melanogenia een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
roetwangvijgpapegaaien	=	roetwangvijgpapegaai
roetwangvijgpapegaaitje	=	roetwangvijgpapegaai
roetwangvijgpapegaaitjes	=	roetwangvijgpapegaai
roetzwart	adj	diep zwart, zo zwart als roet
roetzwarte	=	roetzwart
roetzwarts	=	roetzwart
roeven	=	roef
roevendak	noun	een schuin aflopend dak waarvan de bedekking bestaat uit zinken platen
roevendaken	=	roevendak
roeze	=	roezen
roezemoes	noun	rumoer, lawaai, drukte, verwarring
roezemoesde	=	roezemoezen
roezemoesden	=	roezemoezen
roezemoest	=	roezemoezen
roezemoeze	=	roezemoezen
roezemoezen	verb	druk gepraat van vele mensen dat vanaf een afstand niet verstaanbaar is
roezemoezend	=	roezemoezen
roezemoezende	=	roezemoezen
roezemoezig	adj	niet helemaal stil
roezemoezige	=	roezemoezig
roezemoeziger	=	roezemoezig
roezemoezigere	=	roezemoezig
roezemoezigers	=	roezemoezig
roezemoezigs	=	roezemoezig
roezemoezigst	=	roezemoezig
roezemoezigste	=	roezemoezig
roezen	verb	rumoer maken
roezend	=	roezen
roezende	=	roezen
roezetvleerhonden	noun	een geslacht Rousettus van vleermuizen uit de familie der vleerhonden die voorkomen in Afrika, in Zuidwest-, Zuid- en Zuidoost-Azië en vandaar zuidelijk tot Nieuw-Guinea en de Salomonseilanden
roezig	adj	in een roes verkerend
roezige	=	roezig
roeziger	=	roezig
roezigere	=	roezig
roezigers	=	roezig
roezigs	=	roezig
roezigst	=	roezig
roezigste	=	roezig
roffel	noun	een serie snel op elkander volgende slagen op een trommel
roffelaar	noun	iets of iemand die een trommelend geluid maakt
roffelaars	=	roffelaar
roffelde	=	roffelen
roffelden	=	roffelen
roffele	=	roffelen
roffelen	verb	snel, ritmisch ergens op slaan zodat er een tikkend geluid ontstaat; snel op een trommel slaan om muziek te maken
roffelend	=	roffelen
roffelende	=	roffelen
roffelig	adj	ruw, slordig, grof, oneffen
roffelige	=	roffelig
roffeliger	=	roffelig
roffeligere	=	roffelig
roffeligers	=	roffelig
roffeligs	=	roffelig
roffeligst	=	roffelig
roffeligste	=	roffelig
roffels	=	roffel
roffelt	=	roffelen
roffeltje	=	roffel
roffeltjes	=	roffel
roffelwerk	noun	een slaginstrument bespelen door met beide stokken in een snel herhaalde afwisseling kort en even hard te slaan
roffelwerken	=	roffelwerk
rog	noun	benaming voor brede, platte vissen met een smalle staart uit de superorde Rajomorphii
rogatoir	adj	van iets of iemand die door ondervragen een onderzoek doet
rogatoirder	=	rogatoir
rogatoirdere	=	rogatoir
rogatoirders	=	rogatoir
rogatoire	=	rogatoir
rogatoirs	=	rogatoir
rogatoirst	=	rogatoir
rogatoirste	=	rogatoir
roger	intj	boodschap ontvangen
rogge	noun	bepaalde graansoort, Secale cereale enige soort in het geslacht Secale, vooral geteeld om er roggebrood en ontbijtkoek van te maken; in Ierland en de Verenigde Staten ook voor de productie van whisky
roggebakker	noun	iemand die roggebroden bakt
roggebakkers	=	roggebakker
roggebloem	noun	bloem van rogge, fijn roggemeel
roggebroden	=	roggebrood
roggebrood	noun	een van rogge gebakken brood
roggebroodje	=	roggebrood
roggebroodjes	=	roggebrood
roggelelie	noun	zeldzame plantensoort Lilium bulbiferum subsp. croceum met oranje bloemen
roggelelies	=	roggelelie
roggelelietje	=	roggelelie
roggeleliën	=	roggelelie
roggemeel	noun	meel gemaakt van rogge
roggemelen	=	roggemeel
roggemout	noun	gekiemde en gedroogde granen van rogge Secale cereale
roggen	noun	een superorde (of infraklasse) Batoidea van de klasse kraakbeenvissen.
roggetje	=	rog
roggetjes	=	rog
roggeveld	noun	akker waarop men rogge verbouwt
roggevelden	=	roggeveld
roggeveldje	=	roggeveld
roggeveldjes	=	roggeveld
roggevlokken	noun	plat gewalste granen van rogge
roggezemelen	noun	met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen van roggekorrels
rogje	=	rog
rogjes	=	rog
rohingya	noun	iemand die behoort tot het gelijknamige volk	adj	behorend tot of betrekking hebben op het gelijknamige volk
rohingya's	=	rohingya
rohu	noun	Labeo rohita een straalvinnige vis uit de familie van eigenlijke karpers (Cyprinidae) en derhalve behorend tot de orde van karperachtigen (Cypriniformes).
rohu's	=	rohu
rohypnol	noun	middel dat een droomtoestand veroorzaakt met vermindering van de gewetensfunctie waarbij men zich later niet meer kan herinneren wat er gebeurd is.
rohypnolletje	=	rohypnol
rohypnolletjes	=	rohypnol
rojem	=	rojemen
rojemde	=	rojemen
rojemden	=	rojemen
rojeme	=	rojemen
rojemen	verb	kijken, bespieden
rojemend	=	rojemen
rojemende	=	rojemen
rojemt	=	rojemen
rojen	=	rojenen
rojende	=	rojenen
rojenden	=	rojenen
rojene	=	rojenen
rojenen	verb	kijken, bespieden
rojenend	=	rojenen
rojenende	=	rojenen
rojent	=	rojenen
rok	noun	een voornamelijk door vrouwen (in o.a.
rokade	noun	zet in een schaakspel waarbij de koning en een toren van plaats ten opzichte van elkaar veranderen
rokades	=	rokade
roke	=	roken
rokeer	=	rokeren
rokeerde	=	rokeren
rokeerden	=	rokeren
rokeeren	=	rokeren
rokeert	=	rokeren
roken	verb	rook afgeven
rokend	=	roken
rokende	=	roken
roker	noun	iemand die een genotmiddel rookt
rokere	=	rokeren
rokeren	verb	het doen van een zet waarbij de koning en een toren elkaar passeren
rokerend	=	rokeren
rokerende	=	rokeren
rokerig	adj	met rook vermengd
rokerige	=	rokerig
rokeriger	=	rokerig
rokerigere	=	rokerig
rokerigers	=	rokerig
rokerigs	=	rokerig
rokerigst	=	rokerig
rokerigste	=	rokerig
rokerij	noun	ruimte waar voedingsmiddelen gerookt wordt
rokerijen	=	rokerij
rokerijtje	=	rokerij
rokers	=	roker
rokersabri	noun	overdekte ruimte bij een openbaar gebouw waar rokers mogen roken
rokersabri's	=	rokersabri
rokersafdak	noun	overdekte ruimte bij een openbaar gebouw waar rokers mogen roken
rokersafdaken	=	rokersafdak
rokersafdakje	=	rokersafdak
rokersafdakjes	=	rokersafdak
rokersaquaria	=	rokersaquarium
rokersaquarium	noun	overdekte ruimte met glazen wanden waar rokers mogen roken
rokersaquariums	=	rokersaquarium
rokerscoupeetje	=	rokerscoupé
rokerscoupeetjes	=	rokerscoupé
rokerscoupé	noun	treinwagon waarin het toegestaan is te roken
rokerscoupés	=	rokerscoupé
rokershoest	noun	chronische hoest die ontstaat door het roken van tabak en een voorbode kan zijn van COPD en longkanker
rokershoesten	=	rokershoest
rokershoestje	=	rokershoest
rokershoestjes	=	rokershoest
rokershol	noun	kleine onaantrekkelijke ruimte waar roken is toegestaan
rokersholen	=	rokershol
rokersholletje	=	rokershol
rokersholletjes	=	rokershol
rokershut	noun	ruimte bij een openbaar gebouw waar rokers mogen roken
rokershutje	=	rokershut
rokershutjes	=	rokershut
rokershutten	=	rokershut
rokerskooi	noun	ruimte bij een openbaar gebouw waar rokers mogen roken
rokerskooien	=	rokerskooi
rokerspremie	noun	extra hoge ziektekostenpremie voor rokers
rokerspremies	=	rokerspremie
rokerszuil	noun	gemarkeerde paal met asbakken in een overigens rookvrije stations- of luchthavenhal, waarbij het toegestaan is tabak te roken
rokerszuilen	=	rokerszuil
rokerszuiltje	=	rokerszuil
rokerszuiltjes	=	rokerszuil
rokertje	=	roker
rokertjes	=	roker
rokjas	noun	een jas die twee scherpe punten en lange panden bezit als deel van het rokkostuum
rokjassen	=	rokjas
rokje	=	rok
rokjes	=	rok
rokjesdag	noun	de eerste warme dag dat vrouwen en masse een rok (met blote benen) dragen na afloop van de winter.
rokjesdagen	=	rokjesdag
rokke	=	rokken
rokken	verb	op een spinrokken winden	noun	houten staafje om vezels omheen te winden, gebruikt bij het spinnen
rokkend	=	rokken
rokkende	=	rokken
rokkenjager	noun	een man die veel vrouwen probeert te versieren
rokkenjagers	=	rokkenjager
rokkenjagertje	=	rokkenjager
rokkens	=	rokken
rokkenspuit	noun	een naai-gereedschap dat wordt gebruikt om de zoom van een rok, jurk, broek of gordijn af te tekenen met een fijne lijn krijtpoeder
rokkenspuiten	=	rokkenspuit
rokkenspuitje	=	rokkenspuit
rokkenspuitjes	=	rokkenspuit
rokkentje	=	rokken
rokkentjes	=	rokken
rokkostuum	noun	avondkleding die mannen dragen bij gala's en ceremoniële bijeenkomsten
rokkostuums	=	rokkostuum
rokmeter	noun	een apparaatje dat een streep krijt op een rok spuit zodat je precies ziet waar de rok moet worden afgeknipt of omgezoomd
rokmeters	=	rokmeter
rokmetertje	=	rokmeter
rokmetertjes	=	rokmeter
rokpand	noun	deel van een rokkostuum
rokpanden	=	rokpand
rokpandje	=	rokpand
rokpandjes	=	rokpand
roksplit	noun	split in een (vrouwen)rok
roksplitten	=	roksplit
rokspuit	noun	een apparaatje dat een streep krijt op een rok spuit zodat je precies ziet waar de rok moet worden afgeknipt of omgezoomd
rokspuiten	=	rokspuit
rokspuitje	=	rokspuit
rokspuitjes	=	rokspuit
rokt	=	rokken
rokte	=	rokken
rokten	=	rokken
rokvest	noun	wit vest dat deel uitmaakt van een rokkostuum
rokvesten	=	rokvest
rokzadel	noun	rond fietszadel voor vrouwen zodat men ook met rok zonder problemen kan fietsen
rokzadels	=	rokzadel
rokzak	noun	zak in een vrouwen rok
rokzakje	=	rokzak
rokzakjes	=	rokzak
rokzakken	=	rokzak
rokzoommeter	noun	een naai-gereedschap dat wordt gebruikt om de zoom van een rok, jurk, broek of gordijn af te tekenen met een fijne lijn krijtpoeder
rokzoommeters	=	rokzoommeter
rokzoommetertje	=	rokzoommeter
rokzoommetertjes	=	rokzoommeter
rokéren	=	rokeren
rol	noun	cilindervormig voorwerp
rolaap	noun	Cebus aap uit Zuid-Amerika met een lange staart
rolapen	=	rolaap
rolbaan	noun	rollend trottoir
rolbanen	=	rolbaan
rolbasculebrug	noun	een brug die open klapt en rolt met een behulp van een contragewicht
rolbasculebruggen	=	rolbasculebrug
rolbasculebrugje	=	rolbasculebrug
rolbasculebrugjes	=	rolbasculebrug
rolbevestigend	adj	van gedragingen dat het de rolpatronen of vooroordelen bevestigd
rolbevestigende	=	rolbevestigend
rolbevestigender	=	rolbevestigend
rolbevestigendere	=	rolbevestigend
rolbevestigenders	=	rolbevestigend
rolbevestigends	=	rolbevestigend
rolbevestigendst	=	rolbevestigend
rolbevestigendste	=	rolbevestigend
rolbeweging	noun	het draaien van een object of voertuig rond zijn eigen lengteas (de as van voor naar achteren).
rolbewegingen	=	rolbeweging
rolbeweginkje	=	rolbeweging
rolbeweginkjes	=	rolbeweging
rolblok	noun	een verrijdbaar ladeblok dat meestal onder of naast een bureau wordt geplaatst voor het opbergen van documenten en kantoorspullen
rolblokje	=	rolblok
rolblokjes	=	rolblok
rolblokken	=	rolblok
rolboek	noun	historisch document, zoals een overzicht van strafzaken in een bepaalde regio en periode
rolboeken	=	rolboek
rolboekje	=	rolboek
rolboekjes	=	rolboek
rolborstel	noun	een klein, handig schoonmaakvoorwerp met een rol aan het uiteinde, vaak bekleed met borstelharen, bedoeld om snel en gemakkelijk kruimels, stof en klein vuil zoals vogelzaad, sigaretten as of spelden van banken, vloerkleden of tafels te verwijderen
rolborstels	=	rolborstel
rolborsteltje	=	rolborstel
rolborsteltjes	=	rolborstel
rolbrug	noun	een brug die op het land gerold wordt om het scheepvaartverkeer door te laten
rolbruggen	=	rolbrug
rolbrugje	=	rolbrug
rolbrugjes	=	rolbrug
rolcentimeter	noun	een meetgereedschap dat geschikt is voor het meten van zowel buitenwerkse als binnenwerkse maten
rolcentimeters	=	rolcentimeter
rolcontainer	noun	verrijdbare afvalbak of transportkar op wielen, meestal gemaakt van kunststof of metaal, ontworpen voor het eenvoudig verzamelen, verplaatsen en afvoeren van afval (restafval, papier, PMD) of goederen
rolcontainers	=	rolcontainer
rolcontainertje	=	rolcontainer
rolcontainertjes	=	rolcontainer
roldak	noun	een dak dat men kan oprollen zodat er een vervoermiddel ontstaat met een open dak
roldaken	=	roldak
rolde	=	rollen
rolden	=	rollen
rolder	noun	vingervlug persoon die mensen ongemerkt geld of waardevolle voorwerpen ontfutselt
rolders	=	rolder
roldeur	noun	deur die die opgerold kan worden bij het openen
roldeuren	=	roldeur
roldoorbrekend	adj	van een persoon dat deze bewust of onbewust afwijkt van de traditionele, maatschappelijke verwachtingen of stereotypen die bij een bepaalde rol (zoals man, vrouw, beroep) horen
roldoorbrekende	=	roldoorbrekend
roldoorbrekender	=	roldoorbrekend
roldoorbrekendere	=	roldoorbrekend
roldoorbrekenders	=	roldoorbrekend
roldoorbrekends	=	roldoorbrekend
roldoorbrekendst	=	roldoorbrekend
roldoorbrekendste	=	roldoorbrekend
roldoorbreking	noun	het loslaten of overstijgen van traditionele, maatschappelijke rolpatronen.
roldoorbrekingen	=	roldoorbreking
roldoorbrekinkje	=	roldoorbreking
roldoorbrekinkjes	=	roldoorbreking
rolezinho	noun	oploopje in een winkelcentrum van jongeren die met elkaar hebben afgesproken via het internet
rolezinho's	=	rolezinho
rolfilm	noun	het meest gangbare formaat foto- en diamateriaal voor de zogenaamde middenformaatcamera's met een breedte van meestal 6 cm
rolfilmpje	=	rolfilm
rolfilmpjes	=	rolfilm
rolfilms	=	rolfilm
rolfluit	noun	het is een feestartikel dat een opgerold stuk papier met een veer bevat dat zich uitrolt en geluid maakt bij het blazen
rolfluiten	=	rolfluit
rolfluitje	=	rolfluit
rolfluitjes	=	rolfluit
rolfok	noun	fok die tijdens het zeilen mechanisch kan worden op- of uitgerold, zodat het zeiloppervlak continu kan worden gevarieerd
rolfokje	=	rolfok
rolfokjes	=	rolfok
rolfokken	=	rolfok
rolgedrag	noun	het gedragspatroon dat bij een sociale rol hoort
rolgordijn	noun	een gordijn dat bij het sluiten van een ronde stok wordt afgerold en vaak dient als bescherming tegen zonlicht
rolgordijnen	=	rolgordijn
rolgordijntje	=	rolgordijn
rolgordijntjes	=	rolgordijn
rolham	noun	opgerolde en ontbeende ham
rolhammen	=	rolham
rolhammetje	=	rolham
rolhammetjes	=	rolham
rolhockey	noun	hockey op rolschaatsen.
rolhout	noun	drijfhout (hout dat in netten blijft hangen)
rolhouten	=	rolhout
rolhoutje	=	rolhout
rolhoutjes	=	rolhout
rolkast	noun	een kast op wieltjes die dus makkelijk verplaatst kan worden
rolkasten	=	rolkast
rolkastje	=	rolkast
rolkastjes	=	rolkast
rolkei	noun	door water rond afgesleten kiezel
rolkeien	=	rolkei
rolklaver	noun	benaming voor planten met een rolronde peul uit het geslacht Lotus in de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae)
rolklaverkokermot	noun	Coleophora discordella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
rolklaverkokermotje	=	rolklaverkokermot
rolklaverkokermotjes	=	rolklaverkokermot
rolklaverkokermotten	=	rolklaverkokermot
rolklaversneeuwmot	noun	Leucoptera lotella een vlinder uit de familie sneeuwmotten (Lyonetiidae).
rolklaversneeuwmotje	=	rolklaversneeuwmot
rolklaversneeuwmotjes	=	rolklaversneeuwmot
rolklaversneeuwmotten	=	rolklaversneeuwmot
rolkoffer	noun	Koffer met wieltjes die men daarom rollend kan voortbewegen
rolkoffers	=	rolkoffer
rolkofferterreur	noun	overlast van kortdurend toerisme in particuliere woningen door toeristen met rolkoffers
rolkoffertje	=	rolkoffer
rolkoffertjes	=	rolkoffer
rolkoffertoerisme	noun	kortdurend toerisme in particuliere woningen door toeristen met rolkoffers
rolkraag	noun	kraag die bestaat uit één of meer rollen
rolkraagje	=	rolkraag
rolkraagjes	=	rolkraag
rolkragen	=	rolkraag
rolkussen	noun	een lang, cilindervormig kussen dat wordt gebruikt voor zowel decoratieve doeleinden in een interieur als voor comfortabele en orthopedische ondersteuning van het lichaam
rolkussens	=	rolkussen
rolkussentje	=	rolkussen
rolkussentjes	=	rolkussen
roll-on-roll-offboot	noun	vaartuig met een of meer dekken waar vrachtwagens en andere voertuigen op wielen gemakkelijk op en af kunnen rijden en parkeren
roll-on-roll-offboten	=	roll-on-roll-offboot
rollaag	noun	een rij op hun kant gemetselde stenen
rollade	noun	gekruide plakken vlees om elkaar heen gedraaid die vervolgens gebraad en daarna in plakken gesneden worden
rolladefabriek	noun	een fabriek waar rollades worden gemaakt
rolladefabrieken	=	rolladefabriek
rolladefabriekje	=	rolladefabriek
rolladefabriekjes	=	rolladefabriek
rolladeknoop	noun	de knoop die gelegd wordt in het touw rond een rollade
rolladeknoopje	=	rolladeknoop
rolladeknoopjes	=	rolladeknoop
rolladeknopen	=	rolladeknoop
rolladen	=	rollade
rollades	=	rollade
rolladetje	=	rollade
rolladetjes	=	rollade
rollagen	=	rollaag
rollator	noun	looprek op wieltjes dat als hulpmiddel dient bij het lopen
rollatorbrigade	noun|humorous	de verzamelde hoeveelheid hoogbejaarden dat zich met allerlei hulpmiddelen door de straten voortbeweegt
rollatorbrigades	=	rollatorbrigade
rollators	=	rollator
rollatortje	=	rollator
rollatortjes	=	rollator
rolle	=	rollen
rollebol	=	rollebollen
rollebolde	=	rollebollen
rollebolden	=	rollebollen
rollebolle	=	rollebollen
rollebollen	verb	vrolijk stoeien van kinderen
rollebollend	=	rollebollen
rollebollende	=	rollebollen
rollebolt	=	rollebollen
rollen	verb	zich wentelend over een oppervlak bewegen
rollend	adj	in staat zijnd om zich met wielen te verplaatsen
rollende	=	rollen
rollends	=	rollend
rollenpatronen	=	rollenpatroon
rollenpatroon	noun	alle handelingen die zouden passen bij de functies die je hebt in de samenleving
rollenpatroontje	=	rollenpatroon
rollenpatroontjes	=	rollenpatroon
rollenspel	noun	onderwijsvorm waarbij de cursisten zich in verschillende personen en situaties moeten en kunnen inleven
rollenspelen	=	rollenspel
rollenspellen	=	rollenspel
rollenspelletje	=	rollenspel
rollenspelletjes	=	rollenspel
roller	noun	voorwerp waarmee men kan rollen (bijv. een verfroller)
rollercoaster	noun	heftige gevoelsbeweging tussen tegengestelde emoties
rollercoastercursus	noun	een cursus om bange mensen om te laten leren gaan met achtbanen.
rollercoastercursusje	=	rollercoastercursus
rollercoastercursusjes	=	rollercoastercursus
rollercoastercursussen	=	rollercoastercursus
rollercoasters	=	rollercoaster
rollercoastertje	=	rollercoaster
rollercoastertjes	=	rollercoaster
rollers	=	roller
rollerskate	noun	rolschaats met 4 wieltjes, 2 assen en een vaste schoen
rollerskates	=	rollerskate
rollertje	=	roller
rollertjes	=	roller
rolletje	=	rol
rolletjes	=	rol
rolling	noun	deining
rollingen	=	rolling
rollinkje	=	rolling
rollinkjes	=	rolling
rolluik	noun	verticaal bewegende afsluiting voor een raam, deur of andere opening in een gebouw of andere ruimte
rolluiken	=	rolluik
rolluikje	=	rolluik
rolluikjes	=	rolluik
rolmaat	noun	rolmeter of rolcentimeter is een meetgereedschap dat geschikt is voor het meten van zowel buitenwerkse als binnenwerkse maten
rolmaatje	=	rolmaat
rolmaatjes	=	rolmaat
rolmaten	=	rolmaat
rolmeter	noun	een meetgereedschap dat geschikt is voor het meten van zowel buitenwerkse als binnenwerkse maten
rolmeters	=	rolmeter
rolmodel	noun	iemand die of iets dat op voorbeeldige wijze voldoet aan een bepaald rolpatroon, (een voorbeeldfunctie heeft)
rolmodellen	=	rolmodel
rolmodelletje	=	rolmodel
rolmodelletjes	=	rolmodel
rolmops	noun	een in het zuur bewaarde opgerolde haring rond een augurk
rolmopsen	=	rolmops
rolmopsje	=	rolmops
rolmopsjes	=	rolmops
rolodex	noun	apparaat met roterende systeemkaarten met contactgegevens, dat voornamelijk op kantoren wordt gebruikt
rolodexen	=	rolodex
roloplegging	noun	oplegging op rollen
rolopleggingen	=	roloplegging
roloven	noun	langwerpige oven voor de verhitting van staven, assen enz
rolovens	=	roloven
roloventje	=	roloven
roloventjes	=	roloven
roloway	noun	Cercopithecus roloway een apensoort uit het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
roloway's	=	roloway
rolowaytje	=	roloway
rolowaytjes	=	roloway
rolpaal	noun|obsolete	langs waterwegen bij bochten vertikaal opgestelde draaibare houten palen waar bij het scheepsjagen de jaaglijn omheen kon worden geslagen om bij het jagen het schip vrij van de wal te houden
rolpaaltje	=	rolpaal
rolpaaltjes	=	rolpaal
rolpaard	noun	een voertuig met vier wielen dat op oudere (oorlogs)schepen werd gebruikt om een kanon te dragen en te manipuleren
rolpaarden	=	rolpaard
rolpaardje	=	rolpaard
rolpaardjes	=	rolpaard
rolpalen	=	rolpaal
rolpens	noun	een traditioneel soort lichtzurige worst
rolpensen	=	rolpens
rolpensje	=	rolpens
rolpensjes	=	rolpens
rolpissebedden	noun	Armadillidiidae een familie binnen de orde pissebedden (Isopoda).
rolprent	noun	film die met een projector aan publiek kan worden vertoond
rolprenten	=	rolprent
rolprentje	=	rolprent
rolprentjes	=	rolprent
rolroer	noun	roer voor de draaiing van een vliegtuig om de lengteas
rolroeren	=	rolroer
rolroertje	=	rolroer
rolroertjes	=	rolroer
rolrond	adj	cilindervormig
rolronde	=	rolrond
rolronder	=	rolrond
rolrondere	=	rolrond
rolronders	=	rolrond
rolronds	=	rolrond
rolrondst	=	rolrond
rolrondste	=	rolrond
rolschaats	noun	een onder de voet te binden stel wieltjes waarop men zich schaatsend voortbewegen kan
rolschaatse	=	rolschaatsen
rolschaatsen	verb	het zich voortbewegen op ondergebonden wieltjes
rolschaatsend	=	rolschaatsen
rolschaatsende	=	rolschaatsen
rolschaatsje	=	rolschaats
rolschaatsjes	=	rolschaats
rolschaatst	=	rolschaatsen
rolschaatste	=	rolschaatsen
rolschaatsten	=	rolschaatsen
rolschoffel	noun	tuingereedschap met een ronddraaiende messenkooi die onkruid verwijdert en de grond losmaakt
rolschoffels	=	rolschoffel
rolschoffeltje	=	rolschoffel
rolschoffeltjes	=	rolschoffel
rolski	noun	ski op wieltjes
rolski's	=	rolski
rolskiede	=	rolskiën
rolskieden	=	rolskiën
rolskiet	=	rolskiën
rolskietje	=	rolski
rolskietjes	=	rolski
rolskië	=	rolskiën
rolskiën	verb	zich op rolski's voortbewegen
rolskiënd	=	rolskiën
rolskiënde	=	rolskiën
rolspin	noun	Solifugae een uniek lid van de spinachtigen dat strikt genomen geen echte spin en geen schorpioen is
rolspinnen	noun	Solifugae een orde van geleedpotige dieren die behoren tot de spinachtigen (Arachnida).
rolspinnetje	=	rolspin
rolspinnetjes	=	rolspin
rolsprong	noun	een verouderde techniek bij het hoogspringen, waarbij de springer met de buik naar de lat gekeerd over de lat gaat
rolsprongen	=	rolsprong
rolsprongetje	=	rolsprong
rolsprongetjes	=	rolsprong
rolsteen	noun	in stromend water rondgeslepen steen
rolsteentje	=	rolsteen
rolsteentjes	=	rolsteen
rolstenen	=	rolsteen
rolstoel	noun	vervoermiddel voor mensen die slecht ter been zijn
rolstoelbadminton	noun	badminton voor spelers in een rolstoel
rolstoelbasketbal	noun	basketbal uitgevoerd door spelers gezeten in rolstoelen
rolstoelbasketballer	noun	iemand (meestal iemand met een handicap) die rolstoelbasketbal speelt
rolstoelbasketballers	=	rolstoelbasketballer
rolstoelbasketballertje	=	rolstoelbasketballer
rolstoelbasketballertjes	=	rolstoelbasketballer
rolstoelbasketbalteam	noun	groep sporters die samen spelen tegen een ander team in een rolstoelbasketbalwedstrijd
rolstoelbasketbalteampje	=	rolstoelbasketbalteam
rolstoelbasketbalteampjes	=	rolstoelbasketbalteam
rolstoelbasketbalteams	=	rolstoelbasketbalteam
rolstoelcafeetje	=	rolstoelcafé
rolstoelcafeetjes	=	rolstoelcafé
rolstoelcafé	noun	gezellige bijeenkomst voor rolstoelgebruikers
rolstoelcafés	=	rolstoelcafé
rolstoelen	=	rolstoel
rolstoelonvriendelijk	adj	moeilijk toegangkelijk voor rolstoelgebruikers
rolstoelonvriendelijke	=	rolstoelonvriendelijk
rolstoelonvriendelijker	=	rolstoelonvriendelijk
rolstoelonvriendelijkere	=	rolstoelonvriendelijk
rolstoelonvriendelijkers	=	rolstoelonvriendelijk
rolstoelonvriendelijks	=	rolstoelonvriendelijk
rolstoelonvriendelijkst	=	rolstoelonvriendelijk
rolstoelonvriendelijkste	=	rolstoelonvriendelijk
rolstoelpatiënt	noun	persoon die afhankelijk is van een rolstoel om zich voort te kunnen bewegen
rolstoelpatiënten	=	rolstoelpatiënt
rolstoelpatiëntje	=	rolstoelpatiënt
rolstoelpatiëntjes	=	rolstoelpatiënt
rolstoeltennis	noun	dynamische racketsport voor mensen met een lichamelijke beperking aan de benen, gespeeld op een reguliere tennisbaan met speciale, wendbare sportrolstoelen
rolstoeltje	=	rolstoel
rolstoeltjes	=	rolstoel
rolstoeltoegankelijk	adj	dat mensen die een rolstoel nodig hebben dit gebouw kunnen betreden of vervoersmiddel kunnen gebruiken
rolstoeltoegankelijke	=	rolstoeltoegankelijk
rolstoeltoegankelijker	=	rolstoeltoegankelijk
rolstoeltoegankelijkere	=	rolstoeltoegankelijk
rolstoeltoegankelijkers	=	rolstoeltoegankelijk
rolstoeltoegankelijks	=	rolstoeltoegankelijk
rolstoeltoegankelijkst	=	rolstoeltoegankelijk
rolstoeltoegankelijkste	=	rolstoeltoegankelijk
rolstoelvriendelijk	adj	geschikt (gemaakt) voor rolstoelgebruikers; toegankelijk voor rolstoelgebruikers
rolstoelvriendelijke	=	rolstoelvriendelijk
rolstoelvriendelijker	=	rolstoelvriendelijk
rolstoelvriendelijkere	=	rolstoelvriendelijk
rolstoelvriendelijkers	=	rolstoelvriendelijk
rolstoelvriendelijks	=	rolstoelvriendelijk
rolstoelvriendelijkst	=	rolstoelvriendelijk
rolstoelvriendelijkste	=	rolstoelvriendelijk
rolstok	noun	cilindervormig gereedschap voor het uitrollen van deeg
rolstokje	=	rolstok
rolstokjes	=	rolstok
rolstokken	=	rolstok
rolt	=	rollen
roltabak	noun	gerolde pruimtabak
roltabakken	=	roltabak
roltafel	noun	een tafel op wieltje die dus kan rollen
roltafels	=	roltafel
roltafeltje	=	roltafel
roltafeltjes	=	roltafel
roltoeter	noun	een feestartikel dat een opgerold stuk papier met een veer bevat dat zich uitrolt en geluid maakt bij het blazen
roltoeters	=	roltoeter
roltoetertje	=	roltoeter
roltoetertjes	=	roltoeter
roltong	noun	lang, spiraalvormig buisje om voedsel op te zuigen zoals dat voorkomt bij vlinders
roltongen	=	roltong
roltongetje	=	roltong
roltrap	noun	systeem voor het vervoeren van personen tussen twee etages, bestaande uit een trap met omhoog- of omlaagschuivende treden
roltrapje	=	roltrap
roltrapjes	=	roltrap
roltrappen	=	roltrap
rolvast	adj	van iemand dat deze zich goed houdt aan de (toneel)rol die hij speelt
rolvaste	=	rolvast
rolvaster	=	rolvast
rolvastere	=	rolvast
rolvasters	=	rolvast
rolvasts	=	rolvast
rolvastst	=	rolvast
rolvastste	=	rolvast
rolveger	noun	apparaat op wieltjes en rondraaiende borstels waarmee men kruimels kan opvegen
rolvegers	=	rolveger
rolverdeling	noun	de verdeling van de rollen in een toneelstuk of in het maatschappelijke leven
rolverdelingen	=	rolverdeling
rolverdelinkje	=	rolverdeling
rolverdelinkjes	=	rolverdeling
rolvermenging	noun	situatie waarin verschillende, onderscheiden rollen of taken door elkaar gaan lopen.
rolvermengingen	=	rolvermenging
rolvermenginkje	=	rolvermenging
rolvermenginkjes	=	rolvermenging
rolverwisseling	noun	begrip uit de psychologie en systeemtherapie: dat de natuurlijke verhouding en verantwoordelijkheden tussen mensen—meestal ouder en kind—zijn omgedraaid of vervaagd
rolverwisselingen	=	rolverwisseling
rolverwisselingetje	=	rolverwisseling
rolverwisselingetjes	=	rolverwisseling
rolvorm	noun	de vorm van een rol hebbend; opgerold zijn
rolvormen	=	rolvorm
rolvormig	adj	vorm van een rol hebbend
rolvormige	=	rolvormig
rolvormiger	=	rolvormig
rolvormigere	=	rolvormig
rolvormigers	=	rolvormig
rolvormigs	=	rolvormig
rolvormigst	=	rolvormig
rolvormigste	=	rolvormig
rolwagen	noun	rolstoel
rolwagens	=	rolwagen
rolwagentje	=	rolwagen
rolwagentjes	=	rolwagen
rolwisseling	noun	het omwisselen of veranderen van de functie die men speelt
rolwisselingen	=	rolwisseling
rolwisselingetje	=	rolwisseling
rolwisselingetjes	=	rolwisseling
rolwolk	noun	horizontale, cilindervormige wolk (Cumulonimbus arcus) die laag boven de grond wentelt en vaak voorafgaat aan onweersbuien of koufronten
rolwolken	=	rolwolk
rolzomen	=	rolzoom
rolzoom	noun	zeer smalle zoom aan de vrije rand van een stof die de vorm heeft van een verdikt rolletje
rolzoompje	=	rolzoom
rolzoompjes	=	rolzoom
rom	noun	iemand die behoort tot de Roma, een volk in Europa en Azië dat traditioneel een zwervend bestaan leidt
roma	adj	behorend tot of betrekking hebbend op de Roma, een volk in Europa en Azië dat traditioneel een zwervend bestaan leidt
romaan	noun	iemand die als moedertaal een Romaanse taal heeft
romaans	adj	passend in de romaanse stijl
romaans-gotisch	adj	betrekking hebbend op een overgangsstijl in de bouwkunst (ca. 1150-1300) waarin robuuste, zware Romaanse kenmerken (ronde bogen, dikke muren, kleine vensters) samensmelten met vroege Gotische elementen zoals spitsbogen, ribgewelven en grotere verticaliteit, vooral in baksteen toegepast.
romaans-gotische	=	romaans-gotisch
romaans-gotischer	=	romaans-gotisch
romaans-gotischere	=	romaans-gotisch
romaans-gotischers	=	romaans-gotisch
romaansch	=	romaans
romaanse	=	romaans
romaanser	=	romaans
romaansere	=	romaans
romaansers	=	romaans
romaanst	=	romaans
romaanste	=	romaans
romaantje	=	romaan
romagnools	adj	betrekking hebbend op de historische gebied Romagna in het noorden van Italië
romagnoolse	=	romagnools
romagnoolser	=	romagnools
romagnoolsere	=	romagnools
romagnoolsers	=	romagnools
romagnoolst	=	romagnools
romagnoolstalig	adj	de Romagnoolse taal sprekend
romagnoolstalige	=	romagnoolstalig
romagnoolstaligs	=	romagnoolstalig
romagnoolste	=	romagnools
romaji	noun	de naam voor de transcriptie van het kanji naar het westers alfabet
roman	noun	een lang soort verhaal in boekvorm
romance	noun	een romantische liefdesgeschiedenis
romancen	=	romance
romances	=	romance
romancier	noun	romanschrijver
romanciers	=	romancier
romanciertje	=	romancier
romancière	noun	romanschrijfster
romancières	=	romancière
romancycli	=	romancyclus
romancyclus	noun	een aantal romans die samen een serie vormen
romancyclussen	=	romancyclus
romanen	=	romaan
romanesco	noun	een variëteit Brassica oleracea convar. botrytis var. botrytis die veel lijkt op bloemkool maar met een geelgroene kleur.
romanesk	adj	met de kleurrijke levendigheid zoals deze in een roman voorkomt
romaneske	=	romanesk
romanesker	=	romanesk
romaneskere	=	romanesk
romaneskers	=	romanesk
romanesks	=	romanesk
romaneskst	=	romanesk
romaneskste	=	romanesk
romanheld	noun	hoofdpersonage in een literair werk
romanhelden	=	romanheld
romanica	noun	bepaalde kunsttaal
romanisatie	noun	het opleggen van de Romeinse cultuur
romanisaties	=	romanisatie
romanisatietje	=	romanisatie
romaniseer	=	romaniseren
romaniseerde	=	romaniseren
romaniseerden	=	romaniseren
romaniseert	=	romaniseren
romanisere	=	romaniseren
romaniseren	verb	Romaanse invloeden ondergaan
romaniserend	=	romaniseren
romaniserende	=	romaniseren
romanisering	noun	het ondergaan van Romaanse invloeden
romaniseringen	=	romanisering
romanist	noun	iemand die de romaanse taal- en letterkunde heeft bestudeerd, het betreft het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Portugees, Reto-Romaans die allen zijn voortgekomen uit het Vulgair Latijn
romaniste	=	romanist
romanisten	=	romanist
romankunst	noun	de kunst van het romans schrijven
romankunsten	=	romankunst
romannetje	=	roman
romannetjes	=	roman
romanopzet	noun	het begin van een literair proza werk
romanopzetje	=	romanopzet
romanopzetjes	=	romanopzet
romanopzetten	=	romanopzet
romanpersonage	noun	verzonnen figuur dat een rol speelt in een boek
romanpersonages	=	romanpersonage
romans	=	roman
romanschrijfster	noun	vrouw die fictie boeken schrijft
romanschrijfsters	=	romanschrijfster
romanschrijfstertje	=	romanschrijfster
romanschrijfstertjes	=	romanschrijfster
romanschrijver	noun	een mannelijke persoon die romans schrijft
romanschrijvers	=	romanschrijver
romanschrijvertje	=	romanschrijver
romanschrijvertjes	=	romanschrijver
romantechnisch	adj	betreffende de structuur van een roman
romantechnische	=	romantechnisch
romantechnischer	=	romantechnisch
romantechnischere	=	romantechnisch
romantechnischers	=	romantechnisch
romantica	noun	een vrouw die zich heel erg door liefdesgevoelens laat leiden en minder door het nuchtere verstand
romantica's	=	romantica
romantici	=	romanticus
romanticus	noun	kunstenaar die de romantische stijl aanhangt
romantiek	noun	een gevoelige liefhebbende sfeer
romantisch	adj	mooi en lieflijk
romantische	=	romantisch
romantischer	=	romantisch
romantischere	=	romantisch
romantischers	=	romantisch
romantischt	=	romantisch
romantischte	=	romantisch
romantiseer	=	romantiseren
romantiseerde	=	romantiseren
romantiseerden	=	romantiseren
romantiseeren	=	romantiseren
romantiseert	=	romantiseren
romantisere	=	romantiseren
romantiseren	verb	iets mooier en rooskleuriger voorstellen dan het in werkelijkheid is
romantiserend	=	romantiseren
romantiserende	=	romantiseren
romantrilogie	noun	roman die in drie delen wordt uitgebracht
romantrilogieën	=	romantrilogie
romanvorm	noun	een tekst die eigenschappen heeft van een roman
romanvormen	=	romanvorm
rombisch	adj	drie onderling loodrechte spiegelvlakken of tweetallige assen bezittend
rombische	=	rombisch
romblonboeboekuil	noun	Ninox spilonotus vogel die in 1894 als aparte soort werd beschreven door Dean Conant Worcester en Frank Swift Bourns.
romblonboeboekuilen	=	romblonboeboekuil
romblonboeboekuiltje	=	romblonboeboekuil
romblonboeboekuiltjes	=	romblonboeboekuil
rombout	noun	libel uit de familie Gomphidae van libellen uit de onderorde van de echte libellen (Anisoptera)
rombouten	noun	Gomphidae een familie van libellen uit de onderorde van de echte libellen (Anisoptera)
romboutje	=	rombout
romboutjes	=	rombout
romboëdrisch	adj	als hoofdas van de rotatiesymmetrie een drietallige as bezittend met de primitieve translaties onder een eindige hoek daarmee
romboëdrische	=	romboëdrisch
romboïde	noun	parallellogram
romboïden	=	romboïde
romboïdes	=	romboïde
rombus	noun	ruit
rombussen	=	rombus
romcom	noun	grappige en romantische film
romcomgenre	noun	een filmgenre dat humor en liefde combineert, waarbij de plot draait om de romantische relatie tussen twee personages
romcomgenres	=	romcomgenre
romcoms	=	romcom
rome	=	romen
romein	noun	rechtopstaande schreefletter
romeinen	=	romein
romeinletter	noun	een normale letter (dus niet cursief, vet of onderstreept)
romeinletters	=	romeinletter
romeins	adj	met betrekking tot Rome
romeinse	noun	een vrouwelijke inwoner van Rome, of een vrouw afkomstig uit Rome
romeinsen	=	romeinse
romeinser	=	romeins
romeinsere	=	romeins
romeinsers	=	romeins
romeinsrechtelijk	adj	met betrekking tot het Romeinse recht
romeinsrechtelijke	=	romeinsrechtelijk
romeinsrechtelijker	=	romeinsrechtelijk
romeinsrechtelijkere	=	romeinsrechtelijk
romeinsrechtelijkers	=	romeinsrechtelijk
romeinsrechtelijks	=	romeinsrechtelijk
romeinsrechtelijkst	=	romeinsrechtelijk
romeinsrechtelijkste	=	romeinsrechtelijk
romeinst	=	romeins
romeinste	=	romeins
romeintje	=	romein
romeintjes	=	romein
romen	verb	van melk: bovenop een laag vormen die relatief veel vet bevat
romend	=	romen
romende	=	romen
romer	noun	groot wijnglas
romers	=	romer
romertje	=	romer
romertjes	=	romer
romig	adj	van een eetbare vloeistof dat ze dik en vet is of lijkt
romige	=	romig
romiger	=	romig
romigere	=	romig
romigers	=	romig
romigs	=	romig
romigst	=	romig
romigste	=	romig
romkom	noun	vrolijke luchtige film met een liefdesverhaal
romkoms	=	romkom
rommel	noun	vele waardeloze spullen door elkaar
rommelaar	noun	iemand die iets op een slordige manier doet
rommelaars	=	rommelaar
rommelblind	adj	het niet kunnen waarnemen van (de eigen) rommel
rommelblinde	=	rommelblind
rommelblinder	=	rommelblind
rommelblindere	=	rommelblind
rommelblinders	=	rommelblind
rommelblindheid	noun	het verschijnsel dat men rommel (vooral die men zelf gemaakt heeft) niet waarneemt
rommelblinds	=	rommelblind
rommelblindst	=	rommelblind
rommelblindste	=	rommelblind
rommelde	=	rommelen
rommelden	=	rommelen
rommele	=	rommelen
rommelen	verb	aanklooien, zonder plan of doel maar wat bezig zijn
rommelend	adj	slordig handelend
rommelende	=	rommelen
rommelends	=	rommelend
rommelhok	noun	vertrek waar men oude, overtollige rotzooi bewaart
rommelhokje	=	rommelhok
rommelhokjes	=	rommelhok
rommelhokken	=	rommelhok
rommelhypotheek	noun	lening waarbij men onvoldoende heeft gecontroleerd of de hypotheeknemer de lasten kan dragen
rommelhypotheken	=	rommelhypotheek
rommelig	adj	niet opgeruimd, met een storende mate van wanorde
rommelige	=	rommelig
rommeliger	=	rommelig
rommeligere	=	rommelig
rommeligers	=	rommelig
rommeligs	=	rommelig
rommeligst	=	rommelig
rommeligste	=	rommelig
rommeling	noun	een dof, laag geluid dat men niet alleen kan horen maar ook kan voelen
rommelingen	=	rommeling
rommelkamer	noun	een vertrek waarin veel waardeloze spullen staan
rommelkamers	=	rommelkamer
rommelkamertje	=	rommelkamer
rommelkamertjes	=	rommelkamer
rommelkast	noun	een kast waarin veel waardeloze spullen staan
rommelkasten	=	rommelkast
rommelkastje	=	rommelkast
rommelkastjes	=	rommelkast
rommelkruid	noun	een mengsel van een aantal kruiden en specerijen, zoals zoethoutwortel, suiker, nootmuskaat, anijs, kaneelkoppen, kruidnagel, peper, foelie, gemberpoeder en sandelhout.
rommelkruiden	=	rommelkruid
rommelkruidje	=	rommelkruid
rommelkruidjes	=	rommelkruid
rommelmarkt	noun	markt voor tweedehands goederen
rommelmarkten	=	rommelmarkt
rommelmarktje	=	rommelmarkt
rommelmarktjes	=	rommelmarkt
rommelpot	noun	een oud volksmuziekinstrument, ook wel foekepot genoemd
rommelpotje	=	rommelpot
rommelpotjes	=	rommelpot
rommelpotten	=	rommelpot
rommelstatus	noun	zeer lage kredietwaardigheid van een persoon, bedrijf of land zoals deze door een kredietbeoordelaar is toegekend
rommelstatussen	=	rommelstatus
rommelt	=	rommelen
rommeltje	=	rommel
rommeltjes	=	rommel
rommendom	adv	rondom
rommentom	adv	rondom
romoesja	=	romusha
romp	noun	het lichaam van een mens of dier zonder ledematen, kop of staart
rompen	=	romp
romper	noun	kledingstuk voor baby's of soms volwassenen, dat een hemdje en broekje ineen is en met drukknoopjes in het kruis wordt gesloten
rompers	=	romper
rompertje	=	romper
rompertjes	=	romper
rompje	=	romp
rompjes	=	romp
rompkabinet	noun	een demissionair kabinet dat ontstaat als één van de coalitiepartijen de regering verlaat
rompkabinetten	=	rompkabinet
rompoefening	noun	gymnastiek oefening die men doet om de rompspieren soepel en sterk te maken
rompoefeningen	=	rompoefening
rompslomp	noun	hinderlijke, vervelende drukte die nergens voor nodig is
rompslompen	=	rompslomp
rompslompje	=	rompslomp
rompslompjes	=	rompslomp
rompstaat	noun	het belangrijkste centrale deel van een land zonder de randgebieden
rompstaatje	=	rompstaat
rompstaatjes	=	rompstaat
rompstaten	=	rompstaat
roms	=	rom
romusha	noun	door de Japanse bezetter in Nederlands-Indië met meer of minder dwang geronselde inheemse arbeider
romusha's	=	romusha
ron	=	rinnen
ronchi	=	ronchus
ronchus	noun	reutelend geruis in ademhalingswegen
rond	adj	cirkelvormig.	prep	om, rondom
rondachtig	adj	lijkend op een rondevorm
rondachtige	=	rondachtig
rondachtiger	=	rondachtig
rondachtigere	=	rondachtig
rondachtigers	=	rondachtig
rondachtigs	=	rondachtig
rondachtigst	=	rondachtig
rondachtigste	=	rondachtig
rondas	noun	rond schild
rondassen	=	rondas
rondat	noun	een turntechniek op de vloer waarbij een halve draai om de diepteas gevolgd wordt door een kwartdraai om de lengteas
rondatje	=	rondat
rondatjes	=	rondat
rondats	=	rondat
rondbanjer	=	rondbanjeren
rondbanjerde	=	rondbanjeren
rondbanjerden	=	rondbanjeren
rondbanjere	=	rondbanjeren
rondbanjeren	verb	met een stampende tred ergens rondlopen
rondbanjerend	=	rondbanjeren
rondbanjerende	=	rondbanjeren
rondbanjert	=	rondbanjeren
rondbazuin	=	rondbazuinen
rondbazuinde	=	rondbazuinen
rondbazuinden	=	rondbazuinen
rondbazuine	=	rondbazuinen
rondbazuinen	verb	iets uit je zelf overal vertellen terwijl het vaak gaat om zaken die geheim hadden moeten blijven
rondbazuinend	=	rondbazuinen
rondbazuinende	=	rondbazuinen
rondbazuint	=	rondbazuinen
rondbel	=	rondbellen
rondbelde	=	rondbellen
rondbelden	=	rondbellen
rondbelle	=	rondbellen
rondbellen	verb	veel telefoontjes voeren over één onderwerp
rondbellend	=	rondbellen
rondbellende	=	rondbellen
rondbelt	=	rondbellen
rondbogen	=	rondboog
rondbogig	adj	met een ronde boog
rondbogige	=	rondbogig
rondbogiger	=	rondbogig
rondbogigere	=	rondbogig
rondbogigers	=	rondbogig
rondbogigs	=	rondbogig
rondbogigst	=	rondbogig
rondbogigste	=	rondbogig
rondboog	noun	een boog die een halve cirkel beschrijft
rondboogje	=	rondboog
rondborstig	adj	eerlijk en oprecht
rondborstige	=	rondborstig
rondborstiger	=	rondborstig
rondborstigere	=	rondborstig
rondborstigers	=	rondborstig
rondborstigs	=	rondborstig
rondborstigst	=	rondborstig
rondborstigste	=	rondborstig
rondbracht	=	rondbrengen
rondbrachten	=	rondbrengen
rondbreng	=	rondbrengen
rondbrenge	=	rondbrengen
rondbrengen	verb	ergens een tijd zijn
rondbrengend	=	rondbrengen
rondbrengende	=	rondbrengen
rondbrengt	=	rondbrengen
rondcirkel	=	rondcirkelen
rondcirkelde	=	rondcirkelen
rondcirkelden	=	rondcirkelen
rondcirkele	=	rondcirkelen
rondcirkelen	verb	in rondjes bewegen zonder zich naar een verderaf gelegen bestemming te gaan
rondcirkelend	=	rondcirkelen
rondcirkelende	=	rondcirkelen
rondcirkelt	=	rondcirkelen
ronddans	=	ronddansen
ronddanse	=	ronddansen
ronddansen	verb	dansend rondbewegen
ronddansend	=	ronddansen
ronddansende	=	ronddansen
ronddanst	=	ronddansen
ronddanste	=	ronddansen
ronddansten	=	ronddansen
ronddar	=	ronddarren
ronddarde	=	ronddarren
ronddarden	=	ronddarren
ronddarre	=	ronddarren
ronddarren	verb	doelloos ergens rondhangen
ronddarrend	=	ronddarren
ronddarrende	=	ronddarren
ronddart	=	ronddarren
rondde	=	ronden
ronddeel	=	ronddelen
ronddeelde	=	ronddelen
ronddeelden	=	ronddelen
ronddeelt	=	ronddelen
ronddele	=	ronddelen
ronddelen	verb	rondgaande aan ieder een deel geven
ronddelend	=	ronddelen
ronddelende	=	ronddelen
rondden	=	ronden
ronddien	=	ronddienen
ronddiende	=	ronddienen
ronddienden	=	ronddienen
ronddiene	=	ronddienen
ronddienen	verb	dingen in een kring of gezelschap aanbieden, zodat ieder naar de rij af, op zijn beurt daarvan iets krijgt
ronddienend	=	ronddienen
ronddienende	=	ronddienen
ronddient	=	ronddienen
ronddobber	=	ronddobberen
ronddobberde	=	ronddobberen
ronddobberden	=	ronddobberen
ronddobbere	=	ronddobberen
ronddobberen	verb	heen en weer drijven zonder duidelijke richting
ronddobberend	=	ronddobberen
ronddobberende	=	ronddobberen
ronddobbert	=	ronddobberen
ronddole	=	ronddolen
ronddolen	verb	zonder duidelijk doel of richting ergens bewegen
ronddolend	=	ronddolen
ronddolende	=	ronddolen
ronddool	=	ronddolen
ronddoolde	=	ronddolen
ronddoolden	=	ronddolen
ronddoolt	=	ronddolen
ronddraaf	=	ronddraven
ronddraafde	=	ronddraven
ronddraafden	=	ronddraven
ronddraaft	=	ronddraven
ronddraag	=	ronddragen
ronddraagt	=	ronddragen
ronddraai	=	ronddraaien
ronddraaide	=	ronddraaien
ronddraaiden	=	ronddraaien
ronddraaie	=	ronddraaien
ronddraaien	verb	een cirkelvormige beweging maken
ronddraaiend	adj	om zijn as cirkelend
ronddraaiende	=	ronddraaien
ronddraaiender	=	ronddraaiend
ronddraaiendere	=	ronddraaiend
ronddraaienders	=	ronddraaiend
ronddraaiends	=	ronddraaiend
ronddraaiendst	=	ronddraaiend
ronddraaiendste	=	ronddraaiend
ronddraait	=	ronddraaien
ronddrage	=	ronddragen
ronddragen	verb	dragend in de rondte vervoeren
ronddragend	=	ronddragen
ronddragende	=	ronddragen
ronddrave	=	ronddraven
ronddraven	verb	zonder bepaald doel in verschillende richtingen draven
ronddravend	=	ronddraven
ronddravende	=	ronddraven
ronddroeg	=	ronddragen
ronddroegen	=	ronddragen
ronddroegt	=	ronddragen
ronddwaal	=	ronddwalen
ronddwaalde	=	ronddwalen
ronddwaalden	=	ronddwalen
ronddwaalt	=	ronddwalen
ronddwale	=	ronddwalen
ronddwalen	verb	zonder duidelijke richting en doel bewegen in een bepaalde ruimte
ronddwalend	=	ronddwalen
ronddwalende	=	ronddwalen
ronddwarrel	=	ronddwarrelen
ronddwarrelde	=	ronddwarrelen
ronddwarrelden	=	ronddwarrelen
ronddwarrele	=	ronddwarrelen
ronddwarrelen	verb	rondvliegen en opvliegen door door de lucht
ronddwarrelend	=	ronddwarrelen
ronddwarrelende	=	ronddwarrelen
ronddwarrelt	=	ronddwarrelen
ronde	noun	een afgebakend onderdeel van een groter geheel
rondeau	noun	een versvorm met de structuur A₁B₁A₂A₁A₃B₂A₁B₁
rondeaus	=	rondeau
rondeautje	=	rondeau
rondeautjes	=	rondeau
rondedans	noun	een dans waarbij de deelnemers hand in hand in een kring staan
rondedansen	=	rondedans
rondedansje	=	rondedans
rondedansjes	=	rondedans
rondeel	noun	een halfrond bolwerk met dezelfde hoogte als de aanliggende muren en van bijzondere sterkte die het mogelijk maakte zwaar geschut te plaatsen
rondeeltje	=	rondeel
rondeeltjes	=	rondeel
rondel	noun	rond stukje metaal waar men later een munt van maakt
rondelen	=	rondeel
rondellen	=	rondel
rondelletje	=	rondel
rondelletjes	=	rondel
rondemiss	noun	juffrouw die de winnaar van een etappe in een wielerronde zoent en bloemen geeft
rondemissen	=	rondemiss
rondemisses	=	rondemiss
ronden	verb	geheel rondom een kaap varen
rondend	=	ronden
rondende	=	ronden
ronder	=	rond
rondere	=	rond
ronderenner	noun	wielrenner die gespecialiseerd is in meerdaagse etappewedstrijden
ronderenners	=	ronderenner
ronders	=	rond
rondes	=	ronde
rondetafelconferentie	noun	een conferentie waarbij alle partijen gelijkwaardig zijn
rondetafelconferenties	=	rondetafelconferentie
rondetafelgesprek	noun	vergadering met gelijkwaardige partners
rondetafelgesprekje	=	rondetafelgesprek
rondetafelgesprekjes	=	rondetafelgesprek
rondetafelgesprekken	=	rondetafelgesprek
rondetijd	noun	de tijd die het duurt om één keer een ringvormig parcours af te leggen
rondetijden	=	rondetijd
rondfladder	=	rondfladderen
rondfladderde	=	rondfladderen
rondfladderden	=	rondfladderen
rondfladdere	=	rondfladderen
rondfladderen	verb	onregelmatig heen en weer vliegen van vlinders, insecten, vleermuizen en kleine vogels
rondfladderend	=	rondfladderen
rondfladderende	=	rondfladderen
rondfladdert	=	rondfladderen
rondga	=	rondgaan
rondgaaft	=	rondgeven
rondgaan	verb	in allerlei richtingen gaan
rondgaand	=	rondgaan
rondgaande	=	rondgaan
rondgaat	=	rondgaan
rondgaf	=	rondgeven
rondgang	noun	het afleggen van een weg die weer naar het punt van vertrek voert
rondgangen	=	rondgang
rondgangetje	=	rondgang
rondgangetjes	=	rondgang
rondgaven	=	rondgeven
rondgebanjerd	=	rondbanjeren
rondgebazuind	=	rondbazuinen
rondgebazuinde	=	rondbazuinen
rondgebeld	=	rondbellen
rondgebracht	=	rondbrengen
rondgebrachte	=	rondbrengen
rondgecirkeld	=	rondcirkelen
rondgedanst	=	ronddansen
rondgedard	=	ronddarren
rondgedeeld	=	ronddelen
rondgedeelde	=	ronddelen
rondgediend	=	ronddienen
rondgedobberd	=	ronddobberen
rondgedoold	=	ronddolen
rondgedraafd	=	ronddraven
rondgedraaid	=	ronddraaien
rondgedraaide	=	ronddraaien
rondgedragen	=	ronddragen
rondgedwaald	=	ronddwalen
rondgedwarreld	=	ronddwarrelen
rondgeef	=	rondgeven
rondgeeft	=	rondgeven
rondgefladderd	=	rondfladderen
rondgegaan	=	rondgaan
rondgegeven	=	rondgeven
rondgehangen	=	rondhangen
rondgekeken	=	rondkijken
rondgekomen	=	rondkomen
rondgekropen	=	rondkruipen
rondgeleid	=	rondleiden
rondgeleide	=	rondleiden
rondgelopen	=	rondlopen
rondgelummeld	=	rondlummelen
rondgemaakt	=	rondmaken
rondgemaakte	=	rondmaken
rondgemaald	=	rondmalen
rondgeneusd	=	rondneuzen
rondgepompt	=	rondpompen
rondgeraasd	=	rondrazen
rondgereden	=	rondrijden
rondgereisd	=	rondreizen
rondgerend	=	rondrennen
rondgescharreld	=	rondscharrelen
rondgeschreven	=	rondschrijven
rondgeslenterd	=	rondslenteren
rondgeslingerd	=	rondslingeren
rondgeslopen	=	rondsluipen
rondgesnuffeld	=	rondsnuffelen
rondgespookt	=	rondspoken
rondgesprongen	=	rondspringen
rondgestapt	=	rondstappen
rondgestraald	=	rondstralen
rondgestraalde	=	rondstralen
rondgestrooid	=	rondstrooien
rondgestrooide	=	rondstrooien
rondgestruind	=	rondstruinen
rondgestuiterd	=	rondstuiteren
rondgetast	=	rondtasten
rondgetoerd	=	rondtoeren
rondgetold	=	rondtollen
rondgetrokken	=	rondtrekken
rondgevaren	=	rondvaren
rondgeve	=	rondgeven
rondgeven	verb	ronddelen
rondgevend	=	rondgeven
rondgevende	=	rondgeven
rondgevlogen	=	rondvliegen
rondgevoerd	=	rondvoeren
rondgevoerde	=	rondvoeren
rondgevraagd	=	rondvragen
rondgevraagde	=	rondvragen
rondgewaard	=	rondwaren
rondgewandeld	=	rondwandelen
rondgezeuld	=	rondzeulen
rondgezien	=	rondzien
rondgezongen	=	rondzingen
rondgezwaaid	=	rondzwaaien
rondgezwalkt	=	rondzwalken
rondgezweefd	=	rondzweven
rondgezwierd	=	rondzwieren
rondgezwommen	=	rondzwemmen
rondgezworven	=	rondzwerven
rondging	=	rondgaan
rondgingen	=	rondgaan
rondhalsboogkever	noun	Epaphius secalis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rondhalsboogkevers	=	rondhalsboogkever
rondhalsboogkevertje	=	rondhalsboogkever
rondhalsboogkevertjes	=	rondhalsboogkever
rondhalstandklauw	noun	Synuchus vivalis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rondhalstandklauwen	=	rondhalstandklauw
rondhalstandklauwtje	=	rondhalstandklauw
rondhalstandklauwtjes	=	rondhalstandklauw
rondhalszwartschild	noun	Pterostichus madidus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rondhalszwartschilden	=	rondhalszwartschild
rondhalszwartschildje	=	rondhalszwartschild
rondhalszwartschildjes	=	rondhalszwartschild
rondhang	=	rondhangen
rondhange	=	rondhangen
rondhangen	verb	op een plaats langdurig verblijven zonder iets te doen te hebben
rondhangend	=	rondhangen
rondhangende	=	rondhangen
rondhangt	=	rondhangen
rondheden	=	rondheid
rondheid	noun	het cirkelvormig zijn, het bol zijn
rondhing	=	rondhangen
rondhinge	=	rondhangen
rondhingen	=	rondhangen
rondhingt	=	rondhangen
rondhout	noun	alle masten, stengen en ra's behorende tot de vaste uitrusting van een zeilschip
rondhouten	=	rondhout
rondhoutje	=	rondhout
rondhoutjes	=	rondhout
ronding	noun	welving, ronde vorm
rondingen	=	ronding
rondinkje	=	ronding
rondinkjes	=	ronding
rondje	noun	alleen verkleinwoord traktatie, gewoonlijk van alcoholische aard aan de aanwezigen in een café
rondjes	=	rond
rondkeek	=	rondkijken
rondkeekt	=	rondkijken
rondkeke	=	rondkijken
rondkeken	=	rondkijken
rondkijk	=	rondkijken
rondkijke	=	rondkijken
rondkijken	verb	de blik onderzoekend in verschillende richtingen richten
rondkijkend	=	rondkijken
rondkijkende	=	rondkijken
rondkijkt	=	rondkijken
rondkolf	noun	een stuk glaswerk in de vorm van een bolvormig vat, gewoonlijk voorzien van een enkel slijpstuk
rondkolfje	=	rondkolf
rondkolfjes	=	rondkolf
rondkolven	=	rondkolf
rondkom	=	rondkomen
rondkome	=	rondkomen
rondkomen	verb	in staat zijn van zijn inkomsten te leven
rondkomend	=	rondkomen
rondkomende	=	rondkomen
rondkomt	=	rondkomen
rondkop	noun	spijker een ronde kop
rondkoppen	=	rondkop
rondkroop	=	rondkruipen
rondkropen	=	rondkruipen
rondkruip	=	rondkruipen
rondkruipe	=	rondkruipen
rondkruipen	verb	zich ongericht kruipend voortbewegen
rondkruipend	=	rondkruipen
rondkruipende	=	rondkruipen
rondkruipt	=	rondkruipen
rondkwaamt	=	rondkomen
rondkwam	=	rondkomen
rondkwame	=	rondkomen
rondkwamen	=	rondkomen
rondleid	=	rondleiden
rondleidde	=	rondleiden
rondleidden	=	rondleiden
rondleide	=	rondleiden
rondleiden	verb	mensen langs een route met interessante plekken voeren en uitleg geven
rondleidend	=	rondleiden
rondleidende	=	rondleiden
rondleider	noun	iemand die mensen langs verschillende bezienswaardigheden leidt en over die bezienswaardigheden uitleg geeft
rondleiders	=	rondleider
rondleiding	noun	een route langs interessante plekken waar men uitleg krijgt
rondleidingen	=	rondleiding
rondleidinkje	=	rondleiding
rondleidinkjes	=	rondleiding
rondleidt	=	rondleiden
rondliep	=	rondlopen
rondliepe	=	rondlopen
rondliepen	=	rondlopen
rondliept	=	rondlopen
rondloop	=	rondlopen
rondloopt	=	rondlopen
rondlope	=	rondlopen
rondlopen	verb	een gesloten kromme lopend volmaken
rondlopend	=	rondlopen
rondlopende	=	rondlopen
rondlummel	=	rondlummelen
rondlummelde	=	rondlummelen
rondlummelden	=	rondlummelen
rondlummele	=	rondlummelen
rondlummelen	verb	ergens lui rondhangen zonder iets nuttigs te doen
rondlummelend	=	rondlummelen
rondlummelende	=	rondlummelen
rondlummelt	=	rondlummelen
rondmaaiend	adj	met wilde (arm)bewegingen
rondmaaiende	=	rondmaaiend
rondmaaiender	=	rondmaaiend
rondmaaiendere	=	rondmaaiend
rondmaaienders	=	rondmaaiend
rondmaaiends	=	rondmaaiend
rondmaaiendst	=	rondmaaiend
rondmaaiendste	=	rondmaaiend
rondmaak	=	rondmaken
rondmaakt	=	rondmaken
rondmaakte	=	rondmaken
rondmaakten	=	rondmaken
rondmake	=	rondmaken
rondmaken	verb	een afspraak bindend maken
rondmakend	=	rondmaken
rondmakende	=	rondmaken
rondmaker	noun	iemand die een overeenkomst kan maken en sluiten
rondmakers	=	rondmaker
rondmalen	verb	steeds maar over hetzelfde blijven denken zonder tot een conclusie te komen of voortgang te boeken
rondmalend	=	rondmalen
rondneus	=	rondneuzen
rondneusde	=	rondneuzen
rondneusden	=	rondneuzen
rondneust	=	rondneuzen
rondneuze	=	rondneuzen
rondneuzen	verb	her en der kijken, her en der zoekend
rondneuzend	=	rondneuzen
rondneuzende	=	rondneuzen
rondo	noun	een ronde, met amandelspijs gevulde koek
rondo's	=	rondo
rondogalago	noun	Galagoides rondoensis een soort van het geslacht dwerggalago's (Galagoides).
rondogalago's	=	rondogalago
rondogalagootje	=	rondogalago
rondogalagootjes	=	rondogalago
rondom	prep	in de buurt van, ongeveer tijdens
rondomantenne	noun	een antenne die in alle richtingen van het horizontale vlak, even gevoelig is voor het ontvangen of uitzenden van signalen
rondomantennes	=	rondomantenne
rondomantennetje	=	rondomantenne
rondomantennetjes	=	rondomantenne
rondoniaorpheusmierkruiper	noun	Hypocnemis ochrogyna een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
rondoniaorpheusmierkruipers	=	rondoniaorpheusmierkruiper
rondoniaorpheusmierkruipertje	=	rondoniaorpheusmierkruiper
rondoniaorpheusmierkruipertjes	=	rondoniaorpheusmierkruiper
rondootje	=	rondo
rondootjes	=	rondo
rondpomp	=	rondpompen
rondpompe	=	rondpompen
rondpompen	verb	met behulp van een pomp een gas of vloeistof laten circuleren
rondpompend	=	rondpompen
rondpompende	=	rondpompen
rondpompt	=	rondpompen
rondpompte	=	rondpompen
rondpompten	=	rondpompen
rondpunt	noun	rotonde, verkeersplein meestal met voorrang van rechts
rondpunten	=	rondpunt
rondpuntje	=	rondpunt
rondpuntjes	=	rondpunt
rondraas	=	rondrazen
rondraasde	=	rondrazen
rondraasden	=	rondrazen
rondraast	=	rondrazen
rondraze	=	rondrazen
rondrazen	verb	met hoge snelheid rondgaan
rondrazend	=	rondrazen
rondrazende	=	rondrazen
rondrede	=	rondrijden
rondreden	=	rondrijden
rondreed	=	rondrijden
rondreedt	=	rondrijden
rondreis	noun	reis met bezoek aan verschillende plaatsen of personen
rondreisde	=	rondreizen
rondreisden	=	rondreizen
rondreisje	=	rondreis
rondreisjes	=	rondreis
rondreist	=	rondreizen
rondreize	=	rondreizen
rondreizen	verb	naar vele plaatsen onderweg zijn
rondreizend	=	rondreizen
rondreizende	=	rondreizen
rondren	=	rondrennen
rondrende	=	rondrennen
rondrenden	=	rondrennen
rondrenne	=	rondrennen
rondrennen	verb	in rondjes rennen
rondrennend	=	rondrennen
rondrennende	=	rondrennen
rondrent	=	rondrennen
rondrij	=	rondrijden
rondrijd	=	rondrijden
rondrijde	=	rondrijden
rondrijden	verb	rijden zonder een bepaald doel of met het doel de omgeving te verkennen
rondrijdend	=	rondrijden
rondrijdende	=	rondrijden
rondrijdt	=	rondrijden
rondrit	noun	een plezierreisje waarbij de finish op dezelfde plaats is als de start
rondritje	=	rondrit
rondritjes	=	rondrit
rondritten	=	rondrit
ronds	=	rond
rondscharrel	=	rondscharrelen
rondscharrelde	=	rondscharrelen
rondscharrelden	=	rondscharrelen
rondscharrele	=	rondscharrelen
rondscharrelen	verb	ergens ongericht rondlopen
rondscharrelend	=	rondscharrelen
rondscharrelende	=	rondscharrelen
rondscharrelt	=	rondscharrelen
rondschreef	=	rondschrijven
rondschreven	=	rondschrijven
rondschrijf	=	rondschrijven
rondschrijft	=	rondschrijven
rondschrijve	=	rondschrijven
rondschrijven	verb	een brief schrijven aan de personen van een bepaalde kring	noun	een brief aan de personen van een bepaalde kring
rondschrijvend	=	rondschrijven
rondschrijvende	=	rondschrijven
rondschrijvens	=	rondschrijven
rondsel	noun	klein tandrad dat in een groter tandwiel grijpt
rondsels	=	rondsel
rondseltje	=	rondsel
rondseltjes	=	rondsel
rondslenter	=	rondslenteren
rondslenterde	=	rondslenteren
rondslenterden	=	rondslenteren
rondslentere	=	rondslenteren
rondslenteren	verb	doelloos rondlopen
rondslenterend	=	rondslenteren
rondslenterende	=	rondslenteren
rondslentert	=	rondslenteren
rondslinger	=	rondslingeren
rondslingerde	=	rondslingeren
rondslingerden	=	rondslingeren
rondslingere	=	rondslingeren
rondslingeren	verb	ordeloos iets laten liggen op een plaats waar het niet hoort te zijn
rondslingerend	=	rondslingeren
rondslingerende	=	rondslingeren
rondslingert	=	rondslingeren
rondsloop	=	rondsluipen
rondslopen	=	rondsluipen
rondsluip	=	rondsluipen
rondsluipe	=	rondsluipen
rondsluipen	verb	ergens sluipen zonder duidelijke richting
rondsluipend	=	rondsluipen
rondsluipende	=	rondsluipen
rondsluipt	=	rondsluipen
rondsnoek	noun	Sphyraena picudilla een straalvinnige vis uit de familie van barracuda's (Sphyraenidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan
rondsnoeken	=	rondsnoek
rondsnoekje	=	rondsnoek
rondsnoekjes	=	rondsnoek
rondsnuffel	=	rondsnuffelen
rondsnuffelde	=	rondsnuffelen
rondsnuffelden	=	rondsnuffelen
rondsnuffele	=	rondsnuffelen
rondsnuffelen	verb	heimelijk en zonder plan her en der kijken uit nieuwsgierigheid
rondsnuffelend	=	rondsnuffelen
rondsnuffelende	=	rondsnuffelen
rondsnuffelt	=	rondsnuffelen
rondspant	noun	vorm van de romp die doorlopend rond is
rondspanten	=	rondspant
rondspoke	=	rondspoken
rondspoken	verb	zonder duidelijk doel ergens bewegen
rondspokend	=	rondspoken
rondspokende	=	rondspoken
rondspook	=	rondspoken
rondspookt	=	rondspoken
rondspookte	=	rondspoken
rondspookten	=	rondspoken
rondspring	=	rondspringen
rondspringe	=	rondspringen
rondspringen	verb	zich springend in alle richtingen bewegen
rondspringend	=	rondspringen
rondspringende	=	rondspringen
rondspringt	=	rondspringen
rondsprong	=	rondspringen
rondsprongen	=	rondspringen
rondst	=	rond
rondstaartgrondeekhoorn	noun	Spermophilus tereticaudus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
rondstaartgrondeekhoorns	=	rondstaartgrondeekhoorn
rondstaartgrondeekhoorntje	=	rondstaartgrondeekhoorn
rondstaartgrondeekhoorntjes	=	rondstaartgrondeekhoorn
rondstap	=	rondstappen
rondstappe	=	rondstappen
rondstappen	verb	heen- en weer lopen; ergens rondwandelen
rondstappend	=	rondstappen
rondstappende	=	rondstappen
rondstapt	=	rondstappen
rondstapte	=	rondstappen
rondstapten	=	rondstappen
rondste	=	rond
rondstraal	=	rondstralen
rondstraalantenne	noun	een antenne die in alle richtingen van het horizontale vlak, even gevoelig is voor het ontvangen of uitzenden van signalen
rondstraalantennes	=	rondstraalantenne
rondstraalantennetje	=	rondstraalantenne
rondstraalantennetjes	=	rondstraalantenne
rondstraalde	=	rondstralen
rondstraalden	=	rondstralen
rondstraalt	=	rondstralen
rondstrale	=	rondstralen
rondstralen	verb	in elke richting dezelfde hoeveelheid elektromagnetische straling uitzenden
rondstralend	=	rondstralen
rondstralende	=	rondstralen
rondstraler	noun	een antenne die in alle richtingen van het horizontale vlak, even gevoelig is voor het ontvangen of uitzenden van signalen
rondstralers	=	rondstraler
rondstralertje	=	rondstraler
rondstralertjes	=	rondstraler
rondstrooi	=	rondstrooien
rondstrooide	=	rondstrooien
rondstrooiden	=	rondstrooien
rondstrooie	=	rondstrooien
rondstrooien	verb	zonder duidelijk doel en richting iets overal verspreiden
rondstrooiend	=	rondstrooien
rondstrooiende	=	rondstrooien
rondstrooit	=	rondstrooien
rondstruin	=	rondstruinen
rondstruinde	=	rondstruinen
rondstruinden	=	rondstruinen
rondstruine	=	rondstruinen
rondstruinen	verb	ergens onderzoekend rondlopen zonder op de gebaande wegen en paden te blijven
rondstruinend	=	rondstruinen
rondstruinende	=	rondstruinen
rondstruint	=	rondstruinen
rondstuiteren	verb	ergens zeer druk en ongecoördineerd rondspringen
rondstuiterend	=	rondstuiteren
rondsurfen	verb	al dan niet doelgericht informatie zoeken op het internet
rondt	=	ronden
rondtast	=	rondtasten
rondtaste	=	rondtasten
rondtasten	verb	om zich heen voelen (met handen of vergelijkbare lichaamsdelen bij dieren)
rondtastend	=	rondtasten
rondtastende	=	rondtasten
rondtastte	=	rondtasten
rondtastten	=	rondtasten
rondte	noun	omgeving, kring,rondheid
rondten	=	rondte
rondtes	=	rondte
rondtocht	noun	een reis waarbij begin- en eindpunt hetzelfde zijn
rondtochten	=	rondtocht
rondtochtje	=	rondtocht
rondtochtjes	=	rondtocht
rondtoer	=	rondtoeren
rondtoerde	=	rondtoeren
rondtoerden	=	rondtoeren
rondtoere	=	rondtoeren
rondtoeren	verb	ongericht rondrijden
rondtoerend	=	rondtoeren
rondtoerende	=	rondtoeren
rondtoert	=	rondtoeren
rondtol	=	rondtollen
rondtolde	=	rondtollen
rondtolden	=	rondtollen
rondtolle	=	rondtollen
rondtollen	verb	op één plaats blijven ronddraaien
rondtollend	=	rondtollen
rondtollende	=	rondtollen
rondtolt	=	rondtollen
rondtrek	=	rondtrekken
rondtrekke	=	rondtrekken
rondtrekken	verb	zonder duidelijk doel van de ene plaats naar de andere gaan
rondtrekkend	=	rondtrekken
rondtrekkende	=	rondtrekken
rondtrekt	=	rondtrekken
rondtrok	=	rondtrekken
rondtrokke	=	rondtrekken
rondtrokken	=	rondtrekken
rondtrokt	=	rondtrekken
ronduit	adv	direct, zonder omwegen
rondvaar	=	rondvaren
rondvaart	noun	een ronde varen met het doel de omgeving te bekijken
rondvaartboot	noun	boot waarmee toeristen vanaf het water een stad of landschap kunnen bezichtigen d.m.v. een boottocht die weer eindigt bij de startplaats
rondvaartbootje	=	rondvaartboot
rondvaartbootjes	=	rondvaartboot
rondvaartboten	=	rondvaartboot
rondvaarten	=	rondvaart
rondvaartje	=	rondvaart
rondvaartjes	=	rondvaart
rondvare	=	rondvaren
rondvaren	verb	geheel rondom een landmassa of de aarde zelf varen
rondvarend	=	rondvaren
rondvarende	=	rondvaren
rondvertel	=	rondvertellen
rondverteld	=	rondvertellen
rondvertelde	=	rondvertellen
rondvertelden	=	rondvertellen
rondvertelle	=	rondvertellen
rondvertellen	verb	iets aan heel veel mensen vertellen; iets aan iedereen bekendmaken
rondvertellend	=	rondvertellen
rondvertellende	=	rondvertellen
rondvertelt	=	rondvertellen
rondvis	noun	een vis die op dwarsdoorsnede een elliptische vorm heeft
rondvissen	=	rondvis
rondvleugelbeertje	noun	Thumatha senex een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae)
rondvleugelbeertjes	=	rondvleugelbeertje
rondvlieg	=	rondvliegen
rondvliege	=	rondvliegen
rondvliegen	verb	ongeordend door de lucht bewegen
rondvliegend	=	rondvliegen
rondvliegende	=	rondvliegen
rondvliegt	=	rondvliegen
rondvloge	=	rondvliegen
rondvlogen	=	rondvliegen
rondvloog	=	rondvliegen
rondvloogt	=	rondvliegen
rondvoer	=	rondvaren
rondvoerde	=	rondvoeren
rondvoerden	=	rondvoeren
rondvoere	=	rondvoeren
rondvoeren	verb	op een tocht die terugleidt naar de oorsprong doen bewegen
rondvoerend	=	rondvoeren
rondvoerende	=	rondvoeren
rondvoert	=	rondvoeren
rondvraag	noun	het moment aan het einde van een vergadering waarbij alle aanwezigen om vragen of opmerkingen worden gevraagd.
rondvraagde	=	rondvragen
rondvraagden	=	rondvragen
rondvraagdenª	=	rondvragen
rondvraagdeª	=	rondvragen
rondvraagje	=	rondvraag
rondvraagjes	=	rondvraag
rondvraagt	=	rondvragen
rondvrage	=	rondvragen
rondvragen	verb	aan verschillende personen van een gezelschap of regio vragen
rondvragend	=	rondvragen
rondvragende	=	rondvragen
rondvroeg	=	rondvragen
rondvroegen	=	rondvragen
rondwaar	=	rondwaren
rondwaarde	=	rondwaren
rondwaarden	=	rondwaren
rondwaart	=	rondwaren
rondwandel	=	rondwandelen
rondwandelde	=	rondwandelen
rondwandelden	=	rondwandelen
rondwandele	=	rondwandelen
rondwandelen	verb	zonder duidelijk doel ergens wandelen, een ommetje lopen
rondwandelend	=	rondwandelen
rondwandelende	=	rondwandelen
rondwandeling	noun	een wandeling waarbij het eindpunt hetzelfde is als het beginpunt
rondwandelingen	=	rondwandeling
rondwandelt	=	rondwandelen
rondware	=	rondwaren
rondwaren	verb	zich al dwalend bevinden (gezegd van geesten en spoken op een bepaalde plaats)
rondwarend	=	rondwaren
rondwarende	=	rondwaren
rondweg	noun	verharde route die verkeer rond een plaats leidt	adv	zonder omwegen; zonder er doekjes om te winden
rondwegen	=	rondweg
rondweggetje	=	rondweg
rondweggetjes	=	rondweg
rondwegje	=	rondweg
rondwegjes	=	rondweg
rondworm	noun	benaming voor dieren uit de stam Nematoda
rondwormen	noun	stam Nematoda, ronde langwerpige dieren zonder segmenten, maar met een spijsverteringsstelsel, met vermoedelijk meer dan een miljoen soorten die zijn aangepast aan een grote verscheidenheid van leefmilieus
rondwormpje	=	rondworm
rondwormpjes	=	rondworm
rondzaag	noun	cirkelzaag
rondzaagje	=	rondzaag
rondzaagjes	=	rondzaag
rondzag	=	rondzien
rondzagen	=	rondzaag
rondzending	noun	het verspreiden van informatie, documenten of materialen naar een groep mensen, vaak in een vaste volgorde (rouleren).
rondzendingen	=	rondzending
rondzendinkje	=	rondzending
rondzendinkjes	=	rondzending
rondzeul	=	rondzeulen
rondzeulde	=	rondzeulen
rondzeulden	=	rondzeulen
rondzeule	=	rondzeulen
rondzeulen	verb	op een vermoeiende manier ergens mee rondlopen
rondzeulend	=	rondzeulen
rondzeulende	=	rondzeulen
rondzeult	=	rondzeulen
rondzie	=	rondzien
rondzien	verb	kijken met een blik die alle richtigen van een ruimte doorkruist
rondziend	=	rondzien
rondziende	=	rondzien
rondziet	=	rondzien
rondzing	=	rondzingen
rondzinge	=	rondzingen
rondzingen	verb	luid piepen van een geluidsinstallatie als een microfoon het geluid opvangt van de luidsprekers die het geluid van de microfoon weergeven
rondzingend	=	rondzingen
rondzingende	=	rondzingen
rondzingt	=	rondzingen
rondzit	noun	een cirkelvormige of rechthoekige bank vaak met een tafel in het midden
rondzitje	=	rondzit
rondzitjes	=	rondzit
rondzong	=	rondzingen
rondzongen	=	rondzingen
rondzwaai	=	rondzwaaien
rondzwaaide	=	rondzwaaien
rondzwaaiden	=	rondzwaaien
rondzwaaie	=	rondzwaaien
rondzwaaien	verb	om een as ronddraaien
rondzwaaiend	=	rondzwaaien
rondzwaaiende	=	rondzwaaien
rondzwaait	=	rondzwaaien
rondzwalk	=	rondzwalken
rondzwalke	=	rondzwalken
rondzwalken	verb	zonder duidelijke richting en doel bewegen in een bepaalde ruimte
rondzwalkend	=	rondzwalken
rondzwalkende	=	rondzwalken
rondzwalkt	=	rondzwalken
rondzwalkte	=	rondzwalken
rondzwalkten	=	rondzwalken
rondzweef	=	rondzweven
rondzweefde	=	rondzweven
rondzweefden	=	rondzweven
rondzweeft	=	rondzweven
rondzwem	=	rondzwemmen
rondzwemme	=	rondzwemmen
rondzwemmen	verb	doelloos heen en weer zwemmen in een bepaald gebied
rondzwemmend	=	rondzwemmen
rondzwemmende	=	rondzwemmen
rondzwemt	=	rondzwemmen
rondzwerf	=	rondzwerven
rondzwerft	=	rondzwerven
rondzwerve	=	rondzwerven
rondzwerven	verb	ongeordend her en derwaarts gaan zonder duidelijk doel
rondzwervend	adj	van iets of iemand dat deze ergens doelloos verblijft zonder vaste plaats
rondzwervende	=	rondzwerven
rondzwervends	=	rondzwervend
rondzweve	=	rondzweven
rondzweven	verb	een een ruimte of de lucht drijven zonder eenduidig ergens heen te gaan
rondzwevend	=	rondzweven
rondzwevende	=	rondzweven
rondzwier	=	rondzwieren
rondzwierde	=	rondzwieren
rondzwierden	=	rondzwieren
rondzwiere	=	rondzwieren
rondzwieren	verb	snel dansend in de rondte draaien
rondzwierend	=	rondzwieren
rondzwierende	=	rondzwieren
rondzwierf	=	rondzwerven
rondzwiert	=	rondzwieren
rondzwierven	=	rondzwerven
rondzwom	=	rondzwemmen
rondzwommen	=	rondzwemmen
rong	noun	een van rechtop staande staven die op een platte wagen dienen om de lading tegen te houden
rongen	=	rong
ronk	=	ronken
ronke	=	ronken
ronkedoor	noun	olifant, doorgaans een mannetje, die buiten een kudde leeft en agressief gedrag vertoond
ronkedoors	=	ronkedoor
ronken	verb	het maken van een aanhoudend geluid dat het midden houdt tussen zoemen en sputteren
ronkend	adj	luidruchtig slapend of snurkend
ronkende	=	ronken
ronkender	=	ronkend
ronkendere	=	ronkend
ronkenders	=	ronkend
ronkends	=	ronkend
ronkendst	=	ronkend
ronkendste	=	ronkend
ronkt	=	ronken
ronkte	=	ronken
ronkten	=	ronken
ronnabyte	noun	10²⁷ byte
ronnabytes	=	ronnabyte
ronnen	=	rinnen
ronsel	=	ronselen
ronselaar	noun	iemand die probeert anderen te lokken voor het plegen van onrechtmatige en gewelddadige handelingen
ronselaars	=	ronselaar
ronselde	=	ronselen
ronselden	=	ronselen
ronsele	=	ronselen
ronselen	verb	iemand aanwerven voor dienst in het leger of aan boord van een schip
ronselend	=	ronselen
ronselende	=	ronselen
ronselt	=	ronselen
ront	=	rinnen
rontonde	=	rotonde
ronzebons	noun	draagbare poppenkast
ronzebonzen	=	ronzebons
rood	noun	primaire kleur zoals die van licht met een golflengte tussen de ca. 620 en 740 nm	adj	de kleur rood hebbend
rood-blauw	adj	met een patroon van rood en blauw
rood-blauwe	=	rood-blauw
rood-blauws	=	rood-blauw
rood-wit-blauw	noun	patroon, vlag, tenue of ander voorwerp met zowel rode, witte als blauwe vlakken	adj	gekleurd in een patroon van rode, witte en blauwe vlakken
rood-wit-blauwe	=	rood-wit-blauw
rood-wit-blauws	=	rood-wit-blauw
roodaarde	noun	okerachtige kleisoort
roodaarskniptor	noun	Athous haemorrhoidalis een kever die behoort tot de familie kniptorren (Elateridae).
roodaarskniptorren	=	roodaarskniptor
roodaarskniptorretje	=	roodaarskniptor
roodaarskniptorretjes	=	roodaarskniptor
roodachtig	adj	op rood gelijkend
roodachtige	=	roodachtig
roodachtiger	=	roodachtig
roodachtigere	=	roodachtig
roodachtigers	=	roodachtig
roodachtigs	=	roodachtig
roodachtigst	=	roodachtig
roodachtigste	=	roodachtig
roodalgen	noun	algen met een rode kleur omdat ze chlorofyl-a en carotinoïde maar geen chlorofyl-b bevatten
roodbaard	noun	roodborst, roodborstje
roodbaard-bromvlieg	noun	Calliphora vomitoria een bromvlieg die over vrijwel de hele wereld voorkomt.
roodbaard-bromvliegen	=	roodbaard-bromvlieg
roodbaard-bromvliegje	=	roodbaard-bromvlieg
roodbaard-bromvliegjes	=	roodbaard-bromvlieg
roodbaardbijeneter	noun	Nyctyornis amictus een bijeneter die voorkomt in Zuidoost-Azië
roodbaardbijeneters	=	roodbaardbijeneter
roodbaardbijenetertje	=	roodbaardbijeneter
roodbaardbijenetertjes	=	roodbaardbijeneter
roodbaarden	=	roodbaard
roodbaardje	=	roodbaard
roodbaardjes	=	roodbaard
roodbaardjufferduif	noun	Ptilinopus mercierii een uitgestorven vogel uit de familie Columbidae (duiven).
roodbaardjufferduifje	=	roodbaardjufferduif
roodbaardjufferduifjes	=	roodbaardjufferduif
roodbaardjufferduiven	=	roodbaardjufferduif
roodbaardroofvlieg	noun	Eutolmus rufibarbis een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
roodbaardroofvliegen	=	roodbaardroofvlieg
roodbaardroofvliegje	=	roodbaardroofvlieg
roodbaardroofvliegjes	=	roodbaardroofvlieg
roodbaars	noun	bepaald soort vis, Sebastes marinus, komt voor in de noordelijke Atlantische oceaan en in de noordelijke Noordzee
roodbaarsje	=	roodbaars
roodbaarsjes	=	roodbaars
roodbaarzen	noun	een familie Sebastidae van overwegend zeevissen met meestal meer dan tien stevige stekels
roodbandbaardvogel	noun	Capito wallacei een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
roodbandbaardvogels	=	roodbandbaardvogel
roodbandbaardvogeltje	=	roodbandbaardvogel
roodbandbaardvogeltjes	=	roodbandbaardvogel
roodbandbeer	noun	Diacrisia sannio is een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
roodbandbeertje	=	roodbandbeer
roodbandbeertjes	=	roodbandbeer
roodbandberen	=	roodbandbeer
roodbandcotinga	noun	Pipreola whitelyi een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
roodbandcotinga's	=	roodbandcotinga
roodbandcotingaatje	=	roodbandcotinga
roodbandcotingaatjes	=	roodbandcotinga
roodbandheremiet	noun	Pseudochazara mniszechii een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (aurelia's).
roodbandheremieten	=	roodbandheremiet
roodbandheremietje	=	roodbandheremiet
roodbandheremietjes	=	roodbandheremiet
roodbandholengraver	noun	Geositta rufipennis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodbandholengravers	=	roodbandholengraver
roodbandholengravertje	=	roodbandholengraver
roodbandholengravertjes	=	roodbandholengraver
roodbandhoningzuiger	noun	Anthreptes rubritorques een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
roodbandhoningzuigers	=	roodbandhoningzuiger
roodbandhoningzuigertje	=	roodbandhoningzuiger
roodbandhoningzuigertjes	=	roodbandhoningzuiger
roodbandkoet	noun	Fulica armillata een vogel uit de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).
roodbandkoeten	=	roodbandkoet
roodbandkoetje	=	roodbandkoet
roodbandkoetjes	=	roodbandkoet
roodbandpriemkever	noun	Bembidion modestum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
roodbandpriemkevers	=	roodbandpriemkever
roodbandpriemkevertje	=	roodbandpriemkever
roodbandpriemkevertjes	=	roodbandpriemkever
roodbeenvogelspin	noun	Brachypelma mesomelas een spin, die behoort tot de vogelspinnen.
roodbeenvogelspinnen	=	roodbeenvogelspin
roodbeenvogelspinnetje	=	roodbeenvogelspin
roodbeenvogelspinnetjes	=	roodbeenvogelspin
roodbefjufferduif	noun	Ptilinopus viridis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
roodbefjufferduifje	=	roodbefjufferduif
roodbefjufferduifjes	=	roodbefjufferduif
roodbefjufferduiven	=	roodbefjufferduif
roodbek	noun	dier met een rode bek
roodbekgrondel	noun	Gobius cruentatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
roodbekgrondels	=	roodbekgrondel
roodbekgrondeltje	=	roodbekgrondel
roodbekgrondeltjes	=	roodbekgrondel
roodbekje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort zeevis, Haemulon flavolineatum uit de familie Haemulidae, in de orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan
roodbekjes	=	roodbekje
roodbekken	=	roodbek
roodbekpijlstaart	noun	Anas erythrorhyncha een vogel uit de familie Anatidae.
roodbekpijlstaarten	=	roodbekpijlstaart
roodbekpijlstaartje	=	roodbekpijlstaart
roodbekpijlstaartjes	=	roodbekpijlstaart
roodbekwever	noun	Quelea quelea een Afrikaanse wevervogel.
roodbekwevers	=	roodbekwever
roodbekwevertje	=	roodbekwever
roodbekwevertjes	=	roodbekwever
roodblond	adj	van iets (meestal haar) dat het een rode en een blonde teint heeft
roodblonde	=	roodblond
roodblonder	=	roodblond
roodblondere	=	roodblond
roodblonders	=	roodblond
roodblonds	=	roodblond
roodblondst	=	roodblond
roodblondste	=	roodblond
roodboegtroepiaal	noun	Icterus cayanensis een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
roodboegtroepiaaltje	=	roodboegtroepiaal
roodboegtroepiaaltjes	=	roodboegtroepiaal
roodboegtroepialen	=	roodboegtroepiaal
roodboek	noun	lijst met geheime uitgaven (van de Franse koningen)
roodboeken	=	roodboek
roodboekje	=	roodboek
roodboekjes	=	roodboek
roodbont	noun	kleur van wit met roodbruine vlekken	adj	wit met roodbruine vlekken
roodbonte	=	roodbont
roodbonten	=	roodbont
roodbonter	=	roodbont
roodbontere	=	roodbont
roodbonters	=	roodbont
roodbonts	=	roodbont
roodbontst	=	roodbont
roodbontste	=	roodbont
roodborst	noun	bepaald soort kleine zangvogel met een opvallend oranje of roodbruin gekleurde keel, Erithacus rubecula
roodborstbladkrabber	noun	Sclerurus scansor een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodborstbladkrabbers	=	roodborstbladkrabber
roodborstbladkrabbertje	=	roodborstbladkrabber
roodborstbladkrabbertjes	=	roodborstbladkrabber
roodborstblauwsnavel	noun	Spermophaga haematina een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
roodborstblauwsnavels	=	roodborstblauwsnavel
roodborstblauwsnaveltje	=	roodborstblauwsnavel
roodborstblauwsnaveltjes	=	roodborstblauwsnavel
roodborstboomgors	noun	Poospiza rubecula een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodborstboomgorsje	=	roodborstboomgors
roodborstboomgorsjes	=	roodborstboomgors
roodborstboomgorzen	=	roodborstboomgors
roodborstbospatrijs	noun	Arborophila mandellii een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roodborstbospatrijsje	=	roodborstbospatrijs
roodborstbospatrijsjes	=	roodborstbospatrijs
roodborstbospatrijzen	=	roodborstbospatrijs
roodborstbuulbuul	noun	Hypsipetes philippinus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls, die alleen voorkomt in de Filipijnen.
roodborstbuulbuuls	=	roodborstbuulbuul
roodborstbuulbuultje	=	roodborstbuulbuul
roodborstbuulbuultjes	=	roodborstbuulbuul
roodborstdwerguil	noun	Glaucidium tephronotum een vogel uit de familie van de uilen.
roodborstdwerguilen	=	roodborstdwerguil
roodborstdwerguiltje	=	roodborstdwerguil
roodborstdwerguiltjes	=	roodborstdwerguil
roodborsten	noun	een geslacht Erithacus van zangvogels uit de familie van de vliegenvangers (Muscicapidae).
roodborsthavik	noun	Accipiter toussenelii een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
roodborsthaviken	=	roodborsthavik
roodborsthavikje	=	roodborsthavik
roodborsthavikjes	=	roodborsthavik
roodborstheggenmus	noun	Prunella rubeculoides een zangvogel uit de familie van heggenmussen (Prunellidae).
roodborstheggenmusje	=	roodborstheggenmus
roodborstheggenmusjes	=	roodborstheggenmus
roodborstheggenmussen	=	roodborstheggenmus
roodborstheremietkolibrie	noun	Glaucis hirsutus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodborstheremietkolibries	=	roodborstheremietkolibrie
roodborstheremietkolibrietje	=	roodborstheremietkolibrie
roodborstheremietkolibrietjes	=	roodborstheremietkolibrie
roodborsthoningeter	noun	Conopophila albogularis een vogelsoort uit Australië en Nieuw-Guinea
roodborsthoningeters	=	roodborsthoningeter
roodborsthoningetertje	=	roodborsthoningeter
roodborsthoningetertjes	=	roodborsthoningeter
roodborsthoningvogel	noun	Dicaeum sanguinolentum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
roodborsthoningvogels	=	roodborsthoningvogel
roodborsthoningvogeltje	=	roodborsthoningvogel
roodborsthoningvogeltjes	=	roodborsthoningvogel
roodborsthoningzuiger	noun	Chalcomitra senegalensis een soort honingzuiger uit Afrika
roodborsthoningzuigers	=	roodborsthoningzuiger
roodborsthoningzuigertje	=	roodborsthoningzuiger
roodborsthoningzuigertjes	=	roodborsthoningzuiger
roodborstje	noun	bepaald soort vrij gedrongen vogeltje met opvallende bruinrode keel, Erithacus rubecula
roodborstjes	=	roodborstje
roodborstkardinaal	noun	Pheucticus ludovicianus een grote zangvogel uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae).
roodborstkardinaaltje	=	roodborstkardinaal
roodborstkardinaaltjes	=	roodborstkardinaal
roodborstkardinalen	=	roodborstkardinaal
roodborstkwartelduif	noun	Zentrygon chiriquensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
roodborstkwartelduifje	=	roodborstkwartelduif
roodborstkwartelduifjes	=	roodborstkwartelduif
roodborstkwartelduiven	=	roodborstkwartelduif
roodborstleptopogon	noun	Leptopogon rufipectus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodborstleptopogonnetje	=	roodborstleptopogon
roodborstleptopogonnetjes	=	roodborstleptopogon
roodborstleptopogons	=	roodborstleptopogon
roodborstlijster	noun	Turdus migratorius, een in Noord-Amerika veel voorkomende lijstersoort
roodborstlijsters	=	roodborstlijster
roodborstlijstertje	=	roodborstlijster
roodborstlijstertjes	=	roodborstlijster
roodborstmierlijster	noun	Formicarius rufipectus een zangvogel uit de familie Formicariidae (miervogels).
roodborstmierlijsters	=	roodborstmierlijster
roodborstmierlijstertje	=	roodborstmierlijster
roodborstmierlijstertjes	=	roodborstmierlijster
roodborstphilentoma	noun	Philentoma velata een zangvogel uit de familie Tephrodornithidae.
roodborstphilentoma's	=	roodborstphilentoma
roodborstphilentomaatje	=	roodborstphilentoma
roodborstphilentomaatjes	=	roodborstphilentoma
roodborstpitpit	noun	Dacnis berlepschi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodborstpitpitje	=	roodborstpitpit
roodborstpitpitjes	=	roodborstpitpit
roodborstpitpits	=	roodborstpitpit
roodborstral	noun	Sarothrura rufa een vogel uit de familie Sarothruridae.
roodborstrallen	=	roodborstral
roodborstralletje	=	roodborstral
roodborstralletjes	=	roodborstral
roodborstrotsspringer	noun	Chaetops aurantius een zangvogel uit de familie Chaetopidae (Rotsspringers).
roodborstrotsspringers	=	roodborstrotsspringer
roodborstrotsspringertje	=	roodborstrotsspringer
roodborstrotsspringertjes	=	roodborstrotsspringer
roodborstsabelvleugel	noun	Campylopterus hyperythrus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodborstsabelvleugelen	=	roodborstsabelvleugel
roodborstsabelvleugels	=	roodborstsabelvleugel
roodborstsabelvleugeltje	=	roodborstsabelvleugel
roodborstsabelvleugeltjes	=	roodborstsabelvleugel
roodborstsapspecht	noun	Sphyrapicus ruber een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roodborstsapspechten	=	roodborstsapspecht
roodborstsapspechtje	=	roodborstsapspecht
roodborstsapspechtjes	=	roodborstsapspecht
roodborstspecht	noun	Dryobates cathpharius een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
roodborstspechten	=	roodborstspecht
roodborstspechtje	=	roodborstspecht
roodborstspechtjes	=	roodborstspecht
roodborststekelstaart	noun	Synallaxis erythrothorax een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodborststekelstaarten	=	roodborststekelstaart
roodborststekelstaartje	=	roodborststekelstaart
roodborststekelstaartjes	=	roodborststekelstaart
roodborsttangare	noun	Compsothraupis loricata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodborsttangaren	=	roodborsttangare
roodborsttangaretje	=	roodborsttangare
roodborsttangaretjes	=	roodborsttangare
roodborsttapuit	noun	Saxicola rubicola kleine lijster met zwarte kop en rode borst, die in heidevelden en graslanden broedt
roodborsttapuiten	=	roodborsttapuit
roodborsttapuitje	=	roodborsttapuit
roodborsttapuittiran	noun	Ochthoeca rufipectoralis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodborsttapuittirannen	=	roodborsttapuittiran
roodborsttapuittirannetje	=	roodborsttapuittiran
roodborsttapuittirannetjes	=	roodborsttapuittiran
roodborsttoekan	noun	Ramphastos dicolorus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
roodborsttoekannetje	=	roodborsttoekan
roodborsttoekannetjes	=	roodborsttoekan
roodborsttoekans	=	roodborsttoekan
roodborsttrappist	noun	Nonnula rubecula een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
roodborsttrappisten	=	roodborsttrappist
roodborsttrappistje	=	roodborsttrappist
roodborsttrappistjes	=	roodborsttrappist
roodborstvechtkwartel	noun	Turnix pyrrhothorax een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
roodborstvechtkwartels	=	roodborstvechtkwartel
roodborstvechtkwarteltje	=	roodborstvechtkwartel
roodborstvechtkwarteltjes	=	roodborstvechtkwartel
roodborstwinterkoning	noun	Pheugopedius rutilus een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
roodborstwinterkoningen	=	roodborstwinterkoning
roodborstwinterkoninkje	=	roodborstwinterkoning
roodborstwinterkoninkjes	=	roodborstwinterkoning
roodborstzonnebaars	noun	Lepomis auritus een straalvinnige vis uit de familie van de zonnebaarzen (Centrarchidae) en behoort tot de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
roodborstzonnebaarsje	=	roodborstzonnebaars
roodborstzonnebaarsjes	=	roodborstzonnebaars
roodborstzonnebaarzen	=	roodborstzonnebaars
roodborstzwaluw	noun	Cecropis semirufa een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
roodborstzwaluwen	=	roodborstzwaluw
roodborstzwaluwtje	=	roodborstzwaluw
roodborstzwaluwtjes	=	roodborstzwaluw
roodbrauw	noun	dier met een rode brauw
roodbrauwboomgors	noun	Poospiza rufosuperciliaris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodbrauwboomgorsje	=	roodbrauwboomgors
roodbrauwboomgorsjes	=	roodbrauwboomgors
roodbrauwboomgorzen	=	roodbrauwboomgors
roodbrauwdiamantvogel	noun	Pardalotus rubricatus een zangvogel uit de familie Pardalotidae (diamantvogels).
roodbrauwdiamantvogels	=	roodbrauwdiamantvogel
roodbrauwdiamantvogeltje	=	roodbrauwdiamantvogel
roodbrauwdiamantvogeltjes	=	roodbrauwdiamantvogel
roodbrauwen	=	roodbrauw
roodbrauwhoningeter	noun	Melidectes ochromelas een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roodbrauwhoningeters	=	roodbrauwhoningeter
roodbrauwhoningetertje	=	roodbrauwhoningeter
roodbrauwhoningetertjes	=	roodbrauwhoningeter
roodbrauwkruiper	noun	Climacteris erythrops een zangvogel uit de familie der Australische kruipers (Climacteridae).
roodbrauwkruipers	=	roodbrauwkruiper
roodbrauwkruipertje	=	roodbrauwkruiper
roodbrauwkruipertjes	=	roodbrauwkruiper
roodbrauwlooftiran	noun	Phylloscartes superciliaris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodbrauwlooftirannen	=	roodbrauwlooftiran
roodbrauwlooftirannetje	=	roodbrauwlooftiran
roodbrauwlooftirannetjes	=	roodbrauwlooftiran
roodbrauwmalkoha	noun	Dasylophus superciliosus een koekoeksvogel die alleen voorkomt op de Filipijnen.
roodbrauwmalkoha's	=	roodbrauwmalkoha
roodbrauwmalkohaatje	=	roodbrauwmalkoha
roodbrauwmalkohaatjes	=	roodbrauwmalkoha
roodbrauwpeperklauwier	noun	Cyclarhis gujanensis een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
roodbrauwpeperklauwieren	=	roodbrauwpeperklauwier
roodbrauwpeperklauwiertje	=	roodbrauwpeperklauwier
roodbrauwpeperklauwiertjes	=	roodbrauwpeperklauwier
roodbrauwspitssnavel	noun	Conirostrum rufum een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodbrauwspitssnavels	=	roodbrauwspitssnavel
roodbrauwspitssnaveltje	=	roodbrauwspitssnavel
roodbrauwspitssnaveltjes	=	roodbrauwspitssnavel
roodbrauwspreeuw	noun	Enodes erythrophris een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
roodbrauwspreeuwen	=	roodbrauwspreeuw
roodbrauwspreeuwtje	=	roodbrauwspreeuw
roodbrauwspreeuwtjes	=	roodbrauwspreeuw
roodbrauwwinterkoning	noun	Troglodytes rufociliatus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (Winterkoningen).
roodbrauwwinterkoningen	=	roodbrauwwinterkoning
roodbrauwwinterkoninkje	=	roodbrauwwinterkoning
roodbrauwwinterkoninkjes	=	roodbrauwwinterkoning
roodbrilamazone	noun	Amazona pretrei een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodbrilamazonen	=	roodbrilamazone
roodbrilamazones	=	roodbrilamazone
roodbrilamazonetje	=	roodbrilamazone
roodbrilamazonetjes	=	roodbrilamazone
roodbroekdwergvalk	noun	Microhierax caerulescens een vogel uit het geslacht van de dwergvalken met een lengte van 15 tot 18 cm.
roodbroekdwergvalken	=	roodbroekdwergvalk
roodbroekdwergvalkje	=	roodbroekdwergvalk
roodbroekdwergvalkjes	=	roodbroekdwergvalk
roodbroeksperwer	noun	Accipiter bicolor een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae)
roodbroeksperwers	=	roodbroeksperwer
roodbroeksperwertje	=	roodbroeksperwer
roodbroeksperwertjes	=	roodbroeksperwer
roodbroekwouw	noun	Harpagus diodon een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
roodbroekwouwen	=	roodbroekwouw
roodbroekwouwtje	=	roodbroekwouw
roodbroekwouwtjes	=	roodbroekwouw
roodbruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8012 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8012 ( ).
roodbruine	=	roodbruin
roodbruinen	=	roodbruin
roodbruiner	=	roodbruin
roodbruinere	=	roodbruin
roodbruiners	=	roodbruin
roodbruins	=	roodbruin
roodbruinst	=	roodbruin
roodbruinste	=	roodbruin
roodbuik	noun	dier met een rode buik
roodbuikaasgarnaal	noun	Hemimysis lamornae een aasgarnalensoort uit de familie van de Mysidae.
roodbuikaasgarnaaltje	=	roodbuikaasgarnaal
roodbuikaasgarnaaltjes	=	roodbuikaasgarnaal
roodbuikaasgarnalen	=	roodbuikaasgarnaal
roodbuikara	noun	Orthopsittaca manilatus een grote, kleurrijke papegaai, en het enige lid van het geslacht Orthopsittaca
roodbuikara's	=	roodbuikara
roodbuikaraatje	=	roodbuikara
roodbuikaraatjes	=	roodbuikara
roodbuikbaardvogel	noun	Lybius minor een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
roodbuikbaardvogels	=	roodbuikbaardvogel
roodbuikbaardvogeltje	=	roodbuikbaardvogel
roodbuikbaardvogeltjes	=	roodbuikbaardvogel
roodbuikbergtangare	noun	Pseudosaltator rufiventris een zangvogel uit de familie tangaren.
roodbuikbergtangaren	=	roodbuikbergtangare
roodbuikbergtangaretje	=	roodbuikbergtangare
roodbuikbergtangaretjes	=	roodbuikbergtangare
roodbuikboomtimalia	noun	Dumetia hyperythra een zangvogel uit de familie timalia's (Timaliidae) die voorkomt in op het Indische subcontinent
roodbuikboomtimalia's	=	roodbuikboomtimalia
roodbuikboomtimaliaatje	=	roodbuikboomtimalia
roodbuikboomtimaliaatjes	=	roodbuikboomtimalia
roodbuikbuulbuul	noun	Pycnonotus cafer een soort zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls), die van nature voorkomt in Zuid- en Zuidoost-Azië en op het Tibetaans plateau.
roodbuikbuulbuuls	=	roodbuikbuulbuul
roodbuikbuulbuultje	=	roodbuikbuulbuul
roodbuikbuulbuultjes	=	roodbuikbuulbuul
roodbuikcanastero	noun	Asthenes dorbignyi een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodbuikcanastero's	=	roodbuikcanastero
roodbuikcanasterootje	=	roodbuikcanastero
roodbuikcanasterootjes	=	roodbuikcanastero
roodbuikchachalaca	noun	Ortalis ruficauda een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
roodbuikchachalaca's	=	roodbuikchachalaca
roodbuikchachalacaatje	=	roodbuikchachalaca
roodbuikchachalacaatjes	=	roodbuikchachalaca
roodbuikdikbekje	noun	Sporophila castaneiventris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodbuikdikbekjes	=	roodbuikdikbekje
roodbuikdwergarend	noun	Lophotriorchis kienerii een roofvogel die van nature voorkomt in Zuid-Azië en Zuidoost-Azië.
roodbuikdwergarenden	=	roodbuikdwergarend
roodbuikdwergarendje	=	roodbuikdwergarend
roodbuikdwergarendjes	=	roodbuikdwergarend
roodbuikdwergspecht	noun	Picumnus rufiventris een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roodbuikdwergspechten	=	roodbuikdwergspecht
roodbuikdwergspechtje	=	roodbuikdwergspecht
roodbuikdwergspechtjes	=	roodbuikdwergspecht
roodbuiken	=	roodbuik
roodbuikfluiter	noun	Pachycephala hyperythra een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
roodbuikfluiters	=	roodbuikfluiter
roodbuikfluitertje	=	roodbuikfluiter
roodbuikfluitertjes	=	roodbuikfluiter
roodbuikglansspreeuw	noun	Lamprotornis pulcher een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
roodbuikglansspreeuwen	=	roodbuikglansspreeuw
roodbuikglansspreeuwtje	=	roodbuikglansspreeuw
roodbuikglansspreeuwtjes	=	roodbuikglansspreeuw
roodbuikgrondkoekoek	noun	Neomorphus geoffroyi een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
roodbuikgrondkoekoeken	=	roodbuikgrondkoekoek
roodbuikgrondkoekoekje	=	roodbuikgrondkoekoek
roodbuikgrondkoekoekjes	=	roodbuikgrondkoekoek
roodbuikhoningzuiger	noun	Cinnyris coccinigastrus een zangvogel uit de familie van de honingzuigers die voorkomt in Afrika
roodbuikhoningzuigers	=	roodbuikhoningzuiger
roodbuikhoningzuigertje	=	roodbuikhoningzuiger
roodbuikhoningzuigertjes	=	roodbuikhoningzuiger
roodbuikje	noun	Andrena ventralis een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
roodbuikjes	=	roodbuikje
roodbuikjuweelkolibrie	noun	Lampornis castaneoventris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodbuikjuweelkolibries	=	roodbuikjuweelkolibrie
roodbuikjuweelkolibrietje	=	roodbuikjuweelkolibrie
roodbuikjuweelkolibrietjes	=	roodbuikjuweelkolibrie
roodbuikklauwier	noun	Telophorus cruentus een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
roodbuikklauwieren	=	roodbuikklauwier
roodbuikklauwiertje	=	roodbuikklauwier
roodbuikklauwiertjes	=	roodbuikklauwier
roodbuikkliftapuit	noun	Thamnolaea cinnamomeiventris een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
roodbuikkliftapuiten	=	roodbuikkliftapuit
roodbuikkliftapuitje	=	roodbuikkliftapuit
roodbuikkliftapuitjes	=	roodbuikkliftapuit
roodbuikkookaburra	noun	Dacelo gaudichaud een vogel uit de familie van ijsvogels (Alcedinidae).
roodbuikkookaburra's	=	roodbuikkookaburra
roodbuikkookaburraatje	=	roodbuikkookaburra
roodbuikkookaburraatjes	=	roodbuikkookaburra
roodbuiklijster	noun	Turdus rufiventris een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
roodbuiklijstergaai	noun	Garrulax gularis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodbuiklijstergaaien	=	roodbuiklijstergaai
roodbuiklijstergaaitje	=	roodbuiklijstergaai
roodbuiklijstergaaitjes	=	roodbuiklijstergaai
roodbuiklijsters	=	roodbuiklijster
roodbuiklijstertje	=	roodbuiklijster
roodbuiklijstertjes	=	roodbuiklijster
roodbuikmaki	noun	Eulemur rubriventer een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
roodbuikmaki's	=	roodbuikmaki
roodbuikmakietje	=	roodbuikmaki
roodbuikmakietjes	=	roodbuikmaki
roodbuikmalkoha	noun	Phaenicophaeus sumatranus een koekoekssoort uit het geslacht Phaenicophaeus
roodbuikmalkoha's	=	roodbuikmalkoha
roodbuikmalkohaatje	=	roodbuikmalkoha
roodbuikmalkohaatjes	=	roodbuikmalkoha
roodbuikmeerkat	noun	Cercopithecus erythrogaster is een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
roodbuikmeerkatje	=	roodbuikmeerkat
roodbuikmeerkatjes	=	roodbuikmeerkat
roodbuikmeerkatten	=	roodbuikmeerkat
roodbuikmees	noun	Periparus rubidiventris een zangvogel uit de familie Paridae (echte mezen).
roodbuikmeesje	=	roodbuikmees
roodbuikmeesjes	=	roodbuikmees
roodbuikmeestimalia	noun	Yuhina occipitalis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
roodbuikmeestimalia's	=	roodbuikmeestimalia
roodbuikmeestimaliaatje	=	roodbuikmeestimalia
roodbuikmeestimaliaatjes	=	roodbuikmeestimalia
roodbuikmezen	=	roodbuikmees
roodbuikmiersluiper	noun	Isleria guttata een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodbuikmiersluipers	=	roodbuikmiersluiper
roodbuikmiersluipertje	=	roodbuikmiersluiper
roodbuikmiersluipertjes	=	roodbuikmiersluiper
roodbuikmonarch	noun	Myiagra vanikorensis een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
roodbuikmonarchen	=	roodbuikmonarch
roodbuikmonarchje	=	roodbuikmonarch
roodbuikmonarchjes	=	roodbuikmonarch
roodbuiknachtzwaluw	noun	Lurocalis rufiventris een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
roodbuiknachtzwaluwen	=	roodbuiknachtzwaluw
roodbuiknachtzwaluwtje	=	roodbuiknachtzwaluw
roodbuiknachtzwaluwtjes	=	roodbuiknachtzwaluw
roodbuiknewtonia	noun	Newtonia brunneicauda een zangvogel uit de familie Vangidae (vanga's).
roodbuiknewtonia's	=	roodbuiknewtonia
roodbuiknewtoniaatje	=	roodbuiknewtonia
roodbuiknewtoniaatjes	=	roodbuiknewtonia
roodbuikniltava	noun	Niltava sundara een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
roodbuikniltava's	=	roodbuikniltava
roodbuikniltavaatje	=	roodbuikniltava
roodbuikniltavaatjes	=	roodbuikniltava
roodbuikorganist	noun	Euphonia rufiventris een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
roodbuikorganisten	=	roodbuikorganist
roodbuikorganistje	=	roodbuikorganist
roodbuikorganistjes	=	roodbuikorganist
roodbuikpademelon	noun	Thylogale billardierii een kangoeroe uit het geslacht der pademelons (Thylogale)
roodbuikpademelonnetje	=	roodbuikpademelon
roodbuikpademelonnetjes	=	roodbuikpademelon
roodbuikpademelons	=	roodbuikpademelon
roodbuikpapegaai	noun	Poicephalus rufiventris een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodbuikpapegaaien	=	roodbuikpapegaai
roodbuikpapegaaitje	=	roodbuikpapegaai
roodbuikpapegaaitjes	=	roodbuikpapegaai
roodbuikparadijsmonarch	noun	Terpsiphone rufiventer een zangvogel uit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae
roodbuikparadijsmonarchen	=	roodbuikparadijsmonarch
roodbuikparadijsmonarchje	=	roodbuikparadijsmonarch
roodbuikparadijsmonarchjes	=	roodbuikparadijsmonarch
roodbuikparkiet	noun	Northiella haematogaster een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
roodbuikparkieten	=	roodbuikparkiet
roodbuikparkietje	=	roodbuikparkiet
roodbuikparkietjes	=	roodbuikparkiet
roodbuikpiranha	noun	Pygocentrus nattereri een piranha uit het geslacht Pygocentrus
roodbuikpiranha's	=	roodbuikpiranha
roodbuikpiranhaatje	=	roodbuikpiranha
roodbuikpiranhaatjes	=	roodbuikpiranha
roodbuikprachtwever	noun	Malimbus erythrogaster een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
roodbuikprachtwevers	=	roodbuikprachtwever
roodbuikprachtwevertje	=	roodbuikprachtwever
roodbuikprachtwevertjes	=	roodbuikprachtwever
roodbuikreiger	noun	Ardeola rufiventris een vogel uit de familie de reigers (Ardeidae).
roodbuikreigers	=	roodbuikreiger
roodbuikreigertje	=	roodbuikreiger
roodbuikreigertjes	=	roodbuikreiger
roodbuikrotslijster	noun	Monticola rufiventris een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
roodbuikrotslijsters	=	roodbuikrotslijster
roodbuikrotslijstertje	=	roodbuikrotslijster
roodbuikrotslijstertjes	=	roodbuikrotslijster
roodbuiksierschildpad	noun	Pseudemys rubriventris een soort uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
roodbuiksierschildpadden	=	roodbuiksierschildpad
roodbuiksierschildpadje	=	roodbuiksierschildpad
roodbuiksierschildpadjes	=	roodbuiksierschildpad
roodbuikslang	noun	Storeria occipitomaculata een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie waterslangen (Natricinae)
roodbuikslangen	=	roodbuikslang
roodbuikslangetje	=	roodbuikslang
roodbuikslangetjes	=	roodbuikslang
roodbuikspecht	noun	Melanerpes carolinus een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
roodbuikspechten	=	roodbuikspecht
roodbuikspechtje	=	roodbuikspecht
roodbuikspechtjes	=	roodbuikspecht
roodbuikspitskopschildpad	noun	Emydura subglobosa een schildpaddensoort uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
roodbuikspitskopschildpadden	=	roodbuikspitskopschildpad
roodbuikspitskopschildpadje	=	roodbuikspitskopschildpad
roodbuikspitskopschildpadjes	=	roodbuikspitskopschildpad
roodbuikspitssnavel	noun	Conirostrum speciosum een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodbuikspitssnavels	=	roodbuikspitssnavel
roodbuikspitssnaveltje	=	roodbuikspitssnavel
roodbuikspitssnaveltjes	=	roodbuikspitssnavel
roodbuikspotlijster	noun	Toxostoma crissale een vogelsoort uit de familie Mimidae die voorkomt van het zuidwesten van de Verenigde Staten tot centraal Mexico.
roodbuikspotlijsters	=	roodbuikspotlijster
roodbuikspotlijstertje	=	roodbuikspotlijster
roodbuikspotlijstertjes	=	roodbuikspotlijster
roodbuikstekelstaart	noun	Synallaxis zimmeri een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodbuikstekelstaarten	=	roodbuikstekelstaart
roodbuikstekelstaartje	=	roodbuikstekelstaart
roodbuikstekelstaartjes	=	roodbuikstekelstaart
roodbuikstruiktiran	noun	Myiotheretes fuscorufus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodbuikstruiktirannen	=	roodbuikstruiktiran
roodbuikstruiktirannetje	=	roodbuikstruiktiran
roodbuikstruiktirannetjes	=	roodbuikstruiktiran
roodbuiktamarin	noun	Saguinus labiatus primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
roodbuiktamarinnetje	=	roodbuiktamarin
roodbuiktamarinnetjes	=	roodbuiktamarin
roodbuiktamarins	=	roodbuiktamarin
roodbuiktangare	noun	Ramphocelus dimidiatus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodbuiktangaren	=	roodbuiktangare
roodbuiktangaretje	=	roodbuiktangare
roodbuiktangaretjes	=	roodbuiktangare
roodbuiktapaculo	noun	Scytalopus femoralis een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
roodbuiktapaculo's	=	roodbuiktapaculo
roodbuiktapaculootje	=	roodbuiktapaculo
roodbuiktapaculootjes	=	roodbuiktapaculo
roodbuiktriller	noun	Lalage aurea een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
roodbuiktrillers	=	roodbuiktriller
roodbuiktrillertje	=	roodbuiktriller
roodbuiktrillertjes	=	roodbuiktriller
roodbuiktroepiaal	noun	Hypopyrrhus pyrohypogaster een zangvogel uit de familie Icteridae (Troepialen).
roodbuiktroepiaaltje	=	roodbuiktroepiaal
roodbuiktroepiaaltjes	=	roodbuiktroepiaal
roodbuiktroepialen	=	roodbuiktroepiaal
roodbuikvuurpad	noun	Bombina bombina ondanks de naam een kikker uit de familie vuurbuikpadden (Bombinatoridae).
roodbuikvuurpadden	=	roodbuikvuurpad
roodbuikvuurpadje	=	roodbuikvuurpad
roodbuikvuurpadjes	=	roodbuikvuurpad
roodbuikwittipkolibrie	noun	Urosticte ruficrissa een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodbuikwittipkolibries	=	roodbuikwittipkolibrie
roodbuikwittipkolibrietje	=	roodbuikwittipkolibrie
roodbuikwittipkolibrietjes	=	roodbuikwittipkolibrie
roodbuikzandhoen	noun	Pterocles exustus een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae)
roodbuikzandhoenderen	=	roodbuikzandhoen
roodbuikzandhoenders	=	roodbuikzandhoen
roodbuikzandhoendertje	=	roodbuikzandhoen
roodbuikzandhoendertjes	=	roodbuikzandhoen
roodbuikzandhoenen	=	roodbuikzandhoen
roodbuikzandhoentje	=	roodbuikzandhoen
roodbuikzandhoentjes	=	roodbuikzandhoen
roodbuikzanger	noun	Myioborus pictus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
roodbuikzangers	=	roodbuikzanger
roodbuikzangertje	=	roodbuikzanger
roodbuikzangertjes	=	roodbuikzanger
roodbuikzwaluw	noun	Cecropis badia een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
roodbuikzwaluwen	=	roodbuikzwaluw
roodbuikzwaluwtje	=	roodbuikzwaluw
roodbuikzwaluwtjes	=	roodbuikzwaluw
rooddijpitpit	noun	Dacnis venusta een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
rooddijpitpitje	=	rooddijpitpit
rooddijpitpitjes	=	rooddijpitpit
rooddijpitpits	=	rooddijpitpit
rooddijsperwer	noun	Accipiter erythronemius een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
rooddijsperwers	=	rooddijsperwer
rooddijsperwertje	=	rooddijsperwer
rooddijsperwertjes	=	rooddijsperwer
rooddijtantesidonia	noun	Dichetophora obliterata een vliegensoort uit de familie van de slakkendoders (Sciomyzidae).
rooddijtantesidonia's	=	rooddijtantesidonia
rooddijtantesidoniaatje	=	rooddijtantesidonia
rooddijtantesidoniaatjes	=	rooddijtantesidonia
roodfilter	noun	filter dat alleen of voornamelijk rode stralen doorlaat
roodfilters	=	roodfilter
roodfiltertje	=	roodfilter
roodfiltertjes	=	roodfilter
roodflankbaardvogel	noun	Capito maculicoronatus een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
roodflankbaardvogels	=	roodflankbaardvogel
roodflankbaardvogeltje	=	roodflankbaardvogel
roodflankbaardvogeltjes	=	roodflankbaardvogel
roodflankbergastrild	noun	Oreostruthus fuliginosus een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
roodflankbergastrilden	=	roodflankbergastrild
roodflankbergastrildje	=	roodflankbergastrild
roodflankbergastrildjes	=	roodflankbergastrild
roodflankboomgors	noun	Poospizopsis hypochondria een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodflankboomgorsje	=	roodflankboomgors
roodflankboomgorsjes	=	roodflankboomgors
roodflankboomgorzen	=	roodflankboomgors
roodflankbreedbek	noun	Smithornis rufolateralis een zangvogel uit de familie Eurylaimidae (breedbekken en hapvogels).
roodflankbreedbekje	=	roodflankbreedbek
roodflankbreedbekjes	=	roodflankbreedbek
roodflankbreedbekken	=	roodflankbreedbek
roodflankbrilvogel	noun	Zosterops erythropleurus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
roodflankbrilvogels	=	roodflankbrilvogel
roodflankbrilvogeltje	=	roodflankbrilvogel
roodflankbrilvogeltjes	=	roodflankbrilvogel
roodflankhoningeter	noun	Ptiloprora erythropleura een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roodflankhoningeters	=	roodflankhoningeter
roodflankhoningetertje	=	roodflankhoningeter
roodflankhoningetertjes	=	roodflankhoningeter
roodflankmangrovezanger	noun	Gerygone dorsalis een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
roodflankmangrovezangers	=	roodflankmangrovezanger
roodflankmangrovezangertje	=	roodflankmangrovezanger
roodflankmangrovezangertjes	=	roodflankmangrovezanger
roodflankmierpitta	noun	Hylopezus macularius een zangvogel uit de familie Grallariidae.
roodflankmierpitta's	=	roodflankmierpitta
roodflankmierpittaatje	=	roodflankmierpitta
roodflankmierpittaatjes	=	roodflankmierpitta
roodflanktowie	noun	Pipilo erythrophthalmus een in het oosten van Noord-Amerika voorkomend lid van de gorzenfamilie
roodflanktowies	=	roodflanktowie
roodflanktowietje	=	roodflanktowie
roodflanktowietjes	=	roodflanktowie
roodfluwelen	adj	gemaakt van fluweel met een rode kleur
roodgatje	noun	Andrena haemorrhoa een solitaire bij uit het geslacht van de zandbijen (Andrena)
roodgatjes	=	roodgatje
roodgeel	adj	mengkleur van rood en geel: oranjeachtig
roodgeels	=	roodgeel
roodgeelst	=	roodgeel
roodgeelste	=	roodgeel
roodgekleurd	adj	met een rode kleur
roodgekleurde	=	roodgekleurd
roodgekleurds	=	roodgekleurd
roodgelakt	adj	voorzien van een rode lak of verf
roodgelakte	=	roodgelakt
roodgelakts	=	roodgelakt
roodgele	=	roodgeel
roodgeler	=	roodgeel
roodgelere	=	roodgeel
roodgelers	=	roodgeel
roodgeruit	adj	met een rechthoekig rood patroon
roodgeruite	=	roodgeruit
roodgeruits	=	roodgeruit
roodgloeiend	adj	zo heet dat het rood licht uitstraalt
roodgloeiende	=	roodgloeiend
roodgloeiender	=	roodgloeiend
roodgloeiendere	=	roodgloeiend
roodgloeienders	=	roodgloeiend
roodgloeiends	=	roodgloeiend
roodgloeiendst	=	roodgloeiend
roodgloeiendste	=	roodgloeiend
roodhals	noun	naam voor diverse dieren (vogels) met een rode hals
roodhalsarassari	noun	Pteroglossus bitorquatus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
roodhalsarassari's	=	roodhalsarassari
roodhalsarassarietje	=	roodhalsarassari
roodhalsarassarietjes	=	roodhalsarassari
roodhalsduif	noun	Patagioenas squamosa een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
roodhalsduifje	=	roodhalsduif
roodhalsduifjes	=	roodhalsduif
roodhalsduiven	=	roodhalsduif
roodhalsfranjemonarch	noun	Arses insularis een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
roodhalsfranjemonarchen	=	roodhalsfranjemonarch
roodhalsfranjemonarchje	=	roodhalsfranjemonarch
roodhalsfranjemonarchjes	=	roodhalsfranjemonarch
roodhalsfuten	=	roodhalsfuut
roodhalsfuut	noun	Podiceps grisegena een watervogel die behoort tot de futen (orde Podicipediformes; familie Podicipedidae).
roodhalsfuutje	=	roodhalsfuut
roodhalsfuutjes	=	roodhalsfuut
roodhalsgans	noun	Branta ruficollis een kleurrijke gans die een wintergast is aan de Zwarte Zee en een dwaalgast in het westen
roodhalsgansje	=	roodhalsgans
roodhalsgansjes	=	roodhalsgans
roodhalsganzen	=	roodhalsgans
roodhalsgors	noun	Calcarius ornatus een vogel uit de familie Calcariidae.
roodhalsgorsje	=	roodhalsgors
roodhalsgorsjes	=	roodhalsgors
roodhalsgorzen	=	roodhalsgors
roodhalsje	=	roodhals
roodhalsjes	=	roodhals
roodhalsjufferduif	noun	Ptilinopus porphyreus een kleine kleurrijke duif
roodhalsjufferduifje	=	roodhalsjufferduif
roodhalsjufferduifjes	=	roodhalsjufferduif
roodhalsjufferduiven	=	roodhalsjufferduif
roodhalskniptor	noun	Cardiophorus ruficollis een keversoort uit de familie kniptorren (Elateridae).
roodhalskniptorren	=	roodhalskniptor
roodhalskniptorretje	=	roodhalskniptor
roodhalskniptorretjes	=	roodhalskniptor
roodhalskoprakever	noun	Necrobia ruficollis een voornamelijk vleesetende kever uit de familie van de mierkevers (Cleridae), met een kosmopolitische verspreiding.
roodhalskoprakevers	=	roodhalskoprakever
roodhalskoprakevertje	=	roodhalskoprakever
roodhalskoprakevertjes	=	roodhalskoprakever
roodhalspademelon	noun	Thylogale thetis een kangoeroe uit het geslacht der pademelons (Thylogale)
roodhalspademelonnetje	=	roodhalspademelon
roodhalspademelonnetjes	=	roodhalspademelon
roodhalspademelons	=	roodhalspademelon
roodhalspriemkever	noun	Bembidion ruficolle een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
roodhalspriemkevers	=	roodhalspriemkever
roodhalspriemkevertje	=	roodhalspriemkever
roodhalspriemkevertjes	=	roodhalspriemkever
roodhalsregenbooglori	noun	Trichoglossus rubritorquis een lori uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
roodhalsregenbooglori's	=	roodhalsregenbooglori
roodhalsregenbooglorietje	=	roodhalsregenbooglori
roodhalsregenbooglorietjes	=	roodhalsregenbooglori
roodhalsreiger	noun	Egretta rufescens een vogel uit de familie der reigers (Ardeidae)
roodhalsreigers	=	roodhalsreiger
roodhalsreigertje	=	roodhalsreiger
roodhalsreigertjes	=	roodhalsreiger
roodhalssneeuwvink	noun	Pyrgilauda ruficollis een zangvogel uit de familie Passeridae (mussen).
roodhalssneeuwvinken	=	roodhalssneeuwvink
roodhalssneeuwvinkje	=	roodhalssneeuwvink
roodhalssneeuwvinkjes	=	roodhalssneeuwvink
roodhalzen	=	roodhals
roodhandbrulaap	noun	Alouatta belzebul primaat uit de familie van de grijpstaartapen (Atelidae).
roodhandbrulaapje	=	roodhandbrulaap
roodhandbrulaapjes	=	roodhandbrulaap
roodhandbrulapen	=	roodhandbrulaap
roodhandtamarin	noun	Saguinus midas een klauwaapje uit het geslacht der tamarins (Saguinus).
roodhandtamarinnetje	=	roodhandtamarin
roodhandtamarinnetjes	=	roodhandtamarin
roodhandtamarins	=	roodhandtamarin
roodharig	adj	met rood gekleurde haren
roodharige	=	roodharig
roodhariger	=	roodharig
roodharigere	=	roodharig
roodharigers	=	roodharig
roodharigs	=	roodharig
roodharigst	=	roodharig
roodharigste	=	roodharig
roodheden	=	roodheid
roodheid	noun	rode kleurverandering van de huid, ontstaan als gevolg van vaatverwijding
roodhond	=	rodehond
roodhoofdmuisspin	noun	Missulena occatoria een spin binnen het geslacht der Missulena.
roodhoofdmuisspinnen	=	roodhoofdmuisspin
roodhoofdmuisspinnetje	=	roodhoofdmuisspin
roodhoofdmuisspinnetjes	=	roodhoofdmuisspin
roodhout	noun	houtsoort, afkomstig van diverse variëteiten van de Caesalpinia Dit hout werd al in de middeleeuwen uit Oost-Indië ingevoerd om kleurstof uit te bereiden die werd gebruikt in de ververij in Europa.
roodhouten	=	roodhout
roodhoutje	=	roodhout
roodhoutjes	=	roodhout
roodhuid	noun	indiaan
roodhuiden	=	roodhuid
roodhuidje	=	roodhuid
roodhuidjes	=	roodhuid
roodje	=	rood
roodjes	=	rood
roodkap	noun	dier met een rode kap
roodkapboszanger	noun	Phylloscopus ruficapilla een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
roodkapboszangers	=	roodkapboszanger
roodkapboszangertje	=	roodkapboszanger
roodkapboszangertjes	=	roodkapboszanger
roodkapdikbekje	noun	Melopyrrha portoricensis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodkapdikbekjes	=	roodkapdikbekje
roodkapdwergmierpitta	noun	Grallaricula cucullata een zangvogel uit de familie Grallariidae.
roodkapdwergmierpitta's	=	roodkapdwergmierpitta
roodkapdwergmierpittaatje	=	roodkapdwergmierpitta
roodkapdwergmierpittaatjes	=	roodkapdwergmierpitta
roodkapelfje	noun	Clytomyias insignis een zangvogel uit de familie Maluridae (elfjes).
roodkapelfjes	=	roodkapelfje
roodkapelfmonarch	noun	Erythrocercus mccallii een zangvogel uit de familie Erythrocercidae (elfmonarchen).
roodkapelfmonarchen	=	roodkapelfmonarch
roodkapelfmonarchje	=	roodkapelfmonarch
roodkapelfmonarchjes	=	roodkapelfmonarch
roodkapemoesluiper	noun	Stipiturus ruficeps een zangvogel uit de familie Maluridae (elfjes).
roodkapemoesluipers	=	roodkapemoesluiper
roodkapemoesluipertje	=	roodkapemoesluiper
roodkapemoesluipertjes	=	roodkapemoesluiper
roodkaperemomela	noun	Eremomela badiceps een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roodkaperemomela's	=	roodkaperemomela
roodkaperemomelaatje	=	roodkaperemomela
roodkaperemomelaatjes	=	roodkaperemomela
roodkapje	noun	Blera fallax een zweefvlieg uit de familie Syrphidae
roodkapjes	=	roodkapje
roodkapjesyndroom	noun	angst van mensen voor wolven mede veroorzaakt door het sprookje 'Roodkapje'
roodkapkrombek	noun	Sylvietta ruficapilla een zangvogel uit de familie Macrosphenidae.
roodkapkrombekje	=	roodkapkrombek
roodkapkrombekjes	=	roodkapkrombek
roodkapkrombekken	=	roodkapkrombek
roodkapleeuwerik	noun	Calandrella cinerea een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae).
roodkapleeuweriken	=	roodkapleeuwerik
roodkapleeuwerikje	=	roodkapleeuwerik
roodkapleeuwerikjes	=	roodkapleeuwerik
roodkapmierklauwier	noun	Thamnophilus ruficapillus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodkapmierklauwieren	=	roodkapmierklauwier
roodkapmierklauwiertje	=	roodkapmierklauwier
roodkapmierklauwiertjes	=	roodkapmierklauwier
roodkapmierlijster	noun	Formicarius colma een zangvogel uit de familie Formicariidae (miervogels).
roodkapmierlijsters	=	roodkapmierlijster
roodkapmierlijstertje	=	roodkapmierlijster
roodkapmierlijstertjes	=	roodkapmierlijster
roodkappapegaai	noun	Pionopsitta pileata een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodkappapegaaien	=	roodkappapegaai
roodkappapegaaitje	=	roodkappapegaai
roodkappapegaaitjes	=	roodkappapegaai
roodkapparkiet	noun	Purpureicephalus spurius een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
roodkapparkieten	=	roodkapparkiet
roodkapparkietje	=	roodkapparkiet
roodkapparkietjes	=	roodkapparkiet
roodkappen	=	roodkap
roodkapprinia	noun	Prinia buchanani een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roodkapprinia's	=	roodkapprinia
roodkappriniaatje	=	roodkapprinia
roodkappriniaatjes	=	roodkapprinia
roodkapsnijdervogel	noun	Artisornis metopias een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roodkapsnijdervogels	=	roodkapsnijdervogel
roodkapsnijdervogeltje	=	roodkapsnijdervogel
roodkapsnijdervogeltjes	=	roodkapsnijdervogel
roodkapstekelkruin	noun	Phacellodomus rufifrons een vogel uit de familie van de ovenvogels (Furnariidae).
roodkapstekelkruinen	=	roodkapstekelkruin
roodkapstekelkruintje	=	roodkapstekelkruin
roodkapstekelkruintjes	=	roodkapstekelkruin
roodkapstekelstaart	noun	Synallaxis ruficapilla een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodkapstekelstaarten	=	roodkapstekelstaart
roodkapstekelstaartje	=	roodkapstekelstaart
roodkapstekelstaartjes	=	roodkapstekelstaart
roodkapstruikgors	noun	Atlapetes pileatus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
roodkapstruikgorsje	=	roodkapstruikgors
roodkapstruikgorsjes	=	roodkapstruikgors
roodkapstruikgorzen	=	roodkapstruikgors
roodkaptesia	noun	Tesia everetti een zangvogel uit de familie Cettiidae.
roodkaptesia's	=	roodkaptesia
roodkaptesiaatje	=	roodkaptesia
roodkaptesiaatjes	=	roodkaptesia
roodkaptimalia	noun	Timalia pileata een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
roodkaptimalia's	=	roodkaptimalia
roodkaptimaliaatje	=	roodkaptimalia
roodkaptimaliaatjes	=	roodkaptimalia
roodkaptwijgtimalia	noun	Malacopteron magnum een vogelsoort uit de familie van de Timaliidae (timalia's).
roodkaptwijgtimalia's	=	roodkaptwijgtimalia
roodkaptwijgtimaliaatje	=	roodkaptwijgtimalia
roodkaptwijgtimaliaatjes	=	roodkaptwijgtimalia
roodkapvliegenvanger	noun	Petroica goodenovii een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae).
roodkapvliegenvangers	=	roodkapvliegenvanger
roodkapvliegenvangertje	=	roodkapvliegenvanger
roodkapvliegenvangertjes	=	roodkapvliegenvanger
roodkapvorkstaart	noun	Enicurus ruficapillus een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers die voorkomt op het schiereiland Malakka, op Borneo en op Sumatra.
roodkapvorkstaarten	=	roodkapvorkstaart
roodkapvorkstaartje	=	roodkapvorkstaart
roodkapvorkstaartjes	=	roodkapvorkstaart
roodkapzanger	noun	Basileuterus rufifrons een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
roodkapzangers	=	roodkapzanger
roodkapzangertje	=	roodkapzanger
roodkapzangertjes	=	roodkapzanger
roodkeel	noun	dier met een rood keeltje
roodkeelalethe	noun	Chamaetylas poliophrys een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
roodkeelalethes	=	roodkeelalethe
roodkeelalethetje	=	roodkeelalethe
roodkeelalethetjes	=	roodkeelalethe
roodkeelamazone	noun	Amazona arausiaca een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodkeelamazonen	=	roodkeelamazone
roodkeelamazones	=	roodkeelamazone
roodkeelamazonetje	=	roodkeelamazone
roodkeelamazonetjes	=	roodkeelamazone
roodkeelanolis	noun	Anolis carolinensis de bekendste soort hagedis van de familie anolissen (Dactyloidae)
roodkeelanolisje	=	roodkeelanolis
roodkeelanolisjes	=	roodkeelanolis
roodkeelanolissen	=	roodkeelanolis
roodkeelaratinga	noun	Psittacara rubritorquis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodkeelaratinga's	=	roodkeelaratinga
roodkeelaratingaatje	=	roodkeelaratinga
roodkeelaratingaatjes	=	roodkeelaratinga
roodkeelbaardvogel	noun	Psilopogon rubricapillus een vogel uit de familie Megalaimidae (Aziatische baardvogels).
roodkeelbaardvogels	=	roodkeelbaardvogel
roodkeelbaardvogeltje	=	roodkeelbaardvogel
roodkeelbaardvogeltjes	=	roodkeelbaardvogel
roodkeelbekarde	noun	Pachyramphus minor een zangvogel uit de familie Cotingidae (Cotinga's).
roodkeelbekardes	=	roodkeelbekarde
roodkeelbekardetje	=	roodkeelbekarde
roodkeelbekardetjes	=	roodkeelbekarde
roodkeelbijeneter	noun	Merops bulocki een vogel uit de familie Meropidae (Bijeneters).
roodkeelbijeneters	=	roodkeelbijeneter
roodkeelbijenetertje	=	roodkeelbijeneter
roodkeelbijenetertjes	=	roodkeelbijeneter
roodkeelbospatrijs	noun	Arborophila rufogularis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roodkeelbospatrijsje	=	roodkeelbospatrijs
roodkeelbospatrijsjes	=	roodkeelbospatrijs
roodkeelbospatrijzen	=	roodkeelbospatrijs
roodkeelbronskoekoek	noun	Chrysococcyx ruficollis een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
roodkeelbronskoekoeken	=	roodkeelbronskoekoek
roodkeelbronskoekoekje	=	roodkeelbronskoekoek
roodkeelbronskoekoekjes	=	roodkeelbronskoekoek
roodkeelcaracara	noun	Ibycter americanus een vogel in de familie caracara's en valken (Falconidae)
roodkeelcaracara's	=	roodkeelcaracara
roodkeelcaracaraatje	=	roodkeelcaracara
roodkeelcaracaraatjes	=	roodkeelcaracara
roodkeelduiker	noun	bepaald soort vogel, Gavia stellata uit de familie van de zeeduikers Gaviidae
roodkeelduikers	=	roodkeelduiker
roodkeelduikertje	=	roodkeelduiker
roodkeelduikertjes	=	roodkeelduiker
roodkeeldwergcotinga	noun	Iodopleura pipra een zangvogel uit de familie Tityridae.
roodkeeldwergcotinga's	=	roodkeeldwergcotinga
roodkeeldwergcotingaatje	=	roodkeeldwergcotinga
roodkeeldwergcotingaatjes	=	roodkeeldwergcotinga
roodkeeldwerghoningeter	noun	Myzomela sclateri een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roodkeeldwerghoningeters	=	roodkeeldwerghoningeter
roodkeeldwerghoningetertje	=	roodkeeldwerghoningeter
roodkeeldwerghoningetertjes	=	roodkeeldwerghoningeter
roodkeelforel	noun	Oncorhynchus clarkii een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zalmen (Salmonidae).
roodkeelforellen	=	roodkeelforel
roodkeelforelletje	=	roodkeelforel
roodkeelforelletjes	=	roodkeelforel
roodkeelfrankolijn	noun	Pternistis afer een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roodkeelfrankolijnen	=	roodkeelfrankolijn
roodkeelfrankolijntje	=	roodkeelfrankolijn
roodkeelfrankolijntjes	=	roodkeelfrankolijn
roodkeelgoean	noun	Pipile cujubi een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
roodkeelgoeannetje	=	roodkeelgoean
roodkeelgoeannetjes	=	roodkeelgoean
roodkeelgoeans	=	roodkeelgoean
roodkeelhoningeter	noun	Conopophila rufogularis een zangvogelsoort uit de familie honingeters (Meliphagidae).
roodkeelhoningeters	=	roodkeelhoningeter
roodkeelhoningetertje	=	roodkeelhoningeter
roodkeelhoningetertjes	=	roodkeelhoningeter
roodkeelhoningvogel	noun	Dicaeum igniferum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
roodkeelhoningvogels	=	roodkeelhoningvogel
roodkeelhoningvogeltje	=	roodkeelhoningvogel
roodkeelhoningvogeltjes	=	roodkeelhoningvogel
roodkeelhoningzuiger	noun	Anthreptes rhodolaemus een soort honingzuiger.
roodkeelhoningzuigers	=	roodkeelhoningzuiger
roodkeelhoningzuigertje	=	roodkeelhoningzuiger
roodkeelhoningzuigertjes	=	roodkeelhoningzuiger
roodkeelklifzwaluw	noun	Petrochelidon rufigula een vogel uit de familie van de zwaluwen.
roodkeelklifzwaluwen	=	roodkeelklifzwaluw
roodkeelklifzwaluwtje	=	roodkeelklifzwaluw
roodkeelklifzwaluwtjes	=	roodkeelklifzwaluw
roodkeelkruiplijster	noun	Pomatorhinus ruficollis een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
roodkeelkruiplijsters	=	roodkeelkruiplijster
roodkeelkruiplijstertje	=	roodkeelkruiplijster
roodkeelkruiplijstertjes	=	roodkeelkruiplijster
roodkeellangklauw	noun	Macronyx ameliae een zangvogel uit de familie Motacillidae (piepers en kwikstaarten).
roodkeellangklauwen	=	roodkeellangklauw
roodkeellangklauwtje	=	roodkeellangklauw
roodkeellangklauwtjes	=	roodkeellangklauw
roodkeellijster	noun	Turdus ruficollis een vogelsoort in de familie Turdidae
roodkeellijsters	=	roodkeellijster
roodkeellijstertje	=	roodkeellijster
roodkeellijstertjes	=	roodkeellijster
roodkeellori	noun	Vini amabilis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
roodkeellori's	=	roodkeellori
roodkeellorietje	=	roodkeellori
roodkeellorietjes	=	roodkeellori
roodkeelmees	noun	Melaniparus fringillinus een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
roodkeelmeesje	=	roodkeelmees
roodkeelmeesjes	=	roodkeelmees
roodkeelmezen	=	roodkeelmees
roodkeelmiertangare	noun	Habia fuscicauda een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
roodkeelmiertangaren	=	roodkeelmiertangare
roodkeelmiertangaretje	=	roodkeelmiertangare
roodkeelmiertangaretjes	=	roodkeelmiertangare
roodkeelmiervogel	noun	Gymnopithys rufigula een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodkeelmiervogels	=	roodkeelmiervogel
roodkeelmiervogeltje	=	roodkeelmiervogel
roodkeelmiervogeltjes	=	roodkeelmiervogel
roodkeelmuisspecht	noun	Xiphorhynchus pardalotus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodkeelmuisspechten	=	roodkeelmuisspecht
roodkeelmuisspechtje	=	roodkeelmuisspecht
roodkeelmuisspechtjes	=	roodkeelmuisspecht
roodkeelnachtegaal	noun	Calliope calliope een zangvogel uit de familie der Muscicapidae (vliegenvangers).
roodkeelnachtegaaltje	=	roodkeelnachtegaal
roodkeelnachtegaaltjes	=	roodkeelnachtegaal
roodkeelnachtegalen	=	roodkeelnachtegaal
roodkeelnontimalia	noun	Schoeniparus rufogularis een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
roodkeelnontimalia's	=	roodkeelnontimalia
roodkeelnontimaliaatje	=	roodkeelnontimalia
roodkeelnontimaliaatjes	=	roodkeelnontimalia
roodkeelpieper	noun	Anthus cervinus een zangvogelsoort uit het geslacht Anthus in de familie van piepers en kwikstaarten
roodkeelpiepers	=	roodkeelpieper
roodkeelpiepertje	=	roodkeelpieper
roodkeelpiepertjes	=	roodkeelpieper
roodkeelprachtwever	noun	Malimbus nitens een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
roodkeelprachtwevers	=	roodkeelprachtwever
roodkeelprachtwevertje	=	roodkeelprachtwever
roodkeelprachtwevertjes	=	roodkeelprachtwever
roodkeelrotszwaluw	noun	Ptyonoprogne rufigula een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
roodkeelrotszwaluwen	=	roodkeelrotszwaluw
roodkeelrotszwaluwtje	=	roodkeelrotszwaluw
roodkeelrotszwaluwtjes	=	roodkeelrotszwaluw
roodkeelsaffierkolibrie	noun	Hylocharis sapphirina een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodkeelsaffierkolibries	=	roodkeelsaffierkolibrie
roodkeelsaffierkolibrietje	=	roodkeelsaffierkolibrie
roodkeelsaffierkolibrietjes	=	roodkeelsaffierkolibrie
roodkeelsialia	noun	Sialia sialis een vogelsoort uit de familie van de Turdidae (lijsters).
roodkeelsialia's	=	roodkeelsialia
roodkeelsialiaatje	=	roodkeelsialia
roodkeelsialiaatjes	=	roodkeelsialia
roodkeelsluiptimalia	noun	Spelaeornis caudatus een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
roodkeelsluiptimalia's	=	roodkeelsluiptimalia
roodkeelsluiptimaliaatje	=	roodkeelsluiptimalia
roodkeelsluiptimaliaatjes	=	roodkeelsluiptimalia
roodkeelsolitaire	noun	Myadestes genibarbis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
roodkeelsolitaires	=	roodkeelsolitaire
roodkeelsolitairetje	=	roodkeelsolitaire
roodkeelsolitairetjes	=	roodkeelsolitaire
roodkeelspecht	noun	Celeus loricatus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roodkeelspechten	=	roodkeelspecht
roodkeelspechtje	=	roodkeelspecht
roodkeelspechtjes	=	roodkeelspecht
roodkeelstrandloper	noun	Calidris ruficollis een vrij kleine trekvogel uit de familie van de strandlopers en snippen (Scolopacidae).
roodkeelstrandlopers	=	roodkeelstrandloper
roodkeelstrandlopertje	=	roodkeelstrandloper
roodkeelstrandlopertjes	=	roodkeelstrandloper
roodkeelstruiksluiper	noun	Pyrrholaemus brunneus een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
roodkeelstruiksluipers	=	roodkeelstruiksluiper
roodkeelstruiksluipertje	=	roodkeelstruiksluiper
roodkeelstruiksluipertjes	=	roodkeelstruiksluiper
roodkeeltapaculo	noun	Scelorchilus rubecula een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (Tapaculo’s)
roodkeeltapaculo's	=	roodkeeltapaculo
roodkeeltapaculootje	=	roodkeeltapaculo
roodkeeltapaculootjes	=	roodkeeltapaculo
roodkeeltje	=	roodkeel
roodkeeltjes	=	roodkeel
roodkeelvliegenvanger	noun	Ficedula rufigula een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
roodkeelvliegenvangers	=	roodkeelvliegenvanger
roodkeelvliegenvangertje	=	roodkeelvliegenvanger
roodkeelvliegenvangertjes	=	roodkeelvliegenvanger
roodkeelwaterspreeuw	noun	Cinclus schulzii een zangvogel uit de familie Cinclidae (waterspreeuwen).
roodkeelwaterspreeuwen	=	roodkeelwaterspreeuw
roodkeelwaterspreeuwtje	=	roodkeelwaterspreeuw
roodkeelwaterspreeuwtjes	=	roodkeelwaterspreeuw
roodkeelwidavink	noun	Euplectes ardens een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers).
roodkeelwidavinken	=	roodkeelwidavink
roodkeelwidavinkje	=	roodkeelwidavink
roodkeelwidavinkjes	=	roodkeelwidavink
roodkeelwigstaarthoen	noun	Tetraophasis szechenyii een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roodkeelwigstaarthoenderen	=	roodkeelwigstaarthoen
roodkeelwigstaarthoenders	=	roodkeelwigstaarthoen
roodkeelwigstaarthoendertje	=	roodkeelwigstaarthoen
roodkeelwigstaarthoendertjes	=	roodkeelwigstaarthoen
roodkeelzwaluw	noun	Hirundo lucida een zwaluw uit het geslacht Hirundo die voorkomt in Afrika
roodkeelzwaluwen	=	roodkeelzwaluw
roodkeelzwaluwtje	=	roodkeelzwaluw
roodkeelzwaluwtjes	=	roodkeelzwaluw
roodkelen	=	roodkeel
roodkindikbekje	noun	Sporophila telasco een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodkindikbekjes	=	roodkindikbekje
roodkindwerghoningeter	noun	Myzomela eques een endemische vogel uit de regenbossen van Nieuw-Guinea
roodkindwerghoningeters	=	roodkindwerghoningeter
roodkindwerghoningetertje	=	roodkindwerghoningeter
roodkindwerghoningetertjes	=	roodkindwerghoningeter
roodkinlijstergaai	noun	Ianthocincla rufogularis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodkinlijstergaaien	=	roodkinlijstergaai
roodkinlijstergaaitje	=	roodkinlijstergaai
roodkinlijstergaaitjes	=	roodkinlijstergaai
roodkinlori	noun	Vini rubrigularis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
roodkinlori's	=	roodkinlori
roodkinlorietje	=	roodkinlori
roodkinlorietjes	=	roodkinlori
roodklauwschorpioen	noun	Pandinus cavimanus een schorpioen met een mild gif.
roodklauwschorpioenen	=	roodklauwschorpioen
roodklauwschorpioentje	=	roodklauwschorpioen
roodklauwschorpioentjes	=	roodklauwschorpioen
roodkleurig	adj	met een rode kleur
roodkleurige	=	roodkleurig
roodkleuriger	=	roodkleurig
roodkleurigere	=	roodkleurig
roodkleurigers	=	roodkleurig
roodkleurigs	=	roodkleurig
roodkleurigst	=	roodkleurig
roodkleurigste	=	roodkleurig
roodkniedikpootspringspin	noun	Sibianor larae een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae)
roodkniedikpootspringspinnen	=	roodkniedikpootspringspin
roodkniedikpootspringspinnetje	=	roodkniedikpootspringspin
roodkniedikpootspringspinnetjes	=	roodkniedikpootspringspin
roodknieplevier	noun	Erythrogonys cinctus een steltloperachtige vogel uit een monotypisch geslacht van vogels uit de familie kieviten en plevieren (Charadriidae).
roodknieplevieren	=	roodknieplevier
roodkniepleviertje	=	roodknieplevier
roodkniepleviertjes	=	roodknieplevier
roodknobbelmuskaatduif	noun	Ducula rubricera een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
roodknobbelmuskaatduifje	=	roodknobbelmuskaatduif
roodknobbelmuskaatduifjes	=	roodknobbelmuskaatduif
roodknobbelmuskaatduiven	=	roodknobbelmuskaatduif
roodknolpeermos	noun	Pohlia lescuriana een mossoort uit de sterrenmosfamilie (Mniaceae).
roodknolpeermosje	=	roodknolpeermos
roodknolpeermosjes	=	roodknolpeermos
roodknolpeermossen	=	roodknolpeermos
roodkop	noun	mens of dier met een rode kop (hoofd)
roodkopamadine	noun	Amadina erythrocephala een zangvogeltje behorend tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
roodkopamadines	=	roodkopamadine
roodkopamadinetje	=	roodkopamadine
roodkopamadinetjes	=	roodkopamadine
roodkopbaardvogel	noun	Eubucco bourcierii een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
roodkopbaardvogels	=	roodkopbaardvogel
roodkopbaardvogeltje	=	roodkopbaardvogel
roodkopbaardvogeltjes	=	roodkopbaardvogel
roodkopbladroller	noun	Zeiraphera rufimitrana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
roodkopbladrollers	=	roodkopbladroller
roodkopbladrollertje	=	roodkopbladroller
roodkopbladrollertjes	=	roodkopbladroller
roodkopbladspeurder	noun	Clibanornis erythrocephalus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodkopbladspeurders	=	roodkopbladspeurder
roodkopbladspeurdertje	=	roodkopbladspeurder
roodkopbladspeurdertjes	=	roodkopbladspeurder
roodkopblauwsnavel	noun	Spermophaga ruficapilla een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
roodkopblauwsnavels	=	roodkopblauwsnavel
roodkopblauwsnaveltje	=	roodkopblauwsnavel
roodkopblauwsnaveltjes	=	roodkopblauwsnavel
roodkopboomtimalia	noun	Cyanoderma ruficeps een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
roodkopboomtimalia's	=	roodkopboomtimalia
roodkopboomtimaliaatje	=	roodkopboomtimalia
roodkopboomtimaliaatjes	=	roodkopboomtimalia
roodkopbospatrijs	noun	Haematortyx sanguiniceps een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roodkopbospatrijsje	=	roodkopbospatrijs
roodkopbospatrijsjes	=	roodkopbospatrijs
roodkopbospatrijzen	=	roodkopbospatrijs
roodkopchachalaca	noun	Ortalis erythroptera een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
roodkopchachalaca's	=	roodkopchachalaca
roodkopchachalacaatje	=	roodkopchachalaca
roodkopchachalacaatjes	=	roodkopchachalaca
roodkopcotinga	noun	Ampelion rufaxilla een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
roodkopcotinga's	=	roodkopcotinga
roodkopcotingaatje	=	roodkopcotinga
roodkopcotingaatjes	=	roodkopcotinga
roodkopdeukschildpad	noun	Platemys platycephala een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
roodkopdeukschildpadden	=	roodkopdeukschildpad
roodkopdeukschildpadje	=	roodkopdeukschildpad
roodkopdeukschildpadjes	=	roodkopdeukschildpad
roodkopdiksnavelmees	noun	Psittiparus ruficeps een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
roodkopdiksnavelmeesje	=	roodkopdiksnavelmees
roodkopdiksnavelmeesjes	=	roodkopdiksnavelmees
roodkopdiksnavelmezen	=	roodkopdiksnavelmees
roodkopdwerghoningeter	noun	Myzomela erythrocephala een soort honingeter die voorkomt langs de kusten van Noord-Australië en het zuiden van Nieuw-Guinea
roodkopdwerghoningeters	=	roodkopdwerghoningeter
roodkopdwerghoningetertje	=	roodkopdwerghoningeter
roodkopdwerghoningetertjes	=	roodkopdwerghoningeter
roodkopdwergtiran	noun	Pseudotriccus ruficeps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodkopdwergtirannen	=	roodkopdwergtiran
roodkopdwergtirannetje	=	roodkopdwergtiran
roodkopdwergtirannetjes	=	roodkopdwergtiran
roodkopeekhoorn	noun	Dremomys pernyi knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
roodkopeekhoorns	=	roodkopeekhoorn
roodkopeekhoorntje	=	roodkopeekhoorn
roodkopeekhoorntjes	=	roodkopeekhoorn
roodkopeend	noun	eend met een rode kop
roodkopeenden	=	roodkopeend
roodkopeendje	=	roodkopeend
roodkopeendjes	=	roodkopeend
roodkoper	noun	ongelegeerd koper
roodkoperen	adj	de kleur hebbend van roodkoper
roodkopgans	noun	Chloephaga rubidiceps een gans uit de familie van de Anatidae.
roodkopgansje	=	roodkopgans
roodkopgansjes	=	roodkopgans
roodkopganzen	=	roodkopgans
roodkopgier	noun	Cathartes aura een vogel uit de familie van de gieren van de Nieuwe Wereld (Cathartidae), en van deze familie de soort met het grootste verspreidingsgebied, dat loopt van het zuiden van Canada tot aan Vuurland, de zuidelijkste punt van Zuid-Amerika, en overlapt het leefgebied van de overige Amerikaanse gieren, waaronder de kleine en grote geelkopgier en de zwarte gier
roodkopgieren	=	roodkopgier
roodkopgiertje	=	roodkopgier
roodkopgiertjes	=	roodkopgier
roodkopgoudrugspecht	noun	Chrysocolaptes erythrocephalus een soort specht die in 1877 door de Britse vogelkundige Richard Bowdler Sharpe geldig werd beschreven.
roodkopgoudrugspechten	=	roodkopgoudrugspecht
roodkopgoudrugspechtje	=	roodkopgoudrugspecht
roodkopgoudrugspechtjes	=	roodkopgoudrugspecht
roodkopgoudvink	noun	Pyrrhula erythrocephala een zangvogel uit de familie der Fringillidae (Vinkachtigen).
roodkopgoudvinken	=	roodkopgoudvink
roodkopgoudvinkje	=	roodkopgoudvink
roodkopgoudvinkjes	=	roodkopgoudvink
roodkopgraszanger	noun	Cisticola ruficeps een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
roodkopgraszangers	=	roodkopgraszanger
roodkopgraszangertje	=	roodkopgraszanger
roodkopgraszangertjes	=	roodkopgraszanger
roodkophoningvogel	noun	Dicaeum trochileum een bastaardhoningvogel die alleen voorkomt in Indonesië
roodkophoningvogels	=	roodkophoningvogel
roodkophoningvogeltje	=	roodkophoningvogel
roodkophoningvogeltjes	=	roodkophoningvogel
roodkopje	=	roodkop
roodkopjes	=	roodkop
roodkopklauwier	noun	Lanius senator klauwier met rode kop
roodkopklauwieren	=	roodkopklauwier
roodkopklauwiers	=	roodkopklauwier
roodkopklauwiertje	=	roodkopklauwier
roodkopklauwiertjes	=	roodkopklauwier
roodkopkroonparelhoen	noun	Guttera pucherani een vogel uit de parelhoenderfamilie, de Numididae.
roodkopkroonparelhoenders	=	roodkopkroonparelhoen
roodkopkroonparelhoendertje	=	roodkopkroonparelhoen
roodkopkroonparelhoendertjes	=	roodkopkroonparelhoen
roodkoplawaaimaker	noun	Cossypha natalensis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
roodkoplawaaimakers	=	roodkoplawaaimaker
roodkoplawaaimakertje	=	roodkoplawaaimaker
roodkoplawaaimakertjes	=	roodkoplawaaimaker
roodkoplijstergaai	noun	Trochalopteron erythrocephalum een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
roodkoplijstergaaien	=	roodkoplijstergaai
roodkoplijstergaaitje	=	roodkoplijstergaai
roodkoplijstergaaitjes	=	roodkoplijstergaai
roodkopmaki	noun	Eulemur rufus een lemuur uit de familie van maki's (Lemuridae).
roodkopmaki's	=	roodkopmaki
roodkopmakietje	=	roodkopmaki
roodkopmakietjes	=	roodkopmaki
roodkopmanakin	noun	Ceratopipra rubrocapilla een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
roodkopmanakinnetje	=	roodkopmanakin
roodkopmanakinnetjes	=	roodkopmanakin
roodkopmanakins	=	roodkopmanakin
roodkopmangabey	noun	Cercocebus torquatus primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
roodkopmangabeys	=	roodkopmangabey
roodkopmangabeytje	=	roodkopmangabey
roodkopmangabeytjes	=	roodkopmangabey
roodkopmeestimalia	noun	Yuhina bakeri een zangvogel uit de familie Zosteropidae, die voorkomt in het Oriëntaals gebied
roodkopmeestimalia's	=	roodkopmeestimalia
roodkopmeestimaliaatje	=	roodkopmeestimalia
roodkopmeestimaliaatjes	=	roodkopmeestimalia
roodkopmoerasweekschildkever	noun	Cyphon ruficeps een keversoort uit de familie moerasweekschilden (Scirtidae).
roodkopmoerasweekschildkevers	=	roodkopmoerasweekschildkever
roodkopmoerasweekschildkevertje	=	roodkopmoerasweekschildkever
roodkopmoerasweekschildkevertjes	=	roodkopmoerasweekschildkever
roodkopmotmot	noun	Baryphthengus ruficapillus een vogel uit de familie Momotidae (motmots).
roodkopmotmotje	=	roodkopmotmot
roodkopmotmotjes	=	roodkopmotmot
roodkopmotmots	=	roodkopmotmot
roodkopmotmotten	=	roodkopmotmot
roodkopmus	noun	Passer cinnamomeus een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
roodkopmusje	=	roodkopmus
roodkopmusjes	=	roodkopmus
roodkopmussen	=	roodkopmus
roodkopnachtegaal	noun	Larvivora ruficeps een zangvogel uit de familie der Muscicapidae (vliegenvangers)
roodkopnachtegaaltje	=	roodkopnachtegaal
roodkopnachtegaaltjes	=	roodkopnachtegaal
roodkopnachtegalen	=	roodkopnachtegaal
roodkopnontimalia	noun	Schoeniparus brunneus een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
roodkopnontimalia's	=	roodkopnontimalia
roodkopnontimaliaatje	=	roodkopnontimalia
roodkopnontimaliaatjes	=	roodkopnontimalia
roodkoppapegaaiamadine	noun	Erythrura psittacea een kleurrijk vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), van oorsprong afkomstig uit Nieuw-Caledonië, de Molukken en delen van Nieuw-Guinea
roodkoppapegaaiamadines	=	roodkoppapegaaiamadine
roodkoppapegaaiamadinetje	=	roodkoppapegaaiamadine
roodkoppapegaaiamadinetjes	=	roodkoppapegaaiamadine
roodkopparkiet	noun	Pyrrhura rhodocephala een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodkopparkieten	=	roodkopparkiet
roodkopparkietje	=	roodkopparkiet
roodkopparkietjes	=	roodkopparkiet
roodkoppen	=	roodkop
roodkoppitta	noun	Erythropitta arquata een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae)
roodkoppitta's	=	roodkoppitta
roodkoppittaatje	=	roodkoppitta
roodkoppittaatjes	=	roodkoppitta
roodkopplevier	noun	Charadrius ruficapillus een kleine plevier die nauw verwant is aan de strandplevier
roodkopplevieren	=	roodkopplevier
roodkoppleviertje	=	roodkopplevier
roodkoppleviertjes	=	roodkopplevier
roodkopprachtwever	noun	Malimbus rubricollis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
roodkopprachtwevers	=	roodkopprachtwever
roodkopprachtwevertje	=	roodkopprachtwever
roodkopprachtwevertjes	=	roodkopprachtwever
roodkopsmelleken	noun	Falco chicquera een roofvogel uit de familie der valken (Falconidae).
roodkopsmellekens	=	roodkopsmelleken
roodkopspecht	noun	Melanerpes erythrocephalus een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
roodkopspechten	=	roodkopspecht
roodkopspechtje	=	roodkopspecht
roodkopspechtjes	=	roodkopspecht
roodkoptamarin	noun	Saguinus mystax pileatus primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
roodkoptamarinnetje	=	roodkoptamarin
roodkoptamarinnetjes	=	roodkoptamarin
roodkoptamarins	=	roodkoptamarin
roodkoptangare	noun	Piranga erythrocephala een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
roodkoptangaren	=	roodkoptangare
roodkoptangaretje	=	roodkoptangare
roodkoptangaretjes	=	roodkoptangare
roodkoptinamoe	noun	Nothocercus julius een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
roodkoptinamoes	=	roodkoptinamoe
roodkoptinamoetje	=	roodkoptinamoe
roodkoptinamoetjes	=	roodkoptinamoe
roodkoptrappist	noun	Nonnula amaurocephala een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
roodkoptrappisten	=	roodkoptrappist
roodkoptrappistje	=	roodkoptrappist
roodkoptrappistjes	=	roodkoptrappist
roodkoptroepiaal	noun	Amblyramphus holosericeus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
roodkoptroepiaaltje	=	roodkoptroepiaal
roodkoptroepiaaltjes	=	roodkoptroepiaal
roodkoptroepialen	=	roodkoptroepiaal
roodkoptrogon	noun	Harpactes erythrocephalus een vogelsoort uit de familie trogons (Trogonidae).
roodkoptrogonnetje	=	roodkoptrogon
roodkoptrogonnetjes	=	roodkoptrogon
roodkoptrogons	=	roodkoptrogon
roodkopvuurkever	noun	Pyrochroa serraticornis een soort kever uit de familie vuurkevers (Pyrochroidae)
roodkopvuurkevers	=	roodkopvuurkever
roodkopvuurkevertje	=	roodkopvuurkever
roodkopvuurkevertjes	=	roodkopvuurkever
roodkopwever	noun	Quelea erythrops een Afrikaanse wevervogel
roodkopwevers	=	roodkopwever
roodkopwevertje	=	roodkopwever
roodkopwevertjes	=	roodkopwever
roodkopwinteruil	noun	Conistra erythrocephala een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
roodkopwinteruilen	=	roodkopwinteruil
roodkopwinteruiltje	=	roodkopwinteruil
roodkopwinteruiltjes	=	roodkopwinteruil
roodkopzalm	noun	Hemigrammus bleheri een tropische vis die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, met name Brazilië en Colombia, afkomstig is.
roodkopzalmen	=	roodkopzalm
roodkopzalmpje	=	roodkopzalm
roodkopzalmpjes	=	roodkopzalm
roodkraaggors	noun	Zonotrichia capensis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
roodkraaggorsje	=	roodkraaggors
roodkraaggorsjes	=	roodkraaggors
roodkraaggorzen	=	roodkraaggors
roodkraagkardinaal	noun	Rhodothraupis celaeno een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
roodkraagkardinaaltje	=	roodkraagkardinaal
roodkraagkardinaaltjes	=	roodkraagkardinaal
roodkraagkardinalen	=	roodkraagkardinaal
roodkraaglijster	noun	Turdus rufitorques een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
roodkraaglijsters	=	roodkraaglijster
roodkraaglijstertje	=	roodkraaglijster
roodkraaglijstertjes	=	roodkraaglijster
roodkraagmaki	noun	Eulemur collaris een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
roodkraagmaki's	=	roodkraagmaki
roodkraagmakietje	=	roodkraagmaki
roodkraagmakietjes	=	roodkraagmaki
roodkraagspecht	noun	Picus rabieri een vogelsoort uit het geslacht Picus van de familie van de spechten (de Picidae).
roodkraagspechten	=	roodkraagspecht
roodkraagspechtje	=	roodkraagspecht
roodkraagspechtjes	=	roodkraagspecht
roodkraagvruchtenkraai	noun	Pyroderus scutatus een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
roodkraagvruchtenkraaien	=	roodkraagvruchtenkraai
roodkraagvruchtenkraaitje	=	roodkraagvruchtenkraai
roodkraagvruchtenkraaitjes	=	roodkraagvruchtenkraai
roodkraagzaagpootspinnendoder	noun	Priocnemis schioedtei een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
roodkraagzaagpootspinnendoders	=	roodkraagzaagpootspinnendoder
roodkraagzaagpootspinnendodertje	=	roodkraagzaagpootspinnendoder
roodkraagzaagpootspinnendodertjes	=	roodkraagzaagpootspinnendoder
roodkrijt	noun	bepaald soort krijt met een rode kleur door de aanwezigheid van ijzeroxide, roodaarde
roodkrijtje	=	roodkrijt
roodkrijtjes	=	roodkrijt
roodkroonfranjeaap	noun	Piliocolobus tholloni een zoogdier uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
roodkroonfranjeaapje	=	roodkroonfranjeaap
roodkroonfranjeaapjes	=	roodkroonfranjeaap
roodkroonfranjeapen	=	roodkroonfranjeaap
roodkroonhaan	noun	Corthylio calendula een zangvogel uit de familie van Regulidae.
roodkroonhaantje	=	roodkroonhaan
roodkroonhaantjes	=	roodkroonhaan
roodkroonhanen	=	roodkroonhaan
roodkroontje	noun	bepaald soort tropische vogel, Loriculus stigmatus uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld), die van nature voorkomt op Celebes en 3 ondersoorten telt
roodkroontjes	=	roodkroontje
roodkruin	noun	dier met een rode kruin
roodkruinamazone	noun	Amazona rhodocorytha een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodkruinamazonen	=	roodkruinamazone
roodkruinamazones	=	roodkruinamazone
roodkruinamazonetje	=	roodkruinamazone
roodkruinamazonetjes	=	roodkruinamazone
roodkruinbaardvogel	noun	Capito aurovirens een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
roodkruinbaardvogels	=	roodkruinbaardvogel
roodkruinbaardvogeltje	=	roodkruinbaardvogel
roodkruinbaardvogeltjes	=	roodkruinbaardvogel
roodkruinbabbelaar	noun	Pomatostomus ruficeps een vogel uit de familie Pomatostomidae die bestaat uit een klein aantal endemische zangvogelsoorten uit Australië (en Nieuw-Guinea).
roodkruinbabbelaars	=	roodkruinbabbelaar
roodkruinbabbelaartje	=	roodkruinbabbelaar
roodkruinbabbelaartjes	=	roodkruinbabbelaar
roodkruinbladspeurder	noun	Automolus rufipileatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodkruinbladspeurders	=	roodkruinbladspeurder
roodkruinbladspeurdertje	=	roodkruinbladspeurder
roodkruinbladspeurdertjes	=	roodkruinbladspeurder
roodkruindoornsnavel	noun	Chalcostigma ruficeps een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodkruindoornsnavels	=	roodkruindoornsnavel
roodkruindoornsnaveltje	=	roodkruindoornsnavel
roodkruindoornsnaveltjes	=	roodkruindoornsnavel
roodkruinelenia	noun	Elaenia ruficeps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodkruinelenia's	=	roodkruinelenia
roodkruineleniaatje	=	roodkruinelenia
roodkruineleniaatjes	=	roodkruinelenia
roodkruinen	=	roodkruin
roodkruinfiskaal	noun	Laniarius ruficeps een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
roodkruinfiskaaltje	=	roodkruinfiskaal
roodkruinfiskaaltjes	=	roodkruinfiskaal
roodkruinfiskalen	=	roodkruinfiskaal
roodkruinlijstergaai	noun	Garrulax ruficeps een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodkruinlijstergaaien	=	roodkruinlijstergaai
roodkruinlijstergaaitje	=	roodkruinlijstergaai
roodkruinlijstergaaitjes	=	roodkruinlijstergaai
roodkruinmanakin	noun	Pipra aureola een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
roodkruinmanakinnetje	=	roodkruinmanakin
roodkruinmanakinnetjes	=	roodkruinmanakin
roodkruinmanakins	=	roodkruinmanakin
roodkruinmierpitta	noun	Pittasoma rufopileatum een zangvogel uit de familie Conopophagidae (muggeneters).
roodkruinmierpitta's	=	roodkruinmierpitta
roodkruinmierpittaatje	=	roodkruinmierpitta
roodkruinmierpittaatjes	=	roodkruinmierpitta
roodkruinmuggeneter	noun	Conopophaga castaneiceps een zangvogel uit de familie Conopophagidae (muggeneters).
roodkruinmuggeneters	=	roodkruinmuggeneter
roodkruinmuggenetertje	=	roodkruinmuggeneter
roodkruinmuggenetertjes	=	roodkruinmuggeneter
roodkruinparkiet	noun	Pyrrhura roseifrons een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodkruinparkieten	=	roodkruinparkiet
roodkruinparkietje	=	roodkruinparkiet
roodkruinparkietjes	=	roodkruinparkiet
roodkruinprachtwever	noun	Malimbus coronatus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
roodkruinprachtwevers	=	roodkruinprachtwever
roodkruinprachtwevertje	=	roodkruinprachtwever
roodkruinprachtwevertjes	=	roodkruinprachtwever
roodkruinral	noun	Rufirallus viridis een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
roodkruinrallen	=	roodkruinral
roodkruinralletje	=	roodkruinral
roodkruinralletjes	=	roodkruinral
roodkruinscharrelaar	noun	Coracias naevius een soort scharrelaar die voorkomt in Afrika
roodkruinscharrelaars	=	roodkruinscharrelaar
roodkruinscharrelaartje	=	roodkruinscharrelaar
roodkruinscharrelaartjes	=	roodkruinscharrelaar
roodkruinspecht	noun	Melanerpes rubricapillus een vogel uit de familie Picidae.
roodkruinspechten	=	roodkruinspecht
roodkruinspechtje	=	roodkruinspecht
roodkruinspechtjes	=	roodkruinspecht
roodkruinstaartmees	noun	Aegithalos concinnus een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae).
roodkruinstaartmeesje	=	roodkruinstaartmees
roodkruinstaartmeesjes	=	roodkruinstaartmees
roodkruinstaartmezen	=	roodkruinstaartmees
roodkruinstruikgors	noun	Atlapetes seebohmi een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
roodkruinstruikgorsje	=	roodkruinstruikgors
roodkruinstruikgorsjes	=	roodkruinstruikgors
roodkruinstruikgorzen	=	roodkruinstruikgors
roodkruintangare	noun	Stilpnia vitriolina een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodkruintangaren	=	roodkruintangare
roodkruintangaretje	=	roodkruintangare
roodkruintangaretjes	=	roodkruintangare
roodkruintiran	noun	Myiozetetes similis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodkruintirannen	=	roodkruintiran
roodkruintirannetje	=	roodkruintiran
roodkruintirannetjes	=	roodkruintiran
roodkruintje	=	roodkruin
roodkruintjes	=	roodkruin
roodkruintodietiran	noun	Poecilotriccus ruficeps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodkruintodietirannen	=	roodkruintodietiran
roodkruintodietirannetje	=	roodkruintodietiran
roodkruintodietirannetjes	=	roodkruintodietiran
roodkruinzwaluw	noun	Hirundo smithii een zwaluw uit het geslacht Hirundo.
roodkruinzwaluwen	=	roodkruinzwaluw
roodkruinzwaluwtje	=	roodkruinzwaluw
roodkruinzwaluwtjes	=	roodkruinzwaluw
roodkuifcotinga	noun	Ampelion rubrocristatus een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
roodkuifcotinga's	=	roodkuifcotinga
roodkuifcotingaatje	=	roodkuifcotinga
roodkuifcotingaatjes	=	roodkuifcotinga
roodkuifkardinaal	noun	Paroaria coronata een zangvogel uit de familie van de Thraupidae.
roodkuifkardinaaltje	=	roodkuifkardinaal
roodkuifkardinaaltjes	=	roodkuifkardinaal
roodkuifkardinalen	=	roodkuifkardinaal
roodkuifkoketkolibrie	noun	Lophornis stictolophus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodkuifkoketkolibries	=	roodkuifkoketkolibrie
roodkuifkoketkolibrietje	=	roodkuifkoketkolibrie
roodkuifkoketkolibrietjes	=	roodkuifkoketkolibrie
roodkuifmeestimalia	noun	Staphida everetti een zangvogel uit de familie Zosteropidae, die voorkomt in het Oriëntaals gebied.
roodkuifmeestimalia's	=	roodkuifmeestimalia
roodkuifmeestimaliaatje	=	roodkuifmeestimalia
roodkuifmeestimaliaatjes	=	roodkuifmeestimalia
roodkuifmiertangare	noun	Habia cristata een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
roodkuifmiertangaren	=	roodkuifmiertangare
roodkuifmiertangaretje	=	roodkuifmiertangare
roodkuifmiertangaretjes	=	roodkuifmiertangare
roodkuifmiervogel	noun	Myrmoborus lophotes een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodkuifmiervogels	=	roodkuifmiervogel
roodkuifmiervogeltje	=	roodkuifmiervogel
roodkuifmiervogeltjes	=	roodkuifmiervogel
roodkuiftoerako	noun	Tauraco erythrolophus een vrij forse vogel met een lange staart.
roodkuiftoerako's	=	roodkuiftoerako
roodkuiftoerakootje	=	roodkuiftoerako
roodkuiftoerakootjes	=	roodkuiftoerako
roodlakens	adj	roodbruin met een brede witte band om het middel
roodlakense	=	roodlakens
roodlakenvelder	noun	roodlakens rund
roodlakenvelders	=	roodlakenvelder
roodlelhoningeter	noun	Anthochaera carunculata een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roodlelhoningeters	=	roodlelhoningeter
roodlelhoningetertje	=	roodlelhoningeter
roodlelhoningetertjes	=	roodlelhoningeter
roodleren	adj	gemaakt van rood leer
roodlerens	=	roodleren
roodlila	noun	tint tussen rood en lila met RAL-nummer 4001 ( ).	adj	in een tint tussen rood en lila met RAL-nummer 4001 ( ).
roodlof	noun	variëteit Cichorium intybus var. foliosum van wilde chichorei Cichorium intybus
roodlofje	=	roodlof
roodlofjes	=	roodlof
roodmantelspecht	noun	Colaptes rivolii een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roodmantelspechten	=	roodmantelspecht
roodmantelspechtje	=	roodmantelspecht
roodmantelspechtjes	=	roodmantelspecht
roodmantelzadelrugtamarin	noun	Leontocebus lagonotus een zoogdier uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
roodmantelzadelrugtamarinnetje	=	roodmantelzadelrugtamarin
roodmantelzadelrugtamarinnetjes	=	roodmantelzadelrugtamarin
roodmantelzadelrugtamarins	=	roodmantelzadelrugtamarin
roodmaskeraalscholver	noun	Urile urile een zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
roodmaskeraalscholvers	=	roodmaskeraalscholver
roodmaskeraalscholvertje	=	roodmaskeraalscholver
roodmaskeraalscholvertjes	=	roodmaskeraalscholver
roodmaskeragaporniden	=	roodmaskeragapornis
roodmaskeragapornis	noun	Agapornis pullarius een papegaaiachtige uit de familie van de papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae).
roodmaskeragapornisje	=	roodmaskeragapornis
roodmaskeragapornisjes	=	roodmaskeragapornis
roodmaskeragapornissen	=	roodmaskeragapornis
roodmaskeraratinga	noun	Psittacara mitratus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodmaskeraratinga's	=	roodmaskeraratinga
roodmaskeraratingaatje	=	roodmaskeraratinga
roodmaskeraratingaatjes	=	roodmaskeraratinga
roodmaskerastrild	noun	Pytilia hypogrammica een klein kleurig vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) oorspronkelijk afkomstig uit centraal- en West-Afrika
roodmaskerastrilden	=	roodmaskerastrild
roodmaskerastrildje	=	roodmaskerastrild
roodmaskerastrildjes	=	roodmaskerastrild
roodmaskergraszanger	noun	Cisticola erythrops een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
roodmaskergraszangers	=	roodmaskergraszanger
roodmaskergraszangertje	=	roodmaskergraszanger
roodmaskergraszangertjes	=	roodmaskergraszanger
roodmaskerprinia	noun	Prinia rufifrons een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roodmaskerprinia's	=	roodmaskerprinia
roodmaskerpriniaatje	=	roodmaskerprinia
roodmaskerpriniaatjes	=	roodmaskerprinia
roodmaskersjakohoen	noun	Penelope dabbenei een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
roodmaskersjakohoenderen	=	roodmaskersjakohoen
roodmaskersjakohoenders	=	roodmaskersjakohoen
roodmaskersjakohoendertje	=	roodmaskersjakohoen
roodmaskersjakohoendertjes	=	roodmaskersjakohoen
roodmaskertimalia	noun	Liocichla phoenicea een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodmaskertimalia's	=	roodmaskertimalia
roodmaskertimaliaatje	=	roodmaskertimalia
roodmaskertimaliaatjes	=	roodmaskertimalia
roodmaskerzanger	noun	Cardellina rubrifrons een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
roodmaskerzangers	=	roodmaskerzanger
roodmaskerzangertje	=	roodmaskerzanger
roodmaskerzangertjes	=	roodmaskerzanger
roodmus	noun	Carpodacus erythrinus trekvogel
roodmusje	=	roodmus
roodmusjes	=	roodmus
roodmussen	noun	een geslacht Carpodacus van zangvogels uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
roodnek	noun	iemand (meestal bleekgezicht) die te lang met onbedekte nek in de zon gelopen heeft
roodnekbaardkoekoek	noun	Malacoptila rufa een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken)
roodnekbaardkoekoeken	=	roodnekbaardkoekoek
roodnekbaardkoekoekje	=	roodnekbaardkoekoek
roodnekbaardkoekoekjes	=	roodnekbaardkoekoek
roodnekbladspeurder	noun	Syndactyla ruficollis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodnekbladspeurders	=	roodnekbladspeurder
roodnekbladspeurdertje	=	roodnekbladspeurder
roodnekbladspeurdertjes	=	roodnekbladspeurder
roodnekbosral	noun	Aramides axillaris een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
roodnekbosrallen	=	roodnekbosral
roodnekbosralletje	=	roodnekbosral
roodnekbosralletjes	=	roodnekbosral
roodnekdwerghoningeter	noun	Myzomela lafargei een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roodnekdwerghoningeters	=	roodnekdwerghoningeter
roodnekdwerghoningetertje	=	roodnekdwerghoningeter
roodnekdwerghoningetertjes	=	roodnekdwerghoningeter
roodnekgrondtiran	noun	Muscisaxicola rufivertex een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodnekgrondtirannen	=	roodnekgrondtiran
roodnekgrondtirannetje	=	roodnekgrondtiran
roodnekgrondtirannetjes	=	roodnekgrondtiran
roodnekhoningzuiger	noun	Aethopyga guimarasensis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
roodnekhoningzuigers	=	roodnekhoningzuiger
roodnekhoningzuigertje	=	roodnekhoningzuiger
roodnekhoningzuigertjes	=	roodnekhoningzuiger
roodnekje	=	roodnek
roodnekjes	=	roodnek
roodnekjufferduif	noun	Ptilinopus dohertyi een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
roodnekjufferduifje	=	roodnekjufferduif
roodnekjufferduifjes	=	roodnekjufferduif
roodnekjufferduiven	=	roodnekjufferduif
roodnekken	=	roodnek
roodnekkruiplijster	noun	Pomatorhinus ruficollis een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
roodnekkruiplijsters	=	roodnekkruiplijster
roodnekkruiplijstertje	=	roodnekkruiplijster
roodnekkruiplijstertjes	=	roodnekkruiplijster
roodnekleeuwerik	noun	Mirafra africana een vogel uit de familie der leeuweriken (Alaudidae).
roodnekleeuweriken	=	roodnekleeuwerik
roodnekleeuwerikje	=	roodnekleeuwerik
roodnekleeuwerikjes	=	roodnekleeuwerik
roodneklijstergaai	noun	Garrulax ruficollis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodneklijstergaaien	=	roodneklijstergaai
roodneklijstergaaitje	=	roodneklijstergaai
roodneklijstergaaitjes	=	roodneklijstergaai
roodnekmierpitta	noun	Grallaria nuchalis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
roodnekmierpitta's	=	roodnekmierpitta
roodnekmierpittaatje	=	roodnekmierpitta
roodnekmierpittaatjes	=	roodnekmierpitta
roodneknachtaapje	noun	Aotus nigriceps primaat uit de familie van de nachtaapjes (Aotidae).
roodneknachtaapjes	=	roodneknachtaapje
roodnekoreoica	noun	Aleadryas rufinucha een vogel van bergbossen in het centrale bergland van Nieuw-Guinea
roodnekoreoica's	=	roodnekoreoica
roodnekoreoicaatje	=	roodnekoreoica
roodnekoreoicaatjes	=	roodnekoreoica
roodneksapspecht	noun	Sphyrapicus nuchalis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roodneksapspechten	=	roodneksapspecht
roodneksapspechtje	=	roodneksapspecht
roodneksapspechtjes	=	roodneksapspecht
roodnekspecht	noun	Campephilus rubricollis een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
roodnekspechten	=	roodnekspecht
roodnekspechtje	=	roodnekspecht
roodnekspechtjes	=	roodnekspecht
roodnekstruikgors	noun	Atlapetes rufinucha een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
roodnekstruikgorsje	=	roodnekstruikgors
roodnekstruikgorsjes	=	roodnekstruikgors
roodnekstruikgorzen	=	roodnekstruikgors
roodnektamarin	noun	Saguinus geoffroyi is een kleine apensoort, behorende tot de klauwaapjes (Callitrichinae)
roodnektamarinnetje	=	roodnektamarin
roodnektamarinnetjes	=	roodnektamarin
roodnektamarins	=	roodnektamarin
roodnektangare	noun	Tangara cyanocephala een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
roodnektangaren	=	roodnektangare
roodnektangaretje	=	roodnektangare
roodnektangaretjes	=	roodnektangare
roodnektrogon	noun	Harpactes kasumba een vogelsoort uit de familie trogons (Trogonidae).
roodnektrogonnetje	=	roodnektrogon
roodnektrogonnetjes	=	roodnektrogon
roodnektrogons	=	roodnektrogon
roodnekzebraduif	noun	Geopelia humeralis een duivensoort die voorkomt in Australië en het zuiden van Nieuw-Guinea
roodnekzebraduifje	=	roodnekzebraduif
roodnekzebraduifjes	=	roodnekzebraduif
roodnekzebraduiven	=	roodnekzebraduif
roodnetboleet	noun	Rubroboletus rhodoxanthus een schimmel uit de familie Boletaceae.
roodnetboleetje	=	roodnetboleet
roodnetboleetjes	=	roodnetboleet
roodnetboleten	=	roodnetboleet
roodneusmeerkat	noun	Cercopithecus erythrotis De roodneusmeerkat of roodoormeerkat (Cercopithecus erythrotis) is een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
roodneusmeerkatje	=	roodneusmeerkat
roodneusmeerkatjes	=	roodneusmeerkat
roodneusmeerkatten	=	roodneusmeerkat
roodogen	=	roodoog
roodokselkoevogel	noun	Molothrus rufoaxillaris een zangvogel uit de familie troepialen (Icteridae).
roodokselkoevogels	=	roodokselkoevogel
roodokselkoevogeltje	=	roodokselkoevogel
roodokselkoevogeltjes	=	roodokselkoevogel
roodomrand	adj	met een rode rand omgeven; voorzien van een rode rand
roodomrande	=	roodomrand
roodomrands	=	roodomrand
roodoog	noun	iets of iemand met een rood gekleurd oog
roodoogbuulbuul	noun	Pycnonotus brunneus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae) die voorkomt in de Indische Archipel
roodoogbuulbuuls	=	roodoogbuulbuul
roodoogbuulbuultje	=	roodoogbuulbuul
roodoogbuulbuultjes	=	roodoogbuulbuul
roodoogje	=	roodoog
roodoogjes	=	roodoog
roodoogjuffer	noun	libel uit het geslacht Erythromma van libellen (Odonata) uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae)
roodoogjuffers	noun	Erythromma een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae)
roodoogjuffertje	=	roodoogjuffer
roodoogjuffertjes	=	roodoogjuffer
roodoogkoevogel	noun	Molothrus aeneus een zangvogel uit de familie troepialen (Icteridae).
roodoogkoevogels	=	roodoogkoevogel
roodoogkoevogeltje	=	roodoogkoevogel
roodoogkoevogeltjes	=	roodoogkoevogel
roodoogkruiplijster	noun	Erythrogenys imberbis een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
roodoogkruiplijsters	=	roodoogkruiplijster
roodoogkruiplijstertje	=	roodoogkruiplijster
roodoogkruiplijstertjes	=	roodoogkruiplijster
roodoogmakikikker	noun	Agalychnis callidryas een kikker uit de familie Phyllomedusidae.
roodoogmakikikkers	=	roodoogmakikikker
roodoogmakikikkertje	=	roodoogmakikikker
roodoogmakikikkertjes	=	roodoogmakikikker
roodoogmiertimalia	noun	Phlegopsis nigromaculat een zangvogel uit de familie Thamnophilidae. deze soort telt 4 ondersoorten
roodoogmiertimalia's	=	roodoogmiertimalia
roodoogmiertimaliaatje	=	roodoogmiertimalia
roodoogmiertimaliaatjes	=	roodoogmiertimalia
roodoogstekelkruin	noun	Phacellodomus erythrophthalmus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
roodoogstekelkruinen	=	roodoogstekelkruin
roodoogstekelkruintje	=	roodoogstekelkruin
roodoogstekelkruintjes	=	roodoogstekelkruin
roodoogtortel	noun	Streptopelia semitorquata een vogel uit de familie van duiven (Columbidae)
roodoogtortels	=	roodoogtortel
roodoogtorteltje	=	roodoogtortel
roodoogtorteltjes	=	roodoogtortel
roodoogvireo	noun	Vireo olivaceus een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
roodoogvireo's	=	roodoogvireo
roodoogvireootje	=	roodoogvireo
roodoogvireootjes	=	roodoogvireo
roodoor	noun	benaming voor ras of soort dier dat rode oren heeft
roodoorastrild	noun	Stagonopleura oculata een zangvogel uit de familie van de prachtvinken.
roodoorastrilden	=	roodoorastrild
roodoorastrildje	=	roodoorastrild
roodoorastrildjes	=	roodoorastrild
roodoorbergtangare	noun	Anisognathus igniventris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodoorbergtangaren	=	roodoorbergtangare
roodoorbergtangaretje	=	roodoorbergtangare
roodoorbergtangaretjes	=	roodoorbergtangare
roodoorbuulbuul	noun	Pycnonotus jocosus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae).
roodoorbuulbuuls	=	roodoorbuulbuul
roodoorbuulbuultje	=	roodoorbuulbuul
roodoorbuulbuultjes	=	roodoorbuulbuul
roodooremoesluiper	noun	Stipiturus malachurus een endemische zangvogel uit de familie Maluridae (elfjes).
roodooremoesluipers	=	roodooremoesluiper
roodooremoesluipertje	=	roodooremoesluiper
roodooremoesluipertjes	=	roodooremoesluiper
roodoorgors	noun	Chondestes grammacus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
roodoorgorsje	=	roodoorgors
roodoorgorsjes	=	roodoorgors
roodoorgorzen	=	roodoorgors
roodoormierpitta	noun	Grallaria erythrotis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
roodoormierpitta's	=	roodoormierpitta
roodoormierpittaatje	=	roodoormierpitta
roodoormierpittaatjes	=	roodoormierpitta
roodoorpapegaai	noun	Pyrilia haematotis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodoorpapegaaien	=	roodoorpapegaai
roodoorpapegaaitje	=	roodoorpapegaai
roodoorpapegaaitjes	=	roodoorpapegaai
roodoorparkiet	noun	Pyrrhura hoematotis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodoorparkieten	=	roodoorparkiet
roodoorparkietje	=	roodoorparkiet
roodoorparkietjes	=	roodoorparkiet
roodoorprinia	noun	Malcorus pectoralis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roodoorprinia's	=	roodoorprinia
roodoorpriniaatje	=	roodoorprinia
roodoorpriniaatjes	=	roodoorprinia
roodoorspecht	noun	Blythipicus pyrrhotis een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
roodoorspechten	=	roodoorspecht
roodoorspechtje	=	roodoorspecht
roodoorspechtjes	=	roodoorspecht
roodoorstekelstaart	noun	Synallaxis kollari een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodoorstekelstaarten	=	roodoorstekelstaart
roodoorstekelstaartje	=	roodoorstekelstaart
roodoorstekelstaartjes	=	roodoorstekelstaart
roodoorstruikgors	noun	Atlapetes rufigenis een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
roodoorstruikgorsje	=	roodoorstruikgors
roodoorstruikgorsjes	=	roodoorstruikgors
roodoorstruikgorzen	=	roodoorstruikgors
roodoortje	=	roodoor
roodoortjes	=	roodoor
roodoranje	noun	tint tussen rood en oranje met RAL-nummer 2001 ( ).	adj	in een tint tussen rood en oranje met RAL-nummer 2001 ( ).
roodoren	=	roodoor
roodpaars	noun	tint tussen rood en paars met RAL-nummer 4002 ( ).	adj	in een tint tussen rood en paars met RAL-nummer 4002 ( ).
roodpaarse	=	roodpaars
roodpluchen	adj	gemaakt van pluche dat een rode kleur heeft
roodpluchens	=	roodpluchen
roodpluimhoningzuiger	noun	Deleornis fraseri een zangvogel uit de familie Nectariniidae (Honingzuigers).
roodpluimhoningzuigers	=	roodpluimhoningzuiger
roodpluimhoningzuigertje	=	roodpluimhoningzuiger
roodpluimhoningzuigertjes	=	roodpluimhoningzuiger
roodpolsboswolfspin	noun	Pardosa alacris een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
roodpolsboswolfspinnen	=	roodpolsboswolfspin
roodpolsboswolfspinnetje	=	roodpolsboswolfspin
roodpolsboswolfspinnetjes	=	roodpolsboswolfspin
roodpoot	noun	diertje (veelal vogel) met een rood pootje
roodpootaalscholver	noun	Poikilocarbo gaimardi een zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
roodpootaalscholvers	=	roodpootaalscholver
roodpootaalscholvertje	=	roodpootaalscholver
roodpootaalscholvertjes	=	roodpootaalscholver
roodpootbijvlieg	noun	Eristalis cryptarum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
roodpootbijvliegen	=	roodpootbijvlieg
roodpootbijvliegje	=	roodpootbijvlieg
roodpootbijvliegjes	=	roodpootbijvlieg
roodpootbosuil	noun	Strix rufipes een lid van de familie van de 'echte' uilen (Strigidae).
roodpootbosuilen	=	roodpootbosuil
roodpootbosuiltje	=	roodpootbosuil
roodpootbosuiltjes	=	roodpootbosuil
roodpootdrieteenmeeuw	noun	Rissa brevirostris een vogel uit de familie Laridae (meeuwen).
roodpootdrieteenmeeuwen	=	roodpootdrieteenmeeuw
roodpootdrieteenmeeuwtje	=	roodpootdrieteenmeeuw
roodpootdrieteenmeeuwtjes	=	roodpootdrieteenmeeuw
roodpootgalgspin	noun	Dipoena erythropus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
roodpootgalgspinnen	=	roodpootgalgspin
roodpootgalgspinnetje	=	roodpootgalgspin
roodpootgalgspinnetjes	=	roodpootgalgspin
roodpootgent	noun	Sula sula een zeevogel die behoort tot de genten.
roodpootgenten	=	roodpootgent
roodpootgentje	=	roodpootgent
roodpootgentjes	=	roodpootgent
roodpootgoudoogdaas	noun	Chrysops rufipes een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
roodpootgoudoogdaasje	=	roodpootgoudoogdaas
roodpootgoudoogdaasjes	=	roodpootgoudoogdaas
roodpootgoudoogdazen	=	roodpootgoudoogdaas
roodpoothalmkruiper	noun	Harpalus rufipes een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
roodpoothalmkruipers	=	roodpoothalmkruiper
roodpoothalmkruipertje	=	roodpoothalmkruiper
roodpoothalmkruipertjes	=	roodpoothalmkruiper
roodpootje	=	roodpoot
roodpootjes	=	roodpoot
roodpootkoprakever	noun	Necrobia rufipes een kever uit de familie van de mierkevers (Cleridae), met een kosmopolitische verspreiding.
roodpootkoprakevers	=	roodpootkoprakever
roodpootkoprakevertje	=	roodpootkoprakever
roodpootkoprakevertjes	=	roodpootkoprakever
roodpootlijster	noun	Turdus plumbeus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
roodpootlijsters	=	roodpootlijster
roodpootlijstertje	=	roodpootlijster
roodpootlijstertjes	=	roodpootlijster
roodpootpademelon	noun	Thylogale stigmatica een kangoeroe uit het geslacht Thylogale.
roodpootpademelonnetje	=	roodpootpademelon
roodpootpademelonnetjes	=	roodpootpademelon
roodpootpademelons	=	roodpootpademelon
roodpootral	noun	Rallina fasciata een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
roodpootrallen	=	roodpootral
roodpootralletje	=	roodpootral
roodpootralletjes	=	roodpootral
roodpootroofvlieg	noun	Neomochtherus pallipes een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
roodpootroofvliegen	=	roodpootroofvlieg
roodpootroofvliegje	=	roodpootroofvlieg
roodpootroofvliegjes	=	roodpootroofvlieg
roodpootschildwants	noun	Pentatoma rufipes een 11 tot 15 millimeter lange wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
roodpootschildwantsen	=	roodpootschildwants
roodpootschildwantsje	=	roodpootschildwants
roodpootschildwantsjes	=	roodpootschildwants
roodpoottinamoe	noun	Crypturellus erythropus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
roodpoottinamoes	=	roodpoottinamoe
roodpoottinamoetje	=	roodpoottinamoe
roodpoottinamoetjes	=	roodpoottinamoe
roodpootvalk	noun	Falco vespertinus een vrij kleine valkensoort van Oost-Europa en Azië
roodpootvalken	=	roodpootvalk
roodpootvalkje	=	roodpootvalk
roodpootvalkjes	=	roodpootvalk
roodpootwatertor	noun	Hydrobius fuscipes een soort van kevers in de familie Hydrophilidae die wordt gevonden over een groot deel van het gematigde noordelijk halfrond
roodpootwatertorren	=	roodpootwatertor
roodpootwatertorretje	=	roodpootwatertor
roodpootwatertorretjes	=	roodpootwatertor
roodporiehoutzwam	noun	Daedaleopsis confragosa een paddenstoel uit de familie Polyporaceae.
roodporiehoutzwammen	=	roodporiehoutzwam
roodporiehoutzwammetje	=	roodporiehoutzwam
roodporiehoutzwammetjes	=	roodporiehoutzwam
roodpoten	=	roodpoot
roodpuntbladloper	noun	Chalcosyrphus piger een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
roodpuntbladlopers	=	roodpuntbladloper
roodpuntbladlopertje	=	roodpuntbladloper
roodpuntbladlopertjes	=	roodpuntbladloper
roodputjes	=	rootput
roodrandkapoentje	noun	Scymnus auritus een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae)
roodrandkapoentjes	=	roodrandkapoentje
roodrandzandbij	noun	Andrena rosae een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
roodrandzandbijen	=	roodrandzandbij
roodrandzandbijtje	=	roodrandzandbij
roodrandzandbijtjes	=	roodrandzandbij
roodrijder	noun	weggebruiker die een rood stoplicht negeert en doorrijdt
roodrijders	=	roodrijder
roodrijdertje	=	roodrijder
roodrijdertjes	=	roodrijder
roodrug	noun	dier met een rode rug
roodrugbabbelaar	noun	Argya subrufa een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodrugbabbelaars	=	roodrugbabbelaar
roodrugbabbelaartje	=	roodrugbabbelaar
roodrugbabbelaartjes	=	roodrugbabbelaar
roodrugbuizerd	noun	Geranoaetus polyosoma een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae) en het geslacht Geranoaetus.
roodrugbuizerdje	=	roodrugbuizerd
roodrugbuizerdjes	=	roodrugbuizerd
roodrugbuizerds	=	roodrugbuizerd
roodrugdwergijsvogel	noun	Ceyx rufidorsa een vogel uit de familie van de ijsvogels (Alcedinidae).
roodrugdwergijsvogels	=	roodrugdwergijsvogel
roodrugdwergijsvogeltje	=	roodrugdwergijsvogel
roodrugdwergijsvogeltjes	=	roodrugdwergijsvogel
roodrugelfje	noun	Malurus melanocephalus een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
roodrugelfjes	=	roodrugelfje
roodrugfluiter	noun	Coracornis raveni een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
roodrugfluiters	=	roodrugfluiter
roodrugfluitertje	=	roodrugfluiter
roodrugfluitertjes	=	roodrugfluiter
roodruggen	=	roodrug
roodruggetje	=	roodrug
roodruggetjes	=	roodrug
roodrughoningeter	noun	Ptiloprora guisei een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roodrughoningeters	=	roodrughoningeter
roodrughoningetertje	=	roodrughoningeter
roodrughoningetertjes	=	roodrughoningeter
roodrughoningvogel	noun	Dicaeum cruentatum een zangvogel uit de familie van de bastaardhoningvogels (Dicaeidae).
roodrughoningvogels	=	roodrughoningvogel
roodrughoningvogeltje	=	roodrughoningvogel
roodrughoningvogeltjes	=	roodrughoningvogel
roodrugijsvogel	noun	Todiramphus pyrrhopygia een endemische ijsvogelsoort die alleen voorkomt in Australië.
roodrugijsvogels	=	roodrugijsvogel
roodrugijsvogeltje	=	roodrugijsvogel
roodrugijsvogeltjes	=	roodrugijsvogel
roodrugincagors	noun	Incaspiza personata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodrugincagorsje	=	roodrugincagors
roodrugincagorsjes	=	roodrugincagors
roodrugincagorzen	=	roodrugincagors
roodrugkwartellijster	noun	Cinclosoma castanotum een zangvogel uit de familie Cinclosomatidae.
roodrugkwartellijsters	=	roodrugkwartellijster
roodrugkwartellijstertje	=	roodrugkwartellijster
roodrugkwartellijstertjes	=	roodrugkwartellijster
roodrugleeuwerik	noun	Calendulauda erythrochlamys een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
roodrugleeuweriken	=	roodrugleeuwerik
roodrugleeuwerikje	=	roodrugleeuwerik
roodrugleeuwerikjes	=	roodrugleeuwerik
roodruglijster	noun	Geokichla erythronota een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
roodruglijstergaai	noun	Garrulax nuchalis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodruglijstergaaien	=	roodruglijstergaai
roodruglijstergaaitje	=	roodruglijstergaai
roodruglijstergaaitjes	=	roodruglijstergaai
roodruglijsters	=	roodruglijster
roodruglijstertje	=	roodruglijster
roodruglijstertjes	=	roodruglijster
roodrugmierpitta	noun	Grallaria hypoleuca een zangvogel uit de familie Grallariidae.
roodrugmierpitta's	=	roodrugmierpitta
roodrugmierpittaatje	=	roodrugmierpitta
roodrugmierpittaatjes	=	roodrugmierpitta
roodrugmiersluiper	noun	Formicivora erythronotos een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodrugmiersluipers	=	roodrugmiersluiper
roodrugmiersluipertje	=	roodrugmiersluiper
roodrugmiersluipertjes	=	roodrugmiersluiper
roodrugmiervireo	noun	Dysithamnus xanthopterus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
roodrugmiervireo's	=	roodrugmiervireo
roodrugmiervireootje	=	roodrugmiervireo
roodrugmiervireootjes	=	roodrugmiervireo
roodrugmiervogel	noun	Myrmoderus ferrugineus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodrugmiervogels	=	roodrugmiervogel
roodrugmiervogeltje	=	roodrugmiervogel
roodrugmiervogeltjes	=	roodrugmiervogel
roodrugminla	noun	Leioptila annectens een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodrugminla's	=	roodrugminla
roodrugminlaatje	=	roodrugminla
roodrugminlaatjes	=	roodrugminla
roodrugmuisvogel	noun	Colius castanotus een vogel uit de familie Coliidae (muisvogels).
roodrugmuisvogels	=	roodrugmuisvogel
roodrugmuisvogeltje	=	roodrugmuisvogel
roodrugmuisvogeltjes	=	roodrugmuisvogel
roodrugnegrito	noun	Lessonia rufa een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodrugnegrito's	=	roodrugnegrito
roodrugnegritootje	=	roodrugnegrito
roodrugnegritootjes	=	roodrugnegrito
roodrugparkiet	noun	Psephotus haematonotus een Australische parkietensoort van gemiddeld 28 centimeter groot.
roodrugparkieten	=	roodrugparkiet
roodrugparkietje	=	roodrugparkiet
roodrugparkietjes	=	roodrugparkiet
roodrugsalamander	noun	Plethodon cinereus een salamander uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
roodrugsalamanders	=	roodrugsalamander
roodrugsalamandertje	=	roodrugsalamander
roodrugsalamandertjes	=	roodrugsalamander
roodrugsierragors	noun	Idiopsar dorsalis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodrugsierragorsje	=	roodrugsierragors
roodrugsierragorsjes	=	roodrugsierragors
roodrugsierragorzen	=	roodrugsierragors
roodrugspecht	noun	Veniliornis callonotus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roodrugspechten	=	roodrugspecht
roodrugspechtje	=	roodrugspecht
roodrugspechtjes	=	roodrugspecht
roodrugspin	noun	Latrodectus hasselti een giftige spin die van nature in Australië voorkomt.
roodrugspinnen	=	roodrugspin
roodrugspinnetje	=	roodrugspin
roodrugspinnetjes	=	roodrugspin
roodrugstekelkruin	noun	Phacellodomus dorsalis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodrugstekelkruinen	=	roodrugstekelkruin
roodrugstekelkruintje	=	roodrugstekelkruin
roodrugstekelkruintjes	=	roodrugstekelkruin
roodrugstekelstaart	noun	Cranioleuca vulpina een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodrugstekelstaarten	=	roodrugstekelstaart
roodrugstekelstaartje	=	roodrugstekelstaart
roodrugstekelstaartjes	=	roodrugstekelstaart
roodrugtangare	noun	Ramphocelus passerinii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodrugtangaren	=	roodrugtangare
roodrugtangaretje	=	roodrugtangare
roodrugtangaretjes	=	roodrugtangare
roodrugtrogon	noun	Harpactes duvaucelii een vogelsoort uit de familie trogons (Trogonidae).
roodrugtrogonnetje	=	roodrugtrogon
roodrugtrogonnetjes	=	roodrugtrogon
roodrugtrogons	=	roodrugtrogon
roodrugvechtkwartel	noun	Turnix maculosus een vechtkwartel die voorkomt in binnen een groot gebied dat reikt van Indonesië tot het zuidoosten van Australië.
roodrugvechtkwartels	=	roodrugvechtkwartel
roodrugvechtkwarteltje	=	roodrugvechtkwartel
roodrugvechtkwarteltjes	=	roodrugvechtkwartel
roodrugwapenvlieg	noun	Clitellaria ephippium een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
roodrugwapenvliegen	=	roodrugwapenvlieg
roodrugwapenvliegje	=	roodrugwapenvlieg
roodrugwapenvliegjes	=	roodrugwapenvlieg
roodrugweekschildpad	noun	Cycloderma aubryi een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
roodrugweekschildpadden	=	roodrugweekschildpad
roodrugweekschildpadje	=	roodrugweekschildpad
roodrugweekschildpadjes	=	roodrugweekschildpad
roodrugwever	noun	Plocepasser rufoscapulatus een zangvogel uit de familie Passeridae (mussen).
roodrugwevers	=	roodrugwever
roodrugwevertje	=	roodrugwever
roodrugwevertjes	=	roodrugwever
roodrugwinterkoning	noun	Campylorhynchus capistratus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
roodrugwinterkoningen	=	roodrugwinterkoning
roodrugwinterkoninkje	=	roodrugwinterkoning
roodrugwinterkoninkjes	=	roodrugwinterkoning
roods	=	rood
roodschaar	noun	soort stokvis
roodschaartje	=	roodschaar
roodschaartjes	=	roodschaar
roodscharen	=	roodschaar
roodscheendoek	noun	Pygathrix nemaeus primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
roodscheendoeken	=	roodscheendoek
roodscheendoekje	=	roodscheendoek
roodscheendoekjes	=	roodscheendoek
roodscheensprinkhaan	noun	Chorthippus pullus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae).
roodscheensprinkhaantje	=	roodscheensprinkhaan
roodscheensprinkhaantjes	=	roodscheensprinkhaan
roodscheensprinkhanen	=	roodscheensprinkhaan
roodscheenzandbij	noun	Andrena ruficrus een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
roodscheenzandbijen	=	roodscheenzandbij
roodscheenzandbijtje	=	roodscheenzandbij
roodscheenzandbijtjes	=	roodscheenzandbij
roodschildkoet	noun	Fulica rufifrons een vogel uit de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).
roodschildkoeten	=	roodschildkoet
roodschildkoetje	=	roodschildkoet
roodschildkoetjes	=	roodschildkoet
roodschildveldmestkever	noun	Aphodius fimetarius een keversoort uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae).
roodschildveldmestkevers	=	roodschildveldmestkever
roodschildveldmestkevertje	=	roodschildveldmestkever
roodschildveldmestkevertjes	=	roodschildveldmestkever
roodschouder	noun	dier met een rode schouder
roodschouderara	noun	Diopsittaca nobilis een papegaaiachtige uit de familie van de papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
roodschouderara's	=	roodschouderara
roodschouderaraatje	=	roodschouderara
roodschouderaraatjes	=	roodschouderara
roodschouderbuizerd	noun	Buteo lineatus een roofvogel uit de familie der havikachtigen (Accipitridae).
roodschouderbuizerdje	=	roodschouderbuizerd
roodschouderbuizerdjes	=	roodschouderbuizerd
roodschouderbuizerds	=	roodschouderbuizerd
roodschouderglansspreeuw	noun	Lamprotornis nitens een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
roodschouderglansspreeuwen	=	roodschouderglansspreeuw
roodschouderglansspreeuwtje	=	roodschouderglansspreeuw
roodschouderglansspreeuwtjes	=	roodschouderglansspreeuw
roodschoudermiersluiper	noun	Euchrepomis humeralis een vogel uit de familie Thamnophilidae.
roodschoudermiersluipers	=	roodschoudermiersluiper
roodschoudermiersluipertje	=	roodschoudermiersluiper
roodschoudermiersluipertjes	=	roodschoudermiersluiper
roodschouderpapegaai	noun	Touit huetii een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodschouderpapegaaien	=	roodschouderpapegaai
roodschouderpapegaaitje	=	roodschouderpapegaai
roodschouderpapegaaitjes	=	roodschouderpapegaai
roodschouderparkiet	noun	Pyrrhura egregia een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodschouderparkieten	=	roodschouderparkiet
roodschouderparkietje	=	roodschouderparkiet
roodschouderparkietjes	=	roodschouderparkiet
roodschouderrupsvogel	noun	Campephaga phoenicea een rupsvogel uit het geslacht Campephaga die voorkomt in een groot gebied in Midden- en West-Afrika
roodschouderrupsvogels	=	roodschouderrupsvogel
roodschouderrupsvogeltje	=	roodschouderrupsvogel
roodschouderrupsvogeltjes	=	roodschouderrupsvogel
roodschouders	=	roodschouder
roodschouderstekelstaart	noun	Synallaxis hellmayri een zangvogel uit de familie der ovenvogels (Furnariidae).
roodschouderstekelstaarten	=	roodschouderstekelstaart
roodschouderstekelstaartje	=	roodschouderstekelstaart
roodschouderstekelstaartjes	=	roodschouderstekelstaart
roodschoudertangare	noun	Tachyphonus phoenicius een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodschoudertangaren	=	roodschoudertangare
roodschoudertangaretje	=	roodschoudertangare
roodschoudertangaretjes	=	roodschoudertangare
roodschoudertje	=	roodschouder
roodschoudertjes	=	roodschouder
roodschoudertroepiaal	noun	Agelaius assimilis een vogelsoort uit de familie van de troepialen.
roodschoudertroepiaaltje	=	roodschoudertroepiaal
roodschoudertroepiaaltjes	=	roodschoudertroepiaal
roodschoudertroepialen	=	roodschoudertroepiaal
roodschoudervanga	noun	Calicalicus rufocarpalis een endemische vogelsoort uit de familie vanga's (Vangidae), een familie van zangvogels die alleen op Madagaskar voorkomt
roodschoudervanga's	=	roodschoudervanga
roodschoudervangaatje	=	roodschoudervanga
roodschoudervangaatjes	=	roodschoudervanga
roodschouderwidavink	noun	Euplectes axillaris een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers).
roodschouderwidavinken	=	roodschouderwidavink
roodschouderwidavinkje	=	roodschouderwidavink
roodschouderwidavinkjes	=	roodschouderwidavink
roodsel	noun	rode kleurstof die men op het gelaat kan aanbrengen
roodsels	=	roodsel
roodsnavel	noun	dier met een rode snavel
roodsnavelboskalkoen	noun	Talegalla cuvieri een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
roodsnavelboskalkoenen	=	roodsnavelboskalkoen
roodsnavelboskalkoentje	=	roodsnavelboskalkoen
roodsnavelboskalkoentjes	=	roodsnavelboskalkoen
roodsnavelbospatrijs	noun	Arborophila rubrirostris een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roodsnavelbospatrijsje	=	roodsnavelbospatrijs
roodsnavelbospatrijsjes	=	roodsnavelbospatrijs
roodsnavelbospatrijzen	=	roodsnavelbospatrijs
roodsnavelbuffelwever	noun	Bubalornis niger een zangvogel uit de familie van de wevers en verwanten (Ploceidae).
roodsnavelbuffelwevers	=	roodsnavelbuffelwever
roodsnavelbuffelwevertje	=	roodsnavelbuffelwever
roodsnavelbuffelwevertjes	=	roodsnavelbuffelwever
roodsnavelduif	noun	Patagioenas flavirostris een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
roodsnavelduifje	=	roodsnavelduif
roodsnavelduifjes	=	roodsnavelduif
roodsnavelduiven	=	roodsnavelduif
roodsnavelfrankolijn	noun	Pternistis adspersus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roodsnavelfrankolijnen	=	roodsnavelfrankolijn
roodsnavelfrankolijntje	=	roodsnavelfrankolijn
roodsnavelfrankolijntjes	=	roodsnavelfrankolijn
roodsnavelgrondkoekoek	noun	Neomorphus pucheranii een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
roodsnavelgrondkoekoeken	=	roodsnavelgrondkoekoek
roodsnavelgrondkoekoekje	=	roodsnavelgrondkoekoek
roodsnavelgrondkoekoekjes	=	roodsnavelgrondkoekoek
roodsnavelhoen	noun	Neocrex erythrops een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
roodsnavelhoenderen	=	roodsnavelhoen
roodsnavelhoenders	noun	een geslacht Neocrex van vogels uit de familie rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
roodsnavelhoendertje	=	roodsnavelhoen
roodsnavelhoendertjes	=	roodsnavelhoen
roodsnavelhokko	noun	Crax blumenbachii een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
roodsnavelhokko's	=	roodsnavelhokko
roodsnavelhokkootje	=	roodsnavelhokko
roodsnavelhokkootjes	=	roodsnavelhokko
roodsnavelkeerkringvogel	noun	Phaethon aethereus een zeevogel uit de familie van de keerkringvogels (Phaethontidae).
roodsnavelkeerkringvogels	=	roodsnavelkeerkringvogel
roodsnavelkeerkringvogeltje	=	roodsnavelkeerkringvogel
roodsnavelkeerkringvogeltjes	=	roodsnavelkeerkringvogel
roodsnavelkitta	noun	Urocissa erythrorhyncha een kraaiensoort die van nature voorkomt in het oosten en zuidoosten van Azië
roodsnavelkitta's	=	roodsnavelkitta
roodsnavelkittaatje	=	roodsnavelkitta
roodsnavelkittaatjes	=	roodsnavelkitta
roodsnavelklauwier	noun	Prionops caniceps een vogel uit de familie der prionopidae (Helmklauwieren).
roodsnavelklauwieren	=	roodsnavelklauwier
roodsnavelklauwiertje	=	roodsnavelklauwier
roodsnavelklauwiertjes	=	roodsnavelklauwier
roodsnavelkruiplijster	noun	Pomatorhinus ochraceiceps een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
roodsnavelkruiplijsters	=	roodsnavelkruiplijster
roodsnavelkruiplijstertje	=	roodsnavelkruiplijster
roodsnavelkruiplijstertjes	=	roodsnavelkruiplijster
roodsnavelleeuwerik	noun	Spizocorys conirostris een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
roodsnavelleeuweriken	=	roodsnavelleeuwerik
roodsnavelleeuwerikje	=	roodsnavelleeuwerik
roodsnavelleeuwerikjes	=	roodsnavelleeuwerik
roodsnavelmalkoha	noun	Zanclostomus javanicus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken)
roodsnavelmalkoha's	=	roodsnavelmalkoha
roodsnavelmalkohaatje	=	roodsnavelmalkoha
roodsnavelmalkohaatjes	=	roodsnavelmalkoha
roodsnavelmargrietje	noun	Pionus sordidus een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
roodsnavelmargrietjes	=	roodsnavelmargrietje
roodsnavelmeeuw	noun	Chroicocephalus novaehollandiae scopulinus een ondersoort van de witkopmeeuw die voorkomt op Nieuw-Zeeland en omliggende eilandengroepen zoals de Chathameilanden en de Sub-Antarctische eilanden
roodsnavelmeeuwen	=	roodsnavelmeeuw
roodsnavelmeeuwtje	=	roodsnavelmeeuw
roodsnavelmeeuwtjes	=	roodsnavelmeeuw
roodsnavelmuisspecht	noun	Hylexetastes perrotii een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodsnavelmuisspechten	=	roodsnavelmuisspecht
roodsnavelmuisspechtje	=	roodsnavelmuisspecht
roodsnavelmuisspechtjes	=	roodsnavelmuisspecht
roodsnavelossenpikker	noun	Buphagus erythrorynchus een oscine zangvogel uit de familie Buphagidae (ossenpikkers)
roodsnavelossenpikkers	=	roodsnavelossenpikker
roodsnavelossenpikkertje	=	roodsnavelossenpikker
roodsnavelossenpikkertjes	=	roodsnavelossenpikker
roodsnavels	=	roodsnavel
roodsnavelsaltator	noun	Saltator nigriceps een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
roodsnavelsaltators	=	roodsnavelsaltator
roodsnavelsaltatortje	=	roodsnavelsaltator
roodsnavelsaltatortjes	=	roodsnavelsaltator
roodsnavelsmaragdkolibrie	noun	Chlorostilbon gibsoni een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodsnavelsmaragdkolibries	=	roodsnavelsmaragdkolibrie
roodsnavelsmaragdkolibrietje	=	roodsnavelsmaragdkolibrie
roodsnavelsmaragdkolibrietjes	=	roodsnavelsmaragdkolibrie
roodsnaveltangare	noun	Lamprospiza melanoleuca een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodsnaveltangaren	=	roodsnaveltangare
roodsnaveltangaretje	=	roodsnaveltangare
roodsnaveltangaretjes	=	roodsnaveltangare
roodsnaveltje	=	roodsnavel
roodsnaveltjes	=	roodsnavel
roodsnaveltoekan	noun	Ramphastos tucanus een vogel uit de familie van de toekans (Ramphastidae).
roodsnaveltoekannetje	=	roodsnaveltoekan
roodsnaveltoekannetjes	=	roodsnaveltoekan
roodsnaveltoekans	=	roodsnaveltoekan
roodsnaveltok	noun	Tockus erythrorhynchus vogel die evenals de in Azië voorkomende dubbelhoornige neushoornvogel tot de familie van neushoornvogels (Bucerotidae) behoort.
roodsnaveltokje	=	roodsnaveltok
roodsnaveltokjes	=	roodsnaveltok
roodsnaveltokken	=	roodsnaveltok
roodsnavelvliegenpikker	noun	Zimmerius cinereicapilla een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodsnavelvliegenpikkers	=	roodsnavelvliegenpikker
roodsnavelvliegenpikkertje	=	roodsnavelvliegenpikker
roodsnavelvliegenpikkertjes	=	roodsnavelvliegenpikker
roodsnedemycena	noun	Mycena rubromarginata een paddenstoel uit de familie Mycenaceae.
roodsnedemycena's	=	roodsnedemycena
roodsnedemycenaatje	=	roodsnedemycena
roodsnedemycenaatjes	=	roodsnedemycena
roodsneefranjehoed	noun	Psathyrella pseudocorrugis een paddenstoel uit de familie Psathyrellaceae.
roodsneefranjehoeden	=	roodsneefranjehoed
roodsneefranjehoedje	=	roodsneefranjehoed
roodsneefranjehoedjes	=	roodsneefranjehoed
roodsnuitboomkikker	noun	Scinax ruber een kikker uit de familie boomkikkers (Hylidae).
roodsnuitboomkikkers	=	roodsnuitboomkikker
roodsnuitboomkikkertje	=	roodsnuitboomkikker
roodsnuitboomkikkertjes	=	roodsnuitboomkikker
roodsnuitjonker	noun	Pseudagrion sublacteum een juffer uit het geslacht jonkers van de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
roodsnuitjonkers	=	roodsnuitjonker
roodsnuitjonkertje	=	roodsnuitjonker
roodsnuitjonkertjes	=	roodsnuitjonker
roodsprietgarnaal	noun	Palaemon adspersus een garnalensoort uit de familie van de steurgarnalen (Palaemonidae).
roodsprietgarnaaltje	=	roodsprietgarnaal
roodsprietgarnaaltjes	=	roodsprietgarnaal
roodsprietgarnalen	=	roodsprietgarnaal
roodsprietknobbeldaas	noun	Hybomitra lundbecki een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
roodsprietknobbeldaasje	=	roodsprietknobbeldaas
roodsprietknobbeldaasjes	=	roodsprietknobbeldaas
roodsprietknobbeldazen	=	roodsprietknobbeldaas
roodsprietkopermantel	noun	Ferdinandea ruficornis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
roodsprietkopermantels	=	roodsprietkopermantel
roodsprietkopermanteltje	=	roodsprietkopermantel
roodsprietkopermanteltjes	=	roodsprietkopermantel
roodsprietwespbij	noun	Nomada fulvicornis een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
roodsprietwespbijen	=	roodsprietwespbij
roodsprietwespbijtje	=	roodsprietwespbij
roodsprietwespbijtjes	=	roodsprietwespbij
roodst	=	rood
roodstaart	noun	dier met een rode staart
roodstaartamazilia	noun	Amazilia tzacatl een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodstaartamazilia's	=	roodstaartamazilia
roodstaartamaziliaatje	=	roodstaartamazilia
roodstaartamaziliaatjes	=	roodstaartamazilia
roodstaartamazone	noun	Amazona brasiliensis een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
roodstaartamazonen	=	roodstaartamazone
roodstaartamazones	=	roodstaartamazone
roodstaartamazonetje	=	roodstaartamazone
roodstaartamazonetjes	=	roodstaartamazone
roodstaartattila	noun	Attila phoenicurus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodstaartattila's	=	roodstaartattila
roodstaartattilaatje	=	roodstaartattila
roodstaartattilaatjes	=	roodstaartattila
roodstaartbaardbuulbuul	noun	Criniger calurus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
roodstaartbaardbuulbuuls	=	roodstaartbaardbuulbuul
roodstaartbaardbuulbuultje	=	roodstaartbaardbuulbuul
roodstaartbaardbuulbuultjes	=	roodstaartbaardbuulbuul
roodstaartblada	noun	Bleda syndactylus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
roodstaartblada's	=	roodstaartblada
roodstaartbladaatje	=	roodstaartblada
roodstaartbladaatjes	=	roodstaartblada
roodstaartbladspeurder	noun	Anabacerthia ruficaudata een zangvogel uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
roodstaartbladspeurders	=	roodstaartbladspeurder
roodstaartbladspeurdertje	=	roodstaartbladspeurder
roodstaartbladspeurdertjes	=	roodstaartbladspeurder
roodstaartboomeekhoorn	noun	Sciurus granatensis knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
roodstaartboomeekhoorns	=	roodstaartboomeekhoorn
roodstaartboomeekhoorntje	=	roodstaartboomeekhoorn
roodstaartboomeekhoorntjes	=	roodstaartboomeekhoorn
roodstaartbreedbektiran	noun	Ramphotrigon ruficauda een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodstaartbreedbektirannen	=	roodstaartbreedbektiran
roodstaartbreedbektirannetje	=	roodstaartbreedbektiran
roodstaartbreedbektirannetjes	=	roodstaartbreedbektiran
roodstaartbuizerd	noun	Buteo jamaicensis een roofvogel behorend tot de familie acciptridae.
roodstaartbuizerdje	=	roodstaartbuizerd
roodstaartbuizerdjes	=	roodstaartbuizerd
roodstaartbuizerds	=	roodstaartbuizerd
roodstaartchipmunk	noun	Tamias ruficaudatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
roodstaartchipmunkje	=	roodstaartchipmunk
roodstaartchipmunkjes	=	roodstaartchipmunk
roodstaartchipmunks	=	roodstaartchipmunk
roodstaartdoornsnavel	noun	Acanthiza uropygialis een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
roodstaartdoornsnavels	=	roodstaartdoornsnavel
roodstaartdoornsnaveltje	=	roodstaartdoornsnavel
roodstaartdoornsnaveltjes	=	roodstaartdoornsnavel
roodstaarteekhoorn	noun	Paraxerus palliatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
roodstaarteekhoorns	=	roodstaarteekhoorn
roodstaarteekhoorntje	=	roodstaarteekhoorn
roodstaarteekhoorntjes	=	roodstaarteekhoorn
roodstaarten	noun	een geslacht Phoenicurus van zangvogels uit de familie van de vliegenvangers (Muscicapidae)
roodstaartglansvogel	noun	Galbula ruficauda een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels)
roodstaartglansvogels	=	roodstaartglansvogel
roodstaartglansvogeltje	=	roodstaartglansvogel
roodstaartglansvogeltjes	=	roodstaartglansvogel
roodstaartgors	noun	een zangvogel Passerella uit de familie Emberizidae (gorzen) met een rode staart
roodstaartgorsje	=	roodstaartgors
roodstaartgorsjes	=	roodstaartgors
roodstaartgorzen	=	roodstaartgors
roodstaartgraszanger	noun	Cisticola rufilatus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
roodstaartgraszangers	=	roodstaartgraszanger
roodstaartgraszangertje	=	roodstaartgraszanger
roodstaartgraszangertjes	=	roodstaartgraszanger
roodstaarthaaksnavelkolibrie	noun	Eutoxeres condamini een vogel uit de familie van de kolibries.
roodstaarthaaksnavelkolibries	=	roodstaarthaaksnavelkolibrie
roodstaarthaaksnavelkolibrietje	=	roodstaarthaaksnavelkolibrie
roodstaarthaaksnavelkolibrietjes	=	roodstaarthaaksnavelkolibrie
roodstaartje	=	roodstaart
roodstaartjes	=	roodstaart
roodstaartkeerkringvogel	noun	Phaethon rubricauda een zeevogel die behoort tot de keerkringvogels.
roodstaartkeerkringvogels	=	roodstaartkeerkringvogel
roodstaartkeerkringvogeltje	=	roodstaartkeerkringvogel
roodstaartkeerkringvogeltjes	=	roodstaartkeerkringvogel
roodstaartklaverzandbij	noun	Andrena similis een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
roodstaartklaverzandbijen	=	roodstaartklaverzandbij
roodstaartklaverzandbijtje	=	roodstaartklaverzandbij
roodstaartklaverzandbijtjes	=	roodstaartklaverzandbij
roodstaartlijster	noun	Neocossyphus rufus een zangvogel uit de familie Turdidae (Lijsters).
roodstaartlijstergaai	noun	Trochalopteron milnei een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae)
roodstaartlijstergaaien	=	roodstaartlijstergaai
roodstaartlijstergaaitje	=	roodstaartlijstergaai
roodstaartlijstergaaitjes	=	roodstaartlijstergaai
roodstaartlijsters	=	roodstaartlijster
roodstaartlijstertje	=	roodstaartlijster
roodstaartlijstertjes	=	roodstaartlijster
roodstaartmeerkat	noun	Cercopithecus ascanius De roodstaartmeerkat of konga-witneusmeerkat (Cercopithecus ascanius) is een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
roodstaartmeerkatje	=	roodstaartmeerkat
roodstaartmeerkatjes	=	roodstaartmeerkat
roodstaartmeerkatten	=	roodstaartmeerkat
roodstaartmeerval	noun	Phractocephalus hemioliopterus een straalvinnige vissensoort uit de familie Pimelodidae.
roodstaartmeervallen	=	roodstaartmeerval
roodstaartmeervalletje	=	roodstaartmeerval
roodstaartmeervalletjes	=	roodstaartmeerval
roodstaartmierlijster	noun	Chamaeza ruficauda een zangvogel uit de familie Formicariidae (miervogels).
roodstaartmierlijsters	=	roodstaartmierlijster
roodstaartmierlijstertje	=	roodstaartmierlijster
roodstaartmierlijstertjes	=	roodstaartmierlijster
roodstaartmiersluiper	noun	Epinecrophylla erythrura een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodstaartmiersluipers	=	roodstaartmiersluiper
roodstaartmiersluipertje	=	roodstaartmiersluiper
roodstaartmiersluipertjes	=	roodstaartmiersluiper
roodstaartmiervogel	noun	Drymophila genei een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
roodstaartmiervogels	=	roodstaartmiervogel
roodstaartmiervogeltje	=	roodstaartmiervogel
roodstaartmiervogeltjes	=	roodstaartmiervogel
roodstaartminla	noun	Minla ignotincta een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodstaartminla's	=	roodstaartminla
roodstaartminlaatje	=	roodstaartminla
roodstaartminlaatjes	=	roodstaartminla
roodstaartmoortiran	noun	Knipolegus poecilurus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodstaartmoortirannen	=	roodstaartmoortiran
roodstaartmoortirannetje	=	roodstaartmoortiran
roodstaartmoortirannetjes	=	roodstaartmoortiran
roodstaartmoupinia	noun	Moupinia poecilotis een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
roodstaartmoupinia's	=	roodstaartmoupinia
roodstaartmoupiniaatje	=	roodstaartmoupinia
roodstaartmoupiniaatjes	=	roodstaartmoupinia
roodstaartmuistimalia	noun	Malacocincla abbotti een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
roodstaartmuistimalia's	=	roodstaartmuistimalia
roodstaartmuistimaliaatje	=	roodstaartmuistimalia
roodstaartmuistimaliaatjes	=	roodstaartmuistimalia
roodstaartpapegaai	noun	een papegaai Psittaciformes met een rode staart
roodstaartpapegaaien	=	roodstaartpapegaai
roodstaartpapegaaitje	=	roodstaartpapegaai
roodstaartpapegaaitjes	=	roodstaartpapegaai
roodstaartraafkaketoe	noun	Calyptorhynchus banksii een vogel uit de familie der kaketoes
roodstaartraafkaketoes	=	roodstaartraafkaketoe
roodstaartraafkaketoetje	=	roodstaartraafkaketoe
roodstaartraafkaketoetjes	=	roodstaartraafkaketoe
roodstaartsnijdervogel	noun	Orthotomus sericeus een snijdervogel die voorkomt in de Indische Archipel
roodstaartsnijdervogels	=	roodstaartsnijdervogel
roodstaartsnijdervogeltje	=	roodstaartsnijdervogel
roodstaartsnijdervogeltjes	=	roodstaartsnijdervogel
roodstaartspekvreter	noun	Oenanthe familiaris een kleine zangvogel uit de familie van de vliegenvangers (muscicapidae) en de onderfamilie saxicolinae (tapuiten)
roodstaartspekvreters	=	roodstaartspekvreter
roodstaartspekvretertje	=	roodstaartspekvreter
roodstaartspekvretertjes	=	roodstaartspekvreter
roodstaarttapuit	noun	Oenanthe chrysopygia een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
roodstaarttapuiten	=	roodstaarttapuit
roodstaarttapuitje	=	roodstaarttapuit
roodstaarttapuitjes	=	roodstaarttapuit
roodstaarttiran	noun	Terenotriccus erythrurus een zangvogel uit de familie Tityridae.
roodstaarttirannen	=	roodstaarttiran
roodstaarttirannetje	=	roodstaarttiran
roodstaarttirannetjes	=	roodstaarttiran
roodstaarttoepaja	noun	Tupaia splendidula een zoogdier uit de familie van de echte toepaja's (Tupaiidae).
roodstaarttoepaja's	=	roodstaarttoepaja
roodstaarttoepajaatje	=	roodstaarttoepaja
roodstaarttoepajaatjes	=	roodstaarttoepaja
roodstaartvanga	noun	Calicalicus madagascariensis een endemische vogelsoort uit de familie vanga's (Vangidae), een familie van zangvogels die alleen op Madagaskar voorkomt
roodstaartvanga's	=	roodstaartvanga
roodstaartvangaatje	=	roodstaartvanga
roodstaartvangaatjes	=	roodstaartvanga
roodstaartvliegenvanger	noun	Ficedula ruficauda een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
roodstaartvliegenvangers	=	roodstaartvliegenvanger
roodstaartvliegenvangertje	=	roodstaartvliegenvanger
roodstaartvliegenvangertjes	=	roodstaartvliegenvanger
roodstaartwever	noun	Histurgops ruficauda een endemische broedvogel uit Tanzania
roodstaartwevers	=	roodstaartwever
roodstaartwevertje	=	roodstaartwever
roodstaartwevertjes	=	roodstaartwever
roodstaartwezelmaki	noun	Lepilemur ruficaudatus primaat uit de familie van de wezelmaki's (Lepilemuridae).
roodstaartwezelmaki's	=	roodstaartwezelmaki
roodstaartwezelmakietje	=	roodstaartwezelmaki
roodstaartwezelmakietjes	=	roodstaartwezelmaki
roodstaartwoestijnleeuwerik	noun	Ammomanes phoenicura een zangvogelsoort uit de familie leeuweriken (Alaudidae).
roodstaartwoestijnleeuweriken	=	roodstaartwoestijnleeuwerik
roodstaartwoestijnleeuwerikje	=	roodstaartwoestijnleeuwerik
roodstaartwoestijnleeuwerikjes	=	roodstaartwoestijnleeuwerik
roodstaartxenops	noun	Microxenops milleri een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodstaartxenopsen	=	roodstaartxenops
roodstaartxenopsje	=	roodstaartxenops
roodstaartxenopsjes	=	roodstaartxenops
roodstaartzaagvink	noun	Phytotoma rara een vogel uit de familie der zaagvinken (Phytotomidae).
roodstaartzaagvinken	=	roodstaartzaagvink
roodstaartzaagvinkje	=	roodstaartzaagvink
roodstaartzaagvinkjes	=	roodstaartzaagvink
roodstand	noun	het een negatief tegoed hebben op een bankrekening
roodstanden	=	roodstand
roodste	=	rood
roodsteelfluweelboleet	noun	Xerocomellus chrysenteron een eetbare paddenstoel uit de familie Boletaceae.
roodsteelfluweelboleetje	=	roodsteelfluweelboleet
roodsteelfluweelboleetjes	=	roodsteelfluweelboleet
roodsteelfluweelboleten	=	roodsteelfluweelboleet
roodstenen	adj	gemaakt van rode (bak)stenen
roodstermierenpikker	noun	Parmoptila rubrifrons een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
roodstermierenpikkers	=	roodstermierenpikker
roodstermierenpikkertje	=	roodstermierenpikker
roodstermierenpikkertjes	=	roodstermierenpikker
roodsterspitssnavel	noun	Conirostrum tamarugense een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodsterspitssnavels	=	roodsterspitssnavel
roodsterspitssnaveltje	=	roodsterspitssnavel
roodsterspitssnaveltjes	=	roodsterspitssnavel
roodstip	noun	Blaniulus guttulatus een miljoenpoot uit de familie Blaniulidae.
roodstipje	=	roodstip
roodstipjes	=	roodstip
roodstippen	=	roodstip
roodstreepbarbeel	noun	Parupeneus rubescens een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zeebarbelen (Mullidae).
roodstreepbarbeeltje	=	roodstreepbarbeel
roodstreepbarbeeltjes	=	roodstreepbarbeel
roodstreepbarbelen	=	roodstreepbarbeel
roodstreephooibeestje	noun	Coenonympha glycerion een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's, van de familie Nymphalidae.
roodstreephooibeestjes	=	roodstreephooibeestje
roodstreepkikker	noun	Phrynomantis bifasciatus een kikker uit de familie smalbekkikkers (Microhylidae).
roodstreepkikkers	=	roodstreepkikker
roodstreepkikkertje	=	roodstreepkikker
roodstreepkikkertjes	=	roodstreepkikker
roodstreeplipvis	noun	Coris gaimard vis die onder andere leeft in de Rode Zee en in de Arabische Zee.
roodstreeplipvisje	=	roodstreeplipvis
roodstreeplipvisjes	=	roodstreeplipvis
roodstreeplipvissen	=	roodstreeplipvis
roodstreepmutsjeslichtmot	noun	Acrobasis suavella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
roodstreepmutsjeslichtmotje	=	roodstreepmutsjeslichtmot
roodstreepmutsjeslichtmotjes	=	roodstreepmutsjeslichtmot
roodstreepmutsjeslichtmotten	=	roodstreepmutsjeslichtmot
roodstreepspanner	noun	Rhodometra sacraria een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
roodstreepspanners	=	roodstreepspanner
roodstreepspannertje	=	roodstreepspanner
roodstreepspannertjes	=	roodstreepspanner
roodstuit	noun	dier (vogel) met een rode stuit
roodstuitarassari	noun	Aulacorhynchus haematopygus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
roodstuitarassari's	=	roodstuitarassari
roodstuitarassarietje	=	roodstuitarassari
roodstuitarassarietjes	=	roodstuitarassari
roodstuitbladspeurder	noun	Philydor erythrocercum een zangvogel uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
roodstuitbladspeurders	=	roodstuitbladspeurder
roodstuitbladspeurdertje	=	roodstuitbladspeurder
roodstuitbladspeurdertjes	=	roodstuitbladspeurder
roodstuitboomgors	noun	Microspingus lateralis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodstuitboomgorsje	=	roodstuitboomgors
roodstuitboomgorsjes	=	roodstuitboomgors
roodstuitboomgorzen	=	roodstuitboomgors
roodstuitboomtimalia	noun	Stachyris maculata een boomtimalia uit het geslacht Stachyris en de familie timalia's (Timaliidae).
roodstuitboomtimalia's	=	roodstuitboomtimalia
roodstuitboomtimaliaatje	=	roodstuitboomtimalia
roodstuitboomtimaliaatjes	=	roodstuitboomtimalia
roodstuitbuidelspreeuw	noun	Cacicus haemorrhous een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
roodstuitbuidelspreeuwen	=	roodstuitbuidelspreeuw
roodstuitbuidelspreeuwtje	=	roodstuitbuidelspreeuw
roodstuitbuidelspreeuwtjes	=	roodstuitbuidelspreeuw
roodstuitdikbekje	noun	Sporophila hypochroma een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodstuitdikbekjes	=	roodstuitdikbekje
roodstuitdoornsnavel	noun	Acanthiza apicalis een vogel in de familie van de Acanthizidae (Australische zangers)
roodstuitdoornsnavels	=	roodstuitdoornsnavel
roodstuitdoornsnaveltje	=	roodstuitdoornsnavel
roodstuitdoornsnaveltjes	=	roodstuitdoornsnavel
roodstuitdwerghoningeter	noun	Myzomela eichhorni een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
roodstuitdwerghoningeters	=	roodstuitdwerghoningeter
roodstuitdwerghoningetertje	=	roodstuitdwerghoningeter
roodstuitdwerghoningetertjes	=	roodstuitdwerghoningeter
roodstuiten	=	roodstuit
roodstuitgrasvogel	noun	Cincloramphus mathewsi een zangvogel uit de familie Locustellidae.
roodstuitgrasvogels	=	roodstuitgrasvogel
roodstuitgrasvogeltje	=	roodstuitgrasvogel
roodstuitgrasvogeltjes	=	roodstuitgrasvogel
roodstuithoningvogel	noun	Dicaeum hirundinaceum een vogel uit de familie van de bastaardhoningvogels, een groep van tamelijk kleine, typisch gedrongen vogels
roodstuithoningvogels	=	roodstuithoningvogel
roodstuithoningvogeltje	=	roodstuithoningvogel
roodstuithoningvogeltjes	=	roodstuithoningvogel
roodstuitje	=	roodstuit
roodstuitjes	=	roodstuit
roodstuitketellapper	noun	Pogoniulus atroflavus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
roodstuitketellappers	=	roodstuitketellapper
roodstuitketellappertje	=	roodstuitketellapper
roodstuitketellappertjes	=	roodstuitketellapper
roodstuitleeuwaapje	noun	Leontopithecus chrysopygus een zoogdier uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
roodstuitleeuwaapjes	=	roodstuitleeuwaapje
roodstuitleeuwerik	noun	Pinarocorys erythropygia een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
roodstuitleeuweriken	=	roodstuitleeuwerik
roodstuitleeuwerikje	=	roodstuitleeuwerik
roodstuitleeuwerikjes	=	roodstuitleeuwerik
roodstuitmuisvogel	noun	Colius castanotus een vogel uit de familie Coliidae (muisvogels).
roodstuitmuisvogels	=	roodstuitmuisvogel
roodstuitmuisvogeltje	=	roodstuitmuisvogel
roodstuitmuisvogeltjes	=	roodstuitmuisvogel
roodstuitrotszanger	noun	Achaetops pycnopygius een zangvogel uit de familie Macrosphenidae.
roodstuitrotszangers	=	roodstuitrotszanger
roodstuitrotszangertje	=	roodstuitrotszanger
roodstuitrotszangertjes	=	roodstuitrotszanger
roodstuitrupsvogel	noun	Edolisoma anale een rupsvogel die endemisch is in Nieuw-Caledonië
roodstuitrupsvogels	=	roodstuitrupsvogel
roodstuitrupsvogeltje	=	roodstuitrupsvogel
roodstuitrupsvogeltjes	=	roodstuitrupsvogel
roodstuitspecht	noun	Veniliornis kirkii een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roodstuitspechten	=	roodstuitspecht
roodstuitspechtje	=	roodstuitspecht
roodstuitspechtjes	=	roodstuitspecht
roodstuitspreeuw	noun	Scissirostrum dubium een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
roodstuitspreeuwen	=	roodstuitspreeuw
roodstuitspreeuwtje	=	roodstuitspreeuw
roodstuitspreeuwtjes	=	roodstuitspreeuw
roodstuitstruiktiran	noun	Cnemarchus erythropygius een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodstuitstruiktirannen	=	roodstuitstruiktiran
roodstuitstruiktirannetje	=	roodstuitstruiktiran
roodstuitstruiktirannetjes	=	roodstuitstruiktiran
roodstuittapuit	noun	Oenanthe moesta een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers)
roodstuittapuiten	=	roodstuittapuit
roodstuittapuitje	=	roodstuittapuit
roodstuittapuitjes	=	roodstuittapuit
roodstuitwaaierstaart	noun	Rhipidura phoenicura een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
roodstuitwaaierstaarten	=	roodstuitwaaierstaart
roodstuitwaaierstaartje	=	roodstuitwaaierstaart
roodstuitwaaierstaartjes	=	roodstuitwaaierstaart
roodstuitzwaluw	noun	Cecropis daurica een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
roodstuitzwaluwen	=	roodstuitzwaluw
roodstuitzwaluwtje	=	roodstuitzwaluw
roodstuitzwaluwtjes	=	roodstuitzwaluw
roodtandtrekkervis	noun	Odonus niger een straalvinnige vissensoort uit de familie van trekkervissen (Balistidae).
roodtandtrekkervisje	=	roodtandtrekkervis
roodtandtrekkervisjes	=	roodtandtrekkervis
roodtandtrekkervissen	=	roodtandtrekkervis
roodtasterkruiper	noun	Harpalus rufipalpis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
roodtasterkruipers	=	roodtasterkruiper
roodtasterkruipertje	=	roodtasterkruiper
roodtasterkruipertjes	=	roodtasterkruiper
roodteugelfluiter	noun	Pachycephala rufogularis een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
roodteugelfluiters	=	roodteugelfluiter
roodteugelfluitertje	=	roodteugelfluiter
roodteugelfluitertjes	=	roodteugelfluiter
roodteugelkrombek	noun	Sylvietta whytii een zangvogel uit de familie Macrosphenidae.
roodteugelkrombekje	=	roodteugelkrombek
roodteugelkrombekjes	=	roodteugelkrombek
roodteugelkrombekken	=	roodteugelkrombek
roodteugelschoffelsnavel	noun	Poecilotriccus latirostris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodteugelschoffelsnavels	=	roodteugelschoffelsnavel
roodteugelschoffelsnaveltje	=	roodteugelschoffelsnavel
roodteugelschoffelsnaveltjes	=	roodteugelschoffelsnavel
roodteugelvliegenvanger	noun	Anthipes solitaris een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
roodteugelvliegenvangers	=	roodteugelvliegenvanger
roodteugelvliegenvangertje	=	roodteugelvliegenvanger
roodteugelvliegenvangertjes	=	roodteugelvliegenvanger
roodtipbladroller	noun	Cochylis posterana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
roodtipbladrollers	=	roodtipbladroller
roodtipbladrollertje	=	roodtipbladroller
roodtipbladrollertjes	=	roodtipbladroller
roodveegpriemkever	noun	Bembidion fasciolatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
roodveegpriemkevers	=	roodveegpriemkever
roodveegpriemkevertje	=	roodveegpriemkever
roodveegpriemkevertjes	=	roodveegpriemkever
roodverbrand	adj	van de huid van een persoon dat deze door de inwerking van de zon of van hitte rood gekleurd
roodverbrande	=	roodverbrand
roodverbrander	=	roodverbrand
roodverbrandere	=	roodverbrand
roodverbranders	=	roodverbrand
roodverbrands	=	roodverbrand
roodverbrandst	=	roodverbrand
roodverbrandste	=	roodverbrand
roodverschuiving	noun	verschuiving naar rood van waargenomen licht wanneer de lichtbron en de waarnemer zich van elkaar verwijderen of als gevolg van een sterk gravitatieveld waar de straling doorheen gaat
roodverschuivingen	=	roodverschuiving
roodverschuivinkje	=	roodverschuiving
roodverschuivinkjes	=	roodverschuiving
roodviltmos	noun	Aulacomnium palustre een bladmos uit de familie Aulacomniaceae
roodviltmosje	=	roodviltmos
roodviltmosjes	=	roodviltmos
roodviltmossen	=	roodviltmos
roodvinschijfzalm	noun	Myloplus rubripinnis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de echte piranha's (Serrasalmidae).
roodvinschijfzalmen	=	roodvinschijfzalm
roodvinschijfzalmpje	=	roodvinschijfzalm
roodvinschijfzalmpjes	=	roodvinschijfzalm
roodvinzalm	noun	Aphyocharax anisitsi een tropische vis die oorspronkelijk uit Argentinië afkomstig is.
roodvinzalmen	=	roodvinzalm
roodvinzalmpje	=	roodvinzalm
roodvinzalmpjes	=	roodvinzalm
roodvis	noun	bepaald soort vis die leeft in de Atlantische Oceaan, Lutjanus campechanus, een snapper uit de familie Lutjanidae, onderorde van de baarsvissen
roodvisje	=	roodvis
roodvisjes	=	roodvis
roodvissen	=	roodvis
roodvlaksterkeelkolibrie	noun	Heliomaster furcifer een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodvlaksterkeelkolibries	=	roodvlaksterkeelkolibrie
roodvlaksterkeelkolibrietje	=	roodvlaksterkeelkolibrie
roodvlaksterkeelkolibrietjes	=	roodvlaksterkeelkolibrie
roodvlekkaartmot	noun	Agonopterix ocellana een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
roodvlekkaartmotje	=	roodvlekkaartmot
roodvlekkaartmotjes	=	roodvlekkaartmot
roodvlekkaartmotten	=	roodvlekkaartmot
roodvlektandbaars	noun	Epinephelus tauvina een straalvinnige vissensoort uit de familie van zaag- of zeebaarzen (Serranidae).
roodvlektandbaarsje	=	roodvlektandbaars
roodvlektandbaarsjes	=	roodvlektandbaars
roodvlektandbaarzen	=	roodvlektandbaars
roodvlekweekkever	noun	Malachius bipustulatus een keversoort uit de familie van de bloemweekschilden (Melyridae)
roodvlekweekkevers	=	roodvlekweekkever
roodvlekweekkevertje	=	roodvlekweekkever
roodvlekweekkevertjes	=	roodvlekweekkever
roodvleugel	noun	dier (vogel) met een rode vleugel
roodvleugelbladspeurder	noun	Dendroma erythroptera een zangvogel uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
roodvleugelbladspeurders	=	roodvleugelbladspeurder
roodvleugelbladspeurdertje	=	roodvleugelbladspeurder
roodvleugelbladspeurdertjes	=	roodvleugelbladspeurder
roodvleugelboomtimalia	noun	Cyanoderma erythropterum een boomtimalia uit het geslacht Cyanoderma en de familie timalia's (Timaliidae).
roodvleugelboomtimalia's	=	roodvleugelboomtimalia
roodvleugelboomtimaliaatje	=	roodvleugelboomtimalia
roodvleugelboomtimaliaatjes	=	roodvleugelboomtimalia
roodvleugelbosral	noun	Aramides calopterus een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
roodvleugelbosrallen	=	roodvleugelbosral
roodvleugelbosralletje	=	roodvleugelbosral
roodvleugelbosralletjes	=	roodvleugelbosral
roodvleugelbreedbektiran	noun	Platyrinchus leucoryphus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodvleugelbreedbektirannen	=	roodvleugelbreedbektiran
roodvleugelbreedbektirannetje	=	roodvleugelbreedbektiran
roodvleugelbreedbektirannetjes	=	roodvleugelbreedbektiran
roodvleugelbriljantkolibrie	noun	Heliodoxa branickii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodvleugelbriljantkolibries	=	roodvleugelbriljantkolibrie
roodvleugelbriljantkolibrietje	=	roodvleugelbriljantkolibrie
roodvleugelbriljantkolibrietjes	=	roodvleugelbriljantkolibrie
roodvleugelbuizerd	noun	Butastur liventer een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen).
roodvleugelbuizerdje	=	roodvleugelbuizerd
roodvleugelbuizerdjes	=	roodvleugelbuizerd
roodvleugelbuizerds	=	roodvleugelbuizerd
roodvleugelchachalaca	noun	Ortalis garrula een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
roodvleugelchachalaca's	=	roodvleugelchachalaca
roodvleugelchachalacaatje	=	roodvleugelchachalaca
roodvleugelchachalacaatjes	=	roodvleugelchachalaca
roodvleugelelfje	noun	Malurus elegans een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
roodvleugelelfjes	=	roodvleugelelfje
roodvleugelen	=	roodvleugel
roodvleugelfrankolijn	noun	Scleroptila levaillantii een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
roodvleugelfrankolijnen	=	roodvleugelfrankolijn
roodvleugelfrankolijntje	=	roodvleugelfrankolijn
roodvleugelfrankolijntjes	=	roodvleugelfrankolijn
roodvleugelgrondkoekoek	noun	Neomorphus rufipennis een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
roodvleugelgrondkoekoeken	=	roodvleugelgrondkoekoek
roodvleugelgrondkoekoekje	=	roodvleugelgrondkoekoek
roodvleugelgrondkoekoekjes	=	roodvleugelgrondkoekoek
roodvleugelhoningzuiger	noun	Cinnyris rufipennis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
roodvleugelhoningzuigers	=	roodvleugelhoningzuiger
roodvleugelhoningzuigertje	=	roodvleugelhoningzuiger
roodvleugelhoningzuigertjes	=	roodvleugelhoningzuiger
roodvleugelkwartelduif	noun	Petrophassa rufipennis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
roodvleugelkwartelduifje	=	roodvleugelkwartelduif
roodvleugelkwartelduifjes	=	roodvleugelkwartelduif
roodvleugelkwartelduiven	=	roodvleugelkwartelduif
roodvleugelleeuwerik	noun	Mirafra erythroptera een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
roodvleugelleeuweriken	=	roodvleugelleeuwerik
roodvleugelleeuwerikje	=	roodvleugelleeuwerik
roodvleugelleeuwerikjes	=	roodvleugelleeuwerik
roodvleugellijstergaai	noun	Trochalopteron formosum een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
roodvleugellijstergaaien	=	roodvleugellijstergaai
roodvleugellijstergaaitje	=	roodvleugellijstergaai
roodvleugellijstergaaitjes	=	roodvleugellijstergaai
roodvleugellijstertimalia	noun	Illadopsis rufescens een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
roodvleugellijstertimalia's	=	roodvleugellijstertimalia
roodvleugellijstertimaliaatje	=	roodvleugellijstertimalia
roodvleugellijstertimaliaatjes	=	roodvleugellijstertimalia
roodvleugelmierklauwier	noun	Thamnophilus torquatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodvleugelmierklauwieren	=	roodvleugelmierklauwier
roodvleugelmierklauwiertje	=	roodvleugelmierklauwier
roodvleugelmierklauwiertjes	=	roodvleugelmierklauwier
roodvleugelmiertimalia	noun	Phlegopsis erythroptera een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roodvleugelmiertimalia's	=	roodvleugelmiertimalia
roodvleugelmiertimaliaatje	=	roodvleugelmiertimalia
roodvleugelmiertimaliaatjes	=	roodvleugelmiertimalia
roodvleugelnontimalia	noun	Schoeniparus castaneceps een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
roodvleugelnontimalia's	=	roodvleugelnontimalia
roodvleugelnontimaliaatje	=	roodvleugelnontimalia
roodvleugelnontimaliaatjes	=	roodvleugelnontimalia
roodvleugelpapegaai	noun	Touit dilectissimus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
roodvleugelpapegaaien	=	roodvleugelpapegaai
roodvleugelpapegaaitje	=	roodvleugelpapegaai
roodvleugelpapegaaitjes	=	roodvleugelpapegaai
roodvleugelparkiet	noun	Aprosmictus erythropterus een kleurrijke vogel uit de familie van de Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld), die voorkomt in Australië en Nieuw-Guinea
roodvleugelparkieten	noun	een geslacht Aprosmictus van vogels uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
roodvleugelparkietje	=	roodvleugelparkiet
roodvleugelparkietjes	=	roodvleugelparkiet
roodvleugelprinia	noun	Prinia erythroptera een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roodvleugelprinia's	=	roodvleugelprinia
roodvleugelpriniaatje	=	roodvleugelprinia
roodvleugelpriniaatjes	=	roodvleugelprinia
roodvleugels	=	roodvleugel
roodvleugelspecht	noun	Veniliornis affinis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
roodvleugelspechten	=	roodvleugelspecht
roodvleugelspechtje	=	roodvleugelspecht
roodvleugelspechtjes	=	roodvleugelspecht
roodvleugelspreeuw	noun	Onychognathus morio een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
roodvleugelspreeuwen	=	roodvleugelspreeuw
roodvleugelspreeuwtje	=	roodvleugelspreeuw
roodvleugelspreeuwtjes	=	roodvleugelspreeuw
roodvleugelsprinkhaan	noun	Oedipoda germanica een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Oedipodinae
roodvleugelsprinkhaantje	=	roodvleugelsprinkhaan
roodvleugelsprinkhaantjes	=	roodvleugelsprinkhaan
roodvleugelsprinkhanen	=	roodvleugelsprinkhaan
roodvleugelstruiktiran	noun	Cnemarchus rufipennis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodvleugelstruiktirannen	=	roodvleugelstruiktiran
roodvleugelstruiktirannetje	=	roodvleugelstruiktiran
roodvleugelstruiktirannetjes	=	roodvleugelstruiktiran
roodvleugeltachuri	noun	Mecocerculus calopterus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roodvleugeltachuri's	=	roodvleugeltachuri
roodvleugeltachurietje	=	roodvleugeltachuri
roodvleugeltachurietjes	=	roodvleugeltachuri
roodvleugeltangare	noun	Tangara lavinia een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodvleugeltangaren	=	roodvleugeltangare
roodvleugeltangaretje	=	roodvleugeltangare
roodvleugeltangaretjes	=	roodvleugeltangare
roodvleugeltje	=	roodvleugel
roodvleugeltjes	=	roodvleugel
roodvleugelzanger	noun	Drymocichla incana een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
roodvleugelzangers	=	roodvleugelzanger
roodvleugelzangertje	=	roodvleugelzanger
roodvleugelzangertjes	=	roodvleugelzanger
roodvoetknotsje	noun	Typhula erythropus een schimmel behorend tot de familie Typhulaceae.
roodvoetknotsjes	=	roodvoetknotsje
roodvoetrussula	noun	Russula xerampelina een schimmel behorend tot de familie Russulaceae.
roodvoetrussula's	=	roodvoetrussula
roodvoetrussulaatje	=	roodvoetrussula
roodvoetrussulaatjes	=	roodvoetrussula
roodvoetsigaargalvlieg	noun	Lipara rufitarsis een vliegensoort uit de familie van de halmvliegen (Chloropidae).
roodvoetsigaargalvliegen	=	roodvoetsigaargalvlieg
roodvoetsigaargalvliegje	=	roodvoetsigaargalvlieg
roodvoetsigaargalvliegjes	=	roodvoetsigaargalvlieg
roodvonk	noun	infectieziekte waarbij het lichaam met rode vlekken overdekt wordt
roodvonken	=	roodvonk
roodvoorhoofdkakariki	noun	Cyanoramphus novaezelandiae een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
roodvoorhoofdkakariki's	=	roodvoorhoofdkakariki
roodvoorhoofdkakarikietje	=	roodvoorhoofdkakariki
roodvoorhoofdkakarikietjes	=	roodvoorhoofdkakariki
roodvoorhoofdkanarie	noun	Serinus pusillus een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
roodvoorhoofdkanaries	=	roodvoorhoofdkanarie
roodvoorhoofdkanarietje	=	roodvoorhoofdkanarie
roodvoorhoofdkanarietjes	=	roodvoorhoofdkanarie
roodvoorhoofdkardinaal	noun	Paroaria baeri een zangvogel uit de familie van de Thraupidae.
roodvoorhoofdkardinaaltje	=	roodvoorhoofdkardinaal
roodvoorhoofdkardinaaltjes	=	roodvoorhoofdkardinaal
roodvoorhoofdkardinalen	=	roodvoorhoofdkardinaal
roodvoorhoofdketellapper	noun	Pogoniulus pusillus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
roodvoorhoofdketellappers	=	roodvoorhoofdketellapper
roodvoorhoofdketellappertje	=	roodvoorhoofdketellapper
roodvoorhoofdketellappertjes	=	roodvoorhoofdketellapper
roodvoorhoofdmierlijster	noun	Formicarius rufifrons een zangvogel uit de familie Formicariidae (miervogels).
roodvoorhoofdmierlijsters	=	roodvoorhoofdmierlijster
roodvoorhoofdmierlijstertje	=	roodvoorhoofdmierlijster
roodvoorhoofdmierlijstertjes	=	roodvoorhoofdmierlijster
roodvoorhoofdsnijdervogel	noun	Orthotomus frontalis een vogel uit de familie van de Cisticolidae.
roodvoorhoofdsnijdervogels	=	roodvoorhoofdsnijdervogel
roodvoorhoofdsnijdervogeltje	=	roodvoorhoofdsnijdervogel
roodvoorhoofdsnijdervogeltjes	=	roodvoorhoofdsnijdervogel
roodvoorhoofdwever	noun	Euplectes hordeaceus een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers).
roodvoorhoofdwevers	=	roodvoorhoofdwever
roodvoorhoofdwevertje	=	roodvoorhoofdwever
roodvoorhoofdwevertjes	=	roodvoorhoofdwever
roodvos	noun	Vulpes vulpes, een roofdier met bruinrode kleur en dikbehaarde staart
roodvosje	=	roodvos
roodvosjes	=	roodvos
roodvossen	=	roodvos
roodwang	noun	dier met rode wangen
roodwangara	noun	Ara rubrogenys een vogel uit de orde der papegaaiachtigen
roodwangara's	=	roodwangara
roodwangaraatje	=	roodwangara
roodwangaraatjes	=	roodwangara
roodwangbaardvogel	noun	Lybius rubrifacies een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
roodwangbaardvogels	=	roodwangbaardvogel
roodwangbaardvogeltje	=	roodwangbaardvogel
roodwangbaardvogeltjes	=	roodwangbaardvogel
roodwangboszanger	noun	Abroscopus albogularis een vogel in de familie van de Cettiidae
roodwangboszangers	=	roodwangboszanger
roodwangboszangertje	=	roodwangboszanger
roodwangboszangertjes	=	roodwangboszanger
roodwangbromvlieg	noun	Calliphora vicina een vliegensoort uit de familie Calliphoridae en wordt gezien als belangrijk voor de forensische entomologie.
roodwangbromvliegen	=	roodwangbromvlieg
roodwangbromvliegje	=	roodwangbromvlieg
roodwangbromvliegjes	=	roodwangbromvlieg
roodwangen	=	roodwang
roodwangetje	=	roodwang
roodwangetjes	=	roodwang
roodwanghoningzuiger	noun	Chalcoparia singalensis een soort honingzuiger die voorkomt in Zuidoost-Azië.
roodwanghoningzuigers	=	roodwanghoningzuiger
roodwanghoningzuigertje	=	roodwanghoningzuiger
roodwanghoningzuigertjes	=	roodwanghoningzuiger
roodwangig	adj	blozende rode wangen hebbend
roodwangige	=	roodwangig
roodwangiger	=	roodwangig
roodwangigere	=	roodwangig
roodwangigers	=	roodwangig
roodwangigs	=	roodwangig
roodwangigst	=	roodwangig
roodwangigste	=	roodwangig
roodwangkolibrie	noun	Goldmania bella een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
roodwangkolibries	=	roodwangkolibrie
roodwangkolibrietje	=	roodwangkolibrie
roodwangkolibrietjes	=	roodwangkolibrie
roodwangkruiplijster	noun	Erythrogenys erythrogenys een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
roodwangkruiplijsters	=	roodwangkruiplijster
roodwangkruiplijstertje	=	roodwangkruiplijster
roodwangkruiplijstertjes	=	roodwangkruiplijster
roodwanglelvliegenvanger	noun	Platysteira blissetti een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
roodwanglelvliegenvangers	=	roodwanglelvliegenvanger
roodwanglelvliegenvangertje	=	roodwanglelvliegenvanger
roodwanglelvliegenvangertjes	=	roodwanglelvliegenvanger
roodwanglijstergaai	noun	Garrulax castanotis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
roodwanglijstergaaien	=	roodwanglijstergaai
roodwanglijstergaaitje	=	roodwanglijstergaai
roodwanglijstergaaitjes	=	roodwanglijstergaai
roodwangmalkoha	noun	Phaenicophaeus pyrrhocephalus een koekoekssoort uit het geslacht Phaenicophaeus.
roodwangmalkoha's	=	roodwangmalkoha
roodwangmalkohaatje	=	roodwangmalkoha
roodwangmalkohaatjes	=	roodwangmalkoha
roodwangmiervogel	noun	Myrmelastes rufifacies een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
roodwangmiervogels	=	roodwangmiervogel
roodwangmiervogeltje	=	roodwangmiervogel
roodwangmiervogeltjes	=	roodwangmiervogel
roodwangmuisvogel	noun	Urocolius indicus een vogel uit de familie Coliidae (muisvogels).
roodwangmuisvogels	=	roodwangmuisvogel
roodwangmuisvogeltje	=	roodwangmuisvogel
roodwangmuisvogeltjes	=	roodwangmuisvogel
roodwangnachtzwaluw	noun	Caprimulgus rufigena een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
roodwangnachtzwaluwen	=	roodwangnachtzwaluw
roodwangnachtzwaluwtje	=	roodwangnachtzwaluw
roodwangnachtzwaluwtjes	=	roodwangnachtzwaluw
roodwangpapegaai	noun	Geoffroyus geoffroyi een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
roodwangpapegaaien	=	roodwangpapegaai
roodwangpapegaaitje	=	roodwangpapegaai
roodwangpapegaaitjes	=	roodwangpapegaai
roodwangschildpad	noun	een waterminnende schildpad Trachemys scripta elegans uit de familie moerasschildpadden of Emydidae.
roodwangschildpadden	=	roodwangschildpad
roodwangschildpadje	=	roodwangschildpad
roodwangschildpadjes	=	roodwangschildpad
roodwangschreeuwuil	noun	Megascops guatemalae een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
roodwangschreeuwuilen	=	roodwangschreeuwuil
roodwangschreeuwuiltje	=	roodwangschreeuwuil
roodwangschreeuwuiltjes	=	roodwangschreeuwuil
roodwangsnijdervogel	noun	Orthotomus sepium een snijdervogel die alleen voorkomt op het eiland Java.
roodwangsnijdervogels	=	roodwangsnijdervogel
roodwangsnijdervogeltje	=	roodwangsnijdervogel
roodwangsnijdervogeltjes	=	roodwangsnijdervogel
roodwangspreeuw	noun	Agropsar philippensis een vogelsoort uit de familie Sturnidae die voorkomt in Brunei, China, Hongkong, Indonesië, Japan, Noord-Korea, Zuid-Korea, Maleisië, de Filipijnen, het zuidoosten van Rusland, Singapore en Taiwan
roodwangspreeuwen	=	roodwangspreeuw
roodwangspreeuwtje	=	roodwangspreeuw
roodwangspreeuwtjes	=	roodwangspreeuw
roodwangstekelstaart	noun	Cranioleuca erythrops een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roodwangstekelstaarten	=	roodwangstekelstaart
roodwangstekelstaartje	=	roodwangstekelstaart
roodwangstekelstaartjes	=	roodwangstekelstaart
roodwangtangare	noun	Tangara rufigenis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
roodwangtangaren	=	roodwangtangare
roodwangtangaretje	=	roodwangtangare
roodwangtangaretjes	=	roodwangtangare
roodwier	noun	wier met een rode kleur uit de stam Rhodophyta
roodwieren	noun	Rhodophyta wieren met een rode kleur omdat ze chlorofyl-a en carotinoïde maar geen chlorofyl-b bevatten
roodwiertje	=	roodwier
roodwiertjes	=	roodwier
roodwild	noun	alle gehoornde hertachtigen
roodzijden	adj	van zijde die rood geverfd is
roodzwenkgras	noun	Festuca rubra een vaste plant, die behoort tot de grassenfamilie Gramineae oftewel Poaceae
roodzwenkgrassen	=	roodzwenkgras
roof	noun	het openlijk en gewelddadig wegnemen van hetgeen een ander toebehoort
roofblei	noun	exotische roof- en zoetwatervis die voorkomt in de wateren van de Benelux, Leuciscus aspius
roofbleien	=	roofblei
roofbleitje	=	roofblei
roofbleitjes	=	roofblei
roofbouw	noun	beheer van landbouwgrond dat voedingsstoffen aan de grond onttrekt zonder dat die worden teruggegeven zodat de grond uitgeput raakt
roofbuideldier	noun	zoogdier uit de orde Dasyuromorphia van de buideldieren die voorkomt in Australië en Nieuw-Guinea.
roofbuideldieren	noun	een orde van de buideldieren Dasyuromorphia die voorkomt in Australië en Nieuw-Guinea.
roofbuideldiertje	=	roofbuideldier
roofbuideldiertjes	=	roofbuideldier
roofde	=	roven
roofden	=	roven
roofdier	noun	dier dat zijn prooi bejaagt en doodt
roofdierachtig	adj	lijkend op een roofdier
roofdierachtige	=	roofdierachtig
roofdierachtiger	=	roofdierachtig
roofdierachtigere	=	roofdierachtig
roofdierachtigers	=	roofdierachtig
roofdierachtigs	=	roofdierachtig
roofdierachtigst	=	roofdierachtig
roofdierachtigste	=	roofdierachtig
roofdieren	noun	een orde Carnivora van zoogdieren die zich voornamelijk voeden met vlees en ander dierlijk materiaal Er zijn ruim 279 soorten beschreven, waardoor het de op vier na grootste orde van zoogdieren is.
roofdierogen	=	roofdieroog
roofdieroog	noun	het felle, scherpziende oog van een vleeseter
roofdieroogje	=	roofdieroog
roofdieroogjes	=	roofdieroog
roofdiertje	=	roofdier
roofdiertjes	=	roofdier
roofgoed	noun	geroofde voorwerpen, buit of prooi, zoals kunst of waardevolle spullen die onrechtmatig zijn weggenomen
roofing	noun	materiaal dat het dak waterdicht maakt
roofings	=	roofing
roofinkje	=	roofing
roofinkjes	=	roofing
roofje	=	roof
roofjes	=	roof
roofkever	noun	benaming voor insecten behorend tot de superfamilie Caraboidea
roofkevers	=	roofkever
roofkevertje	=	roofkever
roofkevertjes	=	roofkever
roofkunst	noun	geroofde kunst, een specialiteit van de nazi's die de Joden beroofden voor en in de Tweede Wereldoorlog
roofkunsten	=	roofkunst
rooflust	noun	zin om te roven, roofzucht
roofmeeuw	noun	zeevogel uit de familie Stercorariidae.
roofmeeuwen	=	roofmeeuw
roofmeeuwtje	=	roofmeeuw
roofmeeuwtjes	=	roofmeeuw
roofmier	noun	benaming voor insectensoorten uit de familie Formicidae die als kolonie gezamenlijk op rooftocht gaan en daarbij met hun kaken soms levende wezens doden die vele malen groter zijn dan zijzelf
roofmieren	=	roofmier
roofmiertje	=	roofmier
roofmiertjes	=	roofmier
roofmijt	noun	in een groot aantal verschillende soorten voorkomende mijt die zich met dierlijke stoffen voedt
roofmijten	noun	Mesostigmata een orde van mijten
roofmoord	noun	misdaad waarbij het slachtoffers worden gedood om hun bezittingen te stelen
roofmoorden	=	roofmoord
roofmoordenaar	noun	crimineel die iemand beroofd en vermoord heeft
roofmoordenaars	=	roofmoordenaar
roofoverval	noun	diefstal met geweldpleging
roofovervallen	=	roofoverval
roofovervalletje	=	roofoverval
roofovervalletjes	=	roofoverval
roofrack	noun	vast imperiaal, bestaande uit twee roofrails
roofracks	=	roofrack
roofrail	noun	elk van de twee stangen, in de lengterichting op het dak van een auto aangebracht, dienend om grote voorwerpen op te vervoeren
roofrails	=	roofrail
roofrailtje	=	roofrail
roofrailtjes	=	roofrail
roofridder	noun	een edelman die leeft van roof, plundering en diefstal soms met toestemming van zijn koning
roofridders	=	roofridder
roofriddertje	=	roofridder
roofriddertjes	=	roofridder
roofslak	noun	Slak die leeft door andere dieren, zoals slakken en schelpdieren, te doden en te eten
roofslakje	=	roofslak
roofslakjes	=	roofslak
roofslakken	=	roofslak
roofstaat	noun	staat waar rovers de dienst uitmaken
roofstaten	=	roofstaat
rooft	=	roven
rooftas	noun	een tas die voorzien is van metaalfolie of andere middelen die, middels het principe van de kooi van Faraday, ervoor zorgt dat een detectiepoortje een gestolen voorwerp in de tas niet kan waarnemen
rooftassen	=	rooftas
rooftijdschrift	noun	zogenaamd wetenschappelijk tijdschrift dat wetenschappelijke onderzoeksartikelen of conferentiepapers van wetenschappers publiceert tegen forse betaling, maar zonder enige collegiale toetsing
rooftijdschriften	=	rooftijdschrift
rooftijdschriftje	=	rooftijdschrift
rooftijdschriftjes	=	rooftijdschrift
rooftocht	noun	tocht die wordt gehouden om te kunnen roven
rooftochten	=	rooftocht
rooftochtje	=	rooftocht
rooftochtjes	=	rooftocht
roofvis	noun	benaming voor gewervelde waterdieren met kieuwen die hun prooi bejagen en doden
roofvisch	=	roofvis
roofvisje	=	roofvis
roofvisjes	=	roofvis
roofvissen	=	roofvis
roofvlieg	noun	insect uit de familie Asilidae van tweevleugeligen met ca 7100 beschreven soorten
roofvliegen	noun	Asilidae een familie van tweevleugeligen met ca 7100 beschreven soorten
roofvliegje	=	roofvlieg
roofvliegjes	=	roofvlieg
roofvogel	noun	eierleggend dier met veren, twee vleugels, twee klauwen en een snavel dat zijn prooi bejaagt en doodt
roofvogels	noun	ordes Accipitriformes en Falconiformes van over het algemeen vleesetende vogels die op een prooi jagen.
roofvogeltje	=	roofvogel
roofvogeltjes	=	roofvogel
roofwants	noun	insect uit de familie Reduviidae insecten uit de orde der halfvleugeligen Hemiptera.
roofwantsen	noun	een familie Reduviidae van insecten uit de orde van de halfvleugeligen Hemiptera.
roofwantsje	=	roofwants
roofwantsjes	=	roofwants
roofzucht	noun	sterke neiging om te roven
roofzuchten	=	roofzucht
roofzuchtig	adj	de neiging hebben tot het plegen van diefstal
roofzuchtige	=	roofzuchtig
roofzuchtiger	=	roofzuchtig
roofzuchtigere	=	roofzuchtig
roofzuchtigers	=	roofzuchtig
roofzuchtigs	=	roofzuchtig
roofzuchtigst	=	roofzuchtig
roofzuchtigste	=	roofzuchtig
rooi	noun	moeite
rooibok	noun	Aepyceros melampus, een van de meest voorkomende soorten antilopen in zuidelijk Afrika
rooibokje	=	rooibok
rooibokjes	=	rooibok
rooibokken	=	rooibok
rooibos	noun	bepaald soort plant uit Zuid-Afrika, gebruikt om kruidenthee van te maken, Aspalathus linearis uit de familie Fabaceae die
rooibosch	=	rooibos
rooibosje	=	rooibos
rooibossen	=	rooibos
rooibosthee	noun	soort thee afkomstig uit Zuid-Afrika afkomstig van de Aspalathus linearis
rooibosthees	=	rooibosthee
rooibostheeën	=	rooibosthee
rooide	=	rooien
rooiden	=	rooien
rooie	adj	alternatieve, onofficiële spelling van rode
rooien	verb	van een oogst, bomen uit de grond halen
rooiend	=	rooien
rooiende	=	rooien
rooier	noun	iemand die rooit	adj	alternatieve, onofficiële spelling van roder
rooiere	adj	alternatieve, onofficiële spelling van rodere
rooiers	adj	alternatieve, onofficiële spelling van roders
rooiertje	=	rooier
rooiertjes	=	rooier
rooiing	noun	doorhaling, doorstreping
rooiingen	=	rooiing
rooiinkje	=	rooiing
rooiinkjes	=	rooiing
rooilat	noun	dunne balk die men gebruikt bij het graven van een afwateringssloot voor het bepalen van de gewenste diepte
rooilatten	=	rooilat
rooilijn	noun	richtlijn die bij het bouwen moet worden in acht genomen en die de grens aangeeft met de openbare weg
rooilijnen	=	rooilijn
rooilijntje	=	rooilijn
rooilijntjes	=	rooilijn
rooinek	noun	Britse soldaat in Zuid-Afrika tijdens de Boerenoorlog
rooinekje	=	rooinek
rooinekjes	=	rooinek
rooinekken	=	rooinek
rooipaal	noun	paal die (met andere palen) de rooilijn aangeeft
rooipalen	=	rooipaal
rooirok	noun	Engelse soldaat die een rood uniformjasje draagt
rooirokken	=	rooirok
roois	=	rooi
rooist	=	rooi
rooiste	=	rooi
rooit	=	rooien
rooitje	=	rooi
rook	noun	hooiopper, hoop hooi, gemaaide klaver of vlas
rookairbag	noun	airbag die bij een tunnelbrand de tunnel zodanig afsluit dat er geen zuurstof meer bij de brand kan komen
rookairbags	=	rookairbag
rookalarm	noun	een alarm dat waarschuwt als er rook of vuur is
rookalarmen	=	rookalarm
rookalarmpje	=	rookalarm
rookalarmpjes	=	rookalarm
rookaquaria	=	rookaquarium
rookaquarium	noun	ruimte in een bar waarin het barpesoneel kan werken zonder last te hebben van de rook van de rokende gasten
rookaquariums	=	rookaquarium
rookbaar	adj	van iets dat het geschikt of bestemd is om gerookt te worden, meestal verwijzend naar tabaksproducten.
rookbaarder	=	rookbaar
rookbaardere	=	rookbaar
rookbaarders	=	rookbaar
rookbaars	=	rookbaar
rookbaarst	=	rookbaar
rookbaarste	=	rookbaar
rookbare	=	rookbaar
rookbom	noun	een bom die vooral veel rook maakt
rookbommen	=	rookbom
rookbommetje	=	rookbom
rookbommetjes	=	rookbom
rookcafeetje	=	rookcafé
rookcafeetjes	=	rookcafé
rookcafé	noun	een horecagelegenheid waar roken is toegestaan
rookcafés	=	rookcafé
rookcoupé	noun|obsolete	deel van een wagon van een trein waarin men mag roken
rookcoupés	=	rookcoupé
rookdetector	noun	speciaal apparaat, meestal aan het plafond bevestigd, dat alarm slaat bij rookontwikkeling
rookdetectoren	=	rookdetector
rookdetectors	=	rookdetector
rookdetectortje	=	rookdetector
rookdetectortjes	=	rookdetector
rookdicht	adj	zó dicht dat er geen rook door kan
rookdichte	=	rookdicht
rookdichts	=	rookdicht
rooken	=	roken
rooker	=	roker
rookgaatje	=	rookgat
rookgaatjes	=	rookgat
rookgas	noun	het gasvormige deel van rook, dat naast producten van volledige verbranding ook (giftige/brandbare) stoffen kan bevatten die onvolledig zijn verbrand
rookgasontzwaveling	noun	het van zwaveldioxide ontdoen van rookgassen
rookgasontzwavelingen	=	rookgasontzwaveling
rookgasontzwavelingsinstallatie	noun	installatie om rookgassen te ontzwavelen
rookgasontzwavelingsinstallaties	=	rookgasontzwavelingsinstallatie
rookgasreiniging	noun	het proces waarbij schadelijke stoffen en verontreinigingen uit industriële uitlaatgassen (rookgassen) worden verwijderd voordat ze in de atmosfeer terechtkomen.
rookgasreinigingen	=	rookgasreiniging
rookgasreinigingetje	=	rookgasreiniging
rookgasreinigingetjes	=	rookgasreiniging
rookgassen	=	rookgas
rookgat	noun	een opening in een dak waardoor de rook naar buiten kan gaan
rookgaten	=	rookgat
rookgerei	noun	zaken die je nodig hebt om te kunnen roken
rookglas	noun	donker, geblindeerd glas; getint glas
rookglimschoteltje	noun	Lecania naegelii een korstmossoort uit het geslacht glimschoteltje (Lecania).
rookglimschoteltjes	=	rookglimschoteltje
rookgordijn	noun|figurative	het door middel van misleidende praatjes expres geheim houden van iets
rookgordijnen	=	rookgordijn
rookgordijntje	=	rookgordijn
rookgordijntjes	=	rookgordijn
rookgranaat	noun	projectiel dat bij ontploffing veel rook produceert; projectiel geschikt voor het maken van een rookgordijn
rookgranaten	=	rookgranaat
rookhok	noun	hok waarin roken is toegestaan (vooral in zwang geraakt door toename van het rookverbod)
rookhokje	=	rookhok
rookhokjes	=	rookhok
rookhokken	=	rookhok
rookhol	noun	ruimte waar je mag roken
rookholen	=	rookhol
rookhut	noun	ruimte bij een openbaar gebouw waarin rokers mogen roken
rookhutje	=	rookhut
rookhutjes	=	rookhut
rookhutten	=	rookhut
rookie	noun	iemand die voor het eerst ergens aan deelneemt
rookies	=	rookie
rookkaas	noun	kaas die in de rookkamer is behandeld of waaraan een rookaroma is toegevoegd
rookkaasje	=	rookkaas
rookkaasjes	=	rookkaas
rookkamer	noun	afgesloten ruimte voor het roken van vlees en vis
rookkamers	=	rookkamer
rookkamertje	=	rookkamer
rookkamertjes	=	rookkamer
rookkanaal	noun	afvoerkanaal voor rook
rookkanaaltje	=	rookkanaal
rookkanaaltjes	=	rookkanaal
rookkanalen	=	rookkanaal
rookkazen	=	rookkaas
rookknotszwam	noun	Clavaria fumosa een schimmel behorend tot de familie Clavariaceae.
rookknotszwammen	=	rookknotszwam
rookknotszwammetje	=	rookknotszwam
rookknotszwammetjes	=	rookknotszwam
rookkolom	noun	een hoeveelheid opstijgende rook; dikke opstijgende rookwolk
rookkolommen	=	rookkolom
rookkooi	noun	ruimte bij een openbaar gebouw waarin rokers mogen roken
rookkooien	=	rookkooi
rookkorst	noun	een geslacht Catillaria van schimmels uit de familie Catillariaceae.
rookkorsten	=	rookkorst
rookkorstje	=	rookkorst
rookkorstjes	=	rookkorst
rookkwarts	noun	bepaald bruingrijs kwarts
rookles	noun	gelegenheid waarbij men leert tabak te roken
rooklesje	=	rookles
rooklesjes	=	rookles
rooklessen	=	rookles
rookloos	adj	zonder rook
rookloost	=	rookloos
rooklooste	=	rookloos
rookloze	=	rookloos
rooklozer	=	rookloos
rooklozere	=	rookloos
rooklozers	=	rookloos
rooklucht	noun	lucht die ruikt naar rook
rookluchten	=	rooklucht
rookluchtje	=	rooklucht
rookluchtjes	=	rooklucht
rookmachine	noun	apparaat dat een op rook lijkende damp produceert
rookmachines	=	rookmachine
rookmasker	noun	gezichtsmasker tegen de rook
rookmaskers	=	rookmasker
rookmelder	noun	apparaat dat een zeer luid signaal afgeeft als er rook aanwezig is
rookmelders	=	rookmelder
rookmeldertje	=	rookmelder
rookontwikkeling	noun	het ontstaan van rook bij een brand
rookontwikkelingen	=	rookontwikkeling
rookontwikkelingetje	=	rookontwikkeling
rookoven	noun	oven voor het roken van levensmiddelen
rookovens	=	rookoven
rookoventje	=	rookoven
rookoventjes	=	rookoven
rookoverlast	noun	hinder die ontstaat door het vrijkomen van gassen, dampen en deeltjes bij verbranding
rookpaal	noun	paal waaromheen het is toegestaan te roken in een openbare ruimte waar verder een rookverbod van kracht is, vaak is deze paal voorzien van een asbak
rookpalen	=	rookpaal
rookpauze	noun	korte pauze tijdens het werk waarin men kan roken
rookpauzen	=	rookpauze
rookpauzes	=	rookpauze
rookplek	noun	plaats waar men mag roken
rookplekje	=	rookplek
rookplekjes	=	rookplek
rookplekken	=	rookplek
rookpluim	noun	een pluim rook
rookpluimen	=	rookpluim
rookpluimpje	=	rookpluim
rookpluimpjes	=	rookpluim
rookpot	noun	een apparaat of bus gevuld met een speciaal mengsel dat bij ontsteking een grote hoeveelheid dichte, grijze rook produceert, bedoeld om zicht te belemmeren (rookgordijn), te markeren (signaleringsrookbom in scheepvaart) of gewoon voor plezier (fun-rookbom), vaak gezien bij oproer (als rookbom) of als militair hulpmiddel
rookpotje	=	rookpot
rookpotjes	=	rookpot
rookpotten	=	rookpot
rookpunt	noun	de temperatuur waarbij spijsolie of vet begint te ontbinden
rookpunten	=	rookpunt
rookpuntje	=	rookpunt
rookpuntjes	=	rookpunt
rookruimte	noun	een vertrek waarin gerookt mag worden
rookruimten	=	rookruimte
rookruimtes	=	rookruimte
rookrussula	noun	Russula adusta een paddenstoel uit de familie Russulaceae.
rookrussula's	=	rookrussula
rookrussulaatje	=	rookrussula
rookrussulaatjes	=	rookrussula
rooksalon	noun	ruimte waar roken is toegestaan
rooksalons	=	rooksalon
rookschade	noun	schade die is ontstaan door de rook van een brand maar niet door de vlammen zelf
rookschaden	=	rookschade
rookschades	=	rookschade
rooksignaal	noun	communicatie d.m.v. rook, is in gebruik bij indianen
rooksignaaltje	=	rooksignaal
rooksignalen	=	rooksignaal
rooksliert	noun	lange, dunne en gekronkelde rookpluim
rookslierten	=	rooksliert
rooksliertje	=	rooksliert
rooksliertjes	=	rooksliert
rookspek	noun	gerookt spek
rookspitsmuis	noun	Sorex fumeus insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
rookspitsmuisje	=	rookspitsmuis
rookspitsmuisjes	=	rookspitsmuis
rookspitsmuizen	=	rookspitsmuis
rookstel	noun	bij elkaar passende attributen voor een roker
rookstellen	=	rookstel
rookster	noun	vrouw die rookt
rooksters	=	rookster
rookstertje	=	rookster
rookstertjes	=	rookster
rookstoel	noun	stoel om in te roken; stoel waarin men regelmatig tabak rookt
rookstoelen	=	rookstoel
rookstoeltje	=	rookstoel
rookstoeltjes	=	rookstoel
rookt	=	roken
rooktabak	noun	gesneden tabak, bestemd om gerookt te worden
rooktabakken	=	rooktabak
rookte	=	roken
rookten	=	roken
rooktunnel	noun	een schoorsteen waarin te roken eetwaar wordt opgehangen
rooktunnels	=	rooktunnel
rooktunneltje	=	rooktunnel
rooktunneltjes	=	rooktunnel
rookverbod	noun	een verbod om te roken
rookverboden	=	rookverbod
rookverbodje	=	rookverbod
rookverbodjes	=	rookverbod
rookvereniging	noun	een anti-rookorganisatie.
rookverenigingen	=	rookvereniging
rookverenigingetje	=	rookvereniging
rookverenigingetjes	=	rookvereniging
rookvergiftiging	noun	intoxicatie door giftige dampvormige verbrandingsproducten
rookvergiftigingen	=	rookvergiftiging
rookvergiftigingetje	=	rookvergiftiging
rookvergiftigingetjes	=	rookvergiftiging
rookverslaving	noun	verslaving aan rookwaren
rookverslavingen	=	rookverslaving
rookvertrek	noun	ruimte in een huis waarin gerookt wordt
rookvertrekje	=	rookvertrek
rookvertrekjes	=	rookvertrek
rookvertrekken	=	rookvertrek
rookvlees	noun	vlees dat gerookt is om langer te kunnen bewaren en om het een speciale smaak te geven
rookvrij	adj	als er niet gerookt mag worden
rookvrije	=	rookvrij
rookvrijer	=	rookvrij
rookvrijere	=	rookvrij
rookvrijers	=	rookvrij
rookvrijs	=	rookvrij
rookvrijst	=	rookvrij
rookvrijste	=	rookvrij
rookwaar	noun	alles wat je nodig hebt om tabak te kunnen roken
rookwaren	=	rookwaar
rookwit	noun	de kleur van witte rook	adj	de kleur rookwit hebbend
rookwits	=	rookwit
rookwitte	=	rookwit
rookwolk	noun	een wolk van rook
rookwolken	=	rookwolk
rookwolkje	=	rookwolk
rookwolkjes	=	rookwolk
rookworst	noun	gerookte worst
rookworsten	=	rookworst
rookworstje	=	rookworst
rookworstjes	=	rookworst
rookzuil	noun	een kolom van rook
rookzuilen	=	rookzuil
rookzuiltje	=	rookzuil
rookzuiltjes	=	rookzuil
rookzwam	noun	Bjerkandera fumosa een saprotrofe schimmel uit de familie Phanerochaetaceae.
rookzwammen	=	rookzwam
rookzwammetje	=	rookzwam
rookzwammetjes	=	rookzwam
room	noun	vette delen van melk waarvan boter gemaakt kan worden Room wordt, wanneer gezoet, gebruikt bij het vervaardigen van slagroom, voor het decoreren van gebak en bij het vullen van bonbons
roomblank	adj	met de witte kleur van room
roomblanke	=	roomblank
roomblanker	=	roomblank
roomblankere	=	roomblank
roomblankers	=	roomblank
roomblanks	=	roomblank
roomblankst	=	roomblank
roomblankste	=	roomblank
roomboter	noun	een soort boter dat, in tegenstelling tot margarine, gemaakt wordt van room
roomboters	=	roomboter
roombotertje	=	roomboter
roombroodje	noun	puddingbroodje
roombroodjes	=	roombroodje
roombuikmiersluiper	noun	Herpsilochmus motacilloides een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roombuikmiersluipers	=	roombuikmiersluiper
roombuikmiersluipertje	=	roombuikmiersluiper
roombuikmiersluipertjes	=	roombuikmiersluiper
roomde	=	romen
roomden	=	romen
roomijs	noun	consumptie-ijs dat voor minimaal 5% bestaat uit melkvet
roomijsje	=	roomijs
roomijsjes	=	roomijs
roomkaas	noun	een zachte van room gemaakte kaas
roomkaasje	=	roomkaas
roomkaasjes	=	roomkaas
roomkazen	=	roomkaas
roomkleur	noun	de geelwitte kleur die lijkt op de kleur van room
roomkleuren	=	roomkleur
roomkleurtje	=	roomkleur
roomkleurtjes	=	roomkleur
roompot	noun	een pot on room in te bewaren (omstreeks 1850 in Noord-Brabant een hoge kruik van aardewerk met twee oren en een schuin uitstekende rand)
roompotten	=	roompot
rooms	adj	rooms-katholiek, paaps
rooms-katholiek	noun	iemand die tot de Rooms-Katholieke Kerk behoort	adj	behorend tot de Kerk van Rome
rooms-katholieke	=	rooms-katholiek
rooms-katholieken	=	rooms-katholiek
rooms-katholieker	=	rooms-katholiek
rooms-katholiekere	=	rooms-katholiek
rooms-katholiekers	=	rooms-katholiek
rooms-katholiekje	=	rooms-katholiek
rooms-katholiekjes	=	rooms-katholiek
rooms-katholieks	=	rooms-katholiek
rooms-katholiekst	=	rooms-katholiek
rooms-katholiekste	=	rooms-katholiek
roomsaus	noun	saus met room als belangrijk bestanddeel
roomsausen	=	roomsaus
roomsauzen	=	roomsaus
roomse	=	rooms
roomser	=	rooms
roomsere	=	rooms
roomsers	=	rooms
roomservice	noun	dienstverlening in hotels voor het verzorgen van eten en drinken op de kamer
roomservices	=	roomservice
roomsgezind	adj	de Rooms-katholieke godsdienst belijdend of genegen
roomsgezinde	=	roomsgezind
roomsgezinder	=	roomsgezind
roomsgezindere	=	roomsgezind
roomsgezinders	=	roomsgezind
roomsgezinds	=	roomsgezind
roomsgezindst	=	roomsgezind
roomsgezindste	=	roomsgezind
roomsoep	noun	gebonden soep die wordt afgemaakt met room
roomsoepen	=	roomsoep
roomsoes	noun	zacht gebakje in de vorm van een bolletje gevuld met (slag)room dat met één hap gegeten kan worden
roomsoesje	=	roomsoes
roomsoesjes	=	roomsoes
roomsoezen	=	roomsoes
roomst	=	rooms
roomste	=	rooms
roomstel	noun	servies voor room en suiker
roomstellen	=	roomstel
roomstelletje	=	roomstel
roomstelletjes	=	roomstel
roomt	=	romen
roomtipje	noun	Trichophaga tapetzella een vlinder uit de familie Tineidae, de echte motten.
roomtipjes	=	roomtipje
roomvla	noun	blanke vla
roomvla's	=	roomvla
roomvlaatje	=	roomvla
roomvlaatjes	=	roomvla
roomvlek	noun	Arctia villica een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae)
roomvlekje	=	roomvlek
roomvlekjes	=	roomvlek
roomvlekken	=	roomvlek
roomvleklieveheersbeestje	noun	Calvia quatuordecimguttata een lieveheersbeestje uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae)).
roomvleklieveheersbeestjes	=	roomvleklieveheersbeestje
roomwit	adj	gebroken wit; wit met een bijmenging van geel
roomwits	=	roomwit
roomwitst	=	roomwit
roomwitste	=	roomwit
roomwitte	=	roomwit
roomwitter	=	roomwit
roomwittere	=	roomwit
roomwitters	=	roomwit
roos	noun	benaming voor planten met doornen op de stengel uit het geslacht Rosa	adj	de kleur roze
roosachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van roos
roosachtige	=	roosachtig
roosachtiger	=	roosachtig
roosachtigere	=	roosachtig
roosachtigers	=	roosachtig
roosachtigs	=	roosachtig
roosachtigst	=	roosachtig
roosachtigste	=	roosachtig
rooseveltwapiti	noun	een ondersoort Cervus canadensis roosevelti van de wapiti.
rooseveltwapiti's	=	rooseveltwapiti
rooseveltwapitietje	=	rooseveltwapiti
rooseveltwapitietjes	=	rooseveltwapiti
roosje	noun	alleen verkleinwoord kunstmatige ingang in het menselijk lichaam
roosjes	=	roosje
roosjessteenbreek	noun	Saxifraga rosacea een overblijvende plant, die behoort tot de steenbreekfamilie.
roosjessteenbreken	=	roosjessteenbreek
rooskleurig	adj	dat iets heel goed lijkt te zijn
rooskleurige	=	rooskleurig
rooskleuriger	=	rooskleurig
rooskleurigere	=	rooskleurig
rooskleurigers	=	rooskleurig
rooskleurigs	=	rooskleurig
rooskleurigst	=	rooskleurig
rooskleurigste	=	rooskleurig
roosmarijn	=	rozemarijn
roost	=	roosten
rooste	=	roosten
roosten	verb	aan de hitte van vuur blootstellen (onder toevoeging van lucht)
roostend	=	roosten
roostende	=	roosten
rooster	noun	object bestaande uit een maasstructuur
roosterde	=	roosteren
roosterden	=	roosteren
roosterdipper	noun	een elektronisch testapparaat waarmee o.a. de resonantiefrequentie van een antenne of resonantiekring kan worden bepaald
roosterdippers	=	roosterdipper
roosterdippertje	=	roosterdipper
roosterdippertjes	=	roosterdipper
roostere	=	roosteren
roosteren	verb	in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden
roosterend	=	roosteren
roosterende	=	roosteren
roostering	noun	rooster, roosterwerk
roosteringen	=	roostering
roostermaker	noun	persoon die een tijdsplanning maakt voor werknemers en middelen
roostermakers	=	roostermaker
roosters	=	rooster
roostert	=	roosteren
roostertje	=	rooster
roostertjes	=	rooster
roostervissen	noun	een familie Nematistiidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
roostervormig	adj	vorm van een rooster hebbend
roostervormige	=	roostervormig
roostervormiger	=	roostervormig
roostervormigere	=	roostervormig
roostervormigers	=	roostervormig
roostervormigs	=	roostervormig
roostervormigst	=	roostervormig
roostervormigste	=	roostervormig
roosterwerk	noun	roostervormig traliewerk
roosterwerken	=	roosterwerk
roosterwijziging	noun	aanpassing van het vastgestelde werkrooster door de werkgever, waarbij werktijden of werkdagen veranderen.
roosterwijzigingen	=	roosterwijziging
roosterwijzigingetje	=	roosterwijziging
roosterwijzigingetjes	=	roosterwijziging
roostoven	noun	oven waarin erts enz. geroost wordt
roostovens	=	roostoven
roostoventje	=	roostoven
roostoventjes	=	roostoven
roostte	=	roosten
roostten	=	roosten
roosvenster	noun	een cirkelvormig venster van gebrandschilderd glas dat bij laat-romaanse en gotische kerken en kathedralen boven de ingangen wordt geplaatst
roosvensters	=	roosvenster
roosvenstertje	=	roosvenster
roosvenstertjes	=	roosvenster
roosvormig	adj	vorm van een roos hebbend
roosvormige	=	roosvormig
roosvormiger	=	roosvormig
roosvormigere	=	roosvormig
roosvormigers	=	roosvormig
roosvormigs	=	roosvormig
roosvormigst	=	roosvormig
roosvormigste	=	roosvormig
root	=	roten
rootput	noun	put waarin met hennep of vlas laat fermenteren
rootputje	=	rootput
rootputjes	=	rootput
rootputten	=	rootput
roots	noun	afkomst, afstamming
rootsmuziek	noun	een muzieksoort die teruggaat naar de oorsprong (de 'roots') van folk, blues, country en gospel
rootte	=	roten
rootten	=	roten
rop	=	roppen
roppe	=	roppen
roppen	verb	plukken, van veren of wol ontdoen
roppend	=	roppen
roppende	=	roppen
ropt	=	roppen
ropte	=	roppen
ropten	=	roppen
roqueeren	=	rokeren
roquefort	noun	rauwmelkse, Franse, blauwgeaderde schimmelkaas gemaakt van schapenmelk en met een pittige smaak
roqueforts	=	roquefort
roqueren	=	rokeren
roraimaboomloper	noun	Roraimia adusta een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
roraimaboomlopers	=	roraimaboomloper
roraimaboomlopertje	=	roraimaboomloper
roraimaboomlopertjes	=	roraimaboomloper
roraimamanakin	noun	Xenopipo uniformis een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
roraimamanakinnetje	=	roraimamanakin
roraimamanakinnetjes	=	roraimamanakin
roraimamanakins	=	roraimamanakin
roraimamierklauwier	noun	Thamnophilus insignis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roraimamierklauwieren	=	roraimamierklauwier
roraimamierklauwiertje	=	roraimamierklauwier
roraimamierklauwiertjes	=	roraimamierklauwier
roraimamiersluiper	noun	Herpsilochmus roraimae een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roraimamiersluipers	=	roraimamiersluiper
roraimamiersluipertje	=	roraimamiersluiper
roraimamiersluipertjes	=	roraimamiersluiper
roraimamiervogel	noun	Myrmelastes saturatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
roraimamiervogels	=	roraimamiervogel
roraimamiervogeltje	=	roraimamiervogel
roraimamiervogeltjes	=	roraimamiervogel
roraimanachtzwaluw	noun	Setopagis whitelyi een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
roraimanachtzwaluwen	=	roraimanachtzwaluw
roraimanachtzwaluwtje	=	roraimanachtzwaluw
roraimanachtzwaluwtjes	=	roraimanachtzwaluw
roraimatiran	noun	Myiophobus roraimae een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
roraimatirannen	=	roraimatiran
roraimatirannetje	=	roraimatiran
roraimatirannetjes	=	roraimatiran
roraimazanger	noun	Myiothlypis roraimae een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
roraimazangers	=	roraimazanger
roraimazangertje	=	roraimazanger
roraimazangertjes	=	roraimazanger
roro	noun	vervoer van lading op opleggers die het schip op- en afgereden worden, zodat er geen tijd nodig is voor stuwen van de lading
roroboot	noun	vaartuig met een of meer dekken waar vrachtwagens en andere voertuigen op wielen gemakkelijk op en af kunnen rijden en parkeren
roroboten	=	roroboot
roroverbinding	noun	een transportverbinding over water waarbij rollende lading, zoals auto's, vrachtwagens, trailers en opleggers, direct op en van een speciaal schip (roroschip) wordt gereden. afkorting van Roll-on-roll-off
roroverbindingen	=	roroverbinding
roroverbindinkje	=	roroverbinding
roroverbindinkjes	=	roroverbinding
rorschachtest	noun	een psychologische test die door Hermann Rorschach geïntroduceerd werd in 1921 en waarbij iemand van tien grote inktvlekken moet zeggen wat hij daarin ziet
rorschachtesten	=	rorschachtest
rorschachtests	=	rorschachtest
ros	adj	roodachtig	noun|obsolete	rijpaard
rosacea	noun	huidziekte waarbij ontstekingen leiden tot rode vlekken en bulten vooral op neus en wangen
rosachtig	adj	roodachtig, rood
rosachtige	=	rosachtig
rosachtiger	=	rosachtig
rosachtigere	=	rosachtig
rosachtigers	=	rosachtig
rosachtigs	=	rosachtig
rosachtigst	=	rosachtig
rosachtigste	=	rosachtig
rosarium	noun	rozentuin, rozenkwekerij
rosariumpje	=	rosarium
rosariumpjes	=	rosarium
rosariums	=	rosarium
rosbief	noun	geroosterd of gebraden rundvlees.
rosbiefje	=	rosbief
rosbiefjes	=	rosbief
rosch	=	rus
rose	=	roze
roseetje	=	rosé
roseetjes	=	rosé
roselle	noun	Hibiscus sabdariffa een plant uit de kaasjeskruidfamilie.
rosevleugel	noun	Calliptamus italicus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Calliptaminae.
rosevleugels	=	rosevleugel
rosevleugeltje	=	rosevleugel
rosevleugeltjes	=	rosevleugel
rosiden	noun	naam die in de 23ste editie van de Heukels gebruikt wordt voor de clade 'rosids' die het grootste deel vormt van de bovenliggende clade 'superrosids', naast enkele basale ordes.
rosj	noun	hoofd
rosje	=	ros
rosjes	=	ros
roskam	noun	een grof soort kam die voor het verzorgen van paarden of het schoonmaken van andere borstels gebruikt wordt
roskamde	=	roskammen
roskamden	=	roskammen
roskamme	=	roskammen
roskammen	verb	een paard met borstel en kam reinigen
roskammend	=	roskammen
roskammende	=	roskammen
roskammetje	=	roskam
roskammetjes	=	roskam
roskamt	=	roskammen
rosmarijn	noun	Rosmarinus officinalis een houtachtig keukenkruid
rosmolen	noun	door paarden aangedreven molen
rosmolens	=	rosmolen
rosse	=	ros
rosselpitta	noun	Erythropitta meeki een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
rosselpitta's	=	rosselpitta
rosselpittaatje	=	rosselpitta
rosselpittaatjes	=	rosselpitta
rosselrupsvogel	noun	Edolisoma rostratum een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
rosselrupsvogels	=	rosselrupsvogel
rosselrupsvogeltje	=	rosselrupsvogel
rosselrupsvogeltjes	=	rosselrupsvogel
rossen	verb	woest rijden
rossend	=	rossen
rossende	=	rossen
rosser	=	ros
rossere	=	ros
rossers	=	ros
rossig	adj	roodachtig, met een rode gloed
rossige	=	rossig
rossiger	=	rossig
rossigere	=	rossig
rossigers	=	rossig
rossigs	=	rossig
rossigst	=	rossig
rossigste	=	rossig
rossinant	noun	paard, knol
rossinanten	=	rossinant
rossing	noun	afrossing, afranseling, rammeling
rossingen	=	rossing
rosszeehond	noun	bepaald soort zoogdier, Ommatophoca rossii, een op het pakijs in de Zuidelijke Oceaan veel voorkomende zeehondensoort
rosszeehonden	=	rosszeehond
rosszeehondje	=	rosszeehond
rosszeehondjes	=	rosszeehond
rost	=	ros
roste	=	ros
rosten	=	rossen
rostra	noun	sprekerstribune bij de oude Romeinen
rostra's	=	rostra
rostraal	adj	geplaatst op het hoofd aan de kant van de neus
rostraals	=	rostraal
rostrale	=	rostraal
rostrum	noun	snuit
rostrums	=	rostrum
rosé	noun	wijn met een lichtrode kleur	adj	de kleur rosé (bleekrood, rozerood) hebbend
roségoud	noun	een mix van puur geelgoud, koper en een beetje zilver.
roségouden	adj	van roségoud
rosés	=	rosé
rosést	=	rosé
roséste	=	rosé
roséë	=	rosé
roséër	=	rosé
roséëre	=	rosé
roséërs	=	rosé
rot	adj	door bederf aangetast	noun	benaming voor een reeks manschappen uit opeenvolgende gelederen die direct achter elkaar staan opgesteld, ook gebruikt voor vergelijkbare opstellingen zoals van voertuigen
rotabrilvogel	noun	Zosterops rotensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
rotabrilvogels	=	rotabrilvogel
rotabrilvogeltje	=	rotabrilvogel
rotabrilvogeltjes	=	rotabrilvogel
rotacisme	noun	spraakstoornis: de letter r niet met de tongpunt uitspreken maar met een keelgeluid
rotameer	noun	een conformationeel diastereomeer dat zijn driedimensionele onderscheidenheid dankt aan rotatie rond een enkele binding
rotameren	=	rotameer
rotan	noun	bepaald soort plant met liaanachtige stengels die gebruikt worden voor de vervaardiging van meubels, Calamus rotang	adj	van riet, rotan gemaakt
rotannetje	=	rotan
rotans	=	rotan
rotanstengel	noun	een deel van een rotanpalm.
rotanstengels	=	rotanstengel
rotanstengeltje	=	rotanstengel
rotanstengeltjes	=	rotanstengel
rotanstoel	noun	stoel gemaakt van rotan (een soort bamboe)
rotanstoelen	=	rotanstoel
rotanstoeltje	=	rotanstoel
rotanstoeltjes	=	rotanstoel
rotatie	noun	wenteling, draaiing (van een lichaam om een as)
rotatieas	noun	as waarom een voorwerp of persoon draait
rotatieassen	=	rotatieas
rotatiedruk	noun	drukmethode met draaiende cilinders
rotatiedrukken	=	rotatiedruk
rotatiemotor	noun	elektrische motor die een ronddraaiende beweegkracht levert
rotatiemotoren	=	rotatiemotor
rotatiemotors	=	rotatiemotor
rotatiemotortje	=	rotatiemotor
rotatiemotortjes	=	rotatiemotor
rotatieperiode	noun	de tijd die een lichaam nodig heeft om een keer om zijn as te draaien
rotatieperiodes	=	rotatieperiode
rotatieperiodetje	=	rotatieperiode
rotatieperiodetjes	=	rotatieperiode
rotatiepers	noun	drukpers waarbij de afdruk via cilinders wordt overgebracht op een rol papier
rotatiepersen	=	rotatiepers
rotaties	=	rotatie
rotatiesnelheden	=	rotatiesnelheid
rotatiesnelheid	noun	het aantal omwentelingen dat iets of iemand maakt per tijdseenheid
rotatietje	=	rotatie
rotator	noun	rondwentelend lichaam in een constructie
rotatoren	=	rotator
rotators	=	rotator
rotatortje	=	rotator
rotatortjes	=	rotator
rotavirus	noun	virus dat buikgriep kan veroorzaken
rotavirussen	=	rotavirus
rotbaan	noun	een hele vervelende betrekking
rotbaantje	=	rotbaan
rotbaantjes	=	rotbaan
rotbanen	=	rotbaan
rotbeest	noun	een heel vervelend en lastig dier
rotbeesten	=	rotbeest
rotbeestje	=	rotbeest
rotbeestjes	=	rotbeest
rotboek	noun	een heel slecht geschreven boek
rotboeken	=	rotboek
rotboekje	=	rotboek
rotboekjes	=	rotboek
rotdag	noun	vervelende dag
rotdagen	=	rotdag
rotdagje	=	rotdag
rotdagjes	=	rotdag
rotding	noun	vervelend apparaat dat kapot gaat of niet doet wat je wilt dat het doet
rotdingen	=	rotding
rotdingetje	=	rotding
rotdingetjes	=	rotding
rote	=	roten
roteer	=	roteren
roteerde	=	roteren
roteerden	=	roteren
roteert	=	roteren
roten	verb	vlas blootstellen aan fermentatie om het pectine te verwijderen dat de stengel samenhoudt
rotend	=	roten
rotende	=	roten
rotere	=	roteren
roteren	verb	een draaiing toepassen op iets
roterend	adj	met een draaiende beweging
roterende	=	roteren
roterends	=	roterend
roterij	noun	bedrijf waar men van vlas of hennep de bastvezels van het hout scheidt; plaats waar men vlas weekt
roterijen	=	roterij
roterijtje	=	roterij
roterijtjes	=	roterij
rotfilm	noun	een slechte, vervelende film
rotfilmpje	=	rotfilm
rotfilmpjes	=	rotfilm
rotfilms	=	rotfilm
rotgang	noun	heel hoge snelheid
rotgangen	=	rotgang
rotgans	noun	kleine wit-zwarte gans met een ver klinkende rott-rott roep, Branta bernicla
rotgansje	=	rotgans
rotgansjes	=	rotgans
rotganzen	=	rotgans
rotgeintje	noun	heel vervelende, niet grappige handeling
rotgeintjes	=	rotgeintje
rotgevoel	noun	een vervelende, onprettige gewaarwording in je eigen lichaam of geest
rotgezel	noun	soldaat die met anderen deel uitmaakt van een rot
rotheden	=	rotheid
rotheid	noun	het niet goed zijn
rotherrie	noun	harde, vervelende herrie
rothond	noun	een heel vervelende, overmatig blaffende, gevaarlijke hond
rothonden	=	rothond
rothondje	=	rothond
rothondjes	=	rothond
rothschildgiraffe	noun	Giraffa camelopardalis rothschildi De rothschildgiraffe (Giraffa camelopardalis rothschildi), ook wel baringogiraffe genoemd, is een giraffenondersoort.
rothschildgiraffen	=	rothschildgiraffe
rothschildgiraffes	=	rothschildgiraffe
rothschildgiraffetje	=	rothschildgiraffe
rothschildgiraffetjes	=	rothschildgiraffe
rothumeur	noun	een slechte stemming
rothumeuren	=	rothumeur
roti	noun	Surinaams (Hindoestaans) gerecht van ongerezen brood met kousenband, aardappelen, hardgekookte eieren, groenten en vlees en vooral gekruid met o.a. masala
roti's	=	roti
rotiboeboekuil	noun	Ninox rotiensis een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
rotiboeboekuilen	=	rotiboeboekuil
rotiboeboekuiltje	=	rotiboeboekuil
rotiboeboekuiltjes	=	rotiboeboekuil
rotiboszanger	noun	Phylloscopus rotiensis een endemische vogelsoort uit de familie van de Phylloscopidae.
rotiboszangers	=	rotiboszanger
rotiboszangertje	=	rotiboszanger
rotiboszangertjes	=	rotiboszanger
rotidwerghoningeter	noun	Myzomela irianawidodoae een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
rotidwerghoningeters	=	rotidwerghoningeter
rotidwerghoningetertje	=	rotidwerghoningeter
rotidwerghoningetertjes	=	rotidwerghoningeter
rotietje	=	roti
rotietjes	=	roti
rotipan	noun	metalen plaat waarop roti wordt bereid
rotipannen	=	rotipan
rotipannetje	=	rotipan
rotipannetjes	=	rotipan
rotiplaat	noun	een ongerezen rond of ovaal platbrood dat zijn oorsprong heeft op het Indisch subcontinent
rotiplaten	=	rotiplaat
rotishop	noun	winkel waar men Surinaams eten verkoopt
rotishopje	=	rotishop
rotishopjes	=	rotishop
rotishops	=	rotishop
rotisserie	noun	restaurant waar men grillgerechten kan eten
rotisserieën	=	rotisserie
rotje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vuurwerk dat na het aansteken van de lont wordt weggegooid en dan een harde knal geeft
rotjes	=	rotje
rotjoch	noun	een vervelende, lastige jongen
rotjochen	=	rotjoch
rotjochie	=	rotjoch
rotjochies	=	rotjoch
rotjong	noun	vervelende jonge man
rotjongen	noun	irritant jongmens
rotjongens	=	rotjongen
rotjongetje	=	rotjongen
rotjongetjes	=	rotjongen
rotkerel	noun	een erg vervelende man
rotkerels	=	rotkerel
rotkereltje	=	rotkerel
rotkereltjes	=	rotkerel
rotkind	noun	een heel vervelend en lastig kind
rotkinderen	=	rotkind
rotklap	noun|informal	hele krachtige slag
rotklappen	=	rotklap
rotklus	noun	een vervelend, maar noodzakelijk karweitje
rotklusje	=	rotklus
rotklusjes	=	rotklus
rotklussen	=	rotklus
rotkoorts	noun	ontstaan door ontbering, slecht voedsel, bedorven lucht, verandering van lucht en klimaat
rotkoortsen	=	rotkoorts
rotkoortsje	=	rotkoorts
rotkoortsjes	=	rotkoorts
rotkop	noun	hoofd van een onaangenaam of lelijk persoon
rotkoppen	=	rotkop
rotkreupel	noun	bepaalde schapenziekte
rotleven	noun	heel onplezierig leven
rotlevens	=	rotleven
rotmof	noun	sterke verwensing naar iemand met de Duitse nationaliteit
rotmoffen	=	rotmof
rotogravure	noun	reproductie m.b.v. fotochemisch etsen
rotogravuren	=	rotogravure
rotogravures	=	rotogravure
rotonde	noun	een rond gebouw
rotondekunst	noun	werk van een kunstenaar, geplaatst op het niemandsland van het midden op een rond verkeersplein
rotondekunstwerk	noun	een kunstwerk geplaatst op het niemandsland van het midden van een rotonde
rotondekunstwerken	=	rotondekunstwerk
rotonden	=	rotonde
rotondes	=	rotonde
rotondetje	=	rotonde
rotondetjes	=	rotonde
rotopmerking	noun	een vervelende, hatelijke uiting
rotopmerkingen	=	rotopmerking
rotor	noun	draaiend anker in een elektromotor of dynamo
rotorblaadje	=	rotorblad
rotorblaadjes	=	rotorblad
rotorblad	noun	de bladen van een rotor die ronddraaien om stijgkracht of sturing te hebben
rotorbladen	=	rotorblad
rotoren	=	rotor
rotorkop	noun	de kop van een instrument dat een draaiende mechaniek herbergt
rotorkopeg	noun	een eg waarbij de tanden op een draaiende rol zitten
rotorkopeggen	=	rotorkopeg
rotorkopegje	=	rotorkopeg
rotorkopegjes	=	rotorkopeg
rotorkopje	=	rotorkop
rotorkopjes	=	rotorkop
rotorkoppen	=	rotorkop
rotors	=	rotor
rotortje	=	rotor
rotpech	noun	erg vervelende tegenslag waar je niets aan kon doen
rotplek	noun	een vervelende plaats; een ongeschikte plaats
rotplekje	=	rotplek
rotplekjes	=	rotplek
rotplekken	=	rotplek
rotprobleem	noun	heel vervelend vraagstuk waarvoor moeilijk een oplossing te vinden is
rotprobleempje	=	rotprobleem
rotprobleempjes	=	rotprobleem
rotproblemen	=	rotprobleem
rots	noun	een grote ruwe steen
rotsaardkruiper	noun	Ochetorhynchus andaecola een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
rotsaardkruipers	=	rotsaardkruiper
rotsaardkruipertje	=	rotsaardkruiper
rotsaardkruipertjes	=	rotsaardkruiper
rotsachtig	adj	waar veel rotsen zijn
rotsachtige	=	rotsachtig
rotsachtiger	=	rotsachtig
rotsachtigere	=	rotsachtig
rotsachtigers	=	rotsachtig
rotsachtigs	=	rotsachtig
rotsachtigst	=	rotsachtig
rotsachtigste	=	rotsachtig
rotsamarant	noun	Lagonosticta sanguinodorsalis een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
rotsamaranten	=	rotsamarant
rotsamarantje	=	rotsamarant
rotsamarantjes	=	rotsamarant
rotsanjer	noun	Dianthus gratianopolitanus een uiterst zeldzame plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
rotsanjers	=	rotsanjer
rotsanjertje	=	rotsanjer
rotsanjertjes	=	rotsanjer
rotsauerhoen	noun	Tetrao urogalloides een vogel uit de onderfamilie der ruigpoothoenders (Tetraoninae).
rotsauerhoenderen	=	rotsauerhoen
rotsauerhoenders	=	rotsauerhoen
rotsauerhoendertje	=	rotsauerhoen
rotsauerhoendertjes	=	rotsauerhoen
rotsbehangersbij	noun	Megachile pilidens een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
rotsbehangersbijen	=	rotsbehangersbij
rotsbehangersbijtje	=	rotsbehangersbij
rotsbehangersbijtjes	=	rotsbehangersbij
rotsblok	noun	een brok gesteente groot genoeg om moeilijk te verplaatsen te zijn
rotsblokje	=	rotsblok
rotsblokjes	=	rotsblok
rotsblokken	=	rotsblok
rotsbodem	noun	een stenen ondergrond waar weinig op kan groeien
rotsbodems	=	rotsbodem
rotschop	noun	zeer krachtige trappende aanraking
rotschoppen	=	rotschop
rotsdikkopmos	noun	Brachythecium laetum een soort mos uit het geslacht dikkopmos (Brachythecium).
rotsdikkopmosje	=	rotsdikkopmos
rotsdikkopmosjes	=	rotsdikkopmos
rotsdikkopmossen	=	rotsdikkopmos
rotsdubbeltandmos	noun	Didymodon cordatus een mossoort in de kleimosfamilie (Pottiaceae).
rotsdubbeltandmosje	=	rotsdubbeltandmos
rotsdubbeltandmosjes	=	rotsdubbeltandmos
rotsdubbeltandmossen	=	rotsdubbeltandmos
rotsduif	noun	Columba livia de voorvader van de huisduif (Columba livia domestica), waaronder de postduif en de stadsduif
rotsduifje	=	rotsduif
rotsduifjes	=	rotsduif
rotsduiven	=	rotsduif
rotseiland	noun	een eiland dat vooral uit rotsen bestaat
rotseilanden	=	rotseiland
rotseilandje	=	rotseiland
rotseilandjes	=	rotseiland
rotsen	=	rots
rotsformatie	noun	groep rotsen
rotsformaties	=	rotsformatie
rotsganzerik	noun	Drymocallis rupestris een vaste plant uit de rozenfamilie (Rosaceae), van nature voorkomend in delen van Europa, Azië en Afrika
rotsganzeriken	=	rotsganzerik
rotsgekko's	noun	een geslacht Afroedura van gekko's (Gekkota) uit de familie Gekkonidae
rotsgors	noun	Emberiza godlewskii een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
rotsgorsje	=	rotsgors
rotsgorsjes	=	rotsgors
rotsgorzen	=	rotsgors
rotsgraszanger	noun	Cisticola subruficapilla een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
rotsgraszangers	=	rotsgraszanger
rotsgraszangertje	=	rotsgraszanger
rotsgraszangertjes	=	rotsgraszanger
rotsgrond	noun	zeer harde steenachtige bodem
rotsgrondeekhoorn	noun	Spermophilus variegatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
rotsgrondeekhoorns	=	rotsgrondeekhoorn
rotsgrondeekhoorntje	=	rotsgrondeekhoorn
rotsgrondeekhoorntjes	=	rotsgrondeekhoorn
rotsgronden	=	rotsgrond
rotsgrondtiran	noun	Muscisaxicola alpinus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
rotsgrondtirannen	=	rotsgrondtiran
rotsgrondtirannetje	=	rotsgrondtiran
rotsgrondtirannetjes	=	rotsgrondtiran
rotshagedissen	noun	een geslacht Platysaurus van hagedissen uit de familie gordelstaarthagedissen (Cordylidae)
rotshalmklimmer	noun	Ophonus rupicola een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rotshalmklimmers	=	rotshalmklimmer
rotshalmklimmertje	=	rotshalmklimmer
rotshalmklimmertjes	=	rotshalmklimmer
rotsheide	noun	Pieris japonica een plant uit de heidefamilie (Ericaceae).
rotsheiden	=	rotsheide
rotsheidenetwants	noun	Stephanitis takeyai een wants uit de familie van de netwantsen (Tingidae).
rotsheidenetwantsen	=	rotsheidenetwants
rotsheidenetwantsje	=	rotsheidenetwants
rotsheidenetwantsjes	=	rotsheidenetwants
rotsheides	=	rotsheide
rotsheidetje	=	rotsheide
rotsheidetjes	=	rotsheide
rotshol	noun	overdekte ruimte in een berg
rotsholen	=	rotshol
rotsholletje	=	rotshol
rotsholletjes	=	rotshol
rotsig	adj	met rotsen en daardoor heel hard
rotsige	=	rotsig
rotsiger	=	rotsig
rotsigere	=	rotsig
rotsigers	=	rotsig
rotsigs	=	rotsig
rotsigst	=	rotsig
rotsigste	=	rotsig
rotsje	=	rots
rotsjes	=	rots
rotskaardespin	noun	Titanoeca quadriguttata een spinnensoort uit de familie rotskaardespinnen (Titanoecidae).
rotskaardespinnen	noun	Titanoecidae een familie van spinnen en kent 46 soorten verdeeld over 5 geslachten
rotskaardespinnetje	=	rotskaardespin
rotskaardespinnetjes	=	rotskaardespin
rotskabeljauw	noun	Eleginops maclovinus een straalvinnige vis en de enige vis uit de familie eleginopidae en het geslacht Eleginops.
rotskabeljauwen	=	rotskabeljauw
rotskabeljauwtje	=	rotskabeljauw
rotskabeljauwtjes	=	rotskabeljauw
rotskampoot	noun	Zelotes aeneus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
rotskampootje	=	rotskampoot
rotskampootjes	=	rotskampoot
rotskampoten	=	rotskampoot
rotskangoeroe	noun	Petrogale dier van het geslacht van rotskangoeroes
rotskangoeroes	noun	Petrogale een geslacht van kangoeroes dat voorkomt in rotsachtige gebieden in Australië.
rotskangoeroetje	=	rotskangoeroe
rotskangoeroetjes	=	rotskangoeroe
rotsklever	noun	Sitta neumayer een oscine zangvogel die broedt in Zuidoost-Europa en West-Azië tot in Iran.
rotsklevers	=	rotsklever
rotsklevertje	=	rotsklever
rotsklevertjes	=	rotsklever
rotsklipdas	noun	zoogdier uit het geslacht Procavia uit de familie klipdassen
rotsklipdasje	=	rotsklipdas
rotsklipdasjes	=	rotsklipdas
rotsklipdassen	noun	Procavia een geslacht uit de familie klipdassen. *Procavia capensis (Rotsklipdas) - (Peter Simon Pallas, 1766) *Procavia pliocenica - (Friedrich Wilhelm Hemprich & Christian Gottfried Ehrenberg, 1832) *Euhyrax - Gray, 1868
rotskoeskoes	noun	Petropseudes dahli buideldier uit de familie der kleine koeskoezen (Pseudocheiridae) dat voorkomt in Noord-Australië van de Kimberley (West-Australië) door het noorden van het Noordelijk Territorium, inclusief het Groote Eylandt, tot het nationale park Lawn Hill in Noordwest-Queensland.
rotskoeskoesje	=	rotskoeskoes
rotskoeskoesjes	=	rotskoeskoes
rotskoeskoezen	=	rotskoeskoes
rotskogelspin	noun	Theridion hannoniae een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
rotskogelspinnen	=	rotskogelspin
rotskogelspinnetje	=	rotskogelspin
rotskogelspinnetjes	=	rotskogelspin
rotskruiper	noun	Tichodroma muraria een vogel uit de familie Tichodromidae.
rotskruipers	=	rotskruiper
rotskruipertje	=	rotskruiper
rotskruipertjes	=	rotskruiper
rotskunst	noun	prehistorische schilderijen gemaakt op de rotswanden van een grot
rotskunstdeskundige	noun	iemand die verstand heeft van rotskunst
rotskunstdeskundigen	=	rotskunstdeskundige
rotskust	noun	overgang van land en een watervlakte bestaande uit natuurlijk gesteente
rotskusten	=	rotskust
rotslawine	noun	een verschuiving op een berghelling die vooral uit stenen en rotsen bestaat
rotslawinen	=	rotslawine
rotslawines	=	rotslawine
rotslawinetje	=	rotslawine
rotslawinetjes	=	rotslawine
rotslecht	adj	heel slecht, bar slecht
rotslechte	=	rotslecht
rotslechts	=	rotslecht
rotslijster	noun	een zangvogel van het geslacht Monticola uit de familie vliegenvangers Muscicapidae
rotslijsterdikkop	noun	Colluricincla woodwardi een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
rotslijsterdikkopje	=	rotslijsterdikkop
rotslijsterdikkopjes	=	rotslijsterdikkop
rotslijsterdikkoppen	=	rotslijsterdikkop
rotslijsters	=	rotslijster
rotslijstertje	=	rotslijster
rotslijstertjes	=	rotslijster
rotsmeervallen	noun	een familie Austroglanididae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
rotsmetselbij	noun	Hoplitis villosa een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
rotsmetselbijen	=	rotsmetselbij
rotsmetselbijtje	=	rotsmetselbij
rotsmetselbijtjes	=	rotsmetselbij
rotsmoes	noun	slappe, flauwe uitvlucht; flauwe smoes
rotsmoesje	=	rotsmoes
rotsmoesjes	=	rotsmoes
rotsmoezen	=	rotsmoes
rotsmoko	noun	Kerodon rupestris knaagdier uit de familie van de cavia-achtigen (Caviidae).
rotsmoko's	=	rotsmoko
rotsmokootje	=	rotsmoko
rotsmokootjes	=	rotsmoko
rotsmuisspin	noun	Drassodes lapidosus een spinnensoort behorend tot de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae)
rotsmuisspinnen	=	rotsmuisspin
rotsmuisspinnetje	=	rotsmuisspin
rotsmuisspinnetjes	=	rotsmuisspin
rotsmus	noun	Petronia petronia een zangvogel uit de familie van mussen en sneeuwvinken (Passeridae).
rotsmusje	=	rotsmus
rotsmusjes	=	rotsmus
rotsmussen	noun	een geslacht Gymnoris van zangvogels uit de familie mussen (Passeridae).
rotsnachtzwaluw	noun	Caprimulgus tristigma een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
rotsnachtzwaluwen	=	rotsnachtzwaluw
rotsnachtzwaluwtje	=	rotsnachtzwaluw
rotsnachtzwaluwtjes	=	rotsnachtzwaluw
rotsooievaarsbek	noun	Geranium macrorrhizum een vaste plant uit de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae).
rotsooievaarsbekje	=	rotsooievaarsbek
rotsooievaarsbekjes	=	rotsooievaarsbek
rotsooievaarsbekken	=	rotsooievaarsbek
rotspaadje	=	rotspad
rotspaadjes	=	rotspad
rotspad	noun	een smalle, stenige weg
rotspaden	=	rotspad
rotspadje	=	rotspad
rotspadjes	=	rotspad
rotsparkiet	noun	Neophema petrophila een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
rotsparkieten	=	rotsparkiet
rotsparkietje	=	rotsparkiet
rotsparkietjes	=	rotsparkiet
rotspartij	noun	een hoeveelheid natuurlijk gesteente dat samen één geheel vormt
rotspartijen	=	rotspartij
rotspartijtje	=	rotspartij
rotspartijtjes	=	rotspartij
rotspatrijs	noun	Ptilopachus petrosus een vogel uit de familie Odontophoridae.
rotspatrijsje	=	rotspatrijs
rotspatrijsjes	=	rotspatrijs
rotspatrijzen	=	rotspatrijs
rotspissebed	noun	Porcellio monticola een pissebed uit de familie Porcellionidae.
rotspissebedden	=	rotspissebed
rotspissebedje	=	rotspissebed
rotspissebedjes	=	rotspissebed
rotsplateau	noun	vlak gedeelte van een rots(partij), vlak gedeelte van een berg
rotsplateaus	=	rotsplateau
rotsplateautje	=	rotsplateau
rotsplateautjes	=	rotsplateau
rotspunt	noun	een natuurlijk, stenen uitsteeksel
rotspunten	=	rotspunt
rotspuntje	=	rotspunt
rotspuntjes	=	rotspunt
rotspython	noun	Python sebae een slang uit de familie pythons (Pythonidae)
rotspythons	=	rotspython
rotspythontje	=	rotspython
rotspythontjes	=	rotspython
rotsrat	noun	Petromus typicus knaagdier uit de familie Afrikaanse rotsratten (Petromuridae).
rotsratje	=	rotsrat
rotsratjes	=	rotsrat
rotsratten	=	rotsrat
rotsridderwants	noun	Spilostethus saxatilis een wants uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
rotsridderwantsen	=	rotsridderwants
rotsridderwantsje	=	rotsridderwants
rotsridderwantsjes	=	rotsridderwants
rotsroos	noun	Cistus creticus een plant uit de zonneroosjesfamilie (Cistaceae).
rotsroosje	=	rotsroos
rotsroosjes	=	rotsroos
rotsrozen	=	rotsroos
rotsschildering	noun	een (voorhistorische) schildering op of in een rotswand
rotsschilderingen	=	rotsschildering
rotsschilderingetje	=	rotsschildering
rotsschilderingetjes	=	rotsschildering
rotsschildzaad	noun	Aurinia saxatilis een overblijvende plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae), van nature vooral voorkomend in Azië en Midden-Europa
rotsschildzaadje	=	rotsschildzaad
rotsschildzaadjes	=	rotsschildzaad
rotsschildzaden	=	rotsschildzaad
rotsslankmier	noun	Temnothorax nigriceps een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
rotsslankmieren	=	rotsslankmier
rotsslankmiertje	=	rotsslankmier
rotsslankmiertjes	=	rotsslankmier
rotsspleet	noun	nauwe kloof in een rots
rotsspleetje	=	rotsspleet
rotsspleetjes	=	rotsspleet
rotsspleten	=	rotsspleet
rotsspringer	noun	benaming voor geleedpotigen uit de orde Archaeognatha die wereldwijd zo'n 350 soorten omvat
rotsspringers	noun	orde Archaeognatha, die wereldwijd zo'n 350 soorten omvat
rotsspringertje	=	rotsspringer
rotsspringertjes	=	rotsspringer
rotssteen	noun	het steen waaruit rotsen bestaan
rotssteentje	=	rotssteen
rotssteentjes	=	rotssteen
rotsstenen	=	rotssteen
rotsstruiksluiper	noun	Origma solitaria een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
rotsstruiksluipers	=	rotsstruiksluiper
rotsstruiksluipertje	=	rotsstruiksluiper
rotsstruiksluipertjes	=	rotsstruiksluiper
rotst	=	rot
rotstad	noun	heel vervelende, dichtbevolkte grote woonplaats
rotstadje	=	rotstad
rotstadjes	=	rotstad
rotstapaculo	noun	Scytalopus petrophilus een zangvogel uit de familie der tapaculo's (Rhinocryptidae).
rotstapaculo's	=	rotstapaculo
rotstapaculootje	=	rotstapaculo
rotstapaculootjes	=	rotstapaculo
rotste	=	rot
rotsteden	=	rotstad
rotstreek	noun	heel gemene daad
rotstreekje	=	rotstreek
rotstreekjes	=	rotstreek
rotstreken	=	rotstreek
rotstuin	noun	tuin met rotspartijen en rotsplanten
rotstuinen	=	rotstuin
rotstuintje	=	rotstuin
rotstuintjes	=	rotstuin
rotsvalk	noun	Falco rupicolus, een valkachtige roofvogel uit zuidelijk Afrika
rotsvalken	=	rotsvalk
rotsvalkje	=	rotsvalk
rotsvalkjes	=	rotsvalk
rotsvast	adj	heel stevig, zeker, vast en betrouwbaar als een rots
rotsvaste	=	rotsvast
rotsvaster	=	rotsvast
rotsvastere	=	rotsvast
rotsvasters	=	rotsvast
rotsvasts	=	rotsvast
rotsvastst	=	rotsvast
rotsvastste	=	rotsvast
rotsvliegenvanger	noun	Petroica archboldi een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
rotsvliegenvangers	=	rotsvliegenvanger
rotsvliegenvangertje	=	rotsvliegenvanger
rotsvliegenvangertjes	=	rotsvliegenvanger
rotsvlieghoorn	noun	Eupetaurus cinereus een grote soort vliegende eekhoorns in het onherbergzame berggebied in het noorden van Pakistan en Tibet.
rotsvlieghoorns	=	rotsvlieghoorn
rotsvlieghoorntje	=	rotsvlieghoorn
rotsvlieghoorntjes	=	rotsvlieghoorn
rotsvlinder	noun	Lasiommata maera een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders).
rotsvlinders	=	rotsvlinder
rotsvlindertje	=	rotsvlinder
rotsvlindertjes	=	rotsvlinder
rotsvorkstaartplevier	noun	Glareola nuchalis een vogel uit de familie van vorkstaartplevieren (Glareolidae).
rotsvorkstaartplevieren	=	rotsvorkstaartplevier
rotsvorkstaartpleviertje	=	rotsvorkstaartplevier
rotsvorkstaartpleviertjes	=	rotsvorkstaartplevier
rotswand	noun	een zich min of meer loodrecht verheffend deel van een berg
rotswanden	=	rotswand
rotswandje	=	rotswand
rotswandjes	=	rotswand
rotswier	noun	Cladophora rupestris een groenwier uit de klasse Bryopsidophyceae.
rotswieren	=	rotswier
rotswiertje	=	rotswier
rotswiertjes	=	rotswier
rotswinterkoning	noun	Xenicus gilviventris een endemische zangvogel uit de familie van de rotswinterkoningen die voorkomt op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland
rotswinterkoningen	noun	Acanthisittidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
rotswinterkoninkje	=	rotswinterkoning
rotswinterkoninkjes	=	rotswinterkoning
rotswoestijn	noun	een woestijn die grotendeels uit rotsen bestaat.
rotswoestijnen	=	rotswoestijn
rotswoestijntje	=	rotswoestijn
rotswoestijntjes	=	rotswoestijn
rotswol	noun	steenwol, een isolatiemateriaal dat wordt vervaardigd uit diabaas of basalt
rotswoning	noun	huis dat gelegen is in een natuurlijke holte in een rots
rotswoningen	=	rotswoning
rotswoninkje	=	rotswoning
rotswoninkjes	=	rotswoning
rotszalmen	noun	een familie Parodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
rotszwaluw	noun	Ptyonoprogne rupestris een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
rotszwaluwen	noun	een geslacht Ptyonoprogne van zangvogels uit de familie zwaluwen (Hirundinidae).
rotszwaluwtje	=	rotszwaluw
rotszwaluwtjes	=	rotszwaluw
rottang	=	rotan
rotte	noun	een groep wilde zwijnen geleid door een matriarch
rotten	verb	een proces van fermentatie ondergaan
rottend	adj	van iets dat het aan het vergaan is
rottende	=	rottend
rottends	=	rottend
rottengaatje	=	rottengat
rottengaatjes	=	rottengat
rottengat	noun	kleine opening in sluisdeuren
rottengaten	=	rottengat
rottens	verb|poetic	genitief van rotten
rotter	=	rot
rotterdammer	noun	een inwoner van Rotterdam, of iemand afkomstig uit Rotterdam	adj	op Rotterdam betrekking hebbend
rotterdammers	=	rotterdammer
rotterdammertje	=	rotterdammer
rotterdammertjes	=	rotterdammer
rotterdams	adj	betrekking hebbend op of afkomstig uit Rotterdam
rotterdamse	noun	een vrouwelijke inwoner van Rotterdam, of een vrouw afkomstig uit Rotterdam
rotterdamsen	=	rotterdamse
rotterdamser	=	rotterdams
rotterdamsere	=	rotterdams
rotterdamsers	=	rotterdams
rotterdamst	=	rotterdams
rotterdamste	=	rotterdams
rottere	=	rot
rotters	=	rot
rottig	adj	op een vervelende manier
rottige	=	rottig
rottiger	=	rottig
rottigere	=	rottig
rottigers	=	rottig
rottigheden	=	rottigheid
rottigheid	noun	zaken die gebeuren door vervelend gedrag
rottigheidje	=	rottigheid
rottigheidjes	=	rottigheid
rottigs	=	rottig
rottigst	=	rottig
rottigste	=	rottig
rottijd	noun	vervelende periode
rottijden	=	rottijd
rotting	noun	aantasting door bacteriële groei
rottingen	=	rotting
rottinkje	=	rotting
rottinkjes	=	rotting
rottweiler	noun	Duits hondenras, stevig gebouwd, kortharig met brede kop, korte snuit en hangoren
rottweilers	=	rottweiler
rottweilertje	=	rottweiler
rottweilertjes	=	rottweiler
rotvaart	noun|informal	hele hoge snelheid
rotvaarten	=	rotvaart
rotvent	noun	heel vervelende man
rotventen	=	rotvent
rotventje	=	rotvent
rotventjes	=	rotvent
rotvis	noun	puitaal, aalkwab
rotvisje	=	rotvis
rotvisjes	=	rotvis
rotvissen	=	rotvis
rotweer	noun	vervelend weer (koud, regenachtig en met veel wind)
rotweertje	=	rotweer
rotwijf	noun	heel vervelende vrouw
rotwijven	=	rotwijf
rotwoord	noun	een stom, afgezaagd woord
rotwoorden	=	rotwoord
rotzak	noun	iemand die zeer verwerpelijk gedrag vertoont
rotzakje	=	rotzak
rotzakjes	=	rotzak
rotzakken	=	rotzak
rotzooi	noun	waardeloze rommel
rotzooide	=	rotzooien
rotzooiden	=	rotzooien
rotzooie	=	rotzooien
rotzooien	verb	ergens een grote rommel van maken
rotzooiend	=	rotzooien
rotzooiende	=	rotzooien
rotzooit	=	rotzooien
rotzooitje	=	rotzooi
rotzooitjes	=	rotzooi
rotzooitrapper	noun	iemand die heel vaak ruzie maakt
rotzooitrappers	=	rotzooitrapper
rotzooitrappertje	=	rotzooitrapper
rotzooitrappertjes	=	rotzooitrapper
rotzorg	noun	zeer ongeruste overweging
rouge	noun	rood poeder of smeersel voor een blos op de wangen
rouges	=	rouge
rougetje	=	rouge
roulade	noun	stuk opgerold vlees
roulades	=	roulade
roulatie	noun	het rouleren, de omloop, het circuleren, het rondlopen
roulaties	=	roulatie
roulatiesysteem	noun	een bepaalde systematiek om rouleren
roulatiesysteempje	=	roulatiesysteem
roulatiesysteempjes	=	roulatiesysteem
roulatiesystemen	=	roulatiesysteem
rouleau	noun	voeding geserveerd in de vorm van een rol of ronde schijf
rouleaus	=	rouleau
rouleer	=	rouleren
rouleerde	=	rouleren
rouleerden	=	rouleren
rouleert	=	rouleren
roulement	noun	periode dat een film wordt vertoont in bioscopen
roulere	=	rouleren
rouleren	verb	in omloop zijn, circuleren, rondgaan
roulerend	=	rouleren
roulerende	=	rouleren
roulette	noun	kansspel met een balletje en een ronddraaiende schijf
roulettes	=	roulette
roulettetafel	noun	een tafel waarin een roulettespel is ingebouwd
roulettetafels	=	roulettetafel
roulettetafeltje	=	roulettetafel
roulettetafeltjes	=	roulettetafel
roundislandboa	noun	Casarea dussumieri een slang uit de familie Round Island-boa’s (Bolyeriidae)
roundislandboa's	=	roundislandboa
roundislandboaatje	=	roundislandboa
roundislandboaatjes	=	roundislandboa
route	noun	weg die men aflegt, weg die men van plan is af te leggen
routebeschrijving	noun	weergave in woorden van de weg die moet worden afgelegd om op de bestemming te komen
routebeschrijvingen	=	routebeschrijving
routebeschrijvinkje	=	routebeschrijving
routebeschrijvinkjes	=	routebeschrijving
routeboek	noun	een document dat gedetailleerde instructies bevat om een specifieke route af te leggen, vaak gebruikt in sporten zoals rally-rijden of wielrennen, of voor bezorgers
routeboeken	=	routeboek
routeboekje	=	routeboek
routeboekjes	=	routeboek
routeer	=	routeren
routeerde	=	routeren
routeerden	=	routeren
routeert	=	routeren
routegids	noun	boekje waarin een route wordt beschreven en de bezienswaardigheden rond de route worden uitgelegd
routegidsen	=	routegids
routegidsje	=	routegids
routegidsjes	=	routegids
routekaart	noun	een kaart waarop een traject staat ingetekend
routekaarten	=	routekaart
routekaartje	=	routekaart
routekaartjes	=	routekaart
routen	=	route
routenavigatiesysteem	noun	is apparatuur waarmee instructies (visueel en/of met een stem) te verkrijgen zijn over de te volgen route naar een bestemming.
routenavigatiesysteempje	=	routenavigatiesysteem
routenavigatiesysteempjes	=	routenavigatiesysteem
routenavigatiesystemen	=	routenavigatiesysteem
routenet	noun	een groep met elkaar samenhangende wegen of verbindingen
routenetten	=	routenet
routenetwerk	noun	samenhangend netwerk van wegen en paden die een gebied voor een bepaalde doelgroep toegankelijk maken
routenetwerken	=	routenetwerk
routeplanner	noun	software die de snelste en/of kortste route berekent om (per auto) van punt A naar punt B te rijden
routeplanners	=	routeplanner
router	noun	apparaat dat dient om verschillende computernetwerken met elkaar te verbinden, opererend op laag 3 van het OSI-model
routere	=	routeren
routeren	verb	verdelen van een informatiestroom zodat de informatie bij de juiste persoon of personen aankomt
routerend	=	routeren
routerende	=	routeren
routers	=	router
routertje	=	router
routertjes	=	router
routes	=	route
routeschema	noun	tabel met een overzicht van alle af te leggen wegen
routeschema's	=	routeschema
routetje	=	route
routetjes	=	route
routier	noun	vrachtwagenchauffeur
routiers	=	routier
routine	noun	een reeks handelingen die, vaak zonder te hoeven nadenken, kan worden verricht door een verkregen vaardigheid
routinecontrole	noun	gebruikelijke inspectie, zonder speciale aanleiding
routinecontroles	=	routinecontrole
routinegebaar	noun	een beweging die men onbewust en automatisch maakt zonder veel betekenis
routinegebaartje	=	routinegebaar
routinegebaartjes	=	routinegebaar
routinegebaren	=	routinegebaar
routineklus	noun	karwei dat geregeld op een vrij voorspelbare manier kan worden uitgevoerd en dus geen bijzondere inspanning vraagt
routineklusje	=	routineklus
routineklusjes	=	routineklus
routineklussen	=	routineklus
routinematig	adv	zoals gewoonlijk
routinematige	=	routinematig
routinematiger	=	routinematig
routinematigere	=	routinematig
routinematigers	=	routinematig
routinematigs	=	routinematig
routinematigst	=	routinematig
routinematigste	=	routinematig
routineonderzoek	noun	volgens vast patroon verrichte eenvoudige waarnemingen als normale manier om snel informatie te krijgen
routineonderzoeken	=	routineonderzoek
routineonderzoekje	=	routineonderzoek
routineonderzoekjes	=	routineonderzoek
routines	=	routine
routinetje	=	routine
routinetjes	=	routine
routineus	adj	zonder inspanning of toewijding, vanuit routine, geroutineerd
routineust	=	routineus
routineuste	=	routineus
routineuze	=	routineus
routineuzer	=	routineus
routineuzere	=	routineus
routineuzers	=	routineus
routinevlucht	noun	tocht door een vliegtuig die regelmatig wordt gemaakt en dus geen bijzondere aandacht vraagt
routinevluchten	=	routinevlucht
routing	noun	de organisatie van de te volgen weg in openbare gebouwen en bedrijven
routinier	noun	iemand met veel ervaring
routiniers	=	routinier
rouw	noun	grote smart of droefenis na een verlies	adj	ruw
rouwadvertentie	noun	advertentie in een krant om mee te delen dat iemand is overleden, waar men kan condoleren en waar en wanneer de begrafenis of crematie plaatsvindt
rouwadvertenties	=	rouwadvertentie
rouwadvertentietje	=	rouwadvertentie
rouwauto	noun	een voertuig voor het transport van overledenen
rouwauto's	=	rouwauto
rouwbaardvogel	noun	Tricholaema lacrymosa een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
rouwbaardvogels	=	rouwbaardvogel
rouwbaardvogeltje	=	rouwbaardvogel
rouwbaardvogeltjes	=	rouwbaardvogel
rouwband	noun	een zwarte band die men om de (linker)bovenarm draagt als teken van rouw na overlijden van iemand
rouwbanden	=	rouwband
rouwbandje	=	rouwband
rouwbandjes	=	rouwband
rouwbegeleiding	noun	professionele ondersteuning bij het verwerken van ingrijpende verlieservaringen, zoals de dood van een dierbare, echtscheiding of baanverlies.
rouwbegeleidingen	=	rouwbegeleiding
rouwbegeleidinkje	=	rouwbegeleiding
rouwbegeleidinkjes	=	rouwbegeleiding
rouwbeklag	noun	uiting van droevige emoties bij het overlijden van iemand; uiten van medeleven bij het overlijden van iemand
rouwberghoningkruiper	noun	Diglossa venezuelensis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
rouwberghoningkruipers	=	rouwberghoningkruiper
rouwberghoningkruipertje	=	rouwberghoningkruiper
rouwberghoningkruipertjes	=	rouwberghoningkruiper
rouwbericht	noun	advertentie in een krant of ander medium waarin iemand zijn medeleven betoont met het overlijden van iemand
rouwberichten	=	rouwbericht
rouwbetuiging	noun	het tonen van medeleven aan nabestaanden na het overlijden van een dierbare.
rouwbetuigingen	=	rouwbetuiging
rouwbetuiginkje	=	rouwbetuiging
rouwbetuiginkjes	=	rouwbetuiging
rouwbezoek	noun	visite die men aflegt bij de nabestaanden van een overleden persoon
rouwbezoeken	=	rouwbezoek
rouwbrief	noun	bericht aan vrienden, bekenden en familieleden waarin staat dat iemand is overleden en wanneer men afscheid kan nemen
rouwbriefje	=	rouwbrief
rouwbriefjes	=	rouwbrief
rouwbrieven	=	rouwbrief
rouwbrilvogel	noun	Zosterops lugubris een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels)
rouwbrilvogels	=	rouwbrilvogel
rouwbrilvogeltje	=	rouwbrilvogel
rouwbrilvogeltjes	=	rouwbrilvogel
rouwbuidelspreeuw	noun	Cacicus sclateri een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
rouwbuidelspreeuwen	=	rouwbuidelspreeuw
rouwbuidelspreeuwtje	=	rouwbuidelspreeuw
rouwbuidelspreeuwtjes	=	rouwbuidelspreeuw
rouwbuisneusvleermuis	noun	Murina tenebrosa vleermuis uit de familie van de gladneuzen (Vespertilionidae).
rouwbuisneusvleermuisje	=	rouwbuisneusvleermuis
rouwbuisneusvleermuisjes	=	rouwbuisneusvleermuis
rouwbuisneusvleermuizen	=	rouwbuisneusvleermuis
rouwcentra	=	rouwcentrum
rouwcentrum	noun	gebouw waar men bij elkaar komt voor een begrafenis
rouwcentrums	=	rouwcentrum
rouwclown	noun	clown die optreedt bij begrafenissen en die zorgt voor een wat lossere sfeer
rouwclowns	=	rouwclown
rouwcoach	noun	persoon die mensen begeleidt bij een rouwproces
rouwcoaches	=	rouwcoach
rouwdag	noun	dag van publiekelijke rouw
rouwdagen	=	rouwdag
rouwdagje	=	rouwdag
rouwde	=	rouwen
rouwden	=	rouwen
rouwdicht	noun	treurdicht na een overlijden
rouwdichten	=	rouwdicht
rouwdichtje	=	rouwdicht
rouwdichtjes	=	rouwdicht
rouwdienst	noun	herdenkingsdienst voor iemand die gestorven is
rouwdiensten	=	rouwdienst
rouwdienstje	=	rouwdienst
rouwdienstjes	=	rouwdienst
rouwdouw	=	rouwdouwen
rouwdouwde	=	rouwdouwen
rouwdouwden	=	rouwdouwen
rouwdouwe	=	rouwdouwen
rouwdouwen	verb	op lompe wijze te werk gaan
rouwdouwend	=	rouwdouwen
rouwdouwende	=	rouwdouwen
rouwdouwer	noun	ruwe, stoere, onbeschaafde man
rouwdouwers	=	rouwdouwer
rouwdouws	=	rouwdouwen
rouwdouwt	=	rouwdouwen
rouwe	=	rouwen
rouwen	verb	de emotionele nasleep van het overlijden van een geliefd persoon
rouwend	=	rouwen
rouwende	=	rouwen
rouwer	=	rouw
rouwere	=	rouw
rouwers	=	rouw
rouwfloers	noun	een klank die uitdrukt dat men ergens verdrietig over is
rouwfloersen	=	rouwfloers
rouwgewaad	noun	officiële kleding die men draagt als men in de rouw is wegens het overlijden van een dierbare
rouwgewaden	=	rouwgewaad
rouwgoed	noun	kleding die men draagt tijdens rouw, als teken van verdriet en respect voor de overledene
rouwgoederen	=	rouwgoed
rouwgoedje	=	rouwgoed
rouwgoedjes	=	rouwgoed
rouwhoningeter	noun	Sugomel nigrum een honingeter die in 2008 van het geslacht Certhionyx verplaatst is naar het geslacht Sugomel, ook een geslacht van zangvogels uit de familie honingeters (Meliphagidae)
rouwhoningeters	=	rouwhoningeter
rouwhoningetertje	=	rouwhoningeter
rouwhoningetertjes	=	rouwhoningeter
rouwhoop	noun	afkoopsom
rouwhoopje	=	rouwhoop
rouwhoopjes	=	rouwhoop
rouwhopen	=	rouwhoop
rouwig	adj	dat je ergens verdrietig over bent
rouwige	=	rouwig
rouwiger	=	rouwig
rouwigere	=	rouwig
rouwigers	=	rouwig
rouwigs	=	rouwig
rouwigst	=	rouwig
rouwigste	=	rouwig
rouwkaart	noun	schriftelijk bericht aan familie en bekenden waarin staat dat iemand is overleden
rouwkaarten	=	rouwkaart
rouwkaartje	=	rouwkaart
rouwkaartjes	=	rouwkaart
rouwkamer	noun	kamer met rouwtekenen bij een opgebaard lijk
rouwkamers	=	rouwkamer
rouwkamertje	=	rouwkamer
rouwkamertjes	=	rouwkamer
rouwkapel	noun	gebedsruimte waar men de overledenen kan herdenken
rouwkapellen	=	rouwkapel
rouwkievietje	=	rouwkievit
rouwkievietjes	=	rouwkievit
rouwkievit	noun	Vanellus lugubris een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
rouwkieviten	=	rouwkievit
rouwkievitje	=	rouwkievit
rouwkievitjes	=	rouwkievit
rouwkleden	=	rouwkleed
rouwklederen	=	rouwkleed
rouwkleding	noun	kleding die speciaal bedoeld is voor rouwaangelegenheden
rouwkleed	noun	donkere, stemmige kleren die men draagt als men in de rouw is
rouwkleren	=	rouwkleed
rouwkoets	noun	koets waarin de stoffelijke overschotten van een overledene worden vervoerd naar een begraafplaats
rouwkoetsen	=	rouwkoets
rouwkoetsje	=	rouwkoets
rouwkoetsjes	=	rouwkoets
rouwkolibrie	noun	Florisuga fusca een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
rouwkolibries	=	rouwkolibrie
rouwkolibrietje	=	rouwkolibrie
rouwkolibrietjes	=	rouwkolibrie
rouwkopzanger	noun	Geothlypis tolmiei een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
rouwkopzangers	=	rouwkopzanger
rouwkopzangertje	=	rouwkopzanger
rouwkopzangertjes	=	rouwkopzanger
rouwkrans	noun	een bloemenkrans ter herdenking aan een dode
rouwkransen	=	rouwkrans
rouwkransje	=	rouwkrans
rouwkransjes	=	rouwkrans
rouwkwikstaart	noun	Motacilla alba yarrellii een ondersoort van de witte kwikstaart die algemeen voorkomt in Groot-Brittannië.
rouwkwikstaarten	=	rouwkwikstaart
rouwkwikstaartje	=	rouwkwikstaart
rouwkwikstaartjes	=	rouwkwikstaart
rouwmantel	noun	Nymphalis antiopa een vlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
rouwmantels	=	rouwmantel
rouwmanteltje	=	rouwmantel
rouwmanteltjes	=	rouwmantel
rouwmees	noun	Poecile lugubris een vogel uit de familie van de mezen (Paridae) die voorkomt in zuidoost Europa en het Midden-Oosten
rouwmeesje	=	rouwmees
rouwmeesjes	=	rouwmees
rouwmezen	=	rouwmees
rouwmierklauwier	noun	Sakesphorus luctuosus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
rouwmierklauwieren	=	rouwmierklauwier
rouwmierklauwiertje	=	rouwmierklauwier
rouwmierklauwiertjes	=	rouwmierklauwier
rouwmiervogel	noun	Cercomacra nigricans een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
rouwmiervogels	=	rouwmiervogel
rouwmiervogeltje	=	rouwmiervogel
rouwmiervogeltjes	=	rouwmiervogel
rouwmis	noun	een kerkelijke plechtigheid om een overledene te gedenken
rouwmisbaar	noun	Het tot uiting brengen van rouw, droefheid over een dode, door heftige uitingen van smart, in het bijzonder door luidkeels te huilen, te klagen, en te jammeren.
rouwmissen	=	rouwmis
rouwmug	noun	insect uit de familie Sciaridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
rouwmuggen	noun	Sciaridae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
rouwmuggetje	=	rouwmug
rouwmuggetjes	=	rouwmug
rouwmuziek	noun	muziek die men speelt bij een begrafenis of rouwdienst
rouwnagel	=	rouwnagels
rouwnagels	noun	nagels met een zwart randje
rouwnageltje	=	rouwnagels
rouwnageltjes	=	rouwnagels
rouwnon	noun	Lonchura nigerrima een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
rouwnonnen	=	rouwnon
rouwnonnetje	=	rouwnon
rouwnonnetjes	=	rouwnon
rouwperiode	noun	tijdsduur waarin je openlijk verdriet over een sterfgeval toont
rouwperioden	=	rouwperiode
rouwperiodes	=	rouwperiode
rouwplechtigheden	=	rouwplechtigheid
rouwplechtigheid	noun	ernstige en formele bijeenkomst om een overlijden te herdenken
rouwproces	noun	alle gebeurtenissen en handelingen die samengaan met het verdriet over iets of iemand
rouwprocessen	=	rouwproces
rouwral	noun	Pardirallus nigricans een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
rouwrallen	=	rouwral
rouwralletje	=	rouwral
rouwralletjes	=	rouwral
rouwrand	noun	zwarte rand rond een drukwerk als teken van rouw
rouwranden	=	rouwrand
rouwrandje	=	rouwrand
rouwrandjes	=	rouwrand
rouwrandmoskommetje	noun	Bryoscyphus atromarginatus een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
rouwrandmoskommetjes	=	rouwrandmoskommetje
rouwrandspanner	noun	Lycia zonaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
rouwrandspanners	=	rouwrandspanner
rouwrandspannertje	=	rouwrandspanner
rouwrandspannertjes	=	rouwrandspanner
rouwregister	noun	document voor het vastleggen van rouwbetuigingen en condoleances
rouwregisters	=	rouwregister
rouwregistertje	=	rouwregister
rouwregistertjes	=	rouwregister
rouwrupsvogel	noun	Lalage melaschistos een vogel uit de familie van de rupsvogels.
rouwrupsvogels	=	rouwrupsvogel
rouwrupsvogeltje	=	rouwrupsvogel
rouwrupsvogeltjes	=	rouwrupsvogel
rouws	=	rouw
rouwsierragors	noun	Rhopospina fruticeti een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
rouwsierragorsje	=	rouwsierragors
rouwsierragorsjes	=	rouwsierragors
rouwsierragorzen	=	rouwsierragors
rouwslakkendoder	noun	Coremacera marginata een vliegensoort uit de familie van de slakkendoders (Sciomyzidae).
rouwslakkendoders	=	rouwslakkendoder
rouwslakkendodertje	=	rouwslakkendoder
rouwslakkendodertjes	=	rouwslakkendoder
rouwsluier	noun	zwarte doek die een vrouw om het hoofd draagt als teken van rouw om een overledene
rouwsluiers	=	rouwsluier
rouwsluiertje	=	rouwsluier
rouwsluiertjes	=	rouwsluier
rouwsnelloper	noun	Agonum lugens een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
rouwsnellopers	=	rouwsnelloper
rouwsnellopertje	=	rouwsnelloper
rouwsnellopertjes	=	rouwsnelloper
rouwspanner	noun	Odezia atrata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
rouwspanners	=	rouwspanner
rouwspannertje	=	rouwspanner
rouwspannertjes	=	rouwspanner
rouwst	=	rouw
rouwste	=	rouw
rouwstekelstaart	noun	Synallaxis moesta een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
rouwstekelstaarten	=	rouwstekelstaart
rouwstekelstaartje	=	rouwstekelstaart
rouwstekelstaartjes	=	rouwstekelstaart
rouwstemming	noun	heel verdrietige gemoedstoestand na het overlijden van iemand
rouwstemmingen	=	rouwstemming
rouwstoet	noun	of uitvaartstoet is een stoet gevormd door rouwende mensen, die de overledene naar zijn laatste rustplaats vergezellen
rouwstoeten	=	rouwstoet
rouwstoetje	=	rouwstoet
rouwstoetjes	=	rouwstoet
rouwt	=	rouwen
rouwtijd	noun	periode dat men rouwkleding draagt; tijd dat men in de rouw is
rouwtijden	=	rouwtijd
rouwtortel	noun	Streptopelia lugens een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
rouwtortels	=	rouwtortel
rouwtorteltje	=	rouwtortel
rouwtorteltjes	=	rouwtortel
rouwtroepiaal	noun	Dives dives een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
rouwtroepiaaltje	=	rouwtroepiaal
rouwtroepiaaltjes	=	rouwtroepiaal
rouwtroepialen	=	rouwtroepiaal
rouwverwerking	noun	manier waarop iemand na een ingrijpende verdrietige ervaring tot rust probeert te komen
rouwverwerkingen	=	rouwverwerking
rouwvisite	noun	informeel samenkomen van familie, vrienden en bekenden om de overledene te herdenken en de nabestaanden te condoleren, vaak in de dagen direct voorafgaand aan de uitvaart
rouwvisites	=	rouwvisite
rouwvlag	noun	een vlag waarmee de gebruiker kenbaar maakt dat hij het verlies van iemand betreurt
rouwvlaggen	=	rouwvlag
rouwvlagje	=	rouwvlag
rouwvlagjes	=	rouwvlag
rouwvliegenvanger	noun	Muscicapa infuscata een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
rouwvliegenvangers	=	rouwvliegenvanger
rouwvliegenvangertje	=	rouwvliegenvanger
rouwvliegenvangertjes	=	rouwvliegenvanger
rouwwever	noun	Ploceus albinucha een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
rouwwevers	=	rouwwever
rouwwevertje	=	rouwwever
rouwwevertjes	=	rouwwever
roux	noun	mengsel van bruin gebraden boter en bloem
rouxs	=	roux
rove	=	roven
roven	verb	zich wederrechtelijk en vaak met uitoefening van enig geweld toe-eigenen
rovend	=	roven
rovende	=	roven
rover	noun	iemand die door geweldpleging iemand besteelt
roverhoofdlieden	=	roverhoofdman
roverhoofdlui	=	roverhoofdman
roverhoofdman	noun	hoofdman van een bende rovers
roverhoofdmannen	=	roverhoofdman
roverhoofdmannetje	=	roverhoofdman
roverhoofdmannetjes	=	roverhoofdman
roverij	noun	het roven
roverijen	=	roverij
rovers	=	rover
roversbende	noun	een groep samenwerkende rovers
roversbenden	=	roversbende
roversbendes	=	roversbende
roversbendetje	=	roversbende
rovershol	noun	ruimte vanwaaruit criminelen hun activiteiten ontplooien
roversholen	=	rovershol
roversholletje	=	rovershol
rovertje	=	rover
rovertjes	=	rover
rovianaral	noun	Hypotaenidia rovianae een vogel uit de familie Rallidae (Rallen).
rovianarallen	=	rovianaral
rovianaralletje	=	rovianaral
rovianaralletjes	=	rovianaral
rowikiwi	noun	Apteryx rowi vogel die net als de andere soorten kiwi's behoort tot de zogenaamde Paleognathae met vier andere ordes (tinamoes, struisvogels, nandoes en kasuarissen en emoes).
rowikiwi's	=	rowikiwi
rowikiwietje	=	rowikiwi
rowikiwietjes	=	rowikiwi
rowti	noun	bepaald soort vogel met een oranjebruine borst, Sporophila minuta
rowti's	=	rowti
royaal	adj	vrijgevig en gul zoals het een koning betamen zou
royaals	=	royaal
royaalst	=	royaal
royaalste	=	royaal
royal	noun	lid van een koninklijke familie
royale	=	royaal
royaler	=	royaal
royalere	=	royaal
royalers	=	royaal
royalisme	noun	politieke ideologie die voorstander is van een koning als staatshoofd
royalist	noun	iemand die een aanhanger is van het koningshuis en de monarchie
royalisten	=	royalist
royalistisch	adj	betrekking hebbend op het royalisme
royalistische	=	royalistisch
royalistischer	=	royalistisch
royalistischere	=	royalistisch
royalistischers	=	royalistisch
royaliteit	noun	de mate waarin men gul en vrijgevig is
royaliteiten	=	royaliteit
royals	=	royal
royalty	noun	vergoeding om iets te mogen gebruiken m.n. in het kader van intellectueel eigendom
royalty's	=	royalty
royaltyverslaggever	noun	journalist die verslag doet over zaken van een koninklijke familie
royaltyverslaggevers	=	royaltyverslaggever
royaltyverslaggevertje	=	royaltyverslaggever
royaltyverslaggevertjes	=	royaltyverslaggever
royeer	=	royeren
royeerbaar	adj	wat geroyeerd kan worden
royeerbaarder	=	royeerbaar
royeerbaardere	=	royeerbaar
royeerbaarders	=	royeerbaar
royeerbaars	=	royeerbaar
royeerbaarst	=	royeerbaar
royeerbaarste	=	royeerbaar
royeerbare	=	royeerbaar
royeerde	=	royeren
royeerden	=	royeren
royeert	=	royeren
royement	noun	schrapping van de ledenlijst
royementen	=	royement
royementkosten	noun	geld dat men moet uitgeven als men iemand uit een organisatie wil stoten
royere	=	royeren
royeren	verb	als lid (van een vereniging) schrappen
royerend	=	royeren
royerende	=	royeren
royering	noun	de verwijdering van iemand uit een club of vereniging
royeringen	=	royering
roze	noun	heel bleek of licht rood, kleur bestaand uit een combinatie van wit en rood, met soms ook blauwe tinten	adj	met een heel bleke of lichte rode kleur, met soms ook blauwe tinten
rozeachtig	adj	lijkend op de kleur roze
rozeachtige	=	rozeachtig
rozeachtiger	=	rozeachtig
rozeachtigere	=	rozeachtig
rozeachtigers	=	rozeachtig
rozeachtigs	=	rozeachtig
rozeachtigst	=	rozeachtig
rozeachtigste	=	rozeachtig
rozebandroodmus	noun	Carpodacus rodopeplus een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
rozebandroodmusje	=	rozebandroodmus
rozebandroodmusjes	=	rozebandroodmus
rozebandroodmussen	=	rozebandroodmus
rozebekpapegaaiamadine	noun	Erythrura kleinschmidti een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
rozebekpapegaaiamadines	=	rozebekpapegaaiamadine
rozebekpapegaaiamadinetje	=	rozebekpapegaaiamadine
rozebekpapegaaiamadinetjes	=	rozebekpapegaaiamadine
rozeboordencriminaliteit	noun	diefstal gepleegd door werknemers die in lagere posities in een bedrijf werken
rozeborstgranaatzanger	noun	een zangvogel Granatellus pelzelni uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
rozeborstgranaatzangers	=	rozeborstgranaatzanger
rozeborstgranaatzangertje	=	rozeborstgranaatzanger
rozeborstgranaatzangertjes	=	rozeborstgranaatzanger
rozeborsthoningvogel	noun	Dicaeum keiense een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
rozeborsthoningvogels	=	rozeborsthoningvogel
rozeborsthoningvogeltje	=	rozeborsthoningvogel
rozeborsthoningvogeltjes	=	rozeborsthoningvogel
rozebottel	=	rozenbottel
rozebuikgors	noun	Passerina rositae een zangvogel uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae).
rozebuikgorsje	=	rozebuikgors
rozebuikgorsjes	=	rozebuikgors
rozebuikgorzen	=	rozebuikgors
rozekeelbriljantkolibrie	noun	Heliodoxa gularis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
rozekeelbriljantkolibries	=	rozekeelbriljantkolibrie
rozekeelbriljantkolibrietje	=	rozekeelbriljantkolibrie
rozekeelbriljantkolibrietjes	=	rozekeelbriljantkolibrie
rozekeeltangare	noun	Piranga roseogularis een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
rozekeeltangaren	=	rozekeeltangare
rozekeeltangaretje	=	rozekeeltangare
rozekeeltangaretjes	=	rozekeeltangare
rozekopeend	noun	Rhodonessa caryophyllacea een waarschijnlijk uitgestorven grote duikeend.
rozekopeenden	=	rozekopeend
rozekopeendje	=	rozekopeend
rozekopeendjes	=	rozekopeend
rozekopzanger	noun	Cardellina versicolor een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
rozekopzangers	=	rozekopzanger
rozekopzangertje	=	rozekopzanger
rozekopzangertjes	=	rozekopzanger
rozekraagpiha	noun	Lipaugus streptophorus een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
rozekraagpiha's	=	rozekraagpiha
rozekraagpihaatje	=	rozekraagpiha
rozekraagpihaatjes	=	rozekraagpiha
rozekrans	=	rozenkrans
rozelaar	noun	rozenstruik
rozelaars	=	rozelaar
rozelaartje	=	rozelaar
rozelaartjes	=	rozelaar
rozelaren	=	rozelaar
rozemarijn	noun	bepaald soort vaste plant (dwergstruik), Rosmarinus officinalis uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
rozemarijnen	=	rozemarijn
rozemarijngoudhaantje	noun	Chrysolina americana een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
rozemarijngoudhaantjes	=	rozemarijngoudhaantje
rozemarijntje	=	rozemarijn
rozemarijntjes	=	rozemarijn
rozen	noun	een geslacht Rosa bloemplanten die tot de rozenfamilie (Rosaceae) behoren.
rozenactie	noun	een actie waarbij (meestal roze) rozen worden uitgedeeld om waardering, bewondering en genegenheid te tonen, vaak aan mensen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken
rozenacties	=	rozenactie
rozenactietje	=	rozenactie
rozenactietjes	=	rozenactie
rozenappel	noun	bepaald soort struik of boom, Syzygium jambos
rozenappels	=	rozenappel
rozenappeltje	=	rozenappel
rozenappeltjes	=	rozenappel
rozenbed	noun	een bloemperk bestaand uit rozen
rozenbedden	=	rozenbed
rozenbedje	=	rozenbed
rozenbedjes	=	rozenbed
rozenblaadje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort dagactieve nachtvlinder, Miltochrista miniata uit de onderfamilie beervlinders (Arctiinae) in de familie van de spinneruilen (Erebidae)
rozenblaadjes	=	rozenblad
rozenblaasmijnmot	noun	Ectoedemia angulifasciella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
rozenblaasmijnmotje	=	rozenblaasmijnmot
rozenblaasmijnmotjes	=	rozenblaasmijnmot
rozenblaasmijnmotten	=	rozenblaasmijnmot
rozenblad	noun	het groene blad van een roos
rozenbladen	=	rozenblad
rozenbladeren	=	rozenblad
rozenbladgalmug	noun	Dasineura rosae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
rozenbladgalmuggen	=	rozenbladgalmug
rozenbladgalmugje	=	rozenbladgalmug
rozenbladgalmugjes	=	rozenbladgalmug
rozenbladgalwesp	noun	Diplolepis spinosissimae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
rozenbladgalwespen	=	rozenbladgalwesp
rozenbladgalwespje	=	rozenbladgalwesp
rozenbladgalwespjes	=	rozenbladgalwesp
rozenbladkringenzwam	noun	een schimmel, Diplocarpon rosae en Marssonina rosae (ongeslachtelijk), die bij roos en laurier kan voorkomen.
rozenbladkringenzwammen	=	rozenbladkringenzwam
rozenbladkringenzwammetje	=	rozenbladkringenzwam
rozenbladkringenzwammetjes	=	rozenbladkringenzwam
rozenblaren	=	rozenblad
rozenboogbladroller	noun	Acleris permutana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
rozenboogbladrollers	=	rozenboogbladroller
rozenboogbladrollertje	=	rozenboogbladroller
rozenboogbladrollertjes	=	rozenboogbladroller
rozenbottel	noun	de vlezige schijnvrucht van wilde rozen (duinroos, egelantier, hondsroos enz.)
rozenbottels	=	rozenbottel
rozenbotteltje	=	rozenbottel
rozenbotteltjes	=	rozenbottel
rozenfamilie	noun	een grote familie Rosaceae van tweezaadlobbige planten met 3000–4000 soorten in 100–120 geslachten
rozenfamilies	=	rozenfamilie
rozenfamilietje	=	rozenfamilie
rozenfamilietjes	=	rozenfamilie
rozengeur	noun	de reuk die een roos veroorzaakt
rozengeuren	=	rozengeur
rozengeurtje	=	rozengeur
rozengeurtjes	=	rozengeur
rozenhark	noun	tuingereedschap dat speciaal is ontworpen voor het onderhouden van rozenstruiken, waarbij de dichte, schuin afgebogen tanden helpen om dode bladeren en ander vuil te verwijderen zonder de gevoelige stengels of wortels te beschadigen
rozenharken	=	rozenhark
rozenharkje	=	rozenhark
rozenharkjes	=	rozenhark
rozenhermelijnbladroller	noun	Notocelia rosaecolana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae), de bladrollers.
rozenhermelijnbladrollers	=	rozenhermelijnbladroller
rozenhermelijnbladrollertje	=	rozenhermelijnbladroller
rozenhermelijnbladrollertjes	=	rozenhermelijnbladroller
rozenhoedje	noun	het éénmaal doorlopen van een rozenkrans dus 5 maal het bidden van een Onzevader en 50 maal het bidden van een Weesgegroet
rozenhoedjes	=	rozenhoedje
rozenhout	noun	benaming voor verschillende houtsoorten met de geur van rozen
rozenhoutbomen	=	rozenhoutboom
rozenhoutboom	noun	Aniba rosaeodora een boom uit de ondergroei van het regenwoud van Zuid-Amerika.
rozenhoutboompje	=	rozenhoutboom
rozenhoutboompjes	=	rozenhoutboom
rozenhouten	adj	palissander
rozenkever	noun	Phyllopertha horticola een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae).
rozenkevers	=	rozenkever
rozenkevertje	noun	bepaald kevertje dat schadelijk is voor rozen
rozenkevertjes	=	rozenkevertje
rozenknolgalwesp	noun	Diplolepis mayri een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
rozenknolgalwespen	=	rozenknolgalwesp
rozenknolgalwespje	=	rozenknolgalwesp
rozenknolgalwespjes	=	rozenknolgalwesp
rozenknop	noun	groeibeginsel van een bloem in een struik uit het geslacht Rosa
rozenknopje	=	rozenknop
rozenknopjes	=	rozenknop
rozenknoppen	=	rozenknop
rozenkokermot	noun	Coleophora gryphipennella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
rozenkokermotje	=	rozenkokermot
rozenkokermotjes	=	rozenkokermot
rozenkokermotten	=	rozenkokermot
rozenkrans	noun	een gebedssnoer met 55 kralen.
rozenkransen	=	rozenkrans
rozenkransje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vaste plant, Antennaria dioica uit de composietenfamilie
rozenkransjes	=	rozenkrans
rozenkruiser	noun	lid van een hermetische orde
rozenkruisers	=	rozenkruiser
rozenkruisersgeheimschrift	noun	is een monoalfabetische versleutelings-methode waarbij de letters van de platte tekst door middel van eenvoudig te onthouden diagrammen verborgen worden
rozenkruisersgeheimschriften	=	rozenkruisersgeheimschrift
rozenkwarts	noun	Rozenkwarts genoemd naar de roze kleur is vaak gebarsten en meestal iets troebel
rozenmaand	noun|obsolete	zesde maand van het kalenderjaar
rozenmaanden	=	rozenmaand
rozenmosgalwesp	noun	Diplolepis rosae een vliesvleugelig insect uit de familie galwespen (Cynipidae).
rozenmosgalwespen	=	rozenmosgalwesp
rozenmosgalwespje	=	rozenmosgalwesp
rozenmosgalwespjes	=	rozenmosgalwesp
rozenmotief	noun	afbeelding met meerdere (gestileerde) rozen
rozenmotiefje	=	rozenmotief
rozenmotiefjes	=	rozenmotief
rozenmotieven	=	rozenmotief
rozenolie	noun	olieachtige etherische olie gewonnen uit de bloemblaadjes van rozen
rozenolies	=	rozenolie
rozenoliën	=	rozenolie
rozenpelargonium	noun	Pelargonium graveolens een plant die ook bekend staat als citroenplant of citroengeranium en citroenpelargonium, met name de laatste twee worden vaak gebruikt door verkopers van de gecultiveerde varianten van de plant, er zijn nog twee andere soorten die citroengeranium's worden genoemd, Pelargonium crispum en Pelargonium radens
rozenpelargoniums	=	rozenpelargonium
rozenperk	noun	een duidelijk begrensd deel van een park of tuin waar rozen geplant staan
rozenperken	=	rozenperk
rozenperkje	=	rozenperk
rozenperkjes	=	rozenperk
rozenscheutboorder	noun	Lampronia morosa een vlinder uit de familie van de yuccamotten (Prodoxidae).
rozenscheutboorders	=	rozenscheutboorder
rozenscheutboordertje	=	rozenscheutboorder
rozenscheutboordertjes	=	rozenscheutboorder
rozenspanner	noun	Earophila badiata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
rozenspanners	=	rozenspanner
rozenspannertje	=	rozenspanner
rozenspannertjes	=	rozenspanner
rozenstruik	noun	Houtige plant met rozen als bloemen.
rozenstruiken	=	rozenstruik
rozenstruikje	=	rozenstruik
rozenstruikjes	=	rozenstruik
rozenteler	noun	iemand die rozen teelt
rozentelers	=	rozenteler
rozentuin	noun	tuin met voornamelijk rozen
rozentuinen	=	rozentuin
rozentuintje	=	rozentuin
rozentuintjes	=	rozentuin
rozenvedermot	noun	Cnaemidophorus rhododactyla een vlinder uit de familie Pterophoridae, de vedermotten
rozenvedermotje	=	rozenvedermot
rozenvedermotjes	=	rozenvedermot
rozenvedermotten	=	rozenvedermot
rozenviltmollisia	noun	Mollisia rosae een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
rozenviltmollisia's	=	rozenviltmollisia
rozenviltmollisiaatje	=	rozenviltmollisia
rozenviltmollisiaatjes	=	rozenviltmollisia
rozenvlekmot	noun	Coptotriche angusticollella een vlinder uit de familie vlekmineermotten (Tischeriidae).
rozenvlekmotje	=	rozenvlekmot
rozenvlekmotjes	=	rozenvlekmot
rozenvlekmotten	=	rozenvlekmot
rozenvloei	noun	stevig vloeipapier om kunstrozen te maken
rozenvloeien	=	rozenvloei
rozenvloeitje	=	rozenvloei
rozenvloeitjes	=	rozenvloei
rozenvreter	noun	larve van het rozenkevertje
rozenvreters	=	rozenvreter
rozenvretertje	=	rozenvreter
rozenvretertjes	=	rozenvreter
rozenvulkaantje	noun	Plenodomus hendersoniae een schimmel uit de familie Leptosphaeriaceae.
rozenvulkaantjes	=	rozenvulkaantje
rozenwater	noun	welriekend water, gedistilleerd uit rozenbladeren
rozenwaters	=	rozenwater
rozenwatertje	=	rozenwater
rozenwatertjes	=	rozenwater
rozenzaadwesp	noun	Megastigmus aculeatus een vliesvleugelig insect uit de familie Torymidae.
rozenzaadwespen	=	rozenzaadwesp
rozenzaadwespje	=	rozenzaadwesp
rozenzaadwespjes	=	rozenzaadwesp
rozenzondag	noun	de vierde zondag van de vastentijd
rozeplaatvaalhoed	noun	Hebeloma sarcophyllum een schimmel in de familie Hymenogastraceae.
rozeplaatvaalhoeden	=	rozeplaatvaalhoed
rozeplaatvaalhoedje	=	rozeplaatvaalhoed
rozeplaatvaalhoedjes	=	rozeplaatvaalhoed
rozepootgraveteiro	noun	Acrobatornis fonsecai een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
rozepootgraveteiro's	=	rozepootgraveteiro
rozepootgraveteirootje	=	rozepootgraveteiro
rozepootgraveteirootjes	=	rozepootgraveteiro
rozer	=	roze
rozere	=	roze
rozerode	=	rozerood
rozeroder	=	rozerood
rozerodere	=	rozerood
rozeroders	=	rozerood
rozerood	adj	de kleur hebbend van een mengeling van roze en rood
rozeroods	=	rozerood
rozeroodst	=	rozerood
rozeroodste	=	rozerood
rozers	=	roze
rozes	=	roze
rozest	=	roze
rozeste	=	roze
rozet	noun	ronde versiering, eventueel met onderdelen die in cirkels concentrisch zijn gerangschikt
rozetaardkruiper	noun	Stenotaenia linearis een duizendpotensoort uit de familie van de Geophilidae.
rozetaardkruipers	=	rozetaardkruiper
rozetaardkruipertje	=	rozetaardkruiper
rozetaardkruipertjes	=	rozetaardkruiper
rozetje	=	rozet
rozetjes	=	rozet
rozetkaaszwam	noun	Spongiporus floriformis een schimmel uit de familie Dacryobolaceae.
rozetkaaszwammen	=	rozetkaaszwam
rozetkaaszwammetje	=	rozetkaaszwam
rozetkaaszwammetjes	=	rozetkaaszwam
rozetknikmos	noun	Bryum turbinatum een mossoort behorend tot de familie Bryaceae.
rozetknikmosje	=	rozetknikmos
rozetknikmosjes	=	rozetknikmos
rozetknikmossen	=	rozetknikmos
rozetkruidkers	noun	Lepidium heterophyllum een vaste plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
rozetkruidkersen	=	rozetkruidkers
rozetkruidkersje	=	rozetkruidkers
rozetkruidkersjes	=	rozetkruidkers
rozetkussentjeszwam	noun	Hypocreopsis lichenoides een schimmel behorend tot de familie Hypocreaceae.
rozetkussentjeszwammen	=	rozetkussentjeszwam
rozetkussentjeszwammetje	=	rozetkussentjeszwam
rozetkussentjeszwammetjes	=	rozetkussentjeszwam
rozetmos	noun	Rhodobryum roseum een mossoort uit de familie Bryaceae die groeit 'open schaduw' in dwergstruweel of aan bosranden op noordhellingen en in vrij droge valleien
rozetmosje	=	rozetmos
rozetmosjes	=	rozetmos
rozetmossen	=	rozetmos
rozetrips	noun	Thrips fuscipennis een insect uit de familie van de gewone tripsen (Thripidae).
rozetripsen	=	rozetrips
rozetrog	noun	Leucoraja garmani een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
rozetroggen	=	rozetrog
rozetroggetje	=	rozetrog
rozetroggetjes	=	rozetrog
rozetrogje	=	rozetrog
rozetrogjes	=	rozetrog
rozetsidderrog	noun	Torpedo bauchotae een vissensoort uit de familie van de sidderroggen (Torpedinidae).
rozetsidderroggen	=	rozetsidderrog
rozetsidderroggetje	=	rozetsidderrog
rozetsidderroggetjes	=	rozetsidderrog
rozetsidderrogje	=	rozetsidderrog
rozetsidderrogjes	=	rozetsidderrog
rozetsteenkers	noun	Arabidopsis arenosa een eenjarige- of tweejarige plant, die behoort de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
rozetsteenkersen	=	rozetsteenkers
rozetsteenkersje	=	rozetsteenkers
rozetsteenkersjes	=	rozetsteenkers
rozetten	=	rozet
rozetvormig	adj	vorm van een rozet hebbend
rozetvormige	=	rozetvormig
rozetvormiger	=	rozetvormig
rozetvormigere	=	rozetvormig
rozetvormigers	=	rozetvormig
rozetvormigs	=	rozetvormig
rozetvormigst	=	rozetvormig
rozetvormigste	=	rozetvormig
rozewangpapegaai	noun	Pyrilia pulchra een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
rozewangpapegaaien	=	rozewangpapegaai
rozewangpapegaaitje	=	rozewangpapegaai
rozewangpapegaaitjes	=	rozewangpapegaai
rozewortel	noun	Rhodiola rosea een plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae) die groeit in koude delen van de wereld
rozewortelen	=	rozewortel
rozewortels	=	rozewortel
rozeworteltje	=	rozewortel
rozeworteltjes	=	rozewortel
rozig	adj	een licht rode kleur
rozige	=	rozig
roziger	=	rozig
rozigere	=	rozig
rozigers	=	rozig
rozigs	=	rozig
rozigst	=	rozig
rozigste	=	rozig
rozijn	noun	bepaalde variant van de druivenplant, Vitis vinifera, met kleine vruchtjes
rozijnen	=	rozijn
rozijnenazijn	noun	azijn, die uit het nat van rozijnen wordt bereid, al of niet met bijmenging van verdunde alcohol
rozijnenbaard	noun	branderige uitslag om de mond die wordt veroorzaakt door bacteriën. (staphylococcus aureus of streptococcus pyogenes)
rozijnenbaarden	=	rozijnenbaard
rozijnenbaardje	=	rozijnenbaard
rozijnenbaardjes	=	rozijnenbaard
rozijnenbroden	=	rozijnenbrood
rozijnenbrood	noun	een gebakken meelproduct dat gemaakt wordt van bloem, water, gist, zout, olie en rozijnen
rozijnenbroodje	=	rozijnenbrood
rozijnenbroodjes	=	rozijnenbrood
rozijnenpannenkoek	noun	een pannenkoek met rozijnen
rozijnenpannenkoeken	=	rozijnenpannenkoek
rozijnenpannenkoekje	=	rozijnenpannenkoek
rozijnenpannenkoekjes	=	rozijnenpannenkoek
rozijntje	=	rozijn
rozijntjes	=	rozijn
rsi	noun	Repetitive Strain Injury, aandoening aan spieren, gewrichten of zenuwen van ledematen of nek, veroorzaakt door langdurig herhaalde eenzijdige bewegingen (in een verkeerde houding)
rss-feed	noun	een XML-bestand dat met een browser of programma uitgelezen kan worden en dat de gebruiker op de hoogte stelt van het nieuws van een website
rss-feedje	=	rss-feed
rss-feedjes	=	rss-feed
rss-feeds	=	rss-feed
rt-actie	noun	remedial teaching
rt-acties	=	rt-actie
rt-actietje	=	rt-actie
rt-actietjes	=	rt-actie
ruahamiertapuit	noun	Myrmecocichla collaris een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
ruahamiertapuiten	=	ruahamiertapuit
ruahamiertapuitje	=	ruahamiertapuit
ruahamiertapuitjes	=	ruahamiertapuit
rub	=	rubben
rubato	noun	een muzikale voordrachtsaanwijzing met de betekenis: vrij in tempo.
rubato's	=	rubato
rubbe	=	rubben
rubben	verb	vis door schrapen van schubben ontdoen	noun|obsolete	variant van ribben
rubbend	=	rubben
rubbende	=	rubben
rubber	noun	uit het sap van de rubberboom vervaardigd elastisch materiaal	adj	uit rubber gemaakt
rubberachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van rubber
rubberachtige	=	rubberachtig
rubberachtiger	=	rubberachtig
rubberachtigere	=	rubberachtig
rubberachtigers	=	rubberachtig
rubberachtigs	=	rubberachtig
rubberachtigst	=	rubberachtig
rubberachtigste	=	rubberachtig
rubberbal	noun	bol gemaakt van latex of vergelijkbaar elastisch materiaal (de bol kan massief zijn of gevuld zijn met lucht onder druk)
rubberballen	=	rubberbal
rubberballetje	=	rubberbal
rubberballetjes	=	rubberbal
rubberboa	noun	Charina bottae een niet-giftige slang uit de familie reuzenslangen (Boidae)
rubberboa's	noun	een geslacht Charina van slangen uit de familie reuzenslangen (Boidae).
rubberboaatje	=	rubberboa
rubberboaatjes	=	rubberboa
rubberboot	noun	boot van rubber met luchtkamers die zorgen voor het drijfvermogen
rubberbootje	=	rubberboot
rubberbootjes	=	rubberboot
rubberboten	=	rubberboot
rubberdam	noun	een dun rubberen (meestal latex of non-latex) vel dat in de tandheelkunde wordt gebruikt om één of meerdere tanden te isoleren van de rest van de mond tijdens een behandeling
rubberen	adj	van rubber vervaardigd
rubberentegelgeneratie	noun	generatie kinderen die zeer beschermd is opgevoed
rubberentegelgeneraties	=	rubberentegelgeneratie
rubberentegelparadijs	noun	al te beschermende samenleving
rubbergranulaat	noun	korrels van rubbel
rubbergranulaten	=	rubbergranulaat
rubberhandschoen	noun	een beschermend handkledingstuk met aparte vingers gemaakt van rubber
rubberhandschoenen	=	rubberhandschoen
rubberlaars	noun	waterdichte regenlaars of kaplaars gemaakt van rubber
rubberlaarsje	=	rubberlaars
rubberlaarsjes	=	rubberlaars
rubberlaarzen	=	rubberlaars
rubberpakking	noun	een flexibel, elastisch onderdeel dat dient om de opening tussen twee oppervlakken of aansluitingen luchtdicht en vloeistofdicht af te sluiten.
rubberpakkingen	=	rubberpakking
rubberpakkinkje	=	rubberpakking
rubberpakkinkjes	=	rubberpakking
rubberplantage	noun	plaats waar bomen zijn geplant waaruit men de grondstof voor rubber kan tappen
rubberplantages	=	rubberplantage
rubbers	=	rubber
rubbertje	=	rubber
rubbertjes	=	rubber
rubde	=	rubben
rubden	=	rubben
rubehobospatrijs	noun	Xenoperdix obscuratus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
rubehobospatrijsje	=	rubehobospatrijs
rubehobospatrijsjes	=	rubehobospatrijs
rubehobospatrijzen	=	rubehobospatrijs
rubehojanfrederik	noun	Sheppardia aurantiithorax een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
rubehojanfrederiken	=	rubehojanfrederik
rubehojanfrederikje	=	rubehojanfrederik
rubehojanfrederikjes	=	rubehojanfrederik
rubehovoszanger	noun	Scepomycter rubehoensis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
rubehovoszangers	=	rubehovoszanger
rubehovoszangertje	=	rubehovoszanger
rubehovoszangertjes	=	rubehovoszanger
rubella	noun	een infectieziekte waarbij het gehele lichaam met rode plekken en bulten bedekt is
rubeniet	noun	lid van de stam Ruben-2, inwoner van het gebied van Ruben-3 (18×: Num. 26:7 +, Deut. 3:12 +, Joz. 1:12 +, 2 Kon. 10:33, 1 Kron. 5:6 +)
rubenieten	=	rubeniet
rubidium	noun	scheikundig element met symbool Rb en atoomnummer 37. Het is een zilverwit alkalimetaal
rubidiumatomen	=	rubidiumatoom
rubidiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element rubidium.
rubidiumatoompje	=	rubidiumatoom
rubidiumatoompjes	=	rubidiumatoom
rubikkubus	noun	een puzzel in de vorm van een kubus waarbij ieder van de 6 zijvlakken bestaat uit 9 gekleurde vierkantjes
rubikkubussen	=	rubikkubus
rubikskubus	noun	een puzzel in de vorm van een kubus waarbij ieder van de 6 zijvlakken bestaat uit 9 gekleurde vierkantjes
rubikskubussen	=	rubikskubus
rubisiem	=	ribi
rubricator	noun	iemand die rubriceert
rubricatoren	=	rubricator
rubricators	=	rubricator
rubricatortje	=	rubricator
rubricatortjes	=	rubricator
rubriceer	=	rubriceren
rubriceerde	=	rubriceren
rubriceerden	=	rubriceren
rubriceert	=	rubriceren
rubricere	=	rubriceren
rubriceren	verb	iets of iemand in een rubriek, categorie of klasse onderbrengen of verdelen, groeperen, classificeren
rubricerend	=	rubriceren
rubricerende	=	rubriceren
rubriek	noun	deel van een boek, krant of tijdschrift
rubrieken	=	rubriek
rubriekje	=	rubriek
rubriekjes	=	rubriek
rubt	=	rubben
ruche	noun	geplooid (kanten) oplegsel (vooral aan dameskleding)
ruches	=	ruche
rucht	noun|obsolete	wat bekend is geworden doordat men het gehoord heeft
ruchtbaar	adj	openbaar, algemeen bekend, (van hetgeen te voren slechts aan weinigen bekend was).
ruchtbaarder	=	ruchtbaar
ruchtbaardere	=	ruchtbaar
ruchtbaarders	=	ruchtbaar
ruchtbaarheden	=	ruchtbaarheid
ruchtbaarheid	noun	openbare bekendheid
ruchtbaars	=	ruchtbaar
ruchtbaarst	=	ruchtbaar
ruchtbaarste	=	ruchtbaar
ruchtbare	=	ruchtbaar
ruchte	=	ruchten
ruchten	verb|obsolete	hard geluid voortbrengen
ruchtend	=	ruchten
ruchtloos	adj	zonder gerucht
ruchtloost	=	ruchtloos
ruchtlooste	=	ruchtloos
ruchtloze	=	ruchtloos
ruchtlozer	=	ruchtloos
ruchtlozere	=	ruchtloos
ruchtlozers	=	ruchtloos
ruchtte	=	ruchten
ruchtten	=	ruchten
rucking	noun	actieve vorm van wandelen waarbij je een rugzak draagt die verzwaard is met gewichten, zoals speciale rucking-platen, zandzakken of waterflessen.
rucola	noun	eenjarige plant Eruca sativa die behoort tot de Kruisbloemenfamilie (Cruciferae)
rucola's	=	rucola
rucolaatje	=	rucola
rucolasalaadje	=	rucolasalade
rucolasalaadjes	=	rucolasalade
rucolasalade	noun	salade met rucola als hoofdbestanddeel
rucolasalades	=	rucolasalade
rucolasaladetje	=	rucolasalade
rucolasaladetjes	=	rucolasalade
ruderaal	adj	tussen puin groeiend
ruderaalglimmer	noun	Amara apricaria een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
ruderaalglimmers	=	ruderaalglimmer
ruderaalglimmertje	=	ruderaalglimmer
ruderaalglimmertjes	=	ruderaalglimmer
ruderaalkorst	noun	Steinia geophana een korstmossoort uit de familie Aphanopsidaceae.
ruderaalkorsten	=	ruderaalkorst
ruderaalkorstje	=	ruderaalkorst
ruderaalkorstjes	=	ruderaalkorst
ruderaals	=	ruderaal
ruderaalst	=	ruderaal
ruderaalste	=	ruderaal
ruderale	=	ruderaal
ruderaler	=	ruderaal
ruderalere	=	ruderaal
ruderalers	=	ruderaal
rudiment	noun	eerste begin
rudimentair	adj	niet meer tot ontwikkeling komend
rudimentairder	=	rudimentair
rudimentairdere	=	rudimentair
rudimentairders	=	rudimentair
rudimentaire	=	rudimentair
rudimentairs	=	rudimentair
rudimentairst	=	rudimentair
rudimentairste	=	rudimentair
rudimenten	=	rudiment
ruft	noun	scheet, wind
rufte	=	ruften
ruften	verb	een wind laten
ruftend	=	ruften
ruftende	=	ruften
ruftje	=	ruft
ruftte	=	ruften
ruftten	=	ruften
rug	noun	zijde van de romp tegenover de buik en borst gelegen; bij mensen aan de achterzijde en bij andere dieren aan de bovenzijde gelegen
rugaandoening	noun	medisch probleem met de rug
rugaandoeningen	=	rugaandoening
rugaandoeninkje	=	rugaandoening
rugaandoeninkjes	=	rugaandoening
rugblessure	noun	letsel aan de rug door overmatig of verkeerd bewegen
rugblessuren	=	rugblessure
rugblessures	=	rugblessure
rugby	noun	balspel met ovaalvormige bal voor twee ploegen waarbij de bal naar voren getrapt wordt of men met de bal naar voren met lopen
rugbybal	noun	de bal die wordt gebruikt bij het spelen van rugby.
rugbyballen	=	rugbybal
rugbyballetje	=	rugbybal
rugbyballetjes	=	rugbybal
rugbyclub	noun	een vereniging ter beoefening van de sport rugby.
rugbyclubje	=	rugbyclub
rugbyclubjes	=	rugbyclub
rugbyclubs	=	rugbyclub
rugbyde	=	rugbyen
rugbyden	=	rugbyen
rugbye	=	rugbyen
rugbyen	verb	het spelen van het balspel rugby.
rugbyend	=	rugbyen
rugbyende	=	rugbyen
rugbyer	noun	een speler die de sport rugby speelt.
rugbyers	=	rugbyer
rugbyertje	=	rugbyer
rugbyertjes	=	rugbyer
rugbyploeg	noun	het team van spelers dat rugby speelt.
rugbyploegen	=	rugbyploeg
rugbyploegje	=	rugbyploeg
rugbyploegjes	=	rugbyploeg
rugbyspeelster	noun	vrouwelijke vorm van rugbyspeler
rugbyspeelsters	=	rugbyspeelster
rugbyspeelstertje	=	rugbyspeelster
rugbyspeelstertjes	=	rugbyspeelster
rugbyspeler	noun	een speler die de sport rugby speelt.
rugbyspelers	=	rugbyspeler
rugbyspelertje	=	rugbyspeler
rugbyspelertjes	=	rugbyspeler
rugbyt	=	rugbyen
rugbyteam	noun	het team van spelers dat rugby speelt.
rugbyteampje	=	rugbyteam
rugbyteampjes	=	rugbyteam
rugbyteams	=	rugbyteam
rugbyveld	noun	het veld waarop rugby wordt gespeeld.
rugbyvelden	=	rugbyveld
rugbyveldje	=	rugbyveld
rugbyveldjes	=	rugbyveld
rugbyvijftiental	noun	het aantal spelers van een standaard rugbyteam
rugbyvijftientallen	=	rugbyvijftiental
rugbywedstrijd	noun	een wedstrijd waarin twee sportteams tegen elkaar strijden met rugby.
rugbywedstrijden	=	rugbywedstrijd
rugbywedstrijdje	=	rugbywedstrijd
rugbywedstrijdjes	=	rugbywedstrijd
rugcrawl	noun	een soort rugslag waarbij de benen op- en neer worden bewogen en de armen langs het hoofd met een draaiende beweging naar achteren worden gebracht
rugcrawls	=	rugcrawl
rugdekking	noun	bescherming aan de achterkant zodat men zich geheel op de vijand aan de voorzijde kan richten
rugdekkingen	=	rugdekking
rugdekkinkje	=	rugdekking
rugdekkinkjes	=	rugdekking
rugdrager	noun	draagzak waarmee men een baby op de rug kan dragen
rugdragers	=	rugdrager
rugdragertje	=	rugdrager
rugdragertjes	=	rugdrager
ruggegraat	=	ruggengraat
ruggelings	adj	met ligging op de rug, achterover
ruggelingse	=	ruggelings
ruggen	=	rug
ruggengraat	noun	zuil gevormd door de wervels gelegen in de rug, die de enige steun van het hoofd en de romp uitmaakt en waarin het ruggenmerg zit
ruggengraatje	=	ruggengraat
ruggengraatjes	=	ruggengraat
ruggengraatloos	adj	zonder discipline of doorzettingsvermogen
ruggengraatloost	=	ruggengraatloos
ruggengraatlooste	=	ruggengraatloos
ruggengraatloze	=	ruggengraatloos
ruggengraatlozer	=	ruggengraatloos
ruggengraatlozere	=	ruggengraatloos
ruggengraatlozers	=	ruggengraatloos
ruggengraten	=	ruggengraat
ruggenmerg	noun	het gedeelte van het centrale zenuwstelsel dat zich in het ruggenmergskanaal bevindt
ruggenmergkanaal	noun	een onderdeel van de wervelkolom
ruggenmergkanaaltje	=	ruggenmergkanaal
ruggenmergkanaaltjes	=	ruggenmergkanaal
ruggenmergkanalen	=	ruggenmergkanaal
ruggenmergontsteking	noun	een aandoening waarbij het ruggenmerg ontstoken raakt.
ruggenmergontstekingen	=	ruggenmergontsteking
ruggenmergontstekinkje	=	ruggenmergontsteking
ruggenmergontstekinkjes	=	ruggenmergontsteking
ruggenmergpunctie	noun	punctie waarmee hersenvocht aan het ruggenmerg wordt onttrokken
ruggenmergpuncties	=	ruggenmergpunctie
ruggenmergpunctietje	=	ruggenmergpunctie
ruggenmergpunctietjes	=	ruggenmergpunctie
ruggenmergszenuw	noun	elk van de bundels van vezels die signalen van en naar delen van het lichaam overbrengen en deels door de ruggengraat lopen
ruggenmergszenuwen	=	ruggenmergszenuw
ruggenprik	noun	een lumbaal punctie, het inbrengen van een naald in de ruimte rond het ruggemerg
ruggenprikje	=	ruggenprik
ruggenprikjes	=	ruggenprik
ruggenprikken	=	ruggenprik
ruggensteun	noun	steun voor de rug
ruggensteunde	=	ruggensteunen
ruggensteunden	=	ruggensteunen
ruggensteune	=	ruggensteunen
ruggensteunen	verb	ondersteunen, helpen
ruggensteunend	=	ruggensteunen
ruggensteunende	=	ruggensteunen
ruggensteunt	=	ruggensteunen
ruggensteuntje	=	ruggensteun
ruggensteuntjes	=	ruggensteun
ruggenwervel	noun	een van de botten die samen de ruggengraat vormen
ruggenwervels	=	ruggenwervel
ruggenwerveltje	=	ruggenwervel
ruggenwerveltjes	=	ruggenwervel
ruggeschild	=	rugschild
ruggespraak	noun	overleg tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden
ruggetje	=	rug
ruggetjes	=	rug
ruggraat	=	ruggengraat
rughaar	noun	vezel die op achterkant van de romp groeit
rughaartje	=	rughaar
rughaartjes	=	rughaar
rugharen	=	rughaar
rugje	=	rug
rugjes	=	rug
rugkant	noun	de zijde van de rug
rugkanten	=	rugkant
rugklacht	noun	problemen die iemand kan hebben met zijn rug, vooral pijnklachten aan de rug
rugklachten	=	rugklacht
rugklachtje	=	rugklacht
rugklachtjes	=	rugklacht
rugkleden	=	rugkleed
rugkleed	noun	een deken die je op de rug van een paard kunt leggen
rugkleedje	=	rugkleed
rugkleedjes	=	rugkleed
rugkorf	noun	mand die men op de rug draagt
rugkorfje	=	rugkorf
rugkorfjes	=	rugkorf
rugkorven	=	rugkorf
rugkrabber	noun	harkje om zich mee op de rug te krabben
rugkrabbers	=	rugkrabber
rugkrabbertje	=	rugkrabber
rugkrabbertjes	=	rugkrabber
rugletsel	noun	letsel aan de rug
rugletsels	=	rugletsel
rugleuning	noun	deel van een stoel of bank waartegen men de rug kan laten rusten
rugleuningen	=	rugleuning
rugleuninkje	=	rugleuning
rugleuninkjes	=	rugleuning
rugligging	noun	liggen op de rug
rugliggingen	=	rugligging
rugligginkje	=	rugligging
rugligginkjes	=	rugligging
ruglijn	noun	vorm van het achterste deel van het lichaam of kleding, zoals die wordt bepaald door de kromming van de ruggengraat
ruglijnen	=	ruglijn
ruglijntje	=	ruglijn
ruglijntjes	=	ruglijn
rugnummer	noun	getal dat op de achterkant van de kleding van een sporter staat (en vaak ook op de voorkant)
rugnummers	=	rugnummer
rugoperatie	noun	chirurgische ingreep aan de botten en spieren aan de achterkant van de romp
rugoperaties	=	rugoperatie
rugpand	noun	deel van kleding dat de rug bedekt; achterkant van kleding
rugpanden	=	rugpand
rugpandje	=	rugpand
rugpandjes	=	rugpand
rugpijn	noun	pijn in de rug
rugpijnen	=	rugpijn
rugpijntje	=	rugpijn
rugpijntjes	=	rugpijn
rugpositief	noun	afzonderlijk orgelwerk met een eigen klavier achter de rug van de organist
rugpositiefje	=	rugpositief
rugpositiefjes	=	rugpositief
rugpositieven	=	rugpositief
rugprobleem	noun	aandoening van de rug
rugprobleempje	=	rugprobleem
rugprobleempjes	=	rugprobleem
rugproblemen	=	rugprobleem
rugridder	noun	homoseksueel persoon
rugridders	=	rugridder
rugschild	noun	een stevige, beschermende plaat op de rug van een dier
rugschilden	=	rugschild
rugschildje	=	rugschild
rugschildjes	=	rugschild
rugscholen	=	rugschool
rugschool	noun	scholing voor werknemers ter voorkoming van rugklachten
rugschooltje	=	rugschool
rugschooltjes	=	rugschool
rugslag	noun	een zwemslag waarbij je met het gezicht naar boven gericht zwemt
rugslagen	=	rugslag
rugspier	noun	de spieren die aan de rugzijde van een mens of dier langs de wervelkolom liggen
rugspieren	=	rugspier
rugspiertje	=	rugspier
rugspiertjes	=	rugspier
rugspuit	noun	sproeier met landbouwgif die men als een rugzak op de rug draagt
rugspuiten	=	rugspuit
rugsteun	noun	iets waar de achterkant van de romp tegenaan kan leunen
rugsteunen	=	rugsteun
rugsteuntje	=	rugsteun
rugsteuntjes	=	rugsteun
rugstreep-oprolkreeft	noun	Galathea intermedia een tienpotigensoort uit de familie van de Galatheidae.
rugstreep-oprolkreeften	=	rugstreep-oprolkreeft
rugstreep-oprolkreeftje	=	rugstreep-oprolkreeft
rugstreep-oprolkreeftjes	=	rugstreep-oprolkreeft
rugstreepdoosschildpad	noun	Pelusios gabonensis een schildpad uit de familie pelomedusa's (Pelomedusidae)
rugstreepdoosschildpadden	=	rugstreepdoosschildpad
rugstreepdoosschildpadje	=	rugstreepdoosschildpad
rugstreepdoosschildpadjes	=	rugstreepdoosschildpad
rugstreeppad	noun	Epidalea calamita een middelgrote soort die vaak te herkennen is aan een geelachtige lengtestreep op het midden van de rug.
rugstreeppadden	=	rugstreeppad
rugstreeppadje	=	rugstreeppad
rugstreeppadjes	=	rugstreeppad
rugstreepsteurgarnaal	noun	Palaemon macrodactylus een garnalensoort uit de familie van de steurgarnalen (Palaemonidae).
rugstreepsteurgarnaaltje	=	rugstreepsteurgarnaal
rugstreepsteurgarnaaltjes	=	rugstreepsteurgarnaal
rugstreepsteurgarnalen	=	rugstreepsteurgarnaal
rugstreepwezel	noun	bepaald soort zoogdier, Mustela strigidorsa uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door John Edward Gray in 1853.
rugstreepwezels	=	rugstreepwezel
rugstreepwezeltje	=	rugstreepwezel
rugstreepwezeltjes	=	rugstreepwezel
rugstuk	noun	een grote tatoeage op de rug van een persoon
rugstukje	=	rugstuk
rugstukjes	=	rugstuk
rugstukken	=	rugstuk
rugtas	noun	rugzak,tas die op de rug gedragen wordt
rugtasje	=	rugtas
rugtasjes	=	rugtas
rugtassen	=	rugtas
rugtitel	noun	de titel van een boek zoals deze gedrukt staat op de rug van een boek
rugtitels	=	rugtitel
rugvin	noun	een vin op de rug van vissen.
rugvinkathaaien	noun	een familie Proscylliidae van grondhaaien die bestaat uit 3 geslachten en 7 soorten.
rugvinnen	=	rugvin
rugvinnetje	=	rugvin
rugvinnetjes	=	rugvin
rugvleksnapper	noun	Lutjanus fulviflamma een straalvinnige vis uit de familie van snappers (Lutjanidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
rugvleksnappers	=	rugvleksnapper
rugvleksnappertje	=	rugvleksnapper
rugvleksnappertjes	=	rugvleksnapper
rugvlekweekschildpad	noun	Cyclanorbis elegans een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae).
rugvlekweekschildpadden	=	rugvlekweekschildpad
rugvlekweekschildpadje	=	rugvlekweekschildpad
rugvlekweekschildpadjes	=	rugvlekweekschildpad
rugwaarts	adj	terug, achteruit	adv	terug, achteruit
rugwaartse	=	rugwaarts
rugwering	noun	de zijde van een loopgraaf die van de vijand af ligt
rugweringen	=	rugwering
rugwervel	noun	een van de botten die samen de ruggengraat vormen
rugwervels	=	rugwervel
rugwerveltje	=	rugwervel
rugwerveltjes	=	rugwervel
rugwind	noun	wind die van achteren komt en dus tegen de rug waait
rugwinden	=	rugwind
rugwindje	=	rugwind
rugwindjes	=	rugwind
rugzak	noun	een tas die op de rug gedragen wordt met behulp van draagriemen
rugzakband	noun	schouderband waaraan een rugzak hangt
rugzakbanden	=	rugzakband
rugzakbandje	=	rugzakband
rugzakbandjes	=	rugzakband
rugzakbeleid	noun	streven om leerlingen met een handicap door middel van extra ondersteuning deel te laten nemen aan het reguliere onderwijs
rugzakfinanciering	noun	subsidie die men kan ontvangen van de overheid bij de begeleiding van leerlingen met een handicap als ze deelnemen aan het reguliere onderwijs
rugzakfinancieringen	=	rugzakfinanciering
rugzakgeld	noun	gelden die beschikbaar zijn voor het opvangen van een leerling met een beperking die deelneemt aan het reguliere onderwijs
rugzakgelden	=	rugzakgeld
rugzakindicatie	noun	reden dat een leerling met een beperking in aanmerking komt voor extra financiële ondersteuning op school
rugzakindicaties	=	rugzakindicatie
rugzakje	noun	alleen verkleinwoord persoonsgebonden budget, een bedrag waarvoor een patiënt zelf zorg kan regelen
rugzakjes	=	rugzak
rugzakken	=	rugzak
rugzakker	noun	toerist die reist met een rugzak
rugzakkers	=	rugzakker
rugzakleerling	noun	leerling met een beperking die recht heeft op een persoonsgebonden budget om extra ondersteuning te krijgen zodat hij of zij les kan krijgen op een reguliere school
rugzakleerlingen	=	rugzakleerling
rugzakreiziger	noun	iemand die met alleen een rugzak rondreist
rugzakreizigers	=	rugzakreiziger
rugzakreizigertje	=	rugzakreiziger
rugzakreizigertjes	=	rugzakreiziger
rugzakriem	noun	riem waarmee men een rugzak om het middel vastmaakt
rugzakriemen	=	rugzakriem
rugzakriempje	=	rugzakriem
rugzakriempjes	=	rugzakriem
rugzakwet	noun	wet die bepaalt welke leerlingen met een beperking in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget
rugzakwetten	=	rugzakwet
rugzijde	noun	de kant van de rug, de achterkant
rugzijden	=	rugzijde
rugzijdes	=	rugzijde
rugzijdetje	=	rugzijde
rugzijdetjes	=	rugzijde
rugzitje	noun	stoeltje voor een klein kind dat men op de rug meedraagt
rugzitjes	=	rugzitje
rugzwemmer	noun	iemand die op de rug zwemt
rugzwemmers	=	rugzwemmer
rui	noun	het periodiek uitvallen van het verenkleed van vogels
ruide	=	ruien
ruiden	=	ruien
ruie	=	ruien
ruien	verb	op regelmatige tijden van veren wisselen.
ruiend	=	ruien
ruiende	=	ruien
ruif	noun	houten of ijzeren traliewerk als voederrek voor de dieren
ruifje	=	ruif
ruifjes	=	ruif
ruig	adj	bestaande uit onregelmatige, stijve en dichte beharing
ruigaard	noun	benaming voor een hond met ruig haar
ruigaards	=	ruigaard
ruige	=	ruig
ruige-leeuwentandboorvlieg	noun	Tephritis fallax een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
ruige-leeuwentandboorvliegen	=	ruige-leeuwentandboorvlieg
ruige-leeuwentandboorvliegje	=	ruige-leeuwentandboorvlieg
ruige-leeuwentandboorvliegjes	=	ruige-leeuwentandboorvlieg
ruiger	=	ruig
ruigere	=	ruig
ruigers	=	ruig
ruighaarkever	noun	insect uit de familie Dryopidae van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
ruighaarkevers	noun	Dryopidae een familie van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
ruighaarkevertje	=	ruighaarkever
ruighaarkevertjes	=	ruighaarkever
ruigharig	adj	van een dier dat het een ruwe, harige vacht heeft
ruigharige	=	ruigharig
ruighariger	=	ruigharig
ruigharigere	=	ruigharig
ruigharigers	=	ruigharig
ruigharigs	=	ruigharig
ruigharigst	=	ruigharig
ruigharigste	=	ruigharig
ruigheden	=	ruigheid
ruigheid	noun	het onregelmatig en wild begroeid zijn; onbewerkt
ruigpoot	noun	dier met een behaarde poot
ruigpootbuizerd	noun	Buteo lagopus een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae)
ruigpootbuizerdje	=	ruigpootbuizerd
ruigpootbuizerdjes	=	ruigpootbuizerd
ruigpootbuizerds	=	ruigpootbuizerd
ruigpoothoenders	noun	Tetraoninae een onderfamilie uit de orde hoendervogels die zijn vernoemd naar hun ruige poten die helemaal of gedeeltelijk bedekt zijn met veren. (Deze dieren worden ook wel ingedeeld bij de familie Tetraonidae).
ruigpootje	=	ruigpoot
ruigpootjes	=	ruigpoot
ruigpootuil	noun	Aegolius funereus een kleine uil uit de familie van de echte uilen (Strigidae).
ruigpootuilen	=	ruigpootuil
ruigpootuiltje	=	ruigpootuil
ruigpootuiltjes	=	ruigpootuil
ruigpootvampier	noun	Diphylla ecaudata vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
ruigpootvampiers	=	ruigpootvampier
ruigpootvampiertje	=	ruigpootvampier
ruigpootvampiertjes	=	ruigpootvampier
ruigpootvliegenpikker	noun	Phyllomyias burmeisteri een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
ruigpootvliegenpikkers	=	ruigpootvliegenpikker
ruigpootvliegenpikkertje	=	ruigpootvliegenpikker
ruigpootvliegenpikkertjes	=	ruigpootvliegenpikker
ruigpoten	=	ruigpoot
ruigs	=	ruig
ruigst	=	ruig
ruigste	=	ruig
ruigt	=	ruigte
ruigte	noun	een wild stuk natuur dat men weinig onderhoudt
ruigtelieveheersbeestje	noun	Hippodamia variegata een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae)
ruigtelieveheersbeestjes	=	ruigtelieveheersbeestje
ruigten	=	ruigte
ruigterondbuik	noun	Bradycellus verbasci een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
ruigterondbuiken	=	ruigterondbuik
ruigterondbuikje	=	ruigterondbuik
ruigterondbuikjes	=	ruigterondbuik
ruigtes	=	ruigte
ruigtewolfspin	noun	Pardosa agricola een spin die behoort tot de wolfspinnen.
ruigtewolfspinnen	=	ruigtewolfspin
ruigtewolfspinnetje	=	ruigtewolfspin
ruigtewolfspinnetjes	=	ruigtewolfspin
ruigvoetspringmuis	noun	Dipus sagitta behoort tot de familie van springmuizen (Dipodidae)
ruigvoetspringmuisje	=	ruigvoetspringmuis
ruigvoetspringmuisjes	=	ruigvoetspringmuis
ruigvoetspringmuizen	=	ruigvoetspringmuis
ruijterij	=	ruiterij
ruik	=	ruiken
ruikbaar	adj	van iets dat je het met de neus kunt waarnemen
ruikbaarder	=	ruikbaar
ruikbaardere	=	ruikbaar
ruikbaarders	=	ruikbaar
ruikbaars	=	ruikbaar
ruikbaarst	=	ruikbaar
ruikbaarste	=	ruikbaar
ruikbare	=	ruikbaar
ruike	=	ruiken
ruiken	verb	geur waarnemen met de neus
ruikend	adj	sterk geurend
ruikende	=	ruiken
ruikender	=	ruikend
ruikendere	=	ruikend
ruikenders	=	ruikend
ruikends	=	ruikend
ruikendst	=	ruikend
ruikendste	=	ruikend
ruiker	noun	een boeket
ruikers	=	ruiker
ruikertje	=	ruiker
ruikertjes	=	ruiker
ruikt	=	ruiken
ruil	noun	een uitwisseling van goederen
ruilbeurs	noun	markt voor het uitwisselen van goederen zonder tussenkomst van geld
ruilbeursje	=	ruilbeurs
ruilbeursjes	=	ruilbeurs
ruilbeurzen	=	ruilbeurs
ruilbod	noun	een voorstel om bepaalde zaken of diensten tegen elkaar te ruilen zonder dat daar geld bij te pas komt
ruilbodje	=	ruilbod
ruilbodjes	=	ruilbod
ruilboekenkast	noun	een kast in de openbare ruimte om boeken te ontvangen of mee te nemen
ruilboekenkasten	=	ruilboekenkast
ruilboekenkastje	=	ruilboekenkast
ruilboekenkastjes	=	ruilboekenkast
ruilde	=	ruilen
ruilden	=	ruilen
ruile	=	ruilen
ruilen	verb	overeenkomen bezit tegen dat van een ander uit te wisselen
ruilend	=	ruilen
ruilende	=	ruilen
ruiler	noun	iemand die zaken of diensten ruilt met iemand anders
ruilers	=	ruiler
ruilertje	=	ruiler
ruilertjes	=	ruiler
ruilfeestdag	noun	een vrije dag die men naar eigen keuze kan gebruiken op een voor de werknemer relevante feestdag
ruilfeestdagen	=	ruilfeestdag
ruilhandel	noun	handel zonder geld of ander medium maar door het direct ruilen van goederen of diensten
ruilhandeltje	=	ruilhandel
ruilhandeltjes	=	ruilhandel
ruiling	noun	de omwisseling van de ene zaak voor een andere
ruilingen	=	ruiling
ruilkaart	noun	een kaart uit een serie, vaak met afbeeldingen van personages of wezens, die wordt verzameld en geruild met andere spelers
ruilkaarten	=	ruilkaart
ruilkaartje	=	ruilkaart
ruilkaartjes	=	ruilkaart
ruilmiddel	noun	een middel dat gebruikt wordt om goederen of diensten te kunnen kopen
ruilmiddelen	=	ruilmiddel
ruilmiddeltje	=	ruilmiddel
ruilmiddeltjes	=	ruilmiddel
ruilseks	noun	het verrichten van seksuele handelingen (door een jong meisje) in ruil voor een niet al te waardevol product (zoals bijvoorbeeld een breezer)
ruilt	=	ruilen
ruiltermijn	noun	de periode waarin een klant een product kan ruilen
ruiltermijnen	=	ruiltermijn
ruiltje	=	ruil
ruiltjes	=	ruil
ruilverdrag	noun	verdrag tussen partijen waarbij iets geruild wordt
ruilverdragen	=	ruilverdrag
ruilverdragje	=	ruilverdrag
ruilverdragjes	=	ruilverdrag
ruilverhouding	noun	de vastgestelde verhouding waarin goederen, diensten of activa (zoals aandelen) tegen elkaar worden uitgewisseld, vaak gebruikt bij fusies, overnames of de internationale handel.
ruilverhoudingen	=	ruilverhouding
ruilverhoudinkje	=	ruilverhouding
ruilverhoudinkjes	=	ruilverhouding
ruilverkaveling	noun	proces waarbij boeren stukken land met elkaar ruilen zodat er grote percelen ontstaan met betere mogelijkheden voor gemechaniseerde landbouw
ruilverkavelingen	=	ruilverkaveling
ruilwaarde	noun	een eigenschap van goederen (waaronder ook diensten worden verstaan) waarlangs goederen onderling kwantitatief vergeleken kunnen worden, om zo tot uitruil te komen
ruilwaarden	=	ruilwaarde
ruilwaardes	=	ruilwaarde
ruim	noun	de laadruimte van een schip	adj	van grote omvang of uitgestrektheid
ruimbagage	noun	bagage van een reiziger die afgegeven wordt om in het bagageruim van het vliegtuig vervoerd te worden
ruimde	=	ruimen
ruimden	=	ruimen
ruimdenkend	adj	niet-bekrompen opvattingen hebbend
ruimdenkende	=	ruimdenkend
ruimdenkender	=	ruimdenkend
ruimdenkendere	=	ruimdenkend
ruimdenkenders	=	ruimdenkend
ruimdenkendheid	noun	het ruimdenkend zijn
ruimdenkends	=	ruimdenkend
ruimdenkendst	=	ruimdenkend
ruimdenkendste	=	ruimdenkend
ruime	=	ruim
ruimelijk	adj	in overvloedige mate
ruimelijke	=	ruimelijk
ruimelijker	=	ruimelijk
ruimelijkere	=	ruimelijk
ruimelijkers	=	ruimelijk
ruimelijks	=	ruimelijk
ruimelijkst	=	ruimelijk
ruimelijkste	=	ruimelijk
ruimen	verb	iets leeg- of schoonmaken
ruimend	=	ruimen
ruimende	=	ruimen
ruimer	noun	stuk gereedschap waarmee men een boorgat iets ruimer kan maken ('op kan ruimen'), ruimijzer of ruimnaald
ruimere	=	ruim
ruimers	=	ruimer
ruimertje	=	ruimer
ruimertjes	=	ruimer
ruimhartig	adj	geneigd tot geven, royaal
ruimhartige	=	ruimhartig
ruimhartiger	=	ruimhartig
ruimhartigere	=	ruimhartig
ruimhartigers	=	ruimhartig
ruimhartigheden	=	ruimhartigheid
ruimhartigheid	noun	het geneigd zijn om met gulheid te geven
ruimhartigs	=	ruimhartig
ruimhartigst	=	ruimhartig
ruimhartigste	=	ruimhartig
ruiming	noun	destructie van vee op bevel van de overheid
ruimingen	=	ruiming
ruimpje	=	ruim
ruims	=	ruim
ruimschoots	adj	meer dan voldoende	adv	op meer dan voldoende wijze
ruimschootsch	=	ruimschoots
ruimschootse	=	ruimschoots
ruimschootser	=	ruimschoots
ruimschootsere	=	ruimschoots
ruimschootsers	=	ruimschoots
ruimschootst	=	ruimschoots
ruimschootste	=	ruimschoots
ruimst	=	ruim
ruimste	=	ruim
ruimt	=	ruimen
ruimte	noun	beschikbare uitgestrektheid, mate waarin iets ruim is
ruimte-tijd	=	ruimtetijd
ruimteafval	noun	afval in de ruimte
ruimteagentschap	noun	deel van een organisatie dat zich bezig houdt met de ruimtevaart
ruimteagentschappen	=	ruimteagentschap
ruimtebases	=	ruimtebasis
ruimtebasis	noun	plaats op aarde van waaruit ruimteraketten worden gelanceerd
ruimtebasisje	=	ruimtebasis
ruimtebasisjes	=	ruimtebasis
ruimtebasissen	=	ruimtebasis
ruimtebeslag	noun	de hoeveelheid ruimte die in gebruik wordt genomen
ruimtebeslagen	=	ruimtebeslag
ruimtebesparend	adj	van iets dat het ervoor zorgt dat je minder plaats of ruimte nodig hebt
ruimtebesparende	=	ruimtebesparend
ruimtebesparender	=	ruimtebesparend
ruimtebesparendere	=	ruimtebesparend
ruimtebesparenders	=	ruimtebesparend
ruimtebesparends	=	ruimtebesparend
ruimtebesparendst	=	ruimtebesparend
ruimtebesparendste	=	ruimtebesparend
ruimtebiologie	noun	biologie die zich bezig houdt met eventuele levensvormen buiten de aarde
ruimtecapsule	noun	een toestel dat met een draagraket of ruimteveer buiten de aardatmosfeer wordt gebracht
ruimtecapsules	=	ruimtecapsule
ruimtecapsuletje	=	ruimtecapsule
ruimtecapsuletjes	=	ruimtecapsule
ruimtedeeltje	noun	een deeltje (een atoomkern of nog kleiner) dat afkomstig is uit het heelal
ruimtedeeltjes	=	ruimtedeeltje
ruimtedekking	noun	dat er een specifiek gebied (een ruimte) of zone wordt bewaakt.
ruimtedekkingen	=	ruimtedekking
ruimtedekkinkje	=	ruimtedekking
ruimtedekkinkjes	=	ruimtedekking
ruimteduider	noun	voetballer die een goed inzicht heeft in de ruimte van het voetbalveld en zo vaak op een goede plek staat om de bal te ontvangen
ruimteduiders	=	ruimteduider
ruimtegebrek	noun	een tekort aan beschikbare plaats
ruimtegebruik	noun	manier waarop een ruimte gebruikt wordt
ruimtegecentreerd	adj	de kortste translatievectors in de lichaamsdiagonale richting tussen de hoofdassen van de rotatiesymmetrie hebbend
ruimtegecentreerde	=	ruimtegecentreerd
ruimtegecentreerds	=	ruimtegecentreerd
ruimtegroep	noun	verzameling symmetrie-elementen -translaties, rotaties en combinaties daarvan- die samen een ruimtevullende groep vormen
ruimtegroepen	=	ruimtegroep
ruimtekromme	noun	veralgemening in meer dan twee dimensies van een vlakke (tweedimensionale) kromme
ruimtekrommen	=	ruimtekromme
ruimtelaboratoria	=	ruimtelaboratorium
ruimtelaboratorium	noun	ruimtevaartuig dat als laboratorium is ingericht
ruimtelaboratoriumpje	=	ruimtelaboratorium
ruimtelaboratoriumpjes	=	ruimtelaboratorium
ruimtelaboratoriums	=	ruimtelaboratorium
ruimtelijk	adj	de ruimte betreffend
ruimtelijke	=	ruimtelijk
ruimtelijker	=	ruimtelijk
ruimtelijkere	=	ruimtelijk
ruimtelijkers	=	ruimtelijk
ruimtelijkheid	noun	mate waarin men de driedimensionale ruimte op het platte vlak kan suggereren
ruimtelijks	=	ruimtelijk
ruimtelijkst	=	ruimtelijk
ruimtelijkste	=	ruimtelijk
ruimtemateriaal	noun	materie afkomstig uit het heelal
ruimtemissie	noun	project in de ruimte al dan niet met mensen
ruimtemissies	=	ruimtemissie
ruimten	=	ruimte
ruimteonderzoek	noun	onderzoek van de ruimte
ruimteonderzoeken	=	ruimteonderzoek
ruimteoorlog	noun	in of vanuit de ruimte gevoerde oorlog die nu nog slechts het domein is van de sciencefiction maar in de toekomst mogelijk werkelijkheid wordt
ruimteoorlogen	=	ruimteoorlog
ruimteoorlogje	=	ruimteoorlog
ruimteoorlogjes	=	ruimteoorlog
ruimtepak	noun	kledij die iemand in staat stelt het vacuüm van de ruimte te trotseren
ruimtepakje	=	ruimtepak
ruimtepakjes	=	ruimtepak
ruimtepakken	=	ruimtepak
ruimtependel	noun	een herbruikbaar ruimtevaartuig dat wordt ingezet voor de bevoorrading van een ruimtestation
ruimtependels	=	ruimtependel
ruimtependeltje	=	ruimtependel
ruimtependeltjes	=	ruimtependel
ruimteprobleem	noun	situatie dat er niet genoeg plaats voor iets is
ruimteprobleempje	=	ruimteprobleem
ruimteprobleempjes	=	ruimteprobleem
ruimteproblemen	=	ruimteprobleem
ruimteprogramma	noun	een programma betreffende de ruimtevaart
ruimteprogramma's	=	ruimteprogramma
ruimtepuin	noun	afval afkomstig van menselijke activiteit, ruimteschroot, ruimteafval
ruimterace	noun	wedloop tussen verschillende naties om de ruimte te veroveren
ruimteraces	=	ruimterace
ruimteraket	noun	raket bestemd voor de ruimtevaart
ruimteraketje	=	ruimteraket
ruimteraketjes	=	ruimteraket
ruimteraketten	=	ruimteraket
ruimterecht	noun	internationale wetgeving betreffende de ruimtevaart en het gebruik van de buitenaardse ruimte
ruimterechten	=	ruimterecht
ruimtereis	noun	een tocht buiten de dampkring van de aarde
ruimtereisje	=	ruimtereis
ruimtereisjes	=	ruimtereis
ruimtereizen	=	ruimtereis
ruimtereiziger	noun	een persoon die getraind is om in een ruimtevaartuig naar de ruimte te reizen
ruimtereizigers	=	ruimtereiziger
ruimtereizigertje	=	ruimtereiziger
ruimtereizigertjes	=	ruimtereiziger
ruimterooster	noun	driedimensionaal netwerk van punten
ruimteroosters	=	ruimterooster
ruimteroostertje	=	ruimterooster
ruimteroostertjes	=	ruimterooster
ruimtes	=	ruimte
ruimtescheepje	=	ruimteschip
ruimtescheepjes	=	ruimteschip
ruimteschepen	=	ruimteschip
ruimteschild	noun	een reeks satellieten die vijandelijke raketten in de atmosfeer kunnen vernietigen
ruimteschilden	=	ruimteschild
ruimteschip	noun	vaartuig geschikt om zich buiten de aardse atmosfeer te begeven
ruimteschroot	noun	in een baan om de aarde door de mens achtergelaten voorwerpen
ruimtesonde	noun	een onbemand onderzoekstoestel dat buiten de aarde wordt gebracht
ruimtesondes	=	ruimtesonde
ruimtesondetje	=	ruimtesonde
ruimtesondetjes	=	ruimtesonde
ruimtespiegel	noun	spiegel die zich op enige honderden kilometers van de aarde zou moeten ontvouwen en waarmee zonlicht over donkere delen van de aarde wordt verspreid
ruimtespiegels	=	ruimtespiegel
ruimtespiegeltje	=	ruimtespiegel
ruimtespiegeltjes	=	ruimtespiegel
ruimtestation	noun	bemande basis in de ruimte (voor wetenschappelijk onderzoek) vaak bevoorraad door een ruimteveer
ruimtestationnetje	=	ruimtestation
ruimtestationnetjes	=	ruimtestation
ruimtestations	=	ruimtestation
ruimtestof	noun	een fijnkorrelige vaste stof die zich in de buitenaardse tuimte bevindt
ruimtetechnologie	noun	alle technieken die men gebruikt voor het maken van ruimteschepen
ruimtetechnologieën	=	ruimtetechnologie
ruimtetelescoop	noun	telescoop die zich in de ruimte bevindt
ruimtetelescoopje	=	ruimtetelescoop
ruimtetelescoopjes	=	ruimtetelescoop
ruimtetelescopen	=	ruimtetelescoop
ruimtetijd	noun	de beschrijving van het heelal waarbij ruimte en tijd onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn tot één geheel van een 4-dimensionale structuur
ruimtetijden	=	ruimtetijd
ruimtetje	=	ruimte
ruimtetjes	=	ruimte
ruimtetoerisme	noun	toerisme buiten de aardse atmosfeer
ruimtetoerist	noun	iemand die het ruimtetoerisme beoefent
ruimtetoeristen	=	ruimtetoerist
ruimtetoeristje	=	ruimtetoerist
ruimtetoeristjes	=	ruimtetoerist
ruimtetuig	noun	een vaartuig bedoeld voor ruimtevaart
ruimtetuigen	=	ruimtetuig
ruimtetuigje	=	ruimtetuig
ruimtetuigjes	=	ruimtetuig
ruimtevaarder	noun	iemand die zich buiten de dampkring van de aarde begeeft
ruimtevaarders	=	ruimtevaarder
ruimtevaardertje	=	ruimtevaarder
ruimtevaardertjes	=	ruimtevaarder
ruimtevaardster	noun	vrouw die vluchten buiten de dampkring maakt
ruimtevaardsters	=	ruimtevaardster
ruimtevaardstertje	=	ruimtevaardster
ruimtevaardstertjes	=	ruimtevaardster
ruimtevaarster	noun	vrouwelijke vorm van ruimtevaarder
ruimtevaarsters	=	ruimtevaarster
ruimtevaarstertje	=	ruimtevaarster
ruimtevaarstertjes	=	ruimtevaarster
ruimtevaart	noun	het zich in de ruimte buiten de dampkring van de aarde begeven
ruimtevaartcentra	=	ruimtevaartcentrum
ruimtevaartcentrum	noun	plaats waar ruimteschepen worden gefabriceerd of gelanceerd of waar onderzoek m.b.t. de ruimtevaart wordt gedaan
ruimtevaartcentrums	=	ruimtevaartcentrum
ruimtevaartconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die actief zijn in het maken en lanceren van ruimtevaartuigen
ruimtevaartconcerns	=	ruimtevaartconcern
ruimtevaartdeskundige	noun	iemand die veel weet van reizen buiten de dampkring
ruimtevaartdeskundigen	=	ruimtevaartdeskundige
ruimtevaartindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de ruimtevaart
ruimtevaartindustrieën	=	ruimtevaartindustrie
ruimtevaartorganisatie	noun	een bedrijf of instituut dat zich bezighoudt met bemande of onbemande ruimtereizen en het onderzoek van de buitenaardse ruimte
ruimtevaartorganisaties	=	ruimtevaartorganisatie
ruimtevaartprogramma	noun	een groep met elkaar samenhangende handelingen die het reizen door de buitenaardse ruimte betreffen
ruimtevaartprogramma's	=	ruimtevaartprogramma
ruimtevaarttechniek	noun	is een specialisme in de techniek waarin men zich bezighoudt met vliegtuigen, ruimtevaartuigen en verwante onderwerpen
ruimtevaarttechnieken	=	ruimtevaarttechniek
ruimtevaarttechnologie	noun	de technische kennis en kunde die nodig is voor het buiten de dampkring brengen van vaartuigen
ruimtevaarttechnologieën	=	ruimtevaarttechnologie
ruimtevaartuig	noun	vervoermiddel ontworpen voor reizen buiten de dampkring, dat wil zeggen voor ruimtevaart
ruimtevaartuigen	=	ruimtevaartuig
ruimtevaartuigje	=	ruimtevaartuig
ruimtevaartuigjes	=	ruimtevaartuig
ruimteveer	noun	een herbruikbaar ruimtevaartuig dat wordt ingezet voor de bevoorrading van een ruimtestation
ruimteveertje	=	ruimteveer
ruimteveertjes	=	ruimteveer
ruimteverdediging	noun	militaire defensie in de ruimte
ruimteverdedigingen	=	ruimteverdediging
ruimteverdedigingetje	=	ruimteverdediging
ruimteverdedigingetjes	=	ruimteverdediging
ruimteverdeling	noun	verdeling van de ruimte over de verschillende vertrekken, gangen enz. van een gebouw
ruimteverdelingen	=	ruimteverdeling
ruimteveren	=	ruimteveer
ruimteverkenner	noun	ruimtevaartuig dat wordt gelanceerd om de ruimte te verkennen
ruimteverkenners	=	ruimteverkenner
ruimtevliegtuig	noun	een herbruikbaar ruimtevaartuig dat wordt ingezet voor de bevoorrading van een ruimtestation of voor ruimtetoerisme
ruimtevliegtuigen	=	ruimtevliegtuig
ruimtevliegtuigje	=	ruimtevliegtuig
ruimtevliegtuigjes	=	ruimtevliegtuig
ruimtevlucht	noun	tocht door de ruimte met een ruimtevaartuig
ruimtevluchten	=	ruimtevlucht
ruimtevluchtje	=	ruimtevlucht
ruimtevluchtjes	=	ruimtevlucht
ruimtevrees	noun	het ondergaan van angstgevoelens in grote open ruimten
ruimtevretend	adj	van iets dat het onnodig veel plaats of ruimte nodig heeft
ruimtevretende	=	ruimtevretend
ruimtevretender	=	ruimtevretend
ruimtevretendere	=	ruimtevretend
ruimtevretenders	=	ruimtevretend
ruimtevretends	=	ruimtevretend
ruimtevretendst	=	ruimtevretend
ruimtevretendste	=	ruimtevretend
ruimtewandeling	noun	het uitvoeren van een activiteit buiten een ruimteschip
ruimtewandelingen	=	ruimtewandeling
ruimtewandelingetje	=	ruimtewandeling
ruimtewandelingetjes	=	ruimtewandeling
ruimtewerking	noun	het suggereren van diepte in een platte voorstelling
ruimtewerkingen	=	ruimtewerking
ruimtewezen	noun	een levend wezen waarvan de oorsprong buiten de Aarde is gelegen
ruimtewezens	=	ruimtewezen
ruimtewezentje	=	ruimtewezen
ruimtewezentjes	=	ruimtewezen
ruimteziekte	noun	ziekte die wordt veroorzaakt door het ontregeld raken van het evenwichtssysteem in een toestand van gewichtloosheid
ruimteziekten	=	ruimteziekte
ruimteziektes	=	ruimteziekte
ruimvallend	adj	van kleding dat deze niet krap zit
ruimvallende	=	ruimvallend
ruimvallends	=	ruimvallend
ruin	noun	gecastreerde hengst
ruinen	=	ruin
ruintje	=	ruin
ruintjes	=	ruin
ruis	noun	structuurloos en voortdurend geluid dat een continuüm van toonhoogten bevat
ruisch	=	rus
ruischen	=	ruisen
ruise	=	ruisen
ruisen	verb	een zacht geluid maken (waarvan alle frequenties in gelijke mate voorkomen)
ruisend	adj	van een geluidsweergave dat deze niet erg helder is
ruisende	=	ruisen
ruisender	=	ruisend
ruisendere	=	ruisend
ruisenders	=	ruisend
ruisends	=	ruisend
ruisendst	=	ruisend
ruisendste	=	ruisend
ruisfilter	noun	filter om ruis weg te nemen
ruisfilters	=	ruisfilter
ruisfiltertje	=	ruisfilter
ruisfiltertjes	=	ruisfilter
ruisje	=	ruis
ruisjes	=	ruis
ruisniveau	noun	de sterkte van de ruis op een gegeven punt, vaak uitgedrukt in een decibel-eenheid
ruisniveaus	=	ruisniveau
ruisniveautje	=	ruisniveau
ruisniveautjes	=	ruisniveau
ruist	=	ruisen
ruiste	=	ruisen
ruisten	=	ruisen
ruisvoorn	noun	bepaald soort zoetwatervis die zich graag tussen het riet ophoudt, Scardinius erythrophthalmus
ruisvoorns	=	ruisvoorn
ruisvoorntje	=	ruisvoorn
ruisvoorntjes	=	ruisvoorn
ruit	noun	lucht- en waterdichte, maar lichtdoorlatende glasplaat als afsluiting van een venster
ruitbeschadiging	noun	schade aan de voor-, zij- of achterruit van een voertuig of woning.
ruitbeschadigingen	=	ruitbeschadiging
ruitbeschadigingetje	=	ruitbeschadiging
ruitbeschadigingetjes	=	ruitbeschadiging
ruite	=	ruiten
ruiten	verb	ruiten maken op, in	noun	een kleursoort in het kaartspel
ruitenaas	noun	de/het aas van ruiten
ruitenaasje	=	ruitenaas
ruitenaasjes	=	ruitenaas
ruitenacht	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 8
ruitenachten	=	ruitenacht
ruitenazen	=	ruitenaas
ruitenboer	noun	de boer van het rode teken ruiten
ruitenboeren	=	ruitenboer
ruitend	=	ruiten
ruitende	=	ruiten
ruitendrie	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 3
ruitendrieën	=	ruitendrie
ruitenheer	noun	speelkaart van een koning met een rode kleur met het teken ruiten
ruitenheren	=	ruitenheer
ruitenkoning	noun	speelkaart van een koning met een rode kleur met het teken ruiten
ruitenkoningen	=	ruitenkoning
ruitenkrabber	noun	een klein handzaam voorwerp dat gebruikt wordt om ijs of rijp van autoruiten te verwijderen
ruitenkrabbers	=	ruitenkrabber
ruitenkrabbertje	=	ruitenkrabber
ruitenkrabbertjes	=	ruitenkrabber
ruitennegen	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 9
ruitennegens	=	ruitennegen
ruitens	=	ruiten
ruitensproeier	noun	installatie om de ruiten van een auto in combinatie met de ruitenwisser schoon te sproeien
ruitensproeiermotor	noun	motor die de pomp aandrijft van de ruitensproeiers
ruitensproeiermotoren	=	ruitensproeiermotor
ruitensproeiermotors	=	ruitensproeiermotor
ruitensproeiermotortje	=	ruitensproeiermotor
ruitensproeiermotortjes	=	ruitensproeiermotor
ruitensproeiers	=	ruitensproeier
ruitensproeiertje	=	ruitensproeier
ruitensproeiertjes	=	ruitensproeier
ruitentien	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 10
ruitentienen	=	ruitentien
ruitentik	=	ruitentikken
ruitentikken	verb	ruiten inslaan om te stelen
ruitentikkend	=	ruitentikken
ruitentikkende	=	ruitentikken
ruitentikker	noun	hamer waarmee je in noodsituaties een ruit kan kapotslaan
ruitentikkers	=	ruitentikker
ruitentje	=	ruiten
ruitentjes	=	ruiten
ruitentwee	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 2
ruitentweeën	=	ruitentwee
ruitenvier	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 4
ruitenvieren	=	ruitenvier
ruitenvijf	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 5
ruitenvijven	=	ruitenvijf
ruitenwasser	noun	iemand die ramen en andere glasoppervlakken schoonmaakt
ruitenwassers	=	ruitenwasser
ruitenwisser	noun	een apparaatje dat de ruiten van een auto automatisch wist met een bewegende arm met wisserblad
ruitenwissermotor	noun	motor die de ruitenwissers aandrijft
ruitenwissermotoren	=	ruitenwissermotor
ruitenwissermotors	=	ruitenwissermotor
ruitenwissermotortje	=	ruitenwissermotor
ruitenwissermotortjes	=	ruitenwissermotor
ruitenwissers	=	ruitenwisser
ruitenwisserschakelaar	noun	schakelaar die de ruitenwissers activeert
ruitenwisserschakelaars	=	ruitenwisserschakelaar
ruitenwisserschakelaartje	=	ruitenwisserschakelaar
ruitenwisserschakelaartjes	=	ruitenwisserschakelaar
ruitenwissertje	=	ruitenwisser
ruitenwissertjes	=	ruitenwisser
ruitenwisservloeistof	noun	vloeibaar product dat in de motorruimte van een auto wordt bewaard om over de ramen te spuiten wanneer de ruitenwissers worden gebruikt, met een samenstelling die helpt om vuil te verwijderen en bij kou bevriezen te voorkomen
ruitenwisservloeistoffen	=	ruitenwisservloeistof
ruitenzes	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 6
ruitenzessen	=	ruitenzes
ruitenzeven	noun	speelkaart met een rode kleur met het teken ruiten met een waarde van 7
ruitenzevens	=	ruitenzeven
ruiter	noun	de berijder van een rijdier, meestal een paard
ruiterfeest	noun	feest met ruiters en paarden en wedstrijden
ruiterfeesten	=	ruiterfeest
ruiterfeestje	=	ruiterfeest
ruiterfeestjes	=	ruiterfeest
ruiterij	noun	een bereden legereenheid
ruiterijen	=	ruiterij
ruiterijtje	=	ruiterij
ruiterijtjes	=	ruiterij
ruiterlijk	adj	eerlijk op een goede manier
ruiterlijke	=	ruiterlijk
ruiterlijker	=	ruiterlijk
ruiterlijkere	=	ruiterlijk
ruiterlijkers	=	ruiterlijk
ruiterlijks	=	ruiterlijk
ruiterlijkst	=	ruiterlijk
ruiterlijkste	=	ruiterlijk
ruiterpaadje	=	ruiterpad
ruiterpaadjes	=	ruiterpad
ruiterpad	noun	zandpad voor paardrijders dat meestal door een natuurgebied loopt
ruiterpaden	=	ruiterpad
ruiterpadje	=	ruiterpad
ruiterpadjes	=	ruiterpad
ruiters	=	ruiter
ruitersport	noun	het berijden van paarden als sportieve bezigheid
ruiterstandbeeld	noun	beeld van een paard waarop een ruiter zit
ruiterstandbeelden	=	ruiterstandbeeld
ruiterstandbeeldje	=	ruiterstandbeeld
ruiterstandbeeldjes	=	ruiterstandbeeld
ruitersvereniging	noun	een sportclub waar ruiters en amazones samen de paardensport beoefenen.
ruitersverenigingen	=	ruitersvereniging
ruitersverenigingetje	=	ruitersvereniging
ruitersverenigingetjes	=	ruitersvereniging
ruitertje	=	ruiter
ruitertjes	=	ruiter
ruitervereniging	noun	sportvereniging waar de paardrijsport wordt beoefend.
ruiterverenigingen	=	ruitervereniging
ruiterverenigingetje	=	ruitervereniging
ruiterverenigingetjes	=	ruitervereniging
ruitery	=	ruiterij
ruitijd	noun	periode van het jaar dat dieren hun haren of veren verwisselen
ruitijden	=	ruitijd
ruitje	=	ruit
ruitjes	=	ruit
ruitjesbovist	noun	Calvatia utriformis een schimmel uit de familie Lycoperdaceae.
ruitjesbovisten	=	ruitjesbovist
ruitjesbovistje	=	ruitjesbovist
ruitjesbovistjes	=	ruitjesbovist
ruitjeshemd	noun	een overhemd gemaakt van een stof met een ruitjespatroon
ruitjeshemden	=	ruitjeshemd
ruitjespapier	noun	papier waarop vierkante vakjes in een rasterpatroon zijn afgedrukt, vaak met het formaat van de hokjes van 5 bij 5 millimeter of een centimeter bij een centimeter
ruitjespapieren	=	ruitjespapier
ruitjespatronen	=	ruitjespatroon
ruitjespatroon	noun	een patroon van elkaar schuin kruisende lijnen die samen ruitvormige hokjes vormen
ruitjespatroontje	=	ruitjespatroon
ruitjespatroontjes	=	ruitjespatroon
ruitkrokodil	noun	Crocodylus rhombifer een krokodilachtige uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae) en de onderfamilie Crocodylinae
ruitkrokodillen	=	ruitkrokodil
ruitkrokodilletje	=	ruitkrokodil
ruitkrokodilletjes	=	ruitkrokodil
ruitontdooier	noun	apparaat waarmee men ijs van ruiten kan verwijderen
ruitontdooiers	=	ruitontdooier
ruitontdooiertje	=	ruitontdooier
ruitontdooiertjes	=	ruitontdooier
ruitpatronen	=	ruitpatroon
ruitpatroon	noun	een patroon van elkaar schuin kruisende lijnen die samen ruitvormige hokjes vormen
ruitpatroontje	=	ruitpatroon
ruitpatroontjes	=	ruitpatroon
ruitpython	noun	Morelia spilota een grote slang uit de familie pythons (Pythonidae)
ruitpythons	noun	een geslacht Morelia van slangen uit de familie pythons (Pythonidae)
ruitpythontje	=	ruitpython
ruitpythontjes	=	ruitpython
ruitrandwants	noun	Syromastus rhombeus een wants uit de familie randwantsen (Coreidae)
ruitrandwantsen	=	ruitrandwants
ruitrandwantsje	=	ruitrandwants
ruitrandwantsjes	=	ruitrandwants
ruitte	=	ruiten
ruitten	=	ruiten
ruittijger	noun	een tweevleugelige Nephrotoma flavipalpis uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
ruittijgers	=	ruittijger
ruittijgertje	=	ruittijger
ruittijgertjes	=	ruittijger
ruituil	noun	Xestia stigmatica een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
ruituilen	=	ruituil
ruituiltje	=	ruituil
ruituiltjes	=	ruituil
ruitvlek-smalboktor	noun	Stenurella bifasciata een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
ruitvlek-smalboktorren	=	ruitvlek-smalboktor
ruitvlek-smalboktorretje	=	ruitvlek-smalboktor
ruitvlek-smalboktorretjes	=	ruitvlek-smalboktor
ruitvlekrietklimmer	noun	Demetrias monostigma een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
ruitvlekrietklimmers	=	ruitvlekrietklimmer
ruitvlekrietklimmertje	=	ruitvlekrietklimmer
ruitvlekrietklimmertjes	=	ruitvlekrietklimmer
ruitvormig	adj	vorm van een ruit hebbend
ruitvormige	=	ruitvormig
ruitvormiger	=	ruitvormig
ruitvormigere	=	ruitvormig
ruitvormigers	=	ruitvormig
ruitvormigs	=	ruitvormig
ruitvormigst	=	ruitvormig
ruitvormigste	=	ruitvormig
ruitzaadgalmug	noun	Ametrodiplosis thalictricola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
ruitzaadgalmuggen	=	ruitzaadgalmug
ruitzaadgalmugje	=	ruitzaadgalmug
ruitzaadgalmugjes	=	ruitzaadgalmug
ruitzalmen	noun	een kleine familie Citharinidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes).
ruiven	=	ruif
ruizel	=	ruizelen
ruizelde	=	ruizelen
ruizelden	=	ruizelen
ruizele	=	ruizelen
ruizelen	verb	ruisend geluid maken
ruizelend	=	ruizelen
ruizelende	=	ruizelen
ruizelt	=	ruizelen
ruizen	=	ruis
ruk	noun	nelle, plotselinge, korte beweging (waardoor iets met een schok van zijn plaats bewogen of getrokken wordt), een verandering van de versnelling (d³x/dt³)
rukai	noun	een Taiwanees volk
rukbunker	noun|vulgar	tent
rukbunkers	=	rukbunker
rukbunkertje	=	rukbunker
rukbunkertjes	=	rukbunker
rukje	=	ruk
rukjes	=	ruk
rukke	=	ruk
rukken	verb	in een snelle beweging trekken
rukkend	=	rukken
rukkende	=	rukken
rukker	noun	iemand die rukt
rukkers	=	rukker
rukkertje	=	rukker
rukkertjes	=	rukker
rukmarathon	noun	een marathon in masturberen.
rukmarathonnetje	=	rukmarathon
rukmarathonnetjes	=	rukmarathon
rukmarathons	=	rukmarathon
rukst	=	ruk
rukt	=	rukken
rukte	=	rukken
rukten	=	rukken
rukwind	noun	een zeer harde windvlaag
rukwinden	=	rukwind
rukwindje	=	rukwind
rukwindjes	=	rukwind
rul	noun	afval van tabak	adj	bobbelig, bultig, oneffen, ruig, ruw
rulheid	noun	het ruw, hobbelig niet glad zijn van een oppervlakte
rulijs	noun	ruw, oneffen ijs
ruling	noun	afspraak van een belastingdienst met een bepaalde belastingplichtige die vooraf zekerheid geeft over de toepassing van de belastingregels
rulings	=	ruling
rulle	=	rul
rullen	verb	het braden van gehakt zonder dat er een bal van is gemaakt
ruller	=	rul
rullere	=	rul
rullers	=	rul
rullig	adj	droog en niet te klef
rullige	=	rullig
rulliger	=	rullig
rulligere	=	rullig
rulligers	=	rullig
rulligs	=	rullig
rulligst	=	rullig
rulligste	=	rullig
ruls	=	rul
rulst	=	rul
rulste	=	rul
rum	noun	een sterkedrank die bereid wordt uit het sap van suikerriet
rumba	noun	Latijns-Amerikaanse dans en de daarbij behorende muziek in vierkwartsmaat
rumba's	=	rumba
rumbaatje	=	rumba
rumble	noun	rommelend geluid (van het aandrijfmechanisme van platenspelers)
rumbles	=	rumble
rumblestrip	noun	een veiligheidsmaatregel op een asfaltweg bestaande uit een in de lengterichting gelegen strook met ribbels
rumblestripje	=	rumblestrip
rumblestripjes	=	rumblestrip
rumblestrips	=	rumblestrip
rumbonen	=	rumboon
rumboon	noun	boonvormige bonbon gevuld met Jamaica Rum met een omhulsel van chocolade en suiker
rumboontje	=	rumboon
rumboontjes	=	rumboon
rumineer	=	rumineren
rumineerde	=	rumineren
rumineerden	=	rumineren
rumineert	=	rumineren
ruminere	=	rumineren
rumineren	verb	herkauwen
ruminerend	=	rumineren
ruminerende	=	rumineren
rummikubben	=	rummikuppen
rummikup	=	rummikuppen
rummikuppe	=	rummikuppen
rummikuppen	verb	het spelen van het spel Rummikub
rummikuppend	=	rummikuppen
rummikuppende	=	rummikuppen
rummikupt	=	rummikuppen
rummikupte	=	rummikuppen
rummikupten	=	rummikuppen
rumoer	noun	lawaai, onrust, ophef, tumult, geraas, spektakel
rumoeren	=	rumoer
rumoerig	adj	lawaaierig en chaotisch
rumoerige	=	rumoerig
rumoeriger	=	rumoerig
rumoerigere	=	rumoerig
rumoerigers	=	rumoerig
rumoerigs	=	rumoerig
rumoerigst	=	rumoerig
rumoerigste	=	rumoerig
rumoertje	=	rumoer
rumoertjes	=	rumoer
rumpsteak	noun	een lap rundvlees, kalfsvlees of paardenvlees van de bovenbil
rumpsteaks	=	rumpsteak
rumpunch	noun	drank gemaakt van rum, warm water, citroensap en suiker soms aangevuld met kruiden
run	noun	plotselinge toeloop, stormloop
run-bike-run	noun	duatlon
run-bike-runs	=	run-bike-run
rund	noun	holhoornig en herkauwend zoogdier, Bos taurus, dat vaak gehouden wordt voor zijn melk en vlees of als trekdier, de gedomesticeerde afstammeling van de sinds de middeleeuwen uitgestorven oeros (Bos primigenius)
runde	=	runnen
runden	=	runnen
runderbouillon	noun	bouillon getrokken van rundvlees
runderbouillons	=	runderbouillon
runderdaas	noun	bepaald soort op runderen levende steekvlieg, Tabanus bovinus
runderdaasje	=	runderdaas
runderdaasjes	=	runderdaas
runderdazen	noun	een geslacht Tabanus van insecten uit de familie der dazen (Tabanidae).
runderen	noun	Bovinae een onderfamilie van de familie der holhoornigen (Bovidae).
rundergehakt	noun	gehakt van rundvlees
runderhaar	noun	vezel die uit de huid van een koe of stier groeit
runderharen	adj	gemaakt uit vezels die van koeien of stieren zijn geschoren
runderhorzel	noun	Hypoderma bovis horzel die eieren op de huid van runderen legt en waarvan de larven leven in onderhuidse abcessen
runderhorzels	=	runderhorzel
runderhorzeltje	=	runderhorzel
runderhorzeltjes	=	runderhorzel
runderlap	noun	plat stuk vlees van een koe of stier
runderlapje	=	runderlap
runderlappen	=	runderlap
runderlintworm	noun	Taenia saginata een lintworm die als gastheren de mens en rundvee heeft.
runderlintwormen	=	runderlintworm
runderlintwormpje	=	runderlintworm
runderlintwormpjes	=	runderlintworm
rundermest	noun	mest gemaakt van de ontlasting van koeien
runderpest	noun|historical	ernstige, besmettelijke veeziekte veroorzaakt door een virus dat in 2010 is uitgeroeid
runderrookvlees	noun	rookvlees van runderen
runderteek	noun	Rhipicephalus microplus een teek die parasiteert op verschillende soorten vee en wilde dieren: runderen, paarden, ezel, schapen, geiten, herten, varkens, honden.
runderteekje	=	runderteek
runderteekjes	=	runderteek
runderteken	=	runderteek
rundertjes	=	rund
rundervee	=	rundvee
runderziekte	noun	ziekte die koeien kan treffen
runderziekten	=	runderziekte
runderziektes	=	runderziekte
rundje	=	rund
rundjes	=	rund
rundleder	noun	de bewerkte huid van een rund die gebruikt wordt voor het maken van producten
rundsvlees	noun	het vlees van een volwassen rund
rundvee	noun	als vee gehouden runderen
rundveehouderij	noun	de tak van de veeteelt waarbij men rundvee houdt voor melk of vlees
rundveehouderijen	=	rundveehouderij
rundveehouderijtje	=	rundveehouderij
rundveestamboek	noun	een officieel register dat de afstamming, signalement, lichaamsmaten en productiecijfers van rundvee bijhoudt om de fokkerij te verbeteren en te controleren
rundveestamboeken	=	rundveestamboek
rundveestamboekje	=	rundveestamboek
rundveestamboekjes	=	rundveestamboek
rundvet	noun	vet afkomstig van een rund
rundvetten	=	rundvet
rundvlees	noun	het vlees van een volwassen rund
rundvleesberg	noun	overschot aan rundvlees die zich soms voordoet in de Europese Unie
rundvleesbergen	=	rundvleesberg
rundvleesbergje	=	rundvleesberg
rundvleesbergjes	=	rundvleesberg
rundvleesch	=	rundvlees
rundvleesproductie	noun	het houden van runderen om ze later te slachten voor het vlees
rundvleesproducties	=	rundvleesproductie
rundvleessoep	noun	soep met rundvlees of rundvlees smaak
rundvleessoepen	=	rundvleessoep
rundvleessoepje	=	rundvleessoep
rundvleessoepjes	=	rundvleessoep
rundvlezen	=	rundvlees
rune	noun	een schriftteken van het Oud-Germaanse alfabet
runen	noun	oudgermaans schrift
runenschrift	noun	Scandinavisch schrift
runensteen	noun	kei waarin tekens van het oude Germaanse alfabet zijn gegrift
runenstenen	=	runensteen
runenteken	noun	antiek Germaans schriftteken in de moderne tijd geassocieerd met het Nazisme
runentekens	=	runenteken
runetje	=	rune
runetjes	=	rune
runne	=	runnen
runnen	verb	leiden, exploiteren
runnend	=	runnen
runnende	=	runnen
runner	noun	iemand die voor een opdrachtgever naar bepaalde plaatsen afgaat om iets te doen
runner-up	noun	deelnemer die in een wedstrijd of wedstrijdreeks op de plaats net na de winnaar eindigt In een volledige competitie: de deelnemer die op de tweede plaats eindigt; in een toernooi met afvalwedstrijden: de verliezer van de finale.
runner-ups	=	runner-up
runners	=	runner
runners-up	=	runner-up
runnertje	=	runner
runnertjes	=	runner
runs	=	run
runsel	noun	gestremde melk
runsels	=	runsel
runseltje	=	runsel
runseltjes	=	runsel
runt	=	runnen
runtime	noun	de periode dat een programma actief is op een computer, tablet of telefoon
runtimes	=	runtime
rup	noun	iemand die gespecialiseerde dienstverlening biedt aan mensen en bedrijven op het platteland
rupelien	noun	eerste tijdsnede van het tijdvak oligoceen, van 33,9 tot 28,1 miljoen jaar geleden
rupiah	=	roepia
ruppiafamilie	noun	een familie Ruppiaceae van eenzaadlobbige bloeiende planten.
ruppiafamilies	=	ruppiafamilie
ruppiafamilietje	=	ruppiafamilie
ruppiafamilietjes	=	ruppiafamilie
rups	noun	langgerekte, wormachtige larve van de vlinder en de mot, die raspende kaken, korte voelsprieten, drie paar echte poten, meerdere paren propoten en vaak fijne stekels of afstekende haren heeft en een vraatzuchtige eter is
rupsband	noun	brede band of ketting waarmee een voertuig over oneffen terrein kan rijden
rupsbanden	=	rupsband
rupsbandje	=	rupsband
rupse	=	rups
rupsen	=	rups
rupsenaaskever	noun	Dendroxena quadrimaculata een kever uit de familie van de aaskevers (Silphidae)
rupsenaaskevers	=	rupsenaaskever
rupsenaaskevertje	=	rupsenaaskever
rupsenaaskevertjes	=	rupsenaaskever
rupsendoder	noun	Cordyceps militaris een paddenstoel uit de klasse van de Sordariomycetes, familie Cordycipitaceae.
rupsendoders	=	rupsendoder
rupsendodertje	=	rupsendoder
rupsendodertjes	=	rupsendoder
rupsene	=	rups
rupsenplaag	noun	situatie waarbij er hinderlijk veel rupsen zijn
rupsenplaagje	=	rupsenplaag
rupsenplaagjes	=	rupsenplaag
rupsenplagen	=	rupsenplaag
rupsenpoep	noun	de uitwerpselen van rupsen, de larven van vlinders, die plantaardig materiaal zoals bladeren verteren en als kleine bolletjes uitpoepen
rupsenschaar	noun	tuingereedschap dat bestaat uit een schaar aan een lange stok die door middel van een koordje wordt bewogen
rupsenschaartje	=	rupsenschaar
rupsenschaartjes	=	rupsenschaar
rupsenscharen	=	rupsenschaar
rupsenschildwants	noun	Jalla dumosa een wants uit de familie Pentatomidae
rupsenschildwantsen	=	rupsenschildwants
rupsenschildwantsje	=	rupsenschildwants
rupsenschildwantsjes	=	rupsenschildwants
rupsentijd	noun	periode van het jaar waarin er op planten veel rupsen actief zijn
rupsje	=	rups
rupsjes	=	rups
rupsklaver	noun	een plantengeslacht Medicago uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae)
rupslijster	noun	Chlamydochaera jefferyi een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
rupslijsters	=	rupslijster
rupslijstertje	=	rupslijster
rupslijstertjes	=	rupslijster
rupstrekker	noun	een tractor op rupsbanden in plaats van gewone banden
rupstrekkers	=	rupstrekker
rupstrekkertje	=	rupstrekker
rupstrekkertjes	=	rupstrekker
rupsvoertuig	noun	voertuig op rupsbanden
rupsvoertuigen	=	rupsvoertuig
rupsvoertuigje	=	rupsvoertuig
rupsvoertuigjes	=	rupsvoertuig
rupsvogel	noun	Campephagidae lid van een familie van kleine tot middelgrote zangvogels die behoren tot de superfamilie Corvoidea.
rupsvogels	noun	Campephagidae een familie kleine tot middelgrote zangvogels die behoren tot de superfamilie Corvoidea.
rupsvormig	adj	vorm van een rups hebbend
rupsvormige	=	rupsvormig
rupsvormiger	=	rupsvormig
rupsvormigere	=	rupsvormig
rupsvormigers	=	rupsvormig
rupsvormigs	=	rupsvormig
rupsvormigst	=	rupsvormig
rupsvormigste	=	rupsvormig
rupturen	=	ruptuur
ruptuur	noun	verscheuring
ruptuurtje	=	ruptuur
ruptuurtjes	=	ruptuur
ruraal	adj	betrekking hebbend op het landelijke gebied en de agrarische samenleving aldaar
ruraals	=	ruraal
ruraalst	=	ruraal
ruraalste	=	ruraal
rurale	=	ruraal
ruraler	=	ruraal
ruralere	=	ruraal
ruralers	=	ruraal
rus	noun	een geslacht Juncus van planten uit de russenfamilie (Juncaceae).
rusch	=	rus
ruscisme	noun	autoritaire nationalistische ideologie in Rusland, waarin Russen een heilige missie wordt toegedacht die het onderdrukken van andere volkeren rechtvaardigt
rusgeel	noun	een oranjegeel, giftig pigment, een zwavelarsenicumverbinding
rusgeeltje	=	rusgeel
rusgeeltjes	=	rusgeel
rusgelen	=	rusgeel
rush	noun	grote toeloop van mensen die anderen voor willen zijn bij het behalen van een voordeel of het afwenden van schade
rushes	=	rush
rusje	=	rus
rusjes	=	rus
ruslelie	noun	Sisyrinchium bermudiana een overblijvende plant, die behoort tot de lissenfamilie (Iridaceae).
ruslelies	=	ruslelie
ruslelietje	=	ruslelie
ruslelietjes	=	ruslelie
rusleliën	=	ruslelie
rusp	=	rups
ruspe	=	rups
russen	=	rus
russenbladvlo	noun	Livia junci een insect dat behoort tot de superfamilie bladvlooien (Psylloidea) en de familie Liviidae
russenbladvlooien	=	russenbladvlo
russenbladvlooitje	=	russenbladvlo
russenbladvlooitjes	=	russenbladvlo
russenfamilie	noun	een familie Juncaceae van eenzaadlobbige planten.
russenfamilies	=	russenfamilie
russenfamilietje	=	russenfamilie
russenfamilietjes	=	russenfamilie
russenfranjekelkje	noun	Lachnum diminutum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
russenfranjekelkjes	=	russenfranjekelkje
russenknikkertje	noun	Phyllachora therophila een schimmel behorend tot de familie Phyllachoraceae.
russenknikkertjes	=	russenknikkertje
russennetwants	noun	Agramma laetum een wants behorend tot der netwantsen.
russennetwantsen	=	russennetwants
russennetwantsje	=	russennetwants
russennetwantsjes	=	russennetwants
russensplijtbekertje	noun	Diplonaevia exigua een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
russensplijtbekertjes	=	russensplijtbekertje
russenuil	noun	Coenobia rufa een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
russenuilen	=	russenuil
russenuiltje	=	russenuil
russenuiltjes	=	russenuil
russenviltmollisia	noun	Diplonaevia junciseda een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
russenviltmollisia's	=	russenviltmollisia
russenviltmollisiaatje	=	russenviltmollisia
russenviltmollisiaatjes	=	russenviltmollisia
russenzwartkorstje	noun	Phyllachora junci een schimmel behorend tot de familie Phyllachoraceae.
russenzwartkorstjes	=	russenzwartkorstje
russificatie	noun	het Russisch maken, resp. worden (taal en cultuur)
russificaties	=	russificatie
russificeer	=	russificeren
russificeerde	=	russificeren
russificeerden	=	russificeren
russificeert	=	russificeren
russificere	=	russificeren
russificeren	verb	Russisch maken
russificerend	=	russificeren
russificerende	=	russificeren
russin	noun	een vrouwelijke inwoner van Rusland, of een vrouw afkomstig uit Rusland
russinnen	=	russin
russinnetje	=	russin
russisch	adj	betreffende Rusland of het Russisch
russisch-orthodox	adj	van, volgens de leer van de Russisch-orthodoxe kerk, een oosters kerkgenootschap met aanhangers in en buiten Rusland aangevoerd door het Patriarchaat Moskou met als hoogste leider kerkvorst Kirill
russisch-orthodoxe	=	russisch-orthodox
russisch-orthodoxer	=	russisch-orthodox
russisch-orthodoxere	=	russisch-orthodox
russisch-orthodoxers	=	russisch-orthodox
russisch-orthodoxt	=	russisch-orthodox
russisch-orthodoxte	=	russisch-orthodox
russische	noun	een vrouw afkomstig uit Rusland
russischen	=	russische
russischer	=	russisch
russischere	=	russisch
russischers	=	russisch
russischt	=	russisch
russischtalig	adj	Russisch al moedertaal hebbend
russischtalige	=	russischtalig
russischtaligs	=	russischtalig
russischte	=	russisch
russofiel	noun	iemand die een grote voorliefde heeft voor alles wat Russisch is	adj	een grote voorliefde tonend voor Rusland
russofiele	=	russofiel
russofielen	=	russofiel
russofieler	=	russofiel
russofielere	=	russofiel
russofielers	=	russofiel
russofiels	=	russofiel
russofielst	=	russofiel
russofielste	=	russofiel
russofilie	noun	het russofiel zijn
russofobe	=	russofoob
russofoben	=	russofoob
russofobisch	adj	sterke afkeer, angst, haat of vooroordelen ten opzichte van Rusland, de Russische cultuur, de Russische bevolking of het beleid van de Russische overheid.
russofobische	=	russofobisch
russofobischer	=	russofobisch
russofobischere	=	russofobisch
russofobischers	=	russofobisch
russofoob	noun	iemand die Russen haat of een sterke afkeer voor hen aan de dag legt	adj	een sterke afkeer van de Russen aan de dag leggend
russofoobs	=	russofoob
russula	noun	een geslacht Russula van bepaalde stevige en eetbare paddenstoelen
russulazwameter	noun	Hypomyces armeniacus een schimmel behorend tot de familie Hypocreaceae.
russulazwameters	=	russulazwameter
russulazwametertje	=	russulazwameter
russulazwametertjes	=	russulazwameter
rust	noun	voortdurende toestand van kalmte en beheersing die niet wordt verstoord door onverwachte bewegingen of geluiden, en die geen bedreigingen kent
rust-en-verzorgingstehuis	noun	woonvorm voor ouderen die niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen en hulp nodig hebben bij dagelijkse activiteiten, zoals eten, wassen en aankleden, maar nog geen intensieve medische zorg nodig hebben.
rust-en-verzorgingstehuisje	=	rust-en-verzorgingstehuis
rust-en-verzorgingstehuisjes	=	rust-en-verzorgingstehuis
rust-en-verzorgingstehuizen	=	rust-en-verzorgingstehuis
rustbank	noun	een meubelstuk waarop men kan zitten en liggen om uit te rusten
rustbanken	=	rustbank
rustbankje	=	rustbank
rustbankjes	=	rustbank
rustbed	noun	een bank waarop je kan liggen als je rust nodig hebt
rustbedden	=	rustbed
rustbedje	=	rustbed
rustbedjes	=	rustbed
rustdag	noun	een dag dat men niet werkt of sport
rustdagen	=	rustdag
rustdagje	=	rustdag
rustdagjes	=	rustdag
ruste	=	rust
rusteloos	adj	zonder rust
rusteloosheid	noun	het rusteloos zijn
rusteloost	=	rusteloos
rustelooste	=	rusteloos
rusteloze	=	rusteloos
rustelozebenensyndroom	noun	aandoening waarbij iemand kriebels in de onderbenen krijgt, met een sterke neiging de benen te bewegen
rustelozer	=	rusteloos
rustelozere	=	rusteloos
rustelozers	=	rusteloos
rusten	verb	werk of andere activiteit staken om het lichaam in staat te stellen weer op krachten te komen
rustend	adj	van een persoon dat deze niet meer werkt, niet meer actief is
rustende	=	rusten
rustends	=	rustend
rustgebied	noun	een natuurgebied waar de fauna de kans krijgt om tot rust te komen
rustgebieden	=	rustgebied
rustgebiedje	=	rustgebied
rustgebiedjes	=	rustgebied
rustgevend	adj	van een persoon of zaak dat die mensen kalm en minder bang maakt
rustgevende	=	rustgevend
rustgevender	=	rustgevend
rustgevendere	=	rustgevend
rustgevenders	=	rustgevend
rustgevends	=	rustgevend
rustgevendst	=	rustgevend
rustgevendste	=	rustgevend
rustgever	noun	iemand die voor rust zorgt; iemand die tot rust maant
rustgevers	=	rustgever
rustgevertje	=	rustgever
rustgevertjes	=	rustgever
rusthuis	noun	een instelling waar ouderen tijdelijk of definitief wonen omdat ze verzorging of verpleging nodig hebben die in de oorspronkelijke woonsituatie niet kan worden geboden
rusthuisje	=	rusthuis
rusthuisjes	=	rusthuis
rusthuizen	=	rusthuis
rustiek	adj	betrekking hebbend op het platteland buiten de stad
rustieke	=	rustiek
rustieker	=	rustiek
rustiekere	=	rustiek
rustiekers	=	rustiek
rustieks	=	rustiek
rustiekst	=	rustiek
rustiekste	=	rustiek
rustig	adj	kalm, weinig sensorische prikkels creërend
rustige	=	rustig
rustiger	=	rustig
rustigere	=	rustig
rustigers	=	rustig
rustigjes	adv	op een heel erg rustige manier
rustigmaker	noun	geneesmiddel waardoor men kalmer wordt
rustigmakers	=	rustigmaker
rustigs	=	rustig
rustigst	=	rustig
rustigste	=	rustig
rusting	noun|obsolete	het geheel van de voor een taak benodigde bewapening, gereedschappen en hulpmiddelen, voor een persoon, voer- of vaartuig
rustingen	=	rusting
rustje	=	rust
rustjes	=	rust
rustkamer	noun	ruimte in een gebouw waar men kan uitrusten
rustkamers	=	rustkamer
rustkamertje	=	rustkamer
rustkamertjes	=	rustkamer
rustkuren	=	rustkuur
rustkuur	noun	behandeling met rust
rustlievend	adj	van een persoon dat deze gesteld is op rust, kalmte en vrede
rustlievende	=	rustlievend
rustlievender	=	rustlievend
rustlievendere	=	rustlievend
rustlievenders	=	rustlievend
rustlievends	=	rustlievend
rustlievendst	=	rustlievend
rustlievendste	=	rustlievend
rustmoment	noun	korte periode dat men uitrust
rustmomenten	=	rustmoment
rustmomentje	=	rustmoment
rustmomentjes	=	rustmoment
rustoord	noun	stille omgeving waar je je kunt ontspannen
rustoorden	=	rustoord
rustoordje	=	rustoord
rustoordjes	=	rustoord
rustpauze	noun	pauze om te rusten
rustpauzen	=	rustpauze
rustpauzes	=	rustpauze
rustpauzetje	=	rustpauze
rustpauzetjes	=	rustpauze
rustpensioen	noun	officiële ouderdomsuitkering voor werknemers
rustpensioenen	=	rustpensioen
rustpensioentje	=	rustpensioen
rustpensioentjes	=	rustpensioen
rustperiode	noun	tijdsbestek waarin men minder actief is
rustperioden	=	rustperiode
rustperiodes	=	rustperiode
rustplaats	noun	plaats waar men kan rusten
rustplaatsen	=	rustplaats
rustplaatsje	=	rustplaats
rustplaatsjes	=	rustplaats
rustplek	noun	plek waar men kan uitrusten
rustplekje	=	rustplek
rustplekjes	=	rustplek
rustplekken	=	rustplek
rustpunt	noun	plaats waar of moment waarop men rust neemt
rustpunten	=	rustpunt
rustpuntje	=	rustpunt
rustpuntjes	=	rustpunt
ruststand	noun	een positie waarbij iets of iemand in rust verkeerd
ruststanden	=	ruststand
ruststoel	noun	een stoel waarbij men half liggend kan rusten
ruststoelen	=	ruststoel
ruststoeltje	=	ruststoel
ruststoeltjes	=	ruststoel
rustte	=	rusten
rustten	=	rusten
rusttijd	noun	de tijd dat men kan rusten en ook bedoeld is om te rusten
rusttijden	=	rusttijd
rusttoestand	noun	situatie waarin iets de kleinste hoeveelheid energie bevat
rusttoestanden	=	rusttoestand
rusttoestandje	=	rusttoestand
rusttoestandjes	=	rusttoestand
rusturen	=	rustuur
rustuur	noun	periode die men gebruikt om uit te rusten
rustuurtje	=	rustuur
rustuurtjes	=	rustuur
ruswortelvlieg	noun	Loxocera albiseta een vliegensoort uit de familie van de wortelvliegen (Psilidae).
ruswortelvliegen	=	ruswortelvlieg
ruswortelvliegje	=	ruswortelvlieg
ruswortelvliegjes	=	ruswortelvlieg
rut	noun	wilde begroeiing, in het bijzonder gebruikt voor planten aan de waterkant	adj	al zijn inzet verspeeld hebbend (ook bij andere spelletjes)
ruthenium	noun	scheikundig element met symbool Ru en atoomnummer 44. Het is een zilverwit overgangsmetaal
rutheniumatomen	=	rutheniumatoom
rutheniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ruthenium.
rutheniumatoompje	=	rutheniumatoom
rutheniumatoompjes	=	rutheniumatoom
rutherfordium	noun	scheikundig element met symbool Rf en atoomnummer 104.
rutherfordiumatomen	=	rutherfordiumatoom
rutherfordiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element rutherfordium.
rutherfordiumatoompje	=	rutherfordiumatoom
rutherfordiumatoompjes	=	rutherfordiumatoom
rutiel	noun	watervrij oxide van titanium met formule TiO₂
rutielkwarts	noun	een variant van kwarts die rutiel bevat
ruvuwever	noun	Ploceus holoxanthus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten)
ruvuwevers	=	ruvuwever
ruvuwevertje	=	ruvuwever
ruvuwevertjes	=	ruvuwever
ruw	adj	oneffen, niet glad
ruwaard	noun	landvoogd, persoon die bij ontstentenis van de landsheer een land of gewest bestuurde
ruwaarden	=	ruwaard
ruwaards	=	ruwaard
ruwbladigenfamilie	noun	Boraginaceae een plantenfamilie
ruwbladigenfamilietje	=	ruwbladigenfamilie
ruwbladigenfamilietjes	=	ruwbladigenfamilie
ruwbouw	noun	het opbouwen van een bouwwerk, voordat installaties en afwerking worden aangebracht
ruwde	=	ruwen
ruwden	=	ruwen
ruwdoek	noun	wollendweefsel zoals het van het weeftoestel komt en nog tot laken verwerkt moet worden
ruwdoeken	=	ruwdoek
ruwdoekje	=	ruwdoek
ruwdoekjes	=	ruwdoek
ruwe	=	ruw
ruwe-smelemineermot	noun	Elachista adscitella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
ruwe-smelemineermotje	=	ruwe-smelemineermot
ruwe-smelemineermotjes	=	ruwe-smelemineermot
ruwe-smelemineermotten	=	ruwe-smelemineermot
ruwe-smeleroest	noun	een heteroecische schimmel Puccinia brachypodii var. arrhenatheri (syn.: Puccinia arrhenatheri, Puccinia deschampsiae) behorend tot de familie Pucciniaceae.
ruwe-smeleroesten	=	ruwe-smeleroest
ruwe-smeleroestje	=	ruwe-smeleroest
ruwe-smeleroestjes	=	ruwe-smeleroest
ruwen	verb	stoffen een pluizig oppervlakte geven
ruwend	=	ruwen
ruwende	=	ruwen
ruwenzorizonne-eekhoorn	noun	Heliosciurus ruwenzorii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
ruwenzorizonne-eekhoorns	=	ruwenzorizonne-eekhoorn
ruwenzorizonne-eekhoorntje	=	ruwenzorizonne-eekhoorn
ruwenzorizonne-eekhoorntjes	=	ruwenzorizonne-eekhoorn
ruwenzorizwartkop	noun	Sylvia atriceps een vogel uit de familie Sylviidae.
ruwenzorizwartkopje	=	ruwenzorizwartkop
ruwenzorizwartkopjes	=	ruwenzorizwartkop
ruwenzorizwartkoppen	=	ruwenzorizwartkop
ruwer	=	ruw
ruwere	=	ruw
ruwers	=	ruw
ruwhaaien	noun	een familie Oxynotidae van haaien uit de orde doornhaaiachtigen (Squaliformes)
ruwhalsparadijskraai	noun	Manucodia chalybatus een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
ruwhalsparadijskraaien	=	ruwhalsparadijskraai
ruwhalsparadijskraaitje	=	ruwhalsparadijskraai
ruwhalsparadijskraaitjes	=	ruwhalsparadijskraai
ruwheden	=	ruwheid
ruwheid	noun	het niet prettig in de omgang zijn van een persoon
ruwheidje	=	ruwheid
ruwhouten	adj	van ruw hout
ruwnekvaraan	noun	Varanus rudicollis een hagedis uit de familie varanen
ruwnekvaraantje	=	ruwnekvaraan
ruwnekvaraantjes	=	ruwnekvaraan
ruwnekvaranen	=	ruwnekvaraan
ruws	=	ruw
ruwst	=	ruw
ruwstaartkathaai	noun	Galeus arae een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
ruwstaartkathaaien	=	ruwstaartkathaai
ruwstaartkathaaitje	=	ruwstaartkathaai
ruwstaartkathaaitjes	=	ruwstaartkathaai
ruwste	=	ruw
ruwt	=	ruwen
ruwte	noun	ruwheid, het niet glad zijn
ruwvoer	noun	houdbare producten die speciaal voor veevoerdoeleinden geteeld zijn en die geen of enkel eenvoudige bewerkingen hebben ondergaan
ruwweg	adv	onprecies, niet verfijnd, maar goed bij benadering
ruyden	=	ruien
ruyen	=	ruien
ruyschen	=	ruisen
ruyterij	=	ruiterij
ruytery	=	ruiterij
ruzie	noun	toestand waarin men in conflict is met anderen
ruzieachtig	adj	als, van of bij ruzie
ruzieachtige	=	ruzieachtig
ruzieachtiger	=	ruzieachtig
ruzieachtigere	=	ruzieachtig
ruzieachtigers	=	ruzieachtig
ruzieachtigs	=	ruzieachtig
ruzieachtigst	=	ruzieachtig
ruzieachtigste	=	ruzieachtig
ruziede	=	ruziën
ruzieden	=	ruziën
ruziegemaakt	=	ruziemaken
ruziemaak	=	ruziemaken
ruziemaakt	=	ruziemaken
ruziemaakte	=	ruziemaken
ruziemaakten	=	ruziemaken
ruziemake	=	ruziemaken
ruziemaken	verb	ruziën, uit uitvechten van een conflict
ruziemakend	=	ruziemaken
ruziemakende	=	ruziemaken
ruziemaker	noun	iemand die ruzie maakt of zoekt
ruziemakers	=	ruziemaker
ruziemakertje	=	ruziemaker
ruzies	=	ruzie
ruziestoker	noun	persoon die veel ruzie maakt
ruziestokers	=	ruziestoker
ruziestokertje	=	ruziestoker
ruziestokertjes	=	ruziestoker
ruziet	=	ruziën
ruzietje	=	ruzie
ruzietjes	=	ruzie
ruziezoekend	adj	geneigd zijn om een conflict aan te gaan
ruziezoekende	=	ruziezoekend
ruziezoekends	=	ruziezoekend
ruziezoeker	noun	iemand die ruzie zoekt of maakt
ruziezoekers	=	ruziezoeker
ruziezoekertje	=	ruziezoeker
ruziezoekertjes	=	ruziezoeker
ruziezoekster	noun	vrouw die vaak ruzie heeft
ruziezoeksters	=	ruziezoekster
ruziezoekstertje	=	ruziezoekster
ruziezoekstertjes	=	ruziezoekster
ruzië	=	ruziën
ruziën	verb	ruzie maken.
ruziënd	=	ruziën
ruziënde	=	ruziën
ruïne	noun	een zeer vervallen gebouw
ruïneer	=	ruïneren
ruïneerde	=	ruïneren
ruïneerden	=	ruïneren
ruïneert	=	ruïneren
ruïnehagedis	noun	Podarcis siculus een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
ruïnehagedisje	=	ruïnehagedis
ruïnehagedisjes	=	ruïnehagedis
ruïnehagedissen	=	ruïnehagedis
ruïnen	=	ruïne
ruïnere	=	ruïneren
ruïneren	verb	helemaal kapotmaken
ruïnerend	=	ruïneren
ruïnerende	=	ruïneren
ruïnering	noun	het zorgen dat iets van mindere kwaliteit wordt
ruïneringen	=	ruïnering
ruïnes	=	ruïne
ruïnestad	noun	een vroegere stad die nu vergaan is tot ruïnes
ruïnestadje	=	ruïnestad
ruïnestadjes	=	ruïnestad
ruïnesteden	=	ruïnestad
ruïnetje	=	ruïne
ruïnetjes	=	ruïne
ruïneus	adj	vervallen, verderfelijk, met de eigenschappen van een ruïne
ruïneust	=	ruïneus
ruïneuste	=	ruïneus
ruïneuze	=	ruïneus
ruïneuzer	=	ruïneus
ruïneuzere	=	ruïneus
ruïneuzers	=	ruïneus
rva	noun	raad van advies
rva's	=	rva
rvs	noun	legering van ijzer met koolstof, chroom en andere metalen die goed bestand is tegen roestvorming	adj	uit roestvast staal vervaardigd
rvu	noun	afspraak met een of meer werkgevers waardoor oudere werknemers een tijdelijke vergoeding kunnen krijgen als ze eerder met pensioen gaan
rwandees	noun	een inwoner van Rwanda, of iemand afkomstig uit Rwanda	adj	op Rwanda betrekking hebbend
rwandeest	=	rwandees
rwandeeste	=	rwandees
rwandese	noun	een vrouwelijke inwoner van Rwanda, of een vrouw afkomstig uit Rwanda
rwandesen	=	rwandese
rwandeser	=	rwandees
rwandesere	=	rwandees
rwandesers	=	rwandees
rwandezen	=	rwandees
rwenzori-apalis	noun	Oreolais ruwenzori een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
rwenzori-apalisje	=	rwenzori-apalis
rwenzori-apalisjes	=	rwenzori-apalis
rwenzori-apalissen	=	rwenzori-apalis
rwenzoriduiker	noun	Cephalophus rubidus evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
rwenzoriduikers	=	rwenzoriduiker
rwenzoriduikertje	=	rwenzoriduiker
rwenzoriduikertjes	=	rwenzoriduiker
rwenzorihoningzuiger	noun	Cyanomitra alinae een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
rwenzorihoningzuigers	=	rwenzorihoningzuiger
rwenzorihoningzuigertje	=	rwenzorihoningzuiger
rwenzorihoningzuigertjes	=	rwenzorihoningzuiger
rwenzorilijster	noun	Geokichla oberlaenderi een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
rwenzorilijsters	=	rwenzorilijster
rwenzorilijstertje	=	rwenzorilijster
rwenzorilijstertjes	=	rwenzorilijster
rwenzorimees	noun	Melaniparus fasciiventer een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
rwenzorimeesje	=	rwenzorimees
rwenzorimeesjes	=	rwenzorimees
rwenzorimezen	=	rwenzorimees
rwenzorinachtzwaluw	noun	Caprimulgus policephalus ruwenzorii een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
rwenzorinachtzwaluwen	=	rwenzorinachtzwaluw
rwenzorinachtzwaluwtje	=	rwenzorinachtzwaluw
rwenzorinachtzwaluwtjes	=	rwenzorinachtzwaluw
rwenzoriotterspitsmuis	noun	bepaald zoogdier, Micropotamogale ruwenzorii De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door de Witte & Frechkop in 1955.
rwenzoriotterspitsmuisje	=	rwenzoriotterspitsmuis
rwenzoriotterspitsmuisjes	=	rwenzoriotterspitsmuis
rwenzoriotterspitsmuizen	=	rwenzoriotterspitsmuis
rwenzoritoerako	noun	Gallirex johnstoni een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's).
rwenzoritoerako's	=	rwenzoritoerako
rwenzoritoerakootje	=	rwenzoritoerako
rwenzoritoerakootjes	=	rwenzoritoerako
rwenzorivliegenvanger	noun	Batis diops een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
rwenzorivliegenvangers	=	rwenzorivliegenvanger
rwenzorivliegenvangertje	=	rwenzorivliegenvanger
rwenzorivliegenvangertjes	=	rwenzorivliegenvanger
rwina	noun	chaos, rellen
ryden	=	rijden
ryukyuduif	noun	Columba jouyi een uitgestorven vogel uit de familie van duiven (Columbidae)
ryukyuduifje	=	ryukyuduif
ryukyuduifjes	=	ryukyuduif
ryukyuduiven	=	ryukyuduif
ryukyudwergooruil	noun	Otus elegans een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
ryukyudwergooruilen	=	ryukyudwergooruil
ryukyudwergooruiltje	=	ryukyudwergooruil
ryukyudwergooruiltjes	=	ryukyudwergooruil
ryukyugoudlijster	noun	Zoothera major een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
ryukyugoudlijsters	=	ryukyugoudlijster
ryukyugoudlijstertje	=	ryukyugoudlijster
ryukyugoudlijstertjes	=	ryukyugoudlijster
ryukyumenievogel	noun	Pericrocotus tegimae een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
ryukyumenievogels	=	ryukyumenievogel
ryukyumenievogeltje	=	ryukyumenievogel
ryukyumenievogeltjes	=	ryukyumenievogel
ryukyupapegaaiduif	noun	Treron permagnus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
ryukyupapegaaiduifje	=	ryukyupapegaaiduif
ryukyupapegaaiduifjes	=	ryukyupapegaaiduif
ryukyupapegaaiduiven	=	ryukyupapegaaiduif
ryukyuroodborst	noun	Larvivora komadori een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
ryukyuroodborsten	=	ryukyuroodborst
ryukyuroodborstje	=	ryukyuroodborst
ryukyuroodborstjes	=	ryukyuroodborst
ryukyustekelrat	noun	Tokudaia muenninki knaagdier uit het geslacht Tokudaia dat voorkomt op het eiland Okinawa in de Riukiu-eilanden.
ryukyustekelratje	=	ryukyustekelrat
ryukyustekelratjes	=	ryukyustekelrat
ryukyustekelratten	=	ryukyustekelrat
ryukyuvliegenvanger	noun	Ficedula owstoni een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
ryukyuvliegenvangers	=	ryukyuvliegenvanger
ryukyuvliegenvangertje	=	ryukyuvliegenvanger
ryukyuvliegenvangertjes	=	ryukyuvliegenvanger
réaumur	noun	naam van een temperatuurschaal
référé	noun	rechtszaak met versnelde procedure om over een dringend probleem te beslissen
référés	=	référé
régence	noun	Franse meubel- en versieringsstijl ontstaan in de periode 1715 - 1723
réunionbuulbuul	noun	Hypsipetes borbonicus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
réunionbuulbuuls	=	réunionbuulbuul
réunionbuulbuultje	=	réunionbuulbuul
réunionbuulbuultjes	=	réunionbuulbuul
réuniongans	noun	Alopochen kervazoi een uitgestorven, eendachtige vogel uit de familie Anatidae (zwanen, ganzen en eenden) van Réunion.
réuniongansje	=	réuniongans
réuniongansjes	=	réuniongans
réunionganzen	=	réuniongans
réunionibis	noun	Threskiornis solitarius een recent uitgestorven vogel behorende tot de Threskiornithidae, welke endemisch was op het eiland Réunion.
réunionibisje	=	réunionibis
réunionibisjes	=	réunionibis
réunionibissen	=	réunionibis
réunionkiekendief	noun	Circus maillardi een roofvogel uit de familie Accipitridae.
réunionkiekendiefje	=	réunionkiekendief
réunionkiekendiefjes	=	réunionkiekendief
réunionkiekendieven	=	réunionkiekendief
réunionkwak	noun	Nycticorax duboisi een uitgestorven vogel uit de reigerfamilie.
réunionkwakje	=	réunionkwak
réunionkwakjes	=	réunionkwak
réunionkwakken	=	réunionkwak
réunionparkiet	noun	Psittacula eques eques een ondersoort uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
réunionparkieten	=	réunionparkiet
réunionparkietje	=	réunionparkiet
réunionparkietjes	=	réunionparkiet
réunionral	noun	Dryolimnas augusti een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae)
réunionrallen	=	réunionral
réunionralletje	=	réunionral
réunionralletjes	=	réunionral
réunionroodborsttapuit	noun	Saxicola tectes een vogel uit de familie vliegenvangers.
réunionroodborsttapuiten	=	réunionroodborsttapuit
réunionroodborsttapuitje	=	réunionroodborsttapuit
réunionroodborsttapuitjes	=	réunionroodborsttapuit
réunionrupsvogel	noun	Lalage newtoni een rupsvogel uit de orde van de Passeriformes (zangvogels) en de familie van de Campephagidae (rupsvogels).
réunionrupsvogels	=	réunionrupsvogel
réunionrupsvogeltje	=	réunionrupsvogel
réunionrupsvogeltjes	=	réunionrupsvogel
réunions	adj	op Réunion betrekking hebbend
réunionse	noun	een vrouwelijke inwoner van Réunion, of iemand afkomstig hiervan
réunionsen	=	réunionse
réunionstormvogel	noun	Pseudobulweria aterrima een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
réunionstormvogels	=	réunionstormvogel
réunionstormvogeltje	=	réunionstormvogel
réunionstormvogeltjes	=	réunionstormvogel
réunionuil	noun	Otus grucheti een uitgestorven vogel uit de familie uilen (Strigidae)
réunionuilen	=	réunionuil
réunionuiltje	=	réunionuil
réunionuiltjes	=	réunionuil
réunionvalk	noun	Falco duboisi een roofvogel uit de familie der valken (Falconidae).
réunionvalken	=	réunionvalk
réunionvalkje	=	réunionvalk
réunionvalkjes	=	réunionvalk
réussite	noun	gelukkige afloop; gewenst resultaat
réussites	=	réussite
rêverie	noun	dromerig muziekstuk
rêverieën	=	rêverie
römertopf	noun	poreuze aardewerken ovenschaal om gerechten te smoren zonder vet
römertopfen	=	römertopf
römertopfje	=	römertopf
röntgen	noun	eenheid van hoeveelheid röntgenstraling (geen SI-eenheid)
röntgende	=	röntgenen
röntgenden	=	röntgenen
röntgendiffractie	noun	een methode voor fasenidentificatie en structuurbepaling op atomaire schaal, gebaseerd op de coherente strooiing van röntgenstralen aan het kristalrooster van kristallijne stoffen
röntgendiffracties	=	röntgendiffractie
röntgene	=	röntgenen
röntgenen	verb	doorlichten met röntgenstraling
röntgenend	=	röntgenen
röntgenende	=	röntgenen
röntgenfoto	noun	een fotografische opname gemaak met röntgenstraling
röntgenfoto's	=	röntgenfoto
röntgenfotografie	noun	fotografie met behulp van röntgenstralen
röntgenfotootje	=	röntgenfoto
röntgenfotootjes	=	röntgenfoto
röntgenium	noun	scheikundig element met symbool Rg en atoomnummer 111.
röntgeniumatomen	=	röntgeniumatoom
röntgeniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element röntgenium.
röntgeniumatoompje	=	röntgeniumatoom
röntgeniumatoompjes	=	röntgeniumatoom
röntgenologen	=	röntgenoloog
röntgenologisch	adj	betrekking hebbend op de röntgenologie
röntgenologische	=	röntgenologisch
röntgenologischer	=	röntgenologisch
röntgenologischere	=	röntgenologisch
röntgenologischers	=	röntgenologisch
röntgenoloog	noun|obsolete	arts die gespecialiseerd is in het gebruik van medische beeldvormende technieken (en dus niet alleen maar diagnostiek met röntgenstralen)
röntgenonderzoek	noun	beeldvormend onderzoek met röntgenstralen
röntgenonderzoeken	=	röntgenonderzoek
röntgenstraal	noun	electromagnetische straling waarbij de fotonen een energie hebben van 124eV tot 1240 keV, een frequentie van 3×10^16 Hz tot 3×10^19 Hz en een golflengte van 0.01 tot 10 nanometers
röntgenstraaltje	=	röntgenstraal
röntgenstralen	=	röntgenstraal
röntgenstraling	noun	elektromagnetische straling met een golflengte korter dan UV-straling maar langer dan gammastraling
röntgenstralingen	=	röntgenstraling
röntgenstralinkje	=	röntgenstraling
röntgent	=	röntgenen
rösti	noun	koek op basis van geraspte aardappel die met andere ingrediënten wordt gebakken
rücksichtlose	=	rücksichtslos
rücksichtslos	adj	meedogenloos (zonder rekening te houden met)
rücksichtslose	=	rücksichtslos
rücksichtsloser	=	rücksichtslos
rücksichtslosere	=	rücksichtslos
rücksichtslosers	=	rücksichtslos
rücksichtslost	=	rücksichtslos
rücksichtsloste	=	rücksichtslos
s	noun	de negentiende letter van het alfabet
s'en	=	s
s'je	=	s
s'jes	=	s
s's	=	s
s-bocht	noun	opeenvolgende krommingen naar rechts, naar links en weer naar rechts
s-bochten	=	s-bocht
s-bochtje	=	s-bocht
s-bochtjes	=	s-bocht
s-icd	noun	onder de huid geïmplanteerd apparaat dat het hartritme controleert en zo nodig corrigeert
s-icd's	=	s-icd
s-icdtje	=	s-icd
s-icdtjes	=	s-icd
s-stekker	noun	stevig uiteinde van een kabel om in een bijpassend contact te steken en zo een verbinding te maken, met aansluitpunten en een afwijkende vormgeving die binnen een standaard als aanvulling gebruikt kan worden
s-stekkers	=	s-stekker
s-video	noun	een manier om video op te slaan met een apart kanaal voor helderheid en voor kleur informatie
s-vormig	adj	met een opeenvolging van krommingen naar rechts, naar links en weer naar rechts
s-vormige	=	s-vormig
s-vormiger	=	s-vormig
s-vormigere	=	s-vormig
s-vormigers	=	s-vormig
s-vormigs	=	s-vormig
s-vormigst	=	s-vormig
s-vormigste	=	s-vormig
sa	intj|obsolete	als aansporing
saai	noun	een soort wollen stof	adj	oninteressant, eentonig
saaie	=	saai
saaien	adj	gemaakt van saai, een doffe wollen stof	noun	dicht geweven schrobnet
saaier	=	saai
saaiere	=	saai
saaiers	=	saai
saaiheden	=	saaiheid
saaiheid	noun	een gebrek aan opwindende afwisseling
saais	=	saai
saaist	=	saai
saaiste	=	saai
saaitje	=	saai
saaitjes	=	saai
saalien	noun	laatste deel van het middenpleistoceen in Noordwest-Europa, van 238.000 tot 126.000 jaar geleden met de voorlaatste ijstijd
saam	adv	met elkaar, tezamen, samen
saamenspraak	=	samenspraak
saamhoorigheidsgevoel	=	saamhorigheidsgevoel
saamhorig	adj	gekenmerkt door een gevoel bij elkaar te horen
saamhorige	=	saamhorig
saamhoriger	=	saamhorig
saamhorigere	=	saamhorig
saamhorigers	=	saamhorig
saamhorigheden	=	saamhorigheid
saamhorigheid	noun	het gevoel van samen een geheel te zijn
saamhorigheidsgevoel	noun	het gevoel dat je bij elkaar hoort, dat je ergens thuis bent, dat je bij een groep hoort
saamhorigheidsgevoelen	noun	een gevoel van saamhorigheid
saamhorigheidsgevoelens	=	saamhorigheidsgevoelen
saamhorigs	=	saamhorig
saamhorigst	=	saamhorig
saamhorigste	=	saamhorig
saampjes	adv	met zijn tweeën; met elkaar
saar	noun	verdriet, pijn
saargebied	noun	de Duitse deelstaat Saarland
saargebieden	=	saargebied
saargebiedje	=	saargebied
saargebiedjes	=	saargebied
saarlands	adj	afkomstig uit de Duitse deelstaat Saarland; betrekking hebbend op Saarland
saarlandse	=	saarlands
saarlandser	=	saarlands
saarlandsere	=	saarlands
saarlandsers	=	saarlands
saartje	=	saar
saartjes	=	saar
sab	=	sabben
saba	noun	sjabbat, zevende dag van de week, zaterdag, joodse rustdag
sabaan	noun	iemand die woonachtig is op of afkomstig van het eiland Saba
sabaans	adj	van of met betrekking tot Saba
sabaanse	noun	vrouwelijke inwoner van Saba, of een vrouw afkomstig uit Saba
sabaansen	=	sabaanse
sabaanser	=	sabaans
sabaansere	=	sabaans
sabaansers	=	sabaans
sabaanst	=	sabaans
sabaanste	=	sabaans
sabachtani	verb	je hebt mij verlaten
sabahbospatrijs	noun	Tropicoperdix graydoni een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
sabahbospatrijsje	=	sabahbospatrijs
sabahbospatrijsjes	=	sabahbospatrijs
sabahbospatrijzen	=	sabahbospatrijs
sabahpitta	noun	Erythropitta ussheri een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
sabahpitta's	=	sabahpitta
sabahpittaatje	=	sabahpitta
sabahpittaatjes	=	sabahpitta
sabaku	noun	een dorp aan de rivier Boven-Para in het district Para, Suriname
sabaku's	=	sabaku
sabanen	=	sabaan
sabat	noun	sabbat
sabayon	noun	een crème van wijn, eidooiers, suiker en aromaten
sabayons	=	sabayon
sabba	noun	opa
sabba's	=	sabba
sabbat	noun	zevende dag van de week, zaterdag, joodse rustdag (111×: Ex. 16:23 +, Lev. 16:31 +, Num. 15:32 +, Deut. 5:12 +, 2 Kon. 4:23 +, Jes. 1:13 +, Jer. 17:21 +, Ez. 46:1 +, Hos. 2:13, Am. 8:5 +, Ps. 92:1, Klaagl. 2:6, Neh. 9:14 +, 1 Kron. 9:32 +, 2 Kron. 23:4 +; ook 55× in NT), van vrijdagavond tot zaterdagavond, als rustdag die gewijd is aan de verering van God
sabbatdag	noun	de rustdag voor de joden op zaterdag, de rustdag voor de christenen op zondag
sabbatdagen	=	sabbatdag
sabbatical	noun	een langere periode waarin mensen vrij nemen (of betaald vrij krijgen) van hun gewone beroepsbezigheden
sabbaticals	=	sabbatical
sabbatjaar	noun	een onderbreking in een loopbaan met een jaar (om zich te kunnen richten op persoonlijke ontwikkeling)
sabbatjaartje	=	sabbatjaar
sabbatjaartjes	=	sabbatjaar
sabbatjaren	=	sabbatjaar
sabbatje	=	sabbat
sabbatkaars	noun	een van de kaarsen die joden op de vrijdagavond voor de sabbat aansteken
sabbatkaarsen	=	sabbatkaars
sabbatkaarsje	=	sabbatkaars
sabbatkaarsjes	=	sabbatkaars
sabbatlamp	noun	olielamp die gedurende de hele sabbat blijft branden zodat men geen vuur hoeft te maken, hetgeen volgens het Joodse geloof verboden is op de sabbat
sabbatlampen	=	sabbatlamp
sabbatlampje	=	sabbatlamp
sabbatlampjes	=	sabbatlamp
sabbatreis	noun	maximale af te leggen afstand op de sabbat een afstand van 2000 schreden
sabbatreizen	=	sabbatreis
sabbatrust	noun	de onvolprezen, voor Joden verplichte, rust van de werkzaamheden tijdens de sabbatdag
sabbats	noun	sabbatten, afwijkende meervoudsvorm van sabbat
sabbatsafstand	noun	de maximale afstand van 2000 schreden die een Jood op de sabbat mag afleggen
sabbatsjaar	noun	volgens de Thora het jaar waarin een stuk land onbebouwd moet blijven
sabbatsjaartje	=	sabbatsjaar
sabbatsjaartjes	=	sabbatsjaar
sabbatsjaren	=	sabbatsjaar
sabbatslamp	noun	olielamp die gedurende de hele sabbat blijft branden zodat men geen vuur hoeft te maken, hetgeen volgens het Joodse geloof verboden is op de sabbat
sabbatslampen	=	sabbatslamp
sabbatslampje	=	sabbatslamp
sabbatslampjes	=	sabbatslamp
sabbatsmaal	noun	maaltijd bij het begin van de sabbat
sabbatsmaaltje	=	sabbatsmaal
sabbatsmaaltjes	=	sabbatsmaal
sabbatsmalen	=	sabbatsmaal
sabbatsreis	noun	maximale af te leggen afstand op sabbat
sabbatsrust	noun	de onvolprezen, voor Joden verplichte, rust van de werkzaamheden tijdens de sabbatdag
sabbatsschender	noun	Jood die arbeid verricht op de sabbat, de verplichte rustdag voor Joden
sabbatsschenders	=	sabbatsschender
sabbatsverlof	noun	een periode waarin mensen vrij nemen (of betaald vrij krijgen) van hun gewone beroepsbezigheden
sabbatsverlofje	=	sabbatsverlof
sabbatsverlofjes	=	sabbatsverlof
sabbatsverloven	=	sabbatsverlof
sabbatten	=	sabbat
sabbatviering	noun	de viering van de sabbat
sabbatvieringen	=	sabbatviering
sabbatvierinkje	=	sabbatviering
sabbatvierinkjes	=	sabbatviering
sabbe	=	sabben
sabbel	=	sabbelen
sabbelaar	=	zabbelaar
sabbelde	=	sabbelen
sabbelden	=	sabbelen
sabbele	=	sabbelen
sabbelen	verb	likken en zuigen aan iets
sabbelend	=	sabbelen
sabbelende	=	sabbelen
sabbelt	=	sabbelen
sabben	verb|obsolete	schrijfwijze voor: zabben "vochtig zoenen, zuigen"
sabbend	=	sabben
sabbende	=	sabben
sabber	=	sabberen
sabberaar	noun	iemand die sabbert
sabberaars	=	sabberaar
sabberaartje	=	sabberaar
sabberaartjes	=	sabberaar
sabberde	=	sabberen
sabberden	=	sabberen
sabbere	=	sabberen
sabberen	verb	knoeien of kliederen
sabberend	=	sabberen
sabberende	=	sabberen
sabbert	=	sabberen
sabde	=	sabben
sabden	=	sabben
sabeeër	noun	bewoner van Seba-2 (Jes. 45:14, Ez. 23:42)
sabeeërs	=	sabeeër
sabel	noun	een slag- en steekwapen, van oudsher in gebruik bij de cavallerie, nu onder meer gebruikt in de schermsport
sabelantiloopje	=	sabelantilope
sabelantiloopjes	=	sabelantilope
sabelantilope	noun	Hippotragus niger is een Afrikaanse antilope uit de onderfamilie der paardantilopen.
sabelantilopen	=	sabelantilope
sabelantilopes	=	sabelantilope
sabelbont	noun	bont van de sabelmarter, het sabeldier
sabelde	=	sabelen
sabelden	=	sabelen
sabeldier	noun	bepaald soort zoogdier, Martes zibellina, een marterachtige die het sabelbont levert
sabeldieren	=	sabeldier
sabeldiertje	=	sabeldier
sabele	=	sabelen
sabelen	verb	meppen met een sabel
sabelend	=	sabelen
sabelende	=	sabelen
sabelhouw	noun	slag met een sabel
sabelhouwen	=	sabelhouw
sabelmarter	noun	bepaald soort zoogdier, Martes zibellina, marterachtige die voorkomt in de taigazone van Eurazië
sabelmarters	=	sabelmarter
sabelmartertje	=	sabelmarter
sabelmartertjes	=	sabelmarter
sabelmier	noun	Strongylognathus testaceus, mier met dolkvormige kaken
sabelmieren	=	sabelmier
sabelmiertje	=	sabelmier
sabelmiertjes	=	sabelmier
sabelmuisspecht	noun	Drymornis bridgesii een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
sabelmuisspechten	=	sabelmuisspecht
sabelmuisspechtje	=	sabelmuisspecht
sabelmuisspechtjes	=	sabelmuisspecht
sabels	=	sabel
sabelschede	noun	Phaxas pellucidus een tweekleppigensoort uit de familie van de Pharidae.
sabelscheden	=	sabelschede
sabelschedes	=	sabelschede
sabelschedetje	=	sabelschede
sabelschedetjes	=	sabelschede
sabelsprinkhaan	noun	Tettigoniidae sprinkhaan uit een familie van insecten behorend tot de orde rechtvleugeligen (Orthoptera) waarvan het wijfje een sabelvormige legboor heeft
sabelsprinkhaantje	=	sabelsprinkhaan
sabelsprinkhaantjes	=	sabelsprinkhaan
sabelsprinkhanen	noun	Tettigoniidae een familie van insecten behorend tot de orde rechtvleugeligen (Orthoptera).
sabelsprinkhanendoder	noun	Sphex funerarius een vliesvleugelig insect uit de familie van de langsteelgraafwespen (Sphecidae).
sabelsprinkhanendoders	=	sabelsprinkhanendoder
sabelsprinkhanendodertje	=	sabelsprinkhanendoder
sabelsprinkhanendodertjes	=	sabelsprinkhanendoder
sabelt	=	sabelen
sabeltandkat	noun	zoogdier uit de uitgestorven onderfamilie Machairodontinae van de katachtigen (Felidae), die met name getypeerd werden door hun mesvormige hoektanden.
sabeltandkatje	=	sabeltandkat
sabeltandkatjes	=	sabeltandkat
sabeltandkatten	noun	uitgestorven onderfamilie Machairodontinae van de katachtigen (Felidae), die met name getypeerd werden door hun mesvormige hoektanden Deze katten zijn bekend van vele fossielen, gevonden op verschillende continenten, waaruit blijkt dat hun verspreiding overeenkwam met die van de huidige katten.
sabeltandtijger	noun	Smilodon een geslacht van aan het eind van het pleistoceen uitgestorven grote carnivoren uit de familie van de katachtigen (Felidae)
sabeltandtijgers	=	sabeltandtijger
sabeltandtijgertje	=	sabeltandtijger
sabeltandtijgertjes	=	sabeltandtijger
sabeltandvissen	noun	een familie Evermannellidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
sabeltangare	noun	Stilpnia cayana een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
sabeltangaren	=	sabeltangare
sabeltangaretje	=	sabeltangare
sabeltangaretjes	=	sabeltangare
sabeltje	=	sabel
sabeltjes	=	sabel
sabelvleugel	noun	vleugel in de vorm van een sabel
sabelvleugelen	=	sabelvleugel
sabelvleugels	noun	een geslacht Campylopterus van vogels uit de familie kolibries (Trochilidae) en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
sabelvleugeltje	=	sabelvleugel
sabelvleugeltjes	=	sabelvleugel
sabelvormig	adj	vorm van een sabel hebbend
sabelvormige	=	sabelvormig
sabelvormiger	=	sabelvormig
sabelvormigere	=	sabelvormig
sabelvormigers	=	sabelvormig
sabelvormigs	=	sabelvormig
sabelvormigst	=	sabelvormig
sabelvormigste	=	sabelvormig
sabena	noun	de afkorting voor Société Anonyme Belge d'Exploitation de la Navigation Aérienne, de nationale luchtvaartmaatschappij van België tot november 2001
sabotage	noun	een ingreep op zaken om deze te laten mislukken of te vernielen
sabotageactie	noun	een actie waarbij men moedwillig iets onklaar of kapot wil maken
sabotageacties	=	sabotageactie
sabotagedaad	noun	handeling die gericht is om iets van de vijand kapot te maken; handeling die er op gericht is om iets van een vijand te verhinderen
sabotagedaden	=	sabotagedaad
sabotagepoging	noun	poging om iets kapot te maken of te ontregelen
sabotagepogingen	=	sabotagepoging
sabotagepoginkje	=	sabotagepoging
sabotagepoginkjes	=	sabotagepoging
sabotages	=	sabotage
sabotaleeuwerik	noun	Calendulauda sabota een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
sabotaleeuweriken	=	sabotaleeuwerik
sabotaleeuwerikje	=	sabotaleeuwerik
sabotaleeuwerikjes	=	sabotaleeuwerik
saboteer	=	saboteren
saboteerde	=	saboteren
saboteerden	=	saboteren
saboteert	=	saboteren
sabotere	=	saboteren
saboteren	verb	belemmeren (uit protest)
saboterend	=	saboteren
saboterende	=	saboteren
saboteur	noun	iemand die saboteert (sabotage pleegt)
saboteurs	=	saboteur
saboteurtje	=	saboteur
saboteurtjes	=	saboteur
sabra	noun	Joodse ingezetene van Israël die in het land is geboren
sabra's	=	sabra
sabraatje	=	sabra
sabre	noun	Joodse ingezetene van Israël die in het land is geboren
sabreer	=	sabreren
sabreerde	=	sabreren
sabreerden	=	sabreren
sabreert	=	sabreren
sabrere	=	sabreren
sabreren	verb	op een ceremoniële manier een fles champagne met een sabel openen
sabrerend	=	sabreren
sabrerende	=	sabreren
sabres	=	sabre
sabt	=	sabben
sachalin-zilverspar	noun	Abies sachalinensis een naaldboom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
sachalin-zilversparren	=	sachalin-zilverspar
sachalin-zilversparretje	=	sachalin-zilverspar
sachalin-zilversparretjes	=	sachalin-zilverspar
sacharide	noun	koolhydraat
sachariden	=	sacharide
sacharides	=	sacharide
sacharidetje	=	sacharide
sacharidetjes	=	sacharide
sacharine	noun	caloriearme kunstmatige zoetstof die geen directe invloed heeft het bloedsuikergehalte
sacharinen	=	sacharine
sacharines	=	sacharine
sacharose	noun	een disacharide, bestaande uit een glucose-eenheid en een fructose-eenheid (vruchtensuiker).
sacharosen	=	sacharose
sachembij	noun	Anthophora Bij uit een geslacht van solitaire soorten uit de familie bijen.
sachembijen	noun	Anthophora een geslacht van solitaire soorten uit de familie bijen.
sachembijenoliekever	noun	Sitaris muralis een keversoort uit de familie van oliekevers (Meloidae).
sachembijenoliekevers	=	sachembijenoliekever
sachembijenoliekevertje	=	sachembijenoliekever
sachembijenoliekevertjes	=	sachembijenoliekever
sachembijtje	=	sachembij
sachembijtjes	=	sachembij
sacherijn	noun	ontevreden stemming
sacherijnen	=	sacherijn
sacherijnig	adj|informal	somber en geërgerd
sacherijnige	=	sacherijnig
sacherijniger	=	sacherijnig
sacherijnigere	=	sacherijnig
sacherijnigers	=	sacherijnig
sacherijnigs	=	sacherijnig
sacherijnigst	=	sacherijnig
sacherijnigste	=	sacherijnig
sacherijntje	=	sacherijn
sacherijntjes	=	sacherijn
sachertaart	noun	ronde chocoladetaart, vervaardigd van chocolade, bloem, eieren, suiker, boter en abrikozenjam
sachertaarten	=	sachertaart
sachertaartje	=	sachertaart
sachertaartjes	=	sachertaart
sachertorte	noun	ronde chocoladetaart, vervaardigd van chocolade, bloem, eieren, suiker, boter en abrikozenjam
sachertorten	=	sachertorte
sachertortes	=	sachertorte
sachertortetje	=	sachertorte
sachertortetjes	=	sachertorte
sachet	noun	zakje gevuld met één portie (parfum)
sachetje	=	sachet
sachets	=	sachet
sackjacking	noun	een vorm van straatroof waarbij daders de zijruit van een auto inslaan, of de deur opentrekken, om een tas, laptop of camera van de achterbank of stoel te grissen.
sackjackings	=	sackjacking
sacoche	noun	tas met spullen die je steeds bij je wil hebben
sacocheje	=	sacoche
sacochejes	=	sacoche
sacocheken	=	sacoche
sacochen	=	sacoche
sacoches	=	sacoche
sacochetje	=	sacoche
sacochetjes	=	sacoche
sacra	=	sacrum
sacraal	adj	van een zaak of persoon dat er speciale relatie is met God of het hogere
sacraale	=	sacraal
sacraaler	=	sacraal
sacraalere	=	sacraal
sacraalers	=	sacraal
sacraals	=	sacraal
sacraalst	=	sacraal
sacraalste	=	sacraal
sacrale	=	sacraal
sacraler	=	sacraal
sacralere	=	sacraal
sacralers	=	sacraal
sacrament	noun	ritueel of teken in de christelijke kerk, door Jezus ingesteld, waardoor Gods genade wordt doorgegeven
sacramenteel	adj	met betrekking tot het sacrament
sacramenteels	=	sacramenteel
sacramenteelst	=	sacramenteel
sacramenteelste	=	sacramenteel
sacramentele	=	sacramenteel
sacramenteler	=	sacramenteel
sacramentelere	=	sacramenteel
sacramentelers	=	sacramenteel
sacramenten	=	sacrament
sacramentje	=	sacrament
sacramentjes	=	sacrament
sacraria	=	sacrarium
sacrarium	noun	ruimte of plaats die gewijd is of waar zich iets gewijds bevindt
sacrariumpje	=	sacrarium
sacrariumpjes	=	sacrarium
sacreer	=	sacreren
sacreerde	=	sacreren
sacreerden	=	sacreren
sacreert	=	sacreren
sacrere	=	sacreren
sacreren	verb	wijden
sacrerend	=	sacreren
sacrerende	=	sacreren
sacrificie	noun	opoffering
sacrificies	=	sacrificie
sacrificiën	=	sacrificie
sacrifieer	=	sacrifiëren
sacrifieerde	=	sacrifiëren
sacrifieerden	=	sacrifiëren
sacrifieert	=	sacrifiëren
sacrifiëre	=	sacrifiëren
sacrifiëren	verb	iets of iemand opofferen (voor het goede doel)
sacrifiërend	=	sacrifiëren
sacrifiërende	=	sacrifiëren
sacristie	noun	een ruimte in een rooms-katholieke kerk, waarin men alles bewaart dat nodig kan zijn om een kerkdienst te houden
sacristiebel	noun	een bel naast de ingang van de sacristie die tijdens kerkdiensten geluid wordt
sacristiebellen	=	sacristiebel
sacristiebelletje	=	sacristiebel
sacristiebelletjes	=	sacristiebel
sacristietje	=	sacristie
sacristietjes	=	sacristie
sacristieën	=	sacristie
sacrosanct	adj	heilig en gewijd
sacrosancte	=	sacrosanct
sacrosancter	=	sacrosanct
sacrosanctere	=	sacrosanct
sacrosancters	=	sacrosanct
sacrosancts	=	sacrosanct
sacrosanctst	=	sacrosanct
sacrosanctste	=	sacrosanct
sacrum	noun	een samengegroeid bot aan de onderzijde van de wervelkolom
sacrums	=	sacrum
sadducees	adj	van of betreffende de sadduceeën
sadduceeën	noun	religieuze en politieke joodse groepering van de 2de eeuw v.C. tot 70 n.C., die verdween bij de val van de tempel, in een aantal opzichten staand tegenover de farizeeën (14× in NT)
sadduceeër	noun	een van de sadduceeën
sadduceeërs	=	sadduceeër
sadducese	=	sadducees
sadhoe	noun	asceet
sadhoes	=	sadhoe
sadisme	noun	drang om bevrediging te vinden in het pijnigen en kwellen van anderen
sadist	noun	iemand die bevrediging zoekt in het pijnigen van een ander
sadiste	noun	vrouw die bevrediging zoekt in het pijnigen van een ander
sadisten	=	sadist
sadistes	=	sadiste
sadistetje	=	sadiste
sadistetjes	=	sadiste
sadistisch	adj	genietend van het toebrengen van pijn
sadistische	=	sadistisch
sadistischer	=	sadistisch
sadistischere	=	sadistisch
sadistischers	=	sadistisch
sadistischt	=	sadistisch
sadistischte	=	sadistisch
sadistje	=	sadist
sadistjes	=	sadist
sado	noun	licht rijtuigje op twee wielen waarin de passagiers met de ruggen naar elkaar toe zitten (dos-à-dos) (uit Indonesië)
sado's	=	sado
sadomasochisme	noun	vorm van seksuele lustbeleving waarbij pijn, kwelling en onderwerping een belangrijke rol spelen
sadomasochist	noun	beoefenaar van het sadomasochisme
sadomasochisten	=	sadomasochist
sadomasochistisch	adj	met betrekking tot seks die samengaat met kwelling
sadomasochistische	=	sadomasochistisch
sadomasochistischer	=	sadomasochistisch
sadomasochistischere	=	sadomasochistisch
sadomasochistischers	=	sadomasochistisch
sadootje	=	sado
sadootjes	=	sado
saemenspraak	=	samenspraak
safar	noun	de tweede maand van het jaar in de islamitische kalender
safari	noun	expeditie in de wildgebieden in Afrika
safari's	=	safari
safarietje	=	safari
safarietjes	=	safari
safariganger	noun	iemand die een tocht door de wildgebieden in Afrika maakt
safarigangers	=	safariganger
safaripark	noun	commerciële attractie in de stijl van een dierentuin, waar bezoekers doorgaans met een voertuig (eigen auto of parkvoertuig) door een omheind gebied rijden om vrij rondlopende wilde dieren te observeren
safariparken	=	safaripark
safariparkje	=	safaripark
safariparkjes	=	safaripark
safe	noun	kast of ruimte met dikke stalen wanden en veilig slot om waardevolle zaken in te bewaren	adj	vrij van gevaar
safehouse	noun	een huis dat gebruikt kan worden om iemand te laten onderduiken
safehouseje	=	safehouse
safehousejes	=	safehouse
safehouses	=	safehouse
safeje	=	safe
safejes	=	safe
safer	=	safe
safere	=	safe
safers	=	safe
safes	=	safe
safest	=	safe
safeste	=	safe
saffiaan	noun	soepel geitenleer of schapenleer dat in heldere kleuren is geverfd
saffiaanleer	noun	een fijn soort geitenleder, dat meestal met sumak is gelooid
saffie	noun	sigaret, met papier omhuld staafje tabak
saffier	noun	een kostbare, transparante blauwe edelsteensoort die een variant is van korund (α-Al₂O₃)
saffieramazilia	noun	Chionomesa lactea een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
saffieramazilia's	=	saffieramazilia
saffieramaziliaatje	=	saffieramazilia
saffieramaziliaatjes	=	saffieramazilia
saffierblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5003 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5003 ( ).
saffierblauwe	=	saffierblauw
saffierblauwen	=	saffierblauw
saffierblauwer	=	saffierblauw
saffierblauwere	=	saffierblauw
saffierblauwers	=	saffierblauw
saffierblauws	=	saffierblauw
saffierblauwst	=	saffierblauw
saffierblauwste	=	saffierblauw
saffierblauwtje	noun	Kretania pylaon een vlinder uit de familie van de Lycaenidae.
saffierblauwtjes	=	saffierblauwtje
saffieren	adj	met saffieren vervaardigd
saffierglaasje	=	saffierglas
saffierglaasjes	=	saffierglas
saffierglas	noun	glas met de krasbestendigheid van saffier
saffierglazen	=	saffierglas
saffierkeelkolibrie	noun	Chrysuronia coeruleogularis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
saffierkeelkolibries	=	saffierkeelkolibrie
saffierkeelkolibrietje	=	saffierkeelkolibrie
saffierkeelkolibrietjes	=	saffierkeelkolibrie
saffierkwartelduif	noun	Geotrygon saphirina een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
saffierkwartelduifje	=	saffierkwartelduif
saffierkwartelduifjes	=	saffierkwartelduif
saffierkwartelduiven	=	saffierkwartelduif
saffierlori	noun	Vini peruviana een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
saffierlori's	=	saffierlori
saffierlorietje	=	saffierlori
saffierlorietjes	=	saffierlori
saffierpluimbroekje	noun	Eriocnemis luciani een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
saffierpluimbroekjes	=	saffierpluimbroekje
saffiertje	=	saffier
saffiertjes	=	saffier
saffiervleugelkolibrie	noun	Pterophanes cyanopterus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
saffiervleugelkolibries	=	saffiervleugelkolibrie
saffiervleugelkolibrietje	=	saffiervleugelkolibrie
saffiervleugelkolibrietjes	=	saffiervleugelkolibrie
saffiervliegenvanger	noun	Ficedula sapphira een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
saffiervliegenvangers	=	saffiervliegenvanger
saffiervliegenvangertje	=	saffiervliegenvanger
saffiervliegenvangertjes	=	saffiervliegenvanger
saffies	=	saffie
saffisch	adj	in de stijl van de klassieke Griekse dichteres Sapfo
saffische	=	saffisch
saffischer	=	saffisch
saffischere	=	saffisch
saffischers	=	saffisch
saffisme	noun|obsolete	vrouwelijke homoseksualiteit, die vooral emotionele betrokkenheid en diepe genegenheid tussen vrouwen behelst
saffloer	noun	bepaald soort samengesteldbloemige distelachtige plant met gele en saffraanrode bloempjes waaruit olie gewonnen wordt, Carthamus tinctorius
saffloerboorvlieg	noun	Acanthiophilus helianthi een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
saffloerboorvliegen	=	saffloerboorvlieg
saffloerboorvliegje	=	saffloerboorvlieg
saffloerboorvliegjes	=	saffloerboorvlieg
saffloeren	=	saffloer
saffloerolie	noun	geurige, cholesterolarme plantaardige olie (spijsolie) die wordt verkregen door het uitpersen van de zaden van de saffloer of van de blauwe of zwarte saffloerdistel, Carthamus tinctorius
saffloerolies	=	saffloerolie
saffloeroliën	=	saffloerolie
saffraan	noun	specerij bereid uit de saffraankrokus Crocus sativus
saffraangeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1017 ( ); de gele kleur van saffraan.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1017 ( ).
saffraangeels	=	saffraangeel
saffraangeelst	=	saffraangeel
saffraangeelste	=	saffraangeel
saffraangele	=	saffraangeel
saffraangelen	=	saffraangeel
saffraangeler	=	saffraangeel
saffraangelere	=	saffraangeel
saffraangelers	=	saffraangeel
saffraangouduil	noun	Tiliacea aurago een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
saffraangouduilen	=	saffraangouduil
saffraangouduiltje	=	saffraangouduil
saffraangouduiltjes	=	saffraangouduil
saffraankoppapegaai	noun	Pyrilia pyrilia een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
saffraankoppapegaaien	=	saffraankoppapegaai
saffraankoppapegaaitje	=	saffraankoppapegaai
saffraankoppapegaaitjes	=	saffraankoppapegaai
saffraankrokus	noun	Crocus sativus een knolgewas uit de lissenfamilie (Iridaceae).
saffraankrokusje	=	saffraankrokus
saffraankrokusjes	=	saffraankrokus
saffraankrokussen	=	saffraankrokus
saffraansijs	noun	Spinus siemiradzkii een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
saffraansijsje	=	saffraansijs
saffraansijsjes	=	saffraansijs
saffraansijzen	=	saffraansijs
saffraantroepiaal	noun	Xanthopsar flavus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
saffraantroepiaaltje	=	saffraantroepiaal
saffraantroepiaaltjes	=	saffraantroepiaal
saffraantroepialen	=	saffraantroepiaal
saffraanwever	noun	Ploceus xanthops een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
saffraanwevers	=	saffraanwever
saffraanwevertje	=	saffraanwever
saffraanwevertjes	=	saffraanwever
saffranen	=	saffraan
saga	noun	Germaanse heldenverhalen uit de vroege middeleeuwen die later in het Oudnoords op schrift zijn gesteld
saga's	=	saga
sagaai	noun	licht houten werpspeer met en geharde of metalen punt, zoals die in Afrika werden gebruikt
sagaaien	=	sagaai
sagaaitje	=	sagaai
sage	noun	een traditioneel volksverhaal dat vaak gegroeid is om een historische kern
sagen	=	sage
sagenkring	noun	reeks van sagen die betrekking hebben op een bepaalde persoon of gebeurtenis
sagenkringen	=	sagenkring
sagenkringetje	=	sagenkring
sagenkringetjes	=	sagenkring
saggerijnig	=	chagrijnig
sagittaal	adj	met betrekking tot de pijlnaad, die van voor naar achter over de schedel loopt
sagittaals	=	sagittaal
sagittaalst	=	sagittaal
sagittaalste	=	sagittaal
sagittale	=	sagittaal
sagittaler	=	sagittaal
sagittalere	=	sagittaal
sagittalers	=	sagittaal
sago	noun	een zetmeelproduct dat wordt gewonnen door het merg van verschillende soorten sagopalmen en -palmvarens, vnl. soorten uit de geslachten: Metroxylon en Zamia
sagopalm	noun	Metroxylon sagu de echte sagopalm
sagopalmen	=	sagopalm
sagoweer	noun|obsolete	palmwijn, bereid uit het gegiste sap van de arengpalm Arenga pinnata
saguaro	noun	Carnegiea gigantea een reuzencactus en de enige soort binnen het geslacht Carnegiea.
saguaro's	=	saguaro
sagueer	noun	schrijfwijze voor saguweer, palmwijn
saguweer	noun|obsolete	palmwijn, bereid uit het gegiste sap van de arengpalm Arenga pinnata
saharaans	adj	op de Sahara betrekking hebbend
saharaanse	=	saharaans
saharaanser	=	saharaans
saharaansere	=	saharaans
saharaansers	=	saharaans
saharaanst	=	saharaans
saharaanste	=	saharaans
saharalantaarntje	noun	Ischnura saharensis een libellensoort uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
saharalantaarntjes	=	saharalantaarntje
saharastof	noun	zand of stof in of afkomstig van de woestijn Sahara
saharazand	noun	zand in of afkomstig van de woestijn Sahara
sahelbabbelaar	noun	Turdoides plebejus een zangvogel uit de familie Leiothrichidae
sahelbabbelaars	=	sahelbabbelaar
sahelbabbelaartje	=	sahelbabbelaar
sahelbabbelaartjes	=	sahelbabbelaar
sahelkapokmees	noun	Anthoscopus punctifrons een zangvogel uit de familie Remizidae (buidelmezen).
sahelkapokmeesje	=	sahelkapokmees
sahelkapokmeesjes	=	sahelkapokmees
sahelkapokmezen	=	sahelkapokmees
sahelkuiftrap	noun	Lophotis savilei een vogel uit de familie van de trappen (Otididae).
sahelkuiftrapje	=	sahelkuiftrap
sahelkuiftrapjes	=	sahelkuiftrap
sahelkuiftrappen	=	sahelkuiftrap
sahelparadijswida	noun	Vidua orientalis een vogel uit de familie van de Viduidae.
sahelparadijswida's	=	sahelparadijswida
sahelparadijswidaatje	=	sahelparadijswida
sahelparadijswidaatjes	=	sahelparadijswida
sahelrotsmus	noun	Gymnoris pyrgita een vogel uit de familie mussen (Passeridae).
sahelrotsmusje	=	sahelrotsmus
sahelrotsmusjes	=	sahelrotsmus
sahelrotsmussen	=	sahelrotsmus
sahelscharrelaar	noun	Coracias abyssinicus een soort scharrelaar die voorkomt in Afrika
sahelscharrelaars	=	sahelscharrelaar
sahelscharrelaartje	=	sahelscharrelaar
sahelscharrelaartjes	=	sahelscharrelaar
sahelzandhoen	noun	Pterocles senegallus een soort uit Afrika en Azië
sahelzandhoenderen	=	sahelzandhoen
sahelzandhoenders	=	sahelzandhoen
sahelzandhoendertje	=	sahelzandhoen
sahelzandhoendertjes	=	sahelzandhoen
sahelzandhoenen	=	sahelzandhoen
sahelzandhoentje	=	sahelzandhoen
sahelzandhoentjes	=	sahelzandhoen
sahoelhoningzuiger	noun	Cinnyris frenatus een vogelsoort uit de familie van de Nectariniidae.
sahoelhoningzuigers	=	sahoelhoningzuiger
sahoelhoningzuigertje	=	sahoelhoningzuiger
sahoelhoningzuigertjes	=	sahoelhoningzuiger
sahoelrupsvogel	noun	Edolisoma tenuirostre (syn.: Coracina tenuirostris) een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels) die voorkomt in Nieuw-Guinea en Australië
sahoelrupsvogels	=	sahoelrupsvogel
sahoelrupsvogeltje	=	sahoelrupsvogel
sahoelrupsvogeltjes	=	sahoelrupsvogel
sahoelstruikkoekoek	noun	Cacomantis variolosus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
sahoelstruikkoekoeken	=	sahoelstruikkoekoek
sahoelstruikkoekoekje	=	sahoelstruikkoekoek
sahoelstruikkoekoekjes	=	sahoelstruikkoekoek
sai	noun	oud Japans steekwapen dat je in je hand houdt, in de vorm van een metalen drietand waarvan de middelste tand veel langer is
saiga	noun	Saiga tatarica een bedreigd evenhoevig zoogdier dat voorkomt op de steppen van Centraal-Azië en het zuiden van Rusland.
saiga's	=	saiga
saiga-antiloopje	=	saiga-antilope
saiga-antiloopjes	=	saiga-antilope
saiga-antilope	noun	een bedreigde soort evenhoevig zoogdier dat voorkomt op de steppen van Centraal-Azië en het zuiden van Rusland.
saiga-antilopen	=	saiga-antilope
saiga-antilopes	=	saiga-antilope
saigaatje	=	saiga
saigaatjes	=	saiga
saignant	adj	licht gebakken, zodat het van binnen nog bloedrood is
saignante	=	saignant
saignanter	=	saignant
saignantere	=	saignant
saignanters	=	saignant
saignants	=	saignant
saignantst	=	saignant
saignantste	=	saignant
saillant	noun	uitstulping voor extra bescherming tegen vijandelijke aanvallen in de frontlijn van een verdedigingswerk (zoals een bastion)	adj	opvallend
saillante	=	saillant
saillanten	=	saillant
saillanter	=	saillant
saillantere	=	saillant
saillanters	=	saillant
saillantje	=	saillant
saillantjes	=	saillant
saillants	=	saillant
saillantst	=	saillant
saillantste	=	saillant
saimaarob	noun	Pusa hispida saimensis een ondersoort van de ringelrob (Pusa hispida) die uitsluitend voorkomt in het Saimaameer in Finland
saimaarobben	=	saimaarob
saimaarobbetje	=	saimaarob
saimaarobbetjes	=	saimaarob
saintbathanszoogdier	noun	Saint Bathans-zoogdier een uitgestorven zoogdier uit de orde Theriiformes dat tijdens het mioceen in Nieuw-Zeeland leefde. fossielen van het Saint Bathans-zoogdier, een gedeeltelijke onderkaak en een dijbeen, zijn gevonden in de Bannockburn-formatie bij Saint Bathans op het Zuidereiland met een ouderdom van 19 tot 15 miljoen jaar
saintbathanszoogdieren	=	saintbathanszoogdier
saintbathanszoogdiertje	=	saintbathanszoogdier
saintbathanszoogdiertjes	=	saintbathanszoogdier
saipankarekiet	noun	Acrocephalus hiwae een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
saipankarekieten	=	saipankarekiet
saipankarekietje	=	saipankarekiet
saipankarekietjes	=	saipankarekiet
saisine	noun	juridische regeling voor de onmiddellijke overgang van een nalatenschap bij overlijden van de erflater op de erfgenamen onder algemene titel, waarbij de laatsten de overledene direct opvolgen in al zijn vererfbare rechten en verplichtingen en in zijn bezit en houderschap (artikel 4:182 BW).
saizoen	=	seizoen
sajariem	noun	verkenners, verspieders
sajet	noun	een garen uit korte wolvezels
sajetten	=	sajet
sak	noun	japon
sakalavawever	noun	Ploceus sakalava een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
sakalavawevers	=	sakalavawever
sakalavawevertje	=	sakalavawever
sakalavawevertjes	=	sakalavawever
sakdoek	=	zakdoek
sake	noun	Japanse alcoholische drank, die onder andere wordt gemaakt van rijst
sake's	=	sake
sakervalk	noun	Falco cherrug een vrij grote valkensoort van Oost-Europa en Centraal-Azië
sakervalken	=	sakervalk
sakervalkje	=	sakervalk
sakervalkjes	=	sakervalk
sakes	=	sake
saki	noun	een aapje uit het Zuid-Amerikaanse geslacht Chiropotes
saki's	noun	Pithecia een geslacht van de Zuid-Amerikaanse familie sakiachtigen (Pitheciidae).
sakiachtige	noun	zoogdier uit de familie Pitheciidae van apen van de Nieuwe Wereld.
sakiachtigen	noun	een familie Pitheciidae van apen van de Nieuwe Wereld.
sakje	=	sak
sakjes	=	sak
sakken	=	sak
sakker	=	sakkeren
sakkerde	=	sakkeren
sakkerden	=	sakkeren
sakkere	=	sakkeren
sakkeren	verb	vloeken, foeteren, schelden, afgeven op iemand
sakkerend	=	sakkeren
sakkerende	=	sakkeren
sakkerju	intj|vulgar	uitroep van schrik, afkeer of verbazing
sakkerloot	intj|vulgar	drukt verbazing uit
sakkers	adj	verwensing wijzend op afschuw
sakkerse	=	sakkers
sakkert	=	sakkeren
saks	noun	een inwoner van Saksen, of iemand afkomstig uit Saksen
saksen	=	saks
sakser	noun	een inwoner van Saksen, of iemand afkomstig uit Saksen
saksers	=	sakser
saksisch	adj	op Saksen betrekking hebbend
saksische	noun	een vrouwelijke inwoner van Saksen, of een vrouw afkomstig uit Saksen
saksischen	=	saksische
saksischer	=	saksisch
saksischere	=	saksisch
saksischers	=	saksisch
saksje	=	saks
saké	=	sake
salaadje	=	salade
salaadjes	=	salade
salaam	intj	Arabische groet, Arabische vredeswens
saladbar	noun	buffet zn [2] waar salades kunnen worden samengesteld
saladbars	=	saladbar
salade	noun	een gerecht met koude groente en eventueel een dressing
saladebord	noun|formal	schotel waarop een koude groente met eventueel een dressing wordt opgediend
saladeborden	=	saladebord
salades	=	salade
saladeschaal	noun	grote schotel bestemd voor het opdienen van gerechten die bereid zijn uit onverwarmde groente
saladeschalen	=	saladeschaal
saladetje	=	salade
saladetjes	=	salade
salae	=	sla
salafisme	noun	radicale, fundamentalistische, antiwesterse, intolerante, antiliberale (soennitische) islamistische stroming die een islamitische rechtsorde nastreeft
salafist	noun	aanhanger van het salafisme
salafisten	=	salafist
salafistisch	adj	met betrekking tot het salafisme of de salafisten
salafistische	=	salafistisch
salafistischer	=	salafistisch
salafistischere	=	salafistisch
salafistischers	=	salafistisch
salafistje	=	salafist
salafistjes	=	salafist
salak	noun	Salacca zalacca de meest gekweekte palm uit het geslacht Salacca.
salakken	=	salak
salam	intj	deel van Turkse / Arabische / islamitische groet salam aleikum
salamander	noun	benaming voor dieren uit de orde Caudata, die met vier poten en een grote staat wel op hagedissen lijken, maar daarvan verschillen door een gladde huid, zonder schubben of haren
salamanderkathaai	noun	Parmaturus pilosus een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
salamanderkathaaien	=	salamanderkathaai
salamanderkathaaitje	=	salamanderkathaai
salamanderkathaaitjes	=	salamanderkathaai
salamanders	noun	orde Urodela, in de klasse amfibieën (Amphibia) uit de gewervelde dieren (Caudata)
salamandertje	=	salamander
salamandertjes	=	salamander
salamandervisje	noun	Lepidogalaxias salamandroides een kleine zoetwatervis uit de monotypische familie Lepidogalaxiidae.
salamandervisjes	=	salamandervisje
salamblad	noun	blad van de Syzygium polyanthum met een citroenachtige smaak
salambladen	=	salamblad
salambladeren	=	salamblad
salami	noun	een gekruid soort worst oorspronkelijk uit Italië afkomstig
salami's	=	salami
salamipolitiek	noun	strategie waarbij men een doel niet ineens probeert te bereiken, maar door steeds een stapje verder te gaan lijkend op het plakjes afsnijden van een salami
salangaan	noun	benaming voor vogels uit het geslacht Aerodramus in de familie van de gierzwaluwen Apodidae
salanganen	noun	een geslacht Aerodramus van vogels uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
salariaat	noun	mensen die een vaste baan hebben en een salaris ontvangen
salariaten	=	salariaat
salarieel	adj	het salaris betreffend
salarieels	=	salarieel
salarieelst	=	salarieel
salarieelste	=	salarieel
salarieer	=	salariëren
salarieerde	=	salariëren
salarieerden	=	salariëren
salarieert	=	salariëren
salaris	noun	regelmatige, meestal maandelijkse beloning voor werk verricht in een werkverband
salarisachterstand	noun	het achterblijven van een salaris van een bevolkingsgroep bij de algemene trend
salarisachterstanden	=	salarisachterstand
salarisachterstandje	=	salarisachterstand
salarisachterstandjes	=	salarisachterstand
salarisadministrateur	noun	iemand die werkt bij de salarisadministratie
salarisadministrateuren	=	salarisadministrateur
salarisadministrateurs	=	salarisadministrateur
salarisadministratie	noun	administratieve verwerking en controle van de uit te betalen lonen
salarisadministraties	=	salarisadministratie
salarisinhouding	noun	deel van het bruto loon van een werknemer dat ingehouden wordt door de werkgever en vaak direct doorbetaald wordt aan een andere instantie (zoals de Belastingdienst of een pensioenfonds)
salarisinhoudingen	=	salarisinhouding
salarisinhoudinkje	=	salarisinhouding
salarisinhoudinkjes	=	salarisinhouding
salarisje	=	salaris
salarisjes	=	salaris
salariskorting	noun	verlaging van het loon dat een werknemer ontvangt
salariskortingen	=	salariskorting
salariskost	noun|obsolete	geld dat men als loon moet uitbetalen
salariskosten	noun	geld dat men als loon moet uitbetalen
salarisoffer	noun	het inleveren van salaris in ruil voor behoud van werkgelegenheid of secundaire voorwaarden
salarisoffers	=	salarisoffer
salarisoffertje	=	salarisoffer
salarisoffertjes	=	salarisoffer
salarisplafond	noun	vastgesteld maximum aan salaris (niet van toepassing voor managers, natuurlijk)
salarisplafonds	=	salarisplafond
salarisrekening	noun	post- of bankrekening waarop het salaris gestort wordt
salarisrekeningen	=	salarisrekening
salarisschaal	noun	schaal die als maatstaf dient voor de vaststelling van salarissen
salarisschaaltje	=	salarisschaal
salarisschalen	=	salarisschaal
salarissen	=	salaris
salarisspecificatie	noun	overzicht over een bepaalde periode van het geld dat een werknemer van zijn baas ontvangt, met een verantwoording hoe dit bedrag is berekend en welke bedragen daarover zijn ingehouden als belasting of voor sociale fondsen
salarisspecificaties	=	salarisspecificatie
salarisstijging	noun	een toename van het bruto basissalaris of uurloon dat een werknemer ontvangt.
salarisstijgingen	=	salarisstijging
salarisstijginkje	=	salarisstijging
salarisstijginkjes	=	salarisstijging
salarisverbetering	noun	het vooruitgaan in salaris
salarisverbeteringen	=	salarisverbetering
salarisverhoging	noun	verhoging van het salaris, loonsverhoging
salarisverhogingen	=	salarisverhoging
salarisverhoginkje	=	salarisverhoging
salarisverhoginkjes	=	salarisverhoging
salarisverlaging	noun	verlaging van het loon dat een werknemer ontvangt
salarisverlagingen	=	salarisverlaging
salarisverlaginkje	=	salarisverlaging
salarisverlaginkjes	=	salarisverlaging
salarisvermindering	noun	verlaging van het loon dat een werknemer ontvangt
salarisverminderingen	=	salarisvermindering
salariswagen	noun	een auto van de zaak; firmawagen
salariswagens	=	salariswagen
salariswagentje	=	salariswagen
salariswagentjes	=	salariswagen
salariële	=	salarieel
salariëler	=	salarieel
salariëlere	=	salarieel
salariëlers	=	salarieel
salariëre	=	salariëren
salariëren	verb	betalen van een loon aan een werknemer
salariërend	=	salariëren
salariërende	=	salariëren
salariëring	noun	het betalen van loon voor gedane arbeid, de hoogte van het loon dat men ontvangt of uitbetaalt
salariëringen	=	salariëring
salaê	=	sla
salbomen	=	salboom
salboom	noun	Shorea robusta een subtropische boomsoort die inheems is in het Indisch Subcontinent en het noorden van Zuidoost-Azië.
salboompje	=	salboom
salboompjes	=	salboom
saldanhakathaai	noun	Apristurus saldanha een vis uit de familie van Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
saldanhakathaaien	=	saldanhakathaai
saldanhakathaaitje	=	saldanhakathaai
saldanhakathaaitjes	=	saldanhakathaai
saldeer	=	salderen
saldeerde	=	salderen
saldeerden	=	salderen
saldeert	=	salderen
saldere	=	salderen
salderen	verb	plussen en minnen tegen elkaar wegstrepen
salderend	=	salderen
salderende	=	salderen
saldering	noun	verrekenen van veroorzaakte milieubelasting met elders bespaarde belasting
salderingen	=	saldering
saldi	=	saldo
saldinist	noun	iemand die rond de jaarwisseling zijn saldo op een bankrekening kunstmatig verlaagt met het doel om minder belasting te betalen
saldinisten	=	saldinist
saldo	noun	het eindbedrag wanneer alle tegoeden en verplichtingen in rekening gebracht zijn
saldo's	=	saldo
saldootje	=	saldo
saldootjes	=	saldo
saldosjoemelaar	noun	iemand die rond de jaarwisseling zijn saldo op een bankrekening kunstmatig verlaagt met het doel om minder belasting te betalen
saldosjoemelaars	=	saldosjoemelaar
sale	noun	verkoop tegen verlaagde prijzen gedurende een beperkte periode
sale-and-lease-backconstructie	noun	constructie waarbij een onderneming patenten en octrooien verkoopt aan een financiële instelling om deze vervolgens te leasen
sale-and-lease-backconstructies	=	sale-and-lease-backconstructie
saleierfluiter	noun	Pachycephala teysmanni een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
saleierfluiters	=	saleierfluiter
saleierfluitertje	=	saleierfluiter
saleierfluitertjes	=	saleierfluiter
sales	noun	verkoop aan consumenten tegen verlaagde prijzen gedurende een beperkte periode
salesiaan	noun	lid van de religieuze congregatie Salesianen van Don Bosco die zich vooral bezighoudt met de opvoeding van kinderen
salesianen	=	salesiaan
salesianer	adj	betrekking hebbend op de religieuze congregatie Salesianen van Don Bosco die zich vooral bezighoudt met de opvoeding van kinderen
salesianers	=	salesianer
salesmanager	noun	leider in de afdeling verkoop, een verkoopleider
salesmanagers	=	salesmanager
salesmanagertje	=	salesmanager
salesmanagertjes	=	salesmanager
salet	noun	salon
saletje	=	salet
saletjonker	noun	overdreven modieus persoon
saletjonkers	=	saletjonker
saletjonkertje	=	saletjonker
saletjonkertjes	=	saletjonker
saletten	=	salet
sali	=	salie
salicyl	noun	uit wilgenbast gewonnen stofje(s)
salicylaldehyde	noun	een organische verbinding met als brutoformule C₇H₆O₂
salicylisme	noun	vergiftiging door gebruik van salicylpreparaten
salicylzuren	=	salicylzuur
salicylzuur	noun	een organisch carbonzuur dat oorspronkelijk gewonnen wordt uit wilgenbast
salie	noun	gehalte van hemoglobine in het bloed
salieblauwtje	noun	Pseudophilotes bavius een vlinder uit de familie Lycaenidae.
salieblauwtjes	=	salieblauwtje
salielichtmot	noun	Anania verbascalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
salielichtmotje	=	salielichtmot
salielichtmotjes	=	salielichtmot
salielichtmotten	=	salielichtmot
saliemelk	noun	warme koemelk waarin gedroogde stukje van de salieplant (Salvia officinalis) zijn meegekookt om degeen die het drinkt een extra warm, kalmerend gevoel te geven
salievedermot	noun	Capperia britanniodactylus een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
salievedermotje	=	salievedermot
salievedermotjes	=	salievedermot
salievedermotten	=	salievedermot
salinasmonjita	noun	Neoxolmis salinarum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen)
salinasmonjita's	=	salinasmonjita
salinasmonjitaatje	=	salinasmonjita
salinasmonjitaatjes	=	salinasmonjita
saline	adj	zouthoudend
salinen	=	saline
salines	=	saline
salinon	noun	een wiskundige figuur, gevormd door vier halve cirkels (één grote, twee kleinere aan de zijkanten eruit gehaald, en één tegengestelde erbij), die eruitziet als een zoutvaatje
salisch	adj	betrekking hebbend op de Saliërs
salische	=	salisch
salischer	=	salisch
salischere	=	salisch
salischers	=	salisch
salivatie	noun	de productie van speeksel
saliveerde	=	saliveren
saliveren	verb	speeksel produceren
saliverend	=	saliveren
saliër	noun	iemand die behoorde tot een bepaald Frankisch vok dat van het einde van de 3e eeuw in de Nederlanden en Noord-Frankrijk leefde en daar een kern vormde waaruit later het Frankische rijk groeide
saliërs	noun	Frankisch vok dat van het einde van de 3e eeuw in de Nederlanden en Noord-Frankrijk leefde en daar een kern vormde waaruit later het Frankische rijk groeide
salkvaccin	noun	entstof om het lichaam weerbaar te maken tegen het poliovirus
salkvaccins	=	salkvaccin
sallade	=	salade
salmagundi	noun	gemengde salade
salmagundi's	=	salmagundi
salmi	noun	ragout van allerlei vleesrestanten
salmi's	=	salmi
salmiak	noun	NH₄Cl, het zoutzure zout van ammonia
salmiakdrop	noun	drop waarin salmiak is verwerkt
salmiakdropje	=	salmiakdrop
salmiakdroppen	=	salmiakdrop
salmiakje	=	salmiak
salmiakjes	=	salmiak
salmiakken	=	salmiak
salmis	=	salmi
salmonella	noun	geslacht van gram-negatieve staafvormige bacteriën, Salmonella, die onderdeel zijn van de natuurlijke darmflora van pluimvee, varkens, runderen, reptielen en huisdieren die bij de mens verschillende ziekten kunnen veroorzaken
salmonella's	=	salmonella
salmonellaatje	=	salmonella
salmonellaatjes	=	salmonella
salmonellabesmetting	noun	blootstelling de ziekmakende salmonella bacterie
salmonellabesmettingen	=	salmonellabesmetting
saloeki	noun	hond behorend tot een ras van jachthonden dat uit Perzië afkomstig is
saloeki's	=	saloeki
salomon-dollar	noun	munteenheid van de Salomonseilanden met de ISO 4217-code: SBD
salomon-dollars	=	salomon-dollar
salomonsbergduif	noun	Gymnophaps solomonensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
salomonsbergduifje	=	salomonsbergduif
salomonsbergduifjes	=	salomonsbergduif
salomonsbergduiven	=	salomonsbergduif
salomonsbosijsvogel	noun	Actenoides bougainvillei een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
salomonsbosijsvogels	=	salomonsbosijsvogel
salomonsbosijsvogeltje	=	salomonsbosijsvogel
salomonsbosijsvogeltjes	=	salomonsbosijsvogel
salomonsbrilvogel	noun	Zosterops kulambangrae een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels)
salomonsbrilvogels	=	salomonsbrilvogel
salomonsbrilvogeltje	=	salomonsbrilvogel
salomonsbrilvogeltjes	=	salomonsbrilvogel
salomonseilander	noun	iemand afkomstig van de Salomonseilanden
salomonseilanders	=	salomonseilander
salomonseilandertje	=	salomonseilander
salomonseilandertjes	=	salomonseilander
salomonseilands	adj	op de Salomonseilanden betrekking hebbend
salomonseilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Salomonseilanden, of een vrouw afkomstig uit de Salomonseilanden
salomonseilandsen	=	salomonseilandse
salomonshoningvogel	noun	Dicaeum aeneum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
salomonshoningvogels	=	salomonshoningvogel
salomonshoningvogeltje	=	salomonshoningvogel
salomonshoningvogeltjes	=	salomonshoningvogel
salomonskikkerbek	noun	Rigidipenna inexpectata een vogel uit de familie Podargidae (kikkerbekken).
salomonskikkerbekje	=	salomonskikkerbek
salomonskikkerbekjes	=	salomonskikkerbek
salomonskikkerbekken	=	salomonskikkerbek
salomonskroonduif	noun	Microgoura meeki een uitgestorven duif die alleen bekend was op Choiseul, een van de Salomonseilanden in de Grote Oceaan.
salomonskroonduifje	=	salomonskroonduif
salomonskroonduifjes	=	salomonskroonduif
salomonskroonduiven	=	salomonskroonduif
salomonsmerel	noun	Turdus kulambangrae een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
salomonsmerels	=	salomonsmerel
salomonsmereltje	=	salomonsmerel
salomonsmereltjes	=	salomonsmerel
salomonsmonarch	noun	Symposiachrus browni een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
salomonsmonarchen	=	salomonsmonarch
salomonsmonarchje	=	salomonsmonarch
salomonsmonarchjes	=	salomonsmonarch
salomonsnachtzwaluw	noun	Eurostopodus nigripennis een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
salomonsnachtzwaluwen	=	salomonsnachtzwaluw
salomonsnachtzwaluwtje	=	salomonsnachtzwaluw
salomonsnachtzwaluwtjes	=	salomonsnachtzwaluw
salomonsoehoe	noun	Asio solomonensis een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
salomonsoehoes	=	salomonsoehoe
salomonsoehoetje	=	salomonsoehoe
salomonsoehoetjes	=	salomonsoehoe
salomonsoordeel	noun	vonnis of uitspraak waarin wijsheid of spitsvondigheid wordt gebruikt om een lastig geschil op te lossen
salomonsoordelen	=	salomonsoordeel
salomonsrupsvogel	noun	Edolisoma salomonis een rupsvogel die endemisch is op de Salomonseilanden
salomonsrupsvogels	=	salomonsrupsvogel
salomonsrupsvogeltje	=	salomonsrupsvogel
salomonsrupsvogeltjes	=	salomonsrupsvogel
salomonssalangaan	noun	Aerodramus orientalis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
salomonssalangaantje	=	salomonssalangaan
salomonssalangaantjes	=	salomonssalangaan
salomonssalanganen	=	salomonssalangaan
salomonsspoorkoekoek	noun	Centropus milo een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
salomonsspoorkoekoeken	=	salomonsspoorkoekoek
salomonsspoorkoekoekje	=	salomonsspoorkoekoek
salomonsspoorkoekoekjes	=	salomonsspoorkoekoek
salomonsstromabekertje	noun	Stromatinia rapulum een schimmel behorend tot de familie Sclerotiniaceae.
salomonsstromabekertjes	=	salomonsstromabekertje
salomonsstruikkoekoek	noun	Cacomantis addendus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
salomonsstruikkoekoeken	=	salomonsstruikkoekoek
salomonsstruikkoekoekje	=	salomonsstruikkoekoek
salomonsstruikkoekoekjes	=	salomonsstruikkoekoek
salomonsvliegenvanger	noun	Petroica polymorpha een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
salomonsvliegenvangers	=	salomonsvliegenvanger
salomonsvliegenvangertje	=	salomonsvliegenvanger
salomonsvliegenvangertjes	=	salomonsvliegenvanger
salomonsvuurstuitwaaierstaart	noun	Rhipidura rufofronta een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
salomonsvuurstuitwaaierstaarten	=	salomonsvuurstuitwaaierstaart
salomonsvuurstuitwaaierstaartje	=	salomonsvuurstuitwaaierstaart
salomonsvuurstuitwaaierstaartjes	=	salomonsvuurstuitwaaierstaart
salomonszegel	noun	een geslacht Polygonatum van overblijvende kruiden.
salomonszegels	=	salomonszegel
salomonszegeltje	=	salomonszegel
salomonszegeltjes	=	salomonszegel
salon	noun	meestal wat chiquere woonkamer
salonboot	noun	een luxe ingerichte boot voor rondvaarten en feestjes
salonbootje	=	salonboot
salonbootjes	=	salonboot
salonboten	=	salonboot
saloncommunist	noun	iemand die zich uitgeeft voor een communist, maar er in de praktijk weinig van terecht brengt
saloncommunisten	=	saloncommunist
salonfähig	adj	voorheen omstreden, maar nu algemeen en zelfs tot in officiële kringen geaccepteerd
salonfähige	=	salonfähig
salonfähiger	=	salonfähig
salonfähigere	=	salonfähig
salonfähigers	=	salonfähig
salonfähigs	=	salonfähig
salonfähigst	=	salonfähig
salonfähigste	=	salonfähig
salonhalwoning	noun	een type woning dat is gebaseerd op de traditionele mediterrane of islamitische bouwstijl.
salonhalwoningen	=	salonhalwoning
salonhalwoninkje	=	salonhalwoning
salonhalwoninkjes	=	salonhalwoning
salonheld	noun	iemand die alleen met woorden een held is
salonhelden	=	salonheld
salonheldje	=	salonheld
salonheldjes	=	salonheld
salonmuziek	noun	lichte achtergrondmuziek voor feestelijke bijeenkomsten met tango's, walsen, evergreens e.d
salonnetje	=	salon
salonnetjes	=	salon
salonnière	noun|historical	vrouw die een salon onderhield, met name in 17e-18e eeuws Frankrijk
salonnières	=	salonnière
salonpopulisme	noun	mensen die behoren tot een elite en neerkijken op het populisme, zelf ook een populistisch gedachtengoed omarmen
salonpopulist	noun	hoogopgeleid persoon die neerkijkt op het populisme maar zelf ook een populistisch gedachtengoed omarmt
salonpopulisten	=	salonpopulist
salonpopulistje	=	salonpopulist
salonremise	noun	overeengekomen gelijkspel nadat geen van beide partijen veel moeite heeft gedaan om te winnen
salonremises	=	salonremise
salons	=	salon
salonsocialist	noun	iemand die zegt socialistische idealen aan te hangen of zich uitgeeft voor een socialist, maar zich in de praktijk nog moet bewijzen
salonsocialiste	=	salonsocialist
salonsocialisten	=	salonsocialist
salonsocialistje	=	salonsocialist
salonsocialistjes	=	salonsocialist
salontafel	noun	een lage tafel die in een woonkamer staat
salontafelboek	noun	rijk geïllustreerd, groot en dik boek dat vooral bedoeld is om door te bladeren en indruk te maken op gasten
salontafelboeken	=	salontafelboek
salontafelboekje	=	salontafelboek
salontafelboekjes	=	salontafelboek
salontafels	=	salontafel
salontafeltje	=	salontafel
salontafeltjes	=	salontafel
salonvirologen	=	salonviroloog
salonviroloog	noun	iemand die denkt deskundig te zijn op het gebied van virussen, door virussen veroorzaakte ziekten en de epidemiologie van virale aandoeningen zonder daar een opleiding voor gehad te hebben
saloon	noun	Amerikaans café uit het wilde westen
saloondeur	noun	half hoge, doordraaiende klapdeur die uit een linker en een rechter deel bestaat
saloondeuren	=	saloondeur
saloondeurtje	=	saloondeur
saloondeurtjes	=	saloondeur
saloons	=	saloon
saloontje	=	saloon
salopette	noun	tuinbroek
salopettes	=	salopette
salpen	noun	een klasse Thaliacea van in zee levende manteldieren.
salpeter	noun	een mineraal bestaande uit kaliumnitraat
salpeters	=	salpeter
salpeterzuren	=	salpeterzuur
salpeterzuur	noun	een sterk zure chemische verbinding met de formule HNO₃ of een waterige oplossing daarvan
salpicon	noun	dikke ragout die men o.a. gebruikt voor het vullen van een kroket
salpingitis	noun	ontsteking van de eileider
salsa	noun	naam voor sausen uit de Latijns-Amerikaanse keuken
salsa's	=	salsa
salsamuziek	noun	muziekstijl die voortkomt uit de Cubaanse son en Amerikaanse jazz
saltator	noun	Saltator een geslacht van vogels dat in 2016 uit de familie van de kardinaalachtigen is afgesplitst en toegevoegd aan de familie tangaren.
saltators	=	saltator
saltatortje	=	saltator
saltatortjes	=	saltator
saltdikdik	noun	Madoqua saltiana evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
saltdikdikje	=	saltdikdik
saltdikdikjes	=	saltdikdik
saltdikdiks	=	saltdikdik
saltimbocca	noun	dunne plakjes kalfsvlees bedekt met rauwe ham
salto	noun	een sprong waarbij het lichaam een volledige draai maakt om de breedteas.
salto's	=	salto
saltootje	=	salto
saltootjes	=	salto
salu	intj|informal	het beste!
salueer	=	salueren
salueerde	=	salueren
salueerden	=	salueren
salueert	=	salueren
saluere	=	salueren
salueren	verb	iemand op militaire wijze groeten
saluerend	=	salueren
saluerende	=	salueren
saluretisch	adj	met betrekking tot een zoutuitwasser
saluretische	=	saluretisch
salut	intj|formal	het ga u goed	noun	plechtige begroeting
saluten	=	saluut
saluut	noun	officiële groet	intj|informal	het beste!
saluutje	=	saluut
saluutjes	=	saluut
saluutschot	noun	kanonschot als eerbetoon
saluutschoten	=	saluutschot
saluutschotje	=	saluutschot
saluutschotjes	=	saluutschot
saluyt	=	saluut
salvadoraan	noun	een inwoner van El Salvador, of iemand afkomstig uit El Salvador
salvadoraans	adj	met betrekking tot of afkomstig van El Salvador
salvadoraanse	noun	een vrouwelijke inwoner van El Salvador, of een vrouw afkomstig uit El Salvador
salvadoraansen	=	salvadoraanse
salvadoraanser	=	salvadoraans
salvadoraansere	=	salvadoraans
salvadoraansers	=	salvadoraans
salvadoraanst	=	salvadoraans
salvadoraanste	=	salvadoraans
salvadoraantje	=	salvadoraan
salvadoraantjes	=	salvadoraan
salvadoranen	=	salvadoraan
salvage	noun	berging van gezonken of in moeilijkheden geraakte schepen
salvages	=	salvage
salvagetje	=	salvage
salvagetjes	=	salvage
salvarsan	noun	arseenverbinding ontwikkeld als geneesmiddel tegen syfilis
salve	intj	wees gegroet
salvia	noun	Salvia plantengeslacht uit de familie van de lipbloemen
salvia's	=	salvia
salviaatje	=	salvia
salviaatjes	=	salvia
salvo	noun	bewust gelijktijdig afschieten van vuurwapens
salvo's	=	salvo
salvootje	=	salvo
salvootjes	=	salvo
samaar	noun	zeer lange deftige bovenkleding
samaas	noun	koster van joodse gemeente
samarbrilslang	noun	Naja samarensis een reptiel uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae).
samarbrilslangen	=	samarbrilslang
samarbrilslangetje	=	samarbrilslang
samarbrilslangetjes	=	samarbrilslang
samardwergboomtimalia	noun	Dasycrotapha pygmaea een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
samardwergboomtimalia's	=	samardwergboomtimalia
samardwergboomtimaliaatje	=	samardwergboomtimalia
samardwergboomtimaliaatjes	=	samardwergboomtimalia
samaren	=	samaar
samarhapvogel	noun	Sarcophanops samarensis een zangvogel uit de familie Eurylaimidae (breedbekken en hapvogels)
samarhapvogels	=	samarhapvogel
samarhapvogeltje	=	samarhapvogel
samarhapvogeltjes	=	samarhapvogel
samaritaan	noun	iemand die uit eigene beweging de naaste in nood daadwerkelijk helpt
samaritaans	adj	op Samaria betrekking hebbend
samaritaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Samaria, of iemand afkomstig hiervan
samaritanen	=	samaritaan
samarium	noun	scheikundig element met symbool Sm en atoomnummer 62. Het is een zilverwit lanthanide
samariumatomen	=	samariumatoom
samariumatoom	noun	een atoom van het chemisch element samarium.
samariumatoompje	=	samariumatoom
samariumatoompjes	=	samariumatoom
samarneushoornvogel	noun	Penelopides samarensis een neushoornvogel die voorkomt op de Filipijnen waar het een endemische vogelsoort is op een beperkt aantal eilanden.
samarneushoornvogels	=	samarneushoornvogel
samarneushoornvogeltje	=	samarneushoornvogel
samarneushoornvogeltjes	=	samarneushoornvogel
samarsnijdervogel	noun	Orthotomus samarensis een voor uitsterven gevoelige snijdervogel die endemisch is op de Filipijnse eilanden Bohol, Leyte en Samar
samarsnijdervogels	=	samarsnijdervogel
samarsnijdervogeltje	=	samarsnijdervogel
samarsnijdervogeltjes	=	samarsnijdervogel
samba	noun	Braziliaanse muziekvorm
samba's	=	samba
sambaatje	=	samba
sambaatjes	=	samba
sambabal	noun	ovaalronde bol met handvat, gevuld met (rijst)korrels
sambaballen	=	sambabal
sambaballetje	=	sambabal
sambaballetjes	=	sambabal
sambaband	noun	band, vaak bestaande uit zowel dansers als muzikanten, die sambamuziek maken
sambabandje	=	sambaband
sambabandjes	=	sambaband
sambabands	=	sambaband
sambacrisis	noun	financiële crisis in Zuid-Amerika begin 1999 die het directe gevolg was van de sterke devaluatie van de Braziliaanse munteenheid real
sambal	noun	een op hete pepers gebaseerd gerecht of saus
sambalburger	noun|obsolete	soldaat
sambalburgers	=	sambalburger
sambalburgertje	=	sambalburger
sambalburgertjes	=	sambalburger
sambals	=	sambal
sambalvreter	noun	iemand van Indische afkomst
sambalvreters	=	sambalvreter
sambalvretertje	=	sambalvreter
sambalvretertjes	=	sambalvreter
sambar	noun	Cervus unicolor De sambar (Cervus unicolor of Rusa unicolor), ook wel paardhert of Aristoteleshert genoemd, is een Zuid-Aziatische hertachtige uit het ondergeslacht Rusa.
sambars	=	sambar
sambartje	=	sambar
sambartjes	=	sambar
sambavoetbal	noun	beweeglijk voetbal met snelle combinaties zoals in Brazilië werd gespeeld
sambel	=	sambal
same	noun	een inwoner van Samenland
sameach	adj	gelukkig
samech	noun	vijftiende letter van het alfabet
samechs	=	samech
samen	adv	met iemand
samenbal	=	samenballen
samenbalde	=	samenballen
samenbalden	=	samenballen
samenballe	=	samenballen
samenballen	verb	samenbrengen of samenpersen tot het kleinst mogelijke
samenballend	=	samenballen
samenballende	=	samenballen
samenballing	noun	op één plaats tezamen komen
samenballingen	=	samenballing
samenbalt	=	samenballen
samenbind	=	samenbinden
samenbinde	=	samenbinden
samenbinden	verb	door binden tot een geheel verenigen
samenbindend	=	samenbinden
samenbindende	=	samenbinden
samenbinding	noun	het proces van het verbinden, samenvoegen of verenigen van verschillende elementen tot één geheel
samenbindingen	=	samenbinding
samenbindinkje	=	samenbinding
samenbindinkjes	=	samenbinding
samenbindt	=	samenbinden
samenbleef	=	samenblijven
samenbleven	=	samenblijven
samenblijf	=	samenblijven
samenblijft	=	samenblijven
samenblijve	=	samenblijven
samenblijven	verb	vasthouden aan een onderlinge band
samenblijvend	=	samenblijven
samenblijvende	=	samenblijven
samenbond	=	samenbinden
samenbonden	=	samenbinden
samenbracht	=	samenbrengen
samenbrachten	=	samenbrengen
samenbreng	=	samenbrengen
samenbrenge	=	samenbrengen
samenbrengen	verb	zaken of personen van verschillende plaatsen op één plaats verzamelen
samenbrengend	=	samenbrengen
samenbrengende	=	samenbrengen
samenbrengt	=	samenbrengen
samenbundel	=	samenbundelen
samenbundelde	=	samenbundelen
samenbundelden	=	samenbundelen
samenbundele	=	samenbundelen
samenbundelen	verb	verschillende zaken tot één sterker geheel samenvoegen
samenbundelend	=	samenbundelen
samenbundelende	=	samenbundelen
samenbundelt	=	samenbundelen
samendeden	=	samendoen
samendeed	=	samendoen
samendoe	=	samendoen
samendoen	verb	samen met anderen een activiteit ondernemen
samendoend	=	samendoen
samendoende	=	samendoen
samendoet	=	samendoen
samendreef	=	samendrijven
samendreven	=	samendrijven
samendrijf	=	samendrijven
samendrijft	=	samendrijven
samendrijve	=	samendrijven
samendrijven	verb	door opjagen bijeenbrengen
samendrijvend	=	samendrijven
samendrijvende	=	samendrijven
samendrom	=	samendrommen
samendromde	=	samendrommen
samendromden	=	samendrommen
samendromme	=	samendrommen
samendrommen	verb	met veel mensen of zaken op één plaats samen komen
samendrommend	=	samendrommen
samendrommende	=	samendrommen
samendromt	=	samendrommen
samendruk	=	samendrukken
samendrukbaar	adj	van een stof dat ze door drukverhoging in volume afneemt
samendrukbaarder	=	samendrukbaar
samendrukbaardere	=	samendrukbaar
samendrukbaarders	=	samendrukbaar
samendrukbaars	=	samendrukbaar
samendrukbaarst	=	samendrukbaar
samendrukbaarste	=	samendrukbaar
samendrukbare	=	samendrukbaar
samendrukke	=	samendrukken
samendrukken	verb	vanuit twee of meer zijden kracht in de richting van het midden uitoefenen
samendrukkend	=	samendrukken
samendrukkende	=	samendrukken
samendrukking	noun	het samendrukken
samendrukkingen	=	samendrukking
samendrukkinkje	=	samendrukking
samendrukkinkjes	=	samendrukking
samendrukt	=	samendrukken
samendrukte	=	samendrukken
samendrukten	=	samendrukken
samenga	=	samengaan
samengaan	verb	bij elkaar passen
samengaand	=	samengaan
samengaande	=	samengaan
samengaat	=	samengaan
samengebald	=	samenballen
samengebleven	=	samenblijven
samengebonden	=	samenbinden
samengebracht	=	samenbrengen
samengebrachte	=	samenbrengen
samengebundeld	=	samenbundelen
samengebundelde	=	samenbundelen
samengedaan	=	samendoen
samengedane	=	samendoen
samengedreven	=	samendrijven
samengedromd	=	samendrommen
samengedrukt	=	samendrukken
samengedrukte	=	samendrukken
samengegaan	=	samengaan
samengehangen	=	samenhangen
samengehokt	=	samenhokken
samengeklit	=	samenklitten
samengeklonken	=	samenklinken
samengeknepen	=	samenknijpen
samengekoekt	=	samenkoeken
samengekoekte	=	samenkoeken
samengekomen	=	samenkomen
samengekrompen	=	samenkrimpen
samengeleefd	=	samenleven
samengelopen	=	samenlopen
samengeniet	=	samennieten
samengepakt	=	samenpakken
samengeperst	=	samenpersen
samengeperste	=	samenpersen
samengepropt	=	samenproppen
samengepropte	=	samenproppen
samengeraapt	=	samenrapen
samengeraapte	=	samenrapen
samengerechtigd	adj	samen zeker recht bezittend
samengerechtigde	=	samengerechtigd
samengerechtigds	=	samengerechtigd
samengerot	=	samenrotten
samengeschoold	=	samenscholen
samengesmeed	=	samensmeden
samengesmolten	=	samensmelten
samengespannen	=	samenspannen
samengespeeld	=	samenspelen
samengesteld	adj	uit delen opgebouwd
samengesteldbloemige	=	samengesteldbloemigen
samengesteldbloemigen	noun	een familie Asteraceae (syn.
samengestelde	=	samenstellen
samengestelds	=	samengesteld
samengestroomd	=	samenstromen
samengestroomde	=	samenstromen
samengetrokken	=	samentrekken
samengevallen	=	samenvallen
samengevat	=	samenvatten
samengevatte	=	samenvatten
samengevloeid	=	samenvloeien
samengevoegd	=	samenvoegen
samengevoegde	=	samenvoegen
samengewerkt	=	samenwerken
samengewoond	=	samenwonen
samengezet	=	samenzetten
samengezworen	=	samenzweren
samenging	=	samengaan
samenginge	=	samengaan
samengingen	=	samengaan
samengingt	=	samengaan
samenhang	noun	toestand waarin er een onderling verband bestaat
samenhange	=	samenhangen
samenhangen	verb	in onderling verband met elkaar staan
samenhangend	adj	verband houdend
samenhangende	=	samenhangen
samenhangender	=	samenhangend
samenhangendere	=	samenhangend
samenhangenders	=	samenhangend
samenhangends	=	samenhangend
samenhangendst	=	samenhangend
samenhangendste	=	samenhangend
samenhangetje	=	samenhang
samenhangt	=	samenhangen
samenhing	=	samenhangen
samenhinge	=	samenhangen
samenhingen	=	samenhangen
samenhingt	=	samenhangen
samenhok	=	samenhokken
samenhokke	=	samenhokken
samenhokken	verb	dicht op elkaar wonen
samenhokkend	=	samenhokken
samenhokkende	=	samenhokken
samenhokt	=	samenhokken
samenhokte	=	samenhokken
samenhokten	=	samenhokken
samenhorigheden	=	samenhorigheid
samenhorigheid	noun	het gevoel van samen een geheel te zijn
samenhorigheidsgevoelen	noun	het diepe gevoel dat je deel uitmaakt van een groep
samenhorigheidsgevoelens	=	samenhorigheidsgevoelen
samenklank	noun	harmonie
samenklanken	=	samenklank
samenklink	=	samenklinken
samenklinke	=	samenklinken
samenklinken	verb	harmoniëren
samenklinkend	=	samenklinken
samenklinkende	=	samenklinken
samenklinkt	=	samenklinken
samenklit	=	samenklitten
samenklitte	=	samenklitten
samenklitten	verb	dicht bijelkaar blijven als een groep die niet uit elkaar gehaald kan worden
samenklittend	=	samenklitten
samenklittende	=	samenklitten
samenklonk	=	samenklinken
samenklonken	=	samenklinken
samenkneep	=	samenknijpen
samenknepen	=	samenknijpen
samenknijp	=	samenknijpen
samenknijpe	=	samenknijpen
samenknijpen	verb	dichter bij elkaar knijpen
samenknijpend	=	samenknijpen
samenknijpende	=	samenknijpen
samenknijpt	=	samenknijpen
samenkoek	=	samenkoeken
samenkoeke	=	samenkoeken
samenkoeken	verb	geleidelijk aan elkaar vast gaan zitten en een vaste vorm aannemen
samenkoekend	=	samenkoeken
samenkoekende	=	samenkoeken
samenkoekt	=	samenkoeken
samenkoekte	=	samenkoeken
samenkoekten	=	samenkoeken
samenkom	=	samenkomen
samenkome	=	samenkomen
samenkomen	verb	bij elkaar verzamelen
samenkomend	=	samenkomen
samenkomende	=	samenkomen
samenkomst	noun	bijeengekomen mensen
samenkomsten	=	samenkomst
samenkomstje	=	samenkomst
samenkomstjes	=	samenkomst
samenkomt	=	samenkomen
samenkoppeling	noun	vaste opeenvolging van woorden die door veelvuldig gebruik een begrip op zichzelf is geworden
samenkoppelingen	=	samenkoppeling
samenkrimp	=	samenkrimpen
samenkrimpe	=	samenkrimpen
samenkrimpen	verb	op een actieve manier iets kleiner maken door een kracht van binnenuit
samenkrimpend	=	samenkrimpen
samenkrimpende	=	samenkrimpen
samenkrimpt	=	samenkrimpen
samenkromp	=	samenkrimpen
samenkrompen	=	samenkrimpen
samenkwaamt	=	samenkomen
samenkwam	=	samenkomen
samenkwame	=	samenkomen
samenkwamen	=	samenkomen
samenleef	=	samenleven
samenleefde	=	samenleven
samenleefden	=	samenleven
samenleeft	=	samenleven
samenleve	=	samenleven
samenleven	verb	In één huis wonen zonder getrouwd te zijn, hokken, samenhokken, samenwonen
samenlevend	=	samenleven
samenlevende	=	samenleven
samenleving	noun	een bevolking die een sociaal geheel vormt
samenlevingen	=	samenleving
samenlevingsbevestiging	noun	ceremoniële plechtigheid bij de gemeente waarbij twee personen hun relatie in het openbaar vastleggen en bevestigen.
samenlevingsbevestigingen	=	samenlevingsbevestiging
samenlevingsbevestigingetje	=	samenlevingsbevestiging
samenlevingsbevestigingetjes	=	samenlevingsbevestiging
samenlevingscontract	noun	een wettelijke overeenkomst tussen partners die geen huwelijk willen sluiten maar wel op rechtszekere wijze samen willen wonen
samenlevingscontracten	=	samenlevingscontract
samenlevingscontractje	=	samenlevingscontract
samenlevingscontractjes	=	samenlevingscontract
samenlevingsopbouw	noun	activiteiten die erop gericht zijn de sociale samenhang bij een groep mensen die in een bepaald gebied wonen te versterken
samenlevingsopbouwen	=	samenlevingsopbouw
samenlevingsregister	noun	register waarin samenwonenden zich officieel als zodanig kunnen laten inschrijven
samenlevingsregisters	=	samenlevingsregister
samenlevingsregistertje	=	samenlevingsregister
samenlevingsregistertjes	=	samenlevingsregister
samenlevingsvorm	noun	manier van samenleven (gehuwd of ongehuwd; 0,1,of meer partners)
samenlevingsvormen	=	samenlevingsvorm
samenlevinkje	=	samenleving
samenlevinkjes	=	samenleving
samenliep	=	samenlopen
samenliepen	=	samenlopen
samenloop	noun	plek waar een aantal entiteiten (vaak van geografische oorsprong) zich verenigen
samenloopje	=	samenloop
samenloopt	=	samenlopen
samenlope	=	samenlopen
samenlopen	verb	zich in een punt verenigen
samenlopend	=	samenlopen
samenlopende	=	samenlopen
samenniet	=	samennieten
samenniete	=	samennieten
samennieten	verb	met nietjes aan elkaar bevestigen
samennietend	=	samennieten
samennietende	=	samennieten
samenniette	=	samennieten
samennietten	=	samennieten
samenpak	=	samenpakken
samenpakke	=	samenpakken
samenpakken	verb	zich samenpakken: met name van wolken, verzamelen, opeenstapelen
samenpakkend	=	samenpakken
samenpakkende	=	samenpakken
samenpakt	=	samenpakken
samenpakte	=	samenpakken
samenpakten	=	samenpakken
samenpers	=	samenpersen
samenpersbaar	adj	van een stof dat ze door drukverhoging in volume afneemt
samenpersbaarder	=	samenpersbaar
samenpersbaardere	=	samenpersbaar
samenpersbaarders	=	samenpersbaar
samenpersbaars	=	samenpersbaar
samenpersbaarst	=	samenpersbaar
samenpersbaarste	=	samenpersbaar
samenpersbare	=	samenpersbaar
samenperse	=	samenpersen
samenpersen	verb	onder druk verdichten
samenpersend	=	samenpersen
samenpersende	=	samenpersen
samenperst	=	samenpersen
samenperste	=	samenpersen
samenpersten	=	samenpersen
samenprop	=	samenproppen
samenproppe	=	samenproppen
samenproppen	verb	met (te) veel kracht iets of iemand ergens instoppen
samenproppend	=	samenproppen
samenproppende	=	samenproppen
samenpropt	=	samenproppen
samenpropte	=	samenproppen
samenpropten	=	samenproppen
samenraap	=	samenrapen
samenraapsel	noun	een verzameling van zaken die weinig of niets met elkaar te maken hebben
samenraapsels	=	samenraapsel
samenraapseltje	=	samenraapsel
samenraapseltjes	=	samenraapsel
samenraapt	=	samenrapen
samenraapte	=	samenrapen
samenraapten	=	samenrapen
samenrape	=	samenrapen
samenrapen	verb	verschillende zaken tot een geheel maken
samenrapend	=	samenrapen
samenrapende	=	samenrapen
samenrot	=	samenrotten
samenrotte	=	samenrotten
samenrotten	verb	met oproerige of kwade bedoelingen samenkomen
samenrottend	=	samenrotten
samenrottende	=	samenrotten
samenschole	=	samenscholen
samenscholen	verb	van een groot aantal individuele mensen dat ze zich verenigen tot één grote groep (waar een dreiging van uit kan gaan)
samenscholend	=	samenscholen
samenscholende	=	samenscholen
samenscholing	noun	het samenscholen
samenscholingen	=	samenscholing
samenscholingsverbod	noun	verbod om samen te scholen
samenscholingsverboden	=	samenscholingsverbod
samenscholingsverbodje	=	samenscholingsverbod
samenscholinkje	=	samenscholing
samenscholinkjes	=	samenscholing
samenschool	=	samenscholen
samenschoolde	=	samenscholen
samenschoolden	=	samenscholen
samenschoolt	=	samenscholen
samensmede	=	samensmeden
samensmeden	verb	door smeden twee stukken metaal met elkaar verbinden
samensmedend	=	samensmeden
samensmedende	=	samensmeden
samensmeed	=	samensmeden
samensmeedde	=	samensmeden
samensmeedden	=	samensmeden
samensmeedt	=	samensmeden
samensmelt	=	samensmelten
samensmelte	=	samensmelten
samensmelten	verb	door smelten tot een geheel worden
samensmeltend	=	samensmelten
samensmeltende	=	samensmelten
samensmelting	noun	het ineenvloeien van twee of meer zaken tot een zaak
samensmeltingen	=	samensmelting
samensmolt	=	samensmelten
samensmolte	=	samensmelten
samensmolten	=	samensmelten
samenspan	=	samenspannen
samenspande	=	samenspannen
samenspanden	=	samenspannen
samenspanne	=	samenspannen
samenspannen	verb	een groep bijeenbrengen om geheime, vaak verraderlijke, plannen te ontvouwen
samenspannend	=	samenspannen
samenspannende	=	samenspannen
samenspanning	noun	het samenbrengen van een groep mensen voor het maken van geheime, verradelijke plannen
samenspanningen	=	samenspanning
samenspant	=	samenspannen
samenspeel	=	samenspelen
samenspeelde	=	samenspelen
samenspeelden	=	samenspelen
samenspeelt	=	samenspelen
samenspel	noun	wijze waarop verschillende personen bij een spel elkaar steunen of een geheel vormen
samenspele	=	samenspelen
samenspelen	verb	in het spelen samenwerken
samenspelend	=	samenspelen
samenspelende	=	samenspelen
samenspellen	=	samenspel
samenspraak	noun	het samenspreken, het gesprek tussen een aantal personen
samenspraakje	=	samenspraak
samenspraakjes	=	samenspraak
samenspraken	=	samenspraak
samenstel	noun	uit delen gevormd geheel
samenstelde	=	samenstellen
samenstelden	=	samenstellen
samenstelle	=	samenstellen
samenstellen	verb	meerdere uitgekozen zaken tot een geheel maken
samenstellend	adj	een deel uitmaken van en een bijdrage leveren aan een groter geheel
samenstellende	=	samenstellen
samenstellends	=	samenstellend
samensteller	noun	iemand die iets samen stelt
samenstellers	=	samensteller
samenstellertje	=	samensteller
samenstellertjes	=	samensteller
samenstelletje	=	samenstel
samenstelletjes	=	samenstel
samenstelling	noun	de onderdelen waaruit iets bestaat
samenstellingen	=	samenstelling
samenstellingsverklaring	noun	een document van een accountant of administratiekantoor dat bevestigt dat de jaarrekening is opgesteld op basis van door de ondernemer aangeleverde gegevens.
samenstellingsverklaringen	=	samenstellingsverklaring
samenstellingsverklarinkje	=	samenstellingsverklaring
samenstellingsverklarinkjes	=	samenstellingsverklaring
samenstellingverklaring	noun	document van een accountant of administratiekantoor dat bewijst dat de jaarrekening is opgesteld op basis van aangeleverde cijfers, zonder deze inhoudelijk te controleren op juistheid.
samenstellingverklaringen	=	samenstellingverklaring
samenstellingverklarinkje	=	samenstellingverklaring
samenstellingverklarinkjes	=	samenstellingverklaring
samenstellinkje	=	samenstelling
samenstellinkjes	=	samenstelling
samenstelt	=	samenstellen
samenstrome	=	samenstromen
samenstromen	verb	in groten getale bijeenkomen
samenstromend	=	samenstromen
samenstromende	=	samenstromen
samenstroom	=	samenstromen
samenstroomde	=	samenstromen
samenstroomden	=	samenstromen
samenstroomt	=	samenstromen
samentrek	=	samentrekken
samentrekke	=	samentrekken
samentrekken	verb	in elkaar trekken
samentrekkend	=	samentrekken
samentrekkende	=	samentrekken
samentrekking	noun	het samentrekken van iets
samentrekkingen	=	samentrekking
samentrekkinkje	=	samentrekking
samentrekkinkjes	=	samentrekking
samentrekt	=	samentrekken
samentrok	=	samentrekken
samentrokke	=	samentrekken
samentrokken	=	samentrekken
samentrokt	=	samentrekken
samentuin	noun	tuin die door een groep mensen samen wordt onderhouden
samentuinen	=	samentuin
samentuintje	=	samentuin
samentuintjes	=	samentuin
samenval	=	samenvallen
samenvalle	=	samenvallen
samenvallen	verb	gelijktijdig plaatsvinden
samenvallend	adj	van zaken die tegelijkertijd op dezelfde plaats gebeuren
samenvallende	=	samenvallen
samenvallends	=	samenvallend
samenvallendste	=	samenvallend
samenvalt	=	samenvallen
samenvat	=	samenvatten
samenvatte	=	samenvatten
samenvatten	verb	inkorten zonder dat de belangrijkste punten verloren gaan
samenvattend	adj	verkort met weglating van overbodige details
samenvattende	=	samenvatten
samenvattends	=	samenvattend
samenvatting	noun	een beknopte beschrijving van een inhoud
samenvattingen	=	samenvatting
samenvattinkje	=	samenvatting
samenvattinkjes	=	samenvatting
samenviel	=	samenvallen
samenviele	=	samenvallen
samenvielen	=	samenvallen
samenvielt	=	samenvallen
samenvloei	=	samenvloeien
samenvloeide	=	samenvloeien
samenvloeiden	=	samenvloeien
samenvloeie	=	samenvloeien
samenvloeien	verb	door stromen éénworden
samenvloeiend	=	samenvloeien
samenvloeiende	=	samenvloeien
samenvloeiing	noun	bij elkaar komen van stromen zodat ze één geheel gaan vormen
samenvloeiingen	=	samenvloeiing
samenvloeiinkje	=	samenvloeiing
samenvloeiinkjes	=	samenvloeiing
samenvloeit	=	samenvloeien
samenvoeg	=	samenvoegen
samenvoegde	=	samenvoegen
samenvoegden	=	samenvoegen
samenvoege	=	samenvoegen
samenvoegen	verb	bij elkaar doen
samenvoegend	=	samenvoegen
samenvoegende	=	samenvoegen
samenvoeging	noun	het samenvoegen
samenvoegingen	=	samenvoeging
samenvoeginkje	=	samenvoeging
samenvoeginkjes	=	samenvoeging
samenvoegt	=	samenvoegen
samenweefsel	noun	structuur als van door elkaar gevlochten draden
samenweefsels	=	samenweefsel
samenwerk	=	samenwerken
samenwerke	=	samenwerken
samenwerken	verb	~ met met een of meer aan hetzelfde werken
samenwerkend	adj	met meerdere mensen één ding of dienst produceren
samenwerkende	=	samenwerkend
samenwerkends	=	samenwerkend
samenwerking	noun	het samenwerken van meerdere personen
samenwerkingen	=	samenwerking
samenwerkingetje	=	samenwerking
samenwerkingsafspraak	noun	overeenkomst om samen met elkaar iets te toen; overeenkomst over het hoe samen met elkaar iets te doen
samenwerkingsafspraken	=	samenwerkingsafspraak
samenwerkingsakkoord	noun	officiële overeenkomst tussen meerdere partijen om samen te werken
samenwerkingsakkoorden	=	samenwerkingsakkoord
samenwerkingsbespreking	noun	een formeel of informeel overleg tussen twee of meer partijen (collega's, teams of organisaties).
samenwerkingsbesprekingen	=	samenwerkingsbespreking
samenwerkingsbesprekinkje	=	samenwerkingsbespreking
samenwerkingsbesprekinkjes	=	samenwerkingsbespreking
samenwerkingsovereenkomst	noun	een bindende afspraak om samen aan één zaak te werken
samenwerkingsovereenkomsten	=	samenwerkingsovereenkomst
samenwerkingsproject	noun	een in de tijd afgeronde activiteit die door verschillende mensen of organisaties gemeenschappelijk wordt ondernomen
samenwerkingsprojecten	=	samenwerkingsproject
samenwerkingsrelatie	noun	contacten tussen mensen en organisaties die erop gericht zijn om gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken
samenwerkingsrelaties	=	samenwerkingsrelatie
samenwerkingsscholen	=	samenwerkingsschool
samenwerkingsschool	noun	school waarin verschillende grondslagen samenwerken
samenwerkingsschooltje	=	samenwerkingsschool
samenwerkingsschooltjes	=	samenwerkingsschool
samenwerkingsverband	noun	geheel van onderlinge afspraken m.b.t. samenwerking
samenwerkingsverbanden	=	samenwerkingsverband
samenwerkingsverbandje	=	samenwerkingsverband
samenwerkingsverdrag	noun	overeenkomst waarin twee of meer partijen (landen) hun manier van samenwerken vastleggen
samenwerkingsverdragen	=	samenwerkingsverdrag
samenwerkingsvoorwaarde	noun	de zaken die geregeld moeten zijn voordat men bereid is met elkaar samen te werken
samenwerkingsvoorwaarden	=	samenwerkingsvoorwaarde
samenwerkinkje	=	samenwerking
samenwerkinkjes	=	samenwerking
samenwerkt	=	samenwerken
samenwerkte	=	samenwerken
samenwerkten	=	samenwerken
samenwone	=	samenwonen
samenwonen	verb	met elkaar een huis bewonen alsof je getrouwd bent
samenwonend	=	samenwonen
samenwonende	=	samenwonen
samenwoning	noun	dat twee of meer personen op hetzelfde adres wonen en samen één huishouden voeren.
samenwoningen	=	samenwoning
samenwoninkje	=	samenwoning
samenwoninkjes	=	samenwoning
samenwoon	=	samenwonen
samenwoonde	=	samenwonen
samenwoonden	=	samenwonen
samenwoont	=	samenwonen
samenzang	noun	het gezang dat door twee of meer zingende mensen wordt voortgebracht
samenzangen	=	samenzang
samenzet	=	samenzetten
samenzette	=	samenzetten
samenzetten	verb	op één plaats tezamen brengen van verschillende personen
samenzettend	=	samenzetten
samenzettende	=	samenzetten
samenzijn	noun	het met meerdere mensen bij elkaar zijn
samenzijntje	=	samenzijn
samenzijntjes	=	samenzijn
samenzweer	=	samenzweren
samenzweerder	noun	iemand die lid is van een geheime groep mensen
samenzweerderig	adj	betrekking hebbend op het maken van een geheime afspraak of een geheim verbond
samenzweerderige	=	samenzweerderig
samenzweerderiger	=	samenzweerderig
samenzweerderigere	=	samenzweerderig
samenzweerderigers	=	samenzweerderig
samenzweerderigs	=	samenzweerderig
samenzweerderigst	=	samenzweerderig
samenzweerderigste	=	samenzweerderig
samenzweerders	=	samenzweerder
samenzweerdertje	=	samenzweerder
samenzweert	=	samenzweren
samenzwere	=	samenzweren
samenzweren	verb	geheimelijk met anderen samenwerken ten nadele van een derde partij
samenzwerend	=	samenzweren
samenzwerende	=	samenzweren
samenzwering	noun	een geheime poging een onwettelijke daad te organiseren
samenzweringen	=	samenzwering
samenzweringstheorie	noun	vermoeden dat een groep mensen op een geheime, verborgen manier met elkaar samenwerken
samenzweringstheorietje	=	samenzweringstheorie
samenzweringstheorietjes	=	samenzweringstheorie
samenzweringstheorieën	=	samenzweringstheorie
samenzwerinkje	=	samenzwering
samenzwerinkjes	=	samenzwering
samenzwever	noun	iemand die een spirituele levenshouding combineert met complotdenken
samenzwevers	=	samenzwever
samenzweving	noun	mengvorm van complotdenken en een spirituele levenshouding
samenzwevingen	=	samenzweving
samenzwoer	=	samenzweren
samenzwoere	=	samenzweren
samenzwoeren	=	samenzweren
samenzwoert	=	samenzweren
sami	=	same
samisch	adj	betrekking hebbend op de Sami
samische	noun	een vrouwelijke inwoner van Samenland, of een vrouw afkomstig uit Samenland
samischen	=	samische
samischer	=	samisch
samischere	=	samisch
samischers	=	samisch
samizdat	noun	vermenigvuldiging en verspreiding van teksten die de autoriteiten niet aanstaan
samizdats	=	samizdat
samizdatten	=	samizdat
sammel	=	sammelen
sammelde	=	sammelen
sammelden	=	sammelen
sammele	=	sammelen
sammelen	verb	treuzelen, dralen, teuten, talmen
sammelend	=	sammelen
sammelende	=	sammelen
sammelt	=	sammelen
samoaan	noun	een inwoner van Samoa, of iemand afkomstig uit Samoa
samoaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Samoa
samoaansch	=	samoaans
samoaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Samoa, of een vrouw afkomstig uit Samoa
samoaansen	=	samoaanse
samoaanstalig	adj	de Samoaanse taal sprekend
samoaanstalige	=	samoaanstalig
samoaanstaligs	=	samoaanstalig
samoadwerghoningeter	noun	Myzomela nigriventris een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
samoadwerghoningeters	=	samoadwerghoningeter
samoadwerghoningetertje	=	samoadwerghoningeter
samoadwerghoningetertjes	=	samoadwerghoningeter
samoahoningeter	noun	Gymnomyza samoensis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
samoahoningeters	=	samoahoningeter
samoahoningetertje	=	samoahoningeter
samoahoningetertjes	=	samoahoningeter
samoamerel	noun	Turdus samoensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
samoamerels	=	samoamerel
samoamereltje	=	samoamerel
samoamereltjes	=	samoamerel
samoanen	=	samoaan
samoapapegaaiamadine	noun	Erythrura cyaneovirens een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
samoapapegaaiamadines	=	samoapapegaaiamadine
samoapapegaaiamadinetje	=	samoapapegaaiamadine
samoapapegaaiamadinetjes	=	samoapapegaaiamadine
samoapurperspreeuw	noun	Aplonis atrifusca een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
samoapurperspreeuwen	=	samoapurperspreeuw
samoapurperspreeuwtje	=	samoapurperspreeuw
samoapurperspreeuwtjes	=	samoapurperspreeuw
samoatriller	noun	Lalage sharpei een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
samoatrillers	=	samoatriller
samoatrillertje	=	samoatriller
samoatrillertjes	=	samoatriller
samoawaaierstaart	noun	Rhipidura nebulosa een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
samoawaaierstaarten	=	samoawaaierstaart
samoawaaierstaartje	=	samoawaaierstaart
samoawaaierstaartjes	=	samoawaaierstaart
samoawaterhoen	noun	Gallinula pacifica een vogel uit de familie van de rallen (Rallidae).
samoawaterhoenderen	=	samoawaterhoen
samoawaterhoenders	=	samoawaterhoen
samoawaterhoendertje	=	samoawaterhoen
samoawaterhoendertjes	=	samoawaterhoen
samoawaterhoenen	=	samoawaterhoen
samoawaterhoentje	=	samoawaterhoen
samoawaterhoentjes	=	samoawaterhoen
samoech	noun	degene die als voorlaatste wordt opgeroepen voor het lezen van de Tora
samoem	noun	droge hete woestijnwind die zand meevoert
samoems	=	samoem
samoen	=	samoem
samoerai	noun	een lid van de vroegere Japanse krijgsstand
samoerais	=	samoerai
samoeraitje	=	samoerai
samoeraizwaard	noun	zwaard van een Japanse edelman
samoeraizwaarden	=	samoeraizwaard
samoreus	noun	grote aak voor de binnenvaart (op Samber, Maas of Rijn)
samoreuzen	=	samoreus
samovaar	=	samowar
samovar	=	samowar
samowaar	noun	apparaat waarmee men thee kan zetten
samowaars	=	samowaar
samowar	noun	apparaat waarmee men thee kan zetten
samowars	=	samowar
sampan	noun	klein kustvaartuig in Zuidoost-Azië
sampans	=	sampan
sample	noun	voorbeeld, monster
samplede	=	samplen
sampleden	=	samplen
samplen	verb	een sample maken van, een monster nemen van
samplend	=	samplen
samplende	=	samplen
sampler	noun	een muziekinstrument dat geluiden opwekt door digitaal geregistreerde geluidsfragmenten af te spelen
samplers	=	sampler
samplertje	=	sampler
samplertjes	=	sampler
samples	=	sample
samplet	=	samplen
sampletje	=	sample
sampletjes	=	sample
sampling	noun	reclame maken voor producten door consumenten gratis proefverpakkingen te geven
samsam	adv	ieder de helft
samsonseks	noun	seks die ouders hebben terwijl de kinderen tv kijken
san-geronimogierzwaluw	noun	Panyptila sanctihieronymi een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
san-geronimogierzwaluwen	=	san-geronimogierzwaluw
san-geronimogierzwaluwtje	=	san-geronimogierzwaluw
san-geronimogierzwaluwtjes	=	san-geronimogierzwaluw
san-joaquinkitvos	noun	Vulpes macrotis mutica een ondersoort van de grootoorkitvos (Vulpes macrotis).
san-joaquinkitvosje	=	san-joaquinkitvos
san-joaquinkitvosjes	=	san-joaquinkitvos
san-joaquinkitvossen	=	san-joaquinkitvos
san-lucasskink	noun	Plestiodon lagunensis een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
san-lucasskinken	=	san-lucasskink
san-lucasskinkje	=	san-lucasskink
san-lucasskinkjes	=	san-lucasskink
sanandresvireo	noun	Vireo caribaeus een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
sanandresvireo's	=	sanandresvireo
sanandresvireootje	=	sanandresvireo
sanandresvireootjes	=	sanandresvireo
sanatoria	=	sanatorium
sanatorium	noun	herstellingsoord (voor chronisch zieke patiënten)
sanatoriumpje	=	sanatorium
sanatoriumpjes	=	sanatorium
sanatoriums	=	sanatorium
sanbenito	noun	schouderkleed dat een ketter moest dragen wanneer hij door de inquisitie werd gestraft Er bestonden verschillende uitvoeringen, een veel voorkomende vorm was een gele hes met een rood andreaskruis; de ketter kreeg ook een spitse puntmuts op.
sanbenito's	=	sanbenito
sancerre	noun	droge, witte loirewijn bereid uit de sauvignon blanc
sancerres	=	sancerre
sancristobalspotlijster	noun	Mimus melanotis een endemische vogelsoort uit de familie mimidae die voorkomt op het eiland San Cristóbal van de Galapagoseilanden.
sancristobalspotlijsters	=	sancristobalspotlijster
sancristobalspotlijstertje	=	sancristobalspotlijster
sancristobalspotlijstertjes	=	sancristobalspotlijster
sancristobaltiran	noun	Pyrocephalus dubius een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
sancristobaltirannen	=	sancristobaltiran
sancristobaltirannetje	=	sancristobaltiran
sancristobaltirannetjes	=	sancristobaltiran
sanctie	noun	maatregel ter bestraffing van ongewenst gedrag
sanctiebepaling	noun	een juridische regel in een wet, contract of reglement die voorschrijft welke straf of maatregel (de sanctie) volgt wanneer iemand een andere regel overtreedt.
sanctiebepalingen	=	sanctiebepaling
sanctiebepalinkje	=	sanctiebepaling
sanctiebepalinkjes	=	sanctiebepaling
sanctiecomiteetje	=	sanctiecomité
sanctiecomiteetjes	=	sanctiecomité
sanctiecomité	noun	groep mensen die aangesteld is om bepaalde strafmaatregelen uit te voeren
sanctiecomités	=	sanctiecomité
sanctielijst	noun	lijst waarop de sancties vermeld staan
sanctielijsten	=	sanctielijst
sanctiepakket	noun	pakket aan sancties
sanctiepakketje	=	sanctiepakket
sanctiepakketjes	=	sanctiepakket
sanctiepakketten	=	sanctiepakket
sanctiepolitiek	noun	beleid waarbij men door bestraffing van ongewenst gedrag probeert dit gedrag te verbeteren
sancties	=	sanctie
sanctietje	=	sanctie
sanctioneer	=	sanctioneren
sanctioneerde	=	sanctioneren
sanctioneerden	=	sanctioneren
sanctioneert	=	sanctioneren
sanctionere	=	sanctioneren
sanctioneren	verb	toestemming verlenen voor
sanctionerend	=	sanctioneren
sanctionerende	=	sanctioneren
sanctionering	noun	het verlenen van een vergunning; het verlenen van toestemming; het verlenen van goedkeuring
sanctioneringen	=	sanctionering
sanctuaria	=	sanctuarium
sanctuarium	noun	heiligdom
sanctuariumpje	=	sanctuarium
sanctuariumpjes	=	sanctuarium
sanctuariums	=	sanctuarium
sandaal	noun	schoeisel dat bestaat uit een zool met banden
sandaaltje	=	sandaal
sandaaltjes	=	sandaal
sandak	noun	degene die het kind bij besnijdenis op de knieën houdt
sandakiem	=	sandak
sandalen	=	sandaal
sandalenfilm	noun	avonturenfilm die zich afspeelt in het oude Griekenland of het oude Rome
sandalenfilms	=	sandalenfilm
sandek	noun	degene die het kind bij besnijdenis op de knieën houdt
sandeks	=	sandek
sandelhout	noun	een bepaald houtsoort (Santalum album of verwante soorten)
sandelhouten	adj	van sandelhout
sandelhoutfamilie	noun	een familie Santalaceae van tweezaadlobbige planten.
sandelhoutfamilies	=	sandelhoutfamilie
sandelhoutfamilietje	=	sandelhoutfamilie
sandelhoutfamilietjes	=	sandelhoutfamilie
sandhi	noun	klankverandering die zich voordoet op de grens van twee woorden of woorddelen, om redenen van welluidendheid en uitspreekbaarheid
sandhi's	=	sandhi
sandhigeminatie	noun	fonetisch procedé in het Fins en Italiaans, waarbij de beginklinker van een morfeem verdubbeld wordt indien het vorige morfeem op een klinker eindigt
sandiatangare	noun	Stilpnia meyerdeschauenseei een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
sandiatangaren	=	sandiatangare
sandiatangaretje	=	sandiatangare
sandiatangaretjes	=	sandiatangare
sandinist	noun	socialist uit Nicaragua
sandinisten	=	sandinist
sandinistisch	adj	betrekking hebbend op het sandinisme
sandinistische	=	sandinistisch
sandinistischer	=	sandinistisch
sandinistischere	=	sandinistisch
sandinistischers	=	sandinistisch
sandokem	=	sandek
sandrak	noun	geurige, lichtgeel doorschijnende hars, oorspronkelijk gewonnen uit de schors van de Tetraclinis articulata, een cipres die in Noordwest-Afrika groeit, later ook uit de Australische bomen behorend tot het geslacht Callitris
sandwich	noun	twee sneetjes brood met beleg ertussen
sandwichcursus	noun	cursus bestaande uit studieperiodes afgewisseld met werk, zodat cursisten praktijkervaring kunnen opdoen
sandwichcursusje	=	sandwichcursus
sandwichcursusjes	=	sandwichcursus
sandwichcursussen	=	sandwichcursus
sandwiche	=	sandwichen
sandwichen	verb	zo combineren met andere zaken, dat het geheel gemakkelijker wordt aanvaard of uitgevoerd
sandwichend	=	sandwichen
sandwichende	=	sandwichen
sandwiches	=	sandwich
sandwichformule	noun	werkwijze waarin twee uitersten (moeilijk / makkelijk) gecombineerd worden, bv. theorie en praktijk
sandwichformules	=	sandwichformule
sandwichgeneratie	noun	mensen van middelbare leeftijd (ca. 40-60 jr.) die de zorg voor hun bejaarde ouders combineren met een gezin en/of baan
sandwichgeneraties	=	sandwichgeneratie
sandwichgeneratietje	=	sandwichgeneratie
sandwichgeneratietjes	=	sandwichgeneratie
sandwichje	=	sandwich
sandwichjes	=	sandwich
sandwichlieden	=	sandwichman
sandwichlui	=	sandwichman
sandwichman	noun	man die aan weerszijden van zijn lichaam een grote plaat met reclame of propaganda draagt
sandwichmannen	=	sandwichman
sandwichmannetje	=	sandwichman
sandwichmannetjes	=	sandwichman
sandwicht	=	sandwichen
sandwichte	=	sandwichen
sandwichten	=	sandwichen
saneer	=	saneren
saneerde	=	saneren
saneerden	=	saneren
saneerder	noun	iemand die door wegruimen van overbodige zaken iets weer gezond- en schoonmaakt
saneerders	=	saneerder
saneert	=	saneren
sanere	=	saneren
saneren	verb	met behulp van ingrijpende maatregelen een einde maken aan een ongezonde financiële toestand
sanerend	=	saneren
sanerende	=	saneren
sanering	noun	het saneren
saneringen	=	sanering
saneringskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om een verontreinigd gebied weer schoon te krijgen
saneringskosten	noun	geld dat men moet betalen om een verontreinigd gebied weer schoon te krijgen
sanerinkje	=	sanering
sanerinkjes	=	sanering
sangihespookdier	noun	Tarsius sangirensis primaat uit de familie van de spookdier (Tarsiidae).
sangihespookdieren	=	sangihespookdier
sangihespookdiertje	=	sangihespookdier
sangihespookdiertjes	=	sangihespookdier
sangirblauwoorijsvogel	noun	Cittura sanghirensis een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
sangirblauwoorijsvogels	=	sangirblauwoorijsvogel
sangirblauwoorijsvogeltje	=	sangirblauwoorijsvogel
sangirblauwoorijsvogeltjes	=	sangirblauwoorijsvogel
sangirbrilvogel	noun	Zosterops nehrkorni een brilvogel.
sangirbrilvogels	=	sangirbrilvogel
sangirbrilvogeltje	=	sangirbrilvogel
sangirbrilvogeltjes	=	sangirbrilvogel
sangirbuulbuul	noun	Hypsipetes platenae een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls)
sangirbuulbuuls	=	sangirbuulbuul
sangirbuulbuultje	=	sangirbuulbuul
sangirbuulbuultjes	=	sangirbuulbuul
sangirdwergijsvogel	noun	Ceyx sangirensis een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
sangirdwergijsvogels	=	sangirdwergijsvogel
sangirdwergijsvogeltje	=	sangirdwergijsvogel
sangirdwergijsvogeltjes	=	sangirdwergijsvogel
sangirdwergooruil	noun	Otus collari een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
sangirdwergooruilen	=	sangirdwergooruil
sangirdwergooruiltje	=	sangirdwergooruil
sangirdwergooruiltjes	=	sangirdwergooruil
sangirfluiter	noun	Coracornis sanghirensis een zangvogel van de familie van de fluiters
sangirfluiters	=	sangirfluiter
sangirfluitertje	=	sangirfluiter
sangirfluitertjes	=	sangirfluiter
sangirhoningzuiger	noun	Aethopyga duyvenbodei een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
sangirhoningzuigers	=	sangirhoningzuiger
sangirhoningzuigertje	=	sangirhoningzuiger
sangirhoningzuigertjes	=	sangirhoningzuiger
sangirpitta	noun	Erythropitta caeruleitorques een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
sangirpitta's	=	sangirpitta
sangirpittaatje	=	sangirpitta
sangirpittaatjes	=	sangirpitta
sangirrupsvogel	noun	Edolisoma salvadorii een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
sangirrupsvogels	=	sangirrupsvogel
sangirrupsvogeltje	=	sangirrupsvogel
sangirrupsvogeltjes	=	sangirrupsvogel
sangirvleermuisparkiet	noun	Loriculus catamene een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
sangirvleermuisparkieten	=	sangirvleermuisparkiet
sangirvleermuisparkietje	=	sangirvleermuisparkiet
sangirvleermuisparkietjes	=	sangirvleermuisparkiet
sangrafu	noun	plant gebruikt bij wintirituelen en kruidenbaden
sangria	noun	een Spaanse licht-alcoholische drank, bestaande uit rode wijn op smaak gebracht met vruchtjes
sangria's	=	sangria
sangriaatje	=	sangria
sangriaatjes	=	sangria
sanguine	noun	krijt met een (bloed)rode kleur
sanguines	=	sanguine
sanguinisch	adj	een driftige natuur hebbend
sanguinische	=	sanguinisch
sanguinischer	=	sanguinisch
sanguinischere	=	sanguinisch
sanguinischers	=	sanguinisch
sanhedrien	noun	rabbinaal hooggerechtshof
sanhedrin	noun	rabbinaal hooggerechtshof
saniet	noun	persoon die gebruik maakt van de Wet schuldsanering natuurlijke personen; iemand die failliet is gegaan
sanieten	=	saniet
sanisette	noun	automatisch reinigend stadstoilet van Franse makelij
sanisettes	=	sanisette
sanitair	noun	het geheel aan voorzieningen (vaak in een gebouw) voor de gezondheid en verzorging van het lichaam	adj	met betrekking tot de gezondheid (en verzorging van) (het lichaam)
sanitairder	=	sanitair
sanitairdere	=	sanitair
sanitairders	=	sanitair
sanitaire	=	sanitair
sanitairs	=	sanitair
sanitairst	=	sanitair
sanitairste	=	sanitair
sanjemangabey	noun	Cercocebus sanjei primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
sanjemangabeys	=	sanjemangabey
sanjemangabeytje	=	sanjemangabey
sanjemangabeytjes	=	sanjemangabey
sanjosébachmankonijn	noun	Sylvilagus mansuetus een zoogdier uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
sanjosébachmankonijnen	=	sanjosébachmankonijn
sanjosébachmankonijntje	=	sanjosébachmankonijn
sanjosébachmankonijntjes	=	sanjosébachmankonijn
sanka	noun|slang	stevig achterste, volle bil(len)
sanka's	=	sanka
sanlucasskink	noun	Plestiodon lagunensis een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
sanlucasskinken	=	sanlucasskink
sanlucasskinkje	=	sanlucasskink
sanlucasskinkjes	=	sanlucasskink
sannyasin	noun	iemand die zich bij de beweging van Osho heeft aangesloten
sannyasins	=	sannyasin
sanpedrocactus	noun	Echinopsis pachanoi een cactus uit Zuid-Amerika.
sanpedrocactusje	=	sanpedrocactus
sanpedrocactusjes	=	sanpedrocactus
sanpedrocactussen	=	sanpedrocactus
sans-papiers	noun	vreemdeling die zonder identiteitsbewijs of ander vereist document in een land verblijft
sansculotte	noun	radicaal revolutionair tijdens de Franse Revolutie
sansculotten	=	sansculotte
sansculottes	=	sansculotte
sanseveria	noun	veel gebruikte kamerplant met lange, smalle, puntige stevige bladeren Sansevieria trifasciata
sanseveria's	=	sanseveria
sansevieria	noun	een voormalig geslacht Sansevieria dat in het APG III-systeem tot de aspergefamilie (Asparagaceae) wordt gerekend.
sansevieria's	=	sansevieria
sant	noun|obsolete	heilige, sint
santa	noun	heilig
santa-marta-arassari	noun	Aulacorhynchus albivitta lautus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
santa-marta-arassari's	=	santa-marta-arassari
santa-marta-arassarietje	=	santa-marta-arassari
santa-marta-arassarietjes	=	santa-marta-arassari
santa-martaboswinterkoning	noun	Henicorhina anachoreta een zangvogel uit de familie Troglodytidae (Winterkoningen).
santa-martaboswinterkoningen	=	santa-martaboswinterkoning
santa-martaboswinterkoninkje	=	santa-martaboswinterkoning
santa-martaboswinterkoninkjes	=	santa-martaboswinterkoning
santa-martaquetzal	noun	Pharomachrus fulgidus een vogel uit de familie van de Trogonidae (Trogons).
santa-martaquetzals	=	santa-martaquetzal
santa-martaquetzaltje	=	santa-martaquetzal
santa-martaquetzaltjes	=	santa-martaquetzal
santabarbaraschreeuwuil	noun	Megascops barbarus een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
santabarbaraschreeuwuilen	=	santabarbaraschreeuwuil
santabarbaraschreeuwuiltje	=	santabarbaraschreeuwuil
santabarbaraschreeuwuiltjes	=	santabarbaraschreeuwuil
santacruzbrilvogel	noun	Zosterops sanctaecrucis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
santacruzbrilvogels	=	santacruzbrilvogel
santacruzbrilvogeltje	=	santacruzbrilvogel
santacruzbrilvogeltjes	=	santacruzbrilvogel
santacruzfluiter	noun	Pachycephala vanikorensis een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
santacruzfluiters	=	santacruzfluiter
santacruzfluitertje	=	santacruzfluiter
santacruzfluitertjes	=	santacruzfluiter
santacruzkangoeroegoffer	noun	Dipodomys venustus een zoogdier uit de familie van de wangzakmuizen (Heteromyidae).
santacruzkangoeroegoffers	=	santacruzkangoeroegoffer
santacruzkangoeroegoffertje	=	santacruzkangoeroegoffer
santacruzkangoeroegoffertjes	=	santacruzkangoeroegoffer
santacruzklauwiermonarch	noun	Clytorhynchus sanctaecrucis een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
santacruzklauwiermonarchen	=	santacruzklauwiermonarch
santacruzklauwiermonarchje	=	santacruzklauwiermonarch
santacruzklauwiermonarchjes	=	santacruzklauwiermonarch
santacruzpatrijsduif	noun	Pampusana sanctaecrucis een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana.
santacruzpatrijsduifje	=	santacruzpatrijsduif
santacruzpatrijsduifjes	=	santacruzpatrijsduif
santacruzpatrijsduiven	=	santacruzpatrijsduif
santalitalig	adj	Santali sprekend
santalitalige	=	santalitalig
santalitaligs	=	santalitalig
santamartabladspeurder	noun	Clibanornis rufipectus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
santamartabladspeurders	=	santamartabladspeurder
santamartabladspeurdertje	=	santamartabladspeurder
santamartabladspeurdertjes	=	santamartabladspeurder
santamartabloemkroonkolibrie	noun	Anthocephala floriceps een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
santamartabloemkroonkolibries	=	santamartabloemkroonkolibrie
santamartabloemkroonkolibrietje	=	santamartabloemkroonkolibrie
santamartabloemkroonkolibrietjes	=	santamartabloemkroonkolibrie
santamartaboself	noun	Chaetocercus astreans een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
santamartaboselfen	=	santamartaboself
santamartaboselfje	=	santamartaboself
santamartaboselfjes	=	santamartaboself
santamartaboselven	=	santamartaboself
santamartamierpitta	noun	Grallaria bangsi een zangvogel uit de familie Grallariidae.
santamartamierpitta's	=	santamartamierpitta
santamartamierpittaatje	=	santamartamierpitta
santamartamierpittaatjes	=	santamartamierpitta
santamartamiervogel	noun	Drymophila hellmayri een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
santamartamiervogels	=	santamartamiervogel
santamartamiervogeltje	=	santamartamiervogel
santamartamiervogeltjes	=	santamartamiervogel
santamartaparkiet	noun	Pyrrhura viridicata een vogel uit de familie der Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
santamartaparkieten	=	santamartaparkiet
santamartaparkietje	=	santamartaparkiet
santamartaparkietjes	=	santamartaparkiet
santamartasabelvleugel	noun	Campylopterus phainopeplus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
santamartasabelvleugelen	=	santamartasabelvleugel
santamartasabelvleugels	=	santamartasabelvleugel
santamartasabelvleugeltje	=	santamartasabelvleugel
santamartasabelvleugeltjes	=	santamartasabelvleugel
santamartaschreeuwuil	noun	Megascops gilesi een soort uil uit de familie van de uilen en het geslacht Megascops (Schreeuwuilen).
santamartaschreeuwuilen	=	santamartaschreeuwuil
santamartaschreeuwuiltje	=	santamartaschreeuwuil
santamartaschreeuwuiltjes	=	santamartaschreeuwuil
santamartastekelstaart	noun	Synallaxis fuscorufa een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
santamartastekelstaarten	=	santamartastekelstaart
santamartastekelstaartje	=	santamartastekelstaart
santamartastekelstaartjes	=	santamartastekelstaart
santamartastruikgors	noun	Atlapetes melanocephalus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
santamartastruikgorsje	=	santamartastruikgors
santamartastruikgorsjes	=	santamartastruikgors
santamartastruikgorzen	=	santamartastruikgors
santamartastruiktiran	noun	Myiotheretes pernix een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
santamartastruiktirannen	=	santamartastruiktiran
santamartastruiktirannetje	=	santamartastruiktiran
santamartastruiktirannetjes	=	santamartastruiktiran
santamartatapaculo	noun	Scytalopus sanctaemartae een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
santamartatapaculo's	=	santamartatapaculo
santamartatapaculootje	=	santamartatapaculo
santamartatapaculootjes	=	santamartatapaculo
santamartawinterkoning	noun	Troglodytes monticola een zangvogel uit de familie Troglodytidae (Winterkoningen).
santamartawinterkoningen	=	santamartawinterkoning
santamartawinterkoninkje	=	santamartawinterkoning
santamartawinterkoninkjes	=	santamartawinterkoning
santamartazanger	noun	Myiothlypis basilica een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
santamartazangers	=	santamartazanger
santamartazangertje	=	santamartazanger
santamartazangertjes	=	santamartazanger
santen	noun	klappermelk, ingedikte kokosmelk
santenboetiek	noun	de hele verzameling troep bij elkaar
santenboetieken	=	santenboetiek
santenboetieks	=	santenboetiek
santenkraam	noun	de hele verzameling troep bij elkaar
santenkramen	=	santenkraam
santeria	noun	religie met elementen die uit verschillende andere religies zijn overgenomen en die op Cuba en Puerto Rico wordt gepraktiseerd
santeriapriesteres	noun	vrouw die de taak heeft santeria rituelen te verzorgen
santeriapriesteressen	=	santeriapriesteres
santiagoos	adj	op Santiago betrekking hebbend
santiagose	noun	een vrouwelijke inwoner van Santiago, of een vrouw afkomstig uit Santiago
santiagosen	=	santiagose
santiagoër	noun	een inwoner van Santiago, of iemand afkomstig uit Santiago
santiagoërs	=	santiagoër
santin	noun|obsolete	vrouwelijke heilige
santinnen	=	santin
santinnetje	=	santin
santinnetjes	=	santin
santje	noun	alleen verkleinwoord kaartje met een stichtelijke afbeelding en tekst
santjes	intj	op je gezondheid!
santol	noun	Sandoricum koetjape een plant uit de familie Meliaceae.
santollen	=	santol
santomees	noun	iemand met de nationaliteit van het land Sao Tomé en Principe	adj	van, uit, aangaande, als in het land Sao Tomé en Principe
santomeesje	=	santomees
santomeesjes	=	santomees
santomeest	=	santomees
santomeeste	=	santomees
santomese	noun	een vrouwelijke inwoner van Sao Tomé en Principe, of een vrouw afkomstig uit Sao Tomé en Principe
santomesen	=	santomese
santomeser	=	santomees
santomesere	=	santomees
santomesers	=	santomees
santomezen	=	santomees
santé	intj	op je gezondheid!
saoedi	noun	een inwoner van Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië)
saoedi's	=	saoedi
saoedi-arabisch	adj	op Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië) betrekking hebbend
saoedi-arabische	=	saoedi-arabisch
saoedi-arabischer	=	saoedi-arabisch
saoedi-arabischere	=	saoedi-arabisch
saoedi-arabischers	=	saoedi-arabisch
saoedisch	adj	op Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië) betrekking hebbend
saoedische	noun	een vrouwelijke inwoner van Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië)
saoedischen	=	saoedische
saoedischer	=	saoedisch
saoedischere	=	saoedisch
saoedischers	=	saoedisch
saoediër	noun	een inwoner van Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië)
saoediërs	=	saoediër
saofranciscogors	noun	Arremon franciscanus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
saofranciscogorsje	=	saofranciscogors
saofranciscogorsjes	=	saofranciscogors
saofranciscogorzen	=	saofranciscogors
saola	noun	Pseudoryx nghetinhensis De saola, valse oryx, rundanilope of het antiloperund (Pseudoryx nghetinhensis) is een van 's werelds zeldzaamste zoogdieren.
saola's	=	saola
saolaatje	=	saola
saolaatjes	=	saola
saoto	noun	pittig gekruide vleessoep
saoto's	=	saoto
saotomébrilvogel	noun	Zosterops feae een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
saotomébrilvogels	=	saotomébrilvogel
saotomébrilvogeltje	=	saotomébrilvogel
saotomébrilvogeltjes	=	saotomébrilvogel
saotomébronsnekduif	noun	Columba malherbii een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
saotomébronsnekduifje	=	saotomébronsnekduif
saotomébronsnekduifjes	=	saotomébronsnekduif
saotomébronsnekduiven	=	saotomébronsnekduif
saotomégierzwaluw	noun	Zoonavena thomensis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
saotomégierzwaluwen	=	saotomégierzwaluw
saotomégierzwaluwtje	=	saotomégierzwaluw
saotomégierzwaluwtjes	=	saotomégierzwaluw
saotomékanarie	noun	Neospiza concolor een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
saotomékanaries	=	saotomékanarie
saotomékanarietje	=	saotomékanarie
saotomékanarietjes	=	saotomékanarie
saotomélijster	noun	Turdus olivaceofuscus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
saotomélijsters	=	saotomélijster
saotomélijstertje	=	saotomélijster
saotomélijstertjes	=	saotomélijster
saotoméolijfduif	noun	Columba thomensis een vogel uit de familie van duiven (Columbidae)
saotoméolijfduifje	=	saotoméolijfduif
saotoméolijfduifjes	=	saotoméolijfduif
saotoméolijfduiven	=	saotoméolijfduif
saotomépapegaaiduif	noun	Treron sanctithomae een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
saotomépapegaaiduifje	=	saotomépapegaaiduif
saotomépapegaaiduifjes	=	saotomépapegaaiduif
saotomépapegaaiduiven	=	saotomépapegaaiduif
saotoméparadijsmonarch	noun	Terpsiphone atrochalybeia een zangvogel uit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae
saotoméparadijsmonarchen	=	saotoméparadijsmonarch
saotoméparadijsmonarchje	=	saotoméparadijsmonarch
saotoméparadijsmonarchjes	=	saotoméparadijsmonarch
saotoméprinia	noun	Prinia molleri een zangvogel uit de familie Cisticolidae
saotoméprinia's	=	saotoméprinia
saotomépriniaatje	=	saotoméprinia
saotomépriniaatjes	=	saotoméprinia
saotoméwever	noun	Ploceus sanctithomae een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
saotoméwevers	=	saotoméwever
saotoméwevertje	=	saotoméwever
saotoméwevertjes	=	saotoméwever
saotoméwielewaal	noun	Oriolus crassirostris een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels)
saotoméwielewaaltje	=	saotoméwielewaal
saotoméwielewaaltjes	=	saotoméwielewaal
saotoméwielewalen	=	saotoméwielewaal
saotosoep	noun	pittig gekruide kippensoep van Javaanse origine
saotosoepen	=	saotosoep
saotosoepje	=	saotosoep
saotosoepjes	=	saotosoep
sap	noun	vloeibare substantie (vocht) meestal afkomstig van planten en dan vaak gebruikt om te drinken
sapakara	noun	Tupinambis teguixin 120- 140 cm lange hagedis
sapakara's	=	sapakara
sapcentrifuge	noun	machine dat sap uit groente en fruit haalt
sapcentrifuges	=	sapcentrifuge
sapfisch	adj	in de stijl van de klassieke Griekse dichteres Sapfo
sapfische	=	sapfisch
sapfischer	=	sapfisch
sapfischere	=	sapfisch
sapfischers	=	sapfisch
sapfisme	noun|obsolete	vrouwelijke homoseksualiteit, die vooral emotionele betrokkenheid en diepe genegenheid tussen vrouwen behelst
sapgroen	noun	een pigment en groene verfstof, bereid uit de zwartgroene bessen van de wegedoorn
saphout	noun	Sorbus aucuparia lijsterbes
sapioseksueel	noun	iemand met een seksuele voorkeur voor mensen die slim zijn en niet zozeer voor mensen die er mooi uitzien	adj	seksueel aangetrokken tot mensen die slim zijn en niet zozeer voor mensen die er mooi uitzien
sapioseksueels	=	sapioseksueel
sapioseksueelst	=	sapioseksueel
sapioseksueelste	=	sapioseksueel
sapioseksuele	=	sapioseksueel
sapioseksuelen	=	sapioseksueel
sapioseksueler	=	sapioseksueel
sapioseksuelere	=	sapioseksueel
sapioseksuelers	=	sapioseksueel
sapje	=	sap
sapjes	=	sap
sapkuren	=	sapkuur
sapkuur	noun	dieet dat vooral bestaat uit vruchtensap en dient om gewicht te verliezen
saploos	adj	zonder sap
saploost	=	saploos
saplooste	=	saploos
saploze	=	saploos
saplozer	=	saploos
saplozere	=	saploos
saplozers	=	saploos
sapodilla	noun	Manilkara zapota een groenblijvende, tot 35 m hoge boom met een dichtvertakte, brede kroon en een 80 cm brede stam, oorspronkelijk uit Mexico
sapodilla's	=	sapodilla
sapodillaatje	=	sapodilla
sapodillaatjes	=	sapodilla
sapotille	noun	Manilkara zapota tropische boom waarvan het melksap dient als basis voor kauwgum
sapotilles	=	sapotille
sappe	noun	in de grond uitgegraven en afgeschermd pad waarlangs aanvallers zich kunnen verplaatsen zonder een eenvoudig doelwit voor de tegenstander te zijn
sappel	=	sappelen
sappelaar	noun	iemand die sappelt
sappelaars	=	sappelaar
sappelde	=	sappelen
sappelden	=	sappelen
sappele	=	sappelen
sappelen	verb	hard werken om aan de kost te komen
sappelend	=	sappelen
sappelende	=	sappelen
sappelt	=	sappelen
sappen	=	sap
sapperdeflap	intj	kreet van verbazing of (lichte) ergernis
sapperju	intj|vulgar	uitroep van schrik, afkeer of verbazing
sapperloot	intj|vulgar	uitroep van verbazing, verwondering of (lichte) ergernis
sappeur	noun	soldaat die loopgraven maakt
sappeurs	=	sappeur
sapphisch	=	sapfisch
sapphisme	=	sapfisme
sapphokomeetkolibrie	noun	Sappho sparganurus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
sapphokomeetkolibries	=	sapphokomeetkolibrie
sapphokomeetkolibrietje	=	sapphokomeetkolibrie
sapphokomeetkolibrietjes	=	sapphokomeetkolibrie
sappig	adj	vol met sap
sappige	=	sappig
sappiger	=	sappig
sappigere	=	sappig
sappigers	=	sappig
sappigs	=	sappig
sappigst	=	sappig
sappigste	=	sappig
sapreinigingsvakantie	noun	vakantie waarin men alleen groenten- en vruchtensappen nuttigt om het lichaam te reinigen en af te vallen
sapreinigingsvakanties	=	sapreinigingsvakantie
saprijk	adj	vol met sap
saprijke	=	saprijk
saprijker	=	saprijk
saprijkere	=	saprijk
saprijkers	=	saprijk
saprijks	=	saprijk
saprijkst	=	saprijk
saprijkste	=	saprijk
sapring	noun	jaarring
sapringen	=	sapring
sapringetje	=	sapring
sapringetjes	=	sapring
sapristi	intj|obsolete	bastaardvloek van: Mijn hemel, Goeie God
saprofiet	=	saprofyt
saprofyt	noun	plant die van organisch afval leeft Deze term is minder juist geworden, sinds enerzijds schimmels niet meer als planten worden beschouwd en als "saprobionten" worden aangeduid wanneer zij van organisch afval leven en anderzijds de planten zonder bladgroen in symbiose met zulke saprobionten blijken te leven en dus ook geen saprofyten zijn.
saprofyten	=	saprofyt
saprophyt	=	saprofyt
sapverf	noun	niet helemaal dekkende verf
sapverven	=	sapverf
sapzweefvlieg	noun	een vliegensoort van het geslacht Brachyopa uit de familie van de zweefvliegen
sapzweefvliegen	=	sapzweefvlieg
sapzweefvliegje	=	sapzweefvlieg
sapzweefvliegjes	=	sapzweefvlieg
sar	=	sarren
sara	noun	pop die Sara voorstelt, gegeven aan vrouwen die vijftig jaar worden, gemaakt van brooddeeg of ander materiaal; oorsprong is het gebruik dat aan mannen die vijftig jaar worden, een abraham gegeven wordt
sara's	=	sara
sarabande	noun	oude dans meegenomen (omstreeks 1600) door Spaanse kolonisten vanuit Mexico
sarabandes	=	sarabande
saraf	noun	bepaalde slang (5×: Num. 21:6, 21:8, Deut. 8:15, Jes. 14:29, 30:6)
sarah	=	sara
saramaccaanstalig	adj	de Saramaccaanse taal sprekend
saramaccaanstalige	=	saramaccaanstalig
saramaccaanstaligs	=	saramaccaanstalig
sarawakdolfijn	noun	Lagenodelphis hosei De Sarawakdolfijn of dolfijn van Fraser (Lagenodelphis hosei) is een soort dolfijn.
sarawakdolfijnen	=	sarawakdolfijn
sarawakdolfijntje	=	sarawakdolfijn
sarawakdolfijntjes	=	sarawakdolfijn
sarcasme	noun	bittere, bijtende spot
sarcasmen	=	sarcasme
sarcast	noun	iemand die bij regelmaat sarcasme tentoonspreidt
sarcasten	=	sarcast
sarcastisch	adj	met bittere spot
sarcastische	=	sarcastisch
sarcastischer	=	sarcastisch
sarcastischere	=	sarcastisch
sarcastischers	=	sarcastisch
sarcastischt	=	sarcastisch
sarcastischte	=	sarcastisch
sarcastje	=	sarcast
sarcastjes	=	sarcast
sarcofaag	noun	stenen doodskist
sarcofaagje	=	sarcofaag
sarcofaagjes	=	sarcofaag
sarcofagen	=	sarcofaag
sarcomen	=	sarcoom
sarcoom	noun	kwaadaardig gezwel uit bindweefselcellen
sarcoompje	=	sarcoom
sarcoompjes	=	sarcoom
sarcopenia	=	sarcopenie
sarcopenie	noun	lage spiermassa en daardoor verminderde spierkracht als gevolg van ouder worden, immobiliteit en leefstijl, dieet of ziekte
sarcophaag	=	sarcofaag
sard	noun	een inwoner van Sardinië, of iemand afkomstig uit Sardinië
sarde	=	sarren
sarden	=	sarren
sardien	noun	klein zilverkleurig haringachtig visje, Sardina pilchardus
sardienen	=	sardien
sardientje	=	sardien
sardientjes	=	sardien
sardijnstalig	adj	de Sardijnse taal sprekend
sardijnstalige	=	sardijnstalig
sardijnstaligs	=	sardijnstalig
sardijntje	noun	Polydactylus virginicus een straalvinnige vis uit de familie van draadvinnigen (Polynemidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het noordwesten, het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan
sardijntjes	=	sardijntje
sardine	noun	bepaald soort vis Sardina pilchardus, uit de familie van haringen (Clupeidae), orde haringachtigen (Clupeiformes), die voorkomt in het noordoosten en het oosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
sardines	=	sardine
sardinetje	=	sardine
sardinetjes	=	sardine
sardinisch	adj	op Sardinië betrekking hebbend
sardinische	noun	een vrouwelijke inwoner van Sardinië, of een vrouw afkomstig uit Sardinië
sardinischen	=	sardinische
sardinischer	=	sardinisch
sardinischere	=	sardinisch
sardinischers	=	sardinisch
sardinië	noun	een Italiaans eiland in de Middellandse Zee
sardiniër	noun	een inwoner van Sardinië, of iemand afkomstig uit Sardinië
sardiniërs	=	sardiniër
sardisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Sardinië
sardische	noun	een vrouwelijke inwoner van Sardinië, of een vrouw afkomstig uit Sardinië
sardischen	=	sardische
sardischtalig	adj	de Sardische taal sprekend
sardischtalige	=	sardischtalig
sardischtaligs	=	sardischtalig
sardonisch	adj	op een bittere manier grijnzen of lachen
sardonische	=	sardonisch
sardonischer	=	sardonisch
sardonischere	=	sardonisch
sardonischers	=	sardonisch
sardonyx	noun	een vorm van kwarts
sardonyxen	=	sardonyx
sareptamosterd	noun	Brassica juncea een tot 1,5 m hoge plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
sareptamosterdje	=	sareptamosterd
sareptamosterdjes	=	sareptamosterd
sareptamosterds	=	sareptamosterd
sargassovis	noun	Histrio histrio een straalvinnige vissensoort uit de familie van de voelsprietvissen (Antennariidae).
sargassovisje	=	sargassovis
sargassovisjes	=	sargassovis
sargassovissen	=	sargassovis
sargenes	noun	doodskleed
sari	noun	Indiase gewaad voor vrouwen
sari's	=	sari
sarin	noun	-propan-2-yl methylphosphonofluoridate
sarong	noun	een Indonesische wikkelrok
sarongs	=	sarong
saronkje	=	sarong
saronkjes	=	sarong
sarre	=	sarren
sarren	verb	voortdurend lastig vallen
sarrend	=	sarren
sarrende	=	sarren
sarrig	adj	op een plagende manier
sarrige	=	sarrig
sarriger	=	sarrig
sarrigere	=	sarrig
sarrigers	=	sarrig
sarrigs	=	sarrig
sarrigst	=	sarrig
sarrigste	=	sarrig
sars	noun	soort longontsteking veroorzaakt door een besmettelijk virus Deze ziekte was vanaf november 2002 tot eind 2003 voor honderden mensen fataal.
sars-patiënt	noun	iemand die besmet is met het SARS-coronavirus; iemand die ziek is door het SARS-coronavirus; iemand die SARS heeft
sars-patiënten	=	sars-patiënt
sars-virus	noun	het virus dat SARS veroorzaakt
sars-virussen	=	sars-virus
sart	=	sarren
saruskraanvogel	noun	Antigone antigone een vogel uit defamilie van de kraanvogels (Gruidae).
saruskraanvogels	=	saruskraanvogel
saruskraanvogeltje	=	saruskraanvogel
saruskraanvogeltjes	=	saruskraanvogel
sas	noun	schutsluis
sasbuis	noun	ontstekingsbuis aan een projectiel
sasbuisje	=	sasbuis
sasbuisjes	=	sasbuis
sasbuizen	=	sasbuis
sasdeur	noun	sluisdeur
sasdeuren	=	sasdeur
sasdeurtje	=	sasdeur
sasdeurtjes	=	sasdeur
sashimi	noun	Japans gerecht van verse, zeer dun gesneden rauwe vis (gegeten met een wasabi-sausje)
sashimi's	=	sashimi
sashuis	noun	een woning van een sasmeester (sluiswachter)
sashuisje	=	sashuis
sashuisjes	=	sashuis
sashuizen	=	sashuis
sasje	=	sas
sasmeester	noun	sluiswachter
sasmeesters	=	sasmeester
sasmeestertje	=	sasmeester
sasmeestertjes	=	sasmeester
sassafras	noun	benaming voor laurierachtige bomen uit het geslacht Sassafras
sassafrassen	=	sassafras
sassanidisch	adj	Van de sassanieden
sassanidische	=	sassanidisch
sassanidischer	=	sassanidisch
sassanidischere	=	sassanidisch
sassanidischers	=	sassanidisch
sassarees	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Sassari
sassarese	=	sassarees
sasse	=	sassen
sassen	verb	overtollig water lozen (b.v. via een sassluis), schutten
sassenbloed	noun	in onderstaande uitdrukking
sassend	=	sassen
sassende	=	sassen
sassenier	noun|obsolete	sluiswachter
sasseniers	=	sassenier
sassisch	=	saksisch
sassluis	noun	sluis met als voornaamste taak water te lozen (en kan daarom simpeler zijn dan een scheepssluis)
sassluizen	=	sassluis
sast	=	sassen
saste	=	sassen
sasten	=	sassen
satan	noun	tegenstander, aanklager, onder andere met een functie naast God; later: dwarsligger, duivels persoon; in vertalingen ook weergegeven met functiebenamingen en ook geschreven met een hoofdletter (27×: Num. 22:22 +, 1 Sam. 29:4, 2 Sam. 19:23, 1 Kon. 5:18 +, Zach. 3:1 +, Ps. 109:6, Job 1:6 +, 1 Kron. 21:1; ook 36× in NT)
satanisch	adj	als of als van een satan
satanische	=	satanisch
satanischer	=	satanisch
satanischere	=	satanisch
satanischers	=	satanisch
satanischt	=	satanisch
satanischte	=	satanisch
satanisme	noun	aanbidding van Satan
satanismes	=	satanisme
satanist	noun	aanhanger van het satanisme
satanisten	=	satanist
satanistisch	adj	betrekking hebbend op het satanisme
satanistische	=	satanistisch
satanistischer	=	satanistisch
satanistischere	=	satanistisch
satanistischers	=	satanistisch
satannetje	=	satan
satannetjes	=	satan
satans	=	satan
satansboleet	noun	grauwwitte, licht giftige paddenstoel, Boletus satanas
satansboleetje	=	satansboleet
satansboleetjes	=	satansboleet
satansboleten	=	satansboleet
satansgebroed	noun	door de duivel verwekte wezens
satanskind	noun|figurative	vreselijk kind dat een kind van de duivel zou kunnen zijn
satanskinderen	=	satanskind
sateetje	=	saté
sateetjes	=	saté
satelliet	noun	toestel dat in een baan om de aarde is gebracht
satellietbeeld	noun	foto van een deel van de aarde gemaakt door een kunstmaan die om de aarde heen draait
satellietbeelden	=	satellietbeeld
satellietclub	noun	sportvereniging waarmee een grotere sportclub nauw samenwerkt
satellietclubs	=	satellietclub
satellietcommunicatie	noun	het overbrengen van informatie per satelliet
satellietcommunicaties	=	satellietcommunicatie
satellieten	=	satelliet
satellietfoto	noun	is een foto van de aarde gemaakt vanuit een kunstmatige satelliet
satellietfoto's	=	satellietfoto
satellietfotootje	=	satellietfoto
satellietfotootjes	=	satellietfoto
satellietje	=	satelliet
satellietjes	=	satelliet
satellietkolonie	noun	een kolonie van een kolonie
satellietkolonies	=	satellietkolonie
satellietkolonietje	=	satellietkolonie
satellietkolonietjes	=	satellietkolonie
satellietkoloniën	=	satellietkolonie
satellietnavigatiesysteem	noun	een toestel dat informatie van in de ruimte boven de aarde aanwezige kunstmanen inzamelt voor het bepalen van de juiste koers van een voer- of vaartuig
satellietnavigatiesysteempje	=	satellietnavigatiesysteem
satellietnavigatiesysteempjes	=	satellietnavigatiesysteem
satellietnavigatiesystemen	=	satellietnavigatiesysteem
satellietnetwerk	noun	een netwerk van satellieten zoals nodig is voor bijv.
satellietnetwerken	=	satellietnetwerk
satellietnetwerkje	=	satellietnetwerk
satellietnetwerkjes	=	satellietnetwerk
satellietschotel	noun	antenne met een parabolische reflector voor ontvangst van door een satelliet uitgezonden programma´s
satellietschotels	=	satellietschotel
satellietschoteltje	=	satellietschotel
satellietschoteltjes	=	satellietschotel
satellietstaat	noun	staat die geheel afhankelijk is van en in feite geregeerd wordt door een machtig buurland
satellietstaatje	=	satellietstaat
satellietstaatjes	=	satellietstaat
satellietstad	noun	in de nabijheid van een grote stad gelegen plaats die het bevolkingsoverschot daarvan moet opvangen
satellietstadje	=	satellietstad
satellietstadjes	=	satellietstad
satellietstaten	=	satellietstaat
satellietsteden	=	satellietstad
satellietsysteem	noun	een systeem dat gebruikt maakt van satellieten die om de aarde heen cirkelen
satellietsystemen	=	satellietsysteem
satelliettelefoon	noun	telefoon waarbij de signalen via een satelliet worden doorgegeven
satelliettelefoons	=	satelliettelefoon
satelliettelefoontje	=	satelliettelefoon
satelliettelefoontjes	=	satelliettelefoon
satelliettelevisie	noun	televisie waarbij de programma's via een satelliet worden doorgegeven
satelliettelevisies	=	satelliettelevisie
satellietuitzending	noun	radio- en televisieuitzendingen die via de satelliet worden uitgezonden
satellietuitzendingen	=	satellietuitzending
satellietuitzendinkje	=	satellietuitzending
satellietuitzendinkjes	=	satellietuitzending
satellietverbinding	noun	een communicatieverbinding die gebruik maakt van satelieten in de ruimte
satellietverbindingen	=	satellietverbinding
satellietverbindinkje	=	satellietverbinding
satellietverbindinkjes	=	satellietverbinding
satellietvirus	noun	een virus waarvan het genoom een minimale grootte heeft
satellietvirussen	=	satellietvirus
sater	noun	figuur uit de Griekse mythologie, voorgesteld als een kleine man met korte staart en bokkenpoten, een vrolijk en ondeugend boswezen
saterfriestalig	adj	de Saterfriese taal sprekend
saterfriestalige	=	saterfriestalig
saterfriestaligs	=	saterfriestalig
saters	=	sater
saterspel	=	satyrspel
satertje	=	sater
satertjes	=	sater
satijn	noun	een weefsel vervaardigd met een weeftechniek, waarbij de kruispunten van de ketting- en inslagdraden gelijkmatig verspreid liggen en bedekt worden door de inslagdraden
satijnachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van satijn
satijnachtige	=	satijnachtig
satijnachtiger	=	satijnachtig
satijnachtigere	=	satijnachtig
satijnachtigers	=	satijnachtig
satijnachtigs	=	satijnachtig
satijnachtigst	=	satijnachtig
satijnachtigste	=	satijnachtig
satijnbessenpikker	noun	Melanocharis citreola een zangvogel uit de familie Melanocharitidae.
satijnbessenpikkers	=	satijnbessenpikker
satijnbessenpikkertje	=	satijnbessenpikker
satijnbessenpikkertjes	=	satijnbessenpikker
satijnbinding	noun	een weeftechniek waarbij de inslag- en kettingdraden elkaar nauwelijks raken, wat zorgt voor een glad, soepel en glanzend oppervlak.
satijnbindingen	=	satijnbinding
satijnbindinkje	=	satijnbinding
satijnbindinkjes	=	satijnbinding
satijnboogbladroller	noun	Acleris lorquiniana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
satijnboogbladrollers	=	satijnboogbladroller
satijnboogbladrollertje	=	satijnboogbladroller
satijnboogbladrollertjes	=	satijnboogbladroller
satijndwergsalangaan	noun	Collocalia uropygialis een endemische vogelsoort van de Santa Cruz-eilanden, Vanuatu, Loyaliteitseilanden en Nieuw-Caledonië in het zuidwestelijk deel van de Grote Oceaan.
satijndwergsalangaantje	=	satijndwergsalangaan
satijndwergsalangaantjes	=	satijndwergsalangaan
satijndwergsalanganen	=	satijndwergsalangaan
satijnen	adj	van satijn vervaardigd
satijnhout	noun	lichte, glanzende houtsoort, vaak gebruikt voor meubels als fineer of inlegwerk
satijnig	adj	aanvoelend als satijn
satijnige	=	satijnig
satijniger	=	satijnig
satijnigere	=	satijnig
satijnigers	=	satijnig
satijnigs	=	satijnig
satijnigst	=	satijnig
satijnigste	=	satijnig
satijnkroeskopje	noun	Nemapogon clematella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
satijnkroeskopjes	=	satijnkroeskopje
satijnlichtmot	noun	Palpita vitrealis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
satijnlichtmotje	=	satijnlichtmot
satijnlichtmotjes	=	satijnlichtmot
satijnlichtmotten	=	satijnlichtmot
satijnmonarch	noun	Myiagra cyanoleuca een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
satijnmonarchen	=	satijnmonarch
satijnmonarchje	=	satijnmonarch
satijnmonarchjes	=	satijnmonarch
satijnslak	noun	Jorunna tomentosa een slakkensoort uit de familie van de Discodorididae.
satijnslakje	=	satijnslak
satijnslakjes	=	satijnslak
satijnslakken	noun	Jorunna een geslacht van zeenaaktslakken (Nudibranchia) uit de familie Discodorididae
satijnsmalpalpmot	noun	Carpatolechia alburnella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
satijnsmalpalpmotje	=	satijnsmalpalpmot
satijnsmalpalpmotjes	=	satijnsmalpalpmot
satijnsmalpalpmotten	=	satijnsmalpalpmot
satijnstipspanner	noun	Idaea subsericeata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
satijnstipspanners	=	satijnstipspanner
satijnstipspannertje	=	satijnstipspanner
satijnstipspannertjes	=	satijnstipspanner
satijnverf	noun	verf die na het drogen een satijnglans geeft
satijnverfje	=	satijnverf
satijnverfjes	=	satijnverf
satijnverven	=	satijnverf
satijnvlakjesmot	noun	Catoptria lythargyrella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
satijnvlakjesmotje	=	satijnvlakjesmot
satijnvlakjesmotjes	=	satijnvlakjesmot
satijnvlakjesmotten	=	satijnvlakjesmot
satijnvleugelsikkelmot	noun	Borkhausenia nefrax een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
satijnvleugelsikkelmotje	=	satijnvleugelsikkelmot
satijnvleugelsikkelmotjes	=	satijnvleugelsikkelmot
satijnvleugelsikkelmotten	=	satijnvleugelsikkelmot
satijnvlinder	noun	Leucoma salicis een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie donsvlinders (Lymantriinae)
satijnvlinders	=	satijnvlinder
satijnvlindertje	=	satijnvlinder
satijnvlindertjes	=	satijnvlinder
satijnwielewaal	noun	Oriolus mellianus een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
satijnwielewaaltje	=	satijnwielewaal
satijnwielewaaltjes	=	satijnwielewaal
satijnwielewalen	=	satijnwielewaal
satijnzacht	adj	met een heel fijn aanvoelend effen en soepel oppervlak
satijnzachte	=	satijnzacht
satijnzachter	=	satijnzacht
satijnzachtere	=	satijnzacht
satijnzachters	=	satijnzacht
satijnzachts	=	satijnzacht
satijnzachtst	=	satijnzacht
satijnzachtste	=	satijnzacht
satijnzwam	noun	een bodembewonende, rozesporige plaatjeszwam van het geslacht Entoloma en behorend tot de familie Entolomataceae
satijnzwammen	=	satijnzwam
satijnzwammetje	=	satijnzwam
satijnzwammetjes	=	satijnzwam
satineer	=	satineren
satineerde	=	satineren
satineerden	=	satineren
satineert	=	satineren
satinere	=	satineren
satineren	verb	iets glad en glanzend maken zodat het een satijnachtig uiterlijk krijgt
satinerend	=	satineren
satinerende	=	satineren
satinet	noun	glanzend weefsel van katoen of een mengsel van katoen en wol
satinetten	=	satinet
satire	noun	voorstelling van zaken waarin op spottende wijze iets aan de kaak wordt gesteld
satiredichter	noun	iemand die spottende verzen schrijft
satiredichters	=	satiredichter
satiren	=	satire
satires	=	satire
satirici	=	satiricus
satiricus	noun	iemand die een ander belachelijk maakt op een grappig bedoelde manier
satiriek	adj	op een wat pijnlijke, hekelende manier grappig
satirieke	=	satiriek
satirieker	=	satiriek
satiriekere	=	satiriek
satiriekers	=	satiriek
satirieks	=	satiriek
satiriekst	=	satiriek
satiriekste	=	satiriek
satirisch	adj	naar de aard van een satire, waarbij iets aan de kaak wordt gesteld
satirische	=	satirisch
satirischer	=	satirisch
satirischere	=	satirisch
satirischers	=	satirisch
satirischt	=	satirisch
satirischte	=	satirisch
satisfactie	noun	genoegdoening, voldoening, bevrediging
satisfacties	=	satisfactie
satorvierkant	noun	bepaalde magische tekst van vijf vijfletterwoorden die van links naar rechts, rechts naar links, van boven naar beneden en van beneden naar boven hetzelfde leest
satorvierkanten	=	satorvierkant
satraap	noun	bestuurder van een provincie in het oude Perzische rijk
satraapje	=	satraap
satrapen	=	satraap
satrapie	noun	het ambt van een satraap
satrapieën	=	satrapie
satsuma	noun	geglazuurd aardewerk uit de Japanse provincie Satsuma
satsuma's	=	satsuma
saturatie	noun	verzadiging
saturatiepunt	noun	verzadigingspunt
saturatiepunten	=	saturatiepunt
saturatiepuntje	=	saturatiepunt
saturatiepuntjes	=	saturatiepunt
saturaties	=	saturatie
satureer	=	satureren
satureerde	=	satureren
satureerden	=	satureren
satureert	=	satureren
saturere	=	satureren
satureren	verb	verzadigen
saturerend	=	satureren
saturerende	=	satureren
saturnaliën	noun	festiviteiten ter ere van de god Saturnus
saturnisch	adj	behorend tot de hoge oudheid (toen alles nog eenvoudig was)
saturnische	=	saturnisch
saturnischer	=	saturnisch
saturnischere	=	saturnisch
saturnischers	=	saturnisch
satyr	noun	een ondeugend en wellustig boswezen uit de Griekse mythologie
satyrs	=	satyr
satyrspel	noun	een literair genre (blijspel) waarvan het ontstaan verband houdt met de cultus van de god Dionysos
satyrspelen	=	satyrspel
satyrspellen	=	satyrspel
satyrspelletje	=	satyrspel
satyrspelletjes	=	satyrspel
satyrtje	=	satyr
saté	noun	stukjes vlees aan een stokje geregen en geroosterd
satéprikker	noun	dun puntig bamboe of houten stokje dat o.a. gebruikt wordt bij de bereiding van saté
satéprikkers	=	satéprikker
satéprikkertje	=	satéprikker
satéprikkertjes	=	satéprikker
satés	=	saté
satésaus	noun	pittige pindasaus voor over de saté
satésausen	=	satésaus
satésausje	=	satésaus
satésausjes	=	satésaus
satésauzen	=	satésaus
satéstokje	noun	dun puntig bamboe of houten stokje dat o.a. gebruikt wordt bij de bereiding van saté
satéstokjes	=	satéstokje
saucijs	noun	een kleine, niet gerookte worst die in lange snoeren vervaardigd wordt
saucijs-baardmos	noun	Usnea articulata een korstmos behorend tot de familie Parmeliaceae.
saucijs-baardmosje	=	saucijs-baardmos
saucijs-baardmosjes	=	saucijs-baardmos
saucijs-baardmossen	=	saucijs-baardmos
saucijsje	=	saucijs
saucijsjes	=	saucijs
saucijzen	=	saucijs
saucijzenbroodje	noun	worstenbroodje gemaakt van bladerdeeg en gekruid gehakt
saucijzenbroodjes	=	saucijzenbroodje
saucisse	noun	een soort Franse worst
saucisseje	=	saucisse
saucissejes	=	saucisse
saucissen	=	saucisse
saudi	noun	een inwoner van Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië)
saudi's	=	saudi
saudi-arabisch	adj	op Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië) betrekking hebbend
saudi-arabische	=	saudi-arabisch
saudi-arabischer	=	saudi-arabisch
saudi-arabischere	=	saudi-arabisch
saudi-arabischers	=	saudi-arabisch
saudigazelle	noun	Gazella saudiya evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
saudigazellen	=	saudigazelle
saudigazelles	=	saudigazelle
saudigazelletje	=	saudigazelle
saudigazelletjes	=	saudigazelle
saudisch	adj	op Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië) betrekking hebbend
saudische	noun	een vrouwelijke inwoner van Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië)
saudischen	=	saudische
saudischer	=	saudisch
saudischere	=	saudisch
saudischers	=	saudisch
saudiër	noun	een inwoner van Saoedi-Arabië (ook Saudi-Arabië)
saudiërs	=	saudiër
sauna	noun	een ruimte waarvan de temperatuur verhoogd wordt, zodat het lichaam begint te zweten (een zweetbad)
sauna's	=	sauna
saunaat	=	saunaën
saunaatje	=	sauna
saunaatjes	=	sauna
saunabezoek	noun	een bezoek aan een sauna of stoombad
saunabezoeken	=	saunabezoek
saunabezoekje	=	saunabezoek
saunabezoekjes	=	saunabezoek
saunade	=	saunaën
saunaden	=	saunaën
saunaë	=	saunaën
saunaën	verb	in een sauna gaan
saunaënd	=	saunaën
saunaënde	=	saunaën
sauriër	noun	een zeer ruime groep van (voorhistorische) dieren waaronder vogels en bijna alle reptielen
sauriërs	=	sauriër
saurus	noun	benaming voor uitgestorven dieren uit de superorde Dinosauria Het woord wordt vooral gebruikt om een weergave van zo'n dier in de populaire cultuur aan te duiden.
saurusje	=	saurus
saurusjes	=	saurus
saurussen	=	saurus
saus	noun	een vloeibare substantie die meestal over een gerecht wordt gedaan of ernaast wordt gegeten voor extra smaak
sausboot	noun	een veelal bootvormige kom waarin saus of jus wordt opgediend
sausbootje	=	sausboot
sausbootjes	=	sausboot
sausboten	=	sausboot
sausde	=	sauzen
sausden	=	sauzen
sausen	=	saus
sausje	=	saus
sausjes	=	saus
sauskom	noun	een veelal bootvormige kom waarin saus of jus wordt opgediend
sauskommen	=	sauskom
sauskommetje	=	sauskom
sauskommetjes	=	sauskom
sauslepel	noun	lepel waarmee men saus opschept
sauslepels	=	sauslepel
sauslepeltje	=	sauslepel
sauslepeltjes	=	sauslepel
sauspan	noun	steelpan waarin men een dikvloeibare saus kan bereiden
sauspannen	=	sauspan
sauspannetje	=	sauspan
sauspannetjes	=	sauspan
saust	=	sauzen
sauteer	=	sauteren
sauteerde	=	sauteren
sauteerden	=	sauteren
sauteert	=	sauteren
sautere	=	sauteren
sauteren	verb	bakken met boter of olie zonder bruin te laten worden in een pan zonder deksel op een wat hoger vuur lijkt veel op roerbakken
sauterend	=	sauteren
sauterende	=	sauteren
sautoir	noun	een andreaskruis
sautoirs	=	sautoir
sautoirtje	=	sautoir
sautoirtjes	=	sautoir
sauveer	=	sauveren
sauveerde	=	sauveren
sauveerden	=	sauveren
sauveert	=	sauveren
sauvegarde	noun	document waarmee een bepaalde groep mensen of instellingen door een hoge autoriteit zoals de koning, werd gevrijwaard van plundering of brandschatting
sauvegardes	=	sauvegarde
sauvegardetje	=	sauvegarde
sauvegardetjes	=	sauvegarde
sauvere	=	sauveren
sauveren	verb	iets of iemand tegen beschadiging, reputatieverlies of ander nadeel beschermen
sauverend	=	sauveren
sauverende	=	sauveren
sauvignon	noun	soort druif waar wijn van wordt gemaakt
sauvignons	=	sauvignon
sauze	=	sauzen
sauzen	verb	een plafond of wand voorzien van een laag, gewoonlijk witte, muurverf
sauzend	=	sauzen
sauzende	=	sauzen
sauzenindustrie	noun	de industrie die sauzen maakt
sauzenindustrietje	=	sauzenindustrie
sauzenindustrietjes	=	sauzenindustrie
sauzenindustrieën	=	sauzenindustrie
savaibrilvogel	noun	Zosterops samoensis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
savaibrilvogels	=	savaibrilvogel
savaibrilvogeltje	=	savaibrilvogel
savaibrilvogeltjes	=	savaibrilvogel
savannahgors	noun	Passerculus sandwichensis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
savannahgorsje	=	savannahgors
savannahgorsjes	=	savannahgors
savannahgorzen	=	savannahgors
savanne	noun	een grasland met verspreid voorkomende bomengroei
savanneachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een savanne
savanneachtige	=	savanneachtig
savanneachtiger	=	savanneachtig
savanneachtigere	=	savanneachtig
savanneachtigers	=	savanneachtig
savanneachtigs	=	savanneachtig
savanneachtigst	=	savanneachtig
savanneachtigste	=	savanneachtig
savannearend	noun	Aquila rapax een grote roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
savannearenden	=	savannearend
savannearendje	=	savannearend
savannearendjes	=	savannearend
savannebuizerd	noun	Buteogallus meridionalis een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen).
savannebuizerdje	=	savannebuizerd
savannebuizerdjes	=	savannebuizerd
savannebuizerds	=	savannebuizerd
savannegordeldier	noun	Dasypus sabanicola buideldier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
savannegordeldieren	=	savannegordeldier
savannegordeldiertje	=	savannegordeldier
savannegordeldiertjes	=	savannegordeldier
savannehaas	noun	Lepus microtis haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
savannehaasje	=	savannehaas
savannehaasjes	=	savannehaas
savannehazen	=	savannehaas
savannekatoen	noun	bepaald soort struik of kleine boom van het laag savannebos van onder andere Suriname, Pachira flaviflora
savanneleeuwerik	noun	Calendulauda africanoides een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
savanneleeuweriken	=	savanneleeuwerik
savanneleeuwerikje	=	savanneleeuwerik
savanneleeuwerikjes	=	savanneleeuwerik
savannen	=	savanne
savannenachtzwaluw	noun	Caprimulgus affinis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
savannenachtzwaluwen	=	savannenachtzwaluw
savannenachtzwaluwtje	=	savannenachtzwaluw
savannenachtzwaluwtjes	=	savannenachtzwaluw
savanneolifant	noun	Loxodonta africana de grootste en bekendste van de twee Afrikaanse olifanten (Loxodonta).
savanneolifanten	=	savanneolifant
savanneolifantje	=	savanneolifant
savanneolifantjes	=	savanneolifant
savannepieper	noun	Anthus caffer een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
savannepiepers	=	savannepieper
savannepiepertje	=	savannepieper
savannepiepertjes	=	savannepieper
savannes	=	savanne
savannescheenplaatschildpad	noun	Podocnemis vogli een schildpad uit de familie scheenplaatschildpadden (Podocnemididae)
savannescheenplaatschildpadden	=	savannescheenplaatschildpad
savannescheenplaatschildpadje	=	savannescheenplaatschildpad
savannescheenplaatschildpadjes	=	savannescheenplaatschildpad
savannestekelrat	noun	Clyomys laticeps knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
savannestekelratje	=	savannestekelrat
savannestekelratjes	=	savannestekelrat
savannestekelratten	=	savannestekelrat
savannetje	=	savanne
savannetjes	=	savanne
savannevos	noun	Cerdocyon thous een roofdier van de savanne van Zuid-Amerika
savannevosje	=	savannevos
savannevosjes	=	savannevos
savannevossen	=	savannevos
savannezaad	noun	Licania incana een struik of kleine boom.
savannezaadje	=	savannezaad
savannezaadjes	=	savannezaad
savannezaden	=	savannezaad
savannezwaluw	noun	Cecropis abyssinica een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
savannezwaluwen	=	savannezwaluw
savannezwaluwtje	=	savannezwaluw
savannezwaluwtjes	=	savannezwaluw
savant	noun	geleerde (maar niet noodzakelijkerwijs een wijze)
savants	=	savant
savantsyndromen	=	savantsyndroom
savantsyndroom	noun	soms bij autisme voorkomende stoornis die iemand zeer bijzondere geestelijke vermogens heeft op één bepaald terrein
savantsyndroompje	=	savantsyndroom
savantsyndroompjes	=	savantsyndroom
save	=	saven
savede	=	saven
saveden	=	saven
saven	verb	schrijven van digitale gegevens naar een gegevensdrager
savend	=	saven
savende	=	saven
savet	=	saven
savodwerghoningeter	noun	Myzomela melanocephala een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
savodwerghoningeters	=	savodwerghoningeter
savodwerghoningetertje	=	savodwerghoningeter
savodwerghoningetertjes	=	savodwerghoningeter
savoir-faire	noun	bekwaamheid, kennis [1], knowhow, onderlegdheid
savoir-vivre	noun	de vaardigheid om zich te gedragen als een ontwikkeld mens
savooi	noun	een bepaald soort kool.
savooiekolen	=	savooiekool
savooiekool	noun	een van de oudste koolsoorten Brassica oleracea convar. capitata var. sabauda
savooiekooltje	=	savooiekool
savooiekooltjes	=	savooiekool
savooikolen	=	savooikool
savooikool	noun	een van de oudste koolsoorten, bezit een gebobbeld blad
savooikooltje	=	savooikool
savooikooltjes	=	savooikool
savooitje	=	savooi
savooitjes	=	savooi
savoraïem	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden vanaf de 6e tot de 7e eeuw v.
savoureer	=	savoureren
savoureerde	=	savoureren
savoureerden	=	savoureren
savoureert	=	savoureren
savourere	=	savoureren
savoureren	verb	met smaak genieten van
savourerend	=	savoureren
savourerende	=	savoureren
savta	noun	oma
savta's	=	savta
savvy	adj	heel handig en vernuftig zijn op een bepaald (technisch) gebied
savvy's	=	savvy
savvye	=	savvy
savvyer	=	savvy
savvyere	=	savvy
savvyers	=	savvy
savvyst	=	savvy
savvyste	=	savvy
sawa	noun	een nat, bevloeid rijstveld (in Indonesië)
sawa's	=	sawa
sawah	=	sawa
sawpaw	noun	gestoomd broodje met een vulling dat zijn oorsprong vindt in de Chinese keuken
sawpaws	=	sawpaw
sax	noun	blaasinstrument in de vorm van een S-vormige, breder wordende buis met kleppen, aangeblazen met een riet
saxaulmus	noun	Passer ammodendri een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
saxaulmusje	=	saxaulmus
saxaulmusjes	=	saxaulmus
saxaulmussen	=	saxaulmus
saxen	=	sax
saxhoorn	noun	koperen blaasinstrument met ventielen, een conische boring en een diep komvormig mondstuk
saxhoornen	=	saxhoorn
saxhoorns	=	saxhoorn
saxje	=	sax
saxjes	=	sax
saxofonen	=	saxofoon
saxofonist	noun	iemand die (beroepshalve) saxofoon speelt
saxofoniste	noun	Een vrouwelijke saxofonist, een vrouw die saxofoon speelt
saxofonisten	=	saxofonist
saxofonistes	=	saxofoniste
saxofonistetje	=	saxofoniste
saxofonistetjes	=	saxofoniste
saxofonistje	=	saxofonist
saxofonistjes	=	saxofonist
saxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
saxofoonblazer	noun	Iemand die op de saxofoon speelt
saxofoonblazers	=	saxofoonblazer
saxofoonblazertje	=	saxofoonblazer
saxofoonblazertjes	=	saxofoonblazer
saxofoonconcert	noun	een concert waarbij alleen met een of meerdere saxofoons gespeeld wordt, of waarin dit instrument de boventoon voert
saxofoonconcerten	=	saxofoonconcert
saxofoonconcertje	=	saxofoonconcert
saxofoonconcertjes	=	saxofoonconcert
saxofoons	=	saxofoon
saxofoonsoli	=	saxofoonsolo
saxofoonsolo	noun	deel van een nummer waarin een saxofonist alleen de melodie speelt
saxofoonsolo's	=	saxofoonsolo
saxofoontje	=	saxofoon
saxofoontjes	=	saxofoon
saxophoon	=	saxofoon
sayacatangare	noun	Thraupis sayaca een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
sayacatangaren	=	sayacatangare
sayacatangaretje	=	sayacatangare
sayacatangaretjes	=	sayacatangare
saz	noun	een snaarinstrument, met twee dubbelkorige snaren en een tripelkorige snaar dat o.a. in Turkije graag bespeeld wordt
sazje	=	saz
sazjes	=	saz
sazzen	=	saz
sbo	noun	secundair beroepsonderwijs
sbo-opleiding	noun	Speciaal Basisonderwijs.
sbo-opleidingen	=	sbo-opleiding
sbo-opleidinkje	=	sbo-opleiding
sbo-opleidinkjes	=	sbo-opleiding
sc	noun	organisatie voor het beoefenen van sport in competitieverband; het gaat in veel gevallen hoofdzakelijk om voetbal
sc's	=	sc
scabiës	noun	huidinfectie die veroorzaakt wordt door de parasiet Acarus scabiei
scabreus	adj	niet zoals het hoort, m.n. volgens de algemeen aanvaarde (seksuele) normen en zeden
scabreust	=	scabreus
scabreuste	=	scabreus
scabreuze	=	scabreus
scabreuzer	=	scabreus
scabreuzere	=	scabreus
scabreuzers	=	scabreus
scafander	noun	zwemgordel.
scafanders	=	scafander
scafandertje	=	scafander
scafandertjes	=	scafander
scagliola	noun	Italiaanse techniek waarbij stucwerk geschilderd wordt alsof het marmer is
scala	noun	een hele reeks van mogelijkheden die slechts weinig van elkaar verschillen
scala's	=	scala
scalair	noun	een getal dat alleen een grootte heeft en niet zoals een vector richtingscomponenten	adj	alleen een maat aangevend in getalvorm
scalairder	=	scalair
scalairdere	=	scalair
scalairders	=	scalair
scalaire	=	scalair
scalairen	=	scalair
scalairs	=	scalair
scalairst	=	scalair
scalairste	=	scalair
scalairtje	=	scalair
scalairtjes	=	scalair
scale-up	noun	een kleine bedrijf van minstens 4 en maximaal 10 jaar oud, die gedurende de twee voorgaande boekjaren een groei realiseerde van minimaal 10% per jaar in werkgelegenheid en/of omzet
scale-ups	=	scale-up
scalp	noun	schedelhuid met haar (die van het hoofd van een vijand wordt gesneden en als trofee wordt meegenomen door indianen) vaak figuurlijk gebruikt
scalpeer	=	scalperen
scalpeerde	=	scalperen
scalpeerden	=	scalperen
scalpeert	=	scalperen
scalpel	noun	een bijzonder scherp, na gebruik weg te gooien mesje dat o.a. gebruikt wordt bij medische operaties
scalpels	=	scalpel
scalpeltje	=	scalpel
scalpeltjes	=	scalpel
scalpen	=	scalp
scalpere	=	scalperen
scalperen	verb	verwijderen van hoofdhuid en daarmee ook van het hoofdhaar, gebruik van Noord-Amerikaanse indianen tegenover vijanden, maar het kan ook door een ongeluk gebeuren
scalperend	=	scalperen
scalperende	=	scalperen
scalpje	=	scalp
scalpjes	=	scalp
scalps	=	scalp
scam	noun	vorm van bedrog, een misdrijf waarbij de dader een ander ontdoet van geld of van waardevolle goederen, tegenwoordig vaak met behulp van het internet
scampi	noun	grote garnalen
scampi's	=	scampi
scampietje	=	scampi
scams	=	scam
scamtelevisie	noun	televisieprogramma met een bedrieglijke inhoud
scan	noun	het scannen
scanapparatuur	noun	groep apparaten die voorwerpen, op een niet invasieve manier, beetje bij beetje kan lezen en in beeld brengen
scandaleus	adj	een schandaal of ophef veroorzakend; aanstoot gevend
scandaleust	=	scandaleus
scandaleuste	=	scandaleus
scandaleuze	=	scandaleus
scandaleuzer	=	scandaleus
scandaleuzere	=	scandaleus
scandaleuzers	=	scandaleus
scande	=	scannen
scandeer	=	scanderen
scandeerde	=	scanderen
scandeerden	=	scanderen
scandeert	=	scanderen
scanden	=	scannen
scandere	=	scanderen
scanderen	verb	[een Latijns of Grieks vers] opsplitsen in zijn onderdelen om te beoordelen of het correct opgebouwd is
scanderend	=	scanderen
scanderende	=	scanderen
scandinaaf	noun	een inwoner van Scandinavië, of iemand afkomstig uit Scandinavië
scandinaafs	adj	op Scandinavië betrekking hebbend
scandinaafse	noun	een vrouwelijke inwoner van Scandinavië, of een vrouw afkomstig uit Scandinavië
scandinaafsen	=	scandinaafse
scandinaven	=	scandinaaf
scandinavisch	adj	op Scandinavië betrekking hebbend
scandinavische	noun	een vrouwelijke inwoner van Scandinavië, of een vrouw afkomstig uit Scandinavië
scandinavischen	=	scandinavische
scandinavischer	=	scandinavisch
scandinavischere	=	scandinavisch
scandinavischers	=	scandinavisch
scandinaviër	noun	een inwoner van Scandinavië, of iemand afkomstig uit Scandinavië
scandinaviërs	=	scandinaviër
scandium	noun	scheikundig element met symbool Sc en atoomnummer 21. Het is een zilverwit overgangsmetaal
scandiumatomen	=	scandiumatoom
scandiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element scandium.
scandiumatoompje	=	scandiumatoom
scandiumatoompjes	=	scandiumatoom
scanklaar	adj	klaar om ingescand te worden, van documenten of afbeeldingen die digitaal gemaakt worden
scanklaars	=	scanklaar
scanklare	=	scanklaar
scanne	=	scannen
scannen	verb	optisch lezen, aftasten
scannend	=	scannen
scannende	=	scannen
scanner	noun	een elektronisch apparaat waarmee op papier gedrukte tekst of afbeeldingen worden omgezet in digitale bestanden voor een computer
scanners	=	scanner
scannertje	=	scanner
scannertjes	=	scanner
scannetje	=	scan
scannetjes	=	scan
scanning	noun	een door aftasten verkregen beeld
scannings	=	scanning
scans	=	scan
scant	=	scannen
scapulier	noun	een schouderkleed, door leden van de oudere religieuze orden op borst en rug over het habijt gedragen
scapulieren	=	scapulier
scapuliermedaille	noun	kleine penning met godsdienstige afbeeldingen, ingezegend door een priester, die leken als blijk van hun toewijding op hun onderkleding kunnen spelden of aan een ketting kunnen dragen
scapuliermedailles	=	scapuliermedaille
scapuliermedailletje	=	scapuliermedaille
scapuliermedailletjes	=	scapuliermedaille
scapuliers	=	scapulier
scapuliertje	=	scapulier
scapuliertjes	=	scapulier
scarabee	noun	heilige pillenkever
scarabeeën	=	scarabee
scarlatina	noun	roodvonk
scarprechter	=	scherprechter
scatofagie	noun	het eten van (de eigen) ontlasting
scatologie	noun	de studie van de ontlasting
scatologisch	adj	overdreven belangstelling voor menselijke feces
scatologische	=	scatologisch
scatologischer	=	scatologisch
scatologischere	=	scatologisch
scatologischers	=	scatologisch
scatterplot	noun	een grafische weergave die de samenhang tussen twee variabelen toont
scatterplotje	=	scatterplot
scatterplotjes	=	scatterplot
scatterplots	=	scatterplot
scelotesskinken	noun	een geslacht Scelotes van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae)
scen	noun	hulp bij sterven op verzoek, zoals die binnen de artsenfederatie KNMG is georganiseerd
scenarieel	adj	die/dat te maken heeft met het scenario
scenarieels	=	scenarieel
scenarieelst	=	scenarieel
scenarieelste	=	scenarieel
scenario	noun	een kort uitgewerkt schema voor de handeling van een dramatisch werk, zoals een toneelstuk, opera of film
scenario's	=	scenario
scenarioanalyse	noun	het ontwikkelen, vergelijken en anticiperen op mogelijke toekomstscenario's
scenarioanalysen	=	scenarioanalyse
scenarioanalyses	=	scenarioanalyse
scenariootje	=	scenario
scenariootjes	=	scenario
scenarioschrijver	noun	iemand die de tekst schrijft waarop een film, televisieserie of stipverhaal is gebaseerd
scenarioschrijvers	=	scenarioschrijver
scenarist	noun	schrijver van een draaiboek voor een film of documentaire
scenariste	noun	vrouwelijke vorm van scenarist
scenaristen	=	scenarist
scenaristes	=	scenariste
scenariële	=	scenarieel
scenariëler	=	scenarieel
scenariëlere	=	scenarieel
scenariëlers	=	scenarieel
scene	noun	geheel van personen en zaken die een bepaalde subcultuur of trend vertegenwoordigen
scenes	=	scene
scenetje	=	scene
scenetjes	=	scene
scenisch	adj	betrekking hebbend op het toneelmatige van een (muziek of dans)uitvoering
scenische	=	scenisch
scenischer	=	scenisch
scenischere	=	scenisch
scenischers	=	scenisch
scenograaf	noun	iemand die een toneelvoorstelling vormgeeft
scenografen	=	scenograaf
scenografie	noun	de vormgeving van een toneelstuk
scenografieën	=	scenografie
scepsis	noun	twijfel of iets wel waar is, twijfel of iets goed afloopt
scepter	noun	sierlijk bewerkte staf, symbool voor het gezag van een regerende vorst
scepters	=	scepter
sceptertje	=	scepter
sceptertjes	=	scepter
sceptici	=	scepticus
scepticisme	noun	de filosofische leer die twijfelt of de mens de waarheid wel kan kennen
scepticus	noun	iemand die erg twijfelt aan een bepaald onderwerp
scepticusje	=	scepticus
scepticusjes	=	scepticus
sceptisch	adj	geneigd tot twijfel
sceptische	=	sceptisch
sceptischer	=	sceptisch
sceptischere	=	sceptisch
sceptischers	=	sceptisch
sceptischt	=	sceptisch
sceptischte	=	sceptisch
scha	noun	verkorting van schade
schaad	=	schaden
schaadde	=	schaden
schaadden	=	schaden
schaadt	=	schaden
schaaf	noun	een werktuig om hout glad, vlak of dunner te maken#:*Het werken met een schaaf geeft veel houtkrullen als afval.
schaafbank	noun	werkbank om hout op te schaven.
schaafbanken	=	schaafbank
schaafbeitel	noun	de metalen beitel die in een schaafblok zit
schaafbeitels	=	schaafbeitel
schaafbeiteltje	=	schaafbeitel
schaafbeiteltjes	=	schaafbeitel
schaafde	=	schaven
schaafden	=	schaven
schaafijs	noun	ijs geschraapt van een ijsblok en daarna gemengd met een siroop die een smaakje eraan geeft; lekkernij uit Suriname
schaafijskar	noun	een kar vanwaaruit schaafijsmannen schaafijs verkopen
schaafijskarren	=	schaafijskar
schaafijsman	noun	iemand die vanuit een schaafijskar schaafijs verkoopt
schaafijsmannen	=	schaafijsman
schaafje	=	schaaf
schaafjes	=	schaaf
schaafkrul	noun	spiraalvormige vorm die ontstaat door schaven (van hout of metaal)
schaafkrullen	=	schaafkrul
schaafkrulletje	=	schaafkrul
schaafkrulletjes	=	schaafkrul
schaafmachine	noun	apparaat waarin met een harde scherpe rand een dun laagje van stug en ruw materiaal verwijderd
schaafmachines	=	schaafmachine
schaafrasp	noun	platte rasp met een open structuur waardoor het raspen meer weg krijgt van schaven
schaafraspen	=	schaafrasp
schaafsel	noun	houtkrul die vrijkomt door het effen schaven van een plank
schaafsels	=	schaafsel
schaafstro	noun	Equisetum hyemale een vaste plant die behoort tot de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae)
schaafstrootje	=	schaafstro
schaafstrootjes	=	schaafstro
schaaft	=	schaven
schaafwond	noun	een oppervlakkige wond waarbij huid verloren is gegaan door schaven
schaafwonde	=	schaafwond
schaafwonden	=	schaafwond
schaafwondje	=	schaafwond
schaafwondjes	=	schaafwond
schaak	noun	een bepaalde stand tijdens het schaakspel waarin een vijandig stuk naar de koning [3] kijkt	adv	in zo'n staat tijdens het schaakspel dat de koning van de tegenstander op het punt staat veroverd te worden
schaakboek	noun	een geschreven boek over schaken
schaakboeken	=	schaakboek
schaakboekje	=	schaakboek
schaakboekjes	=	schaakboek
schaakbord	noun	een vierkant bord met 64 donkere en lichte vakjes waarop schaak gespeeld wordt
schaakborden	=	schaakbord
schaakbordje	=	schaakbord
schaakbordjes	=	schaakbord
schaakbordlieveheersbeestje	noun	Propylea quatuordecimpunctata een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
schaakbordlieveheersbeestjes	=	schaakbordlieveheersbeestje
schaakbordlipvis	noun	Halichoeres hortulanus een straalvinnige vissensoort uit de familie van lipvissen (Labridae).
schaakbordlipvisje	=	schaakbordlipvis
schaakbordlipvisjes	=	schaakbordlipvis
schaakbordlipvissen	=	schaakbordlipvis
schaakbordwormhagedis	noun	Trogonophis wiegmanni een wormhagedis uit de familie puntstaartwormhagedissen (Trogonophidae)
schaakbordwormhagedisje	=	schaakbordwormhagedis
schaakbordwormhagedisjes	=	schaakbordwormhagedis
schaakbordwormhagedissen	=	schaakbordwormhagedis
schaakcafeetje	=	schaakcafé
schaakcafeetjes	=	schaakcafé
schaakcafé	noun	uitgaansgelegenheid voor schakers
schaakcafés	=	schaakcafé
schaakclub	noun	vereniging van mensen die schaakspelen
schaakclubje	=	schaakclub
schaakclubjes	=	schaakclub
schaakclubs	=	schaakclub
schaakcomputer	noun	gespecialiseerde computer waarop een schaakprogramma geïnstalleerd is
schaakcomputers	=	schaakcomputer
schaakcomputertje	=	schaakcomputer
schaakcomputertjes	=	schaakcomputer
schaakgespeeld	=	schaakspelen
schaakje	=	schaak
schaakjes	=	schaak
schaakklok	noun	dubbele klok die de speeltijd van elk van de schaakspelers afzonderlijk registreert
schaakklokken	=	schaakklok
schaakleraar	noun	iemand die les geeft in schaakspelen
schaakleraars	=	schaakleraar
schaakleraren	=	schaakleraar
schaakles	noun	les in de schaakkunst
schaaklesje	=	schaakles
schaaklesjes	=	schaakles
schaaklessen	=	schaakles
schaakmat	adv	situatie in het schaakspel waarbij de koning schaak tw staat zonder dat dit in één zet kan worden opgeheven; de tegenpartij heeft dan gewonnen
schaaknotatie	noun	een systeem van tekens dat gebruikt wordt om schaakzetten en schaakpartijen vast te leggen, zodat deze later kunnen worden geanalyseerd en overgespeeld
schaaknotaties	=	schaaknotatie
schaakpartij	noun	een spel schaak, schaakwedstrijd
schaakpartijen	=	schaakpartij
schaakpartijtje	=	schaakpartij
schaakpartijtjes	=	schaakpartij
schaakprobleem	noun	een (gecomponeerd) schaakvraagstuk
schaakproblemen	=	schaakprobleem
schaakspeel	=	schaakspelen
schaakspeelde	=	schaakspelen
schaakspeelden	=	schaakspelen
schaakspeelt	=	schaakspelen
schaakspel	noun	een spel met verschillende stukken op een schaakbord
schaakspele	=	schaakspelen
schaakspelen	verb	schaken
schaakspelend	=	schaakspelen
schaakspelende	=	schaakspelen
schaakspeler	noun	iemand die schaak speelt
schaakspelers	=	schaakspeler
schaakspelertje	=	schaakspeler
schaakspelertjes	=	schaakspeler
schaakspellen	=	schaakspel
schaakspelletje	=	schaakspel
schaakspelletjes	=	schaakspel
schaaksport	noun	een spel met verschillende stukken op een schaakbord
schaaksporten	=	schaaksport
schaakster	noun	vrouwelijke vorm van schaker, vrouw die schaakt
schaaksters	=	schaakster
schaakstertje	=	schaakster
schaakstertjes	=	schaakster
schaakstuk	noun	een onderdeel van het schaken dat over het schaakbord bewogen wordt
schaakstukje	=	schaakstuk
schaakstukjes	=	schaakstuk
schaakstukken	=	schaakstuk
schaakt	=	schaken
schaakte	=	schaken
schaaktechnisch	adj	betreffende alles wat te maken heeft met de technieken, tactieken, strategieën en vaardigheden die nodig zijn om schaak te spelen op een gevorderd niveau
schaaktechnische	=	schaaktechnisch
schaaktechnischer	=	schaaktechnisch
schaaktechnischere	=	schaaktechnisch
schaaktechnischers	=	schaaktechnisch
schaakten	=	schaken
schaaktheorie	noun	de leer van de grondregels en van de beginselen van het schaakspel
schaaktheorietje	=	schaaktheorie
schaaktheorietjes	=	schaaktheorie
schaaktheorieën	=	schaaktheorie
schaaktoernooi	noun	schaakwedstrijd waarbij meerdere schakers meerdere partijen moeten spelen
schaaktoernooien	=	schaaktoernooi
schaaktoernooitje	=	schaaktoernooi
schaaktoernooitjes	=	schaaktoernooi
schaakvereniging	noun	een sportvereniging waar de denksport schaken wordt beoefend.
schaakverenigingen	=	schaakvereniging
schaakverenigingetje	=	schaakvereniging
schaakverenigingetjes	=	schaakvereniging
schaakvriendelijk	adj	geschikt voor mensen die van het spel schaken houden
schaakvriendelijke	=	schaakvriendelijk
schaakvriendelijker	=	schaakvriendelijk
schaakvriendelijkere	=	schaakvriendelijk
schaakvriendelijkers	=	schaakvriendelijk
schaakvriendelijks	=	schaakvriendelijk
schaakvriendelijkst	=	schaakvriendelijk
schaakvriendelijkste	=	schaakvriendelijk
schaakwedstrijd	noun	een duel tussen twee spelers die een strategisch bordspel spelen met schaakstukken op een bord met 64 velden
schaakwedstrijden	=	schaakwedstrijd
schaakwedstrijdje	=	schaakwedstrijd
schaakwedstrijdjes	=	schaakwedstrijd
schaakwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het schaken
schaakwerelden	=	schaakwereld
schaakwereldje	=	schaakwereld
schaakwereldjes	=	schaakwereld
schaakzet	noun	verplaatsen van een stuk door een schaakspeler tijdens een schaakpartij
schaakzetten	=	schaakzet
schaal	noun	voorwerp met open bovenzijde waar men iets kan inleggen
schaalaanduiding	noun	een aanduiding van de schaal van een tekening, grafiek of meetinstrument
schaalaanduidingen	=	schaalaanduiding
schaalbaar	adj	het vermogen om een systeem, bedrijf, of proces eenvoudig groter (of kleiner) te maken om aan veranderende vraag te voldoen, zonder dat dit leidt tot een disproportionele stijging van kosten, complexiteit of verlies van prestaties
schaalbaarder	=	schaalbaar
schaalbaardere	=	schaalbaar
schaalbaarders	=	schaalbaar
schaalbaars	=	schaalbaar
schaalbaarst	=	schaalbaar
schaalbaarste	=	schaalbaar
schaalbare	=	schaalbaar
schaalcollecte	noun	collecte die met open schalen gehouden wordt
schaalcollecten	=	schaalcollecte
schaalcollectes	=	schaalcollecte
schaalde	=	schalen
schaalden	=	schalen
schaaldier	noun	een dier met een schaal als uitwendig skelet
schaaldieren	=	schaaldier
schaaldierensoep	noun	soep van schaaldieren
schaaldierensoepen	=	schaaldierensoep
schaaldierensoepje	=	schaaldierensoep
schaaldierensoepjes	=	schaaldierensoep
schaaldiertje	=	schaaldier
schaaldiertjes	=	schaaldier
schaalgrootte	noun	de mate waarin een landschap op een landkaart verkleind wordt weergegeven
schaalgrootten	=	schaalgrootte
schaalgroottes	=	schaalgrootte
schaalmodel	noun	een duplicaat van een voorwerp in meestal verkleinde vorm, waarbij de verhoudingen hetzelfde blijven als in de werkelijkheid
schaalmodellen	=	schaalmodel
schaalmodelletje	=	schaalmodel
schaalmodelletjes	=	schaalmodel
schaalprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan door de omvang van een organisatie of bedrijf
schaalprobleempje	=	schaalprobleem
schaalprobleempjes	=	schaalprobleem
schaalproblemen	=	schaalprobleem
schaalt	=	schalen
schaaltje	=	schaal
schaaltjes	=	schaal
schaalverdeling	noun	stelsel van merktekens aangebracht om een maatschaal te vormen
schaalverdelingen	=	schaalverdeling
schaalverdelinkje	=	schaalverdeling
schaalverdelinkjes	=	schaalverdeling
schaalvergroting	noun	het vergroten van de schaal (van een tekening)
schaalvergrotingen	=	schaalvergroting
schaalvormig	adj	vorm van een schaal hebbend
schaalvormige	=	schaalvormig
schaalvormiger	=	schaalvormig
schaalvormigere	=	schaalvormig
schaalvormigers	=	schaalvormig
schaalvormigs	=	schaalvormig
schaalvormigst	=	schaalvormig
schaalvormigste	=	schaalvormig
schaam	=	schamen
schaamachtig	adj	geneigd tot schamen
schaamachtige	=	schaamachtig
schaamachtiger	=	schaamachtig
schaamachtigere	=	schaamachtig
schaamachtigers	=	schaamachtig
schaamachtigs	=	schaamachtig
schaamachtigst	=	schaamachtig
schaamachtigste	=	schaamachtig
schaambeen	noun	deel van het skelet dat het voorste deel van het heupbeen vormt
schaambeenderen	=	schaambeen
schaambeentje	=	schaambeen
schaambenen	=	schaambeen
schaambot	noun	het middelste en voorste deel van het heupbeen
schaambotje	=	schaambot
schaambotjes	=	schaambot
schaambotten	=	schaambot
schaamde	=	schamen
schaamdeel	noun	uitwendig geslachtsdeel
schaamdeeltje	=	schaamdeel
schaamdelen	=	schaamdeel
schaamden	=	schamen
schaamhaar	noun	een van de haartjes van het schaamhaar
schaamhaartje	=	schaamhaar
schaamhaartjes	=	schaamhaar
schaamharen	=	schaamhaar
schaamlap	noun	kledingstuk dat de schaamstreek bedekt
schaamlapje	=	schaamlap
schaamlapjes	=	schaamlap
schaamlappen	=	schaamlap
schaamlip	noun	huidplooi bij de opening van de vulva, aan beide zijden van de vagina
schaamlipje	=	schaamlip
schaamlipjes	=	schaamlip
schaamlippen	=	schaamlip
schaamluis	noun	Pthirus pubis een ongevleugeld, zeer klein insect uit de familie Pthiridae vooral bekend door de parasiterende levenswijze op de mens (voorkomend in het schaamhaar, maar ook op wimpers, in baard en snor en onder de oksels).
schaamluisje	=	schaamluis
schaamluisjes	=	schaamluis
schaamluizen	noun	een geslacht Pthirus
schaamrode	=	schaamrood
schaamroder	=	schaamrood
schaamrodere	=	schaamrood
schaamroders	=	schaamrood
schaamrood	noun	rode kleur die op je wangen komt als je je schaamt	adj	rood van schaamte
schaamroods	=	schaamrood
schaamroodst	=	schaamrood
schaamroodste	=	schaamrood
schaamschot	noun	tussenschot in een openbare ruimte dat de privacy moet bevorderen, met name gebruikt om naast elkaar gelegen urinoirs (bet. 2) van elkaar af te schermen
schaamschotten	=	schaamschot
schaamspleet	noun	de vulva bij een vrouw die toegang geeft tot de vagina.
schaamspleetje	=	schaamspleet
schaamspleetjes	=	schaamspleet
schaamspleten	=	schaamspleet
schaamstapel	noun	een stapel gekochte maar nog niet gelezen boeken
schaamstapels	=	schaamstapel
schaamstapeltje	=	schaamstapel
schaamstapeltjes	=	schaamstapel
schaamstreek	noun	het deel van het menselijk lichaam waar zich de liezen en geslachtsorganen bevinden
schaamstreekje	=	schaamstreek
schaamstreekjes	=	schaamstreek
schaamstreken	=	schaamstreek
schaamt	=	schamen
schaamte	noun	een gevoel dat iemand de neiging geeft zich te verbergen voor anderen
schaamteculturen	=	schaamtecultuur
schaamtecultuur	noun	cultuur waarin grote waarde gehecht wordt aan eer, aanzien en reputatie, en de leden nog meer gedwongen worden tot conformisme aan de groep dan al het geval is bij elke andere vorm van samenleving
schaamtecultuurtje	=	schaamtecultuur
schaamtegevoel	noun	de onprettige emotie dat je iets verkeerds hebt gedaan of bent
schaamtelijk	adj	schaamte brengend
schaamtelijke	=	schaamtelijk
schaamtelijker	=	schaamtelijk
schaamtelijkere	=	schaamtelijk
schaamtelijkers	=	schaamtelijk
schaamtelijks	=	schaamtelijk
schaamtelijkst	=	schaamtelijk
schaamtelijkste	=	schaamtelijk
schaamteloos	adj	zonder schaamte
schaamteloosheden	=	schaamteloosheid
schaamteloosheid	noun	het schaamteloos zijn
schaamteloost	=	schaamteloos
schaamtelooste	=	schaamteloos
schaamteloze	=	schaamteloos
schaamtelozer	=	schaamteloos
schaamtelozere	=	schaamteloos
schaamtelozers	=	schaamteloos
schaamten	=	schaamte
schaamtes	=	schaamte
schaamtetje	=	schaamte
schaamtevol	adj	met schaamte
schaamtevolle	=	schaamtevol
schaamtevoller	=	schaamtevol
schaamtevollere	=	schaamtevol
schaamtevollers	=	schaamtevol
schaamtevols	=	schaamtevol
schaamtevolst	=	schaamtevol
schaamtevolste	=	schaamtevol
schaamwand	noun	een klein schot dat vaak in openbare toiletten tussen urinoirs aan de wand is bevestigd.
schaamwanden	=	schaamwand
schaamwandje	=	schaamwand
schaamwandjes	=	schaamwand
schaap	noun	Ovis aries, een holhoornige herkauwer waarvan de gedomesticeerde soort wol levert
schaapachtig	adj	letterlijk: op een schaap gelijkend	adv	op naïeve wijze
schaapachtige	=	schaapachtig
schaapachtiger	=	schaapachtig
schaapachtigere	=	schaapachtig
schaapachtigers	=	schaapachtig
schaapachtigs	=	schaapachtig
schaapachtigst	=	schaapachtig
schaapachtigste	=	schaapachtig
schaapherder	noun	herder van schapen
schaapherders	=	schaapherder
schaapherdertje	=	schaapherder
schaapherdertjes	=	schaapherder
schaapje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort nachtvlinder, Acronicta leporina uit de familie van de nachtuiltjes (Noctuidae); met een spanwijdte tussen de 35 en 45 millimeter
schaapjes	=	schaap
schaapkameel	noun	Lama glama een gedomesticeerd Zuid-Amerikaans hoefdier uit de familie der kameelachtigen (Camelidae)
schaapkameeltje	=	schaapkameel
schaapkameeltjes	=	schaapkameel
schaapkamelen	=	schaapkameel
schaapscheerder	noun	iemand die voor zijn beroep schapen ontdoet van de dikke vacht
schaapscheerders	=	schaapscheerder
schaapscheerdersdag	noun	een dag die in het teken van het scheren van schapen staat
schaapscheerdersdagen	=	schaapscheerdersdag
schaapscheerderskou	noun	koude periode omstreeks half juni; periode ook vanaf dewelke schapen geschoren worden
schaapsherder	noun	hoeder van schapen
schaapsherders	=	schaapsherder
schaapsherdertje	=	schaapsherder
schaapsherdertjes	=	schaapsherder
schaapskameel	=	schaapkameel
schaapskikker	noun	Hypopachus variolosus een kikker uit de familie smalbekkikkers (Microhylidae).
schaapskikkers	=	schaapskikker
schaapskikkertje	=	schaapskikker
schaapskikkertjes	=	schaapskikker
schaapskooi	noun	een potstal voor schapen die dient als onderkomen voor de schapen maar ook voor het verzamelen van mest voor het vruchtbaar maken van de heide
schaapskooien	=	schaapskooi
schaapskooitje	=	schaapskooi
schaapskooitjes	=	schaapskooi
schaapskop	noun	hoofd van een schaap (Ovis aries
schaapskopbrasem	noun	Archosargus probatocephalus een straalvinnige vis uit de familie van de zeebrasems (Sparidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
schaapskopbrasempje	=	schaapskopbrasem
schaapskopbrasempjes	=	schaapskopbrasem
schaapskopbrasems	=	schaapskopbrasem
schaapskoppen	=	schaapskop
schaapskudde	noun	een kudde schapen
schaapskudden	=	schaapskudde
schaapskuddes	=	schaapskudde
schaapsleren	adj	gemaakt van schaapsleer
schaapsstal	noun	stal voor schapen
schaapsstallen	=	schaapsstal
schaapsstalletje	=	schaapsstal
schaapsstalletjes	=	schaapsstal
schaapsvacht	noun	de vacht van een schaap
schaapsvachten	=	schaapsvacht
schaapsvachtje	=	schaapsvacht
schaapsvachtjes	=	schaapsvacht
schaapsvlees	=	schapenvlees
schaapsvleesch	=	schapenvlees
schaapt	=	schapen
schaapvlees	=	schapenvlees
schaapvleesch	=	schapenvlees
schaar	noun	knipwerktuig waarbij een tweetal langs elkaar snijdende messen een rechte of strakke snede maakt
schaarbek	noun	een vogel behorend tot een groep van zeevogels (Rynchopinae) uit de familie van de meeuwen
schaarbekje	=	schaarbek
schaarbekken	noun	Rynchopinae een groep van zeevogels uit de familie van de meeuwen.
schaarbeweging	noun	kruislingse beweging die doet denken aan een schaar
schaarbewegingen	=	schaarbeweging
schaarbeweginkje	=	schaarbeweging
schaarbeweginkjes	=	schaarbeweging
schaard	noun	een inkeping, kerf of beschadiging in de snede van een scherp voorwerp, zoals een mes, beitel of schaar
schaardde	=	schaarden
schaardden	=	schaarden
schaarde	noun	insnijding of kras zoals gemaakt door een hard, scherp voorwerp
schaarden	verb	kerven doen ontstaan
schaardend	=	schaarden
schaardende	=	schaarden
schaardijk	noun	waterkering die zo dicht langs het zomerbed van een rivier ligt, dat het water er vlak langs en de grond eronder zou kunnen wegspoelen
schaardijken	=	schaardijk
schaardijkje	=	schaardijk
schaardijkjes	=	schaardijk
schaardje	=	schaard
schaardjes	=	schaard
schaardt	=	schaarden
schaarpissebed	noun	Zeuxo holdichi een naaldkreeftjessoort uit de familie van de Tanaididae.
schaarpissebedden	=	schaarpissebed
schaarpissebedje	=	schaarpissebed
schaarpissebedjes	=	schaarpissebed
schaars	adj	weinig in aantal of hoeveelheid
schaarse	=	schaars
schaarser	=	schaars
schaarsere	=	schaars
schaarsers	=	schaars
schaarsliep	=	scharensliep
schaarst	=	schaars
schaarste	noun	tijd waarin het aanbod van iets veel lager is dan de vraag
schaarsten	=	schaarste
schaarstes	=	schaarste
schaart	=	scharen
schaartje	=	schaar
schaartjes	=	schaar
schaaruil	noun	Hada plebeja een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
schaaruilen	=	schaaruil
schaaruiltje	=	schaaruil
schaaruiltjes	=	schaaruil
schaarvormig	adj	vorm van een schaar hebbend
schaarvormige	=	schaarvormig
schaarvormiger	=	schaarvormig
schaarvormigere	=	schaarvormig
schaarvormigers	=	schaarvormig
schaarvormigs	=	schaarvormig
schaarvormigst	=	schaarvormig
schaarvormigste	=	schaarvormig
schaats	noun	een ijzer dat onder de schoenen wordt gebonden of aan de schoenen is vastgemaakt, om zich daarmee over het ijs te verplaatsen
schaatsafstand	noun	schaatswedstrijd over een bepaalde gestandaardiseerde afstand (500 m, 1000 m, 1500 m, 3000 m, 5000 m, 10000 m zijn de meest voorkomende afstanden)
schaatsafstanden	=	schaatsafstand
schaatsbaan	noun	al of niet kunstmatig aangelegde ijsvloer waarover men kan schaatsen
schaatsbaantje	=	schaatsbaan
schaatsbaantjes	=	schaatsbaan
schaatsbanen	=	schaatsbaan
schaatsbond	noun	vereniging van schaatsclubs
schaatsbonden	=	schaatsbond
schaatscarrière	noun	de loopbaan van een schaatser
schaatscarrières	=	schaatscarrière
schaatsclub	noun	een sportvereniging voor schaatsers, die leden ondersteunt bij hun sportbeoefening en zich kan bezighouden met het beheer van ijsbanen
schaatsclubje	=	schaatsclub
schaatsclubjes	=	schaatsclub
schaatsclubs	=	schaatsclub
schaatse	=	schaatsen
schaatsen	verb	zich voortbewegen op schaatsen	noun	het zich als vermaak voortbewegen op schaatsen (al dan niet op ijs)
schaatsend	=	schaatsen
schaatsende	=	schaatsen
schaatsenrij	=	schaatsenrijden
schaatsenrijd	=	schaatsenrijden
schaatsenrijden	verb	schaatsen
schaatsenrijdend	=	schaatsenrijden
schaatsenrijdende	=	schaatsenrijden
schaatsenrijder	noun	iemand die zich op de schaats voortbeweegt
schaatsenrijders	noun	Gerridae een familie van de insecten en behoren tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
schaatsenrijdertje	=	schaatsenrijder
schaatsenrijdertjes	=	schaatsenrijder
schaatser	noun	Een man die schaatst, een beoefenaar van de schaatssport.
schaatsers	=	schaatser
schaatsertje	=	schaatser
schaatsertjes	=	schaatser
schaatsgek	adj	een liefhebber van de schaatssport zijnde
schaatsgekke	=	schaatsgek
schaatsgekte	noun	het verschijnsel dat veel mensen bijzonder enthousiast worden vanwege de mogelijkheid te schaatsen op natuurijs
schaatshal	noun	groot gebouw waarin een ijsbaan is gelegen
schaatshallen	=	schaatshal
schaatsje	=	schaats
schaatsjes	=	schaats
schaatskampioen	noun	persoon die een schaatswedstrijd wint en daardoor kampioen wordt
schaatskampioene	noun	vrouw die een schaatskampioenschap heeft gewonnen
schaatskampioenen	=	schaatskampioen
schaatskampioenes	=	schaatskampioene
schaatskampioentje	=	schaatskampioen
schaatskampioentjes	=	schaatskampioen
schaatsland	noun	het niveau van het schaatsen in een bepaald land
schaatslanden	=	schaatsland
schaatsles	noun	een les in het leren of verbeteren van schaatsvaardigheden, variërend van beginners die de basis leren tot gevorderden die hun techniek bijschaven
schaatslesje	=	schaatsles
schaatslesjes	=	schaatsles
schaatslessen	=	schaatsles
schaatsleven	noun	deel van het leven dat besteed wordt aan het wedstrijdschaatsen
schaatslevens	=	schaatsleven
schaatsleventje	=	schaatsleven
schaatsleventjes	=	schaatsleven
schaatsliefhebber	noun	iemand die graag schaatst
schaatsliefhebbers	=	schaatsliefhebber
schaatsmarathon	noun	langeafstandswedstrijd op een (natuur)ijsbaan
schaatsmarathons	=	schaatsmarathon
schaatsmijl	noun	de 1500 m schaatsen als wedstrijd
schaatsmijlen	=	schaatsmijl
schaatspak	noun	sportkleding die men draagt bij het (wedstrijd)schaatsen
schaatspakje	=	schaatspak
schaatspakjes	=	schaatspak
schaatspakken	=	schaatspak
schaatspeloton	noun	verzameling van (wedstrijd)schaatsers
schaatspelotons	=	schaatspeloton
schaatsplank	noun	trainingsapparaat voor schaatsers bestaande uit een gladde plank waarop men de schaatsbeweging kan maken
schaatsplanken	=	schaatsplank
schaatsplankje	=	schaatsplank
schaatsplankjes	=	schaatsplank
schaatsploeg	noun	groep van 3 schaatsers die samen meedoen aan de ploegenachtervolging
schaatsploegen	=	schaatsploeg
schaatsrijden	=	schaatsenrijden
schaatsseizoen	noun	periode van een jaar dat men kan schaatsen
schaatsseizoenen	=	schaatsseizoen
schaatssport	noun	alle sporten die men als schaatsend uitoefend
schaatssporten	=	schaatssport
schaatsstadion	noun	groot gebouw waar men schaatswedstrijden kan houden en bijwonen
schaatsstadionnetje	=	schaatsstadion
schaatsstadionnetjes	=	schaatsstadion
schaatsstadions	=	schaatsstadion
schaatsster	noun	vrouwewelijk schaatser
schaatssterren	=	schaatsster
schaatssterretje	=	schaatsster
schaatssterretjes	=	schaatsster
schaatssters	=	schaatsster
schaatsstertje	=	schaatsster
schaatsstertjes	=	schaatsster
schaatst	=	schaatsen
schaatste	=	schaatsen
schaatsten	=	schaatsen
schaatstocht	noun	een tocht die men al schaatsend maakt op natuurijs
schaatstochten	=	schaatstocht
schaatstochtje	=	schaatstocht
schaatstochtjes	=	schaatstocht
schaatstoernooi	noun	schaatswedstrijd over meerdere dagen
schaatstoernooien	=	schaatstoernooi
schaatstoernooitje	=	schaatstoernooi
schaatstoernooitjes	=	schaatstoernooi
schaatstop	noun	de groep beste schaatsers
schaatstoppen	=	schaatstop
schaatstrainer	noun	iemand die schaatsers begeleidt en traint om hun vaardigheden en prestaties te verbeteren.
schaatstrainers	=	schaatstrainer
schaatstrainertje	=	schaatstrainer
schaatstrainertjes	=	schaatstrainer
schaatstraining	noun	een les in het leren of verbeteren van schaatsvaardigheden, variërend van beginners die de basis leren tot gevorderden die hun techniek bijschaven
schaatstrainingen	=	schaatstraining
schaatstraininkje	=	schaatstraining
schaatstraininkjes	=	schaatstraining
schaatsunie	noun	vereniging van nationale schaatsbonden
schaatsunies	=	schaatsunie
schaatsvereniging	noun	een sportclub waar leden samenkomen om de schaatssport te beoefenen en te verbeteren.
schaatsverenigingen	=	schaatsvereniging
schaatsverenigingetje	=	schaatsvereniging
schaatsverenigingetjes	=	schaatsvereniging
schaatswedstrijd	noun	een wedstrijd waarbij de snelste schaatser wint
schaatswedstrijden	=	schaatswedstrijd
schaatswedstrijdje	=	schaatswedstrijd
schaatswedstrijdjes	=	schaatswedstrijd
schaatswereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij de schaatssport
schaatswerelden	=	schaatswereld
schaatswereldje	=	schaatswereld
schaatswereldjes	=	schaatswereld
schab	noun	plank of kast aan de wand
schabbe	noun	oude of afgescheurde lap, vod
schabben	=	schab
schabbernak	noun	rare of onverzorgde kleding
schabbernakken	=	schabbernak
schabbetje	=	schab
schabbetjes	=	schab
schabbig	adj	versleten, oud
schabbige	=	schabbig
schabbiger	=	schabbig
schabbigere	=	schabbig
schabbigers	=	schabbig
schabbigs	=	schabbig
schabbigst	=	schabbig
schabbigste	=	schabbig
schabel	noun	eenvoudige bank met een plank als rugleuning
schabellen	=	schabel
schabelletje	=	schabel
schabelletjes	=	schabel
schabouwelijk	adj	van een jammerlijk slechte kwaliteit
schabouwelijke	=	schabouwelijk
schabouwelijker	=	schabouwelijk
schabouwelijkere	=	schabouwelijk
schabouwelijkers	=	schabouwelijk
schabouwelijks	=	schabouwelijk
schabouwelijkst	=	schabouwelijk
schabouwelijkste	=	schabouwelijk
schabrak	=	sjabrak
schacht	noun	buis (koker)
schachtbok	noun	een grote, hoge constructie, vaak van staal of beton, die boven een mijnschacht werd gebouwd om de ophaalmachine te ondersteunen en het vervoer van mijnwerkers, materiaal en steenkool mogelijk te maken
schachtbokje	=	schachtbok
schachtbokken	=	schachtbok
schachten	=	schacht
schachtendoop	noun	inwijdingsritueel van eerstejaarsstudenten die lid willen worden van het corps
schachtendopen	=	schachtendoop
schachthalm	noun	Equisetum sporenplant in de paardenstaartenfamilie Equisetaceae
schachthalmen	=	schachthalm
schachthalmpje	=	schachthalm
schachthalmpjes	=	schachthalm
schachtje	=	schacht
schachtjes	=	schacht
schachtring	noun	ringvormige verdikking om de schacht van een zuil
schachtringen	=	schachtring
schachtringetje	=	schachtring
schachtringetjes	=	schachtring
schachttoren	noun	een boven een mijnschacht aangebrachte constructie, die bij steenkoolmijnen gebruikt wordt bij het vervoer van mijnwerkers, materiaal en steenkool
schachttorens	=	schachttoren
schachttorentje	=	schachttoren
schachttorentjes	=	schachttoren
schachtvormig	adj	vorm van een schacht hebbend
schachtvormige	=	schachtvormig
schachtvormiger	=	schachtvormig
schachtvormigere	=	schachtvormig
schachtvormigers	=	schachtvormig
schachtvormigs	=	schachtvormig
schachtvormigst	=	schachtvormig
schachtvormigste	=	schachtvormig
schadde	noun|obsolete	een veen- of heideplag als brandstof bedoeld
schadden	=	schadde
schade	noun	geheel van beschadigingen
schadeafhandeling	noun	proces van het ontvangen, beoordelen en uitbetalen van aanspraken op vergoedingen aan mensen die recht hebben op compensatie voor nadeel dat ze hebben geleden
schadeafhandelingen	=	schadeafhandeling
schadebeding	noun	een clausule in een contract waarin partijen vooraf afspreken welke schadevergoeding betaald moet worden als één van hen de overeenkomst niet of gebrekkig nakomt.
schadebedingen	=	schadebeding
schadebedingetje	=	schadebeding
schadebedingetjes	=	schadebeding
schadebedrag	noun	de schade uitgedrukt in een hoeveelheid geld
schadebedragen	=	schadebedrag
schadebedragje	=	schadebedrag
schadebedragjes	=	schadebedrag
schadeclaim	noun	een eis tot schadevergoeding
schadeclaimpje	=	schadeclaim
schadeclaimpjes	=	schadeclaim
schadeclaims	=	schadeclaim
schadecommissaris	noun	door de minister van defensie aangesteld persoon die de schade, tijdens militaire oefeningen in Nederland veroorzaakt, met de belanghebbenden moet regelen
schadecommissarissen	=	schadecommissaris
schadefonds	noun	een hoeveelheid geld dat gebruikt kan worden om schade te compenseren
schadefondsen	=	schadefonds
schadeformulier	noun	een formulier waarop je systematisch de schade kan aangeven die je bij een verzekeringsmaatschappij wilt declareren.
schadeformulieren	=	schadeformulier
schadeformuliertje	=	schadeformulier
schadeformuliertjes	=	schadeformulier
schadegeval	noun	een gebeurtenis waarbij schade ontstaat
schadegevallen	=	schadegeval
schadegevalletje	=	schadegeval
schadegevalletjes	=	schadegeval
schadeherstel	noun	het repareren wat kapot gegaan is
schadelijk	adj	schade toebrengend; ziek makend
schadelijke	=	schadelijk
schadelijker	=	schadelijk
schadelijkere	=	schadelijk
schadelijkers	=	schadelijk
schadelijkheden	=	schadelijkheid
schadelijkheid	noun	het schadelijk zijn
schadelijks	=	schadelijk
schadelijkst	=	schadelijk
schadelijkste	=	schadelijk
schadeloos	adj	zonder schade
schadeloosgesteld	=	schadeloosstellen
schadeloosgestelde	=	schadeloosstellen
schadeloosstel	=	schadeloosstellen
schadeloosstelde	=	schadeloosstellen
schadeloosstelden	=	schadeloosstellen
schadeloosstelle	=	schadeloosstellen
schadeloosstellen	verb	zorgen dat een geleden nadeel zoveel mogelijk hersteld of vergoed wordt
schadeloosstellend	=	schadeloosstellen
schadeloosstellende	=	schadeloosstellen
schadeloosstelling	noun	datgene waarmee men probeert een aangerichte schade te herstellen of te vergoeden
schadeloosstellingen	=	schadeloosstelling
schadeloosstelt	=	schadeloosstellen
schadeloost	=	schadeloos
schadelooste	=	schadeloos
schadeloze	=	schadeloos
schadelozer	=	schadeloos
schadelozere	=	schadeloos
schadelozers	=	schadeloos
schademelding	noun	mededeling dat iets is beschadigd
schademeldingen	=	schademelding
schademeldinkje	=	schademelding
schademeldinkjes	=	schademelding
schaden	verb	iets of iemand schade toebrengen
schadenbergschorsrat	noun	Crateromys schadenbergi knaagdiersoort uit het geslacht Crateromys dat voorkomt op het eiland Luzon in de Filipijnen.
schadenbergschorsratje	=	schadenbergschorsrat
schadenbergschorsratjes	=	schadenbergschorsrat
schadenbergschorsratten	=	schadenbergschorsrat
schadend	=	schaden
schadende	=	schaden
schadenfreude	noun	het genoegen scheppen in het leed van een ander
schadepost	noun	post waarop men verlies lijdt
schadeposten	=	schadepost
schadepostje	=	schadepost
schadepostjes	=	schadepost
schadeprotocol	noun	document dat uitgewerkt vastlegt welke ondervonden nadelen en beschadigingen worden vergoed en wat de hoogte van die vergoedingen is
schadeprotocollen	=	schadeprotocol
schaderegeling	noun	manier waarop men een geleden schade aan de gedupeerden vergoedt
schaderegelingen	=	schaderegeling
schaderegelingetje	=	schaderegeling
schaderegelingetjes	=	schaderegeling
schades	=	schade
schadetje	=	schade
schadetjes	=	schade
schadevergoeding	noun	compensatie van schade
schadevergoedingen	=	schadevergoeding
schadevergoedingsprocedure	noun	de gang van zaken rond schadevergoeding
schadevergoedingsprocedures	=	schadevergoedingsprocedure
schadevergoedingsproceduretje	=	schadevergoedingsprocedure
schadevergoedingsproceduretjes	=	schadevergoedingsprocedure
schadevergoedinkje	=	schadevergoeding
schadevergoedinkjes	=	schadevergoeding
schadevrij	adj	zonder het oplopen van een beschadiging, zonder ongelukken te krijgen of te veroorzaken, zonder dat men een schadeclaim heeft hoeven in te dienen
schadevrije	=	schadevrij
schadevrijer	=	schadevrij
schadevrijere	=	schadevrij
schadevrijers	=	schadevrij
schadevrijs	=	schadevrij
schadevrijst	=	schadevrij
schadevrijste	=	schadevrij
schaduw	noun	slechts door indirect zonlicht beschenen oppervlak
schaduwachtig	adj	in de schaduw zijnde, uit de zon zijnde
schaduwachtige	=	schaduwachtig
schaduwachtiger	=	schaduwachtig
schaduwachtigere	=	schaduwachtig
schaduwachtigers	=	schaduwachtig
schaduwachtigs	=	schaduwachtig
schaduwachtigst	=	schaduwachtig
schaduwachtigste	=	schaduwachtig
schaduwadministratie	noun	term die gebruikt wordt voor de ware financiële administratie die niet wordt gedeeld met officiële instanties, zoals de Belastingdienst
schaduwadministraties	=	schaduwadministratie
schaduwbank	noun	financiële instelling die op eenzelfde manier opereert als een gewone bank [2], maar die geen deel uitmaakt van het traditionele bancaire systeem en zodoende ook niet aan de betreffende regels is onderworpen
schaduwbanken	=	schaduwbank
schaduwbankje	=	schaduwbank
schaduwbankjes	=	schaduwbank
schaduwbeeld	noun	de geprojecteerde schaduw van een voorwerp op een vlak
schaduwbeelden	=	schaduwbeeld
schaduwbeeldje	=	schaduwbeeld
schaduwbeeldjes	=	schaduwbeeld
schaduwbestaan	noun	teruggetrokken bestaan, waarbij iets of iemand zo min mogelijk in de openbaarheid komt
schaduwbestaantje	=	schaduwbestaan
schaduwbestaantjes	=	schaduwbestaan
schaduwboekhouding	noun	een illegale administratie die naast de officiële boekhouding wordt bijgehouden om inkomsten, uitgaven of onregelmatigheden te verhullen.
schaduwboekhoudingen	=	schaduwboekhouding
schaduwboekhoudinkje	=	schaduwboekhouding
schaduwboekhoudinkjes	=	schaduwboekhouding
schaduwboks	=	schaduwboksen
schaduwboksen	verb	het voeren van een schijngevecht met boksbewegingen
schaduwboksend	=	schaduwboksen
schaduwboksende	=	schaduwboksen
schaduwbomen	=	schaduwboom
schaduwboom	noun	een boom die schaduw geeft
schaduwde	=	schaduwen
schaduwden	=	schaduwen
schaduwdubbeltandmos	noun	Didymodon umbrosus een mossoort in de familie Pottiaceae.
schaduwdubbeltandmosje	=	schaduwdubbeltandmos
schaduwdubbeltandmosjes	=	schaduwdubbeltandmos
schaduwdubbeltandmossen	=	schaduwdubbeltandmos
schaduwe	=	schaduwen
schaduwelite	noun	kleine groep machtige mensen die in het verborgene hebben geprobeerd van Nederland een zo'n prominent mogelijk financieel centrum te maken
schaduwelites	=	schaduwelite
schaduwen	verb	iemand ongemerkt volgen
schaduwend	=	schaduwen
schaduwende	=	schaduwen
schaduwfruitbladroller	noun	Eudemis porphyrana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
schaduwfruitbladrollers	=	schaduwfruitbladroller
schaduwfruitbladrollertje	=	schaduwfruitbladroller
schaduwfruitbladrollertjes	=	schaduwfruitbladroller
schaduwgras	noun	Poa nemoralis een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae oftewel Poaceae).
schaduwgrasje	=	schaduwgras
schaduwgrasjes	=	schaduwgras
schaduwgrassen	=	schaduwgras
schaduwhangmatspin	noun	Labulla thoracica een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
schaduwhangmatspinnen	=	schaduwhangmatspin
schaduwhangmatspinnetje	=	schaduwhangmatspin
schaduwhangmatspinnetjes	=	schaduwhangmatspin
schaduwkant	noun	de zijde van iets die van het licht af is gekeerd
schaduwkanten	=	schaduwkant
schaduwkantje	=	schaduwkant
schaduwkantjes	=	schaduwkant
schaduwkruiskruid	noun	Senecio ovatus een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
schaduwlibel	noun	Caliaeschna microstigma een echte libel uit de familie van de glazenmakers (Aeshnidae).
schaduwlibellen	noun	Caliaeschna een geslacht van echte libellen uit de familie van de glazenmakers (Aeshnidae)
schaduwlibelletje	=	schaduwlibel
schaduwlibelletjes	=	schaduwlibel
schaduwloos	adj	zonder schaduw
schaduwloost	=	schaduwloos
schaduwlooste	=	schaduwloos
schaduwloze	=	schaduwloos
schaduwlozer	=	schaduwloos
schaduwlozere	=	schaduwloos
schaduwlozers	=	schaduwloos
schaduwmier	noun	Lasius umbratus een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
schaduwmieren	=	schaduwmier
schaduwmiertje	=	schaduwmier
schaduwmiertjes	=	schaduwmier
schaduwmostrilzwam	noun	Tremella phaeophysciae een korstmosparasiet behorend tot de familie Tremellaceae.
schaduwmostrilzwammen	=	schaduwmostrilzwam
schaduwmostrilzwammetje	=	schaduwmostrilzwam
schaduwmostrilzwammetjes	=	schaduwmostrilzwam
schaduwonderwijs	noun	een onderwijsinstelling die, naast het door de overheid gesubsidieerde onderwijs, tegen betaling onderwijs aanbiedt
schaduwoorlog	noun	stille, geheime, verborgen vijandelijkheden zonder dat er sprake is van een openlijke oorlog
schaduwoorlogen	=	schaduwoorlog
schaduwoorlogje	=	schaduwoorlog
schaduwoorlogjes	=	schaduwoorlog
schaduwpje	=	schaduw
schaduwplek	noun	plaats in de schaduw; plaats die tegen de directe zonnestraling is afgeschermd
schaduwplekje	=	schaduwplek
schaduwplekjes	=	schaduwplek
schaduwplekken	=	schaduwplek
schaduwrijk	adj	met veel schaduw (door de aanwezigheid van veel bomen)
schaduwrijke	=	schaduwrijk
schaduwrijken	=	schaduwrijk
schaduwrijker	=	schaduwrijk
schaduwrijkere	=	schaduwrijk
schaduwrijkers	=	schaduwrijk
schaduwrijkje	=	schaduwrijk
schaduwrijks	=	schaduwrijk
schaduwrijkst	=	schaduwrijk
schaduwrijkste	=	schaduwrijk
schaduwsnuituil	noun	Herminia tarsicrinalis een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae)
schaduwsnuituilen	=	schaduwsnuituil
schaduwsnuituiltje	=	schaduwsnuituil
schaduwsnuituiltjes	=	schaduwsnuituil
schaduwspel	noun	patroon van licht en donkerte
schaduwspelen	=	schaduwspel
schaduwspits	noun	een speler die vaak achter de spits speelt.
schaduwspitsen	=	schaduwspits
schaduwstipspanner	noun	Idaea rusticata een nachtvlinder uit de familie van de Geometridae, de spanners.
schaduwstipspanners	=	schaduwstipspanner
schaduwstipspannertje	=	schaduwstipspanner
schaduwstipspannertjes	=	schaduwstipspanner
schaduwstrekspin	noun	Tetragnatha montana een spin uit de familie strekspinnen (Tetragnathidae) die in Midden-Europa wordt gevonden.
schaduwstrekspinnen	=	schaduwstrekspin
schaduwstrekspinnetje	=	schaduwstrekspin
schaduwstrekspinnetjes	=	schaduwstrekspin
schaduwt	=	schaduwen
schaduwtje	=	schaduw
schaduwtjes	=	schaduw
schaduwwerking	noun	de invloed die schaduw heeft op het uiterlijk van iets of iemand
schaduwwerkingen	=	schaduwwerking
schaduwwevertje	noun	Tenuiphantes tenebricola een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
schaduwwevertjes	=	schaduwwevertje
schaduwzijde	noun	de kant waar de schaduw valt, de donkere kant
schaduwzijden	=	schaduwzijde
schaduwzijdes	=	schaduwzijde
schaers	=	schaars
schaf	=	schaffen
schaffe	=	schaffen
schaffel	=	schaffelen
schaffelde	=	schaffelen
schaffelden	=	schaffelen
schaffele	=	schaffelen
schaffelen	verb	de spelkaarten schudden
schaffelend	=	schaffelen
schaffelende	=	schaffelen
schaffelt	=	schaffelen
schaffen	verb|obsolete	beschikbaar maken
schaffend	=	schaffen
schaffende	=	schaffen
schaft	noun	onderbreking van de arbeid voor het nuttigen van een maaltijd
schafte	=	schaffen
schaften	verb	het werk onderbreken om te eten
schaftend	=	schaften
schaftende	=	schaften
schaftje	=	schaft
schaftjes	=	schaft
schaftkeet	noun	tijdelijke of verplaatsbare overdekte ruimte waarin bouwvakkers of andere arbeiders kunnen rusten en iets kunnen eten of drinken
schaftkeetje	=	schaftkeet
schaftkeetjes	=	schaftkeet
schaftketen	=	schaftkeet
schaftte	=	schaften
schaftten	=	schaften
schafttijd	noun	rusttijd tijdens het verrichten van arbeid waarin de arbeiders ook wat kunnen eten en drinken
schafttijden	=	schafttijd
schafturen	=	schaftuur
schaftuur	noun	tijdstip dat arbeiders rusten en eten; periode van ongeveer een uur waarin de arbeiders rusten en eten
schaftuurtje	=	schaftuur
schaftuurtjes	=	schaftuur
schake	=	schaken
schakeer	=	schakeren
schakeerde	=	schakeren
schakeerden	=	schakeren
schakeeren	=	schakeren
schakeering	=	schakering
schakeert	=	schakeren
schakel	noun	element van een keten of ketting
schakelaar	noun	toestel om een elektrische stroomketen te sluiten of te onderbreken
schakelaars	=	schakelaar
schakelaartje	=	schakelaar
schakelaartjes	=	schakelaar
schakelarmband	noun	een sieraad dat om de pols gedragen wordt en bestaat uit losse onderdelen die in elkaar gehaakt zijn
schakelarmbanden	=	schakelarmband
schakelarmbandje	=	schakelarmband
schakelarmbandjes	=	schakelarmband
schakelautomaat	noun	automatische schakelinstallatie
schakelautomaatje	=	schakelautomaat
schakelautomaatjes	=	schakelautomaat
schakelautomaten	=	schakelautomaat
schakelbaar	adj	van iets dat het in- of uitgeschakeld kan worden, of van de ene naar de andere toestand veranderd kan worden, vaak via een mechanische of elektronische schakelaar
schakelbaarder	=	schakelbaar
schakelbaardere	=	schakelbaar
schakelbaarders	=	schakelbaar
schakelbaars	=	schakelbaar
schakelbaarst	=	schakelbaar
schakelbaarste	=	schakelbaar
schakelbare	=	schakelbaar
schakelbord	noun	paneel waarop zich schakelaars voor verschillende elektrische circuits bevinden
schakelborden	=	schakelbord
schakelcursus	noun	een kortdurend onderwijstraject dat bedoeld is om de kloof te overbruggen tussen een afgeronde vooropleiding en een nieuwe, hogere of andere studie.
schakelcursusje	=	schakelcursus
schakelcursusjes	=	schakelcursus
schakelcursussen	=	schakelcursus
schakelde	=	schakelen
schakelden	=	schakelen
schakeldraad	noun	een geschakelde versie van de fasedraad die zorgt voor de stroomaanvoer naar het apparaat, vanaf een schakelaar
schakele	=	schakelen
schakelen	verb	een verbinding tot stand brengen
schakelend	=	schakelen
schakelende	=	schakelen
schakeling	noun	verbinding
schakelingen	=	schakeling
schakelingetje	=	schakeling
schakelingetjes	=	schakeling
schakelkast	noun	een kast of doos met schakelaars waarmee je apparaten of elektrische groepen in en uit kunt schakelen
schakelkasten	=	schakelkast
schakelkastje	=	schakelkast
schakelkastjes	=	schakelkast
schakelklok	noun	een schakelaar die om een bepaald tijdstip automatisch de schakeling omzet
schakelklokje	=	schakelklok
schakelklokjes	=	schakelklok
schakelklokken	=	schakelklok
schakellijm	noun	een soort lijm, genoemd naar de uitvinder Cornelis Schakel, omstreeks 1860—'70 papierhandelaar te Amsterdam
schakellijmen	=	schakellijm
schakellijmpje	=	schakellijm
schakellijmpjes	=	schakellijm
schakelpaneel	noun	een bord met verschillende schakelaars en controlelampjes
schakelpanelen	=	schakelpaneel
schakels	=	schakel
schakelt	=	schakelen
schakeltijd	noun	de tijd die nodig is om van de ene activiteit naar de andere over te gaan, of de tijd die je nodig hebt om informatie op te ruimen en te verwerken voor je weer klaar bent voor een nieuwe taak of input
schakeltijden	=	schakeltijd
schakeltijdje	=	schakeltijd
schakeltijdjes	=	schakeltijd
schakeltje	=	schakel
schakeltjes	=	schakel
schakelwoning	noun	type huis dat aan een ander huis vastzit, maar niet via een directe tussenmuur van de woonruimte.
schakelwoningen	=	schakelwoning
schakelwoninkje	=	schakelwoning
schakelwoninkjes	=	schakelwoning
schaken	verb	het schaakspel spelen
schakend	=	schaken
schakende	=	schaken
schaker	noun	persoon die schaak speelt
schakere	=	schakeren
schakeren	verb	met afwisseling (van kleur) schikken
schakerend	=	schakeren
schakerende	=	schakeren
schakering	noun	kleurnuance, verschillende tinten van één kleur
schakeringen	=	schakering
schakerinkje	=	schakering
schakerinkjes	=	schakering
schakers	=	schaker
schakertje	=	schaker
schakertjes	=	schaker
schaking	noun	het zonder toestemming (van de ouders of echtgenoot) wegvoeren van een vrouw, met de bedoeling om met haar te gaan samenwonen of trouwen
schakingen	=	schaking
schakinkje	=	schaking
schakinkjes	=	schaking
schal	=	schallen
schalde	=	schallen
schalden	=	schallen
schale	=	schalen
schalen	verb	~ met: zich verhouden tot iets of iemand
schalend	=	schalen
schalende	=	schalen
schalie	noun	een sedimentair gesteente dat zich gemakkelijk in lagen laat splijten en voornamelijk bestaat uit kleimineralen.
schaliegas	noun	uit schalie gewonnen gas
schaliegassen	=	schaliegas
schalieolie	noun	uit schalie gewonnen olie
schalieolies	=	schalieolie
schalieoliën	=	schalieolie
schalies	=	schalie
schalietje	=	schalie
schaliën	=	schalie
schalk	noun	iemand die op een vrij onschuldige manier plagerig of ondeugend is	adj|obsolete	met boze bedoelingen
schalkachtig	adj	schalks, ondeugend, grappig, stout
schalkachtige	=	schalkachtig
schalkachtiger	=	schalkachtig
schalkachtigere	=	schalkachtig
schalkachtigers	=	schalkachtig
schalkachtigs	=	schalkachtig
schalkachtigst	=	schalkachtig
schalkachtigste	=	schalkachtig
schalke	=	schalk
schalken	=	schalk
schalker	=	schalk
schalkere	=	schalk
schalkers	=	schalk
schalkje	=	schalk
schalkjes	=	schalk
schalks	adj	stout, ondeugend en grappig op een leuke manier vooral van kinderen
schalksch	=	schalks
schalkse	=	schalks
schalkser	=	schalks
schalksere	=	schalks
schalksers	=	schalks
schalkst	=	schalks
schalkste	=	schalks
schalle	=	schallen
schallebijter	noun	Carabus kever uit een geslacht van kevers die behoren tot de familie loopkevers (Carabidae).
schallebijters	noun	Carabus een geslacht van kevers die behoren tot de loopkevers (Carabidae).
schallebijtertje	=	schallebijter
schallebijtertjes	=	schallebijter
schallen	verb	veel lawaai of geluid (laten) maken
schallend	adj	een luid geluid makend
schallende	=	schallen
schallends	=	schallend
schalm	noun	schakel van een ketting
schalmde	=	schalmen
schalmden	=	schalmen
schalme	=	schalmen
schalmei	noun	blaasinstrument met een rechte conische boring en een los dubbel riet dat de toon vormt
schalmeide	=	schalmeien
schalmeiden	=	schalmeien
schalmeie	=	schalmeien
schalmeien	verb	een schalmei bespelen
schalmeiend	=	schalmeien
schalmeit	=	schalmeien
schalmeitje	=	schalmei
schalmeitjes	=	schalmei
schalmen	verb	luiken van een schip overdekken
schalmend	=	schalmen
schalmende	=	schalmen
schalmpje	=	schalm
schalmpjes	=	schalm
schalmt	=	schalmen
schaloos	=	schadeloos
schalt	=	schallen
schame	=	schamen
schamel	adj	waarvoor men zich schaamt	noun	bok, zitbank
schamele	=	schamel
schameler	=	schamel
schamelere	=	schamel
schamelers	=	schamel
schamelheid	noun	armoedigheid
schamelijk	adj	van iets dat je je er voor schaamt
schamelijke	=	schamelijk
schamelijker	=	schamelijk
schamelijkere	=	schamelijk
schamelijkers	=	schamelijk
schamelijks	=	schamelijk
schamelijkst	=	schamelijk
schamelijkste	=	schamelijk
schamels	=	schamel
schamelst	=	schamel
schamelste	=	schamel
schameltje	=	schamel
schameltjes	=	schamel
schamen	verb	schaamte voelen, iets van jezelf niet goed vinden zodat je het niet aan anderen wilt tonen
schamend	=	schamen
schamende	=	schamen
schamp	noun	schande
schampavie	noun	woord om iemand aan te geven die er stilletjes vandoor gaat
schampdek	noun	afdekking waarlangs vocht of vuil afglijdt aan een schip of gebouw
schampdekje	=	schampdek
schampdekjes	=	schampdek
schampdekken	=	schampdek
schampe	=	schampen
schampen	verb	stilstaand voorwerp rakelings treffen
schampend	=	schampen
schampende	=	schampen
schamper	adj	van geringschatting getuigend, spottend
schamperde	=	schamperen
schamperden	=	schamperen
schamperder	=	schamper
schamperdere	=	schamper
schamperders	=	schamper
schampere	=	schamper
schamperen	verb	op een spottende en minachtende manier spreken
schamperend	=	schamperen
schamperende	=	schamperen
schamperheden	=	schamperheid
schamperheid	noun	de mate waarin men beledigend en honend is
schampers	=	schamper
schamperst	=	schamper
schamperste	=	schamper
schampert	=	schamperen
schampje	=	schamp
schampjes	=	schamp
schamppaal	noun	paal die een hoek van een gebouw e.d. beschermt tegen aanrijding
schamppaaltje	=	schamppaal
schamppaaltjes	=	schamppaal
schamppalen	=	schamppaal
schampscheut	noun	beledegende opmerking
schampscheuten	=	schampscheut
schampschot	noun	een schot dat het doel maar net geraakt heeft zonder erin door te dringen, een afglijdend schot
schampschoten	=	schampschot
schampt	=	schampen
schampte	=	schampen
schampten	=	schampen
schandaal	noun	een zaak die iemand in opspraak brengt en waarvan mensen schande spreken
schandaalblaadje	=	schandaalblad
schandaalblaadjes	=	schandaalblad
schandaalblad	noun	een blad waar voornamelijk over de privézaken van prominente personen wordt geleuterd
schandaalbladen	=	schandaalblad
schandaalkrant	noun	krant gespecialiseerd in het verspreiden van schandalen, roddels en andere sensatieberichten
schandaalkranten	=	schandaalkrant
schandaalkrantje	=	schandaalkrant
schandaalkrantjes	=	schandaalkrant
schandaalpers	noun	medium waar voornamelijk over de privézaken van prominente personen wordt geroddeld en gespeculeerd
schandaaltje	=	schandaal
schandaaltjes	=	schandaal
schandalen	=	schandaal
schandaleus	adj	aanstoot gevend
schandaleust	=	schandaleus
schandaleuste	=	schandaleus
schandaleuze	=	schandaleus
schandaleuzer	=	schandaleus
schandaleuzere	=	schandaleus
schandaleuzers	=	schandaleus
schandalig	adj	waarvan schande gesproken kan worden
schandalige	=	schandalig
schandaliger	=	schandalig
schandaligere	=	schandalig
schandaligers	=	schandalig
schandaligs	=	schandalig
schandaligst	=	schandalig
schandaligste	=	schandalig
schandaliseer	=	schandaliseren
schandaliseerde	=	schandaliseren
schandaliseerden	=	schandaliseren
schandaliseert	=	schandaliseren
schandalisere	=	schandaliseren
schandaliseren	verb	door onbehoorlijkheid ergernis bezorgen
schandaliserend	=	schandaliseren
schandaliserende	=	schandaliseren
schandbord	noun	een bord op een paal op een openbaar terrein, waaraan mensen bij wijze van straf werden vastgemaakt om vernederd te worden door de omstanders
schandborden	=	schandbord
schanddaad	noun	een daad die indruist tegen alle gevoel van eerbaarheid
schanddaadje	=	schanddaad
schanddaden	=	schanddaad
schande	noun	iets wat bij het publiek minachting oproept, iets oneervols
schandek	noun	afdekking waarlangs vocht of vuil afglijdt aan een schip of gebouw
schandekje	=	schandek
schandekjes	=	schandek
schandekken	=	schandek
schandelijk	adj	een schande vertegenwoordigend
schandelijke	=	schandelijk
schandelijker	=	schandelijk
schandelijkere	=	schandelijk
schandelijkers	=	schandelijk
schandelijks	=	schandelijk
schandelijkst	=	schandelijk
schandelijkste	=	schandelijk
schanden	=	schande
schandes	=	schande
schandetje	=	schande
schandetjes	=	schande
schandjongen	noun	schandknaap
schandjongens	=	schandjongen
schandjongetje	=	schandjongen
schandjongetjes	=	schandjongen
schandknaap	noun	jongen die tegen betaling met mannen seks bedrijft
schandknaapje	=	schandknaap
schandknaapjes	=	schandknaap
schandknapen	=	schandknaap
schandmerk	noun	teken dat iemands schande aangeeft
schandmerken	=	schandmerk
schandmerkje	=	schandmerk
schandmerkjes	=	schandmerk
schandpaal	noun	een paal op een plein, waaraan mensen bij wijze van straf werden vastgemaakt om vernederd te worden door de omstanders
schandpaaltje	=	schandpaal
schandpaaltjes	=	schandpaal
schandpalen	=	schandpaal
schandstraf	noun	straf die wordt opgelegd met het doel de veroordeelde in zijn eer te krenken of te onteren
schandstraffen	=	schandstraf
schandteken	noun	een teken dat ter ontering werd aangebracht waardoor de persoon (voor de rest van het leven) gebrandmerkt was, een schandmerk
schandtekenen	=	schandteken
schandtekens	=	schandteken
schandtekentje	=	schandteken
schandtekentjes	=	schandteken
schandvlek	noun	vlek op iemands reputatie
schandvlekje	=	schandvlek
schandvlekjes	=	schandvlek
schandvlekken	=	schandvlek
schans	noun	in het veld opgeworpen versterkingswerk
schansen	=	schans
schansjager	noun	een man die achter de vrouwen aanzit
schansjagers	=	schansjager
schansjagertje	=	schansjager
schansjagertjes	=	schansjager
schansje	=	schans
schansjes	=	schans
schanskorf	noun	korf die gebruikt wordt om met aarde of steen gevuld een verschansing te helpen vormen, of toegepast als bouwelement bij waterkeringen en bescherming tegen vallend gesteente vanaf berghellingen.
schanskorfje	=	schanskorf
schanskorfjes	=	schanskorf
schanskorven	=	schanskorf
schansloper	noun	overjas die tegen weer en wind is bestand, vroeger vooral gedragen door zeelieden
schansspringen	noun	een wintersport waarbij op ski's van een helling (de 'schans') gesprongen wordt.
schansspringend	=	schansspringen
schansspringende	=	schansspringen
schansspringer	noun	iemand die schansspringen als sport beoefent, iemand die met ski's van een schans springt
schansspringers	=	schansspringer
schap	noun	een plank om iets op te zetten
schape	=	schapen
schapegras	=	schapengras
schapekop	=	schapenkop
schapen	noun	Ovis een geslacht van hoefdieren uit de onderfamilie bokken (Caprinae) van de holhoornigen (Bovidae).	verb|obsolete	doen ontstaan uit niets
schapenbout	noun	bovenste deel van voor- of achterpoot van een schaap (Ovis aries) met het vlees dat daaraan vastzit
schapenbouten	=	schapenbout
schapenboutje	=	schapenbout
schapenboutjes	=	schapenbout
schapend	=	schapen
schapendoes	noun	Nederlandse, langharige herdershond
schapendoesje	=	schapendoes
schapendoesjes	=	schapendoes
schapendoezen	=	schapendoes
schapendrift	noun	weg met bermen waarlangs schapen kunnen weiden
schapenfoetus	noun	een foetus van een schaap
schapenfoetusje	=	schapenfoetus
schapenfoetusjes	=	schapenfoetus
schapenfoetussen	=	schapenfoetus
schapenfokker	noun	iemand die schapen fokt en houdt
schapenfokkerij	noun	het fokken van schapen
schapenfokkerijen	=	schapenfokkerij
schapenfokkers	=	schapenfokker
schapengras	noun	bepaald soort van zwenkgras, Festuca ovina
schapengrasje	=	schapengras
schapengrasjes	=	schapengras
schapengrasmineermot	noun	Elachista dispilella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
schapengrasmineermotje	=	schapengrasmineermot
schapengrasmineermotjes	=	schapengrasmineermot
schapengrasmineermotten	=	schapengrasmineermot
schapengrassen	=	schapengras
schapengrasuil	noun	Apamea furva een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
schapengrasuilen	=	schapengrasuil
schapengrasuiltje	=	schapengrasuil
schapengrasuiltjes	=	schapengrasuil
schapenhok	noun	stal waarin schapen gedurende de nacht verblijven en waar men de mest van de schapen verzamelt
schapenhokje	=	schapenhok
schapenhokjes	=	schapenhok
schapenhokken	=	schapenhok
schapenhorzel	noun	Oestrus ovis een parasitaire vlieg die ook in Nederland voorkomt
schapenhorzels	=	schapenhorzel
schapenhorzeltje	=	schapenhorzel
schapenhorzeltjes	=	schapenhorzel
schapenhouder	noun	iemand die schapen houdt
schapenhouderij	noun	bedrijf waar men schapen houdt
schapenhouderijen	=	schapenhouderij
schapenhouders	=	schapenhouder
schapenhuid	noun	de leren huid van een schaap waarvan het wol is afgeschoren
schapenhuiden	=	schapenhuid
schapenhuidje	=	schapenhuid
schapenhuidjes	=	schapenhuid
schapenkaas	noun	kaas gemaakt van schapenmelk
schapenkaasje	=	schapenkaas
schapenkaasjes	=	schapenkaas
schapenkazen	=	schapenkaas
schapenkop	noun	kop van een schaap
schapenkopje	=	schapenkop
schapenkoppen	=	schapenkop
schapenleren	adj	van het leer van een schaap
schapenlichaam	noun	het lijf van een schaap
schapenlichamen	=	schapenlichaam
schapenluis	noun	Melophagus ovinus een vleugelloze vliegensoort uit de familie van de luisvliegen (Hippoboscidae).
schapenluisje	=	schapenluis
schapenluisjes	=	schapenluis
schapenluisvlieg	noun	bepaald soortvleugelloze parasiet die in de wol van schapen leeft, Melophagus ovinus
schapenluisvliegen	=	schapenluisvlieg
schapenluisvliegje	=	schapenluisvlieg
schapenluisvliegjes	=	schapenluisvlieg
schapenluizen	=	schapenluis
schapenmelk	noun	voedzaam vocht dat tepels van een ooi afscheiden Dit vocht is eigenlijk bedoeld voor de lammetjes maar wordt ook voor menselijke consumptie gebruikt
schapenmelken	=	schapenmelk
schapenpak	noun	een zacht verkleedkostuum of een comfortabele onesie in de vorm van een schaap
schapenpakje	=	schapenpak
schapenpakjes	=	schapenpak
schapenpakken	=	schapenpak
schapenpoep	noun	poep van schapen
schapenpoepen	=	schapenpoep
schapenpoepje	=	schapenpoep
schapenpoepjes	=	schapenpoep
schapensmeer	noun	wolvet van schapenwol
schapenstal	noun	verblijf voor schapen Ovis aries die als kleinvee worden gehouden
schapenstallen	=	schapenstal
schapenstalletje	=	schapenstal
schapenstront	noun	onlasting van een schaap Ovis aries
schapenteek	noun	Ixodes ricinus in Nederland de meest voorkomende teek die zich niet alleen op schapen maar op veel meer zoogdieren, waaronder de mens voedt.
schapenteekje	=	schapenteek
schapenteekjes	=	schapenteek
schapenteken	=	schapenteek
schapenvacht	noun	lange, gekrulde beharing van het schaap Ovis aries
schapenvachten	=	schapenvacht
schapenvachtje	=	schapenvacht
schapenvachtjes	=	schapenvacht
schapenvlees	noun	het vlees van een schaap
schapenvleesch	=	schapenvlees
schapenwol	noun	lange krullende haren uit de vacht van het evenhoevig zoogdier Ovis aries gebruikt als materiaal waarmee weefsels worden gemaakt
schapenwolk	noun	wolk die zich als een witte, wollige vlok aftekent tegen de hemel, meestal in een patroon van dergelijke wolken
schapenwolken	=	schapenwolk
schapenwolkje	=	schapenwolk
schapenwolkjes	=	schapenwolk
schapenwollen	adj	gemaakt van de wol van een schaap
schapenwolletje	noun	alleen verkleinwoord kledingstuk, voorwerp of onderdeel dat uit schapenwol bestaat
schapenwolletjes	=	schapenwolletje
schapenworst	noun	worst gemaakt van gemalen schapenvlees
schapenworsten	=	schapenworst
schapenworstje	=	schapenworst
schapenworstjes	=	schapenworst
schapenziekte	noun	ziekte waaraan schapen kunnen lijden
schapenzuring	noun	bepaalde op zand- en heidegrond groeiende soort van zuring, Rumex acetosella
schapenzuringdikkopmot	noun	een vlinder Scythris potentillella uit de familie dikkopmotten (Scythrididae).
schapenzuringdikkopmotje	=	schapenzuringdikkopmot
schapenzuringdikkopmotjes	=	schapenzuringdikkopmot
schapenzuringdikkopmotten	=	schapenzuringdikkopmot
schapenzuringen	=	schapenzuring
schapenzuringgalmug	noun	Contarinia acetosellae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
schapenzuringgalmuggen	=	schapenzuringgalmug
schapenzuringgalmugje	=	schapenzuringgalmug
schapenzuringgalmugjes	=	schapenzuringgalmug
schapenzuringrandwants	noun	Spathocera dalmanii een wants uit de familie randwantsen (Coreidae)
schapenzuringrandwantsen	=	schapenzuringrandwants
schapenzuringrandwantsje	=	schapenzuringrandwants
schapenzuringrandwantsjes	=	schapenzuringrandwants
schaper	noun	schaapsherder
schapers	=	schaper
schapertje	=	schaper
schapevlees	=	schapenvlees
schapevleesch	=	schapenvlees
schapezuring	=	schapenzuring
schapievlees	=	schapenvlees
schapje	=	schap
schapjes	=	schap
schappelijk	adj	niet veeleisend, niet te duur
schappelijke	=	schappelijk
schappelijker	=	schappelijk
schappelijkere	=	schappelijk
schappelijkers	=	schappelijk
schappelijks	=	schappelijk
schappelijkst	=	schappelijk
schappelijkste	=	schappelijk
schappen	=	schap
schapraai	noun	kast met planken, vaak gebruik voor een kast in de keuken waarin voedsel wordt bewaard
schapraaien	=	schapraai
schapulier	noun	schouderkleed
schapulieren	=	schapulier
schapuliermedaille	noun	een metalen plaatje met daarop een afbeelding van Maria, dat gedragen wordt om bescherming van Maria te vragen
schapuliermedailles	=	schapuliermedaille
schapuliers	=	schapulier
schapuliertje	=	schapulier
schapuliertjes	=	schapulier
schar	noun	bepaald soort platvis, Limanda limanda, die voorkomt in kustwateren van de noordoostelijke Atlantische Oceaan
scharde	=	schar
scharden	=	schar
schare	noun	aantal of afdeling gezamenlijk optrekkende of strijdende personen
scharen	verb	in een stand geraken waarin de assen van de één een hoek met elkaar maken met die van de ander
scharend	=	scharen
scharende	=	scharen
scharensliep	noun|historical	man die in vroeger tijden langs de deuren ging om scharen en/of messen te slijpen
scharensliepen	=	scharensliep
scharenslijper	noun	iemand die scharen (en messen) slijpt
scharenslijpers	=	scharenslijper
scharenslijpertje	=	scharenslijper
scharenslijpertjes	=	scharenslijper
scharetje	=	schare
schark	noun	type woonboot waarbij op de romp van een oud schip een rechthoekige opbouw is geplaatst
scharken	=	schark
scharlaken	noun	een helderrode kleur die naar oranje zweemt
scharlakeneik	noun	een eenhuizige boom Quercus coccinea uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae).
scharlakeneiken	=	scharlakeneik
scharlakeneikje	=	scharlakeneik
scharlakeneikjes	=	scharlakeneik
scharlakenknolknikmos	noun	Bryum klinggraeffii een mos uit de familie Bryaceae.
scharlakenknolknikmosje	=	scharlakenknolknikmos
scharlakenknolknikmosjes	=	scharlakenknolknikmos
scharlakenknolknikmossen	=	scharlakenknolknikmos
scharlakenkoorts	noun	hevige roodvonk, gepaard gaande met koorts
scharlakenkoortsen	=	scharlakenkoorts
scharlakenkoortsje	=	scharlakenkoorts
scharlakenkoortsjes	=	scharlakenkoorts
scharlakenrode	=	scharlakenrood
scharlakenroden	=	scharlakenrood
scharlakenroder	=	scharlakenrood
scharlakenrodere	=	scharlakenrood
scharlakenroders	=	scharlakenrood
scharlakenrood	noun	een dieprode kleur, helderrood dat naar oranje zweemt	adj	het hebben van een dieprode kleur, helderrood dat naar oranje zweemt
scharlakenroods	=	scharlakenrood
scharlakenroodst	=	scharlakenrood
scharlakenroodste	=	scharlakenrood
scharlakens	=	scharlaken
scharlakentje	=	scharlaken
scharlei	noun	Salvia sclarea een tweejarige plant uit de lipbloemenfamilie (Labiatae oftewel Lamiaceae).
scharleien	=	scharlei
scharleitje	=	scharlei
scharleitjes	=	scharlei
scharluin	noun|obsolete	landloper
scharluinen	=	scharluin
scharluintje	=	scharluin
scharluintjes	=	scharluin
scharminkel	noun	ongezond, klein en mager mens of dier
scharminkels	=	scharminkel
scharminkeltje	=	scharminkel
scharminkeltjes	=	scharminkel
scharnier	noun	een draaibaar verbindingsstuk tussen twee voorwerpen
scharnierde	=	scharnieren
scharnierden	=	scharnieren
scharniere	=	scharnieren
scharnieren	verb	draaien om een as
scharnierend	adj	van iets dat het draait om een hengsel of scharnier
scharnierende	=	scharnieren
scharnierends	=	scharnierend
scharniergewricht	noun	een gewricht met maar een bewegingsas
scharniergewrichten	=	scharniergewricht
scharniergewrichtje	=	scharniergewricht
scharniergewrichtjes	=	scharniergewricht
scharniermagistraat	noun	juridisch medewerker die een langdurig gerechtelijk onderzoek probeert te versnellen
scharniermagistraten	=	scharniermagistraat
scharniermoment	noun	een korte periode die beslissend is voor het verloop van een geschiedenis
scharniermomenten	=	scharniermoment
scharniermomentje	=	scharniermoment
scharniermomentjes	=	scharniermoment
scharnierpunt	noun	punt waar iets kan scharnieren
scharnierpunten	=	scharnierpunt
scharnierpuntje	=	scharnierpunt
scharnierpuntjes	=	scharnierpunt
scharniert	=	scharnieren
scharniertje	=	scharnier
scharniertjes	=	scharnier
scharprechter	=	scherprechter
scharprichter	=	scherprechter
scharre	=	schar
scharrel	noun	het scharrelen
scharrelaar	noun	iemand met een ongeregeld liefdesleven
scharrelaars	noun	Coraciidae een familie van bontgekleurde, middelgrote vogels uit de orde scharrelaarvogels.
scharrelaartje	=	scharrelaar
scharrelaartjes	=	scharrelaar
scharrelaarvogels	noun	ordes Coraciiformes en Leptosomiformes die een groot aantal niet erg op elkaar lijkende families van vogelsoorten omvat
scharrelbomen	=	scharrelboom
scharrelboom	noun	dennenboom die men in de vrije natuur heeft gekapt en die dient als kerstboom
scharrelboompje	=	scharrelboom
scharrelboompjes	=	scharrelboom
scharrelde	=	scharrelen
scharrelden	=	scharrelen
scharrele	=	scharrelen
scharrelei	noun	een ei dat gelegd is door een scharrelkip
scharreleieren	=	scharrelei
scharreleitje	=	scharrelei
scharreleitjes	=	scharrelei
scharrelen	verb	losse verkering hebben
scharrelend	=	scharrelen
scharrelende	=	scharrelen
scharrelkind	noun	kind dat lid is van het IVN (Instituut voor Natuurbeschermingseducatie)
scharrelkinderen	=	scharrelkind
scharrelkip	noun	kip die vrij mag rondlopen (scharrelen), vaak alleen in een schuur, maar soms ook buiten
scharrelkipje	=	scharrelkip
scharrelkipjes	=	scharrelkip
scharrelkippen	=	scharrelkip
scharrelkippetje	=	scharrelkip
scharrelkippetjes	=	scharrelkip
scharrels	=	scharrel
scharrelt	=	scharrelen
scharreltje	=	scharrel
scharreltjes	=	scharrel
scharrelvarken	noun	een vrijlopend varken dat op een zo natuurlijk mogelijke manier mag leven
scharrelvarkens	=	scharrelvarken
scharrelvarkentje	=	scharrelvarken
scharrelvarkentjes	=	scharrelvarken
scharrelvlees	noun	Het vlees van scharreldieren wordt wel scharrelvlees genoemd.
scharren	=	schar
scharrenachtig	adj	iets eenvoudigs, onopvallends
scharrenachtige	=	scharrenachtig
scharrenachtiger	=	scharrenachtig
scharrenachtigere	=	scharrenachtig
scharrenachtigers	=	scharrenachtig
scharrenachtigs	=	scharrenachtig
scharrenachtigst	=	scharrenachtig
scharrenachtigste	=	scharrenachtig
scharrend	=	schar
scharrende	=	schar
scharretje	=	schar
scharretjes	=	schar
scharretong	noun	Lepidorhombus whiffiagonis een straalvinnige vis uit de familie tarbotachtigen (Scophthalmidae), orde platvissen (Pleuronectiformes), die voorkomt in het noordoosten en het oosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
scharretongen	=	scharretong
scharretongetje	=	scharretong
scharretongetjes	=	scharretong
scharrig	adj	armoedig, karig, groezelig
scharrige	=	scharrig
scharriger	=	scharrig
scharrigere	=	scharrig
scharrigers	=	scharrig
scharrigs	=	scharrig
scharrigst	=	scharrig
scharrigste	=	scharrig
schart	=	schar
schartong	noun	een schol Lepidorhombus whiffiagonis met grote kop en gebogen zijstreep
schartongen	=	schartong
schat	noun	verzamelde rijkdom
schatbaar	adj	van iets dat het waardeerbaar, te taxeren of te schatten is
schatbaarder	=	schatbaar
schatbaardere	=	schatbaar
schatbaarders	=	schatbaar
schatbaars	=	schatbaar
schatbaarst	=	schatbaar
schatbaarste	=	schatbaar
schatbare	=	schatbaar
schatbewaarder	noun	iemand die zorgt voor het behoud van iets dat waardevol is
schatbewaarders	=	schatbewaarder
schatbewaardertje	=	schatbewaarder
schatbewaarster	=	schatbewaarder
schateiland	noun	eiland waarop een schat is begraven (door zeerovers)
schateilanden	=	schateiland
schateilandje	=	schateiland
schateilandjes	=	schateiland
schater	=	schateren
schaterde	=	schateren
schaterden	=	schateren
schatere	=	schateren
schateren	verb	luidkeels lachen
schaterend	adj	luid, doordringend lachend
schaterende	=	schateren
schaterends	=	schaterend
schaterendste	=	schaterend
schaterlach	noun	uiting van vreugde
schaterlache	=	schaterlachen
schaterlachen	verb	luidkeels lachen
schaterlachend	=	schaterlachen
schaterlachende	=	schaterlachen
schaterlachje	=	schaterlach
schaterlachjes	=	schaterlach
schaterlacht	=	schaterlachen
schaterlachte	=	schaterlachen
schaterlachten	=	schaterlachen
schatert	=	schateren
schatgraver	noun	persoon die een verborgen schat opgraaft
schatgravers	=	schatgraver
schatgravertje	=	schatgraver
schatgravertjes	=	schatgraver
schathemelrijk	adj	buitengewoon veel geld of eigendommen hebbend
schathemelrijke	=	schathemelrijk
schathemelrijker	=	schathemelrijk
schathemelrijkere	=	schathemelrijk
schathemelrijkers	=	schathemelrijk
schathemelrijks	=	schathemelrijk
schathemelrijkst	=	schathemelrijk
schathemelrijkste	=	schathemelrijk
schathemeltjerijk	adj|informal	buitengewoon veel geld of eigendommen hebbend
schathemeltjerijke	=	schathemeltjerijk
schathemeltjerijks	=	schathemeltjerijk
schatje	=	schat
schatjes	=	schat
schatkaart	noun	Een landkaart waarop je kunt aflezen waar een schat verborgen is.
schatkaarten	=	schatkaart
schatkaartje	=	schatkaart
schatkaartjes	=	schatkaart
schatkamer	noun	een kamer waar een schat wordt bewaard
schatkamers	=	schatkamer
schatkamertje	=	schatkamer
schatkamertjes	=	schatkamer
schatkist	noun	een kist waarin een schat bewaard wordt
schatkisten	=	schatkist
schatkistje	=	schatkist
schatkistjes	=	schatkist
schatmijn	noun|figurative	rijke vindplaats
schatmijnen	=	schatmijn
schatplichtig	adj	~ zijn aan: iets als inspiratiebron hebben en daarom daaraan dank verschuldigd zijn
schatplichtige	=	schatplichtig
schatplichtiger	=	schatplichtig
schatplichtigere	=	schatplichtig
schatplichtigers	=	schatplichtig
schatplichtigs	=	schatplichtig
schatplichtigst	=	schatplichtig
schatplichtigste	=	schatplichtig
schatrijk	adj	heel erg rijk, alsof diegene een schat bezit
schatrijke	=	schatrijk
schatrijker	=	schatrijk
schatrijkere	=	schatrijk
schatrijkers	=	schatrijk
schatrijks	=	schatrijk
schatrijkst	=	schatrijk
schatrijkste	=	schatrijk
schatte	=	schatten
schattebol	noun	geliefd persoon
schattebollen	=	schattebol
schattebolletje	=	schattebol
schattebolletjes	=	schattebol
schattebout	noun	koosnaam voor partner, lief kind
schattebouten	=	schattebout
schatteboutje	=	schattebout
schatteboutjes	=	schattebout
schatten	verb	naar waarde ~: op prijs stellen, waarderen
schattend	=	schatten
schattende	=	schatten
schatter	noun	persoon die een voorspelling doet over wat een waarneming of meting zou opleveren
schatters	=	schatter
schattig	adj|informal	leuk, aardig, enig
schattige	=	schattig
schattiger	=	schattig
schattigere	=	schattig
schattigers	=	schattig
schattigs	=	schattig
schattigst	=	schattig
schattigste	=	schattig
schatting	noun	onnauwkeurige meting
schattingen	=	schatting
schattingetje	=	schatting
schattingskosten	noun	geld dat men moet betalen om een schatting van de waarde van iets te laten bepalen door een taxateur
schattinkje	=	schatting
schattinkjes	=	schatting
schatvertrek	noun	een vertrek waar een schat wordt bewaard
schatvertrekje	=	schatvertrek
schatvertrekjes	=	schatvertrek
schatvertrekken	=	schatvertrek
schatzaal	noun	een zaal waar een schat wordt bewaard
schatzaaltje	=	schatzaal
schatzaaltjes	=	schatzaal
schatzalen	=	schatzaal
schatzoeken	verb	het speuren naar een verborgen voorwerp van grote waarde
schatzoeker	noun	iemand die voor zijn beroep of uit liefhebberij locaties onderzoekt om verborgen of verloren waardevolle, vaak historische voorwerpen te vinden; iemand die schatten opspoort
schatzoekers	=	schatzoeker
schatzoekertje	=	schatzoeker
schatzoekertjes	=	schatzoeker
schave	=	schaven
schaveel	=	schavelen
schaveelde	=	schavelen
schaveelden	=	schavelen
schaveelt	=	schavelen
schavele	=	schavelen
schavelen	verb	het almaar langs elkaar wrijven van touw of zeil waardoor snel slijtplekken ontstaan
schavelend	=	schavelen
schavelende	=	schavelen
schaveling	noun	houtkrul, schaafkrul(len), schaafsel
schavelingen	=	schaveling
schavelingetje	=	schaveling
schavelingetjes	=	schaveling
schaven	verb	gladmaken door middel van een schaaf
schavend	=	schaven
schavende	=	schaven
schaverdijn	noun	schaats
schaverdijnde	=	schaverdijnen
schaverdijnden	=	schaverdijnen
schaverdijne	=	schaverdijnen
schaverdijnen	verb	schaatsenrijden
schaverdijnend	=	schaverdijnen
schaverdijnende	=	schaverdijnen
schaverdijnt	=	schaverdijnen
schaverdijntje	=	schaverdijn
schaverdijntjes	=	schaverdijn
schavertje	noun	Stenobothrus stigmaticus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae
schavertjes	=	schavertje
schaviel	=	schavielen
schavielde	=	schavielen
schavielden	=	schavielen
schaviele	=	schavielen
schavielen	verb	het almaar langs elkaar wrijven van touw of zeil waardoor snel slijtplekken ontstaan
schavielend	=	schavielen
schavielende	=	schavielen
schavielt	=	schavielen
schavot	noun	een stellage [1] voorzien van een galg of een valbijl waar veroordeelden terechtgesteld worden/werden
schavotje	=	schavot
schavotjes	=	schavot
schavotpaal	noun	geselpaal
schavotpaaltje	=	schavotpaal
schavotpaaltjes	=	schavotpaal
schavotpalen	=	schavotpaal
schavotten	=	schavot
schavuit	noun	een persoon die kwaad bedrijft of in de zin heeft
schavuiten	=	schavuit
schavuitje	=	schavuit
schavuitjes	=	schavuit
schede	noun	houder waarin men een zwaard of mes kan steken
schedefonteinkruid	noun	Potamogeton pectinatus een plant uit de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae)
schedegeelster	noun	bepaald soort bolgewas, Gagea spathacea uit de leliefamilie (Liliaceae)
schedegeelsterren	=	schedegeelster
schedegeelsterretje	=	schedegeelster
schedegeelsterretjes	=	schedegeelster
schedel	noun	skelet van een mensenhoofd of van een dierenkop, dat vorm geeft aan het hoofd resp. de kop
schedelbases	=	schedelbasis
schedelbasis	noun	bodem van de hersenpan
schedelbasisfracturen	=	schedelbasisfractuur
schedelbasisfractuur	noun	botbreuk aan de onderzijde van de schedel die rust op de wervelkolom
schedelbasisfractuurtje	=	schedelbasisfractuur
schedelbasisfractuurtjes	=	schedelbasisfractuur
schedelbasisfraktuur	=	schedelbasisfractuur
schedelbasissen	=	schedelbasis
schedelboor	noun	boor voor schedeloperaties (trepanaties)
schedelboortje	=	schedelboor
schedelboortjes	=	schedelboor
schedelboren	=	schedelboor
schedelboring	noun	met behulp van een boor een opening maken in de schedel
schedelboringen	=	schedelboring
schedelbreuk	noun	een fractuur van de botten van de schedel
schedelbreuken	=	schedelbreuk
schedeldak	noun	de bovenkant van de schedel
schedeldaken	=	schedeldak
schedeldakje	=	schedeldak
schedeldakjes	=	schedeldak
schedeldrager	noun	Craniophora ligustri een nachtvlinder, die behoort tot de familie Noctuidae, de uilen.
schedeldragers	=	schedeldrager
schedeldragertje	=	schedeldrager
schedeldragertjes	=	schedeldrager
schedelfracturen	=	schedelfractuur
schedelfractuur	noun	een fractuur van de botten van de schedel
schedelfractuurtje	=	schedelfractuur
schedelfractuurtjes	=	schedelfractuur
schedelletsel	noun	beschadiging van de schedel (en de daarin gelegen hersenen) door uitwendig geweld
schedelletsels	=	schedelletsel
schedelligging	noun	de meest natuurlijke en voorkomende positie van een baby in de baarmoeder tegen het einde van de zwangerschap.
schedelliggingen	=	schedelligging
schedelligginkje	=	schedelligging
schedelligginkjes	=	schedelligging
schedelloos	adj	zonder gebeente dat hersenen omhult, zonder deel van het skelet dat hoofd of kop vormt
schedellooser	=	schedelloos
schedelloost	=	schedelloos
schedelloze	noun	benaming voor zeedieren uit de onderstam Cephalochordata
schedellozen	noun	een onderstam Cephalochordata
schedelmuren	=	schedelmuur
schedelmuur	noun	een rek waarop de schedels van mensenoffers publiekelijk tentoongesteld werden
schedelmuurtje	=	schedelmuur
schedelmuurtjes	=	schedelmuur
schedelrek	noun	een rek waarop de schedels van mensenoffers publiekelijk tentoongesteld werden
schedelrekje	=	schedelrek
schedelrekjes	=	schedelrek
schedelrekken	=	schedelrek
schedels	=	schedel
schedeltje	=	schedel
schedeltjes	=	schedel
schedeltrepanatie	noun	het doorboren van de schedel
schedeltrepanaties	=	schedeltrepanatie
scheden	=	schede
schedes	=	schede
schedestaartvleermuis	noun	zoogdier uit de familie Emballonuridae van vleermuizen uit tropische en subtropische gebieden over de gehele wereld.
schedestaartvleermuisje	=	schedestaartvleermuis
schedestaartvleermuisjes	=	schedestaartvleermuis
schedestaartvleermuizen	noun	Emballonuridae een familie van vleermuizen uit tropische en subtropische gebieden over de gehele wereld.
schedetje	=	schede
schedetjes	=	schede
schee	noun	schede, omhulsel
scheede	=	schede
scheef	adj	niet recht, niet onder een rechte hoek	noun	stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)
scheefbloem	noun	een geslacht Iberis van planten uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
scheefbloemen	=	scheefbloem
scheefbloemetje	=	scheefbloem
scheefbloemetjes	=	scheefbloem
scheefbloemwitje	noun	Pieris mannii een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes.
scheefbloemwitjes	=	scheefbloemwitje
scheefgegroeid	=	scheefgroeien
scheefgegroeide	=	scheefgroeien
scheefgehuurd	=	scheefhuren
scheefgeslagen	=	scheefslaan
scheefgetrokken	=	scheeftrekken
scheefgewerkt	=	scheefwerken
scheefgewoond	=	scheefwonen
scheefgezakt	adj	van iets dat het door dalen schuin is komen te staan of te liggen
scheefgezakte	=	scheefgezakt
scheefgezakter	=	scheefgezakt
scheefgezaktere	=	scheefgezakt
scheefgezakters	=	scheefgezakt
scheefgezakts	=	scheefgezakt
scheefgezaktst	=	scheefgezakt
scheefgezaktste	=	scheefgezakt
scheefgroei	noun	het scheefgroeien
scheefgroeide	=	scheefgroeien
scheefgroeiden	=	scheefgroeien
scheefgroeie	=	scheefgroeien
scheefgroeien	verb	op een verkeerde wijze groeien, tot iets scheefs verworden
scheefgroeiend	=	scheefgroeien
scheefgroeiende	=	scheefgroeien
scheefgroeit	=	scheefgroeien
scheefheden	=	scheefheid
scheefheid	noun	het scheef zijn
scheefhoren	noun	Lacuna vincta een slakkensoort uit de familie van de Littorinidae.
scheefhorens	=	scheefhoren
scheefhorentje	=	scheefhoren
scheefhorentjes	=	scheefhoren
scheefhure	=	scheefhuren
scheefhuren	verb	het huren van een huis waarvan de huur hoger of lager is dan zou passen bij het inkomen van de huurder
scheefhurend	=	scheefhuren
scheefhurende	=	scheefhuren
scheefhuur	noun	het verschijnsel dat iemand een woning huurt die eigenlijk niet past bij het inkomen dat iemand geniet (vooral een te lage huur van een sociale huurwoning bij een hoog inkomen)
scheefhuurde	=	scheefhuren
scheefhuurden	=	scheefhuren
scheefhuurder	noun	iemand die in een te goedkope sociale huurwoning woont bij een inkomen dat boven een bepaalde grens ligt #:▸ NRC Next checkte vorig jaar al de bewering dat in 1 op de 6 huurwoningen een scheefhuurder zit en concludeerde dat deze bewering klopt.
scheefhuurders	=	scheefhuurder
scheefhuurdertje	=	scheefhuurder
scheefhuurt	=	scheefhuren
scheefje	=	scheef
scheefjes	=	scheef
scheefkelk	noun	een geslacht Arabis van winterharde planten uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae).
scheefkelken	=	scheefkelk
scheefkelkje	=	scheefkelk
scheefkelkjes	=	scheefkelk
scheefs	=	scheef
scheefsla	=	scheefslaan
scheefslaan	verb	iets van iemand stelen
scheefslaand	=	scheefslaan
scheefslaande	=	scheefslaan
scheefslaat	=	scheefslaan
scheefsloeg	=	scheefslaan
scheefsloegen	=	scheefslaan
scheefsnavelplevier	noun	Anarhynchus frontalis een vogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
scheefsnavelplevieren	=	scheefsnavelplevier
scheefsnavelpleviertje	=	scheefsnavelplevier
scheefsnavelpleviertjes	=	scheefsnavelplevier
scheefst	=	scheef
scheefstand	noun	mate waarin iets scheef staat
scheefstanden	=	scheefstand
scheefste	=	scheef
scheefte	noun	de mate waarin iets scheef is (dus niet vlak of loodrecht)
scheeftes	=	scheefte
scheeftrek	=	scheeftrekken
scheeftrekke	=	scheeftrekken
scheeftrekken	verb	door trekken iets wat recht was scheef maken
scheeftrekkend	=	scheeftrekken
scheeftrekkende	=	scheeftrekken
scheeftrekking	noun	het uit de normale verhouding of stand raken van iets.
scheeftrekkingen	=	scheeftrekking
scheeftrekkinkje	=	scheeftrekking
scheeftrekkinkjes	=	scheeftrekking
scheeftrekt	=	scheeftrekken
scheeftrok	=	scheeftrekken
scheeftrokken	=	scheeftrekken
scheefvlek-korsetzweefvlieg	noun	Neoascia obliqua een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
scheefvlek-korsetzweefvliegen	=	scheefvlek-korsetzweefvlieg
scheefvlek-korsetzweefvliegje	=	scheefvlek-korsetzweefvlieg
scheefvlek-korsetzweefvliegjes	=	scheefvlek-korsetzweefvlieg
scheefvlekplatvoetje	noun	Platycheirus peltatus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
scheefvlekplatvoetjes	=	scheefvlekplatvoetje
scheefwerk	=	scheefwerken
scheefwerke	=	scheefwerken
scheefwerken	verb	iemand die werk verricht dat veel eenvoudiger is dan bij de opleiding van die persoon zou passen
scheefwerkend	=	scheefwerken
scheefwerkende	=	scheefwerken
scheefwerker	noun	persoon die werk doet op een niveau dat ver onder zijn of haar opleidingsniveau ligt
scheefwerkers	=	scheefwerker
scheefwerkt	=	scheefwerken
scheefwerkte	=	scheefwerken
scheefwerkten	=	scheefwerken
scheefwone	=	scheefwonen
scheefwonen	verb	in een goedkope huurwoning wonen terwijl men een relatief hoog inkomen heeft of in een dure terwijl men over een verhoudingsgewijs laag inkomen beschikt waarbij de politiek vooral de eerste groep wil aanpakken
scheefwonend	=	scheefwonen
scheefwonende	=	scheefwonen
scheefwoon	=	scheefwonen
scheefwoonboete	noun	bedrag dat een scheefhuurder extra moet betalen als hij of zij in een te goedkope sociale huurwoning woont
scheefwoonboeten	=	scheefwoonboete
scheefwoonboetes	=	scheefwoonboete
scheefwoonde	=	scheefwonen
scheefwoonden	=	scheefwonen
scheefwoont	=	scheefwonen
scheefzak	=	scheefzakken
scheefzakke	=	scheefzakken
scheefzakken	verb	door verzakken scheef te komen staan
scheefzakkend	=	scheefzakken
scheefzakkende	=	scheefzakken
scheefzakt	=	scheefzakken
scheefzakte	=	scheefzakken
scheefzakten	=	scheefzakken
scheel	noun	deksel	adj	het gebrek hebbend dat de oogassen niet op eenzelfde punt gericht kunnen worden
scheelde	=	schelen
scheelden	=	schelen
scheele	=	schele
scheelgezien	=	scheelzien
scheelhaar	noun|obsolete	benaming voor de vezels die uit de randen van de oogleden groeien
scheelhaartje	=	scheelhaar
scheelhaartjes	=	scheelhaar
scheelharen	=	scheelhaar
scheelogen	=	scheeloog
scheeloog	noun	iemand die scheel ziekt, iemand met strabismus
scheels	=	scheel
scheelst	=	scheel
scheelste	=	scheel
scheelt	=	schelen
scheeltje	=	scheel
scheeltjes	=	scheel
scheelzag	=	scheelzien
scheelzagen	=	scheelzien
scheelzie	=	scheelzien
scheelzien	noun	strabismus, oogziekte waarbij de ogen nier naar een zelfde punt gericht kunnen worden
scheelziend	=	scheelzien
scheelziende	=	scheelzien
scheelziet	=	scheelzien
scheen	noun	voorkant van het onderbeen van de mens tussen de knie en de enkel
scheenbeen	noun	het voorste van beide botten in het onderbeen van de mens
scheenbeenderen	=	scheenbeen
scheenbeentje	=	scheenbeen
scheenbeentjes	=	scheenbeen
scheenbenen	=	scheenbeen
scheenbeschermer	noun	kledingstuk dat onder de kousen voor het kwetsbare scheenbeen gedragen wordt bij sporten als voetbal, hockey en softbal
scheenbeschermers	=	scheenbeschermer
scheenplaatschildpadden	noun	een kleine familie Podocnemididae van schildpadden uit de superfamilie Pelomedusoidea
scheent	=	schijnen
scheentje	=	scheen
scheentjes	=	scheen
scheep	adv	naar, in, of op een boot; aan boord
scheepbouw	=	scheepsbouw
scheepje	=	schip
scheepjes	=	schip
scheepmaker	noun	bouwer van schepen
scheepmakers	=	scheepmaker
scheeps	adj	van het schip
scheepsactiviteit	noun	activiteit die men voor de passagiers van een schip heeft georganiseerd
scheepsactiviteiten	=	scheepsactiviteit
scheepsagenturen	=	scheepsagentuur
scheepsagentuur	noun	kantoor van een scheepsagent
scheepsagentuurtje	=	scheepsagentuur
scheepsagentuurtjes	=	scheepsagentuur
scheepsanker	noun	onderdeel van een vaartuig dat overboord wordt geworpen om dit vaartuig vast te leggen waar niet aangemeerd kan worden
scheepsankers	=	scheepsanker
scheepsankertje	=	scheepsanker
scheepsankertjes	=	scheepsanker
scheepsantenne	noun	antenne aan boord van een vaartuig
scheepsantennes	=	scheepsantenne
scheepsantennetje	=	scheepsantenne
scheepsantennetjes	=	scheepsantenne
scheepsarts	noun	dokter op een zeeschip
scheepsartsen	=	scheepsarts
scheepsartsje	=	scheepsarts
scheepsartsjes	=	scheepsarts
scheepsbel	noun	een koperen bel op een schip waarmee men de passagiers en bemanningsleden kan waarschuwen en groeten
scheepsbellen	=	scheepsbel
scheepsbelletje	=	scheepsbel
scheepsbelletjes	=	scheepsbel
scheepsbeschuit	noun	hard en droog beschuit dat lang bewaard kan worden en daarom zeer geschikt is voor zeereizen
scheepsbeschuiten	=	scheepsbeschuit
scheepsbetimmering	noun	de bekleding van een schip met houten panelen
scheepsbetimmeringen	=	scheepsbetimmering
scheepsbevrachter	noun	iemand die vooral op logistiek niveau bemiddelt tussen de reder en de verlader
scheepsbevrachters	=	scheepsbevrachter
scheepsbeweging	noun	een van zes vrijheidsgraden van beweging van een schip
scheepsbewegingen	=	scheepsbeweging
scheepsbeweginkje	=	scheepsbeweging
scheepsbeweginkjes	=	scheepsbeweging
scheepsbouw	noun	een specialisatie in de techniek waarin men zich bezighoudt met de bouw van schepen
scheepsbouwer	noun	persoon die schepen ontwerpt en bouwt
scheepsbouwers	=	scheepsbouwer
scheepsbouwindustrie	noun	de nijverheid die betrekking heeft op de scheepsbouw
scheepsbouwindustrieën	=	scheepsbouwindustrie
scheepsbuik	noun	ruim van een schip
scheepsbuiken	=	scheepsbuik
scheepsbuikje	=	scheepsbuik
scheepsbuikjes	=	scheepsbuik
scheepscontainer	noun	een gestandaardiseerde metalen kist voor het transport van losse goederen
scheepscontainers	=	scheepscontainer
scheepscontainertje	=	scheepscontainer
scheepscontainertjes	=	scheepscontainer
scheepsdek	noun	een dek van een schip, afgescheiden door horizontale afscheidingen.
scheepsdekje	=	scheepsdek
scheepsdekjes	=	scheepsdek
scheepsdekken	=	scheepsdek
scheepsdieselmotor	noun	machine waarin gasolie fijn verdeeld in cilinders wordt gespoten, waar zij door hoge druk en temperatuur vanzelf ontbrandt en via zuigerstangen een vaartuig in beweging brengt
scheepsdieselmotoren	=	scheepsdieselmotor
scheepsdokter	noun	dokter op een zeeschip
scheepsdokters	=	scheepsdokter
scheepsdoktertje	=	scheepsdokter
scheepsdoktertjes	=	scheepsdokter
scheepse	=	scheeps
scheepseigenaar	noun	iemand die één of meer schepen bezit
scheepseigenaars	=	scheepseigenaar
scheepseigenaren	=	scheepseigenaar
scheepshelling	noun	schuinoplopend bouwwerk waarop een schip gebouwd of gerepareerd kan worden
scheepshellingen	=	scheepshelling
scheepshistorisch	adj	betrekking hebbend op de geschiedenis van schepen en de scheepvaart
scheepshistorische	=	scheepshistorisch
scheepshistorischer	=	scheepshistorisch
scheepshistorischere	=	scheepshistorisch
scheepshistorischers	=	scheepshistorisch
scheepshond	noun	hond die een schip als tehuis heeft
scheepshonden	=	scheepshond
scheepshondje	=	scheepshond
scheepshondjes	=	scheepshond
scheepshoorn	noun	toeter op een schip waarmee men geluidssignalen kan produceren
scheepshoornen	=	scheepshoorn
scheepshoorns	=	scheepshoorn
scheepsjaag	=	scheepsjagen
scheepsjage	=	scheepsjagen
scheepsjagen	verb|obsolete	het door mens of dier vanaf de wal slepen van schuiten
scheepsjagend	=	scheepsjagen
scheepsjagende	=	scheepsjagen
scheepsjager	noun|historical	persoon die met zijn paard langs kanalen liep en zich met zijn paard verhuurde aan schippers om hun trekschuit voort te trekken
scheepsjagers	=	scheepsjager
scheepsjagertje	=	scheepsjager
scheepsjagertjes	=	scheepsjager
scheepsjongen	noun	jongen in de tienerleeftijd, die op een schip is aangesteld om als manusje-van-alles te werken voor de rest van de bemanning
scheepsjongens	=	scheepsjongen
scheepsjongentje	=	scheepsjongen
scheepsjongentjes	=	scheepsjongen
scheepsjongetje	=	scheepsjongen
scheepsjongetjes	=	scheepsjongen
scheepskapitein	noun	gezagvoerder van een schip
scheepskapiteinen	=	scheepskapitein
scheepskapiteins	=	scheepskapitein
scheepskist	noun	kist waarin een schepeling zijn persoonlijke eigendommen herbergt
scheepskisten	=	scheepskist
scheepskok	noun	iemand die de maaltijden op een schip verzorgt
scheepskokje	=	scheepskok
scheepskokken	=	scheepskok
scheepskoks	=	scheepskok
scheepskompas	noun	kompas op een schip, traditioneel de plek waar een kompas het meest gebruikt werd
scheepskompasje	=	scheepskompas
scheepskompasjes	=	scheepskompas
scheepskompassen	=	scheepskompas
scheepskost	noun	eten dat gebruikelijk is op een schip
scheepskosten	=	scheepskost
scheepslading	noun	de goederen die in het ruim van een vrachtschip vervoerd worden
scheepsladingen	=	scheepslading
scheepsladinkje	=	scheepslading
scheepsladinkjes	=	scheepslading
scheepslengte	noun	de totale lengte van een schip.
scheepslengten	=	scheepslengte
scheepslengtes	=	scheepslengte
scheepslengtetje	=	scheepslengte
scheepslengtetjes	=	scheepslengte
scheepslieden	noun	mensen die deel uitmaken van de bemanning van een vaartuig
scheepslui	noun	mensen die deel uitmaken van de bemanning van een vaartuig
scheepsluik	noun	een onderdeel van de luikenkap waarmee een scheepsruim wordt afgesloten
scheepsluiken	=	scheepsluik
scheepsluikje	=	scheepsluik
scheepsluikjes	=	scheepsluik
scheepsmakelaar	noun	een makelaar die zich bezig houdt met de verkoop van schepen
scheepsmakelaars	=	scheepsmakelaar
scheepsmakelaartje	=	scheepsmakelaar
scheepsmakelaartjes	=	scheepsmakelaar
scheepsmakelaren	=	scheepsmakelaar
scheepsmaker	noun	persoon die schepen ontwerpt en bouwt
scheepsmakers	=	scheepsmaker
scheepsramp	noun	groot ongeluk met één of meer schepen
scheepsrampen	=	scheepsramp
scheepsrampje	=	scheepsramp
scheepsrecht	noun	het recht zoals het op schepen (in volle zee) geldt
scheepsrechten	=	scheepsrecht
scheepsregister	noun	register waarin de voornaamste gegevens aangaande handelsschepen van de gehele wereld of een bepaald land worden geboekt
scheepsregisters	=	scheepsregister
scheepsregistertje	=	scheepsregister
scheepsregistertjes	=	scheepsregister
scheepsreis	noun	een reis gemaakt met een schip
scheepsreisje	=	scheepsreis
scheepsreisjes	=	scheepsreis
scheepsreizen	=	scheepsreis
scheepsromp	noun	het kale casco van een schip zonder tuig, machines, opbouw of inrichting; de buitenste laag van een schip
scheepsrompen	=	scheepsromp
scheepsrompje	=	scheepsromp
scheepsruim	noun	een ruimte voor het opslaan van goederen in een schip
scheepsruimen	=	scheepsruim
scheepsruimpje	=	scheepsruim
scheepsschroef	noun	propeller aan de achterkant van een schip die door de scheepsmotor wordt aangedreven en waardoor het schip vooruitbewogen wordt
scheepsschroefje	=	scheepsschroef
scheepsschroefjes	=	scheepsschroef
scheepsschroeven	=	scheepsschroef
scheepstelegraaf	noun	een scheepsinstrument waarmee de brug aan de machinekamer het toerental en de draairichting van de schroef aanvraagt
scheepstelegraafje	=	scheepstelegraaf
scheepstelegraafjes	=	scheepstelegraaf
scheepstelegrafen	=	scheepstelegraaf
scheepsterm	noun	term zoals gebruikt in de scheepvaart
scheepstermen	=	scheepsterm
scheepstermpje	=	scheepsterm
scheepstermpjes	=	scheepsterm
scheepstijding	noun	een bericht over de aankomst, vertrek of doorgang van schepen.
scheepstijdingen	=	scheepstijding
scheepstijdinkje	=	scheepstijding
scheepstijdinkjes	=	scheepstijding
scheepstimmerbedrijf	noun	onderneming die houten vaartuigen bouwt of het houtwerk maakt van schepen met een metalen of kunstof romp
scheepstimmerbedrijven	=	scheepstimmerbedrijf
scheepstoeter	noun	een toeter die op een schip is bevestigd
scheepstoeters	=	scheepstoeter
scheepstoetertje	=	scheepstoeter
scheepstoetertjes	=	scheepstoeter
scheepsvolk	noun	de bemanning van een schip
scheepsvolken	=	scheepsvolk
scheepsvolkeren	=	scheepsvolk
scheepsvolkje	=	scheepsvolk
scheepsvracht	noun	een lading goederen die in een schip past
scheepsvrachten	=	scheepsvracht
scheepsvrachtje	=	scheepsvracht
scheepsvrachtjes	=	scheepsvracht
scheepswand	noun	afscheiding tussen de romp van een vaartuig en het water eromheen
scheepswanden	=	scheepswand
scheepswerf	noun	een aan het water gelegen werkgebied waar schepen gebouwd worden
scheepswerfje	=	scheepswerf
scheepswerfjes	=	scheepswerf
scheepswerktuigkundige	noun	iemand die scheepsmachines controleert en repareert
scheepswerktuigkundigen	=	scheepswerktuigkundige
scheepswerven	=	scheepswerf
scheepsworm	noun	Psiloteredo megotara een tweekleppigensoort uit de familie van de Teredinidae.
scheepswormen	=	scheepsworm
scheepswormpje	=	scheepsworm
scheepswormpjes	=	scheepsworm
scheepswrak	noun	het overblijfsel van een verongelukt schip, dat niet meer te gebruiken is
scheepswrakje	=	scheepswrak
scheepswrakken	=	scheepswrak
scheept	=	schepen
scheepte	=	schepen
scheepten	=	schepen
scheepvaart	noun	het verkeer op het water
scheepvaartbedrijf	noun	een bedrijf dat schepen exploiteert
scheepvaartbedrijfje	=	scheepvaartbedrijf
scheepvaartbedrijfjes	=	scheepvaartbedrijf
scheepvaartbedrijven	=	scheepvaartbedrijf
scheepvaarten	=	scheepvaart
scheepvaartmusea	=	scheepvaartmuseum
scheepvaartmuseum	noun	organisatie die een collectie van voorwerpen en documentatie over de werking en de geschiedenis van vaartuigen beheert en tentoonstelt
scheepvaartmuseums	=	scheepvaartmuseum
scheepvaartroute	noun	waterweg voor scheepvaartverkeer
scheepvaartrouten	=	scheepvaartroute
scheepvaartroutes	=	scheepvaartroute
scheepvormig	adj	vorm van een schip hebbend
scheepvormige	=	scheepvormig
scheepvormiger	=	scheepvormig
scheepvormigere	=	scheepvormig
scheepvormigers	=	scheepvormig
scheepvormigs	=	scheepvormig
scheepvormigst	=	scheepvormig
scheepvormigste	=	scheepvormig
scheer	noun	een kleine nauwelijks uit de zee oprijzende rots of klein eiland
scheerapparaat	noun	apparaat dat gebruikt kan worden om zich te scheren
scheerapparaatje	=	scheerapparaat
scheerapparaatjes	=	scheerapparaat
scheerapparaten	=	scheerapparaat
scheerbekken	noun	bekken voor het scheerschuim dat barbiers gebruiken
scheerbekkens	=	scheerbekken
scheerbeurt	noun	gelegenheid waarbij iets of iemand eenmaal wordt geschoren
scheerbeurten	=	scheerbeurt
scheerde	=	scheren
scheerden	=	scheren
scheerder	noun	iets dat of iemand die scheert
scheerders	=	scheerder
scheerdoek	noun	doek die bij het scheren voorgebonden wordt
scheerdoeken	=	scheerdoek
scheergerei	noun	zaken die men nodig heeft bij het scheren
scheerkwast	noun	een dikke kwast waarmee men scheerzeep kan aanbrengen
scheerkwasten	=	scheerkwast
scheerkwastje	=	scheerkwast
scheerkwastjes	=	scheerkwast
scheerlijn	noun	lijn die langs bepaalde punten gespannen wordt, bv. tussen de hoekpunten van een vlieger, vanaf de hoekpunten van een tent enz.
scheerlijnen	=	scheerlijn
scheerlijntje	=	scheerlijn
scheerlijntjes	=	scheerlijn
scheerling	noun	Cicuta virosa o.a. benaming voor de waterscheerling
scheerlingen	=	scheerling
scheerlingroest	noun	Puccinia conii een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
scheerlingroesten	=	scheerlingroest
scheerlingroestje	=	scheerlingroest
scheerlingroestjes	=	scheerlingroest
scheerlings	adv	rakelings
scheerlingzaadgalmug	noun	Kiefferia pericarpiicola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
scheerlingzaadgalmuggen	=	scheerlingzaadgalmug
scheerlingzaadgalmuggetjes	=	scheerlingzaadgalmug
scheerlingzaadgalmugje	=	scheerlingzaadgalmug
scheermachine	noun	machine om mee te scheren
scheermachines	=	scheermachine
scheermes	noun	een bijzonder scherp mes waarmee men zich kan scheren
scheermesje	=	scheermes
scheermesjes	=	scheermes
scheermessen	=	scheermes
scheerpoeder	noun	ontharingsmiddel in de vorm van een fijngemalen vaste stof Voordat elektrisch scheren gangbaar werd veel gebruikt door joden die het voorschrift in Leviticus 19:27 wilden naleven.
scheerpoeders	=	scheerpoeder
scheerresultaat	noun	de uitkomst van een scheerbeurt
scheerresultaatje	=	scheerresultaat
scheerresultaatjes	=	scheerresultaat
scheerresultaten	=	scheerresultaat
scheerschuim	noun	cosmetisch product dat wordt gebruikt om tijdens het scheren de haren (baard, snor, benen of ander lichaamshaar) zachter en soepeler te maken, zodat het scheren een gladder resultaat geeft
scheerschuimpje	=	scheerschuim
scheerspiegel	noun	vergrotende spiegel die men gebruikt bij het scheren
scheerspiegels	=	scheerspiegel
scheerspiegeltje	=	scheerspiegel
scheerspiegeltjes	=	scheerspiegel
scheert	=	scheren
scheertje	=	scheer
scheertjes	=	scheer
scheerwater	noun	warm water waarmee je je gaat scheren, water dat overblijft na het scheren
scheerwinkel	noun	zaak waar mannen zich kunnen laten scheren
scheerwinkels	=	scheerwinkel
scheerwinkeltje	=	scheerwinkel
scheerwinkeltjes	=	scheerwinkel
scheerwol	noun	wol die van levende schapen geschoren is (dus niet van dode dieren en ook niet van oude wollen weefsels)
scheerzeep	noun	zeep die gebruikt wordt om tijdens het scheren de huid te beschermen
scheerzeepje	=	scheerzeep
scheerzepen	=	scheerzeep
scheet	noun	gasontlading uit de darm
scheetje	=	schee
scheetjes	=	scheet
scheetkussen	noun	een simpel, ouderwets grapkussen dat je stiekem op een stoel legt; wanneer iemand erop gaat zitten, produceert het een geluid dat klinkt alsof die persoon een scheet laat, bedoeld om mensen te laten lachen en voor de gek te houden
scheetkussens	=	scheetkussen
scheetkussentje	=	scheetkussen
scheetkussentjes	=	scheetkussen
scheeën	=	schee
scheg	noun	wigvormig stuk hout
schegbeeld	noun	boegbeeld
schegbeelden	=	schegbeeld
schegbeeldje	=	schegbeeld
schegbeeldjes	=	schegbeeld
schegge	noun	schuinafstaande balk in de langsrichting van een schip
scheggen	=	schegge
scheggetje	=	schegge
scheggetjes	=	schegge
scheghout	noun	houten wig waarmee de beitel in een schaaf wordt vastgeklemd
scheghouten	=	scheghout
scheghoutje	=	scheghout
scheghoutjes	=	scheghout
schegje	=	scheg
schegjes	=	scheg
schei	noun	een soort van buffer die de verticale beweging van de slagbeitel in een oliemolen opvangt
scheid	=	scheiden
scheidbaar	adj	in twee of meer onderdelen te splitsen
scheidbaarder	=	scheidbaar
scheidbaardere	=	scheidbaar
scheidbaarders	=	scheidbaar
scheidbaars	=	scheidbaar
scheidbaarst	=	scheidbaar
scheidbaarste	=	scheidbaar
scheidbare	=	scheidbaar
scheidde	=	scheiden
scheidden	=	scheiden
scheide	=	scheiden
scheiden	verb	in afzondering brengen
scheidend	=	scheiden
scheidende	=	scheiden
scheider	noun	apparaat wat iets kan scheiden van iets anders
scheiders	=	scheider
scheidertje	=	scheider
scheidertjes	=	scheider
scheiding	noun	het uiteenhalen van iets in zijn onderdelen
scheidingen	=	scheiding
scheidingsaxioma	noun	een aantal voorwaarden, die alle te maken hebben met de mogelijkheid of onmogelijkheid, verschillende elementen van een topologische ruimte te onderscheiden door middel van open verzamelingen
scheidingsaxioma's	=	scheidingsaxioma
scheidingsgalmug	noun	Mayetiola graminis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
scheidingsgalmuggen	=	scheidingsgalmug
scheidingsgalmugje	=	scheidingsgalmug
scheidingsgalmugjes	=	scheidingsgalmug
scheidingshuis	noun	tijdelijke huisvesting voor mensen die in scheiding liggen
scheidingshuizen	=	scheidingshuis
scheidingslijn	noun	een al dan niet denkbeeldige lijn die iets in twee groepen verdeelt
scheidingslijnen	=	scheidingslijn
scheidingslijntje	=	scheidingslijn
scheidingslijntjes	=	scheidingslijn
scheidingsmuren	=	scheidingsmuur
scheidingsmuur	noun	een muur die een ruimte in tweeën deelt
scheidingsmuurtje	=	scheidingsmuur
scheidingsmuurtjes	=	scheidingsmuur
scheidingsproces	noun	een rechtszaak betreffende de ontbinding van een huwelijk
scheidingsprocessen	=	scheidingsproces
scheidingsschakelaar	noun	schakelaar die alleen geschikt is om leidingen te onderbreken als er geen stroom door gaat
scheidingsschakelaars	=	scheidingsschakelaar
scheidingsschakelaartje	=	scheidingsschakelaar
scheidingsschakelaartjes	=	scheidingsschakelaar
scheidingstaart	noun	een taart die gemaakt/gekocht wordt om de echtscheiding te vieren
scheidingstaarten	=	scheidingstaart
scheidingstaartje	=	scheidingstaart
scheidingstaartjes	=	scheidingstaart
scheidingstransformator	noun	is een transformator die wordt toegepast om een galvanische scheiding tussen de primaire en secundaire wikkeling te bieden wat kan samenhangen met het aanwezig zijn van een aardverbinding
scheidingstransformatoren	=	scheidingstransformator
scheidingstransformators	=	scheidingstransformator
scheidingstransformatortje	=	scheidingstransformator
scheidingstransformatortjes	=	scheidingstransformator
scheidingsvlak	noun	vlak dat de scheiding vormt tussen twee gebieden
scheidingsvlakje	=	scheidingsvlak
scheidingsvlakjes	=	scheidingsvlak
scheidingsvlakken	=	scheidingsvlak
scheidingswand	noun	een muur die twee ruimtes in een gebouw van elkaar scheidt
scheidingswanden	=	scheidingswand
scheidingswandje	=	scheidingswand
scheidingswandjes	=	scheidingswand
scheidinkje	=	scheiding
scheidinkjes	=	scheiding
scheidlijn	=	scheidslijn
scheids	noun	scheidsrechter
scheidsen	=	scheids
scheidsgerecht	noun	particuliere instelling die optreedt als er sprake is van een conflict of meningsverschil
scheidsgerechten	=	scheidsgerecht
scheidslijn	noun	grens tussen twee gebieden
scheidslijnen	=	scheidslijn
scheidslijntje	=	scheidslijn
scheidsmuren	=	scheidsmuur
scheidsmuur	noun	muur die een scheiding tussen twee vertrekken vormt
scheidsmuurtje	=	scheidsmuur
scheidsmuurtjes	=	scheidsmuur
scheidsrechter	noun	lid van een scheidsgerecht
scheidsrechterlijk	adj	door een scheidsrechter (genomen beslissing); betrekking hebbend op een scheidsrechter
scheidsrechterlijke	=	scheidsrechterlijk
scheidsrechterlijker	=	scheidsrechterlijk
scheidsrechterlijkere	=	scheidsrechterlijk
scheidsrechterlijkers	=	scheidsrechterlijk
scheidsrechterlijks	=	scheidsrechterlijk
scheidsrechterlijkst	=	scheidsrechterlijk
scheidsrechterlijkste	=	scheidsrechterlijk
scheidsrechters	=	scheidsrechter
scheidsrechtersfluitje	noun	klein instrument waarmee een arbiter signalen kan geven doordat het een schrille toon voortbrengt wanneer erop geblazen wordt Ook gebruikt als benaming voor vergelijkbare signaalfluitjes.
scheidsrechtersfluitjes	=	scheidsrechtersfluitje
scheidsrechtersopleiding	noun	een gestructureerd traject, veelal aangeboden door sportbonden (zoals de KNVB, KNHB of schaakbond), waarmee deelnemers worden opgeleid tot bevoegde arbiters om sportwedstrijden in goede banen te leiden.
scheidsrechtersopleidingen	=	scheidsrechtersopleiding
scheidsrechtersopleidinkje	=	scheidsrechtersopleiding
scheidsrechtersopleidinkjes	=	scheidsrechtersopleiding
scheidsrechtersvereniging	noun	een organisatie voor personen die actief zijn in de arbitrage van een of meerdere sporten.
scheidsrechtersverenigingen	=	scheidsrechtersvereniging
scheidsrechtersverenigingetje	=	scheidsrechtersvereniging
scheidsrechtersverenigingetjes	=	scheidsrechtersvereniging
scheidsrechtertje	=	scheidsrechter
scheidsrechtertjes	=	scheidsrechter
scheidt	=	scheiden
scheien	=	schei
scheikunde	noun	wetenschap die zich bezig houdt met de studie van de samenstelling en de bouw van de stoffen, de chemische veranderingen die plaats vinden onder bepaalde omstandigheden en de wetmatigheden die daaruit voort vloeien
scheikundeboek	noun	een schoolboek dat gebruikt wordt in de scheikundeles en waarin chemie wordt behandeld.
scheikundeboeken	=	scheikundeboek
scheikundeboekje	=	scheikundeboek
scheikundeboekjes	=	scheikundeboek
scheikundeleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin de chemie wordt behandeld.
scheikundeleraars	=	scheikundeleraar
scheikundeleraartje	=	scheikundeleraar
scheikundeleraartjes	=	scheikundeleraar
scheikundeleraren	=	scheikundeleraar
scheikundelerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin de chemie wordt behandeld.
scheikundeleraresje	=	scheikundelerares
scheikundeleraresjes	=	scheikundelerares
scheikundeleraressen	=	scheikundelerares
scheikundeles	noun	een schoolvak waarin de chemie wordt behandeld.
scheikundelesje	=	scheikundeles
scheikundelesjes	=	scheikundeles
scheikundelessen	=	scheikundeles
scheikundelokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin de chemie wordt behandeld.
scheikundelokaaltje	=	scheikundelokaal
scheikundelokaaltjes	=	scheikundelokaal
scheikundelokalen	=	scheikundelokaal
scheikundeonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak scheikunde.
scheikundig	adj	dat wat tot de scheikunde behoort, volgens de scheikunde
scheikundige	noun	een wetenschapper die de scheikunde beoefent
scheikundigen	=	scheikundige
scheikundiger	=	scheikundig
scheikundigere	=	scheikundig
scheikundigers	=	scheikundig
scheikundigs	=	scheikundig
scheikundigst	=	scheikundig
scheikundigste	=	scheikundig
scheit	noun	jong van een geit en een ram
scheiten	=	scheit
scheitje	=	schei
scheitjes	=	schei
scheitrechter	noun	een stuk glaswerk in de vorm van een trechter met stop erop en een kraantje aan de onderkant, dat gebruikt wordt om niet-mengbare vloeistoffen te scheiden
scheitrechters	=	scheitrechter
scheitrechtertje	=	scheitrechter
scheitrechtertjes	=	scheitrechter
schel	noun	bel met hoge toon	adj	hoog en doordringend van klank, schril, snerpend
scheld	=	schelden
scheldbrief	noun	schriftelijk boodschap die hoofdzakelijk uit afbrekende kritiek en verwensingen bestaat
scheldbriefje	=	scheldbrief
scheldbriefjes	=	scheldbrief
scheldbrieven	=	scheldbrief
schelde	=	schel
scheldedorp	noun	een dorp dat aan de rivier de Schelde gelegen is
scheldedorpen	=	scheldedorp
scheldedorpje	=	scheldedorp
scheldedorpjes	=	scheldedorp
schelden	verb	krenkende of beledigende woorden uitspreken op heftige of ruwe toon
scheldend	adj	bezig zijnd met het luid roepen van krachttermen
scheldende	=	schelden
scheldends	=	scheldend
schelder	noun	iemand die scheldt
schelders	=	schelder
scheldkanonnade	noun	stortvloed van boze uitroepen
scheldkanonnades	=	scheldkanonnade
scheldpartij	noun	de keer dat er flink gescholden wordt
scheldpartijen	=	scheldpartij
scheldpartijtje	=	scheldpartij
scheldpartijtjes	=	scheldpartij
scheldt	=	schelden
scheldwoord	noun	een term die bedoeld is om iets of iemand te beledigen
scheldwoorden	=	scheldwoord
scheldwoordenboek	noun	woordenboek met scheldwoorden
scheldwoordenboeken	=	scheldwoordenboek
scheldwoordje	=	scheldwoord
scheldwoordjes	=	scheldwoord
schele	noun	iemand waarvan de ogen niet in dezelfde richting lijken te staan
schelen	verb	een verschil maken
schelend	=	schelen
schelende	=	schelen
scheler	=	scheel
schelere	=	scheel
schelers	=	scheel
schelf	noun	opgestapelde hoop (hooi, stro, vlas...)
schelfje	=	schelf
schelfjes	=	schelf
schelheden	=	schelheid
schelheid	noun	met grote felheid, scherpheid en te weinig nuance
schelknop	noun	knop waarmee men een bel kan later rinkelen
schelknopje	=	schelknop
schelknopjes	=	schelknop
schelknoppen	=	schelknop
schelkoord	noun	touw waaraan men kan trekken om personeel d.m.v. een bel te laten weten dat men ze nodig heeft
schelkoorden	=	schelkoord
schelkoordje	=	schelkoord
schelkoordjes	=	schelkoord
schellak	noun	harsachtige massa die uitgezweet wordt door de lakschildluis (Coccus lacca of Laccifer lacca)
schellakken	=	schellak
schelle	=	schel
schellekoord	noun	koord waaraan je kunt trekken om personeel te laten komen
schellekoorden	=	schellekoord
schellekoordje	=	schellekoord
schellen	=	schel
schellenbomen	=	schellenboom
schellenboom	noun	instrument dat bestaat uit verticale steel met dwarshouten en versieringen waaraan belletjes hangen; gebruikt door muziekkorpsen
schellenboompje	=	schellenboom
schellenboompjes	=	schellenboom
schellend	=	schel
schellende	=	schel
scheller	=	schel
schellere	=	schel
schellers	=	schel
schelletje	=	schel
schelletjes	=	schel
schelling	noun	oude Nederlandse munt van zilver met een waarde van zes stuivers en in Vlaanderen van 12 groten of 1/20 van één livre
schellingen	=	schelling
schellinkje	=	schelling
schellinkjes	=	schelling
schelm	noun	misdadiger, schurk zn [1]
schelmachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van een schelm
schelmachtige	=	schelmachtig
schelmachtiger	=	schelmachtig
schelmachtigere	=	schelmachtig
schelmachtigers	=	schelmachtig
schelmachtigs	=	schelmachtig
schelmachtigst	=	schelmachtig
schelmachtigste	=	schelmachtig
schelmen	=	schelm
schelmenroman	noun	een roman over een opgroeiend kind dat aan de zelfkant van de samenleving leeft
schelmenromannetje	=	schelmenroman
schelmenromannetjes	=	schelmenroman
schelmenromans	=	schelmenroman
schelmenstreek	noun	een handeling die past bij kwajongens, een vaak grappige, maar ondeugende handeling
schelmenstreekje	=	schelmenstreek
schelmenstreekjes	=	schelmenstreek
schelmenstreken	=	schelmenstreek
schelmpje	=	schelm
schelmpjes	=	schelm
schelms	adj	van een persoon dat hij grappig maar ook brutaal is
schelmse	=	schelms
schelmser	=	schelms
schelmsere	=	schelms
schelmsers	=	schelms
schelmst	=	schelms
schelmste	=	schelms
schelp	noun	uit kalk (calciet en/of aragoniet) en andere mineralen bestaand, gewoonlijk uitwendig skelet, dat door een weekdier (stam der Mollusca) wordt aangemaakt
schelpdier	noun	weekdier dat in een schelp leeft
schelpdieren	=	schelpdier
schelpdiertje	=	schelpdier
schelpdiertjes	=	schelpdier
schelpen	=	schelp
schelpenpaadje	=	schelpenpad
schelpenpaadjes	=	schelpenpad
schelpenpad	noun	kleine weg die verhard is met schelpen
schelpenpaden	=	schelpenpad
schelpenpadje	=	schelpenpad
schelpenpadjes	=	schelpenpad
schelpenteldag	noun	dag waarop schelpen op het strand geteld worden om een beeld te krijgen van de zeefauna
schelpenteldagen	=	schelpenteldag
schelpenvisser	noun|historical	iemand die schelpen vist.
schelpenvissers	=	schelpenvisser
schelpenvissertje	=	schelpenvisser
schelpenvissertjes	=	schelpenvisser
schelphoorn	noun	spiraalvormig gewonden schaal van een weekdier, die gebruikt wordt als eenvoudig blaasinstrument
schelphoornen	=	schelphoorn
schelphoorns	=	schelphoorn
schelphoorntje	=	schelphoorn
schelphoorntjes	=	schelphoorn
schelpje	=	schelp
schelpjes	=	schelp
schelpjesmolenaar	noun	molenaar die schelpen maalt vanwege de kalk
schelpjesmolenaars	=	schelpjesmolenaar
schelpjesmolenaartje	=	schelpjesmolenaar
schelpjesmolenaartjes	=	schelpjesmolenaar
schelpkalk	noun	kalk gebrand uit schelpen
schelpkalkoven	noun	oven voor de fabricage van metselkalk uit strandschelpen (schelpkalk)
schelpkalkovens	=	schelpkalkoven
schelpkalkoventje	=	schelpkalkoven
schelpkalkoventjes	=	schelpkalkoven
schelpkleur	noun	de kleur van schelpen
schelpkleuren	=	schelpkleur
schelpkleurig	adj	de kleur van schelpen hebbend
schelpkleurige	=	schelpkleurig
schelpkleurigs	=	schelpkleurig
schelpkleurtje	=	schelpkleur
schelpkleurtjes	=	schelpkleur
schelpkokerworm	noun	Lanice conchilega een borstelworm uit de familie Terebellidae.
schelpkokerwormen	=	schelpkokerworm
schelpkokerwormpje	=	schelpkokerworm
schelpkokerwormpjes	=	schelpkokerworm
schelpnet	noun	net geschikt voor het vissen van schelpen
schelpnetje	=	schelpnet
schelpnetjes	=	schelpnet
schelpnetten	=	schelpnet
schelprits	noun	rug of bank van schelpen die evenwijdig aan de kust ligt
schelpritsen	=	schelprits
schelpvormig	adj	vorm van een schelp hebbend
schelpvormige	=	schelpvormig
schelpvormiger	=	schelpvormig
schelpvormigere	=	schelpvormig
schelpvormigers	=	schelpvormig
schelpvormigs	=	schelpvormig
schelpvormigst	=	schelpvormig
schelpvormigste	=	schelpvormig
schelpzand	noun	zand gemaakt van het gruis van schelpen
schelring	noun	kleine metalen schijven of belletjes die aan een hoepel zijn bevestigd, zoals bij een tamboerijn of een beatring
schelringen	=	schelring
schelringetje	=	schelring
schelringetjes	=	schelring
schels	=	schel
schelst	=	schel
schelste	=	schel
schelt	=	schel
scheltopusik	noun	Pseudopus apodus een hagedis uit de familie hazelwormen (Anguidae)
scheltopusikje	=	scheltopusik
scheltopusikjes	=	scheltopusik
scheltopusiks	=	scheltopusik
scheluw	adj	niet geheel vlak, bijvoorbeeld door kromtrekking
scheluwe	=	scheluw
scheluwer	=	scheluw
scheluwere	=	scheluw
scheluwers	=	scheluw
scheluws	=	scheluw
scheluwst	=	scheluw
scheluwste	=	scheluw
scheluwte	noun	de mate waarin een voorwerp niet vlak meer (scheluw) is door kromtrekking
schelven	=	schelf
schelvis	noun	bepaald soort kabeljauwachtige consumptievis, Melanogrammus aeglefinus
schelvisje	=	schelvis
schelvisjes	=	schelvis
schelvissen	=	schelvis
schema	noun	een goed uitgewerkt plan
schema's	=	schema
schemaatje	=	schema
schemaatjes	=	schema
schemamot	noun	Gnorimoschema herbichii een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
schemamotje	=	schemamot
schemamotjes	=	schemamot
schemamotten	=	schemamot
schemata	=	schema
schematisch	adj	volgens een schema
schematische	=	schematisch
schematischer	=	schematisch
schematischere	=	schematisch
schematischers	=	schematisch
schematischt	=	schematisch
schematischte	=	schematisch
schematiseer	=	schematiseren
schematiseerde	=	schematiseren
schematiseerden	=	schematiseren
schematiseeren	=	schematiseren
schematiseert	=	schematiseren
schematisere	=	schematiseren
schematiseren	verb	schematisch voorstellen
schematiserend	=	schematiseren
schematiserende	=	schematiseren
schematisering	noun	het schematiseren
schematiseringen	=	schematisering
schematiserinkje	=	schematisering
schematiserinkjes	=	schematisering
schemel	noun	lage bank of stoel zonder rugleuning
schemels	=	schemel
schemeltje	=	schemel
schemeltjes	=	schemel
schemer	noun	de periode van verminderend licht tussen dag en nacht
schemerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van de schemer
schemerachtige	=	schemerachtig
schemerachtiger	=	schemerachtig
schemerachtigere	=	schemerachtig
schemerachtigers	=	schemerachtig
schemerachtigs	=	schemerachtig
schemerachtigst	=	schemerachtig
schemerachtigste	=	schemerachtig
schemeravond	noun	het deel van de avond waarop het nog schemert
schemeravonden	=	schemeravond
schemeravondje	=	schemeravond
schemeravondjes	=	schemeravond
schemerbladroller	noun	Epagoge grotiana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
schemerbladrollers	=	schemerbladroller
schemerbladrollertje	=	schemerbladroller
schemerbladrollertjes	=	schemerbladroller
schemerde	=	schemeren
schemerden	=	schemeren
schemerdonker	noun	het halfduister vlak voor zonsondergang	adj	een helderheid hebbend die lijkt op het halfduister van de schemering
schemerdonkere	=	schemerdonker
schemerdonkers	=	schemerdonker
schemerduister	noun	het halfduister vlak voor zonsondergang	adj	een helderheid hebbend die lijkt op het halfduister van de schemering
schemerduistere	=	schemerduister
schemerduisters	=	schemerduister
schemere	=	schemeren
schemeren	verb	donker of licht worden, tussen licht en donker zijn
schemerend	=	schemeren
schemerende	=	schemeren
schemergebied	noun	zaken waarvan het niet helemaal duidelijk is of het wel eerlijk en of legaal is
schemergebieden	=	schemergebied
schemergebiedje	=	schemergebied
schemergebiedjes	=	schemergebied
schemergetal	noun	getal dat het scheidend vermogen van een kijker aangeeft in relatie tot de lichtsterkte
schemergetallen	=	schemergetal
schemergetalletje	=	schemergetal
schemergetalletjes	=	schemergetal
schemerhaai	noun	Carcharhinus obscurus een haai uit de familie van de requiemhaaien
schemerhaaien	=	schemerhaai
schemerhaaitje	=	schemerhaai
schemerhaaitjes	=	schemerhaai
schemerig	adj	wat minder helder licht vlak voordat het avond wordt
schemerige	=	schemerig
schemeriger	=	schemerig
schemerigere	=	schemerig
schemerigers	=	schemerig
schemerigs	=	schemerig
schemerigst	=	schemerig
schemerigste	=	schemerig
schemering	noun	toestand tussen dag en nacht, fase binnen een etmaal waarin het noch helemaal licht noch helemaal donker is
schemeringen	=	schemering
schemeringsschakelaar	noun	schakelaar waardoor een verlichtingsinstallatie automatisch wordt ingeschakeld, resp. uitgeschakeld bij een bepaalde graad van helderheid van de omgeving
schemeringsschakelaars	=	schemeringsschakelaar
schemeringsschakelaartje	=	schemeringsschakelaar
schemeringsschakelaartjes	=	schemeringsschakelaar
schemerlamp	noun	lamp die een zacht, schemerachtig licht verspreidt
schemerlampen	=	schemerlamp
schemerlampje	=	schemerlamp
schemerlampjes	=	schemerlamp
schemerlibel	noun	Boyeria irene een echte libel uit de familie van de glazenmakers (Aeshnidae).
schemerlibellen	noun	Boyeria een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de glazenmakers (Aeshnidae)
schemerlibelletje	=	schemerlibel
schemerlibelletjes	=	schemerlibel
schemerlicht	noun	flauw licht in de vroege ochtend of de late avond
schemerlichten	=	schemerlicht
schemerlichtje	=	schemerlicht
schemerlichtjes	=	schemerlicht
schemeroorlog	noun	oorlog waarin geen openlijke vijandelijkheden plaatsvinden
schemeroorlogen	=	schemeroorlog
schemeroorlogje	=	schemeroorlog
schemeroorlogjes	=	schemeroorlog
schemers	=	schemer
schemerschakelaar	noun	een apparaat waarbij een lichtgevoelig component, afhankelijk van de gedetecteerde lichtsterkte, de uitgang ervan activeert of deactiveert.
schemerschakelaars	=	schemerschakelaar
schemerschakelaartje	=	schemerschakelaar
schemerschakelaartjes	=	schemerschakelaar
schemert	=	schemeren
schemertje	=	schemer
schemertoestand	noun	een toestand van gedesorganiseerd bewustzijn, met gedaalde helderheid en perceptie en soms desoriëntatie
schemertoestanden	=	schemertoestand
schemerwereld	noun	een omgeving waarin alles onduidelijk en onveilig is
schemerwerelden	=	schemerwereld
schemerwereldje	=	schemerwereld
schemerwereldjes	=	schemerwereld
schemerzone	noun	gebied tussen licht en donker in
schemerzones	=	schemerzone
schempig	adj|obsolete	met minachtinɡ, op een respectloze manier
schempige	=	schempig
schempiger	=	schempig
schempigere	=	schempig
schempigers	=	schempig
schempigs	=	schempig
schempigst	=	schempig
schempigste	=	schempig
schempscheut	=	schimpscheut
schend	=	schenden
schendblaadje	=	schendblad
schendblaadjes	=	schendblad
schendblad	noun	krant of tijdschrift waarin vaak de eer van mensen wordt aangetast
schendbladen	=	schendblad
schende	=	schenden
schenden	verb	iets niet in acht nemen
schendend	=	schenden
schendende	=	schenden
schender	noun	iemand die schendt (bederft, verderft, aantast of beschadigt)
schenderij	noun	het schenden, de schandelijke daden
schenderijen	=	schenderij
schenders	=	schender
schendig	adj	een beschadiging van de goede naam veroorzakend
schendige	=	schendig
schendiger	=	schendig
schendigere	=	schendig
schendigers	=	schendig
schendigs	=	schendig
schendigst	=	schendig
schendigste	=	schendig
schending	noun	het schenden van iets, het inbreuk maken
schendingen	=	schending
schendinkje	=	schending
schendinkjes	=	schending
schendt	=	schenden
schene	=	schijnen
schenen	=	scheen
schenk	=	schenken
schenke	=	schenken
schenkel	noun	onderbeen bij de mens, tussen knie en voet
schenkelbeen	noun	bot in het onderbeen, vooral het zwaarste bot dat knie en enkel verbindt
schenkelbeenderen	=	schenkelbeen
schenkelbenen	=	schenkelbeen
schenkeldijk	noun	korte dijk die een dwarsverbinding vormt tussen twee dicht bij elkaar gelegen dijken
schenkeldijken	=	schenkeldijk
schenkeldijkje	=	schenkeldijk
schenkeldijkjes	=	schenkeldijk
schenkels	=	schenkel
schenkeltje	=	schenkel
schenkeltjes	=	schenkel
schenken	verb	overdragen van bezit aan iemand anders (zonder tegenprestatie)
schenkend	=	schenken
schenkende	=	schenken
schenker	noun	iemand die iets cadeau geeft aan een ander
schenkers	=	schenker
schenking	noun	het schenken
schenkingen	=	schenking
schenkingsbelasting	noun	heffing die je moet betalen over zeer grote giften die je van een ander persoon krijgt Deze belasting kan worden gezien als een vervanging van de successiebelasting die op de erfenis van die persoon zou worden geheven.
schenkingsbelastingen	=	schenkingsbelasting
schenkingsrecht	noun	heffing die je moet betalen over zeer grote giften die je van een ander persoon krijgt Deze belasting kan worden gezien als een vervanging van de successiebelasting die op de erfenis van die persoon zou worden geheven.
schenkingsrechten	=	schenkingsrecht
schenkingsrechtje	=	schenkingsrecht
schenkingsrechtjes	=	schenkingsrecht
schenkinkje	=	schenking
schenkinkjes	=	schenking
schenkkan	noun	serviesgoed om vloeistof te bewaren en over te gieten, meestal in de vorm van een rond vat van stevig materiaal, dat boven smaller is dan onder en zo gemaakt is dat het goed met één hand kan worden vastgehouden en aan de bovenkant een opening met een schenktuit heeft
schenkkannen	=	schenkkan
schenkkannetje	=	schenkkan
schenkkannetjes	=	schenkkan
schenkkurk	noun	kurk met een pijpje dat het schenken van de wijn of andere drank vergemakkelijkt
schenkkurken	=	schenkkurk
schenkstroop	noun	dikke, nog net vloeibare, zoete vloeistof
schenkstropen	=	schenkstroop
schenkt	=	schenken
schenktuit	noun	spits toelopende uitstulping bovenaan een vat met vloeistof, bedoeld om de inhoud ervan uit te gieten
schenktuiten	=	schenktuit
schenktuitje	=	schenktuit
schenktuitjes	=	schenktuit
schennen	verb	schenden
schennend	=	schennen
schennende	=	schennen
schenner	noun	iemand die schent (of schendt)
schenners	=	schenner
schennertje	=	schenner
schennis	noun	inbreuk maken op, schending
schennispleging	noun	schennis van de eerbaarheid; het openbaar vertonen van aanstootgevend seksueel gedrag of naaktheid, waarmee de openbare zeden worden geschonden.
schennisplegingen	=	schennispleging
schennispleginkje	=	schennispleging
schennispleginkjes	=	schennispleging
schennissen	=	schennis
schep	noun	lepelvormig werktuig waarmee een hoeveelheid vast materiaal verplaatst kan worden
schepbek	noun	afwijkende vorm van een snavel waarbij de bovensnavel niet over, maar in de ondersnavel valt
schepbekken	noun	platte bak waaruit je gemakkelijk kleinere hoeveelheden water kunt halen
schepbekkens	=	schepbekken
schepe	=	schepen
schepel	noun	oude inhoudsmaat voor droge stoffen
schepeling	noun	bemanningslid van een schip
schepelingen	=	schepeling
schepels	=	schepel
schepeltje	=	schepel
schepeltjes	=	schepel
schepen	verb	zich inschepen	noun	lid van het dagelijks bestuur van een gemeente
schepenbank	noun	middeleeuws bestuursorgaan dat van een koning of feodale heer bepaalde taken en bevoegdheden had gekregen, met name lagere rechtspraak, handhaven van de orde en het bezegelen en bewaren van privaatrechtelijke documenten.
schepenbanken	=	schepenbank
schepenbrief	noun	oorkonde uitgevaardigd door de schepenen
schepenbrieven	=	schepenbrief
schepencollege	noun	college van burgemeester en schepenen
schepencolleges	=	schepencollege
schepend	=	schepen
schepende	=	schepen
schependom	noun	het schepen zijn
schepenen	=	schepen
schepenhuis	noun	de locatie waarin de schepenbank haar vergaderingen hield
schepenhuizen	=	schepenhuis
schepenkamer	noun	gerechtszaal waarin de schepenen zitting hielden
schepenkamers	=	schepenkamer
schepenkennis	noun	schuldbekentenis voor schepenen opgemaakt
schepenkennissen	=	schepenkennis
schepenlift	noun	installatie bestaande uit een platform dat aan een aantal liersystemen hangt, dat in verticale zin onder water wordt gelaten; vervolgens vaart het schip boven het platform, wordt gepositioneerd en het platform met schip omhoog getrokken
schepenliften	=	schepenlift
schepenliftje	=	schepenlift
schepenliftjes	=	schepenlift
schepentje	=	schepen
scheper	noun	schaapherder
schepers	=	scheper
schepertje	=	scheper
schepertjes	=	scheper
schepijs	noun	ijs dat met een ijsschep uit een grote bak wordt geschept
schepijsje	=	schepijs
schepijsjes	=	schepijs
schepje	=	schep
schepjes	noun	Philinidae een familie van kleine tot middelgrote weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken) en de orde Cephalaspidea.
schepkophamerhaai	noun	Sphyrna media een vis uit de familie van hamerhaaien (Sphyrnidae), orde roofhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het westen en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan en het oosten en het zuidoosten van de Grote Oceaan.
schepkophamerhaaien	=	schepkophamerhaai
schepkophamerhaaitje	=	schepkophamerhaai
schepkophamerhaaitjes	=	schepkophamerhaai
scheplepel	noun	een lange, grote en diepe lepel bedoeld voor het opdienen van soep, groenten e.d
scheplepels	=	scheplepel
scheplepeltje	=	scheplepel
scheplepeltjes	=	scheplepel
schepnet	noun	een zakvormig net aan een beugel met een stok
schepnetje	=	schepnet
schepnetjes	=	schepnet
schepnetten	=	schepnet
scheppe	=	scheppen
scheppen	verb	met lepel of spaan een hoeveelheid materiaal uit iets (bijv. een vat) naar boven halen, of het juist daarin doen
scheppend	adj	iets (kunstzinnigs) makend
scheppende	=	scheppen
scheppends	=	scheppend
schepper	noun	iemand die iets maakt, ontdekt of in het leven roept
scheppers	=	schepper
scheppertje	=	schepper
scheppertjes	=	schepper
schepping	noun	iets nieuws dat uit het niets gemaakt is
scheppingen	=	schepping
scheppingsboek	noun	Bijbelse boek Genesis; de naam van een religieus boek over het ontstaan van de wereld
scheppingsdrang	noun	de onbedwingbare neiging om iets te maken
scheppingsproces	noun	handelingen die leiden tot de productie van iets (kunstzinnigs)
scheppingsprocessen	=	scheppingsproces
scheppingstheorie	noun	een leer over de schepping van de wereld
scheppingstheorieën	=	scheppingstheorie
scheppingsverhaal	noun	een religieus / mythisch verhaal hoe de wereld, de mensen en de goden ontstaan zijn
scheppingsverhaaltje	=	scheppingsverhaal
scheppingsverhaaltjes	=	scheppingsverhaal
scheppingsverhalen	=	scheppingsverhaal
scheppinkje	=	schepping
scheppinkjes	=	schepping
scheprad	noun	rad met schoepen waarmee water uit iets geschept wordt of waardoor iets in beweging gebracht wordt
schepraderen	=	scheprad
schepradje	=	scheprad
schepradjes	=	scheprad
schepsel	noun	creatuur; iets dat gemaakt is
schepselen	=	schepsel
schepsels	=	schepsel
schepseltje	=	schepsel
schepseltjes	=	schepsel
schept	=	scheppen
schepte	=	scheppen
schepten	=	scheppen
schere	=	scheren
scheren	verb	met een schaar of mes de huid van haar ontdoen
scherend	=	scheren
scherende	=	scheren
scherenkust	noun	kust met tal van rotseilandjes en klippen ervoor zoals men bijv. in Zweden kan aantreffen
scherenkusten	=	scherenkust
scherf	noun	onregelmatig gevormd stuk materie dat deel heeft uitgemaakt van een groter geheel
scherfbom	noun	vliegtuigbom met scherfwerking
scherfbommen	=	scherfbom
scherfbommetje	=	scherfbom
scherfbommetjes	=	scherfbom
scherfgranaat	noun	uit elkaar springende granaat
scherfgranaten	=	scherfgranaat
scherfje	=	scherf
scherfjes	=	scherf
scherfvest	noun	een beschermend kledingstuk dat militairen dragen om het bovenlichaam te beschermen tegen rondvliegende metaaldeeltjes, zoals scherven van granaten of artillerie
scherfvesten	=	scherfvest
scherfvrij	adj	niet in scherven uiteenvallend
scherfvrije	=	scherfvrij
scherfvrijer	=	scherfvrij
scherfvrijere	=	scherfvrij
scherfvrijers	=	scherfvrij
scherfvrijs	=	scherfvrij
scherfvrijst	=	scherfvrij
scherfvrijste	=	scherfvrij
scherfwerend	adj	van een materiaal, kledingstuk of constructie dat het bescherming biedt tegen rondvliegende scherven, splinters of fragmenten, bijvoorbeeld afkomstig van een explosie, granaat of munitie
scherfwerende	=	scherfwerend
scherfwerender	=	scherfwerend
scherfwerendere	=	scherfwerend
scherfwerenders	=	scherfwerend
scherfwerends	=	scherfwerend
scherfwerendst	=	scherfwerend
scherfwerendste	=	scherfwerend
schering	noun	op een weefgetouw de in verticale richting parallel opgespannen draden
scheringen	=	schering
scherinkje	=	schering
scherinkjes	=	schering
scherm	noun	soort van doek zn wat iets anders aan het zicht moet onttrekken, of gebruikt wordt ter bescherming
schermafbeelding	noun	een statische afbeelding ('foto') van wat er op een bepaald moment zichtbaar is op (een deel van) een beeldscherm
schermafbeeldingen	=	schermafbeelding
schermafbeeldinkje	=	schermafbeelding
schermafbeeldinkjes	=	schermafbeelding
schermafdruk	noun	een afdruk van wat er op een bepaald moment zichtbaar is op (een deel van) een beeldscherm
schermafdrukje	=	schermafdruk
schermafdrukjes	=	schermafdruk
schermafdrukken	=	schermafdruk
schermapneu	noun	verstoring van de ademhaling door de spanning bij het lezen van berichten op internet
schermapneus	=	schermapneu
schermbedrijf	noun	een dekmantelbedrijf dat dient om vermogen/inkomsten af te schermen van de fiscus en zo belasting te ontwijken
schermbedrijfje	=	schermbedrijf
schermbedrijfjes	=	schermbedrijf
schermbedrijven	=	schermbedrijf
schermbeveiliging	noun	is een voorziening in een computer die ervoor zorgt dat het beeld dat op het beeldscherm wordt vertoond na een bepaalde tijd van inactiviteit regelmatig van positie zal veranderen
schermbeveiligingen	=	schermbeveiliging
schermbloem	noun	plant waarbij de bloemen in een scherm verenigd zijn
schermbloembladgalmug	noun	Macrolabis heraclei een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
schermbloembladgalmuggen	=	schermbloembladgalmug
schermbloembladgalmuggetjes	=	schermbloembladgalmug
schermbloembladgalmugje	=	schermbloembladgalmug
schermbloemdwergspanner	noun	Eupithecia tripunctaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
schermbloemdwergspanners	=	schermbloemdwergspanner
schermbloemdwergspannertje	=	schermbloemdwergspanner
schermbloemdwergspannertjes	=	schermbloemdwergspanner
schermbloemen	=	schermbloem
schermbloemenfamilie	noun	een familie Apiaceae van bedektzadige planten, meestal aromatische met holle stengels.
schermbloemenfamilietje	=	schermbloemenfamilie
schermbloemenroest	noun	Puccinia angelicae een autoecische roest die tot de Basidiomycota behoort.
schermbloemenroesten	=	schermbloemenroest
schermbloemenroestje	=	schermbloemenroest
schermbloemenroestjes	=	schermbloemenroest
schermbloemzandbij	noun	Andrena nitidiuscula een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
schermbloemzandbijen	=	schermbloemzandbij
schermbloemzandbijtje	=	schermbloemzandbij
schermbloemzandbijtjes	=	schermbloemzandbij
schermde	=	schermen
schermden	=	schermen
scherme	=	schermen
schermen	noun	achter de schermen: in het verborgene	verb	volgens regels een oefengevecht houden met een blank wapen of een stok
schermend	=	schermen
schermende	=	schermen
schermer	noun	een beoefenaar van de schermsport
schermers	=	schermer
schermertje	=	schermer
schermertjes	=	schermer
schermfoto	noun	een statische afbeelding ('foto') van wat er op een bepaald moment zichtbaar is op (een deel van) een beeldscherm
schermfoto's	=	schermfoto
schermfotootje	=	schermfoto
schermfotootjes	=	schermfoto
schermgebruik	noun	de hoeveelheid tijd die iemand besteedt aan apparaten met een beeldscherm, zoals smartphones, tablets, computers en televisies
schermhavikskruid	noun	bepaald soort in België en Nederland vrij algemeen voorkomende plant, Hieracium umbellatum uit de composietenfamilie (Asteraceae)
schermkunst	noun	het kunnen schermen; de kennis en de vaardigheid van het schermen
schermkunsten	=	schermkunst
schermles	noun	training waarin men leert schermen
schermlessen	=	schermles
schermmeester	noun	iemand die les geeft in het schermen
schermmeesters	=	schermmeester
schermolijfwilg	noun	Elaeagnus umbellata een plantensoort uit het geslacht Elaeagnus binnen de duindoornfamilie (Elaeagnaceae).
schermolijfwilgen	=	schermolijfwilg
schermolijfwilgje	=	schermolijfwilg
schermolijfwilgjes	=	schermolijfwilg
schermopname	noun	een foto van wat er op een bepaald moment zichtbaar is op (een deel van) een beeldscherm
schermopnamen	=	schermopname
schermopnames	=	schermopname
schermpagina	noun	een statische afbeelding ("foto") van wat er op een bepaald moment zichtbaar is op (een deel van) een beeldscherm
schermpagina's	=	schermpagina
schermpje	=	scherm
schermpjes	=	scherm
schermrooster	noun	rooster dat de anode afschermt en dient ter vermindering van de capaciteit tussen anode en stuurrooster
schermroosters	=	schermrooster
schermroostertje	=	schermrooster
schermroostertjes	=	schermrooster
schermscheefbloem	noun	Iberis umbellata een eenjarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicacea).
schermscheefbloemen	=	schermscheefbloem
schermscheefbloemetje	=	schermscheefbloem
schermscheefbloemetjes	=	schermscheefbloem
schermscholen	=	schermschool
schermschool	noun	inrichting of zaal waar men zich oefent in de schermsport
schermschooltje	=	schermschool
schermschooltjes	=	schermschool
schermsport	noun	schermen als sportieve bezigheid
schermster	noun	vrouwelijke vorm van schermer
schermsters	=	schermster
schermstertje	=	schermster
schermstertjes	=	schermster
schermt	=	schermen
schermtijd	noun	de tijd dat men op een computerscherm of telefoonscherm kijkt
schermtijden	=	schermtijd
schermutsel	=	schermutselen
schermutselde	=	schermutselen
schermutselden	=	schermutselen
schermutsele	=	schermutselen
schermutselen	verb	op kleine schaal gevechten houden
schermutselend	=	schermutselen
schermutselende	=	schermutselen
schermutseling	noun	een kleinschalig gewapend treffen
schermutselingen	=	schermutseling
schermutselingetje	=	schermutseling
schermutselt	=	schermutselen
schermverbod	noun	wettelijke regeling die aangeeft dat men ergens geen televisieschermen mag plaatsen
schermverboden	=	schermverbod
schermvereniging	noun	een sportclub waar de vechtsport schermen wordt beoefend.
schermverenigingen	=	schermvereniging
schermverenigingetje	=	schermvereniging
schermverenigingetjes	=	schermvereniging
schermvliegen	noun	met een parachute door de lucht zweven, paragliding
schermvormig	adj	vorm van een scherm hebbend
schermvormige	=	schermvormig
schermvormiger	=	schermvormig
schermvormigere	=	schermvormig
schermvormigers	=	schermvormig
schermvormigs	=	schermvormig
schermvormigst	=	schermvormig
schermvormigste	=	schermvormig
scherp	adj	goed snijdend	noun	punt of snijdende rand van een wapen of gereedschap
scherpbandbladroller	noun	Paramesia gnomana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
scherpbandbladrollers	=	scherpbandbladroller
scherpbandbladrollertje	=	scherpbandbladroller
scherpbandbladrollertjes	=	scherpbandbladroller
scherpe	=	scherp
scherpen	verb	scherp maken
scherpend	=	scherpen
scherpende	=	scherpen
scherper	noun	iets of iemand die iets scherp maakt
scherpere	=	scherp
scherpers	=	scherp
scherpertje	=	scherper
scherpgesteld	=	scherpstellen
scherpgestelde	=	scherpstellen
scherpheden	=	scherpheid
scherpheid	noun	de eigenschap hebbende scherp te zijn
scherphoekbandspanner	noun	Euphyia unangulata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
scherphoekbandspanners	=	scherphoekbandspanner
scherphoekbandspannertje	=	scherphoekbandspanner
scherphoekbandspannertjes	=	scherphoekbandspanner
scherphoekgrasmot	noun	Crambus hamella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
scherphoekgrasmotje	=	scherphoekgrasmot
scherphoekgrasmotjes	=	scherphoekgrasmot
scherphoekgrasmotten	=	scherphoekgrasmot
scherphoekvedermot	noun	Amblyptilia acanthadactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
scherphoekvedermotje	=	scherphoekvedermot
scherphoekvedermotjes	=	scherphoekvedermot
scherphoekvedermotten	=	scherphoekvedermot
scherpkruid	noun	Asperugo procumbens een eenjarige plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) en is de enige soort van het geslacht Asperugo.
scherpkruiden	=	scherpkruid
scherpkruidje	=	scherpkruid
scherpkruidjes	=	scherpkruid
scherprechter	noun	traditioneel de uitvoerder van van overheidswege opgelegde lijfstraffen en aangesteld om ter dood veroordeelden te executeren
scherprechters	=	scherprechter
scherprechtertje	=	scherprechter
scherprechtertjes	=	scherprechter
scherpriekend	adj	een zeer sterke, indringende en vaak onaangename geur verspreidend
scherpriekende	=	scherpriekend
scherpriekender	=	scherpriekend
scherpriekendere	=	scherpriekend
scherpriekenders	=	scherpriekend
scherpriekends	=	scherpriekend
scherpriekendst	=	scherpriekend
scherpriekendste	=	scherpriekend
scherps	=	scherp
scherpschietvereniging	noun	organisatie van mensen die zich toeleggen op het raken van doelen op grote afstand met vuurwapens; vereniging van scherpschutters
scherpschietverenigingen	=	scherpschietvereniging
scherpschutter	noun	iemand die op grote afstand met een geweer het object kan raak schieten
scherpschutters	=	scherpschutter
scherpschuttertje	=	scherpschutter
scherpschuttertjes	=	scherpschutter
scherpslijper	noun	iemand die zaken te precies stelt en daarmee tegenstellingen onnodig vergroot
scherpslijpers	=	scherpslijper
scherpsnavel	noun	Oxyruncus cristatus een vogel uit de familie der scherpsnavels (Oxyruncidae).
scherpsnavels	noun	een familie Oxyruncidae van schreeuwvogels die is afgesplitst van de familie Tityridae op grond van in 2009 gepubliceerd fylogenetisch onderzoek.
scherpsnaveltje	=	scherpsnavel
scherpsnaveltjes	=	scherpsnavel
scherpsnuittoonhaai	noun	Mustelus dorsalis een haai uit de familie van de gladde haaien
scherpsnuittoonhaaien	=	scherpsnuittoonhaai
scherpsnuittoonhaaitje	=	scherpsnuittoonhaai
scherpsnuittoonhaaitjes	=	scherpsnuittoonhaai
scherpst	=	scherp
scherpste	=	scherp
scherpstel	=	scherpstellen
scherpstelde	=	scherpstellen
scherpstelden	=	scherpstellen
scherpstelle	=	scherpstellen
scherpstellen	verb	zo instellen dat dat een scherp beeld ontstaat.
scherpstellend	=	scherpstellen
scherpstellende	=	scherpstellen
scherpstelt	=	scherpstellen
scherpt	=	scherpen
scherpte	noun	mate van scherpheid
scherptediepte	noun	de afstand tussen de dichtstbijzijnde en verste punten die met acceptabele scherpte worden afgebeeld
scherptediepten	=	scherptediepte
scherptedieptes	=	scherptediepte
scherptediepteschaal	noun	inrichting aan een camera waarmee men de scherpte kan regelen
scherptediepteschaaltje	=	scherptediepteschaal
scherptediepteschaaltjes	=	scherptediepteschaal
scherptediepteschalen	=	scherptediepteschaal
scherpten	=	scherpen
scherptes	=	scherpte
scherptetje	=	scherpte
scherptetjes	=	scherpte
scherpvinluipaardhaai	noun	Triakis acutipinna een haai uit de familie van de gladde haaien
scherpvinluipaardhaaien	=	scherpvinluipaardhaai
scherpvinluipaardhaaitje	=	scherpvinluipaardhaai
scherpvinluipaardhaaitjes	=	scherpvinluipaardhaai
scherpzinnig	adj	snel en goed nadenkend en handelend
scherpzinnige	=	scherpzinnig
scherpzinniger	=	scherpzinnig
scherpzinnigere	=	scherpzinnig
scherpzinnigers	=	scherpzinnig
scherpzinnigheden	=	scherpzinnigheid
scherpzinnigheid	noun	de mate waarin met goed kan nadenken
scherpzinnigs	=	scherpzinnig
scherpzinnigst	=	scherpzinnig
scherpzinnigste	=	scherpzinnig
scherts	noun	grappige of speelse beschouwing of opvatting
schertse	=	schertsen
schertsen	verb	als grap opmerken
schertsend	adj	op een grappige manier spottend
schertsende	=	schertsen
schertsender	=	schertsend
schertsendere	=	schertsend
schertsenders	=	schertsend
schertsenderwijs	adv	met een onschuldige grap
schertsenderwijze	adv	op een schertsende manier
schertsends	=	schertsend
schertsendst	=	schertsend
schertsendste	=	schertsend
schertsfiguren	=	schertsfiguur
schertsfiguur	noun	iemand die niet ernstig genomen wordt en die men ook niet serieus hoeft te nemen
schertsfiguurtje	=	schertsfiguur
schertsfiguurtjes	=	schertsfiguur
schertsje	=	scherts
schertsjes	=	scherts
schertst	=	schertsen
schertste	=	schertsen
schertsten	=	schertsen
schertsvertoning	noun	een onzinnige gebeurtenis waar je maar het beste om kunt lachen
schertsvertoningen	=	schertsvertoning
schertsvertoninkje	=	schertsvertoning
schertsvertoninkjes	=	schertsvertoning
schertsvuurwerk	noun	vuurwerk uit de lichtere categorie (F1) dat speciaal is ontworpen om veilig te worden gebruikt door kinderen onder toezicht van een volwassene
scherven	=	scherf
schervengericht	noun	een stemprocedure in de Atheense democratie in de Ekklèsia (Volksvergadering) om politieke leiders (generaals) die men te machtig vond voor één, vijf, tien of twintig jaar te verbannen, ostracisme
schervengerichten	=	schervengericht
scherzo	noun	vrolijk muziekstuk
scherzo's	=	scherzo
schete	=	schijten
scheten	=	scheet
schetenlater	noun	iemand die een of meer buikwinden laat ontsnappen
schetenlaters	=	schetenlater
schets	noun	grove tekening of vertelling zonder details
schetsblok	noun	een boek of blocnote met blanco vellen papier, bedoeld om snel ideeën, concepten, of tekeningen in vast te leggen (schetsen) met materialen als potlood, houtskool, of fineliners
schetsblokje	=	schetsblok
schetsblokjes	=	schetsblok
schetsblokken	=	schetsblok
schetsboek	noun	boek of schrift met blanco vellen papier, dat geschikt is voor het maken van tekeningen
schetsboeken	=	schetsboek
schetsboekje	=	schetsboek
schetsboekjes	=	schetsboek
schetse	=	schetsen
schetsen	verb	met een minimum van pennenstreken een voorlopige en gewoonlijk uitwisbare afbeelding van iets maken
schetsend	=	schetsen
schetsende	=	schetsen
schetsje	=	schets
schetsjes	=	schets
schetsmatig	adj	van iets dat het alleen maar de hoofdlijnen weergeeft zonder verdere detaillering of uitwerking
schetsmatige	=	schetsmatig
schetsmatiger	=	schetsmatig
schetsmatigere	=	schetsmatig
schetsmatigers	=	schetsmatig
schetsmatigs	=	schetsmatig
schetsmatigst	=	schetsmatig
schetsmatigste	=	schetsmatig
schetsontwerp	noun	ontwerp in schets, niet gedetailleerd
schetsontwerpen	=	schetsontwerp
schetsontwerpje	=	schetsontwerp
schetsontwerpjes	=	schetsontwerp
schetsrol	noun	een rol papier die specifiek bedoeld is voor het maken van snelle, voorlopige tekeningen of ontwerpen
schetsrollen	=	schetsrol
schetsrolletje	=	schetsrol
schetsrolletjes	=	schetsrol
schetst	=	schetsen
schetste	=	schetsen
schetsten	=	schetsen
schetter	=	schetteren
schetterde	=	schetteren
schetterden	=	schetteren
schettere	=	schetteren
schetteren	verb	lawaai maken zoals een ekster
schetterend	=	schetteren
schetterende	=	schetteren
schettert	=	schetteren
scheuchzeriafamilie	noun	een familie Scheuchzeriaceae van eenzaadlobbige bloeiende planten.
scheuchzeriafamilies	=	scheuchzeriafamilie
scheuchzeriafamilietje	=	scheuchzeriafamilie
scheuchzeriafamilietjes	=	scheuchzeriafamilie
scheuk	=	scheuken
scheuke	=	scheuken
scheuken	verb	zich ~: zich schurken, zich wrijven
scheukend	=	scheuken
scheukende	=	scheuken
scheukpaal	noun	paal waaraan dieren zich kunnen schuren als zij jeuk hebben
scheukpaaltje	=	scheukpaal
scheukpaaltjes	=	scheukpaal
scheukpalen	=	scheukpaal
scheukt	=	scheuken
scheukte	=	scheuken
scheukten	=	scheuken
scheur	noun	een kloof in een vlies of weefsel
scheurbuik	noun	ziekte die vroeger veel voorkwam bij zeevarenden, veroorzaakt door een ernstig en langdurig tekort aan vitamine C (ascorbinezuur), zich o.a. kenmerkend door bloedend gezwollen tandvlees, blauwe vlekken, bloeding van huid en slijmvliezen en extreme zwakte.
scheurde	=	scheuren
scheurden	=	scheuren
scheure	=	scheuren
scheuren	verb	in twee of meer delen trekken
scheurend	=	scheuren
scheurende	=	scheuren
scheuring	noun	het krijgen van een scheur
scheuringen	=	scheuring
scheurinkje	=	scheuring
scheurinkjes	=	scheuring
scheurkalender	noun	een kalender waarbij er voor iedere dag een bladzijde is die je afscheurt als de dag voorbij is
scheurkalenders	=	scheurkalender
scheurkalenderstandaard	noun	een handige houder, vaak gemaakt van hout, metaal of kunststof, waarmee je een scheurkalender stabiel op een bureau, tafel of kast kunt neerzetten
scheurkalenderstandaarden	=	scheurkalenderstandaard
scheurkalenderstandaardje	=	scheurkalenderstandaard
scheurkalenderstandaardjes	=	scheurkalenderstandaard
scheurkalenderstandaards	=	scheurkalenderstandaard
scheurkalendertje	=	scheurkalender
scheurkalendertjes	=	scheurkalender
scheurland	noun	tot bouwland omgeploegd weiland
scheurlanden	=	scheurland
scheurlandje	=	scheurland
scheurlandjes	=	scheurland
scheurlijn	noun	rand waarlangs iets is losgescheurd
scheurlijnen	=	scheurlijn
scheurlijntje	=	scheurlijn
scheurlijntjes	=	scheurlijn
scheurlijst	noun	een politieke partij met een (zeer) kleine achterban
scheurlijsten	=	scheurlijst
scheurmaakster	=	scheurmaker
scheurmaker	noun	een ruziemaker, iemand die verdeeldheid zaait
scheurmakers	=	scheurmaker
scheurmakertje	=	scheurmaker
scheurmakertjes	=	scheurmaker
scheurmand	noun	mand waarin men overbodige papieren kan gooien
scheurmanden	=	scheurmand
scheurpartij	noun	een met veel te hoge snelheid gereden rit
scheurpartijen	=	scheurpartij
scheurpartijtje	=	scheurpartij
scheurpartijtjes	=	scheurpartij
scheurt	=	scheuren
scheurtje	=	scheur
scheurtjes	=	scheur
scheurwond	noun	door scheuren ontstane wond
scheurwonden	=	scheurwond
scheurwondje	=	scheurwond
scheurwondjes	=	scheurwond
scheut	noun	een nieuw groeisel aan een plant
scheuteling	noun	jong varken dat geen moedermelk meer drinkt
scheutelingen	=	scheuteling
scheuten	=	scheut
scheutig	adj	gul, onbekrompen, royaal
scheutige	=	scheutig
scheutiger	=	scheutig
scheutigere	=	scheutig
scheutigers	=	scheutig
scheutigs	=	scheutig
scheutigst	=	scheutig
scheutigste	=	scheutig
scheutist	noun	lid van de congregatie van het onbevlekte hart van Maria; de missionarissen van Scheut; een katholieke congregatie van religieuze missionarissen
scheutisten	=	scheutist
scheutje	=	scheut
scheutjes	=	scheut
scheve	=	scheef
scheven	=	scheef
schever	=	scheef
schevere	=	scheef
schevers	=	scheef
schibbolet	=	sjibbolet
schibolet	=	sjibbolet
schicht	noun	plotselinge sterke lichtstraal zoals bij de bliksel
schichten	=	schicht
schichtig	adj	opeens schokkende bewegingen makend uit zenuwachtigheid	adv	op schichtige wijze
schichtige	=	schichtig
schichtiger	=	schichtig
schichtigere	=	schichtig
schichtigers	=	schichtig
schichtigs	=	schichtig
schichtigst	=	schichtig
schichtigste	=	schichtig
schichtje	=	schicht
schichtjes	=	schicht
schie	noun	spie, wig
schiedammer	noun	inwoner van Schiedam, stad in Zuid-Holland	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Schiedam
schiedammers	=	schiedammer
schiedammertje	=	schiedammer
schiedammertjes	=	schiedammer
schiedamse	=	schiedammer
schiefer	noun	grijs, zacht gesteente dat uit laagjes bestaat, vaak gebruikt voor dakbedekking
schiefers	=	schiefer
schielieden	=	schieman
schielijk	adj	verouderend: plotseling
schielijke	=	schielijk
schielijker	=	schielijk
schielijkere	=	schielijk
schielijkers	=	schielijk
schielijks	=	schielijk
schielijkst	=	schielijk
schielijkste	=	schielijk
schieloos	adj	zonder haast
schieloost	=	schieloos
schielooste	=	schieloos
schieloze	=	schieloos
schielozer	=	schieloos
schielozere	=	schieloos
schielozers	=	schieloos
schielui	=	schieman
schieman	noun	zeevarende die belast is met de zorg voor het tuig van een (zeil)schip
schiemande	=	schiemannen
schiemanden	=	schiemannen
schiemanne	=	schiemannen
schiemannen	verb	werkzaamheden verrichten aan het touwwerk van een schip
schiemannend	=	schiemannen
schiemannende	=	schiemannen
schiemansgaren	noun	henneptouw met meerdere strengen
schiemansgarens	=	schiemansgaren
schiemant	=	schiemannen
schiep	=	scheppen
schiepe	=	scheppen
schiepen	=	scheppen
schiept	=	scheppen
schier	noun	stuk hout	adj	wittig grauwgrijs
schieraal	noun	paairijpe paling
schieralen	=	schieraal
schiere	=	schier
schiereiland	noun	een landmassa die voor het grootste deel door water omgeven wordt, en slechts op (relatief) smalle verbinding heeft met het vasteland
schiereilanden	=	schiereiland
schiereilandje	=	schiereiland
schiereilandjes	=	schiereiland
schiering	noun	kostenraming
schieringen	=	schiering
schieringetje	=	schiering
schieringetjes	=	schiering
schierlijk	adj	schielijk
schierlijke	=	schierlijk
schierlijks	=	schierlijk
schiermonnikoger	noun	een inwoner van Schiermonnikoog, of iemand afkomstig uit Schiermonnikoog
schiermonnikogers	=	schiermonnikoger
schiermonnikoogs	adj	op Schiermonnikoog betrekking hebbend
schiermonnikoogse	noun	een vrouwelijke inwoner van Schiermonnikoog, of een vrouw afkomstig uit Schiermonnikoog
schiermonnikoogsen	=	schiermonnikoogse
schiers	=	schier
schierzand	noun	fijne zandlaag met een grijzige kleur
schieschuit	noun	soort trekschuit
schieschuiten	=	schieschuit
schieschuitje	=	schieschuit
schieschuitjes	=	schieschuit
schiet	=	schieten
schietbaan	noun	terrein, ingericht voor het schieten naar een doel
schietbaantje	=	schietbaan
schietbaantjes	=	schietbaan
schietbanen	=	schietbaan
schiete	=	schieten
schieten	verb	een projectiel afvuren met een wapen
schietend	adj	heel snel gaand
schietende	=	schieten
schietender	=	schietend
schietendere	=	schietend
schietenders	=	schietend
schietends	=	schietend
schietendst	=	schietend
schietendste	=	schietend
schieter	noun	iemand die een projectiel met grote snelheid laat wegvliegen (m.n. uit een vuurwapen)
schieters	=	schieter
schietgaatje	=	schietgat
schietgat	noun	een opening in een muur van een kasteel, vesting of bunker waardoor geschoten kan worden op de vijand
schietgaten	=	schietgat
schietgebed	noun	kort en haastig opgezegd gebed, bijvoorbeeld wanneer er iets belangrijks staat te gebeuren of in een acute noodsituatie
schietgebedeken	=	schietgebed
schietgebeden	=	schietgebed
schietgebedje	=	schietgebed
schietgebedjes	=	schietgebed
schietgraag	adj	iemand die snel een vuurwapen wil gebruiken
schietgraags	=	schietgraag
schietgraagst	=	schietgraag
schietgraagste	=	schietgraag
schietgrage	=	schietgraag
schietgrager	=	schietgraag
schietgragere	=	schietgraag
schietgragers	=	schietgraag
schietijzer	noun|informal	een wapen waarmee men kogels kan afvuren
schietijzers	=	schietijzer
schietijzertje	=	schietijzer
schietincident	noun	ongeval waarbij geschoten is met een vuurwapen
schietincidenten	=	schietincident
schieting	noun	een receptie met een hapje en drankje bij de (ouders van de) verloofden thuis, in de week voor het huwelijk, veelal op de vooravond van het huwelijk waarbij men ook vuurwerk afsteekt
schietingen	=	schieting
schietkans	noun	mogelijkheid om tot een doelgericht schot te komen
schietkansen	=	schietkans
schietkansje	=	schietkans
schietkansjes	=	schietkans
schietkraam	noun	schiettent
schietkraampje	=	schietkraam
schietkraampjes	=	schietkraam
schietkramen	=	schietkraam
schietlap	noun	in de ene hand gehouden gaffel met veerkrachtig materiaal gespannen tussen de uiteinden dat met de andere hand achteruit wordt getrokken om er een steentje of kogeltje mee weg te schieten
schietlapje	=	schietlap
schietlapjes	=	schietlap
schietlappen	=	schietlap
schietlapschieten	verb	proberen een doelwit te raken met een knikker uit een katapult
schietlapschietend	=	schietlapschieten
schietlapschietende	=	schietlapschieten
schietles	noun	een les waarin men leert schieten en omgaan met een vuurwapen
schietlessen	=	schietles
schietloden	=	schietlood
schietlood	noun	een draad met loden balletje om de loodrechte stand van iets te onderzoeken
schietloodje	=	schietlood
schietloodjes	=	schietlood
schietmot	noun	benaming voor insecten uit de orde Trichoptera, waarvan de larven in kokers leven
schietmotten	noun	een orde Trichoptera van gevleugelde insecten die behoren tot de zich verpoppende insecten (Endopterygota).
schietpartij	noun	een confrontatie waarbij partijen elkaar beschieten
schietpartijen	=	schietpartij
schietpartijtje	=	schietpartij
schietpartijtjes	=	schietpartij
schietproef	noun	praktisch onderzoek van een vuurwapen
schietproeven	=	schietproef
schietschijf	noun	een ronde schijf waarop men schiet, vaak om te oefenen of als sport
schietschijfje	=	schietschijf
schietschijfjes	=	schietschijf
schietschijfstroomrog	noun	Diplobatis ommata een kraakbeenvis, een soort uit het geslacht Diplobatis en de familie van de stroomroggen (Narcinidae) die voorkomt in het oostelijk deel van de Grote Oceaan van de kust bij Californië tot Ecuador (zie kaartje).<br
schietschijfstroomroggen	=	schietschijfstroomrog
schietschijfstroomroggetje	=	schietschijfstroomrog
schietschijfstroomroggetjes	=	schietschijfstroomrog
schietschijfstroomrogje	=	schietschijfstroomrog
schietschijfstroomrogjes	=	schietschijfstroomrog
schietschijven	=	schietschijf
schietscholen	=	schietschool
schietschool	noun	instelling waar onderricht in het schieten wordt gegeven
schietschooltje	=	schietschool
schietschooltjes	=	schietschool
schietschouw	noun	kleine platboomde schuit
schietschouwen	=	schietschouw
schietspektakel	noun	feestelijke schietwedstrijd
schietspektakels	=	schietspektakel
schietspektakeltje	=	schietspektakel
schietspektakeltjes	=	schietspektakel
schietspel	noun	overkoepelende term voor verschillende subgenres van actiespellen waar het schieten van wapens, zoals vuurwapens of bogen, centraal staat
schietspelen	=	schietspel
schietspellen	=	schietspel
schietspelletje	=	schietspel
schietspelletjes	=	schietspel
schietspoel	noun	een draaibare klos in een schuitje [2] die bij het weven door het vak van de ketting geworpen wordt om het inslaggaren aan te brengen
schietspoelen	=	schietspoel
schietspoeltje	=	schietspoel
schietspoeltjes	=	schietspoel
schietsport	noun	De schietsport bestaat uit een aantal competitieve sporten waarin nauwkeurigheid, snelheid en het type geweer/pistool of doel het verschil maken.
schietsporten	=	schietsport
schietsportvereniging	noun	een sportclub waar sportschutters trainen in de schietsport met vuurwapens of luchtdrukwapens.
schietsportverenigingen	=	schietsportvereniging
schietsportverenigingetje	=	schietsportvereniging
schietsportverenigingetjes	=	schietsportvereniging
schietstoel	noun	een systeem dat doorgaans in militaire vliegtuigen wordt toegepast om de piloot of andere bemanningsleden te redden als het toestel onbestuurbaar is geworden
schietstoelen	=	schietstoel
schietstoeltje	=	schietstoel
schietstoeltjes	=	schietstoel
schiettent	noun	Kermisattractie waarbij men een prijsje kan winnen door te schieten met een luchtdrukgeweer.
schiettenten	=	schiettent
schiettentje	=	schiettent
schiettentjes	=	schiettent
schiettuig	noun	wapens waarmee je kogels kunt afvuren
schiettuigen	=	schiettuig
schiettuigje	=	schiettuig
schiettuigjes	=	schiettuig
schietvaardigheden	=	schietvaardigheid
schietvaardigheid	noun	de mate waarin men vuurwapens kan gebruiken
schietvereniging	noun	sportvereniging waar de schietsport wordt beoefend.
schietverenigingen	=	schietvereniging
schietverenigingetje	=	schietvereniging
schietverenigingetjes	=	schietvereniging
schietwapen	noun	wapen waarmee je kogels kunt afschieten
schietwapens	=	schietwapen
schietwapentje	=	schietwapen
schietwapentjes	=	schietwapen
schietwilg	noun	bepaald soort loofboom, Salix alba, die inheems is in de Benelux, tot 20 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie Salicaceae Omdat de plant salicine en looizuur bevat, heeft deze een koortswerende, pijnstillende en zuiverende werking.
schietwilgbladrandmijt	noun	Aculus magnirostris een spin uit de familie van de Eriophyidae en werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Nalepa in 1892.
schietwilgbladrandmijten	=	schietwilgbladrandmijt
schietwilgbladrandmijtje	=	schietwilgbladrandmijt
schietwilgbladrandmijtjes	=	schietwilgbladrandmijt
schietwilgbladrandwesp	noun	Phyllocolpa oblita een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
schietwilgbladrandwespen	=	schietwilgbladrandwesp
schietwilgbladrandwespje	=	schietwilgbladrandwesp
schietwilgbladrandwespjes	=	schietwilgbladrandwesp
schietwilgen	=	schietwilg
schietwilgmineermot	noun	Stigmella obliquella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
schietwilgmineermotje	=	schietwilgmineermot
schietwilgmineermotjes	=	schietwilgmineermot
schietwilgmineermotten	=	schietwilgmineermot
schietwilgwratmijt	noun	Aculus tetanothrix een spin uit de familie Eriophyidae en werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Nalepa in 1889.
schietwilgwratmijten	=	schietwilgwratmijt
schietwilgwratmijtje	=	schietwilgwratmijt
schietwilgwratmijtjes	=	schietwilgwratmijt
schiewortel	noun	Chelidonium majus stinkende gouwe, zwaluwkruid, schelkruid
schiewortelen	=	schiewortel
schiewortels	=	schiewortel
schieworteltje	=	schiewortel
schieworteltjes	=	schiewortel
schieën	=	schie
schiffornis	noun	Schiffornis een geslacht van zangvogels uit de familie Tityridae
schiffornisje	=	schiffornis
schiffornisjes	=	schiffornis
schiffornissen	=	schiffornis
schift	=	schiften
schifte	=	schiften
schiften	verb	een proces waarbij een massa inhomogeen wordt door afscheiding van een deel ervan
schiftend	=	schiften
schiftende	=	schiften
schifting	noun	het selecteren van zaken en personen op basis van hun eigenschappen
schiftingen	=	schifting
schiftte	=	schiften
schiftten	=	schiften
schiiet	=	sjiiet
schijf	noun	plat en rond voorwerp (discus)
schijfaandrijving	noun	aandrijving van een riemschijf
schijfaandrijvingen	=	schijfaandrijving
schijfbandbladroller	noun	Choristoneura diversana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
schijfbandbladrollers	=	schijfbandbladroller
schijfbandbladrollertje	=	schijfbandbladroller
schijfbandbladrollertjes	=	schijfbandbladroller
schijfboogkever	noun	Blemus discus een keversoort uit de familie loopkevers (Carabidae).
schijfboogkevers	=	schijfboogkever
schijfboogkevertje	=	schijfboogkever
schijfboogkevertjes	=	schijfboogkever
schijfdiagram	noun	een grafische weergave in de vorm van een cirkel waarbij de oppervlakte van de taartpunten aangeeft hoe vaak een waarneming voorkomt in een bepaalde groep als percentage van het geheel.
schijfdiagrammen	=	schijfdiagram
schijfdiagrammetje	=	schijfdiagram
schijfdiagrammetjes	=	schijfdiagram
schijfgeheugen	noun	direct toegankelijk geheugen waarbij informatie (vaak magnetisch -> magneetschijfgeheugen) is vastgelegd op schijven
schijfgeheugens	=	schijfgeheugen
schijfgrafiek	noun	een cirkelvormige grafiek die gegevens verdeelt in sectoren om verhoudingen en percentages van een totaal (100%) in één oogopslag inzichtelijk te maken
schijfgrafieken	=	schijfgrafiek
schijfgrafiekje	=	schijfgrafiek
schijfgrafiekjes	=	schijfgrafiek
schijfhoren	noun	Planorbis planorbis een in het zoete water levende longslak uit de familie schijfhorens of Planorbidae
schijfhorens	noun	een familie Planorbidae van slakken die over de hele wereld voorkomen in zoet water
schijfhorentje	=	schijfhoren
schijfhorentjes	=	schijfhoren
schijfje	noun	alleen verkleinwoord cognacgrog met een plakje van een citroen
schijfjes	=	schijf
schijfkamille	noun	bepaald soort plant die bij aanraken een vrij sterke typische geur afgeeft door het vrijkomen van etherische olie, Matricaria discoidea, syn.: Chamomilla suaveolens, Matricaria matricarioides
schijfkamilletje	=	schijfkamille
schijfkamilletjes	=	schijfkamille
schijfkwal	noun	soort van poliepkwal met schijfvormig lichaam uit een klasse Scyphozoa van ongewervelde dieren uit de stam der neteldieren (Cnidaria)
schijfkwallen	noun	een klasse Scyphozoa van ongewervelde dieren uit de stam der neteldieren (Cnidaria).
schijfkwalletje	=	schijfkwal
schijfrem	noun	een rem, waarbij op de as van het af te remmen toestel een schijf meedraait, die door middel van remblokken afgeremd kan worden
schijfremmen	=	schijfrem
schijfremmetje	=	schijfrem
schijfremmetjes	=	schijfrem
schijfslakken	noun	Corambidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
schijftongkikker	noun	Discoglossus pictus een waterminnende kikker uit de familie Alytidae.
schijftongkikkers	noun	Discoglossus een geslacht van kikkers uit de familie Alytidae (vroeger: Discoglossidae).
schijftongkikkertje	=	schijftongkikker
schijftongkikkertjes	=	schijftongkikker
schijftrilkorstje	noun	een schimmel Platygloea disciformis (syn.: Achroomyces disciformis) behorend tot de familie Platygloeaceae.
schijftrilkorstjes	=	schijftrilkorstje
schijfvormig	adj	vorm van een schijf hebbend
schijfvormige	=	schijfvormig
schijfvormiger	=	schijfvormig
schijfvormigere	=	schijfvormig
schijfvormigers	=	schijfvormig
schijfvormigs	=	schijfvormig
schijfvormigst	=	schijfvormig
schijfvormigste	=	schijfvormig
schijfzalm	noun	benaming voor vissen uit de geslachten Metynnus, Myloplus en Mylossoma uit de onderfamilie van de piranha's
schijfzalmen	=	schijfzalm
schijfzalmpje	=	schijfzalm
schijfzalmpjes	=	schijfzalm
schijn	noun	bedriegelijk voorkomen	adv	waarschijnlijk maar niet zeker
schijn-biesbladroller	noun	Bactra lacteana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
schijn-biesbladrollers	=	schijn-biesbladroller
schijn-biesbladrollertje	=	schijn-biesbladroller
schijn-biesbladrollertjes	=	schijn-biesbladroller
schijn-els	noun	Clethra alnifolia een plant uit de familie Clethraceae.
schijn-elsje	=	schijn-els
schijn-elsjes	=	schijn-els
schijn-elzen	=	schijn-els
schijn-gamma-uil	noun	Syngrapha interrogationis een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
schijn-gamma-uilen	=	schijn-gamma-uil
schijn-gamma-uiltje	=	schijn-gamma-uil
schijn-gamma-uiltjes	=	schijn-gamma-uil
schijn-nonvlinder	noun	Panthea coenobita een nachtvlinder uit de familie van de Noctuidae, de uilen, in de onderfamilie Pantheinae, de donsuilen.
schijn-nonvlinders	=	schijn-nonvlinder
schijn-nonvlindertje	=	schijn-nonvlinder
schijn-nonvlindertjes	=	schijn-nonvlinder
schijn-piramidevlinder	noun	Amphipyra berbera een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae)
schijn-piramidevlinders	=	schijn-piramidevlinder
schijn-piramidevlindertje	=	schijn-piramidevlinder
schijn-piramidevlindertjes	=	schijn-piramidevlinder
schijn-sparspanner	noun	Thera britannica een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
schijn-sparspanners	=	schijn-sparspanner
schijn-sparspannertje	=	schijn-sparspanner
schijn-sparspannertjes	=	schijn-sparspanner
schijn-wolfsmelkwespvlinder	noun	Chamaesphecia empiformis een vlinder uit de familie wespvlinders (Sesiidae).
schijn-wolfsmelkwespvlinders	=	schijn-wolfsmelkwespvlinder
schijn-wolfsmelkwespvlindertje	=	schijn-wolfsmelkwespvlinder
schijn-wolfsmelkwespvlindertjes	=	schijn-wolfsmelkwespvlinder
schijnaanval	noun	een handeling die de tegenstander in verwarring moet brengen
schijnaanvallen	=	schijnaanval
schijnaanvalletje	=	schijnaanval
schijnaanvalletjes	=	schijnaanval
schijnaardbei	noun	Potentilla indica een vaste plant, die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
schijnaardbeien	=	schijnaardbei
schijnaardbeiroest	noun	Phragmidium mexicana een schimmel behorend tot de familie Phragmidiaceae.
schijnaardbeiroesten	=	schijnaardbeiroest
schijnaardbeiroestje	=	schijnaardbeiroest
schijnaardbeiroestjes	=	schijnaardbeiroest
schijnaardbeitje	=	schijnaardbei
schijnaardbeitjes	=	schijnaardbei
schijnbaar	adj	zo als iets lijkt te zijn maar in de werkelijkheid niet is
schijnbaarder	=	schijnbaar
schijnbaardere	=	schijnbaar
schijnbaarders	=	schijnbaar
schijnbaars	=	schijnbaar
schijnbaarst	=	schijnbaar
schijnbaarste	=	schijnbaar
schijnbare	=	schijnbaar
schijnbeeld	noun	iets dat men denkt te zien maar dat niet bestaat
schijnbeelden	=	schijnbeeld
schijnbeeldje	=	schijnbeeld
schijnbeeldjes	=	schijnbeeld
schijnbeemdkroonsmalsnuitje	noun	Aethes piercei een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
schijnbeemdkroonsmalsnuitjes	=	schijnbeemdkroonsmalsnuitje
schijnbeweging	noun	een handeling die gedaan wordt om de vijand te misleiden
schijnbewegingen	=	schijnbeweging
schijnbeweginkje	=	schijnbeweging
schijnbeweginkjes	=	schijnbeweging
schijnboktor	noun	kever uit de relatief kleine familie Oedemeridae van kevers met een kosmopolitische verspreiding.
schijnboktorren	noun	Oedemeridae een relatief kleine familie van kevers met een kosmopolitische verspreiding.
schijnboktorretje	=	schijnboktor
schijnboktorretjes	=	schijnboktor
schijnbotten	noun	een familie Paralichthyidae in de orde van de platvissen (Pleuronectiformes).
schijncipres	noun	een geslacht Chamaecyparis uit de cipresfamilie (Cupressaceae).
schijncipresje	=	schijncipres
schijncipresjes	=	schijncipres
schijncipressen	=	schijncipres
schijnconstructie	noun	constructie die wordt ontworpen om de schijn van iets (beters) op te roepen dan wel de constructeur de mogelijkheid biedt de wet te omzeilen en daardoor voordeel te behalen
schijnconstructies	=	schijnconstructie
schijnconstructietje	=	schijnconstructie
schijnconstructietjes	=	schijnconstructie
schijndemocratie	noun	'democratie' waarbij (gemanipuleerde) verkiezingen worden gehouden (waaraan de oppositie niet mag meedoen) en een 'parlement' wordt gekozen dat alleen uit jaknikkers bestaat zoals anno 2022 het geval is in Rusland en Belarus en nog wat andere staten
schijndemocratieën	=	schijndemocratie
schijndode	=	schijndood
schijndood	noun	toestand waarin het leven gestopt lijkt, terwijl het naderhand toch wordt hervat	adj	overleden lijkend
schijndoods	=	schijndood
schijne	=	schijnen
schijnegelantier	noun	Rosa henkeri-schulzei een struik die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
schijnegelantieren	=	schijnegelantier
schijnegelantiers	=	schijnegelantier
schijnen	verb	zich voordoen, vaak op bedrieglijke wijze
schijnend	=	schijnen
schijnende	=	schijnen
schijnexecutie	noun	een marteling waarbij de gevangene in de waan gebracht wordt dat hij geëxecuteerd wordt
schijnexecuties	=	schijnexecutie
schijnexecutietje	=	schijnexecutie
schijnexecutietjes	=	schijnexecutie
schijngeelbandgrasmineermot	noun	een vlinder Elachista collitella uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
schijngeelbandgrasmineermotje	=	schijngeelbandgrasmineermot
schijngeelbandgrasmineermotjes	=	schijngeelbandgrasmineermot
schijngeelbandgrasmineermotten	=	schijngeelbandgrasmineermot
schijngestalte	noun	de periodiek wisselende aanblik van de maan (en de planeet Venus) ten gevolge van de veranderende belichting door de zon
schijngestalten	=	schijngestalte
schijngestaltes	=	schijngestalte
schijngevecht	noun	een onechte strijd
schijngevechten	=	schijngevecht
schijngevechtje	=	schijngevecht
schijngevechtjes	=	schijngevecht
schijnhaantje	noun	insect uit de familie Orsodacnidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
schijnhaantjes	noun	Orsodacnidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
schijnhazelaar	noun	een plantengeslacht Corylopsis met meer dan 30 vertegenwoordigers uit de familie Hamamelidaceae, afkomstig uit China en Japan
schijnhazelaars	=	schijnhazelaar
schijnhazelaartje	=	schijnhazelaar
schijnhazelaartjes	=	schijnhazelaar
schijnhazelaren	=	schijnhazelaar
schijnheggenroos	noun	Rosa subcollina een struik die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en van nature voorkomt in Noordwest- en Midden-Europa
schijnheggenroosje	=	schijnheggenroos
schijnheggenroosjes	=	schijnheggenroos
schijnheggenrozen	=	schijnheggenroos
schijnheilig	adj	tegen beter weten in de schijn van goedheid of onschuld ophoudend
schijnheilige	=	schijnheilig
schijnheiliger	=	schijnheilig
schijnheiligere	=	schijnheilig
schijnheiligers	=	schijnheilig
schijnheiligheden	=	schijnheiligheid
schijnheiligheid	noun	het doen alsof men heel deugdzaam is terwijl men dat eigenlijk helemaal niet is
schijnheiligheidje	=	schijnheiligheid
schijnheiligs	=	schijnheilig
schijnheiligst	=	schijnheilig
schijnheiligste	=	schijnheilig
schijnhondsroos	noun	Rosa subcanina een struik die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en van nature voorkomt in Europa
schijnhondsroosje	=	schijnhondsroos
schijnhondsroosjes	=	schijnhondsroos
schijnhondsrozen	=	schijnhondsroos
schijnhuwelijk	noun	een huwelijk waarbij de beide partijen niet aan de verplichtingen hebben voldaan (of van plan zijn te voldoen) die de wet aan een huwelijk stelt (zoals diens consummatie)
schijnhuwelijken	=	schijnhuwelijk
schijnhuwelijkje	=	schijnhuwelijk
schijnkniptor	noun	insect uit de familie Eucnemidae van kevers uit de onderorde Polyphaga.
schijnkniptorren	noun	Eucnemidae een familie van kevers uit de onderorde Polyphaga.
schijnkniptorretje	=	schijnkniptor
schijnkniptorretjes	=	schijnkniptor
schijnknoopje	noun	Ombrophila pileata een schimmel in de familie Helotiaceae.
schijnknoopjes	=	schijnknoopje
schijnkraagroos	noun	Rosa inodora een struik die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae) en van nature voorkomt in Noord-Europa
schijnkraagroosje	=	schijnkraagroos
schijnkraagroosjes	=	schijnkraagroos
schijnkraagrozen	=	schijnkraagroos
schijnpad	noun	een kikkersoort uit het geslacht Pseudophryne van de familie Australische fluitkikkers (Myobatrachidae)
schijnpadden	noun	Pseudophryne een geslacht van kikkers uit de familie Australische fluitkikkers (Myobatrachidae).
schijnpapaver	noun	Papaver cambricum een meerjarige plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae).
schijnpapavers	=	schijnpapaver
schijnpapavertje	=	schijnpapaver
schijnpapavertjes	=	schijnpapaver
schijnprobleem	noun	een moeilijkheid die er lijkt te zijn maar die niet reëel is
schijnproblemen	=	schijnprobleem
schijnproces	noun	proces dat weinig met rechtspraak van doen heeft en waarbij de uitkomst (=schuldigverklaring van de verdachten) al bij voorbaat vaststaat
schijnprocesje	=	schijnproces
schijnprocessen	=	schijnproces
schijnraket	noun	Erucastrum gallicum een eenjarige, kruidachtige, 20 tot 60 cm hoge plant in de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
schijnraketje	=	schijnraket
schijnraketjes	=	schijnraket
schijnraketten	=	schijnraket
schijnrat	noun	zoogdier uit de familie Octodontidae van knaagdieren uit de superfamilie Octodontoidea en parvorde Caviida die voorkomt in de zuidelijke Andes van Zuid-Amerika.
schijnratje	=	schijnrat
schijnratjes	=	schijnrat
schijnratten	noun	Octodontidae een familie van knaagdieren uit de superfamilie Octodontoidea en parvorde Caviida die voorkomt in de zuidelijke Andes van Zuid-Amerika.
schijnreden	noun	voorwendsel
schijnredenen	=	schijnreden
schijnschimmels	noun	een stam Chytridiomycota in het rijk van de schimmels (Fungi).
schijnsel	noun	zacht licht van een lamp of kaars
schijnsels	=	schijnsel
schijnseltje	=	schijnsel
schijnseltjes	=	schijnsel
schijnsnoerhalskever	noun	insect uit de familie Aderidae van de kevers (Coleoptera).
schijnsnoerhalskevers	noun	Aderidae een familie van de kevers (Coleoptera).
schijnsnoerhalskevertje	=	schijnsnoerhalskever
schijnsnoerhalskevertjes	=	schijnsnoerhalskever
schijnspiegelkever	noun	insect uit de familie Sphaeritidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde Polyphaga. ;Externe links
schijnspiegelkevers	noun	Sphaeritidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde Polyphaga. ;Externe links
schijnspiegelkevertje	=	schijnspiegelkever
schijnspiegelkevertjes	=	schijnspiegelkever
schijnspurrie	noun	een geslacht Spergularia van planten uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae)
schijnstudent	noun	persoon die doet alsof hij of zij student is maar helemaal niet studeert
schijnstudenten	=	schijnstudent
schijnstudentje	=	schijnstudent
schijnstudentjes	=	schijnstudent
schijnt	=	schijnen
schijntje	noun	alleen verkleinwoord (te) klein bedrag
schijntjes	=	schijntje
schijnveiligheid	noun	ogenschijnlijke maar geen werkelijke veiligheid
schijnverkiezing	noun	verkiezing die in geen enkel opzicht voldoet aan de eisen die aan een democratische verkiezing wordt gesteld bij voorbeeld door het opzettelijk vervalsen van het verkiezingsproces of de verkiezingsuitslag door een autocratische regering
schijnverkiezingen	=	schijnverkiezing
schijnverkiezinkje	=	schijnverkiezing
schijnverkiezinkjes	=	schijnverkiezing
schijnvertoning	noun	een procedure die tot doel heeft slechts de illusie of schone schijn op te houden
schijnvertoningen	=	schijnvertoning
schijnvertoninkje	=	schijnvertoning
schijnvertoninkjes	=	schijnvertoning
schijnviltroos	noun	Rosa pseudoscabriuscula een struik die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
schijnviltroosje	=	schijnviltroos
schijnviltroosjes	=	schijnviltroos
schijnviltrozen	=	schijnviltroos
schijnvrucht	noun	een vruchtlichaam dat niet uit het vruchtbeginsel ontstaan is
schijnvruchten	=	schijnvrucht
schijnvruchtje	=	schijnvrucht
schijnvruchtjes	=	schijnvrucht
schijnwereld	noun	een werkelijkheid die alleen in de verbeelding bestaat
schijnwerelden	=	schijnwereld
schijnwereldje	=	schijnwereld
schijnwereldjes	=	schijnwereld
schijnwerkelijkheden	=	schijnwerkelijkheid
schijnwerkelijkheid	noun	iets wat lijkt op de werkelijkheid maar dat niet is
schijnwerper	noun	een sterke lamp voorzien van een lenzenstelsel dat een krachtige lichtbundel uitzendt
schijnwerpers	=	schijnwerper
schijnwerpertje	=	schijnwerper
schijnwerpertjes	=	schijnwerper
schijnzekerheden	=	schijnzekerheid
schijnzekerheid	noun	gevoel van veiligheid dat niet op feiten is gebaseerd
schijnzelfstandige	noun	iemand die volgens de wet de status van zelfstandige (freelancer) heeft, maar in de praktijk toch in dienst van een werkgever is
schijnzelfstandigen	=	schijnzelfstandige
schijnzelfstandigheden	=	schijnzelfstandigheid
schijnzelfstandigheid	noun	iemand die doet alsof hij werkt als zelfstandig ondernemer maar eigenlijk onder omstandigheden werkt die te veel lijken op werken in loondienst
schijnzwanger	adj	een toestand waarin een vrouw of een vrouwelijk zoogdier de symptomen heeft die lijken op een zwangerschap, terwijl er geen vrucht in de baarmoeder aanwezig is
schijnzwangere	=	schijnzwanger
schijnzwangers	=	schijnzwanger
schijt	noun	vaste uitwerpselen
schijte	=	schijten
schijtebroek	noun	een lafaard, iemand die niets durft, iemand die in de broek schijt van angst
schijtebroeken	=	schijtebroek
schijtebroekje	=	schijtebroek
schijtebroekjes	=	schijtebroek
schijten	verb|informal	zich ontlasten, poepen
schijtend	=	schijten
schijtende	=	schijten
schijter	noun|figurative	een bang persoon
schijterd	noun	iemand die overdreven bang is
schijterdje	=	schijterd
schijterdjes	=	schijterd
schijterds	=	schijterd
schijterig	adj	van een persoon dat die veel te bang is
schijterige	=	schijterig
schijteriger	=	schijterig
schijterigere	=	schijterig
schijterigers	=	schijterig
schijterigs	=	schijterig
schijterigst	=	schijterig
schijterigste	=	schijterig
schijterij	noun|informal	een darmstoornis die dunne ontlasting veroorzaakt, diarree
schijterijen	=	schijterij
schijters	=	schijter
schijtert	=	schijterd
schijtertje	=	schijter
schijtgat	noun	anus
schijtgaten	=	schijtgat
schijthoofd	noun	een vervelend persoon
schijthoofden	=	schijthoofd
schijthoofdje	=	schijthoofd
schijthoofdjes	=	schijthoofd
schijthuis	noun|obsolete	afgesloten ruimte met toilet
schijthuisje	=	schijthuis
schijthuisjes	=	schijthuis
schijthuizen	=	schijthuis
schijtlaars	noun	iemand die overdreven bang is
schijtlaarsje	=	schijtlaars
schijtlaarzen	=	schijtlaars
schijtlijster	noun	bangerd
schijtlijsters	=	schijtlijster
schijtlijstertje	=	schijtlijster
schijtlint	noun|informal	papier om na poepen en plassen de gebruikte lichaamsopeningen schoon te vegen, meestal in de vorm van velletjes die van een rol kunnen worden afgescheurd en met een samenstelling waardoor het na doorspoelen snel uit elkaar valt
schijtlinten	=	schijtlint
schijtluis	noun	iemand die overdreven bang is
schijtluisje	=	schijtluis
schijtluisjes	=	schijtluis
schijtluizen	=	schijtluis
schijtmisselijk	adj|informal	met een ziek gevoel in de darmen, neigend naar overgeven of buikloop
schijtmisselijke	=	schijtmisselijk
schijtmisselijks	=	schijtmisselijk
schijtsmaak	noun	een hele slechte smaak hebben
schijtziek	adj|informal	grote ergernis of walging ervarend
schijtzieke	=	schijtziek
schijtzieks	=	schijtziek
schijtzooi	noun	ellendige toestand
schijven	=	schijf
schijveneg	noun	eg waar ronde schijven aan zitten
schijveneggen	=	schijveneg
schijvenegje	=	schijveneg
schijvenegjes	=	schijveneg
schijvengeheugen	noun	direct toegankelijk geheugen waarbij informatie (magnetisch) is vastgelegd op schijven
schijvengeheugens	=	schijvengeheugen
schijventarief	noun	een prijs of percentage dat men moet betalen per eenheid (product of inkomen) voor de producten of het inkomen tussen een bepaalde onder- en bovengrens
schijventarieven	=	schijventarief
schik	noun	~ hebben in iets: door iets geamuseerd worden
schikgodin	noun	een godin die (vaak op een wrede wijze) over het leven van mensen beschikt
schikgodinnen	=	schikgodin
schikke	=	schikken
schikkelijk	adj	van een persoon dat deze zich makkelijk schikt in een situatie of naar de wensen van anderen luistert, vaak om conflicten te vermijden.
schikkelijke	=	schikkelijk
schikkelijker	=	schikkelijk
schikkelijkere	=	schikkelijk
schikkelijkers	=	schikkelijk
schikkelijks	=	schikkelijk
schikkelijkst	=	schikkelijk
schikkelijkste	=	schikkelijk
schikken	verb	goed uitkomen
schikkend	=	schikken
schikkende	=	schikken
schikking	noun	compromis, een regeling waarmee beide partijen genoegen nemen
schikkingen	=	schikking
schikkingsbedrag	noun	bedrag dat moet worden betaald ter voorkoming van een rechtszaak
schikkingsbedragen	=	schikkingsbedrag
schikkingsbedragje	=	schikkingsbedrag
schikkingsbedragjes	=	schikkingsbedrag
schikkingsvoorstel	noun	suggestie om zonder tussenkomst van een (tucht)rechter een geschil te beslechten
schikkingsvoorstellen	=	schikkingsvoorstel
schikkinkje	=	schikking
schikkinkjes	=	schikking
schikt	=	schikken
schikte	=	schikken
schikten	=	schikken
schil	noun	buitenlaag van bepaalde vruchten of knollen
schild	noun	een voorwerp dat als afweer tegen de aanval van de vijand voor zich gehouden wordt
schildcobra's	noun	een geslacht Aspidelaps van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae) en de onderfamilie Elapinae
schilddak	noun	een daktype dat wordt gevormd door twee driehoekige schilden of dakvlakken aan de korte kant en twee trapeziumvormige schilden aan de lange kant van het gebouw
schilddaken	=	schilddak
schilddakje	=	schilddak
schilddakjes	=	schilddak
schilddrager	noun	Subacronicta megacephala een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
schilddragers	=	schilddrager
schilddragertje	=	schilddrager
schilddragertjes	=	schilddrager
schilde	=	schillen
schilden	=	schillen
schilder	noun	een kunstenaar die geschilderde afbeeldingen maakt
schilderacademie	noun	leerschool voor de schilderkunst
schilderacademies	=	schilderacademie
schilderacademietje	=	schilderacademie
schilderacademietjes	=	schilderacademie
schilderacademiën	=	schilderacademie
schilderachtig	adj	zo mooi, prachtig en lieflijk dat het waard is er een schilderij van de maken
schilderachtige	=	schilderachtig
schilderachtiger	=	schilderachtig
schilderachtigere	=	schilderachtig
schilderachtigers	=	schilderachtig
schilderachtigheden	=	schilderachtigheid
schilderachtigheid	noun	het zo mooi zijn dat het de moeite waard is om er een schilderij van te maken
schilderachtigs	=	schilderachtig
schilderachtigst	=	schilderachtig
schilderachtigste	=	schilderachtig
schilderatelier	noun	werkplaats van een (kunst)schilder
schilderateliers	=	schilderatelier
schilderateliertje	=	schilderatelier
schilderateliertjes	=	schilderatelier
schilderboek	noun	een levensbeschrijving van schilders
schilderboeken	=	schilderboek
schilderboekje	=	schilderboek
schilderboekjes	=	schilderboek
schilderclub	noun	groep mensen die voor hun plezier de schilderkunst beoefenen
schilderclubje	=	schilderclub
schilderclubjes	=	schilderclub
schilderclubs	=	schilderclub
schilderde	=	schilderen
schilderden	=	schilderen
schilderdoek	noun	geweven stof waarop men een schilderij kan maken
schilderdoeken	=	schilderdoek
schilderdoekje	=	schilderdoek
schilderdoekjes	=	schilderdoek
schildere	=	schilderen
schilderen	verb	een kunstwerk vervaardigen door met verf een beeld op een oppervlak te maken
schilderend	=	schilderen
schilderende	=	schilderen
schildereprijs	noun	Veronica scutellata een lage, vaste plant uit de weegbreefamilie.
schildereprijsgalmug	noun	Dasineura similis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
schildereprijsgalmuggen	=	schildereprijsgalmug
schildereprijsgalmugje	=	schildereprijsgalmug
schildereprijsgalmugjes	=	schildereprijsgalmug
schildereprijsje	=	schildereprijs
schildereprijsjes	=	schildereprijs
schildereprijzen	=	schildereprijs
schilderes	noun	een vrouwelijke schilder
schilderesje	=	schilderes
schilderesjes	=	schilderes
schilderessen	=	schilderes
schildergerei	noun	de benodigdheden van een schilder
schilderij	noun	een met verf op doek of andere achtergrond gemaakte afbeelding
schilderijen	=	schilderij
schilderijencollectie	noun	verzameling schilderijen
schilderijencollecties	=	schilderijencollectie
schilderijencollectietje	=	schilderijencollectie
schilderijencollectietjes	=	schilderijencollectie
schilderijengalerij	noun	tentoonstellingszaal voor schilderijen
schilderijengalerijen	=	schilderijengalerij
schilderijengalerijtje	=	schilderijengalerij
schilderijengalerijtjes	=	schilderijengalerij
schilderijententoonstelling	noun	een voor het publiek ter bezichtiging opgesteld aantal schilderijen
schilderijententoonstellingen	=	schilderijententoonstelling
schilderijententoonstellinkje	=	schilderijententoonstelling
schilderijententoonstellinkjes	=	schilderijententoonstelling
schilderijenverkoper	noun	iemand die het werk van kunstschilders verhandelt
schilderijenverkopers	=	schilderijenverkoper
schilderijenverzameling	noun	bijeengezamelde schilderstukken
schilderijenverzamelingen	=	schilderijenverzameling
schilderijlijst	noun	een rand in een speciale vorm die een schilderij omvat
schilderijlijsten	=	schilderijlijst
schilderijlijstje	=	schilderijlijst
schilderijlijstjes	=	schilderijlijst
schilderijtje	=	schilderij
schilderijtjes	=	schilderij
schildering	noun	geschilderde voorstelling
schilderingen	=	schildering
schilderingetje	=	schildering
schilderingetjes	=	schildering
schilderkundig	adj	betrekking hebbend op de schilderkunst
schilderkundige	=	schilderkundig
schilderkundiger	=	schilderkundig
schilderkundigere	=	schilderkundig
schilderkundigers	=	schilderkundig
schilderkundigs	=	schilderkundig
schilderkundigst	=	schilderkundig
schilderkundigste	=	schilderkundig
schilderkunst	noun	een beeldende kunst die zich bezighoudt met het met penseel en verf op een plat vlak aanbrengen van lijnen en kleuren
schilderkunsten	=	schilderkunst
schilderles	noun	een les in het schilderen
schilderlessen	=	schilderles
schildermateriaal	=	schildersmateriaal
schildermes	noun	een spatelvormig stuk gereedschap dat de kunstschilder gebruikt om mee te schilderen.
schildermesje	=	schildermes
schildermesjes	=	schildermes
schildermessen	=	schildermes
schilders	=	schilder
schildersatelier	noun	ruimte waarin een schilder werkt
schildersateliers	=	schildersatelier
schildersateliertje	=	schildersatelier
schildersateliertjes	=	schildersatelier
schilderscholen	=	schilderschool
schilderschool	noun	groep schilders die met een bepaalde stijl werken
schilderschooltje	=	schilderschool
schilderschooltjes	=	schilderschool
schildersezel	noun	staander waarop een, nog onvoltooid, schilderij staat tijdens het schilderen
schildersezels	=	schildersezel
schildersezeltje	=	schildersezel
schildersgilde	noun	het gilde van de schilders
schildersgilden	=	schildersgilde
schildersgildes	=	schildersgilde
schildersmateriaal	noun	zaken die men gebruikt bij het schilderen
schildersmaterialen	=	schildersmateriaal
schildersmes	noun	de verzamelnaam van de messen die bij uitstek door schilders worden gehanteerd
schildersmesje	=	schildersmes
schildersmesjes	=	schildersmes
schildersmessen	=	schildersmes
schildersmodel	noun	persoon die een schilder als voorbeeld neemt voor het maken van een schilderij; iemand die poseert voor een schilderij
schildersmodellen	=	schildersmodel
schildersmossel	noun	Unio pictorum een zoetwatermossel met een lengte tot soms wel 14 cm
schildersmosselen	=	schildersmossel
schildersmossels	=	schildersmossel
schildersmosseltje	=	schildersmossel
schildersmosseltjes	=	schildersmossel
schildersopleiding	noun	praktijkgerichte mbo-opleiding (meestal niveau 2 of 3) die opleidt tot professioneel (onderhouds)schilder.
schildersopleidingen	=	schildersopleiding
schildersopleidinkje	=	schildersopleiding
schildersopleidinkjes	=	schildersopleiding
schilderspalet	noun	plaat waarop een kunstschilder de verven kan mengen
schilderspaletje	=	schilderspalet
schilderspaletjes	=	schilderspalet
schilderspaletten	=	schilderspalet
schilderstape	noun	tape waarmee men de grenzen van een te schilderen oppervlak kan afgrenzen; plakband dat makkelijk te verwijderen is
schilderstapes	=	schilderstape
schilderstijl	noun	een tendens op het terrein van de schilderkunst
schilderstijlen	=	schilderstijl
schilderstijltje	=	schilderstijl
schilderstijltjes	=	schilderstijl
schilderstuk	noun	schilderij
schilderstukje	=	schilderstuk
schilderstukjes	=	schilderstuk
schilderstukken	=	schilderstuk
schilderswerkplaats	noun	atelier van een kunstschilder
schilderswerkplaatsen	=	schilderswerkplaats
schilderswerkplaatsje	=	schilderswerkplaats
schilderswerkplaatsjes	=	schilderswerkplaats
schilderswinkel	noun	winkel voor verfwaren
schilderswinkels	=	schilderswinkel
schilderswinkeltje	=	schilderswinkel
schilderswinkeltjes	=	schilderswinkel
schildert	=	schilderen
schildertechniek	noun	de manier waarop een kunstschilder verft; de technische middelen waarmee een kunstschilder verft
schildertechnieken	=	schildertechniek
schildertechniekje	=	schildertechniek
schildertechniekjes	=	schildertechniek
schildertje	=	schilder
schildertjes	=	schilder
schilderwerk	noun	het schilderen van een huisschilder
schilderwerken	=	schilderwerk
schilderwerkje	=	schilderwerk
schilderwerkjes	=	schilderwerk
schildgeweervogel	noun	Ptiloris paradiseus een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
schildgeweervogels	=	schildgeweervogel
schildgeweervogeltje	=	schildgeweervogel
schildgeweervogeltjes	=	schildgeweervogel
schildhagedissen	noun	een familie Gerrhosauridae van hagedissen (Lacertilia).
schildhouder	noun	een van beide figuren -menselijk of anderszins- die het wapen flankeren
schildhouders	=	schildhouder
schildje	=	schild
schildjes	=	schild
schildklier	noun	een (endocriene) klier gelegen aan de voorzijde van de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan
schildklieren	=	schildklier
schildklierkanker	noun	kwaadaardige groei in de schildklier
schildklierprobleem	noun	ziekte of aandoening van de schildklier waar een patiënt symptomen van ondervindt
schildklierproblemen	=	schildklierprobleem
schildkliertje	=	schildklier
schildkliertjes	=	schildklier
schildklierziekte	noun	aandoening van de schildklier
schildknaap	noun	jonkman die onder leiding en in dienst van een ridder zorg droeg voor diens wapenuitrusting en paard en daarbij zijn opleiding tot krijgsman kreeg
schildknaapje	=	schildknaap
schildknaapjes	=	schildknaap
schildknapen	=	schildknaap
schildluis	noun	insect uit de superfamilie Coccoidea van de insecten en behoren tot de Sternorrhyncha.
schildluisje	=	schildluis
schildluisjes	=	schildluis
schildluizen	noun	Coccoidea een superfamilie van de insecten en behoren tot de Sternorrhyncha.
schildpad	noun	/ orde van reptielen waarvan het voornaamste kenmerk is dat het lichaam omsloten wordt door een verhard rug- en buikschild
schildpadachtig	adj	een eigenschap hebben die lijkt op een schildpad
schildpadachtige	=	schildpadachtig
schildpadachtiger	=	schildpadachtig
schildpadachtigere	=	schildpadachtig
schildpadachtigers	=	schildpadachtig
schildpadachtigs	=	schildpadachtig
schildpadachtigst	=	schildpadachtig
schildpadachtigste	=	schildpadachtig
schildpadden	noun	een orde Testudines van reptielen waarvan alle soorten gekenmerkt worden door een vaak stevig en bolvormig schild
schildpaddensoep	noun	soep van schildpaddenvlees (Eretmochelys imbricata) of iets wat daarvoor moet doorgaan
schildpaddensoepen	=	schildpaddensoep
schildpaddensoepfabrikant	noun	fabrikant van schildpaddensoep
schildpaddensoepfabrikanten	=	schildpaddensoepfabrikant
schildpaddensoepje	=	schildpaddensoep
schildpaddensoepjes	=	schildpaddensoep
schildpaddenziekenhuis	noun	ziekenhuis waar gewonde en zieke schildpadden worden opgevangen
schildpaddenziekenhuizen	=	schildpaddenziekenhuis
schildpadje	=	schildpad
schildpadjes	=	schildpad
schildpadkikker	noun	Myobatrachus gouldii een kikker uit de familie Australische fluitkikkers (Myobatrachidae).
schildpadkikkers	=	schildpadkikker
schildpadkikkertje	=	schildpadkikker
schildpadkikkertjes	=	schildpadkikker
schildpadkopzeeslangen	noun	een geslacht Emydocephalus van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae) en de onderfamilie zeeslangen (Hydrophiinae)
schildpadmier	noun	Cephalotes curvistriatus een mierensoort uit de onderfamilie knoopmieren (Myrmicinae).
schildpadmieren	=	schildpadmier
schildpadmiertje	=	schildpadmier
schildpadmiertjes	=	schildpadmier
schildpadsoep	noun	soep van schildpaddenvlees (Eretmochelys imbricata) of iets wat daarvoor moet doorgaan
schildpadsoepen	=	schildpadsoep
schildpadsoepje	=	schildpadsoep
schildpadsoepjes	=	schildpadsoep
schildpadtor	noun	insect uit de geslacht Cassida van kevers uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
schildpadtorren	noun	Cassida een geslacht van kevers uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
schildpadtorretje	=	schildpadtor
schildpadtorretjes	=	schildpadtor
schildprachtwever	noun	Malimbus scutatus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
schildprachtwevers	=	schildprachtwever
schildprachtwevertje	=	schildprachtwever
schildprachtwevertjes	=	schildprachtwever
schildraaf	noun	bepaald soort vogel, Corvus albus, uit de familie van de kraaiachtigen en leeft in Afrika.
schildraafje	=	schildraaf
schildraafjes	=	schildraaf
schildraven	=	schildraaf
schildspeldenknopje	noun	Eupachygaster tarsalis een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
schildspeldenknopjes	=	schildspeldenknopje
schildstaartslangen	noun	een kleine familie Uropeltidae van verborgen levende slangen
schildstipspanner	noun	Idaea biselata is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
schildstipspanners	=	schildstipspanner
schildstipspannertje	=	schildstipspanner
schildstipspannertjes	=	schildstipspanner
schildvisachtigen	noun	een onderorde Gobiesocoidei van de orde baarsachtigen of orde Gobiesociformes binnen de straalvinnige vissen
schildvissen	noun	een familie Gobiesocidae van straalvinnige vissen.
schildvleugeligen	noun	Coleopteria een superorde in de klasse der insecten.
schildvoetblaadje	=	schildvoetblad
schildvoetblaadjes	=	schildvoetblad
schildvoetblad	noun	Podophyllum peltatum een kruidachtige, vaste plant uit de familie Berberidaceae.
schildvoetblaren	=	schildvoetblad
schildvoetige	noun	benaming voor zeedieren uit de klasse Caudofoveata
schildvoetigen	noun	een klasse Caudofoveata, op wormen lijkende dieren die in de zeebodem leven
schildvormig	adj	vorm van een schild hebbend
schildvormige	=	schildvormig
schildvormiger	=	schildvormig
schildvormigere	=	schildvormig
schildvormigers	=	schildvormig
schildvormigs	=	schildvormig
schildvormigst	=	schildvormig
schildvormigste	=	schildvormig
schildwacht	noun	iemand die op een bepaalde post op de wacht houdt
schildwachten	=	schildwacht
schildwachtje	=	schildwacht
schildwachtjes	=	schildwacht
schildwachtleeuwerik	noun	Corypha athi een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
schildwachtleeuweriken	=	schildwachtleeuwerik
schildwachtleeuwerikje	=	schildwachtleeuwerik
schildwachtleeuwerikjes	=	schildwachtleeuwerik
schildwachts	=	schildwacht
schildwants	noun	insect uit de familie Pentatomidae van wantsen.
schildwantsen	noun	een familie Pentatomidae van wantsen.
schildwantsje	=	schildwants
schildwantsjes	=	schildwants
schildwesp	noun	insect uit de familie Braconidae van parasitaire insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
schildwespen	noun	Braconidae een familie van parasitaire insecten die behoren tot de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
schildwespje	=	schildwesp
schildwespjes	=	schildwesp
schildzaad	noun	een geslacht Alyssum uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae of Brassicaceae).
schildzaadje	=	schildzaad
schildzaadjes	=	schildzaad
schildzaadwitje	noun	Pieris krueperi een vlindersoort uit de familie van de Pieridae (witjes), onderfamilie Pierinae.
schildzaadwitjes	=	schildzaadwitje
schildzaden	=	schildzaad
schildzomen	=	schildzoom
schildzoom	noun	een band langs de omtrek van een wapenschild
schildzoompje	=	schildzoom
schildzoompjes	=	schildzoom
schilfer	noun	een vliesdun loskomend stukje materiaal
schilferachtig	adj	neiging hebbend tot schilferen, of ontstaan zijn door schilferen
schilferachtige	=	schilferachtig
schilferachtiger	=	schilferachtig
schilferachtigere	=	schilferachtig
schilferachtigers	=	schilferachtig
schilferachtigs	=	schilferachtig
schilferachtigst	=	schilferachtig
schilferachtigste	=	schilferachtig
schilferde	=	schilferen
schilferden	=	schilferen
schilfere	=	schilferen
schilferen	verb	schilfers loslaten
schilferend	=	schilferen
schilferende	=	schilferen
schilferig	adj	met name over de huid: met veel dunne stukjes materiaal die loslaten
schilferige	=	schilferig
schilferiger	=	schilferig
schilferigere	=	schilferig
schilferigers	=	schilferig
schilferigs	=	schilferig
schilferigst	=	schilferig
schilferigste	=	schilferig
schilfering	noun	het loslaten van de bovenste lagen van de huid
schilferingen	=	schilfering
schilferkopslang	noun	Bitia hydroides een slang uit de familie waterdrogadders (Homalopsidae)
schilferkopslangen	=	schilferkopslang
schilferkopslangetje	=	schilferkopslang
schilferkopslangetjes	=	schilferkopslang
schilfermijt	noun	Cheyletiella een groep parasitaire mijten die behoren tot het geslacht Cheyletiella, de bekendste soort is Cheyletiella yasguri.
schilfermijten	=	schilfermijt
schilfermijtje	=	schilfermijt
schilfermijtjes	=	schilfermijt
schilfers	=	schilfer
schilfert	=	schilferen
schilfertje	=	schilfer
schilfertjes	=	schilfer
schille	=	schillen
schillen	verb	de schil van een vrucht verwijderen
schillenboer	noun	iemand die voedselresten verzamelt als voer voor de varkens of om er compost van te maken
schillenboeren	=	schillenboer
schillenboertje	=	schillenboer
schillenboertjes	=	schillenboer
schillend	=	schillen
schillende	=	schillen
schiller	noun	iemand die schilt
schillerhemd	noun	overhemd met open kraag
schillerhemden	=	schillerhemd
schillerhemdje	=	schillerhemd
schillerhemdjes	=	schillerhemd
schillers	=	schiller
schilletje	=	schil
schilletjes	=	schil
schilling	noun|historical	Oostenrijkse munteenheid die onderverdeeld was in 100 groschen In 2002, bij de overgang naar de Euro, was de schilling ongeveer 7 eurocent waard (1 euro = 13,7603 schilling).
schillingen	=	schilling
schilmes	noun	heft met een snijblad, geschikt om de schil van een vrucht te verwijderen
schilmesje	=	schilmes
schilmessen	=	schilmes
schilt	=	schillen
schim	noun	fantoom of geestverschijning is een vermeend verschijnsel dat in het volksgeloof doorgaans in verband wordt gebracht met de ziel of geest van een overleden persoon die niet tot rust kan komen
schimmel	noun	paardenras met een grotendeels witte vacht met fijne grijze of blauwige tekening
schimmelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van schimmel
schimmelachtige	=	schimmelachtig
schimmelachtiger	=	schimmelachtig
schimmelachtigere	=	schimmelachtig
schimmelachtigers	=	schimmelachtig
schimmelachtigs	=	schimmelachtig
schimmelachtigst	=	schimmelachtig
schimmelachtigste	=	schimmelachtig
schimmelbladroller	noun	Phtheochroa rugosana een vlinder uit de familie bladrollers, de Tortricidae.
schimmelbladrollers	=	schimmelbladroller
schimmelbladrollertje	=	schimmelbladroller
schimmelbladrollertjes	=	schimmelbladroller
schimmelde	=	schimmelen
schimmelden	=	schimmelen
schimmele	=	schimmelen
schimmelen	verb	met schimmel bedekt raken, beschimmelen
schimmelend	=	schimmelen
schimmelende	=	schimmelen
schimmelig	adj	schimmels bevattend
schimmelige	=	schimmelig
schimmeliger	=	schimmelig
schimmeligere	=	schimmelig
schimmeligers	=	schimmelig
schimmeligs	=	schimmelig
schimmeligst	=	schimmelig
schimmeligste	=	schimmelig
schimmelinfectie	noun	ziekte veroorzaakt door schimmels
schimmelinfecties	=	schimmelinfectie
schimmelkaas	noun	een kaas die tijdens de productie wordt bewerkt met schimmelsporen
schimmelkaasje	=	schimmelkaas
schimmelkaasjes	=	schimmelkaas
schimmelkazen	=	schimmelkaas
schimmelkever	noun	insect uit de familie Latridiidae van kevers (Coleoptera) in de superfamilie Cucujoidea
schimmelkevers	noun	Latridiidae een familie van kevers (Coleoptera) in de superfamilie Cucujoidea
schimmelkevertje	=	schimmelkever
schimmelkevertjes	=	schimmelkever
schimmelkut	noun	vieze of verachtelijke vrouw, vrouwelijke vorm van schimmelnek
schimmelkutje	=	schimmelkut
schimmelkutjes	=	schimmelkut
schimmelkutten	=	schimmelkut
schimmels	noun	rijk binnen de eukaryoten Fungi
schimmelspanner	noun	Dysstroma truncata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
schimmelspanners	=	schimmelspanner
schimmelspannertje	=	schimmelspanner
schimmelspannertjes	=	schimmelspanner
schimmelspore	noun	een cel die zich kan ontwikkelen tot volledige schimmels
schimmelsporen	=	schimmelspore
schimmelt	=	schimmelen
schimmeltje	=	schimmel
schimmeltjes	=	schimmel
schimmelwerend	adj	van een product, materiaal of middel dat het actief voorkomt dat schimmels zich hechten, groeien of ontwikkelen op een oppervlak
schimmelwerende	=	schimmelwerend
schimmelwerender	=	schimmelwerend
schimmelwerendere	=	schimmelwerend
schimmelwerenders	=	schimmelwerend
schimmelwerends	=	schimmelwerend
schimmelwerendst	=	schimmelwerend
schimmelwerendste	=	schimmelwerend
schimmelziekte	noun	een aandoening die door een schimmel veroorzaakt wordt
schimmelziekten	=	schimmelziekte
schimmelziektes	=	schimmelziekte
schimmen	=	schim
schimmenrijk	noun	het bovennatuurlijke rijk waar de doden zouden vertoeven
schimmenrijken	=	schimmenrijk
schimmenrijkje	=	schimmenrijk
schimmenspel	noun	een 'poppenspel' waarbij schaduwen op een doek worden geprojecteerd maar de poppen zelf onzichtbaar blijven
schimmenspelen	=	schimmenspel
schimmetje	=	schim
schimmetjes	=	schim
schimmig	adj	vaag, onduidelijk, spookachtig
schimmige	=	schimmig
schimmiger	=	schimmig
schimmigere	=	schimmig
schimmigers	=	schimmig
schimmigs	=	schimmig
schimmigst	=	schimmig
schimmigste	=	schimmig
schimp	=	schimpen
schimpdicht	noun	gedicht waarin flink geschimpt wordt, hekeldicht
schimpdichten	=	schimpdicht
schimpe	=	schimpen
schimpen	verb	honen, schelden
schimpend	=	schimpen
schimpende	=	schimpen
schimpig	adj	met honende eigenschappen
schimpige	=	schimpig
schimpiger	=	schimpig
schimpigere	=	schimpig
schimpigers	=	schimpig
schimpigs	=	schimpig
schimpigst	=	schimpig
schimpigste	=	schimpig
schimplach	noun	spottende, minachtende of honende lach
schimplachje	=	schimplach
schimplachjes	=	schimplach
schimplied	noun	lied met een beledigende tekst
schimpliederen	=	schimplied
schimpliedje	=	schimplied
schimpliedjes	=	schimplied
schimpnaam	noun	spottende, beledigende of krenkende bijnaam voor iemand of een groep personen
schimpnaampje	=	schimpnaam
schimpnaampjes	=	schimpnaam
schimpnamen	=	schimpnaam
schimpscheut	noun	hatelijke (verdekte) toespeling
schimpscheuten	=	schimpscheut
schimpscheutje	=	schimpscheut
schimpscheutjes	=	schimpscheut
schimpt	=	schimpen
schimpte	=	schimpen
schimpten	=	schimpen
schimpwoord	noun	woord dat dient om het benoemde te beschadigen, te ridiculiseren of uit te schelden
schimpwoorden	=	schimpwoord
schink	noun|obsolete	vlees van de achterkant van een varken
schinkel	noun	zwaar touw om een takel te verlengen, schenkel
schinkels	=	schinkel
schinkeltje	=	schinkel
schinkeltjes	=	schinkel
schinken	=	schink
schip	noun	groot zeevarend vaartuig voor het vervoer van passagiers of goederen, meestal voortbewogen door zeilen of motoren
schipbreuk	noun	een gebeurtenis waarbij een schip zinkt of op de klippen loopt
schipbreukeling	noun	het slachtoffer van een schipbreuk
schipbreukelinge	=	schipbreukeling
schipbreukelingen	=	schipbreukeling
schipbreukelingetje	=	schipbreukeling
schipbreukelingetjes	=	schipbreukeling
schipbreuken	=	schipbreuk
schipbreukje	=	schipbreuk
schipbreukjes	=	schipbreuk
schipdeur	noun	de afsluiting van een gegraven droogdok waarbij gebruik wordt gemaakt van een caisson of schip dat voor de ingang wordt gesleept en afgezonken
schipdeuren	=	schipdeur
schipdeurtje	=	schipdeur
schipdeurtjes	=	schipdeur
schipper	noun	iemand die de verantwoordelijkheid heeft voor de besturing van een schip
schipperde	=	schipperen
schipperden	=	schipperen
schippere	=	schipperen
schipperen	verb	bekwaam de rol van schipper vervullen, gewoonlijk op een zeilboot
schipperend	=	schipperen
schipperende	=	schipperen
schipperke	noun	bepaald Vlaams hondenras
schipperkes	=	schipperke
schippers	=	schipper
schippersboek	noun	inventaris van scheepsbehoeften aan boord van een schip
schippersboeken	=	schippersboek
schippersboekje	=	schippersboek
schippersboekjes	=	schippersboek
schipperse	noun	echtgenote van iemand de verantwoordelijke is voor de besturing van een schip
schippersen	=	schipperse
schippersknoop	noun	knoop die beneden, in het midden van de V-hals van een matrozenpakje aan de voorkant van de borstkas zit
schippersknoopje	=	schippersknoop
schippersknoopjes	=	schippersknoop
schippersknopen	=	schippersknoop
schippersscholen	=	schippersschool
schippersschool	noun	school voor schipperskinderen
schippersschooltje	=	schippersschool
schippersschooltjes	=	schippersschool
schipperstrui	noun	blauwe, wollen trui met een halflange rits aan de voorzijde
schipperstruien	=	schipperstrui
schipperstruitje	=	schipperstrui
schipperstruitjes	=	schipperstrui
schippersvereniging	noun	een belangenorganisatie voor en door schippers, voornamelijk in de beroepsbinnvaart.
schippersverenigingen	=	schippersvereniging
schippersverenigingetje	=	schippersvereniging
schippersverenigingetjes	=	schippersvereniging
schippert	=	schipperen
schippertje	=	schipper
schippertjes	=	schipper
schisis	noun	een aangeboren afwijking van het gezicht, die zich kenmerkt door een spleet of groef in bovenlip, kaak en/of gehemelte
schisma	noun	uit elkaar vallen van een kerkgenootschap in twee delen door sterk verschillende opvattingen
schisma's	=	schisma
schismaatje	=	schisma
schismaatjes	=	schisma
schismata	=	schisma
schist	noun	een kristallijn gesteente, dat vanwege een duidelijke foliatie gemakkelijk splijtbaar is
schisten	=	schist
schitter	=	schitteren
schitterde	=	schitteren
schitterden	=	schitteren
schittere	=	schitteren
schitteren	verb	een sterk licht verspreiden
schitterend	adj	veel licht weerkaatsend
schitterende	=	schitterend
schitterender	=	schitterend
schitterendere	=	schitterend
schitterenders	=	schitterend
schitterends	=	schitterend
schitterendst	=	schitterend
schitterendste	=	schitterend
schittering	noun	fel, (soms onaangenaam) schitterend en meestal weerspiegeld licht
schitteringen	=	schittering
schitteringetje	=	schittering
schitteringetjes	=	schittering
schitterinkje	=	schittering
schittert	=	schitteren
schizofreen	adj	horend bij schizofrenie en een schizofreen	noun	iemand die lijdt aan schizofrenie
schizofreens	=	schizofreen
schizofreenst	=	schizofreen
schizofreenste	=	schizofreen
schizofreentje	=	schizofreen
schizofreentjes	=	schizofreen
schizofrene	=	schizofreen
schizofrenen	=	schizofreen
schizofrener	=	schizofreen
schizofrenere	=	schizofreen
schizofreners	=	schizofreen
schizofrenie	noun	chronische geestesziekte met perioden van verwardheid en psychose
schizofrenieën	=	schizofrenie
schizoïde	adj	lijkend op, de symptomen hebbend van schizofrenie
schizoïder	=	schizoïde
schizoïdere	=	schizoïde
schizoïders	=	schizoïde
schizoïdes	=	schizoïde
schizoïedst	=	schizoïde
schizoïedste	=	schizoïde
schlager	noun	Duitstalige hit, met vaak een sentimentele inhoud
schlagers	=	schlager
schlagertje	=	schlager
schlagertjes	=	schlager
schlemiel	noun	sukkel, domkop, slappeling
schlemielen	=	schlemiel
schlemielig	adj	als van of door een schlemiel, krachteloos, haast meelijwekkend	adv	als van of door een schlemiel, krachteloos, haast meelijwekkend
schlemielige	=	schlemielig
schlemieliger	=	schlemielig
schlemieligere	=	schlemielig
schlemieligers	=	schlemielig
schlemieligs	=	schlemielig
schlemieligst	=	schlemielig
schlemieligste	=	schlemielig
schlemieltje	=	schlemiel
schlemieltjes	=	schlemiel
schlierenfotografie	noun	fotografie van voor het menselijk oog onzichtbare optische inhomogeniteiten in transparante materialen
schluss	intj	afgelopen
schmalz	noun	reuzel
schmier	=	schmieren
schmierde	=	schmieren
schmierden	=	schmieren
schmiere	=	schmieren
schmieren	verb	op een niet serieuze manier zijn rol in een toneelstuk of film spelen
schmierend	=	schmieren
schmierende	=	schmieren
schmiert	=	schmieren
schmink	noun	smeersel waarmee men de huid een andere kleur of aanzien kan geven
schminkdoos	noun	doos met benodigdheden voor het schminken
schminkdoosje	=	schminkdoos
schminkdozeken	=	schminkdoos
schminkdozen	=	schminkdoos
schminke	=	schminken
schminken	verb	een gezicht beschilderen, overdreven make-up opdoen
schminkend	=	schminken
schminkende	=	schminken
schminkje	=	schmink
schminkt	=	schminken
schminkte	=	schminken
schminkten	=	schminken
schnabbel	noun	goed betaald werk dat men naast zijn gewone werk doet
schnabbelde	=	schnabbelen
schnabbelden	=	schnabbelen
schnabbele	=	schnabbelen
schnabbelen	verb	extra geld verdienen met een bijbaantje
schnabbelend	=	schnabbelen
schnabbelende	=	schnabbelen
schnabbels	=	schnabbel
schnabbelt	=	schnabbelen
schnabbeltje	=	schnabbel
schnabbeltjes	=	schnabbel
schnaps	noun	een sterk alcoholische drank, maar met name degene met ten minste 32% vol
schnapsje	=	schnaps
schnapsjes	=	schnaps
schnauzer	noun	bepaald Duits hondenras
schnauzers	=	schnauzer
schnauzertje	=	schnauzer
schnauzertjes	=	schnauzer
schnitzel	noun	dun gesneden stuk gebraden kalfsvlees, kippenvlees, varkensvlees of tofoe, dun stukje gepaneerd vlees
schnitzellockdown	noun	lockdown voor ongevaccineerden in Oostenrijk tijdens de corona-epidemie
schnitzelpaniek	noun	paniek onder Oostenrijkse ongevaccineerden toen er voor hun stengere lockdownmaatregelen werden afgekondigd en ze zich alsnog lieten vaccineren
schnitzels	=	schnitzel
schnitzeltje	=	schnitzel
schob	=	schobben
schobbe	=	schobben
schobbejak	noun	verdorven, doortrapt, slecht persoon
schobbejakje	=	schobbejak
schobbejakjes	=	schobbejak
schobbejakken	=	schobbejak
schobben	verb	schurken
schobbend	=	schobben
schobbende	=	schobben
schobber	noun	iemand met een haveloos uiterlijk
schobberd	noun	hond die zich jeukt (omdat hij schurft heeft)
schobberdebonk	noun	bedelaar, klaploper
schobberdebonken	=	schobberdebonk
schobberdje	=	schobberd
schobberdjes	=	schobberd
schobberds	=	schobberd
schobbers	=	schobber
schobde	=	schobben
schobden	=	schobben
schobt	=	schobben
schoei	=	schoeien
schoeide	=	schoeien
schoeiden	=	schoeien
schoeie	=	schoeien
schoeien	verb	van schoeisel voorzien
schoeiend	=	schoeien
schoeiende	=	schoeien
schoeiing	noun	bekleding van een wal of put
schoeiingen	=	schoeiing
schoeiinkje	=	schoeiing
schoeiinkjes	=	schoeiing
schoeisel	noun	alles wat men om de voeten heen kan dragen, zoals schoenen en laarzen
schoeisels	=	schoeisel
schoeiseltje	=	schoeisel
schoeiseltjes	=	schoeisel
schoeit	=	schoeien
schoejer	=	schooier
schoelie	=	schoelje
schoelje	noun	een laaghartig, verdorven persoon; vaak ook gebruikt om een hele groep mee aan te duiden
schoeljeachtig	adj	niet netjes, ordinair
schoeljeachtige	=	schoeljeachtig
schoeljeachtiger	=	schoeljeachtig
schoeljeachtigere	=	schoeljeachtig
schoeljeachtigers	=	schoeljeachtig
schoeljeachtigs	=	schoeljeachtig
schoeljeachtigst	=	schoeljeachtig
schoeljeachtigste	=	schoeljeachtig
schoeljes	=	schoelje
schoen	noun	bekleedsel om de voet warm te houden en te beschermen
schoenaantrekker	noun	een hulpmiddel om gemakkelijk schoenen aan te trekken zonder te bukken
schoenaantrekkers	=	schoenaantrekker
schoenaantrekkertje	=	schoenaantrekker
schoenaantrekkertjes	=	schoenaantrekker
schoenbekooievaar	noun	Balaeniceps rex een vogel uit de familie Balaenicipitidae.
schoenbekooievaars	=	schoenbekooievaar
schoenbekooievaartje	=	schoenbekooievaar
schoenbekooievaartjes	=	schoenbekooievaar
schoenbekooievaren	=	schoenbekooievaar
schoenblink	noun	smeersel om leer glanzend en soepel te houden en de kale plekken op te kleuren
schoenbom	noun	in een schoen verstopte bom die bestemd is voor een terroristische aanslag
schoenbommen	=	schoenbom
schoenborstel	noun	een borstel, vaak gemaakt van paardenhaar, om schoenen schoon te maken, vuil uit zolen te verwijderen, en schoensmeer of -crème aan te brengen en uit te poetsen voor glans
schoenborstels	=	schoenborstel
schoenborsteltje	=	schoenborstel
schoenborsteltjes	=	schoenborstel
schoencadeau	noun	een klein cadeau, zoals iets lekkers of een klein speelgoedje, dat kinderen in hun schoen vinden wanneer ze deze zetten in de aanloop naar 5 december, als onderdeel van de Sinterklaastraditie
schoencadeaus	=	schoencadeau
schoencadeautje	=	schoencadeau
schoencadeautjes	=	schoencadeau
schoencrème	noun	was waarmee leer van schoenen en andere leren producten onderhouden kan worden
schoencrèmes	=	schoencrème
schoenen	=	schoen
schoenendoos	noun	verpakking voor één paar schoenen
schoenendoosactie	noun	een activiteit waarbij mensen gevraagd wordt een schoenendoos te vullen met materialen die dan opgestuurd wordt naar mensen die in armoede of oorlog leven en zich deze materialen niet kunnen veroorloven
schoenendoosacties	=	schoenendoosactie
schoenendoosje	=	schoenendoos
schoenendoosjes	=	schoenendoos
schoenendozen	=	schoenendoos
schoenenhouder	noun	praktisch meubelstuk om schoenen netjes te ordenen en ruimte te besparen in de hal, kledingkast of slaapkamer
schoenenhouders	=	schoenenhouder
schoenenhoudertje	=	schoenenhouder
schoenenhoudertjes	=	schoenenhouder
schoenenkast	noun	een kast waarin je schoenen kunt opbergen
schoenenkasten	=	schoenenkast
schoenenkastje	=	schoenenkast
schoenenkastjes	=	schoenenkast
schoenenmerk	noun	de de naam van een producent of handelaar van schoenen
schoenenmerken	=	schoenenmerk
schoenenrek	noun	praktisch meubelstuk om schoenen netjes te ordenen en ruimte te besparen in de hal, kledingkast of slaapkamer
schoenenrekje	=	schoenenrek
schoenenrekjes	=	schoenenrek
schoenenrekken	=	schoenenrek
schoenenstandaard	noun	praktisch meubelstuk om schoenen netjes te ordenen en ruimte te besparen in de hal, kledingkast of slaapkamer
schoenenstandaarden	=	schoenenstandaard
schoenenstandaardje	=	schoenenstandaard
schoenenstandaardjes	=	schoenenstandaard
schoenenstandaards	=	schoenenstandaard
schoenenwarenhuis	noun	een warenhuis dat zich richt op het verkopen van schoenen en ander schoeisel
schoenenwarenhuizen	=	schoenenwarenhuis
schoenenwinkel	noun	winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt
schoenenwinkels	=	schoenenwinkel
schoenenwinkeltje	=	schoenenwinkel
schoenenwinkeltjes	=	schoenenwinkel
schoenenzaak	noun	winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt
schoenenzaken	=	schoenenzaak
schoener	noun|historical	een 18e eeuws langsgetuigd zeilschip met oorspronkelijk 2, maar later ook meer masten
schoeners	=	schoener
schoenertje	=	schoener
schoenertjes	=	schoener
schoenfabriek	noun	bedrijf waar men machinaal schoenen produceert
schoenfabrieken	=	schoenfabriek
schoenfabriekje	=	schoenfabriek
schoenfabriekjes	=	schoenfabriek
schoenhoorn	noun	schoenlepel, schoentrekker
schoenhoorns	=	schoenhoorn
schoenkast	noun	een kast waarin je schoenen kunt opbergen
schoenkasten	=	schoenkast
schoenkastje	=	schoenkast
schoenkastjes	=	schoenkast
schoenklomp	noun	klomp met leren bovenstuk
schoenklompen	=	schoenklomp
schoenklompje	=	schoenklomp
schoenklompjes	=	schoenklomp
schoenlapper	noun	iemand die als vak schoenen repareert
schoenlappers	=	schoenlapper
schoenlappersbakerhaai	noun	Sutorectus tentaculatus een vis uit de familie van de wobbegongs (Orectolobidae) en behoort derhalve tot de orde van bakerhaaien (Orectolobiformes).
schoenlappersbakerhaaien	=	schoenlappersbakerhaai
schoenlappersbakerhaaitje	=	schoenlappersbakerhaai
schoenlappersbakerhaaitjes	=	schoenlappersbakerhaai
schoenlappertje	=	schoenlapper
schoenlappertjes	=	schoenlapper
schoenlapster	=	schoenlapper
schoenlepel	noun	voorwerp om het aantrekken van schoenen te vergemakkelijken
schoenlepels	=	schoenlepel
schoenlepeltje	=	schoenlepel
schoenlepeltjes	=	schoenlepel
schoenmaak	=	schoenmaken
schoenmaakster	noun	vrouwelijke vorm van schoenmaker
schoenmaaksters	=	schoenmaakster
schoenmaakstertje	=	schoenmaakster
schoenmaakstertjes	=	schoenmaakster
schoenmaat	noun	een hulpmiddel bij het passen van schoenen.
schoenmaatje	=	schoenmaat
schoenmaatjes	=	schoenmaat
schoenmaken	verb	het vervaardigen van schoeisel
schoenmakend	=	schoenmaken
schoenmakende	=	schoenmaken
schoenmaker	noun	iemand die als vak schoenen repareert
schoenmakerij	noun	bedrijf dat schoenen maakt en repareert; werkplaats van een schoenmaker
schoenmakerijen	=	schoenmakerij
schoenmakers	=	schoenmaker
schoenmakertje	=	schoenmaker
schoenmakertjes	=	schoenmaker
schoenmaten	=	schoenmaat
schoenpin	noun	spijker waarmee het bovenleer van een schoen aan de zool wordt bevestigd
schoenpinnen	=	schoenpin
schoenpoets	noun	was waarmee leer van schoenen en andere leren producten onderhouden kan worden
schoenpoetsautomaat	noun	apparaat dat na muntinworp schoenen poetst
schoenpoetsautomaatje	=	schoenpoetsautomaat
schoenpoetsautomaatjes	=	schoenpoetsautomaat
schoenpoetsautomaten	=	schoenpoetsautomaat
schoenpoetsen	verb	Het insmeren met schoensmeer en daarna uitpoetsen van schoenen teneinde ze te onderhouden
schoenpoetsend	=	schoenpoetsen
schoenpoetsende	=	schoenpoetsen
schoenpoetser	noun	iemand die de schoenen van iemand anders schoon en glimmend maakt om geld te verdienen
schoenpoetsers	=	schoenpoetser
schoenpoetsertje	=	schoenpoetser
schoenpoetsertjes	=	schoenpoetser
schoenriem	noun	een smal bandje of veter, vaak gemaakt van leer, dat gebruikt wordt om een schoen of sandaal vast te maken of strakker te trekken rond de voet
schoenriemen	=	schoenriem
schoenriempje	=	schoenriem
schoenriempjes	=	schoenriem
schoensmeer	noun	smeersel om leer glanzend en soepel te houden en de kale plekken op te kleuren
schoensmeertje	=	schoensmeer
schoensmeren	=	schoensmeer
schoenspanner	noun	apparaatje, bestaande uit een stevige veer, dat dient om een schoen door spanning in model te houden als deze niet gedragen wordt
schoenspanners	=	schoenspanner
schoenspannertje	=	schoenspanner
schoenspannertjes	=	schoenspanner
schoenspijker	noun	spijker om de zolen en hielen van schoenen te bevestigen
schoenspijkers	=	schoenspijker
schoenspijkertje	=	schoenspijker
schoenspijkertjes	=	schoenspijker
schoentje	=	schoen
schoentjes	=	schoen
schoentrekker	noun	schoenlepel, schoenhoorn
schoentrekkers	=	schoentrekker
schoenveter	noun	veter om een schoen of laars dicht te rijgen
schoenveters	=	schoenveter
schoenvetertje	=	schoenveter
schoenvetertjes	=	schoenveter
schoenwinkel	noun	winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt
schoenwinkels	=	schoenwinkel
schoenwinkeltje	=	schoenwinkel
schoenwinkeltjes	=	schoenwinkel
schoenzolen	=	schoenzool
schoenzool	noun	het onderste deel van een schoen of laars dat contact heeft met de grond tijdens het lopen
schoenzooltje	=	schoenzool
schoenzooltjes	=	schoenzool
schoep	noun	de wiek van een windmolen of de bladen van een waterschroef
schoepen	=	schoep
schoepenrad	noun	breed wiel met dwars op de buitenrand geplaatste vlakken
schoepenraderen	=	schoepenrad
schoepenradje	=	schoepenrad
schoepenradjes	=	schoepenrad
schoepiet	noun	een mineraal met de chemische formule (UO₂)₈O₂(OH)₁₂·12H₂O
schoepje	=	schoep
schoepjes	=	schoep
schoer	noun	plotselinge bui, regenvlaag
schoeren	=	schoer
schoertje	=	schoer
schoertjes	=	schoer
schoffeer	=	schofferen
schoffeerde	=	schofferen
schoffeerden	=	schofferen
schoffeerder	noun	iemand die schoffeert
schoffeerders	=	schoffeerder
schoffeert	=	schofferen
schoffel	noun	een horizontaal liggend scherp geslepen mes van staal dat bevestigd is aan een houten steel
schoffelaar	noun	iemand die ongewenste planten ondergronds afsnijdt om de groei van gewenste planten te bevorderen
schoffelaars	=	schoffelaar
schoffelbloedbij	noun	Sphecodes pellucidus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
schoffelbloedbijen	=	schoffelbloedbij
schoffelbloedbijtje	=	schoffelbloedbij
schoffelbloedbijtjes	=	schoffelbloedbij
schoffelde	=	schoffelen
schoffelden	=	schoffelen
schoffele	=	schoffelen
schoffelen	verb	onkruid verwijderen met een schoffel
schoffelend	=	schoffelen
schoffelende	=	schoffelen
schoffelmos	noun	een geslacht Scapania van levermossen in de familie Scapaniaceae.
schoffelmosje	=	schoffelmos
schoffelmosjes	=	schoffelmos
schoffelmossen	=	schoffelmos
schoffels	=	schoffel
schoffelsnavel	noun	dier met een snavel als een schoffel
schoffelsnavels	noun	een geslacht Todirostrum van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
schoffelsnaveltje	=	schoffelsnavel
schoffelsnaveltjes	=	schoffelsnavel
schoffelt	=	schoffelen
schoffeltandkarpers	noun	een familie Adrianichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van geepachtigen (Beloniformes)
schoffeltje	=	schoffel
schoffeltjes	=	schoffel
schoffere	=	schofferen
schofferen	verb	op een uiterst lompe manier bejegenen
schofferend	=	schofferen
schofferende	=	schofferen
schoffering	noun	de daad van het schofferen
schofferingen	=	schoffering
schofferinkje	=	schoffering
schofferinkjes	=	schoffering
schoffie	noun	een arme, jonge man met een licht criminele inslag
schoffies	=	schoffie
schoft	noun	hoogste deel van de rug tussen de schouderbladen, van viervoetige dieren
schoftachtig	adj	zoals kenmerkend is voor een schoft
schoftachtige	=	schoftachtig
schoftachtiger	=	schoftachtig
schoftachtigere	=	schoftachtig
schoftachtigers	=	schoftachtig
schoftachtigs	=	schoftachtig
schoftachtigst	=	schoftachtig
schoftachtigste	=	schoftachtig
schoften	=	schoft
schoftenstreek	noun	moreel verwerpelijke handeling
schoftenstreken	=	schoftenstreek
schofterig	adj	onaangenaam brutaal en gemeen
schofterige	=	schofterig
schofteriger	=	schofterig
schofterigere	=	schofterig
schofterigers	=	schofterig
schofterigs	=	schofterig
schofterigst	=	schofterig
schofterigste	=	schofterig
schofthoogte	noun	de afstand bij een dier tussen de grond en de schoft: bovenrand van de wervelkolom ter hoogte van de schouder.
schofthoogten	=	schofthoogte
schofthoogtes	=	schofthoogte
schoftje	=	schoft
schoftjes	=	schoft
schok	noun	een plotsklapse en hevige beweging
schokaardkruiper	noun	Geophilus electricus een duizendpotensoort uit de familie van de Geophilidae.
schokaardkruipers	=	schokaardkruiper
schokaardkruipertje	=	schokaardkruiper
schokaardkruipertjes	=	schokaardkruiper
schokabsorberend	adj	van een materiaal of constructie dat het de kracht van een impact, klap of trilling opvangt en dempt, waardoor de energie wordt omgezet in een andere vorm (vaak warmte) en niet direct wordt doorgegeven
schokabsorberende	=	schokabsorberend
schokabsorberender	=	schokabsorberend
schokabsorberendere	=	schokabsorberend
schokabsorberenders	=	schokabsorberend
schokabsorberends	=	schokabsorberend
schokabsorberendst	=	schokabsorberend
schokabsorberendste	=	schokabsorberend
schokbehandeling	noun	behandeling voor ernstige depressies waarbij onder narcose een korte stroomstoot door de hersenen wordt gestuurd om een epileptische aanval op te wekken.
schokbehandelingen	=	schokbehandeling
schokbehandelingetje	=	schokbehandeling
schokbehandelingetjes	=	schokbehandeling
schokbestendig	adj	bestand tegen schokken, schokvast
schokbestendige	=	schokbestendig
schokbestendiger	=	schokbestendig
schokbestendigere	=	schokbestendig
schokbestendigers	=	schokbestendig
schokbestendigheden	=	schokbestendigheid
schokbestendigheid	noun	dat iets of iemand tegen een stootje kan, dat iets of iemand stevig is
schokbestendigheidje	=	schokbestendigheid
schokbestendigheidjes	=	schokbestendigheid
schokbestendigs	=	schokbestendig
schokbestendigst	=	schokbestendig
schokbestendigste	=	schokbestendig
schokbreker	noun	apparaat dat de werking van een veer dempt
schokbrekers	=	schokbreker
schokbrekertje	=	schokbreker
schokbuis	noun	onderdeel dat een granaat bij inslag tot ontploffing brengt
schokbuisje	=	schokbuis
schokbuisjes	=	schokbuis
schokbuizen	=	schokbuis
schokdemper	noun	mechanisme om schokken te dempen
schokdempers	=	schokdemper
schokdempertje	=	schokdemper
schokdempertjes	=	schokdemper
schokeffect	noun	het gevolg van een heftige emotionele prikkeling
schokeffecten	=	schokeffect
schokeffectje	=	schokeffect
schokeffectjes	=	schokeffect
schokgolf	noun	een plotselinge golfbeweging
schokgolfje	=	schokgolf
schokgolfjes	=	schokgolf
schokgolven	=	schokgolf
schokje	=	schok
schokjes	=	schok
schokke	=	schokken
schokkeer	=	schokkeren
schokkeerde	=	schokkeren
schokkeerden	=	schokkeren
schokkeert	=	schokkeren
schokken	verb	heftig bewegen
schokkend	adj	dat je emotioneel geraakt wordt, aangrijpend, adembenemend, choquerend, treffend
schokkende	=	schokkend
schokkender	=	schokkend
schokkendere	=	schokkend
schokkenders	=	schokkend
schokkends	=	schokkend
schokkendst	=	schokkend
schokkendste	=	schokkend
schokker	noun	een vissersboot met een platbodem met zijzwaarden en een rechte stevenbalk die aan de bovenzijde een ingebouwde katrol bevat voor de ankerlijn
schokkere	=	schokkeren
schokkeren	verb	beledigen
schokkerend	adj	beledigend
schokkerende	=	schokkeren
schokkerender	=	schokkerend
schokkerendere	=	schokkerend
schokkerenders	=	schokkerend
schokkerends	=	schokkerend
schokkerendst	=	schokkerend
schokkerendste	=	schokkerend
schokkerig	adj	niet gelijkmatig maar met schokken voortbewegen
schokkerige	=	schokkerig
schokkeriger	=	schokkerig
schokkerigere	=	schokkerig
schokkerigers	=	schokkerig
schokkerigs	=	schokkerig
schokkerigst	=	schokkerig
schokkerigste	=	schokkerig
schokkers	=	schokker
schokkertje	=	schokker
schokkertjes	=	schokker
schokproef	noun	proef om het bestand zijn tegen schokken te onderzoeken
schokproeven	=	schokproef
schokschouder	=	schokschouderen
schokschouderde	=	schokschouderen
schokschouderden	=	schokschouderen
schokschoudere	=	schokschouderen
schokschouderen	verb	de schouders ophalen
schokschouderend	=	schokschouderen
schokschouderende	=	schokschouderen
schokschoudert	=	schokschouderen
schoksgewijs	adj	per schok, met schokken
schoksgewijze	=	schoksgewijs
schokstaking	noun	een vorm van werkstaking waarbij verschillende afdelingen of groepen werknemers binnen dezelfde onderneming opeenvolgend en afwisselend het werk neerleggen.
schokstakingen	=	schokstaking
schokstakinkje	=	schokstaking
schokstakinkjes	=	schokstaking
schokt	=	schokken
schokte	=	schokken
schokten	=	schokken
schoktherapie	noun	elektroshocktherapie
schoktherapieën	=	schoktherapie
schol	noun	bepaald soort platvis, Pleuronectes platessa	intj|informal	op je gezondheid!
scholastica	=	scholastiek
scholastiek	noun	stu­de­ren­de jon­ge kloos­ter­ling	adj	in, van of vergelijkbaar met de christelijke wijsbegeerte uit de middeleeuwen
scholastieke	=	scholastiek
scholastieken	=	scholastiek
scholastieker	=	scholastiek
scholastiekere	=	scholastiek
scholastiekers	=	scholastiek
scholastieks	=	scholastiek
scholastiekst	=	scholastiek
scholastiekste	=	scholastiek
scholastisch	adj	betrekking hebbend op de scholastiek (een middeleeuwse filosofie die trachtte op wetenschappelijke wijze god te vinden)
scholastische	=	scholastisch
scholastischer	=	scholastisch
scholastischere	=	scholastisch
scholastischers	=	scholastisch
schold	=	schelden
scholde	=	schelden
scholden	=	schelden
scholdt	=	schelden
schole	=	scholen
scholekster	noun	zwart-witte waadvogel met luide roep, Haematopus ostralegus
scholeksters	noun	Haematopodidae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen.
scholekstertje	=	scholekster
scholekstertjes	=	scholekster
scholen	verb	aan een opleiding onderwerpen
scholencomplex	noun	aantal op eenzelfde terrein gelegen schoolgebouwen
scholencomplexen	=	scholencomplex
scholend	=	scholen
scholende	=	scholen
scholengemeenschap	noun	een school die verschillende schooltypen omvat
scholengemeenschapje	=	scholengemeenschap
scholengemeenschapjes	=	scholengemeenschap
scholengemeenschappen	=	scholengemeenschap
scholfilet	noun	schoongemaakte schol zonder graten en vissenhuid
scholfiletje	=	scholfilet
scholfiletjes	=	scholfilet
scholfilets	=	scholfilet
scholier	noun	iemand die basisonderwijs of voortgezet onderwijs volgt
scholiere	noun	een vrouwelijke leerling
scholieren	=	scholier
scholierenabonnement	noun	bijzonder abonnement op openbaar vervoer, periodieken enz. voor scholieren
scholierenabonnementen	=	scholierenabonnement
scholierenabonnementje	=	scholierenabonnement
scholierenabonnementjes	=	scholierenabonnement
scholierenonderzoek	noun	een enquête gedaan onder scholieren
scholierenonderzoeken	=	scholierenonderzoek
scholierenonderzoekje	=	scholierenonderzoek
scholierenonderzoekjes	=	scholierenonderzoek
scholierenorganisatie	noun	organisatie van scholieren die opkomt voor de belangen van scholieren
scholierenorganisaties	=	scholierenorganisatie
scholierenorganisatietje	=	scholierenorganisatie
scholierenorganisatietjes	=	scholierenorganisatie
scholierenprotest	noun	protest georganiseerd door en/of vooral bijgewoond door scholieren
scholierenprotesten	=	scholierenprotest
scholierenprotestje	=	scholierenprotest
scholierenprotestjes	=	scholierenprotest
scholierenstaking	noun	Schoolstaking voor het klimaat, bekend als Spijbelen voor het klimaat of Klimaatmars voor een betere toekomst, is een actie van scholieren, die regeringen ...
scholierenstakingen	=	scholierenstaking
scholierenstakinkje	=	scholierenstaking
scholierenstakinkjes	=	scholierenstaking
scholieres	=	scholiere
scholiertje	=	scholier
scholiertjes	=	scholier
scholing	noun	opleiding in een bepaald vak, gebied of beroep
scholingen	=	scholing
scholingsaanbod	noun	aanbod aan lessen, cursussen of opleidingen die een persoon kan volgen om nieuwe kennis en vaardigheden te leren, of bestaande kennis en vaardigheden uit te breiden en te verdiepen
scholingsbudget	noun	geld dat in de begroting van een organisatie is bestemd voor opleiding en training Het kan gaan om de scholing van personeel of mensen uit de doelgroep van de organisatie; de term kan worden gebruikt voor het totaalbedrag, maar ook voor de bedragen die voor een bepaald onderdeel of voor een individueel persoon beschikbaar zijn.
scholingsbudgets	=	scholingsbudget
scholingsbudgetten	=	scholingsbudget
scholingscursus	noun	een gestructureerde reeks lessen of trainingen, gericht op het aanleren van specifieke kennis of vaardigheden.
scholingscursusje	=	scholingscursus
scholingscursusjes	=	scholingscursus
scholingscursussen	=	scholingscursus
scholingskost	noun	maaltijd die men op school kan krijgen
scholingskosten	noun	geld dat nodig is voor onderwijs
scholingsmogelijkheden	=	scholingsmogelijkheid
scholingsmogelijkheid	noun	faciliteiten die er voor zorgen dat het voor iemand makkelijker is om iets te gaan leren
scholingsverlof	noun	verlof dat verleend wordt voor bijscholing, nascholing of andere vormen van scholing
scholingsverlofje	=	scholingsverlof
scholingsverlofjes	=	scholingsverlof
scholingsverloven	=	scholingsverlof
scholinkje	=	scholing
schollen	noun	een familie Pleuronectidae in de orde van de platvissen (Pleuronectiformes)
scholletje	=	schol
scholletjes	=	schol
schollevaar	noun	pelikaanachtige en visetende zwarte watervogel van het geslacht Phalacrocorax die na een duik zijn vleugels moet laten drogen
schollevaars	=	schollevaar
schollevaartje	=	schollevaar
schollevaer	=	schollevaar
schollevaren	=	schollevaar
scholver	noun	pelikaanachtige en visetende zwarte watervogel van het geslacht Phalacrocorax die na een duik zijn vleugels moet laten drogen
scholvers	=	scholver
scholvertje	=	scholver
scholvertjes	=	scholver
schomburgk-hert	noun	Rucervus schomburgki een zoogdier uit de familie van de hertachtigen (Cervidae).
schomburgk-herten	=	schomburgk-hert
schomburgk-hertje	=	schomburgk-hert
schomburgk-hertjes	=	schomburgk-hert
schommel	noun	een hangend speeltuig bestaande uit touw en een zitje, vooral gebruikt in kinderspeeltuinen
schommelaar	noun	iemand die op een schommel heen-en-weer beweegt met een slingerbeweging
schommelaars	=	schommelaar
schommelbank	noun	een bank die heen en weer kan zwaaien
schommelbanken	=	schommelbank
schommelbankje	=	schommelbank
schommelbankjes	=	schommelbank
schommelbeweging	noun	is een ritmische, heen-en-weergaande of op-en-neergaande beweging, vergelijkbaar met de beweging van een schommel.
schommelbewegingen	=	schommelbeweging
schommelbeweginkje	=	schommelbeweging
schommelbeweginkjes	=	schommelbeweging
schommelde	=	schommelen
schommelden	=	schommelen
schommele	=	schommelen
schommelen	verb	op een schommel heen en weer bewegen
schommelend	adj	ritmisch heen en weer of op en neer bewegend
schommelende	=	schommelen
schommelender	=	schommelend
schommelendere	=	schommelend
schommelenders	=	schommelend
schommelends	=	schommelend
schommelendst	=	schommelend
schommelendste	=	schommelend
schommeling	noun	het zwevend door de lucht heen er weer bewegen (in een schommel)
schommelingen	=	schommeling
schommelingetje	=	schommeling
schommelingetjes	=	schommeling
schommels	=	schommel
schommelscheepje	=	schommelschip
schommelscheepjes	=	schommelschip
schommelschepen	=	schommelschip
schommelschip	noun	kermisattractie waarbij men in een grote boot heen en weer schommelt
schommelstoel	noun	een stoel, gewoonlijk op gebogen staanders, waarop men heen en weer kan schommelen
schommelstoelen	=	schommelstoel
schommelstoeltje	=	schommelstoel
schommelstoeltjes	=	schommelstoel
schommelt	=	schommelen
schommeltje	=	schommel
schommeltjes	=	schommel
schommelvoorhoofdsvinvis	noun	Ablabys taenianotus een straalvinnige vissensoort uit de familie van napoleonvissen (Tetrarogidae).
schommelvoorhoofdsvinvisje	=	schommelvoorhoofdsvinvis
schommelvoorhoofdsvinvisjes	=	schommelvoorhoofdsvinvis
schommelvoorhoofdsvinvissen	=	schommelvoorhoofdsvinvis
schond	=	schenden
schonde	=	schenden
schonden	=	schenden
schondt	=	schenden
schone	noun	vrouw met een fraai uiterlijk
schonegrondverklaring	noun	officieel document, gebaseerd op een bodemonderzoek, dat aantoont dat de bodem van een terrein niet ernstig verontreinigd is en geschikt is voor het beoogde doel.
schonegrondverklaringen	=	schonegrondverklaring
schonegrondverklarinkje	=	schonegrondverklaring
schonegrondverklarinkjes	=	schonegrondverklaring
schonekens	adv	op een manier die helemaal voldoet aan wensen of verwachtingen
schonekes	adv	op een manier die helemaal voldoet aan wensen of verwachtingen
schonen	verb	zuiveren, schoonmaken, reinigen
schonend	=	schonen
schonende	=	schonen
schoner	=	schoon
schonere	=	schoon
schoners	=	schoon
schonetje	=	schone
schonetjes	=	schone
schoning	noun	het uit een informatiebestand verwijderen van informatie die niet bewaard dient te worden
schoningen	=	schoning
schonk	noun	grof bot, zoals een dijbeen of bovenarmbeen
schonke	=	schenken
schonken	=	schenken
schonkig	adj	grofgebouwd, met grote botten
schonkige	=	schonkig
schonkiger	=	schonkig
schonkigere	=	schonkig
schonkigers	=	schonkig
schonkigs	=	schonkig
schonkigst	=	schonkig
schonkigste	=	schonkig
schonkje	=	schonk
schonkjes	=	schonk
schonkt	=	schenken
schoof	noun	samengebonden hoeveelheid graanhalmen of andere afgemaaide gewassen
schoofde	=	schoven
schoofden	=	schoven
schoofje	=	schoof
schoofjes	=	schoof
schooft	=	schoven
schoofzak	noun	lunchpakket (vooral in de provincie Antwerpen)
schooi	=	schooien
schooide	=	schooien
schooiden	=	schooien
schooie	=	schooien
schooien	verb	iets vragen zonder iets terug te willen geven
schooiend	=	schooien
schooiende	=	schooien
schooier	noun	een landloper
schooiers	=	schooier
schooiertje	=	schooier
schooiertjes	=	schooier
schooister	=	schooier
schooit	=	schooien
school	noun	een onderwijsinstelling waar les wordt gegeven aan leerlingen	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
schoolachterstand	noun	achterblijvende leerprestaties
schoolachterstanden	=	schoolachterstand
schoolachterstandje	=	schoolachterstand
schoolachterstandjes	=	schoolachterstand
schooladministratie	noun	het beheren en vastleggen van alle gegevens die te maken hebben met leerlingen en het onderwijs binnen een school, zoals persoonsgegevens, in- en uitschrijvingsdata, schoolresultaten en gegevens over aanwezigheid
schooladministraties	=	schooladministratie
schooladvies	noun	advies met betrekking tot het te volgen onderwijs
schooladviezen	=	schooladvies
schoolagenda	noun	een agenda, speciaal voor scholieren
schoolagenda's	=	schoolagenda
schoolagendaatje	=	schoolagenda
schoolagendaatjes	=	schoolagenda
schoolakte	noun	diploma dat het recht geeft om onderwijs te geven
schoolakten	=	schoolakte
schoolaktes	=	schoolakte
schoolangst	noun	angst om naar school te gaan
schoolangsten	=	schoolangst
schoolarts	noun	arts, belast met het toezicht op de gezondheidstoestand van de schoolgaande jeugd
schoolartsen	=	schoolarts
schoolatlas	noun	aardrijkskundige atlas voor gebruik op school
schoolatlasje	=	schoolatlas
schoolatlasjes	=	schoolatlas
schoolatlassen	=	schoolatlas
schoolbaar	adj	van een persoon dat deze een opleiding kan volgen
schoolbaarder	=	schoolbaar
schoolbaardere	=	schoolbaar
schoolbaarders	=	schoolbaar
schoolbaars	=	schoolbaar
schoolbaarst	=	schoolbaar
schoolbaarste	=	schoolbaar
schoolbad	noun	zwembad geschikt om te leren zwemmen, instructiebad
schoolbaden	=	schoolbad
schoolbadje	=	schoolbad
schoolbadjes	=	schoolbad
schoolbal	noun	traditioneel schoolfeest van een middelbare school met muziek en dans, waarbij je vooraf een meisje uitnodigt om het samen te bezoeken
schoolbals	=	schoolbal
schoolbank	noun	tafel waar de leerlingen aan zitten tijdens de les
schoolbanken	=	schoolbank
schoolbankje	=	schoolbank
schoolbankjes	=	schoolbank
schoolbare	=	schoolbaar
schoolbataljon	noun	school voor soldaten
schoolbataljons	=	schoolbataljon
schoolbegeleider	noun	iemand die, werkzaam bij de schoolbegeleidingsdienst, adviseert t.a.v. het onderwijs
schoolbegeleiders	=	schoolbegeleider
schoolbegeleiding	noun	het begeleiden (adviseren) van een school
schoolbegeleidingen	=	schoolbegeleiding
schoolbegeleidingsdienst	noun	instituut dat scholen helpt bij het oplossen van de problemen van leerlingen die extra zorg nodig hebben of lijken te hebben
schoolbegeleidingsdiensten	=	schoolbegeleidingsdienst
schoolbehoefte	noun	wat men voor school nodig heeft
schoolbehoeften	=	schoolbehoefte
schoolbel	noun	bel die het begin en/of einde van een lesuur aankondigt
schoolbelbaan	noun	een betaalde betrekking die is aangepast aan de schooltijden van kinderen
schoolbelbanen	=	schoolbelbaan
schoolbellen	=	schoolbel
schoolbelletje	=	schoolbel
schoolbelletjes	=	schoolbel
schoolbenodigdheden	=	schoolbenodigdheid
schoolbenodigdheid	noun	verzamelnaam voor alle spullen en middelen die worden gebruikt door leerlingen en studenten bij hun opleiding
schoolbestaan	noun	alle activiteiten die plaatsvinden op een school
schoolbesturen	=	schoolbestuur
schoolbestuur	noun	bestuur van een school
schoolbestuurder	noun	leidinggevende van een onderwijs instelling; iemand die lid is van het schoolbestuur
schoolbestuurders	=	schoolbestuurder
schoolbestuurtje	=	schoolbestuur
schoolbestuurtjes	=	schoolbestuur
schoolbevolking	noun	het totale verzameling van leerlingen of studenten die is ingeschreven bij een onderwijsinstelling of dat deel uitmaakt van een specifiek onderwijssysteem.
schoolbevolkingen	=	schoolbevolking
schoolbevolkinkje	=	schoolbevolking
schoolbevolkinkjes	=	schoolbevolking
schoolbezoek	noun	bezoek aan een school (b.v. van een inspecteur, schoolcommissie etc.)
schoolbezoeken	=	schoolbezoek
schoolbibliotheek	noun	eigen bibliotheek van een school
schoolbibliotheekje	=	schoolbibliotheek
schoolbibliotheekjes	=	schoolbibliotheek
schoolbibliotheken	=	schoolbibliotheek
schoolbieb	noun	een bibliotheek op school
schoolbiebje	=	schoolbieb
schoolbiebjes	=	schoolbieb
schoolbiebs	=	schoolbieb
schoolblaadje	=	schoolblad
schoolblaadjes	=	schoolblad
schoolblad	noun	blad voor en door leerlingen, schoolkrant
schoolbladen	=	schoolblad
schoolbleef	=	schoolblijven
schoolbleeft	=	schoolblijven
schoolbleven	=	schoolblijven
schoolblijf	=	schoolblijven
schoolblijft	=	schoolblijven
schoolblijve	=	schoolblijven
schoolblijven	verb	voor straf langer dan gewoonlijk op school moeten blijven
schoolblijvend	=	schoolblijven
schoolblijvende	=	schoolblijven
schoolblijver	noun	scholier die voor straf langer op school moet blijven
schoolblijvers	=	schoolblijver
schoolblijvertje	=	schoolblijver
schoolblijvertjes	=	schoolblijver
schoolboek	noun	leerboek dat gebruikt wordt op scholen en andere niet-universitaire opleidingsinstituten
schoolboeken	=	schoolboek
schoolboekje	=	schoolboek
schoolboekjes	=	schoolboek
schoolboot	noun	boot gerelateerd aan de school of het onderwijs
schoolbootje	=	schoolboot
schoolbootjes	=	schoolboot
schoolbord	noun	meestal zwart of groen paneel waarop met krijt wordt geschreven als een klas les krijgt
schoolborden	=	schoolbord
schoolbordje	=	schoolbord
schoolbordjes	=	schoolbord
schoolboten	=	schoolboot
schoolbrigade	noun	verkeersbrigade van scholieren ter verhoging van de veiligheid van het woon-schoolverkeer
schoolbrigades	=	schoolbrigade
schoolbrigadier	noun	klaar-over in de schoolleeftijd
schoolbrigadiers	=	schoolbrigadier
schoolbus	noun	autobus die kinderen naar en van school rijdt
schoolbusje	=	schoolbus
schoolbusjes	=	schoolbus
schoolbussen	=	schoolbus
schoolcijfer	noun	op school behaald cijfer
schoolcijfers	=	schoolcijfer
schoolcijfertje	=	schoolcijfer
schoolcijfertjes	=	schoolcijfer
schoolclub	noun	aan een school gerelateerde club
schoolclubje	=	schoolclub
schoolclubjes	=	schoolclub
schoolclubs	=	schoolclub
schoolcomiteetje	=	schoolcomité
schoolcomiteetjes	=	schoolcomité
schoolcomité	noun	organisatie voor het besturen van een school of groep van scholen
schoolcomités	=	schoolcomité
schoolcommissie	noun	groep personen die zijn aangewezen om samen te zorgen voor toezicht of advies met betrekking tot een bepaalde onderwijsinstelling
schoolcommissies	=	schoolcommissie
schooldag	noun	een dag in de week waarop men naar school gaat
schooldagen	=	schooldag
schooldagje	=	schooldag
schooldagjes	=	schooldag
schoolde	=	scholen
schooldecaan	noun	leraar die leerlingen behulpzaam is bij studiekeuze, beroepskeuze en andere problemen
schooldecanaat	noun	instelling van een schooldecaan
schooldecanaten	=	schooldecanaat
schooldecanen	=	schooldecaan
schoolden	=	scholen
schooldeur	noun	de voordeur van een school
schooldeuren	=	schooldeur
schooldeurtje	=	schooldeur
schooldeurtjes	=	schooldeur
schooldiploma	noun	schriftelijk bewijs dat de schoolopleiding met goed gevolg is doorlopen en afgesloten
schooldiploma's	=	schooldiploma
schooldiplomaatje	=	schooldiploma
schooldiplomaatjes	=	schooldiploma
schooldirecteur	noun	leidinggevende van een school; bestuurder van een school
schooldirecteuren	=	schooldirecteur
schooldirecteurs	=	schooldirecteur
schooldirecteurtje	=	schooldirecteur
schooldirecteurtjes	=	schooldirecteur
schooldirectie	noun	de directie van een school
schooldirecties	=	schooldirectie
schooldirectietje	=	schooldirectie
schooldirectietjes	=	schooldirectie
schooldokter	noun	arts, belast met vooral preventieve gezondheidszorg en -voorlichting, veiligheid en hygiëne op school
schooldokters	=	schooldokter
schooldoktertje	=	schooldokter
schooldoktertjes	=	schooldokter
schooldoktoren	=	schooldokter
schoolduits	noun	het Duits zoals men dat op school heeft geleerd
schooleditie	noun	editie voor schoolgebruik
schooledities	=	schooleditie
schooleditietje	=	schooleditie
schooleditietjes	=	schooleditie
schoolelftal	noun	sportelftal van leerlingen van een bepaalde school
schoolelftallen	=	schoolelftal
schoolengels	noun	het Engels zoals men dat op school heeft geleerd
schoolengelzen	=	schoolengels
schoolexamen	noun	examen dat door een school wordt afgenomen
schoolexamens	=	schoolexamen
schoolexamentje	=	schoolexamen
schoolexamentjes	=	schoolexamen
schoolfeest	noun	een feest dat door of op de school wordt gegeven
schoolfeesten	=	schoolfeest
schoolfeestje	=	schoolfeest
schoolfeestjes	=	schoolfeest
schoolfobie	noun	angst om naar school te gaan
schoolfonds	noun	fonds waaruit de kosten van onderwijs worden betaald
schoolfondsen	=	schoolfonds
schoolfoto	noun	een portretfoto die van iedere leerling afzonderlijk wordt gemaakt
schoolfoto's	=	schoolfoto
schoolfotograaf	noun	iemand die schoolfoto's maakt
schoolfotografe	noun	Een vrouwelijke schoolfotograaf.
schoolfotografen	=	schoolfotograaf
schoolfotografes	=	schoolfotografe
schoolfotootje	=	schoolfoto
schoolfotootjes	=	schoolfoto
schoolfrans	noun	het Frans zoals men dat op school heeft geleerd
schoolfrik	noun	schoolmeester of schooljuffrouw
schoolfrikje	=	schoolfrik
schoolfrikjes	=	schoolfrik
schoolfrikken	=	schoolfrik
schoolfruit	noun	fruit dat gratis aan schoolkinderen wordt gegeven als ze op school zijn
schoolga	=	schoolgaan
schoolgaan	verb	op een bepaalde school ingeschreven staan om daar lessen volgen
schoolgaand	=	schoolgaan
schoolgaat	=	schoolgaan
schoolgang	noun	gang in een schoolgebouw
schoolgangen	=	schoolgang
schoolgebleven	=	schoolblijven
schoolgebouw	noun	gebouw waarin het onderwijs gegeven wordt
schoolgebouwen	=	schoolgebouw
schoolgebouwtje	=	schoolgebouw
schoolgebouwtjes	=	schoolgebouw
schoolgegaan	=	schoolgaan
schoolgeld	noun	geld dat voor het onderwijs op een school betaald moet worden
schoolgelden	=	schoolgeld
schoolgemeenschap	noun	verzameling scholen die samenwerken op specifieke vlakken zoals logistiek, aankoop, studieaanbod etc.
schoolgemeenschapje	=	schoolgemeenschap
schoolgemeenschapjes	=	schoolgemeenschap
schoolgemeenschappen	=	schoolgemeenschap
schoolgenoot	noun	iemand die op dezelfde school zit als jij, maar niet noodzakelijk in dezelfde klas
schoolgenootje	=	schoolgenoot
schoolgenootjes	=	schoolgenoot
schoolgenote	=	schoolgenoot
schoolgenoten	=	schoolgenoot
schoolgerei	noun	verzamelnaam voor alle voorwerpen die je gebruikt om te schrijven of te tekenen
schoolgerief	noun	verzamelnaam voor alle voorwerpen die je gebruikt om te schrijven of te tekenen
schoolgezondheidszorg	noun	preventieve geneeskundige begeleiding van scholieren
schoolgezondheidszorgje	=	schoolgezondheidszorg
schoolgezwommen	=	schoolzwemmen
schoolgids	noun	document dat jaarlijks aan ouders en leerlingen informatie verstrekt over het functioneren van een school
schoolgidsen	=	schoolgids
schoolging	=	schoolgaan
schoolgingen	=	schoolgaan
schoolgrammatica	noun	grammatica zoals die op de scholen gegeven wordt
schoolgrammatica's	=	schoolgrammatica
schoolgruiten	verb	op school met subsidie van de overheid fruit en groenten eten
schoolhoofd	noun	hoofd (directeur of directrice) van een school, schooldirecteur, schooldirectrice
schoolhoofden	=	schoolhoofd
schoolhuis	noun	gebouw waarin een school gevestigd is
schoolhuisje	=	schoolhuis
schoolhuisjes	=	schoolhuis
schoolhuizen	=	schoolhuis
schoolinspecteur	noun	iemand die van overheidswege toezicht houdt op de kwaliteit van het onderwijs op een aantal scholen
schoolinspecteurs	=	schoolinspecteur
schoolinspecteurtje	=	schoolinspecteur
schoolinspecteurtjes	=	schoolinspecteur
schoolinspectie	noun	dienst van toezicht op scholen uitgevoerd door schoolinspecteurs
schoolinspecties	=	schoolinspectie
schooljaar	noun	cursus die zich over een jaar uitstrekt, leerjaar, cursusjaar
schooljaartje	=	schooljaar
schooljaartjes	=	schooljaar
schooljaren	=	schooljaar
schooljeugd	noun	jongeren die op school zitten
schooljongen	noun	jongen die naar school gaat
schooljongens	=	schooljongen
schooljongetje	=	schooljongen
schooljongetjes	=	schooljongen
schooljuf	noun	vrouw die (lager) onderwijs geeft vaak kortweg juf genoemd, schooljuffrouw, onderwijzeres
schooljuffen	=	schooljuf
schooljuffrouw	noun	vrouw die (lager) onderwijs geeft vaak kortweg juf genoemd, schooljuf, onderwijzeres
schooljuffrouwen	=	schooljuffrouw
schooljuffrouwtje	=	schooljuffrouw
schooljuffrouwtjes	=	schooljuffrouw
schooljufje	=	schooljuf
schooljufjes	=	schooljuf
schooljufs	=	schooljuf
schoolkaart	noun	grote landkaart voor gebruik op school tijdens de lessen in aardrijkskunde
schoolkaarten	=	schoolkaart
schoolkameraad	noun	kameraad en medeleerling
schoolkameraadje	=	schoolkameraad
schoolkameraadjes	=	schoolkameraad
schoolkameraads	=	schoolkameraad
schoolkameraden	=	schoolkameraad
schoolkamp	noun	buitenschools verblijf in een kampeergelegenheid of -boerderij van een groep leerlingen onder leiding van leerkrachten
schoolkampen	=	schoolkamp
schoolkampje	=	schoolkamp
schoolkampjes	=	schoolkamp
schoolkennis	noun	iemand die je hebt leren kennen toen hij met jou onderwijs kreeg aan dezelfde instelling
schoolkennissen	=	schoolkennis
schoolkeuze	noun	het kiezen voor een bepaalde school of een bepaald type van onderwijs
schoolkeuzen	=	schoolkeuze
schoolkeuzes	=	schoolkeuze
schoolkeuzetje	=	schoolkeuze
schoolkeuzetjes	=	schoolkeuze
schoolkind	noun	kind dat naar school gaat
schoolkinderen	=	schoolkind
schoolkindje	=	schoolkind
schoolkindjes	=	schoolkind
schoolklas	noun	klas, groep leerlingen van hetzelfde schooljaar
schoolklasje	=	schoolklas
schoolklasjes	=	schoolklas
schoolklassen	=	schoolklas
schoolkleding	noun	verplichte, gelijke kleding voor alle leerlingen van een school, vaak conservatief en professioneel van stijl
schoolkost	noun	schoolmaaltijd
schoolkosten	noun	kosten die leerlingen moeten maken voor het volgen van onderwijs
schoolkrant	noun	een krant die uitgegeven wordt door een school, schoolblad
schoolkranten	=	schoolkrant
schoolkrantje	=	schoolkrant
schoolkrantjes	=	schoolkrant
schoolkrijt	noun	krijt waarmee men op schoolborden schrijft
schoolkrijtje	=	schoolkrijt
schoolkrijtjes	=	schoolkrijt
schoolleider	noun	de directeur of andere leidinggevende van een school of scholengemeenschap
schoolleiders	=	schoolleider
schoolleiding	noun	directie van een school of scholengemeenschap
schoolleidingen	=	schoolleiding
schoolleidinkje	=	schoolleiding
schoolleidinkjes	=	schoolleiding
schoolleraar	noun	persoon die les geeft op een middelbare school
schoolleraars	=	schoolleraar
schoolleraartje	=	schoolleraar
schoolleraartjes	=	schoolleraar
schoolleraren	=	schoolleraar
schoolleven	noun	het gedeelte van iemands leven dat betrekking heeft op onderwijs.
schoolleventje	=	schoolleven
schoolleventjes	=	schoolleven
schoollokaal	noun	ruimte waar een groep leerlingen les kan krijgen binnen een voor onderwijs bestemd gebouw
schoollokaaltje	=	schoollokaal
schoollokaaltjes	=	schoollokaal
schoollokalen	=	schoollokaal
schoolloopbaan	noun	de opeenvolgende scholen en schooltypen die men doorloopt of doorlopen heeft als leerling
schoolloopbanen	=	schoolloopbaan
schoolmaatschappelijk	adj	betrekking hebbend op de hulp die op scholen geboden wordt bij sociale, emotionele en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling en prestaties van leerlingen beïnvloeden
schoolmaatschappelijke	=	schoolmaatschappelijk
schoolmaatschappelijker	=	schoolmaatschappelijk
schoolmaatschappelijkere	=	schoolmaatschappelijk
schoolmaatschappelijkers	=	schoolmaatschappelijk
schoolmaatschappelijks	=	schoolmaatschappelijk
schoolmaatschappelijkst	=	schoolmaatschappelijk
schoolmaatschappelijkste	=	schoolmaatschappelijk
schoolmakker	noun	schoolkameraad
schoolmakkers	=	schoolmakker
schoolmakkertje	=	schoolmakker
schoolmakkertjes	=	schoolmakker
schoolmateriaal	noun	verzamelnaam voor alle spullen en middelen die worden gebruikt door leerlingen en studenten bij hun opleiding
schoolmateriaaltje	=	schoolmateriaal
schoolmateriaaltjes	=	schoolmateriaal
schoolmaterialen	=	schoolmateriaal
schoolmeester	noun	mannelijke leerkracht
schoolmeesterachtig	adj	op de wijze van een schoolmeester
schoolmeesterachtige	=	schoolmeesterachtig
schoolmeesterachtiger	=	schoolmeesterachtig
schoolmeesterachtigere	=	schoolmeesterachtig
schoolmeesterachtigers	=	schoolmeesterachtig
schoolmeesterachtigs	=	schoolmeesterachtig
schoolmeesterachtigst	=	schoolmeesterachtig
schoolmeesterachtigste	=	schoolmeesterachtig
schoolmeesters	=	schoolmeester
schoolmeestertje	=	schoolmeester
schoolmeestertjes	=	schoolmeester
schoolmeisje	noun	meisje dat op school gaat
schoolmeisjes	=	schoolmeisje
schoolmelk	noun	op school aan de leerlingen verstrekte melk
schoolmuren	=	schoolmuur
schoolmusea	=	schoolmuseum
schoolmuseum	noun	museum op het gebied van het onderwijs
schoolmuseums	=	schoolmuseum
schoolmuur	noun	muur van een schoolgebouw
schoolmuurtje	=	schoolmuur
schoolmuurtjes	=	schoolmuur
schoolmuziek	noun	het beoefenen van muziek op scholen
schoolnet	noun	onderwijsactiviteit op internet
schoolnetten	=	schoolnet
schoolniveau	noun	stadium van onderwijs (zoals basis-, voortgezet of hoger onderwijs)
schoolniveaus	=	schoolniveau
schoolonderzoek	noun	onderdeel van het eindexamen dat door de school wordt afgenomen
schoolonderzoeken	=	schoolonderzoek
schoolopdracht	noun	een taak die men moet volbrengen in het kader van een opleiding op een onderwijsinstelling
schoolopdrachten	=	schoolopdracht
schoolopleiding	noun	vorming die men in een onderwijsinstelling ontvangt
schoolopleidingen	=	schoolopleiding
schoolopleidinkje	=	schoolopleiding
schoolopleidinkjes	=	schoolopleiding
schoolopziener	noun	persoon die toezicht moet houden op basisscholen
schoolopzieners	=	schoolopziener
schoolorkest	noun	orkest, gevormd uit leerlingen en leraren van een school
schoolorkesten	=	schoolorkest
schoolorkestje	=	schoolorkest
schoolorkestjes	=	schoolorkest
schoolparlement	noun	'parlement' (vertegenwoordiging van leerlingen) binnen een school
schoolparlementen	=	schoolparlement
schoolpauze	noun	korte onderbreking van de lessen op een school zodat de leerlingen wat kunnen eten en drinken en wat frisse lucht kunnen krijgen
schoolpauzes	=	schoolpauze
schoolpauzetje	=	schoolpauze
schoolpauzetjes	=	schoolpauze
schoolperiode	noun	tijdperk in iemands leven dat hij of zij op school zit
schoolperioden	=	schoolperiode
schoolperiodes	=	schoolperiode
schoolplaat	noun	illustratie die vroeger werd gebruikt bij de schoollessen die in het klaslokaal hing
schoolplaatje	=	schoolplaat
schoolplaatjes	=	schoolplaat
schoolplan	noun	document waarin een school eens in de 4 jaar het beleid van de kwaliteit van het onderwijs beschrijft
schoolplannen	=	schoolplan
schoolplannetje	=	schoolplan
schoolplannetjes	=	schoolplan
schoolplant	noun	aanduiding voor een kamerplant in een onderwijsgebouw, vaak gekenmerkt doordat ze weinig eisen stelt aan omgeving en verzorging
schoolplanten	=	schoolplant
schoolplaten	=	schoolplaat
schoolplein	noun	is een plein van de school waar leerlingen samenkomen als ze niet in klaslokaal, turnzaal of refter zijn.
schoolpleinen	=	schoolplein
schoolpleintje	=	schoolplein
schoolpleintjes	=	schoolplein
schoolpoort	noun	toegang tot een schoolgebouw of schoolterrein
schoolpoorten	=	schoolpoort
schoolpoortje	=	schoolpoort
schoolpoortjes	=	schoolpoort
schoolpractica	=	schoolpracticum
schoolpracticum	noun	stage van een aanstaande onderwijzer of leraar aan een school
schoolpracticumpje	=	schoolpracticum
schoolpracticumpjes	=	schoolpracticum
schoolpracticums	=	schoolpracticum
schoolprestatie	noun	de resultaten die leerlingen behalen door het volgen van onderwijs op een school
schoolprestaties	=	schoolprestatie
schoolraad	noun	adviesorgaan voor het voortgezet onderwijs
schoolraadje	=	schoolraad
schoolraadjes	=	schoolraad
schoolraden	=	schoolraad
schoolrapport	noun	document waarop de prestaties van een leerling staan vermeld, meestal in de vorm van een lijst met cijfers die aangeven hoe de prestaties per schoolvak zijn geweest
schoolrapporten	=	schoolrapport
schoolrapportje	=	schoolrapport
schoolrapportjes	=	schoolrapport
schoolreglement	noun	een officieel document waarin de wederzijdse rechten en plichten van leerlingen, ouders en de school zijn vastgelegd
schoolreglementen	=	schoolreglement
schoolreglementje	=	schoolreglement
schoolreglementjes	=	schoolreglement
schoolreis	noun	een (vaak maar één dag durende) reis die door school wordt georganiseerd en waaraan de leerlingen van één of meer klassen tegelijk deelnemen
schoolreisje	=	schoolreis
schoolreisjes	=	schoolreis
schoolreizen	=	schoolreis
schoolrepertoire	noun	geheel van onderwerpen of activiteiten die tot het onderwijsprogramma van een onderwijsinstelling kunnen behoren
schoolrepertoires	=	schoolrepertoire
schoolrooster	noun	overzicht met weekdagen en tijden van de schoollessen
schoolroosters	=	schoolrooster
schools	adj	zoals op school
schoolschrift	noun	een boekje met lege gelinieerde bladzijden en een meestal slappe kaft, waarin schoolkinderen hun sommen en schrijfoefeningen maakten
schoolschriften	=	schoolschrift
schoolschriftje	=	schoolschrift
schoolschriftjes	=	schoolschrift
schoolse	=	schools
schoolser	=	schools
schoolsere	=	schools
schoolsers	=	schools
schoolslag	noun	klassieke zwemslag op de borst waarbij en linker en rechter arm gelijktijdig bewogen worden en ook het linker en het rechter been gelijktijdig bewogen worden
schoolslagen	=	schoolslag
schoolslagje	=	schoolslag
schoolsluiting	noun	het sluiten van een, meerdere of alle scholen
schoolsluitingen	=	schoolsluiting
schoolsport	noun	alle sport- en beweegactiviteiten die plaatsvinden op, rondom, of onderweg naar school
schoolsportdag	noun	een door de school georganiseerd evenement, waarbij leerlingen deelnemen aan diverse sport- en spelactiviteiten in plaats van reguliere lessen
schoolsportdagen	=	schoolsportdag
schoolsportdagje	=	schoolsportdag
schoolsportdagjes	=	schoolsportdag
schoolsporten	=	schoolsport
schoolsportvereniging	noun	een samenwerking tussen basisscholen en lokale sportclubs.
schoolsportverenigingen	=	schoolsportvereniging
schoolsportverenigingetje	=	schoolsportvereniging
schoolsportverenigingetjes	=	schoolsportvereniging
schoolspul	noun	verzamelnaam voor alle spullen en middelen die worden gebruikt door leerlingen en studenten bij hun opleiding
schoolspullen	noun	spullen die men voor school nodig heeft
schoolspulletje	=	schoolspul
schoolspulletjes	=	schoolspul
schoolst	=	schools
schoolste	=	schools
schoolstraat	noun	straat in de buurt van een school die, gedurende een deel van de dag, afgesloten is voor auto's zodat kinderen veilig naar school kunnen lopen of fietsen
schoolstraatje	=	schoolstraat
schoolstraatjes	=	schoolstraat
schoolstraten	=	schoolstraat
schoolstrijd	noun	de strijd tussen openbaar en bijzonder onderwijs in Nederland
schoolstrijden	=	schoolstrijd
schoolsucces	noun	het goed presteren van een leerling op school
schoolsuccesje	=	schoolsucces
schoolsuccesjes	=	schoolsucces
schoolsuccessen	=	schoolsucces
schoolt	=	scholen
schooltaal	noun	De taal waarin op school lesgegeven wordt.
schooltaaltje	=	schooltaal
schooltaaltjes	=	schooltaal
schooltaalwoord	noun	term die je moet begrijpen om onderwijs te volgen, omdat die veel in leerboeken en teksten voor een algemeen publiek voorkomt, maar die veel leerlingen in hun dagelijks leven niet vanzelf leren
schooltaalwoorden	=	schooltaalwoord
schooltalen	=	schooltaal
schooltas	noun	tas die men naar school neemt voor schoolbenodigdheden en vaak ook eten en drinken voor de pauzes.
schooltasje	=	schooltas
schooltasjes	=	schooltas
schooltassen	=	schooltas
schoolteam	noun	sportteam waarvan de leden op één school onderwijs krijgen
schoolteams	=	schoolteam
schooltelevisie	noun	televisieprogramma's met een educatieve inhoud die geschikt zijn voor schoolgaande kinderen
schooltelevisies	=	schooltelevisie
schoolterrein	noun	grondgebied dat hoort bij een onderwijsinstelling
schoolterreinen	=	schoolterrein
schoolterreintje	=	schoolterrein
schoolterreintjes	=	schoolterrein
schooltijd	noun	De levensfase dat men naar school gaat.
schooltijden	=	schooltijd
schooltijdje	=	schooltijd
schooltijdjes	=	schooltijd
schooltje	=	school
schooltjes	=	school
schooltoneel	noun	het amateurtoneel dat op school beoefend wordt
schooltoneeltje	=	schooltoneel
schooltoneeltjes	=	schooltoneel
schooltonelen	=	schooltoneel
schooltuin	noun	tuinen die vanuit de school door leerlingen worden onderhouden voor onderwijskundige activiteiten
schooltuinen	=	schooltuin
schooltuintje	=	schooltuin
schooltuintjes	=	schooltuin
schooltype	noun	vorm van onderwijs
schooltypen	=	schooltype
schooltypes	=	schooltype
schooluitgaaf	noun	editie voor onderwijs op school
schooluitgave	noun	editie voor onderwijs op school
schooluitgaven	=	schooluitgave
schooluitgavetje	=	schooluitgave
schooluitgavetjes	=	schooluitgave
schooluitval	noun	schoolopleiding verlaten voordat het diploma is behaald
schooluitvoering	noun	uitvoering door leerlingen van een school
schooluitvoeringen	=	schooluitvoering
schooluitzending	noun	is een radioprogramma of uitzending die specifiek bedoeld is voor scholen.
schooluitzendingen	=	schooluitzending
schooluitzendinkje	=	schooluitzending
schooluitzendinkjes	=	schooluitzending
schooluniform	noun	de gelijke kleding voor alle leerlingen van een school
schooluniformen	=	schooluniform
schooluniformpje	=	schooluniform
schooluniformpjes	=	schooluniform
schooluren	=	schooluur
schooluur	noun	één uur onderwijs op school
schoolvak	noun	een samenhangend geheel van bij elkaar liggende onderwerpen dat als één geheel op school aangeboden wordt.
schoolvakantie	noun	een aaneengesloten periode waarin er op scholen geen lessen zijn
schoolvakanties	=	schoolvakantie
schoolvakantietje	=	schoolvakantie
schoolvakantietjes	=	schoolvakantie
schoolvakje	=	schoolvak
schoolvakjes	=	schoolvak
schoolvakken	=	schoolvak
schoolvereniging	noun	vereniging van ouders en betrokkenen die als doel heeft om één of meerdere scholen (meestal bijzonder onderwijs) op te richten en in stand te houden.
schoolverenigingen	=	schoolvereniging
schoolverenigingetje	=	schoolvereniging
schoolverenigingetjes	=	schoolvereniging
schoolverlaten	verb	het ten einde komen van de schoolloopbaan van een leerling
schoolverlatende	=	schoolverlaten
schoolverlater	noun	iemand die de schoolbanken vaarwel zegt, gewoonlijk om de arbeidsmarkt te betreden
schoolverlaters	=	schoolverlater
schoolverlatertje	=	schoolverlater
schoolverlatertjes	=	schoolverlater
schoolverzuim	noun	het zich aan de leerplicht onttrekken zonder geldige reden
schoolvoeding	noun	verwijst naar alle voeding die leerlingen tijdens de schooldag nuttigen, variërend van zelf meegebrachte pauzehappen tot maaltijden die door de school zelf worden verstrekt
schoolvoedingen	=	schoolvoeding
schoolvoedinkje	=	schoolvoeding
schoolvoedinkjes	=	schoolvoeding
schoolvoetbal	noun	voetbal als sport bedreven op scholen
schoolvoorbeeld	noun	voorbeeld dat steeds weer wordt aangehaald als model
schoolvoorbeelden	=	schoolvoorbeeld
schoolvoorbeeldje	=	schoolvoorbeeld
schoolvoorbeeldjes	=	schoolvoorbeeld
schoolvos	noun	bekrompen schoolmeester
schoolvosje	=	schoolvos
schoolvossen	=	schoolvos
schoolvrees	noun	angst om naar school te gaan
schoolvriend	noun	iemand die vanaf of tijdens de schoolperiode je vriend is geweest
schoolvrienden	=	schoolvriend
schoolvriendin	noun	een bevriende vrouw waarmee men op school zit of heeft gezeten
schoolvriendinnen	=	schoolvriendin
schoolvriendinnetje	=	schoolvriendin
schoolvriendinnetjes	=	schoolvriendin
schoolvriendje	=	schoolvriend
schoolvriendjes	=	schoolvriend
schoolwedstrijd	noun	een wedstrijd waarbij deelnemers (zoals leerlingen of teams van leerlingen) het tegen elkaar opnemen in een sport, academische uitdaging of een andere competitie die op een school wordt georganiseerd
schoolwedstrijden	=	schoolwedstrijd
schoolwedstrijdje	=	schoolwedstrijd
schoolwedstrijdjes	=	schoolwedstrijd
schoolweek	noun	deel van de week dat een leerling naar school gaat
schoolweken	=	schoolweek
schoolwerk	noun	werk wat je thuis moet doen voor de school
schoolwerken	=	schoolwerk
schoolwerkje	=	schoolwerk
schoolwerkjes	=	schoolwerk
schoolwet	noun	wetten die die het onderwijs, in Nederland vanaf 1801, binnen de invloedssfeer van de overheid brengen
schoolwetje	=	schoolwet
schoolwetjes	=	schoolwet
schoolwetten	=	schoolwet
schoolwezen	noun	alles wat met onderwijsinstellingen te maken heeft
schoolwezentje	=	schoolwezen
schoolwezentjes	=	schoolwezen
schoolwijkagent	noun	politieagent die actief is op een middelbare school
schoolwijkagenten	=	schoolwijkagent
schoolwimpelvis	noun	Heniochus diphreutes een straalvinnige vissensoort uit de familie van koraalvlinders (Chaetodontidae).
schoolwimpelvisje	=	schoolwimpelvis
schoolwimpelvisjes	=	schoolwimpelvis
schoolwimpelvissen	=	schoolwimpelvis
schoolwoning	noun	onderwijzerswoning
schoolwoningen	=	schoolwoning
schoolwoninkje	=	schoolwoning
schoolwoninkjes	=	schoolwoning
schoolwoordenboek	noun	woordenboek voor gebruik op school
schoolwoordenboeken	=	schoolwoordenboek
schoolwoordenboekje	=	schoolwoordenboek
schoolwoordenboekjes	=	schoolwoordenboek
schoolziek	adj	net doen of men ziek is zodat men niet naar school hoeft te gaan
schoolzieke	=	schoolziek
schoolzieker	=	schoolziek
schoolziekere	=	schoolziek
schoolziekers	=	schoolziek
schoolzieks	=	schoolziek
schoolziekst	=	schoolziek
schoolziekste	=	schoolziek
schoolzwem	=	schoolzwemmen
schoolzwemmen	verb	onder schooltijd zwemles krijgen
schoolzwemmend	=	schoolzwemmen
schoolzwemmende	=	schoolzwemmen
schoolzwemt	=	schoolzwemmen
schoolzwom	=	schoolzwemmen
schoolzwommen	=	schoolzwemmen
schoon	adj	mooi, loffelijk	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord proper, gereinigd
schoonboen	=	schoonboenen
schoonboende	=	schoonboenen
schoonboenden	=	schoonboenen
schoonboene	=	schoonboenen
schoonboenen	verb	door krachtiɡ wrijven schoonmaken
schoonboenend	=	schoonboenen
schoonboenende	=	schoonboenen
schoonboent	=	schoonboenen
schoonbroeder	noun	echtgenoot van broer of zus, of de broer van de echtgenoot of echtgenote
schoonbroeders	=	schoonbroeder
schoonbroedertje	=	schoonbroeder
schoonbroedertjes	=	schoonbroeder
schoonbroer	noun	de echtgenoot van iemands broer of zus, of de broer van iemands echtgenoot of echtgenote
schoonbroers	=	schoonbroer
schoonbroertje	=	schoonbroer
schoonbroertjes	=	schoonbroer
schoonbrus	noun	de huwelijkspartner van iemands brus, of de brus van iemands huwelijkspartner
schoonbrusje	=	schoonbrus
schoonbrusjes	=	schoonbrus
schoonbrussen	=	schoonbrus
schoonde	=	schonen
schoonden	=	schonen
schoondochter	noun	de vrouw van een zoon of dochter
schoondochters	=	schoondochter
schoondochtertje	=	schoondochter
schoondochtertjes	=	schoondochter
schoondruk	noun	de bedrukking van de voorzijde van een vel papier
schoondrukken	=	schoondruk
schoone	=	schone
schoonen	=	schonen
schooner	=	schoener
schoonfamilie	noun	de familieleden van iemands huwelijkspartner
schoonfamilies	=	schoonfamilie
schoongeboend	=	schoonboenen
schoongehouden	=	schoonhouden
schoongemaakt	=	schoonmaken
schoongemaakte	=	schoonmaken
schoongepoetst	=	schoonpoetsen
schoongepoetste	=	schoonpoetsen
schoongeschrobd	=	schoonschrobben
schoongeveegd	=	schoonvegen
schoongeveegde	=	schoonvegen
schoongewreven	=	schoonwrijven
schoonheden	=	schoonheid
schoonheid	noun	de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn
schoonheidje	=	schoonheid
schoonheidjes	=	schoonheid
schoonheidsbehandeling	noun	cosmetische behandeling
schoonheidsbehandelingen	=	schoonheidsbehandeling
schoonheidsbehandelingetje	=	schoonheidsbehandeling
schoonheidsbehandelingetjes	=	schoonheidsbehandeling
schoonheidsbeleving	noun	het gevoelsmatig ervaren van schoonheid
schoonheidsbelevingen	=	schoonheidsbeleving
schoonheidsfout	noun	een klein onbeduidend foutje in iets dat verder heel goed is
schoonheidsfouten	=	schoonheidsfout
schoonheidsfoutje	=	schoonheidsfout
schoonheidsfoutjes	=	schoonheidsfout
schoonheidsideaal	noun	opvatting over of voorbeeld van wat het allermooist is; vaak met betrekking tot het uiterlijk van vrouwen
schoonheidsideaaltje	=	schoonheidsideaal
schoonheidsideaaltjes	=	schoonheidsideaal
schoonheidsidealen	=	schoonheidsideaal
schoonheidsmasker	noun	schoonheidsbehandeling waarbij het gezicht enige tijd helemaal wordt bedekt met een substantie die voor een mooiere huid moet zorgen
schoonheidsmaskers	=	schoonheidsmasker
schoonheidsmiddel	noun	product waarmee men een persoon zich mooier zou kunnen maken
schoonheidsmiddelen	=	schoonheidsmiddel
schoonheidsmiddeltje	=	schoonheidsmiddel
schoonheidsmiddeltjes	=	schoonheidsmiddel
schoonheidsprijs	noun	prijs voor een heel mooi persoon of dier die men krijgt van de jury in een schoonheidswedstrijd
schoonheidsprijsje	=	schoonheidsprijs
schoonheidsprijsjes	=	schoonheidsprijs
schoonheidsprijzen	=	schoonheidsprijs
schoonheidssalon	noun	een bedrijf waar men een verzorgende, ontspannende en cosmetische handeling krijgt op het gezicht en lichaam
schoonheidssalonnetje	=	schoonheidssalon
schoonheidssalonnetjes	=	schoonheidssalon
schoonheidssalons	=	schoonheidssalon
schoonheidsslaapje	noun	dutje overdag waardoor je er minder moe en er dus mooier uitziet
schoonheidsslaapjes	=	schoonheidsslaapje
schoonheidsspecialist	noun	een persoon die andere mensen een verzorgende, ontspannende en cosmetische handeling op het gezicht en lichaam geeft
schoonheidsspecialiste	noun	iemand die voor haar probeert iemand mooier te maken, iemand die schoonheidsbehandelingen geeft
schoonheidsspecialisten	=	schoonheidsspecialist
schoonheidsspecialistes	=	schoonheidsspecialiste
schoonheidsspecialistje	=	schoonheidsspecialist
schoonheidsspecialistjes	=	schoonheidsspecialist
schoonheidsverzorging	noun	behandelingen, routines en producten die gericht zijn op het verzorgen, verbeteren en behouden van het uiterlijk.
schoonheidsverzorgingen	=	schoonheidsverzorging
schoonheidsverzorginkje	=	schoonheidsverzorging
schoonheidsverzorginkjes	=	schoonheidsverzorging
schoonheidswedstrijd	noun	een wedstrijd waarbij de meestal vrouwelijke deelneemsters beoordeeld worden op hun schoonheid
schoonheidswedstrijden	=	schoonheidswedstrijd
schoonheidswedstrijdje	=	schoonheidswedstrijd
schoonheidswedstrijdjes	=	schoonheidswedstrijd
schoonhield	=	schoonhouden
schoonhielden	=	schoonhouden
schoonhou	=	schoonhouden
schoonhoud	=	schoonhouden
schoonhoude	=	schoonhouden
schoonhouden	verb	zorgen dat iets niet vies wordt en zorgen dat iets wat vies is weer schoon wordt
schoonhoudend	=	schoonhouden
schoonhoudende	=	schoonhouden
schoonhoudt	=	schoonhouden
schoonkind	noun	de zoon of dochter van iemands huwelijkspartner
schoonkinderen	=	schoonkind
schoonkinders	=	schoonkind
schoonkindje	=	schoonkind
schoonkindjes	=	schoonkind
schoonklinkend	adj	welluidend (, maar zonder wezenlijke waarde)
schoonklinkende	=	schoonklinkend
schoonklinkender	=	schoonklinkend
schoonklinkendere	=	schoonklinkend
schoonklinkenders	=	schoonklinkend
schoonklinkends	=	schoonklinkend
schoonklinkendst	=	schoonklinkend
schoonklinkendste	=	schoonklinkend
schoonmaak	noun	activiteit waarbij iets grondig wordt gereinigd
schoonmaakactie	noun	een actie die gehouden wordt om een omgeving schoon te maken.
schoonmaakacties	=	schoonmaakactie
schoonmaakactietje	=	schoonmaakactie
schoonmaakactietjes	=	schoonmaakactie
schoonmaakbedrijf	noun	bedrijf dat schoonmaakdiensten aanbiedt
schoonmaakbedrijfje	=	schoonmaakbedrijf
schoonmaakbedrijfjes	=	schoonmaakbedrijf
schoonmaakbedrijven	=	schoonmaakbedrijf
schoonmaakbeurt	noun	de keer dat men iets of iemand reinigt
schoonmaakbeurten	=	schoonmaakbeurt
schoonmaakbeurtje	=	schoonmaakbeurt
schoonmaakbeurtjes	=	schoonmaakbeurt
schoonmaakbranche	noun	alle bedrijven en organisaties die zich bezighouden met schoonmaakwerk
schoonmaakbranches	=	schoonmaakbranche
schoonmaakdienst	noun	een professionele service die zorgt voor het reinigen en onderhouden van woningen, kantoorpanden, of andere locaties, uitgevoerd door een schoonmaakbedrijf of interieurverzorger
schoonmaakdiensten	=	schoonmaakdienst
schoonmaakdienstje	=	schoonmaakdienst
schoonmaakdienstjes	=	schoonmaakdienst
schoonmaakdoek	noun	doek waarmee men iets schoon kan maken
schoonmaakdoeken	=	schoonmaakdoek
schoonmaakdoekje	=	schoonmaakdoek
schoonmaakdoekjes	=	schoonmaakdoek
schoonmaakje	=	schoonmaak
schoonmaakjes	=	schoonmaak
schoonmaakkost	noun|obsolete	geld dat nodig is voor het schoonmaken en schoonhouden
schoonmaakkosten	noun	geld dat nodig is voor het schoonmaken en schoonhouden
schoonmaakmiddel	noun	alle stoffen die bij het reinigen worden gebruikt
schoonmaakmiddelen	=	schoonmaakmiddel
schoonmaakmiddeltje	=	schoonmaakmiddel
schoonmaakmiddeltjes	=	schoonmaakmiddel
schoonmaakpersoneel	noun	mensen die een ruimte tegen betaling schoonmaken
schoonmaakploeg	noun	een groep mensen die samen iets gaat reinigen
schoonmaakploegen	=	schoonmaakploeg
schoonmaakploegje	=	schoonmaakploeg
schoonmaakploegjes	=	schoonmaakploeg
schoonmaakrooster	noun	overzicht met daarop vermeld welke personen op welke tijden aan de beurt zijn om schoon te maken
schoonmaakroosters	=	schoonmaakrooster
schoonmaakster	noun	vrouwelijke vorm van schoonmaker, vrouw die schoonmaakt
schoonmaaksters	=	schoonmaakster
schoonmaakstertje	=	schoonmaakster
schoonmaakstertjes	=	schoonmaakster
schoonmaakt	=	schoonmaken
schoonmaakte	=	schoonmaken
schoonmaakten	=	schoonmaken
schoonmaakwerk	noun	betaalde arbeid die bestaat uit het reinigen van zaken
schoonmaakwerken	=	schoonmaakwerk
schoonmaakwoede	noun	met te grote neiging om iets schoon te maken
schoonmaakwoedes	=	schoonmaakwoede
schoonmake	=	schoonmaken
schoonmaken	verb	reinigen
schoonmakend	=	schoonmaken
schoonmakende	=	schoonmaken
schoonmaker	noun	iemand die voor zijn beroep voor anderen schoonmaakt
schoonmakers	=	schoonmaker
schoonmakertje	=	schoonmaker
schoonmakertjes	=	schoonmaker
schoonmama	noun	de moeder van de huwelijkspartner, de schoonmoeder
schoonmama's	=	schoonmama
schoonmoeder	noun	de moeder van de huwelijkspartner
schoonmoederlijk	adj	van of behorend tot de moeder van je partner
schoonmoederlijke	=	schoonmoederlijk
schoonmoederlijker	=	schoonmoederlijk
schoonmoederlijkere	=	schoonmoederlijk
schoonmoederlijkers	=	schoonmoederlijk
schoonmoederlijks	=	schoonmoederlijk
schoonmoederlijkst	=	schoonmoederlijk
schoonmoederlijkste	=	schoonmoederlijk
schoonmoeders	=	schoonmoeder
schoonmoedertje	=	schoonmoeder
schoonmoedertjes	=	schoonmoeder
schoonouder	noun	de vader of moeder van de huwelijkspartner
schoonouderlijk	adj	van of behorend tot de ouders van je partner
schoonouderlijke	=	schoonouderlijk
schoonouderlijker	=	schoonouderlijk
schoonouderlijkere	=	schoonouderlijk
schoonouderlijkers	=	schoonouderlijk
schoonouderlijks	=	schoonouderlijk
schoonouderlijkst	=	schoonouderlijk
schoonouderlijkste	=	schoonouderlijk
schoonouders	=	schoonouder
schoonpapa	noun	de vader van iemands huwelijkspartner, de schoonvader
schoonpapa's	=	schoonpapa
schoonpoets	=	schoonpoetsen
schoonpoetse	=	schoonpoetsen
schoonpoetsen	verb	door wrijven vuil verwijderen; door wrijven iets laten glimmen
schoonpoetsend	=	schoonpoetsen
schoonpoetsende	=	schoonpoetsen
schoonpoetst	=	schoonpoetsen
schoonpoetste	=	schoonpoetsen
schoonpoetsten	=	schoonpoetsen
schoonrij	=	schoonrijden
schoonrijd	=	schoonrijden
schoonrijden	verb	kunstrijden
schoonrijdend	=	schoonrijden
schoonrijdende	=	schoonrijden
schoons	=	schoon
schoonschijnend	adj	van iets dat het mooi of goed lijkt maar het in werkelijkheid niet is
schoonschijnende	=	schoonschijnend
schoonschijnender	=	schoonschijnend
schoonschijnendere	=	schoonschijnend
schoonschijnenders	=	schoonschijnend
schoonschijnends	=	schoonschijnend
schoonschijnendst	=	schoonschijnend
schoonschijnendste	=	schoonschijnend
schoonschrift	noun	een zeer fraai lettertype; een zeer fraai handschrift
schoonschrob	=	schoonschrobben
schoonschrobbe	=	schoonschrobben
schoonschrobben	verb	met een borstel reinigen
schoonschrobbend	=	schoonschrobben
schoonschrobbende	=	schoonschrobben
schoonschrobde	=	schoonschrobben
schoonschrobden	=	schoonschrobben
schoonschrobt	=	schoonschrobben
schoonspring	=	schoonspringen
schoonspringen	verb	watersport waarbij in het water gesprongen wordt met een combinatie van salto's en schroeven, en de sprong beoordeeld wordt door een jury
schoonspringend	=	schoonspringen
schoonspringende	=	schoonspringen
schoonst	=	schoon
schoonste	=	schoon
schoont	=	schonen
schoontje	=	schone
schoonvader	noun	de vader van de huwelijkspartner
schoonvaders	=	schoonvader
schoonvadertje	=	schoonvader
schoonvadertjes	=	schoonvader
schoonveeg	=	schoonvegen
schoonveegactie	noun	politieactie om overlast veroorzakende personen, zoals daklozen of drugsgebruikers, met geweld weg te jagen uit een wijk of openbare ruimte
schoonveegacties	=	schoonveegactie
schoonveegactietje	=	schoonveegactie
schoonveegactietjes	=	schoonveegactie
schoonveegde	=	schoonvegen
schoonveegden	=	schoonvegen
schoonveegt	=	schoonvegen
schoonvege	=	schoonvegen
schoonvegen	verb	reinigen met een borstel of bezem
schoonvegend	=	schoonvegen
schoonvegende	=	schoonvegen
schoonvrucht	noun	Callicarpa bodinieri een struik die behoort tot de lipbloemenfamilie, maar vroeger tot de ijzerhardfamilie werd gerekend
schoonvruchten	=	schoonvrucht
schoonvruchtje	=	schoonvrucht
schoonvruchtjes	=	schoonvrucht
schoonwreef	=	schoonwrijven
schoonwreven	=	schoonwrijven
schoonwrijf	=	schoonwrijven
schoonwrijft	=	schoonwrijven
schoonwrijve	=	schoonwrijven
schoonwrijven	verb	door wrijving vuil verwijderen
schoonwrijvend	=	schoonwrijven
schoonwrijvende	=	schoonwrijven
schoonzonen	=	schoonzoon
schoonzoon	noun	de man van een dochter of zoon
schoonzoons	=	schoonzoon
schoonzoontje	=	schoonzoon
schoonzoontjes	=	schoonzoon
schoonzus	noun	de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote
schoonzusje	=	schoonzus
schoonzusjes	=	schoonzus
schoonzussen	=	schoonzus
schoonzuster	noun	de echtgenote van broer of zus, of de zus van de echtgenoot of echtgenote
schoonzusters	=	schoonzuster
schoonzustertje	=	schoonzuster
schoonzustertjes	=	schoonzuster
schoor	noun	een steunbalk die onder of tegen iets geplaatst is
schoorbalk	noun	schuinstaande steunbalk
schoorbalken	=	schoorbalk
schoorbalkje	=	schoorbalk
schoorbalkjes	=	schoorbalk
schoorde	=	schoren
schoorden	=	schoren
schoorpaal	noun	een type heipaal die onder of boven het maaiveld onder een hoek wordt ingeslagen, zodat horizontale krachten zoals windbelastingen of gronddruk als drukkracht kunnen worden overgebracht naar de ondergrond
schoorpaaltje	=	schoorpaal
schoorpaaltjes	=	schoorpaal
schoorpalen	=	schoorpaal
schoorsteen	noun	rookkanaal boven een stookplaats
schoorsteenbrand	noun	vuur dat aangekoekt roet in de afvoer van een haard verteert
schoorsteenbranden	=	schoorsteenbrand
schoorsteenbrandje	=	schoorsteenbrand
schoorsteenbrandjes	=	schoorsteenbrand
schoorsteengierzwaluw	noun	Chaetura pelagica een lid van de familie der Apodidae.
schoorsteengierzwaluwen	=	schoorsteengierzwaluw
schoorsteengierzwaluwtje	=	schoorsteengierzwaluw
schoorsteengierzwaluwtjes	=	schoorsteengierzwaluw
schoorsteengroefbij	noun	Lasioglossum lineare een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
schoorsteengroefbijen	=	schoorsteengroefbij
schoorsteengroefbijtje	=	schoorsteengroefbij
schoorsteengroefbijtjes	=	schoorsteengroefbij
schoorsteenhaal	noun	een werktuig dat in vroeger eeuwen bij het koken werd gebruikt om ketels of potten op te hangen boven het open vuur in een schouw
schoorsteenhaaltje	=	schoorsteenhaal
schoorsteenhaaltjes	=	schoorsteenhaal
schoorsteenhalen	=	schoorsteenhaal
schoorsteenkanaal	noun	rookkanaal van een schoorsteen
schoorsteenkanaaltje	=	schoorsteenkanaal
schoorsteenkanaaltjes	=	schoorsteenkanaal
schoorsteenkanalen	=	schoorsteenkanaal
schoorsteenmantel	noun	de omkleding van de opening van de schoorsteen in een kamer, schouw
schoorsteenmantels	=	schoorsteenmantel
schoorsteenmanteltje	=	schoorsteenmantel
schoorsteenmanteltjes	=	schoorsteenmantel
schoorsteenpiet	noun	helper van Sinterklaas met zwarte roetvegen over zijn of haar gelaat
schoorsteenpieten	=	schoorsteenpiet
schoorsteenpietje	=	schoorsteenpiet
schoorsteenpietjes	=	schoorsteenpiet
schoorsteenpijp	noun	de lange verticale buis waardoor verbrandingsgassen kunnen worden afgevoerd
schoorsteenpijpen	=	schoorsteenpijp
schoorsteenpijpje	=	schoorsteenpijp
schoorsteenpijpjes	=	schoorsteenpijp
schoorsteensachembij	noun	Anthophora plagiata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
schoorsteensachembijen	=	schoorsteensachembij
schoorsteensachembijtje	=	schoorsteensachembij
schoorsteensachembijtjes	=	schoorsteensachembij
schoorsteenstuk	noun	schilderij dat dient als decoratie van een schoorsteen en meestal een idyllisch landschap voorstelt
schoorsteenstukje	=	schoorsteenstuk
schoorsteenstukjes	=	schoorsteenstuk
schoorsteenstukken	=	schoorsteenstuk
schoorsteentje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort korstmos Anisomeridium polypori uit de familie Monoblastiaceae, groeit vooral op laanbomen in bossen als een onopvallende, dunne witgrijze korst met talloze zwarte pycnidiën, flesvormige uitsteeksels met lange nek waaruit vaak een sliertje sporenmassa opstijgt
schoorsteentjes	=	schoorsteen
schoorsteenveeg	=	schoorsteenvegen
schoorsteenveegster	noun	vrouwelijke vorm van schoorsteenveger
schoorsteenveegsters	=	schoorsteenveegster
schoorsteenveegstertje	=	schoorsteenveegster
schoorsteenveegstertjes	=	schoorsteenveegster
schoorsteenvegen	verb	schoonmaken van schoorstenen
schoorsteenvegend	=	schoorsteenvegen
schoorsteenvegende	=	schoorsteenvegen
schoorsteenveger	noun	een persoon wiens werk het verwijderen van roet uit schoorstenen is
schoorsteenvegers	=	schoorsteenveger
schoorsteenvegertje	=	schoorsteenveger
schoorsteenvegertjes	=	schoorsteenveger
schoorsteenvis	noun	Thermichthys hollisi een straalvinnige vissensoort uit de familie van naaldvissen (Bythitidae).
schoorsteenvisje	=	schoorsteenvis
schoorsteenvisjes	=	schoorsteenvis
schoorsteenvissen	=	schoorsteenvis
schoorstenen	=	schoorsteen
schoort	=	schoren
schoortje	=	schoor
schoortjes	=	schoor
schoorvoetend	adj	met enige aarzeling, tegenzin en angst iets toch doen wat men eigenlijk niet had willen of durven doen
schoorvoetender	=	schoorvoetend
schoorvoetendere	=	schoorvoetend
schoorvoetenders	=	schoorvoetend
schoorvoetends	=	schoorvoetend
schoorvoetendst	=	schoorvoetend
schoorvoetendste	=	schoorvoetend
schoorwal	noun	een lange, smalle landtong die gevormd wordt door afzetting van zand in een bocht van de zeekust, en die de bocht op deze manier geheel of gedeeltelijk afsluit van de open zee
schoorwallen	=	schoorwal
schoorwalletje	=	schoorwal
schoorwalletjes	=	schoorwal
schoot	noun	de bovenkant van de dijen van iemand die zit
schootaan	noun	dagelijkse borrel voor het maal
schootcomputer	noun	een invouwbare, draagbare computer
schootcomputers	=	schootcomputer
schootcomputertje	=	schootcomputer
schootcomputertjes	=	schootcomputer
schoothoek	noun	de hoek van een zeil achter onderin, waar de schoot aan het zeil bevestigd is
schoothoeken	=	schoothoek
schoothoekje	=	schoothoek
schoothoekjes	=	schoothoek
schoothond	noun	kleine hond (Canis lupus familiaris) als huisdier om te vertroetelen, vooral gehouden door dames
schoothonden	=	schoothond
schoothondje	=	schoothond
schoothondjes	=	schoothond
schootje	=	schoot
schootjes	=	schoot
schootlijn	noun	een lijn, aan de benedenhoek (de schoothoek) van een zeil bevestigd om het zeil mee in de wind te richten
schootlijnen	=	schootlijn
schootlijntje	=	schootlijn
schootlijntjes	=	schootlijn
schootnota	noun	document met overwegingen voor eigen gebruik, dat niet noodzakelijkerwijs eigen opvattingen weergeeft
schootnota's	=	schootnota
schootsafstand	noun	maximale afstand die een afgeschoten projectiel kan afleggen
schootsafstanden	=	schootsafstand
schootsafstandje	=	schootsafstand
schootsafstandjes	=	schootsafstand
schootshoek	noun	hoek met de horizon waaronder een afgeschoten projectiel vertrekt
schootshoeken	=	schootshoek
schootshoekje	=	schootshoek
schootshoekjes	=	schootshoek
schootslijn	noun	de paraboolbaan die een afgeschoten projectiel volgt.
schootslijnen	=	schootslijn
schootslijntje	=	schootslijn
schootslijntjes	=	schootslijn
schootsrichting	noun	richting waarin geschoten wordt
schootsrichtingen	=	schootsrichting
schootsrichtinkje	=	schootsrichting
schootsrichtinkjes	=	schootsrichting
schootsvel	noun	voorschoot van leer of textiel dat men omhangt om de kleren te beschermen
schootsveld	noun	gebied dat men met een schietwapen kan bestrijken.
schootsvelden	=	schootsveld
schootsveldje	=	schootsveld
schootsveldjes	=	schootsveld
schootsvellen	=	schootsvel
schootsvelletje	=	schootsvel
schootsvelletjes	=	schootsvel
schop	noun	een graafwerktuig
schopeer	=	schoperen
schopeerde	=	schoperen
schopeerden	=	schoperen
schopeert	=	schoperen
schopere	=	schoperen
schoperen	verb	oor middel van een spuitpistool een beschermend laagje zink of ander metaal aanbrengen op voorwerpen en oppervlakken
schoperend	=	schoperen
schoperende	=	schoperen
schopje	=	schop
schopjes	=	schop
schoppe	=	schoppen
schoppen	verb	een trap geven	noun	♠, een kleursoort in het kaartspel
schoppenaas	noun	de hoogste kaart van schoppen
schoppenacht	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 8
schoppenachten	=	schoppenacht
schoppenazen	=	schoppenaas
schoppenboer	noun	de boer van schoppen (vooral in het spel zwartepieten, zwartepiet)
schoppenboeren	=	schoppenboer
schoppenboertje	=	schoppenboer
schoppend	=	schoppen
schoppende	=	schoppen
schoppendrie	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 3
schoppendrieën	=	schoppendrie
schoppenkoning	noun	speelkaart van een koning met een zwarte kleur met het teken schoppen
schoppenkoningen	=	schoppenkoning
schoppennegen	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 9
schoppennegens	=	schoppennegen
schoppens	=	schoppen
schoppentien	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 10
schoppentienen	=	schoppentien
schoppentje	=	schoppen
schoppentjes	=	schoppen
schoppentwee	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 2
schoppentweeën	=	schoppentwee
schoppenvier	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 4
schoppenvieren	=	schoppenvier
schoppenvijf	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 5
schoppenvijven	=	schoppenvijf
schoppenzes	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 6
schoppenzessen	=	schoppenzes
schoppenzeven	noun	speelkaart met een zwarte kleur met het teken schoppen met een waarde van 7
schoppenzevens	=	schoppenzeven
schopper	noun	iemand die schopt
schoppers	=	schopper
schoppertje	=	schopper
schoppertjes	=	schopper
schopstoel	noun	strafwerktuig, waarbij de misdadiger met gebonden handen op een soort van wip geplaatst werd, waardoor hij omhoog geslingerd werd
schopstoelen	=	schopstoel
schopstoeltje	=	schopstoel
schopstoeltjes	=	schopstoel
schopt	=	schoppen
schopte	=	schoppen
schopten	=	schoppen
schopvissen	noun	een familie Ephippidae van baarsachtigen die bestaat uit 8 geslachten met een totaal van 15 soorten.
schor	adj	hees
schoraas	noun	Ephoron virgo een haft uit de familie Polymitarcyidae.
schoraasje	=	schoraas
schoraasjes	=	schoraas
schorazen	=	schoraas
schorder	=	schor
schordere	=	schor
schorders	=	schor
schore	noun	koopwaar
schorem	noun	een of meer lieden van laag allooi
schoren	verb	ondersteunen met een schoor
schorend	=	schoren
schorende	=	schoren
schores	=	schore
schorheid	noun	het krassende manier waarop iemand praat die schor is
schoring	noun	het schoren, het stutten
schoringen	=	schoring
schorkloet	noun	kubusvormige, aan een zijde met dicht gras begroeide spit klei, gestoken van een kwelder die al geschikt zou zijn om in te dijken
schorkloeten	=	schorkloet
schorkloetje	=	schorkloet
schorkloetjes	=	schorkloet
schorpioen	noun	benaming voor nachtactieve, levendbarende, spinachtige landdieren uit de orde Scorpiones, van subtropische en tropische gebieden, met scharen en een gifstekel aan het einde van een langwerpige gesegmenteerde staart
schorpioenen	noun	Scorpiones een orde van geleedpotige dieren die behoren tot de klasse der spinachtigen.
schorpioenlolly	noun	lolly waarin een echte eetbare schorpioen aanwezig is (Verkrijgbaar in de smaken bosbes, banaan, aardbei en appel)
schorpioenlolly's	=	schorpioenlolly
schorpioentje	=	schorpioen
schorpioentjes	=	schorpioen
schorpioenvis	noun	vis uit een familie Scorpaenidae van overwegend zeevissen met giftige stekels.
schorpioenvisachtigen	noun	een orde Scorpaeniformes van de straalvinnigen.
schorpioenvisje	=	schorpioenvis
schorpioenvissen	noun	een familie Scorpaenidae van overwegend zeevissen met giftige stekels.
schorpioenvlieg	noun	benaming voor insecten uit de orde Mecoptera, waarbij de mond in een uitsteeksel aan de kop zit
schorpioenvliegen	noun	orde Mecoptera
schorre	=	schor
schorredwergspin	noun	Erigone arctica een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
schorredwergspinnen	=	schorredwergspin
schorredwergspinnetje	=	schorredwergspin
schorredwergspinnetjes	=	schorredwergspin
schorremorrie	noun	slechte/verdorven groep mensen
schorren	=	schor
schorrengrasmineermot	noun	Elachista stabilella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
schorrengrasmineermotje	=	schorrengrasmineermot
schorrengrasmineermotjes	=	schorrengrasmineermot
schorrengrasmineermotten	=	schorrengrasmineermot
schorrenkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Suaeda in de amarantenfamilie (Amaranthaceae); de soorten komen wereldwijd voor in vochtige gebieden, waar ze groeien op zoute of alkalische bodems, vooral in de buurt van kusten
schorrenkruiden	=	schorrenkruid
schorrenkruidje	=	schorrenkruid
schorrenkruidjes	=	schorrenkruid
schorrenkruidkokermot	noun	Coleophora deviella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
schorrenkruidkokermotje	=	schorrenkruidkokermot
schorrenkruidkokermotjes	=	schorrenkruidkokermot
schorrenkruidkokermotten	=	schorrenkruidkokermot
schorrensigaar	noun	Sigara selecta een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
schorrensigaartje	=	schorrensigaar
schorrensigaartjes	=	schorrensigaar
schorrensigaren	=	schorrensigaar
schorrenslak	noun	Limapontia depressa een slakkensoort uit de familie van de Limapontiidae.
schorrenslakje	=	schorrenslak
schorrenslakjes	=	schorrenslak
schorrenslakken	noun	een geslacht Limapontia van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
schorrentandkaak	noun	Enoplognatha mordax een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
schorrentandkaakje	=	schorrentandkaak
schorrentandkaakjes	=	schorrentandkaak
schorrentandkaken	=	schorrentandkaak
schorrenzoutgras	noun	Triglochin maritima een kruidachtige, meerjarige plant uit de zoutgrasfamilie (Juncaginaceae)
schorrenzoutgrasje	=	schorrenzoutgras
schorrenzoutgrasjes	=	schorrenzoutgras
schorrenzoutgrassen	=	schorrenzoutgras
schorrer	=	schor
schorrere	=	schor
schorrers	=	schor
schorretje	=	schor
schorretjes	=	schor
schorriemorrie	noun	verdorven/laag-bij-de-gronds volk
schors	noun	buitenste laag van stengels, takken en wortels bij houtige vaatplanten, in het bijzonder het dode kurkweefsel (niet te verwarren met de bast, die er levend vlak onder ligt)
schorsbekertje	noun	een geslacht Pezicula van schimmels behorend tot de familie Dermateaceae
schorsbekertjes	=	schorsbekertje
schorsboorder	noun	Enarmonia formosana een nachtvlinder uit de familie van de Tortricidae, de bladrollers.
schorsboorders	=	schorsboorder
schorsboordertje	=	schorsboorder
schorsboordertjes	=	schorsboorder
schorscelspin	noun	Harpactea hombergi een spin uit de familie celspinnen (Dysderidae).
schorscelspinnen	=	schorscelspin
schorscelspinnetje	=	schorscelspin
schorscelspinnetjes	=	schorscelspin
schorsdwergspin	noun	Moebelia penicillata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
schorsdwergspinnen	=	schorsdwergspin
schorsdwergspinnetje	=	schorsdwergspin
schorsdwergspinnetjes	=	schorsdwergspin
schorse	=	schorsen
schorselwoensdag	noun	de woensdag voor Pasen die zo wordt genoemd omdat het klokgelui wordt opgeschort tot Stille Zaterdag (paaszaterdag).
schorselwoensdagen	=	schorselwoensdag
schorsen	verb	voorlopig of tijdelijk verbieden een functie uit te voeren
schorsend	=	schorsen
schorsende	=	schorsen
schorseneer	noun	een geslacht Scorzonera uit de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae) waarvan de wortel als groente gegeten wordt
schorseneertje	=	schorseneer
schorseneertjes	=	schorseneer
schorseneren	=	schorseneer
schorshaarschubje	noun	Agonimia allobata een korstmossoort uit de familie Verrucariaceae.
schorshaarschubjes	=	schorshaarschubje
schorsing	noun	een voorlopig of tijdelijk verbod om een functie uit te voeren
schorsingen	=	schorsing
schorsinkje	=	schorsing
schorsinkjes	=	schorsing
schorsje	=	schors
schorsjes	=	schors
schorskever	noun	Scolytinae Tussen de schors en het hout van een boom levende kever uit een onderfamilie van de snuitkevers (Curculionidae).
schorskevers	noun	Scolytinae een onderfamilie van de snuitkevers (Curculionidae).
schorskevertje	=	schorskever
schorskevertjes	=	schorskever
schorsknaagkever	noun	kever uit de kleine familie Trogossitidae van ongeveer 600 soorten kevers in de onderorde Polyphaga, infraorde Cucujiformia en de superfamilie Cleroidea
schorsknaagkevers	noun	Trogossitidae een kleine familie van ongeveer 600 soorten kevers in de onderorde Polyphaga, infraorde Cucujiformia en de superfamilie Cleroidea.
schorsknaagkevertje	=	schorsknaagkever
schorsknaagkevertjes	=	schorsknaagkever
schorsknotje	noun	Tachyta nana een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
schorsknotjes	=	schorsknotje
schorskoloniespin	noun	Drapetisca socialis een spin uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
schorskoloniespinnen	=	schorskoloniespin
schorskoloniespinnetje	=	schorskoloniespin
schorskoloniespinnetjes	=	schorskoloniespin
schorskrabspin	noun	Tmarus piger een spinnensoort in de taxonomische indeling van de krabspinnen (Thomisidae)
schorskrabspinnen	=	schorskrabspin
schorskrabspinnetje	=	schorskrabspin
schorskrabspinnetjes	=	schorskrabspin
schorsmarpissa	noun	Marpissa muscosa een in Nederland algemene spin, behorend tot de springspinnen die geregeld binnen kunnen worden aangetroffen.
schorsmarpissa's	=	schorsmarpissa
schorsmarpissaatje	=	schorsmarpissa
schorsmarpissaatjes	=	schorsmarpissa
schorsmolen	noun	een molen waarmee men eikenschors fijnmaalt voor de productie van een stof die nodig is voor het looien van leer
schorsmolens	=	schorsmolen
schorsmolentje	=	schorsmolen
schorsmuisspin	noun	Haplodrassus cognatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
schorsmuisspinnen	=	schorsmuisspin
schorsmuisspinnetje	=	schorsmuisspin
schorsmuisspinnetjes	=	schorsmuisspin
schorsmycena	noun	een schimmel van het geslacht Mycena uit de familie Mycenaceae
schorsmycena's	=	schorsmycena
schorsolievlekje	noun	Pseudosagedia aenea een korstmos uit de familie Porinaceae.
schorsolievlekjes	=	schorsolievlekje
schorspedaalmot	noun	Argyresthia glaucinella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
schorspedaalmotje	=	schorspedaalmot
schorspedaalmotjes	=	schorspedaalmot
schorspedaalmotten	=	schorspedaalmot
schorspriemkever	noun	Ocys harpaloides een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
schorspriemkevers	=	schorspriemkever
schorspriemkevertje	=	schorspriemkever
schorspriemkevertjes	=	schorspriemkever
schorssapbekertje	noun	Calycina italica een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
schorssapbekertjes	=	schorssapbekertje
schorssparspiegelmot	noun	Cydia coniferana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
schorssparspiegelmotje	=	schorssparspiegelmot
schorssparspiegelmotjes	=	schorssparspiegelmot
schorssparspiegelmotten	=	schorssparspiegelmot
schorsspleetkooltje	noun	Hysterium angustatum een korstmos behorend tot de familie Hysteriaceae.
schorsspleetkooltjes	=	schorsspleetkooltje
schorssteatoda	noun	Steatoda castanea een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
schorssteatoda's	=	schorssteatoda
schorssteatodaatje	=	schorssteatoda
schorssteatodaatjes	=	schorssteatoda
schorssteeltje	noun	een geslacht Chaenotheca van schimmels uit de familie Coniocybaceae.
schorssteeltjes	=	schorssteeltje
schorssteeltjesfamilie	noun	een familie Coniocybaceae van korstmossen uit de orde Coniocybales.
schorssteeltjesfamilies	=	schorssteeltjesfamilie
schorssteeltjesfamilietje	=	schorssteeltjesfamilie
schorssteeltjesfamilietjes	=	schorssteeltjesfamilie
schorst	=	schorsen
schorste	=	schor
schorsten	=	schorsen
schorsvaandeldrager	noun	Dasycera oliviella een vlinder uit de familie Oecophoridae.
schorsvaandeldragers	=	schorsvaandeldrager
schorsvaandeldragertje	=	schorsvaandeldrager
schorsvaandeldragertjes	=	schorsvaandeldrager
schorsvlieg	noun	Mesembrina meridiana een vliegensoort uit de familie van de echte vliegen (Muscidae).
schorsvliegen	=	schorsvlieg
schorsvliegje	=	schorsvlieg
schorsvliegjes	=	schorsvlieg
schorswants	noun	insect uit de familie Aradidae in de onderorde van de Heteroptera voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Gaspard Auguste Brullé in 1836
schorswantsen	noun	een familie Aradidae in de onderorde van de Heteroptera voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Gaspard Auguste Brullé in 1836
schorswantsje	=	schorswants
schorswantsjes	=	schorswants
schorszakspin	noun	Clubiona corticalis een spinnensoort uit de familie struikzakspinnen (Clubionidae)
schorszakspinnen	=	schorszakspin
schorszakspinnetje	=	schorszakspin
schorszakspinnetjes	=	schorszakspin
schorszebraspin	noun	Salticus zebraneus een spin uit de familie der springspinnen (Salticidae) die voorkomt in het palearctisch gebied
schorszebraspinnen	=	schorszebraspin
schorszebraspinnetje	=	schorszebraspin
schorszebraspinnetjes	=	schorszebraspin
schorszwamgalmug	noun	Brachyneurina peniophorae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
schorszwamgalmuggen	=	schorszwamgalmug
schorszwamgalmuggetjes	=	schorszwamgalmug
schorszwamgalmugje	=	schorszwamgalmug
schort	noun	een lap stof die voorgebonden wordt gewoonlijk rond de middel om de kleding te beschermen bij huishoudelijke taken zoals het koken of schoonmaken
schorte	=	schorten
schortelwoensdag	noun	de woensdag voor Pasen, waarop alle orgelmuziek, klokluiden e.d. geschorst werd tot paaszaterdag
schortelwoensdagen	=	schortelwoensdag
schortelwoensdagje	=	schortelwoensdag
schortelwoensdagjes	=	schortelwoensdag
schorten	verb	~ aan: tekortkomen, ontbreken
schortend	=	schorten
schortende	=	schorten
schortje	=	schort
schortjes	=	schort
schortte	=	schorten
schortten	=	schorten
schorviltbij	noun	Epeolus tarsalis een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
schorviltbijen	=	schorviltbij
schorviltbijtje	=	schorviltbij
schorviltbijtjes	=	schorviltbij
schorzandvleugeltje	noun	Scrobipalpa samadensis een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
schorzandvleugeltjes	=	schorzandvleugeltje
schorzijdebij	noun	Colletes halophilus een solitaire bij die voorkomt op de schorren van West-Europa.
schorzijdebijen	=	schorzijdebij
schorzijdebijtje	=	schorzijdebij
schorzijdebijtjes	=	schorzijdebij
schot	noun	het afvuren van een projectiel
schotbalk	noun	houten balk om het waterniveau te regelen bij een sluis
schotbalken	=	schotbalk
schotbalkje	=	schotbalk
schotbalkjes	=	schotbalk
schote	=	schieten
schotel	noun	platte ronde schaal met opstaande rand
schotelantenne	noun	een eenvoudige benaming voor antenne met een parabolische reflector
schotelantennen	=	schotelantenne
schotelantennes	=	schotelantenne
schotelantennetje	=	schotelantenne
schotelantennetjes	=	schotelantenne
schotelde	=	schotelen
schotelden	=	schotelen
schoteldoek	noun	vaatdoek
schoteldoeken	=	schoteldoek
schoteldoekje	=	schoteldoek
schoteldoekjes	=	schoteldoek
schotele	=	schotelen
schotelen	verb	op een schotel doen, opdoen
schotelend	=	schotelen
schotelende	=	schotelen
schotelkijker	noun	televisiekijker die gebruik maakt van een schotelantenne
schotelkijkers	=	schotelkijker
schotelkijkertje	=	schotelkijker
schotelkijkertjes	=	schotelkijker
schotelkluifzwam	noun	Helvella macropus een schimmel behorend tot de familie Helvellaceae.
schotelkluifzwammen	=	schotelkluifzwam
schotelkluifzwammetje	=	schotelkluifzwam
schotelkluifzwammetjes	=	schotelkluifzwam
schoteloogzeebrasem	noun	Calamus calamus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zeebrasems (Sparidae).
schoteloogzeebrasempje	=	schoteloogzeebrasem
schoteloogzeebrasempjes	=	schoteloogzeebrasem
schoteloogzeebrasems	=	schoteloogzeebrasem
schotelrek	noun	rek waar schotels in of op kunnen worden geplaatst
schotelrekje	=	schotelrek
schotelrekjes	=	schotelrek
schotelrekken	=	schotelrek
schotelrussula	noun	Russula velenovskyi een schimmel behorend tot de familie Russulaceae.
schotelrussula's	=	schotelrussula
schotelrussulaatje	=	schotelrussula
schotelrussulaatjes	=	schotelrussula
schotels	=	schotel
schotelt	=	schotelen
schoteltje	=	schotel
schoteltjes	=	schotel
schotelveer	noun	veer die bestaat uit een schotelvormige plaat
schotelveertje	=	schotelveer
schotelveertjes	=	schotelveer
schotelveren	=	schotelveer
schotelvod	noun	vaatdoek
schotelvodden	=	schotelvod
schotelvormig	adj	vorm van een schotel hebbend
schotelvormige	=	schotelvormig
schotelvormiger	=	schotelvormig
schotelvormigere	=	schotelvormig
schotelvormigers	=	schotelvormig
schotelvormigs	=	schotelvormig
schotelvormigst	=	schotelvormig
schotelvormigste	=	schotelvormig
schotelwarmer	noun	plaat waarop men een schotel warm kan houden, rechaud
schotelwarmers	=	schotelwarmer
schoten	=	schot
schotenwisseling	noun	Het uitwisselen van schoten tussen twee strijdende partijen
schotenwisselingen	=	schotenwisseling
schotenwisselingetje	=	schotenwisseling
schotenwisselingetjes	=	schotenwisseling
schotje	=	schot
schotjes	=	schot
schotpoging	noun	een actie in de sport waarbij een speler de bal of puck op het doel of de basket werpt om een punt of doelpunt te scoren.
schotpogingen	=	schotpoging
schotpoginkje	=	schotpoging
schotpoginkjes	=	schotpoging
schots	noun	drijvend plat stuk ijs	adj	rommelig
schots-gaelischtalig	adj	de Schots-Gaelische taal sprekend
schots-gaelischtalige	=	schots-gaelischtalig
schots-gaelischtaligs	=	schots-gaelischtalig
schotschrift	noun	pamflet dat iemand op smadelijke wijze aanvalt
schotschriften	=	schotschrift
schotschriftje	=	schotschrift
schotschriftjes	=	schotschrift
schotse	=	schots
schotser	=	schots
schotsere	=	schots
schotsers	=	schots
schotsje	=	schots
schotsjes	=	schots
schotst	=	schots
schotste	=	schots
schotten	=	schot
schotvaardig	adj	goed het doel kunnende treffen
schotvaardige	=	schotvaardig
schotvaardiger	=	schotvaardig
schotvaardigere	=	schotvaardig
schotvaardigers	=	schotvaardig
schotvaardigs	=	schotvaardig
schotvaardigst	=	schotvaardig
schotvaardigste	=	schotvaardig
schotverwonding	noun	letsel aan het lichaam dat ontstaat door een kogel of projectiel afgevuurd uit een vuurwapen, vaak bestaande uit een in- en uitgangswonde.
schotverwondingen	=	schotverwonding
schotverwondinkje	=	schotverwonding
schotverwondinkjes	=	schotverwonding
schotwond	noun	een wond veroorzaakt door een kogel
schotwonde	noun	wond ontstaan door een schot met een vuurwapen
schotwonden	=	schotwond
schotwondje	=	schotwond
schotwondjes	=	schotwond
schotzalm	noun	variëteit van de forel Trutta trutta die tussen zee en rivieren trekt
schotzalmen	=	schotzalm
schotzalmpje	=	schotzalm
schotzalmpjes	=	schotzalm
schoud	=	schuld
schouder	noun	gewricht dat een bovenarm met de romp verbindt
schouderband	noun	draagband die over de schouder gaat
schouderbanden	=	schouderband
schouderbandje	=	schouderband
schouderbandjes	=	schouderband
schouderbeweging	noun	de anatomische bewegingen van het schoudergewricht
schouderbewegingen	=	schouderbeweging
schouderbeweginkje	=	schouderbeweging
schouderbeweginkjes	=	schouderbeweging
schouderblaadje	=	schouderblad
schouderblaadjes	=	schouderblad
schouderblad	noun	het vlakke driehoekige bot dat de achterzijde van de schouder vormt
schouderbladen	=	schouderblad
schouderboktor	noun	Oxymirus cursor een kever uit de familie van de boktorren (Cerambycidae)
schouderboktorren	=	schouderboktor
schouderboktorretje	=	schouderboktor
schouderboktorretjes	=	schouderboktor
schouderde	=	schouderen
schouderden	=	schouderen
schouderdoek	noun	doek die men over de schouders draagt
schouderdoeken	=	schouderdoek
schouderduw	noun	een duw met de schouder
schouderduwen	=	schouderduw
schouderduwtje	=	schouderduw
schouderduwtjes	=	schouderduw
schouderdystocie	noun	complicatie bij de bevalling doordat de voorste schouder van de baby achter het schaambeen van de moeder blijft steken
schouderdystocieën	=	schouderdystocie
schoudere	=	schouderen
schouderen	verb	met de schouders op de grond drukken
schouderend	=	schouderen
schouderende	=	schouderen
schoudergewricht	noun	het kogelgewricht dat schouderblad en bovenarm met elkaar verbindt
schoudergewrichten	=	schoudergewricht
schouderham	noun	gekookt, gedroogd, gepekeld of gerookt deel van de schouder van een varken
schouderhammen	=	schouderham
schouderhoogte	noun	afstand van de bodem tot de bovenrand van de wervelkolom ter hoogte van de schouder bij viervoeters
schouderhoogten	=	schouderhoogte
schouderhoogtes	=	schouderhoogte
schouderkarbonaadje	=	schouderkarbonade
schouderkarbonaadjes	=	schouderkarbonade
schouderkarbonade	noun	stuk vlees afkomstig van de schouder van een varken met het daaraan vastzittende bot
schouderkarbonaden	=	schouderkarbonade
schouderkarbonades	=	schouderkarbonade
schouderkarbonadetje	=	schouderkarbonade
schouderkarbonadetjes	=	schouderkarbonade
schouderklop	noun	slag op een schouder
schouderklopje	=	schouderklop
schouderklopjes	=	schouderklop
schouderkloppen	=	schouderklop
schouderkruisspin	noun	Araneus angulatus een spin uit de familie der wielwebspinnen (Araneidae).
schouderkruisspinnen	=	schouderkruisspin
schouderkruisspinnetje	=	schouderkruisspin
schouderkruisspinnetjes	=	schouderkruisspin
schouderloos	adj	zonder schouder
schouderloost	=	schouderloos
schouderlooste	=	schouderloos
schouderloze	=	schouderloos
schouderlozer	=	schouderloos
schouderlozere	=	schouderloos
schouderlozers	=	schouderloos
schoudermantel	noun	korte overjas zonder mouwen die om de hals gedragen wordt
schoudermantels	=	schoudermantel
schoudermanteltje	=	schoudermantel
schoudermanteltjes	=	schoudermantel
schouderophalen	noun	een gebaar dat bestaat uit het omhoog trekken en na korte tijd weer omlaag laten gaan van beide schouders.
schouderophalend	adj	een gebaar makend dat bestaat uit het omhoog trekken en na korte tijd weer omlaag laten gaan van beide schouders.
schouderophalende	=	schouderophalend
schouderophalends	=	schouderophalend
schouderpartij	noun	deel van het lichaam van een mens of dier rond de aanhechting van de voorste ledematen aan de romp
schouderpartijen	=	schouderpartij
schouderpijn	noun	pijn aan het gewricht dat de bovenarm en de romp met elkaar verbindt; pijn die uitstraalt naar de schouder
schouderpijnen	=	schouderpijn
schouderpijntje	=	schouderpijn
schouderpijntjes	=	schouderpijn
schouderriem	noun	riem die men over de schouder draagt; riem die het gewicht van een tas naar de schouder leidt; riem die op de schouder rust
schouderriemen	=	schouderriem
schouderriempje	=	schouderriem
schouderriempjes	=	schouderriem
schouders	=	schouder
schouderstreepmot	noun	Carpatolechia decorella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
schouderstreepmotje	=	schouderstreepmot
schouderstreepmotjes	=	schouderstreepmot
schouderstreepmotten	=	schouderstreepmot
schoudersurfen	verb	wachtwoorden of pincodes van iemand stelen door stieken over de schouder van die persoon mee te kijken
schoudersurfend	=	schoudersurfen
schoudersurfende	=	schoudersurfen
schoudert	=	schouderen
schoudertas	noun	een draagbare tas, die meestal met een draagband of draagriem over één schouder gedragen wordt
schoudertasje	=	schoudertas
schoudertasjes	=	schoudertas
schoudertassen	=	schoudertas
schoudertje	=	schouder
schoudertjes	=	schouder
schoudervela	=	schoudervelum
schoudervelum	noun	een lange rechthoekige schouderdoek, die bij de katholieke erediensten wordt gedragen
schoudervelums	=	schoudervelum
schoudervlekpriemkever	noun	Bembidion humerale een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
schoudervlekpriemkevers	=	schoudervlekpriemkever
schoudervlekpriemkevertje	=	schoudervlekpriemkever
schoudervlekpriemkevertjes	=	schoudervlekpriemkever
schoudervlekstompkaak	noun	Badister sodalis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
schoudervlekstompkaakje	=	schoudervlekstompkaak
schoudervlekstompkaakjes	=	schoudervlekstompkaak
schoudervlekstompkaken	=	schoudervlekstompkaak
schoudervulling	noun	schouderverstevigingen bij sporten zoals American football
schoudervullingen	=	schoudervulling
schoudervullinkje	=	schoudervulling
schoudervullinkjes	=	schoudervulling
schoure	noun	koopwaar
schoures	=	schoure
schout	noun	het hoofd van het dorpsbestuur van een schoutambt vanaf de hoge middeleeuwen
schout-bij-nacht	noun	vlagofficier bij de Koninklijke Marine, de derde in rang na luitenant-admiraal en viceadmiraal
schout-bij-nachts	=	schout-bij-nacht
schoutedenwimperspitsmuis	noun	Paracrocidura schoutedeni een zoogdier uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
schoutedenwimperspitsmuisje	=	schoutedenwimperspitsmuis
schoutedenwimperspitsmuisjes	=	schoutedenwimperspitsmuis
schoutedenwimperspitsmuizen	=	schoutedenwimperspitsmuis
schouten	=	schout
schouten-bij-nacht	=	schout-bij-nacht
schoutje	=	schout
schoutjes	=	schout
schouw	noun|formal	inspectie, visitatie	adj|obsolete	schuw
schouwarts	noun	arts die gespecialiseerd is in het onderzoeken van lijken
schouwartsen	=	schouwarts
schouwburg	noun	een gebouw voor het vertonen en bijwonen van voorstellingen, optredens en performances
schouwburgbezoek	noun	de keer dat men naar een theater gaat
schouwburgbezoeken	=	schouwburgbezoek
schouwburgbezoekje	=	schouwburgbezoek
schouwburgbezoekjes	=	schouwburgbezoek
schouwburgen	=	schouwburg
schouwburgje	=	schouwburg
schouwburgjes	=	schouwburg
schouwburgzaal	noun	grote zaal in een theater waar het publiek naar voorstellingen kan kijken
schouwburgzaaltje	=	schouwburgzaal
schouwburgzaaltjes	=	schouwburgzaal
schouwburgzalen	=	schouwburgzaal
schouwde	=	schouwen
schouwden	=	schouwen
schouwdraad	noun	gevlochten en geknoopt draadje, zoals die aan elk van de vier hoeken van een joods gebedskleed horen te zitten, de tsietsiet
schouwdraadje	=	schouwdraad
schouwdraadjes	=	schouwdraad
schouwdraden	=	schouwdraad
schouwe	=	schouw
schouwen	verb|formal	inspecteren, bekijken
schouwend	=	schouwen
schouwende	=	schouwen
schouwer	noun	iemand die schouwt
schouwere	=	schouw
schouwers	=	schouw
schouwing	noun	het schouwen
schouwingen	=	schouwing
schouwingsbewijs	noun	bewijs dat inspectie heeft plaats gevonden (bijv. van een voertuig)
schouwingsbewijzen	=	schouwingsbewijs
schouwplaats	noun	plek van een vertoning
schouwplaatsen	=	schouwplaats
schouws	=	schouw
schouwspel	noun	een spel dat een publiek van toeschouwers beoogt te boeien
schouwspelen	=	schouwspel
schouwspelletje	=	schouwspel
schouwspelletjes	=	schouwspel
schouwst	=	schouw
schouwste	=	schouw
schouwt	=	schouwen
schouwtje	=	schouw
schouwtjes	=	schouw
schouwtoneel	noun	toneelstuk
schouwtoneeltje	=	schouwtoneel
schouwtonelen	=	schouwtoneel
schouwveger	noun	iemand die schoorstenen van binnen schoonmaakt
schouwvegers	=	schouwveger
schouwvegertje	=	schouwveger
schouwvegertjes	=	schouwveger
schove	=	schoven
schoven	verb	in, tot schoven binden
schovend	=	schoven
schovende	=	schoven
schoventheorie	noun	een tak van de hogere wiskunde
schoventheorietje	=	schoventheorie
schoventheorietjes	=	schoventheorie
schoventheorieën	=	schoventheorie
schraag	noun	draagconstructie om een vlak, planken of andere langwerpige voorwerpen te ondersteunen	adj	onder een hoek, schuin
schraagde	=	schragen
schraagden	=	schragen
schraagje	=	schraag
schraagjes	=	schraag
schraagpijler	noun	pijler waarmee men iets kan ondersteunen
schraagpijlers	=	schraagpijler
schraagpijlertje	=	schraagpijler
schraagpijlertjes	=	schraagpijler
schraags	=	schraag
schraagst	=	schraag
schraagste	=	schraag
schraagt	=	schragen
schraagtafel	noun	tafel op schragen.
schraagtafels	=	schraagtafel
schraagtafeltje	=	schraagtafel
schraagtafeltjes	=	schraagtafel
schraagvormig	adj	vorm van een schraag hebbend
schraagvormige	=	schraagvormig
schraagvormiger	=	schraagvormig
schraagvormigere	=	schraagvormig
schraagvormigers	=	schraagvormig
schraagvormigs	=	schraagvormig
schraagvormigst	=	schraagvormig
schraagvormigste	=	schraagvormig
schraal	adj	armzalig, minimaal
schraalde	=	schralen
schraalden	=	schralen
schraalgrasjager	noun	Leptogaster guttiventris een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
schraalgrasjagers	=	schraalgrasjager
schraalgrasjagertje	=	schraalgrasjager
schraalgrasjagertjes	=	schraalgrasjager
schraalhans	noun	een te zuinig persoon
schraalhanzen	=	schraalhans
schraallandkruiper	noun	Harpalus froelichii een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
schraallandkruipers	=	schraallandkruiper
schraallandkruipertje	=	schraallandkruiper
schraallandkruipertjes	=	schraallandkruiper
schraals	=	schraal
schraalst	=	schraal
schraalste	=	schraal
schraalt	=	schralen
schraalte	noun	het sober en armoedig zijn
schraap	=	schrapen
schraapachtig	adj	geneigd zijn tot schrapen
schraapachtige	=	schraapachtig
schraapachtiger	=	schraapachtig
schraapachtigere	=	schraapachtig
schraapachtigers	=	schraapachtig
schraapachtigs	=	schraapachtig
schraapachtigst	=	schraapachtig
schraapachtigste	=	schraapachtig
schraapijzer	noun	gereedschap met scherpe kanten om te schrappen.
schraapijzers	=	schraapijzer
schraapijzertje	=	schraapijzer
schraapijzertjes	=	schraapijzer
schraapleeg	adj	grondig ontdaan van inhoud, zodat er alleen nog minimale resten na het afkrabben van de binnenkant over zijn
schraapleegs	=	schraapleeg
schraaplege	=	schraapleeg
schraapmes	noun	mes om iets af te schrapen
schraapmesje	=	schraapmes
schraapmesjes	=	schraapmes
schraapmessen	=	schraapmes
schraapsel	noun	wat men van een groter voorwerp afhaalt door er met een scherp voorwerp overheen te krabben
schraapsels	=	schraapsel
schraapseltje	=	schraapsel
schraapseltjes	=	schraapsel
schraapstaal	noun	een plat stuk gereedschapsstaal dat gebruikt wordt om een houtoppervlak glad af te werken
schraapstalen	=	schraapstaal
schraapt	=	schrapen
schraapte	=	schrapen
schraapten	=	schrapen
schraapziekte	noun	een besmettelijke en dodelijke aandoening van het zenuwstelsel bij schapen en geiten
schraapziekten	=	schraapziekte
schraapziektes	=	schraapziekte
schraapzucht	noun	te zeer gericht op het verzamelen van een kapitaal
schraapzuchten	=	schraapzucht
schraapzuchtje	=	schraapzucht
schrab	noun	streepvormige beschadiging gemaakt met een scherp voorwerp
schrabbe	=	schrabben
schrabben	verb	met een scherp voorwerp iets verwijderen
schrabbend	=	schrabben
schrabbende	=	schrabben
schrabber	noun	schraapijzer, schraapmes, krabber, krasser
schrabbers	=	schrabber
schrabbertje	=	schrabber
schrabbertjes	=	schrabber
schrabbetje	=	schrab
schrabbetjes	=	schrab
schrabde	=	schrabben
schrabden	=	schrabben
schrabje	=	schrab
schrabjes	=	schrab
schrabt	=	schrabben
schrage	=	schraag
schragen	verb	helpen overeind te houden
schragend	=	schragen
schragende	=	schragen
schrager	=	schraag
schragere	=	schraag
schragers	=	schraag
schrale	=	schraal
schralen	verb	armer of magerder maken
schralend	=	schralen
schralende	=	schralen
schraler	=	schraal
schralere	=	schraal
schralers	=	schraal
schram	noun	oppervlakkige beschadiging van de huid door een ongeval
schramde	=	schrammen
schramden	=	schrammen
schramme	=	schrammen
schrammen	verb	een schaafwond oplopen; een schaafwond veroorzaken
schrammend	=	schrammen
schrammende	=	schrammen
schrammetje	=	schram
schrammetjes	=	schram
schramt	=	schrammen
schrander	adj	over een hoge mate van intelligentie beschikkend of daarvan blijk gevend
schranderder	=	schrander
schranderdere	=	schrander
schranderders	=	schrander
schrandere	=	schrander
schranderheden	=	schranderheid
schranderheid	noun	het schrander, slim zijn
schranders	=	schrander
schranderst	=	schrander
schranderste	=	schrander
schrank	noun	schraag, slagboom
schranke	=	schranken
schrankel	adj|obsolete	uit elkaar gaand
schrankele	=	schrankel
schrankels	=	schrankel
schranken	verb	op een scheve manier verzakken
schrankend	=	schranken
schrankende	=	schranken
schrankt	=	schranken
schrankte	=	schranken
schrankten	=	schranken
schrans	=	schranzen
schransde	=	schranzen
schransden	=	schranzen
schranse	=	schransen
schransen	verb	met graagte en veel eten
schransend	=	schransen
schransende	=	schransen
schranser	noun	iemand die schranst
schransers	=	schranser
schransertje	=	schranser
schransertjes	=	schranser
schranspartij	noun	overdadig eetfestijn
schranspartijen	=	schranspartij
schranst	=	schranzen
schranste	=	schransen
schransten	=	schransen
schranze	=	schranzen
schranzen	verb	met gretigheid en veel eten
schranzend	=	schranzen
schranzende	=	schranzen
schrap	noun	een beschadiging van een oppervlak gemaakt door de beweging van een scherp voorwerp erover	adv	zich ~ zetten: zich voorbereiden op een verwachte tegenslag
schrape	=	schrapen
schrapen	verb	de bovenste laag (met een scherp object) eraf halen, afkrabben
schrapend	adj	een krassend geluid makend
schrapende	=	schrapen
schrapends	=	schrapend
schraper	noun	iemand die schraapt, een gierigaard
schraperig	adj	een schrapend geluid makend
schraperige	=	schraperig
schraperiger	=	schraperig
schraperigere	=	schraperig
schraperigers	=	schraperig
schraperigs	=	schraperig
schraperigst	=	schraperig
schraperigste	=	schraperig
schrapers	=	schraper
schrapertje	=	schraper
schrapertjes	=	schraper
schrapje	=	schrap
schrapjes	=	schrap
schrapnel	noun	explosief waaruit veel kogels of scherven wegschieten
schrapnels	=	schrapnel
schrappe	=	schrappen
schrappen	verb	met een scherp voorwerp zoals een mes de oppervlaktelaag verwijderen
schrappend	=	schrappen
schrappende	=	schrappen
schrapper	noun	voorwerp waarmee je iets kunt wegschrappen
schrappers	=	schrapper
schrappertje	=	schrapper
schrappertjes	=	schrapper
schrapping	noun	de naam van iemand van een lijst verwijderen
schrappingen	=	schrapping
schrappinkje	=	schrapping
schrappinkjes	=	schrapping
schrapsel	noun	wat ontstaat na schaven of schrapen
schrapsels	=	schrapsel
schrapt	=	schrappen
schrapte	=	schrappen
schrapten	=	schrappen
schrede	noun|formal	een stap
schreden	=	schrijden
schreed	=	schrijden
schreedt	=	schrijden
schreef	noun	maatstreep
schreefje	=	schreef
schreefjes	=	schreef
schreefloos	adj	zonder dunne dwarsstreepjes op de letters
schreefloost	=	schreefloos
schreeflooste	=	schreefloos
schreefloze	=	schreefloos
schreeflozer	=	schreefloos
schreeflozere	=	schreefloos
schreeflozers	=	schreefloos
schreeft	=	schrijven
schreetje	=	schrede
schreetjes	=	schrede
schreeuw	noun	een luide (uit)roep, vaak geassocieerd met angst, pijn, schrik of woede
schreeuwarend	noun	bepaald soort roofvogel, Aquila pomarina, die voorkomt in Midden- en Zuid-Europa, maar af en toe in Nederland wordt waargenomen
schreeuwarenden	=	schreeuwarend
schreeuwbek	noun	iemand die altijd schreeuwt
schreeuwbekken	=	schreeuwbek
schreeuwculturen	=	schreeuwcultuur
schreeuwcultuur	noun	samenleving waarin het normaal is om te gaan schreeuwen als men zijn zin niet krijgt
schreeuwde	=	schreeuwen
schreeuwden	=	schreeuwen
schreeuwe	=	schreeuwen
schreeuwen	verb	luid en geforceerd gebruiken van het stemgeluid
schreeuwend	adj	heel hard roepend
schreeuwende	=	schreeuwen
schreeuwender	=	schreeuwend
schreeuwendere	=	schreeuwend
schreeuwenders	=	schreeuwend
schreeuwends	=	schreeuwend
schreeuwendst	=	schreeuwend
schreeuwendste	=	schreeuwend
schreeuwer	noun	schreeuwlelijk
schreeuwerd	noun	schreeuwer
schreeuwerdje	=	schreeuwerd
schreeuwerdjes	=	schreeuwerd
schreeuwerds	=	schreeuwerd
schreeuwerig	adj	hard en lelijk geluid makend
schreeuwerige	=	schreeuwerig
schreeuweriger	=	schreeuwerig
schreeuwerigere	=	schreeuwerig
schreeuwerigers	=	schreeuwerig
schreeuwerigs	=	schreeuwerig
schreeuwerigst	=	schreeuwerig
schreeuwerigste	=	schreeuwerig
schreeuwers	=	schreeuwer
schreeuwertje	=	schreeuwer
schreeuwertjes	=	schreeuwer
schreeuwkikker	noun	Lithobates clamitans een kikker uit de familie echte kikkers (Ranidae).
schreeuwkikkers	=	schreeuwkikker
schreeuwkikkertje	=	schreeuwkikker
schreeuwkikkertjes	=	schreeuwkikker
schreeuwlederkop	noun	Philemon corniculatus een zangvogel uit de familie van de honingeters die voorkomt in Australië en het zuiden van Nieuw-Guinea
schreeuwlederkopje	=	schreeuwlederkop
schreeuwlederkopjes	=	schreeuwlederkop
schreeuwlederkoppen	=	schreeuwlederkop
schreeuwlelijk	noun	iemand die flink schreeuwt, een grote mond opzet
schreeuwlelijke	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijken	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijker	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijkerd	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijkere	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijkers	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijkje	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijkjes	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijks	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijkst	=	schreeuwlelijk
schreeuwlelijkste	=	schreeuwlelijk
schreeuwpiha	noun	Lipaugus vociferans een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
schreeuwpiha's	=	schreeuwpiha
schreeuwpihaatje	=	schreeuwpiha
schreeuwpihaatjes	=	schreeuwpiha
schreeuwt	=	schreeuwen
schreeuwtje	=	schreeuw
schreeuwtjes	=	schreeuw
schreeuwuil	noun	Megascops een vogel uit de familie echte uilen (Strigidae)
schreeuwuilen	noun	een geslacht Megascops van vogels uit de familie uilen (Strigidae).
schreeuwuiltje	=	schreeuwuil
schreeuwuiltjes	=	schreeuwuil
schreeuwvogel	noun	vogel zonder zangorgaan, die alleen een schreeuwend geluid kan maken
schreeuwvogels	noun	Suboscines een clade van de orde zangvogels die ongeveer 1000 soorten bevat, waarvan de overgrote meerderheid in Zuid-Amerika te vinden is
schreeuwvogeltje	=	schreeuwvogel
schreeuwvogeltjes	=	schreeuwvogel
schrei	=	schreien
schreide	=	schreien
schreiden	=	schreien
schreie	=	schreien
schreien	verb|formal	) huilen, wenen
schreiend	=	schreien
schreiende	=	schreien
schreier	noun	iemand die huilt; iemand die veel verdriet heeft
schreiers	=	schreier
schreiertje	=	schreier
schreiertjes	=	schreier
schreit	=	schreien
schrepel	adj	mager, dor, schraal	noun	een handwerktuig voor het wieden van onkruid
schrepele	=	schrepel
schrepeler	=	schrepel
schrepelere	=	schrepel
schrepelers	=	schrepel
schrepels	=	schrepel
schrepelst	=	schrepel
schrepelste	=	schrepel
schrepeltje	=	schrepel
schrepeltjes	=	schrepel
schreve	=	schrijven
schreven	=	schrijven
schricht	=	schrift
schriel	adj	mager
schriele	=	schriel
schrieler	=	schriel
schrielere	=	schriel
schrielers	=	schriel
schrielhannes	noun	schriel persoon
schrielhannesen	=	schrielhannes
schrielpieper	noun	mager en lang persoon
schrielpiepers	=	schrielpieper
schriels	=	schriel
schrielst	=	schriel
schrielste	=	schriel
schrieperig	adj	gierig, inhalig, schraperig [2], schriepelig, vrekkig
schrieperige	=	schrieperig
schrieperiger	=	schrieperig
schrieperigere	=	schrieperig
schrieperigers	=	schrieperig
schrieperigs	=	schrieperig
schrieperigst	=	schrieperig
schrieperigste	=	schrieperig
schrift	noun	een dun boekje met lege bladzijden om in te schrijven
schriftbaars	noun	Serranus scriba een straalvinnige vis uit de familie van de zaag- en zeebaarzen (Serranidae) die voorkomt in het oosten van de Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.
schriftbaarsje	=	schriftbaars
schriftbaarsjes	=	schriftbaars
schriftbaarzen	=	schriftbaars
schriftbeeld	noun	algemene indruk die een tekst maakt door de vorm van de letters en de verdeling ervan over het vlak
schriftbeelden	=	schriftbeeld
schriftelijk	adj	Via, met het schrift.
schriftelijke	=	schriftelijk
schriftelijker	=	schriftelijk
schriftelijkere	=	schriftelijk
schriftelijkers	=	schriftelijk
schriftelijks	=	schriftelijk
schriftelijkst	=	schriftelijk
schriftelijkste	=	schriftelijk
schriften	=	schrift
schriftgedeelte	noun	gedeelte uit de Bijbel
schriftgedeelten	=	schriftgedeelte
schriftgedeeltes	=	schriftgedeelte
schriftgeleerde	noun	iemand die bijzondere kennis heeft van heilige geschriften en hun betekenis
schriftgeleerden	=	schriftgeleerde
schriftje	=	schrift
schriftjes	=	schrift
schriftloos	adj	zonder schrift
schriftloost	=	schriftloos
schriftlooste	=	schriftloos
schriftloze	=	schriftloos
schriftlozer	=	schriftloos
schriftlozere	=	schriftloos
schriftlozers	=	schriftloos
schriftmos	noun	een geslacht Graphis van korstmossen uit de familie Graphidaceae.
schriftmosje	=	schriftmos
schriftmosjes	=	schriftmos
schriftmossen	=	schriftmos
schriftplaats	noun	citaat, aanhaling uit de Bijbel
schriftplaatsen	=	schriftplaats
schriftteken	noun	een teken om in een taal een klank aan te duiden
schrifttekens	=	schriftteken
schrifttekentje	=	schriftteken
schrifttekentjes	=	schriftteken
schrifturen	=	schriftuur
schriftuur	noun	geschrift van niet al te grote omvang
schriftuurlijk	adj	overeenkomstig de Heilige Schrift (de Bijbel)
schriftuurlijke	=	schriftuurlijk
schriftuurlijker	=	schriftuurlijk
schriftuurlijkere	=	schriftuurlijk
schriftuurlijkers	=	schriftuurlijk
schriftuurlijks	=	schriftuurlijk
schriftuurlijkst	=	schriftuurlijk
schriftuurlijkste	=	schriftuurlijk
schriftwoord	noun	tekst zoals die letterlijk uit de Bijbel komt
schriftwoorden	=	schriftwoord
schrijd	=	schrijden
schrijde	=	schrijden
schrijden	verb	bedachtzaam en statig lopen
schrijdend	=	schrijden
schrijdende	=	schrijden
schrijdt	=	schrijden
schrijf	=	schrijven
schrijfactie	noun	een georganiseerde actie waarbij mensen massaal brieven en kaarten schrijven om steun te betuigen aan mensen die onrecht wordt aangedaan, zoals politieke gevangenen
schrijfacties	=	schrijfactie
schrijfactietje	=	schrijfactie
schrijfactietjes	=	schrijfactie
schrijfbehoefte	noun	dat wat men nodig heeft om te schrijven
schrijfbehoeften	=	schrijfbehoefte
schrijfbenodigdheden	noun	pen, papier en andere zaken die men nodig heeft om te kunnen schrijven
schrijfberd	=	schrijfbord
schrijfblad	noun	glad oppervlak van een meubel dat gemaakt is om op te schrijven; tafelblad dat gemaakt is om op te schrijven
schrijfbladen	=	schrijfblad
schrijfblok	noun	een stapel aan de bovenzijde aan elkaar geniet gelinieerd papier met een hardere kartonnen achterzijde en een dunne kartonnen voorkant
schrijfblokje	=	schrijfblok
schrijfblokjes	=	schrijfblok
schrijfblokken	=	schrijfblok
schrijfboek	noun	boek waarin men kan schrijven
schrijfboeken	=	schrijfboek
schrijfboekje	=	schrijfboek
schrijfboekjes	=	schrijfboek
schrijfbord	noun	paneel waarop men met de hand iets kan schrijven
schrijfborden	=	schrijfbord
schrijfbordje	=	schrijfbord
schrijfbordjes	=	schrijfbord
schrijfbureau	noun	tafel met opbergvakken waarop men kan schrijven
schrijfbureaus	=	schrijfbureau
schrijfbureautje	=	schrijfbureau
schrijfbureautjes	=	schrijfbureau
schrijfcursus	noun	reeks lessen waarin men leert hoe men teksten moet maken
schrijfcursusje	=	schrijfcursus
schrijfcursusjes	=	schrijfcursus
schrijfcursussen	=	schrijfcursus
schrijffout	noun	fout bij het schrijven
schrijffouten	=	schrijffout
schrijffoutje	=	schrijffout
schrijffoutjes	=	schrijffout
schrijfgerei	noun	verzamelnaam voor alle voorwerpen die je kunt gebruiken om te schrijven of te tekenen
schrijfgerief	noun	verzamelnaam voor alle voorwerpen die je kunt gebruiken om te schrijven of te tekenen
schrijfhouding	noun	de fysieke houding van het lichaam tijdens het schrijven met de hand.
schrijfhoudingen	=	schrijfhouding
schrijfhoudinkje	=	schrijfhouding
schrijfhoudinkjes	=	schrijfhouding
schrijfinkt	noun	inkt die geschikt is om mee te schrijven
schrijfinkten	=	schrijfinkt
schrijfkunst	noun	de vaardigheid van het schrijven
schrijfkunsten	=	schrijfkunst
schrijfles	noun	les waarin men schrijven leert
schrijflesje	=	schrijfles
schrijflesjes	=	schrijfles
schrijflessen	=	schrijfles
schrijfmaatje	noun	iemand met wie je samen schrijft om elkaar aan te vullen, te steunen, motiveren of het schrijven minder eenzaam te maken
schrijfmaatjes	=	schrijfmaatje
schrijfmachientje	=	schrijfmachine
schrijfmachientjes	=	schrijfmachine
schrijfmachine	noun	een mechanisch apparaat, voorzien van druktoetsen waarmee schrifttekens op papier gezet kunnen worden
schrijfmachines	=	schrijfmachine
schrijfmachinetje	=	schrijfmachine
schrijfmachinetjes	=	schrijfmachine
schrijfmap	noun	een etui met schrijfbenodigdheden
schrijfmapje	=	schrijfmap
schrijfmapjes	=	schrijfmap
schrijfmappen	=	schrijfmap
schrijfmateriaal	noun	zaken die men gebruikt bij het schrijven
schrijfmaterialen	=	schrijfmateriaal
schrijfoefening	noun	activiteit om beter te worden in het weergeven van tekst in tekens
schrijfoefeningen	=	schrijfoefening
schrijfopdracht	noun	dat je iets moet schrijven bij een taalcursus
schrijfopdrachten	=	schrijfopdracht
schrijfopdrachtje	=	schrijfopdracht
schrijfopdrachtjes	=	schrijfopdracht
schrijfpapier	noun	papiersoort waarop men kan schrijven
schrijfpapieren	=	schrijfpapier
schrijfpapiertje	=	schrijfpapier
schrijfpapiertjes	=	schrijfpapier
schrijfpotloden	=	schrijfpotlood
schrijfpotlood	noun	Schrijfgerei gemaakt van hout en daarin een staafje grafiet.
schrijfpotloodje	=	schrijfpotlood
schrijfpotloodjes	=	schrijfpotlood
schrijfproces	noun	reeks van handelingen om een tekst tekst te maken
schrijfprocessen	=	schrijfproces
schrijfscholen	=	schrijfschool
schrijfschool	noun	school waar men kan leren artikelen schrijven
schrijfschooltje	=	schrijfschool
schrijfschooltjes	=	schrijfschool
schrijfsel	noun	een wel heel simpel geschrift
schrijfsels	=	schrijfsel
schrijfseltje	=	schrijfsel
schrijfseltjes	=	schrijfsel
schrijfster	noun	een persoon van het vrouwelijk geslacht die op professionele manier boeken of verhalen schrijft
schrijfsters	=	schrijfster
schrijfstertje	=	schrijfster
schrijfstertjes	=	schrijfster
schrijfstift	noun	een penvormig instrument dat wordt gebruikt om mee te schrijven of te tekenen
schrijfstiften	=	schrijfstift
schrijfstiftje	=	schrijfstift
schrijfstiftjes	=	schrijfstift
schrijfstijl	noun	het geheel van bijzondere schrijfkenmerken van een auteur of een tekst
schrijfstijlen	=	schrijfstijl
schrijft	=	schrijven
schrijftaak	noun	een oefening in het schrijven als deel van een les of cursus
schrijftaakje	=	schrijftaak
schrijftaakjes	=	schrijftaak
schrijftaal	noun	Geschreven taal is de weergave van gesproken taal door middel van een systeem dat de spraakklanken vertegenwoordigt, ofwel schrift.
schrijftaaltje	=	schrijftaal
schrijftaaltjes	=	schrijftaal
schrijftablet	noun	een tablet waarop men kan schrijven
schrijftabletje	=	schrijftablet
schrijftabletjes	=	schrijftablet
schrijftablets	=	schrijftablet
schrijftabletten	=	schrijftablet
schrijftafel	noun	een meubelstuk ontworpen om aan te schrijven
schrijftafels	=	schrijftafel
schrijftafeltje	=	schrijftafel
schrijftafeltjes	=	schrijftafel
schrijftaken	=	schrijftaak
schrijftalen	=	schrijftaal
schrijftelefoon	noun	een telefoon waarbij met behulp van een pen wordt gecommuniceerd
schrijftelefoons	=	schrijftelefoon
schrijftelefoontje	=	schrijftelefoon
schrijftelefoontjes	=	schrijftelefoon
schrijftrant	noun	manier van schrijven
schrijftranten	=	schrijftrant
schrijfvaardig	adj	in staat om teksten te schrijven
schrijfvaardige	=	schrijfvaardig
schrijfvaardiger	=	schrijfvaardig
schrijfvaardigere	=	schrijfvaardig
schrijfvaardigers	=	schrijfvaardig
schrijfvaardigheden	=	schrijfvaardigheid
schrijfvaardigheid	noun	de mate waarin iemand kan schrijven
schrijfvaardigs	=	schrijfvaardig
schrijfvaardigst	=	schrijfvaardig
schrijfvaardigste	=	schrijfvaardig
schrijfverbod	noun	verbod om zich schriftelijk te uiten
schrijfverboden	=	schrijfverbod
schrijfverbodje	=	schrijfverbod
schrijfverbodjes	=	schrijfverbod
schrijfwaar	noun	zaken die men nodig heeft bij het schrijven
schrijfwaren	=	schrijfwaar
schrijfwedstrijd	noun	een competitie waarbij deelnemers teksten inzenden die door een jury worden beoordeeld op basis van specifieke criteria
schrijfwedstrijden	=	schrijfwedstrijd
schrijfwedstrijdje	=	schrijfwedstrijd
schrijfwedstrijdjes	=	schrijfwedstrijd
schrijfwerk	noun	tekst die men heeft geschreven
schrijfwerken	=	schrijfwerk
schrijfwijze	noun	de manier waarop een woord geschreven wordt
schrijfwijzen	=	schrijfwijze
schrijfwijzes	=	schrijfwijze
schrijlings	adj	met de benen uit elkaar	adv	met de benen uiteen ergens op zitten of staan ook in figuurlijke zin
schrijlingse	=	schrijlings
schrijn	noun	fraai bewerkt kistje voor kostbaarheden
schrijnde	=	schrijnen
schrijnden	=	schrijnen
schrijne	=	schrijnen
schrijnen	verb	branderig aanvoelen
schrijnend	adj	betreffende een brandende pijn
schrijnende	=	schrijnend
schrijnender	=	schrijnend
schrijnendere	=	schrijnend
schrijnenders	=	schrijnend
schrijnends	=	schrijnend
schrijnendst	=	schrijnend
schrijnendste	=	schrijnend
schrijnt	=	schrijnen
schrijntje	=	schrijn
schrijntjes	=	schrijn
schrijnwerk	noun	meubelwerk en fijn timmerwerk
schrijnwerken	=	schrijnwerk
schrijnwerker	noun	een houtbewerker en maker van kasten en meubels
schrijnwerkers	=	schrijnwerker
schrijnwerkertje	=	schrijnwerker
schrijnwerkertjes	=	schrijnwerker
schrijnwerkster	noun	vrouwelijke vorm van schrijnwerker
schrijnwerksters	=	schrijnwerkster
schrijnwerkstertje	=	schrijnwerkster
schrijnwerkstertjes	=	schrijnwerkster
schrijve	=	schrijven
schrijven	verb	tekst in tekens vastleggen	noun	een stuk in tekens vastgelegde tekst
schrijvend	=	schrijven
schrijvende	=	schrijven
schrijvens	=	schrijven
schrijventje	=	schrijven
schrijventjes	=	schrijven
schrijver	noun	een persoon die schrijft
schrijverij	noun	een wat ironische, badinerende benaming voor het maken geschreven teksten
schrijverijen	=	schrijverij
schrijvers	=	schrijver
schrijverscafeetje	=	schrijverscafé
schrijverscafeetjes	=	schrijverscafé
schrijverscafé	noun	uitgaansgelegenheid voor schrijvers
schrijverscafés	=	schrijverscafé
schrijverschap	noun	het schrijver zijn
schrijverschappen	=	schrijverschap
schrijversduo	noun	twee mensen die samen iets (muziek of een tekst) schrijven
schrijversduo's	=	schrijversduo
schrijversleven	noun	de beschrijving van het leven van een auteur
schrijverslevens	=	schrijversleven
schrijversleventje	=	schrijversleven
schrijversleventjes	=	schrijversleven
schrijversnaam	noun	naam van de maker zoals die in een boek of andere tekst wordt vermeld
schrijversnamen	=	schrijversnaam
schrijversportret	noun	afbeelding van het gelaat van een schrijver
schrijversportretten	=	schrijversportret
schrijversprentenboek	noun	type prentenboek dat zich richt op het leven of werk van een schrijver
schrijversprentenboeken	=	schrijversprentenboek
schrijversprentenboekje	=	schrijversprentenboek
schrijversprentenboekjes	=	schrijversprentenboek
schrijversvakscholen	=	schrijversvakschool
schrijversvakschool	noun	vakschool voor de opleiding van schrijvers
schrijvertje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor torren uit het geslacht Gyrinus in de familie Gyrinidae, waarvan er 11 die sterk op elkaar lijken in Nederland voorkomen
schrijvertjes	noun	Gyrinidae een familie van kevers die leven op en in het water.
schrik	noun	hevige plotselinge angst, bijvoorbeeld als gevolg van een onverwachte verandering of gevaarlijke situatie
schrikaanjagend	adj	om bang van te worden, vreselijk
schrikaanjagende	=	schrikaanjagend
schrikaanjagender	=	schrikaanjagend
schrikaanjagendere	=	schrikaanjagend
schrikaanjagenders	=	schrikaanjagend
schrikaanjagends	=	schrikaanjagend
schrikaanjagendst	=	schrikaanjagend
schrikaanjagendste	=	schrikaanjagend
schrikachtig	adj	geneigd zijn tot schrikken
schrikachtige	=	schrikachtig
schrikachtiger	=	schrikachtig
schrikachtigere	=	schrikachtig
schrikachtigers	=	schrikachtig
schrikachtigs	=	schrikachtig
schrikachtigst	=	schrikachtig
schrikachtigste	=	schrikachtig
schrikbaarlijk	adj	van iets dat het schrik veroorzaakt
schrikbaarlijke	=	schrikbaarlijk
schrikbaarlijker	=	schrikbaarlijk
schrikbaarlijkere	=	schrikbaarlijk
schrikbaarlijkers	=	schrikbaarlijk
schrikbaarlijks	=	schrikbaarlijk
schrikbaarlijkst	=	schrikbaarlijk
schrikbaarlijkste	=	schrikbaarlijk
schrikbarend	adj	om bang van te worden	adv	in zeer hoge mate
schrikbarende	=	schrikbarend
schrikbarender	=	schrikbarend
schrikbarendere	=	schrikbarend
schrikbarenders	=	schrikbarend
schrikbarends	=	schrikbarend
schrikbarendst	=	schrikbarend
schrikbarendste	=	schrikbarend
schrikbeeld	noun	een fysiek beeld dat dient om mensen bang te maken
schrikbeelden	=	schrikbeeld
schrikbeeldje	=	schrikbeeld
schrikbewind	noun	een regering, groepering of persoon die heerst door de bevolking schrik aan te jagen
schrikbewinden	=	schrikbewind
schrikbewindje	=	schrikbewind
schrikbewindjes	=	schrikbewind
schrikdraad	noun	een geleidende draad waar elektrische spanning op staat, die gebruikt wordt in een hekwerk en een heftige maar ongevaarlijke schok oplevert als je hem aanraakt
schrikdraadje	=	schrikdraad
schrikdraadjes	=	schrikdraad
schrikdraden	=	schrikdraad
schrikje	=	schrik
schrikjes	=	schrik
schrikke	=	schrikken
schrikkel	=	schrikkelen
schrikkeldag	noun	dag die in een schrikkeljaar wordt ingelast, de 29e februari (ongeveer elke 4 jaar)
schrikkeldagen	=	schrikkeldag
schrikkeldagjarige	noun	iemand die jarig is op 29 februari
schrikkeldagjarigen	=	schrikkeldagjarige
schrikkeldagje	=	schrikkeldag
schrikkeldagjes	=	schrikkeldag
schrikkelde	=	schrikkelen
schrikkelden	=	schrikkelen
schrikkeldraad	noun	elektrisch schrikdraad, is een geleidende draad die een hoge, maar niet dodelijke, elektrische spanning afgeeft via een speciaal apparaat, waardoor dieren worden geweerd of juist binnen een omheining gehouden door middel van een korte elektrische schok
schrikkeldraadje	=	schrikkeldraad
schrikkeldraadjes	=	schrikkeldraad
schrikkeldraden	=	schrikkeldraad
schrikkele	=	schrikkelen
schrikkelen	verb	iets (seconde, dag etc.) overslaan of toevoegen, 'hikken' in het 'normale' ritme
schrikkelend	=	schrikkelen
schrikkelende	=	schrikkelen
schrikkelijk	adj|obsolete	zo erg dat je er geschokt of bang van wordt
schrikkelijke	=	schrikkelijk
schrikkelijker	=	schrikkelijk
schrikkelijkere	=	schrikkelijk
schrikkelijkers	=	schrikkelijk
schrikkelijks	=	schrikkelijk
schrikkelijkst	=	schrikkelijk
schrikkelijkste	=	schrikkelijk
schrikkeljaar	noun	een jaar met 366 dagen
schrikkeljaartje	=	schrikkeljaar
schrikkeljaartjes	=	schrikkeljaar
schrikkeljaren	=	schrikkeljaar
schrikkelmaand	noun	maand waaraan schrikkeldagen worden toegevoegd
schrikkelmaanden	=	schrikkelmaand
schrikkelseconde	noun	een extra seconde die aan de tijdrekening wordt toegevoegd om in rekening te brengen dat de draaiing van de aarde enigszins aan wisselingen onderhevig is
schrikkelseconden	=	schrikkelseconde
schrikkelsecondes	=	schrikkelseconde
schrikkelsecondetje	=	schrikkelseconde
schrikkelsecondetjes	=	schrikkelseconde
schrikkelt	=	schrikkelen
schrikkeltweeling	noun	tweeling geboren op 29 februari
schrikkeltweelingen	=	schrikkeltweeling
schrikken	verb	een schokkende verrassing ondergaan, schrik krijgen
schrikkend	=	schrikken
schrikkende	=	schrikken
schrikkepiet	noun	iemand die snel bang is
schrikkepieten	=	schrikkepiet
schrikkepietje	=	schrikkepiet
schrikkepietjes	=	schrikkepiet
schrikkerig	adj	snel bang kunnen zijn
schrikkerige	=	schrikkerig
schrikkeriger	=	schrikkerig
schrikkerigere	=	schrikkerig
schrikkerigers	=	schrikkerig
schrikkerigs	=	schrikkerig
schrikkerigst	=	schrikkerig
schrikkerigste	=	schrikkerig
schrikogen	noun	ogen die schrik uitdrukken
schrikreactie	noun	een natuurlijke reactie op onverwachte en intense stimuli, zoals een hard geluid
schrikreacties	=	schrikreactie
schrikt	=	schrikken
schrikte	=	schrikken
schrikten	=	schrikken
schrikverwekkend	adj|obsolete	bang makend
schrikverwekkende	=	schrikverwekkend
schrikverwekkender	adj	ook gangbaar in plaats van een verbogen vorm van de vergrotende trap van schrikverwekkend
schrikverwekkendere	=	schrikverwekkend
schrikverwekkenders	=	schrikverwekkend
schrikverwekkends	=	schrikverwekkend
schrikverwekkendst	=	schrikverwekkend
schrikverwekkendste	=	schrikverwekkend
schrikvogels	noun	Phorusrhacidae een uitgestorven familie van vogels, behorende tot de Cariamiformes, die leefden van het vroege paleoceen tot het laatste pleistoceen
schrikwekkend	adj	om bang van te worden	adv	in ernstige mate, heel erg, ontzettend
schrikwekkende	=	schrikwekkend
schrikwekkender	=	schrikwekkend
schrikwekkendere	=	schrikwekkend
schrikwekkenders	=	schrikwekkend
schrikwekkends	=	schrikwekkend
schrikwekkendst	=	schrikwekkend
schrikwekkendste	=	schrikwekkend
schril	adj	zeer doend aan oor of oog
schrille	=	schril
schriller	=	schril
schrillere	=	schril
schrillers	=	schril
schrils	=	schril
schrilst	=	schril
schrilste	=	schril
schrob	=	schrobben
schrobbe	noun	visnet dat aan een beugel is bevestigd
schrobben	verb	met water en een harde borstel reinigen
schrobbend	=	schrobben
schrobbende	=	schrobben
schrobber	noun	borstel waarmee men vuil kan verwijderen van iets
schrobbering	noun	berisping, uitbrander
schrobberingen	=	schrobbering
schrobbers	=	schrobber
schrobbertje	=	schrobber
schrobbertjes	=	schrobber
schrobbing	noun	een flinke berisping, standje of uitbrander.
schrobbingen	=	schrobbing
schrobbinkje	=	schrobbing
schrobbinkjes	=	schrobbing
schrobde	=	schrobben
schrobden	=	schrobben
schrobnet	noun	zakvormig net dat men over de bodem gesleept
schrobnetje	=	schrobnet
schrobnetjes	=	schrobnet
schrobnetten	=	schrobnet
schrobput	noun	put met emmer in een vloer die voorkomt dat teveel vuil direct het riool instroomt
schrobputje	=	schrobput
schrobputjes	=	schrobput
schrobputten	=	schrobput
schrobrasp	noun	instrument bestemd om gaten en sleuven in hout te vergroten
schrobraspen	=	schrobrasp
schrobraspje	=	schrobrasp
schrobraspjes	=	schrobrasp
schrobt	=	schrobben
schrobzaag	noun	smalle, puntig toelopende handzaag
schrobzaagje	=	schrobzaag
schrobzaagjes	=	schrobzaag
schrobzagen	=	schrobzaag
schrode	=	schroden
schroden	verb	schillen
schrodend	=	schroden
schrodende	=	schroden
schroef	noun	klein cilindervormig of conisch voorwerp dat wordt gebruikt om andere, grotere voorwerpen vast te zetten
schroefas	noun	een symmetrieas die een rotatie om de as combineert met een verschuiving in de richting van de as die een fractie van de translatievector in die richting is
schroefassen	=	schroefas
schroefbacterie	noun	benaming voor soorten uit de groep Spirochaetes die een kurkentrekkervormig lichaam hebben
schroefbacteriën	=	schroefbacterie
schroefbank	noun	gereedschap dat men vastmaakt aan de rand van een werktafel, waarmee men een werkstuk kan vastklemmen
schroefbanken	=	schroefbank
schroefbeweging	noun	samengestelde beweging waarbij een voorwerp tegelijkertijd een draaiende beweging (rotatie) en een voorwaartse of achterwaartse beweging (translatie) in de richting van de as maakt.
schroefbewegingen	=	schroefbeweging
schroefbeweginkje	=	schroefbeweging
schroefbeweginkjes	=	schroefbeweging
schroefboormachine	noun	boormachine die ook geschikt is voor het in- en uitdraaien van schroeven o.m. door een instelbare koppelbegrenzing en het kunnen omwisselen van de draairichting
schroefboormachines	=	schroefboormachine
schroefbout	noun	rond staafje waar een groef in een spiraal omheen loopt waardoor het in een moer past en met een kop die zo gevormd is dat je met geschikt gereedschap kan vastdraaien
schroefbouten	=	schroefbout
schroefde	=	schroeven
schroefden	=	schroeven
schroefdop	noun	kapje dat je op een fles kunt draaien om de fles af te sluiten
schroefdopje	=	schroefdop
schroefdopjes	=	schroefdop
schroefdoppen	=	schroefdop
schroefdraad	noun	een regelmatige groef die spiraalsgewijze uit de omtrek van een ronde staaf is weggesneden, of uit de binnenzijde van een rond gat.
schroefdraadje	=	schroefdraad
schroefdraadjes	=	schroefdraad
schroefdraadsnij-ijzer	noun	een snij-ijzer waarmee men schroefdraad kan tappen
schroefdraadsnij-ijzers	=	schroefdraadsnij-ijzer
schroefdraadsnij-ijzertje	=	schroefdraadsnij-ijzer
schroefdraadsnij-ijzertjes	=	schroefdraadsnij-ijzer
schroefdraden	=	schroefdraad
schroeffitting	noun	fitting met schroefdraad
schroeffittingen	=	schroeffitting
schroeffittings	=	schroeffitting
schroeffittinkje	=	schroeffitting
schroeffittinkjes	=	schroeffitting
schroefhoorngeit	noun	Capra falconeri is een wilde geit uit de westelijke Himalaya.
schroefhoorngeiten	=	schroefhoorngeit
schroefhoorngeitje	=	schroefhoorngeit
schroefhoorngeitjes	=	schroefhoorngeit
schroefje	=	schroef
schroefjes	=	schroef
schroeflijn	noun	oplopende lijn op een cilindervlak, die alle beschrijvende lijnen onder dezelfde hoek snijdt.
schroeflijnen	=	schroeflijn
schroeflijntje	=	schroeflijn
schroeflijntjes	=	schroeflijn
schroefloos	adj	zonder schroef
schroefloost	=	schroefloos
schroeflooste	=	schroefloos
schroefloze	=	schroefloos
schroeflozer	=	schroefloos
schroeflozere	=	schroefloos
schroeflozers	=	schroefloos
schroefmaat	noun	een meetinstrument waarmee zeer nauwkeurig dikten, afstanden en diepten kunnen worden gemeten
schroefmaatje	=	schroefmaat
schroefmaatjes	=	schroefmaat
schroefmaten	=	schroefmaat
schroefmoer	noun	het van schroefgangen voorziene holle lichaam waarin een schroefbout draait
schroefmoeren	=	schroefmoer
schroefogen	=	schroefoog
schroefoog	noun	bevestigingsmiddel met een scherpe schroefdraad en een lus of oog aan het uiteinde, bedoeld om objecten te spannen, te verankeren of op te hangen
schroefoogje	=	schroefoog
schroefoogjes	=	schroefoog
schroeforchis	noun	benaming voor orchideeën uit het geslacht Spiranthes met spiraalvormig gedraaide aar
schroeforchissen	=	schroeforchis
schroefpaal	noun	paal voor funderingen met schroefvormig uiteinde
schroefpaaltje	=	schroefpaal
schroefpaaltjes	=	schroefpaal
schroefpalen	=	schroefpaal
schroefpalm	noun	een geslacht Pandanus van eenzaadlobbige planten.
schroefpalmen	=	schroefpalm
schroefpalmpje	=	schroefpalm
schroefpalmpjes	=	schroefpalm
schroefspanner	noun	een constructie waarmee aan een draad of kabel de gewenste spanning kan worden gegeven.
schroefspanners	=	schroefspanner
schroefspannertje	=	schroefspanner
schroefspannertjes	=	schroefspanner
schroeft	=	schroeven
schroefveer	noun	mechanische spiraal waarop spanning gezet kan worden
schroefveren	=	schroefveer
schroefvleugeltiran	noun	Cnipodectes subbrunneus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
schroefvleugeltirannen	noun	een geslacht Cnipodectes van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
schroefvleugeltirannetje	=	schroefvleugeltiran
schroefvleugeltirannetjes	=	schroefvleugeltiran
schroefvormig	adj	vorm van een schroef hebbend
schroefvormige	=	schroefvormig
schroefvormiger	=	schroefvormig
schroefvormigere	=	schroefvormig
schroefvormigers	=	schroefvormig
schroefvormigs	=	schroefvormig
schroefvormigst	=	schroefvormig
schroefvormigste	=	schroefvormig
schroefwiel	noun	tandwiel dat wordt aangedreven door een worm, hierbij lopen de aandrijvende en de aangedreven as loodrecht t.o.v. elkaar
schroefwielen	=	schroefwiel
schroefwinding	noun	één volledige omgang van een schroeflijn
schroefwindingen	=	schroefwinding
schroefwindinkje	=	schroefwinding
schroefwindinkjes	=	schroefwinding
schroefwormvlieg	noun	Cochliomyia hominivorax een tweevleugelig insect uit de familie bromvliegen (Calliphoridae).
schroefwormvliegen	=	schroefwormvlieg
schroefwormvliegje	=	schroefwormvlieg
schroefwormvliegjes	=	schroefwormvlieg
schroei	=	schroeien
schroeide	=	schroeien
schroeiden	=	schroeien
schroeie	=	schroeien
schroeien	verb	de oppervlakte een beetje verbranden
schroeiend	adj	sterk verhittend
schroeiende	=	schroeien
schroeiends	=	schroeiend
schroeit	=	schroeien
schroeve	=	schroeven
schroevedraaier	=	schroevendraaier
schroeven	verb	vastdraaien van een of meer bouten, met behulp van een schroefdraad vastzetten
schroevend	=	schroeven
schroevende	=	schroeven
schroevendraaier	noun	een werktuig om schroeven vast of los te draaien
schroevendraaiers	=	schroevendraaier
schroevendraaiertje	=	schroevendraaier
schroevendraaiertjes	=	schroevendraaier
schrok	noun	schrokop, gulzigaard, brasser, schrokker, slokop, veelvraat, vreetzak, zwelger, holle bolle Gijs
schrokachtig	adj	geneigd zijn tot schrokken, geneigd zijn tot snel en veel eten
schrokachtige	=	schrokachtig
schrokachtiger	=	schrokachtig
schrokachtigere	=	schrokachtig
schrokachtigers	=	schrokachtig
schrokachtigs	=	schrokachtig
schrokachtigst	=	schrokachtig
schrokachtigste	=	schrokachtig
schrokhans	noun	gulzigaard, schrokker, schrokhals
schrokhanzen	=	schrokhans
schrokke	=	schrokken
schrokken	verb	zo snel mogelijk eten
schrokkend	=	schrokken
schrokkende	=	schrokken
schrokker	noun	iemand die met overmatige gretigheid iets verorbert, schrokkerd, schrokop
schrokkerd	noun	iemand die met overmatige gretigheid iets verorbert, schrokker, schrokop
schrokkerdje	=	schrokkerd
schrokkerdjes	=	schrokkerd
schrokkerds	=	schrokkerd
schrokkerig	adj	schrokkig
schrokkerige	=	schrokkerig
schrokkeriger	=	schrokkerig
schrokkerigere	=	schrokkerig
schrokkerigers	=	schrokkerig
schrokkerigs	=	schrokkerig
schrokkerigst	=	schrokkerig
schrokkerigste	=	schrokkerig
schrokkers	=	schrokker
schrokkertje	=	schrokker
schrokkertjes	=	schrokker
schrokkig	adj	inhalig, hebzuchtig
schrokkige	=	schrokkig
schrokkiger	=	schrokkig
schrokkigere	=	schrokkig
schrokkigers	=	schrokkig
schrokkigs	=	schrokkig
schrokkigst	=	schrokkig
schrokkigste	=	schrokkig
schrokop	noun	iemand die met overmatige gretigheid iets verorbert, schrokker, schrokkerd, gulzigaard
schrokopje	=	schrokop
schrokoppen	=	schrokop
schrokt	=	schrokken
schrokte	=	schrokken
schrokten	=	schrokken
schrol	=	schrollen
schrolde	=	schrollen
schrolden	=	schrollen
schrolle	=	schrollen
schrollen	verb	scrollen
schrollend	=	schrollen
schrollende	=	schrollen
schrolt	=	schrollen
schrome	=	schromen
schromelijk	adj	in buitensporige mate	adv	op buitensporige wijze
schromelijke	=	schromelijk
schromelijker	=	schromelijk
schromelijkere	=	schromelijk
schromelijkers	=	schromelijk
schromelijks	=	schromelijk
schromelijkst	=	schromelijk
schromelijkste	=	schromelijk
schromeloos	adj	zonder schroom
schromeloost	=	schromeloos
schromelooste	=	schromeloos
schromeloze	=	schromeloos
schromelozer	=	schromeloos
schromelozere	=	schromeloos
schromelozers	=	schromeloos
schromen	verb	zich niet op zijn gemak voelen om iets te doen
schromend	=	schromen
schromende	=	schromen
schrompel	=	schrompelen
schrompelde	=	schrompelen
schrompelden	=	schrompelen
schrompele	=	schrompelen
schrompelen	verb	rimpelig worden door verlies aan inhoud
schrompelend	=	schrompelen
schrompelende	=	schrompelen
schrompelt	=	schrompelen
schrood	=	schroden
schroodbeitel	noun	koudbeitel die op een aambeeld wordt geplaatst om staven in te korten
schroodbeitels	=	schroodbeitel
schroodbeiteltje	=	schroodbeitel
schroodbeiteltjes	=	schroodbeitel
schroodde	=	schroden
schroodden	=	schroden
schroodgaatje	=	schroodgat
schroodgaatjes	=	schroodgat
schroodgat	noun	een vierkant gat in de baan van een aambeeld waarin hulpstukken kunnen worden geplaatst
schroodgaten	=	schroodgat
schroodmes	noun	langwerpig, halfrond snijblad met handvatten aan beide uiteinden, waarmee stro, hooi of maisgroen wordt gesneden om het aan paarden of vee te kunnen voeren De handvatten staan haaks op elkaar: het ene handvat staat haaks op het snijblad en dient als draaipunt, het andere handvat is in het verlengde van het snijblad en wordt gebruikt als hefboom om van het uiteinde van een dikke bundel voer in één beweging veel korte stukjes af te hakken.
schroodmessen	=	schroodmes
schroodt	=	schroden
schrooi	=	schrooien
schrooide	=	schrooien
schrooiden	=	schrooien
schrooie	=	schrooien
schrooien	verb	besnoeien, afsnijden
schrooiend	=	schrooien
schrooiende	=	schrooien
schrooit	=	schrooien
schroom	noun	aarzeling gepaard gaande met gêne
schroomachtig	adj	geneigd tot vrezen
schroomachtige	=	schroomachtig
schroomachtiger	=	schroomachtig
schroomachtigere	=	schroomachtig
schroomachtigers	=	schroomachtig
schroomachtigs	=	schroomachtig
schroomachtigst	=	schroomachtig
schroomachtigste	=	schroomachtig
schroomde	=	schromen
schroomden	=	schromen
schroomt	=	schromen
schroomvallig	adj	verlegen
schroomvallige	=	schroomvallig
schroomvalliger	=	schroomvallig
schroomvalligere	=	schroomvallig
schroomvalligers	=	schroomvallig
schroomvalligheden	=	schroomvalligheid
schroomvalligheid	noun	de mate waarin men verlegen is
schroomvalligs	=	schroomvallig
schroomvalligst	=	schroomvallig
schroomvalligste	=	schroomvallig
schroomvol	adj	met veel schroom
schroomvolle	=	schroomvol
schroomvoller	=	schroomvol
schroomvollere	=	schroomvol
schroomvollers	=	schroomvol
schroomvols	=	schroomvol
schroomvolst	=	schroomvol
schroomvolste	=	schroomvol
schroot	noun	dunne plint gezaagd hout
schrootcontainer	noun	Afvalcontainer voor metaal (Schrootcontainer): Dit is een speciale bak (container) bedoeld voor het inzamelen en opslaan van metaalafval, oud ijzer, koper, aluminium of zink.
schrootcontainers	=	schrootcontainer
schrootcontainertje	=	schrootcontainer
schrootcontainertjes	=	schrootcontainer
schroothandelaar	noun	iemand die afgedankte metalen voorwerpen koopt en ze sorteert en bewerkt om ze aan smelterijen te verkopen
schroothandelaars	=	schroothandelaar
schroothandelaren	=	schroothandelaar
schroothoop	noun	berg met metaalafval
schroothopen	=	schroothoop
schrootje	=	schroot
schrootjes	=	schroot
schrootpremie	noun	een regeling vanwege de overheid die de eigenaren van een oude auto door middel van premies aanspoort om hun wagen versneld te laten slopen en in te ruilen voor een jongere
schrootpremies	=	schrootpremie
schrootpremietje	=	schrootpremie
schrootpremietjes	=	schrootpremie
schrootte	=	schroten
schrootten	=	schroten
schrootverwerker	noun	apparaat dat schroot verwerkt
schrootverwerkers	=	schrootverwerker
schrot	noun	uitschot, grut, kriel met name van appels en peren
schrote	=	schroten
schroten	verb	grof malen
schrotend	=	schroten
schrotende	=	schroten
schrödingervergelijking	noun	een tweedegraadsdifferentiaalvergelijking die de basis van de quantummechanica vormt
schrödingervergelijkingen	=	schrödingervergelijking
schub	noun	een van meerdere overlappende plaatjes van keratine die aan een kant vastzitten en zo een oppervlak bedekken
schubachtig	adj	een huid of lichaamsbedekking lijkend op schubben zoals een vis ook schubben heeft
schubachtige	=	schubachtig
schubachtiger	=	schubachtig
schubachtigere	=	schubachtig
schubachtigers	=	schubachtig
schubachtigs	=	schubachtig
schubachtigst	=	schubachtig
schubachtigste	=	schubachtig
schubappel	noun	bepaald soort vruchtboom die op de Antillen voorkomt, Annona squamosa
schubappelbomen	=	schubappelboom
schubappelboom	noun	Annona squamosa boom waaraan de schubappel groeit
schubappelboompje	=	schubappelboom
schubappelboompjes	=	schubappelboom
schubappelen	=	schubappel
schubappels	=	schubappel
schubappeltje	=	schubappel
schubappeltjes	=	schubappel
schubbe	noun	schub
schubben	verb	schubben verwijderen
schubbend	=	schubben
schubbendak	noun	een dak bedekt met dakleien, waarbij het zichtbare deel van de leistenen afgerond is, vergelijkbaar met de schubben van vissen
schubbendaken	=	schubbendak
schubbendakje	=	schubbendak
schubbendakjes	=	schubbendak
schubbende	=	schubben
schubbenlori	noun	Trichoglossus chlorolepidotus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
schubbenlori's	=	schubbenlori
schubbenlorietje	=	schubbenlori
schubbenlorietjes	=	schubbenlori
schubbenmiervogel	noun	Myrmoderus squamosus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
schubbenmiervogels	=	schubbenmiervogel
schubbenmiervogeltje	=	schubbenmiervogel
schubbenmiervogeltjes	=	schubbenmiervogel
schubbetje	=	schubbe
schubbetjes	=	schubbe
schubbig	adj	met schubben of korsten bedekt, schubben of korsten vertonend
schubbige	=	schubbig
schubbiger	=	schubbig
schubbigere	=	schubbig
schubbigers	=	schubbig
schubbigs	=	schubbig
schubbigst	=	schubbig
schubbigste	=	schubbig
schubborstbabbelaar	noun	Argya aylmeri een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
schubborstbabbelaars	=	schubborstbabbelaar
schubborstbabbelaartje	=	schubborstbabbelaar
schubborstbabbelaartjes	=	schubborstbabbelaar
schubborstberghoningkruiper	noun	Diglossa duidae een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
schubborstberghoningkruipers	=	schubborstberghoningkruiper
schubborstberghoningkruipertje	=	schubborstberghoningkruiper
schubborstberghoningkruipertjes	=	schubborstberghoningkruiper
schubborstbuulbuul	noun	Ixodia squamatus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
schubborstbuulbuuls	=	schubborstbuulbuul
schubborstbuulbuultje	=	schubborstbuulbuul
schubborstbuulbuultjes	=	schubborstbuulbuul
schubborstdiksnavelmees	noun	Paradoxornis guttaticollis een zangvogel uit de familie van de Paradoxornithidae (diksnavelmezen) Deze soort komt voor van noordoostelijk India tot zuidelijk China
schubborstdiksnavelmeesje	=	schubborstdiksnavelmees
schubborstdiksnavelmeesjes	=	schubborstdiksnavelmees
schubborstdiksnavelmezen	=	schubborstdiksnavelmees
schubborstdwergmierpitta	noun	Grallaricula loricata een zangvogel uit de familie Grallariidae.
schubborstdwergmierpitta's	=	schubborstdwergmierpitta
schubborstdwergmierpittaatje	=	schubborstdwergmierpitta
schubborstdwergmierpittaatjes	=	schubborstdwergmierpitta
schubborstkolibrie	noun	Phaeochroa cuvierii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
schubborstkolibries	=	schubborstkolibrie
schubborstkolibrietje	=	schubborstkolibrie
schubborstkolibrietjes	=	schubborstkolibrie
schubborstlijstertimalia	noun	Illadopsis albipectus een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
schubborstlijstertimalia's	=	schubborstlijstertimalia
schubborstlijstertimaliaatje	=	schubborstlijstertimalia
schubborstlijstertimaliaatjes	=	schubborstlijstertimalia
schubborstpnoepyga	noun	Pnoepyga albiventer een zangvogel uit de familie van de Pnoepygidae.
schubborstpnoepyga's	=	schubborstpnoepyga
schubborstpnoepygaatje	=	schubborstpnoepyga
schubborstpnoepygaatjes	=	schubborstpnoepyga
schubde	=	schubben
schubden	=	schubben
schubdier	noun	benaming voor zoogdieren uit de familie Manidae in de orde der schubdierachtigen (Pholidota) en voorkomend in Afrika en Zuid-Azië
schubdierachtig	adj	lijkend op een zoogdier uit de familie Manidae
schubdierachtige	noun	aanduiding voor een zoogdier uit de orde Pholidota
schubdierachtigen	noun	een orde Pholidota van zoogdieren die met schubben van hoorn zijn bedekt
schubdierachtigs	=	schubdierachtig
schubdieren	noun	Manidae een familie van zoogdieren.
schubdiertje	=	schubdier
schubdiertjes	=	schubdier
schubhaarkegelbij	noun	Coelioxys afra een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
schubhaarkegelbijen	=	schubhaarkegelbij
schubhaarkegelbijtje	=	schubhaarkegelbij
schubhaarkegelbijtjes	=	schubhaarkegelbij
schubhalsmalkoha	noun	Dasylophus cumingi een koekoeksvogel die alleen voorkomt op de Filipijnen.
schubhalsmalkoha's	=	schubhalsmalkoha
schubhalsmalkohaatje	=	schubhalsmalkoha
schubhalsmalkohaatjes	=	schubhalsmalkoha
schubje	=	schub
schubjes	=	schub
schubjeszwelmos	noun	Scytinium imbricatum een korstmossoort uit de familie Collemataceae.
schubjeszwelmosje	=	schubjeszwelmos
schubjeszwelmosjes	=	schubjeszwelmos
schubjeszwelmossen	=	schubjeszwelmos
schubkamille	noun	een geslacht Anthemis van ongeveer 100 soorten kruidachtige planten uit de composietenfamilie (Compositae oftewel Asteraceae).
schubkamillen	=	schubkamille
schubkamilles	=	schubkamille
schubkamilletje	=	schubkamille
schubkamilletjes	=	schubkamille
schubkaplawaaimaker	noun	Cossypha albicapillus een kleine insectenetende vogel die voorkomt in Afrika
schubkaplawaaimakers	=	schubkaplawaaimaker
schubkaplawaaimakertje	=	schubkaplawaaimaker
schubkaplawaaimakertjes	=	schubkaplawaaimaker
schubkapmierpitta	noun	Grallaria guatimalensis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
schubkapmierpitta's	=	schubkapmierpitta
schubkapmierpittaatje	=	schubkapmierpitta
schubkapmierpittaatjes	=	schubkapmierpitta
schubkeelaardkruiper	noun	Upucerthia dumetaria een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
schubkeelaardkruipers	=	schubkeelaardkruiper
schubkeelaardkruipertje	=	schubkeelaardkruiper
schubkeelaardkruipertjes	=	schubkeelaardkruiper
schubkeelbladkrabber	noun	Sclerurus guatemalensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
schubkeelbladkrabbers	=	schubkeelbladkrabber
schubkeelbladkrabbertje	=	schubkeelbladkrabber
schubkeelbladkrabbertjes	=	schubkeelbladkrabber
schubkeelbladspeurder	noun	Anabacerthia variegaticeps een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
schubkeelbladspeurders	=	schubkeelbladspeurder
schubkeelbladspeurdertje	=	schubkeelbladspeurder
schubkeelbladspeurdertjes	=	schubkeelbladspeurder
schubkeelboomjager	noun	Thripadectes scrutator een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
schubkeelboomjagers	=	schubkeelboomjager
schubkeelboomjagertje	=	schubkeelboomjager
schubkeelboomjagertjes	=	schubkeelboomjager
schubkeelheremietkolibrie	noun	Phaethornis eurynome een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
schubkeelheremietkolibries	=	schubkeelheremietkolibrie
schubkeelheremietkolibrietje	=	schubkeelheremietkolibrie
schubkeelheremietkolibrietjes	=	schubkeelheremietkolibrie
schubkeelhoningspeurder	noun	Indicator variegatus een vogel uit de familie Indicatoridae (Honingspeurders).
schubkeelhoningspeurders	=	schubkeelhoningspeurder
schubkeelhoningspeurdertje	=	schubkeelhoningspeurder
schubkeelhoningspeurdertjes	=	schubkeelhoningspeurder
schubkopstekelkruin	noun	Phacellodomus striaticeps een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
schubkopstekelkruinen	=	schubkopstekelkruin
schubkopstekelkruintje	=	schubkopstekelkruin
schubkopstekelkruintjes	=	schubkopstekelkruin
schubkopvliegenpikker	noun	Phyllomyias fasciatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
schubkopvliegenpikkers	=	schubkopvliegenpikker
schubkopvliegenpikkertje	=	schubkopvliegenpikker
schubkopvliegenpikkertjes	=	schubkopvliegenpikker
schubkopwever	noun	Sporopipes frontalis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
schubkopwevers	=	schubkopwever
schubkopwevertje	=	schubkopwever
schubkopwevertjes	=	schubkopwever
schubkruintwijgtimalia	noun	Malacopteron cinereum een vogelsoort uit de familie van de Timaliidae (timalia's).
schubkruintwijgtimalia's	=	schubkruintwijgtimalia
schubkruintwijgtimaliaatje	=	schubkruintwijgtimalia
schubkruintwijgtimaliaatjes	=	schubkruintwijgtimalia
schubkuifdwergtiran	noun	Lophotriccus pileatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
schubkuifdwergtirannen	=	schubkuifdwergtiran
schubkuifdwergtirannetje	=	schubkuifdwergtiran
schubkuifdwergtirannetjes	=	schubkuifdwergtiran
schubmes	noun	mes voor het verwijderen van de schubben van een vis
schubmessen	=	schubmes
schubmier	noun	insect uit de onderfamilie Formicinae van mieren.
schubmieren	noun	Formicinae een onderfamilie van mieren.
schubmiertje	=	schubmier
schubmiertjes	=	schubmier
schubnekamazone	noun	Amazona mercenarius een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
schubnekamazonen	=	schubnekamazone
schubnekamazones	=	schubnekamazone
schubnekamazonetje	=	schubnekamazone
schubnekamazonetjes	=	schubnekamazone
schubpoothagedissen	noun	een geslacht Pygopus van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie heuppotigen (Pygopodidae)
schubreptielen	noun	Squamata een orde van de klasse reptielen (Reptilia).
schubrugmiervogel	noun	Willisornis poecilinotus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
schubrugmiervogels	=	schubrugmiervogel
schubrugmiervogeltje	=	schubrugmiervogel
schubrugmiervogeltjes	=	schubrugmiervogel
schubs	=	schub
schubsgewijs	adj	op de manier van schubben; een oppervlak bedekkend met overlappende plaatjes die aan één kant vastzitten
schubsgewijze	=	schubsgewijs
schubstaartkoesoe	noun	Wyulda squamicaudata buideldier uit de familie der koeskoezen (Phalangeridae) in de bossen bij de westkust van de Kimberley, een streek in het noorden van West-Australië.
schubstaartkoesoes	=	schubstaartkoesoe
schubstaartkoesoetje	=	schubstaartkoesoe
schubstaartkoesoetjes	=	schubstaartkoesoe
schubt	=	schubben
schubvaren	noun	bepaald soort plant, Asplenium ceterach syn.
schubvarens	=	schubvaren
schubvarentje	=	schubvaren
schubvarentjes	=	schubvaren
schubvleugelige	noun|obsolete	benaming voor nectar etende insecten uit de orde Lepidoptera, gekenmerkt door vier vaak gekleurde vleugels die met heel kleine schubben zijn bedekt, zuigende monddelen met een oprolbare tong en een rupsachtige larve die zich destructief voedt met planten
schubvleugeligen	noun	benaming voor de orde Lepidoptera, nectar etende insecten gekenmerkt door vier vaak gekleurde vleugels die met heel kleine schubben zijn bedekt, zuigende monddelen met een oprolbare tong en een rupsachtige larve die zich destructief voedt met planten
schubvormig	adj	vorm van een schub hebbend
schubvormige	=	schubvormig
schubvormiger	=	schubvormig
schubvormigere	=	schubvormig
schubvormigers	=	schubvormig
schubvormigs	=	schubvormig
schubvormigst	=	schubvormig
schubvormigste	=	schubvormig
schubwortel	noun	een geslacht Lathraea van ongeveer vijf soorten bloeiende planten.
schubwortelen	=	schubwortel
schubwortels	=	schubwortel
schubworteltje	=	schubwortel
schubworteltjes	=	schubwortel
schubzegge	noun	Carex lepidocarpa een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
schubzeggen	=	schubzegge
schubzeggetje	=	schubzegge
schubzeggetjes	=	schubzegge
schubzwelghaai	noun	Centrophorus squamosus een vis uit de familie van zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
schubzwelghaaien	=	schubzwelghaai
schubzwelghaaitje	=	schubzwelghaai
schubzwelghaaitjes	=	schubzwelghaai
schuchter	adj	bevreesd de aandacht te trekken of zich te vertonen
schuchterder	=	schuchter
schuchterdere	=	schuchter
schuchterders	=	schuchter
schuchtere	=	schuchter
schuchterheid	noun	het schuchter zijn
schuchters	=	schuchter
schuchterst	=	schuchter
schuchterste	=	schuchter
schud	=	schudden
schudbol	noun	een transparante bol waarin een miniatuurscène te zien is in de vorm van een (sneeuw)landschap, met in de bol een vlokken die als sneeuw kan vallen
schudbollen	=	schudbol
schudbolletje	=	schudbol
schudbolletjes	=	schudbol
schudde	verb	aanvoegende wijs van schudden.	noun|obsolete	constructie om mensen door ophanging te doden
schuddebol	noun	beeldje met een beweeglijk kopje dat gemakkelijk gaat knikken of draaien wanneer het beeldje wordt aangestoten of verplaatst
schuddebollen	=	schuddebol
schuddebuik	=	schuddebuiken
schuddebuike	=	schuddebuiken
schuddebuiken	verb	zo hard lachen dat het pijn doet in de buik
schuddebuikend	=	schuddebuiken
schuddebuikende	=	schuddebuiken
schuddebuikt	=	schuddebuiken
schuddebuikte	=	schuddebuiken
schuddebuikten	=	schuddebuiken
schudden	verb	snel heen en weer bewegen om iets te mengen
schuddend	adj	snel heen en weer bewegend; op en neer bewegend
schuddende	=	schudden
schuddends	=	schuddend
schudding	noun	handeling waarbij iets met kracht snel heen en weer of op en neer wordt bewogen
schuddingen	=	schudding
schuddinkje	=	schudding
schuddinkjes	=	schudding
schudgoot	noun	goot waar doorheen poeder door schudden omlaag gevoerd wordt
schudgoten	=	schudgoot
schudoefening	noun	het heen en weer draaien (zoals bij nee schudden) van het hoofd als behandeling van draaiduizeligheid
schudoefeningen	=	schudoefening
schudt	=	schudden
schuier	noun	werktuig waarmee met een schraapbeweging een weefsel ontdaan kan worden van stof en pluis
schuierde	=	schuieren
schuierden	=	schuieren
schuiere	=	schuieren
schuieren	verb	met een enigszins ruw voorwerp een stoffen of leren voorwerp bewerken ter reiniging
schuierend	=	schuieren
schuierende	=	schuieren
schuiers	=	schuier
schuiert	=	schuieren
schuiertje	=	schuier
schuiertjes	=	schuier
schuif	noun	manier om een deur te vergrendelen met een plat voorwerp
schuifaf	noun	glijbaan
schuifaffen	=	schuifaf
schuifafs	=	schuifaf
schuifautomaat	noun	klassiek kermis- en arcadespel waarbij je munten in een machine werpt in de hoop dat een bewegende schuif andere munten of prijzen over de rand duwt
schuifautomaatje	=	schuifautomaat
schuifautomaatjes	=	schuifautomaat
schuifautomaten	=	schuifautomaat
schuifbaar	adj	van iets dat het opzij of in- en uitgeschoven kan worden, vaak via een rails of door middel van een glijdende beweging.
schuifbaarder	=	schuifbaar
schuifbaardere	=	schuifbaar
schuifbaarders	=	schuifbaar
schuifbaars	=	schuifbaar
schuifbaarst	=	schuifbaar
schuifbaarste	=	schuifbaar
schuifbare	=	schuifbaar
schuifbeweging	noun	de beweging van een schuif
schuifbewegingen	=	schuifbeweging
schuifbeweginkje	=	schuifbeweging
schuifbeweginkjes	=	schuifbeweging
schuifdak	noun	dak van een cabriolet dat door schuiven gesloten kan worden bij slecht weer
schuifdaken	=	schuifdak
schuifdakje	=	schuifdak
schuifdakjes	=	schuifdak
schuifdeur	noun	een deur die uit één of meer beweegbare delen bestaat, en die bij het openen en sluiten zijwaarts beweegt
schuifdeuren	=	schuifdeur
schuifdeurtje	=	schuifdeur
schuifdeurtjes	=	schuifdeur
schuifdoos	noun	doos met een schuifdeksel
schuifdoosje	=	schuifdoos
schuifdoosjes	=	schuifdoos
schuifdozen	=	schuifdoos
schuifel	=	schuifelen
schuifelde	=	schuifelen
schuifelden	=	schuifelen
schuifele	=	schuifelen
schuifelen	verb	zich door de voeten kleine afstanden over de vloer te schuiven ergens heen voortbewegen
schuifelend	=	schuifelen
schuifelende	=	schuifelen
schuifelt	=	schuifelen
schuifje	=	schuif
schuifjes	=	schuif
schuifkaas	noun	plak kaas die men in tijden van armoede of gebrek tijdelijk tussen de boterham legt maar die ook weer hergebruikt wordt bij de volgende boterham
schuifkaasje	=	schuifkaas
schuifkaasjes	=	schuifkaas
schuifkazen	=	schuifkaas
schuifknoop	noun	aangetrokken lus in garen, draad, koord of touw als bevestiging die makkelijk kan worden losgetrokken
schuifknopen	=	schuifknoop
schuifmaat	noun	een meetinstrument waarmee dikten, afstanden en diepten nauwkeurig kunnen worden gemeten
schuifmaatje	=	schuifmaat
schuifmaatjes	=	schuifmaat
schuifmachine	noun	klassiek kermis- en arcadespel waarbij men munten in een machine werpt in de hoop dat een bewegende schuif andere munten of prijzen over de rand duwt
schuifmachines	=	schuifmachine
schuifmachinetje	=	schuifmachine
schuifmachinetjes	=	schuifmachine
schuifmaten	=	schuifmaat
schuifpasser	noun	precisie-meetinstrument dat wordt gebruikt om nauwkeurig binnenmaten, buitenmaten en dieptematen van een object te meten
schuifpassers	=	schuifpasser
schuifpassertje	=	schuifpasser
schuifpassertjes	=	schuifpasser
schuifpui	noun	een beweegbare glazen wand waardoor er een open verbinding ontstaat tussen de kamer en de tuin of het balkon
schuifpuien	=	schuifpui
schuifpuitje	=	schuifpui
schuifpuitjes	=	schuifpui
schuifraam	noun	een raam dat door schuiven opengezet of gesloten kan worden
schuifraampje	=	schuifraam
schuifraampjes	=	schuifraam
schuiframen	=	schuifraam
schuifregelaar	noun	regelinstrument met schuifknop
schuifregelaars	=	schuifregelaar
schuifregelaartje	=	schuifregelaar
schuifregelaartjes	=	schuifregelaar
schuifregister	noun	een register van een computer waarvan men de bits naar links of rechts kan schuiven
schuifregisters	=	schuifregister
schuifregistertje	=	schuifregister
schuifregistertjes	=	schuifregister
schuifschakelaar	noun	een schakelaar die verbinding maakt of verbreekt door een deel ervan opzij te schuiven
schuifschakelaars	=	schuifschakelaar
schuifslot	noun	een slot dat men met een schuif of een schuivende beweging opent en sluit
schuifsloten	=	schuifslot
schuifslotje	=	schuifslot
schuifslotjes	=	schuifslot
schuifspeld	noun	een klein, vaak metalen, haaraccessoire in U-vorm dat dient om losse plukken haar of opgestoken haar bijeen te houden en in model te brengen
schuifspelden	=	schuifspeld
schuifspeldje	=	schuifspeld
schuifspeldjes	=	schuifspeld
schuift	=	schuiven
schuiftrompet	noun	een trompet zonder ventielen waarbij de toonhoogte door een schuif wordt veroorzaakt, ze is de voorganger van de baroktrombone die een voorganger is van de moderne trombone
schuiftrompetje	=	schuiftrompet
schuiftrompetten	=	schuiftrompet
schuifwand	noun	wanden die verschoven kunnen worden zodat een ruimte in verschillende aparte ruimtes kan worden verdeeld of dat juist verschillende ruimtes kunnen worden samengevoegd tot een grotere
schuifwanden	=	schuifwand
schuifwandje	=	schuifwand
schuifwandjes	=	schuifwand
schuijer	=	schuier
schuil	noun	beschutting
schuiladres	noun	onderduikadres
schuiladresje	=	schuiladres
schuiladresjes	=	schuiladres
schuiladressen	=	schuiladres
schuilde	=	schuilen
schuilden	=	schuilen
schuile	=	schuilen
schuilen	verb	zich verbergen
schuilend	=	schuilen
schuilende	=	schuilen
schuilga	=	schuilgaan
schuilgaan	verb	verborgen zijn, onzichtbaar zijn, zich verschuilen
schuilgaand	=	schuilgaan
schuilgaande	=	schuilgaan
schuilgaat	=	schuilgaan
schuilgegaan	=	schuilgaan
schuilgehouden	=	schuilhouden
schuilging	=	schuilgaan
schuilginge	=	schuilgaan
schuilgingen	=	schuilgaan
schuilgingt	=	schuilgaan
schuilhield	=	schuilhouden
schuilhielden	=	schuilhouden
schuilhoek	noun	plaats waar men zich kan verstoppen
schuilhoeken	=	schuilhoek
schuilhoekje	=	schuilhoek
schuilhoekjes	=	schuilhoek
schuilhok	noun	hok waarin men kan schuilen
schuilhokje	=	schuilhok
schuilhokjes	=	schuilhok
schuilhokken	=	schuilhok
schuilhol	noun	weinig comfortabele plaats waar iemand zich verborgen of schuilt houdt voor gevaar
schuilholen	=	schuilhol
schuilholletje	=	schuilhol
schuilholletjes	=	schuilhol
schuilhou	=	schuilhouden
schuilhoud	=	schuilhouden
schuilhoude	=	schuilhouden
schuilhouden	verb	zorgen dat je niet gezien wordt
schuilhoudend	=	schuilhouden
schuilhoudende	=	schuilhouden
schuilhoudt	=	schuilhouden
schuilhut	noun	een plaats waar men kan schuilen of zichzelf kan verschuilen
schuilhutje	=	schuilhut
schuilhutjes	=	schuilhut
schuilhutten	=	schuilhut
schuilje	=	schuil
schuiljes	=	schuil
schuilkelder	noun	ondergrondse ruimte bedoeld om gevaar bovengronds te kunnen ontwijken
schuilkelders	=	schuilkelder
schuilkeldertje	=	schuilkelder
schuilkeldertjes	=	schuilkelder
schuilnaam	noun	een naam die iemand aanneemt om zijn eigenlijke identiteit te verbergen
schuilnaampje	=	schuilnaam
schuilnaampjes	=	schuilnaam
schuilnamen	=	schuilnaam
schuiloord	noun	een plaats waar iemand zich kan verbergen
schuiloorden	=	schuiloord
schuilplaats	noun	plek om ergens voor te schuilen
schuilplaatsen	=	schuilplaats
schuilplaatsje	=	schuilplaats
schuilplaatsjes	=	schuilplaats
schuilplek	noun	plek om ergens voor te schuilen
schuilplekje	=	schuilplek
schuilplekjes	=	schuilplek
schuilplekken	=	schuilplek
schuilt	=	schuilen
schuim	noun	iets wat veel luchtbellen bevat
schuimachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van schuim
schuimachtige	=	schuimachtig
schuimachtiger	=	schuimachtig
schuimachtigere	=	schuimachtig
schuimachtigers	=	schuimachtig
schuimachtigs	=	schuimachtig
schuimachtigst	=	schuimachtig
schuimachtigste	=	schuimachtig
schuimbad	noun	water in een kuip dat door de toevoeging van zeep met een dikke laag bubbels is bedekt, waarin je je comfortabel van top tot teen kan reinigen
schuimbaden	=	schuimbad
schuimbadje	=	schuimbad
schuimbadjes	=	schuimbad
schuimbeestje	noun	Philaenus spumarius een insect dat behoort tot de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha).
schuimbeestjes	=	schuimbeestje
schuimbek	=	schuimbekken
schuimbekke	=	schuimbekken
schuimbekken	verb	zo woedend zijn dat het schuim om de mond staat
schuimbekkend	adj	heel erg boos
schuimbekkende	=	schuimbekken
schuimbekkender	=	schuimbekkend
schuimbekkendere	=	schuimbekkend
schuimbekkenders	=	schuimbekkend
schuimbekkends	=	schuimbekkend
schuimbekkendst	=	schuimbekkend
schuimbekkendste	=	schuimbekkend
schuimbekt	=	schuimbekken
schuimbekte	=	schuimbekken
schuimbekten	=	schuimbekken
schuimcicade	noun	insect uit de familie Cercopidae van insecten die behoren tot de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha).
schuimcicaden	noun	Cercopidae een familie van insecten die behoren tot de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha).
schuimcicades	=	schuimcicade
schuimcicadetje	=	schuimcicade
schuimcicadetjes	=	schuimcicade
schuimde	=	schuimen
schuimden	=	schuimen
schuime	=	schuimen
schuimecho	noun	echo-onderzoek waarbij de baarmoeder en de eileider met behulp van een schuim zichtbaar en geopend worden
schuimecho's	=	schuimecho
schuimen	verb	gasbellen voortbrengen op het grensvlak van een vloeistof en de lucht
schuimend	adj	met veel schuim
schuimende	=	schuimen
schuimender	=	schuimend
schuimendere	=	schuimend
schuimenders	=	schuimend
schuimends	=	schuimend
schuimendst	=	schuimend
schuimendste	=	schuimend
schuimer	noun	iemand die schuimt d.w.z. een parasiet, rover of plunderaar
schuimers	=	schuimer
schuimertje	=	schuimer
schuimertjes	=	schuimer
schuimfeest	noun	feest waarbij de gasten dansen in een laag schuim
schuimfeesten	=	schuimfeest
schuimfeestje	=	schuimfeest
schuimfeestjes	=	schuimfeest
schuimgebak	noun	luchtige taart die deels bestaat uit stijf geklopt eiwit met suiker
schuimgebakje	noun	portie luchtige taart die deels bestaat uit stijf geklopt eiwit met suiker
schuimgebakjes	=	schuimgebakje
schuimig	adj	van een vloeistof dat ze veel luchtbellen bevat
schuimige	=	schuimig
schuimiger	=	schuimig
schuimigere	=	schuimig
schuimigers	=	schuimig
schuimigs	=	schuimig
schuimigst	=	schuimig
schuimigste	=	schuimig
schuimkanon	noun	een apparaat dat in korte tijd grote hoeveelheden schuim produceert voor evenementen zoals schuimparty's, festivals of sportactiviteiten
schuimkanonnen	=	schuimkanon
schuimkanonnetje	=	schuimkanon
schuimkanonnetjes	=	schuimkanon
schuimkop	noun	de witte met schuim bedekte kop van een golf
schuimkopje	=	schuimkop
schuimkopjes	=	schuimkop
schuimkoppen	=	schuimkop
schuimkraag	noun	laag schuim of bier in een glas
schuimkraagje	=	schuimkraag
schuimkraagjes	=	schuimkraag
schuimkragen	=	schuimkraag
schuimlepel	noun	een stuk keukengerei in de vorm van een grote lepel met een enigszins hol blad voorzien van vele gaatjes
schuimlepels	=	schuimlepel
schuimlepeltje	=	schuimlepel
schuimlepeltjes	=	schuimlepel
schuimmachine	noun	een apparaat dat in korte tijd grote hoeveelheden schuim produceert voor evenementen zoals schuimparty's, festivals of sportactiviteiten
schuimmachines	=	schuimmachine
schuimmachinetje	=	schuimmachine
schuimmachinetjes	=	schuimmachine
schuimmiddel	noun	ingrediënt van brandblusschuim
schuimmiddelen	=	schuimmiddel
schuimmiddeltje	=	schuimmiddel
schuimmiddeltjes	=	schuimmiddel
schuimnestboomkikkers	noun	Rhacophoridae een familie van kikkers (Anura).
schuimparty	noun	een feest waarbij de gasten dansen in een laag schuim
schuimparty's	=	schuimparty
schuimparty'tje	=	schuimparty
schuimparty'tjes	=	schuimparty
schuimpartytje	=	schuimparty
schuimpje	noun	alleen verkleinwoord van suikerschuim vervaardigde lekkernij
schuimpjes	=	schuimpje
schuimplastic	noun	kunststof met een (veerkrachtige) schuimstructuur
schuimplastics	=	schuimplastic
schuimrubber	noun	schuimachtig rubberproduct oorspronkelijk een natuurproduct (latex), ook langs chemische weg vervaardigd uit nafta	adj	gemaakt van schuimrubber
schuimrubberen	adj	gemaakt van schuimrubber
schuimrubbers	=	schuimrubber
schuimspaan	noun	een stuk keukengerei in de vorm van een grote lepel met een enigszins hol blad voorzien van vele gaatjes
schuimspaantje	=	schuimspaan
schuimspaantjes	=	schuimspaan
schuimspanen	=	schuimspaan
schuimt	=	schuimen
schuimtaart	noun	taart met gebakken eiwitschuim als basis
schuimtaarten	=	schuimtaart
schuimtablet	noun	een type tablet dat, eenmaal in contact met vocht, een schuimende substantie ontwikkelt
schuimtabletten	=	schuimtablet
schuimwijn	noun	een soort wijn die koolzuurbelletjes bevat
schuimwijnen	=	schuimwijn
schuimwijntje	=	schuimwijn
schuimwijntjes	=	schuimwijn
schuin	adj	in een niet-loodrechte richting
schuinde	=	schuinen
schuinden	=	schuinen
schuine	=	schuin
schuinen	verb	schuin maken
schuinend	=	schuinen
schuinende	=	schuinen
schuiner	=	schuin
schuinere	=	schuin
schuiners	=	schuin
schuingedrukt	adj	cursief gedrukt
schuingedrukte	=	schuingedrukt
schuingedrukts	=	schuingedrukt
schuining	noun	helling
schuiningen	=	schuining
schuins	adj	van de loodrechte of evenwijdige richting afwijkend, schuin	adv	in schuine richting
schuinschrift	noun	een manier van schrijven waarbij de letter scheef staan van linksonder naar rechtsboven
schuinschriften	=	schuinschrift
schuinse	=	schuins
schuinser	=	schuins
schuinsere	=	schuins
schuinsers	=	schuins
schuinsmarcheerder	noun	iemand die geen net en braaf leven leidt, veelal doordat diegene welbewust regels overtreedt
schuinsmarcheerders	=	schuinsmarcheerder
schuinsmarcheerdertje	=	schuinsmarcheerder
schuinst	=	schuin
schuinste	=	schuin
schuinstipvedermot	noun	Stenoptilia stigmatodactylus een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
schuinstipvedermotje	=	schuinstipvedermot
schuinstipvedermotjes	=	schuinstipvedermot
schuinstipvedermotten	=	schuinstipvedermot
schuint	=	schuinen
schuinte	noun	de mate waarin iets schuin of scheef is
schuinten	=	schuinte
schuintes	=	schuinte
schuintetje	=	schuinte
schuit	noun	een eenvoudig open vrachtvaartuig zonder dek, opbouw of aandrijving
schuitbekreiger	noun	Cochlearius cochlearius Een van de eigenaardigste reigersoorten.
schuitbekreigers	=	schuitbekreiger
schuitbekreigertje	=	schuitbekreiger
schuitbekreigertjes	=	schuitbekreiger
schuiten	=	schuit
schuitenmaker	noun	persoon die boten ontwerpt en maakt
schuitenmakers	=	schuitenmaker
schuitje	noun	houdertje voor de schietspoel in een weef-of naaimachine
schuitjes	=	schuit
schuitvormig	adj	vorm van een schuit hebbend
schuitvormige	=	schuitvormig
schuitvormiger	=	schuitvormig
schuitvormigere	=	schuitvormig
schuitvormigers	=	schuitvormig
schuitvormigs	=	schuitvormig
schuitvormigst	=	schuitvormig
schuitvormigste	=	schuitvormig
schuive	=	schuiven
schuiven	verb	over de grond verplaatsen
schuivend	=	schuiven
schuivende	=	schuiven
schuiver	noun	iets of iemand dat of die schuift of waarmee men kan schuiven
schuivers	=	schuiver
schuivertje	=	schuiver
schuivertjes	=	schuiver
schuld	noun	een geldbedrag dat ondanks de verplichting daartoe (nog) niet betaald wordt
schuldaanranding	noun	een vorm van ongewenst seksueel contact waarbij de pleger niet bewust opzet had op de aanranding, maar door verwijtbare onvoorzichtigheid (schuld) had moeten begrijpen dat de ander geen toestemming gaf.
schuldaanrandingen	=	schuldaanranding
schuldaanrandinkje	=	schuldaanranding
schuldaanrandinkjes	=	schuldaanranding
schuldbekentenis	noun	een ondertekende verklaring waarin een persoon zich ertoe verbindt een geldsom of een waardeerbaar goed te betalen
schuldbekentenisje	=	schuldbekentenis
schuldbekentenisjes	=	schuldbekentenis
schuldbekentenissen	=	schuldbekentenis
schuldbesef	noun	besef dat men schuld draagt
schuldbewust	adj	manier van doen waardoor je laat blijken dat je inziet dat je een fout hebt begaan
schuldbewuste	=	schuldbewust
schuldbewuster	=	schuldbewust
schuldbewustere	=	schuldbewust
schuldbewusters	=	schuldbewust
schuldbewusts	=	schuldbewust
schuldbewustst	=	schuldbewust
schuldbewustste	=	schuldbewust
schuldbewustzijn	noun	een onaangename psychosociale emotie ten aanzien van het afwijken van de eigen normen (aantasting van eergevoel of trots), en/of de normen van anderen (in verband met de angst om misprezen of niet meer geaccepteerd te worden)
schuldboek	noun	een boek waarin aantekeningen worden bijgehouden van uitstaande schulden
schuldboeken	=	schuldboek
schuldboekje	=	schuldboek
schuldboekjes	=	schuldboek
schuldbrief	noun	een ondertekende verklaring waarin een persoon zich ertoe verbindt een geldsom of een waardeerbaar goed te betalen
schuldbriefje	=	schuldbrief
schuldbriefjes	=	schuldbrief
schuldbrieven	=	schuldbrief
schuldcomplex	noun	psychische aandoening waarbij iemand zich schuldiger over iets voelt dan nodig is
schuldcomplexen	=	schuldcomplex
schuldculturen	=	schuldcultuur
schuldcultuur	noun	cultuur waarin grote waarde gehecht wordt aan het persoonlijk normen- en waardestelsel en waarin het eigen geweten in hoge mate bepalend is voor het handelen van het individu (voor zover dat überhaupt mogelijk is binnen een groep mensen)
schuldcultuurtje	=	schuldcultuur
schuldcultuurtjes	=	schuldcultuur
schulddelging	noun	het geleidelijk of in zijn geheel afbetalen van een schuld
schulddelgingen	=	schulddelging
schulddelginkje	=	schulddelging
schulddelginkjes	=	schulddelging
schulddienstverlening	noun	aangeboden ondersteuning aan mensen die schulden hebben, gericht op financiële zelfredzaam en afbetaling van schulden
schuldeiser	noun	iemand aan wie iemand iets (meestal geld) verschuldigd is
schuldeisers	=	schuldeiser
schuldeisertje	=	schuldeiser
schuldeisertjes	=	schuldeiser
schuldeloos	adj	zonder schuld, zonder zonde, vrij van verwijtbaarheid
schuldeloosheid	noun	het schuldeloos zijn
schuldeloost	=	schuldeloos
schuldelooste	=	schuldeloos
schuldeloze	=	schuldeloos
schuldelozer	=	schuldeloos
schuldelozere	=	schuldeloos
schuldelozers	=	schuldeloos
schulden	=	schuld
schuldenaar	noun	iemand die iets (meestal geld) aan iemand anders verschuldigd is
schuldenaars	=	schuldenaar
schuldenaartje	=	schuldenaar
schuldenaartjes	=	schuldenaar
schuldenaren	=	schuldenaar
schuldenares	=	schuldenaar
schuldenberg	noun	denkbeeldige berg van verzamelde schulden
schuldenbergen	=	schuldenberg
schuldenbergje	=	schuldenberg
schuldencrises	=	schuldencrisis
schuldencrisis	noun	politieke en financieel-economische onrust en onzekerheid veroorzaakt door het op zich nemen van een te grote schuldenlast en/of begrotingstekort van een staat
schuldencrisisje	=	schuldencrisis
schuldencrisisjes	=	schuldencrisis
schuldencrisissen	=	schuldencrisis
schuldenlast	noun	de hoeveelheid schulden die iemand of een organisatie heeft
schuldenlasten	=	schuldenlast
schuldenloos	adj	schuldenloos # verouderde spelling of vorm van schuldeloos tot 2006
schuldenloost	adj	schuldenloost # verouderde spelling of vorm van schuldeloost tot 2006
schuldenlooste	adj	schuldenlooste # verouderde spelling of vorm van schuldelooste tot 2006
schuldenlozere	adj	schuldenlozere # verouderde spelling of vorm van schuldelozere tot 2006
schuldenprobleem	noun	problemen die ontstaan door schulden
schuldenproblematiek	noun	financiële problemen die ontstaan door te hoge schulden
schuldenproblematieken	=	schuldenproblematiek
schuldenproblemen	=	schuldenprobleem
schuldenregeling	noun	een plan om grote schulden op te lossen.
schuldenregelingen	=	schuldenregeling
schuldenregelingetje	=	schuldenregeling
schuldenregelingetjes	=	schuldenregeling
schuldenvrij	adj	zonder dat men een schuld heeft en dus ook geen rente en aflossing hoeft te betalen
schuldenvrije	=	schuldenvrij
schuldenvrijer	=	schuldenvrij
schuldenvrijere	=	schuldenvrij
schuldenvrijers	=	schuldenvrij
schuldenvrijs	=	schuldenvrij
schuldenvrijst	=	schuldenvrij
schuldenvrijste	=	schuldenvrij
schuldgevoel	noun	het (onaangenaam) gevoel ergens schuldig aan te zijn; gevoel tekort te schieten
schuldgevoelens	noun	gevoelens schuld ergens aan te hebben
schuldgevoeltje	=	schuldgevoel
schuldherschikking	noun	het wijzigen van de voorwaarden van bestaande leningen om financiële ademruimte te creëren.
schuldherschikkingen	=	schuldherschikking
schuldherschikkinkje	=	schuldherschikking
schuldherschikkinkjes	=	schuldherschikking
schuldhulp	noun	traject waarin individuen geholpen worden om hun financiële schulden af te gaan lossen (saneren)
schuldhulpen	=	schuldhulp
schuldhulpverlening	noun	hulpverlening aan personen die schulden hebben
schuldhulpverleningen	=	schuldhulpverlening
schuldig	adj	verantwoordelijk voor een laakbaar/strafbaar feit	adv	verantwoordelijk voor een laakbaar/strafbaar feit
schuldige	noun	iemand die schuldig (aan een misdaad) is
schuldigen	=	schuldige
schuldiger	=	schuldig
schuldigere	=	schuldig
schuldigers	=	schuldig
schuldigs	=	schuldig
schuldigst	=	schuldig
schuldigste	=	schuldig
schuldigverklaring	noun	het gerechtelijk verklaren dat iemand schuldig is aan de genoemde misdaden
schuldigverklaringen	=	schuldigverklaring
schuldigverklarinkje	=	schuldigverklaring
schuldigverklarinkjes	=	schuldigverklaring
schuldje	=	schuld
schuldjes	=	schuld
schuldkwijtschelding	noun	dat een schuldeiser formeel afziet van een vordering, waardoor de schuldenaar een (deel van de) schuld niet meer hoeft terug te betalen.
schuldkwijtscheldingen	=	schuldkwijtschelding
schuldkwijtscheldinkje	=	schuldkwijtschelding
schuldkwijtscheldinkjes	=	schuldkwijtschelding
schuldloos	adj	zonder schuld, zonder zonde, vrij van verwijtbaarheid
schuldloost	=	schuldloos
schuldlooste	=	schuldloos
schuldloze	=	schuldloos
schuldlozer	=	schuldloos
schuldlozere	=	schuldloos
schuldlozers	=	schuldloos
schuldregeling	noun	een plan om grote schulden op te lossen.
schuldregelingen	=	schuldregeling
schuldregelingetje	=	schuldregeling
schuldregelingetjes	=	schuldregeling
schuldsanering	noun	wettelijke regeling voor het aflossen van te hoge schulden bij natuurlijke personen
schuldsaneringen	=	schuldsanering
schuldslavernij	noun	langdurig verlies van vrijheid als gevolg van een schuld die niet kan worden afgelost, vaak gepaard gaand met verplicht werken voor de schuldeiser
schuldvermenging	noun	situatie waarin de schuldeiser en de schuldenaar van dezelfde schuld één en dezelfde persoon worden.
schuldvermengingen	=	schuldvermenging
schuldvermenginkje	=	schuldvermenging
schuldvermenginkjes	=	schuldvermenging
schuldvraag	noun	het vraagstuk wie iets nadeligs veroorzaakt heeft
schuldvragen	=	schuldvraag
schulp	noun	schelp
schulpboor	noun	boor om reeds geboorde gaten op te boren (te verwijden)
schulpboortje	=	schulpboor
schulpboortjes	=	schulpboor
schulpboren	=	schulpboor
schulpdier	=	schelpdier
schulpe	=	schulpen
schulpen	verb	schelpvormig zagen
schulpend	=	schulpen
schulpende	=	schulpen
schulpje	=	schulp
schulpjes	=	schulp
schulplijn	noun	bochtige lijn van wisselende halve cirkels.
schulplijnen	=	schulplijn
schulplijntje	=	schulplijn
schulplijntjes	=	schulplijn
schulpt	=	schulpen
schulpte	=	schulpen
schulpten	=	schulpen
schulpzaag	noun	grote spanzaag
schulpzagen	=	schulpzaag
schun	noun|obsolete	haveloos geklede persoon, landloper
schunnen	=	schun
schunnetje	=	schun
schunnetjes	=	schun
schunnig	adj|figurative	lage, onbetamelijke opvattingen hebbend, laf en gemeen
schunnige	=	schunnig
schunniger	=	schunnig
schunnigere	=	schunnig
schunnigers	=	schunnig
schunnigheden	=	schunnigheid
schunnigheid	noun	strijdig met de goede zeden, strijdig met de goede smaak
schunnigheidje	=	schunnigheid
schunnigheidjes	=	schunnigheid
schunnigs	=	schunnig
schunnigst	=	schunnig
schunnigste	=	schunnig
schup	noun	graafwerktuig bestaand uit een blad aan een steel om grond mee te scheppen
schupje	=	schup
schupjes	=	schup
schuppen	=	schup
schure	=	schuren
schuren	verb	een oppervlak glad maken door wrijving met een ruw oppervlak van grotere hardheid
schurend	adj	met veel wrijving; beetje vervelend
schurende	=	schuren
schurender	=	schurend
schurendere	=	schurend
schurenders	=	schurend
schurends	=	schurend
schurendst	=	schurend
schurendste	=	schurend
schurft	noun	een huidaandoening veroorzaakt door de schurftmijt, Acarus scabiei	adj	aan schurft lijdend
schurfte	=	schurft
schurfthekel	noun	diepe, heftige afkeer
schurftig	adj	met schurft besmet
schurftige	=	schurftig
schurftiger	=	schurftig
schurftigere	=	schurftig
schurftigers	=	schurftig
schurftigs	=	schurftig
schurftigst	=	schurftig
schurftigste	=	schurftig
schurftkop	noun	door schurft aangetast hoofd
schurftkopje	=	schurftkop
schurftkopjes	=	schurftkop
schurftkoppen	=	schurftkop
schurftmijt	noun	parasiet die een jeukende huidziekte veroorzaakt, Sarcoptes scabiei
schurftmijten	noun	een familie Acaridae van mijten.
schurftmos	noun	soort van korstmos uit het geslacht Lecanora
schurftmossen	=	schurftmos
schurfts	=	schurft
schurftvis	noun	bepaald soort vis, Arnoglossus laterna uit de familie van botachtigen Bothidae, orde platvissen Pleuronectiformes
schurftvisje	=	schurftvis
schurftvisjes	=	schurftvis
schurftvissen	=	schurftvis
schurftzalf	noun	smeersel tegen schurft
schurftzalfje	=	schurftzalf
schurftzalfjes	=	schurftzalf
schurftzalven	=	schurftzalf
schuring	noun	frictie, wrijving
schuringen	=	schuring
schurk	noun	persoon die kwaad in de zin heeft en/of bedrijft
schurkachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een schurk
schurkachtige	=	schurkachtig
schurkachtiger	=	schurkachtig
schurkachtigere	=	schurkachtig
schurkachtigers	=	schurkachtig
schurkachtigs	=	schurkachtig
schurkachtigst	=	schurkachtig
schurkachtigste	=	schurkachtig
schurke	=	schurken
schurken	verb	zich tegen een vast voorwerp wrijven, meestal om jeuk te bestrijden
schurkend	=	schurken
schurkende	=	schurken
schurkenrol	noun	de rol van slechterik in een film, toneelstuk of boek
schurkenrollen	=	schurkenrol
schurkenstaat	noun	een staat die zich onfatsoenlijk gedraagt en zich niets aantrekt van internationale verdragen
schurkenstaatje	=	schurkenstaat
schurkenstaatjes	=	schurkenstaat
schurkenstaten	=	schurkenstaat
schurkenstreek	noun	handeling die past bij een misdadiger
schurkenstreekje	=	schurkenstreek
schurkenstreekjes	=	schurkenstreek
schurkenstreken	=	schurkenstreek
schurkje	=	schurk
schurkjes	=	schurk
schurkpaal	noun	paal voor vee om tegen te schurken
schurkpaaltje	=	schurkpaal
schurkpaaltjes	=	schurkpaal
schurkpalen	=	schurkpaal
schurkt	=	schurken
schurkte	=	schurken
schurkten	=	schurken
schut	noun	een houten afsluiting tegen water of wind
schutblaadje	=	schutblad
schutblaadjes	=	schutblad
schutblad	noun	een vel papier dat het boekblok beschut, de ene kant zit vast aan de kaft van het boek de andere kant aan het boekblok zelf
schutbladen	=	schutblad
schutbladeren	=	schutblad
schutjassen	verb	een op kruisjassen gelijkend kaartspel spelen
schutje	=	schut
schutjes	=	schut
schutkleur	noun	is het zodanig toepassen van kleur dat een normalerwijs zichtbaar object tegen zijn achtergrond verdwijnt of moeilijker wordt herkend.
schutkleuren	=	schutkleur
schutkleurtje	=	schutkleur
schutkleurtjes	=	schutkleur
schutkring	noun	zone rond een besmettingshaard waar maatregelen worden toegepast om verspreiding van een ziekte te voorkomen
schutkringen	=	schutkring
schutkringetje	=	schutkring
schutkringetjes	=	schutkring
schuts	noun	bescherming
schutsel	noun	omheining
schutsels	=	schutsel
schutseltje	=	schutsel
schutseltjes	=	schutsel
schutsengel	noun	vermeend hemels wezen dat iets of iemand beschermt
schutsengelen	=	schutsengel
schutsheilige	noun	een heilige die iets of iemand een speciale bescherming geeft
schutsheiligen	=	schutsheilige
schutsluis	noun	een kunstwerk om schepen van het ene naar het andere waterpeil te brengen.
schutsluisje	=	schutsluis
schutsluisjes	=	schutsluis
schutsluizen	=	schutsluis
schutspatronen	=	schutspatroon
schutspatroon	noun	persoondie iets of iemand beschermt
schutspatroons	=	schutspatroon
schutspatroontje	=	schutspatroon
schutspatroontjes	=	schutspatroon
schutte	=	schutten
schutten	verb	een schip door een sluis doen passeren
schuttend	=	schutten
schuttende	=	schutten
schutter	noun	iemand die een schiettuig bedient
schutterde	=	schutteren
schutterden	=	schutteren
schuttere	=	schutteren
schutteren	verb	knoeien, aanrommelen, onbeholpen te werk gaan
schutterend	=	schutteren
schutterende	=	schutteren
schutterig	adj	op een onschuldige manier onhandig
schutterige	=	schutterig
schutteriger	=	schutterig
schutterigere	=	schutterig
schutterigers	=	schutterig
schutterigs	=	schutterig
schutterigst	=	schutterig
schutterigste	=	schutterig
schutterij	noun	schietvereniging
schutterijen	=	schutterij
schutterlijk	adj	zo knullig en onhandig dat het beschamend is
schutterlijke	=	schutterlijk
schutterlijker	=	schutterlijk
schutterlijkere	=	schutterlijk
schutterlijkers	=	schutterlijk
schutterlijks	=	schutterlijk
schutterlijkst	=	schutterlijk
schutterlijkste	=	schutterlijk
schutters	=	schutter
schuttersfederatie	noun	overleg orgaan van schutterijen
schuttersfederaties	=	schuttersfederatie
schuttersfeest	noun	feest van een schutterij met een schietwedstrijd
schuttersfeesten	=	schuttersfeest
schuttersfeestje	=	schuttersfeest
schuttersfeestjes	=	schuttersfeest
schuttersgilde	noun	korps van gewapende burgers, hetzij als gilde opgericht of door de overheid ingesteld, ter handhaving van de orde (tot 1901)
schuttersgilden	=	schuttersgilde
schuttersgildes	=	schuttersgilde
schutterskoning	noun	iemand die de jaarlijkse schietwedstrijd van de schutterij heeft gewonnen
schutterskoningen	=	schutterskoning
schuttersmaal	noun	geschilderd groepsportret van de officieren van een schuttersgilde
schuttersmaaltijd	noun	feestmaaltijd door de schutterij
schuttersmaaltijden	=	schuttersmaaltijd
schuttersmaaltijdje	=	schuttersmaaltijd
schuttersmaaltijdjes	=	schuttersmaaltijd
schuttersmaaltje	=	schuttersmaal
schuttersmaaltjes	=	schuttersmaal
schuttersmalen	=	schuttersmaal
schuttersprovincie	noun	landstreek met veel schutterijen
schuttersprovincies	=	schuttersprovincie
schuttersput	noun	een gegraven gat waar een militair in ligt om vanuit te schieten
schuttersputje	=	schuttersput
schuttersputjes	=	schuttersput
schuttersputten	=	schuttersput
schuttersvereniging	noun	een historische en folkloristische organisatie
schuttersverenigingen	=	schuttersvereniging
schuttersverenigingetje	=	schuttersvereniging
schuttersverenigingetjes	=	schuttersvereniging
schuttersvis	noun	Toxotes chatareus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de schuttersvissen (Toxotidae).
schuttersvisje	=	schuttersvis
schuttersvisjes	=	schuttersvis
schuttersvissen	noun	een geslacht Toxotes binnen een familie (Toxotidae) van vissen die vanuit het water op prooien jagen die op het land leven
schuttert	=	schutteren
schuttertje	=	schutter
schuttertjes	=	schutter
schutting	noun	gewoonlijk dichte afscheiding tussen twee tuinen, stukken land, windvang
schuttingen	=	schutting
schuttingtaal	noun	onbehoorlijk taalgebruik zoals men die wel op schuttingen of muren gekalkt ziet
schuttingtaaltje	=	schuttingtaal
schuttingtaaltjes	=	schuttingtaal
schuttingtalen	=	schuttingtaal
schuttingwoord	noun	een ordinair, niet net woord dat gebruikt wordt om iemand te beledigen of te kwetsen
schuttingwoorden	=	schuttingwoord
schuttinkje	=	schutting
schuttinkjes	=	schutting
schuur	noun	een bijgebouw bij het huis of de boerderij om veldvruchten, landbouwproducten en -werktuigen in op te slaan
schuurblok	noun	gereedschap een (hand)gereedschap, waaromheen je een stuk schuurpapier doet om meer grip te hebben en kracht te zetten op het schuurwerk
schuurblokje	=	schuurblok
schuurblokjes	=	schuurblok
schuurblokken	=	schuurblok
schuurde	=	schuren
schuurden	=	schuren
schuurdeur	noun	de deur die toegang geeft tot de schuur
schuurdeuren	=	schuurdeur
schuurdeurtje	=	schuurdeur
schuurdeurtjes	=	schuurdeur
schuurei	noun	kippenei dat gelegd is door een kip die 'vrij' in een schuur kan rondlopen
schuureieren	=	schuurei
schuureitje	=	schuurei
schuureitjes	=	schuurei
schuurfeest	noun	feest dat in een schuur wordt gegeven
schuurfeesten	=	schuurfeest
schuurfeestje	=	schuurfeest
schuurfeestjes	=	schuurfeest
schuurkurk	noun	een (hand)gereedschap, waaromheen je een stuk schuurpapier doet om meer grip te hebben en kracht te zetten op het schuurwerk
schuurkurken	=	schuurkurk
schuurkurkje	=	schuurkurk
schuurkurkjes	=	schuurkurk
schuurmachientje	=	schuurmachine
schuurmachientjes	=	schuurmachine
schuurmachine	noun	elektrisch gereedschap om mee te schuren
schuurmachines	=	schuurmachine
schuurmachinetje	=	schuurmachine
schuurmachinetjes	=	schuurmachine
schuurmeid	noun	homoseksuele vrouw, lesbienne
schuurpapier	noun	bestaat in de regel uit scherpe kantige deeltjes van een harde stof gelijmd op papier of linnen.
schuurpapieren	=	schuurpapier
schuurpapiertje	=	schuurpapier
schuurpapiertjes	=	schuurpapier
schuursel	noun	het fijne stof dat vrijkomt bij schuren
schuursikkelmot	noun	Borkhausenia minutella een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
schuursikkelmotje	=	schuursikkelmot
schuursikkelmotjes	=	schuursikkelmot
schuursikkelmotten	=	schuursikkelmot
schuurspons	noun	een spons met een ruw stevig oppervlak voor het schoonschuren van vaatwerk zoals bijvoorbeeld pannen
schuursponsen	=	schuurspons
schuursponsje	=	schuurspons
schuursponsjes	=	schuurspons
schuursponzen	=	schuurspons
schuurt	=	schuren
schuurtje	=	schuur
schuurtjes	=	schuur
schuurtjeslieden	=	schuurtjesman
schuurtjeslui	=	schuurtjesman
schuurtjesman	noun	Iemand die zich alleen op zijn gemak voelt in zijn eigen hobby- of werkruimte.
schuurtjesmannen	=	schuurtjesman
schuurtjesmannetje	=	schuurtjesman
schuurtjesmannetjes	=	schuurtjesman
schuurwerk	noun	het bepleisteren van muren met mortel die na het vlakstrijken met water wordt nageschuurd
schuurwerken	=	schuurwerk
schuurwerkje	=	schuurwerk
schuurwerkjes	=	schuurwerk
schuw	adj	geneigd om bepaalde zaken te vermijden
schuwde	=	schuwen
schuwden	=	schuwen
schuwe	=	schuw
schuwen	verb	mijden
schuwend	=	schuwen
schuwende	=	schuwen
schuwer	=	schuw
schuwere	=	schuw
schuwers	=	schuw
schuwheden	=	schuwheid
schuwheid	noun	het verlegen en bang zijn
schuws	=	schuw
schuwst	=	schuw
schuwste	=	schuw
schuwt	=	schuwen
schuyer	=	schuier
schuyt	=	schuit
schwalbe	noun	het zich opzettelijk laten vallen in het strafschopgebied van de tegenstander om een strafschop af te dwingen
schwalbes	=	schwalbe
schwalbetje	=	schwalbe
schwannomen	=	schwannoom
schwannoom	noun	bepaalde tumor uitgaande van de schede van Schwann
schwegel	noun	dertiende-eeuwse eenhandsfluit met drie vingergaten, die samen met een kleine trom werd/wordt bespeeld
schwegels	=	schwegel
schwegeltje	=	schwegel
schwegeltjes	=	schwegel
schwung	noun	een vlotte, levendige manier van doen
schèf	=	schijf
science	noun	wetenschap
sciencefiction	noun	genre verhalen die zich afspelen in een wat verdere toekomst, met een doordachte weergave van het veronderstelde resultaat van technische en sociale ontwikkelingen sinds het heden
sciencefictionboek	noun	een boek dat behoort tot het literaire genre dat zich richt op verhalen die zich afspelen in een mogelijke toekomstige of fictieve wereld met nadruk op wetenschappelijke en technologische concepten
sciencefictionboeken	=	sciencefictionboek
sciencefictionboekje	=	sciencefictionboek
sciencefictionboekjes	=	sciencefictionboek
sciencefictionfilm	noun	film gebaseerd op het genre van de sciencefiction
sciencefictionfilmpje	=	sciencefictionfilm
sciencefictionfilmpjes	=	sciencefictionfilm
sciencefictionfilms	=	sciencefictionfilm
sciencefictionroman	noun	een roman waarin wetenschappelijke ontwikkelingen behandeld wordt in een fictieverhaal
sciencefictionromannetje	=	sciencefictionroman
sciencefictionromannetjes	=	sciencefictionroman
sciencefictionromans	=	sciencefictionroman
sciencefictionschrijver	noun	iemand die op wetenschap gebaseerde fictieboeken over de toekomst schrijft
sciencefictionschrijvers	=	sciencefictionschrijver
sciencefictionserie	noun	televisieserie gebaseerd op het genre van de sciencefiction
sciencefictionseries	=	sciencefictionserie
sciencefictionserietje	=	sciencefictionserie
sciencefictionserietjes	=	sciencefictionserie
sciences	=	science
scientology	noun	een reeks overtuigingen en praktijken die zijn uitgevonden door de Amerikaanse auteur L. Ron Hubbard
scifi	noun	genre verhalen die zich afspelen in een wat verdere toekomst, met een doordachte weergave van het veronderstelde resultaat van technische en sociale ontwikkelingen sinds het heden
scifiboek	noun	een boek dat behoort tot het literaire genre dat zich richt op verhalen die zich afspelen in een mogelijke toekomstige of fictieve wereld met nadruk op wetenschappelijke en technologische concepten
scifiboeken	=	scifiboek
scifiboekje	=	scifiboek
scifiboekjes	=	scifiboek
scififilm	=	sciencefictionfilm
scintillatie	noun	het scintilleren
scintillaties	=	scintillatie
scintillatietje	=	scintillatie
scintillatietjes	=	scintillatie
scintillator	noun	een materiaal dat deeltjes met een hoge energie absorbeert en hun energie in fotonen met een bepaalde golflengte omzet
scintilleer	=	scintilleren
scintilleerde	=	scintilleren
scintilleerden	=	scintilleren
scintilleert	=	scintilleren
scintillere	=	scintilleren
scintilleren	verb	fonkelen
scintillerend	=	scintilleren
scintillerende	=	scintilleren
sclera	noun	het witte deel van de oogbol
sclerae	=	sclera
sclerose	noun	ziekelijke verharding
sclerosen	=	sclerose
scleroses	=	sclerose
sclerotisatie	noun	de verharding van weefsel
sclerotisaties	=	sclerotisatie
sclerotiseer	=	sclerotiseren
sclerotiseerde	=	sclerotiseren
sclerotiseerden	=	sclerotiseren
sclerotiseert	=	sclerotiseren
sclerotisere	=	sclerotiseren
sclerotiseren	verb	harder en minder elastisch worden van weefsel
sclerotiserend	=	sclerotiseren
sclerotiënrot	noun	Sclerotinia sclerotiorum anam.
sclerotiënrotje	=	sclerotiënrot
sclerotiënrotjes	=	sclerotiënrot
sclerotiënrotten	=	sclerotiënrot
scoliose	noun	een zijdelingse verkromming van de rug (wervelkolom), waardoor één of twee bochten ontstaan
scolopender	noun	Scolopendra cingulata een duizendpotige uit Europa die voornamelijk 's nachts jaagt en overdag beschutting zoekt onder stenen.
scolopenders	=	scolopender
scolopendertje	=	scolopender
scolopendertjes	=	scolopender
scone	noun	klein Engels cakeje of broodje dat men bij de thee gebruikt
scones	=	scone
scontro	noun	kladkasboek waarin alle uitgaven en inkomsten meteen worden ingeschreven
scontro's	=	scontro
scontrootje	=	scontro
scontros	=	scontro
scontrovorm	noun	een horizontale presentatiewijze in de boekhouding voor financiële overzichten, zoals de balans of de winst-en-verliesrekening.
scontrovormen	=	scontrovorm
scontrovormpje	=	scontrovorm
scontrovormpjes	=	scontrovorm
scooby	noun|informal	scooter
scoop	noun	eerste bericht over iets in de media, primeur
scoopje	=	scoop
scoopjes	=	scoop
scoops	=	scoop
scoor	=	scoren
scoorde	=	scoren
scoorden	=	scoren
scoort	=	scoren
scooter	noun	motorrijtuig met twee kleine, brede wielen en een lage treeplank
scooters	=	scooter
scootertje	=	scooter
scootertjes	=	scooter
scootmobiel	noun	een driewielige, vierwielige of vijfwielige (sinds 2008 in Nederland) scooter met een elektrische aandrijving die hoofdzakelijk wordt gebruikt door mindervaliden of mensen met een mobiliteitsbeperking
scootmobielen	=	scootmobiel
scootmobieler	noun	bestuurder van een scootmobiel
scootmobielers	=	scootmobieler
scootmobiels	=	scootmobiel
scootmobieltje	=	scootmobiel
scootmobieltjes	=	scootmobiel
scope	noun	hoever de invloed van een maatregel reikt
scopen	=	scoop
scopes	=	scope
scopofilie	noun	drang om naar handelingen en lichaamsdelen van een ander te kijken omdat die aan seks doen denken
scorbuten	=	scorbuut
scorbuut	noun	ziekte die vroeger veel voorkwam bij zeevarenden, veroorzaakt door een ernstig en langdurig tekort aan vitamine C (ascorbinezuur), zich o.a. kenmerkend door bloedend gezwollen tandvlees, blauwe vlekken, bloeding van huid en slijmvliezen en extreme zwakte
score	noun	het aantal behaalde punten
scorebord	noun	een bord waarop de score van een wedstrijd vermeld wordt, zichtbaar voor iedereen die bij het evenement aanwezig is
scoreborden	=	scorebord
scorebordje	=	scorebord
scorebordjes	=	scorebord
scorebordjournalistiek	noun	vorm van sportverslaggeving waarbij de journalist alleen maar let op de (gedeeltelijk door toeval) behaalde score
scorekaart	noun	stuk papier waarop men het puntenverloop van een spel bijhoudt
scorekaarten	=	scorekaart
scorekaartje	=	scorekaart
scorekaartjes	=	scorekaart
scorelijst	noun	lijst waarop waarnemingen systematisch worden vastgelegd aan de hand van vooraf bepaalde criteria
scorelijsten	=	scorelijst
scorelijstje	=	scorelijst
scorelijstjes	=	scorelijst
scoreloos	adj	zonder score, zonder doelpunten
scoreloost	=	scoreloos
scorelooste	=	scoreloos
scoreloze	=	scoreloos
scorelozer	=	scoreloos
scorelozere	=	scoreloos
scorelozers	=	scoreloos
scoren	verb	een doelpunt maken (met name tijdens een voetbalwedstrijd)
scorend	=	scoren
scorende	=	scoren
scorer	noun	iemand die scoort
scorers	=	scorer
scores	=	score
scoretje	=	score
scoretjes	=	score
scoreverloop	noun	de ontwikkeling van de stand in een wedstrijd
scoreverlopen	=	scoreverloop
scoring	noun	het scoren
scoringsdrift	noun	drang om doelpunten te scoren
scoringsdriften	=	scoringsdrift
scoringskans	noun	kans om te scoren (slagen)
scoringskansen	=	scoringskans
scoringskansje	=	scoringskans
scoringskansjes	=	scoringskans
scoringspercentage	noun	in procenten uitgedrukte aantal scores t.a.v. aantal pogingen
scoringspercentages	=	scoringspercentage
scotch	noun	whisky uit Schotland
scotches	=	scotch
scotomen	=	scotoom
scotoom	noun	blinde vlek in het gezichtsveld
scotoompje	=	scotoom
scotoompjes	=	scotoom
scoubidou	noun	benaming voor een vlechtwerk uit plasticdraad vervaardigd.
scoubidous	=	scoubidou
scoubidoutje	=	scoubidou
scoubidoutjes	=	scoubidou
scout	noun	algemene naam voor leden van de scouting
scoute	=	scouten
scouten	verb	zoeken naar talentvolle kandidaten voor een functie
scoutend	=	scouten
scoutende	=	scouten
scouting	noun	in navolging van Baden Powell opgerichte internationale jeugdorganisatie
scouts	=	scout
scoutte	=	scouten
scoutten	=	scouten
scoxit	noun	een mogelijk vertrek van Schotland uit het Verenigd Koninkrijk
scrabbel	=	scrabbelen
scrabbelde	=	scrabbelen
scrabbelden	=	scrabbelen
scrabbele	=	scrabbelen
scrabbelen	verb	spelen van het bordspel scrabble
scrabbelend	=	scrabbelen
scrabbelende	=	scrabbelen
scrabbelt	=	scrabbelen
scrabble	noun	bordspel waarbij 2 tot 4 spelers met letterblokjes woorden vormen
scrabbletje	=	scrabble
scrabbletjes	=	scrabble
scrambler	noun	apparaat dat geluid en/of beeld vervormt
scramblers	=	scrambler
scramjet	noun	een straalmotor die specifiek is ontworpen voor snelheden die hoger liggen dan circa mach 5
scramjetmotor	noun	een straalmotor die specifiek is ontworpen voor snelheden die hoger liggen dan circa mach 5
scramjetmotoren	=	scramjetmotor
scramjetmotors	=	scramjetmotor
scramjets	=	scramjet
scrape	=	scrapen
scrapen	verb	geautomatiseerd gegevens uit webpagina's halen
scrapend	=	scrapen
scrapende	=	scrapen
scrapet	=	scrapen
scrapete	=	scrapen
scrapeten	=	scrapen
scrapie	noun	hersenziekte veroorzaakt door prionen bij schapen
scraps	noun	metaal afval
scratch	=	scratchen
scratche	=	scratchen
scratchen	verb	een vinylplaat snel en ritmisch onder de naald bewegen
scratchend	=	scratchen
scratchende	=	scratchen
scratcht	=	scratchen
scratchte	=	scratchen
scratchten	=	scratchen
screen	=	screenen
screenager	noun	jong persoon die veel gebruikmaakt van de elektronische media
screenagers	=	screenager
screende	=	screenen
screenden	=	screenen
screendump	noun	een foto van wat er op een bepaald moment zichtbaar is op (een deel van) een beeldscherm
screendumpje	=	screendump
screendumpjes	=	screendump
screendumps	=	screendump
screene	=	screenen
screenen	verb	onderzoeken of iemand verdacht of onbetrouwbaar is
screenend	=	screenen
screenende	=	screenen
screening	noun	onderzoek
screenings	=	screening
screeninkje	=	screening
screeninkjes	=	screening
screenprotector	noun	dun laagje van glas of kunststof dat je over het aanraakscherm van een apparaat plakt, zoals een smartphone, tablet of smartwatch
screenprotectors	=	screenprotector
screenprotectortje	=	screenprotector
screenprotectortjes	=	screenprotector
screensaver	noun|obsolete	een afbeelding die zich over het beeld beweegt als de computer niet gebruikt wordt, maar niet is uitgezet, oorspronkelijk was de taak te voorkomen dat een beeld zich in de fosforlaag van het beeldscherm inbrandde
screensavers	=	screensaver
screenshot	noun	een statische afbeelding ("foto") van wat er op een bepaald moment zichtbaar is op (een deel van) een beeldscherm
screenshots	=	screenshot
screent	=	screenen
screentest	noun	een proef waarbij men kijkt of iemand geschikt is voor een optreden in een televisieprogramma of film
screentesten	=	screentest
screentests	=	screentest
screwdriver	noun	cocktail van wodka en sinaasappelsap
screwdrivers	=	screwdriver
scriba	noun	secretaris
scriba's	=	scriba
scribaatje	=	scriba
scribaatjes	=	scriba
scribent	noun	schrijver
scribenten	=	scribent
scrimmage	noun	een rommelige spelsituatie in teamsporten als voetbal en (ijs)hockey, waarbij meerdere spelers tegelijk strijden om de bal
scrimmages	=	scrimmage
scrip	noun	Bewijs van gedeeltelijke storting op een aandeel of obligatie
scrippie	=	script
scrips	=	scrip
script	noun	het draaiboek voor een film e.d.
scriptie	noun	een werkstuk over een onderzoek dat gemaakt wordt om een opleiding te kunnen voltooien
scripties	=	scriptie
scriptietje	=	scriptie
scriptietjes	=	scriptie
scriptje	=	script
scriptjes	=	script
scriptoria	=	scriptorium
scriptorium	noun	schrijfvertrek in een klooster
scriptoriumpje	=	scriptorium
scriptoriumpjes	=	scriptorium
scriptoriums	=	scriptorium
scripts	=	script
scripttaal	noun	een programmeertaal op hoog niveau waarin relatief makkelijk een krachtig programma kan worden geschreven
scripttaaltje	=	scripttaal
scripttaaltjes	=	scripttaal
scripttalen	=	scripttaal
scrofuleus	adj	lijkend op een klier
scrofuleuze	=	scrofuleus
scrofulose	noun	klieraandoening, tuberculose van de lymfeklieren
scrol	=	scrollen
scrolde	=	scrollen
scrolden	=	scrollen
scrolle	=	scrollen
scrollen	verb	het verschuiven van de weergegeven inhoud op een computerbeeldscherm
scrollend	=	scrollen
scrollende	=	scrollen
scrolt	=	scrollen
scroppino	noun	cocktail van mousserende witte wijn met wodka of grappa en met citroenijs of een andere combinatie van citroensmaak en ijs, die ook als neutraliserend tussengerecht bij diners wordt gebruikt
scroppino's	=	scroppino
scrota	=	scrotum
scrotum	noun	zak waarin de zaadballen zitten
scrotums	=	scrotum
scrub	noun	schuurmiddel om iets schoon te maken; het krachtig boenen
scrubbe	=	scrubben
scrubben	verb	de huid stevig masseren met een ruw voorwerp of een korrelige massa, om dode huidcellen te verwijderen
scrubbend	=	scrubben
scrubbende	=	scrubben
scrubde	=	scrubben
scrubden	=	scrubben
scrubs	=	scrub
scrubt	=	scrubben
scrum	noun	spelhervatting bij rugby waarbij de twee teams tegen elkaar drukken met de schouders
scrumde	=	scrummen
scrumden	=	scrummen
scrumme	=	scrummen
scrummen	verb	korte periode zeer intensief men een kleine groep mensen samenwerken om tot een resultaat te komen
scrummend	=	scrummen
scrummende	=	scrummen
scrummetje	=	scrum
scrums	=	scrum
scrumt	=	scrummen
scrunchie	noun	een haaraccessoire: een elastiekje omwikkeld met stof, dat het haar samenhoudt zonder het te beschadigen, in tegenstelling tot gewone elastiekjes
scrunchies	=	scrunchie
scrunchietje	=	scrunchie
scrunchietjes	=	scrunchie
scrupel	noun|obsolete	een oude gewichtsmaat ter grootte van 1,3 gram, gelijk aan 1 / 288 deel van een medicinaal pond
scrupels	=	scrupel
scrupeltje	=	scrupel
scrupeltjes	=	scrupel
scrupule	noun	gewetensbezwaar, een reden om iets niet te doen in verband met ethische overwegingen
scrupules	=	scrupule
scrupuleus	adj	zorgvuldig, zeer gewetensvol, nauwgezet
scrupuleust	=	scrupuleus
scrupuleuste	=	scrupuleus
scrupuleuze	=	scrupuleus
scrupuleuzer	=	scrupuleus
scrupuleuzere	=	scrupuleus
scrupuleuzers	=	scrupuleus
scrutineerde	=	scrutineren
scrutineren	verb	onderzoeken, uitvorsen, uitvogelen, doorzoeken
scrutinerend	=	scrutineren
scuba	noun	beademingsapparatuur waarmee men langdurig onderwater kan zwemmen
scuba's	=	scuba
scud	noun	geleide middellange-afstandsraket van Russische makelij
scudraket	noun	geleide middellange-afstandsraket van Russische makelij
scudraketten	=	scudraket
scuds	=	scud
scullen	verb	roeien in een boot waarbij iedere roeier met twee riemen roeit (één links en één rechts)
sculler	noun	roeiboot waarmee men de Theems overgezet kan worden
scullers	=	sculler
sculpturaal	adj	beeldhouwkunstig
sculpturaals	=	sculpturaal
sculpturaalst	=	sculpturaal
sculpturaalste	=	sculpturaal
sculpturale	=	sculpturaal
sculpturaler	=	sculpturaal
sculpturalere	=	sculpturaal
sculpturalers	=	sculpturaal
sculpturen	=	sculptuur
sculptuur	noun	beeldhouwwerk dat is ontstaan door het wegnemen van materiaal
sculptuurtje	=	sculptuur
sculptuurtjes	=	sculptuur
scup	noun	Stenotomus chrysops een straalvinnige vis uit de familie van zeebrasems (Sparidae) en de orde van baarsachtigen (Perciformes).
scups	=	scup
scythen	noun	een Iraans ruitervolk dat tussen de 7e eeuw v.Chr. en de 4e eeuw AD grote gebieden in de Euraziatische steppe bewoonden.
scythische	adj	verbogen vorm van de stellende trap van Scythisch
scène	noun	een deel van een toneelstuk of film dat eenzelfde plaats, tijd en handeling voorstelt
scènefoto	noun	foto's uit een film of toneelstuk
scènefoto's	=	scènefoto
scènes	=	scène
scènetje	=	scène
scènetjes	=	scène
scènewisseling	noun	de overgang van de ene naar de andere scène in een toneelstuk, film of serie, vaak gepaard gaand met een verandering van locatie, tijd of decor.
scènewisselingen	=	scènewisseling
scènewisselingetje	=	scènewisseling
scènewisselingetjes	=	scènewisseling
sd	adj	video met een relatief lage resolutie
sd-kwaliteit	noun	beeldkwaliteit met een relatief lage resolutie
sd-kwaliteiten	=	sd-kwaliteit
sdsl	noun	de afkorting voor symmetric digital subscriber line, een snelle internetverbinding via de telefoonlijn
se	noun	deel van het eindexamen dat door de onderwijsinstelling zelf wordt afgenomen
se's	=	se
seaborgium	noun	scheikundig element met symbool Sg en atoomnummer 106.
seaborgiumatomen	=	seaborgiumatoom
seaborgiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element seaborgium.
seaborgiumatoompje	=	seaborgiumatoom
seaborgiumatoompjes	=	seaborgiumatoom
seal	=	sealen
sealde	=	sealen
sealden	=	sealen
seale	=	sealen
sealen	verb	strak onwikkelen met plastic folie
sealend	=	sealen
sealende	=	sealen
sealskin	noun	zeehondenbont, robbenvel
sealt	=	sealen
seance	noun	een bijeenkomst met publiek waarop geprobeerd wordt om te communiceren met geesten
seances	=	seance
search	=	searchen
searche	=	searchen
searchen	verb	opzoeken, zoeken
searchend	=	searchen
searchende	=	searchen
searchengine	noun	computerprogramma waarmee men informatie kan zoeken in een bepaalde collectie; dit kan een bibliotheek, het internet, of een persoonlijke verzameling zijn
searchengines	=	searchengine
searcht	=	searchen
searchte	=	searchen
searchten	=	searchen
seatbelt	noun	een riem die zorgt dat een inzittende van een voertuig bij een onverwachte en of heftige beweging van dat voertuig niet van zijn stoel geslingerd wordt
seatbelts	=	seatbelt
sebat	noun	elfde maand van het joodse jaar, in januari-februari (Zach. 1:7); vijfde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
sebestenbomen	=	sebestenboom
sebestenboom	noun	Cordia sebestena een tot 10 m hoge boom uit de ruwbladigenfamilie.
sebestenboompje	=	sebestenboom
sebestenboompjes	=	sebestenboom
sebiet	=	subiet
seborroe	noun	toestand waarbij de afscheiding van de talgklieren van de huid sterk verhoogd is, talgvloed
seborroïsch	adj	met betrekking tot seborroe (een toestand waarbij de afscheiding van de talgklieren van de huid sterk verhoogd is)
seborroïsche	=	seborroïsch
seborroïscher	=	seborroïsch
seborroïschere	=	seborroïsch
seborroïschers	=	seborroïsch
seborroïscht	=	seborroïsch
seborroïschte	=	seborroïsch
sebum	noun	een vetachtige substantie die geproduceerd wordt door talgklieren die zich vooral in de lederhuid bevinden waar ook beharing is
sec	adj	eenvoudigweg, zonder enige opsmuk
secam	noun	Séquentiel Couleur à Mémoire
secans	noun	omgekeerde van de cosinus: bij een scherpe hoek in een rechthoekige driehoek de lengte van de schuine zijde gedeeld door de aanliggende zijde
secansen	=	secans
secanten	=	secans
secessie	noun	het fenomeen waarbij een groep individuen uit bestaande organisatiestructuren stappen waarin zij leven
secessieoorlog	noun	conflict dat ontstaat omdat een deel van een land zich wil afscheiden
secessieoorlogen	=	secessieoorlog
secessieoorlogje	=	secessieoorlog
secessieoorlogjes	=	secessieoorlog
secessies	=	secessie
secessionisme	noun	streven naar staatkundige of organisatorische afscheiding
sechel	noun	verstand, inzicht
sechuanmolspitsmuis	noun	Anourosorex squamipes insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
sechuanmolspitsmuisje	=	sechuanmolspitsmuis
sechuanmolspitsmuisjes	=	sechuanmolspitsmuis
sechuanmolspitsmuizen	=	sechuanmolspitsmuis
secondair	adj	de tweede plaats betreffend
secondairder	=	secondair
secondairdere	=	secondair
secondairders	=	secondair
secondaire	=	secondair
secondairs	=	secondair
secondairst	=	secondair
secondairste	=	secondair
secondant	noun	iemand die een ander steunt of bijstaat
secondanten	=	secondant
secondantje	=	secondant
secondantschap	noun	het secondant zijn; de functie van secondant
secondantschappen	=	secondantschap
seconde	noun	SI-grondeenheid van tijd, weergegeven met symbool s
secondeer	=	seconderen
secondeerde	=	seconderen
secondeerden	=	seconderen
secondeert	=	seconderen
secondelang	adv	gedurende meerdere seconden
secondelijm	noun	zeer sterke lijm die vrijwel onmiddellijk hecht
secondelijmen	=	secondelijm
seconden	=	seconde
secondere	=	seconderen
seconderen	verb	helpen, bijstaan, ondersteunen (b.v. als getuige bij een duel)
seconderend	=	seconderen
seconderende	=	seconderen
secondes	=	seconde
secondetje	=	seconde
secondetjes	=	seconde
secondewijzer	noun	wijzer op een analoog uurwerk die de seconden aanwijst
secondewijzers	=	secondewijzer
secondewijzertje	=	secondewijzer
secondewijzertjes	=	secondewijzer
secondje	=	seconde
secondjes	=	seconde
secreet	noun	geheim
secreetje	=	secreet
secretaire	noun	een meubelstuk dat doorgaans bestaat uit een bureau waarvan het bureaublad kan worden ingeschoven of ingeklapt, met daarboven kastjes voor het opbergen van spullen en eronder meerdere opberglades
secretaires	=	secretaire
secretairetje	=	secretaire
secretaresje	=	secretaresse
secretaresjes	=	secretaresse
secretaresse	noun	vrouwelijke werknemer die het secretariaatswerk voor een persoon of een instantie opneemt
secretaressen	=	secretaresse
secretaresseopleiding	noun	een beroepsopleiding (meestal MBO 3 of 4) die je traint in het professioneel ondersteunen van managers, directie of teams.
secretaresseopleidingen	=	secretaresseopleiding
secretaresseopleidinkje	=	secretaresseopleiding
secretaresseopleidinkjes	=	secretaresseopleiding
secretaresses	=	secretaresse
secretaressetje	=	secretaresse
secretaressetjes	=	secretaresse
secretariaat	noun	functie van een secretaris of secretaresse
secretariaatje	=	secretariaat
secretariaatskost	noun|obsolete	geld dat nodig is voor het houden van een secretariaat zoals bijvoorbeeld de kosten van postzegels en telefoonkosten
secretariaatskosten	noun	geld dat nodig is voor het houden van een secretariaat zoals bijvoorbeeld de kosten van postzegels en telefoonkosten
secretariaten	=	secretariaat
secretarie	noun	bureau waar het administratieve werk voor een publiek lichaam (bijv. een gemeente) wordt verricht
secretarieel	adj	wat betrekking heeft op de (werkzaamheden van een) secretaris
secretarieels	=	secretarieel
secretarieelst	=	secretarieel
secretarieelste	=	secretarieel
secretarieën	=	secretarie
secretaris	noun	iemand die als taak heeft alle lopende zaken bij te houden
secretaris-generaal	noun	hoge functionaris binnen grote organisaties, zoals de Verenigde Naties, NAVO, FIFA
secretarisje	=	secretaris
secretarisjes	=	secretaris
secretarissen	=	secretaris
secretarissen-generaal	=	secretaris-generaal
secretarisvogel	noun	bepaald soort langpotige roofvogel uit Afrika, Sagittarius serpentarius, de enige levende vertegenwoordiger van de familie Sagitariidae
secretarisvogels	noun	Sagittariidae een familie van Accipitriformes.
secretarisvogeltje	=	secretarisvogel
secretariële	=	secretarieel
secretariëler	=	secretarieel
secretariëlere	=	secretarieel
secretariëlers	=	secretarieel
secreten	=	secreet
secretie	noun	afscheiding
secreties	=	secretie
secretietje	=	secretie
sectair	adj	onverdraagzaam en fanatiek
sectairder	=	sectair
sectairdere	=	sectair
sectairders	=	sectair
sectaire	=	sectair
sectairs	=	sectair
sectairst	=	sectair
sectairste	=	sectair
sectarisch	=	sektarisch
sectie	noun	een afgezonderd deel van iets
sectiebesturen	=	sectiebestuur
sectiebestuur	noun	bestuur van een sectie (onderafdeling)
sectiebestuurtje	=	sectiebestuur
sectiebestuurtjes	=	sectiebestuur
sectierapport	noun	verslag van een onderzoek van het lichaam van een overledene
sectierapporten	=	sectierapport
secties	=	sectie
sectietje	=	sectie
sectietjes	=	sectie
sectio	noun	verlossing waarbij het kind met een chirurgische operatie uit de baarmoeder wordt gehaald
sectio's	=	sectio
sectiootje	=	sectio
sectiootjes	=	sectio
sectiën	=	sectie
sector	noun	een deel van een cirkel in de vorm van een taartpunt, omsloten door een cirkelboog en twee stralen
sectoraal	adj	verdeeld in een beperkt aantal gelijksoortige delen
sectoraals	=	sectoraal
sectoraalst	=	sectoraal
sectoraalste	=	sectoraal
sectorale	=	sectoraal
sectoraler	=	sectoraal
sectoralere	=	sectoraal
sectoralers	=	sectoraal
sectorbrede	=	sectorbreed
sectorbreed	adj	voor een hele bedrijfstak
sectorbreeds	=	sectorbreed
sectoreconomen	=	sectoreconoom
sectoreconoom	noun	econoom die deskundig is op het gebied van één bepaalde bedrijfstak
sectoren	=	sector
sectorfonds	noun	beleggingsfonds dat uitsluitend in aandelen van bedrijven uit een bepaalde bedrijfstak belegt
sectorfondsen	=	sectorfonds
sectorfondsje	=	sectorfonds
sectorfondsjes	=	sectorfonds
sectorgenoot	noun	bedrijf dat werkzaam is in dezelfde bedrijfstak
sectorgenoten	=	sectorgenoot
sectoroverschrijdend	adj	van iets dat het niet beperkt blijft tot één specifieke bedrijfstak (zoals de zorg, bouw of onderwijs), maar meerdere bedrijfstak tegelijk betreft, verbindt of overstijgt
sectoroverschrijdende	=	sectoroverschrijdend
sectoroverschrijdender	=	sectoroverschrijdend
sectoroverschrijdendere	=	sectoroverschrijdend
sectoroverschrijdenders	=	sectoroverschrijdend
sectoroverschrijdends	=	sectoroverschrijdend
sectoroverschrijdendst	=	sectoroverschrijdend
sectoroverschrijdendste	=	sectoroverschrijdend
sectoroverstijgend	adj	van iets dat het niet beperkt blijft tot één specifieke bedrijfstak (zoals de zorg, bouw of onderwijs), maar meerdere bedrijfstak tegelijk betreft, verbindt of overstijgt
sectoroverstijgende	=	sectoroverstijgend
sectoroverstijgender	=	sectoroverstijgend
sectoroverstijgendere	=	sectoroverstijgend
sectoroverstijgenders	=	sectoroverstijgend
sectoroverstijgends	=	sectoroverstijgend
sectoroverstijgendst	=	sectoroverstijgend
sectoroverstijgendste	=	sectoroverstijgend
sectorplan	noun	plan dat er voor moet zorgen dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in evenwicht komen door herscholing
sectorplannen	=	sectorplan
sectors	=	sector
sectortje	=	sector
sectortjes	=	sector
seculair	adj	honderdjarig
seculairder	=	seculair
seculairdere	=	seculair
seculairders	=	seculair
seculaire	=	seculair
seculairs	=	seculair
seculairst	=	seculair
seculairste	=	seculair
secularisatie	noun	ontkoppeling van het maatschappelijk leven van kerk en geloof
secularisaties	=	secularisatie
seculariseer	=	seculariseren
seculariseerde	=	seculariseren
seculariseerden	=	seculariseren
seculariseert	=	seculariseren
secularisere	=	seculariseren
seculariseren	verb	verwereldlijken
seculariserend	=	seculariseren
seculariserende	=	seculariseren
secularisering	noun	de afname van de invloed van godsdienst in de privésfeer en het openbare leven
seculariseringen	=	secularisering
secularisme	noun	de overtuiging dat religie en geloof geen invloed mogen uitoefenen op de maatschappij
secularist	noun	een aanhanger van het secularisme
secularisten	=	secularist
seculier	adj	niet aan de religie gebonden
seculierder	=	seculier
seculierdere	=	seculier
seculierders	=	seculier
seculiere	=	seculier
seculiers	=	seculier
seculierst	=	seculier
seculierste	=	seculier
secundair	adj	de tweede plaats betreffend	noun|obsolete	geologisch tijdperk waarin veel kalkformaties zijn ontstaan en de dinosauriërs leefden
secundairder	=	secundair
secundairdere	=	secundair
secundairders	=	secundair
secundaire	=	secundair
secundairs	=	secundair
secundairst	=	secundair
secundairste	=	secundair
secunde	noun	de tweede trap van een diatonische toonladder
secunden	=	secunde
secundes	=	secunde
secundi	=	secundus
secundo	adv	ten tweede
secundus	noun	tweede persoon in een rangschikking
secure	=	secuur
secureer	=	secureren
secureerde	=	secureren
secureerden	=	secureren
secureert	=	secureren
securere	=	secureren
secureren	verb	beveiligen
securerend	=	secureren
securerende	=	secureren
securiteit	noun	veiligheid, zekerheid
securiteiten	=	securiteit
security	noun	groep mensen die binnen een organisatie zorgen voor bewaking tegen boosdoeners
security's	=	security
securityscan	noun	toestel waarmee men kan zien of een persoon verboden wapens bij zich draagt
securityscanner	noun	toestel waarmee men kan zien of een persoon verboden wapens bij zich draagt
securityscanners	=	securityscanner
securityscans	=	securityscan
secuur	adj	met grote nauwgezetheid iets zeker stellend
secuurder	=	secuur
secuurdere	=	secuur
secuurders	=	secuur
secuurs	=	secuur
secuurst	=	secuur
secuurste	=	secuur
sedan	noun	type personenauto met minstens 4 zitplaatsen, een ruime kofferbak aan de achterkant en een dak dat voor, midden en achter met verbindingsstijlen aan de rest van de carrosserie vast zit Hoewel een sedan traditioneel 4 deuren heeft, zijn er ook modellen met 2 deuren.
sedans	=	sedan
sedariem	noun	seders, Hebreeuws gevormd meervoud van seder
sedarot	=	sidra
sedatie	noun	het verlagen van de staat van het bewustzijn van een patiënt met het doel een medische procedure of ingreep aangenamer te maken
sedatief	noun	middel dat het bewustzijn verminderd zonder volledige verdoving	adj	kalmerend, kalm makend
sedatiefs	=	sedatief
sedatiefst	=	sedatief
sedatiefste	=	sedatief
sedaties	=	sedatie
sedatieve	=	sedatief
sedatieven	=	sedatief
sedatiever	=	sedatief
sedatievere	=	sedatief
sedatievers	=	sedatief
sedativa	=	sedativum
sedativum	noun	kalmerend middel
sedativumpje	=	sedativum
sedativumpjes	=	sedativum
sedeciljard	noun	aantal dat overeenkomt met de elfde macht van een miljard, 10⁹⁹	num	10⁹⁹, het getal dat overeenkomt met de elfde macht van een miljard, in cijfers een één met negenennegentig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
sedeciljarden	=	sedeciljard
sedeciljoen	noun	getal gelijk aan 10⁹⁶, te schrijven als een 1 met 96 nullen	num	10⁹⁶, het getal in cijfers een één met zesennegentig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
sedeciljoenen	=	sedeciljoen
sedeer	=	sederen
sedeerde	=	sederen
sedeerden	=	sederen
sedeert	=	sederen
sedekah	noun	offermaal of feestmaal om eerbied en dankbaarheid te tonen
sedekahs	=	sedekah
sedentair	adj	wie een zittend leven leidt
sedentairder	=	sedentair
sedentairdere	=	sedentair
sedentairders	=	sedentair
sedentaire	=	sedentair
sedentairs	=	sedentair
sedentairst	=	sedentair
sedentairste	=	sedentair
seder	noun	joodse paasviering ter herdenking van de uittocht uit Egypte, met maaltijd op de eerste avond van Pesach
sederavond	noun	een avond aan het begin van het zeven (in Israël) of acht (buiten Israël) dagen durende Pesachfeest, waarop joden uit de Haggada lezen, 4 glazen wijn (of druivensap) drinken en een feestelijke sedermaaltijd gebruiken
sederavonden	=	sederavond
sederavondje	=	sederavond
sederavondjes	=	sederavond
sedere	=	sederen
sederen	verb	kalmeren, kalmer maken
sederend	=	sederen
sederende	=	sederen
seders	=	seder
sedert	prep|formal	vanaf het moment van	conj|formal	vanaf de tijd
sedertdien	adv	sindsdien
sedes	noun	stoelgang
sediment	noun	een laag materiaal dat door bezinking uit een waterige suspensie ontstaan is
sedimentair	adj	bestaande of ontstaan uit afzetting
sedimentairder	=	sedimentair
sedimentairdere	=	sedimentair
sedimentairders	=	sedimentair
sedimentaire	=	sedimentair
sedimentairs	=	sedimentair
sedimentairst	=	sedimentair
sedimentairste	=	sedimentair
sedimentatie	noun	afzetting.
sedimentaties	=	sedimentatie
sedimentatietje	=	sedimentatie
sedimentatietjes	=	sedimentatie
sedimenteer	=	sedimenteren
sedimenteerde	=	sedimenteren
sedimenteerden	=	sedimenteren
sedimenteert	=	sedimenteren
sedimenten	=	sediment
sedimentere	=	sedimenteren
sedimenteren	verb	sediment afzetten
sedimenterend	=	sedimenteren
sedimenterende	=	sedimenteren
sedimentologie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van de samenstelling en het ontstaan van sedimenten en sedimentaire gesteenten
sedre	noun	wekelijks wisselende Toraperikoop die in de synagoge wordt gelezen
sedres	=	sedre
seductie	noun	verleiding
seducties	=	seductie
seduisant	adj	verlokkelijk.
seduisante	=	seduisant
seduisanter	=	seduisant
seduisantere	=	seduisant
sedum	noun	benaming voor planten uit het geslacht Sedum in de vetplantenfamilie, die soms worden gebruikt als dakbedekking
sedumpje	=	sedum
sedums	=	sedum
seegerring	noun	bepaald type ronde klem die voorkomt dat iets dat aan een as is vastgemaakt zich daarlangs kan verplaatsen
seegerringen	=	seegerring
seegerringetje	=	seegerring
seegerringetjes	=	seegerring
sefard	noun	jood wiens voorouders afkomstig waren uit Portugal of Spanje (en ook wel Noord-Afrika of het Midden-Oosten)
sefarden	=	sefard
sefardi	noun	Sefard, jood uit Portugal, Spanje, Noord-Afrika of het Midden-Oosten
sefardiem	noun	Sefarden, Hebreeuws gevormd meervoud van Sefardi "Sefard"
sefardim	=	sefardiem
sefardisch	adj	van of volgens de Sefarden
sefardische	=	sefardisch
sefardischer	=	sefardisch
sefardischere	=	sefardisch
sefardischers	=	sefardisch
sefer	noun	religieus boek
seffens	adv	zonder enig uitstel
segan	noun	degene die naast de baäl koree staat ter ondersteuning
segerkegel	noun	kegelvormig voorwerp dat bij een geijkte temperatuur smelt en daarmee de temperatuur in een oven aangeeft
segerkegels	=	segerkegel
segerkegeltje	=	segerkegel
segerkegeltjes	=	segerkegel
segment	noun	onderdeel, elk van de delen die samen een constructie vormen
segmentatie	noun	het segmenteren (het bestaan uit of verdelen in segmenten)
segmentaties	=	segmentatie
segmentbogen	=	segmentboog
segmentboog	noun	een boog die meestal een deel van een cirkel beschrijft
segmentboogje	=	segmentboog
segmentboogjes	=	segmentboog
segmenteer	=	segmenteren
segmenteerde	=	segmenteren
segmenteerden	=	segmenteren
segmenteert	=	segmenteren
segmenten	=	segment
segmentere	=	segmenteren
segmenteren	verb	in segmenten (kleine eenheden) verdelen
segmenterend	=	segmenteren
segmenterende	=	segmenteren
segmentje	=	segment
segmentjes	=	segment
segol	noun	bepaald schriftteken voor klinker met e-karakter
segols	=	segol
segolta	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
segregatie	noun	scheiding, afzondering
segregaties	=	segregatie
segregeer	=	segregeren
segregeerde	=	segregeren
segregeerden	=	segregeren
segregeert	=	segregeren
segregere	=	segregeren
segregeren	verb	gescheiden worden
segregerend	=	segregeren
segregerende	=	segregeren
segrijn	noun	hard, fijn gekorreld leer
segrijnen	adj	gemaakt van een bepaald soort hard, fijn gekorreld leer
segrijnleer	noun	hard, fijn gekorreld leer
segrijnleertje	=	segrijnleer
segrijnleertjes	=	segrijnleer
segrijnleren	=	segrijnleer
segrijnslak	noun	Cantareus aspersus syn Helix aspersa een op het land levende longslak uit de familie Helicidae
segrijnslakje	=	segrijnslak
segrijnslakjes	=	segrijnslak
segrijnslakken	=	segrijnslak
segway	noun	elektrisch voertuig bestaande uit twee wielen met daartussen een plank waarop de bestuurder staat en zich in balans houdt door een verticale stang om te helpen balanceren
segways	=	segway
sehnsucht	noun	een immense hunkering naar een persoon of zaak
seibel	noun	zwendel, inferieure waar
seibelaar	noun	knoeier
seibelaars	=	seibelaar
seibelde	=	seibelen
seibelden	=	seibelen
seibele	=	seibelen
seibelen	verb	knoeien
seibelend	=	seibelen
seibelende	=	seibelen
seibelt	=	seibelen
seichel	noun	verstand, inzicht
seider	=	seideren
seideravond	noun	een avond aan het begin van het zeven (in Israël) of acht (buiten Israël) dagen durende Pesachfeest, waarop joden uit de Haggada lezen, 4 glazen wijn (of druivensap) drinken en een feestelijke sedermaaltijd gebruiken
seideravonden	=	seideravond
seiderde	=	seideren
seiderden	=	seideren
seidere	=	seideren
seideren	verb	aan de seidermaaltijd deelnemen
seiderend	=	seideren
seiderende	=	seideren
seiderschotel	noun	een maaltijd die op seideravond wordt genuttigd
seiderschotels	=	seiderschotel
seiderschoteltje	=	seiderschotel
seiderschoteltjes	=	seiderschotel
seidert	=	seideren
seifer	noun	religieus boek
seigan	noun	degene die naast de baäl koree staat ter ondersteuning
seigneur	noun	voorname man
seigneurs	=	seigneur
seigneurtje	=	seigneur
seigneurtjes	=	seigneur
sein	noun	een betekenisvolle beweging
seinboek	noun	boek waarin de betekenis van seinen wordt beschreven, zoals de Nederlandse seinboeken voor het spoorverkeer, die de seinbeelden van de Regeling Spoorverkeer bevatten
seinboeken	=	seinboek
seinboekje	=	seinboek
seinboekjes	=	seinboek
seinbord	noun	bord waarmee een sein gegeven wordt
seinborden	=	seinbord
seinbordje	=	seinbord
seinbordjes	=	seinbord
seincode	noun	stelsel van seinen of seintekens
seincodes	=	seincode
seinde	=	seinen
seinden	=	seinen
seine	=	seinen
seinen	verb	het geven van een, meestal hoor- of zichtbaar, signaal
seinend	=	seinen
seinende	=	seinen
seiner	noun	iemand die een bericht overseint
seiners	=	seiner
seinertje	=	seiner
seinertjes	=	seiner
seinhuis	noun	plaats waar de seinen van een spoorweg bedient worden
seinhuisje	=	seinhuis
seinhuisjes	=	seinhuis
seinhuizen	=	seinhuis
seinlamp	noun	een schijnwerper waarmee men (morse-) signalen kan geven
seinlampen	=	seinlamp
seinlampje	=	seinlamp
seinlampjes	=	seinlamp
seinlicht	noun	licht dat dienst doet als sein
seinlichten	=	seinlicht
seinlichtje	=	seinlicht
seinlichtjes	=	seinlicht
seinpost	noun	plaats vanwaaruit seinen gegeven worden
seinposten	=	seinpost
seinraket	noun	vuurpijl als sein
seinraketten	=	seinraket
seinregister	noun	register van de gebruikelijke seinen
seinregisters	=	seinregister
seinregistertje	=	seinregister
seinregistertjes	=	seinregister
seinstoring	noun	een hinderlijke onderbreking in het goed functioneren van een of meer seintoestellen met name betreffende het treinverkeer
seinstoringen	=	seinstoring
seint	=	seinen
seintje	=	sein
seintjes	=	sein
seintoestel	noun	apparaat waarmee men geluid- of lichtsignalen kan geven
seintoestellen	=	seintoestel
seintoestelletje	=	seintoestel
seintoestelletjes	=	seintoestel
seintoren	noun	semafoor
seintorens	=	seintoren
seinvuren	=	seinvuur
seinvuur	noun	in brand gestoken materiaal bedoeld als teken voor personen die zich ver weg bevinden
seinwachter	noun	iemand die de seinen van een spoorweg bedient
seinwachters	=	seinwachter
seinwachtertje	=	seinwachter
seinwachtertjes	=	seinwachter
seis	=	seizen
seisde	=	seizen
seisden	=	seizen
seismisch	adj	betrekking hebbend op de trillingen van de aarde
seismische	=	seismisch
seismischer	=	seismisch
seismischere	=	seismisch
seismischers	=	seismisch
seismograaf	noun	een toestel dat beweging en of trillingen van de aardkorst waarneemt en registreert
seismograafje	=	seismograaf
seismograafjes	=	seismograaf
seismografen	=	seismograaf
seismografisch	adj	met betrekking tot het meten van aardbevingen en trillingen in de aarde
seismografische	=	seismografisch
seismografischer	=	seismografisch
seismografischere	=	seismografisch
seismografischers	=	seismografisch
seismogram	noun	grafische voorstelling van een door een seismograaf waargenomen aardbeving
seismogrammen	=	seismogram
seismogrammetje	=	seismogram
seismogrammetjes	=	seismogram
seismologe	noun	vrouwelijke vorm van seismoloog
seismologen	=	seismoloog
seismologes	=	seismologe
seismologie	noun	de wetenschap van de aardbevingen, een wetenschappelijke discipline binnen de geofysica
seismologisch	adj	betrekking hebbend op de seismologie
seismologische	=	seismologisch
seismologischer	=	seismologisch
seismologischere	=	seismologisch
seismologischers	=	seismologisch
seismoloog	noun	beoefenaar seismologie, het bestuderen, beschrijven en meten van seismische golven bij aardbevingen.
seismoloogje	=	seismoloog
seismoloogjes	=	seismoloog
seismometer	noun	toestel dat trillingen in de bodem meet Kan worden gebruikt om aardbevingen en nucleaire explosies te registreren.
seismometers	=	seismometer
seismoscoop	noun	toestel dat bevingen van de aarde laat zien
seismoscopen	=	seismoscoop
seist	=	seizen
seitan	noun	een eiwitrijk veganistisch product, met een op vlees lijkende vezelstructuur gemaakt van tarwe of spelt
seize	=	seizen
seizen	verb	vastsjorren (van een tros)
seizend	=	seizen
seizende	=	seizen
seizing	noun	platte streng gemaakt van kabelgaren waarmee men een zeil kan vastzetten
seizings	=	seizing
seizoen	noun	elk van de vier periodes waarin het jaar verdeeld wordt, en gekenmerkt wordt door astronomische en klimatologische eigenschappen
seizoenaanbieding	noun	korting of deal die gebonden is aan een bepaald jaargetijde
seizoenaanbiedingen	=	seizoenaanbieding
seizoenaanbiedinkje	=	seizoenaanbieding
seizoenaanbiedinkjes	=	seizoenaanbieding
seizoenarbeid	noun	betaald werk met de eigenschap dat het alleen maar in bepaalde periode van het jaar kan worden gedaan
seizoenarbeider	noun	arbeider in een seizoenbedrijf
seizoenarbeiders	=	seizoenarbeider
seizoenen	=	seizoen
seizoengebonden	adj	alleen maar voorkomend in één deel van het jaar
seizoengebondens	=	seizoengebonden
seizoeninvloed	noun	invloed die een bepaald seizoen heeft op iets, bv. op de werkgelegenheid
seizoeninvloeden	=	seizoeninvloed
seizoensaanbod	noun	producten of diensten die alleen of voornamelijk beschikbaar zijn gedurende een specifieke periode van het jaar
seizoensarbeid	noun	betaald werk dat alleen maar in een bepaalde periode van het jaar kan worden gedaan
seizoensarbeider	noun	arbeider in een seizoenbedrijf
seizoensarbeiders	=	seizoensarbeider
seizoensbegin	noun	begin van het seizoen
seizoensdrank	noun	een drank die alleen in een bepaald seizoen gemaakt en/of geconsumeerd wordt
seizoensdranken	=	seizoensdrank
seizoensdrankje	=	seizoensdrank
seizoensdrankjes	=	seizoensdrank
seizoensgebonden	adj	alleen maar in één deel van het jaar voorkomend
seizoensgebondens	=	seizoensgebonden
seizoensgriep	noun	jaarlijks (in de winter) terugkerende epidemie met het influenzavirus
seizoensgriepen	=	seizoensgriep
seizoensgriepje	=	seizoensgriep
seizoensgriepjes	=	seizoensgriep
seizoenshelft	noun	de helft van de periode in een jaar dat men een bepaalde activiteit verricht
seizoenshelften	=	seizoenshelft
seizoensinvloed	noun	invloed die een bepaald seizoen heeft op iets, bv. op de werkgelegenheid
seizoensinvloeden	=	seizoensinvloed
seizoensverbreding	noun	het proces waarbij activiteiten, vaak in de toeristische sector of de landbouw, worden gespreid over een langere periode van het jaar, waardoor ze minder afhankelijk worden van één specifiek seizoen (meestal de zomer).
seizoensverbredingen	=	seizoensverbreding
seizoensverbredinkje	=	seizoensverbreding
seizoensverbredinkjes	=	seizoensverbreding
seizoenswerk	noun	arbeid die alleen in een deel van het jaar moet of kan worden gedaan
seizoenswerken	=	seizoenswerk
seizoenswerker	noun	iemand die werk doet dat aan seizoenen is gerelateerd
seizoenswerkers	=	seizoenswerker
seizoenswerkloosheid	noun	werkloosheid die specifiek gebonden is aan een bepaald seizoen
seizoenszege	noun	het winnen van de prijs voor de beste sporter of team over het hele seizoen
seizoenszeges	=	seizoenszege
seizoentje	=	seizoen
seizoentjes	=	seizoen
seizoenwerker	noun	iemand die werk doet dat aan seizoenen is gerelateerd
seizoenwerkers	=	seizoenwerker
seizoenwerkertje	=	seizoenwerker
seizoenwerkertjes	=	seizoenwerker
seizoenwerkloosheid	noun	de door het seizoen beïnvloede werkloosheid.
seizoenzege	noun	een wedstrijd die men wint in een bepaald sportseizoen
seizoenzeges	=	seizoenzege
seizurehond	noun	hond die een patiënt met epilepsie kan bijstaan tijdens een epileptische aanval
seizurehonden	=	seizurehond
sekila	noun	steniging
sekilot	=	sekila
sekreet	noun	toilet, wc
sekreetje	=	sekreet
sekreetjes	=	sekreet
sekreten	=	sekreet
seks	noun	geslachtsgemeenschap
seksadvertentie	noun	bericht om mogelijke klanten voor prostituees te werven dat tegen vergoeding is toegevoegd aan de redactionele inhoud van een publicatie
seksadvertenties	=	seksadvertentie
seksartikel	noun	voorwerp dat gemaakt is om mensen erotisch genoegen te bezorgen
seksartikelen	=	seksartikel
seksartikels	=	seksartikel
seksbioscoop	noun	zaaltje waar men tegen betaling pornofilms kan zien
seksbioscoopje	=	seksbioscoop
seksbioscoopjes	=	seksbioscoop
seksbioscopen	=	seksbioscoop
seksblaadje	=	seksblad
seksblaadjes	=	seksblad
seksblad	noun	blad waarbij seks het enige onderwerp is en waarin veel naaktfoto's staan
seksbladen	=	seksblad
seksboek	noun	boek met erotisch getinte inhoud
seksboeken	=	seksboek
seksboekje	=	seksboek
seksboekjes	=	seksboek
seksboerderij	noun	boerderij waarin een bordeel wordt geëxploiteerd
seksboerderijen	=	seksboerderij
seksboetiek	noun	winkel waar porno en artikelen voor erotische spelletjes worden verkocht
seksboetieken	=	seksboetiek
seksboetieks	=	seksboetiek
seksbom	noun	een stereotype van jonge vrouwen met een sterke seksuele uitstraling of geprononceerde vrouwelijke lichaamsvormen
seksbommen	=	seksbom
seksbommetje	=	seksbom
seksbommetjes	=	seksbom
seksclub	noun	club waar men naar toegaat voor seksueel getint vermaak
seksclubje	=	seksclub
seksclubjes	=	seksclub
seksclubs	=	seksclub
sekse	noun	geslacht, het man of vrouw zijn
seksediscriminatie	noun	mannen en vrouwen ongelijk behandelen zonder geldige rechtvaardiging
seksediscriminaties	=	seksediscriminatie
seksegelijkheden	=	seksegelijkheid
seksegelijkheid	noun	de gelijkstelling en gelijke behandeling van mensen met een verschillend geslacht (, gender of seksuele geaardheid)
seksegen	noun	informatie in het chromosoom die bepalend is voor het geslacht
seksegenen	=	seksegen
seksen	=	sekse
seksend	=	sekse
seksende	=	sekse
sekser	noun	iemand die vaststelt welk geslacht jonge dieren hebben
seksers	=	sekser
sekses	=	sekse
seksesymbolen	=	seksesymbool
seksesymbool	noun	een teken dat vooral in de biologie wordt gebruikt om het geslacht van een organisme aan te geven: ♀ voor vrouwen en ♂ voor mannen
seksesymbooltje	=	seksesymbool
seksesymbooltjes	=	seksesymbool
sekseteken	noun	een teken dat vooral in de biologie wordt gebruikt om het geslacht van een organisme aan te geven: geslachtssymbool voor vrouwen en ♂ voor mannen
seksetekens	=	sekseteken
seksetekentje	=	sekseteken
seksetekentjes	=	sekseteken
sekseverandering	noun	het proces waarbij een persoon de uiterlijke kenmerken van het lichaam aanpast om deze in overeenstemming te brengen met de genderidentiteit
sekseveranderingen	=	sekseverandering
sekseveranderingetje	=	sekseverandering
sekseveranderingetjes	=	sekseverandering
seksfeest	noun	vermakelijke bijeenkomst waarbij de gasten seksuele handelingen verrichten met elkaar
seksfeesten	=	seksfeest
seksfeestje	=	seksfeest
seksfeestjes	=	seksfeest
seksfilm	noun	een film waarbij seks hét onderwerp is
seksfilmpje	=	seksfilm
seksfilmpjes	=	seksfilm
seksfilms	=	seksfilm
seksisme	noun	fenomeen waarbij personen op grond van hun geslacht bepaalde gedragspatronen en rollen worden toegerekend
seksismen	=	seksisme
seksist	noun	iemand die discrimineert op grond van geslacht
seksisten	=	seksist
seksistisch	adj	betrekking hebbend op discriminatie op basis van geslacht
seksistische	=	seksistisch
seksistischer	=	seksistisch
seksistischere	=	seksistisch
seksistischers	=	seksistisch
seksjihadisme	noun	jihadisme om seksuele motieven
seksleven	noun	het gedeelte van iemands leven dat betrekking heeft op seks
sekslevens	=	seksleven
seksleventje	=	seksleven
sekslijn	noun	telefoonnummer waarop men men seksueel getinte verhalen kan beluisteren
sekslijnen	=	sekslijn
seksloos	adj	zonder seks te bedrijven
seksloost	=	seksloos
sekslooste	=	seksloos
seksloze	=	seksloos
sekslozer	=	seksloos
sekslozere	=	seksloos
sekslozers	=	seksloos
seksmaniak	noun	iemand die bezeten is van seks
seksmaniakje	=	seksmaniak
seksmaniakjes	=	seksmaniak
seksmaniakken	=	seksmaniak
seksmisdadiger	noun	iemand die een zedenmisdrijf heeft gepleegd
seksmisdadigers	=	seksmisdadiger
seksobject	noun	object dat gebruikt wordt tijdens het hebben van seks, als middel om het genot te vergroten
seksobjecten	=	seksobject
seksobjectje	=	seksobject
seksobjekt	=	seksobject
sekspartner	noun	iemand waarmee je seksuele omgang hebt Vooral gebruikt als neutrale term die losstaat van de verdere betrekkingen met de persoon in kwestie en morele opvattingen die daarmee verbonden zijn.
sekspartners	=	sekspartner
sekspop	noun	pop die wordt gebruikt voor het bedrijven van seks
sekspopje	=	sekspop
sekspopjes	=	sekspop
sekspoppen	=	sekspop
seksschandaal	noun	een schandaal over een verondersteld of echt aspect van iemands seksualiteit
seksschandaaltje	=	seksschandaal
seksschandaaltjes	=	seksschandaal
seksschandalen	=	seksschandaal
seksscène	noun	een deel van een film of toneelstuk waarbij de handeling bestaat uit seksuele activiteiten
seksscènes	=	seksscène
seksscènetje	=	seksscène
seksscènetjes	=	seksscène
seksshop	noun	winkel waar porno en artikelen voor erotische spelletjes worden verkocht
seksshops	=	seksshop
seksslaaf	noun	iemand die in een bepaald soort seksuele relatie of erotisch rollenspel ondergeschikt is en de door een ander opgedragen opdrachten uitvoert
seksslaafje	=	seksslaaf
seksslaafjes	=	seksslaaf
seksslaven	=	seksslaaf
seksslavin	noun	vrouw die of nog erger meisje dat gedwongen wordt zich te prostitueren
seksslavinnen	=	seksslavin
seksslavinnetje	=	seksslavin
seksslavinnetjes	=	seksslavin
seksspeeltje	noun	hulpmiddel om seksueel genot te beleven
seksspeeltjes	=	seksspeeltje
seksstaking	noun	een vorm van geweldloos protest waarbij personen weigeren seks te hebben met hun partner.
seksstakingen	=	seksstaking
seksstakinkje	=	seksstaking
seksstakinkjes	=	seksstaking
sekssymbolen	=	sekssymbool
sekssymbool	noun	vrouw of man die beschouwd wordt als het summum van erotische aantrekkelijkheid
sekssymbooltje	=	sekssymbool
sekssymbooltjes	=	sekssymbool
sekst	=	sekse
sekstape	noun	videofilm met pornografische opnames
sekstapes	=	sekstape
sekste	=	sekse
seksten	=	sekse
sekstherapeut	noun	iemand die advies geeft aan mensen die problemen hebben met seks
sekstherapeuten	=	sekstherapeut
sekstherapeutje	=	sekstherapeut
sekstherapeutjes	=	sekstherapeut
sekstoerisme	noun	toerisme naar landen met goedkope prostitutie
seksualiteit	noun	beleving van seks
seksualiteiten	=	seksualiteit
seksueel	adj	op de geslachtsdrift betrekking hebbend
seksueels	=	seksueel
seksueelst	=	seksueel
seksueelste	=	seksueel
seksuele	=	seksueel
seksueler	=	seksueel
seksuelere	=	seksueel
seksuelers	=	seksueel
seksuologe	noun	vrouwelijke vorm van seksuoloog
seksuologen	=	seksuoloog
seksuologes	=	seksuologe
seksuologie	noun	wetenschap van het menselijk geslachtsverkeer
seksuologisch	adj	betrekking hebbend op de seksuologie
seksuologische	=	seksuologisch
seksuologischer	=	seksuologisch
seksuologischere	=	seksuologisch
seksuologischers	=	seksuologisch
seksuoloog	noun	wetenschapper die de seksuologie beoefent
seksuoloogje	=	seksuoloog
seksuoloogjes	=	seksuoloog
seksverhaal	noun	een vertelling over een seksuele ervaring
seksverhaaltje	=	seksverhaal
seksverhaaltjes	=	seksverhaal
seksverhalen	=	seksverhaal
seksverslaving	noun	een vorm van een obsessieve-compulsieve stoornis met een sterk seksueel aspect
seksverslavingen	=	seksverslaving
seksverzorging	noun	een vorm van professionele hulpverlening gericht op intimiteit en seksualiteit.
seksverzorgingen	=	seksverzorging
seksverzorginkje	=	seksverzorging
seksverzorginkjes	=	seksverzorging
sekswerker	noun	iemand die werkzaam is in de seksindustrie, bijvoorbeeld een prostituee of pornoacteur
sekswerkers	=	sekswerker
sekswerkertje	=	sekswerker
sekswerkertjes	=	sekswerker
sekswerkster	noun	vrouwelijke vorm van sekswerker
sekswerksters	=	sekswerkster
sekswerkstertje	=	sekswerkster
sekswerkstertjes	=	sekswerkster
sekswinkel	noun	winkel waar porno en andere seksartikelen worden verkocht
sekswinkels	=	sekswinkel
sekswinkeltje	=	sekswinkel
sekswinkeltjes	=	sekswinkel
sekt	noun	mousserende witte wijn die oorspronkelijk uit Duitsland komt
sektarisch	adj	betrekking hebbend op een afsplitsing van een grotere geloofsgemeenschap
sektarische	=	sektarisch
sektarischer	=	sektarisch
sektarischere	=	sektarisch
sektarischers	=	sektarisch
sektarischt	=	sektarisch
sektarischte	=	sektarisch
sektarisme	noun	de neiging van een (religieuze) beweging om zich af te scheiden van de grotere geloofsgemeenschap en de maatschappij
sektariër	noun	aanhanger van een sekte
sektariërs	=	sektariër
sekte	noun	groepering die opziet naar een bepaald mens als leider
sekteachtig	adj	lijkend op een sekte
sekteachtige	=	sekteachtig
sekteachtiger	=	sekteachtig
sekteachtigere	=	sekteachtig
sekteachtigers	=	sekteachtig
sekteachtigs	=	sekteachtig
sekteachtigst	=	sekteachtig
sekteachtigste	=	sekteachtig
sekteleider	noun	iemand die een sekte leidt
sekteleiders	=	sekteleider
sekteleidertje	=	sekteleider
sekteleidertjes	=	sekteleider
sekten	=	sekte
sektes	=	sekte
sektetje	=	sekte
sektetjes	=	sekte
sekthuis	noun	een huis of locatie waar sekt wordt geproduceerd
sekthuisje	=	sekthuis
sekthuisjes	=	sekthuis
sekthuizen	=	sekthuis
sekwester	noun	stukje losliggend dood weefsel dat eventueel operatief verwijderd dient te worden.
sekwesters	=	sekwester
sekwestratie	noun	het sekwestreren, de gijzeling
sekwestraties	=	sekwestratie
sekwestratietje	=	sekwestratie
sekwestratietjes	=	sekwestratie
sekwestreer	=	sekwestreren
sekwestreerde	=	sekwestreren
sekwestreerden	=	sekwestreren
sekwestreert	=	sekwestreren
sekwestrere	=	sekwestreren
sekwestreren	verb	in bewaring stellen
sekwestrerend	=	sekwestreren
sekwestrerende	=	sekwestreren
sela	noun	sela, woord met een onzekere betekenis, dat 74 keer voorkomt in Bijbelse poëzie, vaak aan het eind van een strofe (Hab. 3:3 +, Ps. 3:3 +)
sela's	=	sela
selandien	noun	een tijdperk uit de aardgeschiedenis
selder	noun	bepaald soort plant, Apium graveolens
selderie	noun	tuinkruid, vergelijkbaar met peterselie, maar dan met een veel sterkere smaak
selderiesalade	noun	salade met selderie als hoofdbestanddeel
selderiesalades	=	selderiesalade
selderij	noun	bepaald soort plant, Apium graveolens uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
selderijen	=	selderij
selderijroest	noun	Puccinia apii een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
selderijroesten	=	selderijroest
selderijroestje	=	selderijroest
selderijroestjes	=	selderijroest
selderijsalade	noun	selderiesalade
selderijsalades	=	selderijsalade
selderijsaladetje	=	selderijsalade
selderijsaladetjes	=	selderijsalade
selderijtje	=	selderij
selderijvlieg	noun	Euleia heraclei een vlieg uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
selderijvliegen	=	selderijvlieg
selderijvliegje	=	selderijvlieg
selderijvliegjes	=	selderijvlieg
selders	=	selder
seldertje	=	selder
seldertjes	=	selder
select	adj	behorend tot een kleine groep met speciale rechten of eigenschappen
selecte	=	select
selecteer	=	selecteren
selecteerbaar	adj	van iets dat het kan worden uitgekozen, aangevinkt of geselecteerd uit verschillende mogelijkheden
selecteerbaarder	=	selecteerbaar
selecteerbaardere	=	selecteerbaar
selecteerbaarders	=	selecteerbaar
selecteerbaars	=	selecteerbaar
selecteerbaarst	=	selecteerbaar
selecteerbaarste	=	selecteerbaar
selecteerbare	=	selecteerbaar
selecteerde	=	selecteren
selecteerden	=	selecteren
selecteert	=	selecteren
selecter	=	select
selectere	=	select
selecteren	verb	uit een grotere verzameling een kleinere uitkiezen
selecterend	=	selecteren
selecterende	=	selecteren
selecters	=	select
selecteur	noun	iemand die een keuze maakt tussen verschillende elementen of personen
selecteurs	=	selecteur
selectie	noun	keuze op basis van bepaalde criteria, optie
selectiebeleid	noun	de manier waarop men personen uitkiest voor een bepaalde taak
selectiecomiteetje	=	selectiecomité
selectiecomiteetjes	=	selectiecomité
selectiecomité	noun	groep mensen die belast is met het kiezen van iets of iemand uit een grotere groep zaken of personen
selectiecomités	=	selectiecomité
selectiecommissie	noun	groep mensen die de opdracht heeft geschikte elementen te kiezen uit een grotere verzameling
selectiecommissies	=	selectiecommissie
selectief	adj	uitkiezend
selectiefs	=	selectief
selectiefst	=	selectief
selectiefste	=	selectief
selectiemechanisme	noun	mechanisme wat aanleiding geeft tot een bepaalde selectie
selectiemechanismen	=	selectiemechanisme
selectiemechanismes	=	selectiemechanisme
selectiemethode	noun	manier waarop men een keuze maakt uit groep personen of zaken
selectiemethoden	=	selectiemethode
selectiemethodes	=	selectiemethode
selectiepaal	noun	paal met een stoplicht dat bij een politiecontrole willekeurig sommige auto's laat stoppen voor een controle zonder dat er dus sprake kan zijn van etnisch profileren
selectiepalen	=	selectiepaal
selectieprocedure	noun	alle handelingen die nodig zijn om iets of iemand te kiezen uit een grotere groep zaken of personen
selectieprocedures	=	selectieprocedure
selectieproces	noun	serie opeenvolgende handelingen die leiden tot een verkiezing van iets of iemand uit een grotere groep zaken of personen
selectieprocessen	=	selectieproces
selecties	=	selectie
selectietheorie	noun	leer van de natuurlijke teeltkeus
selectietheorietje	=	selectietheorie
selectietheorietjes	=	selectietheorie
selectietheorieën	=	selectietheorie
selectietje	=	selectie
selectievakje	noun	een vakje op een beeldscherm dat aangevinkt kan worden om een keuze kenbaar te maken
selectievakjes	=	selectievakje
selectieve	=	selectief
selectiever	=	selectief
selectievere	=	selectief
selectievers	=	selectief
selectiewedstrijd	noun	wedstrijd om de kracht van een individuele speler of een sportploeg vast te stellen
selectiewedstrijden	=	selectiewedstrijd
selectiewedstrijdje	=	selectiewedstrijd
selectiewedstrijdjes	=	selectiewedstrijd
selectiviteit	noun	het onderscheidend vermogen
selectiviteiten	=	selectiviteit
selectiviteitsprincipe	noun	het (selectief) concentreren op die dingen die echt moeten gebeuren
selectiviteitsprincipes	=	selectiviteitsprincipe
selects	=	select
selectst	=	select
selectste	=	select
seleen	noun	scheikundig element met symbool Se en atoomnummer 34. Het is een grijs niet-metaal
seleenatomen	=	seleenatoom
seleenatoom	noun	een atoom van het chemisch element seleen.
seleenatoompje	=	seleenatoom
seleenatoompjes	=	seleenatoom
seleenzuren	=	seleenzuur
seleenzuur	noun	een sterk zuur bestaande uit seleen, waterstof en zuurstof met de formule H₂SeO₄.
selegiline	noun	een medicijn tegen de ziekte van Parkinson en ouderdomsdementie
selegilinen	=	selegiline
selenide	noun	een verbinding van seleen waarin dit element de oxidatietoestand -2 bezit
seleniden	=	selenide
selenides	=	selenide
selenigzuur	noun	een zwak zuur bestaande uit seleen, waterstof en zuurstof met de formule H₂SeO₃.
selenium	noun	seleen
selfcare	noun	zorg voor het eigen lichamelijke en geestelijke welzijn
selfie	noun	een foto die iemand van zichzelf heeft genomen (zonder statief of zelfontspanner)
selfiedode	noun	dode ontstaan doordat iemand zo nodig een selfie moest maken op een spannende plek
selfiedoden	=	selfiedode
selfies	=	selfie
selfieshopper	noun	iemand die kleding bestelt om er een selfie mee te maken en daarna terugstuurt
selfieshoppers	=	selfieshopper
selfieshoppertje	=	selfieshopper
selfieshoppertjes	=	selfieshopper
selfiestick	noun	stok waarop men een smartphone kan klemmen als men een foto van zichzelf wil maken
selfiesticks	=	selfiestick
selfiestok	noun	stok waarop men een smartphone kan klemmen als men een foto van zichzelf maakt
selfiestokje	=	selfiestok
selfiestokjes	=	selfiestok
selfiestokken	=	selfiestok
selfietime	noun	tijd om foto van jezelf (selfie) te maken
selfietje	=	selfie
selfietjes	=	selfie
selfitis	noun	obsessief foto's van jezelf maken en posten op sociale media
selfkicker	noun	iemand die een kick krijgt van zich zelf (mogelijk uit zelfingenomenheid)
selfkickers	=	selfkicker
selfkickertje	=	selfkicker
selfkickertjes	=	selfkicker
selfmade	adj	zonder hulp van anderen, op eigen kracht
selfmades	=	selfmade
selfservice	noun	winkel of andere voorziening waarbij de consument zich zelf moet bedienen
selfservices	=	selfservice
selfsupporting	adj	zichzelf bedruipend
selfsupportings	=	selfsupporting
sellerie	noun	selderij
selleriesalade	noun	smeerbare salade van reepjes knolselderie met dressing als broodbeleg
selleriesalades	=	selleriesalade
selleriesaladetje	=	selleriesalade
selleriesaladetjes	=	selleriesalade
sellingpoint	noun	reden waarom men iets goed kan verkopen
sellingpoints	=	sellingpoint
sellofie	noun	foto van jezelf waarbij het hoofd beplakt is met plakband als protest tegen de rage om selfies te maken
sellofies	=	sellofie
sellotape	noun	doorzichtig plakband
selouszebra	noun	een ondersoort Equus quagga selousi van de steppezebra.
selouszebra's	=	selouszebra
selouszebraatje	=	selouszebra
selouszebraatjes	=	selouszebra
semafonie	noun|obsolete	communicatiesysteem waarbij via radiogolven een signaal of een tekstbericht verstuurd kon worden
semafoon	noun	een apparaat dat kan worden gebruikt om iemand een signaal of een tekstbericht te sturen via een telefoonverbinding (dit apparaat is grotendeels vervangen door de mobiele telefoon en de smartphone)
semafoons	=	semafoon
semafoor	noun	seintoren voor de kustvaart, seinpaal bij het spoorwezen, stoplicht, verkeerslicht
semafooralfabet	noun	codering van de letters uit het alfabet met behulp van 2 vlaggetjes die in bepaalde standen worden gehouden
semafooralfabetten	=	semafooralfabet
semaforen	=	semafoor
semagram	noun	structuur waarbij men aangeeft welke woorden een relatie hebben met het trefwoord; een uitgebreidere omschrijving van de betekenis van een woord
semagrammen	=	semagram
semanteem	noun	deel van een woord of taalteken dat de betekenis bevat
semantemen	=	semanteem
semantiek	noun	wetenschap die zich bezighoudt met de betekenis van taalkundige constructies zoals woorden (woordsemantiek) en zinnen (zinssemantiek)
semantisch	adj	de semantiek betreffend
semantische	=	semantisch
semantischer	=	semantisch
semantischere	=	semantisch
semantischers	=	semantisch
semasiologie	noun	taalkunde die betekenis(verandering) van woorden bestudeert
semenanalyse	noun	onderzoek van het sperma
semenanalysen	=	semenanalyse
semenanalyses	=	semenanalyse
semester	noun	een half jaar.
semesters	=	semester
semestertje	=	semester
semestertjes	=	semester
semestervak	noun	van op de universiteit dat men binnen een half jaar moet afsluiten
semestervakken	=	semestervak
semestrieel	adj	halfjaarlijks
semestrieels	=	semestrieel
semestrieelst	=	semestrieel
semestrieelste	=	semestrieel
semestriële	=	semestrieel
semestriëler	=	semestrieel
semestriëlere	=	semestrieel
semestriëlers	=	semestrieel
semiambtelijk	adj	gerelateerd aan een informelere, maar toch officiële of door de overheid georiënteerde, manier van werken of communiceren.
semiambtelijke	=	semiambtelijk
semiambtelijker	=	semiambtelijk
semiambtelijkere	=	semiambtelijk
semiambtelijkers	=	semiambtelijk
semiambtelijks	=	semiambtelijk
semiambtelijkst	=	semiambtelijk
semiambtelijkste	=	semiambtelijk
semiarts	noun|informal	iemand die het eerste deel van het artsexamen heeft afgelegd en dus het artsexamen mag afleggen
semiartsen	=	semiarts
semiautomatisch	adj	halfautomatisch, een gedeelte van een proces is geautomatiseerd
semiautomatische	=	semiautomatisch
semicirkel	noun	halve cirkel: vorm die ontstaat door op een vaste afstand om iets heen te bewegen, totdat je precies aan de andere kant bent
semicirkels	=	semicirkel
semicirkeltje	=	semicirkel
semicirkeltjes	=	semicirkel
semilor	noun	materiaal dat op goud lijkt maar het niet is
semimetro	noun	tramlijn die gedeeltelijk ondergronds, over viaducten of vrije banen is aangelegd
semimuraal	adj	niet geheel intern (binnen de muren van de betrokken instelling)
semimuraals	=	semimuraal
semimurale	=	semimuraal
seminaar	noun	studiedag
seminaars	=	seminaar
seminar	noun	studiebijeenkomst van één of meer dagen over een vraagstuk en mogelijke oplossingen
seminaria	=	seminarium
seminarie	noun	een plaats waar rooms-katholieke geestelijken opgeleid worden
seminaries	=	seminarie
seminarietje	=	seminarie
seminarietjes	=	seminarie
seminarist	noun	student aan een seminarie
seminaristen	=	seminarist
seminaristje	=	seminarist
seminaristjes	=	seminarist
seminarium	noun	een plaats waar rooms-katholieke geestelijken opgeleid worden
seminariumpje	=	seminarium
seminariumpjes	=	seminarium
seminariums	=	seminarium
seminariën	=	seminarie
seminarretje	=	seminar
seminarretjes	=	seminar
seminars	=	seminar
semiofficieel	adj	niet helemaal officieel
semiofficieels	=	semiofficieel
semiofficiële	=	semiofficieel
semiologie	noun|obsolete	vakgebied dat tekens, betekenis en tekensystemen bestudeert
semionafhankelijk	adj	in een beperkte zin zelfstandig; deels zelfstandig
semionafhankelijke	=	semionafhankelijk
semionafhankelijker	=	semionafhankelijk
semionafhankelijkere	=	semionafhankelijk
semionafhankelijkers	=	semionafhankelijk
semionafhankelijks	=	semionafhankelijk
semionafhankelijkst	=	semionafhankelijk
semionafhankelijkste	=	semionafhankelijk
semiotici	=	semioticus
semioticus	noun	iemand die het ontstaan (semiose) en het gebruik van tekens en tekensystemen bestudeert
semiotiek	noun	leer van de tekens
semiotisch	adj	de semiotiek (tekenleer) betreffende
semiotische	=	semiotisch
semiotischer	=	semiotisch
semiotischere	=	semiotisch
semiotischers	=	semiotisch
semioverheden	=	semioverheid
semioverheid	noun	deel van de economie bestaande uit diensten in het verlengde van overheidsdiensten die tegenwoordig deels geprivatiseerd zijn zoals zorginstellingen, woningbouwcorporaties en onderwijsinstellingen
semioverheidsbedrijf	noun	bedrijf dat gedeeltelijk van de overheid is
semioverheidsbedrijfje	=	semioverheidsbedrijf
semioverheidsbedrijfjes	=	semioverheidsbedrijf
semioverheidsbedrijven	=	semioverheidsbedrijf
semipermanent	adj	niet voor de eeuwigheid, maar toch wel langer dan tijdelijk
semipermanente	=	semipermanent
semipermanents	=	semipermanent
semipermeabel	adj	halfdoorlatend
semipermeabele	=	semipermeabel
semipermeabels	=	semipermeabel
semipriemgetal	noun	een natuurlijk getal dat het product is van twee (niet noodzakelijk verschillende) priemgetallen
semipriemgetallen	=	semipriemgetal
semipriemgetalletje	=	semipriemgetal
semipriemgetalletjes	=	semipriemgetal
semiprof	noun	iemand die enige opleiding heeft voor en enige inkomsten heeft uit een bepaalde activiteit, vaak gaat het over sporters
semiprofessioneel	adj	niet helemaal beroepsmatig, met nog enige amateuristische kenmerken
semiprofessioneels	=	semiprofessioneel
semiprofessionele	=	semiprofessioneel
semiprofs	=	semiprof
semisynthetisch	adj	van scheikundige oorsprong
semisynthetische	=	semisynthetisch
semisynthetischer	=	semisynthetisch
semisynthetischere	=	semisynthetisch
semisynthetischers	=	semisynthetisch
semitisch	adj	van de Semieten of het Semitisch	noun	gereconstrueerde taal als voorganger van de latere Semitische talen
semitische	=	semitisch
semitischer	=	semitisch
semitischere	=	semitisch
semitischers	=	semitisch
semitischt	=	semitisch
semitischte	=	semitisch
semiwetenschappelijk	adj	gedeeltelijk of in beperkte mate wetenschappelijk
semiwetenschappelijke	=	semiwetenschappelijk
semiwetenschappelijker	=	semiwetenschappelijk
semiwetenschappelijkere	=	semiwetenschappelijk
semiwetenschappelijkers	=	semiwetenschappelijk
semiwetenschappelijks	=	semiwetenschappelijk
semiwetenschappelijkst	=	semiwetenschappelijk
semiwetenschappelijkste	=	semiwetenschappelijk
semtex	noun	soort kneedbare springstof dat populair is bij terroristen
senaat	noun	een raad die gewoonlijk het hoogste lichaam van een volksvertegenwoordiging uitmaakt en wetsontwerpen in laatste instantie beoordeelt
senaatje	=	senaat
senaatsgebouw	noun	gebouw waarin een senaat vergadert of heeft vergaderd
senaatsgebouwen	=	senaatsgebouw
senaatsvergadering	noun	vergadering van de Eerste Kamer of de Senaat
senaatsvergaderingen	=	senaatsvergadering
senaatsverkiezing	noun	stemming om de leden van het hogerhuis van een parlement aan te wijzen
senaatsverkiezingen	=	senaatsverkiezing
senang	adj	in een toestand waarin men zich ergens prettig bij voelt
senangs	=	senang
senaten	=	senaat
senator	noun	iemand die zitting heeft in de senaat, oorspronkelijk de raad van ouderen
senatoren	=	senator
senators	=	senator
senatortje	=	senator
senatrice	noun	vrouw die zitting heeft in de senaat of Eerste Kamer, oorspronkelijk de raad van ouderen
senatrices	=	senatrice
sencha	noun	een Japanse groene thee die wordt gebruikt zonder de theebladeren te rollen
sencha's	=	sencha
seneblad	noun	bladeren van de seneplant die men gebruikt als laxeermiddel
senebladen	=	seneblad
senebladeren	=	seneblad
seneblaren	=	seneblad
senegalees	noun	een inwoner van Senegal, of iemand afkomstig uit Senegal	adj	op Senegal betrekking hebbend
senegaleesje	=	senegalees
senegaleesjes	=	senegalees
senegaleest	=	senegalees
senegaleeste	=	senegalees
senegalese	noun	een vrouwelijke inwoner van Senegal, of een vrouw afkomstig uit Senegal
senegalesen	=	senegalese
senegaleser	=	senegalees
senegalesere	=	senegalees
senegalesers	=	senegalees
senegalezen	=	senegalees
senegalgalago	noun	Galago senegalensis een kleine halfaap uit de familie der galago's (Galagidae).
senegalgalago's	=	senegalgalago
senegalgalagootje	=	senegalgalago
senegalgalagootjes	=	senegalgalago
senegalijsvogel	noun	Halcyon senegalensis een ijsvogel die voorkomt in grote delen van Sub-Saharisch Afrika
senegalijsvogels	=	senegalijsvogel
senegalijsvogeltje	=	senegalijsvogel
senegalijsvogeltjes	=	senegalijsvogel
senegaltrap	noun	Eupodotis senegalensis een vogel uit de familie van de trappen (Otididae).
senegaltrapje	=	senegaltrap
senegaltrapjes	=	senegaltrap
senegaltrappen	=	senegaltrap
sengi	noun	benaming voor zoogdieren uit de taxonomische groep (orde) Macroscelidea; deze in Afrika voorkomende kleine dieren hebben een snuit die haast een slurf lijkt
sengi's	=	sengi
seniel	adj	aan de ouderdom eigen, door de ouderdom afgetakeld
seniele	=	seniel
senieler	=	seniel
senielere	=	seniel
senielers	=	seniel
seniels	=	seniel
senielst	=	seniel
senielste	=	seniel
seniliteit	noun	geestelijke en lichamelijke ouderdomsverschijnselen
seniliteiten	=	seniliteit
senioortje	=	senior
senior	noun	de oudere	adj	ouder
senioraat	noun	voorrecht van de oudste in erfeniszaken
seniore	=	senior
senioren	=	senior
seniorenconvent	noun	de gezamenlijke fractieleiders uit een volksvertegenwoordiging
seniorenconventen	=	seniorenconvent
seniorenfile	noun	file die mede wordt veroorzaakt doordat senioren tijdens de avondspits in groten getale de weg op gaan na een dagje uit
seniorenfiles	=	seniorenfile
seniorenkaart	noun	abonnementskaart voor bejaarden
seniorenkaarten	=	seniorenkaart
seniorenmoment	noun	ogenblik van vergeetachtigheid zoals dat bij oudere mensen vaker voorkomt
seniorenmomenten	=	seniorenmoment
seniorenmomentje	=	seniorenmoment
seniorenmomentjes	=	seniorenmoment
seniorenpardon	noun	een vrijstelling voor mensen zonder baan om vanaf een bepaalde leeftijd niet langer verplicht te moeten solliciteren
seniorenpas	noun	legitimatiebewijs dat het bejaard zijn van een persoon moet aantonen
seniorenpasje	=	seniorenpas
seniorenpasjes	=	seniorenpas
seniorenpassen	=	seniorenpas
seniorenstad	noun	stad met veel voorzieningen voor oudere mensen
seniorenstadje	=	seniorenstad
seniorenstadjes	=	seniorenstad
seniorensteden	=	seniorenstad
seniorenwoning	noun	huis dat door ligging, omvang en ontwerp geschikt is voor mensen met een hogere leeftijd
seniorenwoningen	=	seniorenwoning
seniorenwoninkje	=	seniorenwoning
seniorenwoninkjes	=	seniorenwoning
seniores	=	senior
seniorie	noun	luxueuze bejaardenwoning
seniories	=	seniorie
seniorieën	=	seniorie
senioriteit	noun	anciënniteit
seniors	=	senior
seniortje	=	senior
seniortjes	=	senior
senna	noun	een geslacht Senna uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
senna's	=	senna
sennhut	noun	eenvoudige Zwitserse woning met een boter- en kaasmakerij
sennhutten	=	sennhut
senryu	noun	Japanse dichtvorm die net als een haiku meestal uit drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen bestaat, maar meer menselijke tekortkomingen als onderwerp heeft in plaats van de volmaaktheid van de natuur
senryu's	=	senryu
sensatie	noun	sterke beroering door een verrassend voorval of bericht
sensatiebelust	adj	verlangend naar spanning en sensatie
sensatiebeluste	=	sensatiebelust
sensatiebeluster	=	sensatiebelust
sensatiebelustere	=	sensatiebelust
sensatiebelusters	=	sensatiebelust
sensatiebelusts	=	sensatiebelust
sensatiebelustst	=	sensatiebelust
sensatiebelustste	=	sensatiebelust
sensatieblaadje	=	sensatieblad
sensatieblaadjes	=	sensatieblad
sensatieblad	noun	een krant waarin naast het politieke en algemene nieuws zeer veel aandacht gaat naar sport, roddel, (seks)schandalen van beroemdheden, de "sterren", het (tv-)amusement en sensationele verhalen over extreme en vaak ook zeer gewelddadige moorden, verkrachtingen en berovingen
sensatiebladen	=	sensatieblad
sensatiebladje	=	sensatieblad
sensatiekrant	noun	krant met vooral sensationele schandaaltjes als onderwerp van de artikelen
sensatiekranten	=	sensatiekrant
sensatiekrantje	=	sensatiekrant
sensatiekrantjes	=	sensatiekrant
sensatiepers	noun	blad met veel verhalen over sensationele onderwerpen
sensaties	=	sensatie
sensatiespiraal	noun	de neiging van de media om een bericht steeds sensationeler voor te stellen om de aandacht van een groot publiek te trekken en te houden
sensatiespiralen	=	sensatiespiraal
sensatietje	=	sensatie
sensatietjes	=	sensatie
sensatiezoeker	noun	iemand die graag spannende dingen wil beleven
sensatiezoekers	=	sensatiezoeker
sensatiezucht	noun	een overdreven, onbedwingbare behoefte om spannende zaken mee te maken
sensationeel	adj	sensatie wekkend
sensationeels	=	sensationeel
sensationeelst	=	sensationeel
sensationeelste	=	sensationeel
sensationele	=	sensationeel
sensationeler	=	sensationeel
sensationelere	=	sensationeel
sensationelers	=	sensationeel
sensei	noun	leraar of (judo)meester
senseis	=	sensei
sensibel	adj	gevoelig
sensibele	=	sensibel
sensibeler	=	sensibel
sensibelere	=	sensibel
sensibelers	=	sensibel
sensibels	=	sensibel
sensibelst	=	sensibel
sensibelste	=	sensibel
sensibilisatie	noun	gevoelig maken
sensibilisaties	=	sensibilisatie
sensibiliseer	=	sensibiliseren
sensibiliseerde	=	sensibiliseren
sensibiliseerden	=	sensibiliseren
sensibiliseert	=	sensibiliseren
sensibilisere	=	sensibiliseren
sensibiliseren	verb	gevoelig maken, warm maken, bewust maken
sensibiliserend	=	sensibiliseren
sensibiliserende	=	sensibiliseren
sensibilisering	noun	het sensibiliseren
sensibiliseringen	=	sensibilisering
sensibiliseringsactie	noun	georganiseerde campagne om bewustzijn te creëren over een specifiek probleem, thema of onderwerp
sensibiliseringsacties	=	sensibiliseringsactie
sensibiliseringsactietje	=	sensibiliseringsactie
sensibiliseringsactietjes	=	sensibiliseringsactie
sensibiliteit	noun	gevoeligheid
sensibiliteiten	=	sensibiliteit
sensitief	adj	gevoelig zowel voor zintuigelijke prikkelingen als voor emotionele prikkels
sensitiefs	=	sensitief
sensitiefst	=	sensitief
sensitiefste	=	sensitief
sensitieve	=	sensitief
sensitiever	=	sensitief
sensitievere	=	sensitief
sensitievers	=	sensitief
sensitiviteit	noun	de gevoeligheid van iets of iemand om iets waar te nemen
sensitiviteiten	=	sensitiviteit
sensitivity-training	=	sensitivitytraining
sensitivityreader	noun	iemand bij een uitgeverij die te publiceren werken controleert op passages die aanstoot zouden kunnen geven
sensitivityreaders	=	sensitivityreader
sensitivitytraining	noun	oefening in groepsverband waarbij een deelnemer zich meer bewust wordt van de eigen gevoelens en die van de anderen en leert daarover vrijuit te communiceren
sensitivitytrainingen	=	sensitivitytraining
sensomotorisch	adj	betreft de samenwerking tussen zintuiglijke waarneming (sensoriek) en beweging (motoriek).
sensomotorische	=	sensomotorisch
sensomotorischer	=	sensomotorisch
sensomotorischere	=	sensomotorisch
sensomotorischers	=	sensomotorisch
sensopathisch	adj	betreft een vorm van spel waarbij zintuigen (voelen, zien, horen, ruiken, proeven) worden geprikkeld met materialen zonder vaste vorm zoals zand, water, klei, rijst en modder; het draait om de beleving en ontwikkeling van kinderen en heeft een ontspannende werking
sensopathische	=	sensopathisch
sensopathischer	=	sensopathisch
sensopathischere	=	sensopathisch
sensopathischers	=	sensopathisch
sensor	noun	een onderdeel, een instrument dat wordt toegepast om een informatief signaal af te geven over één of meer technische grootheden (snelheid, temperatuur enz.)
sensoren	=	sensor
sensorfout	noun	het niet goed functioneren van een meetinstrument
sensorfouten	=	sensorfout
sensorfoutje	=	sensorfout
sensorfoutjes	=	sensorfout
sensorieel	adj	sensorisch, gewaarwordend, zintuiglijk, m.b.t. het bewustzijn
sensorieels	=	sensorieel
sensorieelst	=	sensorieel
sensorieelste	=	sensorieel
sensorisch	adj	betrekking hebbend op de zintuiglijke gewaarwording
sensorische	=	sensorisch
sensorischer	=	sensorisch
sensorischere	=	sensorisch
sensorischers	=	sensorisch
sensoriële	=	sensorieel
sensoriëler	=	sensorieel
sensoriëlere	=	sensorieel
sensoriëlers	=	sensorieel
sensors	=	sensor
sensortje	=	sensor
sensortjes	=	sensor
sensualiteit	noun	zinnelijkheid, neiging tot zinnelijk vermaak, ook geslachtelijk genot
sensualiteiten	=	sensualiteit
sensueel	adj	gesteld op zinnelijk genot
sensueels	=	sensueel
sensueelst	=	sensueel
sensueelste	=	sensueel
sensuele	=	sensueel
sensueler	=	sensueel
sensuelere	=	sensueel
sensuelers	=	sensueel
sententie	noun	vonnis van een rechter
sententies	=	sententie
sententiën	=	sententie
sentiment	noun	gevoel
sentimentalisme	noun	het sentimenteel zijn als levenshouding, overgevoeligheid, sentimentaliteit
sentimentaliteit	noun	iets dat getuigt van een al te makkelijk geraakt gemoed
sentimentaliteiten	=	sentimentaliteit
sentimenteel	adj	in vaak overdreven mate op gevoelens spelend, eerder dan op verstand
sentimenteels	=	sentimenteel
sentimenteelst	=	sentimenteel
sentimenteelste	=	sentimenteel
sentimentele	=	sentimenteel
sentimenteler	=	sentimenteel
sentimentelere	=	sentimenteel
sentimentelers	=	sentimenteel
sentimenten	=	sentiment
senyera	noun	de officiële vlag van Catalonië en een van de oudste vlaggen ter wereld
seo	noun	alle handelingen die ervoor moeten zorgen dat een webpagina hoog op de lijst met zoekresultaten van een zoekmachine komen te staan
seo's	=	seo
seoeda	noun	maaltijd
seoedat	noun	feestmaal van
seoedot	=	seoeda
seoeler	noun	een inwoner van Seoel, of iemand afkomstig uit Seoel
seoelers	=	seoeler
seoels	adj	op Seoel betrekking hebbend
seoelse	noun	een vrouwelijke inwoner van Seoel, of een vrouw afkomstig uit Seoel
seoelsen	=	seoelse
seomgirincho	noun	Sedum takesimense een inheemse wilde bloem die voorkomt op de twee oostelijke eilanden van Zuid-Korea, namelijk Ulleungdo en dokdo.
seomgirincho's	=	seomgirincho
seouler	noun	een inwoner van Seoel, of iemand afkomstig uit Seoel
seoulers	=	seouler
seouls	adj	op Seoel betrekking hebbend
seoulse	noun	een vrouwelijke inwoner van Seoel, of een vrouw afkomstig uit Seoel
seoulsen	=	seoulse
sep	noun	negende kalendermaand, september
separaat	adj	afzonderlijk
separaats	=	separaat
separaatst	=	separaat
separaatste	=	separaat
separabel	adj	scheidbaar
separabele	=	separabel
separabeler	=	separabel
separabelere	=	separabel
separabelers	=	separabel
separabels	=	separabel
separabelst	=	separabel
separabelste	=	separabel
separate	=	separaat
separater	=	separaat
separatere	=	separaat
separaters	=	separaat
separatie	noun	afscheiding
separatieangst	noun	een psychische aandoening die zich bij kinderen kan ontwikkelen waarbij het kind overmatig gespannen of angstig is als de ouders er niet zijn
separatieangsten	=	separatieangst
separatief	adj	op afscheiding gericht, afscheiding teweegbrengend	noun	een naamval die een af- of herkomst uitdrukt
separatiefs	=	separatief
separaties	=	separatie
separatieve	=	separatief
separatieven	=	separatief
separatisme	noun	streven naar staatkundige afscheiding
separatist	noun	iemand die zich ergens van wil afscheiden (streeft naar separatisme van iets)
separatisten	=	separatist
separatistisch	adj	het separatisme betreffend
separatistische	=	separatistisch
separatistischer	=	separatistisch
separatistischere	=	separatistisch
separatistischers	=	separatistisch
separatistischt	=	separatistisch
separatistischte	=	separatistisch
separator	noun	toestel voor het separeren (afscheiden) of zuiveren van grondstoffen
separatoren	=	separator
separators	=	separator
separatortje	=	separator
separatortjes	=	separator
separatorvlees	noun	vleesrestanten die overgebleven zijn, vaak van botten afgespoeld worden en vervolgens samengeperst zijn tot een blok vlees
separeer	=	separeren
separeerde	=	separeren
separeerden	=	separeren
separeert	=	separeren
separere	=	separeren
separeren	verb	afzonderen, van elkaar scheiden, afscheiden
separerend	=	separeren
separerende	=	separeren
sepia	noun	benaming voor inkvissen uit het geslacht Sepia uit de familie Sepiidae
sepia's	=	sepia
sepiaatje	=	sepia
sepiaatjes	=	sepia
sepiabruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8014 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8014 ( ).
sepiabruine	=	sepiabruin
sepiabruins	=	sepiabruin
sepik-ramulijsterdikkop	noun	Colluricincla tappenbecki een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters)
sepik-ramulijsterdikkopje	=	sepik-ramulijsterdikkop
sepik-ramulijsterdikkopjes	=	sepik-ramulijsterdikkop
sepik-ramulijsterdikkoppen	=	sepik-ramulijsterdikkop
sepikstruiksluiper	noun	Sericornis virgatus een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
sepikstruiksluipers	=	sepikstruiksluiper
sepikstruiksluipertje	=	sepikstruiksluiper
sepikstruiksluipertjes	=	sepikstruiksluiper
sepioliet	noun	een gehydrateerd magnesium-silicaat met de chemische formule Mg₄Si₆O₁₅·6(H₂O), een fylosilicaat dat behoort tot de mica's.
seponeer	=	seponeren
seponeerde	=	seponeren
seponeerden	=	seponeren
seponeert	=	seponeren
seponere	=	seponeren
seponeren	verb	een beslissing van het Openbaar Ministerie om een (strafbaar) feit niet te vervolgen, terzijde leggen
seponerend	=	seponeren
seponerende	=	seponeren
seponering	noun	het seponeren (besluit van het Openbaar Ministerie om niet strafrechtelijk te vervolgen)
seponeringen	=	seponering
sepot	noun	besluit van het Openbaar Ministerie om niet strafrechtelijk te vervolgen
sepotje	=	sepot
sepots	=	sepot
seppoekoe	=	seppuku
seppuku	noun	rituele Japanse zelfdoding door met een lang scherp mes de eigen buik open te snijden
sepsis	noun	een ernstige ontstekingsreactie van het hele lichaam als reactie op een infectie, die meestal wordt veroorzaakt door bacteriën of hun producten (toxinen)
sept	noun	negende kalendermaand, september
septa	=	septum
september	noun	negende maand van het jaar
septemberactie	noun	georganiseerde campagne voor de maand september
septemberacties	=	septemberactie
septemberactietje	=	septemberactie
septemberactietjes	=	septemberactie
septemberavond	noun	een avond in de maand september
septemberavonden	=	septemberavond
septembercijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de financiële situatie in de maand september
septembercijfers	=	septembercijfer
septembercijfertje	=	septembercijfer
septembercijfertjes	=	septembercijfer
septemberdag	noun	dag in de negende maand van het jaar
septemberdagen	=	septemberdag
septembereditie	noun	uitgave voor de maand september
septemberedities	=	septembereditie
septembereditietje	=	septembereditie
septembereditietjes	=	septembereditie
septembermaand	noun	negende maand van het jaar
septembermaanden	=	septembermaand
septembermiddag	noun	het gedeelte van de dag tussen 12.00 en 18.00 uur in de maand september
septembermiddagen	=	septembermiddag
septembermiddagje	=	septembermiddag
septembermiddagjes	=	septembermiddag
septembermorgen	noun	het eerste deel van de dag, na de nacht en vóór de middag in de maand september
septembermorgens	=	septembermorgen
septembermorgentje	=	septembermorgen
septembermorgentjes	=	septembermorgen
septembernacht	noun	een van de nachten in de maand september
septembernachten	=	septembernacht
septembernamiddag	noun	laatste deel van de middag (ongeveer van 16.00 tot 18.00 uur) van een dag in de maand september
septembernamiddagen	=	septembernamiddag
septembernamiddagje	=	septembernamiddag
septembernamiddagjes	=	septembernamiddag
septembernummer	noun	uitgave van een tijdschrift of ander periodiek in de 9de maand van het jaar
septembernummers	=	septembernummer
septemberochtend	noun	deel van de dag in de maand september tussen 6.00 en 12.00 uur
septemberochtenden	=	septemberochtend
septemberochtendje	=	septemberochtend
septemberochtendjes	=	septemberochtend
septembers	=	september
septembertemperaturen	=	septembertemperatuur
septembertemperatuur	noun	de temperatuur van de buitenlucht zoals deze gebruikelijk is voor de maand september
septembertemperatuurtje	=	septembertemperatuur
septembertemperatuurtjes	=	septembertemperatuur
septemberverklaring	noun	de jaarlijkse toespraak van de Vlaamse minister-president aan het begin van het politieke jaar (vierde maandag van september).
septemberverklaringen	=	septemberverklaring
septemberverklarinkje	=	septemberverklaring
septemberverklarinkjes	=	septemberverklaring
septemberweek	noun	week in de maand september
septemberweekje	=	septemberweek
septemberweekjes	=	septemberweek
septemberweer	noun	het nazomerweer zoals dat normaal is voor september
septemberweken	=	septemberweek
septemberwijn	noun	wijn die geselecteerd is voor de maand september
septemberwijnen	=	septemberwijn
septemberwijntje	=	septemberwijn
septemberwijntjes	=	septemberwijn
septemberwind	noun	de wind zoals deze normaal is voor de maand september
septemberwinden	=	septemberwind
septemberwindje	=	septemberwind
septemberwindjes	=	septemberwind
septemberzon	noun	de niet meer zo heel sterke zonnestralen van de vroege herfst of de late nazomer
septemberzonnen	=	septemberzon
septemberzonnetje	=	septemberzon
septemberzonnetjes	=	septemberzon
septendeciljard	noun	getal gelijk aan 10¹⁰⁵, te schrijven als een 1 met 105 nullen	num	10¹⁰⁵, het getal in cijfers een één met honderdenvijf nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
septendeciljarden	=	septendeciljard
septendeciljoen	noun	getal gelijk aan 10¹⁰², te schrijven als een 1 met 102 nullen	num	10¹⁰², het getal in cijfers een één met honderdentwee nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
septendeciljoenen	=	septendeciljoen
septennia	=	septennium
septennium	noun	periode van zeven jaar
septet	noun	een groep van zeven muzikanten
septetje	=	septet
septetjes	=	septet
septetten	=	septet
septiem	noun	de zevende trap van een diatonische toonladder
septiemakkoord	noun	samenklank van vier tonen bestaande uit de intervallen: prime, terts, kwint en een septiem
septiemakkoorden	=	septiemakkoord
septiemakkoordje	=	septiemakkoord
septiemakkoordjes	=	septiemakkoord
septiemen	=	septiem
septiempje	=	septiem
septiempjes	=	septiem
septikemie	noun	bloedvergiftiging
septiljard	noun	aantal dat overeenkomt met de vijfde macht van een miljard, 10⁴⁵	num	10⁴⁵, het getal dat overeenkomt met de vijfde macht van een miljard, in cijfers een één met vijfenveertig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
septiljarden	=	septiljard
septiljoen	noun	getal gelijk aan 10⁴², te schrijven als een 1 met 42 nullen
septiljoenen	=	septiljoen
septime	noun	de zevende trap van een diatonische toonladder
septimes	=	septime
septimo	adv	ten zevende
septimolen	=	septimool
septimool	noun|obsolete	groep met een ongewoon aantal van zeven muzieknoten of rusten, op een plaats waar het gewone patroon tweedelig is en bijv. 1, 2, 6 of 8 noten zou bevatten.
septimooltje	=	septimool
septimooltjes	=	septimool
septisch	adj	infectiewekkend, bederfwekkend
septische	=	septisch
septischer	=	septisch
septischere	=	septisch
septischers	=	septisch
septolen	=	septool
septool	noun	een groepje met een ongewoon aantal van zeven muzieknoten of rusten, op een plaats waar het gewone patroon, tweedelig is en bijv. 1, 2, 6 of 8 noten zou bevatten.
septooltje	=	septool
septooltjes	=	septool
septum	noun	tussenschot
septumpje	=	septum
septumpjes	=	septum
sequeel	noun	vervolg
sequel	noun	volgende deel van een serie films of boeken
sequelae	noun	nasleep van een ziekte
sequelen	=	sequeel
sequels	=	sequel
sequens	noun	een onmiddellijk op andere toonhoogten herhaalde melodie of harmonie, met behoud van de onderlinge lengteverhoudingen, onafhankelijk van het tempo
sequensen	=	sequens
sequensje	=	sequens
sequensjes	=	sequens
sequentia	noun	een misgezang met een syllabische melodie die op bepaalde hoogdagen na het Alleluia of de Tractus gezongen wordt
sequentiae	=	sequentia
sequentie	noun	opeenvolging
sequentieel	adj	opeenvolgend
sequentieels	=	sequentieel
sequentieelst	=	sequentieel
sequentieelste	=	sequentieel
sequenties	=	sequentie
sequentietje	=	sequentie
sequentietjes	=	sequentie
sequentiële	=	sequentieel
sequentiëler	=	sequentieel
sequentiëlere	=	sequentieel
sequentiëlers	=	sequentieel
sequentiën	noun|obsolete	sequenties, meervoudsvorm van het zelfstandig naamwoord sequentie
sequoia	noun	benaming voor sommige zeer grote naaldbomen
sequoia's	=	sequoia
sequoiaatje	=	sequoia
sequoiaatjes	=	sequoia
sequoiabomen	=	sequoiaboom
sequoiaboom	noun	bepaald soort boom, Sequoia sempervirens uit het geslacht seqoia (Sequoia) binnen de familie cipressen (Cupressaceae)
sequoiaboompje	=	sequoiaboom
sequoiaboompjes	=	sequoiaboom
sera	=	serum
seraf	noun	bepaalde slang (5×: Num. 21:6, 21:8, Deut. 8:15, Jes. 14:29, 30:6)
serafiem	=	saraf
serafientje	=	serafine
serafientjes	=	serafine
serafijn	noun	bepaalde engel
serafijnen	=	serafijn
serafijns	adj	van een serafijn
serafijnse	=	serafijns
serafijnser	=	serafijns
serafijnsere	=	serafijns
serafijnsers	=	serafijns
serafijnst	=	serafijns
serafijnste	=	serafijns
serafijntje	=	serafijn
serafijntjes	=	serafijn
serafim	=	seraf
serafine	noun	klein huisorgel dat gebruikt wordt voor het spelen van godsdienstige lofliederen
serafines	=	serafine
serafs	=	seraf
serail	noun	paleis van een aanzienlijk Turks heer
serails	=	serail
seramboeboekuil	noun	Ninox squamipila een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
seramboeboekuilen	=	seramboeboekuil
seramboeboekuiltje	=	seramboeboekuil
seramboeboekuiltjes	=	seramboeboekuil
serech	noun	leefregel (term uit Qumranteksten)
sereen	adj	heel rustig, kalm en plechtig
sereens	=	sereen
sereenst	=	sereen
sereenste	=	sereen
sereh	noun	citroengras, Cymbopogon citratus
sereibel	noun	ongeluk, ellende
sereife	noun	brand
sereifes	=	sereife
serenade	noun	een muzikaal eerbetoon, meestal voor een geliefde en over het algemeen 's avonds gebracht
serenades	=	serenade
serendipdwergooruil	noun	Otus thilohoffmanni een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
serendipdwergooruilen	=	serendipdwergooruil
serendipdwergooruiltje	=	serendipdwergooruil
serendipdwergooruiltjes	=	serendipdwergooruil
serendipiteit	noun	een toevallige en onbedoelde vondst van iets nuttigs terwijl de zoeker er niet naar zocht of naar iets anders zocht
serendipiteiten	=	serendipiteit
serene	=	sereen
serener	=	sereen
serenere	=	sereen
sereners	=	sereen
sereniteit	noun	het helder en kalm zijn
sereniteiten	=	sereniteit
serf	noun	een inwoner van Servië, of iemand afkomstig uit Servië
serfje	=	serf
sergant	=	sergeant
serge	noun	lichte, gekeperde wollen stof
sergeant	noun	een rang onder de onderofficieren, meestal de laagste (nog onder die van luitenant)
sergeant-majoor	noun	onderofficier in rang boven de sergeant staande en belast met de administratie en instructie van een compagnie
sergeant-majoors	=	sergeant-majoor
sergeant-majoortje	noun	Grapholita compositella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
sergeant-majoortjes	=	sergeant-majoortje
sergeant-majoorvis	noun	Abudefduf saxatilis een straalvinnige vissensoort uit de familie van rifbaarzen of koraaljuffertjes (Pomacentridae).
sergeant-majoorvisje	=	sergeant-majoorvis
sergeant-majoorvisjes	=	sergeant-majoorvis
sergeant-majoorvissen	=	sergeant-majoorvis
sergeanten	=	sergeant
sergeanten-majoors	=	sergeant-majoor
sergeantje	=	sergeant
sergeantjes	=	sergeant
sergeants	=	sergeant
sergeants-majoors	=	sergeant-majoor
sergeantsstreep	noun|obsolete	keper die het rangonderscheidingsteken vormt van een onderofficier die in rangorde boven de korporaals en manschappen, maar onder een adjudant of officier staat
sergeantsstrepen	noun	patroon van schuine strepen die een gedeelte van de rijbaan aangeven waar men niet mag rijden
sergen	adj	van serge gemaakt
sergent	=	sergeant
serges	=	serge
serialisme	noun	doorontwikkeling van de twaalftoonsmuziek door ook toonduur, toonkleur en dynamiek in de toonreeksen te betrekken
serie	noun	delen van een geheel in een bepaalde volgorde
seriebel	noun	ongeluk, ellende
serieel	adj	een serie vormend of in die volgorde verwerkt wordend
serieels	=	serieel
serieelst	=	serieel
serieelste	=	serieel
seriema's	noun	Cariamidae een familie een Zuid-Amerikaanse vogelfamilie uit de orde Cariamiformes, verwant aan de nu uitgestorven schrikvogels.
seriema-achtigen	noun	een orde Cariamiformes waartoe vogels als de seriema's (Cariamidae) en de schrikvogels behoren
seriemoord	noun	elke keer dat er iemand opzettelijk dood wordt gemaakt binnen een reeks door dezelfde dader in een beperkte tijd
seriemoorden	=	seriemoord
seriemoordenaar	noun	iemand die bij regelmaat moorden pleegt
seriemoordenaars	=	seriemoordenaar
seriemoordenaartje	=	seriemoordenaar
seriemotor	noun	motor waarbij de, uit weinig windingen van dik koperdraad opgebouwde, veldwikkeling in serie staat met de ankerwikkeling
seriemotoren	=	seriemotor
seriemotors	=	seriemotor
seriemotortje	=	seriemotor
seriemotortjes	=	seriemotor
serienummer	noun	unieke code dat één exemplaar van een in serie gemaakt product heeft
serienummers	=	serienummer
serieproduct	noun	product waarvan telkens een serie vervaardigd wordt
serieproducten	=	serieproduct
serieproductie	noun	productie in reeksen
serieproducties	=	serieproductie
series	=	serie
serieschakelaar	noun	een serieschakelaar die in feite bestaat uit twee enkelpolige schakelaars in één enkele behuizing.
serieschakelaars	=	serieschakelaar
serieschakelaartje	=	serieschakelaar
serieschakelaartjes	=	serieschakelaar
serieschakeling	noun	schakeling waarbij de uitgang van een elektrische component via een geleider direct verbonden is met de ingang van een volgende component zonder dat andere onderdelen op deze geleider toekomen
serieschakelingen	=	serieschakeling
serietje	=	serie
serietjes	=	serie
serieus	adj	ernstig	adv	ernstig
serieust	=	serieus
serieuste	=	serieus
serieuze	=	serieus
serieuzer	=	serieus
serieuzere	=	serieus
serieuzers	=	serieus
serieverkrachter	noun	e pleger van een reeks verkrachtingen
serieverkrachters	=	serieverkrachter
serieverslaving	noun	het meer tijd besteden aan het kijken naar televisieseries dan men eigenlijk wenselijk vindt
serieverslavingen	=	serieverslaving
seriewedstrijd	noun	elk van een reeks korte wedstrijden buiten de competitie om, volgens het afvalsysteem
seriewedstrijden	=	seriewedstrijd
serine	noun	een proteïnogeen aminozuur
sering	noun	boomsoort met welriekende bloesem, meest paars of wit in de vorm van een kaars Syringa vulgaris
seringen	=	sering
seringensteltmot	noun	Gracillaria syringella een nachtvlinder uit de familie Gracillariidae, de mineermotten
seringensteltmotje	=	seringensteltmot
seringensteltmotjes	=	seringensteltmot
seringensteltmotten	=	seringensteltmot
seringenvlinder	noun	Apeira syringaria een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
seringenvlinders	=	seringenvlinder
seringenvlindertje	=	seringenvlinder
seringenvlindertjes	=	seringenvlinder
seringetje	=	sering
seringetjes	=	sering
seriële	=	serieel
seriëler	=	serieel
seriëlere	=	serieel
seriëlers	=	serieel
seriën	=	serie
serjant	=	sergeant
sermoen	noun	beschuldigende, vermanende preek of toespraak
sermoenen	=	sermoen
sermoentje	=	sermoen
sermoentjes	=	sermoen
sermonaria	=	sermonarium
sermonarium	noun	boek met lezingen van kerkvaders
sermonariumpje	=	sermonarium
sermonariumpjes	=	sermonarium
sermoon	=	sermoen
seroconversie	noun	omslag van bloedwaarden van seronegatief naar seropositief
seroconversies	=	seroconversie
seroen	noun	verpakking voor zuidvruchten, tabak e.d. bestaande uit vlechtwerk of dierenhuiden
seroenen	=	seroen
serologie	noun	de wetenschap die interactie van antigenen en antistoffen onderzoekt
serologisch	adj	met betrekking tot serum van het bloed
serologische	=	serologisch
serologischer	=	serologisch
serologischere	=	serologisch
serologischers	=	serologisch
seronegatief	adj	de afwezigheid van antistoffen of antigenen in het serum
seronegatiefs	=	seronegatief
seronegatieve	=	seronegatief
serooche	noun	stank
seropositief	adj	antistoffen bezittend (meestal tegen het aidsvirus)
seropositiefs	=	seropositief
seropositieve	=	seropositief
serotonine	noun	een neurotransmitter met een overwegend inhiberende werking
serotoninen	=	serotonine
serotonines	=	serotonine
serotoninesyndromen	=	serotoninesyndroom
serotoninesyndroom	noun	een vergiftiging met serotonine door gebruik van medicijnen die de serotonine-spiegel verhogen
serotoninetheorie	noun	een hypothese die stelde dat een tekort aan serotonine de oorzaak van een depressie zou zijn
serotoninetheorietje	=	serotoninetheorie
serotoninetheorietjes	=	serotoninetheorie
serotoninetheorieën	=	serotoninetheorie
serotype	noun	een specifiek subtype van een bepaald (ziekteverwekkend) micro-organisme of cel, ingedeeld op basis van de specifieke antigenen aanwezig op het celmembraan
serotypen	=	serotype
serotypes	=	serotype
serpeling	noun	Leuciscus leuciscus een licht geelgrijs tot groengrijs gekleurde voorn, met een maximale grootte van 30 cm
serpelingen	=	serpeling
serpelingetje	=	serpeling
serpent	noun	een slang
serpenten	=	serpent
serpentig	adj	van een vrouw dat ze boosaardig en venijnig is zoals past bij een slang
serpentige	=	serpentig
serpentiger	=	serpentig
serpentigere	=	serpentig
serpentigers	=	serpentig
serpentigs	=	serpentig
serpentigst	=	serpentig
serpentigste	=	serpentig
serpentijn	noun	een magnesium-ijzer-silicaat
serpentijnen	=	serpentijn
serpentine	noun	een kleurrijk feestartikel dat bestaat uit een smalle ring van dun opgerold papier die zich ontrolt bij het wegwerpen
serpentines	=	serpentine
serpentinespray	noun	een spuitbus waarmee men zeer lichte, serpentineachtige slierten kan spuiten
serpentinesprays	=	serpentinespray
serpentinespraytje	=	serpentinespray
serpentinetje	=	serpentine
serpentinetjes	=	serpentine
serpentje	=	serpent
serpentjes	=	serpent
serradelle	noun	Ornithopus sativus een eenjarige plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae) en werd vroeger op de zandgronden gebruikt als voedergewas en voor groenbemesting.
serramakreel	noun	Scomberomorus brasiliensis een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
serramakreeltje	=	serramakreel
serramakreeltjes	=	serramakreel
serramakrelen	=	serramakreel
serranoham	noun	uit de Spaanse bergen afkomstige door de berglucht gedroogde rauwe ham
serranohammen	=	serranoham
serre	noun	glazen veranda, meestal vastgebouwd aan een huis
serres	=	serre
serretje	=	serre
serretjes	=	serre
serrewolluis	noun	bepaald soort insect, Pseudococcus viburni, een wolluis die in koudere streken vaak in serres en kassen aangetroffen wordt
serrewolluizen	=	serrewolluis
serrist	noun	eigenaar van een tuinbouwbedrijf met kassen
serristen	=	serrist
sersjant	=	sergeant
serum	noun	de vloeibare stof die overblijft als bloed is gestold en die lijkt op bloedplasma zonder stollingseiwitten (wel met antistoffen)
serumhepatitis	noun	door een virus veroorzaakte leverontsteking
serumpje	=	serum
serumpjes	=	serum
serums	=	serum
serumtherapie	noun	therapie met een serum (van een mens of dier dat eerst al dan niet opzettelijk sterk immuun gemaakt is)
serumtherapieën	=	serumtherapie
serumziekte	noun	ziektebeeld dat ontstaat 8-10 dagen na toediening van lichaamsvreemde eiwitten, door het op gang komen van een allergische reactie tegen die eiwitten
serumziekten	=	serumziekte
serumziektes	=	serumziekte
serumziektetje	=	serumziekte
serumziektetjes	=	serumziekte
servaaskermis	noun	de (grote) kermis die in Maastricht gehouden wordt
servaaskermissen	=	servaaskermis
serval	noun	bepaald soort zoogdier, Leptailurus serval, een Afrikaanse katachtige vergelijkbaar met de cheeta
servalletje	=	serval
servalletjes	=	serval
servals	=	serval
serve	noun	bij het begin en na het scoren van een punt de bal met een slag vanaf de achterlijn in het spel brengen
serveer	=	serveren
serveerboy	noun	wagentje waarop koffie, thee en dergelijke staan om te worden geserveert
serveerboys	=	serveerboy
serveerboytje	=	serveerboy
serveerboytjes	=	serveerboy
serveerde	=	serveren
serveerden	=	serveren
serveerder	=	serveerster
serveerlijn	noun	lijn waarachter de serveerder moet staan, en lijn waar de opslag over moet slaan aan de overkant
serveerlijnen	=	serveerlijn
serveerster	noun	een vrouw die in horecagelegenheid klanten aan tafel bedient
serveersters	=	serveerster
serveerstertje	=	serveerster
serveerstertjes	=	serveerster
serveert	=	serveren
serveervak	noun	deel van het badmintonveld waar je staat om de service te geven en te ontvangen
serveervakken	=	serveervak
serveerwagen	noun	opdientafel met wielen
serveerwagens	=	serveerwagen
serveerwagentje	=	serveerwagen
serveerwagentjes	=	serveerwagen
serveje	=	serve
servejes	=	serve
serven	=	serf
server	noun	een computer die of computerprogramma dat diensten verleent aan andere programma's
servere	=	serveren
serveren	verb	iets op tafel opdienen, meestal als onderdeel (gang [3]) van een maaltijd
serverend	=	serveren
serverende	=	serveren
serverfarm	noun	een grote groep servers in een beveiligde ruimte
serverfarmpje	=	serverfarm
serverfarmpjes	=	serverfarm
serverfarms	=	serverfarm
servers	=	server
servertje	=	server
servertjes	=	server
serves	=	serve
servet	noun	een doek die men aan tafel gebruikt om er de mond en vingers mee af te vegen
servethouder	noun	houder om servetten te bewaren
servethouders	=	servethouder
servetje	=	servet
servetjes	=	servet
servetring	noun	ring om een opgerold servet bijeen te houden
servetringen	=	servetring
servetringetje	=	servetring
servetringetjes	=	servetring
servetstandaard	noun	houder om servetten te bewaren
servetstandaarden	=	servetstandaard
servetstandaardje	=	servetstandaard
servetstandaardjes	=	servetstandaard
servetstandaards	=	servetstandaard
servetten	=	servet
serveuse	noun	serveerster
serveuses	=	serveuse
serveusetje	=	serveuse
serveusetjes	=	serveuse
service	noun	bediening, diensten ten behoeve van de klanten
serviceaanbod	noun	totale pakket aan diensten dat een organisatie levert aan haar klanten, inclusief de hulp, ondersteuning en onderhoud
serviceabonnement	noun	abonnement waarbij de consument het recht verwerft om gedurende een bepaald tijdvak ondersteunt te worden door een bedrijf
serviceabonnementen	=	serviceabonnement
servicebalie	noun	plaats waar klanten geholpen kunnen worden als ze vragen over producten hebben
servicebalies	=	servicebalie
servicebeurt	noun	de keer dat men een apparaat, machine of auto laat onderhouden
servicebeurten	=	servicebeurt
servicebeurtje	=	servicebeurt
servicebeurtjes	=	servicebeurt
servicebreak	noun	het winnen van een game waarbij de tegenstander de opslag heeft
servicebreaks	=	servicebreak
servicecenter	noun	bedrijf of afdeling van een bedrijf waar men reparaties verricht
servicecenters	=	servicecenter
servicecentra	=	servicecentrum
servicecentrum	noun	afdeling die onderhoud verricht nadat een product of dienst is gekocht
servicecentrums	=	servicecentrum
servicedesk	noun	afdeling die klanten ondersteunt na de verkoop van een dienst of product
servicedesks	=	servicedesk
serviceflat	noun	een woonvorm met zorgfaciliteiten die vooral bestemd zijn voor bejaarden of ouderen met een zorgproblematiek
serviceflatje	=	serviceflat
serviceflatjes	=	serviceflat
serviceflats	=	serviceflat
servicegame	noun	game waarin een tennisser de opslag heeft
servicegames	=	servicegame
servicegeweld	noun	de zeer harde opslag bij tennis of volleybal die direct zorgt voor het scoren van een punt
servicekanon	noun	tennisspeler met een heel harde opslag (maar die verder niet heel erg goed is in het tennisspel)
servicekanonnen	=	servicekanon
servicekost	noun|obsolete	geld dat nodig is voor bepaalde dienstverlening en onderhoud
servicekosten	noun	geld dat nodig is voor bepaalde dienstverlening en onderhoud
servicemonteur	noun	monteur die de service verzorgt
servicemonteurs	=	servicemonteur
servicenummer	noun	telefoonnummer dat direct toegang biedt tot bepaalde dienstverlening
servicenummers	=	servicenummer
servicenummertje	=	servicenummer
servicenummertjes	=	servicenummer
servicepunt	noun	plek (van een bedrijf) waar men voor servicebeurten of reparaties terecht kan
servicepunten	=	servicepunt
servicepuntje	=	servicepunt
servicepuntjes	=	servicepunt
services	=	service
servicestation	noun	hulppost waar automobilisten benzine kunnen tanken en kleine reparaties kunnen laten uitvoeren
servicestationnetje	=	servicestation
servicestationnetjes	=	servicestation
servicestations	=	servicestation
serviel	adj	slaafs, kruiperig
serviele	=	serviel
servieler	=	serviel
servielere	=	serviel
servielers	=	serviel
serviels	=	serviel
servielst	=	serviel
servielste	=	serviel
servies	noun	een bij elkaar horend stel borden, schalen en ander eetgerei
serviesgoed	noun	verzamelnaam voor alle eetgerei, uitgezonderd het bestek, dat van porselein, aardewerk of een ander materiaal is gemaakt
serviesje	=	servies
serviesjes	=	servies
servieskast	noun	kast voor het opbergen en het tonen van borden, schalen en ander (sier)aardewerk
servieskasten	=	servieskast
serviet	noun	bedelmonnik van de Ordo Servorum Mariae (dienaar van Maria)
servieten	=	serviet
servietje	=	serviette
servietjes	=	serviette
serviette	noun	een doek die men aan tafel gebruikt om er de mond en vingers mee af te vegen; doek waarmee men de kleding tijdens het eten kan beschermen
servietten	=	serviet
serviettes	=	serviette
serviettetje	=	serviette
serviettetjes	=	serviette
serviezen	=	servies
serviliteit	noun	slaafsheid
serviliteiten	=	serviliteit
servisch	adj	gerelateerd aan Servië of het Servisch
servische	noun	een inwoonster van Servië, of een vrouw afkomstig uit Servië
servischen	=	servische
servischer	=	servisch
servischere	=	servisch
servischers	=	servisch
servischt	=	servisch
servischtalig	adj	de Servische taal sprekend
servischtalige	=	servischtalig
servischtaligs	=	servischtalig
servischte	=	servisch
servitude	noun	verplichting, waarmede een onroerende zaak - het dienend of lijdend erf - ten behoeve van een andere onroerende zaak - het heersend erf - is bezwaard
servitudes	=	servitude
servituten	=	servituut
servituut	noun	erfdienstbaarheid, een last, waarmede een onroerende zaak - het dienend of lijdend erf - ten behoeve van een andere onroerende zaak - het heersend erf - is bezwaard
servië	noun	een land in Zuidoost-Europa, grenzend aan Kroatië en Bosnië en Herzegovina in het westen, aan Hongarije in het noorden, aan Roemenië en Bulgarije in het oosten en aan Noord-Macedonië, Kosovo en Montenegro in het zuiden
serviër	noun	een inwoner van Servië, of iemand afkomstig uit Servië
serviërs	=	serviër
serviërtje	=	serviër
serviërtjes	=	serviër
serviës	=	servië
servo-kroatisch	adj	betrekking hebbend op het Servo-Kroatisch
servo-kroatische	=	servo-kroatisch
servo-kroatischer	=	servo-kroatisch
servo-kroatischere	=	servo-kroatisch
servo-kroatischers	=	servo-kroatisch
servobesturing	noun	bekrachtiging van de besturing met behulp van een servomotor.
servobesturingen	=	servobesturing
servobesturinkje	=	servobesturing
servobesturinkjes	=	servobesturing
servomotor	noun	speciale precisiemotor voor regelsystemen
servomotoren	=	servomotor
servomotors	=	servomotor
servomotortje	=	servomotor
servomotortjes	=	servomotor
sesam	noun	Sesamum indicum een uit Afrika afkomstige plant uit de familie Pedaliaceae.
sesambroden	=	sesambrood
sesambrood	noun	brood dat bedekt is met sesamzaad (zaadjes van Sesamum indicum
sesambroodje	=	sesambrood
sesambroodjes	=	sesambrood
sesammetje	=	sesam
sesammot	noun	Antigastra catalaunalis een vlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae).
sesammotje	=	sesammot
sesammotjes	=	sesammot
sesammotten	=	sesammot
sesamolie	noun	plantaardige spijsolie geperst uit sesamzaden
sesamolies	=	sesamolie
sesamolietje	=	sesamolie
sesamoliën	=	sesamolie
sesams	=	sesam
sesamzaad	noun	het zaad van de sesam
sesamzaadje	=	sesamzaad
sesamzaadjes	=	sesamzaad
sesamzaden	=	sesamzaad
seshoeck	=	zeshoek
seshoek	=	zeshoek
sesquioxide	noun	een oxide dat 3 zuurstofatomen bevat en 2 andere atomen (of radicalen), meestal metalen in oxidatietoestand +III
sessie	noun	tijdsspanne die aan een activiteit wordt besteed, zitting
sessielaag	noun	de vijfde laag in het OSI-model, stabiliseert, onderhoudt en beëindigt een sessie tussen twee communicerende hosts
sessielaagje	=	sessielaag
sessielaagjes	=	sessielaag
sessielagen	=	sessielaag
sessies	=	sessie
sessiesleutel	noun	een symmetrische sleutel die wordt gebruikt voor de encryptie van berichten in computersessies
sessiesleutels	=	sessiesleutel
sessiesleuteltje	=	sessiesleutel
sessiesleuteltjes	=	sessiesleutel
sessietje	=	sessie
sessietjes	=	sessie
sestertie	noun	oude Romeinse munt ter waarde van 2¼ as
sesterties	=	sestertie
sestertiën	=	sestertie
set	noun	klein aantal bij elkaar passende voorwerpen die samen een geheel vormen
set-up	noun	kleine aanpassing om iets te optimaliseren
set-ups	=	set-up
setdans	noun	Ierse volksdans die men danst met 4 koppels
setdansen	=	setdans
setdansvereniging	noun	dansclub van mensen die traditionele Ierse volksdansen voor 4 koppels uitvoeren
setdansverenigingen	=	setdansvereniging
setdansverenigingetje	=	setdansvereniging
setdansverenigingetjes	=	setdansvereniging
setje	=	set
setjes	=	set
setlist	noun	een document met daarop de lijst met liedjes gebruikt door muzikanten of bands tijdens liveoptredens
setlists	=	setlist
setpoint	noun	beslissend punt van de set (wedstrijdronde)
setpoints	=	setpoint
setpunt	noun	een punt dat setwinst oplevert als men het haalt in een wedstrijd met sets
setpunten	=	setpunt
sets	=	set
setstand	noun	de punten stand in een set bij een tennis-, volleybal- of dartwedstrijd
setstanden	=	setstand
sette	=	setten
settel	=	settelen
settelde	=	settelen
settelden	=	settelen
settele	=	settelen
settelen	verb	je op een nieuwe plaats gaan vestigen en thuis voelen
settelend	=	settelen
settelende	=	settelen
settelt	=	settelen
setten	verb	vastleggen, bepalen
setter	noun	langharige staande jachthond
setters	=	setter
settertje	=	setter
settertjes	=	setter
setting	noun	omstandigheden
settings	=	setting
settingspray	noun	met een spuitbus aangebrachte vloeistof om make-up te fixeren
settingsprays	=	settingspray
settinkje	=	setting
settinkjes	=	setting
settlement	noun	verrekening op een vooraf bepaald tijdstip van dan krachtens een derivaat, bv. een optie, bestaande uit rechten en verplichtingen, met betaling van het verschil
settlements	=	settlement
settler	noun	een kolonist, vooral in Noord-Amerika
settlers	=	settler
setverlies	noun	verlies van een set bij een tennis-, volleybal- of dartwedstrijd
setverliezen	=	setverlies
setwinst	noun	het verslaan van de tegenstander in één ronde van een wedstrijd
setwinsten	=	setwinst
setwinstje	=	setwinst
setwinstjes	=	setwinst
seut	noun|informal	overdreven saai en braaf persoon
seuten	=	seut
seutig	adj	seutig is een Vlaams scheldwoord verwijzend naar de reacties van een kleinburgerlijke en gemakkelijk te ontstemmen vrouw (een seut of seute).
seutige	=	seutig
seutiger	=	seutig
seutigere	=	seutig
seutigers	=	seutig
seutigs	=	seutig
seutigst	=	seutig
seutigste	=	seutig
seutje	=	seut
seutjes	=	seut
sevanforel	noun	Salmo ischchan een inheemse vis uit het Sevanmeer uit Armenië, is een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zalmen (Salmonidae).
sevanforellen	=	sevanforel
sevanforelletje	=	sevanforel
sevanforelletjes	=	sevanforel
sevaïet	noun	bewoner van Seba-2 (Jes. 45:14, Ez. 23:42)
sevaïeten	=	sevaïet
seventies	noun	jaren 1970 tot en met 1979
sevivon	noun	draaitolletje waarmee spelletjes worden gespeeld op Chanoeka
sevivoniem	=	sevivon
sex	=	seks
sex-appeal	=	sexappeal
sexagesimaal	adj	zestigtallig
sexagesimaals	=	sexagesimaal
sexagesimale	=	sexagesimaal
sexappeal	noun	het vermogen van een individu om de seksuele of erotische interesse van een andere persoon op te wekken
sexennia	=	sexennium
sexennium	noun	periode van zes jaar
sexercise	=	sexercisen
sexercisede	=	sexercisen
sexerciseden	=	sexercisen
sexercisen	verb	seks beoefenen om een betere lichamelijke conditie te krijgen
sexercisend	=	sexercisen
sexercisende	=	sexercisen
sexerciset	=	sexercisen
sexercisete	=	sexercisen
sexerciseten	=	sexercisen
sexshop	=	seksshop
sext	noun	de zesde toon van een diatonische toonladder
sextakkoord	noun	een van de twee omkeringen van een drieklank (prime, terts, kwint).
sextakkoorden	=	sextakkoord
sextakkoordje	=	sextakkoord
sextakkoordjes	=	sextakkoord
sextant	noun|historical	hoekmeetinstrument dat onder meer werd gebruikt om de hoogtehoek van een hemellichaam boven de horizon te meten, en om de hoek tussen twee aardse objecten te meten
sextanten	=	sextant
sextantje	=	sextant
sextantjes	=	sextant
sexten	=	sext
sextet	noun	een groep van zes muzikanten
sextetje	=	sextet
sextetjes	=	sextet
sextetten	=	sextet
sextiljard	noun	getal gelijk aan 10³⁹, te schrijven als een 1 met 39 nullen
sextiljarden	=	sextiljard
sextiljoen	noun	getal gelijk aan 10³⁶, te schrijven als een 1 met 36 nullen
sextiljoenen	=	sextiljoen
sexting	noun	het delen of de verspreiding van seksueel getinte foto's of berichten via mobiele telefoons
sextje	=	sext
sextjes	=	sext
sextolen	=	sextool
sextool	noun	een groepje met een ongewoon aantal van zes muzieknoten of rusten, op een plaats waar het gewone patroon, tweedelig is en bijv. 1, 2 of 4 noten zou bevatten.
sextooltje	=	sextool
sextooltjes	=	sextool
sextortion	noun	seksuele afpersing via het internet
sexts	=	sext
sexuaal	=	seksueel
sexualiteit	=	seksualiteit
sexueel	=	seksueel
sexy	adj	seksueel aantrekkelijk
sexy's	=	sexy
sexyer	=	sexy
sexyere	=	sexy
sexyers	=	sexy
sexyst	=	sexy
sexyste	=	sexy
seychellendaggekko	noun	Phelsuma abbotti een hagedis die behoort tot de gekko's, het is een van de soorten madagaskardaggekko's uit het geslacht Phelsuma
seychellendaggekko's	=	seychellendaggekko
seychellendaggekkootje	=	seychellendaggekko
seychellendaggekkootjes	=	seychellendaggekko
seychellendwergooruil	noun	Otus insularis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
seychellendwergooruilen	=	seychellendwergooruil
seychellendwergooruiltje	=	seychellendwergooruil
seychellendwergooruiltjes	=	seychellendwergooruil
seychellenhoningzuiger	noun	Cinnyris dussumieri een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
seychellenhoningzuigers	=	seychellenhoningzuiger
seychellenhoningzuigertje	=	seychellenhoningzuiger
seychellenhoningzuigertjes	=	seychellenhoningzuiger
seychellenkikkers	noun	Sooglossidae een familie van kikkers.
seychellenkokerstaartvleermuis	noun	Coleura seychellensis De seychellenkokerstaartvleermuis (Coleura seychellensis) is een zoogdier uit de familie van de schedestaartvleermuizen (Emballonuridae).
seychellenkokerstaartvleermuisje	=	seychellenkokerstaartvleermuis
seychellenkokerstaartvleermuisjes	=	seychellenkokerstaartvleermuis
seychellenkokerstaartvleermuizen	=	seychellenkokerstaartvleermuis
seychellenlijster	noun	Copsychus sechellarum een vogelsoort uit de familie van de vliegenvangers.
seychellenlijsters	=	seychellenlijster
seychellenlijstertje	=	seychellenlijster
seychellenlijstertjes	=	seychellenlijster
seychellenparadijsmonarch	noun	Terpsiphone corvina een zangvogel uit het geslacht Terpsiphone en de familie Monarchidae.
seychellenparadijsmonarchen	=	seychellenparadijsmonarch
seychellenparadijsmonarchje	=	seychellenparadijsmonarch
seychellenparadijsmonarchjes	=	seychellenparadijsmonarch
seychellenparkiet	noun	Psittacula wardi een uitgestorven vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
seychellenparkieten	=	seychellenparkiet
seychellenparkietje	=	seychellenparkiet
seychellenparkietjes	=	seychellenparkiet
seychellenreuzenschildpad	noun	Aldabrachelys gigantea een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
seychellenreuzenschildpadden	=	seychellenreuzenschildpad
seychellenreuzenschildpadje	=	seychellenreuzenschildpad
seychellenreuzenschildpadjes	=	seychellenreuzenschildpad
seychellenrietzanger	noun	Acrocephalus sechellensis een kleine vogelsoort die in de oerwouden van de Afrikaanse eilandengroep Seychellen in de Indische oceaan leeft, waar de vogel naar vernoemd is
seychellenrietzangers	=	seychellenrietzanger
seychellenrietzangertje	=	seychellenrietzanger
seychellenrietzangertjes	=	seychellenrietzanger
seychellensalangaan	noun	Aerodramus elaphrus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
seychellensalangaantje	=	seychellensalangaan
seychellensalangaantjes	=	seychellensalangaan
seychellensalanganen	=	seychellensalangaan
seychellenskink	noun	Trachylepis wrightii een hagedis uit de familie skinken (Scincidae).
seychellenskinken	=	seychellenskink
seychellenskinkje	=	seychellenskink
seychellenskinkjes	=	seychellenskink
seychellentorenvalk	noun	Falco araeus een roofvogel uit de familie der valken (Falconidae).
seychellentorenvalken	=	seychellentorenvalk
seychellentorenvalkje	=	seychellentorenvalk
seychellentorenvalkjes	=	seychellentorenvalk
seychellenwever	noun	Foudia sechellarum een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
seychellenwevers	=	seychellenwever
seychellenwevertje	=	seychellenwever
seychellenwevertjes	=	seychellenwever
seychellenwormsalamander	noun	Hypogeophis rostratus een wormsalamander uit de familie Indotyphlidae.
seychellenwormsalamanders	=	seychellenwormsalamander
seychellenwormsalamandertje	=	seychellenwormsalamander
seychellenwormsalamandertjes	=	seychellenwormsalamander
seycheller	noun	een inwoner van de Seychellen, of iemand afkomstig uit de Seychellen
seychellers	=	seycheller
seychels	adj	op de Seychellen betrekking hebbend
seychelse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Seychellen, of een vrouw afkomstig uit de Seychellen
seychelsen	=	seychelse
seychelser	=	seychels
seychelsere	=	seychels
seychelsers	=	seychels
seychelst	=	seychels
seychelste	=	seychels
señor	noun	aanspreekvorm voor een man in een Spaanstalige context
señora	noun	aanspreekvorm voor een vrouw in een Spaanstalige context
señora's	=	señora
señores	=	señor
señorita	noun	een jonge Spaanse dame.
señorita's	=	señorita
seú	noun	genre van Antilliaanse muziek en dans, met zang begeleid door trommel, chapi (soort schoffel) als slaginstrumenten en koehoorns of schelpen als blaasinstrumenten
seú's	=	seú
seúfeest	noun	traditioneel oogstfeest dat ieder jaar exact veertig dagen na carnaval plaatsvindt
seúfeesten	=	seúfeest
seúgroep	noun	groep mensen die gezamenlijk meedoen aan de seúparade tijdens het seúfeest
seúgroepen	=	seúgroep
seúoptocht	noun	parade van feestelijk geklede mensen tijdens het seúfeest
seúoptochten	=	seúoptocht
seúoptochtje	=	seúoptocht
seúoptochtjes	=	seúoptocht
seúparade	noun	feestelijke optocht tijdens het seúfeest
seúparades	=	seúparade
seúviering	noun	het traditionele oogstfeest dat ieder jaar exact veertig dagen na carnaval plaatsvindt
seúvieringen	=	seúviering
sf	abbrev	sciencefiction, verzonnen verhalen over een (verre) toekomst, een verre planeet, een alternatieve tijdlijn en zo meer.
sf-achtig	adj	lijkend of sciencefiction
sf-achtige	=	sf-achtig
sf-achtiger	=	sf-achtig
sf-achtigere	=	sf-achtig
sf-achtigers	=	sf-achtig
sf-achtigs	=	sf-achtig
sf-achtigst	=	sf-achtig
sf-achtigste	=	sf-achtig
sf-film	noun	rolprent met een verhaal dat zich afspeelt in een denkbeeldige wereld die ontstaat door het doortrekken van bekende technische en sociale ontwikkelingen naar de toekomst
sf-filmpje	=	sf-film
sf-filmpjes	=	sf-film
sf-films	=	sf-film
sfagnum	noun	veenmos, naam voor mosplanten uit het geslacht Sphagnum
sfaradi	noun	Sefard, jood uit Portugal, Spanje, Noord-Afrika of het Midden-Oosten
sfaradiem	=	sfaradi
sfariem	=	sefer
sfeer	noun	het geheel van gedachten en gevoelens die de gemoederen in een bepaalde omgeving bezighouden
sfeeractie	noun	een georganiseerde actie door supporters, vooral in de sportwereld, om de sfeer te verhogen door middel van visuele en vocale uitingen
sfeeracties	=	sfeeractie
sfeeractietje	=	sfeeractie
sfeeractietjes	=	sfeeractie
sfeerbedervend	adj	bijdragend aan een ongezellige, onprettige, negatieve of droevige stemming
sfeerbedervende	=	sfeerbedervend
sfeerbedervender	=	sfeerbedervend
sfeerbedervendere	=	sfeerbedervend
sfeerbedervenders	=	sfeerbedervend
sfeerbedervends	=	sfeerbedervend
sfeerbedervendst	=	sfeerbedervend
sfeerbedervendste	=	sfeerbedervend
sfeerbeeld	noun	gevoelsmatige beschrijving van een bepaalde omstandigheid
sfeerbeelden	=	sfeerbeeld
sfeerbeeldje	=	sfeerbeeld
sfeerbeeldjes	=	sfeerbeeld
sfeerbepalend	adj	van iets of iemand dat het in hoge mate de stemming, het gevoel of de ambiance van een omgeving of situatie bepaalt
sfeerbepalende	=	sfeerbepalend
sfeerbepalender	=	sfeerbepalend
sfeerbepalendere	=	sfeerbepalend
sfeerbepalenders	=	sfeerbepalend
sfeerbepalends	=	sfeerbepalend
sfeerbepalendst	=	sfeerbepalend
sfeerbepalendste	=	sfeerbepalend
sfeerloos	adj	zonder sfeer
sfeerloost	=	sfeerloos
sfeerlooste	=	sfeerloos
sfeerloze	=	sfeerloos
sfeerlozer	=	sfeerloos
sfeerlozere	=	sfeerloos
sfeerlozers	=	sfeerloos
sfeermaker	noun	persoon die de stemming in een groep verbeterd
sfeermakers	=	sfeermaker
sfeerscheppend	adj	bijdragend aan een gezellige, prettige, positieve of feestelijke stemming
sfeerscheppende	=	sfeerscheppend
sfeerscheppender	=	sfeerscheppend
sfeerscheppendere	=	sfeerscheppend
sfeerscheppenders	=	sfeerscheppend
sfeerscheppends	=	sfeerscheppend
sfeerscheppendst	=	sfeerscheppend
sfeerscheppendste	=	sfeerscheppend
sfeertekening	noun	beschrijving van hoe de gemoedstoestand ergens is; beschrijving van hoe de mentaliteit ergens is
sfeertekeningen	=	sfeertekening
sfeertekeningetje	=	sfeertekening
sfeertekeningetjes	=	sfeertekening
sfeertje	=	sfeer
sfeertjes	=	sfeer
sfeerverhogend	adj	bijdragend aan een gezellige, prettige, positieve of feestelijke stemming
sfeerverhogende	=	sfeerverhogend
sfeerverhogender	=	sfeerverhogend
sfeerverhogendere	=	sfeerverhogend
sfeerverhogenders	=	sfeerverhogend
sfeerverhogends	=	sfeerverhogend
sfeerverhogendst	=	sfeerverhogend
sfeerverhogendste	=	sfeerverhogend
sfeerverlagend	adj	bijdragend aan een ongezellige, onprettige, negatieve of droevige stemming
sfeerverlagende	=	sfeerverlagend
sfeerverlagender	=	sfeerverlagend
sfeerverlagendere	=	sfeerverlagend
sfeerverlagenders	=	sfeerverlagend
sfeerverlagends	=	sfeerverlagend
sfeerverlagendst	=	sfeerverlagend
sfeerverlagendste	=	sfeerverlagend
sfeerverziekend	adj	bijdragend aan een ongezellige, onprettige, negatieve of droevige stemming
sfeerverziekende	=	sfeerverziekend
sfeerverziekender	=	sfeerverziekend
sfeerverziekendere	=	sfeerverziekend
sfeerverziekenders	=	sfeerverziekend
sfeerverziekends	=	sfeerverziekend
sfeerverziekendst	=	sfeerverziekend
sfeerverziekendste	=	sfeerverziekend
sfeervol	adj	met veel sfeer
sfeervolle	=	sfeervol
sfeervoller	=	sfeervol
sfeervollere	=	sfeervol
sfeervollers	=	sfeervol
sfeervols	=	sfeervol
sfeervolst	=	sfeervol
sfeervolste	=	sfeervol
sfenops	noun	een zangvogelsoort uit het geslacht Sphenopsis van de familie Thraupidae (tangaren)
sfenopsen	=	sfenops
sfenopsje	=	sfenops
sfenopsjes	=	sfenops
sferen	=	sfeer
sferisch	adj	bolvormig
sferische	=	sferisch
sferischer	=	sferisch
sferischere	=	sferisch
sferischers	=	sferisch
sferischt	=	sferisch
sferischte	=	sferisch
sferoïdaal	adj	min of meer bolvormig
sferoïdaals	=	sferoïdaal
sferoïdaalst	=	sferoïdaal
sferoïdaalste	=	sferoïdaal
sferoïdale	=	sferoïdaal
sferoïdaler	=	sferoïdaal
sferoïdalere	=	sferoïdaal
sferoïdalers	=	sferoïdaal
sferoïde	noun	een omwentelingsfiguur van een ellips waarbij twee stralen gelijk zijn
sferoïden	=	sferoïde
sferoïdes	=	sferoïde
sfincter	noun	kringspier, sluitspier
sfincters	=	sfincter
sfinx	noun	een mythisch wezen dat voorkomt in verschillende culturen, meestal samengesteld uit een gedeelte mens (hoofd) en een gedeelte dier (lichaam), soms ook uit twee dierlijke delen
sfinxachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van sfinx
sfinxachtige	=	sfinxachtig
sfinxachtiger	=	sfinxachtig
sfinxachtigere	=	sfinxachtig
sfinxachtigers	=	sfinxachtig
sfinxachtigs	=	sfinxachtig
sfinxachtigst	=	sfinxachtig
sfinxachtigste	=	sfinxachtig
sfinxen	=	sfinx
sfinxje	=	sfinx
sfinxjes	=	sfinx
sfira	noun	telling, jaartelling, omertelling
sfirot	noun	de tien primaire eigenschappen van Gods scheppend handelen (kabbalistische term, voor het eerst voorkomend in het Sefer Jetsira)
sforem	=	seifer
sforzandi	=	sforzando
sforzando	noun	een of meer noten die opvallend hard gespeeld moeten worden	adv	opvallend hard gespeeld
sfragistiek	noun	zegelkunde
sfumato	noun	techniek waarbij verschillende doorzichtige laagjes verf over elkaar worden gebruikt zodat omtrekken door een subtiele kleurovergang wat vervagen	adv	met vervagende omtrekken
sfz	=	sforzando
sgraffiti	=	sgraffito
sgraffito	noun	lijntekening die voor het bakken wordt gekrast in aardewerk dat uit verschillend gekleurde lagen bestaat, zodat die krassen onderliggende kleuren zichtbaar maken
sgraffito's	=	sgraffito
sha'abaan	noun	de achtste maand van het jaar in de islamitische kalender
shabby	adj	niet heel netjes
shabby's	=	shabby
shabbyer	=	shabby
shabbyere	=	shabby
shabbyers	=	shabby
shabbyst	=	shabby
shabbyste	=	shabby
shag	noun	fijn gekorven tabak voor sigaretten en om zelf sigaretten te rollen
shaggie	noun	zelfgedraaide sigaret bestaande uit shag en vloeipapier
shaggies	=	shaggie
shagje	=	shag
shagjes	=	shag
shaka	noun	Hawaïaans handgebaar met een diepe culturele betekenis van vriendschap en een ontspannen gevoel, veel gebruikt door surfers
shaka's	=	shaka
shake	noun	drankje ontstaan door shaken
shaken	verb	schudden
shakenbabysyndromen	=	shakenbabysyndroom
shakenbabysyndroom	noun	hersenschade ten gevolge van het door elkaar schudden van een baby of jong kind
shakend	=	shaken
shakende	=	shaken
shaker	noun	schudbeker voor dranken
shakers	=	shaker
shakertje	=	shaker
shakertjes	=	shaker
shakes	=	shake
shakespeareaans	adj	lijkend op een situatie of figuur die voorkomt in de werken van Shakespeare
shakespeareaanse	=	shakespeareaans
shakespeareaanser	=	shakespeareaans
shakespeareaansere	=	shakespeareaans
shakespeareaansers	=	shakespeareaans
shakespeareaanst	=	shakespeareaans
shakespeareaanste	=	shakespeareaans
shaket	=	shaken
shakete	=	shaken
shaketen	=	shaken
shakshuka	noun	gerecht van eieren gepocheerd in een saus van tomaten, chilipeper, paprika en ui met diverse kruiden
shakshuka's	=	shakshuka
shakuhachi	noun	een traditioneel Japanse fluit die aangeblazen op de rand van het boveneind
shakuhachi's	=	shakuhachi
shakuhachietje	=	shakuhachi
shakuhachietjes	=	shakuhachi
shamalijster	noun	Copsychus malabaricus een kleine zangvogel die vroeger tot de lijsters (Turdidae) werd gerekend, maar tegenwoordig wordt gerekend tot de vliegenvangers (Muscicapidae).
shamalijsters	=	shamalijster
shamalijstertje	=	shamalijster
shamalijstertjes	=	shamalijster
shame	=	shamen
shamede	=	shamen
shameden	=	shamen
shamen	verb	publiekelijk aanklagen via het internet
shamend	=	shamen
shamende	=	shamen
shamet	=	shamen
shamponeer	=	shamponeren
shamponeerde	=	shamponeren
shamponeerden	=	shamponeren
shamponeert	=	shamponeren
shamponere	=	shamponeren
shamponeren	verb	wassen met shampoo
shamponerend	=	shamponeren
shamponerende	=	shamponeren
shampoo	noun	product, meestal in vloeibare vorm, dat bedoeld is om het haar te wassen
shampoode	=	shampooën
shampooden	=	shampooën
shampoos	=	shampoo
shampoot	=	shampooën
shampootje	=	shampoo
shampootjes	=	shampoo
shampooë	=	shampooën
shampooën	verb	met een shampoo behandelen
shampooënd	=	shampooën
shampooënde	=	shampooën
shandy	noun	laagalcoholische drank die bestaat uit een mengsel van limonade (seven-up) en bier
shandy's	=	shandy
shandy'tje	=	shandy
shandy'tjes	=	shandy
shangri-la	noun	denkbeeldig afgelegen oord van uitzonderlijke schoonheid en lieflijkheid
shangri-laatje	=	shangri-la
shangri-laatjes	=	shangri-la
shanties	=	shanty
shantoeng	noun	licht, dun weefsel geschikt voor strand- of tropenkleding
shanty	noun	een ritmisch passend liedje dat matrozen in koor zongen tijdens monotone karweitjes zoals het anker lichten, of gewoon voor de lol
shanty's	=	shanty
shantykoor	noun	koor waarbij de leden verkleed als matroos, zeemansliederen zingen
shantykoren	=	shantykoor
shapewear	noun	figuurcorrigerend ondergoed dat de drager slanker doet lijken dan hij of zij eigenlijk is
share	noun	aandeel
sharede	=	sharen
shareden	=	sharen
sharen	verb	delen van foto's en filmpjes op de sociale media
sharend	=	sharen
sharende	=	sharen
sharent	noun	ouder die veel foto's en andere privacygevoelige informatie van hun kinderen deelt op het internet
sharenting	noun	het delen van privacygevoelige informatie op het internet van kinderen door de ouders
sharents	=	sharent
shares	=	share
sharet	=	sharen
shareware	noun	een vorm van software die zonder of met weinig restricties verspreid mag worden, maar waarvoor bij herhaald gebruik wel een vastgelegd bedrag betaald moet worden
sharia	noun	de islamitische wetgeving
shariawijk	noun	een wijk waarin de sharia geldt
shariawijken	=	shariawijk
shariawijkje	=	shariawijk
shariawijkjes	=	shariawijk
sharon	noun	Diospyros kaki in Israël geteelde vrucht
sharons	=	sharon
shatavari	noun	Asparagus racemosus een plant uit de aspergefamilie (Asparagaceae) die voorkomt in India en de Himalaya tot een hoogte van 1300 à 1400 meter.
shawl	noun	een langwerpig stuk doek dat gedragen wordt om de hals
shawls	=	shawl
shawltje	=	shawl
shawltjes	=	shawl
shawnee	noun	inheems volk in de Verenigde Staten, dat tegenwoordig in Oklahoma leeft, maar oorspronkelijk gebieden in Ohio, West Virginia, Kentucky en Pennsylvania bewoonde
shawwal	noun	de tiende maand van het jaar in de islamitische kalender
shawwoestijnmuis	noun	Meriones shawi knaagdier uit de familie van de Muridae.
shawwoestijnmuisje	=	shawwoestijnmuis
shawwoestijnmuisjes	=	shawwoestijnmuis
shawwoestijnmuizen	=	shawwoestijnmuis
sheddak	noun	dakconstructie met een zaagtand vorm waarbij de steile zijde bestaat uit glas, die veel gebruikt is voor fabriekshallen
sheddaken	=	sheddak
sheddakje	=	sheddak
sheet	noun	pagina uit een presentatie op een scherm
sheets	=	sheet
shelfie	noun	foto van de eigen boekenplank die iemand deelt op het internet
shelfies	=	shelfie
shell	noun	een interactief computerprogramma waarmee een gebruiker met een command-line-interface opdrachten kan geven aan het besturingssysteem van een computer
shells	=	shell
shellshock	noun	benaming voor de psychische en psychiatrische gevolgen van gebeurtenissen en ervaringen die militaire verplichtingen onmogelijk maken door objectieve symptomen (gevoelsstoornissen en bewegingsstoornissen) en subjectieve symptomen (slapeloosheid, angsttoestanden, emotionele labiliteit en hallucinaties) ook wel battle fatigue en posttraumatische stressstoornis genoemd
shellshocks	=	shellshock
shelter	noun	schuilplaats
shelters	=	shelter
sheltersuit	noun	water- en winddichte winterjas waaraan men een slaapzak kan vastmaken zodat men in de winternacht buiten kan verblijven zonder te bevriezen
sheltersuits	=	sheltersuit
sheltertje	=	shelter
sheltertjes	=	shelter
shemale	noun	een transgender vrouw die geen genderbevestigende operatie heeft ondergaan
shemales	=	shemale
shepherddolfijn	noun	Tasmacetus shepherdi De Shepherddolfijn of spitssnuitdolfijn van Tasmanië (Tasmacetus shepherdi) is een walvisachtige uit de familie der spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae).
shepherddolfijnen	=	shepherddolfijn
shepherddolfijntje	=	shepherddolfijn
shepherddolfijntjes	=	shepherddolfijn
sheriff	noun	provinciaal rechter in Engeland
sheriffje	=	sheriff
sheriffs	=	sheriff
sherpa	noun	een voorklimmer en drager van bagage tijdens bergexpedities
sherpa's	=	sherpa
sherry	noun	een Spaanse versterkte wijn
sherry's	=	sherry
sherry'tje	=	sherry
sherry'tjes	=	sherry
shetland	noun	een klein, krachtig ponyras dat oorspronkelijk van de Shetlandeilanden ten noorden van Schotland komt
shetlandje	=	shetland
shetlandjes	=	shetland
shetlands	=	shetland
shf	noun	Super High Frequency
shiatsu	noun	massage die heilzaam zou zijn door krachtig te masseren op specifieke punten
shift	noun	ploeg van een ploegendienst
shiften	=	shift
shiftje	=	shift
shiftjes	=	shift
shifts	=	shift
shiftverband	noun	werken op verschillende tijden volgens een dienstrooster
shiftverbanden	=	shiftverband
shiitake	noun	een eetbare paddenstoel Lentinula edodes, die van nature voorkomt in China en Japan.
shiitake's	=	shiitake
shiitakes	=	shiitake
shikra	noun	Accipiter badius een kleine roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae) die leeft in verscheidene delen van Azië en Afrika.
shikra's	=	shikra
shikraatje	=	shikra
shikraatjes	=	shikra
shilling	noun	munt met een waarde gelijk aan het twintigste deel van een pond sterling
shillings	=	shilling
shillinkje	=	shilling
shillinkjes	=	shilling
shimmy	noun	societydans waarbij het lichaam schokt
shimmy's	=	shimmy
shimmyde	=	shimmyen
shimmyden	=	shimmyen
shimmye	=	shimmyen
shimmyen	verb	maken van een snelle oscillerende beweging van wielen of vleugels
shimmyend	=	shimmyen
shimmyende	=	shimmyen
shimmyt	=	shimmyen
shimofurigrondel	noun	Tridentiger bifasciatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
shimofurigrondels	=	shimofurigrondel
shimofurigrondeltje	=	shimofurigrondel
shimofurigrondeltjes	=	shimofurigrondel
shine	=	shinen
shinede	=	shinen
shineden	=	shinen
shinen	verb|informal	stralen, schitteren van trots of door een goede prestatie
shinend	=	shinen
shinende	=	shinen
shinet	=	shinen
shinrin-yoku	noun	natuurtherapie waarbij men zich wandelend onderdompelt in een bos
shintoïsme	noun	traditionele, inheemse godsdienst van Japan die voor verbondenheid met de natuur staat en beïnvloed is door het boeddhisme
shirt	noun	een hemdachtig kledingstuk voor het bovenlijf dat soms de armen deels ontbloot laat
shirtje	=	shirt
shirtjes	=	shirt
shirtreclame	noun	advertentie op een shirt van een sporter
shirtreclames	=	shirtreclame
shirts	=	shirt
shisha	noun	een apparaat voor het roken van gearomatiseerde pijptabak
shisha's	=	shisha
shishabar	noun	café waar men een o.a. een waterpijp kan roken en thee kan drinken
shishabars	=	shishabar
shishacafeetje	=	shishacafé
shishacafeetjes	=	shishacafé
shishacafé	noun	café waar men een waterpijp kan roken
shishacafés	=	shishacafé
shishalounge	noun	ruimte waar men een waterpijp kan roken
shishalounges	=	shishalounge
shishapen	noun	nepsigaret met de smaak van een waterpijp
shishapennen	=	shishapen
shishapennetje	=	shishapen
shishapennetjes	=	shishapen
shiso	noun	Perilla frutescens var. crispa een eenjarige plant die behoort tot de lipbloemenfamilie Lamiaceae
shiso's	=	shiso
shit	noun|vulgar	rommel, ellende, iets onaangenaams	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
shitzooi	noun|vulgar	ellendige toestand
shoagierzwaluw	noun	Schoutedenapus myoptilus een vogel uit de familie gierzwaluwen (Apodidae) die plaatselijk voorkomt in berggebieden in Oost- en Midden-Afrika.
shoagierzwaluwen	=	shoagierzwaluw
shoagierzwaluwtje	=	shoagierzwaluw
shoagierzwaluwtjes	=	shoagierzwaluw
shoah	noun	moord op zeer veel mensen, moord op een hele bevolkingsgroep
shoahs	=	shoah
shoakanarie	noun	Crithagra flavigula een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
shoakanaries	=	shoakanarie
shoakanarietje	=	shoakanarie
shoakanarietjes	=	shoakanarie
shoarma	noun	oriëntaals gerecht van lamsvlees
shoarma's	=	shoarma
shoarmaatje	=	shoarma
shoarmabakker	noun	iemand die shoarma bakt om het te verkopen
shoarmabakkers	=	shoarmabakker
shoarmabakkertje	=	shoarmabakker
shoarmabakkertjes	=	shoarmabakker
shoarmarol	noun	snack met van binnen shoarmavlees in een omhulsel van filodeeg
shoarmarollen	=	shoarmarol
shoarmarolletje	=	shoarmarol
shoarmarolletjes	=	shoarmarol
shoarmatent	noun	restaurant of cafetaria waar men shoarmavlees bereidt en serveert
shoarmatenten	=	shoarmatent
shoarmatentje	=	shoarmatent
shoarmatentjes	=	shoarmatent
shoarmazaak	noun	een café of restaurant waar je klaargemaakt lamsvlees kunt kopen
shoarmazaakje	=	shoarmazaak
shoarmazaakjes	=	shoarmazaak
shoarmazaken	=	shoarmazaak
shock	noun	een toestand die ontstaat door acute te geringe bloedtoevoer naar weefsels door ondervulling van het slagaderlijk systeem.
shockbehandeling	noun	het plotseling stoppen van overheidsingrijpen in een sterk door de overheid gecontroleerde economie
shockbehandelingen	=	shockbehandeling
shockbehandelingetje	=	shockbehandeling
shockbehandelingetjes	=	shockbehandeling
shockblog	noun	weblog die bedoeld is om te shockeren
shockblogs	=	shockblog
shocke	=	shocken
shockeer	=	shockeren
shockeerde	=	shockeren
shockeerden	=	shockeren
shockeert	=	shockeren
shocken	verb|informal	geven van een elektroshocktherapie
shockend	=	shocken
shockende	=	shocken
shockere	=	shockeren
shockeren	verb	een emotionele schok bij iemand veroorzaken
shockerend	adj	schokkend
shockerende	=	shockeren
shockerends	=	shockerend
shocking	adj	van een bepaalde gebeurtenis dat je er boos en verbaasd over bent
shockings	=	shocking
shockje	=	shock
shockjes	=	shock
shockproof	adj	bestand tegen schokken
shockproofs	=	shockproof
shocks	=	shock
shockschadevergoeding	noun	schadevergoeding voor geestelijk letsel (psychische schade) die ontstaat na de directe confrontatie met een ernstig ongeval of misdrijf, of bij het waarnemen van de ernstige gevolgen daarvan bij een dierbare.
shockschadevergoedingen	=	shockschadevergoeding
shockschadevergoedinkje	=	shockschadevergoeding
shockschadevergoedinkjes	=	shockschadevergoeding
shockt	=	shocken
shockte	=	shocken
shockten	=	shocken
shocktherapie	noun	is een behandeling van patiënten waarbij door middel van het opwekken van een epileptisch insult, uitgelokt door een stroomstoot door het hoofd, getracht wordt bepaalde psychiatrische aandoeningen te behandelen
shocktherapieën	=	shocktherapie
shocktoestand	noun	het in een shock te verkeren
shocktoestanden	=	shocktoestand
shoco	noun	Athene cunicularia arubensis een voor Aruba endemische ondersoort van de holenuil.
shoco's	=	shoco
shocootje	=	shoco
shocootjes	=	shoco
shogi	noun	Japanse vorm van schaak
shogun	noun	Japanse krijgsheer, opperbevelhebber van het Japanse leger
shoguns	=	shogun
shoot	noun	opname van een serie foto's op een bepaalde locatie met eenzelfde onderwerp	intj|vulgar	uitroep van ergernis
shoot-out	noun	gevecht met vuurwapens dat duurt tot een van de partijen is uitgeschakeld
shoot-outs	=	shoot-out
shoots	=	shoot
shop	noun	een winkel
shopaholic	noun	iemand die verslaafd is aan winkelen
shopaholics	=	shopaholic
shophop	=	shophoppen
shophoppe	=	shophoppen
shophoppen	verb	als tijdverdrijf een reeks korte bezoeken aan verschillende winkels brengen
shophoppend	=	shophoppen
shophoppende	=	shophoppen
shophopt	=	shophoppen
shophopte	=	shophoppen
shophopten	=	shophoppen
shopje	=	shop
shopjes	=	shop
shopmanager	noun	leider van een winkel
shopmanagers	=	shopmanager
shoppe	=	shoppen
shoppen	verb|informal	winkelen
shoppend	=	shoppen
shoppende	=	shoppen
shopper	noun	grote boodschappentas of boodschappenwagentje
shoppers	=	shopper
shoppertje	=	shopper
shoppertjes	=	shopper
shopping	noun	het winkelen, het boodschappen doen
shops	=	shop
shopt	=	shoppen
shopte	=	shoppen
shopten	=	shoppen
short	noun	broek met korte pijpen	adj	kort
shortje	=	short
shortjes	=	short
shortlist	noun	korte lijst die bestaat uit een selectie uit een langere lijst
shortlists	=	shortlist
shorts	=	short
shorttrack	noun	een schaatsdiscipline waarbij op een baan van 111,12 meter op diverse afstanden geschaatst wordt door meerdere rijders tegelijk
shorttracke	=	shorttracken
shorttracken	verb	schaatsen op een baan van 111,11 m lengte die is uitgezet op een ijshockeyveld
shorttrackend	=	shorttracken
shorttrackende	=	shorttracken
shorttracker	noun	sporter die actief is op de kortebaan bij het schaatsen
shorttrackers	=	shorttracker
shorttrackster	noun	vrouw die actief is bij het kortebaanschaatsen
shorttracksters	=	shorttrackster
shorttrackt	=	shorttracken
shorttrackte	=	shorttracken
shorttrackten	=	shorttracken
shot	noun	foto- of filmopname
shotgun	noun	geweer gemaakt om met hagel op wild te schieten
shotguns	=	shotgun
shotje	=	shot
shotjes	=	shot
shots	=	shot
shotte	=	shotten
shotten	verb	intraveneus inspuiten van (illegale) verdovende drugs
shottend	=	shotten
shottende	=	shotten
shoulder	=	shoulderen
shoulderde	=	shoulderen
shoulderden	=	shoulderen
shouldere	=	shoulderen
shoulderen	verb	wachtwoorden of pincodes van iemand stelen door stieken over de schouder van die persoon mee te kijken
shoulderend	=	shoulderen
shoulderende	=	shoulderen
shouldert	=	shoulderen
shovel	noun	graafmachine op banden met een beweegbare laadschop die zowel kan graven als grond verplaatsen
shovels	=	shovel
shoveltje	=	shovel
show	noun	een onderhoudende presentatie.
showbink	noun	opschepper
showbinken	=	showbink
showbizz	noun	de entertainment-industrie.
showbusiness	noun	term voor de entertainment-industrie
showcase	noun	iets wat dient om iets op een positieve manier te tonen aan anderen
showcases	=	showcase
showde	=	showen
showden	=	showen
showe	=	showen
showen	verb	laten zien om te laten beoordelen, laten zien om indruk te maken
showend	=	showen
showende	=	showen
showkleding	noun	kleding die specifiek is ontworpen of gedragen wordt om op te vallen, een personage neer te zetten of een visueel spektakel te bieden tijdens optredens, shows of presentaties.
showlieden	=	showman
showlui	=	showman
showman	noun	iemand die een optreden heeft voor het publiek
showmannen	=	showman
showmannetje	=	showman
showmannetjes	=	showman
showminnend	adj	betreffende een groep mensen aan te duiden die een grote voorliefde, interesse of passie heeft voor de showbizz, amusement, entertainment of de schijnwerpers
showminnende	=	showminnend
showminnender	=	showminnend
showminnendere	=	showminnend
showminnenders	=	showminnend
showminnends	=	showminnend
showminnendst	=	showminnend
showminnendste	=	showminnend
showmodel	noun	een exemplaar van een product dat dient om getoond te worden aan belangstellenden, maar niet om verkocht wordt
showmodellen	=	showmodel
shownieuws	noun	programma op radio of tv waarin men bericht over amusement
showpik	noun	een jongen die heel erg stoer doet
showpikje	=	showpik
showpikjes	=	showpik
showpikken	=	showpik
showproces	noun	proces dat weinig met rechtspraak van doen heeft en waarbij de uitkomst (=schuldigverklaring van de verdachten) al bij voorbaat vaststaat
showprocesje	=	showproces
showprocesjes	=	showproces
showprocessen	=	showproces
showroom	noun	zaal waarin koopwaar tentoongesteld staat
showroompje	=	showroom
showroompjes	=	showroom
showrooms	=	showroom
shows	=	show
showt	=	showen
showtas	noun	transparante kunststof hoes, meestal A4-formaat, met een geperforeerde strook aan de zijkant
showtasje	=	showtas
showtasjes	=	showtas
showtassen	=	showtas
showtime	noun	Amerikaanse betaaltelevisiezender
showtje	=	show
showtjes	=	show
shoyu	noun	saus gemaakt van gefermenteerde sojabonen met graan
shrapnel	noun	langwerpig projectiel dat is gevuld met springstof en kogeltjes of schroot, bedoeld om zoveel mogelijk slachtoffers te maken wanneer het in de buurt van mensen ontploft
shrapnels	=	shrapnel
shred	=	shredden
shredde	=	shredden
shredden	verb	met een machine in kleine stukjes hakken
shreddend	=	shredden
shreddende	=	shredden
shredder	noun	machine voor het versnipperen van voorwerpen (papier, auto´s etc)
shredders	=	shredder
shredt	=	shredden
shuar	noun	lid van een inheems volk dat in Peru en Ecuador leeft
shuars	=	shuar
shufflegeneratie	noun	generatie van twintigers die geen doorzettingsvermogen zouden hebben en snel wisselen van studie, partner, werk en muziekvoorkeur
shufflegeneraties	=	shufflegeneratie
shunt	noun	kunstmatige verbinding tussen twee kanalen of bloedvaten, meestal van een slagader naar een andere ader
shunte	=	shunten
shunten	verb	parallel schakelen
shuntend	=	shunten
shuntende	=	shunten
shuntje	=	shunt
shuntjes	=	shunt
shunts	=	shunt
shuntte	=	shunten
shuntten	=	shunten
shutter	noun	horizontale strippen die gekanteld kunnen worden in een kozijn en zo naar believen een raam open of dicht kunnen maken of de zon kunnen weren als de lamellen ondoorzichtig zijn
shutters	=	shutter
shuttertje	=	shutter
shuttle	noun	object bestaande uit een kurk en veren dat als bal gebruikt wordt bij badminton
shuttlebus	noun	een passagiersbus die zonder dienstregeling en zonder tussenstops tussen twee bestemmingen heen en weer blijft rijden
shuttlebusje	=	shuttlebus
shuttlebusjes	=	shuttlebus
shuttlebussen	=	shuttlebus
shuttles	=	shuttle
shuttletje	=	shuttle
shuttletrein	noun	treinverbinding over een korte afstand
shuttletreinen	=	shuttletrein
si	noun	zevende muzieknoot in de toonladder.
si's	=	si
si-basiseenheden	=	si-basiseenheid
si-basiseenheid	noun	fundamentele eenheden voor natuurkundige grootheden gedefinieerd in het SI-stelsel.
si-basiseenheidje	=	si-basiseenheid
si-basiseenheidjes	=	si-basiseenheid
si-eenheden	=	si-eenheid
si-eenheid	noun	eenheid volgens het Internationale Stelsel van Eenheden; Système International d'Unités, SI
si-eenheidje	=	si-eenheid
si-eenheidjes	=	si-eenheid
si-gewricht	noun	gewricht bij het heiligbeen
si-gewrichten	=	si-gewricht
si-gewrichtje	=	si-gewricht
si-gewrichtjes	=	si-gewricht
si-prefix	noun	een decimaal voorvoegsel dat kan worden toegevoegd aan elke eenheid van het SI-systeem, om aan te geven dat het om veelvouden of delen van die eenheden gaat.
si-prefixen	=	si-prefix
si-prefixje	=	si-prefix
si-prefixjes	=	si-prefix
si-stelsel	noun	het op 11 oktober 1960 ingevoerde Internationaal Stelsel van Eenheden (SI) dat wordt beheerd door het Bureau international des poids et mesures in Sèvres (Frankrijk)
si-systeem	noun	Internationaal Stelsel van Eenheden (SI)
si-voorvoegsel	noun	een decimaal voorvoegsel dat kan worden toegevoegd aan elke eenheid van het SI-systeem, om aan te geven dat het om veelvouden of delen van die eenheden gaat.
si-voorvoegsels	=	si-voorvoegsel
si-voorvoegseltje	=	si-voorvoegsel
si-voorvoegseltjes	=	si-voorvoegsel
sialia	noun	Sialia een geslacht van vogels uit de familie van de lijsters (Turdidae).
sialia's	=	sialia
sialiaatje	=	sialia
sialiaatjes	=	sialia
siamang	noun	soort kleine mensaap Symphalangus syndactylus die voorkomt in Malakka en op Sumatra
siamangs	noun	Symphalangus een van de vier geslachten uit de familie gibbons.
siamees	noun	ras van huiskatten, afkomstig uit Siam (Thailand)
siameesje	=	siamees
siameesjes	=	siamees
siamese	=	siamees
siamezen	=	siamees
sianakatetraka	noun	Xanthomixis tenebrosa een zangvogel uit de familie Bernieridae.
sianakatetraka's	=	sianakatetraka
sianakatetrakaatje	=	sianakatetraka
sianakatetrakaatjes	=	sianakatetraka
siantarazwaluw	noun	Pseudochelidon sirintarae een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
siantarazwaluwen	=	siantarazwaluw
siantarazwaluwtje	=	siantarazwaluw
siantarazwaluwtjes	=	siantarazwaluw
siaudwergooruil	noun	Otus siaoensis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
siaudwergooruilen	=	siaudwergooruil
siaudwergooruiltje	=	siaudwergooruil
siaudwergooruiltjes	=	siaudwergooruil
siaupitta	noun	Erythropitta palliceps een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
siaupitta's	=	siaupitta
siaupittaatje	=	siaupitta
siaupittaatjes	=	siaupitta
sibbe	noun	familie
sibbeling	noun	kind van dezelfde ouders, brus
sibbelingen	=	sibbeling
sibbelings	=	sibbeling
sibben	=	sibbe
sibbes	=	sibbe
sibbetje	=	sibbe
sibbetjes	=	sibbe
sibeer	noun	Siberische kat, Siberische boskat
sibeertje	=	sibeer
sibeertjes	=	sibeer
siberen	=	sibeer
siberisch	adj	op Siberië betrekking hebbend, uit, van Siberië
siberische	=	siberisch
siberischer	=	siberisch
siberischere	=	siberisch
siberischers	=	siberisch
sibiboesi	=	sibibusi
sibibusi	noun	zware tropische regenbui die gepaard gaat met heftige windstoten
sibibusi's	=	sibibusi
sibille	noun	een vrouwelijke orakel uit de Grieks-Romeinse oudheid
sibillen	=	sibille
sibillijns	adj	met eigenschappen die passen bij een Sibille
sibillijnse	=	sibillijns
sibillijnser	=	sibillijns
sibillijnsere	=	sibillijns
sibillijnsers	=	sibillijns
sibillijnst	=	sibillijns
sibillijnste	=	sibillijns
sic	adv	op deze manier
sicav	noun	de Franstalige vorm van bevek en staat voor Société d'investissement à capital variable
sicavs	=	sicav
siccatief	noun	een toevoeging aan verf om de droogtijd te verkorten
siccatieven	=	siccatief
sichuanbharal	noun	Pseudois schaeferi is een zoogdier uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
sichuanbharals	=	sichuanbharal
sichuanbharaltje	=	sichuanbharal
sichuanbharaltjes	=	sichuanbharal
sichuanbosmuis	noun	Apodemus latronum knaagdier uit het geslacht bosmuizen (Apodemus) dat voorkomt in Zuid-Volksrepubliek China (Oost-Tibet, Qinghai, Yunnan en Sichuan) en Noord-Myanmar.
sichuanbosmuisje	=	sichuanbosmuis
sichuanbosmuisjes	=	sichuanbosmuis
sichuanbosmuizen	=	sichuanbosmuis
sichuanlijster	noun	Zoothera griseiceps een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
sichuanlijsters	=	sichuanlijster
sichuanlijstertje	=	sichuanlijster
sichuanlijstertjes	=	sichuanlijster
sichuanmatkop	noun	Poecile weigoldicus een zangvogel uit de familie van echte mezen (Paridae)
sichuanmatkopje	=	sichuanmatkop
sichuanmatkopjes	=	sichuanmatkop
sichuanmatkoppen	=	sichuanmatkop
sichuanstruikzanger	noun	Locustella chengi een zangvogel uit de familie van de Locustellidae.
sichuanstruikzangers	=	sichuanstruikzanger
sichuanstruikzangertje	=	sichuanstruikzanger
sichuanstruikzangertjes	=	sichuanstruikzanger
sichuantakin	noun	Budorcas taxicolor tibetana is een van de vier ondersoorten van de takin.
sichuantakinnetje	=	sichuantakin
sichuantakinnetjes	=	sichuantakin
sichuantakins	=	sichuantakin
sichuanwapiti	noun	een ondersoort Cervus canadensis macneilli van de wapiti die voorkomt in westelijk China.
sichuanwapiti's	=	sichuanwapiti
sichuanwapitietje	=	sichuanwapiti
sichuanwapitietjes	=	sichuanwapiti
siciliaan	noun	een inwoner van Sicilië, of iemand afkomstig uit Sicilië
siciliaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Sicilië
siciliaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Sicilië, of een vrouw afkomstig uit Sicilië
siciliaansen	=	siciliaanse
siciliaanser	=	siciliaans
siciliaansere	=	siciliaans
siciliaansers	=	siciliaans
siciliaanst	=	siciliaans
siciliaanstalig	adj	de Siciliaanse taal sprekend
siciliaanstalige	=	siciliaanstalig
siciliaanstaligs	=	siciliaanstalig
siciliaanste	=	siciliaans
sicilianen	=	siciliaan
sickbuildingsyndromen	=	sickbuildingsyndroom
sickbuildingsyndroom	noun	ziekte ten gevolge van een slecht leefklimaat in kantoorgebouwen
sidder	=	sidderen
sidderaal	noun	bepaald soort grote, palingachtige vis die zware stroomstoten kan afgeven, Electrophorus electricus
sidderaaltje	=	sidderaal
sidderaaltjes	=	sidderaal
sidderalen	=	sidderaal
sidderde	=	sidderen
sidderden	=	sidderen
siddere	=	sidderen
sidderen	verb	van angst beven
sidderend	adj	trillend van angst
sidderende	=	sidderen
sidderends	=	sidderend
siddering	noun	een beving van het lichaam meestal door koude, angst of andere heftige emoties
sidderingen	=	siddering
siddermeervallen	noun	een familie Malapteruridae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
sidderrog	noun	naam voor soorten platvis uit de familie Torpedinidae die hun prooi kunnen verdoven met een elektrische stroomstoot
sidderroggen	noun	een familie Torpedinidae van de roggen (Batoidea) met grote borstvinnen.
sidderrogje	=	sidderrog
sidderrogjes	=	sidderrog
sidderspotlijster	noun	Cinclocerthia ruficauda een vogelsoort uit de familie van de spotlijsters (Mimidae) die voorkomt op de Kleine Antillen.
sidderspotlijsters	noun	een geslacht Cinclocerthia van zangvogels uit de familie spotlijsters (Mimidae)
sidderspotlijstertje	=	sidderspotlijster
sidderspotlijstertjes	=	sidderspotlijster
siddert	=	sidderen
sidecar	noun	aan de zijkant van een motorfiets bevestigde bak op een derde wiel die plaats biedt aan een passagier
sidecars	=	sidecar
sidechick	noun	vrouw waarmee men een niet-officiële relatie heeft naast de vrouw waarmee men getrouwd is
sidechicks	=	sidechick
sidekick	noun	een assistent van een persoon.
sidekickje	=	sidekick
sidekickjes	=	sidekick
sidekicks	=	sidekick
sideman	noun	iemand die in een min of meer ondergeschikte rol optreedt als begeleider van een beroemd musicus
sidemen	=	sideman
sideraal	adj	betrekking hebbend op de sterren
sideraals	=	sideraal
sideraalst	=	sideraal
sideraalste	=	sideraal
siderale	=	sideraal
sideraler	=	sideraal
sideralere	=	sideraal
sideralers	=	sideraal
siderisch	adj	betrekking hebbend op (de stand van) de sterren
siderische	=	siderisch
siderischer	=	siderisch
siderischere	=	siderisch
siderischers	=	siderisch
siderium	noun	geologisch tijdperk, eerste periode van het paleoproterozoïcum, van 2,5 to 2,3 miljard jaar geleden
siderografie	noun	drukken met een een staalplaat met name van postzegels en bankbiljetten
sidewinder	noun	type van supersonische korteafstandsraket
sidewinders	=	sidewinder
sidoer	noun	dagelijks gebedenboek
sidoeriem	=	sidoer
sidra	noun	wekelijks wisselende Toraperikoop die in de synagoge wordt gelezen
sidrot	=	sidra
sief	noun|informal	syfilis
siemens	noun	SI-eenheid van elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, weergegeven met het symbool S het is de inverse van de ohm
siemensen	=	siemens
siemensje	=	siemens
siemensjes	=	siemens
sien	noun	21ste letter van het alfabet (een van de twee varianten daarvan)
sienna	noun	een bruinachtige kleur, dat gebaseerd is op een kleisoort
siennakleur	noun	de kleur sienna, een bruinachtige kleur
siennakleurig	adj	de kleur sienna hebbend
siennakleurige	=	siennakleurig
siennakleurigs	=	siennakleurig
siens	=	sien
siepel	=	siepelen
siepelde	=	siepelen
siepelden	=	siepelen
siepele	=	siepelen
siepelen	verb	van water, bloed e.d. geleidelijk doordringen, langzaam vloeien
siepelend	=	siepelen
siepelende	=	siepelen
siepelt	=	siepelen
siepen	=	zijpen
sieper	=	sieperen
sieperde	=	sieperen
sieperden	=	sieperen
siepere	=	sieperen
sieperen	verb	van vloeistoffen geleidelijk doordringen, langzaam vloeien
sieperend	=	sieperen
sieperende	=	sieperen
siepert	=	sieperen
sier	noun	rijkelijk eten en drinken zoals een gast die van een goede gastheer krijgt
sieraad	noun	een voorwerp, meestal van edele metalen en edelstenen, dat bedoeld is het menselijk lichaam te tooien
sieraadje	=	sieraad
sieraadjes	=	sieraad
sieraardschildpad	noun	Rhinoclemmys pulcherrima een schildpad uit de familie Geoemydidae.
sieraardschildpadden	=	sieraardschildpad
sieraardschildpadje	=	sieraardschildpad
sieraardschildpadjes	=	sieraardschildpad
sieraden	=	sieraad
sieradendoos	noun	een speciaal ontworpen opbergdoos om sieraden zoals ringen, kettingen, oorbellen en armbanden georganiseerd, veilig en beschermd te bewaren
sieradendoosje	=	sieradendoos
sieradendoosjes	=	sieradendoos
sieradendozen	=	sieradendoos
sieradenhouder	noun	een praktische en stijlvolle organizer om kettingen, armbanden, oorbellen en ringen overzichtelijk op te bergen en te presenteren
sieradenhouders	=	sieradenhouder
sieradenhoudertje	=	sieradenhouder
sieradenhoudertjes	=	sieradenhouder
sieradenrek	noun	een praktische en stijlvolle organizer om kettingen, armbanden, oorbellen en ringen overzichtelijk op te bergen en te presenteren
sieradenrekje	=	sieradenrek
sieradenrekjes	=	sieradenrek
sieradenrekken	=	sieradenrek
sieradenstandaard	noun	een praktische en stijlvolle organizer om kettingen, armbanden, oorbellen en ringen overzichtelijk op te bergen en te presenteren
sieradenstandaarden	=	sieradenstandaard
sieradenstandaardje	=	sieradenstandaard
sieradenstandaardjes	=	sieradenstandaard
sieradenstandaards	=	sieradenstandaard
sieradiën	noun|obsolete	onregelmatig gevormd meervoud van sieraad
sieranker	noun	fraai uitgevoerd muuranker
sierankers	=	sieranker
sierankertje	=	sieranker
sierankertjes	=	sieranker
sierbestrating	noun	verhard wegdek dat bestaat uit fraaie stenen of stenen in een fraai patroon gelegd
sierbestratingen	=	sierbestrating
sierbomen	=	sierboom
sierboom	noun	een boom met een mooi uiterlijk maar geen praktisch nut heeft
sierboompje	=	sierboom
sierboompljes	=	sierboom
sierde	=	sieren
sierdekkleden	=	sierdekkleed
sierdekkleed	noun	deken die je over bijvoorbeeld een bank kunt leggen als versiersel
sierdekkleedje	=	sierdekkleed
sierdekkleedjes	=	sierdekkleed
sierden	=	sieren
sierdoosschildpad	noun	Terrapene ornata een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
sierdoosschildpadden	=	sierdoosschildpad
sierdoosschildpadje	=	sierdoosschildpad
sierdoosschildpadjes	=	sierdoosschildpad
siere	=	sieren
sieren	verb	tooien, tot eer zijn / strekken
sierend	=	sieren
sierende	=	sieren
siergewas	noun	een gewas dat alleen maar geteeld wordt omdat het een mooi uiterlijk heeft
siergewasje	=	siergewas
siergewasjes	=	siergewas
siergewassen	=	siergewas
siergras	noun	gras voor in de tuin
siergrasje	=	siergras
siergrasjes	=	siergras
siergrassen	=	siergras
sierhoningzuiger	noun	Cinnyris erythrocercus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
sierhoningzuigers	=	sierhoningzuiger
sierhoningzuigertje	=	sierhoningzuiger
sierhoningzuigertjes	=	sierhoningzuiger
sierkolen	=	sierkool
sierkool	noun	een variëteit Brassica oleracea var. acephala van kool die als sierplant wordt gebruikt.
sierkooltje	=	sierkool
sierkooltjes	=	sierkool
sierlijk	adj	met gratie	adv	met gratie
sierlijke	=	sierlijk
sierlijker	=	sierlijk
sierlijkere	=	sierlijk
sierlijkers	=	sierlijk
sierlijkheden	=	sierlijkheid
sierlijkheid	noun	de mate waarin iets er mooi of fraai uitziet
sierlijks	=	sierlijk
sierlijkst	=	sierlijk
sierlijkste	=	sierlijk
sierlijst	noun	rand van stevig materiaal die als verfraaiing om een schilderij, foto of andere afbeelding is aangebracht
sierlijsten	=	sierlijst
sierlijstje	=	sierlijst
sierlijstjes	=	sierlijst
siernetel	noun	bepaald soort plant, Solenostemon scutellarioides uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
siernetels	=	siernetel
sierneteltje	=	siernetel
sierneteltjes	=	siernetel
sierplant	noun	benaming voor soorten en rassen van planten die vooral worden gebruikt om hun omgeving te verfraaien
sierplanten	=	sierplant
sierplantje	=	sierplant
sierplantjes	=	sierplant
sierpleister	noun	een laag pleister (of een andere mortel), die op een binnen- of buitenmuur, een plafond of gewelf is aangebracht en daarna, al dan niet met behulp van sjablonen, op een kunstzinnige manier is bewerkt tot een decoratief geheel
sierpleisters	=	sierpleister
sierpompoen	noun	Cucurbita pepo een plantensoort uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
sierpompoenen	=	sierpompoen
sierpompoentje	=	sierpompoen
sierpompoentjes	=	sierpompoen
sierpot	noun	een sierlijk uitgevoerde (bloem)pot
sierpotje	=	sierpot
sierpotjes	=	sierpot
sierpotten	=	sierpot
sierra-koningsmakreel	noun	Scomberomorus sierra een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
sierra-koningsmakreeltje	=	sierra-koningsmakreel
sierra-koningsmakreeltjes	=	sierra-koningsmakreel
sierra-koningsmakrelen	=	sierra-koningsmakreel
sierra-madrekraai	noun	Corvus sierramadrensis (synoniem Corvus samarensis) een vogel uit de familie van de kraaien.
sierra-madrekraaien	=	sierra-madrekraai
sierra-madrekraaitje	=	sierra-madrekraai
sierra-madrekraaitjes	=	sierra-madrekraai
sierra-nevadamierpitta	noun	Grallaria spatiator een zangvogel uit de familie Grallariidae.
sierra-nevadamierpitta's	=	sierra-nevadamierpitta
sierra-nevadamierpittaatje	=	sierra-nevadamierpitta
sierra-nevadamierpittaatjes	=	sierra-nevadamierpitta
sierrade-uspallatachinchillarat	noun	een chinchillarat Abrocoma uspallata die voorkomt in de Argentinië provincie Mendoza.
sierrade-uspallatachinchillaratje	=	sierrade-uspallatachinchillarat
sierrade-uspallatachinchillaratjes	=	sierrade-uspallatachinchillarat
sierrade-uspallatachinchillaratten	=	sierrade-uspallatachinchillarat
sierradeambatochinchillarat	noun	een chinchillarat Abrocoma budini die voorkomt in het zuidoosten van Catamarca en waarschijnlijk het noordoosten van La Rioja, in de Sierra de Ambato.
sierradeambatochinchillaratje	=	sierradeambatochinchillarat
sierradeambatochinchillaratjes	=	sierradeambatochinchillarat
sierradeambatochinchillaratten	=	sierradeambatochinchillarat
sierradefamatinachinchillarat	noun	een chinchillarat Abrocoma famatina die voorkomt in de Argentinië provincie La Rioja, en wel van de Sierra de Famatina.
sierradefamatinachinchillaratje	=	sierradefamatinachinchillarat
sierradefamatinachinchillaratjes	=	sierradefamatinachinchillarat
sierradefamatinachinchillaratten	=	sierradefamatinachinchillarat
sierradeltontalchinchillarat	noun	een chinchillarat Abrocoma schistacea die voorkomt in de Argentinië provincie San Juan, en wel van de Sierra del Tontal.
sierradeltontalchinchillaratje	=	sierradeltontalchinchillarat
sierradeltontalchinchillaratjes	=	sierradeltontalchinchillarat
sierradeltontalchinchillaratten	=	sierradeltontalchinchillarat
sierragoffer	noun	een knaagdier Thomomys monticola uit de familie van de goffers (Geomyidae).
sierragoffers	=	sierragoffer
sierragoffertje	=	sierragoffer
sierragoffertjes	=	sierragoffer
sierramadregors	noun	een zangvogel Xenospiza baileyi uit de familie van de Amerikaanse gorzen.
sierramadregorsje	=	sierramadregors
sierramadregorsjes	=	sierramadregors
sierramadregorzen	=	sierramadregors
sierranevadamierpitta	noun	Grallaria spatiator een zangvogel uit de familie Grallariidae.
sierranevadamierpitta's	=	sierranevadamierpitta
sierranevadamierpittaatje	=	sierranevadamierpitta
sierranevadamierpittaatjes	=	sierranevadamierpitta
sierranevadasteenbok	noun	Capra pyrenaica hispanica een van de twee voortlevende ondersoorten van de Spaanse steenbok (Capra pyrenaica) en werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door H. R. Schimper in 1848
sierranevadasteenbokje	=	sierranevadasteenbok
sierranevadasteenbokjes	=	sierranevadasteenbok
sierranevadasteenbokken	=	sierranevadasteenbok
sierras	noun	ras dat voornamelijk voor de sier wordt gehouden
sierrasje	=	sierras
sierrasjes	=	sierras
sierrassen	=	sierras
sierrawipstaart	noun	Cinclodes comechingonus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
sierrawipstaarten	=	sierrawipstaart
sierrawipstaartje	=	sierrawipstaart
sierrawipstaartjes	=	sierrawipstaart
sierschildpad	noun	Chrysemys picta een waterbewonende schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
sierschildpadden	noun	een geslacht Chrysemys van waterbewonende schildpadden uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
sierschildpadje	=	sierschildpad
sierschildpadjes	=	sierschildpad
siersel	noun	iets wat is aangebracht ter verfraaiing, maar verder geen nuttig doel heeft
siersels	=	siersel
sierseltje	=	siersel
sierseltjes	=	siersel
sierspeld	noun	een sieraad dat wordt opgespeld om kleding te versieren, meestal door vrouwen gedragen
sierspelden	=	sierspeld
sierspeldje	=	sierspeld
sierspeldjes	=	sierspeld
siersteen	noun	Steen die vooral voor de sier wordt geplaatst
siersteentje	=	siersteen
siersteentjes	=	siersteen
sierstenen	=	siersteen
sierstenenmusea	=	sierstenenmuseum
sierstenenmuseum	noun	museum waarin sierstenen zijn te bewonderen
sierstenenmuseums	=	sierstenenmuseum
sierstrip	noun	een ter versiering aangebrachte, (vaak metalen) strook
sierstripje	=	sierstrip
sierstripjes	=	sierstrip
sierstrippen	=	sierstrip
sierstrips	=	sierstrip
sierstuk	noun	iets dat alleen maar dient als versiersel
sierstukje	=	sierstuk
sierstukjes	=	sierstuk
sierstukken	=	sierstuk
siert	=	sieren
siertabak	noun	varianten van de tabaksplant die als sierplant worden gebruikt, Nicotiana alata, Nicotiana × sanderae
siertabakken	=	siertabak
siertangare	noun	Cyanicterus cyanicterus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
siertangaren	=	siertangare
siertangaretje	=	siertangare
siertangaretjes	=	siertangare
sierteelt	noun	het op grote schaal kweken van planten die dienen om iets mooier te maken
sierteelten	=	sierteelt
sierteeltsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van sierteelt
sierteeltsectoren	=	sierteeltsector
sierteeltsectors	=	sierteeltsector
siertegel	noun	tegel met figuren en patronen in verschillende kleuren
siertegels	=	siertegel
siertegeltje	=	siertegel
siertegeltjes	=	siertegel
siertuin	noun	een tuin met een fraai uiterlijk
siertuinen	=	siertuin
siertuintje	=	siertuin
siertuintjes	=	siertuin
siervis	noun	vissen die om hun esthetisch belang verzorgd en gekweekt worden
siervisje	=	siervis
siervisjes	=	siervis
siervissen	=	siervis
siervogel	noun	vogel die door de mens voor zijn fraaie veren en vorm gehouden wordt.
siervogels	=	siervogel
siervogeltje	=	siervogel
siervogeltjes	=	siervogel
siervuurwerk	noun	vuurwerk dat er op gericht is om een mooie lichtshow te geven
siervuurwerken	=	siervuurwerk
sierwater	noun	een waterwerk dat is aangelegd ter verfraaiing zonder verder praktisch nut
sierwatertje	=	sierwater
sierwatertjes	=	sierwater
siesel	noun	Spermophilus citellus eekhoorn uit de familie der eekhoorns (Sciuridae)
siesels	=	siesel
sieseltje	=	siesel
sieseltjes	=	siesel
sietje	=	si
sietjes	=	si
sievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, weergegeven met symbool Sv
sieverts	=	sievert
sifaka	noun	naam voor halfapen uit het geslacht Propithecus, dat alleen voorkomt op Madagascar
sifaka's	noun	Propithecus een geslacht van halfapen uit de familie der indriachtigen (Indriidae).
sifon	noun	geslingerde buis waarin een vloeistof blijft staan die een buis afsluit voor gassen met name in gebruik bij een waterafvoer
sifons	=	sifon
sifree	noun	boeken van
sigaar	noun	in dekblad gerolde tabak
sigaargalvlieg	noun	Lipara lucens een vliegensoort uit de familie van de halmvliegen (Chloropidae).
sigaargalvliegen	=	sigaargalvlieg
sigaargalvliegje	=	sigaargalvlieg
sigaargalvliegjes	=	sigaargalvlieg
sigaartje	=	sigaar
sigaartjes	=	sigaar
sigaarvormig	adj	vorm van een sigaar hebbend
sigaarvormige	=	sigaarvormig
sigaarvormiger	=	sigaarvormig
sigaarvormigere	=	sigaarvormig
sigaarvormigers	=	sigaarvormig
sigaarvormigs	=	sigaarvormig
sigaarvormigst	=	sigaarvormig
sigaarvormigste	=	sigaarvormig
sigaarzakdrager	noun	Taleporia tubulosa een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
sigaarzakdragers	=	sigaarzakdrager
sigaarzakdragertje	=	sigaarzakdrager
sigaarzakdragertjes	=	sigaarzakdrager
sigaren	=	sigaar
sigarenas	noun	as van de tabak van een sigaar
sigarendoosvirologen	=	sigarendoosviroloog
sigarendoosviroloog	noun	leek op het gebied van virussen en de verspreiding van virusaandoeningen die denkt er meer verstand van te hebben dan echte deskundigen
sigarenkist	noun	kist waarin men sigaren kan bewaren
sigarenkisten	=	sigarenkist
sigarenkistje	=	sigarenkist
sigarenkistjes	=	sigarenkist
sigarenkoker	noun	is een buisje (normaliter gesproken van metaal) waarin sommige sigaren verpakt worden
sigarenkokers	=	sigarenkoker
sigarenkokertje	=	sigarenkoker
sigarenkokertjes	=	sigarenkoker
sigarenmaker	noun	iemand die sigaren maakt als beroep
sigarenmakers	=	sigarenmaker
sigarenpeuk	noun	overblijfsel van een opgerookte sigaar
sigarenpeuken	=	sigarenpeuk
sigarenpeukje	=	sigarenpeuk
sigarenpeukjes	=	sigarenpeuk
sigarenpijp	noun	pijpje waarin men een sigaar kan stoppen zodat men de sigaar in zijn geheel kan oproken
sigarenpijpen	=	sigarenpijp
sigarenpijpje	=	sigarenpijp
sigarenpijpjes	=	sigarenpijp
sigarenrook	noun	rook die vrijkomt indien men een sigaar rookt
sigarenwinkel	noun	is in Nederland een winkel waar onder andere tabak, aanstekers, (kras)loten en lectuur wordt verkocht.
sigarenwinkels	=	sigarenwinkel
sigarenwinkeltje	=	sigarenwinkel
sigarenwinkeltjes	=	sigarenwinkel
sigarenzaak	noun	winkel waar men rookartikelen kan kopen (dus niet alleen sigaren)
sigarenzaakje	=	sigarenzaak
sigarenzaakjes	=	sigarenzaak
sigarenzaken	=	sigarenzaak
sigaret	noun	rolletje fijngekorven tabak in een omhulsel van speciaal papier, om daarin gerookt te worden
sigaretje	=	sigaret
sigaretjes	=	sigaret
sigaretten	=	sigaret
sigarettenaansteker	noun	apparaat waarmee men een sigaret kan aansteken; toestel waarmee men een sigarettenroker een vuurtje kan geven
sigarettenaanstekers	=	sigarettenaansteker
sigarettenaanstekertje	=	sigarettenaansteker
sigarettenaanstekertjes	=	sigarettenaansteker
sigarettenautomaat	noun	toestel dat sigaretten verstrekt na betaling
sigarettenautomaatje	=	sigarettenautomaat
sigarettenautomaatjes	=	sigarettenautomaat
sigarettenautomaten	=	sigarettenautomaat
sigarettenfabriek	noun	een bedrijf waar sigaretten wordt gemaakt en verpakt
sigarettenfabrieken	=	sigarettenfabriek
sigarettenfabriekje	=	sigarettenfabriek
sigarettenfabriekjes	=	sigarettenfabriek
sigarettenhoes	noun	hoesje waar men een pakje sigaretten in kan stoppen zodat de waarschuwingsteksten van het sigarettenpakje niet meer zichtbaar zijn
sigarettenhoesje	=	sigarettenhoes
sigarettenhoesjes	=	sigarettenhoes
sigarettenhoezen	=	sigarettenhoes
sigarettenindex	noun	maat voor de erst van luchtverontreiniging waarbij men de schade door luchtverontreiniging vergelijkt met het roken van een aantal sigaretten
sigarettenindexen	=	sigarettenindex
sigarettenindices	=	sigarettenindex
sigarettenkoker	noun	platte (metalen) opbergdoos voor sigaretten
sigarettenkokers	=	sigarettenkoker
sigarettenpakje	noun	kartonnen doosje waarin ongeveer 20-25 sigaretten zitten
sigarettenpakjes	=	sigarettenpakje
sigarettenpeuk	noun	overgebleven eindje van een gerookte sigaret
sigarettenpeuken	=	sigarettenpeuk
sigarettenpeukje	=	sigarettenpeuk
sigarettenpeukjes	=	sigarettenpeuk
sigarettenpijpje	noun	klein pijpje waarin men een sigaret kan stoppen als men die sigaret wil roken
sigarettenpijpjes	=	sigarettenpijpje
sigarettenrook	noun	de rook die bij het roken van een sigaret (of meer algemeen bij het verbranden van tabak) ontstaat
sightseeing	noun	een vluchtige, toeristische bezichtiging, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de bezienswaardigheden
sightseeën	verb	bezienswaardigheden bekijken
sigillografie	noun	beschrijving en studie van oude zegels
sigma	noun	naam van de Griekse letter Σ
sigma's	=	sigma
sigma-uil	noun	Eugraphe sigma een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).
sigma-uilen	=	sigma-uil
sigma-uiltje	=	sigma-uil
sigma-uiltjes	=	sigma-uil
sigmaatje	=	sigma
sigmavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter sigma
sigmavarianten	=	sigmavariant
signa	=	signum
signaal	noun	een vorm van informatie met een genormeerde betekenis, bv. het geven van een afgesproken teken
signaal-ruisafstand	noun	het verschil tussen het signaal- en ruisniveau op een punt, meestal uitgedrukt in decibel
signaal-ruisafstanden	=	signaal-ruisafstand
signaal-ruisafstandje	=	signaal-ruisafstand
signaal-ruisafstandjes	=	signaal-ruisafstand
signaal-ruisverhouding	noun	de mate waarin een signaal sterker is dan de ruis, meestal uitgedrukt in decibel
signaal-ruisverhoudingen	=	signaal-ruisverhouding
signaal-ruisverhoudingetje	=	signaal-ruisverhouding
signaal-ruisverhoudingetjes	=	signaal-ruisverhouding
signaal-stoorafstand	noun	het verschil tussen de sterkte van het gewenste signaal, en de sterkte van de ruis en ongewenste signalen, meestal uitgedrukt in decibel
signaal-stoorafstanden	=	signaal-stoorafstand
signaal-stoorafstandje	=	signaal-stoorafstand
signaal-stoorafstandjes	=	signaal-stoorafstand
signaalanalyse	noun	een vakgebied in onder andere de elektrotechniek en de akoestiek waarbij signaaleigenschappen onderzocht worden en visueel zichtbaar gemaakt, heden ten dage steeds meer op digitale manier m.b.v. computers
signaalanalysen	=	signaalanalyse
signaalanalyses	=	signaalanalyse
signaalbij	noun	Nomada signata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
signaalbijen	=	signaalbij
signaalbijtje	=	signaalbij
signaalbijtjes	=	signaalbij
signaalblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5005 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5005 ( ).
signaalblauwe	=	signaalblauw
signaalblauws	=	signaalblauw
signaalbruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8002 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8002 ( ).
signaalbruine	=	signaalbruin
signaalbruins	=	signaalbruin
signaalfunctie	noun	functie om de aandacht op iets te vestigen
signaalfuncties	=	signaalfunctie
signaalgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1003 ( ); een felle gele kleur, zoals die wel gebruikt wordt om iets op te laten vallen.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1003 ( ).
signaalgeels	=	signaalgeel
signaalgele	=	signaalgeel
signaalgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7004 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7004 ( ).
signaalgrijze	=	signaalgrijs
signaalgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6032 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6032 ( ).
signaalgroene	=	signaalgroen
signaalgroenen	=	signaalgroen
signaalgroens	=	signaalgroen
signaalhoorn	noun	hoorn waarmee een signaal kan worden gegeven
signaalhoornen	=	signaalhoorn
signaalhoorns	=	signaalhoorn
signaalhoorntje	=	signaalhoorn
signaalhoorntjes	=	signaalhoorn
signaalkleur	noun	opvallende kleur geschikt voor een signaleringsfunctie
signaalkleuren	=	signaalkleur
signaalkleurtje	=	signaalkleur
signaalkleurtjes	=	signaalkleur
signaalkreeft	noun	Pacifastacus leniusculus een Amerikaanse zoetwaterkreeft.
signaalkreeften	=	signaalkreeft
signaalkreeftje	=	signaalkreeft
signaalkreeftjes	=	signaalkreeft
signaallamp	noun	een schijnwerper waarmee men (morse-) signalen kan geven
signaallampen	=	signaallamp
signaallampje	=	signaallamp
signaallampjes	=	signaallamp
signaalniveau	noun	de sterkte van het een signaal, vaak uitgedrukt in een decibel-eenheid
signaalniveaus	=	signaalniveau
signaalniveautje	=	signaalniveau
signaalniveautjes	=	signaalniveau
signaaloranje	noun	tint oranje met RAL-nummer 2010 ( ).	adj	in een tint oranje met RAL-nummer 2010 ( ).
signaalrode	=	signaalrood
signaalroden	=	signaalrood
signaalroder	=	signaalrood
signaalrodere	=	signaalrood
signaalroders	=	signaalrood
signaalrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3001 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3001 ( ).
signaalroods	=	signaalrood
signaalroodst	=	signaalrood
signaalroodste	=	signaalrood
signaalruisafstand	noun	het verschil tussen het signaal- en ruisniveau op een punt, meestal uitgedrukt in decibel
signaalruisafstanden	=	signaalruisafstand
signaalruisafstandje	=	signaalruisafstand
signaalruisafstandjes	=	signaalruisafstand
signaalruisverhouding	noun	de mate waarin een signaal sterker is dan de ruis, meestal uitgedrukt in decibel
signaalruisverhoudingen	=	signaalruisverhouding
signaalruisverhoudingetje	=	signaalruisverhouding
signaalruisverhoudingetjes	=	signaalruisverhouding
signaalsterkte	noun	de signaalspanning die in een ontvangantenne door het plaatselijke elektromagnetische veld wordt opgewekt.
signaalsterkten	=	signaalsterkte
signaalsterktetje	=	signaalsterkte
signaalsterktetjes	=	signaalsterkte
signaalstoorafstand	noun	het verschil tussen de sterkte van het gewenste signaal, en de sterkte van de ruis en ongewenste signalen, meestal uitgedrukt in decibel
signaalstoorafstanden	=	signaalstoorafstand
signaalstoorafstandje	=	signaalstoorafstand
signaalstoorafstandjes	=	signaalstoorafstand
signaaltje	=	signaal
signaaltjes	=	signaal
signaalverwerking	noun	deelgebied van de elektrotechniek en de toegepaste wiskunde, dat zich bezighoudt met operaties op of analyse van signalen, zowel in analoge als digitale vorm.
signaalverwerkingen	=	signaalverwerking
signaalviolet	noun	tint violet met RAL-nummer 4008 ( ).	adj	in een tint violet met RAL-nummer 4008 ( ).
signaalviolets	=	signaalviolet
signaalviolette	=	signaalviolet
signaalwespbij	noun	Nomada signata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
signaalwespbijen	=	signaalwespbij
signaalwespbijtje	=	signaalwespbij
signaalwespbijtjes	=	signaalwespbij
signaalwit	noun	tint grijs met RAL-nummer 9003 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 9003 ( ).
signaalwits	=	signaalwit
signaalwitte	=	signaalwit
signaalwoord	noun	woord dat aangeeft hoe twee zinsdelen, volzinnen of alinea's met elkaar verband houden
signaalwoorden	=	signaalwoord
signaalzwart	noun	tint zwart met RAL-nummer 9004 ( ).	adj	in een tint zwart met RAL-nummer 9004 ( ).
signaalzwarte	=	signaalzwart
signaalzwarts	=	signaalzwart
signael	=	signaal
signaleer	=	signaleren
signaleerde	=	signaleren
signaleerden	=	signaleren
signaleert	=	signaleren
signalement	noun	beschrijving van iemand waardoor je die persoon kunt herkennen
signalementen	=	signalement
signalementje	=	signalement
signalementjes	=	signalement
signalen	=	signaal
signalere	=	signaleren
signaleren	verb	het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen
signalerend	=	signaleren
signalerende	=	signaleren
signalering	noun	het uitwisselen (ontvangen en uitzenden) van informatie d.m.v. signalen
signaleringen	=	signalering
signaleringssysteem	noun	groep toestellen en maatregelen die een waarschuwing produceren als een bepaalde situatie ontstaat
signaleringssystemen	=	signaleringssysteem
signalisatie	noun	het geven van een teken
signalisaties	=	signalisatie
signaturen	=	signatuur
signatuur	noun	handtekening, ondertekening bij voorbeeld op een kunstwerk
signatuurleer	noun	een niet-wetenschappelijke theorie die inhoudt dat uiterlijke kenmerken van (met name) planten die overeenkomsten vertonen met delen van het menselijk lichaam, aanwijzingen geven over de delen van het menselijk lichaam waarvoor deze gebruikt kunnen worden
signatuurleren	=	signatuurleer
signeer	=	signeren
signeerde	=	signeren
signeerden	=	signeren
signeersessie	noun	bijeenkomst waar een schrijver zijn handtekening zet in een door hem geschreven
signeersessies	=	signeersessie
signeert	=	signeren
signere	=	signeren
signeren	verb	met zijn naam of handtekening ondertekenen
signerend	=	signeren
signerende	=	signeren
signet	noun	een tweezijdig bruikbaar voorwerp om afdrukken in zegellak te maken
signetten	=	signet
significa	noun	studie van de mentale associaties die mensen bij woorden en andere uitingen hebben, met de achterliggende bedoeling misverstanden tegen te gaan
significa's	=	significa
significant	adj	belangrijk
significante	=	significant
significanter	=	significant
significantere	=	significant
significanters	=	significant
significantie	noun	de mate waarin een waargenomen effect wel of niet puur toeval is
significanties	=	significantie
significants	=	significant
significantst	=	significant
significantste	=	significant
signifisch	adj	de significa betreffend
signifische	=	signifisch
signifischer	=	signifisch
signifischere	=	signifisch
signifischers	=	signifisch
signum	noun	visueel element in een document dat taalkundige betekenis heeft, zoals een letter of een leesteken, in tegenstelling tot plaatjes en versieringen
sijfel	=	sijfelen
sijfelde	=	sijfelen
sijfelden	=	sijfelen
sijfele	=	sijfelen
sijfelen	verb	sissen, fluiten
sijfelend	=	sijfelen
sijfelende	=	sijfelen
sijfelt	=	sijfelen
sijpel	=	sijpelen
sijpelde	=	sijpelen
sijpelden	=	sijpelen
sijpele	=	sijpelen
sijpelen	verb	een proces waarbij een vloeistof zich door de kieren en poriën van een vaste massa heen begeeft
sijpelend	=	sijpelen
sijpelende	=	sijpelen
sijpeling	noun	stroming van vocht in druppels of klein straaltje uit een of meer kleine openingen
sijpelingen	=	sijpeling
sijpelt	=	sijpelen
sijpen	=	zijpen
sijper	=	sijperen
sijperde	=	sijperen
sijperden	=	sijperen
sijpere	=	sijperen
sijperen	verb	van vloeistoffen geleidelijk doordringen, langzaam vloeien
sijperend	=	sijperen
sijperende	=	sijperen
sijpert	=	sijperen
sijs	noun	kleine vink Carduelis spinus in Nederland wintergast, maar tegenwoordig broedt hij daar ook
sijsje	=	sijs
sijsjes	=	sijs
sijsjeslijmer	noun|informal	futloos persoon, treuzelaar
sijsjeslijmers	=	sijsjeslijmer
sijzen	=	sijs
sik	noun	dun puntig baardje, geitenbaard
sika	noun	benaming voor een hoefdier Cervus nippon, uit de onderfamilie der echte herten Cervinae
sika's	=	sika
sikahert	noun	benaming voor een hoefdier Cervus nippon, uit de onderfamilie der echte herten Cervinae
sikaherten	=	sikahert
sikahertje	=	sikahert
sikahertjes	=	sikahert
sikh	noun	lid van een religieuze gemeenschap in Noordwest-India
sikhisme	noun	geloofsleer van de sikhs
sikhs	=	sikh
sikhtempel	noun	heiligdom van de Sikh
sikhtempels	=	sikhtempel
sikje	=	sik
sikjes	=	sik
sikkel	noun	gewichtsmaat, waarschijnlijk vaak ruim elf gram; een sjekel is een vijftigste mine en twintig gera (88×: Gen. 23:15 +, Ex. 21:32 +, Lev. 5:15 +, Num. 3:47 +, Num. 3:47 +, Num. 3:47 +, Joz. 7:21, 1 Sam. 9:8 +, 2 Sam. 14:26 +, 2 Kon. 7:1 +, Jer. 32:9, Ez. 4:10 +, Am. 8:5, Neh. 5:15 +, 1 Kron. 21:25, 2 Kron. 3:9)
sikkelbodemwevertje	noun	Palliduphantes insignis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
sikkelbodemwevertjes	=	sikkelbodemwevertje
sikkelborsteltje	noun	Potamothrix bedoti een ringworm uit de familie van de Naididae.
sikkelborsteltjes	=	sikkelborsteltje
sikkelcipres	noun	Cryptomeria japonica een conifeer uit de cipresfamilie (Cupressaceae).
sikkelcipresje	=	sikkelcipres
sikkelcipresjes	=	sikkelcipres
sikkelcipressen	=	sikkelcipres
sikkeldubbelkopje	noun	Diplocephalus lusiscus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
sikkeldubbelkopjes	=	sikkeldubbelkopje
sikkelen	=	sikkel
sikkelgoudscherm	noun	Bupleurum falcatum een plant die tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae) behoort.
sikkelgoudschermen	=	sikkelgoudscherm
sikkelgoudschermpje	=	sikkelgoudscherm
sikkelgoudschermpjes	=	sikkelgoudscherm
sikkelhooiwagenkrab	noun	Macropodia linaresi een kleine krab uit de familie Inachidae, die zeldzaam is op enige afstand voor de Belgische en de Nederlandse kust
sikkelhooiwagenkrabben	=	sikkelhooiwagenkrab
sikkelhooiwagenkrabbetje	=	sikkelhooiwagenkrab
sikkelhooiwagenkrabbetjes	=	sikkelhooiwagenkrab
sikkelklaver	noun	Medicago falcata een overblijvend kruid in de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
sikkelklavers	=	sikkelklaver
sikkelklavertje	=	sikkelklaver
sikkelklavertjes	=	sikkelklaver
sikkelkoraalzwam	noun	Clavulinopsis corniculata een schimmel in de familie Clavariaceae.
sikkelkoraalzwammen	=	sikkelkoraalzwam
sikkelkoraalzwammetje	=	sikkelkoraalzwam
sikkelkoraalzwammetjes	=	sikkelkoraalzwam
sikkelkruid	noun	Falcaria vulgaris een vaste of soms eenjarige plant, die behoort tot de schermbloemigen (Apiaceae).
sikkelkruiden	=	sikkelkruid
sikkelkruidje	=	sikkelkruid
sikkelkruidjes	=	sikkelkruid
sikkelkruiplijster	noun	Pomatorhinus superciliaris een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
sikkelkruiplijsters	=	sikkelkruiplijster
sikkelkruiplijstertje	=	sikkelkruiplijster
sikkelkruiplijstertjes	=	sikkelkruiplijster
sikkelmos	noun	een geslacht Drepanocladus van mossen behoren tot de pluisdraadmosfamilie.
sikkelmosje	=	sikkelmos
sikkelmosjes	=	sikkelmos
sikkelmossen	=	sikkelmos
sikkelmot	noun	insect uit de familie Oecophoridae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
sikkelmotje	=	sikkelmot
sikkelmotjes	=	sikkelmot
sikkelmotten	noun	Oecophoridae een familie van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
sikkeloorhoningeter	noun	Ptilotula flavescens een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
sikkeloorhoningeters	=	sikkeloorhoningeter
sikkeloorhoningetertje	=	sikkeloorhoningeter
sikkeloorhoningetertjes	=	sikkeloorhoningeter
sikkelpalpje	noun	Taranucnus setosus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
sikkelpalpjes	=	sikkelpalpje
sikkels	=	sikkel
sikkelsnavel	noun	dier (vogel) met een sikkelvormige snavel
sikkelsnavels	noun	een geslacht Drepanornis van zangvogels uit de familie paradijsvogels (Paradisaeidae)
sikkelsnaveltje	=	sikkelsnavel
sikkelsnaveltjes	=	sikkelsnavel
sikkelsprinkhaan	noun	Phaneroptera falcata een insect uit de sprinkhanenfamilie Tettigoniidae
sikkelsprinkhaantje	=	sikkelsprinkhaan
sikkelsprinkhaantjes	=	sikkelsprinkhaan
sikkelsprinkhanen	=	sikkelsprinkhaan
sikkeltje	=	sikkel
sikkeltjes	=	sikkel
sikkeltrekkervis	noun	Sufflamen bursa een straalvinnige vissensoort uit de familie van trekkervissen (Balistidae).
sikkeltrekkervisje	=	sikkeltrekkervis
sikkeltrekkervisjes	=	sikkeltrekkervis
sikkeltrekkervissen	=	sikkeltrekkervis
sikkelvanga	noun	Falculea palliata een endemische vogelsoort uit de familie vanga's (Vangidae), een familie van zangvogels die alleen op Madagaskar voorkomt
sikkelvanga's	=	sikkelvanga
sikkelvangaatje	=	sikkelvanga
sikkelvangaatjes	=	sikkelvanga
sikkelvincitroenhaai	noun	Negaprion acutidens een vis uit de familie van roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes).
sikkelvincitroenhaaien	=	sikkelvincitroenhaai
sikkelvincitroenhaaitje	=	sikkelvincitroenhaai
sikkelvincitroenhaaitjes	=	sikkelvincitroenhaai
sikkelvindraakvis	noun	Neoharriotta pinnata een vis uit de familie langneusdraakvissen.
sikkelvindraakvisje	=	sikkelvindraakvis
sikkelvindraakvisjes	=	sikkelvindraakvis
sikkelvindraakvissen	=	sikkelvindraakvis
sikkelvintoonhaai	noun	Mustelus lunulatus een haai uit de familie van de gladde haaien
sikkelvintoonhaaien	=	sikkelvintoonhaai
sikkelvintoonhaaitje	=	sikkelvintoonhaai
sikkelvintoonhaaitjes	=	sikkelvintoonhaai
sikkelvinvaalhaai	noun	Hemitriakis falcata een haai uit de familie van de gladde haaien
sikkelvinvaalhaaien	=	sikkelvinvaalhaai
sikkelvinvaalhaaitje	=	sikkelvinvaalhaai
sikkelvinvaalhaaitjes	=	sikkelvinvaalhaai
sikkelvinwezelhaai	noun	Hemigaleus microstoma een vissensoort uit de familie van de wezelhaaien (Hemigaleidae).
sikkelvinwezelhaaien	=	sikkelvinwezelhaai
sikkelvinwezelhaaitje	=	sikkelvinwezelhaai
sikkelvinwezelhaaitjes	=	sikkelvinwezelhaai
sikkelvissen	noun	een familie Drepaneidae van baarsachtige vissen met één geslacht, Drepane.
sikkelvlekmot	noun	Dolicharthria punctalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
sikkelvlekmotje	=	sikkelvlekmot
sikkelvlekmotjes	=	sikkelvlekmot
sikkelvlekmotten	=	sikkelvlekmot
sikkelvleugelgoean	noun	Chamaepetes goudotii een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
sikkelvleugelgoeannetje	=	sikkelvleugelgoean
sikkelvleugelgoeannetjes	=	sikkelvleugelgoean
sikkelvleugelgoeans	=	sikkelvleugelgoean
sikkelvleugelnachtzwaluw	noun	Eleothreptus anomalus een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
sikkelvleugelnachtzwaluwen	=	sikkelvleugelnachtzwaluw
sikkelvleugelnachtzwaluwtje	=	sikkelvleugelnachtzwaluw
sikkelvleugelnachtzwaluwtjes	=	sikkelvleugelnachtzwaluw
sikkelvleugelpiha	noun	Lipaugus uropygialis een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
sikkelvleugelpiha's	=	sikkelvleugelpiha
sikkelvleugelpihaatje	=	sikkelvleugelpiha
sikkelvleugelpihaatjes	=	sikkelvleugelpiha
sikkelvormig	adj	vorm van een sikkel hebbend
sikkelvormige	=	sikkelvormig
sikkelvormiger	=	sikkelvormig
sikkelvormigere	=	sikkelvormig
sikkelvormigers	=	sikkelvormig
sikkelvormigs	=	sikkelvormig
sikkelvormigst	=	sikkelvormig
sikkelvormigste	=	sikkelvormig
sikkelwants	noun	insect uit de familie Nabidae van wantsen, die behoort tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
sikkelwantsen	noun	Nabidae een familie van wantsen, die behoort tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera).
sikkelwantsje	=	sikkelwants
sikkelwantsjes	=	sikkelwants
sikken	=	sik
sikkeneur	noun	iemand die zich vaak onvriendelijk of lusteloos gedraagt
sikkeneuren	=	sikkeneur
sikkeneurig	adj	niet tevreden en daarom boos
sikkeneurige	=	sikkeneurig
sikkeneuriger	=	sikkeneurig
sikkeneurigere	=	sikkeneurig
sikkeneurigers	=	sikkeneurig
sikkeneurigs	=	sikkeneurig
sikkeneurigst	=	sikkeneurig
sikkeneurigste	=	sikkeneurig
sikkeneurtje	=	sikkeneur
sikkeneurtjes	=	sikkeneur
sikkepit	noun	alleen ontkennend: geen ~: niets, nog geen klein deel ervan
sikkepitje	=	sikkepit
sikkepitjes	=	sikkepit
sikker	adj	dronken
sikkerder	=	sikker
sikkerdere	=	sikker
sikkerders	=	sikker
sikkere	=	sikker
sikkers	=	sikker
sikkerst	=	sikker
sikkerste	=	sikker
sikkimspitsmuis	noun	Soriculus nigrescens insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
sikkimspitsmuisje	=	sikkimspitsmuis
sikkimspitsmuisjes	=	sikkimspitsmuis
sikkimspitsmuizen	=	sikkimspitsmuis
siksijoeroe	=	siksiyuru
siksiyuru	noun	benaming voor zangcicaden, Cicadidae
siksiyuru's	=	siksiyuru
silage	noun	vergisting van geoogste gewassen tot veevoer
silages	=	silage
silenedwergspanner	noun	Eupithecia venosata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae
silenedwergspanners	=	silenedwergspanner
silenedwergspannertje	=	silenedwergspanner
silenedwergspannertjes	=	silenedwergspanner
silenekustmot	noun	Caryocolum cauligenella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
silenekustmotje	=	silenekustmot
silenekustmotjes	=	silenekustmot
silenekustmotten	=	silenekustmot
silenemeeldauw	noun	een echte meeldauw Erysiphe buhrii uit de familie Erysiphaceae.
silenemeeldauwtje	=	silenemeeldauw
silenemeeldauwtjes	=	silenemeeldauw
silenespanner	noun	Perizoma flavofasciata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
silenespanners	=	silenespanner
silenespannertje	=	silenespanner
silenespannertjes	=	silenespanner
silex	noun	door mensen in de steentijd tot gebruiksvoorwerp bewerkte vuursteen
silexen	=	silex
silezisch	adj	op Silezië betrekking hebbend
silezische	noun	een vrouwelijke inwoner van Silezië, of een vrouw afkomstig uit Silezië
silezischen	=	silezische
silezischer	=	silezisch
silezischere	=	silezisch
silezischers	=	silezisch
silezischt	=	silezisch
silezischtalig	adj	de Silezische taal sprekend
silezischtalige	=	silezischtalig
silezischtaligs	=	silezischtalig
silezischte	=	silezisch
sileziër	noun	een inwoner van Silezië, of iemand afkomstig uit Silezië
sileziërs	=	sileziër
silhouet	noun	afbeelding van een ondoorzichtig object (zoals een persoon, voorwerp, gebouw of vogel) dat sterk contrasteert met de achtergrond en zo een duidelijke vorm heeft, maar verder egaal van kleur is (in het algemeen zwart of grijs), doordat er weinig licht opvalt dat gereflecteerd zou kunnen worden, in verhouding tot de helderheid van het achtergrondlicht
silhouetje	=	silhouet
silhouetjes	=	silhouet
silhouette	=	silhouet
silhouetten	=	silhouet
silica	noun	SiO₂, siliciumdioxide, de stof waaruit kwarts en het meeste zand bestaat
silicaat	noun	een zout of ester van kiezelzuur
silicaten	=	silicaat
silicide	noun	verbinding van een stof met silicium
siliciden	=	silicide
silicides	=	silicide
silicidetje	=	silicide
silicidetjes	=	silicide
silicium	noun	scheikundig element met symbool Si en atoomnummer 14. Het is een donkergrijs niet-metaal
siliciumatomen	=	siliciumatoom
siliciumatoom	noun	een atoom van het chemisch element silicium.
siliciumatoompje	=	siliciumatoom
siliciumatoompjes	=	siliciumatoom
siliciumcarbide	noun	een buitengewoon hard materiaal dat in poedervorm wordt toegepast voor slijpstenen, schuurpapier, boorkoppen, zagen e.d
siliciumdioxide	noun	SiO₂ komt voor als een wit kristallijn poeder, dat vrijwel onoplosbaar is in water
siliciumoxide	noun	kleurloze vaste stof met de chemische samenstelling SiO₂
siliciumoxiden	=	siliciumoxide
siliciumoxides	=	siliciumoxide
silicone	noun	rubberachtige kunststof bestaand uit een organische siliciumverbinding	adj	gemaakt uit silicone
siliconen	=	silicoon
siliconenborst	noun	borst vergroot met een implantaat (prothese) dat is gevuld met siliconengel, gebruikt voor zowel esthetische borstvergroting als medische borstreconstructie na bijvoorbeeld mastectomie, en voelt vaak natuurlijker aan dan andere implantaten
siliconenborsten	=	siliconenborst
siliconenborstje	=	siliconenborst
siliconenborstjes	=	siliconenborst
siliconenfile	noun	een file als gevolg van vloeibare siliconen op de weg
siliconenfiles	=	siliconenfile
siliconenverbod	noun	verbod op bepaalde typen siliconen (vaak vluchtige cyclische siliconen zoals D4, D5, D6) in cosmetica, vanwege milieu-impact (niet-biologisch afbreekbaar) of gezondheidsrisico's
siliconenverboden	=	siliconenverbod
siliconenverbodje	=	siliconenverbod
siliconenverbodjes	=	siliconenverbod
silicoon	noun	een siliciumhoudend polymeer op basis van siloxaanbindingen met algemene formule [-SiRR¹-O]ₙ
silicose	noun	chronische longziekte die veroorzaakt wordt door ingeademde steenachtige stofdeeltjes
sillage	noun	geurspoor dat door iemand wordt achtergelaten bij het dragen van een parfum
sillages	=	sillage
silo	noun	pakhuis voor poedervormig materiaal zoals graan, meel en zand
silo's	=	silo
siloek	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
silootje	=	silo
silootjes	=	silo
silt	noun	een sediment dat qua deeltjesgrootte (2–63 μm) tussen lutum en zand ligt
silten	=	silt
siluren	=	siluur
silurisch	adj	betrekking hebbend op het siluur een periode van 443 tot 419 Ma (miljoen jaar geleden)
silurische	=	silurisch
silurischer	=	silurisch
silurischere	=	silurisch
silurischers	=	silurisch
siluur	noun	geologisch tijdperk waarin dieren met longen ontstonden, derde periode van het era paleozoïcum, van 444 tot 419 miljoen jaar geleden
silverling	=	zilverling
sim	noun	lijn van een hengel
simadan	noun	oogstfeest op Bonaire
simcha	noun	vreugde
simchat	noun	vreugde der
simche	noun	vreugde
simches	=	simche
simde	=	simmen
simden	=	simmen
simeuluedwergooruil	noun	Otus umbra een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
simeuluedwergooruilen	=	simeuluedwergooruil
simeuluedwergooruiltje	=	simeuluedwergooruil
simeuluedwergooruiltjes	=	simeuluedwergooruil
simeuluepapegaai	noun	Psittinus abbotti een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
simeuluepapegaaien	=	simeuluepapegaai
simeuluepapegaaitje	=	simeuluepapegaai
simeuluepapegaaitjes	=	simeuluepapegaai
simiet	noun	afstammeling van Simi-1 (Num. 3:21, Zach. 12:13)
simieten	=	simiet
similidiamant	noun	stof die niet gemakkelijk te onderscheiden is van uiterst harde, doorzichtige koolstof
similidiamanten	=	similidiamant
similidiamantje	=	similidiamant
similidiamantjes	=	similidiamant
similileder	noun	kunststof in een vorm die aan bewerkte dierenhuid doet denken
similileer	noun	kunststof in een vorm die aan bewerkte dierenhuid doet denken
similor	noun	materiaal dat op goud lijkt maar het niet is, namaakgoud
simkaart	noun	een smartcard (kaartje met een chip) waarop de gegevens staan van een aansluiting van een mobiele telefoon
simkaarten	=	simkaart
simkaartje	=	simkaart
simkaartjes	=	simkaart
simlock	noun	een blokkade die in een mobiele telefoon aangebracht wordt om te voorkomen dat de bezitter de simkaart omwisselt voor die van een andere telefonieaanbieder
simlockje	=	simlock
simlockjes	=	simlock
simlocks	=	simlock
simme	=	simmen
simmen	verb	uiten van ontevredenheid
simmend	=	simmen
simmende	=	simmen
simmes	noun	zoete gestoofde groente, meestal wortelen
simmetje	=	sim
simmetjes	=	sim
simonie	noun	het uit winstbejag verhandelen van geestelijke (kerkelijke) goederen of ambten
simoniseer	=	simoniseren
simoniseerde	=	simoniseren
simoniseerden	=	simoniseren
simoniseert	=	simoniseren
simonisere	=	simoniseren
simoniseren	verb	een auto in de was zetten
simoniserend	=	simoniseren
simoniserende	=	simoniseren
simp	=	simpen
simpe	=	simpen
simpel	adj	zonder veel complicaties
simpele	=	simpel
simpeler	=	simpel
simpelere	=	simpel
simpelers	=	simpel
simpelheden	=	simpelheid
simpelheid	noun	de mate waarin iets makkelijk en eenvoudig is
simpellijk	adj	niet moeilijk
simpellijke	=	simpellijk
simpellijker	=	simpellijk
simpellijkere	=	simpellijk
simpellijkers	=	simpellijk
simpellijks	=	simpellijk
simpellijkst	=	simpellijk
simpellijkste	=	simpellijk
simpelpalpje	noun	Jacksonella falconeri een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
simpelpalpjes	=	simpelpalpje
simpels	=	simpel
simpelst	=	simpel
simpelste	=	simpel
simpelweg	adv	op verrassend eenvoudige wijze, om verrassend eenvoudige redenen, zonder meer
simpen	verb	met tranen laten merken dat je erg verdrietig en ontdaan bent
simpend	=	simpen
simpende	=	simpen
simplex	noun	enkelvoud	adj	uit een eenheid bestaand, in één richting werkend
simplexen	=	simplex
simplexhaak	noun	een soort clip, uit één stuk gebogen van een strip verend materiaal, meestal staal, waarmee voorwerpen aan elkaar kunnen worden bevestigd, bijvoorbeeld om iets op te hangen
simplexhaakje	=	simplexhaak
simplexhaakjes	=	simplexhaak
simplexhaken	=	simplexhaak
simplicia	=	simplex
simpliciteit	noun	beperkt van gedachten of gevoel
simpliciteiten	=	simpliciteit
simplificatie	noun	vereenvoudiging
simplificaties	=	simplificatie
simplificeer	=	simplificeren
simplificeerde	=	simplificeren
simplificeerden	=	simplificeren
simplificeert	=	simplificeren
simplificere	=	simplificeren
simplificeren	verb	eenvoudiger voorstellen
simplificerend	=	simplificeren
simplificerende	=	simplificeren
simplisme	noun	te sterk vereenvoudigde voorstellingswijze
simplismen	=	simplisme
simplist	noun	iemand die simplistisch redeneert, die de zaken simplistisch voorstelt, beschouwt, aanpakt
simplistisch	adj	eenvoudig; zo vereenvoudigd dat het niet meer waar is
simplistische	=	simplistisch
simplistischer	=	simplistisch
simplistischere	=	simplistisch
simplistischers	=	simplistisch
simplonbergerebia	noun	Erebia christi een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's.
simplonbergerebia's	=	simplonbergerebia
simplonbergerebiaatje	=	simplonbergerebia
simplonbergerebiaatjes	=	simplonbergerebia
simpt	=	simpen
simpte	=	simpen
simpten	=	simpen
sims	=	sim
simsalabim	intj	een toverspreuk
simt	=	simmen
simulant	noun	iemand die een bepaalde schijn ophoudt, die iets simuleert (bijv. door zich ziek voor te doen)
simulante	noun	vrouw die doet alsof ze een bepaalde ziekte of aandoening heeft zonder die ziekte of aandoening ook echt te hebben
simulanten	=	simulant
simulantes	=	simulante
simulatie	noun	het simuleren
simulaties	=	simulatie
simulatietje	=	simulatie
simulator	noun	systeem dat een situatie of werking kan simuleren (nabootsen)
simulatoren	=	simulator
simulators	=	simulator
simulatortje	=	simulator
simulatortjes	=	simulator
simuleer	=	simuleren
simuleerde	=	simuleren
simuleerden	=	simuleren
simuleert	=	simuleren
simulere	=	simuleren
simuleren	verb	voorwenden
simulerend	=	simuleren
simulerende	=	simuleren
simultaan	adj	gelijktijdig
simultaanpartij	noun	een dam- of schaakpartij waarbij één speler tegelijkertijd tegen een aantal spelers speelt
simultaanpartijen	=	simultaanpartij
simultaans	=	simultaan
simultaanschaken	verb	een speler speelt meerdere schaakpartijen tegelijkertijd tegen meerdere tegenstanders
simultaanschakend	=	simultaanschaken
simultaanschakende	=	simultaanschaken
simultaanst	=	simultaan
simultaanste	=	simultaan
simultaantolk	noun	tolk die vertaalt terwijl de spreker aan het woord is
simultaantolken	=	simultaantolk
simultaantolkje	=	simultaantolk
simultaantolkjes	=	simultaantolk
simultane	=	simultaan
simultaner	=	simultaan
simultanere	=	simultaan
simultaners	=	simultaan
sinaasappel	noun	Citrus aurantium Citrus sinensis oranje vrucht van de sinaasappelboom
sinaasappelbomen	=	sinaasappelboom
sinaasappelboom	noun	bepaald soort boom, Citrus sinensis, die sinaasappels als vruchten heeft
sinaasappelboompje	=	sinaasappelboom
sinaasappelboompjes	=	sinaasappelboom
sinaasappelen	=	sinaasappel
sinaasappelkorst	noun	Calogaya pusilla een korstmossoort uit de familie Teloschistaceae.
sinaasappelkorsten	=	sinaasappelkorst
sinaasappelkorstje	=	sinaasappelkorst
sinaasappelkorstjes	=	sinaasappelkorst
sinaasappellimonaadje	=	sinaasappellimonade
sinaasappellimonaadjes	=	sinaasappellimonade
sinaasappellimonade	noun	zoet drank met een sinaasappelsmaak
sinaasappellimonades	=	sinaasappellimonade
sinaasappellimonadetje	=	sinaasappellimonade
sinaasappellimonadetjes	=	sinaasappellimonade
sinaasappelmarmelade	noun	jam waarin de schillen van sinaasappel met het vruchtvlees worden meeverwerkt die zeer geschikt is als broodbeleg
sinaasappelmarmeladen	=	sinaasappelmarmelade
sinaasappelmarmelades	=	sinaasappelmarmelade
sinaasappelolie	noun	een etherische olie gevormd in de schil van sinaasappels en andere citrusvruchten, gebruikt voor bijv. toepassingen in de industrie, in schoonmaakmiddelen en om mieren te bestrijden
sinaasappelolies	=	sinaasappelolie
sinaasappeloliën	=	sinaasappelolie
sinaasappelpers	noun	een keukenapparaat of handhulpmiddel dat speciaal is ontworpen om sap uit citrusvruchten zoals sinaasappels, citroenen en limoenen te persen
sinaasappelpersen	=	sinaasappelpers
sinaasappelpersje	=	sinaasappelpers
sinaasappelpersjes	=	sinaasappelpers
sinaasappelpulp	noun	vruchtvlees van een sinaasappel Rutaceae, nadat het sap verwijderd is
sinaasappels	=	sinaasappel
sinaasappelsap	noun	vruchtensap dat uit sinaasappels bereid is
sinaasappelsapje	=	sinaasappelsap
sinaasappelsapjes	=	sinaasappelsap
sinaasappelsappen	=	sinaasappelsap
sinaasappelschil	noun	het dikke, oranjekleurige omhulsel van een sinaasappel
sinaasappelschillen	=	sinaasappelschil
sinaasappelschilletje	=	sinaasappelschil
sinaasappelschilletjes	=	sinaasappelschil
sinaasappelsmaak	noun	de zoet zure smaak van sinaasappels
sinaasappelsmaakje	=	sinaasappelsmaak
sinaasappelsmaakjes	=	sinaasappelsmaak
sinaasappelsmaken	=	sinaasappelsmaak
sinaasappelspin	noun	Araneus alsine een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen.
sinaasappelspinnen	=	sinaasappelspin
sinaasappelspinnetje	=	sinaasappelspin
sinaasappelspinnetjes	=	sinaasappelspin
sinaasappeltje	=	sinaasappel
sinaasappeltjes	=	sinaasappel
sinaloakraai	noun	Corvus sinaloae een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
sinaloakraaien	=	sinaloakraai
sinaloakraaitje	=	sinaloakraai
sinaloakraaitjes	=	sinaloakraai
sinaloapurperzwaluw	noun	Progne sinaloae een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
sinaloapurperzwaluwen	=	sinaloapurperzwaluw
sinaloapurperzwaluwtje	=	sinaloapurperzwaluw
sinaloapurperzwaluwtjes	=	sinaloapurperzwaluw
sinaloawinterkoning	noun	Thryophilus sinaloa een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
sinaloawinterkoningen	=	sinaloawinterkoning
sinaloawinterkoninkje	=	sinaloawinterkoning
sinaloawinterkoninkjes	=	sinaloawinterkoning
sinas	noun	gele of oranje frisdrank met sinaasappelsmaak die vaak koolzuur bevat
sinasappel	=	sinaasappel
sinaïroodmus	noun	Carpodacus synoicus een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen)
sinaïroodmusje	=	sinaïroodmus
sinaïroodmusjes	=	sinaïroodmus
sinaïroodmussen	=	sinaïroodmus
sinaïstekelmuis	noun	Acomys dimidiatus De Sinaïstekelmuis of Palestijnse stekelmuis (Acomys dimidiatus) is een knaagdier uit het geslacht der stekelmuizen (Acomys)
sinaïstekelmuisje	=	sinaïstekelmuis
sinaïstekelmuisjes	=	sinaïstekelmuis
sinaïstekelmuizen	=	sinaïstekelmuis
sincoramiersluiper	noun	Formicivora grantsaui een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
sincoramiersluipers	=	sincoramiersluiper
sincoramiersluipertje	=	sincoramiersluiper
sincoramiersluipertjes	=	sincoramiersluiper
sindbezoargeit	noun	een kwetsbare ondersoort Capra aegagrus blythi van de bezoargeit, die voorkomt in het zuidwesten van Pakistan en het zuidoosten van Iran
sindbezoargeiten	=	sindbezoargeit
sindbezoargeitje	=	sindbezoargeit
sindbezoargeitjes	=	sindbezoargeit
sindhitalig	adj	Sindhi sprekend
sindhitalige	=	sindhitalig
sindhitaligs	=	sindhitalig
sindmus	noun	Passer pyrrhonotus een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
sindmusje	=	sindmus
sindmusjes	=	sindmus
sindmussen	=	sindmus
sinds	prep	vanaf het moment van	conj	vanaf de tijd dat
sindsdien	adv	in de tijd die erop volgde, sinds die tijd
sinecure	noun	ambt waaraan weinig of geen werk vastzit, maar dat wel betaald wordt
sinecuren	=	sinecure
sinecures	=	sinecure
sinecuur	noun	sinecure
sinecuurtje	=	sinecure
sinecuurtjes	=	sinecure
singaporeamandel	noun	Terminalia catappa
singaporeamandelen	=	singaporeamandel
singaporeamandeltje	=	singaporeamandel
singaporeamandeltjes	=	singaporeamandel
singaporees	noun	een inwoner van Singapore, of iemand afkomstig uit Singapore	adj	op Singapore betrekking hebbend
singaporeesje	=	singaporees
singaporeesjes	=	singaporees
singaporeest	=	singaporees
singaporeeste	=	singaporees
singaporese	noun	een vrouwelijke inwoner van Singapore, of een vrouw afkomstig uit Singapore
singaporesen	=	singaporese
singaporeser	=	singaporees
singaporesere	=	singaporees
singaporesers	=	singaporees
singaporezen	=	singaporees
singel	noun	gracht om het centrum van een stad
singels	=	singel
singeltje	=	singel
singeltjes	=	singel
singer-songwriter	noun	een zanger(es) die zelf zijn eigen liedteksten schrijft en/of componeert
singer-songwriters	=	singer-songwriter
singer-songwritertje	=	singer-songwriter
singer-songwritertjes	=	singer-songwriter
singers-songwriters	=	singer-songwriter
single	noun	iemand zonder echtgenoot/echtgenote of vaste partner
singles	=	single
singleschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen, of volgens anderen zouden moeten voelen, omdat ze geen vaste partner hebben
singlet	noun	kort onderhemd zonder mouwen
singletje	=	single
singletjes	=	single
singlets	=	singlet
singletzuurstof	noun	een van beide vormen van dizuurstof die zich in een aangeslagen toestand met alleen gepaarde elektronen bevindt
singularia	=	singularis
singularis	noun	taalkundige term voor het enkelvoud
singularissen	=	singularis
singulariteit	noun	het niet van toepassing zijn van de normaal geldige regels
singulariteiten	=	singulariteit
singulariteitje	=	singulariteit
singulier	adj	bijzonder, uitzonderlijk, merkwaardig, ongewoon
singulierder	=	singulier
singulierdere	=	singulier
singulierders	=	singulier
singuliere	=	singulier
singulierewaardenontbinding	noun	een analysemethode waarbij een nxm gegevensmatrix A ontbonden wordt in U.D.Vᵀ volgens de haar nxn eigenwaarden D, haar nxm eigenvectoren U en haar nxn coëfficiëntenmatrix U
singulierewaardenontbindingen	=	singulierewaardenontbinding
singuliers	=	singulier
singulierst	=	singulier
singulierste	=	singulier
singultus	noun	hik, een onwillekeurige spiersamentrekking van het middenrif
sinificatie	noun	de linguïstieke en culturele assimilatie van termen en concepten naar die van de taal en cultuur van China
sinister	adj	onheilspellend
sinisterder	=	sinister
sinisterdere	=	sinister
sinisterders	=	sinister
sinistere	=	sinister
sinisters	=	sinister
sinisterst	=	sinister
sinisterste	=	sinister
sinjeur	noun	spotnaam voor iemand van het mannelijk geslacht
sinjeurs	=	sinjeur
sinjeurtje	=	sinjeur
sinjeurtjes	=	sinjeur
sinjo	noun	jongeheer, vooral gebruikt voor jongens en jongemannen van (deels) Europese afkomst
sinjo's	=	sinjo
sinjoor	noun	inwoner van Antwerpen
sinjoorke	=	sinjoor
sinjoortje	=	sinjoor
sinjootje	=	sinjo
sinjootjes	=	sinjo
sinjoren	=	sinjoor
sinkhole	noun	verzakking van de bodem doordat een holte in de bodem is ingestort
sinkholes	=	sinkhole
sinksen	noun	christelijk feest waarbij herdacht wordt dat de Heilige Geest over de apostelen neergedaald is
sinofiel	noun	iemand met een voorkeur voor al wat Chinees is	adj	een voorkeur hebbend voor al wat Chinees is
sinofiele	=	sinofiel
sinofielen	=	sinofiel
sinofiels	=	sinofiel
sinofieltje	=	sinofiel
sinofieltjes	=	sinofiel
sinologen	=	sinoloog
sinologie	noun	de studie over China en alle daaraan gerelateerde vakdomeinen, zoals Chinese aardrijkskunde, geschiedenis, filosofie en taal- en letterkunde
sinologisch	adj	betrekking hebbend op de sinologie
sinologische	=	sinologisch
sinologischer	=	sinologisch
sinologischere	=	sinologisch
sinologischers	=	sinologisch
sinoloog	noun	China-deskundige
sinopel	noun	de kleur groen zoals deze op wapens gebruikt wordt
sint	noun	heilige
sint-antoniusvuren	=	sint-antoniusvuur
sint-antoniusvuur	noun	gordelroos
sint-bernard	noun	grote zware hond oorspronkelijk afkomstig uit Zwitserland die vooral bekend werd door het gebruik als reddingshond (met een vaatje cognac om de hals)
sint-bernards	=	sint-bernard
sint-bernardshond	noun	bepaald Zwitsers ras van grote dogachtige honden
sint-bernardshonden	=	sint-bernardshond
sint-bernardshondje	=	sint-bernardshond
sint-bernardshondjes	=	sint-bernardshond
sint-elmsvuren	=	sint-elmsvuur
sint-elmsvuur	noun	zwakke lichtpluimen ontstaan door elektrostatische ontladingen, bij onweerachtige atmosfeer waarneembaar aan de toppen van masten en andere puntige voorwerpen
sint-heleens	adj	op Sint-Helena betrekking hebbend
sint-heleense	noun	een vrouwelijke inwoner van Sint-Helena, of een vrouw afkomstig uit Sint-Helena
sint-heleensen	=	sint-heleense
sint-heleenser	=	sint-heleens
sint-heleensere	=	sint-heleens
sint-heleensers	=	sint-heleens
sint-heleenst	=	sint-heleens
sint-heleenste	=	sint-heleens
sint-helenafazantje	noun	Estrilda astrild een tropisch vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), oorspronkelijk afkomstig uit Afrika.
sint-helenafazantjes	=	sint-helenafazantje
sint-helenahop	noun	Upupa antaios een uitgestorven vogel uit de familie hoppen (Upupidae)
sint-helenahopje	=	sint-helenahop
sint-helenahopjes	=	sint-helenahop
sint-helenahoppen	=	sint-helenahop
sint-helenakoekoek	noun	Nannococcyx psix een uitgestorven vogel uit de familie van de koekoeken
sint-helenakoekoeken	=	sint-helenakoekoek
sint-helenakoekoekje	=	sint-helenakoekoek
sint-helenakoekoekjes	=	sint-helenakoekoek
sint-helenaplevier	noun	Charadrius sanctaehelenae een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
sint-helenaplevieren	=	sint-helenaplevier
sint-helenapleviertje	=	sint-helenaplevier
sint-helenapleviertjes	=	sint-helenaplevier
sint-helenaporseleinhoen	noun	Zapornia astrictocarpus een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
sint-helenaporseleinhoenderen	=	sint-helenaporseleinhoen
sint-helenaporseleinhoenders	=	sint-helenaporseleinhoen
sint-helenaporseleinhoentje	=	sint-helenaporseleinhoen
sint-helenaporseleinhoentjes	=	sint-helenaporseleinhoen
sint-helenaral	noun	Aphanocrex podarces een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
sint-helenarallen	=	sint-helenaral
sint-helenaralletje	=	sint-helenaral
sint-helenaralletjes	=	sint-helenaral
sint-helenastormvogel	noun	Pseudobulweria rupinarum een zeevogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
sint-helenastormvogels	=	sint-helenastormvogel
sint-helenastormvogeltje	=	sint-helenastormvogel
sint-helenastormvogeltjes	=	sint-helenastormvogel
sint-helener	noun	een inwoner van Sint-Helena, of iemand afkomstig uit Sint-Helena
sint-heleners	=	sint-helener
sint-jacobsbladroller	noun	Cochylis atricapitana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
sint-jacobsbladrollers	=	sint-jacobsbladroller
sint-jacobsbladrollertje	=	sint-jacobsbladroller
sint-jacobsbladrollertjes	=	sint-jacobsbladroller
sint-jacobsvlinder	noun	Tyria jacobaeae een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
sint-jacobsvlinders	=	sint-jacobsvlinder
sint-jacobsvlindertje	=	sint-jacobsvlinder
sint-jacobsvlindertjes	=	sint-jacobsvlinder
sint-jakobsschelp	noun	Pecten maximus een mantelschelp (ook wel kamschelp) die voorkomt in de Middellandse Zee
sint-jakobsschelpen	=	sint-jakobsschelp
sint-jakobsschelpje	=	sint-jakobsschelp
sint-jakobsschelpjes	=	sint-jakobsschelp
sint-janskaartmot	noun	Agonopterix liturosa een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
sint-janskaartmotje	=	sint-janskaartmot
sint-janskaartmotjes	=	sint-janskaartmot
sint-janskaartmotten	=	sint-janskaartmot
sint-janskruid	noun	Hypericum perforatum een plant uit de hertshooifamilie (Hypericaceae).
sint-janskruidblokspanner	noun	Aplocera efformata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
sint-janskruidblokspanners	=	sint-janskruidblokspanner
sint-janskruidblokspannertje	=	sint-janskruidblokspanner
sint-janskruidblokspannertjes	=	sint-janskruidblokspanner
sint-janskruiduil	noun	Chloantha hyperici een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
sint-janskruiduilen	=	sint-janskruiduil
sint-janskruiduiltje	=	sint-janskruiduil
sint-janskruiduiltjes	=	sint-janskruiduil
sint-janslootje	=	sint-janslot
sint-janslootjes	=	sint-janslot
sint-janslot	noun	een late uitloper aan een boom (van na 24 juni)
sint-jansloten	=	sint-janslot
sint-janslotje	=	sint-janslot
sint-janslotjes	=	sint-janslot
sint-jansui	noun	Allium fistulosum var. bulbifera een bolgewas uit de lookfamilie (Alliaceae)
sint-jansuien	=	sint-jansui
sint-jansuitje	=	sint-jansui
sint-jansuitjes	=	sint-jansui
sint-jansvlinder	noun	bepaalde soort dagactieve nachtvlinder, Zygaena filipendulae, uit de familie Zygaenidae
sint-jansvlinders	=	sint-jansvlinder
sint-jansvlindertje	=	sint-jansvlinder
sint-jansvlindertjes	=	sint-jansvlinder
sint-juttemis	noun	denkbeeldige feestdag voor een heilige die niet bestaat, als onderdeel van onderstaande uitdrukkingen
sint-kittsdikbekje	noun	Melopyrrha grandis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
sint-kittsdikbekjes	=	sint-kittsdikbekje
sint-lucia-amazone	noun	Amazona versicolor een amazonepapegaai uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
sint-lucia-amazonen	=	sint-lucia-amazone
sint-lucia-amazones	=	sint-lucia-amazone
sint-lucia-amazonetje	=	sint-lucia-amazone
sint-lucia-amazonetjes	=	sint-lucia-amazone
sint-luciagrondvink	noun	Melanospiza richardsoni een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
sint-luciagrondvinken	=	sint-luciagrondvink
sint-luciagrondvinkje	=	sint-luciagrondvink
sint-luciagrondvinkjes	=	sint-luciagrondvink
sint-luciaspotlijster	noun	Ramphocinclus sanctaeluciae een zangvogel uit de familie Mimidae (spotlijster).
sint-luciaspotlijsters	=	sint-luciaspotlijster
sint-luciaspotlijstertje	=	sint-luciaspotlijster
sint-luciaspotlijstertjes	=	sint-luciaspotlijster
sint-luciatroepiaal	noun	Icterus laudabilis een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
sint-luciatroepiaaltje	=	sint-luciatroepiaal
sint-luciatroepiaaltjes	=	sint-luciatroepiaal
sint-luciatroepialen	=	sint-luciatroepiaal
sint-luciawinterkoning	noun	Troglodytes mesoleucus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
sint-luciawinterkoningen	=	sint-luciawinterkoning
sint-luciawinterkoninkje	=	sint-luciawinterkoning
sint-luciawinterkoninkjes	=	sint-luciawinterkoning
sint-luciazanger	noun	Setophaga delicata een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
sint-luciazangers	=	sint-luciazanger
sint-luciazangertje	=	sint-luciazanger
sint-luciazangertjes	=	sint-luciazanger
sint-maarten	noun	Caribisch eiland boven de wind, vernoemd naar [1] (zie Sint Maarten)
sint-maartenaar	noun	bewoner van het eiland Sint-Maarten, of iemand afkomstig van dat eiland; ongeacht of het om het bij Nederland of het bij Frankrijk horende deel gaat.
sint-maartenaars	=	sint-maartenaar
sint-maartenaren	=	sint-maartenaar
sint-maartens	adj	op Sint-Maarten betrekking hebbend
sint-maartense	noun	vrouwelijke inwoner van Sint-Maarten, of een vrouw afkomstig uit Sint-Maarten
sint-maartensen	=	sint-maartense
sint-maartenser	=	sint-maartens
sint-maartensere	=	sint-maartens
sint-maartensers	=	sint-maartens
sint-maartensgans	noun	gerecht van ganzenvlees
sint-maartensganzen	=	sint-maartensgans
sint-maartenst	=	sint-maartens
sint-maartenste	=	sint-maartens
sint-matthiasmonarch	noun	Myiagra hebetior een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
sint-matthiasmonarchen	=	sint-matthiasmonarch
sint-matthiasmonarchje	=	sint-matthiasmonarch
sint-matthiasmonarchjes	=	sint-matthiasmonarch
sint-matthiastriller	noun	Lalage conjuncta een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
sint-matthiastrillers	=	sint-matthiastriller
sint-matthiastrillertje	=	sint-matthiastriller
sint-matthiastrillertjes	=	sint-matthiastriller
sint-niklaas	adj	uit Sint-Niklaas afkomstig, van Sint-Niklaas, op Sint-Niklaas betrekking hebbend
sint-niklase	=	sint-niklaas
sint-pieter	noun	de heilige Petrus in het christendom
sint-pieters	=	sint-pieter
sint-pietertje	=	sint-pieter
sint-pietertjes	=	sint-pieter
sint-veitsdans	noun	neurologische ziekte die gekenmerkt wordt door onwillekeurige bewegingen
sint-veitsdansen	=	sint-veitsdans
sint-vincentamazone	noun	Amazona guildingii een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
sint-vincentamazonen	=	sint-vincentamazone
sint-vincentamazones	=	sint-vincentamazone
sint-vincentamazonetje	=	sint-vincentamazone
sint-vincentamazonetjes	=	sint-vincentamazone
sint-vincentwinterkoning	noun	Troglodytes musicus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
sint-vincentwinterkoningen	=	sint-vincentwinterkoning
sint-vincentwinterkoninkje	=	sint-vincentwinterkoning
sint-vincentwinterkoninkjes	=	sint-vincentwinterkoning
sint-vincentzanger	noun	Catharopeza bishopi een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
sint-vincentzangers	=	sint-vincentzanger
sint-vincentzangertje	=	sint-vincentzanger
sint-vincentzangertjes	=	sint-vincentzanger
sint-vitusdans	noun	neurologische ziekte die gekenmerkt wordt door onwillekeurige schokkerige bewegingen
sint-vitusdansen	=	sint-vitusdans
sintel	noun	niet volledig verbrande residu van steenkool
sintelbaan	noun	met steentjes verharde baan voor hardloopwedstrijden
sintelbaantje	=	sintelbaan
sintelbaantjes	=	sintelbaan
sintelbanen	=	sintelbaan
sintelpaadje	=	sintelpad
sintelpaadjes	=	sintelpad
sintelpad	noun	pad waarvan de toplaag bestaat uit steentjes; pad verhard met sintels
sintelpaden	=	sintelpad
sintelpadje	=	sintelpad
sintelpadjes	=	sintelpad
sintels	=	sintel
sinteltje	=	sintel
sinteltjes	=	sintel
sinten	=	sint
sintenschisma	noun	de verbreking van de eenheid van het sinterklaasfeest als twee verschillende acteurs sinterklaas vertolken
sintenschisma's	=	sintenschisma
sinter	noun	product dat ontstaat uit het samenbakken van fijne ertsen, smeltmiddelen (kalksteen en duniet) en recuperatiestoffen
sinterde	=	sinteren
sinterden	=	sinteren
sintere	=	sinteren
sinteren	verb	beginnen te smelten van klei of aarde in een oven
sinterend	=	sinteren
sinterende	=	sinteren
sinterklaas	noun	iemand die de rol van Sint-Nicolaas speelt tijdens het sinterklaasfeest, of zo gekleed is
sinterklaasactie	noun	een initiatief waarbij vrijwilligers en organisaties geld of cadeaus inzamelen om kinderen uit financieel minder bedeelde gezinnen een plezierige sinterklaasviering te bezorgen
sinterklaasacties	=	sinterklaasactie
sinterklaasactietje	=	sinterklaasactie
sinterklaasactietjes	=	sinterklaasactie
sinterklaasavond	noun	5 december, de avond voor de naamdag van St.-Nicolaas, waarop men elkaar in Nederland cadeautjes geeft
sinterklaasavonden	=	sinterklaasavond
sinterklaasavondje	=	sinterklaasavond
sinterklaasavondjes	=	sinterklaasavond
sinterklaasbaard	noun	witte baard, snor en pruik die kenmerkend zijn voor sinterklaas
sinterklaasbaarden	=	sinterklaasbaard
sinterklaasbaardje	=	sinterklaasbaard
sinterklaasbaardjes	=	sinterklaasbaard
sinterklaasbank	noun	een lokale stichting of organisatie die ervoor zorgt dat kinderen uit gezinnen met financiële problemen toch een cadeautje krijgen voor Sinterklaas
sinterklaasbanken	=	sinterklaasbank
sinterklaasbankje	=	sinterklaasbank
sinterklaasbankjes	=	sinterklaasbank
sinterklaascadeau	noun	een cadeau wat men geeft of ontvangt bij het sinterklaasfeest
sinterklaascadeaus	=	sinterklaascadeau
sinterklaascadeautje	=	sinterklaascadeau
sinterklaascadeautjes	=	sinterklaascadeau
sinterklaasdag	noun	feestdag ter ere van de heilige Nicolaas van Myra, die op 6 december overleed
sinterklaasdagen	=	sinterklaasdag
sinterklaasdagje	=	sinterklaasdag
sinterklaasdagjes	=	sinterklaasdag
sinterklaasdichter	noun	iemand die een gedicht schrijft voor het sinterklaasfeest
sinterklaasdichters	=	sinterklaasdichter
sinterklaasdichtertje	=	sinterklaasdichter
sinterklaasdichtertjes	=	sinterklaasdichter
sinterklaasfeest	noun	feest met cadeaus dat in Nederland, België en andere landen jaarlijks rond 5 december wordt gevierd
sinterklaasfeesten	=	sinterklaasfeest
sinterklaasfeestje	=	sinterklaasfeest
sinterklaasfeestjes	=	sinterklaasfeest
sinterklaasgebeuren	noun	verwijst naar alle gebeurtenissen rond het Nederlandse volksfeest ter ere van Sint-Nicolaas, dat wordt gevierd op 5 december en is gebaseerd op de historische bisschop Nicolaas van Myra uit de 4e eeuw, die bekend stond om zijn vrijgevigheid
sinterklaasgedicht	noun	gedicht bij een sinterklaasgeschenk
sinterklaasgedichten	=	sinterklaasgedicht
sinterklaasgedichtje	=	sinterklaasgedicht
sinterklaasgedichtjes	=	sinterklaasgedicht
sinterklaasgeschenk	noun	een cadeau dat wordt gegeven tijdens het sinterklaasfeest
sinterklaasgeschenken	=	sinterklaasgeschenk
sinterklaasgeschenkje	=	sinterklaasgeschenk
sinterklaasgeschenkjes	=	sinterklaasgeschenk
sinterklaasgoed	noun	een verzameling traditionele zoetigheden die tijdens het Sinterklaasfeest worden uitgedeeld, zoals pepernoten, kruidnoten, schuimpjes, chocoladeletters, marsepein en borstplaat, die Pieten rondstrooien
sinterklaasgoederen	=	sinterklaasgoed
sinterklaasgoedje	=	sinterklaasgoed
sinterklaasgoedjes	=	sinterklaasgoed
sinterklaasinkoop	noun	het kopen van cadeautjes voor het sinterklaasfeest
sinterklaasinkopen	noun	cadeaus die men koopt voor het sinterklaasfeest
sinterklaasintocht	noun	een traditie van het in Nederland en België gevierde sinterklaasfeest waarbij Sinterklaas uit Spanje in een bepaalde plaats arriveert en daar met een intocht verwelkomd wordt
sinterklaasintochten	=	sinterklaasintocht
sinterklaasje	=	sinterklaas
sinterklaasjes	=	sinterklaas
sinterklaasjournaal	noun	een nieuwsuitzending over het wel en wee van Sinterklaas rond zijn komst naar Nederland voor de viering van zijn verjaardag op 5 december
sinterklaasjournaals	=	sinterklaasjournaal
sinterklaasjournaaltje	=	sinterklaasjournaal
sinterklaasjournaaltjes	=	sinterklaasjournaal
sinterklaasjournaalverslaggeefster	noun	vrouwelijke journalist die in het Sinterklaasjournaal verslag doet over het wel en wee van Sinterklaas
sinterklaasjournaalverslaggeefsters	=	sinterklaasjournaalverslaggeefster
sinterklaasjournaalverslaggever	noun	journalist die in het Sinterklaasjournaal verslag doet over het wel en wee van Sinterklaas
sinterklaasjournaalverslaggevers	=	sinterklaasjournaalverslaggever
sinterklaaslied	noun	een lied dat gezongen wordt voor Sinterklaas tijdens het sinterklaasfeest.
sinterklaasliederen	=	sinterklaaslied
sinterklaasliedje	=	sinterklaaslied
sinterklaasliedjes	=	sinterklaaslied
sinterklaasmoment	noun	een gebeurtenis of een moment van geven en delen, geïnspireerd op de traditie van Sinterklaas
sinterklaasmomenten	=	sinterklaasmoment
sinterklaaspapier	noun	pakpapier bedrukt met afbeeldingen die op Sinterklaas betrekking hebben
sinterklaaspapieren	=	sinterklaaspapier
sinterklaaspapiertje	=	sinterklaaspapier
sinterklaaspapiertjes	=	sinterklaaspapier
sinterklaasperiode	noun	de feestelijke periode rond sinterklaas, die zich afspeelt tussen de aankomst van sinterklaas en Pakjesavond op 5 december
sinterklaasperioden	=	sinterklaasperiode
sinterklaasperiodes	=	sinterklaasperiode
sinterklaasplezier	noun	de vreugde en het plezier van het sinterklaasfeest, met cadeaus en gezelligheid
sinterklaaspleziertje	=	sinterklaasplezier
sinterklaaspleziertjes	=	sinterklaasplezier
sinterklaaspop	noun	een traditionele grote koek in de vorm van een figuur, meestal de goedheiligman zelf, die tijdens het Sinterklaasfeest cadeau wordt gegeven
sinterklaaspret	noun	de vreugde en het plezier van het Sinterklaasfeest, met cadeaus en gezelligheid
sinterklaaspretje	=	sinterklaaspret
sinterklaaspretjes	=	sinterklaaspret
sinterklaasrijm	noun	een gedicht dat hoort bij een sinterklaascadeau of een surprise
sinterklaasspeelgoed	noun	speelgoed dat men met sinterklaas gekregen heeft
sinterklaasstaf	noun	een symbool van de rol van sinterklaas als bisschop, afgeleid van de herdersstaf van de bisschop en symbool voor zijn zorg voor gelovigen
sinterklaasstafje	=	sinterklaasstaf
sinterklaasstafjes	=	sinterklaasstaf
sinterklaasstaven	=	sinterklaasstaf
sinterklaasstorm	noun	een storm die op de dag(en) van de viering van sinterklaas langs komt
sinterklaasstormen	=	sinterklaasstorm
sinterklaasstormpje	=	sinterklaasstorm
sinterklaasstormpjes	=	sinterklaasstorm
sinterklaassurprise	noun	op een grappige en creatieve manier verpakt sinterklaascadeau vaak vergezeld met een sinterklaasgedicht
sinterklaassurprises	=	sinterklaassurprise
sinterklaastijd	noun	een periode van een aantal weken rond 5 december, waarin kinderen traditiegetrouw hun schoen zetten en op 5 december cadeautjes krijgen met pakjesavond
sinterklaastijden	=	sinterklaastijd
sinterklaasverkoop	noun	een verkoopactie of een commerciële activiteit die plaatsvindt rond de sinterklaastijd, gericht op het verkopen van producten die te maken hebben met dit feest
sinterklaasverkopen	=	sinterklaasverkoop
sinterklaasverrassing	noun	een cadeau dat wordt gegeven in de periode rond Sinterklaas, vaak als onderdeel van de viering van het feest
sinterklaasverrassingen	=	sinterklaasverrassing
sinterklaasverrassinkje	=	sinterklaasverrassing
sinterklaasverrassinkjes	=	sinterklaasverrassing
sinterklaasvers	noun	vers dat bij een sinterklaasgeschenk geschreven wordt
sinterklaasversje	=	sinterklaasvers
sinterklaasversjes	=	sinterklaasvers
sinterklaasverzen	=	sinterklaasvers
sinterklaasviering	noun	de keer dat men het sinterklaasfeest viert
sinterklaasvieringen	=	sinterklaasviering
sinterklazen	=	sinterklaas
sinters	=	sinter
sintert	=	sinteren
sintezza	noun	vrouwelijk lid van de Sinti, een nomadisch volk dat tot de Roma behoort
sintfeest	noun	een volksfeest dat draait om de mythische figuur Sinterklaas en zijn hulpjes, waarbij cadeautjes worden gegeven aan kinderen
sintfeesten	=	sintfeest
sintfeestje	=	sintfeest
sintfeestjes	=	sintfeest
sinti	noun	volk dat oorspronkelijk afkomstig is uit Azië en vanaf de late middeleeuwen vaak een zwervend bestaan in Noordwest-Europa leidde
sinti-romanes	noun	benaming voor de varianten van het Romani die worden gesproken door 195 duizend Sinti, oorspronkelijk een rondtrekkend volk in Europa en Azië
sinti-romanestalig	adj	Sinti-Romanes sprekend
sinti-romanestalige	=	sinti-romanestalig
sinti-romanestaligs	=	sinti-romanestalig
sintje	=	sint
sintjes	=	sint
sinus	noun	de verhouding van de lengte van een loodlijn die van een der benen van een hoek op het andere been wordt neergelaten, tot het beenstuk waarvan wordt uitgegaan
sinusaal	adj	met betrekking tot een holte (bijv. neusbijholte)
sinusaals	=	sinusaal
sinusale	=	sinusaal
sinusgolf	noun	simpelste golfvorm samengesteld uit slechts één toon
sinusgolfje	=	sinusgolf
sinusgolfjes	=	sinusgolf
sinusgolven	=	sinusgolf
sinusintegraal	noun	de rm Si(x)=∫₀ˣ(sin(t))/t;rm dt. kan met een reeksontwikkeling worden bepaald
sinusitis	noun	een ontsteking van een bijholte van de neusholte
sinusitissen	=	sinusitis
sinusje	=	sinus
sinusknoop	noun	zenuwknoop op de plaats waar de holle aders het hart binnenkomen die het hart er periodiek toe aanzet om een contractie uit te voeren
sinusknopen	=	sinusknoop
sinusoïde	noun	grafiek van de sinusfunctie of cosinusfunctie
sinusoïden	=	sinusoïde
sinusoïdes	=	sinusoïde
sinusregel	noun	meetkundige regel volgens welke de zijden van een driehoek zich verhouden als de sinussen van de overstaande hoeken ofwel: a/(sin α)=b/(sin β)
sinusregels	=	sinusregel
sinusregeltje	=	sinusregel
sinusregeltjes	=	sinusregel
sinussen	=	sinus
sinusvormig	adj	vorm van een sinus hebbend
sinusvormige	=	sinusvormig
sinusvormiger	=	sinusvormig
sinusvormigere	=	sinusvormig
sinusvormigers	=	sinusvormig
sinusvormigs	=	sinusvormig
sinusvormigst	=	sinusvormig
sinusvormigste	=	sinusvormig
sioem	noun	afsluiting van een traktaat
sioemiem	=	sioem
sioer	noun	rondgang, excursie, patrouille
sioeriem	=	sioer
sip	adj	teleurgesteld en bedrukt
siporadwergooruil	noun	Otus mentawi een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
siporadwergooruilen	=	siporadwergooruil
siporadwergooruiltje	=	siporadwergooruil
siporadwergooruiltjes	=	siporadwergooruil
sippe	=	sip
sipper	=	sip
sippere	=	sip
sippers	=	sip
sips	=	sip
sipst	=	sip
sipste	=	sip
sirabaardvogel	noun	Capito fitzpatricki een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
sirabaardvogels	=	sirabaardvogel
sirabaardvogeltje	=	sirabaardvogel
sirabaardvogeltjes	=	sirabaardvogel
sirahokko	noun	Pauxi koepckeae een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
sirahokko's	=	sirahokko
sirahokkootje	=	sirahokko
sirahokkootjes	=	sirahokko
siratangare	noun	Stilpnia phillipsi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
siratangaren	=	siratangare
siratangaretje	=	siratangare
siratangaretjes	=	siratangare
sire	noun	aanspreektitel van een koning of keizer
sirene	noun	demonisch wezen dat voor de helft een vogel en voor de helft een vis is en voorbijvarende zeelui betoverde met gezang om die te lokken
sirenegeloei	noun	zeer luid lawaai van sirene; lawaai dat aangeeft dat er gevaar dreigt
sirenen	noun	een familie Sirenidae van salamanders.
sirenenzang	noun	gezang van de sirenen
sirenenzangen	=	sirenenzang
sirenes	=	sirene
sirenetje	=	sirene
sirenetjes	=	sirene
sires	=	sire
sirih	noun	Piper betle plant uit de familie van de peperachtigen die vooral bekend is door het gebruik van het betelkauwen
sirocco	noun	hete (35 graden) en droge wind, afkomstig uit de Sahara die soms rond de Middellandse Zee, de Canarische eilanden en in Italië waait
sirocco's	=	sirocco
siroccootje	=	sirocco
siroccootjes	=	sirocco
siroop	noun	dikke, zeer zoete vloeistof (want praktisch alleen uit suiker bestaand)
siroopje	=	siroop
siroopjes	=	siroop
siropen	=	siroop
sirtaki	noun	een Griekse volksdans
sirtaki's	=	sirtaki
sirystestiran	noun	een zangvogel uit het geslacht Sirystes en de familie Tyrannidae (tirannen)
sirystestirannen	noun	een geslacht Sirystes van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
sirystestirannetje	=	sirystestiran
sirystestirannetjes	=	sirystestiran
sis	=	sissen
sisal	noun	vezels van de Agave sisalana gebruikt voor het maken van touw
siskiyou-chipmunk	noun	Tamias siskiyou knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
siskiyou-chipmunkje	=	siskiyou-chipmunk
siskiyou-chipmunkjes	=	siskiyou-chipmunk
siskiyou-chipmunks	=	siskiyou-chipmunk
sisklank	noun	een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
sisklanken	=	sisklank
sisklankje	=	sisklank
sisklankjes	=	sisklank
sisse	=	sissen
sissen	verb	hoogfrequente ruis voortbrengen, zoals het geluid van de s-klank
sissend	=	sissen
sissende	=	sissen
sisser	noun	vuurwerk dat niet ontploft, maar enkel een sissend geluid maakt
sissers	=	sisser
sissertje	=	sisser
sissertjes	=	sisser
sist	=	sissen
siste	=	sissen
sisten	=	sissen
sister	noun	percussie-instrument uit de klassieke oudheid bestaande uit rinkelende ringetjes om staafjes die in een U-vormige houder zitten
sisters	=	sister
sistra	=	sistrum
sistrum	noun	een instrument dat rinkelende geluid voortbrengt
sistrums	=	sistrum
sisverbod	noun	volksnaam voor een gemeentelijk verbod op straatintimidatie, zoals sissen, naroepen of fluiten naar (vaak) vrouwen, om dit gedrag, dat als vernederend wordt ervaren, strafbaar te stellen; hoewel het gerechtshof het Rotterdamse sisverbod strijdig achtte met de vrijheid van meningsuiting, is sinds 1 juli 2024 seksuele straatintimidatie landelijk strafbaar gesteld met nieuwe wetgeving
sisverboden	=	sisverbod
sisverbodje	=	sisverbod
sisverbodjes	=	sisverbod
sisyfusarbeid	noun	zware nutteloze arbeid
sit-downstaking	=	sitdownstaking
sit-in	noun	een zitstaking, zitblokkade
sit-innetje	=	sit-in
sit-innetjes	=	sit-in
sit-ins	=	sit-in
sita-agamen	noun	een geslacht Sitana van hagedissen uit de familie agamen (Agamidae)
sitar	noun	een luitachtig snaarinstrument met een lange hals en een groot aantal snaren (meer dan twintig, een deel ervan ongedempt).
sitars	=	sitar
sitartje	=	sitar
sitartjes	=	sitar
sitatoenga	noun	Tragelaphus spekii De sitatoenga of moerasantilope (Tragelaphus spekii syn.
sitatoenga's	=	sitatoenga
sitatoengaatje	=	sitatoenga
sitatoengaatjes	=	sitatoenga
sitcom	noun	een genre van het type komedieserie dat gesitueerd wordt rond een vaste groep personages in een tamelijk alledaagse omgeving
sitcoms	=	sitcom
sitdownstaking	noun	actie om gewenste veranderingen af te dwingen, waarbij werknemers of studenten niet alleen ophouden met werken, maar ook hun bedrijf of instelling bezetten
sitdownstakingen	=	sitdownstaking
sitdownstakinkje	=	sitdownstaking
sitdownstakinkjes	=	sitdownstaking
site	noun	plaats van een bepaalde gebeurtenis of activiteit Deze betekenis overlapt grotendeels met de Frans uitgesproken variant van dit woord.
sitebezoeker	noun	iemand die een pagina van het World Wide Web bekijkt
sitebezoekers	=	sitebezoeker
siteje	=	site
sitejes	=	site
sitemap	noun	een pagina of document waarin links naar alle pagina's van een website staan, die meestal op onderwerp dan wel relevantie zijn gesorteerd
sitemaps	=	sitemap
siten	=	site
sitenotice	noun	een bericht dat bovenaan wikipagina's wordt getoond voor ingelogde gebruikers.
sitenoticeje	=	sitenotice
sitenoticejes	=	sitenotice
sitenotices	=	sitenotice
sitenoticetje	=	sitenotice
sitenoticetjes	=	sitenotice
sites	=	site
sitetje	=	site
sitetjes	=	site
sitkahert	noun	Odocoileus hemionus sitkensis een hertachtige en ondersoort van het muildierhert en lijkt op een andere ondersoort, het zwartstaarthert (O. h. colombianus).
sitkaherten	=	sitkahert
sitkahertje	=	sitkahert
sitkahertjes	=	sitkahert
sitkaspar	noun	Picea sitchensis een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
sitkasparren	=	sitkaspar
sitkasparretje	=	sitkaspar
sitkasparretjes	=	sitkaspar
sits	noun	met bonte, kleine figuren op lichte grond handbeschilderd of bedrukt katoen
sitsen	adj	van sits
sitsje	=	sits
sitsjes	=	sits
situatie	noun	hoe de zaken er voorliggen, toestand
situatieafhankelijk	adj	veranderd of bepaald door de specifieke omstandigheden of de context waarin het zich voordoet, in plaats van altijd hetzelfde te zijn
situatieafhankelijke	=	situatieafhankelijk
situatieafhankelijker	=	situatieafhankelijk
situatieafhankelijkere	=	situatieafhankelijk
situatieafhankelijkers	=	situatieafhankelijk
situatieafhankelijks	=	situatieafhankelijk
situatieafhankelijkst	=	situatieafhankelijk
situatieafhankelijkste	=	situatieafhankelijk
situatief	adj	met betrekking tot een geheel van omstandigheden
situatiefs	=	situatief
situatiefst	=	situatief
situatiefste	=	situatief
situaties	=	situatie
situatieschets	noun	korte beschrijving of simpele tekening van een bepaalde plek
situatieschetsen	=	situatieschets
situatieschetsje	=	situatieschets
situatieschetsjes	=	situatieschets
situatietje	=	situatie
situatietjes	=	situatie
situatieve	=	situatief
situatiever	=	situatief
situatievere	=	situatief
situatievers	=	situatief
situationeel	adj	een situatie betreffend
situationeels	=	situationeel
situationeelst	=	situationeel
situationeelste	=	situationeel
situationele	=	situationeel
situationeler	=	situationeel
situationelere	=	situationeel
situationelers	=	situationeel
situationship	noun	een relatie waar men (nog) geen relatielabel op kan plakken
situationships	=	situationship
situatiën	=	situatie
situeer	=	situeren
situeerde	=	situeren
situeerden	=	situeren
situeert	=	situeren
situere	=	situeren
situeren	verb	plaatsen (in ruimte of tijd)
situerend	=	situeren
situerende	=	situeren
situering	noun	de plaats waar iets is t.o.v. andere zaken
situeringen	=	situering
sivan	noun	derde maand van het joodse jaar, in mei-juni (Est. 8:9); negende maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
siwan	noun	derde maand van het joodse jaar, in mei-juni (Est. 8:9); negende maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
sixpack	noun	verpakking met 6 drankblikjes
sixpackje	=	sixpack
sixpackjes	=	sixpack
sixpacks	=	sixpack
sixties	noun	jaren 1960 tot en met 1969
sixtijns	adj	van of met betrekking tot Sixtus IV, paus van 1471 tot 1484
sixtijnse	=	sixtijns
sixtijnser	=	sixtijns
sixtijnsere	=	sixtijns
sixtijnsers	=	sixtijns
sixtijnst	=	sixtijns
sixtijnste	=	sixtijns
siërra	noun	rij bergen
siërra's	=	siërra
siësta	noun	een middagdutje, vaak na de lunch als de zon haar hoogste positie bereikt heeft
siësta's	=	siësta
sjaak	noun	een andere naam voor een kauw
sjaal	noun	een langwerpige lap stof die vooral maar niet uitsluitend om de hals gedragen wordt
sjaals	=	sjaal
sjaaltje	=	sjaal
sjaaltjes	=	sjaal
sjabbat	noun	sabbat
sjabbatje	=	sjabbat
sjabbatot	noun	sjabbatten, Hebreeuws gevormd meervoud van sjabbat
sjabbats	noun	sjabatten, afwijkende meervoudsvorm van sjabbat
sjabbatten	=	sjabbat
sjabbes	noun	sabbat
sjabbesen	=	sjabbes
sjabbesgoj	noun	niet-jood die op sjabbat vuur en licht in joodse huizen verzorgt
sjabbesgojem	=	sjabbesgoj
sjabbesgojim	=	sjabbesgoj
sjabbesgojtje	=	sjabbesgoj
sjabbesje	=	sjabbes
sjabbessen	=	sjabbes
sjabbos	noun	sjabbat, zevende dag van de week, zaterdag, joodse rustdag
sjabbosem	noun	sabbatten, Jiddisj gevormd meervoud van sjabbes
sjabboses	noun	sabbatten, Jiddisj gevormd meervoud van sjabbes
sjabbosous	=	sjabbos
sjablone	noun	een geijkt model
sjablonen	=	sjabloon
sjabloon	noun	een uitgesneden blad waarmee men bepaalde figuren e.d. gemakkelijk kan natekenen: tekenmal
sjabloonachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een sjabloon
sjabloonachtige	=	sjabloonachtig
sjabloonachtiger	=	sjabloonachtig
sjabloonachtigere	=	sjabloonachtig
sjabloonachtigers	=	sjabloonachtig
sjabloonachtigs	=	sjabloonachtig
sjabloonachtigst	=	sjabloonachtig
sjabloonachtigste	=	sjabloonachtig
sjabloonnaamruimte	noun	een naamruimte op een wiki waar sjablonen te vinden zijn die op tal van pagina's ingevoegd kunnen worden
sjabloonnaamruimtes	=	sjabloonnaamruimte
sjabloonnaamruimtetje	=	sjabloonnaamruimte
sjabloonnaamruimtetjes	=	sjabloonnaamruimte
sjabloonpen	noun	pen die geschikt is bij het tekenen met behulp van een sjabloon
sjabloonpennen	=	sjabloonpen
sjabloontje	=	sjabloon
sjabloontjes	=	sjabloon
sjaboeang	noun	week
sjabrak	noun	rijk versierd zadelkleed; rijk versierd dekkleed
sjabrakje	=	sjabrak
sjabrakjes	=	sjabrak
sjabrakken	=	sjabrak
sjachariet	noun	ochtendgebed
sjacharis	noun	ochtendgebed
sjachel	=	sjachelen
sjachelde	=	sjachelen
sjachelden	=	sjachelen
sjachele	=	sjachelen
sjachelen	verb	mank lopen
sjachelend	=	sjachelen
sjachelt	=	sjachelen
sjacher	=	sjacheren
sjacheraar	noun	iemand die minderwaardige handel drijft
sjacheraars	=	sjacheraar
sjacheraartje	=	sjacheraar
sjacheraartjes	=	sjacheraar
sjacherde	=	sjacheren
sjacherden	=	sjacheren
sjachere	=	sjacheren
sjacheren	verb	minderwaardige handel drijven, op minder fatsoenlijke manier handel drijven
sjacherend	=	sjacheren
sjacherende	=	sjacheren
sjacherijnig	=	chagrijnig
sjachert	=	sjacheren
sjachriet	noun	ochtendgebed
sjachrijnig	=	chagrijnig
sjadchen	noun	huwelijksmakelaar
sjadchens	=	sjadchen
sjadoef	noun|historical	handbediend apparaat uit de oudheid, oorspronkelijk uit Egypte, dat wordt gebruikt om water op te pompen uit rivieren of andere waterbronnen om akkers te irrigeren
sjadoefs	=	sjadoef
sjagerijn	=	sacherijnig
sjagerijnig	=	sacherijnig
sjah	noun	koning van Perzië
sjahs	=	sjah
sjahtje	=	sjah
sjahtjes	=	sjah
sjaken	=	sjaak
sjakes	adv	zo onopvallend mogelijk
sjako	noun	hoed in de vorm van een afgeknotte kegel van stijf materiaal, die naar boven toe wijder of juist smaller wordt met een klep aan de voorkant, en soms ook aan de achterkant
sjako's	=	sjako
sjakohoen	noun	een vogel van het geslacht Penelope uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae)
sjakohoenderen	=	sjakohoen
sjakohoenders	=	sjakohoen
sjakohoendertje	=	sjakohoen
sjakohoendertjes	=	sjakohoen
sjakootje	=	sjako
sjakootjes	=	sjako
sjakosj	=	sacoche
sjale	noun	halachische vraag
sjalen	=	sjaal
sjales	=	sjale
sjalesj	num	derde
sjalet	noun	bepaald warm eten voor sjabbat, dat tevoren wordt bereid en vervolgens warm wordt gehouden
sjalete	=	sjaleten
sjaleten	verb	treuzelen, niet opschieten, blijven plakken
sjaletend	=	sjaleten
sjaletende	=	sjaleten
sjalette	=	sjaleten
sjaletten	=	sjaleten
sjaliach	noun	afgezant, vertegenwoordiger van een Israëlische organisatie of beweging in het buitenland, meestal ter stimulering van activiteiten, ook om fondsen te werven; in het bijzonder: Israëlisch jeugdleider
sjalom	noun	vrede, welbevinden	intj	goedendag!, hallo!, dag!
sjalosj	num	drie
sjalot	noun	Allium ascalonicum een plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
sjalotje	=	sjalot
sjalotjes	=	sjalot
sjalotten	=	sjalot
sjamaan	noun	een soort priester en ziener die in zijn of haar gemeenschap de communicatie met de geestenwereld verzekert en magie aanwendt om zieken te genezen, voorspellingen te doen en gebeurtenissen onder controle te brengen
sjamajim	noun	hemel
sjaman	=	sjamaan
sjamanen	=	sjamaan
sjamanistisch	adj	van, betrekking hebbend op, behorend tot het sjamanisme
sjamanistische	=	sjamanistisch
sjamanistischer	=	sjamanistisch
sjamanistischere	=	sjamanistisch
sjamanistischers	=	sjamanistisch
sjamasj	noun	koster van joodse gemeente
sjamasjiem	=	sjamasj
sjamberloek	noun	kamerjas voor heren
sjamberloeks	=	sjamberloek
sjamfoeter	noun	ondeugend iemand
sjamfoeters	=	sjamfoeter
sjamfoetertje	=	sjamfoeter
sjamfoetertjes	=	sjamfoeter
sjammasj	=	sjammes
sjammasjiem	=	sjammes
sjammes	noun	koster van joodse gemeente
sjammesen	=	sjammes
sjammesj	=	sjammes
sjammesje	=	sjammes
sjammessen	=	sjammes
sjamor	noun	verplichting tot het in acht nemen van de sjabbatverboden
sjampie	noun	frisrank met een smaak die lijkt op cola met een vleugje citroen
sjampies	=	sjampie
sjana	noun	jaar
sjaniem	noun	jaren
sjanker	noun	ulcus aan de geslachtsorganen door een besmettelijke ziekte
sjankers	=	sjanker
sjankertje	=	sjanker
sjankertjes	=	sjanker
sjans	=	sjansen
sjanse	=	sjansen
sjansen	verb	laten merken dat je iemand leuk vindt
sjansend	=	sjansen
sjansende	=	sjansen
sjanst	=	sjansen
sjanste	=	sjansen
sjansten	=	sjansen
sjap	noun|informal	een opschepperig, onopgevoed persoon
sjapje	=	sjap
sjappen	=	sjap
sjappie	noun|informal	een nutteloos en verlopen persoon
sjappies	=	sjappie
sjarel	noun	ruwe, stoere man
sjarels	=	sjarel
sjareltje	=	sjarel
sjas	noun	letterwoord van: sjisja sedariem, letterlijk 'zes afdelingen' (namelijk van de Misjna); aanduiding van de Talmoed
sjasliek	noun	aan een spit geroosterde stukjes vlees en paprika
sjaslieks	=	sjasliek
sjassen	=	sjas
sjaukel	=	sjaukelen
sjaukelde	=	sjaukelen
sjaukelden	=	sjaukelen
sjaukele	=	sjaukelen
sjaukelen	verb	zich heen en weer bewegen bij het gebed
sjaukelend	=	sjaukelen
sjaukelende	=	sjaukelen
sjaukelt	=	sjaukelen
sjavoea	noun	week
sjavoeot	noun	Wekenfeest op 6 en 7 sivan, genoemd naar de zeven weken die worden geteld vanaf Pesach (Lev. 23:15-16)
sjaär	noun	titelpagina van een boek
sjaätneez	noun	niet-geoorloofd mengsel van wol en linnen in kleding (Deut. 22:11)
sjebeal	adj	van de, over de
sjebichtav	adj	schriftelijk overgeleverd
sjechina	noun	goddelijke aanwezigheid
sjechita	noun	rituele slachtwijze
sjechitot	=	sjechita
sjecht	=	sjechten
sjechte	=	sjechten
sjechten	verb	ritueel slachten
sjechtend	=	sjechten
sjechtende	=	sjechten
sjechtte	=	sjechten
sjechtten	=	sjechten
sjediem	=	sjeed
sjeed	noun	geest, duivel
sjeem	noun	naam
sjees	noun	hoog en licht rijtuigje op twee wielen, meestal met een kap en getrokken door één paard
sjeesbak	noun|informal	auto
sjeesbakje	=	sjeesbak
sjeesbakjes	=	sjeesbak
sjeesbakken	=	sjeesbak
sjeesde	=	sjezen
sjeesden	=	sjezen
sjeesje	=	sjees
sjeest	=	sjezen
sjeierokes	noun	allegaartje, met name groente
sjeik	noun	Arabisch koning, vorst, hoofdman of stamopperhoofd
sjeikje	=	sjeik
sjeiks	=	sjeik
sjeimesbak	noun	bak voor het bewaren van onbruikbaar geworden religieuze voorwerpen en boeken die de vierletternaam van God bevatten en daarom niet weggegooid mogen worden
sjeimesbakken	=	sjeimesbak
sjeintje	noun	koosnaam
sjeintjes	=	sjeintje
sjeitel	noun	pruik, waarmee gehuwde orthodox-joodse vrouwen het hoofdhaar bedekken
sjeitels	=	sjeitel
sjekaliem	=	sjekel
sjekel	noun	gewichtsmaat, waarschijnlijk vaak ruim elf gram; een sjekel is een vijftigste mine en twintig gera (88×: Gen. 23:15 +, Ex. 21:32 +, Lev. 5:15 +, Num. 3:47 +, Num. 3:47 +, Num. 3:47 +, Joz. 7:21, 1 Sam. 9:8 +, 2 Sam. 14:26 +, 2 Kon. 7:1 +, Jer. 32:9, Ez. 4:10 +, Am. 8:5, Neh. 5:15 +, 1 Kron. 21:25, 2 Kron. 3:9)
sjekels	=	sjekel
sjekeltje	=	sjekel
sjekkie	noun	shag sigaret, een zelf gerolde sigaret
sjekkies	=	sjekkie
sjel	prep	van, horend bij
sjeliach	noun	zanger van
sjelichee	=	sjeliach
sjelichiem	=	sjaliach
sjelisjiet	adj	derde
sjelosj	noun	drie
sjelosjiem	noun	rouwperiode van dertig dagen
sjema	noun	gebed met de joodse geloofsbelijdenis
sjemita	noun	sabbatsjaar, zevende jaar
sjemitot	=	sjemita
sjemoera	adj	bewaakt
sjemoerot	adj	bewaakte
sjemot	=	sjeem
sjeni	adj	tweede
sjeroet	noun	Israëlische collectieve taxi
sjeroetiem	=	sjeroet
sjeroets	=	sjeroet
sjerp	noun	een brede, gekleurde band die vaak gedragen wordt als een waardigheidsteken
sjerpa	=	sherpa
sjerpen	=	sjerp
sjetar	noun	officiële akte
sjetarot	=	sjetar
sjeu	noun	iets dat iets anders leuk of aardig maakt
sjeuter	=	sjeuteren
sjeuterde	=	sjeuteren
sjeuterden	=	sjeuteren
sjeutere	=	sjeuteren
sjeuteren	verb	sudderen van vlees, zachtjes koken, borrelen
sjeuterend	=	sjeuteren
sjeuterende	=	sjeuteren
sjeutert	=	sjeuteren
sjeva	num	zeven
sjevariem	noun	bepaalde sjofartoon
sjevat	noun	elfde maand van het joodse jaar, in januari-februari (Zach. 1:7); vijfde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
sjevaïet	noun	lid van het volk van Seba-4 (Joël 4:8)
sjevaïeten	=	sjevaïet
sjevoea	noun	eed
sjevoeot	=	sjevoea
sjevoet	noun	geheel van voorschriften betreffende het niet-werken op sjabbat
sjevoeës	noun	Wekenfeest op 6 en 7 sivan, genoemd naar de zeven weken die worden geteld vanaf Pesach (Lev. 23:15-16)
sjeze	=	sjezen
sjezen	verb	er niet in slagen om een studie of overhoring succesvol te voltooien
sjezend	=	sjezen
sjezende	=	sjezen
sjeëla	noun	halachische vraag
sjeëlot	=	sjeëla
sji'isme	=	sjiisme
sjia	noun	een van de twee grote stromingen binnen de islam
sjibbolet	noun	onderscheidend kenmerk, symbool (zie Recht. 12:6)
sjibboletje	=	sjibbolet
sjibbolets	=	sjibbolet
sjibolet	noun	onderscheidend kenmerk, symbool (zie Recht. 12:6)
sjiddech	noun	het arrangeren van een huwelijk
sjiddoechem	=	sjiddech
sjidoech	noun	het arrangeren van een huwelijk
sjidoechiem	=	sjidoech
sjidoechs	=	sjidoech
sjiek	noun	pruim, tabakspruim
sjieke	=	sjiek
sjieken	=	sjiek
sjieker	=	sjiek
sjiekere	=	sjiek
sjiekers	=	sjiek
sjieks	=	sjiek
sjiekst	=	sjiek
sjiekste	=	sjiek
sjiektabak	noun	pruimtabak
sjiektabakken	=	sjiektabak
sjien	noun	politieagent
sjiens	=	sjien
sjier	noun	lied
sjieër	noun	les, cursus
sjiiet	noun	iemand die het sjiisme aanhangt, de tweede stroming binnen de islam
sjiieten	noun	een bevolkingsgroep die de tweede stroming binnen de islam volgen: het sjiisme
sjiietje	=	sjiiet
sjiietjes	=	sjiiet
sjiisme	noun	een van de twee grote ideologische stromingen binnen de islam waarvan de andere het soennisme is
sjiitisch	adj	van, betrekking hebbend op, volgens de sjiieten
sjiitische	=	sjiitisch
sjiitischer	=	sjiitisch
sjiitischere	=	sjiitisch
sjiitischers	=	sjiitisch
sjikkaneren	=	chicaneren
sjikkeneren	=	chicaneren
sjikker	adj	dronken
sjikkerder	=	sjikker
sjikkerdere	=	sjikker
sjikkerders	=	sjikker
sjikkere	=	sjikker
sjikkers	=	sjikker
sjikkerst	=	sjikker
sjikkerste	=	sjikker
sjikse	noun	niet-joods meisje (enigszins pejoratief)
sjikses	=	sjikse
sjilp	=	sjilpen
sjilpe	=	sjilpen
sjilpen	verb	een hoog geluid voortbrengen zoals kleine zangvogels dat doen; piepen als een vogeltje
sjilpend	=	sjilpen
sjilpende	=	sjilpen
sjilpt	=	sjilpen
sjilpte	=	sjilpen
sjilpten	=	sjilpen
sjimiet	noun	afstammeling van Simi-1 (Num. 3:21, Zach. 12:13)
sjimieten	=	sjimiet
sjimoeriem	noun	waken
sjioer	noun	maat
sjioerem	=	sjieër
sjioeriem	=	sjioer
sjiriem	=	sjier
sjirp	=	sjirpen
sjirpe	=	sjirpen
sjirpen	verb	een geluid maken zoals sommige vogels of krekels
sjirpend	=	sjirpen
sjirpende	=	sjirpen
sjirpleeuwerik	noun	Chersomanes albofasciata een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
sjirpleeuweriken	=	sjirpleeuwerik
sjirpleeuwerikje	=	sjirpleeuwerik
sjirpleeuwerikjes	=	sjirpleeuwerik
sjirpspringspin	noun	Pseudicius encarpatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
sjirpspringspinnen	=	sjirpspringspin
sjirpspringspinnetje	=	sjirpspringspin
sjirpspringspinnetjes	=	sjirpspringspin
sjirpt	=	sjirpen
sjirpte	=	sjirpen
sjirpten	=	sjirpen
sjit	=	shit
sjiva	noun	rouwperiode van zeven dagen na de begrafenis van een familielid
sjivitie	noun	beginwoord van Ps. 16:8, benaming voor een versierd bord, vaak op de lessenaar van de chazan in de synagoge
sjivities	=	sjivitie
sjivot	=	sjiva
sjivve	noun	rouwperiode van zeven dagen na de begrafenis van een familielid; in 'sjivve zitten': rouwperiode van zeven dagen in acht nemen, waarbij thuis op lage krukjes of op de grond wordt gezeten
sjivves	=	sjivve
sjiïet	=	sjiiet
sjiïsme	=	sjiisme
sjkorem	noun	leugens
sjkouch	intj	moge het u goed gaan!, dank u wel!
sjlachmones	noun	geschenken (lekkernijen) die men elkaar stuurt op Poeriem
sjlemazzel	noun	pech
sjlemazzels	=	sjlemazzel
sjlemiel	noun	domkop, sul, sukkel, slappeling
sjlemielen	=	sjlemiel
sjlep	noun	lange moeilijke weg
sjleppe	=	sjleppen
sjleppen	verb	moeizaam lopen of dragen
sjleppend	=	sjleppen
sjleppende	=	sjleppen
sjlepper	noun	iemand die moeizaam loopt of draagt
sjleppers	=	sjlepper
sjlept	=	sjleppen
sjlepte	=	sjleppen
sjlepten	=	sjleppen
sjlofen	verb	slapen
sjlogn	verb	slaan, treffen
sjlousjem	noun	rouwperiode van dertig dagen
sjmad	=	sjmadden
sjmadde	=	sjmadden
sjmadden	verb	dopen, tot het christendom bekeren; in 'zich sjmadden': zich laten dopen
sjmaddend	=	sjmadden
sjmaddende	=	sjmadden
sjmadt	=	sjmadden
sjmalts	noun	vet, reuzel
sjmeichel	=	sjmeichelen
sjmeichelde	=	sjmeichelen
sjmeichelden	=	sjmeichelen
sjmeichele	=	sjmeichelen
sjmeichelen	verb	glimlachen, lachen
sjmeichelend	=	sjmeichelen
sjmeichelende	=	sjmeichelen
sjmeichelt	=	sjmeichelen
sjmoes	noun	praatje, uitvlucht
sjmoesde	=	sjmoezen
sjmoesden	=	sjmoezen
sjmoesje	=	sjmoes
sjmoest	=	sjmoezen
sjmoeze	=	sjmoezen
sjmoezen	verb	praten
sjmoezend	=	sjmoezen
sjmoezende	=	sjmoezen
sjmontses	noun	nonsens
sjmots	noun	vuil
sjnikkel	noun	mannelijk lid, penis
sjnikkels	=	sjnikkel
sjnoder	=	sjnoderen
sjnoderboekje	noun	boekje voor het administreren van giften voor goede doelen
sjnoderboekjes	=	sjnoderboekje
sjnoderde	=	sjnoderen
sjnoderden	=	sjnoderen
sjnodere	=	sjnoderen
sjnoderen	verb	een gift toezeggen voor een goed doel
sjnoderend	=	sjnoderen
sjnoderende	=	sjnoderen
sjnodergeld	noun	geldelijke gift voor goed doel
sjnodert	=	sjnoderen
sjnokkel	noun	sukkel
sjnokkels	=	sjnokkel
sjnor	=	sjnorren
sjnorde	=	sjnorren
sjnorden	=	sjnorren
sjnorre	=	sjnorren
sjnorren	verb	bedelen
sjnorrend	=	sjnorren
sjnorrende	=	sjnorren
sjnorrer	noun	bedelaar
sjnorrers	=	sjnorrer
sjnorrertje	=	sjnorrer
sjnort	=	sjnorren
sjocheet	noun	ritueel slachter
sjocheten	=	sjocheet
sjochtem	=	sjouchet
sjochtiem	=	sjocheet
sjoeg	noun	een vreemd, raar persoon
sjoege	noun	kennis, begrip, benul, verstand
sjoegen	=	sjoeg
sjoek	noun	markt
sjoeks	=	sjoek
sjoel	noun	gebedshuis van joden
sjoelbak	noun	een ongeveer 2 meter lange bak waarmee men kan sjoelen (ook wel sjoelbakken genoemd)
sjoelbakje	=	sjoelbak
sjoelbakjes	=	sjoelbak
sjoelbakke	=	sjoelbakken
sjoelbakken	verb	het sjoelbakspel spelen
sjoelbakkend	=	sjoelbakken
sjoelbakkende	=	sjoelbakken
sjoelbakt	=	sjoelbakken
sjoelbakte	=	sjoelbakken
sjoelbakten	=	sjoelbakken
sjoelde	=	sjoelen
sjoelden	=	sjoelen
sjoele	=	sjoelen
sjoelen	verb	een oud-Hollands gezelschapsspel gespeeld door houten schijven over de houten ondergrond van een sjoelbak te schuiven
sjoelend	=	sjoelen
sjoelende	=	sjoelen
sjoels	=	sjoel
sjoelschijf	noun	ronde houten schijfje dat wordt gebruikt bij het Oud-Hollandse spel sjoelen
sjoelschijfje	=	sjoelschijf
sjoelschijfjes	=	sjoelschijf
sjoelschijven	=	sjoelschijf
sjoelsteen	noun	ronde houten schijfje dat wordt gebruikt bij het Oud-Hollandse spel sjoelen
sjoelsteentje	=	sjoelsteen
sjoelsteentjes	=	sjoelsteen
sjoelstenen	=	sjoelsteen
sjoelt	=	sjoelen
sjoeltje	=	sjoel
sjoeltjes	=	sjoel
sjoemel	=	sjoemelen
sjoemelaar	noun|informal	iemand die oneerlijk is, iemand die fraudeert (zonder dat dit overduidelijk is)
sjoemelaars	=	sjoemelaar
sjoemelde	=	sjoemelen
sjoemelden	=	sjoemelen
sjoemele	=	sjoemelen
sjoemelen	verb|informal	knoeien, frauderen
sjoemelend	=	sjoemelen
sjoemelende	=	sjoemelen
sjoemelscooter	noun	elektrische fiets die zo is aangepast dat hij sneller kan rijden dan de 25 km/u die wettelijk is toegestaan
sjoemelscooters	=	sjoemelscooter
sjoemelsigaret	noun	een sigaret waarbij de roker door onzichtbare gaatjes in het filter meer schadelijke stoffen binnenkrijgt dan bij de metingen in rookmachines wordt gemeten en/of de tabaksindustrie stoffen heeft toegevoegd die deze extra verslavend maken
sjoemelsigaretje	=	sjoemelsigaret
sjoemelsigaretjes	=	sjoemelsigaret
sjoemelsigaretten	=	sjoemelsigaret
sjoemelsoftware	noun	software die gebruikt wordt om testresultaten te beïnvloeden, voor het eerst op 22 september 2015 door de media gebruikt nadat bekend werd dat autofabrikant Volkswagen bij miljoenen auto's speciale software had ingebouwd om milieu-inspecteurs bij emissietesten om de tuin te leiden
sjoemelstromen	=	sjoemelstroom
sjoemelstroom	noun	elektriciteit waarvan gezegd wordt die groene stroom is, maar dat eigenlijk niet is
sjoemelt	=	sjoemelen
sjoemelzaad	noun	gedoneerd sperma waarvan de herkomst onduidelijk is of anderzijds niet verantwoordelijk mee is omgesprongen volgens de maatschappelijke normen
sjoerek	noun	bepaald schriftteken voor klinker oe
sjoereks	=	sjoerek
sjoeroek	noun	bepaald schriftteken voor klinker oe
sjoeroeks	=	sjoeroek
sjoet	abbrev	aanduiding voor responsaliteratuur
sjofaar	=	sjofar
sjofar	noun	ramshoorn
sjofars	=	sjofar
sjofeet	noun	rechter
sjofel	adj	kaal, armoedig
sjofele	=	sjofel
sjofeler	=	sjofel
sjofelere	=	sjofel
sjofelers	=	sjofel
sjofels	=	sjofel
sjofelst	=	sjofel
sjofelste	=	sjofel
sjofetiem	=	sjofeet
sjofeur	=	chauffeur
sjoftiem	=	sjofeet
sjok	=	sjokken
sjokke	=	sjokken
sjokkel	=	sjokkelen
sjokkelde	=	sjokkelen
sjokkelden	=	sjokkelen
sjokkele	=	sjokkelen
sjokkelen	verb	zich heen en weer bewegen bij het gebed
sjokkelend	=	sjokkelen
sjokkelende	=	sjokkelen
sjokkelt	=	sjokkelen
sjokken	verb	langzaam en vermoeid of lusteloos lopen
sjokkend	=	sjokken
sjokkende	=	sjokken
sjokkerig	adj	op een slepende manier lopen of langzaam rennen
sjokkerige	=	sjokkerig
sjokkeriger	=	sjokkerig
sjokkerigere	=	sjokkerig
sjokkerigers	=	sjokkerig
sjokkerigs	=	sjokkerig
sjokkerigst	=	sjokkerig
sjokkerigste	=	sjokkerig
sjokola	=	chocola
sjokt	=	sjokken
sjokte	=	sjokken
sjokten	=	sjokken
sjolem	noun	vrede, welbevinden
sjolesj	num	drie
sjomeer	noun	bewaker
sjomree	=	sjomeer
sjomriem	=	sjomeer
sjone	noun	jaar
sjonge	intj	uitroep van verbazing of als je ergens van onder de indruk bent
sjongejonge	=	tjongejonge
sjonnie	noun|informal	ordinair manspersoon
sjonnies	=	sjonnie
sjoof	noun	gulden
sjoofje	=	sjoof
sjor	=	sjorren
sjorasjiem	=	sjoresj
sjorde	=	sjorren
sjorden	=	sjorren
sjorder	noun	arbeider die de lading op een schip vastzet
sjorders	=	sjorder
sjoresj	noun	de gezamenlijke basismedeklinkers van een woord
sjorre	=	sjorren
sjorren	verb	met touw stevig vastzetten, zodat deze niet kan overgaan bij transport
sjorrend	=	sjorren
sjorrende	=	sjorren
sjorring	noun	de vastzetting van lading zodat deze niet kan verschuiven of omvallen tijdens transport
sjorringen	=	sjorring
sjorringtouw	noun	relatief dun touw, gebruikt voor het binden van zinkstukken
sjorringtouwen	=	sjorringtouw
sjorringtouwtje	=	sjorringtouw
sjorringtouwtjes	=	sjorringtouw
sjort	=	sjorren
sjot	=	sjotten
sjotrem	noun	politie
sjotte	=	sjotten
sjotten	verb	voetballen, een balletje trappen
sjottend	=	sjotten
sjottende	=	sjotten
sjouchet	noun	ritueel slachter
sjouchets	=	sjouchet
sjoufer	noun	ramshoorn
sjoufers	=	sjoufer
sjoumer	noun	controleur van kasjroet
sjoumers	=	sjoumer
sjoumrem	=	sjoumer
sjouw	noun	zware last om te verplaatsen
sjouwde	=	sjouwen
sjouwden	=	sjouwen
sjouwe	=	sjouwen
sjouwen	verb	lopen met een zware lading
sjouwend	=	sjouwen
sjouwende	=	sjouwen
sjouwer	noun	iemand die beroepsmatig zware lasten verplaatst
sjouwerij	noun	zware, noeste arbeid
sjouwerijen	=	sjouwerij
sjouwerijtje	=	sjouwerij
sjouwerijtjes	=	sjouwerij
sjouwers	=	sjouwer
sjouwertje	=	sjouwer
sjouwertjes	=	sjouwer
sjouwt	=	sjouwen
sjoven	=	sjoof
sjtetl	noun	Oost-Europees joods dorp, stadje
sjtetls	=	sjtetl
sjtiebel	noun	officieuze synagoge
sjtiebels	=	sjtiebel
sjtinkel	noun	armoedig winkeltje
sjtinkels	=	sjtinkel
sjtoeb	noun	kamer
sjtoob	noun	kamer
sjtreimel	noun	bonthoed van chassidische joden
sjtreimels	=	sjtreimel
sjuutje	=	jus
sjwa	noun	bepaald Hebreeuws schriftteken
sjwa's	=	sjwa
sjwaatje	=	sjwa
sjwaatjes	=	sjwa
sjwarts	adj	orthodox
sjwartse	=	sjwarts
sjwas	=	sjwa
sjwatje	=	sjwa
sjwatjes	=	sjwa
ska	noun	dansmuziek, met elementen van calypso, jazz en rhythm-and-blues en een karakteristieke vierkwartsmaat met nadruk op de tweede en vierde noot Deze voorloper van de reggae ontstond eind jaren 50 van de 20e eeuw op Jamaica en werd in het laatste kwart van de 20e eeuw ook populair in Europa en Noord-Amerika.
skaat	noun	Duits kaartspel dat men speelt met 3 personen en 32 kaarten
skai	noun	kunstleer oorspronkelijk de merknaam van de firma Konrad Hornschuch AG	adj	gemaakt van skai kunstleer
skais	=	skai
skald	noun	een Noordse hofdichter, heldendichter, volksdichter, dichterzanger en geschiedschrijver
skalden	=	skald
skate	noun	een type rolschaats met achter elkaar geplaatste wielen.
skatebaan	noun	een locatie met een speciaal daarvoor ingerichte installatie waar men met skateboards skatesen BMXfietsen gebruik van kan maken
skatebanen	=	skatebaan
skateboard	noun	soort van schaatsplank op vier wieltjes, waarmee bijvoorbeeld door de straat kan worden gereden
skateboardde	=	skateboarden
skateboardden	=	skateboarden
skateboarde	=	skateboarden
skateboarden	verb	zich voortbewegen op een skateboard, een plank met vier wieltjes eronder
skateboardend	=	skateboarden
skateboardende	=	skateboarden
skateboarder	noun	iemand die op een skateboard rijdt en trucs uitvoert
skateboarders	=	skateboarder
skateboardertje	=	skateboarder
skateboardertjes	=	skateboarder
skateboarding	noun	actiesport die eind jaren 60 is ontstaan uit het surfen [1] waarbij men zich voortbeweegt op een plank met vier wieltjes, vaak in een skatepark of op straat, en daarbij soms ook atletische stunts uitvoert
skateboardje	=	skateboard
skateboardjes	=	skateboard
skateboards	=	skateboard
skateboardt	=	skateboarden
skateje	=	skate
skaten	verb	zich bewegen op een skateboard
skatend	=	skaten
skatende	=	skaten
skatepark	noun	een locatie met een speciaal daarvoor ingerichte installatie waar men met skateboards en BMX-fietsen gebruik van kan maken.
skateparken	=	skatepark
skateparkje	=	skatepark
skateparkjes	=	skatepark
skater	noun	iemand die skeelert of skatet
skaters	=	skater
skatertje	=	skater
skatertjes	=	skater
skates	=	skate
skatet	=	skaten
skatete	=	skaten
skateten	=	skaten
skating	noun	schaatsen / rolschaatsen / inlineskaten / vorm van langlaufen
skeeler	noun	rolschaats met 4 wieltjes die achterelkaar, in-line, staan.
skeelerde	=	skeeleren
skeelerden	=	skeeleren
skeelere	=	skeeleren
skeeleren	verb	rolschaatsen op een rolschaats met 4 wieltjes die recht achterelkaar staan
skeelerend	=	skeeleren
skeelerende	=	skeeleren
skeelers	=	skeeler
skeelert	=	skeeleren
skeelertje	=	skeeler
skeelerwedstrijd	noun	een race waarbij deelnemers op skeelers (inline skates) zo snel mogelijk een vastgestelde afstand afleggen
skeelerwedstrijden	=	skeelerwedstrijd
skeelerwedstrijdje	=	skeelerwedstrijd
skeelerwedstrijdjes	=	skeelerwedstrijd
skeer	adj	eigenaardig
skeerder	=	skeer
skeerdere	=	skeer
skeerders	=	skeer
skeers	=	skeer
skeerst	=	skeer
skeerste	=	skeer
skeet	noun	kleiduifschieten waarbij de kleiduiven uit twee torens worden geschoten
skegging	noun	legging met een eraan vastzittend rokje
skeggings	=	skegging
skegginkje	=	skegging
skegginkjes	=	skegging
skelet	noun	samenstel van onderdelen dat het lichaam stevigheid geeft
skeletachtig	adj	lijkend op een geraamte
skeletachtige	=	skeletachtig
skeletachtigs	=	skeletachtig
skeletje	=	skelet
skeletjes	=	skelet
skeletteer	=	skeletteren
skeletteerde	=	skeletteren
skeletteerden	=	skeletteren
skeletteermot	noun	Choreutis pariana een vlinder uit de familie glittermotten (Choreutidae).
skeletteermotje	=	skeletteermot
skeletteermotjes	=	skeletteermot
skeletteermotten	=	skeletteermot
skeletteert	=	skeletteren
skeletten	=	skelet
skelettere	=	skeletteren
skeletteren	verb	schoonmaken tot op het skelet; ontvlezen, drogen en het geraamte in elkaar zetten
skeletterend	=	skeletteren
skeletterende	=	skeletteren
skelter	noun	speelgoedauto die met beenkracht wordt voortbewogen
skelterbaan	noun	baan voor skelterwedstrijden
skelterbanen	=	skelterbaan
skelterde	=	skelteren
skelterden	=	skelteren
skeltere	=	skelteren
skelteren	verb	zo snel mogelijk rijden in een kleine vierwielige trapauto
skelterend	=	skelteren
skelterende	=	skelteren
skelters	=	skelter
skeltert	=	skelteren
skeltertje	=	skelter
skeltertjes	=	skelter
skepsis	=	scepsis
skepticus	=	scepticus
skeptisch	=	sceptisch
skere	=	skeer
sketch	noun	een kort, humoristisch optreden in de podiumkunst, vaak als onderdeel van een revue of show
sketches	=	sketch
sketchje	=	sketch
sketchjes	=	sketch
ski	noun	lange lat waarop men zich voortbeweegt over een geschikt medium (sneeuw, water) vaak om sport te bedrijven
ski's	=	ski
skibaan	noun	kunstmatige skipiste in een overdekte hal met echte sneeuw
skibanen	=	skibaan
skibidi	adj	echt ongewoon of opvallend
skibob	noun	soort fiets met ski's in plaats van wielen
skibobs	=	skibob
skibock	noun	brede ski met daarop een zitting, die als een soort slee wordt gebruikt om besneeuwde hellingen af te dalen
skibocks	=	skibock
skibox	noun	lange smalle koffer die op het dak van een auto geplaatst kan worden voor het vervoer van ski's
skiboxen	=	skibox
skibril	noun	bril die tijdens het skiën en snowboarden gedragen wordt ter bescherming van de ogen tegen sneeuwblindheid
skibrillen	=	skibril
skibrilletje	=	skibril
skibrilletjes	=	skibril
skibroek	noun	broek die geschikt is om bij het skiën aan te trekken
skibroeken	=	skibroek
skibroekje	=	skibroek
skibroekjes	=	skibroek
skibus	noun	bus waarin wintersporttoeristen reizen, vaak met een extra voorziening voor het vervoeren van de lange ski's
skibusje	=	skibus
skibusjes	=	skibus
skibussen	=	skibus
skiclub	noun	club om gezamenlijk de skisport te bedrijven
skiclubje	=	skiclub
skiclubjes	=	skiclub
skiclubs	=	skiclub
skidag	noun	dag dat men kan skiën
skidagen	=	skidag
skidagje	=	skidag
skidagjes	=	skidag
skidorp	noun	nederzetting waar men de wintersport kan bedrijven
skidorpen	=	skidorp
skiede	=	skiën
skieden	=	skiën
skiester	noun	vrouw die zich glijdend over sneeuw verplaatst met lange latten die aan de voeten zijn bevestigd
skiesters	=	skiester
skiestertje	=	skiester
skiestertjes	=	skiester
skiet	=	skiën
skietje	=	ski
skietjes	=	ski
skif	=	skiffen
skifederatie	noun	organisatie waar skiclubs lid van kunnen zijn
skifederaties	=	skifederatie
skiff	noun	lichte eenpersoons sportroeiboot
skiffe	=	skiffen
skiffen	verb	roeien in een lange, lichtgewicht, eenpersoons roeiboot
skiffend	=	skiffen
skiffende	=	skiffen
skiffeur	noun	roeier in een skiff
skiffeurs	=	skiffeur
skiffeurtje	=	skiffeur
skiffeurtjes	=	skiffeur
skiffhead	noun	een roeiwedstrijd met skiffs die sinds 1951 jaarlijks in het vroege voorjaar (maart of april) wordt gehouden op de Amstel
skiffheads	=	skiffhead
skiffje	=	skiff
skiffjes	=	skiff
skiffs	=	skiff
skifile	noun	file op de wegen naar wintersportgebieden
skifiles	=	skifile
skift	=	skiffen
skifte	=	skiffen
skiften	=	skiffen
skigebied	noun	een gebied waar men kan en mag skiën meestal gelegen in wintersportgebieden
skigebieden	=	skigebied
skigebiedje	=	skigebied
skigebiedjes	=	skigebied
skigelopen	=	skilopen
skihal	noun	een gebouw waarin een baan is aangelegd waarop je kunt skiën op kunstmatig gemaakte sneeuw
skihallen	=	skihal
skihut	noun	een klein gebouw in de bergen waarin skiërs kunnen uitrusten en wat gebruiken
skihutje	=	skihut
skihutjes	=	skihut
skihutten	=	skihut
skikamp	noun	schoolreisje waarin met gaat skiën
skikampen	=	skikamp
skiklas	noun	een groep beginnende skiërs die leren skiën onder leiding van een skileraar
skiklasje	=	skiklas
skiklasjes	=	skiklas
skiklassen	=	skiklas
skikleding	noun	functionele winterspportkleding, ontworpen om het lichaam warm, droog en beschermd te houden tegen kou, wind en sneeuw tijdens het skiën of snowboarden
skilat	noun	een sportartikel voor wintersporten zoals skiën, waarbij je je voeten bevestigt aan lange, smalle latten om over sneeuw te glijden
skilatje	=	skilat
skilatjes	=	skilat
skilatten	=	skilat
skileraar	noun	iemand die skiles geeft
skileraars	=	skileraar
skileraartje	=	skileraar
skileraartjes	=	skileraar
skileraren	=	skileraar
skiles	noun	deel van een skicursus
skilessen	=	skiles
skiliep	=	skilopen
skiliepen	=	skilopen
skilift	noun	een kabelbaan voor skiërs
skiliften	=	skilift
skiliftje	=	skilift
skiliftjes	=	skilift
skill	noun	vaardigheid, het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
skills	=	skill
skillz	noun	vaardigheden
skiloop	=	skilopen
skiloopt	=	skilopen
skilope	=	skilopen
skilopen	verb	wintersport waarbij men zich met ski's en stokken voortbeweegt
skilopend	=	skilopen
skilopende	=	skilopen
skim	=	skimmen
skimboard	noun	dunne, kleine surfplank die wordt gebruikt voor de watersport skimboarden, waarbij je op een dun laagje water (de waterlijn) of in de branding glijdt om tricks te doen, vergelijkbaar met skateboarden op water
skimboardje	=	skimboard
skimboardjes	=	skimboard
skimboards	=	skimboard
skimde	=	skimmen
skimden	=	skimmen
skimme	=	skimmen
skimmen	verb	de magneetstrip van een (inmiddels verouderd) bankpasje van een ander kopiëren met het doel, als het tevens lukt de pincode van die bankpas te bemachtigen, daarmee illegaal geldopnames te verrichten
skimmend	=	skimmen
skimmende	=	skimmen
skimt	=	skimmen
skin	noun	door de gebruiker te kiezen variant in de uiterlijke vormgeving van van programmatuur op het scherm die los staat van de eigenlijke functionaliteit
skin-effect	noun	het verschijnsel dat de geleiding van een hoogfrequentwisselstroom zich slechts voordoet aan de oppervlakte van de geleider
skin-effecten	=	skin-effect
skin-effectje	=	skin-effect
skin-effectjes	=	skin-effect
skinhead	noun	kaalgeschoren jongere uit subcultuur
skinheads	=	skinhead
skinimalisme	noun	benadering van huidverzorging en schoonheid die uitgaat van de natuurlijke gezondheid van de huid waarbij je een eenvoudige routine volgt met minder producten
skinimalismes	=	skinimalisme
skink	noun	benaming voor hagedissen uit de familie Scincidae
skinkachtigen	noun	een infraorde Scincomorpha van hagedissen (onderorde Lacertilia), bestaande uit 7 families.
skinken	noun	een familie Scincidae van hagedissen (Lacertilia)
skinkje	=	skink
skinkjes	=	skink
skinnetje	=	skin
skinny	adj	heel erg mager
skinny's	=	skinny
skinnyer	=	skinny
skinnyere	=	skinny
skinnyers	=	skinny
skinnyst	=	skinny
skinnyste	=	skinny
skins	=	skin
skiongeluk	noun	ongeval tijdens het skiën
skiongelukje	=	skiongeluk
skiongelukjes	=	skiongeluk
skiongelukken	=	skiongeluk
skiongeval	noun	ongeluk ontstaan tijdens het skiën
skiongevallen	=	skiongeval
skioord	noun	een plaats met veel mogelijkheden om wintersport te bedrijven
skioorden	=	skioord
skip	=	skippen
skipak	noun	een strak om het lichaam zittend pak geschikt om in te skiën ter bescherming tegen kou en wind
skipakje	=	skipak
skipakjes	=	skipak
skipakken	=	skipak
skipas	noun	een toegangsbewijs, dat geldig is voor één of meer dagen, voor een skigebied en de daarbij behorende skiliften
skipassen	=	skipas
skipiste	noun	een geprepareerde baan waarover men kan skiën; gemarkeerde zone waarin men kan skiën in een skigebied
skipisten	=	skipiste
skipistes	=	skipiste
skippe	=	skippen
skippen	verb	overslaan, iets niet doen
skippend	=	skippen
skippende	=	skippen
skipper	noun	gezagvoerder op een (zeil)schip
skippers	=	skipper
skippybal	noun	een bal waar men op kan zitten en waaraan men zich kan vasthouden en waarmee men sprongen kan maken die lijken op de sprongen van een kangaroe
skippyballen	=	skippybal
skipret	noun	de lol die je kunt beleven aan de wintersportvakantie
skipt	=	skippen
skipte	=	skippen
skipten	=	skippen
skireis	noun	een reis naar een skigebied; een reis die men maakt om te gaan skiën
skireisje	=	skireis
skireisjes	=	skireis
skireizen	=	skireis
skischans	noun	de helling waarvan skispringers van afglijden en afspringen
skischansen	=	skischans
skischoen	noun	een speciale schoen die je kunt vastklikken aan een ski
skischoenen	=	skischoen
skischoentje	=	skischoen
skischoentjes	=	skischoen
skisport	noun	een sportieve manier van skiën
skisporten	=	skisport
skispring	=	skispringen
skispringen	verb	tak van de skisport waarbij men springt van een skischans waarbij men zowel mooi als ver moet proberen te springen
skispringend	=	skispringen
skispringende	=	skispringen
skister	=	skiester
skistok	noun	lichte stok als hulpmiddel bij het skiën
skistokje	=	skistok
skistokjes	=	skistok
skistokken	=	skistok
skiteam	noun	groep sporters die samen meedoen aan een skiwedstrijd
skiteams	=	skiteam
skitrein	noun	trein speciaal voor wintersporters
skitreinen	=	skitrein
skivakantie	noun	Vakantie waarbij skiën de belangrijkste activiteit is.
skivakanties	=	skivakantie
skivakantietje	=	skivakantie
skivakantietjes	=	skivakantie
skiverlof	noun	een vakantie in de winter waarin men kan gaan skiën
skiverloven	=	skiverlof
skiwas	noun	was waarmee men het oppervlak van een ski glad maakt zodat de ski beter glijdt
skiwassen	=	skiwas
skiwedstrijd	noun	wedstrijd wie het beste (snelste) kan skiën
skiwedstrijden	=	skiwedstrijd
skië	=	skiën
skiën	verb	zich over sneeuw voortbewegen op twee aan de voeten bevestigde lange latten
skiënd	=	skiën
skiënde	=	skiën
skiër	noun	een mannelijk iemand die aan skiën doet
skiërs	=	skiër
skiërtje	=	skiër
skiërtjes	=	skiër
skotoe	noun|slang	politie
skotoes	=	skotoe
skottelbraai	noun	soort gasbarbecue waarop kan worden gewokt, gebakken of gebarbecued
skottelbraaien	=	skottelbraai
skottelbraais	=	skottelbraai
skottelbraaitje	=	skottelbraai
skrakipoku	noun	dansmuziek waarbij een grote trom op een standaard staat
skrakipoku's	=	skrakipoku
skrei	noun	benaming van de kabeljauw tussen december en april
skreien	=	skrei
skriptie	=	scriptie
skunk	noun	wiet met een extra hoge THC-concentratie die ook in Nederland wordt gekweekt
skunks	=	skunk
skybox	noun	een, vaak zeer luxueus uitgeruste, privéruimte in een stadion met uitzicht op het veld of de baan
skyboxen	=	skybox
skyboxje	=	skybox
skyboxjes	=	skybox
skydive	=	skydiven
skydivede	=	skydiven
skydiveden	=	skydiven
skydiven	verb	een vorm van parachutespringen waarbij men tijdens de eerste fase van de sprong de parachute niet opent
skydivend	=	skydiven
skydivende	=	skydiven
skydivet	=	skydiven
skylab	noun	laboratorium in een ruimtevaartuig in het algemeen
skylabs	=	skylab
skyline	noun	stedelijk silhouet, stedelijke horizon
skylines	=	skyline
skype	=	skypen
skypegesprek	noun	een telefoongesprek via het internet met de software Skype
skypegesprekje	=	skypegesprek
skypegesprekjes	=	skypegesprek
skypegesprekken	=	skypegesprek
skypen	verb	met elkaar praten via een videoverbinding over het internet met het computerprogramma Skype
skypend	=	skypen
skypende	=	skypen
skypet	=	skypen
skypete	=	skypen
skypeten	=	skypen
skûtsje	noun	type houten zeilschip met één mast, vroeger door Friezen gebruikt voor vrachtvervoer op binnenwateren en tegenwoordig voor zeilwedstrijden
skûtsjes	=	skûtsje
skûtsjesilen	noun	een zeilwedstrijd houden met skûtsjes
sla	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lactuca
sla's	=	sla
sla-zeggeroest	noun	Puccinia opizii een heteroecische roestschimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
sla-zeggeroesten	=	sla-zeggeroest
sla-zeggeroestje	=	sla-zeggeroest
sla-zeggeroestjes	=	sla-zeggeroest
slaaf	noun	een persoon die het bezit is van een ander
slaafde	=	slaven
slaafden	=	slaven
slaafgemaakte	noun	iemand die ergens in zijn of haar leven door onderwerping de status van slaaf heeft gekregen
slaafgemaakten	=	slaafgemaakte
slaafje	=	slaaf
slaafjes	=	slaaf
slaaflijk	adj	op een extreem onderdanige manier
slaaflijke	=	slaaflijk
slaaflijker	=	slaaflijk
slaaflijkere	=	slaaflijk
slaaflijkers	=	slaaflijk
slaaflijks	=	slaaflijk
slaaflijkst	=	slaaflijk
slaaflijkste	=	slaaflijk
slaafs	adj	te gedwee, onderworpen of volgzaam
slaafsch	=	slaafs
slaafse	=	slaafs
slaafser	=	slaafs
slaafsere	=	slaafs
slaafsers	=	slaafs
slaafsheden	=	slaafsheid
slaafsheid	noun	gedrag dat duidt om te grote onderdanigheid
slaafst	=	slaafs
slaafste	=	slaafs
slaaft	=	slaven
slaafvrij	adj	zodanig dat er geen gebruik gemaakt is van slaven/slavernij
slaafvrije	=	slaafvrij
slaafvrijer	=	slaafvrij
slaafvrijere	=	slaafvrij
slaafvrijers	=	slaafvrij
slaafvrijs	=	slaafvrij
slaafvrijst	=	slaafvrij
slaafvrijste	=	slaafvrij
slaag	noun	het uitdelen of ontvangen van klappen
slaagde	=	slagen
slaagden	=	slagen
slaagjes	noun|obsolete	verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord slag
slaagkans	noun	de waarschijnschijnlijk dat iets zal lukken
slaagkansen	=	slaagkans
slaags	adv	aan het vechten
slaagt	=	slagen
slaak	=	slaken
slaakt	=	slaken
slaakte	=	slaken
slaakten	=	slaken
slaan	verb	een klap uitdelen; met de arm of een vastgehouden voorwerp een snelle, rakende beweging maken
slaand	=	slaan
slaande	=	slaan
slaap	noun	periode van inactiviteit waarbij het lichaam tot rust komt
slaap-waakritme	noun	door biologische processen bepaalde patroon van tijdstippen waarop een mens wakker wordt of gaat slapen
slaap-waakritmen	=	slaap-waakritme
slaap-waakritmes	=	slaap-waakritme
slaapaanval	noun	het opkomen van een sterke behoefte om te slapen
slaapaanvallen	=	slaapaanval
slaapaanvalletje	=	slaapaanval
slaapaanvalletjes	=	slaapaanval
slaapadvies	noun	aanbevelingen om een betere nachtrust te hebben
slaapadviesje	=	slaapadvies
slaapadviesjes	=	slaapadvies
slaapadviezen	=	slaapadvies
slaapapneu	noun	kwaal waarbij de ademhaling af en toe stokt tijdens de slaap
slaapapneus	=	slaapapneu
slaapapneutje	=	slaapapneu
slaapapneutjes	=	slaapapneu
slaapbank	noun	een meubelstuk dat geschikt is als bank én als bed
slaapbanken	=	slaapbank
slaapbankje	=	slaapbank
slaapbankjes	=	slaapbank
slaapbed	noun	bed waarin men kan slapen
slaapbedden	=	slaapbed
slaapbedje	=	slaapbed
slaapbedjes	=	slaapbed
slaapbeen	noun	een van de beenderen van de schedel
slaapbeenderen	=	slaapbeen
slaapbeentje	=	slaapbeen
slaapbeentjes	=	slaapbeen
slaapbenen	=	slaapbeen
slaapbevorderend	adj	van iets dat helpt om beter, sneller of dieper in te slapen en de kwaliteit van de nachtrust verbetert
slaapbevorderende	=	slaapbevorderend
slaapbevorderender	=	slaapbevorderend
slaapbevorderendere	=	slaapbevorderend
slaapbevorderenders	=	slaapbevorderend
slaapbevorderends	=	slaapbevorderend
slaapbevorderendst	=	slaapbevorderend
slaapbevorderendste	=	slaapbevorderend
slaapboek	noun	boek die men voor het slapengaan leest
slaapboeken	=	slaapboek
slaapboekje	=	slaapboek
slaapboekjes	=	slaapboek
slaapbol	noun	Papaver somniferum de Papaver somniferum
slaapbollen	=	slaapbol
slaapcoupeetje	=	slaapcoupé
slaapcoupeetjes	=	slaapcoupé
slaapcoupé	noun	treinwagon van een nachttrein met opklapbedden waarin men kan slapen
slaapcoupés	=	slaapcoupé
slaapdeprivatie	noun	slaaptekort, een gebrek aan slaap
slaapdeskundige	noun	somnoloog, iemand die veel weet over slaap en het proces van slapen
slaapdeskundigen	=	slaapdeskundige
slaapdoos	noun	waterbestendige kartonnen doos om in te slapen voor daklozen en thuislozen
slaapdozen	=	slaapdoos
slaapdrank	noun	een vloeibaar slaapmiddel
slaapdranken	=	slaapdrank
slaapdrankje	=	slaapdrank
slaapdrankjes	=	slaapdrank
slaapdronken	adj	nog niet helemaal helder wakker
slaapdronkener	=	slaapdronken
slaapdronkeners	=	slaapdronken
slaapdronkens	=	slaapdronken
slaapdronkenst	=	slaapdronken
slaapdronkenste	=	slaapdronken
slaapfeest	noun	feestelijke bijeenkomst waarbij de feestvierders blijven overnachten op de plaats van het feest
slaapfeesten	=	slaapfeest
slaapfeestje	=	slaapfeest
slaapfeestjes	=	slaapfeest
slaapgebrek	noun	tekort aan slaap
slaapgedeelte	noun	het gedeelte waar geslapen wordt
slaapgedeelten	=	slaapgedeelte
slaapgedeeltes	=	slaapgedeelte
slaapgelegenheden	=	slaapgelegenheid
slaapgelegenheid	noun	plaats waar men de nacht slapend kan doorbrengen
slaapgeneeskunde	noun	somnologie, Geneeskundig specialisme dat gaat over slaapproblemen en slaapstoornissen
slaapgeneeskundige	noun	arts gespecialiseerd in de somnologie, de slaapgeneeskunde
slaapgeneeskundigen	=	slaapgeneeskundige
slaapgoed	noun	kleding die je draagt tijdens het slapen
slaapgoedje	=	slaapgoed
slaapgoedjes	=	slaapgoed
slaapgrondels	noun	een familie Eleotridae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
slaaphemd	noun	hemd dat men aantrekt bij het slapen gaan
slaaphemden	=	slaaphemd
slaaphemdje	=	slaaphemd
slaaphemdjes	=	slaaphemd
slaaphouding	noun	positie die je lichaam aanneemt tijdens het slapen, wat volgens onderzoekers veel zegt over je karakter en persoonlijkheid.
slaaphoudingen	=	slaaphouding
slaaphoudinkje	=	slaaphouding
slaaphoudinkjes	=	slaaphouding
slaapjak	noun	hemd dat men aantrekt bij het slapen gaan
slaapjakje	=	slaapjak
slaapjakjes	=	slaapjak
slaapjakken	=	slaapjak
slaapje	=	slaap
slaapjes	=	slaap
slaapkamer	noun	een kamer die hoofdzakelijk gebruikt wordt om in te slapen
slaapkamerdeur	noun	de deur van een slaapkamer
slaapkamerdeuren	=	slaapkamerdeur
slaapkamerdeurtje	=	slaapkamerdeur
slaapkamerdeurtjes	=	slaapkamerdeur
slaapkamergeluk	noun	geluk in een slaapkamer
slaapkamerraam	noun	raam van een slaapkamer
slaapkamerraampje	=	slaapkamerraam
slaapkamerraampjes	=	slaapkamerraam
slaapkamerramen	=	slaapkamerraam
slaapkamers	=	slaapkamer
slaapkamertje	=	slaapkamer
slaapkamertjes	=	slaapkamer
slaapkamerverdieping	noun	etage van een woning waar de slaapvertrekken zijn
slaapkamerverdiepingen	=	slaapkamerverdieping
slaapkamerverdiepinkje	=	slaapkamerverdieping
slaapkamerverdiepinkjes	=	slaapkamerverdieping
slaapklederen	=	slaapkleed
slaapkleed	noun	nachtjapon
slaapkleedje	=	slaapkleed
slaapkleedjes	=	slaapkleed
slaapkleren	=	slaapkleed
slaapkop	noun	iemand die ongepast slaperig is
slaapkopje	=	slaapkop
slaapkopjes	=	slaapkop
slaapkoppen	=	slaapkop
slaapkuren	=	slaapkuur
slaapkuur	noun|obsolete	een verouderde medische behandeling die bestaat uit langdurige slapen
slaaplaken	noun	laken waarop of waaronder man kan slapen
slaaplakens	=	slaaplaken
slaaplakentje	=	slaaplaken
slaaplakentjes	=	slaaplaken
slaaplied	noun	melodie met eenvoudige tekst die gezongen wordt om een kind in slaap te krijgen
slaapliederen	=	slaaplied
slaapliedje	=	slaaplied
slaapliedjes	=	slaaplied
slaapligging	noun	de positie waarin het lichaam rust tijdens de nacht, cruciaal voor een goede nachtrust en het voorkomen van nek- en rugklachten
slaapliggingen	=	slaapligging
slaaplijden	noun	gebrek aan slaap
slaapmat	noun	een mat waarop geslapen kan worden
slaapmatje	=	slaapmat
slaapmatjes	=	slaapmat
slaapmatten	=	slaapmat
slaapmiddel	noun	een geneesmiddel dat slaap veroorzaakt, in de zin van makkelijker in slaap vallen en/of langer doorslapen
slaapmiddelen	=	slaapmiddel
slaapmiddeltje	=	slaapmiddel
slaapmiddeltjes	=	slaapmiddel
slaapmoment	noun	een korte periode dat men slaapt
slaapmomenten	=	slaapmoment
slaapmomentje	=	slaapmoment
slaapmomentjes	=	slaapmoment
slaapmuis	noun	familie van op eekhoorns lijkende knaagdieren
slaapmuisje	=	slaapmuis
slaapmuisjes	=	slaapmuis
slaapmuizen	noun	Gliridae een kleine familie uit de orde van de Rodentia (knaagdieren).
slaapmuts	noun	meestal in een punt uitlopend hoofdbedekking van textiel, gedragen tijdens de nachtrust
slaapmutsen	=	slaapmuts
slaapmutsje	noun	bepaald soort kruidachtige plant, Eschscholzia californica uit de papaverfamilie (Papaveraceae), die van nature voorkomt in de westelijke Verenigde Staten en het westen van Mexico
slaapmutsjes	=	slaapmuts
slaapmutske	noun	een borrel die men drinkt om goed te kunnen slapen
slaapmutskes	=	slaapmutske
slaappak	noun	gemakkelijk zittende hemd en broek die 's nachts in bed kunnen worden gedragen
slaappakken	=	slaappak
slaappil	noun	tablet die zorgt dat je in slaap valt en blijft slapen
slaappillen	=	slaappil
slaappilletje	=	slaappil
slaappilletjes	=	slaappil
slaappiraat	noun	persoon die zonder te betalen overnacht in een hotel
slaappiraten	=	slaappiraat
slaapplaats	noun	plaats waar iemand kan slapen
slaapplaatsen	=	slaapplaats
slaapplaatsje	=	slaapplaats
slaapplaatsjes	=	slaapplaats
slaapplek	noun	een plaats waar je kunt slapen
slaapplekje	=	slaapplek
slaapplekjes	=	slaapplek
slaapplekken	=	slaapplek
slaappositie	noun	de positie waarin het lichaam rust tijdens de nacht, cruciaal voor een goede nachtrust en het voorkomen van nek- en rugklachten
slaapposities	=	slaappositie
slaappositietje	=	slaappositie
slaappositietjes	=	slaappositie
slaapprobleem	noun	als er iets met het slapen is waar iemand last van heeft
slaapprobleempje	=	slaapprobleem
slaapprobleempjes	=	slaapprobleem
slaapproblemen	=	slaapprobleem
slaaprijden	verb	een autobesturen als men slaperig is
slaaprijdend	=	slaaprijden
slaaprijdende	=	slaaprijden
slaaprijder	noun	persoon die slaperig is of wordt terwijl hij of zij een auto bestuurt
slaaprijders	=	slaaprijder
slaaprijtuig	noun	slaapwagen
slaaprijtuigen	=	slaaprijtuig
slaapritme	noun	het patroon van het slapen, de regelmaat van het slapen
slaapritmen	=	slaapritme
slaapritmes	=	slaapritme
slaaprok	noun	nachthemd dat men aantrekt voor het slapen gaan
slaaprokken	=	slaaprok
slaapruimte	noun	deel van een gebouw of vervoermiddel waar men kan slapen
slaapruimten	=	slaapruimte
slaapruimtes	=	slaapruimte
slaapsituatie	noun	de positie waarin iemand slaapt; de omstandigheden waarin iemand slaapt
slaapsituaties	=	slaapsituatie
slaapsok	noun	een sok die je tijdens de slaap kunt dragen om de voeten warm te houden
slaapsokje	=	slaapsok
slaapsokjes	=	slaapsok
slaapsokken	=	slaapsok
slaapspul	noun	middelen of spullen die te maken hebben met slapen
slaapspullen	=	slaapspul
slaapspulletje	=	slaapspul
slaapspulletjes	=	slaapspul
slaapstad	noun	een stad waarvan het grootste deel van de in deze stad woonachtige beroepsbevolking, niet in deze stad werkt en waar het aantal arbeidsplaatsen lager ligt dan het aantal beroepsgeschikten
slaapstadje	=	slaapstad
slaapstadjes	=	slaapstad
slaapstaking	noun	een periode waarin een baby of peuter plotseling weigert te slapen, overdag of 's nachts.
slaapstakingen	=	slaapstaking
slaapstakinkje	=	slaapstaking
slaapstakinkjes	=	slaapstaking
slaapstand	noun	een ruststand, met laag energieverbruik, van een apparaat
slaapstanden	=	slaapstand
slaapstede	noun	plaats waar men kan slapen, bed
slaapsteden	=	slaapstad
slaapstee	noun	plaats waar men kan slapen
slaapsteeën	=	slaapstee
slaapster	noun	vrouwelijk persoon die slaapt
slaapsters	=	slaapster
slaapstertje	=	slaapster
slaapstertjes	=	slaapster
slaapstoornis	noun	stoornis in de slaappatronen van mens of dier
slaapstoornisje	=	slaapstoornis
slaapstoornisjes	=	slaapstoornis
slaapstoornissen	=	slaapstoornis
slaapt	=	slapen
slaaptablet	noun	medicament dat via de mond wordt ingenomen dat zorgt dat je in slaap valt
slaaptabletje	=	slaaptablet
slaaptabletjes	=	slaaptablet
slaaptabletten	=	slaaptablet
slaaptekort	noun	slaapdeprivatie, een gebrek aan slaap
slaaptekorten	=	slaaptekort
slaaptekortje	=	slaaptekort
slaaptekortjes	=	slaaptekort
slaaptijd	noun	het tijdstip dat je gaat slapen, of een duur van het slapen
slaaptijden	=	slaaptijd
slaaptrein	noun	nachttrein met slaapwagons
slaaptreinen	=	slaaptrein
slaaptreintje	=	slaaptrein
slaapuren	=	slaapuur
slaapuur	noun	het tijdstip dat men gaat slapen, of een uur slaaptijd
slaapuurtje	=	slaapuur
slaapuurtjes	=	slaapuur
slaapverdieping	noun	etage van een woning waar de slaapkamers zijn
slaapverdiepingen	=	slaapverdieping
slaapverdiepinkje	=	slaapverdieping
slaapverdiepinkjes	=	slaapverdieping
slaapvertrek	noun	vertrek waarin men kan slapen
slaapvertrekje	=	slaapvertrek
slaapvertrekjes	=	slaapvertrek
slaapvertrekken	=	slaapvertrek
slaapverwekkend	adj	saai, vervelend, duf
slaapverwekkende	=	slaapverwekkend
slaapverwekkender	=	slaapverwekkend
slaapverwekkendere	=	slaapverwekkend
slaapverwekkenders	=	slaapverwekkend
slaapverwekkends	=	slaapverwekkend
slaapverwekkendst	=	slaapverwekkend
slaapverwekkendste	=	slaapverwekkend
slaapwachtende	noun	iemand die alvast uit voorzorg op de wachtlijst van een verpleeghuis geplaatst is
slaapwachtenden	=	slaapwachtende
slaapwagen	noun	spoorrijtuig met slaapplaatsen
slaapwagens	=	slaapwagen
slaapwagentje	=	slaapwagen
slaapwagentjes	=	slaapwagen
slaapwagon	noun	rijtuig waarin men kan slapen
slaapwagons	=	slaapwagon
slaapwandel	=	slaapwandelen
slaapwandelaar	noun	iemand die loopt in een toestand van verminderd bewustzijn
slaapwandelaars	=	slaapwandelaar
slaapwandelde	=	slaapwandelen
slaapwandelden	=	slaapwandelen
slaapwandele	=	slaapwandelen
slaapwandelen	verb	onbewust daarvan rondwandelen in een toestand van slaap
slaapwandelend	=	slaapwandelen
slaapwandelende	=	slaapwandelen
slaapwandelt	=	slaapwandelen
slaapwekkend	adj	van iets dat het zo saai is dat het slaperig maakt
slaapwekkende	=	slaapwekkend
slaapwekkender	=	slaapwekkend
slaapwekkendere	=	slaapwekkend
slaapwekkenders	=	slaapwekkend
slaapwekkends	=	slaapwekkend
slaapwekkendst	=	slaapwekkend
slaapwekkendste	=	slaapwekkend
slaapwel	intj	een goede nachtrust gewenst
slaapwetenschapper	noun	iemand die onderzoek doet naar het slapen van mensen en dieren
slaapwetenschappers	=	slaapwetenschapper
slaapzaal	noun	zaal die bestemd is om in te slapen door meerdere mensen
slaapzaaltje	=	slaapzaal
slaapzaaltjes	=	slaapzaal
slaapzak	noun	Een slaapzak wordt gevormd door een grote, doorstikte deken, die vaak door middel van een rits om het lichaam heen te sluiten is.
slaapzakje	=	slaapzak
slaapzakjes	=	slaapzak
slaapzakken	=	slaapzak
slaapzalen	=	slaapzaal
slaapziekte	noun	ziekte, endemisch in Afrika, die door de tseetsee vlieg verspreid wordt
slaapziekten	=	slaapziekte
slaapziektes	=	slaapziekte
slaat	=	slaan
slaatje	noun	koud gerecht met groenten (sla, tomaten, ei enz) of vruchten
slaatjes	=	slaatje
slab	noun	doekje waarop met name een kind kan morsen tijdens het eten of drinken zodat de kleren schoon blijven
slabak	=	slabakken
slabakke	=	slabakken
slabakken	verb	lui zijn, het werk versloffen
slabakkend	=	slabakken
slabakkende	=	slabakken
slabakt	=	slabakken
slabakte	=	slabakken
slabakten	=	slabakken
slabbe	noun	doekje waarop met name een kind kan morsen tijdens het eten of drinken zodat de kleren schoon blijven
slabben	=	slab
slabbend	=	slab
slabbende	=	slab
slabber	noun	lapje dat men voor de hals bindt om knoeien bij het eten te voorkomen
slabberde	=	slabberen
slabberden	=	slabberen
slabbere	=	slabberen
slabberen	verb	snel, morsig en luidruchtig eten en drinken (zoals varkens doen)
slabberend	=	slabberen
slabberende	=	slabberen
slabbers	=	slabber
slabbert	=	slabberen
slabbertje	=	slabber
slabbetje	=	slab
slabbetjes	=	slab
slabde	=	slab
slabden	=	slab
slabed	noun	afgegrensd deel van een moestuin waarin men sla kweekt
slabedden	=	slabed
slabedje	=	slabed
slabedjes	=	slabed
slabje	=	slab
slabjes	=	slab
slablaadje	=	slablad
slablaadjes	=	slablad
slablad	noun	het eetbare blad van een slaplant
slabladen	=	slablad
slabladeren	=	slablad
slablaren	=	slablad
slabonen	=	slaboon
slaboon	noun	peulvrucht van Phaseolus vulgaris
slaboontje	=	slaboon
slaboontjes	=	slaboon
slabord	noun	schotel waarop een salade wordt opgediend
slaborden	=	slabord
slabt	=	slab
slacentrifuge	noun	'centrifuge' om gewassen groente mee droog te centrifugeren
slacentrifuges	=	slacentrifuge
slacentrifugetje	=	slacentrifuge
slachboom	=	slagboom
slacht	noun	het slachten
slachtafval	noun	de nutteloze restanten die overblijven na het verwerken van een geslacht dier
slachtafvalletje	=	slachtafval
slachtafvalletjes	=	slachtafval
slachtbank	noun	plaats waar dieren geslacht worden, ook in figuurlijke zin gebruikt als het om mensen gaat die bestraft moeten worden
slachtbanken	=	slachtbank
slachtbankje	=	slachtbank
slachtbankjes	=	slachtbank
slachtbijl	noun	bijl die een slager gebruikt bij het slachten
slachtbijlen	=	slachtbijl
slachtbijltje	=	slachtbijl
slachtbijltjes	=	slachtbijl
slachtdier	noun	dier, bestemd voor consumptie (meestal: rund, schaap, geit of varken)
slachtdieren	=	slachtdier
slachte	=	slachten
slachten	verb	een dier doden voor het vlees of als offer
slachtend	=	slachten
slachtende	=	slachten
slachter	noun	iemand die slacht
slachterij	noun	bedrijf waar vee wordt gedood voor consumptie
slachterijen	=	slachterij
slachterijtje	=	slachterij
slachterijtjes	=	slachterij
slachters	=	slachter
slachtertje	=	slachter
slachthuis	noun	een bedrijf waar dieren geslacht worden
slachthuisje	=	slachthuis
slachthuisjes	=	slachthuis
slachthuizen	=	slachthuis
slachting	noun	handeling waarbij dier geslacht wordt
slachtingen	=	slachting
slachtinkje	=	slachting
slachtinkjes	=	slachting
slachtmaand	noun	elfde maand van het kalenderjaar
slachtmaanden	=	slachtmaand
slachtmaandje	=	slachtmaand
slachtmaandjes	=	slachtmaand
slachtmes	noun	een mes dat dient om dieren te doden voor het vlees of als offer
slachtmesje	=	slachtmes
slachtmesjes	=	slachtmes
slachtmessen	=	slachtmes
slachtoffer	noun	een dier dat (of mens die) gedood wordt als offer voor een godheid
slachtofferbejegening	noun	De manier waarop een slachtoffer bejegend wordt
slachtofferbejegeningen	=	slachtofferbejegening
slachtofferbeleid	noun	beleid tav slachtoffers
slachtofferde	=	slachtofferen
slachtofferden	=	slachtofferen
slachtoffere	=	slachtofferen
slachtofferen	verb	iets of iemand opofferen voor iets of iemand anders
slachtofferend	=	slachtofferen
slachtofferende	=	slachtofferen
slachtofferhulp	noun	hulp aan slachtoffers
slachtofferhulpen	=	slachtofferhulp
slachtofferloos	adj	zonder slachtoffers
slachtofferloze	=	slachtofferloos
slachtofferorganisatie	noun	een organisatie die opkomt voor de belangen van slachtoffers, hen ondersteunt en mogelijk ook door slachtoffers zelf opgericht is
slachtofferorganisaties	=	slachtofferorganisatie
slachtofferorganisatietje	=	slachtofferorganisatie
slachtofferorganisatietjes	=	slachtofferorganisatie
slachtofferrol	noun	het zich gedragen als een slachtoffer (o.a door boos te zijn, bij anderen schuldgevoelens op te wekken en door hulp te vragen zonder zelf actief het probleem aan te pakken)
slachtofferrollen	=	slachtofferrol
slachtofferrolletje	=	slachtofferrol
slachtofferrolletjes	=	slachtofferrol
slachtoffers	=	slachtoffer
slachtofferschap	noun	het slachtoffer zijn
slachtofferschappen	=	slachtofferschap
slachtoffert	=	slachtofferen
slachtoffertje	=	slachtoffer
slachtoffertjes	=	slachtoffer
slachtofferverklaring	noun	verklaring die het slachtoffer van een misdaad mag afleggen tijdens het strafproces
slachtofferverklaringen	=	slachtofferverklaring
slachtofferverklarinkje	=	slachtofferverklaring
slachtofferverklarinkjes	=	slachtofferverklaring
slachtpartij	noun	gebeurtenis waarbij veel doden en gewonden zijn gevallen
slachtpartijen	=	slachtpartij
slachtpartijtje	=	slachtpartij
slachtpartijtjes	=	slachtpartij
slachtplaats	noun	plaats waar geslacht wordt
slachtplaatsen	=	slachtplaats
slachtprijs	noun	prijs van slachtvee
slachtprijzen	=	slachtprijs
slachtrijp	adj	van vee dat het zo groot en vet geworden is dat het genoeg vlees bevat om geslacht te kunnen worden
slachtrijpe	=	slachtrijp
slachtrijper	=	slachtrijp
slachtrijpere	=	slachtrijp
slachtrijpers	=	slachtrijp
slachtrijps	=	slachtrijp
slachtrijpst	=	slachtrijp
slachtrijpste	=	slachtrijp
slachtruimte	noun	specifieke werkruimte of het bedrijf (een slachthuis of abattoir) waar dieren worden geslacht voor vleesconsumptie
slachtruimten	=	slachtruimte
slachtruimtes	=	slachtruimte
slachtsoep	noun	soep gemaakt van orgaanvlees en slachtafval
slachtsoepen	=	slachtsoep
slachtsoepje	=	slachtsoep
slachtsoepjes	=	slachtsoep
slachtte	=	slachten
slachtten	=	slachten
slachtvee	noun	vee, bestemd voor de slacht
slachtverbod	noun	een verbod op het slachten van dieren, vaak specifiek gericht op onverdoofd of ritueel slachten, om dierenleed te voorkomen, omdat onverdoofd slachten (bij volle bewustzijn de keel doorsnijden) voor de dieren een pijnlijke doodsstrijd veroorzaakt.
slachtverboden	=	slachtverbod
slachtverbodje	=	slachtverbod
slachtverbodjes	=	slachtverbod
slacks	noun	nette lange broek die geen onderdeel uitmaakt van een compleet kostuum, maar naar wens met jasjes of bloesjes kan worden gecombineerd
slacouvert	noun	vork en lepel om sla mee op te scheppen
slacouverts	=	slacouvert
sladistelknoopvlekje	noun	Eucosma conterminana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
sladistelknoopvlekjes	=	sladistelknoopvlekje
sladood	noun|obsolete	iemand die heel lang van stuk is
slae	=	sla
slafelijk	adj	van een persoon dat hij zich gedraagt zoals passend is voor een slaaf
slafelijke	=	slafelijk
slafelijker	=	slafelijk
slafelijkere	=	slafelijk
slafelijkers	=	slafelijk
slafelijks	=	slafelijk
slafelijkst	=	slafelijk
slafelijkste	=	slafelijk
slag	noun	militair treffen
slagader	noun	een bloedvat waarin het bloed van het hart af stroomt
slagaderen	=	slagader
slagaderlijk	adj	betrekking hebbend op de slagaders
slagaderlijke	=	slagaderlijk
slagaderlijks	=	slagaderlijk
slagaders	=	slagader
slagadertje	=	slagader
slagadertjes	=	slagader
slagaderverkalking	noun	vaatziekte met degeneratie van de slagaderwanden waardoor deze hun elasticiteit verliezen
slagarm	noun	de arm die een sporter gebruikt om een bal weg te slaan
slagarmen	=	slagarm
slagarmpje	=	slagarm
slagarmpjes	=	slagarm
slagbal	noun	een op honkbal lijkende balsport, vaak gespeeld tijdens gymnastieklessen op basisscholen
slagbalspel	noun	spel waarbij een bal met een slaghout wordt weggeslagen
slagbalspelen	=	slagbalspel
slagbalspellen	=	slagbalspel
slagbalspelletje	=	slagbalspel
slagbalspelletjes	=	slagbalspel
slagbeurt	noun	een van de keren dat een sportploeg aan slag is bij honkbal, softbal of cricket en dat deze sportploeg punten kan scoren; de helft van een inning
slagbeurten	=	slagbeurt
slagbeurtje	=	slagbeurt
slagbeurtjes	=	slagbeurt
slagbeweging	noun	de fysieke handeling of uithaal om een object (zoals een bal, shuttle of racket) te raken, of het uitvoeren van een herhaalde klap (bijvoorbeeld bij een motor).
slagbewegingen	=	slagbeweging
slagbeweginkje	=	slagbeweging
slagbeweginkjes	=	slagbeweging
slagbomen	=	slagboom
slagboom	noun	balk die dwars over een weg kan worden neergelaten als afsluiting
slagboompje	=	slagboom
slagboompjes	=	slagboom
slagboor	noun	boormachine (meestal elektrisch) met hamerfunctie die met slagen boort
slagboormachine	noun	boormachine (meestal elektrisch) met hamerfunctie die met stoten boort
slagboormachines	=	slagboormachine
slagboortje	=	slagboor
slagboortjes	=	slagboor
slagboren	=	slagboor
slagcijfer	noun	handgereedschap met een cijfer in spiegelbeeld aan het uiteinde, waarmee je met een hamer cijfers in metaal of andere materialen kunt slaan.
slagcijfers	=	slagcijfer
slagcijfertje	=	slagcijfer
slagcijfertjes	=	slagcijfer
slagcirkel	noun	halve cirkel op 14,63 m van het doel, waar een aanvaller de bal moet raken om een doelpunt te kunnen maken
slagcirkels	=	slagcirkel
slage	=	slagen
slagel	noun|obsolete	grote houten hamer
slagels	=	slagel
slagen	verb	~ in: iets bereiken
slagend	=	slagen
slagende	=	slagen
slagenlandschap	noun	een landschap waarbij verkaveling heeft plaatsgevonden in smalle banen, de slagen.
slagenlandschapje	=	slagenlandschap
slagenlandschapjes	=	slagenlandschap
slagenlandschappen	=	slagenlandschap
slagenwisseling	noun	het heen en weer gaan van de bal bij tennis van opslag totdat er een fout is gemaakt door een van de partijen
slagenwisselingen	=	slagenwisseling
slagenwisselingetje	=	slagenwisseling
slagenwisselingetjes	=	slagenwisseling
slager	noun	een verkoper van vlees
slagerij	noun	bedrijf van een slager
slagerijen	=	slagerij
slagerijtje	=	slagerij
slagerijtjes	=	slagerij
slagers	=	slager
slagersjas	noun	de witte jas die een slager draagt
slagersjasje	=	slagersjas
slagersjasjes	=	slagersjas
slagersjassen	=	slagersjas
slagersjongen	noun	een jeugdige, mannelijke knecht van een slager die het vlees bij de klanten bezorgt
slagersjongens	=	slagersjongen
slagersjongetje	=	slagersjongen
slagersjongetjes	=	slagersjongen
slagersknecht	noun	assistent van een slager
slagersknechten	=	slagersknecht
slagersknechts	=	slagersknecht
slagersmes	noun	groot scherp mes gebruikt om stukken vlees af te snijden van een geslacht dier
slagersmesje	=	slagersmes
slagersmesjes	=	slagersmes
slagersmessen	=	slagersmes
slagersvakscholen	=	slagersvakschool
slagersvakschool	noun	school waar men het slagersvak leert
slagersvrouw	noun	de vrouw van een slager
slagersvrouwen	=	slagersvrouw
slagersvrouwtje	=	slagersvrouw
slagersvrouwtjes	=	slagersvrouw
slagertje	=	slager
slagertjes	=	slager
slagfrequentie	noun	het aantal slagen dat per tijdseenheid gemaakt wordt
slagfrequenties	=	slagfrequentie
slaggelings	adj	plotseling
slaggelingse	=	slaggelings
slaggitaar	noun	de partij van een gitarist in een muziekgroep bedoeld die de melodie op een ritmische wijze begeleidt
slaggitaartje	=	slaggitaar
slaggitaartjes	=	slaggitaar
slaggitaren	=	slaggitaar
slaghek	noun	hek dat door schuine stand vanzelf dichtklapt na openen
slaghekje	=	slaghek
slaghekjes	=	slaghek
slaghekken	=	slaghek
slaghoedje	noun	dopje met een ontplofbaar mengsel, dat zal ontbranden indien het wordt getroffen door de slagpin van een vuurwapen
slaghoedjes	=	slaghoedje
slaghout	noun	houtenknuppel waarmee men de bal slaat bij honkbal, slagbal, cricket, softbal enz.
slaghouten	=	slaghout
slaghoutje	=	slaghout
slaghoutjes	=	slaghout
slaginstrument	noun	muziekinstrument dat tot klinken wordt gebracht door er met de hand of met stokken op te slaan
slaginstrumenten	=	slaginstrument
slaginstrumentje	=	slaginstrument
slaginstrumentjes	=	slaginstrument
slagje	=	slag
slagjes	=	slag
slagkracht	noun	de doortastendheid waarmee men optreedt
slagkrachten	=	slagkracht
slagkrachtig	adj	met grote snelheid en kracht kunnen handelen
slagkrachtige	=	slagkrachtig
slagkrachtiger	=	slagkrachtig
slagkrachtigere	=	slagkrachtig
slagkrachtigers	=	slagkrachtig
slagkrachtigs	=	slagkrachtig
slagkrachtigst	=	slagkrachtig
slagkrachtigste	=	slagkrachtig
slagletter	noun	handgereedschap met een letter in spiegelbeeld aan het uiteinde, waarmee je met een hamer letters in metaal of andere materialen kunt slaan.
slagletters	=	slagletter
slaglettertje	=	slagletter
slaglettertjes	=	slagletter
slaglieden	=	slagman
slaglinie	noun	opstelling van strijders naast elkaar om een georganiseerd gevecht met de tegenstander aan te gaan
slaglinies	=	slaglinie
slaglui	=	slagman
slagman	noun	iemand die aan de beurt is om te slaan
slagmannen	=	slagman
slagmannetje	=	slagman
slagmannetjes	=	slagman
slagnet	noun	een dichtslaand net waarmee men vogels kan vangen
slagnetje	=	slagnet
slagnetjes	=	slagnet
slagnetten	=	slagnet
slagoffer	=	slachtoffer
slagorde	noun	opstelling van een leger voordat er gevochten gaat worden
slagorden	=	slagorde
slagordes	=	slagorde
slagpartij	noun	partij bij honkbal e.d. die aan slag is
slagpartijen	=	slagpartij
slagpen	noun	een onderdeel van een vuurwapen dat bij het afvuren het slaghoedje van de gekamerde patroon indeukt en zo zorgt dat slaghoedje wordt ontstoken
slagpennen	=	slagpen
slagpennetje	=	slagpen
slagpin	noun	een onderdeel van een vuurwapen dat bij het afvuren het slaghoedje van de gekamerde patroon indeukt en zo zorgt dat slaghoedje wordt ontstoken
slagpinnen	=	slagpin
slagregen	noun	een hard neerkletterende regen
slagregens	=	slagregen
slagregentje	=	slagregen
slagregentjes	=	slagregen
slagroen	noun	heldere groene kleur van jonge slaplanten	adj	met de kleur van jonge slaplanten
slagroene	=	slagroen
slagroens	=	slagroen
slagroom	noun	room met een vetgehalte van 30 tot 40%, die opgeklopt kan worden, onder andere gebruikt om taarten en gebak te decoreren
slagroomgebak	noun	soort gebakje met een slagroomlaag
slagroompunt	noun	een driehoekig stuk taart, normaliter bestaande uit cake en jam en rijkelijk gedecoreerd met slagroom
slagroompunten	=	slagroompunt
slagroompuntje	=	slagroompunt
slagroompuntjes	=	slagroompunt
slagroomsoes	noun	luchtig hol gebak (een soes), gevuld met slagroom
slagroomsoesje	=	slagroomsoes
slagroomsoesjes	=	slagroomsoes
slagroomsoezen	=	slagroomsoes
slagroomspuit	noun	keukengereedschap om slagroom op taarten etc. te spuiten
slagroomspuiten	=	slagroomspuit
slagroomspuitje	=	slagroomspuit
slagroomspuitjes	=	slagroomspuit
slagroomtaart	noun	een taart, normaliter bestaande uit cake en jam en rijkelijk gedecoreerd met slagroom
slagroomtaarten	=	slagroomtaart
slagroomtaartje	=	slagroomtaart
slagroomtaartjes	=	slagroomtaart
slagsas	noun	een (chemische) substantie (kruit) die door een krachtige tik tot ontbranding kan komen
slagsasje	=	slagsas
slagsasjes	=	slagsas
slagsassen	=	slagsas
slagschaduw	noun	scherp omlijnde schaduw die een object werpt op een ondergrond of een ander voorwerp
slagschaduwen	=	slagschaduw
slagschaduwtje	=	slagschaduw
slagschaduwtjes	=	slagschaduw
slagscheepje	=	slagschip
slagschepen	=	slagschip
slagschip	noun	groot schip met zware bewapening
slagsleutel	noun	instrument om bepaalde cilindersloten zonder passende sleutel te openen, in de vorm van een sleutel waarvan de baard de grootst mogelijke inkepingen heeft
slagsleutels	=	slagsleutel
slagsleuteltje	=	slagsleutel
slagsleuteltjes	=	slagsleutel
slagtand	noun	buitengewoon lange tand van bepaalde soorten zoogdieren, die naar buiten steekt wanneer de mond gesloten is
slagtanden	=	slagtand
slagtandje	=	slagtand
slagtandjes	=	slagtand
slagvaardig	adj	gereed zijn om iets snel en krachtig aan te pakken
slagvaardige	=	slagvaardig
slagvaardiger	=	slagvaardig
slagvaardigere	=	slagvaardig
slagvaardigers	=	slagvaardig
slagvaardigheden	=	slagvaardigheid
slagvaardigheid	noun	het tot snel en krachtig handelen in staat zijn
slagvaardigs	=	slagvaardig
slagvaardigst	=	slagvaardig
slagvaardigste	=	slagvaardig
slagveer	noun	grote veer in de vleugel van een vogel
slagveld	noun	een gebied waarop een militair treffen tussen twee legers plaatsvindt of plaatsgevonden heeft
slagvelden	=	slagveld
slagveldje	=	slagveld
slagveldjes	=	slagveld
slagveren	=	slagveer
slagvrouw	=	slagman
slagwapen	noun	zwaar voorwerp meestal in de vorm van een staaf of pijp waarmee men een ander kan slaan en zo verwonden
slagwapenen	=	slagwapen
slagwapens	=	slagwapen
slagwerk	noun	verzamelnaam voor muziekinstrumenten waarbij men door slaan een klank produceert
slagwerken	=	slagwerk
slagwerker	noun	iemand die slagwerk of percussie speelt
slagwerkers	=	slagwerker
slagwerkertje	=	slagwerker
slagwerkertjes	=	slagwerker
slagwerkje	=	slagwerk
slagwerkjes	=	slagwerk
slagzee	noun	golf die over een schip heen slaat
slagzeeën	=	slagzee
slagzet	noun	zet waarbij men in het damspel een steen van de tegenstander slaat
slagzetten	=	slagzet
slagzij	noun	naar één kant overhellen van een schip zonder dat het al echt omgeslagen is
slagzijde	noun	ongewenst sterk opzij hellen van een schip
slagzin	noun	slogan
slagzinnen	=	slagzin
slagzinnetje	=	slagzin
slagzinnetjes	=	slagzin
slagzwaard	noun	zeer groot zwaard dat men met twee handen moet vasthouden
slagzwaarden	=	slagzwaard
slagzwaardje	=	slagzwaard
slak	noun	een buikpotig weekdier (Gastropoda) (ook soms )
slakachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een slak, heel langzaam en traag.
slakachtige	=	slakachtig
slakachtiger	=	slakachtig
slakachtigere	=	slakachtig
slakachtigers	=	slakachtig
slakachtigs	=	slakachtig
slakachtigst	=	slakachtig
slakachtigste	=	slakachtig
slakdolf	noun	Liparis liparis een vis uit de familie slakdolven (Liparidae).
slakdolven	noun	een familie Liparidae van vissen in de orde der schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
slake	=	slaken
slaken	verb	het uiten van een geluid, woord of kreet
slakend	=	slaken
slakende	=	slaken
slakje	=	slak
slakjes	=	slak
slakken	noun	Gastropoda een klasse in de stam van de weekdieren (Mollusca).
slakkenaaskever	noun	Phosphuga atrata een kever uit de familie aaskevers (Silphidae).
slakkenaaskevers	=	slakkenaaskever
slakkenaaskevertje	=	slakkenaaskever
slakkenaaskevertjes	=	slakkenaaskever
slakkenbestrijdingsmiddel	noun	een veelal chemische stof die gebruikt wordt om de vraat door slakken te beperken
slakkenbestrijdingsmiddelen	=	slakkenbestrijdingsmiddel
slakkenbestrijdingsmiddeltje	=	slakkenbestrijdingsmiddel
slakkenbestrijdingsmiddeltjes	=	slakkenbestrijdingsmiddel
slakkendoder	noun	insect uit de familie Sciomyzidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
slakkendoders	noun	Sciomyzidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
slakkendodertje	=	slakkendoder
slakkendodertjes	=	slakkendoder
slakkengang	noun	met een ~: erg langzaam
slakkengangen	=	slakkengang
slakkengangetje	=	slakkengang
slakkengangetjes	=	slakkengang
slakkenhuis	noun	de schelp van een slak
slakkenhuisje	=	slakkenhuis
slakkenhuisjes	=	slakkenhuis
slakkenhuismos	noun	Leptodon smithii een bladmos behorend tot de kringmosfamilie (Neckeraceae).
slakkenhuismosje	=	slakkenhuismos
slakkenhuismosjes	=	slakkenhuismos
slakkenhuismossen	=	slakkenhuismos
slakkenhuiszakdrager	noun	Apterona helicoidella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
slakkenhuiszakdragers	=	slakkenhuiszakdrager
slakkenhuiszakdragertje	=	slakkenhuiszakdrager
slakkenhuiszakdragertjes	=	slakkenhuiszakdrager
slakkenhuizen	=	slakkenhuis
slakkenkaviaar	noun	eieren van de segrijnslak als voedingswaar
slakkenkever	noun	insect uit de familie Drilidae van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
slakkenkevers	noun	Drilidae een familie van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
slakkenkevertje	=	slakkenkever
slakkenkevertjes	=	slakkenkever
slakkenkloofjeszwam	noun	Ascodichaena rugosa een schimmel behoren tot de familie Ascodichaenaceae.
slakkenkloofjeszwammen	=	slakkenkloofjeszwam
slakkenkloofjeszwammetje	=	slakkenkloofjeszwam
slakkenkloofjeszwammetjes	=	slakkenkloofjeszwam
slakkenrace	noun	een race waarbij slakken tegen elkaar strijden wie het eerst over de finish komt
slakkenraceje	=	slakkenrace
slakkenracejes	=	slakkenrace
slakkenraces	=	slakkenrace
slakkenroofworm	noun	Chaetogaster limnaei een ringworm uit de familie van de Naididae.
slakkenroofwormen	=	slakkenroofworm
slakkenroofwormpje	=	slakkenroofworm
slakkenroofwormpjes	=	slakkenroofworm
slakkentang	noun	tafelbestek dat gebruikt wordt voor het eten van escargot, waarvan het vlees in het huisje zit
slakkentangen	=	slakkentang
slakkenvreter	noun	Drilus flavescens een keversoort uit de familie kniptorren (Elateridae).
slakkenvreters	=	slakkenvreter
slakkenvretertje	=	slakkenvreter
slakkenvretertjes	=	slakkenvreter
slakkenwouw	noun	Rostrhamus sociabilis een vogel uit de familie Accipitridae.
slakkenwouwen	=	slakkenwouw
slakkenwouwtje	=	slakkenwouw
slakkenwouwtjes	=	slakkenwouw
slakom	noun	kom waarin sla wordt klaargemaakt en opgediend
slakommen	=	slakom
slakommetje	=	slakom
slakommetjes	=	slakom
slakrop	noun	eetbare, bolvormige deel van een slaplant
slakropje	=	slakrop
slakropjes	=	slakrop
slakroppen	=	slakrop
slakrups	noun	Apoda limacodes een nachtvlinder uit de familie Limacodidae, de slakrupsen.
slakrupsen	=	slakrups
slakrupsje	=	slakrups
slakrupsjes	=	slakrups
slakrupsvlinder	noun	insect uit de familie Limacodidae van vlinders uit de superfamilie Zygaenoidea.
slakrupsvlinders	noun	Limacodidae een familie van vlinders uit de superfamilie Zygaenoidea.
slakrupsvlindertje	=	slakrupsvlinder
slakrupsvlindertjes	=	slakrupsvlinder
slakvormig	adj	vorm van een slak hebbend
slakvormige	=	slakvormig
slakvormiger	=	slakvormig
slakvormigere	=	slakvormig
slakvormigers	=	slakvormig
slakvormigs	=	slakvormig
slakvormigst	=	slakvormig
slakvormigste	=	slakvormig
slalepel	noun	grote lepel waarmee men, samen met een slavork, een salade kan mengen en opscheppen
slalepels	=	slalepel
slalepeltje	=	slalepel
slalepeltjes	=	slalepel
slalom	noun	een vorm van skisport waarbij men door uitgezette poortjes moet skiën
slalomde	=	slalommen
slalomden	=	slalommen
slalomme	=	slalommen
slalommen	verb	zigzaggend zich door uitgezette poortjes voortbewegen, zigzaggen, gewoonlijk op ski's
slalommend	=	slalommen
slalommende	=	slalommen
slaloms	=	slalom
slalomt	=	slalommen
slam	noun	slag
slamand	noun	mand waarmee je sla kunt drogen
slamanden	=	slamand
slamandje	=	slamand
slamandjes	=	slamand
slamde	=	slammen
slamden	=	slammen
slamdichter	noun	dichter die regelmatig deelneemt aan poetryslams, podiumdichter
slamdichters	=	slamdichter
slamdichtertje	=	slamdichter
slamdichtertjes	=	slamdichter
slametan	noun	ceremoniële feestmaaltijd
slametans	=	slametan
slameur	noun	last, zorg, rompslomp, sleur
slamix	noun	een salade met veel verschillende soorten sla en rauwe groenten
slamixen	=	slamix
slamme	=	slammen
slammen	verb	verdovende middelen intraveneus (in de ader) injecteren
slammend	=	slammen
slammende	=	slammen
slammetje	=	slam
slammetjes	=	slam
slampamp	=	slampampen
slampampe	=	slampampen
slampampen	verb|informal	nutteloos rondhangen, niets zinvols doen
slampampend	=	slampampen
slampampende	=	slampampen
slampamper	noun	waardeloze persoon
slampampers	=	slampamper
slampampertje	=	slampamper
slampampertjes	=	slampamper
slampampt	=	slampampen
slampampte	=	slampampen
slampampten	=	slampampen
slams	=	slam
slamt	=	slammen
slang	noun	benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes vormen
slangachtig	adj	met de vorm of het gedrag van een langgerekt reptiel zonder poten
slangachtige	=	slangachtig
slangachtiger	=	slangachtig
slangachtigere	=	slangachtig
slangachtigers	=	slangachtig
slangachtigs	=	slangachtig
slangachtigst	=	slangachtig
slangachtigste	=	slangachtig
slangalen	noun	een familie Ophichthidae in de orde van de palingachtigen (Anguilliformes).
slangekruid	=	slangenkruid
slangen	noun	een onderorde Serpentes van aan hagedissen verwante reptielen die behoren tot de orde schubreptielen (Squamata).
slangenarend	noun	Circaetus gallicus een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae)
slangenarenden	noun	een geslacht Circaetus van vogels uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
slangenarendje	=	slangenarend
slangenarendjes	=	slangenarend
slangenbeet	noun	de meestal giftige beet van een slang
slangenbeetje	=	slangenbeet
slangenbeetjes	=	slangenbeet
slangenbeten	=	slangenbeet
slangenbezweerder	noun	straatartiest die een optreden doet met een fluit en een slang
slangenbezweerders	=	slangenbezweerder
slangenbezweerdertje	=	slangenbezweerder
slangenbezweerdertjes	=	slangenbezweerder
slangenboor	noun	om zijn as ronddraaiend werktuig om gaten mee te maken, waarbij het vrijkomende materiaal via een uitstekende schroefrand wordt afgevoerd
slangenboren	=	slangenboor
slangenden	noun	Araucaria araucana een conifeer die van nature groeit in het zuiden van Chili en het zuidwesten van Argentinië.
slangendennen	=	slangenden
slangendennetje	=	slangenden
slangendennetjes	=	slangenden
slangenei	noun	een ei met een leerachtige schil dat gelegd wordt door een slang
slangeneieren	=	slangenei
slangeneitje	=	slangenei
slangeneitjes	=	slangenei
slangenesdoorn	noun	Acer capillipes een uit Japan afkomstige plant die behoort tot de zeepboomfamilie (Sapindaceae)
slangenesdoorns	=	slangenesdoorn
slangenesdoorntje	=	slangenesdoorn
slangenesdoorntjes	=	slangenesdoorn
slangengif	noun	door sommige pootloze reptielen bij het bijten afgescheiden vloeistof om een prooi of belager te doden of verlammen
slangengiffen	=	slangengif
slangengift	noun	door sommige pootloze reptielen bij het bijten afgescheiden vloeistof om een prooi of belager te doden of verlammen
slangengiften	=	slangengift
slangenhals	noun	hals met een kronkel erin
slangenhalsje	=	slangenhals
slangenhalsjes	=	slangenhals
slangenhalsschildpadden	noun	een familie Chelidae van schildpadden.
slangenhalsvogel	noun	benaming voor vogels uit de familie Anhingidae, die lijken op een aalscholver, maar vaak met alleen zijn kop boven water zwemmen
slangenhalsvogels	noun	Anhingidae een familie van vogels uit de orde van de Suliformes.
slangenhalsvogeltje	=	slangenhalsvogel
slangenhalsvogeltjes	=	slangenhalsvogel
slangenhalzen	=	slangenhals
slangenhout	noun	Loxopterygium sagotii een grote boom die in het regenwoud op lemige zandgrond voorkomt.
slangenkenner	noun	kenner van slangen, beoefenaar van de ofiologie
slangenkenners	=	slangenkenner
slangenkennertje	=	slangenkenner
slangenkennertjes	=	slangenkenner
slangenkop	noun	het voorste deel van een slang
slangenkoppen	=	slangenkop
slangenkopschubpoothagedis	noun	Ophidiocephalus taeniatus een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie heuppotigen (Pygopodidae)
slangenkopschubpoothagedisje	=	slangenkopschubpoothagedis
slangenkopschubpoothagedisjes	=	slangenkopschubpoothagedis
slangenkopschubpoothagedissen	=	slangenkopschubpoothagedis
slangenkopvissen	noun	een familie Channidae van baarsachtige zoetwatervissen.
slangenkruid	noun	bepaald soort een-, twee- of meerjarige plant, Echium vulgare uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae), die in de duinen en op hoge zandgrond groeit
slangenkruidbij	noun	Hoplitis adunca een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
slangenkruidbijen	=	slangenkruidbij
slangenkruidbijtje	=	slangenkruidbij
slangenkruidbijtjes	=	slangenkruidbij
slangenkruidbladroller	noun	Lobesia abscisana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
slangenkruidbladrollers	=	slangenkruidbladroller
slangenkruidbladrollertje	=	slangenkruidbladroller
slangenkruidbladrollertjes	=	slangenkruidbladroller
slangenkruidbodemwants	noun	Aellopus atratus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
slangenkruidbodemwantsen	=	slangenkruidbodemwants
slangenkruidbodemwantsje	=	slangenkruidbodemwants
slangenkruidbodemwantsjes	=	slangenkruidbodemwants
slangenkruidboktor	noun	Opsilia coerulescens een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
slangenkruidboktorren	=	slangenkruidboktor
slangenkruidboktorretje	=	slangenkruidboktor
slangenkruidboktorretjes	=	slangenkruidboktor
slangenkruidnetwants	noun	Dictyla echii een wants uit de familie netwantsen (Tingidae).
slangenkruidnetwantsen	=	slangenkruidnetwants
slangenkruidnetwantsje	=	slangenkruidnetwants
slangenkruidnetwantsjes	=	slangenkruidnetwants
slangenkuil	noun	kuil met slangen of bestemd voor die dieren
slangenkuilen	=	slangenkuil
slangenkuiltje	=	slangenkuil
slangenkuiltjes	=	slangenkuil
slangenkunde	noun	de wetenschappelijke bestudering van slangen
slangenleren	adj	gemaakt van de huid van een slang
slangenloken	=	slangenlook
slangenlook	noun	Allium scorodoprasum een plant uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
slangenlookje	=	slangenlook
slangenlookjes	=	slangenlook
slangenlooks	=	slangenlook
slangenman	noun	iemand die een speciale relatie heeft met slangen
slangenmannen	=	slangenman
slangenmens	noun	iemand die heel lenig is, lenige acrobaat
slangenmensch	=	slangenmens
slangenmensen	=	slangenmens
slangenmensje	=	slangenmens
slangenmensjes	=	slangenmens
slangenmuren	=	slangenmuur
slangenmuur	noun	muur op het zuiden die de teelt van bepaalde fruitsoorten ook in koudere streken mogelijk maakt
slangenmuurtje	=	slangenmuur
slangenmuurtjes	=	slangenmuur
slangenolie	noun	olie uit de chinese traditionele geneeskunst die tegen gewrichtspijn zou moeten helpen
slangenolies	=	slangenolie
slangenolietje	=	slangenolie
slangenolietjes	=	slangenolie
slangenoliën	=	slangenolie
slangenooghagedis	noun	Ophisops elegans een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
slangenooghagedisje	=	slangenooghagedis
slangenooghagedisjes	=	slangenooghagedis
slangenooghagedissen	=	slangenooghagedis
slangentandvleerhond	noun	Scotonycteris ophiodon vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
slangentandvleerhonden	=	slangentandvleerhond
slangentandvleerhondje	=	slangentandvleerhond
slangentandvleerhondjes	=	slangentandvleerhond
slangenvanger	noun	iemand die op slangen jaagt en waargenomen slangen onschadelijk maakt vaak zonder ze te doden
slangenvangers	=	slangenvanger
slangenvangertje	=	slangenvanger
slangenvangertjes	=	slangenvanger
slangenvel	noun	huid van een slang
slangenvellen	=	slangenvel
slangenwortel	noun	bepaald soort giftige waterplant, Calla palustris, die in België en Nederland zeldzaam is geworden
slangenwortels	=	slangenwortel
slangenworteltje	=	slangenwortel
slangetje	=	slang
slangetjes	=	slang
slangewortel	=	slangenwortel
slanghazelwormen	noun	een familie Dibamidae van hagedissen
slangmakrelen	noun	een familie Gempylidae van baarsachtige vissen.
slangmosdiertje	noun	Anguinella palmata een mosdiertjessoort uit de familie van de Nolellidae.
slangmosdiertjes	=	slangmosdiertje
slangooghagedissen	noun	een geslacht Ophisops van hagedissen uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
slangpier	noun	Capitella capitata een borstelworm uit de familie Capitellidae.
slangpieren	=	slangpier
slangpiertje	=	slangpier
slangpiertjes	=	slangpier
slangs	=	slang
slangskinken	noun	een geslacht Ophiomorus van hagedissen die behoren tot de familie skinken (Scincidae)
slangsterren	noun	een klasse Ophiuroidea stekelhuidige zeedieren die nauw verwant zijn aan zeesterren.
slangvormig	adj	vorm van een slang hebbend
slangvormige	=	slangvormig
slangvormiger	=	slangvormig
slangvormigere	=	slangvormig
slangvormigers	=	slangvormig
slangvormigs	=	slangvormig
slangvormigst	=	slangvormig
slangvormigste	=	slangvormig
slangwoord	noun	woord dat behoort tot straattaal of groepstaal
slangwoorden	=	slangwoord
slangwoordje	=	slangwoord
slangwoordjes	=	slangwoord
slank	adj	vrij van overtollig vet en enigszins smal
slankaap	noun	zoogdier uit een van de twee onderfamilies Colobinae uit de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae); de andere onderfamilie zijn de meerkatachtigen (Cercopithecinae).
slankaapje	=	slankaap
slankaapjes	=	slankaap
slankapen	noun	een van de twee onderfamilies Colobinae uit de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae); de andere onderfamilie zijn de meerkatachtigen (Cercopithecinae).
slankbeer	noun	zoogdier uit het geslacht Bassaricyon van de roofdieren uit de familie kleine beren (Procyonidae).
slankbeertje	=	slankbeer
slankbeertjes	=	slankbeer
slankberen	noun	een geslacht Bassaricyon van de roofdieren uit de familie kleine beren (Procyonidae).
slanke	=	slank
slanken	verb	dunner, mager, schraler worden
slankend	=	slanken
slankende	=	slanken
slanker	=	slank
slankere	=	slank
slankers	=	slank
slankheid	noun	het slank en sierlijk zijn; het niet dik zijn; het meer lang dan breed zijn
slanklijfsapwants	noun	Ischnodemus sabuleti een wants uit de onderfamilie Blissinae en de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
slanklijfsapwantsen	=	slanklijfsapwants
slanklijfsapwantsje	=	slanklijfsapwants
slanklijfsapwantsjes	=	slanklijfsapwants
slankmakend	adj	van iets dat het ervoor zorgt dat je er slanker, dunner of smaller uitziet
slankmakende	=	slankmakend
slankmakender	=	slankmakend
slankmakendere	=	slankmakend
slankmakenders	=	slankmakend
slankmakends	=	slankmakend
slankmakendst	=	slankmakend
slankmakendste	=	slankmakend
slankmaker	noun	product dat ervoor zorgt dat het lichaamsgewicht afneemt
slankmakers	=	slankmaker
slankmier	noun	mier uit het geslacht Leptothorax van kleine mieren die voornamelijk voorkomen in het Holarctisch gebied.
slankmieren	noun	Leptothorax een geslacht van kleine mieren die voornamelijk voorkomen in het Holarctisch gebied.
slankmiertje	=	slankmier
slankmiertjes	=	slankmier
slankmos	noun	een soort Leptobryum pyriforme uit de langsteelmosfamilie (Meesiaceae).
slankmosje	=	slankmos
slankmosjes	=	slankmos
slankmossen	=	slankmos
slankpootvlieg	noun	insect uit de familie Dolichopodidae uit de onderorde van vliegen.
slankpootvliegen	noun	Dolichopodidae een familie uit de onderorde van vliegen.
slankpootvliegenpikker	noun	Zimmerius gracilipes een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
slankpootvliegenpikkers	=	slankpootvliegenpikker
slankpootvliegenpikkertje	=	slankpootvliegenpikker
slankpootvliegenpikkertjes	=	slankpootvliegenpikker
slankpootvliegje	=	slankpootvlieg
slankpootvliegjes	=	slankpootvlieg
slanks	=	slank
slanksnavelwouw	noun	Helicolestes hamatus een roofvogel uit Zuid-Amerika.
slanksnavelwouwen	=	slanksnavelwouw
slanksnavelwouwtje	=	slanksnavelwouw
slanksnavelwouwtjes	=	slanksnavelwouw
slanksprietmaskerbij	noun	Hylaeus gracilicornis een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
slanksprietmaskerbijen	=	slanksprietmaskerbij
slanksprietmaskerbijtje	=	slanksprietmaskerbij
slanksprietmaskerbijtjes	=	slanksprietmaskerbij
slankst	=	slank
slankste	=	slank
slankt	=	slanken
slankte	=	slanken
slankten	=	slanken
slankzalmen	noun	een familie Lebiasinidae van vissen binnen de orde van de karperzalmachtigen (Characiformes)
slaolie	noun	spijsolie voor algemeen huishoudelijk gebruik (het aanmaken van sla), vervaardigd uit verschillende soorten producten, helder geel van kleur en met een neutrale smaak
slaolies	=	slaolie
slaolietje	=	slaolie
slaolietjes	=	slaolie
slaoliën	=	slaolie
slap	adj	stevigheid ontberend
slape	=	slapen
slapeloos	adj	zonder slaap
slapeloosheden	=	slapeloosheid
slapeloosheid	noun	een slaapstoornis, het niet kunnen slapen
slapeloost	=	slapeloos
slapelooste	=	slapeloos
slapeloze	=	slapeloos
slapelozer	=	slapeloos
slapelozere	=	slapeloos
slapelozers	=	slapeloos
slapen	verb	in een toestand verkeren waarbij de ademhaling dieper en trager verloopt, en de hartslag trager, en er minder energie wordt gebruikt
slapend	adj	in slaap verkerende
slapende	=	slapend
slapends	=	slapend
slapengaan	noun	het naar bed gaan om te gaan slapen
slaper	noun	iemand die slaapt of komt slapen
slaperdijk	noun	een landinwaarts gelegen reservedijk bij een zeedijk, op een plaats waar het risico van dijkdoorbraak groot is
slaperdijken	=	slaperdijk
slaperdijkje	=	slaperdijk
slaperdijkjes	=	slaperdijk
slaperig	adj	behoefte tot slaap vertonend
slaperige	=	slaperig
slaperiger	=	slaperig
slaperigere	=	slaperig
slaperigers	=	slaperig
slaperigheid	noun	het gevoel slaperig te zijn, afwezig zijn met gedachten
slaperigs	=	slaperig
slaperigst	=	slaperig
slaperigste	=	slaperig
slapers	=	slaper
slapertje	=	slaper
slapertjes	=	slaper
slapheden	=	slapheid
slapheid	noun	het niet sterk zijn; het al te toegeeflijk zijn
slapie	noun	ook buiten de krijgsmacht gangbaar geworden: iemand waarmee men een slaapvertrek deelt en die daarom vaak een goede kameraad is geworden
slapies	=	slapie
slapjanus	noun	slap, sullig persoon, slappeling
slapjanusje	=	slapjanus
slapjanusjes	=	slapjanus
slapjanussen	=	slapjanus
slapjes	adj	vrij zwak	adv	krachteloos, zonder overtuiging
slaplant	noun	sla als plant
slaplanten	=	slaplant
slaplantje	=	slaplant
slaplantjes	=	slaplant
slaplip	noun	persoon die (te) veel alcoholische dranken gebruikt
slaplipje	=	slaplip
slaplipjes	=	slaplip
slaplippen	=	slaplip
slappe	=	slap
slappelijk	adj	op een niet moedige of krachtige manier
slappelijke	=	slappelijk
slappelijker	=	slappelijk
slappelijkere	=	slappelijk
slappelijkers	=	slappelijk
slappelijks	=	slappelijk
slappelijkst	=	slappelijk
slappelijkste	=	slappelijk
slappeling	noun	een man zonder moed of kracht
slappelingen	=	slappeling
slappelingetje	=	slappeling
slappelingetjes	=	slappeling
slappelinkje	=	slappeling
slappen	verb	slapper, weker of minder doortastend worden
slappend	=	slappen
slappende	=	slappen
slapper	=	slap
slappere	=	slap
slappers	=	slap
slaps	=	slap
slapst	=	slap
slapste	=	slap
slapstick	noun	film of toneelstuk (komedie) met veel gooi-en-smijtwerk vooral van slagroomtaarten
slapstickachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een slapstick, lachwekkend doordat alles mis en kapot gaat.
slapstickachtige	=	slapstickachtig
slapstickachtiger	=	slapstickachtig
slapstickachtigere	=	slapstickachtig
slapstickachtigers	=	slapstickachtig
slapstickachtigs	=	slapstickachtig
slapstickachtigst	=	slapstickachtig
slapstickachtigste	=	slapstickachtig
slapsticks	=	slapstick
slapt	=	slappen
slapte	noun	gevoel van krachteloosheid
slapten	=	slapte
slaptes	=	slapte
slaptitude	noun	krachteloosheid, kan zowel voor een toestand van lichamelijke als geestelijk slapheid worden gebruikt
slasaus	noun	een saus die gebruikt wordt voor het aanmaken van sla, slaatje of salade
slasausen	=	slasaus
slasausje	=	slasaus
slasausjes	=	slasaus
slasauzen	=	slasaus
slaschaal	noun	kom waarin men een salade kan mengen en/of opdienen
slaschaaltje	=	slaschaal
slaschaaltjes	=	slaschaal
slaschalen	=	slaschaal
slaschotel	noun	gerecht met als hoofdbestanddeel sla en/of rauwe groente met een dressing
slaschotels	=	slaschotel
slaschoteltje	=	slaschotel
slaschoteltjes	=	slaschotel
slash	noun	een schuine streep
slashes	=	slash
slashie	noun	iemand met twee of meer banen
slashies	=	slashie
slashje	=	slash
slashjes	=	slash
slasoort	noun	Lactucaeen type groente met grote slappe bladeren die men kan eten zonder te koken
slasoorten	=	slasoort
slat	noun	grote waterplas op de heide
slatdicksteur	noun	Acipenser nudiventris een straalvinnige vissensoort uit de familie van steuren (Acipenseridae).
slatdicksteuren	=	slatdicksteur
slatdicksteurtje	=	slatdicksteur
slatdicksteurtjes	=	slatdicksteur
slatte	=	slatten
slatten	verb	een sloot ontdoen van aangroei van waterplanten om de doorstroming te bevorderen
slattend	=	slatten
slave	=	slaven
slaven	verb	lange tijd voortdurend hard moeten werken, onder moeilijke omstandigheden zware arbeid verrichten
slavenarbeid	noun	arbeid verricht door slaven
slavenarmband	noun	stijve gladde ringvormige armband (met scharnier en slot)
slavenarmbanden	=	slavenarmband
slavenarmbandje	=	slavenarmband
slavenarmbandjes	=	slavenarmband
slavenbestaan	noun	het bestaan als slaaf
slavenborderel	noun	lijst, inventaris met de namen van de in bezit van de slavenhouder zijnde slaafgemaakten
slavenborderellen	=	slavenborderel
slavend	=	slaven
slavende	=	slaven
slavendrijfster	noun	vrouw die denkt dat ze slaafgemaakten bezit
slavendrijfsters	=	slavendrijfster
slavendrijfstertje	=	slavendrijfster
slavendrijfstertjes	=	slavendrijfster
slavendrijver	noun	iemand die slaafgemaakten drijft
slavendrijvers	=	slavendrijver
slavendrijvertje	=	slavendrijver
slavendrijvertjes	=	slavendrijver
slavenhandel	noun	handel in mensen om daarmee financieel voordeel te behalen
slavenhandelaar	noun	handelaar in slaven
slavenhandelaars	=	slavenhandelaar
slavenhandelaartje	=	slavenhandelaar
slavenhandelaartjes	=	slavenhandelaar
slavenhandelaren	=	slavenhandelaar
slavenhandeltje	=	slavenhandel
slavenhandeltjes	=	slavenhandel
slavenhouder	noun	persoon die denkt slaafgemaakten te kunnen bezitten
slavenhouders	=	slavenhouder
slavenhoudertje	=	slavenhouder
slavenhoudster	=	slavenhouder
slavenjuk	noun|figurative	slavernij, onderdrukking
slavenjukken	=	slavenjuk
slavenleven	noun	leven als van een slaaf
slavenlevens	=	slavenleven
slavenleventje	=	slavenleven
slavenleventjes	=	slavenleven
slavenmarkt	noun	markt waarop slaven werden (worden ?) verhandeld
slavenmarkten	=	slavenmarkt
slavenmoraal	noun	moraal waarbij het maar beter is zich nederig en gehoorzaam te gedragen
slavenmoralen	=	slavenmoraal
slavenopstand	noun	de keer dat slaafgemaakten in opstand komen tegen hun onderdrukkers
slavenopstanden	=	slavenopstand
slavenscheepje	=	slavenschip
slavenscheepjes	=	slavenschip
slavenschepen	=	slavenschip
slavenschip	noun	vrachtschip dat gebruikt werd om de slaven naar hun bestemming te brengen
slavenstaat	noun	staat die slavernij wettelijk toestaat
slavenstaatje	=	slavenstaat
slavenstaatjes	=	slavenstaat
slavenstaten	=	slavenstaat
slavenwerk	noun	werk door slaven verricht
slavenwerken	=	slavenwerk
slavenwerkje	=	slavenwerk
slavenwerkjes	=	slavenwerk
slavernij	noun	een toestand waarin de ene mens eigendom is van de ander, en voor diegene onbetaald werk moet verrichten
slavernijen	=	slavernij
slavernijmonument	noun	herdenkingsteken met betrekking tot de (doorgaans trans-Atlantische) slavernij en de bevrijding daaruit
slavernijmonumenten	=	slavernijmonument
slavernijmonumentje	=	slavernijmonument
slavernijmonumentjes	=	slavernijmonument
slavernijverleden	noun	de geschiedenis van de slavernij en de slavenhandel
slavernijverledens	=	slavernijverleden
slavin	noun	vrouwelijke slaaf
slavink	noun	rolletje gehakt (gemalen en gekruid) met een lapje spek erom
slavinken	=	slavink
slavinkje	=	slavink
slavinkjes	=	slavink
slavinnen	=	slavin
slavinnetje	=	slavin
slavinnetjes	=	slavin
slavisch	adj	van of zoals van de Slaven, de volken in Oost- en Zuidoost-Europa
slavische	noun	vrouw van Slavische komaf
slavischen	=	slavische
slavischer	=	slavisch
slavischere	=	slavisch
slavischers	=	slavisch
slavischt	=	slavisch
slavischte	=	slavisch
slavist	noun	beoefenaar van de slavistiek
slavisten	=	slavist
slavistiek	noun	studie van de Slavische talen, letterkunde, geschiedkunde, etnologie en cultuur
slavistje	=	slavist
slavofiel	noun	liefhebber van al wat Slavisch is
slavofielen	=	slavofiel
slavofieltje	=	slavofiel
slavofieltjes	=	slavofiel
slavonisch	adj	betrekking hebbend op Slavonië
slavonische	=	slavonisch
slavonischer	=	slavonisch
slavonischere	=	slavonisch
slavonischers	=	slavonisch
slavork	noun	grote vork waarmee men, samen met een slalepel, een salade kan mengen en opscheppen
slavorken	=	slavork
slavorkje	=	slavork
slavorkjes	=	slavork
slawortelboorder	noun	Pharmacis lupulina een nachtvlinder uit de familie van de Hepialidae, de wortelboorders.
slawortelboorders	=	slawortelboorder
slawortelboordertje	=	slawortelboorder
slawortelboordertjes	=	slawortelboorder
slazwierder	noun	keukenapparaat waarmee je sla kunt droogmaken
slazwierders	=	slazwierder
slaê	=	sla
slecht	adj	van lage kwaliteit	adv	niet goed
slechtaard	noun	een persoon met een slecht, boosaardig karakter
slechtaards	=	slechtaard
slechtbetaald	adj	met een te gering loon
slechtbetaalde	=	slechtbetaald
slechtbetaalds	=	slechtbetaald
slechte	=	slecht
slechten	verb|figurative	probleem, moeilijkheid verwijderen, oplossen, opruimen
slechtend	=	slechten
slechtende	=	slechten
slechter	=	slecht
slechtere	=	slecht
slechterik	noun	iemand die kwaad doet of in de zin heeft
slechteriken	=	slechterik
slechterikje	=	slechterik
slechterikjes	=	slechterik
slechters	=	slecht
slechtgehumeurd	adj	chagrijnig, niet opgewekte stemming
slechtgehumeurde	=	slechtgehumeurd
slechtgehumeurder	=	slechtgehumeurd
slechtgehumeurds	=	slechtgehumeurd
slechtgehumeurdst	=	slechtgehumeurd
slechtgeluimd	adj	slechtgehumeurd
slechtgeluimde	=	slechtgeluimd
slechtgeluimder	=	slechtgeluimd
slechtgeluimdere	=	slechtgeluimd
slechtgeluimders	=	slechtgeluimd
slechtgeluimds	=	slechtgeluimd
slechtgeluimdst	=	slechtgeluimd
slechtgeluimdste	=	slechtgeluimd
slechtgemanierd	adj	op een onbeleefde wijze
slechtgemanierde	=	slechtgemanierd
slechtgemanierder	=	slechtgemanierd
slechtgemanierdere	=	slechtgemanierd
slechtgemanierders	=	slechtgemanierd
slechtgemanierds	=	slechtgemanierd
slechtgemanierdst	=	slechtgemanierd
slechtgemanierdste	=	slechtgemanierd
slechtgezind	adj	een slecht humeur hebben
slechtgezinde	=	slechtgezind
slechtgezinder	=	slechtgezind
slechtgezindere	=	slechtgezind
slechtgezinders	=	slechtgezind
slechtgezinds	=	slechtgezind
slechtgezindst	=	slechtgezind
slechtgezindste	=	slechtgezind
slechtheden	=	slechtheid
slechtheid	noun	de hoedanigheid van het slecht zijn
slechtheidje	=	slechtheid
slechtheidjes	=	slechtheid
slechthorend	adj	niet goed geluid kunnen waarnemen
slechthorende	=	slechthorend
slechthorender	=	slechthorend
slechthorendere	=	slechthorend
slechthorenders	=	slechthorend
slechthorendheden	=	slechthorendheid
slechthorendheid	noun	hoorstoornis waarbij iemand geluiden en spraak minder goed waarneemt
slechthorends	=	slechthorend
slechthorendst	=	slechthorend
slechthorendste	=	slechthorend
slechting	noun	het afbreken van iets, iets met de grond gelijk maken
slechtingen	=	slechting
slechtje	noun	voetpad naast een straat of weg
slechtnieuwsgesprek	noun	gesprek waarin iets wordt verteld dat voor de ander zeer onaangenaam is
slechtnieuwsgesprekken	=	slechtnieuwsgesprek
slechts	adv	alleen maar, niet meer dan, enkel
slechtst	=	slecht
slechtste	noun	iets of iemand die een bepaalde kwaliteit minder heeft dan alle anderen
slechtsten	=	slechtste
slechtte	=	slechten
slechtten	=	slechten
slechtvalk	noun	Falco peregrinus, een roofvogel en de snelst vliegende vogel ter wereld
slechtvalken	=	slechtvalk
slechtvalkje	=	slechtvalk
slechtvalkjes	=	slechtvalk
slechtweergarantie	noun	garantie dat men een compensatie ontvangt als er slecht weer is tijdens een vakantie
slechtweergaranties	=	slechtweergarantie
slechtziend	adj	van een persoon dat de visus 1/3 of lager is maar meer dan 1/10
slechtziende	noun	iemand die slechtziend is
slechtzienden	=	slechtziende
slechtziender	=	slechtziend
slechtziendere	=	slechtziend
slechtzienders	=	slechtziend
slechtziendheid	noun	het niet goed kunnen zien
slechtziends	=	slechtziend
slechtziendst	=	slechtziend
slechtziendste	=	slechtziend
slede	noun	slee
sledehond	noun	een hond die samen met andere honden een slee trekt
sledehonden	=	sledehond
sleden	verb	op een sleetje rijden
sledend	=	sleden
sledende	=	sleden
sledes	=	slede
sledetje	=	slede
sledetjes	=	slede
sledetocht	noun	een reis met een slee
sledetochten	=	sledetocht
sledetochtje	=	sledetocht
sledetochtjes	=	sledetocht
slee	noun	een vervoermiddel dat wordt voortgetrokken en dat voorzien is van twee glijders	adj	zuur, scherp, wrang, de tanden stroef makend
sleed	=	sleden
sleedde	=	sleden
sleedden	=	sleden
sleede	=	sleeën
sleeden	=	sleeën
sleedoorn	noun	bepaald soort plant met blauwe vruchten, Prunus spinosa uit de rozenfamilie Rosaceae
sleedoornblaasmijnmot	noun	Ectoedemia spinosella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
sleedoornblaasmijnmotje	=	sleedoornblaasmijnmot
sleedoornblaasmijnmotjes	=	sleedoornblaasmijnmot
sleedoornblaasmijnmotten	=	sleedoornblaasmijnmot
sleedoorndwergbladroller	noun	Pammene spiniana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
sleedoorndwergbladrollers	=	sleedoorndwergbladroller
sleedoorndwergbladrollertje	=	sleedoorndwergbladroller
sleedoorndwergbladrollertjes	=	sleedoorndwergbladroller
sleedoorndwergspanner	noun	Pasiphila chloerata (syn: Rhinoprora chloerata, Chloroclystis chloerata) een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
sleedoorndwergspanners	=	sleedoorndwergspanner
sleedoorndwergspannertje	=	sleedoorndwergspanner
sleedoorndwergspannertjes	=	sleedoorndwergspanner
sleedoornen	=	sleedoorn
sleedoornhaakpalpmot	noun	Gelechia scotinella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
sleedoornhaakpalpmotje	=	sleedoornhaakpalpmot
sleedoornhaakpalpmotjes	=	sleedoornhaakpalpmot
sleedoornhaakpalpmotten	=	sleedoornhaakpalpmot
sleedoornhangmatmot	noun	Lyonetia prunifoliella een vlinder uit de familie sneeuwmotten (Lyonetiidae).
sleedoornhangmatmotje	=	sleedoornhangmatmot
sleedoornhangmatmotjes	=	sleedoornhangmatmot
sleedoornhangmatmotten	=	sleedoornhangmatmot
sleedoornmijt	noun	Eriophyes prunispinosae een galmijt die leeft monofaag op Rosaceae en komt met name voor op prunus.
sleedoornmijten	=	sleedoornmijt
sleedoornmijtje	=	sleedoornmijt
sleedoornmijtjes	=	sleedoornmijt
sleedoornpage	noun	Thecla betulae een vlinder, die tot de familie Lycaenidae behoort.
sleedoornpages	=	sleedoornpage
sleedoornpalpmot	noun	Dichomeris derasella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
sleedoornpalpmotje	=	sleedoornpalpmot
sleedoornpalpmotjes	=	sleedoornpalpmot
sleedoornpalpmotten	=	sleedoornpalpmot
sleedoornpedaalmot	noun	Argyresthia albistria een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
sleedoornpedaalmotje	=	sleedoornpedaalmot
sleedoornpedaalmotjes	=	sleedoornpedaalmot
sleedoornpedaalmotten	=	sleedoornpedaalmot
sleedoornroest	noun	Tranzschelia pruni-spinosae een schimmel behorend tot de familie Tranzscheliaceae.
sleedoornroesten	=	sleedoornroest
sleedoornroestje	=	sleedoornroest
sleedoornroestjes	=	sleedoornroest
sleedoorns	=	sleedoorn
sleedoorntje	=	sleedoorn
sleedoorntjes	=	sleedoorn
sleedoornvouwmot	noun	Phyllonorycter spinicolella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
sleedoornvouwmotje	=	sleedoornvouwmot
sleedoornvouwmotjes	=	sleedoornvouwmot
sleedoornvouwmotten	=	sleedoornvouwmot
sleedoornzebramot	noun	Parornix finitimella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
sleedoornzebramotje	=	sleedoornzebramot
sleedoornzebramotjes	=	sleedoornzebramot
sleedoornzebramotten	=	sleedoornzebramot
sleedoren	noun	bepaald soort plant met blauwe vruchten, Prunus spinosa uit de rozenfamilie Rosaceae
sleedorens	=	sleedoren
sleedorentje	=	sleedoren
sleedorentjes	=	sleedoren
sleedt	=	sleden
sleehak	noun	driehoekige hak aan de onderkant van een schoen of laars, van achteren naar voren doorlopend
sleehakje	=	sleehak
sleehakjes	=	sleehak
sleehakken	=	sleehak
sleep	noun	datgene wat gesleept wordt
sleep-in	noun	veelal goedkope en eenvoudige overnachtingsgelegenheid, soms ter plekke geïmproviseerd
sleep-ins	=	sleep-in
sleepaak	noun	plat vrachtschip zonder eigen voortstuwing; platte rivierboot zonder eigen voortstuwing
sleepaken	=	sleepaak
sleepantenne	noun	een draadantenne die uit een vliegtuig wordt gevierd
sleepantennes	=	sleepantenne
sleepantennetje	=	sleepantenne
sleepantennetjes	=	sleepantenne
sleepauto	noun	een auto die ingericht is om gestrande wagens weg te slepen en naar de garage te brengen
sleepauto's	=	sleepauto
sleepautootje	=	sleepauto
sleepautootjes	=	sleepauto
sleepbeweging	noun	voortbewegen van een voorwerp door eraan te trekken
sleepbewegingen	=	sleepbeweging
sleepbeweginkje	=	sleepbeweging
sleepbeweginkjes	=	sleepbeweging
sleepboot	noun	een krachtige boot die andere vaartuigen versleept
sleepbootje	=	sleepboot
sleepbootjes	=	sleepboot
sleepboten	=	sleepboot
sleepdienst	noun	onderneming voor het slepen van schepen
sleepdiensten	=	sleepdienst
sleepen	=	slepen
sleeper	noun	spion die een vijandig netwerk is binnengedrongen en hier inactief is totdat hij/zij van de opdrachtgever een signaal tot actie krijgt
sleepers	=	sleeper
sleepertje	=	sleeper
sleepertjes	=	sleeper
sleephopper	noun	sleephopperzuiger
sleephoppers	=	sleephopper
sleephopperzuiger	noun	een schip dat door middel van grote sterke pompen en motoren, zand, klei, slib en zelfs grind van de waterbodem kan zuigen
sleephopperzuigers	=	sleephopperzuiger
sleephopperzuigertje	=	sleephopperzuiger
sleephopperzuigertjes	=	sleephopperzuiger
sleepje	=	sleep
sleepjes	=	sleep
sleepkabel	noun	kabel waaraan iets voortgesleept wordt
sleepkabels	=	sleepkabel
sleepkabeltje	=	sleepkabel
sleepkabeltjes	=	sleepkabel
sleeplift	noun	een mechaniek waarmee skiërs de berg opgesleept worden
sleepliften	=	sleeplift
sleepliftje	=	sleeplift
sleepliftjes	=	sleeplift
sleepnet	noun	vlechtwerk van touw dat over een waterbodem gesleept kan worden om zo waterdieren te vangen
sleepnetje	=	sleepnet
sleepnetjes	=	sleepnet
sleepnetten	=	sleepnet
sleepogen	=	sleepoog
sleepoog	noun	ring waaraan men een sleepkabel kan bevestigen
sleepregeling	noun	de regeling dat voertuigen gesleept kunnen worden
sleepregelingen	=	sleepregeling
sleepregelingetje	=	sleepregeling
sleepregelingetjes	=	sleepregeling
sleepring	noun	een (metalen) ring die geïsoleerd is bevestigd op de roterende as van een elektrische machine zoals een alternator
sleepringen	=	sleepring
sleepringetje	=	sleepring
sleepringetjes	=	sleepring
sleepruim	noun	de vrucht van de sleedoorn (Prunus spinosa)
sleepruimen	=	sleepruim
sleepruimpje	=	sleepruim
sleepruimpjes	=	sleepruim
sleept	=	slepen
sleepte	=	slepen
sleepten	=	slepen
sleeptonen	=	sleeptoon
sleeptoon	noun	in de zogenaamde polytonische talen en in Limburgs dialect een van de beide intonaties van de vocalen
sleeptoontje	=	sleeptoon
sleeptoontjes	=	sleeptoon
sleeptouw	noun	touw of kabel waarmee het ene schip het andere voorttrekt
sleeptouwen	=	sleeptouw
sleeptouwtje	=	sleeptouw
sleeptouwtjes	=	sleeptouw
sleeptros	noun	kabel waarmede het een schip het andere sleept
sleeptrossen	=	sleeptros
sleepvaart	noun	scheepvaart waarbij schepen gesleept worden
sleepvaarten	=	sleepvaart
sleepvlag	noun	rode vlag met een wit vierkant in het midden dat aangeeft dat een schip een andere boot sleept
sleepvlaggen	=	sleepvlag
sleepvlaggetje	=	sleepvlag
sleepvlaggetjes	=	sleepvlag
sleepwagen	noun	een voertuig ingericht om zaken te slepen
sleepwagens	=	sleepwagen
sleepwagentje	=	sleepwagen
sleepwagentjes	=	sleepwagen
slees	=	slee
sleest	=	slee
sleeste	=	slee
sleet	noun	slijtage
sleetje	=	slee
sleetjes	=	slee
sleets	adj	door slijtage aangetast
sleetse	=	sleets
sleetser	=	sleets
sleetsere	=	sleets
sleetsers	=	sleets
sleetst	=	sleets
sleetste	=	sleets
sleeuw	adj	zuur, scherp, wrang, de tanden stroef makend
sleeuwe	=	sleeuw
sleeuwer	=	sleeuw
sleeuwere	=	sleeuw
sleeuwers	=	sleeuw
sleeuws	=	sleeuw
sleeuwst	=	sleeuw
sleeuwste	=	sleeuw
sleevefacing	noun	een stuk stof dat wordt gebruikt om de rand van een mouw (meestal bij de armsgaten van een mouwloos kledingstuk, of soms de zoom) netjes af te werken
sleeë	=	slee
sleeën	verb	met een slee door de sneeuw glijden
sleeënd	=	sleeën
sleeënde	=	sleeën
sleeër	=	slee
sleeëre	=	slee
sleeërs	=	slee
sleg	noun	een zeer grote hamer, veelal van hout en met een lange steel (1 meter)
slegge	noun	een zeer grote hamer, veelal van hout en met een lange steel (1 meter)
sleggen	=	sleg
sleggetje	=	slegge
sleggetjes	=	slegge
slegje	=	sleg
slegjes	=	sleg
slei	=	sleg
sleidingenaar	noun	Inwoner van Sleidinge
sleidingenaars	=	sleidingenaar
sleidings	adj	op Sleidinge betrekking hebbend
sleidingse	noun	een vrouwelijke inwoner van Sleidinge, of een vrouw afkomstig uit Sleidinge
sleidingsen	=	sleidingse
slek	=	slak
slem	noun	een bridgecontract voor alle slagen of alle slagen minus een
slemde	=	slemmen
slemden	=	slemmen
slemme	=	slemmen
slemmen	verb	met een blokkwast kalkmortel op een bakstenen ondergrond aanbrengen
slemmend	=	slemmen
slemmende	=	slemmen
slemmetje	=	slem
slemmetjes	=	slem
slemp	noun	warme melk waaraan saffraan, kruidnagel, kaneel, foelie en suiker wordt toegevoegd
slempe	=	slempen
slempen	verb	onmatig eten of drinken
slempend	=	slempen
slempende	=	slempen
slemper	noun	iemand die te vaak te veel eet en drinkt
slemperij	noun	de keer dat men teveel drinkt en eet
slemperijen	=	slemperij
slempers	=	slemper
slemppartij	noun	een bijeenkomst waarbij men veel te veel eet en drinkt
slemppartijen	=	slemppartij
slemppartijtje	=	slemppartij
slemppartijtjes	=	slemppartij
slempt	=	slempen
slempte	=	slempen
slempten	=	slempen
slemt	=	slemmen
slendang	noun	langwerpige doek van ca. 2,5 bij 1 m, smal opgevouwen met een vouw in de lengte, vaak met batik versierd
slendangs	=	slendang
slenk	noun	greppel of slootje
slenken	=	slenk
slenkje	=	slenk
slenter	=	slenteren
slenteraar	noun	iemand die langzaam, sloffend loopt
slenteraars	=	slenteraar
slenterde	=	slenteren
slenterden	=	slenteren
slentere	=	slenteren
slenteren	verb	langzaam en futloos/lusteloos ergens heen lopen
slenterend	=	slenteren
slenterende	=	slenteren
slenterig	adj	haveloos
slenterige	=	slenterig
slenteriger	=	slenterig
slenterigere	=	slenterig
slenterigers	=	slenterig
slenterigs	=	slenterig
slenterigst	=	slenterig
slenterigste	=	slenterig
slentert	=	slenteren
slepe	=	slepen
slepen	verb	trekkend over de grond of het wateroppervlak verplaatsen
slepend	adj	chronisch, langdurig
slepende	=	slepend
slepender	=	slepend
slependere	=	slepend
slependers	=	slepend
slepends	=	slepend
slependst	=	slepend
slependste	=	slepend
sleper	noun	een soort sleepboot
slepers	=	sleper
sleperswagen	noun	lange wagen die men gebruikt voor het vervoer van lange vrachten
sleperswagens	=	sleperswagen
sleperswagentje	=	sleperswagen
sleperswagentjes	=	sleperswagen
slepertje	=	sleper
slepertjes	=	sleper
slet	noun	een vrouw die met vele mannen verkeert
slete	=	slijten
sleten	=	slijten
sletig	adj	slijtage veroorzakend
sletige	=	sletig
sletiger	=	sletig
sletigere	=	sletig
sletigers	=	sletig
sletigs	=	sletig
sletigst	=	sletig
sletigste	=	sletig
sletje	=	slet
sletjes	=	slet
sletten	=	slet
slettenbak	noun	slet
slettenbakje	=	slettenbak
slettenbakjes	=	slettenbak
slettenbakken	=	slettenbak
sletterig	adj	passend bij een prostituee
sletterige	=	sletterig
sletteriger	=	sletterig
sletterigere	=	sletterig
sletterigers	=	sletterig
sletterigs	=	sletterig
sletterigst	=	sletterig
sletterigste	=	sletterig
sletvrees	noun	de vrees van een vrouw om uitgemaakt te worden als slet wanneer zij openlijk seksueel actief is
sleuf	noun	langgerekte, nauwe en vrij diepe inkerving of uitgraving
sleufantenne	noun	een antenne die kan worden gebruikt voor VHF en hogere frequenties, en bestaat uit één of meer, relatief smalle sleuven in een elektrisch geleidende plaat of golfpijp
sleufantennes	=	sleufantenne
sleufantennetje	=	sleufantenne
sleufantennetjes	=	sleufantenne
sleufde	=	sleuven
sleufden	=	sleuven
sleufgaatje	=	sleufgat
sleufgaatjes	=	sleufgat
sleufgat	noun	een langwerpig gat met afgeronde uiteinden dat wordt gebruikt om onderdelen te bevestigen waarbij enige speling noodzakelijk is
sleufgaten	=	sleufgat
sleufje	=	sleuf
sleufjes	=	sleuf
sleuft	=	sleuven
sleun	=	sleunen
sleunde	=	sleunen
sleunden	=	sleunen
sleune	=	sleunen
sleunen	verb	uitdunnen door takken te verwijderen
sleunend	=	sleunen
sleunende	=	sleunen
sleunt	=	sleunen
sleur	noun	handelwijze uit gewoonte, routine
sleurde	=	sleuren
sleurden	=	sleuren
sleure	=	sleuren
sleuren	verb	moeizaam of gewelddadig (mee)slepen.
sleurend	=	sleuren
sleurende	=	sleuren
sleurhut	noun|informal	een caravan.
sleurhutje	=	sleurhut
sleurhutjes	=	sleurhut
sleurhutten	=	sleurhut
sleurt	=	sleuren
sleutel	noun	een instrument waarmee een slot geopend of gesloten kan worden
sleutel-op-de-deur	adj	waarbij één bedrijf verantwoordelijkheid neemt voor alle onderdelen van het bouwproces, zodat het bouwwerk daarna meteen in gebruik kan worden genomen
sleutel-op-de-deurwoning	noun	een nieuwbouwwoning waarbij het volledige bouwproces in handen is van één enkele hoofdaannemer of projectontwikkelaar.
sleutel-op-de-deurwoningen	=	sleutel-op-de-deurwoning
sleutel-op-de-deurwoninkje	=	sleutel-op-de-deurwoning
sleutel-op-de-deurwoninkjes	=	sleutel-op-de-deurwoning
sleutelaar	noun	persoon die machines repareert door ze in- en uit elkaar te halen
sleutelaars	=	sleutelaar
sleutelaartje	=	sleutelaar
sleutelaartjes	=	sleutelaar
sleutelbeen	noun	het bot dat het borstbeen met de schouder verbindt
sleutelbeenbreuk	noun	fractuur van het bot dat het schouderblad en het borstbeen met elkaar verbindt
sleutelbeenbreuken	=	sleutelbeenbreuk
sleutelbeenbreukje	=	sleutelbeenbreuk
sleutelbeenbreukjes	=	sleutelbeenbreuk
sleutelbeenderen	=	sleutelbeen
sleutelbeentje	=	sleutelbeen
sleutelbeentjes	=	sleutelbeen
sleutelbegrip	noun	kennis die noodzakelijk is om een heleboel andere zaken te kunnen begrijpen
sleutelbegripje	=	sleutelbegrip
sleutelbegripjes	=	sleutelbegrip
sleutelbegrippen	=	sleutelbegrip
sleutelbenen	=	sleutelbeen
sleutelbloem	noun	een geslacht Primula van meer dan 500 soorten laaggroeiende planten uit de sleutelbloemfamilie (Primulaceae).
sleutelbloemen	=	sleutelbloem
sleutelbloemfamilie	noun	een plantenfamilie Primulaceae met meest meerjarige, vaste planten.
sleutelbloemfamilietje	=	sleutelbloemfamilie
sleutelbloemfamilietjes	=	sleutelbloemfamilie
sleutelbloempje	=	sleutelbloem
sleutelbloemroest	noun	Puccinia primulae een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
sleutelbloemroesten	=	sleutelbloemroest
sleutelbloemroestje	=	sleutelbloemroest
sleutelbloemroestjes	=	sleutelbloemroest
sleutelbloemvlinder	noun	Hamearis lucina een dagvlinder uit de familie prachtvlinders (Riodinidae).
sleutelbloemvlinders	=	sleutelbloemvlinder
sleutelbloemvlindertje	=	sleutelbloemvlinder
sleutelbloemvlindertjes	=	sleutelbloemvlinder
sleutelbord	noun	een bord met haakjes waaraan sleutels worden opgehangen
sleutelborden	=	sleutelbord
sleutelbordje	=	sleutelbord
sleutelbordjes	=	sleutelbord
sleutelbos	noun	aantal sleutels dat aan eenzelfde ring of band hangt
sleutelbosje	=	sleutelbos
sleutelbosjes	=	sleutelbos
sleutelbossen	=	sleutelbos
sleutelde	=	sleutelen
sleutelden	=	sleutelen
sleutele	=	sleutelen
sleutelen	verb	met sleutels aan een auto, motor of ander machine werken, met name door de machine uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten
sleutelend	=	sleutelen
sleutelende	=	sleutelen
sleuteletui	noun	hoesje waarin men sleutels van vooral deuren en transportmiddelen bij zich kan dragen Het hoesje moet voorkomen dat sleutels zoekraken of dat hun metaal beschadigingen veroorzaakt.
sleuteletuis	=	sleuteletui
sleutelfiguren	=	sleutelfiguur
sleutelfiguur	noun	een belangrijk, centraal persoon in een bepaalde kwestie
sleutelfiguurtje	=	sleutelfiguur
sleutelfiguurtjes	=	sleutelfiguur
sleutelgaatje	=	sleutelgat
sleutelgaatjes	=	sleutelgat
sleutelgat	noun	een gat in een slot waardoor een sleutel moet worden gestoken om hem te openen
sleutelgatchirurg	noun	chirurg die bekwaam is in het uitvoeren van kijkoperaties
sleutelgatchirurgen	=	sleutelgatchirurg
sleutelgaten	=	sleutelgat
sleutelgatzwermer	noun	Tramea basilaris een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
sleutelgatzwermers	=	sleutelgatzwermer
sleutelgatzwermertje	=	sleutelgatzwermer
sleutelgatzwermertjes	=	sleutelgatzwermer
sleutelgeld	noun	een bedrag dat een verhuurder van woonruimte soms eist van een huurder bij het sluiten van een huurovereenkomst
sleutelgelden	=	sleutelgeld
sleutelhanger	noun	ring om sleutels aan te hangen, vaak voorzien van een logo of label
sleutelhangerbonuskaart	noun	een bonuskaart die als sleutelhanger aan de sleutelbos bevestigd is.
sleutelhangerbonuskaarten	=	sleutelhangerbonuskaart
sleutelhangerbonuskaartje	=	sleutelhangerbonuskaart
sleutelhangerbonuskaartjes	=	sleutelhangerbonuskaart
sleutelhangers	=	sleutelhanger
sleutelhangertje	=	sleutelhanger
sleutelhangertjes	=	sleutelhanger
sleutelkind	noun	kind van ouders die overdag niet thuis zijn en een sleutel meekrijgt om na schooltijd zelf thuis binnen te kunnen komen
sleutelkinderen	=	sleutelkind
sleutelkindertje	=	sleutelkind
sleutelkindje	=	sleutelkind
sleutelkindjes	=	sleutelkind
sleutelklaar	adj	dat een woning of project na oplevering direct te betrekken of te gebruiken is, zonder dat de koper of huurder nog zelf (afwerkings)werkzaamheden hoeft uit te voeren
sleutelklaars	=	sleutelklaar
sleutelklare	=	sleutelklaar
sleutelkoord	noun	koord dat men om de hals kan dragen en waaraan men een klein voorwerp kan hangen zoals een sleutel of usbstick
sleutelkoorden	=	sleutelkoord
sleutelkoordje	=	sleutelkoord
sleutelmoment	noun	een belangrijk moment in een bepaalde ontwikkeling, in het verloop of de geschiedenis van iemand of iets
sleutelmomenten	=	sleutelmoment
sleuteloverdracht	noun	het overdragen van de sleutel
sleuteloverdrachten	=	sleuteloverdracht
sleutelpaal	noun	paal die de doorgang van voertuigen verhindert en met een speciale sleutel of code verwijderd of neergeklapt kan worden
sleutelpalen	=	sleutelpaal
sleutelpersonen	=	sleutelpersoon
sleutelpersoon	noun	persoon in een sleutelpositie
sleutelpersoontje	=	sleutelpersoon
sleutelpersoontjes	=	sleutelpersoon
sleutelpositie	noun	een belangrijke, invloedrijke functie midden in een organisatie
sleutelposities	=	sleutelpositie
sleutelpost	noun	een heel belangrijke, cruciale functie
sleutelposten	=	sleutelpost
sleutelring	noun	ring waaraan sleutels hangen
sleutelringen	=	sleutelring
sleutelringetje	=	sleutelring
sleutelringetjes	=	sleutelring
sleutelrol	noun	een belangrijke functie die niet gemist kan worden
sleutelrollen	=	sleutelrol
sleutelroman	noun	roman waarin werkelijk bestaande personen optreden met andere namen
sleutelromannetje	=	sleutelroman
sleutelromannetjes	=	sleutelroman
sleutelromans	=	sleutelroman
sleutels	=	sleutel
sleutelt	=	sleutelen
sleuteltje	=	sleutel
sleuteltjes	=	sleutel
sleutelvaluta	noun	geldsoort die ook buiten het land van uitgifte voor betalingen wordt gebruikt
sleutelvaluta's	=	sleutelvaluta
sleutelviolen	=	sleutelviool
sleutelviool	noun	een vooral in Zweden voorkomend strijkinstrument waarbij de snaren middels sleutels en een toetsenbord afgeknepen worden
sleutelviooltje	=	sleutelviool
sleutelviooltjes	=	sleutelviool
sleutelvraag	noun	een vraag waarop men het antwoord moet vinden wil men een probleem kunnen oplossen
sleutelvragen	=	sleutelvraag
sleutelwoning	noun	tijdelijke woning bedoeld voor mensen die uitstromen uit een maatschappelijke opvang, verslavingszorg of detentie, en die (nog) niet zelfstandig een reguliere huurwoning kunnen krijgen.
sleutelwoningen	=	sleutelwoning
sleutelwoninkje	=	sleutelwoning
sleutelwoninkjes	=	sleutelwoning
sleutelwoord	noun	een reserveerd woord dat in een computertaal een vaste functie heeft
sleutelwoorden	=	sleutelwoord
sleutelwoordje	=	sleutelwoord
sleuteraar	noun	iemand die vaak fietsen, auto's en motorfietsen repareert, hiervoor heeft de persoon ring- en steeksleutels nodig voor het losmaken en weer vastzetten van moeren en bouten
sleuteraars	=	sleuteraar
sleuve	=	sleuven
sleuven	verb	voorzien van een langgerekte groef
sleuvend	=	sleuven
slf	noun	Super Low Frequency
slib	noun	afzetting op de bodem van in (stromend) water aanwezige vaste deeltjes.
slibanemonen	=	slibanemoon
slibanemoon	noun	Cylista troglodytes een zeeanemonensoort uit de familie Sagartiidae.
slibanemoontje	=	slibanemoon
slibanemoontjes	=	slibanemoon
slibbe	=	slibben
slibben	verb	slib afzetten
slibbend	=	slibben
slibbende	=	slibben
slibber	=	slibberen
slibberde	=	slibberen
slibberden	=	slibberen
slibbere	=	slibberen
slibberen	verb	met een glijdende, slippende beweging vallen of dreigen te vallen
slibberend	=	slibberen
slibberende	=	slibberen
slibberig	adj	nat, glad, koud en smerig door slib en modder
slibberige	=	slibberig
slibberiger	=	slibberig
slibberigere	=	slibberig
slibberigers	=	slibberig
slibberigs	=	slibberig
slibberigst	=	slibberig
slibberigste	=	slibberig
slibbert	=	slibberen
slibde	=	slibben
slibden	=	slibben
slibdepot	noun	plaats waar men opgebaggerd slib bewaart en laat drogen
slibdepots	=	slibdepot
slibmos	noun	een mossoort (Physcomitrium patens (geaccepteerde naam) of Physcomitrella patens (acceptabele naam)) uit de krulmosfamilie (Funariaceae).
slibmosje	=	slibmos
slibmosjes	=	slibmos
slibmossen	=	slibmos
slibs	=	slib
slibt	=	slibben
slibzuiger	noun	werktuig dat (bij voorbeeld baggermolen die) slib opzuigt
slibzuigers	=	slibzuiger
slice	noun	een kapbal bij tennis, waarbij de bal een achterwaartse rotatie krijgt
slicen	verb	kappen
slicende	=	slicen
slices	=	slice
slicha	noun	boetegebed
slichot	=	slicha
slicht	adj	glad, vlak, eenvoudig
slichte	=	slichten
slichten	verb	vlak maken
slichtend	=	slichten
slichtende	=	slichten
slichtte	=	slichten
slichtten	=	slichten
slick	adj	heel mooi en aantrekkelijk
slicke	=	slick
slicker	=	slick
slickere	=	slick
slickers	=	slick
slicks	=	slick
slickst	=	slick
slickste	=	slick
slide	noun	lichtbeeld als onderdeel van een presentatie
slides	=	slide
sliding	noun	een glijdende beweging met de benen om de bal te veroveren van de tegenstander, waarbij soms de benen van de tegenstander (eerst) worden geraakt in plaats van de bal
slidings	=	sliding
slidingsvriendelijk	adj	geschikt voor soepele, gemakkelijke en veilige bewegingen
slidingsvriendelijke	=	slidingsvriendelijk
slidingsvriendelijker	=	slidingsvriendelijk
slidingsvriendelijkere	=	slidingsvriendelijk
slidingsvriendelijkers	=	slidingsvriendelijk
slidingsvriendelijks	=	slidingsvriendelijk
slidingsvriendelijkst	=	slidingsvriendelijk
slidingsvriendelijkste	=	slidingsvriendelijk
slidinkje	=	sliding
slidinkjes	=	sliding
slieche	noun	boetegebed
slieches	=	slieche
sliep	=	slapen
sliepe	=	sliepen
sliepen	verb	iemand bespotten door met de wijsvingers over elkaar te strijken, uitsliepen
sliepend	=	sliepen
sliepende	=	sliepen
sliept	=	sliepen
sliepte	=	sliepen
sliepten	=	sliepen
sliepuit	intj	uitdrukking, gebruikt om met iemand te spotten of te plagen
slier	noun	lang, dun, draadachtig materiaal
slierde	=	slieren
slierden	=	slieren
sliere	=	slieren
slieren	verb	doelloos ergens ronddolen, kronkelen of rondlopen
slierend	=	slieren
slierende	=	slieren
sliert	noun	een lang, dun, slap hangend voorwerp met betrekking tot haar
slierten	=	sliert
sliertje	=	sliert
sliertjes	=	sliert
sliet	noun	recht stammetje waarvan de takken zijn afgehakt
slieten	=	sliet
slij	adj	eetlust hebbend	noun	bepaald soort karperachtiɡe zoetwatervis, zeelt, Tinca tinca
slije	=	slij
slijen	=	slij
slijer	=	slij
slijere	=	slij
slijers	=	slij
slijk	noun	mengsel van aarde, vuil en water
slijkerig	adj	de consistentie hebbend van dunne klei
slijkerige	=	slijkerig
slijkeriger	=	slijkerig
slijkerigere	=	slijkerig
slijkerigers	=	slijkerig
slijkerigs	=	slijkerig
slijkerigst	=	slijkerig
slijkerigste	=	slijkerig
slijkgras	noun	een plantengeslacht Spartina van de grassenfamilie (Poaceae).
slijkgrasje	=	slijkgras
slijkgrasjes	=	slijkgras
slijkgrassen	=	slijkgras
slijkgroen	noun	Limosella aquatica een eenjarige plant uit de strandkruidfamilie (Plumbaginaceae).
slijkgroenen	=	slijkgroen
slijkgroentje	=	slijkgroen
slijkgroentjes	=	slijkgroen
slijkig	adj	lijkend op slijk of modder
slijkige	=	slijkig
slijkiger	=	slijkig
slijkigere	=	slijkig
slijkigers	=	slijkig
slijkigs	=	slijkig
slijkigst	=	slijkig
slijkigste	=	slijkig
slijknestkraaien	noun	Corcoracidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
slijktorretje	noun	Heterocerus fenestratus een keversoort uit de familie oevergraafkevers (Heteroceridae).
slijktorretjes	=	slijktorretje
slijkzegge	noun	Carex limosa een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
slijkzeggen	=	slijkzegge
slijkzeggetje	=	slijkzegge
slijkzeggetjes	=	slijkzegge
slijkzwemmer	noun	Hygrobia hermanni een keversoort uit de familie slijkzwemmers of pieptorren.
slijkzwemmers	=	slijkzwemmer
slijkzwemmertje	=	slijkzwemmer
slijkzwemmertjes	=	slijkzwemmer
slijm	noun	kleverige stof die door slijmvliezen uitgescheiden wordt
slijmachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van slijm
slijmachtige	=	slijmachtig
slijmachtiger	=	slijmachtig
slijmachtigere	=	slijmachtig
slijmachtigers	=	slijmachtig
slijmachtigs	=	slijmachtig
slijmachtigst	=	slijmachtig
slijmachtigste	=	slijmachtig
slijmafscheiding	noun	een natuurlijk, doorgaans helder of wit vocht dat wordt geproduceerd door klieren
slijmafscheidingen	=	slijmafscheiding
slijmafscheidinkje	=	slijmafscheiding
slijmafscheidinkjes	=	slijmafscheiding
slijmappel	noun	Aegle marmelos een plant uit de wijnruitfamilie (Rutaceae).
slijmappelen	=	slijmappel
slijmappels	=	slijmappel
slijmappeltje	=	slijmappel
slijmappeltjes	=	slijmappel
slijmbal	noun	kruiperig/overdreven onderdanig persoon
slijmballen	=	slijmbal
slijmballetje	=	slijmbal
slijmballetjes	=	slijmbal
slijmbeurs	noun	een met vocht gevuld 'kussentje' tussen een pees en de onderliggende botstructuur bij een gewricht, dicht bij de aanhechting van de pees op het bot
slijmbeursje	=	slijmbeurs
slijmbeursjes	=	slijmbeurs
slijmbeursontsteking	noun	irritatie of ontsteking van een slijmbeurs.
slijmbeursontstekingen	=	slijmbeursontsteking
slijmbeursontstekinkje	=	slijmbeursontsteking
slijmbeursontstekinkjes	=	slijmbeursontsteking
slijmbeurzen	=	slijmbeurs
slijmde	=	slijmen
slijmden	=	slijmen
slijme	=	slijmen
slijmen	verb	zich ondergeschikt gedragen en niet gemeende bijval en complimenten geven om iemand gunstig te stemmen
slijmend	=	slijmen
slijmende	=	slijmen
slijmer	noun	iemand die probeert zijn zin te krijgen door iemand anders te vleien
slijmerd	noun	huichelachtig, kruiperig, overdreven onderdanig persoon
slijmerdje	=	slijmerd
slijmerdjes	=	slijmerd
slijmerds	=	slijmerd
slijmerig	adj	bedekt of besmeurd met slijm
slijmerige	=	slijmerig
slijmeriger	=	slijmerig
slijmerigere	=	slijmerig
slijmerigers	=	slijmerig
slijmerigs	=	slijmerig
slijmerigst	=	slijmerig
slijmerigste	=	slijmerig
slijmers	=	slijmer
slijmertje	=	slijmer
slijmertjes	=	slijmer
slijmig	adj	taai, week, glibberig, vochtig en plakkerig als slijm
slijmige	=	slijmig
slijmiger	=	slijmig
slijmigere	=	slijmig
slijmigers	=	slijmig
slijmigs	=	slijmig
slijmigst	=	slijmig
slijmigste	=	slijmig
slijmjurk	noun	onaangenaam persoon die alsmaar tracht in het gevlij te komen
slijmjurken	=	slijmjurk
slijmjurkje	=	slijmjurk
slijmjurkjes	=	slijmjurk
slijmkokerworm	noun	Neoamphitrite figulus een borstelworm uit de familie Terebellidae.
slijmkokerwormen	=	slijmkokerworm
slijmkokerwormpje	=	slijmkokerworm
slijmkokerwormpjes	=	slijmkokerworm
slijmkopvissen	noun	een orde Beryciformes van straalvinnige zoutwatervissen.
slijmoplossend	adj	van een middel (medicijn of natuurlijke methode) dat het taai slijm in de luchtwegen dunner en vloeibaarder maakt
slijmoplossende	=	slijmoplossend
slijmoplossender	=	slijmoplossend
slijmoplossendere	=	slijmoplossend
slijmoplossenders	=	slijmoplossend
slijmoplossends	=	slijmoplossend
slijmoplossendst	=	slijmoplossend
slijmoplossendste	=	slijmoplossend
slijmpje	=	slijm
slijmpjes	=	slijm
slijmprik	noun	benaming voor de slijmerige kaakloze vissen uit de familie Myxinidae
slijmprikken	noun	een familie Myxinidae van aalvormige zeedieren.
slijmrandkaalkopje	noun	Psilocybe liniformans een paddenstoel uit de familie Hymenogastraceae.
slijmrandkaalkopjes	=	slijmrandkaalkopje
slijmspoorspikkelschijfje	noun	een schimmel Ascobolus immersus die behoort tot de familie Ascobolaceae van de ascomyceten
slijmspoorspikkelschijfjes	=	slijmspoorspikkelschijfje
slijmsteelmycena	noun	Roridomyces roridus een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
slijmsteelmycena's	=	slijmsteelmycena
slijmsteelmycenaatje	=	slijmsteelmycena
slijmsteelmycenaatjes	=	slijmsteelmycena
slijmt	=	slijmen
slijmvis	noun	een geslacht Blennius van zeevissen die tot familie van de naakte slijmvissen (Blenniidae) en de onderorde van de slijmvisachtigen behoren.
slijmvisachtigen	noun	een onderorde Blennioidei van in totaal zes families van baarsachtige vissen
slijmvisje	=	slijmvis
slijmvisjes	=	slijmvis
slijmvissen	noun	een familie Labrisomidae van baarsachtige vissen.
slijmvlies	noun	een dunne laag cellen die slijm produceren, meestal met bescherming of transport van afvalstoffen als doel
slijmvliesje	=	slijmvlies
slijmvliesjes	=	slijmvlies
slijmvliesontsteking	noun	aandoening waardoor de cellen die in sommige lichaamsholten voor een beschermende slijmlaag zorgen als reactie op een besmetting veel meer slijm dan normaal produceren
slijmvliesontstekingen	=	slijmvliesontsteking
slijmvliesontstekinkje	=	slijmvliesontsteking
slijmvliesontstekinkjes	=	slijmvliesontsteking
slijmvliezen	=	slijmvlies
slijmzwam	noun	eencellige eukaryoot die zich voortplant door sporen, maar zachte celwanden zonder chitine heeft
slijmzwamkever	noun	insect uit de familie Sphindidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
slijmzwamkevers	noun	Sphindidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
slijmzwamkevertje	=	slijmzwamkever
slijmzwamkevertjes	=	slijmzwamkever
slijmzwammen	noun	groep eencellige eukaryoten die zich voortplanten met sporen, maar zachte celwanden zonder chitine hebben, infrastam Mycetozoa
slijp	=	slijpen
slijpe	=	slijpen
slijpen	verb	door wrijving met een hard fijnverdeeld poeder het oppervlak van een vast voorwerp spiegelglad maken
slijpend	=	slijpen
slijpende	=	slijpen
slijper	noun	iemand die slijpt
slijperij	noun	bedrijf of een deel van een bedrijf waar producten geslepen worden
slijperijen	=	slijperij
slijperijtje	=	slijperij
slijperijtjes	=	slijperij
slijpers	=	slijper
slijpertje	=	slijper
slijpertjes	=	slijper
slijping	noun	de manier waarop glas of edelsteen of andere materialen zijn geslepen
slijpingen	=	slijping
slijpmachientje	=	slijpmachine
slijpmachientjes	=	slijpmachine
slijpmachine	noun	machine om voorwerpen te slijpen (keukenmessen) of om iets af te slijpen (haakse slijper)
slijpmachines	=	slijpmachine
slijpmachinetje	=	slijpmachine
slijpmachinetjes	=	slijpmachine
slijpplaat	noun	ronddraaiende deel van een slijpmachine; plaatvormige slijpsteen
slijpplaatje	=	slijpplaat
slijpplaatjes	=	slijpplaat
slijpplaten	=	slijpplaat
slijppoeder	noun	poeder om mee te slijpen
slijppoeders	=	slijppoeder
slijppoedertje	=	slijppoeder
slijppoedertjes	=	slijppoeder
slijpschijf	noun	het vervangbare deel van een haakse slijper, deze dient voor het slijpen of doorsnijden van metalen en steenachtige materialen
slijpschijfje	=	slijpschijf
slijpschijfjes	=	slijpschijf
slijpschijven	=	slijpschijf
slijpsel	noun	afvalproduct van slijpen dat ook weer gebruikt kan worden bij het slijpen
slijpsels	=	slijpsel
slijpseltje	=	slijpsel
slijpseltjes	=	slijpsel
slijpspil	noun	as waarop een slijpsteen of slijpschijf is bevestigd
slijpspillen	=	slijpspil
slijpspilletje	=	slijpspil
slijpspilletjes	=	slijpspil
slijpsteen	noun	blok van hard mineraal met een vlak oppervlak waarop men messen of scharen aanscherpt
slijpsteentje	=	slijpsteen
slijpsteentjes	=	slijpsteen
slijpstenen	=	slijpsteen
slijpt	=	slijpen
slijptafel	noun	instrument om iets te slijpen
slijptafels	=	slijptafel
slijptafeltje	=	slijptafel
slijptafeltjes	=	slijptafel
slijptol	noun	stuk gereedschap om metaal, steen of hout te bewerken
slijptollen	=	slijptol
slijptrein	noun	een machine, voortgetrokken door een locomotief, waarmee het profiel van de spoorstaven na slijtage weer in de juiste vorm wordt gebracht
slijptreinen	=	slijptrein
slijptreintje	=	slijptrein
slijptreintjes	=	slijptrein
slijs	=	slijzen
slijsde	=	slijzen
slijsden	=	slijzen
slijsje	noun	dun plakje
slijsjes	=	slijsje
slijst	=	slijzen
slijste	=	slij
slijt	=	slijten
slijtachtig	adj	slijtage veroorzakend
slijtachtige	=	slijtachtig
slijtachtiger	=	slijtachtig
slijtachtigere	=	slijtachtig
slijtachtigers	=	slijtachtig
slijtachtigs	=	slijtachtig
slijtachtigst	=	slijtachtig
slijtachtigste	=	slijtachtig
slijtage	noun	schade die door langdurig gebruik geleidelijk aangericht wordt
slijtageplek	noun	plaats die kapot is gegaan door veelvuldig gebruik
slijtageplekje	=	slijtageplek
slijtageplekjes	=	slijtageplek
slijtageplekken	=	slijtageplek
slijtageproces	noun	het ontstaan van schade door langdurig gebruik
slijtageprocessen	=	slijtageproces
slijtages	=	slijtage
slijtageslag	noun	een zeer zware beproeving of strijd waardoor mens en machine slijten
slijtageslagen	=	slijtageslag
slijtbaar	adj	van iets dat het aan slijtage onderhevig is, niet duurzaam is of makkelijk kapot te krijgen is
slijtbaarder	=	slijtbaar
slijtbaardere	=	slijtbaar
slijtbaarders	=	slijtbaar
slijtbaars	=	slijtbaar
slijtbaarst	=	slijtbaar
slijtbaarste	=	slijtbaar
slijtbare	=	slijtbaar
slijte	=	slijten
slijten	verb	door het gebruik massa verliezen tot het stukgaat
slijtend	=	slijten
slijtende	=	slijten
slijter	noun	verkoper (vooral van van wijn en sterke drank)
slijterij	noun	oorspronkelijk kleinhandelaar, tegenwoordig alleen voor kleinhandel in sterke drank
slijterijen	=	slijterij
slijterijtje	=	slijterij
slijters	=	slijter
slijtersziekte	noun	koeienziekte die gepaard gaat met spontane ontstekingen
slijtertje	=	slijter
slijtlaag	noun	een dunne laag gebroken steenslag (split) die met behulp van een kleeflaag van bitumen op een bestaande asfaltverharding gekleefd wordt
slijtlagen	=	slijtlaag
slijtplek	noun	beschadiging door ouderdom en langdurig gebruik ook figuurlijk gebruikt
slijtplekje	=	slijtplek
slijtplekjes	=	slijtplek
slijtplekken	=	slijtplek
slijtster	noun	verkoopster (vooral van van wijn en sterke drank)
slijtsters	=	slijtster
slijtvast	adj	heel goed bestand zijn tegen langdurig gebruik
slijtvaste	=	slijtvast
slijtvaster	=	slijtvast
slijtvastere	=	slijtvast
slijtvasters	=	slijtvast
slijtvasts	=	slijtvast
slijtvastst	=	slijtvast
slijtvastste	=	slijtvast
slijze	=	slijzen
slijzen	verb	in plakken snijden
slijzend	=	slijzen
slijzende	=	slijzen
slik	noun	handeling van het slikken
slikbeweging	noun	het proces waarbij voedsel of drank van de mond, via de keel, naar de slokdarm wordt getransporteerd
slikbewegingen	=	slikbeweging
slikbeweginkje	=	slikbeweging
slikbeweginkjes	=	slikbeweging
slikje	=	slikke
slikjes	=	slikke
slikke	noun	een bij eb droogvallende plaat in een getijdenwater
slikken	verb	de mondinhoud de slokdarm doen afdalen
slikkend	=	slikken
slikkende	=	slikken
slikkenspinnetje	noun	Halorates reprobus een spinnensoort uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae)
slikkenspinnetjes	=	slikkenspinnetje
slikker	noun	iemand die slikt (capsules/ bolletjes drugs e.d. inneemt om ze zo langs de douane te smokkelen)
slikkerig	adj	lijkend op slijk of modder
slikkerige	=	slikkerig
slikkeriger	=	slikkerig
slikkerigere	=	slikkerig
slikkerigers	=	slikkerig
slikkerigs	=	slikkerig
slikkerigst	=	slikkerig
slikkerigste	=	slikkerig
slikkers	=	slikker
slikkertje	=	slikker
slikkertjes	=	slikker
slikkokerworm	noun	Polydora ciliata een borstelworm uit de familie Spionidae.
slikkokerwormen	=	slikkokerworm
slikkokerwormpje	=	slikkokerworm
slikkokerwormpjes	=	slikkokerworm
sliklap	noun	rubber lap aan de onderzijde van het spatbord van voertuigen (met name een fiets) om het opspatten van water en modder tegen te gaan
sliklapje	=	sliklap
sliklapjes	=	sliklap
sliklappen	=	sliklap
sliknat	adj	heel erg nat; zo nat als slik
sliknats	=	sliknat
sliknatte	=	sliknat
slikschaamte	noun	het ongemak dat mensen voelen als ze xtc-pillen slikken en zo de georganiseerde misdaad stimuleren
slikstoornis	noun	afwijkingen bij het slikken zoals dat nodig is bij eten en drinken
slikstoornissen	=	slikstoornis
slikt	=	slikken
slikte	=	slikken
slikten	=	slikken
slikwolfspin	noun	Pardosa agrestis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
slikwolfspinnen	=	slikwolfspin
slikwolfspinnetje	=	slikwolfspin
slikwolfspinnetjes	=	slikwolfspin
slim	adj	intelligent, snel van begrip
slimbo	noun	slim persoon
slimbo's	=	slimbo
slimbootje	=	slimbo
slimbootjes	=	slimbo
slimheden	=	slimheid
slimheid	noun	de eigenschap van een persoon n.l. dat deze intelligent, vindingrijk maar ook geslepen is
slimheit	=	slimheid
slimheyd	=	slimheid
slimheydt	=	slimheid
slimheyt	=	slimheid
slimme	=	slim
slimmer	=	slim
slimmerd	noun	een sluw iemand die slechte bedoelingen heeft
slimmerdje	=	slimmerd
slimmerdjes	=	slimmerd
slimmerds	=	slimmerd
slimmere	=	slim
slimmerik	noun	iemand die slim, vindingrijk is (soms ook ironisch bedoeld)
slimmeriken	=	slimmerik
slimmerikje	=	slimmerik
slimmerikjes	=	slimmerik
slimmering	noun	verouderd: bederf of vermindering van koopwaren.
slimmers	=	slim
slimmig	adj	een beetje slim
slimmige	=	slimmig
slimmigheden	=	slimmigheid
slimmigheid	noun	het op een handige manier intelligent zijn; een handeling die getuigt van praktische intelligentie
slimmigheidje	=	slimmigheid
slimmigheidjes	=	slimmigheid
slimmigs	=	slimmig
slims	=	slim
slimst	=	slim
slimste	=	slim
slimwoner	noun	iemand die heel energiezuinig woont
slimwoners	=	slimwoner
slinder	noun	hazelworm Anguis fragilis
slinders	=	slinder
slindertje	=	slinder
slindertjes	=	slinder
slinger	noun	het slingeren, de zwaai
slingeraap	noun	Ateles een aap die zich aan zijn armen en met name ook staart slingerend door een boom of bos beweegt
slingeraapje	=	slingeraap
slingeraapjes	=	slingeraap
slingerapen	noun	Ateles een geslacht uit de familie grijpstaartapen (Atelidae).
slingerarm	noun	een middeleeuws wapen
slingerarmen	=	slingerarm
slingerarmpje	=	slingerarm
slingerarmpjes	=	slingerarm
slingerbeweging	noun	een golvende, heen-en-weer beweging
slingerbewegingen	=	slingerbeweging
slingerbeweginkje	=	slingerbeweging
slingerbeweginkjes	=	slingerbeweging
slingerde	=	slingeren
slingerden	=	slingeren
slingere	=	slingeren
slingeren	verb	zich hangend aan een steunpunt heen en weer bewegen
slingerend	adj	niet recht vooruit, maar met veel kleine bochtje vooruit gaand
slingerende	=	slingeren
slingerender	=	slingerend
slingerendere	=	slingerend
slingerenders	=	slingerend
slingerends	=	slingerend
slingerendst	=	slingerend
slingerendste	=	slingerend
slingering	noun	een heen en weer gaande beweging
slingeringen	=	slingering
slingerklok	noun	een instrument dat de tijd bijhoudt met behulp van een heen en weer bewegende slinger
slingerklokje	=	slingerklok
slingerklokjes	=	slingerklok
slingerklokken	=	slingerklok
slingerkring	noun	stroomkring die zelfinductie, capaciteit en ohmse weerstand bevat
slingerkringen	=	slingerkring
slingerkringetje	=	slingerkring
slingerkringetjes	=	slingerkring
slingerkromme	noun	kromme die door een slinger wordt beschreven
slingerkrommen	=	slingerkromme
slingermuis	noun	zoogdier uit de kleine familie Zapodidae van ongeveer twintig soorten knaagdieren die verspreid zijn over het noordelijk halfrond.
slingermuisje	=	slingermuis
slingermuisjes	=	slingermuis
slingermuizen	noun	Zapodidae in sommige verouderde indelingen een kleine familie van ongeveer twintig soorten knaagdieren die verspreid zijn over het noordelijk halfrond.
slingerplant	noun	een klimplant waarvan de takken in spiraalvorm groeien, waarmee ze zich om andere objecten wikkelen, bijvoorbeeld om bomen.
slingerplanten	=	slingerplant
slingerplantje	=	slingerplant
slingerplantjes	=	slingerplant
slingers	=	slinger
slingerschijt	noun|informal	darmstoornis die dunne ontlasting veroorzaakt
slingert	=	slingeren
slingertje	=	slinger
slingertjes	=	slinger
slingertuin	noun	een bij de negentiende-eeuwse Groninger borgen (burchten) en statige boerderijen veel voorkomende tuin in Engelse landschapsstijl
slingertuinen	=	slingertuin
slingeruurwerk	noun	uurwerk dat door een slinger wordt geregeld
slingeruurwerken	=	slingeruurwerk
slingeruurwerkje	=	slingeruurwerk
slingeruurwerkjes	=	slingeruurwerk
slingervormig	adj	vorm van een slinger hebbend
slingervormige	=	slingervormig
slingervormiger	=	slingervormig
slingervormigere	=	slingervormig
slingervormigers	=	slingervormig
slingervormigs	=	slingervormig
slingervormigst	=	slingervormig
slingervormigste	=	slingervormig
slingerweg	noun	weg met veel bochten erin
slingerwegen	=	slingerweg
slingerweggetje	=	slingerweg
slingerweggetjes	=	slingerweg
slingerzakpijp	noun	Botrylloides violaceus een zakpijpensoort uit de familie van de Styelidae.
slingerzakpijpen	=	slingerzakpijp
slingerzakpijpje	=	slingerzakpijp
slingerzakpijpjes	=	slingerzakpijp
slink	=	slinken
slinke	=	slinken
slinken	verb	minder worden, inkrimpen
slinkend	=	slinken
slinkende	=	slinken
slinking	noun	verkleining van de omvang
slinkingen	=	slinking
slinks	adj	stilletjes, sluw en vals
slinkse	=	slinks
slinkser	=	slinks
slinksere	=	slinks
slinksers	=	slinks
slinksheden	=	slinksheid
slinksheid	noun	het sluw en achterbaks zijn
slinkst	=	slinks
slinkste	=	slinks
slinkt	=	slinken
slip	noun	punt van een stof die naar beneden hangt
slip-over	noun	trui zonder kraag en zonder mouwen
slip-overs	=	slip-over
slip-overtje	=	slip-over
slip-overtjes	=	slip-over
slipcursus	noun	een cursus voor het leren beheersen van een voertuig dat slipt
slipcursusje	=	slipcursus
slipcursusjes	=	slipcursus
slipcursussen	=	slipcursus
slipdrager	=	slippendrager
slipgevaar	noun	er is kans om weg te glijden omdat de vloer of de weg heel erg glad is
slipgevaren	=	slipgevaar
slipjas	noun	nette, zwarte jas voor mannen die puntige slippen heeft
slipjassen	=	slipjas
slipje	=	slip
slipjes	=	slip
sliplift	noun	hulpmiddel waarmee hulpbehoevende mensen hun eigen onderbroek kunnen aantrekken en optrekken
slipliften	=	sliplift
slippe	=	slippen
slippen	verb	wegglijden
slippend	=	slippen
slippende	=	slippen
slippendrager	noun	iemand die op een slaafse manier iets of iemand dient; onderdanig persoon
slippendragers	=	slippendrager
slippendragertje	=	slippendrager
slipper	noun	touwwerk dat onvoldoende geschikt is om te voorkomen dat iets een glijdende beweging maakt
slipperde	=	slipperen
slipperden	=	slipperen
slippere	=	slipperen
slipperen	verb	zich met een glijdende beweging verplaatsen
slipperend	=	slipperen
slippers	=	slipper
slippert	=	slipperen
slippertje	noun	alleen verkleinwoord kortstondig overspel
slippertjes	=	slippertje
slips	=	slip
slipscholen	=	slipschool
slipschool	noun	rijschool waar slipcursussen worden verzorgd
slipschooltje	=	slipschool
slipschooltjes	=	slipschool
slipsdrager	=	slippendrager
slipsteek	noun	knoop die makkelijk kan worden losgetrokken
slipsteken	=	slipsteek
slipstream	noun	gebied waar lagere weerstand heerst door de snelheid van een voorganger
slipstreams	=	slipstream
slipt	=	slippen
slipte	=	slippen
slipten	=	slippen
sliptong	noun	feitelijk te kleine tong (Solea solea) die toch bij de vangst is meegekomen
sliptongen	=	sliptong
sliptongetje	=	sliptong
sliptongetjes	=	sliptong
slipvormig	adj	vorm van een slip hebbend
slipvormige	=	slipvormig
slipvormiger	=	slipvormig
slipvormigere	=	slipvormig
slipvormigers	=	slipvormig
slipvormigs	=	slipvormig
slipvormigst	=	slipvormig
slipvormigste	=	slipvormig
slis	=	slissen
slisse	=	slissen
slissen	verb	foutieve uitspraak van de letter s
slissend	=	slissen
slissende	=	slissen
slist	=	slissen
sliste	=	slissen
slisten	=	slissen
slithorens	noun	Pleurotomariidae een familie van grote slakken uit de clade Vetigastropoda.
slivovitj	noun	een brandewijn gedestilleerd uit gefermenteerde pruimen zoals deze gestookt wordt in Midden-Europa en op de Balkan
slivovitje	=	slivovitj
slivovitjen	=	slivovitj
slivovitjes	=	slivovitj
slivovitsj	noun	een brandewijn gedestilleerd uit gefermenteerde pruimen zoals deze gestookt wordt in Midden-Europa en op de Balkan
slivovitsje	=	slivovitsj
slivovitsjen	=	slivovitsj
slivovitsjes	=	slivovitsj
slob	noun|obsolete	modder, smerigheid
slobbe	noun	voorschoot dat iemand draagt die zwaar werk doet
slobben	=	slobbe
slobber	noun	modder, slijk
slobberbroek	noun	zeer ruimvallende lange broek
slobberbroeken	=	slobberbroek
slobberbroekje	=	slobberbroek
slobberbroekjes	=	slobberbroek
slobberde	=	slobberen
slobberden	=	slobberen
slobberdoes	noun	Iemand die slordig eet en vervolgens iemand die alles knoeierig en slordig doet
slobberdoesje	=	slobberdoes
slobberdoesjes	=	slobberdoes
slobberdoezen	=	slobberdoes
slobbere	=	slobberen
slobberen	verb	te ruim zitten, lubberen, flodderen
slobberend	=	slobberen
slobberende	=	slobberen
slobberig	adj	van kleding: dat ze te ruim zit
slobberige	=	slobberig
slobberiger	=	slobberig
slobberigere	=	slobberig
slobberigers	=	slobberig
slobberigs	=	slobberig
slobberigst	=	slobberig
slobberigste	=	slobberig
slobbers	=	slobber
slobbert	=	slobberen
slobbertje	=	slobber
slobbertjes	=	slobber
slobbertrui	noun	een heel trui die eigenlijk te groot is maar wel heel makkelijk zit
slobbertruien	=	slobbertrui
slobbetje	=	slobbe
slobbetjes	=	slobbe
slobeend	noun	bepaald soort watervogel, Spatula clypeata, met een spatelvormige snavel waarmee hij zijn voedsel opslobbert
slobeenden	=	slobeend
slobeendje	=	slobeend
slobkous	noun	korte beenkap die over de instap van het schoeisel wordt gedragen om de broek tegen modder te beschermen
slobkousen	=	slobkous
slobkousje	=	slobkous
slobkousjes	=	slobkous
slochter	=	slufter
slodder	=	slodderen
slodderde	=	slodderen
slodderden	=	slodderen
sloddere	=	slodderen
slodderen	verb	te ruim zitten, lubberen
slodderend	=	slodderen
slodderende	=	slodderen
slodderig	adj	zeer slordig en rommelig zoals past bij een sloddervos
slodderige	=	slodderig
slodderiger	=	slodderig
slodderigere	=	slodderig
slodderigers	=	slodderig
slodderigs	=	slodderig
slodderigst	=	slodderig
slodderigste	=	slodderig
sloddert	=	slodderen
sloddervos	noun	iemand die op grove wijze onordelijk is
sloddervosje	=	sloddervos
sloddervosjes	=	sloddervos
sloddervossen	=	sloddervos
slodderwetenschap	noun	zeer slordig uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek
slodderwetenschappen	=	slodderwetenschap
sloeber	noun	een onbeschaafde, smerige man, een stakker
sloebers	=	sloeber
sloebertje	=	sloeber
sloebertjes	=	sloeber
sloef	noun	warm, zacht schoeisel voor gebruik binnenshuis, met een open hiel
sloefen	=	sloef
sloeg	=	slaan
sloege	=	slaan
sloegen	=	slaan
sloegt	=	slaan
sloep	noun	een klein scheepstype dat op het dek van een groter schip wordt meegevoerd
sloepen	=	sloep
sloependek	noun	dek van een schip waarop de reddingsboten opgesteld staan
sloependekken	=	sloependek
sloepenrace	noun	snelheidswedstrijd met sloepen
sloepenraces	=	sloepenrace
sloepje	=	sloep
sloepjes	=	sloep
sloer	=	sloeren
sloerde	=	sloeren
sloerden	=	sloeren
sloere	=	sloeren
sloeren	verb	sleuren, aanslepen
sloerend	=	sloeren
sloerende	=	sloeren
sloerie	noun	ordinaire vrouw
sloeries	=	sloerie
sloert	=	sloeren
sloeven	=	sloef
slof	noun	een comfortabel soort schoeisel bedoeld om in huis gedragen te worden (pantoffel zonder hak en hiel), muil, muiltje, slipper	adj	nalatig, slordig, gemakzuchtig
sloffe	=	sloffen
sloffen	verb	zich zodanig voortbewegen dat de zool over de grond schuift
sloffend	adj	heel rustig lopend waarbij de voeten over de grond slepen
sloffende	=	sloffen
sloffender	=	sloffend
sloffendere	=	sloffend
sloffenders	=	sloffend
sloffends	=	sloffend
sloffendst	=	sloffend
sloffendste	=	sloffend
sloffer	=	slof
sloffere	=	slof
sloffers	=	slof
sloffig	adj	met weinig aandacht, kracht of energie
sloffige	=	sloffig
sloffiger	=	sloffig
sloffigere	=	sloffig
sloffigers	=	sloffig
sloffigs	=	sloffig
sloffigst	=	sloffig
sloffigste	=	sloffig
slofhak	noun	Anthoxanthum aristatum een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie
slofhakje	=	slofhak
slofhakjes	=	slofhak
slofhakken	=	slofhak
slofheden	=	slofheid
slofheid	noun	de neiging om zaken te verwaarlozen
slofie	noun	slow motion selfie waarbij iemand langzaam helemaal in beeld komt
slofies	=	slofie
slofje	=	slof
slofjes	=	slof
slofs	=	slof
slofst	=	slof
slofste	=	slof
sloft	=	sloffen
slofte	=	sloffen
sloften	=	sloffen
slofter	=	slufter
slogan	noun	korte tekst die wordt gebruikt voor propaganda of commerciële doeleinden, slagzin, slagwoord, leus, leuze, motto
sloganesk	adj	gebruikmakend van korte teksten die worden gebruikt voor propaganda of commerciële doeleinden, slagzin, slagwoord, leus, motto maar verder weinig inhoudelijke waarde hebben; oneliners gebruiken
sloganeske	=	sloganesk
sloganesker	=	sloganesk
sloganeskere	=	sloganesk
sloganeskers	=	sloganesk
sloganesks	=	sloganesk
sloganeskst	=	sloganesk
sloganeskste	=	sloganesk
slogannetje	=	slogan
slogannetjes	=	slogan
slogans	=	slogan
slok	noun	een mondvol vloeistof die ingeslikt wordt
slokdarm	noun	oesophagus, een onderdeel van het spijsverteringsstelsel, verbinding tussen de keelholte en de maag
slokdarmafsluiting	noun	een aangeboren afwijking bij het pasgeboren kind, waarbij de slokdarm niet goed is aangelegd
slokdarmafsluitingen	=	slokdarmafsluiting
slokdarmafsluitinkje	=	slokdarmafsluiting
slokdarmafsluitinkjes	=	slokdarmafsluiting
slokdarmen	=	slokdarm
slokdarmkanker	noun	is een vorm van kanker in de slokdarm
slokdarmpje	=	slokdarm
slokdarmpjes	=	slokdarm
sloke	=	sluiken
sloken	=	sluiken
slokje	=	slok
slokjes	=	slok
slokken	=	slok
slokker	noun	iemand die snel veel eet
slokkerd	noun	iemand die snel en gulzig eet en drinkt
slokkerdje	=	slokkerd
slokkerdjes	=	slokkerd
slokkerds	=	slokkerd
slokkers	=	slokker
slokkertje	=	slokker
slokkertjes	=	slokker
slokop	noun	wezen of apparaat dat veel opslokt
slokopje	=	slokop
slokoppen	=	slokop
slome	=	sloom
slomer	=	sloom
slomere	=	sloom
slomerik	noun	persoon die weinig doet; dom persoon; sloom persoon
slomeriken	=	slomerik
slomerikje	=	slomerik
slomerikjes	=	slomerik
slomers	=	sloom
slomo	noun	een sloom, lui persoon
slomo's	=	slomo
slomp	noun	een grote hoeveelheid; een grote massa
slompe	=	slomp
slompen	=	slomp
slomper	=	slomp
slompere	=	slomp
slompers	=	slomp
slomps	=	slomp
slompst	=	slomp
slompste	=	slomp
slonk	adj	op een groffe manier die niet bij de situatie past
slonke	=	slonk
slonken	=	slinken
slonker	=	slonk
slonkere	=	slonk
slonkers	=	slonk
slonks	=	slonk
slonkst	=	slonk
slonkste	=	slonk
slonkt	=	slinken
slons	noun	hoer, lellebel, snol, slet, lichtekooi
slonsachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van slons
slonsachtige	=	slonsachtig
slonsachtiger	=	slonsachtig
slonsachtigere	=	slonsachtig
slonsachtigers	=	slonsachtig
slonsachtigs	=	slonsachtig
slonsachtigst	=	slonsachtig
slonsachtigste	=	slonsachtig
slonsje	noun	bijnaam voor een dievenlantaarn
slonsjes	=	slons
slonzen	=	slons
slonzig	adj	slordig, vies, vuil
slonzige	=	slonzig
slonziger	=	slonzig
slonzigere	=	slonzig
slonzigers	=	slonzig
slonzigs	=	slonzig
slonzigst	=	slonzig
slonzigste	=	slonzig
sloof	noun	vrouw die hard werkt, zwoegster, ploeteraarster
sloofde	=	sloven
sloofden	=	sloven
sloofje	=	sloof
sloofjes	=	sloof
slooft	=	sloven
slooi	=	slooien
slooide	=	slooien
slooiden	=	slooien
slooie	=	slooien
slooien	verb	onzeker wankelend lopen, slenteren
slooiend	=	slooien
slooiende	=	slooien
slooit	=	slooien
slook	=	sluiken
slookt	=	sluiken
sloom	adj	ongebruikelijk traag, gewoonlijk in de zin van traag van begrip
sloomheid	noun	het traag zijn met name ook het traag zijn van begrip
slooms	=	sloom
sloomst	=	sloom
sloomste	=	sloom
sloop	noun	/ of : een stoffen omslag om een kussen
sloopanker	noun	ankervormig werktuig voor het omvertrekken van muren
sloopankers	=	sloopanker
sloopankertje	=	sloopanker
sloopankertjes	=	sloopanker
sloopauto	noun	auto die nooit meer kan rijden en dus alleen maar geschikt is voor de sloop
sloopauto's	=	sloopauto
sloopautootje	=	sloopauto
sloopautootjes	=	sloopauto
sloophamer	noun	zware hamer om iets groots te kunnen slopen
sloophamers	=	sloophamer
sloophout	noun	hout dat afkomstig is van een afgebroken gebouw; eerder gebruikt hout; tweedehands hout
sloopje	=	sloop
sloopjes	=	sloop
sloopkogel	noun	massieve stalen bal die wordt gebruikt bij zware sloopwerkzaamheden, met name het slopen van hele gebouwen
sloopkogels	=	sloopkogel
sloopkogeltje	=	sloopkogel
sloopkogeltjes	=	sloopkogel
sloopkoning	noun	iemand die veel geld heeft verdient met het slopen van bijvoorbeeld gebouwen
sloopkoningen	=	sloopkoning
sloopkoninkje	=	sloopkoning
sloopkoninkjes	=	sloopkoning
sloopkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het slopen van iets
sloopregeling	noun	regeling waarbij men een vergoeding ontvangt als men een oud apparaat (zoals een auto) laat vernietigen zodat men een nieuwer en schoner apparaat kan kopen
sloopregelingen	=	sloopregeling
slooprooster	noun	een zeer zwaar werkrooster
slooproosters	=	slooprooster
sloopster	noun	vrouwelijke sloper
sloopsters	=	sloopster
sloopt	=	slopen
sloopte	=	slopen
sloopten	=	slopen
sloopwerk	noun	het afbreken van iets met name het afbreken van een gebouw
sloopwerken	=	sloopwerk
sloopwerkje	=	sloopwerk
sloopwerkjes	=	sloopwerk
sloopwerkzaamheden	=	sloopwerkzaamheid
sloopwerkzaamheid	noun	arbeid waarbij men (gebouwen) afbreekt
sloopwoning	noun	een huis dat door de eigenaar of woningcorporatie wordt afgebroken.
sloopwoningen	=	sloopwoning
sloopwoninkje	=	sloopwoning
sloopwoninkjes	=	sloopwoning
sloor	noun	beklagenswaardig of pover geklede vrouw
sloors	=	sloor
sloortje	=	sloor
sloortjes	=	sloor
sloot	noun	smalle watergang om of tussen weilanden
slootje	=	sloot
slootjegesprongen	=	slootjespringen
slootjes	=	sloot
slootjespring	=	slootjespringen
slootjespringen	verb	spel waarbij kinderen over een sloot springen en dus nat en vies kunnen worden
slootjespringend	=	slootjespringen
slootjespringende	=	slootjespringen
slootjespringt	=	slootjespringen
slootjesprong	=	slootjespringen
slootjesprongen	=	slootjespringen
slootkant	noun	oever van een smalle watergang bij een weiland of akker
slootkanten	=	slootkant
slootkantje	=	slootkant
slootkantjes	=	slootkant
slootschrijvertje	noun	Gyrinus substriatus een keversoort uit de familie van schrijvertjes (Gyrinidae).
slootschrijvertjes	=	slootschrijvertje
slootsigaar	noun	Sigara fossarum een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
slootsigaartje	=	slootsigaar
slootsigaartjes	=	slootsigaar
slootsigaren	=	slootsigaar
slootte	=	sloten
slootten	=	sloten
slootwater	noun	troebel water van onbestemde kleur
slootwateren	=	slootwater
slootwaters	=	slootwater
slootwatertje	=	slootwater
slootzwemwormpje	noun	Nais simplex een ringworm uit de familie van de Naididae.
slootzwemwormpjes	=	slootzwemwormpje
slop	noun	steegje voor voetgangers tussen woningen door
slope	=	slopen
slopen	verb	een structuur ontmantelen, afbreken
slopend	adj	dodelijk uitputtend, geleidelijk de gezondheid ondermijnend
slopende	=	slopend
slopender	=	slopend
slopendere	=	slopend
slopenders	=	slopend
slopends	=	slopend
slopendst	=	slopend
slopendste	=	slopend
sloper	noun	iemand die iets afbreekt
sloperij	noun	bedrijf waar oude spullen uit elkaar gehaald worden om de onderdelen (als grondstrof) weer te kunnen verkopen
sloperijen	=	sloperij
slopers	=	sloper
slopershamer	noun	de grote zware hamer waarmee men iets kan afbreken
slopershamers	=	slopershamer
slopertje	=	sloper
slopertjes	=	sloper
sloping	noun	kapot maken van iets dat eerst gebouwd is
slopingen	=	sloping
slopje	=	slop
slopjes	=	slop
sloppen	=	slop
sloppenwijk	noun	of krottenwijk is een wijk waar mensen wonen die door geldgebrek of woningnood geen betere woning kunnen krijgen
sloppenwijken	=	sloppenwijk
sloppenwijkje	=	sloppenwijk
sloppenwijkjes	=	sloppenwijk
slord	noun	flard, lap
slorden	=	slord
slordig	adj	zonder de nodige zorg uitgevoerd
slordige	=	slordig
slordiger	=	slordig
slordigere	=	slordig
slordigers	=	slordig
slordigheden	=	slordigheid
slordigheid	noun	het slordig zijn
slordigheidje	=	slordigheid
slordigheidjes	=	slordigheid
slordigs	=	slordig
slordigst	=	slordig
slordigste	=	slordig
sloren	=	sloor
slorp	noun	slurp
slorpe	=	slorp
slorpen	=	slorp
slorpend	=	slorp
slorpende	=	slorp
slorpje	=	slorp
slorpjes	=	slorp
slorpt	=	slorp
slorpte	=	slorp
slorpten	=	slorp
slot	noun	mechanisme of elektronisch(-mechanische) hulpmiddel waarmee in combinatie met een sleutel of ander mechanisch hulpmiddel, of een cijfercode, een vingerafdruk of ander biometrische eigenschap een object met bijvoorbeeld een deur of een raam kan worden afgesloten
slotact	noun	het afsluitende deel van een voorstelling of optreden
slotacts	=	slotact
slotafstand	noun	de laatste afstand van een (schaats)meerkamp
slotafstanden	=	slotafstand
slotakkoord	noun	de laatste (krachtige) klank van een muziekstuk
slotakkoorden	=	slotakkoord
slotakkoordje	=	slotakkoord
slotakkoordjes	=	slotakkoord
slotavond	noun	de laatste, afsluitende avond van iets dat meerdere dagen heeft geduurd
slotavonden	=	slotavond
slotbedrijf	noun	het laatste bedrijf van een toneelstuk
slotbedrijfje	=	slotbedrijf
slotbedrijfjes	=	slotbedrijf
slotbedrijven	=	slotbedrijf
slotbel	noun	belsignaal dat het einde van een periode aangeeft
slotbellen	=	slotbel
slotbepaling	noun	een afsluitend voorschrift in een verordening, contract of wet, vaak gericht op de uitvoering, inwerkingtreding of geldigheid.
slotbepalingen	=	slotbepaling
slotbepalinkje	=	slotbepaling
slotbepalinkjes	=	slotbepaling
slotbeschouwing	noun	afsluitende, samenvattende verklaring
slotbeschouwingen	=	slotbeschouwing
slotbetogen	=	slotbetoog
slotbetoog	noun	laatste redevoering van de officier van justitie en de advocaat tijdens een rechtszaak
slotcadens	noun	een opeenvolging van akkoorden ter afsluiting van een muziekstuk
slotcadensen	=	slotcadens
slotcommuniqué	noun	afsluitende officiële mededeling
slotcommuniqués	=	slotcommuniqué
slotconcert	noun	de laatste, afsluitende muziekuitvoering
slotconcerten	=	slotconcert
slotconcertje	=	slotconcert
slotconcertjes	=	slotconcert
slotconference	noun	een conference aan het einde van iets gegeven wordt.
slotconferences	=	slotconference
slotconferencetje	=	slotconference
slotconferencetjes	=	slotconference
slotdag	noun	de laatste dag van iets dat meerdere dagen heeft geduurd
slotdagen	=	slotdag
slotdebat	noun	afsluitende discussie, afsluitend twistgesprek
slotdebatje	=	slotdebat
slotdebatjes	=	slotdebat
slotdebatten	=	slotdebat
slotdeel	noun	het laatste gedeelte van iets dat uit meerdere delen bestaat
slotdeeltje	=	slotdeel
slotdeeltjes	=	slotdeel
slotdelen	=	slotdeel
slotdicht	noun	gedicht ter afsluiting van een reeks
slotdichten	=	slotdicht
slote	=	sloten
sloten	verb	aan een sloot werken
slotend	=	sloten
slotende	=	sloten
slotenmaker	noun	iemand die sloten en sleutels maakt
slotenmakers	=	slotenmaker
slotenmakertje	=	slotenmaker
slotenmakertjes	=	slotenmaker
slotetappe	noun	de laatste dagwedstrijd van een meerdaagse wielerkoers
slotetappen	=	slotetappe
slotetappes	=	slotetappe
slotfase	noun	de laatste periode van iets
slotfasen	=	slotfase
slotfases	=	slotfase
slotfeest	noun	een feest dat gehouden wordt als afsluiting van iets
slotfeesten	=	slotfeest
slotfeestje	=	slotfeest
slotfeestjes	=	slotfeest
slotgala	noun	afsluitend chic feest
slotgala's	=	slotgala
slotgebed	noun	gebed waarmee een religieuze bijeenkomst wordt afgesloten
slotgebeden	=	slotgebed
slotgracht	noun	water dat om een kasteel heen ligt ter verdediging, maar tegenwoordig vooral als verfraaiing
slotgrachten	=	slotgracht
slotgrachtje	=	slotgracht
slotheer	noun	de eigenaar van een kasteel
slotheren	=	slotheer
slothoofdstuk	noun	het laatste, afsluitende hoofdstuk van een boek
slothoofdstukje	=	slothoofdstuk
slothoofdstukjes	=	slothoofdstuk
slothoofdstukken	=	slothoofdstuk
slotje	=	slot
slotjes	=	slot
slotjesbeugel	noun	vaste orthodontische beugel die uit kleine 'slotjes' (brackets) bestaat, vastgelijmd op de tanden en kiezen, waartussen een draad loopt om het gebit geleidelijk recht te zetten
slotjesbeugels	=	slotjesbeugel
slotjesbeugeltje	=	slotjesbeugel
slotjesbeugeltjes	=	slotjesbeugel
slotkapel	noun	speciale ruimte waar de bewoners van een kasteel kunnen bidden
slotkapellen	=	slotkapel
slotkerk	noun	tot een kasteel behorende ruimte voor het houden van missen
slotkerken	=	slotkerk
slotkerkje	=	slotkerk
slotkerkjes	=	slotkerk
slotkilometer	noun	laatste 1000 meter (van een wedstrijd)
slotkilometers	=	slotkilometer
slotklim	noun	laatste stijging in een (wieler)wedstrijd
slotkoers	noun	laatste koers van een fonds (waardepapier), op die beursdag
slotkoersen	=	slotkoers
slotkoersje	=	slotkoers
slotkoersjes	=	slotkoers
slotmachine	noun	apparaat om gokspelletjes mee te spelen
slotmachines	=	slotmachine
slotmachinetje	=	slotmachine
slotmachinetjes	=	slotmachine
slotminuten	=	slotminuut
slotminuut	noun	de laaste minuut van een wedstrijd
slotnoot	noun	de laatste toon van een muziekstuk
slotnoten	=	slotnoot
slotnotering	noun	de notering van fondsen bij het sluiten van de beurs, slotkoers, eindnotering
slotnoteringen	=	slotnotering
slotnoterinkje	=	slotnotering
slotnoterinkjes	=	slotnotering
slotoffensief	noun	de afsluitende aanval
slotoffensiefje	=	slotoffensief
slotoffensiefjes	=	slotoffensief
slotoffensieven	=	slotoffensief
slotpleidooi	noun	laatste betoog van de advocaat in een rechtszaak; laatste verdedigingsrede
slotpleidooien	=	slotpleidooi
slotplein	noun	grote open ruimte in of voor een kasteel
slotpleinen	=	slotplein
slotpleintje	=	slotplein
slotpleintjes	=	slotplein
slotrace	noun	de laatste (en beslissende) snelheidswedstrijd van een toernooi of seizoen
slotraces	=	slotrace
slotrede	noun	redevoering aan het einde
slotreden	=	slotrede
slotredes	=	slotrede
slotregel	noun	de laatste regel van bijvoorbeeld een tekst
slotregels	=	slotregel
slotregeltje	=	slotregel
slotregeltjes	=	slotregel
slotrit	noun	de laatste etappe van een wielerwedstrijd
slotritje	=	slotrit
slotritjes	=	slotrit
slotritten	=	slotrit
slotronde	noun	de laatste ronde van een wedstrijd
slotronden	=	slotronde
slotrondes	=	slotronde
slots	=	slot
slotscène	noun	het laatste deel van een toneelstuk, film of opera
slotscènes	=	slotscène
slotseconde	noun	de laatste seconde van een wedstrijd
slotseconden	=	slotseconde
slotsecondes	=	slotseconde
slotsom	noun	de eindconclusie van het gehele verhaal
slotsommen	=	slotsom
slotsommetje	=	slotsom
slotsommetjes	=	slotsom
slotstand	noun	de stand van zaken op het einde van een periode
slotstanden	=	slotstand
slotstuk	noun	het laatste van een serie
slotstukje	=	slotstuk
slotstukjes	=	slotstuk
slotstukken	=	slotstuk
slotte	=	slot
slottekst	noun	tekst die wordt opgesteld als resultaat van een conferentie
slotteksten	=	slottekst
slottekstje	=	slottekst
slottekstjes	=	slottekst
slottoernooi	noun	het afsluitende toernooi na een aantal voorbereidende wedstrijden
slottoernooien	=	slottoernooi
slottoespraak	noun	afsluitende redevoering
slottoespraakje	=	slottoespraak
slottoespraakjes	=	slottoespraak
slottoespraken	=	slottoespraak
slottonen	=	slottoon
slottoon	noun	de eerste of laatste trap van een toonladder, de grondtoon van een toonsoort
slottoontje	=	slottoon
slottoontjes	=	slottoon
slotverklaring	noun	afsluitende verklaring van een conferentie waarin de bereikte resultaten worden samengevat
slotverklaringen	=	slotverklaring
slotverklarinkje	=	slotverklaring
slotverklarinkjes	=	slotverklaring
slotvoogd	noun	persoon die namens de eigenaar of de overheid het beheer voert over een kasteel
slotvoogden	=	slotvoogd
slotvraag	noun	vraag die men aan het eind mag stellen
slotvraagje	=	slotvraag
slotvraagjes	=	slotvraag
slotvragen	=	slotvraag
slotweek	noun	de laatste week of een van de laatste weken van een bepaalde periode, evenement of activiteit
slotweekje	=	slotweek
slotweekjes	=	slotweek
slotweken	=	slotweek
slotwerk	noun	mechanisme van een slot
slotwerken	=	slotwerk
slotwerkje	=	slotwerk
slotwerkjes	=	slotwerk
slotwet	noun	aanvullende begrotingswet die het mogelijk maakt gelden anders te gebruiken dan in een eerdere begrotingswet was aangegeven
slotwetje	=	slotwet
slotwetjes	=	slotwet
slotwetten	=	slotwet
slotwoord	noun	het laatste woord ter afsluiting
slotwoorden	=	slotwoord
slotwoordje	=	slotwoord
slotwoordjes	=	slotwoord
slotzang	noun	het laatste gezang in een muziekstuk
slotzangen	=	slotzang
slotzin	noun	De laatste zin van een tekst.
slotzinnen	=	slotzin
slotzinnetje	=	slotzin
slotzinnetjes	=	slotzin
slotzuster	noun	kloosterlinge die in een streng van de buitenwereld afgesloten deel van een klooster leeft
slotzusters	=	slotzuster
slovaak	noun	een inwoner van Slowakije (ook Slovakije)
slovaaks	adj	op Slowakije (ook Slovakije) betrekking hebbend
slovaakse	noun	een vrouwelijke inwoner van Slowakije (ook Slovakije)
slovaaksen	=	slovaakse
slovaakser	=	slovaaks
slovaaksere	=	slovaaks
slovaaksers	=	slovaaks
slovaakst	=	slovaaks
slovaakste	=	slovaaks
slovaken	=	slovaak
slove	=	sloven
sloveen	noun	een inwoner van Slovenië, of iemand afkomstig uit Slovenië
sloveens	adj	gerelateerd aan Slovenië of het Sloveens
sloveense	noun	een inwoonster van Slovenië, of een vrouw afkomstig uit Slovenië
sloveensen	=	sloveense
sloveenser	=	sloveens
sloveensere	=	sloveens
sloveensers	=	sloveens
sloveenst	=	sloveens
sloveenstalig	adj	de Sloveense taal sprekend
sloveenstalige	=	sloveenstalig
sloveenstaligs	=	sloveenstalig
sloveenste	=	sloveens
sloveentje	=	sloveen
sloveentjes	=	sloveen
sloven	verb	heel hard werken
slovend	=	sloven
slovende	=	sloven
slovenen	=	sloveen
sloverig	adj	de eigenschappen hebbend van een sloof of slaaf, te hard werkend en zichzelf wegcijferend, meestal gaat het over een vrouw
sloverige	=	sloverig
sloveriger	=	sloverig
sloverigere	=	sloverig
sloverigers	=	sloverig
sloverigs	=	sloverig
sloverigst	=	sloverig
sloverigste	=	sloverig
slow	noun	dans waarbij men langzaam en zeer dicht tegen elkaar aan beweegt
slowaak	noun	een inwoner van Slowakije, of iemand afkomstig uit Slowakije
slowaakje	=	slowaak
slowaakjes	=	slowaak
slowaaks	adj	gerelateerd aan Slowakije of het Slowaaks
slowaakse	noun	een vrouwelijke inwoner van Slowakije, of een vrouw afkomstig uit Slowakije
slowaaksen	=	slowaakse
slowaakser	=	slowaaks
slowaaksere	=	slowaaks
slowaaksers	=	slowaaks
slowaakst	=	slowaaks
slowaakste	=	slowaaks
slowaken	=	slowaak
slowbeweging	noun	een culturele en maatschappelijke stroming die pleit voor een bewuster en rustiger leven.
slowbewegingen	=	slowbeweging
slowbeweginkje	=	slowbeweging
slowbeweginkjes	=	slowbeweging
slowde	=	slowen
slowden	=	slowen
slowe	=	slowen
slowen	verb	langzaamaan dansen terwijl de danspartners dicht tegen elkaar aan staan
slowend	=	slowen
slowende	=	slowen
slowfood	noun	eten waar je de tijd voor neemt om het te bereiden en op te eten
slowfoodbeweging	noun	internationale beweging in het bereiden van voedsel die zich afzet tegen het snelle en ongezonde eten van fastfoodketens
slowfoodbewegingen	=	slowfoodbeweging
slowfoodbeweginkje	=	slowfoodbeweging
slowfoodbeweginkjes	=	slowfoodbeweging
slowfoodgerecht	noun	gerecht gemaakt van lokale producten met een traditioneel recept
slowfoodgerechten	=	slowfoodgerecht
slowfox	noun	langzame ballroomdans in vierkwartsmaat
slowfoxen	=	slowfox
slowreading	noun	bewust, aandachtig en rustig lezen, waarbij de focus ligt op verdieping en leesplezier in plaats van snelheid
slowreadings	=	slowreading
slowt	=	slowen
slufter	noun	geul aan een kust of oever of in een vaarwater
slufters	=	slufter
sluier	noun	dunne doek, waarmee men een lichaamsdeel of het gezicht bedekt
sluierbewolking	noun	hele lichte, zonlicht doorlatende bewolking
sluierbewolkingen	=	sluierbewolking
sluierbewolkinkje	=	sluierbewolking
sluierbewolkinkjes	=	sluierbewolking
sluierde	=	sluieren
sluierden	=	sluieren
sluiere	=	sluieren
sluieren	verb	dragen van een dunne doek die (een gedeelte van) het haar en het gezicht bedekt
sluierend	=	sluieren
sluierende	=	sluieren
sluiers	=	sluier
sluiert	=	sluieren
sluiertangare	noun	Schistochlamys melanopis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
sluiertangaren	=	sluiertangare
sluiertangaretje	=	sluiertangare
sluiertangaretjes	=	sluiertangare
sluiertje	=	sluier
sluiertjes	=	sluier
sluierverbod	noun	verbod op gezichtsbedekkende kleding, betekent dat het dragen van kleding zoals een boerka, nikab, of integraalhelm verboden is in specifieke publieke gebouwen en situaties, zoals in het onderwijs, zorginstellingen, overheidsgebouwen en het openbaar vervoer, om herkenbaarheid te garanderen.
sluierverboden	=	sluierverbod
sluierverbodje	=	sluierverbod
sluierverbodjes	=	sluierverbod
sluif	noun	lange smalle groef of uitholling
sluifje	=	sluif
sluifjes	=	sluif
sluik	noun	handel waarbij de winst vooral ontstaat door wettelijke regels te overtreden	adj	glad neerliggend
sluike	=	sluik
sluiken	verb|obsolete	ongemerkt, kruipend iets verrichten
sluikend	=	sluiken
sluikende	=	sluiken
sluiker	=	sluik
sluikere	=	sluik
sluikerij	noun	smokkel
sluikerijen	=	sluikerij
sluikerijtje	=	sluikerij
sluikerijtjes	=	sluikerij
sluikers	=	sluik
sluikgoed	noun	goederen die men smokkelt, goederen die illegaal van de ene naar de andere plaats gebracht worden
sluikhandel	noun	heimelijke handel die indruist tegen de bepalingen van een overheid
sluikreclame	noun	een (ongeoorloofde) reclame-uiting die men in een programma mengt zonder duidelijk te maken dat het om reclame gaat
sluikreclames	=	sluikreclame
sluiks	adj	heimelijk
sluikse	=	sluiks
sluikser	=	sluiks
sluiksere	=	sluiks
sluiksers	=	sluiks
sluikst	=	sluik
sluikste	=	sluik
sluikstokerij	noun	illegale alcoholstokerij; illegale destilleerder
sluikstokerijen	=	sluikstokerij
sluikstort	noun	afval gestort waar dat niet toegestaan is
sluikstorte	=	sluikstorten
sluikstorten	verb	illegaal afval storten
sluikstortend	=	sluikstorten
sluikstortende	=	sluikstorten
sluikstorter	noun	persoon die afval achterlaat waar dat niet toegelaten is
sluikstorters	=	sluikstorter
sluikstortje	=	sluikstort
sluikstortjes	=	sluikstort
sluikstortte	=	sluikstorten
sluikstortten	=	sluikstorten
sluikt	=	sluiken
sluikweg	noun	een weg die men gebruikt bij het smokkelen
sluikwegen	=	sluikweg
sluikzender	noun	illegale radio- of televisiezener; piratenzender
sluikzenders	=	sluikzender
sluim	noun	peul van een erwt
sluimen	=	sluim
sluimer	noun	lichte slaap
sluimerde	=	sluimeren
sluimerden	=	sluimeren
sluimere	=	sluimeren
sluimeren	verb	dommelen
sluimerend	adj	niet openbaar, (nog) niet manifest, (nog) verborgen
sluimerende	=	sluimeren
sluimerender	=	sluimerend
sluimerendere	=	sluimerend
sluimerenders	=	sluimerend
sluimerends	=	sluimerend
sluimerendst	=	sluimerend
sluimerendste	=	sluimerend
sluimerig	adj	niet heel actief
sluimerige	=	sluimerig
sluimeriger	=	sluimerig
sluimerigere	=	sluimerig
sluimerigers	=	sluimerig
sluimerigs	=	sluimerig
sluimerigst	=	sluimerig
sluimerigste	=	sluimerig
sluimering	noun	het in een lichte slaap verkeren
sluimeringen	=	sluimering
sluimerroggen	noun	een familie Narkidae van (ook wel een onderfamilie Narkinae van de familie Narcinidae) binnen de orde van de sidder- en stroomroggen Torpediniformes.
sluimers	=	sluimer
sluimert	=	sluimeren
sluimertoestand	noun	het half in slaap zijn
sluimertoestanden	=	sluimertoestand
sluimerverbruik	noun	elektriciteitsverbruik wanneer een toestel niet in gebruik is
sluip	=	sluipen
sluipe	=	sluipen
sluipen	verb	zeer voorzichtig lopen, op zo'n manier dat ontdekking vermeden kan worden
sluipend	adj	langzaam en onopgemerkt
sluipende	=	sluipen
sluipender	=	sluipend
sluipendere	=	sluipend
sluipenders	=	sluipend
sluipenderwijs	adv	al sluipend, op een sluipende manier
sluipends	=	sluipend
sluipendst	=	sluipend
sluipendste	=	sluipend
sluiper	noun	iemand die sluipt, iets waarmee men kan sluipen
sluipers	=	sluiper
sluipertje	=	sluiper
sluipertjes	=	sluiper
sluipgang	noun	een stille, verborgen manier van voortbewegen
sluipgangen	=	sluipgang
sluiphoek	noun	schuilhoek, schuilplaats
sluiphoeken	=	sluiphoek
sluiphoekje	=	sluiphoek
sluiphoekjes	=	sluiphoek
sluipkat	noun	Viverra civetkat
sluipkatje	=	sluipkat
sluipkatjes	=	sluipkat
sluipkatten	=	sluipkat
sluipmoord	noun	een op een verraderlijke manier, vanuit een hinderlaag gepleegde moord
sluipmoorden	=	sluipmoord
sluipmoordenaar	noun	iemand die zijn/haar slachtoffer besluipt om hem/haar te vermoorden
sluipmoordenaars	=	sluipmoordenaar
sluipmoordenares	=	sluipmoordenaar
sluiproute	noun	alternatieve route die meestal gebruikt wordt om files te mijden
sluiprouten	=	sluiproute
sluiproutes	=	sluiproute
sluipschutter	noun	iemand die vanuit een verdekte positie, vaak vanaf grote afstand, schoten lost
sluipschutters	=	sluipschutter
sluipschuttertje	=	sluipschutter
sluipschuttertjes	=	sluipschutter
sluipsuiker	noun	suiker die verborgen zit in levensmiddelen, met name waar dit niet direct verwacht zou worden.
sluipsuikers	=	sluipsuiker
sluipsuikertje	=	sluipsuiker
sluipsuikertjes	=	sluipsuiker
sluipt	=	sluipen
sluiptimalia	noun	een zangvogel uit de familie Pellorneidae
sluiptimalia's	noun	een geslacht Elachura van zangvogels uit de familie Elachuridae
sluiptimaliaatje	=	sluiptimalia
sluiptimaliaatjes	=	sluiptimalia
sluipverkeer	noun	verkeersstromen die ontstaan als gevolg van capaciteitsproblemen (zoals ongevallen of files) op snelwegen of andere belangrijke wegen
sluipvlees	noun	vlees dat in producten verwerkt zit waar mensen dat niet verwachten en niet doorhebben dat ze vlees gegeten hebben
sluipvlieg	noun	insect uit de familie Tachinidae in de orde van de Diptera (tweevleugeligen), onderorde Brachycera (vliegen).
sluipvliegen	noun	een familie Tachinidae in de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
sluipvliegje	=	sluipvlieg
sluipvliegjes	=	sluipvlieg
sluipweg	noun	een kleine weg die men gebruikt om files te vermijden, maar die daar eigenlijk niet voor bestemd is
sluipwegen	=	sluipweg
sluipweggetje	=	sluipweg
sluipwegje	=	sluipweg
sluipwegjes	=	sluipweg
sluipwesp	noun	klein wespachtig insect dat eitjes legt in de rupsen van andere insecten en veel gebruikt wordt bij insectenbestrijding
sluipwespen	noun	superfamilie Ichneumonoidea
sluipwespje	=	sluipwesp
sluipwespjes	=	sluipwesp
sluis	noun	een kunstwerk om water te keren en mogelijk ook om schepen door te laten, op een plaats tussen twee waters met een verschillend waterpeil.
sluisde	=	sluizen
sluisden	=	sluizen
sluisdeur	noun	het bewegende deel van de sluis.
sluisdeuren	=	sluisdeur
sluisdeurtje	=	sluisdeur
sluisdeurtjes	=	sluisdeur
sluise	=	sluis
sluishoofd	noun	de constructie aan het begin en het einde van een schutsluis en bevat de sluisdeuren.
sluishoofden	=	sluishoofd
sluishoofdje	=	sluishoofd
sluishoofdjes	=	sluishoofd
sluisje	=	sluis
sluisjes	=	sluis
sluiskil	noun	stroomgeul naar zee voorbij de sluisdeuren waarmee een watermonding kan worden afgesloten
sluiskillen	=	sluiskil
sluiskilletje	=	sluiskil
sluiskilletjes	=	sluiskil
sluiskolk	noun	onderdeel van een sluiscomplex waarin schepen van het ene waterniveau naar het andere worden gebracht
sluiskolken	=	sluiskolk
sluiskolkje	=	sluiskolk
sluiskolkjes	=	sluiskolk
sluist	=	sluizen
sluisteken	noun	symbool voor een verticaal streepje
sluistekens	=	sluisteken
sluistekentje	=	sluisteken
sluistekentjes	=	sluisteken
sluiswachter	noun	beambte die een sluis bedient
sluiswachters	=	sluiswachter
sluit	adj	gierig, geldbelust
sluitappel	noun	een tandsgewijs doorgesneden appel
sluitappelletje	=	sluitappel
sluitappelletjes	=	sluitappel
sluitappels	=	sluitappel
sluitbaar	adj	van iets dat het kan worden dichtgemaakt of vergrendeld.
sluitbaarder	=	sluitbaar
sluitbaardere	=	sluitbaar
sluitbaarders	=	sluitbaar
sluitbaars	=	sluitbaar
sluitbaarst	=	sluitbaar
sluitbaarste	=	sluitbaar
sluitbare	=	sluitbaar
sluite	=	sluiten
sluiten	verb	door middel van een apparaat (zoals een paal, grendel, slot, deksel, knop, haak e.d.) dichtmaken
sluitend	adj	van iets dat het helemaal klopt.
sluitende	=	sluitend
sluitender	=	sluitend
sluitendere	=	sluitend
sluitenders	=	sluitend
sluitends	=	sluitend
sluitendst	=	sluitend
sluitendste	=	sluitend
sluiter	noun	een element van een fotocamera dat voorkomt dat er licht op de film (en soms ook bij CCD) valt buiten de belichtingstijd van een foto
sluiterknop	noun	onderdeel van een camera waarmee een foto wordt gemaakt door de sluiter te openen
sluiterknopje	=	sluiterknop
sluiterknopjes	=	sluiterknop
sluiterknoppen	=	sluiterknop
sluiters	=	sluiter
sluitertijd	noun	de tijd dat een foto belicht wordt
sluitertijden	=	sluitertijd
sluitertje	=	sluiter
sluitertjes	=	sluiter
sluitfluit	noun	het signaal dat in sommige treinen bij alle deuren klinkt voordat deze automatisch door de conducteur worden gesloten
sluitfluiten	=	sluitfluit
sluitfluitje	=	sluitfluit
sluitfluitjes	=	sluitfluit
sluiting	noun	het sluiten
sluitingen	=	sluiting
sluitingsceremonie	noun	officiële bijeenkomst waarin iets wordt beëindigd
sluitingsceremonies	=	sluitingsceremonie
sluitingsceremonieën	=	sluitingsceremonie
sluitingsceremoniën	=	sluitingsceremonie
sluitingsdag	noun	de dag dat een activiteit afgesloten wordt
sluitingsdagen	=	sluitingsdag
sluitingsplechtigheden	=	sluitingsplechtigheid
sluitingsplechtigheid	noun	ceremonie die het einde van een evenement vormt
sluitingstermijn	noun	uiterste datum/tijdstip waarop iets gedaan moet zijn
sluitingstermijnen	=	sluitingstermijn
sluitingstijd	noun	het tijdstip dat een winkel, horecazaak gaat sluiten
sluitingstijden	=	sluitingstijd
sluitingsvergoeding	noun	vaste ontslagvergoeding die een werkgever in België verplicht moet betalen aan werknemers bij de definitieve sluiting van een onderneming.
sluitingsvergoedingen	=	sluitingsvergoeding
sluitingsvergoedinkje	=	sluitingsvergoeding
sluitingsvergoedinkjes	=	sluitingsvergoeding
sluitinkje	=	sluiting
sluitinkjes	=	sluiting
sluitkolen	=	sluitkool
sluitkool	noun	Brassica koolsoort waarvan de bladen van het bladgewas zich dicht opeen over het groeipunt sluiten en zo de eigenlijke kool vormen
sluitpost	noun	een kostenpost of activiteit met een lage prioriteit, waar je alleen maar tijd of geld aan besteedt, als er tijd of geld over is
sluitposten	=	sluitpost
sluitrede	noun	gevolgtrekking met de daartoe leidende redenering
sluitredes	=	sluitrede
sluitring	noun	een vlak voorwerp met een gat in het midden dat over een schroef of draadeind past en dat onder een schroef, bout of moer wordt geplaatst
sluitringen	=	sluitring
sluitringetje	=	sluitring
sluitringetjes	=	sluitring
sluits	=	sluit
sluitspeld	noun	afsluitbare gebogen pin waarmee men twee stukken stof bijeen kan houden, voorzien van een veiligheidskapje dat voorkomt dat men zich eraan bezeren kan
sluitspelden	=	sluitspeld
sluitspier	noun	rondlopende spier die een hol orgaan afsluit
sluitspieren	=	sluitspier
sluitspiertje	=	sluitspier
sluitspiertjes	=	sluitspier
sluitsteen	noun	een steen die gebruikt wordt om het bovenste van een boog of de ribben van een gewelf te dragen
sluitstenen	=	sluitsteen
sluitstuk	noun	stuk materiaal dat ter afsluiting wordt gebruikt
sluitstukje	=	sluitstuk
sluitstukjes	=	sluitstuk
sluitstukken	=	sluitstuk
sluitwerk	noun	alle zaken waarmee men ramen en deuren van een gebouw kan afsluiten
sluitwerken	=	sluitwerk
sluiven	=	sluif
sluize	=	sluizen
sluizen	verb	door een schutsluis doen varen
sluizencomplex	noun	een aantal bij elkaar horende sluizen
sluizencomplexen	=	sluizencomplex
sluizend	=	sluizen
sluizende	=	sluizen
slum	noun	een wijk waar mensen wonen die door geldgebrek of woningnood geen betere woning kunnen krijgen
slump	noun	periode met een reeks tegenvallende resultaten
slumps	=	slump
slums	=	slum
slungel	noun	Lange magere jongen, klungel, opgeschoten jongen.
slungelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van slungel
slungelachtige	=	slungelachtig
slungelachtiger	=	slungelachtig
slungelachtigere	=	slungelachtig
slungelachtigers	=	slungelachtig
slungelachtigs	=	slungelachtig
slungelachtigst	=	slungelachtig
slungelachtigste	=	slungelachtig
slungelde	=	slungelen
slungelden	=	slungelen
slungele	=	slungelen
slungelen	verb	onhandig, doelloos, slingerend rondlopen met zwaaiende armen
slungelend	=	slungelen
slungelende	=	slungelen
slungelig	adj	een slungelig persoon is meestal lang, mager, onhandig, jong en mannelijk vaak een puber in de groeispurt
slungelige	=	slungelig
slungeliger	=	slungelig
slungeligere	=	slungelig
slungeligers	=	slungelig
slungeligs	=	slungelig
slungeligst	=	slungelig
slungeligste	=	slungelig
slungels	=	slungel
slungelt	=	slungelen
slungeltje	=	slungel
slungeltjes	=	slungel
slurf	noun	verlengde snuit van een olifant en van andere dieren
slurfachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een slurf
slurfachtige	=	slurfachtig
slurfachtiger	=	slurfachtig
slurfachtigere	=	slurfachtig
slurfachtigers	=	slurfachtig
slurfachtigs	=	slurfachtig
slurfachtigst	=	slurfachtig
slurfachtigste	=	slurfachtig
slurfbij	noun	Rophites quinquespinosus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
slurfbijen	=	slurfbij
slurfbijtje	=	slurfbij
slurfbijtjes	=	slurfbij
slurfbloedzuiger	noun	soort bloedzuiger met twee kleine uitsteeksels vooraan zijn kop die zijn darmen als een slurf kan uitsteken om bloed te zuigen Desserobdella
slurfbloedzuigers	=	slurfbloedzuiger
slurfbloedzuigertje	=	slurfbloedzuiger
slurfbloedzuigertjes	=	slurfbloedzuiger
slurfbuidelmuis	noun	Tarsipes rostratus een buideldier uit de orde der klimbuideldieren (Diprotodontia).
slurfbuidelmuisje	=	slurfbuidelmuis
slurfbuidelmuisjes	=	slurfbuidelmuis
slurfbuidelmuizen	=	slurfbuidelmuis
slurfdier	noun	zoogdier uit de orde Proboscidea, waartoe mastodonten, mammoeten en olifanten behoren
slurfdieren	noun	een orde Proboscidea van zoogdieren waartoe mastodonten, mammoeten en olifanten behoren.
slurfhondje	noun	zoogdier uit het geslacht Rhynchocyon
slurfhondjes	noun	geslacht Rhynchocyon
slurfje	=	slurf
slurfjes	=	slurf
slurfknoopwesp	noun	Cerceris ruficornis een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
slurfknoopwespen	=	slurfknoopwesp
slurfknoopwespje	=	slurfknoopwesp
slurfknoopwespjes	=	slurfknoopwesp
slurfspitsmuis	noun	Macroscelides proboscideus een zoogdier uit de familie van de springspitsmuizen (Macroscelididae)
slurfspitsmuisje	=	slurfspitsmuis
slurfspitsmuisjes	=	slurfspitsmuis
slurfspitsmuizen	noun	Macroscelides een geslacht van zoogdieren uit de familie springspitsmuizen.
slurfwormen	noun	een onderklasse Echiura van de borstelwormen (Polychaeta) die uit ongeveer 230 mariene soorten bestaat.
slurp	noun	ineengedraaide punt van een touw
slurpe	=	slurpen
slurpen	verb	hoorbaar vloeistof tot zich nemen
slurpend	=	slurpen
slurpende	=	slurpen
slurpje	=	slurp
slurpjes	=	slurp
slurpt	=	slurpen
slurptaks	noun	heffing op auto's die veel brandstof verbruiken
slurptaksen	=	slurptaks
slurpte	=	slurpen
slurpten	=	slurpen
slurry	noun	dikke, modderachtige, halfvloeibare substantie
slurven	=	slurf
slush	noun	natte plakkerige papsneeuw
slushes	=	slush
slushie	noun	drankje gemaakt van limonadesiroop en ijswater
slushies	=	slushie
slushpuppie	noun	ijdrankje van bevroren wate, limonade en suiker dat door roeren vloeibaar en drinkbaar blijft
slushpuppiemachine	noun	apparaat dat vloeistoffen zoals water en siroop omzet in een halfbevroren, kristallijne ijsdrank
slushpuppiemachines	=	slushpuppiemachine
slushpuppiemachinetje	=	slushpuppiemachine
slushpuppiemachinetjes	=	slushpuppiemachine
slushpuppies	=	slushpuppie
slutshaming	noun	vrouwen en meisjes openlijk bekritiseren omdat ze zich op een bepaalde manier gedragen of kleden; het bestempelen van vrouwen als sletten of hoeren
sluw	adj	op een doortrapte wijze slim
sluwe	=	sluw
sluwer	=	sluw
sluwere	=	sluw
sluwers	=	sluw
sluwheden	=	sluwheid
sluwheid	noun	zaken die voortkomen uit geslepen zijn
sluwheidje	=	sluwheid
sluws	=	sluw
sluwst	=	sluw
sluwste	=	sluw
sluykhandel	=	sluikhandel
sluys	=	sluis
slöjd	noun	Zweedse onderwijsmethode met veel aandacht voor houtwerk, maar ook voor papier vouwen, naaien, borduren, breien en haken.
sm	noun	sadomasochisme, vorm van seksuele lustbeleving waarbij pijn, kwelling en onderwerping een belangrijke rol spelen
smaad	noun	aantasting van iemands eer of goede naam in woord of geschrift (niet per se door het verstrekken van onjuiste feiten)
smaadde	=	smaden
smaadden	=	smaden
smaadproces	noun	een proces dat wordt aangespannen wegens smaad
smaadprocessen	=	smaadproces
smaadschrift	noun	pamflet waarin iemand of iets op smadelijke wijze wordt aangevallen
smaadschriften	=	smaadschrift
smaadt	=	smaden
smaak	noun	zintuig waarmee men mee proeft
smaakbalans	noun	dat je eten niet naar één ding smaakt, maar dat alle smaken netjes samenwerken.
smaakbalansen	=	smaakbalans
smaakbalansje	=	smaakbalans
smaakbalansjes	=	smaakbalans
smaakbepalend	adj	van een ingrediënt dat het de smaak van een gerecht of maaltijd bepaalt
smaakbepalende	=	smaakbepalend
smaakbepalender	=	smaakbepalend
smaakbepalendere	=	smaakbepalend
smaakbepalenders	=	smaakbepalend
smaakbepalends	=	smaakbepalend
smaakbepalendst	=	smaakbepalend
smaakbepalendste	=	smaakbepalend
smaakcel	noun	zenuwcel die de eerste stap vormt in het gewaarworden van de smaak
smaakcellen	=	smaakcel
smaakexplosie	noun	een heel intense, verrassende en lekkere smaak die je in één keer proeft
smaakexplosies	=	smaakexplosie
smaakexplosietje	=	smaakexplosie
smaakexplosietjes	=	smaakexplosie
smaakje	=	smaak
smaakjes	=	smaak
smaakjesthee	noun	thee met een fruitsmaakje dat eigenlijk niets met echte thee te maken heeft
smaakjesthees	=	smaakjesthee
smaakjestheeën	=	smaakjesthee
smaakkwestie	noun	een zaak die gaat over wat men wel of niet mooi of lekker vindt; kwestie van smaak
smaakkwesties	=	smaakkwestie
smaakkwestietje	=	smaakkwestie
smaakkwestietjes	=	smaakkwestie
smaakles	noun	een lesprogramma voor kinderen over eten en smaak, of een les waarin leerlingen eten verkennen met al hun zintuigen
smaaklesje	=	smaakles
smaaklesjes	=	smaakles
smaaklessen	=	smaakles
smaakloos	adj	zonder smaak
smaakloost	=	smaakloos
smaaklooste	=	smaakloos
smaakloze	=	smaakloos
smaaklozer	=	smaakloos
smaaklozere	=	smaakloos
smaaklozers	=	smaakloos
smaakmakend	adj	wat de smaak van een gerecht bepaalt
smaakmakende	=	smaakmakend
smaakmakender	=	smaakmakend
smaakmakendere	=	smaakmakend
smaakmakenders	=	smaakmakend
smaakmakends	=	smaakmakend
smaakmakendst	=	smaakmakend
smaakmakendste	=	smaakmakend
smaakmaker	noun	merendeels gesynthetiseerde stoffen, of een andere toevoegingen aan voedsel die de natuurlijke smaak van het eten versterken
smaakmakers	=	smaakmaker
smaakmakertje	=	smaakmaker
smaakmakertjes	=	smaakmaker
smaakpalet	noun	harmonische mengeling van smaken van gerechten, wijnen e.d
smaakpaletten	=	smaakpalet
smaakpapil	noun	zijn zenuwuiteinden op de tong die door stoffen in voedsel worden geprikkeld
smaakpapillen	=	smaakpapil
smaakpapilletje	=	smaakpapil
smaakpapilletjes	=	smaakpapil
smaakstof	noun	stof die aan voedsel wordt toegevoegd om het een bepaalde smaak te geven
smaakstoffen	=	smaakstof
smaakstofje	=	smaakstof
smaakstofjes	=	smaakstof
smaakt	=	smaken
smaakte	=	smaken
smaakten	=	smaken
smaakversterker	noun	toegevoegde stof die de natuurlijke smaak van een product versterkt
smaakversterkers	=	smaakversterker
smaakversterkertje	=	smaakversterker
smaakversterkertjes	=	smaakversterker
smaakvol	adj	smaak hebben.
smaakvolle	=	smaakvol
smaakvoller	=	smaakvol
smaakvollere	=	smaakvol
smaakvollers	=	smaakvol
smaakvols	=	smaakvol
smaakvolst	=	smaakvol
smaakvolste	=	smaakvol
smaakzin	noun	vermogen van een organisme om bepaalde chemische samenstellingen direct, als smaken, waar te nemen
smaal	=	smalen
smaalde	=	smalen
smaalden	=	smalen
smaalt	=	smalen
smachot	=	simcha
smacht	noun	losgesneden deel van de buik van een haring
smachte	=	smachten
smachten	verb	~ naar een bijzonder sterk verlangen hebben naar iets dat men ontbeert
smachtend	adj	heel sterk verlangend
smachtende	=	smachten
smachtender	=	smachtend
smachtendere	=	smachtend
smachtenders	=	smachtend
smachtends	=	smachtend
smachtendst	=	smachtend
smachtendste	=	smachtend
smachtte	=	smachten
smachtten	=	smachten
smack	noun|slang	sterk verslavend roesmiddel bestaand uit het opiaat diacetylmorfine, dat wordt verhandeld in de vorm van wit poeder of bruine kristallen
smacks	=	smack
smade	=	smaden
smadelijk	adj	de waardigheid van iemand verminderend	adv	op oneervolle manier
smadelijke	=	smadelijk
smadelijker	=	smadelijk
smadelijkere	=	smadelijk
smadelijkers	=	smadelijk
smadelijks	=	smadelijk
smadelijkst	=	smadelijk
smadelijkste	=	smadelijk
smaden	verb	met hoon en spot overladen
smadend	=	smaden
smadende	=	smaden
smak	noun	val eindigend in een luide plof.	intj	geluid van gretig eten
smake	=	smaken
smakelijk	adj	goed van smaak zijnd of van een goede smaak genietend	adv	op smakelijke wijze
smakelijke	=	smakelijk
smakelijker	=	smakelijk
smakelijkere	=	smakelijk
smakelijkers	=	smakelijk
smakelijks	=	smakelijk
smakelijkst	=	smakelijk
smakelijkste	=	smakelijk
smakeloos	adj	wat geen smaak heeft, geen gewaarwording bij het proeven veroorzaakt
smakeloosheden	=	smakeloosheid
smakeloosheid	noun	het smakeloos zijn
smakeloost	=	smakeloos
smakelooste	=	smakeloos
smakeloze	=	smakeloos
smakelozer	=	smakeloos
smakelozere	=	smakeloos
smakelozers	=	smakeloos
smaken	verb	een bepaalde smaak hebben
smakend	=	smaken
smakende	=	smaken
smakenpalet	noun	de aanwezige smaken in een gerecht
smakenpaletten	=	smakenpalet
smakje	=	smak
smakjes	=	smak
smakke	=	smakken
smakken	verb	smijten, krachtig neergooien
smakkend	=	smakken
smakkende	=	smakken
smakker	noun	harde val
smakkerd	noun|informal	stevige zoen
smakkerdje	=	smakkerd
smakkerdjes	=	smakkerd
smakkerds	=	smakkerd
smakkers	=	smakker
smakt	=	smakken
smakte	=	smakken
smakten	=	smakken
smal	adj	met een geringe breedte
smalbandwespbij	noun	Nomada goodeniana een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
smalbandwespbijen	=	smalbandwespbij
smalbandwespbijtje	=	smalbandwespbij
smalbandwespbijtjes	=	smalbandwespbij
smalbekbaars	noun	Sander canadensis een soort uit het geslacht Sander (syn.
smalbekbaarsje	=	smalbekbaars
smalbekbaarsjes	=	smalbekbaars
smalbekbaarzen	=	smalbekbaars
smalbekkikkers	noun	Microhylidae een familie van kikkers (Anura)
smalbuikje	noun	kever uit het geslacht Agrilus van kevers uit de familie prachtkevers (Buprestidae)
smalbuikjes	noun	Agrilus een geslacht van kevers uit de familie prachtkevers (Buprestidae).
smalde	=	smalen
smaldeel	noun	zelfstandig opererend onderdeel van een grotere groep
smaldeeltje	=	smaldeel
smaldelen	=	smaldeel
smalden	=	smalen
smale	=	smalen
smalen	verb	blijk geven van minachting
smalend	adj	minachting tonend
smalende	=	smalend
smalender	=	smalend
smalendere	=	smalend
smalenders	=	smalend
smalends	=	smalend
smalendst	=	smalend
smalendste	=	smalend
smalhalssnelloper	noun	Oxypselaphus obscurus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
smalhalssnellopers	=	smalhalssnelloper
smalhalssnellopertje	=	smalhalssnelloper
smalhalssnellopertjes	=	smalhalssnelloper
smalheden	=	smalheid
smalheid	noun	het klein zijn; het niet breed zijn
smalkopmamba	noun	Dendroaspis angusticeps een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
smalkopmamba's	=	smalkopmamba
smalkopmambaatje	=	smalkopmamba
smalkopmambaatjes	=	smalkopmamba
smalkopweekschildpadden	noun	een geslacht Chitra van schildpadden uit de familie weekschildpadden (Trionychidae)
small	adj	klein
smallcap	noun	beursonderneming met een geringe marktkapitalisatie
smallcaps	=	smallcap
smalle	=	smal
smaller	=	smal
smallere	=	smal
smallers	=	smal
smalletjes	adj	alleen als naamwoordelijk deel: enigszins smal, mager
smallijnbladroller	noun	Celypha rufana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
smallijnbladrollers	=	smallijnbladroller
smallijnbladrollertje	=	smallijnbladroller
smallijnbladrollertjes	=	smallijnbladroller
smalltalk	noun	verzamelnaam voor informele gesprekken die niet gevoerd worden omwille van de inhoud, maar omwille van het gesprek zelf
smalnekdartelwants	noun	Peritrechus angusticollis een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
smalnekdartelwantsen	=	smalnekdartelwants
smalnekdartelwantsje	=	smalnekdartelwants
smalnekdartelwantsjes	=	smalnekdartelwants
smalneusaap	noun	zoogdier uit de klade ("parvorde") Catarrhini van apen uit de Oude Wereld binnen de infraorde Simiiformes, de apen
smalneusaapje	=	smalneusaap
smalneusaapjes	=	smalneusaap
smalneusapen	noun	een clade ("parvorde") Catarrhini van apen uit de Oude Wereld binnen de infraorde Simiiformes (apen).
smalpalpmot	noun	Carpatolechia proximella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
smalpalpmotje	=	smalpalpmot
smalpalpmotjes	=	smalpalpmot
smalpalpmotten	=	smalpalpmot
smalplaatrussula	noun	Russula chloroides een paddenstoel uit de familie Russulaceae.
smalplaatrussula's	=	smalplaatrussula
smalplaatrussulaatje	=	smalplaatrussula
smalplaatrussulaatjes	=	smalplaatrussula
smalplaatviltkop	noun	Mallocybe perbrevis een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
smalplaatviltkopje	=	smalplaatviltkop
smalplaatviltkopjes	=	smalplaatviltkop
smalplaatviltkoppen	=	smalplaatviltkop
smalree	noun	vrouwelijke ree van het tweede jaar
smalreetje	=	smalree
smalreetjes	=	smalree
smalreeën	=	smalree
smalrugkathaai	noun	Apristurus micropterygeus een haai uit de familie van de Pentanchidae
smalrugkathaaien	=	smalrugkathaai
smalrugkathaaitje	=	smalrugkathaai
smalrugkathaaitjes	=	smalrugkathaai
smals	=	smal
smalsnaveltodie	noun	Todus angustirostris een vogel uit de familie todies (Todidae).
smalsnaveltodies	=	smalsnaveltodie
smalsnaveltodietje	=	smalsnaveltodie
smalsnaveltodietjes	=	smalsnaveltodie
smalsnuitdraakvis	noun	Harriotta raleighana een vis uit de familie langneusdraakvissen.
smalsnuitdraakvisje	=	smalsnuitdraakvis
smalsnuitdraakvisjes	=	smalsnuitdraakvis
smalsnuitdraakvissen	=	smalsnuitdraakvis
smalsnuitje	noun	dier met een smal snuitje
smalsnuitjes	=	smalsnuitje
smalsnuittoonhaai	noun	Mustelus schmitti een haai uit de familie van de gladde haaien
smalsnuittoonhaaien	=	smalsnuittoonhaai
smalsnuittoonhaaitje	=	smalsnuittoonhaai
smalsnuittoonhaaitjes	=	smalsnuittoonhaai
smalspoor	noun	spoorbaan met geringere spoorbreedte dan normaalspoor
smalspoortje	=	smalspoor
smalspoortjes	=	smalspoor
smalsporen	=	smalspoor
smalst	=	smal
smalstaartkathaai	noun	Schroederichthys maculatus een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
smalstaartkathaaien	=	smalstaartkathaai
smalstaartkathaaitje	=	smalstaartkathaai
smalstaartkathaaitjes	=	smalstaartkathaai
smalstaartparadijswida	noun	Vidua paradisaea een zangvogel uit de familie Viduidae.
smalstaartparadijswida's	=	smalstaartparadijswida
smalstaartparadijswidaatje	=	smalstaartparadijswida
smalstaartparadijswidaatjes	=	smalstaartparadijswida
smalstaartsmaragdkolibrie	noun	Chlorostilbon stenurus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
smalstaartsmaragdkolibries	=	smalstaartsmaragdkolibrie
smalstaartsmaragdkolibrietje	=	smalstaartsmaragdkolibrie
smalstaartsmaragdkolibrietjes	=	smalstaartsmaragdkolibrie
smalste	=	smal
smalstreepmangoest	noun	Mungotictis decemlineata De smalstreepmangoest of tienstrepige mangoest (Mungotictis decemlineata) is een roofdier uit de familie van madagaskarcivetkatten (Eupleridae)
smalstreepmangoesten	=	smalstreepmangoest
smalstreepmangoestje	=	smalstreepmangoest
smalstreepmangoestjes	=	smalstreepmangoest
smalt	noun	door kobalt blauw gekleurd glas
smalte	noun	het smal zijn
smalten	=	smalt
smaltes	=	smalte
smalvleugeldoradito	noun	Pseudocolopteryx acutipennis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
smalvleugeldoradito's	=	smalvleugeldoradito
smalvleugeldoraditootje	=	smalvleugeldoradito
smalvleugeldoraditootjes	=	smalvleugeldoradito
smalvleugeldwergspanner	noun	Eupithecia nanata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
smalvleugeldwergspanners	=	smalvleugeldwergspanner
smalvleugeldwergspannertje	=	smalvleugeldwergspanner
smalvleugeldwergspannertjes	=	smalvleugeldwergspanner
smalvleugelmot	noun	insect uit de familie Batrachedridae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
smalvleugelmotje	=	smalvleugelmot
smalvleugelmotjes	=	smalvleugelmot
smalvleugelmotten	noun	Batrachedridae een familie van vlinders in de superfamilie Gelechioidea.
smalvleugelrietboorder	noun	Chilodes maritima een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
smalvleugelrietboorders	=	smalvleugelrietboorder
smalvleugelrietboordertje	=	smalvleugelrietboorder
smalvleugelrietboordertjes	=	smalvleugelrietboorder
smalvleugelspitskopmot	noun	Ypsolopha mucronella een nachtvlinder uit de familie van de spitskopmotten (Ypsolophidae).
smalvleugelspitskopmotje	=	smalvleugelspitskopmot
smalvleugelspitskopmotjes	=	smalvleugelspitskopmot
smalvleugelspitskopmotten	=	smalvleugelspitskopmot
smalvoetbuidelmuis	noun	zoogdier uit het geslacht Sminthopsis van buidelmuizen dat voorkomt in Australië en het zuiden van Nieuw-Guinea.
smalvoetbuidelmuisje	=	smalvoetbuidelmuis
smalvoetbuidelmuisjes	=	smalvoetbuidelmuis
smalvoetbuidelmuizen	noun	Sminthopsis een geslacht van buidelmuizen dat voorkomt in Australië en het zuiden van Nieuw-Guinea.
smaragd	noun	een variëteit van beril die geldt als de edelste steen uit de berylgroep met chemische formule Be3Al2(SiO3)6
smaragdarassari	noun	Aulacorhynchus prasinus een vogel uit de familie toekans (Ramphastidae).
smaragdarassari's	=	smaragdarassari
smaragdarassarietje	=	smaragdarassari
smaragdarassarietjes	=	smaragdarassari
smaragdbuikpluimbroekje	noun	Eriocnemis aline een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
smaragdbuikpluimbroekjes	=	smaragdbuikpluimbroekje
smaragdduif	noun	Chalcophaps indica een duif uit het geslacht Chalcophaps die voorkomt in een groot gebied van Sri Lanka en India via Zuid-China en Taiwan, tot in Zuidoost-Azië en de Filipijnen en Nieuw-Guinea.
smaragdduifje	=	smaragdduif
smaragdduifjes	=	smaragdduif
smaragdduiven	noun	een geslacht Chalcophaps van vogels uit de familie duiven (Columbidae)
smaragden	adj	van smaragd vervaardigd
smaragdglansstaartkolibrie	noun	Metallura tyrianthina een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
smaragdglansstaartkolibries	=	smaragdglansstaartkolibrie
smaragdglansstaartkolibrietje	=	smaragdglansstaartkolibrie
smaragdglansstaartkolibrietjes	=	smaragdglansstaartkolibrie
smaragdgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6001 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6001 ( ).
smaragdgroene	=	smaragdgroen
smaragdgroenen	=	smaragdgroen
smaragdgroener	=	smaragdgroen
smaragdgroenere	=	smaragdgroen
smaragdgroeners	=	smaragdgroen
smaragdgroens	=	smaragdgroen
smaragdgroenst	=	smaragdgroen
smaragdgroenste	=	smaragdgroen
smaragdje	=	smaragd
smaragdjes	=	smaragd
smaragdkeelkolibrie	noun	Abeillia abeillei een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries)
smaragdkeelkolibries	=	smaragdkeelkolibrie
smaragdkeelkolibrietje	=	smaragdkeelkolibrie
smaragdkeelkolibrietjes	=	smaragdkeelkolibrie
smaragdkoekoek	noun	Chrysococcyx cupreus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
smaragdkoekoeken	=	smaragdkoekoek
smaragdkoekoekje	=	smaragdkoekoek
smaragdkoekoekjes	=	smaragdkoekoek
smaragdkolibrie	noun	smaragdkleurige kolibrie uit de familie Trochilidae (kolibries)
smaragdkolibries	noun	een geslacht Chlorostilbon van vogels uit de familie van de kolibries (Trochilidae) en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
smaragdkolibrietje	=	smaragdkolibrie
smaragdkolibrietjes	=	smaragdkolibrie
smaragdkruiper	noun	Harpalus smaragdinus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
smaragdkruipers	=	smaragdkruiper
smaragdkruipertje	=	smaragdkruiper
smaragdkruipertjes	=	smaragdkruiper
smaragdlangsprietmot	noun	Adela reaumurella een dagactieve nachtvlinder uit de familie Adelidae, de langsprietmotten.
smaragdlangsprietmotje	=	smaragdlangsprietmot
smaragdlangsprietmotjes	=	smaragdlangsprietmot
smaragdlangsprietmotten	=	smaragdlangsprietmot
smaragdlibel	noun	Cordulia aenea een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de glanslibellen (Corduliidae).
smaragdlibellen	noun	Cordulia een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de glanslibellen (Corduliidae)
smaragdlibelletje	=	smaragdlibel
smaragdlibelletjes	=	smaragdlibel
smaragdlori	noun	Neopsittacus pullicauda een soort lori uit het geslacht Neopsittacus.
smaragdlori's	=	smaragdlori
smaragdlorietje	=	smaragdlori
smaragdlorietjes	=	smaragdlori
smaragdmos	noun	Homalothecium lutescens een mos uit de familie Brachytheciaceae.
smaragdmosje	=	smaragdmos
smaragdmosjes	=	smaragdmos
smaragdmossen	=	smaragdmos
smaragdparkiet	noun	Psittacula calthropae een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
smaragdparkieten	=	smaragdparkiet
smaragdparkietje	=	smaragdparkiet
smaragdparkietjes	=	smaragdparkiet
smaragdpurperkoet	noun	Porphyrio madagascariensis een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
smaragdpurperkoeten	=	smaragdpurperkoet
smaragdpurperkoetje	=	smaragdpurperkoet
smaragdpurperkoetjes	=	smaragdpurperkoet
smaragdskink	noun	Lamprolepis smaragdina een hagedis uit de familie skinken (Scincidae)
smaragdskinken	=	smaragdskink
smaragdskinkje	=	smaragdskink
smaragdskinkjes	=	smaragdskink
smaragdspanner	noun	Thetidia smaragdaria een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
smaragdspanners	=	smaragdspanner
smaragdspannertje	=	smaragdspanner
smaragdspannertjes	=	smaragdspanner
smaragdsteeltje	noun	een geslacht Barbula van bladmossen uit de kleimosfamilie (Pottiaceae) dat veel relatief onopvallende grond- en rotsmossen omvat.
smaragdsteeltjes	=	smaragdsteeltje
smaragdtangare	noun	Tangara florida een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
smaragdtangaren	=	smaragdtangare
smaragdtangaretje	=	smaragdtangare
smaragdtangaretjes	=	smaragdtangare
smaragdvaraan	noun	Varanus prasinus een hagedis uit de familie varanen (Varanidae)
smaragdvaraantje	=	smaragdvaraan
smaragdvaraantjes	=	smaragdvaraan
smaragdvaranen	=	smaragdvaraan
smaragdvlekduif	noun	Turtur chalcospilos een vogel uit de familie Columbidae.
smaragdvlekduifje	=	smaragdvlekduif
smaragdvlekduifjes	=	smaragdvlekduif
smaragdvlekduiven	=	smaragdvlekduif
smart	noun	een gevoel van lijden
smartbed	noun	ziekenhuisbed dat allerlei 'intelligente' functies zou hebben (gepresenteerd als 1 april grap in 2019)
smartbedden	=	smartbed
smartboard	noun	grote witte plaat waarop wisselende informatie uit een computer of vanaf internet wordt getoond en met de mogelijkheid daar met speciale pen teksten of schetsen aan toe te voegen
smartboards	=	smartboard
smartbord	noun	Een schoolbord dat aangesloten is op een computer.
smartborden	=	smartbord
smartbordje	=	smartbord
smartbordjes	=	smartbord
smartcamera	noun	camera met dezelfde functionaliteit als een smartphone
smartcamera's	=	smartcamera
smartcard	noun	Kaartje met programmeerbare chip (chipkaart) die voor vele zeer verschillende toepassingen gebruikt kan worden bijv. het decoderen van radio- en televisie-uitzendingen, betalingsdoeleinden, mobiele telefoons, openbaar vervoer, medische pas etc.
smartcardje	=	smartcard
smartcardjes	=	smartcard
smartcards	=	smartcard
smartdrug	noun	geneesmiddel voor bijvoorbeeld alzheimer of parkinson, dat wordt gebruikt omdat het ook een stimulerend effect heeft op de hersenen
smartdrugs	=	smartdrug
smarte	=	smarten
smartelijk	adj	lijden veroorzakend
smartelijke	=	smartelijk
smartelijker	=	smartelijk
smartelijkere	=	smartelijk
smartelijkers	=	smartelijk
smartelijks	=	smartelijk
smartelijkst	=	smartelijk
smartelijkste	=	smartelijk
smarteloos	adj	zonder smart, zonder pijn
smarteloosheden	=	smarteloosheid
smarteloosheid	noun	het smarteloos zijn
smarteloost	=	smarteloos
smartelooste	=	smarteloos
smarteloze	=	smarteloos
smartelozer	=	smarteloos
smartelozere	=	smarteloos
smartelozers	=	smarteloos
smarten	verb	met (geteerd) zeildoek bekleden.
smartend	=	smarten
smartende	=	smarten
smartengeld	noun	financiele vergoeding voor geleden onherstelbaar immaterieel leed
smartengelden	=	smartengeld
smartig	adj	pijnlijk, smartelijk
smartige	=	smartig
smartiger	=	smartig
smartigere	=	smartig
smartigers	=	smartig
smartigs	=	smartig
smartigst	=	smartig
smartigste	=	smartig
smarting	noun	een op een stag of want aangebrachte omwikkeling van oud touwmateriaal, om de slijtage te verminderen die optreedt door het steeds langs elkaar schuren van zeilen of touwen
smartingen	=	smarting
smartings	=	smarting
smartinkje	=	smarting
smartinkjes	=	smarting
smartje	=	smart
smartjes	=	smart
smartlap	noun	sentimenteel levenslied
smartlapje	=	smartlap
smartlapjes	=	smartlap
smartlappen	=	smartlap
smartpen	noun	penvormig apparaat waarmee men kan tekenen, schrijven of geluid opnemen
smartpennen	=	smartpen
smartphone	noun	mobiele telefoon die uitgebreide computermogelijkheden biedt o.a. toegang tot internet en een ingebouwde gps-ontvanger
smartphoneallergie	noun	allergische reactie die ontstaat door het gebruik van een mobiele telefoon
smartphones	=	smartphone
smartphoneverbod	noun	regel die het gebruik van een smartphone verbiedt
smartphoneverslaving	noun	op een voor de persoon hinderlijke wijze, niet meer kunnen functioneren zonder smartphone
smartphoneverslavingen	=	smartphoneverslaving
smartshop	noun	winkel waar smartdrugs en paddo's worden verkocht
smartshopje	=	smartshop
smartshopjes	=	smartshop
smartshops	=	smartshop
smartte	=	smarten
smartten	=	smarten
smartwatch	noun	horloge met allerlei extra functies zoals het reageren op de mobiele telefoon en het meten van de hartslag en bloeddruk
smartwatches	=	smartwatch
smash	noun	snelle slag waarmee getracht wordt de bal in de helft van de tegenstanders in te slaan
smashe	=	smashen
smashen	verb	het slaan van een smash
smashend	=	smashen
smashende	=	smashen
smashes	=	smash
smasht	=	smashen
smashte	=	smashen
smashten	=	smashen
smede	=	smeden
smeden	verb	het bewerken van metalen door deze heet te maken en met een hamer te slaan om het materiaal de gewenste vorm te geven
smedend	=	smeden
smedende	=	smeden
smeder	noun	bewerker van ijzer of andere metalen
smederij	noun	werkplaats van een smid
smederijen	=	smederij
smederijtje	=	smederij
smederijtjes	=	smederij
smeders	=	smeder
smedig	adj	smeedbaar
smedige	=	smedig
smediger	=	smedig
smedigere	=	smedig
smedigers	=	smedig
smedigs	=	smedig
smedigst	=	smedig
smedigste	=	smedig
smeed	=	smeden
smeedbaar	adj	in vaste vorm vervormbaar
smeedbaarder	=	smeedbaar
smeedbaardere	=	smeedbaar
smeedbaarders	=	smeedbaar
smeedbaars	=	smeedbaar
smeedbaarst	=	smeedbaar
smeedbaarste	=	smeedbaar
smeedbare	=	smeedbaar
smeedblok	noun	een blok van metaal waarop een smid kan smeden
smeedblokje	=	smeedblok
smeedblokjes	=	smeedblok
smeedblokken	=	smeedblok
smeedde	=	smeden
smeedden	=	smeden
smeedijzer	noun	is ijzer dat wordt gemaakt door het te smeden
smeedijzeren	adj	gemaakt van gesmeed ijzer
smeedijzers	=	smeedijzer
smeedkunst	noun	de kunst van het bewerken van metalen
smeedkunsten	=	smeedkunst
smeedstaal	noun	staal dat door smeden een betere structuur heeft gekregen en in zich de eigenschappen van vloei-ijzer en staal verenigt, Het is sterk, buigzaam en taai
smeedstalen	adj	van smeedstaal
smeedt	=	smeden
smeedtang	noun	tang waarmee een smid de hete werkstukken kan fixeren en in de goede positie houden
smeedtangen	=	smeedtang
smeedtangetje	=	smeedtang
smeedtangetjes	=	smeedtang
smeedwerk	noun	een metalen product dat is ontstaan door smeden
smeedwerken	=	smeedwerk
smeedwerkje	=	smeedwerk
smeedwerkjes	=	smeedwerk
smeek	=	smeken
smeekbede	noun	een dringend maar onderdanig gesteld verzoek
smeekbeden	=	smeekbede
smeekbedes	=	smeekbede
smeekbrief	noun	een brief waarin je een hoger geplaatst persoon iets verzoekt te doen
smeekbriefje	=	smeekbrief
smeekbriefjes	=	smeekbrief
smeekbrieven	=	smeekbrief
smeekdicht	noun	smeekschrift op rijm
smeekdichten	=	smeekdicht
smeekschrift	noun	een officieel schriftelijk verzoek aan een officiële instantie of rechtbank
smeekschriften	=	smeekschrift
smeekt	=	smeken
smeekte	=	smeken
smeekten	=	smeken
smeer	noun	vet (om iets te smeren)
smeerbaar	adj	van een substantie dat ze zacht, soepel of dikvloeibaar genoeg is om gemakkelijk op een ondergrond (zoals brood) te worden uitgestreken
smeerbaarder	=	smeerbaar
smeerbaardere	=	smeerbaar
smeerbaarders	=	smeerbaar
smeerbaars	=	smeerbaar
smeerbaarst	=	smeerbaar
smeerbaarste	=	smeerbaar
smeerbare	=	smeerbaar
smeerboel	noun	een vuile, smerige plaats
smeercampagne	noun	campagne bedoeld om iemand stuk te maken
smeercampagnes	=	smeercampagne
smeerde	=	smeren
smeerden	=	smeren
smeerder	noun	een van de laagste rangen op een schip, iemand die de smerigste en zwaarste klusjes opknapt.
smeerders	=	smeerder
smeerdertje	=	smeerder
smeerdertjes	=	smeerder
smeerdoos	noun	een smerig persoon
smeerdoosje	=	smeerdoos
smeerdoosjes	=	smeerdoos
smeerdozen	=	smeerdoos
smeergeld	noun	geld waarmee een corrupte functionaris wordt omgekocht
smeergeldaffaire	noun	kwestie rond omkoperij en andere vormen van corruptie
smeergeldaffaires	=	smeergeldaffaire
smeergeldaffairetje	=	smeergeldaffaire
smeergeldaffairetjes	=	smeergeldaffaire
smeergelden	=	smeergeld
smeerkaars	noun	goedkope maar sterk roetende kaars die gemaakt is van dierlijk vet (in plaats van was of stearine)
smeerkaarsen	=	smeerkaars
smeerkaarsje	=	smeerkaars
smeerkaarsjes	=	smeerkaars
smeerkaas	noun	een zacht soort kaas dat uitgesmeerd kan worden op bijvoorbeeld brood
smeerkaasje	=	smeerkaas
smeerkaasjes	=	smeerkaas
smeerkanis	noun	smeerkees, smeerlap, vuilak, smeerpoets
smeerkanisje	=	smeerkanis
smeerkanisjes	=	smeerkanis
smeerkanissen	=	smeerkanis
smeerkazen	=	smeerkaas
smeerkees	noun	smerig, vies iemand
smeerkeesje	=	smeerkees
smeerkeesjes	=	smeerkees
smeerkezen	=	smeerkees
smeerkuil	noun	een diepe, lange kuil in de vloer van een garage waardoor men makkelijker voertuigen vanaf de onderkant kan onderhouden
smeerkuilen	=	smeerkuil
smeerkuiltje	=	smeerkuil
smeerkuiltjes	=	smeerkuil
smeerlap	noun	vette lap waarmee men iets insmeert om wrijving te verminderen
smeerlapje	=	smeerlap
smeerlapjes	=	smeerlap
smeerlappen	=	smeerlap
smeerlapperij	noun	gedragingen van smeerlappen
smeerlapperijen	=	smeerlapperij
smeerlapperijtje	=	smeerlapperij
smeerlapperijtjes	=	smeerlapperij
smeerling	noun	bepaald soort zoetwatervis, Gobio gobio
smeerlingen	=	smeerling
smeerlinkje	=	smeerling
smeerlinkjes	=	smeerling
smeermiddel	noun	olieachtige vloeistof of gelaagde vaste stof die gebruikt wordt om de wrijving tussen elkaar rakende bewegende delen te verminderen
smeermiddelen	=	smeermiddel
smeermiddeltje	=	smeermiddel
smeermiddeltjes	=	smeermiddel
smeernippel	noun	een ventiel dat is gemonteerd op plaatsen van een machnine, die regelmatig moeten worden gesmeerd en waarop een vetspuit kan worden aangekoppeld
smeernippels	=	smeernippel
smeernippeltje	=	smeernippel
smeernippeltjes	=	smeernippel
smeerolie	noun	olie voor het smeren van bewegende machinedelen, motorolie
smeerolies	=	smeerolie
smeerolietje	=	smeerolie
smeerolietjes	=	smeerolie
smeeroliën	=	smeerolie
smeerpijp	noun	afvoerpijp waardoor ongezuiverd afvalwater geloosd wordt
smeerpijpen	=	smeerpijp
smeerpijperij	noun	viezigheid
smeerpijperijen	=	smeerpijperij
smeerpijperijtje	=	smeerpijperij
smeerpijperijtjes	=	smeerpijperij
smeerpijpje	=	smeerpijp
smeerpijpjes	=	smeerpijp
smeerpoes	noun	onhygiënisch, vies persoon
smeerpoesje	=	smeerpoes
smeerpoesjes	=	smeerpoes
smeerpoets	noun	onhygiënisch, vies persoon
smeerpoetsen	=	smeerpoets
smeerpoetsje	=	smeerpoets
smeerpoetsjes	=	smeerpoets
smeerpoezen	=	smeerpoes
smeerpot	noun	pot waarin smeer (vet) aanwezig is (dat wordt gebruikt om een machineonderdeel te smeren)
smeerpotje	=	smeerpot
smeerpotjes	=	smeerpot
smeerpotten	=	smeerpot
smeerput	noun	een diepe, lange kuil in de vloer van een garage waardoor men makkelijker voertuigen kan onderhouden
smeerputje	=	smeerput
smeerputjes	=	smeerput
smeerputten	=	smeerput
smeersel	noun	een viskeuze massa die bedoeld is om ergens op gesmeerd te worden
smeerselen	=	smeersel
smeersels	=	smeersel
smeerseltje	=	smeersel
smeerseltjes	=	smeersel
smeersysteem	noun	methode van smeren
smeersysteempje	=	smeersysteem
smeersysteempjes	=	smeersysteem
smeersystemen	=	smeersysteem
smeert	=	smeren
smeertje	=	smeer
smeertjes	=	smeer
smeervet	noun	een halfvloeibaar smeermiddel
smeervetten	=	smeervet
smeerwortel	noun	een geslacht Symphytum van planten uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
smeerwortelgalmug	noun	Dasineura symphyti een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
smeerwortelgalmuggen	=	smeerwortelgalmug
smeerwortelgalmugje	=	smeerwortelgalmug
smeerwortelgalmugjes	=	smeerwortelgalmug
smeerwortelmeeldauw	noun	een echte meeldauw Golovinomyces cynoglossi die voorkomt op bladeren.
smeerwortelmeeldauwtje	=	smeerwortelmeeldauw
smeerwortelmeeldauwtjes	=	smeerwortelmeeldauw
smeerwortelnetwants	noun	Dictyla humuli (syn: Monanthia humuli en Monanthia symphyti) een wants uit de familie van de netwantsen (Tingidae).
smeerwortelnetwantsen	=	smeerwortelnetwants
smeerwortelnetwantsje	=	smeerwortelnetwants
smeerwortelnetwantsjes	=	smeerwortelnetwants
smeerwortels	=	smeerwortel
smeerwortelsteltmot	noun	Dialectica imperialella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
smeerwortelsteltmotje	=	smeerwortelsteltmot
smeerwortelsteltmotjes	=	smeerwortelsteltmot
smeerwortelsteltmotten	=	smeerwortelsteltmot
smeerworteltje	=	smeerwortel
smeerworteltjes	=	smeerwortel
smeerzalf	noun	smeerbare zalf
smeerzalfje	=	smeerzalf
smeerzalfjes	=	smeerzalf
smeerzalven	=	smeerzalf
smeet	=	smijten
smegma	noun	afscheiding die men onder de voorhuid van de penis kan aantreffen
smeir	=	smeer
smeke	=	smeken
smekeling	noun	iemand die om een gunst vraagt
smekelingen	=	smekeling
smeken	verb	nederig om een gunst verzoeken
smekend	adj	nederig vragend om een gunst
smekende	=	smeken
smekender	=	smekend
smekendere	=	smekend
smekenders	=	smekend
smekends	=	smekend
smekendst	=	smekend
smekendste	=	smekend
smekerig	adj	onderdanig vragend
smekerige	=	smekerig
smekerigs	=	smekerig
smeking	noun	een nederig verzoek
smekingen	=	smeking
smele	noun	een geslacht Deschampsia uit de grassenfamilie (Poaceae).
smele-uil	noun	een nachtvlinder Photedes minima uit de familie Noctuidae, de uilen.
smele-uilen	=	smele-uil
smele-uiltje	=	smele-uil
smele-uiltjes	=	smele-uil
smelen	=	smele
smeleroest	noun	Uromyces airae-flexuosae een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
smeleroesten	=	smeleroest
smeleroestje	=	smeleroest
smeleroestjes	=	smeleroest
smelestengelgalmug	noun	Hybolasioptera fasciata een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
smelestengelgalmuggen	=	smelestengelgalmug
smelestengelgalmuggetjes	=	smelestengelgalmug
smelestengelgalmugje	=	smelestengelgalmug
smelevlieskelkje	noun	een schimmel Hymenoscyphus nitidulus behorend tot de familie Helotiaceae.
smelevlieskelkjes	=	smelevlieskelkje
smelleken	noun	Falco columbarius kleinste Europese valk, een roofvogel uit de familie van de valkachtigen (Falconidae)
smellekens	=	smelleken
smelt	noun	hoeveelheid gesmolten materie
smelte	=	smelten
smelten	verb	van vaste in vloeibare vorm overgaan
smeltend	adj	van een vaste stof dat deze overgaat naar een vloeistof
smeltende	=	smelten
smeltender	=	smeltend
smeltendere	=	smeltend
smeltenders	=	smeltend
smeltends	=	smeltend
smeltendst	=	smeltend
smeltendste	=	smeltend
smelter	noun	iemand die werkt bij een smelterij
smelterig	adj	al te week en gevoelig
smelterige	=	smelterig
smelteriger	=	smelterig
smelterigere	=	smelterig
smelterigers	=	smelterig
smelterigs	=	smelterig
smelterigst	=	smelterig
smelterigste	=	smelterig
smelterij	noun	bedrijf waar men een vaste stof door verhitting vloeibaar maakt
smelterijen	=	smelterij
smelters	=	smelter
smeltindex	noun	een belangrijk getal bij het verwerken van een thermoplast
smeltindexen	=	smeltindex
smeltindices	=	smeltindex
smelting	noun	het smelten
smeltingen	=	smelting
smeltkaas	noun	een door toevoeging van smeltzouten en emulgatoren zacht gemaakte kaas
smeltkaasje	=	smeltkaas
smeltkaasjes	=	smeltkaas
smeltkazen	=	smeltkaas
smeltkroes	noun	vuurvaste pot waarin metalen gesmolten en gemengd kunnen worden
smeltkroesje	=	smeltkroes
smeltkroezen	=	smeltkroes
smeltoven	noun	oven voor het smelten van vaste stoffen b.v. goud
smeltovens	=	smeltoven
smeltoventje	=	smeltoven
smeltoventjes	=	smeltoven
smeltproces	noun	alle handelingen en gebeurtenissen die samenhangen met het vloeibaar maken van een stof die oorspronkelijk vast was
smeltprocessen	=	smeltproces
smeltpunt	noun	de temperatuur waarbij iets gaat smelten
smeltpunten	=	smeltpunt
smeltpuntje	=	smeltpunt
smeltpuntjes	=	smeltpunt
smeltpyrometer	noun	een pyrometer gebaseerd op het veschil in smelttemperaturen van een reeks testvoorwerpen
smeltpyrometers	=	smeltpyrometer
smeltpyrometertje	=	smeltpyrometer
smeltpyrometertjes	=	smeltpyrometer
smeltsneeuw	noun	natte sneeuw die bezig is te smelten
smeltstop	noun	elektrische beveiliging die werkt met behulp van een draad die smelt
smeltstoppen	=	smeltstop
smeltveiligheden	=	smeltveiligheid
smeltveiligheid	noun	zekering wiens werking berust op het smelten van een dun draadje door de hitteontwikkeling die de stroom daarin veroorzaakt
smeltwarmte	noun	de hoeveelheid warmte die opgenomen wordt bij het smelten van een kristallijne vaste stof
smeltwater	noun	water dat afkomstig is van gesmolten sneeuw of ijs
smeltwaterdal	noun	een dal dat ontstaan is door het wegstromen van smeltend ijs
smeltwaterdalen	=	smeltwaterdal
smeltwaterdalletje	=	smeltwaterdal
smeltwaterdalletjes	=	smeltwaterdal
smeltzout	noun	toevoeging om harde kaas om te zetten in zachtere kaassoorten
smeltzouten	=	smeltzout
smeltzoutje	=	smeltzout
smeltzoutjes	=	smeltzout
smere	=	smeren
smeren	verb	met een zachte, eetbare massa bestrijken; m.n. van sneetjes brood
smerend	=	smeren
smerende	=	smeren
smergel	noun|obsolete	donker gekleurd, fijnkorrelig, hard gesteente dat in gemalen vorm wordt gebruikt voor schuren en polijsten
smerig	adj	bijzonder vuil
smerige	=	smerig
smeriger	=	smerig
smerigere	=	smerig
smerigers	=	smerig
smerigheden	=	smerigheid
smerigheid	noun	iets wat heel vettig is
smerigs	=	smerig
smerigst	=	smerig
smerigste	=	smerig
smering	noun	het gebruik van een (vloei)stof die de wrijving bij glijden vermindert bijv. olie of grafiet (vaste stof).
smeringen	=	smering
smerinkje	=	smering
smerinkjes	=	smering
smeris	noun	politieagent
smerisje	=	smeris
smerisjes	=	smeris
smerissen	=	smeris
smert	=	smart
smet	noun	vlek
smete	=	smijten
smeten	=	smijten
smetje	=	smet
smetjes	=	smet
smetstof	noun	een stof die een besmettelijke ziekte overbrengt
smetstoffen	=	smetstof
smetstofje	=	smetstof
smette	=	smetten
smetteloos	adj	zonder smetten, zonder fouten
smetteloosheden	=	smetteloosheid
smetteloosheid	noun	het smetteloos zijn
smetteloost	=	smetteloos
smettelooste	=	smetteloos
smetteloze	=	smetteloos
smettelozer	=	smetteloos
smettelozere	=	smetteloos
smettelozers	=	smetteloos
smetten	verb	door broeiing branderigheid of ontvelling vertonen
smettend	=	smetten
smettende	=	smetten
smetvrees	noun	ziekelijke angst voor verontreiniging
smetvrij	adj	zonder enige schuld of slechtheid
smetvrije	=	smetvrij
smetvrijer	=	smetvrij
smetvrijere	=	smetvrij
smetvrijers	=	smetvrij
smetvrijs	=	smetvrij
smetvrijst	=	smetvrij
smetvrijste	=	smetvrij
smeul	=	smeulen
smeulde	=	smeulen
smeulden	=	smeulen
smeule	=	smeulen
smeulen	verb	zacht en langzaam branden zonder vlammen
smeulend	adj	langzaam doorbrandend
smeulende	=	smeulen
smeulender	=	smeulend
smeulendere	=	smeulend
smeulenders	=	smeulend
smeulends	=	smeulend
smeulendst	=	smeulend
smeulendste	=	smeulend
smeult	=	smeulen
smeuïg	adj	smijdig, buigzaam
smeuïge	=	smeuïg
smeuïger	=	smeuïg
smeuïgere	=	smeuïg
smeuïgers	=	smeuïg
smeuïgs	=	smeuïg
smeuïgst	=	smeuïg
smeuïgste	=	smeuïg
smicha	noun	het door handoplegging verlenen van rabbinale bevoegdheid
smichoejot	=	smichoet
smichoet	noun	nauwe relatie tussen een naamwoord en wat daarop volgt (le term)
smichoets	=	smichoet
smichot	=	smicha
smid	noun	iemand die gloeiend metaal bewerkt met een hamer op een aambeeld
smidje	=	smid
smidjes	=	smid
smidsbaas	noun	voorman van een smederij
smidsbazen	=	smidsbaas
smidse	noun	werkplaats van een smid
smidsen	=	smidse
smidshamer	noun	hamer van een smid
smidshamers	=	smidshamer
smidshamertje	=	smidshamer
smidshamertjes	=	smidshamer
smidsplevier	noun	Vanellus armatus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae)
smidsplevieren	=	smidsplevier
smidspleviertje	=	smidsplevier
smidspleviertjes	=	smidsplevier
smidsvuren	=	smidsvuur
smidsvuur	noun	vuur waarin men het metaal verhit dat men wil smeden
smidsvuurtje	=	smidsvuur
smidsvuurtjes	=	smidsvuur
smidswerk	noun	ambachtelijke bewerking van metaal
smidswerken	=	smidswerk
smidswerkje	=	smidswerk
smidswerkjes	=	smidswerk
smiecht	noun	bedrieglijk persoon
smiechten	=	smiecht
smiechtje	=	smiecht
smient	noun	Mareca penelope een middelgrote grondeleend met een korte snavel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
smienten	=	smient
smientje	=	smient
smiespel	=	smiespelen
smiespelde	=	smiespelen
smiespelden	=	smiespelen
smiespele	=	smiespelen
smiespelen	verb	half verholen met elkaar praten
smiespelend	=	smiespelen
smiespelende	=	smiespelen
smiespelt	=	smiespelen
smiezen	noun|figurative	ogen of kijkgaten, : onverslapte aandacht
smijdig	adj	lenig, buigzaam
smijdigde	=	smijdigen
smijdigden	=	smijdigen
smijdige	=	smijdig
smijdigen	verb|obsolete	versoepelen, verzachten
smijdigend	=	smijdigen
smijdigende	=	smijdigen
smijdiger	=	smijdig
smijdigere	=	smijdig
smijdigers	=	smijdig
smijdigs	=	smijdig
smijdigst	=	smijdig
smijdigste	=	smijdig
smijdigt	=	smijdigen
smijt	=	smijten
smijte	=	smijten
smijten	verb	hard gooien of werpen
smijtend	=	smijten
smijtende	=	smijten
smijter	noun	iemand die met iets gooit
smijters	=	smijter
smijtertje	=	smijter
smijtertjes	=	smijter
smikkel	noun	smoel
smikkelaar	noun	iemand die van lekker eten houd
smikkelaars	=	smikkelaar
smikkelde	=	smikkelen
smikkelden	=	smikkelen
smikkele	=	smikkelen
smikkelen	verb	met smaak en genoegen eten
smikkelend	=	smikkelen
smikkelende	=	smikkelen
smikkelken	=	smikkel
smikkels	=	smikkel
smikkelt	=	smikkelen
smikkeltje	=	smikkel
smikkeltjes	=	smikkel
smiley	noun	teken dat bestaat uit een dubbele punt, een horizontaal streepje en een haakje sluiten waardoor je kunt aangeven dat een tekst grappig bedoeld is
smileys	=	smiley
smileytje	=	smiley
smileytjes	=	smiley
smirt	=	smirten
smirte	=	smirten
smirten	verb	flirten terwijl men aan het roken is in een rookruimte
smirtend	=	smirten
smirtende	=	smirten
smirtte	=	smirten
smirtten	=	smirten
smis	noun	werkplaats van een smid
smishing	noun	vorm van cybercriminaliteit waarbij de crimineel probeert gegevens van het slachtoffer te bemachtigen met behulp van valse sms-berichten met het doel diens bankrekening te plunderen
smishings	=	smishing
smisse	noun	werkplaats van een smid
smissen	=	smis
smocken	=	smokken
smockwerk	=	smokwerk
smodder	=	smodderen
smodderde	=	smodderen
smodderden	=	smodderen
smoddere	=	smodderen
smodderen	verb	iets smerig maken
smodderend	=	smodderen
smodderende	=	smodderen
smoddert	=	smodderen
smoel	noun	kop [3], bek [3]
smoelen	=	smoel
smoelenboek	noun	boek, lijst of internetsite waarop de namen van personen staan samen met een foto van hun gezicht
smoelenboeken	=	smoelenboek
smoeltje	=	smoel
smoeltjes	=	smoel
smoelwerk	noun|informal	het (aan)gezicht
smoelwerken	=	smoelwerk
smoelwerkje	=	smoelwerk
smoelwerkjes	=	smoelwerk
smoer	=	smoeren
smoerde	=	smoeren
smoerden	=	smoeren
smoere	=	smoeren
smoeren	verb	wasgoed laten weken
smoerend	=	smoeren
smoerende	=	smoeren
smoert	=	smoeren
smoes	noun	praatje, uitvlucht, verzinsel als uitvlucht, voorwendsel
smoesde	=	smoezen
smoesden	=	smoezen
smoesje	=	smoes
smoesjes	=	smoes
smoest	=	smoezen
smoeze	=	smoezen
smoezel	=	smoezelen
smoezelde	=	smoezelen
smoezelden	=	smoezelen
smoezele	=	smoezelen
smoezelen	verb	gedempt praten
smoezelend	=	smoezelen
smoezelende	=	smoezelen
smoezelig	adj	niet helemaal schoon; heel slordig; slecht verzorgd
smoezelige	=	smoezelig
smoezeliger	=	smoezelig
smoezeligere	=	smoezelig
smoezeligers	=	smoezelig
smoezeligheden	=	smoezeligheid
smoezeligheid	noun	de mate van vuil of smerig zijn
smoezeligs	=	smoezelig
smoezeligst	=	smoezelig
smoezeligste	=	smoezelig
smoezelt	=	smoezelen
smoezen	verb	praten
smoezend	=	smoezen
smoezende	=	smoezen
smoezenmaker	noun	persoon die veel uitvluchten verzint
smoezenmakers	=	smoezenmaker
smoezig	adj	niet net, een beetje vuil
smoezige	=	smoezig
smoeziger	=	smoezig
smoezigere	=	smoezig
smoezigers	=	smoezig
smoezigs	=	smoezig
smoezigst	=	smoezig
smoezigste	=	smoezig
smog	noun	door rook en uitlaatgassen vervuilde mist die schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid
smok	=	smokken
smoke	=	smoken
smoken	verb	tabak roken
smokend	=	smoken
smokende	=	smoken
smokerig	adj	rokerig
smokerige	=	smokerig
smokeriger	=	smokerig
smokerigere	=	smokerig
smokerigers	=	smokerig
smokerigs	=	smokerig
smokerigst	=	smokerig
smokerigste	=	smokerig
smoket	=	smoken
smokete	=	smoken
smoketen	=	smoken
smoking	noun	een twee- of driedelig zwart kostuum gedragen als avondkleding
smokings	=	smoking
smokingstrik	noun	lint of koord dat men als versiering om de hals draagt bij een bepaald soort kostuum
smokingstrikje	=	smokingstrik
smokingstrikjes	=	smokingstrik
smokingstrikken	=	smokingstrik
smokinkje	=	smoking
smokinkjes	=	smoking
smokke	=	smokken
smokkel	noun	wederrechtelijk vervoer van goederen over een grens om heffingen of beperkende regels te ontduiken
smokkelaar	noun	iemand die illegaal goederen of mensen over de grens brengt
smokkelaars	=	smokkelaar
smokkelaartje	=	smokkelaar
smokkelaartjes	=	smokkelaar
smokkelaren	=	smokkelaar
smokkelarij	noun	herhaaldelijk goederen stiekem over de grens brengen om accijns, invoerrechten of een verbod te omzeilen zodat ze met veel winst kunnen worden verkocht
smokkelarijen	=	smokkelarij
smokkelarijtje	=	smokkelarij
smokkelarijtjes	=	smokkelarij
smokkelcontainer	noun	zeecontainer die wordt gebruikt om illegaal goederen (smokkelwaar), zoals drugs, wapens of mensen, de grens over te brengen
smokkelcontainers	=	smokkelcontainer
smokkelcontainertje	=	smokkelcontainer
smokkelcontainertjes	=	smokkelcontainer
smokkelde	=	smokkelen
smokkelden	=	smokkelen
smokkele	=	smokkelen
smokkelen	verb	wederrechtelijk goederen over een grens brengen om heffingen te ontduiken
smokkelend	=	smokkelen
smokkelende	=	smokkelen
smokkelgeld	noun	geld dat men illegaal de grens over brengt
smokkelgelden	=	smokkelgeld
smokkelhandel	noun	handel die gebaseerd is op illegale in- en uitvoer
smokkelschepen	=	smokkelschip
smokkelschip	noun	schip dat men gebruikt voor de illegale in- en uitvoer
smokkelt	=	smokkelen
smokkelwaar	noun	de goederen die men smokkelt, goederen die illegaal van de ene naar de andere plaats gebracht worden
smokkelwaren	=	smokkelwaar
smokken	verb	kleine plooitjes in een stof leggen en deze met allerlei siersteken vastzetten
smokkend	=	smokken
smokkende	=	smokken
smokt	=	smokken
smokte	=	smokken
smokten	=	smokken
smokwerk	noun	met stiksels plooien aanbrengen als versiering op kleding; borduursel met plooien
smokwerken	=	smokwerk
smokwerkje	=	smokwerk
smokwerkjes	=	smokwerk
smolt	=	smelten
smolte	=	smelten
smolten	=	smelten
smombie	noun	voetganger die zo verdiept is in zijn smartphone dat hij niet meer op het verkeer let
smombies	=	smombie
smook	noun	rook, walm
smookt	=	smoken
smookte	=	smoken
smookten	=	smoken
smoor	noun	damp, nevel, mist	adj	smoorverliefd
smoorde	=	smoren
smoorden	=	smoren
smoorder	=	smoor
smoordere	=	smoor
smoorders	=	smoor
smoordronken	adj	heel erg dronken
smoordronkens	=	smoordronken
smoorheet	adj	heel erg heet, intens drukkend heet
smoorheets	=	smoorheet
smoorhete	=	smoorheet
smoorklep	noun	klep waarmee men de brandstoftoevoer naar een verbrandingsmotor kan regelen
smoorklepje	=	smoorklep
smoorklepjes	=	smoorklep
smoorkleppen	=	smoorklep
smoorlijk	adv	smoorlijk verliefd: heel erg verliefd
smoors	=	smoor
smoorspoel	noun	elektrische spoel meestal gebruikt om gelijkstroom door te laten en wisselstroom te onderdrukken
smoorspoelen	=	smoorspoel
smoorspoeltje	=	smoorspoel
smoorspoeltjes	=	smoorspoel
smoorst	=	smoor
smoorste	=	smoor
smoort	=	smoren
smoorverliefd	adj	heel erg verliefd
smoorverliefde	=	smoorverliefd
smoorverliefds	=	smoorverliefd
smoorvol	adj|obsolete	intensief helemaal gevuld
smoorvolle	=	smoorvol
smoorvols	=	smoorvol
smooth	adv	soepel, schijnbaar moeiteloos
smoothde	=	smoothen
smoothen	verb	iets glad(der) maken
smoothend	=	smoothen
smoothie	noun	zachte, half vloeibare puree van groente of fruit gemengd in melk of yoghurt
smoothies	=	smoothie
smore	=	smoor
smoren	verb	iemand of iets het ademen beletten
smorend	=	smoren
smorende	=	smoren
smorens	noun	genitief van smoren
smos	noun	een (Vlaams) broodje met sla en tomaat, eventueel aangevuld met kaas of ham , mayonaise, en ei (broodje smos)
smoskont	noun	iemand die door morsen en versmeren bij zijn activiteiten veel besmeurt
smoskonten	=	smoskont
smoskontje	=	smoskont
smoskontjes	=	smoskont
smospot	noun	iemand die door morsen en versmeren bij zijn activiteiten veel besmeurt
smospotten	=	smospot
smossen	=	smos
smots	=	smotsen
smotse	=	smotsen
smotsen	verb	modderen, rommelen, kliederen, morsig doen
smotsend	=	smotsen
smotsende	=	smotsen
smotsig	adj	verlopen, smoezelig, smoezig, grauwachtig
smotsige	=	smotsig
smotsiger	=	smotsig
smotsigere	=	smotsig
smotsigers	=	smotsig
smotsigs	=	smotsig
smotsigst	=	smotsig
smotsigste	=	smotsig
smotst	=	smotsen
smotste	=	smotsen
smotsten	=	smotsen
smous	noun	scheldnaam voor een jood
smousen	=	smous
smoushond	noun	kleine hond met een bebaard gezicht
smoushonden	=	smoushond
smoushondje	=	smoushond
smoushondjes	=	smoushond
smousjas	=	smousjassen
smousjasse	=	smousjassen
smousjassen	verb	het spelen van een kaartspel dat wel als een voorloper van klaverjas gezien wordt
smousjassend	=	smousjassen
smousjassende	=	smousjassen
smousjast	=	smousjassen
smousjaste	=	smousjassen
smousjasten	=	smousjassen
smousje	=	smous
smousjes	=	smous
smout	noun	reuzel: afgesmolten buikvet van het varken, gebruikt als broodbeleg, om te braden of als smeermiddel
smoutachtig	adj	zo vet als reuzel
smoutachtige	=	smoutachtig
smoutachtiger	=	smoutachtig
smoutachtigere	=	smoutachtig
smoutachtigers	=	smoutachtig
smoutachtigs	=	smoutachtig
smoutachtigst	=	smoutachtig
smoutachtigste	=	smoutachtig
smoutbol	noun	oliebol
smoutbollen	=	smoutbol
smoutbolletje	=	smoutbol
smoutbolletjes	=	smoutbol
smoute	=	smouten
smoutebol	noun	oliebol gebakken in varkensvet
smoutebollen	=	smoutebol
smoutebolletje	=	smoutebol
smoutebolletjes	=	smoutebol
smouten	verb	iets insmeren met olie of een vettige vloeistof
smoutenbol	=	smoutebol
smoutend	=	smouten
smoutende	=	smouten
smouterig	adj	vettig, olieachtig
smouterige	=	smouterig
smouteriger	=	smouterig
smouterigere	=	smouterig
smouterigers	=	smouterig
smouterigs	=	smouterig
smouterigst	=	smouterig
smouterigste	=	smouterig
smoutig	adj	vettig, olieachtig
smoutige	=	smoutig
smoutiger	=	smoutig
smoutigere	=	smoutig
smoutigers	=	smoutig
smoutigs	=	smoutig
smoutigst	=	smoutig
smoutigste	=	smoutig
smoutje	=	smout
smoutjes	=	smout
smoutte	=	smouten
smoutten	=	smouten
smouzen	=	smous
sms	noun	dienst om met behulp van een mobiele telefoon korte berichten te versturen en te ontvangen
sms'e	=	sms'en
sms'en	verb	een sms-bericht versturen
sms'end	=	sms'en
sms'ende	=	sms'en
sms'je	=	sms
sms'jes	=	sms
sms't	=	sms'en
sms'te	=	sms'en
sms'ten	=	sms'en
sms-achtig	adj	in de vorm van een kort tekstbericht
sms-achtige	=	sms-achtig
sms-achtiger	=	sms-achtig
sms-achtigere	=	sms-achtig
sms-achtigers	=	sms-achtig
sms-achtigs	=	sms-achtig
sms-achtigst	=	sms-achtig
sms-achtigste	=	sms-achtig
sms-actie	noun	campagne waarbij grotere aantallen deelnemers worden benaderd met een berichtje op hun mobiele telefoon
sms-acties	=	sms-actie
sms-bericht	noun	tekstbericht van maximaal 140 bytes verzonden met een mobiele telefoon
sms-berichten	=	sms-bericht
sms-berichtje	=	sms-bericht
sms-berichtjes	=	sms-bericht
sms-parkeren	verb	betaald parkeren met behulp van mobiele telefoon en sms-berichten
sms-parkerende	=	sms-parkeren
sms-solidariteitsactie	noun	een solidariteitsactie waarbij er gebruik gemaakt wordt van sms om steun te betuigen
sms-solidariteitsacties	=	sms-solidariteitsactie
sms-spel	noun	telefoonspelletje dat werkt met sms-berichten
sms-spellen	=	sms-spel
sms-spelletje	=	sms-spel
sms-spelletjes	=	sms-spel
smuiger	noun	iemand die stiekem dingen doet
smuigers	=	smuiger
smuigertje	=	smuiger
smuigertjes	=	smuiger
smuik	=	smuiken
smuike	=	smuiken
smuiken	verb	misten, motregenen
smuikend	=	smuiken
smuikende	=	smuiken
smuikt	=	smuiken
smuikte	=	smuiken
smuikten	=	smuiken
smuil	=	smuilen
smuilde	=	smuilen
smuilden	=	smuilen
smuile	=	smuilen
smuilen	verb|obsolete	smullend eten
smuilend	=	smuilen
smuilende	=	smuilen
smuilt	=	smuilen
smuk	=	smukken
smukke	=	smukken
smukken	verb	versieren, tooien
smukkend	=	smukken
smukkende	=	smukken
smukkolibrie	noun	Lamprolaima rhami een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries) en de geslachtengroep Lampornithini (juweelkolibries).
smukkolibries	=	smukkolibrie
smukkolibrietje	=	smukkolibrie
smukkolibrietjes	=	smukkolibrie
smukt	=	smukken
smukte	=	smukken
smukten	=	smukken
smul	noun	het smullen
smulde	=	smullen
smulden	=	smullen
smulfestijn	noun	een feest waarbij je lekker kunt eten
smulfestijnen	=	smulfestijn
smulfestijntje	=	smulfestijn
smulfestijntjes	=	smulfestijn
smulle	=	smullen
smullen	verb	genietend eten
smullend	=	smullen
smullende	=	smullen
smuller	noun	iemand die met smaak en genoegen iets eet
smullerij	noun	verzameling van allemaal kleine lekkere gerechtjes
smullerijen	=	smullerij
smullerijtje	=	smullerij
smullerijtjes	=	smullerij
smullers	=	smuller
smullertje	=	smuller
smullertjes	=	smuller
smulletje	=	smul
smulletjes	=	smul
smulpaap	noun	iemand voor wie lekker eten het hoogste goed is, een lekkerbek
smulpaapje	=	smulpaap
smulpaapjes	=	smulpaap
smulpapen	=	smulpaap
smulpartij	noun	heerlijke maaltijd
smulpartijen	=	smulpartij
smulrol	noun	soort langwerpige loempia, met name als snack gegeten
smulrollen	=	smulrol
smulrolletje	=	smulrol
smulrolletjes	=	smulrol
smult	=	smullen
smulweb	noun	online gemeenschap van kookliefhebbers
smurf	noun	strip- en tekenfilmfiguur in de vorm van een soort blauwe kabouter met een wit mutsje, oorspronkelijk bedacht door Peyo
smurfaanval	noun	soort computeraanval waarbij een server wordt bedolven onder zoveel valse berichten dat regulier internet verkeer van en naar die server niet meer mogelijk is
smurfaanvallen	=	smurfaanval
smurfe	=	smurfen
smurfen	verb	plaatsvervanger voor ieder ander willekeurige werkwoord
smurfend	=	smurfen
smurfende	=	smurfen
smurfentaal	noun	door de smurfen gesproken taal
smurfentaaltje	=	smurfentaal
smurfentaaltjes	=	smurfentaal
smurfentalen	=	smurfentaal
smurfje	=	smurf
smurfjes	=	smurf
smurft	=	smurfen
smurfte	=	smurfen
smurften	=	smurfen
smurrie	noun	onsmakelijke weke massa
smyrna	noun	geknoopt tapijt zoals dat oorspronkelijk in Izmir werd geproduceerd
smyrna-ijsvogel	noun	Halcyon smyrnensis een vogel uit de familie van de ijsvogels.
smyrna-ijsvogels	=	smyrna-ijsvogel
smyrna-ijsvogeltje	=	smyrna-ijsvogel
smyrna-ijsvogeltjes	=	smyrna-ijsvogel
smyrnagors	noun	Emberiza cineracea een vogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
smyrnagorsje	=	smyrnagors
smyrnagorsjes	=	smyrnagors
smyrnagorzen	=	smyrnagors
smörgåsbord	noun	zeer uitgebreide Zweedse broodmaaltijd
smörgåsbords	=	smörgåsbord
smörrebröd	noun	Deens broodgerecht; rijk belegde boterham
smörrebröds	=	smörrebröd
smørrebrød	noun	een traditioneel Deens lunchgerecht dat doorgaans bestaat uit een beboterde snee roggebrood, die met een uitgebreid beleg van saus, kaas, vlees, vis, rauwkost en/of andere voedingsmiddelen versierd wordt
smørrebrøds	=	smørrebrød
snaai	noun	snelle greep om iets te verwerven
snaaide	=	snaaien
snaaiden	=	snaaien
snaaie	=	snaaien
snaaiem	noun	gebit
snaaien	verb	pikken
snaaiend	=	snaaien
snaaiende	=	snaaien
snaait	=	snaaien
snaaitje	=	snaai
snaaitjes	=	snaai
snaak	noun	grappenmaker
snaakje	=	snaak
snaakjes	=	snaak
snaaks	adj	ondeugend grappig
snaakse	=	snaaks
snaakser	=	snaaks
snaaksere	=	snaaks
snaaksers	=	snaaks
snaakst	=	snaaks
snaakste	=	snaaks
snaar	noun	lang zeer dun rond en flexibel voorwerp
snaardrum	noun	een muziekinstrument dat bestaat uit een klankkast, een slagvel (bovenvel) en een resonantievel (ondervel)
snaardrums	=	snaardrum
snaarinstrument	noun	muziekinstrument met één of meer snaren die in trilling worden gebracht door tokkelen, aanslaan of door strijken
snaarinstrumenten	=	snaarinstrument
snaarinstrumentje	=	snaarinstrument
snaarinstrumentjes	=	snaarinstrument
snaarklinker	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die een toon voortbrengen door een trillende snaar
snaarklinkers	=	snaarklinker
snaarklinkertje	=	snaarklinker
snaarklinkertjes	=	snaarklinker
snaartheorie	noun	een theorie die poogt de vier fundamentele natuurkrachten, de elektromagnetische kracht, de sterke en zwakke kernkracht en de zwaartekracht, in één universele omvattende theorie onder te brengen
snaartheorietje	=	snaartheorie
snaartheorietjes	=	snaartheorie
snaartheorieën	=	snaartheorie
snaartje	=	snaar
snaartjes	=	snaar
snabbel	noun	goed betaald werk dat men doet naast het gewone werk
snabbelaar	noun	iemand die snabbelt
snabbelaars	=	snabbelaar
snabbelaartje	=	snabbelaar
snabbelaartjes	=	snabbelaar
snabbelde	=	snabbelen
snabbelden	=	snabbelen
snabbele	=	snabbelen
snabbelen	verb	als snack eten
snabbelend	=	snabbelen
snabbelende	=	snabbelen
snabbels	=	snabbel
snabbelt	=	snabbelen
snabbeltje	=	snabbel
snabbeltjes	=	snabbel
snack	noun	een hartig hapje of tussendoortje
snackauto	noun	een gemotoriseerd mini-eetcafe waar straatvoedsel bereid en verkocht wordt tegen relatief lage prijzen; mobiele keuken
snackauto's	=	snackauto
snackautomaat	noun	een apparaat dat automatisch tussendoortjes en dranken verkoopt zonder dat er een medewerker aan te pas komt
snackautomaatje	=	snackautomaat
snackautomaatjes	=	snackautomaat
snackautomaten	=	snackautomaat
snackautootje	=	snackauto
snackautootjes	=	snackauto
snackbar	noun	een zaak waar men snacks en andere gefrituurde etenswaren verkoopt
snackbarretje	=	snackbar
snackbarretjes	=	snackbar
snackbars	=	snackbar
snackbelasting	noun	belasting op ongezonde voeding om obesitas te voorkomen
snackbelastingen	=	snackbelasting
snackcar	noun	verrijdbare, mobiele snackbar
snackcars	=	snackcar
snacke	=	snacken
snacken	verb	een (ongezond) tussendoortje eten
snackend	=	snacken
snackende	=	snacken
snackje	=	snack
snackjes	=	snack
snackmoment	noun	tijdstip waarop men een tussendoortje nuttigt
snackmomenten	=	snackmoment
snacks	=	snack
snackseks	noun	het verrichten van seksuele handelingen in ruil voor een bepaald product
snackt	=	snacken
snacktaks	noun	belasting over ongezonde voedingsmiddelen die obesitas veroorzaken
snacktaksen	=	snacktaks
snackte	=	snacken
snackten	=	snacken
snak	noun	vlotte hap, beet
snaken	=	snaak
snakerig	adj	van een persoon dat deze heftig naar iets verlangt
snakerige	=	snakerig
snakeriger	=	snakerig
snakerigere	=	snakerig
snakerigers	=	snakerig
snakerigs	=	snakerig
snakerigst	=	snakerig
snakerigste	=	snakerig
snakje	=	snak
snakjes	=	snak
snakke	=	snakken
snakken	verb	in ademnood naar lucht happen
snakkend	=	snakken
snakkende	=	snakken
snakt	=	snakken
snakte	=	snakken
snakten	=	snakken
snap	=	snappen
snapchat	=	snapchatten
snapchatte	=	snapchatten
snapchatten	verb	berichten die maar korte tijd voor de ontvanger zichtbaar zijn versturen via Snapchat
snapchattend	=	snapchatten
snapchattende	=	snapchatten
snapgun	noun	een handgereedschap dat als functie heeft om bepaalde cilindersloten zonder passende sleutel te kunnen openen
snapguns	=	snapgun
snaphaan	noun	soort munt met de afbeelding van een ruiter
snaphaantje	=	snaphaan
snaphaen	=	snaphaan
snaphanen	=	snaphaan
snappe	=	snappen
snappen	verb	vatten in de zin van begrijpen, doorhebben
snappend	=	snappen
snappende	=	snappen
snapper	noun|informal	iemand die vlot praat
snappers	noun	een familie Lutjanidae van vissen die behoren tot de orde van Perciformes.
snappertje	=	snapper
snappertjes	=	snapper
snappez-vous	intj	enigszins spottende manier om te vragen of iets begrepen is
snapshot	noun	snelle momentopname van een bewegend of veranderend voorwerp
snapshotje	=	snapshot
snapshotjes	=	snapshot
snapshots	=	snapshot
snapt	=	snappen
snapte	=	snappen
snapten	=	snappen
snar	noun	trommel met pinnen voor het losmaken van katoenvezels
snarde	=	snarren
snarden	=	snarren
snaredrum	noun	een muziekinstrument dat bestaat uit een klankkast, een slagvel (bovenvel) en een resonantievel (ondervel)
snaredrums	=	snaredrum
snaren	=	snaar
snarenspel	noun	muziek gemaakt op een snaarinstrument
snarenspelen	=	snarenspel
snarentheorie	noun	een theorie die poogt de vier fundamentele natuurkrachten, de elektromagnetische kracht, de sterke en zwakke kernkracht en de zwaartekracht, in één universele omvattende theorie onder te brengen
snarentheorieën	=	snarentheorie
snareskuifpinguïn	noun	Eudyptes robustus een pinguïnsoort die voorkomt in Nieuw-Zeeland.
snareskuifpinguïnnetje	=	snareskuifpinguïn
snareskuifpinguïnnetjes	=	snareskuifpinguïn
snareskuifpinguïns	=	snareskuifpinguïn
snaressnip	noun	Coenocorypha huegeli een vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
snaressnipje	=	snaressnip
snaressnipjes	=	snaressnip
snaressnippen	=	snaressnip
snarre	=	snarren
snarren	verb	een brommend of grommend geluid maken
snarrend	=	snarren
snars	noun|figurative	zeer klein beetje
snart	=	snarren
snater	noun	mond waar teveel en te luid geluid uitkomt
snaterachtig	adj	geneigd om te babbelen
snaterachtige	=	snaterachtig
snaterachtiger	=	snaterachtig
snaterachtigere	=	snaterachtig
snaterachtigers	=	snaterachtig
snaterachtigs	=	snaterachtig
snaterachtigst	=	snaterachtig
snaterachtigste	=	snaterachtig
snaterbek	noun	iemand die heel veel praat
snaterbekje	=	snaterbek
snaterbekjes	=	snaterbek
snaterbekken	=	snaterbek
snaterde	=	snateren
snaterden	=	snateren
snatere	=	snateren
snateren	verb	een geluid voortbrengen zoals dat van eenden
snaterend	=	snateren
snaterende	=	snateren
snaters	=	snater
snatert	=	snateren
snatertje	=	snater
snatertjes	=	snater
snauw	noun	een snauwende uitroep
snauwde	=	snauwen
snauwden	=	snauwen
snauwe	=	snauwen
snauwen	verb	iemand op geïrriteerde toon kortaf toespreken
snauwend	=	snauwen
snauwende	=	snauwen
snauwerig	adj	boos en kortaf
snauwerige	=	snauwerig
snauweriger	=	snauwerig
snauwerigere	=	snauwerig
snauwerigers	=	snauwerig
snauwerigs	=	snauwerig
snauwerigst	=	snauwerig
snauwerigste	=	snauwerig
snauwt	=	snauwen
snauwtje	=	snauw
snauwtjes	=	snauw
snavel	noun	bek van een vogel of schildpad
snavelbies	noun	een geslacht Rhynchospora uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
snavelbiesje	=	snavelbies
snavelbiesjes	=	snavelbies
snavelbiezen	=	snavelbies
snavelborstlandschildpad	noun	Chersina angulata een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
snavelborstlandschildpadden	=	snavelborstlandschildpad
snavelborstlandschildpadje	=	snavelborstlandschildpad
snavelborstlandschildpadjes	=	snavelborstlandschildpad
snaveldolfijn	noun	Steno bredanensis een vrij grote dolfijn uit de familie Delphinidae.
snaveldolfijnen	=	snaveldolfijn
snaveldolfijntje	=	snaveldolfijn
snaveldolfijntjes	=	snaveldolfijn
snavelmasker	noun	masker dat pestdokters droegen
snavelmaskers	=	snavelmasker
snavelmaskertje	=	snavelmasker
snavelmaskertjes	=	snavelmasker
snavelmos	noun	een geslacht snavelmossen (Oxyrrhynchium) van mossen
snavelmosje	=	snavelmos
snavelmosjes	=	snavelmos
snavelmossen	=	snavelmos
snavelruppia	noun	Ruppia maritima een ondergedoken, vaste waterplant, die behoort tot de ruppiafamilie (Ruppiaceae).
snavelruppia's	=	snavelruppia
snavels	=	snavel
snaveltje	=	snavel
snaveltjes	=	snavel
snavelvissen	noun	een familie Gibberichthyidae van straalvinnige vissen uit de orde van doornvissen (Stephanoberyciformes)
snavelvlieg	noun	insect uit de familie Rhagionidae van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera).
snavelvliegen	noun	Rhagionidae een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera).
snavelvliegje	=	snavelvlieg
snavelvliegjes	=	snavelvlieg
snavelvormig	adj	vorm van een snavel hebbend
snavelvormige	=	snavelvormig
snavelvormiger	=	snavelvormig
snavelvormigere	=	snavelvormig
snavelvormigers	=	snavelvormig
snavelvormigs	=	snavelvormig
snavelvormigst	=	snavelvormig
snavelvormigste	=	snavelvormig
snavelwatervlo	noun	Penilia avirostris een watervlooiensoort uit de familie van de Sididae.
snavelwatervlooien	=	snavelwatervlo
snavelwatervlooitjes	=	snavelwatervlo
snavelwatervlootje	=	snavelwatervlo
snavelzegge	noun	Carex rostrata een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
snavelzeggen	=	snavelzegge
snavelzeggeplatvoetje	noun	Platycheirus perpallidus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
snavelzeggeplatvoetjes	=	snavelzeggeplatvoetje
snavelzeggetje	=	snavelzegge
snavelzeggetjes	=	snavelzegge
sneaker	noun	gymschoen, gymp
sneakers	=	sneaker
sneakertje	=	sneaker
sneakertjes	=	sneaker
sneakpeek	noun	voorvertoning van iets dat nog niet openbaar is gemaakt
sneakpeeks	=	sneakpeek
sneaky	adj|informal	met een bewust gekozen aanpak waardoor betrokkenen er niet op tijd van weten
sneaky's	=	sneaky
sneakyer	=	sneaky
sneakyere	=	sneaky
sneakyers	=	sneaky
sneakyst	=	sneaky
sneakyste	=	sneaky
sneb	noun	snavel
snebbe	noun	sneb
snebben	=	sneb
snebbetje	=	snebbe
snebbetjes	=	snebbe
snebje	=	sneb
snebjes	=	sneb
snede	noun	scherpte, de kant waarmee gesneden wordt
snedebandbladroller	noun	Clepsis neglectana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
snedebandbladrollers	=	snedebandbladroller
snedebandbladrollertje	=	snedebandbladroller
snedebandbladrollertjes	=	snedebandbladroller
sneden	=	snee
snedes	noun	sneden, niet-officiële meervoudsvorm van het zelfstandig naamwoord snede
snedetje	=	snede
snedetjes	=	snede
snedig	adj	van opmerkingen dat ze snel gemaakt worden en op de situatie van toepassing zijn
snedige	=	snedig
snediger	=	snedig
snedigere	=	snedig
snedigers	=	snedig
snedigs	=	snedig
snedigst	=	snedig
snedigste	=	snedig
snee	noun	inkeping gemaakt door het snijden met een mes of ander scherp voorwerp
sneed	=	snijden
sneedt	=	snijden
sneef	=	sneven
sneefde	=	sneven
sneefden	=	sneven
sneeft	=	sneven
sneep	noun	bepaald soort vis die in de middenloop van een rivier leeft, Chondrostoma nasus
sneepje	=	sneep
sneer	noun	een minachtende of vernederende opmerking
sneers	=	sneer
sneertje	=	sneer
sneertjes	=	sneer
snees	=	snezen
sneesde	=	snezen
sneesden	=	snezen
sneest	=	snezen
sneetje	noun	alleen verkleinwoord dunne afgesneden plak, gewoonlijk van brood
sneetjes	=	sneetje
sneeuw	noun	in vlokkige kristallen bevroren water
sneeuwachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van sneeuw
sneeuwachtige	=	sneeuwachtig
sneeuwachtiger	=	sneeuwachtig
sneeuwachtigere	=	sneeuwachtig
sneeuwachtigers	=	sneeuwachtig
sneeuwachtigs	=	sneeuwachtig
sneeuwachtigst	=	sneeuwachtig
sneeuwachtigste	=	sneeuwachtig
sneeuwarm	adj	gekenmerkt door een naar verhouding geringe hoeveelheid sneeuw
sneeuwarme	=	sneeuwarm
sneeuwarmer	=	sneeuwarm
sneeuwarmere	=	sneeuwarm
sneeuwarmers	=	sneeuwarm
sneeuwarms	=	sneeuwarm
sneeuwarmst	=	sneeuwarm
sneeuwarmste	=	sneeuwarm
sneeuwbaard	noun	lange en dichte, witte beharing van de kin bij oude mannen Vaak genoemd als uiterlijk kenmerk van denkbeeldige figuren als Sinterklaas, de Kerstman en Koning Winter die zijn verbonden met de periode dat er meer kans op sneeuw is.
sneeuwbaarden	=	sneeuwbaard
sneeuwbal	noun	een tot een bal samengepakte hoeveelheid sneeuw, vaak bedoeld voor een speels sneeuwballengevecht of sneeuwpop
sneeuwbalde	=	sneeuwballen
sneeuwbalden	=	sneeuwballen
sneeuwbaleffect	noun	een gedurig vergrotende uitwerking
sneeuwbaleffecten	=	sneeuwbaleffect
sneeuwbalgalmug	noun	Contarinia viburnorum een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
sneeuwbalgalmuggen	=	sneeuwbalgalmug
sneeuwbalgalmugje	=	sneeuwbalgalmug
sneeuwbalgalmugjes	=	sneeuwbalgalmug
sneeuwbalhaantje	noun	Pyrrhalta viburni een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
sneeuwbalhaantjes	=	sneeuwbalhaantje
sneeuwballe	=	sneeuwballen
sneeuwballen	verb	met sneeuwballen gooien
sneeuwballend	=	sneeuwballen
sneeuwballende	=	sneeuwballen
sneeuwballengevecht	noun	speels groepsspel waarbij mensen ballen van sneeuw maken en deze naar elkaar gooien
sneeuwballengevechten	=	sneeuwballengevecht
sneeuwballengevechtje	=	sneeuwballengevecht
sneeuwballengevechtjes	=	sneeuwballengevecht
sneeuwballetje	=	sneeuwbal
sneeuwballetjes	=	sneeuwbal
sneeuwbalpokgalmug	noun	Sackenomyia reaumurii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
sneeuwbalpokgalmuggen	=	sneeuwbalpokgalmug
sneeuwbalpokgalmuggetjes	=	sneeuwbalpokgalmug
sneeuwbalpokgalmugje	=	sneeuwbalpokgalmug
sneeuwbalt	=	sneeuwballen
sneeuwbalvouwmot	noun	Phyllonorycter lantanella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
sneeuwbalvouwmotje	=	sneeuwbalvouwmot
sneeuwbalvouwmotjes	=	sneeuwbalvouwmot
sneeuwbalvouwmotten	=	sneeuwbalvouwmot
sneeuwbalwespvlinder	noun	Synanthedon andrenaeformis een vlinder uit de familie wespvlinders (Sesiidae), onderfamilie Sesiinae.
sneeuwbalwespvlinders	=	sneeuwbalwespvlinder
sneeuwbalwespvlindertje	=	sneeuwbalwespvlinder
sneeuwbalwespvlindertjes	=	sneeuwbalwespvlinder
sneeuwband	noun	speciale autoband ter voorkoming van ongelukken op besneeuwde wegen
sneeuwbanden	=	sneeuwband
sneeuwbandje	=	sneeuwband
sneeuwbandjes	=	sneeuwband
sneeuwbank	noun	plaatselijke opeenhoping van sneeuw onder invloed van de wind in de vorm van een langgerekte bank
sneeuwbanken	=	sneeuwbank
sneeuwbankje	=	sneeuwbank
sneeuwbankjes	=	sneeuwbank
sneeuwbeer	noun	Spilosoma urticae een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
sneeuwbeertje	=	sneeuwbeer
sneeuwbeertjes	=	sneeuwbeer
sneeuwberen	=	sneeuwbeer
sneeuwberg	noun	met sneeuw bedekte berg
sneeuwbergen	=	sneeuwberg
sneeuwbergje	=	sneeuwberg
sneeuwbergjes	=	sneeuwberg
sneeuwbes	noun	Symphoricarpos albus een struik, die behoort tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
sneeuwbesje	=	sneeuwbes
sneeuwbessen	=	sneeuwbes
sneeuwbestendig	adj	geschikt gemaakt om te blijven functioneren in de sneeuw
sneeuwbestendige	=	sneeuwbestendig
sneeuwbestendiger	=	sneeuwbestendig
sneeuwbestendigere	=	sneeuwbestendig
sneeuwbestendigers	=	sneeuwbestendig
sneeuwbestendigs	=	sneeuwbestendig
sneeuwbestendigst	=	sneeuwbestendig
sneeuwbestendigste	=	sneeuwbestendig
sneeuwblazer	noun	toebehoor van een sneeuwtrekker of handgedreven toestel dat sneeuw opgraaft en in een wijde boog wegblaast
sneeuwblazers	=	sneeuwblazer
sneeuwblazertje	=	sneeuwblazer
sneeuwblazertjes	=	sneeuwblazer
sneeuwblind	adj	verblind door de hevige schittering van de sneeuw
sneeuwblinde	=	sneeuwblind
sneeuwblinder	=	sneeuwblind
sneeuwblindere	=	sneeuwblind
sneeuwblinders	=	sneeuwblind
sneeuwblindheid	noun	hoornvliesontsteking door blootstelling aan een overmaat aan uv-straling op open sneeuwvlakten
sneeuwblinds	=	sneeuwblind
sneeuwblindst	=	sneeuwblind
sneeuwblindste	=	sneeuwblind
sneeuwbogen	=	sneeuwboog
sneeuwbol	noun	een transparante bol waarin een miniatuurscène te zien is in de vorm van een (sneeuw)landschap, met in de bol vlokken die als sneeuw kunnen vallen
sneeuwbollen	=	sneeuwbol
sneeuwbolletje	=	sneeuwbol
sneeuwboog	noun	een regenboog veroorzaakt door vallende sneeuw
sneeuwboogje	=	sneeuwboog
sneeuwboogjes	=	sneeuwboog
sneeuwbrij	noun	een brij van sneeuw en ijs.
sneeuwbrijen	=	sneeuwbrij
sneeuwbrijtje	=	sneeuwbrij
sneeuwbrijtjes	=	sneeuwbrij
sneeuwbril	noun	speciale bril ter voorkoming van sneeuwblindheid
sneeuwbrillen	=	sneeuwbril
sneeuwbrilletje	=	sneeuwbril
sneeuwbrilletjes	=	sneeuwbril
sneeuwbrug	noun	een natuurlijke brug gemaakt van ijs en sneeuw
sneeuwbruggen	=	sneeuwbrug
sneeuwbrugje	=	sneeuwbrug
sneeuwbrugjes	=	sneeuwbrug
sneeuwbui	noun	een bui sneeuw
sneeuwbuien	=	sneeuwbui
sneeuwbuikamazilia	noun	Elliotomyia chionogaster een vogel uit de familie Trochilidae en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
sneeuwbuikamazilia's	=	sneeuwbuikamazilia
sneeuwbuikamaziliaatje	=	sneeuwbuikamazilia
sneeuwbuikamaziliaatjes	=	sneeuwbuikamazilia
sneeuwbuitje	=	sneeuwbui
sneeuwbuitjes	=	sneeuwbui
sneeuwcotinga	noun	Carpodectes nitidus een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
sneeuwcotinga's	=	sneeuwcotinga
sneeuwcotingaatje	=	sneeuwcotinga
sneeuwcotingaatjes	=	sneeuwcotinga
sneeuwde	=	sneeuwen
sneeuwdek	noun	een laag sneeuw op de bodem, die wordt gevormd als gevolg van sneeuwval en sneeuwstormen en gedurende een bepaalde periode blijft liggen
sneeuwdekje	=	sneeuwdek
sneeuwdekjes	=	sneeuwdek
sneeuwdekken	=	sneeuwdek
sneeuwden	=	sneeuwen
sneeuwdoolhof	noun	een doolhof gemaakt van (blokken) sneeuw waarin mensen een centraal punt of de uitgang moeten bereiken
sneeuwdoolhoven	=	sneeuwdoolhof
sneeuwduif	noun	Columba leuconota een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
sneeuwduifje	=	sneeuwduif
sneeuwduifjes	=	sneeuwduif
sneeuwduiven	=	sneeuwduif
sneeuwe	=	sneeuwen
sneeuwen	verb	het vallen van hemelwater in de vorm van sneeuwvlokken	adj	van sneeuw
sneeuwend	=	sneeuwen
sneeuwende	=	sneeuwen
sneeuwerig	adj	op sneeuw lijkend
sneeuwerige	=	sneeuwerig
sneeuweriger	=	sneeuwerig
sneeuwerigere	=	sneeuwerig
sneeuwerigers	=	sneeuwerig
sneeuwerigs	=	sneeuwerig
sneeuwerigst	=	sneeuwerig
sneeuwerigste	=	sneeuwerig
sneeuwfrees	noun	voertuig dat sneeuw losfreest en wegblaast
sneeuwfreesje	=	sneeuwfrees
sneeuwfreesjes	=	sneeuwfrees
sneeuwfrezen	=	sneeuwfrees
sneeuwfront	noun	een front [3] waaruit sneeuw verwacht wordt
sneeuwfronten	=	sneeuwfront
sneeuwfrontje	=	sneeuwfront
sneeuwfrontjes	=	sneeuwfront
sneeuwgans	noun	Chen caerulescens is een gans van het hoge noorden van Noordoost-Siberië, Alaska, Canada en Groenland, waar hij broedt op de toendra ten noorden van de boomgrens.
sneeuwgansje	=	sneeuwgans
sneeuwgansjes	=	sneeuwgans
sneeuwganzen	=	sneeuwgans
sneeuwgebergte	noun	met sneeuw bedekt gebergte
sneeuwgebergten	=	sneeuwgebergte
sneeuwgebergtes	=	sneeuwgebergte
sneeuwgebied	noun	met sneeuw bedekt gebied
sneeuwgebieden	=	sneeuwgebied
sneeuwgebiedje	=	sneeuwgebied
sneeuwgebiedjes	=	sneeuwgebied
sneeuwgeit	noun	Oreamnos americanus een groot hoefdier uit de Rocky Mountains.
sneeuwgeiten	=	sneeuwgeit
sneeuwgeitje	=	sneeuwgeit
sneeuwgeitjes	=	sneeuwgeit
sneeuwgentiaan	noun	Gentiana nivalis een plant uit de gentiaanfamilie.
sneeuwgentiaantje	=	sneeuwgentiaan
sneeuwgentiaantjes	=	sneeuwgentiaan
sneeuwgentianen	=	sneeuwgentiaan
sneeuwgeruimd	=	sneeuwruimen
sneeuwgier	noun	Gyps himalayensis Himalayagier; een roofvogel uit de familie Aegypiinae (gieren van de Oude Wereld)
sneeuwgieren	=	sneeuwgier
sneeuwgiertje	=	sneeuwgier
sneeuwgiertjes	=	sneeuwgier
sneeuwgordel	noun	gordelvormig gebied dat gemeenlijk met sneeuw bedekt is
sneeuwgordels	=	sneeuwgordel
sneeuwgordeltje	=	sneeuwgordel
sneeuwgordeltjes	=	sneeuwgordel
sneeuwgors	noun	Plectrophenax nivalis een zangvogel uit de familie van de Calcariidae
sneeuwgorsje	=	sneeuwgors
sneeuwgorsjes	=	sneeuwgors
sneeuwgorzen	noun	een geslacht Plectrophenax van vogels uit de familie van de Calcariidae.
sneeuwgrens	noun	de (hoogte)lijn in de bergen waar de sneeuw begint.
sneeuwgrenzen	=	sneeuwgrens
sneeuwhaas	noun	Lepus timidus haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae)
sneeuwhaasje	=	sneeuwhaas
sneeuwhaasjes	=	sneeuwhaas
sneeuwhasen	=	sneeuwhaas
sneeuwhazen	=	sneeuwhaas
sneeuwhelling	noun	met sneeuw bedekte glooiing in het landschap
sneeuwhellingen	=	sneeuwhelling
sneeuwhellinkje	=	sneeuwhelling
sneeuwhellinkjes	=	sneeuwhelling
sneeuwhoen	noun	patrijsachtige vogel uit koude streken, die in de zomer een bruinig en in de winter wit verenkleed heeft, Lagopus mutus
sneeuwhoender	=	sneeuwhoen
sneeuwhoenderen	=	sneeuwhoen
sneeuwhoenders	noun	een geslacht Lagopus van vogels uit de familie fazantachtigen (Phasianidae)
sneeuwhoendertje	=	sneeuwhoen
sneeuwhoendertjes	=	sneeuwhoen
sneeuwhoenen	=	sneeuwhoen
sneeuwhoentje	=	sneeuwhoen
sneeuwhoentjes	=	sneeuwhoen
sneeuwhoop	noun	een grote opeenhoping van sneeuw
sneeuwhopen	=	sneeuwhoop
sneeuwhouwer	noun	iemand die uit een berg sneeuw een vorm houwt, meestal als kunstvorm.
sneeuwhouwers	=	sneeuwhouwer
sneeuwhouwertje	=	sneeuwhouwer
sneeuwhouwertjes	=	sneeuwhouwer
sneeuwhut	noun	een rond huis van blokken sneeuw
sneeuwhutje	=	sneeuwhut
sneeuwhutten	=	sneeuwhut
sneeuwijs	noun	ijs ontstaan door het opnieuw bevriezen van gedeeltelijk gesmolten sneeuw
sneeuwjacht	noun	sneeuwval met windstoten boven windkracht 5 waardoor er vaak weinig zicht is, afhankelijk van de intensiteit van de sneeuw
sneeuwjachten	=	sneeuwjacht
sneeuwjachtje	=	sneeuwjacht
sneeuwkalkoen	noun	een geheel wit ras van de tamme kalkoen Meleagris gallopavo
sneeuwkalkoenen	=	sneeuwkalkoen
sneeuwkalkoentje	=	sneeuwkalkoen
sneeuwkalkoentjes	=	sneeuwkalkoen
sneeuwkanon	noun	toestel dat bij vorstig weer water in een fijne mist vernevelt en met een krachtige ventilator als sneeuw over een skipiste blaast
sneeuwkanonnen	=	sneeuwkanon
sneeuwkanonnetje	=	sneeuwkanon
sneeuwkanonnetjes	=	sneeuwkanon
sneeuwkapmanakin	noun	Lepidothrix nattereri een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
sneeuwkapmanakinnetje	=	sneeuwkapmanakin
sneeuwkapmanakinnetjes	=	sneeuwkapmanakin
sneeuwkapmanakins	=	sneeuwkapmanakin
sneeuwkeelkoningstiran	noun	Tyrannus niveigularis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
sneeuwkeelkoningstirannen	=	sneeuwkeelkoningstiran
sneeuwkeelkoningstirannetje	=	sneeuwkeelkoningstiran
sneeuwkeelkoningstirannetjes	=	sneeuwkeelkoningstiran
sneeuwketting	noun	een hulpmiddel dat wordt aangebracht om de banden van auto's en andere motorvoertuigen een betere grip te geven op een besneeuwde ondergrond
sneeuwkettingen	=	sneeuwketting
sneeuwkettinkje	=	sneeuwketting
sneeuwkettinkjes	=	sneeuwketting
sneeuwklas	noun	onderwijs in de openlucht gericht op wintersportactiviteiten
sneeuwklasje	=	sneeuwklas
sneeuwklasjes	=	sneeuwklas
sneeuwklasse	noun	onderwijs in de openlucht gericht op wintersportactiviteiten
sneeuwklassen	=	sneeuwklas
sneeuwklokje	noun	een geslacht Galanthus van twintig soorten bolgewassen uit de narcisfamilie (Amaryllidaceae), die in Europa en West-Azië voorkomen.
sneeuwklokjes	=	sneeuwklokje
sneeuwklokjesbomen	=	sneeuwklokjesboom
sneeuwklokjesboom	noun	Halesia carolina een struik uit de familie Styracaceae.
sneeuwklokjesboompje	=	sneeuwklokjesboom
sneeuwklokjesboompjes	=	sneeuwklokjesboom
sneeuwkop	noun	besneeuwde bergtop
sneeuwkopje	=	sneeuwkop
sneeuwkopjes	=	sneeuwkop
sneeuwkoppen	=	sneeuwkop
sneeuwkristal	noun	kristal met een zeshoekige vorm gemaakt van bevroren water
sneeuwkristallen	=	sneeuwkristal
sneeuwkristalletje	=	sneeuwkristal
sneeuwkristalletjes	=	sneeuwkristal
sneeuwlaag	noun	laag sneeuw die de grond bedekt
sneeuwlaagje	=	sneeuwlaag
sneeuwlaagjes	=	sneeuwlaag
sneeuwlagen	=	sneeuwlaag
sneeuwlandschap	noun	een gebied bedekt met een laag sneeuw
sneeuwlandschapje	=	sneeuwlandschap
sneeuwlandschapjes	=	sneeuwlandschap
sneeuwlandschappen	=	sneeuwlandschap
sneeuwlawine	noun	massa sneeuw die onder zijn eigen gewicht een helling af komt zetten
sneeuwlawinen	=	sneeuwlawine
sneeuwlawines	=	sneeuwlawine
sneeuwlawinetje	=	sneeuwlawine
sneeuwlawinetjes	=	sneeuwlawine
sneeuwlucht	noun	wolkenlucht die de komst van sneeuw doet vermoeden
sneeuwluchten	=	sneeuwlucht
sneeuwluchtje	=	sneeuwlucht
sneeuwluchtjes	=	sneeuwlucht
sneeuwluipaard	noun	bepaald soort zoogdier, Panthera uncia, katachtige uit de familie van de grote katten, Felidae
sneeuwluipaarden	=	sneeuwluipaard
sneeuwluipaardje	=	sneeuwluipaard
sneeuwluipaardjes	=	sneeuwluipaard
sneeuwmachientje	=	sneeuwmachine
sneeuwmachientjes	=	sneeuwmachine
sneeuwmachine	noun	toestel dat nepsneeuw uitblaast
sneeuwmachines	=	sneeuwmachine
sneeuwmachinetje	=	sneeuwmachine
sneeuwmachinetjes	=	sneeuwmachine
sneeuwman	noun	een pop gemaakt van sneeuw
sneeuwmannen	=	sneeuwman
sneeuwmannetje	=	sneeuwman
sneeuwmannetjes	=	sneeuwman
sneeuwmassa	noun	een grote hoeveelheid sneeeuw
sneeuwmassa's	=	sneeuwmassa
sneeuwmeter	noun	een toestel dat de hoeveelheid gevallen sneeuw (d.i. vaste neerslag) meet
sneeuwmeters	=	sneeuwmeter
sneeuwmetertje	=	sneeuwmeter
sneeuwmetertjes	=	sneeuwmeter
sneeuwmobiel	noun	voertuig voorzien ski's en rupsbanden dat zich over sneeuw kan voortbewegen
sneeuwmobielen	=	sneeuwmobiel
sneeuwmobieltje	=	sneeuwmobiel
sneeuwmobieltjes	=	sneeuwmobiel
sneeuwmot	noun	insect uit de familie Lyonetiidae van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
sneeuwmotje	=	sneeuwmot
sneeuwmotjes	=	sneeuwmot
sneeuwmotten	noun	Lyonetiidae een familie van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
sneeuwmug	noun	Chionea (Sphaeconophilus) belgica een tweevleugelige uit de familie steltmuggen (Limoniidae).
sneeuwmuggen	=	sneeuwmug
sneeuwmuggetje	=	sneeuwmug
sneeuwmuggetjes	=	sneeuwmug
sneeuwmugje	=	sneeuwmug
sneeuwmuis	noun	Chionomys nivalis knaagdier uit de onderfamilie der woelmuizen (Arvicolinae) van de familie der woelmuizen, hamsters en muizen en ratten van de Nieuwe Wereld (Cricetidae).
sneeuwmuisje	=	sneeuwmuis
sneeuwmuisjes	=	sneeuwmuis
sneeuwmuizen	=	sneeuwmuis
sneeuwoverlast	noun	op een onacceptabel niveau hinder ondervinden van sneeuw
sneeuwpanter	noun	bepaald soort zoogdier, Panthera uncia, een katachtig zoogdier dat leeft in China, Rusland, Mongolië, Nepal, Bhutan en Afghanistan
sneeuwpanters	=	sneeuwpanter
sneeuwpantertje	=	sneeuwpanter
sneeuwpantertjes	=	sneeuwpanter
sneeuwpatrijs	noun	Lerwa lerwa een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
sneeuwpatrijsje	=	sneeuwpatrijs
sneeuwpatrijsjes	=	sneeuwpatrijs
sneeuwpatrijzen	=	sneeuwpatrijs
sneeuwploeg	noun	voertuig voorzien van een sneeuwschild waarmee een weg dor de sneeuw gebaand wordt
sneeuwploegen	=	sneeuwploeg
sneeuwploegje	=	sneeuwploeg
sneeuwploegjes	=	sneeuwploeg
sneeuwpop	noun	een pop die gemaakt is van sneeuw
sneeuwpopje	=	sneeuwpop
sneeuwpopjes	=	sneeuwpop
sneeuwpoppen	=	sneeuwpop
sneeuwpoppetje	=	sneeuwpop
sneeuwpoppetjes	=	sneeuwpop
sneeuwpret	noun	plezier verschaft door gevallen sneeuw
sneeuwprinses	noun	een prinses die leeft in een wereld van sneeuw en ijs en dat uitstraalt, vaak zachtaardiger dan een ijsprinses
sneeuwprinsesje	=	sneeuwprinses
sneeuwprinsesjes	=	sneeuwprinses
sneeuwprinsessen	=	sneeuwprinses
sneeuwprut	noun	halfgesmolten sneeuw met modder vermengd
sneeuwroem	noun	een niet langer geldig geslacht Chionodoxa uit de aspergefamilie (Asparagaceae), waarvan de soorten nu in het geslacht Scilla worden ondergebracht
sneeuwroller	noun	ontstaat wanneer een sterke wind vat krijgt op een sneeuwlaag op kale velden of hellingen.
sneeuwrollers	=	sneeuwroller
sneeuwrollertje	=	sneeuwroller
sneeuwrollertjes	=	sneeuwroller
sneeuwruim	=	sneeuwruimen
sneeuwruimde	=	sneeuwruimen
sneeuwruimden	=	sneeuwruimen
sneeuwruime	=	sneeuwruimen
sneeuwruimen	verb	wegen, trottoirs, enz. sneeuwvrij maken	noun	de verwijdering van sneeuw van wegen, trottoirs, enz.
sneeuwruimend	=	sneeuwruimen
sneeuwruimende	=	sneeuwruimen
sneeuwruimt	=	sneeuwruimen
sneeuwschaap	noun	Ovis nivicola een schapensoort uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
sneeuwschaapje	=	sneeuwschaap
sneeuwschaapjes	=	sneeuwschaap
sneeuwschans	noun	constructie die een met sneeuw bedekt talud draagt
sneeuwschansen	=	sneeuwschans
sneeuwschansje	=	sneeuwschans
sneeuwschansjes	=	sneeuwschans
sneeuwschapen	=	sneeuwschaap
sneeuwschep	noun	een stuk handgereedschap dat wordt gebruikt om sneeuw te verplaatsen
sneeuwschepje	=	sneeuwschep
sneeuwschepjes	=	sneeuwschep
sneeuwscheppen	=	sneeuwschep
sneeuwschild	noun	een hol schildvormig toebehoor dat als deel van een sneeuwschuiver voor een voertuig aangebracht kan worden en waarmee sneeuw zijdelings van een weg verwijderd wordt
sneeuwschilden	=	sneeuwschild
sneeuwschildje	=	sneeuwschild
sneeuwschildjes	=	sneeuwschild
sneeuwschimmel	noun	Monographella nivalis var. nivalis, Fusarium nivale een parasitaire schimmel, die tot de familie Amphisphaeriaceae gerekend wordt.
sneeuwschimmels	=	sneeuwschimmel
sneeuwschimmeltje	=	sneeuwschimmel
sneeuwschimmeltjes	=	sneeuwschimmel
sneeuwschoen	noun	plat, breed onderstel onder de schoenen waarmee men vlug over de sneeuw kan lopen
sneeuwschoenen	=	sneeuwschoen
sneeuwschoentje	=	sneeuwschoen
sneeuwschoentjes	=	sneeuwschoen
sneeuwschop	noun	een stuk handgereedschap dat wordt gebruikt om sneeuw te verplaatsen
sneeuwschopje	=	sneeuwschop
sneeuwschopjes	=	sneeuwschop
sneeuwschoppen	=	sneeuwschop
sneeuwschuiver	noun	een apparaat met een steel en een blad waarmee sneeuw verschoven kan worden
sneeuwschuivers	=	sneeuwschuiver
sneeuwschuivertje	=	sneeuwschuiver
sneeuwschuivertjes	=	sneeuwschuiver
sneeuwscooter	noun	motorvoertuig waarmee men zich over sneeuw en ijs kan voortbewegen
sneeuwscooters	=	sneeuwscooter
sneeuwscootertje	=	sneeuwscooter
sneeuwscootertjes	=	sneeuwscooter
sneeuwspringer	noun	Boreus hyemalis een insect uit de orde van de Mecoptera, familie van de Boreidae (Sneeuwvlooien).
sneeuwspringers	=	sneeuwspringer
sneeuwspringertje	=	sneeuwspringer
sneeuwspringertjes	=	sneeuwspringer
sneeuwstorm	noun	hevige sneeuwval gepaard met sterke wind
sneeuwstormen	=	sneeuwstorm
sneeuwstormpje	=	sneeuwstorm
sneeuwstormpjes	=	sneeuwstorm
sneeuwstormvogel	noun	Pagodroma nivea een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
sneeuwstormvogels	=	sneeuwstormvogel
sneeuwstormvogeltje	=	sneeuwstormvogel
sneeuwstormvogeltjes	=	sneeuwstormvogel
sneeuwt	=	sneeuwen
sneeuwtop	noun	met sneeuw bedekte bergtop
sneeuwtopje	=	sneeuwtop
sneeuwtopjes	=	sneeuwtop
sneeuwtoppen	=	sneeuwtop
sneeuwtrekker	noun	voertuig, gewoonlijk een tractor, die speciaal is uitgerust om sneeuw te ruimen
sneeuwtrekkers	=	sneeuwtrekker
sneeuwtrekkertje	=	sneeuwtrekker
sneeuwtrekkertjes	=	sneeuwtrekker
sneeuwuil	noun	bepaald soort vogel, Bubo scandiacus, die vooral leeft op de besneeuwde toendra's
sneeuwuilen	=	sneeuwuil
sneeuwuiltje	=	sneeuwuil
sneeuwuiltjes	=	sneeuwuil
sneeuwvakantie	noun	Vakantie waarbij skiën de belangrijkste activiteit is.
sneeuwvakanties	=	sneeuwvakantie
sneeuwvakantietje	=	sneeuwvakantie
sneeuwvakantietjes	=	sneeuwvakantie
sneeuwval	noun	het vallen van sneeuw
sneeuwvallen	=	sneeuwval
sneeuwvalletje	=	sneeuwval
sneeuwveld	noun	een groot gebied dat -vaak permanent- door een relatief vlakke sneeuwlaag wordt bedekt
sneeuwvelden	=	sneeuwveld
sneeuwveldje	=	sneeuwveld
sneeuwveldjes	=	sneeuwveld
sneeuwverstuiving	noun	plaatselijke opeenhoping van sneeuw onder invloed van de wind
sneeuwverstuivingen	=	sneeuwverstuiving
sneeuwverstuivinkje	=	sneeuwverstuiving
sneeuwverstuivinkjes	=	sneeuwverstuiving
sneeuwvink	noun	Montifringilla nivalis, een zangvogel uit de familie van mussen en sneeuwvinken Passeridae
sneeuwvinken	noun	een geslacht Onychostruthus van zangvogels uit de mussenfamilie (Passeridae)
sneeuwvinkje	=	sneeuwvink
sneeuwvinkjes	=	sneeuwvink
sneeuwvlaag	noun	een plotselinge verheviging van de sneeuwval
sneeuwvlaagje	=	sneeuwvlaag
sneeuwvlaagjes	=	sneeuwvlaag
sneeuwvlagen	=	sneeuwvlaag
sneeuwvlakte	noun	gebied dat bedekt is door een egale sneeuwlaag
sneeuwvlakten	=	sneeuwvlakte
sneeuwvlaktes	=	sneeuwvlakte
sneeuwvlekje	noun	Eurrhypis pollinalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
sneeuwvlekjes	=	sneeuwvlekje
sneeuwvlo	noun	Boreidae een insect uit de kleine familie van schorpioenvliegachtigen (Mecoptera) van ongeveer dertig soorten.
sneeuwvlok	noun	een kleine massa aaneengehechte sneeuwkristallen
sneeuwvlokje	=	sneeuwvlok
sneeuwvlokjes	=	sneeuwvlok
sneeuwvlokken	=	sneeuwvlok
sneeuwvlooien	noun	Boreidae een kleine familie van schorpioenvliegachtigen (Mecoptera) van ongeveer dertig soorten.
sneeuwvlooitje	=	sneeuwvlo
sneeuwvlooitjes	=	sneeuwvlo
sneeuwvlootje	=	sneeuwvlo
sneeuwvlootjes	=	sneeuwvlo
sneeuwvrij	adj	zonder sneeuw; ontdaan van sneeuw
sneeuwvrije	=	sneeuwvrij
sneeuwvrijer	=	sneeuwvrij
sneeuwvrijere	=	sneeuwvrij
sneeuwvrijers	=	sneeuwvrij
sneeuwvrijs	=	sneeuwvrij
sneeuwvrijst	=	sneeuwvrij
sneeuwvrijste	=	sneeuwvrij
sneeuwvrouw	noun	een vrouwelijke sneeuwpop
sneeuwvrouwen	=	sneeuwvrouw
sneeuwvrouwtje	=	sneeuwvrouw
sneeuwvrouwtjes	=	sneeuwvrouw
sneeuwwater	noun	gesmolten sneeuw
sneeuwwilg	noun	Salix reticulata (syn.
sneeuwwilgen	=	sneeuwwilg
sneeuwwilgje	=	sneeuwwilg
sneeuwwilgjes	=	sneeuwwilg
sneeuwwit	noun	zo wit als sneeuw	adj	de kleur sneeuwwit hebbend, zo wit als sneeuw
sneeuwwitje	noun	drank gemaakt door bier met frisdrank te mengen
sneeuwwitjes	=	sneeuwwitje
sneeuwwitjesyndroom	noun	syndroom waarbij iemand zich als een reactie op stress volledig afsluit van de buitenwereld en in een soort coma of slaap lijt te bevinden
sneeuwwits	=	sneeuwwit
sneeuwwitst	=	sneeuwwit
sneeuwwitste	=	sneeuwwit
sneeuwwitte	=	sneeuwwit
sneeuwwitten	=	sneeuwwit
sneeuwwitter	=	sneeuwwit
sneeuwwittere	=	sneeuwwit
sneeuwwitters	=	sneeuwwit
sneeuwwolk	noun	wolk waaruit sneeuwval verwacht mag worden
sneeuwwolken	=	sneeuwwolk
sneeuwwolkje	=	sneeuwwolk
sneeuwwolkjes	=	sneeuwwolk
sneeuwzeker	adj	verzekerd van de aanwezigheid van sneeuw in het winterseizoen	adv	op sneeuwzekere wijze, onder sneeuwzekere omstandigheden
sneeuwzekerder	=	sneeuwzeker
sneeuwzekerdere	=	sneeuwzeker
sneeuwzekerders	=	sneeuwzeker
sneeuwzekere	=	sneeuwzeker
sneeuwzekers	=	sneeuwzeker
sneeuwzekerst	=	sneeuwzeker
sneeuwzekerste	=	sneeuwzeker
sneeuwzone	noun	gebied waarin sneeuwval verwacht wordt
sneeuwzonen	=	sneeuwzone
sneeuwzones	=	sneeuwzone
sneeuwzwammetje	noun	Cuphophyllus virgineus een schimmel uit de familie Hygrophoraceae.
sneeuwzwammetjes	=	sneeuwzwammetje
sneeën	=	snee
snek	noun	kegelvormig lichaam waarin een spiraalvormige groef is uitgespaard
snekje	=	snek
snekken	=	snek
snel	adj	in korte tijd
snelbinder	noun	elastische riem om iets op de bagagedrager van een fiets vast te maken
snelbinders	=	snelbinder
snelbindertje	=	snelbinder
snelbindertjes	=	snelbinder
snelbuffet	noun	buffet waar men staande iets gebruikt
snelbuffetten	=	snelbuffet
snelbus	noun	een bus die snel kan rijden omdat ze bij weinig haltes stopt of rijdt over een aparte rijstrook of weg
snelbusje	=	snelbus
snelbusjes	=	snelbus
snelbussen	=	snelbus
snelde	=	snellen
snelden	=	snellen
sneldicht	noun	puntdicht, epigram
sneldichten	=	sneldicht
sneldichter	noun	schrijver van sneldichten (puntdichten, epigrammen)
sneldichters	=	sneldichter
snelfietspad	noun	fietspad waar snel wordt gereden
snelfietspaden	=	snelfietspad
snelfietsroute	noun	breed fietspad met twee rijstroken dat functioneert als een veilige, snelle en hoogwaardige verbinding voor fietsers
snelfietsrouten	=	snelfietsroute
snelfietsroutes	=	snelfietsroute
snelfilter	noun	koffiezetapparaat met een filtertoestel dat de koffie snel filtreert
snelfilters	=	snelfilter
snelfiltertje	=	snelfilter
snelfiltertjes	=	snelfilter
snelfoon	noun|obsolete	telefooncel waarin men alleen maar heel korte gesprekken kan voeren
snelfoons	=	snelfoon
snelgroeiend	adj	in korte tijd sterk in omvang toenemend
snelgroeiende	=	snelgroeiend
snelgroeiends	=	snelgroeiend
snelhechter	noun	dun plastic mapje met een ingebouwd snelhechtmechanisme zoals onder [2] beschreven
snelhechters	=	snelhechter
snelhechtertje	=	snelhechter
snelhechtertjes	=	snelhechter
snelheden	=	snelheid
snelheid	noun	verhouding tussen de afgelegde weg en de daarvoor gebruikte tijd bij verplaatsing van een voorwerp
snelheidje	=	snelheid
snelheidjes	=	snelheid
snelheidsbegrenzer	noun	voorziening in motorvoertuigen om rijden boven een bepaalde maximumsnelheid tegen te gaan
snelheidsbegrenzers	=	snelheidsbegrenzer
snelheidsbegrenzertje	=	snelheidsbegrenzer
snelheidsbegrenzertjes	=	snelheidsbegrenzer
snelheidsbeperking	noun	hoogste toegestane snelheid voor motorvoertuigen op een bepaalde rijbaan of type weg
snelheidsbeperkingen	=	snelheidsbeperking
snelheidsbord	noun	een verkeersbord dat aangeeft hoe hard je op een bepaalde weg mag rijden
snelheidsborden	=	snelheidsbord
snelheidsbordje	=	snelheidsbord
snelheidsbordjes	=	snelheidsbord
snelheidscontainer	noun	verplaatsbare flitspaal
snelheidscontainers	=	snelheidscontainer
snelheidscontainertje	=	snelheidscontainer
snelheidscontainertjes	=	snelheidscontainer
snelheidsdeken	noun	het instellen van een maximumsnelheid over een langer deel van de autosnelweg als veiligheidsmaatregel of als middel om de doorstroming van het verkeer te bevorderen
snelheidsdekens	=	snelheidsdeken
snelheidsdisplay	noun	een verkeersbord waarmee weggebruikers geconfronteerd worden met hun snelheid
snelheidsdisplays	=	snelheidsdisplay
snelheidsdisplaytje	=	snelheidsdisplay
snelheidsdisplaytjes	=	snelheidsdisplay
snelheidsduivel	noun	persoon die zich niet aan de snelheidsbeperkingen houdt
snelheidsduivels	=	snelheidsduivel
snelheidsduiveltje	=	snelheidsduivel
snelheidsduiveltjes	=	snelheidsduivel
snelheidslimiet	noun	de maximale snelheid van iets
snelheidslimieten	=	snelheidslimiet
snelheidslimietje	=	snelheidslimiet
snelheidslimietjes	=	snelheidslimiet
snelheidsmaat	noun	de eenheid waarin snelheid wordt gemeten of aangeduid
snelheidsmaatje	=	snelheidsmaat
snelheidsmaatjes	=	snelheidsmaat
snelheidsmaniak	noun	iemand die bezeten is van snel rijden
snelheidsmaniakken	=	snelheidsmaniak
snelheidsmaten	=	snelheidsmaat
snelheidsmeter	noun	meter die de snelheid meet van de lucht
snelheidsmeters	=	snelheidsmeter
snelheidsmetertje	=	snelheidsmeter
snelheidsmetertjes	=	snelheidsmeter
snelheidsoverschrijding	noun	het sneller rijden dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid.
snelheidsoverschrijdingen	=	snelheidsoverschrijding
snelheidsoverschrijdinkje	=	snelheidsoverschrijding
snelheidsoverschrijdinkjes	=	snelheidsoverschrijding
snelheidsovertreding	noun	een overtreding van de gestelde maximumsnelheid op de openbare weg
snelheidsovertredingen	=	snelheidsovertreding
snelheidsovertredinkje	=	snelheidsovertreding
snelheidsovertredinkjes	=	snelheidsovertreding
snelheidsrecord	noun	de keer dat men sneller is gegaan dan iedereen anders ooit is gegaan
snelheidsrecordje	=	snelheidsrecord
snelheidsrecordjes	=	snelheidsrecord
snelheidsrecords	=	snelheidsrecord
snelheidsremmend	adj	van iets dat het een vertragende werking heeft (op verkeer)
snelheidsremmende	=	snelheidsremmend
snelheidsremmender	=	snelheidsremmend
snelheidsremmendere	=	snelheidsremmend
snelheidsremmenders	=	snelheidsremmend
snelheidsremmends	=	snelheidsremmend
snelheidsremmendst	=	snelheidsremmend
snelheidsremmendste	=	snelheidsremmend
snelheidsverhoging	noun	een verhoging van de datasnelheid van uw internetabonnement.
snelheidsverhogingen	=	snelheidsverhoging
snelheidsverhoginkje	=	snelheidsverhoging
snelheidsverhoginkjes	=	snelheidsverhoging
snelheidsverlaging	noun	een vermindering van de snelheid
snelheidsverlagingen	=	snelheidsverlaging
snelheidsverlaginkje	=	snelheidsverlaging
snelheidsverlaginkjes	=	snelheidsverlaging
snelheidsverschil	noun	de snelheid van twee of meer voorwerpen t.o.v. elkaar
snelheidsverschillen	=	snelheidsverschil
snelheidsverschilletje	=	snelheidsverschil
snelheidsverschilletjes	=	snelheidsverschil
snelheidswedstrijd	noun	wedstrijd waar degene wint die het eerste aan de finish komt
snelheidswedstrijden	=	snelheidswedstrijd
snelheidswedstrijdje	=	snelheidswedstrijd
snelheidswedstrijdjes	=	snelheidswedstrijd
snelkoker	noun	apparaat waarmee men snel iets kan laten koken, met name de elektrische waterkoker
snelkokers	=	snelkoker
snelkookpan	noun	kookpan met een hermetisch sluitend deksel waarin spijzen bij hogere temperatuur dan 100 graden en onder druk snel gaar worden
snelkookpannen	=	snelkookpan
snelkookpannetje	=	snelkookpan
snelkookpannetjes	=	snelkookpan
snelkoppeling	noun	pictogram dat de functie heeft van een verwijzing naar een bepaald webadres
snelkoppelingen	=	snelkoppeling
snelkoppelingetje	=	snelkoppeling
snelkoppelinkje	=	snelkoppeling
snellaadpaal	noun	laadpaal voor elektrische auto's waar ze snel opgeladen kunnen worden
snellaadpalen	=	snellaadpaal
snellaadpunt	noun	een laadpaal alwaar men de auto snel elektriciteit kan laten tanken
snellaadpunten	=	snellaadpunt
snellaadstation	noun	tankstation voor elektrische auto's waar ze snel opgeladen kunnen worden
snellaadstations	=	snellaadstation
snellader	noun	apparaat waarmee men een batterij of accu in een korte tijd weer kan opladen
snelladers	=	snellader
snelladertje	=	snellader
snelladertjes	=	snellader
snelle	=	snel
snellen	verb	zich snel voortbewegen, hardlopen, hollen, rennen
snellend	=	snellen
snellende	=	snellen
sneller	=	snel
snellere	=	snel
snellergroeiend	=	snelgroeiend
snellergroeiende	=	snelgroeiend
snellergroeiends	=	snelgroeiend
snellers	=	snel
snelletreinverbinding	noun	spoorwegverbinding die specifiek is ontworpen en aangelegd om treinen met een hoge snelheid (doorgaans meer dan 200 km/u) te laten rijden.
snelletreinverbindingen	=	snelletreinverbinding
snelletreinverbindinkje	=	snelletreinverbinding
snelletreinverbindinkjes	=	snelletreinverbinding
snelloper	noun	bepaalde keversoorten uit de familie van de loopkevers (Carabidae)
snellopers	=	snelloper
snellopertje	=	snelloper
snellopertjes	=	snelloper
snelpers	noun	drukpers met een draaiende cilinder die sneller werkt dan de voorafgaande handpers ze is de voorganger van de rotatiepers
snelpersen	=	snelpers
snelpersje	=	snelpers
snelpersjes	=	snelpers
snelrecht	noun	speciale procedure waardoor een strafzaak snel tot een uitspraak leidt
snelrecht-met-aanhouding	noun	een procedure in het Nederlandse strafrecht waarbij een verdachte direct na het plegen van een (vaak 'heterdaad') strafbaar feit wordt aangehouden en binnen zeer korte tijd voor de politierechter moet verschijnen
snelrechtbus	noun	bus waarin kleine overtredingen snel berecht kunnen worden
snelrechtbussen	=	snelrechtbus
snels	=	snel
snelschaak	noun	een schaakspel met een hogere tijdsdruk dan in klassiek schaken, namelijk minder dan zestig minuten
snelschaakje	=	snelschaak
snelschaken	noun	het spelen van een spel snelschaak
snelschakende	=	snelschaken
snelscheiding	noun	een snelle ontbinding van een huwelijk zonder dat er nog een bemiddeling moet worden geprobeerd
snelscheidingen	=	snelscheiding
snelschrift	noun	stenografie
snelschriften	=	snelschrift
snelschriftje	=	snelschrift
snelst	=	snel
snelstaal	noun	een hooggelegeerd wolfraam-chroomvanadiumstaal, dat tot ca. 600 °C zijn hardheid blijft behouden en daardoor zeer geschikt is voor gereedschap dat warm kan worden
snelstaaltje	=	snelstaal
snelstaaltjes	=	snelstaal
snelstalen	=	snelstaal
snelste	=	snel
snelstgroeiend	=	snelgroeiend
snelstgroeiende	=	snelgroeiend
snelstromend	adj	van een beek of rivier dat het water snel beweegt
snelstromende	=	snelstromend
snelstromends	=	snelstromend
snelt	=	snellen
sneltekenaar	noun	iemand die razendsnel tekeningen (portretten) maakt
sneltekenaars	=	sneltekenaar
sneltekenaartje	=	sneltekenaar
sneltekenaartjes	=	sneltekenaar
sneltest	noun	een test die heel snel een uitslag geeft
sneltesten	=	sneltest
sneltests	=	sneltest
sneltramverbinding	noun	vorm van openbaar vervoer die het midden houdt tussen een tram en een metro of trein.
sneltramverbindingen	=	sneltramverbinding
sneltramverbindinkje	=	sneltramverbinding
sneltramverbindinkjes	=	sneltramverbinding
sneltrein	noun	personentrein die niet bij kleine stations stopt en die daarmee een tussenvorm is van een stoptrein en een intercity
sneltreinen	=	sneltrein
sneltreintje	=	sneltrein
sneltreintjes	=	sneltrein
sneltreinvaart	noun	hoge snelheid als van een trein die lange afstanden in korte tijd aflegt
sneltreinvaarten	=	sneltreinvaart
sneltreinvaartje	=	sneltreinvaart
sneltreinvaartjes	=	sneltreinvaart
snelverkeer	noun	gemotoriseerd verkeer zonder snelheidsbeperking en vrachtwagens
snelvuren	=	snelvuur
snelvuur	noun	het heel snel afschieten van projectielen met een vuurwapen
snelvuurtje	=	snelvuur
snelvuurtjes	=	snelvuur
snelwandel	=	snelwandelen
snelwandelaar	noun	iemand die aan snelwandelen doet
snelwandelaars	=	snelwandelaar
snelwandelde	=	snelwandelen
snelwandelden	=	snelwandelen
snelwandele	=	snelwandelen
snelwandelen	verb	loopnummer in de atletiek, waarbij men wandelt, dus niet rent en waarbij (in tegenstelling tot hardlopen) het contact van minimaal één voet met de grond dient te worden gehouden
snelwandelend	=	snelwandelen
snelwandelende	=	snelwandelen
snelwandelt	=	snelwandelen
snelweg	noun	een grote brede weg speciaal voor motorvoertuigen
snelwegafrit	noun	de plaats waar het verkeer de snelweg kan verlaten
snelwegafritje	=	snelwegafrit
snelwegafritjes	=	snelwegafrit
snelwegafritten	=	snelwegafrit
snelwegbus	noun	bus die met een hoge snelheid en met een hoge frequentie over de snelweg rijdt
snelwegbussen	=	snelwegbus
snelwegen	=	snelweg
snelwegje	=	snelweg
snelwegjes	=	snelweg
snelwegtracé	noun	het verloop van een (deel van) snelweg
snelwegtracés	=	snelwegtracé
snep	noun	benaming voor vogels uit de familie Scolopacidae
snepen	=	sneep
snepje	=	snep
snepjes	=	snep
sneppen	=	snep
snepper	noun|obsolete	lancet met een veer die men gebruikte bij het aderlaten
sneppers	=	snepper
sneren	=	sneer
snerk	=	snerken
snerke	=	snerken
snerken	verb	sissend braden of schroeien
snerkend	=	snerken
snerkende	=	snerken
snerkt	=	snerken
snerkte	=	snerken
snerkten	=	snerken
snerp	=	snerpen
snerpe	=	snerpen
snerpen	verb	een luid, snijdend, schril, scherp, onaangenaam geluid maken
snerpend	adj	luid, scherp doordringend geluid makend
snerpende	=	snerpen
snerpender	=	snerpend
snerpendere	=	snerpend
snerpenders	=	snerpend
snerpends	=	snerpend
snerpendst	=	snerpend
snerpendste	=	snerpend
snerpt	=	snerpen
snerpte	=	snerpen
snerpten	=	snerpen
snert	noun	lobbige soep vervaardigd van erwten
snertkind	noun	erg jeugdig maar ook heel vervelend en lastig persoon
snertkinderen	=	snertkind
snertkindje	=	snertkind
snertkindjes	=	snertkind
snertvent	noun	heel vervelende man
snertventen	=	snertvent
snertventje	=	snertvent
snertweer	noun	heel slecht weer met kou, regen en wind
snertweertje	=	snertweer
sneu	noun	snoertje aan een beuglijn	adj	meelijwekkend, bedroevend, zielig, jammerlijk
sneuachtig	adj	op een meelijkwekkende, vervelende manier
sneuachtige	=	sneuachtig
sneuachtiger	=	sneuachtig
sneuachtigere	=	sneuachtig
sneuachtigers	=	sneuachtig
sneuachtigs	=	sneuachtig
sneuachtigst	=	sneuachtig
sneuachtigste	=	sneuachtig
sneue	=	sneu
sneuen	=	sneu
sneuer	=	sneu
sneuere	=	sneu
sneuers	=	sneu
sneuke	=	sneuken
sneukel	=	sneukelen
sneukelaar	noun	iemand die sneukelt, een snoeper, smikkelaar, peuzelaar
sneukelaars	=	sneukelaar
sneukelde	=	sneukelen
sneukelden	=	sneukelen
sneukele	=	sneukelen
sneukelen	verb	een lekkernij eten
sneukelend	=	sneukelen
sneukelende	=	sneukelen
sneukelt	=	sneukelen
sneuken	verb	lekkernijen veroberen
sneukende	=	sneuken
sneup	=	sneupen
sneupe	=	sneupen
sneupen	verb	rondsnuffelen, rommelen
sneupend	=	sneupen
sneupende	=	sneupen
sneupt	=	sneupen
sneupte	=	sneupen
sneupten	=	sneupen
sneus	=	sneu
sneust	=	sneu
sneuste	=	sneu
sneutje	=	sneu
sneutjes	=	sneu
sneuvel	=	sneuvelen
sneuvelde	=	sneuvelen
sneuvelden	=	sneuvelen
sneuvele	=	sneuvelen
sneuvelen	verb	omkomen in de strijd
sneuvelend	=	sneuvelen
sneuvelende	=	sneuvelen
sneuvelt	=	sneuvelen
sneuveltekst	noun	een voorlopige concepttekst die nog aanpasbaar is
sneuvelteksten	=	sneuveltekst
sneve	=	sneven
sneven	verb	in de strijd vallen
snevend	=	sneven
snevende	=	sneven
sneze	=	snezen
snezen	verb	stelen, helen, verdonkeremanen
snezend	=	snezen
snezende	=	snezen
snib	noun	vinnig persoon
snibbe	noun	vinnig persoon
snibben	verb	snauwen
snibbend	=	snibben
snibbende	=	snibben
snibbetje	=	snibbe
snibbetjes	=	snibbe
snibbig	adj	snel boos betreft meestal vrouwen
snibbige	=	snibbig
snibbiger	=	snibbig
snibbigere	=	snibbig
snibbigers	=	snibbig
snibbigs	=	snibbig
snibbigst	=	snibbig
snibbigste	=	snibbig
snibde	=	snibben
snibden	=	snibben
snibje	=	snib
snibjes	=	snib
snibt	=	snibben
snicker	noun	een energierijke reep met melkchocolade, pinda's, suiker en karamel in het algemeen
snickers	=	snicker
snier	noun	sneer
snierde	=	snieren
snierden	=	snieren
sniere	=	snieren
snieren	verb	maken van hatelijke, honende opmerkingen
snierend	=	snieren
snierende	=	snieren
snierk	=	snierken
snierke	=	snierken
snierken	verb	bloedstollend krijsen
snierkend	=	snierken
snierkende	=	snierken
snierkt	=	snierken
snierkte	=	snierken
snierkten	=	snierken
sniert	=	snieren
sniertje	=	snier
sniertjes	=	snier
sniezen	=	niezen
snif	=	sniffen
sniffari	noun	een wandeling door een bos waarbij de nadruk ligt op het opsnuiven van de natuurlijke geuren
sniffari's	=	sniffari
sniffe	=	sniffen
sniffel	=	sniffelen
sniffelde	=	sniffelen
sniffelden	=	sniffelen
sniffele	=	sniffelen
sniffelen	verb	herhaaldelijk een licht snuivend geluid maken, om te ruiken of als gevolg van verkoudheid of verdriet
sniffelend	=	sniffelen
sniffelende	=	sniffelen
sniffelt	=	sniffelen
sniffen	verb	huilen op een ingehouden manier
sniffend	=	sniffen
sniffende	=	sniffen
snift	=	sniffen
snifte	=	sniffen
sniften	=	sniffen
snij	=	snijden
snij-ijzer	noun	gereedschap of werktuig voor het snijden van schroefdraad
snij-ijzers	=	snij-ijzer
snij-ijzertje	=	snij-ijzer
snij-ijzertjes	=	snij-ijzer
snijbaar	adj	van iets dat je het met een mes kan snijden
snijbaarder	=	snijbaar
snijbaardere	=	snijbaar
snijbaarders	=	snijbaar
snijbaars	=	snijbaar
snijbaarst	=	snijbaar
snijbaarste	=	snijbaar
snijbal	noun	een bal die iets zo licht raakt dat hij nauwelijks van richting verandert
snijballen	=	snijbal
snijballetje	=	snijbal
snijballetjes	=	snijbal
snijbank	noun	werkbank waarop of waaraan men iets kan snijden
snijbanken	=	snijbank
snijbare	=	snijbaar
snijbiet	noun	Beta vulgaris var.cicla, een bladgewas waarvan de bladeren of de bladstelen als groente worden gegeten
snijbieten	=	snijbiet
snijbietje	=	snijbiet
snijbietjes	=	snijbiet
snijbloem	noun	een plant die gekweekt wordt om als bloem met afgesneden steel (en dus niet als bol of plant) verkocht te worden en je in een vaas kunt zetten
snijbloemen	=	snijbloem
snijbloemetje	=	snijbloem
snijbloempje	=	snijbloem
snijbonen	=	snijboon
snijbonenmolen	noun	keukenmachientje dat wordt gebruikt om snijbonen en pronkbonen in smalle reepjes te snijden
snijbonenmolens	=	snijbonenmolen
snijbonenmolentje	=	snijbonenmolen
snijbonenmolentjes	=	snijbonenmolen
snijboon	noun	ras van de plantensoort Phaseolus vulgaris met brede platte peulen
snijboontje	=	snijboon
snijboontjes	=	snijboon
snijboonvormig	adj	vorm van een snijboon hebbend
snijboonvormige	=	snijboonvormig
snijboonvormiger	=	snijboonvormig
snijboonvormigere	=	snijboonvormig
snijboonvormigers	=	snijboonvormig
snijboonvormigs	=	snijboonvormig
snijboonvormigst	=	snijboonvormig
snijboonvormigste	=	snijboonvormig
snijbord	noun	plank waarop je voedsel kunt snijden zonder dat het mes te snel bot wordt
snijborden	=	snijbord
snijbordje	=	snijbord
snijbordjes	=	snijbord
snijbrander	noun	een apparaat dat is bestemd om voorwerpen te scheiden door middel van verbranding (dus niet door smelting!)
snijbranders	=	snijbrander
snijd	=	snijden
snijdbaar	adj	van iets dat je het met een mes kan snijden
snijdbaarder	=	snijdbaar
snijdbaardere	=	snijdbaar
snijdbaarders	=	snijdbaar
snijdbaars	=	snijdbaar
snijdbaarst	=	snijdbaar
snijdbaarste	=	snijdbaar
snijdbare	=	snijdbaar
snijde	=	snijden
snijden	verb	met een scherp voorwerp in stukken delen
snijdend	adj	van iets dat het snijdt
snijdende	=	snijden
snijdender	=	snijdend
snijdendere	=	snijdend
snijdenders	=	snijdend
snijdends	=	snijdend
snijdendst	=	snijdend
snijdendste	=	snijdend
snijder	noun	iets dat of iemand die snijdt
snijders	=	snijder
snijdersbank	noun	vrolijk stapellied, waarbij een voorzanger telkens de regels van een nieuw couplet als een vraag zingt, waarna de andere zangers die als antwoord herhalen en vervolgens gezamenlijk alle voorgaande coupletten in omgekeerde volgorde gevolgd door het refrein worden gezongen Bij het zingen worden als geheugensteun vaak afbeeldingen van de bezongen onderwerpen getoond, die vaak naar de actualiteit verwijzen.
snijdersbanken	=	snijdersbank
snijdertje	=	snijder
snijdertjes	=	snijder
snijdervogels	noun	vogels uit het geslacht Orthotomus en de familie Cisticolidae.
snijding	noun|figurative	iets kleiner maken
snijdingen	=	snijding
snijdinkje	=	snijding
snijdinkjes	=	snijding
snijdsel	noun	product of afval dat ontstaat bij het snijden of maaien
snijdsels	=	snijdsel
snijdster	=	snijder
snijdt	=	snijden
snijen	=	snijden
snijgroen	noun	groene delen van planten die men gebruikt als versiering in een boeket of bloemstuk
snijijzer	noun	gehard stalen blokje met een van schroefdraad voorzien gat, waarmee men uitwendige schroefdraad kan snijden
snijijzers	=	snijijzer
snijijzertje	=	snijijzer
snijijzertjes	=	snijijzer
snijkamer	noun	ruimte waarin men op lijken sectie verricht; anatomisch theater
snijkamers	=	snijkamer
snijkant	noun	de zijde van een mes waarmee men kan snijden
snijkanten	=	snijkant
snijkoek	noun	zachte, bruingekleurde, kleffe koek die men direkt voor het gebruik in plakjes snijdt
snijkoeken	=	snijkoek
snijkoekje	=	snijkoek
snijkoekjes	=	snijkoek
snijkopzuiger	noun	een varend graafmachine voor het verwijderen van rotsen onder water.
snijkopzuigers	=	snijkopzuiger
snijkopzuigertje	=	snijkopzuiger
snijkopzuigertjes	=	snijkopzuiger
snijlijn	noun	een lijn die een kromme (lokaal) op twee punten snijdt
snijlijnen	=	snijlijn
snijmachientje	=	snijmachine
snijmachientjes	=	snijmachine
snijmachine	noun	apparaat waarmee je kunt snijden
snijmachines	=	snijmachine
snijmachinetje	=	snijmachine
snijmachinetjes	=	snijmachine
snijmais	noun	planten van Zea mays, geteeld om in hun geheel als veevoer te worden gebruikt
snijmaïs	noun	planten van Zea mays, geteeld om in hun geheel als veevoer te worden gebruikt
snijmes	noun	een mes dat geschikt is om te snijden met name in de keuken en in de tuin
snijmesje	=	snijmes
snijmesjes	=	snijmes
snijmessen	=	snijmes
snijmoer	noun	een snijijzer in de vorm van een zeskantige moer waarmee een licht beschadigde schroefdraad weer gangbaar kan worden gemaakt
snijmoeren	=	snijmoer
snijmoertje	=	snijmoer
snijmoertjes	=	snijmoer
snijolie	noun	een in de metaalbewerking toegepast smeer- en koelmiddel bij verspanende bewerkingen zoals schroefdraadsnijden, boren, frezen, draaien enz
snijolies	=	snijolie
snijoliën	=	snijolie
snijplaat	noun	een gehard stalen blokje met een van schroefdraad voorzien gat, waarmee men uitwendige schroefdraad kan snijden
snijplaathouder	noun	een houder waarin een snijijzer wordt vastgezet om daarmee uitwendige schroefdraad te snijden
snijplaathouders	=	snijplaathouder
snijplaathoudertje	=	snijplaathouder
snijplaathoudertjes	=	snijplaathouder
snijplaatje	=	snijplaat
snijplaatjes	=	snijplaat
snijplank	noun	plank bestemd om er voorwerpen op te snijden
snijplanken	=	snijplank
snijplankenrek	noun	een keukenhulpmiddel dat is ontworpen om meerdere snijplanken verticaal of horizontaal georganiseerd en hygiënisch op te bergen
snijplankenrekje	=	snijplankenrek
snijplankenrekjes	=	snijplankenrek
snijplankenrekken	=	snijplankenrek
snijplankhouder	noun	een keukenhulpmiddel dat is ontworpen om meerdere snijplanken verticaal of horizontaal georganiseerd en hygiënisch op te bergen
snijplankhouders	=	snijplankhouder
snijplankhoudertje	=	snijplankhouder
snijplankhoudertjes	=	snijplankhouder
snijplankje	=	snijplank
snijplankjes	=	snijplank
snijplankrek	noun	een keukenhulpmiddel dat is ontworpen om meerdere snijplanken verticaal of horizontaal georganiseerd en hygiënisch op te bergen
snijplankrekje	=	snijplankrek
snijplankrekjes	=	snijplankrek
snijplankrekken	=	snijplankrek
snijplankstandaard	noun	een keukenhulpmiddel dat is ontworpen om meerdere snijplanken verticaal of horizontaal georganiseerd en hygiënisch op te bergen
snijplankstandaarden	=	snijplankstandaard
snijplankstandaardje	=	snijplankstandaard
snijplankstandaardjes	=	snijplankstandaard
snijplankstandaards	=	snijplankstandaard
snijplaten	=	snijplaat
snijpunt	noun	punt waar twee krommen elkaar snijden
snijpunten	=	snijpunt
snijpuntje	=	snijpunt
snijpuntjes	=	snijpunt
snijraam	noun	een houder waarin een snijijzer wordt vastgezet om daarmee uitwendige schroefdraad te snijden
snijraampje	=	snijraam
snijraampjes	=	snijraam
snijramen	=	snijraam
snijselderij	noun	blaadjes van selderij, Apium graveolens var. secalinum, een tuinkruid vergelijkbaar met peterselie, maar met een veel sterkere smaak
snijtafel	noun	een tafel waarop men kan snijden om een product te bewerken
snijtafels	=	snijtafel
snijtafeltje	=	snijtafel
snijtafeltjes	=	snijtafel
snijtand	noun	In een menselijk gebit zitten acht snijtanden of incisieven, twee in ieder kwadrant.
snijtanden	=	snijtand
snijtandje	=	snijtand
snijtandjes	=	snijtand
snijtang	noun	tang waarmee je door (metalen) voorwerpen kunt knippen
snijtangen	=	snijtang
snijtangetje	=	snijtang
snijtangetjes	=	snijtang
snijvlak	noun	vlak aan een voorwerp dat snijdt (bijv. een beitel)
snijvlakje	=	snijvlak
snijvlakjes	=	snijvlak
snijvlakken	=	snijvlak
snijwerk	noun	een houten kunstnijverheidsproduct dat gemaakt is door het hout met een mes of beitel te bewerken
snijwerken	=	snijwerk
snijwerkje	=	snijwerk
snijwerkjes	=	snijwerk
snijwond	noun	door snijden veroorzaakte wond
snijwonde	noun	door snijden ontstane wond; de samenhang van de weefsels is wel verloren gegaan maar er is (bijna) geen weefselverlies
snijwonden	=	snijwond
snijwondes	=	snijwonde
snijwondje	=	snijwond
snijwondjes	=	snijwond
snijworst	noun	een bepaald soort vleeswaren die veel lijkt op salami en cervelaatworst
snijworsten	=	snijworst
snijzaal	noun	een zaal in een anatomisch laboratorium waar lijken worden ontleed voor medisch onderwijs
snijzaaltje	=	snijzaal
snijzaaltjes	=	snijzaal
snijzalen	=	snijzaal
snik	adj	benauwend warm	noun	een geluid dat men voortbrengt bij verdriet of pijn
snikheet	adj	heel erg heet, intens drukkend heet
snikheets	=	snikheet
snikhete	=	snikheet
snikje	=	snik
snikjes	=	snik
snikke	=	snikken
snikkel	=	sjnikkel
snikkelgoal	noun	doelpunt onopzettelijk gemaakt door geslachtsdeel van voetballer
snikkelgoals	=	snikkelgoal
snikkels	=	sjnikkel
snikkeltje	=	sjnikkel
snikkeltjes	=	sjnikkel
snikken	verb	ademhalend met schokkende bewegingen huilen
snikkend	=	snikken
snikkende	=	snikken
sniksnak	noun|obsolete	onbelangrijke en dwaze beweringen
snikt	=	snikken
snikte	=	snikken
snikten	=	snikken
snip	noun	benaming voor vogels uit de familie Scolopacidae
sniper	noun	sluipschutter
snipers	=	sniper
snipje	=	snip
snipjes	=	snip
snipmesvissen	noun	een familie Centriscidae van relatief kleine zeevissoorten.
sniporchis	noun	Ophrys scolopax een Europese orchidee.
sniporchisje	=	sniporchis
sniporchisjes	=	sniporchis
sniporchissen	=	sniporchis
snippel	noun	snipper
snippels	=	snippel
snippeltje	=	snippel
snippeltjes	=	snippel
snippen	=	snip
snippenjacht	noun	het jagen op snippen (een steltloper uit de familie Scolopacidae)
snipper	noun	een klein, plat stukje van betrekkelijk zacht materiaal als papier en hout
snipperdag	noun	een losse vrije dag dat je niet hoeft te werken
snipperdagen	=	snipperdag
snipperdagje	=	snipperdag
snipperdagjes	=	snipperdag
snipperde	=	snipperen
snipperden	=	snipperen
snippere	=	snipperen
snipperen	verb	in kleine stukjes snijden van voedsel
snipperend	=	snipperen
snipperende	=	snipperen
snippernatuur	noun	natuur die opgedeeld is door menselijke activiteiten (zoals wegen, bebouwing, landbouw), wat de verbinding tussen grotere natuurgebieden belemmert en de biodiversiteit kan schaden, hoewel sommige van deze snippers juist waardevolle ecosystemen bevatten.
snippers	=	snipper
snippert	=	snipperen
snippertje	=	snipper
snippertjes	=	snipper
snipverkouden	adj	heel erg verkouden
snipverkoudens	=	snipverkouden
snipvis	noun	Macroramphosus scolopax een straalvinnige vis uit de familie van de snipmesvissen (Centriscidae) en behoort tot de orde van de zeenaaldachtigen (Syngnathiformes).
snipvisje	=	snipvis
snipvisjes	=	snipvis
snipvissen	=	snipvis
snit	noun	manier waarop iets (bijv. een kledingstuk) gesneden of geknipt is
snitchen	verb	moeilijkheden bezorgen door vertrouwelijke informatie aan een derde door te geven
snitchte	=	snitchen
snitje	=	snit
snitjes	=	snit
snitten	=	snit
snob	noun	iemand die graag tot een hogere sociale klasse wil worden gerekend dan waar diegene in werkelijkheid toe behoort
snobappeal	noun	aantrekkingskracht op snobs
snobisme	noun	kunstzinnig op een gemaakte, onoprechte manier vooral om indruk te maken op anderen
snobistisch	adj	als horend bij een snob, als horend bij iemand die zich op een aanstellerige manier deftiger en kunstzinniger voordoet dan hij eigenlijk is
snobistische	=	snobistisch
snobistischer	=	snobistisch
snobistischere	=	snobistisch
snobistischers	=	snobistisch
snobistischt	=	snobistisch
snobistischte	=	snobistisch
snobje	=	snob
snobjes	=	snob
snobs	=	snob
snode	=	snood
snodelijk	adj	op een kwade manier
snodelijke	=	snodelijk
snodelijker	=	snodelijk
snodelijkere	=	snodelijk
snodelijkers	=	snodelijk
snodelijks	=	snodelijk
snodelijkst	=	snodelijk
snodelijkste	=	snodelijk
snoder	=	snood
snodere	=	snood
snoders	=	snood
snoef	=	snoeven
snoefde	=	snoeven
snoefden	=	snoeven
snoeft	=	snoeven
snoei	verb	uitermate, heel erg	noun	terugbrengen van van planten tot de gewenste lengt
snoeide	=	snoeien
snoeiden	=	snoeien
snoeie	=	snoeien
snoeien	verb	terugbrengen op gewenste lengte
snoeiend	=	snoeien
snoeiende	=	snoeien
snoeier	noun	iets of iemand die snoeit
snoeiers	=	snoeier
snoeigoed	adj	met heel hoge kwaliteit, verwachtingen overtreffend	noun|obsolete	benaming voor zoete lekkernijen die bestaan uit stevige kleine stukjes die je gemakkelijk kunt uitdelen en in je mond stoppen
snoeigoede	=	snoeigoed
snoeigoeds	=	snoeigoed
snoeihard	adj|informal	heel erg hard vooral (maar niet alleen) van geluid en beweging
snoeiharde	=	snoeihard
snoeihards	=	snoeihard
snoeiheet	adj	enorm, extreem warm
snoeiheets	=	snoeiheet
snoeihete	=	snoeiheet
snoeihout	noun	de takken die men bij het snoeien van de bomen heeft gehaald
snoeiing	noun	de keer dat men een plant inkort door er een deel af te knippen
snoeiingen	=	snoeiing
snoeiinkje	=	snoeiing
snoeiinkjes	=	snoeiing
snoeikunstenaar	noun	iemand die struiken en bomen snoeit in bepaalde creatieve vormen
snoeikunstenaars	=	snoeikunstenaar
snoeikunstenaartje	=	snoeikunstenaar
snoeikunstenaartjes	=	snoeikunstenaar
snoeimes	noun	inklapbaar mes, met een gekromd lemmet, het is een tuingereedschap, bedoeld om takken van geringe dikte door te snijden (snoeien)
snoeimesje	=	snoeimes
snoeimesjes	=	snoeimes
snoeimessen	=	snoeimes
snoeischaar	noun	een stevige, korte schaar voor het snoeien van planten, struiken e.d
snoeischaartje	=	snoeischaar
snoeischaartjes	=	snoeischaar
snoeischaren	=	snoeischaar
snoeisel	noun	wat bij het snoeien van een boom of struik valt
snoeisels	=	snoeisel
snoeiseltje	=	snoeisel
snoeister	=	snoeier
snoeit	=	snoeien
snoeitang	noun	een apparaat waarmee je grotere of kleinere takken van een boom of struik kunt knippen
snoeitangen	=	snoeitang
snoeitangetje	=	snoeitang
snoeitangetjes	=	snoeitang
snoeiwerk	noun	het korter maken van bomen, struiken en andere planten
snoeiwerken	=	snoeiwerk
snoeiwerkje	=	snoeiwerk
snoeiwerkjes	=	snoeiwerk
snoeizaag	noun	een handzaag die geschikt is voor het snoeien van bomen en flinke struiken
snoeizaagje	=	snoeizaag
snoeizaagjes	=	snoeizaag
snoeizagen	=	snoeizaag
snoek	noun	bepaald soort roofvis die in zoete wateren voorkomt, Esox lucius
snoekachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een snoek
snoekachtige	=	snoekachtig
snoekachtigen	noun	een kleine orde Esociformes van straalvinnige vissen, onderverdeeld in twee families, de hondsvissen (Umbridae) en snoeken (Esocidae).
snoekachtiger	=	snoekachtig
snoekachtigere	=	snoekachtig
snoekachtigers	=	snoekachtig
snoekachtigs	=	snoekachtig
snoekachtigst	=	snoekachtig
snoekachtigste	=	snoekachtig
snoekalen	noun	een familie Muraenesocidae in de orde van de palingachtigen (Anguilliformes).
snoekbaars	noun	bepaald soort zoetwaterroofvis, Sander lucioperca
snoekbaarsje	=	snoekbaars
snoekbaarsjes	=	snoekbaars
snoekbaarzen	=	snoekbaars
snoekduik	noun	sprong (in het water) waarbij men met het gezicht naar beneden houdt en het lichaam min of meer horizontaal gericht is
snoekduiken	=	snoekduik
snoekduikje	=	snoekduik
snoekduikjes	=	snoekduik
snoeke	=	snoeken
snoeken	noun	een familie Esocidae van roofvissen uit de orde Esociformes
snoekend	=	snoeken
snoekende	=	snoeken
snoekforellen	noun	een familie Galaxiidae van straalvinnige vissen uit de orde van spieringachtigen (Osmeriformes)
snoekje	=	snoek
snoekjes	=	snoek
snoekkopgoerami	noun	een straalvinnige vissensoort Luciocephalus pulcher uit de familie van de echte goerami's (Osphronemidae).
snoekkopgoerami's	=	snoekkopgoerami
snoekmakreel	noun	Thyrsites atun een straalvinnige vis uit de familie van slangmakrelen (Gempylidae), orde van baarsachtigen (Perciformes).
snoekmakreeltje	=	snoekmakreel
snoekmakreeltjes	=	snoekmakreel
snoekmakrelen	=	snoekmakreel
snoekslijmvissen	noun	een familie Chaenopsidae van baarsachtige vissen
snoekt	=	snoeken
snoekte	=	snoeken
snoekten	=	snoeken
snoekzalmen	noun	een familie Ctenoluciidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
snoep	noun	een meestal grotendeels van suiker vervaardigde lekkernij
snoepautomaat	noun	verkoopautomaat die op elk moment van de dag toegang biedt tot snacks, zoals snoep, chocolade of, tegenwoordig, ook gezondere opties zoals mueslirepen
snoepautomaatje	=	snoepautomaat
snoepautomaatjes	=	snoepautomaat
snoepautomaten	=	snoepautomaat
snoepbedrijf	noun	een organisatie die snoep produceert
snoepbedrijfje	=	snoepbedrijf
snoepbedrijfjes	=	snoepbedrijf
snoepbedrijven	=	snoepbedrijf
snoepcent	noun	geld dat kinderen krijgen om lekkernijen voor te kopen
snoepcenten	=	snoepcent
snoepcentje	=	snoepcent
snoepcentjes	=	snoepcent
snoepe	=	snoepen
snoepen	verb	eten van snoep
snoepend	=	snoepen
snoepende	=	snoepen
snoeper	noun	liefhebber van zoetigheden
snoeperd	noun	iemand die van lekker eten houdt
snoeperdje	=	snoeperd
snoeperdjes	=	snoeperd
snoeperds	=	snoeperd
snoeperig	adj	van iets dat de smaak van snoep heeft
snoeperige	=	snoeperig
snoeperiger	=	snoeperig
snoeperigere	=	snoeperig
snoeperigers	=	snoeperig
snoeperigs	=	snoeperig
snoeperigst	=	snoeperig
snoeperigste	=	snoeperig
snoeperij	noun	verzamelnaam voor alle soorten snoepgoed
snoeperijen	=	snoeperij
snoeperijtje	=	snoeperij
snoeperijtjes	=	snoeperij
snoepers	=	snoeper
snoepertje	=	snoeper
snoepertjes	=	snoeper
snoepfruit	noun	fruit dat verpakt is en verkocht wordt als hapklare lekkernij; fruit dat geschikt is als gezond tussendoortje
snoepgoed	noun	lekkernij, gemaakt van suiker, gom, aromaten enz
snoepgoedje	=	snoepgoed
snoepgoedjes	=	snoepgoed
snoepgroente	noun	groente die verpakt is en verkocht wordt als hakklare lekkernij; groente die men kan eten als tussendoortje
snoepgroenten	=	snoepgroente
snoepgroentes	=	snoepgroente
snoephap	=	snoephappen
snoephappe	=	snoephappen
snoephappen	verb	spelen van een behendigheidsspel op feestjes, waarbij je moet proberen ondanks bepaalde beperkingen allerlei lekkers te eten
snoephappend	=	snoephappen
snoephapt	=	snoephappen
snoephapte	=	snoephappen
snoephapten	=	snoephappen
snoepie	noun	kleine lekkernij
snoepies	=	snoepie
snoepig	adj	schattig en lief met name van kinderen
snoepige	=	snoepig
snoepiger	=	snoepig
snoepigere	=	snoepig
snoepigers	=	snoepig
snoepigs	=	snoepig
snoepigst	=	snoepig
snoepigste	=	snoepig
snoepje	noun	alleen verkleinwoord stuk snoepgoed
snoepjes	=	snoep
snoepkar	noun	een mobiele, vaak decoratieve display op wielen die wordt gebruikt om snoepgoed, chocola en andere lekkernijen op een feestelijke manier te presenteren
snoepkarren	=	snoepkar
snoepkarretje	=	snoepkar
snoepkarretjes	=	snoepkar
snoepkont	noun	iemand die dol is op snoepen, een snoeper
snoepkonten	=	snoepkont
snoepkontje	=	snoepkont
snoepkontjes	=	snoepkont
snoepkous	noun	persoon die dol is op snoep(en)
snoepkousen	=	snoepkous
snoepkousje	=	snoepkous
snoepkousjes	=	snoepkous
snoepkraam	noun	verplaatsbaar stalletje, markttent of kermisattractie waar snoepgoed en lekkernijen worden verkocht
snoepkraampje	=	snoepkraam
snoepkraampjes	=	snoepkraam
snoepkramen	=	snoepkraam
snoeplust	noun	zin om te snoepen
snoeplusten	=	snoeplust
snoepmachientje	=	snoepmachine
snoepmachientjes	=	snoepmachine
snoepmachine	noun	een apparaat dat snoepgoed verkoopt of uitgeeft
snoepmachines	=	snoepmachine
snoepmachinetje	=	snoepmachine
snoepmachinetjes	=	snoepmachine
snoeppot	noun	een pot die gevuld is met diverse soorten snoep, drop of chocolade
snoeppotje	=	snoeppot
snoeppotjes	=	snoeppot
snoeppotten	=	snoeppot
snoepreclame	noun	een advertentie voor snoep
snoepreclames	=	snoepreclame
snoepreclametje	=	snoepreclame
snoepreclametjes	=	snoepreclame
snoepreis	noun	luxe reis die soms op kosten van een bedrijf wordt gemaakt omdat er ook iets nuttigs voor het bedrijf wordt gedaan of bezocht
snoepreisje	=	snoepreis
snoepreisjes	=	snoepreis
snoepreizen	=	snoepreis
snoepspeciaalzaak	noun	een winkel die gespecialiseerd is in de verkoop van snoep, suikerwaren en zoetigheden
snoepspeciaalzaakje	=	snoepspeciaalzaak
snoepspeciaalzaakjes	=	snoepspeciaalzaak
snoepspeciaalzaken	=	snoepspeciaalzaak
snoept	=	snoepen
snoeptafel	noun	tafel met snoepgoed
snoeptafels	=	snoeptafel
snoeptafeltje	=	snoeptafel
snoeptafeltjes	=	snoeptafel
snoepte	=	snoepen
snoepten	=	snoepen
snoeptrommel	noun	bewaardoos, vaak van blik of glas in ronde vorm, om snoep in te bewaren en te presenteren
snoeptrommels	=	snoeptrommel
snoeptrommeltje	=	snoeptrommel
snoeptrommeltjes	=	snoeptrommel
snoepwagen	noun	een mobiele, vaak decoratieve display op wielen die wordt gebruikt om snoepgoed, chocola en andere lekkernijen op een feestelijke manier te presenteren
snoepwagens	=	snoepwagen
snoepwagentje	=	snoepwagen
snoepwagentjes	=	snoepwagen
snoepwinkel	noun	winkel voor suikerwaren en ander snoepgoed
snoepwinkels	=	snoepwinkel
snoepwinkeltje	=	snoepwinkel
snoepwinkeltjes	=	snoepwinkel
snoepzak	noun	verpakking van een verzameling snoepjes
snoepzakje	=	snoepzak
snoepzakjes	=	snoepzak
snoepzakken	=	snoepzak
snoer	noun	soepele elektriciteitskabel die binnenshuis gebruikt wordt
snoerde	=	snoeren
snoerden	=	snoeren
snoere	=	snoeren
snoeren	verb	iets met een snoer vastmaken
snoerend	=	snoeren
snoerende	=	snoeren
snoerhalskever	noun	insect uit de familie Anthicidae van kevers.
snoerhalskevers	noun	Anthicidae een familie van kevers.
snoerhalskevertje	=	snoerhalskever
snoerhalskevertjes	=	snoerhalskever
snoerloos	adj	zonder snoer
snoerloost	=	snoerloos
snoerlooste	=	snoerloos
snoerloze	=	snoerloos
snoerlozer	=	snoerloos
snoerlozere	=	snoerloos
snoerlozers	=	snoerloos
snoerschakelaar	noun	een aan een elektrisch snoer bevestigde druk- of tuimelschakelaar
snoerschakelaars	=	snoerschakelaar
snoerschakelaartje	=	snoerschakelaar
snoerschakelaartjes	=	snoerschakelaar
snoert	=	snoeren
snoertje	=	snoer
snoertjes	=	snoer
snoerwormen	noun	een stam Nemertea van dieren.
snoes	noun	heel aardig iemand, met name als het gaat over kinderen en vrouwen
snoeshaan	noun	rare, vreemde kerel
snoeshaantje	=	snoeshaan
snoeshanen	=	snoeshaan
snoesje	=	snoes
snoesjes	=	snoes
snoet	noun	het vooruitspringende deel van de kop van een dier met de bek en de neus
snoeten	=	snoet
snoetje	=	snoet
snoetjes	=	snoet
snoeve	=	snoeven
snoeven	verb	opscheppen
snoevend	=	snoeven
snoevende	=	snoeven
snoever	noun	opschepper
snoeverig	adj	al te trots en zelfverzekerd
snoeverige	=	snoeverig
snoeveriger	=	snoeverig
snoeverigere	=	snoeverig
snoeverigers	=	snoeverig
snoeverigs	=	snoeverig
snoeverigst	=	snoeverig
snoeverigste	=	snoeverig
snoeverij	noun	je beter, groter of sterker voordoen dan je eigenlijk bent
snoeverijen	=	snoeverij
snoevers	=	snoever
snoezel	=	snoezelen
snoezelde	=	snoezelen
snoezelden	=	snoezelen
snoezele	=	snoezelen
snoezelen	verb	combinatie van snuffelen en doezelen een activiteit die prettig zou zijn voor dementerenden en verstandelijk gehandicapten
snoezelend	=	snoezelen
snoezelende	=	snoezelen
snoezelt	=	snoezelen
snoezen	=	snoes
snoezepoes	noun	een heel lief, aardig en mooi meisje of huisdier
snoezepoesje	=	snoezepoes
snoezepoesjes	=	snoezepoes
snoezepoezen	=	snoezepoes
snoezig	adj	schattig, enig, aaibaar
snoezige	=	snoezig
snoeziger	=	snoezig
snoezigere	=	snoezig
snoezigers	=	snoezig
snoezigs	=	snoezig
snoezigst	=	snoezig
snoezigste	=	snoezig
snoge	noun	synagoge van Portugees-Israëlitische gemeente in Amsterdam of elders
snogeiro	noun	bezoeker van snoge
snogeiro's	=	snogeiro
snoges	=	snoge
snogetje	=	snoge
snogger	=	snugger
snok	noun	ruk
snokje	=	snok
snokjes	=	snok
snokke	=	snokken
snokken	verb	rukken, trekken
snokkend	=	snokken
snokkende	=	snokken
snokker	=	snugger
snokt	=	snokken
snokte	=	snokken
snokten	=	snokken
snol	noun|informal	vrouw die op seks belust is
snollebollisering	noun	van een persoon of politieke partij dat de ene keer linkse en de andere keer weer rechtse standpunten worden ingenomen
snollen	=	snol
snolletje	=	snol
snolletjes	=	snol
snood	adj	misdadig, gemeen, boosaardig, schurkachtig
snoodaard	noun|formal	iemand met slechte bedoelingen
snoodaardje	=	snoodaard
snoodaardjes	=	snoodaard
snoodaards	=	snoodaard
snoodheden	=	snoodheid
snoodheid	noun	slechtheid, boosaardigheid
snoods	=	snood
snoodst	=	snood
snoodste	=	snood
snoof	=	snuiven
snooft	=	snuiven
snooker	noun	een biljartspel waarbij vijftien rode ballen en zes anderskleurige ballen in een bepaalde volgorde gestoten worden in een van de zes hoekzakken
snookers	=	snooker
snookertafel	noun	soort biljarttafel waarop men het snookerspel kan spelen
snookertafels	=	snookertafel
snookertafeltje	=	snookertafel
snookertafeltjes	=	snookertafel
snookertje	=	snooker
snoot	=	snuiten
snooze	=	snoozen
snoozede	=	snoozen
snoozeden	=	snoozen
snoozen	verb	in bed blijven liggen nadat men al wakker is geworden
snoozend	=	snoozen
snoozende	=	snoozen
snoozet	=	snoozen
snor	noun	beharing tussen neus en bovenlip
snorbaard	noun	knevel
snorbaarden	=	snorbaard
snorbaardje	=	snorbaard
snorbaardjes	=	snorbaard
snorbaardvleermuis	noun	Pteronotus personatus vleermuis uit de familie van de plooilipvleermuizen (Mormoopidae).
snorbaardvleermuisje	=	snorbaardvleermuis
snorbaardvleermuisjes	=	snorbaardvleermuis
snorbaardvleermuizen	=	snorbaardvleermuis
snorde	=	snorren
snorden	=	snorren
snorder	noun	taxichauffeur die niet bij een standplaats, maar onderweg passagiers meeneemt (en niet over de nodige vergunningen beschikt)
snorders	=	snorder
snorfiets	noun	rijwiel met hulpmotor met een maximumsnelheid van 25 km per uur dat zonder valhelm bereden mag worden
snorfietsen	=	snorfiets
snorfietser	noun	iemand die een snorfiets berijdt
snorfietsers	=	snorfietser
snorfietsertje	=	snorfietser
snorfietsertjes	=	snorfietser
snorfietsje	=	snorfiets
snorfietsjes	=	snorfiets
snorgraszanger	noun	Cisticola njombe een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
snorgraszangers	=	snorgraszanger
snorgraszangertje	=	snorgraszanger
snorgraszangertjes	=	snorgraszanger
snorhaar	noun	hard, stijf en dun uitgroeisel van de opperhuid om mee te tasten bij vele zoogdieren in de omgeving van de mond
snorhaartje	=	snorhaar
snorhaartjes	=	snorhaar
snorharen	=	snorhaar
snork	=	snorken
snorke	=	snorken
snorkel	noun	een holle gebogen buis van rubber of plastic, met een mondstuk, dat je in staat stelt adem te halen als je aan het wateroppervlak zwemt met je hoofd onder water, onderdeel van een snorkeluitrusting of duikuitrusting
snorkelaar	noun	iemand die aan het snorkelen is of dat veel doet.
snorkelaars	=	snorkelaar
snorkelaartje	=	snorkelaar
snorkelaartjes	=	snorkelaar
snorkelde	=	snorkelen
snorkelden	=	snorkelen
snorkele	=	snorkelen
snorkelen	verb	het zwemmen in het water met een duikbril, snorkel, mogelijk duiklood en vaak ook zwemvinnen waarbij diegene met het gezicht naar beneden kijkt en via de snorkel ademhaalt
snorkelend	=	snorkelen
snorkelende	=	snorkelen
snorkelgen	noun	speciale genen die in de rijstplant worden ingebouwd die ervoor zorgen dat de plant ook onderwater kan doorgroeien
snorkelgenen	=	snorkelgen
snorkelrijst	noun	rijst die zodanig genetisch is aangepast dat ze ook onderwater kan groeien
snorkels	=	snorkel
snorkelt	=	snorkelen
snorkeltje	=	snorkel
snorkeltjes	=	snorkel
snorkeluitrusting	noun	de uitrusting die gebruikt wordt voor het snorkelen.
snorkeluitrustingen	=	snorkeluitrusting
snorkeluitrustinkje	=	snorkeluitrusting
snorkeluitrustinkjes	=	snorkeluitrusting
snorken	verb	een keelgeluid maken dat lijkt op snurken
snorkend	=	snorken
snorkende	=	snorken
snorker	noun	iemand die snurkt
snorkerig	adj	wollig en gezwollen
snorkerige	=	snorkerig
snorkeriger	=	snorkerig
snorkerigere	=	snorkerig
snorkerigers	=	snorkerig
snorkerigs	=	snorkerig
snorkerigst	=	snorkerig
snorkerigste	=	snorkerig
snorkers	=	snorker
snorkertje	=	snorker
snorkertjes	=	snorker
snorkt	=	snorken
snorkte	=	snorken
snorkten	=	snorken
snorloos	adj	zonder snor
snorloost	=	snorloos
snorlooste	=	snorloos
snorloze	=	snorloos
snorlozer	=	snorloos
snorlozere	=	snorloos
snorlozers	=	snorloos
snornachtegaal	noun	Larvivora sibilans een zangvogel uit de familie der Muscicapidae (vliegenvangers).
snornachtegaaltje	=	snornachtegaal
snornachtegaaltjes	=	snornachtegaal
snornachtegalen	=	snornachtegaal
snorre	=	snorren
snorrebaard	noun	baard en snor die in elkaar overgaan
snorrebaarden	=	snorrebaard
snorrebaardje	=	snorrebaard
snorrebaardjes	=	snorrebaard
snorrebaarduil	noun	Xenoglaux loweryi een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
snorrebaarduilen	=	snorrebaarduil
snorrebaarduiltje	=	snorrebaarduil
snorrebaarduiltjes	=	snorrebaarduil
snorrebot	noun	een aerofoon muziekinstrument bestaande uit een dun plaatje van hout of bot dat aan een koord rondgeslingerd wordt.
snorrebotje	=	snorrebot
snorrebotjes	=	snorrebot
snorrebotten	=	snorrebot
snorren	verb	een snorrend geluid produceren
snorrend	=	snorren
snorrende	=	snorren
snorrendoos	noun	grafische weergave van een dataset die de verdeling ervan samenvat met behulp van de vijf-getallensamenvatting: minimum, eerste kwartiel (Q1), mediaan (Q2), derde kwartiel (Q3) en maximum.
snorrendoosje	=	snorrendoos
snorrendoosjes	=	snorrendoos
snorrendozen	=	snorrendoos
snorretje	=	snor
snorretjes	=	snor
snorscooter	noun	een snorfiets die er als een scooter uitziet
snorscooters	=	snorscooter
snorscootertje	=	snorscooter
snorscootertjes	=	snorscooter
snort	=	snorren
snortamarin	noun	Saguinus mystax primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
snortamarinnetje	=	snortamarin
snortamarinnetjes	=	snortamarin
snortamarins	=	snortamarin
snortikker	noun	Chorthippus mollis een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae.
snortikkers	=	snortikker
snortikkertje	=	snortikker
snortikkertjes	=	snortikker
snortwijgtimalia	noun	Malacopteron magnirostre een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
snortwijgtimalia's	=	snortwijgtimalia
snortwijgtimaliaatje	=	snortwijgtimalia
snortwijgtimaliaatjes	=	snortwijgtimalia
snorvaalhaai	noun	Furgaleus macki een haai uit de familie van de gladde haaien
snorvaalhaaien	=	snorvaalhaai
snorvaalhaaitje	=	snorvaalhaai
snorvaalhaaitjes	=	snorvaalhaai
snorzweefvlieg	noun	Episyrphus balteatus een insect uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae)
snorzweefvliegen	=	snorzweefvlieg
snorzweefvliegje	=	snorzweefvlieg
snorzweefvliegjes	=	snorzweefvlieg
snoskommer	noun	een fictieve komkommerachtige groente, bedacht door Roald Dahl in het boek De GVR
snoskommers	=	snoskommer
snoskommertje	=	snoskommer
snoskommertjes	=	snoskommer
snot	noun	een slijmerige afscheiding uit de neusholte, neusvocht
snotaap	noun	snotneus
snotaapje	=	snotaap
snotaapjes	=	snotaap
snotapen	=	snotaap
snote	=	snuiten
snoten	=	snuiten
snotje	=	snot
snotjes	=	snot
snotjongen	noun	een brutale, jonge man
snotjongens	=	snotjongen
snotkoker	noun|informal	orgaan tussen de ogen en de mond, gebruikt om te ruiken en adem te halen
snotkokers	=	snotkoker
snotkokertje	=	snotkoker
snotkokertjes	=	snotkoker
snotlap	noun	lapjes stof waarin je je neus kunt snuiten
snotlapje	=	snotlap
snotlappen	=	snotlap
snotmeid	noun	brutale, jonge, onwetende vrouw
snotmeiden	=	snotmeid
snotmeisje	=	snotmeid
snotmeisjes	=	snotmeid
snotneus	noun	jonge onverlaat, iemand die nog niet meetelt
snotneusje	=	snotneus
snotneusjes	=	snotneus
snotneuzen	=	snotneus
snotolf	noun	bepaald soort zeevis, Cyclopterus lumpus, die voorkomt in de kustgebieden van de Noordelijke Atlantische Oceaan
snotolfje	=	snotolf
snotolfjes	=	snotolf
snotolven	noun	een familie Cyclopteridae in de orde der schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes).
snottebel	noun	een niet al te nette of deftige vrouw
snottebellen	=	snottebel
snottebelletje	=	snottebel
snottebelletjes	=	snottebel
snotter	=	snotteren
snotterde	=	snotteren
snotterden	=	snotteren
snottere	=	snotteren
snotteren	verb	door de neusgaten neusslijm verliezen
snotterend	=	snotteren
snotterende	=	snotteren
snotterig	adj	met een verstopte neus waar slijm uitkomt
snotterige	=	snotterig
snotteriger	=	snotterig
snotterigere	=	snotterig
snotterigers	=	snotterig
snotterigs	=	snotterig
snotterigst	=	snotterig
snotterigste	=	snotterig
snotterschaamte	noun	het ongemak dat mensen voelen als ze in de buurt van andere mensen niezen of snotteren en zo besmettelijke ziekten zouden kunnen verspreiden
snottert	=	snotteren
snottig	adj	vochtig, slijmerig lijkend op snot
snottige	=	snottig
snottiger	=	snottig
snottigere	=	snottig
snottigers	=	snottig
snottigs	=	snottig
snottigst	=	snottig
snottigste	=	snottig
snottolf	=	snotolf
snotvalling	noun	een verkoudheid met een verstopte neus waar snot uit drupt
snotvallingen	=	snotvalling
snotvallingetje	=	snotvalling
snotvallinkje	=	snotvalling
snotverdomme	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
snotverkouden	adj	erg last hebbend van een verder ongevaarlijke virusinfectie in de luchtwegen
snotverkoudens	=	snotverkouden
snotworm	noun	Flabelligera affinis een borstelworm uit de familie Flabelligeridae.
snotwormen	=	snotworm
snotwormpje	=	snotworm
snotwormpjes	=	snotworm
snotziekte	noun	een vogelziekte die kippen ziek kan maken
snotziekten	=	snotziekte
snotziektes	=	snotziekte
snove	=	snuiven
snoven	=	snuiven
snowboard	noun	soort skiplank
snowboardde	=	snowboarden
snowboardden	=	snowboarden
snowboarde	=	snowboarden
snowboarden	verb	met een snowboard van een berghelling of piste afglijden
snowboardend	=	snowboarden
snowboardende	=	snowboarden
snowboarder	noun	iemand die op één brede plank skiet
snowboarders	=	snowboarder
snowboardje	=	snowboard
snowboardjes	=	snowboard
snowboards	=	snowboard
snowboardt	=	snowboarden
snowboot	noun	een hoge, gevoerde laars ontworpen voor natte weersomstandigheden met sneeuw en kou
snowbootje	=	snowboot
snowbootjes	=	snowboot
snowboots	=	snowboot
snowshoeing	noun	een winteractiviteit waarbij je wandelt op speciaal schoeisel, genaamd sneeuwschoenen of sneeuwrackets, over een met sneeuw bedekte ondergrond.
snuf	noun	nabootsing van snuivend geluid
snuffe	=	snuffen
snuffel	=	snuffelen
snuffelaar	noun	iemand die iets heel grondig onderzoekt
snuffelaars	=	snuffelaar
snuffelde	=	snuffelen
snuffelden	=	snuffelen
snuffele	=	snuffelen
snuffelen	verb	aandachtig ruiken
snuffelend	adj	actief ruikend
snuffelende	=	snuffelen
snuffelender	=	snuffelend
snuffelendere	=	snuffelend
snuffelenders	=	snuffelend
snuffelends	=	snuffelend
snuffelendst	=	snuffelend
snuffelendste	=	snuffelend
snuffelpaal	noun	meetstation dat de luchtkwaliteit meet
snuffelpaaltje	=	snuffelpaal
snuffelpaaltjes	=	snuffelpaal
snuffelpalen	=	snuffelpaal
snuffelslang	noun	Ahaetulla nasuta een slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Ahaetuliinae
snuffelslangen	=	snuffelslang
snuffelslangetje	=	snuffelslang
snuffelslangetjes	=	snuffelslang
snuffelstage	noun	kortdurende stage waarin met verschillende aspecten van de praktijk oppervlakkig kennis wordt gemaakt en men iets van de sfeer kan opsnuiven
snuffelstages	=	snuffelstage
snuffelstagetje	=	snuffelstage
snuffelstagetjes	=	snuffelstage
snuffelt	=	snuffelen
snuffelziekte	noun	varkensziekte die de neusslijmvlies en het onderliggende bot aantast
snuffelziekten	=	snuffelziekte
snuffelziektes	=	snuffelziekte
snuffen	verb	de neus ophalen
snuffend	=	snuffen
snuffende	=	snuffen
snufferd	noun|informal	neus
snufferdje	=	snufferd
snufferdjes	=	snufferd
snufferds	=	snufferd
snufje	noun	alleen verkleinwoord speciale, nieuwe, handige, onderscheidende eigenschap die een product heeft
snufjes	=	snufje
snuft	=	snuffen
snufte	=	snuffen
snuften	=	snuffen
snugger	adj	slim, intelligent, snel van begrip
snuggerder	=	snugger
snuggerdere	=	snugger
snuggerders	=	snugger
snuggere	=	snugger
snuggers	=	snugger
snuggerst	=	snugger
snuggerste	=	snugger
snuif	noun	fijngemalen tabak om op te snuiven
snuifdoos	noun	doos voor snuiftabak
snuifdoosje	=	snuifdoos
snuifdoosjes	=	snuifdoos
snuifdozen	=	snuifdoos
snuifje	=	snuif
snuifjes	=	snuif
snuifmolenaar	noun|historical	iemand die gedroogde tabak tot snuiftabak vermaalt
snuifmolenaars	=	snuifmolenaar
snuifschaamte	noun	het ongemak dat mensen voelen als ze cocaïne gebruiken en zo de georganiseerde misdaad steunen
snuift	=	snuiven
snuiftabak	noun	fijn gemalen, prikkelende tabak die geschikt is tot snuif gemalen te worden
snuiftabakje	=	snuiftabak
snuiftabakken	=	snuiftabak
snuister	=	snuisteren
snuisterde	=	snuisteren
snuisterden	=	snuisteren
snuistere	=	snuisteren
snuisteren	verb	snuffelen
snuisterend	=	snuisteren
snuisterende	=	snuisteren
snuisterij	noun	klein sieraad van weinig waarde
snuisterijen	=	snuisterij
snuisterijtje	=	snuisterij
snuisterijtjes	=	snuisterij
snuistert	=	snuisteren
snuit	noun	reukorgaan van dieren
snuitbijvlieg	noun	Eristalis jugorum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
snuitbijvliegen	=	snuitbijvlieg
snuitbijvliegje	=	snuitbijvlieg
snuitbijvliegjes	=	snuitbijvlieg
snuite	=	snuiten
snuiten	verb	door beurtelings de neus samen te knijpen en door de neus te blazen slijm uit de neusholte verwijderen
snuitend	=	snuiten
snuitende	=	snuiten
snuiter	noun|informal	een raar, vreemd persoon
snuiters	=	snuiter
snuitertje	=	snuiter
snuitertjes	=	snuiter
snuitje	=	snuit
snuitjes	=	snuit
snuitkever	noun	Curculionidae insect uit een familie van kevers uit de superfamilie Curculionoidea.
snuitkevers	noun	Curculionoidea een superfamilie van kleine kevers uit de infraorde Cucujiformia.
snuitkeverschildwants	noun	Arma custos een wants uit de familie schildwantsen(Pentatomidae)
snuitkeverschildwantsen	=	snuitkeverschildwants
snuitkeverschildwantsje	=	snuitkeverschildwants
snuitkeverschildwantsjes	=	snuitkeverschildwants
snuitkevertje	=	snuitkever
snuitkevertjes	=	snuitkever
snuitmot	noun	vlinder uit de familie Pyralidae van vlinders in de superfamilie Pyraloidea.
snuitmotje	=	snuitmot
snuitmotjes	=	snuitmot
snuitmotten	noun	Pyralidae een familie van vlinders in de superfamilie Pyraloidea.
snuitplatvoetje	noun	Platycheirus manicatus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
snuitplatvoetjes	=	snuitplatvoetje
snuitte	=	snuiten
snuitten	=	snuiten
snuituil	noun	een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae)
snuituilen	=	snuituil
snuituiltje	=	snuituil
snuituiltjes	=	snuituil
snuitvlinder	noun	Pterostoma palpina een vlinder uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae), die verspreid over Europa voorkomt, tot aan Centraal Azië.
snuitvlinders	=	snuitvlinder
snuitvlindertje	=	snuitvlinder
snuitvlindertjes	=	snuitvlinder
snuitvormig	adj	vorm van een snuit hebbend
snuitvormige	=	snuitvormig
snuitvormiger	=	snuitvormig
snuitvormigere	=	snuitvormig
snuitvormigers	=	snuitvormig
snuitvormigs	=	snuitvormig
snuitvormigst	=	snuitvormig
snuitvormigste	=	snuitvormig
snuitwaterzweefvlieg	noun	Anasimyia lineata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
snuitwaterzweefvliegen	=	snuitwaterzweefvlieg
snuitwaterzweefvliegje	=	snuitwaterzweefvlieg
snuitwaterzweefvliegjes	=	snuitwaterzweefvlieg
snuive	=	snuiven
snuiven	verb	sterk door de neus inademen (om te ruiken)
snuivend	=	snuiven
snuivende	=	snuiven
snuiver	noun	iemand die drugs nasaal gebruikt
snuivers	=	snuiver
snuivertje	=	snuiver
snuivertjes	=	snuiver
snukker	=	snugger
snul	noun	een heel eenvoudige, domme man
snullen	=	snul
snurk	noun	keelgeluid (in de slaap)
snurke	=	snurken
snurken	verb	ademen met een niet goed geopende luchtpijp, waardoor een rochelend geluid ontstaat
snurkend	adj	bezig met snurken
snurkende	=	snurken
snurkends	=	snurkend
snurker	noun	iemand die snurkt
snurkers	=	snurker
snurkertje	=	snurker
snurkertjes	=	snurker
snurkje	=	snurk
snurkjes	=	snurk
snurkt	=	snurken
snurkte	=	snurken
snurkten	=	snurken
snus	noun	zuigtabak, eventueel voorverpakt in een zakje, dat ter consumptie in de mond kan worden geplaatst
snussen	verb	zuigtabak gebruiken
snussend	=	snussen
snuste	=	snussen
snuyt	=	snuit
so	noun	een zuivelproduct geproduceerd tussed de zevende en elfde eeuw door het inkoken van melk
so's	=	so
so'tje	=	so
so'tjes	=	so
so-wie-so	=	sowieso
soa	noun	infectieziekte die vooral wordt overgedragen door seksueel contact
soa's	=	soa
soa'tje	=	soa
soa'tjes	=	soa
soa-soa	noun	Hydrosaurus amboinensis een hagedis uit de familie agamen (Agamidae).
soa-soa's	=	soa-soa
soa-soaatje	=	soa-soa
soa-soaatjes	=	soa-soa
soaatje	=	soa
soaatjes	=	soa
soap	noun	eindeloos langlopende televisieserie
soapachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een soap
soapachtige	=	soapachtig
soapachtiger	=	soapachtig
soapachtigere	=	soapachtig
soapachtigers	=	soapachtig
soapachtigs	=	soapachtig
soapachtigst	=	soapachtig
soapachtigste	=	soapachtig
soapdorp	noun	een fictief dorp waar een soapserie zich afspeelt
soapdorpen	=	soapdorp
soapdorpje	=	soapdorp
soapdorpjes	=	soapdorp
soapje	=	soap
soapjes	=	soap
soapopera	noun	een tv-serie over de belevenissen van verschillende personen in een fictieve wereld, met veel emoties, dramatische situaties en cliffhangers
soapopera's	=	soapopera
soaps	=	soap
soapserie	noun	een televisieserie waarin van dag tot dag de belevenissen van personen in een fictieve wereld worden gevolgd; meestal met een romantische en/of sentimentele inhoud
soapseries	=	soapserie
soapster	noun	acteur of actrice uit een soapserie
soapsterren	=	soapster
soapsterretje	=	soapster
soapsterretjes	=	soapster
sober	adj	heel eenvoudig
soberder	=	sober
soberdere	=	sober
soberders	=	sober
sobere	=	sober
soberheid	noun	zonder overbodige overdaad of overmaat
sobers	=	sober
soberst	=	sober
soberste	=	sober
sobertjes	adv	met zeer beperkte middelen uitgevoerd, karig gedaan of gemaakt
sochnoejot	=	sochnoet
sochnoet	noun	agentschap, vertegenwoordiging
sociaal	adj	betrekking hebbend op de menselijke samenleving
sociaal-anarchisme	noun	snijvlak van anarchisme en socialisme
sociaal-christelijk	adj	betrekking hebbend op de maatschappijvisie en politieke stroming geworteld in het christendom, die waarden als naastenliefde, gelijkwaardigheid en zorg voor kwetsbaren centraal stelt, en deze vertaalt naar concrete sociale actie en beleid, met een focus op gemeenschap, de publieke zaak en het welzijn van de hele samenleving
sociaal-christelijke	=	sociaal-christelijk
sociaal-christelijker	=	sociaal-christelijk
sociaal-christelijkere	=	sociaal-christelijk
sociaal-christelijkers	=	sociaal-christelijk
sociaal-christelijks	=	sociaal-christelijk
sociaal-christelijkst	=	sociaal-christelijk
sociaal-christelijkste	=	sociaal-christelijk
sociaal-democraat	=	sociaaldemocraat
sociaal-democratie	=	sociaaldemocratie
sociaal-democratisch	=	sociaaldemocratisch
sociaal-economisch	adj	over maatschappelijke verhoudingen en bedrijvigheid in hun wisselwerking
sociaal-economische	=	sociaal-economisch
sociaal-economischer	=	sociaal-economisch
sociaal-economischere	=	sociaal-economisch
sociaal-economischers	=	sociaal-economisch
sociaal-juridisch	adj	betrekking hebbend op het snijvlak van sociaal welzijn en juridische regels, gericht op het ondersteunen van burgers bij problemen rond werk, inkomen, huisvesting en uitkeringen.
sociaal-juridische	=	sociaal-juridisch
sociaal-juridischer	=	sociaal-juridisch
sociaal-juridischere	=	sociaal-juridisch
sociaal-juridischers	=	sociaal-juridisch
sociaal-maatschappelijk	adj	het samenspel tussen het individu en de samenleving, en omvat alle aspecten van welzijn, participatie, en ondersteuning die mensen nodig hebben om volwaardig mee te kunnen draaien in de maatschappij
sociaal-maatschappelijke	=	sociaal-maatschappelijk
sociaal-maatschappelijker	=	sociaal-maatschappelijk
sociaal-maatschappelijkere	=	sociaal-maatschappelijk
sociaal-maatschappelijkers	=	sociaal-maatschappelijk
sociaal-maatschappelijks	=	sociaal-maatschappelijk
sociaal-maatschappelijkst	=	sociaal-maatschappelijk
sociaal-maatschappelijkste	=	sociaal-maatschappelijk
sociaal-medisch	adj	betreft de wisselwerking tussen gezondheid, ziekte en de maatschappelijke context
sociaal-medische	=	sociaal-medisch
sociaal-medischer	=	sociaal-medisch
sociaal-medischere	=	sociaal-medisch
sociaal-medischers	=	sociaal-medisch
sociaal-ruimtelijk	adj	betreffende de interactie van mensen met hun leefomgeving
sociaal-ruimtelijke	=	sociaal-ruimtelijk
sociaal-ruimtelijker	=	sociaal-ruimtelijk
sociaal-ruimtelijkere	=	sociaal-ruimtelijk
sociaal-ruimtelijkers	=	sociaal-ruimtelijk
sociaal-ruimtelijks	=	sociaal-ruimtelijk
sociaal-ruimtelijkst	=	sociaal-ruimtelijk
sociaal-ruimtelijkste	=	sociaal-ruimtelijk
sociaaldemocraat	noun	aanhanger van een politieke beweging die op democratische wijze binnen de bestaande maatschappelijke of politieke orde een sociale wetgeving voorstaat
sociaaldemocraatje	=	sociaaldemocraat
sociaaldemocrate	=	sociaaldemocraat
sociaaldemocraten	=	sociaaldemocraat
sociaaldemocratie	noun	politieke stroming die op democratische wijze binnen de bestaande maatschappelijke of politieke orde tot een samenleving met meer gelijkheid wil komen; binnen de de bredere socialistische beweging de parlementair ingestelde variant, die bij voorbeeld door sociale wetgeving het kapitalisme geleidelijk wil hervormen
sociaaldemocratietje	=	sociaaldemocratie
sociaaldemocratietjes	=	sociaaldemocratie
sociaaldemocratieën	=	sociaaldemocratie
sociaaldemocratisch	adj	met betrekking tot de sociaaldemocratie
sociaaldemocratische	=	sociaaldemocratisch
sociaaldemocratischer	=	sociaaldemocratisch
sociaaldemocratischere	=	sociaaldemocratisch
sociaaldemocratischers	=	sociaaldemocratisch
sociaalecologisch	adj	betreffende het raakgebied van de sociologie en de ecologie; sociologische methoden om mensen meer ecologisch verantwoord gedrag te laten vertonen
sociaalecologische	=	sociaalecologisch
sociaalecologischer	=	sociaalecologisch
sociaalecologischere	=	sociaalecologisch
sociaalecologischers	=	sociaalecologisch
sociaaleconomisch	adj	betrekking hebbend op bedrijvigheid waar maatschappelijke doelstellingen belangrijker zijn dan winst
sociaaleconomische	=	sociaaleconomisch
sociaaleconomischer	=	sociaaleconomisch
sociaaleconomischere	=	sociaaleconomisch
sociaaleconomischers	=	sociaaleconomisch
sociaalgeografisch	adj	met betrekking tot de sociale geografie
sociaalgeografische	=	sociaalgeografisch
sociaalgeografischer	=	sociaalgeografisch
sociaalgeografischere	=	sociaalgeografisch
sociaalgeografischers	=	sociaalgeografisch
sociaalhistorisch	adj	betrekking hebbend op de studie van het dagelijks leven van 'gewone' mensen in het verleden, met aandacht voor samenleving, structuur, gewoonten, en de invloed van factoren zoals klasse, gender, etniciteit en religie, in plaats van alleen de elite en grote gebeurtenissen
sociaalhistorische	=	sociaalhistorisch
sociaalhistorischer	=	sociaalhistorisch
sociaalhistorischere	=	sociaalhistorisch
sociaalhistorischers	=	sociaalhistorisch
sociaalkritisch	adj	maatschappelijke misstanden scherp veroordelend vanuit een idealistisch standpunt
sociaalkritische	=	sociaalkritisch
sociaalkritischer	=	sociaalkritisch
sociaalkritischere	=	sociaalkritisch
sociaalkritischers	=	sociaalkritisch
sociaalliberaal	adj	strevend naar de kleinst mogelijke overheidsbemoeienis met het maatschappelijk leven die nog valt te verenigen met gelijkwaardige kansen voor iedereen
sociaalliberaals	=	sociaalliberaal
sociaalliberaalst	=	sociaalliberaal
sociaalliberaalste	=	sociaalliberaal
sociaalliberale	=	sociaalliberaal
sociaalliberaler	=	sociaalliberaal
sociaalliberalere	=	sociaalliberaal
sociaalliberalers	=	sociaalliberaal
sociaalnetwerksite	noun	een website waar gebruikers hun sociale netwerk creëren en onderhouden
sociaalnetwerksites	=	sociaalnetwerksite
sociaalpedagogisch	adj	betreft het methodisch begeleiden, ondersteunen en behandelen van mensen met ontwikkelings-, gedrags- of maatschappelijke problemen, gericht op het vergroten van zelfredzaamheid
sociaalpedagogische	=	sociaalpedagogisch
sociaalpedagogischer	=	sociaalpedagogisch
sociaalpedagogischere	=	sociaalpedagogisch
sociaalpedagogischers	=	sociaalpedagogisch
sociaalpsychologisch	adj	met betrekking tot de sociale psychologie
sociaalpsychologische	=	sociaalpsychologisch
sociaalpsychologischer	=	sociaalpsychologisch
sociaalpsychologischere	=	sociaalpsychologisch
sociaalpsychologischers	=	sociaalpsychologisch
sociaalrealistisch	adj	betreft een kunststroming (schilderkunst, literatuur, film) die de rauwe werkelijkheid van het dagelijks leven, vaak de ellendige omstandigheden van de arbeidersklasse, kritisch en zonder opsmuk in beeld brengt
sociaalrealistische	=	sociaalrealistisch
sociaalrealistischer	=	sociaalrealistisch
sociaalrealistischere	=	sociaalrealistisch
sociaalrealistischers	=	sociaalrealistisch
sociaalrechtelijk	adj	alles wat te maken heeft met sociaal recht, het rechtsgebied dat de sociale verhoudingen en bescherming van individuen in de samenleving regelt, zoals arbeidsrecht (werkgever-werknemer), sociale zekerheid (uitkeringen bij ziekte, werkloosheid, pensioen), gezondheidszorg en huisvesting, met als doel sociale bescherming en gelijkheid te waarborgen
sociaalrechtelijke	=	sociaalrechtelijk
sociaalrechtelijker	=	sociaalrechtelijk
sociaalrechtelijkere	=	sociaalrechtelijk
sociaalrechtelijkers	=	sociaalrechtelijk
sociaalrechtelijks	=	sociaalrechtelijk
sociaalrechtelijkst	=	sociaalrechtelijk
sociaalrechtelijkste	=	sociaalrechtelijk
sociaals	=	sociaal
sociaalst	=	sociaal
sociaalste	=	sociaal
sociaaltechnisch	adj	betreffende een bedrijfskundige stroming die gericht is op het verbeteren van het functioneren van mens en organisatie door aanpassing of herontwerp van werkprocessen en organisatie van de techniek of diensten én van de menselijke arbeidstaken
sociaaltechnische	=	sociaaltechnisch
sociaaltechnischer	=	sociaaltechnisch
sociaaltechnischere	=	sociaaltechnisch
sociaaltechnischers	=	sociaaltechnisch
sociaalwetenschappelijk	adj	betrekking hebbend op de wetenschap van de mens in zijn sociale omgeving
sociaalwetenschappelijke	=	sociaalwetenschappelijk
sociaalwetenschappelijker	=	sociaalwetenschappelijk
sociaalwetenschappelijkere	=	sociaalwetenschappelijk
sociaalwetenschappelijkers	=	sociaalwetenschappelijk
sociaalwetenschappelijks	=	sociaalwetenschappelijk
sociaalwetenschappelijkst	=	sociaalwetenschappelijk
sociaalwetenschappelijkste	=	sociaalwetenschappelijk
sociabel	adj	gezellig, prettig in de omgang, een aangename indruk makend
sociabele	=	sociabel
sociabeler	=	sociabel
sociabelere	=	sociabel
sociabelers	=	sociabel
sociabels	=	sociabel
sociabelst	=	sociabel
sociabelste	=	sociabel
sociabiliteit	noun	het sociabel zijn
sociabiliteiten	=	sociabiliteit
socialbesitas	noun	de verslaving van mensen aan sociale media en hun mobiele apparaat
sociale	=	sociaal
socialemedia-account	noun	een virtueel profiel waar iemand zichzelf presenteert op de sociale media
socialemedia-accounts	=	socialemedia-account
socialemediakanaal	noun	een communicatiekanaal dat verloopt via sociale media
socialemediakanalen	=	socialemediakanaal
socialemediatestament	noun	testament waarin iemand regelt wat er met zijn of haar digitale erfenis gedaan moet worden
socialemediatestamenten	=	socialemediatestament
socialemediaverbod	noun	het (gedeeltelijk) beperken van de toegang tot online platforms zoals TikTok, Instagram en YouTube voor specifieke leeftijdsgroepen (vaak jongeren onder 16 jaar), om hen te beschermen tegen schadelijke content, verslavende algoritmes en de negatieve mentale effecten, een stap die recentelijk in Australië is ingevoerd en ook in Europa wordt besproken.
socialemediaverboden	=	socialemediaverbod
socialemediaverbodje	=	socialemediaverbod
socialemediaverbodjes	=	socialemediaverbod
socialer	=	sociaal
socialere	=	sociaal
socialers	=	sociaal
socialesectorwoning	noun	een betaalbare huurwoning voor mensen met een lager inkomen.
socialesectorwoningen	=	socialesectorwoning
socialesectorwoninkje	=	socialesectorwoning
socialesectorwoninkjes	=	socialesectorwoning
socialisatie	noun	het in handen van de gemeenschap brengen van materiële productiefactoren
socialisaties	=	socialisatie
socialiseer	=	socialiseren
socialiseerde	=	socialiseren
socialiseerden	=	socialiseren
socialiseert	=	socialiseren
socialisere	=	socialiseren
socialiseren	verb	het bewust of onbewust aanleren van de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van een groep
socialiserend	=	socialiseren
socialiserende	=	socialiseren
socialisme	noun	maatschappijvorm gebaseerd op gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit, in principe uitgaande van een vrije markt maar waarbij het collectief, al dan niet belichaamd door de overheid/staat, de hoogste beslissingsbevoegdheid heeft over de verdeling van macht en goederen
socialismes	=	socialisme
socialist	noun	voorstander, aanhanger van het socialisme
socialiste	noun	vrouwelijke voorstander of aanhanger van het socialisme
socialisten	=	socialist
socialistenvreter	noun|informal	iemand die fel gekant is tegen de socialisten
socialistenvreters	=	socialistenvreter
socialistenvretertje	=	socialistenvreter
socialistenvretertjes	=	socialistenvreter
socialistes	=	socialiste
socialisties	=	socialistisch
socialistisch	adj	betrekking hebbend op of volgens het socialisme
socialistisch-realistisch	adj	betreft een officiële, door de staat voorgeschreven kunststijl in de Sovjet-Unie (ca. 1930-1970), bedoeld om het communisme te verheerlijken
socialistisch-realistische	=	socialistisch-realistisch
socialistisch-realistischer	=	socialistisch-realistisch
socialistisch-realistischere	=	socialistisch-realistisch
socialistisch-realistischers	=	socialistisch-realistisch
socialistische	=	socialistisch
socialistischer	=	socialistisch
socialistischere	=	socialistisch
socialistischers	=	socialistisch
socialistischt	=	socialistisch
socialistischte	=	socialistisch
socialistje	=	socialist
socialistjes	=	socialist
socialite	noun	iemand met veel belangrijke connecties in de showwereld maar die zelf geen speciale talenten heeft
socialites	=	socialite
socialize	=	socializen
socializede	=	socializen
socializeden	=	socializen
socializen	verb	communiceren op informele wijze (maar soms wel degelijk met een professionele bedoeling)
socializend	=	socializen
socializende	=	socializen
socializet	=	socializen
socialmediaprofiel	noun	de manier waarop iemand zichzelf presenteert op de verschillende interactieve onlineplatformen
socialmediaprofielen	=	socialmediaprofiel
socialmediaprofieltje	=	socialmediaprofiel
socialmediaprofieltjes	=	socialmediaprofiel
socialmediaverbod	noun	het (gedeeltelijk) beperken van de toegang tot online platforms zoals TikTok, Instagram en YouTube voor specifieke leeftijdsgroepen (vaak jongeren onder 16 jaar), om hen te beschermen tegen schadelijke content, verslavende algoritmes en de negatieve mentale effecten, een stap die recentelijk in Australië is ingevoerd en ook in Europa wordt besproken.
socialmediaverboden	=	socialmediaverbod
socialmediaverbodje	=	socialmediaverbod
socialmediaverbodjes	=	socialmediaverbod
socials	noun	sociale media waarbij de gebruikers zelf de inhoud bepalen
sociatrie	noun	leer van het gedrag in groepen
society	noun	aanduiding voor een gezamenlijke groep mensen uit de bovenlaag van de samenleving die zichtbaar veel met elkaar omgaan
society's	=	society
sociniaan	noun	een aanhanger van het socinianisme
sociniaantje	=	sociniaan
sociniaantjes	=	sociniaan
socinianen	=	sociniaan
socio-economisch	adj	betreffende de combinatie van sociale en economische factoren die iemands positie in de maatschappij bepalen, zoals opleidingsniveau, inkomen en beroep
socio-economische	=	socio-economisch
socio-economischer	=	socio-economisch
socio-economischere	=	socio-economisch
socio-economischers	=	socio-economisch
sociobiologie	noun	wetenschap die het sociaal gedrag probeert te verklaren door evolutie
sociobiologisch	adj	betrekking hebben op de wetenschap die sociaal gedrag biologisch probeert te verklaren
sociobiologische	=	sociobiologisch
sociobiologischer	=	sociobiologisch
sociobiologischere	=	sociobiologisch
sociobiologischers	=	sociobiologisch
sociocratie	noun	bestuursvorm die zich kenmerkt door besluitvorming via het consentbeginsel
sociocratieën	=	sociocratie
sociocratisch	adj	betrekking hebbend op de sociocratie
sociocratische	=	sociocratisch
sociocratischer	=	sociocratisch
sociocratischere	=	sociocratisch
sociocratischers	=	sociocratisch
sociodemografisch	adj	betrekking hebbend op de sociodemografie
sociodemografische	=	sociodemografisch
sociodemografischer	=	sociodemografisch
sociodemografischere	=	sociodemografisch
sociodemografischers	=	sociodemografisch
sociodrama	noun	rollenspel
sociodrama's	=	sociodrama
sociodramaatje	=	sociodrama
sociodramaatjes	=	sociodrama
sociofysiologie	noun	leer van de lichaamsfuncties in hun wisselwerking met het maatschappelijk bestaan
sociogenese	noun	het ontstaan van verschijnselen uit sociale toestanden of processen
sociograaf	noun	iemand die de sociaal-economische omstandigheden van een groep mensen, meestal in een bepaald gebied, bestudeert en beschrijft
sociografen	=	sociograaf
sociografie	noun	beschrijving en analyse van een afgebakende groep mensen, meestal in een bepaald gebied, met de nadruk op concrete, empirische observatie en het begrijpen van sociale structuren en processen
sociografieën	=	sociografie
sociografisch	adj	met betrekking tot de sociografie
sociografische	=	sociografisch
sociografischer	=	sociografisch
sociografischere	=	sociografisch
sociografischers	=	sociografisch
sociogram	noun	visuele voorstelling van de affectieve relaties in een sociale groep
sociogrammen	=	sociogram
sociogrammetje	=	sociogram
sociogrammetjes	=	sociogram
sociolect	noun	een taalvariatie die met een specifieke sociale groep verband is
sociolecten	=	sociolect
sociolectje	=	sociolect
sociolectjes	=	sociolect
sociolinguïstiek	noun	tak van de linguïstiek die het verband tussen taal en sociale groepen bestudeerd
sociologe	noun	een vrouwelijke beoefenaar van de sociologie
sociologen	=	socioloog
sociologes	=	sociologe
sociologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de studie van de menselijke samenleving
sociologisch	adj	betrekking hebbend op of product zijn van de sociologie
sociologische	=	sociologisch
sociologischer	=	sociologisch
sociologischere	=	sociologisch
sociologischers	=	sociologisch
socioloog	noun	beoefenaar van sociologie, de studie van de menselijke samenleving en haar verschijnselen
socioloogje	=	socioloog
socioloogjes	=	socioloog
sociometrie	noun	wetenschappelijke werkmethode voor het onderzoek van groepsrelaties
sociometrieën	=	sociometrie
sociometrisch	adj	betreft een kwantitatieve methode om sociale relaties te meten
sociometrische	=	sociometrisch
sociometrischer	=	sociometrisch
sociometrischere	=	sociometrisch
sociometrischers	=	sociometrisch
sociopaat	noun	iemand die totaal geen verantwoordelijkheidsgevoel voor anderen kent en geen contacten kan aangaan
sociopaatje	=	sociopaat
sociopaatjes	=	sociopaat
sociopaten	=	sociopaat
sociopathisch	adj	betrekking hebbend op sociopathie
sociopathische	=	sociopathisch
sociopathischer	=	sociopathisch
sociopathischere	=	sociopathisch
sociopathischers	=	sociopathisch
sociopolitiek	adj	betrekking hebbend op de politieke en sociale verhoudingen tussen mensen
sociopolitieke	=	sociopolitiek
sociopolitieker	=	sociopolitiek
sociopolitiekere	=	sociopolitiek
sociopolitiekers	=	sociopolitiek
sociopolitieks	=	sociopolitiek
sociopolitiekst	=	sociopolitiek
sociopolitiekste	=	sociopolitiek
sociotechnisch	adj	betreffende een bedrijfskundige stroming die gericht is op het verbeteren van het functioneren van mens en organisatie door aanpassing of herontwerp van werkprocessen en organisatie van de techniek of diensten én van de menselijke arbeidstaken
sociotechnische	=	sociotechnisch
sociotechnischer	=	sociotechnisch
sociotechnischere	=	sociotechnisch
sociotechnischers	=	sociotechnisch
sociotherapie	noun	therapie voor aanpassingsmoeilijkheden
sociotherapieën	=	sociotherapie
sociowoning	noun	woning voor een psychiatrische patiënt onder medisch toezicht
sociowoningen	=	sociowoning
sociowoninkje	=	sociowoning
sociowoninkjes	=	sociowoning
sociëteit	noun	een gezelligheidsvereniging
sociëteiten	=	sociëteit
sociëteitje	=	sociëteit
sociëteitjes	=	sociëteit
sockpuppet	noun	nepprofiel op de sociale media waarbij iemand zich voordoet als iemand die hij of zij niet is
sockpuppets	=	sockpuppet
socorroaratinga	noun	Psittacara brevipes een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
socorroaratinga's	=	socorroaratinga
socorroaratingaatje	=	socorroaratinga
socorroaratingaatjes	=	socorroaratinga
socorrospotlijster	noun	Mimus graysoni een vogelsoort uit de familie van de spotlijsters (Mimidae).
socorrospotlijsters	=	socorrospotlijster
socorrospotlijstertje	=	socorrospotlijster
socorrospotlijstertjes	=	socorrospotlijster
socorrotreurduif	noun	Zenaida graysoni een duif die in het wild is uitgestorven.
socorrotreurduifje	=	socorrotreurduif
socorrotreurduifjes	=	socorrotreurduif
socorrotreurduiven	=	socorrotreurduif
socorrowinterkoning	noun	Troglodytes sissonii een zangvogel uit de familie Troglodytidae (Winterkoningen).
socorrowinterkoningen	=	socorrowinterkoning
socorrowinterkoninkje	=	socorrowinterkoning
socorrowinterkoninkjes	=	socorrowinterkoning
socotrabrilvogel	noun	Zosterops socotranus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
socotrabrilvogels	=	socotrabrilvogel
socotrabrilvogeltje	=	socotrabrilvogel
socotrabrilvogeltjes	=	socotrabrilvogel
socotrabuizerd	noun	Buteo socotraensis een soort buizerd op het eiland Socotra was al meer dan honderd jaar bekend.
socotrabuizerdje	=	socotrabuizerd
socotrabuizerdjes	=	socotrabuizerd
socotrabuizerds	=	socotrabuizerd
socotradwergooruil	noun	Otus socotranus een vogelsoort uit de familie van de uilen (Strigidae).
socotradwergooruilen	=	socotradwergooruil
socotradwergooruiltje	=	socotradwergooruil
socotradwergooruiltjes	=	socotradwergooruil
socotragierzwaluw	noun	Apus berliozi een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
socotragierzwaluwen	=	socotragierzwaluw
socotragierzwaluwtje	=	socotragierzwaluw
socotragierzwaluwtjes	=	socotragierzwaluw
socotragors	noun	Emberiza socotrana een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
socotragorsje	=	socotragors
socotragorsjes	=	socotragors
socotragorzen	=	socotragors
socotragoudvleugelvink	noun	Rhynchostruthus socotranus een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
socotragoudvleugelvinken	=	socotragoudvleugelvink
socotragoudvleugelvinkje	=	socotragoudvleugelvink
socotragoudvleugelvinkjes	=	socotragoudvleugelvink
socotragraszanger	noun	Cisticola haesitatus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
socotragraszangers	=	socotragraszanger
socotragraszangertje	=	socotragraszanger
socotragraszangertjes	=	socotragraszanger
socotrahoningzuiger	noun	Chalcomitra balfouri een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
socotrahoningzuigers	=	socotrahoningzuiger
socotrahoningzuigertje	=	socotrahoningzuiger
socotrahoningzuigertjes	=	socotrahoningzuiger
socotramus	noun	Passer insularis een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
socotramusje	=	socotramus
socotramusjes	=	socotramus
socotramussen	=	socotramus
socotraspreeuw	noun	Onychognathus frater een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
socotraspreeuwen	=	socotraspreeuw
socotraspreeuwtje	=	socotraspreeuw
socotraspreeuwtjes	=	socotraspreeuw
socratisch	adj	van, met betrekking tot of op de manier van de Griekse wijsgeer Socrates
socratische	=	socratisch
socratischer	=	socratisch
socratischere	=	socratisch
socratischers	=	socratisch
sod	noun	geheim
soda	noun	een zout dat in de huishouding als was- en reinigingsmiddel wordt gebruikt
soda's	=	soda
sodawater	noun	kunstmineraalwater d.w.z. gewoon leidingwater, waarin koolzuurgas onder druk is opgelost.
sodawaters	=	sodawater
sodawatertje	=	sodawater
sodawatertjes	=	sodawater
sodeflikker	noun	scheldwoord met zeer onduidelijke betekenis	intj	uitroep van verwondering, onaangename verrassing of ergernis
sodeflikkers	=	sodeflikker
sodeflikkertje	=	sodeflikker
sodeflikkertjes	=	sodeflikker
sodeju	intj|vulgar	uitroep van ergernis, verrassing, verbazing, zorg of medelijden
sodeknetter	intj|vulgar	uitroep van verbazing of opwinding
sodemieter	noun	homoseksueel, sodomiet
sodemieterde	=	sodemieteren
sodemieterden	=	sodemieteren
sodemietere	=	sodemieteren
sodemieteren	verb|informal	vallen
sodemieterend	=	sodemieteren
sodemieterende	=	sodemieteren
sodemieters	=	sodemieter
sodemietert	=	sodemieteren
sodemietertje	=	sodemieter
sodemietertjes	=	sodemieter
sodoku	noun	een acute koortsende infectieziekte die wordt overgebracht door knaagdieren veroorzaakt door de spirocheet Spirillum
sodomie	noun|historical	'tegennatuurlijke' seksuele handelingen (in praktijk, tussen mannen), dat wil zeggen alle seksuele handelingen die niet gericht zijn op de voortplanting door middel van penis-vaginaal geslachtsverkeer
sodomiet	noun	iemand die anale seks bedrijft
sodomieten	=	sodomiet
sodomieter	=	sodemieter
sodomieteren	=	sodemieteren
sodomietje	=	sodomiet
sodomietjes	=	sodomiet
sodomsappel	noun	Solanum sodomaeum een 0,5–3 m hoge, stekelige, halfverhoute struik.
sodomsappelen	=	sodomsappel
sodomsappels	=	sodomsappel
sodomsappeltje	=	sodomsappel
sodomsappeltjes	=	sodomsappel
sodot	=	sod
soebat	=	soebatten
soebatte	=	soebatten
soebatten	verb	aanhoudend, smekend, dringend vragen waarbij je je voordoet als vriend
soebattend	=	soebatten
soebattende	=	soebatten
soedanees	noun	een inwoner van Soedan (ook Sudan)	adj	op Soedan (ook Sudan) betrekking hebbend
soedaneesje	=	soedanees
soedaneest	=	soedanees
soedaneeste	=	soedanees
soedanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Soedan (ook Sudan)
soedanesen	=	soedanese
soedaneser	=	soedanees
soedanesere	=	soedanees
soedanesers	=	soedanees
soedanezen	=	soedanees
soedes	noun	maaltijden, feestmalen
soefgania	noun	soort oliebol, gegeten tijdens het chanoekafeest
soefganiot	=	soefgania
soefi	noun	aanhanger van het soefisme, oorspronkelijk herkenbaar aan wollen kleding (sūf (صوف) = ‘wol’) en een ascetische en meditatieve levenswijze
soefi's	=	soefi
soefibeweging	noun	een spirituele en mystieke levensfilosofie gebaseerd op het soefisme.
soefibewegingen	=	soefibeweging
soefibeweginkje	=	soefibeweging
soefibeweginkjes	=	soefibeweging
soefimeester	noun	een spirituele gids binnen het soefisme (geworteld in de Islam)
soefimeesters	=	soefimeester
soefisme	noun	ascetische en meditatieve levenswijze binnen de islam, waarbij ernaar wordt gestreefd de eenheid van alles te vatten en via liefde voor God met Hem te versmelten
soegja	noun	afgerond deel van een Talmoedische discussie
soegjot	=	soegja
soek	noun	overwelfde nauwe straat met bazaars en werkplaatsen in Noord-Afrika en de landen van het Midden-Oosten
soeka	noun	loofhut
soeka's	=	soeka
soeke	noun	loofhut
soekes	=	soeke
soekje	=	soek
soekjes	=	soek
soekot	=	soeka
soeks	=	soek
soelaas	noun	vertroosting, verbetering
soelaes	=	soelaas
soemba-edelpapegaai	noun	Eclectus cornelia edelpapegaai die in 1850 geldig werd beschreven door Karel Lucien Bonaparte.
soemba-edelpapegaaien	=	soemba-edelpapegaai
soemba-edelpapegaaitje	=	soemba-edelpapegaai
soemba-edelpapegaaitjes	=	soemba-edelpapegaai
soemba-jaarvogel	noun	Rhyticeros everetti een neushoornvogel die voorkomt op de Kleine Soenda-eilanden.
soemba-jaarvogels	=	soemba-jaarvogel
soemba-jaarvogeltje	=	soemba-jaarvogel
soemba-jaarvogeltjes	=	soemba-jaarvogel
soembaboeboekuil	noun	Ninox rudolfi een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
soembaboeboekuilen	=	soembaboeboekuil
soembaboeboekuiltje	=	soembaboeboekuil
soembaboeboekuiltjes	=	soembaboeboekuil
soembadwerghoningeter	noun	Myzomela dammermani een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
soembadwerghoningeters	=	soembadwerghoningeter
soembadwerghoningetertje	=	soembadwerghoningeter
soembadwerghoningetertjes	=	soembadwerghoningeter
soembahoningvogel	noun	Dicaeum wilhelminae een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels)
soembahoningvogels	=	soembahoningvogel
soembahoningvogeltje	=	soembahoningvogel
soembahoningvogeltjes	=	soembahoningvogel
soembahoningzuiger	noun	Cinnyris buettikoferi een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
soembahoningzuigers	=	soembahoningzuiger
soembahoningzuigertje	=	soembahoningzuiger
soembahoningzuigertjes	=	soembahoningzuiger
soembajunglevliegenvanger	noun	Cyornis stresemanni een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
soembajunglevliegenvangers	=	soembajunglevliegenvanger
soembajunglevliegenvangertje	=	soembajunglevliegenvanger
soembajunglevliegenvangertjes	=	soembajunglevliegenvanger
soembapapegaaiduif	noun	Treron teysmannii een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
soembapapegaaiduifje	=	soembapapegaaiduif
soembapapegaaiduifjes	=	soembapapegaaiduif
soembapapegaaiduiven	=	soembapapegaaiduif
soembarupsvogel	noun	Edolisoma dohertyi een vogel uit de familie van de rupsvogels.
soembarupsvogels	=	soembarupsvogel
soembarupsvogeltje	=	soembarupsvogel
soembarupsvogeltjes	=	soembarupsvogel
soembavechtkwartel	noun	Turnix everetti een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
soembavechtkwartels	=	soembavechtkwartel
soembavechtkwarteltje	=	soembavechtkwartel
soembavechtkwarteltjes	=	soembavechtkwartel
soembavliegenvanger	noun	Muscicapa segregata een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
soembavliegenvangers	=	soembavliegenvanger
soembavliegenvangertje	=	soembavliegenvanger
soembavliegenvangertjes	=	soembavliegenvanger
soembawalijster	noun	Geokichla dohertyi een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
soembawalijsters	=	soembawalijster
soembawalijstertje	=	soembawalijster
soembawalijstertjes	=	soembawalijster
soemerisch	adj	betrekking hebbend op het Soemerisch
soemerische	=	soemerisch
soemerischer	=	soemerisch
soemerischere	=	soemerisch
soemerischers	=	soemerisch
soemerischtalig	adj	de Soemerische taal sprekend
soemerischtalige	=	soemerischtalig
soemerischtaligs	=	soemerischtalig
soemerringgazelle	noun	Nanger soemmerringii evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
soemerringgazellen	=	soemerringgazelle
soemerringgazelles	=	soemerringgazelle
soemerringgazelletje	=	soemerringgazelle
soemerringgazelletjes	=	soemerringgazelle
soenda-ooievaar	noun	Ciconia stormi een grote ooievaar uit het geslacht Ciconia.
soenda-ooievaars	=	soenda-ooievaar
soenda-ooievaartje	=	soenda-ooievaar
soenda-ooievaartjes	=	soenda-ooievaar
soenda-ooievaren	=	soenda-ooievaar
soendablauwborstijsvogel	noun	Alcedo peninsulae een vogel uit de familie ijsvogels (Alcedinidae).
soendablauwborstijsvogels	=	soendablauwborstijsvogel
soendablauwborstijsvogeltje	=	soendablauwborstijsvogel
soendablauwborstijsvogeltjes	=	soendablauwborstijsvogel
soendabloedwielewaal	noun	Oriolus consanguineus een soort wielewaal die voorkomt in Zuidoost-Azië.
soendabloedwielewaaltje	=	soendabloedwielewaal
soendabloedwielewaaltjes	=	soendabloedwielewaal
soendabloedwielewalen	=	soendabloedwielewaal
soendaboszanger	noun	Phylloscopus grammiceps een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
soendaboszangers	=	soendaboszanger
soendaboszangertje	=	soendaboszanger
soendaboszangertjes	=	soendaboszanger
soendabrilvogel	noun	Zosterops melanurus een zangvogel uit de familie van de brilvogels.
soendabrilvogels	=	soendabrilvogel
soendabrilvogeltje	=	soendabrilvogel
soendabrilvogeltjes	=	soendabrilvogel
soendadwergooruil	noun	Otus lempiji een uil uit de familie Strigidae (Echte uilen).
soendadwergooruilen	=	soendadwergooruil
soendadwergooruiltje	=	soendadwergooruil
soendadwergooruiltjes	=	soendadwergooruil
soendadwerguil	noun	Taenioptynx sylvaticum een vogel uit de familie van de uilen.
soendadwerguilen	=	soendadwerguil
soendadwerguiltje	=	soendadwerguil
soendadwerguiltjes	=	soendadwerguil
soendagoudborstbuulbuul	noun	Rubigula dispar een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
soendagoudborstbuulbuuls	=	soendagoudborstbuulbuul
soendagoudborstbuulbuultje	=	soendagoudborstbuulbuul
soendagoudborstbuulbuultjes	=	soendagoudborstbuulbuul
soendahoningzuiger	noun	Cinnyris ornatus (syn.: Nectarinia jugularis ornatus) een zangvogel uit de familie van de honingzuigers; dit zijn vogels die foerageren op de nectar van bloemen, maar ook op insecten, vooral in de tijd dat ze jongen verzorgen
soendahoningzuigers	=	soendahoningzuiger
soendahoningzuigertje	=	soendahoningzuiger
soendahoningzuigertjes	=	soendahoningzuiger
soendakoekoek	noun	Cuculus lepidus een koekoekssoort uit het geslacht Cuculus.
soendakoekoeken	=	soendakoekoek
soendakoekoekje	=	soendakoekoek
soendakoekoekjes	=	soendakoekoek
soendakraai	noun	Corvus enca een vogel uit de familie van de kraaien.
soendakraaien	=	soendakraai
soendakraaitje	=	soendakraai
soendakraaitjes	=	soendakraai
soendakruiplijster	noun	Pomatorhinus bornensis een vogel uit de familie der Timaliidae (timalia’s) die voorkomt in de Indische Archipel.
soendakruiplijsters	=	soendakruiplijster
soendakruiplijstertje	=	soendakruiplijster
soendakruiplijstertjes	=	soendakruiplijster
soendalangoer	noun	Presbytis comata primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
soendalangoeren	=	soendalangoer
soendalangoertje	=	soendalangoer
soendalangoertjes	=	soendalangoer
soendamenievogel	noun	Pericrocotus igneus een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
soendamenievogels	=	soendamenievogel
soendamenievogeltje	=	soendamenievogel
soendamenievogeltjes	=	soendamenievogel
soendamerel	noun	Turdus javanicus een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
soendamerels	=	soendamerel
soendamereltje	=	soendamerel
soendamereltjes	=	soendamerel
soendanees	noun	iemand die behoort tot de Soendanezen, een volk dat uit het westelijk deel van Java afkomstig is (de historische regio Soenda)
soendaneesje	=	soendanees
soendaneesjes	=	soendanees
soendaneestalig	adj	de Soendaneese taal sprekend
soendaneestalige	=	soendaneestalig
soendaneestaligs	=	soendaneestalig
soendanese	=	soendanees
soendanezen	=	soendanees
soendaooievaar	noun	Ciconia stormi een grote ooievaar uit het geslacht Ciconia.
soendaooievaars	=	soendaooievaar
soendaooievaartje	=	soendaooievaar
soendaooievaartjes	=	soendaooievaar
soendaooievaren	=	soendaooievaar
soendaspookdier	noun	Cephalopachus bancanus een primaat uit de familie spookdiertjes (Tarsiidae)
soendaspookdieren	=	soendaspookdier
soendaspookdiertje	=	soendaspookdier
soendaspookdiertjes	=	soendaspookdier
soendastruikkoekoek	noun	Cacomantis sepulcralis een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
soendastruikkoekoeken	=	soendastruikkoekoek
soendastruikkoekoekje	=	soendastruikkoekoek
soendastruikkoekoekjes	=	soendastruikkoekoek
soendastruikzanger	noun	Horornis vulcanius een vogelsoort uit de familie van de cettiidae.
soendastruikzangers	=	soendastruikzanger
soendastruikzangertje	=	soendastruikzanger
soendastruikzangertjes	=	soendastruikzanger
soendazebravink	noun	Taeniopygia guttata een kleine vogel uit de familie Estrildidae.
soendazebravinken	=	soendazebravink
soendazebravinkje	=	soendazebravink
soendazebravinkjes	=	soendazebravink
soendazwaluw	noun	Cecropis striolata een vogel uit de familie van zwaluwen (Hirundinidae).
soendazwaluwen	=	soendazwaluw
soendazwaluwtje	=	soendazwaluw
soendazwaluwtjes	=	soendazwaluw
soenna	noun	de manier van Mohammed zoals die gekend is via overleveringen over diens leven, een van de vier bronnen van het islamitische recht
soenniet	noun	iemand die het soennisme aanhangt, de hoofdstroming binnen de islam
soennieten	noun	een bevolkingsgroep die de hoofdstroming binnen de islam volgen: het soennisme
soennietje	=	soenniet
soennietjes	=	soenniet
soennisme	noun	grootste hoofdstroming van de islam gevolgd door het sjiisme
soennitisch	adj	van, betrekking hebbend op, volgens de soennieten
soennitische	=	soennitisch
soennitischer	=	soennitisch
soennitischere	=	soennitisch
soennitischers	=	soennitisch
soep	noun	vloeibaar gerecht dat bereid wordt door bepaalde ingrediënten, met name groenten en/of vlees, met bouillon en veel water te koken
soepautomaat	noun	verkoopautomaat ('vendingmachine') die warme, kant-en-klare soep serveert, vaak op de werkplek of als buurtvoorziening
soepautomaatje	=	soepautomaat
soepautomaatjes	=	soepautomaat
soepautomaten	=	soepautomaat
soepbal	noun	balletje gehakt dat in de soep wordt meegekookt
soepballen	=	soepbal
soepballetje	=	soepbal
soepballetjes	=	soepbal
soepbeen	noun	been dat in de soep wordt afgetrokken
soepbeenderen	=	soepbeen
soepbeentje	=	soepbeen
soepbeentjes	=	soepbeen
soepbenen	=	soepbeen
soepblokje	noun	blokje materiaal waaruit men instantsoep kan maken
soepblokjes	=	soepblokje
soepbord	noun	diep bord om soep uit te eten
soepborden	=	soepbord
soepbordje	=	soepbord
soepbordjes	=	soepbord
soepel	adj	gemakkelijk buigend en zich aanpassend
soepele	=	soepel
soepeler	=	soepel
soepelere	=	soepel
soepelers	=	soepel
soepelheden	=	soepelheid
soepelheid	noun	de mate waarin iets makkelijk vervormbaar is of buigbaar is
soepels	=	soepel
soepelst	=	soepel
soepelste	=	soepel
soepeltjes	adj	heel gemakkelijk en zonder problemen
soepelvallend	adj	van een stof of kledingstuk dat het makkelijk om het lichaam plooit
soepelvallende	=	soepelvallend
soepelvallender	=	soepelvallend
soepelvallendere	=	soepelvallend
soepelvallenders	=	soepelvallend
soepelvallends	=	soepelvallend
soepelvallendst	=	soepelvallend
soepelvallendste	=	soepelvallend
soepen	=	soep
soeperig	adj	op soep lijkend
soeperige	=	soeperig
soeperiger	=	soeperig
soeperigere	=	soeperig
soeperigers	=	soeperig
soeperigs	=	soeperig
soeperigst	=	soeperig
soeperigste	=	soeperig
soepfiets	noun	een fiets (of een ander vervoermiddel zoals een busje) die wordt gebruikt om warme soep, broodjes en dekens uit te delen aan daklozen
soepfietsen	=	soepfiets
soepfietsje	=	soepfiets
soepfietsjes	=	soepfiets
soepgroente	noun	groente die men in de soep kan doen, vaak al gesneden en gewassen
soepgroenten	=	soepgroente
soepgroentes	=	soepgroente
soepjas	noun	lange, slobberige jas
soepjasje	=	soepjas
soepjasjes	=	soepjas
soepjassen	=	soepjas
soepje	=	soep
soepjes	=	soep
soepjurk	noun	wijde, ongetailleerde jurk zonder model
soepjurken	=	soepjurk
soepjurkje	=	soepjurk
soepjurkjes	=	soepjurk
soepketel	noun	grote ketel waar in soep wordt gemaakt
soepketels	=	soepketel
soepketeltje	=	soepketel
soepketeltjes	=	soepketel
soepkip	noun	kip die alleen geschikt is om er soep van te koken
soepkipje	=	soepkip
soepkippen	=	soepkip
soepkippetje	=	soepkip
soepkippetjes	=	soepkip
soepkom	noun	kom waaruit vooral soep wordt gegeten
soepkommen	=	soepkom
soepkommetje	=	soepkom
soepkommetjes	=	soepkom
soepkop	noun	kop die vooral wordt gebruikt om soep uit te eten
soepkopje	=	soepkop
soepkopjes	=	soepkop
soepkoppen	=	soepkop
soepkraam	noun	een verplaatsbaar verkooppunt of een marktkraam waar verse soep wordt bereid en geserveerd
soepkraampje	=	soepkraam
soepkraampjes	=	soepkraam
soepkramen	=	soepkraam
soeplepel	noun	grote, diepe lepel waarmee soep opgeschept wordt, soepopscheplepel, opscheplepel
soeplepels	=	soeplepel
soeplepeltje	=	soeplepel
soeplepeltjes	=	soeplepel
soeppan	noun	een grote pan die geschikt is voor het maken van soep
soeppannen	=	soeppan
soeppannetje	=	soeppan
soeppannetjes	=	soeppan
soeppot	noun	grote, hoge kookpan die geschikt is voor het bereiden van grote hoeveelheden soep, maar ook voor andere gerechten zoals aardappelen, groenten en pasta
soeppotje	=	soeppot
soeppotten	=	soeppot
soeps	noun	niet veel soeps / weinig soeps: weinig voorstellen, niets bijzonders zijn, matige kwaliteit hebben
soepschildpad	noun	bepaald soort zeedier, Chelonia mydas uit de familie van de zeeschildpadden Cheloniidae die overal rond de evenaar voorkomen en waarvan schildpadsoep kan worden gemaakt
soepschildpadden	=	soepschildpad
soepschildpadje	=	soepschildpad
soepschildpadjes	=	soepschildpad
soepstengel	noun	droge, knapperige stengel van brooddeeg met olie om bij soep te eten.
soepstengels	=	soepstengel
soepstengeltje	=	soepstengel
soepstengeltjes	=	soepstengel
soeptablet	noun	een tablet waarvan men instantsoep kan maken
soeptabletten	=	soeptablet
soepterrientje	=	soepterrine
soepterrientjes	=	soepterrine
soepterrine	noun	een geglazuurde diepe schaal om soep of stoofpot uit te serveren
soepterrines	=	soepterrine
soepterrinetje	=	soepterrine
soepterrinetjes	=	soepterrine
soepvlees	noun	vlees om soep van te koken
soera	noun	elk van de 114 hoofdstukken van de Koran bestaande uit meerdere verzen (aya, ayat of ayah)
soera's	=	soera
soeraatje	=	soera
soeraatjes	=	soera
soes	noun	luchtig, hol gebak, vaak gevuld met (slag)room
soesa	noun	gebeurtenissen of bezigheden die meer aandacht vereisen dan wenselijk is
soesde	=	soezen
soesden	=	soezen
soesje	=	soes
soesjes	=	soes
soest	=	soezen
soetra	noun	korte teksten die gebruikt worden in het hindoeïsme, het boeddhisme, en jaïnisme
soetra's	=	soetra
soeur	noun	aanspreekvorm voor een non
soeurs	=	soeur
soeverein	adj	van geen hoger gezag afhankelijk	noun	heerser met een aan geen hoger gezag ondergeschikte macht
soevereinboor	noun	boor die dient om ingeboorde gaten aan het boveneinde kegelvormig te vergroten zodat de schroefkop daarin kan verdwijnen
soevereinboortje	=	soevereinboor
soevereinboortjes	=	soevereinboor
soevereinboren	=	soevereinboor
soevereine	=	soeverein
soevereinen	=	soeverein
soevereiner	=	soeverein
soevereinere	=	soeverein
soevereiners	=	soeverein
soevereiniteit	noun	opperste staatsgezag
soevereiniteiten	=	soevereiniteit
soevereiniteitsverklaring	noun	een officiële verklaring waarin een staat, gebied of entiteit aankondigt dat het de hoogste macht (soevereiniteit) bezit en onafhankelijk is van enig hoger gezag.
soevereiniteitsverklaringen	=	soevereiniteitsverklaring
soevereiniteitsverklarinkje	=	soevereiniteitsverklaring
soevereiniteitsverklarinkjes	=	soevereiniteitsverklaring
soevereins	=	soeverein
soevereinst	=	soeverein
soevereinste	=	soeverein
soeze	=	soezen
soezebolde	=	soezebollen
soezebollen	verb	bijna in slaap vallen
soezebollend	=	soezebollen
soezen	verb	dommelen, half slapen
soezend	=	soezen
soezende	=	soezen
soezerig	adj	slaperig of slaapverwekkend
soezerige	=	soezerig
soezeriger	=	soezerig
soezerigere	=	soezerig
soezerigers	=	soezerig
soezerigs	=	soezerig
soezerigst	=	soezerig
soezerigste	=	soezerig
soezig	adj	niet helemaal wakker
soezige	=	soezig
soeziger	=	soezig
soezigere	=	soezig
soezigers	=	soezig
soezigs	=	soezig
soezigst	=	soezig
soezigste	=	soezig
sof	noun|informal	mislukking, tegenslag, teleurstelling, debacle, afgang
sofa	noun	een gestoffeerde zitbank met een rugleuning
sofa's	=	sofa
sofaatje	=	sofa
sofaatjes	=	sofa
sofapatat	noun	een persoon die gaarne op de sofa zit en veel televisie kijkt maar nauwelijks actief leven heeft; een saai persoon
sofapatatten	=	sofapatat
sofeer	noun	schrijver
soffen	=	sof
sofiekruid	noun	bepaald soort eenjarige plant, Descurainia sophia (syn.: Sisymbrium sophia) uit de kruisbloemenfamilie (Brassicales)
sofiekruidje	=	sofiekruid
sofiekruidjes	=	sofiekruid
sofinummer	noun|historical	uniek nummer voor iedere inwoner, gebruikt bij de sociale uitkeringen en de heffing van belastingen en premies In 2014 vervangen door het burgerservicenummer.
sofinummers	=	sofinummer
sofioot	noun	een inwoner van Sofia, of iemand afkomstig uit Sofia
sofioten	=	sofioot
sofiotisch	adj	op Sofia betrekking hebbend
sofiotische	noun	een vrouwelijke inwoner van Sofia, of een vrouw afkomstig uit Sofia
sofiotischen	=	sofiotische
sofisme	noun	drogreden, een reden of redenering die niet (helemaal) klopt, maar desondanks aannemelijk lijkt
sofismen	=	sofisme
sofismes	=	sofisme
sofist	noun	Griekse filosoof in de tweede helft van de 5e eeuw v.Chr., die de filosofie op de praktijk toepaste
sofisten	=	sofist
sofistisch	adj	spitsvondig, vals redenerend
sofistische	=	sofistisch
sofistischer	=	sofistisch
sofistischere	=	sofistisch
sofistischers	=	sofistisch
sofje	=	sof
sofriem	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden vanaf Mozes tot en met het begin van de 2e eeuw v.
sofs	=	sof
soft	adj	zacht, zachtaardig
softbal	noun	bal waarmee gesoftbald wordt.
softbalde	=	softballen
softbalden	=	softballen
softballe	=	softballen
softballen	verb	softbal spelen
softballend	=	softballen
softballende	=	softballen
softballetje	=	softbal
softballetjes	=	softbal
softbalt	=	softballen
softbox	noun	hulpmiddel voor fotografen en videografen om hard licht van een flitser of continulamp om te zetten in zacht, diffuus licht
softboxen	=	softbox
softboxje	=	softbox
softboxjes	=	softbox
softdrink	noun	drankje zonder alcohol
softdrinks	=	softdrink
softdrug	noun	drug met geringe verslavende werking
softdrugs	=	softdrug
softe	=	soft
soften	verb	heel dicht bij elkaar dansen; heel intiem dansen
softend	=	soften
softenon	noun	medicijn tegen slapeloosheid en misselijkheid dat ernstige afwijkingen kan veroorzaken bij ongeboren kinderen
softer	=	soft
softere	=	soft
softers	=	soft
softheden	=	softheid
softheid	noun	zachtheid, slapheid, vergevingsgezindheid
softie	noun	te zachtaardig persoon, zacht eitje, halve zachte
softies	=	softie
softijs	noun	Zacht ijs, Softijs of "vers ijs" is een halffabricaat in de bereiding van (room)ijs, waarbij het rijpingsproces niet wordt uitgevoerd en het ijs direct uit de ijsemmer wordt geconsumeerd.
softijsje	=	softijs
softijsjes	=	softijs
softporno	noun	erotische publicatie waarbij de geslachtsdaad zelf niet expliciet in beeld komt
softs	=	soft
softst	=	soft
softste	=	soft
softte	=	soften
software	noun	de verzamelnaam voor besturings- en toepassingsprogramma's, voornamelijk voor de computer
software-developer	=	softwaredeveloper
softwareapplicatie	noun	een computerprogramma dat is ontworpen om een specifieke taak uit te voeren voor een gebruiker, eigenlijk hetzelfde dus als een applicatie zolang men met computers bezig is
softwareapplicaties	=	softwareapplicatie
softwareapplicatietje	=	softwareapplicatie
softwareapplicatietjes	=	softwareapplicatie
softwarebedrijf	noun	bedrijf dat computerprogramma's maakt, aanpast en verkoopt
softwarebedrijfje	=	softwarebedrijf
softwarebedrijfjes	=	softwarebedrijf
softwarebedrijven	=	softwarebedrijf
softwareconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die programma's maken voor computers
softwareconcerns	=	softwareconcern
softwaredeveloper	noun	iemand die beroepsmatig tot taak heeft om nieuwe software te bedenken, ontwikkelen en/of te onderhouden
softwaredevelopers	=	softwaredeveloper
softwaregigant	noun	groot bedrijf dat software maakt
softwaregiganten	=	softwaregigant
softwarehuis	noun	een bedrijf dat software uitgeeft
softwarehuisje	=	softwarehuis
softwarehuisjes	=	softwarehuis
softwarehuizen	=	softwarehuis
softwarekosten	noun	geld dat men uitgeeft voor de aanschaf en het onderhoud van computerprogramma's
softwarelicentie	noun	een vergunning om een computerprogramma van iemand anders te gebruiken
softwarelicenties	=	softwarelicentie
softwaremaker	noun	persoon die computerprogramma's maakt
softwaremakers	=	softwaremaker
softwareontwikkelaar	noun	Een persoon die als taak heeft het bedenken en programmeren van software
softwareontwikkelaars	=	softwareontwikkelaar
softwareontwikkelaarster	noun	vrouwelijke vorm van softwareontwikkelaar
softwareontwikkelaarsters	=	softwareontwikkelaarster
softwareontwikkelaarstertje	=	softwareontwikkelaarster
softwareontwikkelaarstertjes	=	softwareontwikkelaarster
softwareontwikkeling	noun	een discipline die zich bezighoudt met methodes om een vraag of probleem uit de werkelijkheid om te zetten naar een computerprogramma
softwareontwikkelingen	=	softwareontwikkeling
softwarepakket	noun	pakket op elkaar afgestemde computerprogramma's
softwarepakketje	=	softwarepakket
softwarepakketjes	=	softwarepakket
softwarepakketten	=	softwarepakket
softwareprogramma	noun	een programma dat geïnstalleerd en gebruikt kan worden op een computer
softwareprogramma's	=	softwareprogramma
softwareprogrammaatje	=	softwareprogramma
softwareprogrammaatjes	=	softwareprogramma
softwaresysteem	noun	een systeem van software (dat echter niet kan draaien zonder hardware!)
softwaresystemen	=	softwaresysteem
sog	=	soggen
sogde	=	soggen
sogden	=	soggen
sogdischtalig	adj	de Sogdische taal sprekend
sogdischtalige	=	sogdischtalig
sogdischtaligs	=	sogdischtalig
sogge	=	soggen
soggen	verb	studieontwijkend gedrag stellen; bezig zijn met andere zaken dan studie
soggend	=	soggen
soggende	=	soggen
sogt	=	soggen
soi	noun	infectieziekte die vooral wordt overgedragen door seksueel contact
soi's	=	soi
soi-disant	adj	voorgevend, zelfbenoemd
soides	=	sod
soigneer	=	soigneren
soigneerde	=	soigneren
soigneerden	=	soigneren
soigneert	=	soigneren
soignere	=	soigneren
soigneren	verb	zorg besteden aan het uiterlijk
soignerend	=	soigneren
soignerende	=	soigneren
soigneur	noun	iemand die soigneert (verzorger van lichamelijke en geestelijke conditie van sportlui)
soigneurs	=	soigneur
soigneurtje	=	soigneur
soigneurtjes	=	soigneur
soigneuse	=	soigneur
soiree	noun	formele avondpartij
soirees	=	soiree
soireetje	=	soiree
soireetjes	=	soiree
soit	intj	het zij zo
soja	noun	bepaald soort peulvrucht, Glycine max
soja's	=	soja
sojaatje	=	soja
sojabonen	=	sojaboon
sojaboon	noun	eiwitrijke boon van de sojaplant, Glycine max
sojaboontje	=	sojaboon
sojaboontjes	=	sojaboon
sojacino	noun	cappuccino gemaakt met sojamelk
sojacino's	=	sojacino
sojafrappuccino	noun	ijscappuccino gemaakt van sojamelk
sojafrappuccino's	=	sojafrappuccino
sojakaas	noun	eiwitrijk voedingsmiddel uit gestremde sojamelk gemaakt
sojakazen	=	sojakaas
sojamelk	noun	een stabiele emulsie van olie, water en proteïne dat wordt gemaakt door droge sojabonen te laten wellen, en met water fijn te malen
sojamelken	=	sojamelk
sojaolie	noun	uit sojazaad gewonnen spijsolie
sojaolies	=	sojaolie
sojaoliën	=	sojaolie
sojasaus	noun	donkerbruine, gefermenteerde saus, gemaakt van de sojaboon, geroosterd graan, water en zeezout met een pikante smaak
sojasausen	=	sojasaus
sojasausje	=	sojasaus
sojasausjes	=	sojasaus
sojasauzen	=	sojasaus
sojascheut	noun	een sojaboon die ontkiemt is en waaraan een stukje stengel is gegroeid
sojascheuten	=	sojascheut
sojascheutje	=	sojascheut
sojavlees	noun	uit bonen van de sojaplant Glycine max gemaakt product dat zoveel mogelijk op spierweefsel van geslachte dieren lijkt Vaak gebruikt in vegetarische maaltijden bestemd voor mensen die gewend zijn vlees te eten, omdat soja veel eiwitten bevat.
sok	noun	kous die tot net boven de enkel komt
sokje	=	sok
sokjes	=	sok
sokkel	noun	een voetstuk, voornamelijk voor beelden
sokkelhoutskoolzwam	noun	Daldinia loculata een zakjeszwam behorend tot de familie Xylariaceae.
sokkelhoutskoolzwammen	=	sokkelhoutskoolzwam
sokkelhoutskoolzwammetje	=	sokkelhoutskoolzwam
sokkelhoutskoolzwammetjes	=	sokkelhoutskoolzwam
sokkels	=	sokkel
sokkeltje	=	sokkel
sokkeltjes	=	sokkel
sokken	=	sok
sokkenteller	noun	een onderofficier die de taak heeft om de uitrusting, met name de uniformen, te verdelen en de voorraden te bewaren
sokkentellers	=	sokkenteller
sokkenwol	noun	wol of ander garen waarvan men stokken kan breien
sokkerig	adj	van personen m.n. oude mannen: treuzelend, slap, slaperig, dromerig
sokkerige	=	sokkerig
sokkeriger	=	sokkerig
sokkerigere	=	sokkerig
sokkerigers	=	sokkerig
sokkerigs	=	sokkerig
sokkerigst	=	sokkerig
sokkerigste	=	sokkerig
sokoireiger	noun	Ardea cocoi een vogel uit de familie der reigers.
sokoireigers	=	sokoireiger
sokoireigertje	=	sokoireiger
sokoireigertjes	=	sokoireiger
sokokedwergooruil	noun	Otus ireneae een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
sokokedwergooruilen	=	sokokedwergooruil
sokokedwergooruiltje	=	sokokedwergooruil
sokokedwergooruiltjes	=	sokokedwergooruil
sokokepieper	noun	Anthus sokokensis een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
sokokepiepers	=	sokokepieper
sokokepiepertje	=	sokokepieper
sokokepiepertjes	=	sokokepieper
sokophouder	noun	elastiek om afzakken van sokken te voorkomen
sokophouders	=	sokophouder
sokpootje	noun	sok die om stoel- en tafelpoten geschoven kan worden teneinde slijtage en lawaai bij het verplaatsen te voorkomen
sokpootjes	=	sokpootje
sokpop	noun	een uit een sok gemaakte handpop
sokpopje	=	sokpop
sokpopjes	=	sokpop
sokpoppen	=	sokpop
sokpoppetje	=	sokpop
sokpoppetjes	=	sokpop
sokuon	noun	een Japans symbool dat de vorm van een klein tsu-karakter neemt (っ/ッ)
sol	noun	colloïdale oplossing.
solaas	noun	vertroosting, verzachting
solair	adj	op de zon betrekking hebbend
solairder	=	solair
solairdere	=	solair
solairders	=	solair
solaire	=	solair
solairs	=	solair
solairst	=	solair
solairste	=	solair
solanine	noun	een organische verbinding behorende tot de glycoalkaloïden die wordt gevonden in planten die behoren tot de nachtschadefamilie (Solanaceae), zoals de aardappel en de aubergine
solaninen	=	solanine
solanines	=	solanine
solaria	=	solarium
solarium	noun	zonnebank
solariummetje	=	solarium
solariummetjes	=	solarium
solariumpje	=	solarium
solariumpjes	=	solarium
solariums	=	solarium
solastalgie	noun	psychisch of existentieel lijden als gevolg van de klimaatopwarming
soldaat	noun	krijgsman met de laagste rang binnen een strijdmacht
soldaatje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort orchidee Orchis militaris
soldaatjes	noun	Cantharidae een familie van kevers (Coleoptera) uit de superfamilie Elateroidea.
soldaet	=	soldaat
soldate	noun	vrouwelijke soldaat
soldaten	=	soldaat
soldatenara	noun	Ara militaris een middelgrote, overwegend groene papegaai.
soldatenara's	=	soldatenara
soldatenaraatje	=	soldatenara
soldatenaraatjes	=	soldatenara
soldatenlaars	noun	het hoge schoeisel gemaakt voor militairen
soldatenlaarsje	=	soldatenlaars
soldatenlaarsjes	=	soldatenlaars
soldatenlaarzen	=	soldatenlaars
soldatenleven	noun	het dagelijkse bestaan van eenvoudige militairen
soldatenlevens	=	soldatenleven
soldatenleventje	=	soldatenleven
soldatenleventjes	=	soldatenleven
soldatenlied	noun	lied dat door soldaten wordt gezongen
soldatenliederen	=	soldatenlied
soldatenliedje	=	soldatenlied
soldatenliedjes	=	soldatenlied
soldatentaal	noun	het (vaak grove) taalgebruik van militairen van de laagste rang
soldatentaaltje	=	soldatentaal
soldatentaaltjes	=	soldatentaal
soldatentalen	=	soldatentaal
soldatentijd	noun	de periode die men dient als eenvoudig militair
soldatentijden	=	soldatentijd
soldatenvolk	noun	de groep mensen die dienen als eenvoudig militair
soldates	=	soldate
soldatesk	adj	passend bij soldaten; lijkend op een eigenschap van soldaten
soldateske	=	soldatesk
soldatesker	=	soldatesk
soldateskere	=	soldatesk
soldateskers	=	soldatesk
soldatesks	=	soldatesk
soldateskst	=	soldatesk
soldateskste	=	soldatesk
solde	noun	loon van soldaten
soldeer	noun	een geschikte legering om in gesmolten toestand metalen delen mee te solderen
soldeerapparaat	noun	toestel om twee stukken metaal aan elkaar vast te maken door daartussen een geschikte metaallegering eerst te smelten en dan te laten stollen
soldeerapparaten	=	soldeerapparaat
soldeerbout	noun	een stuk gereedschap om mee te solderen
soldeerbouten	=	soldeerbout
soldeerboutje	=	soldeerbout
soldeerboutjes	=	soldeerbout
soldeerde	=	solderen
soldeerden	=	solderen
soldeeren	=	solderen
soldeerijzer	noun	staaf waarvan het puntig uiteinde sterk kan worden verhit, bestemd om twee stukken metaal aan elkaar vast te maken door daartussen een geschikte metaallegering eerst te smelten en dan te laten stollen
soldeerijzers	=	soldeerijzer
soldeerlamp	noun	brander waaruit een vlam komt die heet genoeg is voor het smelten van soldeer
soldeerlampen	=	soldeerlamp
soldeerlampje	=	soldeerlamp
soldeerlampjes	=	soldeerlamp
soldeerpistolen	=	soldeerpistool
soldeerpistool	noun	soldeerbout met een handgreep lijkend op een pistool
soldeerplek	noun	een plaats waar men soldeert of heeft gesoldeerd
soldeerplekje	=	soldeerplek
soldeerplekjes	=	soldeerplek
soldeerplekken	=	soldeerplek
soldeersel	noun	metaalmengsel dat makkelijk kan smelten en bij stollen metalen met elkaar kan verbinden
soldeersels	=	soldeersel
soldeerseltje	=	soldeersel
soldeerseltjes	=	soldeersel
soldeerstation	noun	soldeerbout met een apart station waarop je de temperatuur kan instellen
soldeerstations	=	soldeerstation
soldeert	=	solderen
soldeertin	noun	legering voornamelijk bestaande uit tin en vroeger ook lood maar tegenwoordig ook verkrijgbaar in een loodvrije variant b.v. met een samenstelling van 96,5% tin, 3% zilver, 0,5% koper
soldeertinnen	=	soldeertin
soldeertinzuiger	noun	een handpomp waarmee gesmolten soldeertin bij het lossolderen kan worden opgezogen
soldeertinzuigers	=	soldeertinzuiger
soldeertinzuigertje	=	soldeertinzuiger
soldeertinzuigertjes	=	soldeertinzuiger
soldeerwater	noun	chloorzink opgelost in water dat men gebruikt als vloeimiddel bij solderen
soldeerwatertje	=	soldeerwater
soldeerwatertjes	=	soldeerwater
soldeke	noun|informal	aanschaf tegen een heel gunstige prijs
soldekes	=	soldeke
solden	noun	verkoop tegen verlaagde prijzen, in de regel van aan het einde van het seizoen overgebleven producten
soldenier	noun	huursoldaat, huurling
soldeniers	=	soldenier
soldere	=	solderen
solderen	verb	door verhitting vloeibare tussenstof (het soldeer) aanbrengen tussen losse metaaldelen waardoor deze na afkoeling vast verbonden blijven
solderend	=	solderen
solderende	=	solderen
soldij	noun	loon van soldaten
soldijen	=	soldij
soldijtje	=	soldij
soldijtjes	=	soldij
soldijverhoging	noun	verhoging van het militaire salaris
soldijverhogingen	=	soldijverhoging
soldijverhoginkje	=	soldijverhoging
soldijverhoginkjes	=	soldijverhoging
solecisme	noun	taalfout die men maakt door een gebrekkige kennis van de taal
soleer	=	soleren
soleerde	=	soleren
soleerden	=	soleren
soleert	=	soleren
solemneel	adj	plechtig, zeer feestelijk
solemneels	=	solemneel
solemneelst	=	solemneel
solemneelste	=	solemneel
solemnele	=	solemneel
solemneler	=	solemneel
solemnelere	=	solemneel
solemnelers	=	solemneel
solemniteit	noun	plechtige, vaak kerkelijke gelegenheid
solemniteiten	=	solemniteit
solen	=	sol
solenodon	noun	dier uit het geslacht Solenodon van zoogdieren uit de familie van de solenodons (Solenodontidae).
solenodonnetje	=	solenodon
solenodonnetjes	=	solenodon
solenodons	noun	Solenodontidae een kleine familie van primitieve zoogdieren uit de orde der insecteneters (Eulipotyphla)
solenoïde	noun	op een cilinder gewonden draadspoel waardoor een elektrische stroom kan lopen en die een bepaalde zelfinductie heeft
solenoïden	=	solenoïde
solenoïdes	=	solenoïde
solere	=	soleren
soleren	verb	als solist optreden
solerend	=	soleren
solerende	=	soleren
solex	noun	langzame, brommer met voorwielaandrijving die populair was in de jaren '50 - '60 van de twintigste eeuw
solexen	=	solex
solexje	=	solex
solexjes	=	solex
solfer	noun|obsolete	zwavel
solfers	=	solfer
solfège	noun	zangoefening zonder tekst op de namen van de muzieknoten
soli	=	solo
solidair	adj	door een gevoel van saamhorigheid verbonden of daarvan blijk gevend
solidairder	=	solidair
solidairdere	=	solidair
solidairders	=	solidair
solidaire	=	solidair
solidairiteit	=	solidariteit
solidairs	=	solidair
solidairst	=	solidair
solidairste	=	solidair
solidariseer	=	solidariseren
solidariseerde	=	solidariseren
solidariseerden	=	solidariseren
solidariseert	=	solidariseren
solidarisere	=	solidariseren
solidariseren	verb	solidair worden met
solidariserend	=	solidariseren
solidariserende	=	solidariseren
solidaristisch	adj	betrekking hebbend op het solidarisme of de solidaristen
solidaristische	=	solidaristisch
solidaristischer	=	solidaristisch
solidaristischere	=	solidaristisch
solidaristischers	=	solidaristisch
solidariteit	noun	bewustzijn van groepsbelang en de wil om dat te tonen
solidariteiten	=	solidariteit
solidariteitsactie	noun	actie om solidariteit te tonen
solidariteitsacties	=	solidariteitsactie
solidariteitsactietje	=	solidariteitsactie
solidariteitsactietjes	=	solidariteitsactie
solidariteitsbeweging	noun	organisatie die zich solidair verklaart met een bepaalde groep mensen
solidariteitsbewegingen	=	solidariteitsbeweging
solidariteitsbeweginkje	=	solidariteitsbeweging
solidariteitsbeweginkjes	=	solidariteitsbeweging
solidariteitsbijeenkomst	noun	bijeenkomst ter ondersteuning van een bepaalde groep mensen of organisaties
solidariteitsbijeenkomsten	=	solidariteitsbijeenkomst
solidariteitsfonds	noun	fonds waarin geld wordt gestort ten behoeve van minderbedeelde landen, personen, instanties of verenigingen
solidariteitsfondsen	=	solidariteitsfonds
solidariteitsfondsje	=	solidariteitsfonds
solidariteitsfondsjes	=	solidariteitsfonds
solidariteitsgedachte	noun	het idee dat men elkaar moet helpen om als samenleving verder te kunnen komen; het idee dat sociale cohesie van essentieel belang is voor een samenleving
solidariteitsgedachten	=	solidariteitsgedachte
solidariteitsgedachtes	=	solidariteitsgedachte
solidariteitsheffing	noun	extra belasting die wordt geheven om maatschappelijke kosten te dekken, vaak gericht op hogere inkomens of bedrijven met onverwacht hoge winsten (overwinsten).
solidariteitsheffingen	=	solidariteitsheffing
solidariteitsheffinkje	=	solidariteitsheffing
solidariteitsheffinkjes	=	solidariteitsheffing
solidariteitsmaatregel	noun	een maatregel die er op gericht is iets te bereiken door solidair te zijn
solidariteitsmaatregels	=	solidariteitsmaatregel
solidariteitsstaking	noun	staking om uiting te geven aan solidariteit
solidariteitsstakingen	=	solidariteitsstaking
solidariteitsstakinkje	=	solidariteitsstaking
solidariteitsstakinkjes	=	solidariteitsstaking
solidariteitsverklaring	noun	een formele uiting (schriftelijk of mondeling) waarin personen of organisaties hun steun, verbondenheid en eensgezindheid betuigen aan een bepaalde groep, persoon of zaak.
solidariteitsverklaringen	=	solidariteitsverklaring
solidariteitsverklarinkje	=	solidariteitsverklaring
solidariteitsverklarinkjes	=	solidariteitsverklaring
solidariteitswerk	noun	activiteiten die men doet om een bepaalde groep mensen moreel en materieel te steunen
solidariteitswerken	=	solidariteitswerk
solide	adj	stevig, vast, hecht, massief.
solideer	=	solideren
solideerde	=	solideren
solideerden	=	solideren
solideert	=	solideren
solideo	noun	eenvoudig rond kapje dat geestelijken op het hoofd dragen in een kleur die hun rang aangeeft
solideo's	=	solideo
solider	=	solide
solidere	=	solide
solideren	verb	aannemen van een vaste vorm
soliderend	=	solideren
soliderende	=	solideren
soliders	=	solide
solides	=	solide
soliditeit	noun	het solide zijn
solied	adj	solide
soliede	=	solied
solieder	=	solied
soliedere	=	solied
solieders	=	solied
solieds	=	solied
soliedst	=	solide
soliedste	=	solide
solipsisme	noun	filosofische leer die ervan uitgaat dat er maar één enkel bewustzijn bestaat, nl. dat van de waarnemer
solipsismen	=	solipsisme
solipsist	noun	iemand die gelooft dat er maar één enkel bewustzijn bestaat: dat van de waarnemer
solipsisten	=	solipsist
solipsistisch	adj	betrekking hebbend op solipsisme
solipsistische	=	solipsistisch
solipsistischer	=	solipsistisch
solipsistischere	=	solipsistisch
solipsistischers	=	solipsistisch
solisme	noun	het alleen, zonder overleg of ruggespraak dingen doen
solist	noun	iemand die in zijn of haar eentje een opvoering geeft in een deel of gedurende de gehele opvoering
soliste	noun	vrouwelijk persoon die in haar eentje een opvoering geeft in een deel of gedurende de gehele opvoering
solisten	=	solist
solistes	=	soliste
solistisch	adj	alleen en zonder overleg handelend (als een solist)
solistische	=	solistisch
solistischer	=	solistisch
solistischere	=	solistisch
solistischers	=	solistisch
solistje	=	solist
solistjes	=	solist
solitair	noun	eenling	adj	alleen levend
solitairder	=	solitair
solitairdere	=	solitair
solitairders	=	solitair
solitaire	=	solitair
solitairen	=	solitair
solitairs	=	solitair
solitairst	=	solitair
solitairste	=	solitair
solle	=	sollen
sollen	verb	met volstrekte willekeur of respectloos behandelen
sollend	=	sollen
sollende	=	sollen
solletje	=	sol
solletjes	=	sol
sollicitant	noun	iemand die solliciteert (naar een baan dingt)
sollicitanten	=	sollicitant
sollicitantje	=	sollicitant
sollicitantjes	=	sollicitant
sollicitatie	noun	een aanzoek tot het intreden van een dienstverband
sollicitatiebrief	noun	een brief waarin iemand naar een baan solliciteert
sollicitatiebriefje	=	sollicitatiebrief
sollicitatiebriefjes	=	sollicitatiebrief
sollicitatiebrieven	=	sollicitatiebrief
sollicitatieclub	noun	een aantal mensen die gezamenlijk een sollicitatietraining volgen
sollicitatieclubje	=	sollicitatieclub
sollicitatieclubjes	=	sollicitatieclub
sollicitatieclubs	=	sollicitatieclub
sollicitatiecode	noun	een verzameling basisregels waarvan verwacht wordt dat een bedrijf of organisatie deze in acht neemt bij een sollicitatieprocedure
sollicitatiecodes	=	sollicitatiecode
sollicitatiecommissie	noun	een commissie die een sollicitatieprocedure behandelt
sollicitatiecommissies	=	sollicitatiecommissie
sollicitatiecommissietje	=	sollicitatiecommissie
sollicitatiecommissietjes	=	sollicitatiecommissie
sollicitatieformulier	noun	een formulier dat iemand invult bij het solliciteren naar een baan
sollicitatieformulieren	=	sollicitatieformulier
sollicitatieformuliertje	=	sollicitatieformulier
sollicitatieformuliertjes	=	sollicitatieformulier
sollicitatiegesprek	noun	een gesprek waarin iemand naar een baan solliciteert
sollicitatiegesprekje	=	sollicitatiegesprek
sollicitatiegesprekjes	=	sollicitatiegesprek
sollicitatiegesprekken	=	sollicitatiegesprek
sollicitatielonen	=	sollicitatieloon
sollicitatieloon	noun	geld dat een sollicitant ontvangt voor het voeren van een sollicitatiegesprek
sollicitatieplicht	noun	de plicht om te solliciteren als men een sociale uitkering ontvangt
sollicitatieplichten	=	sollicitatieplicht
sollicitatieprocedure	noun	een procedure omtrent de sollicitatie
sollicitatieprocedures	=	sollicitatieprocedure
sollicitatieproceduretje	=	sollicitatieprocedure
sollicitatieproceduretjes	=	sollicitatieprocedure
sollicitaties	=	sollicitatie
sollicitatietje	=	sollicitatie
sollicitatietjes	=	sollicitatie
sollicitatietraining	noun	cursus waarin men leert hoe men zich succesvol kan presenteren bij een sollicitatie
sollicitatietrainingen	=	sollicitatietraining
solliciteer	=	solliciteren
solliciteerde	=	solliciteren
solliciteerden	=	solliciteren
solliciteert	=	solliciteren
sollicitere	=	solliciteren
solliciteren	verb	naar een baan dingen
solliciterend	=	solliciteren
solliciterende	=	solliciteren
solo	noun	het alleen optreden	adv	zonder hulp van een maat
solo's	=	solo
soloactie	noun	actie van een persoon
soloacties	=	soloactie
soloactietje	=	soloactie
soloactietjes	=	soloactie
soloalbum	noun	een langspeelplaat of cd waarop nummers van maar één artiest staan
soloalbums	=	soloalbum
sologamie	noun	het bewust geen liefdesrelatie aangaan met andere mensen en als het ware met zichzelf trouwen
sologezin	noun	huishouden met één persoon
sologezinnen	=	sologezin
solohuishouden	noun	huishouden met één persoon
solohuishoudens	=	solohuishouden
solomens	noun	Homo erectus soloensis een late ondersoort van de uitgestorven mensensoort Homo erectus.
solomensen	=	solomens
solomensje	=	solomens
solomensjes	=	solomens
solomonstormvogel	noun	Becks stormvogel
solomonstormvogels	=	solomonstormvogel
solomonstormvogeltje	=	solomonstormvogel
solomonstormvogeltjes	=	solomonstormvogel
solootje	=	solo
solootjes	=	solo
solopartij	noun	alleenspel, alleenzang in een muziekstuk
solopartijen	=	solopartij
solopartijtje	=	solopartij
solopartijtjes	=	solopartij
soloplaat	noun	muziekalbum waarop één artiest als solist optreedt
soloplaatje	=	soloplaat
soloplaatjes	=	soloplaat
soloplaten	=	soloplaat
soloseks	noun	seks waarbij iemand zichzelf een orgasme bezorgt
soloshow	noun	een (cabaret)voorstelling door één persoon gegeven
soloshows	=	soloshow
soloshowtje	=	soloshow
soloshowtjes	=	soloshow
soloslim	noun	bij het wiezen: een bod om 12 (voor een kleine) of 13 (voor een grote) slagen alleen te halen
solostuk	noun	een toneel- of muziekstuk voor één persoon of instrument
solostukje	=	solostuk
solostukjes	=	solostuk
solostukken	=	solostuk
solotentoonstelling	noun	tentoonstelling met het werk van één kunstenaar
solotentoonstellingen	=	solotentoonstelling
solotocht	noun	een reis die men alleen maakt
solotochten	=	solotocht
solotochtje	=	solotocht
solotochtjes	=	solotocht
solovlucht	noun	een vliegreis die gemaakt wordt door één piloot zonder hulp van anderen
solovluchten	=	solovlucht
solovoorstelling	noun	voorstelling gespeeld door één acteur
solovoorstellingen	=	solovoorstelling
solowerk	noun	een (muziek)stuk dat door één persoon gespeeld kan worden
solowerken	=	solowerk
solowerkje	=	solowerk
solowerkjes	=	solowerk
solozang	noun	gezang door één persoon
solozangen	=	solozang
solozanger	noun	iemand die alleen gedurende de gehele muziekopvoering of een gedeelte ervan alleen zingt
solozangeres	noun	vrouwelijk persoon die alleen gedurende de gehele muziekopvoering of een gedeelte ervan alleen zingt
solozangeresje	=	solozangeres
solozangeresjes	=	solozangeres
solozangeressen	=	solozangeres
solozangers	=	solozanger
solozangertje	=	solozanger
solozangertjes	=	solozanger
sols	=	sol
solsleutel	noun	teken dat vooraan een notenbalk staat om aan te geven waar de sol ligt (de toon sol is de vijfde toon van een toonladder die begint met "do".)
solsleutels	=	solsleutel
solstitia	=	solstitium
solstitium	noun	de gebeurtenis waarbij het dagelijks toenemen van de zonshoogte bij het bereiken van een keerkring stopt, en overgaat in een afnemende zonshoogte
solt	=	sollen
solutie	noun	een lijm die gebruikt wordt om kleine lekken in een rubberen fietsbinnenband te dichten
soluties	=	solutie
solutio	noun	oplossing
solvabel	adj	tot betalen in staat
solvabele	=	solvabel
solvabeler	=	solvabel
solvabelere	=	solvabel
solvabelers	=	solvabel
solvabels	=	solvabel
solvabelst	=	solvabel
solvabelste	=	solvabel
solvabiliteit	noun	het vermogen om te betalen
solvabiliteiten	=	solvabiliteit
solvabiliteitsprobleem	noun	moeilijkheden die ontstaan door het te weinig eigen vermogen hebben in verhouding tot de schulden die men heeft
solvabiliteitsproblemen	=	solvabiliteitsprobleem
solvens	noun	oplossend geneesmiddel
solvent	noun	vloeistof (vaak een agressieve verbinding), waarin een andere stof kan worden opgelost	adj	in staat aan al zijn geldelijke verplichtingen te voldoen, in staat te betalen
solvente	=	solvent
solventen	=	solvent
solventer	=	solvent
solventere	=	solvent
solventers	=	solvent
solventie	noun	het solvent zijn
solventje	=	solvent
solventjes	=	solvent
solvents	=	solvent
solventst	=	solvent
solventste	=	solvent
solvolyse	noun	chemische reactie tussen een verbinding en het oplosmiddel waarin zij is opgelost
solvolyses	=	solvolyse
solvolysetje	=	solvolyse
solvolysetjes	=	solvolyse
som	noun	resultaat van een optelling
somaligalago	noun	Galago gallarum primaat uit de familie van de galago's (Galagidae).
somaligalago's	=	somaligalago
somaligalagootje	=	somaligalago
somaligalagootjes	=	somaligalago
somaliolifantspitsmuis	noun	Elephantulus revoili een zoogdier uit de familie van de springspitsmuizen (Macroscelididae).
somaliolifantspitsmuisje	=	somaliolifantspitsmuis
somaliolifantspitsmuisjes	=	somaliolifantspitsmuis
somaliolifantspitsmuizen	=	somaliolifantspitsmuis
somalisch	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Somalië
somalische	noun	een vrouwelijke inwoner van Somalië, of een vrouw afkomstig uit Somalië
somalischen	=	somalische
somalischer	=	somalisch
somalischere	=	somalisch
somalischers	=	somalisch
somalischtalig	adj	de Somalische taal sprekend
somalischtalige	=	somalischtalig
somalischtaligs	=	somalischtalig
somaliër	noun	een inwoner van Somalië, of iemand afkomstig uit Somalië
somaliërs	=	somaliër
somaliërtje	=	somaliër
somatisatiestoornis	noun	stoornis die wordt gekenmerkt door een chronisch geestelijk lijden dat zich onder andere uit in het hebben van vele lichamelijke symptomen
somatisch	adj	met betrekking tot het lichaam, lichamelijk
somatische	=	somatisch
somatischer	=	somatisch
somatischere	=	somatisch
somatischers	=	somatisch
somatometrie	noun	lichaamsmeting
somatotrofine	noun	een groeihormoon
somber	adj	in neergeslagen stemming
somberde	=	somberen
somberden	=	somberen
somberder	=	somber
somberdere	=	somber
somberders	=	somber
sombere	=	somber
somberen	verb	somber overpeinzen, pessimistisch zijn
somberend	=	somberen
somberende	=	somberen
somberheden	=	somberheid
somberheid	noun	het somber zijn
somberheidje	=	somberheid
somberheidjes	=	somberheid
somberkever	noun	insect uit de familie Zopheridae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
somberkevers	noun	Zopheridae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga
somberkevertje	=	somberkever
somberkevertjes	=	somberkever
sombers	=	somber
somberst	=	somber
somberste	=	somber
sombert	=	somberen
somberte	noun	het somber zijn
somberten	=	somberte
sombrero	noun	gevlochten hoed met brede rand rondom
sombrero's	=	sombrero
sombrerootje	=	sombrero
sombrerootjes	=	sombrero
somma	noun	bedrag afgeleid van de optelling die het bedrag als uitkomst heeft
sommatie	noun	aanmaning
sommaties	=	sommatie
sommeer	=	sommeren
sommeerde	=	sommeren
sommeerden	=	sommeren
sommeert	=	sommeren
sommelier	noun	wijnkelner die zorgt voor de wijnen die passen bij de gerechten in een restaurant
sommeliers	=	sommelier
sommen	=	som
sommere	=	sommeren
sommeren	verb	met autoriteit een bevel geven
sommerend	=	sommeren
sommerende	=	sommeren
sommering	noun	wettelijk bevel uitgevaardigd door een overheidsdienaar of overheidsfunctionaris
sommeringen	=	sommering
sommetje	=	som
sommetjes	=	som
sommige	pron	een onbepaald, meestal klein aantal	num	een onbepaald, meestal klein aantal
sommigen	pron	bepaalde personen, gewoonlijk een kleine minderheid
sommiteit	noun	hoogste persoon in de orde
sommiteiten	=	sommiteit
sommiteitje	=	sommiteit
sommiteitjes	=	sommiteit
somnambule	noun	iemand die in een hypnotische slaap voorspellende uitspraken doet
somnambules	=	somnambule
somnambulisme	noun	slaapwandelen
somnolentie	noun	slaperigheid
somnologen	=	somnoloog
somnologie	noun	slaapgeneeskunde, geneeskundig specialisme dat gaat over slaapproblemen en slaapstoornissen
somnoloog	noun	slaapgeneeskundige, titel die een arts krijgt na het behalen van het somnologie examen van European Sleep Research Society.
somp	noun	moeras
sompen	=	somp
sompig	adj	heel vochtig en drassig waardoor je er diep in weg zakt als je er overheen loopt
sompige	=	sompig
sompiger	=	sompig
sompigere	=	sompig
sompigers	=	sompig
sompigs	=	sompig
sompigst	=	sompig
sompigste	=	sompig
sompje	=	somp
somptueus	adj	weelderig, kostbaar
somptueust	=	somptueus
somptueuste	=	somptueus
somptueuze	=	somptueus
somptueuzer	=	somptueus
somptueuzere	=	somptueus
somptueuzers	=	somptueus
soms	adv	in een beperkt aantal gevallen of tijden dus niet altijd en overal
somtijds	adj	zich af en toe voordoend	adv|formal	bij bepaalde gelegenheden, op sommige momenten, in mogelijke gevallen
somtijdse	=	somtijds
somtonen	=	somtoon
somtoon	noun	bestaat uit een toon met een frequentie gelijk aan de som van de frequenties van twee klinkende tonen hetgeen ontstaat doordat er naast optelling ook (een beetje) ongewenste vermenigvuldiging optreedt (door niet-lineariteit)
somwijlen	adv	soms
sonant	noun	klinker, klank
sonanten	=	sonant
sonar	noun	techniek om de plaats van objecten onder water vast te stellen met behulp van teruggekaatst ultrasoon geluid
sonars	=	sonar
sonarsignaal	noun	berichten verstuurd met behulp van zeer hoogfrequent geluid
sonarsignalen	=	sonarsignaal
sonate	noun	een muziekstuk voor één of enkele instrumenten
sonaten	=	sonate
sonates	=	sonate
sonatetje	=	sonate
sonatine	=	sonate
sonatines	=	sonate
soncoya	noun	Annona purpurea een plant uit de familie Annonaceae.
soncoya's	=	soncoya
sonde	noun	een peilstift om een moeilijk toegankelijke ruimte binnen een lichaam te verkennen, of om er gegevens op te nemen
sondeer	=	sonderen
sondeerde	=	sonderen
sondeerden	=	sonderen
sondeeren	=	sonderen
sondeert	=	sonderen
sondere	=	sonderen
sonderen	verb	door prikken iets onderzoeken; onderzoeken door het inbrengen van een sonde
sonderend	=	sonderen
sonderende	=	sonderen
sondering	noun	globale verkenning van de bodem met behulp van een peilstok of boor
sonderingen	=	sondering
sondes	=	sonde
sondetje	=	sonde
sondetjes	=	sonde
sondevoeding	noun	vloeibare voeding die met een plastic slang direct in de maag of darm wordt toegediend
sondevoedingen	=	sondevoeding
sondevoedinkje	=	sondevoeding
sondevoedinkjes	=	sondevoeding
song	noun	lied
songfestival	noun	Wedstrijd waarbij het beste liedje of de beste zanger/zangeres wint.
songfestivalletje	=	songfestival
songfestivalletjes	=	songfestival
songfestivals	=	songfestival
songs	=	song
songtekst	noun	bij een lied behorende tekst
songteksten	=	songtekst
songtekstje	=	songtekst
songtekstjes	=	songtekst
songwriter	noun	de componist en tekstschrijver van liedjes
songwriters	=	songwriter
songwritertje	=	songwriter
songwritertjes	=	songwriter
sonisch	adj	van of met betrekking tot geluid
sonische	=	sonisch
sonischer	=	sonisch
sonischere	=	sonisch
sonischers	=	sonisch
sonjabakker	=	sonjabakkeren
sonjabakkerde	=	sonjabakkeren
sonjabakkerden	=	sonjabakkeren
sonjabakkere	=	sonjabakkeren
sonjabakkeren	verb	het volgen van een dieet van diëtiste Sonja Bakker
sonjabakkerend	=	sonjabakkeren
sonjabakkerende	=	sonjabakkeren
sonjabakkert	=	sonjabakkeren
sonnerathoen	noun	Gallus sonneratii een vogel uit de familie van de fazantachtigen (Phasianidae).
sonnerathoenderen	=	sonnerathoen
sonnerathoenders	=	sonnerathoen
sonnerathoendertje	=	sonnerathoen
sonnerathoendertjes	=	sonnerathoen
sonnet	noun	metrisch gedicht bestaande uit ofwel twee vierregelige en twee drieregelige strofen (Italiaans sonnet), of uit drie vierregelige strofen en één tweeregelige strofe (Engels sonnet)
sonnetje	=	sonnet
sonnetjes	=	sonnet
sonnetten	=	sonnet
sonologie	noun	leer de elektronische muziek betreffende
sonoluminescentie	noun	het verschijnsel dat in een vloeistof lichtflitsen kunnen optreden onder invloed van hoge geluidsniveaus van ultrageluid
sonomachipmunk	noun	Tamias sonomae knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
sonomachipmunkje	=	sonomachipmunk
sonomachipmunkjes	=	sonomachipmunk
sonomachipmunks	=	sonomachipmunk
sonometrie	noun	onderzoek van geluid (lawaai) met behulp van een geluidsniveaumeter of sonometer
sonoor	adj	welklinkend, vol van toon
sonoorder	=	sonoor
sonoordere	=	sonoor
sonoorders	=	sonoor
sonoors	=	sonoor
sonoorst	=	sonoor
sonoorste	=	sonoor
sonorant	noun	spraakklank die wordt geproduceerd met een continue, niet-turbulente luchtstroom door het spraakkanaal, wat resulteert in een resonant of melodieus geluid
sonoranten	=	sonorant
sonorawinterkoning	noun	Pheugopedius felix een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
sonorawinterkoningen	=	sonorawinterkoning
sonorawinterkoninkje	=	sonorawinterkoning
sonorawinterkoninkjes	=	sonorawinterkoning
sonore	=	sonoor
sonoriteit	noun	met een volle, heldere, welluidende klank
sonoriteiten	=	sonoriteit
soo	=	zo
soof	=	zoof
soon	noun	klank
sooretamamierklauwier	noun	Thamnophilus ambiguus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
sooretamamierklauwieren	=	sooretamamierklauwier
sooretamamierklauwiertje	=	sooretamamierklauwier
sooretamamierklauwiertjes	=	sooretamamierklauwier
soorsak	=	zuurzak
soort	noun	een groep voorwerpen of andere entiteiten die een bepaald aantal kenmerken gemeenschappelijk heeft en zich daarin onderscheidt van overeenkomstige groepen
soortaanduiding	noun	term waarmee iets of iemand kan worden aangeduid als die tot een groep met bepaalde kenmerken behoort
soortaanduidingen	=	soortaanduiding
soortafhankelijk	adj	verschillend per dier- of plantsoort
soortafhankelijke	=	soortafhankelijk
soortafhankelijker	=	soortafhankelijk
soortafhankelijkere	=	soortafhankelijk
soortafhankelijkers	=	soortafhankelijk
soortafhankelijks	=	soortafhankelijk
soortafhankelijkst	=	soortafhankelijk
soortafhankelijkste	=	soortafhankelijk
soorteigen	adj	afkomstig van dezelfde planten- of diersoort
soorteigens	=	soorteigen
soorteigenst	=	soorteigen
soorteigenste	=	soorteigen
soortelijk	adj	typisch voor een bepaald soort materiaal, eigen aan de soort
soortelijke	=	soortelijk
soortelijks	=	soortelijk
soortement	noun	wat ergens op lijkt
soortementen	=	soortement
soortementje	=	soortement
soortemet	=	soortement
soorten	=	soort
soortenrijk	adj	met veel biologische soorten
soortenrijkdom	noun	de enorme grote hoeveelheid verschillende soorten die voorkomen op de aarde
soortenrijkdommen	=	soortenrijkdom
soortenrijke	=	soortenrijk
soortenrijker	=	soortenrijk
soortenrijkere	=	soortenrijk
soortenrijkers	=	soortenrijk
soortenrijks	=	soortenrijk
soortenrijkst	=	soortenrijk
soortenrijkste	=	soortenrijk
soortensamenstelling	noun	de soorten die voorkomen in een bepaalde biotoop
soortensamenstellingen	=	soortensamenstelling
soortgelijk	adj	van dezelfde soort
soortgelijke	=	soortgelijk
soortgelijker	=	soortgelijk
soortgelijkere	=	soortgelijk
soortgelijkers	=	soortgelijk
soortgelijks	=	soortgelijk
soortgelijkst	=	soortgelijk
soortgelijkste	=	soortgelijk
soortgenoot	noun	ander exemplaar van dezelfde soort
soortgenootje	=	soortgenoot
soortgenootjes	=	soortgenoot
soortgenoten	=	soortgenoot
soortje	=	soort
soortjes	=	soort
soortnaam	noun	de naam van een biologische soort
soortnaampje	=	soortnaam
soortnaampjes	=	soortnaam
soortnamen	=	soortnaam
soos	noun	gelegenheid waar leden van een gezelligheidsvereniging elkaar in hun vrije tijd kunnen ontmoeten (wordt zowel gebruikt voor de activiteit als de plaats daarvan)
soosavond	noun	een sociale bijeenkomst op een vaste avond in het clubgebouw (de 'soos') van een vereniging, uitsluitend voor de leden
soosavonden	=	soosavond
soosavondje	=	soosavond
soosavondjes	=	soosavond
soosje	=	soos
sootje	=	so
sootjes	=	so
sop	noun	gewoonlijk warm water waaraan schoonmaakmiddel is toegevoegd
sophisma	=	sofisme
sophisme	=	sofisme
sophisticated	adj	verfijnd, geraffineerd
sophisticateds	=	sophisticated
sopi	noun	sterke drank
sopje	=	sop
sopjes	=	sop
soporatief	adj	met betrekking tot diepe slaap, bewusteloosheid
soporatiefje	=	soporatief
soporatiefs	=	soporatief
soporatiefst	=	soporatief
soporatiefste	=	soporatief
soporatieve	=	soporatief
soporatieven	=	soporatief
soporatiever	=	soporatief
soporatievere	=	soporatief
soporatievers	=	soporatief
soppe	=	soppen
soppen	verb	voedsel in een drank dopen
soppend	=	soppen
soppende	=	soppen
sopperig	adj	door vocht week en vies
sopperige	=	sopperig
sopperiger	=	sopperig
sopperigere	=	sopperig
sopperigers	=	sopperig
sopperigs	=	sopperig
sopperigst	=	sopperig
sopperigste	=	sopperig
soppig	adj	heel vochtig en drassig
soppige	=	soppig
soppiger	=	soppig
soppigere	=	soppig
soppigers	=	soppig
soppigs	=	soppig
soppigst	=	soppig
soppigste	=	soppig
sopraan	noun	hoogste van de vier hoofdstemmen die de toonkunst onderscheidt, hoogste vrouwenstem of kinderstem
sopraanblokfluit	noun	een eenvoudig houten blaasinstrument dat recht voor de mond wordt bespeeld
sopraanblokfluiten	=	sopraanblokfluit
sopraanblokfluitje	=	sopraanblokfluit
sopraanblokfluitjes	=	sopraanblokfluit
sopraansaxofonen	=	sopraansaxofoon
sopraansaxofonist	noun	iemand die (beroepshalve) sopraansaxofoon speelt
sopraansaxofonisten	=	sopraansaxofonist
sopraansaxofonistje	=	sopraansaxofonist
sopraansaxofonistjes	=	sopraansaxofonist
sopraansaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
sopraansaxofoons	=	sopraansaxofoon
sopraansaxofoontje	=	sopraansaxofoon
sopraansaxofoontjes	=	sopraansaxofoon
sopraantje	=	sopraan
sopraantjes	=	sopraan
sopranen	=	sopraan
sopraninoblokfluit	noun	een eenvoudig houten blaasinstrument dat recht voor de mond wordt bespeeld
sopraninoblokfluiten	=	sopraninoblokfluit
sopraninoblokfluitje	=	sopraninoblokfluit
sopraninoblokfluitjes	=	sopraninoblokfluit
sopraninosaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
sopraninosaxofoons	=	sopraninosaxofoon
sopraninosaxofoontje	=	sopraninosaxofoon
sopraninosaxofoontjes	=	sopraninosaxofoon
soprillosaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
soprillosaxofoons	=	soprillosaxofoon
soprillosaxofoontje	=	soprillosaxofoon
soprillosaxofoontjes	=	soprillosaxofoon
sopropo	noun	bepaald soort tropische klimplant Momordica charantia
sopropo's	=	sopropo
sopropootje	=	sopropo
sopt	=	soppen
sopte	=	soppen
sopten	=	soppen
soraral	noun	Porzana carolina een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
sorarallen	=	soraral
soraralletje	=	soraral
soraralletjes	=	soraral
sorbaat	noun	is een zout van sorbinezuur, gebruikt als additief in voeding
sorbet	noun	een ijsgerecht waarbij allerlei vruchtensappen of siropen over fijngemalen ijs (bevroren water) worden gegoten
sorbetbekertjes	noun	Calycella syringa een hydroïdpoliep uit de familie Campanulinidae.
sorbetijs	noun	ijs gemaakt van een puree van vruchten zonder toevoeging van melkproducten
sorbetijsje	=	sorbetijs
sorbetijsjes	=	sorbetijs
sorbetje	=	sorbet
sorbetjes	=	sorbet
sorbets	=	sorbet
sorbiet	noun	alcohol uit lijsterbessen
sorbinezuren	=	sorbinezuur
sorbinezuur	noun	natuurlijk voorkomend (in onrijpe lijsterbessen (Sorbus aucuparia)) conserveermiddel gebruikt als voedingsadditief
sorbischtalig	adj	de Sorbische taal sprekend
sorbischtalige	=	sorbischtalig
sorbischtaligs	=	sorbischtalig
sorbitol	noun	kunstmatige zoetstof
sordino	noun	geluiddemper op muziekinstrumenten, zoals in de beker van een blaasinstrument of op de kam van een strijkinstrument
sordino's	=	sordino
sores	noun	verdriet, zorgen
sorghum	noun	bepaald soort landbouwgewas, Sorghum bicolor
sorgo	noun	benaming voor planten uit het geslacht Sorghum behorend tot de grassenfamilie (Poaceae).
sororicide	noun	zustermoord
sororiciden	=	sororicide
sororicides	=	sororicide
sororicidetje	=	sororicide
sororicidetjes	=	sororicide
sorptie	noun	adsorptie
sorry	intj	een informele verontschuldiging of excuses
sorrydemocratie	noun	een beleidscultuur waarin bewindspersonen ernstige fouten van zichzelf, of van ambtenaren waarvoor ze verantwoordelijk zijn, afdoen met een excuus aan het parlement, terwijl de ernst van de fouten eigenlijk tot aftreden zou moeten leiden
sorrydemocratieën	=	sorrydemocratie
sorrymusea	=	sorrymuseum
sorrymuseum	noun	een museum in een land dat kolonies had en een collectie heeft dat deels of geheel uit een kolonie afkomstig is, waarbij de tegenwoordige museumdirectie zich verontschuldigt tegenover de nazaten/bewoners van die kolonie
sorrymuseums	=	sorrymuseum
sorsogonsluiptimalia	noun	Robsonius sorsogonensis een vogel van de familie Locustellidae die alleen voorkomt op het eiland Luzon in de Filipijnen.
sorsogonsluiptimalia's	=	sorsogonsluiptimalia
sorsogonsluiptimaliaatje	=	sorsogonsluiptimalia
sorsogonsluiptimaliaatjes	=	sorsogonsluiptimalia
sorteer	=	sorteren
sorteerde	=	sorteren
sorteerden	=	sorteren
sorteerstraat	noun	een rij afvalcontainers, meestal gescheiden per afvalsoort, met ondergrondse opslag
sorteerstraatje	=	sorteerstraat
sorteerstraatjes	=	sorteerstraat
sorteerstraten	=	sorteerstraat
sorteert	=	sorteren
sorteertafel	noun	een tafel die men gebruikt om goederen te ordenen
sorteertafels	=	sorteertafel
sorteertafeltje	=	sorteertafel
sorteertafeltjes	=	sorteertafel
sortement	=	soortement
sortere	=	sorteren
sorteren	verb	orde in een verzameling aanbrengen door soort bij soort te leggen
sorterend	=	sorteren
sorterende	=	sorteren
sortering	noun	het geheel aan soorten koopwaar die een handelaar in de aanbieding heeft
sorteringen	=	sortering
sorterinkje	=	sortering
sortie	noun	vlucht van één oorlogsvliegtuig als onderdeel van een militaire operatie
sorties	=	sortie
sortietje	=	sortie
sortietjes	=	sortie
sortiment	noun	de verzameling van producten of diensten die een leverancier aanbiedt voor de verkoop
sortimenten	=	sortiment
sortimentje	=	sortiment
sorus	=	sores
sos	noun	socialist
sos'en	=	sos
sos-bericht	noun	een noodsignaal met vraag om hulp (save our souls)
sos-berichten	=	sos-bericht
sos-berichtje	=	sos-bericht
sos-berichtjes	=	sos-bericht
sosen	=	soos
sosje	=	sos
sosjes	=	sos
sosse	=	sos
sossen	=	sos
sostenuto	adv	het niet afdempen van een toon
sotalia	noun	zoogdier uit het geslacht Sotalia uit de familie der dolfijnen.
sotalia's	noun	Sotalia een geslacht uit de familie der dolfijnen.
sotaliaatje	=	sotalia
sotaliaatjes	=	sotalia
soterisch	adj	zalig makend
soterische	=	soterisch
soterischer	=	soterisch
soterischere	=	soterisch
soterischers	=	soterisch
sothuys	=	zothuis
soto	noun	pittig gekruide vleessoep
soto's	=	soto
sotternie	noun	een middeleeuwse klucht (blijspel) die volgde op de opvoering van een van de abele spelen
sotternieën	=	sotternie
sottise	noun	onnozelheid, domheid, zotternij
sottises	=	sottise
sou	noun	Franse stuiver
soubrette	noun	sopraan die een hoofdrol speelt in een komische opera, operette of cabaret
soubrettes	=	soubrette
souche	noun	strookje van geldswaardige of andere papieren dat voor controle achterblijft in het boekje waaruit men het papier heeft genomen
soucheje	=	souche
souchejes	=	souche
soucher	noun	koopman
souchers	=	soucher
souches	=	souche
souchrem	=	soucher
soudaat	=	soldaat
soudaet	=	soldaat
soudeeren	=	solderen
souderen	=	solderen
soudes	=	sod
soufer	noun	schrijver, schriftgeleerde
souffle	noun	hartgeruis
souffleer	=	souffleren
souffleerde	=	souffleren
souffleerden	=	souffleren
souffleert	=	souffleren
souffleetje	=	soufflé
souffleetjes	=	soufflé
soufflere	=	souffleren
souffleren	verb	een toneelrol zachtjes voorzeggen
soufflerend	=	souffleren
soufflerende	=	souffleren
souffles	=	souffle
souffleur	noun	iemand die souffleert (gedeeltes van een rol voorzegt)
souffleurs	=	souffleur
souffleurtje	=	souffleur
souffleurtjes	=	souffleur
souffleuse	=	souffleur
soufflé	noun	warm gerecht met geklopt eiwit
soufflés	=	soufflé
soufrem	=	soufer
souimangahoningzuiger	noun	Cinnyris sovimanga een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
souimangahoningzuigers	=	souimangahoningzuiger
souimangahoningzuigertje	=	souimangahoningzuiger
souimangahoningzuigertjes	=	souimangahoningzuiger
soukous	noun	een muziekgenre dat ontstond in Congo-Kinshasa en Congo-Brazzaville in het begin van de 20e eeuw en omschreven kan worden als een snelle vorm van de rumba met Cubaanse ritmes
soul	noun	een muziekstijl die oorspronkelijk is voortgekomen uit rhythm-and-blues en gospelmuziek bij de Afro-Amerikaanse bevolking in het zuiden van de Verenigde Staten
souldiva	noun	bekende soulzangeres
souldiva's	=	souldiva
soulkikker	noun|informal	iemand die dol is op soulmuziek
soulkikkers	=	soulkikker
soulkikkertje	=	soulkikker
soulkikkertjes	=	soulkikker
soulmate	noun	een persoon met wie men een diepe verwantschap ervaart op het gebied van vriendschap, liefde, intimiteit, seksualiteit of spiritualiteit.
soulmateje	=	soulmate
soulmates	=	soulmate
soulmuziek	noun	muziekstijl die in de jaren vijftig en zestig ontstond uit rhythm-and-blues en gospelmuziek bij de Afro-Amerikaanse bevolking in het zuiden van de Verenigde Staten
soulpijp	noun	een broek met wijde pijpen zoals gebruikelijk was bij soulzangers
soulpijpen	=	soulpijp
soulvol	adj	met veel soul muziek
soulvolle	=	soulvol
soulvoller	=	soulvol
soulvollere	=	soulvol
soulvollers	=	soulvol
soulvols	=	soulvol
soulvolst	=	soulvol
soulvolste	=	soulvol
soulzanger	noun	iemand die soulliedjes vertolkt
soulzangeres	noun	vrouw die melodieuze r&b-muziek vocaal vertolkt
soulzangeressen	=	soulzangeres
soulzangers	=	soulzanger
sound	noun	geluid
soundbite	noun	kort geluidsfragment
soundbites	=	soundbite
soundcheck	noun	voor het begin van een optreden uitproberen of de geluidsinstallatie goed werkt (door de geluidsmensen en de optredenden)
soundchecks	=	soundcheck
sounder	noun	apparaat waarmee men op het gehoor een telegram kan opnemen doordat de morsecode als geluid wordt weergegeven
sounders	=	sounder
soundje	=	sound
soundjes	=	sound
soundmix	noun	live zang samen met het geluid van een van tevoren opgenomen muziekband
soundmixe	=	soundmixen
soundmixen	verb	liedjes meezingen met een vooraf opgenomen hand
soundmixend	=	soundmixen
soundmixende	=	soundmixen
soundmixes	=	soundmix
soundmixt	=	soundmixen
soundmixte	=	soundmixen
soundmixten	=	soundmixen
sounds	=	sound
soundscape	noun	samenstelling van geluiden, vaak met ruimtelijke effecten, die een bepaalde sfeer oproepen
soundscapes	=	soundscape
soundtrack	noun	is strikt genomen het geluidsspoor van een film of computerspel, met de dialogen, de achtergrondgeluiden, de geluidseffecten, en de filmmuziek
soundtrackje	=	soundtrack
soundtrackjes	=	soundtrack
soundtracks	=	soundtrack
soupeer	=	souperen
soupeerde	=	souperen
soupeerden	=	souperen
soupeert	=	souperen
souper	noun	een min of meer feestelijke maaltijd die meestal later op de avond wordt genuttigd, bijv. na afloop van een voorstelling of tijdens een chic feest
soupere	=	souperen
souperen	verb	nuttigen van een avondmaaltijd
souperend	=	souperen
souperende	=	souperen
soupers	=	souper
soupertje	=	souper
soupertjes	=	souper
souplesse	noun	gemak en leningheid van bewegingen, sierlijkheid
sourcecode	noun	broncode
sourcecodetje	=	sourcecode
sourcecodetjes	=	sourcecode
sourcing	noun	het leveren van kapitaal om zo een bepaalde activiteit te bekostigen, het financieren
sourdine	noun	sordino
sourdines	=	sourdine
sous	=	sou
sousafoon	noun	zeer groot (oorspronkelijk) koperen blaasinstrument
sousafoons	=	sousafoon
sousbras	noun	zemen lapje binnen in de armsgaten van kleding tegen het zweten in de oksels, sousbras wordt gebruikt als enkelvoud en meervoud
sousbrasje	=	sousbras
sousbrasjes	=	sousbras
sousbrastje	=	sousbras
sousbrastjes	=	sousbras
souschef	noun	plaatsvervangend chef-kok, in grotere brigades is dit de persoon die de leiding op de werkvloer heeft, terwijl de chef meer organisatorisch bezig is
souschefs	=	souschef
souspied	noun	band die de beide zijden van een broekspijp onder de voet door verbindt
souspiedje	=	souspied
souspiedjes	=	souspied
souspieds	=	souspied
soutache	noun	opgestikte smalle gevlochten band ter versiering en versteviging
soutaches	=	soutache
soutane	noun	ambtskleed van rooms-katholieke geestelijken, van voren tot onderaan met een rij van kleine knoopjes bezet
soutanes	=	soutane
souteneer	=	souteneren
souteneerde	=	souteneren
souteneerden	=	souteneren
souteneert	=	souteneren
soutenere	=	souteneren
souteneren	verb	souteneur zijn van
soutenerend	=	souteneren
soutenerende	=	souteneren
souteneur	noun	man die leeft van de verdiensten van een prostituee, voor wie hij als beschermer optreedt
souteneurs	=	souteneur
souteneurschap	noun	het souteneur zijn; de functie als souteneur
souteneurschappen	=	souteneurschap
souteneurtje	=	souteneur
souteneurtjes	=	souteneur
souter	noun	psalter
souterrain	noun	gedeelte van een gebouw dat gedeeltelijk onder de grond ligt
souterrains	=	souterrain
souterraintje	=	souterrain
souters	=	souter
soutertje	=	souter
soutien	noun	kledingstuk voor vrouwen dat de borsten ondersteunt
soutien-gorge	noun	kledingstuk voor vrouwen dat de borsten ondersteunt
soutien-gorges	=	soutien-gorge
soutiens	=	soutien
soutje	=	sou
soutjes	=	sou
souvenir	noun	klein voorwerp dat helpt om aan een prettige ervaring met een plaats of persoon terug te denken
souvenirs	=	souvenir
souvenirshop	noun	zaak waar men producten kan kopen als aandenken aan iets
souvenirshopje	=	souvenirshop
souvenirshopjes	=	souvenirshop
souvenirshops	=	souvenirshop
souvenirtje	=	souvenir
souvenirtjes	=	souvenir
souvenirwinkel	noun	zaak waar men producten kan kopen als aandenken aan iets
souvenirwinkels	=	souvenirwinkel
souvenirwinkeltje	=	souvenirwinkel
souvenirwinkeltjes	=	souvenirwinkel
souvereiniteit	=	soevereiniteit
souvlaki	noun	Grieks vleesgerecht met aan pennen geregen geroosterd vlees
souvlaki's	=	souvlaki
sovchose	=	sovchoze
sovchoz	noun	staatslandbouwbedrijf uit de communistische periode
sovchoze	noun	staatslandbouwbedrijf in de voormalige Sovjet-Unie
sovchozen	=	sovchoze
sovereign	noun	Engels gouden pondstuk
sovereigns	=	sovereign
sovjet	noun	oorspronkelijk: benaming voor een door het revolutionaire volk (arbeiders en soldaten) op fabrieken en werkplaatsen gekozen vertegenwoordigend lichaam, een raad
sovjet-russisch	adj	betreft de periode, cultuur of politiek van de Sovjet-Unie (USSR) tussen 1922 en 1991, waarbij 'sovjet' (Russisch voor 'raad' of 'advies') staat voor de raden van arbeiders, boeren en soldaten.
sovjet-russische	=	sovjet-russisch
sovjet-russischer	=	sovjet-russisch
sovjet-russischere	=	sovjet-russisch
sovjet-russischers	=	sovjet-russisch
sovjetbevolking	noun	de totale bevolking van de voormalige Sovjet-Unie (USSR) tussen 1922 en 1991.
sovjetbevolkingen	=	sovjetbevolking
sovjetbevolkinkje	=	sovjetbevolking
sovjetbevolkinkjes	=	sovjetbevolking
sovjetdreiging	noun	het politieke, ideologische en militaire gevaar dat uitging van de Sovjet-Unie tijdens de Koude Oorlog.
sovjetdreigingen	=	sovjetdreiging
sovjetdreiginkje	=	sovjetdreiging
sovjetdreiginkjes	=	sovjetdreiging
sovjetisch	adj	betreffende of komende van de Sovjet-Unie
sovjetische	=	sovjetisch
sovjetischer	=	sovjetisch
sovjetischere	=	sovjetisch
sovjetischers	=	sovjetisch
sovjetischt	=	sovjetisch
sovjetischte	=	sovjetisch
sovjetleiding	noun	de hoogste machthebbers en beleidsbepalers van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR) tussen 1922 en 1991.
sovjetleidingen	=	sovjetleiding
sovjetleidinkje	=	sovjetleiding
sovjetleidinkjes	=	sovjetleiding
sovjetrepubliek	noun	communistische staatsvorm, waarbij een land wordt bestuurd door een hiërarchie van gekozen raden die alle worden beheerst door de communistische partij
sovjetrepublieken	=	sovjetrepubliek
sovjets	=	sovjet
sovjetsysteem	noun	totalitaire overheersing door de Russische communistische partij, ruwweg tussen 1920 en 1990
sovjetsystemen	=	sovjetsysteem
sovjettijd	noun	het tijdperk van de Sovjet-Unie
sovjettijden	=	sovjettijd
sowieso	adv	hoe dan ook
soxhletapparaat	noun	een apparaat waarin extractie gecombineerd wordt met voortdurende destillatie
soxhletapparaten	=	soxhletapparaat
soxhlettoestel	noun	een toestel waarin extractie gecombineerd wordt met voortdurende destillatie
soxhlettoestellen	=	soxhlettoestel
sozen	=	soos
sp-fractie	noun	volksvertegenwoordigers van de SP in één volksvertegenwoordiging
sp-fracties	=	sp-fractie
spa	noun	in flessen verkocht drinkwater uit een bron	adj	op een laat tijdstip
spa's	=	spa
spaad	=	spaden
spaadde	=	spaden
spaadden	=	spaden
spaads	=	spa
spaadst	=	spa
spaadste	=	spa
spaadt	=	spaden
spaak	noun	een staaf die de naaf en de velg van een wiel verbindt
spaakbeen	noun	een van de twee beenderen van de onderarm
spaakbeenderen	=	spaakbeen
spaakbeentje	=	spaakbeen
spaakbeentjes	=	spaakbeen
spaakbenen	=	spaakbeen
spaakje	=	spaak
spaakjes	=	spaak
spaakloos	adj	zonder spaken
spaakloost	=	spaakloos
spaaklooste	=	spaakloos
spaakloze	=	spaakloos
spaaklozer	=	spaakloos
spaaklozere	=	spaakloos
spaaklozers	=	spaakloos
spaaknippel	noun	nippel waarmee een spaak in de velg wordt bevestigd
spaaknippels	=	spaaknippel
spaaknippeltje	=	spaaknippel
spaaknippeltjes	=	spaaknippel
spaakreflector	noun	reflector van een fiets, die tussen de spaken wordt bevestigd
spaakreflectoren	=	spaakreflector
spaakreflectors	=	spaakreflector
spaakreflectortje	=	spaakreflector
spaakreflectortjes	=	spaakreflector
spaakte	=	spaken
spaakwiel	noun	wiel waarvan naaf en velg door spaken zijn verbonden
spaakwielen	=	spaakwiel
spaakwieltje	=	spaakwiel
spaakwieltjes	=	spaakwiel
spaan	noun	spaander
spaande	=	spanen
spaanden	=	spanen
spaander	noun	langwerpig stukje hout dat bij het hakken afvalt
spaandermot	noun	insect uit de familie Blastobasidae van vlinders
spaandermotje	=	spaandermot
spaandermotjes	=	spaandermot
spaandermotten	noun	Blastobasidae een familie van vlinders
spaanders	=	spaander
spaandertje	=	spaander
spaandertjes	=	spaander
spaanhout	noun	zeer dun en buigzaam hout waarvan dozen worden gemaakt
spaanhouten	=	spaanhout
spaanhoutje	=	spaanhout
spaanhoutjes	=	spaanhout
spaanloos	adj	bewerking zonder dat er spanen (krullen of -splinters) ontstaan
spaanloost	=	spaanloos
spaanlooste	=	spaanloos
spaanloze	=	spaanloos
spaanlozer	=	spaanloos
spaanlozere	=	spaanloos
spaanlozers	=	spaanloos
spaanplaat	noun	materiaal uit zeer kleine snippertjes hout met een bindmiddel onder druk tot platen geperst
spaanplaatje	=	spaanplaat
spaanplaatjes	=	spaanplaat
spaanplaten	=	spaanplaat
spaans	adj	met betrekking tot Spanje of het Spaans
spaansch	=	spaans
spaansche	=	spaanse
spaanse	noun	een inwoonster van Spanje, of een vrouw afkomstig uit Spanje
spaanse-aakknobbelmijt	noun	een mijt Aceria aceriscampestris behorend tot de familie van der galmijten (Eriophyidae).
spaanse-aakknobbelmijten	=	spaanse-aakknobbelmijt
spaanse-aakknobbelmijtje	=	spaanse-aakknobbelmijt
spaanse-aakknobbelmijtjes	=	spaanse-aakknobbelmijt
spaanse-aakvouwmot	noun	Phyllonorycter acerifoliella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
spaanse-aakvouwmotje	=	spaanse-aakvouwmot
spaanse-aakvouwmotjes	=	spaanse-aakvouwmot
spaanse-aakvouwmotten	=	spaanse-aakvouwmot
spaansen	=	spaanse
spaanser	=	spaans
spaansere	=	spaans
spaansers	=	spaans
spaanst	=	spaans
spaanstalig	adj	Spaans als moedertaal hebbend
spaanstalige	noun	iemand met Spaans als moedertaal
spaanstaligen	=	spaanstalige
spaanstaligs	=	spaanstalig
spaanste	=	spaans
spaant	=	spanen
spaantje	=	spaan
spaantjes	=	spaan
spaanvis	noun	Trachipterus trachypterus een straalvinnige vissensoort uit de familie van spaanvissen (Trachipteridae).
spaanvisje	=	spaanvis
spaanvisjes	=	spaanvis
spaanvissen	noun	een familie Trachipteridae van straalvinnige vissen uit de orde van koningsvissen (Lampriformes)
spaar	=	sparen
spaaractie	noun	actie ter bevordering van het sparen of waarbij gespaard (of bespaard) wordt
spaaracties	=	spaaractie
spaaractietje	=	spaaractie
spaaractietjes	=	spaaractie
spaarbank	noun	bank waar men geld tegen rentevergoeding in bewaring kon geven
spaarbankboekje	noun	boekje waarin gespaarde gelden worden geadministreerd
spaarbankboekjes	=	spaarbankboekje
spaarbanken	=	spaarbank
spaarbankje	=	spaarbank
spaarbankjes	=	spaarbank
spaarbekken	noun	grote ruimte waarin men water opslaat
spaarbekkens	=	spaarbekken
spaarbekkentje	=	spaarbekken
spaarbekkentjes	=	spaarbekken
spaarboek	noun	spaarrekening bij een bank
spaarboeken	=	spaarboek
spaarboekje	noun	boekje waarin gespaarde gelden worden geadministreerd
spaarboekjes	=	spaarboekje
spaarbon	noun	spaarbon die men ontvangt bij het kopen van een product en die men kan plakken op een spaarkaart
spaarbonnen	=	spaarbon
spaarbonnetje	=	spaarbon
spaarbonnetjes	=	spaarbon
spaarbons	=	spaarbon
spaarbrander	noun	gasbrander met een kleine vlam en gering gasgebruik
spaarbranders	=	spaarbrander
spaarbrandertje	=	spaarbrander
spaarbrandertjes	=	spaarbrander
spaarbuis	noun	spaarpot in de vorm van een buis, die in de jaren 1980 veel voorkwam
spaarbuisje	=	spaarbuis
spaarbuisjes	=	spaarbuis
spaarbuizen	=	spaarbuis
spaarcent	noun	gespaard geld
spaarcenten	=	spaarcent
spaarcentje	=	spaarcent
spaarcentjes	=	spaarcent
spaarde	=	sparen
spaarden	=	sparen
spaardeposito	noun	voor een bepaalde termijn gedeponeerd en vastgezet spaargeld
spaardeposito's	=	spaardeposito
spaardepositootje	=	spaardeposito
spaardepositootjes	=	spaardeposito
spaarder	noun	iemand met geld op een spaarrekening
spaarders	=	spaarder
spaardertje	=	spaarder
spaardertjes	=	spaarder
spaarduit	noun	geld dat men gespaard heeft
spaarduiten	=	spaarduit
spaarduitje	=	spaarduit
spaarduitjes	=	spaarduit
spaarfonds	noun	een hoeveelheid gespaard geld
spaarfondsen	=	spaarfonds
spaarfondsje	=	spaarfonds
spaarfondsjes	=	spaarfonds
spaargeld	noun	het deel van iemands kapitaal dat bewaard wordt voor de toekomst
spaargelden	=	spaargeld
spaargeldje	=	spaargeld
spaargeldjes	=	spaargeld
spaarkaart	noun	kaart waarop je zegeltjes plakt waarvoor je iets (goedkoper) kunt krijgen als je er genoeg hebt
spaarkaarten	=	spaarkaart
spaarkaartje	=	spaarkaart
spaarkaartjes	=	spaarkaart
spaarkameel	noun	het equivalent van een spaarvarken voor mensen uit een Arabische cultuur
spaarkamelen	=	spaarkameel
spaarkas	noun	spaarbank
spaarkasje	=	spaarkas
spaarkasjes	=	spaarkas
spaarkassen	=	spaarkas
spaarlamp	noun	een energiezuinige lamp die echter niet milieuvriendelijk is (bevat kwik)
spaarlampen	=	spaarlamp
spaarlampje	=	spaarlamp
spaarlampjes	=	spaarlamp
spaarlonen	=	spaarloon
spaarloon	noun	aflopende Nederlandse fiscale faciliteit voor werknemers om voordelig te sparen
spaarloontje	=	spaarloon
spaarloontjes	=	spaarloon
spaaroverschot	noun	wat men van zijn inkomen overhoudt na alle gedane bestedingen
spaaroverschotje	=	spaaroverschot
spaaroverschotjes	=	spaaroverschot
spaaroverschotten	=	spaaroverschot
spaarpijp	noun	spaarpot, uit de tijd van de gulden, in de vorm van een doorzichtige plastic buis waarin munten van 1 gulden konden worden gespaard
spaarpijpen	=	spaarpijp
spaarpijpje	=	spaarpijp
spaarpijpjes	=	spaarpijp
spaarplan	noun	met een methode sparen
spaarplannen	=	spaarplan
spaarplannetje	=	spaarplan
spaarplannetjes	=	spaarplan
spaarpot	noun	afgesloten voorwerp waarin contant geld opgespaard wordt
spaarpotje	=	spaarpot
spaarpotjes	=	spaarpot
spaarpotten	=	spaarpot
spaarquote	noun	het percentage van het vrij beschikbare inkomen dat een huishouden opspaart
spaarquoten	=	spaarquote
spaarrekening	noun	een bank- of girorekening waarbij men over het gestorte geld (een hogere) rente krijgt met de bedoeling om geld te sparen
spaarrekeningen	=	spaarrekening
spaarrekeningetje	=	spaarrekening
spaarrekeningetjes	=	spaarrekening
spaarrente	noun	rente (positief of negatief) op spaargelden
spaarrenten	=	spaarrente
spaarrentes	=	spaarrente
spaarrentetje	=	spaarrente
spaarrentetjes	=	spaarrente
spaart	=	sparen
spaartegoed	noun	het saldo aan gespaard geld dat bij een bank op een spaarrekening staat
spaartegoeden	=	spaartegoed
spaartegoedje	=	spaartegoed
spaartegoedjes	=	spaartegoed
spaarvarken	noun	Spaarpot in de vorm van een varken.
spaarvarkens	=	spaarvarken
spaarvarkentje	=	spaarvarken
spaarvarkentjes	=	spaarvarken
spaarverlof	noun	regeling volgens welke werknemers tegen inlevering van salaris e.d. vrije tijd kunnen sparen om gedurende een bepaalde periode (onbetaald) verlof te kunnen nemen
spaarverloven	=	spaarverlof
spaarvlam	noun	zeer klein vuurtje dat steeds blijft branden in een geiser, gaskachel, gasfornuis of cv-ketel zodat bij het openen van de gaskraan het gas vrijwel direct ontbrandt
spaarvlammen	=	spaarvlam
spaarvlammetje	=	spaarvlam
spaarvlammetjes	=	spaarvlam
spaarvorm	noun	manier waarop men geld dat men overhoudt met rente kan bewaren
spaarvormen	=	spaarvorm
spaarwezen	noun	het totale aandeel van spaarders die op een bepaalde manier hun geld besteden
spaarzaam	adj	zorg dragend niet te verspillen
spaarzaamer	=	spaarzaam
spaarzaamheden	=	spaarzaamheid
spaarzaamheid	noun	de neiging om zuinig aan te doen met (geldelijke) middelen
spaarzaams	=	spaarzaam
spaarzaamst	=	spaarzaam
spaarzaamste	=	spaarzaam
spaarzame	=	spaarzaam
spaarzamer	=	spaarzaam
spaarzamere	=	spaarzaam
spaarzamers	=	spaarzaam
spaarzegel	noun	een stukje papier met een kleeflaag aan de achterkant (zoals een postzegel dat je krijgt bij aankopen in een winkel en dat je kan plakken op een spaarkaart bij een volle spaarkaart krijg je beloning.
spaarzegels	=	spaarzegel
spaarzegeltje	=	spaarzegel
spaarzegeltjes	=	spaarzegel
spaarzin	noun	de neiging om geld te sparen in plaats van het direct uit te geven
spaarzinnen	=	spaarzin
spaat	noun	ruitvormig mineraal, bladerig en glanzig op de breuk
spaatijzersteen	noun	hoofdzakelijk uit sideriet bestaand gesteente of erts dat gemakkelijk smelt
spaatje	=	spa
spaatjes	=	spa
spabehandeling	noun	een therapeutische of ontspannende behandeling gericht op het verbeteren van de fysieke en mentale gezondheid, vaak uitgevoerd in een wellnesscentrum, sauna of gespecialiseerde salon.
spabehandelingen	=	spabehandeling
spabehandelingetje	=	spabehandeling
spabehandelingetjes	=	spabehandeling
spacecake	noun	cake waarin hasj of marihuana is verwerkt
spacecakes	=	spacecake
spacelab	noun	een ruimtelaboratorium dat in het ruim van de spaceshuttle werd vervoerd
spacelabs	=	spacelab
spaceshuttle	noun	ruimtevaartuig dat meerdere malen gebruikt kan worden
spaceshuttles	=	spaceshuttle
spachtelputz	noun	een kunststofgebonden pleister voor muren en wanden
spade	noun	brede, zware schep, bedoeld voor het spitten van grond	adj	laat
spaden	verb	met een spade bewerken (v. grond, aarde)
spadend	=	spaden
spadende	=	spaden
spader	=	spa
spadere	=	spa
spaders	=	spa
spades	=	spade
spadeschep	noun	graafgereedschap zowel geschikt om te graven als om materiaal te verplaatsen
spadeschepje	=	spadeschep
spadeschepjes	=	spadeschep
spadescheppen	=	spadeschep
spadetandspitssnuitdolfijn	noun	Mesoplodon traversii walvisachtige uit de familie van de spitssnuitdolfijnen (Ziphiidae).
spadetandspitssnuitdolfijnen	=	spadetandspitssnuitdolfijn
spadetandspitssnuitdolfijntje	=	spadetandspitssnuitdolfijn
spadetandspitssnuitdolfijntjes	=	spadetandspitssnuitdolfijn
spadetje	=	spade
spadetjes	=	spade
spadrille	noun	schoen met een zool gemaakt van touw
spadrilles	=	spadrille
spaens	=	spaans
spaensch	=	spaans
spagaat	noun	een gymnastische houding waarbij een been naar voren en een naar achteren is gestrekt en een hoek van 180° vormen
spagaathouding	noun	gymnastische houding waarbij je op de grond zit en je benen spreidt, met één been gestrekt naar voren en het andere gestrekt naar achteren.
spagaathoudingen	=	spagaathouding
spagaathoudinkje	=	spagaathouding
spagaathoudinkjes	=	spagaathouding
spagaatje	=	spagaat
spagaatjes	=	spagaat
spagaten	=	spagaat
spaghetti	noun	Italiaanse pasta van lange, dunne ronde slierten
spaghetti's	=	spaghetti
spaghetti-ijs	noun	consumptie-ijs in de vorm van spaghetti
spaghetti-ijsje	=	spaghetti-ijs
spaghetti-ijsjes	=	spaghetti-ijs
spaghettialen	noun	een familie Moringuidae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes).
spaghettietje	=	spaghetti
spaghettietjes	=	spaghetti
spaghettisturen	=	spaghettistuur
spaghettistuur	noun	gekronkeld racefietsstuur dat de ellebogen steunt, waardoor de renner een ideale aerodynamische houding aanneemt
spaghettistuurtje	=	spaghettistuur
spaghettistuurtjes	=	spaghettistuur
spaghettitang	noun	tang die wordt gebruikt om slierten spaghetti mee op te scheppen
spaghettitangen	=	spaghettitang
spaghettitangetje	=	spaghettitang
spaghettitangetjes	=	spaghettitang
spaghettivreter	noun	Italiaan
spaghettivreters	=	spaghettivreter
spaghettivretertje	=	spaghettivreter
spaghettivretertjes	=	spaghettivreter
spaghettiwestern	noun	door Italianen geproduceerde western
spaghettiwesterns	=	spaghettiwestern
spagnolet	noun	aan twee zijden geruwd flanel
spahi	noun	Turkse ruiter
spahi's	=	spahi
spahietje	=	spahi
spaken	verb	met een staaf vastmaken of opwinden
spakerig	adj	met spaken, voorzien van spaken
spakerige	=	spakerig
spakeriger	=	spakerig
spakerigere	=	spakerig
spakerigers	=	spakerig
spakerigs	=	spakerig
spakerigst	=	spakerig
spakerigste	=	spakerig
spalier	noun	latwerk tegen muur of heining waaraan vruchtbomen of wingerds gewoonlijk waaiervormig worden opgebonden
spalierbomen	=	spalierboom
spalierboom	noun	een boom waarvan de groei door opbinding op een latwerk in een bepaalde vorm gedrongen wordt
spalierboompje	=	spalierboom
spalierboompjes	=	spalierboom
spalieren	=	spalier
spaliertje	=	spalier
spaliertjes	=	spalier
spalk	noun	middel om een gewricht of bot te ondersteunen en onbeweeglijk te houden zodat het tot rust kan komen en kan genezen
spalke	=	spalken
spalken	verb	fixeren en ondersteunen van een gewricht zodat beweging tot een minimum wordt beperkt
spalkend	=	spalken
spalkende	=	spalken
spalkje	=	spalk
spalkjes	=	spalk
spalkt	=	spalken
spalkte	=	spalken
spalkten	=	spalken
spalling	noun	speenvarken
spallingen	=	spalling
spam	noun	ongewenste e-mail
spambericht	noun	e-mailbericht met reclame dat ongevraagd naar zeer veel mensen wordt gestuurd
spamberichten	=	spambericht
spamberichtje	=	spambericht
spamberichtjes	=	spambericht
spamblog	noun	weblog dat men gebruikt om spam te verspreiden
spamblogs	=	spamblog
spambot	noun	geautomatiseerd computerprogramma (een "bot") dat is ontworpen om op grote schaal ongewenste berichten te verspreiden of gegevens te verzamelen via internet
spambotje	=	spambot
spambotjes	=	spambot
spambots	=	spambot
spambroek	=	spanbroek
spamde	=	spammen
spamden	=	spammen
spamfilter	noun	computerprogramma dat spam herkent en de bezorging ervan verhindert of er voor zorgt dat deze in een aparte map van het e-mailprogramma wordt geplaatst
spamfilters	=	spamfilter
spamfiltertje	=	spamfilter
spamfiltertjes	=	spamfilter
spammail	noun	een ongewenste e-mail die in grote hoeveelheden uitgestuurd is om ergens voor reclame te maken
spammails	=	spammail
spammailtje	=	spammail
spammailtjes	=	spammail
spamme	=	spammen
spammen	verb	het op grote schaal verspreiden van ongevraagde e-mails
spammend	=	spammen
spammende	=	spammen
spammer	noun	iemand die te veel ongewenste elektronische berichten verstuurt
spammers	=	spammer
spams	=	spam
spamt	=	spammen
span	noun	geheel van trekdieren die samen zijn aangespannen voor een voertuig of landbouwwerktuig
spanader	noun	tongriem
spanaderen	=	spanader
spanaders	=	spanader
spanband	noun	een hulpmiddel om lading vast te zetten en wordt veel gebruikt bij transport van goederen
spanbanden	=	spanband
spanbandje	noun	kunststof reep met hoekige ribbels, die aan de ene kant in een punt toeloopt en aan de andere kant in een soort gesp, waar de punt maar in één richting doorheen kan worden getrokken
spanbandjes	=	spanband
spanbeton	noun	een speciale toepassing van gewapend beton omdat een deel van de wapening wordt voorgespannen, dat wil zeggen; onder een trekkracht in het beton geplaatst
spanbroek	noun	een nauwsluitend kledingstuk voor de benen
spanbroeken	=	spanbroek
spanbroekje	=	spanbroek
spanbroekjes	=	spanbroek
spande	=	spannen
spanden	=	spannen
spandoek	noun	een uitgespannen doek met een leus erop
spandoekautomaat	noun	toestel waarmee men spandoeken kan bedrukken (waarmee men vliegtuigpassagiers kan verwelkomen)
spandoekautomaten	=	spandoekautomaat
spandoeken	=	spandoek
spandoekje	=	spandoek
spandoekjes	=	spandoek
spane	=	spanen
spanen	adj	uit spanen vervaardigd
spanend	=	spanen
spanende	=	spanen
spanfiets	noun	fiets die zijn stevigheid verkrijgt door tussen de delen gespannen staaldraden
spanfietsen	=	spanfiets
spanfietsje	=	spanfiets
spanfietsjes	=	spanfiets
spang	noun	metalen haarband	adj	lekker, mooi
spange	=	spang
spangen	=	spang
spangetje	=	spang
spangetjes	=	spang
spangs	=	spang
spaniël	noun	kleine hond, behorend tot een ras met lange haren en hangende oren, oorspronkelijk gefokt om te assisteren bij de jacht op gevogelte
spaniëls	=	spaniël
spaniëltje	=	spaniël
spanjaard	noun	restaurant met een Spaanse keuken
spanjaarden	=	spanjaard
spanjaardje	=	spanjaard
spanjaardjes	=	spanjaard
spanjaards	=	spanjaard
spanjolen	=	spanjool
spanjolet	noun	een sluiting met roeden waarmee dubbele deuren en ramen van binnenuit kunnen worden vergrendeld
spanjoletten	=	spanjolet
spanjool	noun	Spanjaard
spanjooltje	=	spanjool
spanker	noun	een bepaald type houten zeilboot die uitgerust is met een spinnaker en een trapeze
spankerde	=	spankeren
spankerden	=	spankeren
spankere	=	spankeren
spankeren	verb|informal	hard weglopen
spankerend	=	spankeren
spankerende	=	spankeren
spankert	=	spankeren
spanking	noun	vorm van bdsm waarbij een masochistische partner een pak slaag krijgt
spankings	=	spanking
spankracht	noun	inspanningsvermogen
spankrachten	=	spankracht
spanlak	noun	vloeistof die een modelbouwer gebruikt om papier of zijde om een model(vliegtuig) te spannen
spanlaken	noun	een laken waarmee men een onrustige psychiatrische patiënt fixeert aan bed
spanlakens	=	spanlaken
spanlakken	=	spanlak
spanne	noun	interval of afstand, (span d.w.z. een oude (niet-metrische) lengtemaat zijnde de afstand tussen de toppen van duim en pink van de uitgestrekte hand)
spannen	verb	onder trekkracht brengen
spannend	adj	emotionele opwinding veroorzakend
spannende	=	spannend
spannender	=	spannend
spannendere	=	spannend
spannenders	=	spannend
spannends	=	spannend
spannendst	=	spannend
spannendste	=	spannend
spanner	noun	voorwerp om iets mee onder spanning te zetten
spanners	noun	Geometridae een familie van vlinders
spannertje	=	spanner
spannertjes	=	spanner
spannetje	=	spanne
spannetjes	=	spanne
spanning	noun	opgeslagen mechanische energie
spanningen	=	spanning
spanningmeter	=	spanningsmeter
spanningsbogen	=	spanningsboog
spanningsboog	noun	de plot van een verhaal
spanningsboogje	=	spanningsboog
spanningsboogjes	=	spanningsboog
spanningsbron	noun	een ideale spanningsbron is een schakeling die een elektrische spanning afgeeft waarvan de grootte onafhankelijk is van de belasting
spanningsbronnen	=	spanningsbron
spanningsbronnetje	=	spanningsbron
spanningscoëfficiënt	noun	vermeerdering van druk bij stijging van de temperatuur met 1 graad bij hetzelfde volume
spanningscoëfficiënten	=	spanningscoëfficiënt
spanningsdeler	noun	een schakeling die een elektrische spanning in delen splitst waarvan de som gelijk is aan de ingangsspanning
spanningsloos	adj	zonder spanning
spanningsloost	=	spanningsloos
spanningslooste	=	spanningsloos
spanningsloze	=	spanningsloos
spanningslozer	=	spanningsloos
spanningslozere	=	spanningsloos
spanningslozers	=	spanningsloos
spanningsmeter	noun	meetinstrument om een elektrische spanning te meten
spanningsmeters	=	spanningsmeter
spanningsmetertje	=	spanningsmeter
spanningsmetertjes	=	spanningsmeter
spanningsopbouw	noun	het langzaam maar zeker steeds spannender maken van een verhaal
spanningsopbouwen	=	spanningsopbouw
spanningsregelaar	noun	apparaat om een elektrische spanning te regelen
spanningsregelaars	=	spanningsregelaar
spanningsregelaartje	=	spanningsregelaar
spanningsregelaartjes	=	spanningsregelaar
spanningsveld	noun	veld [4] veroorzaakt door de aanwezigheid van elektrisch geladen deeltjes
spanningsvelden	=	spanningsveld
spanningsveldje	=	spanningsveld
spanningsveldjes	=	spanningsveld
spanningsverhouding	noun	de verhouding tussen de primaire spanning (Uₚ ) en de secundaire spanning (Uₛ) in een transformator
spanningsverhoudingen	=	spanningsverhouding
spanningsverhoudinkje	=	spanningsverhouding
spanningsverhoudinkjes	=	spanningsverhouding
spanningsverschil	noun	potentiaalverschil tussen een positieve en een negatieve lading
spanningsverschillen	=	spanningsverschil
spanningsverschilletje	=	spanningsverschil
spanningsverschilletjes	=	spanningsverschil
spanningverwekkend	adj	van iets dat het stress veroorzaakt
spanningverwekkende	=	spanningverwekkend
spanningverwekkender	=	spanningverwekkend
spanningverwekkendere	=	spanningverwekkend
spanningverwekkenders	=	spanningverwekkend
spanningverwekkends	=	spanningverwekkend
spanningverwekkendst	=	spanningverwekkend
spanningverwekkendste	=	spanningverwekkend
spanningzoeker	noun	apparaatje waarmee men kan vaststellen of een voorwerp onder spanning staat (vroeger meestal een neonlampje in een schroevendraaier)
spanningzoekers	=	spanningzoeker
spanningzoekertje	=	spanningzoeker
spanningzoekertjes	=	spanningzoeker
spanninkje	=	spanning
spanninkjes	=	spanning
spanrib	noun	een spar, spoor of spant (balk of plank) die van de voet van het dak tot de nok loopt en die het dakbeschot ondersteunt
spanribben	=	spanrib
spanriem	noun	een stevige band waarmee men goederen kan vastsjorren
spanriemen	=	spanriem
spanriempje	=	spanriem
spanriempjes	=	spanriem
spanrol	noun	cilinder of as die een riem op spanning houdt
spanrollen	=	spanrol
spanrolletje	=	spanrol
spanrolletjes	=	spanrol
spanrups	noun	een vlinderlarve, inzonderheid van een van de spanners van Geometridae, die zich voortbeweegt door zich in een lus te buigen en het achterlijf vlak achter het voorlijf te plaatsen
spanrupsen	=	spanrups
spanrupsje	=	spanrups
spanrupsjes	=	spanrups
spanschroef	noun	een constructie waarmee aan een draad of kabel de gewenste spanning kan worden gegegven.
spanschroefje	=	spanschroef
spanschroefjes	=	spanschroef
spanschroeven	=	spanschroef
spant	noun	spar in een dakconstructie, een dakspar of dakspant
spantang	noun	het onderdeel van een draaibank waarin een rond werkstuk goed gecentreerd wordt vastgeklemd
spantangen	=	spantang
spantangetje	=	spantang
spantangetjes	=	spantang
spanten	=	spant
spantje	=	spant
spantjes	=	spant
spanvisserij	noun	de visserij waarbij een visnet getrokken wordt door twee boten
spanvisserijen	=	spanvisserij
spanwartel	noun	een constructie waarmee aan een draad of kabel de gewenste spanning kan worden gegegeven.
spanwartels	=	spanwartel
spanwarteltje	=	spanwartel
spanwarteltjes	=	spanwartel
spanwijdte	noun	de afstand tussen twee uiteinden van iets in de breedte richting (met name de afstand tussen de uiteinden van de vleugels)
spanwijdten	=	spanwijdte
spanwijdtes	=	spanwijdte
spar	noun	paal, rechte, dunne stam, vooral als onderdeel van een dak
sparappel	noun	de houtige vrouwelijke vrucht met schubben van de spar
sparappelboorder	noun	Dioryctria abietella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
sparappelboorders	=	sparappelboorder
sparappelboordertje	=	sparappelboorder
sparappelboordertjes	=	sparappelboorder
sparappelen	=	sparappel
sparappels	=	sparappel
sparappeltje	=	sparappel
sparappeltjes	=	sparappel
sparde	=	sparren
sparden	=	sparren
spardwergspanner	noun	Eupithecia abietaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
spardwergspanners	=	spardwergspanner
spardwergspannertje	=	spardwergspanner
spardwergspannertjes	=	spardwergspanner
spare	=	sparen
sparen	verb	geld niet uitgeven
sparend	=	sparen
sparende	=	sparen
sparerib	noun	een vleesgerecht van geroosterd vlees aan varkensribben
spareribs	=	sparerib
sparing	noun	kleine ruimte die is opengelaten
sparingen	=	sparing
sparinkje	=	sparing
sparkel	=	sparkelen
sparkelde	=	sparkelen
sparkelden	=	sparkelen
sparkele	=	sparkelen
sparkelen	verb|obsolete	vonken schieten
sparkelend	=	sparkelen
sparkelende	=	sparkelen
sparkelt	=	sparkelen
sparre	=	sparren
sparren	verb	met een tegenstander oefenen (zonder door te stoten), trainen
sparrenbastkever	noun	Dendroctonus micans een keversoort uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
sparrenbastkevers	=	sparrenbastkever
sparrenbastkevertje	=	sparrenbastkever
sparrenbastkevertjes	=	sparrenbastkever
sparrenbladroller	noun	Pseudohermenias abietana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
sparrenbladrollers	=	sparrenbladroller
sparrenbladrollertje	=	sparrenbladroller
sparrenbladrollertjes	=	sparrenbladroller
sparrenboktor	noun	Monochamus sutor een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
sparrenboktorren	=	sparrenboktor
sparrenboktorretje	=	sparrenboktor
sparrenboktorretjes	=	sparrenboktor
sparrenbomen	=	sparrenboom
sparrenboogbladroller	noun	een vlinder Acleris abietana van de familie van de bladrollers (Tortricidae).
sparrenboogbladrollers	=	sparrenboogbladroller
sparrenboogbladrollertje	=	sparrenboogbladroller
sparrenboogbladrollertjes	=	sparrenboogbladroller
sparrenboom	noun	een spar Picea
sparrenboompje	=	sparrenboom
sparrenboompjes	=	sparrenboom
sparrenbos	noun	een bos dat vooral sparren bevat
sparrenbosje	=	sparrenbos
sparrenbosjes	=	sparrenbos
sparrenbossen	=	sparrenbos
sparrend	=	sparren
sparrende	=	sparren
sparrendwergbladroller	noun	Pammene ochsenheimeriana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
sparrendwergbladrollers	=	sparrendwergbladroller
sparrendwergbladrollertje	=	sparrendwergbladroller
sparrendwergbladrollertjes	=	sparrendwergbladroller
sparrenfeetiran	noun	Empidonax hammondii een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
sparrenfeetirannen	=	sparrenfeetiran
sparrenfeetirannetje	=	sparrenfeetiran
sparrenfeetirannetjes	=	sparrenfeetiran
sparrengroen	noun	het groen van de naalden van een spar
sparrenharsviltkelkje	noun	Lachnellula resinaria een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
sparrenharsviltkelkjes	=	sparrenharsviltkelkje
sparrenhout	noun	hout afkomstig van de spar Picea
sparrenkegel	noun	sparappel
sparrenkegels	=	sparrenkegel
sparrenkegelwants	noun	Gastrodes abietum een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
sparrenkegelwantsen	=	sparrenkegelwants
sparrenkegelwantsje	=	sparrenkegelwants
sparrenkegelwantsjes	=	sparrenkegelwants
sparrenkegelzwam	noun	Strobilurus esculentus een veel voorkomende oneetbare paddenstoel van het geslacht Strobilurus.
sparrenkegelzwammen	=	sparrenkegelzwam
sparrenkegelzwammetje	=	sparrenkegelzwam
sparrenkegelzwammetjes	=	sparrenkegelzwam
sparrenknobbelspin	noun	Gibbaranea omoeda een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen.
sparrenknobbelspinnen	=	sparrenknobbelspin
sparrenknobbelspinnetje	=	sparrenknobbelspin
sparrenknobbelspinnetjes	=	sparrenknobbelspin
sparrenmees	noun	Periparus rufonuchalis een zangvogel uit de familie Paridae (echte mezen).
sparrenmeesje	=	sparrenmees
sparrenmeesjes	=	sparrenmees
sparrenmezen	=	sparrenmees
sparrenmos	noun	Thuidium abietinum een mos uit de familie Thuidiaceae.
sparrenmosje	=	sparrenmos
sparrenmosjes	=	sparrenmos
sparrenmossen	=	sparrenmos
sparrenoogbladroller	noun	Epinotia tedella een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
sparrenoogbladrollers	=	sparrenoogbladroller
sparrenoogbladrollertje	=	sparrenoogbladroller
sparrenoogbladrollertjes	=	sparrenoogbladroller
sparrenpiewie	noun	Contopus cooperi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
sparrenpiewies	=	sparrenpiewie
sparrenpiewietje	=	sparrenpiewie
sparrenpiewietjes	=	sparrenpiewie
sparrentak	noun	houtig uitgroeisel met groene naalden van een naaldboom uit het geslacht Picea; vaak gebruikt als versiering of bedekking
sparrentakken	=	sparrentak
sparrenveertje	noun	Pterula multifida een schimmel behorend tot de familie Pterulaceae.
sparrenveertjes	=	sparrenveertje
sparrenzaadgalmug	noun	Kaltenbachiola strobi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
sparrenzaadgalmuggen	=	sparrenzaadgalmug
sparrenzaadgalmuggetjes	=	sparrenzaadgalmug
sparrenzaadgalmugje	=	sparrenzaadgalmug
sparrenzanger	noun	Setophaga fusca een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
sparrenzangers	=	sparrenzanger
sparrenzangertje	=	sparrenzanger
sparrenzangertjes	=	sparrenzanger
sparretje	=	spar
sparretjes	=	spar
sparring	noun	het sparren
sparringpartner	noun	oefenpartner voor boksers, judoka's enz
sparringpartners	=	sparringpartner
sparspanner	noun	Thera variata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
sparspanners	=	sparspanner
sparspannertje	=	sparspanner
sparspannertjes	=	sparspanner
sparspiegelmot	noun	Cydia indivisa een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
sparspiegelmotje	=	sparspiegelmot
sparspiegelmotjes	=	sparspiegelmot
sparspiegelmotten	=	sparspiegelmot
spart	=	sparren
spartaans	adj	van weinig of geen comfort voorzien
spartaanse	=	spartaans
spartaanser	=	spartaans
spartaansere	=	spartaans
spartaansers	=	spartaans
spartaanst	=	spartaans
spartaanste	=	spartaans
spartel	=	spartelen
spartelde	=	spartelen
spartelden	=	spartelen
spartele	=	spartelen
spartelen	verb	wilde bewegingen maken met armen en benen, gewoonlijk om zich ergens van te bevrijden
spartelend	=	spartelen
spartelende	=	spartelen
spartelkever	noun	kever uit de familie Mordellidae van kevers.
spartelkevers	noun	Mordellidae een familie van kevers die ongeveer 2300 soorten omvat waarvan er 24 inheems zijn in Nederland.
spartelkevertje	=	spartelkever
spartelkevertjes	=	spartelkever
spartelt	=	spartelen
spasme	noun	kramp
spasmen	=	spasme
spasmes	=	spasme
spasmetje	=	spasme
spasmetjes	=	spasme
spasmodermie	noun	het verschijnsel waarbij de huidspieren samentrekken en de haren gaan rechtstaan als reactie op bepaalde situaties zoals kou of schrik
spasmodisch	adj	met betrekking tot kramp
spasmodische	=	spasmodisch
spasmodischer	=	spasmodisch
spasmodischere	=	spasmodisch
spasmodischers	=	spasmodisch
spasmolytica	=	spasmolyticum
spasmolyticum	noun	krampstillend middel
spasmolyticumpje	=	spasmolyticum
spasmolyticumpjes	=	spasmolyticum
spast	noun	iemand die last heeft van een zenuwaandoening waardoor bepaalde spieren onwillekeurig sterker worden gespannen en en onregelmatige bewegingen ontstaan
spasten	=	spast
spasticiteit	noun	verhoogde spierspanning, continue kramp
spasticiteiten	=	spasticiteit
spastisch	adj	krampachtig
spastische	=	spastisch
spastischer	=	spastisch
spastischere	=	spastisch
spastischers	=	spastisch
spat	noun	vochtvlek die het resultaat is van spatten
spatader	noun	ader die blijvend uitgezet is
spataderbrigade	noun|humorous	één van de fraaie benamingen waarmee het collectief van ouderen wordt aangeduid
spataderbrigades	=	spataderbrigade
spataderen	=	spatader
spataders	=	spatader
spatadertje	=	spatader
spatadertjes	=	spatader
spatbord	noun	een bord dat achter een draaiend wiel bevestigd wordt om van het wiel afgeslingerd en opspattend water en modder op te vangen
spatborden	=	spatbord
spatbordje	=	spatbord
spatbordjes	=	spatbord
spatbril	noun	een bril om (op)spattend vocht of ander materiaal weg te houden uit het gezicht
spatbrillen	=	spatbril
spatel	noun	spaan, lepel e.d. met plat, bot uiteinde om mee te smeren, schrapen, roeren enz.
spatel-berkkokermot	noun	Coleophora milvipennis een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
spatel-berkkokermotje	=	spatel-berkkokermot
spatel-berkkokermotjes	=	spatel-berkkokermot
spatel-berkkokermotten	=	spatel-berkkokermot
spatelde	=	spatelen
spatelden	=	spatelen
spateldrongo	noun	Dicrurus remifer een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus
spateldrongo's	=	spateldrongo
spateldrongootje	=	spateldrongo
spateldrongootjes	=	spateldrongo
spatele	=	spatelen
spatelen	verb	het voorzichtig door elkaar scheppen van twee of meer producten met behulp van een spatel
spatelend	=	spatelen
spatelende	=	spatelen
spatelharpoenzwam	noun	Hohenbuehelia auriscalpium een schimmel behorend tot de familie Pleurotaceae.
spatelharpoenzwammen	=	spatelharpoenzwam
spatelharpoenzwammetje	=	spatelharpoenzwam
spatelharpoenzwammetjes	=	spatelharpoenzwam
spatelhoorntje	noun	Calocera pallidospathulata een schimmel behorend tot de familie Dacrymycetaceae.
spatelhoorntjes	=	spatelhoorntje
spatelkruiskruid	noun	Senecio helenitis een vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae), van nature voorkomend in veel delen van Europa
spatelkruiskruiden	=	spatelkruiskruid
spatelkruiskruidje	=	spatelkruiskruid
spatelkruiskruidjes	=	spatelkruiskruid
spatelmos	noun	Homalia trichomanoides een bladmos behorend tot de familie Neckeraceae.
spatelmosje	=	spatelmos
spatelmosjes	=	spatelmos
spatelmossen	=	spatelmos
spatels	=	spatel
spatelt	=	spatelen
spateltje	=	spatel
spateltjes	=	spatel
spateltrilzwam	noun	Guepinia helvelloides een schimmel behorend tot de orde Auriculariales.
spateltrilzwammen	=	spateltrilzwam
spateltrilzwammetje	=	spateltrilzwam
spateltrilzwammetjes	=	spateltrilzwam
spatelviltkruid	noun	Filago pyramidata een eenjarige plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
spatelviltkruiden	=	spatelviltkruid
spatelviltkruidje	=	spatelviltkruid
spatelviltkruidjes	=	spatelviltkruid
spatelvormig	adj	vorm van een spatel hebbend
spatelvormige	=	spatelvormig
spatelvormiger	=	spatelvormig
spatelvormigere	=	spatelvormig
spatelvormigers	=	spatelvormig
spatelvormigs	=	spatelvormig
spatelvormigst	=	spatelvormig
spatelvormigste	=	spatelvormig
spaten	=	spaat
spatgelijk	adj	heel erg veel op elkaar lijkend; exact gelijk
spatgelijke	=	spatgelijk
spatgelijker	=	spatgelijk
spatgelijkere	=	spatgelijk
spatgelijkers	=	spatgelijk
spatgelijks	=	spatgelijk
spatgelijkst	=	spatgelijk
spatgelijkste	=	spatgelijk
spatiaal	adj	ruimtelijk
spatiaals	=	spatiaal
spatiaalst	=	spatiaal
spatiaalste	=	spatiaal
spatiale	=	spatiaal
spatialer	=	spatiaal
spatialere	=	spatiaal
spatialers	=	spatiaal
spatie	noun	tussenruimte tussen twee letters, tekens of woorden
spatiebalk	noun	een langwerpige toets op de onderste rij van het toetsenbord van computers en schrijfmachines waarmee een spatie in de tekst kan worden aangebracht
spatiebalken	=	spatiebalk
spatiebalkje	=	spatiebalk
spatieer	=	spatiëren
spatieerde	=	spatiëren
spatieerden	=	spatiëren
spatieert	=	spatiëren
spaties	=	spatie
spatietje	=	spatie
spatietjes	=	spatie
spatietoets	noun	de lange toets die in het midden van het standaardtoetsenbord zit een waarmee men een spatie kan typen
spatietoetsen	=	spatietoets
spationaut	noun	Franse ruimtevaarder
spationauten	=	spationaut
spationautje	=	spationaut
spationautjes	=	spationaut
spatiëre	=	spatiëren
spatiëren	verb	ruimte tussen woorden of letters aanbrengen
spatiërend	=	spatiëren
spatiërende	=	spatiëren
spatje	=	spat
spatjes	=	spat
spatlap	noun	rubber lap aan de onderzijde van het spatbord van voertuigen om het opspatten van water en modder tegen te gaan
spatlapje	=	spatlap
spatlapjes	=	spatlap
spatlappen	=	spatlap
spats	noun	rumoerig en hinderlijk gedrag
spatscherm	noun	scherm (op een fiets) dat beschermt tegen opspattend regenwater en modder
spatschermen	=	spatscherm
spatschermpje	=	spatscherm
spatschermpjes	=	spatscherm
spatsen	=	spats
spatsie	=	spats
spatsies	=	spats
spatsje	=	spats
spatsjes	=	spats
spatsmering	noun	smering die plaatsvindt doordat iets regelmatig door een plas olie spat.
spatsmeringen	=	spatsmering
spatsmerinkje	=	spatsmering
spatsmerinkjes	=	spatsmering
spatte	=	spatten
spatten	verb	in kleine druppeltjes neervallen of uit elkaar bewegen
spattend	=	spatten
spattende	=	spatten
spatter	=	spatteren
spatterde	=	spatteren
spatterden	=	spatteren
spattere	=	spatteren
spatteren	verb	voortdurend vocht in druppels laten rondvliegen
spatterend	=	spatteren
spatterende	=	spatteren
spattert	=	spatteren
spatting	noun	wijdte, breedte, wijdheid, breedheid, spreiding
spattingen	=	spatting
spatwater	noun	water dat omhoog spat als men er doorheen gaat
spatzalm	noun	Copella arnoldi een vis uit de familie van de slankzalmen.
spatzalmen	=	spatzalm
spatzalmpje	=	spatzalm
spatzalmpjes	=	spatzalm
spawater	noun	mineraalwater
spawaters	=	spawater
spawatertje	=	spawater
spawatertjes	=	spawater
speaker	noun	omroeper, voorzitter Angelsaksich parlement
speakers	=	speaker
speakertje	=	speaker
speakertjes	=	speaker
specerij	noun	een gedroogd plantendeel, anders dan een groen blad of stengel, dat als geur-, kleur- of smaakstof aan voedsel wordt toegevoegd
specerijen	=	specerij
specerijtje	=	specerij
specht	noun	benaming voor middelgrote robuuste vogels behorende tot de familie Picidae die met hun sterke snavel de schors van de bomen openhakken om daaruit de insecten te halen
spechten	noun	Picidae een familie van kleine tot middelgrote, robuuste vogels met scherpe snavels en zygodactylische poten waarvan de twee middelste tenen naar voren staan en de buitenste twee naar achteren.
spechtinktzwam	noun	een paddenstoel Coprinopsis picacea (syn.: Agaricus picaceus, Coprinus picaceus) uit de familie Psathyrellaceae
spechtinktzwammen	=	spechtinktzwam
spechtinktzwammetje	=	spechtinktzwam
spechtinktzwammetjes	=	spechtinktzwam
spechtje	=	specht
spechtjes	=	specht
spechtvink	noun	Camarhynchus pallidus een van de zogenaamde darwinvinken, zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
spechtvinken	=	spechtvink
spechtvinkje	=	spechtvink
spechtvinkjes	=	spechtvink
spechtvogels	noun	een orde Piciformes bestaande uit negen families, waaronder de baardvogels, spechten en de toekans
speciaal	adj	op een positieve manier anders dan het andere
speciaalbier	noun	bier dat geen pils is
speciaalbieren	=	speciaalbier
speciaalbiertje	=	speciaalbier
speciaalbiertjes	=	speciaalbier
speciaaldrank	noun	een drank die slechts in beperkte hoeveelheid gemaakt wordt
speciaaldranken	=	speciaaldrank
speciaaldrankje	=	speciaaldrank
speciaaldrankjes	=	speciaaldrank
speciaals	=	speciaal
speciaalst	=	speciaal
speciaalste	=	speciaal
speciaalzaak	noun	een winkel waar men uitsluitend een bepaald soort goederen verkoopt
speciaalzaakje	=	speciaalzaak
speciaalzaakjes	=	speciaalzaak
speciaalzaken	=	speciaalzaak
special	noun	publicatie of tv-programma dat aan één onderwerp is gewijd en daardoor een aparte plaats binnen een reeks of gebruikelijke programmering inneemt
speciale	=	speciaal
specialer	=	speciaal
specialere	=	speciaal
specialers	=	speciaal
specialisatie	noun	het gespecialiseerd zijn, het zich specialiseren
specialisatiecursus	noun	een vervolgopleiding die bedoeld is om diepgaande kennis en vaardigheden te verwerven binnen een specifiek deelgebied van een beroep of vakgebied
specialisatiecursusje	=	specialisatiecursus
specialisatiecursusjes	=	specialisatiecursus
specialisatiecursussen	=	specialisatiecursus
specialisatieopleiding	noun	een vervolgopleiding die bedoeld is om diepgaande kennis en vaardigheden te verwerven binnen een specifiek, afgebakend vakgebied.
specialisatieopleidingen	=	specialisatieopleiding
specialisatieopleidinkje	=	specialisatieopleiding
specialisatieopleidinkjes	=	specialisatieopleiding
specialisaties	=	specialisatie
specialisatietje	=	specialisatie
specialiseer	=	specialiseren
specialiseerde	=	specialiseren
specialiseerden	=	specialiseren
specialiseeren	=	specialiseren
specialiseert	=	specialiseren
specialisere	=	specialiseren
specialiseren	verb	zich ~: zich vooral toeleggen op (een bepaald onderdeel van een vak, beroep of bedrijf)
specialiserend	=	specialiseren
specialiserende	=	specialiseren
specialisme	noun	onderdeel van een tak van wetenschap dat afzonderlijk beoefend wordt
specialismen	=	specialisme
specialismes	=	specialisme
specialist	noun	persoon die ergens veel verstand van heeft
specialiste	noun	een vrouwelijke specialist
specialisten	=	specialist
specialistenopleiding	noun	specialistische opleiding na de opleiding tot basisarts
specialistenopleidingen	=	specialistenopleiding
specialistenopleidinkje	=	specialistenopleiding
specialistenopleidinkjes	=	specialistenopleiding
specialistenvereniging	noun	beroepsorganisatie waarin specialisten uit een specifiek vakgebied zich verenigen.
specialistenverenigingen	=	specialistenvereniging
specialistenverenigingetje	=	specialistenvereniging
specialistenverenigingetjes	=	specialistenvereniging
specialistenwerk	noun	werk voor specialisten
specialistenwerken	=	specialistenwerk
specialistes	=	specialiste
specialistetje	=	specialiste
specialistetjes	=	specialiste
specialistisch	adj	als of van een specialist
specialistische	=	specialistisch
specialistischer	=	specialistisch
specialistischere	=	specialistisch
specialistischers	=	specialistisch
specialistje	=	specialist
specialistjes	=	specialist
specialiteit	noun	bijzondere kennis of vaardigheid van iemand
specialiteiten	=	specialiteit
specialiteitje	=	specialiteit
specialiteitjes	=	specialiteit
specials	=	special
specie	noun	mengsel waarmee wordt gewerkt (bij het metselen, stukadoren, pleisteren etc.)
species	noun	soort, diersoort, plantensoort
specietje	=	specie
specietjes	=	specie
specieus	adj|obsolete	schijnbaar waar maar eigenlijk foutief
specieuze	=	specieus
specieuzer	=	specieus
specieuzere	=	specieus
specificatie	noun	een gedetailleerde omschrijving of vermelding van eigenschappen, kwaliteiten, voorwaarden, eisen enz.
specificaties	=	specificatie
specificatietje	=	specificatie
specificatietjes	=	specificatie
specificatiën	=	specificatie
specificeer	=	specificeren
specificeerde	=	specificeren
specificeerden	=	specificeren
specificeert	=	specificeren
specificere	=	specificeren
specificeren	verb	de onderdelen en bijzonderheden van een geheel in duidelijke details beschrijven
specificerend	=	specificeren
specificerende	=	specificeren
specificiteit	noun	het specifiek zijn
specifiek	adj	op zichzelf staand en met karakteristieke, duidelijk gedefinieerde eigenschappen	adv	in het bijzonder
specifieke	=	specifiek
specifieker	=	specifiek
specifiekere	=	specifiek
specifiekers	=	specifiek
specifieks	=	specifiek
specifiekst	=	specifiek
specifiekste	=	specifiek
specimen	noun	typische representant van een groep, kenmerkend voorbeeld uit een categorie
specimens	=	specimen
specimina	=	specimen
speciën	=	specie
speciësisme	noun	opvatting waarin aan sommige soorten levende wezens een hogere waarde wordt toegekend dan aan andere
spect	noun	afkorting van: "Single Photon Emision Computed Tomography" (beeldvorming door computertomografie van enkelvoudig uitgestraalde fotonen)
spectaculair	adj	opzienbarend, sensationeel
spectaculairder	=	spectaculair
spectaculairdere	=	spectaculair
spectaculairders	=	spectaculair
spectaculaire	=	spectaculair
spectaculairs	=	spectaculair
spectaculairst	=	spectaculair
spectaculairste	=	spectaculair
spectakel	=	spektakel
spectator	noun	toeschouwer
spectatoren	=	spectator
spectators	=	spectator
spectatortje	=	spectator
spectatortjes	=	spectator
spectra	=	spectrum
spectraal	adj	met betrekking tot het spectrum
spectraalanalyse	noun	het bepalen van de aard of samenstelling van een stof uit het ervan verkregen emissiespectrum of absorptiespectrum
spectraalanalysen	=	spectraalanalyse
spectraalanalyses	=	spectraalanalyse
spectraallijn	noun	donkere of juist lichte lijn in het spectrum van licht dat door een voorwerp wordt uitgezonden, waaruit de aanwezigheid van een bepaald element in dat voorwerp afgeleid wordt.
spectraallijnen	=	spectraallijn
spectraallijntje	=	spectraallijn
spectraallijntjes	=	spectraallijn
spectraals	=	spectraal
spectraalst	=	spectraal
spectraalste	=	spectraal
spectrale	=	spectraal
spectraler	=	spectraal
spectralere	=	spectraal
spectralers	=	spectraal
spectrogram	noun	fotografische opname van een spectrum
spectrogrammen	=	spectrogram
spectrogrammetje	=	spectrogram
spectrogrammetjes	=	spectrogram
spectrometer	noun	toestel waarmee men het licht van een lichtbron kan splitsen in de verschillende kleuren
spectrometers	=	spectrometer
spectrometertje	=	spectrometer
spectroscoop	noun	toestel voor het waarnemen en meten van spectra
spectroscoopje	=	spectroscoop
spectroscopen	=	spectroscoop
spectroscopie	noun	het bestuderen van spectra die visueel waarneembaar zijn gemaakt met behulp van een spectroscoop
spectroscopieën	=	spectroscopie
spectroscopisch	adj	betrekking hebbend op de spectroscopie
spectroscopische	=	spectroscopisch
spectroscopischer	=	spectroscopisch
spectroscopischere	=	spectroscopisch
spectroscopischers	=	spectroscopisch
spectrum	noun	verzameling als functie van de frequentie gemeten waarden van een grootheid
spectrumpje	=	spectrum
spectrums	=	spectrum
specula	=	speculum
speculaas	noun	een harde, droge kruidkoek, die vooral rond Sinterklaas gegeten wordt, soms gevuld met amandelspijs
speculaasje	=	speculaas
speculaasjes	=	speculaas
speculaaspasta	noun	een smeerbaar broodbeleg op basis van speculaas
speculaaspasta's	=	speculaaspasta
speculaaspop	noun	koek van speculaas in de vorm van een pop die vooral gewild rond Sinterklaas
speculaaspopje	=	speculaaspop
speculaaspopjes	=	speculaaspop
speculaaspoppen	=	speculaaspop
speculaaspoppetje	=	speculaaspop
speculaaspoppetjes	=	speculaaspop
speculacie	=	speculatie
speculant	noun	iemand die bij het kopen of verkopen op korte termijn veel winst verwacht te maken door prijsstijging of prijsdaling
speculanten	=	speculant
speculantje	=	speculant
speculatie	noun	het gissen
speculatiebeding	noun	contractuele clausule in een koopcontract die kopers verbiedt een woning binnen een bepaalde periode (meestal 2 tot 5 jaar) met winst door te verkopen.
speculatiebedingen	=	speculatiebeding
speculatiebedingetje	=	speculatiebeding
speculatiebedingetjes	=	speculatiebeding
speculatief	adj	op veronderstelling berustend
speculatiefs	=	speculatief
speculatiefst	=	speculatief
speculatiefste	=	speculatief
speculatiegolf	noun	een tijdelijke toename van het speculeren op een waarde verandering van een economisch goed
speculatiegolfje	=	speculatiegolf
speculatiegolfjes	=	speculatiegolf
speculatiegolven	=	speculatiegolf
speculatieheffing	noun	een belasting die wordt geheven op de winst uit transacties met een hoog risico en een korte looptijd, vaak met als doel het afremmen van speculatief gedrag.
speculatieheffingen	=	speculatieheffing
speculatieheffinkje	=	speculatieheffing
speculatieheffinkjes	=	speculatieheffing
speculaties	=	speculatie
speculatietje	=	speculatie
speculatieve	=	speculatief
speculatiever	=	speculatief
speculatievere	=	speculatief
speculatievers	=	speculatief
speculatijf	=	speculatief
speculatyf	=	speculatief
speculazen	=	speculaas
speculeer	=	speculeren
speculeerde	=	speculeren
speculeerden	=	speculeren
speculeert	=	speculeren
speculere	=	speculeren
speculeren	verb	inzetten op een bepaalde kans, meestal met hoog risico
speculerend	=	speculeren
speculerende	=	speculeren
speculoos	noun	een bruinkoekje met bruinesuiker, kaneel, nootmuskaat, kruidnagel, gember, kardemon, peper, anijs, koriander en foelie
speculoosje	=	speculoos
speculoosjes	=	speculoos
speculoospasta	noun	een smeerbaar broodbeleg op basis van speculoos
speculoospasta's	=	speculoospasta
speculozen	=	speculoos
speculum	noun	instrument dat een arts gebruikt voor vaginaal onderzoek
speculums	=	speculum
speech	noun	redevoering, toespraak, rede, mondelinge voordracht in het openbaar
speechcoach	noun	een persoon die mensen coacht in het speechen.
speechcoaches	=	speechcoach
speechcoachje	=	speechcoach
speechcoachjes	=	speechcoach
speechcontest	noun	wedstrijd waarin sprekers met elkaar strijden wie de beste lezing of speech kan houden
speechcontesten	=	speechcontest
speechcontests	=	speechcontest
speeche	=	speechen
speechen	verb	een speech houden.
speechend	=	speechen
speechende	=	speechen
speecher	noun	iemand die redevoeringen houdt
speeches	=	speech
speechje	=	speech
speechjes	=	speech
speecht	=	speechen
speechte	=	speechen
speechten	=	speechen
speed	noun|informal	drug met een stimulerende werking meestal amfetamine
speedbike	noun	elektrische fiets die tot 45 km/uur trapondersteuning geeft
speedbikes	=	speedbike
speedboot	noun	zeer snelle motorboot
speedbootje	=	speedboot
speedbootjes	=	speedboot
speedboten	=	speedboot
speeddate	noun	de keer dat men tijdens een ontmoetingsavond zeer kort kennismaakt met diverse potentiële partner
speeddaten	verb	tijdens een ontmoetingsavond zeer kort kennismaken met diverse potentiële partners
speeddatend	=	speeddaten
speeddatende	=	speeddaten
speeddates	=	speeddate
speeddatet	=	speeddaten
speeddatete	=	speeddaten
speeddateten	=	speeddaten
speedgarage	noun	Engelse vorm van popmuziek, met 130 beats per minuut, eind 1997 ontstaan in Londense dansclubs
speedmetal	noun	snel gespeelde en weinig melodieuze versie van heavy metal
speedpedelec	noun	elektrische bromfiets waarvan de motor pas werkt als de bestuurder met pedalen meetrapt, een voertuig gebouwd zoals een elektrische fiets maar met hogere snelheid, tot ongeveer 45 km/u
speedpedelecs	=	speedpedelec
speedway	noun	racebaan, racecircuit
speedways	=	speedway
speedy	adj	heel snel
speedy's	=	speedy
speek	noun	dun, staafvormig stuk metaal dat de verbinding vormt tussen velg en as van een wiel	adj	onbeschoft
speekje	=	speek
speekjes	=	speek
speeksel	noun	vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
speekselafscheiding	noun	het proces waarbij speekselklieren speeksel in de mond produceren en afgeven, wat essentieel is voor spijsvertering en mondgezondheid
speekselafscheidingen	=	speekselafscheiding
speekselafscheidinkje	=	speekselafscheiding
speekselafscheidinkjes	=	speekselafscheiding
speekselklier	noun	een klier die speeksel produceert en naar de mondholte afscheidt
speekselklieren	=	speekselklier
speekselkliertje	=	speekselklier
speekselkliertjes	=	speekselklier
speekselmonster	noun	een kleine hoeveelheid speeksel dat willekeurig ontnomen wordt voor verder onderzoek
speekselmonsters	=	speekselmonster
speekselmonstertje	=	speekselmonster
speekselmonstertjes	=	speekselmonster
speekseltest	noun	onderzoek van het speeksel om vast te stellen of een persoon drugs heeft gebruikt
speekseltesten	=	speekseltest
speekseltestje	=	speekseltest
speekseltestjes	=	speekseltest
speekseltests	=	speekseltest
speel	=	spelen
speelaard	noun	manier van het bespelen van een instrument; manier van het ten uitvoer brengen van een muziekstuk
speelaards	=	speelaard
speelautomaat	noun	speeltoestel waarin men na inworp van geld kan spelen soms met mogelijkheid tot het winnen hiervan
speelautomaatje	=	speelautomaat
speelautomaatjes	=	speelautomaat
speelautomaten	=	speelautomaat
speelautomatenhal	noun	een besloten publieke ruimte die primair is ingericht om mensen de gelegenheid te bieden op speelautomaten te spelen
speelautomatenhallen	=	speelautomatenhal
speelautomatenhalletje	=	speelautomatenhal
speelautomatenhalletjes	=	speelautomatenhal
speelbaar	adj	geschikt om (mee) gespeeld te worden
speelbaarder	=	speelbaar
speelbaardere	=	speelbaar
speelbaarders	=	speelbaar
speelbaars	=	speelbaar
speelbaarst	=	speelbaar
speelbaarste	=	speelbaar
speelbal	noun	bal waarmee gespeeld wordt
speelballen	=	speelbal
speelballetje	=	speelbal
speelballetjes	=	speelbal
speelbank	noun	instelling waar men aan kansspelen kan deelnemen
speelbanken	=	speelbank
speelbankje	=	speelbank
speelbankjes	=	speelbank
speelbare	=	speelbaar
speelbomen	=	speelboom
speelboom	noun	een boom waarin kinderen kunnen klimmen en spelen
speelboompje	=	speelboom
speelboompjes	=	speelboom
speelbord	noun	bord waarop een bordspel gespeeld wordt
speelborden	=	speelbord
speelbordje	=	speelbord
speelbordjes	=	speelbord
speelbos	noun	een bos waar kinderen kunnen en mogen spelen
speelbosje	=	speelbos
speelbosjes	=	speelbos
speelbossen	=	speelbos
speelclub	noun	een club waar kinderen samen kunnen spelen
speelclubje	=	speelclub
speelclubjes	=	speelclub
speelclubs	=	speelclub
speeldag	noun	dag dat er wedstrijden worden gespeeld
speeldagen	=	speeldag
speeldata	=	speeldatum
speeldatum	noun	datum waarop een wedstrijd wordt gespeeld of een stuk wordt opgevoerd.
speeldatumpje	=	speeldatum
speeldatumpjes	=	speeldatum
speeldatums	=	speeldatum
speelde	=	spelen
speelden	=	spelen
speeldoos	noun	een muziekinstrument dat na opwinden of door te draaien een muziekje afspeelt
speeldoosje	=	speeldoos
speeldoosjes	=	speeldoos
speeldozen	=	speeldoos
speeldrift	noun	de onbedwingbare neiging om te spelen
speeldriften	=	speeldrift
speelduur	noun	maximumtijd dat een medium (band,disc etc.) kan spelen
speelerf	noun	woonerf met speelgelegenheid voor kinderen waar speciale verkeersregels gelden
speelerfje	=	speelerf
speelerfjes	=	speelerf
speelerven	=	speelerf
speelfilm	noun	door acteurs gespeeld verhaal dat verfilmd is
speelfilmdebuten	=	speelfilmdebuut
speelfilmdebuut	noun	de eerste keer dat iemand optreedt in een speelfilm
speelfilmmaker	noun	persoon die films maakt
speelfilmmakers	=	speelfilmmaker
speelfilmpje	=	speelfilm
speelfilmpjes	=	speelfilm
speelfilms	=	speelfilm
speelgeld	noun	geld waarmee je kunt gokken (en dus ook kunt verliezen zonder dat het al teveel pijn doet)
speelgelden	=	speelgeld
speelgerechtigd	adj	bevoegd verklaard om aan wedstrijden mee te doen
speelgerechtigde	=	speelgerechtigd
speelgoed	noun	één of meer voorwerpen voor kinderen om mee te spelen
speelgoedafdeling	noun	afdeling in een winkel waar men speelgoed verkoopt
speelgoedafdelingen	=	speelgoedafdeling
speelgoedauto	noun	een auto in klein formaat voor kinderen om mee te spelen
speelgoedauto's	=	speelgoedauto
speelgoedautootje	=	speelgoedauto
speelgoedautootjes	=	speelgoedauto
speelgoedbak	noun	een meubelstuk, vaak een kist of mand, ontworpen om speelgoed in op te bergen en zo een kinderkamer netjes te houden
speelgoedbakje	=	speelgoedbak
speelgoedbakjes	=	speelgoedbak
speelgoedbakken	=	speelgoedbak
speelgoedbeer	noun	speelgoedbeest in de vorm van een beer
speelgoedbeertje	=	speelgoedbeer
speelgoedbeertjes	=	speelgoedbeer
speelgoedbeest	noun	een zachte pop in de vorm van een dier
speelgoedbeesten	=	speelgoedbeest
speelgoedbeestje	=	speelgoedbeest
speelgoedbeestjes	=	speelgoedbeest
speelgoedberen	=	speelgoedbeer
speelgoedbranche	noun	de bedrijfstak van speelgoedproducenten en speelgoedhandelaars
speelgoedbranches	=	speelgoedbranche
speelgoedhandel	noun	zaak waar speelgoed en spellen worden verkocht
speelgoedhandels	=	speelgoedhandel
speelgoedhandeltje	=	speelgoedhandel
speelgoedhandeltjes	=	speelgoedhandel
speelgoedindustrie	noun	bedrijven die speelgoed fabriceren op industriële schaal
speelgoedindustrieën	=	speelgoedindustrie
speelgoedje	=	speelgoed
speelgoedjes	=	speelgoed
speelgoedkast	noun	een meubelstuk dat specifiek is ontworpen om speelgoed, boeken en knutselspullen van kinderen overzichtelijk en veilig op te bergen
speelgoedkasten	=	speelgoedkast
speelgoedkastje	=	speelgoedkast
speelgoedkastjes	=	speelgoedkast
speelgoedkist	noun	een meubelstuk, vaak een kist of mand, ontworpen om speelgoed in op te bergen en zo een kinderkamer netjes te houden
speelgoedkisten	=	speelgoedkist
speelgoedkistje	=	speelgoedkist
speelgoedkistjes	=	speelgoedkist
speelgoedmand	noun	een meubelstuk, vaak een kist of mand, ontworpen om speelgoed in op te bergen en zo een kinderkamer netjes te houden
speelgoedmanden	=	speelgoedmand
speelgoedmandje	=	speelgoedmand
speelgoedmandjes	=	speelgoedmand
speelgoedoven	noun	een (nep)oven voor kinderen om mee te spelen
speelgoedovens	=	speelgoedoven
speelgoedoventje	=	speelgoedoven
speelgoedoventjes	=	speelgoedoven
speelgoedpistolen	=	speelgoedpistool
speelgoedpistool	noun	imitatie van een vuurwapen dat is ontworpen voor spel of vermaak
speelgoedpistooltje	=	speelgoedpistool
speelgoedpistooltjes	=	speelgoedpistool
speelgoedpop	noun	pop bedoeld als kinderspeelgoed
speelgoedpopje	=	speelgoedpop
speelgoedpopjes	=	speelgoedpop
speelgoedpoppen	=	speelgoedpop
speelgoedpoppetje	=	speelgoedpop
speelgoedpoppetjes	=	speelgoedpop
speelgoedsoldaatje	noun	tinnen soldaatje, afbeelding van een soldaat meest in tin uitgevoerd die gebruikt wordt in het naspelen van veldslagen
speelgoedsoldaatjes	=	speelgoedsoldaatje
speelgoedtrein	noun	een trein in klein formaat voor kinderen om mee te spelen
speelgoedtreinen	=	speelgoedtrein
speelgoedtreintje	=	speelgoedtrein
speelgoedtreintjes	=	speelgoedtrein
speelgoedwarenhuis	noun	een warenhuis dat zich richt op het verkopen van speelgoed
speelgoedwarenhuizen	=	speelgoedwarenhuis
speelgoedwinkel	noun	zaak waar speelgoed en spellen worden verkocht
speelgoedwinkels	=	speelgoedwinkel
speelgoedwinkeltje	=	speelgoedwinkel
speelgoedwinkeltjes	=	speelgoedwinkel
speelgoedzaak	noun	een vorm van detailhandel gespecialiseerd in de verkoop van speelgoed en gerelateerde artikelen, zoals legpuzzels, bordspelletjes en videospellen
speelgoedzaakje	=	speelgoedzaak
speelgoedzaakjes	=	speelgoedzaak
speelgoedzaken	=	speelgoedzaak
speelhal	noun	gelegenheid waar men zich tegen betaling met gokautomaten, flipperkasten, poolbiljarts, airhockey en videospelen kan vermaken.
speelhallen	=	speelhal
speelhalletje	=	speelhal
speelhalletjes	=	speelhal
speelhelft	noun	helft van een (voetbal)veld waarop een partij wordt gespeeld
speelhelften	=	speelhelft
speelhelftje	=	speelhelft
speelhelftjes	=	speelhelft
speelhoek	noun	plek (voor kinderen) om te spelen
speelhoeken	=	speelhoek
speelhoekje	=	speelhoek
speelhoekjes	=	speelhoek
speelhol	noun	enigszins gore soort van casino, goktent of speelhuis maar ook schaak- of kaartclub waar druk gespeeld wordt.
speelholen	=	speelhol
speelholletje	=	speelhol
speelholletjes	=	speelhol
speelhuis	noun	gelegenheid waar men aan kansspelen kan deelnemen
speelhuisje	=	speelhuis
speelhuisjes	=	speelhuis
speelhuizen	=	speelhuis
speeljongen	noun	de jongste in rang op een schip voor de beugvisserij
speeljongens	=	speeljongen
speeljongetje	=	speeljongen
speeljongetjes	=	speeljongen
speelkaart	noun	een kartonnen of plastic kaart uit een kaartspel, om mee te spelen
speelkaarten	=	speelkaart
speelkaartenhouder	noun	een hulpmiddel dat is ontworpen om speelkaarten voor je vast te houden, zodat je ze niet de hele tijd in je hand hoeft te klemmen
speelkaartenhouders	=	speelkaartenhouder
speelkaartenhoudertje	=	speelkaartenhouder
speelkaartenhoudertjes	=	speelkaartenhouder
speelkaartje	=	speelkaart
speelkaartjes	=	speelkaart
speelkalender	noun	kalender waarop de data van sportwedstrijden staan vermeld
speelkalenders	=	speelkalender
speelkamer	noun	vertrek wat uitsluitend gebruikt wordt (meestal voor kinderen) om er te spelen
speelkameraad	noun	kameraad voor het spelen (van een kind)
speelkameraadje	=	speelkameraad
speelkameraadjes	=	speelkameraad
speelkameraads	=	speelkameraad
speelkameraden	=	speelkameraad
speelkamers	=	speelkamer
speelkamertje	=	speelkamer
speelkamertjes	=	speelkamer
speelkast	noun	een type amusementsmachine dat doorgaans in openbare gelegenheden staat en werkt op muntinworp of met een betaalkaart
speelkasten	=	speelkast
speelkastje	=	speelkast
speelkastjes	=	speelkast
speelklaar	adj	gereed om in een wedstrijd gebruikt te worden
speelklaarder	=	speelklaar
speelklaardere	=	speelklaar
speelklaarders	=	speelklaar
speelklaars	=	speelklaar
speelklaarst	=	speelklaar
speelklaarste	=	speelklaar
speelklare	=	speelklaar
speelklok	noun	automatische muziek instrument
speelklokken	=	speelklok
speelkoer	noun	klein afgebakend terrein waar kinderen zich kunnen vermaken
speelkoeren	=	speelkoer
speelkwartier	noun	korte periode waarin gespeeld mag worden als onderbreking van de lessen in het primair onderwijs
speelkwartieren	=	speelkwartier
speelkwartiertje	=	speelkwartier
speelkwartiertjes	=	speelkwartier
speellieden	=	speelman
speellijst	noun	lijst met toneelvoorstelling
speellijsten	=	speellijst
speellui	=	speelman
speelmakker	noun	iemand waarmee men speelt
speelmakkers	=	speelmakker
speelmakkertje	=	speelmakker
speelmakkertjes	=	speelmakker
speelman	noun|obsolete	een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.
speelmannetje	=	speelman
speelmannetjes	=	speelman
speelmat	noun	een zachte, gewatteerde of van foam gemaakte ondergrond, speciaal ontworpen om baby's en jonge kinderen een veilige, comfortabele plek te bieden om te spelen, rollen, kruipen en liggen
speelmatje	=	speelmat
speelmatjes	=	speelmat
speelmatten	=	speelmat
speelnoot	noun	iemand waarmee men speelt
speelnootje	=	speelnoot
speelnootjes	=	speelnoot
speelnoten	=	speelnoot
speelparadijs	noun	een grote (vaak overdekte) speeltuin die volledig is ingericht voor het vermaak van kinderen, meestal tot ongeveer 12 jaar
speelparadijsje	=	speelparadijs
speelparadijsjes	=	speelparadijs
speelparadijzen	=	speelparadijs
speelpark	noun	een park waar kinderen kunnen spelen
speelparken	=	speelpark
speelperiode	noun	tijdperk dan men (toneel)speelt of een bepaalde sport beoefent
speelperioden	=	speelperiode
speelperiodes	=	speelperiode
speelplaats	noun	plaats waar men (in het bijzonder kinderen) kan spelen
speelplaatsen	=	speelplaats
speelplaatsje	=	speelplaats
speelplaatsjes	=	speelplaats
speelplan	noun	voornemen hoe en waar men speelvoorzieningen gaat neerzetten
speelplannen	=	speelplan
speelplannetje	=	speelplan
speelplannetjes	=	speelplan
speelplein	noun	verhard terrein zo ingericht dat kinderen zich daar goed kunnen vermaken
speelpleinen	=	speelplein
speelpleintje	=	speelplein
speelpleintjes	=	speelplein
speelplek	noun	een plaats waar kinderen kunnen spelen
speelplekje	=	speelplek
speelplekjes	=	speelplek
speelplekken	=	speelplek
speelpop	noun	speelgoed van een kind
speelpopje	=	speelpop
speelpopjes	=	speelpop
speelpoppen	=	speelpop
speelpoppetje	=	speelpop
speelpoppetjes	=	speelpop
speelreis	noun	een reis om te spelen
speelreisje	=	speelreis
speelreisjes	=	speelreis
speelreizen	=	speelreis
speelronde	noun	een keer dat alle deelnemers aan een competitie een wedstrijd spelen tegen een van de andere deelnemers van de competitie
speelronden	=	speelronde
speelrondes	=	speelronde
speelruimte	noun	de ruimte (speling) waarin men van de norm kan afwijken
speelruimten	=	speelruimte
speelruimtes	=	speelruimte
speels	adj	als iets of iemand die graag speelt
speelsch	=	speels
speelschema	noun	tabel met plaatsen en tijden waar men (wedstrijden) speelt
speelschema's	=	speelschema
speelschemaatje	=	speelschema
speelschemaatjes	=	speelschema
speelschheid	=	speelsheid
speelschuld	noun	schuld gemaakt door het spelen van een gokspel
speelschulden	=	speelschuld
speelschuldje	=	speelschuld
speelse	=	speels
speelser	=	speels
speelsere	=	speels
speelsers	=	speels
speelsheden	=	speelsheid
speelsheid	noun	het vrolijk en ongedwongen bezig zijn zoals dat past bij jonge kinderen of jonge dieren
speelsheidje	=	speelsheid
speelst	=	speels
speelstad	noun	een stad waarin men een bepaalde wedstrijd van een toernooi speelt
speelstadje	=	speelstad
speelstadjes	=	speelstad
speelste	=	speels
speelsteden	=	speelstad
speelster	noun	vrouwelijke vorm van speler
speelsters	=	speelster
speelstertje	=	speelster
speelstertjes	=	speelster
speelstijl	noun	manier van spelen, manier van het beoefenen van een sport
speelstijlen	=	speelstijl
speelstuk	noun	figuren waarmee je speelt op een bordspel
speelstukje	=	speelstuk
speelstukjes	=	speelstuk
speelstukken	=	speelstuk
speelt	=	spelen
speeltafel	noun	een meubelstuk om te gebruiken als tafel bij een of ander spel
speeltafels	=	speeltafel
speeltafeltje	=	speeltafel
speeltafeltjes	=	speeltafel
speelterrein	noun	terrein waarop sportwedstrijden en andere spelen in de openlucht kunnen worden gespeeld
speelterreinen	=	speelterrein
speelterreintje	=	speelterrein
speelterreintjes	=	speelterrein
speeltijd	noun	de tijd dat men mag spelen op school
speeltijden	=	speeltijd
speeltje	noun	iets dat dient om mee te spelen; stuk speelgoed; voorwerp van vermaak
speeltjen	=	speeltje
speeltjes	=	speeltje
speeltoestel	noun	een algemene benaming voor een element in de openbare ruimte, bedoeld voor kinderen om mee te spelen, zoals een schommel, glijbaan, wipwap of een zandbak.
speeltoestellen	=	speeltoestel
speeltoestelletje	=	speeltoestel
speeltoestelletjes	=	speeltoestel
speeltuig	noun	apparaat waarmee men kan spelen
speeltuigen	=	speeltuig
speeltuigje	=	speeltuig
speeltuigjes	=	speeltuig
speeltuin	noun	een omheinde plek grond met speelobjecten voor kinderen
speeltuinen	=	speeltuin
speeltuintje	=	speeltuin
speeltuintjes	=	speeltuin
speeltuinvereniging	noun	groep betrokken vrijwilligers en bestuursleden.
speeltuinverenigingen	=	speeltuinvereniging
speeltuinverenigingetje	=	speeltuinvereniging
speeltuinverenigingetjes	=	speeltuinvereniging
speeluren	=	speeluur
speeluur	noun	deel van de dag waarin mensen kunnen en mogen spelen
speeluurtje	=	speeluur
speeluurtjes	=	speeluur
speelveld	noun	een veld waarop een spel wordt gespeeld
speelvelden	=	speelveld
speelveldje	=	speelveld
speelveldjes	=	speelveld
speelverbod	noun	verordening dat men een toneeluitvoering niet mag opvoeren
speelverboden	=	speelverbod
speelvlak	noun	het hele speelterrein (voor een voorstelling) of een van de delen waarin een speelveld is ingedeeld
speelvlakje	=	speelvlak
speelvlakjes	=	speelvlak
speelvlakken	=	speelvlak
speelvloer	noun	vloer waarop men een toneestuk speelt
speelvloeren	=	speelvloer
speelvloertje	=	speelvloer
speelvloertjes	=	speelvloer
speelvogel	noun	weinig ernstig persoon die steeds weer nieuwe dingen bedenkt om zich te vermaken
speelvogels	=	speelvogel
speelvogeltje	=	speelvogel
speelweek	noun	week dat men speelt
speelweekje	=	speelweek
speelweekjes	=	speelweek
speelwei	noun	grasveld waarop men kan spelen of sporten
speelweien	=	speelwei
speelweitje	=	speelwei
speelweitjes	=	speelwei
speelweken	=	speelweek
speelwerk	noun	een (elektro-) mechanisch aangedreven constructie waarmee men muziekinstrumenten kan laten spelen
speelwerken	=	speelwerk
speelwerkje	=	speelwerk
speelwerkjes	=	speelwerk
speelzaal	noun	zaal voor kinderspelen
speelzaaltje	=	speelzaal
speelzaaltjes	=	speelzaal
speelzalen	=	speelzaal
speelziek	adj	ziekelijk veel van gokken houden
speelzieke	=	speelziek
speelzieker	=	speelziek
speelziekere	=	speelziek
speelziekers	=	speelziek
speelzieks	=	speelziek
speelziekst	=	speelziek
speelziekste	=	speelziek
speelzone	noun	gebied waar kinderen kunnen spelen
speelzones	=	speelzone
speelzucht	noun	niet te onderdrukken neiging om deel te nemen aan kansspelen
speen	noun	rubber of plastic afsluiting op een zuigfles, voorzien van een gaatje waardoor het kind de vloeistof kan opzuigen
speende	=	spenen
speenden	=	spenen
speenkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Ficaria behorend tot de ranonkelfamilie
speenkruid-zuringroest	noun	Uromyces rumicis een roestschimmel in de familie Pucciniaceae.
speenkruid-zuringroesten	=	speenkruid-zuringroest
speenkruid-zuringroestje	=	speenkruid-zuringroest
speenkruid-zuringroestjes	=	speenkruid-zuringroest
speenkruidbrand	noun	Entyloma ficariae een schimmel behorend tot de familie Entylomataceae.
speenkruidbrandje	=	speenkruidbrand
speenkruidbrandjes	=	speenkruidbrand
speenkruidbrands	=	speenkruidbrand
speenkruidroest	noun	Uromyces ficariae een schimmel in de familie Pucciniaceae.
speenkruidroesten	=	speenkruidroest
speenkruidroestje	=	speenkruidroest
speenkruidroestjes	=	speenkruidroest
speent	=	spenen
speentje	=	speen
speentjes	=	speen
speenvarken	noun	een big dat nog gezoogd wordt
speenvarkens	=	speenvarken
speenvarkentje	=	speenvarken
speenvarkentjes	=	speenvarken
speer	noun	lange stok met een punt eraan, (werd) gebruikt voor de jacht, oorlogvoering of atletiek.
speerborsteltje	noun	Potamothrix bavaricus een ringworm uit de familie van de Naididae.
speerborsteltjes	=	speerborsteltje
speerdistel	noun	Cirsium vulgare een plant uit het geslacht vederdistel
speerdistelnetwants	noun	Tingis cardui een wants uit de familie van de netwantsen (Tingidae).
speerdistelnetwantsen	=	speerdistelnetwants
speerdistelnetwantsje	=	speerdistelnetwants
speerdistelnetwantsjes	=	speerdistelnetwants
speerdistels	=	speerdistel
speerdisteltje	=	speerdistel
speerdisteltjes	=	speerdistel
speerpunt	noun	de punt van een speer
speerpuntactie	noun	actie waarbij men zich op één onderdeel concentreert
speerpuntacties	=	speerpuntactie
speerpuntactietje	=	speerpuntactie
speerpuntactietjes	=	speerpuntactie
speerpunten	=	speerpunt
speerpuntenbeleid	noun	beleid dat zich concentreert op enkele belangrijke doelstellingen
speerpuntje	=	speerpunt
speerpuntjes	=	speerpunt
speerpuntspanner	noun	Rheumaptera hastata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
speerpuntspanners	=	speerpuntspanner
speerpuntspannertje	=	speerpuntspanner
speerpuntspannertjes	=	speerpuntspanner
speertandhaai	noun	Glyphis glyphis een haai uit de familie van de requiemhaaien
speertandhaaien	=	speertandhaai
speertandhaaitje	=	speertandhaai
speertandhaaitjes	=	speertandhaai
speertje	=	speer
speertjes	=	speer
speervis	noun	Tetrapturus angustirostris een vissensoort uit de familie van zeilvissen (Istiophoridae).
speervisje	=	speervis
speervisjes	=	speervis
speervissen	verb	vis vangen met een visspeer
speervissende	=	speervissen
speervormig	adj	vorm van een speer hebbend
speervormige	=	speervormig
speervormiger	=	speervormig
speervormigere	=	speervormig
speervormigers	=	speervormig
speervormigs	=	speervormig
speervormigst	=	speervormig
speervormigste	=	speervormig
speerwasbekertje	noun	Orbilia carpoboloides een schimmel behorend tot de familie Orbiliaceae.
speerwasbekertjes	=	speerwasbekertje
speerwaterjuffer	noun	Coenagrion hastulatum een juffer uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
speerwaterjuffers	=	speerwaterjuffer
speerwaterjuffertje	=	speerwaterjuffer
speerwaterjuffertjes	=	speerwaterjuffer
speerwerp	noun	naamwoord van handeling van speerwerpen, beurt tijdens een wedstrijd waarbij met een speer zo ver mogelijk wordt gegooid
speerwerpen	verb	onderdeel in de atletiek waarbij men, na een aanloop, tracht een speer zo ver mogelijk te werpen
speerwerpend	=	speerwerpen
speerwerpende	=	speerwerpen
speerwerper	noun	een sporter die het speerwerpen beoefent
speerwerpers	=	speerwerper
speet	noun	stokje of pen waaraan men vis zoals bokking of paling kan rijgen
speetje	=	spit
speetjes	=	spit
speette	=	speten
speetten	=	speten
spek	noun	laag vet tussen huid en vlees bij grote zoogdieren
spekblok	noun	in blokjes gesneden spek
spekblokje	=	spekblok
spekblokjes	=	spekblok
spekblokken	=	spekblok
spekbokking	noun	een koud gerookte, vette haring.
spekbokkingen	=	spekbokking
spekbokkinkje	=	spekbokking
spekbokkinkjes	=	spekbokking
spekbomen	=	spekboom
spekbonen	=	spekboon
spekboom	noun	Portulacaria afra een vetplant met vrij kleine blaadjes.
spekboompje	=	spekboom
spekboompjes	=	spekboom
spekboon	noun	Phaseolus vulgaris een wat vlezigere variant van de sperzieboon
spekboontje	=	spekboon
spekboontjes	=	spekboon
spekbuik	noun	een bolle, dikke buik
spekbuiken	=	spekbuik
spekbuikje	=	spekbuik
spekbuikjes	=	spekbuik
spekdam	noun	tijdelijke dam in een sloot
spekdammen	=	spekdam
speken	=	speek
spekglad	adj	bijzonder glad
spekgladde	=	spekglad
spekglads	=	spekglad
spekje	noun	alleen verkleinwoord stukje spek zoals dat in de keuken gebruikt wordt om uit te bakken, in een stuk vlees te steken of aan een gerecht toe te voegen
spekjes	=	spekje
spekke	=	spekken
spekken	verb	royaal van iets (geld) voorzien
spekkend	=	spekken
spekkende	=	spekken
spekkie	noun	zacht snoep gemaakt van suiker en opgeklopt eiwit
spekkies	=	spekkie
spekkig	adj	dikkig, vettig
spekkige	=	spekkig
spekkiger	=	spekkig
spekkigere	=	spekkig
spekkigers	=	spekkig
spekkigs	=	spekkig
spekkigst	=	spekkig
spekkigste	=	spekkig
spekking	noun	ter versiering aangebrachte laag natuursteen in een bakstenen muur
spekkoek	noun	Indonesische (Indische) cake- of koekachtige lekkernij, die tijdens de koloniale tijd in Nederlands-Indië is ontstaan, en waarin veel eieren en suiker verwerkt zijn, met lichte en donkere lagen
spekkoeken	=	spekkoek
spekkoekje	=	spekkoek
spekkoekjes	=	spekkoek
spekkoper	noun|figurative	iemand die geluk heeft gehad, met name in zaken of met geld
spekkopers	=	spekkoper
speklaag	noun	zeer vetrijk weefsel dat een vlak tussen de spieren en de huid vormt
speklaagje	=	speklaag
speklaagjes	=	speklaag
speklagen	=	speklaag
speklap	noun	een plat stuk spek
speklapje	=	speklap
speklapjes	=	speklap
speklappen	=	speklap
speknek	noun	een stevige dikke nek
speknekje	=	speknek
speknekken	=	speknek
spekpannenkoek	noun	een pannenkoek met spek
spekpannenkoeken	=	spekpannenkoek
spekpannenkoekje	=	spekpannenkoek
spekpannenkoekjes	=	spekpannenkoek
spekreep	noun	een dun sliertje spek
spekreepje	=	spekreep
spekreepjes	=	spekreep
spekrepen	=	spekreep
spekslager	noun	slager die varkensvlees verkoopt
spekslagerij	noun	bedrijf waar varkens worden geslacht
spekslagerijen	=	spekslagerij
spekslagers	=	spekslager
speksnijder	noun	iemand die het spek (van een gevangen walvis) snijdt
speksnijders	=	speksnijder
speksteen	noun	lichtgekleurde, steen die uit talkkristallen is opgebouwd en vettig aanvoelt met de molecuulformule H₂Mg₃(SiO₃)₄ of Mg₃Si₄O₁₀(OH)₂.
speksteenkachel	noun	kachel gemaakt van speksteen dat de warmte van het vuur eerst opneemt en later geleidelijk weer uitstraalt
speksteenkachels	=	speksteenkachel
speksteenkacheltje	=	speksteenkachel
speksteenkacheltjes	=	speksteenkachel
speksteenpoeder	noun	fijngemalen vorm van talk: waterhoudend magnesiumsilicaat, H₂Mg₃(SiO₃)₄ of Mg₃Si₄O₁₀(OH)₂
speksteenpoeders	=	speksteenpoeder
spekstenen	=	speksteen
spekt	=	spekken
spektakel	noun	opzienbarend schouwspel, wonderbare vertoning
spektakelbeschaving	noun	een cultuur die gericht is op spektakel
spektakelbeschavingen	=	spektakelbeschaving
spektakelbeschavinkje	=	spektakelbeschaving
spektakelbeschavinkjes	=	spektakelbeschaving
spektakelculturen	=	spektakelcultuur
spektakelcultuur	noun	samenleving die wordt gekenmerkt door het bestaan van opzienbarende vertoningen en evenementen
spektakelcultuurtje	=	spektakelcultuur
spektakelcultuurtjes	=	spektakelcultuur
spektakels	=	spektakel
spektakelstuk	noun	schouwspel dat veel indruk maakt
spektakelstukje	=	spektakelstuk
spektakelstukjes	=	spektakelstuk
spektakelstukken	=	spektakelstuk
spektakeltje	=	spektakel
spektakeltjes	=	spektakel
spekte	=	spekken
spekten	=	spekken
spektor	noun	insect uit de familie Dermestidae van kevers.
spektorren	noun	Dermestidae een familie van kevers.
spektorretje	=	spektor
spektorretjes	=	spektor
spekvet	noun	het vet dat verkregen wordt door het uitbakken van spek
spekvlieg	noun	Polietes lardarius een vliegensoort uit de familie van de echte vliegen (Muscidae).
spekvliegen	=	spekvlieg
spekvliegje	=	spekvlieg
spekvliegjes	=	spekvlieg
spekvreter	noun	iemand (bij voorbeeld een vogel) die spek vreet
spekvreters	=	spekvreter
spekvretertje	=	spekvreter
spekvretertjes	=	spekvreter
spekwortel	noun	Dioscorea communis een linkswindende klimplant.
spekwortelen	=	spekwortel
spekwortels	=	spekwortel
spekworteltje	=	spekwortel
spekworteltjes	=	spekwortel
spekzak	noun	linnen zak waarin de militaire uitrusting van een verlofganger zit
spekzakje	=	spekzak
spekzakjes	=	spekzak
spekzakken	=	spekzak
spekzolen	=	spekzool
spekzool	noun	zachte, stroeve, niet erg modieuze schoenzool
spekzwoerd	noun	de buitenste harde laag die aan het spek van een varken vastzit (de huid van het varken)
spekzwoerden	=	spekzwoerd
spekzwoerdje	=	spekzwoerd
spekzwoerdjes	=	spekzwoerd
spekzwoerdzwam	noun	Phlebia tremellosus een schimmel die behoort de familie Meruliaceae.
spekzwoerdzwammen	=	spekzwoerdzwam
spekzwoerdzwammetje	=	spekzwoerdzwam
spekzwoerdzwammetjes	=	spekzwoerdzwam
spekzwoord	noun	de buitenste harde laag die aan het spek van een varken vastzit (de huid van het varken)
spekzwoorden	=	spekzwoord
spekzwoordje	=	spekzwoord
spekzwoordjes	=	spekzwoord
spel	noun	bezigheid ter ontspanning volgens vaste regels met elementen als competitie, behendigheid, inzicht en kans
spelalfabet	noun	alfabet dat dient om foutloos een gesproken boodschap te kunnen spellen
spelalfabetje	=	spelalfabet
spelalfabetjes	=	spelalfabet
spelalfabetten	=	spelalfabet
spelbederf	noun	onsportief gedrag tijdens het sporten zodat het plezier in het spel verloren gaat
spelbederver	noun	een onsportieve sporter die ervoor zorgt dat het spel niet meer leuk is
spelbedervers	=	spelbederver
spelbedervertje	=	spelbederver
spelbeeld	noun	hoe de verhoudingen tussen de deelnemende partijen tijdens een wedstrijd lijken te zijn
spelbeelden	=	spelbeeld
spelbepalend	adj	van iets of iemand dat deze een doorslaggevende, sturende of allesbeheersende invloed heeft op het verloop van een spel, wedstrijd of situatie
spelbepalende	=	spelbepalend
spelbepalender	=	spelbepalend
spelbepalendere	=	spelbepalend
spelbepalenders	=	spelbepalend
spelbepalends	=	spelbepalend
spelbepalendst	=	spelbepalend
spelbepalendste	=	spelbepalend
spelbesturingsapparaat	noun	een hand-invoerapparaat dat wordt gebruikt om computerspellen te besturen op consoles, pc's of mobiele apparaten
spelbesturingsapparaatje	=	spelbesturingsapparaat
spelbesturingsapparaatjes	=	spelbesturingsapparaat
spelbesturingsapparaten	=	spelbesturingsapparaat
spelboek	noun|historical	bundel met oefeningen voor jonge kinderen om de schrijfwijze van woorden te leren
spelboeken	=	spelboek
spelboekje	=	spelboek
spelboekjes	=	spelboek
spelbord	noun	ondergrond voorzien van een afbeelding waarop mensen samen een bepaald spelletje kunnen spelen
spelborden	=	spelbord
spelbordje	=	spelbord
spelbreekster	noun	vrouw die zich niet aan de regels van een spel en zo het plezier in het spel verbreekt
spelbreeksters	=	spelbreekster
spelbreekstertje	=	spelbreekster
spelbreekstertjes	=	spelbreekster
spelbreker	noun	Iemand die een spel verstoort meestal door vals te spelen
spelbrekers	=	spelbreker
spelbrekertje	=	spelbreker
spelbrekertjes	=	spelbreker
spelcomputer	noun	een computersysteem dat specifiek gemaakt is om spellen op te spelen
spelcomputers	=	spelcomputer
spelcomputertje	=	spelcomputer
spelcomputertjes	=	spelcomputer
spelconsole	noun	console voor gebruik bij computerspelletjes
spelconsoles	=	spelconsole
spelcontainer	noun	een (vaak omgebouwde) zeecontainer of opslagunit die gevuld is met sport- en spelmateriaal, bedoeld om op locatie – zoals een schoolplein, buurtspeelplaats of park – beweging en spelactiviteiten te stimuleren
spelcontainers	=	spelcontainer
spelcontainertje	=	spelcontainer
spelcontainertjes	=	spelcontainer
speld	noun	klein en puntig metalen voorwerp met een kop, bedoeld om iets (bijv. weefsels) vast te zetten, veel gebruikt bij naaien
speldag	noun	een dag die gevuld is met het spelen van spelletjes
speldagen	=	speldag
speldagje	=	speldag
speldagjes	=	speldag
speldde	=	spelden
speldden	=	spelden
spelde	=	spellen
spelden	verb	met spelden vastzetten
speldend	=	spelden
speldende	=	spelden
speldengeld	noun	geld dat een huisvrouw aan kleinigheidjes kon besteden
speldenknop	noun	de kop van een speld
speldenknopje	=	speldenknop
speldenknopjes	=	speldenknop
speldenknoppen	=	speldenknop
speldenkop	noun	de stompe bovenkant van een puntig metalen staafje dat men gebruikt bij het naaien
speldenkopje	=	speldenkop
speldenkopjes	=	speldenkop
speldenkoppen	=	speldenkop
speldenkussen	noun	klein kussentje waarop spelden en naalden bewaard worden, zodat tijdens het naaien en handwerken de spelden en naalden gemakkelijk kunnen worden gepakt, maar ook veilig kunnen worden opgeborgen
speldenkussens	=	speldenkussen
speldenkussentje	=	speldenkussen
speldenkussentjes	=	speldenkussen
speldenprik	noun	gaatjes gemaakt door een speld
speldenprikje	=	speldenprik
speldenprikjes	=	speldenprik
speldenprikken	=	speldenprik
speldje	=	speld
speldjes	=	speld
speldt	=	spelden
spele	=	spelen
speleding	noun	iets waarmee men kan spelen
speledingen	=	speleding
speledingetje	=	speleding
speledingetjes	=	speleding
spelemei	=	spelemeien
spelemeide	=	spelemeien
spelemeiden	=	spelemeien
spelemeie	=	spelemeien
spelemeien	noun|poetic	zich in het voorjaar op het land of het water vermaken; de meiboom gaan planten
spelemeiend	=	spelemeien
spelemeiende	=	spelemeien
spelemeit	=	spelemeien
spelen	verb	recreatief en/of ontspannend bezig zijn
spelend	adj	van een persoon dat deze speelt
spelende	=	spelen
spelenderwijs	adv	in de vorm van een spel gedaan
spelends	=	spelend
speleologe	noun	vrouwelijke vorm van speleoloog
speleologen	=	speleoloog
speleologes	=	speleologe
speleologie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van grotten
speleologisch	adj	betrekking hebbend op de speleologie
speleologische	=	speleologisch
speleologischer	=	speleologisch
speleologischere	=	speleologisch
speleologischers	=	speleologisch
speleoloog	noun	een onderzoeker van grotten en holen, kenner van de speleologie
speleoloogje	=	speleoloog
speler	noun	een deelnemer aan een spel of sport
speler-coach	noun	coach die zelf meespeelt in het door hem gecoachte team
speler-coaches	=	speler-coach
speler-manager	noun	sporter die tevens de zakelijke leiding heeft
speler-managers	=	speler-manager
speler-trainer	noun	trainer die zelf meespeelt in het door hem getrainde team
speler-trainers	=	speler-trainer
speler-trainertje	=	speler-trainer
speler-trainertjes	=	speler-trainer
spelerij	=	spelerijden
spelerijd	=	spelerijden
spelerijden	verb	louter voor het plezier uit rijden gaan
spelerijdend	=	spelerijden
spelerijdende	=	spelerijden
spelers	=	speler
spelers-coaches	=	speler-coach
spelers-trainers	=	speler-trainer
spelersbank	noun	bank aan de zijkant van het speelveld waar tijdens de wedstrijd de reserves, trainer en verzorger zitten
spelersbanken	=	spelersbank
spelersbus	noun	touringcar waarin de spelers van een sportteam naar een sportwedstrijd worden vervoerd
spelersbusje	=	spelersbus
spelersbusjes	=	spelersbus
spelersbussen	=	spelersbus
spelersgroep	noun	groep sporters die in dienst is van een club; groep spelers waaruit een team kan worden samengesteld
spelersgroepen	=	spelersgroep
spelersgroepje	=	spelersgroep
spelersgroepjes	=	spelersgroep
spelershome	noun	ruimte in een stadion waar de spelers van een team samenkomen bij wedstrijden en trainingen
spelershomes	=	spelershome
spelershonk	noun	ruimte in een stadion waar de spelers van een team bijeenkomen bij wedstrijden en trainingen
spelershonken	=	spelershonk
spelersloopbaan	noun	carrière als sporter
spelersloopbanen	=	spelersloopbaan
spelersmakelaar	noun	iemand die de belangen van profvoetballers of betaaldvoetbalorganisaties in het kader van arbeidsovereenkomsten of transfers behartigt
spelersmakelaars	=	spelersmakelaar
spelersmakelaren	=	spelersmakelaar
spelersshirt	noun	shirt dat wordt gedragen door een deelnemer aan het spel
spelersshirtje	=	spelersshirt
spelersshirtjes	=	spelersshirt
spelersshirts	=	spelersshirt
spelertje	=	speler
spelertjes	=	speler
spelevaar	=	spelevaren
spelevaarde	=	spelevaren
spelevaarden	=	spelevaren
spelevaart	=	spelevaren
spelevare	=	spelevaren
spelevaren	verb	voor het genoegen rondvaren
spelevarend	=	spelevaren
spelevarende	=	spelevaren
spelfout	noun	onjuiste schrijfwijze van een woord
spelfouten	=	spelfout
spelfoutje	=	spelfout
spelfoutjes	=	spelfout
spelgedrag	noun	de manier waarop individuen – zowel kinderen als volwassenen – zich uiten en ontwikkelen via spelactiviteiten
spelhervatting	noun	het hervatten van het spel na een dood moment in de wedstrijd
spelhervattingen	=	spelhervatting
spelidee	noun	gedachte of suggestie voor een spel
spelideetje	=	spelidee
spelideetjes	=	spelidee
spelideeën	=	spelidee
speling	noun	ruimte tussen twee of meer onderdelen van een constructie, zodat deze, gewenst of ongewenst, ten opzichte van elkaar kunnen bewegen
spelingen	=	speling
spelinkje	=	speling
spelinkjes	=	speling
spelintelligentie	noun	goed inzicht in situaties en verloop van een wedstrijd, waardoor een speler betere resultaten kan bereiken
spelle	=	spellen
spelleider	noun	iemand die zorgt voor een goed beloop van een spel, wedstrijd, programma of toneelstuk
spelleiders	=	spelleider
spelleidertje	=	spelleider
spelleiding	noun	persoon die een spel leidt
spelleidingen	=	spelleiding
spelleidinkje	=	spelleiding
spelleidinkjes	=	spelleiding
spellen	verb	letters in de juiste volgorde plaatsen
spellend	=	spellen
spellende	=	spellen
speller	noun	iemand die tijdens het schrijven de spellingsregels al of niet correct hanteert
spellers	=	speller
spelles	noun	les die men geeft in de vorm van een spel
spellesje	=	spelles
spellesjes	=	spelles
spellessen	=	spelles
spelletje	=	spel
spelletjes	=	spel
spelletjesminnend	adj	van iemand dat hij of zij een grote voorliefde, passie of bijzondere voorkeur heeft voor het spelen van spelletjes.
spelletjesminnende	=	spelletjesminnend
spelletjesminnender	=	spelletjesminnend
spelletjesminnendere	=	spelletjesminnend
spelletjesminnenders	=	spelletjesminnend
spelletjesminnends	=	spelletjesminnend
spelletjesminnendst	=	spelletjesminnend
spelletjesminnendste	=	spelletjesminnend
spelletjesprogramma	noun	televisieprogramma waarin deelnemers, vaak gestuurd door een presentator, in teamverband of individueel strijden om prijzen door het volbrengen van opdrachten, quizvragen of behendigheidsspellen
spelletjesprogramma's	=	spelletjesprogramma
spelletjesprogrammaatje	=	spelletjesprogramma
spelletjesprogrammaatjes	=	spelletjesprogramma
spelletjesverslaafd	adj	de dwangmatige behoefte hebbend om computerspellen te spelen
spelletjesverslaafde	noun	iemand met de dwangmatige behoefte om computerspellen te spelen
spelletjesverslaafden	=	spelletjesverslaafde
spelletjesverslaafder	=	spelletjesverslaafd
spelletjesverslaafdere	=	spelletjesverslaafd
spelletjesverslaafders	=	spelletjesverslaafd
spelletjesverslaafds	=	spelletjesverslaafd
spelletjesverslaafdst	=	spelletjesverslaafd
spelletjesverslaafdste	=	spelletjesverslaafd
spelling	noun	de al dan niet vastgelegde manier waarop de woorden van een taal geschreven worden
spellingalfabet	noun	een set van spelwoorden waarmee elke letter van het alfabet van een gegeven taal mondeling kan worden gespeld
spellingalfabetje	=	spellingalfabet
spellingalfabetjes	=	spellingalfabet
spellingalfabetten	=	spellingalfabet
spellingbeeld	noun	woordbeeld volgens de gebruikte spelling
spellingbeelden	=	spellingbeeld
spellingboek	noun	een naslagwerk met de officiële spellingregels en woordenlijsten van een taal, zoals het Nederlandse 'Groene Boekje' of de online versie 'Woordenlijst.org', die is samengesteld door de Nederlandse Taalunie
spellingboeken	=	spellingboek
spellingboekje	=	spellingboek
spellingboekjes	=	spellingboek
spellingchecker	noun	computerprogramma dat controleert of er schrijffouten zitten in een tekst
spellingcheckers	=	spellingchecker
spellingcommissie	noun	commissie die zich bezighoudt met de correcte spelling van een taal
spellingcommissies	=	spellingcommissie
spellingcommissietje	=	spellingcommissie
spellingcommissietjes	=	spellingcommissie
spellingcontrole	noun	controle van het correct zijn van de spelling, een functie van een computerprogramma, vaak terug te vinden in tekstverwerkers
spellingcontroles	=	spellingcontrole
spellingcorrectie	noun	een correctie in de spelling van een taal
spellingcorrecties	=	spellingcorrectie
spellingen	=	spelling
spellingfout	noun	fout die ingaat tegen de regels voor het spellen van een bepaald woord
spellingfouten	=	spellingfout
spellingfoutje	=	spellingfout
spellingfoutjes	=	spellingfout
spellinghervorming	noun	een hervorming van de spelling zoals die regelmatig in het Nederlands plaatsvindt
spellinghervormingen	=	spellinghervorming
spellingles	noun	les waarbij de officiële regels voor het schrijven van woorden worden geleerd en geoefend
spellinglesje	=	spellingles
spellinglesjes	=	spellingles
spellinglessen	=	spellingles
spellingprobleem	noun	het probleem dat veel veel mensen veel spellingfouten maken
spellingproblemen	=	spellingprobleem
spellingregel	noun	een regel hoe je een woord moet schrijven
spellingregels	=	spellingregel
spellingregeltje	=	spellingregel
spellingregeltjes	=	spellingregel
spellingsalfabet	noun	reeks van spelwoorden waarmee elke letter van het alfabet van een gegeven taal mondeling kan worden gespeld
spellingsalfabetje	=	spellingsalfabet
spellingsalfabetjes	=	spellingsalfabet
spellingsalfabetten	=	spellingsalfabet
spellingsboek	noun	een naslagwerk met de officiële spellingregels en woordenlijsten van een taal, zoals het Nederlandse 'Groene Boekje' of de online versie 'Woordenlijst.org', die is samengesteld door de Nederlandse Taalunie
spellingsboeken	=	spellingsboek
spellingsboekje	=	spellingsboek
spellingsboekjes	=	spellingsboek
spellingscommissie	noun	commissie die zich bezighoudt met de correcte spelling van een taal
spellingscommissies	=	spellingscommissie
spellingscommissietje	=	spellingscommissie
spellingscommissietjes	=	spellingscommissie
spellingscontrole	noun	controle van het correct zijn van de spelling, een functie van een computerprogramma, vaak terug te vinden in tekstverwerkers
spellingscontroles	=	spellingscontrole
spellingscorrectie	noun	een correctie in de spelling van een taal
spellingscorrecties	=	spellingscorrectie
spellingsfout	noun	fout die ingaat tegen de officiële regels met betrekking tot het spellen van een bepaald woord
spellingsfouten	=	spellingsfout
spellingsfoutje	=	spellingsfout
spellingsfoutjes	=	spellingsfout
spellingsles	noun	les waarbij de officiële regels voor het schrijven van woorden worden geleerd en geoefend
spellingslesje	=	spellingsles
spellingslesjes	=	spellingsles
spellingslessen	=	spellingsles
spellingsprobleem	noun	het probleem dat veel veel mensen veel spellingfouten maken
spellingsproblemen	=	spellingsprobleem
spellingsregel	noun	een regel hoe je een woord moet schrijven
spellingsregels	=	spellingsregel
spellingsregeltje	=	spellingsregel
spellingsregeltjes	=	spellingsregel
spellingsverandering	noun	fundamentele wijziging in de opbouw, inrichting of organisatie van een geheel, zoals een bedrijf, systeem of maatschappij.
spellingsveranderingen	=	spellingsverandering
spellingsveranderingetje	=	spellingsverandering
spellingsveranderingetjes	=	spellingsverandering
spellingsvereenvoudiging	noun	het aanpassen van de regels voor het correct schrijven van een taal, met als doel de spelling makkelijker en logischer te maken.
spellingsvereenvoudigingen	=	spellingsvereenvoudiging
spellingsvereenvoudigingetje	=	spellingsvereenvoudiging
spellingsvereenvoudigingetjes	=	spellingsvereenvoudiging
spellingsverschil	noun	variatie in de schrijfwijze van hetzelfde woord of dezelfde klank.
spellingsverschillen	=	spellingsverschil
spellingsverschilletje	=	spellingsverschil
spellingsverschilletjes	=	spellingsverschil
spellingswijze	noun	de manier waarop een woord geschreven wordt
spellingswijzen	=	spellingswijze
spellingswijziging	noun	een verandering in de spellingsregels of de officiële spelling van individuele woorden
spellingswijzigingen	=	spellingswijziging
spellingswijzigingetje	=	spellingswijziging
spellingswijzigingetjes	=	spellingswijziging
spellinguitspraak	noun	uitspraak volgens het spellingbeeld, ongeacht de herkomst van het woord, bv. zestig en zeventig in plaats van het correcte sestig en seventig
spellinguitspraken	=	spellinguitspraak
spellingverandering	noun	verandering van de spelling
spellingveranderingen	=	spellingverandering
spellingveranderingetje	=	spellingverandering
spellingveranderingetjes	=	spellingverandering
spellingvereenvoudiging	noun	het aanpassen van de regels voor het correct schrijven van een taal, met als doel de spelling makkelijker en logischer te maken.
spellingvereenvoudigingen	=	spellingvereenvoudiging
spellingvereenvoudigingetje	=	spellingvereenvoudiging
spellingvereenvoudigingetjes	=	spellingvereenvoudiging
spellingwet	noun	wet waarin de spelling wordt geregeld.
spellingwetten	=	spellingwet
spellingwijziging	noun	een verandering in de spellingsregels of de officiële spelling van individuele woorden
spellingwijzigingen	=	spellingwijziging
spellingwijzigingetje	=	spellingwijziging
spellingwijzigingetjes	=	spellingwijziging
spellinkje	=	spelling
spelmaker	noun	teamspeler die optreedt als organisator van het spel
spelmakers	=	spelmaker
spelonderbreking	noun	het tijdelijk stilvallen van een sportwedstrijd of spel.
spelonderbrekingen	=	spelonderbreking
spelonderbrekinkje	=	spelonderbreking
spelonderbrekinkjes	=	spelonderbreking
spelonk	noun	een spleetvormige holte in een berg
spelonkachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een spelonk
spelonkachtige	=	spelonkachtig
spelonkachtiger	=	spelonkachtig
spelonkachtigere	=	spelonkachtig
spelonkachtigers	=	spelonkachtig
spelonkachtigs	=	spelonkachtig
spelonkachtigst	=	spelonkachtig
spelonkachtigste	=	spelonkachtig
spelonken	=	spelonk
spelonkje	=	spelonk
spelonkjes	=	spelonk
spelonksken	=	spelonk
spelotheek	noun	plaats waar speelgoed uitgeleend wordt
spelotheken	=	spelotheek
spelpeil	noun	de kwaliteit, het niveau van het sporten
spelpeilen	=	spelpeil
spelplezier	noun	het genoegen dat mensen (vooral kinderen) ervaren tijdens het spelen, wat de basis vormt voor ontwikkeling en leren.
spelprobleem	noun	probleem in een spel
spelproblemen	=	spelprobleem
spelprogramma	noun	televisieprogramma waarin mensen deelnemen aan een spel
spelprogramma's	=	spelprogramma
spelprogrammaatje	=	spelprogramma
spelprogrammaatjes	=	spelprogramma
spelregel	noun	De regel van het spel.
spelregels	=	spelregel
spelregeltje	=	spelregel
spelregeltjes	=	spelregel
spelregelwijziging	noun	Een spelregelwijziging is een formele aanpassing in de reglementen van een sport, doorgevoerd door een bond (zoals de KNVB) om het spel eerlijker, veiliger of aantrekkelijker te maken.
spelregelwijzigingen	=	spelregelwijziging
spelregelwijzigingetje	=	spelregelwijziging
spelregelwijzigingetjes	=	spelregelwijziging
spelschema	noun	patronen in het spel van kinderen die herhaalbaar en herkenbaar zijn
spelschema's	=	spelschema
spelschemaatje	=	spelschema
spelschemaatjes	=	spelschema
spelshow	noun	is een televisieprogramma waarin mensen alleen of in teamverband deelnemen aan een spel
spelshows	=	spelshow
spelshowtje	=	spelshow
spelshowtjes	=	spelshow
spelsoort	noun	elk van de door spelregels omschreven varianten waarin een bepaalde sport wordt beoefend
spelsoorten	=	spelsoort
spelstijl	noun	manier van spelen, manier van beoefenen van een sport
spelstijlen	=	spelstijl
spelt	noun	bepaalde grove tarwesoort Triticum spelta
speltak	noun	benaming die scouting Nederland gebruikt om een leeftijdsklasse aan te geven waarin scoutingactiviteiten worden ondernomen
speltakje	=	speltak
speltakjes	=	speltak
speltakken	=	speltak
speltbloem	noun	fijn gemalen zaden van Triticum spelta gebruikt voor het maken van gerechten, brood en gebak
speltbroden	=	speltbrood
speltbrood	noun	baksel van deeg waar gemalen speltgraan in zit
speltechnisch	adj	betreffende de vaardigheden nodig voor het spelen van een spel
speltechnische	=	speltechnisch
speltechnischer	=	speltechnisch
speltechnischere	=	speltechnisch
speltechnischers	=	speltechnisch
speltheorie	noun	een tak van de wiskunde waarin het nemen van beslissingen centraal staat
speltheorieën	=	speltheorie
speltmeel	noun	fijn gemalen zaden van Triticum spelta gebruikt voor het maken van gerechten, brood en gebak
spelvaardigheden	=	spelvaardigheid
spelvaardigheid	noun	vaardigheid in een spel
spelvariant	noun	woord dat geschreven is in een afwijkende spelling
spelvarianten	=	spelvariant
spelverdeler	noun	persoon in een sportteam, die het spel dirigeert en het tempo aangeeft
spelverdelers	=	spelverdeler
spelvorm	noun	een van de manieren waarop men een spel of een sport kan spelen
spelvormen	=	spelvorm
spelvormpje	=	spelvorm
spelvormpjes	=	spelvorm
spelwijze	noun	wijze van spellen
spelwijzen	=	spelwijze
spelwoord	noun	een bekend en duidelijk verstaanbaar woord, met een passende beginletter, waarmee men bij het mondeling spellen een letter aanduidt
spelwoorden	=	spelwoord
spelwoordje	=	spelwoord
spelwoordjes	=	spelwoord
spencer	noun	trui zonder mouwen
spencers	=	spencer
spencertje	=	spencer
spencertjes	=	spencer
spendeer	=	spenderen
spendeerde	=	spenderen
spendeerden	=	spenderen
spendeert	=	spenderen
spendere	=	spenderen
spenderen	verb	besteden
spenderend	=	spenderen
spenderende	=	spenderen
spene	=	spenen
spenen	verb	van het zogen onafhankelijk maken
spenend	=	spenen
spenende	=	spenen
sper	=	sperren
speractie	noun	wegafzetting door de politie om een vluchtpoging van een misdadiger te voorkomen
speracties	=	speractie
spercieboon	=	sperzieboon
sperde	=	sperren
sperden	=	sperren
speren	=	speer
spergebied	noun	verboden terrein; gebied zonder vrije toegang
spergebieden	=	spergebied
sperma	noun	vloeistof met zaadcellen zoals die door mannelijke dieren wordt geproduceerd
sperma-injectie	noun	inspuiting van sperma teneinde een zwangerschap te bereiken
sperma-injecties	=	sperma-injectie
spermaatje	=	sperma
spermaatjes	=	sperma
spermabank	noun	plaats en instelling waar sperma door donors wordt afgegeven en waar dit op kwaliteit wordt onderzocht en voor kunstmatige bevruchting bewaard.
spermabanken	=	spermabank
spermacel	noun	voortplantingscel van een mannelijk organisme
spermacellen	=	spermacel
spermaceti	noun	een wasachtige substantie waaruit het spermaceti-orgaan bestaat in de schedel van de potvis, vroeger gebruikt voor kaarsen en parfumerieartikelen
spermacide	noun	zaaddodend middel	adj	zaaddodend
spermaciden	=	spermacide
spermacides	=	spermacide
spermacidetje	=	spermacide
spermacidetjes	=	spermacide
spermadonor	noun	donor die zijn sperma ter beschikking stelt voor kunstmatige inseminatie
spermadonoren	=	spermadonor
spermadonors	=	spermadonor
spermahond	noun	hond die door de politie wordt ingezet bij het opsporen van verkrachters en het oplossen van zedenmisdrijven
spermahonden	=	spermahond
spermarietje	noun	buisje waarin sperma geconserveerd wordt
spermarietjes	=	spermarietje
spermatium	noun	de eerste eenkernige, haploïde spore in de levenscyclus van de roestschimmel (Pucciniales) die worden verspreidt door de wind of door insecten
spermatiën	=	spermatium
spermatoerisme	noun	het reizen naar een ander land of regio om gebruik te maken van spermadonatie of vruchtbaarheidsbehandelingen (zoals KID of ivf)
spermatofoor	noun	kapsel waarin bij sommige dieren de zaadcellen verpakt worden
spermatofoortje	=	spermatofoor
spermatofoortjes	=	spermatofoor
spermatoforen	=	spermatofoor
spermatogenese	noun	vorming van zaadcellen
spermatozoa	=	spermatozoön
spermatozoïde	noun	zaadcel (van planten, algen, mossen en varens)
spermatozoïden	=	spermatozoïde
spermatozoïdes	=	spermatozoïde
spermatozoön	noun	zaadcel van mens of dier
spermicide	noun	stof die zaadcellen doodt
spermicides	=	spermicide
spermicidetje	=	spermicide
spermicidetjes	=	spermicide
spermuren	=	spermuur
spermuur	noun	zware betonnen constructie aan beide kanten van een weg om aanvallers tegen te houden
sperperiode	noun	tijdvak waarbinnen een bepaald verbod geldt
sperperioden	=	sperperiode
sperperiodes	=	sperperiode
sperperiodetje	=	sperperiode
sperperiodetjes	=	sperperiode
sperre	=	sperren
sperren	verb	wijd open zetten
sperrend	=	sperren
sperrende	=	sperren
sperring	noun	het wijd openen van de mond of de ogen
sperringen	=	sperring
sperrinkje	=	sperring
sperrinkjes	=	sperring
spersieboon	=	sperzieboon
spert	=	sperren
spertijd	noun	de tijd dat iets gesloten, of niet te gebruiken is
spertijden	=	spertijd
spervuren	=	spervuur
spervuur	noun	een voortdurende aanval waarbij veel kogels worden afgevuurd
sperwer	noun	Accipiter nisus, een kleine snelle roofvogel
sperwergrasmus	noun	een bepaald soort zangvogel, Sylvia nisoria, uit de familie van zangers Syviidae
sperwergrasmusje	=	sperwergrasmus
sperwergrasmusjes	=	sperwergrasmus
sperwergrasmussen	=	sperwergrasmus
sperwerhoningeter	noun	Ramsayornis fasciatus een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
sperwerhoningeters	=	sperwerhoningeter
sperwerhoningetertje	=	sperwerhoningeter
sperwerhoningetertjes	=	sperwerhoningeter
sperwers	=	sperwer
sperwertje	=	sperwer
sperwertjes	=	sperwer
sperweruil	noun	Surnia ulula een uil van gemiddelde afmetingen.
sperweruilen	=	sperweruil
sperweruiltje	=	sperweruil
sperweruiltjes	=	sperweruil
sperzie	noun|obsolete	asperge
sperziebonen	=	sperzieboon
sperzieboon	noun	cultivar van Phaseolus vulgaris
sperzieboontje	=	sperzieboon
sperzieboontjes	=	sperzieboon
sperzies	=	sperzie
spet	=	spetten
spete	=	speten
speten	verb	aan een spies rijgen
spetend	=	speten
spetende	=	speten
spette	=	spetten
spetten	verb	in kleine druppeltjes neervallen of uit elkaar bewegen
spettend	=	spetten
spettende	=	spetten
spetter	noun	/ een weggeslingerde druppel
spetterde	=	spetteren
spetterden	=	spetteren
spettere	=	spetteren
spetteren	verb	druppels doen rondvliegen
spetterend	adj	heel erg spectaculair
spetterende	=	spetterend
spetterender	=	spetterend
spetterendere	=	spetterend
spetterenders	=	spetterend
spetterends	=	spetterend
spetterendst	=	spetterend
spetterendste	=	spetterend
spetterles	noun	een speelse les die jonge kinderen (meestal van 1 tot 4 jaar) voorbereidt op het leren zwemmen
spetterlesje	=	spetterles
spetterlesjes	=	spetterles
spetterlessen	=	spetterles
spetterpoep	noun|informal	buikloop, diarree
spetters	=	spetter
spettert	=	spetteren
spettertje	=	spetter
spettertjes	=	spetter
speur	=	speuren
speuractie	noun	zoekactie om iemand of iets op te sporen door sporen te volgen.
speuracties	=	speuractie
speuractietje	=	speuractie
speuractietjes	=	speuractie
speurbij	noun	de bijen die op zoek gaan naar een geschikte plek voor het zwermende volk om zich te vestigen
speurbijen	=	speurbij
speurbijtje	=	speurbij
speurbijtjes	=	speurbij
speurde	=	speuren
speurden	=	speuren
speurder	noun	iemand die speurt (zich met opsporing bezighoudt), een speurneus
speurders	=	speurder
speurdersverhaal	noun	vertelling over iemand die tracht door onderzoek een misdrijf op te lossen
speurdersverhalen	=	speurdersverhaal
speurdertje	=	speurder
speurdertjes	=	speurder
speure	=	speuren
speuren	verb	grondig en zorgvuldig zoeken
speurend	adj	actief zoekend; actief kijkend
speurende	=	speuren
speurender	=	speurend
speurendere	=	speurend
speurenders	=	speurend
speurends	=	speurend
speurendst	=	speurend
speurendste	=	speurend
speurhond	noun	speciaal opgeleide hond voor het zoeken en volgen van reuksporen zoals wild, drugs of verdwenen personen
speurhonden	=	speurhond
speurhondje	=	speurhond
speurhondjes	=	speurhond
speurneus	noun	iemand die speurt (zich met opsporing bezighoudt), een speurder
speurneusje	=	speurneus
speurneuzen	=	speurneus
speurt	=	speuren
speurtocht	noun	een vastgelegde afstand die men loopt waarvan men tijdens het lopen de route moet uitvinden door het zoeken van aanwijzingen
speurtochten	=	speurtocht
speurtochtje	=	speurtocht
speurtochtjes	=	speurtocht
speurwerk	noun	activiteiten om iets te vinden/onderzoeken
speurwerken	=	speurwerk
speurwerkje	=	speurwerk
speurwerkjes	=	speurwerk
speurzin	noun	de neiging om zaken te willen onderzoeken
sphagnum	=	sfagnum
sphinx	=	sfinx
sphynx	=	sfinx
spiccato	adv	manier van spelen op een strijkinstrument waarbij de strijkstok als het ware op de snaar stuitert
spicht	noun	lang tenger kind
spichten	=	spicht
spichtig	adj	te mager
spichtige	=	spichtig
spichtiger	=	spichtig
spichtigere	=	spichtig
spichtigers	=	spichtig
spichtigs	=	spichtig
spichtigst	=	spichtig
spichtigste	=	spichtig
spicker	=	spijker
spicy	adj	kruidig, pittig
spicy's	=	spicy
spicyer	=	spicy
spicyere	=	spicy
spicyers	=	spicy
spicyst	=	spicy
spicyste	=	spicy
spider	noun	programmatuur die stelselmatig de hyperlinks op webpagina's afloopt om een bestand met informatie op te bouwen, zoals een register voor een zoekmachine
spiders	=	spider
spidertje	=	spider
spidertjes	=	spider
spie	noun	een plat of rond, toelopend voorwerp dat wordt gebruikt om iets stevig mee vast te zetten, of bijv. een stuk hout te kloven
spiebaan	noun	is een uitsparing in b.v. een as en/of naaf om een spie in te leggen, om zo een beweging van een as over te brengen op een andere
spiebaantje	=	spiebaan
spiebaantjes	=	spiebaan
spiebanen	=	spiebaan
spied	=	spieden
spiedde	=	spieden
spiedden	=	spieden
spiede	=	spieden
spieden	verb	stiekem kijken
spiedend	adj	speurend en oplettend kijkend
spiedende	=	spieden
spiedends	=	spiedend
spiedt	=	spieden
spiegat	noun	gat waardoor men kan spieden
spiegaten	=	spiegat
spiegel	noun	voorwerp dat licht (en andere soorten elektromagnetische straling) weerkaatst volgens de regel: "hoek van inval = hoek van terugkaatsing"
spiegelbeeld	noun	door een spiegel of spiegelend vlak teruggekaatst beeld
spiegelbeelden	=	spiegelbeeld
spiegelbeeldje	=	spiegelbeeld
spiegelbeeldjes	=	spiegelbeeld
spiegelbeeldpunt	noun	punt dat het spiegelbeeld is van een ander punt
spiegelbeeldpunten	=	spiegelbeeldpunt
spiegelbeeldpuntje	=	spiegelbeeldpunt
spiegelbeeldpuntjes	=	spiegelbeeldpunt
spiegelbeeldrog	noun	Amblyraja reversa een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
spiegelbeeldroggen	=	spiegelbeeldrog
spiegelbeeldroggetje	=	spiegelbeeldrog
spiegelbeeldroggetjes	=	spiegelbeeldrog
spiegelbeeldrogje	=	spiegelbeeldrog
spiegelbeeldrogjes	=	spiegelbeeldrog
spiegelbol	noun	bol bekleed met duizenden kleine spiegelstukjes die licht reflecteren, waardoor er honderden bewegende lichtpuntjes door een ruimte dansen
spiegelbollen	=	spiegelbol
spiegelbolletje	=	spiegelbol
spiegelbolletjes	=	spiegelbol
spiegelbreedbektiran	noun	Tolmomyias assimilis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
spiegelbreedbektirannen	=	spiegelbreedbektiran
spiegelbreedbektirannetje	=	spiegelbreedbektiran
spiegelbreedbektirannetjes	=	spiegelbreedbektiran
spiegelcoalitie	noun	federale coalitie regering met dezelfde partijen als in de regionale regeringen
spiegelcoalities	=	spiegelcoalitie
spiegelde	=	spiegelen
spiegelden	=	spiegelen
spiegeldeur	noun	deur van spiegelglas of met een daarin aangebrachte spiegel
spiegeldeuren	=	spiegeldeur
spiegeldeurtje	=	spiegeldeur
spiegeldeurtjes	=	spiegeldeur
spiegeldikbek	noun	Mycerobas carnipes een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
spiegeldikbekje	=	spiegeldikbek
spiegeldikbekjes	=	spiegeldikbek
spiegeldikbekken	=	spiegeldikbek
spiegeldikkopje	noun	Heteropterus morpheus een vlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
spiegeldikkopjes	=	spiegeldikkopje
spiegeldoolhof	noun	een doolhof waarbij de wanden zijn gemaakt van spiegels, waardoor je makkelijk verdwaalt omdat je jezelf oneindig vaak tegenkomt
spiegeldoolhofje	=	spiegeldoolhof
spiegeldoolhofjes	=	spiegeldoolhof
spiegeldoolhoven	=	spiegeldoolhof
spiegele	=	spiegelen
spiegelei	noun	gebakken ei met hele dooier
spiegeleieren	=	spiegelei
spiegeleikwal	noun	Cotylorhiza tuberculata een kwallensoort die voorkomt in de Middellandse Zee.
spiegeleikwallen	=	spiegeleikwal
spiegeleikwalletje	=	spiegeleikwal
spiegeleikwalletjes	=	spiegeleikwal
spiegeleitje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort slak, Diaphorodoris luteocincta uit de familie van de sterslakken (Onchidorididae); de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1870 voor het eerst geldig gepubliceerd in door M. Sars
spiegeleitjes	=	spiegelei
spiegelelfje	noun	Meligramma guttata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
spiegelelfjes	=	spiegelelfje
spiegelen	verb	een operatie waarbij de afstand tot een spiegellijn in twee, of een spiegelvlak in drie dimensies in richting omgekeerd wordt
spiegelend	adj	een afbeelding of licht weerkaatsend
spiegelende	=	spiegelen
spiegelends	=	spiegelend
spiegelfabriek	noun	onderneming waar men glasplaten met een dun laagje metaal maakt, die een beeld natuurgetrouw weerkaatsen
spiegelfabrieken	=	spiegelfabriek
spiegelgalvanometer	noun	zeer gevoelige draaispoelmeter met een spiegeltje en opgehangen aan een torsiedraad
spiegelgalvanometers	=	spiegelgalvanometer
spiegelgevecht	noun	schijngevecht
spiegelgevechten	=	spiegelgevecht
spiegelgevechtje	=	spiegelgevecht
spiegelgevechtjes	=	spiegelgevecht
spiegelglaasje	=	spiegelglas
spiegelglaasjes	=	spiegelglas
spiegelglad	adj	glad als een spiegel, gladder kan haast niet
spiegelgladde	=	spiegelglad
spiegelglads	=	spiegelglad
spiegelglas	noun	met een spiegelende laag bedekt gepolijst glas, geschikt dus om spiegels mee te maken
spiegelglazen	=	spiegelglas
spiegeling	noun	het spiegelen
spiegelingen	=	spiegeling
spiegelingetje	=	spiegeling
spiegelingetjes	=	spiegeling
spiegelkast	noun	kast met spiegeldeuren erin
spiegelkasten	=	spiegelkast
spiegelkastje	=	spiegelkast
spiegelkastjes	=	spiegelkast
spiegelkever	noun	insect uit de familie Histeridae van kevers (Coleoptera)
spiegelkevers	noun	Histeridae een familie van kevers (Coleoptera)
spiegelkevertje	=	spiegelkever
spiegelkevertjes	=	spiegelkever
spiegelklokje	noun	benaming voor planten uit het geslacht Legousia, eenjarige, tweejarige en overblijvende planten uit de klokjesfamilie (Campanulaceae)
spiegelklokjes	=	spiegelklokje
spiegellamp	noun	lamp met een reflector erachter of ervoor
spiegellampen	=	spiegellamp
spiegellampje	=	spiegellamp
spiegellampjes	=	spiegellamp
spiegellijstergaai	noun	Garrulax mitratus een vogel uit de familie van de Leiothrichidae.
spiegellijstergaaien	=	spiegellijstergaai
spiegellijstergaaitje	=	spiegellijstergaai
spiegellijstergaaitjes	=	spiegellijstergaai
spiegelmicroscoop	noun	microscoop die uitgerust is met spiegelobjectieven in plaats van of naast lenzen
spiegelmicroscoopje	=	spiegelmicroscoop
spiegelmicroscoopjes	=	spiegelmicroscoop
spiegelmicroscopen	=	spiegelmicroscoop
spiegelmiddellijn	noun	de lengte van de middellijn van een grote ronde holle spiegel zoals deze in een telescoop wordt gebruikt
spiegelmiddellijnen	=	spiegelmiddellijn
spiegelmot	noun	een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae)
spiegelmotje	=	spiegelmot
spiegelmotjes	=	spiegelmot
spiegelmotten	=	spiegelmot
spiegelneuron	noun	een neuron dat niet alleen vuurt als een dier een handeling uitvoert, maar ook als het dier een handeling ziet uitvoeren door een ander dier
spiegelneuronen	=	spiegelneuron
spiegelneurons	=	spiegelneuron
spiegelobjectief	noun	objectief voor een microscoop, camera of telescoop, dat uit een holle (of bolle) spiegel bestaat
spiegelobjectieven	=	spiegelobjectief
spiegelopstand	noun	overeind staand deel waarin een spiegel aanwezig is dat geplaatst kan worden op een ander meubel
spiegelopstanden	=	spiegelopstand
spiegelopstandje	=	spiegelopstand
spiegelopstandjes	=	spiegelopstand
spiegelorchis	noun	een voornamelijk in Europa voorkomend geslacht Ophrys uit de orchideeënfamilie (Orchidaceae), met ongeveer 130 soorten
spiegelorchissen	=	spiegelorchis
spiegelpaleis	noun	kermisattractie bestaande uit een doolhof met spiegelende wanden
spiegelpaleisje	=	spiegelpaleis
spiegelpaleisjes	=	spiegelpaleis
spiegelpaleizen	=	spiegelpaleis
spiegelpauw	noun	Polyplectron bicalcaratum een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
spiegelpauwen	=	spiegelpauw
spiegelpauwtje	=	spiegelpauw
spiegelpauwtjes	=	spiegelpauw
spiegelperiscoop	noun	met spiegels werkende periscoop, o.a. gebruikt op tanks en gevechtswagens
spiegelperiscopen	=	spiegelperiscoop
spiegelreflex	noun	spiegelreflexcamera
spiegelreflexcamera	noun	een fotocamera waarbij een spiegel is aangebracht, onder een hoek van 45 graden, die het beeld op een horizontaal instelglas projecteert dat in de regel gematteerd is en meestal matglas wordt genoemd.
spiegelreflexcamera's	=	spiegelreflexcamera
spiegelreflexcameraatje	=	spiegelreflexcamera
spiegelreflexcameraatjes	=	spiegelreflexcamera
spiegelreflexen	=	spiegelreflex
spiegelregering	noun	federale regering met dezelfde partijen als in de regionale regeringen aanwezig zijn
spiegelregeringen	=	spiegelregering
spiegelroodstaart	noun	Phoenicurus auroreus een zangvogel uit de familie Muscicapidae.
spiegelroodstaarten	=	spiegelroodstaart
spiegelroodstaartje	=	spiegelroodstaart
spiegelroodstaartjes	=	spiegelroodstaart
spiegelruit	noun	ruit van (gepolijst) spiegelglas
spiegelruiten	=	spiegelruit
spiegelruitje	=	spiegelruit
spiegelruitjes	=	spiegelruit
spiegels	=	spiegel
spiegelschaal	noun	spiegel die in een schaalverdeling achter de wijzer van een meetinstrument is aangebracht.
spiegelschaaltje	=	spiegelschaal
spiegelschaaltjes	=	spiegelschaal
spiegelschalen	=	spiegelschaal
spiegelscheepje	=	spiegelschip
spiegelscheepjes	=	spiegelschip
spiegelschepen	=	spiegelschip
spiegelschip	noun	bepaald type transportschip van de V.O.C., een zeilschip voor vervoer van goederen en personen
spiegelschrift	noun	schrift zoals het zich in een spiegel vertoont
spiegelschriften	=	spiegelschrift
spiegelschriftje	=	spiegelschrift
spiegelschriftjes	=	spiegelschrift
spiegelspreeuw	noun	Speculipastor bicolor een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
spiegelspreeuwen	=	spiegelspreeuw
spiegelspreeuwtje	=	spiegelspreeuw
spiegelspreeuwtjes	=	spiegelspreeuw
spiegelsymmetrie	noun	symmetrie van het spiegelbeeld met het gespiegelde object
spiegelsymmetrieën	=	spiegelsymmetrie
spiegelt	=	spiegelen
spiegeltangare	noun	Conothraupis speculigera een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
spiegeltangaren	=	spiegeltangare
spiegeltangaretje	=	spiegeltangare
spiegeltangaretjes	=	spiegeltangare
spiegeltelescoop	noun	astronomische kijker met een holle parabolische spiegel in plaats van lenzen
spiegeltelescopen	=	spiegeltelescoop
spiegeltest	noun	een test om vast te stellen of dieren zichzelf herkennen in het eigen spiegelbeeld
spiegeltesten	=	spiegeltest
spiegeltje	=	spiegel
spiegeltjes	=	spiegel
spiegeltroepiaal	noun	Icterus graceannae een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
spiegeltroepiaaltje	=	spiegeltroepiaal
spiegeltroepiaaltjes	=	spiegeltroepiaal
spiegeltroepialen	=	spiegeltroepiaal
spiegelvlak	noun	vlak volgens welke iets gespiegeld wordt
spiegelvlakje	=	spiegelvlak
spiegelvlakjes	=	spiegelvlak
spiegelvlakken	=	spiegelvlak
spiegelwand	noun	een muur die licht weerkaatst
spiegelwanden	=	spiegelwand
spiegelwandje	=	spiegelwand
spiegelwandjes	=	spiegelwand
spiegelwidavink	noun	Euplectes albonotatus een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers).
spiegelwidavinken	=	spiegelwidavink
spiegelwidavinkje	=	spiegelwidavink
spiegelwidavinkjes	=	spiegelwidavink
spiegelwoord	noun	woord waarvan de letters in omgekeerde volgorde hetzelfde woord vormen
spiegelwoorden	=	spiegelwoord
spiegelwoordje	=	spiegelwoord
spiegelwoordjes	=	spiegelwoord
spiegelzaal	noun	zaal waarvan de wanden grote spiegels hebben waardoor hij lichter wordt en de ruimte veel groter lijkt
spiegelzaaltje	=	spiegelzaal
spiegelzaaltjes	=	spiegelzaal
spiegelzalen	=	spiegelzaal
spiegelzolen	=	spiegelzool
spiegelzonnewijzer	noun	zonnewijzer die de uren aangeeft met teruggekaatste zonnestralen ??
spiegelzonnewijzers	=	spiegelzonnewijzer
spiegelzool	noun	verdubbeling van het vlakke deel van een schoenzool
spiek	=	spieken
spiekbrief	noun	stuk papier met een beknopt overzicht van belangrijke gegevens die je gemakkelijk kan vergeten
spiekbriefje	noun	gegevens om stiekem af te kijken tijdens het maken van proefwerken of examens
spiekbriefjes	=	spiekbriefje
spiekbrieven	=	spiekbrief
spieke	=	spieken
spieken	verb	bedrog plegen bij een schooltest
spiekend	=	spieken
spiekende	=	spieken
spieker	noun	iemand die fraudeert bij een examen of proefwerk
spiekers	=	spieker
spiekertje	=	spieker
spiekertjes	=	spieker
spiekt	=	spieken
spiekte	=	spieken
spiekten	=	spieken
spiekvest	noun	vest met elektronische apparatuur, zoals een camera en een oortje, die spieken mogelijk maken
spiekvesten	=	spiekvest
spielerei	noun	iets dat je moet zien als een spelletje omdat het onbelangrijk is
spielereien	=	spielerei
spielereitje	=	spielerei
spielereitjes	=	spielerei
spier	noun	een orgaan dat door elektrische signalen gestuurd kan samentrekken
spieraandoening	noun	ziekte van de spieren
spieraandoeningen	=	spieraandoening
spieratrofie	noun	het dunner en minder krachtig worden van de spieren
spieratrofieën	=	spieratrofie
spierbal	noun	De verdikking van de armbuiger die aan de voorkant van de bovenarm zit.
spierballen	=	spierbal
spierballentaal	noun	taalgebruik waarin iemand daadkrachtig probeert over te komen
spierballetje	=	spierbal
spierballetjes	=	spierbal
spierbeweging	noun	het samentrekken (contraheren) of ontspannen van spierweefsel, waardoor lichaamsdelen kunnen bewegen of in een bepaalde houding worden gehouden.
spierbewegingen	=	spierbeweging
spierbeweginkje	=	spierbeweging
spierbeweginkjes	=	spierbeweging
spierblessure	noun	beschadiging van een spier door overmatig gebruik
spierblessuren	=	spierblessure
spierblessures	=	spierblessure
spierbundel	noun	een groep spieren
spierbundels	=	spierbundel
spierbundeltje	=	spierbundel
spierbundeltjes	=	spierbundel
spiercel	noun	de cel, die beweging mogelijk maakt
spiercellen	=	spiercel
spieren	=	spier
spierfysiologie	noun	leer van de werking van de spieren
spiergroei	noun	de toename in kracht en omvang van spieren en spiergroepen
spiergroep	noun	een groep spieren
spiergroepen	=	spiergroep
spiergroepje	=	spiergroep
spiergroepjes	=	spiergroep
spiering	noun	bepaald soort klein zilverwit visje, Osmerus eperlanus, dat voorkomt in zowel zoet- als zoutwater
spieringachtigen	noun	een orde Osmeriformes binnen de straalvinnige vissen.
spieringen	noun	een familie Osmeridae van kleine anadrome en straalvinnige vissen uit de orde van de spieringachtigen (Osmeriformes).
spieringtrechterzwam	noun	Singerocybe phaeophthalma een schimmel behorend tot het geslacht Singerocybe.
spieringtrechterzwammen	=	spieringtrechterzwam
spieringtrechterzwammetje	=	spieringtrechterzwam
spieringtrechterzwammetjes	=	spieringtrechterzwam
spierinkje	=	spiering
spierinkjes	=	spiering
spierkracht	noun	de kracht die met inspanning van de spieren te ontwikkelen is
spierkrachten	=	spierkracht
spierlaag	noun	een vlak met beperkte dikte gemaakt van spierweefsel
spierlaagje	=	spierlaag
spierlaagjes	=	spierlaag
spierlagen	=	spierlaag
spiermassa	noun	hoeveelheid spieren
spiermassa's	=	spiermassa
spiernaakt	adj	helemaal zonder kleren aan te hebben
spiernaakte	=	spiernaakt
spiernaakts	=	spiernaakt
spieroefening	noun	oefening die erop gericht is de spierkracht te vermeerderen
spieroefeningen	=	spieroefening
spierpijn	noun	pijn in een spier
spierpijnen	=	spierpijn
spierpijntje	=	spierpijn
spierpijntjes	=	spierpijn
spiersamentrekking	noun	het proces waarbij spieren zich aanspannen en korter of strakker worden.
spiersamentrekkingen	=	spiersamentrekking
spiersamentrekkinkje	=	spiersamentrekking
spiersamentrekkinkjes	=	spiersamentrekking
spierscheuring	noun	beschadiging van een spier door overbelasting
spierscheuringen	=	spierscheuring
spierscheurinkje	=	spierscheuring
spierscheurinkjes	=	spierscheuring
spierstelsel	noun	geheel van de weefselbundels in een lichaam die zich kunnen samentrekken en zo beweging mogelijk maken
spierstelsels	=	spierstelsel
spierstofwisseling	noun	de chemische omzettingen die o.a. de energie leveren voor de werking van de spieren
spierstruik	noun	benaming voor Filipendula ulmaria
spierstruiken	=	spierstruik
spierstruikje	=	spierstruik
spierstruikjes	=	spierstruik
spierstruikkokermot	noun	een vlinder Coleophora spiraeella uit de familie van de kokermotten (Coleophoridae).
spierstruikkokermotje	=	spierstruikkokermot
spierstruikkokermotjes	=	spierstruikkokermot
spierstruikkokermotten	=	spierstruikkokermot
spiersuiker	noun	een molecuul (polysacharide) waarin dieren energie opslaan en die o.a. in de spieren voorkomt
spiersuikers	=	spiersuiker
spiersuikertje	=	spiersuiker
spiersuikertjes	=	spiersuiker
spiertje	=	spier
spiertjes	=	spier
spiertrekking	noun	onwillekeurige samentrekking van een spier
spiertrekkingen	=	spiertrekking
spiertrekkinkje	=	spiertrekking
spiertrekkinkjes	=	spiertrekking
spierverrekking	noun	een spierkwetsuur waarbij de spiervezels uitgerekt worden
spierverrekkingen	=	spierverrekking
spierverrekkinkje	=	spierverrekking
spierverrekkinkjes	=	spierverrekking
spierverslapper	noun	medicament dat spieren doet ontspannen
spierverslappers	=	spierverslapper
spierversterkend	adj	van een activiteit, oefening of middel dat het de kracht, het uithoudingsvermogen en de omvang (spiermassa) van de spieren doet toenemen
spierversterkende	=	spierversterkend
spierversterkender	=	spierversterkend
spierversterkendere	=	spierversterkend
spierversterkenders	=	spierversterkend
spierversterkends	=	spierversterkend
spierversterkendst	=	spierversterkend
spierversterkendste	=	spierversterkend
spiervezel	noun	onderdeel van spierbundels en bestaan uit myofibrillen, gevonden in de dwarsgestreepte spieren
spiervezels	=	spiervezel
spiervezeltje	=	spiervezel
spiervezeltjes	=	spiervezel
spierwand	noun	omhulsel van een lichaamsholte dat is opgebouwd uit spierweefsel
spierwanden	=	spierwand
spierwandje	=	spierwand
spierwandjes	=	spierwand
spierweefsel	noun	groep cellen die samen een spier vormen in een dierlijk organisme
spierweefsels	=	spierweefsel
spierwit	adj	bijzonder bleek, vooral als gevolg van ziekte, shock, angst
spierwits	=	spierwit
spierwitst	=	spierwit
spierwitste	=	spierwit
spierwitte	=	spierwit
spierwitter	=	spierwit
spierwittere	=	spierwit
spierwitters	=	spierwit
spierziekte	noun	aandoeningen van de spieren of de zenuwen die de spieren prikkelen
spierziekten	=	spierziekte
spierziektes	=	spierziekte
spierzwakte	noun	een verminderde spierkracht
spierzwakten	=	spierzwakte
spierzwaktes	=	spierzwakte
spies	noun	stokje of staafje om door vlees of ander voedsel te steken, zodat het door ronddraaien van alle kanten kan worden geroosterd
spiese	noun	herberg
spiesen	=	spiese
spiesganzenvoet	noun	een geslacht Blitum van planten dat slechts door enkele botanicus als een apart genus wordt beschouwd.
spiesganzenvoeten	=	spiesganzenvoet
spiesganzenvoetje	=	spiesganzenvoet
spiesganzenvoetjes	=	spiesganzenvoet
spieshert	noun	benaming voor herten uit het geslacht Mazama
spiesherten	noun	geslacht Mazama, Amerikaanse hertensoorten die behoren tot de Capreolinae en de Odocoileini Spiesherten wordt soms ook weleens aangeduid als dwergherten vanwege hun geringe formaat, maar ze dienen niet verward te worden met de echte dwergherten van de familie Tragulidae
spiesje	=	spies
spiesjes	=	spies
spiesleeuwenbek	noun	Kickxia elatine een eenjarige plant die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
spiesleeuwenbekje	=	spiesleeuwenbek
spiesleeuwenbekjes	=	spiesleeuwenbek
spiesleeuwenbekken	=	spiesleeuwenbek
spiesmelde	noun	Atriplex prostrata een eenjarige plant die behoort tot de amarantenfamilie (Amaranthaceae), van nature voorkomend in Eurazië
spiesmelden	=	spiesmelde
spiesmeldetje	=	spiesmelde
spiesmeldetjes	=	spiesmelde
spiesraket	noun	Sisymbrium loeselii een eenjarige plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
spiesraketje	=	spiesraket
spiesraketjes	=	spiesraket
spiesraketten	=	spiesraket
spiesstaartnachtzwaluw	noun	Hydropsalis torquata een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
spiesstaartnachtzwaluwen	=	spiesstaartnachtzwaluw
spiesstaartnachtzwaluwtje	=	spiesstaartnachtzwaluw
spiesstaartnachtzwaluwtjes	=	spiesstaartnachtzwaluw
spiesvormig	adj	vorm van een spies hebbend
spiesvormige	=	spiesvormig
spiesvormiger	=	spiesvormig
spiesvormigere	=	spiesvormig
spiesvormigers	=	spiesvormig
spiesvormigs	=	spiesvormig
spiesvormigst	=	spiesvormig
spiesvormigste	=	spiesvormig
spietje	=	spie
spietjes	=	spie
spiets	noun	lange houten staak met een aangescherpte punt
spietse	=	spietsen
spietsen	verb	doorboren met een spies of ander puntig voorwerp
spietsend	=	spietsen
spietsende	=	spietsen
spietsje	=	spiets
spietsjes	=	spiets
spietst	=	spietsen
spietste	=	spietsen
spietsten	=	spietsen
spiezen	=	spies
spieën	=	spie
spij	=	spijen
spijbel	=	spijbelen
spijbelaar	noun	iemand die spijbelt
spijbelaars	=	spijbelaar
spijbelaartje	=	spijbelaar
spijbelaartjes	=	spijbelaar
spijbeladministratie	noun	het bijhouden van het ongeoorloofd afwezig zijn van leerplichtige leerlingen bij een onderwijsinstelling
spijbeladministraties	=	spijbeladministratie
spijbelchip	noun	chip die ingenaaid kan worden in de kleding van leerlingen waardoor men ongeoorloofd verzuim kan registreren
spijbelchips	=	spijbelchip
spijbelde	=	spijbelen
spijbelden	=	spijbelen
spijbele	=	spijbelen
spijbelen	verb	ongeoorloofd uit school wegblijven
spijbelend	=	spijbelen
spijbelende	=	spijbelen
spijbelt	=	spijbelen
spijde	=	spijen
spijden	=	spijen
spije	=	spijen
spijen	verb	spugen: door de mond uitwerpen
spijend	=	spijen
spijende	=	spijen
spijer	noun	iemand die spuwt
spijers	=	spijer
spijertje	=	spijer
spijertjes	=	spijer
spijgaatje	=	spijgat
spijgaatjes	=	spijgat
spijgat	noun|obsolete	een afvoeropening waardoor water vanaf het dek overboord kan stromen
spijgaten	=	spijgat
spijk	noun	volkse benaming voor planten uit het geslacht Lavendula
spijken	=	spijk
spijker	noun	metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden
spijkerbed	noun	een bed met spijkers waarop een fakir zonder verwondingen kan liggen
spijkerbedden	=	spijkerbed
spijkerbedje	=	spijkerbed
spijkerbedjes	=	spijkerbed
spijkerbom	noun	bom waaraan spijkers zijn toegevoegd om te bereiken dat zoveel mogelijk omstanders gewond raken
spijkerbommen	=	spijkerbom
spijkerbommetje	=	spijkerbom
spijkerbommetjes	=	spijkerbom
spijkerboor	noun	kleine boor om gaten (voor spijkers) te boren, fretboor
spijkerboortje	=	spijkerboor
spijkerboortjes	=	spijkerboor
spijkerboren	=	spijkerboor
spijkerborn	noun	gevangenis
spijkerbornen	=	spijkerborn
spijkerbroek	noun	een broek van spijkerstof
spijkerbroeken	=	spijkerbroek
spijkerbroekenmerk	noun	de merknaam van een fabrikant van jeans
spijkerbroekenmerken	=	spijkerbroekenmerk
spijkerbroekenmerkje	=	spijkerbroekenmerk
spijkerbroekenmerkjes	=	spijkerbroekenmerk
spijkerbroekje	=	spijkerbroek
spijkerbroekjes	=	spijkerbroek
spijkerde	=	spijkeren
spijkerden	=	spijkeren
spijkere	=	spijkeren
spijkeren	verb	bevestigen door middel van spijkers
spijkerend	=	spijkeren
spijkerende	=	spijkeren
spijkergek	adj	in een geestelijke toestand waarin je hele rare dingen gaat doen
spijkergekke	=	spijkergek
spijkergeks	=	spijkergek
spijkergoed	noun	voor kleding gemaakt van spijkerstof (denim)
spijkerhard	adj	heel erg streng, heel erg hard, zonder toegeven
spijkerharde	=	spijkerhard
spijkerhards	=	spijkerhard
spijkerhoutbomen	=	spijkerhoutboom
spijkerhoutboom	noun	Mouriri crassifolia een boomsoort.
spijkerhoutboompje	=	spijkerhoutboom
spijkerhoutboompjes	=	spijkerhoutboom
spijkerjas	noun	bovenkleding van denim die zowel de romp als de armen bedekt
spijkerjasje	=	spijkerjas
spijkerjasjes	=	spijkerjas
spijkerjassen	=	spijkerjas
spijkerloos	adj	zonder spijker
spijkerloost	=	spijkerloos
spijkerlooste	=	spijkerloos
spijkerloze	=	spijkerloos
spijkerlozer	=	spijkerloos
spijkerlozere	=	spijkerloos
spijkerlozers	=	spijkerloos
spijkerpak	noun	broek en bijpassend jasje gemaakt van spijkerstof
spijkerpakje	=	spijkerpak
spijkerpakjes	=	spijkerpak
spijkerpakken	=	spijkerpak
spijkerpistolen	=	spijkerpistool
spijkerpistool	noun	apparaat dat met kracht spijkers kan uitschieten
spijkerpistooltje	=	spijkerpistool
spijkerpistooltjes	=	spijkerpistool
spijkerpoepen	verb	behendigheidsspel waarbij je een metalen pin die aan een touw van je rug hangt precies door de opening van een fles op de grond moet laten zaken
spijkers	=	spijker
spijkerschoen	noun	zware, met spijkers beslagen schoen
spijkerschoenen	=	spijkerschoen
spijkerschrift	noun	een schriftsysteem gebaseerd op tekens gemaakt door een schrijfstift in zachte klei in te drukken
spijkerschriften	=	spijkerschrift
spijkerschriftje	=	spijkerschrift
spijkerstof	noun	stevige gekeperde katoenen stof voor werk- en vrijetijdskleding
spijkerstoffen	=	spijkerstof
spijkerstofje	=	spijkerstof
spijkert	=	spijkeren
spijkertijger	noun	een tweevleugelige Nephrotoma analis uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
spijkertijgers	=	spijkertijger
spijkertijgertje	=	spijkertijger
spijkertijgertjes	=	spijkertijger
spijkertje	=	spijker
spijkertjes	=	spijker
spijkervast	adj	met spijkers vastgemaakt
spijkervaste	=	spijkervast
spijkervaster	=	spijkervast
spijkervastere	=	spijkervast
spijkervasters	=	spijkervast
spijkervasts	=	spijkervast
spijkervastst	=	spijkervast
spijkervastste	=	spijkervast
spijkervormig	adj	vorm van een spijker hebbend
spijkervormige	=	spijkervormig
spijkervormiger	=	spijkervormig
spijkervormigere	=	spijkervormig
spijkervormigers	=	spijkervormig
spijkervormigs	=	spijkervormig
spijkervormigst	=	spijkervormig
spijkervormigste	=	spijkervormig
spijkerzwam	noun	een schimmel behorend tot de familie Gomphidiaceae
spijkerzwammen	=	spijkerzwam
spijkerzwammetje	=	spijkerzwam
spijkerzwammetjes	=	spijkerzwam
spijklavendel	noun	bepaald soort aromatische, lage, sterk vertakte struik, Lavandula latifolia
spijl	noun	staaf in een hek, traliewerk, balustrade etc.
spijlbout	noun	een bout met aan het eind een langwerpig gat of sleuf waardoorheen een spie of luns wordt gestoken.
spijlbouten	=	spijlbout
spijlboutje	=	spijlbout
spijlboutjes	=	spijlbout
spijlen	=	spijl
spijltje	=	spijl
spijltjes	=	spijl
spijltjesrooster	noun	rooster van spijltjes
spijltjesroosters	=	spijltjesrooster
spijs	noun	bereid voedsel; maaltijd
spijsbrij	noun	voor vertering gereedgemaakte brij waarin voedsel in de ingewanden verandert
spijsbrijen	=	spijsbrij
spijsbrok	noun	een hoeveelheid halfverteerd voedsel onderweg van of naar de maag
spijsbrokje	=	spijsbrok
spijsbrokjes	=	spijsbrok
spijsbrokken	=	spijsbrok
spijshuis	noun	eenvoudige uitgaansgelegenheid waar men tegen betaling een maaltijd en drank kan nuttigen
spijshuizen	=	spijshuis
spijsje	=	spijs
spijsjes	=	spijs
spijskaart	noun	kaart waarop men kan zien wat men in de betreffende eetgelegenheid kan eten
spijskaarten	=	spijskaart
spijskaartje	=	spijskaart
spijsolie	noun	olie die als voedingsmiddel gebruikt kan worden
spijsolies	=	spijsolie
spijsoliën	=	spijsolie
spijsvertering	noun	het proces in het lichaam waardoor het opgenomen voedsel in voedende stof omgezet wordt dat in het lichaam kan worden opgenomen
spijsverteringbevorderend	adj	van iets (zoals voedsel, dranken of medicijnen) dat het helpt om het verteringsproces in het maag-darmstelsel te versnellen, vergemakkelijken of verbeteren
spijsverteringbevorderende	=	spijsverteringbevorderend
spijsverteringbevorderender	=	spijsverteringbevorderend
spijsverteringbevorderendere	=	spijsverteringbevorderend
spijsverteringbevorderenders	=	spijsverteringbevorderend
spijsverteringbevorderends	=	spijsverteringbevorderend
spijsverteringbevorderendst	=	spijsverteringbevorderend
spijsverteringbevorderendste	=	spijsverteringbevorderend
spijsverteringen	=	spijsvertering
spijsverteringsbevorderend	adj	van iets (zoals voedsel, dranken of medicijnen) dat het helpt om het verteringsproces in het maag-darmstelsel te versnellen, vergemakkelijken of verbeteren
spijsverteringsbevorderende	=	spijsverteringsbevorderend
spijsverteringsbevorderender	=	spijsverteringsbevorderend
spijsverteringsbevorderendere	=	spijsverteringsbevorderend
spijsverteringsbevorderenders	=	spijsverteringsbevorderend
spijsverteringsbevorderends	=	spijsverteringsbevorderend
spijsverteringsbevorderendst	=	spijsverteringsbevorderend
spijsverteringsbevorderendste	=	spijsverteringsbevorderend
spijsverteringskanaal	noun	de aaneenschakeling van buizen en holten in het lichaam waarin de spijsvertering plaatsvindt
spijsverteringskanaaltje	=	spijsverteringskanaal
spijsverteringskanaaltjes	=	spijsverteringskanaal
spijsverteringskanalen	=	spijsverteringskanaal
spijsverteringsstelsel	noun	groep organen die samen zorgen voor de vertering van voedsel
spijsverteringsstelsels	=	spijsverteringsstelsel
spijsverterinkje	=	spijsvertering
spijsvet	noun	vet dat men kan eten
spijswet	noun	een wet die het consumptiepatroon van een groep beschrijft
spijswetten	=	spijswet
spijt	noun	besef dat men ten onrechte iets wel of juist niet heeft gedaan	prep|obsolete	ondanks
spijtbetuiging	noun	het in het openbaar zeggen dat je beseft dat je iets fouts hebt gedaan en dat je zou willen dat je het niet gedaan had
spijtbetuigingen	=	spijtbetuiging
spijtbetuiginkje	=	spijtbetuiging
spijtbetuiginkjes	=	spijtbetuiging
spijte	=	spijten
spijten	verb	berouw veroorzaken
spijtend	=	spijten
spijtende	=	spijten
spijtgezin	noun	een gezin dat spijt van iets heeft
spijtgezinnen	=	spijtgezin
spijtig	adj	wat betreurenswaardig is
spijtige	=	spijtig
spijtiger	=	spijtig
spijtigere	=	spijtig
spijtigers	=	spijtig
spijtigs	=	spijtig
spijtigst	=	spijtig
spijtigste	=	spijtig
spijtje	=	spijt
spijtjes	=	spijt
spijtoptant	noun	iemand die een eerder genomen besluit betreurt en de gevolgen ongedaan zou willen maken
spijtoptanten	=	spijtoptant
spijtoptantje	=	spijtoptant
spijtoptantjes	=	spijtoptant
spijts	prep|formal	ook al was er de omstandigheid van
spijtseks	noun	seks waar iemand achteraf spijt van heeft
spijzen	=	spijs
spijzig	=	spijzigen
spijzigde	=	spijzigen
spijzigden	=	spijzigen
spijzige	=	spijzigen
spijzigen	verb	van een maaltijd voorzien
spijzigend	=	spijzigen
spijzigende	=	spijzigen
spijziging	noun	iets of iemand voorzien van voedsel of de verzorging met levensmiddelen
spijzigingen	=	spijziging
spijzigingetje	=	spijziging
spijzigingetjes	=	spijziging
spijzigt	=	spijzigen
spike	noun	een van de harde punten, bevestigd onder de zool van een sportschoen, bedoeld om wegglijden tegen te gaan
spikes	=	spike
spiking	noun	stiekeme toediening van drugs met de bedoeling misbruik te maken van de roes die iemand daarvan krijgt, bijvoorbeeld door verkrachting van iemand die zich daardoor niet meer verzet
spikkel	noun	klein plekje van een andere kleur dat afsteekt ten opzichte van de achtergrond
spikkelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van spikkels, met vlekjes
spikkelachtige	=	spikkelachtig
spikkelachtiger	=	spikkelachtig
spikkelachtigere	=	spikkelachtig
spikkelachtigers	=	spikkelachtig
spikkelachtigs	=	spikkelachtig
spikkelachtigst	=	spikkelachtig
spikkelachtigste	=	spikkelachtig
spikkelbladroller	noun	Cnephasia incertana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
spikkelbladrollers	=	spikkelbladroller
spikkelbladrollertje	=	spikkelbladroller
spikkelbladrollertjes	=	spikkelbladroller
spikkelborstdwergspecht	noun	Picumnus steindachneri een vogel uit de familie Picidae (spechten).
spikkelborstdwergspechten	=	spikkelborstdwergspecht
spikkelborstdwergspechtje	=	spikkelborstdwergspecht
spikkelborstdwergspechtjes	=	spikkelborstdwergspecht
spikkelborststekelkruin	noun	Phacellodomus striaticollis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
spikkelborststekelkruinen	=	spikkelborststekelkruin
spikkelborststekelkruintje	=	spikkelborststekelkruin
spikkelborststekelkruintjes	=	spikkelborststekelkruin
spikkelde	=	spikkelen
spikkelden	=	spikkelen
spikkeldikkopje	noun	Pyrgus een dagvlinder met spikkels uit de familie van de Hesperiidae, de dikkopjes
spikkeldikkopjes	=	spikkeldikkopje
spikkele	=	spikkelen
spikkelen	verb	voorzien van kleine vlekjes (spikkels)
spikkelend	=	spikkelen
spikkelende	=	spikkelen
spikkelig	adj	met kleine stippels, met kleine vlekjes
spikkelige	=	spikkelig
spikkeliger	=	spikkelig
spikkeligere	=	spikkelig
spikkeligers	=	spikkelig
spikkeligs	=	spikkelig
spikkeligst	=	spikkelig
spikkeligste	=	spikkelig
spikkelpalpmot	noun	Anacampsis blattariella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
spikkelpalpmotje	=	spikkelpalpmot
spikkelpalpmotjes	=	spikkelpalpmot
spikkelpalpmotten	=	spikkelpalpmot
spikkelplooiparasol	noun	Leucocoprinus brebissonii een schimmel uit de familie Agaricaceae.
spikkelplooiparasolletje	=	spikkelplooiparasol
spikkelplooiparasolletjes	=	spikkelplooiparasol
spikkelplooiparasols	=	spikkelplooiparasol
spikkels	=	spikkel
spikkelschijfje	noun	een geslacht Ascobolus van paddenstoelen uit de familie Ascobolaceae van de ascomyceten.
spikkelschijfjes	=	spikkelschijfje
spikkelspanner	noun	een vlinder die als rups een spanner is en als imago gespikkelde vleugels bezit (Geometridae, m.n.
spikkelspanners	=	spikkelspanner
spikkelsteelveldridderzwam	noun	Melanoleuca verrucipes een schimmel behorend tot de familie Tricholomataceae.
spikkelsteelveldridderzwammen	=	spikkelsteelveldridderzwam
spikkelsteelveldridderzwammetje	=	spikkelsteelveldridderzwam
spikkelsteelveldridderzwammetjes	=	spikkelsteelveldridderzwam
spikkelt	=	spikkelen
spikkeltangare	noun	Ixothraupis guttata een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
spikkeltangaren	=	spikkeltangare
spikkeltangaretje	=	spikkeltangare
spikkeltangaretjes	=	spikkeltangare
spikkeltje	=	spikkel
spikkeltjes	=	spikkel
spikkelvleugelmiersluiper	noun	Microrhopias quixensis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
spikkelvleugelmiersluipers	=	spikkelvleugelmiersluiper
spikkelvleugelmiersluipertje	=	spikkelvleugelmiersluiper
spikkelvleugelmiersluipertjes	=	spikkelvleugelmiersluiper
spiksplinternieuw	adj	helemaal nieuw, nog nieuwer dan splinternieuw
spiksplinternieuwe	=	spiksplinternieuw
spiksplinternieuwer	=	spiksplinternieuw
spiksplinternieuwere	=	spiksplinternieuw
spiksplinternieuwers	=	spiksplinternieuw
spiksplinternieuws	=	spiksplinternieuw
spiksplinternieuwste	=	spiksplinternieuw
spil	noun	een kaapstander
spilde	=	spillen
spilden	=	spillen
spilfiguren	=	spilfiguur
spilfiguur	noun	een belangrijk persoon, een persoon om wie alles en iedereen draait
spilfiguurtje	=	spilfiguur
spilfiguurtjes	=	spilfiguur
spilfunctie	noun	zeer belangrijke functie (waar alles om draait)
spilfuncties	=	spilfunctie
spilgat	noun	gat waarin een as kan draaien
spilgaten	=	spilgat
spilgatje	=	spilgat
spilgatjes	=	spilgat
spilindex	noun	bepaalde stand van het indexcijfer die bepalend is voor de aanpassing van de lonen en de sociale uitkeringen
spilindexen	=	spilindex
spilindices	=	spilindex
spilkoers	noun	officieel vastgestelde koersverhouding tussen twee valuta
spilkoersen	=	spilkoers
spillage	noun	hoeveelheid van een product die bij opslag, transport of bewerking verloren gaat
spillages	=	spillage
spille	=	spillen
spillebeen	noun	dunne, magere benen
spillebeentje	=	spillebeen
spillebeentjes	=	spillebeen
spillebeenvlieg	noun	insect uit de familie Micropezidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
spillebeenvliegen	noun	Micropezidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
spillebeenvliegje	=	spillebeenvlieg
spillebeenvliegjes	=	spillebeenvlieg
spillebenen	=	spillebeen
spillen	verb	besteden
spillend	=	spillen
spillende	=	spillen
spilletje	=	spil
spilletjes	=	spil
spilpunt	noun	punt waarom iets draait
spilpunten	=	spilpunt
spilt	=	spillen
spiltrap	noun	wenteltrap waarbij alle treden aan één kant vastzitten aan een centrale spil
spiltrapje	=	spiltrap
spiltrapjes	=	spiltrap
spiltrappen	=	spiltrap
spiltrappetje	=	spiltrap
spiltrappetjes	=	spiltrap
spilvormig	adj	vorm van een spil hebbend
spilvormige	=	spilvormig
spilvormiger	=	spilvormig
spilvormigere	=	spilvormig
spilvormigers	=	spilvormig
spilvormigs	=	spilvormig
spilvormigst	=	spilvormig
spilvormigste	=	spilvormig
spilzalmen	noun	een familie Acestrorhynchidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
spilziek	adj	geneigd tot verkwisting
spilzieke	=	spilziek
spilzieker	=	spilziek
spilziekere	=	spilziek
spilziekers	=	spilziek
spilzieks	=	spilziek
spilziekst	=	spilziek
spilziekste	=	spilziek
spilzucht	noun	onbedwingbare lust om geld te verkwisten
spilzuchtje	=	spilzucht
spilzuchtjes	=	spilzucht
spin	noun	geleedpotig dier met acht poten uit de orde Araneae, dat met speciale klieren een web maakt, waarin prooien worden gevangen
spin-off	noun	een product dat gebaseerd is op een ouder product en daar op specifieke punten van afwijkt
spin-offje	=	spin-off
spin-offjes	=	spin-off
spin-offs	=	spin-off
spinaal	noun	fijn, sterk garen, vooral door schoenmakers gebruikt	adj	met betrekking tot de wervelkolom
spinaals	=	spinaal
spinaap	noun	aap uit het geslacht Brachyteles uit de familie van de grijpstaartapen; (slingerapen met lange armen en poten)
spinaapje	=	spinaap
spinaapjes	=	spinaap
spinachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een spin
spinachtige	noun	tot de familie van spinachtigen (Arachnida) behorend
spinachtigen	noun	een klasse Arachnida van de stam van de geleedpotigen waartoe de 'echte spinnen' (de grootste groep), schorpioenen, hooiwagens, mijten en teken behoren
spinachtiger	=	spinachtig
spinachtigere	=	spinachtig
spinachtigers	=	spinachtig
spinachtigs	=	spinachtig
spinachtigst	=	spinachtig
spinachtigste	=	spinachtig
spinale	=	spinaal
spinalen	=	spinaal
spinapen	noun	Brachyteles een geslacht van primaten.
spinazie	noun	bepaald soort snelgroeiende, eenjarige plant, Spinacia oleracea
spinazie-kaassouffleetje	=	spinazie-kaassoufflé
spinazie-kaassouffleetjes	=	spinazie-kaassoufflé
spinazie-kaassoufflé	noun	luchtig ovengerecht met kaas en spinazie
spinazie-kaassoufflés	=	spinazie-kaassoufflé
spinazieblaadje	=	spinazieblad
spinazieblaadjes	=	spinazieblad
spinazieblad	noun	het blad van een spinazieplant
spinaziebladen	=	spinazieblad
spinaziebladeren	=	spinazieblad
spinazieblaren	=	spinazieblad
spinaziemot	noun	Spoladea recurvalis een vlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae).
spinaziemotje	=	spinaziemot
spinaziemotjes	=	spinaziemot
spinaziemotten	=	spinaziemot
spinazienugget	noun	gefrituurd deegbolletje met een vulling van spinazie
spinazienuggets	=	spinazienugget
spinazies	=	spinazie
spinaziesalade	noun	koud gerecht met spinazie
spinaziesalades	=	spinaziesalade
spinaziesaladetje	=	spinaziesalade
spinaziesaladetjes	=	spinaziesalade
spinaziezuring	noun	Rumex patientia een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
spinaziezurinkje	=	spinaziezuring
spinaziezurinkjes	=	spinaziezuring
spinbeugel	noun	een beugel, waarbij ringetjes om je kiezen geplaatst worden met hiertussen een schroefverbinding
spinbeugels	=	spinbeugel
spinbeugeltje	=	spinbeugel
spinbeugeltjes	=	spinbeugel
spindalis	noun	Spindalis een geslacht van zangvogels uit de familie Spindalidae
spindalisje	=	spindalis
spindalisjes	=	spindalis
spindalissen	=	spindalis
spinde	noun	een voorraadkast, een provisiekast
spindel	noun	een klos waarop de katoen- of vlasdraad wordt gewonden.
spindels	=	spindel
spindelsluis	noun	sluis waarvan de deur met behulp van een worm en een wormwiel op en neer bewogen wordt
spindelsluizen	=	spindelsluis
spindeltje	=	spindel
spindeltjes	=	spindel
spinden	=	spinde
spindetje	=	spinde
spindetjes	=	spinde
spindiagram	noun	een webvormig diagram dat wordt gebruikt binnen de statistiek om de relatieve invloed van verschillende numerieke parameters aan te duiden
spindiagrammen	=	spindiagram
spindiagrammetje	=	spindiagram
spindiagrammetjes	=	spindiagram
spindoctor	noun	adviseur of voorlichter van een politieke partij of een ambtsdrager die de opdracht heeft het beleid van zijn politieke opdrachtgever zo positief mogelijk te presenteren en te verdedigen of hem of haar daarin te coachen
spindoctoren	=	spindoctor
spindoctors	=	spindoctor
spindoctortje	=	spindoctor
spindokter	noun	een adviseur of voorlichter van een politieke partij of een ambtsdrager die de opdracht heeft het beleid van zijn politieke opdrachtgever zo positief mogelijk te presenteren en te verdedigen of hem of haar daarin te coachen
spindokters	=	spindokter
spindoktertje	=	spindokter
spindoktertjes	=	spindokter
spindoktoren	=	spindokter
spindotterbloem	noun	een ondersoort Caltha palustris subsp. araneosa van de dotterbloem Caltha palustris uit de familie van de Ranunculaceae
spindotterbloemen	=	spindotterbloem
spindotterbloemetje	=	spindotterbloem
spindotterbloemetjes	=	spindotterbloem
spindotterbloempje	=	spindotterbloem
spindotterbloempjes	=	spindotterbloem
spinduizendpoot	noun	Scutigera coleoptrata een lid van de duizendpotigen (Myriapoda).
spinduizendpootje	=	spinduizendpoot
spinduizendpootjes	=	spinduizendpoot
spinduizendpoten	=	spinduizendpoot
spinel	noun	een groep vergelijkbare mineralen, uit de magnesium/aluminium-groep, met de samenstelling MgAl₂O₄
spinellen	=	spinel
spinet	noun	een toetsinstrument waarbij de schuin op het klavier geplaatste snaren, zoals bij een klavecimbel worden getokkeld
spinetje	=	spinet
spinetjes	=	spinet
spinetten	=	spinet
spinhuis	noun	een werkhuis waar gesponnen werd (voor vrouwen), vaak een tuchthuis waar de vrouwelijke gedetineerden onder erbarmelijke omstandigheden dit werk in dwangarbeid moesten verrichten.
spinhuisje	=	spinhuis
spinhuisjes	=	spinhuis
spinhuizen	=	spinhuis
spinifexduif	noun	Geophaps plumifera een vogelsoort uit de familie van de duiven.
spinifexduifje	=	spinifexduif
spinifexduifjes	=	spinifexduif
spinifexduiven	=	spinifexduif
spinifexzanger	noun	Poodytes carteri een zangvogel uit de familie Locustellidae.
spinifexzangers	=	spinifexzanger
spinifexzangertje	=	spinifexzanger
spinifexzangertjes	=	spinifexzanger
spinkrabben	noun	Majidae een vrij grote familie uit de infraorde krabben (Brachyura).
spinnaker	noun	een groot bol en van brede banen dundoek gemaakt voorzeil dat gevoerd wordt voor de voorstag op een spinnakerboom en wordt ingezet bij 'voor de wind'-varen
spinnakers	=	spinnaker
spinne	=	spinnen
spinnekobbe	noun|obsolete	benaming voor dieren uit de orde Araneae
spinnekobben	=	spinnekobbe
spinnekobbetje	=	spinnekobbe
spinnekobbetjes	=	spinnekobbe
spinnekop	=	spinnenkop
spinnen	verb	een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten	noun	'echte spinnen' vormen een orde Araneae van geleedpotigen die behoren tot de klasse van de spinachtigen (Arachnida).
spinnenangst	noun	een overmatige, zeer specifieke fobie voor spinnen en spinachtigen
spinnenbeet	noun	greep door de kaken van een geleedpotig dier met acht poten uit de orde Araneae of verwonding die door die greep is ontstaan
spinnenbeten	=	spinnenbeet
spinnend	adj	van een kat dat deze bezig is een zacht brommend geluid te maken
spinnende	=	spinnen
spinnendoder	noun	insect uit de familie Pompilidae van insecten die behoren tot de vliesvleugeligen.
spinnendoders	noun	Pompilidae een familie van insecten die behoren tot de vliesvleugeligen.
spinnendodertje	=	spinnendoder
spinnendodertjes	=	spinnendoder
spinnends	=	spinnend
spinneneters	noun	Mimetidae een familie van spinnen bestaande uit 156 soorten in 13 geslachten.
spinnenjager	noun	zangvogel uit het geslacht Arachnothera van de familie honingzuigers (Nectariniidae).
spinnenjagers	noun	Arachnothera een geslacht van zangvogels uit de familie honingzuigers (Nectariniidae).
spinnenjagertje	=	spinnenjager
spinnenjagertjes	=	spinnenjager
spinnenkobbe	noun	benaming voor dieren uit de orde Araneae, met acht poten die met speciale klieren een web maken, waarin prooien worden gevangen
spinnenkobben	=	spinnenkobbe
spinnenkobbetje	=	spinnenkobbe
spinnenkobbetjes	=	spinnenkobbe
spinnenkop	noun	benaming voor dieren uit de orde Araneae, met acht poten die met speciale klieren een web maken, waarin prooien worden gevangen
spinnenkopje	=	spinnenkop
spinnenkopjes	=	spinnenkop
spinnenkoppen	=	spinnenkop
spinnennest	noun	spinsel zoals veel spinnen Araneae gebruiken als omhulsel voor hun eitjes en de net daaruitgekropen spinnetjes
spinnennesten	=	spinnennest
spinnenorchis	noun	bepaald soort Europese orchidee, Ophrys sphegodes, syn.: Ophrys aranifera
spinnenorchissen	=	spinnenorchis
spinnenpoep	noun	poep van een spin; zwarte vlekjes die spinnen achterlaten
spinnenweb	noun	een door een spin met spinnenzijde gemaakt net om insecten te vangen
spinnenwebben	=	spinnenweb
spinnenwebbetje	=	spinnenweb
spinnenwebbetjes	=	spinnenweb
spinnenwebdiagram	noun	een webvormig diagram dat wordt gebruikt binnen de statistiek om de relatieve invloed van verschillende numerieke parameters aan te duiden
spinnenwebdiagrammen	=	spinnenwebdiagram
spinnenwebdiagrammetje	=	spinnenwebdiagram
spinnenwebdiagrammetjes	=	spinnenwebdiagram
spinnenwebhuislook	noun	Sempervivum arachnoideum een plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae).
spinnenwebhuislookje	=	spinnenwebhuislook
spinnenwebhuislookjes	=	spinnenwebhuislook
spinnenwebhuislooks	=	spinnenwebhuislook
spinnenwebje	=	spinnenweb
spinnenwebjes	=	spinnenweb
spinnenwebtrosvlies	noun	Botryobasidium candicans een schimmel behorend tot de familie Botryobasidiaceae.
spinnenwebtrosvliesje	=	spinnenwebtrosvlies
spinnenwebtrosvliesjes	=	spinnenwebtrosvlies
spinnenwebtrosvliezen	=	spinnenwebtrosvlies
spinnenwebvlies	noun	het middelste van de drie hersenvliezen
spinnenzijde	noun	een sterke, draadachtige organische stof die geproduceerd wordt door spinnen en sommige andere geleedpotigen
spinner	noun	een persoon, dier of machine dat aan het spinnen is.
spinnerij	noun	vezels van een grondstof door draaien samenvoegen tot een draad
spinnerijen	=	spinnerij
spinners	noun	Lasiocampidae een familie van vlinders en de enige familie in de superfamilie Lasiocampoidea.
spinnertje	=	spinner
spinnertjes	=	spinner
spinneruil	noun	insect uit de familie Erebidae van vlinders in de superfamilie Noctuoidea.
spinneruilen	noun	een familie Erebidae van vlinders in de superfamilie Noctuoidea.
spinneruiltje	=	spinneruil
spinneruiltjes	=	spinneruil
spinnetje	=	spin
spinnetjes	=	spin
spinneweb	=	spinnenweb
spinnewiel	noun	toestel om wol tot draden te spinnen
spinnewielen	=	spinnewiel
spinnewieltje	=	spinnewiel
spinnig	adj	van een spin of lijkend op een spin
spinnige	=	spinnig
spinniger	=	spinnig
spinnigere	=	spinnig
spinnigers	=	spinnig
spinnigs	=	spinnig
spinnigst	=	spinnig
spinnigste	=	spinnig
spinnijdig	adj	heel erg boos
spinnijdige	=	spinnijdig
spinnijdigs	=	spinnijdig
spinning	noun	Indoor cycling, staand of zittend fietsen op een speciale stationaire fiets (hometrainer)
spinorchidee	noun	een geslacht Brassia uit de orchideeënfamilie (Orchidaceae).
spinorchideetje	=	spinorchidee
spinorchideetjes	=	spinorchidee
spinorchideeën	=	spinorchidee
spinozist	noun	aanhanger van de leer van Baruch Spinoza
spinozisten	=	spinozist
spinpoot	noun	een tafelpoot die het midden van een tafel vormt, waarbij meerdere poten vanuit een centraal punt naar buiten spreiden in de vorm van een spin
spinrag	noun	het rag van een spinnenweb
spinraggen	=	spinrag
spinragje	=	spinrag
spinragjes	=	spinrag
spinrok	noun	stok waarop het materiaal zit dat men door spinnen vormt tot een draad
spinrokken	noun	stok waarop bij het spinnen met de hand het te bewerken materiaal wordt gestoken
spinrokkens	=	spinrokken
spins	=	spinzen
spinsbek	noun	goudkleurig mengsel van koper en zink
spinsbekken	adj	gemaakt van een goudkleurige legering van koper met wat zink
spinschildpad	noun	Pyxis arachnoides een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
spinschildpadden	noun	een geslacht Pyxis van schildpadden uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
spinschildpadje	=	spinschildpad
spinschildpadjes	=	spinschildpad
spinsde	=	spinzen
spinsden	=	spinzen
spinsel	noun	wat gesponnen wordt of is
spinselbladwesp	noun	insect uit de familie Pamphiliidae uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
spinselbladwespen	noun	Pamphiliidae een familie uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera)
spinselbladwespje	=	spinselbladwesp
spinselbladwespjes	=	spinselbladwesp
spinseldraad	noun	de draden die sommige insecten met hun spinklieren voortbrengen
spinseldraadje	=	spinseldraad
spinseldraadjes	=	spinseldraad
spinseldraden	=	spinseldraad
spinselmot	noun	stippelmot
spinselmotje	=	spinselmot
spinselmotjes	=	spinselmot
spinselmotten	=	spinselmot
spinsels	=	spinsel
spinseltje	=	spinsel
spinseltjes	=	spinsel
spinst	=	spinzen
spinster	noun	de vrouwelijke spinner.
spinsters	=	spinster
spinstertje	=	spinster
spinstertjes	=	spinster
spint	noun	het lichte en zachte hout dat in de stam direct onder de schors zit
spinten	=	spint
spinthout	noun	het niet-verkernde hout van een boom: het bevindt zich tussen het kernhout en de bast van de boom
spinthoutkever	noun	een insect dat zich voedt met spinthout van loofhoutsoorten
spinthoutkevers	noun	Cerophytidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
spintkever	noun	insect uit de geslacht Scolytus van kevers uit de familie snuitkevers.
spintkevers	noun	Scolytus een geslacht van kevers uit de familie snuitkevers.
spintkevertje	=	spintkever
spintkevertjes	=	spintkever
spintmijt	noun	benaming voor parasieten uit de familie Tetranychidae die plantenziekten veroorzaakt
spintmijten	noun	Tetranychidae een familie binnen de orde (Prostigmata).
spintmijtje	=	spintmijt
spintmijtjes	=	spintmijt
spintol	noun	eenvoudig gereedschap voor het spinnen van wol
spintollen	=	spintol
spintoltje	=	spintol
spinverhaal	noun	verhaal over de slimme spin Anansi
spinverhalen	=	spinverhaal
spinvlieg	noun	insect uit de familie Acroceridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
spinvliegen	noun	Acroceridae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
spinvliegje	=	spinvlieg
spinvliegjes	=	spinvlieg
spinze	=	spinzen
spinzen	verb	loeren om iets te kunnen krijgen
spinzend	=	spinzen
spinzende	=	spinzen
spion	noun	persoon die vertrouwelijke informatie vergaart in een ander land in opdracht van zijn/haar regering
spionage	noun	de handeling van het spioneren
spionagedienst	noun	het inwinnen van geheime informatie over de vijand
spionagediensten	=	spionagedienst
spionagefilm	noun	film waarin de hoofdrol spelers werken als geheim agent
spionagefilms	=	spionagefilm
spionagenet	noun	een netwerk van spionnen
spionagenetten	=	spionagenet
spionagenetwerk	noun	groep samenwerkende agenten die voor concurrentie of vijand geheime informatie trachten te verwerven
spionagenetwerken	=	spionagenetwerk
spionageparagraaf	noun	wetsartikel dat betrekking heeft op het verwerven en verspreiden van geheime informatie
spionageparagrafen	=	spionageparagraaf
spionageroman	noun	verhaal was zich afspeelt in de wereld van de inlichtingendiensten
spionageromannetje	=	spionageroman
spionageromannetjes	=	spionageroman
spionageromans	=	spionageroman
spionages	=	spionage
spionagesatelliet	noun	is een militaire kunstmaan gebruikt om vijandelijk terrein te kunnen observeren om zo informatie over bv. bewapening in te winnen
spionagesatellieten	=	spionagesatelliet
spionageverhaal	noun	verslag van spionage-activiteiten, echt of fictie
spionageverhaaltje	=	spionageverhaal
spionageverhaaltjes	=	spionageverhaal
spionageverhalen	=	spionageverhaal
spionagevliegtuig	noun	een luchtvaartuig waarmee men heimelijke waarnemingen kan verrichten
spionagevliegtuigen	=	spionagevliegtuig
spionagevliegtuigje	=	spionagevliegtuig
spionagevliegtuigjes	=	spionagevliegtuig
spionagewerk	noun	de arbeid die verricht wordt bij het bespieden van iets of iemand
spionagewerken	=	spionagewerk
spioneer	=	spioneren
spioneerde	=	spioneren
spioneerden	=	spioneren
spioneert	=	spioneren
spionere	=	spioneren
spioneren	verb	voor concurrentie of vijand geheime informatie trachten te verwerven
spionerend	=	spioneren
spionerende	=	spioneren
spionkop	noun	supportersvak achter het doel
spionkoppen	=	spionkop
spionne	noun	een vrouwelijke spion
spionnen	=	spion
spionneren	=	spioneren
spionnes	=	spionne
spionnetje	noun	een spiegeltje aan een vensterraam om te zien wie er heeft gebeld, of wat er in de straat gebeurt
spionnetjes	=	spion
spiraal	noun	een kromme lijn die zich om een punt heen slingert en zich steeds meer daarvan verwijdert
spiraalbeweging	noun	een vloeiende beweging die in cirkels rond een centraal punt draait, waarbij de afstand tot dat punt steeds groter of kleiner wordt.
spiraalbewegingen	=	spiraalbeweging
spiraalbeweginkje	=	spiraalbeweging
spiraalbeweginkjes	=	spiraalbeweging
spiraalbodem	noun	een veerkrachtige bedbodem gemaakt van spiraalvormige staaldraden, die opgespannen zijn in een stalen frame, die fungeert als drager voor de matras
spiraalbodempje	=	spiraalbodem
spiraalbodempjes	=	spiraalbodem
spiraalbodems	=	spiraalbodem
spiraalboor	noun	meest gebruikte gedraaide stalen boor
spiraalboortje	=	spiraalboor
spiraalboortjes	=	spiraalboor
spiraalboren	=	spiraalboor
spiraaldwergtandkaak	noun	Lessertia dentichelis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
spiraaldwergtandkaakje	=	spiraaldwergtandkaak
spiraaldwergtandkaakjes	=	spiraaldwergtandkaak
spiraaldwergtandkaken	=	spiraaldwergtandkaak
spiraalgarde	noun	keukenhulp die speciaal is ontworpen voor het mengen van ingrediënten in ondiepe pannen of kleine schaaltjes.
spiraalgardes	=	spiraalgarde
spiraalgardetje	=	spiraalgarde
spiraalgardetjes	=	spiraalgarde
spiraalhaarmelkworm	noun	Monopylephorus irroratus een ringworm uit de familie van de Naididae.
spiraalhaarmelkwormen	=	spiraalhaarmelkworm
spiraalhaarmelkwormpje	=	spiraalhaarmelkworm
spiraalhaarmelkwormpjes	=	spiraalhaarmelkworm
spiraalhorens	noun	Iravadiidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
spiraalkabel	noun	snoer bestaand uit windingen rondom een denkbeeldige as, zodat het weinig ruimte inneemt, maar eenvoudig kan worden uitgerekt wanneer een grotere lengte gewenst is
spiraalkabels	=	spiraalkabel
spiraalkabeltje	=	spiraalkabel
spiraalkabeltjes	=	spiraalkabel
spiraalkokerworm	noun	Spirorbis (Spirorbis) spirorbis een borstelworm uit de familie van de kalkkokerwormen (Serpulidae), die wijdverspreid is in de noordelijke Atlantische Oceaan en leeft van verschillende soorten bruine algen (zeewier).
spiraalkokerwormen	noun	een geslacht Spirographis van borstelwormen uit de familie van de Sabellidae (waaierwormen)
spiraalkokerwormpje	=	spiraalkokerworm
spiraalkokerwormpjes	=	spiraalkokerworm
spiraallijn	noun	oplopende lijn op een cilindervlak, die alle beschrijvende lijnen onder dezelfde hoek snijdt, schroeflijn
spiraallijnen	=	spiraallijn
spiraallijntje	=	spiraallijn
spiraallijntjes	=	spiraallijn
spiraalmineermot	noun	Stigmella prunetorum een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
spiraalmineermotje	=	spiraalmineermot
spiraalmineermotjes	=	spiraalmineermot
spiraalmineermotten	=	spiraalmineermot
spiraalmosdiertje	noun	Crisularia plumosa een mosdiertjessoort uit de familie van de Bugulidae.
spiraalmosdiertjes	=	spiraalmosdiertje
spiraalnevel	noun	spiraalvormig sterrenstelsel
spiraalnevels	=	spiraalnevel
spiraalneveltje	=	spiraalnevel
spiraalneveltjes	=	spiraalnevel
spiraalruppia	noun	Ruppia cirrhosa een ondergedoken, vaste waterplant, die behoort tot de ruppiafamilie (Ruppiaceae).
spiraalruppia's	=	spiraalruppia
spiraalschijfhorenslak	noun	Anisus spirorbis een slakkensoort uit de familie van de Planorbidae.
spiraalschijfhorenslakje	=	spiraalschijfhorenslak
spiraalschijfhorenslakjes	=	spiraalschijfhorenslak
spiraalschijfhorenslakken	=	spiraalschijfhorenslak
spiraalschrift	noun	boekje voor aantekeningen waarvan de pagina's zijn gebonden met een metalen, meestal geplastificeerde draad die zich door een reeks gaatjes aan de linkerkant wentelt
spiraalschriften	=	spiraalschrift
spiraalsgewijs	adj	in de vorm van een spiraal draaiend
spiraalsgewijze	=	spiraalsgewijs
spiraalspinnen	noun	Oecobiidae een familie van spinnen bestaande uit 105 soorten in 6 geslachten
spiraaltje	=	spiraal
spiraaltjes	=	spiraal
spiraalveer	noun	spiraalvormig gewonden veer
spiraalveertje	=	spiraalveer
spiraalveertjes	=	spiraalveer
spiraalveren	=	spiraalveer
spiraalvorm	noun	gelijkend op een kromme lijn die zich om een punt heen slingert en zich steeds meer daarvan verwijdert
spiraalvormen	=	spiraalvorm
spiraalvormig	adj	vorm van een spiraal hebbend
spiraalvormige	=	spiraalvormig
spiraalvormiger	=	spiraalvormig
spiraalvormigere	=	spiraalvormig
spiraalvormigers	=	spiraalvormig
spiraalvormigs	=	spiraalvormig
spiraalvormigst	=	spiraalvormig
spiraalvormigste	=	spiraalvormig
spiralen	=	spiraal
spirant	noun	een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
spiranten	=	spirant
spirantisch	adj	van de aard van een spirant
spirantische	=	spirantisch
spirantischer	=	spirantisch
spirantischere	=	spirantisch
spirantischers	=	spirantisch
spirea	noun	benaming voor planten uit het geslacht Filipendula in de rozenfamilie waarvan verscheiden soorten als sierheester of sierstruik worden gekweekt
spirea's	=	spirea
spireaboegsprietmot	noun	Monochroa lutulentella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
spireaboegsprietmotje	=	spireaboegsprietmot
spireaboegsprietmotjes	=	spireaboegsprietmot
spireaboegsprietmotten	=	spireaboegsprietmot
spireaboogbladroller	noun	Acleris shepherdana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
spireaboogbladrollers	=	spireaboogbladroller
spireaboogbladrollertje	=	spireaboogbladroller
spireaboogbladrollertjes	=	spireaboogbladroller
spireafranjekelkje	noun	Lachnum nudipes een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
spireafranjekelkjes	=	spireafranjekelkje
spireamineermot	noun	Stigmella filipendulae een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
spireamineermotje	=	spireamineermot
spireamineermotjes	=	spireamineermot
spireamineermotten	=	spireamineermot
spireazwever	noun	Neptis rivularis een vlinder uit de onderfamilie Limenitidinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
spireazwevers	=	spireazwever
spireazwevertje	=	spireazwever
spireazwevertjes	=	spireazwever
spirelli	noun	bepaald soort spiraalvormige pasta (deegwaar)
spirelli's	=	spirelli
spirit	noun	geestdrift, enthousiasme
spiritisme	noun	een geloof dat stelt dat de mens na zijn dood als geest voortbestaat, en dan in staat is om met andere, nog levende mensen te communiceren
spiritismes	=	spiritisme
spiritist	noun	aanhanger van het spiritisme
spiritisten	=	spiritist
spiritistisch	adj	betrekking hebbend op het spiritisme, betrekking hebbend op het paranormale
spiritistische	=	spiritistisch
spiritistischer	=	spiritistisch
spiritistischere	=	spiritistisch
spiritistischers	=	spiritistisch
spiritual	noun	traditionele religieuze volksliederen van de Noord-Amerikaanse zwarte slaven, waarin westerse en Afrikaanse elementen versmelten
spiritualisme	noun	wereldbeschouwing waarin het bestaan van de geest en onstoffelijke dingen wordt erkend, en de materiële wereld als niets meer dan verbeelding of van secundair belang wordt beschouwd
spiritualistisch	adj	betrekking hebbend op spiritualisme of spiritualiteit
spiritualistische	=	spiritualistisch
spiritualistischer	=	spiritualistisch
spiritualistischere	=	spiritualistisch
spiritualistischers	=	spiritualistisch
spiritualiteit	noun	onstoffelijke, geestelijke levenshouding die is gericht op het 'diepere zelf'
spiritualiteiten	=	spiritualiteit
spiritualiën	noun	sterke drank, drank met een hoog alcoholpercentage
spirituals	=	spiritual
spiritueel	adj	met betrekking tot de geest
spiritueels	=	spiritueel
spiritueelst	=	spiritueel
spiritueelste	=	spiritueel
spirituele	=	spiritueel
spiritueler	=	spiritueel
spirituelere	=	spiritueel
spirituelers	=	spiritueel
spiritus	noun	teken toegevoegd in Oudgriekse tekst om aan te geven dat de beginklank van een woord met een min of meer hoorbare h-klank wordt uitgesproken
spiritusbrander	noun	verwarmingsapparaat dat spiritus gebruikt als brandstof
spiritusbranders	=	spiritusbrander
spiritusbrandertje	=	spiritusbrander
spiritusbrandertjes	=	spiritusbrander
spiritusje	=	spiritus
spirituslichtje	noun	klein brandertje dat alcohol gebruikt als brandstof en dient om voeding of drank op tafel warm te houden
spirituslichtjes	=	spirituslichtje
spiritussen	=	spiritus
spiritusstel	noun	kooktoestel waarin men spiritus gebruikt als brandstof
spiritusstellen	=	spiritusstel
spiritusvlam	noun	de blauwe vlam van brandende spirutus
spiritusvlammen	=	spiritusvlam
spirocheet	noun	benaming voor bacteriën uit de groep Spirochaetes
spirocheten	noun	benaming voor de groep Proteobacteria waarvan alle bekende leden heterotroof zijn
spirograaf	noun	tekeninstrument met een set tandwielen en ringen, waarmee je ingewikkelde, geometrisch patronen kunt maken
spirograafje	=	spirograaf
spirograafjes	=	spirograaf
spirografen	=	spirograaf
spirometer	noun	een apparaat dat de longfunctie meet
spirometers	=	spirometer
spirometrie	noun	meting van de longcapaciteit met behulp van de spirometer
spit	noun	draaiende staak waarop men vlees of een geslacht dier spietst en boven of naast een hittebron roostert
spitje	=	spit
spitjes	=	spit
spits	noun	grote drukte in het verkeer op terugkerende tijdstippen	adj	in een punt uitkomend
spitsalarm	noun	waarschuwing door de ANWB voor grote drukte en filevorming tijdens de ochtendspits
spitsalarmen	=	spitsalarm
spitsbek	noun	een soort houten vrachtschip met een laadvermogen van ca. 30 ton
spitsbekje	=	spitsbek
spitsbekjes	=	spitsbek
spitsbekken	=	spitsbek
spitsbergenrendier	noun	Rangifer tarandus platyrhynchus een ondersoort van het rendier (Rangifer tarandus) en komt uit de familie der hertachtigen (Cervidae).
spitsbergenrendieren	=	spitsbergenrendier
spitsbergenrendiertje	=	spitsbergenrendier
spitsbergenrendiertjes	=	spitsbergenrendier
spitsbergensneeuwhoen	noun	Lagopus muta hyperborea een ondersoort van het alpensneeuwhoen (Lagopus muta) dat voorkomt op Spitsbergen en Frans Jozefland.
spitsbergensneeuwhoenderen	=	spitsbergensneeuwhoen
spitsbergensneeuwhoenders	=	spitsbergensneeuwhoen
spitsbergensneeuwhoentje	=	spitsbergensneeuwhoen
spitsbergensneeuwhoentjes	=	spitsbergensneeuwhoen
spitsboef	noun	een sluwe boef
spitsboefje	=	spitsboef
spitsboefjes	=	spitsboef
spitsboeven	=	spitsboef
spitsbogen	=	spitsboog
spitsboog	noun	boog in een gotisch gebouw, gevormd door twee elkaar kruisende cirkelbogen
spitsboogje	=	spitsboog
spitsboogjes	=	spitsboog
spitsboogvormig	adj	vorm van een spitsboog hebbend
spitsboogvormige	=	spitsboogvormig
spitsboogvormiger	=	spitsboogvormig
spitsboogvormigere	=	spitsboogvormig
spitsboogvormigers	=	spitsboogvormig
spitsboogvormigs	=	spitsboogvormig
spitsboogvormigst	=	spitsboogvormig
spitsboogvormigste	=	spitsboogvormig
spitsburger	noun	iemand die kleinburgerlijk en benepen is
spitsburgerlijk	adj	kleinburgerlijk en benepen
spitsburgerlijke	=	spitsburgerlijk
spitsburgerlijker	=	spitsburgerlijk
spitsburgerlijkere	=	spitsburgerlijk
spitsburgerlijkers	=	spitsburgerlijk
spitsburgerlijks	=	spitsburgerlijk
spitsburgerlijkst	=	spitsburgerlijk
spitsburgerlijkste	=	spitsburgerlijk
spitsburgers	=	spitsburger
spitsburgertje	=	spitsburger
spitsburgertjes	=	spitsburger
spitse	=	spits
spitsen	verb	scherp maken
spitsend	=	spitsen
spitsende	=	spitsen
spitsenprobleem	noun	moeilijkheid met het vervullen van de aanvalsposities in een voetbalteam
spitsenproblemen	=	spitsenprobleem
spitsentrainer	noun	oefenmeester voor aanvallende spelers
spitsentrainers	=	spitsentrainer
spitser	=	spits
spitsere	=	spits
spitsers	=	spits
spitshalskever	noun	insect uit de familie Silvanidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde Polyphaga
spitshalskevers	noun	Silvanidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde Polyphaga
spitshalskevertje	=	spitshalskever
spitshalskevertjes	=	spitshalskever
spitsheden	=	spitsheid
spitsheffing	noun	belasting die men moet betalen als men met de auto in de spitsuren wilt rijden met als doel om de drukte van de spits te verminderen
spitsheffingen	=	spitsheffing
spitsheffinkje	=	spitsheffing
spitsheffinkjes	=	spitsheffing
spitsheid	noun	scherpzinnigheid, gevatheid
spitshond	noun	langharige, middelgrote hond met pluimstaart
spitshonden	=	spitshond
spitsig	adj	met een scherpe punt of top
spitsige	=	spitsig
spitsiger	=	spitsig
spitsigere	=	spitsig
spitsigers	=	spitsig
spitsigs	=	spitsig
spitsigst	=	spitsig
spitsigste	=	spitsig
spitsje	=	spits
spitsjes	=	spits
spitskolen	=	spitskool
spitskool	noun	de spitse rassen van wittekool of savooiekool (groenekool)
spitskooltje	=	spitskool
spitskooltjes	=	spitskool
spitskophagedis	noun	Dalmatolacerta oxycephala een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
spitskophagedisje	=	spitskophagedis
spitskophagedisjes	=	spitskophagedis
spitskophagedissen	=	spitskophagedis
spitskopmot	noun	insect uit de familie Ypsolophidae van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea
spitskopmotje	=	spitskopmot
spitskopmotjes	=	spitskopmot
spitskopmotten	noun	Ypsolophidae een familie van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea
spitskoppython	noun	Loxocemus bicolor een slang uit de familie Mexicaanse pythons (Loxocemidae)
spitskoppythons	=	spitskoppython
spitskoppythontje	=	spitskoppython
spitskoppythontjes	=	spitskoppython
spitskopschildpadden	noun	een geslacht Emydura van schildpadden uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
spitskopschubpoothagedis	noun	Lialis burtonis een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie heuppotigen (Pygopodidae).
spitskopschubpoothagedisje	=	spitskopschubpoothagedis
spitskopschubpoothagedisjes	=	spitskopschubpoothagedis
spitskopschubpoothagedissen	=	spitskopschubpoothagedis
spitskopsierschildpad	noun	Trachemys grayi een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae)
spitskopsierschildpadden	=	spitskopsierschildpad
spitskopsierschildpadje	=	spitskopsierschildpad
spitskopsierschildpadjes	=	spitskopsierschildpad
spitskopslang	noun	Gonyosoma oxycephalum een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
spitskopslangen	=	spitskopslang
spitskopslangetje	=	spitskopslang
spitskopslangetjes	=	spitskopslang
spitskuifduif	noun	Ocyphaps lophotes een zeer algemeen voorkomende duivensoort in Australië
spitskuifduifje	=	spitskuifduif
spitskuifduifjes	=	spitskuifduif
spitskuifduiven	=	spitskuifduif
spitsmijder	noun	reiziger die probeert niet tijdens de drukste uren van de dag te reizen
spitsmijders	=	spitsmijder
spitsmuis	noun	klein muisachtig diertje met spitse snuit en korte poten, behorend tot de familie Soricidae
spitsmuisje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor torren uit de familie Brentidae behorende tot de superfamilie snuitkevers (Curculionoidea)
spitsmuisjes	noun	Brentidae een familie van kevers behorende tot de superfamilie snuitkevers (Curculionoidea)
spitsmuismol	noun	Uropsilus soricipes een insecteneter uit de familie van de mollen (Talpidae).
spitsmuismollen	=	spitsmuismol
spitsmuismolletje	=	spitsmuismol
spitsmuismolletjes	=	spitsmuismol
spitsmuistenreks	noun	geslacht van zoogdieren, Microgale, die endemisch zijn in Madagaskar en behoren tot de familie tenreks Tenrecidae Er zijn 22 levende diersoorten van dit geslacht bekend en men heeft door opgravingen van fossielen één uitgestorven soort ontdekt.
spitsmuizen	noun	Soricidae een grote familie van zoogdieren uit de orde der insecteneters (Eulipotyphla).
spitsneusbuideldas	noun	Perameles nasuta een buideldas uit het geslacht der spitsneusbuideldassen (Perameles)
spitsneusbuideldasje	=	spitsneusbuideldas
spitsneusbuideldasjes	=	spitsneusbuideldas
spitsneusbuideldassen	noun	Perameles een geslacht van buideldassen dat alleen voorkomt in Australië.
spitsneusgrafvleermuis	noun	Taphozous troughtoni een vleermuis uit het geslacht Taphozous die voorkomt bij Mount Isa en Cloncurry in Noordwest-Queensland (Australië).
spitsneusgrafvleermuisje	=	spitsneusgrafvleermuis
spitsneusgrafvleermuisjes	=	spitsneusgrafvleermuis
spitsneusgrafvleermuizen	=	spitsneusgrafvleermuis
spitsneusslangen	noun	een geslacht Oxybelis van toornslangachtigen uit de familie slangen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
spitspositie	noun	plaats van een aanvaller in een voetbalteam
spitsposities	=	spitspositie
spitsroede	noun	een lange dunne stok waarmee men gestraft kan worden
spitsroedeloop	noun|figurative	een tocht waarbij men aangevallen wordt door vijanden
spitsroedeloopje	=	spitsroedeloop
spitsroedeloopjes	=	spitsroedeloop
spitsroedelopen	=	spitsroedeloop
spitsroeden	=	spitsroede
spitsroedes	=	spitsroede
spitsroedetje	=	spitsroede
spitssnavel	noun	dier (vogel) met een spitse snavel
spitssnavelgrondvink	noun	Geospiza difficilis een van de zogenaamde darwinvinken, zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
spitssnavelgrondvinken	=	spitssnavelgrondvink
spitssnavelgrondvinkje	=	spitssnavelgrondvink
spitssnavelgrondvinkjes	=	spitssnavelgrondvink
spitssnavels	noun	een geslacht Conirostrum van zangvogels uit de familie Thraupidae (tangaren)
spitssnaveltje	=	spitssnavel
spitssnaveltjes	=	spitssnavel
spitssnuitadder	noun	Vipera ursinii een slang uit de familie adders (Viperidae)
spitssnuitadders	=	spitssnuitadder
spitssnuitaddertje	=	spitssnuitadder
spitssnuitaddertjes	=	spitssnuitadder
spitssnuitdolfijn	noun	benaming voor walvissen uit de familie Ziphiidae, die vooral leven in diepe oceanen
spitssnuitdolfijnen	noun	Ziphiidae een familie uit de onderorde der tandwalvissen (Odontoceti).
spitssnuitkoraalklimmer	noun	Oxycirrhites typus een straalvinnige vissensoort uit de familie van koraalklimmers (Cirrhitidae).
spitssnuitkoraalklimmers	=	spitssnuitkoraalklimmer
spitssnuitkoraalklimmertje	=	spitssnuitkoraalklimmer
spitssnuitkoraalklimmertjes	=	spitssnuitkoraalklimmer
spitssnuitkrokodil	noun	Crocodylus acutus een krokodilachtige uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae) en de onderfamilie Crocodylinae
spitssnuitkrokodillen	=	spitssnuitkrokodil
spitssnuitkrokodilletje	=	spitssnuitkrokodil
spitssnuitkrokodilletjes	=	spitssnuitkrokodil
spitssnuitroofworm	noun	Chaetogaster diastrophus een ringworm uit de familie van de Naididae.
spitssnuitroofwormen	=	spitssnuitroofworm
spitssnuitroofwormpje	=	spitssnuitroofworm
spitssnuitroofwormpjes	=	spitssnuitroofworm
spitssnuitsnavelhaai	noun	Deania calcea een vis uit de familie van de zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
spitssnuitsnavelhaaien	=	spitssnuitsnavelhaai
spitssnuitsnavelhaaitje	=	spitssnuitsnavelhaai
spitssnuitsnavelhaaitjes	=	spitssnuitsnavelhaai
spitssnuitsteur	noun	Acipenser stellatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van steuren (Acipenseridae).
spitssnuitsteuren	=	spitssnuitsteur
spitssnuitsteurtje	=	spitssnuitsteur
spitssnuitsteurtjes	=	spitssnuitsteur
spitssnuitzeebrasem	noun	Diplodus puntazzo een straalvinnige vissensoort uit de familie van zeebrasems (Sparidae).
spitssnuitzeebrasempje	=	spitssnuitzeebrasem
spitssnuitzeebrasempjes	=	spitssnuitzeebrasem
spitssnuitzeebrasems	=	spitssnuitzeebrasem
spitsstaartamadine	noun	Poephila acuticauda een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) oorspronkelijk afkomstig uit Noord- en Noordwest-Australië
spitsstaartamadines	=	spitsstaartamadine
spitsstaartamadinetje	=	spitsstaartamadine
spitsstaartamadinetjes	=	spitsstaartamadine
spitsstaartbronzemannetje	noun	Lonchura striata een kleine zangvogel behorend tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
spitsstaartbronzemannetjes	=	spitsstaartbronzemannetje
spitsstaartgors	noun	Ammospiza caudacuta een kleine gors.
spitsstaartgorsje	=	spitsstaartgors
spitsstaartgorsjes	=	spitsstaartgors
spitsstaartgorzen	=	spitsstaartgors
spitsstaartpapegaaiduif	noun	Treron apicauda een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
spitsstaartpapegaaiduifje	=	spitsstaartpapegaaiduif
spitsstaartpapegaaiduifjes	=	spitsstaartpapegaaiduif
spitsstaartpapegaaiduiven	=	spitsstaartpapegaaiduif
spitsstaartspreeuw	noun	Poeoptera lugubris een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
spitsstaartspreeuwen	=	spitsstaartspreeuw
spitsstaartspreeuwtje	=	spitsstaartspreeuw
spitsstaartspreeuwtjes	=	spitsstaartspreeuw
spitsstroken	=	spitsstrook
spitsstrook	noun	een rijstrook op een autosnelweg die alleen geopend is bij druk verkeer in de spits
spitsstrookje	=	spitsstrook
spitsstrookjes	=	spitsstrook
spitst	=	spits
spitstandvleerhond	noun	Harpyionycteris whiteheadi een vleermuis uit het geslacht Harpyionycteris die voorkomt in de Filipijnen.
spitstandvleerhonden	=	spitstandvleerhond
spitstandvleerhondje	=	spitstandvleerhond
spitstandvleerhondjes	=	spitstandvleerhond
spitste	=	spits
spitstechnologie	noun	hightech, geavanceerde technologie
spitstechnologieën	=	spitstechnologie
spitsten	=	spitsen
spitstoeslag	noun	toeslag die automobilisten moeten betalen indien die in de spits gebruikmaken van autowegen
spitstoeslagen	=	spitstoeslag
spitstoeslagje	=	spitstoeslag
spitstoeslagjes	=	spitstoeslag
spitsuren	=	spitsuur
spitsuur	noun	de tijd van de dag dat de drukte op de weg het grootst is
spitsuurgezin	noun	gezin met jonge kinderen waarvan de ouders beiden een betaalde baan hebben en waar het dus altijd heel druk is
spitsuurgezinnen	=	spitsuurgezin
spitsuurtje	=	spitsuur
spitsverkeer	noun	het verkeer tijdens de drukste tijd van de dag
spitsvignet	noun	vignet op de autoruit dat de bestuurder het recht zou moeten geven om tijdens het spitsuur op de autosnelwegen te rijden
spitsvignetten	=	spitsvignet
spitsvindig	=	spitsvondig
spitsvlektijger	noun	Nephrotoma quadristriata een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
spitsvlektijgers	=	spitsvlektijger
spitsvlektijgertje	=	spitsvlektijger
spitsvlektijgertjes	=	spitsvlektijger
spitsvleugelgrasuil	noun	Mythimna straminea een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
spitsvleugelgrasuilen	=	spitsvleugelgrasuil
spitsvleugelgrasuiltje	=	spitsvleugelgrasuil
spitsvleugelgrasuiltjes	=	spitsvleugelgrasuil
spitsvleugelhoen	noun	Falcipennis falcipennis een vogel uit de onderfamilie der ruigpoothoenders (Tetraoninae).
spitsvleugelhoenderen	=	spitsvleugelhoen
spitsvleugelhoenders	=	spitsvleugelhoen
spitsvleugelhoendertje	=	spitsvleugelhoen
spitsvleugelhoendertjes	=	spitsvleugelhoen
spitsvogels	noun	Artamus een onderfamilie van de familie Artamidae van de orde zangvogels.
spitsvondig	adj	scherpzinnig.
spitsvondige	=	spitsvondig
spitsvondiger	=	spitsvondig
spitsvondigere	=	spitsvondig
spitsvondigers	=	spitsvondig
spitsvondigheden	=	spitsvondigheid
spitsvondigheid	noun	de eigenschap dat iets goed doordacht is, met name als het gaat om het vinden van (te) vergezochte argumenten in een discussie
spitsvondigheidje	=	spitsvondigheid
spitsvondigheidjes	=	spitsvondigheid
spitsvondigs	=	spitsvondig
spitsvondigst	=	spitsvondig
spitsvondigste	=	spitsvondig
spitte	=	spitten
spitten	verb	met een spade grond keren
spittend	=	spitten
spittende	=	spitten
spitter	noun	iemand die graaft met een schop
spitters	=	spitter
spittertje	=	spitter
spittertjes	=	spitter
spitvork	noun	vork om te spitten lijkt op een mestvork
spitvorken	=	spitvork
spitvorkje	=	spitvork
spitvorkjes	=	spitvork
spitzen	noun	schoenen voor ballerina's van zeer soepel materiaal met een verstevigde zool en punt
splashteller	noun	website waar men kan aangeven hoeveel insecten zijn geplet op de voorste kentekenplaat van een auto gedurende een bepaalde autorit, met als doel een schatting te maken van het aantal insecten dat op een bepaalde plaats actief is
splashtellers	=	splashteller
spleen	noun	licht depressieve, hangerige gemoedsgesteldheid vervuld van hunkering naar iets anders van onbestemde aard
spleet	noun	langgerekte nauwe en betrekkelijk diepe opening, meest langs een nerf of snede
spleetantenne	noun	een antenne die kan worden gebruikt voor VHF en hogere frequenties, en bestaat uit één of meer, relatief smalle spleten in een elektrisch geleidende plaat of in een golfpijp
spleetantennes	=	spleetantenne
spleetantennetje	=	spleetantenne
spleetantennetjes	=	spleetantenne
spleeteruptie	noun	een vulkanische uitbarsting waarbij magma over een langgerekte spleet in de aardkorst het oppervlak bereikt
spleeterupties	=	spleeteruptie
spleeteruptietje	=	spleeteruptie
spleeteruptietjes	=	spleeteruptie
spleetje	=	spleet
spleetjes	=	spleet
spleetneusvleermuis	noun	zoogdier uit het geslacht Nycteris van vleermuizen.
spleetneusvleermuisje	=	spleetneusvleermuis
spleetneusvleermuisjes	=	spleetneusvleermuis
spleetneusvleermuizen	noun	Nycteris een geslacht van vleermuizen.
spleetogen	=	spleetoog
spleetoog	noun	half dichtgeknepen, samengeknepen maar niet geheel gesloten ogen
spleetooghaai	noun	Loxodon macrorhinus een vis uit de familie van roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het westen van de Indische Oceaan, het oosten van de Indische Oceaan en het noordwesten en de Grote Oceaan
spleetooghaaien	=	spleetooghaai
spleetooghaaitje	=	spleetooghaai
spleetooghaaitjes	=	spleetooghaai
spleetoogje	=	spleetoog
spleetoogjes	=	spleetoog
spleetpoolmotor	noun	éénfase-inductiemotor die een stator heeft die naast de hoofdwikkeling twee kortgesloten hulpwikkelingen bezit, aangebracht in een spleetpool van die stator
spleetpoolmotoren	=	spleetpoolmotor
spleetpoolmotors	=	spleetpoolmotor
spleetpoolmotortje	=	spleetpoolmotor
spleetpoolmotortjes	=	spleetpoolmotor
spleetschildpad	noun	Malacochersus tornieri een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
spleetschildpadden	=	spleetschildpad
spleetschildpadje	=	spleetschildpad
spleetschildpadjes	=	spleetschildpad
spleetvezelkop	noun	een vezelkop met een spleet erin
spleetvezelkopje	=	spleetvezelkop
spleetvezelkopjes	=	spleetvezelkop
spleetvezelkoppen	=	spleetvezelkop
spleetvormig	adj	vorm van een spleet hebbend
spleetvormige	=	spleetvormig
spleetvormiger	=	spleetvormig
spleetvormigere	=	spleetvormig
spleetvormigers	=	spleetvormig
spleetvormigs	=	spleetvormig
spleetvormigst	=	spleetvormig
spleetvormigste	=	spleetvormig
spleetwevers	noun	Filistatidae een familie van spinnen.
splendidparkiet	noun	Neophema splendida een endemische vogel uit Australië die behoort tot het geslacht Neophema
splendidparkieten	=	splendidparkiet
splendidparkietje	=	splendidparkiet
splendidparkietjes	=	splendidparkiet
splenectomie	noun	het chirurgisch verwijderen van de milt
splenectomietje	=	splenectomie
splenectomietjes	=	splenectomie
splenectomieën	=	splenectomie
splenomegalie	noun	miltvergroting
splete	=	splijten
spleten	=	spleet
splif	noun	joint
spliff	noun	joint, stickie
spliffs	=	spliff
splifs	=	splif
splijt	=	splijten
splijtbaar	adj	van een gesteente dat dit in twee of meer stukken gespleten kan worden
splijtbaarder	=	splijtbaar
splijtbaardere	=	splijtbaar
splijtbaarders	=	splijtbaar
splijtbaars	=	splijtbaar
splijtbaarst	=	splijtbaar
splijtbaarste	=	splijtbaar
splijtbare	=	splijtbaar
splijte	=	splijten
splijten	verb	langs een nerf in tweeën breken
splijtend	=	splijten
splijtende	=	splijten
splijting	noun	het splijten
splijtingen	=	splijting
splijtingsproces	noun	proces waar splijting plaatsvindt
splijtingsprocessen	=	splijtingsproces
splijtstof	noun	de grondstof voor springstoffen in kernwapens of voor de opwekking van kernenergie bedoeld, voor zover die wordt opgewekt door middel van kernsplijting
splijtstofelement	noun	houder die splijtstof bevat dat wordt gebruikt voor kernsplijting
splijtstofelementen	=	splijtstofelement
splijtstoffen	=	splijtstof
splijtvlak	noun	vlak waarlangs iets splijt of gespleten wordt
splijtvlakje	=	splijtvlak
splijtvlakjes	=	splijtvlak
splijtvlakken	=	splijtvlak
splijtzwam	noun	figuurlijk: veroorzaker van onenigheid, twistpunt
splijtzwammen	=	splijtzwam
splijtzwammetje	=	splijtzwam
splijtzwammetjes	=	splijtzwam
splinter	noun	een kleine, langwerpige scherf met een scherpe punt dat van een voorwerp van hard materiaal is, of kan worden afgeslagen
splinterboogbladroller	noun	Acleris umbrana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
splinterboogbladrollers	=	splinterboogbladroller
splinterboogbladrollertje	=	splinterboogbladroller
splinterboogbladrollertjes	=	splinterboogbladroller
splinterde	=	splinteren
splinterden	=	splinteren
splintere	=	splinteren
splinteren	verb	tot splinters breken
splinterend	=	splinteren
splinterende	=	splinteren
splinterkind	noun	een kind van ouders die gescheiden zijn
splinterkinderen	=	splinterkind
splinterkindje	=	splinterkind
splinterkindjes	=	splinterkind
splinterkwartier	noun	deel van de Tweede Kamer waar de leden van zeer kleine partijen hun zetels hebben
splinterkwartieren	=	splinterkwartier
splinternieuw	adj	heel erg nieuw
splinternieuwe	=	splinternieuw
splinternieuwer	=	splinternieuw
splinternieuwere	=	splinternieuw
splinternieuwers	=	splinternieuw
splinternieuws	=	splinternieuw
splinternieuwste	=	splinternieuw
splinterpartij	noun	een heel kleine politieke partij
splinterpartijen	=	splinterpartij
splinterpartijtje	=	splinterpartij
splinterpartijtjes	=	splinterpartij
splinters	=	splinter
splinterstreep	noun	Naenia typica een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
splinterstreepje	=	splinterstreep
splinterstreepjes	=	splinterstreep
splinterstrepen	=	splinterstreep
splintert	=	splinteren
splintertje	=	splinter
splintertjes	=	splinter
splintervlekbladroller	noun	Dichelia histrionana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
splintervlekbladrollers	=	splintervlekbladroller
splintervlekbladrollertje	=	splintervlekbladroller
splintervlekbladrollertjes	=	splintervlekbladroller
split	noun	plaats waar iets gespleten is, plek waar iets in delen gescheiden raakt
splitdoek	noun	operatiedoek waarmee het lichaam steriel wordt afgedekt met een opening waardoor de operatie plaatsvindt
splitdoeken	=	splitdoek
splitdoekje	=	splitdoek
splitdoekjes	=	splitdoek
spliterwt	noun	zaden van de soort Pisum sativum, waarbij de zaadhuid is verwijderd, waardoor ze geschikt is voor het maken van erwtensoep
spliterwten	=	spliterwt
splitgevaar	noun	gevaar van opspattende kleine steentjes (die een ruitbreuk kunnen veroorzaken)
splitgevaren	=	splitgevaar
splitje	=	split
splitjes	=	split
splitlevel	adj	gebouwd met een vloer die enkele treden hoger of lager ligt dan de rest van een verdieping
splitlevels	=	splitlevel
splitpen	noun	aan het vooreind gespleten pin waarvan de einden uiteengebogen kunnen worden
splitpennen	=	splitpen
splitring	noun	gespleten metalen ring waaraan men sleutels o.i.d. kan bevestigen
splitringen	=	splitring
splitringetje	=	splitring
splitringetjes	=	splitring
splitrok	noun	een rok met een (lange) opening aan de zijkant
splitrokje	=	splitrok
splitrokjes	=	splitrok
splitrokken	=	splitrok
splits	=	splitsen
splitsbaar	adj	van iets dat het delen te verdelen is
splitsbaarder	=	splitsbaar
splitsbaardere	=	splitsbaar
splitsbaarders	=	splitsbaar
splitsbaars	=	splitsbaar
splitsbaarst	=	splitsbaar
splitsbaarste	=	splitsbaar
splitsbare	=	splitsbaar
splitse	=	splitsen
splitsen	verb	zich ~: in twee of meer delen uiteen gaan
splitsend	=	splitsen
splitsende	=	splitsen
splitsing	noun	het splitsen
splitsingen	=	splitsing
splitsingetje	=	splitsing
splitsinkje	=	splitsing
splitskoop	noun	in twee fasen kopen van een huis en de grond waarop dit huis gebouwd gaat worden
splitskopen	noun	een manier om iets te kopen door het in meerdere delen op te splitsen
splitst	=	splitsen
splitste	=	splitsen
splitsten	=	splitsen
splitswoning	noun	een bestaand huis dat is opgedeeld in twee of meer zelfstandige woningen.
splitswoningen	=	splitswoning
splitswoninkje	=	splitswoning
splitswoninkjes	=	splitswoning
splitte	=	splitten
splitten	verb	splijten, splitsen, uiteendrijven
splittend	=	splitten
splittende	=	splitten
splitter	noun	iemand die splitst
splitters	=	splitter
splitvrucht	noun	een niet-openspringende vrucht, die zich bij rijpheid splitst in afzonderlijke dopvruchten
splitvruchten	=	splitvrucht
spocht	noun	door vocht veroorzaakte donkere stippen in geweven stoffen, papier etc.
spoed	noun	noodzakelijke haast
spoedadvies	noun	een advies dat met grote haast gegeven moet worden
spoedadviezen	=	spoedadvies
spoedarts	noun	arts die ingeschakeld wordt bij ongevallen
spoedartsen	=	spoedarts
spoedbaas	noun	baas die ervoor zorgt dat het arbeid zo vlug mogelijk verloopt
spoedbaasje	=	spoedbaas
spoedbaasjes	=	spoedbaas
spoedbazen	=	spoedbaas
spoedbehandeling	noun	een behandeling snel laten plaatsvinden
spoedbehandelingen	=	spoedbehandeling
spoedbehandelingetje	=	spoedbehandeling
spoedbehandelingetjes	=	spoedbehandeling
spoedberaad	noun	een overleg dat met grote urgentie bij elkaar is geroepen
spoedberaden	=	spoedberaad
spoedbestelling	noun	een bestelling waarbij de bestelde goederen sneller dan gewoonlijk worden bezorgd
spoedbestellingen	=	spoedbestelling
spoedcursus	noun	korte, intensieve cursus waarin men heel snel iets leert
spoedcursusje	=	spoedcursus
spoedcursusjes	=	spoedcursus
spoedcursussen	=	spoedcursus
spoedde	=	spoeden
spoeddebat	noun	politiek debat over een actuele kwestie die op korte termijn om een oplossing vraagt
spoeddebatje	=	spoeddebat
spoeddebatjes	=	spoeddebat
spoeddebatten	=	spoeddebat
spoedden	=	spoeden
spoeddienst	noun	werken buiten de normale werktijden om patiënten te helpen die direct medische zorg nodig hebben
spoeddiensten	=	spoeddienst
spoede	=	spoeden
spoedeisend	adj	waar haast bij (geboden) is.
spoedeisende	=	spoedeisend
spoedeisender	=	spoedeisend
spoedeisendere	=	spoedeisend
spoedeisenders	=	spoedeisend
spoedeisends	=	spoedeisend
spoedeisendst	=	spoedeisend
spoedeisendste	=	spoedeisend
spoeden	verb	zich met grote haast snel bewegen
spoedend	=	spoeden
spoedende	=	spoeden
spoedgeval	noun	patiënt die met haast geholpen moet worden
spoedgevallen	=	spoedgeval
spoedgevalletje	=	spoedgeval
spoedgevalletjes	=	spoedgeval
spoedhulp	noun	snelle hulp die geboden wordt bij een acuut ontstaan probleem
spoedig	adj	binnen korte tijd	adv	binnen een kort tijdsbestek
spoedige	=	spoedig
spoediger	=	spoedig
spoedigere	=	spoedig
spoedigers	=	spoedig
spoedigs	=	spoedig
spoedigst	=	spoedig
spoedigste	=	spoedig
spoedje	=	spoed
spoedjes	=	spoed
spoedopdracht	noun	opdracht die met spoed moet worden uitgevoerd
spoedopdrachten	=	spoedopdracht
spoedopdrachtje	=	spoedopdracht
spoedopdrachtjes	=	spoedopdracht
spoedoperatie	noun	een chirurgische ingreep die men direct, zonder uitstel moet uitvoeren
spoedoperaties	=	spoedoperatie
spoedopleiding	noun	intensief, kortdurend leertraject dat ontworpen is om deelnemers in een zeer korte tijd een vak, vaardigheid of diploma te laten behalen.
spoedopleidingen	=	spoedopleiding
spoedopleidinkje	=	spoedopleiding
spoedopleidinkjes	=	spoedopleiding
spoedopname	noun	opname in een ziekenhuis die terstond plaatsvindt
spoedopnamen	=	spoedopname
spoedopnames	=	spoedopname
spoedoverleg	noun	overleg dat met grote haast georganiseerd is i.v.m. een spoedeisende zaak
spoedoverleggen	=	spoedoverleg
spoedpost	noun	post die met spoed bezorgd moet worden
spoedposten	=	spoedpost
spoedpostje	=	spoedpost
spoedpostjes	=	spoedpost
spoedprocedure	noun	een groep handelingen die sneller dan normaal wordt uitgevoerd i.v.m. de noodzaak van een snel resultaat
spoedprocedures	=	spoedprocedure
spoedshalve	adv	wegens spoed, vanwege de noodzaak tot haast
spoedt	=	spoeden
spoedvergadering	noun	een bespreking met een groep mensen die op een korte termijn georganiseerd wordt
spoedvergaderingen	=	spoedvergadering
spoedwet	noun	een wet die zeer snel wordt ingevoerd omdat er een situatie is die snel moet worden opgelost
spoedwetje	=	spoedwet
spoedwetjes	=	spoedwet
spoedwetten	=	spoedwet
spoedzitting	noun	politieke bijeenkomst om een actuele kwestie te bespreken waarvoor snel een oplossing moet komen
spoedzittingen	=	spoedzitting
spoedzittinkje	=	spoedzitting
spoedzittinkjes	=	spoedzitting
spoedzoeker	noun	iemand die door uitzonderlijke omstandigheden met spoed (nieuwe) woningruimte nodig heeft
spoedzoekers	=	spoedzoeker
spoel	noun	een cilindrische vorm (klos) waaromheen een vezel of draad gewonden kan worden (bij het spinnen, weven of machinaal naaien)
spoelbak	noun	ronde of rechthoekige bak, veelal van metaal, om vaat of andere zaken in te spoelen
spoelbakje	=	spoelbak
spoelbakjes	=	spoelbak
spoelbakken	=	spoelbak
spoelde	=	spoelen
spoelden	=	spoelen
spoele	=	spoelen
spoelen	verb	blootstellen aan stromend water
spoelend	=	spoelen
spoelende	=	spoelen
spoeler	noun	iemand die spoelt
spoelers	=	spoeler
spoelgrondels	noun	een familie Psilorhynchidae van vissen uit de orde van de karperachtigen
spoelhoren	noun	Acteon tornatilis een slakkensoort uit de familie van de Acteonidae
spoelhorens	noun	een familie Acteonidae van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
spoelhorentje	=	spoelhoren
spoelhorentjes	=	spoelhoren
spoeling	noun	het spoelen of het gespoeld worden
spoelingen	=	spoeling
spoelinkje	=	spoeling
spoelinkjes	=	spoeling
spoelkeuken	noun	een vertrek aangebouwd aan de eigenlijke keuken dat voor afwas handelingen gebruikt wordt
spoelkeukens	=	spoelkeuken
spoelkeukentje	=	spoelkeuken
spoelkeukentjes	=	spoelkeuken
spoelknop	noun	de knop waarmee je een toilet of urinoir doorspoelt
spoelknopje	=	spoelknop
spoelknopjes	=	spoelknop
spoelknoppen	=	spoelknop
spoelmachine	noun	machine die iets schoonmaakt door het te spoelen met water
spoelmachines	=	spoelmachine
spoels	=	spoel
spoelsel	noun	water waarmee iets gespoeld is
spoelsels	=	spoelsel
spoelster	noun	vrouw die spoelt
spoelsters	=	spoelster
spoelstertje	=	spoelster
spoelstertjes	=	spoelster
spoelt	=	spoelen
spoeltje	=	spoel
spoeltjes	=	spoel
spoelvoetchampignon	noun	Agaricus bohusii een schimmel uit de familie Agaricaceae.
spoelvoetchampignonnetje	=	spoelvoetchampignon
spoelvoetchampignonnetjes	=	spoelvoetchampignon
spoelvoetchampignons	=	spoelvoetchampignon
spoelvoetcollybia	noun	een paddenstoel Gymnopus fusipes (syn.: Collybia fusipes) uit de familie Marasmiaceae De spoelvoetcollybia komt in Nederland en Vlaanderen vrij algemeen voor.
spoelvoetcollybia's	=	spoelvoetcollybia
spoelvoetcollybiaatje	=	spoelvoetcollybia
spoelvoetcollybiaatjes	=	spoelvoetcollybia
spoelvormig	adj	vorm van een spoel hebbend
spoelvormige	=	spoelvormig
spoelvormiger	=	spoelvormig
spoelvormigere	=	spoelvormig
spoelvormigers	=	spoelvormig
spoelvormigs	=	spoelvormig
spoelvormigst	=	spoelvormig
spoelvormigste	=	spoelvormig
spoelwater	noun	water waarmee of waarin men gespoeld heeft.
spoelwaters	=	spoelwater
spoelwatertje	=	spoelwater
spoelwatertjes	=	spoelwater
spoelworm	noun	bepaald soort rondworm, Ascaris lumbricoides, uit de familie Ascarididae, een vrij grote nematode, met een draad- of buisvormig lichaam, die bij mensen voorkomt en de aandoening ascariasis veroorzaakt
spoelwormen	noun	een orde Ascaridida binnen de rondwormen (Nematoda).
spoelwormpje	=	spoelworm
spoelwormpjes	=	spoelworm
spoetnik	noun	Een kunstmaan van Russische makelij uit de jaren 1957-'60
spoetnikje	=	spoetnik
spoetnikjes	=	spoetnik
spoetniks	=	spoetnik
spog	noun	speeksel, spuug. kwijl
spoge	=	spugen
spogen	=	spugen
spoilde	=	spoilen
spoilen	verb	verraden van de plot van een boek of film en zo het plezier van de lezer of de kijker verpesten
spoilend	=	spoilen
spoiler	noun	informatie die de spanning en verrassing kan bederven van een boek of film.
spoileralert	noun	een waarschuwing dat een bepaalde tekst of video iets vertelt over de afloop van een verhaal
spoileralerts	=	spoileralert
spoilers	=	spoiler
spoilertijger	noun	Nephrotoma guestfalica een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
spoilertijgers	=	spoilertijger
spoilertijgertje	=	spoilertijger
spoilertijgertjes	=	spoilertijger
spoilertje	=	spoiler
spoilertjes	=	spoiler
spoke	=	spoken
spoken	verb	rondwaren, dolen als een spook
spokend	=	spoken
spokende	=	spoken
spokerig	adj	lijkend op een spook; als een spook
spokerige	=	spokerig
spokeriger	=	spokerig
spokerigere	=	spokerig
spokerigers	=	spokerig
spokerigs	=	spokerig
spokerigst	=	spokerig
spokerigste	=	spokerig
spokerij	noun	verschijning van spoken en geesten, meestal in de nachtelijke uren
spokerijen	=	spokerij
spokerijtje	=	spokerij
spoliatie	noun	roof, plundering
spoliaties	=	spoliatie
spolieer	=	spoliëren
spolieerde	=	spoliëren
spolieerden	=	spoliëren
spolieert	=	spoliëren
spoliëre	=	spoliëren
spoliëren	verb	plunderen, een rechtmatig deel onthouden
spoliërend	=	spoliëren
spoliërende	=	spoliëren
spon	noun	stop in de vorm van een schijf met de vorm van een afgeplatte kegel, waarmee het ronde vulgat in een vat kan worden afgesloten
sponde	noun	bed
spondee	noun	versvoet met twee beklemtoonde lettergrepen
spondeeën	=	spondee
spondei	=	spondeus
sponden	=	sponde
spondetje	=	sponde
spondetjes	=	sponde
spondeus	noun	versvoet die bestaat uit twee beklemtoonde lettergrepen
spondeïsch	adj	van de aard van de spondeeën
spondeïsche	=	spondeïsch
spondeïscher	=	spondeïsch
spondeïschere	=	spondeïsch
spondeïschers	=	spondeïsch
spondylitis	noun	wervelontsteking
spondylomyelitis	noun	ontsteking van het ruggenmerg
spong	noun	sponning groef waarin iets sluit
spongaatje	=	spongat
spongat	noun	gat waardoor men een vat kan vullen en dat met een kegelvormige houten stop kan worden afgesloten
spongaten	=	spongat
spongen	=	spong
spongiform	adj	lijkend op een spons
spongiforme	=	spongiform
spongiformer	=	spongiform
spongiformere	=	spongiform
spongiformers	=	spongiform
spongiforms	=	spongiform
spongiformst	=	spongiform
spongiformste	=	spongiform
spongine	noun	stof in het skelet bij sponzen die hun flexibiliteit geeft
sponne	=	spinnen
sponnen	=	spon
sponnetje	=	spon
sponnetjes	=	spon
sponning	noun	een langwerpige groef of gleuf met twee zijkanten
sponningen	=	sponning
sponninkje	=	sponning
sponninkjes	=	sponning
spons	noun	dier behorend tot de stam Porifera (sponsdieren), sedentaire, primitieve meercellige dieren die zich vastzetten op de bodem van (meestal) zeeën en oceanen tot op 8,5 kilometer diepte
sponsachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van spons, niet scherp omschreven
sponsachtige	=	sponsachtig
sponsachtigen	noun	een onderrijk Parazoa van de dieren zonder gedifferentieerde weefsels.
sponsachtiger	=	sponsachtig
sponsachtigere	=	sponsachtig
sponsachtigers	=	sponsachtig
sponsachtigs	=	sponsachtig
sponsachtigst	=	sponsachtig
sponsachtigste	=	sponsachtig
sponsde	=	sponzen
sponsden	=	sponzen
sponsen	=	spons
sponsenduiker	noun	iemand die naar sponsen duikt
sponsenduikers	=	sponsenduiker
sponsenduikertje	=	sponsenduiker
sponsenduikertjes	=	sponsenduiker
sponsgaasvlieg	noun	Sisyra nigra een insect uit de familie sponsvliegen (Sisyridae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
sponsgaasvliegen	=	sponsgaasvlieg
sponsgaasvliegje	=	sponsgaasvlieg
sponsgaasvliegjes	=	sponsgaasvlieg
sponshoofdkathaai	noun	Apristurus spongiceps een vis uit de familie van Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van grondhaaien (Carcharhiniformes).
sponshoofdkathaaien	=	sponshoofdkathaai
sponshoofdkathaaitje	=	sponshoofdkathaai
sponshoofdkathaaitjes	=	sponshoofdkathaai
sponsig	adj	de weke, slappe consistentie van een spons hebbend
sponsige	=	sponsig
sponsiger	=	sponsig
sponsigere	=	sponsig
sponsigers	=	sponsig
sponsigs	=	sponsig
sponsigst	=	sponsig
sponsigste	=	sponsig
sponsje	=	spons
sponsjes	=	spons
sponskomkommer	noun	Luffa aegyptiaca een kruidachtige, eenjarige klimplant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
sponskomkommers	=	sponskomkommer
sponskomkommertje	=	sponskomkommer
sponskomkommertjes	=	sponskomkommer
sponsor	noun	een persoon of organisatie die iets, doorgaans financieel, steunt (in ruil voor publiciteit)
sponsoractie	noun	een activiteit waarbij een sponsor (een bedrijf of persoon) financiële steun of middelen biedt aan een gesponsorde partij (een persoon, evenement, club, goed doel, etc.) in ruil voor publiciteit, naamsbekendheid of andere commerciële voordelen
sponsoracties	=	sponsoractie
sponsoractietje	=	sponsoractie
sponsoractietjes	=	sponsoractie
sponsorbedrag	noun	hoeveelheid geld die een sponsor geeft als ondersteuning aan iets of iemand in ruil voor publiciteit
sponsorbedragen	=	sponsorbedrag
sponsorbedragje	=	sponsorbedrag
sponsorbedragjes	=	sponsorbedrag
sponsorbijdrage	noun	hoeveelheid geld die een sponsor geeft als ondersteuning aan iets of iemand in ruil voor publiciteit
sponsorbijdragen	=	sponsorbijdrage
sponsorbijdrages	=	sponsorbijdrage
sponsorcontract	noun	officiele overeenkomst waarin iets of iemand onder bepaalde voorwaarden financieel ondersteunt wordt in ruil voor publiciteit voor de sponsor
sponsorcontracten	=	sponsorcontract
sponsorde	=	sponsoren
sponsorden	=	sponsoren
sponsore	=	sponsoren
sponsoren	verb	als sponsor fungeren voor iets of iemand
sponsorend	=	sponsoren
sponsorende	=	sponsoren
sponsorgeld	noun	geld dat wordt betaald om iets te sponsoren
sponsorgelden	=	sponsorgeld
sponsorgeldje	=	sponsorgeld
sponsorgeldjes	=	sponsorgeld
sponsoring	noun	het sponsoren
sponsoringen	=	sponsoring
sponsorloop	noun	een loop waarbij de loper geld krijgt van sponsors voor een goed doel als hij een bepaalde afstand loopt.
sponsorlopen	=	sponsorloop
sponsornaam	noun	de naam van een persoon of organisatie die, in ruil voor publiciteit, iets of iemand financieel ondersteunt
sponsornamen	=	sponsornaam
sponsorpagina	noun	webpagina waarop de namen, logo's of andere herkenbare tekens van sponsors worden getoond, als tegenprestatie voor de financiële of materiële steun die zij aan een organisatie, evenement of persoon verlenen
sponsorpagina's	=	sponsorpagina
sponsorpaginaatje	=	sponsorpagina
sponsorpaginaatjes	=	sponsorpagina
sponsorprobleem	noun	moeilijkheid met de sponsor; moeilijkheid om genoeg sponsorgeld te ontvangen
sponsorproblemen	=	sponsorprobleem
sponsors	=	sponsor
sponsorschap	noun	het sponsor zijn
sponsorschappen	=	sponsorschap
sponsort	=	sponsoren
sponsortje	=	sponsor
sponsortjes	=	sponsor
sponsorverbod	noun	specifiek verbod voor een bepaalde bedrijfstak om specifieke evenementen te sponsoren en daar reclame mee te maken
sponsorverboden	=	sponsorverbod
sponsorverbodje	=	sponsorverbod
sponsorverbodjes	=	sponsorverbod
sponsstad	noun	een stad die regenwater goed kan opslaan o.a. door aanleg van voldoende groenvoorzieningen
sponssteden	=	sponsstad
sponsvlieg	noun	insect uit de familie Sisyridae van insecten die behoren tot de netvleugeligen (Neuroptera).
sponsvliegen	noun	Sisyridae een familie van insecten die behoren tot de netvleugeligen (Neuroptera).
sponsvliegje	=	sponsvlieg
sponsvliegjes	=	sponsvlieg
sponswatervorkje	noun	Riccia cavernosa een levermos dat behoort tot de watervorkjesmosfamilie (Ricciaceae).
sponswatervorkjes	=	sponswatervorkje
spont	=	spinnen
spontaan	adj	uit een opwelling voortkomend, niet uitgelokt of door een ander teweeggebracht: een spontane hulde, ontboezeming.
spontaans	=	spontaan
spontaanst	=	spontaan
spontaanste	=	spontaan
spontane	=	spontaan
spontaner	=	spontaan
spontanere	=	spontaan
spontaners	=	spontaan
spontaneïteit	noun	herkomst uit een eigen opwelling, niet uitgelokt of teweeggebracht door anderen
spontaniteit	noun	het uit eigen aandrang en zonder nadere overweging handelen; het onvoorbedacht geschieden, tot uiting komen: de spontaniteit van die reactie
spontaniteiten	=	spontaniteit
sponze	=	sponzen
sponzen	verb	opzuigen van water of vloeistof met een stuk kneedbaar, poreus materiaal	noun	een stam Porifera van sedentaire, primitieve meercellige dieren die zich vastzetten op de bodem van (meestal) zeeën en oceanen tot op 8,5 kilometer diepte
sponzend	=	sponzen
sponzende	=	sponzen
sponzenduiker	noun	iemand die naar sponzen duikt
sponzenduikers	=	sponzenduiker
sponzenduikertje	=	sponzenduiker
sponzenduikertjes	=	sponzenduiker
sponzig	adj	lijkend op een spons dus veerkrachtig, poreus en in staat om water vast te houden
sponzige	=	sponzig
sponziger	=	sponzig
sponzigere	=	sponzig
sponzigers	=	sponzig
sponzigs	=	sponzig
sponzigst	=	sponzig
sponzigste	=	sponzig
spoof	noun	spottende nabootsing van een film of genre
spoofe	=	spoofen
spoofen	verb	door vervalste internetadressen of telefoonnummers bedrieglijk als bron voorstellen
spoofend	=	spoofen
spoofende	=	spoofen
spoofing	noun	vorm van bedrog waarbij een oplichter de indruk wekt een vertrouwde organisatie te vertegenwoordigen door valse telefoonnummers of internetadressen te gebruiken
spoofings	=	spoofing
spoofinkje	=	spoofing
spoofinkjes	=	spoofing
spoofs	=	spoof
spooft	=	spoofen
spoofte	=	spoofen
spooften	=	spoofen
spoog	=	spugen
spoogt	=	spugen
spook	noun	een veronderstelde geestverschijning die een bepaald gebouw of andere locatie onveilig maakt
spookachtig	adj	lijkend op een spook
spookachtige	=	spookachtig
spookachtiger	=	spookachtig
spookachtigere	=	spookachtig
spookachtigers	=	spookachtig
spookachtigs	=	spookachtig
spookachtigst	=	spookachtig
spookachtigste	=	spookachtig
spookafboeking	noun	onterechte, onverklaarbare of frauduleuze afschrijving van uw bankrekening.
spookafboekingen	=	spookafboeking
spookafboekinkje	=	spookafboeking
spookafboekinkjes	=	spookafboeking
spookbeeld	noun	schrikbeeld
spookbeelden	=	spookbeeld
spookbewoning	noun	voor bewoning bestemde panden waarin niemand woont en/of ingeschreven staat en vaak gebruikt worden voor criminele activiteiten
spookbewoningen	=	spookbewoning
spookburger	noun	iemand die geen adres heeft en daardoor onbereikbaar is voor de overheid, vaak gaat het om een dakloze
spookburgerproblematiek	noun	de problemen die er zijn rondom spookburgers
spookburgers	=	spookburger
spookburgertje	=	spookburger
spookburgertjes	=	spookburger
spookdier	noun	benaming voor zoogdieren uit de familie Tarsiidae in de orde primaten (Primates)
spookdieren	=	spookdier
spookdiertje	noun	benaming voor zoogdieren uit de familie Tarsiidae met drie geslachten, samen elf soorten omvattend die op Sulawesi, Sumatra, Borneo en de Filipijnen leven, er zijn ook enkele soorten waarvan nog geen naam en beschrijving is gepubliceerd en nog twee soorten uitsluitend als fossiel bekend
spookdiertjes	noun	Tarsiidae een familie van zoogdieren uit de orde primaten (Primates).
spookdorp	noun	een dorp waarin niemand meer woont en alleen nog bestaat uit leegstaande huizen
spookdorpen	=	spookdorp
spookdorpje	=	spookdorp
spookdorpjes	=	spookdorp
spookdraaigatje	noun	Tapinoma melanocephalum een mierensoort uit de onderfamilie van de Dolichoderinae.
spookdraaigatjes	=	spookdraaigatje
spooketage	noun	etage die al zeer lange tijd niet bewoond wordt; etage die al zeer lang leeg staat
spooketages	=	spooketage
spookfacturen	=	spookfactuur
spookfactuur	noun	een factuur voor nooit geleverde diensten of goederen waarvan de oplichter hoopt dat deze in de drukte van een administratie voldaan wordt
spookfactuurtje	=	spookfactuur
spookfactuurtjes	=	spookfactuur
spookfile	noun	opstopping die zonder duidelijke oorzaak is ontstaan en ook weer oplost zonder duidelijke oorzaak
spookfiles	=	spookfile
spookforens	noun	persoon die thuiswerkt maar aan het begin en einde van de werkdag een stukje wandelt of fietst om te doen alsof men naar zijn werk gaat of weer van zijn werk terugkomt
spookforensen	=	spookforens
spookforenzen	=	spookforens
spookgeschiedenis	noun	griezelig verhaal waarin spoken voorkomen
spookgeschiedenisje	=	spookgeschiedenis
spookgeschiedenisjes	=	spookgeschiedenis
spookgeschiedenissen	=	spookgeschiedenis
spookgestalte	noun	gestalte die wel wat op een spook lijkt
spookgestalten	=	spookgestalte
spookgestaltes	=	spookgestalte
spookgezichtvleermuis	noun	Mormoops megalophylla een vleermuis uit het geslacht Mormoops die voorkomt van Zuid-Texas en Zuid-Arizona (VS) tot Noordwest-Peru, Noord-Venezuela en de nabijgelegen eilanden Aruba, Curaçao, Bonaire, Isla Margarita en Trinidad.
spookgezichtvleermuisje	=	spookgezichtvleermuis
spookgezichtvleermuisjes	=	spookgezichtvleermuis
spookgezichtvleermuizen	=	spookgezichtvleermuis
spookhaai	noun	Callorhinchus milii een vis uit de familie van doodskopvissen of ploegneusdraakvissen (Callorhinchidae) en behoort tot de orde van draakvissen (Chimaeriformes).
spookhaaien	=	spookhaai
spookhaaitje	=	spookhaai
spookhaaitjes	=	spookhaai
spookhuis	noun	een kermisattractie waarbij je met een wagentje door een constructie rijdt waarbij je steeds enge dingen tegen komt waarvan je zou kunnen schrikken.
spookhuisje	=	spookhuis
spookhuisjes	=	spookhuis
spookhuizen	=	spookhuis
spookinwoner	noun	persoon die niet woont op de plaats die staat vermeld in de gemeentelijke basisadministratie
spookinwoners	=	spookinwoner
spookje	=	spook
spookjes	=	spook
spookjongere	noun	jongere die niet staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie en dus onzichtbaar is voor de overheid
spookjongeren	=	spookjongere
spookkathaai	noun	Apristurus manis een vis uit de familie van Pentanchidae en behoort derhalve tot de orde van roofhaaien (Carcharhiniformes).
spookkathaaien	=	spookkathaai
spookkathaaitje	=	spookkathaai
spookkathaaitjes	=	spookkathaai
spookkeuken	noun	een grote keuken waar uitsluitend afhaalmaaltijden voor restaurants worden bereid
spookkeukens	=	spookkeuken
spookkeukentje	=	spookkeuken
spookkikkers	noun	Heleophrynidae een familie van de kikkers (Anura).
spookklauwier	noun	Malaconotus blanchoti een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
spookklauwieren	=	spookklauwier
spookklauwiertje	=	spookklauwier
spookklauwiertjes	=	spookklauwier
spookkrabben	noun	Ocypodinae een onderfamilie van krabben (Brachyura) uit de familie Ocypodidae
spookkreeftje	noun	benaming voor vlokreeftjes uit de familie Caprellidae
spookkreeftjes	noun	een familie Caprellidae van kreeftachtigen binnen de orde Amphipoda.
spookluchthaven	noun	een luchthaven die (vrijwel) niet gebruikt wordt
spookluchthavens	=	spookluchthaven
spookluchthaventje	=	spookluchthaven
spookluchthaventjes	=	spookluchthaven
spookmelding	noun	is een onterechte melding of een waarschuwing die wordt gegeven terwijl er in werkelijkheid niets aan de hand is.
spookmeldingen	=	spookmelding
spookmeldinkje	=	spookmelding
spookmeldinkjes	=	spookmelding
spooknota	noun	rekening voor een niet gekocht of niet afgenomen product of dienst
spooknota's	=	spooknota
spooknotaatje	=	spooknota
spooknotaatjes	=	spooknota
spookorchis	noun	Epipogium aphyllum een orchidee van het geslacht Epipogium.
spookorchisje	=	spookorchis
spookorchisjes	=	spookorchis
spookorchissen	=	spookorchis
spookpand	noun	pand waarin niemand woont of werkt en vaak gebruikt worden voor criminele activiteiten
spookpanden	=	spookpand
spookpersoneel	noun	mensen die op de loonlijst van een bedrijf staan maar nooit op hun werk verschijnen
spookrijden	verb	op een snelweg met gescheiden weghelften op de verkeerde weghelft rijden (tegen het verkeer in)
spookrijder	noun	bestuurder die op een snelweg op de verkeerde weghelft rijdt
spookrijders	=	spookrijder
spookrijdertje	=	spookrijder
spookrijdertjes	=	spookrijder
spookschaaf	noun	een schaaf om bolle oppervlakken, stelen, stokken en houten wielspaken etc. glad te schaven.De schaaf heeft twee zijwaarts uitstekende handgrepen, de “zool” is minimaal.
spookschaafje	=	spookschaaf
spookschaafjes	=	spookschaaf
spookschaven	=	spookschaaf
spookscheepje	=	spookschip
spookscheepjes	=	spookschip
spookschepen	=	spookschip
spookschip	noun	een legendarisch schip dat zonder bemanning eeuwig blijft rondvaren
spookschrijver	noun	iemand die voor iemand anders teksten schrijft terwijl die ander doorgaat voor de auteur
spookschrijvers	=	spookschrijver
spooksein	noun	een sein dat door lokale omstandigheden aangezien wordt voor een ander stand dan die werkelijk heeft.
spookseinen	=	spooksein
spookseintje	=	spooksein
spookseintjes	=	spooksein
spooksel	noun	spook, spookverschijnsel
spooksels	=	spooksel
spookslot	noun	burcht of kasteel waarin het zou spoken
spooksloten	=	spookslot
spookslotje	=	spookslot
spookslotjes	=	spookslot
spookstad	noun	verlaten stad waar niemand meer woont
spookstadje	=	spookstad
spookstadjes	=	spookstad
spooksteden	=	spookstad
spookstudent	noun	een student die staat ingeschreven bij een instelling voor hoger onderwijs, maar niet (meer) komt opdagen
spookstudenten	=	spookstudent
spookstudentje	=	spookstudent
spookstudentjes	=	spookstudent
spookt	=	spoken
spookte	=	spoken
spookten	=	spoken
spooktrein	noun	een op hol geslagen trein die rijdt zonder machinist
spooktreinen	=	spooktrein
spooktreintje	=	spooktrein
spookuitkering	noun	uitkering die verstrekt wordt aan een persoon die niet in de gemeentelijke basisadministratie voorkomt; uitkering aan een spookburger
spookuitkeringen	=	spookuitkering
spookuren	=	spookuur
spookuur	noun	het uur na middernacht (wanneer het zou spoken), middernachtelijk uur
spookveiling	noun	een veiling waarbij een computer het hoogste bod doet waardoor niemand de veilig wint
spookveilingen	=	spookveiling
spookverhaal	noun	een verhaal over spoken of het bovennatuurlijke, om mensen te laten griezelen
spookverhaaltje	=	spookverhaal
spookverhaaltjes	=	spookverhaal
spookverhalen	=	spookverhaal
spookverschijning	noun	een onwerkelijk, griezelig verschijnsel
spookverschijningen	=	spookverschijning
spookverschijninkje	=	spookverschijning
spookverschijninkjes	=	spookverschijning
spookvleermuis	noun	Diclidurus albus vleermuis uit de familie van de schedestaartvleermuizen (Emballonuridae).
spookvleermuisje	=	spookvleermuis
spookvleermuisjes	=	spookvleermuis
spookvleermuizen	=	spookvleermuis
spookwapen	noun	vuurwapen waarvan de aanwezigheid of de herkomst niet is vast te stellen, bijvoorbeeld revolvers waarvan het serienummer onleesbaar is gemaakt of zelfgemaakte wapens uit kunststof die door een metaaldetector niet worden opgemerkt
spookwapens	=	spookwapen
spookwoning	noun	huis waarin niemand woont en/of ingeschreven staat en vaak gebruikt wordt voor criminele activiteiten
spookwoningen	=	spookwoning
spookwoninkje	=	spookwoning
spookwoninkjes	=	spookwoning
spookwoord	noun	een niet-bestaand woord dat desondanks in een woordenboek opgenomen is
spookwoorden	=	spookwoord
spookwoordje	=	spookwoord
spookwoordjes	=	spookwoord
spoom	noun	koud alcoholhoudend drankje dat vaak als tussengerecht wordt opgediend
spooms	=	spoom
spoonerisme	noun	verspreking door verwisseling van klanken van verschillende woorden
spoonerismen	=	spoonerisme
spoonerismes	=	spoonerisme
spoor	noun	twee met elkaar verbonden ijzeren staven waarover een trein of tram rijdt
spoorbaan	noun	lange strook land gereedgemaakt voor treinverkeer middels spoorstaven
spoorbaantje	=	spoorbaan
spoorbaantjes	=	spoorbaan
spoorbaas	noun	directeur van een spoorwegbedrijf
spoorbanen	=	spoorbaan
spoorbazen	=	spoorbaas
spoorbedrijf	noun	organisatie die een spoorweg exploiteert
spoorbedrijfje	=	spoorbedrijf
spoorbedrijfjes	=	spoorbedrijf
spoorbedrijven	=	spoorbedrijf
spoorbeheerder	noun	een onderneming die verantwoordelijk is voor het beheer van het railnetwerk
spoorbeheerders	=	spoorbeheerder
spoorbloem	noun	Centranthus ruber een plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
spoorbloemen	=	spoorbloem
spoorbloemetje	=	spoorbloem
spoorbloemetjes	=	spoorbloem
spoorbloempje	=	spoorbloem
spoorbloempjes	=	spoorbloem
spoorboek	noun	een overzicht met de dienstregeling van treinen, waarin de tijden van aankomst en vertrek staan
spoorboeken	=	spoorboek
spoorboekje	noun	overzicht met de dienstregeling van de treinen
spoorboekjes	=	spoorboekje
spoorbomen	=	spoorboom
spoorbond	noun	de vakbond van het spoor (de spoorwegen)
spoorbonden	=	spoorbond
spoorboom	noun	slagboom bij een gelijkvloerse bewaakte spoorwegovergang die het verkeer op de weg tegenhoudt
spoorboompje	=	spoorboom
spoorboompjes	=	spoorboom
spoorbreedte	noun	afstand tussen twee wielen van dezelfde as
spoorbreedten	=	spoorbreedte
spoorbreedtes	=	spoorbreedte
spoorbrug	noun	een extra sterke brug waar een spoorweg over een verkeersweg, een andere spoorweg of een waterweg heen gaat
spoorbruggen	=	spoorbrug
spoorbruggetje	=	spoorbrug
spoorbruggetjes	=	spoorbrug
spoorbrugje	=	spoorbrug
spoorbrugjes	=	spoorbrug
spoorde	=	sporen
spoorden	=	sporen
spoordijk	noun	een dijk waar een spoorbaan overheen gaat
spoordijken	=	spoordijk
spoordijkje	=	spoordijk
spoordijkjes	=	spoordijk
spoorelement	noun	chemisch element dat slechts in zeer kleine hoeveelheden in voedsel voorkomt maar wel essentieel is voor een goede groei en functie van een organisme
spoorelementen	=	spoorelement
spoorelementje	=	spoorelement
spoorelementjes	=	spoorelement
spoorfiets	noun	klein railvoertuig dat wordt gebruikt voor inspectieritten
spoorfietsen	=	spoorfiets
spoorfietsje	=	spoorfiets
spoorfietsjes	=	spoorfiets
spoorkaartje	noun	een vervoerbewijs voor het reizen met de trein dat aangeeft dat men voor de treinreis (en in sommige gevallen voor een specifieke stoel) betaald heeft
spoorkaartjes	=	spoorkaartje
spoorkoekoek	noun	een vogel uit het geslacht Centropus en de familie koekoeken (Cuculidae).
spoorkoekoeken	noun	Centropus een geslacht van vogels uit de familie koekoeken (Cuculidae).
spoorkoekoekje	=	spoorkoekoek
spoorkoekoekjes	=	spoorkoekoek
spoorlieden	=	spoorman
spoorlijn	noun	een weg, bestaande uit één of meer sporen.
spoorlijnen	=	spoorlijn
spoorlijntje	=	spoorlijn
spoorlijntjes	=	spoorlijn
spoorloos	adj	verdwenen zonder aanwijzing van waarnaartoe
spoorlooste	=	spoorloos
spoorlopen	verb	lopen tussen de treinrails
spoorlopende	=	spoorlopen
spoorloze	=	spoorloos
spoorlozer	=	spoorloos
spoorlozere	=	spoorloos
spoorlozers	=	spoorloos
spoorlui	=	spoorman
spoormaker	noun	bedrijf dat spoorwegen aanlegt
spoormakers	=	spoormaker
spoorman	noun	iemand die bij de spoorwegen werkt
spoormannen	=	spoorman
spoormannetje	=	spoorman
spoormannetjes	=	spoorman
spoormedewerker	noun	iemand die bij een organisatie werkt die zich bezig houdt met het onderhoud van de spoorwegen over het vervoer over het spoor
spoormedewerkers	=	spoormedewerker
spoormedewerkertje	=	spoormedewerker
spoormedewerkertjes	=	spoormedewerker
spoornet	noun	verzameling onderling samenhangende spoorwegen
spoornetten	=	spoornet
spoornetwerk	noun	het totaal aan aan infrastructuur van de spoorwegen dat een groot netwerk vormt
spoornetwerken	=	spoornetwerk
spoornetwerkje	=	spoornetwerk
spoornetwerkjes	=	spoornetwerk
spooronderhoud	noun	alle handelingen die nodig zijn om (tram)(trein)rails in een goede conditie te houden
spoorovergang	noun	kruising tussen een verkeersweg en een spoorweg
spoorovergangen	=	spoorovergang
spoorrail	noun	een stalen staaf waarover de wielen van een spoorvoertuig rijden
spoorrails	=	spoorrail
spoorrailtje	=	spoorrail
spoorrijtuig	noun	wagon in een personentrein
spoorrijtuigen	=	spoorrijtuig
spoorslags	adv	heel snel
spoorspatting	noun	het door hitte uitzetten en kromtrekken van spoorrails
spoorspattingen	=	spoorspatting
spoorspinnen	noun	Miturgidae een familie van spinnen
spoorstaaf	noun	een stalen staaf met een gladde bovenkant, waarover een railvoertuig met stalen wielbanden kan rijden
spoorstaafje	=	spoorstaaf
spoorstaafjes	=	spoorstaaf
spoorstaking	noun	staking van spoorwegpersoneel bij het bedrijf van de spoorwegen
spoorstakingen	=	spoorstaking
spoorstakinkje	=	spoorstaking
spoorstakinkjes	=	spoorstaking
spoorstang	noun	stang die de stuurgewrichten van linker- en rechterwiel van een voertuig zodanig koppelt dat de wielen goed sporen
spoorstangen	=	spoorstang
spoorstangetje	=	spoorstang
spoorstangetjes	=	spoorstang
spoorstation	noun	een plaats waar treinen stoppen en vertrekken en de reizigers kunnen in-, uit- of overstappen en/of goederen kunnen worden verladen
spoorstations	=	spoorstation
spoorstaven	=	spoorstaaf
spoorstudent	noun	student die niet in de stad van zijn studie woont maar er geregeld heen reist voor 't bezoeken van colleges en/of practica
spoorstudenten	=	spoorstudent
spoorstudentje	=	spoorstudent
spoorstudentjes	=	spoorstudent
spoort	=	sporen
spoortje	=	spoor
spoortjes	=	spoor
spoortracé	noun	verloop van een (deel van een) spoorweg
spoortracés	=	spoortracé
spoortunnel	noun	tunnel voor het treinverkeer
spoortunnels	=	spoortunnel
spoortunneltje	=	spoortunnel
spoortunneltjes	=	spoortunnel
spoorvast	adj	in het spoor blijvend
spoorvaste	=	spoorvast
spoorvaster	=	spoorvast
spoorvastere	=	spoorvast
spoorverbinding	noun	iets wat spoorverkeer tussen twee plaatsen mogelijk maakt
spoorverbindingen	=	spoorverbinding
spoorverbindinkje	=	spoorverbinding
spoorverbindinkjes	=	spoorverbinding
spoorverkeer	noun	al het vervoer dat over een spoorweg gaan
spoorvervoer	noun	vervoer per trein
spoorviaduct	noun	een verkeersbrug met daarop een spoorlijn die over iets heen voert.
spoorviaducten	=	spoorviaduct
spoorviaductje	=	spoorviaduct
spoorviaductjes	=	spoorviaduct
spoorvoertuig	noun	een voertuig bestemd om over spoor- of tramrails te worden voortbewogen: trein, tram, metro
spoorvoertuigen	=	spoorvoertuig
spoorvoertuigje	=	spoorvoertuig
spoorvoertuigjes	=	spoorvoertuig
spoorwachter	noun	iemand die bij een spoorwegovergang ervoor zorgde dat de spoorbomen op tijd open- en dichtgingen
spoorwachters	=	spoorwachter
spoorwachtertje	=	spoorwachter
spoorwachtertjes	=	spoorwachter
spoorwagon	noun	een wagen zonder motor die over een rails voortbewogen kan worden
spoorwagons	=	spoorwagon
spoorweg	noun	pad dat middels de aanleg van rails en bielzen geschikt gemaakt is voor treinvervoer
spoorwegarbeider	noun	iemand die een lage functie heeft bij de spoorwegen
spoorwegarbeiders	=	spoorwegarbeider
spoorwegbedding	noun	onderdeel van de spoorinfrastructuur waarop het ballastbed wordt aangelegd.
spoorwegbeddingen	=	spoorwegbedding
spoorwegbeddinkje	=	spoorwegbedding
spoorwegbeddinkjes	=	spoorwegbedding
spoorwegbouwer	noun	iemand de betrokken is bij de bouw van spoorwegen
spoorwegbouwers	=	spoorwegbouwer
spoorwegcatering	noun	de catering verzorgd op plaatsen waar de aanleg of het onderhoud van spoorwegen plaatsvindt
spoorwegemplacement	noun	groep parallellopende spoorwegen waarop treinen geparkeerd kunnen worden
spoorwegemplacementen	=	spoorwegemplacement
spoorwegen	noun	bedrijf dat meerdere treinverbindingen exploiteert
spoorweggeschiedenis	noun	het verleden van de spoorwegen en de spoorwegmaatschappijen
spoorweggeschiedenissen	=	spoorweggeschiedenis
spoorweggetje	=	spoorweg
spoorweggetjes	=	spoorweg
spoorweginsnijding	noun	een bouwkundige constructie waarbij een spoorlijn door een heuvel, duin of hoger gelegen terrein is aangelegd.
spoorweginsnijdingen	=	spoorweginsnijding
spoorweginsnijdinkje	=	spoorweginsnijding
spoorweginsnijdinkjes	=	spoorweginsnijding
spoorwegje	=	spoorweg
spoorwegjes	=	spoorweg
spoorwegknooppunt	noun	knooppunt van spoorwegen
spoorwegknooppunten	=	spoorwegknooppunt
spoorwegknooppuntje	=	spoorwegknooppunt
spoorwegknooppuntjes	=	spoorwegknooppunt
spoorweglieden	=	spoorwegman
spoorweglui	=	spoorwegman
spoorwegmaatschappij	noun	een maatschappij die een spoorweg gebruikt voor vervoersdoeleinden
spoorwegmaatschappijen	=	spoorwegmaatschappij
spoorwegmaatschappijtje	=	spoorwegmaatschappij
spoorwegmaatschappijtjes	=	spoorwegmaatschappij
spoorwegman	noun	iemand die werk bij een spoorwegbedrijf
spoorwegmannen	=	spoorwegman
spoorwegmannetje	=	spoorwegman
spoorwegmannetjes	=	spoorwegman
spoorwegnet	noun	stelsel van met elkaar verbonden spoorwegen
spoorwegnetje	=	spoorwegnet
spoorwegnetjes	=	spoorwegnet
spoorwegnetten	=	spoorwegnet
spoorwegonderneming	noun	een bedrijf dat reizigers en/of goederen vervoert per spoor
spoorwegondernemingen	=	spoorwegonderneming
spoorwegonderneminkje	=	spoorwegonderneming
spoorwegonderneminkjes	=	spoorwegonderneming
spoorwegongeluk	noun	een ongeval op het spoor waarbij minstens één trein is betrokken, zoals een botsing tussen treinen, een ontsporing of een aanrijding op een overweg
spoorwegongelukje	=	spoorwegongeluk
spoorwegongelukjes	=	spoorwegongeluk
spoorwegongelukken	=	spoorwegongeluk
spoorwegongeval	noun	een ongeval op het spoor waarbij minstens één trein is betrokken, zoals een botsing tussen treinen, een ontsporing of een aanrijding op een overweg
spoorwegongevallen	=	spoorwegongeval
spoorwegongevalletje	=	spoorwegongeval
spoorwegongevalletjes	=	spoorwegongeval
spoorwegovergang	noun	een gelijkvloerse kruising tussen een verkeersweg en een spoorweg.
spoorwegovergangen	=	spoorwegovergang
spoorwegovergangetje	=	spoorwegovergang
spoorwegovergangetjes	=	spoorwegovergang
spoorwegpersoneel	noun	mensen die in dienst zijn van een spoorwegbedrijf
spoorwegpolitie	noun	een politiedienst die verantwoordelijk is voor het voorkomen en opsporen van strafbare feiten in treinen en op de stations
spoorwegrijtuig	noun	een niet-aangedreven railvoertuig, bestemd voor het vervoer van reizigers en/of post.
spoorwegrijtuigen	=	spoorwegrijtuig
spoorwegrijtuigje	=	spoorwegrijtuig
spoorwegrijtuigjes	=	spoorwegrijtuig
spoorwegstaking	noun	staking van spoorwegpersoneel
spoorwegstakingen	=	spoorwegstaking
spoorwegstakinkje	=	spoorwegstaking
spoorwegstakinkjes	=	spoorwegstaking
spoorwegstation	noun	een plaats waar treinen stoppen en de reizigers kunnen in-, uit- en overstappen en/of goederen kunnen worden verladen
spoorwegstationnetje	=	spoorwegstation
spoorwegstationnetjes	=	spoorwegstation
spoorwegstations	=	spoorwegstation
spoorwegtracé	noun	verloop van een spoorweg
spoorwegtracés	=	spoorwegtracé
spoorwegtunnel	noun	tunnel waarmee een spoorweg onder een weg geleid wordt; tunnel voor een spoorweg
spoorwegtunnels	=	spoorwegtunnel
spoorwegtunneltje	=	spoorwegtunnel
spoorwegtunneltjes	=	spoorwegtunnel
spoorwegverbinding	noun	een fysieke verbinding tussen twee of meer plaatsen die specifiek is aangelegd voor vervoer per trein.
spoorwegverbindingen	=	spoorwegverbinding
spoorwegverbindinkje	=	spoorwegverbinding
spoorwegverbindinkjes	=	spoorwegverbinding
spoorwiekgans	noun	Plectropterus gambensis een vogel uit de familie Anatidae.
spoorwiekgansje	=	spoorwiekgans
spoorwiekgansjes	=	spoorwiekgans
spoorwiekganzen	=	spoorwiekgans
spoorwijdte	noun	de afstand tussen de rails van een spoorweg
spoorwijdten	=	spoorwijdte
spoorwijdtes	=	spoorwijdte
spoorwijziging	noun	verandering van perron of spoor van een trein bij vertrek
spoorwijzigingen	=	spoorwijziging
spoorwijzigingetje	=	spoorwijziging
spoorwijzigingetjes	=	spoorwijziging
spoorzoek	=	spoorzoeken
spoorzoeken	verb	sporen volgen
spoorzoekend	=	spoorzoeken
spoorzoekende	=	spoorzoeken
spoorzoeker	noun	iemand die sporen kan lezen en volgen
spoorzoekers	=	spoorzoeker
spoorzoekertje	=	spoorzoeker
spoorzoekertjes	=	spoorzoeker
spoot	=	spuiten
sporadisch	adj	niet algemeen voorkomend, zeldzaam	adv	zelden voorkomend
sporadische	=	sporadisch
sporadischer	=	sporadisch
sporadischere	=	sporadisch
sporadischers	=	sporadisch
sporadischt	=	sporadisch
sporadischte	=	sporadisch
spore	noun	voortplantingscel bij enkele eencellige dieren en bij lagere planten
spore-element	noun	spoorelement
spore-elementen	=	spore-element
spore-elementje	=	spore-element
spore-elementjes	=	spore-element
sporee	noun	een belangrijk kenmerkend element in de mycologie voor het identificeren van paddenstoelen dat wordt gemaakt door de sporenproducerende oppervlakte op een donker en wit (of enkel wit) blad te plaatsen
sporees	=	sporee
sporeetje	=	sporee
sporeetjes	=	sporee
sporen	verb	met de trein reizen	noun	metalen punt of getand wieltje aan de hiel van de (rij)laars
sporend	=	sporen
sporende	=	sporen
sporendiertje	noun	eencellige parasiet uit de groep Apicomplexa, die worden gekenmerkt door een bestaan met ingewikkelde kringlopen waar verspreiding via voortplantingscellen een onderdeel van is
sporendiertjes	noun	#:▸ Tegenwoordig is bekend dat deze infectieziekte wordt veroorzaakt door sporendiertjes, Plasmodium, en dat de malariamug die overbrengt.
sporenelement	noun	chemisch element dat slechts in zeer kleine hoeveelheden in voedsel voorkomt maar wel essentieel is voor een goede groei en functie van een organisme
sporenelementen	=	sporenelement
sporenelementje	=	sporenelement
sporenelementjes	=	sporenelement
sporenhouder	noun	plantendeel dat de sporen bevat
sporenhouders	=	sporenhouder
sporenhoudertje	=	sporenhouder
sporenhoudertjes	=	sporenhouder
sporenkievietje	=	sporenkievit
sporenkievietjes	=	sporenkievit
sporenkievit	noun	Vanellus spinosus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae)
sporenkieviten	=	sporenkievit
sporenkievitje	=	sporenkievit
sporenkievitjes	=	sporenkievit
sporenkorst	noun	een geslacht Anisomeridium van paddenstoelen uit de familie Monoblastiaceae.
sporenkorsten	=	sporenkorst
sporenkorstje	=	sporenkorst
sporenkorstjes	=	sporenkorst
sporenleeuwerik	noun	Heteromirafra ruddi een leeuwerik behorend tot het genus heteromirafra.
sporenleeuweriken	noun	een geslacht Heteromirafra van zangvogels uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
sporenleeuwerikje	=	sporenleeuwerik
sporenleeuwerikjes	=	sporenleeuwerik
sporenonderzoek	noun	dat deel van een onderzoek naar een misdaad dat gericht is op het vinden van sporen van de dader; forensisch onderzoek
sporenonderzoeken	=	sporenonderzoek
sporenplant	noun	plant die zich door sporen voortplant
sporenplanten	=	sporenplant
sporenplantje	=	sporenplant
sporenplantjes	=	sporenplant
sporenschildpad	noun	Centrochelys sulcata een grote landschildpad en enige soort uit het monotypische geslacht Centrochelys.
sporenschildpadden	=	sporenschildpad
sporenschildpadje	=	sporenschildpad
sporenschildpadjes	=	sporenschildpad
sporenvrucht	noun	orgaan waarbinnen de sporenhuisjes liggen
sporenvruchten	=	sporenvrucht
sporenvruchtje	=	sporenvrucht
sporenvruchtjes	=	sporenvrucht
sporenzakje	noun	een sporendragend doosje
sporenzakjes	=	sporenzakje
sporetje	=	spore
sporetjes	=	spore
spork	noun	hybride stuk bestek dat de functies van een lepel en een vork combineert
sporkebomen	=	sporkeboom
sporkeboom	noun	bepaald soort loofboom, Frangula alnus, die inheems is in de Benelux, tot 7 meter hoog kan worden en behoort tot de wegedoornfamilie (Rhamnaceae)
sporkeboompje	=	sporkeboom
sporkeboompjes	=	sporkeboom
sporkehout	noun	bepaald soort loofboom, Frangula alnus, die inheems is in de Benelux, tot 7 meter hoog kan worden en behoort tot de wegedoornfamilie (Rhamnaceae)
sporkehoutspanner	noun	Philereme vetulata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
sporkehoutspanners	=	sporkehoutspanner
sporkehoutspannertje	=	sporkehoutspanner
sporkehoutspannertjes	=	sporkehoutspanner
sporkehoutzandbij	noun	Andrena fulvida een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
sporkehoutzandbijen	=	sporkehoutzandbij
sporkehoutzandbijtje	=	sporkehoutzandbij
sporkehoutzandbijtjes	=	sporkehoutzandbij
sporkje	=	spork
sporkjes	=	spork
sporks	=	spork
spornoseksueel	noun	seksueel aantrekkelijke sporter	adj	van een sporter die ook een seksobject wil zijn
spornoseksueels	=	spornoseksueel
spornoseksueelst	=	spornoseksueel
spornoseksueelste	=	spornoseksueel
spornoseksuele	=	spornoseksueel
spornoseksuelen	=	spornoseksueel
spornoseksueler	=	spornoseksueel
spornoseksuelere	=	spornoseksueel
spornoseksuelers	=	spornoseksueel
sporofiet	=	sporofyt
sporofyt	noun	een generatie in de levenscyclus van een eukaryoot organisme dat sporen vormt
sporofyten	=	sporofyt
sporrelde	=	sporrelen
sporrelen	verb	tegenspartelen, tegensputteren
sport	noun	lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn
sportaanbod	noun	geheel aan beschikbare mogelijkheden om te sporten
sportacademie	noun	opleidingsschool voor sportinstructeurs
sportacademies	=	sportacademie
sportacademiën	=	sportacademie
sportactiviteit	noun	georganiseerde gelegenheid tot lichaamsbeweging als ontspanning
sportactiviteiten	=	sportactiviteit
sportactiviteitje	=	sportactiviteit
sportactiviteitjes	=	sportactiviteit
sportakkoord	noun	afspraak tussen overheden en soms ook sportorganisaties over wat zij zullen doen om gezamenlijke doelstellingen te bereiken op het gebied van lichaamsbeweging als vermaak
sportakkoorden	=	sportakkoord
sportartikel	noun	een voorwerp, kledingstuk of uitrusting dat gebruikt wordt voor sportbeoefening
sportartikelen	=	sportartikel
sportartikels	=	sportartikel
sportartikeltje	=	sportartikel
sportartikeltjes	=	sportartikel
sportarts	noun	arts die sporters begeleidt en behandelt
sportartsen	=	sportarts
sportauto	noun	een auto speciaal gemaakt om, de indruk te wekken, snel te kunnen rijden, sturen en te remmen.
sportauto's	=	sportauto
sportautootje	=	sportauto
sportautootjes	=	sportauto
sportbal	noun	verschillende soorten ballen die worden gebruikt bij het beoefenen van sporten of fitnessoefeningen
sportballen	=	sportbal
sportbeha	noun	BH die geschikt is om mee te sporten
sportbeha's	=	sportbeha
sportbehaatje	=	sportbeha
sportbehaatjes	=	sportbeha
sportbeoefening	noun	het doen van sport
sportbeoefeningen	=	sportbeoefening
sportbestuurder	noun	persoon die leiding geeft aan een sportclub of sportorganisatie
sportbestuurders	=	sportbestuurder
sportbeweging	noun	organisatie van de sport; sport als maatschappelijk fenomeen
sportbewegingen	=	sportbeweging
sportbeweginkje	=	sportbeweging
sportbeweginkjes	=	sportbeweging
sportblaadje	=	sportblad
sportblaadjes	=	sportblad
sportblad	noun	krant of tijdschrift dat publiceert over sportonderwerpen
sportbladen	=	sportblad
sportblessure	noun	blessure
sportblessuren	=	sportblessure
sportblessures	=	sportblessure
sportblessuretje	=	sportblessure
sportblessuretjes	=	sportblessure
sportboek	noun	een boek waarin een bepaald onderdeel van de sport wordt uitgelicht.
sportboeken	=	sportboek
sportboekje	=	sportboek
sportboekjes	=	sportboek
sportbond	noun	een bond waar verschillende sportclubs lid van zijn (en dus niet de individuele sporters)
sportbonden	=	sportbond
sportbroek	noun	broek speciaal gemaakt voor sporters
sportbroeken	=	sportbroek
sportbroekje	=	sportbroek
sportbroekjes	=	sportbroek
sportbubbel	noun	een vaste groep mensen met wie men tijdens de lockdown mag sporten
sportbubbels	=	sportbubbel
sportcarrière	noun	de loopbaan van iemand als sporter
sportcarrières	=	sportcarrière
sportcentra	=	sportcentrum
sportcentrum	noun	een plaats waar men een of meer sporten kan beoefenen
sportcentrumpje	=	sportcentrum
sportcentrumpjes	=	sportcentrum
sportcentrums	=	sportcentrum
sportclub	noun	vereniging tot beoefening van sport.
sportclubje	=	sportclub
sportclubjes	=	sportclub
sportclubs	=	sportclub
sportcomiteetje	=	sportcomité
sportcomiteetjes	=	sportcomité
sportcomité	noun	groep mensen die sportevenementen organiseert
sportcomités	=	sportcomité
sportcommissaris	noun	iemand die de leiding heeft bij belangrijke wedstrijden
sportcommissarissen	=	sportcommissaris
sportcomplex	noun	geheel van terreinen, gebouwen en voorzieningen voor verschillende takken van sport.
sportcomplexen	=	sportcomplex
sportcomplexje	=	sportcomplex
sportcomplexjes	=	sportcomplex
sportcoupeetje	=	sportcoupé
sportcoupeetjes	=	sportcoupé
sportcoupé	noun	snelle tweedeurs sportwagen met een aflopende achterkant
sportcoupés	=	sportcoupé
sportculturen	=	sportcultuur
sportcultuur	noun	de manier van doen zoals die gebruikelijk is in de sport
sportcultuurtje	=	sportcultuur
sportcultuurtjes	=	sportcultuur
sportdag	noun	Een dag waarop de normale werkzaamheden niet worden verricht maar gesport wordt door personeel of leerlingen vaak ook bedoeld voor het maken van informele contacten.
sportdagen	=	sportdag
sportdagje	=	sportdag
sportdagjes	=	sportdag
sportdeelname	noun	het meedoen aan sport
sportdeelnames	=	sportdeelname
sportdirecteur	noun	binnen een organisatie de hoogste leidinggevende voor lichamelijke activiteiten als vermaak
sportdirecteuren	=	sportdirecteur
sportdirecteurs	=	sportdirecteur
sportdocent	noun	professional die lesgeeft in sport en bewegen aan kinderen of jongeren, zowel op scholen (als gymdocent of leraar lichamelijke opvoeding) als daarbuiten (bijvoorbeeld als trainer of buurtsportcoach)
sportdocenten	=	sportdocent
sportdocentje	=	sportdocent
sportdocentjes	=	sportdocent
sportdocumentaire	noun	documentaire over een sportgerelateerd onderwerp
sportdocumentaires	=	sportdocumentaire
sportdrank	noun	drank die men na het sporten drinkt om snel water en mineralen aan te vullen.
sportdranken	=	sportdrank
sportdrankje	=	sportdrank
sportdrankjes	=	sportdrank
sporte	=	sporten
sporten	verb	aan sport doen
sportend	=	sporten
sportende	=	sporten
sporter	noun	beoefenaar van een sport
sporters	=	sporter
sportertje	=	sporter
sportertjes	=	sporter
sportevenement	noun	georganiseerde sport gebeurtenis
sportevenementen	=	sportevenement
sportevenementje	=	sportevenement
sportevenementjes	=	sportevenement
sportfan	noun	iemand die graag naar sport kijkt
sportfanaat	noun	iemand die heel veel doet aan lichaamsbeweging
sportfanaten	=	sportfanaat
sportfans	=	sportfan
sportfeest	noun	een feestelijk sportevenement, waarbij het samenkomen voor sportieve recreatie en plezier centraal staat
sportfeesten	=	sportfeest
sportfeestje	=	sportfeest
sportfeestjes	=	sportfeest
sportfiets	noun	lichte, sportieve fiets
sportfietsen	=	sportfiets
sportfietsje	=	sportfiets
sportfietsjes	=	sportfiets
sportfluencer	noun	iemand die bekend is als sporter en sociale media gebruikt om daarmee verband houdende activiteiten en producten aan te prijzen
sportfluencers	=	sportfluencer
sportfunctie	noun	gebouw of terrein die de gebruikersfunctie heeft om gebruikt te worden voor sport
sportfuncties	=	sportfunctie
sportfysiotherapeut	noun	fysiotherapeut die (geblesseerde) sporters behandelt
sportfysiotherapeuten	=	sportfysiotherapeut
sportgebied	noun	terrein dat geschikt is voor het uitoefenen van een bepaalde sport
sportgebieden	=	sportgebied
sportgebiedje	=	sportgebied
sportgebiedjes	=	sportgebied
sportgeneeskunde	noun	tak van de geneeskunde die zich met sport bezighoudt.
sportgeschiedenis	noun	de historie van de sport
sportgeschiedenissen	=	sportgeschiedenis
sporthal	noun	Zeer grote verdekte sportaccommodatie bijvoorbeeld voor tennis.
sporthallen	=	sporthal
sporthalletje	=	sporthal
sporthalletjes	=	sporthal
sportheld	noun	iemand die een geweldige sportprestatie heeft geleverd
sporthelden	=	sportheld
sportheldje	=	sportheld
sportheldjes	=	sportheld
sporthemd	noun	gekleurd hemd met liggende vaste boord.
sporthemden	=	sporthemd
sporthemdje	=	sporthemd
sporthemdjes	=	sporthemd
sporthistorici	=	sporthistoricus
sporthistoricus	noun	deskundige op het gebeid van de geschiedenis van de sport
sporthistorie	noun	de geschiedenis van de sport
sporthistories	=	sporthistorie
sporthistorietje	=	sporthistorie
sporthistorietjes	=	sporthistorie
sporthistorieën	=	sporthistorie
sportief	adj	een ruime plaats inruimend voor het bedrijven van sport
sportiefs	=	sportief
sportiefst	=	sportief
sportiefste	=	sportief
sportieve	=	sportief
sportieveling	noun	iemand die heel sportief is
sportievelingen	=	sportieveling
sportievelingetje	=	sportieveling
sportievelingetjes	=	sportieveling
sportiever	=	sportief
sportievere	=	sportief
sportievers	=	sportief
sportificering	noun	een activiteit omvormen tot een sport
sportificeringen	=	sportificering
sportinstructeur	noun	persoon die mensen leert hoe men een bepaalde sport moet beoefenen; persoon die mensen traint in een sport
sportinstructeurs	=	sportinstructeur
sportisering	noun	ontwikkeling waarbij wedstrijden als traditioneel volksvermaak veranderen in georganiseerde vrijetijdsbesteding
sportiviteit	noun	het naleven van de geschreven en de ongeschreven regels die bij een sport horen
sportiviteiten	=	sportiviteit
sportjaar	noun	periode van 12 opeenvolgende maanden waarbinnen sportevenementen plaatsvinden
sportjaartje	=	sportjaar
sportjaartjes	=	sportjaar
sportjaren	=	sportjaar
sportjas	noun	jas die men tijdens en na het sporten draagt
sportjasje	=	sportjas
sportjasjes	=	sportjas
sportjassen	=	sportjas
sportje	=	sport
sportjes	=	sport
sportjournalist	noun	een verslaggever die nieuws brengt over sportwedstrijden en aan sport gerelateerde onderwerpen
sportjournalisten	=	sportjournalist
sportjournalistiek	noun	het verslag doen van actuele sportgebeurtenissen
sportjournalistieke	=	sportjournalistiek
sportjournalistieks	=	sportjournalistiek
sportjournalistje	=	sportjournalist
sportjournalistjes	=	sportjournalist
sportkamp	noun	vakantieverblijf voor een groep kinderen waar vooral veel gedaan wordt aan sport
sportkampen	=	sportkamp
sportkanaal	noun	radio- of televisiekanaal dat uitsluitend sport uitzendt
sportkanaaltje	=	sportkanaal
sportkanaaltjes	=	sportkanaal
sportkanalen	=	sportkanaal
sportkantine	noun	Een groot deel van de begroting van de sportclub werd gedekt door de inkomsten van de sportkantine.
sportkantines	=	sportkantine
sportkeuring	noun	medisch onderzoek om te zien of een bepaald iemand geschikt is voor het uitoefenen van een bepaalde sport
sportkeuringen	=	sportkeuring
sportklas	noun	groep leerlingen met een lesprogramma waarin naar verhouding veel lichaamsbeweging is opgenomen In Nederland gaat het om een lesprogramma voor het hele jaar, vaak gericht op leerlingen die een loopbaan in de sport nastreven; in België gaat het om een periode van enkele dagen waarin lichamelijke opvoeding wordt gegeven in een sportaccommodatie.
sportklasje	=	sportklas
sportklasjes	=	sportklas
sportklassen	=	sportklas
sportklederen	=	sportkleed
sportkleding	noun	kleding die speciaal geschikt is om in de sporten
sportkleed	noun	kleding die geschikt is voor het sporten
sportkleren	=	sportkleed
sportkoepel	noun	een organisatie die overkoepelend meerdere sportorganisaties vertegenwoordigt
sportkoepels	=	sportkoepel
sportkous	noun	lange kniekousen die vooral bij het beoefenen van sport worden gebruikt
sportkousen	=	sportkous
sportkousje	=	sportkous
sportkousjes	=	sportkous
sportleerkracht	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin gesport wordt en de kinderen kennismaken met sporten
sportleerkrachten	=	sportleerkracht
sportleerkrachtje	=	sportleerkracht
sportleerkrachtjes	=	sportleerkracht
sportleider	noun	begeleider van sportieve activiteiten
sportleiders	=	sportleider
sportleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin gesport wordt en de kinderen kennismaken met sporten.
sportleraars	=	sportleraar
sportleraartje	=	sportleraar
sportleraartjes	=	sportleraar
sportleraren	=	sportleraar
sportlerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin gesport wordt en de kinderen kennismaken met sporten.
sportleraresje	=	sportlerares
sportleraresjes	=	sportlerares
sportleraressen	=	sportlerares
sportles	noun	een schoolvak waarin gesport wordt en de kinderen kennismaken met sporten.
sportlesje	=	sportles
sportlesjes	=	sportles
sportlessen	=	sportles
sportletsel	noun	beschadigingen aan het lichaam die ontstaan zijn door het sporten
sportletsels	=	sportletsel
sportlieden	=	sportman
sportliefhebber	noun	persoon die graag naar sportwedstrijden kijkt
sportliefhebbers	=	sportliefhebber
sportliefhebbertje	=	sportliefhebber
sportliefhebbertjes	=	sportliefhebber
sportlievend	adj	van een persoon dat deze een grote voorliefde, passie of interesse heeft voor sport en beweging in het algemeen
sportlievende	=	sportlievend
sportlievender	=	sportlievend
sportlievendere	=	sportlievend
sportlievenders	=	sportlievend
sportlievends	=	sportlievend
sportlievendst	=	sportlievend
sportlievendste	=	sportlievend
sportlokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin gesport wordt en de kinderen kennismaken met sporten.
sportlokaaltje	=	sportlokaal
sportlokaaltjes	=	sportlokaal
sportlokalen	=	sportlokaal
sportloopbaan	noun	het beloop van iemands leven als sporter
sportloopbanen	=	sportloopbaan
sportlui	=	sportman
sportmakelaar	noun	tussenpersoon die voor professionele sportlieden tegen betaling contractuele besprekingen voert
sportmakelaars	=	sportmakelaar
sportmakelaartje	=	sportmakelaar
sportmakelaartjes	=	sportmakelaar
sportmakelaren	=	sportmakelaar
sportmakker	noun	vriend waarmee men samen een sport beoefent
sportmakkers	=	sportmakker
sportmakkertje	=	sportmakker
sportmakkertjes	=	sportmakker
sportman	noun	iemand die zich toelegt op het bedrijven van sport
sportmannen	=	sportman
sportmannetje	=	sportman
sportmannetjes	=	sportman
sportmedisch	adj	betreft alles wat te maken heeft met de medische begeleiding, preventie, diagnostiek en behandeling van blessures en gezondheidsklachten bij sporters
sportmedische	=	sportmedisch
sportmedischer	=	sportmedisch
sportmedischere	=	sportmedisch
sportmedischers	=	sportmedisch
sportmens	noun	iemand wiens leven voor een belangrijk deel in het teken van de sport staat
sportmensen	=	sportmens
sportmensje	=	sportmens
sportmensjes	=	sportmens
sportminnend	adj	van een persoon dat deze een grote voorliefde, passie of interesse heeft voor sport en beweging in het algemeen
sportminnende	=	sportminnend
sportminnender	=	sportminnend
sportminnendere	=	sportminnend
sportminnenders	=	sportminnend
sportminnends	=	sportminnend
sportminnendst	=	sportminnend
sportminnendste	=	sportminnend
sportmogelijkheden	=	sportmogelijkheid
sportmogelijkheid	noun	het kunnen beoefenen van een sport
sportnet	noun	televisie of radiozender met voornamelijk sportprogramma's
sportnetten	=	sportnet
sportnieuws	noun	een uitzending of publicatie die gaat over de actuele ontwikkelingen in de sport
sportonderwijs	noun	het onderwijs in het vak sport.
sportongeluk	noun	onverwachte gebeurtenis tijdens het sporten die leidt tot lichamelijk letsel
sportongelukje	=	sportongeluk
sportongelukjes	=	sportongeluk
sportongelukken	=	sportongeluk
sportongeval	noun	onverwachte gebeurtenis tijdens het sporten die leidt tot lichamelijk letsel
sportongevallen	=	sportongeval
sportongevalletje	=	sportongeval
sportongevalletjes	=	sportongeval
sportopleiding	noun	een mbo- of hbo-studie die studenten voorbereidt op een beroep in de sport-, recreatie- of gezondheidssector, gericht op het begeleiden, organiseren en coachen van sportactiviteiten.
sportopleidingen	=	sportopleiding
sportopleidinkje	=	sportopleiding
sportopleidinkjes	=	sportopleiding
sportorganisatie	noun	een sportorganisatie is een overkoepelende organisatie van sportverenigingen en sportclubs.
sportorganisaties	=	sportorganisatie
sportorganisatietje	=	sportorganisatie
sportorganisatietjes	=	sportorganisatie
sportpagina	noun	een pagina in een krant met artikelen over sport en sportwedstrijden
sportpagina's	=	sportpagina
sportpak	noun	een set sportkleding bestaande uit een bijpassende jas en broek die gedragen wordt tijdens het sporten of als vrijetijdskleding
sportpakje	=	sportpak
sportpakjes	=	sportpak
sportpakken	=	sportpak
sportpark	noun	geheel van terreinen, gebouwen en voorzieningen voor verschillende takken van sport, sportcomplex
sportparken	=	sportpark
sportparkje	=	sportpark
sportparkjes	=	sportpark
sportploeg	noun	groep samenwerkende sporters die samen aan een wedstrijd deelnemen
sportploegen	=	sportploeg
sportploegje	=	sportploeg
sportploegjes	=	sportploeg
sportpresentator	noun	een omroeper, verslaggever of journalist die sportnieuws en -informatie presenteert op televisie, radio of via online media
sportpresentatoren	=	sportpresentator
sportpresentators	=	sportpresentator
sportpresentatortje	=	sportpresentator
sportpresentatortjes	=	sportpresentator
sportprestatie	noun	een resultaat van sporten
sportprestaties	=	sportprestatie
sportprestatietje	=	sportprestatie
sportprestatietjes	=	sportprestatie
sportprogramma	noun	een programma over sport op de radio of televisie
sportprogramma's	=	sportprogramma
sportprogrammaatje	=	sportprogramma
sportprogrammaatjes	=	sportprogramma
sportpsychologen	=	sportpsycholoog
sportpsychologie	noun	tak van de psychologie, die de mentale aspecten van beweging bestudeert
sportpsycholoog	noun	persoon die een sporter mentaal weerbaarder maakt waardoor de sportprestaties kunnen verbeteren
sportraad	noun	adviesraad voor sportgerelateerde zaken
sportraadje	=	sportraad
sportraadjes	=	sportraad
sportraden	=	sportraad
sportrecord	noun	record op sportgebied
sportrecords	=	sportrecord
sportredacteur	noun	redacteur die de sportrubriek in een periodiek verzorgt
sportredacteuren	=	sportredacteur
sportredacteurs	=	sportredacteur
sportredacteurtje	=	sportredacteur
sportredacteurtjes	=	sportredacteur
sportredactie	noun	groep journalisten die schrijven en publiceren over sporters en sportevenementen
sportredacties	=	sportredactie
sportresultaat	noun	de uitslag bij een sportwedstrijd behaald
sportresultaatje	=	sportresultaat
sportresultaatjes	=	sportresultaat
sportresultaten	=	sportresultaat
sportrolstoel	noun	een rolstoel die gebruikt wordt om mee te sporten
sportrolstoelen	=	sportrolstoel
sportrolstoeltje	=	sportrolstoel
sportrolstoeltjes	=	sportrolstoel
sportschoen	noun	een schoen die speciaal is gemaakt voor het dragen tijdens sportactiviteiten
sportschoenen	=	sportschoen
sportschoentje	=	sportschoen
sportschoentjes	=	sportschoen
sportscholen	=	sportschool
sportschool	noun	instelling waar men conditie- en krachttraining kan doen
sportschoolhouder	noun	eigenaar van een fitnesscentrum
sportschoolhouders	=	sportschoolhouder
sportschoolhoudertje	=	sportschoolhouder
sportschoolhoudertjes	=	sportschoolhouder
sportschooltje	=	sportschool
sportschooltjes	=	sportschool
sportsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van sport
sportsectoren	=	sportsector
sportsectors	=	sportsector
sportseizoen	noun	deel van het jaar dat men een bepaade sport kan beoefenen
sportseizoenen	=	sportseizoen
sportseizoentje	=	sportseizoen
sportseizoentjes	=	sportseizoen
sportshirt	noun	een hemdachtig kledingstuk dat het bovenlijf bedekt en geschikt is om te dragen tijdens het sporten
sportshirtje	=	sportshirt
sportshirtjes	=	sportshirt
sportshirts	=	sportshirt
sportsok	noun	sok die je gebruikt bij sporten
sportsokje	=	sportsok
sportsokjes	=	sportsok
sportsokken	=	sportsok
sportsoort	noun	door gereglementeerde wedstrijden bepaalde vorm van lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep
sportsoorten	=	sportsoort
sportstadion	noun	een groot terrein of bouwwerk met een sportveld (meestal voor buitensporten) dat geheel of gedeeltelijk omgeven is door gelaagde tribunes of zitplaatsen voor toeschouwers
sportstadionnetje	=	sportstadion
sportstadionnetjes	=	sportstadion
sportstadions	=	sportstadion
sportster	noun	vrouw die als ontspanning of beroep bezig is met lichamelijke activiteiten die conditie en vaardigheid vereisen en een spel- of wedstrijdelement hebben
sportsterren	=	sportster
sportsterretje	=	sportster
sportsterretjes	=	sportster
sportsters	=	sportster
sportstertje	=	sportster
sportstertjes	=	sportster
sportstoel	noun	verkorting van sportrolstoel een rolstoel die gebruikt wordt om mee te sporten
sportstoelen	=	sportstoel
sportstoeltje	=	sportstoel
sportstoeltjes	=	sportstoel
sportsucces	noun	een goed resultaat bij het sporten behaald
sportsuccesje	=	sportsucces
sportsuccesjes	=	sportsucces
sportsuccessen	=	sportsucces
sportswashing	noun	imagoverbetering door de organisatie van een groot sportevenement
sporttaal	noun	de specifieke groepstaal (jargon) die gebruikt wordt door beoefenaars en liefhebbers van een bepaalde sport, bestaande uit unieke termen, uitdrukkingen en gezegden die de cultuur en activiteiten binnen die sport weerspiegelen
sporttaaltje	=	sporttaal
sporttaaltjes	=	sporttaal
sporttak	noun	deel van een organisatie dat zich richt op vrijetijdsbesteding in de vorm van lichaamsbeweging
sporttakje	=	sporttak
sporttakjes	=	sporttak
sporttakken	=	sporttak
sporttalen	=	sporttaal
sporttape	noun	pleisterachtig plakband waarvan men een stukje plakt op plaatsen waar men problemen verwacht
sporttapes	=	sporttape
sporttas	noun	tas voor het vervoer van zaken die nodig zijn voor het sporten
sporttasje	=	sporttas
sporttasjes	=	sporttas
sporttassen	=	sporttas
sportte	=	sporten
sportteam	noun	groep van mensen die samen een teamsport beoefenen
sportteams	=	sportteam
sporttechnisch	adj	betreffende de vaardigheden nodig voor het uitvoeren van een sport
sporttechnische	=	sporttechnisch
sporttechnischer	=	sporttechnisch
sporttechnischere	=	sporttechnisch
sporttechnischers	=	sporttechnisch
sportten	=	sporten
sporttenue	noun	geheel van kleding om een bepaalde vorm van lichaamsbeweging in te beoefenen
sporttenues	=	sporttenue
sportterrein	noun	terrein waar men een sport beoefenen kan
sportterreinen	=	sportterrein
sportterreintje	=	sportterrein
sportterreintjes	=	sportterrein
sporttoerisme	noun	reizen gemaakt om een sport te beoefenen of om bepaalde sportverrichtingen bij te wonen
sporttotalisator	noun	instantie die het gokken op de uitkomst van sportwedstrijden organiseert
sporttotalisatoren	=	sporttotalisator
sporttotalisators	=	sporttotalisator
sporttrui	noun	kledingstuk dat tijdens het sporten wordt gedragen, meestal gemaakt van licht en ademend materiaal
sporttruien	=	sporttrui
sporttruitje	=	sporttrui
sporttruitjes	=	sporttrui
sportuitrusting	noun	speciale kleiding die men draagt tijdens het sporten
sportuitrustingen	=	sportuitrusting
sportuitslag	noun	de resultaten bij een sportwedstrijd behaald
sportuitslagen	=	sportuitslag
sportuitzending	noun	is een programma op radio, televisie of internet dat volledig in het teken staat van sport.
sportuitzendingen	=	sportuitzending
sportuitzendinkje	=	sportuitzending
sportuitzendinkjes	=	sportuitzending
sportveld	noun	grasveld met doelpalen, grenslijnen e.d. waarop diverse sporten worden bedreven
sportvelden	=	sportveld
sportveldje	=	sportveld
sportveldjes	=	sportveld
sportvereniging	noun	een vereniging voor personen die gezamenlijk sport beoefenen
sportverenigingen	=	sportvereniging
sportverenigingetje	=	sportvereniging
sportverenigingetjes	=	sportvereniging
sportverslaggever	noun	Een sportjournalist is een journalist die zich specifiek richt op het onderwerp sport.
sportverslaggevers	=	sportverslaggever
sportverslaggeving	noun	het verslag doen van actuele sportgebeurtenissen en zaken die betrekking hebben op sport
sportverslaggevingen	=	sportverslaggeving
sportvis	noun	soorten vis die men graag probeert te vangen als hobby
sportvissen	verb	vangen van vis als hobby
sportvissend	=	sportvissen
sportvissende	=	sportvissen
sportvisser	noun	iemand die vist voor zijn hobby
sportvisserij	noun	alles wat te maken heeft met het vissen als vrijetijdsbesteding
sportvisserijen	=	sportvisserij
sportvissers	=	sportvisser
sportvissertje	=	sportvisser
sportvissertjes	=	sportvisser
sportvisvereniging	noun	lokale of regionale club van en voor vrijetijdsvissers.
sportvisverenigingen	=	sportvisvereniging
sportvisverenigingetje	=	sportvisvereniging
sportvisverenigingetjes	=	sportvisvereniging
sportvliegtuig	noun	licht vliegtuigje voor maximaal 4 personen dat gebruikt wordt voor vliegen voor hobbydoeleinden
sportvliegtuigen	=	sportvliegtuig
sportvliegtuigje	=	sportvliegtuig
sportvliegtuigjes	=	sportvliegtuig
sportvoeding	noun	specifiek samengestelde voeding en drank, ontworpen om sportprestaties te verbeteren, het uithoudingsvermogen te vergroten en het herstel na fysieke inspanning te versnellen.
sportvoedingen	=	sportvoeding
sportvoedinkje	=	sportvoeding
sportvoedinkjes	=	sportvoeding
sportvrouw	noun	vrouw die sport op een hoog niveau beoefent
sportvrouwen	=	sportvrouw
sportvrouwtje	=	sportvrouw
sportvrouwtjes	=	sportvrouw
sportwagen	noun	auto die gericht is op een sportieve rijstijl (snelle acceleratie, hoge topsnelheid).
sportwagenmerk	noun	de naam van het bedrijf dat sneller auto's maakt
sportwagenmerken	=	sportwagenmerk
sportwagens	=	sportwagen
sportwagentje	=	sportwagen
sportwagentjes	=	sportwagen
sportwedstrijd	noun	een wedstrijd waar er gekeken wordt wie er het beste is in een bepaalde sport
sportwedstrijden	=	sportwedstrijd
sportwedstrijdje	=	sportwedstrijd
sportwedstrijdjes	=	sportwedstrijd
sportweek	noun	week aan het einde van het schooljaar waarin de school sporten organiseert
sportweekje	=	sportweek
sportweekjes	=	sportweek
sportweken	=	sportweek
sportwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij sport
sportwerelden	=	sportwereld
sportwereldje	=	sportwereld
sportwereldjes	=	sportwereld
sportwet	noun	een wet die zaken de sportbeoefening betreffende regelt
sportwetenschap	noun	wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van sport en lichamelijke activiteit
sportwetenschappen	=	sportwetenschap
sportwetten	=	sportwet
sportzaak	noun	een winkel waar men sportbenodigdheden verkoopt
sportzaal	noun	zaal die voor het beoefenen van sport wordt gebruikt
sportzaaltje	=	sportzaal
sportzaaltjes	=	sportzaal
sportzak	noun	tas waarin men zijn sportspullen kan bewaren en vervoeren
sportzaken	=	sportzaak
sportzakken	=	sportzak
sportzalen	=	sportzaal
sportzender	noun	radio- of televisiezender die vooral sportreportages uitzendt
sportzenders	=	sportzender
sportzendertje	=	sportzender
sportzendertjes	=	sportzender
sportzomer	noun	een zomer vol met sportactiviteiten
sportzomers	=	sportzomer
spot	noun	de handeling van het spotten
spotachtig	adj	veel op spot lijkend
spotachtige	=	spotachtig
spotachtiger	=	spotachtig
spotachtigere	=	spotachtig
spotachtigers	=	spotachtig
spotachtigs	=	spotachtig
spotachtigst	=	spotachtig
spotachtigste	=	spotachtig
spotbeeld	noun	een door spot vertekend beeld van iemand of iets, een karikatuur
spotbeelden	=	spotbeeld
spotbeeldje	=	spotbeeld
spotbeeldjes	=	spotbeeld
spotcharter	noun	eenmalige charter
spotcharters	=	spotcharter
spotchartertje	=	spotcharter
spotchartertjes	=	spotcharter
spotdicht	noun	gedicht waarin iemand of iets bespot wordt
spotdichten	=	spotdicht
spotdichtje	=	spotdicht
spotdichtjes	=	spotdicht
spote	=	spuiten
spoten	=	spuiten
spotgeest	noun	iemand die de spot drijft met anderen
spotgeesten	=	spotgeest
spotgeestje	=	spotgeest
spotgeestjes	=	spotgeest
spotgoedkoop	adj	zeer goedkoop, vaak ook in de zin van te goedkoop
spotgoedkoops	=	spotgoedkoop
spotgoedkoopst	=	spotgoedkoop
spotgoedkoopste	=	spotgoedkoop
spotgoedkope	=	spotgoedkoop
spotgoedkoper	=	spotgoedkoop
spotgoedkopere	=	spotgoedkoop
spotgoedkopers	=	spotgoedkoop
spotje	=	spot
spotjes	=	spot
spotkoopje	noun	een aankoop voor een zeer lage prijs, zeer voordelige aankoop
spotkoopjes	=	spotkoopje
spotlach	noun	een lach waarmee men met iets of iemand de spot drijft
spotlache	=	spotlachen
spotlachen	verb	sarcastisch, spottend lachen
spotlachend	=	spotlachen
spotlachje	=	spotlach
spotlachjes	=	spotlach
spotlacht	=	spotlachen
spotlachte	=	spotlachen
spotlachten	=	spotlachen
spotleeuwerik	noun	Mirafra cheniana een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
spotleeuweriken	=	spotleeuwerik
spotleeuwerikje	=	spotleeuwerik
spotleeuwerikjes	=	spotleeuwerik
spotlicht	noun	een schijnwerper die bij een voorstelling wordt gebruikt om de artiesten uit te lichten
spotlichten	=	spotlicht
spotlichtje	=	spotlicht
spotlichtjes	=	spotlicht
spotlied	noun	lied met een satirische (vaak maatschappijkritische) inhoud
spotliederen	=	spotlied
spotliedje	=	spotlied
spotliedjes	=	spotlied
spotlight	noun	een lamp die een gericht licht laat schijnen op één optredend persoon
spotlights	=	spotlight
spotlijster	noun	Mimus polyglottos een zangvogel uit de familie spotlijsters (Mimidae).
spotlijsters	noun	Mimidae een familie van zangvogels die in Noord-Amerika voorkomen.
spotlijstertje	=	spotlijster
spotlijstertjes	=	spotlijster
spotlust	noun	zin om iets of iemand te bespotten, spotzucht
spotlusten	=	spotlust
spotmarkt	noun	vrije markt (voor olieproducten) waar gehandeld wordt in commodities of effecten die direct van eigenaar wisselen tegen betaling
spotmarkten	=	spotmarkt
spotmeting	noun	Het meten van gereflecteerd licht onder een hoek van maximaal 2 graden
spotmetingen	=	spotmeting
spotmetinkje	=	spotmeting
spotmetinkjes	=	spotmeting
spotnaam	noun	een bijnaam die men iemand geeft om met die persoon kunnen spotten
spotnaampje	=	spotnaam
spotnaampjes	=	spotnaam
spotnamen	=	spotnaam
spotprent	noun	karikatuur cartoon iemand belachelijk maken in en door een tekening.
spotprenten	=	spotprent
spotprentje	=	spotprent
spotprentjes	=	spotprent
spotprijs	noun	een ongelooflijk heel lage prijs
spotprijsje	=	spotprijs
spotprijsjes	=	spotprijs
spotprijzen	=	spotprijs
spots	=	spot
spotschrift	noun	kritische, spottende, komische tekst over een, vermeende, wantoestand
spotschriften	=	spotschrift
spotschriftje	=	spotschrift
spotte	=	spotten
spotten	verb	zich met belachelijk makende of oneerbiedige scherts uiten
spottend	adj	op een grappige manier beledigend
spottende	=	spotten
spottender	=	spottend
spottendere	=	spottend
spottenders	=	spottend
spottends	=	spottend
spottendst	=	spottend
spottendste	=	spottend
spotter	noun	iemand die iets probeert te observeren (en daar foto's en aantekeningen van maakt)
spotternij	noun	kritische, maar ook grappige uitlating over iemand
spotternijen	=	spotternij
spotternijtje	=	spotternij
spotternijtjes	=	spotternij
spotters	=	spotter
spotting	noun	doorbraakbloeding
spottings	=	spotting
spottinkje	=	spotting
spottinkjes	=	spotting
spotvogel	noun	Hippolais icterina; een zangvogel die geluiden kan nabootsen
spotvogels	noun	een geslacht Hippolais van vogels uit de familie Acrocephalidae.
spotvogeltje	=	spotvogel
spotvogeltjes	=	spotvogel
spotziek	adj	de (te grote) neiging hebbend om te bespotten
spotzieke	=	spotziek
spotzieker	=	spotziek
spotziekere	=	spotziek
spotziekers	=	spotziek
spotzieks	=	spotziek
spotziekst	=	spotziek
spotziekste	=	spotziek
spotzucht	noun	de neiging om op een tamelijk goedaardige manier iemand belachelijk te maken
spouw	noun	luchtruimte tussen twee muren van een dubbele z.g. spouwmuur
spouwanker	noun	is een onderdeel van een spouwmuur.
spouwankers	=	spouwanker
spouwankertje	=	spouwanker
spouwankertjes	=	spouwanker
spouwde	=	spouw
spouwden	=	spouw
spouwdonut	noun	donut vormige ballon gevuld met purschuim die een binnen- en buitenmuur met elkaar verbindt en zo de stevigheid van de gehele muur vergroot
spouwdonuts	=	spouwdonut
spouwe	=	spouw
spouwen	=	spouw
spouwend	=	spouw
spouwende	=	spouw
spouwmuren	=	spouwmuur
spouwmuur	noun	een dubbele muur met ruimte ertussen
spouwmuurisolatie	noun	de ruimte tussen binnen- en buitenmuur vullen met isolatiemateriaal
spouwmuurisolaties	=	spouwmuurisolatie
spouwmuurtje	=	spouwmuur
spouwmuurtjes	=	spouwmuur
spouwt	=	spouw
spouwtje	=	spouw
spouwtjes	=	spouw
spraak	noun	het vermogen om te spreken
spraak-konst	=	spraakkunst
spraakafzien	verb	het nieuwe woord dat in de plaats komt van liplezen
spraakbericht	noun	een bericht dat bestaat uit een geluidsfile met spraak
spraakberichten	=	spraakbericht
spraakcentra	=	spraakcentrum
spraakcentrum	noun	een van de delen van de hersenen dat betrokken is bij het spreken
spraakcentrums	=	spraakcentrum
spraakchip	noun	chip voor spraakherkenning
spraakchips	=	spraakchip
spraakgebrek	noun	een spreekstoornis
spraakgebreken	=	spraakgebrek
spraakgebrekje	=	spraakgebrek
spraakgebrekjes	=	spraakgebrek
spraakgebruik	noun	de manier waarop men zich uit in taal
spraakherkenning	noun	het vermogen om geluiden om te zetten in taal, vooral als het gaat om computers
spraakherkenningen	=	spraakherkenning
spraakje	=	spraak
spraakjes	=	spraak
spraakkanaal	noun	het geheel aan organen en holtes in het menselijk lichaam vanaf de stemplooien tot en met de neus- en mondopeningen, waardoor het mogelijk is om spraakklanken te produceren en te articuleren
spraakkanaaltje	=	spraakkanaal
spraakkanaaltjes	=	spraakkanaal
spraakkanalen	=	spraakkanaal
spraakklank	noun	elk van de geluiden die men met behulp van het spraakkanaal vormt om zich in gesproken taal te uiten
spraakklanken	=	spraakklank
spraakkonst	=	spraakkunst
spraakkunst	noun	een systeem van regels en principes voor het schrijven en spreken van een taal
spraakkunsten	=	spraakkunst
spraakkunstje	=	spraakkunst
spraakkunstjes	=	spraakkunst
spraakleer	noun	een stelsel van regelmatigheden die optreden in een taal
spraakleertje	=	spraakleer
spraakleertjes	=	spraakleer
spraakleraar	noun	paramedicus die spraakles geeft
spraakleraars	=	spraakleraar
spraakleraren	=	spraakleraar
spraakleren	=	spraakleer
spraakles	noun	training om (beter) te leren spreken
spraaklessen	=	spraakles
spraakmakend	adj	als veel mensen erover praten
spraakmakende	=	spraakmakend
spraakmakender	=	spraakmakend
spraakmakendere	=	spraakmakend
spraakmakenders	=	spraakmakend
spraakmakends	=	spraakmakend
spraakmakendst	=	spraakmakend
spraakmakendste	=	spraakmakend
spraakmaker	noun	iemand die een grote invloed heeft op waar en hoe men over zaken spreekt
spraakmakers	=	spraakmaker
spraakmakertje	=	spraakmaker
spraakmakertjes	=	spraakmaker
spraakorgaan	noun	dat deel van de bovenste luchtwegen dat betrokken is bij het produceren van klanken
spraakorgaantje	=	spraakorgaan
spraakorgaantjes	=	spraakorgaan
spraakorganen	=	spraakorgaan
spraakstoornis	noun	gebrek aan de spraakorganen of in het gebruik daarvan
spraakstoornissen	=	spraakstoornis
spraaksynthese	noun	kunstmatig voortbrengen van spraak door een computer die een bestand met woorden kan omzetten in spraak
spraaksynthesen	=	spraaksynthese
spraaksyntheses	=	spraaksynthese
spraakt	=	spreken
spraaktechnologie	noun	toepassing van (tegenwoordig meestal digitale) technologische kennis bij de analyse en synthese van menselijke spraak
spraaktechnologieën	=	spraaktechnologie
spraaktechnologisch	adj	betreffende de techniek die zich bezighoudt met de kunstmatige productie van taal
spraaktechnologische	=	spraaktechnologisch
spraaktechnologischer	=	spraaktechnologisch
spraaktechnologischere	=	spraaktechnologisch
spraaktechnologischers	=	spraaktechnologisch
spraakvermogen	noun	het kunnen spreken; het door het produceren van spraakgeluiden talig kunnen communiceren
spraakvermogens	=	spraakvermogen
spraakverwarring	noun	een situatie waarin men elkaars taal of manier van spreken niet begrijpt
spraakverwarringen	=	spraakverwarring
spraakverwarrinkje	=	spraakverwarring
spraakwater	noun|humorous	sterkedrank die de drinker ervan zeer spraakzaam maakt
spraakwaterschade	noun	schade veroorzaakt aan een mobiele telefoon door een overdaad aan uitgestoten vloeistof tijdens het spreken
spraakwaterschaden	=	spraakwaterschade
spraakwaterschades	=	spraakwaterschade
spraakwatertje	=	spraakwater
spraakwaterval	noun	iemand die heel veel spreekt
spraakwatervallen	=	spraakwaterval
spraakwatervalletje	=	spraakwaterval
spraakzaam	adj	snel geneigd tot spreken
spraakzaamheid	noun	geneigdheid om veel te praten
spraakzaams	=	spraakzaam
spraakzaamst	=	spraakzaam
spraakzaamste	=	spraakzaam
spraakzame	=	spraakzaam
spraakzamer	=	spraakzaam
spraakzamere	=	spraakzaam
spraakzamers	=	spraakzaam
spraek-konst	=	spraakkunst
spraeke	=	spraak
spraekkonst	=	spraakkunst
spraekkunst	=	spraakkunst
sprak	=	spreken
sprake	=	spraak
sprakel	noun	benaming voor planten uit het geslacht Rhamnus, struiken of kleine bomen uit de wegedoornfamilie (Rhamnaceae)
sprakeloos	adj	niet kunnende spreken
sprakeloosheid	noun	de hoedanigheid waarin men door een hevige emotie niet in staat is om te spreken.
sprakeloost	=	sprakeloos
sprakelooste	=	sprakeloos
sprakeloze	=	sprakeloos
sprakelozer	=	sprakeloos
sprakelozere	=	sprakeloos
sprakelozers	=	sprakeloos
spraken	=	spreken
sprang	noun	gegraven beken waarmee opwellend water wordt aangevoerd	verb|obsolete	sprong ww
sprangen	=	sprang
sprangetje	=	sprang
sprangetjes	=	sprang
sprank	noun	zeer geringe hoeveelheid, kleine opflikkering
sprankel	=	sprankelen
sprankelde	=	sprankelen
sprankelden	=	sprankelen
sprankele	=	sprankelen
sprankelen	verb	korte heldere lichtflitsjes voortbrengen door weerkaatsing of door vonkjes
sprankelend	adj	fris en levendig
sprankelende	=	sprankelen
sprankelender	=	sprankelend
sprankelendere	=	sprankelend
sprankelenders	=	sprankelend
sprankelends	=	sprankelend
sprankelendst	=	sprankelend
sprankelendste	=	sprankelend
sprankeling	noun	schittering van licht, twinkeling van licht
sprankelingen	=	sprankeling
sprankelt	=	sprankelen
spranken	=	sprank
sprankje	=	sprank
spray	noun	te verstuiven vloeistof die na het verstuiven nevel wordt
spraycondoom	noun	condoom dat met behulp van een spuitbus gemaakt kan worden en zo precies de goede maat en vorm heeft
spraycondooms	=	spraycondoom
sprayde	=	sprayen
sprayden	=	sprayen
spraye	=	sprayen
sprayen	verb	een vloeistof als een nevel spuiten
sprayend	=	sprayen
sprayende	=	sprayen
spraypil	noun	anticonceptiemiddel in de vorm van een spray dat vrouwen via hun huid kunnen toedienen
spraypillen	=	spraypil
sprays	=	spray
sprayt	=	sprayen
spraytje	=	spray
spraytjes	=	spray
spread	noun	twee pagina's tegenover elkaar die als één geheel zijn vormgegeven
spreads	=	spread
spreadsheet	noun	een computerprogramma dat waarden kan presenteren in een matrix van rijen en kolommen
spreadsheetje	=	spreadsheet
spreadsheetjes	=	spreadsheet
spreadsheets	=	spreadsheet
spreek	=	spreken
spreekbeurt	noun	een voordracht voor een publiek over een bepaald onderwerp
spreekbeurten	=	spreekbeurt
spreekbeurtje	=	spreekbeurt
spreekbeurtjes	=	spreekbeurt
spreekbuis	noun	medium waardoor iemand zijn boodschap de wereld in kan sturen
spreekbuisje	=	spreekbuis
spreekbuizen	=	spreekbuis
spreekcel	noun	kleine afgesloten, geluiddichte ruimte waarin met ongestoord kan spreken of telefoneren
spreekcellen	=	spreekcel
spreekervaring	noun	vaardigheid met het spreken, geoefendheid in het spreken
spreekervaringen	=	spreekervaring
spreekgestoelte	noun	lessenaar waarachter een spreker staat die een lezing geeft
spreekgestoelten	=	spreekgestoelte
spreekgestoeltes	=	spreekgestoelte
spreekgestoeltje	=	spreekgestoelte
spreekkamer	noun	een kamer waar men een gesprek met iemand kan voeren
spreekkamers	=	spreekkamer
spreekkamertje	=	spreekkamer
spreekkamertjes	=	spreekkamer
spreekkoor	noun	een groep mensen die gezamenlijk leuzen schreeuwt
spreekkoortje	=	spreekkoor
spreekkoortjes	=	spreekkoor
spreekkoren	=	spreekkoor
spreekles	noun	een les waarin men leert spreken
spreeklesje	=	spreekles
spreeklesjes	=	spreekles
spreeklessen	=	spreekles
spreekopdracht	noun	dat je moet spreken bij een taalcursus
spreekopdrachten	=	spreekopdracht
spreekopdrachtje	=	spreekopdracht
spreekopdrachtjes	=	spreekopdracht
spreekrecht	noun	het recht dat men heeft om te spreken en gehoord te worden in een bepaalde situatie
spreekrechten	=	spreekrecht
spreekstalmeester	noun	De circusartiest die de verschillend acts aankondigt
spreekstalmeesters	=	spreekstalmeester
spreekstalmeestertje	=	spreekstalmeester
spreekstalmeestertjes	=	spreekstalmeester
spreekstem	noun	de klank en intonatie van iemands stem bij het spreken
spreekstemmen	=	spreekstem
spreekstemmetje	=	spreekstem
spreekstemmetjes	=	spreekstem
spreekster	noun	vrouw die het woord voert
spreeksters	=	spreekster
spreekstertje	=	spreekster
spreekstertjes	=	spreekster
spreekt	=	spreken
spreektaal	noun	de taal die men bij het gewone spreken gebruikt
spreektaaltje	=	spreektaal
spreektaaltjes	=	spreektaal
spreektalen	=	spreektaal
spreektijd	noun	de tijd die je in een vergadering mag spreken
spreektijden	=	spreektijd
spreektrant	noun	manier van spreken
spreektranten	=	spreektrant
spreekuren	=	spreekuur
spreekuur	noun	de tijd waarin een hulpverlener patiënten te woord staat
spreekuurtje	=	spreekuur
spreekuurtjes	=	spreekuur
spreekvaardigheden	=	spreekvaardigheid
spreekvaardigheid	noun	het kunnen spreken zodanig dat een ander kan begrijpen je iemand zegt
spreekverbod	noun	het niet mogen geven van een lezing voor een algemeen publiek
spreekverboden	=	spreekverbod
spreekverbodje	=	spreekverbod
spreekverbodjes	=	spreekverbod
spreekwijze	noun	manier van spreken; de manier van uitdrukken
spreekwijzen	=	spreekwijze
spreekwolk	noun	tekst in binnen een rand met een punt die wijst naar de spreker, zoals gebruikt in stripverhalen
spreekwolken	=	spreekwolk
spreekwolkje	=	spreekwolk
spreekwolkjes	=	spreekwolk
spreekwoord	noun	een korte, krachtige uitspraak in de vorm van een onveranderlijke volzin die een waarheid of wijsheid bevat
spreekwoordelijk	adj	zoals in een spreekwoord genoemd
spreekwoordelijke	=	spreekwoordelijk
spreekwoordelijker	=	spreekwoordelijk
spreekwoordelijkere	=	spreekwoordelijk
spreekwoordelijkers	=	spreekwoordelijk
spreekwoordelijks	=	spreekwoordelijk
spreekwoordelijkst	=	spreekwoordelijk
spreekwoordelijkste	=	spreekwoordelijk
spreekwoorden	=	spreekwoord
spreekwoordenboek	noun	verzameling van spreekwoorden en spreekwoordelijke uitdrukkingen met verklaring
spreekwoordenboeken	=	spreekwoordenboek
spreekwoordenboekje	=	spreekwoordenboek
spreekwoordenboekjes	=	spreekwoordenboek
spreekwoordje	=	spreekwoord
spreekwoordjes	=	spreekwoord
spreeuw	noun	Sturnus vulgaris, een middelgrote zangvogel uit de familie van de spreeuwachtigen (Sturnidae) en de orde zangvogels (Passeriformes)
spreeuwen	noun	Sturnidae een familie uit de orde van de zangvogels.
spreeuwtje	=	spreeuw
spreeuwtjes	=	spreeuw
sprei	noun	een soms kunstig versierd kleed waarmee een opgemaakt bed afgedekt wordt
spreid	=	spreiden
spreidde	=	spreiden
spreidden	=	spreiden
spreide	=	spreiden
spreiden	verb	wijd uiteendoen
spreidend	=	spreiden
spreidende	=	spreiden
spreider	noun	iets (een apparaat) dat of iemand die spreidt
spreiders	=	spreider
spreiding	noun	gelijkmatige verdeling
spreidingen	=	spreiding
spreidingsdiagram	noun	grafische weergave die de relatie tussen twee numerieke variabelen visualiseert
spreidingsdiagrammen	=	spreidingsdiagram
spreidingsdiagrammetje	=	spreidingsdiagram
spreidingsdiagrammetjes	=	spreidingsdiagram
spreidingsgrafiek	noun	diagram dat de relatie tussen twee numerieke variabelen laat zien met de toevallige afwijkingen die zich daarbij voordoen
spreidingsgrafieken	=	spreidingsgrafiek
spreidingsgrafiekje	=	spreidingsgrafiek
spreidingsgrafiekjes	=	spreidingsgrafiek
spreidinkje	=	spreiding
spreidinkjes	=	spreiding
spreidstand	noun	stand waarbij de benen ver uit elkaar staan
spreidstanden	=	spreidstand
spreidstandje	=	spreidstand
spreidstandjes	=	spreidstand
spreidt	=	spreiden
spreidvleugels	noun	een familie Amanipodagrionidae van juffers (Zygoptera), een van de drie suborden van de libellen (Odonata).
spreidzit	noun	zitten met de benen ver uiteen
spreidzitten	=	spreidzit
spreien	=	sprei
spreilat	noun	een balk in het want waarin korvijnagels zijn geplaatst
spreilatje	=	spreilat
spreilatjes	=	spreilat
spreilatten	=	spreilat
spreitje	=	sprei
spreitjes	=	sprei
spreke	=	spreken
sprekelijk	adj	goed gezind
sprekelijke	=	sprekelijk
sprekelijker	=	sprekelijk
sprekelijkere	=	sprekelijk
sprekelijkers	=	sprekelijk
sprekelijks	=	sprekelijk
sprekelijkst	=	sprekelijk
sprekelijkste	=	sprekelijk
spreken	verb	zich met behulp van de stem uiten
sprekend	adj	pratend
sprekende	=	sprekend
sprekender	=	sprekend
sprekendere	=	sprekend
sprekenders	=	sprekend
sprekends	=	sprekend
sprekendst	=	sprekend
sprekendste	=	sprekend
spreker	noun	iemand die een toespraak houdt
sprekers	=	spreker
sprekerslijst	noun	lijst van mensen die tijdens een bijeenkomst het woord voeren
sprekerslijsten	=	sprekerslijst
sprekertje	=	spreker
sprekertjes	=	spreker
spreng	noun	bron of bovenloop van een beek
sprengde	=	sprengen
sprengden	=	sprengen
sprenge	=	sprengen
sprengen	verb	sprenkelen, strooien, besprenkelen
sprengend	=	sprengen
sprengende	=	sprengen
sprengt	=	sprengen
sprenkel	noun	door een gespannen veer dichtklappende klem om dieren mee te vangen
sprenkelde	=	sprenkelen
sprenkelden	=	sprenkelen
sprenkele	=	sprenkelen
sprenkelen	verb	een vloeistof of poeder losjes over iets verspreiden
sprenkelend	=	sprenkelen
sprenkelende	=	sprenkelen
sprenkels	=	sprenkel
sprenkelt	=	sprenkelen
sprenkeltje	=	sprenkel
sprenkeltjes	=	sprenkel
spreuck	=	spreuk
spreucke	=	spreuk
spreuk	noun	een kort, kernachtig, zinrijk gezegde
spreuken	=	spreuk
spreukenboek	noun	een verzameling van wijsheidsvolle, kernachtige uitspraken of gezegden
spreukenboeken	=	spreukenboek
spreukenboekje	=	spreukenboek
spreukenboekjes	=	spreukenboek
spreukje	=	spreuk
spreukjes	=	spreuk
spriet	noun	lang en dun uitgroeisel of voorwerp
sprietantenne	noun	een eenvoudig (telescopisch) staafje, dat als antenne direct aan een (draagbaar-)toestel of vervoermiddel is gemonteerd
sprietantennen	=	sprietantenne
sprietantennes	=	sprietantenne
sprietantennetje	=	sprietantenne
sprietantennetjes	=	sprietantenne
spriete	=	sprieten
sprieten	verb	ontspruiten, spruiten
sprietend	=	sprieten
sprietende	=	sprieten
sprieterig	adj	als een spriet
sprieterige	=	sprieterig
sprieteriger	=	sprieterig
sprieterigere	=	sprieterig
sprieterigers	=	sprieterig
sprieterigs	=	sprieterig
sprieterigst	=	sprieterig
sprieterigste	=	sprieterig
sprietig	adj	met veel dunne uitsteeksels
sprietige	=	sprietig
sprietiger	=	sprietig
sprietigere	=	sprietig
sprietigers	=	sprietig
sprietigs	=	sprietig
sprietigst	=	sprietig
sprietigste	=	sprietig
sprietje	=	spriet
sprietjes	=	spriet
spriette	=	sprieten
sprietten	=	sprieten
spring	noun	springtij, springvloed
spring-in-'t-veld	noun	een levendig kind dat veel beweegt
spring-in-'t-velden	=	spring-in-'t-veld
spring-in-'t-veldje	=	spring-in-'t-veld
spring-in-'t-veldjes	=	spring-in-'t-veld
spring-in-'t-velds	=	spring-in-'t-veld
springaal	noun|historical	een met wielen uitgeruste voetboog
springaapje	noun	zoogdier uit de onderfamilie Callicebinae van de Zuid-Amerikaanse familie sakiachtigen (Pitheciidae).
springaapjes	noun	een onderfamilie Callicebinae van de Zuid-Amerikaanse familie sakiachtigen (Pitheciidae).
springalen	=	springaal
springbal	noun	een speelgoedbal waar men op kan zitten en waaraan men zich kan vasthouden en waarmee men sprongen kan maken die lijken op de sprongen van een kangoeroe
springbalie	noun	een balie die met een druk op de knop afgesloten wordt door een glasplaat
springbalies	=	springbalie
springbalietje	=	springbalie
springbalietjes	=	springbalie
springballen	=	springbal
springballetje	=	springbal
springballetjes	=	springbal
springbalsemien	noun	Impatiens glandulifera reuzenbalsemien
springbalsemienen	=	springbalsemien
springbok	noun	Antidorcas marsupialis een middelgroot soort antilope met een schofthoogte van ongeveer 75 cm.
springbokje	=	springbok
springbokjes	=	springbok
springbokken	=	springbok
springboonmot	noun	Cydia deshaisiana een vlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
springboonmotje	=	springboonmot
springboonmotjes	=	springboonmot
springboonmotten	=	springboonmot
springbron	noun	een plek waar bronwater naar buiten spuit
springbronnen	=	springbron
springconcours	noun	wedstrijd waarbij bereden paarden over hindernissen springen
springconcoursen	=	springconcours
springe	=	springen
springen	verb	na zich tegen de zwaartekracht afgezet te hebben een korte vrije val door de lucht maken in een bepaalde richting
springend	adj	los van de grond komend door te springen
springende	=	springen
springender	=	springend
springendere	=	springend
springenders	=	springend
springends	=	springend
springendst	=	springend
springendste	=	springend
springer	noun	iemand die of dier dat springt
springerig	adj	geneigd om te springen, onrustig, niet stil kunnen blijven zitten
springerige	=	springerig
springeriger	=	springerig
springerigere	=	springerig
springerigers	=	springerig
springerigs	=	springerig
springerigst	=	springerig
springerigste	=	springerig
springers	=	springer
springertje	=	springer
springertjes	=	springer
springhaas	noun	Pedetes capensis knaagdier dat voorkomt in het zuiden en oosten van Afrika.
springhaasje	=	springhaas
springhaasjes	=	springhaas
springhazen	noun	Pedetidae een familie van knaagdieren die voorkomt in Afrika.
springkasteel	noun	springkussen in de vorm van een kasteel
springkastelen	=	springkasteel
springkever	noun	kever met het vermogen om, liggend op de rug, op te springen, zich om te keren en op de poten neer te vallen
springkevers	=	springkever
springkikker	noun	Rana dalmatina een kikker uit de familie echte kikkers (Ranidae).
springkikkers	=	springkikker
springkikkertje	=	springkikker
springkikkertjes	=	springkikker
springkomkommer	noun	Ecballium elaterium een plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae) die voorkomt in Zuid-Europa en West- en Centraal-Azië
springkomkommers	=	springkomkommer
springkomkommertje	=	springkomkommer
springkomkommertjes	=	springkomkommer
springkussen	noun	een opblaasbaar van kunststof gemaakt kussen waarop kinderen kunnen springen zonder zich te bezeren
springkussenparadijs	noun	een grootschalige, vaak overdekte recreatieplek die bijna volledig bestaat uit met lucht gevulde attracties.
springkussenparadijsje	=	springkussenparadijs
springkussenparadijsjes	=	springkussenparadijs
springkussenparadijzen	=	springkussenparadijs
springkussenpark	noun	een grootschalige, vaak overdekte recreatieplek die bijna volledig bestaat uit met lucht gevulde attracties
springkussenparken	=	springkussenpark
springkussenparkje	=	springkussenpark
springkussenparkjes	=	springkussenpark
springkussens	=	springkussen
springkussentje	=	springkussen
springkussentjes	=	springkussen
springlading	noun	de springstof die in een explosief zit, of het explosief zelf
springladingen	=	springlading
springladinkje	=	springlading
springladinkjes	=	springlading
springlevend	adj	kerngezond
springlevende	=	springlevend
springlevends	=	springlevend
springmuis	noun	in Zuidoost-Europa, Afrika en Azië levend knaagdier
springmuizen	=	springmuis
springnet	noun	net waarmee men vogels kan vangen
springnetten	=	springnet
springpaard	noun	een paard dat speciaal opgeleid en getaind is om deel te nemen aan wedstrijden hindernisspringen
springpaarden	=	springpaard
springpaardje	=	springpaard
springpaardjes	=	springpaard
springplank	noun	verende plank waar vanaf je je kunt afzetten om een sprong te maken
springplanken	=	springplank
springplankje	=	springplank
springplankjes	=	springplank
springprocessie	noun	processie waarbij de deelnemers telkens drie passen voorwaarts en twee passen achterwaarts maken
springprocessies	=	springprocessie
springprocessietje	=	springprocessie
springprocessietjes	=	springprocessie
springruiter	noun	iemand die met een springpaard deelneemt aan een concours hippique
springruiters	=	springruiter
springruitertje	=	springruiter
springruitertjes	=	springruiter
springschans	noun	hellende, plotseling afbrekende baan waarop het schansspringen wordt beoefend
springschansen	=	springschans
springschansje	=	springschans
springslot	noun	slot met een springveer dat men door eenvoudig samendrukken kan sluiten
springsloten	=	springslot
springspin	noun	benaming voor geleedpotige dieren uit de familie Salticidae, roofspinnen die geen web maken, maar hun prooi bespringen
springspinnen	noun	familie Salticidae met meer dan 5.000 soorten roofspinnen die geen web maken, maar hun prooi bespringen
springspinnetje	=	springspin
springspinnetjes	=	springspin
springspitsmuis	noun	benaming voor zoogdieren uit de taxonomische groep (orde) Macroscelidea; deze in Afrika voorkomende kleine dieren hebben een snuit die haast een slurf lijkt
springspitsmuizen	noun	zoogdieren uit de taxonomische groep (orde) Macroscelidea
springsport	noun	paardensport waarbij een ruiter met een paard een parcours met hindernissen zo snel en foutloos mogelijk aflegt
springsporten	=	springsport
springstaart	noun	benaming voor kleine zespotige bodemdieren uit de klasse Collembola
springstaarten	noun	een klasse Collembola van zespotigen die 8700 beschreven soorten telt
springstaartje	=	springstaart
springstaartjes	=	springstaart
springstof	noun	chemische stof die kan exploderen om iets kapot te maken of te verbrijzelen
springstoffen	=	springstof
springstofje	=	springstof
springstok	noun	een stok met voetsteunen en een handvat, die een sterke veer of luchtdruk onderaan heeft, waarmee je op en neer kunt stuiteren en zo 'kangoeroe-achtige' sprongen kunt maken
springstokje	=	springstok
springstokjes	=	springstok
springstokken	=	springstok
springt	=	springen
springtamarin	noun	Callimico goeldii een primaat, behorende tot de klauwaapjes (Callitrichinae).
springtamarinnetje	=	springtamarin
springtamarinnetjes	=	springtamarin
springtamarins	=	springtamarin
springtij	noun	extra hoge vloed (en extra laag laagwater)
springtijen	=	springtij
springtouw	noun	stuk touw of kunststofdraad van zo`n 1,5 meter lengte of langer, dat kan worden rondgedraaid, waarna iemand steeds over het touw kan springen zonder dat het touw de voeten raakt
springtouwen	=	springtouw
springtouwtje	=	springtouw
springtouwtjes	=	springtouw
springtuig	noun	een door mensen gemaakt voorwerp dat gemaakt is om te kunnen exploderen
springtuigen	=	springtuig
springtuigje	=	springtuig
springtuigjes	=	springtuig
springuren	=	springuur
springuur	noun	een vrij uur tussen twee andere lesuren (van een leerkracht, of een student)
springuurtje	=	springuur
springuurtjes	=	springuur
springveer	noun	spiraalvormige veer
springveertje	=	springveer
springveertjes	=	springveer
springveren	adj	met springveren
springvinger	noun	aandoening waarbij een vinger of duim niet soepel, maar alleen schoksgewijs kan buigen en strekken
springvingers	=	springvinger
springvloed	noun	extra hoog water vlak na volle- en nieuwe maan
springvloeden	=	springvloed
springvorm	noun	bakvorm met een losse bodem en een verwijderbare rand, die aan de zijkant kan worden opengemaakt met behulp van een veersysteem en een hendel
springvormen	=	springvorm
springvormpje	=	springvorm
springvormpjes	=	springvorm
springwedstrijd	noun	een sportonderdeel waarbij een ruiter en paard een parcours met hindernissen afleggen, waarbij ze beoordeeld worden op snelheid, aantal fouten (zoals het omstoten van een hindernis, weigeren of een te snelle of te langzame tijd) en foutloze voltooiing
springwedstrijden	=	springwedstrijd
springwedstrijdje	=	springwedstrijd
springwedstrijdjes	=	springwedstrijd
springzaad	noun	een geslacht Impatiens uit de balsemienfamilie (Balsaminaceae).
springzaadbandspanner	noun	Xanthorhoe biriviata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
springzaadbandspanners	=	springzaadbandspanner
springzaadbandspannertje	=	springzaadbandspanner
springzaadbandspannertjes	=	springzaadbandspanner
springzaadbladroller	noun	Pristerognatha fuligana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
springzaadbladrollers	=	springzaadbladroller
springzaadbladrollertje	=	springzaadbladroller
springzaadbladrollertjes	=	springzaadbladroller
springzaadje	=	springzaad
springzaadjes	=	springzaad
springzaadspanner	noun	Ecliptopera capitata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
springzaadspanners	=	springzaadspanner
springzaadspannertje	=	springzaadspanner
springzaadspannertjes	=	springzaadspanner
springzaadveldkers	noun	Cardamine impatiens een tweejarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
springzaadveldkersen	=	springzaadveldkers
springzaadveldkersje	=	springzaadveldkers
springzaadveldkersjes	=	springzaadveldkers
springzaden	=	springzaad
springzeil	noun	een reddingsmiddel dat voorheen gebruikt werd door de brandweer om mensen te redden uit (hoge) brandende gebouwen
springzeilen	=	springzeil
sprinkhaan	noun	benaming voor insecten uit de orde Orthoptera-orde, die zeer ver kunnen springen en waarvan de meeste geluid produceren door de vleugels langs de achterpoten te wrijven
sprinkhaanastrild	noun	Paludipasser locustella een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
sprinkhaanastrilden	=	sprinkhaanastrild
sprinkhaanastrildje	=	sprinkhaanastrild
sprinkhaanastrildjes	=	sprinkhaanastrild
sprinkhaanbuizerd	noun	Butastur rufipennis een soort buizerd uit de familie havikachtigen (Accipitridae).
sprinkhaanbuizerdje	=	sprinkhaanbuizerd
sprinkhaanbuizerdjes	=	sprinkhaanbuizerd
sprinkhaanbuizerds	=	sprinkhaanbuizerd
sprinkhaangors	noun	Ammodramus savannarum een vogelsoort uit de familie emberizidae.
sprinkhaangorsje	=	sprinkhaangors
sprinkhaangorsjes	=	sprinkhaangors
sprinkhaangorzen	=	sprinkhaangors
sprinkhaankapitalisme	noun	vorm van kapitalisme waarbij zakkenvullende managers en gewetenloze ondernemers een kaal gevreten landschap achterlaten nadat men hen hun gang heeft laten gaan
sprinkhaankapitalist	noun	beoefenaar van het sprinkhaankapitalisme
sprinkhaankapitalisten	=	sprinkhaankapitalist
sprinkhaankapitalistje	=	sprinkhaankapitalist
sprinkhaankapitalistjes	=	sprinkhaankapitalist
sprinkhaanrietzanger	noun	bepaald soort vrij kleine vogel met gestreepte bovenzijde en monotone zang, Locustella naevia uit de familie van Locustellidae
sprinkhaanrietzangers	=	sprinkhaanrietzanger
sprinkhaantje	=	sprinkhaan
sprinkhaantjes	=	sprinkhaan
sprinkhaanvlieg	noun	Stomorhina lunata een vliegensoort uit de familie van de Rhiniidae.
sprinkhaanvliegen	=	sprinkhaanvlieg
sprinkhaanvliegje	=	sprinkhaanvlieg
sprinkhaanvliegjes	=	sprinkhaanvlieg
sprinkhaanvlokreeft	noun	Gammarus locusta een vlokreeftensoort uit de familie van de Gammaridae.
sprinkhaanvlokreeften	=	sprinkhaanvlokreeft
sprinkhaanvlokreeftje	=	sprinkhaanvlokreeft
sprinkhaanvlokreeftjes	=	sprinkhaanvlokreeft
sprinkhaanzanger	noun	Locustella naevia een zangvogel uit de familie van Locustellidae.
sprinkhaanzangers	noun	een familie Locustellidae van zangvogels en de superfamilie Sylvioidea.
sprinkhaanzangertje	=	sprinkhaanzanger
sprinkhaanzangertjes	=	sprinkhaanzanger
sprinkhanen	=	sprinkhaan
sprinkhanenplaag	noun	het optreden van een grote zwerm sprinkhanen die alles opvreten
sprinkhanenplaagje	=	sprinkhanenplaag
sprinkhanenplaagjes	=	sprinkhanenplaag
sprinkhanenplagen	=	sprinkhanenplaag
sprinkler	noun	sproeier voor het fijn verdelen van water (gebruikt voor brandpreventie en in de landbouw)
sprinklerinstallatie	noun	een vast aangebrachte automatische brandblusinstallatie om een beginnende brand te detecteren, te signaleren en te beheersen dan wel te blussen.
sprinklerinstallaties	=	sprinklerinstallatie
sprinklers	=	sprinkler
sprint	noun	wedstrijd over korte afstand, een korte tijd iets met grote snelheid doen
sprintafstand	noun	afstand die men in een korte tijd kan afleggen bij een snelheidssport
sprintafstanden	=	sprintafstand
sprinte	=	sprinten
sprinten	verb	een kort stuk hard rennen
sprintend	=	sprinten
sprintende	=	sprinten
sprinter	noun	iets of iemand die heel snel korte afstanden kan afleggen
sprinters	=	sprinter
sprintertje	=	sprinter
sprintertjes	=	sprinter
sprintinspanning	noun	de maximale inspanning die men kan leveren gedurende een korte periode; de energie die het kost om een eindspurt te winnen
sprintinspanningen	=	sprintinspanning
sprintje	=	sprint
sprintjes	=	sprint
sprintkampioen	noun	persoon die het snelste was in een wedstrijd overde korte afstand
sprintkampioenen	=	sprintkampioen
sprints	=	sprint
sprintster	noun	een vrouwelijke sprinter, een sportster die heel snel is op de korte afstand
sprintsters	=	sprintster
sprintte	=	sprinten
sprintten	=	sprinten
sprinttitel	noun	het zich de kampioen mogen noemen op de korte afstand
sprinttitels	=	sprinttitel
sprit	noun	bepaald soort vogel, Crex crex, in Nederland zeldzame ral die leeft in de graslanden met gelig kleed en kenmerkende roep
sprite	noun	ontlading in de mesosfeer
sprites	=	sprite
spritje	=	sprit
spritjes	=	sprit
sprits	noun	een soort koekje
spritsen	=	sprits
spritsje	=	sprits
spritsjes	=	sprits
spritten	=	sprit
sproei	=	sproeien
sproei-installatie	noun	toestel dat gewassen besprenkeld met kleine waterdruppels
sproei-installaties	=	sproei-installatie
sproeide	=	sproeien
sproeiden	=	sproeien
sproeie	=	sproeien
sproeien	verb	een vloestof in fijne druppeltjes op iets spuiten
sproeiend	=	sproeien
sproeiende	=	sproeien
sproeier	noun	apparaat om mee te sproeien
sproeiers	=	sproeier
sproeiertje	=	sproeier
sproeiertjes	=	sproeier
sproeikop	noun	uiteinde van een waterleiding waarmee men water in fijne druppeltjes ergens op kan spuiten
sproeikopje	=	sproeikop
sproeikopjes	=	sproeikop
sproeikoppen	=	sproeikop
sproeistof	noun	bestrijdingsmiddel dat men kan gebruiken door te vernevelen of te sproeien
sproeistoffen	=	sproeistof
sproeit	=	sproeien
sproeiwater	noun	water dat gebruikt kan worden voor het besproeien van gewassen
sproet	noun	een bruin vlekje op de huid dat veroorzaakt wordt door ultraviolet licht
sproeten	=	sproet
sproeterig	adj	met sproeten
sproeterige	=	sproeterig
sproeteriger	=	sproeterig
sproeterigere	=	sproeterig
sproeterigers	=	sproeterig
sproeterigs	=	sproeterig
sproeterigst	=	sproeterig
sproeterigste	=	sproeterig
sproetig	adj	vele kleine ronde pigmentvlekken hebbend
sproetige	=	sproetig
sproetiger	=	sproetig
sproetigere	=	sproetig
sproetigers	=	sproetig
sproetigs	=	sproetig
sproetigst	=	sproetig
sproetigste	=	sproetig
sproetje	=	sproet
sproetjes	=	sproet
sproetrog	noun	Leucoraja lentiginosa een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
sproetroggen	=	sproetrog
sproetroggetje	=	sproetrog
sproetroggetjes	=	sproetrog
sproetrogje	=	sproetrog
sproetrogjes	=	sproetrog
sproke	noun	korte middeleeuwse verhalen in versvorm met een opvoedende strekking over zeer uiteenlopende onderwerpen
sproken	=	sproke
sprokkel	noun	afgebroken of afgevallen dor takje
sprokkelaar	noun	iemand die sprokkelt
sprokkelaars	=	sprokkelaar
sprokkelaartje	=	sprokkelaar
sprokkelaartjes	=	sprokkelaar
sprokkelde	=	sprokkelen
sprokkelden	=	sprokkelen
sprokkele	=	sprokkelen
sprokkelen	verb	losliggend hout zoeken voor een vuur
sprokkelend	=	sprokkelen
sprokkelende	=	sprokkelen
sprokkelhout	noun	dode takken die men van de grond kan rapen en die men kan gebruiken voor het stoken van een (kamp)vuur
sprokkelmaand	noun	tweede maand van het kalenderjaar
sprokkelmaanden	=	sprokkelmaand
sprokkelmaandje	=	sprokkelmaand
sprokkelmaandjes	=	sprokkelmaand
sprokkels	=	sprokkel
sprokkelt	=	sprokkelen
sprokkeltje	=	sprokkel
sprokkeltjes	=	sprokkel
sprong	noun	met het lichaam een beweging in opwaartse richting
sprongbeen	noun	een van de in de voetwortel liggende beentjes dat een gewricht vormt met het scheenbeen
sprongbeenderen	=	sprongbeen
sprongbeentje	=	sprongbeen
sprongbeentjes	=	sprongbeen
sprongbenen	=	sprongbeen
spronge	=	springen
sprongen	=	springen
sprongetje	=	sprong
sprongetjes	=	sprong
sprongkracht	noun	de kracht waar mee men kan springen; hoe hoog men kan springen
sprongkrachten	=	sprongkracht
spronglaag	noun	een overgang tussen twee lagen water met verschillende temperatuur en dichtheid.
spronglaagje	=	spronglaag
spronglaagjes	=	spronglaag
spronglagen	=	spronglaag
sprongmutatie	noun	reeks plotselinge, gekoppelde en gelijktijdige veranderingen in het erfelijk materiaal van een soort
sprongmutaties	=	sprongmutatie
sprongsgewijs	adj	met sprongen, met grote stappen
sprongsgewijze	adv	met sprongen
sprongt	=	springen
sprook	=	spreuk
sprookje	noun	een meestal moraliserend verhaal voor kinderen waarin fantasiewezens en magie een belangrijke rol spelen
sprookjes	=	sprookje
sprookjesachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van sprookjes, te mooi om waar te zijn
sprookjesachtige	=	sprookjesachtig
sprookjesachtiger	=	sprookjesachtig
sprookjesachtigere	=	sprookjesachtig
sprookjesachtigers	=	sprookjesachtig
sprookjesachtigs	=	sprookjesachtig
sprookjesachtigst	=	sprookjesachtig
sprookjesachtigste	=	sprookjesachtig
sprookjesboek	noun	gedrukte bundeling van verhalen waarin iets magisch gebeurt en die vaak een moraliserende strekking hebben.
sprookjesboeken	=	sprookjesboek
sprookjesboekje	=	sprookjesboek
sprookjesboekjes	=	sprookjesboek
sprookjesbos	noun	bos waarin sprookjesfiguren zouden voorkomen of worden uitgebeeld
sprookjesbosje	=	sprookjesbos
sprookjesbosjes	=	sprookjesbos
sprookjesbossen	=	sprookjesbos
sprookjesfiguren	=	sprookjesfiguur
sprookjesfiguur	noun	een persoon in een sprookje
sprookjesfiguurtje	=	sprookjesfiguur
sprookjesfiguurtjes	=	sprookjesfiguur
sprookjeshuwelijk	noun	een huwelijk dat zo prachtig en gelukkig is dat het alleen maar in sprookjes voorkomt
sprookjeshuwelijken	=	sprookjeshuwelijk
sprookjeskasteel	noun	tot de verbeelding sprekend fraai kasteel zonder militaire betekenis
sprookjeskasteeltje	=	sprookjeskasteel
sprookjeskasteeltjes	=	sprookjeskasteel
sprookjeskastelen	=	sprookjeskasteel
sprookjesland	noun	een niet bestaand land, mooi land dat alleen maar in sprookjes voorkomt
sprookjeslanden	=	sprookjesland
sprookjespaleis	noun	paleis zoals het in sprookjes wordt beschreven
sprookjespaleizen	=	sprookjespaleis
sprookjesprins	noun	fictief personage in een sprookje die de zoon van een koning is
sprookjesprinsen	=	sprookjesprins
sprookjesprinses	noun|figurative	een heel mooi meisje met heel mooie en dure kleren
sprookjesprinsesje	=	sprookjesprinses
sprookjesprinsesjes	=	sprookjesprinses
sprookjesprinsessen	=	sprookjesprinses
sprookjesprinsje	=	sprookjesprins
sprookjesprinsjes	=	sprookjesprins
sprookjesschrijver	noun	iemand die sprookjes schrijft
sprookjesschrijvers	=	sprookjesschrijver
sprookjessfeer	noun	een sfeer als van een sprookje
sprookjessferen	=	sprookjessfeer
sprookjesverteller	noun	een verteller van sprookjes
sprookjesvertellers	=	sprookjesverteller
sprookjeswereld	noun	de wereld waarin sprookjes werkelijk zijn
sprookjeswerelden	=	sprookjeswereld
sprookjeswereldje	=	sprookjeswereld
sprookjeswereldjes	=	sprookjeswereld
sproot	=	spruiten
sprot	noun	bepaald soort vis, Sprattus sprattus, de kleinste uit de haringfamilie
sprote	=	spruiten
sproten	=	spruiten
sprotje	=	sprot
sprotjes	=	sprot
sprotten	=	sprot
spruek	=	spreuk
spruit	noun	een uitloper aan een plant
spruite	=	spruiten
spruiten	verb	loten vormen
spruitend	=	spruiten
spruitende	=	spruiten
spruitje	=	spruit
spruitjes	=	spruit
spruitjeslucht	noun	de geur van spruitjes
spruitjesluchten	=	spruitjeslucht
spruitjesluchtje	=	spruitjeslucht
spruitjesluchtjes	=	spruitjeslucht
spruitkolen	=	spruitkool
spruitkool	noun	een variëteit Brassica oleracea convar. oleracea var. gemmifera van een koolsoort waarvan de gekookte okselknoppen als "spruitjes" gegeten worden.
spruitkooltje	=	spruitkool
spruitkooltjes	=	spruitkool
spruw	noun	door een infectie met de gist Candida albicans veroorzaakte hardnekkige witte uitslag op de lippen, de tong en het mondslijmvlies
spudgun	noun	apparaat waarmee men aardappels kan wegschieten
spudguns	=	spudgun
spudpaal	noun	een soort meerpaal aan boord van een ponton, werkschip e.d., die in de waterbodem kan worden gedreven om zodoende in een stabiele positie verankerd te liggen
spudpaaltje	=	spudpaal
spudpaaltjes	=	spudpaal
spudpalen	=	spudpaal
spuge	=	spugen
spugen	verb	speeksel uit de mond doen uitschieten
spugend	=	spugen
spugende	=	spugen
spui	noun	uitlaat of sluis voor de verwijdering van overtollig water
spuide	=	spuien
spuiden	=	spuien
spuie	=	spuien
spuien	verb	overtollig water weg laten vloeien
spuiend	=	spuien
spuiende	=	spuien
spuigaatje	=	spuigat
spuigaatjes	=	spuigat
spuigat	noun	een afvoeropening waardoor water vanaf het dek overboord kan stromen
spuigaten	=	spuigat
spuikanaal	noun	kanaal dat om een sluis heen loopt om een hinderlijke stroming bij de sluis zelf te voorkomen
spuikanalen	=	spuikanaal
spuikom	noun	komvormig water dat men tijdens de vloed laat vollopen om het met laagwater plotseling te laten leeglopen zodat een haven slibvrij gemaakt kan worden
spuikommen	=	spuikom
spuisluis	noun	een sluis bedoeld om binnenwater te spuien en buitenwater te keren
spuisluizen	=	spuisluis
spuit	noun	nauwe buis bedoeld om onder druk een vloeistof eruit naar buiten te laten schieten.
spuitbeton	noun	een betonsoort die vanuit een slang tegen een (verticaal) oppervlak kan worden gespoten
spuitbus	noun	is een houder waarin een vloeistof onder druk wordt gehouden door een drijfgas of perslucht, met het doel om de vloeistof als fijn verdeelde nevel te kunnen laten ontsnappen
spuitbusje	=	spuitbus
spuitbusjes	=	spuitbus
spuitbussen	=	spuitbus
spuitconfetti	noun	een spuitbus waarmee men zeer lichte, serpentineachtige slierten kan spuiten
spuite	=	spuiten
spuiten	verb	onder druk een vloeistof snel door een nauwe opening doen uitstromen
spuitend	adj	met kracht een vloeistof uit een opening persend
spuitende	=	spuiten
spuitends	=	spuitend
spuiter	noun	iemand die spuit (brandweerman, gifspuiter in de landbouw, verfspuiter, drugsgebruiker) door de laatste betekenis heeft een een wat negatieve betekenis gekregen
spuiterij	noun	bedrijf waarbij men voorwerpen van verf voorziet door te spuiten met een verfnevel
spuiterijen	=	spuiterij
spuiters	=	spuiter
spuitertje	=	spuiter
spuitertjes	=	spuiter
spuitfles	noun	fles waaruit de inhoud onder invloed van luchtdruk als een fijne nevel kan wegspuiten
spuitflesje	=	spuitfles
spuitflesjes	=	spuitfles
spuitflessen	=	spuitfles
spuitgast	noun	een speciaal opgeleid lid van de brandweer voor het bestrijden van branden
spuitgasten	=	spuitgast
spuitgastje	=	spuitgast
spuitgastjes	=	spuitgast
spuitje	=	spuit
spuitjes	=	spuit
spuitlak	noun	lak die met behulp van een spuit wordt aangebracht
spuitlakken	=	spuitlak
spuitpoep	noun|informal	zeer dunne ontlasting
spuitserpentine	noun	een spuitbus waarmee men zeer lichte, serpentineachtige slierten kan spuiten
spuitsneeuw	noun	nepsneeuw uit een spuitbus
spuitwater	noun	water waarin onder hoge druk koolzuurgas is opgelost
spuitwaters	=	spuitwater
spuitwatertje	=	spuitwater
spuitwatertjes	=	spuitwater
spuitwerk	noun	opgespoten verf of lak
spuitwerken	=	spuitwerk
spuitwerkje	=	spuitwerk
spuitwerkjes	=	spuitwerk
spuitzak	noun	puntig toelopende zak waarmee slagroom, chocolade, ganache, geklopt eiwit of puree e.d. wordt gespoten
spuitzakhouder	noun	een handig keukenhulpmiddel dat speciaal is ontworpen om een spuitzak stabiel rechtop te houden
spuitzakhouders	=	spuitzakhouder
spuitzakhoudertje	=	spuitzakhouder
spuitzakhoudertjes	=	spuitzakhouder
spuitzakje	=	spuitzak
spuitzakjes	=	spuitzak
spuitzakken	=	spuitzak
spul	noun	materiaal dat je niet precies kunt of wilt benoemen
spullen	noun	het toebehoor van iemand
spulletje	=	spul
spulletjes	=	spul
spurrie	noun	een geslacht Spergula van op muur gelijkende planten uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae) die worden gebruikt als veevoeder
spurrie-uil	noun	Anarta trifolii een nachtvlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
spurrie-uilen	=	spurrie-uil
spurrie-uiltje	=	spurrie-uil
spurrie-uiltjes	=	spurrie-uil
spurt	noun	snelle vooruitgang door een extra inspanning gedurende een korte tijd
spurte	=	spurten
spurten	verb	korte tijd extra vaart maken
spurtend	=	spurten
spurtende	=	spurten
spurter	noun	iemand die goed kan sprinten
spurters	=	spurter
spurtertje	=	spurter
spurtertjes	=	spurter
spurtje	=	spurt
spurtjes	=	spurt
spurts	=	spurt
spurtte	=	spurten
spurtten	=	spurten
sputter	=	sputteren
sputterde	=	sputteren
sputterden	=	sputteren
sputtere	=	sputteren
sputteren	verb	kleine belletjes of druppeltjes spuug voortbrengen (zoals bij baby's)
sputterend	=	sputteren
sputterende	=	sputteren
sputtert	=	sputteren
sputum	noun	vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
spuug	noun	vocht dat in de mond vloeit uit de speekselklieren
spuugde	=	spugen
spuugden	=	spugen
spuugdoek	noun	doekje waarin de opgerispte melk die inmiddels een kwarkachtige vorm heeft aangenomen bij zuigelingen wordt opgevangen
spuugdoeken	=	spuugdoek
spuugdoekje	=	spuugdoek
spuugdoekjes	=	spuugdoek
spuugje	=	spuug
spuugjes	=	spuug
spuugkap	noun	kap die de politie over het hoofd van een verdachte kan trekken om te voorkomen dat ze bespuugd worden
spuugkappen	=	spuugkap
spuugkit	noun	buisje waarin men speeksel van een spugend persoon kan verzamelen om bewijsmateriaal te hebben voor een veroordeling
spuugkitje	=	spuugkit
spuugkitjes	=	spuugkit
spuugkits	=	spuugkit
spuuglelijk	adj	enorm lelijk
spuuglelijke	=	spuuglelijk
spuuglelijks	=	spuuglelijk
spuuglok	noun	tegen het voorhoofd geplakte haarlok (liefst met spuug, dat spreekt)
spuuglokje	=	spuuglok
spuuglokjes	=	spuuglok
spuuglokken	=	spuuglok
spuugmasker	noun	kap die de politie over het hoofd van een spugende arrestant kan trekken om zich te beschermen
spuugmaskers	=	spuugmasker
spuugsel	noun	slijm en speeksel dat uit de mond is gespuugd
spuugsels	=	spuugsel
spuugt	=	spugen
spuugzat	adj|informal	ergens meer dan genoeg van hebbend, iets niet langer duldend
spuugzats	=	spuugzat
spuugzatste	=	spuugzat
spuugzatte	=	spuugzat
spuugzattes	=	spuugzat
spuw	=	spuwen
spuwbak	noun	bakje waarin men kan spugen of braken
spuwbakje	=	spuwbak
spuwbakjes	=	spuwbak
spuwbakken	=	spuwbak
spuwde	=	spuwen
spuwden	=	spuwen
spuwe	=	spuwen
spuwen	verb|formal	speeksel met vaart buiten de mond doen komen
spuwend	=	spuwen
spuwende	=	spuwen
spuwer	noun	iets dat of iemand die puwt
spuwers	=	spuwer
spuwertje	=	spuwer
spuwertjes	=	spuwer
spuwsel	noun	wat men ophoest
spuwsels	=	spuwsel
spuwster	=	spuwer
spuwt	=	spuwen
spyware	noun	heimelijk geïnstalleerde software lijkend op een trojaan die via internet informatie van zijn computer illegaal doorgeeft aan anderen
sqoleq	noun	een dialect van het Atayal dat gesproken wordt in Taiwan
squadron	noun	bij de luchtmacht de aanduiding voor een operationele eenheid met vliegtuigen en al het hierbij behorend personeel onder één commandant
squadrons	=	squadron
squameus	adj	afschilferend (bijv. van huid of oppervlakkige cellaag)
squameuze	=	squameus
squameuzer	=	squameus
squameuzere	=	squameus
square	adj	in overeenstemming met de algemeen gangbare opvattingen en daarom niet tot de verbeelding sprekend	noun|obsolete	plein in een bebouwde omgeving
squares	=	square
squash	noun	racketsport waarbij twee spelers om de beurt proberen de squashbal in een bepaalde zone tegen de muur te slaan
squashbaan	noun	ruimte waarin squash kunt spelen
squashbaantje	=	squashbaan
squashbanen	=	squashbaan
squashe	=	squashen
squashen	verb	beoefenen van squash
squashend	=	squashen
squashende	=	squashen
squasher	noun	iemand die squash speelt
squashers	=	squasher
squashertje	=	squasher
squasht	=	squashen
squashte	=	squashen
squashten	=	squashen
squaw	noun	indiaanse vrouw
squaws	=	squaw
sranantongotalig	adj	Sranantongo sprekend
sranantongotalige	=	sranantongotalig
sranantongotaligs	=	sranantongotalig
srd	noun	Surinaamse dollar de munteenheid van Suriname
srd's	=	srd
srefidensi	noun	de oprichting van Suriname als zelfstandige staat, 25 november 1975
srilankapalmroller	noun	Paradoxurus zeylonensis een zoogdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
srilankapalmrollers	=	srilankapalmroller
srilankapalmrollertje	=	srilankapalmroller
srilankapalmrollertjes	=	srilankapalmroller
sriracha	noun	scherpe Thaise saus van chilipepers Capsicum frutescens, knoflook, azijn, zout en suiker
srivatsa	noun	eindeloze knoop als Oosters symbool dat staat voor verbondenheid, oneindigheid en het samengaan van wijsheid en mededogen
srivatsa's	=	srivatsa
srivatsaatje	=	srivatsa
srivatsaatjes	=	srivatsa
srs	=	serieus
srv-wagen	noun	een kleine rijdende supermarkt
srv-wagens	=	srv-wagen
srv-wagentje	=	srv-wagen
srv-wagentjes	=	srv-wagen
ss'er	noun	iemand die lid was van de paramilitaire organisatie van de nazi's
ss'ers	=	ss'er
ss'ertje	=	ss'er
sss-eiland	noun	aanduiding voor elk van de drie Bovenwindse Eilanden die tot het Koninkrijk der Nederland behoren
sss-eilanden	=	sss-eiland
sst	intj	een uitroep om stilte
st	intj	een uitroep om stilte
sta	=	staan
sta-in-de-weg	noun	een bezit dat vrij nutteloos is of geworden is en alleen maar plaats inneemt
sta-in-de-wegs	=	sta-in-de-weg
sta-zitwerkplek	noun	werkplek waarbij men zowel zittend als staand het werk kan verrichten vaak betreft het een in hoogte verstelbaar bureau
sta-zitwerkplekje	=	sta-zitwerkplek
sta-zitwerkplekjes	=	sta-zitwerkplek
sta-zitwerkplekken	=	sta-zitwerkplek
staaf	noun	een massieve langwerpige min of meer cilindervormige stang of balk
staafbacterie	noun	staafvormige bacterie
staafbacterietje	=	staafbacterie
staafbacterietjes	=	staafbacterie
staafbacteriën	noun	klasse Bacillum
staafde	=	staven
staafden	=	staven
staafdiagram	noun	staafgrafiek, een grafische weergave in de vorm van losstaande rechthoeken waarbij de hoogte van de rechthoek aangeeft hoe vaak een waarneming voorkomt die onderaan de staaf wordt genoemd
staafdiagrammen	=	staafdiagram
staafdiagrammetje	=	staafdiagram
staafdiagrammetjes	=	staafdiagram
staafgrafiek	noun	een grafiek die kwantitatieve gegevens visueel vergelijkt met behulp van staven of balken, waarvan de lengte de waarde of frequentie van een categorie weergeeft
staafgrafieken	=	staafgrafiek
staafgrafiekje	=	staafgrafiek
staafgrafiekjes	=	staafgrafiek
staafje	=	staaf
staafjes	=	staaf
staafjesiepenmos	noun	Zygodon conoideus een bladmos behorend tot de familie Orthotrichaceae.
staafjesiepenmosje	=	staafjesiepenmos
staafjesiepenmosjes	=	staafjesiepenmos
staafjesiepenmossen	=	staafjesiepenmos
staafkerk	noun	een geheel uit hout opgetrokken kerkgebouw, met een typische bouwstijl die voornamelijk in Scandinavië wordt aangetroffen
staafkerken	=	staafkerk
staafkerkje	=	staafkerk
staafkerkjes	=	staafkerk
staafmier	noun	insect uit de geslacht Ponera van mieren uit de onderfamilie oermieren (Ponerinae).
staafmieren	noun	Ponera een geslacht van mieren uit de onderfamilie oermieren (Ponerinae).
staafmiertje	=	staafmier
staafmiertjes	=	staafmier
staafmixer	noun	een handmixer met een hoog toerental bedoeld om voedsel zeer fijn te vermalen
staafmixers	=	staafmixer
staafmixertje	=	staafmixer
staafmixertjes	=	staafmixer
staafpissebed	noun	Idotea linearis een pissebed uit de familie Idoteidae.
staafpissebedden	=	staafpissebed
staafpissebedje	=	staafpissebed
staafpissebedjes	=	staafpissebed
staaft	=	staven
staafvormig	adj	vorm van een staaf hebbend
staafvormige	=	staafvormig
staafvormiger	=	staafvormig
staafvormigere	=	staafvormig
staafvormigers	=	staafvormig
staafvormigs	=	staafvormig
staafvormigst	=	staafvormig
staafvormigste	=	staafvormig
staafwants	noun	Ranatra linearis een insect uit de familie waterschorpioenen (Nepidae)
staafwantsen	=	staafwants
staafwantsje	=	staafwants
staafwantsjes	=	staafwants
staag	adj	gestaag
staagde	=	stagen
staagden	=	stagen
staags	=	staag
staagst	=	staag
staagste	=	staag
staagt	=	stagen
staai	noun	afstand tussen twee hechtingen aan de reep bij sommige visnetten
staaien	=	staai
staak	noun	lange stok die als steun in de grond is gezet
staakbonen	=	staakboon
staakboon	noun	Phaseolus vulgaris boon die aan een staak groeit, stokboon
staakje	=	staak
staakjes	=	staak
staakmolen	noun	een richtbare windmolen en het oudste houten type windmolen in de Lage Landen
staakmolens	=	staakmolen
staakt	=	staken
staakt-het-vuren	noun	overeenkomst voorlopig een einde te maken aan de gevechtshandelingen
staakt-het-vurens	=	staakt-het-vuren
staakte	=	staken
staakten	=	staken
staal	noun	een legering van ijzer en koolstof
staalachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van staal
staalachtige	=	staalachtig
staalachtiger	=	staalachtig
staalachtigere	=	staalachtig
staalachtigers	=	staalachtig
staalachtigs	=	staalachtig
staalachtigst	=	staalachtig
staalachtigste	=	staalachtig
staalarbeider	noun	arbeider in de staalindustrie
staalarbeiders	=	staalarbeider
staalbedrijf	noun	bedrijf dat staal verwerkt
staalbedrijfje	=	staalbedrijf
staalbedrijfjes	=	staalbedrijf
staalbedrijven	=	staalbedrijf
staalbeton	noun	beton gewapend met staalgruis
staalblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5011 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5011 ( ).
staalblauwe	=	staalblauw
staalblauwen	=	staalblauw
staalblauwer	=	staalblauw
staalblauwere	=	staalblauw
staalblauwers	=	staalblauw
staalblauws	=	staalblauw
staalblauwst	=	staalblauw
staalblauwste	=	staalblauw
staalboek	noun	catalogus met voorbeelden, stalen of monsters van alles wat voorradig of mogelijk is
staalboeken	=	staalboek
staalboekje	=	staalboek
staalboekjes	=	staalboek
staalborstel	noun	harde borstel met 'haren' van staaldraad
staalborstels	=	staalborstel
staalborsteltje	=	staalborstel
staalborsteltjes	=	staalborstel
staalborsthoningzuiger	noun	Cinnyris jugularis een zangvogel uit de familie van de honingzuigers; dit zijn vogels die foerageren op de nectar van bloemen, maar ook op insecten, vooral in de tijd dat ze jongen verzorgen.
staalborsthoningzuigers	=	staalborsthoningzuiger
staalborsthoningzuigertje	=	staalborsthoningzuiger
staalborsthoningzuigertjes	=	staalborsthoningzuiger
staalbouw	noun	het bouwen van constructies uit staal, zoals stalen vakwerktorens en vakwerkmasten, brugconstructies, kranen, en staalskeletbouw
staalbron	noun	bron die staalwater bevat doordat er ijzerzouten in het water zijn opgelost
staalbronnen	=	staalbron
staalbrons	noun	legering van koper, zink en ijzer
staalconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse staalproducenten
staalconcerns	=	staalconcern
staalconstructie	noun	constructie van staal
staalconstructies	=	staalconstructie
staalde	=	stalen
staalden	=	stalen
staaldraad	noun	een draad van staal
staaldraadje	=	staaldraad
staaldraadjes	=	staaldraad
staaldraden	=	staaldraad
staalduifje	noun	Chalcopelia afra een vogelsoort uit de familie duiven (Columbidae)
staalduifjes	=	staalduifje
staalfabriek	noun	fabriek waar men staal uit ruwe ijzererts produceert
staalfabrieken	=	staalfabriek
staalfabriekje	=	staalfabriek
staalfabriekjes	=	staalfabriek
staalglansdrongo	noun	Dicrurus atripennis een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's
staalglansdrongo's	=	staalglansdrongo
staalglansdrongootje	=	staalglansdrongo
staalglansdrongootjes	=	staalglansdrongo
staalgraveerkunst	noun	de kunst van het maken van staalgravures
staalgravure	noun	graveerkunst op staal
staalgravuren	=	staalgravure
staalgravures	=	staalgravure
staalgrijs	noun	een variant van de kleur grijs, de kleur grijs die staal heeft	adj	de kleur staalgrijs hebbend
staalgrijst	=	staalgrijs
staalgrijste	=	staalgrijs
staalgrijze	=	staalgrijs
staalgrijzen	=	staalgrijs
staalgrijzer	=	staalgrijs
staalgrijzere	=	staalgrijs
staalgrijzers	=	staalgrijs
staalhapper	noun	iemand die een beugel draagt
staalhappers	=	staalhapper
staalhard	adj	met hoge weerstand tegen deuken of krassen, zo hard als staal
staalharde	=	staalhard
staalhards	=	staalhard
staalindustrie	noun	tak van de industrie die van ijzer en schroot staal maakt
staalindustrieën	=	staalindustrie
staalkaart	noun	een verzameling voorbeelden die een goed overzicht geeft van het geheel
staalkaarten	=	staalkaart
staalkaartje	=	staalkaart
staalkaartjes	=	staalkaart
staalkabel	noun	is een kabel geslagen van stalen draden, soms met een touwkern
staalkabels	=	staalkabel
staalkabeltje	=	staalkabel
staalkabeltjes	=	staalkabel
staalmagnaat	noun	rijke eigenaar van staalfabrieken
staalmagnaten	=	staalmagnaat
staalmaker	noun	bedrijf dat staal produceert
staalmakers	=	staalmaker
staalmonarch	noun	Myiagra ferrocyanea een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
staalmonarchen	=	staalmonarch
staalmonarchje	=	staalmonarch
staalmonarchjes	=	staalmonarch
staalname	noun	afname van materiaal ten behoeve van onderzoek
staalnamen	=	staalname
staalnames	=	staalname
staalpil	noun	populaire benaming voor tabletten die het element ijzer bevatten en die worden voorgeschreven bij bloedarmoede door ijzergebrek (ferriprieve anemie)
staalpillen	=	staalpil
staalplaat	noun	een vlak, plat en vrij dun stuk staal; blad staal
staalplaatje	=	staalplaat
staalplaatjes	=	staalplaat
staalplaten	=	staalplaat
staalproducent	noun	een fabriek voor de productie van staal
staalproducenten	=	staalproducent
staalproductie	noun	het maken van staal uit erts en/of schroot
staalproducties	=	staalproductie
staalreus	noun	een zeer groot bedrijf dat staal produceert
staalreuzen	=	staalreus
staalt	=	stalen
staaltje	=	staal
staaltjes	=	staal
staalvink	noun	Vidua chalybeata een klein vogeltje uit de familie van de Viduidae die voorkomt in een groot deel van Sub-Saharisch Afrika
staalvinken	=	staalvink
staalvinkje	=	staalvink
staalvinkjes	=	staalvink
staalvlekduif	noun	Turtur afer een vogel uit de familie Columbidae
staalvlekduifje	=	staalvlekduif
staalvlekduifjes	=	staalvlekduif
staalvlekduiven	=	staalvlekduif
staalwater	noun	water dat veel ijzerzouten bevat
staalwol	noun	een uit fijne stalen krulletjes bestaand schuurmiddel
staan	verb	zich in verticale toestand van rust bevinden op een vaste ondergrond
staand	adj	zich rechtop bevindend
staande	adj	rechtop, op vier poten (van ram, leeuw)	prep|formal	tijdens, gedurende
staandehouding	noun	minst beperkende handeling van een opsporingsambtenaar waarbij o.a.
staandehoudingen	=	staandehouding
staandehoudinkje	=	staandehouding
staandehoudinkjes	=	staandehouding
staander	noun	verticaal langgerekt voorwerp dat op een ondergrond steunt zodat er iets anders op kan staan of aan kan hangen
staanders	=	staander
staandertje	=	staander
staandertjes	=	staander
staandevoets	adv	staand
staands	=	staand
staandsvoets	adv	op de voeten staand
staangeld	=	stageld
staanlamp	noun	staande lamp
staanlampen	=	staanlamp
staanlampje	=	staanlamp
staanlampjes	=	staanlamp
staanplaats	noun	een plaats waar men kan staan, vaak op een tribune
staanplaatsen	=	staanplaats
staanplaatsje	=	staanplaats
staanplaatsjes	=	staanplaats
staantribune	noun	een tribune met uitsluitend staanplaatsen voor het publiek.
staantribunes	=	staantribune
staantribunetje	=	staantribune
staantribunetjes	=	staantribune
staar	noun	melkvat
staarde	=	staren
staarden	=	staren
staaroefening	noun	oefening waarbij naar een heen- en weer bewegende vinger kijkt als behandeling voor draaiduizeligheid
staaroefeningen	=	staaroefening
staaroperatie	noun	ingreep waarbij een vertroebelde ooglens wordt vervangen door een kunstlens
staaroperaties	=	staaroperatie
staart	noun	een verlengstuk van de ruggengraat bij sommige dieren
staartbandnachtzwaluw	noun	Nyctiprogne leucopyga een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
staartbandnachtzwaluwen	=	staartbandnachtzwaluw
staartbandnachtzwaluwtje	=	staartbandnachtzwaluw
staartbandnachtzwaluwtjes	=	staartbandnachtzwaluw
staartbeen	noun	Os Coccygis, het onderste deel van de menselijke wervelkolom
staartbeenderen	=	staartbeen
staartbeentje	=	staartbeen
staartbeentjes	=	staartbeen
staartbenen	=	staartbeen
staartblauwtje	noun	Cupido argiades een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
staartblauwtjes	=	staartblauwtje
staartdeel	=	staartdelen
staartdeelde	=	staartdelen
staartdeelden	=	staartdelen
staartdeelt	=	staartdelen
staartdele	=	staartdelen
staartdelen	verb	manier om op papier stapsgewijs een quotiënt berekenen
staartdelend	=	staartdelen
staartdelende	=	staartdelen
staartdeling	noun	een algoritme om een getal door een ander te delen op papier
staartdelingen	=	staartdeling
staartdelinkje	=	staartdeling
staartdelinkjes	=	staartdeling
staarteloos	adj	zonder staart
staarteloost	=	staarteloos
staartelooste	=	staarteloos
staarteloze	=	staarteloos
staartelozer	=	staarteloos
staartelozere	=	staarteloos
staartelozers	=	staarteloos
staarten	=	staart
staartje	=	staart
staartjes	=	staart
staartkikker	noun	Ascaphus truei Lange tijd behoorde de staartkikker, samen met de enige andere soort uit het geslacht Ascaphus, Ascaphus montanus tot de familie Nieuw-Zeelandse oerkikkers (Leiopelmatidae).
staartkikkers	noun	Ascaphidae een familie van kikkers (Anura).
staartkikkertje	=	staartkikker
staartkikkertjes	=	staartkikker
staartklok	noun	een aan de muur hangende klok met een slingeruurwerk
staartklokken	=	staartklok
staartlicht	noun	wit of geel en wit knipperend licht aan de staart (van een vliegtuig)
staartlichtdwerghaai	noun	Euprotomicroides zantedeschia een vissensoort uit de familie van de valse doornhaaien (Dalatiidae).
staartlichtdwerghaaien	=	staartlichtdwerghaai
staartlichtdwerghaaitje	=	staartlichtdwerghaai
staartlichtdwerghaaitjes	=	staartlichtdwerghaai
staartlichten	=	staartlicht
staartloos	adj	zonder staart
staartloost	=	staartloos
staartlooste	=	staartloos
staartloze	=	staartloos
staartlozer	=	staartloos
staartlozere	=	staartloos
staartlozers	=	staartloos
staartmees	noun	Aegithalos caudatus een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae) met een staart die langer is dan de rest van het lichaam
staartmeesje	=	staartmees
staartmeesjes	=	staartmees
staartmeesstekelstaart	noun	Leptasthenura aegithaloides een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
staartmeesstekelstaarten	=	staartmeesstekelstaart
staartmeesstekelstaartje	=	staartmeesstekelstaart
staartmeesstekelstaartjes	=	staartmeesstekelstaart
staartmezen	noun	Aegithalidae een kleine familie van zangvogels uit de superfamilie Sylvioidea.
staartpagina	noun	een (laatste) bladzijde van een (deel van een) publicatie die niet volledig gevuld is met inhoud
staartpagina's	=	staartpagina
staartpaginaatje	=	staartpagina
staartpaginaatjes	=	staartpagina
staartpen	noun	staartveer van een vogel
staartpennen	=	staartpen
staartpennetje	=	staartpen
staartploeg	noun	een ploeg met aan de achterzijde een enkele handgreep ter besturing
staartploegen	=	staartploeg
staartploegje	=	staartploeg
staartpruik	noun	bedekking van het hoofd in de vorm van nagebootst haar, uitlopend in een vlecht zoals in Europa tijdens de 18de eeuw in de mode was
staartpruiken	=	staartpruik
staartpruikje	=	staartpruik
staartpruikjes	=	staartpruik
staartriem	noun	riem die het vooruitglijden van het zadel voorkomt; riem waar de staart van het paard doorgaat
staartriemen	=	staartriem
staartspoorknapzakje	noun	Sigarispora caudata een schimmel behorend tot de familie Lophiostomataceae.
staartspoorknapzakjes	=	staartspoorknapzakje
staartster	noun	komeet
staartsterren	=	staartster
staartsterretje	=	staartster
staartsterretjes	=	staartster
staartstrekspin	noun	Tetragnatha reimoseri een spinnensoort in de taxonomische indeling van de strekspinnen
staartstrekspinnen	=	staartstrekspin
staartstrekspinnetje	=	staartstrekspin
staartstrekspinnetjes	=	staartstrekspin
staartstuk	noun	achterste deel van een snaarinstrument waar de snaren aan vastzitten
staartstukje	=	staartstuk
staartstukjes	=	staartstuk
staartstukken	=	staartstuk
staartvin	noun	een vin aan het uiteinde van een vis of ander dier.
staartvinmesalen	noun	een familie Apteronotidae van straalvinnige vissen uit de orde van de mesaalachtigen
staartvinnen	=	staartvin
staartvinnetje	=	staartvin
staartvinnetjes	=	staartvin
staartvlak	noun	achterste horizontale vlak van een vliegtuig
staartvlakje	=	staartvlak
staartvlakjes	=	staartvlak
staartvlakken	=	staartvlak
staartvlekgrondel	noun	Amblygobius albimaculatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
staartvlekgrondels	=	staartvlekgrondel
staartvlekgrondeltje	=	staartvlekgrondel
staartvlekgrondeltjes	=	staartvlekgrondel
staartwortel	noun	de wortel waar de staart bevestigd is aan de rest van het lichaam van een dier
staartwortels	=	staartwortel
staartworteltje	=	staartwortel
staartworteltjes	=	staartwortel
staat	noun	binnen een afgebakend grondgebied werkzame, in hoge mate soevereine organisatie die gezag uitoefent over de op dat grondgebied wonende bevolking
staatgodsdienst	=	staatsgodsdienst
staathuishoudkunde	noun	de leer van de financiële huishouding van een landelijke overheid; de leer betreffende het bestieren van een land
staatje	=	staat
staatjes	=	staat
staatkunde	noun	een discipline binnen de sociale wetenschappen die zich bezighoudt met het bestuderen van politiek en hoe een staat hoort te worden bestuurd
staatkundig	adj	betrekking hebbend op de staatkunde
staatkundige	=	staatkundig
staatkundiger	=	staatkundig
staatkundigere	=	staatkundig
staatkundigers	=	staatkundig
staatkundigs	=	staatkundig
staatkundigst	=	staatkundig
staatkundigste	=	staatkundig
staatloos	adj	door geen enkele staat als onderdaan erkend wordend
staatloost	=	staatloos
staatlooste	=	staatloos
staatloze	=	staatloos
staatlozer	=	staatloos
staatlozere	=	staatloos
staatlozers	=	staatloos
staats	adj	van de staat ?
staatsaangelegenheden	=	staatsaangelegenheid
staatsaangelegenheid	noun	iets dat de overheid aangaat; iets dat van staatsbelang is
staatsambtenaar	noun	ambtenaar in dienst van den staat
staatsambtenaars	=	staatsambtenaar
staatsambtenaartje	=	staatsambtenaar
staatsambtenaartjes	=	staatsambtenaar
staatsambtenaren	=	staatsambtenaar
staatsapparaat	noun	de volledige organisatie van de rijksoverheid
staatsapparaatje	=	staatsapparaat
staatsapparaatjes	=	staatsapparaat
staatsapparaten	=	staatsapparaat
staatsbanket	noun	een banket voor genodigde gasten, zoals bezoekende staatshoofden, of speciale gelegenheden georganiseerd door de staat of het vorstenhuis waarbij heerlijk geslempt kan worden
staatsbanketten	=	staatsbanket
staatsbankroet	noun	faillissement van een staat
staatsbankroeten	=	staatsbankroet
staatsbankroetje	=	staatsbankroet
staatsbankroetjes	=	staatsbankroet
staatsbeambte	noun	iemand die een staatsambt vervult, staatsambtenaar
staatsbeambten	=	staatsbeambte
staatsbediende	noun|obsolete	iemand die voor de overheid werkt
staatsbedienden	=	staatsbediende
staatsbediendes	=	staatsbediende
staatsbedrijf	noun	bedrijf waarvan de overheid de belangrijkste eigenaar is
staatsbedrijfje	=	staatsbedrijf
staatsbedrijfjes	=	staatsbedrijf
staatsbedrijven	=	staatsbedrijf
staatsbegrafenis	noun	een openbare begrafenisceremonie voor overleden staatshoofden en andere belangrijke mensen
staatsbegrafenissen	=	staatsbegrafenis
staatsbegroting	noun	inschatting van de inkomsten en uitgaven van de landelijke overheid
staatsbegrotingen	=	staatsbegroting
staatsbemoeiing	noun	het bemoeien door de staat
staatsbemoeiingen	=	staatsbemoeiing
staatsbemoeiinkje	=	staatsbemoeiing
staatsbemoeiinkjes	=	staatsbemoeiing
staatsbesluit	noun	besluit genomen door de staat
staatsbesluiten	=	staatsbesluit
staatsbestel	noun	de wijze waarop het bestuur van een staat is georganiseerd
staatsbestellen	=	staatsbestel
staatsbesturen	=	staatsbestuur
staatsbestuur	noun	bestuur van een staat
staatsbestuurtje	=	staatsbestuur
staatsbestuurtjes	=	staatsbestuur
staatsbetrekking	noun	functie (als bestuurder) bij de landelijke overheid
staatsbetrekkingen	=	staatsbetrekking
staatsbetrekkinkje	=	staatsbetrekking
staatsbetrekkinkjes	=	staatsbetrekking
staatsbewind	noun	de landelijke overheid
staatsbewinden	=	staatsbewind
staatsbezit	noun	eigendom van de landelijke overheid
staatsbezoek	noun	een officieel bezoek van een staatshoofd aan een ander land.
staatsbezoeken	=	staatsbezoek
staatsbezoekje	=	staatsbezoek
staatsbezoekjes	=	staatsbezoek
staatsblad	noun	officiële publicatie van een staat waarin onder andere nieuwe wetten worden afgekondigd
staatsbladen	=	staatsblad
staatsbos	noun	bos waarvan de staat eigenaar is
staatsbosbeheer	noun	dienst van de landelijke overheid belast met houtproductie en de instandhouding van natuurgebieden
staatsbossen	=	staatsbos
staatsbudget	noun	het geld dat de landelijke overheid tot zijn beschikking heeft
staatsbudgets	=	staatsbudget
staatsbudgetten	=	staatsbudget
staatsbureau	noun	door de staat ingestelde organisatie met een nauw omschreven taak
staatsbureaus	=	staatsbureau
staatsburger	noun	iemand die burgerrechten in een staat heeft
staatsburgeres	noun	vrouw als volwaardig lid van een nationale politieke gemeenschap
staatsburgeressen	=	staatsburgeres
staatsburgerlijk	adj	betrekking hebbend op een persoon die de nationaliteit heeft van een bepaald land met alle rechten en plichten die daarbij horen
staatsburgerlijke	=	staatsburgerlijk
staatsburgerlijker	=	staatsburgerlijk
staatsburgerlijkere	=	staatsburgerlijk
staatsburgerlijkers	=	staatsburgerlijk
staatsburgerlijks	=	staatsburgerlijk
staatsburgerlijkst	=	staatsburgerlijk
staatsburgerlijkste	=	staatsburgerlijk
staatsburgers	=	staatsburger
staatsburgerschap	noun	de hoedanigheid van het staatsburger zijn
staatsburgerschapje	=	staatsburgerschap
staatsburgerschapjes	=	staatsburgerschap
staatsburgerschappen	=	staatsburgerschap
staatsburgertje	=	staatsburger
staatsburgertjes	=	staatsburger
staatschuld	=	staatsschuld
staatscircus	noun	door de landelijke overheid georganiseerd circus
staatscircussen	=	staatscircus
staatscomiteetje	=	staatscomité
staatscomiteetjes	=	staatscomité
staatscomité	noun	door de staat aangestelde groep mensen die belast is met een bepaalde opdracht
staatscomités	=	staatscomité
staatscommissie	noun	een ad-hocadviesorgaan dat door de Kroon is ingesteld, en grotendeels uit niet-ambtenaren bestaat en een beperkte functieomschrijving heeft
staatscommissies	=	staatscommissie
staatsconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die in het bezit zijn van de landelijke overheid
staatsconcerns	=	staatsconcern
staatscontrole	noun	toezicht door de landelijke overheid; overheersing door de landelijke overheid
staatscontroles	=	staatscontrole
staatsdienst	noun	functie bij de overheid, betrekking als ambtenaar
staatsdiensten	=	staatsdienst
staatsdomein	noun	grond van de staat
staatsdomeinen	=	staatsdomein
staatsdomeintje	=	staatsdomein
staatsdomeintjes	=	staatsdomein
staatse	=	staats
staatseigendom	noun	het in bezit zijn van de overheid
staatseigendommen	=	staatseigendom
staatsenergiebedrijf	noun	overheidsbedrijf dat handelt in gas, olie en elektriciteit
staatsenergiebedrijfje	=	staatsenergiebedrijf
staatsenergiebedrijfjes	=	staatsenergiebedrijf
staatsenergiebedrijven	=	staatsenergiebedrijf
staatsenergieconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse energiebedrijven die staatseigendom zijn
staatsenergieconcerns	=	staatsenergieconcern
staatsexamen	noun	een examen dat niet door een school wordt georganiseerd maar door de overheid (DUO Dienst Uitvoering Onderwijs)
staatsexamens	=	staatsexamen
staatsexamentje	=	staatsexamen
staatsexamentjes	=	staatsexamen
staatsfabriek	noun	industrieel bedrijf van de overheid
staatsfabrieken	=	staatsfabriek
staatsfabriekje	=	staatsfabriek
staatsfabriekjes	=	staatsfabriek
staatsfonds	noun	geldlening door een staat aangegaan, (obligatie)
staatsfondsen	=	staatsfonds
staatsfondsje	=	staatsfonds
staatsfondsjes	=	staatsfonds
staatsgarantie	noun	verklaring van de overheid dat deze de schulden zal betalen als de kredietnemer in gebreke blijft
staatsgaranties	=	staatsgarantie
staatsgarantietje	=	staatsgarantie
staatsgarantietjes	=	staatsgarantie
staatsgeheim	noun	informatie die omwille van de inhoud of aard beperkt of niet verspreid mag worden volgens de wetten en regelgeving het gaat dus altijd over gewichtige zaken
staatsgeheimen	=	staatsgeheim
staatsgeheimpje	=	staatsgeheim
staatsgevaarlijk	adj	van een persoon of een zaak dat deze de veiligheid en/of het voortbestaan van de staat kunnen bedreigen
staatsgevaarlijke	=	staatsgevaarlijk
staatsgevaarlijker	=	staatsgevaarlijk
staatsgevaarlijkere	=	staatsgevaarlijk
staatsgevaarlijkers	=	staatsgevaarlijk
staatsgevaarlijks	=	staatsgevaarlijk
staatsgevaarlijkst	=	staatsgevaarlijk
staatsgevaarlijkste	=	staatsgevaarlijk
staatsgezag	noun	het gezag door de staat uitgeoefend
staatsgodsdienst	noun	officiële godsdienst in een staat
staatsgodsdiensten	=	staatsgodsdienst
staatsgreep	noun	illegale (poging tot) afzetting van een regering en de vervanging ervan door een nieuw bewind
staatsgreepje	=	staatsgreep
staatsgreepjes	=	staatsgreep
staatsgreeppoging	noun	het georganiseerde, doch mislukte streven van een groep personen om de regering van een land illegaal en plotseling af te zetten.
staatsgreeppogingen	=	staatsgreeppoging
staatsgreeppoginkje	=	staatsgreeppoging
staatsgreeppoginkjes	=	staatsgreeppoging
staatsgrens	noun	de grens tussen twee landen
staatsgrenzen	=	staatsgrens
staatsgrepen	=	staatsgreep
staatshervorming	noun	hervorming van een staat
staatshervormingen	=	staatshervorming
staatshervorminkje	=	staatshervorming
staatshervorminkjes	=	staatshervorming
staatsholding	noun	een door de overheid gecontroleerde houdstermaatschappij die aandelen beheert in diverse bedrijven, vaak met als doel strategische belangen te beschermen of rendement te behalen.
staatsholdings	=	staatsholding
staatsholdinkje	=	staatsholding
staatsholdinkjes	=	staatsholding
staatshoofd	noun	iemand die in een staat het hoogste gezag bekleedt of personifieert
staatshoofden	=	staatshoofd
staatshoofdje	=	staatshoofd
staatshoofdjes	=	staatshoofd
staatshuishouding	noun	is het geheel van inkomsten en uitgaven van de staatsoverheid en de transacties die daarbij horen.
staatshuishoudingen	=	staatshuishouding
staatshuishoudinkje	=	staatshuishouding
staatshuishoudinkjes	=	staatshuishouding
staatshulk	noun|figurative	schip der staat
staatshulken	=	staatshulk
staatsideologie	noun	enige ideologie die de staat aanhangt en tolereert
staatsideologieën	=	staatsideologie
staatsie	noun	uiterlijk vertoon
staatsiebezoek	noun	een plechtig, ceremonieel bezoek van een staatshoofd aan een ander land
staatsiebezoeken	=	staatsiebezoek
staatsiefoto	noun	het officiële portret van een staatshoofd
staatsiefoto's	=	staatsiefoto
staatsiefotootje	=	staatsiefoto
staatsiefotootjes	=	staatsiefoto
staatsieklederen	=	staatsiekleed
staatsiekleed	noun	prachtig, kostbaar, deftig feestkleed
staatsiekleren	=	staatsiekleed
staatsieportret	noun	ceremoniële, plechtige foto van een belangrijk persoon zoals bijvoorbeeld een staatshoofd
staatsieportretten	=	staatsieportret
staatsies	=	staatsie
staatsietjalk	noun	tjalk met een staatsie, een bouwsel op het achterschip, lopend tot op de hekbalk
staatsietjalken	=	staatsietjalk
staatsietjalkje	=	staatsietjalk
staatsietjalkjes	=	staatsietjalk
staatsietje	=	staatsie
staatsietjes	=	staatsie
staatsievertrek	noun	deftige pronkkamer in een paleis waarin men officiële gasten kan ontvangen
staatsievertrekje	=	staatsievertrek
staatsievertrekjes	=	staatsievertrek
staatsievertrekken	=	staatsievertrek
staatsinkomsten	noun	inkomsten van de staat (in de vorm van geïnde belastingen)
staatsinmenging	noun	de mate waarin en de manier waarop de overheid ingrijpt in de maatschappij, de economie of het persoonlijke leven van burgers
staatsinmengingen	=	staatsinmenging
staatsinmenginkje	=	staatsinmenging
staatsinmenginkjes	=	staatsinmenging
staatsinrichting	noun	de wijze waarop de staat, zijn regering en zijn bestuur zijn ingericht
staatsinrichtingen	=	staatsinrichting
staatsinvloed	noun	de macht van de rijksoverheid
staatsinvloeden	=	staatsinvloed
staatskapitalisme	noun	economisch stelsel waarbij de staat als kapitaalhouder optreedt
staatskas	noun	de financiële middelen van de rijksoverheid
staatskassen	=	staatskas
staatskerk	noun	een kerkstroming die tot officiële staatsgodsdienst is gemaakt in een samenleving zonder scheiding van kerk en staat
staatskerken	=	staatskerk
staatskost	noun|obsolete	op staatskost: door de overheid te betalen
staatskosten	noun	op staatskosten: door de overheid te betalen
staatsleiding	noun	de personen of instanties die het hoogste gezag uitoefenen over een land of staat.
staatsleidingen	=	staatsleiding
staatsleidinkje	=	staatsleiding
staatsleidinkjes	=	staatsleiding
staatslening	noun	geldlening door een staat aangegaan
staatsleningen	=	staatslening
staatslieden	=	staatsman
staatslogeergebouw	noun	huis waarin gasten van de staat tijdelijk kunnen verblijven
staatslogeergebouwen	=	staatslogeergebouw
staatslogeergebouwtje	=	staatslogeergebouw
staatslot	noun	een lot van de staatsloterij
staatsloten	=	staatslot
staatsloterij	noun	loterij die door een nationale overheid wordt georganiseerd
staatsloterijen	=	staatsloterij
staatslui	=	staatsman
staatsmacht	noun	de macht die een staat kan uitoefenen over zijn staatsvolk en zijn staatsgebied
staatsmachten	=	staatsmacht
staatsman	noun	term gebruikt om te verwijzen naar diplomaten en politici, veelal oud-regeringsleiders met een respectabele staat van dienst.
staatsmannen	=	staatsman
staatsmannetje	=	staatsman
staatsmannetjes	=	staatsman
staatsmedia	=	staatsmedium
staatsmedium	noun	een direct door de overheid gestuurd massacommunicatiemiddel
staatsmijn	noun	een mijn die door de overheid wordt geëxploiteerd
staatsmijnen	=	staatsmijn
staatsmijntje	=	staatsmijn
staatsmijntjes	=	staatsmijn
staatsministerie	noun	een afdeling van de overheid van een (deel)staat waar het beleid van de staatsregering wordt uitgevoerd
staatsministeries	=	staatsministerie
staatsministerietje	=	staatsministerie
staatsministerietjes	=	staatsministerie
staatsmonopolie	noun	monopolie dat berust bij de staat. (bv tabakverkoop)
staatsmonopolies	=	staatsmonopolie
staatsmonopoliën	=	staatsmonopolie
staatsobligatie	noun	een obligatie die door een overheid wordt uitgegeven
staatsobligaties	=	staatsobligatie
staatsolieconcern	noun	olie producerend bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die staatseigendom zijn
staatsolieconcerns	=	staatsolieconcern
staatsomroep	noun	overheidsorganisatie die radio- en televisieuitzendingen verzorgt
staatsomroepen	=	staatsomroep
staatsondermijnend	adj	betreft acties, personen of ontwikkelingen die het functioneren, de autoriteit of het voortbestaan van de staat en zijn instituties (zoals politie, rechtspraak en democratische processen) ernstig aantasten of bedreigen.
staatsondermijnende	=	staatsondermijnend
staatsondermijnender	=	staatsondermijnend
staatsondermijnendere	=	staatsondermijnend
staatsondermijnenders	=	staatsondermijnend
staatsondermijnends	=	staatsondermijnend
staatsondermijnendst	=	staatsondermijnend
staatsondermijnendste	=	staatsondermijnend
staatsonderneming	noun	bedrijf dat eigendom is van de rijksoverheid
staatsondernemingen	=	staatsonderneming
staatsonderwijs	noun	openbaar onderwijs dat door de overheid wordt bekostigd en ingericht
staatsonthouding	noun	het zich bewust afzijdig houden van de overheid en het niet of nauwelijks ingrijpen in bepaalde sectoren, met name de economie en het maatschappelijk leven.
staatsonthoudingen	=	staatsonthouding
staatsonthoudinkje	=	staatsonthouding
staatsonthoudinkjes	=	staatsonthouding
staatsopvoeding	noun	opvoeding en vorming van kinderen door de overheid
staatsopvoedingen	=	staatsopvoeding
staatsopvoedinkje	=	staatsopvoeding
staatsopvoedinkjes	=	staatsopvoeding
staatsorde	noun	wijze waarop de overheid van een land is georganiseerd
staatsorden	=	staatsorde
staatsorder	noun	een bestelling om bepaalde goederen of diensten te leveren aan de overheid
staatsorders	=	staatsorder
staatsordertje	=	staatsorder
staatsordertjes	=	staatsorder
staatsordes	=	staatsorde
staatspersbureau	noun	door de overheid gecontroleerde instelling die zich toelegt op het vergaren en verspreiden van nieuws
staatspersbureaus	=	staatspersbureau
staatspolitie	noun	politie die vooral gericht is op het bestrijden van de politieke oppositie
staatspresident	noun	de oudere naam voor de president van Zuid-Afrika.
staatspresidenten	=	staatspresident
staatsprijs	noun	een uitzonderlijke beloning voor een uitzonderlijke prestatie uitgeloofd door de landelijke overheid
staatsprijsje	=	staatsprijs
staatsprijsjes	=	staatsprijs
staatsprijzen	=	staatsprijs
staatspropaganda	noun	propaganda door een staat
staatsraad	noun	staatscollege met adviserende en/of rechterlijke bevoegdheden, in Nederland de Raad van State
staatsraden	=	staatsraad
staatsrecht	noun	dat gedeelte van het recht dat over de organisatie van de staat gaat
staatsrechtelijk	adj	betrekking hebbend op het recht dat het functioneren van de staat zelf betreft
staatsrechtelijke	=	staatsrechtelijk
staatsrechtelijker	=	staatsrechtelijk
staatsrechtelijkere	=	staatsrechtelijk
staatsrechtelijkers	=	staatsrechtelijk
staatsrechtelijks	=	staatsrechtelijk
staatsrechtelijkst	=	staatsrechtelijk
staatsrechtelijkste	=	staatsrechtelijk
staatsrechten	=	staatsrecht
staatsregeling	noun	de grondwet
staatsregelingen	=	staatsregeling
staatsroer	noun	roer van de staat
staatsroertje	=	staatsroer
staatsroertjes	=	staatsroer
staatsruif	noun	schatkist van de staat
staatsruiven	=	staatsruif
staatsscholen	=	staatsschool
staatsschool	noun	school die door de staat wordt bekostigd én ingericht, rijksschool
staatsschooltje	=	staatsschool
staatsschooltjes	=	staatsschool
staatsschuld	noun	geldschuld van de staat
staatsschulden	=	staatsschuld
staatssecretaris	noun	een persoon die deelneemt aan de regering van een land
staatssecretarisje	=	staatssecretaris
staatssecretarisjes	=	staatssecretaris
staatssecretarissen	=	staatssecretaris
staatssocialisme	noun	systeem waarbij het particuliere kapitalistische bedrijf door het staatsbedrijf is vervangen
staatsspoorweg	noun	een spoorweg die van staatswege aangelegd is en/of geëxploiteerd wordt
staatsspoorwegen	=	staatsspoorweg
staatssteun	noun	geldelijke ondersteuning van een bedrijf, organisatie e.d. door de staat
staatssubsidie	noun	financiële bijdrage door de rijksoverheid
staatssubsidies	=	staatssubsidie
staatssubsidietje	=	staatssubsidie
staatssubsidietjes	=	staatssubsidie
staatstelevisie	noun	overheidsdienst die tot taak heeft televisieprogramma's uit te zenden en die in een autocratie tevens het standpunt van de regering verkondigt
staatstelevisies	=	staatstelevisie
staatsterreur	noun	door de staat uitgeoefende terreur
staatsterrorisme	noun	terrorisme of terreur uitgeoefend door de staat zoals bijv. onder het bewind van Jozef Stalin en Adolf Hitler
staatstoezicht	noun	toezicht door de staat
staatsuitgaven	noun	uitgaven die de staat moet doen
staatsveiligheid	noun	afwezigheid van gevaar voor de staat
staatsveiligheidsdienst	noun	een dienst van de overheid die staatsondermijnende activiteiten probeert te bestrijden
staatsveiligheidsdiensten	=	staatsveiligheidsdienst
staatsverband	noun	relatie tussen verschillende delen van één land
staatsverbanden	=	staatsverband
staatsvijand	noun	iets of iemand die een onwettige bedreiging vormt voor de overheid in een land
staatsvijanden	=	staatsvijand
staatsvijandje	=	staatsvijand
staatsvorm	noun	type organisatie dat aan een staat ten grondslag ligt
staatsvormen	=	staatsvorm
staatsvrouw	noun	vrouw die lid is van een regering
staatsvrouwen	=	staatsvrouw
staatsvrouwtje	=	staatsvrouw
staatswaarborg	noun	een garantie door de overheid dat een financiële verplichting wordt nagekomen
staatswaarborgen	=	staatswaarborg
staatswege	adv	archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
staatswetenschap	noun	de wetenschap die het functioneren van een landelijke overheid bestudeert
staatswetenschappen	=	staatswetenschap
staatswiet	noun	wiet die legaal door de staat wordt geleverd
staatszaak	noun	kwestie van algemeen belang, iets wat de overheid aangaat
staatszaken	=	staatszaak
staatsziekenhuis	noun	een ziekenhuis dat door de landelijke overheid gerund wordt
staatsziekenhuisje	=	staatsziekenhuis
staatsziekenhuisjes	=	staatsziekenhuis
staatsziekenhuizen	=	staatsziekenhuis
staatszorg	noun	de zorg die de landelijke overheid voor een bepaalde zaak heeft
staatszorgen	=	staatszorg
stabiel	adj	niet of slechts licht aan verandering onderhevig
stabiele	=	stabiel
stabieler	=	stabiel
stabielere	=	stabiel
stabielers	=	stabiel
stabiels	=	stabiel
stabielst	=	stabiel
stabielste	=	stabiel
stabij	noun	in Friesland gefokte staande, opjagende en apporterende vogelhond, mollenvanger en waakhond
stabijs	=	stabij
stabilisatie	noun	het vast van waarde maken
stabilisaties	=	stabilisatie
stabilisatietje	=	stabilisatie
stabilisatievlak	noun	staartvlak van een vliegtuig dat moet zorgen voor stabilisatie
stabilisatievlakje	=	stabilisatievlak
stabilisatievlakjes	=	stabilisatievlak
stabilisatievlakken	=	stabilisatievlak
stabilisator	noun	hulpmiddel om de stabiliteit te verbeteren
stabilisatoren	=	stabilisator
stabilisators	=	stabilisator
stabilisatortje	=	stabilisator
stabiliseer	=	stabiliseren
stabiliseerde	=	stabiliseren
stabiliseerden	=	stabiliseren
stabiliseert	=	stabiliseren
stabilisere	=	stabiliseren
stabiliseren	verb	stabiel maken, bestendigen
stabiliserend	adj	onrust tegengaand
stabiliserende	=	stabiliseren
stabiliserender	=	stabiliserend
stabiliserendere	=	stabiliserend
stabiliserenders	=	stabiliserend
stabiliserends	=	stabiliserend
stabiliserendst	=	stabiliserend
stabiliserendste	=	stabiliserend
stabilisering	noun	het stabiliseren
stabiliseringen	=	stabilisering
stabiliteit	noun	een situatie waarin zonder verstoring geen verandering zal plaatsvinden.
stabiliteiten	=	stabiliteit
stabiliteitspact	noun	in 1997 door de lidstaten van de Europese Unie gesloten pact, waarin afspraken zijn vastgelegd om binnen een bepaalde termijn het begrotingstekort binnen strikte grenzen te houden om de waarde van de euro te garanderen, in december 2011 uitgebreid tot het versterkte stabiliteitspact waarin meer mogelijkheden zijn sancties op te leggen aan de lidstaten
stabiliteitspacten	=	stabiliteitspact
stabilo	noun	de (horizontale) vleugel (meestal op de staart) van een vliegtuig
stabilo's	=	stabilo
stabilometrie	noun	evenwichtsleer
stabilootje	=	stabilo
stabilootjes	=	stabilo
stacaravan	noun	een grote vakantiecaravan die een vaste staplaats heeft en soms als een permanente verblijfplaats gebruikt wordt
stacaravannetje	=	stacaravan
stacaravannetjes	=	stacaravan
stacaravans	=	stacaravan
staccato	noun	het uit korte losse onderdelen bestaande	adv	het kort en niet verbonden spelen van muzieknoten, niet vloeiend maar houterig bewegen
staccato's	=	staccato
stacker	noun	een stuk stuwadoorsgereedschap
stackers	=	stacker
stad	noun	plaats waar zeer veel mensen wonen en een groot aantal voorzieningen zijn
stadboek	noun	een verzameling van de wetten, keuren en regels die voor een stad golden
stadboeken	=	stadboek
stadboekje	=	stadboek
stadboekjes	=	stadboek
stade	=	stad
stadgas	=	stadsgas
stadgenoot	noun	iemand die in dezelfde grote plaats woont
stadgenoten	=	stadgenoot
stadgids	=	stadsgids
stadhouder	noun	de plaatsvervanger van een afwezige vorst in een leen
stadhouderes	=	stadhouder
stadhouderlijk	adj	van de stadhouder of betrekking hebbend op de stadhouder
stadhouderlijke	=	stadhouderlijk
stadhouderlijker	=	stadhouderlijk
stadhouderlijkere	=	stadhouderlijk
stadhouderlijkers	=	stadhouderlijk
stadhouderlijks	=	stadhouderlijk
stadhouderlijkst	=	stadhouderlijk
stadhouderlijkste	=	stadhouderlijk
stadhouderloos	adj	zonder stadhouder
stadhouderloze	=	stadhouderloos
stadhouders	=	stadhouder
stadhouderschap	noun	het stadhouder zijn; de functie van stadhouder
stadhouderschappen	=	stadhouderschap
stadhoudertje	=	stadhouder
stadhoudertjes	=	stadhouder
stadhoudster	=	stadhouder
stadhuis	noun	een gebouw waar de stadsdiensten gehuisvest zijn
stadhuisje	=	stadhuis
stadhuisjes	=	stadhuis
stadhuistaal	noun	deftig, formeel, ambtelijk jargon dat door het (gewone) publiek niet of slecht begrepen wordt
stadhuistoren	noun	smal, hoog oprijzend bouwwerk dat onderdeel is van het gebouw waar het bestuur van een grote plaats is gevestigd
stadhuistorens	=	stadhuistoren
stadhuistorentje	=	stadhuistoren
stadhuistorentjes	=	stadhuistoren
stadhuizen	=	stadhuis
stadia	=	stadium
stadie	noun	Oud-Griekse lengtemaat van 182 m afkomstig van de lengte van de renbaan te Olympia
stadig	adj	voortdurend en in hetzelfde tempo, aanhoudend
stadige	=	stadig
stadiger	=	stadig
stadigere	=	stadig
stadigers	=	stadig
stadigs	=	stadig
stadigst	=	stadig
stadigste	=	stadig
stadiometer	noun	medisch instrument dat wordt gebruikt om de lichaamslengte van mensen nauwkeurig te meten
stadiometers	=	stadiometer
stadiometertje	=	stadiometer
stadiometertjes	=	stadiometer
stadion	noun	groot complex voorzien van sportvelden, tribunes en bijbehorende nutsvoorzieningen
stadionbezoek	noun	het bezoek aan een sportstadion
stadionbezoeken	=	stadionbezoek
stadionbezoekje	=	stadionbezoek
stadionbezoekjes	=	stadionbezoek
stadiondirectie	noun	het bestuur dat de exploitatie van een sportcomplex regelt
stadiondirecties	=	stadiondirectie
stadionnetje	=	stadion
stadionnetjes	=	stadion
stadionramp	noun	groot ongeluk dat plaatsvindt in een sportstadion
stadionrampen	=	stadionramp
stadions	=	stadion
stadionverbod	noun	verbod om één of meer sportstadions te betreden als supporter als straf omdat men zich in het verleden misdragen heeft bij een bezoek aan een sportstadion
stadionverboden	=	stadionverbod
stadionverbodje	=	stadionverbod
stadionverbodjes	=	stadionverbod
stadium	noun	een fase in een ontwikkelingsproces
stadiumpje	=	stadium
stadiumpjes	=	stadium
stadiums	=	stadium
stadiën	=	stadie
stadje	=	stad
stadjer	noun	een inwoner van de stad Groningen
stadjers	=	stadjer
stadjes	=	stad
stads	noun	het Nederlands dat in de Friese steden gesproken wordt	adj	op een manier die gebruikelijk is in de (grote) stad
stadsadministratie	noun	het geheel van structuren en processen waarbinnen door de stedelijke overheid voor de maatschappij bindende beslissingen worden genomen; de stedelijke overheid
stadsadministraties	=	stadsadministratie
stadsarchief	noun	plaats waar men oude documenten die betrekking hebben op een bepaalde stad bewaart
stadsarchieven	=	stadsarchief
stadsarchitect	noun	een ontwerper van gebouwen die in dienst is van een gemeentelijke overheid
stadsarchitecten	=	stadsarchitect
stadsas	noun	centraal in een stad(sdeel) liggende straat of weg
stadsassen	=	stadsas
stadsauto	noun	een auto speciaal geschikt voor gebruik in de stad
stadsauto's	=	stadsauto
stadsautootje	=	stadsauto
stadsautootjes	=	stadsauto
stadsbank	noun	overheidsinstelling die mensen helpt die in ernstige, uitzichtloze financiële problemen zijn gekomen
stadsbanken	=	stadsbank
stadsbeeld	noun	het uiterlijk van een stad
stadsbeelden	=	stadsbeeld
stadsbesturen	=	stadsbestuur
stadsbestuur	noun	bestuur van een stad (gemeenteraad, burgemeester en wethouders)
stadsbestuurtje	=	stadsbestuur
stadsbestuurtjes	=	stadsbestuur
stadsbevolking	noun	de groep mensen die in een stad woont
stadsbevolkingen	=	stadsbevolking
stadsbevolkinkje	=	stadsbevolking
stadsbevolkinkjes	=	stadsbevolking
stadsbewoner	noun	iemand die in een stad woont
stadsbewoners	=	stadsbewoner
stadsbewonertje	=	stadsbewoner
stadsbewonertjes	=	stadsbewoner
stadsbibliotheek	noun	een instantie waar de bewoners van een stad boeken kunnen lenen; bibliotheek die het bezit is van een stad
stadsbibliotheekje	=	stadsbibliotheek
stadsbibliotheekjes	=	stadsbibliotheek
stadsbibliotheken	=	stadsbibliotheek
stadsblad	noun	een gratis huis-aan-huisblad dat in een bepaalde stad wordt verspreid; het plaatselijke sufferdje
stadsbladen	=	stadsblad
stadsblog	noun	weblog over gebeurtenissen die plaatsvinden in een bepaalde stad of gemeente
stadsblogde	=	stadsbloggen
stadsblogden	=	stadsbloggen
stadsblogge	=	stadsbloggen
stadsbloggen	verb	een weblog bijhouden over een bepaalde stad
stadsbloggend	=	stadsbloggen
stadsbloggende	=	stadsbloggen
stadsblogger	noun	iemand die een verslag over een stad bijhoudt op het internet
stadsbloggers	=	stadsblogger
stadsblogs	=	stadsblog
stadsblogt	=	stadsbloggen
stadsbode	noun	deurwaarder
stadsboden	=	stadsbode
stadsbodes	=	stadsbode
stadsboek	noun	een verzameling van de wetten, keuren en regels die voor een stad golden
stadsboeken	=	stadsboek
stadsboekje	=	stadsboek
stadsboekjes	=	stadsboek
stadsboerderij	noun	een boerderijtype binnen de stadsmuur of wallen van een versterkte stad
stadsboerderijen	=	stadsboerderij
stadsboerderijtje	=	stadsboerderij
stadsboerderijtjes	=	stadsboerderij
stadsbos	noun	een gebied met aaneengesloten begroeiing met bomen dat deel uitmaakt van een stad
stadsbossen	=	stadsbos
stadsbouwmeester	noun	architect in dienst van een gemeente
stadsbouwmeesters	=	stadsbouwmeester
stadsbrand	noun	brand die in een groot gedeelte van een stad heerst
stadsbranden	=	stadsbrand
stadsburger	noun	een burger van een stad
stadsburgers	=	stadsburger
stadsburgertje	=	stadsburger
stadsburgertjes	=	stadsburger
stadsbus	noun	lijnbus (vervoermiddel) in een stad
stadsbusje	=	stadsbus
stadsbusjes	=	stadsbus
stadsbussen	=	stadsbus
stadscafeetje	=	stadscafé
stadscafeetjes	=	stadscafé
stadscafé	noun	een café in een stad met een modernere uitstraling.
stadscafés	=	stadscafé
stadscentra	=	stadscentrum
stadscentrum	noun	het middelste gedeelte van een stad, waar vaak een belangrijk deel van het openbare leven zich afspeelt
stadscentrumpje	=	stadscentrum
stadscentrumpjes	=	stadscentrum
stadscentrums	=	stadscentrum
stadsch	=	stads
stadscomponist	noun	schrijver van muziek die door een gemeente is aangesteld om muziek te schrijven voor bepaalde evenementen
stadscomponisten	=	stadscomponist
stadsdeel	noun	is een geografisch onderdeel van een bestuurlijke eenheid (bijvoorbeeld een gemeente) die een stad omvat.
stadsdeeldichter	noun	dichter die door het stadsdeel wordt aangesteld om bij speciale gelegenheden gedichten te schrijven over dat stadsdeel
stadsdeeldichters	=	stadsdeeldichter
stadsdeelkantoor	noun	kantoor van een stadsdeel alwaar een burger terecht kan voor ongeveer dezelfde administratieve handelingen als in een stadhuis
stadsdeelkantoortje	=	stadsdeelkantoor
stadsdeelkantoortjes	=	stadsdeelkantoor
stadsdeelkantoren	=	stadsdeelkantoor
stadsdeelraad	noun	soort gemeenteraad voor een stadsdeel
stadsdeelraadje	=	stadsdeelraad
stadsdeelraadjes	=	stadsdeelraad
stadsdeelraden	=	stadsdeelraad
stadsdeeltje	=	stadsdeel
stadsdeeltjes	=	stadsdeel
stadsdelen	=	stadsdeel
stadsderby	noun	een wedstrijd tussen twee clubs uit dezelfde stad
stadsderby's	=	stadsderby
stadsderby'tje	=	stadsderby
stadsderby'tjes	=	stadsderby
stadsdichter	noun	door een stad aangestelde dichter die bij speciale gelegenheden gedichten schrijft over die stad
stadsdichters	=	stadsdichter
stadsdichtertje	=	stadsdichter
stadsdichtertjes	=	stadsdichter
stadsduct	noun	een extra breed viaduct met vaak een weg, fietspaden, wandelpaden en een groenstrook, bedoeld om de scheiding van twee stedelijke gebieden aan weerszijden van een brede autoweg op te heffen
stadsducten	=	stadsduct
stadsductje	=	stadsduct
stadsductjes	=	stadsduct
stadsduif	noun	Columba livia domestica een afstammeling van de gedomesticeerde rotsduif, waarna deze huisduif later weer verwilderd is.
stadsduifje	=	stadsduif
stadsduifjes	=	stadsduif
stadsduiven	=	stadsduif
stadse	=	stads
stadser	=	stads
stadsere	=	stads
stadsers	=	stads
stadsfeest	noun	een feest voor de bewoners van een stand
stadsfeesten	=	stadsfeest
stadsfiets	noun	gewone, degelijke fiets zonder poespas
stadsfietsen	=	stadsfiets
stadsfietsje	=	stadsfiets
stadsfietsjes	=	stadsfiets
stadsgas	noun|historical	uit steenkool gemaakt mengsel van vluchtige brandstoffen, zoals dat in de 19e en 20e eeuw via pijpleidingen in dicht bevolkte gebieden werd verspreid voor verlichting en verwarming; later meestal vervangen door aardgas
stadsgebied	noun	het bebouwde gebied van een stad, vaak inclusief het ingebouwde groen.
stadsgebieden	=	stadsgebied
stadsgebiedje	=	stadsgebied
stadsgebiedjes	=	stadsgebied
stadsgedeelte	noun	deel van een stad
stadsgedeelten	=	stadsgedeelte
stadsgedeeltes	=	stadsgedeelte
stadsgemeente	noun	gemeente die uit (grotendeels) stedelijk gebied bestaat
stadsgemeenten	=	stadsgemeente
stadsgemeentes	=	stadsgemeente
stadsgemeentetje	=	stadsgemeente
stadsgemeentetjes	=	stadsgemeente
stadsgenoot	noun	iemand die in dezelfde grote plaats woont
stadsgenoten	=	stadsgenoot
stadsgevangenis	noun	gemeentelijke penitentiaire inrichting
stadsgevangenissen	=	stadsgevangenis
stadsgewest	noun	gewest dat gevormd wordt door een aantal samenwerkende gemeenten
stadsgewestelijk	adj	'betrekking hebbend op een stadsgewest', een functionele regio bestaande uit een grote stad en de omliggende plaatsen waarmee het veel contact heeft
stadsgewestelijke	=	stadsgewestelijk
stadsgewestelijker	=	stadsgewestelijk
stadsgewestelijkere	=	stadsgewestelijk
stadsgewestelijkers	=	stadsgewestelijk
stadsgewestelijks	=	stadsgewestelijk
stadsgewestelijkst	=	stadsgewestelijk
stadsgewestelijkste	=	stadsgewestelijk
stadsgewesten	=	stadsgewest
stadsgewoel	noun	de drukte van de (binnen)stad
stadsgezicht	noun	is het uitzicht op een stad.
stadsgezichten	=	stadsgezicht
stadsgezichtje	=	stadsgezicht
stadsgezichtjes	=	stadsgezicht
stadsgids	noun	een persoon of boekje dat informatie geeft over een stad
stadsgidsen	=	stadsgids
stadsgidsje	=	stadsgids
stadsgidsjes	=	stadsgids
stadsgracht	noun	kanaal in een stad
stadsgrachten	=	stadsgracht
stadsgroen	noun	parken, bomen en andere groenvoorzieningen in een stedelijke omgeving
stadsgrond	noun	grond die afkomstig is uit een bepaalde stad
stadsgronden	=	stadsgrond
stadsguerrilla	noun	een ongeregelde strijdgroep die vecht in een stad
stadsguerrilla's	=	stadsguerrilla
stadshart	noun	centrum van de stad met veel winkels en uitgaansgelegenheden
stadsharten	=	stadshart
stadshartje	=	stadshart
stadshartjes	=	stadshart
stadsherder	noun	herder die zijn schapen in een stedelijke omgeving laat grazen als vorm van natuurbeheer
stadsherders	=	stadsherder
stadsherstel	noun	organisatie die als doel heeft karakteristieke bouwwerken van een stad de behouden
stadsjongen	noun	jongen uit de stad
stadsjongens	=	stadsjongen
stadsjongetje	=	stadsjongen
stadsjongetjes	=	stadsjongen
stadskaart	noun	plattegrond van een stad
stadskaarten	=	stadskaart
stadskaartje	=	stadskaart
stadskaartjes	=	stadskaart
stadskantoor	noun	gemeentehuis, raadhuis, gebouw waarin de meeste gemeentelijke diensten zijn gehuisvest.
stadskantoortje	=	stadskantoor
stadskantoortjes	=	stadskantoor
stadskantoren	=	stadskantoor
stadskerk	noun	een kerkgebouw in een stad
stadskerken	=	stadskerk
stadskerkje	=	stadskerk
stadskerkjes	=	stadskerk
stadskern	noun	in het midden gelegen deel van een grote plaats, met gebouwen die veel bezoekers aantrekken
stadskernen	=	stadskern
stadskind	noun	kind dat in een stad is opgegroeid
stadskinderen	=	stadskind
stadskindje	=	stadskind
stadskindjes	=	stadskind
stadskip	noun	kip die door een stadsbewoner gehouden wordt
stadskippen	=	stadskip
stadskleren	noun	nette kleren die passen bij mensen die in de stad wonen
stadskost	noun|obsolete	op stadskost: op kosten van de stad
stadskosten	noun	op stadskosten: op kosten van de stad
stadskrant	noun	krant met voornamelijk nieuws uit één bepaalde stad en abonnees uit die stad
stadskranten	=	stadskrant
stadslandbouw	noun	het telen, oogsten en afzetten van voedsel in of in de nabijheid van een stad
stadslandschap	noun	een schilderij met een afbeelding van een zicht op een stad
stadslandschappen	=	stadslandschap
stadslegende	noun	onwaarschijnlijk maar sterk tot de verbeelding sprekend verhaal dat wordt doorverteld alsof het recent echt gebeurd is
stadslegenden	=	stadslegende
stadslegendes	=	stadslegende
stadsleven	noun	het drukke bestaan dat gedomineerd wordt door de aanwezigheid van grote groepen mensen
stadslevens	=	stadsleven
stadslicht	noun	de verlichting van een voertuig dat bedoeld is voor gebruik in de stad en in gebruik is als men buiten de bebouwde kom op de rijbaan geparkeerd staat.
stadslichten	=	stadslicht
stadslichtje	=	stadslicht
stadslichtjes	=	stadslicht
stadsloket	noun	locatie van een stedelijke gemeente voor administratieve dienstverlening aan burgers
stadsloketten	=	stadsloket
stadsmarathon	noun	een marathon die in een stad georganiseerd is
stadsmarathons	=	stadsmarathon
stadsmarinier	noun	functionaris die toeziet op de leefbaarheid en veiligheid in een probleemwijk
stadsmariniers	=	stadsmarinier
stadsmens	noun	een persoon die in de stad leeft en zich daar thuis voelt
stadsmensen	=	stadsmens
stadsmensje	=	stadsmens
stadsmuren	=	stadsmuur
stadsmuur	noun	ommuring van een stad ter verdediging tegen de vijand
stadsmuurtje	=	stadsmuur
stadsmuurtjes	=	stadsmuur
stadsnatuur	noun	het natuurlijke leven dat voorkomt in een stad
stadsnet	noun	netwerk van gasbuizen en elektriciteitsleidingen in een stad
stadsnetten	=	stadsnet
stadsnieuws	noun	berichten en tijdingen uit een stad
stadsomwalling	noun	omwalling aangelegd rond een stad om de stad te verdedigen en ongewenste gasten buiten te houden.
stadsomwallingen	=	stadsomwalling
stadsomwallinkje	=	stadsomwalling
stadsomwallinkjes	=	stadsomwalling
stadsoorlog	noun	oorlog die binnen de grenzen van een stad gevoerd wordt
stadsoorlogen	=	stadsoorlog
stadsoorlogje	=	stadsoorlog
stadsoorlogjes	=	stadsoorlog
stadspaleis	noun	een binnenstedelijke, veelal adellijke woning
stadspaleizen	=	stadspaleis
stadspark	noun	een park in een stad waar mensen kunnen recreëren
stadsparken	=	stadspark
stadsparkje	=	stadspark
stadsparkjes	=	stadspark
stadspartij	noun	lokale politieke partij
stadspartijen	=	stadspartij
stadspartijtje	=	stadspartij
stadspartijtjes	=	stadspartij
stadspersoneel	noun	geheel van de mensen in dienst bij het bestuur van een dichtbevolkte plaats met veel inwoners
stadsplan	noun	plattegrond van een stad
stadsplannen	=	stadsplan
stadsplanner	noun	een persoon die werkt op inrichting en uitbreiding van een stad
stadsplanners	=	stadsplanner
stadsplannetje	=	stadsplan
stadsplannetjes	=	stadsplan
stadsplanning	noun	het beleid betreffende de inrichting en uitbreiding van een stad
stadsplanningen	=	stadsplanning
stadsplans	=	stadsplan
stadsplattegrond	noun	plattegrond van een stad
stadsplattegronden	=	stadsplattegrond
stadsplattegrondje	=	stadsplattegrond
stadsplattegrondjes	=	stadsplattegrond
stadsplein	noun	grotere open plaats in een stad waar meerdere straten en wegen bij elkaar komen
stadspleinen	=	stadsplein
stadspleintje	=	stadsplein
stadspleintjes	=	stadsplein
stadspoort	noun	een poort die toegang geeft tot de (binnen)stad en onderdeel is of was van de stadsmuur of stadsomwalling, oorspronkelijk bedoeld om ongewenste gasten buiten te houden.
stadspoorten	=	stadspoort
stadspoortje	=	stadspoort
stadspoortjes	=	stadspoort
stadspromotie	noun	het de bekendheid van een stad in positieve zin beïnvloeden; reclame voor een stad
stadspromoties	=	stadspromotie
stadsprovincie	noun	provincie die grotendeels of uitsluitend uit een stad bestaat
stadsprovincies	=	stadsprovincie
stadsprovincietje	=	stadsprovincie
stadsprovincietjes	=	stadsprovincie
stadsraad	noun	bestuur van een stad
stadsraden	=	stadsraad
stadsrand	noun	zone rondom een grote plaats waar dichter bebouwd gebied overgaat in landelijk gebied
stadsranden	=	stadsrand
stadsrandje	=	stadsrand
stadsrecht	noun|obsolete	rechten en privileges die een adellijke heer aan een stad gaf zoals het recht op eigen rechtspraak en bestuur
stadsrechten	=	stadsrecht
stadsrechtje	=	stadsrecht
stadsredacteur	noun	journalist die het nieuws over een stad verzorgt
stadsredacteurs	=	stadsredacteur
stadsredactie	noun	groep journalisten die het stadsnieuws in een krant verzorgen
stadsredacties	=	stadsredactie
stadsregering	noun	het politieke bestuur van een stad
stadsregeringen	=	stadsregering
stadsreiniging	noun	de gemeentelijke dienst die verantwoordelijk is voor het beheer en de hygiëne van de openbare ruimte.
stadsreinigingen	=	stadsreiniging
stadsreinigingetje	=	stadsreiniging
stadsreinigingetjes	=	stadsreiniging
stadsreus	noun	Volucella zonaria een insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae)
stadsreusje	=	stadsreus
stadsreusjes	=	stadsreus
stadsreuzen	=	stadsreus
stadsring	noun	een weg die rondom een stad of stadscentrum gaat
stadsringen	=	stadsring
stadsrumoer	noun	het lawaai van de stedelijke activiteit
stadsrumoeren	=	stadsrumoer
stadssage	noun	onwaarschijnlijk maar sterk tot de verbeelding sprekend verhaal dat wordt doorverteld alsof het recent echt gebeurd is
stadssagen	=	stadssage
stadssamenleving	noun	de samenleving in een stad, die een sociaal geheel vormt
stadssamenlevingen	=	stadssamenleving
stadssamenlevinkje	=	stadssamenleving
stadssamenlevinkjes	=	stadssamenleving
stadsscholen	=	stadsschool
stadsschool	noun	school in een stad (opgericht en bekostigd door het stadsbestuur), gemeenteschool
stadsschooltje	=	stadsschool
stadsschooltjes	=	stadsschool
stadsschouwburg	noun	een schouwburg/theater in een stad.
stadsschouwburgen	=	stadsschouwburg
stadsschouwburgje	=	stadsschouwburg
stadsschouwburgjes	=	stadsschouwburg
stadsstaat	=	stadstaat
stadsstrand	noun	een aangelegd strand in een stad
stadsstranden	=	stadsstrand
stadsstrandje	=	stadsstrand
stadsstrandjes	=	stadsstrand
stadst	=	stads
stadstaat	noun	staatsvorm waarbij de staat slechts het grondgebied van één stad omvat.
stadstaatje	=	stadstaat
stadstaatjes	=	stadstaat
stadstaten	=	stadstaat
stadste	=	stads
stadstheater	noun	belangrijkste theater van een stad
stadstheaters	=	stadstheater
stadstoezicht	noun	een gemeentelijk toezichthouder
stadstram	noun	railvoertuig dat in steden voor personenvervoer gebruikt wordt
stadstrammen	=	stadstram
stadstrams	=	stadstram
stadstuin	noun	tuin in een stad
stadstuinen	=	stadstuin
stadstuintje	=	stadstuin
stadstuintjes	=	stadstuin
stadsuitbreiding	noun	vergroting van een stad
stadsuitbreidingen	=	stadsuitbreiding
stadsuitbreidinkje	=	stadsuitbreiding
stadsuitbreidinkjes	=	stadsuitbreiding
stadsverbod	noun	wettelijk verbod om zich in een bepaalde stad te begeven
stadsverboden	=	stadsverbod
stadsverbodje	=	stadsverbod
stadsverbodjes	=	stadsverbod
stadsverkeer	noun	alle bewegingen van personen en vervoersmiddelen in de openbare ruimte van een stad
stadsvernieuwing	noun	verbetering van verpauperde stadswijken door renovatie of sloop en nieuwbouw
stadsvernieuwingen	=	stadsvernieuwing
stadsvernieuwinkje	=	stadsvernieuwing
stadsvernieuwinkjes	=	stadsvernieuwing
stadsvervoer	noun	openbaar vervoer in een stad
stadsverwarming	noun	verwarmingssysteem waarbij gebouwen en woningen van een stad aangesloten zijn op een centrale warmtebron waardoor ook restwarmte van industriële processen zoals elektriciteitsopwekking of de warmte van afvalverbrandingsinstallaties kan worden benut
stadsverwarmingen	=	stadsverwarming
stadsverwarminkje	=	stadsverwarming
stadsverwarminkjes	=	stadsverwarming
stadsvluchteling	noun	persoon die de stad ontvlucht door op het platteland te gaan wonen
stadsvluchtelingen	=	stadsvluchteling
stadsvoogd	noun	bevelhebber van een stad
stadsvoogden	=	stadsvoogd
stadsvoogdje	=	stadsvoogd
stadsvoogdjes	=	stadsvoogd
stadsvos	noun	vos die in de stad zijn revier heeft
stadsvosje	=	stadsvos
stadsvosjes	=	stadsvos
stadsvossen	=	stadsvos
stadswacht	noun	in Nederland en België een gemeentelijk toezichthouder
stadswachten	=	stadswacht
stadswachter	noun	lid van een stadswacht
stadswachters	=	stadswachter
stadswal	noun	een aarden stadsmuur
stadswallen	=	stadswal
stadswalletje	=	stadswal
stadswalletjes	=	stadswal
stadswandeling	noun	een wandeling door een stad, meestal met als doel belangrijkste plekken te bezichtigen
stadswandelingen	=	stadswandeling
stadswandelingetje	=	stadswandeling
stadswandelingetjes	=	stadswandeling
stadswapen	noun	wapenschild van een stad
stadswapens	=	stadswapen
stadswapentje	=	stadswapen
stadswapentjes	=	stadswapen
stadswarmte	noun	stadsverwarming
stadsweg	noun	een weg binnen de bebouwde kom van een stad
stadswegen	=	stadsweg
stadswijk	noun	wijk van een stad
stadswijken	=	stadswijk
stadswijkje	=	stadswijk
stadswijkjes	=	stadswijk
stadswijnkelder	noun	een wijnkelder die bestemd is voor de levering aan inwoners van een stad en/of een wijnkelder die gesitueerd is in een stad
stadswijnkelders	=	stadswijnkelder
stadswijnkeldertje	=	stadswijnkelder
stadswijnkeldertjes	=	stadswijnkelder
stadswoning	noun	een gehorig of vrijstaand woonhuis dat in het hart of een drukke wijk van een stad staat.
stadswoningen	=	stadswoning
stadswoninkje	=	stadswoning
stadswoninkjes	=	stadswoning
stadsziekenhuis	noun	ziekenhuis, opgericht, onderhouden en beheerd door het gemeentebestuur
stadsziekenhuisje	=	stadsziekenhuis
stadsziekenhuisjes	=	stadsziekenhuis
stadsziekenhuizen	=	stadsziekenhuis
stadthouder	=	stadhouder
stadthuys	=	stadhuis
stadverbod	noun	wettelijk verbod om zich in een bepaalde stad te begeven
stadverboden	=	stadverbod
stadverbodje	=	stadverbod
stadverbodjes	=	stadverbod
stadwaarts	adv	in de richting van de stad, naar de stad
stadwachter	noun	lid van een stadswacht
stadwachters	=	stadwachter
staf	noun	stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon
stafbespreking	noun	vergadering waaraan hoge functionarissen deelnemen
stafbesprekingen	=	stafbespreking
stafbesprekinkje	=	stafbespreking
stafbesprekinkjes	=	stafbespreking
stafbureau	noun	kantoor van het management van een organisatie
stafbureaus	=	stafbureau
stafbureautje	=	stafbureau
stafbureautjes	=	stafbureau
stafchef	noun	de leider van een groep chefs
stafchefs	=	stafchef
stafcomiteetje	=	stafcomité
stafcomiteetjes	=	stafcomité
stafcomité	noun	groep mensen die de leiding heeft over een organisatie
stafcomités	=	stafcomité
stafdrager	noun	iemand die bij plechtigheden een staf draagt zoals de pedel bij academische plechtigheden
stafdragers	=	stafdrager
staffel	noun	rente berekend over een bedrag op een rekening-courant over de periode tussen twee wijzigingen
staffelde	=	staffelen
staffelden	=	staffelen
staffele	=	staffelen
staffelen	verb	rente berekenen met behulp van de staffelmethode
staffelend	=	staffelen
staffelende	=	staffelen
staffelkorting	noun	volumekorting
staffelkortingen	=	staffelkorting
staffels	=	staffel
staffelt	=	staffelen
staffeltje	=	staffel
staffeltjes	=	staffel
staffunctie	noun	het adviseren van het management van een organisatie
staffuncties	=	staffunctie
stafhouder	noun	hoofd van de orde van advocaten in België
stafhouders	=	stafhouder
stafje	=	staf
stafjes	=	staf
stafkaart	noun|obsolete	nauwkeurige, van oorsprong militaire, topografische landkaart
stafkaarten	=	stafkaart
stafkaartje	=	stafkaart
stafkaartjes	=	stafkaart
stafleden	=	staflid
staflid	noun	iemand die hoort bij de leiding van een organisatie
stafmedewerker	noun	personeelslid dat niet rechtstreeks bezig is met de hoofdtaak van een organisatie, maar die leidinggevenden helpt bij het besturen daarvan
stafmedewerkers	=	stafmedewerker
stafofficier	noun	militair die in een hoge functie werkt voor de staf van een leger
stafofficieren	=	stafofficier
stafofficiers	=	stafofficier
stafrijm	noun	gelijkheid van de beginmedeklinkers van twee of meer beklemtoonde lettergrepen of woorden binnen een uitdrukking, prozazin of vers
stafrijmen	=	stafrijm
stafrijmpje	=	stafrijm
stafvergadering	noun	bijeenkomst van leidinggevenden
stafvergaderingen	=	stafvergadering
stafwoning	noun	een dienstwoning die specifiek is bestemd voor personeel uit de hogere leidinggevende of specialistische laag van een organisatie (de staf).
stafwoningen	=	stafwoning
stafwoninkje	=	stafwoning
stafwoninkjes	=	stafwoning
stafylococ	=	stafylokok
stafylokok	noun	Staphylococcaceae gram-positieve bolvormige bacterie
stafylokokken	=	stafylokok
stag	noun	een touw of staalkabel die aan de voor- en/of achterzijde van een mast is gespannen, om hem in de juiste stand te houden	adj	stug
stage	noun	tijd gedurende welke een leerling of student onder begeleiding in de praktijk werkt als onderdeel van de opleiding, praktisch werken, praktijkstage
stageaanbod	noun	geheel aan beschikbare stageplaatsen
stagebedrijf	noun	bedrijf waar leerlingen praktijkervaring kunnen opdoen in het kader van hun opleiding
stagebedrijfje	=	stagebedrijf
stagebedrijfjes	=	stagebedrijf
stagebedrijven	=	stagebedrijf
stagebegeleider	noun	docent die een stage begeleidt en beoordeelt
stagebegeleiders	=	stagebegeleider
stagebegeleiding	noun	begeleiding van een stagiair
stagebegeleidingen	=	stagebegeleiding
stagebegeleidinkje	=	stagebegeleiding
stagebegeleidinkjes	=	stagebegeleiding
stageboek	noun	een document of logboek dat wordt bijgehouden tijdens een stage om activiteiten, ervaringen en leerpunten vast te leggen
stageboeken	=	stageboek
stageboekje	=	stageboek
stageboekjes	=	stageboek
stagecontract	noun	contract dat de rechten en plichten van en jegens de stagiair regelt
stagecontracten	=	stagecontract
stagedag	noun	een schooldag die je doorbrengt buiten de eigen onderwijsinstelling en dat je meer praktisch werk doet
stagedagen	=	stagedag
stagedagje	=	stagedag
stagedagjes	=	stagedag
stagedive	=	stagediven
stagedivede	=	stagediven
stagediveden	=	stagediven
stagediven	verb	zich van een podium af in de menigte werpen (en vervolgens gaan crowdsurfen)
stagedivend	=	stagediven
stagedivende	=	stagediven
stagediver	noun	grapjurk die bij muziekoptredens van het podium (de stage) in het publiek duikt om daar te gaan crowdsurfen
stagedivers	=	stagediver
stagedivet	=	stagediven
stageer	=	stageren
stageerde	=	stageren
stageerden	=	stageren
stageert	=	stageren
stagegeld	noun	vergoeding die men als stagiair van het bedrijf ontvangt
stagegelden	=	stagegeld
stagegeldje	=	stagegeld
stagegeldjes	=	stagegeld
stagehandleiding	noun	een document van een onderwijsinstelling dat de richtlijnen, doelen, beoordelingscriteria en praktische informatie voor een stage bevat.
stagehandleidingen	=	stagehandleiding
stagehandleidinkje	=	stagehandleiding
stagehandleidinkjes	=	stagehandleiding
stagejaar	noun	jaar dat men door het verrichten van arbeid in de praktijk een vak leert
stagejaartje	=	stagejaar
stagejaartjes	=	stagejaar
stagejaren	=	stagejaar
stageklas	noun	klas waarin een pabo student stage loopt
stageklassen	=	stageklas
stageld	noun	geld dat betaald moet worden als men ergens iets wil laten staan
stagelden	=	stageld
stageles	noun	les waarin studenten zich oriënteren op een beroep, mogelijk in de vorm van een praktijkervaring of proefles
stagelesje	=	stageles
stagelesjes	=	stageles
stagelessen	=	stageles
stagemogelijkheden	=	stagemogelijkheid
stagemogelijkheid	noun	plaatsen waar je als student kunt werken om een vak in de praktijk te leren
stagen	verb	door middel van stagen aantrekken
stagend	=	stagen
stagende	=	stagen
stageplaats	noun	mogelijkheid om in een bedrijf stage te lopen
stageplaatsen	=	stageplaats
stageplek	noun	plek waar iemand stage kan lopen
stageplekken	=	stageplek
stager	=	staag
stagerapport	noun	verslag van een stage (gemaakt door de stagiair ?)
stagerapporten	=	stagerapport
stagere	=	staag
stageren	verb	stage lopen
stagerend	=	stageren
stagerende	=	stageren
stagering	noun	medisch onderzoek naar de verbreiding van een kwaadaardige ziekte in het lichaam met name om vast te leggen hoever de ziekte gevorderd is
stageringen	=	stagering
stagerinkje	=	stagering
stagerinkjes	=	stagering
stagerooster	noun	overzicht van dagen, tijden, bedrijven en deelnemers van de stages
stageroosters	=	stagerooster
stagers	=	staag
stages	=	stage
stagetijd	noun	de periode dat men tijdens een opleiding onder begeleiding in een bedrijf werkt
stagetijden	=	stagetijd
stagetje	=	stage
stagetjes	=	stage
stagevergoeding	noun	vergoeding die men als stagiair van het bedrijf ontvangt voor de verrichte werkzaamheden
stagevergoedingen	=	stagevergoeding
stagevergoedinkje	=	stagevergoeding
stagevergoedinkjes	=	stagevergoeding
stageweek	noun	week gedurende welke een leerling of student onder begeleiding in de praktijk werkt als onderdeel van de opleiding
stageweken	=	stageweek
stagewerkplan	noun	een werkplan opgezet voor het uitvoeren van een stage
stagewerkplannen	=	stagewerkplan
stagflatie	noun	situatie waarbij tegelijkertijd sprake is van economische stagnatie en van inflatie
stagflaties	=	stagflatie
stagfok	noun	kleine fok die bij storm wordt gevoerd
stagfokken	=	stagfok
stagge	=	stag
staggen	=	stag
stagger	=	stag
staggere	=	stag
staggers	=	stag
stagiair	noun	iemand die een tijd in een bedrijf praktisch gaat werken (stage gaat lopen) als onderdeel van zijn of haar opleiding
stagiaire	noun	een vrouw die een tijd in een bedrijf praktisch gaat werken (stage gaat lopen) als deel van haar opleiding
stagiaires	=	stagiaire
stagiairetje	=	stagiaire
stagiairs	=	stagiair
stagiairtje	=	stagiair
stagje	=	stag
stagjes	=	stag
stagnatie	noun	stilstand
stagnaties	=	stagnatie
stagnatietje	=	stagnatie
stagneer	=	stagneren
stagneerde	=	stagneren
stagneerden	=	stagneren
stagneert	=	stagneren
stagnere	=	stagneren
stagneren	verb	niet langer voortbewegen of vooruitgaan, tot stilstand komen
stagnerend	=	stagneren
stagnerende	=	stagneren
stags	=	stag
stagspanner	noun	een spanner waarmee een stag van een mast op een zeilboot, op de gewenste spanning wordt gebracht
stagspanners	=	stagspanner
stagspannertje	=	stagspanner
stagspannertjes	=	stagspanner
stagst	=	stag
stagste	=	stag
stagzeil	noun	driehoekig of trapeziumvormig zeil dat in de richting van het stag opgehesen of gestreken kan worden
stagzeilen	=	stagzeil
stahoogte	noun	zo hoog dat men er kan staan of staande zijn werk kan doen
stahoogten	=	stahoogte
stahoogtes	=	stahoogte
stak	=	steken
stake	=	staken
stakeholder	noun	een persoon of organisatie die op een of andere wijze belang heeft bij een organisatie, een besluit, een product of een project, zoals personeel, klanten en aandeelhouders etc.
stakeholders	=	stakeholder
stakel	=	stakelen
stakelde	=	stakelen
stakelden	=	stakelen
stakele	=	stakelen
stakelen	verb	met een licht of met vuur signalen geven
stakelend	=	stakelen
stakelende	=	stakelen
stakelt	=	stakelen
staken	verb	een werkonderbreking of (ludieke) actie houden voor betere arbeidsvoorwaarden of meer loon
stakend	=	staken
stakende	=	staken
staker	noun	iemand die niet werkt om betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen of als protest tegen een misstand
stakerig	adj	met veel smalle uitsteeksels
stakerige	=	stakerig
stakeriger	=	stakerig
stakerigere	=	stakerig
stakerigers	=	stakerig
stakerigs	=	stakerig
stakerigst	=	stakerig
stakerigste	=	stakerig
stakers	=	staker
stakertje	=	staker
staket	noun	rij palen
staketsel	noun	een vaak wat slordig gemaakt bouwwerk van palen en staven
staketsels	=	staketsel
staketseltje	=	staketsel
staketseltjes	=	staketsel
staketten	=	staket
staking	noun	het neerleggen van de werkzaamheden, meest uit protest of om verbeteringen af te dwingen
stakingbreker	noun	iemand die niet meedoet met een staking en zo de kracht van de staking beperkt
stakingbrekers	=	stakingbreker
stakingen	=	staking
stakingsaanzegging	noun	een officiële, schriftelijke waarschuwing of aankondiging waarin een vakbond of werknemersorganisatie meedeelt dat er acties of stakingen zullen plaatsvinden.
stakingsaanzeggingen	=	stakingsaanzegging
stakingsaanzegginkje	=	stakingsaanzegging
stakingsaanzegginkjes	=	stakingsaanzegging
stakingsactie	noun	het uitvoeren van een staking als actiemiddel
stakingsacties	=	stakingsactie
stakingsactietje	=	stakingsactie
stakingsactietjes	=	stakingsactie
stakingsbreker	noun	arbeider die niet deelneemt aan een staking
stakingsbrekers	=	stakingsbreker
stakingsbrekertje	=	stakingsbreker
stakingscomiteetje	=	stakingscomité
stakingscomiteetjes	=	stakingscomité
stakingscomité	noun	groep mensen die de leiding heeft over een werkstaking
stakingscomités	=	stakingscomité
stakingsdag	noun	dat dat men het werk neerlegt om bepaalde eisen ingewilligd te krijgen
stakingsdagen	=	stakingsdag
stakingsdagje	=	stakingsdag
stakingsdagjes	=	stakingsdag
stakingsdreiging	noun	het stadium waarin werknemers of vakbonden dreigen het werk collectief neer te leggen.
stakingsdreigingen	=	stakingsdreiging
stakingsdreiginkje	=	stakingsdreiging
stakingsdreiginkjes	=	stakingsdreiging
stakingsfonds	noun	fonds waaruit bij een staking geld wordt uitgekeerd aan de stakers meestal beheerd door een vakvereniging
stakingsfondsen	=	stakingsfonds
stakingsgolf	noun	reeks van kort op elkaar volgende stakingen
stakingsgolven	=	stakingsgolf
stakingskas	noun	hoeveelheid geld van een vakbond waaruit in geval van staking de arbeiders een uitkering krijgen
stakingskassen	=	stakingskas
stakingsoproep	noun	dringende vraag aan werknemers om het werk neer te leggen om zo een eis aan de werkgevers ingewilligd te krijgen
stakingsoproepen	=	stakingsoproep
stakingspiket	noun	groep personen die met spandoeken etc. probeert een staking af te dwingen, stakingswacht
stakingspiketten	=	stakingspiket
stakingspost	noun	plaatsen waar stakers verzameld zijn, waar ze luid en duidelijk aangeven wat hun eisen zijn en proberen het werken (door werkwilligen) te verhinderen
stakingsposten	=	stakingspost
stakingsuitkering	noun	uitkering aan stakers vanuit een stakingskas
stakingsuitkeringen	=	stakingsuitkering
stakingsuitkerinkje	=	stakingsuitkering
stakingsuitkerinkjes	=	stakingsuitkering
stakingsverbod	noun	een gerechtelijk bevel om een staking te stoppen, wat zeldzaam is omdat staken een grondrecht is, maar het kan voorkomen bij onrechtmatige stakingen (bv. zonder cao-conflict, te wild, of zonder overleg), waarbij de werkgever naar de rechter kan stappen om de staking onrechtmatig te laten verklaren en te verbieden, met mogelijke arbeidsrechtelijke consequenties voor deelnemers als ze doorgaan.
stakingsverboden	=	stakingsverbod
stakingsverbodje	=	stakingsverbod
stakingsverbodjes	=	stakingsverbod
stakinkje	=	staking
stakinkjes	=	staking
stakker	noun	iemand die veel pech heeft, veel tegenslagen meemaakt
stakkerd	noun	sneu, zielig persoon met veel problemen die medelijden opwekt
stakkerdje	=	stakkerd
stakkerdjes	=	stakkerd
stakkerds	=	stakkerd
stakkerig	adj	zoals pas bij een zielig, mislukt persoon
stakkerige	=	stakkerig
stakkeriger	=	stakkerig
stakkerigere	=	stakkerig
stakkerigers	=	stakkerig
stakkerigs	=	stakkerig
stakkerigst	=	stakkerig
stakkerigste	=	stakkerig
stakkers	=	stakker
stakkertje	=	stakker
stakkertjes	=	stakker
stal	noun	ruimte bestemd voor de huisvesting van dier(en)
stalactiet	noun	hangende druipsteen
stalactieten	=	stalactiet
stalactietje	=	stalactiet
stalactietjes	=	stalactiet
stalag	noun	een gevangenenkamp voor manschappen en onderofficieren die gedurende de Tweede Wereldoorlog in Duitse krijgsgevangenschap waren geraakt
stalagmiet	noun	staande druipsteen
stalagmieten	=	stalagmiet
stalagmietje	=	stalagmiet
stalagmietjes	=	stalagmiet
stalagmometrie	noun	het meten van oppervlaktespanningen van vloeistoffen met behulp van een stalagmometer
stalags	=	stalag
stalbrand	noun	brand in een ruimte bestemd voor de huisvesting van dieren
stalbranden	=	stalbrand
stalbrandje	=	stalbrand
stalbrandjes	=	stalbrand
stalde	=	stallen
stalden	=	stallen
staldering	noun	een voorwaardelijk verbod op het uitbreiden van veehouderijen, waarbij uitbreiding slechts mogelijk is als er elders binnen het gebied waarin staldering van kracht is veehouderijen worden gesloopt
staldeur	noun	de ingang of uitgang van een ruimte waarin dieren verblijven op een boerderij
staldeuren	=	staldeur
staldeurtje	=	staldeur
staldeurtjes	=	staldeur
stale	=	stalen
staleend	noun	eend waarmee men wilde eenden in een eendenkooi lokt
staleenden	=	staleend
stalen	verb	hard, sterk maken	adj	van staal vervaardigd
stalenboek	noun	een boek met monsters of staaltjes, vaak gebruikt in de detailhandel om een verzameling producten te presenteren, zoals behang, stoffen, tegels of parket
stalenboeken	=	stalenboek
stalenboekje	=	stalenboek
stalenboekjes	=	stalenboek
stalend	=	stalen
stalende	=	stalen
stalgeld	noun	geld dat men moet betalen voor stalling
stalgelden	=	stalgeld
stalgenoot	noun	iemand die lid is van hetzelfde raceteam
stalgenoten	=	stalgenoot
stalguerrilla	noun	het uit protest tegen intensieve veehouderij bezetten van veestallen
stalguerrilla's	=	stalguerrilla
stalhouder	noun	iemand die paarden houdt
stalhouderij	noun	bedrijf dat paarden houdt
stalhouderijen	=	stalhouderij
stalhouders	=	stalhouder
stalin-orgel	=	stalinorgel
stalinisatie	noun	de opbouw van het stalinisme
staliniseer	=	staliniseren
staliniseerde	=	staliniseren
staliniseerden	=	staliniseren
staliniseert	=	staliniseren
stalinisere	=	staliniseren
staliniseren	verb	Stalins beleid toepassen
staliniserend	=	staliniseren
staliniserende	=	staliniseren
stalinisme	noun	variant van het marxisme-leninisme gekenmerkt door een totalitair nationalistisch communisme waarin alle macht geconcentreerd wordt bij een geadoreerde partijleider en meedogenloos geweld wordt gebruikt om iedere weerstand daartegen te breken De term kan ook worden gebruikt voor soortgelijke regimes als in Noord-Korea of van Pol Pot in Cambodja of in meer figuurlijke betekenis.
stalinismetje	=	stalinisme
stalinist	noun	een volgeling van Stalin
stalinisten	=	stalinist
stalinisties	=	stalinistisch
stalinistisch	adj	volgens het stalinisme
stalinistische	=	stalinistisch
stalinistischer	=	stalinistisch
stalinistischere	=	stalinistisch
stalinistischers	=	stalinistisch
stalinistischt	=	stalinistisch
stalinistischte	=	stalinistisch
stalinistje	=	stalinist
stalinistjes	=	stalinist
stalinorgel	noun	wapentuig om vele raketten snel na elkaar af te vuren
stalinorgels	=	stalinorgel
stalinorgeltje	=	stalinorgel
stalinorgeltjes	=	stalinorgel
staljongen	noun	een jonge mannelijke knecht die werkt in de stal en de dieren die daarin staan verzorgt
staljongens	=	staljongen
staljongetje	=	staljongen
stalk	=	stalken
stalkaars	noun	bepaald soort tweejarige plant Verbascum densiflorum, syn.: Verbascum thapsiforme uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae)
stalkaarsen	=	stalkaars
stalke	=	stalken
stalken	verb	hinderlijk volgen, belagen, dwangmatig volgen
stalkend	=	stalken
stalkende	=	stalken
stalker	noun	iemand die iemand anders op een dwangmatige en hinderlijke wijze achtervolgt
stalkers	=	stalker
stalkertje	=	stalker
stalking	noun	het iemand op een hinderlijke en bedreigende manier volgen en lastig vallen
stalknecht	noun	iemand die paarden verzorgt en de stal netjes houdt
stalknechten	=	stalknecht
stalknechtje	=	stalknecht
stalknechts	=	stalknecht
stalkogelspin	noun	Theridion blackwalli een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae).
stalkogelspinnen	=	stalkogelspin
stalkogelspinnetje	=	stalkogelspin
stalkogelspinnetjes	=	stalkogelspin
stalkruid	noun	een groot geslacht Ononis van eenjarige en meerjarige, kruidachtige planten en struiken uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
stalkruiden	=	stalkruid
stalkruidje	=	stalkruid
stalkruidjes	=	stalkruid
stalkruidmineermot	noun	Parectopa ononidis een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
stalkruidmineermotje	=	stalkruidmineermot
stalkruidmineermotjes	=	stalkruidmineermot
stalkruidmineermotten	=	stalkruidmineermot
stalkruidmot	noun	Cydia microgrammana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
stalkruidmotje	=	stalkruidmot
stalkruidmotjes	=	stalkruidmot
stalkruidmotten	=	stalkruidmot
stalkruidspanner	noun	Aplasta ononaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
stalkruidspanners	=	stalkruidspanner
stalkruidspannertje	=	stalkruidspanner
stalkruidspannertjes	=	stalkruidspanner
stalkruidsteltwants	noun	Berytinus clavipes een wants uit de familie van de steltwantsen (Berytidae).
stalkruidsteltwantsen	=	stalkruidsteltwants
stalkruidsteltwantsje	=	stalkruidsteltwants
stalkruidsteltwantsjes	=	stalkruidsteltwants
stalkruidvedermot	noun	Marasmarcha lunaedactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
stalkruidvedermotje	=	stalkruidvedermot
stalkruidvedermotjes	=	stalkruidvedermot
stalkruidvedermotten	=	stalkruidvedermot
stalkster	noun	vrouw die iemand op een zeer dwangmatige en hinderlijke manier volgt
stalksters	=	stalkster
stalkt	=	stalken
stalkte	=	stalken
stalkten	=	stalken
stalle	=	stallen
stallen	verb	een rijdier of voertuig na gebruik onderbrengen in een beschutte ruimte (stal, garage, remise)
stallend	=	stallen
stallende	=	stallen
stalles	noun	zitplaatsen op de rijen direct voor het toneel
stalletje	=	stal
stalletjes	=	stal
stalling	noun	bergruimte voor vervoermiddelen, stalruimte
stallingen	=	stalling
stallingkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om iets ergens te kunnen stallen
stallingkosten	noun	geld dat men moet betalen om iets ergens te kunnen stallen
stallingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om iets ergens te kunnen stallen
stallingskosten	noun	geld dat men betaalt voor het stallen van iets in een stalling
stallinkje	=	stalling
stallinkjes	=	stalling
stallucht	noun	de geur en de atmosfeer in een stal
stalluchten	=	stallucht
stalmeester	noun	iemand die toezicht houdt op de paardenstallen
stalmeesters	=	stalmeester
stalmeestertje	=	stalmeester
stalmeestertjes	=	stalmeester
stalmeid	=	staljongen
stalmuursluiper	noun	Scotophaeus blackwalli een spin uit de familie bodemjachtspinnen (Gnaphosidae)
stalmuursluipers	=	stalmuursluiper
stalmuursluipertje	=	stalmuursluiper
stalmuursluipertjes	=	stalmuursluiper
stalnet	noun	net gespannen tussen palen, waarmee men aal of paling vangt
stalnetten	=	stalnet
stalpaal	noun	paal in een stal
stalpalen	=	stalpaal
stalt	=	stallen
stalvaccin	noun	een entstof die bereid is met behulp van een uit één of meer dieren geïsoleerde pathogene organismen of antigenen met het oog op de incidentele toepassing bij datzelfde dier of diezelfde dieren of dieren die daarmee tezamen worden gehouden op dezelfde locatie
stalvaccins	=	stalvaccin
stalvee	noun	vee dat continu in een stal gehouden wordt
stalvlieg	noun	Stomoxys calcitrans een vlieg uit de familie van de echte vliegen (Muscidae)
stalvliegen	=	stalvlieg
stalvliegje	=	stalvlieg
stalvliegjes	=	stalvlieg
stalweide	noun	gebied dat gebruikt wordt voor gemeenschappelijke begrazing
stalweiden	=	stalweide
stam	noun	dikke houtige stengel van een struik
stamanalyse	noun	het m.b.v. jaarringen in een boomstam bepalen van eigenschappen van iets (leeftijd, klimaat)
stamanalysen	=	stamanalyse
stamanalyses	=	stamanalyse
stambestand	noun	bestand dat de vaste basisinformatie bevat van gelijksoortige grootheden, zoals naam, adres en woonplaats van abonnees
stambestanden	=	stambestand
stambestandje	=	stambestand
stambestandjes	=	stambestand
stamboek	noun	register waarin je kunt nagaan wat de voorouders van een bepaald dier zijn
stamboeken	=	stamboek
stamboekje	=	stamboek
stamboekjes	=	stamboek
stamboekvee	noun	vee dat opgenomen is in een stamboek en waarvan men dus weet wie de voorouders zijn, zodat men een inschatting kan maken van de erfelijke eigenschappen
stambomen	=	stamboom
stambonen	=	stamboon
stambonenkever	noun	Acanthoscelides obtectus een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
stambonenkevers	=	stambonenkever
stambonenkevertje	=	stambonenkever
stambonenkevertjes	=	stambonenkever
stamboom	noun	boom van een geslacht, d.i. het geslacht vergeleken bij een boom, waarvan de stam zich telkens meer vertakt
stamboomonderzoek	noun	het uitzoeken van de familiegeschiedenis om familiebanden en afstamming in het verleden te ontdekken
stamboomonderzoeken	=	stamboomonderzoek
stamboompje	=	stamboom
stamboompjes	=	stamboom
stamboomtheorie	noun	een theorie over het uit elkaar ontstaan van taalfamilies
stamboomtheorietje	=	stamboomtheorie
stamboomtheorietjes	=	stamboomtheorie
stamboomtheorieën	=	stamboomtheorie
stamboon	noun	benaming voor rassen en cultivars van de gewone boon (Phaseolus vulgaris) die geen staken of rijzen als ondersteuning nodig hebben
stambreuk	noun	Een breuk met teller 1
stambreuken	=	stambreuk
stambreukje	=	stambreuk
stambreukjes	=	stambreuk
stamcafeetje	=	stamcafé
stamcafeetjes	=	stamcafé
stamcafé	noun	kroeg met stamtafel en stamgasten, kroeg waar de vaste klanten uit de buurt komen
stamcafés	=	stamcafé
stamcel	noun	cel die zich tot een ander celtype differentieert
stamcelbank	noun	plaats waar cellen kunnen worden bewaard die zich nog tot verschillende soorten weefsels kunnen ontwikkelen
stamcelbanken	=	stamcelbank
stamceldonor	noun	iemand die stamcellen doneert
stamceldonoren	=	stamceldonor
stamcellen	=	stamcel
stamcelletje	=	stamcel
stamcelletjes	=	stamcel
stamcelonderzoek	noun	onderzoek naar en met ongedifferentieerde cellen
stamcelonderzoeken	=	stamcelonderzoek
stamcelpiraat	noun	een kwakzalver die - veelal op commerciële grondslag - stamceltherapie toepast bij ernstige aandoeningen
stamcelpiraten	=	stamcelpiraat
stamceltherapie	noun	therapie die uitgaat van transplantatie van uit stamcellen gekweekte cellen of weefsels ter vervanging van defecte cellen, weefsels of organen
stamceltherapieën	=	stamceltherapie
stamde	=	stammen
stamden	=	stammen
stamel	=	stamelen
stamelaar	noun	iemand die moeilijk uit zijn woorden komt
stamelaars	=	stamelaar
stamelde	=	stamelen
stamelden	=	stamelen
stamele	=	stamelen
stamelen	verb	onsamenhangend en onzeker spreken
stamelend	=	stamelen
stamelende	=	stamelen
stamelkees	noun|obsolete	spotnaam voor iemand die vaak stamelt
stamelkeesje	=	stamelkees
stamelkeesjes	=	stamelkees
stamelkezen	=	stamelkees
stamelt	=	stamelen
stamgast	noun	iemand die ergens (bijv. een café) geregeld komt
stamgasten	=	stamgast
stamgastje	=	stamgast
stamgastjes	=	stamgast
stamgebied	noun	terrein of streek traditioneel toebehorend aan een op verwantschap berustend samenlevingsverband van meer families
stamgebieden	=	stamgebied
stamgod	noun	een god voor één volk of volksstam
stamgoden	=	stamgod
stamgodje	=	stamgod
stamgodjes	=	stamgod
stamgoed	noun	goed dat aan een stam of geslacht behoort, oftewel erfgoed dat binnen de familie moet blijven en niet vervreemd mag worden
stamgoederen	=	stamgoed
stamgroep	noun	de basisgroep leerlingen waarvan men lid is, maar waar men niet de hele dag dezelfde lessen mee heeft
stamgroepen	=	stamgroep
stamgroepje	=	stamgroep
stamgroepjes	=	stamgroep
stamhoofd	noun	de baas/leider van een stam.
stamhoofden	=	stamhoofd
stamhoofdje	=	stamhoofd
stamhoofdjes	=	stamhoofd
stamhouder	noun	oudst levende zoon van een man, die het geslacht in de mannelijke lijn in stand moet houden; de zoon en troonopvolger
stamhouders	=	stamhouder
stamhoudertje	=	stamhouder
stamhoudertjes	=	stamhouder
stamhuis	noun	geslacht waaruit iemand stamt
stamhuisje	=	stamhuis
stamhuisjes	=	stamhuis
stamhuizen	=	stamhuis
stamijn	noun	los geweven doek
stamijnen	adj	van stamijn
staminee	noun	kroeg, café
staminees	=	staminé
stamineetje	=	staminé
stamineetjes	=	staminé
staminé	noun	café
stamkaart	noun	kaart met persoonsgegevens in een documentatiesysteem, met name in de Tweede Wereldoorlog voor het distributiesysteem
stamkaarten	=	stamkaart
stamklinker	noun	de klinker in de stam van een woord die na verbuiging kan veranderen als er sprake is van klinkerwisseling
stamklinkers	=	stamklinker
stamklinkertje	=	stamklinker
stamklinkertjes	=	stamklinker
stamkroeg	noun	café waar iemand vaak komt als vaste gast
stamkroegen	=	stamkroeg
stamkroegje	=	stamkroeg
stamkroegjes	=	stamkroeg
stamleden	=	stamlid
stamlid	noun	iemand die deel uitmaakt van een stam; iemand lid is van een bepaalde bevolkingsgroep
stamme	=	stammen
stammen	verb	Afkomstig zijn (van of uit)
stammend	=	stammen
stammende	=	stammen
stammenoorlog	noun	oorlog tussen twee of meer stammen
stammenoorlogen	=	stammenoorlog
stammenoorlogje	=	stammenoorlog
stammenoorlogjes	=	stammenoorlog
stammenstrijd	noun	strijd tussen twee of meer stammen
stammenstrijden	=	stammenstrijd
stammetje	=	stam
stammetjes	=	stam
stammoeder	noun	vrouw waarvan een bepaalde groep mensen of dieren allemaal nazaten zijn
stammoeders	=	stammoeder
stammoedertje	=	stammoeder
stammoedertjes	=	stammoeder
stamp	=	stampen
stampe	=	stampen
stampei	noun	vooral in combinatie met maken: onrust veroorzaken door lawaai en ruzie te maken
stampeien	=	stampei
stampen	verb	met kracht de voet op de grond doen belanden
stampend	=	stampen
stampende	=	stampen
stamper	noun	instrument waarmee men iets fijnstampt
stampers	=	stamper
stampertje	=	stamper
stampertjes	=	stamper
stampij	noun	vooral in combinatie met maken: onrust veroorzaken door lawaai en ruzie te maken
stampijen	=	stampij
stampje	=	stampen
stampjes	=	stampen
stamplegering	noun	legering die wordt verkregen door een mengsel van gekorrelde metalen bij verwarming beneden het smeltpunt in vormen te stampen
stamplegeringen	=	stamplegering
stamplegerinkje	=	stamplegering
stamplegerinkjes	=	stamplegering
stampofoon	noun	stok met verschillende slaginstrumenten eraan, zoals die wordt gebruikt door clowns en straatartiesten om hun optreden te begeleiden
stampofoons	=	stampofoon
stamppot	noun	gerecht van groente, vermengd met aardappelen of een andere wortelplant, waar bij bereiding met een stamper gewerkt wordt
stamppotje	=	stamppot
stamppotjes	=	stamppot
stamppotstamper	noun	huishoudelijk apparaat waarmee men gekookte aardappels kan stampen
stamppotstampers	=	stamppotstamper
stamppotstampertje	=	stamppotstamper
stamppotstampertjes	=	stamppotstamper
stamppotten	=	stamppot
stampt	=	stampen
stampte	=	stampen
stampten	=	stampen
stampvoet	=	stampvoeten
stampvoete	=	stampvoeten
stampvoeten	verb	op de grond stampen met de voet, gewoonlijk uit woede
stampvoetend	adj	uiting gevend aan boosheid
stampvoetende	=	stampvoeten
stampvoetends	=	stampvoetend
stampvoette	=	stampvoeten
stampvoetten	=	stampvoeten
stampvol	adj	zo vol dat het lijkt alsof het aangestampt is
stampvolle	=	stampvol
stampvols	=	stampvol
stamregister	noun	geslachtslijst
stamregisters	=	stamregister
stamregistertje	=	stamregister
stamregistertjes	=	stamregister
stamt	=	stammen
stamtaal	noun	de taal van een groep mensen, die niet de officiële taal van een land is
stamtafel	noun	een tafel in een café waaraan de vaste klanten zitten
stamtafels	=	stamtafel
stamtafeltje	=	stamtafel
stamtafeltjes	=	stamtafel
stamtalen	=	stamtaal
stamtijd	noun	een vaste reeks van vormen van een werkwoord waarvan men de andere vormen kan afleiden m.n. het hele werkwoord, de verleden tijd enkelvoud en het voltooid deelwoord
stamtijden	=	stamtijd
stamtonen	=	stamtoon
stamtoon	noun	toon, zonder verhoging of verlaging, van een diatonische toonladder met de aanduiding: c, d, e, f, g, a, of b.
stamtoontje	=	stamtoon
stamtoontjes	=	stamtoon
stamuil	noun	Lymantria dispar soort vlinder
stamuilen	=	stamuil
stamuiltje	=	stamuil
stamuiltjes	=	stamuil
stamvader	noun	de eerst in een rij van afstammelingen
stamvaders	=	stamvader
stamvadertje	=	stamvader
stamvadertjes	=	stamvader
stamwoord	noun	een woordvorm die de basis is voor alle door middel van flexie, samenstelling en afleiding daaruit gevormde woorden
stamwoorden	=	stamwoord
stand	noun	hoe of waar iets staat
stand-by	adj	gereed staand, klaar om direct iets te doen of ingezet te worden, paraat
stand-in	noun	iets of iemand die de plaats inneemt voor iets of iemand anders
stand-ins	=	stand-in
stand-up	noun	optreden van een humorist die zijn publiek vermaakt door staande een reeks grappen te vertellen Wisselwerking met het publiek is hierbij gebruikelijk, muzikale begeleiding niet.
stand-upcomedy	noun	vermaak van publiek door een humorist die staande een reeks grappen vertelt Wisselwerking met het publiek is hierbij gebruikelijk, muzikale begeleiding niet.
stand-upcomedy's	=	stand-upcomedy
stand-upje	=	stand-up
stand-upjes	=	stand-up
stand-ups	=	stand-up
standaard	noun	datgene waaraan vergelijkbare zaken afgemeten worden (eenheid [3] van maat, gewicht etc.)	adj	als regel, normaal
standaard-waterstofelektrode	noun	Een standaard-waterstofelektrode (SWE) is een referentie-elektrode die bestaat uit een platina-draad in een oplossing van H+-ionen waardoor waterstofgas borrelt.
standaard-waterstofelektroden	=	standaard-waterstofelektrode
standaard-waterstofelektrodes	=	standaard-waterstofelektrode
standaard-waterstofelektrodetje	=	standaard-waterstofelektrode
standaard-waterstofelektrodetjes	=	standaard-waterstofelektrode
standaardafmeting	noun	een formaat dat vaststaat en breed en vast gebruikt wordt
standaardafmetingen	=	standaardafmeting
standaardafmetinkje	=	standaardafmeting
standaardafmetinkjes	=	standaardafmeting
standaardafwijking	noun	spreidingsmaat, maat voor afwijking ten opzichte van het gemiddelde
standaardafwijkingen	=	standaardafwijking
standaardafwijkinkje	=	standaardafwijking
standaardafwijkinkjes	=	standaardafwijking
standaardantwoord	noun	het gebruikelijke antwoord op een gebruikelijke vraag
standaardantwoorden	=	standaardantwoord
standaardantwoordje	=	standaardantwoord
standaardantwoordjes	=	standaardantwoord
standaardbehandeling	noun	een behandeling van een patiënt volgens de gangbare regels
standaardbehandelingen	=	standaardbehandeling
standaardbehandelingetje	=	standaardbehandeling
standaardbehandelingetjes	=	standaardbehandeling
standaardbrief	noun	brief met een vaste tekst die aan meerdere mensen wordt gestuurd
standaardbriefje	=	standaardbrief
standaardbriefjes	=	standaardbrief
standaardbrieven	=	standaardbrief
standaarddeviatie	noun	spreidingsmaat, maat voor afwijking ten opzichte van het gemiddelde
standaarddeviaties	=	standaarddeviatie
standaarddeviatietje	=	standaarddeviatie
standaarddeviatietjes	=	standaarddeviatie
standaarddosis	noun	gebruikelijke hoeveelheid
standaarddosisje	=	standaarddosis
standaarddosisjes	=	standaarddosis
standaarddosissen	=	standaarddosis
standaardelement	noun	galvanisch element waarbij de spanning tijdens de stroomlevering constant blijft mits de afgenomen stroom praktisch nul is
standaardelementen	=	standaardelement
standaardelementje	=	standaardelement
standaardelementjes	=	standaardelement
standaarden	=	standaard
standaardformaat	noun	genormeerd formaat bijv.
standaardformaatje	=	standaardformaat
standaardformaatjes	=	standaardformaat
standaardformaten	=	standaardformaat
standaardformulier	noun	voorbedrukte vragenlijst met invulvakjes met een algemene toepassing
standaardformulieren	=	standaardformulier
standaardformuliertje	=	standaardformulier
standaardformuliertjes	=	standaardformulier
standaardfout	noun	standaardafwijking, maat voor de betrouwbaarheid van een waarde
standaardfouten	=	standaardfout
standaardgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een standaard
standaardgegevens	=	standaardgegeven
standaardgegeventje	=	standaardgegeven
standaardgegeventjes	=	standaardgegeven
standaardgewicht	noun	een vaste afgesproken grootte van het gewicht
standaardgewichten	=	standaardgewicht
standaardgewichtje	=	standaardgewicht
standaardgewichtjes	=	standaardgewicht
standaardgezin	noun	gezin dat aan een bepaalde geldende standaard of norm voldoet
standaardgezinnen	=	standaardgezin
standaardgezinnetje	=	standaardgezin
standaardgezinnetjes	=	standaardgezin
standaardisatie	noun	het standaardiseren (het invoeren van een standaard)
standaardisaties	=	standaardisatie
standaardiseer	=	standaardiseren
standaardiseerde	=	standaardiseren
standaardiseerden	=	standaardiseren
standaardiseert	=	standaardiseren
standaardisere	=	standaardiseren
standaardiseren	verb	alles onderwerpen aan een vooraf bepaalde standaard
standaardiserend	=	standaardiseren
standaardiserende	=	standaardiseren
standaardje	=	standaard
standaardjes	=	standaard
standaardkleur	noun	kleur die gelijk is aan één van de kleuren van een eerder vastgelegd palet
standaardkleuren	=	standaardkleur
standaardkompas	noun	kompas op een schip dat de standaard is voor het instellen (ijken) van andere scheepskompassen
standaardkompasje	=	standaardkompas
standaardkompasjes	=	standaardkompas
standaardkompassen	=	standaardkompas
standaardmaat	noun	als norm geldende maat
standaardmaatje	=	standaardmaat
standaardmaatjes	=	standaardmaat
standaardmaten	=	standaardmaat
standaardmeter	noun	de meter zoals gedefinieerd door het Internationale Bureau voor Maten en Gewichten.
standaardmeters	=	standaardmeter
standaardmodel	noun	model zonder extra's
standaardmodellen	=	standaardmodel
standaardmodelletje	=	standaardmodel
standaardmodelletjes	=	standaardmodel
standaardmuziektonen	=	standaardmuziektoon
standaardmuziektoon	noun	de internationaal bij het stemmen van het orkest of koor gebruikelijke stemtoonhoogte, de toon a¹ = 440 Hz van de hobo of stemvork
standaardmuziektoontje	=	standaardmuziektoon
standaardmuziektoontjes	=	standaardmuziektoon
standaardnaamgeving	noun	de naamgeving die als standaard uitgangspunt genomen wordt.
standaardnaamgevingen	=	standaardnaamgeving
standaardnaamgevinkje	=	standaardnaamgeving
standaardnaamgevinkjes	=	standaardnaamgeving
standaardnaamruimte	noun	de naamruimte op een wiki waar de kern van het project te vinden, datgene waar het om het project om draait
standaardnaamruimtes	=	standaardnaamruimte
standaardnaamruimtetje	=	standaardnaamruimte
standaardnaamruimtetjes	=	standaardnaamruimte
standaardobjectief	noun	objectief waarvan de brandpuntsafstand gelijk of nagenoeg gelijk is aan de diagonaal van het negatiefformaat, bij kleinbeeld 45 mm
standaardobjectieven	=	standaardobjectief
standaardoplossing	noun	als ijkwaarde gebruikt mengsel in een bepaalde verhouding van een gewicht aan vaste stof in een volume vloeistof
standaardoplossingen	=	standaardoplossing
standaardoplossinkje	=	standaardoplossing
standaardoplossinkjes	=	standaardoplossing
standaardpallet	noun	een pallet die standaard wordt gebruikt en/of standaardafmetingen heeft
standaardpalletje	=	standaardpallet
standaardpalletjes	=	standaardpallet
standaardpallets	=	standaardpallet
standaardpalletten	=	standaardpallet
standaardprocedure	noun	de procedure die standaard gevolgd wordt
standaardprocedures	=	standaardprocedure
standaardproceduretje	=	standaardprocedure
standaardproceduretjes	=	standaardprocedure
standaardregeling	noun	een set basisregels of standaardvoorwaarden die van toepassing is wanneer u zelf geen andere afspraken maakt.
standaardregelingen	=	standaardregeling
standaardregelingetje	=	standaardregeling
standaardregelingetjes	=	standaardregeling
standaards	=	standaard
standaardtaal	noun	officieel vastgelegde taalvorm die binnen een bepaald gebied als de voorgeschreven norm geldt
standaardtaaltje	=	standaardtaal
standaardtaaltjes	=	standaardtaal
standaardtalen	=	standaardtaal
standaardtijd	noun	het gelijk laten lopen van klokken in verschillende geografische locaties binnen een tijdzone naar dezelfde zone-tijd, in plaats van gebruik te maken van de ware zonnetijd
standaardtijden	=	standaardtijd
standaardtijdje	=	standaardtijd
standaardtijdjes	=	standaardtijd
standaardtype	noun	met gebruikelijke, gestandaardiseerde karakteristieken
standaardtypen	=	standaardtype
standaardtypes	=	standaardtype
standaarduitdrukking	noun	veel gebruikte zinsnede
standaarduitdrukkingen	=	standaarduitdrukking
standaarduitdrukkinkje	=	standaarduitdrukking
standaarduitdrukkinkjes	=	standaarduitdrukking
standaarduitvoering	noun	uitvoering in een als standaard aanvaard model (zonder extra's)
standaarduitvoeringen	=	standaarduitvoering
standaarduitvoerinkje	=	standaarduitvoering
standaarduitvoerinkjes	=	standaarduitvoering
standaardvergoeding	noun	is een vooraf vastgesteld, forfaitair bedrag dat wordt uitgekeerd als compensatie, zonder dat de werkelijke kosten of schade tot op de cent nauwkeurig berekend hoeven te worden.
standaardvergoedingen	=	standaardvergoeding
standaardvergoedinkje	=	standaardvergoeding
standaardvergoedinkjes	=	standaardvergoeding
standaardvoorbeeld	noun	klassiek voorbeeld dat zeer typerend is voor de situatie
standaardvoorbeelden	=	standaardvoorbeeld
standaardvoorbeeldje	=	standaardvoorbeeld
standaardvoorbeeldjes	=	standaardvoorbeeld
standaardvraag	noun	vragen die men gewoonlijk stelt
standaardvragen	=	standaardvraag
standaardwaarde	noun	waarde die wordt aangenomen indien er geen expliciete waarde wordt opgegeven
standaardwaarden	=	standaardwaarde
standaardwaardes	=	standaardwaarde
standaardwerk	noun	werk waaraan voor een bepaald onderwerp altijd wordt gerefereerd
standaardwerken	=	standaardwerk
standaardwerkje	=	standaardwerk
standaardwerkjes	=	standaardwerk
standaardwoning	noun	een huis dat volgens een vast, vooraf ontworpen basismodel is gebouwd.
standaardwoningen	=	standaardwoning
standaardwoninkje	=	standaardwoning
standaardwoninkjes	=	standaardwoning
standairco	noun	airconditioning in de cabine van een vrachtwagen tijdens het geparkeerd zijn, zodat een vrachtwagenchauffeur voldoende koelte heeft om te kunnen rusten en slapen
standairco's	=	standairco
standaircootje	=	standairco
standaircootjes	=	standairco
standalone	noun	zonder deel uit te maken van iets anders, zonder verbonden te zijn met iets anders
standalones	=	standalone
standbeeld	noun	een kunstzinnige afbeelding vaak van een persoon in drie dimensies, meestal gehouwen in steen of gegoten in metaal
standbeelden	=	standbeeld
standbeeldje	=	standbeeld
standbeeldjes	=	standbeeld
standbeen	noun	been waarop het grootste gewicht rust
standbenen	=	standbeen
standen	=	stand
standenvertegenwoordiging	noun	een historische vergadering waarin de drie traditionele sociale klassen (de standen) inspraak hadden in het bestuur.
standenvertegenwoordigingen	=	standenvertegenwoordiging
standenvertegenwoordigingetje	=	standenvertegenwoordiging
standenvertegenwoordigingetjes	=	standenvertegenwoordiging
stander	noun	standaard
standerd	noun	molen die op een verhoging staat en in zijn geheel kan draaien
standerdje	=	standerd
standerdjes	=	standerd
standerds	=	standerd
standers	=	stander
standertje	=	stander
standertjes	=	stander
standgehouden	=	standhouden
standhield	=	standhouden
standhielde	=	standhouden
standhielden	=	standhouden
standhieldt	=	standhouden
standhou	=	standhouden
standhoud	=	standhouden
standhoude	=	standhouden
standhouden	verb	alle aanvallen weerstaan
standhoudend	=	standhouden
standhoudende	=	standhouden
standhouder	noun	iemand die een stand heeft op een beurs
standhouders	=	standhouder
standhouding	noun	het behouden of laten voortbestaan van iets, oftewel het onderhouden van een bepaalde situatie
standhoudingen	=	standhouding
standhoudinkje	=	standhouding
standhoudinkjes	=	standhouding
standhoudt	=	standhouden
standing	noun	betere sociaal-economische positie
standingvol	adj	met veel standing
standingvolle	=	standingvol
standingvoller	=	standingvol
standingvollere	=	standingvol
standingvollers	=	standingvol
standingvols	=	standingvol
standingvolst	=	standingvol
standingvolste	=	standingvol
standje	noun	alleen verkleinwoord korte woordelijke bestraffing
standjes	=	stand
standolie	noun	sterk ingedikte en gekookte lijnolie die wel wordt gebruikt om de laatste lagen olieverf voor een schilderij mee te verdunnen
standolies	=	standolie
standoliën	=	standolie
standplaats	noun	een vaste plaats waar iemand of iets zich bevindt
standplaatsen	=	standplaats
standplaatsje	=	standplaats
standplaatsjes	=	standplaats
standpunt	noun	een houding die men aanneemt ten aanzien van een actueel vraagstuk
standpuntbepaling	noun	het proces waarbij een duidelijke mening, stellingname of positie wordt ingenomen over een specifiek onderwerp, vaak onderbouwd met argumenten
standpuntbepalingen	=	standpuntbepaling
standpuntbepalinkje	=	standpuntbepaling
standpuntbepalinkjes	=	standpuntbepaling
standpunten	=	standpunt
standpuntje	=	standpunt
standpuntjes	=	standpunt
standrecht	noun	zeer snelle, strenge, informele berechtiging (m.n. executies) door militaire of ad hoc rechters
standrechtelijk	adj	op basis van een summier proces ter plekke voltrokken	adv	op standrechtelijke wijze
standrechtelijke	=	standrechtelijk
standrechtelijker	=	standrechtelijk
standrechtelijkere	=	standrechtelijk
standrechtelijkers	=	standrechtelijk
standrechtelijks	=	standrechtelijk
standrechtelijkst	=	standrechtelijk
standrechtelijkste	=	standrechtelijk
standrechten	=	standrecht
standregelen	noun	grondregels die de basis vormen van een bepaalde rechtspersoon
standregels	=	standregelen
stands	=	stand
standstill	noun	stilstand, met name toegepast op het vervoer van dieren en mest in tijden dat er een besmettelijke dierenziekte is uitgebroken
standstillbeginsel	noun	door de EU aanvaard uitgangspunt in het milieubeleid dat de verontreiniging niet verder mag toenemen
standsverschil	noun	verschil in sociaaleconomische positie
standsverschillen	=	standsverschil
standsverschilletje	=	standsverschil
standsverschilletjes	=	standsverschil
standvastig	adj	iets volhouden en niet opgeven
standvastige	=	standvastig
standvastiger	=	standvastig
standvastigere	=	standvastig
standvastigers	=	standvastig
standvastigheden	=	standvastigheid
standvastigheid	noun	het trouw zijn aan de eigen principes
standvastigs	=	standvastig
standvastigst	=	standvastig
standvastigste	=	standvastig
standvis	noun	vis die op dezelfde plaats blijft
standvisch	=	standvis
standvissen	=	standvis
standvlinder	noun	een vlinder die gedurende ten minste tien jaar voortdurend een populatie in het onderhavige gebied heeft weten te handhaven
standvlinders	=	standvlinder
standvogel	noun	vogel die gedurende het hele jaar op een bepaalde plaats blijft leven; vogel die in zijn broedgebied blijft
standvogels	=	standvogel
standvogeltje	=	standvogel
standvogeltjes	=	standvogel
standwerker	noun	een persoon die op een beursstand spullen probeert te verkopen
standwerkers	=	standwerker
standwerkertje	=	standwerker
standwerkertjes	=	standwerker
standwild	noun	wild dat het gehele jaar voorkomt
standyoghurt	noun	bepaalde extra dikke, lobbige yoghurt zoals Bulgaarse yoghurt
standyoghurts	=	standyoghurt
stang	noun	meestal metalen voorwerp in de vorm van een lange stijve cilinder
stangde	=	stang
stangden	=	stang
stange	=	stang
stangen	=	stang
stangend	=	stang
stangende	=	stang
stangetje	=	stang
stangetjes	=	stang
stangt	=	stang
staniol	noun	tinfolie, zilverpapier
stank	noun	een sterke, stinkende geur
stankafsluiter	noun	een met water gevuld gebogen stuk buis in de vorm van een zwanenhals die verhindert dat de stank van het riool in huis te ruiken is
stankafsluiters	=	stankafsluiter
stankafsluitertje	=	stankafsluiter
stankafsluitertjes	=	stankafsluiter
stanken	=	stank
stankgolf	noun	plotselinge tijdelijke toename van stank; enorm veel stank
stankgolfje	=	stankgolf
stankgolfjes	=	stankgolf
stankgolven	=	stankgolf
stankje	=	stank
stankjes	=	stank
stankloos	adj	zonder stank
stankloost	=	stankloos
stanklooste	=	stankloos
stankloze	=	stankloos
stanklozer	=	stankloos
stanklozere	=	stankloos
stanklozers	=	stankloos
stankoverlast	noun	hinder veroorzaakt door een nare geur
stankprobleem	noun	overlast die bestaat uit een vieze geur
stankproblemen	=	stankprobleem
stankverspreider	noun	bron van een onaangename geur, zoals een onderneming of persoon die een vieze lucht voortbrengt
stankverspreiders	=	stankverspreider
stanleymes	noun	met met een verwisselbaar (en daardoor altijd scherp) lemmet
stanleymesje	=	stanleymes
stanleymesjes	=	stanleymes
stanleymessen	=	stanleymes
stanleyrosella	noun	Platycercus icterotis een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld)
stanleyrosella's	=	stanleyrosella
stanleyrosellaatje	=	stanleyrosella
stanleyrosellaatjes	=	stanleyrosella
stanniool	noun	bladtin
stans	=	stansen
stanse	=	stansen
stansen	verb	iets uit plaatmateriaal (metaal, rubber, leer etc.) slaan of daarin aanbrengen met een snijdende stempel
stansend	=	stansen
stansende	=	stansen
stanser	noun	iemand die stanst
stansers	=	stanser
stansertje	=	stanser
stansertjes	=	stanser
stansmachine	noun	een machine waarmee uit bijvoorbeeld metaal, leer of textiel stukken kunnen worden gehaald
stansmachines	=	stansmachine
stanst	=	stansen
stanste	=	stansen
stansten	=	stansen
stanza	noun	kamer
stanza's	=	stanza
stap	noun	het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan
stapavond	noun	een avond dat men uitgaat om in verschillende kroegen wat te drinken
stapavonden	=	stapavond
stapavondje	=	stapavond
stapavondjes	=	stapavond
stapel	noun	een gestructureerde hoop spullen	adj	alleen predicatief gek, stapelgek
stapelautomaat	noun	machine waar boven elkaar geplaatste identieke exemplaren van een of meer producten achter een venster zichtbaar zijn en een mechaniek dat na betaling van de prijs een exemplaar aan de koper beschikbaar stelt
stapelautomaten	=	stapelautomaat
stapelbaar	adj	als je iets op elkaar kunt leggen
stapelbaarder	=	stapelbaar
stapelbaardere	=	stapelbaar
stapelbaarders	=	stapelbaar
stapelbaars	=	stapelbaar
stapelbaarst	=	stapelbaar
stapelbaarste	=	stapelbaar
stapelbare	=	stapelbaar
stapelbed	noun	meubel bestaande uit twee bedden boven elkaar
stapelbedden	=	stapelbed
stapelbedje	=	stapelbed
stapelbedjes	=	stapelbed
stapelblok	noun	elk van de constructies van gestapelde houten blokken waarmee schepen op de wal of in een droogdok worden ondersteund
stapelblokje	=	stapelblok
stapelblokjes	=	stapelblok
stapelblokken	=	stapelblok
stapelde	=	stapelen
stapelden	=	stapelen
stapeldol	adj	helemaal gek, zeer opgewonden of krankzinnig
stapeldolle	=	stapeldol
stapeldols	=	stapeldol
stapeldoos	noun	doos waarvan men er een aantal op elkaar kan stapelen
stapeldoosje	=	stapeldoos
stapeldoosjes	=	stapeldoos
stapeldozen	=	stapeldoos
stapele	=	stapelen
stapelelement	noun	eenheid waaruit door stapelen een bouwsel kan ontstaan
stapelelementen	=	stapelelement
stapelelementje	=	stapelelement
stapelelementjes	=	stapelelement
stapelen	verb	boven op elkaar leggen
stapelend	=	stapelen
stapelende	=	stapelen
stapelgeheugen	noun	gegevensopslag waarbij de laatst opgeslagen gegevens het eerst beschikbaar zijn (stack)
stapelgeheugens	=	stapelgeheugen
stapelgek	adj|informal	helemaal gestoord, zwaar krankzinnig
stapelgekke	=	stapelgek
stapelgeks	=	stapelgek
stapelgoed	noun	goederen waarvoor in het verleden stapelrecht betaald moest worden, of meer algemeen naar koopwaar die geschikt is voor opslag en handel
stapelgoederen	=	stapelgoed
stapelhuis	noun	een pakhuis
stapelhuisje	=	stapelhuis
stapelhuisjes	=	stapelhuis
stapelhuizen	=	stapelhuis
stapeling	noun	het bij elkaar optellen van veel kleine zaken tot één grote zaak
stapelingen	=	stapeling
stapelingsziekte	noun	ziekte die berust op ophoping van stofwisselingsproducten in cellen
stapelingsziekten	=	stapelingsziekte
stapelingsziektes	=	stapelingsziekte
stapelingsziektetje	=	stapelingsziekte
stapelingsziektetjes	=	stapelingsziekte
stapelmarkt	noun	plaats waar het grootste deel van de handel in een bepaald goed plaatsvindt en die zo ook de prijzen daarvoor elders beïnvloedt
stapelmarkten	=	stapelmarkt
stapelplaats	noun	plaats die het stapelrecht had
stapelplaatsen	=	stapelplaats
stapelplaatsje	=	stapelplaats
stapelplaatsjes	=	stapelplaats
stapelrecht	noun	recht van een plaats om koopwaren te verhandelen voordat ze doorgevoerd werden
stapelrechten	=	stapelrecht
stapels	=	stapel
stapelsteen	noun	stuk natuurlijk gesteente dat met vergelijkbare stukken aan elkaar gepast worden om zonder mortel muren te maken
stapelstenen	=	stapelsteen
stapelt	=	stapelen
stapeltje	=	stapel
stapeltjes	=	stapel
stapelverliefd	adj	ineens heel erg verliefd op iemand zijnd
stapelverliefde	=	stapelverliefd
stapelverliefds	=	stapelverliefd
stapelwagen	noun	een uniforme, herbruikbare transportbak, ook wel een ladingdrager of deelkast genoemd, die voornamelijk in de logistieke sector van bloemen en planten wordt gebruikt voor het transporteren van goederen
stapelwagens	=	stapelwagen
stapelwagentje	=	stapelwagen
stapelwagentjes	=	stapelwagen
stapelwolk	noun	scherp afgegrensde, bloemkoolachtige wolken van het geslacht Cumulus
stapelwolken	=	stapelwolk
stapelwolkje	=	stapelwolk
stapelwolkjes	=	stapelwolk
stapelwoning	noun	een woning die geheel of gedeeltelijk boven of onder een andere woning is gelegen.
stapelwoningen	=	stapelwoning
stapelwoninkje	=	stapelwoning
stapelwoninkjes	=	stapelwoning
stapelzat	adj	heel erg dronken
stapelzats	=	stapelzat
stapelzatte	=	stapelzat
stapelzot	adj	volslagen idioot
stapelzots	=	stapelzot
stapelzotte	=	stapelzot
staphorster	noun|obsolete	wegkruising met plaatselijke verdubbeling van de rijbaan
staphorsters	=	staphorster
staphylococ	=	stafylokok
stapje	=	stap
stapjes	=	stap
staplaats	noun	een plaats bij een evenement of voorstelling waarbij men geen gelegenheid heeft om te zitten
staplaatsen	=	staplaats
stappe	=	stappen
stappen	verb	het lichaam vooruit bewegen door een of meer keer een voet naar voren te zetten
stappend	=	stappen
stappende	=	stappen
stappenplan	noun	plan om een noodzakelijke taak stap voor stap uit te voeren
stappenplannen	=	stappenplan
stappenplannetje	=	stappenplan
stappenplannetjes	=	stappenplan
stappenteller	noun	apparaat dat het aantal gezette stappen telt
stappentellers	=	stappenteller
stappentellertje	=	stappenteller
stappentellertjes	=	stappenteller
stapper	noun|informal	wandelschoen
stappers	=	stapper
stappertje	=	stapper
stappertjes	=	stapper
stapsgewijs	adj	in fasen uitgevoerd	adv	in fasen uitgevoerd
stapsgewijze	=	stapsgewijs
stapspion	noun	functionaris die namens de gemeente in het geheim controleert of mensen op basis van hun afkomst worden geweerd bij uitgaansgelegenheden
stapspionnen	=	stapspion
stapsteen	noun	een steen waarop je kunt staan om een hindernis te kunnen passeren
stapstenen	=	stapsteen
stapt	=	stappen
stapte	=	stappen
stapten	=	stappen
stapverbod	noun	maatregelen in uitgaansgebieden om overlast (lawaai, drankmisbruik, chaos) door 'stappen' (uitgaan, feesten) tegen te gaan
stapverboden	=	stapverbod
stapverbodje	=	stapverbod
stapverbodjes	=	stapverbod
stapvoets	adv	in de stap
star	adj	verstijfd en onbuigzaam	noun|obsolete	een van de lichtpunten aan de nachtelijke hemel die maar heel traag van plaats lijken te veranderen
starbucksfrappuccino	noun	de orriginele Frappuccino zoals deze in Starbucks wordt geserveerd
starbucksfrappuccino's	=	starbucksfrappuccino
starde	=	starren
starder	=	star
stardere	=	star
starders	=	star
stare	=	staren
staren	verb	langdurig naar één punt kijken, soms zonder iets op te merken
starend	adj	langdurig naar één punt kijkend
starende	=	starend
starends	=	starend
starheden	=	starheid
starheid	noun	het onbeweeglijk zijn; het onvervormbaar zijn
starkeffect	noun	het verschuiven van de energie van absorptiepieken onder de invloed van een sterk elektrisch veld
starkeffecten	=	starkeffect
starkeffectje	=	starkeffect
starkeffectjes	=	starkeffect
starlet	noun	jeugdige, aankomende filmster
starletje	=	starlet
starletjes	=	starlet
starlets	=	starlet
starlings	adv	met onbeweeglijke starende blik
starmaker	noun	het maken van beroemde popidolen
starmakers	=	starmaker
starnakel	adv	dwarsliggend
staroge	=	starogen
starogen	verb	staren
starogend	=	starogen
starogende	=	starogen
staroog	=	starogen
staroogde	=	starogen
staroogden	=	starogen
staroogt	=	starogen
starre	=	star
starren	verb	strak met de ogen ergens naar kijken
starrend	=	starren
starrer	=	star
starrere	=	star
starrers	=	star
starretje	=	star
starretjes	=	star
stars	=	star
starst	=	star
starste	=	star
start	noun	begin van een wedstrijd
start-up	noun	een beginnend bedrijf dat niet is ontstaan uit een andere bedrijf
start-ups	=	start-up
startbaan	noun	is een vlakke, brede strook land op een vliegveld waarvan vliegtuigen gebruik kunnen maken bij het opstijgen en het landen.
startbaantje	=	startbaan
startbaantjes	=	startbaan
startbalk	noun	een balk op het beeldscherm met icoontjes, die men kan aanklikken voor het opstarten van een programma
startbalken	=	startbalk
startbalkje	=	startbalk
startbalkjes	=	startbalk
startbanen	=	startbaan
startbewijs	noun	vergunning om te mogen deelnemen aan een activiteit
startbewijsje	=	startbewijs
startbewijsjes	=	startbewijs
startbewijzen	=	startbewijs
startblok	noun	hulpmiddel dat door bepaalde sporters gebruikt wordt om een snelle start te maken
startblokje	=	startblok
startblokjes	=	startblok
startblokken	=	startblok
startdata	=	startdatum
startdatum	noun	de dag, uitgedrukt in dagnummer - maand - jaartal, dat iets begint
startdatums	=	startdatum
starte	=	starten
starten	verb	iets op gang brengen
startend	=	starten
startende	=	starten
starter	noun	iemand die met iets begint
starters	=	starter
starterset	noun	groep producten die nodig zijn om met een bepaalde activiteit te kunnen beginnen
startersetje	=	starterset
startersetjes	=	starterset
startersets	=	starterset
startershypotheek	noun	lening voor mensen die hun eerste woning kopen
startershypotheken	=	startershypotheek
starterswoning	noun	een betaalbare, vaak wat kleinere woning die specifiek is bedoeld voor mensen die voor het eerst een huis kopen of huren op de woningmarkt.
starterswoningen	=	starterswoning
starterswoninkje	=	starterswoning
starterswoninkjes	=	starterswoning
startertje	=	starter
startertjes	=	starter
starterwoning	noun	een betaalbare, vaak wat kleinere woning die specifiek is bedoeld voor mensen die voor het eerst een huis kopen of huren op de woningmarkt.
starterwoningen	=	starterwoning
starterwoninkje	=	starterwoning
starterwoninkjes	=	starterwoning
startfase	noun	eerste fase
startfasen	=	startfase
startfases	=	startfase
startgeld	noun	vergoeding voor deelname aan een wedstrijd, ongeacht de uitslag (bedoeld om met aantrekkelijke deelnemers meer publiek of sponsors te lokken)
startgelden	=	startgeld
startgeldje	=	startgeld
startgeldjes	=	startgeld
starthouding	noun	is de specifieke positie of houding die een sporter of persoon aanneemt vlak voordat een fysieke actie (zoals een race) begint
starthoudingen	=	starthouding
starthoudinkje	=	starthouding
starthoudinkjes	=	starthouding
startjaar	noun	het jaar dat een bepaalde activiteit begonnen is
startjaartje	=	startjaar
startjaartjes	=	startjaar
startjaren	=	startjaar
startje	=	start
startjes	=	start
startkabel	noun	een zware elektriciteitskabel die dient om bij panne bij gebrek aan lading in een batterij, deze te verbinden met een geladen batterij en aldus de motor te starten
startkabels	=	startkabel
startkabeltje	=	startkabel
startkabeltjes	=	startkabel
startkapitaal	noun	een som geld waarmee men een activiteit begint; begin investering
startkapitaaltje	=	startkapitaal
startkapitaaltjes	=	startkapitaal
startkapitalen	=	startkapitaal
startklaar	adj	klaar zijn om te gaan beginnen
startklaarder	=	startklaar
startklaardere	=	startklaar
startklaarders	=	startklaar
startklaars	=	startklaar
startklaarst	=	startklaar
startklaarste	=	startklaar
startklare	=	startklaar
startknop	noun	'knop' op een beeldscherm waarmee men een computerprogramma kan opstarten
startknopje	=	startknop
startknopjes	=	startknop
startknoppen	=	startknop
startkosten	noun	geld dat men nodig heeft om ergens mee te beginnen
startkuiltje	noun	kleine verdieping in de baan die een deelnemer aan een hardloopwedstrijd als eerste afzet voor de voet gebruikte, met dezelfde functie als het tegenwoordige startblok
startkuiltjes	=	startkuiltje
startlijn	noun	de lijn die aangeeft waar een wedstrijd begint
startlijnen	=	startlijn
startlijst	noun	opsomming van alle sporters of teams die deelnemen aan een wedstrijd
startlijsten	=	startlijst
startmotor	noun	kleine elektromotor die de hoofdmotor in werking moet brengen
startmotoren	=	startmotor
startmotors	=	startmotor
startmotortje	=	startmotor
startmotortjes	=	startmotor
startnota	noun	een geschreven voorbereidende tekst over een voorgenomen bedrijfsactiviteit, beleidsvoornemen of beleidswijziging
startnota's	=	startnota
startopstelling	noun	de plaats van de verschillende deelnemers aan een wedstrijd bij het begin van die wedstrijd
startopstellingen	=	startopstelling
startpagina	noun	een website die een aantal koppelingen laat zien naar andere websites over een bepaald onderwerp
startpagina's	=	startpagina
startpakket	noun	set benodigdheden die nodig is om aan iets nieuws te beginnen
startpakketje	=	startpakket
startpakketjes	=	startpakket
startpakketten	=	startpakket
startplaats	noun	plaats waar een wedstrijd van start gaat
startplaatsen	=	startplaats
startplaatsje	=	startplaats
startplaatsjes	=	startplaats
startplek	noun	de plaats die men heeft bij het begin van een wedstrijd
startplekken	=	startplek
startpositie	noun	de plaats die iemand inneemt bij het begin van een race
startposities	=	startpositie
startprijs	noun	de prijs waarmee een veiling begint
startprijzen	=	startprijs
startprobleem	noun	een moeilijkheid tijdens of vlak na het begin van iets
startprobleempje	=	startprobleem
startprobleempjes	=	startprobleem
startproblemen	=	startprobleem
startpunt	noun	beginpunt, punt van vertrek
startpunten	=	startpunt
startpuntje	=	startpunt
startpuntjes	=	startpunt
startraket	noun	een raket die gebruikt wordt bij een start (van een bepaald type vliegtuig)
startraketje	=	startraket
startraketjes	=	startraket
startraketten	=	startraket
startrij	noun	rij waarop een auto of motor bij de start van een race op grond van de gerealiseerde starttijd moet plaatsnemen
startrijen	=	startrij
starts	=	start
startsalaris	noun	de hoeveelheid geld die een persoon krijgt bij aanstelling in een nieuwe functie
startsalarissen	=	startsalaris
startschot	noun	een schot dat het begin van de wedstrijd aangeeft
startschoten	=	startschot
startsein	noun	het teken om te beginnen.
startseinen	=	startsein
startseintje	=	startsein
startseintjes	=	startsein
startset	noun	pakket met eerste benodigdheden om iets te kunnen doen of maken
startsetje	=	startset
startsetjes	=	startset
startsets	=	startset
startshot	noun	reeks beelden vanuit één camerapositie als begin van een scene
startshots	=	startshot
startsignaal	noun	teken dat men een bepaalde actie kan beginnen
startsignalen	=	startsignaal
startte	=	starten
startten	=	starten
starttijd	noun	tijdstip dat een activiteit begint
starttijden	=	starttijd
starttoets	noun	een drukknop die iets laat beginnen
starttoetsen	=	starttoets
starttoetsje	=	starttoets
starttoetsjes	=	starttoets
starturen	=	startuur
startuur	noun	tijdstip dat iets begint
startvak	noun	afgegrensde ruimte waar de sporters bij de start staan
startvakje	=	startvak
startvakjes	=	startvak
startvakken	=	startvak
startverbod	noun	verbod om ergens te starten (beginnen) met een activiteit, vaak in de context van een sportwedstrijd (niet mogen starten)
startverboden	=	startverbod
startverbodje	=	startverbod
startverbodjes	=	startverbod
staruimte	noun	ruimte die men nodig heeft om te kunnen staan
staruimten	=	staruimte
staruimtes	=	staruimte
stase	noun	stilstand
staseke	=	stase
stases	=	stase
stasi	noun	inlichtingendienst en veiligheidsdienst in de voormalige DDR die zich echter voornamelijk bezig hield met het uitoefenen van sprionage en terreur onder de eigen bevolking
stasi's	=	stasi
stasie	=	stase
stat	=	statten
stataal	adj	van de staat, met betrekking tot de staat
stataals	=	stataal
statafel	noun	een hoge tafel waaraan men kan staan
statafels	=	statafel
statafeltje	=	statafel
statafeltjes	=	statafel
statale	=	stataal
state	noun	een voormalige (adellijke) burcht of landhuis in de provincie Friesland.
statelijk	adj	van de staat; van de rijksoverheid
statelijke	=	statelijk
statelijker	=	statelijk
statelijkere	=	statelijk
statelijkers	=	statelijk
statelijks	=	statelijk
statelijkst	=	statelijk
statelijkste	=	statelijk
stateloos	adj	door geen enkele staat als onderdaan erkend wordend
stateloosheden	=	stateloosheid
stateloosheid	noun	het stateloos zijn
stateloost	=	stateloos
statelooste	=	stateloos
stateloze	=	stateloos
statelozer	=	stateloos
statelozere	=	stateloos
statelozers	=	stateloos
statement	noun	een of meer uitspraken waarmee bepaalde opvattingen bekendgemaakt worden
statements	=	statement
staten	=	staat
staten-generaal	noun	volksvertegenwoordiging van Nederland bestaande uit de Eerste en de Tweede Kamer
statenbehandeling	noun	behandeling van een kwestie in de vergadering van de Provinciale Staten
statenbehandelingen	=	statenbehandeling
statenbehandelingetje	=	statenbehandeling
statenbehandelingetjes	=	statenbehandeling
statenbijbel	noun	een gedrukt exemplaar van de Statenvertaling
statenbijbels	=	statenbijbel
statenbijbeltje	=	statenbijbel
statenbijbeltjes	=	statenbijbel
statenbond	noun	bond van soevereine staten onder een centraal gezag
statenbonden	=	statenbond
statenbondje	=	statenbond
statenleden	=	statenlid
statenlid	noun	iemand die lid is van de provinciale volksvertegenwoordiging
statenloos	=	stateloos
statenverkiezing	noun	stemming waarbij de inwoners van een provincie hun volksvertegenwoordiging kiezen De op die manier gekozen statenleden kiezen op hun beurt weer de leden van de senaat in het nationale parlement.
statenverkiezingen	=	statenverkiezing
statenvertaling	noun	overzetting van de hele Bijbel naar het Nederlands in opdracht van de Staten-Generaal, voor het eerst uitgegeven in 1637
statenvertalingen	=	statenvertaling
stater	noun	oude Griekse munt uit Athene
staters	=	stater
statherium	noun	geologisch tijdperk, vierde en laatste periode van het paleoproterozoïcum, van 1,8 tot 1,6 miljard jaar geleden
statiaan	noun	iemand die woonachtig is op of afkomstig van het eiland Sint-Eustatius
statiaans	adj	van of met betrekking tot Sint Eustatius
statiaanse	noun	vrouwelijke inwoner van Sint Eustatius, of een vrouw afkomstig uit Sint Eustatius
statiaansen	=	statiaanse
statiaanser	=	statiaans
statiaansere	=	statiaans
statiaansers	=	statiaans
statiaanst	=	statiaans
statiaanste	=	statiaans
statianen	=	statiaan
statica	noun	leer van het evenwicht van lichamen in rust
statie	noun	standplaats (van een priester)
statief	noun	een stabiel onderstel voor een camera, kijker of een ander (optisch) instrument, veelal in draagbare uitvoering met één of drie inklapbare of inschuifbare poten
statiefje	=	statief
statiefjes	=	statief
statiegeld	noun	geld dat betaald wordt voor een verpakking dat men terugkrijgt bij inleveren hiervan en waardoor die verpakking uiteindelijk terugkomt op zijn standplaats (statie)
statiegeldactie	noun	een initiatief waarbij consumenten hun lege flessen of blikjes inleveren en de opbrengst (het statiegeld) doneren aan een specifiek lokaal of landelijk goed doel
statiegeldacties	=	statiegeldactie
statiegeldactietje	=	statiegeldactie
statiegeldactietjes	=	statiegeldactie
statiegeldapparaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
statiegeldapparaatje	=	statiegeldapparaat
statiegeldapparaatjes	=	statiegeldapparaat
statiegeldapparaten	=	statiegeldapparaat
statiegeldautomaat	noun	apparaat waar men lege drankverpakkingen kan inleveren om het statiegeld terug te krijgen
statiegeldautomaatje	=	statiegeldautomaat
statiegeldautomaatjes	=	statiegeldautomaat
statiegeldautomaten	=	statiegeldautomaat
statiegeldbeker	noun	een duurzame, herbruikbare drinkbeker van hard plastic (zoals polypropyleen) die wordt gebruikt bij evenementen; je betaalt een klein bedrag statiegeld (vaak €1) bij de eerste consumptie, krijgt dit terug bij inlevering voor een nieuwe consumptie, en kan het geld bij vertrek terugkrijgen door de beker bij een inleverpunt in te leveren, wat zwerfafval vermindert.
statiegeldbekers	=	statiegeldbeker
statiegeldbekertje	=	statiegeldbeker
statiegeldbekertjes	=	statiegeldbeker
statiegeldbeugel	noun	plastic houder waarin mensen statiegeldflessen en statiegeldblikjes kunnen zetten zodat anderen ze kunnen verzamelen en inleveren om het statiegeld te innen
statiegeldbeugels	=	statiegeldbeugel
statiegeldbeugeltje	=	statiegeldbeugel
statiegeldbeugeltjes	=	statiegeldbeugel
statiegeldblik	noun	verpakking van een porties drank in een handzame metalen cilinder, waarvoor je bij aankoop een klein bedrag betaald dat je bij inlevering van de gebruikte verpakking weer terugkrijgt
statiegeldblikje	=	statiegeldblik
statiegeldblikken	=	statiegeldblik
statiegeldbon	noun	strookje dat men krijgt na het inleveren van flessen en blikjes bij een statiegeldautomaat met daarop het totaalbedrag aan statiegeld en een streepjescode waarmee het tegoed verrekend kan worden
statiegeldbonnen	=	statiegeldbon
statiegeldbonnetje	=	statiegeldbon
statiegeldbonnetjes	=	statiegeldbon
statiegelden	=	statiegeld
statiegeldfles	noun	lege fles waarvoor men bij inlevering een vergoeding krijgt
statiegeldflesje	=	statiegeldfles
statiegeldflesjes	=	statiegeldfles
statiegeldflessen	=	statiegeldfles
statiegeldjager	noun	iemand die lege plastic flessen en blikjes zoekt en verzamelt, vaak uit prullenbakken of op straat
statiegeldjagers	=	statiegeldjager
statiegeldjagertje	=	statiegeldjager
statiegeldjagertjes	=	statiegeldjager
statiegeldlogo	noun	officieel herkenningsteken op de verpakking van drinkwaren dat aangeeft dat er statiegeld op het product zit
statiegeldlogo's	=	statiegeldlogo
statiegeldlogootje	=	statiegeldlogo
statiegeldlogootjes	=	statiegeldlogo
statiegeldmachientje	=	statiegeldmachine
statiegeldmachientjes	=	statiegeldmachine
statiegeldmachine	noun	een apparaat dat lege statiegeldflessen en blikjes automatisch inneemt, controleert en verwerkt
statiegeldmachines	=	statiegeldmachine
statiegeldmachinetje	=	statiegeldmachine
statiegeldmachinetjes	=	statiegeldmachine
statiegeldpallet	noun	een pallet waarvoor een onderpand (statiegeld) moet worden betaald voordat het gebruikt mag worden
statiegeldpalletje	=	statiegeldpallet
statiegeldpalletjes	=	statiegeldpallet
statiegeldpallets	=	statiegeldpallet
statiegeldpalletten	=	statiegeldpallet
statiegeldraper	noun	iemand die lege plastic flessen en blikjes zoekt en verzamelt, vaak uit prullenbakken of op straat
statiegeldrapers	=	statiegeldraper
statiegeldrapertje	=	statiegeldraper
statiegeldrapertjes	=	statiegeldraper
statiegeldregeling	noun	een systeem waarbij je een klein extra bedrag (statiegeld) betaalt bij de aankoop van een product in een verpakking.
statiegeldregelingen	=	statiegeldregeling
statiegeldregelingetje	=	statiegeldregeling
statiegeldregelingetjes	=	statiegeldregeling
statiegeldring	noun	plastic houder waarin mensen statiegeldflessen en statiegeldblikjes kunnen zetten zodat anderen ze kunnen verzamelen en inleveren om het statiegeld te innen
statiegeldringen	=	statiegeldring
statiegeldringetje	=	statiegeldring
statiegeldringetjes	=	statiegeldring
statiegeldtas	noun	een stevige, herbruikbare tas, speciaal ontworpen om lege statiegeldflessen en -blikjes hygiënisch te verzamelen, op te slaan en te vervoeren naar de inleverautomaat
statiegeldtasje	=	statiegeldtas
statiegeldtasjes	=	statiegeldtas
statiegeldtassen	=	statiegeldtas
statiegeldverpakking	noun	een lege fles, een blikje of een krat die men inlevert bij een inzamelpunt om het statiegeld terug te krijgen
statiegeldverpakkingen	=	statiegeldverpakking
statiegeldverpakkinkje	=	statiegeldverpakking
statiegeldverpakkinkjes	=	statiegeldverpakking
statiegeldverzamelaar	noun	iemand die lege plastic flessen en blikjes zoekt en verzamelt, vaak uit prullenbakken of op straat
statiegeldverzamelaars	=	statiegeldverzamelaar
statiegeldverzamelaartje	=	statiegeldverzamelaar
statiegeldverzamelaartjes	=	statiegeldverzamelaar
statiegeldwinkel	noun	speciale winkel waar men niks kunt kopen, maar wel lege statiegeldverpakkingen kan inleveren, ook in zeer grote hoeveelheden
statiegeldwinkels	=	statiegeldwinkel
statiegeldwinkeltje	=	statiegeldwinkel
statiegeldwinkeltjes	=	statiegeldwinkel
statiegeldzoeker	noun	iemand die lege plastic flessen en blikjes zoekt en verzamelt, vaak uit prullenbakken of op straat
statiegeldzoekers	=	statiegeldzoeker
statiegeldzoekertje	=	statiegeldzoeker
statiegeldzoekertjes	=	statiegeldzoeker
staties	=	statie
statietje	=	statie
statieus	adj	met pracht en praal;met uiterlijk vertoon
statieust	=	statieus
statieuste	=	statieus
statieuze	=	statieus
statieuzer	=	statieus
statieuzere	=	statieus
statieuzers	=	statieus
statieven	=	statief
statig	adj	deftig en indrukwekkend
statige	=	statig
statiger	=	statig
statigere	=	statig
statigers	=	statig
statigheid	noun	een wat stijve deftigheid
statiglijk	adj	met grandeur en voornaamheid
statiglijke	=	statiglijk
statiglijker	=	statiglijk
statiglijkere	=	statiglijk
statiglijkers	=	statiglijk
statiglijks	=	statiglijk
statiglijkst	=	statiglijk
statiglijkste	=	statiglijk
statigs	=	statig
statigst	=	statig
statigste	=	statig
statine	noun	een cholesterolverlagend medicament
statinen	=	statine
statines	=	statine
station	noun	plaats waar voertuigen (met name treinen) kunnen stoppen voor het in- en uitstappen van reizigers en het in- en uitladen van goederen
stationair	adj	in een toestand die onafhankelijk is van de tijd (met onveranderlijke snelheid), onveranderlijk
stationairder	=	stationair
stationairdere	=	stationair
stationairders	=	stationair
stationaire	=	stationair
stationairs	=	stationair
stationairst	=	stationair
stationairste	=	stationair
stationbased	adj	verbonden aan een bepaalde standplaats
stationcar	noun	auto met een ver naar achteren doorlopend dak en een grote achterdeur, waardoor achter in de auto meer bagageruimte is
stationcars	=	stationcar
stationcartje	=	stationcar
stationcartjes	=	stationcar
stationeer	=	stationeren
stationeerde	=	stationeren
stationeerden	=	stationeren
stationeert	=	stationeren
stationere	=	stationeren
stationeren	verb	een bepaalde plaats geven om daar (een langere tijd) te blijven, iets of iemand een vaste standplaats geven
stationerend	=	stationeren
stationerende	=	stationeren
stationfiets	noun	fiets die regelmatig aan een treinstation wordt geparkeerd, en er niet te netjes mag uitzien om niet gestolen te worden
stationfietsen	=	stationfiets
stationfietsje	=	stationfiets
stationfietsjes	=	stationfiets
stationnetje	=	station
stationnetjes	=	station
stations	=	station
stationsaarding	noun	vaak gebruikt in de context van radioamateurs, zenders of technische installaties; een veiligheidsaarding van alle onderdelen in een specifiek radiostation of werkplek
stationsaardingen	=	stationsaarding
stationsaardinkje	=	stationsaarding
stationsaardinkjes	=	stationsaarding
stationschef	noun	hoofd van een station die toezicht houdt op de aankomende en vertrekkende treinen
stationschefs	=	stationschef
stationsemplacement	noun	opstelplaats voor treinen in de buurt van een station
stationsemplacementen	=	stationsemplacement
stationsgebied	noun	stadsdeel rond een spoorwegstation
stationsgebieden	=	stationsgebied
stationsgebouw	noun	gebouw waar treinen aankomen en vertrekken
stationsgebouwen	=	stationsgebouw
stationsgebouwtje	=	stationsgebouw
stationsgebouwtjes	=	stationsgebouw
stationshal	noun	de centrale hal van een station met de in- en uitgang van dat station
stationshallen	=	stationshal
stationshalletje	=	stationshal
stationshalletjes	=	stationshal
stationsklok	noun	centraal aangestuurde klok die de tijd aangeeft op een treinstation
stationsklokken	=	stationsklok
stationspiano	noun	piano of vleugel die voor algemeen gebruik opgesteld staat in een stationshal
stationspiano's	=	stationspiano
stationsplattegrond	noun	schematische afbeelding van een station op een plat vlak in een verkleinde schaal
stationsplattegronden	=	stationsplattegrond
stationsplein	noun	grote open ruimte voor een station
stationspleinen	=	stationsplein
stationspleintje	=	stationsplein
stationspleintjes	=	stationsplein
stationsrestauratie	noun	drink- en eetgelegenheid op of bij een station
stationsrestauraties	=	stationsrestauratie
stationsroman	noun	roman geschikt om wachttijden in stations en luchthavens te doden
stationsromannetje	=	stationsroman
stationsromannetjes	=	stationsroman
stationsromans	=	stationsroman
stationsstraat	noun	straat waaraan een spoorwegstation is gelegen
stationsstraten	=	stationsstraat
stationstraat	noun	straat waaraan een spoorwegstation is gelegen
stationstraten	=	stationstraat
stationswerk	noun	maatschappelijk werk op een station voor alleenreizende vrouwen of meisjes
stationswerken	=	stationswerk
stationverbod	noun	verbod om zich in een (trein)station te begeven
stationverboden	=	stationverbod
stationverbodje	=	stationverbod
stationverbodjes	=	stationverbod
stationwagen	noun	personenauto met een doorlopend dak en een verticale achterzijde met grote deur, zodat er extra laadruimte aanwezig is
stationwagens	=	stationwagen
stationwagon	noun	een verlengde personenauto met vaak een verticale achterkant; personenauto waarin men extra veel bagage kan meenemen
stationwagons	=	stationwagon
statisch	adj	rustig, zich in evenwicht bevindend
statische	=	statisch
statischer	=	statisch
statischere	=	statisch
statischers	=	statisch
statischt	=	statisch
statischte	=	statisch
statistica	noun	een vrouwelijke statisticus
statistica's	=	statistica
statisticaatje	=	statistica
statisticaatjes	=	statistica
statistici	=	statisticus
statisticus	noun	iemand die zich bezighoudt met statistiek
statisticusje	=	statisticus
statisticusjes	=	statisticus
statisticussen	=	statisticus
statistiek	noun	de wetenschap van het verzamelen en vergelijken van verschijnselen en van de weergave hiervan in tabellen of grafische voorstellingen
statistiekbureau	noun	instantie die statistieken bijhoudt
statistiekbureaus	=	statistiekbureau
statistieke	=	statistiek
statistieken	=	statistiek
statistiekje	=	statistiek
statistiekjes	=	statistiek
statistieks	=	statistiek
statistisch	adj	cijfermatig berekend
statistische	=	statistisch
statistischer	=	statistisch
statistischere	=	statistisch
statistischers	=	statistisch
statiën	=	statie
stator	noun	is het stilstaand gedeelte van een motor of generator.
statoren	=	stator
stators	=	stator
statortje	=	stator
statortjes	=	stator
statte	=	statten
statten	verb	de stad ingaan om er te gaan winkelen of er anderszins aangenaam de tijd door te brengen
stattend	=	statten
stattende	=	statten
statuesk	adj	lijkend op een standbeeld
statueske	=	statuesk
statuesker	=	statuesk
statueskere	=	statuesk
statueskers	=	statuesk
statuesks	=	statuesk
statueskst	=	statuesk
statueskste	=	statuesk
staturen	=	statuur
status	noun	plaats in een vast geheel of een bepaald proces
statushouder	noun	erkende asiezoeker, erkende vluchteling volgens Rijksoverheid in Nederland.
statushouders	=	statushouder
statushoudster	=	statushouder
statusje	=	status
statusjes	=	status
statuspagina	noun	webpagina waarop informatie wordt gedeeld over de actuele prestaties en beschikbaarheid van een product, dienst of systeem
statuspagina's	=	statuspagina
statuspaginaatje	=	statuspagina
statuspaginaatjes	=	statuspagina
statussen	=	status
statussymbolen	=	statussymbool
statussymbool	noun	uiterlijk teken van maatschappelijk aanzien
statussymbooltje	=	statussymbool
statussymbooltjes	=	statussymbool
statusupdate	noun	bericht dat men plaatst op de eigen facebookpagina
statusupdates	=	statusupdate
statusverhogend	adj	betreft iets of iemand die zorgt voor meer aanzien, prestige, of een hogere positie in de sociale hiërarchie.
statusverhogende	=	statusverhogend
statusverhogender	=	statusverhogend
statusverhogendere	=	statusverhogend
statusverhogenders	=	statusverhogend
statusverhogends	=	statusverhogend
statusverhogendst	=	statusverhogend
statusverhogendste	=	statusverhogend
statusverhoging	noun	is het proces waarbij iemand meer aanzien, prestige of een hogere sociale positie in de maatschappij of binnen een specifieke groep verwerft.
statusverhogingen	=	statusverhoging
statusverhoginkje	=	statusverhoging
statusverhoginkjes	=	statusverhoging
statuswet	noun	een wet die ingesteld werd om de banden van Hongaarse minderheden in buurlanden met Hongarije te versterken, en in de buurlanden hun welzijn en Hongaarse etniciteit te bevorderen en veilig te stellen
statuswetten	=	statuswet
statutair	adj	volgens de statuten
statutairder	=	statutair
statutairdere	=	statutair
statutairders	=	statutair
statutaire	=	statutair
statutairs	=	statutair
statutairst	=	statutair
statutairste	=	statutair
statuten	noun	grondregels die ten grondslag liggen aan bepaalde rechtspersonen, zoals de naamloze vennootschap, besloten vennootschap, vereniging en stichting, die in de notarieel verleden akte van oprichting zijn vervat
statutenwijziging	noun	formele aanpassing van de interne regels (statuten) van een rechtspersoon, zoals een BV, stichting of vereniging.
statutenwijzigingen	=	statutenwijziging
statutenwijzigingetje	=	statutenwijziging
statutenwijzigingetjes	=	statutenwijziging
statuur	noun	de grootte van iets of iemand
statuut	noun	officieel reglement omtrent rechten, plichten en bevoegdheden van de (rechts)personen binnen een groter verband als een staat, bedrijf, instantie, faculteit enz.
statuutje	=	statuut
statuutjes	=	statuut
statuutwijziging	noun	formele aanpassing van de interne regels (statuten) van een rechtspersoon, zoals een BV, stichting of vereniging.
statuutwijzigingen	=	statuutwijziging
statuutwijzigingetje	=	statuutwijziging
statuutwijzigingetjes	=	statuutwijziging
stavast	adv	in de frase van stavast: van een persoon dat je op hem of haar kunt rekenen ook als er moeilijkheden zijn
stave	=	staven
staven	verb	aantonen, bevestigen, ondersteunen
stavend	=	staven
stavende	=	staven
staving	noun	het staven
stavingen	=	staving
stavingsstuk	noun	voorwerp waarmee men een bewering juridisch kan bewijzen of aannemelijk maken
stavingsstukken	=	stavingsstuk
stavinkje	=	staving
stavinkjes	=	staving
stawerkplek	noun	werkplek waar de werknemer staand zijn werkzaamheden verricht
stawerkplekje	=	stawerkplek
stawerkplekjes	=	stawerkplek
stawerkplekken	=	stawerkplek
staycation	noun	een vakantie in het eigen land
staycations	=	staycation
stayer	noun	gangmaker tijdens een wielerwedstrijd op de baan
stayeren	verb	achter een ge motoriseerde gangmaker rijden
stayers	=	stayer
steak	noun	een geroosterd stuk vlees van een rund
steakhouse	noun	restaurant gespecialiseerd in biefstuk
steakhouses	=	steakhouse
steakje	=	steak
steakjes	=	steak
steaks	=	steak
stealthing	noun	het stiekem verwijderen of beschadigen van een condoom tijdens seks terwijl veilige seks was afgesproken
steamde	=	steamen
steamen	verb	heel snel lopen of rijden
steamend	=	steamen
steamende	=	steamen
stearaat	noun	zout of ester van stearinezuur
stearaatje	=	stearaat
stearaatjes	=	stearaat
stearaten	=	stearaat
stearine	noun	hoofdbestanddeel van de meeste vetten, de kleur-, geur-, en smaakloze drievoudige ester van glycerol en stearinezuur met scheikundige formule C₃H₅(C₁₈H₃₅O₂)₃
stearinekaars	noun	kaars gemaakt van het dierlijke of plantaardige vet stearine
stearinekaarsen	=	stearinekaars
stearinen	=	stearine
stearines	=	stearine
stearinezuren	=	stearinezuur
stearinezuur	noun	verzadigd vetzuur met molecuulformule C₁₈H₃₆O₂ of CH₃(CH₂)₁₆COOH dat o.a. wordt gebruikt als antiklontermiddel.
stearinezuurtje	=	stearinezuur
stearinezuurtjes	=	stearinezuur
steatorroe	noun	vetontlasting in grote hoeveelheid
steatose	noun	vervetting
stechel	=	stechelen
stechelde	=	stechelen
stechelden	=	stechelen
stechele	=	stechelen
stechelen	verb	kibbelen, ruziën
stechelend	=	stechelen
stechelende	=	stechelen
stechelt	=	stechelen
stede	=	stad
stedelijk	adj	op de stad betrekking hebbend
stedelijke	=	stedelijk
stedelijker	=	stedelijk
stedelijkere	=	stedelijk
stedelijkers	=	stedelijk
stedelijks	=	stedelijk
stedelijkst	=	stedelijk
stedelijkste	=	stedelijk
stedeling	noun	bewoner van een stad, stadsbewoner
stedelinge	noun	vrouw die in een stad woont
stedelingen	=	stedeling
stedelinges	=	stedelinge
stedelingetje	=	stedeling
stedelingetjes	=	stedeling
stedemaagd	=	stedenmaagd
steden	=	stad
stedenboek	noun	verzameling van plattegronden, kaarten en afbeeldingen van steden, vaak aangevuld met beschrijvingen van forten, belegeringen en andere belangrijke kenmerken
stedenboeken	=	stedenboek
stedenboekje	=	stedenboek
stedenboekjes	=	stedenboek
stedenbouw	noun	het bouwen en onderhouden van steden
stedenbouwkunde	noun	het vakgebied dat onderzoek doet naar wenselijke en mogelijke ontwikkelingen voor bestaande en nieuw in te richten gebieden inc. de openbare ruimte, als onderdeel van de bouwkunde
stedenbouwkundig	adj	met betrekking tot de stedenbouwkunde
stedenbouwkundige	noun	iemand die zich met stedenbouw bezig houdt
stedenbouwkundigen	=	stedenbouwkundige
stedenbouwkundiger	=	stedenbouwkundig
stedenbouwkundigere	=	stedenbouwkundig
stedenbouwkundigers	=	stedenbouwkundig
stedenbouwkundigs	=	stedenbouwkundig
stedenbouwkundigst	=	stedenbouwkundig
stedenbouwkundigste	=	stedenbouwkundig
stedenmaagd	noun	verpersoonlijking van een bepaalde stad als een vrouwelijke figuur
stedenmaagden	=	stedenmaagd
stedenoorlog	noun	oorlog waarbij vooral de steden van bij het conflict betrokken landen het doelwit zijn
stedenoorlogen	=	stedenoorlog
stedenoorlogje	=	stedenoorlog
stedenoorlogjes	=	stedenoorlog
stedenreis	noun	een vakantie waarbij je steden bezoekt
stedenreisje	=	stedenreis
stedenreisjes	=	stedenreis
stedenreizen	=	stedenreis
stedenring	noun	geheel van steden die op een cirkel rond een minder druk bevolkt gebied liggen
stedenringen	=	stedenring
stedentrip	noun	een korte toeristische reis voor het bezoeken en bezichtigen van een stad
stedentripje	=	stedentrip
stedentripjes	=	stedentrip
stedentrips	=	stedentrip
stedes	=	stad
stedetje	=	stad
stedewaarts	adv	in de richting van de stad, naar de stad
stedewaartse	=	stedewaarts
stee	noun	plek, plekje
steeds	adv	voortdurend	adj|obsolete	zoals in een stad, in tegenstelling tot landelijk
steedse	=	steeds
steedser	=	steeds
steedsere	=	steeds
steedsers	=	steeds
steedsmeergeneratie	noun	generatie geboren tussen 1990 en 2005 die telkens weer haar grenzen probeert te verleggen
steedsmeergeneraties	=	steedsmeergeneratie
steedst	=	steeds
steedste	=	steeds
steef	=	stijven
steeg	noun	zeer smal straatje
steegje	=	steeg
steegjes	=	steeg
steegt	=	stijgen
steek	noun	penetratie met een scherp puntig voorwerp
steekan	noun	door een stad geijkte maat in de vorm van een kan
steekannen	=	steekan
steekannetje	=	steekan
steekannetjes	=	steekan
steekas	noun	een as die aan één kant wordt vastgeklemd
steekasje	=	steekas
steekasjes	=	steekas
steekassen	=	steekas
steekbal	noun	een pass waarbij men de bal langs een aanvaller van de eigen partij en de verdedigers van de tegenpartij speelt zodat de aanvaller een scoringskans krijgt
steekballen	=	steekbal
steekballetje	=	steekbal
steekballetjes	=	steekbal
steekbeitel	noun	een houtbeitel met afgesloten zijkanten terwijl een hakbeitel rechte zijkanten heeft
steekbeitels	=	steekbeitel
steekbeiteltje	=	steekbeitel
steekbeiteltjes	=	steekbeitel
steekgeld	noun	geld betaald om een bevoorrechte behandeling te verkrijgen
steekgelden	=	steekgeld
steekhevel	noun	buis die aan beide einden open is, het ene einde wat nauwer om in een vloeistof te steken; als daarna het andere eind dan met een vinger wordt dichtgehouden kan de buis met vloeistof gevuld eruit worden gehaald
steekhevels	=	steekhevel
steekhoudend	adj	goed onderbouwd, voor waar aan te nemen en ter zake, van goede kwaliteit
steekhoudende	=	steekhoudend
steekhoudender	=	steekhoudend
steekhoudendere	=	steekhoudend
steekhoudenders	=	steekhoudend
steekhoudends	=	steekhoudend
steekhoudendst	=	steekhoudend
steekhoudendste	=	steekhoudend
steekje	=	steek
steekjes	=	steek
steekkar	noun	tweewielig wagentje met twee hoog geplaatste handvatten die verbonden zijn met een kort, plat laadvlak dat in stilstand op de grond rust en dan eenvoudig onder lading kan worden geschoven; hierna kan het geheel door de handvatten gemakkelijk worden gekanteld en weggereden
steekkarren	=	steekkar
steekkarretje	=	steekkar
steekkarretjes	=	steekkar
steekmes	noun	een met met een scherpe punt waarmee men kan steken
steekmesje	=	steekmes
steekmesjes	=	steekmes
steekmessen	=	steekmes
steekmier	noun	insect uit de geslacht Myrmica van mieren uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
steekmieren	noun	Myrmica een geslacht van mieren uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
steekmiertje	=	steekmier
steekmiertjes	=	steekmier
steekmijt	noun	Psoroptes bovis een Arthropoda die behoort tot de orde acarina (teken en mijten)
steekmijten	=	steekmijt
steekmijtje	=	steekmijt
steekmijtjes	=	steekmijt
steekmug	noun	Culicidae mug uit een familie van langpotige insecten die leven van het bloed van dieren en die op die manier ziekten kunnen verspreiden
steekmuggen	noun	Culicidae een familie van muggen (Nematocera) die behoren tot de tweevleugeligen (Diptera).
steekmuggendoder	noun	Crossocerus quadrimaculatus een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
steekmuggendoders	=	steekmuggendoder
steekmuggendodertje	=	steekmuggendoder
steekmuggendodertjes	=	steekmuggendoder
steekmugje	=	steekmug
steekmugjes	=	steekmug
steekneus	noun	nieuwsgierige bemoeial met name als het gaat over vrouwen
steekneusje	=	steekneus
steekneusjes	=	steekneus
steekneuzen	=	steekneus
steekpartij	noun	gevecht met messen en andere steekwapens
steekpartijen	=	steekpartij
steekpartijtje	=	steekpartij
steekpartijtjes	=	steekpartij
steekpass	noun	steekpass vindt plaats wanneer een aanvaller voorbij de laatste of achterste verdedigers loopt en tegelijkertijd de bal langs hen aangespeeld krijgt
steekpasser	noun	meetinstrument of gereedschap dat lijkt op een gewone passer, maar dan zonder een schrijfstift
steekpassers	=	steekpasser
steekpassertje	=	steekpasser
steekpassertjes	=	steekpasser
steekpasses	=	steekpass
steekpassje	=	steekpass
steekpassjes	=	steekpass
steekpenning	noun	geld betaald om een bevoorrechte behandeling te verkrijgen
steekpenningen	=	steekpenning
steekpenninkje	=	steekpenning
steekproef	noun	het onderzoeken van een selectie uit een totale populatie, waarmee eigenschappen van de totale populatie bepaald worden
steekproefje	=	steekproef
steekproefjes	=	steekproef
steekproefsgewijs	adj	op de manier van een steekproef
steekproefsgewijze	adv	op de manier van een steekproef
steekproeftrekking	noun	de methode of procedure waarmee je een selectie (de steekproef) maakt uit een grotere groep (de populatie).
steekproeftrekkingen	=	steekproeftrekking
steekproeftrekkinkje	=	steekproeftrekking
steekproeftrekkinkjes	=	steekproeftrekking
steekproefvariantie	noun	de variantie in de waarden genomen met een steekproef
steekproefvarianties	=	steekproefvariantie
steekproeven	=	steekproef
steekschuim	noun	een hard (vaak groen) schuim dat in de bloemsierkunst vaak wordt toegepast als basis waar de onderdelen van bloemstukken en kerststukjes worden ingestoken.
steeksla	noun	Lactuca sativa (var. crispa) sla die dicht uitgezaaid en jong uitgetrokken wordt
steeksleutel	noun	een werktuig om moeren en bouten vast of los te draaien
steeksleutels	=	steeksleutel
steeksleuteltje	=	steeksleutel
steeksleuteltjes	=	steeksleutel
steeksnuithaai	noun	Scoliodon laticaudus een vis uit de familie van roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het westen van de Indische Oceaan, het oosten van de Indische Oceaan en het noordwesten en de Grote Oceaan
steeksnuithaaien	=	steeksnuithaai
steeksnuithaaitje	=	steeksnuithaai
steeksnuithaaitjes	=	steeksnuithaai
steekspel	noun	een spel waarbij twee ridders elkaar met lansen trachtten uit het zadel te werpen
steekspelen	=	steekspel
steekspellen	=	steekspel
steekspelletje	=	steekspel
steekspelletjes	=	steekspel
steekt	=	steken
steekverwonding	noun	vorm van traumatisch letsel dat ontstaat wanneer een scherp voorwerp door de huid en in het weefsel penetreert.
steekverwondingen	=	steekverwonding
steekverwondinkje	=	steekverwonding
steekverwondinkjes	=	steekverwonding
steekvest	noun	vest dat beschermt tegen aanvallen met steekwapens; steekwerend vest
steekvesten	=	steekvest
steekvlam	noun	een vlam die plotseling zeer groot en heet is geworden
steekvlammen	=	steekvlam
steekvlampolitiek	noun	ondoordachte wetgeving als gevolg van een directe reactie op de publieke opinie na een belangrijk en ontoelaatbaar incident
steekvlamwetgeving	noun	vaak ondoordachte, onevenwichtige, niet geïntegreerde, en door de actualiteit gestuurde wetgeving
steekvlamwetgevingen	=	steekvlamwetgeving
steekwagen	noun	handkar die je gedeeltelijk onder de ladig kunt schuiven zodat je de lading kunt optillen
steekwagens	=	steekwagen
steekwagentje	=	steekwagen
steekwagentjes	=	steekwagen
steekwapen	noun	wapen waarmee gestoken kan worden
steekwapens	=	steekwapen
steekwerend	adj	betreft een materiaal of kledingstuk, zoals een vest, dat bescherming biedt tegen penetratie door scherpe voorwerpen, waaronder messen, dolken en naalden.
steekwerende	=	steekwerend
steekwerender	=	steekwerend
steekwerendere	=	steekwerend
steekwerenders	=	steekwerend
steekwerends	=	steekwerend
steekwerendst	=	steekwerend
steekwerendste	=	steekwerend
steekwond	noun	wond door steken ontstaan
steekwonde	noun	steekwond
steekwonden	=	steekwond
steekwondes	=	steekwonde
steekwondje	=	steekwond
steekwondjes	=	steekwond
steekwoord	noun	losse woorden die het belangrijkste van een boodschap samenvatten
steekwoorden	=	steekwoord
steekzak	noun	wijde, diepe zak met een schuine bovenkant zonder klep van een kledingstuk waarin de drager zijn handen kan stoppen
steekzakje	=	steekzak
steekzakjes	=	steekzak
steekzakken	=	steekzak
steekzwaard	noun	zwaard in het midden van het zeilschip door de zwaardkast gestoken kan worden om verlijeren van het schip te voorkomen
steekzwaarden	=	steekzwaard
steekzwaardje	=	steekzwaard
steekzwaardjes	=	steekzwaard
steel	noun	staaf- of buisvormig handvat, bijv. bij gereedschappen
steelband	noun	muziekgroep die speelt op olievaten die gebruikt worden als drums
steelbands	=	steelband
steelde	=	stelen
steelden	=	stelen
steelgitaar	noun	steelguitar
steelgitaren	=	steelgitaar
steelguitar	noun	soort gitaar met 6-8 snaren, waarbij de toonhoogte van de getokkelde snaren wordt bepaald door een metalen staafje over de snaren heen en weer te schuiven, vooral door country- en rockmusici gebruikt
steelguitars	=	steelguitar
steelguitartje	=	steelguitar
steelguitartjes	=	steelguitar
steelloos	adj	zonder steel
steelloost	=	steelloos
steellooste	=	steelloos
steelloze	=	steelloos
steellozer	=	steelloos
steellozere	=	steelloos
steellozers	=	steelloos
steeloogaasgarnaal	noun	Mesopodopsis slabberi een aasgarnalensoort uit de familie van de Mysidae.
steeloogaasgarnaaltje	=	steeloogaasgarnaal
steeloogaasgarnaaltjes	=	steeloogaasgarnaal
steeloogaasgarnalen	=	steeloogaasgarnaal
steelpan	noun	kleine kookpan met een steel (niet meer dan 1,5 liter)
steelpannen	=	steelpan
steelpannetje	=	steelpan
steelpannetjes	=	steelpan
steelpans	=	steelpan
steels	adj	in het geniep, zodat anderen het niet kunnen zien
steelse	=	steels
steelser	=	steels
steelsere	=	steels
steelsers	=	steels
steelst	=	steels
steelste	=	steels
steelt	=	stelen
steeltje	=	steel
steeltjes	=	steel
steeltjeszwammen	noun	een stam Basidiomycota binnen het rijk van de schimmels (Fungi).
steelzaad	noun	Scorzonera laciniata een eenjarige of soms tweejarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
steelzaadje	=	steelzaad
steelzaadjes	=	steelzaad
steelzaden	=	steelzaad
steen	noun	/ harde stof, vaak op kiezel gebaseerd maar ook andere mineralen omvattend
steenachtig	adj	alsof het van steen gemaakt is
steenachtige	=	steenachtig
steenachtiger	=	steenachtig
steenachtigere	=	steenachtig
steenachtigers	=	steenachtig
steenachtigs	=	steenachtig
steenachtigst	=	steenachtig
steenachtigste	=	steenachtig
steenanjer	noun	Dianthus deltoides een vrij kort levende vaste plant, die behoort tot de anjerfamilie.
steenanjers	=	steenanjer
steenanjertje	=	steenanjer
steenanjertjes	=	steenanjer
steenanker	noun	ijzeren klauw ter bevestiging van steen aan metselwerk
steenankers	=	steenanker
steenankertje	=	steenanker
steenankertjes	=	steenanker
steenarend	noun	Aquilla chrysaetos, vogel uit de familie der arendachtigen
steenarenden	=	steenarend
steenarendje	=	steenarend
steenarendjes	=	steenarend
steenbaars	noun	Ambloplites rupestris een straalvinnige vis uit de familie van zonnebaarzen (Centrarchidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes)
steenbaarsje	=	steenbaars
steenbaarsjes	=	steenbaars
steenbaarzen	=	steenbaars
steenbakkerij	noun	bedrijf waar bakstenen worden gebakken
steenbakkerijen	=	steenbakkerij
steenbakkerijtje	=	steenbakkerij
steenbakkerijtjes	=	steenbakkerij
steenbekleding	noun	een beschermende of verfraaiende laag van natuursteen, breuksteen of kunststeen die op een oppervlak wordt aangebracht
steenbekledingen	=	steenbekleding
steenbekledinkje	=	steenbekleding
steenbekledinkjes	=	steenbekleding
steenberg	noun	rotsformatie
steenbergen	=	steenberg
steenbergje	=	steenberg
steenbes	noun	Ribes petraeum een struik die behoort tot de ribesfamilie (Grossulariaceae).
steenbesje	=	steenbes
steenbesjes	=	steenbes
steenbessen	=	steenbes
steenbewerker	noun	iemand die stenen bewerkt om ze geschikt te maken voor gebruik of uit kunstzinnig oogpunt
steenbewerkers	=	steenbewerker
steenbewerkertje	=	steenbewerker
steenbewerkertjes	=	steenbewerker
steenbikker	noun	Helicigona lapicida een op het land levende longslak uit de familie Helicidae
steenbikkers	=	steenbikker
steenbikkertje	=	steenbikker
steenbikkertjes	=	steenbikker
steenblok	noun	hoekig, massief stuk steen
steenblokje	=	steenblok
steenblokjes	=	steenblok
steenblokken	=	steenblok
steenbok	noun	benaming voor sommige zoogdieren uit het geslacht geiten Capra waarvan de bokken grote, achteroverbuigende hoorns hebben
steenbokantiloopje	=	steenbokantilope
steenbokantiloopjes	=	steenbokantilope
steenbokantilope	noun	Raphicerus campestris is een kleine antilope, behorende tot de dwergantilopen (Neotragini).
steenbokantilopen	=	steenbokantilope
steenbokantilopes	=	steenbokantilope
steenbokje	=	steenbok
steenbokjes	=	steenbok
steenbokken	=	steenbok
steenbokskeerkring	noun	de breedtecirkel die op het zuidelijk halfrond de bovengrens vormt van het gebied waarin de zon zich in een loodrechte positie boven het aardoppervlak bevindt
steenbokskeerkringen	=	steenbokskeerkring
steenbokskeerkringetje	=	steenbokskeerkring
steenbokskeerkringetjes	=	steenbokskeerkring
steenbolk	noun	bepaald soort vis Trisopterus luscus uit de orde der kabeljauwachtigen
steenbolken	=	steenbolk
steenboor	noun	boor voorzien van zeer harde punt om gaten in steen te boren
steenboortje	=	steenboor
steenboortjes	=	steenboor
steenboren	=	steenboor
steenboszanger	noun	Phylloscopus griseolus een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
steenboszangers	=	steenboszanger
steenboszangertje	=	steenboszanger
steenboszangertjes	=	steenboszanger
steenbraam	noun	Rubus saxatilis een vaste plant waarvan de stengels eenjarig zijn.
steenbraampje	=	steenbraam
steenbraampjes	=	steenbraam
steenbraamroest	noun	Phragmidium acuminatum een schimmel behorend tot de familie Phragmidiaceae.
steenbraamroesten	=	steenbraamroest
steenbraamroestje	=	steenbraamroest
steenbraamroestjes	=	steenbraamroest
steenbramen	=	steenbraam
steenbrand	noun	een plantenziekte bij gewone tarwe, Tilletia caries (syn.: Tilletia tritici), die behoort tot de brandschimmels.
steenbranden	=	steenbrand
steenbrandje	=	steenbrand
steenbrandjes	=	steenbrand
steenbreek	noun	benaming voor bergplanten uit het geslacht Saxifraga die vooral op kalkrijke grond groeien
steenbreekfamilie	noun	een familie Saxifragaceae van tweezaadlobbige planten, meest kruidachtige planten.
steenbreekfamilies	=	steenbreekfamilie
steenbreekfamilietje	=	steenbreekfamilie
steenbreekfamilietjes	=	steenbreekfamilie
steenbreekje	=	steenbreek
steenbreekvaren	noun	Asplenium trichomanes een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
steenbreekvarens	=	steenbreekvaren
steenbreekvarentje	=	steenbreekvaren
steenbreekvarentjes	=	steenbreekvaren
steenbreken	=	steenbreek
steende	=	stenen
steenden	=	stenen
steendode	=	steendood
steendood	adj	helemaal levenloos, ook in figuurlijke betekenis
steendoods	=	steendood
steendoof	adj	heel erg slechthorend
steendoofs	=	steendoof
steendoofst	=	steendoof
steendoofste	=	steendoof
steendove	=	steendoof
steendover	=	steendoof
steendovere	=	steendoof
steendovers	=	steendoof
steendronken	adj	heel erg beschonken
steendronkens	=	steendronken
steendruk	noun	de techniek van het afdrukken maken met behulp van een vlakke steen
steendrukke	=	steendrukken
steendrukken	verb	in steendruk vervaardigen of bedrukken
steendrukkend	=	steendrukken
steendrukkende	=	steendrukken
steendrukker	noun	drukker die op steen drukt, die de lithografie beoefent
steendrukkerij	noun	werkplaats waar gelithografeerd wordt
steendrukkerijen	=	steendrukkerij
steendrukkers	=	steendrukker
steendrukkertje	=	steendrukker
steendrukkertjes	=	steendrukker
steendrukkunst	noun	methode van het vervaardigen van afdrukken van oorspronkelijk op een steen getekende of daarin gegraveerde voorstellingen
steendrukkunsten	=	steendrukkunst
steendrukt	=	steendrukken
steendrukte	=	steendrukken
steendrukten	=	steendrukken
steenduif	noun	Columbina talpacoti een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
steenduifje	=	steenduif
steenduifjes	=	steenduif
steenduiven	=	steenduif
steeneik	noun	Quercus ilex een boom uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae).
steeneiken	=	steeneik
steeneikje	=	steeneik
steeneikjes	=	steeneik
steenen	=	stenen
steeneppe	noun	Sison amomum een tweejarige plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
steenezel	noun	koppig, eigenwijs iemand die heel dom is
steenezels	=	steenezel
steenezeltje	=	steenezel
steenezeltjes	=	steenezel
steenfabriek	noun	bedrijf waar men bakstenen en ander grof keramiek bakt
steenfabrieken	=	steenfabriek
steenfabriekje	=	steenfabriek
steenfabriekjes	=	steenfabriek
steenglimschoteltje	noun	Lecania rabenhorstii een korstmos uit de familie Ramalinaceae.
steenglimschoteltjes	=	steenglimschoteltje
steengoed	noun	keramiek van gresklei gebakken op een temperatuur van meer dan 1200 graden Celsius	adj	heel erg goed, buitengewoon goed
steengoede	=	steengoed
steengoederen	=	steengoed
steengoeds	=	steengoed
steengraszanger	noun	Cisticola emini een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
steengraszangers	=	steengraszanger
steengraszangertje	=	steengraszanger
steengraszangertjes	=	steengraszanger
steengrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7030 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7030 ( ).
steengrijze	=	steengrijs
steengril	=	steengrillen
steengrilde	=	steengrillen
steengrilden	=	steengrillen
steengrill	noun	stenen plaat die verhit wordt om op te grillen
steengrille	=	steengrillen
steengrillen	verb	manier van voedselbereiding waarbij men zijn vlees zelf bakt op een gloeiend hete steen
steengrillend	=	steengrillen
steengrillende	=	steengrillen
steengrills	=	steengrill
steengrilt	=	steengrillen
steengroeve	noun	een groeve waar steen uit de grond wordt gehaald
steengroeven	=	steengroeve
steengroeves	=	steengroeve
steengroevetje	=	steengroeve
steengruis	noun	steen of rots die tot stof is vermalen
steenhagedis	noun	Darevskia saxicola een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
steenhagedisje	=	steenhagedis
steenhagedisjes	=	steenhagedis
steenhagedissen	=	steenhagedis
steenhard	adj	heel erg hard; zo hard als steen
steenharde	=	steenhard
steenhards	=	steenhard
steenheggenmus	noun	Prunella ocularis een zangvogel uit de familie van heggenmussen (Prunellidae).
steenheggenmusje	=	steenheggenmus
steenheggenmusjes	=	steenheggenmus
steenheggenmussen	=	steenheggenmus
steenhommel	noun	Bombus lapidarius een hommel die in Centraal Europa algemeen voorkomt in natuurlijke en agrarisch open landschappen.
steenhommels	=	steenhommel
steenhommeltje	=	steenhommel
steenhommeltjes	=	steenhommel
steenhoop	noun	een opstapeling van stenen
steenhoopje	=	steenhoop
steenhoopjes	=	steenhoop
steenhoornbloem	noun	Cerastium pumilum een eenjarige plant die behoort tot de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
steenhoornbloemen	=	steenhoornbloem
steenhoornbloemetje	=	steenhoornbloem
steenhoornbloemetjes	=	steenhoornbloem
steenhoornbloempje	=	steenhoornbloem
steenhoornbloempjes	=	steenhoornbloem
steenhopen	=	steenhoop
steenhouw	=	steenhouwen
steenhouwen	verb	het hakken uit of van steen, uithouwen
steenhouwend	=	steenhouwen
steenhouwende	=	steenhouwen
steenhouwer	noun	een handwerksman die natuursteen met hamer en beitel bewerkt in een steenhouwerij of tijdens restauratiewerkzaamheden.
steenhouwerij	noun	onderneming waar men (natuur)steen bewerkt
steenhouwerijen	=	steenhouwerij
steenhouwers	=	steenhouwer
steenhouwertje	=	steenhouwer
steenhouwertjes	=	steenhouwer
steenkalk	noun	kalk verkregen door het branden van kalkgesteente
steenkanker	noun	geleidelijk vergaan van stenen bouwwerken doordat bestanddelen van het bouwmateriaal onder invloed van vocht reageren met stoffen in de de lucht
steenkers	noun	Lepidium steenkruidkers
steenkersen	=	steenkers
steenkersje	=	steenkers
steenkersjes	=	steenkers
steenklaver	noun	benaming voor diverse planten
steenklomp	noun	een groot brok steen of rots
steenklompen	=	steenklomp
steenklompje	=	steenklomp
steenklompjes	=	steenklomp
steenknikmos	noun	Bryum pallescens een mos uit de familie Bryaceae.
steenknikmosje	=	steenknikmos
steenknikmosjes	=	steenknikmos
steenknikmossen	=	steenknikmos
steenkolen	=	steenkool
steenkolenbekken	noun	een gebied waar steenkool aanwezig is
steenkolenbekkens	=	steenkolenbekken
steenkolenbekkentje	=	steenkolenbekken
steenkolenbekkentjes	=	steenkolenbekken
steenkolenduits	noun	slecht Duits, met slechte uitspraak en slechte grammatica
steenkolenengels	noun	slecht Engels, met slechte uitspraak en slechte grammatica
steenkolengas	noun	een brandbaar gas dat zich in steenkool bevindt
steenkolengasje	=	steenkolengas
steenkolengasjes	=	steenkolengas
steenkolengassen	=	steenkolengas
steenkolengruis	noun	tot fijne korrels verbrokkelde steenkool
steenkolenmijn	noun	een mijn waar steenkool ontgonnen wordt
steenkolenmijnen	=	steenkolenmijn
steenkolenmijntje	=	steenkolenmijn
steenkolenmijntjes	=	steenkolenmijn
steenkolenproductie	noun	het verkrijgen van steenkolen uit de aarde en het gereed maken voor verkoop
steenkolenproducties	=	steenkolenproductie
steenkolenteer	noun	uit steenkolen gewonnen zwarte teer
steenkolenteren	=	steenkolenteer
steenkolenverbruik	noun	de hoeveelheid steenkolen dat er gebruikt wordt
steenkolenwinning	noun	de delving van steenkolen, het uit de aarde halen van steenkool om te kunnen gebruiken
steenkolenwinningen	=	steenkolenwinning
steenkool	noun	zwart-bruine stof die ontstaan is door plantenafzettingen en gebruikt wordt als energiebron
steenkool-engelsch	=	steenkolenengels
steenkoolbekken	noun	een gebied waar steenkool aanwezig is
steenkoolbekkens	=	steenkoolbekken
steenkoolbekkentje	=	steenkoolbekken
steenkoolbekkentjes	=	steenkoolbekken
steenkoolgas	noun	een brandbaar gas dat zich in steenkool bevindt
steenkoolgasje	=	steenkoolgas
steenkoolgasjes	=	steenkoolgas
steenkoolgassen	=	steenkoolgas
steenkoolgruis	noun	gruis dat afkomstig is van steenkool
steenkoolmijn	noun	een mijn waar steenkool ontgonnen wordt
steenkoolmijnen	=	steenkoolmijn
steenkoolmijntje	=	steenkoolmijn
steenkoolmijntjes	=	steenkoolmijn
steenkoolproductie	noun	het verkrijgen van steenkool uit de aarde en het gereed maken voor verkoop
steenkoolproducties	=	steenkoolproductie
steenkoolteer	noun	uit steenkool gewonnen zwarte teer
steenkoolteren	=	steenkoolteer
steenkooltje	=	steenkool
steenkooltjes	=	steenkool
steenkoolverbruik	noun	de hoeveelheid steenkool dat er gebruikt wordt
steenkoolwinning	noun	de delving van steenkool, het uit de aarde halen van steenkool om te kunnen gebruiken
steenkoolwinningen	=	steenkoolwinning
steenkorf	noun	een kooi of gaaswerk van roestvrij materiaal, waarin losse steenbrokken bijeen worden gehouden
steenkorfje	=	steenkorf
steenkorfjes	=	steenkorf
steenkorven	=	steenkorf
steenkoud	adj	heel erg koud
steenkoude	=	steenkoud
steenkouds	=	steenkoud
steenkrabspin	noun	Bassaniodes robustus een spinnensoort uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
steenkrabspinnen	=	steenkrabspin
steenkrabspinnetje	=	steenkrabspin
steenkrabspinnetjes	=	steenkrabspin
steenkring	noun	kring van stenen
steenkringen	=	steenkring
steenkroesmos	noun	een soort Ulota hutchinsiae uit het geslacht kroesmos (Ulota).
steenkroesmosje	=	steenkroesmos
steenkroesmosjes	=	steenkroesmos
steenkroesmossen	=	steenkroesmos
steenkruidkers	noun	Lepidium ruderale een een- of tweejarig plantje met een hoogte van 10 tot 35 cm, en een onaangename geur.
steenkruidkersen	=	steenkruidkers
steenkruidkersje	=	steenkruidkers
steenkruidkersjes	=	steenkruidkers
steenkruiper	noun	vis uit een een familie Balitoridae uit de orde van de karperachtigen (Cypriniformes)
steenkruipers	noun	een familie Balitoridae uit de orde van de karperachtigen (Cypriniformes)
steenlaag	noun	een al of niet gebogen vlak van stenen en/of rotsen
steenlagen	=	steenlaag
steenlawine	noun	een verschuiving op een berghelling die vooral uit stenen en rotsen bestaat
steenlawines	=	steenlawine
steenlawinetje	=	steenlawine
steenlawinetjes	=	steenlawine
steenlegging	noun	een ceremoniële handeling waarmee de officiële start van een nieuwbouwproject wordt gemarkeerd.
steenleggingen	=	steenlegging
steenlegginkje	=	steenlegging
steenlegginkjes	=	steenlegging
steenloper	noun	Arenaria interpres een vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
steenlopers	=	steenloper
steenlopertje	=	steenloper
steenlopertjes	=	steenloper
steenmannetje	noun	visueel baken in de bergen om zich te kunnen oriënteren
steenmannetjes	=	steenmannetje
steenmarsbanker	noun	Decapterus macarellus een straalvinnige vis uit de familie van horsmakrelen (Carangidae), orde baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in de Grote Oceaan, Atlantische Oceaan en Indische Oceaan
steenmarsbankers	=	steenmarsbanker
steenmarsbankertje	=	steenmarsbanker
steenmarsbankertjes	=	steenmarsbanker
steenmarter	noun	bepaald soort zoogdier, Martes foina
steenmarters	=	steenmarter
steenmartertje	=	steenmarter
steenmartertjes	=	steenmarter
steenmassa	noun	grote hoeveelheid rots of steen
steenmassa's	=	steenmassa
steenmosdiertje	noun	Scrupocellaria scruposa een mosdiertjessoort uit de familie van de Candidae.
steenmosdiertjes	=	steenmosdiertje
steenoogje	noun	Brianaria bauschiana een korstmos uit de familie Psoraceae.
steenoogjes	=	steenoogje
steenortolaan	noun	Emberiza buchanani een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
steenortolaantje	=	steenortolaan
steenortolaantjes	=	steenortolaan
steenortolanen	=	steenortolaan
steenoud	noun	bepaald soort Limburgs bier	adj	met een heel hoge leeftijd, uit een erg ver verleden
steenoude	=	steenoud
steenouds	=	steenoud
steenoven	noun	oven waarin stenen gebakken worden
steenovens	=	steenoven
steenoventje	=	steenoven
steenoventjes	=	steenoven
steenpatrijs	noun	Alectoris graeca een vogel uit de familie van fazanten (Phasianidae) die vooral voorkomt in Zuidoost-Europa
steenpatrijsje	=	steenpatrijs
steenpatrijsjes	=	steenpatrijs
steenpatrijzen	=	steenpatrijs
steenpuist	noun	een pijnlijke plaatselijk ontsteking op de huid, gewoonlijk door stafylokokken veroorzaakt
steenpuisten	=	steenpuist
steenpuistje	=	steenpuist
steenpuistjes	=	steenpuist
steenpurperschaaltje	noun	Lecidella stigmatea een korstmos uit de familie Lecanoraceae.
steenpurperschaaltjes	=	steenpurperschaaltje
steenraket	noun	een geslacht Erysimum uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) dat van nature vooral voorkomt in Noord-Amerika
steenraketje	=	steenraket
steenraketjes	=	steenraket
steenraketten	=	steenraket
steenreet	noun	spleet in een rots, kloof
steenreetje	=	steenreet
steenreetjes	=	steenreet
steenreten	=	steenreet
steenrijk	adj	heel erg rijk
steenrijke	=	steenrijk
steenrijker	=	steenrijk
steenrijkere	=	steenrijk
steenrijkers	=	steenrijk
steenrijks	=	steenrijk
steenrijkst	=	steenrijk
steenrijkste	=	steenrijk
steenrode	=	steenrood
steenroden	=	steenrood
steenroder	=	steenrood
steenrodere	=	steenrood
steenroders	=	steenrood
steenrondbuik	noun	Bradycellus csikii een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
steenrondbuiken	=	steenrondbuik
steenrondbuikje	=	steenrondbuik
steenrondbuikjes	=	steenrondbuik
steenrood	adj	de rode kleur van baksteen
steenroode	=	steenrood
steenrooder	=	steenrood
steenroodere	=	steenrood
steenrooders	=	steenrood
steenroods	=	steenrood
steenroodst	=	steenrood
steenroodste	=	steenrood
steenrots	noun	rots
steenrotsen	=	steenrots
steenrotsje	=	steenrots
steenrotsjes	=	steenrots
steens	adj	één steenlengte dik
steenschubje	noun	een geslacht Acarospora van korstmossen uit de familie Acarosporaceae.
steenschubjes	=	steenschubje
steense	=	steens
steenslag	noun	stukjes gebroken steen, van zowel natuursteen als puin gebruikt in o.a. asfalt en als ballast bij spoorwegen
steenslagbedrijf	noun	bedrijf dat gebroken steen produceert dat gebruikt wordt in o.a. asfalt en als ballast bij spoorwegen
steenslagbedrijven	=	steenslagbedrijf
steenslankmier	noun	Temnothorax tuberum een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
steenslankmieren	=	steenslankmier
steenslankmiertje	=	steenslankmier
steenslankmiertjes	=	steenslankmier
steensnijder	noun	iemand die steen bewerkt
steensnijders	=	steensnijder
steensnijdertje	=	steensnijder
steensnijdertjes	=	steensnijder
steensoep	noun	een volksverhaal uit Portugal over samenwerken en schaarste
steensoepen	=	steensoep
steensoepje	=	steensoep
steensoepjes	=	steensoep
steensoort	noun	een bepaald type rots
steensoorten	=	steensoort
steenspiraalkorst	noun	Scoliciosporum umbrinum een korstmos behorend tot de familie Scoliciosporaceae.
steenspiraalkorsten	=	steenspiraalkorst
steenspiraalkorstje	=	steenspiraalkorst
steenspiraalkorstjes	=	steenspiraalkorst
steenspringer	noun	Pinarornis plumosus een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters), maar in de eerdere versies van de IOC World Bird List staat de vogel als behorend tot de Muscicapidae (vliegenvangers)
steenspringers	=	steenspringer
steenspringertje	=	steenspringer
steenspringertjes	=	steenspringer
steenstort	noun	het storten van steen
steenstorten	=	steenstort
steenstrontjesmos	noun	Buellia aethalea een korstmos uit de familie Caliciaceae.
steenstrontjesmosje	=	steenstrontjesmos
steenstrontjesmosjes	=	steenstrontjesmos
steenstrontjesmossen	=	steenstrontjesmos
steent	=	stenen
steentandpastakorst	noun	Ochrolechia parella een korstmossoort uit de familie Ochrolechiaceae.
steentandpastakorsten	=	steentandpastakorst
steentandpastakorstje	=	steentandpastakorst
steentandpastakorstjes	=	steentandpastakorst
steentijd	noun	prehistorische cultuurperiode waarin de mens uitsluitend steen gebruikte voor zijn wapens en gereedschappen
steentijdachtig	adj	op een manier die kenmerkend is voor de prehistorische steentijd
steentijdachtige	=	steentijdachtig
steentijdachtiger	=	steentijdachtig
steentijdachtigere	=	steentijdachtig
steentijdachtigers	=	steentijdachtig
steentijdachtigs	=	steentijdachtig
steentijdachtigst	=	steentijdachtig
steentijdachtigste	=	steentijdachtig
steentijdperk	noun	tijdperk in de prehistorie waarin de mens zijn werktuigen en wapenen maakte van steen gevolgd door het bronstijdperk en daarna het ijzertijdperk
steentijdperken	=	steentijdperk
steentijmereprijs	noun	Veronica acinifolia een eenjarige plant die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
steentijmereprijsje	=	steentijmereprijs
steentijmereprijsjes	=	steentijmereprijs
steentijmereprijzen	=	steentijmereprijs
steentje	=	steen
steentjes	=	steen
steentrap	noun	uit natuurlijk gesteente gemaakte reeks van treden om een hoogteverschil te overbruggen
steentrappen	=	steentrap
steentrechterspin	noun	Tegenaria silvestris een spinnensoort uit de familie trechterspinnen.
steentrechterspinnen	=	steentrechterspin
steentrechterspinnetje	=	steentrechterspin
steentrechterspinnetjes	=	steentrechterspin
steenuil	noun	bepaald soort vogel, Athene noctua, kleine, gedrongen uil met felle gele ogen en witte wenkbrauwstrepen
steenuilen	=	steenuil
steenuilenkast	noun	een kast geplaatst om steenuilen in te laten broeden
steenuilenkasten	=	steenuilenkast
steenuilenkastje	=	steenuilenkast
steenuilenkastjes	=	steenuilenkast
steenuiltje	=	steenuil
steenuiltjes	=	steenuil
steenvalk	noun	Falco rupicolus, een valkachtige roofvogel uit zuidelijk Afrika
steenvalken	=	steenvalk
steenvalkje	=	steenvalk
steenvalkjes	=	steenvalk
steenvis	noun	Synanceia verrucosa een vleesetende vis met giftige stekels op de rug, die leeft op de zeebodem, gecamoufleerd als een steen.
steenvisje	=	steenvis
steenvisjes	=	steenvis
steenvissen	noun	een familie Synanceiidae van straalvinnige vissen uit de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
steenvlieg	noun	benaming voor insecten uit de orde Plecoptera
steenvliegen	noun	een kleine orde Plecoptera van gevleugelde insecten.
steenvrucht	noun	vlezige vrucht waarvan het binnenste deel steenhard is (een harde kern of pit heeft)
steenvruchten	=	steenvrucht
steenvruchtje	=	steenvrucht
steenvruchtjes	=	steenvrucht
steenvruchtsnavelkogeltje	noun	Apiognomonia erythrostoma een schimmel behorend tot de familie Gnomoniaceae.
steenvruchtsnavelkogeltjes	=	steenvruchtsnavelkogeltje
steenweg	noun|obsolete	belangrijke verharde weg
steenwegen	=	steenweg
steenweggetje	=	steenweg
steenweggetjes	=	steenweg
steenwegje	=	steenweg
steenwegjes	=	steenweg
steenwol	noun	isolatiemateriaal gemaakt uit diabaas of basalt
steenworp	noun	een vage eenheid van afstand
steenworpen	=	steenworp
steenzaag	noun	zaag(machine) om steen door te zagen
steenzagen	=	steenzaag
steenzout	noun	keukenzout (natriumchloride) dat in de natuur in kristalvorm wordt gevonden
steenzouten	=	steenzout
steeple-chase	=	steeplechase
steeplechase	noun	hardloopwedstrijd van 3000 meter waarbij de hardloper in totaal 28 op horden gelijkende hindernissen en zevenmaal een waterbak moet passeren
steeplechases	=	steeplechase
steepler	noun	deelnemer (mens of paard) aan een steeplechase
steeplers	=	steepler
steetje	=	stee
steetjes	=	stee
steevast	adj	vast, onveranderbaar	adv	altijd, steeds maar weer
steevaste	=	steevast
steevasts	=	steevast
steeën	=	stee
stefanotis	noun	een plant uit het geslacht Stephanotis
stefanotissen	=	stefanotis
steg	noun	smal bruggetje, slootplank, vlonder
steganografie	noun	de kennis van het op verborgen wijze overbrengen van informatie
steganografietje	=	steganografie
steganografietjes	=	steganografie
steganografieën	=	steganografie
steganografisch	adj	betrekking hebbend op de steganografie
steganografische	=	steganografisch
steganografischer	=	steganografisch
steganografischere	=	steganografisch
steganografischers	=	steganografisch
stege	=	stijgen
stegel	noun	stijgbeugel
stegels	=	stegel
stegen	=	stijgen
steggel	=	steggelen
steggelde	=	steggelen
steggelden	=	steggelen
steggele	=	steggelen
steggelen	verb	elkander steken, ruzie maken
steggelend	=	steggelen
steggelende	=	steggelen
steggelt	=	steggelen
steggen	=	steg
stegosaurus	noun	Stegosaurus dinosaurus met grote rugplaten
stegosaurussen	=	stegosaurus
stehgeiger	noun	iemand die staande een orkest dirigeert en daarbij zelf viool speelt
stehgeigers	=	stehgeiger
steiger	noun	een vaak houten constructie die het water insteekt en waaraan een boot kan afmeren
steigerde	=	steigeren
steigerden	=	steigeren
steigere	=	steigeren
steigeren	verb	op de achterbenen gaan staan
steigerend	adj	van een paard of soortgelijk zoogdier: op de achterpoten staand
steigerende	=	steigeren
steigerender	=	steigerend
steigerendere	=	steigerend
steigerenders	=	steigerend
steigerends	=	steigerend
steigerendst	=	steigerend
steigerendste	=	steigerend
steigerhout	noun	hout dat geschikt is voor de bouw van steigers
steigerhoutbeits	noun	een middel dat het hout van een steiger impregneert en daarmee versterkt en verfraait en versterkt
steigerpaal	noun	paal die deel is van een steiger
steigerpaaltje	=	steigerpaal
steigerpaaltjes	=	steigerpaal
steigerpalen	=	steigerpaal
steigerplank	noun	een plank die als loopplank en dergelijke op bouwsteigers wordt gebruikt
steigerplanken	=	steigerplank
steigerplankje	=	steigerplank
steigerplankjes	=	steigerplank
steigers	=	steiger
steigert	=	steigeren
steigertje	=	steiger
steigertjes	=	steiger
steil	adj	onder een grote helling ten opzichte van horizontaal
steile	=	steil
steiler	=	steil
steilere	=	steil
steilers	=	steil
steilheden	=	steilheid
steilheid	noun	het steil zijn
steilkopje	noun	insect uit de geslacht Cryptocephalus van kevers uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
steilkopjes	noun	Cryptocephalus een geslacht van kevers uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
steiloor	noun	dier met rechtopstaande oren
steiloren	=	steiloor
steilorig	adj	weinig geneigd zich te schikken
steilorige	=	steilorig
steiloriger	=	steilorig
steilorigere	=	steilorig
steilorigers	=	steilorig
steilorigs	=	steilorig
steilorigst	=	steilorig
steilorigste	=	steilorig
steilrand	noun	een abrupt hoogteverschil, wat kan variëren van enkele tot vele meters; een steile helling, of een klif
steilranden	=	steilrand
steilrandgroefbij	noun	Lasioglossum quadrinotatulum een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
steilrandgroefbijen	=	steilrandgroefbij
steilrandgroefbijtje	=	steilrandgroefbij
steilrandgroefbijtjes	=	steilrandgroefbij
steilrandje	=	steilrand
steilrandjes	=	steilrand
steils	=	steil
steilst	=	steil
steilste	=	steil
steilte	noun	een helling met een hoog stijgingspercentage
steilten	=	steilte
steiltes	=	steilte
steilwandig	adj	een zijde met hoog stijgingspercentage hebbend
steilwandige	=	steilwandig
steilwandiger	=	steilwandig
steilwandigere	=	steilwandig
steilwandigers	=	steilwandig
steilwandigs	=	steilwandig
steilwandigst	=	steilwandig
steilwandigste	=	steilwandig
steinerscholen	=	steinerschool
steinerschool	noun	school volgens de antroposofische opvattingen van Rudolf Steiner, met een leerplan gebaseerd op de natuurlijke eigen ontwikkeling van een kind
steinerschooltje	=	steinerschool
steinerschooltjes	=	steinerschool
stek	noun	afgesneden takje waaruit een nieuwe plant kan groeien
steke	=	steken
stekeblind	adj	helemaal blind
stekeblinde	=	stekeblind
stekeblinds	=	stekeblind
stekel	noun	een langwerpig, scherp stukje van bijvoorbeeld een plant of dier
stekelaal	noun	Mastacembelus armatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van stekelalen (Mastacembelidae)
stekelaalachtigen	noun	een orde Notacanthiformes van (Notacanthiformes) van straalvinnige diepzeevissen, die de vissenfamilies rugstekelalen (Halosauridae) en rugstekelalen (Notacanthidae) omvatten
stekelaaltje	=	stekelaal
stekelaaltjes	=	stekelaal
stekelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van stekel
stekelachtige	=	stekelachtig
stekelachtiger	=	stekelachtig
stekelachtigere	=	stekelachtig
stekelachtigers	=	stekelachtig
stekelachtigs	=	stekelachtig
stekelachtigst	=	stekelachtig
stekelachtigste	=	stekelachtig
stekelagame	noun	een hagedis Agama planiceps uit de familie agamen (Agamidae) die voorkomtt in Namibië
stekelagamen	=	stekelagame
stekelalen	=	stekelaal
stekelbaars	noun	benaming voor kleine vissen met puntige doorns op de rug en de buik uit de familie Gasterosteidae
stekelbaarsachtigen	noun	een orde Gasterosteiformes binnen de straalvinnige vissen
stekelbaarsje	=	stekelbaars
stekelbaarsjes	=	stekelbaars
stekelbaarzen	noun	een familie Gasterosteidae van straalvinnige vissen uit de orde van de Gasterosteiformes (stekelbaarsachtigen)
stekelbes	noun	Ribes uva-crispa een groene, zurig smakende bes die aan een struik met stekels groeit
stekelbessen	=	stekelbes
stekelbomen	=	stekelboom
stekelboom	noun	Kalopanax septemlobus een loofboom uit de klimopfamilie (Araliaceae) en tevens de enige soort binnen zijn geslacht.
stekelboompje	=	stekelboom
stekelboompjes	=	stekelboom
stekelbrem	noun	Genista anglica een dwergstruik die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae).
stekelbremkokermot	noun	Coleophora genistae een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
stekelbremkokermotje	=	stekelbremkokermot
stekelbremkokermotjes	=	stekelbremkokermot
stekelbremkokermotten	=	stekelbremkokermot
stekelbremmen	=	stekelbrem
stekelbuisbekvissen	noun	een familie Indostomidae van straalvinnige vissen uit de orde van stekelbaarsachtigen (Gasterosteiformes)
stekeldrager	noun	Abrachyglossum capitatum een vliegensoort uit de familie van de blaaskopvliegen (Conopidae).
stekeldragers	=	stekeldrager
stekeldragertje	=	stekeldrager
stekeldragertjes	=	stekeldrager
stekelduimkikkers	noun	Teratohyla een geslacht van kikkers uit de familie glaskikkers (Centrolenidae) en de onderfamilie Centroleninae.
stekeldwerghaai	noun	Squaliolus laticaudus een vis uit de familie van de valse doornhaaien (Dalatiidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes)
stekeldwerghaaien	=	stekeldwerghaai
stekeldwerghaaitje	=	stekeldwerghaai
stekeldwerghaaitjes	=	stekeldwerghaai
stekeler	=	stekel
stekelhaaien	noun	een klasse Stekelhaaien (Acanthodii) van de oudst bekende (uitgestorven) vertebraten die zowel kaken met tanden als vinnen bezaten.
stekelhaar	noun	haardracht waarbij het haar omhoog gebracht is en in die stand gehouden wordt door gel of haarlak, waardoor er een stekelig effect ontstaat
stekelhaarsuikermycena	noun	Mycena hawaiiensis een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
stekelhaarsuikermycena's	=	stekelhaarsuikermycena
stekelhaarsuikermycenaatje	=	stekelhaarsuikermycena
stekelhaarsuikermycenaatjes	=	stekelhaarsuikermycena
stekelhaartje	=	stekelhaar
stekelhaartjes	=	stekelhaar
stekelhalsdeukschildpad	noun	Acanthochelys spixii een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
stekelhalsdeukschildpadden	=	stekelhalsdeukschildpad
stekelhalsdeukschildpadje	=	stekelhalsdeukschildpad
stekelhalsdeukschildpadjes	=	stekelhalsdeukschildpad
stekelharen	=	stekelhaar
stekelharing	noun	Denticeps clupeoides een straalvinnige vis uit de orde Clupeiformes (Haringachtigen).
stekelharingen	noun	een familie Denticipitidae van straalvinnige vissen uit de orde Clupeiformes (Haringachtigen) en de onderorde Denticipitoidei
stekelharinkje	=	stekelharing
stekelharinkjes	=	stekelharing
stekelhoren	noun	Ocenebra erinaceus een in zee levende slakkensoort uit de familie Muricidae en het geslacht Ocenebra.
stekelhorens	=	stekelhoren
stekelhorentje	=	stekelhoren
stekelhorentjes	=	stekelhoren
stekelhuidig	adj	behorend tot de stam Echinodermata, ongewervelde zeedieren met een wat stekelige huid
stekelhuidige	noun	benaming voor zeedieren behorend tot de stam Echinodermata
stekelhuidigen	noun	stam Echinodermata, ongewervelde zeedieren met een wat stekelige huid.
stekelhuidiger	=	stekelhuidig
stekelhuidigere	=	stekelhuidig
stekelhuidigers	=	stekelhuidig
stekelhuidigs	=	stekelhuidig
stekelhuidigst	=	stekelhuidig
stekelhuidigste	=	stekelhuidig
stekelig	adj	met stekels bezet	adv	scherp, bits
stekelige	=	stekelig
stekeliger	=	stekelig
stekeligere	=	stekelig
stekeligers	=	stekelig
stekeligheden	=	stekeligheid
stekeligheid	noun	het boos en geïrriteerd zijn
stekeligs	=	stekelig
stekeligst	=	stekelig
stekeligste	=	stekelig
stekelkaakkampoot	noun	Trachyzelotes pedestris een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
stekelkaakkampootje	=	stekelkaakkampoot
stekelkaakkampootjes	=	stekelkaakkampoot
stekelkaakkampoten	=	stekelkaakkampoot
stekelkameleon	noun	Brookesia stumpffi een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
stekelkameleonnetje	=	stekelkameleon
stekelkameleonnetjes	=	stekelkameleon
stekelkameleons	=	stekelkameleon
stekelkamgras	noun	Cynosurus echinatus een eenjarige plant die behoort tot de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae).
stekelkamgrasje	=	stekelkamgras
stekelkamgrasjes	=	stekelkamgras
stekelkamgrassen	=	stekelkamgras
stekelkampoot	noun	Zelotes longipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
stekelkampootje	=	stekelkampoot
stekelkampootjes	=	stekelkampoot
stekelkampoten	=	stekelkampoot
stekelkopklauwier	noun	Prionops scopifrons een vogel uit de familie der prionopidae (Helmklauwieren).
stekelkopklauwieren	=	stekelkopklauwier
stekelkopklauwiertje	=	stekelkopklauwier
stekelkopklauwiertjes	=	stekelkopklauwier
stekelkoptroepiaal	noun	Curaeus curaeus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
stekelkoptroepiaaltje	=	stekelkoptroepiaal
stekelkoptroepiaaltjes	=	stekelkoptroepiaal
stekelkoptroepialen	=	stekelkoptroepiaal
stekelleguanen	noun	een geslacht Sceloporus van hagedissen uit de familie Phrynosomatidae
stekelmuis	noun	zoogdier uit het geslacht Acomys van knaagdieren uit de onderfamilie Deomyinae
stekelmuisje	=	stekelmuis
stekelmuisjes	=	stekelmuis
stekelmuizen	noun	Acomys een geslacht van knaagdieren uit de onderfamilie Deomyinae
stekelnekagame	noun	Acanthosaura lepidogaster een hagedis uit de familie agamen (Agamidae).
stekelnekagamen	=	stekelnekagame
stekelnekagametje	=	stekelnekagame
stekelnekagametjes	=	stekelnekagame
stekelnoot	noun	benaming voor planten uit het geslacht Xanthium uit de composietenfamilie (Asteraceae)
stekelnootje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor planten uit het geslacht Acaena met een honderdtal soorten vaste kruidachtige planten in de rozenfamilie (Rosaceae)
stekelnootjes	=	stekelnootje
stekelnoten	=	stekelnoot
stekeloesters	noun	Spondylus het enige geslacht tweekleppigen uit de familie Spondylidae
stekelpapaver	noun	Argemone mexicana een plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae).
stekelpapavers	=	stekelpapaver
stekelpapavertje	=	stekelpapaver
stekelpapavertjes	=	stekelpapaver
stekelpootroofvlieg	noun	Machimus arthriticus een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
stekelpootroofvliegen	=	stekelpootroofvlieg
stekelpootroofvliegje	=	stekelpootroofvlieg
stekelpootroofvliegjes	=	stekelpootroofvlieg
stekelpootspinnen	noun	Zoridae een niet meer erkende familie van spinnen.
stekelrandklepschildpad	noun	Kinixys erosa een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
stekelrandklepschildpadden	=	stekelrandklepschildpad
stekelrandklepschildpadje	=	stekelrandklepschildpad
stekelrandklepschildpadjes	=	stekelrandklepschildpad
stekelrandlandschildpad	noun	Psammobates oculiferus een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae)
stekelrandlandschildpadden	=	stekelrandlandschildpad
stekelrandlandschildpadje	=	stekelrandlandschildpad
stekelrandlandschildpadjes	=	stekelrandlandschildpad
stekelrat	noun	zoogdier uit de familie Echimyidae van knaagdieren uit Zuid-Amerika.
stekelratje	=	stekelrat
stekelratjes	=	stekelrat
stekelratten	noun	Echimyidae een familie van knaagdieren uit Zuid-Amerika.
stekelrog	noun	Raja clavata een rog uit de familie Rajidae.
stekelroggen	=	stekelrog
stekelroggetje	=	stekelrog
stekelroggetjes	=	stekelrog
stekelrogje	=	stekelrog
stekelrogjes	=	stekelrog
stekelrug	noun	benaming voor vissen uit de familie Stichaeidae uit de orde baarsachtigen (Perciformes)
stekelruggen	noun	een familie Stichaeidae van baarsachtige zeevissen.
stekelrugje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort spin, Cercidia prominens uit de familie van de wielwebspinnen (Araneidae)
stekelrugjes	=	stekelrugje
stekelrugtimalia	noun	Macronus ptilosus een vogelsoort uit de familie van de timalia's.
stekelrugtimalia's	=	stekelrugtimalia
stekelrugtimaliaatje	=	stekelrugtimalia
stekelrugtimaliaatjes	=	stekelrugtimalia
stekelruwhaai	noun	Oxynotus bruniensis een vis uit de familie van ruwhaaien (Oxynotidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
stekelruwhaaien	=	stekelruwhaai
stekelruwhaaitje	=	stekelruwhaai
stekelruwhaaitjes	=	stekelruwhaai
stekels	=	stekel
stekelskinken	noun	een geslacht Egernia van hagedissen die behoren tot de familie skinken (Scincidae)
stekelslak	noun	benaming voor de slakkensoorten Bolinus brandaris (brandhoren) en Hexaplex trunculus, waaruit vroeger de kleurstof purper werd gewonnen
stekelslakje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort slak, Acanthinula aculeata uit de familie van de Valloniidae; De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1774 voor het eerst geldig gepubliceerd door Otto Friedrich Müller
stekelslakjes	=	stekelslakje
stekelslakken	=	stekelslak
stekelsluipvlieg	noun	Tachina grossa een vliegensoort uit de familie van de sluipvliegen (Tachinidae).
stekelsluipvliegen	=	stekelsluipvlieg
stekelsluipvliegje	=	stekelsluipvlieg
stekelsluipvliegjes	=	stekelsluipvlieg
stekelspoorvezelkop	noun	Inocybe calospora een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
stekelspoorvezelkopje	=	stekelspoorvezelkop
stekelspoorvezelkopjes	=	stekelspoorvezelkop
stekelspoorvezelkoppen	=	stekelspoorvezelkop
stekelspoorvezelkoppie	=	stekelspoorvezelkop
stekelspoorvezelkoppies	=	stekelspoorvezelkop
stekelst	=	stekel
stekelstaart	noun	staart met stekels
stekelstaarteekhoorn	noun	zoogdier uit de familie Anomaluridae van de knaagdieren die tegenwoordig alleen nog maar in Afrika voorkomt.
stekelstaarteekhoorns	noun	Anomaluridae een familie van de knaagdieren die tegenwoordig alleen nog maar in Afrika voorkomt.
stekelstaarteekhoorntje	=	stekelstaarteekhoorn
stekelstaarteekhoorntjes	=	stekelstaarteekhoorn
stekelstaarteend	noun	eend uit de onderfamilie Oxyurinae uit de familie der eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
stekelstaarteenden	noun	Oxyurinae een onderfamilie uit de familie der eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
stekelstaarteendje	=	stekelstaarteend
stekelstaarteendjes	=	stekelstaarteend
stekelstaarten	=	stekelstaart
stekelstaartgierzwaluw	noun	Hirundapus caudacutus een gierzwaluwachtige
stekelstaartgierzwaluwen	noun	een geslacht Hirundapus van vogels uit de familie gierzwaluwen (Apodidae)
stekelstaartgierzwaluwtje	=	stekelstaartgierzwaluw
stekelstaartgierzwaluwtjes	=	stekelstaartgierzwaluw
stekelstaarthagedis	noun	Gastropholis echinata een wat grotere hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
stekelstaarthagedisje	=	stekelstaarthagedis
stekelstaarthagedisjes	=	stekelstaarthagedis
stekelstaarthagedissen	=	stekelstaarthagedis
stekelstaarthoen	noun	Tympanuchus phasianellus een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
stekelstaarthoenderen	=	stekelstaarthoen
stekelstaarthoenders	=	stekelstaarthoen
stekelstaarthoendertje	=	stekelstaarthoen
stekelstaarthoendertjes	=	stekelstaarthoen
stekelstaartibis	noun	Cercibis oxycerca een vogel uit de familie Threskiornithidae (Ibissen en lepelaars).
stekelstaartibisje	=	stekelstaartibis
stekelstaartibisjes	=	stekelstaartibis
stekelstaartibissen	=	stekelstaartibis
stekelstaartje	=	stekelstaart
stekelstaartjes	=	stekelstaart
stekelstaartkangoeroe	noun	Onychogalea dier van het geslacht van stekelstaartkangoeroes
stekelstaartkangoeroes	noun	Onychogalea een geslacht van kangoeroes dat voorkomt in de droge delen van Australië.
stekelstaartkangoeroetje	=	stekelstaartkangoeroe
stekelstaartkangoeroetjes	=	stekelstaartkangoeroe
stekelstaartleguaan	noun	Hoplocercus spinosus een hagedis uit de familie Hoplocercidae
stekelstaartleguaantje	=	stekelstaartleguaan
stekelstaartleguaantjes	=	stekelstaartleguaan
stekelstaartleguanen	=	stekelstaartleguaan
stekelstaartsnip	noun	Gallinago stenura een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
stekelstaartsnipje	=	stekelstaartsnip
stekelstaartsnipjes	=	stekelstaartsnip
stekelstaartsnippen	=	stekelstaartsnip
stekelstaartvaraan	noun	Varanus acanthurus een hagedis uit de familie varanen
stekelstaartvaraantje	=	stekelstaartvaraan
stekelstaartvaraantjes	=	stekelstaartvaraan
stekelstaartvaranen	=	stekelstaartvaraan
stekeltje	=	stekel
stekeltjes	=	stekel
stekeltjeshaar	noun	een haardracht waarbij het haar omhoog gebracht is en in die stand gehouden wordt door gel of haarlak, waardoor er een stekelig effect ontstaat
stekeltrilzwam	noun	Pseudohydnum gelatinosum een schimmel behorend tot de orde Auriculariales.
stekeltrilzwammen	=	stekeltrilzwam
stekeltrilzwammetje	=	stekeltrilzwam
stekeltrilzwammetjes	=	stekeltrilzwam
stekelvarken	noun	Hystrix cristata een gewoon stekelvarken een groot knaagdier met een stekelige vacht
stekelvarkens	=	stekelvarken
stekelvarkentje	=	stekelvarken
stekelvarkentjes	=	stekelvarken
stekelvinnigen	noun	een superorde Acanthopterygii van straalvinnige vissen.
stekelvormig	adj	vorm van een stekel hebbend
stekelvormige	=	stekelvormig
stekelvormiger	=	stekelvormig
stekelvormigere	=	stekelvormig
stekelvormigers	=	stekelvormig
stekelvormigs	=	stekelvormig
stekelvormigst	=	stekelvormig
stekelvormigste	=	stekelvormig
stekelwormen	noun	een stam Kinorhyncha van zeer kleine ongewervelde wormen.
stekelzaad	noun	Lappula squarrosa een kleine een- tot tweejarige kruidachtige plant in de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
stekelzaadje	=	stekelzaad
stekelzaadjes	=	stekelzaad
stekelzaden	=	stekelzaad
stekelzalmen	noun	een onderfamilie Stethaprioninae uit de orde van de Characiformes (Karperzalmachtigen)
stekelzeespin	noun	Achelia echinata een zeespin uit de familie Ammotheidae.
stekelzeespinnen	=	stekelzeespin
stekelzeespinnetje	=	stekelzeespin
stekelzeespinnetjes	=	stekelzeespin
steken	verb	doorboren, prikken
stekend	adj	van een opmerking dat ze kwetsend is
stekende	=	steken
stekender	=	stekend
stekendere	=	stekend
stekenders	=	stekend
stekends	=	stekend
stekendst	=	stekend
stekendste	=	stekend
steker	noun	mens of dier die of dat steekt
stekers	=	steker
stekertje	=	steker
stekertjes	=	steker
steking	noun	prikkeling, aansporing
stekingen	=	steking
stekinkje	=	steking
stekinkjes	=	steking
stekje	=	stek
stekjes	=	stek
stekken	=	stek
stekker	noun	het verharde uiteinde aan één of meerdere geleidende draden bedoeld om in een stekkerdoos gestoken te worden en elektrisch contact te maken
stekkerauto	noun	een elektrische auto die opgeladen dient te worden door de stekker in het stopcontact te steken
stekkerauto's	=	stekkerauto
stekkerautootje	=	stekkerauto
stekkerblok	noun|informal	eenvoudig verplaatsbaar kunststof bakje dat met een snoer op het lichtnet wordt aangesloten om zelf weer aansluitpunten te bieden voor lampen of elektrische apparaten
stekkerblokken	=	stekkerblok
stekkerdoos	noun|informal	eenvoudig verplaatsbaar kunststof bakje dat met een snoer op het lichtnet wordt aangesloten om zelf weer aansluitpunten te bieden voor lampen of elektrische apparaten
stekkerdoosje	=	stekkerdoos
stekkerdoosjes	=	stekkerdoos
stekkerdozen	=	stekkerdoos
stekkergekte	noun	de als gekte voorgestelde situatie waarin er massaal overgeschakeld wordt van een brandstofmotor naar een elektrisch voertuig of apparaat dat middels een stekker in het stopcontact opgeladen dient te worden
stekkergektes	=	stekkergekte
stekkergeld	noun	geld dat men moet betalen als men een elektrische auto onnodig lang aan een laadpaal laat staan
stekkerhybride	noun	auto met een elektrische motor én een verbrandingsmotor die men kan opladen via een laadpaal
stekkerhybriden	=	stekkerhybride
stekkerhybrides	=	stekkerhybride
stekkers	=	stekker
stekkersubsidie	noun	de subsidie die gegeven wordt voor de aankoop of het bezit van elektrische voertuigen
stekkersubsidies	=	stekkersubsidie
stekkertje	=	stekker
stekkertjes	=	stekker
stekkerwagen	noun	elektrische auto die men met een stekker aan het elektriciteitsnet kan opladen
stekkerwagens	=	stekkerwagen
stekkie	noun	plaats waar iemand zich thuis voelt; vaste plaats
stekkies	=	stekkie
stekske	noun	lucifer, zwavelstokje
stekskes	=	stekske
stel	conj	verondersteld dat	noun	klein aantal bij elkaar passende voorwerpen of personen die samen een geheel vormen
stelde	=	stellen
stelden	=	stellen
stele	=	stelen
stelen	verb	ontdoen van wat nog is overgebleven van de verbinding met de stengel
stelend	=	stelen
stelende	=	stelen
steler	noun	iemand die anderen iets afneemt
stelers	=	steler
stelhout	noun	stuk hout nodig om iets in een gewenste positie te stellen
stelhouten	=	stelhout
stelkunde	noun	een deel van de wiskunde dat zich bezighoudt met de betrekkingen van door letters en tekens aangeduide grootheden
stelkundige	noun	persoon die de algebra beoefend
stelkundigen	=	stelkundige
stellage	noun	tijdelijk gebouwde verhoging
stellagen	=	stellage
stellages	=	stellage
stellagetje	=	stellage
stellagie	=	stellage
stellair	adj	de sterren betreffend
stellairder	=	stellair
stellairdere	=	stellair
stellairders	=	stellair
stellaire	=	stellair
stellairs	=	stellair
stellairst	=	stellair
stellairste	=	stellair
stellarator	noun	een kernfusiemachine waarbij plasma van miljoenen kelvin opgesloten wordt door middel van zeer sterke magnetische velden
stellarators	=	stellarator
stellaratortje	=	stellarator
stellaratortjes	=	stellarator
stelle	=	stellen
stellen	verb	doen staan, in een bepaalde positie brengen
stellend	adj	kenbaar makend wat met (eist, vraagt e.d.)
stellende	=	stellen
stellends	=	stellend
steller	noun	iemand die bepaalt hoe dingen zouden moeten zijn
stellers	=	steller
stellerzeekoe	noun	uitgestorven zeezoogdier, Hydrodamalis gigas, verwant aan de lamantijn
stellerzeekoeien	=	stellerzeekoe
stellerzeeleeuw	noun	bepaald soort zoogdier, Eumetopias jubatus, de grootste soort uit de familie der oorrobben (Otariidae) Dit is de enige soort binnen het geslacht Eumetopias.
stellerzeeleeuwen	=	stellerzeeleeuw
stellerzeeleeuwtje	=	stellerzeeleeuw
stellerzeeleeuwtjes	=	stellerzeeleeuw
stelletje	=	stel
stelletjes	=	stel
stellig	adj	zeer zeker
stellige	=	stellig
stelliger	=	stellig
stelligere	=	stellig
stelligers	=	stellig
stelligheden	=	stelligheid
stelligheid	noun	met grote zekerheid
stelligs	=	stellig
stelligst	=	stellig
stelligste	=	stellig
stelling	noun	een bewering waarvan de juistheid is bewezen, een theorema
stellingen	=	stelling
stellingenoorlog	noun	vorm van oorlogvoering waarbij de tegenstanders lange tijd achtereen op korte afstand van elkaar liggen in verdedigingsstellingen
stellingenoorlogen	=	stellingenoorlog
stellingenoorlogje	=	stellingenoorlog
stellingenoorlogjes	=	stellingenoorlog
stellingname	noun	het stellingnemen, het innemen van een standpunt
stellingnamen	=	stellingname
stellingnames	=	stellingname
stellingoorlog	noun	vorm van oorlogvoering waarbij de tegenstanders lange tijd achtereen op korte afstand van elkaar liggen in verdedigingsstellingen
stellingoorlogen	=	stellingoorlog
stellingoorlogje	=	stellingoorlog
stellingoorlogjes	=	stellingoorlog
stellinkje	=	stelling
stellinkjes	=	stelling
stelmonteur	noun	monteur die bouwonderdelen op hun plaats aanbrengt
stelmonteurs	=	stelmonteur
stelmonteurtje	=	stelmonteur
stelmonteurtjes	=	stelmonteur
stelp	=	stelpen
stelpe	=	stelpen
stelpen	verb	de vloei, gewoonlijk van bloed, tot staan brengen
stelpend	=	stelpen
stelpende	=	stelpen
stelphuizing	noun	met één dak gedekt boerencomplex
stelphuizingen	=	stelphuizing
stelplaats	noun	plaats waar bussen en trams geparkeerd staan als ze niet in functie zijn
stelplaatsen	=	stelplaats
stelpnet	noun	net dat men over een school vissen werpt die men in het water ziet zwemmen
stelpnetten	=	stelpnet
stelpost	noun	een raming van de kosten van een post op een begroting
stelposten	=	stelpost
stelpostje	=	stelpost
stelpostjes	=	stelpost
stelpt	=	stelpen
stelpte	=	stelpen
stelpten	=	stelpen
stelregel	noun	richtsnoer
stelregelen	=	stelregel
stelregels	=	stelregel
stelregeltje	=	stelregel
stelregeltjes	=	stelregel
stelring	noun	ring die op een as verschuifbaar is en daarop kan worden vastgezet
stelringen	=	stelring
stelringetje	=	stelring
stelringetjes	=	stelring
stelsel	noun	een geordend geheel, samenstel van delen
stelselloos	adj	ongestructueerd
stelselloosheden	=	stelselloosheid
stelselloosheid	noun	het stelselloos zijn
stelselloost	=	stelselloos
stelsellooste	=	stelselloos
stelselloze	=	stelselloos
stelsellozer	=	stelselloos
stelsellozere	=	stelselloos
stelsellozers	=	stelselloos
stelselmatig	adj	volgens een stelsel, systeem
stelselmatige	=	stelselmatig
stelselmatiger	=	stelselmatig
stelselmatigere	=	stelselmatig
stelselmatigers	=	stelselmatig
stelselmatigheden	=	stelselmatigheid
stelselmatigheid	noun	een streng onpersoonlijk plan
stelselmatigs	=	stelselmatig
stelselmatigst	=	stelselmatig
stelselmatigste	=	stelselmatig
stelsels	=	stelsel
stelseltje	=	stelsel
stelseltjes	=	stelsel
stelselwijziging	noun	een groep samenhangende, forse veranderingen in de regelgeving op een bepaald gebied
stelselwijzigingen	=	stelselwijziging
stelselwijzigingetje	=	stelselwijziging
stelselwijzigingetjes	=	stelselwijziging
stelst	=	stel
stelt	noun	lange stok met voetsteun waarmee je op grotere hoogte kunt lopen.
stelten	=	stelt
steltje	=	stelt
steltjes	=	stelt
steltkluten	noun	een geslacht Himantopus van vogels uit de familie kluten (Recurvirostridae).
steltkluut	noun	Himantopus himantopus een waadvogel met zeer lange poten uit de familie van kluten (Recurvirostridae).
steltkluutje	=	steltkluut
steltkluutjes	=	steltkluut
steltloop	noun	voortbewegen op met staken verlengde benen ter vermaak
steltlopen	verb	op stelten lopen
steltlopend	=	steltlopen
steltlopende	=	steltlopen
steltloper	noun	iemand die op stelten loopt
steltloperachtigen	noun	een orde Charadriiformes bestaand uit 19 families met samen 379 gevarieerde soorten vogels als de steltlopers, alken, zeekoeten, meeuwen, sterns, kluten, jagers, plevieren en kieviten
steltloperleguanen	noun	een geslacht Plica van hagedissen uit de familie kielstaartleguaanachtigen (Tropiduridae)
steltlopers	=	steltloper
steltlopertje	=	steltloper
steltlopertjes	=	steltloper
steltmot	noun	bepaald soort vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae)
steltmotje	=	steltmot
steltmotjes	=	steltmot
steltmotten	=	steltmot
steltmug	noun	insect uit de familie Limoniidae uit de orde Diptera.
steltmuggen	noun	een familie Limoniidae uit de orde Diptera.
steltmuggetje	=	steltmug
steltmuggetjes	=	steltmug
steltrallen	noun	een orde Mesitornithiformes bestaand uit 1 familie (Mesitornithidae) met 2 geslachten en samen 3 soorten donkerbruine vogels die 25 tot 28 centimeter groot kunnen worden en zaden, vruchten en insecten eten
steltstrandloper	noun	Calidris himantopus een vogel uit de familie van snipachtigen (Scolopacidae).
steltstrandlopers	=	steltstrandloper
steltstrandlopertje	=	steltstrandloper
steltstrandlopertjes	=	steltstrandloper
steltvorkstaartplevier	noun	Stiltia isabella een vogel behorend tot de renvogels en vorkstaartplevieren, de vogel behoort tot het genus Stiltia en is de enige soort behorend tot dit genus.
steltvorkstaartplevieren	=	steltvorkstaartplevier
steltvorkstaartpleviertje	=	steltvorkstaartplevier
steltvorkstaartpleviertjes	=	steltvorkstaartplevier
steltwants	noun	insect uit de familie Berytidae van insecten die behoren tot de wantsen (Heteroptera)
steltwantsen	noun	een familie Berytidae van insecten die behoren tot de wantsen (Heteroptera).
steltwantsje	=	steltwants
steltwantsjes	=	steltwants
stem	noun	geluid dat onder meer door het trillen van de menselijke stembanden wordt geproduceerd
stemacteur	noun	iemand die zijn stem verleent aan audiovisuele media (radioreclame, documentaires, tekenfilms)
stemacteurs	=	stemacteur
stemacteurtje	=	stemacteur
stemacteurtjes	=	stemacteur
stemactrice	noun	vrouwelijke vorm van stemacteur
stemactrices	=	stemactrice
stemactricetje	=	stemactrice
stemactricetjes	=	stemactrice
stemadvies	noun	advies waarop men zou moeten stemmen bij een stemming of verkiezing
stemadviesje	=	stemadvies
stemadviesjes	=	stemadvies
stemadviezen	=	stemadvies
stemband	noun	geluidvoortbrengende plooien in het strottenhoofd
stembanden	=	stemband
stembandje	=	stemband
stembandjes	=	stemband
stembandverlamming	noun	aandoening waarbij een of beide stembanden niet of niet volledig bewegen
stembandverlammingen	=	stembandverlamming
stembandverlamminkje	=	stembandverlamming
stembandverlamminkjes	=	stembandverlamming
stembericht	noun	gesproken mededeling
stemberichten	=	stembericht
stemberichtje	=	stembericht
stemberichtjes	=	stembericht
stembiljet	noun	formulier waarop je jouw voorkeur kunt aangeven bij een verkiezing
stembiljetje	=	stembiljet
stembiljetjes	=	stembiljet
stembiljetten	=	stembiljet
stemblok	noun	een hardhouten balk waarin de stempennen van de snaren van een toetsinstrument zijn vastgezet
stemblokje	=	stemblok
stemblokjes	=	stemblok
stemblokken	=	stemblok
stembreuk	noun	de stemverandering die plaatsvindt bij jongens in de puberteit
stembreuken	=	stembreuk
stembrief	noun	een stuk papier waarop men kan aangeven wat de voorkeur is bij een stemming of verkiezing
stembriefje	=	stembrief
stembriefjes	=	stembrief
stembrieven	=	stembrief
stembuiging	noun	de manier waarop iemand een bepaalde tekst uitspreekt
stembuigingen	=	stembuiging
stembuiginkje	=	stembuiging
stembuiginkjes	=	stembuiging
stembureau	noun	lokaal waarin men een stem kan uitbrengen
stembureaus	=	stembureau
stembureautje	=	stembureau
stembureautjes	=	stembureau
stembus	noun	een bus waarin ingevulde stemformulieren verzameld worden
stembusfraude	noun	het opzettelijk vervalsen van het verkiezingsproces of de verkiezingsuitslag
stembusfraudes	=	stembusfraude
stembusgang	noun	het uitbrengen van een stem door de stemgerechtigden
stembusgangen	=	stembusgang
stembusje	=	stembus
stembusjes	=	stembus
stembussen	=	stembus
stembusstrijd	noun	competitie tussen verschillende partijen om de gunst van de kiezer bij verkiezingen
stembusstrijden	=	stembusstrijd
stembuszege	noun	overwinning bij verkiezingen
stembuszeges	=	stembuszege
stemcijfer	noun	getal dat men berekend door het aantal stemmen op een partij te vermenigvuldigen met de stemwaarde, dit getal gebruikt men voor het bepalen van het aantal zetel dat een partij in de Eerste Kamer krijgt
stemcijfers	=	stemcijfer
stemcoaching	noun	begeleiding om je stem optimaal en gezond te gebruiken.
stemcomputer	noun	computer die bij stemmingen (m.n. verkiezingen) gebruikt wordt om de uitgebrachte stemmen elektronisch te verwerken
stemcomputers	=	stemcomputer
stemcomputertje	=	stemcomputer
stemcomputertjes	=	stemcomputer
stemdag	noun	dag waarop verkiezingen worden gehouden
stemdagen	=	stemdag
stemde	=	stemmen
stemden	=	stemmen
stemfie	noun	een foto gemaakt in een stemhokje van de stemmer (en het aangekruiste stembiljet)
stemfies	=	stemfie
stemfietje	=	stemfie
stemfietjes	=	stemfie
stemgedrag	noun	de manier van kiezen bij een stemming met name bij verkiezingen
stemgeheim	noun	het principe van gewaarborgde anonimiteit dat wordt toegepast tijdens een stemming naar aanleiding van bijvoorbeeld verkiezingen of een bijeenkomst
stemgeheimen	=	stemgeheim
stemgeluid	noun	hoorbare luchttrillingen die gemaakt worden in het menselijke strottenhoofd
stemgeluiden	=	stemgeluid
stemgeluidje	=	stemgeluid
stemgeluidjes	=	stemgeluid
stemgember	noun	de fijnste soort van gember
stemgembers	=	stemgember
stemgerechtigd	adj	van een persoon dat deze het recht heeft om zijn voorkeur aan te geven bij een verkiezing
stemgerechtigde	=	stemgerechtigd
stemgerechtigds	=	stemgerechtigd
stemhamer	noun	een stuk gereedschap waarmee de snaren van bijvoorbeeld een piano worden gestemd
stemhamers	=	stemhamer
stemhamertje	=	stemhamer
stemhamertjes	=	stemhamer
stemhebbend	adj	mogen stemmen bij een verkiezing of beslissing; invloed hebbend op beslissingen
stemhebbende	=	stemhebbend
stemhebbender	=	stemhebbend
stemhebbendere	=	stemhebbend
stemhebbenders	=	stemhebbend
stemhebbends	=	stemhebbend
stemhebbendst	=	stemhebbend
stemhebbendste	=	stemhebbend
stemhok	noun	schrijfblad omringd door drie wanden waarbinnen een kiezer zich bij het invullen van een stembiljet afzondert, zodat niemand kan zien wat je stemt
stemhokje	=	stemhok
stemhokken	=	stemhok
stemkamer	noun	een halvormige ruimte in een klokkengieterij waar de klokken gestemd worden
stemkamers	=	stemkamer
stemkamertje	=	stemkamer
stemkamertjes	=	stemkamer
stemkeuze	noun	de keuze die mensen maken bij het uitbrengen van hun stem tijdens verkiezingen
stemkeuzen	=	stemkeuze
stemkeuzes	=	stemkeuze
stemknop	noun	een draaibare stift met draaiknop van een muziekinstrument waaraan de snaar is bevestigd en waarmee de snaar kan worden gestemd
stemknopje	=	stemknop
stemknopjes	=	stemknop
stemknoppen	=	stemknop
stemkundig	adj|obsolete	met betrekking tot het goed gebruiken van ademhaling en strottenhoofd voor zang en spraak
stemkundige	=	stemkundig
stemkundigen	=	stemkundig
stemkundigs	=	stemkundig
stemloos	adj	zonder stem
stemloost	=	stemloos
stemlooste	=	stemloos
stemloze	=	stemloos
stemlozer	=	stemloos
stemlozere	=	stemloos
stemlozers	=	stemloos
stemma	noun	stam
stemma's	=	stemma
stemmata	=	stemma
stemme	=	stemmen
stemmeloos	adj	zonder stem, zonder instemming
stemmeloost	=	stemmeloos
stemmelooste	=	stemmeloos
stemmeloze	=	stemmeloos
stemmelozer	=	stemmeloos
stemmelozere	=	stemmeloos
stemmelozers	=	stemmeloos
stemmen	verb	deelnemen aan een verkiezing
stemmend	=	stemmen
stemmende	=	stemmen
stemmensnoeper	noun	iemand die stemmen snoept
stemmensnoepers	=	stemmensnoeper
stemmentrekker	noun	populair persoon die zich verkiesbaar stelt voor een politieke partij om ervoor te zorgen dat veel mensen op die partij stemmen bij verkiezingen
stemmentrekkers	=	stemmentrekker
stemmentrekkertje	=	stemmentrekker
stemmentrekkertjes	=	stemmentrekker
stemmenverhouding	noun	de verdeling van de uitgebrachte stemmen tussen verschillende partijen, personen of opties bij een stemming of verkiezing.
stemmenverhoudingen	=	stemmenverhouding
stemmenverhoudinkje	=	stemmenverhouding
stemmenverhoudinkjes	=	stemmenverhouding
stemmenweging	noun	systeem waarbij de ene stem een grotere invloed heeft dan een andere
stemmenwegingen	=	stemmenweging
stemmenweginkje	=	stemmenweging
stemmenweginkjes	=	stemmenweging
stemmenwinst	noun	toename van het aantal stemmen dat men krijgt in vergelijking met vorige verkiezingen
stemmenwinsten	=	stemmenwinst
stemmenwinstje	=	stemmenwinst
stemmenwinstjes	=	stemmenwinst
stemmer	noun	iemand die beroepshalve piano's, orgels enz. stemt
stemmers	=	stemmer
stemmertje	=	stemmer
stemmertjes	=	stemmer
stemmetje	=	stem
stemmetjes	=	stem
stemmig	adj	ingetogen, bescheiden, plechtig
stemmige	=	stemmig
stemmiger	=	stemmig
stemmigere	=	stemmig
stemmigers	=	stemmig
stemmigheden	=	stemmigheid
stemmigheid	noun	de netheid en rustigheid vaak met een religieuze tint
stemmigs	=	stemmig
stemmigst	=	stemmig
stemmigste	=	stemmig
stemming	noun	een mentale of emotionele toestand
stemmingen	=	stemming
stemmingmaker	noun	persoon die probeert de opinievorming te beïnvloeden
stemmingmakerij	noun	het opjutten van een groepering met een bepaald doel
stemmingmakerijen	=	stemmingmakerij
stemmingmakerijtje	=	stemmingmakerij
stemmingmakers	=	stemmingmaker
stemmingsindex	noun	beursindex, gebaseerd op de algemene koersontwikkeling bij de handel in aandelen en obligaties
stemmingsindexen	=	stemmingsindex
stemmingsindices	=	stemmingsindex
stemmingsstoornis	noun	stoornis waarbij de gemoedsstemming of emotie van de patiënt ziekelijk is verstoord of niet past bij de situatie waarin hij verkeert
stemmingsstoornissen	=	stemmingsstoornis
stemmingsvol	adj	met veel stemming
stemmingsvolle	=	stemmingsvol
stemmingsvoller	=	stemmingsvol
stemmingsvollere	=	stemmingsvol
stemmingsvollers	=	stemmingsvol
stemmingsvols	=	stemmingsvol
stemmingsvolst	=	stemmingsvol
stemmingsvolste	=	stemmingsvol
stemmingswisseling	noun	het snel veranderen van de emotionele toestand van iets of iemand
stemmingswisselingen	=	stemmingswisseling
stemmingswisselingetje	=	stemmingswisseling
stemmingswisselingetjes	=	stemmingswisseling
stemminkje	=	stemming
stemminkjes	=	stemming
stemonthouding	noun	de keer dat men tijdens een stemming geen stem uitbrengt
stemonthoudingen	=	stemonthouding
stemonthoudinkje	=	stemonthouding
stemonthoudinkjes	=	stemonthouding
stemopnemer	noun	iemand die de stemmen van kiesgerechtigden verzamelt en telt
stemopnemers	=	stemopnemer
stempas	noun	in Nederland een verklaring in de vorm van een pas, waarmee een kiesgerechtigde wordt toegestaan binnen het gebied van het orgaan waarvoor een verkiezing wordt gehouden, meestal de gemeente of deelgemeente, aan de stemming deel te nemen
stempasje	=	stempas
stempasjes	=	stempas
stempassen	=	stempas
stempel	noun	voorwerp met een ingesneden oppervlak waarmee afdrukken gemaakt kunnen worden met inkt of in lak Zo'n afdruk wordt het stempel genoemd.
stempelaar	noun	iemand die een uitkering ontvangt
stempelaars	=	stempelaar
stempelautomaat	noun	toestel voor het automatisch stempelen of afstempelen
stempelautomaatje	=	stempelautomaat
stempelautomaatjes	=	stempelautomaat
stempelautomaten	=	stempelautomaat
stempelde	=	stempelen
stempelden	=	stempelen
stempeldoos	noun	een doos met alle benodigdheden voor het maken en het gebruiken van stempels
stempeldoosje	=	stempeldoos
stempeldoosjes	=	stempeldoos
stempeldozen	=	stempeldoos
stempele	=	stempelen
stempelen	verb	iets van een zichtbare opdruk voorzien middels een stempel
stempelend	=	stempelen
stempelende	=	stempelen
stempelgeld	noun	werkeloosheidsuitkering
stempelgelden	=	stempelgeld
stempelkussen	noun	kussentje dat dient om iets te voorzien van inkt
stempelkussens	=	stempelkussen
stempelkussentje	=	stempelkussen
stempelkussentjes	=	stempelkussen
stempelmaker	noun	persoon die stempels maakt
stempelmakers	=	stempelmaker
stempelpost	noun	plaats waar men een (controle)stempel kan afhalen; plaats waar men een kaart kan laten afstempelen als bewijs dat men daar geweest is
stempelposten	=	stempelpost
stempelpostje	=	stempelpost
stempelpostjes	=	stempelpost
stempels	=	stempel
stempelsnijder	noun	graveur die stempels maakt
stempelsnijders	=	stempelsnijder
stempelt	=	stempelen
stempeltje	=	stempel
stempeltjes	=	stempel
stempen	noun	een draaibare stift van een muziekinstrument waaraan de snaar is bevestigd en waarmee de snaar kan worden gestemd
stempennen	=	stempen
stempennetje	=	stempen
stempennetjes	=	stempen
stemplicht	noun	de verplichting om te stemmen
stemplichten	=	stemplicht
stempotloden	=	stempotlood
stempotlood	noun	potlood dat bij stemmingen gebruikt wordt om op het stembiljet een hokje te markeren
stempotloodje	=	stempotlood
stempotloodjes	=	stempotlood
stemprinter	noun	printer die een uitgebrachte stem afdrukt op papier zodat de stemmer dit papier kan controleren en in de stembus ka ndoen
stemprinters	=	stemprinter
stemprobleem	noun	een moeilijkheid waardoor je minder goed kunt spreken of zingen
stemproblemen	=	stemprobleem
stemrecht	noun	Actief stemrecht is het recht van een individu om bij verkiezingen te stemmen op een partij naar zijn of haar voorkeur.
stemrechten	=	stemrecht
stemregisseur	noun	iemand die de regie voert over het proces om stemgeluid toe te voegen aan bijvoorbeeld videomateriaal of computerspellen
stemregisseurs	=	stemregisseur
stemregisseurtje	=	stemregisseur
stemregisseurtjes	=	stemregisseur
stemregister	noun	plaats van een zangstem t.o.v. de toonhoogte
stemregisters	=	stemregister
stemregistertje	=	stemregister
stemregistertjes	=	stemregister
stemronde	noun	één van de keren dat iedereen mag stemmen
stemronden	=	stemronde
stemrondes	=	stemronde
stemschroef	noun	een draaibare stift met draaiknop van een muziekinstrument waaraan de snaar is bevestigd en waarmee de snaar kan worden gestemd
stemschroefje	=	stemschroef
stemschroefjes	=	stemschroef
stemschroeven	=	stemschroef
stemspleet	noun	deel van de stembanden waar door resonantie het geluid gevormd wordt
stemspleten	=	stemspleet
stemt	=	stemmen
stemtest	noun	een test van stem en zang of spraak bij muziek of spraak opnames
stemtesten	=	stemtest
stemtestje	=	stemtest
stemtestjes	=	stemtest
stemtests	=	stemtest
stemtonen	=	stemtoon
stemtoon	noun	toonhoogte van de stemmen, resp. toon waarop gestemd is
stemtoonhoogte	noun	de bij het stemmen van het orkest of koor te volgen hoogte voor de standaardtoon, meestal de toon a¹ = 440 Hz van de hobo of stemvork
stemtoonhoogten	=	stemtoonhoogte
stemtoonhoogtetje	=	stemtoonhoogte
stemtoonhoogtetjes	=	stemtoonhoogte
stemtoontje	=	stemtoon
stemtoontjes	=	stemtoon
stemvee	noun	kiezers die in de visie van de waarnemer zich door gewetenloze politici in hun stemgedrag laten beïnvloeden
stemverdeling	noun	de verhouding tussen het aantal stemmen dat op de verschillende kandidaten of keuzeopties tijdens een verkiezing is uitgebracht
stemverdelingen	=	stemverdeling
stemverheffing	noun	luider spreken dan eerst, of dan normaal is
stemverheffingen	=	stemverheffing
stemverheffinkje	=	stemverheffing
stemverheffinkjes	=	stemverheffing
stemverhouding	noun	verdeling van de stemmen tussen de verschillende partijen bij een stemming of verkiezing
stemverhoudingen	=	stemverhouding
stemverhoudinkje	=	stemverhouding
stemverhoudinkjes	=	stemverhouding
stemverklaring	noun	een korte toelichting die een parlementslid (Eerste of Tweede Kamer) geeft vlak voor een stemming over een motie of wetsvoorstel.
stemverklaringen	=	stemverklaring
stemverklarinkje	=	stemverklaring
stemverklarinkjes	=	stemverklaring
stemvoering	noun	de manier, waarop de stemmen (partijen) van het muziekstuk zich bewegen
stemvoeringen	=	stemvoering
stemvolume	noun	de luidheid van de menselijke stem tijdens het praten
stemvolumen	=	stemvolume
stemvolumes	=	stemvolume
stemvork	noun	een stalen U-vormig instrument dat bij aanslaan een onveranderlijke toon voortbrengt
stemvorken	=	stemvork
stemvorkje	=	stemvork
stemvorkjes	=	stemvork
stemvorming	noun	het vormen van de stem
stemvormingen	=	stemvorming
stemwijzer	noun	organisatie, persoon of computerprogramma dat adviseert hoe men moet stemmen bij verkiezingen
stemwijzers	=	stemwijzer
stemwijzertje	=	stemwijzer
stemwisseling	noun	het proces waarbij de stem, met name bij jongens in de puberteit, verandert van een hoge kinderstem naar een lagere volwassen stem.
stemwisselingen	=	stemwisseling
stemwisselingetje	=	stemwisseling
stemwisselingetjes	=	stemwisseling
sten	noun	stengun
stencil	noun	sjabloon in de vorm van een stevig blad papier met daarop enkele bladen papier waarvan het bovenste heel dun is en een waslaag heeft die met een schrijfmachine of een stift kan worden ingekrast zodat het kan worden gespannen over een ronddraaiende trommel waardoor inkt wordt geperst, om er groter aantal afdrukken van te maken
stencilde	=	stencilen
stencilden	=	stencilen
stencile	=	stencilen
stencilen	verb	afdrukken maken met een stencilmachine
stencilend	=	stencilen
stencilende	=	stencilen
stencils	=	stencil
stencilt	=	stencilen
stenciltje	=	stencil
stenciltjes	=	stencil
stene	=	stenen
stenen	verb	doden door bekogeling met keien	adj	gemaakt van steen
stenend	=	stenen
stenende	=	stenen
stenengooiend	adj	van iemand dat hij of zij stenen werpt
stenengooiende	=	stenengooiend
stenengooiends	=	stenengooiend
stenenverzameling	noun	groep met zorg geselecteerde en bewaarde stenen
stenenverzamelingen	=	stenenverzameling
stenenverzamelingetje	=	stenenverzameling
stenenverzamelingetjes	=	stenenverzameling
steng	noun	verlengstuk van de mast, boven in de mast te hijsen op een zeilschip
stengel	noun	langgerekt en stevig orgaan van een vaatplant dat water en voedingstoffen vervoert
stengelaaltje	noun	Ditylenchus dipsaci een plantpathogene nematode die voornamelijk ui en knoflook infecteert, maar ook kan voorkomen op bijvoorbeeld aardappel, suikerbiet, wortel, rogge en de tabaksplant.
stengelaaltjes	=	stengelaaltje
stengelboorder	noun	Chilo partellus een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
stengelboorders	=	stengelboorder
stengelboordertje	=	stengelboorder
stengelboordertjes	=	stengelboorder
stengelloos	adj	zonder een (lange) stengel
stengelloost	=	stengelloos
stengellooste	=	stengelloos
stengelloze	=	stengelloos
stengellozer	=	stengelloos
stengellozere	=	stengelloos
stengellozers	=	stengelloos
stengels	=	stengel
stengelsla	noun	een variëteit Lactuca sativa var. asparagina een slavariëteit geteeld om de stengel.
stengelsla's	=	stengelsla
stengelslankmier	noun	Temnothorax albipennis een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
stengelslankmieren	=	stengelslankmier
stengelslankmiertje	=	stengelslankmier
stengelslankmiertjes	=	stengelslankmier
stengeltje	=	stengel
stengeltjes	=	stengel
stengelui	noun	Allium fistulosum var. giganteum in China en Japan een belangrijkere groente dan de ui.
stengeluien	=	stengelui
stengeluitje	=	stengelui
stengeluitjes	=	stengelui
stengelwasbekertje	noun	Orbilia rectispora een schimmel behorend tot de familie Orbiliaceae.
stengelwasbekertjes	=	stengelwasbekertje
stengen	=	steng
stengetje	=	steng
stengetjes	=	steng
stengun	noun	een Britse 9mm-pistoolmitrailleur die tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Koreaanse Oorlog veel werd gebruikt door de strijdkrachten van het Verenigd Koninkrijk en het Britse Gemenebest
stenguns	=	stengun
stenig	adj	veel op steen lijkend
stenigde	=	stenigen
stenigden	=	stenigen
stenige	=	stenigen
stenigen	verb	met steenworpen doden
stenigend	=	stenigen
stenigende	=	stenigen
steniger	noun	iemand die stenigt
stenigere	=	stenig
stenigers	=	stenig
steniging	noun	gebruikelijke vorm van straffen volgens de sharia en in het oude testament, het stenigen d.w.z. met stenen doden
stenigingen	=	steniging
stenigingetje	=	steniging
stenigingetjes	=	steniging
stenigs	=	stenig
stenigst	=	stenig
stenigste	=	stenig
stenigt	=	stenigen
stenium	noun	geologisch tijdperk, derde en laatste periode van het mesoproterozoïcum, van 1,2 tot 1 miljard jaar geleden
stennetje	=	sten
stennetjes	=	sten
stennis	noun	ophef
steno	noun	stenografie
steno's	=	steno
stenograaf	noun	iemand die stenografische verslagen maakt
stenograafje	=	stenograaf
stenografen	=	stenograaf
stenografie	noun	snelschrijfmethode met tekens en afkortingen
stenografieën	=	stenografie
stenografisch	adj	van, in de stenografie
stenografische	=	stenografisch
stenografischer	=	stenografisch
stenografischere	=	stenografisch
stenografischers	=	stenografisch
stenogram	noun	een in snelschrift geschreven verslag
stenogrammen	=	stenogram
stenose	noun	vernauwing
stenotyp	=	stenotypen
stenotype	=	stenotypen
stenotypen	verb	stenogrammen opnemen en op de schrijfmachine uitwerken
stenotypend	=	stenotypen
stenotypende	=	stenotypen
stenotypist	noun	iemand die de opgenomen stenogrammen ook op de schrijfmachine kan uitwerken
stenotypiste	noun	vrouwspersoon die de opgenomen stenogrammen ook op de schrijfmachine kan uitwerken
stenotypisten	=	stenotypist
stenotypistes	=	stenotypiste
stenotypistetje	=	stenotypiste
stenotypistetjes	=	stenotypiste
stenotypt	=	stenotypen
stenotypte	=	stenotypen
stenotypten	=	stenotypen
stens	=	sten
stent	noun	metalen of kunststof buisje dat in medische toepassingen in een vat of kanaal in het lichaam van een patiënt wordt geplaatst, bijvoorbeeld in een bloedvat (na een dotterbehandeling), met het doel om dit kanaal open te houden
stentor	noun	iemand met een zware stem
stentors	=	stentor
stentorstem	noun	luide, zware stem die boven alles uit komt
stentorstemmen	=	stentorstem
stents	=	stent
step	noun	vervoermiddel op twee wielen (gedeeltelijk) met de voet aangedreven
step-in	noun	jarretellengordel waar men in stapt
step-ins	=	step-in
stephanie-astrapia	noun	Astrapia stephaniae een vogel uit de familie van de paradijsvogels die in 1884 ontdekt werd door Carl Hunstein
stephanie-astrapia's	=	stephanie-astrapia
stephanie-astrapiaatje	=	stephanie-astrapia
stephanie-astrapiaatjes	=	stephanie-astrapia
stephens-eilandrotswinterkoning	noun	Traversia lyalli een uitgestorven vogel en enige zangvogel die niet kon vliegen.
stephens-eilandrotswinterkoningen	=	stephens-eilandrotswinterkoning
stephens-eilandrotswinterkoninkje	=	stephens-eilandrotswinterkoning
stephens-eilandrotswinterkoninkjes	=	stephens-eilandrotswinterkoning
stephensislandwinterkoning	noun	Traversia lyalli de enige uitgestorven zangvogel die niet kon vliegen.
stephensislandwinterkoningen	=	stephensislandwinterkoning
stephensislandwinterkoninkje	=	stephensislandwinterkoning
stephensislandwinterkoninkjes	=	stephensislandwinterkoning
stepje	=	step
stepjes	=	step
steppe	noun	grote boomloze vlakte in de zone van het Middellandse Zeeklimaat
steppeadder	noun	Vipera renardi een giftige slang uit de familie adders (Viperidae)
steppeadders	=	steppeadder
steppeaddertje	=	steppeadder
steppeaddertjes	=	steppeadder
steppearend	noun	Aquila nipalensis een grote roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
steppearenden	=	steppearend
steppearendje	=	steppearend
steppearendjes	=	steppearend
steppebaardvleermuis	noun	Myotis aurascens vleermuis uit de familie der gladneusvleermuizen (Vespertilionidae).
steppebaardvleermuisje	=	steppebaardvleermuis
steppebaardvleermuisjes	=	steppebaardvleermuis
steppebaardvleermuizen	=	steppebaardvleermuis
steppebunzing	noun	bepaald soort zoogdier, Mustela eversmanni uit de familie der marterachtigen (Mustelidae), die veel lijken op de nauw verwante en ook in Nederland voorkomende bunzing (Mustela putorius) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door René Primevère Lesson in 1827.
steppebunzingen	=	steppebunzing
steppebunzings	=	steppebunzing
steppebunzinkje	=	steppebunzing
steppebunzinkjes	=	steppebunzing
steppechampignon	noun	Agaricus pampeanus een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
steppechampignonnetje	=	steppechampignon
steppechampignonnetjes	=	steppechampignon
steppechampignons	=	steppechampignon
steppegebied	noun	een gebied dat zich kenmerkt door steppebegroeiing, dat wil zeggen geen bomen en voornamelijk grassen
steppegebieden	=	steppegebied
steppegebiedje	=	steppegebied
steppegebiedjes	=	steppegebied
steppegras	noun	gras dat goed tegen de droogte van de halfwoestijn kan
steppegrassen	=	steppegras
steppehagedis	noun	Eremias arguta een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
steppehagedisje	=	steppehagedis
steppehagedisjes	=	steppehagedis
steppehagedissen	=	steppehagedis
steppehangmatspin	noun	Neriene furtiva een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
steppehangmatspinnen	=	steppehangmatspin
steppehangmatspinnetje	=	steppehangmatspin
steppehangmatspinnetjes	=	steppehangmatspin
steppeheidelibel	noun	Sympetrum tibiale een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
steppeheidelibellen	=	steppeheidelibel
steppeheidelibelletje	=	steppeheidelibel
steppeheidelibelletjes	=	steppeheidelibel
steppehoen	noun	Syrrhaptes paradoxus een vogelsoort uit Azië
steppehoenderen	=	steppehoen
steppehoenders	noun	een geslacht Syrrhaptes van vogels uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae).
steppehoendertje	=	steppehoen
steppehoendertjes	=	steppehoen
steppehoenen	=	steppehoen
steppehoentje	=	steppehoen
steppehoentjes	=	steppehoen
steppekampoot	noun	Zelotes petrensis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
steppekampootje	=	steppekampoot
steppekampootjes	=	steppekampoot
steppekampoten	=	steppekampoot
steppekiekendief	noun	Circus macrourus een roofvogel uit de onderfamilie van de kiekendieven.
steppekiekendiefje	=	steppekiekendief
steppekiekendiefjes	=	steppekiekendief
steppekiekendieven	=	steppekiekendief
steppekievietje	=	steppekievit
steppekievietjes	=	steppekievit
steppekievit	noun	Vanellus gregarius een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae)
steppekieviten	=	steppekievit
steppekievitje	=	steppekievit
steppekievitjes	=	steppekievit
steppeklapekster	noun	Lanius excubitor pallidirostris een zangvogel uit de familie van klauwieren (Laniidae)
steppeklapeksters	=	steppeklapekster
steppeklapekstertje	=	steppeklapekster
steppeklapekstertjes	=	steppeklapekster
steppeklimaat	noun	een (semi-)aride of droog klimaat waar nog voldoende neerslag is voor enige lage begroeiing.
steppeklimaten	=	steppeklimaat
steppeklipdas	noun	Heterohyrax brucei een soort klipdas.
steppeklipdasje	=	steppeklipdas
steppeklipdasjes	=	steppeklipdas
steppeklipdassen	=	steppeklipdas
steppekoraalzwam	noun	Phaeoclavulina roellinii een schimmel behorend tot de familie Gomphaceae.
steppekoraalzwammen	=	steppekoraalzwam
steppekoraalzwammetje	=	steppekoraalzwam
steppekoraalzwammetjes	=	steppekoraalzwam
steppekrabspin	noun	Xysticus bifasciatus een spinnensoort uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
steppekrabspinnen	=	steppekrabspin
steppekrabspinnetje	=	steppekrabspin
steppekrabspinnetjes	=	steppekrabspin
steppelantaarntje	noun	Ischnura aralensis een juffer uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
steppelantaarntjes	=	steppelantaarntje
steppelemming	noun	Lagurus lagurus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
steppelemmingen	=	steppelemming
steppelemmings	=	steppelemming
steppelemminkje	=	steppelemming
steppelemminkjes	=	steppelemming
steppeluzernevlinder	noun	Colias chrysotheme een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes.
steppeluzernevlinders	=	steppeluzernevlinder
steppeluzernevlindertje	=	steppeluzernevlinder
steppeluzernevlindertjes	=	steppeluzernevlinder
steppemammoet	noun	Mammuthus trogontherii een uitgestorven zoogdier uit het geslacht van de mammoeten dat leefde tussen één miljoen en driehonderdduizend jaar geleden.
steppemammoeten	=	steppemammoet
steppemammoetje	=	steppemammoet
steppemammoetjes	=	steppemammoet
steppemammoets	=	steppemammoet
steppemuis	noun	Mus spicilegus muis uit het geslacht Mus, waartoe ook de huismuis behoort.
steppemuisje	=	steppemuis
steppemuisjes	=	steppemuis
steppemuisspin	noun	Haplodrassus kulczynskii een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
steppemuisspinnen	=	steppemuisspin
steppemuisspinnetje	=	steppemuisspin
steppemuisspinnetjes	=	steppemuisspin
steppemuizen	=	steppemuis
steppen	verb	voortbewegen met behulp van een step
steppend	=	steppen
steppende	=	steppen
steppenhoen	=	steppehoen
steppenroller	noun	bovengronds deel van een plant met zaden of sporen, dat na verdroging afbreekt, door de wind gaat voortrollen en op die manier zorgt voor de verspreiding van nieuwe planten over een groter gebied
steppenrollers	=	steppenroller
steppenrollertje	=	steppenroller
steppeparelmoervlinder	noun	Melitaea aurelia een middelgrote (voorvleugellengte 12-16mm) vlinder uit de familie Nymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders).
steppeparelmoervlinders	=	steppeparelmoervlinder
steppeparelmoervlindertje	=	steppeparelmoervlinder
steppeparelmoervlindertjes	=	steppeparelmoervlinder
steppeplevier	noun	Charadrius veredus een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
steppeplevieren	=	steppeplevier
steppepleviertje	=	steppeplevier
steppepleviertjes	=	steppeplevier
stepperichelkaak	noun	Gnaphosa lugubris een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
stepperichelkaakje	=	stepperichelkaak
stepperichelkaakjes	=	stepperichelkaak
stepperichelkaken	=	stepperichelkaak
steppes	=	steppe
steppeslang	noun	Elaphe dione een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
steppeslangen	=	steppeslang
steppeslangetje	=	steppeslang
steppeslangetjes	=	steppeslang
steppeslurfhondje	noun	Rhynchocyon petersi een springspitsmuis uit het geslacht der slurfhondjes
steppeslurfhondjes	=	steppeslurfhondje
steppesprinkhaan	noun	Chorthippus vagans een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae
steppesprinkhaantje	=	steppesprinkhaan
steppesprinkhaantjes	=	steppesprinkhaan
steppesprinkhanen	=	steppesprinkhaan
steppetje	=	steppe
steppevaraan	noun	Varanus exanthematicus een hagedis uit de familie varanen (Varanidae)
steppevaraantje	=	steppevaraan
steppevaraantjes	=	steppevaraan
steppevaranen	=	steppevaraan
steppevorkstaartplevier	noun	Glareola nordmanni een vogel uit de familie der renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae).
steppevorkstaartplevieren	=	steppevorkstaartplevier
steppevorkstaartpleviertje	=	steppevorkstaartplevier
steppevorkstaartpleviertjes	=	steppevorkstaartplevier
steppevos	noun	Vulpes corsac roofdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae).
steppevosje	=	steppevos
steppevosjes	=	steppevos
steppevossen	=	steppevos
steppewisent	noun	Bison priscus een uitgestorven rundersoort
steppewisenten	=	steppewisent
steppewisentje	=	steppewisent
steppewisentjes	=	steppewisent
steppewoelmuis	noun	Lasiopodomys brandtii knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
steppewoelmuisje	=	steppewoelmuis
steppewoelmuisjes	=	steppewoelmuis
steppewoelmuizen	=	steppewoelmuis
steppezebra	noun	Equus quagga (voorheen Equus burchelli) is de meest algemene zebrasoort.
steppezebra's	=	steppezebra
steppezebraatje	=	steppezebra
steppezebraatjes	=	steppezebra
steppingstonetheorie	noun	denkbeeld dat het gebruik van softdrugs drempelverlagend zou kunnen werken op het gebruik van zwaardere drugs
steppingstonetheorieën	=	steppingstonetheorie
steps	=	step
stepsgewijze	=	stapsgewijs
stept	=	steppen
stepte	=	steppen
stepten	=	steppen
ster	noun	een van de lichtpunten aan de nachtelijke hemel die maar heel traag van plaats lijken te veranderen, feitelijk een enorm ver verwijderde gasbol die licht uitzendt door kernfusie
sterachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een ster
sterachtige	=	sterachtig
sterachtiger	=	sterachtig
sterachtigere	=	sterachtig
sterachtigers	=	sterachtig
sterachtigs	=	sterachtig
sterachtigst	=	sterachtig
sterachtigste	=	sterachtig
steradiaal	noun	de SI-eenheid voor ruimtehoek, met symbool "sr"
steradiaaltje	=	steradiaal
steradialen	=	steradiaal
steradvocaat	noun	een hele goede en bekende advocaat; een advocaat die een hoge dunk heeft van zichzelf
steradvocaatje	=	steradvocaat
steradvocaatjes	=	steradvocaat
steradvocaten	=	steradvocaat
sterallures	noun	maniertjes, gedrag als van een ster
steranemonen	=	steranemoon
steranemoon	noun	bepaald soort plant Anemone hortensis, ook gekweekt als sierplant
steranemoontje	=	steranemoon
steranemoontjes	=	steranemoon
steranijs	noun	Illicium verum stervormige zaden van een boom van de tulpenboomfamilie, die een anijsachtige smaak hebben.
steranijsje	=	steranijs
steranijsjes	=	steranijs
sterappel	noun	bepaald soort plant, Chrysophyllum cainito uit de familie Sapotaceae met een vrucht waarvan het vlees bij overdwarse doorsnijding een stervormige tekening van rode aderen vertoont; deze vrucht kan gehalveerd en uitgelepeld worden of worden verwerkt in gerechten en sappen
sterappelen	=	sterappel
sterappels	=	sterappel
sterappeltje	=	sterappel
sterappeltjes	=	sterappel
sterbedekking	noun	astronomisch verschijnsel waarbij een groter hemellichaam, zoals de Maan of een planeet, precies vóór een ster schuift.
sterbedekkingen	=	sterbedekking
sterbedekkinkje	=	sterbedekking
sterbedekkinkjes	=	sterbedekking
sterbladig	adj	waarvan de bladen meestal in kransen staan
sterbladige	=	sterbladig
sterbladigenfamilie	noun	een familie Rubiaceae van tweezaadlobbige planten.
sterbladigenfamilies	=	sterbladigenfamilie
sterbladigenfamilietje	=	sterbladigenfamilie
sterbladigenfamilietjes	=	sterbladigenfamilie
sterbladiger	=	sterbladig
sterbladigere	=	sterbladig
sterbladigers	=	sterbladig
sterbladigs	=	sterbladig
sterbladigst	=	sterbladig
sterbladigste	=	sterbladig
stereo	noun	stereofonie	adj	over twee sporen of kanalen.
stereo's	=	stereo
stereo-installatie	noun	een aantal apparaten die samen zorgen voor de weergave van stereomuziek
stereo-installaties	=	stereo-installatie
stereo-isomeer	noun	een moleculaire verbinding waarvan de moleculen slechts in hun driedimensionele rangschikking verschillen van die van een sterk verwante verbinding
stereo-isomeren	=	stereo-isomeer
stereo-uitzending	noun	programma van radio of televisie dat wordt uitgezonden met een meer ruimtelijk klinkend geluid dankzij afzonderlijke kanalen voor geluid van links en van rechts
stereo-uitzendingen	=	stereo-uitzending
stereo-uitzendinkje	=	stereo-uitzending
stereo-uitzendinkjes	=	stereo-uitzending
stereoapparatuur	noun	toestel waarmee men stereomuziek ten gehore kan brengen
stereochemie	noun	de tak van de scheikunde die zich bezighoudt met de driedimensionale aard van chemische verbindingen
stereofonie	noun	tweekanaals geluidsopname en/of weergave
stereofonisch	adj	betreft een audiotechniek die gebruikmaakt van twee of meer onafhankelijke audiokanalen om een ruimtelijk, realistisch en meeslepend geluid te creëren
stereofonische	=	stereofonisch
stereofonischer	=	stereofonisch
stereofonischere	=	stereofonisch
stereofonischers	=	stereofonisch
stereofotografie	noun	fotografie van een bepaald beeld met diepte door voor elk oog een afbeelding te maken
stereofotografieën	=	stereofotografie
stereogram	noun	stereoscopische foto
stereogrammen	=	stereogram
stereogrammetje	=	stereogram
stereogrammetjes	=	stereogram
stereolet	noun	soepstengel
stereoletje	=	stereolet
stereoletjes	=	stereolet
stereolets	=	stereolet
stereoletten	=	stereolet
stereolithografie	noun	methode om met behulp van computer-aided design rechtstreeks kunststof modellen te maken
stereolithografieën	=	stereolithografie
stereometrie	noun	meetkunde die zich bezighoudt met de eigenschappen van driedimensionale lichamen in de ruimte
stereootje	=	stereo
stereootjes	=	stereo
stereoscoop	noun	optisch instrument dat twee naast elkaar liggende afbeeldingen voor het oog verenigt tot een enkel ruimtelijk driedimensionaal beeld van het voorwerp
stereoscopen	=	stereoscoop
stereoscopie	noun	het driedimensionaal zien
stereoscopieën	=	stereoscopie
stereoscopisch	adj	met gebruikmaking van een stereoscoop, volgens de beginselen van de stereoscopie
stereoscopische	=	stereoscopisch
stereoscopischer	=	stereoscopisch
stereoscopischere	=	stereoscopisch
stereoscopischers	=	stereoscopisch
stereoset	noun	verzameling van aan elkaar gekoppelde geluidsapparaten voor stereoweergave (bandrecorder, platenspeler, radio, cd-speler, mp3-speler, cassetterecorder)
stereosets	=	stereoset
stereotactisch	adj	betreft het uiterst nauwkeurig lokaliseren en behandelen van een (vaak kleine) afwijking of tumor in het lichaam, zoals in hersenen, longen of bors
stereotactische	=	stereotactisch
stereotactischer	=	stereotactisch
stereotactischere	=	stereotactisch
stereotactischers	=	stereotactisch
stereotiep	adj	bij elke gelegenheid terugkerend
stereotiepe	=	stereotiep
stereotieper	=	stereotiep
stereotiepere	=	stereotiep
stereotiepers	=	stereotiep
stereotieps	=	stereotiep
stereotiepst	=	stereotiep
stereotiepste	=	stereotiep
stereotoren	noun	is een gestapelde hifi-installatie, die bijvoorbeeld bestaat uit: versterker, tuner, cassettedeck, cd-speler, platenspeler
stereotorens	=	stereotoren
stereotorentje	=	stereotoren
stereotorentjes	=	stereotoren
stereotype	noun	vastliggend beeld, karakterisering, vooroordeel
stereotypen	=	stereotype
stereotypering	noun	kenmerk van één individu van een groep toepassen op alle leden van die groep
stereotyperingen	=	stereotypering
stereotypes	=	stereotype
stereotypetje	=	stereotype
stereotypetjes	=	stereotype
stereotypie	noun	druktechniek
stereotypieën	=	stereotypie
stereotypisch	adj	betreft een sterk vereenvoudigd, vaak overdreven en vaststaand beeld van een groep mensen, gender of situatie.
stereotypische	=	stereotypisch
stereotypischer	=	stereotypisch
stereotypischere	=	stereotypisch
stereotypischers	=	stereotypisch
sterf	=	sterven
sterfbed	noun	het bed waarin / waarop men sterft
sterfbedden	=	sterfbed
sterfbedje	=	sterfbed
sterfbedjes	=	sterfbed
sterfboek	noun	lijst zijn met de namen van overledenen
sterfboeken	=	sterfboek
sterfboekje	=	sterfboek
sterfboekjes	=	sterfboek
sterfdag	noun	de datum van overlijden
sterfdagen	=	sterfdag
sterfdata	noun	gegevens betreffende de mensen of dieren die gestorven zijn
sterfdatum	noun	dag van de kalender waarop iemand is doodgegaan
sterfdatums	=	sterfdatum
sterfelijk	adj	vatbaar voor de dood
sterfelijke	=	sterfelijk
sterfelijker	=	sterfelijk
sterfelijkere	=	sterfelijk
sterfelijkers	=	sterfelijk
sterfelijkheden	=	sterfelijkheid
sterfelijkheid	noun	het kunnen en moeten sterven
sterfelijks	=	sterfelijk
sterfelijkst	=	sterfelijk
sterfelijkste	=	sterfelijk
sterfgeval	noun	het voorkomen van een gebeurtenis waarbij iemand overlijdt
sterfgevallen	=	sterfgeval
sterfgevalletje	=	sterfgeval
sterfgevalletjes	=	sterfgeval
sterfhuis	noun	laatste woonplaats van een overledene
sterfhuisconstructie	noun	splitsing van een groot, in moeilijkheden verkerend concern in een deel met winstgevende en een deel met verliesgevende bedrijven (het sterfhuis), om deze laatste te liquideren
sterfhuisconstructies	=	sterfhuisconstructie
sterfhuisje	=	sterfhuis
sterfhuisjes	=	sterfhuis
sterfhuizen	=	sterfhuis
sterfjaar	noun	het jaar waarin iemand gestorven is
sterfjaren	=	sterfjaar
sterfkamer	noun	vertrek waarin iemand kan overlijden; kamer waarin iemand is overleden
sterfkamers	=	sterfkamer
sterfkamertje	=	sterfkamer
sterfkamertjes	=	sterfkamer
sterflijk	adj	vatbaar voor de dood, vatbaar voor verval
sterflijke	=	sterflijk
sterflijker	=	sterflijk
sterflijkere	=	sterflijk
sterflijkers	=	sterflijk
sterflijks	=	sterflijk
sterflijkst	=	sterflijk
sterflijkste	=	sterflijk
sterfplaats	noun	plaats van overlijden
sterfplaatsen	=	sterfplaats
sterfput	noun	gat waardoor overtollig water kan wegstromen
sterfputje	=	sterfput
sterfputjes	=	sterfput
sterfputten	=	sterfput
sterft	=	sterven
sterftaks	noun	belasting op geërfd vermogen, erfbelasting
sterftaksen	=	sterftaks
sterfte	noun	het aantal sterfgevallen in een bepaalde tijd of in bepaalde omstandigheden
sterftecijfer	noun	een getal dat aangeeft hoeveel sterfgevallen er in een gebied in een bepaalde tijd hebben plaatsgevonden
sterftecijfers	=	sterftecijfer
sterftecijfertje	=	sterftecijfer
sterftecijfertjes	=	sterftecijfer
sterften	=	sterfte
sterfteoverschot	noun	het verschijnsel dat in een gebied in een bepaalde periode het aantal sterfgevallen structureel hoger ligt dan het aantal geboorten
sterfteoverschotje	=	sterfteoverschot
sterfteoverschotjes	=	sterfteoverschot
sterfteoverschotten	=	sterfteoverschot
sterftepercentage	noun	het percentage van een groep personen dat sterft
sterftepercentages	=	sterftepercentage
sterftepiek	noun	een kortstondige sterke toename van sterftegevallen
sterftepieken	=	sterftepiek
sterftepiekje	=	sterftepiek
sterftepiekjes	=	sterftepiek
sterfterisico	noun	de kans dat men ergens aan zal overlijden
sterfterisico's	=	sterfterisico
sterftes	=	sterfte
sterftijd	noun	datum van iemands overlijden
sterfuur	noun	tijdstip van iemands overlijden, laatste uur van iemands leven
sterhyacint	noun	benaming voor overblijvende planten uit het geslacht Scilla
sterhyacinten	=	sterhyacint
steriel	adj	zonder microbiële besmetting, heel schoon
steriele	=	steriel
sterieler	=	steriel
sterielere	=	steriel
sterielers	=	steriel
steriels	=	steriel
sterielst	=	steriel
sterielste	=	steriel
sterilisatie	noun	een handeling waarmee alle ziektekiemen worden gedood
sterilisaties	=	sterilisatie
sterilisatietje	=	sterilisatie
sterilisatietjes	=	sterilisatie
sterilisator	noun	toestel om mee te steriliseren (micro-organismen en kiemen doden)
sterilisatoren	=	sterilisator
sterilisators	=	sterilisator
sterilisatortje	=	sterilisator
sterilisatortjes	=	sterilisator
steriliseer	=	steriliseren
steriliseerde	=	steriliseren
steriliseerden	=	steriliseren
steriliseert	=	steriliseren
sterilisere	=	steriliseren
steriliseren	verb	gericht doden van micro-organismen op een oppervlak totdat de kans dat dergelijke organismen nog levend op het oppervlak aangetroffen worden, kleiner is dan 1 op een miljoen
steriliserend	=	steriliseren
steriliserende	=	steriliseren
steriliteit	noun	onvruchtbaarheid
steriliteiten	=	steriliteit
sterisch	adj	betrekking hebbend op de rangschikking van atomen in de ruimte
sterische	=	sterisch
sterischer	=	sterisch
sterischere	=	sterisch
sterischers	=	sterisch
sterk	adj	beschikkend over kracht of vaardigheid	adv	in sterke mate
sterke	=	sterk
sterkedrank	noun	een alcoholische drank met een alcoholpercentage hoger dan 15%
sterkedranken	=	sterkedrank
sterken	verb	kracht geven, ondersteunen, versterken, opbeuren, troosten
sterkend	=	sterken
sterkende	=	sterken
sterker	=	sterk
sterkere	=	sterk
sterkern	noun	hete, compacte centrum van een ster waar energie wordt opgewekt door thermonucleaire kernfusie, waarbij aanvankelijk waterstof wordt omgezet in helium
sterkernen	=	sterkern
sterkers	noun	bepaalde plant, Lepidium sativum uit de kruisbloemenfamilie Brassicaceae
sterkhouder	noun	een speler die van meer dan gemiddeld belang is voor een team, de drijvende kracht, de stuwende kracht
sterkhouders	=	sterkhouder
sterkhoudertje	=	sterkhouder
sterkhoudster	=	sterkhouder
sterking	noun	het steviger maken van iets
sterkingen	=	sterking
sterkmaker	noun	speler die de kracht van een elftal bepaalt
sterkmakers	=	sterkmaker
sterkmaking	noun|formal	belofte van een ondertekenaar van een overeenkomst dat iemand anders iets zal doen
sterkmakingen	=	sterkmaking
sterknooppunt	noun	ongelijkvloers kruispunt van twee snelwegen met gezamenlijke afritten voor verbindingswegen voor rechtsaf en linksaf, waarbij zich de laatste zich weer in een ruime boog afsplitsen, zodat voor een compleet kruispunt vier lagen nodig zijn
sterknooppunten	=	sterknooppunt
sterks	=	sterk
sterksel	noun	zetmeel waarmede weefgaren 'gesterkt' wordt
sterkst	=	sterk
sterkste	=	sterk
sterkt	=	sterken
sterkte	noun	de mate waarin iets sterk is	intj	bemoediging voor mensen die een moeilijke periode doormaken
sterkte-zwakteanalyse	noun	balans van sterke en zwakke punten van iets
sterkte-zwakteanalysen	=	sterkte-zwakteanalyse
sterkte-zwakteanalyses	=	sterkte-zwakteanalyse
sterkteleer	noun	onderdeel van de toegepaste mechanica, leer van het onderzoek van de voorwaarden waaraan constructies moeten voldoen om niet te bezwijken, de gewenste stijfheid te hebben en voldoende duurzaam te zijn
sterkten	=	sterkte
sterktes	=	sterkte
sterkwater	noun	conserveervloeistof voor anatomische preparaten
sterkwaters	=	sterkwater
sterkwatertje	=	sterkwater
sterkwatertjes	=	sterkwater
sterlet	noun	Acipenser ruthenus een relatief kleine soort uit de familie van de steuren.
sterlets	=	sterlet
sterlicht	noun	licht dat door een ster is uitgestraald
sterlichten	=	sterlicht
sterling	noun	naam van een munt
sterloos	adj	zonder ster (hemellichaam)
sterloze	=	sterloos
stermol	noun	Condylura cristata een kleine Noord-Amerikaanse mol die voorkomt in het oosten van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten en een stervormige neus heeft.
stermollen	=	stermol
stermolletje	=	stermol
stermolletjes	=	stermol
stermotor	noun	motor waarbij de cilinders in een stervorm rondom de krukas gesitueerd zijn
stermotoren	=	stermotor
stermotors	=	stermotor
stermotortje	=	stermotor
stermotortjes	=	stermotor
stern	noun	benaming voor slanke meeuwachtige vogels uit de familie Sternidae
sternen	=	stern
sternetwerk	noun	is een computernetwerk waarbij elke computer afzonderlijk aan een centraal punt wordt gekoppeld en dus een verbinding heeft.
sternetwerken	=	sternetwerk
sterns	noun	Sternini een geslachtengroep van zeevogels, die verwant is aan de steltloperachtigen en schaarbekken en die vaak wordt ondergebracht in de familie Sternidae.
sterntje	=	stern
sterntjes	=	stern
sternum	noun	bot midden aan de voorkant van de borstkas waaraan de sleutelbeenderen en een deel van de ribben vastzit
sterol	noun	organisch molecuul dat van nature voorkomt in planten, dieren, schimmels en sommige bacteriën
steroïde	noun	een lipide met een karakteristieke koolstofringstructuur die is opgebouwd als een triterpeen (C30).
steroïden	=	steroïde
steroïdes	=	steroïde
sterpunt	noun	punt waar minstens drie draden samenkomen
sterpunten	=	sterpunt
sterpuntje	=	sterpunt
sterpuntjes	=	sterpunt
sterrekunde	=	sterrenkunde
sterreloos	adj	zonder ster (hemellichaam)
sterreloost	=	sterreloos
sterrelooste	=	sterreloos
sterreloze	=	sterreloos
sterrelozer	=	sterreloos
sterrelozere	=	sterreloos
sterrelozers	=	sterreloos
sterren	=	ster
sterrenbeeld	noun	de configuratie van voor het oog bijeenstaande sterren
sterrenbeelden	=	sterrenbeeld
sterrenbeeldje	=	sterrenbeeld
sterrenbeeldjes	=	sterrenbeeld
sterrencast	noun	rolverdeling van een film met zeer bekende acteurs en actrices
sterrencasts	=	sterrencast
sterrendatum	noun	een fictieve eenheid van tijd, die wordt gebruikt in het Star Trek-universum
sterrendom	noun	wereld van beroemdheden
sterrenflikker	noun	vorm van vuurwerk dat gekleurde vonken afgeeft en veel door kinderen wordt gebruikt
sterrenflikkers	=	sterrenflikker
sterrenflikkertje	=	sterrenflikker
sterrenformatie	noun	groep sterren
sterrenformaties	=	sterrenformatie
sterrenhemel	noun	hemel waaraan zich sterren vertonen
sterrenhemelmot	noun	Euplocamus anthracinalis een vlinder uit de familie Tineidae, de echte motten.
sterrenhemelmotje	=	sterrenhemelmot
sterrenhemelmotjes	=	sterrenhemelmot
sterrenhemelmotten	=	sterrenhemelmot
sterrenhemels	=	sterrenhemel
sterrenhemeltje	=	sterrenhemel
sterrenhemeltjes	=	sterrenhemel
sterrenhoop	noun	verzameling van dicht bijeen staande sterren
sterrenhoopje	=	sterrenhoop
sterrenhoopjes	=	sterrenhoop
sterrenhopen	=	sterrenhoop
sterrenhotel	noun	een hotel dat een officiële kwalificatie heeft ontvangen op basis van het serviceniveau, de faciliteiten en het geboden comfort
sterrenhotelletje	=	sterrenhotel
sterrenhotelletjes	=	sterrenhotel
sterrenhotels	=	sterrenhotel
sterrenkaart	noun	afbeelding van (een deel van) de sterrenhemel op een plat vlak
sterrenkaarten	=	sterrenkaart
sterrenkaartje	=	sterrenkaart
sterrenkaartjes	=	sterrenkaart
sterrenkers	noun	bepaald soort plantje Lepidium sativum uit de kruisbloemenfamilie Brassicaceae, dat na een dag ontkiemt en zo'n elf tot veertien dagen na het zaaien eetbaar is
sterrenkijker	noun	kijker voor astronomische waarnemingen, telescoop
sterrenkijkers	noun	een familie Uranoscopidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes).
sterrenkijkertje	=	sterrenkijker
sterrenkijkertjes	=	sterrenkijker
sterrenkind	noun	persoon die vanuit een ander sterrenstelsel naar de aarde zou zijn gekomen
sterrenkinderen	=	sterrenkind
sterrenkindje	=	sterrenkind
sterrenkindjes	=	sterrenkind
sterrenkroos	noun	benaming voor tweezaadlobbige planten uit het geslacht Callitriche
sterrenkroosje	=	sterrenkroos
sterrenkroosjes	=	sterrenkroos
sterrenkunde	noun	wetenschap die de objecten in de ruimte bestudeert
sterrenkundejournalist	noun	verslaggever op het gebied van de sterrenkunde
sterrenkundejournalisten	=	sterrenkundejournalist
sterrenkundig	adj	met betrekking of van de sterrenkunde
sterrenkundige	noun	een wetenschapper die zich bezig houdt met de astronomie of sterrenkunde
sterrenkundigen	=	sterrenkundige
sterrenkundiger	=	sterrenkundig
sterrenkundigere	=	sterrenkundig
sterrenkundigers	=	sterrenkundig
sterrenkundigs	=	sterrenkundig
sterrenkundigst	=	sterrenkundig
sterrenkundigste	=	sterrenkundig
sterrenlicht	noun	het licht van een ster
sterrenloos	=	sterreloos
sterrenmos	noun	een geslacht Mnium van mossen uit de sterrenmosfamilie (Mniaceae).
sterrenmosfamilie	noun	een familie Mniaceae van mossen in de orde Bryales.
sterrenmosfamilies	=	sterrenmosfamilie
sterrenmosfamilietje	=	sterrenmosfamilie
sterrenmosfamilietjes	=	sterrenmosfamilie
sterrenmosje	=	sterrenmos
sterrenmosjes	=	sterrenmos
sterrenmosnetwants	noun	Acalypta musci een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
sterrenmosnetwantsen	=	sterrenmosnetwants
sterrenmosnetwantsje	=	sterrenmosnetwants
sterrenmosnetwantsjes	=	sterrenmosnetwants
sterrenmossen	=	sterrenmos
sterrenpaapje	noun	Pogonocichla stellata een vogel uit de familie der vliegenvangers (Muscicapidae).
sterrenpaapjes	=	sterrenpaapje
sterrenpoort	noun	een denkbeeldig ringvormig toestel dat reizen naar een ander dergelijk toestel op een andere planeet mogelijk maakt
sterrenpoorten	=	sterrenpoort
sterrenpoortje	=	sterrenpoort
sterrenpoortjes	=	sterrenpoort
sterrenregen	noun	een grote verzameling vallende sterren
sterrenregens	=	sterrenregen
sterrenregentje	=	sterrenregen
sterrenregentjes	=	sterrenregen
sterrenrestaurant	noun	een restaurant met een of meerdere Michelinsterren
sterrenrestaurantje	=	sterrenrestaurant
sterrenrestaurantjes	=	sterrenrestaurant
sterrenrestaurants	=	sterrenrestaurant
sterrenschepen	=	sterrenschip
sterrenscherm	noun	een geslacht Astrantia uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
sterrenschermen	=	sterrenscherm
sterrenschermpje	=	sterrenscherm
sterrenschermpjes	=	sterrenscherm
sterrenschip	noun	een - vooralsnog hypothetisch - ruimtevaartuig in staat tot interstellair reizen
sterrenschot	noun	gelatine-achtige brij bestaande uit resten van een zwangere wijfjeskikker of pad die door een ’predator’ - bijvoorbeeld een reiger - is opgevreten en uitgebraakt
sterrenstelsel	noun	een grote verzameling sterren die zich op relatief geringe onderlinge afstand bevinden.
sterrenstelsels	=	sterrenstelsel
sterrenstelseltje	=	sterrenstelsel
sterrenstelseltjes	=	sterrenstelsel
sterrenstof	noun	stof, materie waaruit sterren (zouden) ontstaan
sterrenstoffen	=	sterrenstof
sterrenstofje	=	sterrenstof
sterrenstromen	=	sterrenstroom
sterrenstroom	noun	een groot aantal sterren die zich in dezelfde richting bewegen
sterrenstroompje	=	sterrenstroom
sterrenstroompjes	=	sterrenstroom
sterrenwacht	noun	gebouw dat is ingericht voor het doen van sterrenkundige waarnemingen
sterrenwachten	=	sterrenwacht
sterrenwachtje	=	sterrenwacht
sterrenwichelaar	noun	een beoefenaar van de pseudo-wetenschap astrologie (sterrenwichelarij)
sterrenwichelaars	=	sterrenwichelaar
sterrenwichelaartje	=	sterrenwichelaar
sterrenwichelaartjes	=	sterrenwichelaar
sterrenwichelarij	noun	het geloof dat er verband bestaat tussen gebeurtenissen op aarde en de stand van de hemellichamen
sterrenwichelarijen	=	sterrenwichelarij
sterreporter	noun	een heel bekende verslaggever
sterreporters	=	sterreporter
sterreschot	=	sterrenschot
sterretje	noun	alleen verkleinwoord vorm van vuurwerk dat gekleurde vonken afgeeft en veel door kinderen wordt gebruikt
sterretjes	noun	meervoud van het zelfstandig naamwoord sterretje
sterretjeshaarmuts	noun	een soort Orthotrichum rupestre uit het geslacht haarmuts (Orthotrichum).
sterretjeshaarmutsen	=	sterretjeshaarmuts
sterretjeshaarmutsje	=	sterretjeshaarmuts
sterretjeshaarmutsjes	=	sterretjeshaarmuts
sterrit	noun	evenement waarbij de deelnemers vanuit verschillende startpunten naar een gemeenschappelijk eindpunt rijden
sterritten	=	sterrit
sterrog	noun	Amblyraja radiata een rog die behoort tot de kraakbeenvissen.
sterroggen	=	sterrog
sterroggetje	=	sterrog
sterroggetjes	=	sterrog
sterrogje	=	sterrog
sterrogjes	=	sterrog
sterrol	noun	belangrijke en succesvolle rol in een film, toneelstuk of televisieprogramma
sterrollen	=	sterrol
sterschakeling	noun	schakeling in stervorm in het bijzonder bij driefasensystemen
sterschakelingen	=	sterschakeling
sterschakelingetje	=	sterschakeling
sterschakelingetjes	=	sterschakeling
sterschildpad	noun	Geochelone elegans een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
sterschildpadden	=	sterschildpad
sterschildpadje	=	sterschildpad
sterschildpadjes	=	sterschildpad
sterschimmel	noun	Aseroë rubra een schimmel uit de familie Phallaceae.
sterschimmels	=	sterschimmel
sterschimmeltje	=	sterschimmel
sterschimmeltjes	=	sterschimmel
sterschoteltje	noun	een geslacht Trapelia van korstmossen uit de familie Trapeliaceae.
sterschoteltjes	=	sterschoteltje
sterslakken	noun	Onchidorididae een familie van in zee levende slakken.
sterspeler	noun	een heel belangrijke en goede speler in een team
sterspelers	=	sterspeler
sterspelertje	=	sterspeler
sterspelertjes	=	sterspeler
sterspoorvezelkop	noun	Inocybe asterospora een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
sterspoorvezelkopje	=	sterspoorvezelkop
sterspoorvezelkopjes	=	sterspoorvezelkop
sterspoorvezelkoppen	=	sterspoorvezelkop
sterspoorvezelkoppie	=	sterspoorvezelkop
sterspoorvezelkoppies	=	sterspoorvezelkop
sterstelsel	=	sterrenstelsel
sterve	=	sterven
sterveling	noun	een wezen dat na verloop van tijd sterft
stervelinge	=	sterveling
stervelingen	=	sterveling
stervelingetje	=	sterveling
stervelingetjes	=	sterveling
sterven	verb	overgaan van levende toestand naar dode toestand
stervend	=	sterven
stervende	noun	iemand die aan het doodgaan is
stervenden	=	stervende
stervens	noun	van het doodgaan
stervensbegeleiding	noun	hulp die gegeven wordt rond het sterven van iemand
stervensbegeleidingen	=	stervensbegeleiding
stervensbegeleidingsverlof	noun	verlof dat men verkrijgt voor het verlenen van stervensbegeleiding
stervensbegeleidingsverloven	=	stervensbegeleidingsverlof
stervensbegeleidinkje	=	stervensbegeleiding
stervensbegeleidinkjes	=	stervensbegeleiding
stervensdruk	adj	met erg veel mensen, erg veel verkeer of heel grote bedrijvigheid
stervensdrukke	=	stervensdruk
stervensdruks	=	stervensdruk
stervensdure	=	stervensduur
stervensduur	noun	tijd die gemoeid is met het overlijden	adj	zeer hoog in prijs, uitermate duur
stervensduurs	=	stervensduur
stervensdúúr	=	stervensduur
stervensfase	noun	periode van de laatste dagen van een leven, terminale fase
stervensfasen	=	stervensfase
stervensfases	=	stervensfase
stervenshulp	noun	hulp verleend bij het sterven
stervenskoud	adj	heel erg koud
stervenskoude	=	stervenskoud
stervenskouds	=	stervenskoud
stervensproces	noun	de gang van zaken rond het sterven van een levend wezen
stervensprocessen	=	stervensproces
stervensuren	=	stervensuur
stervensuur	noun	het tijdstip van overlijden
sterverslaggever	noun	een beroemde en goede journalist
sterverslaggevers	=	sterverslaggever
sterverslaggevertje	=	sterverslaggever
sterverslaggevertjes	=	sterverslaggever
stervlektoonhaai	noun	Mustelus manazo een haai uit de familie van de gladde haaien
stervlektoonhaaien	=	stervlektoonhaai
stervlektoonhaaitje	=	stervlektoonhaai
stervlektoonhaaitjes	=	stervlektoonhaai
stervorm	noun	de vorm hebbend van een polygoon met afwisselend scherpe en stompe hoeken
stervormen	=	stervorm
stervormig	adj	vorm van een ster hebbend
stervormige	=	stervormig
stervormiger	=	stervormig
stervormigere	=	stervormig
stervormigers	=	stervormig
stervormigs	=	stervormig
stervormigst	=	stervormig
stervormigste	=	stervormig
stervormingsgebied	noun	deel van het heelal waarin veel nieuwe sterren worden gevormd
stervormingsgebieden	=	stervormingsgebied
stervormingsgebiedje	=	stervormingsgebied
stervormingsgebiedjes	=	stervormingsgebied
stervrucht	noun	bepaald soort tropische plant Averrhoa carambola uit de klaverzuringfamilie Oxalidaceae
stervruchten	=	stervrucht
sterzegge	noun	Carex echinata een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
sterzeggen	=	sterzegge
sterzeggetje	=	sterzegge
sterzeggetjes	=	sterzegge
stethoscoop	noun	een medisch instrument waarmee men geluiden in het lichaam zoals hartslag en ademhaling kan beluisteren (ausculteren)
stethoscoopje	=	stethoscoop
stethoscoopjes	=	stethoscoop
stethoscopen	=	stethoscoop
stetson	noun	een klassieke cowboyhoed
stetsons	=	stetson
steun	noun	iets om op te steunen, te rusten
steunactie	noun	inzamelingsactie waarbij geld wordt ingezameld voor een bepaald (goed) doel
steunacties	=	steunactie
steunactietje	=	steunactie
steunactietjes	=	steunactie
steunbaar	adj	van iets dat het de moeite waard is om gesteund te worden
steunbaarder	=	steunbaar
steunbaardere	=	steunbaar
steunbaarders	=	steunbaar
steunbaars	=	steunbaar
steunbaarst	=	steunbaar
steunbaarste	=	steunbaar
steunbalk	noun	balk waarop iets steunt
steunbalken	=	steunbalk
steunbalkje	=	steunbalk
steunbalkjes	=	steunbalk
steunbare	=	steunbaar
steunbeer	noun	een massieve plaatselijke verzwaring van het muurwerk om dit te versterken en de zijdelingse druk of spatkrachten van de op de muur rustende gewelven, luchtbogen of kappen op te vangen en naar de fundering af te voeren
steunbeertje	=	steunbeer
steunbeertjes	=	steunbeer
steunberen	=	steunbeer
steunbetuiging	noun	uiting waaruit blijkt dat je het ergens mee eens bent en dat je bereid bent om actief steun te verlenen
steunbetuigingen	=	steunbetuiging
steunbetuiginkje	=	steunbetuiging
steunbetuiginkjes	=	steunbetuiging
steuncomiteetje	=	steuncomité
steuncomiteetjes	=	steuncomité
steuncomité	noun	groep mensen die belast is met het verlenen van hulp en ondersteuning in een bepaalde situatie of aan bepaalde groep mensen
steuncomités	=	steuncomité
steunde	=	steunen
steunden	=	steunen
steunder	noun	deel van een bouwwerk dat zaken op hun plaats houdt
steunders	=	steunder
steune	=	steunen
steunen	verb	een deel van de last op zich nemen, hulp verlenen
steunend	=	steunen
steunende	=	steunen
steunfonds	noun	fonds, dienend om financieel steun te verlenen onder van te voren aangegeven voorwaarden
steunfondsen	=	steunfonds
steunfondsje	=	steunfonds
steunfraude	noun	fraude waardoor men ten onrechte of een te hoge bijstandsuitkering krijgt
steunfraudes	=	steunfraude
steungroep	noun	groep mensen die iets of iemand ondersteunt
steungroepen	=	steungroep
steungroepje	=	steungroep
steungroepjes	=	steungroep
steunkous	noun	kousen die dienen om oedeem te verminderen, spataderen of trombose te voorkomen
steunkousen	=	steunkous
steunkousje	=	steunkous
steunkousjes	=	steunkous
steunmaatregel	noun	een maatregel die genomen wordt ter ondersteuning
steunmaatregelen	=	steunmaatregel
steunmaatregels	=	steunmaatregel
steunpakket	noun	het geheel aan maatregelen dat als steun beschikbaar wordt gesteld
steunpakketten	=	steunpakket
steunpilaar	noun	een pilaar waarop iets rust
steunpilaartje	=	steunpilaar
steunpilaartjes	=	steunpilaar
steunpilaren	=	steunpilaar
steunpunt	noun	punt waarop iets kan steunen
steunpunten	=	steunpunt
steunpuntje	=	steunpunt
steunpuntjes	=	steunpunt
steunt	=	steunen
steuntje	=	steun
steuntjes	=	steun
steuntrekker	noun|informal	iemand die een beroep doet op de sociale voorzieningen
steuntrekkers	=	steuntrekker
steuntrekkertje	=	steuntrekker
steunverklaring	noun	schriftelijk bewijs waarmee een kiesgerechtigde burger aangeeft dat een bepaalde politieke partij mag deelnemen aan verkiezingen.
steunverklaringen	=	steunverklaring
steunverklarinkje	=	steunverklaring
steunverklarinkjes	=	steunverklaring
steunvlak	noun	de veelhoek gevormd door verbinding van de verst uiteenliggende punten waarop een lichaam rust
steunvlakje	=	steunvlak
steunvlakjes	=	steunvlak
steunvlakken	=	steunvlak
steunzolen	=	steunzool
steunzool	noun	een binnenzool voor in een schoen die de voeten, en met name de voetbogen extra ondersteunt
steunzooltje	=	steunzool
steunzooltjes	=	steunzool
steur	noun	bepaald soort anadrome vis, Acipenser sturio, die een lengte van 6 meter en een gewicht van 400 kg kan bereiken
steurachtigen	noun	een orde Acipenseriformes die twee families omvat, de steuren (Acipenseridae) en de lepelsteuren (Polyodontidae).
steurde	=	steuren
steurden	=	steuren
steure	=	steuren
steuren	noun	een familie Acipenseridae van 25 vissoorten uit de orde steurachtigen (Acipenseriformes).	verb	Haring zouten zonder die eerst te kaken
steurend	=	steuren
steurende	=	steuren
steurgarnaal	noun	Palaemon serratus) kreeftachtige garnaal
steurgarnaaltje	=	steurgarnaal
steurgarnaaltjes	=	steurgarnaal
steurgarnalen	noun	een familie Palaemonidae van garnalen (Caridea) binnen de orde der tienpotigen (Decapoda).
steurharing	noun	ongekaakte gezouten haring
steurharingen	=	steurharing
steurharinkje	=	steurharing
steurharinkjes	=	steurharing
steurharnasmannetje	noun	Podothecus accipenserinus een straalvinnige vissensoort uit de familie van harnasmannen (Agonidae).
steurharnasmannetjes	=	steurharnasmannetje
steurkrab	noun	Palaemonidae familie van garnalen binnen de orde der tienpotigen (Decapoda)
steurkrabben	=	steurkrab
steurkrabbetje	=	steurkrab
steurkrabbetjes	=	steurkrab
steurkrabje	=	steurkrab
steurkrabjes	=	steurkrab
steurt	=	steuren
steurtje	=	steur
steurtjes	=	steur
stevel	noun|figurative	onderste deel van een orgelpijp
stevels	=	stevel
steveltje	=	stevel
steven	noun	voor- of achterstuk van een schip; de ~ wenden een andere koers inslaan.
stevende	=	stevenen
stevenden	=	stevenen
stevene	=	stevenen
stevenen	verb	koers zetten, varen
stevenend	=	stevenen
stevenende	=	stevenen
stevens	=	steven
stevent	=	stevenen
steventje	=	steven
steventjes	=	steven
stevia	noun	een geslacht Stevia uit de composietenfamilie (Asteraceae).
stevia's	=	stevia
stevig	adj	van aanzienlijk sterkte
stevigde	=	stevigen
stevigden	=	stevigen
stevige	=	stevig
stevigen	verb	kracht bijzetten, stijven.
stevigend	=	stevigen
stevigende	=	stevigen
steviger	=	stevig
stevigere	=	stevig
stevigers	=	stevig
stevigheden	=	stevigheid
stevigheid	noun	de mate waarin iets bestand is tegen beschadiging; hoe krachtig en stevig iets is
stevigs	=	stevig
stevigst	=	stevig
stevigste	=	stevig
stevigt	=	stevigen
steward	noun	iemand die belast is met de verzorging van passagiers aan boord van vliegtuigen, schepen, treinen etc.
stewardess	noun	vrouw die beroepsmatig passagiers in een vliegtuig, schip, bus of trein verzorgt, vrouwelijke vorm van steward
stewardessen	=	stewardess
stewardessje	=	stewardess
stewardessjes	=	stewardess
stewards	=	steward
stewartaalscholver	noun	Leucocarbo chalconotus een vogel die alleen broedt op het Zuidereiland in Nieuw-Zeeland uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers)
stewartaalscholvers	=	stewartaalscholver
stewartaalscholvertje	=	stewartaalscholver
stewartaalscholvertjes	=	stewartaalscholver
sthenisch	adj	krachtig, vitaal
sthenische	=	sthenisch
sthenischer	=	sthenisch
sthenischere	=	sthenisch
sthenischers	=	sthenisch
stibium	noun	antimoon
stichomantie	noun	het voorspellen van de toekomst door het op een willekeurige plek openslaan van een (meestal heilig) boek
sticht	noun	klooster, stift
stichte	=	stichten
stichtelijk	adj	verheffend in godsdienstige of zedelijke zin
stichtelijke	=	stichtelijk
stichtelijker	=	stichtelijk
stichtelijkere	=	stichtelijk
stichtelijkers	=	stichtelijk
stichtelijks	=	stichtelijk
stichtelijkst	=	stichtelijk
stichtelijkste	=	stichtelijk
stichten	verb	de grondslag voor iets leggen, iets instellen
stichtend	=	stichten
stichtende	=	stichten
stichter	noun	degene die iets grondvest
stichters	=	stichter
stichtertje	=	stichter
stichtertjes	=	stichter
stichting	noun	het stichten van een gebouw, instelling, grondvesten
stichtingen	=	stichting
stichtingskost	noun|obsolete	al het geld dat nodig is voor de bouw van een bouwproject
stichtingskosten	noun	al het geld dat nodig is voor de bouw van een bouwproject
stichtinkje	=	stichting
stichtinkjes	=	stichting
stichtje	=	sticht
stichtjes	=	sticht
stichtster	noun	vrouw die sticht
stichtsters	=	stichtster
stichtte	=	stichten
stichtten	=	stichten
stick	noun	staafvormig voorwerp
sticker	noun	plakplaatje
stickerde	=	stickeren
stickerden	=	stickeren
stickere	=	stickeren
stickeren	verb	met een of meer zelfklevende etiketten beplakken
stickerend	=	stickeren
stickerende	=	stickeren
stickerloos	adj	zonder stickers
stickerloost	=	stickerloos
stickerlooste	=	stickerloos
stickerloze	=	stickerloos
stickerlozer	=	stickerloos
stickerlozere	=	stickerloos
stickerlozers	=	stickerloos
stickers	=	sticker
stickert	=	stickeren
stickertje	=	sticker
stickertjes	=	sticker
stickervel	noun	een drager (meestal A4- of A5-formaat) waarop meerdere stickers tegelijk zijn gedrukt en gestanst
stickervellen	=	stickervel
stickervelletje	=	stickervel
stickervelletjes	=	stickervel
stickie	noun	een met cannabis samengestelde sigaret
stickies	=	stickie
stickje	=	stick
stickjes	=	stick
sticks	=	stick
stiebeugel	=	stijgbeugel
stiefbeugel	=	stijgbeugel
stiefbroeder	noun	zoon uit een voorafgaand huwelijk van iemands tweede vader of moeder
stiefbroeders	=	stiefbroeder
stiefbroedertje	=	stiefbroeder
stiefbroedertjes	=	stiefbroeder
stiefbroer	noun	zoon uit een voorafgaand huwelijk van iemands tweede vader of moeder
stiefbroers	=	stiefbroer
stiefbroertje	=	stiefbroer
stiefbroertjes	=	stiefbroer
stiefbrus	noun	kind uit een voorafgaand huwelijk van iemands tweede ouder
stiefbrusje	=	stiefbrus
stiefbrusjes	=	stiefbrus
stiefbrussen	=	stiefbrus
stiefdochter	noun	vrouwelijk kind uit een eerder huwelijk van de echtgenoot
stiefdochters	=	stiefdochter
stiefdochtertje	=	stiefdochter
stiefdochtertjes	=	stiefdochter
stiefel	=	stiefelen
stiefelde	=	stiefelen
stiefelden	=	stiefelen
stiefele	=	stiefelen
stiefelen	verb|informal	stevig doorlopen
stiefelend	=	stiefelen
stiefelende	=	stiefelen
stiefelt	=	stiefelen
stieffamilie	noun	bloedverwanten van de latere levenspartner van vader of moeder
stieffamilies	=	stieffamilie
stiefgezin	noun	gezin waarin iemand ter adoptie is aangenomen
stiefgezinnen	=	stiefgezin
stiefgezinnetje	=	stiefgezin
stiefgezinnetjes	=	stiefgezin
stiefkind	noun	een kind van iemands partner en zijn of haar vroegere partner
stiefkinderen	=	stiefkind
stiefkindje	=	stiefkind
stiefkindjes	=	stiefkind
stiefmoeder	noun	latere levenspartner van vader dan de eigen moeder
stiefmoederlijk	adj|figurative	van iets dat het voor iemand niet het belangrijkste is, dat iemand andere zaken belangrijker vindt, van iets dat het op het tweede plan komt
stiefmoederlijke	=	stiefmoederlijk
stiefmoederlijker	=	stiefmoederlijk
stiefmoederlijkere	=	stiefmoederlijk
stiefmoederlijkers	=	stiefmoederlijk
stiefmoederlijks	=	stiefmoederlijk
stiefmoederlijkst	=	stiefmoederlijk
stiefmoederlijkste	=	stiefmoederlijk
stiefmoeders	=	stiefmoeder
stiefmoedertje	=	stiefmoeder
stiefmoedertjes	=	stiefmoeder
stiefouder	noun	stiefvader of stiefmoeder
stiefouders	=	stiefouder
stiefoudertje	=	stiefouder
stiefpapa	noun|informal	man van je moeder nadat de relatie met je vader is geëindigd
stiefpapa's	=	stiefpapa
stiefvader	noun	echtgenoot van iemands moeder, die niet de eigenlijke vader is
stiefvaders	=	stiefvader
stiefvadertje	=	stiefvader
stiefvadertjes	=	stiefvader
stiefzonen	=	stiefzoon
stiefzoon	noun	mannelijk kind uit een eerder huwelijk van de echtgenoot
stiefzoons	=	stiefzoon
stiefzoontje	=	stiefzoon
stiefzoontjes	=	stiefzoon
stiefzus	noun	dochter uit een voorafgaand huwelijk van iemands tweede vader of moeder
stiefzusje	=	stiefzus
stiefzusjes	=	stiefzus
stiefzussen	=	stiefzus
stiefzuster	noun	dochter uit een voorafgaand huwelijk van iemands tweede vader of moeder
stiefzusters	=	stiefzuster
stiefzwager	noun	stiefbroer van een echtgenoot
stiefzwagers	=	stiefzwager
stiekem	adj	in een vorm of op een manier die geen aandacht trekt
stiekeme	=	stiekem
stiekemer	=	stiekem
stiekemerd	noun	een stiekem persoon, iemand die zaken geheim houdt, een achterbaks persoon, iemand die in het geheim kwaad doet
stiekemerdje	=	stiekemerd
stiekemerdjes	=	stiekemerd
stiekemerds	=	stiekemerd
stiekemere	=	stiekem
stiekemers	=	stiekem
stiekemheid	noun	het stiekem zijn
stiekempjes	adv	zonder iets te zeggen, in het geheim (minder negatief dan stiekem)
stiekems	=	stiekem
stiekemst	=	stiekem
stiekemste	=	stiekem
stiel	noun	ambacht, beroep, handwerk, vak
stielen	=	stiel
stielkennis	noun	vakkennis
stiellieden	=	stielman
stiellui	=	stielman
stielman	noun	een vakman, iemand met een stiel
stielmannen	=	stielman
stielmannetje	=	stielman
stieltje	=	stiel
stieltjes	=	stiel
stiepelzat	adj	heel erg dronken
stiepelzats	=	stiepelzat
stiepelzatte	=	stiepelzat
stier	noun	mannelijk rund dat niet gecastreerd is
stierde	=	stieren
stierden	=	stieren
stiere	=	stieren
stieren	verb	stevig doorlopen
stierend	=	stieren
stierende	=	stieren
stierengevecht	noun	vorm van vermaak, vooral populair in Spanje, waarbij een mannelijk rund door een stierenvechter wordt doodgemaakt
stierengevechten	=	stierengevecht
stierengevechtje	=	stierengevecht
stierenkop	noun	de kop van een mannelijk rund
stierenkopje	=	stierenkop
stierenkopjes	=	stierenkop
stierenkoppen	=	stierenkop
stierenloop	noun	een traditie waar mensen voor loslopende stieren uitrennen door de straten van een dorp of stad
stierenloopje	=	stierenloop
stierenloopjes	=	stierenloop
stierenlopen	=	stierenloop
stierennek	noun|figurative	een hele stevige, dikke nek van een mens
stierennekken	=	stierennek
stierenvechter	noun	een persoon die in een stierengevecht de stier uitdaagt, bevecht en uiteindelijk doodt
stierenvechters	=	stierenvechter
stierenvechtertje	=	stierenvechter
stierenvechtertjes	=	stierenvechter
stierenvechtster	=	stierenvechter
stierf	=	sterven
stierft	=	sterven
stierhaai	noun	Carcharhinus leucas een haai uit de familie der requiemhaaien (Carcharhinidae).
stierhaaien	=	stierhaai
stierhaaitje	=	stierhaai
stierhaaitjes	=	stierhaai
stierkalf	noun	een jong rund van het mannelijk geslacht
stierkalfje	=	stierkalf
stierkalfjes	=	stierkalf
stierkalveren	=	stierkalf
stierkophaaien	noun	een familie Heterodontidae van kraakbeenvissen uit de orde van de Heterodontiformes (varkenshaaien)
stierlijk	adv	heel erg (gebruikt bij werkwoorden die voortdurende onvrede uitdrukken)
stierman	=	stuurman
stierslang	noun	Pituophis catenifer een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
stierslangen	noun	een geslacht Pituophis van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
stierslangetje	=	stierslang
stierslangetjes	=	stierslang
stiert	=	stieren
stiertje	=	stier
stiertjes	=	stier
stierve	=	sterven
stierven	=	sterven
stiet	=	stoten
stiete	=	stoten
stieten	=	stoten
stift	noun	klooster, sticht
stiftbal	noun	specifieke traptechniek in het voetbal waarbij de bal met een zachte, boogachtige beweging over een tegenstander (vaak een keeper) wordt getild
stiftballen	=	stiftbal
stiftballetje	=	stiftbal
stiftballetjes	=	stiftbal
stiftbord	noun	bord met een gladde, meestal witte oppervlakte waarop je met een speciale viltstift kunt schrijven, en de teksten en tekeningen gemakkelijk weer kunt uitwissen
stiftborden	=	stiftbord
stiftbordje	=	stiftbord
stiftbordjes	=	stiftbord
stifte	=	stiften
stiften	verb	inkleuren met een stift
stiftend	=	stiften
stiftende	=	stiften
stiftje	=	stift
stiftjes	=	stift
stifttand	noun	bij haasachtigen achter de snijtanden in de bovenkaak gelegen tweede tanden
stifttanden	=	stifttand
stiftte	=	stiften
stiftten	=	stiften
stigma	noun	een uiterlijk kenmerk dat afbreuk doet aan iemands reputatie
stigma's	=	stigma
stigmaatje	=	stigma
stigmata	=	stigma
stigmatisatie	noun	het stigmatiseren (voorzien van wonden)
stigmatisaties	=	stigmatisatie
stigmatiseer	=	stigmatiseren
stigmatiseerde	=	stigmatiseren
stigmatiseerden	=	stigmatiseren
stigmatiseert	=	stigmatiseren
stigmatisere	=	stigmatiseren
stigmatiseren	verb	wonden toebrengen zoals Jesus deze tijdens zijn kruisiging verkreeg
stigmatiserend	=	stigmatiseren
stigmatiserende	=	stigmatiseren
stigmatisering	noun	het iemand of een groep van mensen voorzien van een negatief kenmerk
stigmatiseringen	=	stigmatisering
stijbeugel	=	stijgbeugel
stijf	adj	niet gemakkelijk te vervormen of te buigen
stijfbevroren	adj	van iets dat het heel hard geworden is door de kou
stijfbevrorens	=	stijfbevroren
stijfde	=	stijven
stijfden	=	stijven
stijfgevloekt	=	stijfvloeken
stijfgevloekte	=	stijfvloeken
stijfheden	=	stijfheid
stijfheid	noun	het stijf zijn, de mate waarin een materiaal of een constructie zich tegen elastische vervorming verzet, de onbuigzaamheid, starheid
stijfhoofdig	adj	van een persoon dat deze niet bereid is zijn mening te herzien
stijfhoofdige	=	stijfhoofdig
stijfhoofdiger	=	stijfhoofdig
stijfhoofdigere	=	stijfhoofdig
stijfhoofdigers	=	stijfhoofdig
stijfhoofdigs	=	stijfhoofdig
stijfhoofdigst	=	stijfhoofdig
stijfhoofdigste	=	stijfhoofdig
stijfjes	adv	terughoudend, formeel, niet spontaan
stijfkop	noun	een koppig persoon; iemand die ondanks veelvuldige tegenslag of oppositie doorgaat op de ingeslagen weg
stijfkopje	=	stijfkop
stijfkopjes	=	stijfkop
stijfkoppen	=	stijfkop
stijfkoppig	adj	dat iemand niet flexibel is maar altijd blijft vasthouden aan zijn eigen ideeën
stijfkoppige	=	stijfkoppig
stijfkoppiger	=	stijfkoppig
stijfkoppigere	=	stijfkoppig
stijfkoppigers	=	stijfkoppig
stijfkoppigs	=	stijfkoppig
stijfkoppigst	=	stijfkoppig
stijfkoppigste	=	stijfkoppig
stijfs	=	stijf
stijfsel	noun	mengsel van water en zetmeel waarmee iets wordt opgestijfd
stijfselde	=	stijfselen
stijfselden	=	stijfselen
stijfsele	=	stijfselen
stijfselen	verb	kleverig maken door besmeren met een geconcentreerde zetmeeloplossing
stijfselend	=	stijfselen
stijfselende	=	stijfselen
stijfsels	=	stijfsel
stijfselt	=	stijfselen
stijfseltje	=	stijfsel
stijfst	=	stijf
stijfste	=	stijf
stijft	=	stijven
stijfte	noun	het stijf zijn
stijftes	=	stijfte
stijfvloek	=	stijfvloeken
stijfvloeke	=	stijfvloeken
stijfvloeken	verb	iemand met vloeken en scheldwoorden overladen
stijfvloekend	=	stijfvloeken
stijfvloekende	=	stijfvloeken
stijfvloekt	=	stijfvloeken
stijfvloekte	=	stijfvloeken
stijfvloekten	=	stijfvloeken
stijg	=	stijgen
stijgbeugel	noun	een metalen beugel die met een riem aan een zadel hangt, bedoeld om het opstijgen te vergemakkelijken en de ruiter vooral tegen zijwaartse sprongen van het paard te beschermen
stijgbeugels	=	stijgbeugel
stijgbeugeltje	=	stijgbeugel
stijgbeugeltjes	=	stijgbeugel
stijgbuis	noun	buis waardoor een vloeistof of een gas naar een hoger gelegen plaats gaat
stijgbuisje	=	stijgbuis
stijgbuisjes	=	stijgbuis
stijgbuizen	=	stijgbuis
stijge	=	stijgen
stijgen	verb	naar boven gaan, toenemen
stijgend	adj	een steeds hogere stand bereikend
stijgende	=	stijgen
stijgends	=	stijgend
stijger	noun	iemand die vooruitgaat op de maatschappelijke ladder
stijgers	=	stijger
stijgijzer	noun	overschoen met pinnen nodig voor het klimmen met name over ijs
stijgijzers	=	stijgijzer
stijgijzertje	=	stijgijzer
stijgijzertjes	=	stijgijzer
stijging	noun	het stijgen, het hoger worden.
stijgingen	=	stijging
stijgingspercentage	noun	het aantal meters dat een weg stijgt per 100 meter weg
stijgingspercentages	=	stijgingspercentage
stijgingsregen	noun	neerslag die ontstaat als warme vochtige lucht tegen een bergwand omhoog wordt gedrukt, afkoelt en het vocht condenseert en neerslaat
stijgingsregens	=	stijgingsregen
stijginkje	=	stijging
stijginkjes	=	stijging
stijgje	=	stijgen
stijgleiding	noun	buisleiding waardoor een vloeistof omhoog gevoerd wordt
stijgleidingen	=	stijgleiding
stijgleidinkje	=	stijgleiding
stijgleidinkjes	=	stijgleiding
stijgt	=	stijgen
stijgtijd	noun	de tijd die men nodig heeft om tot een bepaald niveau te stijgen
stijgtijden	=	stijgtijd
stijl	noun	wijze waarop men iets doet
stijlbloem	noun	een fraaie formulering
stijlbloemen	=	stijlbloem
stijlbloempje	=	stijlbloem
stijlbloempjes	=	stijlbloem
stijlboek	noun	een document met regels en richtlijnen voor consistentie in schrijven en visuele presentatie
stijlboeken	=	stijlboek
stijlboekje	=	stijlboek
stijlboekjes	=	stijlboek
stijlbreuk	noun	een plotselinge overgang naar een andere manier van doen; niet in overeenstemming wat gebruikelijk is of was
stijlbreuken	=	stijlbreuk
stijlbreukje	=	stijlbreuk
stijlbreukjes	=	stijlbreuk
stijldans	noun	dans in een bepaalde stijl dit in tegenstelling tot de vrije dansen van beat- en popmuziek
stijldanse	=	stijldansen
stijldansen	verb	dansen uitvoeren met een bepaalde omschreven stijl (tussen volksdansen met vaste patronen aan de ene kant en vrij gekozen bewegingen aan de andere kant)
stijldansend	=	stijldansen
stijldansende	=	stijldansen
stijldanst	=	stijldansen
stijldanste	=	stijldansen
stijldansten	=	stijldansen
stijlen	=	stijl
stijlfiguren	=	stijlfiguur
stijlfiguur	noun	uitdrukking die door bijzondere formulering of door afwijking van de gebruikelijke zinsbouw een bepaald effect veroorzaakt
stijlfiguurtje	=	stijlfiguur
stijlfiguurtjes	=	stijlfiguur
stijliconen	=	stijlicoon
stijlicoon	noun	bekende persoonlijkheid die of bekend object dat door een grote groep mensen geassocieerd wordt met een bepaalde stijl of periode
stijlicoontje	=	stijlicoon
stijlicoontjes	=	stijlicoon
stijlkamer	noun	een kamer opgebouwd in een museum uit een bepaalde tijd die de stijl daarvan weergeeft
stijlkamers	=	stijlkamer
stijlkamertje	=	stijlkamer
stijlkamertjes	=	stijlkamer
stijlkritisch	adj	betrekking hebbend op of uit een oogpunt van stijlkritiek
stijlkritische	=	stijlkritisch
stijlkritischer	=	stijlkritisch
stijlkritischere	=	stijlkritisch
stijlkritischers	=	stijlkritisch
stijllaag	noun	manier van formuleren die past bij een bepaalde sociale positie
stijllagen	=	stijllaag
stijlleer	noun	het effect dat de schrijver of spreker wil hebben op de lezer of toehoorder
stijlloos	adj	ongepast
stijlloosheden	=	stijlloosheid
stijlloosheid	noun	het stijlloos zijn
stijlloost	=	stijlloos
stijllooste	=	stijlloos
stijlloze	=	stijlloos
stijllozer	=	stijlloos
stijllozere	=	stijlloos
stijllozers	=	stijlloos
stijlmiddel	noun	een techniek of manier om iets te presenteren, om een bepaald effect te bereiken
stijlmiddelen	=	stijlmiddel
stijlmiddelje	=	stijlmiddel
stijloefening	noun	een oefening gericht op het verbeteren van de schrijfstijl, wat betekent dat je oefent om een betere taalvaardigheid te ontwikkelen
stijloefeningen	=	stijloefening
stijloefeningetje	=	stijloefening
stijloefeningetjes	=	stijloefening
stijlregister	noun	taalvariëteit die betrekking heeft op de gevoelswaarde en de gebruikssfeer van een woord
stijlregisters	=	stijlregister
stijlregistertje	=	stijlregister
stijlregistertjes	=	stijlregister
stijlroos	noun	Rosa stylosa een struik die tot de rozenfamilie behoort.
stijlroosje	=	stijlroos
stijlroosjes	=	stijlroos
stijlrozen	=	stijlroos
stijltang	noun	elektrisch apparaat met twee verwarmde platen om haar tijdelijk steil te maken, te stylen, te krullen of te laten golven
stijltangen	=	stijltang
stijltangetje	=	stijltang
stijltangetjes	=	stijltang
stijltje	=	stijl
stijltjes	=	stijl
stijlvol	adj	met veel stijl; met veel aandacht en goede smaak gemaakt
stijlvolle	=	stijlvol
stijlvoller	=	stijlvol
stijlvollere	=	stijlvol
stijlvollers	=	stijlvol
stijlvols	=	stijlvol
stijlvolst	=	stijlvol
stijlvolste	=	stijlvol
stijlwisseling	noun	de verandering van de ene stijl naar de andere, of het plotseling afwisselen tussen verschillende stijlen, met name in de kunst
stijlwisselingen	=	stijlwisseling
stijlwisselingetje	=	stijlwisseling
stijlwisselingetjes	=	stijlwisseling
stijve	=	stijf
stijven	verb	minder buigzaam maken (met stijfsel)
stijvend	=	stijven
stijvende	=	stijven
stijver	=	stijf
stijvere	=	stijf
stijvers	=	stijf
stik	adv	geheel en al
stikdode	=	stikdood
stikdonker	adj	helemaal donker
stikdonkere	=	stikdonker
stikdonkers	=	stikdonker
stikdood	adj	helemaal uitgeput
stikdoods	=	stikdood
stikdruk	adj	met erg veel mensen, erg veel verkeer of heel grote bedrijvigheid
stikdrukke	=	stikdruk
stikdruks	=	stikdruk
stikgoed	adj	heel erg goed; van uitstekende kwaliteit
stikgoede	=	stikgoed
stikgoeder	=	stikgoed
stikgoedere	=	stikgoed
stikgoeders	=	stikgoed
stikgoeds	=	stikgoed
stikgoedst	=	stikgoed
stikgoedste	=	stikgoed
stikheet	adj	heel erg warm; op een onplezierige wijze warm
stikheets	=	stikheet
stikheetst	=	stikheet
stikheetste	=	stikheet
stikhete	=	stikheet
stikheter	=	stikheet
stikhetes	=	stikheet
stikjaloers	adj	heel erg boos zijn, omdat iemand anders iets heeft wat jij ook zou willen hebben, maar wat je niet hebt
stikjaloerse	=	stikjaloers
stikjaloerser	=	stikjaloers
stikjaloersere	=	stikjaloers
stikjaloersers	=	stikjaloers
stikjaloerst	=	stikjaloers
stikjaloerste	=	stikjaloers
stikkapot	adj|informal	helemaal uitgeput
stikkapots	=	stikkapot
stikkapotst	=	stikkapot
stikkapotste	=	stikkapot
stikkapotte	=	stikkapot
stikkapotter	=	stikkapot
stikkapottere	=	stikkapot
stikkapotters	=	stikkapot
stikke	=	stikken
stikken	verb	om het leven komen door zuurstofgebrek in de hersenen
stikkend	=	stikken
stikkende	=	stikken
stikker	noun	iemand die stikt
stikkers	=	stikker
stikkertje	=	stikker
stikkertjes	=	stikker
stiknaad	noun	de lijn waarlangs verschillende delen van stof of leer aan elkaar vast gemaakt zijn
stiknaadje	=	stiknaad
stiknaadjes	=	stiknaad
stiknaden	=	stiknaad
stiksel	noun	een verbinding gemaakt met naald en draad
stiksels	=	stiksel
stikseltje	=	stiksel
stikseltjes	=	stiksel
stikstof	noun	een chemisch element en een kleurloos niet-metaal met symbool N en atoomnummer 7
stikstofatomen	=	stikstofatoom
stikstofatoom	noun	een atoom van het chemisch element stikstof.
stikstofatoompje	=	stikstofatoom
stikstofatoompjes	=	stikstofatoom
stikstofbeleid	noun	geheel van opvattingen en daaruit voortkomende maatregelen waardoor menselijke activiteiten minder stikstofoxides en ammoniak in de lucht brengen
stikstofbinding	noun	de binding van stikstof uit de lucht
stikstofbindingen	=	stikstofbinding
stikstofbindingsbedrijf	noun	een fabriek waar stikstof uit de lucht gebonden wordt voor de productie van kunstmeststoffen
stikstofbindingsbedrijfje	=	stikstofbindingsbedrijf
stikstofbindingsbedrijfjes	=	stikstofbindingsbedrijf
stikstofbindingsbedrijven	=	stikstofbindingsbedrijf
stikstofbindinkje	=	stikstofbinding
stikstofbindinkjes	=	stikstofbinding
stikstofcrises	=	stikstofcrisis
stikstofcrisis	noun	een crisis rond de uitstoot van stikstof in het milieu
stikstofcrisisje	=	stikstofcrisis
stikstofcrisisjes	=	stikstofcrisis
stikstofcrisissen	=	stikstofcrisis
stikstofdepositie	noun	depositie van stikstof ofwel het neerslaan van reactieve stikstofverbindingen (stikstofoxiden en ammoniak) vanuit de lucht op de bodem en in het oppervlaktewater
stikstofdeposities	=	stikstofdepositie
stikstofdioxide	noun	de verbinding van één atoom stikstof met twee atomen zuurstof ofwel NO₂ is een giftig roodbruin gas, dat zeer goed oplosbaar is in water
stikstofdioxiden	=	stikstofdioxide
stikstofdioxides	=	stikstofdioxide
stikstofdoel	noun	dat wat men wil bereiken met de reductie van de stikstofuitstoot
stikstofdoelen	noun	dat wat men wil bereiken met de reductie van de schadelijke stikstofuitstoot
stikstofdossier	noun	alle documenten die betrekking hebben op de kwestie van de overmatige, voor de natuur schadelijke, uitstoot van stikstofverbindingen door menselijke activiteiten
stikstofdossiers	=	stikstofdossier
stikstoffabriek	noun	fabriek waarin stikstof wordt geproduceerd
stikstoffabrieken	=	stikstoffabriek
stikstoffixatie	noun	het chemisch vastleggen door bacteriën van gasvormige distikstof (N₂) uit de lucht, in stikstofverbindingen die als voedingsstoffen door planten worden gebruikt
stikstoffixaties	=	stikstoffixatie
stikstoffixatietje	=	stikstoffixatie
stikstoffixatietjes	=	stikstoffixatie
stikstofgas	noun	gas bestaande uit N₂
stikstofgassen	=	stikstofgas
stikstofgebrek	noun	tekort aan nitraten in de bodem of te geringe opname daarvan voor de gewenste plantengroei
stikstofhandel	noun	handel in stikstofruimte
stikstofhandelaar	noun	handelaar in stikstofruimte
stikstofhandelaars	=	stikstofhandelaar
stikstofhandelaartje	=	stikstofhandelaar
stikstofhandelaartjes	=	stikstofhandelaar
stikstofhandelaren	=	stikstofhandelaar
stikstofhandels	=	stikstofhandel
stikstofhandeltje	=	stikstofhandel
stikstofhandeltjes	=	stikstofhandel
stikstofkringloop	noun	verschijnsel dat stikstof door levende organismen wordt opgenomen, en via afbraak en sterfte weer in de bodem terugkomt
stikstofkringloopje	=	stikstofkringloop
stikstofkringloopjes	=	stikstofkringloop
stikstofkringlopen	=	stikstofkringloop
stikstofmakelaar	noun	makelaar in stikstofruimte
stikstofmakelaars	=	stikstofmakelaar
stikstofmakelaartje	=	stikstofmakelaar
stikstofmakelaartjes	=	stikstofmakelaar
stikstofmakelaren	=	stikstofmakelaar
stikstofmest	noun	mest met een hoog stikstofgehalte
stikstofmeststof	noun	een kunstmest met vooral veel stikstof
stikstofmonoxide	noun	chemische verbinding van één atoom stikstof met één atoom zuurstof.
stikstofmonoxiden	=	stikstofmonoxide
stikstofmonoxides	=	stikstofmonoxide
stikstofnarcose	noun	een toestand van bedwelming die zich bij een duiker voordoet wanneer stikstofgas in het ademgas met een hoge partiële druk wordt ingeademd
stikstofnarcoses	=	stikstofnarcose
stikstofnarcosetje	=	stikstofnarcose
stikstofnarcosetjes	=	stikstofnarcose
stikstofoxide	noun	verbinding bestaande uit een of meer stikstofatomen (N) en evenveel of meer zuurstofatomen (O) Het gaat in de praktijk om gassen die bij verbranding in de atmosfeer komen.
stikstofoxiden	=	stikstofoxide
stikstofoxides	=	stikstofoxide
stikstofplafond	noun	maximaal toegestane hoeveelheid uitgestoten stikstofverbindingen
stikstofplafonds	=	stikstofplafond
stikstofplan	noun	geheel van voorgenomen maatregelen waardoor menselijke activiteiten minder stikstofoxides en ammoniak in de lucht brengen
stikstofplannen	=	stikstofplan
stikstofplannetje	=	stikstofplan
stikstofplannetjes	=	stikstofplan
stikstofprobleem	noun	het uitstoten van schadelijke hoeveelheden stikstofverbindingen
stikstofproblemen	=	stikstofprobleem
stikstofregel	noun	regel rond de uitstoot en/of productie van stikstof
stikstofregels	=	stikstofregel
stikstofregeltje	=	stikstofregel
stikstofregeltjes	=	stikstofregel
stikstofruimte	noun	de marges die er binnen de stikstofregels zijn om economische activiteiten te ontplooien die een bijdrage leveren aan de nationale stikstofuitstoot en/of -depositie ofwel de maximale hoeveelheid stikstof die een bedrijf, bedrijfstak, regio of land in een bepaalde periode mag uitstoten volgens wettelijke bepalingen
stikstofruimten	=	stikstofruimte
stikstofruimtes	=	stikstofruimte
stikstofruimtetje	=	stikstofruimte
stikstofruimtetjes	=	stikstofruimte
stikstofslot	noun	de impasse of het vastlopen van beleid en projecten in Nederland door de grote stikstofproblematiek, die veroorzaakt wordt door te veel stikstofneerslag in kwetsbare natuurgebieden
stikstoftrioxide	noun	een zeer reactief radicaal met de formule NO₃ dat een rol speelt in de chemie van luchtlagen van de aarde
stikstofuitstoot	noun	de uitstoot van stikstof, voornamelijk door verkeer, landbouw en industrie, in de vorm van ammoniak en stikstofoxiden
stikstofuitstoten	=	stikstofuitstoot
stikstofverbinding	noun	molecuul met één of meer stikstofatomen en minstens één molecuul van een ander element
stikstofverbindingen	=	stikstofverbinding
stikstofverbindinkje	=	stikstofverbinding
stikstofverbindinkjes	=	stikstofverbinding
stikt	=	stikken
stikte	=	stikken
stikten	=	stikken
stikverlegen	adj	heel onzeker tegenover anderen
stikverlegens	=	stikverlegen
stikvol	adj	heel erg vol
stikvolle	=	stikvol
stikvols	=	stikvol
stikwerk	noun	een werkstuk dat is gemaakt met naald en draad
stikwerken	=	stikwerk
stikzij	noun	zijde geschikt om mee te naaien
stil	adj	geen of weinig geluid producerend	adv	op stille wijze
stilaan	adv	zonder opgemerkt te zijn
stilde	=	stillen
stilden	=	stillen
stileer	=	stileren
stileerde	=	stileren
stileerden	=	stileren
stileert	=	stileren
stilere	=	stileren
stileren	verb	Iets in (een mooie) vorm of stijl brengen.
stilerend	=	stileren
stilerende	=	stileren
stilering	noun	het om esthetische redenen iets eenvoudiger of abstracter weergeven
stileringen	=	stilering
stilet	noun	tweesnijdend mes
stiletten	=	stilet
stiletto	noun	mes waarbij het lemmet uit het handvat kan klappen
stiletto's	=	stiletto
stilettofeminisme	noun	politieke stroming waarbij vrouwen hun aantrekkelijkheid inzetten om de positie van vrouwen te verbeteren
stilettoke	=	stiletto
stilettootje	=	stiletto
stilgeboorte	noun	geboorte van een overleden baby die in de buik van de moeder na de 16e week (in Nederland) of na de 20e week (internationaal) van de zwangerschap is doodgegaan
stilgeboorten	=	stilgeboorte
stilgeboortes	=	stilgeboorte
stilgehangen	=	stilhangen
stilgehouden	=	stilhouden
stilgelegd	=	stilleggen
stilgelegde	=	stilleggen
stilgelegen	=	stilliggen
stilgestaan	=	stilstaan
stilgevallen	=	stilvallen
stilgezet	=	stilzetten
stilgezeten	=	stilzitten
stilgezette	=	stilzetten
stilgezwegen	=	stilzwijgen
stilhang	=	stilhangen
stilhangen	verb	op dezelfde plaats blijven hangen zonder bewegen
stilhangend	=	stilhangen
stilhangende	=	stilhangen
stilhangt	=	stilhangen
stilheid	noun	de stilte, de rust, de kalmte
stilhield	=	stilhouden
stilhielden	=	stilhouden
stilhing	=	stilhangen
stilhingen	=	stilhangen
stilhingt	=	stilhangen
stilhou	=	stilhouden
stilhoud	=	stilhouden
stilhoude	=	stilhouden
stilhouden	verb	zich ~ door te zwijgen onopvallend trachten te zijn
stilhoudend	=	stilhouden
stilhoudende	=	stilhouden
stilhoudt	=	stilhouden
stilist	noun	iemand die met een fraaie stijl kan schrijven
stiliste	noun	vrouw die het uiterlijk van iets of iemand fraaier maakt
stilisten	=	stilist
stilistes	=	stiliste
stilistiek	noun	stijlleer
stilistisch	adj	op de vorm betrekking hebbend
stilistische	=	stilistisch
stilistischer	=	stilistisch
stilistischere	=	stilistisch
stilistischers	=	stilistisch
stilistischt	=	stilistisch
stilistischte	=	stilistisch
still	noun	stilstaand beeld uit een video
stillag	=	stilliggen
stillagen	=	stilliggen
stille	=	stil
stilleg	=	stilleggen
stillegde	=	stilleggen
stillegden	=	stilleggen
stillegge	=	stilleggen
stilleggen	verb	stoppen, tot stilstand brengen, buiten werking stellen
stilleggend	=	stilleggen
stilleggende	=	stilleggen
stillegging	noun	het buiten werking stellen, stopzetten of tot stilstand brengen van werkzaamheden, een proces of een machine.
stilleggingen	=	stillegging
stillegginkje	=	stillegging
stillegginkjes	=	stillegging
stillegt	=	stilleggen
stilleken	noun|obsolete	afgezonderde plaats waar men kan plassen en poepen
stillekens	=	stilleken
stillen	verb	doen ophouden, bevredigen
stillend	=	stillen
stillende	=	stillen
stiller	=	stil
stillere	=	stil
stillers	=	stil
stilletje	noun	alleen verkleinwoord zitmeubel met een po
stilletjes	adv	in stilte, in het geheim
stilleven	noun	is een artistieke compositie (schilderij, tekening, foto) van roerloze of levenloze objecten, die met zorg zijn belicht
stillevens	=	stilleven
stilleventje	=	stilleven
stilleventjes	=	stilleven
stillezen	noun	lezen van een tekst zonder deze uit te spreken; in stilte lezen
stillig	=	stilliggen
stilligge	=	stilliggen
stilliggen	verb	in liggende houding niet meer bewegen
stilliggend	=	stilliggen
stilliggende	=	stilliggen
stilligschade	noun	schade die ontstaat door het buiten bedrijf zijn
stilligschaden	=	stilligschade
stilligschades	=	stilligschade
stilligschadetje	=	stilligschade
stilligschadetjes	=	stilligschade
stilligt	=	stilliggen
stilling	noun	het iets of iemand tot rust brengen
stillingen	=	stilling
stills	=	still
stils	=	stil
stilst	=	stil
stilsta	=	stilstaan
stilstaan	verb	niet in beweging zijn
stilstaand	=	stilstaan
stilstaanverbod	noun	verbod om stil te staan of te parkeren aan de kant van de weg waar het bord (E02, een blauw bord met een rood kruis) staat, dus zelfs niet kort om iemand in- of uit te laten stappen of iets in- of uit te laden; het is een strenger verbod dan een 'parkeerverbod' (E01, met een rode streep) waarbij stilstaan soms nog wel mag.
stilstaanverboden	=	stilstaanverbod
stilstaanverbodje	=	stilstaanverbod
stilstaanverbodjes	=	stilstaanverbod
stilstaat	=	stilstaan
stilstand	noun	bewegingloosheid
stilstanden	=	stilstand
stilstandje	=	stilstand
stilstandjes	=	stilstand
stilste	=	stil
stilstond	=	stilstaan
stilstonde	=	stilstaan
stilstonden	=	stilstaan
stilstondt	=	stilstaan
stilt	=	stillen
stilte	noun	het ontbreken van geluid
stiltecoupeetje	=	stiltecoupé
stiltecoupeetjes	=	stiltecoupé
stiltecoupé	noun	een treincoupé waar men stil moet zijn.
stiltecoupés	=	stiltecoupé
stiltegebied	noun	een natuurgebied waar men geen lawaai mag maken
stiltegebieden	=	stiltegebied
stiltegebiedje	=	stiltegebied
stiltegebiedjes	=	stiltegebied
stilten	=	stilte
stiltes	=	stilte
stiltetje	=	stilte
stiltetjes	=	stilte
stilteweek	noun	een week die men zwijgend in stilte doorbrengt
stilteweekje	=	stilteweek
stilteweekjes	=	stilteweek
stilteweken	=	stilteweek
stiltezone	noun	ruimte of gebied waar het stil behoort te zijn
stiltezones	=	stiltezone
stilton	noun	Britse blauwschimmelkaas
stiltons	=	stilton
stilval	=	stilvallen
stilvalle	=	stilvallen
stilvallen	verb	niet langer van zich laten horen
stilvallend	=	stilvallen
stilvallende	=	stilvallen
stilvalt	=	stilvallen
stilviel	=	stilvallen
stilviele	=	stilvallen
stilvielen	=	stilvallen
stilvielt	=	stilvallen
stilzat	=	stilzitten
stilzaten	=	stilzitten
stilzet	=	stilzetten
stilzette	=	stilzetten
stilzetten	verb	iets geheel van zijn snelheid beroven
stilzettend	=	stilzetten
stilzettende	=	stilzetten
stilzit	=	stilzitten
stilzitte	=	stilzitten
stilzitten	verb	letterlijk onbeweeglijk zitten
stilzittend	=	stilzitten
stilzittende	=	stilzitten
stilzweeg	=	stilzwijgen
stilzweegt	=	stilzwijgen
stilzwege	=	stilzwijgen
stilzwegen	=	stilzwijgen
stilzwijg	=	stilzwijgen
stilzwijge	=	stilzwijgen
stilzwijgen	verb	trachten de aandacht niet op iets te laten vallen, moedwillig uit het nieuws houden
stilzwijgend	adj	zonder iets openlijk uitgesproken te hebben
stilzwijgende	=	stilzwijgen
stilzwijgender	=	stilzwijgend
stilzwijgendere	=	stilzwijgend
stilzwijgenders	=	stilzwijgend
stilzwijgendheden	=	stilzwijgendheid
stilzwijgendheid	noun	het niet spreken; het zwijgen; het stil zijn zonder te spreken
stilzwijgends	=	stilzwijgend
stilzwijgendst	=	stilzwijgend
stilzwijgendste	=	stilzwijgend
stilzwijgt	=	stilzwijgen
stimulans	noun	krachtige aanzet
stimulansen	=	stimulans
stimulansje	=	stimulans
stimulansjes	=	stimulans
stimulantia	noun	opwekkende middelen
stimulatie	noun	opwekking, aansporing, prikkel
stimulaties	=	stimulatie
stimulatietje	=	stimulatie
stimulator	noun	iemand die of toestel dat stimuleert
stimulatoren	=	stimulator
stimulators	=	stimulator
stimulatortje	=	stimulator
stimulatortjes	=	stimulator
stimuleer	=	stimuleren
stimuleerde	=	stimuleren
stimuleerden	=	stimuleren
stimuleert	=	stimuleren
stimulere	=	stimuleren
stimuleren	verb	maatregelen nemen om iets te bevorderen
stimulerend	adj	de eigenschap hebbend om iets aan te moedigen of zelfs op te wekken
stimulerende	=	stimulerend
stimulerender	=	stimulerend
stimulerendere	=	stimulerend
stimulerenders	=	stimulerend
stimulerends	=	stimulerend
stimulerendst	=	stimulerend
stimulerendste	=	stimulerend
stimulering	noun	het stimuleren
stimuleringen	=	stimulering
stimuleringsbeleid	noun	overheidsbeleid dat beoogt iets te bevorderen
stimuleringsbudget	noun	hoeveelheid geld die bestemd is om bepaalde activiteiten te starten of te bevorderen
stimuleringsbudgetje	=	stimuleringsbudget
stimuleringsbudgetjes	=	stimuleringsbudget
stimuleringsbudgetten	=	stimuleringsbudget
stimuleringsmaatregel	noun	een prikkel die als doel heeft een bepaalde activiteit te bevorderen
stimuleringsmaatregelen	=	stimuleringsmaatregel
stimuleringsmaatregels	=	stimuleringsmaatregel
stimuleringsonderwijs	noun	onderwijs ten behoeve van kinderen uit milieus met een sociaal-culturele achterstand
stimuleringspakket	noun	een aantaal maatregelen die gericht zijn op het bevorderen van de groei van de economie
stimuleringspakketten	=	stimuleringspakket
stimuleringsscholen	=	stimuleringsschool
stimuleringsschool	noun	school die het onderwijs afstemt op de leef- en denkwereld van kinderen uit milieus met een sociaal-culturele achterstand
stimuleringsschooltje	=	stimuleringsschool
stimuleringsschooltjes	=	stimuleringsschool
stimulerinkje	=	stimulering
stimulerinkjes	=	stimulering
stimuli	=	stimulus
stimulus	noun	een verandering in de uitwendige of inwendige omgeving waarop een organisme reageert
stimulusje	=	stimulus
stinger	noun	vanaf de schouder af te vuren geleide luchtdoelraket
stingerraket	noun	stinger
stingerraketten	=	stingerraket
stingers	=	stinger
stink	=	stinken
stinkappel	noun	Gustavia augusta een altijdgroen boompje dat 6-10 m hoog kan worden.
stinkappels	=	stinkappel
stinkbok	noun	een mannelijke geit met een vieze geur
stinkbokje	=	stinkbok
stinkbokjes	=	stinkbok
stinkbokken	=	stinkbok
stinkbom	noun	bom die bij het springen stank verspreidt
stinkbomen	=	stinkboom
stinkbommen	=	stinkbom
stinkbommetje	=	stinkbom
stinkbommetjes	=	stinkbom
stinkboom	noun	benaming voor planten uit het geslacht Rhamnus, struiken of kleine bomen uit de wegedoornfamilie (Rhamnaceae)
stinkboompje	=	stinkboom
stinkboompjes	=	stinkboom
stinkdas	noun	Mydaus javanensis Mydaus marchei een op Java en de Filipijnen levend stinkdier
stinkdassen	=	stinkdas
stinkdier	noun	bepaald soort zoogdier, Mephitis mephitis, een marterachtige die als verdediging een sterk stinkende stof naar zijn belagers spuit
stinkdieren	noun	Mephitidae een familie uit de orde der roofdieren (Carnivora).
stinkdiertje	=	stinkdier
stinkdiertjes	=	stinkdier
stinkdistel	noun	Eryngium foetidum een plant die wijdverspreid in tropisch Amerika voorkomt, vaak als onkruid op wegbermen of graslanden.
stinkdistels	=	stinkdistel
stinkdisteltje	=	stinkdistel
stinkdisteltjes	=	stinkdistel
stinke	=	stinken
stinken	verb	een onaangename geur hebben
stinkend	adj	een onaangename geur verspreidend
stinkende	=	stinken
stinkender	=	stinkend
stinkendere	=	stinkend
stinkenders	=	stinkend
stinkends	=	stinkend
stinkendst	=	stinkend
stinkendste	=	stinkend
stinker	noun	persoon die stinkt
stinkerd	noun	persoon die stinkt
stinkerdje	=	stinkerd
stinkerdjes	=	stinkerd
stinkerds	=	stinkerd
stinkers	=	stinker
stinkertje	=	stinker
stinkertjes	=	stinker
stinkhout	noun	Ocotea bullata Zuid-Afrikaanse boom waarvan het pas gekapte hout stinkt
stinkjaloers	adj	buitengewoon jaloers
stinkjaloerse	=	stinkjaloers
stinkkaas	noun|informal	sterk ruikende kaas
stinkkaasje	=	stinkkaas
stinkkaasjes	=	stinkkaas
stinkkazen	=	stinkkaas
stinkmycena	noun	Mycena leptocephala een paddenstoel uit het geslacht Mycena.
stinkmycena's	=	stinkmycena
stinkmycenaatje	=	stinkmycena
stinkmycenaatjes	=	stinkmycena
stinkneus	noun	een aandoening die ontstaat bij een atrofische rinitis (een aanhoudende chronische infectie van het slijmvlies van de neus)
stinkotter	noun	bepaald soort zoogdier Mustela putorius, kleine behendige marterachtige die als afweer een sterke stank kan verspreiden
stinkotters	=	stinkotter
stinkparasolzwam	noun	Lepiota cristata een is potentieel giftige paddenstoel uit de familie Agaricaceae.
stinkparasolzwammen	=	stinkparasolzwam
stinkparasolzwammetje	=	stinkparasolzwam
stinkparasolzwammetjes	=	stinkparasolzwam
stinkpoel	noun	plas water met rottend afval
stinkpoelen	=	stinkpoel
stinkpoeltje	=	stinkpoel
stinkpoeltjes	=	stinkpoel
stinkstad	noun	een smerige stad
stinkstadje	=	stinkstad
stinkstadjes	=	stinkstad
stinksteden	=	stinkstad
stinkstok	noun	sigaar
stinkstokje	=	stinkstok
stinkstokjes	=	stinkstok
stinkstokken	=	stinkstok
stinkt	=	stinken
stinkvervelend	adj|informal	heel erg irritant
stinkvervelende	=	stinkvervelend
stinkvervelends	=	stinkvervelend
stinkvogel	noun	bepaald soort vogel Opisthocomus hoazin uit de familie Opisthocomidae
stinkvogels	=	stinkvogel
stinkvrucht	noun	Durio zibethinus De eivormige of afgeronde vrucht is 15-30 cm lang en tot 8 kg zwaar.
stinkvruchten	=	stinkvrucht
stinkzwam	noun	benaming voor paddenstoelen die een onaangename geur verspreiden uit de familie Phallaceae
stinkzwammen	noun	een familie Phallaceae van schimmels.
stinkzwammetje	=	stinkzwam
stinkzwammetjes	=	stinkzwam
stins	noun	versterkte Friese adellijke woning, burcht
stinsen	=	stins
stinsenplant	noun	benaming voor planten die in een regio alleen voorkomen op oude landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen, voormalige stadswallen en dergelijke, en hun natuurlijke verspreidingsgebied eigenlijk veelal veel zuidelijker hebben
stinsenplanten	=	stinsenplant
stinsenplantje	=	stinsenplant
stinsenplantjes	=	stinsenplant
stinsenvegetatie	noun	kenmerkende vegetatie die in een regio alleen voorkomt op oude landgoederen, boerenhoven, pastorietuinen, voormalige stadswallen en dergelijke, en hun natuurlijke verspreidingsgebied eigenlijk veelal veel zuidelijker hebben
stinsenvegetaties	=	stinsenvegetatie
stint	noun	elektrisch aangedreven karretje met een rechtop staande bestuurder en een bak waarin tot 10 jonge kinderen vervoerd kunnen worden
stints	=	stint
stinzen	=	stins
stinzenkorst	noun	Anisomeridium biforme een korstmossoort uit de familie Monoblastiaceae.
stinzenkorsten	=	stinzenkorst
stinzenkorstje	=	stinzenkorst
stinzenkorstjes	=	stinzenkorst
stip	noun	puntvormig of rond merkteken
stipblaaskaakje	noun	Myopa testacea een vliegensoort uit de familie van de blaaskopvliegen (Conopidae).
stipblaaskaakjes	=	stipblaaskaakje
stipendia	=	stipendium
stipendium	noun	een bepaalde hoeveelheid geld die wordt uitgekeerd aan bijv. een student, kunstenaar, wetenschapper of sporter, zodat deze zich verder kan ontwikkelen
stipendiums	=	stipendium
stipfopwesp	noun	Chrysotoxum festivum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
stipfopwespen	=	stipfopwesp
stipfopwespje	=	stipfopwesp
stipfopwespjes	=	stipfopwesp
stipgoudoogdaas	noun	Chrysops viduatus een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
stipgoudoogdaasje	=	stipgoudoogdaas
stipgoudoogdaasjes	=	stipgoudoogdaas
stipgoudoogdazen	=	stipgoudoogdaas
stipje	=	stip
stipjes	=	stip
stipjesbladroller	noun	Lozotaeniodes formosana een nachtvlinder uit de familie van de bladrollers.
stipjesbladrollers	=	stipjesbladroller
stipjesbladrollertje	=	stipjesbladroller
stipjesbladrollertjes	=	stipjesbladroller
stipjespalpmot	noun	Pseudotelphusa paripunctella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
stipjespalpmotje	=	stipjespalpmot
stipjespalpmotjes	=	stipjespalpmot
stipjespalpmotten	=	stipjespalpmot
stipjesrog	noun	Raja polystigma een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
stipjesroggen	=	stipjesrog
stipjesroggetje	=	stipjesrog
stipjesroggetjes	=	stipjesrog
stipjesrogje	=	stipjesrog
stipjesrogjes	=	stipjesrog
stipmaskerbij	noun	Hylaeus styriacus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
stipmaskerbijen	=	stipmaskerbij
stipmaskerbijtje	=	stipmaskerbij
stipmaskerbijtjes	=	stipmaskerbij
stippe	=	stippen
stippel	noun	klein puntvormig of rond merkteken
stippelamarant	noun	Lagonosticta rufopicta een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
stippelamaranten	=	stippelamarant
stippelamarantje	=	stippelamarant
stippelamarantjes	=	stippelamarant
stippelborsttandkwartel	noun	Odontophorus stellatus een vogel uit de familie Odontophoridae.
stippelborsttandkwartels	=	stippelborsttandkwartel
stippelborsttandkwarteltje	=	stippelborsttandkwartel
stippelborsttandkwarteltjes	=	stippelborsttandkwartel
stippelbronzemannetje	noun	Mayrimunia leucosticta een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
stippelbronzemannetjes	=	stippelbronzemannetje
stippelde	=	stippelen
stippelden	=	stippelen
stippele	=	stippelen
stippeleend	noun	Stictonetta naevosa een vogel uit de familie van de eendachtigen.
stippeleenden	=	stippeleend
stippeleendje	=	stippeleend
stippeleendjes	=	stippeleend
stippelelfje	noun	Epistrophella euchroma een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
stippelelfjes	=	stippelelfje
stippelen	verb	van een reeks punten of vlekken voorzien
stippelend	=	stippelen
stippelende	=	stippelen
stippelganzenvoet	noun	Chenopodium ficifolium een eenjarige plant die behoort tot de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
stippelganzenvoeten	=	stippelganzenvoet
stippelganzenvoetje	=	stippelganzenvoet
stippelganzenvoetjes	=	stippelganzenvoet
stippelkorst	noun	een geslacht Verrucaria van paddenstoelen uit de familie Verrucariaceae van de ascomyceten.
stippelkorsten	=	stippelkorst
stippelkorstje	=	stippelkorst
stippelkorstjes	=	stippelkorst
stippellijn	noun	Een lijn, weergegeven door stippen met min of meer regelmatige onderlinge afstand, tittellijn
stippellijn-tandhoren	noun	Boonea bisuturalis een slakkensoort uit de familie van de Pyramidellidae.
stippellijn-tandhorens	=	stippellijn-tandhoren
stippellijn-tandhorentje	=	stippellijn-tandhoren
stippellijn-tandhorentjes	=	stippellijn-tandhoren
stippellijnen	=	stippellijn
stippellijntje	=	stippellijn
stippellijntjes	=	stippellijn
stippelmot	noun	vlinder uit de familie Yponomeutidae van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea
stippelmotje	=	stippelmot
stippelmotjes	=	stippelmot
stippelmotten	noun	Yponomeutidae een familie van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea
stippelorchis	noun	Orchis provincialis een Europese orchidee.
stippelorchisje	=	stippelorchis
stippelorchisjes	=	stippelorchis
stippelorchissen	=	stippelorchis
stippelrietboorder	noun	Protarchanara brevilinea een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
stippelrietboorders	=	stippelrietboorder
stippelrietboordertje	=	stippelrietboorder
stippelrietboordertjes	=	stippelrietboorder
stippels	=	stippel
stippelschelp	noun	Lepton squamosum een tweekleppigensoort uit de familie van de Lasaeidae.
stippelschelpen	=	stippelschelp
stippelschelpje	=	stippelschelp
stippelschelpjes	=	stippelschelp
stippelschoorsteentje	noun	Anthostomella punctulata een schimmel behorend tot de familie Xylariaceae.
stippelschoorsteentjes	=	stippelschoorsteentje
stippelsnuituil	noun	Macrochilo cribrumalis een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
stippelsnuituilen	=	stippelsnuituil
stippelsnuituiltje	=	stippelsnuituil
stippelsnuituiltjes	=	stippelsnuituil
stippelspecht	noun	Campethera punctuligera een vogel uit het geslacht Campethera van de familie spechten (Picidae).
stippelspechten	=	stippelspecht
stippelspechtje	=	stippelspecht
stippelspechtjes	=	stippelspecht
stippelsprietspin	noun	Tibellus maritimus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de renspinnen (Philodromidae)
stippelsprietspinnen	=	stippelsprietspin
stippelsprietspinnetje	=	stippelsprietspin
stippelsprietspinnetjes	=	stippelsprietspin
stippelt	=	stippelen
stippeltje	=	stippel
stippeltjes	=	stippel
stippeltjeswier	noun	Nitophyllum stellato-corticatum een roodwier uit de klasse Florideophyceae.
stippeltjeswieren	=	stippeltjeswier
stippeltjeswiertje	=	stippeltjeswier
stippeltjeswiertjes	=	stippeltjeswier
stippelvaren	noun	Oreopteris limbosperma een kosmopolitische varen uit de moerasvarenfamilie (Thelypteridaceae).
stippelvarens	=	stippelvaren
stippelvarentje	=	stippelvaren
stippelvarentjes	=	stippelvaren
stippelzegge	noun	Carex punctata een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
stippelzeggen	=	stippelzegge
stippelzeggetje	=	stippelzegge
stippelzeggetjes	=	stippelzegge
stippen	verb	voorzien van puntvormiɡe markerinɡen of versierinɡen
stippend	=	stippen
stippende	=	stippen
stippentangare	noun	Ixothraupis varia een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
stippentangaren	=	stippentangare
stippentangaretje	=	stippentangare
stippentangaretjes	=	stippentangare
stipspanner	noun	bepaald soort nachtvlinder uit de familie spanners (Geometridae)
stipspanners	=	stipspanner
stipspannertje	=	stipspanner
stipspannertjes	=	stipspanner
stipt	adj	precies op tijd komend	adv	met grote precisie
stipte	=	stipt
stiptelijk	adj	zonder enige afwijking
stiptelijke	=	stiptelijk
stiptelijker	=	stiptelijk
stiptelijkere	=	stiptelijk
stiptelijkers	=	stiptelijk
stiptelijks	=	stiptelijk
stiptelijkst	=	stiptelijk
stiptelijkste	=	stiptelijk
stipten	=	stippen
stipter	=	stipt
stiptere	=	stipt
stipters	=	stipt
stiptheid	noun	de eigenschap om afspraken nauwgezet na te komen
stiptheidsactie	noun	een vorm van actievoering waarbij de mogelijkheden die voorschriften en regels bieden maximaal worden ingezet om de zaak te vertragen
stiptheidsacties	=	stiptheidsactie
stiptheidsactietje	=	stiptheidsactie
stiptheidsactietjes	=	stiptheidsactie
stiptijger	noun	Nephrotoma aculeata een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
stiptijgers	=	stiptijger
stiptijgertje	=	stiptijger
stiptijgertjes	=	stiptijger
stiptijmmot	noun	Pyrausta nigrata een vlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae).
stiptijmmotje	=	stiptijmmot
stiptijmmotjes	=	stiptijmmot
stiptijmmotten	=	stiptijmmot
stipts	=	stipt
stiptst	=	stipt
stiptste	=	stipt
stipulatie	noun	het stipuleren
stipulaties	=	stipulatie
stipulatietje	=	stipulatie
stipuleer	=	stipuleren
stipuleerde	=	stipuleren
stipuleerden	=	stipuleren
stipuleeren	=	stipuleren
stipuleert	=	stipuleren
stipulere	=	stipuleren
stipuleren	verb	als voorwaarde, voorbehoud, beperking of uitbreiding vastleggen (in een contract)
stipulerend	=	stipuleren
stipulerende	=	stipuleren
stipwerk	noun	versiering met een patroon van puntjes
stipwerken	=	stipwerk
stirlingmotor	noun	motor die werkt op basis van verwarming en afkoeling van lucht
stirlingmotoren	=	stirlingmotor
stirlingmotors	=	stirlingmotor
stirlingmotortje	=	stirlingmotor
stirlingmotortjes	=	stirlingmotor
stm	noun	afkorting van Scanning Tunneling Microscope, "Scanning Tunneling Microscoop"
stoa	noun	Griekse filosofische stroming van rond 300 v.Chr
stoa's	=	stoa
stobbe	noun	stronk van een boom
stobbegaffeltandmos	noun	Dicranum flagellare een plant uit de familie Dicranaceae.
stobbegaffeltandmosje	=	stobbegaffeltandmos
stobbegaffeltandmosjes	=	stobbegaffeltandmos
stobbegaffeltandmossen	=	stobbegaffeltandmos
stobben	=	stobbe
stobbes	=	stobbe
stobbetje	=	stobbe
stobbetjes	=	stobbe
stobbezwammetje	noun	bepaald soort kleine oranjebruine eetbare paddenstoel, Kuehneromyces mutabilis (ook de naam Pholiota mutabilis wordt gebruikt)
stobbezwammetjes	=	stobbezwammetje
stobá	noun	Antilaanse stoofschotel met geitenvlees
stobá's	=	stobá
stochastiek	noun	wetenschap van de kansberekening en statistiek
stochastisch	adj	afhankelijk van een bepaalde kans of van het toeval
stochastische	=	stochastisch
stochastischer	=	stochastisch
stochastischere	=	stochastisch
stochastischers	=	stochastisch
stock	noun	dat wat wordt bewaard om pas in de toekomst te gebruiken of te verkopen
stockboek	noun	map waarin men tijdelijke postzegels bewaart totdat men ze opbergt in een postzegelalbum
stockboeken	=	stockboek
stockboekje	=	stockboek
stockboekjes	=	stockboek
stockcar	noun	een raceauto die speciaal gebouwd is voor de Stockcar Formule 1
stockcars	=	stockcar
stockeer	=	stockeren
stockeerde	=	stockeren
stockeerden	=	stockeren
stockeert	=	stockeren
stockere	=	stockeren
stockeren	verb	inslaan en opbergen
stockerend	=	stockeren
stockerende	=	stockeren
stockfoto	noun	foto uit een beeldarchief die men (tegen betaling) mag gebruiken in een eigen publicatie
stockfoto's	=	stockfoto
stockholmer	noun	een inwoner van Stockholm, of iemand afkomstig uit Stockholm
stockholmers	=	stockholmer
stockholms	adj	op Stockholm betrekking hebbend
stockholmse	noun	een vrouwelijke inwoner van Stockholm, of een vrouw afkomstig uit Stockholm
stockholmsen	=	stockholmse
stockholmsyndromen	=	stockholmsyndroom
stockholmsyndroom	noun	verschijnsel dat mensen na verloop van tijd sympathie ontwikkelen voor personen die hen gevangen houden
stockje	=	stock
stockjes	=	stock
stockpicking	noun	een actieve beleggingsstrategie waarbij je zelf specifieke individuele aandelen uitkiest in plaats van te beleggen in de hele markt (zoals via een indexfonds of ETF).
stocks	noun	waardepapieren die gedeeltelijk eigenaarschap van een onderneming bewijzen
stoef	=	stoefen
stoefe	=	stoefen
stoefen	verb	pochen, opscheppen, snoeven, pralen
stoefend	=	stoefen
stoefende	=	stoefen
stoefer	noun	iemand die groot gaat op zichzelf
stoeferke	=	stoefer
stoeferkes	=	stoefer
stoefers	=	stoefer
stoeft	=	stoefen
stoefte	=	stoefen
stoeften	=	stoefen
stoei	=	stoeien
stoeide	=	stoeien
stoeiden	=	stoeien
stoeie	=	stoeien
stoeien	verb	op speelse manier met elkaar vechten.
stoeiend	=	stoeien
stoeiende	=	stoeien
stoeier	noun	iemand die stoeit
stoeierij	noun	ruw spelen; spelende vechtpartij
stoeierijen	=	stoeierij
stoeiers	=	stoeier
stoeiertje	=	stoeier
stoeiertjes	=	stoeier
stoeipakje	noun	speelpakje voor kinderen en baby's
stoeipakjes	=	stoeipakje
stoeipartij	noun	een vriendschappelijke vechtpartij
stoeipartijen	=	stoeipartij
stoeipartijtje	=	stoeipartij
stoeipartijtjes	=	stoeipartij
stoeipoes	noun|informal	appetijtelijke, sexy vrouw van wie sommige mannen denken dat ze ook tot seks bereid is
stoeipoesje	=	stoeipoes
stoeipoesjes	=	stoeipoes
stoeipoezen	=	stoeipoes
stoeit	=	stoeien
stoel	noun	een zitmeubel voor één persoon met een rugleuning
stoelbekleding	noun	de laag materiaal (stof, leer of kunststof) die over de zitting en rugleuning van een stoel is aangebracht ter decoratie, comfort of bescherming.
stoelbekledingen	=	stoelbekleding
stoelbekledinkje	=	stoelbekleding
stoelbekledinkjes	=	stoelbekleding
stoelbrancard	noun	stoel waarin een patiënt zittend vervoerd kan worden en die gemakkelijk voor liggend vervoer kan worden omgebouwd
stoelbrancards	=	stoelbrancard
stoelde	=	stoelen
stoelden	=	stoelen
stoele	=	stoelen
stoeledans	=	stoelendans
stoelen	verb	~ op gebaseerd zijn op
stoelend	=	stoelen
stoelendans	noun	spel waarbij de deelnemers een stoel moeten zien te bemachtigen, waarbij telkens één speler overschiet die dan niet meer meedoet
stoelendansen	=	stoelendans
stoelendansje	=	stoelendans
stoelendansjes	=	stoelendans
stoelende	=	stoelen
stoelenmaker	noun	meubelmaker die gespecialiseerd is in het maken en repareren van stoelen, vaak handmatig
stoelenmakers	=	stoelenmaker
stoelenmakertje	=	stoelenmaker
stoelenmakertjes	=	stoelenmaker
stoelgang	noun	het proces van zich op gezette tijden ontlasten van fecaliën
stoelgangen	=	stoelgang
stoelgangetje	=	stoelgang
stoelgangkaart	noun	een kaart met schaalverdeling om de ontlasting te categoriseren
stoelgangkaarten	=	stoelgangkaart
stoelgangkaartje	=	stoelgangkaart
stoelgangkaartjes	=	stoelgangkaart
stoelgangschaal	noun	een schaalverdeling om de ontlasting te categoriseren
stoelgangschaaltje	=	stoelgangschaal
stoelgangschaaltjes	=	stoelgangschaal
stoelgangschalen	=	stoelgangschaal
stoelleuning	noun	de rugleuning of een van de twee armleuningen van een stoel
stoelleuningen	=	stoelleuning
stoelmassage	noun	massage die wordt gegeven op een speciale, ergonomische stoel
stoelmassages	=	stoelmassage
stoelpoot	noun	de poot van een stoel
stoelpootje	=	stoelpoot
stoelpootjes	=	stoelpoot
stoelpoten	=	stoelpoot
stoelt	=	stoelen
stoeltje	=	stoel
stoeltjes	=	stoel
stoeltjesklok	noun	wandklok waarvan de kast met vier pootjes op het onderstuk rust
stoeltjesklokken	=	stoeltjesklok
stoeltjeslift	noun	een kabelbaan waarin je zittend een hoogte overbrugt
stoeltjesliften	=	stoeltjeslift
stoeltjesliftje	=	stoeltjeslift
stoeltjesliftjes	=	stoeltjeslift
stoelverhoger	noun	een autostoeltje zonder rugleuning dat ervoor zorgt dat kinderen hoger zitten, waardoor de autogordel veilig over het sleutelbeen loopt in plaats van in de hals snijdt
stoelverhogers	=	stoelverhoger
stoelverhogertje	=	stoelverhoger
stoelverhogertjes	=	stoelverhoger
stoelzitting	noun	deel van een stoel waarop de gebruiker kan zitten
stoelzittingen	=	stoelzitting
stoelzittinkje	=	stoelzitting
stoelzittinkjes	=	stoelzitting
stoemelings	adv	zonder iets te zeggen
stoemp	noun	traditioneel gerecht dat wordt bereid uit diverse onderdelen, meestal uit aardappelen en groenten die door elkaar gestampt worden met een stamper
stoempe	=	stoempen
stoempen	verb	louter op kracht sporten
stoempend	=	stoempen
stoempende	=	stoempen
stoemper	noun	iemand (wielrenner) die stoempt
stoempers	=	stoemper
stoempt	=	stoempen
stoempte	=	stoempen
stoempten	=	stoempen
stoep	noun	meestal stenen verhoging bij de ingang van een woning
stoepa	noun	een boeddhistisch bouwwerk dat de relieken van een boeddhistische heilige bevat.
stoepa's	=	stoepa
stoepaatje	=	stoepa
stoepband	noun	hardstenen rand om een stoep
stoepbanden	=	stoepband
stoepen	=	stoep
stoephoer	noun	tippelaarster
stoephoeren	=	stoephoer
stoephoertje	=	stoephoer
stoephoertjes	=	stoephoer
stoepje	=	stoep
stoepjes	=	stoep
stoepkrijt	noun	krijt voor kinderen om op de stoep tekeningen mee te maken
stoepkrijtkunst	noun	het met stoepkrijt maken van kunstwerken, meestal aangebracht op de stoep of op straat
stoeppaal	noun	een paal die (in vroeger tijden) werd gebruikt om het deel van de stoep, dat in particulier bezit was, af te scheiden van het openbare gedeelte
stoeppaaltje	=	stoeppaal
stoeppaaltjes	=	stoeppaal
stoeppalen	=	stoeppaal
stoeprand	noun	een element dat de scheiding verzorgt tussen een rijbaan en het meestal hoger gelegen trottoir
stoepranden	=	stoeprand
stoeprandje	=	stoeprand
stoeprandjes	=	stoeprand
stoeprandvingermos	noun	Physcia caesia een korstmos uit de familie Physciaceae.
stoeprandvingermosje	=	stoeprandvingermos
stoeprandvingermosjes	=	stoeprandvingermos
stoeprandvingermossen	=	stoeprandvingermos
stoeproken	verb	in de buitenlucht tabak roken omdat het binnenshuis verboden is
stoeprokende	=	stoeproken
stoeptaks	noun	de belasting die betaald wordt voor het gebruik van de stoep, bijvoorbeeld bij het plaatsen van een container
stoeptaksen	=	stoeptaks
stoeptaksje	=	stoeptaks
stoeptaksjes	=	stoeptaks
stoeptegel	noun	een platte steen waarmee een stoep bestraat wordt
stoeptegels	=	stoeptegel
stoeptegeltje	=	stoeptegel
stoeptegeltjes	=	stoeptegel
stoepzitverbod	noun	verbod om met een stoel op de stoep te gaan zitten omdat men voetgangers (met kinderwagens) zou hinderen
stoepzitverboden	=	stoepzitverbod
stoepzitverbodje	=	stoepzitverbod
stoepzitverbodjes	=	stoepzitverbod
stoepzuiger	noun	reinigingsapparaat met hogedrukwaterspuit en zuigmond voor stoepen
stoepzuigers	=	stoepzuiger
stoepzuigertje	=	stoepzuiger
stoepzuigertjes	=	stoepzuiger
stoer	adj	indruk makend
stoerder	=	stoer
stoerdere	=	stoer
stoerders	=	stoer
stoerdoenerij	noun	gedrag dat als doel heeft anderen te imponeren
stoerdoenerijen	=	stoerdoenerij
stoere	=	stoer
stoerheden	=	stoerheid
stoerheid	noun	het sterk, fors, flink en moedig zijn
stoers	=	stoer
stoerst	=	stoer
stoerste	=	stoer
stoet	noun	groep mensen of dieren die in een lange rij in een bepaalde richting verplaatsen
stoetel	noun	onhandig, dom persoon
stoetels	=	stoetel
stoeteltje	=	stoetel
stoeteltjes	=	stoetel
stoeten	=	stoet
stoeterij	noun	het bedrijfsmatig telen van paarden
stoeterijen	=	stoeterij
stoeterijtje	=	stoeterij
stoeterijtjes	=	stoeterij
stoethaspel	noun	een onhandig en/of lomp persoon die veel brokken maakt
stoethaspels	=	stoethaspel
stoethaspeltje	=	stoethaspel
stoetje	=	stoet
stoetjes	=	stoet
stof	noun	materiaal, chemische verbinding
stofafzuiging	noun	het proces en de techniek waarbij stofdeeltjes, dampen en aerosols direct bij de bron of uit de omgevingslucht worden verwijderd.
stofafzuigingen	=	stofafzuiging
stofafzuiginkje	=	stofafzuiging
stofafzuiginkjes	=	stofafzuiging
stofbad	noun	het jezelf bedekken met droog fijn zand of aarde met als doel ongedierte te verwijderen
stofbaden	=	stofbad
stofblik	noun	voorwerp waarop men vuil kan vegen
stofblikje	=	stofblik
stofblikjes	=	stofblik
stofblikken	=	stofblik
stofbril	noun	een bril die de ogen tegen stof en splinters beschermt
stofbrillen	=	stofbril
stofbrilletje	=	stofbril
stofbrilletjes	=	stofbril
stofdeeltje	noun	deeltje stof, stofje
stofdeeltjes	=	stofdeeltje
stofdicht	adj	geen stof doorlatend
stofdichte	=	stofdicht
stofdichter	=	stofdicht
stofdichtere	=	stofdicht
stofdichters	=	stofdicht
stofdichts	=	stofdicht
stofdichtst	=	stofdicht
stofdichtste	=	stofdicht
stofdoek	noun	textielen doek gebruikt om huisstof af te nemen
stofdoeken	=	stofdoek
stofdoekje	=	stofdoek
stofdoekjes	=	stofdoek
stofdorpel	noun	een vlakke houten onderdorpel bij een binnenkozijn
stofdorpels	=	stofdorpel
stofdorpeltje	=	stofdorpel
stofdorpeltjes	=	stofdorpel
stofduivel	noun	kleine wervelwind waarbij stof en zand in een spiralende luchtstroom wordt gebracht
stofduivels	=	stofduivel
stofduiveltje	=	stofduivel
stofduiveltjes	=	stofduivel
stoffage	noun	aankleding, inrichting
stoffages	=	stoffage
stoffe	=	stoffen
stoffeer	=	stofferen
stoffeerde	=	stofferen
stoffeerden	=	stofferen
stoffeerder	noun	iemand die meubelen van een stoffen bekleding voorziet
stoffeerderij	noun	bedrijf waar men meubelen voorziet van een stoffen bekleding
stoffeerderijen	=	stoffeerderij
stoffeerders	=	stoffeerder
stoffeerdertje	=	stoffeerder
stoffeert	=	stofferen
stoffel	noun	dom, sloom, suffig, lijzig persoon
stoffelijk	adj	tot de materie behorend of eruit bestaand, materieel
stoffelijke	=	stoffelijk
stoffelijker	=	stoffelijk
stoffelijkere	=	stoffelijk
stoffelijkers	=	stoffelijk
stoffelijks	=	stoffelijk
stoffelijkst	=	stoffelijk
stoffelijkste	=	stoffelijk
stoffeloos	adj	niet van materie gemaakt
stoffeloost	=	stoffeloos
stoffelooste	=	stoffeloos
stoffeloze	=	stoffeloos
stoffelozer	=	stoffeloos
stoffelozere	=	stoffeloos
stoffelozers	=	stoffeloos
stoffels	=	stoffel
stoffeltje	=	stoffel
stoffeltjes	=	stoffel
stoffen	adj	van stof, textiel gemaakt
stoffend	=	stoffen
stoffende	=	stoffen
stoffer	noun	zachte borstel met handgreep die ervoor dient om stof te verwijderen
stoffere	=	stofferen
stofferen	verb	de bekleding van een voorwerp met textiel, eventueel met een veerkrachtige vulling eronder
stofferend	=	stofferen
stofferende	=	stofferen
stofferig	adj	van een plaats dat deze niet is schoongemaakt zodat er veel stof en vuil ligt
stofferige	=	stofferig
stofferiger	=	stofferig
stofferigere	=	stofferig
stofferigers	=	stofferig
stofferigs	=	stofferig
stofferigst	=	stofferig
stofferigste	=	stofferig
stoffering	noun	de bekleding van een voorwerp met textiel, eventueel met een veerkrachtige vulling eronder
stofferingen	=	stoffering
stoffers	=	stoffer
stoffertje	=	stoffer
stoffertjes	=	stoffer
stoffig	adj	bedekt of doortrokken met fijverdeeld materiaal
stoffige	=	stoffig
stoffiger	=	stoffig
stoffigere	=	stoffig
stoffigers	=	stoffig
stoffigs	=	stoffig
stoffigst	=	stoffig
stoffigste	=	stoffig
stofglimschoteltje	noun	Lecania erysibe een korstmossoort uit het geslacht Lecania.
stofglimschoteltjes	=	stofglimschoteltje
stofgoud	noun	goud dat in heel kleine deeltjes verdeeld is
stofgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7037 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7037 ( ).
stofgrijze	=	stofgrijs
stofhagel	noun	zeer fijne hagel
stofhoes	noun	bescherming tegen het stof die om een voorwerp wordt aangebrach
stofhoesje	=	stofhoes
stofhoesjes	=	stofhoes
stofhoeveelheden	=	stofhoeveelheid
stofhoeveelheid	noun	De hoeveelheid van een stof
stofhoeveelheidje	=	stofhoeveelheid
stofhoeveelheidjes	=	stofhoeveelheid
stofhoezen	=	stofhoes
stofhoos	noun	kleine wervelwind waarbij stof en zand in een spiralende luchtstroom wordt gebracht
stofhoosje	=	stofhoos
stofhoosjes	=	stofhoos
stofhozen	=	stofhoos
stofjas	noun	een dunne as die je over je dagelijkse kleren heen draagt om te zorgen dat de kleren niet vuil worden en niet beschadigd worden
stofjasje	=	stofjas
stofjasjes	=	stofjas
stofjassen	=	stofjas
stofje	=	stof
stofjes	=	stof
stofkam	noun	een hele fijne kam die men gebruikt om ongerechtigheden te verwijderen
stofkammen	=	stofkam
stofkammetje	=	stofkam
stofkammetjes	=	stofkam
stofkap	noun	een deksel die beschermt tegen stof
stofkapje	=	stofkap
stofkapjes	=	stofkap
stofkappen	=	stofkap
stoflaag	noun	laag van neergedwarreld droog stof, vaak als teken dat iets lange tijd niet gebruikt is
stoflaagje	=	stoflaag
stoflaagjes	=	stoflaag
stoflagen	=	stoflaag
stoflaken	noun	doek die meubels die langdurig niet gebruikt worden, beschermt tegen vuil worden
stoflakens	=	stoflaken
stoflakentje	=	stoflaken
stoflakentjes	=	stoflaken
stoflong	noun	ziekte ontstaan door het inademen kwartsstof door o.a. mijnwerkers
stoflongen	=	stoflong
stoflongetje	=	stoflong
stofloos	adj	zonder stof te veroozaken
stofloost	=	stofloos
stoflooste	=	stofloos
stofloze	=	stofloos
stoflozer	=	stofloos
stoflozere	=	stofloos
stoflozers	=	stofloos
stofluis	noun	benaming voor geleedpotigen uit de orde Psocoptera Ze zijn niet verwant aan andere 'luizen' zoals de bijtende luizen (of vachtluizen), zuigende luizen (schaamluis, hoofdluis en de gevreesde kleerluis) en de bekende bladluizen.
stofluisje	=	stofluis
stofluisjes	=	stofluis
stofluizen	noun	orde Psocoptera, een oude en primitieve groep die stamt uit het Perm, zo'n 295 tot 248 miljoen jaar geleden en niet nauw verwant is aan andere 'luizen' zoals de bijtende luizen (of vachtluizen), zuigende luizen (schaamluis, hoofdluis en de gevreesde kleerluis) en de bekende bladluizen
stofnaam	noun	de naam van een bepaalde chemische stof of mengsel van stoffen zonder aan te geven wat de vorm of de hoeveelheid is
stofnamen	=	stofnaam
stofnest	noun	een plaats waar zich veel stof kan ophopen of heeft opgehoopt
stofnesten	=	stofnest
stofoorzaak	noun	de stof waaruit een voorwerp ontstaan is en die zich in dit voorwerp bevindt
stofoorzaakje	=	stofoorzaak
stofoorzaakjes	=	stofoorzaak
stofoorzaken	=	stofoorzaak
stofregen	noun	een verzamelnaam voor uit de atmosfeer neerdwarrelend stof
stofregens	=	stofregen
stofregentje	=	stofregen
stofregentjes	=	stofregen
stofstorm	noun	een meteorologisch fenomeen dat ontstaat in droge en semi-aride gebieden.
stofstormen	=	stofstorm
stofstormpje	=	stofstorm
stofstormpjes	=	stofstorm
stoft	=	stoffen
stofte	=	stoffen
stoften	=	stoffen
stofuitdrukking	noun	een term uit de beeldende kunst die verwijst naar de manier waarop een kunstenaar de textuur en structuur van een materiaal afbeeldt.
stofuitdrukkingen	=	stofuitdrukking
stofuitdrukkinkje	=	stofuitdrukking
stofuitdrukkinkjes	=	stofuitdrukking
stofvod	noun	stofdoek
stofvodden	=	stofvod
stofvodje	=	stofvod
stofvodjes	=	stofvod
stofvormig	adj	vorm van een stof hebbend
stofvormige	=	stofvormig
stofvormiger	=	stofvormig
stofvormigere	=	stofvormig
stofvormigers	=	stofvormig
stofvormigs	=	stofvormig
stofvormigst	=	stofvormig
stofvormigste	=	stofvormig
stofvrij	adj	vrij van stof, zonder stof
stofvrije	=	stofvrij
stofvrijer	=	stofvrij
stofvrijere	=	stofvrij
stofvrijers	=	stofvrij
stofvrijs	=	stofvrij
stofvrijst	=	stofvrij
stofvrijste	=	stofvrij
stofwisseling	noun	het geheel van chemische processen dat gepaard gaat met het in leven zijn van een wezen
stofwisselingen	=	stofwisseling
stofwisselingetje	=	stofwisseling
stofwisselingetjes	=	stofwisseling
stofwisselingsstoornis	noun	een stoornis in de stofwisseling die vaak berust op verminderde werking of afwezigheid van een bepaald enzym, waardoor een bepaalde fase van de stofwisseling wordt geremd of geblokkeerd
stofwisselingsstoornissen	=	stofwisselingsstoornis
stofwisselingsziekte	noun	ziekte die de stofwisseling betreft
stofwisselingsziekten	=	stofwisselingsziekte
stofwisselingsziektes	=	stofwisselingsziekte
stofwolk	noun	een hoeveelheid opgejaagd stof
stofwolken	=	stofwolk
stofwolkje	=	stofwolk
stofwolkjes	=	stofwolk
stofzaad	noun	bepaald soort kruidachtige, vaste plant, Monotropa hypopitys uit de heidefamilie (Ericaceae)
stofzaadje	=	stofzaad
stofzaadjes	=	stofzaad
stofzaden	=	stofzaad
stofzak	noun	de zak waarin de stofzuiger het stof verzamelt
stofzakken	=	stofzak
stofzuig	=	stofzuigen
stofzuigde	=	stofzuigen
stofzuigden	=	stofzuigen
stofzuige	=	stofzuigen
stofzuigen	verb	verwijderen van stof door het aanleggen van een verlaagde druk met een apparaat
stofzuigend	=	stofzuigen
stofzuigende	=	stofzuigen
stofzuiger	noun	een elektrisch toestel dat stof en kleine deeltjes opzuigt
stofzuigerde	=	stofzuigeren
stofzuigerden	=	stofzuigeren
stofzuigere	=	stofzuigeren
stofzuigeren	verb	ontdoen van fijn verdeeld vuil door het met een elektrisch apparaat weg te zuigen
stofzuigerend	=	stofzuigeren
stofzuigerende	=	stofzuigeren
stofzuigers	=	stofzuiger
stofzuigert	=	stofzuigeren
stofzuigertje	=	stofzuiger
stofzuigertjes	=	stofzuiger
stofzuigt	=	stofzuigen
stoichiometrie	noun	leer van de verhoudingen volgens welke chemische verbindingen met elkaar reageren en de verhoudingen tussen de ontstane producten van een chemische reactie
stoichiometrieën	=	stoichiometrie
stok	noun	langwerpig voorwerp om te stoten, slaan, aanraken, aangeven , steken, te likken of te prikken
stokanker	noun	scheepsanker met een dwarsstok aan het eind van de schacht
stokankers	=	stokanker
stokankertje	=	stokanker
stokankertjes	=	stokanker
stokblind	adj	helemaal blind; volkomen blind
stokblinde	=	stokblind
stokblinds	=	stokblind
stokbroden	=	stokbrood
stokbrood	noun	lang smal brood met knapperige korst
stokbroodbakker	noun	bakker die stokbrood maakt
stokbroodbakkers	=	stokbroodbakker
stokbroodbakkertje	=	stokbroodbakker
stokbroodbakkertjes	=	stokbroodbakker
stokbroodje	=	stokbrood
stokbroodjes	=	stokbrood
stokdode	=	stokdood
stokdood	adj	helemaal levenloos
stokdoods	=	stokdood
stokdoof	adj	heel erg slecht kunnen horen
stokdoofs	=	stokdoof
stokdove	=	stokdoof
stokdweil	noun	bezemsteel met daaraan repen dweil gebonden
stokdweilen	=	stokdweil
stokdweiltje	=	stokdweil
stokdweiltjes	=	stokdweil
stoke	=	stoken
stokebrand	noun	iemand die als een vuur de gemoederen of onrust aanwakkert
stokebranden	=	stokebrand
stokebrandje	=	stokebrand
stokebrandjes	=	stokebrand
stoken	verb	brandstof aan het vuur toevoegen
stokend	=	stoken
stokende	=	stoken
stoker	noun	iemand die het onderhouden van een vuur als beroep heeft
stokerij	noun	een bedrijf waar gedestilleerde alcoholische dranken bereid worden
stokerijen	=	stokerij
stokerijtje	=	stokerij
stokerijtjes	=	stokerij
stokers	=	stoker
stokertje	=	stoker
stokertjes	=	stoker
stokfiguren	=	stokfiguur
stokfiguur	noun	een basale tekening die bestaat uit lijnen en een of meer cirkels, vaak gebaseerd op de vorm van een mens of dier
stokfiguurtje	=	stokfiguur
stokfiguurtjes	=	stokfiguur
stokgoed	noun	erfgoed
stokgoederen	=	stokgoed
stokgoedje	=	stokgoed
stokgoedjes	=	stokgoed
stokje	=	stok
stokjes	=	stok
stokke	=	stokken
stokken	verb	blijven hangen, blijven steken
stokkend	=	stokken
stokkende	=	stokken
stokkerig	adj	lijkend op een dunne stok
stokkerige	=	stokkerig
stokkeriger	=	stokkerig
stokkerigere	=	stokkerig
stokkerigers	=	stokkerig
stokkerigs	=	stokkerig
stokkerigst	=	stokkerig
stokkerigste	=	stokkerig
stoklieden	=	stokman
stoklui	=	stokman
stokmaat	noun	de hoogte van de schoft vanaf de grond, als het dier staat
stokman	noun	sterk versimpelde afbeelding van een mens waarbij de ledematen als lijntjes worden weergegeven
stokmannen	=	stokman
stokmannetje	=	stokman
stokmannetjes	=	stokman
stokmaten	=	stokmaat
stokoud	adj	heel erg oud
stokoude	=	stokoud
stokouder	=	stokoud
stokoudere	=	stokoud
stokouders	=	stokoud
stokouds	=	stokoud
stokoudst	=	stokoud
stokoudste	=	stokoud
stokpaard	noun	een stuk speelgoed bestaande uit een meestal houten paardenhoofd aan een stok waarmee kinderen paardje konden rijden
stokpaarden	=	stokpaard
stokpaardje	=	stokpaard
stokpaardjes	=	stokpaard
stokpop	noun	op stokjes bevestigde pop
stokpoppen	=	stokpop
stokpoppetje	=	stokpop
stokpoppetjes	=	stokpop
stokregel	noun	een zin of zinsnede die men steeds herhaalt in een tekst of toespraak
stokregels	=	stokregel
stokroos	noun	bepaald soort tweejarige plant met lange, houtachtige stengel en roosachtige bloemen, Alcea rosea uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae)
stokroosaardvlo	noun	Podagrica fuscicornis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
stokroosaardvlooien	=	stokroosaardvlo
stokroosaardvlooitje	=	stokroosaardvlo
stokroosaardvlooitjes	=	stokroosaardvlo
stokroosje	=	stokroos
stokroosjes	=	stokroos
stokroossnuitkever	noun	Rhopalapion longirostre een kever die behoort tot de familie van de Apionidae.
stokroossnuitkevers	=	stokroossnuitkever
stokroossnuitkevertje	=	stokroossnuitkever
stokroossnuitkevertjes	=	stokroossnuitkever
stokrozen	=	stokroos
stokschroef	noun	een stalen bevestigingsmiddel dat aan één uiteinde voorzien is van houtschroefdraad en aan het andere uiteinde van metrische schroefdraad
stokschroefje	=	stokschroef
stokschroefjes	=	stokschroef
stokschroeven	=	stokschroef
stokslag	noun	klap met een stok of rotting, in primitieve gezelschappen vaak toegepast als lijfstraf
stokslagen	=	stokslag
stokslagje	=	stokslag
stokstaartje	noun	Suricata suricatta roofdier dat tot de mangoesten behoort.
stokstaartjes	=	stokstaartje
stokstijf	adj	heel erg stijf
stokstijfs	=	stokstijf
stokstijve	=	stokstijf
stokt	=	stokken
stokte	=	stokken
stokten	=	stokken
stokvis	noun	gedroogde kabeljauw of kabeljauwachtige (orde Gadiformes) vis, zoals heek, leng, lom, schelvis en koolvis
stokvisje	=	stokvis
stokvisjes	=	stokvis
stokvissen	=	stokvis
stol	noun	kerstbrood
stola	noun	omslagdoek, brede halsdoek
stola's	=	stola
stolaatje	=	stola
stolaatjes	=	stola
stolde	=	stollen
stolden	=	stollen
stolen	=	stool
stolle	=	stollen
stollen	verb	overgaan van een vloeibare naar een vaste toestand
stollend	=	stollen
stollende	=	stollen
stollens	noun	genitief van stollen
stolletje	=	stol
stolletjes	=	stol
stolling	noun	de faseovergang waarbij een vloeistof overgaat in een vaste stof.
stollingen	=	stolling
stollingsgesteente	noun	gesteente bestaande uit gestolde lava of gestold magma
stollingsgesteenten	=	stollingsgesteente
stollingsgesteentes	=	stollingsgesteente
stollingsprobleem	noun	het probleem dat bij trauma's het bloed zich niet stolt en men blijft bloeden.
stollingsprobleempje	=	stollingsprobleem
stollingsprobleempjes	=	stollingsprobleem
stollingsproblemen	=	stollingsprobleem
stollingsstoornis	noun	een stoornis waarbij de bloedstolling afwijkt van de normale situatie
stollinkje	=	stolling
stollinkjes	=	stolling
stolp	noun	glazen klok die over iets wordt heen gezet
stolpboerderij	noun	Noord-Hollandse boerderij met vierkante vorm en piramidevormig dak
stolpboerderijen	=	stolpboerderij
stolpboerderijtje	=	stolpboerderij
stolpboerderijtjes	=	stolpboerderij
stolpe	=	stolpen
stolpen	verb	met een stolp bedekken
stolpend	=	stolpen
stolpende	=	stolpen
stolperstein	noun	een klein messing gedenkteken dat in het trottoir wordt geplaatst voor het laatste bekende woonadres van een slachtoffer van het nationaalsocialistische regime tijdens de Tweede Wereldoorlog
stolpersteine	=	stolperstein
stolpersteinen	=	stolperstein
stolpje	=	stolp
stolpjes	=	stolp
stolpkraag	noun	hoge Spaanse kraag die door edellieden in de 17de eeuw werd gedragen
stolpkragen	=	stolpkraag
stolpnaad	noun	een naad waarbij twee stofdelen met de goede kant op elkaar worden gestikt, de naad op maat wordt geknipt, waarna de stof over de naad heen wordt gerold en naar binnen gestreken.
stolpnaald	noun	een speciaal gevormde houten of kunststof lat die wordt gebruikt bij openslaande deuren of dubbele ramen ( is een speciaal gevormde houten of kunststof lat die wordt gebruikt bij openslaande deuren of dubbele ramen (zogeheten 'stolpramen' of 'stolpdeuren')
stolpnaalden	=	stolpnaald
stolpnaaldje	=	stolpnaald
stolpnaaldjes	=	stolpnaald
stolpnaden	=	stolpnaad
stolpraam	noun	dubbel draairaam zonder middenstijl zodat er bij het openen van de ramen één grote opening ontstaat
stolpraampje	=	stolpraam
stolpraampjes	=	stolpraam
stolpramen	=	stolpraam
stolpt	=	stolpen
stolpte	=	stolpen
stolpten	=	stolpen
stolpunt	noun	de temperatuur waarbij de vloeistof stolt d.w.z. overgaat in de vaste fase
stolpunten	=	stolpunt
stolpuntje	=	stolpunt
stolpuntjes	=	stolpunt
stolpvormig	adj	vorm van een stolp hebbend
stolpvormige	=	stolpvormig
stolpvormiger	=	stolpvormig
stolpvormigere	=	stolpvormig
stolpvormigers	=	stolpvormig
stolpvormigs	=	stolpvormig
stolpvormigst	=	stolpvormig
stolpvormigste	=	stolpvormig
stolsel	noun	gestolde massa
stolsels	=	stolsel
stolseltje	=	stolsel
stolseltjes	=	stolsel
stolt	=	stollen
stom	adj	geluidloos
stoma	noun	huidmondje, een opening in een blad waar gassen doorheen kunnen
stoma's	=	stoma
stomaatje	=	stoma
stomaatjes	=	stoma
stomachica	=	stomachicum
stomachicum	noun	geneesmiddel dat zich richt op de werking van de maag
stomata	=	stoma
stomatitis	noun	ontsteking van het mondslijmvlies
stomatologen	=	stomatoloog
stomatologie	noun	een medisch specialisme dat zich bezighoudt met heelkundige ingrepen op het kaakbeen en de omgevende weefsels
stomatologisch	adj	met betrekking tot de mondholte
stomatologische	=	stomatologisch
stomatologischer	=	stomatologisch
stomatologischere	=	stomatologisch
stomatologischers	=	stomatologisch
stomatoloog	noun	Belgisch medisch specialist die gespecialiseerd is in aandoeningen van de mond
stomdronken	adj	heel erg dronken (zodanig dat je niet meer goed kunt praten)
stomdronkens	=	stomdronken
stome	=	stomen
stomen	verb	iets ter reiniging en desinfectie met stoom bewerken
stomend	adj	damp producerend
stomende	=	stomen
stomender	=	stomend
stomendere	=	stomend
stomenders	=	stomend
stomends	=	stomend
stomendst	=	stomend
stomendste	=	stomend
stomer	noun	een schip dat wordt voortbewogen door een stoommachines
stomerette	noun	wat kleinere of luxere zaak die kleding reinigt en desinfecteert met stoom of langs chemische weg
stomerettes	=	stomerette
stomerij	noun	een bedrijf dat kleding reinigt en desinfecteert met stoom (of ook langs chemische weg)
stomerijen	=	stomerij
stomerijkosten	noun	geld dat men aan een stomerij moet betalen om kleding schoon te maken
stomerijmedewerker	noun	iemand die werkt in een stomerij
stomerijmedewerkers	=	stomerijmedewerker
stomerijmedewerkertje	=	stomerijmedewerker
stomerijmedewerkertjes	=	stomerijmedewerker
stomerijmedewerkster	noun	vrouwelijk iemand die werkt in een stomerij
stomerijmedewerksters	=	stomerijmedewerkster
stomerijmedewerkstertje	=	stomerijmedewerkster
stomerijmedewerkstertjes	=	stomerijmedewerkster
stomerijtje	=	stomerij
stomerijtjes	=	stomerij
stomers	=	stomer
stomheden	=	stomheid
stomheid	noun	zaken die gebeuren door domheid en/of onoplettendheid
stomkop	noun	een dom of onachtzaam persoon
stomkopje	=	stomkop
stomkopjes	=	stomkop
stomkoppen	=	stomkop
stomme	noun	iemand die niet kan spreken
stommel	noun	blok brandhout, stengel
stommelde	=	stommelen
stommelden	=	stommelen
stommele	=	stommelen
stommelen	verb	door lopen op een gehorige vloer lawaai maken
stommelend	=	stommelen
stommelende	=	stommelen
stommeling	noun	een dom persoon
stommelingen	=	stommeling
stommelingetje	=	stommeling
stommelingetjes	=	stommeling
stommelings	adv	zonder iets te zeggen, zonder openheid
stommels	=	stommel
stommelt	=	stommelen
stommeltje	=	stommel
stommeltjes	=	stommel
stommen	=	stomme
stommer	=	stom
stommerd	noun	Iemand die iets doms doet., een stommeling, sufferd.
stommerdje	=	stommerd
stommerdjes	=	stommerd
stommerds	=	stommerd
stommere	=	stom
stommerik	noun	iemand die ergerlijk stom doet
stommeriken	=	stommerik
stommerikje	=	stommerik
stommerikjes	=	stommerik
stommers	=	stom
stommetje	=	stomme
stommetjes	=	stomme
stommiteit	noun	een bijzonder onverstandige daad
stommiteiten	=	stommiteit
stommiteitje	=	stommiteit
stommiteitjes	=	stommiteit
stomp	noun	een ingekort vormeloos uitsteeksel	adj	iets dat zijn scherpte verloren heeft
stompe	=	stomp
stompen	verb	met de vuist, de elleboog stoten
stompend	=	stompen
stompende	=	stompen
stomper	=	stomp
stompere	=	stomp
stompers	=	stomp
stomphalssnelloper	noun	Agonum dolens een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
stomphalssnellopers	=	stomphalssnelloper
stomphalssnellopertje	=	stomphalssnelloper
stomphalssnellopertjes	=	stomphalssnelloper
stompheden	=	stompheid
stompheid	noun	gevoelloze domheid
stomphoekpalpje	noun	Collinsia distincta een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
stomphoekpalpjes	=	stomphoekpalpje
stompje	=	stomp
stompjes	=	stomp
stomplijfroofvlieg	noun	Antipalus varipes een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
stomplijfroofvliegen	=	stomplijfroofvlieg
stomplijfroofvliegje	=	stomplijfroofvlieg
stomplijfroofvliegjes	=	stomplijfroofvlieg
stompneusaap	noun	zoogdier uit het geslacht Rhinopithecus van de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae)
stompneusaapje	=	stompneusaap
stompneusaapjes	=	stompneusaap
stompneusapen	noun	een geslacht Rhinopithecus uit de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae)
stomps	=	stomp
stompsnuitroofworm	noun	Chaetogaster langi een ringworm uit de familie van de Naididae.
stompsnuitroofwormen	=	stompsnuitroofworm
stompsnuitroofwormpje	=	stompsnuitroofworm
stompsnuitroofwormpjes	=	stompsnuitroofworm
stompsprietslakvlieg	noun	Hydromya dorsalis een vliegensoort uit de familie van de slakkendoders (Sciomyzidae).
stompsprietslakvliegen	=	stompsprietslakvlieg
stompst	=	stomp
stompstaarteekhoorn	noun	Aplodontia rufa knaagdier uit de familie van de stompstaarteekhoorns (Aplodontiidae).
stompstaarteekhoorns	noun	Aplodontiidae een familie van knaagdieren uit de infraorde Protrogomorpha en superfamilie Aplodontioidea.
stompstaarteekhoorntje	=	stompstaarteekhoorn
stompstaarteekhoorntjes	=	stompstaarteekhoorn
stompstaartratten	noun	een geslacht Geocapromys van zoogdieren uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
stompste	=	stomp
stompt	=	stompen
stomptandwespbij	noun	Nomada striata een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
stomptandwespbijen	=	stomptandwespbij
stomptandwespbijtje	=	stomptandwespbij
stomptandwespbijtjes	=	stomptandwespbij
stompte	=	stompen
stompten	=	stompen
stompveermanakin	noun	Machaeropterus deliciosus een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
stompveermanakinnetje	=	stompveermanakin
stompveermanakinnetjes	=	stompveermanakin
stompveermanakins	=	stompveermanakin
stompvlektijger	noun	Nephrotoma cornicina een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
stompvlektijgers	=	stompvlektijger
stompvlektijgertje	=	stompvlektijger
stompvlektijgertjes	=	stompvlektijger
stompvleugelgrasuil	noun	Mythimna impura een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
stompvleugelgrasuilen	=	stompvleugelgrasuil
stompvleugelgrasuiltje	=	stompvleugelgrasuil
stompvleugelgrasuiltjes	=	stompvleugelgrasuil
stompzinnig	adj	dom en niet goed oplettend
stompzinnige	=	stompzinnig
stompzinniger	=	stompzinnig
stompzinnigere	=	stompzinnig
stompzinnigers	=	stompzinnig
stompzinnigheden	=	stompzinnigheid
stompzinnigheid	noun	het heel dom zijn
stompzinnigs	=	stompzinnig
stompzinnigst	=	stompzinnig
stompzinnigste	=	stompzinnig
stoms	=	stom
stomst	=	stom
stomste	=	stom
stomtoevallig	adj	heel toevallig, zo toevallig dat het niet is gebeurd door slim handelen
stomtoevallige	=	stomtoevallig
stomtoevalliger	=	stomtoevallig
stomtoevalligere	=	stomtoevallig
stomtoevalligers	=	stomtoevallig
stomtoevalligs	=	stomtoevallig
stomtoevalligst	=	stomtoevallig
stomtoevalligste	=	stomtoevallig
stomverbaasd	adj	zo verbaasd dat men er het zwijgen toe doet
stomverbaasde	=	stomverbaasd
stomverbaasds	=	stomverbaasd
stomvervelend	adj	heel erg vervelend (saai en/of naar)
stomvervelende	=	stomvervelend
stomvervelends	=	stomvervelend
stomverwonderd	adj	heel erg verbaasd
stomverwonderde	=	stomverwonderd
stomverwonderds	=	stomverwonderd
stomweg	adv	gewoonweg
stond	=	staan
stonde	noun|formal	tijdstip, tijdsgewricht, tijdspanne
stonden	=	staan
stondje	=	staan
stondt	=	staan
stone	noun	Engelse stone, ongeveer 6,35 kg
stoned	adj	sloom en verdoofd door het gebruik van marihuana of hasj
stonede	=	stoned
stoneder	=	stoned
stonedere	=	stoned
stoneders	=	stoned
stoneds	=	stoned
stonedst	=	stoned
stonedste	=	stoned
stones	=	stone
stonfutu	noun	steunpilaar
stonfutu's	=	stonfutu
stonk	=	stinken
stonke	=	stinken
stonken	=	stinken
stonkt	=	stinken
stonkubi	noun	een straalvinnige vissensoort Stellifer microps uit de familie van ombervissen (Sciaenidae).
stonkubi's	=	stonkubi
stoof	noun	toestel waarin een vuur brandt om een ruimte te verwarmen
stoofappel	noun	appel die geschikt is om te stoven
stoofappelen	=	stoofappel
stoofappels	=	stoofappel
stoofappeltje	=	stoofappel
stoofappeltjes	=	stoofappel
stoofde	=	stoven
stoofden	=	stoven
stoofhout	noun	hout om een kachel aan te steken
stoofje	=	stoof
stoofjes	=	stoof
stooflap	noun	een stuk rundvlees dat men zeer lang op een laag vuur laat staan om gaar te laten worden
stooflapje	=	stooflap
stooflapjes	=	stooflap
stooflappen	=	stooflap
stoofpan	noun	pan met een deksel en een dikke bodem geschikt om voedsel (vooral vlee) langzaam gaar te stoven
stoofpannen	=	stoofpan
stoofpannetje	=	stoofpan
stoofpannetjes	=	stoofpan
stoofpeer	noun	Pyrus communis peer die je moet stoven voordat je hem kunt eten
stoofpeertje	=	stoofpeer
stoofpeertjes	=	stoofpeer
stoofperen	=	stoofpeer
stoofpot	noun	stoofschotel, stoofgerecht
stoofpotje	=	stoofpot
stoofpotjes	=	stoofpot
stoofpotten	=	stoofpot
stoofschotel	noun	in één pan bereid gerecht van vlees wat enige tijd moet stoven (sudderen) met wat andere zaken
stoofschotels	=	stoofschotel
stoofschoteltje	=	stoofschotel
stoofschoteltjes	=	stoofschotel
stooft	=	stoven
stoofvlees	noun	vlees dat door (zeer) langdurig stoven (zeer) mals is geworden
stook	=	stoken
stookalert	noun	waarschuwing bij bepaalde weersomstandigheden dat het stoken van hout extra veel hinder kan opleveren
stookalertje	=	stookalert
stookalertjes	=	stookalert
stookalerts	=	stookalert
stookgaatje	=	stookgat
stookgaatjes	=	stookgat
stookgas	noun	een gas dat men kan gebruiken voor verwarming door het te verbranden
stookgassen	=	stookgas
stookgat	noun	het gat waardoor het vuur gestookt wordt in een stoomketel.
stookgaten	=	stookgat
stookhok	noun	bijgebouw waar men vuur kan en mag maken zonder gevaar voor brand
stookhout	noun	hout geschikt om te verbranden
stookkanaal	noun	kanaal in een steenoven dienend om er het vuur door te laten trekken
stookkanaaltje	=	stookkanaal
stookkanaaltjes	=	stookkanaal
stookkanalen	=	stookkanaal
stookkas	noun	licht bouwwerk met veel ruiten en verwarming om planten te kweken
stookkasje	=	stookkas
stookkasjes	=	stookkas
stookkassen	=	stookkas
stookketel	noun	de ketel die gebruikt wordt om te stoken.
stookketels	=	stookketel
stookketeltje	=	stookketel
stookketeltjes	=	stookketel
stookkost	noun	hoeveelheid geld die men moet betalen voor het verwarmen van een gebouw
stookkosten	noun	hoeveelheid geld die men moet betalen voor het verwarmen van een gebouw
stooklijn	noun	lijn op een grafiek die de relatie aangeeft tussen de buitentemperatuur en de temperatuur van het ketelwater van een cv-installatie
stooklijnen	=	stooklijn
stooklijntje	=	stooklijn
stooklijntjes	=	stooklijn
stookolie	noun	een brandstof waarmee men verwarmingsketels stookt
stookolies	=	stookolie
stookolietje	=	stookolie
stookolietjes	=	stookolie
stookoliën	=	stookolie
stookplaats	noun	plaats waar gestookt wordt
stookplaatsen	=	stookplaats
stookschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen als ze stoken (met hout) omdat het slecht is voor het milieu
stooksel	noun	sterke drank gemaakt in een stokerij
stooksels	=	stooksel
stookseltje	=	stooksel
stookseltjes	=	stooksel
stookt	=	stoken
stookte	=	stoken
stookten	=	stoken
stookverbod	noun	een tijdelijk verbod op het gebruik van open vuur in de buitenlucht vanwege droogte of ander brandgevaar, om natuurbranden en andere schade te voorkomen
stookverboden	=	stookverbod
stookverbodje	=	stookverbod
stookverbodjes	=	stookverbod
stookwijn	noun	wijn die men gebruikt om zuivere alcohol te produceren
stookwijnen	=	stookwijn
stookwijntje	=	stookwijn
stookwijntjes	=	stookwijn
stool	noun	schouderband van priester om de hals gedragen bij het verrichten van bepaalde geestelijke handelingen
stooltje	=	stool
stooltjes	=	stool
stoom	noun	gasvormige aggregatietoestand van water
stoombad	noun	warme ruimte van 40 à 60 graden Celsius met een hoge luchtvochtigheid van ongeveer 98% waarin badgasten hun huid kunnen reinigen
stoombaden	=	stoombad
stoombadje	=	stoombad
stoombadjes	=	stoombad
stoomboot	noun	een schip dat met behulp van een stoommachine wordt voortbewogen en heden ten dage alleen nog wordt gebruikt om Sinterklaas uit Spanje te transporteren
stoombootje	=	stoomboot
stoombootjes	=	stoomboot
stoombootmaatschappij	noun	onderneming die stoomboten bezit en exploiteert
stoombootmaatschappijen	=	stoombootmaatschappij
stoombootmaatschappijtje	=	stoombootmaatschappij
stoombootmaatschappijtjes	=	stoombootmaatschappij
stoomboten	=	stoomboot
stoomcarrousel	noun	draaimolen die wordt voortbewogen door stoomkracht
stoomcarrousels	=	stoomcarrousel
stoomcursus	noun	versnelde, intensieve opleiding
stoomcursusje	=	stoomcursus
stoomcursusjes	=	stoomcursus
stoomcursussen	=	stoomcursus
stoomde	=	stomen
stoomden	=	stomen
stoomdicht	adj	geen stoom doorlatend
stoomdichte	=	stoomdicht
stoomdichts	=	stoomdicht
stoomen	=	stomen
stoomerij	=	stomerij
stoomfluit	noun	signaalinstrument dat aangedreven wordt door verhitte waterdamp
stoomfluiten	=	stoomfluit
stoomfluitje	=	stoomfluit
stoomfluitjes	=	stoomfluit
stoomgemaal	noun	installatie die overtollig water met stoomkracht een polder uitmaalt
stoomgemalen	=	stoomgemaal
stoomketel	noun	een ketel gemaakt om via verhitting van water, stoom te leveren
stoomketels	=	stoomketel
stoomketeltje	=	stoomketel
stoomketeltjes	=	stoomketel
stoomkoker	noun	een huishoudelijk apparaat waarmee men voedsel kan stomen
stoomkokers	=	stoomkoker
stoomkokertje	=	stoomkoker
stoomkokertjes	=	stoomkoker
stoomkracht	noun	de kracht die door (oververhitte) stoom wordt uitgeoefend
stoomkrachten	=	stoomkracht
stoomleiding	noun	een buissysteem dat hete, gasvormige stoom (waterdamp onder druk) van een ketel naar de plaats van bestemming transporteert.
stoomleidingen	=	stoomleiding
stoomleidinkje	=	stoomleiding
stoomleidinkjes	=	stoomleiding
stoomlocomotief	noun	een locomotief die wordt aangedreven door een stoommachine
stoomlocomotiefje	=	stoomlocomotief
stoomlocomotiefjes	=	stoomlocomotief
stoomlocomotieven	=	stoomlocomotief
stoommachientje	=	stoommachine
stoommachientjes	=	stoommachine
stoommachine	noun	een machine die door middel van stoom drijfkracht ontwikkelt
stoommachines	=	stoommachine
stoommachinetje	=	stoommachine
stoommachinetjes	=	stoommachine
stoommolen	noun	molen die door stoom wordt voortgedreven
stoommolens	=	stoommolen
stoommolentje	=	stoommolen
stoommolentjes	=	stoommolen
stoommotor	noun	motor die de energie van hete, onder druk staande stoom (voor een deel) omzet in mechanische arbeid
stoommotoren	=	stoommotor
stoommotors	=	stoommotor
stoommotortje	=	stoommotor
stoommotortjes	=	stoommotor
stoomorgel	noun|obsolete	een orgel met een reeks door stroom aangeblazen stoomfluiten.
stoomorgels	=	stoomorgel
stoomorgeltje	=	stoomorgel
stoomorgeltjes	=	stoomorgel
stoomoven	noun	oven waarbij stoom wordt gebruikt om voedsel mee te verhitten in tegenstelling tot stralingswarmte bij conventionele ovens of hete lucht bij heteluchtovens
stoomovens	=	stoomoven
stoomoventje	=	stoomoven
stoomoventjes	=	stoomoven
stoompijp	noun	buis voor het vervoer van hete waterdamp
stoompijpen	=	stoompijp
stoompijpje	=	stoompijp
stoompijpjes	=	stoompijp
stoompomp	noun	een door stoom aangedreven pomp
stoompompen	=	stoompomp
stoompompje	=	stoompomp
stoompompjes	=	stoompomp
stoomscheepje	=	stoomschip
stoomscheepjes	=	stoomschip
stoomschepen	=	stoomschip
stoomschip	noun	een schip dat voortgedreven wordt middels een stoommachine
stoomstrijkijzer	noun	apparaat met een elektrisch verhit vlak om textiel glad te maken met de mogelijkheid daar ook heet water op te sproeien zodat kreuken nog beter verwijderd worden
stoomstrijkijzers	=	stoomstrijkijzer
stoomt	=	stomen
stoomtrein	noun	d.m.v. een stoommachine aangedreven trein
stoomtreinen	=	stoomtrein
stoomtreintje	=	stoomtrein
stoomtreintjes	=	stoomtrein
stoomturbine	noun	een machine die wordt gebruikt om de druk en temperatuur van stoom via schoepenraderen om te zetten in een uitgaand asvermogen
stoomturbines	=	stoomturbine
stoomvaart	noun	de scheepvaart met stoomschepen en stoomboten
stoomvaarten	=	stoomvaart
stoomvaartmaatschappij	noun	bedrijf dat door stoom aangedreven boten exploiteert
stoomvaartmaatschappijen	=	stoomvaartmaatschappij
stoomwals	noun	een door stoomkracht voortbewogen zware wals voor het verharden en egaliseren van wegen
stoomwalsen	=	stoomwals
stoomwalsje	=	stoomwals
stoomwolk	noun	een wolk die is ontstaan door waterdamp die in hele kleine waterdruppeltjes is gecondenseerd
stoomwolken	=	stoomwolk
stoomwolkje	=	stoomwolk
stoomwolkjes	=	stoomwolk
stoop	noun	oude maat voor vloeistoffen (1 stoop bedroeg ongeveer 2,4 liter)
stoopje	=	stoop
stoopjes	=	stoop
stoor	=	storen
stoorde	=	storen
stoorden	=	storen
stoorder	noun	iets of iemand die iets of iemand (ver)stoort
stoorders	=	stoorder
stoordertje	=	stoorder
stoordertjes	=	stoorder
stoorloos	adj	zonder storingen
stoorloost	=	stoorloos
stoorlooste	=	stoorloos
stoorloze	=	stoorloos
stoorlozer	=	stoorloos
stoorlozere	=	stoorloos
stoorlozers	=	stoorloos
stoornis	noun	afwezigheid of afwijking van een functie die tot de normale menselijke ontwikkeling behoort
stoornisdenken	noun	manier van denken waarbij ieder lichamelijk of psychisch ongemak wordt gezien als een bepaalde stoornis met een bepaalde naam
stoornisje	=	stoornis
stoornisjes	=	stoornis
stoornissen	=	stoornis
stoorsignaal	noun	een ongewenst signaal dat de ontvangst en/of de elektronische bewerking van een gewenste signaal, verstoort
stoorsignaaltje	=	stoorsignaal
stoorsignaaltjes	=	stoorsignaal
stoorsignalen	=	stoorsignaal
stoort	=	storen
stoorzender	noun	radiozender die de ontvangst van een andere radiozender verstoort
stoorzenders	=	stoorzender
stoorzendertje	=	stoorzender
stoorzendertjes	=	stoorzender
stoot	noun	een kracht van korte duur die tegen iets of iemand aan wordt uitgeoefend
stootbal	noun	bal waarmee een biljart- of poolspeler zijn stoten gedurende de hele partij uitvoert
stootbalk	noun	langwerpig stuk hout of ander stevig materiaal dat klappen opvangt van iets dat daar dwars op de lengterichting tegenaan botst
stootbalken	=	stootbalk
stootballen	=	stootbal
stootballetje	=	stootbal
stootballetjes	=	stootbal
stootband	noun	rand die speciaal is gemaakt om botsingen op te vangen
stootbanden	=	stootband
stootblok	noun	een zwaar hek of blok op het einde van een spoorweg dat in geval van nood een trein of ander transportmiddel kan stoppen
stootblokje	=	stootblok
stootblokjes	=	stootblok
stootblokken	=	stootblok
stooten	=	stoten
stootig	=	stotig
stootijzer	noun	ijzeren staaf met stalen kop en punt, door steenzetters gebruikt om blokken op hun juiste plaats te krijgen
stootijzers	=	stootijzer
stootijzertje	=	stootijzer
stootijzertjes	=	stootijzer
stootionisatie	noun	ionisatie van een atoom of een molecule ten gevolge van een stoot
stootionisaties	=	stootionisatie
stootje	=	stoot
stootjes	=	stoot
stootkar	noun	handkar die men duwt
stootkarren	=	stootkar
stootkarretje	=	stootkar
stootkarretjes	=	stootkar
stootkracht	noun	de aanvalskracht van een militaire eenheid of van sporters in een wedstrijd
stootkrachten	=	stootkracht
stootkussen	noun	een verend voorwerp dat tussen vaartuig en steiger hangt om beschadigingen van boot en steiger te voorkomen
stootkussens	=	stootkussen
stootkussentje	=	stootkussen
stootkussentjes	=	stootkussen
stootplaat	noun	dwarsbalk van een zwaard of een ander steekwapen, tussen het gevest en het lemmet
stootplaatje	=	stootplaat
stootplaatjes	=	stootplaat
stootplaten	=	stootplaat
stoots	adj|obsolete	geneigd tot stoten
stootsch	=	stoots
stootse	=	stoots
stootser	=	stoots
stootsere	=	stoots
stootsers	=	stoots
stootslag	noun	soort slag bij softbal en honkbal waarbij de bal geremd wordt door de slagman in plaats van ver weg geslagen
stootslagen	=	stootslag
stootslagje	=	stootslag
stootslagjes	=	stootslag
stootst	=	stoots
stootste	=	stoots
stootstok	noun	een stok die gebruikt wordt bij biljart om de speelbal te stoten
stootstokje	=	stootstok
stootstokjes	=	stootstok
stootstokken	=	stootstok
stoottand	noun	grote slagtand
stoottanden	noun	een klasse Scaphopoda van weekdieren
stoottandje	=	stoottand
stoottandjes	=	stoottand
stootte	=	stoten
stootten	=	stoten
stoottonen	=	stoottoon
stoottoon	noun	in zogenaamde polytonische talen eentoppig muzikaal syllabisch accent
stoottoontje	=	stoottoon
stoottoontjes	=	stoottoon
stoottroep	noun	elite regiment van de landmacht
stoottroepen	=	stoottroep
stoottroepje	=	stoottroep
stoottroepjes	=	stoottroep
stootvlak	noun	de opstaande vlakken in een trap
stootvlakje	=	stootvlak
stootvlakjes	=	stootvlak
stootvlakken	=	stootvlak
stootvoeg	noun	een verticale of staande voeg in metselwerk
stootvoegen	=	stootvoeg
stootvoegje	=	stootvoeg
stootvoegjes	=	stootvoeg
stootvogel	noun	roofvogel die zich op zijn prooi stort
stootvogels	=	stootvogel
stop	noun	zekering die elektrische stroom begrenst doordat zij smelt
stop-en-betaalactie	noun	beveiligingsmaatregel die ervoor zorgt dat een handeling (een 'actie') alleen wordt voltooid nadat de consument hier expliciet toestemming voor geeft met een extra betaling, zoals het opnieuw invoeren van het bankpasnummer of via een app op een mobiele telefoon
stop-en-betaalacties	=	stop-en-betaalactie
stop-en-betaalactietje	=	stop-en-betaalactie
stop-en-betaalactietjes	=	stop-en-betaalactie
stopbad	noun	vloeistof om verdere ontwikkeling van een film of een afdruk te stoppen
stopbaden	=	stopbad
stopbadje	=	stopbad
stopbadjes	=	stopbad
stopbit	noun	laatste (controle)bit bij asynchrone seriële communicatie
stopbitje	=	stopbit
stopbitjes	=	stopbit
stopbits	=	stopbit
stopbonus	noun	een geldbedrag dat iemand krijgt om ergens mee te stoppen
stopbonussen	=	stopbonus
stopbord	noun	een verkeersbord dat aangeeft dat je eerst moet stoppen voordat je verder mag rijden
stopborden	=	stopbord
stopbordje	=	stopbord
stopbordjes	=	stopbord
stopbus	noun	een bus die dient als vervangend vervoer voor een uitgevallen stoptrein
stopbussen	=	stopbus
stopcontact	noun	inrichting waardoor men d.m.v. het insteken van een stekker elektrisch verbinding met het lichtnet maakt
stopcontacten	=	stopcontact
stopcontactje	=	stopcontact
stopcontactjes	=	stopcontact
stopen	=	stoop
stopfles	noun	flesje dat gesloten wordt met een geslepen glazen stop en vaak wordt gebruikt voor het bewaren van medicinale drankjes
stopflesch	=	stopfles
stopflesje	=	stopfles
stopflesjes	=	stopfles
stopflessen	=	stopfles
stopgezet	=	stopzetten
stopgezette	=	stopzetten
stopje	=	stop
stopjes	=	stop
stopknop	noun	een schakelaar waarmee je iets tot stilstand kunt brengen of beëindigen
stopknoppen	=	stopknop
stopkogel	noun	bepaald soort kogel die in een lichaam sterk wordt afgeremd
stopkogels	=	stopkogel
stoplap	noun	oefenlapje om te leren stoppen
stoplapje	=	stoplap
stoplapjes	=	stoplap
stoplappen	=	stoplap
stoplicht	noun	een installatie die middels gekleurde lichten het verkeer op een kruispunt regelt
stoplichten	=	stoplicht
stoplichtje	=	stoplicht
stoplichtjes	=	stoplicht
stopmes	noun	mes waarmee men stopverf kan aandrukken
stopmessen	=	stopmes
stopmiddel	noun	middel tegen diarree
stopmiddelen	=	stopmiddel
stopnaald	noun	naald met een niet al te scherpe punt en een groot oog, waarmee je kunt stoppen (repareren van breiwerk of weefsels)
stopnaalden	=	stopnaald
stopnaaldje	=	stopnaald
stopnaaldjes	=	stopnaald
stoppage	noun	reparatie aan kleding; het stoppen
stoppages	=	stoppage
stoppe	=	stoppen
stoppel	noun	kort restant van een afgesneden halm of haar
stoppelbaard	noun	een baard waarvan de haren slechts enkele millimeters lang zijn, alsof deze pas een à twee dagen oud is
stoppelbaarden	=	stoppelbaard
stoppelbaardje	=	stoppelbaard
stoppelbaardjes	=	stoppelbaard
stoppelden	noun	Pinus aristata een boomsoort die voorkomt in de Verenigde Staten, vooral in het Rotsgebergte van Colorado en noordelijk New Mexico
stoppeldennen	=	stoppelden
stoppeldennetje	=	stoppelden
stoppeldennetjes	=	stoppelden
stoppelen	=	stoppel
stoppelhaar	noun	een kort afgeknipt haartje
stoppelhaartje	=	stoppelhaar
stoppelhaartjes	=	stoppelhaar
stoppelharen	=	stoppelhaar
stoppelig	adj	met stoppels
stoppelige	=	stoppelig
stoppeliger	=	stoppelig
stoppeligere	=	stoppelig
stoppeligers	=	stoppelig
stoppeligs	=	stoppelig
stoppeligst	=	stoppelig
stoppeligste	=	stoppelig
stoppelknol	noun	Brassica rapa var. rapa een knolraap, die vroeger veel in augustus na de graanoogst gezaaid werd en vers van oktober tot en met december aan het vee werd gevoerd.
stoppelknollen	=	stoppelknol
stoppelknolletje	=	stoppelknol
stoppelknolletjes	=	stoppelknol
stoppels	=	stoppel
stoppeltje	=	stoppel
stoppeltjes	=	stoppel
stoppelveld	noun	graanveld waarvan het graan geoogst is maar de stoppels nog niet zijn ondergeploegd (en daardoor altijd in de herfst en winter)
stoppelvelden	=	stoppelveld
stoppelveldje	=	stoppelveld
stoppelveldjes	=	stoppelveld
stoppelveldkwartel	noun	Coturnix pectoralis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
stoppelveldkwartels	=	stoppelveldkwartel
stoppelveldkwarteltje	=	stoppelveldkwartel
stoppelveldkwarteltjes	=	stoppelveldkwartel
stoppen	verb	herstellen (van een gat), meestal door dichtnaaien
stoppend	=	stoppen
stoppende	=	stoppen
stoppenkast	noun	de meterkast waarin ook de stoppen zitten voor de elektriciteit
stoppenkasten	=	stoppenkast
stoppenkastje	=	stoppenkast
stoppenkastjes	=	stoppenkast
stopper	noun	een voorwerp waarmee iets afgestopt of afgesloten kan worden
stoppers	=	stopper
stopperspil	noun	verdediger van de middenvoor van de tegenpartij
stopperspillen	=	stopperspil
stopperspilletje	=	stopperspil
stopperspilletjes	=	stopperspil
stoppertje	=	stopper
stoppertjes	=	stopper
stopping	noun	stopbalk
stoppingen	=	stopping
stoppinkje	=	stopping
stoppinkjes	=	stopping
stopplaats	noun	plaats waar een boot, trein, tram of bus stopt
stopplaatsen	=	stopplaats
stoppoging	noun	een actieve, weloverwogen poging om te stoppen met een verslaving of schadelijke gewoonte, zoals roken.
stoppogingen	=	stoppoging
stoppoginkje	=	stoppoging
stoppoginkjes	=	stoppoging
stops	=	stop
stopsein	noun	een teken dat men halt moet houden
stopseinen	=	stopsein
stopseintje	=	stopsein
stopseintjes	=	stopsein
stopsel	noun	afsluiting van een fles
stopsels	=	stopsel
stopseltje	=	stopsel
stopseltjes	=	stopsel
stopstreep	noun	een witte lijn op de weg die aangeeft waar je absoluut moet stoppen wanneer dit door een verkeerslicht (rood) of een verkeersbord (zoals een stopbord) wordt geëist
stopstreepje	=	stopstreep
stopstreepjes	=	stopstreep
stopstrepen	=	stopstreep
stopt	=	stoppen
stopte	=	stoppen
stopteken	noun	een teken dat betekent dat je moet stoppen of halt houden
stoptekens	=	stopteken
stopten	=	stoppen
stoptober	noun	actie waarbij men de maand oktober kiest om te proberen te stoppen met roken
stoptobers	=	stoptober
stoptrein	noun	trein die bij ieder station stopt
stoptreinen	=	stoptrein
stoptreintje	=	stoptrein
stoptreintjes	=	stoptrein
stopverbod	noun	verbod om ergens stil te staan (of parkeren) met je voertuig op de aangewezen plek, zelfs niet voor een heel kort moment om iemand in of uit te laten stappen, omdat dit gevaar of hinder kan veroorzaken
stopverboden	=	stopverbod
stopverbodje	=	stopverbod
stopverbodjes	=	stopverbod
stopverf	noun	een deeg van krijt, loodwit en lijnolie dat gebruikt wordt voor het dichten van gaten of scheuren
stopverfje	=	stopverf
stopverfjes	=	stopverf
stopverven	=	stopverf
stopwatch	noun	Draagbaaruurwerk dat men makkelijk kan starten en stoppen om de verstreken tijd te kunnen meten.
stopwatches	=	stopwatch
stopwerk	noun	repareren van kleding door het dichtnaaien van gaten
stopwerken	=	stopwerk
stopwol	noun	draad waarmee men een gat in een haak- of breiwerk kan repareren
stopwoord	noun	een uitdrukking die een spreker regelmatig gebruikt zonder er veel betekenis in te leggen.
stopwoorden	=	stopwoord
stopwoordje	=	stopwoord
stopwoordjes	=	stopwoord
stopzet	=	stopzetten
stopzette	=	stopzetten
stopzetten	verb	laten stilstaan of ophouden, afzetten, stilzetten
stopzettend	=	stopzetten
stopzettende	=	stopzetten
stopzetting	noun	iets stoppen wat al gestart is; het niet meer doorgaan met iets
stopzettingen	=	stopzetting
storax	noun	welriekende harsachtige stof verkregen van de storaxboom
storaxbomen	=	storaxboom
storaxboom	noun	Liquidambar orientalis een bladverliezende loofboom die endemisch is in het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied.
storaxboompje	=	storaxboom
storaxboompjes	=	storaxboom
store	noun	zonnegordijn aan de binnenkant van een venster, rolgordijn
storemanager	noun	leider van een winkel
storemanagers	=	storemanager
storen	verb	het functioneren nadelig beïnvloeden
storend	adj	van iets dat het hinderlijk, vervelend, irritant of zelfs gevaarlijk is
storende	=	storen
storender	=	storend
storendere	=	storend
storenders	=	storend
storends	=	storend
storendst	=	storend
storendste	=	storend
stores	=	store
storing	noun	een hinderlijke onderbreking, een bepaald proces wordt onderbroken of bemoeilijkt
storingen	=	storing
storingmelding	noun	bericht dat aangeeft dat een technisch systeem, apparaat of dienst niet naar behoren functioneert.
storingmeldingen	=	storingmelding
storingmeldinkje	=	storingmelding
storingmeldinkjes	=	storingmelding
storingsdwergspin	noun	Erigone atra een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
storingsdwergspinnen	=	storingsdwergspin
storingsdwergspinnetje	=	storingsdwergspin
storingsdwergspinnetjes	=	storingsdwergspin
storingsmelding	noun	een melding, bericht of waarschuwing die aangeeft dat een technisch systeem, apparaat of proces niet naar behoren functioneert.
storingsmeldingen	=	storingsmelding
storingsmeldinkje	=	storingsmelding
storingsmeldinkjes	=	storingsmelding
storingsmonteur	noun	monteur die storingen afhandelt
storingsmonteurs	=	storingsmonteur
storingsvrij	adj	zonder technische problemen functionerend
storingsvrije	=	storingsvrij
storingsvrijer	=	storingsvrij
storingsvrijere	=	storingsvrij
storingsvrijers	=	storingsvrij
storingsvrijs	=	storingsvrij
storingsvrijst	=	storingsvrij
storingsvrijste	=	storingsvrij
storingvrij	adj	zonder onderbreking kunnen functioneren
storingvrije	=	storingvrij
storingvrijer	=	storingvrij
storingvrijere	=	storingvrij
storingvrijers	=	storingvrij
storingvrijs	=	storingvrij
storingvrijst	=	storingvrij
storingvrijste	=	storingvrij
storingzeef	noun	toestel om (door elektromagnetische storingen veroorzaakte) ongewenste componenten uit een signaal te filteren
storingzeefje	=	storingzeef
storingzeefjes	=	storingzeef
storingzeven	=	storingzeef
storinkje	=	storing
storinkjes	=	storing
stork	noun	bepaald soort grote witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten en dito snavel, Ciconia ciconia
storken	=	stork
storkje	=	stork
storkjes	=	stork
storm	noun	erg harde wind (minstens windkracht 9)
stormachtig	adj	gelijkend op of eigenschappen hebbend van een storm
stormachtige	=	stormachtig
stormachtiger	=	stormachtig
stormachtigere	=	stormachtig
stormachtigers	=	stormachtig
stormachtigs	=	stormachtig
stormachtigst	=	stormachtig
stormachtigste	=	stormachtig
stormbaan	noun	een baan met hindernissen die een sporter of militair moet volgen als oefening
stormbaantje	=	stormbaan
stormbaantjes	=	stormbaan
stormband	noun	band aan een pet of hoed waarmee deze onder de kin kan worden vastgehouden
stormbanden	=	stormband
stormbandje	=	stormband
stormbandpinguïn	noun	Pygoscelis antarcticus een soort pinguïn
stormbandpinguïnnetje	=	stormbandpinguïn
stormbandpinguïnnetjes	=	stormbandpinguïn
stormbandpinguïns	=	stormbandpinguïn
stormbanen	=	stormbaan
stormbroedkering	noun	een wal die het achterliggende gebied in het voorjaar droog moet houden zodat (weide)vogels, zoals de bontbekplevier, de visdief en de grutto hier kunnen broeden
stormbroedkeringen	=	stormbroedkering
stormbui	noun	een kortdurende heftige regenbui met harde wind
stormbuien	=	stormbui
stormde	=	stormen
stormden	=	stormen
stormdepressie	noun	lagedrukgebied die met storm gepaard gaat
stormdepressies	=	stormdepressie
storme	=	stormen
stormen	verb	bijzonder sterk waaien
stormend	=	stormen
stormende	=	stormen
stormenderhand	adv	met een stormaanval iets veroveren
stormfok	noun	kleine fok die bij storm wordt gevoerd
stormfokje	=	stormfok
stormfokjes	=	stormfok
stormfokken	=	stormfok
stormgelopen	=	stormlopen
stormig	adj	zoals bij zeer harde wind, lijkend op weer met harde windstoten
stormige	=	stormig
stormiger	=	stormig
stormigere	=	stormig
stormigers	=	stormig
stormigs	=	stormig
stormigst	=	stormig
stormigste	=	stormig
stormlamp	noun	lamp die ook bij storm niet uitwaait
stormlampen	=	stormlamp
stormlampje	=	stormlamp
stormlampjes	=	stormlamp
stormlantaarn	noun	een lamp gestookt op olie, petroleum of lampolie die geschikt is om in moeilijke buitenomstandigheden licht te blijven geven
stormlantaarns	=	stormlantaarn
stormliep	=	stormlopen
stormliepe	=	stormlopen
stormliepen	=	stormlopen
stormliept	=	stormlopen
stormloop	noun	een aanval met veel materieel en manschappen
stormloopje	=	stormloop
stormloopjes	=	stormloop
stormloopt	=	stormlopen
stormlope	=	stormlopen
stormlopen	verb	bestormen
stormlopend	=	stormlopen
stormlopende	=	stormlopen
stormmeeuw	noun	Larus canus, een meeuwensoort met groengele poten die o.a. aan de kust van de Noordzee te zien is
stormmeeuwen	=	stormmeeuw
stormmeeuwtje	=	stormmeeuw
stormmeeuwtjes	=	stormmeeuw
stormnacht	noun	een nacht met zeer zware winden
stormnachten	=	stormnacht
stormpas	noun	heftige, snelle aanval door ruiterij
stormpasje	=	stormpas
stormpasjes	=	stormpas
stormpassen	=	stormpas
stormpje	=	storm
stormpjes	=	storm
stormram	noun	een toestel, balk, stootblok, e.d. om de poort van een vesting open te beuken
stormrammen	=	stormram
stormrammetje	=	stormram
stormrammetjes	=	stormram
stormramp	noun	een catastrofale gebeurtenis veroorzaakt door zeer zware winden
stormrampen	=	stormramp
stormschade	noun	door een periode met harde wind veroorzaakte beschadigingen
stormschaden	=	stormschade
stormschades	=	stormschade
stormseizoen	noun	periode waarin meerdere stormen verwacht worden, vaak jaarlijks zelfde terugkerende periode
stormseizoenen	=	stormseizoen
stormt	=	stormen
stormtij	noun	situatie dat het zeewater extra hoog is door de combinatie van vloed en harde wind vanuit zee
stormtijen	=	stormtij
stormtroepen	noun	militaire organisatie die aanvallen doet met een stormloop
stormtroepenpartij	noun	politieke partij die gebruik maakt van knokploegen
stormtroepenpartijen	=	stormtroepenpartij
stormtroepenpartijtje	=	stormtroepenpartij
stormtroepenpartijtjes	=	stormtroepenpartij
stormvlaag	noun	harde windstoot
stormvlagen	=	stormvlaag
stormvloed	noun	combinatie van tegelijkertijd storm en vloed, het zeewater komt dan extra hoog
stormvloeden	=	stormvloed
stormvloedkering	noun	een beweegbare afscherming die een zeearm of rivier tegen stormvloeden beschermt
stormvloedkeringen	=	stormvloedkering
stormvogel	noun	benaming voor zeevogels uit de familie Procellariidae
stormvogels	=	stormvogel
stormvogeltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald sort zeevogel, Hydrobates pelagicus uit de familie van de noordelijke stormvogeltjes (Hydrobatidae), die ver in zee voorkomt en broedt op rotsige eilanden; de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1758 als Procellaria pelagica gepubliceerd door Carl Linnaeus
stormvogeltjes	=	stormvogel
stormvrij	adj	onmogelijk te bestormen	noun	opheffing van de mogelijkheid of verplichting naar school te gaan, doordat zeer harde wind verkeer te gevaarlijk maakt
stormvrije	=	stormvrij
stormvrijs	=	stormvrij
stormwaarschuwing	noun	mededeling die mensen waarschuwt dat er gevaarlijk harde wind verwacht wordt
stormwaarschuwingen	=	stormwaarschuwing
stormweer	noun	het weer als het stormt
stormweertje	=	stormweer
stormwind	noun	hele harde wind die voorkomt bij een storm
stormwinden	=	stormwind
stormwindje	=	stormwind
stormwindjes	=	stormwind
storneer	=	storneren
storneerde	=	storneren
storneerden	=	storneren
storneert	=	storneren
stornere	=	storneren
storneren	verb	het terugdraaien van een automatische incasso
stornerend	=	storneren
stornerende	=	storneren
stornering	noun	het terugdraaien van een automatische incasso
storneringen	=	stornering
stornerinkje	=	stornering
stornerinkjes	=	stornering
storno	noun	het terugdraaien van een automatische incasso, nadat het geld al op de rekening van de ontvanger is gestort
storno's	=	storno
stort	noun	stortplaats waar gestort kan worden
stortbad	noun	douche
stortbaden	=	stortbad
stortbadje	=	stortbad
stortbadjes	=	stortbad
stortbak	noun	is een onderdeel van het toilet waarin het water voor de spoeling wordt vast gehouden
stortbakje	=	stortbak
stortbakjes	=	stortbak
stortbakken	=	stortbak
stortbui	noun	meestal korte maar heftige regenbui
stortbuien	=	stortbui
stortbuitje	=	stortbui
stortbuitjes	=	stortbui
storte	=	storten
stortebed	noun	bodembescherming aan de uitstroomzijde van een gemaal of andere installatie waar water uit komt, om verdieping of ontgronding door dit uitstromend water te voorkomen
stortebedden	=	stortebed
stortebedje	=	stortebed
stortebedjes	=	stortebed
storten	verb	van enige hoogte ergens in laten vallen	adj	uit stort, dun plaatstaal vervaardigd
stortend	=	storten
stortende	=	storten
stortgoed	noun	goederen die niet per stuk verpakt zijn, maar los in grote hoeveelheden worden vervoerd
stortgoederen	=	stortgoed
storting	noun	het storten van geld op een bankrekening
stortingen	=	storting
stortinkje	=	storting
stortinkjes	=	storting
stortje	=	stort
stortjes	=	stort
stortkoker	noun	een koker waardoor men afval naar beneden kan gooien in een appartementengebouw of flat
stortkokers	=	stortkoker
stortkokertje	=	stortkoker
stortkost	noun|obsolete	geld dat betaalt moet worden als men iets zoals afval, grond of puin iets wil storten
stortkosten	noun	geld dat betaalt moet worden als men iets zoals afval, grond of puin iets wil storten
stortplaats	noun	een plaats waar men materiaal (meestal afval) kan laten neervallen
stortplaatsen	=	stortplaats
stortregen	noun	zeer heftige regenbui
stortregende	=	stortregenen
stortregenden	=	stortregenen
stortregene	=	stortregenen
stortregenen	verb	hevig regenen
stortregenend	=	stortregenen
stortregenende	=	stortregenen
stortregens	=	stortregen
stortregent	=	stortregenen
stortregentje	=	stortregen
stortregentjes	=	stortregen
stortte	=	storten
stortten	=	storten
stortverbod	noun	wettelijk verbod op het op of in de bodem brengen (storten) van bepaalde afvalstoffen, wat betekent dat deze materialen niet op een stortplaats mogen eindigen en gerecycled of op een andere manier verwerkt moeten worden, met als doel milieuverontreiniging te voorkomen en een circulaire economie te bevorderen
stortverboden	=	stortverbod
stortverbodje	=	stortverbod
stortverbodjes	=	stortverbod
stortvloed	noun	een (tijdelijke) situatie waarbij laaggelegen gebieden overstromen
stortvloeden	=	stortvloed
stortvloedje	=	stortvloed
stortvloedjes	=	stortvloed
stortzee	noun	golf die over een schip heen slaat
stortzeeën	=	stortzee
story	noun	verhaal
story's	=	story
story'tje	=	story
story'tjes	=	story
storyboard	noun	verzameling uitgetekende shots van scènes uit een filmscript zoals de regisseur ze voor ogen heeft
storyboardje	=	storyboard
storyboardjes	=	storyboard
storyboards	=	storyboard
storytelling	noun	het delen van verhalen om mensen het gevoel van verbinding te geven
stote	=	stoten
stoten	verb	met een korte snelle beweging (weg)duwen
stotend	adj	een korte duwende beweging makend
stotende	=	stoten
stotender	=	stotend
stotendere	=	stotend
stotenders	=	stotend
stotends	=	stotend
stotendst	=	stotend
stotendste	=	stotend
stoter	noun	iets of iemand die stoot
stoterig	adj	niet helemaal vloeiend; met schokken
stoterige	=	stoterig
stoteriger	=	stoterig
stoterigere	=	stoterig
stoterigers	=	stoterig
stoterigs	=	stoterig
stoterigst	=	stoterig
stoterigste	=	stoterig
stoters	=	stoter
stotig	adj	met horten en stoten, ongelijkmatig
stotige	=	stotig
stotiger	=	stotig
stotigere	=	stotig
stotigers	=	stotig
stotigs	=	stotig
stotigst	=	stotig
stotigste	=	stotig
stotter	=	stotteren
stotteraar	noun	iemand die stottert
stotteraars	=	stotteraar
stotteraartje	=	stotteraar
stotteraartjes	=	stotteraar
stotterde	=	stotteren
stotterden	=	stotteren
stottere	=	stotteren
stotteren	verb	dezelfde lettergreep een aantal malen herhalend moeilijk uit zijn woorden komen
stotterend	=	stotteren
stotterende	=	stotteren
stottert	=	stotteren
stout	adj	in overtreding van een gestelde regel, met onvoldoende respect (vooral gezegd over jongere kinderen, schertsend ook over volwassen personen)	noun	donker bier
stoute	=	stout
stouten	=	stout
stouter	=	stout
stouterd	noun	een ondeugend, ongezeggelijk kind
stouterdje	=	stouterd
stouterdjes	=	stouterd
stouterds	=	stouterd
stoutere	=	stout
stouterik	noun	kind dat ondeugend is
stouteriken	=	stouterik
stouterikje	=	stouterik
stouters	=	stout
stoutheden	=	stoutheid
stoutheid	noun	het stout zijn, het niet braaf zijn, vooral van kinderen
stoutje	=	stout
stoutmoedig	adj	moedig gedrag vertonend, bereid risico te nemen
stoutmoedige	=	stoutmoedig
stoutmoediger	=	stoutmoedig
stoutmoedigere	=	stoutmoedig
stoutmoedigers	=	stoutmoedig
stoutmoedigheden	=	stoutmoedigheid
stoutmoedigheid	noun	moed
stoutmoediglijk	adj	op een gewaagde, moedige manier
stoutmoediglijke	=	stoutmoediglijk
stoutmoediglijker	=	stoutmoediglijk
stoutmoediglijkere	=	stoutmoediglijk
stoutmoediglijkers	=	stoutmoediglijk
stoutmoediglijks	=	stoutmoediglijk
stoutmoediglijkst	=	stoutmoediglijk
stoutmoediglijkste	=	stoutmoediglijk
stoutmoedigs	=	stoutmoedig
stoutmoedigst	=	stoutmoedig
stoutmoedigste	=	stoutmoedig
stouts	=	stout
stoutst	=	stout
stoutste	=	stout
stoutweg	adv	zonder omwegen, heel eerlijk, zonder een blad voor de mond te nemen
stouw	=	stouwen
stouwage	noun	lading
stouwages	=	stouwage
stouwde	=	stouwen
stouwden	=	stouwen
stouwe	=	stouwen
stouwen	verb	goederen in een laadruimte laden, zodanig dat het niet kan gaan schuiven
stouwend	=	stouwen
stouwende	=	stouwen
stouwer	noun	lader en losser van schepen (zowel als persoon of als onderneming)
stouwers	=	stouwer
stouwt	=	stouwen
stove	=	stoven
stoven	verb	over een vrij laag vuur iets afgesloten in enig vocht gaar laten worden
stovend	=	stoven
stovende	=	stoven
stoverij	noun	benaming voor vlees dat op laag vuur gedurende lange tijd gegaard is (gestoofd) om het mals te maken
stoverijen	=	stoverij
stoïcijn	noun	een onverstoorbaar en gelijkmoedig mens die leed onverstoorbaar draagt
stoïcijnen	=	stoïcijn
stoïcijns	adj	dat je niet snel geestelijk uit je evenwicht te brengen bent
stoïcijnse	=	stoïcijns
stoïcijnser	=	stoïcijns
stoïcijnsere	=	stoïcijns
stoïcijnsers	=	stoïcijns
stoïcijnst	=	stoïcijns
stoïcijnste	=	stoïcijns
stoïcijntje	=	stoïcijn
stoïcisme	noun	een wijsbegeerte die leert slechts de rede te volgen en de hartstochten uit te bannen
stoïsch	adj	op de wijze van een stoïcijn
stoïsche	=	stoïsch
stoïscher	=	stoïsch
stoïschere	=	stoïsch
stoïschers	=	stoïsch
straal	noun	een rechte lijn vanaf het middelpunt naar een punt op een boloppervlak of cirkelomtrek	adv	zonder de aanwezigheid van anderen te willen of kunnen opmerken
straalaandrijving	noun	aandrijving d.m.v. een straalmotor of reactiemotor
straalaandrijvingen	=	straalaandrijving
straalbezopen	adj	heel erg dronken
straalbezopens	=	straalbezopen
straalbreking	noun	verandering van de richting van lichtstralen, ten gevolge van het verschil in optische dichtheid tussen stoffen
straalbrekingen	=	straalbreking
straalbrekinkje	=	straalbreking
straalbrekinkjes	=	straalbreking
straalbuis	noun	een buis met een convergente of divergente vorm waarin bij sommige turbines de stoom expandeert
straalbuisje	=	straalbuis
straalbuisjes	=	straalbuis
straalbuismotor	noun	straalmotor
straalbuismotoren	=	straalbuismotor
straalbuismotors	=	straalbuismotor
straalbuismotortje	=	straalbuismotor
straalbuismotortjes	=	straalbuismotor
straalbuizen	=	straalbuis
straalde	=	stralen
straalden	=	stralen
straaldeukschildpad	noun	Acanthochelys radiolata een schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae)
straaldeukschildpadden	=	straaldeukschildpad
straaldeukschildpadje	=	straaldeukschildpad
straaldeukschildpadjes	=	straaldeukschildpad
straaljager	noun	jachtvliegtuig voortgestuwd door een of meerdere straalmotoren
straaljagerongeluk	noun	een ongeluk met een straaljager.
straaljagerongelukje	=	straaljagerongeluk
straaljagerongelukjes	=	straaljagerongeluk
straaljagerongelukken	=	straaljagerongeluk
straaljagerpiloot	noun	piloot van een snel en wendbaar militair vliegtuig
straaljagerpiloten	=	straaljagerpiloot
straaljagers	=	straaljager
straaljagertje	=	straaljager
straaljagertjes	=	straaljager
straalkachel	noun	een elektrische kachel die verwarmt d.m.v. infrarode straling en in mindere mate door convectie
straalkachels	=	straalkachel
straalkacheltje	=	straalkachel
straalkacheltjes	=	straalkachel
straalkanon	noun	wapen dat werkt door het afvuren van elektromagnetische stralen; oorspronkelijk bedoelt tegen demonstranten
straalkanonnen	=	straalkanon
straallichaam	noun	corpus ciliare, het deel van het oog dat aan de iris verbonden is en de vormverandering van de lens mogelijk maakt
straallichaampje	=	straallichaam
straallichaampjes	=	straallichaam
straallichamen	=	straallichaam
straalmotor	noun	motor waarbij de voortstuwende kracht verkregen wordt door uitzetting van sterk verhitte gassen die onmiddellijk onder hoge druk naar de buitenlucht ontwijken.
straalmotoren	=	straalmotor
straalmotors	=	straalmotor
straalmotortje	=	straalmotor
straalmotortjes	=	straalmotor
straalpijp	noun	spuitstuk op het einde van een brandslang waar water onder hoge druk en snelheid wegspuit om een brand te kunnen blussen
straalpijpen	=	straalpijp
straalpijpje	=	straalpijp
straalpijpjes	=	straalpijp
straalscherm	noun	Orlaya grandiflora een eenjarige, kruidachtige plant, die tot de schermbloemenfamilie behoort.
straalschermen	=	straalscherm
straalschermpje	=	straalscherm
straalschermpjes	=	straalscherm
straalsgewijs	adj	van het middelpunt naar de omtrek van een cirkel
straalsgewijze	=	straalsgewijs
straalstromen	=	straalstroom
straalstroom	noun	sterke wind die op 9 - 10 km hoogte waait
straalstroompje	=	straalstroom
straalt	=	stralen
straaltje	=	straal
straaltjes	=	straal
straalverbinding	noun	draadloze, directe radioverbinding (point-to-point) tussen twee vaste antennes, bedoeld om data, internet of beeld te versturen
straalverbindingen	=	straalverbinding
straalverbindinkje	=	straalverbinding
straalverbindinkjes	=	straalverbinding
straalvinnig	adj	behorend tot de klasse Actinopterygii, die zo'n 34.000 soorten vissen omvat, gekenmerkt door vinnen die worden ondersteund door een reeks benige uitsteeksels
straalvinnige	noun	benaming voor dieren die behoren tot de klasse Actinopterygii, die zo'n 34.000 soorten vissen omvat, gekenmerkt door vinnen die worden ondersteund door een reeks benige uitsteeksels
straalvinnigen	noun	klasse Actinopterygii die de meeste vissen (34.000 soorten) omvat
straalvinnigs	=	straalvinnig
straalvliegtuig	noun	vliegtuig dat met behulp van straalmotoren voortgestuwd wordt
straalvliegtuigen	=	straalvliegtuig
straalvliegtuigje	=	straalvliegtuig
straalvliegtuigjes	=	straalvliegtuig
straalvormig	adj	vorm van een straal hebbend
straalvormige	=	straalvormig
straalvormiger	=	straalvormig
straalvormigere	=	straalvormig
straalvormigers	=	straalvormig
straalvormigs	=	straalvormig
straalvormigst	=	straalvormig
straalvormigste	=	straalvormig
straat	noun	een weg tussen de huizen in een bewoonde plaats
straatactie	noun	een publieke demonstratie of protest in de openbare ruimte
straatacties	=	straatactie
straatactietje	=	straatactie
straatactietjes	=	straatactie
straatagent	noun	een eenvoudige politieagent die op straat patrouilleert
straatagenten	=	straatagent
straatarm	adj	bijzonder arm; zo arm dat men op straat moet leven
straatarme	=	straatarm
straatarmer	=	straatarm
straatarmere	=	straatarm
straatarmers	=	straatarm
straatarms	=	straatarm
straatarmst	=	straatarm
straatarmste	=	straatarm
straatartiest	noun	artiest die zijn beroep op straat uitoefent
straatartiesten	=	straatartiest
straatbeeld	noun	het beeld dat een straat of het verkeer op straat oplevert
straatbeelden	=	straatbeeld
straatbeeldje	=	straatbeeld
straatbeeldjes	=	straatbeeld
straatbende	noun	een groep misdadigers die de straten onveilig maakt
straatbenden	=	straatbende
straatbendes	=	straatbende
straatbijbel	noun	de mores van de straat
straatbijbels	=	straatbijbel
straatbord	noun	bord waarop de naam van een straat staat vermeld
straatborden	=	straatbord
straatbordje	=	straatbord
straatbordjes	=	straatbord
straatbrievenbus	noun	een bus aan de openbare straat waarin post gedeponeerd kan worden
straatbrievenbusje	=	straatbrievenbus
straatbrievenbusjes	=	straatbrievenbus
straatbrievenbussen	=	straatbrievenbus
straatchampignon	noun	Agaricus bitorquis een schimmel uit de familie Agaricaceae.
straatchampignonnetje	=	straatchampignon
straatchampignonnetjes	=	straatchampignon
straatchampignons	=	straatchampignon
straatcoach	noun	iemand die probleemjongeren begeleidt en zonodig aanspreekt op hun gedrag
straatcoaches	=	straatcoach
straatcontactverbod	noun	een juridisch bevel dat iemand (de belager) verbiedt om contact op te nemen met een ander (het slachtoffer) en/of zich in een bepaalde straat of omgeving te begeven, om stalking, intimidatie of bedreiging te stoppen.
straatcontactverboden	=	straatcontactverbod
straatcontactverbodje	=	straatcontactverbod
straatcontactverbodjes	=	straatcontactverbod
straatcriminaliteit	noun	criminaliteit op de openbare weg, bijvoorbeeld straatroof
straatculturen	=	straatcultuur
straatcultuur	noun	de cultuur zoals die op straat bestaat.
straatcultuurtje	=	straatcultuur
straatcultuurtjes	=	straatcultuur
straatdamvereniging	noun	vereniging of club waar de damsport wordt beoefend en georganiseerd.
straatdamverenigingen	=	straatdamvereniging
straatdamverenigingetje	=	straatdamvereniging
straatdamverenigingetjes	=	straatdamvereniging
straatdeur	noun	de buitendeur van een gebouw aan de straatkant van dit gebouw
straatdeuren	=	straatdeur
straatgevecht	noun	gevechten op de openbare weg meestal tussen oproerkraaiers en het bevoegd gezag maar soms ook tussen verschillende groepen oproerkraaiers
straatgevechten	=	straatgevecht
straatgevechtje	=	straatgevecht
straatgevechtjes	=	straatgevecht
straatgeweld	noun	geweld in de openbare ruimte gericht tegen mensen en dingen
straatgoot	noun	geul voor waterafvoer die langs een verharde weg loopt
straatgootje	=	straatgoot
straatgootjes	=	straatgoot
straatgoten	=	straatgoot
straatgras	noun	Poa annua een eenjarig, soms tweejarig en in een enkel geval overblijvend beemdgras (Poa) dat niet hoger wordt dan 25-30 cm, maar meestal veel kleiner blijft.
straatgrasje	=	straatgras
straatgrasjes	=	straatgras
straatgrassen	=	straatgras
straathoek	noun	hoek van de straat
straathoeken	=	straathoek
straathoekje	=	straathoek
straathoekjes	=	straathoek
straathoekwerker	noun	welzijnswerker die zich vooral bezighoudt met de straatjeugd
straathoekwerkers	=	straathoekwerker
straathoekwerkertje	=	straathoekwerker
straathoekwerkertjes	=	straathoekwerker
straathond	noun	een ordinaire bastaardhond
straathonden	=	straathond
straathondje	=	straathond
straathondjes	=	straathond
straatintimidatie	noun	intimiderend gedrag (met name van mannen ten opzichte van vrouwen) in de openbare ruimte
straatintimidaties	=	straatintimidatie
straatje	=	straat
straatjes	=	straat
straatjongen	noun	een jongen die veel langs de straten zwerft en brutaal en baldadig is
straatjongens	=	straatjongen
straatjongetje	=	straatjongen
straatjongetjes	=	straatjongen
straatkant	noun	de zijde waar de weg is
straatkanten	=	straatkant
straatkei	noun	stuk natuursteen als verharding van een weg
straatkeien	=	straatkei
straatkeitje	=	straatkei
straatkeitjes	=	straatkei
straatkind	noun	veel op straat verkerend, licht verwilderd kind
straatkinderen	=	straatkind
straatkindertehuis	noun	tehuis voor kinderen die door de ouders verwaarloosd worden en niet naar school gaan
straatkindertehuisje	=	straatkindertehuis
straatkindertehuisjes	=	straatkindertehuis
straatkindertehuizen	=	straatkindertehuis
straatkindertje	=	straatkind
straatkindje	=	straatkind
straatkindjes	=	straatkind
straatklinker	noun	harde klinker waarmee men straten plaveit
straatklinkers	=	straatklinker
straatklinkertje	=	straatklinker
straatklinkertjes	=	straatklinker
straatkolk	noun	verzamelput voor het van de straat komende vocht en hemelwater
straatkolken	=	straatkolk
straatkrant	noun	is een krant die in verschillende landen op straat wordt verkocht door personen zonder vaste woon- of verblijfplaats.
straatkranten	=	straatkrant
straatkrantje	=	straatkrant
straatkrantjes	=	straatkrant
straatkunst	noun	kunstzinnige uiting die zichtbaar is vanaf de openbare weg
straatkunsten	=	straatkunst
straatlantaarn	noun	lichtmast en een armatuur met een lichtbron die dient om de openbare ruimte 's-avonds en 's-nachts te verlichten
straatlantaarns	=	straatlantaarn
straatlantaren	noun	lichtmast met lichtarmatuur voor het verlichten van de openbare ruimte 's-avonds en 's-nachts
straatlantarens	=	straatlantaren
straatlengte	noun|figurative	een grote afstand
straatlengten	=	straatlengte
straatlengtes	=	straatlengte
straatleven	noun	het leven van daklozen op straat
straatlicentiaat	noun	persoon die ondanks zijn hoge opleiding buiten de samenleving valt
straatlicentiaatje	=	straatlicentiaat
straatlicentiaatjes	=	straatlicentiaat
straatlicentiaten	=	straatlicentiaat
straatliefdegras	noun	Eragrostis pilosa een eenjarige plant uit de grassenfamilie (Poaceae)
straatliefdegrasje	=	straatliefdegras
straatliefdegrasjes	=	straatliefdegras
straatliefdegrassen	=	straatliefdegras
straatmadelief	noun	vrouw die zich op straat aanbiedt voor betaalde seks
straatmadeliefje	=	straatmadelief
straatmadeliefjes	=	straatmadelief
straatmadelieven	=	straatmadelief
straatmaker	noun	persoon die bestratingen maakt
straatmakers	=	straatmaker
straatmeubilair	noun	voorwerpen die in de openbare ruimte staan zoals verkeerszuilen, afvalcontainers, prullenbakken, banken, urinoirs, verlichting, parkeerautomaten.
straatmuzikant	noun	muzikant die in de openbare ruimte optreedt
straatmuzikanten	=	straatmuzikant
straatmuzikantje	=	straatmuzikant
straatmuzikantjes	=	straatmuzikant
straatnaam	noun	de naam die aan een straat gegeven wordt voor de herkenbaarheid
straatnaambord	noun	een bord in de openbare ruimte met daarop de naam van de straat waar men zich bevindt
straatnaamborden	=	straatnaambord
straatnaambordje	=	straatnaambord
straatnaambordjes	=	straatnaambord
straatnaampje	=	straatnaam
straatnaampjes	=	straatnaam
straatnaamwijziging	noun	het officieel veranderen van de naam van een openbare ruimte (straat, laan, plein, etc.) door een gemeentebestuur.
straatnaamwijzigingen	=	straatnaamwijziging
straatnaamwijzigingetje	=	straatnaamwijziging
straatnaamwijzigingetjes	=	straatnaamwijziging
straatnamen	=	straatnaam
straatnamenboek	noun	een verzameling van straatnamen en hun betekenissen, die vaak historische, culturele of geografische informatie bevatten en soms ook de redenen voor de naamgeving uitleggen
straatnamenboeken	=	straatnamenboek
straatnamenboekje	=	straatnamenboek
straatnamenboekjes	=	straatnamenboek
straatnimf	noun|humorous	tippelaarster, straatmadelief
straatnimfen	=	straatnimf
straatnimfje	=	straatnimf
straatnimfjes	=	straatnimf
straatniveau	noun	op de hoogte van de straat of het maaiveld
straatniveaus	=	straatniveau
straatoorlog	noun	oorlog die op straat, binnen de grenzen van een stad, uitgevochten wordt
straatoorlogen	=	straatoorlog
straatprediker	noun	iemand die op straat een geloof staat te verkondigen en mensen hiertoe tracht te bekeren
straatpredikers	=	straatprediker
straatprotest	noun	uitingen van ontevredenenheid over iets die men in een grote groep laat horen en zien op de openbare weg
straatprotesten	=	straatprotest
straatrace	noun	een autorace over de openbare weg
straatracen	verb	met een auto een snelheidswedstrijd rijden over de openbare weg
straatracend	=	straatracen
straatracende	=	straatracen
straatraces	=	straatrace
straatracet	=	straatracen
straatracete	=	straatracen
straatraceten	=	straatracen
straatreiniging	noun	het professioneel schoonmaken van de openbare weg en andere verharde buitenruimtes om deze veilig, leefbaar en aantrekkelijk te houden.
straatreinigingen	=	straatreiniging
straatreinigingetje	=	straatreiniging
straatreinigingetjes	=	straatreiniging
straatroof	noun	het beroven van iemand op de openbare weg
straatroofje	=	straatroof
straatroven	=	straatroof
straatrover	noun	iemand die straatroof pleegt
straatrovers	=	straatrover
straatrovertje	=	straatrover
straatrovertjes	=	straatrover
straatrumoer	noun	het lawaai dat men op een drukke straat kan horen
straatrumoeren	=	straatrumoer
straats	=	straatsen
straatsburg	noun	hoofdstad van de Franse regio Grand Est en thuisplaats voor diverse Europese instanties
straatschenderij	noun	het verstoren van de openbare orde met vernielingen
straatschenderijen	=	straatschenderij
straatse	=	straatsen
straatsen	verb	schaatsen over een bevroren straat
straatsend	=	straatsen
straatsende	=	straatsen
straatslijper	noun	iemand die doelloos langs de straten loopt; iemand die op straat leeft
straatslijpers	=	straatslijper
straatslijpertje	=	straatslijper
straatslijpertjes	=	straatslijper
straatst	=	straatsen
straatste	=	straatsen
straatsteen	noun	blok van hard materiaal om wegen mee te plaveien
straatsteentje	=	straatsteen
straatsteentjes	=	straatsteen
straatsten	=	straatsen
straatstenen	=	straatsteen
straattaal	noun	informele, soms ruwe taal met veel invloed uit talen van immigranten, gesproken in groepen mensen die elkaar vaak op straat treffen, zoals jongeren, zwervers en boeven
straattaaltje	=	straattaal
straattaaltjes	=	straattaal
straattalen	=	straattaal
straatterreur	noun	terreur op de openbare weg b.v. door irritante jongeren
straattheater	noun	een theatervorm die in de openbare ruimte wordt uitgevoerd
straattheaters	=	straattheater
straattuig	noun	mensen die zich in de openbare ruimte misdragen
straatvager	=	straatveger
straatvechter	noun	iemand die vecht zonder zich aan de officiële regels van een vechtsport te houden
straatvechterij	noun	het vechten op straat
straatvechterijen	=	straatvechterij
straatvechters	=	straatvechter
straatvechtersmentaliteit	noun	mentaliteit van een straatvechter
straatvechtertje	=	straatvechter
straatvechtertjes	=	straatvechter
straatvechtster	=	straatvechter
straatveger	noun	iemand die voor zijn beroep de straten schoonmaakt
straatvegers	noun	een familie Lethrinidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
straatventer	noun	venter (langs de straat)
straatventers	=	straatventer
straatventertje	=	straatventer
straatventertjes	=	straatventer
straatverbod	noun	een straf waarbij de veroordeelde niet in een bepaald gebied mag komen
straatverboden	=	straatverbod
straatverkoop	noun	het verkopen van goederen buiten op straat dus niet in een winkel
straatverkopen	=	straatverkoop
straatverlichting	noun	verbetering van het zicht op de weg met hoog bevestigde lantaarns
straatverlichtingen	=	straatverlichting
straatvrees	noun	pleinvrees
straatvuil	noun	rotzooi, viezigheid die op straat ligt
straatwaarde	noun	opbrengst bij illegale verkoop aan eindgebruikers
straatwaarden	=	straatwaarde
straatwaardes	=	straatwaarde
straatweg	noun	deel van een naam van een weg of straat
straatwegen	=	straatweg
straatweggetje	=	straatweg
straatwolfsmelk	noun	Euphorbia maculata een giftige eenjarige plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
straatwolfsmelkje	=	straatwolfsmelk
straatwolfsmelkjes	=	straatwolfsmelk
straatzijde	noun	de kant van een gebouw die dichtbij de straat is gelegen
straatzijden	=	straatzijde
straatzijdes	=	straatzijde
strabant	adj	krachtig en weinig hoffelijk optredend
strabante	=	strabant
strabanter	=	strabant
strabantere	=	strabant
strabanters	=	strabant
strabants	=	strabant
strabantst	=	strabant
strabantste	=	strabant
strabismus	noun	scheelzien
strabometrie	noun	meting van de scheelheid van ogen
stracciatella	noun	een Italiaanse soep van ei en bouillon
stracciatellayoghurt	noun	yoghurt met brokjes chocolade
stracciatellayoghurts	=	stracciatellayoghurt
straddle	noun	een call en een put-optie kopen met dezelfde uitoefenprijs en afloopdatum
straddles	=	straddle
straf	adj	onbuigzaam, star	noun	onprettige maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtreding
strafactie	noun	een actie gericht op het opleggen van een straf voor een gepleegd strafbaar feit, vaak in een strafrechtelijke procedure of via een strafbeschikking
strafacties	=	strafactie
strafactietje	=	strafactie
strafactietjes	=	strafactie
strafbaar	adj	wat kan leiden tot straf of strafvervolging
strafbaarder	=	strafbaar
strafbaardere	=	strafbaar
strafbaarders	=	strafbaar
strafbaars	=	strafbaar
strafbaarst	=	strafbaar
strafbaarste	=	strafbaar
strafbal	noun	vrije trap of slag, rechtstreeks op het doel als straf voor een overtreding
strafballen	=	strafbal
strafballetje	=	strafbal
strafballetjes	=	strafbal
strafbank	noun	zitplaats voor de verdachte(n) bij een rechtszitting
strafbanken	=	strafbank
strafbankje	=	strafbank
strafbankjes	=	strafbank
strafbare	=	strafbaar
strafbeding	noun	een overeenkomst waarin partijen afspreken dat een geldsom of andere prestatie moet worden voldaan als één van hen de afspraken niet nakomt.
strafbedingen	=	strafbeding
strafbedingetje	=	strafbeding
strafbedingetjes	=	strafbeding
strafbelasting	noun	een belasting die wordt geheven over zeer onwenselijke producten
strafbelastingen	=	strafbelasting
strafbepaling	noun	regel dat iemand in bepaalde situaties een straf ontvangt
strafbepalingen	=	strafbepaling
strafbepalinkje	=	strafbepaling
strafbepalinkjes	=	strafbepaling
strafblaadje	=	strafblad
strafblad	noun	een registratie van de wetsovertredingen waar iemand voor veroordeeld is
strafbladen	=	strafblad
strafbladje	=	strafblad
strafboek	noun	de basis van het Nederlandse strafrecht en bundelt de wetten die bepalen welke gedragingen strafbaar zijn (misdrijven en overtredingen) en welke straffen daarvoor opgelegd kunnen worden, zoals boetes, taakstraffen en gevangenisstraffen
strafboeken	=	strafboek
strafboekje	=	strafboek
strafboekjes	=	strafboek
strafcel	noun	extra sobere cel in een gevangenis waar gedetineerden tijdelijk verblijven, als ze de gevangenisregels hebben overtreden
strafcellen	=	strafcel
strafcelletje	=	strafcel
strafcelletjes	=	strafcel
strafcorner	noun	een schot vanuit de hoek van het hockeyveld die men mag nemen als er een overtreding dicht bij het doel is gemaakt door de verdedigende partij
strafcorners	=	strafcorner
strafcornertje	=	strafcorner
strafdossier	noun	verzameling van de stukken die de aanklager over een verdachte heeft verzameld om aan de rechter voor te leggen
strafdossiers	=	strafdossier
strafeis	noun	een straf die de aanklager passend vindt in een strafzaak
strafeisen	=	strafeis
strafexpeditie	noun	expeditie om te bestraffen
strafexpedities	=	strafexpeditie
strafexpeditietje	=	strafexpeditie
straffe	noun	bijvorm van straf in: op straffe van — met de bijbehorende straf van
straffeloos	adj	zonder dat straf volgt, zonder nadelige gevolgen
straffeloosheden	=	straffeloosheid
straffeloosheid	noun	het straffeloos zijn
straffeloost	=	straffeloos
straffelooste	=	straffeloos
straffeloze	=	straffeloos
straffelozer	=	straffeloos
straffelozere	=	straffeloos
straffelozers	=	straffeloos
straffen	verb	negatieve consequenties verbinden aan een als verkeerd geziene daad
straffend	=	straffen
straffende	=	straffen
straffer	noun	iemand die straft
straffere	=	straf
straffers	=	straf
strafgevangenis	noun	gevangenis waarin men voor straf wordt opgesloten
strafgevangenisje	=	strafgevangenis
strafgevangenisjes	=	strafgevangenis
strafgevangenissen	=	strafgevangenis
strafheden	=	strafheid
strafheffing	noun	extra belasting of verhoogd tarief dat door de overheid wordt opgelegd, vaak als maatregel om specifiek gedrag te ontmoedigen (bijv. vervroegd pensioen of privégebruik auto).
strafheffingen	=	strafheffing
strafheffinkje	=	strafheffing
strafheffinkjes	=	strafheffing
strafheid	noun	stevigheid
strafhof	noun	een orgaan dat gerechtelijke uitspraken doet over de meest ernstige internationale misdrijven
strafhoven	=	strafhof
strafje	=	straf
strafjes	=	straf
strafkamer	noun	college van een rechtbank die strafzaken behandelt
strafkamers	=	strafkamer
strafkamertje	=	strafkamer
strafkamertjes	=	strafkamer
strafkamp	noun	kamp waar gestraften hun straftijd doorbrengen
strafkampen	=	strafkamp
strafkolonie	noun	gedwongen verblijfplaats voor gestraften
strafkolonies	=	strafkolonie
strafkolonietje	=	strafkolonie
strafkolonietjes	=	strafkolonie
strafkoloniën	=	strafkolonie
strafkorting	noun	een vermindering op een uitkering als straf voor gepleegde fraude of niet naleven van verplichtingen
strafkortingen	=	strafkorting
strafmaat	noun	omvang van de sanctie die een misdadiger wordt opgelegd (zoals hoogte van een boete, duur van een gevangenisstraf enz.)
strafmaatje	=	strafmaat
strafmaatregel	noun	maatregel om iemand te straffen
strafmaatregelen	=	strafmaatregel
strafmaatregels	=	strafmaatregel
strafmaatregeltje	=	strafmaatregel
strafmaten	=	strafmaat
strafonderbreking	noun	het tijdelijk stilleggen van de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf.
strafonderbrekingen	=	strafonderbreking
strafonderbrekinkje	=	strafonderbreking
strafonderbrekinkjes	=	strafonderbreking
strafontheffing	noun	kwijtschelding van een straf
strafontheffingen	=	strafontheffing
strafontslag	noun	ontslag waaraan strafmaatregelen gekoppeld zijn, bv. het niet uitkeren van wachtgeld
strafontslagen	=	strafontslag
strafoplegging	noun	het opleggen van straf door een rechterlijk vonnis
strafopleggingen	=	strafoplegging
strafoplegginkje	=	strafoplegging
strafoplegginkjes	=	strafoplegging
strafpleiter	noun	advocaat gespecialiseerd in strafzaken
strafpleiters	=	strafpleiter
strafpleitster	=	strafpleiter
strafport	noun	geld dat de ontvanger van post moet betalen als een ontvangen poststuk onvoldoende is gefrankeerd
strafporten	=	strafport
strafprocedure	noun	de formele regels aangaande het verloop van een rechtszaak in het strafrecht
strafprocedures	=	strafprocedure
strafproces	noun	behandeling van een strafzaak bij een rechtbank
strafprocesje	=	strafproces
strafprocesrecht	noun	het procesrecht van het strafrecht; onderdeel van het recht dat de procedures en regels bepaalt voor het opsporen, vervolgen, berechten en bestraffen van strafbare feiten.
strafprocesrechten	=	strafprocesrecht
strafprocessen	=	strafproces
strafpunt	noun	punt voor straf uitgedeeld wegens overtreding van de regels
strafpunten	=	strafpunt
strafpuntje	=	strafpunt
strafpuntjes	=	strafpunt
strafrecht	noun	het geheel van rechtsregels waarmee bepaalde handelingen strafbaar worden gesteld
strafrechtadvocaat	noun	een jurist die verdachten van een misdrijf verdedigt in de rechtszaal
strafrechtadvocate	=	strafrechtadvocaat
strafrechtadvocaten	=	strafrechtadvocaat
strafrechtelijk	adj	volgens of met betrekking tot het strafrecht
strafrechtelijke	=	strafrechtelijk
strafrechtelijker	=	strafrechtelijk
strafrechtelijkere	=	strafrechtelijk
strafrechtelijkers	=	strafrechtelijk
strafrechtelijks	=	strafrechtelijk
strafrechtelijkst	=	strafrechtelijk
strafrechtelijkste	=	strafrechtelijk
strafrechter	noun	rechter die een oordeel uitspreekt in strafzaken
strafrechters	=	strafrechter
strafrechtketen	noun	alle overheidsinstanties die zijn betrokken bij het opsporen, berechten en bestraffen van criminelen
strafrechtketens	=	strafrechtketen
strafrechtpleging	noun	het geheel van handelingen en procedures van de overheid (Openbaar Ministerie, politie en rechterlijke macht) om strafbare feiten op te sporen, te vervolgen en te berechten.
strafrechtplegingen	=	strafrechtpleging
strafrechtpleginkje	=	strafrechtpleging
strafrechtpleginkjes	=	strafrechtpleging
strafrechtspleging	noun	het geheel van handelingen door politie, Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht (de strafrechtketen) om strafbare feiten op te sporen, te vervolgen en te berechten.
strafrechtsplegingen	=	strafrechtspleging
strafrechtspleginkje	=	strafrechtspleging
strafrechtspleginkjes	=	strafrechtspleging
strafregel	noun	een regel met een opvoedkundige boodschap die iemand voor straf vele malen moet overschrijven
strafregels	=	strafregel
strafregister	noun	register van veroordelingen wegens misdrijven
strafregisters	=	strafregister
strafregistertje	=	strafregister
strafregistertjes	=	strafregister
strafs	=	straf
strafschop	noun	directe vrije trap voor de aanvallende partij na een zware overtreding van de verdedigende partij binnen het strafschopgebied
strafschopgebied	noun	gedeelte van het voetbalveld waarin de strafschop wordt genomen
strafschopgebieden	=	strafschopgebied
strafschopgebiedje	=	strafschopgebied
strafschopgebiedjes	=	strafschopgebied
strafschopje	=	strafschop
strafschopjes	=	strafschop
strafschoppen	=	strafschop
strafschoppenreeks	noun	een methode in het voetbal om een winnaar aan te wijzen in een wedstrijd die na de reguliere speeltijd en verlenging in een gelijkspel is geëindigd.
strafschoppenreeksen	=	strafschoppenreeks
strafschoppenreeksje	=	strafschoppenreeks
strafschoppenreeksjes	=	strafschoppenreeks
strafschoppenserie	noun	een methode in het voetbal om een winnaar aan te wijzen in een wedstrijd die na de reguliere speeltijd en verlenging in een gelijkspel is geëindigd.
strafschoppenseries	=	strafschoppenserie
strafschoppenserietje	=	strafschoppenserie
strafschoppenserietjes	=	strafschoppenserie
strafschopstip	noun	stip op het voetbalveld 11 meter vanaf het doel vanwaar strafschoppen genomen worden
strafschopstippen	=	strafschopstip
strafseconde	noun	één of meer secondes die als straf voor een overtreding bij de eindtijd wordt opgeteld
strafseconden	=	strafseconde
strafsecondes	=	strafseconde
strafsecondetje	=	strafseconde
strafsecondetjes	=	strafseconde
strafst	=	straf
strafste	=	straf
strafsysteem	noun	een systeem volgens hetwelk straffen worden uitgevoerd
strafsystemen	=	strafsysteem
straft	=	straffen
strafte	=	straffen
straften	=	straffen
straftijd	noun	de lengte van een vrijheidsstraf
straftijden	=	straftijd
straftolk	noun	tolk bij strafzaken tegen buitenlanders
straftolken	=	straftolk
straftolkje	=	straftolk
straftolkjes	=	straftolk
strafverlaging	noun	verkleining van de zwaarte van een opgelegde straf
strafverlagingen	=	strafverlaging
strafverlaginkje	=	strafverlaging
strafverlaginkjes	=	strafverlaging
strafvermindering	noun	verkleining van de zwaarte van de straf
strafverminderingen	=	strafvermindering
strafverminderinkje	=	strafvermindering
strafverminderinkjes	=	strafvermindering
strafvervolging	noun	vervolging door het Openbaar Ministerie met straf als doel
strafvervolgingen	=	strafvervolging
strafvervolginkje	=	strafvervolging
strafvervolginkjes	=	strafvervolging
strafvordering	noun	het eisen van een straf die door de wet op bepaalde handelingen of gedragingen zijn gesteld
strafvorderingen	=	strafvordering
strafvorderlijk	adj	alles wat te maken heeft met de strafvordering, de juridische procedure om een strafbaar feit te vervolgen, op te sporen, te berechten en de straf uit te voeren
strafvorderlijke	=	strafvorderlijk
strafvorderlijker	=	strafvorderlijk
strafvorderlijkere	=	strafvorderlijk
strafvorderlijkers	=	strafvorderlijk
strafvorderlijks	=	strafvorderlijk
strafvorderlijkst	=	strafvorderlijk
strafvorderlijkste	=	strafvorderlijk
strafwerk	noun	werk dat een scholier voor straf moet uitvoeren
strafwerken	=	strafwerk
strafwerkje	=	strafwerk
strafwerkjes	=	strafwerk
strafwerktuig	noun	werktuig om mee te straffen
strafwerktuigen	=	strafwerktuig
strafwet	noun	wetten die staan in het wetboek van strafrecht
strafwetboek	noun	de basis van het Nederlandse strafrecht en bundelt de wetten die bepalen welke gedragingen strafbaar zijn (misdrijven en overtredingen) en welke straffen daarvoor opgelegd kunnen worden, zoals boetes, taakstraffen en gevangenisstraffen
strafwetboeken	=	strafwetboek
strafwetboekje	=	strafwetboek
strafwetboekjes	=	strafwetboek
strafwetgeving	noun	wetgeving betreffende het strafrecht
strafwetgevingen	=	strafwetgeving
strafwetje	=	strafwet
strafwetjes	=	strafwet
strafwetten	=	strafwet
strafworp	noun	een vrije worp op korte afstand van het doel als straf voor een gepleegde overtreding aan de tegenstander gegeven
strafworpen	=	strafworp
strafzaak	noun	een rechtszaak die door de strafrechter behandeld wordt
strafzaakje	=	strafzaak
strafzaakjes	=	strafzaak
strafzaken	=	strafzaak
straight	adj	duidelijk, zonder vaagheid die een opvatting aanvaardbaarder laat klinken, maar ook zonder overdrijving	noun	chemisch middel om het haar sluik te maken
straighte	=	straight
straighter	=	straight
straightere	=	straight
straighters	=	straight
straights	=	straight
straightst	=	straight
straightste	=	straight
strak	adj	nauwzittend, zonder plooien, glad
strakblauw	noun	effen, ononderbroken blauwe kleur	adj	effen blauw zonder enige onderbreking; effen blauw zonder een wolkje
strakblauwe	=	strakblauw
strakblauwen	=	strakblauw
strakblauws	=	strakblauw
strakgespannen	adj	heel erg krachtig aangespannen
strakgespannens	=	strakgespannen
strakgetrokken	=	straktrekken
strakheid	noun	het gespannen zijn
strakjes	adv	straks
strakke	=	strak
strakker	=	strak
strakkere	=	strak
strakkers	=	strak
straks	adv	op een moment in de nabije toekomst
strakskes	adv	op een moment in de nabije toekomst
strakst	=	strak
strakste	=	strak
straktrek	=	straktrekken
straktrekke	=	straktrekken
straktrekken	verb	op spanning brengen van iets door eraan te trekken
straktrekkend	=	straktrekken
straktrekkende	=	straktrekken
straktrekt	=	straktrekken
straktrok	=	straktrekken
straktrokken	=	straktrekken
strale	=	stralen
stralen	verb	straling uitzenden
stralend	adj	straling (zoals bijvoorbeeld zichtbaar licht) afgevend
stralende	=	stralend
stralender	=	stralend
stralendere	=	stralend
stralenders	=	stralend
stralends	=	stralend
stralendst	=	stralend
stralendste	=	stralend
stralenkrans	noun	lichtende cirkel om het hoofd van heiligen
stralenkransen	=	stralenkrans
stralenkransje	=	stralenkrans
stralenkransjes	=	stralenkrans
stralenschildpad	noun	Astrochelys radiata een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
stralenschildpadden	=	stralenschildpad
stralenschildpadje	=	stralenschildpad
stralenschildpadjes	=	stralenschildpad
straler	noun	apparaat dat straalt (stralen uitzendt)
stralers	=	straler
straling	noun	energie in de vorm van elektromagnetische golven of subatomaire deeltjes
stralingen	=	straling
stralingsbron	noun	voorwerp dat elektromagnetische of deeltjes straling produceert en uitzendt
stralingsbronnen	=	stralingsbron
stralingsenergie	noun	energie in de vorm van elektromagnetische straling.
stralingspyrometer	noun	een pyrometer gebaseerd op het meten van de straling, meest in het infrarode deel van het elektromagnetische spectrum, die een heet voorwerp afgeeft
stralingspyrometers	=	stralingspyrometer
stralingspyrometertje	=	stralingspyrometer
stralingspyrometertjes	=	stralingspyrometer
stralingswarmte	noun	warmte die zich door straling verspreidt
stralingsziekte	noun	ziekte die ontstaat door blootstelling aan radioactieve, ioniserende straling
stralingsziekten	=	stralingsziekte
stralingsziektes	=	stralingsziekte
stralinkje	=	straling
stralinkjes	=	straling
stram	adj	van gewrichten en spieren dat ze stijf zijn (door kou, reumatiek of ouderdom)
stramheid	noun	het zich niet soepel en makkelijk kunnen bewegen
stramien	noun	model, patroon.
stramienen	=	stramien
stramientje	=	stramien
stramientjes	=	stramien
stramme	=	stram
strammer	=	stram
strammere	=	stram
strammers	=	stram
strammig	adj	niet soepel meer in de gewrichten en daardoor stijf
strammige	=	strammig
strammiger	=	strammig
strammigere	=	strammig
strammigers	=	strammig
strammigs	=	strammig
strammigst	=	strammig
strammigste	=	strammig
strams	=	stram
stramst	=	stram
stramste	=	stram
strand	noun	strook met zand bedekt land langs de kust
strandbad	noun	zweminrichting met een strand langs het water
strandbaden	=	strandbad
strandbal	noun	speelgoed om mee op het strand te spelen in de vorm van een grote, fel gekleurde, opblaasbare, plastic bal van gering gewicht
strandballen	=	strandbal
strandballetje	=	strandbal
strandballetjes	=	strandbal
strandbed	noun	ligbank voor bij het strand of zwembad waarmee je in de zon kunt liggen
strandbedden	=	strandbed
strandbedje	=	strandbed
strandbedjes	=	strandbed
strandbezoek	noun	de keer dat men naar het strand gaat
strandbezoeken	=	strandbezoek
strandbibliotheek	noun	een (openbare) bibliotheek op het strand
strandbibliotheekje	=	strandbibliotheek
strandbibliotheekjes	=	strandbibliotheek
strandbibliotheken	=	strandbibliotheek
strandbiet	noun	Beta vulgaris subsp. maritima een voorouder van de suikerbiet, voederbiet, snijbiet en rode biet behorend tot de amarantenfamilie
strandbieten	=	strandbiet
strandbietje	=	strandbiet
strandbietjes	=	strandbiet
strandbox	noun	een klein, houten huisje of cabine dat boven de vloedlijn op populaire stranden wordt geplaatst, en dient als omkleedruimte en opslag voor strandspullen
strandboxen	=	strandbox
strandboxje	=	strandbox
strandboxjes	=	strandbox
strandcabine	noun	hutje bij een strook met zand bedekt land langs de kust; vooral gebruikt als omkleedruimte en bergruimte voor strandspullen
strandcabines	=	strandcabine
stranddag	noun	een dag die geschikt is om naar het strand te gaan, het gaat dan over een warme, zonnige dag zonder regen en niet te veel wind
stranddagen	=	stranddag
strandde	=	stranden
strandden	=	stranden
stranddruif	noun	Coccoloba uvifera een plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
stranddruifje	=	stranddruif
stranddruifjes	=	stranddruif
stranddruiven	=	stranddruif
strandduizendguldenkruid	noun	Centaurium littorale een overblijvend kruid dat behoort tot de gentiaanfamilie (Gentianaceae).
strandduizendguldenkruiden	=	strandduizendguldenkruid
strandduizendguldenkruidje	=	strandduizendguldenkruid
strandduizendguldenkruidjes	=	strandduizendguldenkruid
stranddwergmesttor	noun	Cercyon littoralis een keversoort uit de familie van de waterkevers (Hydrophilidae).
stranddwergmesttorren	=	stranddwergmesttor
stranddwergmesttorretje	=	stranddwergmesttor
stranddwergmesttorretjes	=	stranddwergmesttor
strande	=	stranden
stranden	verb	aan de grond vastlopen
strandend	=	stranden
strandende	=	stranden
strandfeest	noun	feest dat georganiseerd is op het strand
strandfeesten	=	strandfeest
strandganger	noun	een bezoeker van het strand
strandgangers	=	strandganger
strandgangertje	=	strandganger
strandgangertjes	=	strandganger
strandgaper	noun	Mya arenaria een in de zeebodem levend tweekleppig weekdier
strandgapers	=	strandgaper
strandgapertje	=	strandgaper
strandgapertjes	=	strandgaper
strandgezicht	noun	schilderij met een afbeelding van het strand
strandgezichten	=	strandgezicht
strandgoed	noun	spullen die aanspoelen op het strand
strandgoederen	=	strandgoed
strandgravertje	noun	Dyschirius impunctipennis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
strandgravertjes	=	strandgravertje
strandgriel	noun	griel met stranden als biotoop
strandgrielen	=	strandgriel
strandgrieltje	=	strandgriel
strandgrieltjes	=	strandgriel
strandhotel	noun	hotel voor badgasten gelegen in de buurt van een water en het strand
strandhotelletje	=	strandhotel
strandhotelletjes	=	strandhotel
strandhotels	=	strandhotel
strandhuis	noun	eenvoudige vakantieverblijf gelegen aan een strook zand langs de kust
strandhuisje	=	strandhuis
strandhuisjes	=	strandhuis
strandhuizen	=	strandhuis
strandhut	noun	een klein, houten huisje of cabine dat boven de vloedlijn op populaire stranden wordt geplaatst, en dient als omkleedruimte en opslag voor strandspullen
strandhutje	=	strandhut
strandhutjes	=	strandhut
strandhutten	=	strandhut
stranding	noun	het stranden, het niet meer verder kunnen, het vastlopen
strandingen	=	stranding
strandinkje	=	stranding
strandinkjes	=	stranding
strandje	=	strand
strandjes	=	strand
strandjutter	noun	iemand die aangespoelde voorwerpen van het stand haalt (/steelt)
strandjutters	=	strandjutter
strandklaroen	noun	Blutaparon vermiculare (basioniem: Philoxerus vermicularis) een kruipende verplant met takken die tot 2 meter lang worden.
strandklaroenen	=	strandklaroen
strandkortschildkever	noun	Cafius xantholoma een keversoort uit de familie van de kortschildkevers (Staphylinidae).
strandkortschildkevers	=	strandkortschildkever
strandkortschildkevertje	=	strandkortschildkever
strandkortschildkevertjes	=	strandkortschildkever
strandkrab	noun	Carcinus maenas een van de meest algemene krabben van de Belgisch-Nederlandse kustgebied
strandkrabben	noun	een familie Carcinidae uit de infraorde krabben (Brachyura).
strandkrabbetje	=	strandkrab
strandkruidbladroller	noun	Lobesia littoralis een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
strandkruidbladrollers	=	strandkruidbladroller
strandkruidbladrollertje	=	strandkruidbladroller
strandkruidbladrollertjes	=	strandkruidbladroller
strandkruidfamilie	noun	een familie Plumbaginaceae van tweezaadlobbige kruiden, heesters en soms lianen.
strandkruidfamilies	=	strandkruidfamilie
strandkruidfamilietje	=	strandkruidfamilie
strandkruidfamilietjes	=	strandkruidfamilie
strandkweek	noun	Elytrigia atherica een overblijvend kruid, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae) en vooral groeit langs kusten, dijken, kwelders etc.
strandkweekje	=	strandkweek
strandkweekjes	=	strandkweek
strandkweken	=	strandkweek
strandlaken	noun	grote badhanddoek die groot genoeg is om languit op te liggen
strandlakens	=	strandlaken
strandleeuwerik	noun	Eremophila alpestris een vogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae).
strandleeuweriken	=	strandleeuwerik
strandleeuwerikje	=	strandleeuwerik
strandleeuwerikjes	=	strandleeuwerik
strandliefhebber	noun	iemand die een sterke voorkeur of passie heeft voor het doorbrengen van tijd op het strand en aan de kust
strandliefhebbers	=	strandliefhebber
strandliefhebbertje	=	strandliefhebber
strandliefhebbertjes	=	strandliefhebber
strandlooper	=	strandloper
strandloper	noun	iemand die op het strand loopt in het bijzonder een jutter
strandlopers	=	strandloper
strandlopertje	=	strandloper
strandlopertjes	=	strandloper
strandmeer	noun	een ondiep meer dat ontstaat doordat een zandbank de uitvloei naar zee blokkeert
strandmeertje	=	strandmeer
strandmeertjes	=	strandmeer
strandmelde	noun	Atriplex littoralis een plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
strandmelden	=	strandmelde
strandmeldetje	=	strandmelde
strandmeldetjes	=	strandmelde
strandmeren	=	strandmeer
strandoogstmuis	noun	Reithrodontomys raviventris knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
strandoogstmuisje	=	strandoogstmuis
strandoogstmuisjes	=	strandoogstmuis
strandoogstmuizen	=	strandoogstmuis
strandopgang	noun	pad of weg waarmee men over de duinen op het strand kan komen
strandopgangen	=	strandopgang
strandoproller	noun	Armadillidium album een pissebed uit de familie Armadillidiidae.
strandoprollers	=	strandoproller
strandoprollertje	=	strandoproller
strandoprollertjes	=	strandoproller
strandpaal	noun	een paal die op het strand staat en vooral door Rijkswaterstaat wordt gebruikt om metingen te verrichten zoals de afstand tot de duinvoet, de hoogwaterlijn en de laagwaterlijn
strandpaaltje	=	strandpaal
strandpaaltjes	=	strandpaal
strandpalen	=	strandpaal
strandpaviljoen	noun	gebouw of andere accommodatie op het strand
strandpaviljoenen	=	strandpaviljoen
strandpaviljoens	=	strandpaviljoen
strandpaviljoentje	=	strandpaviljoen
strandpaviljoentjes	=	strandpaviljoen
strandplastic	noun	plastic dat op het strand gevonden wordt, aangespoeld vanuit zee of achtergelaten door strandbezoekers
strandplastics	=	strandplastic
strandplevier	noun	Charadrius alexandrinus vogel die leeft op het strand
strandplevieren	=	strandplevier
strandpleviers	=	strandplevier
strandpleviertje	=	strandplevier
strandpleviertjes	=	strandplevier
strandpluvier	=	strandplevier
strandpopulier	noun	Thespesia populnea een kleine boom of struik die een hoogte kan bereiken van 5 tot 10 meter (soms tot 20 meter).
strandpopulieren	=	strandpopulier
strandpopuliertje	=	strandpopulier
strandpopuliertjes	=	strandpopulier
strandpriemkever	noun	Cillenus lateralis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
strandpriemkevers	=	strandpriemkever
strandpriemkevertje	=	strandpriemkever
strandpriemkevertjes	=	strandpriemkever
strandschelp	noun	schelp zoals die op het strand wordt gevonden (bijv. van het geslacht Mactra)
strandschelpen	=	strandschelp
strandschuim	noun	soort schuim dat ontstaat door de agitatie van zeewater
strandstoel	noun	een stoel die speciaal gebruikt wordt om een comfortabele zitplaats te maken op het strand
strandstoelen	=	strandstoel
strandstoeltje	=	strandstoel
strandstoeltjes	=	strandstoel
strandt	=	stranden
strandtas	noun	tas met grote bovenopening en twee hengsels die goed bestand is tegen zout water en zand
strandtasje	=	strandtas
strandtasjes	=	strandtas
strandtassen	=	strandtas
strandtent	noun	speciaal voor op stranden bedoeld gebouw of andere accommodatie
strandtenten	=	strandtent
strandtenthouder	noun	iemand die een strandtent uitbaat
strandtenthouders	=	strandtenthouder
strandtenthoudertje	=	strandtenthouder
strandtenthoudertjes	=	strandtenthouder
strandtentje	=	strandtent
strandtentjes	=	strandtent
strandvakantie	noun	een vakantie met een strand als bestemming worden ook wel zon zee en strandvakanties genoemd.
strandvakanties	=	strandvakantie
strandvakantietje	=	strandvakantie
strandvakantietjes	=	strandvakantie
strandvarkensgras	noun	Polygonum maritimum een eenjarige of soms tweejarige plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
strandvarkensgrasje	=	strandvarkensgras
strandvarkensgrasjes	=	strandvarkensgras
strandvarkensgrassen	=	strandvarkensgras
strandviolier	noun	Matthiola sinuata een overblijvende plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
strandviolieren	=	strandviolier
strandvioliertje	=	strandviolier
strandvioliertjes	=	strandviolier
strandvlieg	noun	Fucellia maritima een vliegensoort uit de familie van de bloemvliegen (Anthomyiidae).
strandvliegen	=	strandvlieg
strandvliegje	=	strandvlieg
strandvliegjes	=	strandvlieg
strandvlo	noun	Talitrus saltator een vlokreeftje uit de familie Talitridae
strandvlooien	noun	Talitridae een familie van de suborde Senticaudata van de orde Amphipoda (vlokreeftjes)
strandvonder	noun	ambtenaar bij de strandvonderij, belast met het beheer van gestrande schepen en aangespoelde goederen
strandvonders	=	strandvonder
strandwacht	noun	iemand die toezicht houdt bij stranden, verdrinkende mensen redt en de orde handhaaft
strandwachten	=	strandwacht
strandwachtje	=	strandwacht
strandwandeling	noun	een wandeling over het strand
strandwandelingen	=	strandwandeling
strandwandelingetje	=	strandwandeling
strandwandelingetjes	=	strandwandeling
strandweer	noun	warm, zonnig zomerweer zonder al te veel wind dat geschikt is om aan het strand te verblijven
strandweertje	=	strandweer
strandwipstaart	noun	Cinclodes nigrofumosus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
strandwipstaarten	=	strandwipstaart
strandwipstaartje	=	strandwipstaart
strandwipstaartjes	=	strandwipstaart
strandwoelmuis	noun	Microtus breweri knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
strandwoelmuisje	=	strandwoelmuis
strandwoelmuisjes	=	strandwoelmuis
strandwoelmuizen	=	strandwoelmuis
strandzalmen	noun	een familie Leptobramidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
strandzand	noun	zand zoals men dat aantreft aan een zanderige strook land langs de kust en waarvan de korrels heel glad en rond zijn
strandzandloopkever	noun	Cicindela maritima een kever uit de familie loopkevers (Carabidae)
strandzandloopkevers	=	strandzandloopkever
strandzandloopkevertje	=	strandzandloopkever
strandzandloopkevertjes	=	strandzandloopkever
strandzoutloper	noun	Pogonus littoralis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
strandzoutlopers	=	strandzoutloper
strandzoutlopertje	=	strandzoutloper
strandzoutlopertjes	=	strandzoutloper
strang	noun	dode rivierarm in een uiterwaard
strange	noun	naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
strangen	=	strang
strangetje	=	strang
strangetjes	=	strang
strangulatie	noun	dichtknijpen van de luchtpijn en/of halsslagaders waardoor een mens of dier bewusteloos kan raken of sterven
strangulaties	=	strangulatie
strapatsen	noun	vreemde, overdreven of frivole acties die anderen storen
strapless	adj	zonder schouderbandjes
stras	noun	een op diamant gelijkend materiaal op basis van glas
strassen	=	stras
strata	=	stratum
strateeg	noun	een persoon die strategieën uitwerkt
strateegje	=	strateeg
strateegjes	=	strateeg
strategen	=	strateeg
strategie	noun	een plan om iets te bereiken
strategiebepaling	noun	het proces van het bewust formuleren van keuzes over de langetermijnkoers van een organisatie om gestelde doelen te bereiken.
strategiebepalingen	=	strategiebepaling
strategiebepalinkje	=	strategiebepaling
strategiebepalinkjes	=	strategiebepaling
strategiedirecteur	noun	leidinggevende van een bedrijf die gaat over de hoofdlijnen van het toekomstige beleid van een bedrijf
strategiedirecteuren	=	strategiedirecteur
strategietje	=	strategie
strategietjes	=	strategie
strategiewijziging	noun	fundamentele aanpassing van de koers van een organisatie die zij volgt om haar langetermijndoelen te bereiken.
strategiewijzigingen	=	strategiewijziging
strategiewijzigingetje	=	strategiewijziging
strategiewijzigingetjes	=	strategiewijziging
strategieën	=	strategie
strategisch	adj	als van een krijgsheer
strategische	=	strategisch
strategischer	=	strategisch
strategischere	=	strategisch
strategischers	=	strategisch
strategischt	=	strategisch
strategischte	=	strategisch
stratego	noun	bordspel waarbij twee spelers proberen het 'leger' van de tegenstander te verslaan door diens vlag te veroveren
straten	=	straat
stratenboek	noun	een verouderde term die verwijst naar een boek of register waarin straten en hun eigenschappen, zoals namen, nummers en begrenzingen, zijn vastgelegd
stratenboeken	=	stratenboek
stratenboekje	=	stratenboek
stratenboekjes	=	stratenboek
stratencircuit	noun	racecircuit voor auto's of motorfietsen op de openbare weg
stratencircuitje	=	stratencircuit
stratencircuitjes	=	stratencircuit
stratencircuits	=	stratencircuit
stratenmaker	noun	iemand die stoepen, straten, trottoirs of pleinen betegelt
stratenmakers	=	stratenmaker
stratenmakertje	=	stratenmaker
stratenmakertjes	=	stratenmaker
stratennet	noun	het netwerk van straten in een stad of dorp
stratennetten	=	stratennet
stratenpatronen	=	stratenpatroon
stratenpatroon	noun	de structuur van de wegen in een stad
stratenpatroontje	=	stratenpatroon
stratenpatroontjes	=	stratenpatroon
stratenplan	noun	kaart van de een bebouwd gebied waarop de straatnamen zijn aangegeven
stratenplannen	=	stratenplan
stratenplannetje	=	stratenplan
stratenplannetjes	=	stratenplan
stratenplans	=	stratenplan
stratificatie	noun	verdelen in lagen
stratificaties	=	stratificatie
stratigrafie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van de volgorde van opeenvolgende gesteentelagen
stratigrafieën	=	stratigrafie
stratigrafisch	adj	betrekking hebbend op de stratigrafie
stratigrafische	=	stratigrafisch
stratigrafischer	=	stratigrafisch
stratigrafischere	=	stratigrafisch
stratigrafischers	=	stratigrafisch
stratopauze	noun	scheidingsoppervlak tussen stratosfeer en mesosfeer
stratosfeer	noun	bovenste deel van de atmosfeer (tussen de troposfeer en de mesosfeer)
stratosfeertje	=	stratosfeer
stratosferen	=	stratosfeer
stratosferisch	adj	betrekking hebbend op de stratosfeer
stratosferische	=	stratosferisch
stratosferischer	=	stratosferisch
stratosferischere	=	stratosferisch
stratosferischers	=	stratosferisch
stratovulkaan	noun	een kegelvormige vulkaan met traagvloeibare lava
stratovulkanen	=	stratovulkaan
stratum	noun	laag zn
stratumpje	=	stratum
stratumpjes	=	stratum
stratus	noun	laaghangende bewolking
stratussen	=	stratus
strax	=	straks
streak	=	streaken
streake	=	streaken
streaken	verb	onverwacht naakt rondrennen tijdens een openbaar evenement
streakend	=	streaken
streakende	=	streaken
streaker	noun	persoon die de openbare ruimte onverwachts, naakt rennend, doorkruist met het doel te provoceren, of om de aandacht op zichzelf te vestigen.
streakers	=	streaker
streakertje	=	streaker
streakertjes	=	streaker
streakt	=	streaken
streakte	=	streaken
streakten	=	streaken
stream	=	streamen
streamde	=	streamen
streamden	=	streamen
streame	=	streamen
streamen	verb	het verzenden en ontvangen van media door het in stukjes te verzenden en de plaatsing ervan in een buffer zodat het programma de media al kan afspelen voordat het volledig gedownload is
streamend	=	streamen
streamende	=	streamen
streamer	noun	iets dat of iemand die streamt
streamers	=	streamer
streaming	noun	de verzending en ontvangst van media door het in stukjes te verzenden en de plaatsing ervan in een buffer zodat het programma de media al kan afspelen voordat het volledig gedownload is
streamingdienst	noun	dienst op het internet waarbij men media kan beluisteren of bekijken die op dat moment worden ontvangen zonder dat deze media (in hun geheel) op de computer worden opgeslagen
streamingdiensten	=	streamingdienst
streamingplatform	noun	een website of applicatie waarbij via het internet video's gestreamd worden
streamingplatforms	=	streamingplatform
streamings	=	streaming
streamliner	noun	een voertuig met een speciaal gestroomlijnd ontwerp dat de luchtweerstand vermindert om hogere snelheden te bereiken
streamliners	=	streamliner
streamt	=	streamen
streber	noun	iemand die gefocust is op een goed geachte prestatie
streberig	adj	sterk strevend naar het hoogste en beste
streberige	=	streberig
streberiger	=	streberig
streberigere	=	streberig
streberigers	=	streberig
streberigs	=	streberig
streberigst	=	streberig
streberigste	=	streberig
strebers	=	streber
strebertje	=	streber
strebertjes	=	streber
strede	=	strijden
streden	=	strijden
streed	=	strijden
streedt	=	strijden
streef	=	streven
streefbedrag	noun	hoeveelheid geld die men wil behalen
streefbedragen	=	streefbedrag
streefbedragje	=	streefbedrag
streefbedragjes	=	streefbedrag
streefcijfer	noun	de doelstelling in aantal of bedrag die men wil bereiken
streefcijfers	=	streefcijfer
streefdata	=	streefdatum
streefdatum	noun	de dag waarop men een bepaald doel bereikt wil hebben
streefdatums	=	streefdatum
streefde	=	streven
streefden	=	streven
streefdoel	noun	iets wat men hoopt te bereiken; iets waarnaar men streeft
streefdoelen	=	streefdoel
streefgetal	noun	hoeveelheid die men tracht te bereiken
streefgetallen	=	streefgetal
streefgetalletje	=	streefgetal
streefgetalletjes	=	streefgetal
streefgewicht	noun	het lichaamsgewicht dat men wil bereiken
streefgewichten	=	streefgewicht
streefgewichtje	=	streefgewicht
streefgewichtjes	=	streefgewicht
streefpeil	noun	de nagestreefde waarde voor de waterstanden in de polder.
streefpeilen	=	streefpeil
streefpeiltje	=	streefpeil
streefpeiltjes	=	streefpeil
streeft	=	streven
streefwaarde	noun	de grootte van een (meet)eenheid die men wil bereiken
streefwaarden	=	streefwaarde
streek	noun	een gebied met een eigen karakter, een landstreek
streekarchief	noun	plaats waar documenten die van belang zijn voor een bepaalde regio worden bewaard
streekarchieven	=	streekarchief
streekbier	noun	regionaal vervaardigd bier
streekbieren	=	streekbier
streekbiertje	=	streekbier
streekbiertjes	=	streekbier
streekbus	noun	bus voor vervoer tussen steden onderling en tussen steden en dorpen
streekbusje	=	streekbus
streekbussen	=	streekbus
streekeigen	adj	betrekking hebbend op de aard en de tradities van een bepaalde streek
streekeigene	noun	het eigene van een streek
streekeigener	=	streekeigen
streekeigenere	=	streekeigen
streekeigeners	=	streekeigen
streekeigens	=	streekeigen
streekeigenst	=	streekeigen
streekeigenste	=	streekeigen
streekgenoot	noun	persoon die in dezelfde landstreek woont
streekgenootje	=	streekgenoot
streekgenootjes	=	streekgenoot
streekgenoten	=	streekgenoot
streekje	=	streek
streekjes	=	streek
streekkrant	noun	krant met vooral lokaal nieuws en lokale abonnees; regionaal dagblad; gewestelijk dagblad
streekkranten	=	streekkrant
streekplan	noun|obsolete	tot de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening in 2008, een document dat in Nederland beschreef wat er met de ruimte in (een deel van) een provincie mocht gebeuren
streekplannen	=	streekplan
streekplannetje	=	streekplan
streekplannetjes	=	streekplan
streekraad	noun	overlegorgaan van de overheid van een bepaald gebied
streekraden	=	streekraad
streekroman	noun	roman die kenmerkend is voor het leven in een bepaalde landstreek
streekromannetje	=	streekroman
streekromannetjes	=	streekroman
streekromans	=	streekroman
streekromantiek	noun	het gevoelsleven in een bepaald, vaak landelijk, gebied
streekscholen	=	streekschool
streekschool	noun	school voor leerlingen uit de hele streek
streekschooltje	=	streekschool
streekschooltjes	=	streekschool
streekt	=	strijken
streektaal	noun	één of meer taalvariëteiten die in een bepaald gebied gesproken worden en onderling sterk gelijken
streektaalfunctionaris	noun	ambtenaar die een streektaal onderzoekt en het gebruik ervan bevordert
streektaalfunctionarissen	=	streektaalfunctionaris
streektaalmuziek	noun	gezongen muziek in de plaatselijke of regionale streektaal of dialect
streektaaltje	=	streektaal
streektaaltjes	=	streektaal
streektalen	=	streektaal
streekvervoer	noun	openbaar vervoer in een bepaalde streek voor relatief kleine afstanden, regionaal vervoer
streekvervoersbedrijf	noun	organisatie die het bus- en tramvervoer in een bepaalde regio verzorgt
streekvervoersbedrijfje	=	streekvervoersbedrijf
streekvervoersbedrijfjes	=	streekvervoersbedrijf
streekvervoersbedrijven	=	streekvervoersbedrijf
streekziekenhuis	noun	instelling waar zieke mensen uit een bepaald gebied worden behandeld; regionaal ziekenhuis
streekziekenhuisje	=	streekziekenhuis
streekziekenhuisjes	=	streekziekenhuis
streekziekenhuizen	=	streekziekenhuis
streel	=	strelen
streelde	=	strelen
streelden	=	strelen
streelpaneel	noun	computer of telefoon die wordt bediend door afbeeldingen op het scherm aan te raken
streelpaneeltje	=	streelpaneel
streelpaneeltjes	=	streelpaneel
streelpanelen	=	streelpaneel
streelt	=	strelen
streep	noun	een min of meer rechte getrokken lijn of lijnstuk
streepbandmot	noun	Isophrictis striatella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
streepbandmotje	=	streepbandmot
streepbandmotjes	=	streepbandmot
streepbandmotten	=	streepbandmot
streepbekkathaai	noun	Schroederichthys bivius een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
streepbekkathaaien	=	streepbekkathaai
streepbekkathaaitje	=	streepbekkathaai
streepbekkathaaitjes	=	streepbekkathaai
streepblokspanner	noun	Aplocera plagiata een nachtvlinder uit de familie van de spanners.
streepblokspanners	=	streepblokspanner
streepblokspannertje	=	streepblokspanner
streepblokspannertjes	=	streepblokspanner
streepborstboomjager	noun	Thripadectes rufobrunneus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepborstboomjagers	=	streepborstboomjager
streepborstboomjagertje	=	streepborstboomjager
streepborstboomjagertjes	=	streepborstboomjager
streepborstkanarie	noun	Crithagra striatipectus een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
streepborstkanaries	=	streepborstkanarie
streepborstkanarietje	=	streepborstkanarie
streepborstkanarietjes	=	streepborstkanarie
streepborstsluiptimalia	noun	Napothera epilepidota een kleine zangvogelsoort uit de bergbossen in Zuidoost-Azië.
streepborstsluiptimalia's	=	streepborstsluiptimalia
streepborstsluiptimaliaatje	=	streepborstsluiptimalia
streepborstsluiptimaliaatjes	=	streepborstsluiptimalia
streepborstspecht	noun	Dendrocopos atratus een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
streepborstspechten	=	streepborstspecht
streepborstspechtje	=	streepborstspecht
streepborstspechtjes	=	streepborstspecht
streepborstwaaierstaart	noun	Rhipidura rufiventris een waaierstaart.
streepborstwaaierstaarten	=	streepborstwaaierstaart
streepborstwaaierstaartje	=	streepborstwaaierstaart
streepborstwaaierstaartjes	=	streepborstwaaierstaart
streepborstwinterkoning	noun	Cantorchilus thoracicus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
streepborstwinterkoningen	=	streepborstwinterkoning
streepborstwinterkoninkje	=	streepborstwinterkoning
streepborstwinterkoninkjes	=	streepborstwinterkoning
streepbuikvliegenpikker	noun	Phyllomyias sclateri een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
streepbuikvliegenpikkers	=	streepbuikvliegenpikker
streepbuikvliegenpikkertje	=	streepbuikvliegenpikker
streepbuikvliegenpikkertjes	=	streepbuikvliegenpikker
streepcitroenzweefvlieg	noun	Xanthogramma citrofasciatum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
streepcitroenzweefvliegen	=	streepcitroenzweefvlieg
streepcitroenzweefvliegje	=	streepcitroenzweefvlieg
streepcitroenzweefvliegjes	=	streepcitroenzweefvlieg
streepdikkopmot	noun	Scythris knochella een vlinder uit de familie dikkopmotten (Scythrididae).
streepdikkopmotje	=	streepdikkopmot
streepdikkopmotjes	=	streepdikkopmot
streepdikkopmotten	=	streepdikkopmot
streepfopwesp	noun	Chrysotoxum vernale een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
streepfopwespen	=	streepfopwesp
streepfopwespje	=	streepfopwesp
streepfopwespjes	=	streepfopwesp
streephaakpoot	noun	Leptoiulus belgicus een miljoenpotensoort uit de familie van de Julidae.
streephaakpootje	=	streephaakpoot
streephaakpootjes	=	streephaakpoot
streephaakpoten	=	streephaakpoot
streephoutmot	noun	Mirificarma interrupta een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
streephoutmotje	=	streephoutmot
streephoutmotjes	=	streephoutmot
streephoutmotten	=	streephoutmot
streephyacint	noun	Scilla mischtschenkoana een plant uit de aspergefamilie.
streephyacinten	=	streephyacint
streephyacintje	=	streephyacint
streephyacintjes	=	streephyacint
streepje	noun	korte lijn, lijnstukje in een karakterset, "-"
streepjes	=	streep
streepjescode	noun	een op artikelen, verpakkingen afgedrukte reeks smalle en brede streepjes waarmee in gecodeerde vorm productinformatie is vastgelegd die met een scanner kan worden gelezen
streepjescodes	=	streepjescode
streepjescodetje	=	streepjescode
streepjescodetjes	=	streepjescode
streepjesdwergspanner	noun	Eupithecia intricata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
streepjesdwergspanners	=	streepjesdwergspanner
streepjesdwergspannertje	=	streepjesdwergspanner
streepjesdwergspannertjes	=	streepjesdwergspanner
streepjesgoed	noun	geweven textiel met een streeppatroon
streepjesgrasmot	noun	Crambus pratella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
streepjesgrasmotje	=	streepjesgrasmot
streepjesgrasmotjes	=	streepjesgrasmot
streepjesgrasmotten	=	streepjesgrasmot
streepkapbergtangare	noun	Dubusia stictocephala een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
streepkapbergtangaren	=	streepkapbergtangare
streepkapbergtangaretje	=	streepkapbergtangare
streepkapbergtangaretjes	=	streepkapbergtangare
streepkaphoningeter	noun	Pycnopygius stictocephalus een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
streepkaphoningeters	=	streepkaphoningeter
streepkaphoningetertje	=	streepkaphoningeter
streepkaphoningetertjes	=	streepkaphoningeter
streepkaplijstergaai	noun	Trochalopteron virgatum een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
streepkaplijstergaaien	=	streepkaplijstergaai
streepkaplijstergaaitje	=	streepkaplijstergaai
streepkaplijstergaaitjes	=	streepkaplijstergaai
streepkapmiersluiper	noun	Terenura maculata een vogel uit de familie Thamnophilidae.
streepkapmiersluipers	=	streepkapmiersluiper
streepkapmiersluipertje	=	streepkapmiersluiper
streepkapmiersluipertjes	=	streepkapmiersluiper
streepkapmiervireo	noun	Dysithamnus striaticeps een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
streepkapmiervireo's	=	streepkapmiervireo
streepkapmiervireootje	=	streepkapmiervireo
streepkapmiervireootjes	=	streepkapmiervireo
streepkapstekelstaart	noun	Cranioleuca hellmayri een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepkapstekelstaarten	=	streepkapstekelstaart
streepkapstekelstaartje	=	streepkapstekelstaart
streepkapstekelstaartjes	=	streepkapstekelstaart
streepkeelcanastero	noun	Asthenes humilis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepkeelcanastero's	=	streepkeelcanastero
streepkeelcanasterootje	=	streepkeelcanastero
streepkeelcanasterootjes	=	streepkeelcanastero
streepkeelfulvetta	noun	Fulvetta manipurensis een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
streepkeelfulvetta's	=	streepkeelfulvetta
streepkeelfulvettaatje	=	streepkeelfulvetta
streepkeelfulvettaatjes	=	streepkeelfulvetta
streepkeelheremietkolibrie	noun	Phaethornis rupurumii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
streepkeelheremietkolibries	=	streepkeelheremietkolibrie
streepkeelheremietkolibrietje	=	streepkeelheremietkolibrie
streepkeelheremietkolibrietjes	=	streepkeelheremietkolibrie
streepkeeljery	noun	Neomixis striatigula een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
streepkeeljery's	=	streepkeeljery
streepkeeljery'tje	=	streepkeeljery
streepkeeljery'tjes	=	streepkeeljery
streepkeelstruiktiran	noun	Myiotheretes striaticollis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
streepkeelstruiktirannen	=	streepkeelstruiktiran
streepkeelstruiktirannetje	=	streepkeelstruiktiran
streepkeelstruiktirannetjes	=	streepkeelstruiktiran
streepkeelwinterkoning	noun	Cantorchilus leucopogon een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
streepkeelwinterkoningen	=	streepkeelwinterkoning
streepkeelwinterkoninkje	=	streepkeelwinterkoning
streepkeelwinterkoninkjes	=	streepkeelwinterkoning
streepkokerbeertje	noun	Eilema complana een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
streepkokerbeertjes	=	streepkokerbeertje
streepkop	noun	dier met een streep op zijn kop
streepkopboomjager	noun	Thripadectes virgaticeps een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepkopboomjagers	=	streepkopboomjager
streepkopboomjagertje	=	streepkopboomjager
streepkopboomjagertjes	=	streepkopboomjager
streepkopbosijsvogel	noun	Actenoides princeps een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
streepkopbosijsvogels	=	streepkopbosijsvogel
streepkopbosijsvogeltje	=	streepkopbosijsvogel
streepkopbosijsvogeltjes	=	streepkopbosijsvogel
streepkopboszanger	noun	Phylloscopus occipitalis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
streepkopboszangers	=	streepkopboszanger
streepkopboszangertje	=	streepkopboszanger
streepkopboszangertjes	=	streepkopboszanger
streepkopbronzemannetje	noun	Mayrimunia tristissima een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
streepkopbronzemannetjes	=	streepkopbronzemannetje
streepkopbuulbuul	noun	Arizelocichla striifacies een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
streepkopbuulbuuls	=	streepkopbuulbuul
streepkopbuulbuultje	=	streepkopbuulbuul
streepkopbuulbuultjes	=	streepkopbuulbuul
streepkopgrijsstaart	noun	Xenerpestes singularis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepkopgrijsstaarten	=	streepkopgrijsstaart
streepkopgrijsstaartje	=	streepkopgrijsstaart
streepkopgrijsstaartjes	=	streepkopgrijsstaart
streepkopje	=	streepkop
streepkopjes	=	streepkop
streepkopkanarie	noun	Crithagra gularis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
streepkopkanaries	=	streepkopkanarie
streepkopkanarietje	=	streepkopkanarie
streepkopkanarietjes	=	streepkopkanarie
streepkopkruiper	noun	Rhabdornis mystacalis een vogelsoort uit de familie van de Rhabdornithidae (Filipijnse kruipers).
streepkopkruipers	=	streepkopkruiper
streepkopkruipertje	=	streepkopkruiper
streepkopkruipertjes	=	streepkopkruiper
streepkopmierpitta	noun	Grallaria andicolus een zangvogel uit de familie Grallariidae.
streepkopmierpitta's	=	streepkopmierpitta
streepkopmierpittaatje	=	streepkopmierpitta
streepkopmierpittaatjes	=	streepkopmierpitta
streepkopmiervogel	noun	Drymophila devillei een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
streepkopmiervogels	=	streepkopmiervogel
streepkopmiervogeltje	=	streepkopmiervogel
streepkopmiervogeltjes	=	streepkopmiervogel
streepkopmuisspecht	noun	Lepidocolaptes souleyetii een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepkopmuisspechten	=	streepkopmuisspecht
streepkopmuisspechtje	=	streepkopmuisspecht
streepkopmuisspechtjes	=	streepkopmuisspecht
streepkoppen	=	streepkop
streepkopspecht	noun	Veniliornis lignarius een vogel uit de familie Picidae (spechten).
streepkopspechten	=	streepkopspecht
streepkopspechtje	=	streepkopspecht
streepkopspechtjes	=	streepkopspecht
streepkopstruikgors	noun	Arremon torquatus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
streepkopstruikgorsje	=	streepkopstruikgors
streepkopstruikgorsjes	=	streepkopstruikgors
streepkopstruikgorzen	=	streepkopstruikgors
streepkoptimalia	noun	Macronus striaticeps een vogelsoort uit de familie van de timalia's.
streepkoptimalia's	=	streepkoptimalia
streepkoptimaliaatje	=	streepkoptimalia
streepkoptimaliaatjes	=	streepkoptimalia
streepkopvliegenvanger	noun	Melaenornis microrhynchus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
streepkopvliegenvangers	=	streepkopvliegenvanger
streepkopvliegenvangertje	=	streepkopvliegenvanger
streepkopvliegenvangertjes	=	streepkopvliegenvanger
streepkopwaaierstaart	noun	Cercotrichas quadrivirgata een vogelsoort uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
streepkopwaaierstaarten	=	streepkopwaaierstaart
streepkopwaaierstaartje	=	streepkopwaaierstaart
streepkopwaaierstaartjes	=	streepkopwaaierstaart
streepkopzanger	noun	Helmitheros vermivorum een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
streepkopzangers	=	streepkopzanger
streepkopzangertje	=	streepkopzanger
streepkopzangertjes	=	streepkopzanger
streepkruinstekelstaart	noun	Cranioleuca pyrrhophia een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepkruinstekelstaarten	=	streepkruinstekelstaart
streepkruinstekelstaartje	=	streepkruinstekelstaart
streepkruinstekelstaartjes	=	streepkruinstekelstaart
streepkuifmierklauwier	noun	Thamnophilus multistriatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
streepkuifmierklauwieren	=	streepkuifmierklauwier
streepkuifmierklauwiertje	=	streepkuifmierklauwier
streepkuifmierklauwiertjes	=	streepkuifmierklauwier
streeplijn	noun	onderbroken lijn.
streeplijnen	=	streeplijn
streeplijntje	=	streeplijn
streeplijntjes	=	streeplijn
streeploos	adj	zonder strepen
streeploost	=	streeploos
streeplooste	=	streeploos
streeploze	=	streeploos
streeplozer	=	streeploos
streeplozere	=	streeploos
streeplozers	=	streeploos
streepmuis	noun	Rhabdomys pumilio knaagdier uit het geslacht streepmuizen (Rhabdomys) dat voorkomt in de droge graslanden en savannes van Zuidwest-Angola, Namibië, Botswana en het westen van Zuid-Afrika.
streepmuisje	=	streepmuis
streepmuisjes	=	streepmuis
streepmuizen	noun	Rhabdomys een geslacht van knaagdieren uit de muizen en ratten van de Oude Wereld dat voorkomt van Kenia tot Angola en Zuid-Afrika.
streepnekpipratiran	noun	Mionectes striaticollis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
streepnekpipratirannen	=	streepnekpipratiran
streepnekpipratirannetje	=	streepnekpipratiran
streepnekpipratirannetjes	=	streepnekpipratiran
streepnektodietiran	noun	Hemitriccus striaticollis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
streepnektodietirannen	=	streepnektodietiran
streepnektodietirannetje	=	streepnektodietiran
streepnektodietirannetjes	=	streepnektodietiran
streeppatronen	=	streeppatroon
streeppatroon	noun	een verzameling lijnen die regelmatig en zich herhalend over een vlak is verdeeld
streeppatroontje	=	streeppatroon
streeppatroontjes	=	streeppatroon
streeppoot	noun	Paracorixa concinna een wants uit de familie van de duikerwantsen (Corixidae).
streeppootje	=	streeppoot
streeppootjes	=	streeppoot
streeppoten	=	streeppoot
streeproest	noun	Puccinia striiformis een schadelijke schimmel.
streeproesten	=	streeproest
streeproestje	=	streeproest
streeproestjes	=	streeproest
streeprugcanastero	noun	Asthenes wyatti een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streeprugcanastero's	=	streeprugcanastero
streeprugcanasterootje	=	streeprugcanastero
streeprugcanasterootjes	=	streeprugcanastero
streeprugwinterkoning	noun	Campylorhynchus nuchalis een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
streeprugwinterkoningen	=	streeprugwinterkoning
streeprugwinterkoninkje	=	streeprugwinterkoning
streeprugwinterkoninkjes	=	streeprugwinterkoning
streepsmalpalpmot	noun	Carpatolechia fugitivella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
streepsmalpalpmotje	=	streepsmalpalpmot
streepsmalpalpmotjes	=	streepsmalpalpmot
streepsmalpalpmotten	=	streepsmalpalpmot
streepsnavelarassari	noun	Pteroglossus sanguineus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
streepsnavelarassari's	=	streepsnavelarassari
streepsnavelarassarietje	=	streepsnavelarassari
streepsnavelarassarietjes	=	streepsnavelarassari
streepstaartkolibrie	noun	Eupherusa eximia een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
streepstaartkolibries	=	streepstaartkolibrie
streepstaartkolibrietje	=	streepstaartkolibrie
streepstaartkolibrietjes	=	streepstaartkolibrie
streepstaartspecht	noun	Veniliornis mixtus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
streepstaartspechten	=	streepstaartspecht
streepstaartspechtje	=	streepstaartspecht
streepstaartspechtjes	=	streepstaartspecht
streepstaartvaraan	noun	Varanus caudolineatus een hagedis uit de familie der varanen (Varanidae)
streepstaartvaraantje	=	streepstaartvaraan
streepstaartvaraantjes	=	streepstaartvaraan
streepstaartvaranen	=	streepstaartvaraan
streepstaartxenops	noun	Xenops tenuirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepstaartxenopsen	=	streepstaartxenops
streepstaartxenopsje	=	streepstaartxenops
streepstaartxenopsjes	=	streepstaartxenops
streepsteelheidesatijnzwam	noun	Entoloma acidophilum een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
streepsteelheidesatijnzwammen	=	streepsteelheidesatijnzwam
streepsteelheidesatijnzwammetje	=	streepsteelheidesatijnzwam
streepsteelheidesatijnzwammetjes	=	streepsteelheidesatijnzwam
streepsteelmycena	noun	Mycena polygramma een paddenstoel uit het geslacht Mycena.
streepsteelmycena's	=	streepsteelmycena
streepsteelmycenaatje	=	streepsteelmycena
streepsteelmycenaatjes	=	streepsteelmycena
streepsteelveldridderzwam	noun	Melanoleuca grammopodia een schimmel behorend tot het geslacht Melanoleuca.
streepsteelveldridderzwammen	=	streepsteelveldridderzwam
streepsteelveldridderzwammetje	=	streepsteelveldridderzwam
streepsteelveldridderzwammetjes	=	streepsteelveldridderzwam
streepstipspanner	noun	Idaea humiliata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
streepstipspanners	=	streepstipspanner
streepstipspannertje	=	streepstipspanner
streepstipspannertjes	=	streepstipspanner
streept	=	strepen
streeptapuit	noun	Campicoloides bifasciatus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
streeptapuiten	=	streeptapuit
streeptapuitje	=	streeptapuit
streeptapuitjes	=	streeptapuit
streepte	=	strepen
streepten	=	strepen
streepvaren	noun	een geslacht Asplenium uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae).
streepvarenfamilie	noun	een familie Aspleniaceae van varens.
streepvarenfamilies	=	streepvarenfamilie
streepvarenfamilietje	=	streepvarenfamilie
streepvarenfamilietjes	=	streepvarenfamilie
streepvarens	=	streepvaren
streepvarentje	=	streepvaren
streepvarentjes	=	streepvaren
streepvleugelmanakin	noun	Piprites chloris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
streepvleugelmanakinnetje	=	streepvleugelmanakin
streepvleugelmanakinnetjes	=	streepvleugelmanakin
streepvleugelmanakins	=	streepvleugelmanakin
streepvormig	adj	vorm van een streep hebbend
streepvormige	=	streepvormig
streepvormiger	=	streepvormig
streepvormigere	=	streepvormig
streepvormigers	=	streepvormig
streepvormigs	=	streepvormig
streepvormigst	=	streepvormig
streepvormigste	=	streepvormig
streepwangbuulbuul	noun	Arizelocichla milanjensis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
streepwangbuulbuuls	=	streepwangbuulbuul
streepwangbuulbuultje	=	streepwangbuulbuul
streepwangbuulbuultjes	=	streepwangbuulbuul
streepwangstekelstaart	noun	Cranioleuca antisiensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
streepwangstekelstaarten	=	streepwangstekelstaart
streepwangstekelstaartje	=	streepwangstekelstaart
streepwangstekelstaartjes	=	streepwangstekelstaart
streepzaad	noun	een geslacht Crepis uit de composietenfamilie (Asteraceae) en omvat ongeveer tweehonderd soorten eenjarige en vaste planten.
streepzaadje	=	streepzaad
streepzaadjes	=	streepzaad
streepzaadroest	noun	Puccinia praecox een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
streepzaadroesten	=	streepzaadroest
streepzaadroestje	=	streepzaadroest
streepzaadroestjes	=	streepzaadroest
streepzaadvedermot	noun	Crombrugghia distans een nachtvlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae)
streepzaadvedermotje	=	streepzaadvedermot
streepzaadvedermotjes	=	streepzaadvedermot
streepzaadvedermotten	=	streepzaadvedermot
streepzaden	=	streepzaad
streetart	noun	kunst die in de openbare ruimte wordt gemaakt en getoond
streetarts	=	streetart
streetdance	noun	dansstijl die op straat is ontstaan, met elementen van breakdance, hiphop en funkdance
streetdancen	verb	het beoefenen van streetdance
streetdancend	=	streetdancen
streetdancende	=	streetdancen
streetdances	=	streetdance
streetdancet	=	streetdancen
streetdancete	=	streetdancen
streetdanceten	=	streetdancen
streetfishing	noun	vangen van vis in de grachten en andere wateren in de bebouwde kom
streetfood	noun	eten dat op straat wordt klaargemaakt, verkocht en genuttigd
strek	noun	de lange kant van een baksteen
strekdam	noun	een parallel langs de oever van een rivier of zeekust aangelegde dam die voorkomt dat de oever door de stroom afkalft
strekdammen	=	strekdam
strekdammetje	=	strekdam
strekdammetjes	=	strekdam
streke	=	strijken
strekel	noun	een lat waarmee een maatbeker langs de bovenrand wordt gladgestreken om de exacte hoeveelheid van de maatbeker af te passen
strekels	=	strekel
streken	=	streek
strekje	=	strek
strekjes	=	strek
strekke	=	strekken
strekken	verb	het zo ver mogelijk uitrekken in de lengte.
strekkend	adj	in de lengte gemeten
strekkende	=	strekken
strekkends	=	strekkend
strekking	noun	het gebied waarover het zich uitstrekt, betekenis, teneur.
strekkingen	=	strekking
strekkinkje	=	strekking
strekkinkjes	=	strekking
streklaag	noun	een laag gemetselde stenen die met hun lange zijvlak zichtbaar zijn ('strekse' stenen)
streklagen	=	streklaag
strekpoot	noun	Dicranopalpus ramosus een hooiwagen uit de familie Phalangiidae
strekpootje	=	strekpoot
strekpootjes	=	strekpoot
strekpoten	=	strekpoot
streks	adj	in een vlakke lengterichting	adv	variant van straks
strekse	=	streks
strekser	=	streks
streksere	=	streks
streksers	=	streks
strekspier	noun	spier die (een van de ledematen) strekt
strekspieren	=	strekspier
strekspinnen	noun	Tetragnathidae een familie van spinnen.
strekst	=	streks
strekste	=	streks
strekt	=	strekken
strekte	=	strekken
strekten	=	strekken
strele	=	strelen
strelen	verb	zachtjes met de hand over iets of iemand strijken
strelend	adj	zacht aaiend
strelende	=	strelen
strelender	=	strelend
strelendere	=	strelend
strelenders	=	strelend
strelends	=	strelend
strelendst	=	strelend
strelendste	=	strelend
streling	noun	een uiting van tederheid
strelingen	=	streling
strelinkje	=	streling
strelinkjes	=	streling
strem	=	stremmen
stremde	=	stremmen
stremden	=	stremmen
stremme	=	stremmen
stremmen	verb	neerslaan van opgeloste eiwitten
stremmend	=	stremmen
stremmende	=	stremmen
stremming	noun	een onderbreking in de normale stroom van het verkeer
stremmingen	=	stremming
stremminkje	=	stremming
stremminkjes	=	stremming
stremsel	noun	een oplossing die spijsverteringsenzymen bevat, afkomstig uit de lebmaag van kalveren
stremsels	=	stremsel
stremt	=	stremmen
streng	noun	een van de dunne touwen waaruit een koord bestaat	adj	zonder ruimte voor tegenspraak
strengde	=	strengen
strengden	=	strengen
strenge	=	streng
strengel	=	strengelen
strengelde	=	strengelen
strengelden	=	strengelen
strengele	=	strengelen
strengelen	verb	zich ~: zich slingeren
strengelend	=	strengelen
strengelende	=	strengelen
strengelijk	adj	op een krachtige manier; op een strenge manier
strengelijke	=	strengelijk
strengelijker	=	strengelijk
strengelijkere	=	strengelijk
strengelijkers	=	strengelijk
strengelijks	=	strengelijk
strengelijkst	=	strengelijk
strengelijkste	=	strengelijk
strengelt	=	strengelen
strengen	verb	verbinden
strengend	=	strengen
strengende	=	strengen
strenger	=	streng
strengere	=	streng
strengers	=	streng
strengetje	=	streng
strengetjes	=	streng
strengheden	=	strengheid
strengheid	noun	het strak toepassen van regels
strengs	=	streng
strengst	=	streng
strengste	=	streng
strengt	=	strengen
strepe	=	strepen
strepen	verb	strepen aanbrengen op
strepend	=	strepen
strepende	=	strepen
strepengaai	noun	Garrulus lanceolatus een vogel uit de familie der Corvidae (Kraaiachtigen).
strepengaaien	=	strepengaai
strepengaaitje	=	strepengaai
strepengaaitjes	=	strepengaai
strepenlori	noun	Chalcopsitta scintillata een vogel uit de familie van de Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
strepenlori's	=	strepenlori
strepenlorietje	=	strepenlori
strepenlorietjes	=	strepenlori
strepenral	noun	Sarothrura affinis een vogel uit de familie Sarothruridae.
strepenrallen	=	strepenral
strepenralletje	=	strepenral
strepenralletjes	=	strepenral
streperig	adj	met strepen, strepen vertonend
streperige	=	streperig
streperiger	=	streperig
streperigere	=	streperig
streperigers	=	streperig
streperigs	=	streperig
streperigst	=	streperig
streperigste	=	streperig
streptokok	noun	soort ronde bacterie die in kettingen achter elkaar liggen
streptokokken	=	streptokok
streptomycine	noun	antibioticum uit de groep van de aminoglycosiden
streptomycinen	=	streptomycine
streptomycines	=	streptomycine
stres	=	stressen
stress	noun	zware spanning, geestelijke druk (uit de omgeving)
stressbal	noun	bolvormig zacht voorwerp, bedoeld om in te knijpen en mee te spelen, waardoor de stress afneemt; ook wel gebruikt tegen RSI
stressballen	=	stressbal
stressballetje	=	stressbal
stressbestendig	adj	in staat om stress zonder problemen te verdragen
stressbestendige	=	stressbestendig
stressbestendiger	=	stressbestendig
stressbestendigere	=	stressbestendig
stressbestendigers	=	stressbestendig
stressbestendigs	=	stressbestendig
stressbestendigst	=	stressbestendig
stressbestendigste	=	stressbestendig
stresse	=	stressen
stresseer	=	stresseren
stresseerde	=	stresseren
stresseerden	=	stresseren
stresseert	=	stresseren
stressen	verb	~ over: zich zorgen maken over iets en daarom geagiteerd zijn
stressend	=	stressen
stressende	=	stressen
stressere	=	stresseren
stresseren	verb	spanning, stress veroorzaken
stresserend	adj	leidend tot geestelijke belasting, psychische druk veroorzakend
stresserende	=	stresseren
stresserender	=	stresserend
stresserendere	=	stresserend
stresserenders	=	stresserend
stresserends	=	stresserend
stresserendst	=	stresserend
stresserendste	=	stresserend
stressfactor	noun	een factor die stress veroorzaakt
stressfactoren	=	stressfactor
stressfracturen	=	stressfractuur
stressfractuur	noun	onvolledige botbreuk die ontstaat door een herhaalde, te zware belasting van een bot
stresshormonen	=	stresshormoon
stresshormoon	noun	hormoon dat in verhoogde mate wordt geproduceerd door de bijnier als er acute spanningen en bedreigingen zijn
stresskip	noun|informal	iemand die niet goed met stress kan omgaan
stresskipje	=	stresskip
stresskipjes	=	stresskip
stresskippen	=	stresskip
stresskippetje	=	stresskip
stresskippetjes	=	stresskip
stresskonijn	noun|informal	iemand die erg gevoelig voor stress is
stresskonijnen	=	stresskonijn
stresskonijntje	=	stresskonijn
stresskonijntjes	=	stresskonijn
stresslaxen	verb	een manier van ontspannen die juist spanningsverhogend werkt
stresslaxend	=	stresslaxen
stresslaxing	noun	een mislukte poging om te ontspannen omdat deze poging juist tot meer stress heeft geleid
stresslaxte	=	stresslaxen
stressniveau	noun	de mate waarin iemand spanning ervaart
stressniveaus	=	stressniveau
stressor	noun	iets dat stress veroorzaakt
stressoren	=	stressor
stressorexia	noun	sterke vermagering die ontstaat door ernstige spanningen
stressors	=	stressor
stressortje	=	stressor
stressortjes	=	stressor
stresssituatie	noun	een situatie waarin iemand onder grote psychologische spanning staat
stresssituaties	=	stresssituatie
stresssituatietje	=	stresssituatie
stresssituatietjes	=	stresssituatie
stressstoornis	noun	een stoornis die vooral wordt veroorzaakt door stress
stressstoornisje	=	stressstoornis
stressstoornissen	=	stressstoornis
stresssyndromen	=	stresssyndroom
stresssyndroom	noun	stoornis als gevolg van heftige of langdurige geestelijke belasting
stresst	=	stressen
stressten	=	stressen
stresstest	noun	een proef om te kijken hoe een persoon of een systeem reageert in moeilijke omstandigheden
stresstesten	=	stresstest
stresstestje	=	stresstest
stresstestjes	=	stresstest
stresstests	=	stresstest
stressverlagend	adj	betreft iets dat een ontspannende invloed heeft
stressverlagende	=	stressverlagend
stressverlagender	=	stressverlagend
stressverlagendere	=	stressverlagend
stressverlagenders	=	stressverlagend
stressverlagends	=	stressverlagend
stressverlagendst	=	stressverlagend
stressverlagendste	=	stressverlagend
stressverschijnsel	noun	verschijnsel dat aanduidt dat iets of iemand spanningen ondergaat die hij niet aankan
stressverschijnselen	=	stressverschijnsel
stressverschijnsels	=	stressverschijnsel
stressvol	adj	met veel spanning
stressvolle	=	stressvol
stressvoller	=	stressvol
stressvollere	=	stressvol
stressvollers	=	stressvol
stressvols	=	stressvol
stressvolst	=	stressvol
stressvolste	=	stressvol
stressvrij	adj	zonder stress
stressvrije	=	stressvrij
stressvrijer	=	stressvrij
stressvrijere	=	stressvrij
stressvrijers	=	stressvrij
stressvrijs	=	stressvrij
stressvrijst	=	stressvrij
stressvrijste	=	stressvrij
stressziekenhuis	noun	ziekenhuis waar overspannen patiënten worden behandeld
stressziekenhuizen	=	stressziekenhuis
strest	=	stressen
streste	=	stressen
stresten	=	stressen
stretch	noun	elastisch weefsel	adj	vervaardigd uit een elastisch weefsel
stretchbroek	noun	broek gemaakt van elastische stof
stretchbroeken	=	stretchbroek
stretchbroekje	=	stretchbroek
stretchbroekjes	=	stretchbroek
stretche	=	stretchen
stretchen	verb	het op een voorzichtige manier rekken van een spiergroep om de lenigheid van de betreffende spiergroep te trainen en te verbeteren
stretchend	=	stretchen
stretchende	=	stretchen
stretcher	noun	een lichtgewicht bed met demontabele of opklapbare poten en een opvouwbaar skelet
stretchers	=	stretcher
stretchertje	=	stretcher
stretchertjes	=	stretcher
stretching	noun	bewuste oprekking van spieren en pezen om je flexibiliteit te vergroten en je gewrichten soepeler te maken.
stretchings	=	stretching
stretcht	=	stretchen
stretchte	=	stretchen
stretchten	=	stretchen
streve	=	streven
streven	verb	een doel willen bereiken	noun	het willen bereiken van een doel
strevend	=	streven
strevende	=	streven
strever	noun	iemand die streeft
strevers	=	strever
strevertje	=	strever
strevertjes	=	strever
streving	noun	dat wat men wil bereiken; het streven
strevingen	=	streving
stria	noun	gewoonlijk meervoud huidstriem(en) (huidstrepen bijv. na zwangerschap)
striae	=	stria
stribbel	=	stribbelen
stribbelde	=	stribbelen
stribbelden	=	stribbelen
stribbele	=	stribbelen
stribbelen	verb	zich verzetten
stribbelend	=	stribbelen
stribbelende	=	stribbelen
stribbeling	noun	ruzie, getwist, geharrewar
stribbelingen	=	stribbeling
stribbelingetje	=	stribbeling
stribbelingetjes	=	stribbeling
stribbelt	=	stribbelen
stricturen	=	strictuur
strictuur	noun	ziekelijke vernauwing van een hol orgaan of van een buisvormige structuur
striem	noun	streep in de huid
striemde	=	striemen
striemden	=	striemen
strieme	=	striemen
striemen	verb	slaan met rode strepen tot gevolg
striemend	adj	pijnlijk hard
striemende	=	striemen
striemender	=	striemend
striemendere	=	striemend
striemenders	=	striemend
striemends	=	striemend
striemendst	=	striemend
striemendste	=	striemend
striempje	=	striem
striempjes	=	striem
striemt	=	striemen
strijd	noun	een handgemeen
strijdbaar	adj	in staat om te strijden
strijdbaarder	=	strijdbaar
strijdbaardere	=	strijdbaar
strijdbaarders	=	strijdbaar
strijdbaarheden	=	strijdbaarheid
strijdbaarheid	noun	geneigdheid om de strijd aan te gaan
strijdbaars	=	strijdbaar
strijdbaarst	=	strijdbaar
strijdbaarste	=	strijdbaar
strijdbare	=	strijdbaar
strijdbijl	noun	bijl die als wapen wordt gebruikt
strijdbijlen	=	strijdbijl
strijdbijltje	=	strijdbijl
strijdbijltjes	=	strijdbijl
strijdculturen	=	strijdcultuur
strijdcultuur	noun	politieke, geëngageerde kunst, gericht op verandering van maatschappelijke patronen
strijdcultuurtje	=	strijdcultuur
strijdcultuurtjes	=	strijdcultuur
strijde	=	strijd
strijden	verb	ondanks weerstand een doel proberen te bereiken
strijdend	adj	gevecht voerend
strijdende	=	strijden
strijdends	=	strijdend
strijder	noun	een persoon die strijdt
strijders	=	strijder
strijdertje	=	strijder
strijdertjes	=	strijder
strijdgas	noun	gas dat als wapen wordt gebruikt
strijdgasje	=	strijdgas
strijdgasjes	=	strijdgas
strijdgassen	=	strijdgas
strijdgebied	noun	gebied waar slag geleverd wordt
strijdgebieden	=	strijdgebied
strijdgebiedje	=	strijdgebied
strijdgebiedjes	=	strijdgebied
strijdgewoel	noun	alle drukte die gepaard gaat met een gevecht
strijdgroep	noun	een ploeg van strijders
strijdgroepen	=	strijdgroep
strijdgroepje	=	strijdgroep
strijdgroepjes	=	strijdgroep
strijdhaftig	adj	geschikt en geneigd om strijd te voeren
strijdhaftige	=	strijdhaftig
strijdhaftiger	=	strijdhaftig
strijdhaftigere	=	strijdhaftig
strijdhaftigers	=	strijdhaftig
strijdhaftigs	=	strijdhaftig
strijdhaftigst	=	strijdhaftig
strijdhaftigste	=	strijdhaftig
strijdig	adj	tegenstrijdig
strijdige	=	strijdig
strijdiger	=	strijdig
strijdigere	=	strijdig
strijdigers	=	strijdig
strijdigs	=	strijdig
strijdigst	=	strijdig
strijdigste	=	strijdig
strijdje	=	strijd
strijdjes	=	strijd
strijdknots	noun	een slagwapen in de vorm van een metalen staf met een versterkte kop
strijdknotsen	=	strijdknots
strijdknotsje	=	strijdknots
strijdknotsjes	=	strijdknots
strijdkracht	noun	vermogen om een gevecht aan te gaan
strijdkrachten	noun	geheel van de militaire organisaties die een staat ter beschikking staan
strijdkragt	=	strijdkracht
strijdkreet	noun	kreet waarmee tot de strijd wordt aangewakkerd of opgeroepen
strijdkreetje	=	strijdkreet
strijdkreetjes	=	strijdkreet
strijdkreten	=	strijdkreet
strijdleger	noun	gewapende macht die een conflict uitvecht
strijdlegers	=	strijdleger
strijdleus	noun	leus die bij een strijd wordt gebezigd
strijdleusje	=	strijdleus
strijdleusjes	=	strijdleus
strijdleuzen	=	strijdleus
strijdlied	noun	opwekkend lied van een beweging of vereniging
strijdliederen	=	strijdlied
strijdliedje	=	strijdlied
strijdliedjes	=	strijdlied
strijdlust	noun	lust tot de strijd
strijdlusten	=	strijdlust
strijdlustig	adj	veel zin hebben in strijd of competitie
strijdlustige	=	strijdlustig
strijdlustiger	=	strijdlustig
strijdlustigere	=	strijdlustig
strijdlustigers	=	strijdlustig
strijdlustigs	=	strijdlustig
strijdlustigst	=	strijdlustig
strijdlustigste	=	strijdlustig
strijdmacht	noun	een militaire organisatie die de taak heeft een conflict met wapengeweld op te lossen
strijdmachten	=	strijdmacht
strijdmachtje	=	strijdmacht
strijdmachtjes	=	strijdmacht
strijdmakker	noun	iemand waarmee je samen vecht tegen een gemeenschappelijke vijand
strijdmakkers	=	strijdmakker
strijdmakkertje	=	strijdmakker
strijdmiddel	noun	elk middel wat in een strijd kan worden gebruikt
strijdmiddelen	=	strijdmiddel
strijdmiddeltje	=	strijdmiddel
strijdmiddeltjes	=	strijdmiddel
strijdorganisatie	noun	groep mensen die een (gewapende) strijd voert zonder deel uit te maken van een geregeld leger
strijdorganisaties	=	strijdorganisatie
strijdperk	noun	afgeperkt terrein waarin een tweekamp, een toernooi wordt uitgevochten
strijdperken	=	strijdperk
strijdperkje	=	strijdperk
strijdperkjes	=	strijdperk
strijdplaats	noun	plaats waar wordt gestreden
strijdplaatsen	=	strijdplaats
strijdpunt	noun	kwestie waar mensen een verschil van mening over hebben
strijdpunten	=	strijdpunt
strijdpuntje	=	strijdpunt
strijdpuntjes	=	strijdpunt
strijdros	noun	paard dat men gebruikt in de oorlog en tijdens riddertoernooien
strijdrosje	=	strijdros
strijdrossen	=	strijdros
strijdschrift	noun	geschrift dat de strijd aanbindt met tegenstanders en wantoestanden
strijdschriften	=	strijdschrift
strijdschriftje	=	strijdschrift
strijdschriftjes	=	strijdschrift
strijdster	noun	vrouw die strijdt
strijdsters	=	strijdster
strijdstertje	=	strijdster
strijdt	=	strijden
strijdtoneel	noun	gebied waarbinnen een strijd zich afspeelt
strijdtoneeltje	=	strijdtoneel
strijdtoneeltjes	=	strijdtoneel
strijdtonelen	=	strijdtoneel
strijdvaardig	adj	bereid tot strijd, gereed voor de strijd
strijdvaardige	=	strijdvaardig
strijdvaardiger	=	strijdvaardig
strijdvaardigere	=	strijdvaardig
strijdvaardigers	=	strijdvaardig
strijdvaardigheden	=	strijdvaardigheid
strijdvaardigheid	noun	bereid om een gevecht aan te gaan
strijdvaardigs	=	strijdvaardig
strijdvaardigst	=	strijdvaardig
strijdvaardigste	=	strijdvaardig
strijdvraag	noun	kwestie waarover verschil van mening bestaat
strijdvraagje	=	strijdvraag
strijdvraagjes	=	strijdvraag
strijdvragen	=	strijdvraag
strijdwagen	noun	oorlogswagen getrokken door paarden of andere dieren (uit de oudheid)
strijdwagens	=	strijdwagen
strijdwagentje	=	strijdwagen
strijdwagentjes	=	strijdwagen
strijk	noun	hoeveelheid wasgoed die nog gestreken moet worden
strijk-en-zet	adv	herhaaldelijk, telkens weer
strijkage	noun	een te diepe, te onderdanige buiging om in het gevlij bij iemand te komen / een overdreven beleefdheid
strijkages	=	strijkage
strijkbaar	adj	van kleding en andere stoffen dat ze met een strijkijzer gestreken kunnen en mogen worden
strijkbaarder	=	strijkbaar
strijkbaardere	=	strijkbaar
strijkbaarders	=	strijkbaar
strijkbaars	=	strijkbaar
strijkbaarst	=	strijkbaar
strijkbaarste	=	strijkbaar
strijkbalk	noun	balk die over zijn gehele lengte langs een muur ligt
strijkbalkanker	noun	anker men een strijkbalk (aan de muur) kan bevestigen
strijkbalkankers	=	strijkbalkanker
strijkbalkankertje	=	strijkbalkanker
strijkbalkankertjes	=	strijkbalkanker
strijkbalken	=	strijkbalk
strijkbare	=	strijkbaar
strijkbout	noun	zwaar voorwerp met een glad vlak dat gebruikt wordt om gewassen textiel na het drogen door middel van warmte en eventueel stoom glad te strijken
strijkbouten	=	strijkbout
strijkboutje	=	strijkbout
strijkboutjes	=	strijkbout
strijkconcert	noun	muziekstuk met alleen maar strijkinstrumenten
strijkconcerten	=	strijkconcert
strijke	=	strijken
strijkel	noun	stok waarmee men een maat meel of graan kan afstrijken
strijkelings	adv	rakelings, bijna rakend, scheerlings
strijkels	=	strijkel
strijkeltje	=	strijkel
strijkeltjes	=	strijkel
strijken	verb	over een oppervlak laten glijden
strijkend	=	strijken
strijkende	=	strijken
strijker	noun	iemand die (beroepsmatig) een strijkinstrument bespeelt
strijkerensemble	noun	een orkest dat bestaat uit uitsluitend strijkinstrumenten: eerste violen, tweede violen, altviolen, celli en contrabassen
strijkerensembles	=	strijkerensemble
strijkers	=	strijker
strijkersensemble	noun	een orkest dat bestaat uit uitsluitend strijkinstrumenten: eerste violen, tweede violen, altviolen, celli en contrabassen
strijkersensembles	=	strijkersensemble
strijkertje	=	strijker
strijkertjes	=	strijker
strijkgoed	noun	Het textiel dat nog gestreken moet worden.
strijkijzer	noun	een huishoudelijk gereedschap dat gebruikt wordt om textiel glad te strijken
strijkijzerruwhaai	noun	Oxynotus centrina een vis uit de familie van de ruwhaaien (Oxynotidae) en behoort derhalve tot de orde van de doornhaaiachtigen (Squaliformes)
strijkijzerruwhaaien	=	strijkijzerruwhaai
strijkijzerruwhaaitje	=	strijkijzerruwhaai
strijkijzerruwhaaitjes	=	strijkijzerruwhaai
strijkijzers	=	strijkijzer
strijkijzertje	=	strijkijzer
strijkijzertjes	=	strijkijzer
strijkinstrument	noun	muziekinstrument met één of meer snaren die, naast andere speeltechnieken, in trilling worden gebracht door een strijkstok of bijv. het wiel van een draailier
strijkinstrumenten	=	strijkinstrument
strijkinstrumentje	=	strijkinstrument
strijkinstrumentjes	=	strijkinstrument
strijkje	noun	klein strijkorkest
strijkjes	=	strijk
strijkkraal	noun	kinderspeelgoed bestaande uit kleine gekleurde ringetjes waarmee men op een speciaal plastic bord figuren kan maken die men later met een warme strijkbout aaneen kan smelten
strijkkraaltje	=	strijkkraal
strijkkraaltjes	=	strijkkraal
strijkkralen	=	strijkkraal
strijkkwartet	noun	kamermuziek ensemble met 4 strijkinstrumenten
strijkkwartetje	=	strijkkwartet
strijkkwartetjes	=	strijkkwartet
strijkkwartetten	=	strijkkwartet
strijklicht	noun	licht dat schuin op een oppervlak schijnt
strijklichtje	=	strijklicht
strijklichtjes	=	strijklicht
strijkorkest	noun	groep muzikanten die ieder een strijkinstrument bespelen
strijkorkesten	=	strijkorkest
strijkorkestje	=	strijkorkest
strijkorkestjes	=	strijkorkest
strijkparel	noun	plastic ringetjes die op een pinnetjesbord gerangschikt worden tot ze een figuur vormen.
strijkparels	=	strijkparel
strijkpareltje	=	strijkparel
strijkpareltjes	=	strijkparel
strijkplank	noun	een plankvormig voorwerp, gewoonlijk op een inklapbaar onderstel, bedoeld als ondergrond waarop kleding gestreken kan worden
strijkplanken	=	strijkplank
strijkplankje	=	strijkplank
strijkplankjes	=	strijkplank
strijksel	noun	stof die men ergens op smeert
strijksels	=	strijksel
strijkseltje	=	strijksel
strijkseltjes	=	strijksel
strijkster	noun	vrouwelijke vorm van strijker, iemand die (beroepsmatig) een strijkinstrument bespeelt
strijksters	=	strijkster
strijkstertje	=	strijkster
strijkstertjes	=	strijkster
strijkstok	noun	een constructie waarmee de snaren van een strijkinstrument in trilling gebracht worden
strijkstokje	=	strijkstok
strijkstokjes	=	strijkstok
strijkstokken	=	strijkstok
strijkt	=	strijken
strijtwagen	=	strijdwagen
strik	noun	een knoop met twee lussen
strikdas	noun	kleurrijke los om de nek gebonden das
strikdasje	=	strikdas
strikdasjes	=	strikdas
strikdassen	=	strikdas
strikdiploma	noun	een 'diploma' dat kinderen ontvangen als ze zelfstandig hun schoenveters kunnen strikken
strikdiploma's	=	strikdiploma
strikdiplomaatje	=	strikdiploma
strikdiplomaatjes	=	strikdiploma
strike	noun	worp waarmee in een keer alle kegels ("pins") worden omgegooid
strikes	=	strike
strikje	=	strik
strikjes	=	strik
strikke	=	strikken
strikken	verb	met een sierlijke knoop vastmaken
strikkend	=	strikken
strikkende	=	strikken
strikt	adj	op strenge wijze nauwgezet
strikte	=	strikt
striktelijk	adj	heel nauwkeurig, streng, en zonder enige afwijking, vaak gebruikt om aan te geven dat iets absoluut moet gebeuren
striktelijke	=	striktelijk
striktelijker	=	striktelijk
striktelijkere	=	striktelijk
striktelijkers	=	striktelijk
striktelijks	=	striktelijk
striktelijkst	=	striktelijk
striktelijkste	=	striktelijk
strikten	=	strikken
strikter	=	strikt
striktere	=	strikt
strikters	=	strikt
strikts	=	strikt
striktst	=	strikt
striktste	=	strikt
strikvraag	noun	een vraag die bedoeld is om een verkeerd antwoord uit te lokken
strikvraagje	=	strikvraag
strikvraagjes	=	strikvraag
strikvragen	=	strikvraag
string	noun	reeks tekens (tevens in sommige programmeertalen een datatype)
stringent	adj	streng, dwingend
stringente	=	stringent
stringenter	=	stringent
stringentere	=	stringent
stringenters	=	stringent
stringents	=	stringent
stringentst	=	stringent
stringentste	=	stringent
stringetje	=	string
stringetjes	=	string
strings	=	string
stringtanga	noun	slipje waarvan zowel band over de heupen als het driehoekige kruis heel smal zijn Vooral vrouwen dragen stringtanga's als badkleding of ondergoed, dit wordt vaak gezien als erotische kleding.
stringtanga's	=	stringtanga
stringtheorie	noun	een theorie die poogt de vier fundamentele natuurkrachten, de elektromagnetische kracht, de sterke en zwakke kernkracht en de zwaartekracht, in één universele omvattende theorie onder te brengen
stringtheorietje	=	stringtheorie
stringtheorietjes	=	stringtheorie
stringtheorieën	=	stringtheorie
strip	noun	een boek met een verhaal in beeldvorm
stripachtig	adj	lijkend op een stripfiguur of stripverhaal
stripachtige	=	stripachtig
stripachtiger	=	stripachtig
stripachtigere	=	stripachtig
stripachtigers	=	stripachtig
stripachtigs	=	stripachtig
stripachtigst	=	stripachtig
stripachtigste	=	stripachtig
stripact	noun	optreden waarbij de artiest zijn of haar kleren op een sensuele manier uittrekt met als doel het publiek seksueel te prikkelen
stripacts	=	stripact
stripalbum	noun	in albumvorm verschenen stripverhaal
stripalbums	=	stripalbum
stripauteur	noun	iemand die zowel het scenario als de tekeningen van een beeldverhaal bedenkt
stripauteurs	=	stripauteur
stripblaadje	=	stripblad
stripblaadjes	=	stripblad
stripblad	noun	een tijdschrift met stripverhalen
stripbladen	=	stripblad
stripboek	noun	een boek met een verhaal in beeldvorm
stripboeken	=	stripboek
stripboekje	=	stripboek
stripboekjes	=	stripboek
stripclub	noun	uitgaansgelegenheid met stripteaseshows
stripclubje	=	stripclub
stripclubs	=	stripclub
stripfiguren	=	stripfiguur
stripfiguur	noun	een figuur uit stripboeken
stripfiguurtje	=	stripfiguur
stripfiguurtjes	=	stripfiguur
stripgoed	noun	het totaal aan stripmateriaal
stripgoederen	=	stripgoed
stripheld	noun	een hoofdrolspeler in een stripboek
striphelden	=	stripheld
stripheldin	=	stripheld
stripheldje	=	stripheld
stripheldjes	=	stripheld
striping	noun	opvallend herkenbaar patroon met strepen
stripings	=	striping
stripje	=	strip
stripjes	=	strip
stripmaker	noun	schrijver en tekenaar van stripverhalen
stripmakers	=	stripmaker
stripmusea	=	stripmuseum
stripmuseum	noun	een museum waarin men stripalbums en alles wat daar mee samenhangt verzamelt en tentoonstelt
stripmuseums	=	stripmuseum
stripofiel	noun	iemand die zich uit liefhebberij verdiept in beeldverhalen
stripofielen	=	stripofiel
strippagina	noun	pagina binnen een stripverhaal of beeldverhaal die is opgebouwd uit één of meer losse tekeningen met tekst die samen een verhaal vertellen
strippagina's	=	strippagina
strippaginaatje	=	strippagina
strippaginaatjes	=	strippagina
strippe	=	strippen
strippen	verb	het zich ontdoen van alle of een groot deel van de kleding die het lichaam bedekt, vaak met een erotische bijbedoeling
strippend	=	strippen
strippende	=	strippen
strippenkaart	noun	kaart met strookjes die je bij een reis in bus, tram of metro moest afstempelen als vervoersbewijs
strippenkaarten	=	strippenkaart
strippenkaartje	=	strippenkaart
strippenkaartjes	=	strippenkaart
stripper	noun	iemand die een prikkelende vertoning uitvoert waarbij de kleren uitgedaan worden
strippers	=	stripper
strippertje	=	stripper
strippertjes	=	stripper
stripreeks	noun	een serie stripverhalen waarin vaak dezelfde personages de hoofdrol spelen
stripreeksen	=	stripreeks
striproman	noun	een in stripvorm uitgegeven boek (gewoonlijk bestemd voor volwassenen) dat zich onderscheidt van het stripalbum door een veelal literaire inslag
stripromannetje	=	striproman
stripromannetjes	=	striproman
stripromans	=	striproman
strips	=	strip
stript	=	strippen
stripte	=	strippen
stripteasde	=	stripteasen
striptease	noun	voorstelling waarin een vrouw of een man zich bewegend op muziek langzaam uitkleedt
stripteasedanseres	noun	vrouw die al dansend haar kleren uittrekt om het publiek seksueel te prikkelen
stripteasedanseressen	=	stripteasedanseres
stripteasede	=	stripteasen
stripteaseden	=	stripteasen
stripteasen	verb	dansend en op een verleidelijke manier je kleding uittrekken	noun	dans waarbij je op een verleidelijke manier je kleding uittrekt
stripteasend	=	stripteasen
stripteases	=	striptease
stripteaset	=	stripteasen
striptechnisch	adj	betreffende een stripverhaal of een stripfiguur
striptechnische	=	striptechnisch
striptechnischer	=	striptechnisch
striptechnischere	=	striptechnisch
striptechnischers	=	striptechnisch
striptekenaar	noun	iemand die afbeeldingen voor een beeldverhaal verzorgt
striptekenaars	=	striptekenaar
striptekenaartje	=	striptekenaar
striptekenaartjes	=	striptekenaar
striptekenares	=	striptekenaar
striptekenen	verb	het maken van een stripverhaal
striptekenend	=	striptekenen
striptekenende	=	striptekenen
stripten	=	strippen
striptent	noun	een uitgaansgelegenheid met stripteaseshows
striptenten	=	striptent
striptentje	=	striptent
striptentjes	=	striptent
stripverhaal	noun	een boek met een verhaal in beeldvorm
stripverhaaltje	=	stripverhaal
stripverhaaltjes	=	stripverhaal
stripverhalen	=	stripverhaal
stripverpakking	noun	een specifieke verpakkingsmethode waarbij individuele tabletten, capsules of andere kleine eenheidsdoses tussen twee lagen flexibel materiaal (zoals plastic en aluminium) worden geseald.
stripverpakkingen	=	stripverpakking
stripverpakkinkje	=	stripverpakking
stripverpakkinkjes	=	stripverpakking
stro	noun	droge bloeistengels van graangewassen
stro-uiltje	noun	Rivula sericealis een vlinder uit de familie spinneruilen (Erebidae).
stro-uiltjes	=	stro-uiltje
stroachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van stro
stroachtige	=	stroachtig
stroachtiger	=	stroachtig
stroachtigere	=	stroachtig
stroachtigers	=	stroachtig
stroachtigs	=	stroachtig
stroachtigst	=	stroachtig
stroachtigste	=	stroachtig
strobaal	noun	hoeveelheid samengebonden droge stengels van graan; bundel samengeperst stro
strobalen	=	strobaal
strobed	noun	een bed van stro waarop men kan slapen
strobedden	=	strobed
strobloem	noun	een kruidachtige overblijvende plant met grijs-groene bladeren aan lange stelen, Helichrysum arenarium uit de composietenfamilie
strobloemen	=	strobloem
strobloemetje	=	strobloem
strobloemetjes	=	strobloem
strobloempje	=	strobloem
strobloempjes	=	strobloem
stroblond	adj	blond in strokleur
stroblonde	=	stroblond
stroblonder	=	stroblond
stroblondere	=	stroblond
stroblonders	=	stroblond
stroblonds	=	stroblond
stroblondst	=	stroblond
stroblondste	=	stroblond
strobos	noun	bundel gedroogd stro
stroboscoop	noun	apparaat waarmee van een groot aantal beelden, die de fasen van een periodieke beweging uitmaken slechts één of enkele belicht worden, waardoor het waargenomen beeld schijnbaar stilstaat
stroboscoopje	=	stroboscoop
stroboscoopjes	=	stroboscoop
stroboscooplamp	noun	lamp die steeds zeer korte lichtflitsen geeft waardoor men bewegende voorwerpen beter kan bestuderen
stroboscooplampen	=	stroboscooplamp
stroboscooplampje	=	stroboscooplamp
stroboscooplampjes	=	stroboscooplamp
stroboscopen	=	stroboscoop
stroboscopisch	adj	flitsend met een hoge frequentie
stroboscopische	=	stroboscopisch
stroboscopischer	=	stroboscopisch
stroboscopischere	=	stroboscopisch
stroboscopischers	=	stroboscopisch
strobossen	=	strobos
strobreed	noun	in: geen ~ in de weg leggen: op geen enkele wijze hinderen
strodak	noun	dak bedekt met riet
strodaken	=	strodak
strodakje	=	strodak
strodakjes	=	strodak
strodakken	=	strodak
strodek	noun	bedekking gemaakt van stro
strodekje	=	strodek
strodekjes	=	strodek
strodekken	verb	het dekken van huizen met riet
stroef	adj	de wrijvingsweerstand van een ruw oppervlak	adv	op moeizame wijze
stroefheden	=	stroefheid
stroefheid	noun	de mate waarin iemand minder vlot is
stroefs	=	stroef
stroefst	=	stroef
stroefste	=	stroef
stroel	noun	het murmelen van een beekje; het geruis van stromend water
stroelde	=	stroelen
stroelden	=	stroelen
stroele	=	stroelen
stroelen	verb	met een ruisend, murmelend geluid stromen
stroelend	=	stroelen
stroelende	=	stroelen
stroelt	=	stroelen
stroeve	=	stroef
stroever	=	stroef
stroevere	=	stroef
stroevers	=	stroef
strofe	noun	geheel van versregels dat een gedicht of onderdeel daarvan vormt
strofebouw	noun	de manier waarop een dichtregel is geconstrueerd
strofelied	noun	uit strofen opgebouwd gedicht
strofeliederen	=	strofelied
strofeliedje	=	strofelied
strofeliedjes	=	strofelied
strofen	=	strofe
strofes	=	strofe
strofisch	adj	bestaande uit coupletten of strofen
strofische	=	strofisch
strofischer	=	strofisch
strofischere	=	strofisch
strofischers	=	strofisch
stroganoffsaus	noun	oorspronkelijk Russische saus bestaande uit ui, champignons, meel, bouillon, smetana (soort zure room) en mosterd
stroganoffsausen	=	stroganoffsaus
stroganoffsausje	=	stroganoffsaus
stroganoffsausjes	=	stroganoffsaus
stroganoffsauzen	=	stroganoffsaus
strogeel	adj	met een gele kleur die lijkt op de kleur van stro
strogeels	=	strogeel
strogeelst	=	strogeel
strogeelste	=	strogeel
strogele	=	strogeel
strogeler	=	strogeel
strogelere	=	strogeel
strogelers	=	strogeel
strohalm	noun	gedorste korenhalm
strohalmen	=	strohalm
strohalmpje	=	strohalm
strohalmpjes	=	strohalm
strohalsibis	noun	Threskiornis spinicollis een vogel uit de familie van de ibissen en lepelaars (Threskiornithidae).
strohalsibisje	=	strohalsibis
strohalsibisjes	=	strohalsibis
strohalsibissen	=	strohalsibis
strohoed	noun	hoed gevlochten van fijn bewerkt stro
strohoeden	=	strohoed
strohoedje	=	strohoed
strohoedjes	=	strohoed
strohut	noun	een (tijdelijk, armoedig) optrekje waar stro als een van de bouwmaterialen is gebruikt
strohutje	=	strohut
strohutjes	=	strohut
strohutten	=	strohut
strokarton	noun	karton gemaakt van stro
stroke	=	stroken
stroken	verb	in overeenstemming zijn met
strokend	=	stroken
strokende	=	stroken
stromamollisia	noun	Mollisia stromaticola een schimmel uit de familie Mollisiaceae.
stromamollisia's	=	stromamollisia
stromamollisiaatje	=	stromamollisia
stromamollisiaatjes	=	stromamollisia
stroman	noun	persoon die niet voor zichzelf, maar als werktuig voor een ander handelt, bv. iemand die bij transacties zijn naam leent (katvanger) of in de politiek een 'leider' die slechts de jure aan de macht is (marionet), terwijl de werkelijke macht berust bij iemand anders
stromannen	=	stroman
stromannetje	=	stroman
stromannetjes	=	stroman
stromat	noun	een mat of matras gemaakt van stro
stromatje	=	stromat
stromatjes	=	stromat
stromatoporen	noun	een orde Stromatoporoidea van koloniale ongewervelden, die tot voor kort in het devoon uitgestorven werd geacht.
stromatras	noun	met stro gevuld hulsel dat als onderdeel van een eenvoudige slaapplaats bestemd is om het lichaam te ondersteunen
stromatrassen	=	stromatras
stromatten	=	stromat
strome	=	stromen
stromeloos	adj	doelloos
stromeloost	=	stromeloos
stromelooste	=	stromeloos
stromeloze	=	stromeloos
stromelozer	=	stromeloos
stromelozere	=	stromeloos
stromelozers	=	stromeloos
stromen	verb	voortbewegen van vloeistoffen
stromend	adj	van water: voortbewegend, vallend
stromende	=	stromen
stromends	=	stromend
stromijt	noun	opgetaste stapel stro
stromijten	=	stromijt
stroming	noun	het zich in een bepaalde richting voortbewegen van een vloeistof
stromingen	=	stroming
stromingsleer	noun	tak van de fysica die een aantal stromingseigenschappen van materialen bestudeert
stromingspatronen	=	stromingspatroon
stromingspatroon	noun	Het is een visuele en wiskundige representatie van de beweging van een vloeistof of gas
stromingspatroontje	=	stromingspatroon
stromingspatroontjes	=	stromingspatroon
strominkje	=	stroming
strominkjes	=	stroming
strompel	=	strompelen
strompelaar	noun	iemand die strompelt, mannelijke vorm van strompelaarster
strompelaars	=	strompelaar
strompelde	=	strompelen
strompelden	=	strompelen
strompele	=	strompelen
strompelen	verb	gebrekkig lopen, lopen terwijl je het eigenlijk bijna niet meer kan, struikelend lopen
strompelend	=	strompelen
strompelende	=	strompelen
strompelt	=	strompelen
stronk	noun	boomstronk (stobbe), onderste dikke stamdeel van een boom.
stronkaardkruiper	noun	Geophilus truncorum een duizendpotensoort uit de familie van de Geophilidae.
stronkaardkruipers	=	stronkaardkruiper
stronkaardkruipertje	=	stronkaardkruiper
stronkaardkruipertjes	=	stronkaardkruiper
stronken	=	stronk
stronkje	=	stronk
stronkjes	=	stronk
stronkkokkenbrij	noun	Cryptococcus macerans een schimmel behorend tot de familie Tremellaceae.
stronkkokkenbrijen	=	stronkkokkenbrij
stronkkokkenbrijtje	=	stronkkokkenbrij
stronkkokkenbrijtjes	=	stronkkokkenbrij
stronkmier	noun	Formica truncorum een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
stronkmieren	=	stronkmier
stronkmiertje	=	stronkmier
stronkmiertjes	=	stronkmier
stronkmollisia	noun	een schimmel Pyrenopeziza aquosa (syn.: Mollisia aquosa) behorend tot de familie Ploettnerulaceae.
stronkmollisia's	=	stronkmollisia
stronkmollisiaatje	=	stronkmollisia
stronkmollisiaatjes	=	stronkmollisia
stronkruigkogeltje	noun	Ruzenia spermoides een schimmel behorend tot de familie Lasiosphaeriaceae.
stronkruigkogeltjes	=	stronkruigkogeltje
stront	noun	uitgescheiden afvalstoffen van mens of dier
strontchagrijnig	adj|informal	in een buitengewoon slechte stemming, heel slecht gehumeurd, erg snel boos
strontchagrijnige	=	strontchagrijnig
strontchagrijnigs	=	strontchagrijnig
stronteigenwijs	adj	heel erg eigenzinnig
stronteigenwijze	=	stronteigenwijs
stronten	=	stront
stronthoofd	noun	iemand die domme dingen doet
stronthoofden	=	stronthoofd
stronthoop	noun|informal	mestvaalt
stronthoopje	=	stronthoop
stronthoopjes	=	stronthoop
stronthopen	=	stronthoop
strontium	noun	scheikundig element met symbool Sr en atoomnummer 38. Het is een zilverwit aardalkalimetaal
strontiumatomen	=	strontiumatoom
strontiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element strontium.
strontiumatoompje	=	strontiumatoom
strontiumatoompjes	=	strontiumatoom
strontiumcarbonaat	noun	verbinding van strontium, koolstof, waterstof en zuurstof, een witte, onoplosbare stof, o.a. gebruikt als middel om slakken te vormen in smeltovens
strontje	noun	zweertje op het ooglid door infectie van een talgkliertje of zweetkliertje bij het haarzakje van een wimper
strontjes	=	stront
strontkar	noun	een wagen waarmee in vroegere tijden urine en ontlasting werd opgehaald in steden, vooral vóór de komst van de moderne riolering en toiletten
strontkarren	=	strontkar
strontkarretje	=	strontkar
strontkarretjes	=	strontkar
strontmosfamilie	noun	een familie Splachnaceae uit de orde Splachnales.
strontmosfamilies	=	strontmosfamilie
strontmosfamilietje	=	strontmosfamilie
strontmosfamilietjes	=	strontmosfamilie
strontvervelend	adj	heel erg irritant
strontvervelende	=	strontvervelend
strontvervelends	=	strontvervelend
strontvlieg	noun	Scathophaga stercoraria soort vlieg uit de familie drekvliegen (Scathophagidae) die bij viezigheid en van uitwerpselen leeft
strontvliegen	=	strontvlieg
strontvliegje	=	strontvlieg
strontvliegjes	=	strontvlieg
strontzak	noun	stom, dik vervelend persoon
strontzakje	=	strontzak
strontzakjes	=	strontzak
strontzakken	=	strontzak
strontzat	adj	volledig dronken
strontzate	=	strontzat
strontzats	=	strontzat
strontzatte	=	strontzat
strontziek	adj|informal	erg lijdend onder een aandoening, heel misselijk
strontzieke	=	strontziek
strontzieks	=	strontziek
strooi	=	strooien
strooiactie	noun	de preventieve of curatieve inzet van strooiwagens om wegen, fietspaden en andere locaties te strooien met zout of een zoutoplossing om gladheid door winterse omstandigheden (zoals vorst, sneeuw of ijzel) te bestrijden
strooiacties	=	strooiactie
strooiactietje	=	strooiactie
strooiactietjes	=	strooiactie
strooibiljet	noun	op straat gratis uitgedeelde folder om snel een (commerciële) boodschap te verspreiden
strooibiljetje	=	strooibiljet
strooibiljetjes	=	strooibiljet
strooibiljetten	=	strooibiljet
strooibrief	noun	op straat gratis uitgedeeld drukwerk om snel een (commerciële) boodschap te verspreiden
strooibriefje	=	strooibrief
strooibriefjes	=	strooibrief
strooibrieven	=	strooibrief
strooibus	noun	fles of koker die is afgesloten met een dop met gaatjes waardoor je korrels of poeder gelijkmatig kunt uitstrooien
strooibusje	=	strooibus
strooibusjes	=	strooibus
strooibussen	=	strooibus
strooide	=	strooien
strooiden	=	strooien
strooidiagram	noun	een grafische weergave die de samenhang tussen twee variabelen toont
strooidiagrammen	=	strooidiagram
strooidiagrammetje	=	strooidiagram
strooidiagrammetjes	=	strooidiagram
strooidop	noun	kleine deksel met veel gaatjes waarmee men een poeder makkelijk, gedoseerd kan uitstrooien
strooidoppen	=	strooidop
strooie	=	strooien
strooien	verb	verspreid neergooien	adj	van stro gemaakt
strooiend	=	strooien
strooiende	=	strooien
strooier	noun	een apparaat waarmee men een bepaalde stof over iets anders kan verdelen door te strooien
strooiers	=	strooier
strooifiets	noun	deelfiets die men overal kan achterlaten als men hem niet meer nodig heeft
strooifietsen	=	strooifiets
strooifietsje	=	strooifiets
strooifietsjes	=	strooifiets
strooigoed	noun	snoepgoed om uit te strooien vooral gebruikelijk met Sinterklaas
strooigoedje	=	strooigoed
strooiing	noun	de afwijking van golven of deeltjes van hun oorspronkelijke pad door interactie met objecten of deeltjes
strooiingen	=	strooiing
strooiingsdiagram	noun	een grafische weergave die de samenhang tussen twee variabelen toont
strooiingsdiagrammen	=	strooiingsdiagram
strooiingsdiagrammetje	=	strooiingsdiagram
strooiingsdiagrammetjes	=	strooiingsdiagram
strooiinkje	=	strooiing
strooiinkjes	=	strooiing
strooikaas	noun	zuivelproduct van gestremde melk in de vorm van poeder of als raspsel
strooikazen	=	strooikaas
strooischade	noun	schade die per persoon relatief klein is maar omvangrijk in zijn geheel en alleen verhaald kan worden door een collectieve schadeclaim
strooischaden	=	strooischade
strooischades	=	strooischade
strooisel	noun	alles wat gestrooid kan worden zoals bloemen voor de bruid, zout op de weg bij gladheid en snoepgoed bij het sinterklaasfeest.
strooisellaag	noun	dat deel van de bodem waar dode, gevallen bladeren en naalden nog herkenbaar aanwezig zijn.
strooisellagen	=	strooisellaag
strooiselmot	noun	Endotricha flammealis een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
strooiselmotje	=	strooiselmot
strooiselmotjes	=	strooiselmot
strooiselmotten	=	strooiselmot
strooiselmuistimalia	noun	Pellorneum poliogene een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
strooiselmuistimalia's	=	strooiselmuistimalia
strooiselmuistimaliaatje	=	strooiselmuistimalia
strooiselmuistimaliaatjes	=	strooiselmuistimalia
strooisels	=	strooisel
strooiselstipspanner	noun	Idaea laevigata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
strooiselstipspanners	=	strooiselstipspanner
strooiselstipspannertje	=	strooiselstipspanner
strooiselstipspannertjes	=	strooiselstipspanner
strooiseltje	=	strooisel
strooiseltjes	=	strooisel
strooistep	noun	een deelstep die achteloos ergens wordt achtergelaten
strooisteppen	=	strooistep
strooisuiker	noun	poedersuiker
strooisuikers	=	strooisuiker
strooisuikertje	=	strooisuiker
strooisuikertjes	=	strooisuiker
strooit	=	strooien
strooiwagen	noun	een wagen die de wegen strooit met zout of zand
strooiwagens	=	strooiwagen
strooiwagentje	=	strooiwagen
strooiwagentjes	=	strooiwagen
strooiwei	noun	grasveld waarop men de as van een overledene kan uitstrooien
strooiweide	noun	plaats waar de as van overledenen mag worden uitgestrooid
strooiweiden	=	strooiweide
strooiweides	=	strooiweide
strooiweien	=	strooiwei
strooizout	noun	zout dat men kan gebruiken om een bevroren weg of pad minder glad te maken
strook	noun	object waarvan de lengte groot is in vergelijking met de breedte
strookdiagram	noun	een grafische weergave van een verdeling in de vorm van een strook die verdeeld is in delen overeenkomstig de weer te geven verdeling
strookdiagrammen	=	strookdiagram
strookdiagrammetje	=	strookdiagram
strookdiagrammetjes	=	strookdiagram
strooken	=	stroken
strookje	=	strook
strookjes	=	strook
strooklat	noun	een langwerpig meetgereedschap, van flexibel materiaal, waarmee een vloeiende lijn langs vaste punten getekend kan worden
strooklatje	=	strooklat
strooklatjes	=	strooklat
strooklatten	=	strooklat
strookt	=	stroken
strookte	=	stroken
strookten	=	stroken
stroom	noun	rivier, beek
stroomafnemer	noun	elektrisch contact op het dak van een tram, trein of trolleybus waarmee stroom aan de leiding onttrokken wordt
stroomafnemers	=	stroomafnemer
stroomafwaarts	adv	met de stroom mee, in de richting van de oorsprong naar de mond, in de richting van de stroom
stroombed	noun	gebied waarin een rivier of beek stroomt
stroombedden	=	stroombed
stroombedding	noun	de fysieke bodem en de ruimte tussen de oevers waar een rivier of beek doorheen stroomt.
stroombeddingen	=	stroombedding
stroombeddinkje	=	stroombedding
stroombeddinkjes	=	stroombedding
stroombedje	=	stroombed
stroombron	noun	een ideale stroombron levert een stroom waarvan de grootte onafhankelijk is van de belasting
stroombronnen	=	stroombron
stroombronnetje	=	stroombron
stroomchinees	noun	een Chinees staatsbedrijf dat een aandeel wil verkrijgen in een beheerder van het elektriciteitsnet
stroomchineesje	=	stroomchinees
stroomchineesjes	=	stroomchinees
stroomchinezen	=	stroomchinees
stroomcircuit	noun	keten, circuit voor een elektrische stroom
stroomcircuits	=	stroomcircuit
stroomde	=	stromen
stroomden	=	stromen
stroomdichtheden	=	stroomdichtheid
stroomdichtheid	noun	stroomsterkte per oppervlakte-eenheid stroomgeleidend oppervlakte (eenheid: A/m²)
stroomdraad	noun	elekriciteitsdraad
stroomdraadje	=	stroomdraad
stroomdraadjes	=	stroomdraad
stroomdraden	=	stroomdraad
stroomen	=	stromen
stroomflux	noun	stroomdichtheid
stroomgebied	noun	het gebied dat zijn water via een rivier afvoert
stroomgebieden	=	stroomgebied
stroomgebiedje	=	stroomgebied
stroomgebiedjes	=	stroomgebied
stroomgeleider	noun	materiaal met een naar verhouding hoog aantal beweeglijke ladingsdragers, waardoor het een elektrische stroom makkelijk doorlaat
stroomgeleiders	=	stroomgeleider
strooming	=	stroming
stroomkabel	noun	dikke draad waardoor elektrische stroom gaat
stroomkabels	=	stroomkabel
stroomkabeltje	=	stroomkabel
stroomkabeltjes	=	stroomkabel
stroomkost	noun|obsolete	geld dat men voor de gebruikte elektriciteit moet betalen
stroomkosten	noun	geld dat men voor de gebruikte elektriciteit moet betalen
stroomkring	noun	een circuit waarin een elektrische stroom vloeit
stroomkringen	=	stroomkring
stroomkringetje	=	stroomkring
stroomkringetjes	=	stroomkring
stroomlijn	noun	denkbeeldige kromme lijn die de richting van de stroming in een vloeistof of gas aangeeft
stroomlijnde	=	stroomlijnen
stroomlijnden	=	stroomlijnen
stroomlijne	=	stroomlijnen
stroomlijnen	verb	iets een zodanige vorm geven dat de luchtweerstand beperkt wordt
stroomlijnend	=	stroomlijnen
stroomlijnende	=	stroomlijnen
stroomlijnpantsermeerval	noun	Corydoras arcuatus een pantsermeerval die gekenmerkt wordt door een zwarte lijn die over de flank loopt.
stroomlijnpantsermeervallen	=	stroomlijnpantsermeerval
stroomlijnpantsermeervalletje	=	stroomlijnpantsermeerval
stroomlijnpantsermeervalletjes	=	stroomlijnpantsermeerval
stroomlijnt	=	stroomlijnen
stroomlijntje	=	stroomlijn
stroomlijntjes	=	stroomlijn
stroomloos	adj	zonder (elektrische)stroom
stroomloost	=	stroomloos
stroomlooste	=	stroomloos
stroomloze	=	stroomloos
stroomlozer	=	stroomloos
stroomlozere	=	stroomloos
stroomlozers	=	stroomloos
stroomlus	noun	een elektrische kring om bewegende objecten te meten/tellen
stroomlusje	=	stroomlus
stroomlusjes	=	stroomlus
stroomlussen	=	stroomlus
stroommeter	noun	meetinstrument voor de grootte van een elektrische stroom
stroommeters	=	stroommeter
stroommetertje	=	stroommeter
stroommetertjes	=	stroommeter
stroomnet	noun	net van elektrische geleidingen waardoor stroom naar de verbruikers gevoerd wordt
stroomnetten	=	stroomnet
stroomnimf	noun	nimf die in de buurt van stroompjes vertoeft, waternimf
stroomnimfen	=	stroomnimf
stroomonderbreking	noun	kortdurende uitval in de elektriciteitsvoorziening
stroomonderbrekingen	=	stroomonderbreking
stroomonderbrekinkje	=	stroomonderbreking
stroomonderbrekinkjes	=	stroomonderbreking
stroomopwaarts	adv	tegen de stroom in, in de richting van de mond naar de oorsprong, tegen de richting van de stroom
stroomopwekker	noun	apparaat dat elektrische stroom produceert
stroomopwekkers	=	stroomopwekker
stroomopwekking	noun	het proces waarbij andere vormen van energie (zoals beweging, zonlicht of warmte) worden omgezet in elektrische energie (stroom).
stroomopwekkingen	=	stroomopwekking
stroomopwekkinkje	=	stroomopwekking
stroomopwekkinkjes	=	stroomopwekking
stroompanne	noun	een onbedoelde onderbreking in de voorziening van elektrische energie
stroompannes	=	stroompanne
stroompje	=	stroom
stroompjes	=	stroom
stroomprijs	noun	tarief dat voor het gebruik van stroom moet worden betaald
stroomprijzen	=	stroomprijs
stroomregelaar	noun	instrument om de grootte van een elektrische stroom te regelen
stroomregelaars	=	stroomregelaar
stroomregelaartje	=	stroomregelaar
stroomregelaartjes	=	stroomregelaar
stroomrekening	noun	de factuur die de geleverde prestaties t.a.v. generatie en transport van elektriciteit specificeert
stroomrekeningen	=	stroomrekening
stroomrekeningetje	=	stroomrekening
stroomrekeningetjes	=	stroomrekening
stroomroggen	noun	een familie Narcinidae binnen de orde van de Torpediniformes.
stroomrug	noun	een verhoging in het landschap ontstaan als een oeverwal langs een verdwenen rivierloop
stroomruggen	=	stroomrug
stroomruggetje	=	stroomrug
stroomruggetjes	=	stroomrug
stroomslurpend	adj	wat stroom slurpt
stroomslurpende	=	stroomslurpend
stroomslurpends	=	stroomslurpend
stroomsnelheden	=	stroomsnelheid
stroomsnelheid	noun	de snelheid waarmee een vloeistof of gas ergens doorheen stroomt
stroomsterkte	noun	de verplaatsing van een hoeveelheid materie of elektrische lading, per tijdseenheid
stroomsterkten	=	stroomsterkte
stroomsterktes	=	stroomsterkte
stroomsterktetje	=	stroomsterkte
stroomsterktetjes	=	stroomsterkte
stroomstok	noun	een handvat of stok waarmee een elektrische schok kan worden toegediend
stroomstokken	=	stroomstok
stroomstoot	noun	plotselinge, sterke, kortdurende elektrische stroom
stroomstootje	=	stroomstoot
stroomstootjes	=	stroomstoot
stroomstootwapen	noun	een wapen waarmee verlammende stroomstoten kunnen worden uitgedeeld
stroomstootwapens	=	stroomstootwapen
stroomstootwapentje	=	stroomstootwapen
stroomstootwapentjes	=	stroomstootwapen
stroomstoring	noun	een onbedoelde onderbreking in de voorziening van elektrische energie
stroomstoringen	=	stroomstoring
stroomstorinkje	=	stroomstoring
stroomstorinkjes	=	stroomstoring
stroomstoten	=	stroomstoot
stroomt	=	stromen
stroomtoevoer	noun	aanvoer van elektriciteit
stroomtoevoeren	=	stroomtoevoer
stroomtransformator	noun	is een transformator die een meestal grote primaire stroom Iₚ omzet naar een k maal kleinere secundaire stroom Iₛ in een galvanisch gescheiden secundaire wikkeling die dan meer geschikt wordt om te meten
stroomtransformatoren	=	stroomtransformator
stroomtransformators	=	stroomtransformator
stroomtransformatortje	=	stroomtransformator
stroomtransformatortjes	=	stroomtransformator
stroomuitval	noun	het (onbedoeld) niet beschikbaar zijn van elektriciteit
stroomuitvallen	=	stroomuitval
stroomuitvalletje	=	stroomuitval
stroomverdeler	noun	instrument om een elektrische stroom in verschillende takken te splitsen
stroomverdelers	=	stroomverdeler
stroomverdeling	noun	verdeling van (een) stroom
stroomverdelingen	=	stroomverdeling
stroomverdelinkje	=	stroomverdeling
stroomverdelinkjes	=	stroomverdeling
stroomverkoopmaatschappij	noun	een verkoopmaatschappij opgericht om stroom te verkopen
stroomverkoopmaatschappijen	=	stroomverkoopmaatschappij
stroomverkoopmaatschappijtje	=	stroomverkoopmaatschappij
stroomverkoopmaatschappijtjes	=	stroomverkoopmaatschappij
stroomversnelling	noun	plaats in rivier waar de stroming sneller is dan op andere plaatsen
stroomversnellingen	=	stroomversnelling
stroomversnellinkje	=	stroomversnelling
stroomversnellinkjes	=	stroomversnelling
stroomversterkingsfactor	noun	de factor waarmee de stroom wordt versterkt
stroomversterkingsfactoren	=	stroomversterkingsfactor
stroomversterkingsfactortje	=	stroomversterkingsfactor
stroomversterkingsfactortjes	=	stroomversterkingsfactor
stroomvoorziening	noun	maatregelen en apparatuur die zorgen dat elektriciteit beschikbaar is
stroomvoorzieningen	=	stroomvoorziening
stroomvoorzieninkje	=	stroomvoorziening
stroomvoorzieninkjes	=	stroomvoorziening
stroomvreter	noun|informal	toestel dat veel elektriciteit verbruikt
stroomvreters	=	stroomvreter
stroomvretertje	=	stroomvreter
stroomvretertjes	=	stroomvreter
stroomwarmte	noun	ontwikkelde warmte ten gevolge van de doorgang van elektrische stroom
stroomwarmtes	=	stroomwarmte
stroomwisselaar	noun	apparaat (schakelaar) om de richting van een elektrische stroom te wisselen
stroomwisselaars	=	stroomwisselaar
stroop	noun	dikke, viskeuze, geconcentreerde vloeistof waarin een grote hoeveelheid suikers zijn opgelost
stroopachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van stroop
stroopachtige	=	stroopachtig
stroopachtiger	=	stroopachtig
stroopachtigere	=	stroopachtig
stroopachtigers	=	stroopachtig
stroopachtigs	=	stroopachtig
stroopachtigst	=	stroopachtig
stroopachtigste	=	stroopachtig
strooper	=	stroper
stroopje	=	stroop
stroopjes	=	stroop
stroopkan	noun	kan voor stroop
stroopkannen	=	stroopkan
stroopkannetje	=	stroopkan
stroopkannetjes	=	stroopkan
strooplik	=	strooplikken
strooplikken	verb	overdreven vleien, naar de mond praten, stroopsmeren, gatlikken, kontlikken
strooplikkend	=	strooplikken
strooplikkende	=	strooplikken
strooplikker	noun	iemand die zich kruiperig/overdreven onderdanig opstelt (met de bedoeling hier zelf uiteindelijk beter van te worden)
strooplikkers	=	strooplikker
stroopnagel	noun	een plaats waar de huid langs den nagel is ingescheurd
stroopnagels	=	stroopnagel
stroopop	=	stropop
strooppot	noun	pot waarin stroop bewaard kan worden
strooppotje	=	strooppot
strooppotjes	=	strooppot
strooppotten	=	strooppot
stroopsmeer	noun	niet gemeende complimenten om iemand gunstig te stemmen
stroopsmeren	verb	overdreven vleien, naar de mond praten, strooplikken, gatlikken, kontlikken
stroopsmerend	=	stroopsmeren
stroopsmerende	=	stroopsmeren
stroopsuiker	noun	suiker in ruwe staat, vochtig en stroperig
stroopsuikers	=	stroopsuiker
stroopsuikertje	=	stroopsuiker
stroopsuikertjes	=	stroopsuiker
stroopt	=	stropen
stroopte	=	stropen
stroopten	=	stropen
strooptocht	noun	een tocht die ondernomen wordt om een streek leeg te roven
strooptochten	=	strooptocht
strooptochtje	=	strooptocht
strooptochtjes	=	strooptocht
stroopvet	noun	een broodbeleg bestaande uit een mengsel van spekvet en suikerstroop
stroopwafel	noun	twee wafels op elkaar met stroop ertussen
stroopwafelen	=	stroopwafel
stroopwafelkraam	noun	een mobiele verkoopplek waar ter plekke verse, warme stroopwafels worden gebakken
stroopwafelkraampje	=	stroopwafelkraam
stroopwafelkraampjes	=	stroopwafelkraam
stroopwafelkramen	=	stroopwafelkraam
stroopwafelpiet	noun	een Zwarte Piet die geschminkt is i stroopwafelkleur en -patroon
stroopwafelpieten	=	stroopwafelpiet
stroopwafelpietje	=	stroopwafelpiet
stroopwafelpietjes	=	stroopwafelpiet
stroopwafels	=	stroopwafel
stroopwafeltje	=	stroopwafel
stroopwafeltjes	=	stroopwafel
strootje	=	stro
strootjes	=	stro
strop	noun	lus van stevig touw, bedoeld om iemand mee op te hangen of om bij het stropen dieren te vangen
stropdas	noun	lange, smalle reep stof die onder de kraag van het overhemd wordt vastgeknoopt en waarin een sierknoop gelegd wordt
stropdasje	=	stropdas
stropdasjes	=	stropdas
stropdasknoop	noun	knoop waarmee een stropdas vastzit rond de hals
stropdasknoopje	=	stropdasknoop
stropdasknoopjes	=	stropdasknoop
stropdasknopen	=	stropdasknoop
stropdassen	=	stropdas
strope	=	stropen
stropen	verb	de huid van een dier afhalen door deze binnenstebuiten te keren
stropend	=	stropen
stropende	=	stropen
stroper	noun	een jager of visser zonder akte of vergunning
stroperig	adj	lijkend op stroop
stroperige	=	stroperig
stroperiger	=	stroperig
stroperigere	=	stroperig
stroperigers	=	stroperig
stroperigheden	=	stroperigheid
stroperigheid	noun	het stroperig zijn
stroperigs	=	stroperig
stroperigst	=	stroperig
stroperigste	=	stroperig
stroperij	noun	het zich zonder toestemming toe-eigenen van natuurlijke zaken die zich bevinden op of deel uitmaken van een grondgebied waarvan men niet de eigenaar is
stroperijen	=	stroperij
stropers	noun	apparaat dat afgemaaide graanstengels samenperst voor transport en opslag
stropersen	=	stropers
stropertje	=	stroper
stropertjes	=	stroper
strophe	=	strofe
stropje	=	strop
stropjes	=	strop
stropop	noun	van stro gemaakte pop (b.v. gebruikt als vogelverschrikker)
stropopje	=	stropop
stropoppen	=	stropop
stropoppetje	=	stropop
stropoppetjes	=	stropop
stropopredenering	noun	een type drogreden waarbij men niet het werkelijke standpunt van de tegenstander weerlegt maar een (karikaturale) variant daarvan
stropopredeneringen	=	stropopredenering
stropopredenerinkje	=	stropopredenering
stropopredenerinkjes	=	stropopredenering
stroppe	=	stroppen
stroppen	verb	dichtsnoeren (met een touw)
stroppend	=	stroppen
stroppende	=	stroppen
stroppendrager	noun	een benaming voor een inwoner van de stad Gent
stroppendragers	=	stroppendrager
stroppendragertje	=	stroppendrager
stroppendragertjes	=	stroppendrager
stroppenpot	noun	hoeveelheid geld waarmee men financiële tegenvallers kan opvangen
stroppenpotje	=	stroppenpot
stroppenpotjes	=	stroppenpot
stroppenpotten	=	stroppenpot
stropt	=	stroppen
stropte	=	stroppen
stropten	=	stroppen
stroriet	noun	gedroogde stengels van riet Phragmites australis, een grasachtige waterplant, soms in het bijzonder gebruikt voor de minder hoogwaardige vormen die niet geschikt zijn als dakbedekking
stros	=	strossen
stroschub	noun	een vliezig schutblaadje aan de voet van elk bloempje in het hoofdje van sommige composieten
stroschubben	=	stroschub
stroschubbetje	=	stroschub
stroschubbetjes	=	stroschub
strosnijder	noun	werktuig dat droge halmen van graangewassen met een mes in kleinere stukken deelt voor verdere verwerking
strosnijders	=	strosnijder
strosnijer	=	strosnijder
strosse	=	strossen
strossen	verb	slordig naaien of stoppen
strossend	=	strossen
strossende	=	strossen
strost	=	strossen
stroste	=	strossen
strosten	=	strossen
stroster	noun	versiering gemaakt uit gedroogde graanstengels in de vorm van een figuur met uitstekende punten die op meerdere manieren symmetrisch is
strosterren	=	stroster
strot	noun	strottenhoofd, keel
strotje	=	strot
strotjes	=	strot
strotklepje	noun	een dun, dekselachtig kraakbeenklepje, bedekt met een slijmvlies, dat zich aan de basis van de tong bevindt
strotklepjes	=	strotklepje
strottehoofd	=	strottenhoofd
strotten	=	strot
strottenhoofd	noun	bovenste deel van de luchtpijp
strottenhoofden	=	strottenhoofd
strottenhoofdje	=	strottenhoofd
strottenhoofdjes	=	strottenhoofd
strottum	=	stratum
strouwen	=	strooien
strowis	noun	bosje stro
strowisje	=	strowis
strowisjes	=	strowis
strowissen	=	strowis
strozak	noun	een matras gevuld met stro
strozakje	=	strozak
strozakjes	=	strozak
strozakken	=	strozak
strubbeling	noun	ruzie of tegenwerking die te maken heeft met dingen die gedaan (moeten) worden
strubbelingen	=	strubbeling
strubbelingetje	=	strubbeling
strubbelingetjes	=	strubbeling
strubbelingtje	=	strubbeling
structopathisch	adj	extreem gestructureerd, methodisch en regelgericht
structopathische	=	structopathisch
structopathischer	=	structopathisch
structopathischere	=	structopathisch
structopathischers	=	structopathisch
structuralisme	noun	moderne opvatting in de wetenschap waarbij de verschijnselen gezien worden als voortkomend uit een fundamentele structuur
structuralist	noun	aanhanger van de Nederlandse architectuurstijl die, geïnspireerd door de theorie van de Zwitserse taalkundige Ferdinand de Saussure, zich kenmerkt door gebouwen met een geometrische structuur samengesteld uit vaak kleine eenheden die gerelateerd zijn aan de menselijke maat
structuralisten	=	structuralist
structuralistisch	adj	met betrekking tot de (oorspronkelijk taalkundige) theorie van het structuralisme.
structureel	adj	met betrekking tot de opbouw van een geheel
structureels	=	structureel
structureelst	=	structureel
structureelste	=	structureel
structureer	=	structureren
structureerde	=	structureren
structureerden	=	structureren
structureert	=	structureren
structurele	=	structureel
structureler	=	structureel
structurelere	=	structureel
structurelers	=	structureel
structuren	=	structuur
structurere	=	structureren
structureren	verb	een structuur geven
structurerend	adj	ordening aanbrengend
structurerende	=	structureren
structurerender	=	structurerend
structurerendere	=	structurerend
structurerenders	=	structurerend
structurerends	=	structurerend
structurerendst	=	structurerend
structurerendste	=	structurerend
structuur	noun	de interne opmaak van een geheel
structuuranalyse	noun	analyse van een structuur (b.v. van een stof)
structuuranalysen	=	structuuranalyse
structuuranalyses	=	structuuranalyse
structuurfonds	noun	EU-fonds, bestemd voor hulp aan economisch zwakke regio's
structuurfondsen	=	structuurfonds
structuurformule	noun	een chemische formule die zowel de structuur als samenstelling van een molecuul of kristalstructuur weergeeft
structuurformules	=	structuurformule
structuurformuletje	=	structuurformule
structuurhervorming	noun	verandering in de samenstelling of organisatie van iets
structuurhervormingen	=	structuurhervorming
structuurloos	adj	zonder structuur, ordeloos, chaotisch, warrig
structuurloost	=	structuurloos
structuurlooste	=	structuurloos
structuurloze	=	structuurloos
structuurlozer	=	structuurloos
structuurlozere	=	structuurloos
structuurlozers	=	structuurloos
structuurplant	noun	stevige vaste plant met een duidelijk silhouet die tot in de winter zijn vorm en structuur behoudt
structuurplanten	=	structuurplant
structuurplantje	=	structuurplant
structuurplantjes	=	structuurplant
structuurpolitiek	noun	politiek m.b.t. de economische ontwikkeling en werkgelegenheid van een bepaalde regio
structuurprobleem	noun	een soort leermoeilijkheid
structuurproblemen	=	structuurprobleem
structuurschema	noun	weergave in hoofdlijnen die laat zien hoe een blijvend geheel is opgebouwd
structuurschema's	=	structuurschema
structuurtheorie	noun	beschrijving van waarneembare blijvende kenmerken van een onderzoeksobject om andere eigenschappen en ontwikkelingen daarvan te verklaren
structuurtheorieën	=	structuurtheorie
structuurtje	=	structuur
structuurtjes	=	structuur
structuurverandering	noun	fundamentele wijziging in de opbouw, inrichting of organisatie van een geheel, zoals een bedrijf, systeem of maatschappij.
structuurveranderingen	=	structuurverandering
structuurveranderingetje	=	structuurverandering
structuurveranderingetjes	=	structuurverandering
structuurverf	noun	muurverf waaraan zandkorrels zijn toegevoegd die na het aanbrengen lichte oneffenheden vertoont en daardoor onvolkomenheden in de ondergrond maskeert
structuurverfje	=	structuurverf
structuurverfjes	=	structuurverf
structuurversterkend	adj	betrekking hebbend op de verbetering van de (economische) infrastructuur
structuurversterkende	=	structuurversterkend
structuurversterkender	=	structuurversterkend
structuurversterkendere	=	structuurversterkend
structuurversterkenders	=	structuurversterkend
structuurversterkends	=	structuurversterkend
structuurversterkendst	=	structuurversterkend
structuurversterkendste	=	structuurversterkend
structuurversterking	noun	verbetering van de infrastructuur; verbetering van de basisvoorwaarden
structuurversterkingen	=	structuurversterking
structuurverven	=	structuurverf
structuurvisie	noun	de verwachting of wens voor de ontwikkeling van de samenhang (structuur) van een organisatie of van de organisatie zelf, of van een plaats of een gebied
structuurvisies	=	structuurvisie
structuurwerkloosheden	=	structuurwerkloosheid
structuurwerkloosheid	noun	de langdurige werkloosheid
structuurwijziging	noun	Een structuurwijziging is een ingrijpende verandering in de inrichting van een organisatie.
structuurwijzigingen	=	structuurwijziging
structuurwijzigingetje	=	structuurwijziging
structuurwijzigingetjes	=	structuurwijziging
structuurwoord	noun	woorden (lidwoorden, voorzetsels, voornaamwoorden) die ervoor zorgen dat een zin welgevormd is, maar die aan de communicatieve inhoud van die zin betrekkelijk weinig bijdragen.
structuurwoorden	=	structuurwoord
structuurwoordje	=	structuurwoord
structuurwoordjes	=	structuurwoord
strudel	noun	gebak gemaakt met bladerdeeg
strudels	=	strudel
struif	noun	de vloeibare inhoud van eieren, eierstruif
struik	noun	een houtige plant zonder stam die zich onmiddellijk boven of reeds in de grond vertakt in een aantal takken die meer of minder dik kunnen worden
struikachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een struik
struikachtige	=	struikachtig
struikachtiger	=	struikachtig
struikachtigere	=	struikachtig
struikachtigers	=	struikachtig
struikachtigs	=	struikachtig
struikachtigst	=	struikachtig
struikachtigste	=	struikachtig
struikaster	noun	Baccharis halimifolia een plant uit de composietenfamilie.
struikasters	=	struikaster
struikastertje	=	struikaster
struikastertjes	=	struikaster
struikbladroller	noun	Syndemis musculana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
struikbladrollers	=	struikbladroller
struikbladrollertje	=	struikbladroller
struikbladrollertjes	=	struikbladroller
struikbronsvleugelduif	noun	Phaps elegans een vogel uit de familie duiven (Columbidae)
struikbronsvleugelduifje	=	struikbronsvleugelduif
struikbronsvleugelduifjes	=	struikbronsvleugelduif
struikbronsvleugelduiven	=	struikbronsvleugelduif
struikbuiswier	noun	Melanothamnus harveyi een roodwier uit de klasse Florideophyceae.
struikbuiswieren	=	struikbuiswier
struikbuiswiertje	=	struikbuiswier
struikbuiswiertjes	=	struikbuiswier
struike	=	struiken
struikel	=	struikelen
struikelblok	noun	zowel letterlijk als figuurlijk een sta in de weg of hindernis waarover men kan struikelen
struikelblokje	=	struikelblok
struikelblokjes	=	struikelblok
struikelblokken	=	struikelblok
struikelde	=	struikelen
struikelden	=	struikelen
struikele	=	struikelen
struikelen	verb	het evenwicht verliezen doordat men met de voet verstrikt raakt
struikelend	=	struikelen
struikelende	=	struikelen
struikeling	noun	het verlies van het evenwicht of val door met de voet ergens achter zijn blijven haken
struikelingen	=	struikeling
struikelingetje	=	struikeling
struikelingetjes	=	struikeling
struikelmat	noun	rubbermat met puntige uitsteeksels, die het oversteken van de sporen zo goed als onmogelijk maken
struikelmatje	=	struikelmat
struikelmatjes	=	struikelmat
struikelmatten	=	struikelmat
struikelpartij	noun	de keer dat men valt door struikelen
struikelpartijen	=	struikelpartij
struikelpartijtje	=	struikelpartij
struikelpartijtjes	=	struikelpartij
struikelpunt	noun	moeilijk punt in onderhandelingen
struikelpunten	=	struikelpunt
struikelpuntje	=	struikelpunt
struikelpuntjes	=	struikelpunt
struikelsteen	noun	struikelblok
struikelsteentje	=	struikelsteen
struikelsteentjes	=	struikelsteen
struikelstenen	=	struikelsteen
struikelt	=	struikelen
struiken	verb	een struik gaan vormen, dicht bij de grond scheuten of blaadjes krijgen
struikend	=	struiken
struikende	=	struiken
struikfeetiran	noun	Empidonax oberholseri een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
struikfeetirannen	=	struikfeetiran
struikfeetirannetje	=	struikfeetiran
struikfeetirannetjes	=	struikfeetiran
struikgaai	noun	Aphelocoma coerulescens een zangvogel uit de familie van de kraaiachtigen (Corvidae) die in de Noord-Amerikaanse staat Florida leeft.
struikgaaien	noun	een geslacht Aphelocoma van zangvogels uit de familie van de kraaien (Corvidae)
struikgaaitje	=	struikgaai
struikgaaitjes	=	struikgaai
struikgewas	noun	begroeiing die bestaat uit bij elkaar staande planten met houtige stengels die zich al direct boven de grond vertakken
struikgewasje	=	struikgewas
struikgewasjes	=	struikgewas
struikgewassen	=	struikgewas
struikgors	noun	een gors die graag in struiken verblijft
struikgorsje	=	struikgors
struikgorsjes	=	struikgors
struikgorzen	noun	een geslacht Atlapetes van zangvogels uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
struikhaantje	noun	Leptopoecile sophiae een zangvogel uit de familie Aegithalidae (staartmezen).
struikhaantjes	=	struikhaantje
struikhaas	noun	Lepus saxatilis haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
struikhaasje	=	struikhaas
struikhaasjes	=	struikhaas
struikhangmatspin	noun	Neriene peltata een spinnensoort uit de familie hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae)
struikhangmatspinnen	=	struikhangmatspin
struikhangmatspinnetje	=	struikhangmatspin
struikhangmatspinnetjes	=	struikhangmatspin
struikhazen	=	struikhaas
struikhei	noun	bepaald soort in heel Europa voorkomende plant, Calluna vulgaris uit de heifamilie (Ericaceae)
struikheide	noun	Calluna vulgaris struik van 10 tot 100 cm hoogte die de gewone heide vormt
struikheitje	=	struikhei
struikje	=	struik
struikjes	=	struik
struikkaardertje	noun	Dictyna uncinata een spinnensoort uit de familie kaardertjes (Dictynidae)
struikkaardertjes	=	struikkaardertje
struikknobbelspin	noun	Gibbaranea bituberculata een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen
struikknobbelspinnen	=	struikknobbelspin
struikknobbelspinnetje	=	struikknobbelspin
struikknobbelspinnetjes	=	struikknobbelspin
struikkoekoek	noun	koekoek die in struiken vertoeft
struikkoekoeken	=	struikkoekoek
struikkoekoekje	=	struikkoekoek
struikkoekoekjes	=	struikkoekoek
struiklaag	noun	de struiken die onder de bomen van een bos groeien
struiklagen	=	struiklaag
struikleeuwerik	noun	Mirafra cantillans een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken)
struikleeuweriken	=	struikleeuwerik
struikleeuwerikje	=	struikleeuwerik
struikleeuwerikjes	=	struikleeuwerik
struikmees	noun	Psaltriparus minimus een zangvogel uit de familie Aegithalidae (staartmezen).
struikmeesje	=	struikmees
struikmeesjes	=	struikmees
struikmezen	=	struikmees
struikmos	noun	een plantensoort Thamnobryum alopecurum uit de kringmosfamilie (Neckeraceae).
struikmosje	=	struikmos
struikmosjes	=	struikmos
struikmossen	=	struikmos
struikorganist	noun	Euphonia affinis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
struikorganisten	=	struikorganist
struikorganistje	=	struikorganist
struikorganistjes	=	struikorganist
struikpaardenhoefklaver	noun	Hippocrepis emerus een overblijvende plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae)
struikpaardenhoefklavers	=	struikpaardenhoefklaver
struikpaardenhoefklavertje	=	struikpaardenhoefklaver
struikpaardenhoefklavertjes	=	struikpaardenhoefklaver
struikrenspin	noun	Philodromus longipalpis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de renspinnen (Philodromidae)
struikrenspinnen	=	struikrenspin
struikrenspinnetje	=	struikrenspin
struikrenspinnetjes	=	struikrenspin
struikrietzanger	noun	Acrocephalus dumetorum een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
struikrietzangers	=	struikrietzanger
struikrietzangertje	=	struikrietzanger
struikrietzangertjes	=	struikrietzanger
struikrover	noun	iemand die vanuit een hinderlaag reizigers berooft
struikrovers	=	struikrover
struikrovertje	=	struikrover
struikrovertjes	=	struikrover
struiksectorspin	noun	Zygiella atrica een spinnensoort uit de familie van de wielwebspinnen en is de typesoort van het geslacht Zygiella.
struiksectorspinnen	=	struiksectorspin
struiksectorspinnetje	=	struiksectorspin
struiksectorspinnetjes	=	struiksectorspin
struiksluiper	noun	sommige zangvogels uit de familie Acanthizidae (Australische zangers)
struiksluipers	noun	een monotypisch geslacht Acanthornis van vogels uit de familie Australische zangers (Acanthizidae)
struiksluipertje	=	struiksluiper
struiksluipertjes	=	struiksluiper
struikspin	noun	Anyphaena accentuata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de buisspinnen (Anyphaenidae)
struikspinnen	=	struikspin
struikspinnetje	=	struikspin
struikspinnetjes	=	struikspin
struiksprinkhaan	noun	Leptophyes punctatissima een rechtvleugelig insect uit de familie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae), onderfamilie Phaneropterinae.
struiksprinkhaantje	=	struiksprinkhaan
struiksprinkhaantjes	=	struiksprinkhaan
struiksprinkhanen	=	struiksprinkhaan
struikt	=	struiken
struikte	=	struiken
struikten	=	struiken
struiktinamoe	noun	Crypturellus cinnamomeus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
struiktinamoes	=	struiktinamoe
struiktinamoetje	=	struiktinamoe
struiktinamoetjes	=	struiktinamoe
struiktroepiaal	noun	Dives warczewiczi een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
struiktroepiaaltje	=	struiktroepiaal
struiktroepiaaltjes	=	struiktroepiaal
struiktroepialen	=	struiktroepiaal
struikvireo	noun	Hylophilus flavipes een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
struikvireo's	=	struikvireo
struikvireootje	=	struikvireo
struikvireootjes	=	struikvireo
struikvliegenpikker	noun	Sublegatus modestus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
struikvliegenpikkers	=	struikvliegenpikker
struikvliegenpikkertje	=	struikvliegenpikker
struikvliegenpikkertjes	=	struikvliegenpikker
struikwallaby	noun	Dorcopsis dier van het geslacht van struikwallaby's
struikwallaby's	noun	Dorcopsis een geslacht van kangoeroes dat voorkomt in de regenwouden van Nieuw-Guinea en het nabij liggende eiland Goodenough.
struikwallaby'tje	=	struikwallaby
struikwallaby'tjes	=	struikwallaby
struikwinterkoning	noun	Xenicus longipes een endemische zangvogel uit de familie van de rotswinterkoningen die leefde in Nieuw-Zeeland
struikwinterkoningen	=	struikwinterkoning
struikwinterkoninkje	=	struikwinterkoning
struikwinterkoninkjes	=	struikwinterkoning
struikzakspinnen	noun	Clubionidae een familie van spinnen.
struikzanger	noun	dier (vogel) dat in struiken zingt
struikzangers	noun	een geslacht Horornis van vogels uit de familie van de Cettiidae.
struikzangertje	=	struikzanger
struikzangertjes	=	struikzanger
struikzwiepfluiter	noun	Psophodes cristatus een zangvogel uit de familie Psophodidae (zwiepfluiters).
struikzwiepfluiters	=	struikzwiepfluiter
struikzwiepfluitertje	=	struikzwiepfluiter
struikzwiepfluitertjes	=	struikzwiepfluiter
struin	=	struinen
struinde	=	struinen
struinden	=	struinen
struine	=	struinen
struinen	verb	rondzwerven, rondlopen
struinend	=	struinen
struinende	=	struinen
struint	=	struinen
struis	noun	struisvogel Struthio camelus	adj	stevig gebouwd, flink
struise	=	struis
struisen	=	struis
struiser	=	struis
struisere	=	struis
struisers	=	struis
struisgras	noun	een geslacht Agrostis uit de grassenfamilie (Poaceae).
struisgrasje	=	struisgras
struisgrasjes	=	struisgras
struisgrassen	=	struisgras
struisje	=	struis
struisjes	=	struis
struisriet	noun	benaming voor planten uit het geslacht Calamagrostis in de grassenfamilie
struisrietgalmug	noun	Lasioptera calamagrostidis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
struisrietgalmuggen	=	struisrietgalmug
struisrietgalmugje	=	struisrietgalmug
struisrietgalmugjes	=	struisrietgalmug
struist	=	struis
struiste	=	struis
struisvaren	noun	Matteuccia struthiopteris een varen uit de bolletjesvarenfamilie (Onocleaceae).
struisvarens	=	struisvaren
struisvarentje	=	struisvaren
struisvarentjes	=	struisvaren
struisveermos	noun	Ptilium crista-castrensis een mossoort uit het geslacht Ptilium.
struisveermosje	=	struisveermos
struisveermosjes	=	struisveermos
struisveermossen	=	struisveermos
struisvogel	noun	Struthio camelus, grote loopvogel, die niet kan vliegen
struisvogelpolitiek	noun	handelwijze waarbij men het gevaar niet onder ogen wil zien.
struisvogels	noun	Struthio een geslacht van loopvogels.
struisvogeltje	=	struisvogel
struisvogeltjes	=	struisvogel
struisvogelveer	noun	een veer van een struisvogel die vaak voor decoratieve doeleinden wordt gebruikt
struisvogelveertje	=	struisvogelveer
struisvogelveertjes	=	struisvogelveer
struisvogelveren	=	struisvogelveer
struiven	=	struif
struma	noun	ziekelijke opzwelling van de schildklier. krop
struma's	=	struma
strumaatje	=	struma
strumaatjes	=	struma
strumectomie	noun	operatie waarbij de schildklier geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd
strumectomietje	=	strumectomie
strumectomietjes	=	strumectomie
strumectomieën	=	strumectomie
struviet	noun	een mineraal met de samenstelling Mg(NH₄)PO₄ · 6(H₂O) (magnesiumammoniumfosfaat).
struweel	noun|formal	struikgewas (van 1 tot 5 meter hoog)
struweelnepkapoentje	noun	Rhyzobius chrysomeloides een keversoort uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae) die vooral voorkomt op zandgronden bij dennenbomen
struweelnepkapoentjes	=	struweelnepkapoentje
struweeltje	=	struweel
struweeltjes	=	struweel
struwelen	=	struweel
strychnine	noun	zeer vergiftig alkaloïde vooral gewonnen uit de braaknoot (Strychnos nux-vomica) met de formule: C₂₁H₂₂N₂O₂
strydkracht	=	strijdkracht
stub	noun	stof, veegsel
stubbe	noun	heel klein deeltje
stubben	=	stub
stubbetje	=	stubbe
stubbetjes	=	stubbe
stubje	=	stub
stubjes	=	stub
stuc	noun	zand, kalk en gebrand gips of marmerpoeder
stucce	=	stuccen
stuccen	verb	een muur of plafond met pleister afwerken en gladmaken; het aanbrengen van stucwerk
stuccend	=	stuccen
stuccende	=	stuccen
stucco	=	stuc
stucen	=	stuken
stuclaag	noun	laag van stuc
stuclaagje	=	stuclaag
stuclaagjes	=	stuclaag
stuclagen	=	stuclaag
stucloper	noun	lange en brede strook van met kunststof verstevigd papier bestemd om ter bescherming op de vloer te leggen langs een muur die gepleisterd of geschilderd wordt
stuclopers	=	stucloper
stucmarmer	noun	in stuc nagebootst marmer
stuco	=	stuc
stuct	=	stuccen
stucte	=	stuccen
stucten	=	stuccen
stucwerk	noun	in stuc uitgevoerd werk
stucwerken	=	stucwerk
stucwerker	noun	stukadoor
stucwerkers	=	stucwerker
stucwerkertje	=	stucwerker
stucwerkertjes	=	stucwerker
stucwerkje	=	stucwerk
stucwerkjes	=	stucwerk
stud	noun	hengst die men gebruikt voor het bevruchten van merries
studax	noun	iemand die ijverig en hard studeert
studaxen	=	studax
studaxje	=	studax
studaxjes	=	studax
studeer	=	studeren
studeerbaar	adj	betreft binnen het hoger onderwijs de mate waarin een studieprogramma zo is ingericht dat een gemiddelde ('modale') student de opleiding binnen de gestelde tijd en zonder onredelijke overbelasting kan afronden
studeerbaarder	=	studeerbaar
studeerbaardere	=	studeerbaar
studeerbaarders	=	studeerbaar
studeerbaars	=	studeerbaar
studeerbaarst	=	studeerbaar
studeerbaarste	=	studeerbaar
studeerbare	=	studeerbaar
studeerde	=	studeren
studeerden	=	studeren
studeerkamer	noun	een ruimte om te studeren
studeerkamers	=	studeerkamer
studeerkamertje	=	studeerkamer
studeerkamertjes	=	studeerkamer
studeert	=	studeren
studeervertrek	noun	kamer waarin men rustig kan lezen, schrijven of studeren
studeervertrekje	=	studeervertrek
studeervertrekjes	=	studeervertrek
studeervertrekken	=	studeervertrek
student	noun	iemand die hoger onderwijs volgt
studente	noun	vrouw die hoger onderwijs volgt
studenten	=	student
studentenactie	noun	een gezamenlijke inspanning van studenten om een doel te bereiken (bijvoorbeeld een petitie of inzamelactie) of de Vlaamse jeugdbeweging
studentenacties	=	studentenactie
studentenactietje	=	studentenactie
studentenactietjes	=	studentenactie
studentenadministratie	noun	afdeling van een onderwijsinstelling (zoals een hogeschool of universiteit) die verantwoordelijk is voor alle administratieve taken rondom een student
studentenadministraties	=	studentenadministratie
studentenbegeleiding	noun	de ondersteuning die onderwijsinstellingen bieden om studenten te helpen bij hun studievoortgang, leerproces, studiekeuze en persoonlijke ontwikkeling.
studentenbegeleidingen	=	studentenbegeleiding
studentenbegeleidinkje	=	studentenbegeleiding
studentenbegeleidinkjes	=	studentenbegeleiding
studentenbetoging	noun	een openbare samenkomst en protestmars waarbij jongeren en studenten zich verenigen om hun stem te laten horen.
studentenbetogingen	=	studentenbetoging
studentenbetoginkje	=	studentenbetoging
studentenbetoginkjes	=	studentenbetoging
studentenbevolking	noun	de totale groep personen die ingeschreven staat bij een onderwijsinstelling in het hoger onderwijs (universiteit of hogeschool) of het middelbaar beroepsonderwijs (mbo).
studentenbevolkingen	=	studentenbevolking
studentenbevolkinkje	=	studentenbevolking
studentenbevolkinkjes	=	studentenbevolking
studentenbeweging	noun	organisatie van studenten die een bepaal (politiek) doel nastreeft
studentenbewegingen	=	studentenbeweging
studentenbeweginkje	=	studentenbeweging
studentenbeweginkjes	=	studentenbeweging
studentenblaadje	=	studentenblad
studentenblaadjes	=	studentenblad
studentenblad	noun	een tijdschrift voor en door studenten gemaakt
studentenbladen	=	studentenblad
studentenbond	noun	bond waarvan de leden vooral of overwegend studenten zijn
studentenbonden	=	studentenbond
studentenbroekie	noun|informal	studerende, onervaren jongen
studentenbroekies	=	studentenbroekie
studentencafeetje	=	studentencafé
studentencafeetjes	=	studentencafé
studentencafé	noun	uitgaansgelegenheid voor studenten
studentencafés	=	studentencafé
studentencorpora	=	studentencorps
studentencorps	noun	oude en meestal elitaire studentenvereniging voor de conservatieve student uit de betere kringen
studentencorpsen	=	studentencorps
studentencorpsje	=	studentencorps
studentendoop	noun	een overgangsritueel dat deel uitmaakt van de folklore binnen bepaalde studentenverenigingen
studentendoopje	=	studentendoop
studentendopen	=	studentendoop
studentenecclesia	noun	parochie voor studenten
studentenecclesia's	=	studentenecclesia
studentenfeest	noun	een festiviteit voor studenten waarbij meestal veel alcohol genuttigd wordt
studentenfeesten	=	studentenfeest
studentenfeestje	=	studentenfeest
studentenfeestjes	=	studentenfeest
studentenflat	noun	hoogbouwgebouw waarin meerdere studenten op kamers wonen
studentenflatje	=	studentenflat
studentenflatjes	=	studentenflat
studentenflats	=	studentenflat
studentengroep	noun	aantal, meestal jonge personen die hoger onderwijs volgen en zich informeel georganiseerd hebben voor samenkomsten of activiteiten binnen of juist naast hun studie
studentengroepen	=	studentengroep
studentengroepje	=	studentengroep
studentengroepjes	=	studentengroep
studentenhuis	noun	gebouw waarin meerdere studenten op kamers wonen
studentenhuisje	=	studentenhuis
studentenhuisjes	=	studentenhuis
studentenhuisvesting	noun	behuizing speciaal bedoeld voor studenten
studentenhuisvestingen	=	studentenhuisvesting
studentenhuizen	=	studentenhuis
studentenjaarkaart	noun	een kaart bij een abonnement speciaal voor studenten waarmee men gedurende het hele jaar toegang heeft tot iets
studentenjaarkaarten	=	studentenjaarkaart
studentenjaarkaartje	=	studentenjaarkaart
studentenjaarkaartjes	=	studentenjaarkaart
studentenjob	noun	specifiek werk voor studenten
studentenjobje	=	studentenjob
studentenjobs	=	studentenjob
studentenkaart	noun	een kaart bij een abonnement speciaal voor studenten waarmee men toegang heeft tot iets
studentenkaarten	=	studentenkaart
studentenkaartje	=	studentenkaart
studentenkaartjes	=	studentenkaart
studentenkamer	noun	de kamer waar een student in leeft en studeert
studentenkamers	=	studentenkamer
studentenkamertje	=	studentenkamer
studentenkamertjes	=	studentenkamer
studentenkerk	noun	een kerk gericht op studenten
studentenkerken	=	studentenkerk
studentenkerkje	=	studentenkerk
studentenkerkjes	=	studentenkerk
studentenkot	noun	een woning van een student
studentenkoten	=	studentenkot
studentenkotje	=	studentenkot
studentenkotjes	=	studentenkot
studentenkotten	=	studentenkot
studentenkruid	noun	Bassia scoparia een plant uit de amarantenfamilie.
studentenkruiden	=	studentenkruid
studentenkruidje	=	studentenkruid
studentenkruidjes	=	studentenkruid
studentenleven	noun	het gedeelte van maatschappelijke gebeurtenissen dat betrekking heeft op studenten
studentenlevens	=	studentenleven
studentenleventje	=	studentenleven
studentenleventjes	=	studentenleven
studentenopstand	noun	rebellie van studenten die aan een universiteit studeren
studentenopstanden	=	studentenopstand
studentenopstandje	=	studentenopstand
studentenopstandjes	=	studentenopstand
studentenorganisatie	noun	organisatie van en/of voor studenten
studentenorganisaties	=	studentenorganisatie
studentenpas	noun	een kaart waarmee studenten zich als zodanig kunnen identificeren om in aanmerking te komen voor studentenkorting of studententarieven
studentenpasje	=	studentenpas
studentenpasjes	=	studentenpas
studentenpassen	=	studentenpas
studentenpastor	noun	iemand die binnen een kerkgemeenschap zorg draagt voor de studenten
studentenpastores	=	studentenpastor
studentenpastors	=	studentenpastor
studentenpet	noun	plat hoofddeksel met een klep dat door studenten wordt gedragen en waaraan men studenten kan herkennen
studentenpetje	=	studentenpet
studentenpetjes	=	studentenpet
studentenpetten	=	studentenpet
studentenprotest	noun	protestactie gevoerd door studenten
studentenprotesten	=	studentenprotest
studentenpsychologen	=	studentenpsycholoog
studentenpsycholoog	noun	een psycholoog gespecialiseerd in de problemen van studenten
studentenpsycholoogje	=	studentenpsycholoog
studentenpsycholoogjes	=	studentenpsycholoog
studentenraad	noun	door studenten gevormd onderdeel van het bestuur van een universiteit, hogeschool, faculteit of vakgroep
studentenraadje	=	studentenraad
studentenraadjes	=	studentenraad
studentenraden	=	studentenraad
studentenroeivereniging	noun	is een sportvereniging specifiek voor studenten, gericht op zowel wedstrijdsport als recreatief roeien, conditietraining ('droogroeien') en een rijk verenigingsleven.
studentenroeiverenigingen	=	studentenroeivereniging
studentenroeiverenigingetje	=	studentenroeivereniging
studentenroeiverenigingetjes	=	studentenroeivereniging
studentenstad	noun	stad met een universiteit
studentenstadje	=	studentenstad
studentenstadjes	=	studentenstad
studentensteden	=	studentenstad
studentenstop	noun	niet meer studenten tot een studie toelaten dan een bepaald aantal
studentenstops	=	studentenstop
studententaal	noun	informele, vaak afgekorte en creatieve manier van spreken onder studenten, vol met unieke termen voor dagelijkse dingen, sociale situaties, en feesten
studententaaltje	=	studententaal
studententaaltjes	=	studententaal
studententalen	=	studententaal
studententijd	noun	de tijdsperiode dat men student is
studententijden	=	studententijd
studententijdje	=	studententijd
studententijdjes	=	studententijd
studentenvakbeweging	noun	een organisatie die opkomt voor de belangen van studenten, zoals betaalbare huisvesting, betere studiefinanciering en inspraak.
studentenvakbewegingen	=	studentenvakbeweging
studentenvakbeweginkje	=	studentenvakbeweging
studentenvakbeweginkjes	=	studentenvakbeweging
studentenvakbond	noun	vakbond die de belangen van studenten behartigt
studentenvakbonden	=	studentenvakbond
studentenvereniging	noun	een vereniging waar studenten lid van kunnen worden
studentenverenigingen	=	studentenvereniging
studentenverenigingetje	=	studentenvereniging
studentenverenigingetjes	=	studentenvereniging
studentenverzet	noun	verzet van studenten b.v. gedurende WO II
studentenwoning	noun	huis waarin (meedere) studenten wonen
studentenwoningen	=	studentenwoning
studentenwoninkje	=	studentenwoning
studentenwoninkjes	=	studentenwoning
studentes	=	studente
studentetje	=	studente
studentetjes	=	studente
studentikoos	adj	zoals een student zich zou gedragen, studentachtig
studentikoost	=	studentikoos
studentikooste	=	studentikoos
studentikoze	=	studentikoos
studentikozer	=	studentikoos
studentikozere	=	studentikoos
studentikozers	=	studentikoos
studentin	noun	vrouw die hoger onderwijs volgt
studentinnen	=	studentin
studentinnetje	=	studentin
studentinnetjes	=	studentin
studentje	=	student
studentjes	=	student
studere	=	studeren
studeren	verb	het volgen van een opleiding en verwerven van kennis, gewoonlijk aan een universiteit als voornaamste bezigheid
studerend	adj	bezig met leren en onderzoeken
studerende	=	studeren
studerends	=	studerend
studie	noun	tijd die men besteedt om zich kennis of een vaardigheid eigen te maken
studieaanbod	noun	alle verschillende opleidingen en cursussen die door een onderwijsinstelling of in een bepaald studiegebied worden aangeboden
studieadres	noun	adres waar iemand in de studieperiode woont
studieadresje	=	studieadres
studieadresjes	=	studieadres
studieadressen	=	studieadres
studieadviseur	noun	iemand die is aangesteld om studenten te informeren over en te adviseren omtrent hun studie
studieadviseurs	=	studieadviseur
studieadviseurtje	=	studieadviseur
studieadviseurtjes	=	studieadviseur
studiebegeleiding	noun	de professionele ondersteuning van leerlingen en studenten bij hun studieproces, gericht op het verbeteren van leerstrategieën, studieplanning en motivatie.
studiebegeleidingen	=	studiebegeleiding
studiebegeleidinkje	=	studiebegeleiding
studiebegeleidinkjes	=	studiebegeleiding
studiebeurs	noun	een bedrag aan geld dat het mogelijk maakt om een studie te volgen
studiebeursje	=	studiebeurs
studiebeursjes	=	studiebeurs
studiebeurzen	=	studiebeurs
studieboek	noun	leermiddel gebruikt in hbo-opleidingen en universitair onderwijs
studieboeken	=	studieboek
studieboekje	=	studieboek
studieboekjes	=	studieboek
studiebol	noun	iemand die heel makkelijk studeert
studiebollen	=	studiebol
studiebolletje	=	studiebol
studiebolletjes	=	studiebol
studieconferentie	noun	bijeenkomst waar een bepaald vraagstuk wordt bestudeerd door onderling informatie uit te wisselen
studieconferenties	=	studieconferentie
studiedag	noun	een dag waarop de normale werkzaamheden niet worden verricht maar gestudeerd wordt op verbetering van de arbeidsprocessen.
studiedagen	=	studiedag
studiedagje	=	studiedag
studiedagjes	=	studiedag
studiefinanciering	noun	verstrekking van een studiebeurs of studielening aan studenten
studiefinancieringen	=	studiefinanciering
studiefinancierinkje	=	studiefinanciering
studiefinancierinkjes	=	studiefinanciering
studiegenoot	noun	collega student, een bekende uit de studententijd
studiegenootje	=	studiegenoot
studiegenootjes	=	studiegenoot
studiegenote	noun	vrouwelijke collega student, een bekende uit de studententijd
studiegenoten	=	studiegenoot
studiegenotes	=	studiegenote
studiegroep	noun	een groep deskundigen die een onderzoek doet over een bepaald onderwerp of beleidsterrein
studiegroepen	=	studiegroep
studiegroepje	=	studiegroep
studiegroepjes	=	studiegroep
studiehoofd	noun	alle eigenschappen (zoals intelligentie, doorzettingsvermogen en concentratievermogen) die nodig zijn om goed te kunnen leren
studiehoofden	=	studiehoofd
studiehouding	noun	de manier waarop je als student of leerling tegenover het leren, de opleiding en je huiswerk staat.
studiehoudingen	=	studiehouding
studiehoudinkje	=	studiehouding
studiehoudinkjes	=	studiehouding
studiehuis	noun	een plek waar bijvoorbeeld religieus onderwijs wordt gegeven, seminarie
studiehuisboek	noun	leerboek dat leerlingen in toenemende mate zelfstandig doornemen
studiehuisboeken	=	studiehuisboek
studiehuisboekje	=	studiehuisboek
studiehuisboekjes	=	studiehuisboek
studiehuisje	=	studiehuis
studiehuisjes	=	studiehuis
studiehuizen	=	studiehuis
studiejaar	noun	periode van 12 maanden, gebruikt is om te studeren
studiejaartje	=	studiejaar
studiejaren	=	studiejaar
studiekeuze	noun	keuze van de studie
studiekeuzecheck	noun	verhelderende uitleg over wat de precieze inhoud van een studie is zodat de student kan weten waaraan hij of zij begint
studiekeuzechecks	=	studiekeuzecheck
studiekeuzen	=	studiekeuze
studiekeuzes	=	studiekeuze
studiekost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om een opleiding te kunnen volgen
studiekosten	noun	geld dat men moet betalen om een opleiding te kunnen volgen
studiekring	noun	groep mensen die een bepaald onderwerp bestudeert en bespreekt
studiekringen	=	studiekring
studielandschap	noun	omgeving bedoeld en ingericht voor leeractiviteiten
studielening	noun	een geldelijke lening (verstrekt door de overheid) die men aangaat om een studie te betalen
studieleningen	=	studielening
studieleninkje	=	studielening
studieleninkjes	=	studielening
studieles	noun	les waar je studievaardigheden leert en waar gesproken kan worden over factoren die de studie belemmeren
studielessen	=	studieles
studielonen	=	studieloon
studieloon	noun	voorlopig gedroomd bedrag dat van staatswege zou kunnen worden toegekend aan elke student die gerechtigd is deel te nemen aan een studie
studieloopbaanbegeleiding	noun	de begeleiding van studenten (in mbo, hbo en wo) tijdens hun leerproces en studie.
studieloopbaanbegeleidingen	=	studieloopbaanbegeleiding
studieloopbaanbegeleidinkje	=	studieloopbaanbegeleiding
studieloopbaanbegeleidinkjes	=	studieloopbaanbegeleiding
studiemateriaal	noun	iets wat bestudeerd wordt omdat je er veel van kunt leren
studiematerialen	=	studiemateriaal
studiemeester	noun	iemand die toezicht houdt op school m.n. tijdens proefwerken, examens maar ook op de speelplaats
studiemeesteres	=	studiemeester
studiemeesters	=	studiemeester
studiemeestertje	=	studiemeester
studiemigratie	noun	verhuizing naar een andere land om daar een studie te volgen
studiemodel	noun	een prototype van een product dat op beurzen en shows wordt tentoongesteld om de reactie van het publiek te peilen
studiemodellen	=	studiemodel
studieobject	noun	onderwerp waar onderzoek of kennisoverdracht zich op richt
studieobjecten	=	studieobject
studieontwijkend	adj	betreft de neiging van studenten om studietaken uit te stellen, ondanks dat ze weten dat dit nadelige gevolgen heeft.
studieontwijkende	=	studieontwijkend
studieontwijkender	=	studieontwijkend
studieontwijkendere	=	studieontwijkend
studieontwijkenders	=	studieontwijkend
studieontwijkends	=	studieontwijkend
studieontwijkendst	=	studieontwijkend
studieontwijkendste	=	studieontwijkend
studieplaats	noun	mogelijkheid om te studeren
studieplaatsen	=	studieplaats
studieprobleem	noun	een moeilijheid met het leren
studieprobleempje	=	studieprobleem
studieprobleempjes	=	studieprobleem
studieproblemen	=	studieprobleem
studieprogramma	noun	samenstelling van een cursus of opleiding
studieprogramma's	=	studieprogramma
studieprogrammaatje	=	studieprogramma
studieprogrammaatjes	=	studieprogramma
studiepunt	noun	punt dat wordt verkregen na het verrichten van een bepaalde hoeveelheid werk.
studiepunten	=	studiepunt
studiepuntje	=	studiepunt
studiepuntjes	=	studiepunt
studieregeling	noun	een verzameling afspraken tussen een werkgever en een werknemer over het volgen van een opleiding of cursus.
studieregelingen	=	studieregeling
studieregelingetje	=	studieregeling
studieregelingetjes	=	studieregeling
studiereis	noun	een reis die men maakt om wat te leren; een reis die men maakt in het kader van een opleiding; een reis die men maakt om een zaak te onderzoeken
studiereisje	=	studiereis
studiereisjes	=	studiereis
studiereizen	=	studiereis
studieresultaat	noun	uitkomst van een opleiding
studieresultaatje	=	studieresultaat
studieresultaatjes	=	studieresultaat
studieresultaten	=	studieresultaat
studierichting	noun	specifieke combinatie van gekozen vakken in het middelbaar of hoger onderwijs
studierichtingen	=	studierichting
studierichtinkje	=	studierichting
studierichtinkjes	=	studierichting
studieruimte	noun	een ruimte in een gebouw waar men rustig kan studeren
studieruimten	=	studieruimte
studieruimtes	=	studieruimte
studies	=	studie
studieschuld	noun	een schuld die is gemaakt om een opleiding te betalen
studieschulden	=	studieschuld
studieschuldje	=	studieschuld
studieschuldjes	=	studieschuld
studiesucces	noun	het met goed gevolg volgen van een studie
studiesuccessen	=	studiesucces
studietekst	noun	een tekst die je nodig hebt in je studie
studieteksten	=	studietekst
studietekstje	=	studietekst
studietekstjes	=	studietekst
studietijd	noun	de tijd in iemands leven dat men studeert
studietijden	=	studietijd
studietje	=	studie
studietjes	=	studie
studietoelage	noun	geld dat een student ontvangt om een studie te kunnen volgen
studietoelagen	=	studietoelage
studietoelages	=	studietoelage
studieus	adj	gaarne studerend, door ijverige studie ontstaan
studieust	=	studieus
studieuste	=	studieus
studieuze	=	studieus
studieuzer	=	studieus
studieuzere	=	studieus
studieuzers	=	studieus
studievaardigheden	=	studievaardigheid
studievaardigheid	noun	de vaardigheden die nodig zijn voor het studeren
studievak	noun	een van de zaken waarin men onderwijs krijgt op school of universiteit; deel van een opleiding
studievakken	=	studievak
studievereniging	noun	een vereniging specifiek voor studenten van één bepaalde opleiding of faculteit.
studieverenigingen	=	studievereniging
studieverenigingetje	=	studievereniging
studieverenigingetjes	=	studievereniging
studieverlof	noun	verloftijd aan militairen, ambtenaren enz. gegeven om zich aan een bepaalde studie te wijden
studieverloven	=	studieverlof
studievertraging	noun	dat je langer over je opleiding doet dan de geplande studieduur.
studievertragingen	=	studievertraging
studievertragingkje	=	studievertraging
studievertraginkje	=	studievertraging
studievertraginkjes	=	studievertraging
studievoorschot	noun	geld dat studenten in het hoger onderwijs kunnen lenen om te voorzien in kosten van levensonderhoud en studie
studievoorschotten	=	studievoorschot
studievriend	noun	vriend die men kent van de studie
studievrienden	=	studievriend
studievriendje	=	studievriend
studievriendjes	=	studievriend
studiezin	noun	de motivatie om te leren
studio	noun	werkplaats van een beeldend kunstenaar
studio's	=	studio
studiogast	noun	iemand die een radio- of tv-evenement bijwoont in de opnamestudio of uitgenodigd is om deel te nemen aan een discussie binnen een programma
studiogasten	=	studiogast
studiomuzikant	noun	een muzikant met een professionele bekwaamheid in het bespelen van een instrument of het gebruikmaken van de zangstem
studiomuzikanten	=	studiomuzikant
studiootje	=	studio
studiootjes	=	studio
studiopubliek	noun	het publiek aanwezig in een televisiestudio of radiostudio
studiopublieken	=	studiopubliek
studiopubliekje	=	studiopubliek
studiopubliekjes	=	studiopubliek
studiosi	=	studiosus
studiosus	noun	iemand die zijn wetenschappelijke kennis vergroot door het volgen van onderwijs
studiën	=	studie
studje	=	stud
studjes	=	stud
studs	=	stud
stuf	noun	gum, vlakgom
stuff	noun	materiaal waarmee je verder kunt werken
stuffe	=	stuffen
stuffen	verb	met een vlakgom bewerken
stuffend	=	stuffen
stuffende	=	stuffen
stufi	noun|informal	studiefinanciering
stufi's	=	stufi
stufistelsel	noun|informal	studiefinancieringstelsel
stufistelsels	=	stufistelsel
stufje	=	stuf
stufjes	=	stuf
stufs	=	stuf
stuft	=	stuffen
stufte	=	stuffen
stuften	=	stuffen
stug	adj	weinig meegevend, weerbarstig	adv	zonder zich ergens wat van aan te trekken
stugge	=	stug
stugger	=	stug
stuggere	=	stug
stuggers	=	stug
stugheden	=	stugheid
stugheid	noun	van stoffen dat ze moeilijk te bewerken zijn en niet makkelijk meebewegen
stugs	=	stug
stugst	=	stug
stugste	=	stug
stuif	=	stuiven
stuifbal	noun	Tulostoma geslacht van paddenstoelen
stuifballen	=	stuifbal
stuifballetje	=	stuifbal
stuifballetjes	=	stuifbal
stuifbrand	noun	een brandschimmel Ustilago nuda (syn.: Ustilago nuda f. hordei, Ustilago segetum var. hordei) die behoort tot de basidiomyceten en gerst kan infecteren.
stuifbranden	=	stuifbrand
stuifbrandje	=	stuifbrand
stuifbrandjes	=	stuifbrand
stuifdijk	noun	dijk die gevormd wordt doordat zand wordt aangewaaid en blijft liggen tegen een schut dat men voor dit doel heeft geplaatst
stuifdijken	=	stuifdijk
stuifdijkje	=	stuifdijk
stuifdijkjes	=	stuifdijk
stuifkalk	noun	zeer fijne, door zeven afgezonderde, Luikse kalk (steenkalk, in de omgeving van Luik gebrand) of schelpkalk
stuifkalkje	=	stuifkalk
stuifkalkjes	=	stuifkalk
stuifmeel	noun	poederachtig materiaal dat bloeiende planten afscheiden en dat de mannelijke zaadcellen bevat
stuifmeelbladroller	noun	Eriopsela quadrana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
stuifmeelbladrollers	=	stuifmeelbladroller
stuifmeelbladrollertje	=	stuifmeelbladroller
stuifmeelbladrollertjes	=	stuifmeelbladroller
stuifmeelkorrel	noun	mannelijke sporen (microsporen) van zaadplanten
stuifmeelkorrels	=	stuifmeelkorrel
stuifmeelkorreltje	=	stuifmeelkorrel
stuifmeelkorreltjes	=	stuifmeelkorrel
stuifmeeltje	=	stuifmeel
stuifmelen	=	stuifmeel
stuifsel	noun	gemalen graan
stuifsels	=	stuifsel
stuifsneeuw	noun	fijn verdeelde sneeuw die door sterke wind verplaatst wordt
stuift	=	stuiven
stuifzand	noun	door wind afgezet droog en fijn zand dat niet geschikt is voor de landbouw
stuifzanden	=	stuifzand
stuifzandje	=	stuifzand
stuifzandstapelbekertje	noun	Cladonia verticillata een korstmossoort uit de familie Cladoniaceae.
stuifzandstapelbekertjes	=	stuifzandstapelbekertje
stuifzwam	noun	Lycoperdaceae een groep zwammen waarbij de sporen als een wolk te voorschijn komen
stuifzwammen	=	stuifzwam
stuik	noun	einde van balken of planken voor een lasverbinding
stuike	=	stuiken
stuiken	verb	door een stoot neervallen
stuikend	=	stuiken
stuikende	=	stuiken
stuikt	=	stuiken
stuikte	=	stuiken
stuikten	=	stuiken
stuip	noun	gewoonlijk meervoud: een abnormale (gesynchroniseerde) ontlading van zenuwcellen (neuronen) in de hersenen
stuipachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een stuip
stuipachtige	=	stuipachtig
stuipachtiger	=	stuipachtig
stuipachtigere	=	stuipachtig
stuipachtigers	=	stuipachtig
stuipachtigs	=	stuipachtig
stuipachtigst	=	stuipachtig
stuipachtigste	=	stuipachtig
stuipen	=	stuip
stuipje	=	stuip
stuipjes	=	stuip
stuiptrek	=	stuiptrekken
stuiptrekke	=	stuiptrekken
stuiptrekken	verb	onwillekeurige bewegingen maken bij een toeval
stuiptrekkend	adj	een epileptische aanval hebbend
stuiptrekkende	=	stuiptrekken
stuiptrekkender	=	stuiptrekkend
stuiptrekkendere	=	stuiptrekkend
stuiptrekkenders	=	stuiptrekkend
stuiptrekkends	=	stuiptrekkend
stuiptrekkendst	=	stuiptrekkend
stuiptrekkendste	=	stuiptrekkend
stuiptrekking	noun	zenuwtrekking als bij een epileptisch insult
stuiptrekkingen	=	stuiptrekking
stuiptrekkinkje	=	stuiptrekking
stuiptrekkinkjes	=	stuiptrekking
stuiptrekt	=	stuiptrekken
stuiptrekte	=	stuiptrekken
stuiptrekten	=	stuiptrekken
stuit	noun	onderste gedeelte van de rug ter hoogte van het stuitbeen
stuitbeen	noun	onderste deel van de ruggengraat, de laatste vier vergroeide ruggenwervels
stuitbeenderen	=	stuitbeen
stuitbeentje	=	stuitbeen
stuitbeentjes	=	stuitbeen
stuitbenen	=	stuitbeen
stuite	=	stuiten
stuiten	verb	een beweging tot staan brengen
stuitend	adj	moreel verwerpelijk of aanstootgevend
stuitende	=	stuitend
stuitender	=	stuitend
stuitendere	=	stuitend
stuitenders	=	stuitend
stuitends	=	stuitend
stuitendst	=	stuitend
stuitendste	=	stuitend
stuiter	noun	grote knikker
stuiterbal	noun	kleine massieve bal die gemaakt is van elastisch materiaal zoals rubber of silicoon
stuiterballen	=	stuiterbal
stuiterballetje	=	stuiterbal
stuiterballetjes	=	stuiterbal
stuiterde	=	stuiteren
stuiterden	=	stuiteren
stuitere	=	stuiteren
stuiteren	verb	herhaaldelijk vanaf een bodem kaatsend opspringen
stuiterend	=	stuiteren
stuiterende	=	stuiteren
stuitergek	adj	in een geestelijke toestand waarin je hele rare dingen gaat doen
stuitergekke	=	stuitergek
stuitergeks	=	stuitergek
stuiterig	adj	wat heel erg goed stuitert
stuiterige	=	stuiterig
stuiteriger	=	stuiterig
stuiterigere	=	stuiterig
stuiterigers	=	stuiterig
stuiterigs	=	stuiterig
stuiterigst	=	stuiterig
stuiterigste	=	stuiterig
stuiters	=	stuiter
stuitert	=	stuiteren
stuitertje	=	stuiter
stuitertjes	=	stuiter
stuithoen	noun	benaming voor vogels die tot de orde Tinamiformes behoren
stuithoenderen	=	stuithoen
stuithoenders	=	stuithoen
stuithoendertje	=	stuithoen
stuithoendertjes	=	stuithoen
stuithoentje	=	stuithoen
stuithoentjes	=	stuithoen
stuiting	noun	schrijven dat er voor zorgt dat een vordering niet verjaart
stuitingen	=	stuiting
stuitje	=	stuit
stuitjes	=	stuit
stuitklier	noun	is een onderhuids orgaantje vlak boven de staart van een vogel waarin een vettige substantie wordt geproduceerd
stuitklieren	=	stuitklier
stuitkliertje	=	stuitklier
stuitkliertjes	=	stuitklier
stuitligging	noun	een liggingsafwijking bij een zwangerschap waarbij de foetus met de stuit naar beneden ligt
stuitliggingen	=	stuitligging
stuitligginkje	=	stuitligging
stuitligginkjes	=	stuitligging
stuitte	=	stuiten
stuitten	=	stuiten
stuive	=	stuiven
stuiveling	noun	turf die op het land bevroren is en makkelijk tot poeder uiteenvalt
stuivelingen	=	stuiveling
stuiven	verb	door wind verplaatst worden
stuivend	=	stuiven
stuivende	=	stuiven
stuiver	noun	een muntstuk van vijf cent (f 0,05), een twintigste van een gulden
stuiverroman	noun	goedkoop romannetje van slechte kwaliteit
stuiverromannetje	=	stuiverroman
stuiverromannetjes	=	stuiverroman
stuiverromans	=	stuiverroman
stuivers	=	stuiver
stuiversroman	noun	goedkoop romannetje van slechte kwaliteit
stuiversromannetje	=	stuiversroman
stuiversromannetjes	=	stuiversroman
stuiversromans	=	stuiversroman
stuivertje	=	stuiver
stuivertjes	=	stuiver
stuk	noun	deel, gedeelte, onderdeel van een geheel	adj	kapot, gebroken
stuka	noun	Duitse duikbommenwerper in de Tweede Wereldoorlog
stuka's	=	stuka
stukadoor	noun	een bouwvakker die een afwerklaag van specie (of mortel) op muren en plafonds aanbrengt om ze een egaal en glad uitzicht te geven
stukadoorde	=	stukadoren
stukadoorden	=	stukadoren
stukadoors	=	stukadoor
stukadoorswerk	noun	hoofdzakelijk uit kalk of gips bestaande laag die als afwerking op wanden of plafonds is aangebracht
stukadoorswerken	=	stukadoorswerk
stukadoort	=	stukadoren
stukadoortje	=	stukadoor
stukadoorwerk	noun	hoofdzakelijk uit kalk of gips bestaande laag die als afwerking op wanden of plafonds is aangebracht
stukadoorwerken	=	stukadoorwerk
stukadore	=	stukadoren
stukadoren	verb	het aanbrengen van pleistermateriaal op een oppervlak
stukadorend	=	stukadoren
stukadorende	=	stukadoren
stukbraakt	=	stukbreken
stukbrak	=	stukbreken
stukbraken	=	stukbreken
stukbreek	=	stukbreken
stukbreekt	=	stukbreken
stukbreke	=	stukbreken
stukbreken	verb	door breken stukmaken
stukbrekend	=	stukbreken
stukbrekende	=	stukbreken
stuke	=	stuken
stuken	verb	een muur of plafond met pleister afwerken en gladmaken; het aanbrengen van stucwerk
stukend	=	stuken
stukende	=	stuken
stukga	=	stukgaan
stukgaan	verb	ophouden te functioneren al of niet door te breken
stukgaand	=	stukgaan
stukgaande	=	stukgaan
stukgaat	=	stukgaan
stukgebroken	=	stukbreken
stukgegaan	=	stukgaan
stukgegooid	=	stukgooien
stukgegooide	=	stukgooien
stukgelezen	=	stuklezen
stukgelopen	=	stuklopen
stukgemaakt	=	stukmaken
stukgemaakte	=	stukmaken
stukgeslagen	=	stukslaan
stukgevallen	=	stukvallen
stukging	=	stukgaan
stukginge	=	stukgaan
stukgingen	=	stukgaan
stukgingt	=	stukgaan
stukgoed	noun	goederen waarvan men de hoeveelheid uitdrukt in aantal en niet in maat of gewicht
stukgoederen	=	stukgoed
stukgooi	=	stukgooien
stukgooide	=	stukgooien
stukgooiden	=	stukgooien
stukgooie	=	stukgooien
stukgooien	verb	door werpen kapotmaken
stukgooiend	=	stukgooien
stukgooiende	=	stukgooien
stukgooit	=	stukgooien
stukje	noun	alleen verkleinwoord kort verhaal of opstel in krant of tijdschrift
stukjes	=	stuk
stukke	=	stuk
stukken	=	stuk
stukkenbundel	noun	verzameling geschriften die aan de rechtbank wordt voorgelegd
stukkenbundels	=	stukkenbundel
stukker	=	stuk
stukkere	=	stuk
stukkers	=	stuk
stuklas	=	stuklezen
stuklazen	=	stuklezen
stuklees	=	stuklezen
stukleest	=	stuklezen
stukleze	=	stuklezen
stuklezen	verb|figurative	iets heel vaak opnieuw lezen
stuklezend	=	stuklezen
stuklezende	=	stuklezen
stukliep	=	stuklopen
stukliepe	=	stuklopen
stukliepen	=	stuklopen
stukliept	=	stuklopen
stuklonen	=	stukloon
stukloon	noun	een hoeveelheid salaris dat je ontvangt per geproduceerde eenheid product
stukloop	=	stuklopen
stukloopt	=	stuklopen
stuklope	=	stuklopen
stuklopen	verb	mislukken ondanks dat je iets probeert
stuklopend	=	stuklopen
stuklopende	=	stuklopen
stukmaak	=	stukmaken
stukmaakt	=	stukmaken
stukmaakte	=	stukmaken
stukmaakten	=	stukmaken
stukmake	=	stukmaken
stukmaken	verb	actief (maar niet altijd expres) zorgen dat iets kapot gaat
stukmakend	=	stukmaken
stukmakende	=	stukmaken
stuks	=	stuk
stuksla	=	stukslaan
stukslaan	verb	slaan tot iets breekt
stukslaand	=	stukslaan
stukslaande	=	stukslaan
stukslaat	=	stukslaan
stuksloeg	=	stukslaan
stuksloegen	=	stukslaan
stuksloegt	=	stukslaan
stukst	=	stuk
stukste	=	stuk
stukval	=	stukvallen
stukvalle	=	stukvallen
stukvallen	verb	gebroken geraken als gevolg van een val
stukvallend	=	stukvallen
stukvallende	=	stukvallen
stukvalt	=	stukvallen
stukviel	=	stukvallen
stukvielen	=	stukvallen
stukwerk	noun	werk dat per eenheid product betaald wordt
stukwerken	=	stukwerk
stukwerker	noun	iemand die zijn werk per stuk aflevert en die als zodanig betaald wordt
stukwerkers	=	stukwerker
stukwerkertje	=	stukwerker
stukwerkertjes	=	stukwerker
stulp	=	stulpen
stulpe	=	stulpen
stulpen	verb	een stulp plaatsen over
stulpend	=	stulpen
stulpende	=	stulpen
stulpje	=	stulpen
stulpjes	=	stulpen
stulpt	=	stulpen
stulpte	=	stulpen
stulpten	=	stulpen
stulpvormig	adj	vorm van een stulp hebbend
stulpvormige	=	stulpvormig
stulpvormiger	=	stulpvormig
stulpvormigere	=	stulpvormig
stulpvormigers	=	stulpvormig
stulpvormigs	=	stulpvormig
stulpvormigst	=	stulpvormig
stulpvormigste	=	stulpvormig
stumper	noun	stakker, zielenpoot, stumperd
stumperd	noun	iemand die zielig is en dus medelijden verdient
stumperde	=	stumperen
stumperden	=	stumperen
stumperdje	=	stumperd
stumperdjes	=	stumperd
stumperds	=	stumperd
stumpere	=	stumperen
stumperen	verb	onhandig handelen
stumperend	=	stumperen
stumperende	=	stumperen
stumperig	adj	zielig onhandig, sukkelig
stumperige	=	stumperig
stumperiger	=	stumperig
stumperigere	=	stumperig
stumperigers	=	stumperig
stumperigs	=	stumperig
stumperigst	=	stumperig
stumperigste	=	stumperig
stumpers	=	stumper
stumpert	=	stumperen
stumpertje	=	stumper
stumpertjes	=	stumper
stunbag	noun	een rond zakje of een zakje van ongeveer 5 bij 5 centimeter, gevuld met loodkogeltjes dat wordt afgeschoten met een speciaal jachtgeweer, bedoeld om een verdachte tijdelijk uit te schakelen
stunbags	=	stunbag
stunt	noun	een ongewone en moeilijke fysieke prestatie, die daardoor erg opvalt
stuntdubbel	noun	iemand die een acteur vervangt op het moment dat er stunts worden gedaan.
stuntdubbels	=	stuntdubbel
stuntdubbeltje	=	stuntdubbel
stuntdubbeltjes	=	stuntdubbel
stunte	=	stunten
stuntel	noun	een onhandig persoon.
stuntelaar	noun	iemand die onhandig is; iemand die stuntelt
stuntelaars	=	stuntelaar
stuntelde	=	stuntelen
stuntelden	=	stuntelen
stuntele	=	stuntelen
stuntelen	verb	onhandig bezig zijn
stuntelend	=	stuntelen
stuntelende	=	stuntelen
stuntelig	adj	van een persoon dat hij heel onhandig is, vaak door verlegenheid
stuntelige	=	stuntelig
stunteliger	=	stuntelig
stunteligere	=	stuntelig
stunteligers	=	stuntelig
stunteligs	=	stuntelig
stunteligst	=	stuntelig
stunteligste	=	stuntelig
stuntels	=	stuntel
stuntelt	=	stuntelen
stunteltje	=	stuntel
stunteltjes	=	stuntel
stunten	verb	het uitvoeren van een ongewone en moeilijke fysieke prestatie
stuntend	=	stunten
stuntende	=	stunten
stunter	noun	iemand die gevaarlijke acties uitvoert
stunters	=	stunter
stuntertje	=	stunter
stuntertjes	=	stunter
stuntje	=	stunt
stuntjes	=	stunt
stuntlieden	=	stuntman
stuntlui	=	stuntman
stuntman	noun	iemand die gevaarlijke stunts doet voor zijn beroep
stuntmannen	=	stuntman
stuntmannetje	=	stuntman
stuntmannetjes	=	stuntman
stuntmens	noun	iemand die beroepsmatig gevaarlijke stunts doet
stuntmensen	=	stuntmens
stuntmensje	=	stuntmens
stuntmensjes	=	stuntmens
stuntprijs	noun	een zeer lage prijs, een heel hoge korting
stuntprijzen	=	stuntprijs
stunts	=	stunt
stuntte	=	stunten
stuntteam	noun	groep mensen die samen gevaarlijke stunts uitvoeren ter vermaak van het publiek
stuntteampje	=	stuntteam
stuntteams	=	stuntteam
stuntten	=	stunten
stuntvrouw	noun	vrouw die gevaarlijke stunts doet voor haar beroep
stuntvrouwen	=	stuntvrouw
stuntvrouwtje	=	stuntvrouw
stuntvrouwtjes	=	stuntvrouw
stuntwerker	noun	iemand die een gevaarlijke actie in een filmopname uitvoert
stuntwerkers	=	stuntwerker
stupide	adj	dom, bot bn [3], stompzinnig	adv	dom, stompzinnig
stupider	=	stupide
stupidere	=	stupide
stupiders	=	stupide
stupides	=	stupide
stupiditeit	noun	onverstandigheid, onverstandige/ondoordachte daad
stupiditeiten	=	stupiditeit
stupiedst	=	stupide
stupiedste	=	stupide
stupor	noun	verminderd bewustzijn
sture	=	sturen
sturen	verb	de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt
sturend	adj	bezig met iets of iemand in een bepaalde richting te laten gaan
sturende	=	sturen
sturender	=	sturend
sturendere	=	sturend
sturenders	=	sturend
sturends	=	sturend
sturendst	=	sturend
sturendste	=	sturend
sturing	noun	het sturen
sturingen	=	sturing
stut	noun	een voorwerp dat ter ondersteuning onder een ander voorwerp geplaatst wordt
stutbalk	noun	een balk waarmee iets gestut wordt, steunbalk
stutbalken	=	stutbalk
stutbalkje	=	stutbalk
stutbalkjes	=	stutbalk
stutje	=	stut
stutjes	=	stut
stutte	=	stutten
stutten	verb	iets door het plaatsen van een steun voor omvallen behoeden
stuttend	=	stutten
stuttende	=	stutten
stutter	noun	iets of iemand die iets ondersteunt of overeind houdt
stutters	=	stutter
stuttertje	=	stutter
stuttertjes	=	stutter
stuud	noun	te ijverige student of scholier
stuudje	=	stuud
stuudjes	=	stuud
stuuds	=	stuud
stuuk	=	stuken
stuukt	=	stuken
stuukte	=	stuken
stuukten	=	stuken
stuur	noun	een hulpmiddel waarmee een bestuurder richting kan geven aan een voertuig
stuurairbag	noun	een airbag die in het autostuur zit verwerkt en zo de bestuurder kan beschermen bij een botsing
stuurairbags	=	stuurairbag
stuurautomaat	noun	een automatische stuurinrichting waarmee een voertuig, vliegtuig of vaartuig bestuurd kan worden zonder hulp van een mens
stuurautomaatje	=	stuurautomaat
stuurautomaatjes	=	stuurautomaat
stuurautomaten	=	stuurautomaat
stuurbaar	adj	betreft de mate waarin iets of iemand reageert op besturing, te hanteren is, of een richting kan worden gegeven.
stuurbaarder	=	stuurbaar
stuurbaardere	=	stuurbaar
stuurbaarders	=	stuurbaar
stuurbaars	=	stuurbaar
stuurbaarst	=	stuurbaar
stuurbaarste	=	stuurbaar
stuurbare	=	stuurbaar
stuurbekrachtiging	noun	mechanisme dat een stuurbeweging versterkt zodat de bestuurder minder kracht nodig heeft bij het sturen
stuurbekrachtigingen	=	stuurbekrachtiging
stuurbekrachtigingetje	=	stuurbekrachtiging
stuurbekrachtigingetjes	=	stuurbekrachtiging
stuurbeweging	noun	elke handeling waarbij het stuur van een voertuig (zoals een auto, fiets of schip) wordt gedraaid.
stuurbewegingen	=	stuurbeweging
stuurbeweginkje	=	stuurbeweging
stuurbeweginkjes	=	stuurbeweging
stuurboord	noun	de rechterzijde als men vanop een schip naar de boeg kijkt
stuurboorden	=	stuurboord
stuurboordje	=	stuurboord
stuurboordjes	=	stuurboord
stuurboordlicht	noun	het groene aan stuurboord aanwezige navigatielicht
stuurboordlichten	=	stuurboordlicht
stuurboordlichtje	=	stuurboordlicht
stuurboordlichtjes	=	stuurboordlicht
stuurboordroer	noun	het roer aan stuurboordzijde.
stuurboordroeren	=	stuurboordroer
stuurboordroertje	=	stuurboordroer
stuurboordroertjes	=	stuurboordroer
stuurboordzij	noun	de zijde aan stuurboord.
stuurboordzijde	noun	de zijde aan stuurboord.
stuurboordzijden	=	stuurboordzij
stuurboordzijdes	=	stuurboordzij
stuurboordzijdetje	=	stuurboordzijde
stuurboordzijdetjes	=	stuurboordzijde
stuurcabine	noun	deel van een voertuig waar de bestuurder zit
stuurcabines	=	stuurcabine
stuurcomiteetje	=	stuurcomité
stuurcomiteetjes	=	stuurcomité
stuurcomité	noun	groep van personen die een besluit mogen nemen over de inhoud en het management van een project
stuurcomités	=	stuurcomité
stuurde	=	sturen
stuurden	=	sturen
stuurfout	noun	fout die men maakt bij het besturen van een voertuig
stuurfouten	=	stuurfout
stuurfoutje	=	stuurfout
stuurfoutjes	=	stuurfout
stuurgroep	noun	groep van personen die een besluit mogen nemen over de inhoud en het management van een project
stuurgroepen	=	stuurgroep
stuurgroepje	=	stuurgroep
stuurgroepjes	=	stuurgroep
stuurhut	noun	Van een binnenschip: de plaats waarvandaan het schip wordt bestuurd.
stuurhutje	=	stuurhut
stuurhutjes	=	stuurhut
stuurhutten	=	stuurhut
stuurknuppel	noun	knuppel of stok waarmee gestuurd kan worden in een vliegtuig
stuurknuppels	=	stuurknuppel
stuurknuppeltje	=	stuurknuppel
stuurknuppeltjes	=	stuurknuppel
stuurkunde	noun	leer van de automatische regelingmechanismen, cybernetica, regeltechniek
stuurlieden	=	stuurman
stuurlint	noun	zelfklevend lint, dat op het stuur van met name racefietsen wordt geplakt
stuurlinten	=	stuurlint
stuurlintje	=	stuurlint
stuurlintjes	=	stuurlint
stuurloos	adj	zonder sturing in sociaal opzicht
stuurloosheid	noun	het stuurloos zijn
stuurloost	=	stuurloos
stuurlooste	=	stuurloos
stuurloze	=	stuurloos
stuurlozer	=	stuurloos
stuurlozere	=	stuurloos
stuurlozers	=	stuurloos
stuurlui	=	stuurman
stuurman	noun	iemand die een vaartuig bestuurt
stuurmannen	=	stuurman
stuurmannetje	=	stuurman
stuurmannetjes	=	stuurman
stuurmanschap	noun	het stuurman zijn; de kennis en de kunde van een stuurman
stuurmotor	noun	motor die de kracht voor het sturen verzorgt
stuurmotoren	=	stuurmotor
stuurmotors	=	stuurmotor
stuurmotortje	=	stuurmotor
stuurmotortjes	=	stuurmotor
stuurnaaf	noun	middelste deel van een stuurwiel dat vastzit aan de as die de stand regelt van de onderdelen van een voertuig die bepalen in welke richting het beweegt
stuurnaven	=	stuurnaaf
stuurpen	noun	onderdeel van een fiets: onderdeel waarmee het stuur aan de binnenbalhoofdbuis wordt verbonden
stuurpennen	=	stuurpen
stuurpost	noun	plaats waar de chauffeur zit in een trein of tram
stuurposten	=	stuurpost
stuurpostje	=	stuurpost
stuurpostjes	=	stuurpost
stuurprogramma	noun	een stuk software dat een verbinding legt tussen de hardware en het besturingssysteem
stuurprogramma's	=	stuurprogramma
stuurprogrammaatje	=	stuurprogramma
stuurprogrammaatjes	=	stuurprogramma
stuurrad	noun	het grote wiel met uitstaande spaken waarmee men het roer van een boot bedient
stuurraderen	=	stuurrad
stuurrooster	noun	een zeer dunne draad die spiraalsgewijs op korte afstand rond de kathode van een elektronenbuis loopt en met enkele metalen pennen is opgehangen.
stuurroosters	=	stuurrooster
stuurroostertje	=	stuurrooster
stuurroostertjes	=	stuurrooster
stuurs	adj	bars, knorrig, nors, nurks, onaardig, onvriendelijk, zuur
stuursch	=	stuurs
stuurse	=	stuurs
stuurser	=	stuurs
stuursere	=	stuurs
stuursers	=	stuurs
stuurslot	noun	een slot dat het stuurmechanisme blokkeert zodat het voertuig niet te gebruiken is
stuursloten	=	stuurslot
stuurst	=	stuurs
stuurstang	noun	metalen staaf waarmee het stuur is verbonden met de draaiinrichting van een voertuig
stuurstangen	=	stuurstang
stuurstangetje	=	stuurstang
stuurstangetjes	=	stuurstang
stuurste	=	stuurs
stuurstoel	noun	een stoel die vast aan de grond zit in de stuurhut van een schip
stuurstoelen	=	stuurstoel
stuurstoeltje	=	stuurstoel
stuurstoeltjes	=	stuurstoel
stuurt	=	sturen
stuurtje	=	stuur
stuurtjes	=	stuur
stuurvlak	noun	vlak van een vliegtuig dat dient om mee te sturen
stuurvlakje	=	stuurvlak
stuurvlakjes	=	stuurvlak
stuurvlakken	=	stuurvlak
stuurvrouw	noun	Vrouwelijke stuurman
stuurvrouwen	=	stuurvrouw
stuurvrouwtje	=	stuurvrouw
stuurvrouwtjes	=	stuurvrouw
stuurwiel	noun	Rond wielvorming voorwerp waarmee een voertuig (m.n. auto, boot) bestuurd kan worden.
stuurwielen	=	stuurwiel
stuurwieltje	=	stuurwiel
stuurwieltjes	=	stuurwiel
stuw	noun	een vaste waterkering die het water, van een deel van een rivier of een stuwmeer, pas bij het bereiken van een bepaalde waterhoogte laat wegstromen doordat de dam overstroomt of door het openen van schuiven of deuren
stuwadoor	noun	degene die verantwoordelijk is voor het gebalanceerd laden en lossen van schepen
stuwadoors	=	stuwadoor
stuwadoortje	=	stuwadoor
stuwadoortjes	=	stuwadoor
stuwadoren	=	stuwadoor
stuwage	noun	de wijze waarop men heeft gestuwd of gepakt
stuwages	=	stuwage
stuwband	noun	een band die wel de veneuze terugvoer, maar niet de arteriële aanvoer van bloed belemmert.
stuwbanden	=	stuwband
stuwbandje	=	stuwband
stuwbandjes	=	stuwband
stuwdam	noun	een vaste waterkering die het water uit de bergen of een rivier blokkeert, zodat het water in een stuwmeer wordt opgestuwd voor de winning van energie in een waterkrachtcentrale.
stuwdammen	=	stuwdam
stuwdammetje	=	stuwdam
stuwdammetjes	=	stuwdam
stuwde	=	stuwen
stuwden	=	stuwen
stuwe	=	stuwen
stuwen	verb	voortbewegen door te duwen, opduwen, voortstuwen
stuwend	adj	vooruit drijvend; met name in de combinatie stuwende kracht iemand die zorgt dat iets gebeurt
stuwende	=	stuwen
stuwends	=	stuwend
stuwer	noun	havenarbeider
stuwers	=	stuwer
stuwing	noun	hoge druk of ophoping die ontstaat door een belemmerde afvloed
stuwingen	=	stuwing
stuwkracht	noun	uitstoten van massa als oorzaak van versnelling
stuwkrachten	=	stuwkracht
stuwmeer	noun	een met een stuwdam kunstmatig in standgehouden waterreservoir, dat dient als buffer voor de constante levering van waterkracht aan een energiecentrale
stuwmeertje	=	stuwmeer
stuwmeertjes	=	stuwmeer
stuwmeren	=	stuwmeer
stuwpand	noun	stuk kanaal of rivier tussen minimaal één stuw en een volgend kunstwerk
stuwpanden	=	stuwpand
stuwpandje	=	stuwpand
stuwpandjes	=	stuwpand
stuwraket	noun	raket die dient voor de voortstuwing van een voorwerp
stuwraketje	=	stuwraket
stuwraketjes	=	stuwraket
stuwraketten	=	stuwraket
stuwstraalmotor	noun	straalmotor zonder compressor, waarin de lucht alleen door de snelheid wordt gecomprimeerd
stuwstraalmotoren	=	stuwstraalmotor
stuwstraalmotors	=	stuwstraalmotor
stuwstraalmotortje	=	stuwstraalmotor
stuwstraalmotortjes	=	stuwstraalmotor
stuwt	=	stuwen
stuwtje	=	stuw
stuwtjes	=	stuw
stuwwal	noun	een verhoging in het landschap veroorzaakt door het opstuwen van de ondergrond door een gletsjer
stuwwallen	=	stuwwal
stuwwalletje	=	stuwwal
stuwwalletjes	=	stuwwal
stuyver	=	stuiver
stygisch	adj	betreft een duistere, sinistere of ijzingwekkende sfeer, vaak geassocieerd met de dood, koude of onheilspellende diepten
stygische	=	stygisch
stygischer	=	stygisch
stygischere	=	stygisch
stygischers	=	stygisch
stygobiont	noun	een diersoort die in holen en spelonken leeft
stygobionten	=	stygobiont
style	=	stylen
stylede	=	stylen
styleden	=	stylen
stylen	verb	zorgen voor het uiterlijk van iets of iemand
stylend	=	stylen
stylende	=	stylen
stylet	=	stylen
styliet	noun	pilaarheilige
stylieten	=	styliet
stylietje	=	styliet
styling	noun	vormgeving zowel van zaken als personen
stylist	noun	iemand die stijladvies geeft aan anderen (mode- of kledingstylist), of die spullen uitkiest en rangschikt volgens een bepaalde stijl (woningstylist)
styliste	noun	vrouwelijk iemand die stijladvies geeft aan anderen
stylisten	=	stylist
stylistes	=	styliste
stylo	noun	balpen
stylo's	=	stylo
stylus	noun	puntvormige schrijfstift
stylussen	=	stylus
styracosaurus	noun	Styracosaurus een uitgestorven plantenetende ornithischische dinosauriër, behorend tot de groep van de Ceratopia, die 75 miljoen jaar geleden tijdens het Laat-Krijt leefde in het gebied van het huidige Canada
styracosaurussen	=	styracosaurus
styreen	noun	een organische verbinding met als brutoformule C₈H₈
styro	noun	een zelfbeschadigingswond die de lederhuid bereikt
styro's	=	styro
styrotje	=	styro
styrotjes	=	styro
stèle	noun	tablet of pilaar, met daarin een in reliëf gebeeldhouwde voorstelling en-of tekst
stèles	=	stèle
stère	noun	kubieke meter
stèren	=	stère
stères	=	stère
stérvensduur	=	stervensduur
suatiesluis	noun	installatie met deuren in een waterloop, bedoeld om binnenwater te spuien en buitenwater te keren
suatiesluizen	=	suatiesluis
suave	adj	vriendelijk en zelfbewust, elegant met een eigen stijl
suaves	=	suave
sub	noun	onderdanige in een bdsm-relatie	prep	in het stukje tekst met de aanduiding
sub-saharaans	adj	op Afrika ten zuiden van de Sahara betrekking hebbend
sub-saharaanse	=	sub-saharaans
sub-saharaanser	=	sub-saharaans
sub-saharaansere	=	sub-saharaans
sub-saharaansers	=	sub-saharaans
sub-saharaanst	=	sub-saharaans
sub-saharaanste	=	sub-saharaans
subacute	=	subacuut
subacuter	=	subacuut
subacutere	=	subacuut
subacuut	adj	van betrekkelijk korte duur
subadministratie	noun	een gedetailleerde specificatie binnen de financiële administratie die extra informatie geeft over een specifieke grootboekrekening
subadministraties	=	subadministratie
subaltern	adj	ondergeschikt
subalterne	=	subaltern
subalterns	=	subaltern
subarctisch	adj	binnen de poolcirkel gelegen maar zuidelijker dan Arctisch
subarctische	=	subarctisch
subarctischer	=	subarctisch
subarctischere	=	subarctisch
subarctischers	=	subarctisch
subassertief	adj	het niet goed kunnen aangeven wat men wil of nodig heeft
subassertiefs	=	subassertief
subassertiefst	=	subassertief
subassertiefste	=	subassertief
subassertieve	=	subassertief
subassertiever	=	subassertief
subassertievere	=	subassertief
subassertievers	=	subassertief
subatlanticum	noun	huidige tijdperk waarin het na de laatste ijstijd voor de tweede keer warmer werd, in Noordwest-Europa vijfde en laatste chron van het tijdvak holoceen, vanaf 450 v.
subatomair	adj	kleiner dan of een onderdeel uitmakend van atomen
subatomairder	=	subatomair
subatomairdere	=	subatomair
subatomairders	=	subatomair
subatomaire	=	subatomair
subatomairs	=	subatomair
subatomairst	=	subatomair
subatomairste	=	subatomair
subbeke	=	sub
subbekes	=	sub
subben	=	sub
subbens	=	sub
subboreaal	noun	tweede droge en koele tijdperk na de laatste ijstijd, in Noordwest-Europa vierde chron van het tijdvak holoceen, van 3710–450 v.	adj	uit het subboreaal, of met betrekking tot dat tijdperk
subboreaals	=	subboreaal
subboreaalst	=	subboreaal
subboreaalste	=	subboreaal
subboreale	=	subboreaal
subborealer	=	subboreaal
subborealere	=	subboreaal
subborealers	=	subboreaal
subcapsulair	adj	onder een kapsel
subcapsulairder	=	subcapsulair
subcapsulairdere	=	subcapsulair
subcapsulairders	=	subcapsulair
subcapsulaire	=	subcapsulair
subcapsulairs	=	subcapsulair
subcapsulairst	=	subcapsulair
subcapsulairste	=	subcapsulair
subcategorie	noun	een groep die behoort tot een grotere groep.
subcategorietje	=	subcategorie
subcategorietjes	=	subcategorie
subcategorieën	=	subcategorie
subcategoriseer	=	subcategoriseren
subcategoriseerde	=	subcategoriseren
subcategoriseerden	=	subcategoriseren
subcategoriseert	=	subcategoriseren
subcategorisere	=	subcategoriseren
subcategoriseren	verb	onderverdelen
subcategoriserend	=	subcategoriseren
subcategoriserende	=	subcategoriseren
subclan	noun	deel van een stam of familie
subclans	=	subclan
subcomiteetje	=	subcomité
subcomiteetjes	=	subcomité
subcomité	noun	een onderdeel van een grotere groep mensen dat zich bezig houdt met een deelonderwerp
subcomités	=	subcomité
subcommissie	noun	commissie als onderdeel van een grotere of ondergeschikt aan een hogere commissie
subcommissies	=	subcommissie
subconjunctivaal	adj	onder het oogbindvlies
subconjunctivaals	=	subconjunctivaal
subconjunctivale	=	subconjunctivaal
subcontinent	noun	deel van een continent dat zo groot is dat het als een werelddeel van lagere orde beschouwd kan worden
subcontinenten	=	subcontinent
subcontraoctaaf	noun	de laagste reeks van twaalf tonen van het toonsysteem, “C 0” tot en met “B 0” (ca. 16 t/m 31 hertz)
subcontraoctaafje	=	subcontraoctaaf
subcontraoctaafjes	=	subcontraoctaaf
subcontraoctaven	=	subcontraoctaaf
subculturen	=	subcultuur
subcultuur	noun	cultuur van bijzondere groepen, met van de officiële lijn afwijkende normen en doelstellingen
subcultuurtje	=	subcultuur
subcultuurtjes	=	subcultuur
subcutaan	adj	onderhuids
subcutaans	=	subcutaan
subcutaanst	=	subcutaan
subcutaanste	=	subcutaan
subcutane	=	subcutaan
subcutaner	=	subcutaan
subcutanere	=	subcutaan
subcutaners	=	subcutaan
subdermaal	adj	onderhuids
subdermaals	=	subdermaal
subdermaalst	=	subdermaal
subdermaalste	=	subdermaal
subdermale	=	subdermaal
subdermaler	=	subdermaal
subdermalere	=	subdermaal
subdermalers	=	subdermaal
subdiaken	noun	geestelijke die de laagste van de drie hogere wijdingen heeft ontvangen
subdiakenen	=	subdiaken
subdiakens	=	subdiaken
subdirectief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel onder uitgedrukt wordt: een beweging naar de onderzijde van iets anders
subdirectiefje	=	subdirectief
subdirectiefjes	=	subdirectief
subdirectieven	=	subdirectief
subdirectory	noun	een directory als onderverdeling van een andere (hogere) directory
subdirectory's	=	subdirectory
subdirectory'tje	=	subdirectory
subdirectory'tjes	=	subdirectory
subdivisie	noun	onderafdeling
subdivisies	=	subdivisie
subdoel	noun	een doel dat een deel uitmaakt van een grotere doelstelling
subdoelen	=	subdoel
subdominant	noun	onderkwint van de grondtoon, een toon of akkoord op de vierde toon van een toonladder
subdominanten	=	subdominant
subdominantje	=	subdominant
subdominantjes	=	subdominant
subductie	noun	vorming van troggen en breukvlakken doordat zwaardere aardschollen onder lichtere schuiven
subducties	=	subductie
subductietje	=	subductie
subductietjes	=	subductie
subelatief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het bijwoord onderuit uitgedrukt wordt: een beweging die de onderzijde van iets anders verlaat
subelatiefje	=	subelatief
subelatiefjes	=	subelatief
subelatieven	=	subelatief
subessief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel onder uitgedrukt wordt: een toestand van rust aan de onderzijde van iets anders
subessiefje	=	subessief
subessiefjes	=	subessief
subessieven	=	subessief
subfaculteit	noun	min of meer zelfstandig onderdeel van een faculteit aan een universiteit, groter dan een vakgroep
subfaculteiten	=	subfaculteit
subfamilie	noun	onderfamilie
subfamilies	=	subfamilie
subfamilietje	=	subfamilie
subfamilietjes	=	subfamilie
subfebriel	adj	betrekking hebbend op een lichaamstemperatuur tot 37,9 °C
subfebriele	=	subfebriel
subfebrieler	=	subfebriel
subfebrielere	=	subfebriel
subfebrielers	=	subfebriel
subfebriels	=	subfebriel
subfebrielst	=	subfebriel
subfebrielste	=	subfebriel
subgenre	noun	categorie in een kunstvorm (literatuur, muziek, film, enz.) met specifieke kenmerken die deel uitmaakt van een andere categorie; een genre binnen een genre
subgenres	=	subgenre
subgroep	noun	onderafdeling
subgroepen	=	subgroep
subgroepje	=	subgroep
subgroepjes	=	subgroep
subhoofd	noun	plaatsvervangend hoofd
subhoofden	=	subhoofd
subhoofdje	=	subhoofd
subhoofdjes	=	subhoofd
subiet	adv	zonder dralen
subje	=	sub
subject	noun	onderwerp [2] van een zin	adj	onderworpen aan, onderhevig aan
subjecte	=	subject
subjecten	=	subject
subjectie	noun	toestand waarin je altijd moet doen wat een ander zegt
subjectief	adj	persoonlijk
subjectiefs	=	subjectief
subjectiefst	=	subjectief
subjectiefste	=	subjectief
subjectieve	=	subjectief
subjectiever	=	subjectief
subjectievere	=	subjectief
subjectievers	=	subjectief
subjectivisme	noun	opzettelijke subjectiviteit
subjectivistisch	adj	betreft iets dat is gebaseerd op persoonlijke opvattingen, gevoelens, ervaringen of smaken, in plaats van op feiten die voor iedereen gelijk zijn.
subjectivistische	=	subjectivistisch
subjectivistischer	=	subjectivistisch
subjectivistischere	=	subjectivistisch
subjectivistischers	=	subjectivistisch
subjectiviteit	noun	het subjectief zijn, beschouwing vanuit persoonlijke opvatting
subjectiviteiten	=	subjectiviteit
subjectje	=	subject
subjects	=	subject
subjectszin	noun	bijzin met de functie van subject
subjectszinnen	=	subjectszin
subjectszinnetje	=	subjectszin
subjectszinnetjes	=	subjectszin
subjes	=	sub
subjunctief	noun	een werkwoordswijs waarmee men een wens of onzekerheid tot uitdrukking kan brengen
subjunctieven	=	subjunctief
subklinisch	adj	nog niet waarneembaar (van te geringe omvang om klinisch vastgesteld te kunnen worden)
subklinische	=	subklinisch
subklinischer	=	subklinisch
subklinischere	=	subklinisch
subklinischers	=	subklinisch
subkop	noun	aanvullende titel van een tekst, die meestal in een wat kleiner lettertype dan de voornaamste titel onmiddellijk daarna volgt
subkopje	=	subkop
subkopjes	=	subkop
subkoppen	=	subkop
sublegaat	noun	legaat dat een erfgenaam in opdracht van de erflater aan een derde moet uitbetalen
sublegaatje	=	sublegaat
sublegaatjes	=	sublegaat
sublegaten	=	sublegaat
sublicentie	noun	kleinere licentie die aan een andere partij dan de hoofdlicentiehouder verleend wordt, hetzij door de licentiegever, hetzij door de partij die over de hoofdlicentie beschikt
sublicenties	=	sublicentie
sublicentietje	=	sublicentie
sublicentietjes	=	sublicentie
subliem	adj	prachtig, de schoonheid in haar hoogste vorm of graad vertonend
sublieme	=	subliem
subliemer	=	subliem
subliemere	=	subliem
subliemers	=	subliem
subliems	=	subliem
subliemspecht	noun	Campephilus splendens een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
subliemspechten	=	subliemspecht
subliemspechtje	=	subliemspecht
subliemspechtjes	=	subliemspecht
subliemst	=	subliem
subliemste	=	subliem
sublimaat	noun	elk vast product van een sublimering
sublimaten	=	sublimaat
sublimatie	noun	het proces waarbij een vaste stof overgaat in zijn dampfase
sublimaties	=	sublimatie
sublimeer	=	sublimeren
sublimeerde	=	sublimeren
sublimeerden	=	sublimeren
sublimeert	=	sublimeren
sublimere	=	sublimeren
sublimeren	verb	van vaste fase direct in gasfase overgaan, vervluchtigen
sublimerend	=	sublimeren
sublimerende	=	sublimeren
sublimering	noun	het sublimeren
sublimeringen	=	sublimering
subliminaal	adj	onderbewust (onder de bewustzijnsdrempel)
subliminaals	=	subliminaal
subliminaalst	=	subliminaal
subliminaalste	=	subliminaal
subliminale	=	subliminaal
subliminaler	=	subliminaal
subliminalere	=	subliminaal
subliminalers	=	subliminaal
sublinguaal	adj	onder de tong
sublinguaals	=	sublinguaal
sublinguale	=	sublinguaal
sublitoraal	adj	in de kustwateren beneden de laagwaterlijn die in principe altijd onder water staat
sublitoraals	=	sublitoraal
sublitorale	=	sublitoraal
sublunarisch	adj	ondermaans
sublunarische	=	sublunarisch
submap	noun	een map die deel uitmaakt van een andere map
submappen	=	submap
submarien	adj	onder de oppervlakte van de zee gelegen, onderzees
submariene	=	submarien
submariens	=	submarien
submarino	noun	foltering waarbij het slachtoffer herhaaldelijk bijna verdronken wordt, vergelijkbaar met waterboarding.
submediant	noun	toon die een terts onder de grondtoon ligt
submedianten	=	submediant
submediantje	=	submediant
submediantjes	=	submediant
submenu	noun	bij een computerprogramma: een keuzelijst die men te zien krijgt nadat men een keuze heeft gemaakt in het hoofdmenu
submenu's	=	submenu
submicroscopisch	adj	beneden de waarneembaarheidsgrens van een lichtmicroscoop
submicroscopische	=	submicroscopisch
submicroscopischer	=	submicroscopisch
submicroscopischere	=	submicroscopisch
submicroscopischers	=	submicroscopisch
submissie	noun	onderwerping
submissies	=	submissie
submissietje	=	submissie
submissietjes	=	submissie
subnet	noun	een deelnetwerk in een netwerk
subnetten	=	subnet
subnormaal	adj	onder het normale niveau blijvend
subnormaals	=	subnormaal
subnormale	=	subnormaal
subonderzoeksvraag	noun	een van de deelvragen waarin een onderzoeksvraag is uitgewerkt
subonderzoeksvragen	=	subonderzoeksvraag
suboptimaal	adj	niet optimaal
suboptimaals	=	suboptimaal
suboptimaalst	=	suboptimaal
suboptimaalste	=	suboptimaal
suboptimale	=	suboptimaal
suboptimaler	=	suboptimaal
suboptimalere	=	suboptimaal
suboptimalers	=	suboptimaal
subordinaat	adj	ter mogelijke vervanging
subordinaats	=	subordinaat
subordinate	=	subordinaat
subordinatie	noun	ondergeschiktheid
subordinaties	=	subordinatie
subordineer	=	subordineren
subordineerde	=	subordineren
subordineerden	=	subordineren
subordineert	=	subordineren
subordinere	=	subordineren
subordineren	verb	onderschikken, ondergeschikt maken aan
subordinerend	=	subordineren
subordinerende	=	subordineren
subornatie	noun	het beïnvloeden van getuigen
subornaties	=	subornatie
subornatietje	=	subornatie
subornatietjes	=	subornatie
subplot	noun	een ondergeschikte verhaallijn
subplotje	=	subplot
subplotjes	=	subplot
subplots	=	subplot
subprime	noun	in het bezit van een rating (waardering) die niet voldoende is voor een hypotheek
subprimehypotheek	noun	hypotheek waarbij hypotheeknemers bereid zijn een groot risico op afbetalingsproblemen van de hypotheekgever te nemen
subprimehypotheken	=	subprimehypotheek
subprimehypothekencrises	=	subprimehypothekencrisis
subprimehypothekencrisis	noun	economische crisis veroorzaakt door subprimehypotheken
subprimehypothekencrisissen	=	subprimehypothekencrisis
subprimes	=	subprime
subprogramma	noun	kleiner onderdeel van een programma
subprogramma's	=	subprogramma
subregio	noun	deelgebied
subregio's	=	subregio
subreptie	noun	ontvreemding, diefstal, onrechtmatige verkrijging
subreptief	adj	onrechtmatig verworven
subreptiefs	=	subreptief
subrepties	=	subreptie
subreptieve	=	subreptief
subrogatie	noun	het treden in de rechten van een schuldeiser door een derde, die de schuldeiser heeft betaald
subrogaties	=	subrogatie
subrogeer	=	subrogeren
subrogeerde	=	subrogeren
subrogeerden	=	subrogeren
subrogeert	=	subrogeren
subrogere	=	subrogeren
subrogeren	verb	in de plaats stellen van iets of iemand anders, als plaatsvervanger aanstellen
subrogerend	=	subrogeren
subrogerende	=	subrogeren
subroutine	noun	een programmablok met een eigen naam binnen een computerprogramma, dat elders in het programma aangeroepen en uitgevoerd kan worden zonodig met opgave van enkele parameters
subroutines	=	subroutine
subs	=	sub
subscribeer	=	subscriberen
subscribeerde	=	subscriberen
subscribeerden	=	subscriberen
subscribeert	=	subscriberen
subscribent	noun	intekenaar
subscribenten	=	subscribent
subscribentje	=	subscribent
subscribentjes	=	subscribent
subscribere	=	subscriberen
subscriberen	verb	intekenen
subscriberend	=	subscriberen
subscriberende	=	subscriberen
subscript	noun	lager gedrukt cijfer of letterteken	adj	onder de regel gedrukt
subscripte	=	subscript
subscriptie	noun	intekening, abonnering, inschrijving
subscripties	=	subscriptie
subscriptje	=	subscript
subscriptjes	=	subscript
subscripts	=	subscript
subset	noun	deelverzameling
subsets	=	subset
subsidentie	noun	stuk land met bodemdaling, grondverzakking; daling van de aardkorst
subsidiabel	adj	in aanmerking kunnende komen voor subsidie
subsidiabele	=	subsidiabel
subsidiabeler	=	subsidiabel
subsidiabelere	=	subsidiabel
subsidiabelers	=	subsidiabel
subsidiabels	=	subsidiabel
subsidiabelst	=	subsidiabel
subsidiabelste	=	subsidiabel
subsidiair	adj	in de plaats tredend van wat in de eerste plaats verlangd of gevraagd wordt
subsidiairder	=	subsidiair
subsidiairdere	=	subsidiair
subsidiairders	=	subsidiair
subsidiaire	=	subsidiair
subsidiairs	=	subsidiair
subsidiairst	=	subsidiair
subsidiairste	=	subsidiair
subsidiariteit	noun	een organisatiewijze of regel in taakverdeling tussen 'hogere' en 'lagere' openbare overheden.
subsidiariteiten	=	subsidiariteit
subsidiariteitsbeginsel	noun	het beginsel dat een centraal gezag zich niet met zaken mag bemoeien die beter op een lager niveau geregeld kunnen worden
subsidiariteitsbeginselen	=	subsidiariteitsbeginsel
subsidiariteitsbeginsels	=	subsidiariteitsbeginsel
subsidiariteitsprincipe	noun	beginsel dat stelt dat hogere instanties niet iets moeten doen wat door lagere instanties kan worden afgehandeld
subsidiariteitsprincipes	=	subsidiariteitsprincipe
subsidiariteitsprincipetje	=	subsidiariteitsprincipe
subsidiariteitsprincipetjes	=	subsidiariteitsprincipe
subsidie	noun	door de overheid beschikbaar gestelde fondsen bedoeld om een prijs te verlagen of een bepaalde uitgave aantrekkelijker te maken
subsidieaanvraag	noun	aanvraag voor subsidie
subsidieaanvragen	=	subsidieaanvraag
subsidiebeschikking	noun	een formeel besluit (een brief of document) van de overheid of een bestuursorgaan waarin staat of je een subsidie krijgt en onder welke voorwaarden.
subsidiebeschikkingen	=	subsidiebeschikking
subsidiebeschikkinkje	=	subsidiebeschikking
subsidiebeschikkinkjes	=	subsidiebeschikking
subsidieer	=	subsidiëren
subsidieerbaar	adj	van een activiteit, project of kostenpost dat het voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiële steun (subsidie) van een overheid of andere instantie.
subsidieerbaarder	=	subsidieerbaar
subsidieerbaardere	=	subsidieerbaar
subsidieerbaarders	=	subsidieerbaar
subsidieerbaars	=	subsidieerbaar
subsidieerbaarst	=	subsidieerbaar
subsidieerbaarste	=	subsidieerbaar
subsidieerbare	=	subsidieerbaar
subsidieerde	=	subsidiëren
subsidieerden	=	subsidiëren
subsidieert	=	subsidiëren
subsidiekraan	noun|figurative	denkbeeldige kraan waaruit subsidie stroomt
subsidiekraantje	=	subsidiekraan
subsidiekraantjes	=	subsidiekraan
subsidiekranen	=	subsidiekraan
subsidieloket	noun	plaats waar men een bijdrage van een overheid kan aanvragen
subsidieloketten	=	subsidieloket
subsidieloos	adj	zonder subsidie
subsidieloost	=	subsidieloos
subsidielooste	=	subsidieloos
subsidieloze	=	subsidieloos
subsidielozer	=	subsidieloos
subsidielozere	=	subsidieloos
subsidielozers	=	subsidieloos
subsidieregeling	noun	regeling die van toepassing is in het geval van verstrekken van een bepaalde subsidie
subsidieregelingen	=	subsidieregeling
subsidieregelingetje	=	subsidieregeling
subsidieregelingetjes	=	subsidieregeling
subsidieruif	noun|informal	subsidiepot
subsidieruifje	=	subsidieruif
subsidieruifjes	=	subsidieruif
subsidieruiven	=	subsidieruif
subsidies	=	subsidie
subsidiespons	noun	iets dat of iemand die subsidie opneemt (en er niets voor teruglevert)
subsidiesponsen	=	subsidiespons
subsidiesponsje	=	subsidiespons
subsidiesponsjes	=	subsidiespons
subsidiesponzen	=	subsidiespons
subsidietje	=	subsidie
subsidietjes	=	subsidie
subsidieverhoging	noun	verhoging van een reeds bestaande financiële bijdrage (toelage) die de overheid of een andere instantie verstrekt.
subsidieverhogingen	=	subsidieverhoging
subsidieverhoginkje	=	subsidieverhoging
subsidieverhoginkjes	=	subsidieverhoging
subsidieverlaging	noun	vermindering van de financiële ondersteuning die de overheid of een andere instantie verstrekt voor bepaalde activiteiten, producten of projecten.
subsidieverlagingen	=	subsidieverlaging
subsidieverlaginkje	=	subsidieverlaging
subsidieverlaginkjes	=	subsidieverlaging
subsidieverstrekking	noun	het verstrekken van subsidie
subsidieverstrekkingen	=	subsidieverstrekking
subsidieverstrekkinkje	=	subsidieverstrekking
subsidieverstrekkinkjes	=	subsidieverstrekking
subsidievoorwaarde	noun	de zaken waaraan iemand moet voldoen voordat hij of zij een tegemoetkoming in de kosten kan ontvangen
subsidievoorwaarden	=	subsidievoorwaarde
subsidiologen	=	subsidioloog
subsidioloog	noun	deskundige op het gebied van subsidieregelingen van de overheid
subsidiënt	noun	degene die, het lichaam dat subsidie verleent
subsidiënten	=	subsidiënt
subsidiëre	=	subsidiëren
subsidiëren	verb	van overheidswege financiële hulp voor een bepaalde activiteit, ver- of aankoop verlenen
subsidiërend	=	subsidiëren
subsidiërende	=	subsidiëren
subsidiëring	noun	de verlening van financiële hulp voor een bepaalde activiteit, ver- of aankoop door de overheid
subsidiëringen	=	subsidiëring
subsidiërinkje	=	subsidiëring
subsidiërinkjes	=	subsidiëring
subsistentie	noun	het in zich zelf bestaan
subsistenties	=	subsistentie
subsisteren	verb	overleven, in zijn levensonderhoud voorzien
subsone	=	subsoon
subsonisch	adj	beneden de voortplantingssnelheid van het geluid blijvend
subsonische	=	subsonisch
subsonischer	=	subsonisch
subsonischere	=	subsonisch
subsonischers	=	subsonisch
subsonischt	=	subsonisch
subsoon	adj	subsonisch
subsoons	=	subsoon
subspecies	noun	ondersoort, onderverdeling van een soort
substandaard	adj	niet aan de normen van de standaardtaal beantwoordend
substandaarde	=	substandaard
substandaards	=	substandaard
substantie	noun	stof (stoffen)
substantieel	adj	van de substantie, met substantie
substantieels	=	substantieel
substantieelst	=	substantieel
substantieelste	=	substantieel
substantief	adj	zelfstandig, een substantie zijnde	noun	zelfstandig naamwoord
substantiefje	=	substantief
substantiefjes	=	substantief
substantiefs	=	substantief
substanties	=	substantie
substantietje	=	substantie
substantietjes	=	substantie
substantieve	=	substantief
substantieven	=	substantief
substantiveer	=	substantiveren
substantiveerde	=	substantiveren
substantiveerden	=	substantiveren
substantiveert	=	substantiveren
substantivere	=	substantiveren
substantiveren	verb	tot een substantief maken
substantiverend	=	substantiveren
substantiverende	=	substantiveren
substantivering	noun	het substantiveren
substantiveringen	=	substantivering
substantiverinkje	=	substantivering
substantivisch	adj	als met de betekenis of functie van een substantief
substantivische	=	substantivisch
substantivischer	=	substantivisch
substantivischere	=	substantivisch
substantivischers	=	substantivisch
substantiële	=	substantieel
substantiëler	=	substantieel
substantiëlere	=	substantieel
substantiëlers	=	substantieel
substituant	noun	plaatsvervuller
substituanten	=	substituant
substituantje	=	substituant
substituantjes	=	substituant
substitueer	=	substitueren
substitueerde	=	substitueren
substitueerden	=	substitueren
substitueert	=	substitueren
substituere	=	substitueren
substitueren	verb	vervangen
substituerend	=	substitueren
substituerende	=	substitueren
substituten	=	substituut
substitutie	noun	vervanging
substitutiegoed	noun	een product dat een ander product kan vervangen, omdat de consument het als een (gedeeltelijk) gelijkwaardig alternatief ziet
substitutiegoederen	=	substitutiegoed
substitutiegoedje	=	substitutiegoed
substitutiegoedjes	=	substitutiegoed
substituties	=	substitutie
substitutietje	=	substitutie
substitutietjes	=	substitutie
substituut	noun	plaatsvervanger
substituut-procureur	noun	adjunct en plaatsvervanger van de procureur des Konings
substituut-procureurs	=	substituut-procureur
substituutje	=	substituut
substituutjes	=	substituut
substraat	noun	ondergrond, onderlaag
substraatcycli	=	substraatcyclus
substraatcyclus	noun	het omzetten van een molecuul A in molecuul B en terug met het doel molecuul B uit molecuul A te winnen
substraatcyclusje	=	substraatcyclus
substraatcyclusjes	=	substraatcyclus
substraatje	=	substraat
substraatjes	=	substraat
substraattaal	noun	taal die in eerste instantie werd gesproken binnen een gemeenschap of gebied waar nu een andere taal de omgangstaal is
substraattaaltje	=	substraattaal
substraattaaltjes	=	substraattaal
substraattalen	=	substraattaal
substractie	noun	aftrekking
substracties	=	substractie
substractietje	=	substractie
substractietjes	=	substractie
substraten	=	substraat
substratosfeer	noun	de bovenste luchtlaag van de troposfeer, vlak onder de stratosfeer
subtekst	noun	impliciete boodschap
subteksten	=	subtekst
subtekstje	=	subtekst
subtekstjes	=	subtekst
subterrestrisch	adj	onderaards
subterrestrische	=	subterrestrisch
subtiel	adj	alleen bij nauwkeurig toezien of voor fijn gevoel waar te nemen of te begrijpen
subtiele	=	subtiel
subtieler	=	subtiel
subtielere	=	subtiel
subtielers	=	subtiel
subtiels	=	subtiel
subtielst	=	subtiel
subtielste	=	subtiel
subtiliteit	noun	fijnheid, teerheid
subtiliteiten	=	subtiliteit
subtiliteitje	=	subtiliteit
subtiliteitjes	=	subtiliteit
subtitel	noun	ondertitel
subtitels	=	subtitel
subtiteltje	=	subtitel
subtiteltjes	=	subtitel
subtonica	noun	een toon of akkoord op de zevende toon van een toonladder
subtonica's	=	subtonica
subtonicaatje	=	subtonica
subtonicaatjes	=	subtonica
subtop	noun	personen, zaken of prestaties die de top net niet halen
subtopje	=	subtop
subtopjes	=	subtop
subtoppen	=	subtop
subtopper	noun	club of speler die tot de subtop behoort
subtoppers	=	subtopper
subtoppertje	=	subtopper
subtoppertjes	=	subtopper
subtotaal	noun	totaal van een onderdeel of een afdeling
subtotaaltje	=	subtotaal
subtotaaltjes	=	subtotaal
subtotalen	=	subtotaal
subtractie	noun	aftelsom, bepalen van een verschil
subtractief	adj	onttrekkend
subtractiefs	=	subtractief
subtractiefst	=	subtractief
subtractiefste	=	subtractief
subtracties	=	subtractie
subtractieve	=	subtractief
subtractiever	=	subtractief
subtractievere	=	subtractief
subtractievers	=	subtractief
subtropen	noun	de gezamenlijke streken waar een subtropisch klimaat heerst
subtropisch	adj	in de overgang van de gematigde en hete luchtstreken gelegen, daar voorkomend etc.
subtropische	=	subtropisch
subtropischer	=	subtropisch
subtropischere	=	subtropisch
subtropischers	=	subtropisch
subtype	noun	een groep zaken die deel uitmaken van een grotere groep
subtypen	=	subtype
subtypes	=	subtype
suburb	noun	minder dicht bebouwd verstedelijkt woongebied waarvan de meeste bewoners behoren tot de middenklasse en op de voorzieningen van een nabijgelegen stadscentrum gericht zijn
suburbanisatie	noun	de migratie van mensen vanuit de stad naar het omringende platteland
suburbanisaties	=	suburbanisatie
suburbs	=	suburb
subversie	noun	aantasting van de bestaande orde
subversief	adj	gezagsondermijnend
subversiefs	=	subversief
subversiefst	=	subversief
subversiefste	=	subversief
subversies	=	subversie
subversietje	=	subversie
subversietjes	=	subversie
subversieve	=	subversief
subversiever	=	subversief
subversievere	=	subversief
subversievers	=	subversief
subwoofer	noun	een luidspreker die speciaal is ontworpen voor het weergeven van lage tot zeer lage tonen, die vaak ook gevoeld kunnen worden en onder (sub) het bereik liggen van een normale woofer
subwoofers	=	subwoofer
subwoofertje	=	subwoofer
subwoofertjes	=	subwoofer
succes	noun	gewenste resultaat van een opzet	intj	wens om uit te drukken dat je hoopt dat de aangesprokene zijn doel gaat bereiken
succesboek	noun	een boek dat door hoge verkoopcijfers uitzonderlijk goed presteert en een hoge oplage bereikt, vaak binnen een korte periode
succesboeken	=	succesboek
succesboekje	=	succesboek
succesboekjes	=	succesboek
succesgezin	noun	gezin waarvan de leden een gelukkig en succesvol leven hebben
succesgezinnen	=	succesgezin
succesgezinnetje	=	succesgezin
succesgezinnetjes	=	succesgezin
succesje	=	succes
succesjes	=	succes
succesnummer	noun	iets wat heel populair is, wat veel geld oplevert, wat erg wordt gewaardeerd
succesnummers	=	succesnummer
succesnummertje	=	succesnummer
succesnummertjes	=	succesnummer
succesperiode	noun	een tijdperk waarin zeer goede resultaten worden behaald
succesperioden	=	succesperiode
succesperiodes	=	succesperiode
succesrijk	adj	met veel goede resultaten
succesrijke	=	succesrijk
succesrijker	=	succesrijk
succesrijkere	=	succesrijk
succesrijkers	=	succesrijk
succesrijks	=	succesrijk
succesrijkst	=	succesrijk
succesrijkste	=	succesrijk
successen	=	succes
successie	noun	opvolging
successiebelasting	noun	belasting op een erfenis
successiebelastingen	=	successiebelasting
successief	adj	achtereenvolgend, opeenvolgend
successiefs	=	successief
successiefst	=	successief
successiefste	=	successief
successieoorlog	noun	oorlog die ontstaat uit twisten over de troonopvolging
successieoorlogen	=	successieoorlog
successierecht	noun	directe belasting op nalatenschappen
successierechten	=	successierecht
successies	=	successie
successieve	=	successief
successievelijk	adj	betreffende een langzame maar gestage opeenvolging
successievelijke	=	successievelijk
successievelijker	=	successievelijk
successievelijkere	=	successievelijk
successievelijkers	=	successievelijk
successievelijks	=	successievelijk
successievelijkst	=	successievelijk
successievelijkste	=	successievelijk
successiever	=	successief
successievere	=	successief
successievers	=	successief
succesverhaal	noun	een vertelling over iets dat heel goed is verlopen
succesverhaaltje	=	succesverhaal
succesverhaaltjes	=	succesverhaal
succesverhalen	=	succesverhaal
succesvol	adj	succes hebbend
succesvolle	=	succesvol
succesvoller	=	succesvol
succesvollere	=	succesvol
succesvollers	=	succesvol
succesvols	=	succesvol
succesvolst	=	succesvol
succesvolste	=	succesvol
succubi	=	succubus
succubus	noun	een vrouwelijke demon die zich voedt met de energie en/of het mannelijke zaad van haar slachtoffers
succulent	adj	sappig, vochtrijk	noun	plant die water opslaat in een deel van zijn lichaam en daardoor lang kan overleven in een droog klimaat
succulente	=	succulent
succulenten	=	succulent
succulenter	=	succulent
succulentere	=	succulent
succulenters	=	succulent
succulentje	=	succulent
succulents	=	succulent
succulentst	=	succulent
succulentste	=	succulent
succursaal	noun	vestiging die een ondersteunende functie heeft voor een grotere vestiging waaraan zij ondergeschikt is
succursale	noun	vestiging die een ondersteunende functie heeft voor een grotere vestiging waaraan zij ondergeschikt is
succursalen	=	succursale
sucredwergmierpitta	noun	Grallaricula cumanensis een zangvogel uit de familie Grallariidae.
sucredwergmierpitta's	=	sucredwergmierpitta
sucredwergmierpittaatje	=	sucredwergmierpitta
sucredwergmierpittaatjes	=	sucredwergmierpitta
sucrose	noun	disacharide dat gevormd is uit de covalente binding tussen een glucose-eenheid (druivensuiker) en een fructose-eenheid (vruchtensuiker)
sudanees	noun	een inwoner van Soedan (ook Sudan)	adj	op Soedan (ook Sudan) betrekking hebbend
sudaneest	=	sudanees
sudaneeste	=	sudanees
sudanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Soedan (ook Sudan)
sudanesen	=	sudanese
sudaneser	=	sudanees
sudanesere	=	sudanees
sudanesers	=	sudanees
sudanezen	=	sudanees
sudder	=	sudderen
sudderde	=	sudderen
sudderden	=	sudderen
suddere	=	sudderen
sudderen	verb	zachtjes pruttelend koken of gaar worden
sudderend	=	sudderen
sudderende	=	sudderen
sudderlap	noun	stuk rundvlees dat men zeer lang op een laag vuur laat staan om gaar te laten worden
sudderlapje	=	sudderlap
sudderlapjes	=	sudderlap
sudderlappen	=	sudderlap
suddert	=	sudderen
suderans	noun	sap geperst uit sinaasappel
suderansje	=	suderans
sudoku	noun	puzzel waarin cijfers moeten worden ingevuld, afkomstig uit Japan
sudoku's	=	sudoku
sudoku'tje	=	sudoku
sudoku'tjes	=	sudoku
sudokude	=	sudokuen
sudokuden	=	sudokuen
sudokue	=	sudokuen
sudokuen	verb	het spelen van een invulspel met cijfers afkomstig uit Japan
sudokuend	=	sudokuen
sudokuende	=	sudokuen
sudokuut	=	sudokuen
sudokuutje	=	sudoku
sudokuutjes	=	sudoku
sue	=	sueën
suede	=	sueën
sueden	=	sueën
sueer	=	sueren
sueerde	=	sueren
sueerden	=	sueren
sueert	=	sueren
suere	=	sueren
sueren	verb	bakken met boter of olie zonder bruin te laten worden in een pan met deksel en op een laag vuur
suerend	=	sueren
suerende	=	sueren
suet	=	sueën
sueë	=	sueën
sueën	verb	iemand voor het gerecht dagen; een rechtszaak beginnen
sueënd	=	sueën
sueënde	=	sueën
suf	adj	moeite ervarend om oplettend te zijn
sufbol	noun	zeer dom persoon
sufbollen	=	sufbol
sufbolletje	=	sufbol
sufbolletjes	=	sufbol
suffe	=	suf
suffen	verb	niet in de gaten hebben wat er om iemand heen gebeurt
suffend	=	suffen
suffende	=	suffen
suffer	noun	iemand die suft
sufferd	noun|informal	sukkel, knurft, duts, stumper, goeierd
sufferdje	noun	plaatselijke krant of huis-aan-huisblad (vaak spottend bedoeld)
sufferdjes	=	sufferd
sufferds	=	sufferd
suffere	=	suf
sufferig	adj	half slapend
sufferige	=	sufferig
sufferiger	=	sufferig
sufferigere	=	sufferig
sufferigers	=	sufferig
sufferigs	=	sufferig
sufferigst	=	sufferig
sufferigste	=	sufferig
suffers	=	suf
suffertje	=	suffer
suffertjes	=	suffer
sufficiënt	adj	voldoende, genoeg
sufficiënte	=	sufficiënt
sufficiënter	=	sufficiënt
sufficiëntere	=	sufficiënt
sufficiënters	=	sufficiënt
sufficiënts	=	sufficiënt
sufficiëntst	=	sufficiënt
sufficiëntste	=	sufficiënt
suffie	noun	zeer dom persoon
suffies	=	suffie
suffietje	=	suffie
suffietjes	=	suffie
suffig	adj	niet helemaal helder
suffige	=	suffig
suffiger	=	suffig
suffigere	=	suffig
suffigers	=	suffig
suffigheden	=	suffigheid
suffigheid	noun	het gemis aan helderheid van geest
suffigs	=	suffig
suffigst	=	suffig
suffigste	=	suffig
suffisantie	noun	zelfvoldaanheid, zelfgenoegzaamheid
suffisantietje	=	suffisantie
suffisantietjes	=	suffisantie
suffix	noun	een woorddeel dat achter de stam van een woord gevoegd wordt
suffixen	=	suffix
suffixje	=	suffix
suffixjes	=	suffix
suffragaan	noun	bisschop of bisdom dat onderhorig is aan een aartshertog
suffragaanbisschop	noun	Bisschop die een bisdom bestuurt dat onderdeel is van een kerkprovincie
suffragaanbisschoppen	=	suffragaanbisschop
suffraganen	=	suffragaan
suffragetje	=	suffragette
suffragetjes	=	suffragette
suffragette	noun	vrouw die streed voor de vrouwenrechten, met name voor het vrouwenkiesrecht (in het Engeland van het begin van de twintigste eeuw)
suffragettes	=	suffragette
sufheden	=	sufheid
sufheid	noun	door uitputting of aandoening minder alert zijn, slaperigheid
sufhoofd	noun	dom iemand die niet goed oplet
sufhoofden	=	sufhoofd
sufkees	noun	een domme man
sufkezen	=	sufkees
sufklep	noun	iemand die heel dom is
sufkleppen	=	sufklep
sufkonijn	noun	persoon die weinig doet; dom persoon; sloom persoon
sufkonijnen	=	sufkonijn
sufkonijntje	=	sufkonijn
sufkonijntjes	=	sufkonijn
sufkont	noun	sul, sukkel
sufkonten	=	sufkont
sufkontje	=	sufkont
sufkontjes	=	sufkont
sufkop	noun	letterlijk: iemand die snel wegsuft
sufkopje	=	sufkop
sufkoppen	=	sufkop
sufkous	noun	persoon die weinig doet; dom persoon; sloom persoon
sufkousen	=	sufkous
sufkousje	=	sufkous
sufkousjes	=	sufkous
sufkut	noun	een dom persoon (man of vrouw) die niets goed doet
sufkutje	=	sufkut
sufkutjes	=	sufkut
sufkutten	=	sufkut
sufs	=	suf
sufst	=	suf
sufste	=	suf
suft	=	suffen
sufte	=	suffen
suften	=	suffen
sugardaddy	noun	oudere man die jonge vrouw geld en/of geschenken geeft in ruil voor gezelschap en mogelijk ook seks
sugardaddy's	=	sugardaddy
suggereer	=	suggereren
suggereerde	=	suggereren
suggereerden	=	suggereren
suggereeren	=	suggereren
suggereert	=	suggereren
suggerere	=	suggereren
suggereren	verb	voorstellen; een suggestie doen; een tip of alternatieve methode geven
suggererend	=	suggereren
suggererende	=	suggereren
suggestibel	adj	al te makkelijk beïnvloedbaar; al te makkelijk door suggestie te beïnvloeden
suggestibele	=	suggestibel
suggestibeler	=	suggestibel
suggestibelere	=	suggestibel
suggestibelers	=	suggestibel
suggestibels	=	suggestibel
suggestibelst	=	suggestibel
suggestibelste	=	suggestibel
suggestie	noun	hetgeen dat voorgesteld wordt
suggestief	adj	suggestie inhoudend
suggestiefs	=	suggestief
suggestiefst	=	suggestief
suggestiefste	=	suggestief
suggesties	=	suggestie
suggestietje	=	suggestie
suggestietjes	=	suggestie
suggestieve	=	suggestief
suggestiever	=	suggestief
suggestievere	=	suggestief
suggestievers	=	suggestief
sui	=	suien
suide	=	suien
suiden	=	suien
suie	=	suien
suien	verb	neuriënd of zingend wiegen
suiend	=	suien
suiende	=	suien
suiker	noun	oplosbare zoetstof hoofdzakelijk verkregen uit suikerbieten en suikerriet
suikerachtig	adj	op suiker lijkend
suikerachtige	=	suikerachtig
suikerachtiger	=	suikerachtig
suikerachtigere	=	suikerachtig
suikerachtigers	=	suikerachtig
suikerachtigs	=	suikerachtig
suikerachtigst	=	suikerachtig
suikerachtigste	=	suikerachtig
suikerahorn	noun	bepaald soort boom, Acer saccharum uit wiens sap ahornsuiker wordt vervaardigd
suikerahornen	=	suikerahorn
suikerahorns	=	suikerahorn
suikerahorntje	=	suikerahorn
suikerahorntjes	=	suikerahorn
suikeramandel	noun	een met suiker bedekte amandel, ook wel praline genoemd
suikeramandels	=	suikeramandel
suikeramandeltje	=	suikeramandel
suikeramandeltjes	=	suikeramandel
suikerappel	noun	bepaald soort loofboom, Annona squamosa
suikerappels	=	suikerappel
suikerappeltje	=	suikerappel
suikerappeltjes	=	suikerappel
suikerarm	adj	weinig suiker bevattend
suikerarme	=	suikerarm
suikerarmer	=	suikerarm
suikerarmere	=	suikerarm
suikerarmers	=	suikerarm
suikerarms	=	suikerarm
suikerarmst	=	suikerarm
suikerarmste	=	suikerarm
suikerbakker	noun	iemand die suikerwerken bakt, banketbakker die vooral met zoetstof werkt
suikerbakkers	=	suikerbakker
suikerbakkerswerk	noun	architectuur met overladen versiering als van een suikerwerk
suikerbakkerswerken	=	suikerbakkerswerk
suikerbakkerswerkje	=	suikerbakkerswerk
suikerbakkerswerkjes	=	suikerbakkerswerk
suikerbakkertje	=	suikerbakker
suikerbakkertjes	=	suikerbakker
suikerbeet	noun	variëteit van Beta vulgaris, geteeld om suiker uit de wortel te winnen
suikerbeetje	=	suikerbeet
suikerbeetjes	=	suikerbeet
suikerbelasting	noun	belasting die wordt geheven op suiker (ook in verwerkte producten zoals frisdrank).
suikerbelastingen	=	suikerbelasting
suikerbelastinkje	=	suikerbelasting
suikerbelastinkjes	=	suikerbelasting
suikerberk	noun	bepaald soort loofboom, Betula lenta uit de berkenfamilie (Betulaceae) waaruit oliën en berkensap kunnen worden gewonnen
suikerberken	=	suikerberk
suikerberkje	=	suikerberk
suikerberkjes	=	suikerberk
suikerbeten	=	suikerbeet
suikerbiet	noun	bepaalde ondersoort van de biet Beta vulgaris (subsp. vulgaris var. altissima) waaruit bietsuiker gewonnen wordt
suikerbieten	=	suikerbiet
suikerbietje	=	suikerbiet
suikerbietjes	=	suikerbiet
suikerbonen	=	suikerboon
suikerboon	noun	sperzieboon
suikerboontje	=	suikerboon
suikerboontjes	=	suikerboon
suikerbos	noun	een geslacht Protea uit de familie Proteaceae.
suikerbosje	=	suikerbos
suikerbosjes	=	suikerbos
suikerbossen	=	suikerbos
suikerbroden	=	suikerbrood
suikerbrood	noun	uit suiker, (kaneel, eieren) en bloem samengesteld brood
suikerbroodje	=	suikerbrood
suikerbroodjes	=	suikerbrood
suikerbus	noun	bus om suiker in te bewaren
suikerbusje	=	suikerbus
suikerbusjes	=	suikerbus
suikerbussen	=	suikerbus
suikercampagne	noun	aantal weken / maanden van het jaar na de suikerbietenoogst waarbij de suikerfabrieken op volle kracht draaien
suikercampagnes	=	suikercampagne
suikerconcentratie	noun	hoeveel suiker die een stof naar verhouding bevat
suikerconcentraties	=	suikerconcentratie
suikerconsumptie	noun	het verbruik van suiker
suikerconsumpties	=	suikerconsumptie
suikerculturen	=	suikercultuur
suikercultuur	noun	verbouw van suikerriet
suikerde	=	suikeren
suikerden	noun	Pinus lambertiana een groenblijvende conifeer uit de dennenfamilie (Pinaceae).
suikerdennen	=	suikerden
suikerdennetje	=	suikerden
suikerdiefje	noun	Coereba flaveola een klein zangvogeltje uit de familie van de tangaren (Thraupidae) voorkomend in de tropische delen van de Amerika's dat er om bekend staat dat het gaatjes boort in bloemen om de nectar te stelen
suikerdiefjes	=	suikerdiefje
suikerdistributie	noun	het 'op de bon' zijn van suiker o.m. in de Tweede Wereldoorlog
suikerdoos	noun	feestelijk doosje waarin doopsuikertjes verpakt zitten
suikerdoosje	=	suikerdoos
suikerdoosjes	=	suikerdoos
suikerdozen	=	suikerdoos
suikerdruifje	noun	Cissus striata een plant uit de wijnstokfamilie.
suikerdruifjes	=	suikerdruifje
suikerdén	=	suikerden
suikere	=	suikeren
suikereekhoorn	noun	Petaurus breviceps een buideleekhoorn uit het geslacht der suikereekhoorns (Petaurus) die voorkomt in Australië en op Nieuw-Guinea.
suikereekhoorns	noun	Petaurus een geslacht van klimbuideldieren uit de familie Petauridae.
suikereekhoorntje	=	suikereekhoorn
suikereekhoorntjes	=	suikereekhoorn
suikeren	verb	met suiker zoet maken of bestrooien	adj	uit suiker bestaande
suikerend	=	suikeren
suikerende	=	suikeren
suikererwt	noun	uit Amerika afkomstig ras doperwten (Pisum sativum) met vlezige, dikwandige, eetbare peulen
suikererwten	=	suikererwt
suikererwtje	=	suikererwt
suikererwtjes	=	suikererwt
suikeresdoorn	noun	Acer saccharum een plant uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae).
suikeresdoorns	=	suikeresdoorn
suikeresdoorntje	=	suikeresdoorn
suikeresdoorntjes	=	suikeresdoorn
suikeresdorens	=	suikeresdoorn
suikereucalyptus	noun	Eucalyptus viminalis een boomsoort uit het oosten en zuidoosten van Australië
suikereucalyptussen	=	suikereucalyptus
suikerfabriek	noun	fabriek waar suiker wordt vervaardigd uit de diverse suikerhoudende gewassen (suikerriet of suikerbieten)
suikerfabrieken	=	suikerfabriek
suikerfabriekje	=	suikerfabriek
suikerfabriekjes	=	suikerfabriek
suikergast	noun	kruipend insect dat op suiker verzot heet te zijn, Lepisma saccharina
suikergasten	=	suikergast
suikergastje	=	suikergast
suikergastjes	=	suikergast
suikergehalte	noun	gehalte aan de diverse suikerdelen
suikergehalten	=	suikergehalte
suikergehaltes	=	suikergehalte
suikergehaltetje	=	suikergehalte
suikergehaltetjes	=	suikergehalte
suikerglazuur	noun	een substantie die voor het glaceren van gebak wordt gebruikt en vooral bestaat uit poedersuiker, water, en soms andere ingrediënten als eiwit, en roomboter
suikergoed	noun	snoepgoed van suiker
suikerhart	noun	snoepgoed van suiker, in de vorm van een hart
suikerharten	=	suikerhart
suikerhartje	=	suikerhart
suikerhartjes	=	suikerhart
suikerhoudend	adj	suiker bevattend
suikerhoudende	=	suikerhoudend
suikerhoudender	=	suikerhoudend
suikerhoudendere	=	suikerhoudend
suikerhoudenders	=	suikerhoudend
suikerhoudends	=	suikerhoudend
suikerhoudendst	=	suikerhoudend
suikerhoudendste	=	suikerhoudend
suikerig	adj	qua structuur lijkend op kristal suiker
suikerige	=	suikerig
suikeriger	=	suikerig
suikerigere	=	suikerig
suikerigers	=	suikerig
suikerigs	=	suikerig
suikerigst	=	suikerig
suikerigste	=	suikerig
suikerklont	noun	blokvormig stukje kristalsuiker
suikerklonten	=	suikerklont
suikerklontje	=	suikerklont
suikerkristal	noun	een kristal van suiker
suikerkristallen	=	suikerkristal
suikerkristalletje	=	suikerkristal
suikerkristalletjes	=	suikerkristal
suikerlijm	noun	een lijm die gemaakt is van een waterige oplossing van poedersuiker
suikerlijmen	=	suikerlijm
suikerlijmpje	=	suikerlijm
suikerlijmpjes	=	suikerlijm
suikermais	noun	variatie van maïs, Zea mays (convar. saccharata), die hoofdzakelijk voor de verse consumptie geteeld wordt
suikermaxdag	noun	de dag dat men volgens de WHO zijn maximale hoeveelheid suiker van dat kalenderjaar heeft genuttigd
suikermaxdagen	=	suikermaxdag
suikermaïs	noun	Zea mays convar. saccharata een ondervariëteit van maïs, hoofdzakelijk geteeld voor verse consumptie
suikermeloen	noun	Cucumis melo een plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae) en al duizenden jaren bekend in Iran en India en Egypte.
suikermeloenen	=	suikermeloen
suikermeloentje	=	suikermeloen
suikermeloentjes	=	suikermeloen
suikermuisje	noun	een klein, zoet snoepje van geharde suiker, dat traditioneel populair is als traktatie, versiering of kerstlekkernij
suikermuisjes	=	suikermuisje
suikermycena	noun	Mycena tenerrima een soort schimmel uit de familie Mycenaceae.
suikermycena's	=	suikermycena
suikermycenaatje	=	suikermycena
suikermycenaatjes	=	suikermycena
suikeroom	noun	rijke oom die mogelijk wat te vererven heeft
suikeroompje	=	suikeroom
suikeroompjes	=	suikeroom
suikerooms	=	suikeroom
suikerpan	noun	speciale, kleine pan, vaak gemaakt van koper, die ontworpen is voor het smelten van suiker, het bereiden van karamel en het maken van suikersiroop
suikerpannen	=	suikerpan
suikerpannetje	=	suikerpan
suikerpannetjes	=	suikerpan
suikerpatiënt	noun	iemand die diabetes (suikerziekte) heeft
suikerpatiënten	=	suikerpatiënt
suikerpatiëntje	=	suikerpatiënt
suikerpatiëntjes	=	suikerpatiënt
suikerpeer	noun	een van de vroegst oogstbare peren.
suikerpeertje	=	suikerpeer
suikerpeertjes	=	suikerpeer
suikerperen	=	suikerpeer
suikerpinda	noun	pinda waarvan de dop verwijderd is, gebrand is en omhuld door een krokant laagje suiker
suikerpinda's	=	suikerpinda
suikerpot	noun	een vaatje bedoeld om een voorraadje suiker op tafel te brengen
suikerpotje	=	suikerpot
suikerpotjes	=	suikerpot
suikerpotten	=	suikerpot
suikerriet	noun	Saccharum officinale, een rietsoort die verbouwd wordt vanwege zijn suikergehalte en waaruit rietsuiker gewonnen wordt
suikerrieten	=	suikerriet
suikerrietje	=	suikerriet
suikerrietkever	noun	Dermolepida albohirtum een kever uit de familie bladsprietkevers (Scarabaeidae).
suikerrietkevers	=	suikerrietkever
suikerrietkevertje	=	suikerrietkever
suikerrietkevertjes	=	suikerrietkever
suikerrietplantage	noun	een plantage waar suikerriet wordt verbouwd voor de productie van rietsuiker
suikerrietplantages	=	suikerrietplantage
suikerrietplantagetje	=	suikerrietplantage
suikers	=	suiker
suikerscholen	=	suikerschool
suikerschool	noun	vakopleiding voor de suikerproductie
suikersoep	noun	Chinees dessert op basis van water en bruine suiker
suikerspiegel	noun	een maat voor de hoeveelheid glucose die is opgelost in het bloed uitgedrukt in millimol per liter (mmol/l)
suikerspiegels	=	suikerspiegel
suikerspiegeltje	=	suikerspiegel
suikerspiegeltjes	=	suikerspiegel
suikerspin	noun	lekkernij bestaande uit een hoeveelheid gesponnen suiker aan een stokje
suikerspinapparaat	noun	een elektrisch apparaat dat suiker smelt en via een ronddraaiende kop (centrifuge) door kleine gaatjes naar buiten perst, waardoor flinterdunne, draderige suikerslierten ontstaan
suikerspinapparaatje	=	suikerspinapparaat
suikerspinapparaatjes	=	suikerspinapparaat
suikerspinapparaten	=	suikerspinapparaat
suikerspinautomaat	noun	een elektrisch apparaat dat suiker smelt en via een ronddraaiende kop (centrifuge) door kleine gaatjes naar buiten perst, waardoor flinterdunne, draderige suikerslierten ontstaan
suikerspinautomaatje	=	suikerspinautomaat
suikerspinautomaatjes	=	suikerspinautomaat
suikerspinautomaten	=	suikerspinautomaat
suikerspinkar	noun	verplaatsbaar meubel of karretje waarop een suikerspinmachine is gemonteerd
suikerspinkarren	=	suikerspinkar
suikerspinkarretje	=	suikerspinkar
suikerspinkarretjes	=	suikerspinkar
suikerspinkraam	noun	een opvallende, vaak nostalgische marktkraam uitgerust met een professionele suikerspinmachine om ter plaatse suikerspinnen te draaien
suikerspinkraampje	=	suikerspinkraam
suikerspinkraampjes	=	suikerspinkraam
suikerspinkramen	=	suikerspinkraam
suikerspinmachine	noun	een elektrisch apparaat dat suiker smelt en via een ronddraaiende kop (centrifuge) door kleine gaatjes naar buiten perst, waardoor flinterdunne, draderige suikerslierten ontstaan
suikerspinmachines	=	suikerspinmachine
suikerspinmachinetje	=	suikerspinmachine
suikerspinmachinetjes	=	suikerspinmachine
suikerspinnen	=	suikerspin
suikerspinnetje	=	suikerspin
suikerspinnetjes	=	suikerspin
suikerspinwagen	noun	verplaatsbaar meubel of karretje waarop een suikerspinmachine is gemonteerd
suikerspinwagens	=	suikerspinwagen
suikerspinwagentje	=	suikerspinwagen
suikerspinwagentjes	=	suikerspinwagen
suikerstofwisseling	noun	stofwisseling die het glucosegehalte - de bloedsuikerspiegel - van het bloed op peil houdt
suikerstofwisselingen	=	suikerstofwisseling
suikerstroop	noun	stroop, verkregen door suiker met water te koken
suikerstroopje	=	suikerstroop
suikerstroopjes	=	suikerstroop
suikerstropen	=	suikerstroop
suikersyndicaat	noun	syndicaat van suikerproducenten
suikersyndicaten	=	suikersyndicaat
suikert	=	suikeren
suikertaks	noun	belasting op voedingsproducten die obesitas veroorzaken
suikertaksen	=	suikertaks
suikertang	noun	tang waarmee men suikerklontjes kan pakken
suikertangen	=	suikertang
suikertangetje	=	suikertang
suikertangetjes	=	suikertang
suikertante	noun	rijke tante waarvan je erfgenaam bent, bij uitbreiding: rijk vrouwelijk familielid waardoor je wordt verwend
suikertantes	=	suikertante
suikertantetje	=	suikertante
suikertantetjes	=	suikertante
suikerteelt	noun	teelt van gewassen (bieten of riet) waaruit suiker wordt gewonnen
suikerteelten	=	suikerteelt
suikertje	=	suiker
suikertjes	=	suiker
suikervogels	noun	Cyanerpes een geslacht van zangvogels uit de familie Thraupidae.
suikervrij	adj	geen suiker bevattend, zonder suiker
suikervrije	=	suikervrij
suikervrijer	=	suikervrij
suikervrijere	=	suikervrij
suikervrijers	=	suikervrij
suikervrijs	=	suikervrij
suikervrijst	=	suikervrij
suikervrijste	=	suikervrij
suikerwater	noun	water waarin suiker is opgelost.
suikerwaters	=	suikerwater
suikerwatertje	=	suikerwater
suikerwatertjes	=	suikerwater
suikerwerk	noun	uit hoofdzakelijk suiker vervaardigde lekkernijen
suikerwerken	=	suikerwerk
suikerwerkje	=	suikerwerk
suikerwerkjes	=	suikerwerk
suikerwortel	noun	Sium sisarum een vaste plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae) die als een wortelgroente wordt gekweekt.
suikerwortelen	=	suikerwortel
suikerwortels	=	suikerwortel
suikerworteltje	=	suikerwortel
suikerworteltjes	=	suikerwortel
suikerzak	noun	klein zakje waarin genoeg suiker zit voor één kopje koffie of thee
suikerzakje	=	suikerzak
suikerzakjes	=	suikerzak
suikerzakken	=	suikerzak
suikerziekte	noun	stofwisselingsziekte waarbij het bloed een te hoog gehalte aan suiker bevat
suikerziekten	=	suikerziekte
suikerziektes	=	suikerziekte
suikerzoet	adj	zo zoet smakend als suiker
suikerzoete	=	suikerzoet
suikerzoets	=	suikerzoet
suil	=	suilen
suilde	=	suilen
suilden	=	suilen
suile	=	suilen
suilen	verb|obsolete	lanterfanten, luieren
suilend	=	suilen
suilende	=	suilen
suilt	=	suilen
suiriritiran	noun	Suiriri suiriri een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
suiriritirannen	=	suiriritiran
suiriritirannetje	=	suiriritiran
suiriritirannetjes	=	suiriritiran
suis	=	suizen
suisde	=	suizen
suisden	=	suizen
suisse	noun	iemand die de orde bewaakt in kerken
suisses	=	suisse
suist	=	suizen
suit	=	suien
suite	noun	een woning voornamelijk bestaande uit een voor- en achterkamer gescheiden door schuifdeuren
suites	=	suite
suitetje	=	suite
suitetjes	=	suite
suize	=	suizen
suizebol	=	suizebollen
suizebolde	=	suizebollen
suizebolden	=	suizebollen
suizebolle	=	suizebollen
suizebollen	verb	iemand duizelig of verward maken
suizebollend	=	suizebollen
suizebollende	=	suizebollen
suizebolt	=	suizebollen
suizel	=	suizelen
suizelde	=	suizelen
suizelden	=	suizelen
suizele	=	suizelen
suizelen	verb	een zacht suizend of ruisend geluid maken
suizelend	=	suizelen
suizelende	=	suizelen
suizelig	adj	duizelig, draaierig
suizelige	=	suizelig
suizeliger	=	suizelig
suizeligere	=	suizelig
suizeligers	=	suizelig
suizeligs	=	suizelig
suizeligst	=	suizelig
suizeligste	=	suizelig
suizeling	noun	duizeligheid
suizelingen	=	suizeling
suizelt	=	suizelen
suizen	verb	een ruisend geluid voortbrengen
suizend	adj	met een zoemend, ruisend, gonzend geluid
suizende	=	suizen
suizender	=	suizend
suizendere	=	suizend
suizenders	=	suizend
suizends	=	suizend
suizendst	=	suizend
suizendste	=	suizend
suizing	noun	het suizen b.v. van oorsuizen
suizingen	=	suizing
sujet	noun	slecht, verdorven iemand; bandiet, schurk zn
sujetje	=	sujet
sujetjes	=	sujet
sujetten	=	sujet
sukade	noun	gezoete schil van de vrucht van de sukadeboom (Citrus medica)
sukadebomen	=	sukadeboom
sukadeboom	noun	Citrus medica een boom uit het geslacht citrus.
sukadeboompje	=	sukadeboom
sukadeboompjes	=	sukadeboom
sukadekoek	noun	koek uit Groningen waarin stukjes sukade zijn verwerkt
sukadekoeken	=	sukadekoek
sukiyaki	noun	Japans gerecht van groenten, deegwaren en plakjes gemarineerd en gegrild rundvlees die aan tafel in bouillon gaar gemaakt worden
sukiyaki's	=	sukiyaki
sukkel	noun	dom, onhandig persoon
sukkelaar	noun	iemand die veel tegenspoed te verduren heeft gehad
sukkelaars	=	sukkelaar
sukkelaartje	=	sukkelaar
sukkelaartjes	=	sukkelaar
sukkelde	=	sukkelen
sukkelden	=	sukkelen
sukkeldraf	noun	iets tussen snel lopen en langzaam rennen in
sukkeldrafje	=	sukkeldraf
sukkeldrafjes	=	sukkeldraf
sukkele	=	sukkelen
sukkelen	verb	kampen met een gebrekkige gezondheid of lichamelijk gebrek
sukkelend	=	sukkelen
sukkelende	=	sukkelen
sukkelgang	noun	een traag, sloom, langzaam, slap tempo
sukkelgangen	=	sukkelgang
sukkelgangetje	=	sukkelgang
sukkelgangetjes	=	sukkelgang
sukkelig	adj	dom, onnozel, traag
sukkelige	=	sukkelig
sukkeliger	=	sukkelig
sukkeligere	=	sukkelig
sukkeligers	=	sukkelig
sukkeligs	=	sukkelig
sukkeligst	=	sukkelig
sukkeligste	=	sukkelig
sukkels	=	sukkel
sukkelstraat	noun|figurative	blijvend lastige of ongezonde situatie
sukkelstraatje	=	sukkelstraat
sukkelstraatjes	=	sukkelstraat
sukkelstraten	=	sukkelstraat
sukkelt	=	sukkelen
sukkeltje	=	sukkel
sukkeltjes	=	sukkel
sukwa	noun	benaming voor de vleugelkomkommer (Luffa acutangula) en de sponskomkommer (Luffa aegyptiaca)
sukwa's	=	sukwa
sul	verb	bepaald soort bijl met een gebogen, breder wordend blad dat haaks op de steel is vastgemaakt	noun|informal	een wat dommig, traag persoon
sula	noun	stroomversnelling
sula's	=	sula
sulabuulbuul	noun	Hypsipetes longirostris een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
sulabuulbuuls	=	sulabuulbuul
sulabuulbuultje	=	sulabuulbuul
sulabuulbuultjes	=	sulabuulbuul
suladwergijsvogel	noun	Ceyx wallacii een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
suladwergijsvogels	=	suladwergijsvogel
suladwergijsvogeltje	=	suladwergijsvogel
suladwergijsvogeltjes	=	suladwergijsvogel
suladwergooruil	noun	Otus sulaensis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
suladwergooruilen	=	suladwergooruil
suladwergooruiltje	=	suladwergooruil
suladwergooruiltjes	=	suladwergooruil
sulajufferduif	noun	Ptilinopus mangoliensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
sulajufferduifje	=	sulajufferduif
sulajufferduifjes	=	sulajufferduif
sulajufferduiven	=	sulajufferduif
sulajunglevliegenvanger	noun	Cyornis colonus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
sulajunglevliegenvangers	=	sulajunglevliegenvanger
sulajunglevliegenvangertje	=	sulajunglevliegenvanger
sulajunglevliegenvangertjes	=	sulajunglevliegenvanger
sulakoekoeksduif	noun	Turacoena sulaensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
sulakoekoeksduifje	=	sulakoekoeksduif
sulakoekoeksduifjes	=	sulakoekoeksduif
sulakoekoeksduiven	=	sulakoekoeksduif
sulamaina	noun	Streptocitta albertinae een zeldzame vogel uit de familie spreeuwen.
sulamaina's	=	sulamaina
sulamainaatje	=	sulamaina
sulamainaatjes	=	sulamaina
sulapitta	noun	Erythropitta dohertyi een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
sulapitta's	=	sulapitta
sulapittaatje	=	sulapitta
sulapittaatjes	=	sulapitta
sularupsvogel	noun	Edolisoma sula een vogel uit de familie van de rupsvogels
sularupsvogels	=	sularupsvogel
sularupsvogeltje	=	sularupsvogel
sularupsvogeltjes	=	sularupsvogel
sulavleermuisparkiet	noun	Loriculus sclateri een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
sulavleermuisparkieten	=	sulavleermuisparkiet
sulavleermuisparkietje	=	sulavleermuisparkiet
sulavleermuisparkietjes	=	sulavleermuisparkiet
sulawesi-dwergooruil	noun	Otus manadensis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
sulawesi-dwergooruilen	=	sulawesi-dwergooruil
sulawesi-dwergooruiltje	=	sulawesi-dwergooruil
sulawesi-dwergooruiltjes	=	sulawesi-dwergooruil
sulawesi-jaarvogel	noun	Rhyticeros cassidix een vogel uit de familie van neushoornvogels (Bucerotidae).
sulawesi-jaarvogels	=	sulawesi-jaarvogel
sulawesi-jaarvogeltje	=	sulawesi-jaarvogel
sulawesi-jaarvogeltjes	=	sulawesi-jaarvogel
sulawesiaardschildpad	noun	Leucocephalon yuwonoi een schildpad uit de familie Geoemydidae.
sulawesiaardschildpadden	=	sulawesiaardschildpad
sulawesiaardschildpadje	=	sulawesiaardschildpad
sulawesiaardschildpadjes	=	sulawesiaardschildpad
sulawesibergbrilvogel	noun	Heleia squamiceps een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
sulawesibergbrilvogels	=	sulawesibergbrilvogel
sulawesibergbrilvogeltje	=	sulawesibergbrilvogel
sulawesibergbrilvogeltjes	=	sulawesibergbrilvogel
sulawesibergdrongo	noun	Dicrurus montanus een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's.
sulawesibergdrongo's	=	sulawesibergdrongo
sulawesibergdrongootje	=	sulawesibergdrongo
sulawesibergdrongootjes	=	sulawesibergdrongo
sulawesibijeneter	noun	Meropogon forsteni een vogel uit de familie bijeneters (Meropidae) die endemisch is op Celebes.
sulawesibijeneters	=	sulawesibijeneter
sulawesibijenetertje	=	sulawesibijeneter
sulawesibijenetertjes	=	sulawesibijeneter
sulawesiblauwoorijsvogel	noun	Cittura cyanotis een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
sulawesiblauwoorijsvogels	=	sulawesiblauwoorijsvogel
sulawesiblauwoorijsvogeltje	=	sulawesiblauwoorijsvogel
sulawesiblauwoorijsvogeltjes	=	sulawesiblauwoorijsvogel
sulawesiblauwstuitpapegaai	noun	Tanygnathus sumatranus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
sulawesiblauwstuitpapegaaien	=	sulawesiblauwstuitpapegaai
sulawesiblauwstuitpapegaaitje	=	sulawesiblauwstuitpapegaai
sulawesiblauwstuitpapegaaitjes	=	sulawesiblauwstuitpapegaai
sulawesiboszanger	noun	Phylloscopus nesophilus een endemische vogelsoort uit de familie van de Phylloscopidae
sulawesiboszangers	=	sulawesiboszanger
sulawesiboszangertje	=	sulawesiboszanger
sulawesiboszangertjes	=	sulawesiboszanger
sulawesibrilvogel	noun	Zosterops consobrinorum een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
sulawesibrilvogels	=	sulawesibrilvogel
sulawesibrilvogeltje	=	sulawesibrilvogel
sulawesibrilvogeltjes	=	sulawesibrilvogel
sulawesidwerghoningeter	noun	Myzomela chloroptera een endemische soort honingeter die voorkomt op Celebes.
sulawesidwerghoningeters	=	sulawesidwerghoningeter
sulawesidwerghoningetertje	=	sulawesidwerghoningeter
sulawesidwerghoningetertjes	=	sulawesidwerghoningeter
sulawesidwergijsvogel	noun	Ceyx fallax een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
sulawesidwergijsvogels	=	sulawesidwergijsvogel
sulawesidwergijsvogeltje	=	sulawesidwergijsvogel
sulawesidwergijsvogeltjes	=	sulawesidwergijsvogel
sulawesidwergsperwer	noun	Tachyspiza nanus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
sulawesidwergsperwers	=	sulawesidwergsperwer
sulawesidwergsperwertje	=	sulawesidwergsperwer
sulawesidwergsperwertjes	=	sulawesidwergsperwer
sulawesihoningzuiger	noun	Myza celebensis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
sulawesihoningzuigers	=	sulawesihoningzuiger
sulawesihoningzuigertje	=	sulawesihoningzuiger
sulawesihoningzuigertjes	=	sulawesihoningzuiger
sulawesihoutsnip	noun	Scolopax celebensis een vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
sulawesihoutsnipje	=	sulawesihoutsnip
sulawesihoutsnipjes	=	sulawesihoutsnip
sulawesihoutsnippen	=	sulawesihoutsnip
sulawesikerkuil	noun	Tyto rosenbergii een vogel uit de familie van de kerkuilen, maar is opvallend groter dan de gewone kerkuil.
sulawesikerkuilen	=	sulawesikerkuil
sulawesikerkuiltje	=	sulawesikerkuil
sulawesikerkuiltjes	=	sulawesikerkuil
sulawesikoningsspreeuw	noun	Basilornis celebensis een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
sulawesikoningsspreeuwen	=	sulawesikoningsspreeuw
sulawesikoningsspreeuwtje	=	sulawesikoningsspreeuw
sulawesikoningsspreeuwtjes	=	sulawesikoningsspreeuw
sulawesikortvleugel	noun	Heinrichia calligyna een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
sulawesikortvleugelen	=	sulawesikortvleugel
sulawesikortvleugels	=	sulawesikortvleugel
sulawesikortvleugeltje	=	sulawesikortvleugel
sulawesikortvleugeltjes	=	sulawesikortvleugel
sulawesikoël	noun	Eudynamys melanorhynchus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
sulawesikoëlletje	=	sulawesikoël
sulawesikoëlletjes	=	sulawesikoël
sulawesikoëls	=	sulawesikoël
sulawesikraai	noun	Corvus typicus een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
sulawesikraaien	=	sulawesikraai
sulawesikraaitje	=	sulawesikraai
sulawesikraaitjes	=	sulawesikraai
sulawesikuifarend	noun	Nisaetus lanceolatus (syn.: Spizaetus lanceolatus) een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen).
sulawesikuifarenden	=	sulawesikuifarend
sulawesikuifarendje	=	sulawesikuifarend
sulawesikuifarendjes	=	sulawesikuifarend
sulawesimalkoha	noun	Rhamphococcyx calyorhynchus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
sulawesimalkoha's	=	sulawesimalkoha
sulawesimalkohaatje	=	sulawesimalkoha
sulawesimalkohaatjes	=	sulawesimalkoha
sulawesimuskaatduif	noun	Ducula forsteni een vogel uit de familie der Columbidae (duiven).
sulawesimuskaatduifje	=	sulawesimuskaatduif
sulawesimuskaatduifjes	=	sulawesimuskaatduif
sulawesimuskaatduiven	=	sulawesimuskaatduif
sulawesinaaktoogral	noun	Gymnocrex rosenbergii een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
sulawesinaaktoograllen	=	sulawesinaaktoogral
sulawesinaaktoogralletje	=	sulawesinaaktoogral
sulawesinaaktoogralletjes	=	sulawesinaaktoogral
sulawesinachtzwaluw	noun	Caprimulgus celebensis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae).
sulawesinachtzwaluwen	=	sulawesinachtzwaluw
sulawesinachtzwaluwtje	=	sulawesinachtzwaluw
sulawesinachtzwaluwtjes	=	sulawesinachtzwaluw
sulawesiniltava	noun	Cyornis omissus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
sulawesiniltava's	=	sulawesiniltava
sulawesiniltavaatje	=	sulawesiniltava
sulawesiniltavaatjes	=	sulawesiniltava
sulawesipatrijsduif	noun	Gallicolumba tristigmata een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Gallicolumba.
sulawesipatrijsduifje	=	sulawesipatrijsduif
sulawesipatrijsduifjes	=	sulawesipatrijsduif
sulawesipatrijsduiven	=	sulawesipatrijsduif
sulawesipitta	noun	Erythropitta celebensis een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
sulawesipitta's	=	sulawesipitta
sulawesipittaatje	=	sulawesipitta
sulawesipittaatjes	=	sulawesipitta
sulawesisalangaan	noun	Aerodramus sororum een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
sulawesisalangaantje	=	sulawesisalangaan
sulawesisalangaantjes	=	sulawesisalangaan
sulawesisalanganen	=	sulawesisalangaan
sulawesischarrelaar	noun	Coracias temminckii een soort scharrelaar uit het geslacht Coracias, die endemisch is op Noord- en Zuidoost Celebes.
sulawesischarrelaars	=	sulawesischarrelaar
sulawesischarrelaartje	=	sulawesischarrelaar
sulawesischarrelaartjes	=	sulawesischarrelaar
sulawesislangenarend	noun	Spilornis rufipectus een vogel uit de familie Accipitridae (havikachtigen).
sulawesislangenarenden	=	sulawesislangenarend
sulawesislangenarendje	=	sulawesislangenarend
sulawesislangenarendjes	=	sulawesislangenarend
sulawesispecht	noun	Mulleripicus fulvus een vogelsoort uit de familie van de Picidae (spechtvogels).
sulawesispechten	=	sulawesispecht
sulawesispechtje	=	sulawesispecht
sulawesispechtjes	=	sulawesispecht
sulawesisperwerkoekoek	noun	Cuculus crassirostris een koekoekssoort uit het geslacht Cuculus.
sulawesisperwerkoekoeken	=	sulawesisperwerkoekoek
sulawesisperwerkoekoekje	=	sulawesisperwerkoekoek
sulawesisperwerkoekoekjes	=	sulawesisperwerkoekoek
sulawesispoorkoekoek	noun	Centropus celebensis een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
sulawesispoorkoekoeken	=	sulawesispoorkoekoek
sulawesispoorkoekoekje	=	sulawesispoorkoekoek
sulawesispoorkoekoekjes	=	sulawesispoorkoekoek
sulawesistruikkoekoek	noun	Cacomantis virescens een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
sulawesistruikkoekoeken	=	sulawesistruikkoekoek
sulawesistruikkoekoekje	=	sulawesistruikkoekoek
sulawesistruikkoekoekjes	=	sulawesistruikkoekoek
sulawesistruikzanger	noun	Locustella castanea een zangvogel uit de familie van de Locustellidae.
sulawesistruikzangers	=	sulawesistruikzanger
sulawesistruikzangertje	=	sulawesistruikzanger
sulawesistruikzangertjes	=	sulawesistruikzanger
sulawesivliegenvanger	noun	Muscicapa sodhii een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (vliegenvangers).
sulawesivliegenvangers	=	sulawesivliegenvanger
sulawesivliegenvangertje	=	sulawesivliegenvanger
sulawesivliegenvangertjes	=	sulawesivliegenvanger
sulawesiwaaierstaart	noun	Rhipidura teysmanni een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
sulawesiwaaierstaarten	=	sulawesiwaaierstaart
sulawesiwaaierstaartje	=	sulawesiwaaierstaart
sulawesiwaaierstaartjes	=	sulawesiwaaierstaart
sulawesiwaterhoen	noun	Amaurornis isabellina een vogel uit de familie van de rallen (Rallidae).
sulawesiwaterhoenderen	=	sulawesiwaterhoen
sulawesiwaterhoenders	=	sulawesiwaterhoen
sulawesiwaterhoentje	=	sulawesiwaterhoen
sulawesiwaterhoentjes	=	sulawesiwaterhoen
sulawesiwespendief	noun	Pernis celebensis een roofvogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae).
sulawesiwespendiefje	=	sulawesiwespendief
sulawesiwespendiefjes	=	sulawesiwespendief
sulawesiwespendieven	=	sulawesiwespendief
sulde	=	sullen
sulden	=	sullen
sulfaat	noun	zout van zwavelzuur met de chemische formule eindigend op SO₄
sulfamide	noun	het diamide van zwavelzuur (NH₂)₂SO₂
sulfamiden	=	sulfamide
sulfamides	=	sulfamide
sulfaten	=	sulfaat
sulfer	noun	zwavel: scheikundig element met symbool S en atoomnummer 16
sulfers	=	sulfer
sulfide	noun	een verbinding van zwavel waarin dit element een oxidatiegetal van -2 heeft
sulfiden	=	sulfide
sulfides	=	sulfide
sulfiet	noun	zouten die het sulfiet-ion SO₃²⁻ bevatten, ze worden gebruikt als kleurstof en concerveringsmiddel in voedsel
sulfieten	=	sulfiet
sulfonamide	noun	een organische verbinding met een sulfonamide functionele groep
sulfonamiden	=	sulfonamide
sulfonamides	=	sulfonamide
sulfonylureum	noun	een organische verbinding die een sulfonylgroep gekoppeld aan een ureumgroep bevat
sulfureus	adj	zwavelhoudend
sulfureust	=	sulfureus
sulfureuste	=	sulfureus
sulfureuze	=	sulfureus
sulfureuzer	=	sulfureus
sulfureuzere	=	sulfureus
sulfureuzers	=	sulfureus
sulky	noun	in de drafsport een tweewielig wagentje waarop de pikeur zit dat achter een paard wordt gespannen
sulky's	=	sulky
sulky'tje	=	sulky
sulky'tjes	=	sulky
sulle	=	sullen
sullebaan	noun	glijbaan
sullebaantje	=	sullebaan
sullebaantjes	=	sullebaan
sullebanen	=	sullebaan
sulleke	=	sul
sullen	verb	over ijs of sneeuw ergens heen glijden
sullend	=	sullen
sullende	=	sullen
sulletje	=	sul
sulletjes	=	sul
sullig	adj	al te braaf
sullige	=	sullig
sulliger	=	sullig
sulligere	=	sullig
sulligers	=	sullig
sulligs	=	sullig
sulligst	=	sullig
sulligste	=	sullig
sult	=	sullen
sultan	noun	een hoge rang binnen de moslimadel (een kalief staat nog hoger op de ladder) en komt overeen met prins, koning of keizer, al wordt de titel gewoonlijk niet vertaald.
sultana	noun	bepaalde variëteit van de druivenplant Vitis vinifera, met groene pitloze vruchten
sultana's	=	sultana
sultanaat	noun	Een gebied waar een sultan heerser is
sultanaatje	=	sultanaat
sultanaatjes	=	sultanaat
sultanadruif	noun	bepaalde variëteit van de druivenplant Vitis vinifera, met groene pitloze vruchten
sultanadruiven	=	sultanadruif
sultanarozijn	noun	Vitis vinifera soort rozijn, goudgeel van kleur en zonder pit
sultanarozijnen	=	sultanarozijn
sultanarozijntje	=	sultanarozijn
sultanarozijntjes	=	sultanarozijn
sultanaten	=	sultanaat
sultane	noun	gemalin van een sultan
sultanes	=	sultane
sultanmees	noun	Melanochlora sultanea een zangvogel uit de familie Paridae (Mezen).
sultanmeesje	=	sultanmees
sultanmeesjes	=	sultanmees
sultanmezen	=	sultanmees
sultannetje	=	sultan
sultannetjes	=	sultan
sultans	=	sultan
sultanskoekoeksduif	noun	Macropygia doreya een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
sultanskoekoeksduifje	=	sultanskoekoeksduif
sultanskoekoeksduifjes	=	sultanskoekoeksduif
sultanskoekoeksduiven	=	sultanskoekoeksduif
sultanspecht	noun	Chrysocolaptes lucidus een soort uit de familie van de spechten die alleen voorkomt op de Filipijnen.
sultanspechten	=	sultanspecht
sultanspechtje	=	sultanspecht
sultanspechtjes	=	sultanspecht
sulu-neushoornvogel	noun	Anthracoceros montani een neushoornvogel die voorkomt in de regenwouden in het zuiden van de Filipijnen.
sulu-neushoornvogels	=	sulu-neushoornvogel
sulu-neushoornvogeltje	=	sulu-neushoornvogel
sulu-neushoornvogeltjes	=	sulu-neushoornvogel
suluboeboekuil	noun	Ninox reyi een van de Filipijnse valkuil (N. philippensis) afgesplitste endemische soort Ninox uit de uilenfamilie
suluboeboekuilen	=	suluboeboekuil
suluboeboekuiltje	=	suluboeboekuil
suluboeboekuiltjes	=	suluboeboekuil
sulujunglevliegenvanger	noun	Cyornis ocularis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
sulujunglevliegenvangers	=	sulujunglevliegenvanger
sulujunglevliegenvangertje	=	sulujunglevliegenvanger
sulujunglevliegenvangertjes	=	sulujunglevliegenvanger
sulurupsvogel	noun	Coracina guillemardi een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
sulurupsvogels	=	sulurupsvogel
sulurupsvogeltje	=	sulurupsvogel
sulurupsvogeltjes	=	sulurupsvogel
suluspecht	noun	Yungipicus ramsayi een endemische, kleine soort specht uit de familie (Picidae) die voorkomt op een bepaald deel van de Filipijnen
suluspechten	=	suluspecht
suluspechtje	=	suluspecht
suluspechtjes	=	suluspecht
suluvlagstaartpapegaai	noun	Prioniturus verticalis een papegaai die voorkomt in het zuiden van de Filipijnen.
suluvlagstaartpapegaaien	=	suluvlagstaartpapegaai
suluvlagstaartpapegaaitje	=	suluvlagstaartpapegaai
suluvlagstaartpapegaaitjes	=	suluvlagstaartpapegaai
suluvleermuisparkiet	noun	Loriculus bonapartei een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
suluvleermuisparkieten	=	suluvleermuisparkiet
suluvleermuisparkietje	=	suluvleermuisparkiet
suluvleermuisparkietjes	=	suluvleermuisparkiet
sum	noun	munteenheid van Oezbekistan
sumak	noun	benaming voor struiken en boompjes uit het geslacht Rhus, dat vooral voorkomt in de tropen en subtropen
sumaks	=	sumak
sumatraan	noun	Puntius tetrazona een tropische vis die ook als aquariumvis gehouden wordt.
sumatranen	=	sumatraan
sumerologen	=	sumeroloog
sumeroloog	noun	een deskundige op het gebied van de Sumerische taal en cultuur
summa	noun	de (optel)som van iets; alle te samen genomen
summa's	=	summa
summae	=	summa
summair	adj	summier
summairder	=	summair
summairdere	=	summair
summairders	=	summair
summaire	=	summair
summairs	=	summair
summairst	=	summair
summairste	=	summair
summarium	noun	korte inhoud
summariumpje	=	summarium
summariumpjes	=	summarium
summariums	=	summarium
summatie	noun	bijeenvoeging
summaties	=	summatie
summatietje	=	summatie
summatietjes	=	summatie
summier	adj	kort, bondig, minimaal
summierder	=	summier
summierdere	=	summier
summierders	=	summier
summiere	=	summier
summierlijk	adj	beknopt, kort samengevat, of oppervlakkig, beperkt in omvang
summierlijke	=	summierlijk
summierlijker	=	summierlijk
summierlijkere	=	summierlijk
summierlijkers	=	summierlijk
summierlijks	=	summierlijk
summierlijkst	=	summierlijk
summierlijkste	=	summierlijk
summiers	=	summier
summierst	=	summier
summierste	=	summier
summum	noun	hoogtepunt, toppunt
summums	=	summum
sumo	noun	beoefenaar van het traditionele worstelen in Japan
sumo's	=	sumo
sumoworstel	=	sumoworstelen
sumoworstelaar	noun	zeer zwaargebouwde beoefenaar van een bepaalde Janpanse vechtsport
sumoworstelaars	=	sumoworstelaar
sumoworstelaartje	=	sumoworstelaar
sumoworstelaartjes	=	sumoworstelaar
sumoworstelde	=	sumoworstelen
sumoworstelden	=	sumoworstelen
sumoworstele	=	sumoworstelen
sumoworstelen	verb	traditioneel Japanse worstelen, meestal beoefend door zeer zwaarlijvige mannen
sumoworstelend	=	sumoworstelen
sumoworstelende	=	sumoworstelen
sumoworstelt	=	sumoworstelen
sums	=	sum
sundae	noun	dessert bestaande uit ijs met diverse toppings
sundae's	=	sundae
sundaetje	=	sundae
sundaetjes	=	sundae
sundanees	noun	iemand die behoort tot de Soendanezen, een volk dat uit het westelijk deel van Java afkomstig is
sundaneesje	=	sundanees
sundaneesjes	=	sundanees
sundanezen	=	sundanees
sundaooievaar	noun	Ciconia stormi een grote ooievaar uit het geslacht Ciconia.
sundaooievaars	=	sundaooievaar
sundaooievaartje	=	sundaooievaar
sundaooievaartjes	=	sundaooievaar
sundaooievaren	=	sundaooievaar
sundaspookdier	noun	Cephalopachus bancanus een primaat uit de familie spookdiertjes (Tarsiidae)
sundaspookdieren	=	sundaspookdier
sundaspookdiertje	=	sundaspookdier
sundaspookdiertjes	=	sundaspookdier
sunniet	=	soenniet
sunnitisch	=	soennitisch
sup	=	suppen
supboard	noun	soort surfplank die je rechtop staande met een peddel vooruit beweegt
supboards	=	supboard
super	noun	benzine met een octaangetal hoger dan 95, superbenzine	adj|informal	geweldig
super-de-luxe	adj|informal	fantastisch, geweldig
super-de-luxes	=	super-de-luxe
superaanbieding	noun	zeer aantrekkelijke korting of deal, wat vaak neerkomt op een grote prijsverlaging, een gratis product erbij, of een andere speciale vorm van verkoopbevordering
superaanbiedingen	=	superaanbieding
superaanbiedinkje	=	superaanbieding
superaanbiedinkjes	=	superaanbieding
superaardig	adj	heel erg aardig
superaardige	=	superaardig
superaardigs	=	superaardig
superbacterie	noun	een bacterie die resistent is geworden voor (bijna) alle soorten antibiotica
superbacterietje	=	superbacterie
superbacterietjes	=	superbacterie
superbacteriën	=	superbacterie
superband	noun	heel bekende en succesvolle muziekgroep
superbands	=	superband
superbe	adj|formal	buitengewoon goed, opvallend op een zelfbewuste manier
superbekend	adj	heel erg bekend; alom bekend
superbekende	=	superbekend
superbekends	=	superbekend
superbelangrijk	adj	van allergrote betekenis
superbelangrijke	=	superbelangrijk
superbelangrijks	=	superbelangrijk
superbenzine	noun	benzine met een octaangetal hoger dan 95
superbenzines	=	superbenzine
superbes	noun	kleine vrucht, met ontwikkelde eigenschappen waardoor ze mogelijk extra bijdragen aan de gezondheid
superbesje	=	superbes
superbesjes	=	superbes
superbesmetter	noun	iemand die door diens handelen een ziekteverwekker breed in de samenleving weet te verspreiden en waardoor vele mensen ziek worden
superbesmetters	=	superbesmetter
superbessen	=	superbes
superblij	adj	heel erg verheugd
superblije	=	superblij
superblijs	=	superblij
supercompensatie	noun	fenomeen dat het lichaam na een training, altijd de neiging heeft om zich te herstellen boven het oorspronkelijk niveau
supercomputer	noun	een computer met een buitengewoon grote bewerkingscapaciteit of rekenvermogen
supercomputers	=	supercomputer
supercomputertje	=	supercomputer
supercomputertjes	=	supercomputer
superconcern	noun	zeer groot bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven
superconcerns	=	superconcern
supercontinent	noun	zeer grote landmassa die bestond uit meerdere continenten
supercontinenten	=	supercontinent
supercool	adj	heel erg goed, hip, stoer of geweldig in het algemeen
supercoole	=	supercool
supercools	=	supercool
supercup	noun	een sportwedstrijd waarin over het algemeen de winnaars van twee verschillende competities tegen elkaar spelen
supercups	=	supercup
superdag	noun	een hele goede dag waarop je een hele goede prestatie kunt leveren
superdagen	=	superdag
superdirectief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met naar boven uitgedrukt wordt: een beweging naar de bovenzijde van iets anders
superdirectiefje	=	superdirectief
superdirectiefjes	=	superdirectief
superdirectieven	=	superdirectief
superdruk	adj	heel erg druk
superdrukke	=	superdruk
superdruks	=	superdruk
superdure	=	superduur
superduur	adj	heel erg kostbaar
superduurs	=	superduur
superego	noun	iemand die zichzelf wel heel goed en belangrijk vindt; iemand die wel heel tevreden is met zichzelf
superego's	=	superego
superelatief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het bijwoord vanboven uitgedrukt wordt: een beweging vanaf de bovenzijde van iets anders
superelatiefje	=	superelatief
superelatiefjes	=	superelatief
superelatieven	=	superelatief
superessief	noun	een naamval die voorkomt in een taal als Lezgi en die uitdrukt wat in het Nederlands gewoonlijk met het voorzetsel boven of op uitgedrukt wordt: een toestand van rust aan de bovenzijde van iets anders
superessiefje	=	superessief
superessiefjes	=	superessief
superessieven	=	superessief
superetje	=	superette
superette	noun	kleine supermarkt voor één buurt of wijk
superetten	=	superette
superettes	=	superette
superfamilie	noun	een taxonomische rang boven die van familie.
superfamilies	=	superfamilie
superfamilietje	=	superfamilie
superfamilietjes	=	superfamilie
superfecundatie	noun	een dubbele zwangerschap, waarbij twee eitjes op verschillende momenten in eenzelfde ovulatieperiode bevrucht worden
superfecundaties	=	superfecundatie
superfijn	adj	heel erg prettig
superfijne	=	superfijn
superfijns	=	superfijn
superfluïditeit	noun	het verschijnsel dat een vloeistof in het geheel geen viscositeit vertoont
superfluïditeiten	=	superfluïditeit
superfluïdum	noun	stof in een toestand van supervloeibaarheid, waarbij alle wrijving verdwijnt
superfood	noun	marketingterm voor voedsel dat heel gezond is of waarvan dat althans beweerd wordt; niet-alledaags maar wel heel heilzaam voedingsmiddel
superfoods	=	superfood
superfosfaat	noun	snelwerkende fosfaatmeststof, die zwak zuur reageert maar geen verlaging van de pH van de grond geeft.
superfosfaten	=	superfosfaat
supergaaf	adj	heel erg fijn
supergaafs	=	supergaaf
supergave	=	supergaaf
supergeleidend	adj	met een ohmse weerstand van nul
supergeleidende	=	supergeleidend
supergeleidends	=	supergeleidend
supergeleider	noun	stof die supergeleiding vertoont en dus een ohmse weerstand van nul heeft
supergeleiders	=	supergeleider
supergeleiding	noun	de afwezigheid van elektrische weerstand bij extreem lage temperaturen van enkele graden boven het absolute nulpunt (0 graden kelvin)
supergeleidingen	=	supergeleiding
supergeleidinkje	=	supergeleiding
supergeleidinkjes	=	supergeleiding
supergezond	adj	in buitengewoon goede conditie, waarin het lichaam de grootst mogelijke weerstand tegen aandoeningen heeft
supergezonde	=	supergezond
supergezonds	=	supergezond
supergoed	adj	heel erg goed
supergoede	=	supergoed
supergoeder	=	supergoed
supergoedere	=	supergoed
supergoeders	=	supergoed
supergoeds	=	supergoed
supergoedst	=	supergoed
supergoedste	=	supergoed
supergraag	adv	met grote gretigheid, met veel enthousiasme
supergroep	noun	zeer goede muziekband
supergroepen	=	supergroep
supergroepje	=	supergroep
supergroepjes	=	supergroep
supergroot	adj	heel erg groot
supergroots	=	supergroot
supergrote	=	supergroot
superheffing	noun	een boete die melkveehouders in de Europese Unie moesten betalen wanneer zij meer melk produceerden dan het hun toegewezen melkquotum toestond.
superheffingen	=	superheffing
superheffinkje	=	superheffing
superheffinkjes	=	superheffing
superheld	noun	fictieve figuur uit een stripverhaal of een film die over bovenmenselijke krachten beschikt
superhelden	=	superheld
superheldenfilm	noun	speelfilm waarin een bovennatuurlijke held de hoofdrol speelt
superheldenfilms	=	superheldenfilm
superheldin	noun	fictieve vrouwelijk hoofdpersoon uit een stripverhaal of een film die over bovenmenselijke krachten beschikt
superheldinnen	=	superheldin
superheldinnetje	=	superheldin
superheldinnetjes	=	superheldin
superheldje	=	superheld
superheldjes	=	superheld
superheterodyne	noun	supersonische heterodyne
superheterodynes	=	superheterodyne
superholte	noun	zeer uitgestrekt deel van het heelal waarin zich geen sterrenstelsels bevinden
superholten	=	superholte
superholtes	=	superholte
superhond	noun	hond met uitzonderlijk positieve eigenschappen
superhonden	=	superhond
superidee	noun	heel goed plan; een hele goede gedachte
superideeën	=	superidee
superieur	adj	van hogere status of kwaliteit	noun	iemand van hogere rang in een organisatie, baas, chef, meerdere
superieurder	=	superieur
superieurdere	=	superieur
superieurders	=	superieur
superieure	=	superieur
superieuren	=	superieur
superieurs	=	superieur
superieurst	=	superieur
superieurste	=	superieur
superinfectie	noun	bijkomende besmetting
superinfecties	=	superinfectie
superinfectietje	=	superinfectie
superinfectietjes	=	superinfectie
superior	noun	iemand die de leiding over een klooster heeft
superiores	=	superior
superioriteit	noun	voortreffelijkheid van iets of iemand in enig opzicht
superioriteiten	=	superioriteit
superioriteitje	=	superioriteit
superioriteitsgevoel	noun	de gedachte dat men beter is dan alle anderen
superiors	=	superior
superjacht	noun	zeer groot, luxueus, kostbaar pleziervaartuig
superjachten	=	superjacht
superjumbo	noun	bijnaam voor de Airbus-A380 een passagiersvliegtuig dat nog meer passagiers kan vervoeren dan een Boeing-747
superjumbo's	=	superjumbo
superkoppig	adj	heel erg eigenwijs; niet bereid of in staat, om zich aan te passen
superkoppige	=	superkoppig
superkoppigs	=	superkoppig
superkort	adj	erg kort
superkorte	=	superkort
superkorts	=	superkort
superkracht	noun	heel sterke, bovenmenselijke kracht waar superhelden en superschurken over kunnen beschikken
superkrachten	=	superkracht
superkrachtig	adj	heel erg sterk
superkrachtige	=	superkrachtig
superkrachtiger	=	superkrachtig
superkrachtigere	=	superkrachtig
superkrachtigers	=	superkrachtig
superkrachtigs	=	superkrachtig
superkrachtigst	=	superkrachtig
superkrachtigste	=	superkrachtig
superlangsprietmier	noun	Paratrechina longicornis een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
superlangsprietmieren	=	superlangsprietmier
superlangsprietmiertje	=	superlangsprietmier
superlangsprietmiertjes	=	superlangsprietmier
superlatief	noun	overtreffende trap (van een bijvoeglijk naamwoord)
superlatiefje	=	superlatief
superlatiefjes	=	superlatief
superlatieven	=	superlatief
superlekker	adj	heel erg smakelijk
superlekkere	=	superlekker
superlekkers	=	superlekker
superleuk	adj	heel erg fijn, heel erg plezierig, heel erg grappig
superleuke	=	superleuk
superleuks	=	superleuk
superlicht	adj	met heel erg weinig gewicht
superlichte	=	superlicht
superlichts	=	superlicht
superlief	adj	heel erg aardig en vriendelijk
superliefs	=	superlief
superlieve	=	superlief
superlijm	noun	heel sterke kleefstof; kleurloze lijmsoort op basis van cyanoacrylaat, die in enkele seconden een lijmverbinding kan maken
superlijmen	=	superlijm
supermacht	noun	een staat die zoveel macht heeft dat ze de wereldpolitiek beslissend kan beïnvloeden
supermachten	=	supermacht
supermachtje	=	supermacht
supermachtjes	=	supermacht
supermakkelijk	adj	extreem eenvoudig, met het grootste gemak
supermakkelijke	=	supermakkelijk
supermakkelijker	=	supermakkelijk
supermakkelijkere	=	supermakkelijk
supermakkelijkers	=	supermakkelijk
supermakkelijks	=	supermakkelijk
supermakkelijkst	=	supermakkelijk
supermakkelijkste	=	supermakkelijk
superman	noun	held die uitzonderlijke capaciteiten toont
supermanhouding	noun	een krachtoefening voor de rug en romp (core), waarbij je op je buik ligt en je armen en benen tegelijkertijd van de grond tilt
supermanhoudingen	=	supermanhouding
supermanhoudinkje	=	supermanhouding
supermanhoudinkjes	=	supermanhouding
supermannen	=	superman
supermannetje	=	superman
supermannetjes	=	superman
supermans	=	superman
supermarket	=	supermarkt
supermarkt	noun	een relatief grote zelfbedieningswinkel waar voedingsmiddelen en huishoudelijke artikelen worden verkocht
supermarktbedrijf	noun	onderneming die een of meer grote zelfbedieningswinkels exploiteert
supermarktbedrijven	=	supermarktbedrijf
supermarktbranche	noun	het geheel van alle supermarkten samen
supermarktbranches	=	supermarktbranche
supermarktconcern	noun	groot bedrijf dat supermarkten exploiteert
supermarktconcerns	=	supermarktconcern
supermarktdirecteur	noun	een directeur die de baas is van een supermarkt
supermarktdirecteuren	=	supermarktdirecteur
supermarktdirecteurs	=	supermarktdirecteur
supermarktdirecteurtje	=	supermarktdirecteur
supermarktdirecteurtjes	=	supermarktdirecteur
supermarkten	=	supermarkt
supermarktje	=	supermarkt
supermarktjes	=	supermarkt
supermarktketen	noun	groep supermarkten die opereren onder een gemeenschappelijke naam
supermarktketens	=	supermarktketen
supermarktmanager	noun	zakelijk leider van een supermakt
supermarktmanagers	=	supermarktmanager
supermarktmedewerker	noun	iemand die werkt in een supermarkt
supermarktmedewerkers	=	supermarktmedewerker
supermarktoorlog	noun	concurrentiestrijd tussen supermarkten om een groter marktaandeel te verwerven
supermarktoorlogen	=	supermarktoorlog
supermarktsafari	noun	rondleiding door een supermarkt waarin wordt verteld wat goede en gezonde producten zijn zodat de klanten een verstandige en betaalbare keuze kunnen maken
supermarktsafari's	=	supermarktsafari
supermarktsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van supermarkten
supermarktsectoren	=	supermarktsector
supermarktsectors	=	supermarktsector
supermens	noun	persoon die meerdere zeer uitzonderlijke capaciteiten bezit
supermensen	=	supermens
supermodel	noun	iemand die met veel succes poseert voor reclamedoeleinden en zo bij het grote publiek een zekere naamsbekendheid geniet door zijn of haar werk voor prestigieuze merken zoals mode- en-of cosmeticahuizen en media zoals modetijdschriften; het zijn meestal goedbetaalde mooie vrouwen
supermodellen	=	supermodel
supermodern	adj	heel sterk passend bij de nieuwste opvattingen
supermoderne	=	supermodern
supermoderns	=	supermodern
supermooi	adj	heel erg aantrekkelijk
supermooie	=	supermooi
supermoois	=	supermooi
supernaturalisme	noun	geloof aan onmiddellijk van de godheid uitgaande openbaringen
supernet	noun	zeer grootschalig netwerk dat onderliggende netwerken met elkaar verbindt	adj	heel erg netjes, buitengewoon keurig
supernets	=	supernet
supernette	=	supernet
supernetten	=	supernet
supernormaal	adj	het normale te boven gaand
supernormaals	=	supernormaal
supernormale	=	supernormaal
supernova	noun	het verschijnsel waarbij een ster op spectaculaire wijze explodeert
supernova's	=	supernova
supernova-explosie	noun	spectaculaire, explosieve dood van een ster, waarbij deze honderden miljoenen tot een miljard keer zo helder wordt als de zon en een enorme hoeveelheid energie vrijgeeft
supernova-explosies	=	supernova-explosie
supernovaatje	=	supernova
supernovaatjes	=	supernova
supernovae	=	supernova
superoxide	noun	een chemische verbinding die het superoxide-ion O₂₋ bevat
superoxiden	=	superoxide
superoxides	=	superoxide
superplie	noun	liturgisch gewaad van de Katholieke Kerk bestaande uit een wijd, wit linnen hemd, dat reikt tot aan de knieën en dat wordt gedragen over de toog
superplies	=	superplie
superplietje	=	superplie
superponeer	=	superponeren
superponeerde	=	superponeren
superponeerden	=	superponeren
superponeert	=	superponeren
superponere	=	superponeren
superponeren	verb	aan iets toevoegen zonder dat een van beide onderdelen verloren gaat
superponerend	=	superponeren
superponerende	=	superponeren
superpositie	noun	het boven(op) elkaar plaatsen
superpositiebeginsel	noun	het beginsel dat voor lineaire systemen geldt dat de respons van de som van twee signalen gelijk is aan de som van de responsen van elk van die signalen afzonderlijk
superposities	=	superpositie
superrijk	noun	taxonomische groep binnen een domein die meerdere rijken omvat	adj	in het bezit van uitzonderlijk veel geld en andere eigendommen
superrijke	noun	iemand die heel rijk is (eerder een miljardair dan een miljonair)
superrijken	=	superrijke
superrijks	=	superrijk
supers	=	super
superschattig	adj	heel erg lief en leuk
superschattige	=	superschattig
superschattiger	=	superschattig
superschattigere	=	superschattig
superschattigers	=	superschattig
superschattigs	=	superschattig
superschattigst	=	superschattig
superschattigste	=	superschattig
superscript	noun	hoger gedrukt cijfer of letterteken	adj	boven de regel geschreven
superscripte	=	superscript
superscriptje	=	superscript
superscriptjes	=	superscript
superscripts	=	superscript
supersimpel	adj	heel erg eenvoudig
supersimpele	=	supersimpel
supersimpels	=	supersimpel
superslecht	adj	heel erg slecht
superslechte	=	superslecht
superslechts	=	superslecht
superslim	adj	heel erg intelligent
superslimme	=	superslim
superslims	=	superslim
supersnaar	noun	in sommige theorieën een uiterst klein, trillend verschijnsel binnen een ruimte met minstens 10 dimensies, gebruikt als verklaring voor de fundamentele natuurkrachten
supersnaren	=	supersnaar
supersnel	adj	met heel grote vaart, in uitermate hoog tempo
supersnelle	=	supersnel
supersnelrecht	noun	een rechtszaak die zeer snel na het plegen van een strafbaar feit wordt gehouden
supersnels	=	supersnel
supersonisch	adj	met een snelheid boven de voortplantingssnelheid van het geluid
supersonische	=	supersonisch
supersonischer	=	supersonisch
supersonischere	=	supersonisch
supersonischers	=	supersonisch
superspannend	adj	erg veel emotionele opwinding veroorzakend
superspannende	=	superspannend
superspannends	=	superspannend
supersport	noun	een type snelle, lichte sportmotor met een krachtige motor en een gestroomlijnd uiterlijk
supersporten	=	supersport
superstaat	noun	zeer machtige overheid
superstadion	noun	zeer groot gebouw waar men sportwedstrijden kan houden en waar meer dan 100.000 toeschouwers de wedstrijden kunnen bijwonen
superstadionnetje	=	superstadion
superstadionnetjes	=	superstadion
superstadions	=	superstadion
superstar	noun	iemand die heel erg beroemd is omdat hij of zij iets heel goed kan
superstars	=	superstar
superstaten	=	superstaat
superster	noun	iemand die buitengewoon beroemd en populair is
supersterk	adj	heel erg sterk
supersterke	=	supersterk
supersterks	=	supersterk
supersterren	=	superster
supersterretje	=	superster
supersterretjes	=	superster
superstitie	noun	bijgeloof
superstities	=	superstitie
superstitieus	adj	vatbaar voor bijgeloof of superstities
superstitieust	=	superstitieus
superstitieuste	=	superstitieus
superstitieuze	=	superstitieus
superstitieuzer	=	superstitieus
superstitieuzere	=	superstitieus
superstitieuzers	=	superstitieus
superstitiën	=	superstitie
superstraat	noun	laag die boven een onderlaag (een substraat) ligt
superstraatje	=	superstraat
superstraatjes	=	superstraat
superstraattaal	noun	taal die wordt gesproken binnen een gemeenschap of gebied waar eerst een andere taal (de substraattaal) de omgangstaal was
superstraattaaltje	=	superstraattaal
superstraattaaltjes	=	superstraattaal
superstraattalen	=	superstraattaal
superstraten	=	superstraat
superstructuren	=	superstructuur
superstructuur	noun	bovenste gedeelte van een structuur; de bovenbouw
supersub	noun	een speler die het verschil maakt in een wedstrijd
supersubs	=	supersub
supersymmetrie	noun	een theorie in de theoretische natuurkunde, die op het moment geldt als een van de meest kansrijke uitbreidingen van het standaardmodel voor elementaire deeltjes
supersymmetrieën	=	supersymmetrie
supertalent	noun	iemand met uitzonderlijk veel aanleg om bepaalde prestaties te leveren
supertalenten	=	supertalent
supertalentje	=	supertalent
supertalentjes	=	supertalent
supertanker	noun	tankschip van meer dan 100.000 ton
supertankers	=	supertanker
supertiebreak	noun	een beslissende 'game' als beide partijen één set hebben gewonnen waarbij men speelt tot een van de partijen minimaal 10 punten heeft gescoord met minimaal 2 punten verschil
supertiebreaks	=	supertiebreak
supertijd	noun	buitengewoon goede uitslag bij een snelheidssport
supertijden	=	supertijd
supertof	adj	heel erg fijn
supertoffe	=	supertof
supertofs	=	supertof
supertrio	noun	de drie besten
supertrio's	=	supertrio
supertrots	adj	heel erg blij met een bereikt resultaat
supertrotse	=	supertrots
supervakantie	noun	een heel fijne vakantie
supervakanties	=	supervakantie
supervakantietje	=	supervakantie
supervakantietjes	=	supervakantie
superveel	pron	uitzonderlijk groot in aantal
superverspreider	noun	iemand door wiens gedrag een ziekteverwekker breed in de samenleving verspreidt raakt, waardoor vele mensen ziek worden
superverspreiders	=	superverspreider
supervet	adj	heel erg geweldig
supervets	=	supervet
supervette	=	supervet
supervisant	noun	iemand die begeleiding krijgt van een meer deskundige (supervisor)
supervisanten	=	supervisant
supervisantje	=	supervisant
supervisantjes	=	supervisant
superviseer	=	superviseren
superviseerde	=	superviseren
superviseerden	=	superviseren
superviseert	=	superviseren
supervisere	=	superviseren
superviseren	verb	toezicht houden op
superviserend	=	superviseren
superviserende	=	superviseren
supervisie	noun	toezicht dat tevens het geven van leiding inhoudt
supervisies	=	supervisie
supervisietje	=	supervisie
supervisietjes	=	supervisie
supervisor	noun	iemand die erop toeziet dat de onderdelen van een project of organisatie goed op het te bereiken resultaat zijn afgestemd, zonder direct leiding te geven
supervisors	=	supervisor
supervriendelijk	adj	heel aardig
supervriendelijke	=	supervriendelijk
supervriendelijks	=	supervriendelijk
supervulkaan	noun	opening in het aardoppervlak die bij een grote uitbarsting meer dan 1000 km³ materiaal zou kunnen uitstoten
supervulkanen	=	supervulkaan
superweer	noun	heel mooi weer; ideale weersomstandigheden
superzuinig	adj	heel erg voorzichtig zijn met geld uitgeven
superzuinige	=	superzuinig
superzuinigs	=	superzuinig
superzwaar	adj	heel erg veel gewicht hebbend
superzwaars	=	superzwaar
superzware	=	superzwaar
supina	=	supinum
supine	adj	achteroverliggend, traag
supinum	noun	de zelfstandig gebruikte verbogen infinitief in het Latijn; ook verbaal substantieve wijs genoemd; in tegenstelling tot het gerundium is de tijd toekomend
supinumpje	=	supinum
supinumpjes	=	supinum
suppe	=	suppen
suppen	verb	rechtop staand op een surfplank je met een peddel voortbewegen
suppend	=	suppen
suppende	=	suppen
suppleer	=	suppleren
suppleerde	=	suppleren
suppleerden	=	suppleren
suppleert	=	suppleren
supplement	noun	iets dat als aanvulling toegevoegd wordt
supplementair	adj	aanvullend, bij wijze van supplement
supplementairder	=	supplementair
supplementairdere	=	supplementair
supplementairders	=	supplementair
supplementaire	=	supplementair
supplementairs	=	supplementair
supplementairst	=	supplementair
supplementairste	=	supplementair
supplementen	=	supplement
supplementje	=	supplement
supplementjes	=	supplement
supplere	=	suppleren
suppleren	verb	een toevoeging verstrekken
supplerend	=	suppleren
supplerende	=	suppleren
suppletie	noun	aanvulling, toevoeging
suppleties	=	suppletie
suppletoir	adj	aanvullend
suppletoire	=	suppletoir
suppletoirs	=	suppletoir
suppliant	noun	verzoeker, verzoekster
supplianten	=	suppliant
supplieer	=	suppliëren
supplieerde	=	suppliëren
supplieerden	=	suppliëren
supplieert	=	suppliëren
suppliek	noun	verzoekschrift, bede (aan de paus)
supplieken	=	suppliek
suppliëre	=	suppliëren
suppliëren	verb	smeken, verzoeken
suppliërend	=	suppliëren
suppliërende	=	suppliëren
suppoost	noun	iemand die toezicht houdt in bijv. een museum of stadion
suppooste	=	suppoost
suppoosten	=	suppoost
suppoostje	=	suppoost
suppoostjes	=	suppoost
support	noun	onderdeel van een constructie, bestemd om een ander voorwerp te dragen
supportact	noun	voorprogramma (vooral bij een popconcert)
supportactje	=	supportact
supportactjes	=	supportact
supportacts	=	supportact
supporter	noun	iemand die een bepaalde club of speler steunt
supporterde	=	supporteren
supporterden	=	supporteren
supportere	=	supporteren
supporteren	verb	aanmoedigen van een club of van een speler
supporterend	=	supporteren
supporterende	=	supporteren
supporters	=	supporter
supporterscafeetje	=	supporterscafé
supporterscafeetjes	=	supporterscafé
supporterscafé	noun	uitgaansgelegenheid voor de fans van een bepaalde sportclub
supporterscafés	=	supporterscafé
supportersgeweld	noun	geweld dat gepleegd wordt door groepen supporters op en rond sportwedstrijden
supportersgroep	noun	groep mensen die fan is van een sporter of sportclub
supportersgroepen	=	supportersgroep
supportersgroepje	=	supportersgroep
supportersgroepjes	=	supportersgroep
supportersschare	noun	menigte van fans
supportersscharen	=	supportersschare
supporterstrein	noun	chartertrein voor het vervoer van supporters van en naar een sportwedstrijd
supporterstreinen	=	supporterstrein
supporterstreintje	=	supporterstrein
supporterstreintjes	=	supporterstrein
supportersvereniging	noun	organisatie waar supporters (van een sportclub) lid van kunnen worden
supportersverenigingen	=	supportersvereniging
supportersverenigingetje	=	supportersvereniging
supportersverenigingetjes	=	supportersvereniging
supportert	=	supporteren
supportertje	=	supporter
supportertjes	=	supporter
supports	=	support
suppositie	noun	hypothese, onderstelling
supposities	=	suppositie
suppositoire	noun	medicijn dat anaal wordt ingenomen
suppositoires	=	suppositoire
suppositoria	=	suppositorium
suppositorium	noun	zetpil, pil die via de anus wordt ingebracht
suppositoriumpje	=	suppositorium
suppositoriumpjes	=	suppositorium
suppositoriums	=	suppositorium
suppressie	noun	onderdrukking, afschaffing
suppressief	adj	onderdrukkend
suppressiefs	=	suppressief
suppressiefst	=	suppressief
suppressiefste	=	suppressief
suppressies	=	suppressie
suppressieve	=	suppressief
suppressiever	=	suppressief
suppressievere	=	suppressief
suppressievers	=	suppressief
supprimeer	=	supprimeren
supprimeerde	=	supprimeren
supprimeerden	=	supprimeren
supprimeert	=	supprimeren
supprimere	=	supprimeren
supprimeren	verb	onderdrukken
supprimerend	=	supprimeren
supprimerende	=	supprimeren
suppuratie	noun	ettering
suppuratief	adj	etterend, rottend
suppuratiefs	=	suppuratief
suppuraties	=	suppuratie
suppuratietje	=	suppuratie
suppuratietjes	=	suppuratie
suppuratieve	=	suppuratief
supra-geleider	=	supergeleider
supra-geleiding	=	supergeleiding
suprafijn	adj	heel erg fijn
suprafijne	=	suprafijn
suprafijns	=	suprafijn
suprageleider	=	supergeleider
suprageleiding	noun	het aanzienlijk afnemen (zelfs tot waarde nul) van de elektrische weerstand van een metaal als het op zeer lage temperatuur wordt gebracht
supralapsarisme	noun	geloofsopvatting dat de zondeval door God gewild (gepredestineerd) is
supralapsariër	noun	aanhanger van het supralapsarisme
supramontisgrottensalamander	noun	Speleomantes supramontis een salamander uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
supramontisgrottensalamanders	=	supramontisgrottensalamander
supramontisgrottensalamandertje	=	supramontisgrottensalamander
supramontisgrottensalamandertjes	=	supramontisgrottensalamander
supranationaal	adj	nationale verschillen te boven gaand
supranationaals	=	supranationaal
supranationaalst	=	supranationaal
supranationaalste	=	supranationaal
supranationale	=	supranationaal
supranationaler	=	supranationaal
supranationalere	=	supranationaal
supranationalers	=	supranationaal
supranationalisme	noun	samenwerking en besluitvorming tussen verschillende staten
supranaturalisme	noun	geloof aan bovennatuurlijke openbaring
suprapubisch	adj	boven het schaambeen door de huid ingebracht (in plaats van via de urinebuis)
suprapubische	=	suprapubisch
supraventriculair	noun	boven de hartkamers
suprematie	noun	oppergezag, oppermacht
suprematies	=	suprematie
suprematistisch	adj	betrekking hebbend op het suprematisme
suprematistische	=	suprematistisch
suprematistischer	=	suprematistisch
suprematistischere	=	suprematistisch
suprematistischers	=	suprematistisch
suprême	adj	van uitzonderlijk goede kwaliteit
suprêmer	=	suprême
suprêmere	=	suprême
suprêmers	=	suprême
suprêmes	=	suprême
suprêmest	=	suprême
suprêmeste	=	suprême
supt	=	suppen
supte	=	suppen
supten	=	suppen
surditas	noun	doofheid
surf	noun	muzikaal genre dat omstreeks 1961 is opgekomen in Zuid-Californië
surfactant	noun	chemishe stof die de oppervlaktespanning van water vermindert
surfactanten	=	surfactant
surfde	=	surfen
surfden	=	surfen
surfe	=	surfen
surfen	verb	door de golfenergie voortbewogen worden, bijvoorbeeld op surfplanken of met boten, golfsurfen
surfend	=	surfen
surfende	=	surfen
surfer	noun	iemand die surft
surfers	=	surfer
surfertje	=	surfer
surfertjes	=	surfer
surfgedrag	noun	het gedrag dat iemand vertoont tijdens het internetten
surfgegeven	noun	een stukje informatie betreffende het surfen (op internet)
surfgegevens	=	surfgegeven
surfles	noun	een les waarin je leert surfen
surflesje	=	surfles
surflesjes	=	surfles
surflessen	=	surfles
surfminuten	=	surfminuut
surfminuut	noun	tijdseenheid voor het meten van de tijd die men besteedt aan internetten
surfpak	noun	een pak dat zijn drager beschermt tegen onderkoeling.
surfpakken	=	surfpak
surfplank	noun	een plank waarop men surft
surfplanken	=	surfplank
surfplankje	=	surfplank
surfplankjes	=	surfplank
surfster	noun	vrouwelijke vorm van surfer
surfsters	=	surfster
surfstertje	=	surfster
surfstertjes	=	surfster
surft	=	surfen
surfte	=	surfen
surften	=	surfen
surimi	noun	pasta van fijngehakte vis (alaskakoolvis; of soms vlees) aangevuld met aromastoffen (suiker) die daarna wordt gekookt en daardoor een vaste structuur krijgt
surimi's	=	surimi
surimono	noun	Japanse nieuwjaarsprent, gemaakt in blokdruk
surimono's	=	surimono
surinaams	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Suriname
surinaams-nederlands	adj	betrekking hebbend op wat zowel Surinaams als Nederlands is
surinaams-nederlandse	=	surinaams-nederlands
surinaams-nederlandser	=	surinaams-nederlands
surinaams-nederlandsere	=	surinaams-nederlands
surinaams-nederlandsers	=	surinaams-nederlands
surinaams-nederlandst	=	surinaams-nederlands
surinaams-nederlandste	=	surinaams-nederlands
surinaamse	noun	een vrouwelijke inwoner van Suriname, of een vrouw afkomstig uit Suriname
surinaamsen	=	surinaamse
surinaamser	=	surinaams
surinaamsere	=	surinaams
surinaamsers	=	surinaams
surinaamst	=	surinaams
surinaamste	=	surinaams
surinamer	noun	restaurant met een Surinaamse keuken
surinamers	=	surinamer
surinamertje	=	surinamer
surinamisme	noun	een woord, uitdrukking of grammaticale constructie in het Surinaams-Nederlands dat afwijkt van het Standaardnederlands zoals dat in Nederland of Vlaanderen wordt gesproken
surinamismen	=	surinamisme
suripopnummer	noun	compositie die meedoet of meedeed aan het Suriname Populair Song Festival
suripopnummers	=	suripopnummer
surnumerair	noun	boventallige
surnumerairs	=	surnumerair
surplace	noun	op de fiets balancerend stilstaan (tactiek bij het baanwielrennen om niet voorop te hoeven rijden, waarna je een tegenstander eenvoudiger met een versnelling kan verrassen)
surplacen	verb	zich in evenwicht houden op een stilstaande fiets
surplacend	=	surplacen
surplacende	=	surplacen
surplaces	=	surplace
surplacet	=	surplacen
surplacete	=	surplacen
surplaceten	=	surplacen
surplus	noun	overschot, wat er meer is dan nodig is, wat er overblijft
surplusje	=	surplus
surplusjes	=	surplus
surplussen	=	surplus
surplustje	=	surplus
surplustjes	=	surplus
surprise	noun	een op een speciale manier ingepakt cadeau
surpriseparty	noun	feest dat stiekem wordt georganiseerd ter ere van iemand die daarmee verrast moet worden
surpriseparty's	=	surpriseparty
surprises	=	surprise
surprisetje	=	surprise
surprisetjes	=	surprise
surrealisme	noun	stroming in de kunst die zich bezig houdt met het onbewuste
surrealistisch	adj	volgens of behorende tot kunststroming het surrealisme
surrealistische	=	surrealistisch
surrealistischer	=	surrealistisch
surrealistischere	=	surrealistisch
surrealistischers	=	surrealistisch
surrealistischt	=	surrealistisch
surrealistischte	=	surrealistisch
surreëel	adj	echt, maar tegelijkertijd onmogelijk lijkend
surreëels	=	surreëel
surreëelst	=	surreëel
surreëelste	=	surreëel
surreële	=	surreëel
surreëler	=	surreëel
surreëlere	=	surreëel
surreëlers	=	surreëel
surrogaat	noun	vervangingsmiddel van mindere kwaliteit
surrogaatfamilie	noun	een vervangende familie
surrogaatfamilies	=	surrogaatfamilie
surrogaatfamilietje	=	surrogaatfamilie
surrogaatfamilietjes	=	surrogaatfamilie
surrogaatje	=	surrogaat
surrogaatkoffie	noun	vervanger voor koffie als echte koffie niet voorhanden is; vervangingsmiddel voor koffie gemaakt van cichoreiwortel
surrogaatkoffies	=	surrogaatkoffie
surrogaatkoffietje	=	surrogaatkoffie
surrogaatmoeder	noun	kinderoppas voor een aantal uren, zodat de ouders kunnen werken, winkelen of op vakantie kunnen gaan
surrogaatmoeders	=	surrogaatmoeder
surrogaatmoedertje	=	surrogaatmoeder
surrogaatmoedertjes	=	surrogaatmoeder
surrogaten	=	surrogaat
surseance	noun	uitstel van betaling van schulden
surseances	=	surseance
surucuatrogon	noun	Trogon surrucura een vogel uit de familie Trogonidae.
surucuatrogonnetje	=	surucuatrogon
surucuatrogonnetjes	=	surucuatrogon
surucuatrogons	=	surucuatrogon
surveillance	noun	toezicht houden en de boel in de gaten houden
surveillanceprogramma	noun	het geheel van activiteiten dat er op gericht is om mensen in de gaten te houden
surveillanceprogramma's	=	surveillanceprogramma
surveillances	=	surveillance
surveillancestaat	noun	een land waarin de burgers uitgebreid gevolgd worden
surveillancestaten	=	surveillancestaat
surveillancewagen	noun	wagen waarmee de politie inspecties uitvoert
surveillancewagens	=	surveillancewagen
surveillancewagentje	=	surveillancewagen
surveillancewagentjes	=	surveillancewagen
surveillant	noun	iemand die (tijdens een examen) surveilleert (toezicht houdt)
surveillanten	=	surveillant
surveillantje	=	surveillant
surveillantjes	=	surveillant
surveilleer	=	surveilleren
surveilleerde	=	surveilleren
surveilleerden	=	surveilleren
surveilleert	=	surveilleren
surveillere	=	surveilleren
surveilleren	verb	toezicht houden
surveillerend	=	surveilleren
surveillerende	=	surveilleren
survival	noun	overlevingstocht onder zware omstandigheden met weinig hulpmiddelen
survivalde	=	survivallen
survivalden	=	survivallen
survivalinstructeur	noun	iemand die anderen leert om te overleven in een vijandige omgeving
survivalinstructeurs	=	survivalinstructeur
survivalist	noun	iemand die zich voorbereidt op een noodsituatie als gevolg van een ramp of sociale, politieke en/of economische opschudding en ongeregeldheden
survivalists	=	survivalist
survivalle	=	survivallen
survivallen	verb	meedoen aan tochten waarbij je je in een onherbergzame omgeving met een minimum aan hulpmiddelen moet zien te redden
survivallend	=	survivallen
survivallende	=	survivallen
survivalmentor	noun	iemand die mensen begeleidt bij het leren van overlevingstechnieken die nodig zijn om te overleven in een vijandige (natuurlijke) omgeving
survivalmentoren	=	survivalmentor
survivalmentors	=	survivalmentor
survivals	=	survival
survivalt	=	survivallen
survivaltocht	noun	een tocht of training waarbij de deelnemers midden in de natuur proberen te overleven met zo min mogelijk hulpmiddelen en zo zwaar mogelijke omstandigheden
survivaltochten	=	survivaltocht
survivaltochtje	=	survivaltocht
survivaltochtjes	=	survivaltocht
sus	=	sussen
susceptibel	adj	vatbaar, ontvankelijk
susceptibele	=	susceptibel
susceptibeler	=	susceptibel
susceptibelere	=	susceptibel
susceptibelers	=	susceptibel
susceptibels	=	susceptibel
susceptibelst	=	susceptibel
susceptibelste	=	susceptibel
susceptibiliteit	noun	vatbaarheid, ontvankelijkheid
susceptibiliteiten	=	susceptibiliteit
sushi	noun	gerecht uit Japan bestaande uit rijst met vaak rauwe vis, zeevruchten, ei, etc.
sushi's	=	sushi
sushibar	noun	klein restaurant of bar waar je sushi kan eten
sushibarretje	=	sushibar
sushibarretjes	=	sushibar
sushibars	=	sushibar
sushietje	=	sushi
sushietjes	=	sushi
sushirestaurant	noun	een eetgelegenheid die gespecialiseerd is in het serveren van sushi en andere Japanse gerechten
sushirestaurantje	=	sushirestaurant
sushirestaurantjes	=	sushirestaurant
sushirestaurants	=	sushirestaurant
sushiroller	noun	hulpmiddel dat het rollen van sushi, zoals maki, makkelijker en strakker maakt
sushirollers	=	sushiroller
sushirollertje	=	sushiroller
sushirollertjes	=	sushiroller
suspect	adj	verdacht
suspecte	=	suspect
suspecter	=	suspect
suspectere	=	suspect
suspecters	=	suspect
suspects	=	suspect
suspectst	=	suspect
suspectste	=	suspect
suspendeer	=	suspenderen
suspendeerde	=	suspenderen
suspendeerden	=	suspenderen
suspendeert	=	suspenderen
suspendere	=	suspenderen
suspenderen	verb	een fijne verdeling van de ene fase in de andere maken
suspenderend	=	suspenderen
suspenderende	=	suspenderen
suspense	noun	door voortekens opgeroepen spanning over de afloop van een ontwikkeling
suspensie	noun	een heterogeen mengsel van een vloeistof met daarin fijn verdeelde stofdeeltjes
suspensief	adj	schorsend, uitstellend
suspensiefs	=	suspensief
suspensiefst	=	suspensief
suspensiefste	=	suspensief
suspensies	=	suspensie
suspensieve	=	suspensief
suspensiever	=	suspensief
suspensievere	=	suspensief
suspensievers	=	suspensief
susploeg	noun	team burgers dat de politie assisteert bij het bewaren van de rust in het uitgaansleven
susploegen	=	susploeg
susse	=	sussen
sussen	verb	tot bedaren brengen
sussend	adj	spanning verminderend
sussende	=	sussen
sussender	=	sussend
sussendere	=	sussend
sussenders	=	sussend
sussends	=	sussend
sussendst	=	sussend
sussendste	=	sussend
susser	noun	iemand die probeert een ruzie of conflict te beëindigen
sussers	=	susser
sussertje	=	susser
sussertjes	=	susser
sust	=	sussen
suste	=	sussen
susteam	noun	team burgers die de politie assisteert bij het bewaren van de rust in het uitgaansleven
susteams	=	susteam
susten	=	sussen
suswacht	noun	groep getrainde burgers die de rust handhaaft in een uitgaansgebied
suswachten	=	suswacht
suswachter	noun	lid van een pubploeg of suswacht die de rust handhaaft tijdens de uitgaansuren
suswachters	=	suswachter
suursak	=	zuurzak
suzanne-met-de-mooie-ogen	noun	Thunbergia alata een plant uit de acanthusfamilie (Acanthaceae).
suzerein	noun	opperleenheer
suzereinen	=	suzerein
suzereintje	=	suzerein
suzereintjes	=	suzerein
suzukifruitvlieg	noun	Drosophila suzukii een vliegensoort uit de familie van de fruitvliegen (Drosophilidae).
suzukifruitvliegen	=	suzukifruitvlieg
suzukifruitvliegje	=	suzukifruitvlieg
suzukifruitvliegjes	=	suzukifruitvlieg
suède	noun	fijn leer dat wordt gebruikt wordt voor laarzen, handtassen en kleding	adj	gemaakt van suède
suïcidaal	adj	geneigd zijn om zelfmoord te plegen
suïcidaals	=	suïcidaal
suïcidaalst	=	suïcidaal
suïcidaalste	=	suïcidaal
suïcidale	=	suïcidaal
suïcidaler	=	suïcidaal
suïcidalere	=	suïcidaal
suïcidalers	=	suïcidaal
suïcide	noun	opzettelijke beëindiging van het eigen leven
suïciden	=	suïcide
suïcidepoging	noun	zelfmoordpoging
suïcidepogingen	=	suïcidepoging
suïcidepoginkje	=	suïcidepoging
suïcidepoginkjes	=	suïcidepoging
suïcides	=	suïcide
suïcidetoerisme	noun	bezoek aan een land waar euthanasie is toegestaan om zich daar te laten euthanaseren
swa	noun|slang	vriend, makker
swa's	=	swa
swaatje	=	swa
swaffel	=	swaffelen
swaffelaar	noun	man die met zijn penis ergens tegen aan slaat
swaffelaars	=	swaffelaar
swaffelde	=	swaffelen
swaffelden	=	swaffelen
swaffele	=	swaffelen
swaffelen	verb|informal	slingeren met het eigen mannelijk geslachtsdeel en er opzettelijk mensen of voorwerpen mee aantikken
swaffelend	=	swaffelen
swaffelende	=	swaffelen
swaffelt	=	swaffelen
swag	adj|slang	zich bewust van de eigen positieve uitstraling	noun|slang	gunstig imago, stijlvolle uitstraling
swagger	noun	wijde damesmantel
swaggers	=	swagger
swahilimus	noun	Passer suahelicus een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
swahilimusje	=	swahilimus
swahilimusjes	=	swahilimus
swahilimussen	=	swahilimus
swahilitalig	adj	Swahili sprekend
swahilitalige	=	swahilitalig
swahilitaligs	=	swahilitalig
swami	noun	hindoe leermeester uit India
swami's	=	swami
swamp	=	zwamp
swandiadeemhoningeter	noun	Melithreptus chloropsis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
swandiadeemhoningeters	=	swandiadeemhoningeter
swandiadeemhoningetertje	=	swandiadeemhoningeter
swandiadeemhoningetertjes	=	swandiadeemhoningeter
swap	noun	een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico (valuta, rente) wisselt tegen dat van een andere partij
swapfiets	noun	huurfiets waarbij het verhuurbedrijf direct zorgt voor een vervangende fiets als de huurfiets een mankement heeft, vaak herkenbaar aan het blauwe voorwiel; De naam van het bedrijf dat deze service levert
swapfietsen	=	swapfiets
swapfietsje	=	swapfiets
swapfietsjes	=	swapfiets
swaps	=	swap
swastika	noun	hakenkruis
swastika's	=	swastika
swastikaatje	=	swastika
swastikaatjes	=	swastika
swazisch	adj	op Swaziland betrekking hebbend
swazische	noun	een vrouwelijke inwoner van Swaziland, of een vrouw afkomstig uit Swaziland
swazischen	=	swazische
swazischer	=	swazisch
swazischere	=	swazisch
swazischers	=	swazisch
swazitalig	adj	Swazi sprekend
swazitalige	=	swazitalig
swazitaligs	=	swazitalig
swaziër	noun	een inwoner van Swaziland, of iemand afkomstig uit Swaziland
swaziërs	=	swaziër
sweater	noun	een sportieve katoenen trui
sweaters	=	sweater
sweatertje	=	sweater
sweatertjes	=	sweater
sweatshirt	noun	een van binnen gemoltonneerde katoenen trui met lange mouwen en een hoge ronde of een V-hals
sweatshirts	=	sweatshirt
sweep	noun	lijn op een radarbeeld, die rondjes draait waarbij de positie en andere gegevens op het beeld ververst worden
sweepje	=	sweep
sweepjes	=	sweep
sweeps	=	sweep
sweetie	noun	koosnaam voor iemand die op een vertederende manier lief is
sweeties	=	sweetie
sweetsixteenfeest	noun	feest voor de 16de verjaardag van iemand (meestal een meisje)
sweetsixteenfeesten	=	sweetsixteenfeest
sweetsixteenfeestje	=	sweetsixteenfeest
sweetsixteenfeestjes	=	sweetsixteenfeest
swegel	noun	een (riet-)fluit
swegels	=	swegel
swegeltje	=	swegel
swegeltjes	=	swegel
swexit	noun	mogelijk uittreden van Zweden uit de Europese Unie
swiebertje	noun	iemand die opgewekt een zwervend bestaan leidt
swiebertjes	=	swiebertje
swing	=	swingen
swingarm	noun	dubbelzijdig uitgevoerde achterwielophanging van een motorfiets
swingarmen	=	swingarm
swingarmpje	=	swingarm
swingarmpjes	=	swingarm
swingcafeetje	=	swingcafé
swingcafeetjes	=	swingcafé
swingcafé	noun	uitgaansgelegenheid waar men kan dansen
swingcafés	=	swingcafé
swingde	=	swingen
swingden	=	swingen
swinge	=	swingen
swingen	verb	op een losse ongedwongen manier dansen
swingend	adj	van muziek dat ze ritmisch is en tot dansen uitnodigd
swingende	=	swingen
swingender	=	swingend
swingendere	=	swingend
swingenders	=	swingend
swingends	=	swingend
swingendst	=	swingend
swingendste	=	swingend
swinger	noun	iemand die doet aan tijdelijke ruil van seksuele partner
swingerclub	noun	een club waar aan partnerruil gedaan wordt
swingerclubje	=	swingerclub
swingerclubjes	=	swingerclub
swingerclubs	=	swingerclub
swingerfeest	noun	een feest waar aan partnerruil gedaan wordt
swingerfeesten	=	swingerfeest
swingerfeestje	=	swingerfeest
swingerfeestjes	=	swingerfeest
swingers	=	swinger
swingerscruise	noun	reis op een boot voor stellen die aan partnerruil willen doen
swingerscruises	=	swingerscruise
swingertje	=	swinger
swingertjes	=	swinger
swingt	=	swingen
swipe	=	swipen
swipebeweging	noun	het met je vinger vegen over een aanraakscherm (touchscreen) van een smartphone of tablet.
swipebewegingen	=	swipebeweging
swipebeweginkje	=	swipebeweging
swipebeweginkjes	=	swipebeweging
swipen	verb	met een vinger over het aanraakscherm bewegen om een smartphone of tablet te bedienen
swipend	=	swipen
swipende	=	swipen
swipet	=	swipen
swipete	=	swipen
swipeten	=	swipen
swipi	noun	Leptophis ahaetulla Oxybelis aeneus Lygophis lineatus naam van enkele lange dunne slangen
swipi's	=	swipi
switch	noun	in een korte tijd optredende verandering
switche	=	switchen
switchen	verb	omschakelen van het ene naar iets (heel) anders
switchend	=	switchen
switchende	=	switchen
switcher	noun	iemand die omschakelt naar iets heel anders
switchers	=	switcher
switches	=	switch
switchje	=	switch
switcht	=	switchen
switchte	=	switchen
switchten	=	switchen
sws	=	sowieso
sybaritisch	adj	overmatig gericht op genot, gemak en luxe
sybaritische	=	sybaritisch
sycofant	noun	vleier, kruiper, pluimstrijker
sycofanten	=	sycofant
sycomoor	noun	Ficus sycomorus wilde vijgenboom
sycomoren	=	sycomoor
sycophant	=	sycofant
syfilis	noun	een seksueel overdraagbare aandoening (soa) die wordt veroorzaakt door de bacterie (spirocheet) Treponema pallidum
syfilitisch	adj	van de aard van syfilis, aan syfilis lijdend
syfilitische	=	syfilitisch
syfilitischer	=	syfilitisch
syfilitischere	=	syfilitisch
syfilitischers	=	syfilitisch
syfilitischt	=	syfilitisch
syfilitischte	=	syfilitisch
sylfe	noun	meestal onzichtbare geest die in de lucht leeft
sylfen	=	sylfe
syllabair	adj	uit syllaben bestaand
syllabaire	=	syllabair
syllabairs	=	syllabair
syllabe	noun	lettergreep
syllaben	=	syllabe
syllabes	=	syllabe
syllabi	=	syllabus
syllabisch	adj	in of volgens afzonderlijke lettergrepen
syllabische	=	syllabisch
syllabischer	=	syllabisch
syllabischere	=	syllabisch
syllabischers	=	syllabisch
syllablen	=	syllabe
syllables	=	syllabe
syllabus	noun	een reader, een uitgave, voor onderwijsdoeleinden, waarin verschillende publicaties over één onderwerp verzameld zijn
syllabusje	=	syllabus
syllabusjes	=	syllabus
syllabussen	=	syllabus
syllepsis	noun	het laten overeenstemmen van de vorm met de gedachte, meer dan met de formele categorie, bv. 'zijn' in 'een groot aantal mensen zijn gewond'
syllogisme	noun	een logische redenering waaruit een conclusie afgeleid wordt
syllogismen	=	syllogisme
syllogismetje	=	syllogisme
syllogismetjes	=	syllogisme
syllogistisch	adj	van de aard of in de vorm van syllogismen
syllogistische	=	syllogistisch
syllogistischer	=	syllogistisch
syllogistischere	=	syllogistisch
syllogistischers	=	syllogistisch
symbiose	noun	het samenleven van twee ongelijksoortige organismen op of in elkaar tot wederzijds voordeel
symbiosen	=	symbiose
symbioses	=	symbiose
symbiotisch	adj	samenlevend, samenwerkend waarbij zeker een van de partijen voordeel heeft
symbiotisch-psychotisch	adj	betreft een vorm van kinderpsychose (vaak beschreven door Margaret Mahler) die voortkomt uit een extreme, ongezonde afhankelijkheid tussen moeder en kind
symbiotisch-psychotische	=	symbiotisch-psychotisch
symbiotisch-psychotischer	=	symbiotisch-psychotisch
symbiotisch-psychotischere	=	symbiotisch-psychotisch
symbiotisch-psychotischers	=	symbiotisch-psychotisch
symbiotische	=	symbiotisch
symbiotischer	=	symbiotisch
symbiotischere	=	symbiotisch
symbiotischers	=	symbiotisch
symbolen	=	symbool
symbolentaal	noun	uiting van gedachten of gevoelens door middel van symbolen
symbolentaaltje	=	symbolentaal
symbolentaaltjes	=	symbolentaal
symbolentalen	=	symbolentaal
symboliek	noun	het zinnebeeldige
symbolieke	=	symboliek
symbolieken	=	symboliek
symbolieker	=	symboliek
symboliekere	=	symboliek
symboliekers	=	symboliek
symbolieks	=	symboliek
symboliekst	=	symboliek
symboliekste	=	symboliek
symbolisatie	noun	het symboliseren of gesymboliseerd worden
symbolisaties	=	symbolisatie
symbolisch	adj	als symbool geldend of bedoeld, zinnebeeldig
symbolische	=	symbolisch
symbolischer	=	symbolisch
symbolischere	=	symbolisch
symbolischers	=	symbolisch
symbolischt	=	symbolisch
symbolischte	=	symbolisch
symboliseer	=	symboliseren
symboliseerde	=	symboliseren
symboliseerden	=	symboliseren
symboliseert	=	symboliseren
symbolisere	=	symboliseren
symboliseren	verb	een betekenis hebben die verwijst naar, een kenteken zijn van Vaak gezegd van een eenvoudig te herkennen afbeelding of situatie die wordt gebruikt als aanduiding voor iets dat veel ingewikkelder of abstracter is.
symboliserend	=	symboliseren
symboliserende	=	symboliseren
symbolisering	noun	het verzinnebeelden (ww) of symboliseren van een abstract begrip, idee of gevoel door middel van een concreet beeld, figuur of symbool.
symboliseringen	=	symbolisering
symboliserinkje	=	symbolisering
symboliserinkjes	=	symbolisering
symbolisme	noun	richting in de kunst waarbij men naar symboliek streeft en verbeeldingskracht, fantasie en intuïtie centraal werden gesteld
symbolist	noun	aanhanger van het symbolisme
symbolisten	=	symbolist
symbolistisch	adj	betrekking hebbend op het symbolisme
symbolistische	=	symbolistisch
symbolistischer	=	symbolistisch
symbolistischere	=	symbolistisch
symbolistischers	=	symbolistisch
symbool	noun	een genormeerd teken om een technisch of wetenschappelijk begrip aan te duiden
symboolfunctie	noun	functie die symbolische waarde heeft
symboolfuncties	=	symboolfunctie
symboolfunctietje	=	symboolfunctie
symboolfunctietjes	=	symboolfunctie
symboolpolitiek	noun	politiek die uitsluitend een symboolfunctie heeft
symbooltje	=	symbool
symbooltjes	=	symbool
symboolwaarde	noun	symbolische waarde
symboolwaarden	=	symboolwaarde
symboolwaardes	=	symboolwaarde
symboolwaardetje	=	symboolwaarde
symboolwaardetjes	=	symboolwaarde
symboolwetgeving	noun	wetgeving die geen reëel effect heeft, maar uitsluitend als symbolisch gebaar te karakteriseren valt
symboolwetgevingen	=	symboolwetgeving
symfonie	noun	meestal vierdelig, veelstemmig muziekstuk voor vol orkest zonder solist
symfonieconcert	noun	optreden van een groot orkest dat klassieke muziek speelt met zowel violen, blaasinstrumenten als slagwerk
symfonieconcerten	=	symfonieconcert
symfonieorkest	noun	een groot orkest dat doorgaans klassieke muziek ten gehore brengt (bijvoorbeeld symfonieën of opera's)
symfonieorkesten	=	symfonieorkest
symfonieorkestje	=	symfonieorkest
symfonieorkestjes	=	symfonieorkest
symfonietje	=	symfonie
symfonietjes	=	symfonie
symfonieën	=	symfonie
symfonisch	adj	als bij of voor een symfonie, een meerstemmig muziekstuk voor een orkest
symfonische	=	symfonisch
symfonischer	=	symfonisch
symfonischere	=	symfonisch
symfonischers	=	symfonisch
symmetrie	noun	onderlinge verwisselbaarheid zonder dat de waarde van een vergelijking verandert
symmetrieas	noun	lijn die een figuur in twee gespiegelde delen verdeelt
symmetrieasje	=	symmetrieas
symmetrieasjes	=	symmetrieas
symmetrieassen	=	symmetrieas
symmetrieën	=	symmetrie
symmetrisch	adj	aan twee zijden, bijvoorbeeld spiegelbeeldig gelijk
symmetrische	=	symmetrisch
symmetrischer	=	symmetrisch
symmetrischere	=	symmetrisch
symmetrischers	=	symmetrisch
symmetrischt	=	symmetrisch
symmetrischte	=	symmetrisch
sympathetisch	adj	betreft het medegevoel (empathie/inlevingsvermogen)
sympathetische	=	sympathetisch
sympathetischer	=	sympathetisch
sympathetischere	=	sympathetisch
sympathetischers	=	sympathetisch
sympathicomimetica	=	sympathicomimeticum
sympathicomimeticum	noun	middel met opwekkende werking van het autonoom zenuwstelsel
sympathicomimeticumpje	=	sympathicomimeticum
sympathicomimeticumpjes	=	sympathicomimeticum
sympathie	noun	een gevoel van toegenegenheid
sympathiebetuiging	noun	het uiten van medeleven of morele steun aan iemand die een verlies of moeilijke periode doormaakt.
sympathiebetuigingen	=	sympathiebetuiging
sympathiebetuiginkje	=	sympathiebetuiging
sympathiebetuiginkjes	=	sympathiebetuiging
sympathiek	adj	bereid zich in de zorgen van een ander te verplaatsen
sympathieke	=	sympathiek
sympathieker	=	sympathiek
sympathiekere	=	sympathiek
sympathiekers	=	sympathiek
sympathieks	=	sympathiek
sympathiekst	=	sympathiek
sympathiekste	=	sympathiek
sympathietje	=	sympathie
sympathietjes	=	sympathie
sympathieën	=	sympathie
sympathisant	noun	iemand die met iets of iemand sympathiseert
sympathisante	noun	een vrouwelijk iemand die met iemand of iets sympathiseert
sympathisanten	=	sympathisant
sympathisantes	=	sympathisante
sympathisantje	=	sympathisant
sympathisch	adj	medegevoelig
sympathische	=	sympathisch
sympathischer	=	sympathisch
sympathischere	=	sympathisch
sympathischers	=	sympathisch
sympathiseer	=	sympathiseren
sympathiseerde	=	sympathiseren
sympathiseerden	=	sympathiseren
sympathiseert	=	sympathiseren
sympathisere	=	sympathiseren
sympathiseren	verb	tot iets aangetrokken worden
sympathiserend	adj	iets of iemand van harte ondersteunend
sympathiserende	=	sympathiseren
sympathiserends	=	sympathiserend
symphonisch	=	symfonisch
symphysanodonten	noun	een familie Symphysanodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
symploke	noun	stijlfiguur waarbij zowel de herhaling van beginwoorden (een anafoor) als de herhaling van eindwoorden (een epifoor) in opeenvolgende zinnen of zinsdelen voorkomt, wat een tekst een herkenbare, ritmische structuur geeft en de nadruk legt op de herhaalde woorden
symposia	=	symposium
symposion	noun	maaltijd met gasten; gezellige bijeenkomst
symposions	=	symposion
symposium	noun	een wetenschappelijke samenkomst waarop verschillende wetenschappers een lezing houden over een bepaald onderwerp
symposiumpje	=	symposium
symposiumpjes	=	symposium
symposiums	=	symposium
symptomatisch	adj	met betrekking tot ziekteverschijnselen
symptomatische	=	symptomatisch
symptomatischer	=	symptomatisch
symptomatischere	=	symptomatisch
symptomatischers	=	symptomatisch
symptomatologie	noun	leer van de ziekteverschijnselen
symptomen	=	symptoom
symptoom	noun	ziekteverschijnsel
symptoombestrijding	noun	wegnemen van ziekteverschijnselen zonder de ziekte zelf te genezen
symptoombestrijdingen	=	symptoombestrijding
symptoombestrijdinkje	=	symptoombestrijding
symptoombestrijdinkjes	=	symptoombestrijding
symptoomloos	adj	zonder symptoom, zonder klachten
symptoomloost	=	symptoomloos
symptoomlooste	=	symptoomloos
symptoomloze	=	symptoomloos
symptoomlozer	=	symptoomloos
symptoomlozere	=	symptoomloos
symptoomlozers	=	symptoomloos
symptoompje	=	symptoom
symptoompjes	=	symptoom
synagoge	noun	gebedshuis, gebouw voor joodse godsdienstige bijeenkomst
synagogen	=	synagoge
synagoges	=	synagoge
synagogetje	=	synagoge
synagogetjes	=	synagoge
synagoog	noun	gebedshuis van joden, gebouw voor joodse godsdienstige bijeenkomst
synagoogje	=	synagoge
synagoogjes	=	synagoge
synalgie	noun	pijn in een ander lichaamsdeel dan het zieke of gewonde
synalgietje	=	synalgie
synalgietjes	=	synalgie
synalgieën	=	synalgie
synandrisch	adj	met elkaar vergroeide meeldraden bezittend
synandrische	=	synandrisch
synaps	noun	verbinding tussen twee neuronen waar door middel van neurotransmitters prikkels worden doorgegeven
synapsen	=	synaps
synapsiden	noun	een groep Synapsida van gewervelde dieren die tot de Amniota behoren.
synapsis	noun	paring van chromosomen tijdens de meiose
synapsisje	=	synapsis
synapsisjes	=	synapsis
synapsissen	=	synapsis
synapsje	=	synaps
synapsjes	=	synaps
synaptisch	adj	met betrekking tot onderling contact tussen zenuwcellen
synaptische	=	synaptisch
sync	=	syncen
synce	=	syncen
syncen	verb	synchroniseren, gelijkop laten lopen
syncend	=	syncen
syncende	=	syncen
synchrone	=	synchroon
synchroner	=	synchroon
synchronere	=	synchroon
synchroners	=	synchroon
synchroniciteit	noun	overeenkomstige handelingen of ervaringen op hetzelfde moment
synchroniciteiten	=	synchroniciteit
synchronisatie	noun	het aanbrengen van correlatie naar tijd
synchronisaties	=	synchronisatie
synchronisatietje	=	synchronisatie
synchronisch	adj	van dezelfde tijd
synchronische	=	synchronisch
synchronischer	=	synchronisch
synchronischere	=	synchronisch
synchronischers	=	synchronisch
synchroniseer	=	synchroniseren
synchroniseerde	=	synchroniseren
synchroniseerden	=	synchroniseren
synchroniseeren	=	synchroniseren
synchroniseert	=	synchroniseren
synchronisere	=	synchroniseren
synchroniseren	verb	het tijdsverloop van processen op elkaar afstemmen, technisch meestal gerealiseerd door alle processen synchroon te laten lopen op een klok (-> klokpuls)
synchroniserend	=	synchroniseren
synchroniserende	=	synchroniseren
synchronistisch	adj	gelijktijdig
synchronistische	=	synchronistisch
synchronistischer	=	synchronistisch
synchronistischere	=	synchronistisch
synchronistischers	=	synchronistisch
synchroon	adj	gelijklopend (gelijktijdig ?), gesynchroniseerd door een klokpuls, op elkaar afgestemd wat de tijd betreft
synchroonmotor	noun	elektromotor voor wisselstroom waarvan het toerental in vast verband staat met de frequentie van die stroom
synchroonmotoren	=	synchroonmotor
synchroonmotors	=	synchroonmotor
synchroonmotortje	=	synchroonmotor
synchroonmotortjes	=	synchroonmotor
synchroons	=	synchroon
synchroonst	=	synchroon
synchroonste	=	synchroon
synchroonzwem	=	synchroonzwemmen
synchroonzwemmen	verb	sport waarbij een aantal zwemsters synchroon figuren zwemmen
synchroonzwemmend	=	synchroonzwemmen
synchroonzwemmende	=	synchroonzwemmen
synchrotron	noun	deeltjesversneller voor kleine, subatomaire elektrisch geladen deeltjes
synchrotronnetje	=	synchrotron
synchrotronnetjes	=	synchrotron
synchrotrons	=	synchrotron
synclinaal	noun	gedeelte van een aardplooi waarin de lagen in opwaartse richting holrond liggen
synclinale	noun	gedeelte van een aardplooi waarin de lagen in opwaartse richting holrond liggen
synclinalen	=	synclinale
syncline	noun	een plooi in een gesteentelaag, waarbij het materiaal aan de binnenkant van de plooi jonger is dan dat aan de buitenkant
synclinen	=	syncline
synclines	=	syncline
synclinetje	=	syncline
synclinetjes	=	syncline
syncope	noun	plotseling bewustzijnsverlies
syncope's	=	syncope
syncopen	=	syncope
syncopes	=	syncope
syncopetje	=	syncope
syncopisch	adj	met betrekking tot een syncope (verlegging van de maataccenten)
syncopische	=	syncopisch
syncopischer	=	syncopisch
syncopischere	=	syncopisch
syncopischers	=	syncopisch
syncretisch	adj	waarbij een vermenging van begrippen plaatsheeft
syncretische	=	syncretisch
syncretischer	=	syncretisch
syncretischere	=	syncretisch
syncretischers	=	syncretisch
syncretisme	noun	de versmelting van wijsgerige en religieuze opvattingen en meningen van verschillende herkomsten, zonder dat er een synthese bereikt wordt
syncretistisch	adj	betrekking hebbend op het syncretisme
syncretistische	=	syncretistisch
syncretistischer	=	syncretistisch
syncretistischere	=	syncretistisch
syncretistischers	=	syncretistisch
syncrude	noun	synthetische olie
synct	=	syncen
syncte	=	syncen
syncten	=	syncen
syncytia	=	syncytium
syncytium	noun	tot een massa samengesmolten cellen, waarin wel de celkernen duidelijk te onderscheiden zijn, maar de cellen geen duidelijke grenzen hebben
syncytiumpje	=	syncytium
syncytiumpjes	=	syncytium
syndic	noun	huismeester
syndicaal	adj	van de vakbond, op de vakbond betrekking hebbend
syndicaals	=	syndicaal
syndicaalst	=	syndicaal
syndicaalste	=	syndicaal
syndicaat	noun	organisatie van zakenlieden, opgericht voor industriële of commerciële doeleinden
syndicale	=	syndicaal
syndicaler	=	syndicaal
syndicalere	=	syndicaal
syndicalers	=	syndicaal
syndicalisme	noun	een politieke en economische ideologie die er naar streeft om industrie en regering onder controle van de vakbonden te brengen.
syndicalist	noun	leden van een vakbond
syndicalisten	=	syndicalist
syndicalistisch	adj	betrekking hebbend op het syndicalisme
syndicalistische	=	syndicalistisch
syndicalistischer	=	syndicalistisch
syndicalistischere	=	syndicalistisch
syndicalistischers	=	syndicalistisch
syndicaten	=	syndicaat
syndiceer	=	syndiceren
syndiceerde	=	syndiceren
syndiceerden	=	syndiceren
syndiceert	=	syndiceren
syndicere	=	syndiceren
syndiceren	verb	verschillende personen verzamelen om een syndicaat te vormen
syndicerend	=	syndiceren
syndicerende	=	syndiceren
syndici	=	syndicus
syndics	=	syndic
syndicus	noun	raadgever
syndromen	=	syndroom
syndroom	noun	ziektebeeld, complex van steeds tezamen voorkomende klinische verschijnselen
syndroompje	=	syndroom
syndroompjes	=	syndroom
synecdoche	noun	stijlfiguur waarbij een deel voor het geheel of het geheel voor een deel wordt genoemd bv. 'het groene laken' voor 'het biljart'
synecdoche's	=	synecdoche
synecdocheetje	=	synecdoche
synecdocheetjes	=	synecdoche
synecdochen	=	synecdoche
synecdoches	=	synecdoche
synecdochetje	=	synecdoche
synecologie	noun	leer van milieueigenschappen van levensgemeenschappen in hun geheel
syneresis	noun	samentrekking van twee klinkers in een lettergreep
synergetisch	adj	zo goed kunnen samengaan of samenwerken dat het geheel beter is of meer waarde heeft dan de afzonderlijke onderdelen bij elkaar opgeteld
synergetische	=	synergetisch
synergetischer	=	synergetisch
synergetischere	=	synergetisch
synergetischers	=	synergetisch
synergetischt	=	synergetisch
synergie	noun	situatie waarbij het samengaan van delen groter is dan de som der delen
synergiebonus	noun	extra beloning die aan de topfunctionarissen van fuserende bedrijven wordt uitgekeerd als de fusie een succes blijkt te zijn
synergiebonussen	=	synergiebonus
synergietje	=	synergie
synergietjes	=	synergie
synergieën	=	synergie
synergistisch	adj	betrekking hebbend op synergie of het synergisme
synergistische	=	synergistisch
synergistischer	=	synergistisch
synergistischere	=	synergistisch
synergistischers	=	synergistisch
synergistischt	=	synergistisch
synesthesie	noun	stijlfiguur waarbij er verbinding wordt gelegd tussen twee begrippen uit verschillende zintuigsferen b.v. 'schreeuwende kleuren'
syngas	noun	synthetisch vervaardigd gas
syngasje	=	syngas
syngasjes	=	syngas
syngassen	=	syngas
synodaal	adj	betrekking hebbend op een vergadering van de hoge geestelijkheid
synodaals	=	synodaal
synodaalst	=	synodaal
synodaalste	=	synodaal
synodale	=	synodaal
synodaler	=	synodaal
synodalere	=	synodaal
synodalers	=	synodaal
synode	noun	kerkvergadering
synoden	=	synode
synodes	=	synode
synodisch	adj	overeenkomend met de besluiten van een kerkvergadering
synodische	=	synodisch
synodischer	=	synodisch
synodischere	=	synodisch
synodischers	=	synodisch
synofrys	noun	aaneengroeiing van beide wenkbrauwen
synoniem	noun	woord met dezelfde betekenis als een ander woord in dezelfde taal
synonieme	=	synoniem
synoniemen	=	synoniem
synoniemenlijst	noun	lijst met woorden die een gelijke betekenis hebben
synoniemenlijsten	=	synoniemenlijst
synoniemenlijstje	=	synoniemenlijst
synoniemenlijstjes	=	synoniemenlijst
synoniemenwoordenboek	noun	woordenboek waarin bij een trefwoord geen verklaring wordt gegeven, maar een of meer synoniemen
synoniemenwoordenboeken	=	synoniemenwoordenboek
synoniemenwoordenboekje	=	synoniemenwoordenboek
synoniemenwoordenboekjes	=	synoniemenwoordenboek
synoniempje	=	synoniem
synoniempjes	=	synoniem
synoniems	=	synoniem
synontologie	noun	leer van de opeenvolging der vegetaties
synonymie	noun	het synoniem zijn
synopsis	noun	een beknopte weergave, een overzicht
synopsisje	=	synopsis
synopsisjes	=	synopsis
synopsissen	=	synopsis
synoptici	noun	benaming voor de evangelisten Mattheus, Marcus en Lucas
synoptisch	adj	betreffende de weersituatie over een groot gebied
synoptische	=	synoptisch
synoptischer	=	synoptisch
synoptischere	=	synoptisch
synoptischers	=	synoptisch
synovia	noun	slijmvliesbekleding van de gewrichtsholten
synoviaal	adj	met betrekking tot de slijmvliesbekleding van gewricht
synoviaals	=	synoviaal
synoviale	=	synoviaal
synovitis	noun	gewrichtsontsteking
syntactisch	adj	betrekking hebbend op de syntaxis, de zinsbouw
syntactische	=	syntactisch
syntactischer	=	syntactisch
syntactischere	=	syntactisch
syntactischers	=	syntactisch
syntagma	noun	een betekenisvolle opeenvolging van woorden in de vorm van een zinsdeel of hele zin
syntagma's	=	syntagma
syntagmata	=	syntagma
syntagmatisch	adj	betrekking hebbend op de bouw van zinnen en woordgroepen
syntagmatische	=	syntagmatisch
syntagmatischer	=	syntagmatisch
syntagmatischere	=	syntagmatisch
syntagmatischers	=	syntagmatisch
syntax	noun	speciale spelling in informatica
syntaxen	=	syntax
syntaxis	noun	de wetenschap die de zinsbouw in talen bestudeert
syntaxissen	=	syntaxis
syntaxje	=	syntax
syntaxjes	=	syntax
synthese	noun	een samenvoeging van ongelijksoortige zaken, zodat er iets nieuws uit ontstaat
synthesegas	noun	synthetisch vervaardigd gas
synthesegasje	=	synthesegas
synthesegasjes	=	synthesegas
synthesegassen	=	synthesegas
synthesen	=	synthese
syntheses	=	synthese
synthesetje	=	synthese
synthesetjes	=	synthese
synthesizer	noun	muziekinstrument waarmee d.m.v. toetsen, programma's digitale klanken worden voortgebracht
synthesizers	=	synthesizer
synthesizertje	=	synthesizer
synthesizertjes	=	synthesizer
synthetisch	adj	op kunstmatige manier gefabriceerd
synthetische	=	synthetisch
synthetischer	=	synthetisch
synthetischere	=	synthetisch
synthetischers	=	synthetisch
synthetiseer	=	synthetiseren
synthetiseerde	=	synthetiseren
synthetiseerden	=	synthetiseren
synthetiseeren	=	synthetiseren
synthetiseert	=	synthetiseren
synthetisere	=	synthetiseren
synthetiseren	verb	langs kunstmatige, chemische weg bereiden door de opbouw van grotere moleculen
synthetiserend	=	synthetiseren
synthetiserende	=	synthetiseren
synthipop	noun	stroming in de popmuziek waarin synthesizers het belangrijkste element vormen
syrah	noun	soort druif en de daarvan gemaakte wijn
syrahs	=	syrah
syrahtje	=	syrah
syrahtjes	=	syrah
syrdarjaschoffelneussteur	noun	Pseudoscaphirhynchus fedtschenkoi een straalvinnige vissensoort uit de familie van steuren (Acipenseridae).
syrdarjaschoffelneussteuren	=	syrdarjaschoffelneussteur
syrdarjaschoffelneussteurtje	=	syrdarjaschoffelneussteur
syrdarjaschoffelneussteurtjes	=	syrdarjaschoffelneussteur
syringes	=	syrinx
syrinx	noun	'spraak'orgaan van een vogels
syrinxen	=	syrinx
syrisch	adj	op Syrië betrekking hebbend
syrisch-orthodox	adj	van, betreffende de in 37 n.Chr. in Antiochië, het tegenwoordige Antakya in Zuid-Turkije, gestichte christelijke kerk
syrisch-orthodoxe	=	syrisch-orthodox
syrisch-orthodoxer	=	syrisch-orthodox
syrisch-orthodoxere	=	syrisch-orthodox
syrisch-orthodoxers	=	syrisch-orthodox
syrisch-orthodoxt	=	syrisch-orthodox
syrisch-orthodoxte	=	syrisch-orthodox
syrische	noun	een vrouwelijke inwoner van Syrië, of een vrouw afkomstig uit Syrië
syrischen	=	syrische
syrischer	=	syrisch
syrischere	=	syrisch
syrischers	=	syrisch
syrischt	=	syrisch
syriëganger	noun	iemand die naar Syrië reist om daar mee te doen aan de strijd van de islamitische staat
syriëgangers	=	syriëganger
syriër	noun	een inwoner van Syrië, of iemand afkomstig uit Syrië
syriërs	=	syriër
systeem	noun	een uit meerdere interagerende onderdelen bestaand stelsel dat als geheel toegevoegde eigenschappen heeft
systeemanalist	noun	een expert in, en uitvoerder van systeemanalyse
systeemanalisten	=	systeemanalist
systeemanalistje	=	systeemanalist
systeemanalistjes	=	systeemanalist
systeemanalyse	noun	een interdiscipline tussen informatie en bedrijfskunde, gericht op het analyseren van systemen, voorafgaande aan reorganisatie en of automatisering van bedrijfsprocessen
systeemanalysen	=	systeemanalyse
systeemanalyses	=	systeemanalyse
systeemanalysetje	=	systeemanalyse
systeemanalysetjes	=	systeemanalyse
systeembank	noun	een bank waarvan een faillissement de potentie heeft om het financiële systeem en de reële economie ernstige schade te berokkenen
systeembanken	=	systeembank
systeembankje	=	systeembank
systeembankjes	=	systeembank
systeembeheer	noun	het beheer van één of meerdere computersystemen en of informatiesystemen
systeembeheerder	noun	een beheerder van één of meerdere computersystemen en of informatiesystemen
systeembeheerders	=	systeembeheerder
systeembeheerdertje	=	systeembeheerder
systeembeheerdertjes	=	systeembeheerder
systeembekisting	noun	de bekistingen voor het storten van betonwanden opgebouwd uit afzonderlijke elementen, die een geheel systeem vormen
systeembekistingen	=	systeembekisting
systeembenadering	noun	een werkwijze om verschijnselen te bestuderen als een geheel met een onderlinge samenhang en een wisselwerking met de omgeving
systeembenaderingen	=	systeembenadering
systeembiologie	noun	de wetenschap die biologische systemen bestudeert als een geheel
systeembouw	noun	een bouwproject opgebouwd uit verschillende gelijksoortige delen
systeembouwer	noun	een bouwer van systeembouw
systeembouwers	=	systeembouwer
systeembouwertje	=	systeembouwer
systeembouwertjes	=	systeembouwer
systeemcamera	noun	een (digitale) camera met verwisselbare lenzen zonder een (opklapbare) spiegel voor het zoekersysteem
systeemcamera's	=	systeemcamera
systeemdenken	noun	een gestructureerd denken in de theorie en praktijk, waarbij de verschijnselen worden beschreven in termen van systemen en processen
systeemdiagnose	noun	een diagnose gesteld in een systeemtherapie
systeemdiagnosen	=	systeemdiagnose
systeemdiagnoses	=	systeemdiagnose
systeemdiagnosetje	=	systeemdiagnose
systeemdiagnosetjes	=	systeemdiagnose
systeemdiagnostiek	noun	het geheel van diagnosemiddelen voor systeemtherapie
systeemdwang	noun	verschijnsel dat de inrichting van het systeem een verplicht gedrag oplegt
systeemeigenschap	noun	een eigenschap van een systeem
systeemeigenschapje	=	systeemeigenschap
systeemeigenschapjes	=	systeemeigenschap
systeemeigenschappen	=	systeemeigenschap
systeemfout	noun	een fout die in de aard van iets zit ingebakken
systeemfouten	=	systeemfout
systeemfoutje	=	systeemfout
systeemfoutjes	=	systeemfout
systeemfunctie	noun	een functie van een systeem
systeemfuncties	=	systeemfunctie
systeemgericht	adj	gebaseerd op een bepaald systeem, of volgens de richtlijnen van zo'n systeem
systeemgerichte	=	systeemgericht
systeemgerichter	=	systeemgericht
systeemgerichtere	=	systeemgericht
systeemgerichters	=	systeemgericht
systeemgerichts	=	systeemgericht
systeemgerichtst	=	systeemgericht
systeemgerichtste	=	systeemgericht
systeemheer	noun	persoon uit de elite.
systeemheertje	=	systeemheer
systeemheertjes	=	systeemheer
systeemheren	=	systeemheer
systeemintegratie	noun	de integratie van deelsystemen in een overkoepelend systeem
systeemintegraties	=	systeemintegratie
systeeminterventie	noun	een interventie in een systeemtherapie, waarbij een complex aan maatregelen wordt genomen
systeeminterventies	=	systeeminterventie
systeeminterventietje	=	systeeminterventie
systeeminterventietjes	=	systeeminterventie
systeemkaart	noun	kaart uit een kaartsysteem
systeemkaarten	=	systeemkaart
systeemkaartje	=	systeemkaart
systeemkaartjes	=	systeemkaart
systeemkennis	noun	het beschrijven en begrijpen van de onderdelen van een systeem en de verbanden tussen de verschillende onderdelen van dat systeem
systeemkunde	noun	de tak van wetenschap die het analyseren en ontwerpen van technische en organisatorische systemen bestudeert
systeemleer	noun	de systeemkunde
systeemloos	adj	het ontbreken van een bepaald systeem in een gegeven situatie of omgeving
systeemloost	=	systeemloos
systeemlooste	=	systeemloos
systeemloze	=	systeemloos
systeemlozer	=	systeemloos
systeemlozere	=	systeemloos
systeemlozers	=	systeemloos
systeemmannetje	noun	iemand die de eigenaardigheden van het sociale of politieke systeem waarbinnen hij opereert goed weet te benutten, maar geheel wars is van morele verantwoordelijkheid of idealisme
systeemmannetjes	=	systeemmannetje
systeemmeubelen	noun	meubelen veelal voor kantoorinrichting, die systematisch met verschillende onderdelen zijn op te bouwen en te combineren
systeemmodel	noun	een al dan niet specifieke systematische voorstelling van zaken
systeemmodellen	=	systeemmodel
systeemmodelletje	=	systeemmodel
systeemmodelletjes	=	systeemmodel
systeemonderzoek	noun	een systematische wijze van onderzoek
systeemonderzoeken	=	systeemonderzoek
systeemonderzoekje	=	systeemonderzoek
systeemonderzoekjes	=	systeemonderzoek
systeemontwerp	noun	het al dan niet specifieke ontwerp van een systeem
systeemontwerpen	=	systeemontwerp
systeemontwerper	noun	de ontwerper van een systeem
systeemontwerpers	=	systeemontwerper
systeemontwerpertje	=	systeemontwerper
systeemontwerpertjes	=	systeemontwerper
systeemontwerpje	=	systeemontwerp
systeemontwerpjes	=	systeemontwerp
systeemontwikkeling	noun	de ontwikkeling van een systeem; met de ontwerp en de constructie van een nieuw systeem, of de modificatie van een bestaand systeem
systeemontwikkelingen	=	systeemontwikkeling
systeemopzet	noun	de opzet en samenstelling van een systeem
systeemopzetje	=	systeemopzet
systeemopzetjes	=	systeemopzet
systeemopzetten	=	systeemopzet
systeempje	=	systeem
systeempjes	=	systeem
systeemplafond	noun	een plafond opgebouwd uit verschillende veelal losse of demontabele onderdelen
systeemplafondje	=	systeemplafond
systeemplafondjes	=	systeemplafond
systeemplafonds	=	systeemplafond
systeemplafonnetje	=	systeemplafond
systeemplafonnetjes	=	systeemplafond
systeemprogrammaturen	=	systeemprogrammatuur
systeemprogrammatuur	noun	geheel van computerprogramma's dat de interne werking van het computersysteem regelt
systeempsychologie	noun	een tak van toegepaste psychologie gericht op de studie van menselijk gedrag en ervaring in complexe systemen
systeempsychologieën	=	systeempsychologie
systeemrisico	noun	een risico wat aan het systeem als geheel en aan het complex van deelsystemen is verbonden
systeemrisico's	=	systeemrisico
systeemrisicootje	=	systeemrisico
systeemrisicootjes	=	systeemrisico
systeemsoftware	noun	stuk software dat deel is van het besturingssysteem
systeemtheorie	noun	methodische verklarende beschrijving van een geheel dat uit onderdelen bestaat die in een blijvende wisselwerking met elkaar en een omgeving staan, zoals die voorkomen in natuur, techniek en maatschappij
systeemtheorietje	=	systeemtheorie
systeemtheorietjes	=	systeemtheorie
systeemtheorieën	=	systeemtheorie
systeemtherapeut	noun	de therapeut in een systeemtherapie
systeemtherapeute	noun	de therapeute in een systeemtherapie
systeemtherapeuten	=	systeemtherapeut
systeemtherapeutje	=	systeemtherapeut
systeemtherapeutjes	=	systeemtherapeut
systeemtherapie	noun	een koepelterm voor alle methodieken en strategieën die gebruikt worden in de begeleiding en behandeling van gezinnen met allerlei psychosociale moeilijkheden
systeemtherapieën	=	systeemtherapie
systeemtijd	noun	de tijd die een computersysteem intern hanteert en extern aangeeft
systeemtijden	=	systeemtijd
systeemverandering	noun	een fundamentele verschuiving in de structuur, spelregels en onderliggende patronen van een maatschappij of organisatie, in plaats van slechts een kleine aanpassing
systeemveranderingen	=	systeemverandering
systeemveranderingetje	=	systeemverandering
systeemveranderingetjes	=	systeemverandering
systeemverantwoordelijke	noun	een persoon verantwoordelijk voor het blijven functioneren van het gehele systeem
systeemverantwoordelijken	=	systeemverantwoordelijke
systeemverf	noun	een verf die dient als grondverf en aflak
systeemverfje	=	systeemverf
systeemverfjes	=	systeemverf
systeemverven	=	systeemverf
systeemwand	noun	een wand opgebouwd uit verschillende delen die veelal niet verschuifbaar zijn
systeemwanden	=	systeemwand
systeemwandje	=	systeemwand
systeemwandjes	=	systeemwand
systeemwetenschap	noun	de wetenschap gebaseerd op het systeemdenken
systeemwetenschappen	=	systeemwetenschap
systeemwijziging	noun	een fundamentele aanpassing in de wijze waarop een organisatie, proces of boekhoudkundig stelsel is ingericht.
systeemwijzigingen	=	systeemwijziging
systeemwijzigingetje	=	systeemwijziging
systeemwijzigingetjes	=	systeemwijziging
systema	=	systeem
systematici	=	systematicus
systematicus	noun	een persoon die systematisch te werk gaat
systematiek	noun	een aangebrachte ordening
systematieken	=	systematiek
systematisch	adj	stelselmatig, ordelijk volgens een systeem opgezet
systematische	=	systematisch
systematischer	=	systematisch
systematischere	=	systematisch
systematischers	=	systematisch
systematischt	=	systematisch
systematischte	=	systematisch
systematiseer	=	systematiseren
systematiseerde	=	systematiseren
systematiseerden	=	systematiseren
systematiseert	=	systematiseren
systematisere	=	systematiseren
systematiseren	verb	het stelselmatig ordenen volgens een vooropgezet systeem
systematiserend	=	systematiseren
systematiserende	=	systematiseren
systematisering	noun	een aangebrachte ordening
systematiseringen	=	systematisering
systemen	=	systeem
systemisch	adj	het complexe geheel van interacties binnen het systeem en tussen sub-systemen betreffend
systemische	=	systemisch
systemischer	=	systemisch
systemischere	=	systemisch
systemischers	=	systemisch
systole	noun	samentrekking van de spierwand van het hart
systolen	=	systole
systoles	=	systole
systoletje	=	systole
systoletjes	=	systole
systolisch	adj	met betrekking tot de samentrekking van de hartkamers (systole)
systolische	=	systolisch
systolischer	=	systolisch
systolischere	=	systolisch
systolischers	=	systolisch
syzygie	noun	samenkoppeling van twee afzonderlijke zaken
syzygieën	=	syzygie
szechwanboszanger	noun	Phylloscopus yunnanensis een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
szechwanboszangers	=	szechwanboszanger
szechwanboszangertje	=	szechwanboszanger
szechwanboszangertjes	=	szechwanboszanger
sãofranciscogors	noun	Arremon franciscanus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
sãofranciscogorsje	=	sãofranciscogors
sãofranciscogorsjes	=	sãofranciscogors
sãofranciscogorzen	=	sãofranciscogors
sãofranciscomoortiran	noun	Knipolegus franciscanus een zangvogel uit de familie der tirannen (Tyrannidae)
sãofranciscomoortirannen	=	sãofranciscomoortiran
sãofranciscomoortirannetje	=	sãofranciscomoortiran
sãofranciscomoortirannetjes	=	sãofranciscomoortiran
sãopaulolooftiran	noun	Phylloscartes paulista een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae).
sãopaulolooftirannen	=	sãopaulolooftiran
sãopaulolooftirannetje	=	sãopaulolooftiran
sãopaulolooftirannetjes	=	sãopaulolooftiran
sãopaulostruikgors	noun	Arremon semitorquatus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
sãopaulostruikgorsje	=	sãopaulostruikgors
sãopaulostruikgorsjes	=	sãopaulostruikgors
sãopaulostruikgorzen	=	sãopaulostruikgors
sèvres	noun	Frans porselein afkomstig uit Sèvres
sédula	noun	identiteitsdocument voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
sédula's	=	sédula
séjour	noun	verblijf
séjours	=	séjour
sérieux	noun	ernst
t	noun	de twintigste letter van het alfabet
t'huis	=	thuis
t's	=	t
t'tje	=	t
t'tjes	=	t
t-balk	noun	langgerekt, stijf bouwmateriaal met een dwarsdoorsnede die de vorm heeft van een hoofdletter T
t-balken	=	t-balk
t-balkje	=	t-balk
t-balkjes	=	t-balk
t-bonesteak	noun	spierweefsel aan een stuk rugwervel uit de dunne lende van een rund, dat culinair hoog gewaardeerd wordt
t-bonesteaks	=	t-bonesteak
t-formulier	noun	teruggaveformulier van de belastingdienst
t-formulieren	=	t-formulier
t-formuliertje	=	t-formulier
t-formuliertjes	=	t-formulier
t-kruising	noun	driesprong waarbij twee armen in elkaars verlengde liggen, waar de derde arm loodrecht op staat
t-kruisingen	=	t-kruising
t-shirt	noun	dun kledingstuk voor het bovenlichaam met korte mouwen en zonder kraag
t-shirtbeha	noun	lichte, gladde beha die men onder strakke kleding kan dragen
t-shirtbeha's	=	t-shirtbeha
t-shirtbehaatje	=	t-shirtbeha
t-shirtbehaatjes	=	t-shirtbeha
t-shirtje	=	t-shirt
t-shirtjes	=	t-shirt
t-shirts	=	t-shirt
t-splitsing	noun	driesprong waarbij twee armen in elkaars verlengde liggen, waar de derde arm loodrecht op staat
t-splitsingen	=	t-splitsing
t-vormig	adj	met de vorm van de hoofdletter T
t-vormige	=	t-vormig
t-vormiger	=	t-vormig
t-vormigere	=	t-vormig
t-vormigers	=	t-vormig
t-vormigs	=	t-vormig
t-vormigst	=	t-vormig
t-vormigste	=	t-vormig
taai	adj	moeizaam en plastisch vervormend onder mechanische belasting
taaie	noun	iemand die niet snel opgeeft
taaien	=	taaie
taaier	=	taai
taaiere	=	taai
taaiers	=	taai
taaiheden	=	taaiheid
taaiheid	noun	het vermogen energie op te nemen door te vervormen zonder te breken
taaipop	noun	platte koek van taaitaai in de vorm van een pop
taaipopje	=	taaipop
taaipopjes	=	taaipop
taaipoppen	=	taaipop
taais	=	taai
taaislijmziekte	noun	een erfelijke aandoening van de exocriene klieren, gekenmerkt door de afscheiding van taai (visceus) slijm (mucus)
taaislijmziekten	=	taaislijmziekte
taaislijmziektes	=	taaislijmziekte
taaist	=	taai
taaiste	=	taai
taaitaai	noun	taaie en bruine soort koek, vooral genuttigd tijdens het Sinterklaasfeest
taaitaaien	=	taaitaai
taaitaaipop	noun	taaie en bruine soort koek met de vorm van een mens, vooral gegeten tijdens het Sinterklaasfeest
taaitaaipopje	=	taaitaaipop
taaitaaipopjes	=	taaitaaipop
taaitaaipoppen	=	taaitaaipop
taaitaaipoppetje	=	taaitaaipop
taaitaaipoppetjes	=	taaitaaipop
taaitaaitje	=	taaitaai
taak	noun	een te verrichten werk
taakafbakening	noun	het bepalen van wat de grenzen zijn van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van iets of iemand
taakafbakeningen	=	taakafbakening
taakanalist	noun	iemand die onderzoek verricht naar de vereisten voor de juiste vervulling van een bepaalde taak in een onderneming of organisatie
taakanalisten	=	taakanalist
taakanalyse	noun	onderzoek naar de vereisten voor de juiste vervulling van een bepaalde taak in een organisatie of onderneming
taakanalysen	=	taakanalyse
taakanalyses	=	taakanalyse
taakbalk	noun	onderdeel van een grafische gebruikersomgeving.
taakbalken	=	taakbalk
taakbalkje	=	taakbalk
taakbalkjes	=	taakbalk
taakbelasting	noun	de hoeveelheid tijd en moeite het kost om een bepaalde taak te vervullen
taakbelastingen	=	taakbelasting
taakgebied	noun	alles wat tot iemands verantwoordelijkheid en bevoegdheid behoort
taakgebieden	=	taakgebied
taakgericht	adj	de mate waarin iemand streeft naar het behalen van een gesteld doel
taakgerichte	=	taakgericht
taakgerichter	=	taakgericht
taakgerichtere	=	taakgericht
taakgerichters	=	taakgericht
taakgerichts	=	taakgericht
taakgerichtst	=	taakgericht
taakgerichtste	=	taakgericht
taakgroep	noun	groep personen die een bepaalde taak uitvoert
taakgroepen	=	taakgroep
taakgroepje	=	taakgroep
taakgroepjes	=	taakgroep
taakje	=	taak
taakjes	=	taak
taakleerkracht	noun	leraar die leerlingen helpt die leerproblemen hebben (in het Belgisch basisonderwijs)
taakleerkrachten	=	taakleerkracht
taakleraar	noun	leraar die leerlingen (individueel of in kleine groep) tracht bij te werken die wat achterop zijn geraakt
taakleraars	=	taakleraar
taakleraren	=	taakleraar
taakomroep	noun	een omroep zonder leden die een bepaalde taak heeft binnen de publieke omroep
taakomroepen	=	taakomroep
taakomschrijving	noun	omschrijving van iemands taak of functie en zijn bevoegdheden, meestal schriftelijk vastgelegd
taakomschrijvingen	=	taakomschrijving
taakomschrijvinkje	=	taakomschrijving
taakomschrijvinkjes	=	taakomschrijving
taakomvang	noun	omschrijving van iemands taak of functie en zijn bevoegdheden
taakomvangen	=	taakomvang
taakopdracht	noun	de taak die aan iets of iemand is opgedragen door een opdrachtgever
taakopdrachten	=	taakopdracht
taakopdrachtje	=	taakopdracht
taakopdrachtjes	=	taakopdracht
taakopvatting	noun	dat wat een persoon of organisatie zelf denkt dat hij of zij moet doen
taakopvattingen	=	taakopvatting
taakspecialisatie	noun	een taak verdelen in verschillende kleinere deeltaken
taakspecialisaties	=	taakspecialisatie
taakstellend	adj	met een verplichtend karakter
taakstellende	=	taakstellend
taakstellender	=	taakstellend
taakstellendere	=	taakstellend
taakstellenders	=	taakstellend
taakstellends	=	taakstellend
taakstellendst	=	taakstellend
taakstellendste	=	taakstellend
taakstelling	noun	wat iemand moet doen als onderdeel van een groter plan
taakstellingen	=	taakstelling
taakstraf	noun	een door de rechter opgelegde straf waarbij de veroordeelde een bepaald aantal uren verplicht en zonder betaald te worden moet werken
taakstraffen	=	taakstraf
taakstrafje	=	taakstraf
taakstrafjes	=	taakstraf
taakt	=	taak
taakte	=	taak
taakten	=	taak
taakuitbreiding	noun	het vergroten van het aantal taken dat iets of iemand moet (en mag) uitvoeren
taakuitbreidingen	=	taakuitbreiding
taakuitbreidinkje	=	taakuitbreiding
taakuitbreidinkjes	=	taakuitbreiding
taakuitoefening	noun	het praktisch handelen dat nodig is om een plicht uit te voeren
taakuitoefeningen	=	taakuitoefening
taakuitvoering	noun	het praktisch handelen dat nodig is om een plicht te vervullen
taakuitvoeringen	=	taakuitvoering
taakuren	=	taakuur
taakuur	noun	voor een leraar een tijd die gebruikt wordt voor een andere taak dan lesgeven
taakveld	noun	de onderwerpen waar iets of iemand zich bij zijn werk moet bezighouden
taakvelden	=	taakveld
taakverbreding	noun	proces waarbij een medewerker meer taken krijgt die op hetzelfde niveau liggen als de huidige werkzaamheden.
taakverbredingen	=	taakverbreding
taakverbredinkje	=	taakverbreding
taakverbredinkjes	=	taakverbreding
taakverdeling	noun	het resultaat van in stukken knippen van een taak of proces en het distribueren van die taken over verschillende personen, instanties of zaken.
taakverdelingen	=	taakverdeling
taakverdelinkje	=	taakverdeling
taakverdelinkjes	=	taakverdeling
taakverlichting	noun	het verminderen van de werklast
taakverlichtingen	=	taakverlichting
taakverrijking	noun	het interessanter, boeiender en afwisselender maken van iemands werk
taakverrijkingen	=	taakverrijking
taakverrijkinkje	=	taakverrijking
taakverrijkinkjes	=	taakverrijking
taakverruiming	noun	de inhoud van iemands werk uitbreiden
taakverruimingen	=	taakverruiming
taakvervulling	noun	het praktisch uitvoeren van de werkzaamheden die iemand dient te doen
taakvervullingen	=	taakvervulling
taakverzwaring	noun	het uitbreiden van wat iemand moet doen; het laten toenemen van de werklast
taakverzwaringen	=	taakverzwaring
taal	noun	systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke vastlegging hiervan
taalaanbod	noun	alle taaluitingen waaraan iemand wordt blootgesteld
taalachterstand	noun	een achterstand in de beheersing van de taal
taalachterstanden	=	taalachterstand
taalachterstandje	=	taalachterstand
taalachterstandjes	=	taalachterstand
taaladvies	noun	een advies rond taalkundige kwesties
taaladviesdienst	noun	organisatie die advies geeft over taalproblemen; organisatie die vragen over taal beantwoord
taaladviesdiensten	=	taaladviesdienst
taaladviesje	=	taaladvies
taaladviesjes	=	taaladvies
taaladviezen	=	taaladvies
taaladviseur	noun	iemand die toezicht houdt op het taalgebruik van medewerkers en adviseert bij taalproblemen
taaladviseurs	=	taaladviseur
taaladviseurtje	=	taaladviseur
taaladviseurtjes	=	taaladviseur
taalarm	adj	een gebrekkige taalbeheersing en woordenschat hebbend
taalarme	=	taalarm
taalarmer	=	taalarm
taalarmere	=	taalarm
taalarmers	=	taalarm
taalarmoede	noun	een gebrekkige ontwikkeling van de taalbeheersing en de woordenschat
taalarms	=	taalarm
taalarmst	=	taalarm
taalarmste	=	taalarm
taalatlas	noun	een verzameling van taalkaarten of dialectkaarten
taalatlasje	=	taalatlas
taalatlasjes	=	taalatlas
taalatlassen	=	taalatlas
taalbad	noun	een verblijf in een omgeving waar een vreemde taal gesproken wordt om de beheersing van die vreemde taal te verbeteren
taalbaden	=	taalbad
taalbadje	=	taalbad
taalbadjes	=	taalbad
taalbarrière	noun	een belemmering in de communicatie, veroorzaakt door het verschil in taal
taalbarrières	=	taalbarrière
taalbarrièretje	=	taalbarrière
taalbarrièretjes	=	taalbarrière
taalbederf	noun	het op een foute manier gebruiken van de taal door het maken van taalfouten, het niet goed gebruiken van woorden, het gebruiken van woorden die niet tot de gebezigde taal behoren e.d.
taalbegrip	noun	taalinzicht
taalbegripje	=	taalbegrip
taalbegripjes	=	taalbegrip
taalbegrippen	=	taalbegrip
taalbeheerser	noun	iemand die het vak taalbeheersing beoefent
taalbeheersers	=	taalbeheerser
taalbeheersing	noun	vermogen zich te kunnen uitdrukken in een of meer talen
taalbeheersingen	=	taalbeheersing
taalbeleid	noun	strategie om gewenste doelen op het gebied van taalgebruik en taalonderwijs te bereiken
taalbeschouwing	noun	het onderzoeken van de taal; de opvattingen die men heeft over de taal; het beoordelen van de taal
taalbeschouwingen	=	taalbeschouwing
taalbeweging	noun	een organisatie die het gebruik van en het onderwijs in een bepaalde taal wil bevorderen
taalbewegingen	=	taalbeweging
taalbeweginkje	=	taalbeweging
taalbeweginkjes	=	taalbeweging
taalbewustzijn	noun	het belang van (de eigen) taal inzien
taalbiografie	noun	een levensverhaal over wat taal in het algemeen voor iemand betekent
taalbiografietje	=	taalbiografie
taalbiografietjes	=	taalbiografie
taalbiografieën	=	taalbiografie
taalboek	noun	boek om een taal te leren.
taalboeken	=	taalboek
taalboekje	=	taalboek
taalboekjes	=	taalboek
taalbuddy	noun	vrijwilliger die iemand die de Nederlandse taal nog niet meester is te helpen Nederlands te leren
taalbuddy's	=	taalbuddy
taalcentra	=	taalcentrum
taalcentrum	noun	organisatie die zich bezighoudt met zaken die te maken hebben met taal
taalcentrums	=	taalcentrum
taalcoach	noun	begeleider bij personen in hun taalgebruik
taalcoaches	=	taalcoach
taalcompensatie	noun	geleidelijke opheffing van taalachterstand bij o.a. dialectsprekende kinderen
taalcompensaties	=	taalcompensatie
taalcompetentie	noun	het vermogen om een taal voort te brengen en te begrijpen
taalcompetenties	=	taalcompetentie
taalconflict	noun	con­flict over de sta­tus en het ge­bruik van een taal
taalconflicten	=	taalconflict
taalconflictje	=	taalconflict
taalconflictjes	=	taalconflict
taalconsulent	noun	taalkundige, belast met het begeleiden van anderstalige minderheden
taalconsulenten	=	taalconsulent
taalcursus	noun	een cursus met als doel, het aanleren van een taal
taalcursusje	=	taalcursus
taalcursusjes	=	taalcursus
taalcursussen	=	taalcursus
taalde	=	talen
taalden	=	talen
taaldeskundige	noun	iemand die verstand heeft van taal
taaldeskundigen	=	taaldeskundige
taaldiversiteit	noun	verscheidenheid in taalgebruik in een bepaald gebied
taaldiversiteiten	=	taaldiversiteit
taaldomein	noun	groep spreeksituaties die voor sprekers iets verwants hebben
taaldomeinen	=	taaldomein
taaldomeintje	=	taaldomein
taaldomeintjes	=	taaldomein
taaleenheden	=	taaleenheid
taaleenheid	noun	het één zijn door het hebben van een gemeenschappelijke taal
taaleigen	noun	uitdrukkingen en zegswijzen uit een bepaalde taal
taaleigens	=	taaleigen
taaleigentje	=	taaleigen
taaleigentjes	=	taaleigen
taaleiland	noun	taalgebied dat geïsoleerd ligt binnen een ander taalgebied.
taaleilanden	=	taaleiland
taaleilandje	=	taaleiland
taaleilandjes	=	taaleiland
taaleis	noun	voorwaarde die betrekking heeft op het gebied van de taalvaardigheid
taaleisen	=	taaleis
taalexamen	noun	toets waarmee men kan bepalen hoeveel taalkennis en taalvaardigheid iemand heeft
taalexamens	=	taalexamen
taalexamentje	=	taalexamen
taalexamentjes	=	taalexamen
taalfamilie	noun	talengroepen die een zelfde voorgeschiedenis hebben
taalfamilies	=	taalfamilie
taalfamilietje	=	taalfamilie
taalfamilietjes	=	taalfamilie
taalfilosofe	=	taalfilosoof
taalfilosofen	=	taalfilosoof
taalfilosofie	noun	filosofisch onderzoek naar de aard van de taal in haar relatie tot de werkelijkheid
taalfilosofietje	=	taalfilosofie
taalfilosofietjes	=	taalfilosofie
taalfilosofieën	=	taalfilosofie
taalfilosoof	noun	iemand die de wijsbegeerte van de taal beoefent
taalfout	noun	een fout tegen de grammatica van een taal
taalfouten	=	taalfout
taalfoutje	=	taalfout
taalfoutjes	=	taalfout
taalgebied	noun	een gebied waar een bepaalde taal gesproken wordt
taalgebieden	=	taalgebied
taalgebiedje	=	taalgebied
taalgebiedjes	=	taalgebied
taalgebonden	adj	van iets dat het een noodzakelijk verband heeft met taal
taalgebondener	=	taalgebonden
taalgebondeners	=	taalgebonden
taalgebondens	=	taalgebonden
taalgebondenst	=	taalgebonden
taalgebondenste	=	taalgebonden
taalgebruik	noun	de manier waarop een taal wordt gebruikt b.v. vulgair, informeel, ongemarkeerd, formeel of archaïsch
taalgebruiken	=	taalgebruik
taalgebruiker	noun	iemand die in een bepaalde taal schrijft en spreekt
taalgebruikers	=	taalgebruiker
taalgebruikertje	=	taalgebruiker
taalgebruikertjes	=	taalgebruiker
taalgebruikje	=	taalgebruik
taalgebruikjes	=	taalgebruik
taalgedrag	noun	het gebruikmaken van taal
taalgeleerde	noun	wetenschapper die een taal bestudeert
taalgeleerden	=	taalgeleerde
taalgemeenschap	noun	een grote samenlevende groep die dezelfde taal gebruikt
taalgemeenschapje	=	taalgemeenschap
taalgemeenschapjes	=	taalgemeenschap
taalgemeenschappen	=	taalgemeenschap
taalgeschiedenis	noun	de geschiedenis van de talen
taalgeschiedenisje	=	taalgeschiedenis
taalgeschiedenisjes	=	taalgeschiedenis
taalgeschiedenissen	=	taalgeschiedenis
taalgevoel	noun	het vermogen om het juiste gebruik van een taal aan te voelen
taalgevoelens	=	taalgevoel
taalgevoelig	adj	van een persoon dat deze makkelijk een taal kan aanleren
taalgevoelige	=	taalgevoelig
taalgevoeliger	=	taalgevoelig
taalgevoeligere	=	taalgevoelig
taalgevoeligers	=	taalgevoelig
taalgevoeligheden	=	taalgevoeligheid
taalgevoeligheid	noun	de mate waarin iemand in staat is een nieuwe taal te leren
taalgevoeligs	=	taalgevoelig
taalgevoeligst	=	taalgevoelig
taalgevoeligste	=	taalgevoelig
taalgids	noun	een boek (meestal in klein en dun formaat) dat gebruikt kan worden als beknopt naslagwerk voor onderweg of studie m.b.t. een (vreemde) taal, tegenwoordig vaak ook digitaal aangeleverd
taalgidsen	=	taalgids
taalgidsje	=	taalgids
taalgidsjes	=	taalgids
taalgrap	noun	gebruik van een taalkundige eigenaardigheid om de lachlust op te wekken
taalgrapje	=	taalgrap
taalgrapjes	=	taalgrap
taalgrappen	=	taalgrap
taalgrens	noun	grens van een taalgebied
taalgrensje	=	taalgrens
taalgrensjes	=	taalgrens
taalgrenzen	=	taalgrens
taalgroep	noun	een groep aan elkaar verwante talen of taalvariëteiten
taalgroepen	=	taalgroep
taalgroepje	=	taalgroep
taalgroepjes	=	taalgroep
taalhandeling	noun	taaluiting die een daad verricht of een toestand creëert door het feit dat deze wordt uitgesproken onder passende of conventionele omstandigheden, bijv.
taalhandelingen	=	taalhandeling
taalhandelingetje	=	taalhandeling
taalhulp	noun	iets of iemand die je kan helpen bij problemen rond de taal
taalhulpen	=	taalhulp
taalhulpje	=	taalhulp
taalhulpjes	=	taalhulp
taalkaart	noun	geografische kaart waarop de verschillende talen worden aangeduid
taalkaarten	=	taalkaart
taalkaartje	=	taalkaart
taalkaartjes	=	taalkaart
taalkader	noun	België: verplichte verhouding tussen Franstalige en Nederlandstalige personeelsleden in een overheidsinstelling
taalkaders	=	taalkader
taalkamp	noun	in België: een vakantiekamp voor jongeren waarin ze een vreemde taal kunnen leren
taalkampen	=	taalkamp
taalkenner	noun	deskundige op het gebied van een taal
taalkenners	=	taalkenner
taalkennis	noun	het kunnen lezen, schrijven, verstaan en spreken van een taal
taalkeuze	noun	het kiezen van de taal waarin men schrijft of spreekt
taalkeuzen	=	taalkeuze
taalkeuzes	=	taalkeuze
taalklank	noun	een klank die betekenisonderscheidend werkt in een taal
taalklanken	=	taalklank
taalklankje	=	taalklank
taalklankjes	=	taalklank
taalklas	noun	leerlingen die als groep (beter) leren spreken, luisteren, lezen en schrijven in een bepaalde taal Meestal wordt hierbij de Nederlandse taal bedoelt, tenzij uit de context iets anders valt af te leiden.
taalklasje	=	taalklas
taalklasjes	=	taalklas
taalklassen	=	taalklas
taalkring	noun	groep mensen die een eigen dialect of jargon gebruikt
taalkringen	=	taalkring
taalkunde	noun	wetenschap die taal als onderzoeksobject heeft
taalkundig	adj	volgens de regels van de taalkunde
taalkundige	noun	een beoefenaar van de taalkunde
taalkundigen	=	taalkundige
taalkundiger	=	taalkundig
taalkundigere	=	taalkundig
taalkundigers	=	taalkundig
taalkundigs	=	taalkundig
taalkundigst	=	taalkundig
taalkundigste	=	taalkundig
taalkunst	noun	de kunst die gebruik maakt van de taal
taalkunsten	=	taalkunst
taalkunstenaar	noun	iemand die heel kunstig en flexibel met de taal kan omgaan of spelen
taalkunstenaars	=	taalkunstenaar
taalkwestie	noun	probleem in het gebruik van een taal
taalkwesties	=	taalkwestie
taallabo	noun	een klaslokaal met audiovisuele apparatuur die oefenen met spreken van een vreemde taal mogelijk maakt
taallabo's	=	taallabo
taalleraar	noun	iemand die leerlingen onderwijst in een taal
taalleraars	=	taalleraar
taalleraren	=	taalleraar
taalles	noun	een les met als doel, het aanleren van een taal
taallesje	=	taalles
taallesjes	=	taalles
taallessen	=	taalles
taalmaat	noun	vrijwilliger die mensen die de Nederlandse taal nog niet meester zijn Nederlands te leren
taalmaatje	=	taalmaat
taalmaatjes	=	taalmaat
taalmakelaar	noun	persoon die mensen die moeite hebben met het Nederlands of de geschreven taal in contact brengt met instanties die ze kunnen helpen de Nederlandse taal machtig te worden
taalmakelaars	=	taalmakelaar
taalman	noun	iemand met veel belangstelling voor de taal
taalmannen	=	taalman
taalmannetje	=	taalman
taalmannetjes	=	taalman
taalmaten	=	taalmaat
taalmethode	noun	manier om taalonderwijs te geven
taalmethoden	=	taalmethode
taalmethodes	=	taalmethode
taalnazi	noun	iemand die ergernis opwekt door het bekritiseren en corrigeren van taalfouten van anderen
taalnazi's	=	taalnazi
taalniveau	noun	stadium in de ontwikkeling van de taalvaardigheid
taalniveaus	=	taalniveau
taalnorm	noun	algemeen aanvaarde richtlijn over hoe men de taal zou moeten gebruiken
taalnormen	=	taalnorm
taaloefening	noun	een oefening om de taal beter te leren
taaloefeningen	=	taaloefening
taaloefeningetje	=	taaloefening
taaloefeningetjes	=	taaloefening
taalonderricht	noun	onderwijs in een taal
taalonderwijs	noun	het verschaffen van taallessen
taalonderzoek	noun	waarneming van taal met als doel de taal beter te begrijpen
taalonderzoeken	=	taalonderzoek
taalonderzoeker	noun	iemand die door het doen van waarneming probeert taal beter te begrijpen
taalonderzoekers	=	taalonderzoeker
taalontwikkeling	noun	ontwikkeling van iemand op het gebied van de taal
taalontwikkelingen	=	taalontwikkeling
taalontwikkelingsstoornis	noun	een ontwikkelingsstoornis bij kinderen, waarbij het kind meer begrijpt van wat anderen zeggen dan het zelf kan zeggen, zonder dat er sprake is van verstandelijke handicap of emotionele stoornis
taalontwikkelingsstoornisje	=	taalontwikkelingsstoornis
taalontwikkelingsstoornisjes	=	taalontwikkelingsstoornis
taalontwikkelingsstoornissen	=	taalontwikkelingsstoornis
taalopleiding	noun	een gestructureerd leertraject (cursus of training) gericht op het aanleren, verbeteren of perfectioneren van een taal, vaak met de nadruk op lezen, schrijven, spreken en luisteren.
taalopleidingen	=	taalopleiding
taalopleidinkje	=	taalopleiding
taalopleidinkjes	=	taalopleiding
taalpathologie	noun	de wetenschappelijke studie van stoornissen in het taalgebruik
taalpathologieën	=	taalpathologie
taalplanning	noun	de bewuste poging van een regering, niet-gouvernementele organisatie of zelfs van individuele personen om de functie en structuur van een taal en/of de manier waarop deze taal wordt aangeleerd in positieve of negatieve zin te beïnvloeden
taalplanningen	=	taalplanning
taalplanninkje	=	taalplanning
taalplanninkjes	=	taalplanning
taalpolitiek	noun	beleid om het gebruik van een taal te bevorderen of te reguleren, of de status van die taal te beïnvloeden	adj	betrekking hebbend op de taalpolitiek
taalpolitieke	=	taalpolitiek
taalpolitieks	=	taalpolitiek
taalprobleem	noun	moeilijkheden in communicatie die ontstaan door taal
taalprobleempje	=	taalprobleem
taalprobleempjes	=	taalprobleem
taalproblemen	=	taalprobleem
taalprogramma	noun	een radio-, televisie of internetuitzending die gaat over taal en taalverwerving
taalprogramma's	=	taalprogramma
taalproject	noun	een activiteit op het gebied van taalonderwijs met een einddatum
taalprojecten	=	taalproject
taalpsychologie	noun	dat gedeelte van de psychologie dat zich bezighoudt met cognitieve en linguïstische processen die ten grondslag liggen aan natuurlijke taal en taalgedrag
taalpsychologisch	adj	betrekking hebbend op de geestelijke verwerking, perceptie en productie van taal
taalpsychologische	=	taalpsychologisch
taalpsychologischer	=	taalpsychologisch
taalpsychologischere	=	taalpsychologisch
taalpsychologischers	=	taalpsychologisch
taalpurisme	noun	Het streven naar het gebruik van vaste taalregels, een vaste uitspraak en een woordenschat die met inachtneming van die regels en uitspraak zijn opgebouwd.
taalpurismen	=	taalpurisme
taalpurist	noun	iemand die probeert een taal vrij te houden van invloeden uit andere talen; iemand die strijdt tegen slordig of foutief taalgebruik; iemand die veranderingen in de taal probeert tegen te houden
taalpuristen	=	taalpurist
taalquiz	noun	een op kennis gebaseerd spel met vragen en opdrachten over de taal moeten worden gedaan.
taalquizje	=	taalquiz
taalquizjes	=	taalquiz
taalquizzen	=	taalquiz
taalrecht	noun	het recht om in een bepaalde taal te communiceren, vaak in een officiële of juridische context
taalrechten	=	taalrecht
taalregel	noun	richtsnoer voor taalgebruikers
taalregels	=	taalregel
taalregeltje	=	taalregel
taalregeltjes	=	taalregel
taalregister	noun	de gezamenlijke tot één stijllaag behorende woorden van een taal
taalregisters	=	taalregister
taalregistertje	=	taalregister
taalregistertjes	=	taalregister
taalrol	noun	de taalgroep waartoe iets of iemand gerekend wordt in België
taalrollen	=	taalrol
taalrubriek	noun	een vast onderdeel in een krant of tijdschrift waarin men taalkwesties behandelt
taalrubrieken	=	taalrubriek
taalrubriekje	=	taalrubriek
taalrubriekjes	=	taalrubriek
taalschat	noun	hoeveelheid en kwaliteit van de taal die men tot zijn beschikking heeft om zich te uiten of die men kan begrijpen
taalschatten	=	taalschat
taalscheppend	adj	in staat zijnde om een taaluiting te produceren
taalscheppende	=	taalscheppend
taalscheppender	=	taalscheppend
taalscheppendere	=	taalscheppend
taalscheppenders	=	taalscheppend
taalscheppends	=	taalscheppend
taalscheppendst	=	taalscheppend
taalscheppendste	=	taalscheppend
taalschrift	noun	schrift waarin met taallessen kan maken.
taalschriften	=	taalschrift
taalschriftje	=	taalschrift
taalschriftjes	=	taalschrift
taalsituatie	noun	taalgebruik in een bepaalde omgeving in een bepaalde periode
taalsituaties	=	taalsituatie
taalspel	noun	een spel met vragen en opdrachten over de taal
taalspelen	=	taalspel
taalspellen	=	taalspel
taalspelletje	=	taalspel
taalspelletjes	=	taalspel
taalstoornis	noun	een probleem met het produceren of begrijpen van taal
taalstoornissen	=	taalstoornis
taalstrijd	noun	een strijd om de talen die in een bepaalde situatie gebruikt moeten worden of de wijze waarop de taal gebruikt moet worden
taalstrijden	=	taalstrijd
taalstrijdje	=	taalstrijd
taalstrijdjes	=	taalstrijd
taalstudie	noun	onderzoek van en onderwijs in een of meer talen
taalstudies	=	taalstudie
taalsymbolen	=	taalsymbool
taalsymbool	noun	concreet voorwerp of teken dat een bepaalde woordsoort vertegenwoordigt en kinderen helpt om de verschillende woordsoorten te herkennen en te begrijpen
taalsymbooltje	=	taalsymbool
taalsymbooltjes	=	taalsymbool
taalsysteem	noun	het geheel van structuren dat zorgdraagt voor het vermogen van mensen om taal te gebruiken
taalsysteempje	=	taalsysteem
taalsysteempjes	=	taalsysteem
taalsystemen	=	taalsysteem
taalt	=	talen
taaltaak	noun	Taak voor een leerling in het taalonderwijs.
taaltaakje	=	taaltaak
taaltaakjes	=	taaltaak
taaltaken	=	taaltaak
taaltechnisch	adj	betrekking hebbend op de formele, structurele eigenschappen van de taal
taaltechnische	=	taaltechnisch
taaltechnischer	=	taaltechnisch
taaltechnischere	=	taaltechnisch
taaltechnischers	=	taaltechnisch
taaltechnologie	noun	kennis en toepassing van de techniek van de kunstmatige voortbrenging van taal (door een computer) zoals b.v. wordt gebruikt in het sprekende navigatiesysteem
taaltechnologiebedrijf	noun	organisatie die zich richt op de toepassing van artificiële taal productie en herkenning
taaltechnologiebedrijfje	=	taaltechnologiebedrijf
taaltechnologiebedrijfjes	=	taaltechnologiebedrijf
taaltechnologiebedrijven	=	taaltechnologiebedrijf
taaltechnologieën	=	taaltechnologie
taaltechnologisch	adj	betreffende de techniek die zich bezighoudt met de kunstmatige productie van taal
taaltechnologische	=	taaltechnologisch
taaltechnologischer	=	taaltechnologisch
taaltechnologischere	=	taaltechnologisch
taaltechnologischers	=	taaltechnologisch
taalteken	noun	een betekenisdragend element van een taal
taaltekens	=	taalteken
taaltest	noun	een toets die betrekking heeft op de taalvaardigheid van de onderzochte persoon (hoe goed beheerst iemand welke taal)
taaltesten	=	taaltest
taaltestje	=	taaltest
taaltestjes	=	taaltest
taaltests	=	taaltest
taaltip	noun	advies over taalgebruik
taaltips	=	taaltip
taaltje	=	taal
taaltjes	=	taal
taaltoets	noun	een gestandaardiseerde controle om te bewijzen dat men een taal in voldoende mate beheerst
taaltoetsen	=	taaltoets
taaltoetsje	=	taaltoets
taaltoetsjes	=	taaltoets
taaltraining	noun	het trainen van een taal
taaltrainingen	=	taaltraining
taaltraininkje	=	taaltraining
taaltraininkjes	=	taaltraining
taaltuinier	noun	iemand die 'foutieve' taaluitingen corrigeert
taaltuiniers	=	taaltuinier
taaltypologie	noun	wetenschap die de verschillende soorten van talen en taalfamilies tracht te onderscheiden en te beschrijven.
taaluiting	noun	dat wat men laat zien of merken door woorden
taaluitingen	=	taaluiting
taaluitinkje	=	taaluiting
taalunie	noun	is een organisatie van landen die een gemeenschappelijke taal of verwante talen hebben
taalunies	=	taalunie
taalvaardig	adj	uitstekend de taal kunnen gebruiken
taalvaardige	=	taalvaardig
taalvaardiger	=	taalvaardig
taalvaardigere	=	taalvaardig
taalvaardigers	=	taalvaardig
taalvaardigheden	=	taalvaardigheid
taalvaardigheid	noun	de vaardigheid van een vlot gebruik van de taal
taalvaardigs	=	taalvaardig
taalvaardigst	=	taalvaardig
taalvaardigste	=	taalvaardig
taalvakantie	noun	vakantie waarin een taal leren de belangrijkste activiteit is.
taalvakanties	=	taalvakantie
taalvakantietje	=	taalvakantie
taalvakantietjes	=	taalvakantie
taalvariant	noun	taalvorm die enigszins van een andere afwijkt
taalvarianten	=	taalvariant
taalvariantje	=	taalvariant
taalvariantjes	=	taalvariant
taalvariëteit	noun	bepaalde taal, opgevat als vorm van een omvattende taal of taalfamilie
taalvariëteiten	=	taalvariëteit
taalverandering	noun	verandering van de fonetische, morfologische, semantische, syntactische en andere kenmerken van een taalsysteem of van een deel ervan in de loop van de tijd.
taalveranderingen	=	taalverandering
taalveranderingetje	=	taalverandering
taalveranderingetjes	=	taalverandering
taalverarming	noun	achteruitgang van een taal vooral op gebied van woordenschat
taalverbastering	noun	het op een foute manier gebruiken van de taal door het maken van taalfouten, het niet goed gebruiken van woorden, het gebruiken van woorden die niet tot de gebezigde taal behoren e.d.
taalverbasteringen	=	taalverbastering
taalverbod	noun	een beperking op het gebruik van een bepaalde taal, wat kan variëren van een officieel verbod (zoals in rechtszalen voor minderjarigen) tot informele situaties waarin een taal niet gewenst is, zoals het stimuleren van de moedertaal boven vreemde talen op universiteiten
taalverboden	=	taalverbod
taalverbodje	=	taalverbod
taalverbodjes	=	taalverbod
taalvergelijking	noun	het vergelijken van verschillende (verwante) talen om overeenkomsten en geschiedenis te achterhalen
taalvergelijkingen	=	taalvergelijking
taalvergelijkinkje	=	taalvergelijking
taalvergelijkinkjes	=	taalvergelijking
taalverloedering	noun	het door slonzigheid en verwaarlozing teloorgaan van het peil van de taalbeheersing
taalverloederingen	=	taalverloedering
taalvermenging	noun	het door elkaar gebruiken van elementen uit twee of meer talen
taalvermengingen	=	taalvermenging
taalvermenginkje	=	taalvermenging
taalvermenginkjes	=	taalvermenging
taalvermogen	noun	het kunnen gebruiken van taal
taalvermogens	=	taalvermogen
taalverrijking	noun	de vooruitgang van een taal op gebied van taaleigen woordenschat en uitdrukkingen
taalverrijkingen	=	taalverrijking
taalverrijkinkje	=	taalverrijking
taalverrijkinkjes	=	taalverrijking
taalverruwing	noun	het steeds meer gebruiken van ruwe woorden
taalverschijnsel	noun	een eigenaardigheid die zich voordoet in het taalgebruik
taalverschijnselen	=	taalverschijnsel
taalverschijnsels	=	taalverschijnsel
taalverschil	noun	het niet dezelfde taal beheersen
taalverschillen	=	taalverschil
taalverschilletje	=	taalverschil
taalverschilletjes	=	taalverschil
taalvervuiling	noun	slecht taalgebruik
taalvervuilingen	=	taalvervuiling
taalverwantschap	noun	de in de historische en de vergelijkende taalkunde gebruikelijke benaming voor het feit dat twee of meer taalvariëteiten die in hun huidige vorm als afzonderlijke talen worden beschouwd uiteindelijk uit dezelfde vooroudertaal zijn voortgekomen
taalverwantschappen	=	taalverwantschap
taalverwerving	noun	het zich eigen maken van een taal
taalverwervingen	=	taalverwerving
taalverzorging	noun	het zorgen dat men keurig en foutloos spreekt en schrijft
taalverzorgingen	=	taalverzorging
taalverzorginkje	=	taalverzorging
taalverzorginkjes	=	taalverzorging
taalvirtuoos	noun	iemand die op een heel soepele, speelse, kunstige manier de taal kan gebruiken
taalvirtuozen	=	taalvirtuoos
taalvorm	noun	de woordvormen en manieren van uitdrukking die tezamen de taal vormen
taalvormen	=	taalvorm
taalvormpje	=	taalvorm
taalvormpjes	=	taalvorm
taalvraag	noun	een vraag over de taal waarop men een antwoord wil hebben
taalvraagje	=	taalvraag
taalvraagjes	=	taalvraag
taalvragen	=	taalvraag
taalwet	noun	de wet die (in België) het taalgebruik door de autoriteiten regelt
taalwetenschap	noun	de wetenschap die taal als onderzoeksobject heeft (taal- en letterkunde.)
taalwetenschappen	=	taalwetenschap
taalwetenschapper	noun	een beoefenaar van de taalwetenschap
taalwetenschappers	=	taalwetenschapper
taalwetgeving	noun	alle wetten en verordeningen die het gebruik van een bepaalde taal in een bepaalde context verplichten of juist verbieden
taalwetgevingen	=	taalwetgeving
taalwetje	=	taalwet
taalwetjes	=	taalwet
taalwetten	=	taalwet
taalzorg	noun	het letten op een verzorgd taalgebruik
taalzorgen	=	taalzorg
taalzuiveraar	noun	iemand die probeert een taal vrij te houden van invloeden uit andere talen; iemand die strijdt tegen slordig of foutief taalgebruik; iemand die veranderingen in de taal probeert tegen te houden
taalzuiveraars	=	taalzuiveraar
taalzuivering	noun	het in een taal willen vermijden of vervangen van uit een andere taal afkomstige woorden en uitdrukkingen.
taalzuiveringen	=	taalzuivering
taan	noun	bederfwerende bruingele verfstof, aftreksel van eikenschors
taanborsthoningeter	noun	Xanthotis flaviventer een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
taanborsthoningeters	=	taanborsthoningeter
taanborsthoningetertje	=	taanborsthoningeter
taanborsthoningetertjes	=	taanborsthoningeter
taanbuiktangare	noun	Thlypopsis inornata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
taanbuiktangaren	=	taanbuiktangare
taanbuiktangaretje	=	taanbuiktangare
taanbuiktangaretjes	=	taanbuiktangare
taande	=	tanen
taanden	=	tanen
taander	noun	iemand die zeilen en visnetten in taan kookt
taanders	=	taander
taankoptangare	noun	Thlypopsis fulviceps een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
taankoptangaren	=	taankoptangare
taankoptangaretje	=	taankoptangare
taankoptangaretjes	=	taankoptangare
taankring	noun	ecliptica
taankringen	=	taankring
taankuiftangare	noun	Tachyphonus delatrii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
taankuiftangaren	=	taankuiftangare
taankuiftangaretje	=	taankuiftangare
taankuiftangaretjes	=	taankuiftangare
taanrond	noun	ecliptica
taanronden	=	taanrond
taant	=	tanen
taart	noun	meestal cirkelvormig zoet gebak, vooral voor feestelijke gelegenheden, gemaakt van deeg en afgewerkt met bijvoorbeeld slagroom, vruchten of marsepein
taartblik	noun	ronde metalen bakvorm
taartblikken	=	taartblik
taartbodem	noun	stevige eetbare ondergrond waarop men een taart kan maken
taartbodempje	=	taartbodem
taartbodempjes	=	taartbodem
taartbodems	=	taartbodem
taartdiagram	noun	een grafische weergave in de vorm van een cirkel waarbij de oppervlakte van de taartpunten aangeeft hoe vaak een waarneming voorkomt in een bepaalde groep als percentage van het geheel.
taartdiagrammen	=	taartdiagram
taartdiagrammetje	=	taartdiagram
taartdiagrammetjes	=	taartdiagram
taartdoos	noun	een speciaal ontworpen verpakking om taarten, gebak of vlaaien veilig te bewaren, te beschermen en te vervoeren
taartdoosje	=	taartdoos
taartdoosjes	=	taartdoos
taartdozen	=	taartdoos
taarten	=	taart
taartenbakker	noun	iemand die taarten bakt
taartenbakkers	=	taartenbakker
taartenbakkertje	=	taartenbakker
taartenbakkertjes	=	taartenbakker
taartendoos	=	taartdoos
taartgooien	verb	een handeling waarbij iets of iemand wordt bekogeld met taart.
taartgooiende	=	taartgooien
taartgrafiek	noun	een cirkelvormige grafiek die gegevens verdeelt in sectoren om verhoudingen en percentages van een totaal (100%) in één oogopslag inzichtelijk te maken
taartgrafieken	=	taartgrafiek
taartgrafiekje	=	taartgrafiek
taartgrafiekjes	=	taartgrafiek
taartje	=	taart
taartjes	=	taart
taartpan	noun	meestal metalen of keramische bakvorm die wordt gebruikt om een taart, cake of ander gebak te bakken
taartpannen	=	taartpan
taartpannetje	=	taartpan
taartpannetjes	=	taartpan
taartpunt	noun	deel van een ronde taart die ontstaat door twee sneden vanuit het middelpunt
taartpunten	=	taartpunt
taartpuntje	=	taartpunt
taartpuntjes	=	taartpunt
taarts	noun	puntige, met ijzer beslagen ronde balk waarmee men de strengen van zware kabels kan losmaken
taartschep	noun	schep om stukken taart te serveren
taartschepje	=	taartschep
taartschepjes	=	taartschep
taartscheppen	=	taartschep
taartsen	=	taarts
taartvorkje	noun	een stuk bestek in de vorm van een kleine vork dat bestemd is voor het eten van gebak
taartvorkjes	=	taartvorkje
taartvorm	noun	een meestal metalen vorm waarin men een taart kan bakken
taartvormen	=	taartvorm
taartvormpje	=	taartvorm
taartvormpjes	=	taartvorm
taas	noun|informal	hoofd, kop
taats	noun	spijker met ronde kop
taatsen	=	taats
taatsje	=	taats
taatsjes	=	taats
taatskom	noun	deel van een taatslager, waarin de taats (een pen) draait.
taatskommen	=	taatskom
taatslager	noun	lager dat ontworpen is om axiale krachten (krachten in de lengterichting van de as) op te nemen; komt voor bij molens een sluisdeuren
taatslagers	=	taatslager
tab	noun	uitstekend strookje
tabak	noun	genotsmiddel afkomstig van de bladeren van de tabaksplant, Nicotiana tabacum, dat wordt gerookt, gekauwd en gesnoven
tabakconcern	noun	rookwaren producerend bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven
tabakconcerns	=	tabakconcern
tabakje	=	tabak
tabakjes	=	tabak
tabakken	=	tabak
tabakkend	=	tabak
tabakker	noun	tabaksplanter
tabakkers	=	tabakker
tabaksaccijns	noun	verbruiksbelasting die geheven wordt over tabak en tabaksproducten met als doel het ontmoedigen van het roken en het verschaffen van inkomsten aan de staat
tabaksaccijnzen	=	tabaksaccijns
tabaksartikel	noun	verkoopartikel waarin tabak is verwerkt
tabaksartikelen	=	tabaksartikel
tabaksartikels	=	tabaksartikel
tabaksartikeltje	=	tabaksartikel
tabaksartikeltjes	=	tabaksartikel
tabaksbedrijf	noun	organisatie die economische activiteiten ontplooit rond tabak en tabaksproducten
tabaksbedrijfje	=	tabaksbedrijf
tabaksbedrijfjes	=	tabaksbedrijf
tabaksbedrijven	=	tabaksbedrijf
tabaksbeleid	noun	plan van aanpak dat als doel heeft het tabaksgebruik te verminderen
tabaksblaadje	=	tabaksblad
tabaksblaadjes	=	tabaksblad
tabaksblaas	noun	van varkensblaas gemaakt zak waarin men tabak kan bewaren
tabaksblad	noun	blad van een tabaksplant, belangrijk voor de productie van sigaren, sigaretten en andere tabaksartikelen
tabaksbladen	=	tabaksblad
tabaksbladeren	=	tabaksblad
tabaksblaren	=	tabaksblad
tabaksblazen	=	tabaksblaas
tabaksbloem	noun	bloem van de tabaksplant, mooi om naar te kijken
tabaksbloemen	=	tabaksbloem
tabaksbloemetje	=	tabaksbloem
tabaksbloemetjes	=	tabaksbloem
tabaksbloempje	=	tabaksbloem
tabaksbloempjes	=	tabaksbloem
tabaksbouw	noun	het verbouwen, telen van tabak
tabaksconcern	noun	rookwaren producerend bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven
tabaksconcerns	=	tabaksconcern
tabaksculture	noun	het verbouwen van tabak
tabaksculturen	=	tabakscultuur
tabakscultures	=	tabaksculture
tabakscultuur	noun	de aanbouw van tabak, tabaksteelt
tabaksdoos	noun	doos om tabak in te bewaren voor dagelijks gebruik
tabaksdoosje	=	tabaksdoos
tabaksdoosjes	=	tabaksdoos
tabaksdozen	=	tabaksdoos
tabaksfabriek	noun	onderneming waar tabak fabrieksmatig wordt verwerkt
tabaksfabrieken	=	tabaksfabriek
tabaksfabriekje	=	tabaksfabriek
tabaksfabriekjes	=	tabaksfabriek
tabaksfabrikant	noun	fabrikant van tabaksartikelen
tabaksfabrikanten	=	tabaksfabrikant
tabaksfabrikantje	=	tabaksfabrikant
tabaksfabrikantjes	=	tabaksfabrikant
tabaksfermentatie	noun	de fermentatie (het gisten) van de tabaksbladeren voordat men ze laat drogen
tabaksfermentaties	=	tabaksfermentatie
tabaksgebruik	noun	het roken of op andere wijze consumeren van tabak
tabakshandel	noun	handel in tabak en tabaksartikelen
tabakshandelaar	noun	iemand die tabak en tabakswaren koopt om het duurder te kunnen verkopen
tabakshandelaars	=	tabakshandelaar
tabakshandelaren	=	tabakshandelaar
tabakshandels	=	tabakshandel
tabakshandeltje	=	tabakshandel
tabakshandeltjes	=	tabakshandel
tabaksindustrie	noun	industrietak die zich bezig houdt met de vervaardiging van sigaretten en sigaren uit tabak
tabaksindustrietje	=	tabaksindustrie
tabaksindustrietjes	=	tabaksindustrie
tabaksindustrieën	=	tabaksindustrie
tabakskever	noun	Lasioderma serricorne keversoort uit de familie klopkevers (Anobiidae) die schade aan kan richten in met name voorraden tabak maar ook aan bijvoorbeeld voorraden gedroogde vruchten
tabakskevers	=	tabakskever
tabakskevertje	=	tabakskever
tabakskevertjes	=	tabakskever
tabakskrekel	noun	insect uit de geslacht Brachytrupes van rechtvleugeligen uit de familie krekels (Gryllidae).
tabakskrekels	noun	Brachytrupes een geslacht van rechtvleugeligen uit de familie krekels (Gryllidae).
tabakskrekeltje	=	tabakskrekel
tabakskrekeltjes	=	tabakskrekel
tabakslobby	noun	lobby uitgevoerd t.g.v. de tabaksindustrie
tabakslobby's	=	tabakslobby
tabakslobby'tje	=	tabakslobby
tabakslobby'tjes	=	tabakslobby
tabakslucht	noun	het 'aroma' wat wordt veroorzaakt door met name het roken van tabak
tabaksluchten	=	tabakslucht
tabaksluchtje	=	tabakslucht
tabaksluchtjes	=	tabakslucht
tabaksmonopolie	noun	het alleenrecht op de aanbouw en/of handel in tabak b.v. door regeringen (Frankrijk, Oostenrijk) etc.
tabaksmonopolies	=	tabaksmonopolie
tabaksmonopoliën	=	tabaksmonopolie
tabaksmozaïekvirus	noun	RNA-virus dat onder andere in de tabaksplant huist en daar vergeling veroorzaakt, Tobacco mosaic virus
tabaksmozaïekvirusje	=	tabaksmozaïekvirus
tabaksmozaïekvirusjes	=	tabaksmozaïekvirus
tabaksmozaïekvirussen	=	tabaksmozaïekvirus
tabaksonderneming	noun	bedrijf dat zich bezighoudt met de productie en verwerking van tabak en tabaksproducten
tabaksondernemingen	=	tabaksonderneming
tabaksoogst	noun	het oogsten van de tabaksbladeren
tabaksoogsten	=	tabaksoogst
tabakspijlstaart	noun	Manduca sexta een vlinder uit de familie van de pijlstaarten, de Sphingidae.
tabakspijlstaarten	=	tabakspijlstaart
tabakspijlstaartje	=	tabakspijlstaart
tabakspijlstaartjes	=	tabakspijlstaart
tabakspijp	noun	pijp bestemd om er tabak mee te roken meestal kortweg pijp genoemd
tabakspijpen	=	tabakspijp
tabakspijpje	=	tabakspijp
tabakspijpjes	=	tabakspijp
tabaksplant	noun	bepaald soort plant, Nicotiana tabacum, waarvan de bladeren tot rooktabak enz. verwerkt kunnen worden maar die ook een sierfunctie kan vervullen
tabaksplantage	noun	plantage voor de tabaksbouw
tabaksplantages	=	tabaksplantage
tabaksplanten	=	tabaksplant
tabaksplanter	noun	iemand die op een tabaksplantage werkt
tabaksplanters	=	tabaksplanter
tabaksplantertje	=	tabaksplanter
tabaksplantertjes	=	tabaksplanter
tabaksplantje	=	tabaksplant
tabaksplantjes	=	tabaksplant
tabakspot	noun	pot om tabak in te bewaren
tabakspotje	=	tabakspot
tabakspotjes	=	tabakspot
tabakspotten	=	tabakspot
tabaksproducent	noun	bedrijf dat tabakswaren maakt#:▸ De Nederlandse Belastingdienst heeft een heffing van 1 miljard euro neergelegd bij tabaksproducent British American Tobacco (BAT).
tabaksproducenten	=	tabaksproducent
tabakspruim	noun	hoeveelheid tabak die in de mond genomen wordt om erop te kauwen
tabakspruimen	=	tabakspruim
tabakspruimpje	=	tabakspruim
tabakspruimpjes	=	tabakspruim
tabaksreclame	noun	advertentie voor tabak
tabaksreclames	=	tabaksreclame
tabaksroken	=	tabaksrook
tabaksrol	noun	opgewonden lijn van tabak die uit veel verbonden bosjes bestaat en als uithangteken van een tabkaszaak wordt gebruikt
tabaksrollen	=	tabaksrol
tabaksrolletje	=	tabaksrol
tabaksrolletjes	=	tabaksrol
tabaksrook	noun	rook van brandende tabak
tabakssap	noun	het bittere sap van de tabaksplant
tabakssappen	=	tabakssap
tabakssector	noun	alle bedrijven en organisatie die betrokken zijn bij de tabaksproductie en rookwarenhandel
tabakssectoren	=	tabakssector
tabakssectors	=	tabakssector
tabaksteelt	noun	teelt van de tabaksplant teneinde tabak te winnen
tabaksteelten	=	tabaksteelt
tabaksteler	noun	landbouwer die tabaksplanten verbouwt
tabakstelers	=	tabaksteler
tabaksveiling	noun	openbare verkoping van grote hoeveelheden tabak via een veiling
tabaksveilingen	=	tabaksveiling
tabaksveld	noun	een veld waar tabak verbouwd wordt
tabaksvelden	=	tabaksveld
tabaksveldje	=	tabaksveld
tabaksveldjes	=	tabaksveld
tabaksverbruik	noun	het verbruik van tabak
tabaksvergunning	noun	verlof van de overheid aan een sigarenboer om tabak te mogen verkopen
tabaksvergunningen	=	tabaksvergunning
tabaksverkoop	noun	het tegen een geldelijke vergoeding rookwaren leveren
tabaksverkopen	=	tabaksverkoop
tabaksverslaving	noun	aandoening waarbij de patiënt het schadelijke gebruik van rookwaren niet kan stoppen
tabaksverslavingen	=	tabaksverslaving
tabakswaar	noun	rookwaar die men te koop aanbiedt
tabakswalm	noun	de vieze rook die ontstaan is door het roken van rookwaren
tabakswalmen	=	tabakswalm
tabakswaren	=	tabakswaar
tabakswet	noun	wet waarmee de overheid b.v. in staat is om maatregelen te nemen ter beperking van het tabaksgebruik zoals vooral het roken van tabak
tabakswetje	=	tabakswet
tabakswetjes	=	tabakswet
tabakswetten	=	tabakswet
tabakswinkel	noun	winkel waar tabaksartikelen worden verkocht
tabakswinkelier	noun	eigenaar van een winkel waarin men rookwaren verkoopt
tabakswinkeliers	=	tabakswinkelier
tabakswinkels	=	tabakswinkel
tabakswinkeltje	=	tabakswinkel
tabakswinkeltjes	=	tabakswinkel
tabakswittevlieg	noun	Bemisia tabaci een halfvleugelig insect uit de familie witte vliegen (Aleyrodidae), onderfamilie Aleyrodinae.
tabakswittevliegje	=	tabakswittevlieg
tabakswittevliegjes	=	tabakswittevlieg
tabakswittevliegs	=	tabakswittevlieg
tabakszaak	noun	winkel waar men rookwaren kan kopen; winkel waar rookwaren worden verkocht
tabakszaakje	=	tabakszaak
tabakszaakjes	=	tabakszaak
tabakszak	noun	kleine zak (b.v. van leer) waarin men tabak bij zich droeg
tabakszaken	=	tabakszaak
tabakszakje	=	tabakszak
tabakszakjes	=	tabakszak
tabakszakken	=	tabakszak
tabakte	=	tabak
tabasco	noun	hete saus van chilipepers Capsicum frutescensvar. tabasco , azijn en zout
tabascoschildpad	noun	Dermatemys mawii een grote schildpad uit de monotypische familie tabascoschildpadden (Dermatemydidae).
tabascoschildpadden	noun	een familie Dermatemydidae van schildpadden (Testudines)
tabascoschildpadje	=	tabascoschildpad
tabascoschildpadjes	=	tabascoschildpad
tabbaard	noun	wijde lange mantel waaronder vaak een paltrok gedragen wordt
tabbaarden	=	tabbaard
tabbaards	=	tabbaard
tabberd	noun	lange wijde mantel
tabberden	=	tabberd
tabberds	=	tabberd
tabbetje	=	tab
tabbetjes	=	tab
tabblaadje	=	tabblad
tabblaadjes	=	tabblad
tabblad	noun	een kaart in een kaartenbak of een map voorzien van een uitstekend gedeelte, de tab, met als doel de inhoud van de bak of map op een inzichtelijke manier in groepen te verdelen
tabbladen	=	tabblad
tabee	intj	afscheidsgroet
tabel	noun	een geordende lijst met gegevens
tabellarisch	adj	in tabelvorm, met tabellen
tabellarische	=	tabellarisch
tabellarischer	=	tabellarisch
tabellarischere	=	tabellarisch
tabellarischers	=	tabellarisch
tabellarischt	=	tabellarisch
tabellariseer	=	tabellariseren
tabellariseerde	=	tabellariseren
tabellariseerden	=	tabellariseren
tabellariseert	=	tabellariseren
tabellarisere	=	tabellariseren
tabellariseren	verb	gegevens in een of meer tabellen noteren
tabellariserend	=	tabellariseren
tabellariserende	=	tabellariseren
tabellen	=	tabel
tabelletje	=	tabel
tabelletjes	=	tabel
tabelvormig	adj	vorm van een tabel hebbend
tabelvormige	=	tabelvormig
tabelvormiger	=	tabelvormig
tabelvormigere	=	tabelvormig
tabelvormigers	=	tabelvormig
tabelvormigs	=	tabelvormig
tabelvormigst	=	tabelvormig
tabelvormigste	=	tabelvormig
tabernakel	noun	kast of kluis in een kerk waar de geconsacreerde hosties worden bewaard
tabernakelen	=	tabernakel
tabernakels	=	tabernakel
tabernakeltje	=	tabernakel
tabernakeltjes	=	tabernakel
tabijn	noun	naam van een gewaterde zijden stof
tabijnen	=	tabijn
tabje	=	tab
tabla	noun	stel van twee trommels die iets verschillen in grootte en klank, zoals veel gebruikt in de muziek uit Zuid-Azië
tabla's	=	tabla
tablasdrongo	noun	Dicrurus menagei een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's.
tablasdrongo's	=	tablasdrongo
tablasdrongootje	=	tablasdrongo
tablasdrongootjes	=	tablasdrongo
tablaswaaierstaart	noun	Rhipidura sauli een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
tablaswaaierstaarten	=	tablaswaaierstaart
tablaswaaierstaartje	=	tablaswaaierstaart
tablaswaaierstaartjes	=	tablaswaaierstaart
tablaturen	=	tablatuur
tablatuur	noun	een voor een specifiek muziekinstrument aangepast muziekschrift
tableau	noun	weergave die een aantal zaken in hun onderling verband laat zien	intj	uitroep om het markante van een situatie die zich opeens voordoet te benadrukken: alsof het een bijzonder schilderij is of alsof je er een schilderij van zou moeten maken
tableaus	=	tableau
tableautje	=	tableau
tableautjes	=	tableau
tablet	noun	pastille, pil
tablet-pc	noun	computer die ogenschijnlijk alleen bestaat uit een aanraakscherm (touchscreen)
tablet-pc's	=	tablet-pc
tabletbochel	noun	vergroeiing van de rug die ontstaat door het langdurig gebogen zitten over een tablet of smartphone
tabletbochels	=	tabletbochel
tabletcafeetje	=	tabletcafé
tabletcafeetjes	=	tabletcafé
tabletcafé	noun	bijeenkomst waar men informatie over het gebruik van een tablet kan krijgen
tabletcafés	=	tabletcafé
tablethoes	noun	een beschermende accessoire die je om een tablet plaatst om schade zoals krassen, deuken en barsten te voorkomen
tablethoesje	=	tablethoes
tablethoesjes	=	tablethoes
tablethoezen	=	tablethoes
tablethouder	noun	een accessoire dat is ontworpen om een tablet (zoals een iPad of Samsung Galaxy Tab) stevig vast te houden, zodat je het apparaat niet zelf hoeft vast te houden
tablethouders	=	tablethouder
tablethoudertje	=	tablethouder
tablethoudertjes	=	tablethouder
tabletje	=	tablet
tabletjes	=	tablet
tabletkramp	noun	verkramping in de armspieren die ontstaat door een verkeerd en langdurige gebruik van een tablet of smartphone
tabletkrampen	=	tabletkramp
tabletmaker	noun	producent van tabletcomputers
tabletmakers	=	tabletmaker
tabletnek	noun	de gebogen houding van de nek bij het veelvuldig kijken op de tablet of smartphone
tabletnekje	=	tabletnek
tabletnekjes	=	tabletnek
tabletnekken	=	tabletnek
tablets	=	tablet
tabletstandaard	noun	een accessoire dat is ontworpen om een tablet (zoals een iPad of Samsung Galaxy Tab) stevig vast te houden, zodat je het apparaat niet zelf hoeft vast te houden
tabletstandaarden	=	tabletstandaard
tabletstandaardje	=	tabletstandaard
tabletstandaardjes	=	tabletstandaard
tabletstandaards	=	tabletstandaard
tabletten	=	tablet
tabletvorm	noun	de verschijningsvorm van een pil die bestaat uit samengeperst poeder
tabletvormen	=	tabletvorm
tabloid	noun	A3-formaat dat het dubbele is van A4-formaat
tabloidformaat	noun	krant met een papierformaat van 297 bij 420 mm dat gelijk is aan A3 dat even groot is als een dubbel A4 blad
tabloidformaten	=	tabloidformaat
tabloidkrant	noun	krant afgedrukt op A3-formaalt
tabloidkranten	=	tabloidkrant
tabloids	=	tabloid
taboe	noun	een binnen de heersende cultuur algemeen aanvaard moreel verbod; iets dat onbespreekbaar of ondenkbaar is	adj	ongepast om te gebruiken, te doen of over te spreken
taboedoorbrekend	adj	van een handeling dat deze zorgt voor het bespreekbaar maken van een onderwerp dat daarvoor onbespreekbaar was
taboedoorbrekende	=	taboedoorbrekend
taboedoorbrekender	=	taboedoorbrekend
taboedoorbrekendere	=	taboedoorbrekend
taboedoorbrekenders	=	taboedoorbrekend
taboedoorbrekends	=	taboedoorbrekend
taboedoorbrekendst	=	taboedoorbrekend
taboedoorbrekendste	=	taboedoorbrekend
taboeloos	adj	zonder taboe, zonder rekening te houden met de goede smaak.
taboeloost	=	taboeloos
taboelooste	=	taboeloos
taboeloze	=	taboeloos
taboelozer	=	taboeloos
taboelozere	=	taboeloos
taboelozers	=	taboeloos
taboeonderwerp	noun	zaak waarover men niet mag praten
taboeonderwerpen	=	taboeonderwerp
taboeret	noun	stoeltje zonder leuning voor rug of armen, laag krukje
taboeretje	=	taboeret
taboeretjes	=	taboeret
taboeretten	=	taboeret
taboes	=	taboe
taboesfeer	noun	de situatie waarin op iets een taboe rust
taboesfeertje	=	taboesfeer
taboesfeertjes	=	taboesfeer
taboesferen	=	taboesfeer
taboetje	=	taboe
taboetjes	=	taboe
taboevoedsel	noun	voedsel dat om religieuze of culturele redenen niet wordt geconsumeerd
taboeïsering	noun	een onderwerp onbespreekbaar maken
taboeïseringen	=	taboeïsering
taborababbelaar	noun	Turdoides sharpei een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
taborababbelaars	=	taborababbelaar
taborababbelaartje	=	taborababbelaar
taborababbelaartjes	=	taborababbelaar
taboragraszanger	noun	Cisticola angusticauda een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
taboragraszangers	=	taboragraszanger
taboragraszangertje	=	taboragraszanger
taboragraszangertjes	=	taboragraszanger
taborfluit	noun	een rechte fluit die met één hand wordt bespeeld
taborfluiten	=	taborfluit
taborfluitje	=	taborfluit
taborfluitjes	=	taborfluit
taboulé	noun	Libanese salade met bulgur
tabouret	=	taboeret
tabpagina	noun	een interface-element in software dat het mogelijk maakt om tussen verschillende documenten of panelen binnen één venster te wisselen door erop te klikken
tabpagina's	=	tabpagina
tabpaginaatje	=	tabpagina
tabpaginaatjes	=	tabpagina
tabs	=	tab
tabsjilien	noun	gekookte spijzen
tabstop	noun	plaats waar men een nieuwe kolom begint in een tabel
tabstopje	=	tabstop
tabstopjes	=	tabstop
tabstoppen	=	tabstop
tabstops	=	tabstop
tabulatie	noun	positie tot waar men een tekst laat inspringen
tabulaties	=	tabulatie
tabulator	noun	voorziening om te tabuleren (b.v. aan een schrijfmachine: die de wagen over een afgestelde kolombreedte doet verspringen)
tabulatoren	=	tabulator
tabulators	=	tabulator
tabulatortje	=	tabulator
tabulatortjes	=	tabulator
tabulaturen	=	tabulatuur
tabulatuur	noun	een voor een specifiek muziekinstrument aangepast muziekschrift waarbij door het instrument zo veel mogelijk op papier na te bootsen dit beter aansluit op het instrument dan de standaardmuzieknotatie
tabuleer	=	tabuleren
tabuleerde	=	tabuleren
tabuleerden	=	tabuleren
tabuleert	=	tabuleren
tabulere	=	tabuleren
tabuleren	verb	tabellen maken (gewoonlijk met een vooraf ingestelde kolombreedte)
tabulerend	=	tabuleren
tabulerende	=	tabuleren
tacarcunatangare	noun	Chlorospingus tacarcunae een zangvogel uit de familie Emberizidae (Gorzen).
tacarcunatangaren	=	tacarcunatangare
tacarcunatangaretje	=	tacarcunatangare
tacarcunatangaretjes	=	tacarcunatangare
tacarcunazanger	noun	Basileuterus tacarcunae een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
tacarcunazangers	=	tacarcunazanger
tacarcunazangertje	=	tacarcunazanger
tacarcunazangertjes	=	tacarcunazanger
tacazzehoningzuiger	noun	Nectarinia tacazze een soort honingzuiger uit de familie Nectariniidae.
tacazzehoningzuigers	=	tacazzehoningzuiger
tacazzehoningzuigertje	=	tacazzehoningzuiger
tacazzehoningzuigertjes	=	tacazzehoningzuiger
tacca	noun	een geslacht Tacca van dat afhankelijk van de taxonomische opvatting wordt ingedeeld bij de familie Dioscoreaceae of de familie Taccaceae.
tacca's	=	tacca
tachanoen	noun	smeekgebed
tachanoeniem	=	tachanoen
tacheles	adj	doelgericht, praktisch, gewoon, simpel
tachentig	=	tachtig
tachiramierpitta	noun	Grallaria chthonia een zangvogel uit de familie Grallariidae.
tachiramierpitta's	=	tachiramierpitta
tachiramierpittaatje	=	tachiramierpitta
tachiramierpittaatjes	=	tachiramierpitta
tachles	=	tacheles
tachograaf	noun	een toestel dat de snelheid en de rijtijden van een voertuig registreert
tachografen	=	tachograaf
tachometer	noun	een meetinstrument dat de omwentelingssnelheid van een as aangeeft
tachometers	=	tachometer
tachrichiem	noun	doodskleren
tachrichien	noun	doodskleren
tachtentig	=	tachtig
tachtig	num	"80", het getal tussen negenenzeventig en eenentachtig, acht maal tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 80 is aangeduid
tachtigduizend	num	80.000
tachtigduizendste	adj	nummer tachtigduizend in een rij
tachtigen	noun	soort kaartspel dat verwant is aan klaverjassen
tachtiger	noun	mensen die een leeftijd hebben tussen de 80 en 89 jaar
tachtigers	=	tachtiger
tachtigertje	=	tachtiger
tachtigertjes	=	tachtiger
tachtighoek	noun	meetkundige figuur met tachtig zijden en hoeken
tachtighoeken	=	tachtighoek
tachtigjarig	adj	80 jaren durend
tachtigjarige	noun	levend wezen dat 80 jaar oud is of iets dat 80 jaar bestaat
tachtigjarigen	=	tachtigjarige
tachtigjarigs	=	tachtigjarig
tachtigje	=	tachtig
tachtigjes	=	tachtig
tachtigs	=	tachtig
tachtigste	adj	nummer tachtig in een rij
tachtigtal	noun	een groep van (ongeveer) 80
tachtigtallen	=	tachtigtal
tachtigvoud	noun	in tachitigvoud: 80 keer hetzelfde
tachtigvouden	=	tachtigvoud
tachtigvoudig	adj	dat iets 80 keer (zoveel) voorkomt
tachtigvoudige	=	tachtigvoudig
tachtigvoudigs	=	tachtigvoudig
tachuri	noun	naam van sommige zangvogels uit de familie Tyrannidae (tirannen)
tachuri's	noun	een geslacht Mecocerculus van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
tachurietje	=	tachuri
tachurietjes	=	tachuri
tachyaritmie	noun	onregelmatige, te snelle hartsamentrekking
tachycardie	noun	aandoening van het hart, waarbij aanvallen met zeer snelle hartslag voorkomen
tachycardieën	=	tachycardie
tachyfylaxie	noun	snel opgebouwde weerstand tegen gifstoffen
tachygraaf	noun	schrijfmachine voor steno
tachygrafen	=	tachygraaf
tachygrafie	noun	snelschrijfmethode met tekens en afkortingen
tachygrafieën	=	tachygrafie
tachymeter	noun	combinatie van een theodoliet en een afstandsmeter
tachymeters	=	tachymeter
tachymetrie	noun	methode om snel de ligging van een aantal punten t.o.v. een bekend punt te bepalen d.m.v. een tachymeter
tachyon	noun	een hypothetisch exotisch deeltje dat beweegt met een snelheid groter dan de lichtsnelheid
tachyonen	=	tachyon
tackel	=	tackelen
tackelde	=	tackelen
tackelden	=	tackelen
tackele	=	tackelen
tackelen	verb	op (on)geoorloofde manier een tegenstander aanvallen
tackelend	=	tackelen
tackelende	=	tackelen
tackelt	=	tackelen
tacker	noun	apparaat dat met kracht spijkers kan uitschieten
tackers	=	tacker
tackle	noun	aanval op de (benen) speler die in balbezit is m.n. bij rugby en voetbal
tackles	=	tackle
taco	noun	kleine, krokant gebakken, gevouwen tortilla, gevulde Mexicaanse maïspannenkoek
taco's	=	taco
tacochip	noun	een (driehoekige), gefrituurde of gebakken maïschip die als snack wordt gegeten
tacochipje	=	tacochip
tacochipjes	=	tacochip
tacochips	=	tacochip
tacohouder	noun	een handig keukenhulpmiddel, vaak een rekje van RVS, bamboe of kunststof, dat taco's rechtop houdt tijdens het vullen, verwarmen in de oven en serveren
tacohouders	=	tacohouder
tacohoudertje	=	tacohouder
tacohoudertjes	=	tacohouder
tacootje	=	taco
tacootjes	=	taco
tact	noun	gevoel voor hetgeen in een (delicate) situatie passend is
tactici	=	tacticus
tacticus	noun	iemand die het aanvalsplan bedenkt en ten uitvoer brengt
tactiek	noun	een manier om onder gegeven omstandigheden een doel te bereiken
tactieken	=	tactiek
tactiekje	=	tactiek
tactiekjes	=	tactiek
tactiel	adj	door aanraken waarneembaar
tactiele	=	tactiel
tactieler	=	tactiel
tactielere	=	tactiel
tactielers	=	tactiel
tactiels	=	tactiel
tactielst	=	tactiel
tactielste	=	tactiel
tactisch	adj	de beschikbare middelen op doeltreffende wijze inzettend
tactische	=	tactisch
tactischer	=	tactisch
tactischere	=	tactisch
tactischers	=	tactisch
tactischt	=	tactisch
tactischte	=	tactisch
tactloos	adj	zonder tact
tactloosheden	=	tactloosheid
tactloosheid	noun	het tactloos zijn
tactloost	=	tactloos
tactlooste	=	tactloos
tactloze	=	tactloos
tactlozer	=	tactloos
tactlozere	=	tactloos
tactlozers	=	tactloos
tactvol	adj	met veel tact
tactvolle	=	tactvol
tactvoller	=	tactvol
tactvollere	=	tactvol
tactvollers	=	tactvol
tactvols	=	tactvol
tactvolst	=	tactvol
tactvolste	=	tactvol
tadellos	adj	zonder dat er ook maar iets op aan te merken is
tadellose	=	tadellos
tadzjiek	noun	een inwoner van Tadzjikistan, of iemand afkomstig uit Tadzjikistan
tadzjieken	=	tadzjiek
tadzjieks	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Tadzjikistan
tadzjiekse	noun	een vrouwelijke inwoner van Tadzjikistan, of een vrouw afkomstig uit Tadzjikistan
tadzjieksen	=	tadzjiekse
tadzjiekser	=	tadzjieks
tadzjieksere	=	tadzjieks
tadzjieksers	=	tadzjieks
tadzjiekst	=	tadzjieks
tadzjiekste	=	tadzjieks
taekwondo	noun	Koreaanse vechtsport
taekwondoka	noun	beoefenaar van taekwondo
taekwondoka's	=	taekwondoka
taert	=	taart
taf	noun	lichte, geweven , zijden stof
tafa	noun	Phascogale tapoatafa een buidelmuis uit het geslacht Phascogale die voorkomt in Australië, in een aantal geïsoleerde populaties bij de oost-, noord- en zuidwestkust in verschillende soorten bos.
tafa's	=	tafa
tafaatje	=	tafa
tafaatjes	=	tafa
tafel	noun	een meestal rechthoekig, soms rond meubelstuk met poten, bedoeld om dingen op te zetten of te leggen
tafel-bbq	abbrev	tafelbarbecue
tafelaansteker	noun	zwaarder apparaat waarmee men rookwaren kan aansteken
tafelaanstekers	=	tafelaansteker
tafelbarbecue	noun	toestel dat op tafel staat en waarmee men vlees kan roosteren
tafelbarbecues	=	tafelbarbecue
tafelbarbecuetje	=	tafelbarbecue
tafelbarbecuetjes	=	tafelbarbecue
tafelbel	noun	een bel waarmee men het personeel kon laten weten dat men ze nodig had aan tafel
tafelbellen	=	tafelbel
tafelberg	noun	een berg met een platte top
tafelbergen	=	tafelberg
tafelbergje	=	tafelberg
tafelbier	noun	licht bier, geschikt om aan tafel, bij de maaltijd, gedronken te worden
tafelbieren	=	tafelbier
tafelbiertje	=	tafelbier
tafelbiertjes	=	tafelbier
tafelbiljart	noun	los biljart zonder poten dat op een gewone tafel gelegd wordt
tafelbiljarten	=	tafelbiljart
tafelbiljarts	=	tafelbiljart
tafelblaadje	=	tafelblad
tafelblaadjes	=	tafelblad
tafelblad	noun	een blad van een tafel
tafelbladen	=	tafelblad
tafelboormachine	noun	lichte uitvoering van de kolomboormachine
tafelbrug	noun	een brug waarbij het wegdek met hydraulische zuigers omhoog geduwd wordt om de scheepvaart er door te laten
tafelbruggen	=	tafelbrug
tafelbrugje	=	tafelbrug
tafelbrugjes	=	tafelbrug
tafelcontactdoos	noun	eenvoudig verplaatsbaar kunststof bakje dat met een snoer op het lichtnet wordt aangesloten om zelf weer aansluitpunten te bieden voor lampen of elektrische apparaten
tafelcontactdozen	=	tafelcontactdoos
tafelconversatie	noun	gesprek dat mensen met elkaar voeren tijdens het eten van een maaltijd, of na afloop van het tafelen
tafelconversaties	=	tafelconversatie
tafeldame	noun	vaste serveerster voor een bepaalde tafel in een restaurant
tafeldames	=	tafeldame
tafeldans	noun	bewegen van een tafel tijdens een occulte seance
tafeldansen	=	tafeldans
tafelde	=	tafelen
tafeldek	noun	horizontale oppervlak van een meubel dat verder bestaat uit de poten die dat vlak ondersteunen
tafeldekken	verb	alle etensgerei op de tafel zetten voordat de maaltijd begint
tafeldekkend	=	tafeldekken
tafeldekkende	=	tafeldekken
tafelden	=	tafelen
tafeldien	=	tafeldienen
tafeldienen	verb	serveren van de maaltijd; gasten bedienen in een restaurant
tafeldienend	=	tafeldienen
tafeldienende	=	tafeldienen
tafeldienst	noun	het tweede deel van de eucharistieviering waarin de consecratie gevolgd wordt door de communie
tafeldiensten	=	tafeldienst
tafeldienstje	=	tafeldienst
tafeldienstjes	=	tafeldienst
tafeldiploma	noun	een beloning voor basisschoolleerlingen die de tafels van vermenigvuldiging (meestal 1 t/m 10 of 12) succesvol uit hun hoofd hebben geleerd
tafeldiploma's	=	tafeldiploma
tafeldiplomaatje	=	tafeldiploma
tafeldiplomaatjes	=	tafeldiploma
tafeldoek	noun	een kleed dat over een tafel ligt ter bescherming van de tafel, of omdat het modieus is, of voor de gezelligheid
tafeldoeken	=	tafeldoek
tafeldoekje	=	tafeldoek
tafeldoekjes	=	tafeldoek
tafele	=	tafelen
tafeleend	noun	de tafeleend, een duikeend Aythya ferina waarvan het mannetje een roodbruine kop heeft, is het hele jaar in Nederland aanwezig
tafeleenden	=	tafeleend
tafeleendje	=	tafeleend
tafeleendjes	=	tafeleend
tafelen	verb	aan tafel zitten om te eten.
tafelend	=	tafelen
tafelende	=	tafelen
tafelfruit	noun	fruit dat men onbewerkt als toetje eet na de maaltijd
tafelgebed	noun	gebed dat in de katholieke mis gebeden wordt en waarmee brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus Christus zouden veranderen
tafelgebeden	=	tafelgebed
tafelgenoot	noun	iemand die mee aan tafel zit.
tafelgenootje	=	tafelgenoot
tafelgenootjes	=	tafelgenoot
tafelgenot	noun	het genoegen wat lekker tafelen kan veroorzaken
tafelgenote	noun	iemand (vrouwelijk) die mee aan tafel zit.
tafelgenoten	=	tafelgenoot
tafelgerei	noun	voorwerpen die men bij het eten aan tafel als hulpmiddel gebruikt
tafelgerief	noun	peper- en zoutstel en andere kleine voorwerpen die men gebruikt bij de maaltijd
tafelgesprek	noun	gesprek dat men voert tijdens een maaltijd
tafelgesprekje	=	tafelgesprek
tafelgesprekjes	=	tafelgesprek
tafelgesprekken	=	tafelgesprek
tafelgoed	noun	alles wat men op een tafel zet of legt om deze klaar te maken voor de maaltijd
tafelheer	noun	man die de presentator van een talkshow assisteert
tafelheren	=	tafelheer
tafelkaart	noun	een overzichtelijke tabel met de tafels van vermenigvuldiging (meestal 1 t/m 10 of 12) en hun antwoorden
tafelkaarten	=	tafelkaart
tafelkaartje	=	tafelkaart
tafelkaartjes	=	tafelkaart
tafelkerk	noun	een godsdienstoefening die aan een tafel wordt gehouden en niet in een kerkgebouw
tafelkerken	=	tafelkerk
tafelkerkje	=	tafelkerk
tafelkerkjes	=	tafelkerk
tafelkleden	=	tafelkleed
tafelkleed	noun	kleed dat als bescherming of versiering over een tafel ligt
tafelkleedje	=	tafelkleed
tafelkleedjes	=	tafelkleed
tafella	noun	een la onder het blad van een tafel
tafella's	=	tafella
tafellaatje	=	tafella
tafellaatjes	=	tafella
tafellaken	noun	een doek bedoeld om er een tafel mee te dekken, ammelaken
tafellakens	=	tafellaken
tafellakentje	=	tafellaken
tafellakentjes	=	tafellaken
tafellamp	noun	een lamp die men op tafel kan zetten
tafellampen	=	tafellamp
tafellampje	=	tafellamp
tafellampjes	=	tafellamp
tafellinnen	noun	textiel dat men gebruikt tijdens het tafelen
tafelloper	noun	een smalle lap stof (ongeveer 40-50 centimeter) die ter decoratie in combinatie met een tafelkleed gebruikt wordt
tafellopers	=	tafelloper
tafellopertje	=	tafelloper
tafellopertjes	=	tafelloper
tafelmat	noun	van hout, metaal of stof gemaakte mat waarop men warme pannen of schalen kan zetten zonder het tafelblad te beschadigen
tafelmatje	=	tafelmat
tafelmatjes	=	tafelmat
tafelmatten	=	tafelmat
tafelment	noun	muurbekroning bestaande uit architraaf, fries en kroonlijst tezamen, hoofdgestel
tafelmenten	=	tafelment
tafelmentje	=	tafelment
tafelmentjes	=	tafelment
tafelmes	noun	breed bot mes dat naast de vork en de lepel deel van het bestek uitmaakt
tafelmesje	=	tafelmes
tafelmesjes	=	tafelmes
tafelmessen	=	tafelmes
tafelmodel	noun	type apparaat dat op de tafel gezet kan worden
tafelmodellen	=	tafelmodel
tafelmodelletje	=	tafelmodel
tafelmodelletjes	=	tafelmodel
tafelmuziek	noun	muziek die tijdens een diner als achtergrondmuziek wordt gespeeld
tafelpiano	noun	toetsinstrument met snaren, in de vorm van een vlakke doos op poten
tafelpiano's	=	tafelpiano
tafelpoot	noun	een verticaal deel van een tafel dat ter ondersteuning dient
tafelpootje	=	tafelpoot
tafelpootjes	=	tafelpoot
tafelpoten	=	tafelpoot
tafelpresident	noun	de leider van een officieel diner
tafelpresidenten	=	tafelpresident
tafelrand	noun	de uiterste grens van een tafelblad
tafelranden	=	tafelrand
tafelrede	noun	redevoering aan een maaltijd
tafelredes	=	tafelrede
tafels	=	tafel
tafelschel	noun|obsolete	een bel waarmee men het personeel kon laten weten dat men ze nodig had aan tafel
tafelschellen	=	tafelschel
tafelschikking	noun	de manier waarop gasten aan de eettafel worden geplaatst
tafelschikkingen	=	tafelschikking
tafelschikkinkje	=	tafelschikking
tafelschikkinkjes	=	tafelschikking
tafelschuier	noun	huishoudelijk voorwerp om kruimels op te ruimen
tafelschuiers	=	tafelschuier
tafelschuiertje	=	tafelschuier
tafelschuiertjes	=	tafelschuier
tafelschuimer	noun	iemand die van een restaurant wegloopt zonder de rekening te betalen
tafelschuimers	=	tafelschuimer
tafelschuimertje	=	tafelschuimer
tafelschuimertjes	=	tafelschuimer
tafelservies	noun	verzameling van borden, schalen e.d. die men tijdens een maaltijd gebruikt
tafelserviezen	=	tafelservies
tafelspeech	noun	redevoering aan een maaltijd
tafelspeechen	=	tafelspeech
tafelspeeches	=	tafelspeech
tafelspel	noun	een gezelschapsspel dat men gewoonlijk aan tafel speelt
tafelspelen	=	tafelspel
tafelspellen	=	tafelspel
tafelspringer	noun	druktemaker
tafelspringers	=	tafelspringer
tafelstoel	noun	een stoel die ontworpen is om aan een tafel plaats te nemen
tafelstoelen	=	tafelstoel
tafelsuiker	noun	suiker zoals die gewoonlijk op tafel verschijnt
tafelsuikers	=	tafelsuiker
tafelsuikertje	=	tafelsuiker
tafelsuikertjes	=	tafelsuiker
tafelt	=	tafelen
tafeltennis	noun	een spel waarbij twee spelers, ieder met een batje, een pingpongbal op tafel houden
tafeltennisbal	noun	een licht, plastic balletje met een doorsnede van ongeveer 4 cm dat gebruikt wordt bij tafeltennis
tafeltennisballen	=	tafeltennisbal
tafeltennisballetje	=	tafeltennisbal
tafeltennisballetjes	=	tafeltennisbal
tafeltennisbat	noun	slaginstrument dat je gebruikt om de bal te slaan bij pingpong
tafeltennisbatje	=	tafeltennisbat
tafeltennisbatjes	=	tafeltennisbat
tafeltennisbats	=	tafeltennisbat
tafeltennisbond	noun	vereniging van tafeltennisclubs
tafeltennisbonden	=	tafeltennisbond
tafeltennisfederatie	noun	vereniging van landelijke tafeltennisbonden
tafeltennisfederaties	=	tafeltennisfederatie
tafeltennisracket	noun	het slaginstrument dat je gebruikt om de bal te slaan bij tafeltennis (pingpong)
tafeltennisracketje	=	tafeltennisracket
tafeltennisracketjes	=	tafeltennisracket
tafeltennisrackets	=	tafeltennisracket
tafeltennisse	=	tafeltennissen
tafeltennissen	verb	tennis spelen op een tafel met een batje en een pingpongballetje
tafeltennissend	=	tafeltennissen
tafeltennissende	=	tafeltennissen
tafeltennisser	noun	sporter die tafeltennis speelt
tafeltennissers	=	tafeltennisser
tafeltennisspeler	noun	sporter die tafeltennis speelt
tafeltennisspelers	=	tafeltennisspeler
tafeltennisspelertje	=	tafeltennisspeler
tafeltennisspelertjes	=	tafeltennisspeler
tafeltennist	=	tafeltennissen
tafeltennistafel	noun	tafel die geschikt is voor het spelen van tafeltennis
tafeltennistafels	=	tafeltennistafel
tafeltenniste	=	tafeltennissen
tafeltennisteam	noun	groep tafeltennissers die samen uitkomen in een tafeltenniswedestrijd voor teams
tafeltennisteams	=	tafeltennisteam
tafeltennisten	=	tafeltennissen
tafeltennistoernooi	noun	een georganiseerde reeks tafeltenniswedstrijden waarin ploegen of individuele spelers het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden
tafeltennistoernooien	=	tafeltennistoernooi
tafeltennisvereniging	noun	sportclub voor tafeltennissers
tafeltennisverenigingen	=	tafeltennisvereniging
tafeltennisverenigingetje	=	tafeltennisvereniging
tafeltennisverenigingetjes	=	tafeltennisvereniging
tafeltenniswedstrijd	noun	een sportstrijd waarin twee of vier spelers een bal met een batje over een net op een tafel slaan, met als doel de meeste games te winnen volgens vaste spelregels
tafeltenniswedstrijden	=	tafeltenniswedstrijd
tafeltenniswedstrijdje	=	tafeltenniswedstrijd
tafeltenniswedstrijdjes	=	tafeltenniswedstrijd
tafeltje	=	tafel
tafeltje-dek-je	noun	tafel uit een sprookje van de gebroeders Grimm die vanzelf gedekt wordt na het uitspreken van deze toverformule
tafeltje-dek-jes	=	tafeltje-dek-je
tafeltjes	=	tafel
tafelvlag	noun	een klein formaat vlag op een standaard
tafelvlaggen	=	tafelvlag
tafelvlaggetje	=	tafelvlag
tafelvlaggetjes	=	tafelvlag
tafelvlagje	=	tafelvlag
tafelvlagjes	=	tafelvlag
tafelvoetbal	noun	een spel waarbij op een tafel met opstaande randen, een voetbalwedstrijd wordt gespeeld met twee partijen van elf houten of kunststof pionnen die met ijzeren stangen aan de zijkanten van de tafel zijn verbonden
tafelvoetbalspel	noun	spel waarbij men met houtenfiguurtjes die aan stangen vastzitten een op voetbal gelijkend spel speelt
tafelvoetbalspelen	=	tafelvoetbalspel
tafelvoetbalspellen	=	tafelvoetbalspel
tafelvormig	adj	vorm van een tafel hebbend
tafelvormige	=	tafelvormig
tafelvormiger	=	tafelvormig
tafelvormigere	=	tafelvormig
tafelvormigers	=	tafelvormig
tafelvormigs	=	tafelvormig
tafelvormigst	=	tafelvormig
tafelvormigste	=	tafelvormig
tafelwater	noun	water dat men bij een maaltijd drinkt
tafelwijn	noun	een meestal goedkope wijn zonder specifieke afkomst, die aangenaam bij een doordeweekse maaltijd wordt gedronken
tafelwijnen	=	tafelwijn
tafelwijntje	=	tafelwijn
tafelwijntjes	=	tafelwijn
tafelzaag	noun	stationaire zaagmachine met een rond, elektrisch aangedreven zaagblad dat uitsteekt boven een horizontaal tafelblad
tafelzaagje	=	tafelzaag
tafelzaagjes	=	tafelzaag
tafelzagen	=	tafelzaag
tafelzeil	noun	tafelkleed van zeildoek, om de tafel tegen morsen te beschermen.
tafelzeilen	=	tafelzeil
tafelzeiltje	=	tafelzeil
tafelzeiltjes	=	tafelzeil
tafelzilver	noun	zilveren voorwerpen voor op tafel inclusief het zilveren vaatwerk
tafelzout	noun	fijn zout
tafelzuren	=	tafelzuur
tafelzuur	noun	Tafelzuur is de verzamelnaam van allerlei ingelegde groenten, die als extra bij andere gerechten worden gegeten.
tafereel	noun	een gebeurtenis of situatie waarnaar men kijkt
tafereeltje	=	tafereel
tafereeltjes	=	tafereel
taferelen	=	tafereel
taffelde	=	taffelen
taffelen	verb	langzaam lopen, strompelen, kuieren
taffelend	=	taffelen
taffen	adj	van taf vervaardigd
taffetas	noun	lichte, wat stugge stof geweven uit zijde of kunstzijde in een eenvoudig rechthoekig patroon
taffia	noun	een soort rum gemaakt van melasse (suikerriet)
tafia	noun	een soort rum gemaakt van melasse (suikerriet)
tafkak	noun	kunduzakkoord.
taft	noun	lichte, geweven, zijden stof
taften	=	taft
tafzij	noun	een zijden of kunstzijden weefsel in effenbinding
tafzijde	noun	een zijden of kunstzijden weefsel in effenbinding
tafzijden	adj	gemaakt van tafzijde
tafzijdes	=	tafzij
tag	noun	graffitisymbool karakteristiek voor een persoon
tagde	=	taggen
tagden	=	taggen
tagge	=	taggen
taggeles	=	tacheles
taggen	verb	voorzien van een trefwoord, etiket e,.d.; (bij uitbreiding) indelen bij een bepaalde groep
taggend	=	taggen
taggende	=	taggen
tagger	noun	iets of iemand die mediabestanden voorziet van labels
taggers	=	tagger
tagje	=	tag
tagliatelle	noun	Italiaanse lintvormige pasta
tagliatelle's	=	tagliatelle
tagliatelles	=	tagliatelle
tagoean	noun	Petaurista petaurista knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
tagoeans	=	tagoean
tagoeantje	=	tagoean
tagoeantjes	=	tagoean
tagrijn	noun	koopman in oud ijzer
tagrijnen	=	tagrijn
tagrijns	=	tagrijn
tags	=	tag
tagt	=	taggen
tagulabrilvogel	noun	Zosterops meeki een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
tagulabrilvogels	=	tagulabrilvogel
tagulabrilvogeltje	=	tagulabrilvogel
tagulabrilvogeltjes	=	tagulabrilvogel
tagulahoningeter	noun	Microptilotis vicina endemische vogel van het eiland Tagula (Nieuw-Guinea).
tagulahoningeters	=	tagulahoningeter
tagulahoningetertje	=	tagulahoningeter
tagulahoningetertjes	=	tagulahoningeter
tagulalijsterdikkop	noun	Colluricincla discolor een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters)
tagulalijsterdikkopje	=	tagulalijsterdikkop
tagulalijsterdikkopjes	=	tagulalijsterdikkop
tagulalijsterdikkoppen	=	tagulalijsterdikkop
tagulaorgelvogel	noun	Cracticus louisiadensis een vogel uit de familie van de orgelvogels.
tagulaorgelvogels	=	tagulaorgelvogel
tagulaorgelvogeltje	=	tagulaorgelvogel
tagulaorgelvogeltjes	=	tagulaorgelvogel
tagulaparadijskraai	noun	Manucodia alter een zangvogel uit de familie Paradisaeidae (paradijsvogels).
tagulaparadijskraaien	=	tagulaparadijskraai
tagulaparadijskraaitje	=	tagulaparadijskraai
tagulaparadijskraaitjes	=	tagulaparadijskraai
tahara	noun	rituele reinheid
taharat	noun	reinheid van
taharot	=	tahara
tahin	noun	een soort van pasta, gemaakt van gemalen sesamzaad met toevoeging van o.a. citrussap, knoflook, peterselie en zeezout
tahiti-ijsvogel	noun	Todiramphus veneratus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
tahiti-ijsvogels	=	tahiti-ijsvogel
tahiti-ijsvogeltje	=	tahiti-ijsvogel
tahiti-ijsvogeltjes	=	tahiti-ijsvogel
tahitiaans	adj	op Tahiti betrekking hebbend
tahitiaanse	noun	vrouwelijk iemand afkomstig uit of wonend op Tahiti
tahitiaansen	=	tahitiaanse
tahitiaanser	=	tahitiaans
tahitiaansere	=	tahitiaans
tahitiaansers	=	tahitiaans
tahitiaanstalig	adj	de Tahitiaanse taal sprekend
tahitiaanstalige	=	tahitiaanstalig
tahitiaanstaligs	=	tahitiaanstalig
tahitikakariki	noun	Cyanoramphus zealandicus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
tahitikakariki's	=	tahitikakariki
tahitikakarikietje	=	tahitikakariki
tahitikakarikietjes	=	tahitikakariki
tahitimonarch	noun	Pomarea nigra een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
tahitimonarchen	=	tahitimonarch
tahitimonarchje	=	tahitimonarch
tahitimonarchjes	=	tahitimonarch
tahitiporseleinhoen	noun	Zapornia nigra een uitgestorven vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
tahitiporseleinhoenderen	=	tahitiporseleinhoen
tahitiporseleinhoenders	=	tahitiporseleinhoen
tahitiporseleinhoentje	=	tahitiporseleinhoen
tahitiporseleinhoentjes	=	tahitiporseleinhoen
tahitiral	noun	Hypotaenidia pacifica een uitgestorven vogel uit de familie van de Rallidae (Rallen)
tahitirallen	=	tahitiral
tahitiralletje	=	tahitiral
tahitiralletjes	=	tahitiral
tahitisalangaan	noun	Aerodramus leucophaeus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
tahitisalangaantje	=	tahitisalangaan
tahitisalangaantjes	=	tahitisalangaan
tahitisalanganen	=	tahitisalangaan
tahitistormvogel	noun	Pseudobulweria rostrata een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
tahitistormvogels	=	tahitistormvogel
tahitistormvogeltje	=	tahitistormvogel
tahitistormvogeltjes	=	tahitistormvogel
tahitistrandloper	noun	Prosobonia leucoptera een uitgestorven vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
tahitistrandlopers	=	tahitistrandloper
tahitistrandlopertje	=	tahitistrandloper
tahitistrandlopertjes	=	tahitistrandloper
tahitizwaluw	noun	Hirundo tahitica een soort zwaluw die lijkt op de boerenzwaluw (Hirundo rustica) en voorkomt in Frans-Polynesië.
tahitizwaluwen	=	tahitizwaluw
tahitizwaluwtje	=	tahitizwaluw
tahitizwaluwtjes	=	tahitizwaluw
tahoe	noun	kaasachtig product gemaakt uit sojamelk
tai-chi	noun	een van oorsprong Chinese vechtkunst
tai-chiede	=	tai-chiën
tai-chieden	=	tai-chiën
tai-chiet	=	tai-chiën
tai-chië	=	tai-chiën
tai-chiën	verb	tai chi uitoefenen in een wedstrijd of tijdens een training
tai-chiënd	=	tai-chiën
tai-chiënde	=	tai-chiën
taifoen	noun	een hevige wervelstorm in de Chinese Zee en de Stille Oceaan die ontstaat uit een tropische depressie
taifoens	=	taifoen
taifoentje	=	taifoen
taifoentjes	=	taifoen
taiga	noun	een bioom dat wordt gekenmerkt door uitgestrekte, koude en vochtige naaldwouden
taiga's	=	taiga
taigaboomkruiper	noun	Certhia familiaris een zangvogel uit de familie van echte boomkruipers (Certhiidae).
taigaboomkruipers	=	taigaboomkruiper
taigaboomkruipertje	=	taigaboomkruiper
taigaboomkruipertjes	=	taigaboomkruiper
taigagaai	noun	Perisoreus infaustus een vogel uit de familie van de kraaien.
taigagaaien	=	taigagaai
taigagaaitje	=	taigagaai
taigagaaitjes	=	taigagaai
taigaglanslibel	noun	Somatochlora alpestris een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de glanslibellen (Corduliidae).
taigaglanslibellen	=	taigaglanslibel
taigaglanslibelletje	=	taigaglanslibel
taigaglanslibelletjes	=	taigaglanslibel
taigaknobbeldaas	noun	Hybomitra arpadi een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
taigaknobbeldaasje	=	taigaknobbeldaas
taigaknobbeldaasjes	=	taigaknobbeldaas
taigaknobbeldazen	=	taigaknobbeldaas
taigarietgans	noun	Anser fabalis (sensu stricto), een middelgrote tot grote gans die broedt in het noorden van Europa en Azië
taigarietganzen	=	taigarietgans
taigastrandloper	noun	Calidris subminuta een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
taigastrandlopers	=	taigastrandloper
taigastrandlopertje	=	taigastrandloper
taigastrandlopertjes	=	taigastrandloper
taigavliegenvanger	noun	Ficedula albicilla een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
taigavliegenvangers	=	taigavliegenvanger
taigavliegenvangertje	=	taigavliegenvanger
taigavliegenvangertjes	=	taigavliegenvanger
taikoen	noun	een rijk persoon die een groot deel van een bepaalde bedrijfstak in handen heeft
taikoens	=	taikoen
taikoentje	=	taikoen
taikoentjes	=	taikoen
taikonaut	noun	een Chinese ruimtevaarder
taikonauten	=	taikonaut
taikonautje	=	taikonaut
taikonautjes	=	taikonaut
taille	noun	het middelste deel van het lichaam, middel bet. [B]
tailleband	noun	band gemaakt van ijzerdraad, baleinen en elastiek die men gebruikt als een gordel om het middel
taillebanden	=	tailleband
taillebandje	=	tailleband
tailleer	=	tailleren
tailleerde	=	tailleren
tailleerden	=	tailleren
tailleert	=	tailleren
taillere	=	tailleren
tailleren	verb	in vorm brengen door het overbodige weg te snijden
taillerend	=	tailleren
taillerende	=	tailleren
tailles	=	taille
tailletje	=	taille
tailletjes	=	taille
tailleur	noun	kleermaker
tailleurs	=	tailleur
tailleurtje	=	tailleur
tailleurtjes	=	tailleur
taimen	noun	Hucho taimen een straalvinnige vis uit de familie der zalmen (Salmonidae)
taipan	noun	Oxyuranus scutellatus een slang uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
taipannetje	=	taipan
taipannetjes	=	taipan
taipans	=	taipan
taita-apalis	noun	Apalis fuscigularis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
taita-apalisje	=	taita-apalis
taita-apalisjes	=	taita-apalis
taita-apalissen	=	taita-apalis
taita-valk	noun	Falco fasciinucha een kleine valkensoort die leeft in Afrika.
taita-valken	=	taita-valk
taita-valkje	=	taita-valk
taita-valkjes	=	taita-valk
taitabrilvogel	noun	Zosterops silvanus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
taitabrilvogels	=	taitabrilvogel
taitabrilvogeltje	=	taitabrilvogel
taitabrilvogeltjes	=	taitabrilvogel
taitaklauwier	noun	Lanius dorsalis een vogel uit de familie der klauwieren (Laniidae).
taitaklauwieren	=	taitaklauwier
taitaklauwiertje	=	taitaklauwier
taitaklauwiertjes	=	taitaklauwier
taitalijster	noun	Turdus helleri een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
taitalijsters	=	taitalijster
taitalijstertje	=	taitalijster
taitalijstertjes	=	taitalijster
taitavalk	noun	Falco fasciinucha een kleine valkensoort die leeft in Afrika.
taitavalken	=	taitavalk
taitavalkje	=	taitavalk
taitavalkjes	=	taitavalk
taiwanbaardvogel	noun	Psilopogon nuchalis een endemische Aziatische baardvogel die alleen voorkomt op Taiwan.
taiwanbaardvogels	=	taiwanbaardvogel
taiwanbaardvogeltje	=	taiwanbaardvogel
taiwanbaardvogeltjes	=	taiwanbaardvogel
taiwanbamboepatrijs	noun	Bambusicola sonorivox een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
taiwanbamboepatrijsje	=	taiwanbamboepatrijs
taiwanbamboepatrijsjes	=	taiwanbamboepatrijs
taiwanbamboepatrijzen	=	taiwanbamboepatrijs
taiwanblauwstaart	noun	Tarsiger johnstoniae een zangvogel uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae).
taiwanblauwstaarten	=	taiwanblauwstaart
taiwanblauwstaartje	=	taiwanblauwstaart
taiwanblauwstaartjes	=	taiwanblauwstaart
taiwanbospatrijs	noun	Arborophila crudigularis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
taiwanbospatrijsje	=	taiwanbospatrijs
taiwanbospatrijsjes	=	taiwanbospatrijs
taiwanbospatrijzen	=	taiwanbospatrijs
taiwanbuulbuul	noun	Pycnonotus taivanus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
taiwanbuulbuuls	=	taiwanbuulbuul
taiwanbuulbuultje	=	taiwanbuulbuul
taiwanbuulbuultjes	=	taiwanbuulbuul
taiwanees	noun	vorm van het Minnan zoals dat in Taiwan wordt gesproken	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Taiwan
taiwaneesje	=	taiwanees
taiwaneesjes	=	taiwanees
taiwaneest	=	taiwanees
taiwaneeste	=	taiwanees
taiwanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Taiwan, of een vrouw afkomstig uit Taiwan
taiwanesen	=	taiwanese
taiwaneser	=	taiwanees
taiwanesere	=	taiwanees
taiwanesers	=	taiwanees
taiwanezen	=	taiwanees
taiwanfluitlijster	noun	Myophonus insularis een endemische vogelsoort van Taiwan uit het geslacht Myophonus en de familie vliegenvangers (Muscicapidae)
taiwanfluitlijsters	=	taiwanfluitlijster
taiwanfluitlijstertje	=	taiwanfluitlijster
taiwanfluitlijstertjes	=	taiwanfluitlijster
taiwanfulvetta	noun	Fulvetta formosana een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
taiwanfulvetta's	=	taiwanfulvetta
taiwanfulvettaatje	=	taiwanfulvetta
taiwanfulvettaatjes	=	taiwanfulvetta
taiwangoudhaan	noun	Regulus goodfellowi een zangvogel uit de familie van Regulidae.
taiwangoudhaantje	=	taiwangoudhaan
taiwangoudhaantjes	=	taiwangoudhaan
taiwangoudhanen	=	taiwangoudhaan
taiwangoudvink	noun	Pyrrhula owstoni een zangvogel uit de familie der Fringillidae (Vinkachtigen).
taiwangoudvinken	=	taiwangoudvink
taiwangoudvinkje	=	taiwangoudvink
taiwangoudvinkjes	=	taiwangoudvink
taiwankitta	noun	Urocissa caerulea een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
taiwankitta's	=	taiwankitta
taiwankittaatje	=	taiwankitta
taiwankittaatjes	=	taiwankitta
taiwankortvleugel	noun	Brachypteryx goodfellowi een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
taiwankortvleugelen	=	taiwankortvleugel
taiwankortvleugels	=	taiwankortvleugel
taiwankortvleugeltje	=	taiwankortvleugel
taiwankortvleugeltjes	=	taiwankortvleugel
taiwankruiplijster	noun	Pomatorhinus musicus een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
taiwankruiplijsters	=	taiwankruiplijster
taiwankruiplijstertje	=	taiwankruiplijster
taiwankruiplijstertjes	=	taiwankruiplijster
taiwanlijstergaai	noun	Garrulax taewanus een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
taiwanlijstergaaien	=	taiwanlijstergaai
taiwanlijstergaaitje	=	taiwanlijstergaai
taiwanlijstergaaitjes	=	taiwanlijstergaai
taiwanmees	noun	Machlolophus holsti een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
taiwanmeesje	=	taiwanmees
taiwanmeesjes	=	taiwanmees
taiwanmeestimalia	noun	Yuhina brunneiceps een zangvogel uit de familie Zosteropidae die voorkomt in het Oriëntaals gebied
taiwanmeestimalia's	=	taiwanmeestimalia
taiwanmeestimaliaatje	=	taiwanmeestimalia
taiwanmeestimaliaatjes	=	taiwanmeestimalia
taiwanmerel	noun	Turdus niveiceps een algemeen in bossen voorkomende lijster uit het geslacht Turdus.
taiwanmerels	=	taiwanmerel
taiwanmereltje	=	taiwanmerel
taiwanmereltjes	=	taiwanmerel
taiwanmezen	=	taiwanmees
taiwanpapegaaiduif	noun	Treron formosae een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
taiwanpapegaaiduifje	=	taiwanpapegaaiduif
taiwanpapegaaiduifjes	=	taiwanpapegaaiduif
taiwanpapegaaiduiven	=	taiwanpapegaaiduif
taiwanpnoepyga	noun	Pnoepyga formosana een zangvogel uit de familie van de Pnoepygidae.
taiwanpnoepyga's	=	taiwanpnoepyga
taiwanpnoepygaatje	=	taiwanpnoepyga
taiwanpnoepygaatjes	=	taiwanpnoepyga
taiwanroodkeelniltava	noun	Niltava vivida een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
taiwanroodkeelniltava's	=	taiwanroodkeelniltava
taiwanroodkeelniltavaatje	=	taiwanroodkeelniltava
taiwanroodkeelniltavaatjes	=	taiwanroodkeelniltava
taiwanroodmus	noun	Carpodacus formosanus een zangvogel uit de familie van de Fringillidae (Vinkachtigen).
taiwanroodmusje	=	taiwanroodmus
taiwanroodmusjes	=	taiwanroodmus
taiwanroodmussen	=	taiwanroodmus
taiwanstreepvleugel	noun	Actinodura morrisoniana een vogel uit het geslacht van zangvogels uit de familie Leiothrichidae
taiwanstreepvleugelen	=	taiwanstreepvleugel
taiwanstreepvleugels	=	taiwanstreepvleugel
taiwanstreepvleugeltje	=	taiwanstreepvleugel
taiwanstreepvleugeltjes	=	taiwanstreepvleugel
taiwanstruikzanger	noun	Locustella alishanensis een zangvogel uit de familie van de Locustellidae.
taiwanstruikzangers	=	taiwanstruikzanger
taiwanstruikzangertje	=	taiwanstruikzanger
taiwanstruikzangertjes	=	taiwanstruikzanger
taiwanzwelghaai	noun	Centrophorus niaukang een vis uit de familie van zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
taiwanzwelghaaien	=	taiwanzwelghaai
taiwanzwelghaaitje	=	taiwanzwelghaai
taiwanzwelghaaitjes	=	taiwanzwelghaai
tajine	noun	schotel van aardewerk met een kegelvormig deksel uit Noord-Afrika te gebruiken als stoofpot
tajines	=	tajine
tak	noun	een deel van een boom of struik dat aan de stam vastzit en waaraan bladeren groeien
taka	noun	munteenheid van Bangladesh
taka's	=	taka
takahe	noun	Porphyrio zeldzame, blauwgroene, niet-vliegende vogel in Nieuw-Zeeland
takahe's	=	takahe
takahes	=	takahe
takahetje	=	takahe
takahetjes	=	takahe
takako	noun	Sechium tacaco een plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae), nauw verwant aan de chayote (Sechium edule) en oorspronkelijk uit Midden-Amerika
takako's	=	takako
takana	noun	verordening, statuut, bepaling
takanot	=	takana
take	=	taak
take-away	noun	wat je als belangrijkste les van een gebeurtenis onthoudt
take-aways	=	take-away
takeaway	noun	plaats waar warme maaltijden worden verkocht om op een andere plaats op te eten
takeaways	=	takeaway
takehometentamen	noun	een evaluatievorm waarbij de student een of meer dagen de tijd krijgt om de examenopgaven thuis uit te werken lijkt veel op een openboektentamen
takehometentamens	=	takehometentamen
takel	noun	een hijswerktuig samengesteld uit kabels en katrollen, of met kettingen en kettingwielen
takelaar	noun	kraanwagen
takelaars	=	takelaar
takelaartje	=	takelaar
takelaartjes	=	takelaar
takelage	noun	het ophijsen van lasten met behulp van een takel of kraan
takelages	=	takelage
takelaren	=	takelaar
takelauto	noun	een auto die ingericht is om gestrande wagens op te takelen en naar de garage te brengen
takelauto's	=	takelauto
takelautootje	=	takelauto
takelautootjes	=	takelauto
takelbalk	noun	een uit een gebouw stekende balk met een takel bij pakhuizen maar ook bij woonhuizen om verhuizingen te vergemakkelijken
takelbalken	=	takelbalk
takelbedrijf	noun	bedrijf dat auto's die niet meer zelfstandig kunnen rijden kan wegtakelen
takelbedrijven	=	takelbedrijf
takelblok	noun	hijsblok, met één of meer schijven, van een takel
takelblokje	=	takelblok
takelblokjes	=	takelblok
takelblokken	=	takelblok
takelde	=	takelen
takelden	=	takelen
takele	=	takelen
takelen	verb	het ophijsen met een takel
takelend	=	takelen
takelende	=	takelen
takeling	noun	het takelen
takelingen	=	takeling
takels	=	takel
takelt	=	takelen
takeltje	=	takel
takeltjes	=	takel
takelwagen	noun	een wagen die ingericht is om gestrande wagens op te takelen en naar de garage te brengen
takelwagens	=	takelwagen
takelwagentje	=	takelwagen
takelwagentjes	=	takelwagen
takelwerk	noun	klus waarbij men iets moet takelen
takelwerken	=	takelwerk
takelwerkje	=	takelwerk
takelwerkjes	=	takelwerk
taken	=	taak
takenboek	noun	een (leer)boek met opdrachten
takenboeken	=	takenboek
takenboekje	=	takenboek
takenboekjes	=	takenboek
takend	=	taak
takenlijst	noun	een opsomming van taken die men wil uitvoeren
takenlijsten	=	takenlijst
takenlijstje	=	takenlijst
takenlijstjes	=	takenlijst
takenpakket	noun	beschrijving van alle plichten die een organisatie of een persoon heeft
takenpakketje	=	takenpakket
takenpakketjes	=	takenpakket
takenpakketten	=	takenpakket
takenverdeling	=	taakverdeling
takfiristisch	adj	betrekking hebbend op het takfirisme
takfiristische	=	takfiristisch
takfiristischer	=	takfiristisch
takfiristischere	=	takfiristisch
takfiristischers	=	takfiristisch
takhout	noun	hout dat van de takken van een bom komt
taki-taki	=	takitaki
takie-takie	=	takitaki
takin	noun	Budorcas taxicolor een holhoornig hoefdier uit de bergen van Centraal-Azië
takins	noun	een geslacht Budorcas van zoogdieren uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
takintje	=	takin
takintjes	=	takin
takitaki	noun|obsolete	uitingen in het Sranantongo
takje	=	tak
takjes	=	tak
takkeherrie	noun	harde, vervelende herrie
takkeling	noun	jonge vogel die nog niet kan vliegen of alleen maar van tak naar tak kan gaan
takkelingen	=	takkeling
takkelingetje	=	takkeling
takkelingetjes	=	takkeling
takken	=	tak
takkenbezem	noun	hulpmiddel voor het vegen van bladeren en vuil, bestaande uit een bundel buigzame boomtakjes
takkenbezems	=	takkenbezem
takkenbos	noun	een bundel takken van struiken en bomen zonder bladeren die men kan gebruiken om een vuur te maken
takkenbosje	=	takkenbos
takkenbosjes	=	takkenbos
takkenbossen	=	takkenbos
takkenschaar	noun	een tuingereedschap dat gebruikt wordt voor het snoeien van dikke takken, die te dik zijn voor een gewone snoeischaar
takkenschaartje	=	takkenschaar
takkenschaartjes	=	takkenschaar
takkenscharen	=	takkenschaar
takkenzaag	noun	een zaag die geschikt is voor het snoeien van bomen en flinke struiken
takkenzaagje	=	takkenzaag
takkenzaagjes	=	takkenzaag
takkenzagen	=	takkenzaag
takkeweer	noun	heel slecht weer
takkewijf	noun	onaangename vrouw die vaak ruzie zoekt
takkewijven	=	takkewijf
takkratertje	noun	Schizoxylon compositum een schimmel behorend tot de familie Stictidaceae.
takkratertjes	=	takkratertje
takmos	noun	een geslacht Ramalina van struikvormige korstmossen dat behoort tot de orde Lecanorales van de ascomyceten.
takmosje	=	takmos
takmosjes	=	takmos
takmossen	=	takmos
takruitertje	noun	Collybiopsis ramealis een schimmel behorend tot de familie Omphalotaceae.
takruitertjes	=	takruitertje
taks	noun	bepaalde hoeveelheid
taksen	=	taks
taksje	=	taks
taksjes	=	taks
taksvrij	adj	van iets dat je er geen belasting over hoeft te betalen
taksvrije	=	taksvrij
taksvrijer	=	taksvrij
taksvrijere	=	taksvrij
taksvrijers	=	taksvrij
taksvrijs	=	taksvrij
taksvrijst	=	taksvrij
taksvrijste	=	taksvrij
takt	noun	deel van een cyclus in een verbrandingsmotor
takteer	=	takteren
takteerde	=	takteren
takteerden	=	takteren
takteert	=	takteren
taktere	=	takteren
takteren	verb	de maat slaan
takterend	=	takteren
takterende	=	takteren
taktiek	=	tactiek
taktisch	=	tactisch
takuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza benesuada een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
takuitbreekkommetjes	=	takuitbreekkommetje
takuzu	noun	een logische puzzel waarbij getallen in vakjes geplaatst moeten worden.
takuzu's	=	takuzu
takuzuutje	=	takuzu
takuzuutjes	=	takuzu
takwerk	noun	de verzameling takken van een boom
takwerken	=	takwerk
tal	noun	een numerieke hoeveelheid
tala	noun	munteenheid van Samoa
tala's	=	tala
talaudbeerkoeskoes	noun	Ailurops melanotis buideldier dat voorkomt op de Talaud-eilanden ten noorden van Celebes.
talaudbeerkoeskoesje	=	talaudbeerkoeskoes
talaudbeerkoeskoesjes	=	talaudbeerkoeskoes
talaudbeerkoeskoezen	=	talaudbeerkoeskoes
talaudijsvogel	noun	Todiramphus enigma een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
talaudijsvogels	=	talaudijsvogel
talaudijsvogeltje	=	talaudijsvogel
talaudijsvogeltjes	=	talaudijsvogel
talaudnaaktoogral	noun	Gymnocrex talaudensis een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
talaudnaaktoograllen	=	talaudnaaktoogral
talaudnaaktoogralletje	=	talaudnaaktoogral
talaudnaaktoogralletjes	=	talaudnaaktoogral
talaudwaterhoen	noun	Amaurornis magnirostris een vogel uit de familie van de rallen (Rallidae).
talaudwaterhoenderen	=	talaudwaterhoen
talaudwaterhoenders	=	talaudwaterhoen
talaudwaterhoentje	=	talaudwaterhoen
talaudwaterhoentjes	=	talaudwaterhoen
tale	=	taal
taledek	noun	Javaanse beroepsdanseres
taledekje	=	taledek
taledekjes	=	taledek
taledeks	=	taledek
taleggio	noun	zachte Italiaanse kaas
taleggio's	=	taleggio
talen	verb	~ naar informeren naar, navraag doen naar
talencafeetje	=	talencafé
talencafeetjes	=	talencafé
talencafé	noun	plaats waar mensen op een informele, gezellige wijze taalonderwijs krijgen; plaats waar men op een informele manier kan oefenen met het spreken van een vreemde taal
talencafés	=	talencafé
talencentra	=	talencentrum
talencentrum	noun	instelling waar meerdere talen worden bestudeerd en gedoceerd.
talencentrumpje	=	talencentrum
talencentrumpjes	=	talencentrum
talencursus	noun	kortdurende lesperiode waarin men een taal leert
talencursusje	=	talencursus
talencursusjes	=	talencursus
talencursussen	=	talencursus
talend	=	talen
talende	=	talen
taleninstituten	=	taleninstituut
taleninstituut	noun	onderwijsinstelling waar men vreemde talen kan leren.
talenkenner	noun	iemand die meerdere talen kan lezen, schrijven, verstaan en spreken
talenkenners	=	talenkenner
talenkennis	noun	kennis van verschillende talen
talenknobbel	noun	een speciaal talent voor het aanleren van vreemde talen
talenknobbels	=	talenknobbel
talenknobbeltje	=	talenknobbel
talenknobbeltjes	=	talenknobbel
talenlaboratoria	=	talenlaboratorium
talenlaboratorium	noun	practicum in vreemde talen met behulp van audioapparatuur
talenlaboratoriumpje	=	talenlaboratorium
talenlaboratoriumpjes	=	talenlaboratorium
talenlaboratoriums	=	talenlaboratorium
talenonderwijs	noun	het overbrengen van taalkennis en taalvaardigheden (door leraren); meestal gaat het hier om het aanleren van een vreemde taal
talenpractica	=	talenpracticum
talenpracticum	noun	practicum in vreemde talen met behulp van audioapparatuur
talenpracticumpje	=	talenpracticum
talenpracticumpjes	=	talenpracticum
talenpracticums	=	talenpracticum
talenscholen	=	talenschool
talenschool	noun	onderwijsinstelling die gespecialiseerd is in taalonderwijs
talent	noun	bijzondere aanleg
talenten	=	talent
talentenbank	noun	databank voor mensen met een arbeidshandicap
talentenbanken	=	talentenbank
talentenjacht	noun	een evenement dat als doel heeft nog onontdekt talent te vinden
talentenjachten	=	talentenjacht
talentenjachtje	=	talentenjacht
talentenjager	noun	iemand die naar mensen met een speciaal talent speurt
talentenjagers	=	talentenjager
talentje	=	talent
talentjes	=	talent
talentloos	adj	zonder talent vooral van personen
talentloosheden	=	talentloosheid
talentloosheid	noun	het niet hebben van een speciale aanleg
talentloost	=	talentloos
talentlooste	=	talentloos
talentloze	=	talentloos
talentlozer	=	talentloos
talentlozere	=	talentloos
talentlozers	=	talentloos
talentontwikkeling	noun	het proces waarin een talent zich optimaal kan ontplooien training en coaching zijn hier belangrijke factoren bij
talentontwikkelingen	=	talentontwikkeling
talentrijk	adj	met veel aangeboren vaardigheden
talentrijke	=	talentrijk
talentrijker	=	talentrijk
talentrijkere	=	talentrijk
talentrijkers	=	talentrijk
talentrijks	=	talentrijk
talentrijkst	=	talentrijk
talentrijkste	=	talentrijk
talentscout	noun	iemand die beroepsmatig zoekt naar talentvolle mensen, zoals modellen en (veelal) sporters
talentscouts	=	talentscout
talentvol	adj	begaafd
talentvole	=	talentvol
talentvoler	=	talentvol
talentvolere	=	talentvol
talentvolers	=	talentvol
talentvolle	=	talentvol
talentvoller	=	talentvol
talentvollere	=	talentvol
talentvollers	=	talentvol
talentvols	=	talentvol
talentvolst	=	talentvol
talentvolste	=	talentvol
talenwonder	noun	iemand die veel talen machtig is
talenwonders	=	talenwonder
talg	noun	huidvet, een vetachtige substantie die geproduceerd wordt door talgklieren die zich vrijwel overal in de lederhuid bevinden waar ook beharing is
talgkaars	noun	goedkope maar sterk roetende kaars die gemaakt is van dierlijk vet (in plaats van was of stearine)
talgkaarsen	=	talgkaars
talgkaarsje	=	talgkaars
talgkaarsjes	=	talgkaars
talgklier	noun	een klier om de haarzakjes, die talg afgeeft
talgkliercyste	noun	zwelling in de huid die ontstaat door een afgesloten talgklier
talgkliercysten	=	talgkliercyste
talgkliercystes	=	talgkliercyste
talgkliercystetje	=	talgkliercyste
talgkliercystetjes	=	talgkliercyste
talgklieren	=	talgklier
talgkliertje	=	talgklier
talgkliertjes	=	talgklier
talhout	noun	dunnen stammen of takken die men in bundels verkoopt als brandhout van een bepaald aantal
talhouten	=	talhout
taliabudwerghoningeter	noun	Myzomela wahe een endemische vogel uit de regenbossen van het het eiland Taliabu (Soela-archipel, Indonesië).
taliabudwerghoningeters	=	taliabudwerghoningeter
taliabudwerghoningetertje	=	taliabudwerghoningeter
taliabudwerghoningetertjes	=	taliabudwerghoningeter
taliabustruikzanger	noun	Locustella portenta een endemische vogel uit het montane bos van het het eiland Taliabu (Soela-archipel, Indonesië).
taliabustruikzangers	=	taliabustruikzanger
taliabustruikzangertje	=	taliabustruikzanger
taliabustruikzangertjes	=	taliabustruikzanger
taliabuwaaierstaart	noun	Rhipidura sulaensis een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
taliabuwaaierstaarten	=	taliabuwaaierstaart
taliabuwaaierstaartje	=	taliabuwaaierstaart
taliabuwaaierstaartjes	=	taliabuwaaierstaart
talib	noun	islamitische guerillastrijder in Afghanistan of het oosten van Pakistan
taliban	noun	islamitische guerrillabeweging in Afghanistan en het westen van Pakistan
talibancommandant	noun	een legercommandant van de taliban
talibancommandanten	=	talibancommandant
talibancommandantje	=	talibancommandant
talibancommandantjes	=	talibancommandant
talibaniseer	=	talibaniseren
talibaniseerde	=	talibaniseren
talibaniseerden	=	talibaniseren
talibaniseert	=	talibaniseren
talibanisere	=	talibaniseren
talibaniseren	verb	onder de invloed brengen van conservatieve, antiwesterse, islamitische ideeën
talibaniserend	=	talibaniseren
talibaniserende	=	talibaniseren
talibanisering	noun	toename van de invloed van conservatieve, antiwesterse, islamitische ideeën in een samenleving
talibaniseringen	=	talibanisering
talibannetje	=	taliban
talibannetjes	=	taliban
talibanregime	noun	een regering gevormd door aanhangers van een zekere islamitishe organisatie
talibanregimes	=	talibanregime
talibje	=	talib
talibjes	=	talib
talibomen	=	taliboom
taliboom	noun	benaming voor Erythrophleum ivorense en Erythrophleum suaveolens, bomen uit de vlinderbloemenfamilie die voorkomen in tropisch Afrika met zeer hard hout
talie	noun	takel met twee blokken voor lichte lasten
taliede	=	taliën
talieden	=	taliën
talies	=	talie
taliet	=	taliën
talietje	=	talie
talietjes	=	talie
talig	adj	betrekking hebbend op taal
talige	=	talig
taliger	=	talig
taligere	=	talig
taligers	=	talig
taligheden	=	taligheid
taligheid	noun	de mate waarin men één of meer talen beheerst
taligs	=	talig
taligst	=	talig
taligste	=	talig
taling	noun	benaming voor kleine vogels uit het geslacht Anas, Spatula of Callonetta
talingen	=	taling
talinkje	=	taling
talinkjes	=	taling
talisman	noun	voorwerp dat volgens bijgeloof op magische wijze tot gunstige resultaten kan leiden
talismannen	=	talisman
talismannetje	=	talisman
talismannetjes	=	talisman
talismans	=	talisman
talië	=	taliën
taliën	verb	ophijsen, takelen
taliënd	=	taliën
taliënde	=	taliën
talk	noun	talg
talken	=	talk
talkklier	noun	een klier om de haarzakjes, die talg afgeeft
talkklieren	=	talkklier
talkkliertje	=	talkklier
talkkliertjes	=	talkklier
talkn	=	talk
talkpoeder	noun	poeder gemaakt van talk, gemalen speksteen
talkpoeders	=	talkpoeder
talkpoedertje	=	talkpoeder
talkpoedertjes	=	talkpoeder
talkpoeier	noun	poeder gemaakt van talk, gemalen speksteen
talkpoeiers	=	talkpoeier
talkpoeiertje	=	talkpoeier
talkpoeiertjes	=	talkpoeier
talkshow	noun	een televisieprogramma waarbij het hoofdaandeel uit het praten bestaat
talkshowcircuit	noun	alle mensen die vaak als gast optreden in een talkshow
talkshowcircuits	=	talkshowcircuit
talkshowelite	noun	kleine groep mensen die zeer frequent worden uitgenodigd in talkshows om hun mening over bepaalde zaken te geven
talkshowelites	=	talkshowelite
talkshowhost	noun	presentator van een talkshow
talkshowhosts	=	talkshowhost
talkshowpresentator	noun	presentator van een praatprogramma
talkshowpresentatoren	=	talkshowpresentator
talkshowpresentators	=	talkshowpresentator
talkshows	=	talkshow
talkshowtje	=	talkshow
talkshowtjes	=	talkshow
talleisem	=	talles
talleises	=	talles
tallen	=	tal
talles	noun	gebedskleed, vierkante doek die om de schouder wordt geslagen met aan elke hoek een kwast (tsietsiet)
talliet	noun	gebedskleed, vierkante doek die om de schouder wordt geslagen met aan elke hoek een kwast (tsietsiet)
talliets	=	talliet
talligheden	=	talligheid
talligheid	noun	het aantal kroonblaadjes waaruit een bloem gevormd is
tallitot	=	talliet
talloos	adj	onmogelijk om te tellen	adv	~ veel: op ontelbare wijze veel
talloost	=	talloos
tallooste	=	talloos
talloze	=	talloos
tallozer	=	talloos
tallozere	=	talloos
tallozers	=	talloos
talm	=	talmen
talmde	=	talmen
talmden	=	talmen
talme	=	talmen
talmen	verb	aarzelen, dralen, treuzelen
talmend	=	talmen
talmende	=	talmen
talmer	noun	iemand die talmt
talmers	=	talmer
talmertje	=	talmer
talmertjes	=	talmer
talmide	=	talmied
talmidee	=	talmied
talmidiem	=	talmied
talmied	noun	leerling
talmoed	noun	een exemplaar van de Talmoed
talmoediem	noun	talmoeds, Hebreeuws gevormd meervoud van talmoed
talmoedisch	adj	van, volgens of betreffende de Talmoed
talmoedische	=	talmoedisch
talmoedischer	=	talmoedisch
talmoedischere	=	talmoedisch
talmoedischers	=	talmoedisch
talmoedist	noun	beoefenaar of kenner van de Talmoed
talmoedisten	=	talmoedist
talmoedistje	=	talmoedist
talmoedistjes	=	talmoedist
talmoeds	=	talmoed
talmt	=	talmen
talmudica	noun	studie van de Talmoedische literatuur
talon	noun	rand als versiering met een doorsnee die boven half bol en van onder half hol is
talonnetje	=	talon
talonnetjes	=	talon
talons	=	talon
talossaan	noun	een inwoner van Talossa
talossaans	adj	met betrekking tot Talossa of het Talossaans
talossaanse	noun	een inwoonster van Talossa
talossaansen	=	talossaanse
talossaanser	=	talossaans
talossaansere	=	talossaans
talossaansers	=	talossaans
talossaanst	=	talossaans
talossaanste	=	talossaans
talossaantje	=	talossaan
talossaantjes	=	talossaan
talossanen	=	talossaan
talreep	noun	een touw dat bij wijze van want- of stagspanner, enkele malen door de ogen van een stag en putting is gehaald en vastgezet
talreepje	=	talreep
talreepjes	=	talreep
talrepen	=	talreep
talrijk	adj	groot in aantal
talrijke	=	talrijk
talrijker	=	talrijk
talrijkere	=	talrijk
talrijkers	=	talrijk
talrijkheden	=	talrijkheid
talrijkheid	noun	het groot in aantal zijn
talrijks	=	talrijk
talrijkst	=	talrijk
talrijkste	=	talrijk
talryk	=	talrijk
talstelsel	noun	stelsel (systeem) om getallen voor te stellen
talstelsels	=	talstelsel
talstelseltje	=	talstelsel
talstelseltjes	=	talstelsel
talud	noun	het schuine vlak langs een weg, spoor, watergang of van een dijk
taludje	=	talud
taludjes	=	talud
taluds	=	talud
tam	adj	gewend aan omgang met mensen
tamagotchi	noun	elektronisch speelgoed in de vorm van een piepend eitje waarop een virtueel beestje staat dat verzorgd moet worden
tamagotchi's	=	tamagotchi
tamanu	noun	Calophyllum inophyllum of Calophyllum tacamahaca een dikke donkergroene plantaardige olie (spijsolie), geperst uit de zaden van voornoemde vruchten
tamanus	=	tamanu
tamari	noun	pittige zoute sojasaus
tamari's	=	tamari
tamarillo	noun	Cyphomandra betacea een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae)
tamarillo's	=	tamarillo
tamarin	noun	zoogdier uit het geslacht Saguinus van klauwaapjes uit de regenwouden van Latijns-Amerika.
tamarinde	noun	bepaald soort tropische boom, Tamarindus indica, waarvan de vruchten in verschillende producten verwerkt worden
tamarindebomen	=	tamarindeboom
tamarindeboom	noun	Tamarindus indica een tropische boom uit de familie van de Vlinderbloemen
tamarindeboompje	=	tamarindeboom
tamarindeboompjes	=	tamarindeboom
tamarinden	=	tamarinde
tamarindes	=	tamarinde
tamarindetje	=	tamarinde
tamarindetjes	=	tamarinde
tamarinnetje	=	tamarin
tamarinnetjes	=	tamarin
tamarins	noun	een geslacht Saguinus van klauwaapjes uit de regenwouden van Latijns-Amerika.
tamarisk	noun	benaming voor altijd groene bomen en heesters uit het geslacht Tamarix in de tamariskfamilie (Tamaricaceae)
tamarisken	=	tamarisk
tamariskfamilie	noun	een familie Tamaricaceae van tweezaadlobbige houtige planten met kleine blaadjes en bloemen, en met diepgravende wortels.
tamariskfamilies	=	tamariskfamilie
tamariskfamilietje	=	tamariskfamilie
tamariskfamilietjes	=	tamariskfamilie
tamariskspecht	noun	Dendrocopos assimilis een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
tamariskspechten	=	tamariskspecht
tamariskspechtje	=	tamariskspecht
tamariskspechtjes	=	tamariskspecht
tamariskwespvlinder	noun	Synanthedon theryi een vlinder uit de familie wespvlinders (Sesiidae), onderfamilie Sesiinae
tamariskwespvlinders	=	tamariskwespvlinder
tamariskwespvlindertje	=	tamariskwespvlinder
tamariskwespvlindertjes	=	tamariskwespvlinder
tamaroe	noun	Bubalus mindorensis is het meest bedreigde rund uit het geslacht van de Aziatische buffels (Bubalus) en komt alleen voor op het eiland Mindoro in de Filipijnen.
tamaroes	=	tamaroe
tamaroetje	=	tamaroe
tamaroetjes	=	tamaroe
tamaulipasdwerguil	noun	Glaucidium sanchezi een vogel uit de familie van de uilen.
tamaulipasdwerguilen	=	tamaulipasdwerguil
tamaulipasdwerguiltje	=	tamaulipasdwerguil
tamaulipasdwerguiltjes	=	tamaulipasdwerguil
tambalakokbomen	=	tambalakokboom
tambalakokboom	noun	Sideroxylon grandiflorum een op het eiland Mauritius endemische soort boom
tambalakokboompje	=	tambalakokboom
tambalakokboompjes	=	tambalakokboom
tamboer	noun	trommelslager die de maat aangeeft bij het marcheren van soldaten
tamboer-majoor	noun	de persoon die voor de fanfare of harmonie uitloopt
tamboer-majoors	=	tamboer-majoor
tamboer-maître	=	tambour-maître
tamboerde	=	tamboeren
tamboerden	=	tamboeren
tamboere	=	tamboeren
tamboereer	=	tamboereren
tamboereerde	=	tamboereren
tamboereerden	=	tamboereren
tamboereert	=	tamboereren
tamboeren	verb	op de tamboer slaan
tamboeren-majoors	=	tamboer-majoor
tamboerend	=	tamboeren
tamboerende	=	tamboeren
tamboerere	=	tamboereren
tamboereren	verb	uiting geven aan vreugde
tamboererend	=	tamboereren
tamboererende	=	tamboereren
tamboerijn	noun	eenvoudig slaginstrument bestaande uit een hoepel die met een vel bespannen is en waaraan enkele belletjes bevestigd zijn
tamboerijnduif	noun	Turtur tympanistria een uit Afrika stammende vogel
tamboerijnduifje	=	tamboerijnduif
tamboerijnduifjes	=	tamboerijnduif
tamboerijnduiven	=	tamboerijnduif
tamboerijnen	=	tamboerijn
tamboerijntje	=	tamboerijn
tamboerijntjes	=	tamboerijn
tamboerkorps	noun	marcherend, (militair), geüniformeerd muziekkorps met grote trommels
tamboerkorpsen	=	tamboerkorps
tamboers	=	tamboer
tamboert	=	tamboeren
tamboertje	=	tamboer
tamboertjes	=	tamboer
tambour-maître	noun	lid van een fanfare of harmonie dat met een staf voor het korps uitloopt om zo instructies te geven
tambour-maîtres	=	tambour-maître
tambour-maîtretje	=	tambour-maître
tambour-maîtretjes	=	tambour-maître
tambúgroep	noun	muziekgroep die gebruikmaakt van een trommel (túmba) en een metalen muziekinstrument (heru)
tambúgroepen	=	tambúgroep
tamee	adj	ritueel onrein
tamelijk	adj	nogal, in relatief grote mate, behoorlijk	adv	nogal, in relatief grote mate
tamelijke	=	tamelijk
tamelijker	=	tamelijk
tamelijkere	=	tamelijk
tamelijkers	=	tamelijk
tamelijks	=	tamelijk
tamelijkst	=	tamelijk
tamelijkste	=	tamelijk
tamheid	noun	het helemaal getemd zijn; het helemaal ongevaarlijk zijn
tamied	noun	altijd, eeuwigheid
tamiltalig	adj	Tamil sprekend
tamiltalige	=	tamiltalig
tamiltaligs	=	tamiltalig
tammarwallaby	noun	Macropus eugenii een wallaby uit het geslacht Macropus.
tammarwallaby's	=	tammarwallaby
tammarwallaby'tje	=	tammarwallaby
tammarwallaby'tjes	=	tammarwallaby
tamme	=	tam
tamme-kastanjegalwesp	noun	Dryocosmus kuriphilus een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
tamme-kastanjegalwespen	=	tamme-kastanjegalwesp
tamme-kastanjegalwespje	=	tamme-kastanjegalwesp
tamme-kastanjegalwespjes	=	tamme-kastanjegalwesp
tammer	=	tam
tammere	=	tam
tammers	=	tam
tammoez	noun	vierde maand van het joodse jaar, in juni-juli, tiende maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
tamp	noun	einde van een touw
tampat	noun	slaapplaats van een matroos aan boord van een oorlogsschip
tampatje	=	tampat
tampatjes	=	tampat
tampats	=	tampat
tampatten	=	tampat
tampen	=	tamp
tampje	=	tamp
tampjes	=	tamp
tampon	noun	rolletje watten gebruikt voor het opvangen van (menstruatie)bloed
tamponneer	=	tamponneren
tamponneerde	=	tamponneren
tamponneerden	=	tamponneren
tamponneert	=	tamponneren
tamponnere	=	tamponneren
tamponneren	verb	met een tampon dichtstoppen
tamponnerend	=	tamponneren
tamponnerende	=	tamponneren
tamponnetje	=	tampon
tamponnetjes	=	tampon
tampons	=	tampon
tamponziekte	noun	infectieziekte bij menstruerende vrouwen die resulteert in een septische shock
tamponziekten	=	tamponziekte
tamponziektes	=	tamponziekte
tams	=	tam
tamst	=	tam
tamste	=	tam
tamtam	noun	met de handen bespeelde trommel
tamtams	=	tamtam
tan-code	noun	authenticatiecode bij elektronisch bankieren
tan-codes	=	tan-code
tana	noun	Tupaia tana toepaja uit de orde van toepaja's (boomspitsmuizen) uit India en Indonesië.
tana's	=	tana
tanaatje	=	tana
tanaatjes	=	tana
tanach	noun	een exemplaar van de Tenach, Tanach
tanachs	=	tanach
tanagraszanger	noun	Cisticola restrictus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
tanagraszangers	=	tanagraszanger
tanagraszangertje	=	tanagraszanger
tanagraszangertjes	=	tanagraszanger
tanaïem	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden vanaf de 1e tot in de 3e eeuw v.
tanaïeten	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden vanaf de 1e tot in de 3e eeuw v.
tanaïtisch	adj	van de tanaïeten
tanaïtische	=	tanaïtisch
tand	noun	harde en wittige gecalcificeerde structuur in de mond van mensen en veel dieren, hoofdzakelijk gebruikt voor het kauwen van voedsel
tandaanslag	noun	afzetting van zouten, mineralen en bacteriën op de tanden en daardoor tandbederf veroorzakend
tandaanslagen	=	tandaanslag
tandarts	noun	medisch specialist met universitair diploma op het gebied van de tandheelkunde
tandartsafspraak	noun	een gepland bezoek aan de tandarts voor preventieve controle, diagnose en onderhoud van uw gebit, vaak met als doel tandbederf en tandvleesproblemen te voorkomen
tandartsafspraakje	=	tandartsafspraak
tandartsafspraakjes	=	tandartsafspraak
tandartsafspraken	=	tandartsafspraak
tandartsangst	noun	angst voor een behandeling bij de tandarts
tandartsangsten	=	tandartsangst
tandartsassistent	noun	iemand die een tandarts ondersteund
tandartsassistente	noun	de helpster van de tandarts
tandartsassistenten	=	tandartsassistent
tandartsassistentes	=	tandartsassistente
tandartsassistentetje	=	tandartsassistente
tandartsassistentetjes	=	tandartsassistente
tandartsassistentie	noun	ondersteunende werkzaamheden voor een tandheelkundige praktijk
tandartsassistentje	=	tandartsassistent
tandartsassistentjes	=	tandartsassistent
tandartsbehandeling	noun	behandeling door een tandarts
tandartsbehandelingen	=	tandartsbehandeling
tandartsbehandelingetje	=	tandartsbehandeling
tandartsbehandelingetjes	=	tandartsbehandeling
tandartsbezoek	noun	een bezoek aan de tandarts
tandartsbezoeken	=	tandartsbezoek
tandartsbezoekje	=	tandartsbezoek
tandartsbezoekjes	=	tandartsbezoek
tandartsboor	noun	een soort kleine boor waarmee de tandarts zieke tanden openboort
tandartsboortje	=	tandartsboor
tandartsboortjes	=	tandartsboor
tandartsboren	=	tandartsboor
tandartsen	=	tandarts
tandartsenpraktijk	noun	ruimte of gebouw waar een of meer tandartsen werken
tandartsenpraktijken	=	tandartsenpraktijk
tandartsje	=	tandarts
tandartsjes	=	tandarts
tandartskost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft aan behandelingen van de tandarts
tandartskosten	noun	geld dat men uitgeeft aan behandelingen van de tandarts
tandartspraktijk	noun	bedrijf dat door een tandarts wordt beheerd
tandartspraktijken	=	tandartspraktijk
tandartsstoel	noun	een stoel gebruikt door de tandarts om op een min of meer comfortabele manier aan tandzorg te doen
tandartsstoelen	=	tandartsstoel
tandartsstoeltje	=	tandartsstoel
tandartsstoeltjes	=	tandartsstoel
tandbaarzen	noun	een onderfamilie Epinephelinae van de familie van zaagbaarzen (Serranidae), in de orde van baarsachtigen (Perciformes).
tandbandspanner	noun	Scotopteryx moeniata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
tandbandspanners	=	tandbandspanner
tandbandspannertje	=	tandbandspanner
tandbandspannertjes	=	tandbandspanner
tandbederf	noun	aantasting van tandglazuur en het tandbeen door bacteriën
tandbeen	noun	het been waaruit tanden voor het grootste deel bestaan
tandbenen	=	tandbeen
tandboomkikker	noun	Gastrotheca guentheri een kikker uit het geslacht van de buidelkikkers (Gastrotheca) en de familie Hemiphractidae
tandboomkikkers	=	tandboomkikker
tandboomkikkertje	=	tandboomkikker
tandboomkikkertjes	=	tandboomkikker
tandborstel	=	tandenborstel
tandbrasem	noun	Dentex dentex een straalvinnige vis uit de familie van zeebrasems (Sparidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
tandbrasempje	=	tandbrasem
tandbrasempjes	=	tandbrasem
tandbrasems	=	tandbrasem
tandde	=	tanden
tandden	=	tanden
tandduif	noun	Didunculus strigirostris een soort uit de familie van de duiven (Columbidae) van het geslacht Didunculus.
tandduifje	=	tandduif
tandduifjes	=	tandduif
tandduiven	noun	een geslacht Didunculus van vogels uit de familie duiven (Columbidae).
tande	=	tanden
tandeg	noun	een eg voor diepere grondbewerking
tandeggen	=	tandeg
tandegje	=	tandeg
tandegjes	=	tandeg
tandeloos	adj	zonder tanden
tandeloost	=	tandeloos
tandelooste	=	tandeloos
tandeloze	=	tandeloos
tandelozer	=	tandeloos
tandelozere	=	tandeloos
tandelozers	=	tandeloos
tandem	noun	fiets waarbij twee personen de aandrijfkracht kunnen leveren
tandemas	noun	een onderstel met twee assen die vlak achter elkaar zijn geplaatst
tandemassen	=	tandemas
tandempje	=	tandem
tandempjes	=	tandem
tandems	=	tandem
tandemscoot	noun	scootmobiel voor twee personen waarbij de berijders achterelkaar zitten
tandemscootmobiel	noun	scootmobiel waarbij twee personen achter elkaar kunnen zitten
tandemscootmobiels	=	tandemscootmobiel
tandemscoots	=	tandemscoot
tandemsprong	noun	een parachutesprong met twee personen tegelijk die aan elkaar zijn vastgemaakt, degene die de parachute draagt is de tandemmaster
tandemsprongen	=	tandemsprong
tandemsprongetje	=	tandemsprong
tandemsprongetjes	=	tandemsprong
tanden	verb	van tanden voorzien
tandenborstel	noun	speciaal borsteltje om de tanden mee te reinigen
tandenborstelhouder	noun	een hulpmiddel voor in de badkamer om tandenborstels en andere mondhygiëneartikelen (zoals tandpasta) georganiseerd en hygiënisch en veelal rechtop op te bergen
tandenborstelhouders	=	tandenborstelhouder
tandenborstelhoudertje	=	tandenborstelhouder
tandenborstelhoudertjes	=	tandenborstelhouder
tandenborstelmethode	noun	een methode waarbij gebruik wordt gemaakt van een tandenborstel
tandenborstelmethoden	=	tandenborstelmethode
tandenborstelmethodes	=	tandenborstelmethode
tandenborstelmethodetje	=	tandenborstelmethode
tandenborstelmethodetjes	=	tandenborstelmethode
tandenborstels	=	tandenborstel
tandenborstelsnor	noun	een snor die verdacht veel lijkt op een tandenborstel
tandenborstelsnorren	=	tandenborstelsnor
tandenborstelsnorretje	=	tandenborstelsnor
tandenborstelsnorretjes	=	tandenborstelsnor
tandenborsteltje	=	tandenborstel
tandenborsteltjes	=	tandenborstel
tandend	=	tanden
tandende	=	tanden
tandenfee	noun	een figuur uit Europese en Amerikaanse folklore.
tandenfeetje	=	tandenfee
tandenfeeën	=	tandenfee
tandengeknars	noun	het overelkaar bewegen van tanden dat geluid maakt, vaak als teken van wrevel, spijt en boosheid
tandengepoetst	=	tandenpoetsen
tandenknars	=	tandenknarsen
tandenknarse	=	tandenknarsen
tandenknarsen	verb	knarsen met de tanden
tandenknarsend	=	tandenknarsen
tandenknarsende	=	tandenknarsen
tandenknarst	=	tandenknarsen
tandenknarste	=	tandenknarsen
tandenknarsten	=	tandenknarsen
tandenloos	=	tandeloos
tandenpoets	=	tandenpoetsen
tandenpoetse	=	tandenpoetsen
tandenpoetsen	noun	de handeling waarbij de tanden worden schoongemaakt
tandenpoetsend	=	tandenpoetsen
tandenpoetsende	=	tandenpoetsen
tandenpoetst	=	tandenpoetsen
tandenpoetste	=	tandenpoetsen
tandenpoetsten	=	tandenpoetsen
tandenschuier	noun	borsteltje om het gebit schoon te poetsen
tandenschuiers	=	tandenschuier
tandenstoker	noun	puntig instrumentje om etensresten tussen de tanden te verwijderen
tandenstokerhouder	noun	een klein bakje, doosje of een dispenser waarin tandenstokers (soms ook andere dingen die zich hiervoor lenen, zoals cocktailprikkers) op een nette en hygiënische manier worden bewaard
tandenstokerhouders	=	tandenstokerhouder
tandenstokerhoudertje	=	tandenstokerhouder
tandenstokerhoudertjes	=	tandenstokerhouder
tandenstokers	=	tandenstoker
tandenstokertje	=	tandenstoker
tandenstokertjes	=	tandenstoker
tanderosie	noun	het oplossen van tandglazuur door inwerking van zuur, bv. veroorzaakt door het gebruik van frisdranken
tanderosies	=	tanderosie
tandestoker	=	tandenstoker
tandfloss	noun	draadje met een waslaag om etensresten tussen tanden en kiezen weg te schrapen en door het daartussen heen en weer te trekken
tandformule	noun	een schematische weergave voor de samenstelling van een gebit van een mens of dier
tandformules	=	tandformule
tandglazuren	=	tandglazuur
tandglazuur	noun	het blinkend glazuur op de tandkroon die rond het tandbeen gelegen is
tandhals	noun	deel van de tand tussen de kroon en de wortel in
tandhalsglimmer	noun	Amara consularis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
tandhalsglimmers	=	tandhalsglimmer
tandhalsglimmertje	=	tandhalsglimmer
tandhalsglimmertjes	=	tandhalsglimmer
tandhalskever	noun	kever uit de familie Derodontidae.
tandhalskevers	noun	Derodontidae een familie van kevers die 40 soorten in 3 onderfamilies en 4 geslachten omvat.
tandhalskevertje	=	tandhalskever
tandhalskevertjes	=	tandhalskever
tandhalzen	=	tandhals
tandharingen	noun	een relatief nieuwe orde Hiodontiformes van straalvinnige vissen.
tandheelkunde	noun	wetenschap voor de verzorging van de tanden
tandheelkundig	adj	volgens de leer van de behandeling van de ziekten van het gebit
tandheelkundige	noun	iemand die de tandheelkunde beoefent
tandheelkundigen	=	tandheelkundige
tandheelkundiger	=	tandheelkundig
tandheelkundigere	=	tandheelkundig
tandheelkundigers	=	tandheelkundig
tandheelkundigs	=	tandheelkundig
tandheelkundigst	=	tandheelkundig
tandheelkundigste	=	tandheelkundig
tandheugel	noun	getande platte staaf waarop d.m.v. een tandrad iets verplaatst kan worden
tandheugels	=	tandheugel
tandholte	noun	ruimte binnen een gebitselement voor bindweefsel en zenuwen
tandholten	=	tandholte
tandholtes	=	tandholte
tandhygiëne	noun	zorg voor een gezond gebit
tanding	noun	geperforeerde rand van een postzegel
tandingen	=	tanding
tandinkje	=	tanding
tandinkjes	=	tanding
tandje	=	tand
tandjes	=	tand
tandjesgras	noun	Danthonia decumbens een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
tandjesgrasje	=	tandjesgras
tandjesgrasjes	=	tandjesgras
tandjesgrassen	=	tandjesgras
tandjeskruidenmot	noun	Udea numeralis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
tandjeskruidenmotje	=	tandjeskruidenmot
tandjeskruidenmotjes	=	tandjeskruidenmot
tandjeskruidenmotten	=	tandjeskruidenmot
tandjesuil	noun	Sideridis turbida een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
tandjesuilen	=	tandjesuil
tandjesuiltje	=	tandjesuil
tandjesuiltjes	=	tandjesuil
tandkaken	noun	Enoplognatha een spin uit de familie kogelspinnen (Theridiidae).
tandkarpers	noun	een orde Cyprinodontiformes binnen de straalvinnige vissen.
tandkas	noun	holte in het kaakbeen waarin een tand zit
tandkassen	=	tandkas
tandkristal	noun	een vorm van tandversiering waarbij een klein sieraad (steentje, kristal of goudvormpje) op het tandoppervlak wordt geplakt
tandkristallen	=	tandkristal
tandkristalletje	=	tandkristal
tandkristalletjes	=	tandkristal
tandkronen	=	tandkroon
tandkroon	noun	met glazuur bedekt deel van een tand
tandkwartel	noun	Odontophorus een vogel uit de familie Odontophoridae
tandkwartels	noun	een familie Odontophoridae van hoenderachtige vogels die niet erg nauw verwant zijn aan de fazantachtigen van de Oude Wereld.
tandkwarteltje	=	tandkwartel
tandkwarteltjes	=	tandkwartel
tandloos	adj	zonder tanden
tandloost	=	tandloos
tandlooste	=	tandloos
tandloze	=	tandloos
tandlozer	=	tandloos
tandlozere	=	tandloos
tandlozers	=	tandloos
tandmeester	noun|obsolete	heelkundige gespecialiseerd in het trekken van tanden en kiezen
tandmeesters	=	tandmeester
tandmondwormen	noun	een stam Gnathostomulida van microscopisch kleine tweeslachtige wormen, die op platwormen lijken.
tandmos	noun	een geslacht Barbilophozia van levermossoorten uit de trapmosfamilie (Lophoziaceae).
tandmosje	=	tandmos
tandmosjes	=	tandmos
tandmossen	=	tandmos
tandmot	noun	Euchromius ocellea een vlinder uit de familie van de Crambidae, de grasmotten.
tandmotje	=	tandmot
tandmotjes	=	tandmot
tandmotten	=	tandmot
tandoor	noun	gemetselde of kleioven waarin gloeiende houtskool wordt gelegd
tandoori	noun	ook wel tandoori masala genoemd, is een saus die in verscheidene vormen al duizenden jaren in India wordt gebruikt en bestaat uit een mengsel van vele kruiden
tandoori's	=	tandoori
tandoors	=	tandoor
tandoren	=	tandoor
tandpasta	noun	een poetsmiddel voor de tanden
tandpasta's	=	tandpasta
tandpastaatje	=	tandpasta
tandpastaatjes	=	tandpasta
tandpastabom	noun	tandpastatube gevuld met explosieven die door terroristen gebruikt kan worden
tandpastabommen	=	tandpastabom
tandpiercing	noun	een vorm van tandversiering waarbij een klein sieraad (steentje, kristal of goudvormpje) op het tandoppervlak wordt geplakt.
tandpiercings	=	tandpiercing
tandpiercinkje	=	tandpiercing
tandpiercinkjes	=	tandpiercing
tandpijn	noun	pijn in één of meerdere tanden
tandpijnen	=	tandpijn
tandpijntje	=	tandpijn
tandpijntjes	=	tandpijn
tandplak	noun	tandaanslag
tandplaque	noun	tandaanslag
tandplaques	=	tandplaque
tandpoeder	noun	poeder waarmee men de tanden kan poetsen
tandpoeders	=	tandpoeder
tandpoedertje	=	tandpoeder
tandpoedertjes	=	tandpoeder
tandpoeier	noun	poeder waarmee men de tanden kan reinigen
tandpoeiers	=	tandpoeier
tandpoeiertje	=	tandpoeier
tandpoeiertjes	=	tandpoeier
tandprothese	noun	een kunsttand die een verloren gegane tand vervangt
tandprothesen	=	tandprothese
tandprotheses	=	tandprothese
tandraadje	=	tandrad
tandrad	noun	rond voorwerp voorzien van regelmatige uitsteeksels aan de rand dat in een mechaniek gebruikt wordt voor de overdracht van krachten naar een ander deel ervan
tandradbaan	noun	spoorweg met een extra rail in het midden met de vorm van een tandheugel
tandradbaantje	=	tandradbaan
tandradbaantjes	=	tandradbaan
tandradbanen	=	tandradbaan
tandraderen	=	tandrad
tandradertje	=	tandrad
tandradertjes	=	tandrad
tandradje	=	tandrad
tandradjes	=	tandrad
tandradpomp	noun	een roterende pomp die bestaat uit één of meer paren in elkaar grijpende tandwielen met zeer geringe speling tussen de tandwielen en het pomphuis
tandradpompen	=	tandradpomp
tandradpompje	=	tandradpomp
tandradpompjes	=	tandradpomp
tandradspoor	noun	een spoorweg met een extra rail in het midden met de vorm van een tandheugel waarin het tandwiel van een tandradtrein kan aangrijpen
tandradspoortje	=	tandradspoor
tandradspoortjes	=	tandradspoor
tandradsporen	=	tandradspoor
tandsnavelbaardvogel	noun	Semnornis frantzii een vogel uit de familie Semnornithidae.
tandsnavelbaardvogels	=	tandsnavelbaardvogel
tandsnavelbaardvogeltje	=	tandsnavelbaardvogel
tandsnavelbaardvogeltjes	=	tandsnavelbaardvogel
tandsnavelkolibrie	noun	Androdon aequatorialis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
tandsnavelkolibries	=	tandsnavelkolibrie
tandsnavelkolibrietje	=	tandsnavelkolibrie
tandsnavelkolibrietjes	=	tandsnavelkolibrie
tandspiegel	noun	spiegeltje voor inspectie van het gebit en/of de mondholte
tandspiegels	=	tandspiegel
tandspiegeltje	=	tandspiegel
tandspiegeltjes	=	tandspiegel
tandsteen	noun	de afzetting van caliumzouten en verontreinigingen op gebitselementen
tandt	=	tanden
tandtechnici	=	tandtechnicus
tandtechnicus	noun	de maker van kunstgebitten en kunsttanden
tandtechnicusje	=	tandtechnicus
tandtechnicusjes	=	tandtechnicus
tandtechnicussen	=	tandtechnicus
tandtechnisch	adj	betrekking hebbend op kunstgebitten en tandprotheses
tandtechnische	=	tandtechnisch
tandtechnischer	=	tandtechnisch
tandtechnischere	=	tandtechnisch
tandtechnischers	=	tandtechnisch
tandtrauma	noun	een verwonding van de tanden of de weefsels die tanden ondersteunen
tandtrauma's	=	tandtrauma
tandtraumata	=	tandtrauma
tandverzorging	noun	de dagelijkse handelingen en preventieve zorg om uw tanden, tandvlees en mondholte gezond te houden.
tandverzorgingen	=	tandverzorging
tandverzorginkje	=	tandverzorging
tandverzorginkjes	=	tandverzorging
tandvlees	noun	stevig, met slijmvlies bedekt bindweefsel dat de tandkassen in het kaakbeen omhult en de tandhalzen omgeeft
tandvleesch	=	tandvlees
tandvleesontsteking	noun	een ontsteking van het tandvlees
tandvleesontstekingen	=	tandvleesontsteking
tandvleesontstekinkje	=	tandvleesontsteking
tandvleesontstekinkjes	=	tandvleesontsteking
tandvlinder	noun	insect uit de familie Notodontidae van vlinders uit de superfamilie Noctuoidea.
tandvlinders	noun	Notodontidae een familie van vlinders uit de superfamilie Noctuoidea.
tandvlindertje	=	tandvlinder
tandvlindertjes	=	tandvlinder
tandvormig	adj	vorm van een tand hebbend
tandvormige	=	tandvormig
tandvormiger	=	tandvormig
tandvormigere	=	tandvormig
tandvormigers	=	tandvormig
tandvormigs	=	tandvormig
tandvormigst	=	tandvormig
tandvormigste	=	tandvormig
tandvulling	noun	materiaal waarmee men een beschadigde tand repareert
tandvullingen	=	tandvulling
tandwalvis	noun	benaming voor helemaal in het water levend zoogdier met tanden, dat adem haalt door een enkele opening Odontoceti
tandwalvissen	noun	Odontoceti een onderorde van de walvisachtigen Cetacea of een infraorde van de evenhoevigen en walvissen, Cetartiodactyla
tandwiel	noun	een wiel met een gekartelde rand bedoeld om in te grijpen in die van een ander ter overdracht van aandrijfkracht
tandwielen	=	tandwiel
tandwielkast	noun	een metalen omhulsel dat tandwielen beschermt tegen de omgeving en zorgt dat de olie niet weglekt.
tandwielkasten	=	tandwielkast
tandwielkastje	=	tandwielkast
tandwielkastjes	=	tandwielkast
tandwielpomp	noun	een roterende pomp die bestaat uit één of meer paren in elkaar grijpende tandwielen met zeer geringe speling tussen de tandwielen en het pomphuis
tandwielpompen	=	tandwielpomp
tandwielpompje	=	tandwielpomp
tandwielpompjes	=	tandwielpomp
tandwieltje	=	tandwiel
tandwieltjes	=	tandwiel
tandwolf	noun	tandbederf veroorzaakt door demineralisatie van het tandweefsel
tandwortel	noun	deel van de tand dat in het kaakbot vastzit
tandwortels	=	tandwortel
tandworteltje	=	tandwortel
tandworteltjes	=	tandwortel
tandwouw	noun	Harpagus bidentatus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
tandwouwen	=	tandwouw
tandwouwtje	=	tandwouw
tandwouwtjes	=	tandwouw
tandzaad	noun	een geslacht Bidens uit de composietenfamilie (Asteraceae).
tandzaadboorvlieg	noun	Dioxyna bidentis een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
tandzaadboorvliegen	=	tandzaadboorvlieg
tandzaadboorvliegje	=	tandzaadboorvlieg
tandzaadboorvliegjes	=	tandzaadboorvlieg
tandzaadje	=	tandzaad
tandzaadjes	=	tandzaad
tandzaden	=	tandzaad
tandzijde	noun	een zijden draad waarmee men de ruimte tussen de tanden reinigt
tandzijdes	=	tandzijde
tandzorg	noun	geneeskundige zorg voor tanden en kiezen
tane	=	tanen
tanen	verb	verzwakken, afnemen, slinken, verflauwen, verminderen, aflopen
tanend	=	tanen
tanende	=	tanen
tanerij	noun	bedrijf waar men dierenhuiden bewerkt tot leer
tanerijen	=	tanerij
tanerijtje	=	tanerij
tanerijtjes	=	tanerij
tang	noun	een uit twee delen opgebouwd gereedschap waarvan de beide delen op een punt aan elkaar vastzitten en die gedraaid kunnen worden om dingen vast te houden of te knippen
tanga	noun	hoog uitgesneden slip (onderbroek)
tanga's	=	tanga
tangaatje	=	tanga
tangaatjes	=	tanga
tangare	noun	benaming voor vogels uit de familie Thraupidae‖r
tangaren	noun	Thraupidae een familie van vogels uit de orde van de zangvogels.
tangarestruikgors	noun	Oreothraupis arremonops een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
tangarestruikgorsje	=	tangarestruikgors
tangarestruikgorsjes	=	tangarestruikgors
tangarestruikgorzen	=	tangarestruikgors
tangaretje	=	tangare
tangaretjes	=	tangare
tangaslip	noun	een onderbroek waarbij de zijbanden of elastiek op de heupen of hoger gedragen worden; iedere heel kleine onderbroek
tangaslipje	=	tangaslip
tangaslipjes	=	tangaslip
tangaslips	=	tangaslip
tangbeweging	noun	een troepenbeweging waarbij men de vijand van twee kanten inklemt zoals de bekken van een tang iets kunnen inklemmen
tangbewegingen	=	tangbeweging
tangbeweginkje	=	tangbeweging
tangbeweginkjes	=	tangbeweging
tangconstructie	noun	constructie in de vorm van een tang
tangconstructies	=	tangconstructie
tangelo	noun	Citrus ×tangelo een citrusvrucht.
tangelo's	=	tangelo
tangen	=	tang
tangens	noun	segment van de raaklijn aan een cirkel, gelegen tussen de twee benen van een hoek in het middelpunt, waarvan het ene been de straal van het raakpunt is
tangensen	=	tangens
tangensregel	noun	stelling die stelt dat in een willekeurige driehoek in het platte vlak met zijden a, b en c, en respectievelijk de overstaande hoeken α , β en γ geldt, dat: (a-b)/(a+b)=(tan ( tfrac 1 2(α-β)))/(tan ( tfrac 1 2(α+β)))
tangensregeltje	=	tangensregel
tangensregeltjes	=	tangensregel
tangent	noun	weg die verkeer om een dichter bebouwd gebied heen leidt, vaak deel van een rondweg
tangenten	=	tangens
tangentieel	adj	met de raaklijn samenhangend
tangentieels	=	tangentieel
tangentieelst	=	tangentieel
tangentieelste	=	tangentieel
tangentiële	=	tangentieel
tangentiëler	=	tangentieel
tangentiëlere	=	tangentieel
tangentiëlers	=	tangentieel
tanger	adj|obsolete	scherp van smaak
tangere	=	tanger
tangerientje	=	tangerine
tangerientjes	=	tangerine
tangerine	noun	Citrus reticulata soort mandarijn
tangerinen	=	tangerine
tangerines	=	tangerine
tangerinetje	=	tangerine
tangerinetjes	=	tangerine
tangetje	=	tang
tangetjes	=	tang
tangkakigen	noun	Araneomorphae een onderorde van spinnen.
tanglibelle	noun	insect uit de geslacht Onychogomphus van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de rombouten (Gomphidae)
tanglibellen	noun	Onychogomphus een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de rombouten (Gomphidae)
tanglibelletje	=	tanglibelle
tanglibelletjes	=	tanglibelle
tangmaanmug	noun	Tipula (Lunatipula) livida een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
tangmaanmuggen	=	tangmaanmug
tangmaanmuggetje	=	tangmaanmug
tangmaanmuggetjes	=	tangmaanmug
tangmaanmugje	=	tangmaanmug
tangmaanmugjes	=	tangmaanmug
tango	noun	Argentijnse dans, verwant aan flamenco
tango's	=	tango
tangocursus	noun	reeks lessen of instructies voor het dansen van de tango
tangocursusje	=	tangocursus
tangocursusjes	=	tangocursus
tangocursussen	=	tangocursus
tangoles	noun	onderricht in het tango dansen
tangolesje	=	tangoles
tangolesjes	=	tangoles
tangolessen	=	tangoles
tangootje	=	tango
tangootjes	=	tango
tangpalpje	noun	Centromerus arcanus een spin uit de familie hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae).
tangpalpjes	=	tangpalpje
tangpantserjuffer	noun	Lestes dryas een middelgrote Europese pantserjuffer die ook in België en Nederland zeldzaam voorkomt.
tangpantserjuffers	=	tangpantserjuffer
tangpantserjuffertje	=	tangpantserjuffer
tangpantserjuffertjes	=	tangpantserjuffer
tangram	noun	een Chinese puzzel bestaande uit 7 stukjes, de tans, die tezamen een vierkant vormen
tangrammen	=	tangram
tangrams	=	tangram
tangwesp	noun	insect uit de familie Dryinidae uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
tangwespen	noun	Dryinidae een familie uit de orde van de vliesvleugeligen (Hymenoptera).
tangwespje	=	tangwesp
tangwespjes	=	tangwesp
tanig	adj	de kleur van taan hebbend (geel of bruin)
tanige	=	tanig
taniger	=	tanig
tanigere	=	tanig
tanigers	=	tanig
tanigs	=	tanig
tanigst	=	tanig
tanigste	=	tanig
tanimbarboeboekuil	noun	Ninox forbesi een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
tanimbarboeboekuilen	=	tanimbarboeboekuil
tanimbarboeboekuiltje	=	tanimbarboeboekuil
tanimbarboeboekuiltjes	=	tanimbarboeboekuil
tanimbarboshoen	noun	Megapodius tenimberensis een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
tanimbarboshoenderen	=	tanimbarboshoen
tanimbarboshoenders	=	tanimbarboshoen
tanimbarboshoendertje	=	tanimbarboshoen
tanimbarboshoendertjes	=	tanimbarboshoen
tanimbardwerghoningeter	noun	Myzomela boiei een kleine endemische vogel uit het tropisch laagland, regen- en mangrovebos van een paar eilanden uit de groep van de Banda- en Tanimbareilanden
tanimbardwerghoningeters	=	tanimbardwerghoningeter
tanimbardwerghoningetertje	=	tanimbardwerghoningeter
tanimbardwerghoningetertjes	=	tanimbardwerghoningeter
tanimbaredelpapegaai	noun	Eclectus riedeli edelpapegaai die in 1882 geldig werd beschreven door Adolf Bernhard Meyer.
tanimbaredelpapegaaien	=	tanimbaredelpapegaai
tanimbaredelpapegaaitje	=	tanimbaredelpapegaai
tanimbaredelpapegaaitjes	=	tanimbaredelpapegaai
tanimbargoudlijster	noun	Zoothera machiki een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
tanimbargoudlijsters	=	tanimbargoudlijster
tanimbargoudlijstertje	=	tanimbargoudlijster
tanimbargoudlijstertjes	=	tanimbargoudlijster
tanimbarkoekoeksduif	noun	Macropygia timorlaoensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
tanimbarkoekoeksduifje	=	tanimbarkoekoeksduif
tanimbarkoekoeksduifjes	=	tanimbarkoekoeksduif
tanimbarkoekoeksduiven	=	tanimbarkoekoeksduif
tanimbarlederkop	noun	Philemon plumigenis een zangvogel uit de familie van de honingeters.
tanimbarlederkopje	=	tanimbarlederkop
tanimbarlederkopjes	=	tanimbarlederkop
tanimbarlederkoppen	=	tanimbarlederkop
tanimbarlijster	noun	Geokichla schistacea een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
tanimbarlijsters	=	tanimbarlijster
tanimbarlijstertje	=	tanimbarlijster
tanimbarlijstertjes	=	tanimbarlijster
tanimbarmonarch	noun	Symposiachrus mundus een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
tanimbarmonarchen	=	tanimbarmonarch
tanimbarmonarchje	=	tanimbarmonarch
tanimbarmonarchjes	=	tanimbarmonarch
tanimbarpapegaaiamadine	noun	Erythrura tricolor een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
tanimbarpapegaaiamadines	=	tanimbarpapegaaiamadine
tanimbarpapegaaiamadinetje	=	tanimbarpapegaaiamadine
tanimbarpapegaaiamadinetjes	=	tanimbarpapegaaiamadine
tanimbarpurperspreeuw	noun	Aplonis crassa een purperspreeuwensoort.
tanimbarpurperspreeuwen	=	tanimbarpurperspreeuw
tanimbarpurperspreeuwtje	=	tanimbarpurperspreeuw
tanimbarpurperspreeuwtjes	=	tanimbarpurperspreeuw
tanimbartriller	noun	Lalage moesta een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
tanimbartrillers	=	tanimbartriller
tanimbartrillertje	=	tanimbartriller
tanimbartrillertjes	=	tanimbartriller
tanimbarvliegenvanger	noun	Microeca hemixantha een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
tanimbarvliegenvangers	=	tanimbarvliegenvanger
tanimbarvliegenvangertje	=	tanimbarvliegenvanger
tanimbarvliegenvangertjes	=	tanimbarvliegenvanger
tanimbarwaaierstaart	noun	Rhipidura fuscorufa een soort uit de familie Rhipiduridae.
tanimbarwaaierstaarten	=	tanimbarwaaierstaart
tanimbarwaaierstaartje	=	tanimbarwaaierstaart
tanimbarwaaierstaartjes	=	tanimbarwaaierstaart
tanimbarwielewaal	noun	Oriolus decipiens een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
tanimbarwielewaaltje	=	tanimbarwielewaal
tanimbarwielewaaltjes	=	tanimbarwielewaal
tanimbarwielewalen	=	tanimbarwielewaal
tank	noun	een vrij groot afsluitbaar en meestal metalen vat voor de opslag van vloeistoffen
tanka	noun	klassiek Japanse versvorm, met vijf regels die achtereenvolgens 5, 7, 5, 7 en 7 lettergrepen hebben
tanka's	=	tanka
tankauto	noun	vrachtwagen met een cilindervormige laadruimte voor het transport van vloeistof of korrels
tankauto's	=	tankauto
tankautootje	=	tankauto
tankautootjes	=	tankauto
tankbataljon	noun	legereenheid met gevechtstanks die zelfstandig kan opereren
tankbataljons	=	tankbataljon
tankbeurt	noun	de keer dat men een vloeibare brandstof in een voertuig pompt
tankbeurten	=	tankbeurt
tankbeurtje	=	tankbeurt
tankbeurtjes	=	tankbeurt
tankbon	noun	stuk papier waarop staat hoeveel je moet betalen voor de hoeveelheid brandstof die je hebt gekocht
tankbonnen	=	tankbon
tankbonnetje	=	tankbon
tankbonnetjes	=	tankbon
tankcolonne	noun	een rij gepantserde gevechtswagens met rupsbanden en een kanon
tankcolonnes	=	tankcolonne
tankdop	noun	de afsluiting van de vulopening voor brandstoftanks
tankdoppen	=	tankdop
tanke	=	tanken
tankeenheden	=	tankeenheid
tankeenheid	noun	legeronderdeel met gepantserde rupsvoertuigen
tanken	verb	het brandstofreservoir vullen
tankend	=	tanken
tankende	=	tanken
tanker	noun	een speciaal gebouwd en uitgerust schip om vloeibare ladingen te vervoeren
tankers	=	tanker
tankertje	=	tanker
tankertjes	=	tanker
tankinhoud	noun	de hoeveelheid brandstof die in een brandstoftank gaat
tankinhouden	=	tankinhoud
tankje	=	tank
tankjes	=	tank
tankkaart	noun	kaart waarmee een werknemer op de kosten van de werkgever kan tanken
tankkaarten	=	tankkaart
tankman	noun	aanduiding voor de persoon die de moed had om voor een pantserwagen met kanon te gaan staan als vorm van geweldloos verzet
tankmannen	=	tankman
tankopslagconcern	noun	opslagbedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die vloeistoffen opslaan in tanks
tankopslagconcerns	=	tankopslagconcern
tankpark	noun	plaats met veel opslagplaatsen voor vloeistoffen
tankparken	=	tankpark
tankpas	noun	kaart waarmee een werknemer op de kosten van de werkgever kan tanken
tankpasje	=	tankpas
tankpasjes	=	tankpas
tankpassen	=	tankpas
tankpistolen	=	tankpistool
tankpistool	noun	het uiteinde van de slang van een benzinepomp dat in de benzinetank gestoken wordt
tankpistooltje	=	tankpistool
tankpistooltjes	=	tankpistool
tankput	noun	met een dijk omgeven verlaagde ruimte waarin een opslagtank staat voor gevaarlijke chemische vloeistoffen
tankputten	=	tankput
tanks	=	tank
tankslag	noun	een krijgshandeling waarbij een (groot) aantal tanks is betrokken
tankslagen	=	tankslag
tankstation	noun	plaats waar men benzine of diesel kan tanken
tankstationnetje	=	tankstation
tankstationnetjes	=	tankstation
tankstations	=	tankstation
tankt	=	tanken
tanktas	noun	een tas die met behulp van riemen of magneten op de tank van een motorfiets gemonteerd wordt
tanktasje	=	tanktas
tanktasjes	=	tanktas
tanktassen	=	tanktas
tankte	=	tanken
tankten	=	tanken
tanktoerisme	noun	tanken in het buitenland omdat de accijnzen en de prijzen daar lager zijn
tanktop	noun	een mouwloos shirt
tanktopje	=	tanktop
tanktopjes	=	tanktop
tanktoppen	=	tanktop
tanktops	=	tanktop
tankwagen	noun	een vrachtwagen waarmee men vloeistoffen, gassen of poeders kan vervoeren in een grote tank die deel uitmaakt van de vrachtwagen
tankwagens	=	tankwagen
tankwagentje	=	tankwagen
tankwagentjes	=	tankwagen
tannapatrijsduif	noun	Alopecoenas ferrugineus een uitgestorven vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana (vroeger: Gallicolumba).
tannapatrijsduifje	=	tannapatrijsduif
tannapatrijsduifjes	=	tannapatrijsduif
tannapatrijsduiven	=	tannapatrijsduif
tannine	noun	looistof, looizuur
tanninen	=	tannine
tannines	=	tannine
tantaal	noun	scheikundig element met symbool Ta en atoomnummer 73. Het is een grijsblauw overgangsmetaal
tantaalatomen	=	tantaalatoom
tantaalatoom	noun	een atoom van het chemisch element tantaal.
tantaalatoompje	=	tantaalatoom
tantaalatoompjes	=	tantaalatoom
tantaliseer	=	tantaliseren
tantaliseerde	=	tantaliseren
tantaliseerden	=	tantaliseren
tantaliseert	=	tantaliseren
tantalisere	=	tantaliseren
tantaliseren	verb	iemand kwellen door lust op te wekken die men niet bevredigt
tantaliserend	=	tantaliseren
tantaliserende	=	tantaliseren
tantalium	noun	scheikundig element met symbool Ta en atoomnummer 73. Het is een grijsblauw overgangsmetaal
tantaliumatomen	=	tantaliumatoom
tantaliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element tantalium.
tantaliumatoompje	=	tantaliumatoom
tantaliumatoompjes	=	tantaliumatoom
tantalusbeker	noun	voorwerp dat bedoeld lijkt om uit te drinken, maar een verborgen hevel bevat waardoor de inhoud bij het volschenken boven een bepaald niveau opeens helemaal wegvloeit
tantalusbekers	=	tantalusbeker
tantaluskwelling	noun	vervelende situatie waarbij het gewenste nabij is maar altijd onbereikbaar blijft
tantaluskwellingen	=	tantaluskwelling
tantalusmeerkat	noun	Chlorocebus tantalus een diersoort uit het geslacht groene meerkatten (Chlorocebus).
tantalusmeerkatje	=	tantalusmeerkat
tantalusmeerkatjes	=	tantalusmeerkat
tantalusmeerkatten	=	tantalusmeerkat
tante	noun	zus of schoonzus van iemands vader of moeder
tanteagaathregeling	noun	voormalige Nederlandse belastingmaatregel die het voor particulieren fiscaal aantrekkelijk maakte om geld te lenen aan een startende ondernemer.
tanteagaathregelingen	=	tanteagaathregeling
tanteagaathregelingetje	=	tanteagaathregeling
tanteagaathregelingetjes	=	tanteagaathregeling
tantes	=	tante
tantetje	=	tante
tantetjes	=	tante
tantist	noun	arts die gespecialiseerd is in zorg voor het gebit, of iemand die daarvoor studeert
tantisten	=	tantist
tantième	noun	een deel van de winst dat aan de bestuurders van vennootschappen wordt gegeven maar losstaat van het al of niet bezitten van aandelen
tantièmes	=	tantième
tantoe	adv|slang	heel erg, in sterke mate
tantra	noun	iets met elementen van Oosterse religies
tantra's	=	tantra
tantrisch	adj	betrekking hebbend op een tantra
tantrische	=	tantrisch
tantrischer	=	tantrisch
tantrischere	=	tantrisch
tantrischers	=	tantrisch
tantrisme	noun	een methode in oosterse religies om tot eenheid met het goddelijke te komen, onder meer via meditatie, yoga en mystieke seksualiteit
tantum	noun|obsolete	bepaalde hoeveelheid geld
tantums	=	tantum
tanzania-apalis	noun	Apalis melanocephala een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
tanzania-apalisje	=	tanzania-apalis
tanzania-apalisjes	=	tanzania-apalis
tanzania-apalissen	=	tanzania-apalis
tanzaniaan	noun	een inwoner van Tanzania, of iemand afkomstig uit Tanzania
tanzaniaans	adj	op Tanzania betrekking hebbend
tanzaniaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Tanzania, of een vrouw afkomstig uit Tanzania
tanzaniaansen	=	tanzaniaanse
tanzaniaanser	=	tanzaniaans
tanzaniaansere	=	tanzaniaans
tanzaniaansers	=	tanzaniaans
tanzaniaanst	=	tanzaniaans
tanzaniaanste	=	tanzaniaans
tanzanialijstertimalia	noun	Illadopsis distans een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
tanzanialijstertimalia's	=	tanzanialijstertimalia
tanzanialijstertimaliaatje	=	tanzanialijstertimalia
tanzanialijstertimaliaatjes	=	tanzanialijstertimalia
tanzanianen	=	tanzaniaan
tanzaniaroodsnaveltok	noun	Tockus ruahae een neushoornvogel die voorkomt in het Afrotropisch gebied.
tanzaniaroodsnaveltokje	=	tanzaniaroodsnaveltok
tanzaniaroodsnaveltokjes	=	tanzaniaroodsnaveltok
tanzaniaroodsnaveltokken	=	tanzaniaroodsnaveltok
tanzaniaspekvreter	noun	Pinarochroa sordida een zangvogel uit de familie vliegenvangers (Muscicapidae).
tanzaniaspekvreters	=	tanzaniaspekvreter
tanzaniaspekvretertje	=	tanzaniaspekvreter
tanzaniaspekvretertjes	=	tanzaniaspekvreter
taoïsme	noun	een Chinese filosofische en religieuze stroming
taoïstisch	adj	betrekking hebbend op het taoïsme
taoïstische	=	taoïstisch
taoïstischer	=	taoïstisch
taoïstischere	=	taoïstisch
taoïstischers	=	taoïstisch
tap	noun	uitsteeksel, stomp
tapa	noun	Spaans borrelhapje
tapa's	=	tapa
tapaculo	noun	een kleine zangvogel uit de familie Rhinocryptidae die hoort tot de onderorde schreeuwvogels (Suboscines).
tapaculo's	noun	Rhinocryptidae een familie van kleine zangvogels die horen tot de onderorde schreeuwvogels (Suboscines).
tapaculootje	=	tapaculo
tapaculootjes	=	tapaculo
tapajosheremietkolibrie	noun	Phaethornis aethopygus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
tapajosheremietkolibries	=	tapajosheremietkolibrie
tapajosheremietkolibrietje	=	tapajosheremietkolibrie
tapajosheremietkolibrietjes	=	tapajosheremietkolibrie
tapajoskromsnavelmuisspecht	noun	Campylorhamphus probatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
tapajoskromsnavelmuisspechten	=	tapajoskromsnavelmuisspecht
tapajoskromsnavelmuisspechtje	=	tapajoskromsnavelmuisspecht
tapajoskromsnavelmuisspechtjes	=	tapajoskromsnavelmuisspecht
tapajosmierpitta	noun	Myrmothera subcanescens een zangvogel uit de familie Grallariidae.
tapajosmierpitta's	=	tapajosmierpitta
tapajosmierpittaatje	=	tapajosmierpitta
tapajosmierpittaatjes	=	tapajosmierpitta
tapajosvuurogen	=	tapajosvuuroog
tapajosvuuroog	noun	Pyriglena similis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
tapajosvuuroogje	=	tapajosvuuroog
tapajosvuuroogjes	=	tapajosvuuroog
tapanuliorang-oetan	noun	Pongo tapanuliensis een orang-oetan (mensaap) die in het tropisch regenwoud op het Indonesische eiland Sumatra voorkomt in het regentschap Tapanuli Selatan van de provincie Noord-Sumatra.
tapanuliorang-oetans	=	tapanuliorang-oetan
tapanuliorang-oetantje	=	tapanuliorang-oetan
tapanuliorang-oetantjes	=	tapanuliorang-oetan
tapas	=	tapa
tapasbar	noun	een horecagelegenheid waar men staande kleine Spaanse hapjes, tapas, kan eten
tapasbarretje	=	tapasbar
tapasbarretjes	=	tapasbar
tapasbars	=	tapasbar
tapbier	noun	bier dat niet uit een fles wordt geserveerd, maar uit een fust die is aangesloten op een biertap, bier uit het vat
tapbieren	=	tapbier
tapbiertje	=	tapbier
tapbiertjes	=	tapbier
tapdans	noun	dans waarbij ritmische klanken worden gemaakt door tikken op de grond met metalen plaatjes onder de schoenzolen, bij de hakken en bij de tenen
tapdanse	=	tapdansen
tapdansen	verb	sierlijk zeer ritmisch bewegen waarbij met de hakken en de schoenpunten klikkende geluiden worden gemaakt
tapdansend	=	tapdansen
tapdansende	=	tapdansen
tapdanser	noun	iemand die kan tapdansen, een dans waarbij men door ijzers op de zolen klikkende geluiden maakt bij het dansen
tapdansers	=	tapdanser
tapdansje	=	tapdans
tapdansjes	=	tapdans
tapdanst	=	tapdansen
tapdanste	=	tapdansen
tapdansten	=	tapdansen
tape	noun	plakband bijv. isolatietape, afplaktape, sellotape, sporttape
tapedeck	noun	apparaat voor het afspelen en opnemen van een geluidsband
tapedecks	=	tapedeck
tapeind	noun	een ronde stang die aan beide einden voorzien is van schroefdraad
tapeinden	=	tapeind
tapeje	=	tape
tapen	verb	ter ondersteuning en bescherming omwikkelen met sporttape
tapenade	noun	dikke koude saus bereid uit olijven, ansjovis, kruiden en kappertjes
tapenades	=	tapenade
tapend	=	tapen
tapende	=	tapen
taperecorder	noun	een apparaat voor het opnemen van geluid op een band
taperecorders	=	taperecorder
taperecordertje	=	taperecorder
taperecordertjes	=	taperecorder
tapes	=	tape
tapestreamer	noun	apparaat voor het vervaardigen van een back-up op tape
tapestreamers	=	tapestreamer
tapestreamertje	=	tapestreamer
tapestreamertjes	=	tapestreamer
tapet	=	tapen
tapete	=	tapen
tapeten	=	tapen
tapgat	noun	gat in een (bier)ton waardoor men een aftapkraan kan plaatsen
tapgaten	=	tapgat
tapijt	noun	vloerbedekking van textiel die bestaat uit een drager van jute of kunststof waarop een bovenkant, de pool, is aangebracht van losse draadeinden of lussen van materialen zoals wol, kunstgaren, katoen of sisal
tapijten	=	tapijt
tapijtfabriek	noun	een bedrijf waar tapijten worden gemaakt
tapijtfabrieken	=	tapijtfabriek
tapijtfabriekje	=	tapijtfabriek
tapijtfabriekjes	=	tapijtfabriek
tapijtgeur	noun	een geur afkomstig van tapijten of die aan tapijten doet denken
tapijtgeuren	=	tapijtgeur
tapijtgeurtje	=	tapijtgeur
tapijtgeurtjes	=	tapijtgeur
tapijthaaien	noun	een familie Parascylliidae uit de orde van de bakerhaaien (Orectolobiformes).
tapijtje	=	tapijt
tapijtjes	=	tapijt
tapijtkameleon	noun	Furcifer lateralis een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
tapijtkameleonnetje	=	tapijtkameleon
tapijtkameleonnetjes	=	tapijtkameleon
tapijtkameleons	=	tapijtkameleon
tapijtreiniger	noun	schoonmaakbedrijf dat men kan inhuren om tapijten te laten reinigen
tapijtreinigers	=	tapijtreiniger
tapijtschelp	noun	weekdier met een vrij dikschalige, wat rechthoekige schelp dat in de Waddenzee en voor de Belgische kust leeft, Venerupis corrugata
tapijtschelpen	noun	een geslacht Polititapes van tweekleppigen uit de familie van de venusschelpen (Veneridae).
tapijtschelpje	=	tapijtschelp
tapijtschelpjes	=	tapijtschelp
tapijtslang	noun	lichtbeige tot lichtbruine wurgslang Boa constrictor constrictor met een maximale lengte van 4,5 meter en een naar de staart toe groter wordende tekening die kan variëren van roodbruin tot zwartbruin
tapijtslangen	=	tapijtslang
tapijtslangetje	=	tapijtslang
tapijtslangetjes	=	tapijtslang
tapijtvreter	noun	iemand die veel ijsbeert
tapijtvreters	=	tapijtvreter
tapijtvretertje	=	tapijtvreter
tapijtvretertjes	=	tapijtvreter
tapijtwerk	noun	het maken van een tapijt
tapijtwerken	=	tapijtwerk
tapijtwever	noun	wever van tapijten
tapijtwevers	=	tapijtwever
tapijtwevertje	=	tapijtwever
tapijtwevertjes	=	tapijtwever
tapioca	noun	zetmeel verkregen uit de wortelknol van Manihot esculenta
tapiocameel	noun	Manihot esculenta (cassavemeel) wordt gemaakt van cassaveknollen en heeft dezelfde werking als maïzena.
tapir	noun	hoefdier, zo groot als een ezel en met een kleine beweeglijke slurf dat voorkomt in Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië; naam voor soorten uit de familie Tapiridae
tapirs	noun	Tapiridae een familie van de onevenhoevigen die alleen nog voorkomt in Zuidoost-Azië en Zuid- en Midden-Amerika.
tapirtje	=	tapir
tapirtjes	=	tapir
tapirvissen	noun	een familie Mormyridae van zoetwatervissen
tapis-plain	noun	kamerbreed gelegd tapijt, vaste vloerbedekking
tapis-plains	=	tapis-plain
tapisseer	=	tapisseren
tapisseerde	=	tapisseren
tapisseerden	=	tapisseren
tapisseert	=	tapisseren
tapissere	=	tapisseren
tapisseren	verb	een kamer met tapijten (of behangselpapier) bekleden
tapisserend	=	tapisseren
tapisserende	=	tapisseren
tapisserie	noun	borduurwerk
tapisseriewerk	noun	het borduren of het werkstuk dat door borduren is gemaakt
tapisseriewerken	=	tapisseriewerk
tapisserieën	=	tapisserie
tapje	=	tap
tapjes	=	tap
tapkast	noun	buffet in een café met een biertap
tapkasten	=	tapkast
tapkastje	=	tapkast
tapkastjes	=	tapkast
tapkraan	noun	kraan waarmee men een vloeistof uit een leiding of vat kan water laten stromen
tapkraantje	=	tapkraan
tapkraantjes	=	tapkraan
tapkranen	=	tapkraan
tapkruk	noun	een houder met dwarsstaafje, waarin een draadtap voor het draadtappen wordt vastgeklemd
tapkrukje	=	tapkruk
tapkrukjes	=	tapkruk
tapkrukken	=	tapkruk
taplast	noun	bevel van overheidswege aan aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken (telefoon, internet e.d.) om bepaalde communicatiestromen die via dat netwerk verlopen, af te tappen
taplasten	=	taplast
tappe	=	tappen
tappelings	adv	in grote stromen; in straaltjes; als uit een tap of kraan
tappen	verb	vloeistof uit een vat of leidingbuis, in een glas, kan, emmer etc. laten stromen
tappend	=	tappen
tappende	=	tappen
tapper	noun	iemand die bierglazen vult vanuit een biervat met behulp van een biertap
tapperij	noun	horecagelegenheid waar men m.n. bier kan drinken
tapperijen	=	tapperij
tapperijtje	=	tapperij
tapperijtjes	=	tapperij
tappers	=	tapper
tapplaats	noun	plaats waar men vloeistoffen kan tappen
tapplaatsen	=	tapplaats
tappunt	noun	plaats bedoeld om water uit een leidingnet te halen
tappunten	=	tappunt
taps	adj	kegelvormig
tapse	=	taps
tapser	=	taps
tapsere	=	taps
tapsers	=	taps
tapst	=	taps
tapste	=	taps
tapster	noun	vrouw die bier tapt in een horecagelegenheid
tapsters	=	tapster
tapstertje	=	tapster
tapstertjes	=	tapster
tapt	=	tappen
tapte	=	tappen
taptemelk	noun	melk waarvan de room is afgehaald, magere melk, afgeroomde melk, koemelk waarvan het merendeel van het melkvet verwijderd is, tot maximaal 0,3% vet
tapten	=	tappen
taptoe	noun	een trompetsignaal dat oorspronkelijk werd gespeeld als afsluiting van de dag
taptoes	=	taptoe
taptoetje	=	taptoe
tapuit	noun	Oenanthe oenanthe is een zangvogel uit de orde Saxicolinae
tapuiten	=	tapuit
tapuitje	=	tapuit
tapuitjes	=	tapuit
tapuitklauwier	noun	Lanioturdus torquatus een zangvogel uit de familie lelvliegenvangers (Platysteiridae).
tapuitklauwieren	=	tapuitklauwier
tapuitklauwiertje	=	tapuitklauwier
tapuitklauwiertjes	=	tapuitklauwier
tapuittangare	noun	een zangvogel uit het geslacht Calyptophilus van de familie Thraupidae (tangaren)
tapuittangaren	noun	een geslacht Calyptophilus van zangvogels uit de familie Calyptophilidae
tapuittangaretje	=	tapuittangare
tapuittangaretjes	=	tapuittangare
tapuitvliegenvanger	noun	Peneoenanthe pulverulenta een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
tapuitvliegenvangers	=	tapuitvliegenvanger
tapuitvliegenvangertje	=	tapuitvliegenvanger
tapuitvliegenvangertjes	=	tapuitvliegenvanger
tapverbod	noun	verbod om alcoholische dranken te schenken (te tappen) in horecagelegenheden of andere openbare plaatsen, meestal tijdelijk ingesteld om overlast, dronkenschap of openbare orde problemen te voorkomen, zoals in het verleden in bepaalde gebieden of bij speciale evenementen
tapverboden	=	tapverbod
tapverbodje	=	tapverbod
tapverbodjes	=	tapverbod
tapvergunning	noun	de wettelijke toestemming om alcoholische dranken te mogen verkopen
tapvergunningen	=	tapvergunning
tapvormig	adj	vorm van een tap hebbend
tapvormige	=	tapvormig
tapvormiger	=	tapvormig
tapvormigere	=	tapvormig
tapvormigers	=	tapvormig
tapvormigs	=	tapvormig
tapvormigst	=	tapvormig
tapvormigste	=	tapvormig
tapwater	noun	leidingwater, kraanwater
tapwatertje	=	tapwater
tapwatertjes	=	tapwater
tarantella	noun	Italiaanse muziek en dans in 6/8 maat
tarantella's	=	tarantella
tarantula	noun	grote, behaarde, gifspin uit het geslacht Lycosa
tarantula's	noun	een geslacht Lycosa van spinnen uit de familie wolfspinnen (Lycosidae).
tarantulaatje	=	tarantula
tararaboemdijee	noun	luide, meer vrolijke dan fraaie fanfaremuziek	intj	gebruikt om opgewekte fanfaremuziek weer te geven; vaak als deel van straat- of spotliedjes
tararaboemdijees	=	tararaboemdijee
tarastern	noun	Sterna striata een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
tarasternen	=	tarastern
tarasterns	=	tarastern
tarasterntje	=	tarastern
tarasterntjes	=	tarastern
tarbagan	noun	Marmota sibirica knaagdier uit de familie der eekhoorns (Sciuridae).
tarbagans	=	tarbagan
tarbagantje	=	tarbagan
tarbagantjes	=	tarbagan
tarboesj	noun	stijve vilten hoed zonder rand, in de vorm van een rode cilinder van boven iets smaller dan van onder en met een vlakke bovenkant die vaak is versierd met een kwastje
tarboesje	=	tarboesj
tarboesjen	=	tarboesj
tarboesjes	=	tarboesj
tarboet	noun	cultuur
tarbot	noun	Scophthalmus maximus eetbare platvis, tot 100 cm lang en 30 kg zwaar
tarbotachtigen	noun	een familie Scophthalmidae in de orde van de platvissen (Pleuronectiformes)
tarbotje	=	tarbot
tarbotjes	=	tarbot
tarbotten	=	tarbot
tardief	adj	iets dat laat tot uiting komt
tardiefs	=	tardief
tardiefst	=	tardief
tardiefste	=	tardief
tardieve	=	tardief
tardiever	=	tardief
tardievere	=	tardief
tardievers	=	tardief
target	noun	doel, streefwaarde
targets	=	target
targoem	noun	vertaling van een deel van de Hebreeuwse Bijbel (Oude Testament) in het Aramees
targoemiem	noun	targoems, Hebreeuws gevormd meervoud van targoem
targoems	=	targoem
tarief	noun	een vastgesteld bedrag per eenheid
tariefgroep	noun	groep waarvoor een bepaald tarief geldt (in de inkomstenbelasting)
tariefgroepen	=	tariefgroep
tariefgroepindeling	noun	een systeem waarbij de belastingdienst personen of situaties indeelt in verschillende categorieën om te bepalen welk belastingtarief of vrijstelling er geldt
tariefgroepindelingen	=	tariefgroepindeling
tariefgroepje	=	tariefgroep
tariefgroepjes	=	tariefgroep
tariefje	=	tarief
tariefjes	=	tarief
tariefmeter	noun	toestel waarmee het verbruik van iets wordt gemeten om de hoogte van de rekening te kunnen bepalen
tariefmeters	=	tariefmeter
tariefmetertje	=	tariefmeter
tariefmetertjes	=	tariefmeter
tariefstijging	noun	toename van de prijs per eenheid product of dienst
tariefstijgingen	=	tariefstijging
tariefstijginkje	=	tariefstijging
tariefstijginkjes	=	tariefstijging
tariefsverhoging	noun	een verhoging van de prijs die wordt betaald voor een dienst, product of abonnement
tariefsverhogingen	=	tariefsverhoging
tariefsverhoginkje	=	tariefsverhoging
tariefsverhoginkjes	=	tariefsverhoging
tariefsverlaging	noun	het omlaag brengen van een vastgesteld tarief, prijs of belastingpercentage.
tariefsverlagingen	=	tariefsverlaging
tariefsverlaginkje	=	tariefsverlaging
tariefsverlaginkjes	=	tariefsverlaging
tariefswijziging	noun	aanpassing van de prijs voor een product of dienst, waarbij het tarief hoger (verhoging) of lager (verlaging) wordt.
tariefswijzigingen	=	tariefswijziging
tariefswijzigingetje	=	tariefswijziging
tariefswijzigingetjes	=	tariefswijziging
tariefsysteem	noun	stelsel van vaste prijzen die voor bepaalde diensten in rekening worden gebracht
tariefsysteempje	=	tariefsysteem
tariefsysteempjes	=	tariefsysteem
tariefsystemen	=	tariefsysteem
tariefverhoging	noun	een verhoging van de prijs die wordt betaald voor een dienst, product of abonnement
tariefverhogingen	=	tariefverhoging
tariefverhoginkje	=	tariefverhoging
tariefverhoginkjes	=	tariefverhoging
tariefverlaging	noun	het verlagen van een vastgesteld tarief, prijs, belasting of tariefsvergoeding voor een product of dienst.
tariefverlagingen	=	tariefverlaging
tariefverlaginkje	=	tariefverlaging
tariefverlaginkjes	=	tariefverlaging
tariefwijziging	noun	aanpassing van de prijs voor een product of dienst, waarbij het tarief hoger (verhoging) of lager (verlaging) wordt.
tariefwijzigingen	=	tariefwijziging
tariefwijzigingetje	=	tariefwijziging
tariefwijzigingetjes	=	tariefwijziging
tarieven	=	tarief
tarievenoorlog	noun	het telkens opvoeren van de tarieven van invoer, uitvoer en doorvoer tussen verschillende staten vaak om de binnenlandse bedrijven te beschermen
tarievenoorlogen	=	tarievenoorlog
tarievensysteem	noun	een systematiek waarin de tariefsystemen zijn vastgelegd of op elkaar afgestemd
tarievensysteempje	=	tarievensysteem
tarievensysteempjes	=	tarievensysteem
tarievensystemen	=	tarievensysteem
tarifair	adj	op tarieven betrekking hebbend
tarifairder	=	tarifair
tarifairdere	=	tarifair
tarifairders	=	tarifair
tarifaire	=	tarifair
tarifairs	=	tarifair
tarifairst	=	tarifair
tarifairste	=	tarifair
tarifeer	=	tariferen
tarifeerde	=	tariferen
tarifeerden	=	tariferen
tarifeert	=	tariferen
tarifere	=	tariferen
tariferen	verb	de prijs van iets bepalen
tariferend	=	tariferen
tariferende	=	tariferen
tarifering	noun	het bepalen van de prijs
tariferingen	=	tarifering
tarificatie	noun	bepalen van de prijs die men voor een dienst moet betalen
tarificaties	=	tarificatie
tarimwitbrauwzanger	noun	Rhopophilus albosuperciliaris een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
tarimwitbrauwzangers	=	tarimwitbrauwzanger
tarimwitbrauwzangertje	=	tarimwitbrauwzanger
tarimwitbrauwzangertjes	=	tarimwitbrauwzanger
tarjag	num	613
tarlatan	noun	dunne lichtgekleurde, katoenen stof voor dameskleding
tarmac	noun	benaming voor een soort wegdek, oorspronkelijk bestaand uit een gewalst mengsel van steenslag en teer; toen later in plaats van teer asfalt gebruikelijk werd, werd daarvoor soms dezelfde benaming gebruikt
tarn	=	tarnen
tarnde	=	tarnen
tarnden	=	tarnen
tarne	=	tarnen
tarnen	verb	een weefsel losmaken
tarnend	=	tarnen
tarnende	=	tarnen
tarnt	=	tarnen
taro	noun	Colocasia esculenta een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
taro's	=	taro
tarok	noun	troefkaart
taroks	=	tarok
tarot	noun	troefkaart
tarota	noun	een Catalaans blaasinstrument, een variant van hobo en schalmei
tarota's	=	tarota
tarotaatje	=	tarota
tarotaatjes	=	tarota
tarotkaart	noun	elk van de 78 kaarten van een tarotspel, dat gebruikt wordt bij het voorspellen van de toekomst of het beschrijven van de persoonlijkheid
tarotkaarten	=	tarotkaart
tarotkaartje	=	tarotkaart
tarotkaartjes	=	tarotkaart
tarots	=	tarot
tarp	noun	een zeil dat gebruikt wordt om goederen af te dekken, om schaduw te maken en/ of een plaats te beschutten tegen regen en wind
tarpan	noun	Equus ferus ferus was een wild paard dat in Oost-Europa voorkwam.
tarpans	=	tarpan
tarpantje	=	tarpan
tarpantjes	=	tarpan
tarpoen	noun	Megalops atlanticus een straalvinnige vissensoort uit de familie van tarpons (Megalopidae).
tarpoenen	=	tarpoen
tarponachtigen	noun	een orde Elopiformes binnen de straalvinnige vissen die verwant is met de palingachtigen (Anguilliformes)
tarpons	noun	een familie Megalopidae van vissen uit de orde van de tarponachtigen (Elopiformes), met één geslacht: Megalops en twee soorten.
tarps	=	tarp
tarra	noun	verschil tussen bruto(gewicht) en netto(gewicht)
tarreer	=	tarreren
tarreerde	=	tarreren
tarreerden	=	tarreren
tarreert	=	tarreren
tarrere	=	tarreren
tarreren	verb	het bepalen van het niet bruikbare gewicht
tarrerend	=	tarreren
tarrerende	=	tarreren
tart	=	tarten
tartaan	noun	klein Italiaans zeilschip met een grote en kleine mast
tartaantje	=	tartaan
tartaantjes	=	tartaan
tartaar	noun	een gehakte biefstuk
tartaartje	=	tartaar
tartaartjes	=	tartaar
tartan	noun	synthetische ondergrond gebruikt voor atletiekbanen
tartanen	=	tartaan
tartans	=	tartan
tartaren	=	tartaar
tarte	=	tarten
tarten	verb	iets doen waarvan men weet dat iemand er erg tegen is
tartend	adj	van iets dat men weet dat het op tegenstand kan rekenen
tartende	=	tarten
tartender	=	tartend
tartendere	=	tartend
tartenders	=	tartend
tartends	=	tartend
tartendst	=	tartend
tartendste	=	tartend
tartte	=	tarten
tartten	=	tarten
tartuffe	noun	iemand die zich geheel ten onrechte als betrouwbaar en fatsoenlijk voordoet
tartuffes	=	tartuffe
tartuufje	=	tartuffe
tartuufjes	=	tartuffe
tarw	=	tarwe
tarwe	noun	benaming voor planten uit het geslacht Triticum - een van de belangrijkste graansoorten waarmee de mensheid zich voedt
tarwebier	noun	alcoholische drank gebrouwen uit een mengsel van gefermenteerde mout van tarwe en gerst
tarwebieren	=	tarwebier
tarwebloem	noun	zeer fijn gemalen en gezeefde korrels van granen uit het geslacht Triticum
tarwebouw	noun	het telen van tarwe
tarwebroden	=	tarwebrood
tarwebrood	noun	een brood op basis van tarwemeel
tarwebroodje	=	tarwebrood
tarwebroodjes	=	tarwebrood
tarwegras	noun	Triticum de jonge scheuten van tarwe
tarwegrassen	=	tarwegras
tarwegries	noun	grof gemalen tarwe
tarwegriesmeel	noun	grof gemalen meel van tarwe Triticum
tarwegriesmeeltje	=	tarwegriesmeel
tarwegriesmeeltjes	=	tarwegriesmeel
tarwegriesmelen	=	tarwegriesmeel
tarwehalm	noun	stengel van een tarweplant
tarwehalmdoder	noun	een paddenstoel Geaumannomyces graminis var. tritici uit de familie Magnaporthaceae
tarwehalmdoders	=	tarwehalmdoder
tarwehalmdodertje	=	tarwehalmdoder
tarwehalmdodertjes	=	tarwehalmdoder
tarwehalmen	=	tarwehalm
tarwehalmpje	=	tarwehalm
tarwehalmpjes	=	tarwehalm
tarwekiem	noun	kiem van de tarwekorrel
tarwekiemen	=	tarwekiem
tarwekiemolie	noun	een plantaardige olie (spijsolie) die wordt verkregen door het uitpersen van gekiemde tarwe
tarwekiemolies	=	tarwekiemolie
tarwemeel	noun	meel gemaakt van tarwe
tarwemelen	=	tarwemeel
tarwenysius	noun	Nysius huttoni een wants uit de onderfamilie Orsillinae en de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
tarwenysiussen	=	tarwenysius
tarweoogst	noun	oogst van de rijpe tarwe
tarweoogsten	=	tarweoogst
tarwepap	noun	pap van gemalen tarwe
tarwepapje	=	tarwepap
tarwepapjes	=	tarwepap
tarwepappen	=	tarwepap
tarwes	=	tarwe
tarwestekelmot	noun	Ochsenheimeria taurella een vlinder uit de familie spitskopmotten (Ypsolophidae).
tarwestekelmotje	=	tarwestekelmot
tarwestekelmotjes	=	tarwestekelmot
tarwestekelmotten	=	tarwestekelmot
tarwestengelgalmug	noun	Haplodiplosis marginata een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
tarwestengelgalmuggen	=	tarwestengelgalmug
tarwestengelgalmuggetjes	=	tarwestengelgalmug
tarwestengelgalmugje	=	tarwestengelgalmug
tarwevlok	=	tarwevlokken
tarwevlokken	noun	geplette tarwegranen
tarwezemelen	noun	de met zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen van tarwe Triticum
tarwezemelensen	=	tarwezemelen
tarzan	noun	een mooie, stoere, sterke man, die vernoemd is naar de film- en romanfiguur Tarzan
tarzans	=	tarzan
tas	noun	zak die men meeneemt om er zaken in te bergen die men bij zich wil hebben
tasch	=	tas
taser	noun	wapen waarmee een tegenstander tijdelijk kan worden uitgeschakeld
taserde	=	taseren
taserden	=	taseren
tasere	=	taseren
taseren	verb	neerschieten door een stroomstootwapen
taserend	=	taseren
taserende	=	taseren
tasers	=	taser
tasert	=	taseren
tasje	=	tas
tasjes	=	tas
tasjesdief	noun	iemand die een (dames)tasje steelt
tasjesdiefje	=	tasjesdief
tasjesdiefjes	=	tasjesdief
tasjesdieven	=	tasjesdief
tasjeskruid	noun	Teesdalia nudicaulis een eenjarige plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie Brassicaceae
tasjliech	noun	een ceremonie op Rosj Hasjana, waarbij men symbolisch zijn zonden in stromend water wegwerpt en daarbij o.a.
taskforce	noun	een groep die één bepaalde taak heeft
taskforces	=	taskforce
tasmaans	adj	op Tasmanië betrekking hebbend of ervan afkomstig
tasmaansch	=	tasmaans
tasmaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Tasmanië, of een vrouw afkomstig uit Tasmanië
tasmaansen	=	tasmaanse
tasmangent	noun	Sula dactylatra tasmani een vogel uit de familie Sulidae (Genten).
tasmangenten	=	tasmangent
tasmangentje	=	tasmangent
tasmangentjes	=	tasmangent
tasmaniër	noun	een inwoner van Tasmanië, of iemand afkomstig uit Tasmanië
tasmaniërs	=	tasmaniër
tasmanzeemerel	noun	Turdus poliocephalus een uitgestorven zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
tasmanzeemerels	=	tasmanzeemerel
tasmanzeemereltje	=	tasmanzeemerel
tasmanzeemereltjes	=	tasmanzeemerel
taspalm	noun	Geonoma baculifera een palm die o.a. in Suriname voorkomt
taspalmen	=	taspalm
taspalmpje	=	taspalm
taspalmpjes	=	taspalm
tasse	=	tas
tassen	=	tas
tassend	=	tas
tassende	=	tas
tassendrager	noun	hulpstuk voor een bagagedrager waaraan men een tas kan hangen
tassendragers	=	tassendrager
tassendragertje	=	tassendrager
tassie	=	tas
tassies	=	tas
tast	noun	het zintuig van de aanraking, met name van de handen
tastbaar	adj	voelbaar, duidelijk zichtbaar, substantieel
tastbaarder	=	tastbaar
tastbaardere	=	tastbaar
tastbaarders	=	tastbaar
tastbaarheden	=	tastbaarheid
tastbaarheid	noun	iets wat men met de handen kan vastpakken; iets materieels
tastbaars	=	tastbaar
tastbaarst	=	tastbaar
tastbaarste	=	tastbaar
tastbare	=	tastbaar
tastcel	noun	cel die betrokken is bij de tastzin
tastcellen	=	tastcel
tastcelletje	=	tastcel
tastcelletjes	=	tastcel
taste	=	tasten
tastelijk	adj	tastbaar
tastelijke	=	tastelijk
tastelijker	=	tastelijk
tastelijkere	=	tastelijk
tastelijkers	=	tastelijk
tastelijks	=	tastelijk
tastelijkst	=	tastelijk
tastelijkste	=	tastelijk
tasten	verb	waarnemen door aanraking, meestal met een of beide handen
tastend	adj	met de handen voelend
tastende	=	tasten
tastender	=	tastend
tastendere	=	tastend
tastenders	=	tastend
tastends	=	tastend
tastendst	=	tastend
tastendste	=	tastend
taster	noun	iets of iemand die tast
tastermot	noun	insect uit de familie Gelechiidae van vlinders in de superfamilie Gelechioidea, en met ruim 4600 beschreven soorten in 500 geslachten, een van de grootste families van vlinders.
tastermotje	=	tastermot
tastermotjes	=	tastermot
tastermotten	noun	Gelechiidae een familie van vlinders in de superfamilie Gelechioidea, en met ruim 4600 beschreven soorten in 500 geslachten, een van de grootste families van vlinders.
tasters	=	taster
tastertje	=	taster
tastertjes	=	taster
tastlichaampje	noun	tastzintuig in de huid
tastlichaampjes	=	tastlichaampje
tastorgaan	noun	lichaamsdeel waarmee een levend wezen zijn omgeving door aanrakingen kan waarnemen
tastorgaantje	=	tastorgaan
tastorgaantjes	=	tastorgaan
tastorganen	=	tastorgaan
taststok	noun	een mobiliteitshulpmiddel voor blinde of slechtziende personen, dat dient om obstakels in de omgeving te voelen, een route te volgen via geleidelijnen en anderen te informeren over de visuele beperking van de gebruiker
taststokje	=	taststok
taststokjes	=	taststok
taststokken	=	taststok
tastte	=	tasten
tastten	=	tasten
tastvermogen	noun	de capaciteit om te kunnen voelen; het hebben van een tastzin; het vermogen om met de tast te kunnen waarnemen
tastzin	noun	gevoel in de huid waarmee je de vorm en aard van te betasten voorwerpen kunt bepalen
tasveld	noun	plaats bij een steenbakkerij waar men de stenen of dakpannen opstapelt
tasvelden	=	tasveld
tasvormig	adj	vorm van een tas hebbend
tasvormige	=	tasvormig
tasvormiger	=	tasvormig
tasvormigere	=	tasvormig
tasvormigers	=	tasvormig
tasvormigs	=	tasvormig
tasvormigst	=	tasvormig
tasvormigste	=	tasvormig
tata	=	tatta
tataarstalig	adj	de Tataarse taal sprekend
tataarstalige	=	tataarstalig
tataarstaligs	=	tataarstalig
tatamatapaculo	noun	Scytalopus alvarezlopezi een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's)
tatamatapaculo's	=	tatamatapaculo
tatamatapaculootje	=	tatamatapaculo
tatamatapaculootjes	=	tatamatapaculo
tatami	noun	Japanse mat, zoals deze sinds vele eeuwen gebruikt wordt in woningen
tatami's	=	tatami
tataupatinamoe	noun	Crypturellus tataupa een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
tataupatinamoes	=	tataupatinamoe
tataupatinamoetje	=	tataupatinamoe
tataupatinamoetjes	=	tataupatinamoe
tater	noun	mond waarmee iemand kan spreken
tateraar	noun	iemand die tatert, onbenullige dingen vertellen
tateraars	=	tateraar
taterde	=	tateren
taterden	=	tateren
tatere	=	tateren
tateren	verb|informal	op een luchtige, luidruchtige manier onzin uitkramen
taterend	=	tateren
taterende	=	tateren
taters	=	tater
tatert	=	tateren
tatertje	=	tater
tatertjes	=	tater
tatoeage	noun	het tatoeëren
tatoeages	=	tatoeage
tatoeagetje	=	tatoeage
tatoeagetjes	=	tatoeage
tatoeëer	=	tatoeëren
tatoeëerde	=	tatoeëren
tatoeëerden	=	tatoeëren
tatoeëerder	noun	iemand die tatoeages aanbrengt op andermans lichamen
tatoeëerders	=	tatoeëerder
tatoeëert	=	tatoeëren
tatoeëre	=	tatoeëren
tatoeëren	verb	met een naald en inkt een blijvende tekening in de huid inbrengen
tatoeërend	=	tatoeëren
tatoeërende	=	tatoeëren
tatoeëring	noun	een tekening die met naald en inkt blijvend in de huid is aangebracht
tatoeëringen	=	tatoeëring
tatragems	noun	Rupicapra rupicapra tatrica is een ondersoort van de gems (Rupicapra rupicapra).
tatragemsje	=	tatragems
tatragemsjes	=	tatragems
tatragemzen	=	tatragems
tatrawoelmuis	noun	Microtus tatricus knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
tatrawoelmuisje	=	tatrawoelmuis
tatrawoelmuisjes	=	tatrawoelmuis
tatrawoelmuizen	=	tatrawoelmuis
tatsam	noun	een woord dat door mensen met kennis van één of meer dode talen uit de woordenschat daarvan afgeleid is
tatsams	=	tatsam
tatta	noun	blanke Nederlander
tatta's	=	tatta
tattaatje	=	tatta
tatte	noun	vader
tattes	=	tatte
tattoo	noun	een tekening die met naald en inkt blijvend in de huid is aangebracht
tattoogate	noun	schandaal over de verminderde werking van een Apple Watch bij mensen met een tattoo rond de pols
tattoogates	=	tattoogate
tattoos	=	tattoo
tattooshop	noun	winkel waar men een tatoeage kan laten zetten
tattooshops	=	tattooshop
tattootje	=	tattoo
tattootjes	=	tattoo
tau	noun	de letter τ (hoofdletter: T), de 19e letter van het Griekse alfabet, die overeenkomt met de letter "t" (hoofdletter "T") in het Latijnse alfabet
tau'tje	=	tau
tau'tjes	=	tau
taugate	noun	schandaal dat is ontstaan door de verkoop van taugé die besmet is geraakt met de EHEC-bacterie
taugé	noun	scheuten van de ontkiemde mungboon of katjang idjo Vigna radiata (dus NIET van de sojaboon)
taupe	noun	donkere tint bruingrijs	adj	donkere tint bruingrijs
taupes	=	taupe
taurine	noun	aminosulfonzuur dat als stofwisselingsproduct in naar verhouding grote hoeveelheden voorkomt in zoogdieren
taus	=	tau
tautje	=	tau
tautogram	noun	tekst of gedicht waarbij ieder woord met dezelfde letter begint
tautogrammen	=	tautogram
tautologie	noun	benadrukking in dezelfde zin zn [1] van een woord of woordgroep met een ander woord of andere woordgroep met zo goed als dezelfde betekenis
tautologietje	=	tautologie
tautologietjes	=	tautologie
tautologieën	=	tautologie
tautologisch	adj	een tautologie bevattend
tautologische	=	tautologisch
tautologischer	=	tautologisch
tautologischere	=	tautologisch
tautologischers	=	tautologisch
tauvariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter tau
tauvarianten	=	tauvariant
tauvlinder	noun	Aglia tau een vlinder uit de onderfamilie Agliinae van de familie nachtpauwogen (Saturniidae).
tauvlinders	=	tauvlinder
tauvlindertje	=	tauvlinder
tauvlindertjes	=	tauvlinder
tav	noun	22ste, laatste letter van het alfabet
taveerne	noun	café
taveernen	=	taveerne
taveernes	=	taveerne
taverne	noun	uitspanning, gasthuis
tavernen	=	taverne
tavernes	=	taverne
tavetawever	noun	Ploceus castaneiceps een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
tavetawevers	=	tavetawever
tavetawevertje	=	tavetawever
tavetawevertjes	=	tavetawever
taveuniprachtlamprolia	noun	Lamprolia victoriae een zangvogel uit de familie waaierstaarten (Rhipiduridae).
taveuniprachtlamprolia's	=	taveuniprachtlamprolia
taveuniprachtlamproliaatje	=	taveuniprachtlamprolia
taveuniprachtlamproliaatjes	=	taveuniprachtlamprolia
tavs	=	tav
tavsjilien	noun	gekookte spijzen
tawitawidolksteekduif	noun	Gallicolumba menagei een duif uit het geslacht Gallicolumba die heel misschien nog voorkomt op het eiland Tawi-Tawi in het zuiden van de Filipijnen.
tawitawidolksteekduifje	=	tawitawidolksteekduif
tawitawidolksteekduifjes	=	tawitawidolksteekduif
tawitawidolksteekduiven	=	tawitawidolksteekduif
tawitawivruchtduif	noun	Phapitreron cinereiceps een bedreigde duif die alleen voorkomt in de Filipijnen
tawitawivruchtduifje	=	tawitawivruchtduif
tawitawivruchtduifjes	=	tawitawivruchtduif
tawitawivruchtduiven	=	tawitawivruchtduif
taxa	=	taxon
taxameter	noun	een meter die zit in een taxi en laat zien hoeveel men voor de taxirit moet betalen
taxameters	=	taxameter
taxateur	noun	iemand die taxeert, een schatter, prijsbepaler, waardebepaler
taxateurs	=	taxateur
taxateurtje	=	taxateur
taxateurtjes	=	taxateur
taxatie	noun	schatting, raming, waardebepaling
taxatieambtenaar	noun	ambtenaar bij de belastingdienst die de aanslag bepaalt
taxatieambtenaars	=	taxatieambtenaar
taxatieambtenaartje	=	taxatieambtenaar
taxatieambtenaartjes	=	taxatieambtenaar
taxatieambtenaren	=	taxatieambtenaar
taxatiekosten	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen voor een waardeschatting door een taxateur
taxatierapport	noun	verslag van een waardebepaling
taxatierapporten	=	taxatierapport
taxatierapportje	=	taxatierapport
taxatierapportjes	=	taxatierapport
taxaties	=	taxatie
taxatietje	=	taxatie
taxatietjes	=	taxatie
taxatiewaarde	noun	de waarde die iets heeft bij het taxeren.
taxatiewaarden	=	taxatiewaarde
taxatiewaardes	=	taxatiewaarde
taxatiewaardetje	=	taxatiewaarde
taxatiewaardetjes	=	taxatiewaarde
taxatiën	=	taxatie
taxatrice	noun	vrouwelijke vorm van taxateur
taxatrices	=	taxatrice
taxatricetje	=	taxatrice
taxatricetjes	=	taxatrice
taxeer	=	taxeren
taxeerde	=	taxeren
taxeerden	=	taxeren
taxeert	=	taxeren
taxere	=	taxeren
taxeren	verb	schatten, de waarde bepalen.
taxerend	adj	de waarde of aard van iets of iemand inschattend
taxerende	=	taxeren
taxerender	=	taxerend
taxerendere	=	taxerend
taxerenders	=	taxerend
taxerends	=	taxerend
taxerendst	=	taxerend
taxerendste	=	taxerend
taxfree	adj	zonder dat je belasting hoeft te betalen
taxfrees	=	taxfree
taxfreeshop	noun	winkel waar je goederen belastingvrij kunt kopen m.n. op vliegvelden
taxfreeshops	=	taxfreeshop
taxi	noun	een voertuig bestemd om tegen betaling klanten van de ene plaats naar de andere te brengen
taxi's	=	taxi
taxibaan	noun	is een weg op een vliegveld waarover vliegtuigen kunnen taxiën, meestal tussen startbaan of landingsbaan en platform
taxibaantje	=	taxibaan
taxibaantjes	=	taxibaan
taxibanen	=	taxibaan
taxibedrijf	noun	een onderneming die zorg draagt voor het taxi vervoer in een bepaald gebied of voor een bepaalde doelgroep
taxibedrijfje	=	taxibedrijf
taxibedrijfjes	=	taxibedrijf
taxibedrijven	=	taxibedrijf
taxibus	noun	kleine bus waarmee een groep mensen op afroep vervoerd kunnen worden
taxibusje	=	taxibus
taxibusjes	=	taxibus
taxibussen	=	taxibus
taxicentrale	noun	centraal punt in een taxionderneming, waar ritten worden opgenomen en doorgegeven
taxicentrales	=	taxicentrale
taxichauffeur	noun	iemand die beroepsmatig anderen vervoert in een auto
taxichauffeurs	=	taxichauffeur
taxichauffeurtje	=	taxichauffeur
taxichauffeurtjes	=	taxichauffeur
taxichauffeuse	noun	vrouwelijke bestuurder van een auto waarmee ze passagiers tegen betaling brengt naar de plaats waar ze heen willen
taxichauffeuses	=	taxichauffeuse
taxidermie	noun	het prepareren of opzetten van dieren
taxiede	=	taxiën
taxieden	=	taxiën
taxiet	=	taxiën
taxietje	=	taxi
taxietjes	=	taxi
taxifiets	noun	fiets die geschikt is om passagiers comfortabel in de stad te vervoeren (als fietstaxi te fungeren)
taxifietsen	=	taxifiets
taxifietsje	=	taxifiets
taxifietsjes	=	taxifiets
taxikost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het gebruik van een taxi
taxikosten	noun	geld dat men moet betalen voor het gebruik van een taxi
taxilieden	=	taximan
taxilui	=	taximan
taximan	noun	man die een taxi bestuurt
taximannen	=	taximan
taximeter	noun	een meter die zit in een taxi en laat zien hoeveel men voor de taxirit moet betalen
taximeters	=	taximeter
taximetertje	=	taximeter
taximetertjes	=	taximeter
taxioorlog	noun	conflict in de taxiwereld bij voorbeeld over liberalisering van de taxibranche
taxioorlogen	=	taxioorlog
taxioorlogje	=	taxioorlog
taxioorlogjes	=	taxioorlog
taxipost	noun|obsolete	de pakketdienst van de Belgische posterijen
taxiposten	=	taxipost
taxirit	noun	een korte reis met een taxi
taxiritje	=	taxirit
taxiritjes	=	taxirit
taxiritten	=	taxirit
taxistandplaats	noun	een opstelplaats voor taxi's waar zij wachten op passagiers
taxistandplaatsen	=	taxistandplaats
taxistop	noun	organisatie voor kostendelend liften die probeert reizigers (lifters) en chauffeurs (iemand die een lifter wil meenemen) samen te brengen
taxistops	=	taxistop
taxivergoeding	noun	geld dat iemand krijgt om een bepaalde bestemming te bereiken in een gehuurde auto met chauffeur Een veel voorkomend voorbeeld is geld dat een ziektekostenverzekering betaalt aan een patiënt om bij een hulpverlener te kunnen komen; een heel ander voorbeeld is geld dat een werkgever bij een dienstreis betaalt om van en naar een vliegveld te reizen.
taxivergoedingen	=	taxivergoeding
taxivervoer	noun	het professioneel vervoer van personen tegen betaling in een auto die daarvoor is ingericht
taxiwet	noun	wetgeving betreffende het individuele openbare vervoer; deel van de Wet Personenvervoer 2000
taxiwetten	=	taxiwet
taxië	=	taxiën
taxiën	verb	over de grond op wielen voortbewegen van vliegtuigen
taxiënd	=	taxiën
taxiënde	=	taxiën
taxon	noun	categorie levende wezens die door gemeenschappelijke kenmerken en veronderstelde afstamming een onderscheiden eenheid binnen een omvattende wetenschappelijke, hiërarchische indeling vormen; meestal heeft zo'n categorie in die indeling een naam en een plaats (rang) gekregen
taxonnetje	=	taxon
taxonnetjes	=	taxon
taxonome	noun	vrouwelijke vorm van taxonoom
taxonomen	=	taxonoom
taxonomes	=	taxonome
taxonomie	noun	de tak van wetenschap die zich bezighoudt met het vinden, beschrijven, indelen en benoemen van levende wezens.
taxonomieën	=	taxonomie
taxonomisch	adj	betrekking hebbend op de taxonomie
taxonomische	=	taxonomisch
taxonomischer	=	taxonomisch
taxonomischere	=	taxonomisch
taxonomischers	=	taxonomisch
taxonoom	noun	iemand die zich met taxonomie bezighoudt
taxonoompje	=	taxonoom
taxonoompjes	=	taxonoom
taxons	=	taxon
taxplanning	noun	belastingplanning
taxplanningen	=	taxplanning
taxplanninkje	=	taxplanning
taxplanninkjes	=	taxplanning
taxshift	noun	een wijziging van de belastingregels
taxshiften	=	taxshift
taxshiftje	=	taxshift
taxshiftjes	=	taxshift
taxshifts	=	taxshift
taxus	noun	benaming voor planten uit de taxusfamilie Taxaceae, die het giftige taxine bevatten
taxusbomen	=	taxusboom
taxusboom	noun	bepaald soort naaldboom, Taxus baccata uit de taxusfamilie
taxusboompje	=	taxusboom
taxusboompjes	=	taxusboom
taxusfamilie	noun	een familie Taxaceae van coniferen.
taxusfamilies	=	taxusfamilie
taxusfamilietje	=	taxusfamilie
taxusfamilietjes	=	taxusfamilie
taxusgalmug	noun	Taxomyia taxi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
taxusgalmuggen	=	taxusgalmug
taxusgalmugje	=	taxusgalmug
taxusgalmugjes	=	taxusgalmug
taxusje	=	taxus
taxussen	=	taxus
taxusspikkelspanner	noun	bepaalde soort vlinder, Peribatodes rhomboidaria, uit de familie Geometridae, die in Nederland voorkomt
taxusspikkelspanners	=	taxusspikkelspanner
tayer	noun	Xanthosoma sagittifolium een plant uit de aronskelkfamilie (Araceae).
tayerblad	noun	Xanthosoma sagittifolium het blad van de tayer die men als groente kan gebruiken
tayerbladen	=	tayerblad
tayerbladeren	=	tayerblad
tayers	=	tayer
taygetosblauwtje	noun	Polyommatus menelaos een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
taygetosblauwtjes	=	taygetosblauwtje
tayra	noun	bepaald soort zoogdier, Eira barbara, een Amerikaanse marterachtige en de enige vertegenwoordiger van het geslacht Eira De wetenschappelijke naam van de soort werd als Mustela barbara in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus.
tayra's	=	tayra
tayraatje	=	tayra
tayraatjes	=	tayra
tazza	noun	een schotelvormige, ondiepe drinkschaal die op een hoge voet is bevestigd
tazzagroep	noun	muziekgroep die Surinaamsemuziek maakt
tazzagroepen	=	tazzagroep
taäm	noun	smaak
taäniet	noun	vastendag
taäniot	=	taäniet
taël	noun	benaming voor verschillende gewichtseenheden uit het Verre Oosten, die meestal een grootte van rond de 40 gram
taëls	=	taël
tb	noun	ziekte veroorzaakt door de zuurvaste tuberkelbacterie
tbc	noun	ziekte veroorzaakt door de zuurvaste tuberkelbacterie
tbc-bestrijding	noun	een specifieke taak van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) die gericht is op het opsporen, behandelen en voorkomen van tuberculose.
tbc-bestrijdingen	=	tbc-bestrijding
tbc-bestrijdinkje	=	tbc-bestrijding
tbc-bestrijdinkjes	=	tbc-bestrijding
tbc-patiënt	noun	persoon die tuberculose heeft: een ernstige bacteriële longinfectie
tbc-patiënten	=	tbc-patiënt
tbc-patiëntje	=	tbc-patiënt
tbc-patiëntjes	=	tbc-patiënt
tbolihoningzuiger	noun	Aethopyga tibolii (synoniem Aethopyga boltoni tibolii) een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
tbolihoningzuigers	=	tbolihoningzuiger
tbolihoningzuigertje	=	tbolihoningzuiger
tbolihoningzuigertjes	=	tbolihoningzuiger
tbs	noun	terbeschikkingstelling, strafmaatregel voor personen die én een misdrijf hebben gepleegd én een geestelijke stoornis hebben.
tbs-behandeling	noun	een strafrechtelijke maatregel voor daders van ernstige misdrijven die (gedeeltelijk) ontoerekeningsvatbaar zijn door een psychiatrische stoornis
tbs-behandelingen	=	tbs-behandeling
tbs-behandelingetje	=	tbs-behandeling
tbs-behandelingetjes	=	tbs-behandeling
tbs-patiënt	noun	psychiatrische patiënt die een ernstig misdrijf heeft gepleegd en daarvoor is opgenomen in een tbs-kliniek.
tbs-patiënten	=	tbs-patiënt
tbs-patiëntje	=	tbs-patiënt
tbs-patiëntjes	=	tbs-patiënt
tbs-plaats	noun	mogelijkheid om iemand voor tbs op te nemen
tbs-plaatsen	=	tbs-plaats
te	prep	bij plaatsaanduidingen: in.	adv	in grotere mate of hoeveelheid dan wenselijk is
te-huis	=	thuis
tea	=	teaën
teach-in	noun	bijeenkomst waar studenten en docenten discussiëren over controversiële (politieke) onderwerpen
teach-ins	=	teach-in
teade	=	teaën
teaden	=	teaën
teak	noun	bepaalde tropische boomsoort, Tectona grandis	adj	gemaakt van hout van Tectona grandis; uit teakhout
teakbomen	=	teakboom
teakboom	noun	Tectona grandis een boom die meer dan 40 meter hoog kan worden.
teakboompje	=	teakboom
teakboompjes	=	teakboom
teakdek	noun	dek van een boot gemaakt van teakhout
teakdekken	=	teakdek
teaken	=	teak
teakhout	noun	tropische houtsoort van de Tectona grandis
teakhouten	adj	gemaakt van teakhout
teakolie	noun	een bruine, vette vloeistof waarmee men (teak)hout kan onderhouden
teakolies	=	teakolie
teakoliën	=	teakolie
teaks	=	teak
team	noun	een ploeg van bij elkaar horende spelers
teamarts	noun	dokter die zorgt voor de medische begeleiding van een sportploeg
teamartsen	=	teamarts
teambaas	noun	iemand die leiding geeft aan een groep samenwerkende mensen
teambazen	=	teambaas
teambelang	noun	alles wat een sportploeg helpt om te winnen
teambelangen	=	teambelang
teambespreking	noun	een gestructureerd overleg tussen leden van eenzelfde team of afdeling binnen een organisatie.
teambesprekingen	=	teambespreking
teambesprekinkje	=	teambespreking
teambesprekinkjes	=	teambespreking
teambuilding	noun	verzamelnaam voor een reeks groepsactiviteiten, waarbij samenwerking centraal staat
teambuildingen	=	teambuilding
teambuildings	=	teambuilding
teambuildinkje	=	teambuilding
teambuildinkjes	=	teambuilding
teamchef	noun	persoon die leiding geeft aan een aantal agenten
teamchefs	=	teamchef
teamcoaching	noun	begeleidingsvorm waarbij een coach een groep medewerkers helpt om effectiever samen te werken, de onderlinge communicatie te verbeteren en collectieve doelen te bereiken.
teamgeest	noun	enthousiasme om samen te werken binnen een groep
teamgenoot	noun	personen die in hetzelfde team samenwerken of sporten
teamgenootje	=	teamgenoot
teamgenootjes	=	teamgenoot
teamgenote	noun	vrouw die in hetzelfde sportteam speelt
teamgenoten	=	teamgenoot
teamgenotes	=	teamgenote
teamiem	=	taäm
teamleden	=	teamlid
teamleider	noun	iemand die leiding geeft aan een groep werkers
teamleiders	=	teamleider
teamleiding	noun	groep mensen die beslissingen neemt betreffende een sportteam
teamleidingen	=	teamleiding
teamleidinkje	=	teamleiding
teamleidinkjes	=	teamleiding
teamlid	noun	iemand die behoort tot een groep van mensen die samenwerken om een bepaalde taak te verrichten
teammanager	noun	de zakelijk leider van een sportploeg
teammanagers	=	teammanager
teampje	=	team
teampjes	=	team
teamrol	noun	de sociale rol die iemand aanneemt binnen een specifieke groep, het team
teamrollen	=	teamrol
teams	=	team
teamsen	verb	videobellen met twee of meer personen met behulp van het programma Microsoft Teams
teamsend	=	teamsen
teamspel	noun	een spel waar een groep samenwerkende spelers een andere groep probeert te verslaan
teamspelen	=	teamspel
teamspeler	noun	iemand die goed is in samenwerken binnen een groep van mensen
teamspelers	=	teamspeler
teamspelertje	=	teamspeler
teamspelertjes	=	teamspeler
teamspellen	=	teamspel
teamspelletje	=	teamspel
teamspelletjes	=	teamspel
teamspirit	noun	de mentaliteit die heerst in een ploeg
teamsport	noun	een sport waarbij de spelers verdeeld zijn in groepen
teamsporten	=	teamsport
teamsportje	=	teamsport
teamsportjes	=	teamsport
teamste	=	teamsen
teamteaching	noun	onderwijsvorm waarbij twee of meer leerkrachten samen verantwoordelijk zijn voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het lesprogramma voor eenzelfde groep leerlingen, 'samen lesgeven'
teamteachings	=	teamteaching
teamverband	noun	de samenhang die van een verzameling individuen een groep maakt
teamverbanden	=	teamverband
teamwedstrijd	noun	een wedstrijd waarbij twee of meer teams, die bestaan uit meerdere spelers, tegen elkaar strijden
teamwedstrijden	=	teamwedstrijd
teamwedstrijdje	=	teamwedstrijd
teamwedstrijdjes	=	teamwedstrijd
teamwerk	noun	werken als een groep om samen één taak te verrichten
teamwerken	=	teamwerk
teamwork	noun	het concept dat meerdere mensen samenwerken als één team
tearjerker	noun	film, boek, of lied met een zeer sentimentele inhoud
tearjerkers	=	tearjerker
tearoom	noun	een gelegenheid, waar men thee kan drinken en een taartje erbij kan eten
tearooms	=	tearoom
teaser	noun	reclameboodschap waarmee men iemand probeert nieuwsgierig te maken naar het gehele product door een deel ervan te onthullen
teasers	=	teaser
teat	=	teaën
teaë	=	teaën
teaën	verb	de namiddag thee gebruiken
teaënd	=	teaën
teaënde	=	teaën
teba	noun	verhoogd platform in de synagoge, waar de chazan staat en de Tora wordt voorgelezen
tebet	noun	tiende maand van het joodse jaar, in december-januari (Est. 2:16); vierde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
tebibyte	noun	1024⁴ bytes, oftewel 2⁴⁰ bytes, weergegeven met symbool TiB
tebibyteje	=	tebibyte
tebibytejes	=	tebibyte
tebibytes	=	tebibyte
tebot	=	teba
tech	noun	hoogontwikkelde manieren van productie, waarbij nieuwe kennis en uitvindingen een grote rol spelen
techbedrijf	noun	bedrijf met innovatieve technologische activiteiten
techbedrijfje	=	techbedrijf
techbedrijfjes	=	techbedrijf
techbedrijven	=	techbedrijf
techia	noun	herleving, opstanding, reveil
techiat	noun	opstanding van
techina	noun	sesampasta
techinot	noun	smeekgebeden vanwege de verwoesting van de tempel
techiot	=	techia
techmavo	noun	mavoleerlijn met een versterkt profiel voor de vakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde, Nederlands en Engels
techmavo's	=	techmavo
techmavootje	=	techmavo
techmavootjes	=	techmavo
techmiljardair	noun	iemand die miljardair is geworden in de techindustrie
techmiljardairs	=	techmiljardair
technasia	=	technasium
technasium	noun	havo of vwo opleiding waarin de bètavakken centraal staan, en onderzoek en ontwerpen (O&O) als extra vak wordt gegeven
technasiums	=	technasium
technetium	noun	scheikundig element met symbool Tc en atoomnummer 43. Het is een zilvergrijs overgangsmetaal
technetiumatomen	=	technetiumatoom
technetiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element technetium.
technetiumatoompje	=	technetiumatoom
technetiumatoompjes	=	technetiumatoom
techneut	noun|humorous	iemand die technisch ingesteld is, een technicus
techneuten	=	techneut
techneutje	=	techneut
techneutjes	=	techneut
technica	noun	vrouwelijke technicus
technica's	=	technica
technicae	=	technica
technici	=	technicus
technicolor	noun	vroeger gebruikt procedé voor de vervaardiging van kleurenfilms bekend om zijn zeer realistische beelden en zeer verzadigde kleuren
technicus	noun	iemand die zich door middel van studie of ervaring techniek eigen heeft gemaakt en die techniek kan toepassen
technicusje	=	technicus
technicusjes	=	technicus
techniek	noun	de bewerkingen en verrichtingen die nodig zijn om iets tot stand te brengen
techniekboek	noun	een schoolboek waarin techniek centraal staat, waaronder elektriciteit, het werken met materialen als hout en metaal en meer.
techniekboeken	=	techniekboek
techniekboekje	=	techniekboek
techniekboekjes	=	techniekboek
technieken	=	techniek
technieker	noun	technicus
techniekers	=	technieker
techniekertje	=	technieker
techniekertjes	=	technieker
techniekje	=	techniek
techniekjes	=	techniek
techniekleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin techniek centraal staat, waaronder elektriciteit, het werken met materialen als hout en metaal en meer.
techniekleraars	=	techniekleraar
techniekleraartje	=	techniekleraar
techniekleraartjes	=	techniekleraar
techniekleraren	=	techniekleraar
technieklerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin techniek centraal staat, waaronder elektriciteit, het werken met materialen als hout en metaal en meer.
techniekleraresje	=	technieklerares
techniekleraresjes	=	technieklerares
techniekleraressen	=	technieklerares
techniekles	noun	een schoolvak waarin techniek centraal staat, waaronder elektriciteit, het werken met materialen als hout en metaal en meer.
technieklesje	=	techniekles
technieklesjes	=	techniekles
technieklessen	=	techniekles
technieklokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin techniek centraal staat, waaronder elektriciteit, het werken met materialen als hout en metaal en meer.
technieklokaaltje	=	technieklokaal
technieklokaaltjes	=	technieklokaal
technieklokalen	=	technieklokaal
techniekonderwijs	noun	het onderwijs in techniek
techniekpact	noun	gezamenlijk plan van scholen, bedrijven en overheden dat meer en beter opgeleide technici moet opleveren
techniekpacten	=	techniekpact
technies	=	technisch
technisch	adj	op techniek betrekking hebbend
technisch-economisch	adj	betreffende de combinatie van technische mogelijkheden (wat is haalbaar?) en economische levensvatbaarheid (wat is rendabel?) van een product, proces of investering
technisch-economische	=	technisch-economisch
technisch-economischer	=	technisch-economisch
technisch-economischere	=	technisch-economisch
technisch-economischers	=	technisch-economisch
technisch-wetenschappelijk	adj	met betrekking tot zowel technisch als wetenschappelijk
technisch-wetenschappelijke	=	technisch-wetenschappelijk
technisch-wetenschappelijker	=	technisch-wetenschappelijk
technisch-wetenschappelijkere	=	technisch-wetenschappelijk
technisch-wetenschappelijkers	=	technisch-wetenschappelijk
technisch-wetenschappelijks	=	technisch-wetenschappelijk
technisch-wetenschappelijkst	=	technisch-wetenschappelijk
technisch-wetenschappelijkste	=	technisch-wetenschappelijk
technische	=	technisch
technischer	=	technisch
technischere	=	technisch
technischers	=	technisch
technischt	=	technisch
technischte	=	technisch
techno	noun	een elektronische muziekstijl die het levenslicht zag in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, maar zich met name in de jaren 80 in ontwikkelde in onder andere Detroit en Frankfurt
technocraat	noun	iemand die zijn beslissingen maakt op basis van zakelijke en wetenschappelijke inzichten
technocraatje	=	technocraat
technocraten	=	technocraat
technocratie	noun	bestuursvorm waarbij de beleidsmakers beslissen aan de hand van adviezen van deskundigen op deelterreinen, veelal wetenschappers of ingenieurs en minder op basis van ideologie
technocratietje	=	technocratie
technocratieën	=	technocratie
technocratisch	adj	alleen door rationele motieven gestuurd
technocratische	=	technocratisch
technocratischer	=	technocratisch
technocratischere	=	technocratisch
technocratischers	=	technocratisch
technofix	noun	een technische oplossing voor een probleem (zodat men zijn gedrag niet hoeft te veranderen)
technofixen	=	technofix
technofixes	=	technofix
technofixje	=	technofix
technofixjes	=	technofix
technofoben	=	technofoob
technofonds	noun	technologiefonds
technofondsen	=	technofonds
technofondsje	=	technofonds
technofondsjes	=	technofonds
technofoob	noun	iemand die bang is voor de gevolgen van de technologische ontwikkelingen op de maatschappij of het milieu
technohouse	noun	een elektronische muziekstijl die het levenslicht zag in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, maar zich met name in de jaren 80 in ontwikkelde in onder andere Detroit en Frankfurt
technologen	=	technoloog
technologie	noun	de systematische en praktische toepassing van kennis
technologie-expert	noun	iemand die veel kennis en ervaring met technologie heeft
technologie-experts	=	technologie-expert
technologiebedrijf	noun	bedrijf dat een bepaalde techniek ontwikkelt en exploiteert
technologiebedrijfje	=	technologiebedrijf
technologiebedrijfjes	=	technologiebedrijf
technologiebedrijven	=	technologiebedrijf
technologiebeurs	noun	effectenbeurs waar met name in technologiefondsen gehandeld wordt
technologiebeursje	=	technologiebeurs
technologiebeursjes	=	technologiebeurs
technologiebeurzen	=	technologiebeurs
technologieconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven waar technologische producen worden geproduceerd
technologieconcerns	=	technologieconcern
technologiefonds	noun	beursgenoteerd fonds van een technologische onderneming
technologiefondsen	=	technologiefonds
technologieminnend	adj	betreft iemand die een sterke affiniteit, interesse of liefde heeft voor technologie en technische ontwikkelingen.
technologieminnende	=	technologieminnend
technologieminnender	=	technologieminnend
technologieminnendere	=	technologieminnend
technologieminnenders	=	technologieminnend
technologieminnends	=	technologieminnend
technologieminnendst	=	technologieminnend
technologieminnendste	=	technologieminnend
technologieonafhankelijk	adj	niet afhankelijk van de specifieke, gebruikte techniek
technologieonafhankelijke	=	technologieonafhankelijk
technologieonafhankelijker	=	technologieonafhankelijk
technologieonafhankelijkere	=	technologieonafhankelijk
technologieonafhankelijkers	=	technologieonafhankelijk
technologieonafhankelijks	=	technologieonafhankelijk
technologieonafhankelijkst	=	technologieonafhankelijk
technologieonafhankelijkste	=	technologieonafhankelijk
technologiereus	noun	een grote internationale organisatie die diensten aanbiedt via het internet en daar veel macht heeft, zoals Microsoft, Meta, Amazon en Alphabet
technologiereuzen	=	technologiereus
technologietje	=	technologie
technologieën	=	technologie
technologisch	adj	met betrekking tot stelselmatig ontwikkelde kennis over werkwijzen en hulpmiddelen om dingen te produceren
technologische	=	technologisch
technologischer	=	technologisch
technologischere	=	technologisch
technologischers	=	technologisch
technoloog	noun	iemand die zich bezighoudt met technologie.
technoloogje	=	technoloog
technoloogjes	=	technoloog
technomuziek	noun	een elektronische muziekstijl die het levenslicht zag in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, maar zich met name in de jaren 80 in ontwikkelde in onder andere Detroit en Frankfurt
technootje	=	techno
technootjes	=	techno
technopop	noun	een vorm van elektronische muziek waarbij veel gebruikgemaakt wordt van de synthesizer
technostress	noun	ziekte als gevolg van het onvermogen om zich op gezonde wijze aan het werken met apparaten aan te passen.
techreus	noun	zeer groot, internationaal opererend bedrijf dat dominerend aanwezig is op het gebied van internettechnologie
techreusje	=	techreus
techreuzen	=	techreus
techsavvy	adj	handig op technisch gebied; kundig op technisch gebied
techsavvy's	=	techsavvy
techsavvyer	=	techsavvy
techsavvyere	=	techsavvy
techsavvyers	=	techsavvy
techsavvyst	=	techsavvy
techsavvyste	=	techsavvy
techwerker	noun	iemand die in de techniek werkt met name met computers of in de informatica
techwerkers	=	techwerker
techwerkertje	=	techwerker
techwerkertjes	=	techwerker
teckel	noun	bepaald hondenras, met korte poten en een langgerekt lichaam
teckels	=	teckel
teckeltje	=	teckel
teckeltjes	=	teckel
tectoniek	=	tektoniek
tectyl	noun	antiroestmiddel voor auto's, oorspronkelijk een merknaam
teddy	noun	een pop in de vorm van een beer gemaakt van pluche
teddy's	=	teddy
teddybeer	noun	zachte pluizige speelgoedbeer
teddybeertje	=	teddybeer
teddybeertjes	=	teddybeer
teddyberen	=	teddybeer
teder	adj	zacht, delicaat, liefdevol
tederder	=	teder
tederdere	=	teder
tederders	=	teder
tedere	=	teder
tederheden	=	tederheid
tederheid	noun	het teder zijn
tederheidje	=	tederheid
tederlijk	adj	met veel tedere zorg
tederlijke	=	tederlijk
tederlijker	=	tederlijk
tederlijkere	=	tederlijk
tederlijkers	=	tederlijk
tederlijks	=	tederlijk
tederlijkst	=	tederlijk
tederlijkste	=	tederlijk
teders	=	teder
tederst	=	teder
tederste	=	teder
tedesco	noun	Asjkenazische jood (Sefardische benaming)
tedesco's	=	tedesco
tee	noun	de beginplaats vanwaar wordt afgeslagen op elke hole
tee-trein	noun	voormalige luxe exprestrein tussen een aantal grote Europese steden
tee-treinen	=	tee-trein
teeder	=	teder
teef	noun	vrouwelijke hond of vos
teefje	=	teef
teefjes	=	teef
teeg	=	tijgen
teegt	=	tijgen
teek	noun	achtpotige parasiet uit de orde Ixodida, verwant aan mijten en spinnen
teeken	=	teken
teekenen	=	tekenen
teekening	=	tekening
teekje	=	teek
teekjes	=	teek
teel	=	telen
teelaarde	noun	zwarte, vruchtbare grond met veel verteerd organisch materiaal
teelbaar	adj	geschikt om op verbouwd of gekweekt te worden.
teelbaarder	=	teelbaar
teelbaardere	=	teelbaar
teelbaarders	=	teelbaar
teelbaars	=	teelbaar
teelbaarst	=	teelbaar
teelbaarste	=	teelbaar
teelbal	noun	deel van de mannelijke anatomie waarin het zaad wordt aangemaakt
teelballen	=	teelbal
teelballetje	=	teelbal
teelballetjes	=	teelbal
teelbare	=	teelbaar
teelde	=	telen
teelden	=	telen
teeldrift	noun	de behoefte van een organisme om te paren
teelgrond	noun	grond waarop men gewassen mag en kan laten groeien
teellaag	noun	laag vruchtbare aarde waarin men gewassen kan kweken
teellaagje	=	teellaag
teellaagjes	=	teellaag
teellagen	=	teellaag
teelland	noun	stuk grond dat geschikt is voor het verbouwen van landbouw producten
teellanden	=	teelland
teelster	noun	vrouwelijke teler; vrouw die planten teelt voor haar beroep
teelsters	=	teelster
teelstertje	=	teelster
teelstertjes	=	teelster
teelt	noun	het kweken
teelten	=	teelt
teeltijd	noun	de tijd dat dieren vruchtbaar zijn
teeltijden	=	teeltijd
teeltkeus	noun	het kiezen bij het telen van gewassen en diersoorten van voor de voortteling bestemde exemplaren, die zekere eigenschappen bezitten die men tot ontwikkeling wenst te zien komen om het ras te verbeteren
teeltkeuze	noun	verschijnsel dat sommige organismen meer kans hebben op nageslacht dan anderen
teeltkeuzen	=	teeltkeuze
teeltkeuzes	=	teeltkeuze
teeltwisseling	noun	teeltwijze waarbij steeds een ander gewas op een bepaald stuk grond wordt verbouwd waardoor de grond minder uitgeput wordt EN minder gevoelig voor bepaald ongedierte (aaltje)
teeltwisselingen	=	teeltwisseling
teeltwisselingetje	=	teeltwisseling
teeltwisselingetjes	=	teeltwisseling
teelvocht	noun	sperma
teelvochten	=	teelvocht
teem	noun	langdurig, zeurderig klinkend betoog of lied
teemde	=	temen
teemden	=	temen
teempje	=	teem
teempjes	=	teem
teems	noun	melkzeef voor pas gemolken melk
teemse	=	teemsen
teemsen	verb	door zeven reinigen, gewoonlijk van melk of meel
teemsend	=	teemsen
teemsende	=	teemsen
teemsje	=	teems
teemst	=	teemsen
teemste	=	teemsen
teemsten	=	teemsen
teemt	=	temen
teen	noun	vingers van de voet
teenager	noun	iemand tussen de 13 en de 19 jaar oud, soms worden kinderen vanaf 10 al teenager genoemd
teenagers	=	teenager
teenamputatie	noun	een chirurgische operatie waarbij een chirurg een deel van een teen of een gehele teen verwijdert
teenamputaties	=	teenamputatie
teenamputatietje	=	teenamputatie
teenamputatietjes	=	teenamputatie
teenganger	noun	een dier dat bij het lopen alleen de tenen op de grond zet
teengangers	=	teenganger
teengangertje	=	teenganger
teengangertjes	=	teenganger
teenhaar	noun	een haar die op een teen groeit
teenharen	=	teenhaar
teenkootje	noun	elk van de botjes in de teen
teenkootjes	=	teenkootje
teennagel	noun	dun, doorzichtig plaatje van harde keratine op de bovenkant van elk van de vijf uitsteeksels van de voet
teennagels	=	teennagel
teennageltje	=	teennagel
teennageltjes	=	teennagel
teenschoen	noun	dunne rubberenschoen met een ruimte voor iedere teen afzonderlijk
teenschoenen	=	teenschoen
teenschoentje	=	teenschoen
teenschoentjes	=	teenschoen
teenslipper	noun	licht schoeisel, meestal van rubber, dat aan de voet gehecht blijft door middel van een bandje tussen de grote teen en de volgende teen
teenslippers	=	teenslipper
teenslippertje	=	teenslipper
teenslippertjes	=	teenslipper
teensloot	noun	smalle watergang aan de binnenzijde van de dijk die tot doel heeft water dat onder de dijk door stroomt op te vangen en af te voeren
teenslootje	=	teensloot
teenslootjes	=	teensloot
teensloten	=	teensloot
teensok	noun	sok met voorgevormde tenen
teensokje	=	teensok
teensokjes	=	teensok
teensokken	=	teensok
teenspreider	noun	hulpmiddel van siliconen, gel of schuim dat tussen de tenen wordt geplaatst om ze in de juiste stand te houden of wrijving te voorkomen
teenspreiders	=	teenspreider
teenspreidertje	=	teenspreider
teenspreidertjes	=	teenspreider
teenstuk	noun	deel van schoeisel dat bij de tenen zit
teenstukje	=	teenstuk
teenstukjes	=	teenstuk
teenstukken	=	teenstuk
teentje	=	teen
teentjes	=	teen
teenverdeler	noun	hulpmiddel van siliconen, gel of schuim dat tussen de tenen wordt geplaatst om ze in de juiste stand te houden of wrijving te voorkomen
teenverdelers	=	teenverdeler
teenverdelertje	=	teenverdeler
teenverdelertjes	=	teenverdeler
teenybopper	noun	een genre popmuziek, gericht op tieners
teenyboppers	=	teenybopper
teenyboppertje	=	teenybopper
teenyboppertjes	=	teenybopper
teer	adj	niet bestand tegen ruwe behandeling, gemakkelijk stuk te maken	noun	olieachtige vloeistof met een zeer hoge viscositeit
teerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van teer
teerachtige	=	teerachtig
teerachtiger	=	teerachtig
teerachtigere	=	teerachtig
teerachtigers	=	teerachtig
teerachtigs	=	teerachtig
teerachtigst	=	teerachtig
teerachtigste	=	teerachtig
teerasfalt	noun	asfalt, waarin naast bitumen ook teer als bindmiddel gebruikt is
teerbal	noun	ronde klont teer of dikke aardolie
teerballen	=	teerbal
teerballetje	=	teerbal
teerballetjes	=	teerbal
teerbemind	adj	van iemand dat je er erg veel van houdt
teerbeminde	=	teerbemind
teerbeminder	=	teerbemind
teerbemindere	=	teerbemind
teerbeminders	=	teerbemind
teerbeminds	=	teerbemind
teerbemindst	=	teerbemind
teerbemindste	=	teerbemind
teerdag	noun	de dag dat een gilde feestviert met een feestmaal; dag dat men potverteert
teerdagen	=	teerdag
teerde	=	teren
teerden	=	teren
teerder	noun	iemand die teert
teerdere	=	teer
teerders	=	teerder
teergeliefd	adj	waarvan veel wordt gehouden, innig bemind
teergeliefde	noun	iemand van wie je heel veel houdt
teergeliefden	=	teergeliefde
teergeliefder	=	teergeliefd
teergeliefdere	=	teergeliefd
teergeliefders	=	teergeliefd
teergeliefds	=	teergeliefd
teergeliefdst	=	teergeliefd
teergeliefdste	=	teergeliefd
teergevoelig	adj	een makkelijk te beroeren en te beschadigen gevoelsleven hebbend
teergevoelige	=	teergevoelig
teergevoeliger	=	teergevoelig
teergevoeligere	=	teergevoelig
teergevoeligers	=	teergevoelig
teergevoeligs	=	teergevoelig
teergevoeligst	=	teergevoelig
teergevoeligste	=	teergevoelig
teerhartig	adj	een zeer gevoelig en teer gemoedsleven hebbend
teerhartige	=	teerhartig
teerhartiger	=	teerhartig
teerhartigere	=	teerhartig
teerhartigers	=	teerhartig
teerhartigs	=	teerhartig
teerhartigst	=	teerhartig
teerhartigste	=	teerhartig
teerheden	=	teerheid
teerheid	noun	van iets dat het bij verkeerd gebruik makkelijk kapot gaat
teerkost	noun	eten dat men kan gebruiken
teerkosten	=	teerkost
teerling	noun	kubusvormig voorwerp met op elk van de zijden een van de ogenaantallen "één" tot en met "zes"
teerlingen	=	teerling
teerlingvormig	adj	vorm van een teerling hebbend, kubusvormig
teerlingvormige	=	teerlingvormig
teerlingvormiger	=	teerlingvormig
teerlingvormigere	=	teerlingvormig
teerlingvormigers	=	teerlingvormig
teerlingvormigs	=	teerlingvormig
teerlingvormigst	=	teerlingvormig
teerlingvormigste	=	teerlingvormig
teerlinkje	=	teerling
teerlinkjes	=	teerling
teerpot	noun	vat waar men teer in bewaart
teerpotten	=	teerpot
teers	=	teer
teerst	=	teer
teerste	=	teer
teert	=	teren
teertje	=	teer
teerton	noun	ronde bak met teer die bij festiviteiten werd opgehangen en in de brand gestoken
teertonnen	=	teerton
teertonnetje	=	teerton
teertonnetjes	=	teerton
teervlekkenzwam	noun	Ischnoderma benzoinum een schimmel behorend tot de familie Fomitopsidaceae.
teervlekkenzwammen	=	teervlekkenzwam
teervlekkenzwammetje	=	teervlekkenzwam
teervlekkenzwammetjes	=	teervlekkenzwam
teerweg	noun	teermacadamweg, weg met asfalt en steenslag
teerwegen	=	teerweg
tees	=	tee
teesde	=	tezen
teesden	=	tezen
teest	=	tezen
teetje	=	tee
teetjes	=	tee
teeuw	noun	hybride kruising tussen een mannetjestijger en een vrouwtjesleeuw (Panthera tigris x leo)
teeuwen	=	teeuw
teeuwtje	=	teeuw
teeuwtjes	=	teeuw
teevee	noun	apparaat waarmee men bewegende beelden met geluid kan ontvangen
teevees	=	teevee
teeveetje	=	teevee
teeveetjes	=	teevee
teeën	=	tee
teff	noun	Eragrostis tef een gewas uit het geslacht liefdegras (Eragrostis) en de grassenfamilie (Poaceae) zonder schadelijke gluten oorspronkelijk waarschijnlijk afkomstig uit Ethiopië.
teffens	adv|obsolete	tevens, tegelijk, gelijktijdig, eveneens
tefila	noun	gebed
tefilien	noun	gebedsriemen
tefilin	noun	joodse gebedsriemen
tefille	noun	gebed
tefilles	=	tefille
tefillo	noun	gebed
tefillous	=	tefillo
tefilot	=	tefila
teflon	noun	merknaam, kunststofmateriaal dat in braad- en koekenpannen zit als laagje tegen het aanbakken
tegader	adv	samen, gezamenlijk, tezamen
tege	=	tijgen
tegel	noun	een rechthoekig stenen voorwerp dat meestal wordt gebruikt voor het bedekken van oppervlakten
tegelalgoritme	noun	een algoritme dat een tegeling van een vlak construeert
tegelalgoritmen	=	tegelalgoritme
tegelalgoritmes	=	tegelalgoritme
tegelalgoritmetje	=	tegelalgoritme
tegelalgoritmetjes	=	tegelalgoritme
tegelasbak	noun	tegel met een verzonken ruimte onder een metalen rooster die men kan gebruiken als asbak
tegelasbakken	=	tegelasbak
tegelbekleding	noun	de tegels die als een beschermende en decoratieve afwerklaag op oppervlakken, zoals muren, vloeren of gevels.
tegelbekledingen	=	tegelbekleding
tegelbekledinkje	=	tegelbekleding
tegelbekledinkjes	=	tegelbekleding
tegelcliché	noun	tekst, die te veel of fout gebruikt is op tegeltjes, zodat ze aan betekenis verloren heeft
tegelclichés	=	tegelcliché
tegelde	=	tegelen
tegeldemaking	noun	een juridische term die betekent dat bezittingen (zoals een woning, auto of aandelen) worden verkocht om ze in geld om te zetten.
tegeldemakingen	=	tegeldemaking
tegeldemakinkje	=	tegeldemaking
tegeldemakinkjes	=	tegeldemaking
tegelden	=	tegelen
tegele	=	tegelen
tegelen	verb	het beplakken van een wand met tegels, betegelen
tegelend	=	tegelen
tegelende	=	tegelen
tegelijk	adv	op hetzelfde moment
tegelijkertijd	adv	op hetzelfde moment, gelijktijdig
tegeling	noun	de gehele bedekking van een vlak met figuren, meestal veelhoeken van een beperkte grootte
tegelingen	=	tegeling
tegelingetje	=	tegeling
tegelingetjes	=	tegeling
tegelkachel	noun	een kachel die opgebouwd is uit keramische elementen en stralingswarmte geeft
tegelkachels	=	tegelkachel
tegelkacheltje	=	tegelkachel
tegelkacheltjes	=	tegelkachel
tegellijm	noun	een speciale lijm om tegels op een vlakke ondergrond te verlijmen
tegellijmen	=	tegellijm
tegelmat	noun	een soort vloerbedekking dat bestaat uit aan elkaar gevoegde gevlochten tegels
tegelmatje	=	tegelmat
tegelmatjes	=	tegelmat
tegelmatten	=	tegelmat
tegelpaadje	=	tegelpad
tegelpaadjes	=	tegelpad
tegelpad	noun	een pad dat met tegels bestraat is
tegelpaden	=	tegelpad
tegelpadje	=	tegelpad
tegelpadjes	=	tegelpad
tegels	=	tegel
tegelsnijder	noun	gereedschap om glazen of keramische tegels op maat te maken
tegelsnijders	=	tegelsnijder
tegelsnijdertje	=	tegelsnijder
tegelsnijdertjes	=	tegelsnijder
tegelt	=	tegelen
tegeltableau	noun	een uit beschilderde tegels samengesteld tableau of schilderij
tegeltableaus	=	tegeltableau
tegeltableautje	=	tegeltableau
tegeltableautjes	=	tegeltableau
tegelthee	noun	een bepaald soort thee in tabletten
tegeltheeën	=	tegelthee
tegeltje	=	tegel
tegeltjes	=	tegel
tegeltjeswijsheden	=	tegeltjeswijsheid
tegeltjeswijsheid	noun	uitspraak die goed klinkt, maar wat oubollig en nogal simpel is
tegelverf	noun	een verfsoort die speciaal bedoeld is voor het bedekken van tegels
tegelverfje	=	tegelverf
tegelverfjes	=	tegelverf
tegelverven	=	tegelverf
tegelvissen	noun	een familie Malacanthidae van baarsachtige vissen.
tegelvloer	noun	een betegelde vloer
tegelvloeren	=	tegelvloer
tegelvloertje	=	tegelvloer
tegelvloertjes	=	tegelvloer
tegelwand	noun	een met tegels afgewerkte wand
tegelwanden	=	tegelwand
tegelwandje	=	tegelwand
tegelwandjes	=	tegelwand
tegelwerk	noun	iets wat gemaakt is met tegels
tegelwerken	=	tegelwerk
tegelwerkje	=	tegelwerk
tegelwerkjes	=	tegelwerk
tegelwip	=	tegelwippen
tegelwippe	=	tegelwippen
tegelwippen	verb	langs straten en pleinen stoeptegels vervangen door beplanting
tegelwippend	=	tegelwippen
tegelwipt	=	tegelwippen
tegelwipte	=	tegelwippen
tegelwipten	=	tegelwippen
tegelzet	=	tegelzetten
tegelzette	=	tegelzetten
tegelzetten	verb	het aanbrengen van tegels op een wand
tegelzettend	=	tegelzetten
tegelzettende	=	tegelzetten
tegelzetter	noun	een bouwvakker die wandtegels zet en vloertegels legt
tegelzetters	=	tegelzetter
tegelzettertje	=	tegelzetter
tegelzettertjes	=	tegelzetter
tegemoet	adv	tot een ontmoeting komen
tegemoetgekomen	=	tegemoetkomen
tegemoetgezien	=	tegemoetzien
tegemoetkom	=	tegemoetkomen
tegemoetkome	=	tegemoetkomen
tegemoetkomen	verb	nader tot iemand komen
tegemoetkomend	adj	voorkomend, welwillend
tegemoetkomende	=	tegemoetkomend
tegemoetkomender	=	tegemoetkomend
tegemoetkomendere	=	tegemoetkomend
tegemoetkomenders	=	tegemoetkomend
tegemoetkomendheid	noun	de mate waarin men vriendelijk en hulpvaardig is
tegemoetkomends	=	tegemoetkomend
tegemoetkomendst	=	tegemoetkomend
tegemoetkomendste	=	tegemoetkomend
tegemoetkoming	noun	het tegemoetkomen
tegemoetkomingen	=	tegemoetkoming
tegemoetkominkje	=	tegemoetkoming
tegemoetkominkjes	=	tegemoetkoming
tegemoetkomt	=	tegemoetkomen
tegemoetkwaamt	=	tegemoetkomen
tegemoetkwam	=	tegemoetkomen
tegemoetkwame	=	tegemoetkomen
tegemoetkwamen	=	tegemoetkomen
tegemoetzaagt	=	tegemoetzien
tegemoetzag	=	tegemoetzien
tegemoetzage	=	tegemoetzien
tegemoetzagen	=	tegemoetzien
tegemoetzie	=	tegemoetzien
tegemoetzien	verb	verwachten
tegemoetziend	=	tegemoetzien
tegemoetziende	=	tegemoetzien
tegemoetziet	=	tegemoetzien
tegen	prep	zijdelings aanleunend	adv	oneens, negatief
tegen-offensief	=	tegenoffensief
tegenaan	adv	tegen
tegenaangewezen	adj	niet wenselijk
tegenaanval	noun	een aanval tegen een aanval
tegenaanvallen	=	tegenaanval
tegenaanvalletje	=	tegenaanval
tegenaanvalletjes	=	tegenaanval
tegenactie	noun	een actie tegen een actie
tegenacties	=	tegenactie
tegenargument	noun	een argument dat men tegen iets inbrengt
tegenargumenten	=	tegenargument
tegenat	=	tegeneten
tegenaten	=	tegeneten
tegenbeeld	noun	contrast
tegenbeelden	=	tegenbeeld
tegenbericht	noun	een bericht dat een vorig bericht tegenspreekt
tegenberichten	=	tegenbericht
tegenberichtje	=	tegenbericht
tegenberichtjes	=	tegenbericht
tegenbetoger	noun	persoon die deelneemt aan een protestmars tegen een andere protestmars
tegenbetogers	=	tegenbetoger
tegenbetoging	noun	een demonstratie of protestactie die wordt georganiseerd als reactie op een reeds geplande betoging.
tegenbetogingen	=	tegenbetoging
tegenbetoginkje	=	tegenbetoging
tegenbetoginkjes	=	tegenbetoging
tegenbeweging	noun	een beweging in tegengestelde zin
tegenbewegingen	=	tegenbeweging
tegenbeweginkje	=	tegenbeweging
tegenbeweginkjes	=	tegenbeweging
tegenbewijs	noun	iets dat aantoont dat een eerder gedane bewering onjuist is
tegenbewijzen	=	tegenbewijs
tegenbezoek	noun	een bezoek ter beantwoording van een ander bezoek
tegenbezoeken	=	tegenbezoek
tegenbezoekje	=	tegenbezoek
tegenbezoekjes	=	tegenbezoek
tegenbod	noun	antwoord op een bod dat eerder gedaan is
tegenboden	=	tegenbod
tegenboek	=	tegenboeken
tegenboeke	=	tegenboeken
tegenboeken	verb	de tweede registratie opnemen waardoor het totaal van de creditposten gelijk blijft aan dat van de debetposten
tegenboekend	=	tegenboeken
tegenboekende	=	tegenboeken
tegenboeking	noun	bij de dubbel boekhouden de tweede registratie van een transactie, waardoor het totaal van de creditposten gelijk blijft aan dat van de debetposten
tegenboekingen	=	tegenboeking
tegenboekt	=	tegenboeken
tegenboekte	=	tegenboeken
tegenboekten	=	tegenboeken
tegenbras	=	tegenbrassen
tegenbrasse	=	tegenbrassen
tegenbrassen	verb	zodanig brassen dat de wind van voor in de zeilen valt en het schip geen vaart meer maakt
tegenbrassend	=	tegenbrassen
tegenbrassende	=	tegenbrassen
tegenbrast	=	tegenbrassen
tegenbraste	=	tegenbrassen
tegenbrasten	=	tegenbrassen
tegenclaim	noun	schadeclaim die wordt ingediend door een partij die zelf een schadeclaim heeft ontvangen
tegenclaims	=	tegenclaim
tegencoup	noun	plegen van een staatsgreep tegen een regering die door een staatsgreep aan de macht is gekomen
tegencoups	=	tegencoup
tegendeel	noun	het tegenovergestelde
tegendeeltje	=	tegendeel
tegendeeltjes	=	tegendeel
tegendelen	=	tegendeel
tegendemonstrant	noun	iemand die protesteert tegen mensen die demonstreren
tegendemonstranten	=	tegendemonstrant
tegendemonstratie	noun	protest dat gericht is tegen een ander protest
tegendemonstraties	=	tegendemonstratie
tegendraads	adj	tegen de draad, weerspannig
tegendraadse	=	tegendraads
tegendraadser	=	tegendraads
tegendraadsere	=	tegendraads
tegendraadsers	=	tegendraads
tegendraadsheden	=	tegendraadsheid
tegendraadsheid	noun	het zich verzetten, recalcitrant gedrag
tegendraadst	=	tegendraads
tegendraadste	=	tegendraads
tegendruk	noun	druk in tegenovergestelde zin
tegendrukken	=	tegendruk
tegeneen	adv	tegen elkaar
tegeneet	=	tegeneten
tegeneis	noun	een eis die men indient als reactie op een eis van de tegenpartij
tegeneisen	=	tegeneis
tegenete	=	tegeneten
tegeneten	verb	zich aan iets ~ eten totdat men er weerzin van krijgt
tegenetend	=	tegeneten
tegenetende	=	tegeneten
tegenga	=	tegengaan
tegengaan	verb	proberen iets te stoppen of te verhinderen
tegengaand	=	tegengaan
tegengaande	=	tegengaan
tegengaat	=	tegengaan
tegengas	noun	~ geven / bieden: ergens tegenin gaan
tegengeboekt	=	tegenboeken
tegengebrast	=	tegenbrassen
tegengegaan	=	tegengaan
tegengegane	=	tegengaan
tegengegeten	=	tegeneten
tegengehouden	=	tegenhouden
tegengekomen	=	tegenkomen
tegengelachen	=	tegenlachen
tegengelopen	=	tegenlopen
tegengeluid	noun	uiting die tegen een heersende opvatting ingaat
tegengeluiden	=	tegengeluid
tegengeluidje	=	tegengeluid
tegengeluidjes	=	tegengeluid
tegengeslagen	=	tegenslaan
tegengesparteld	=	tegenspartelen
tegengespeeld	=	tegenspelen
tegengesproken	=	tegenspreken
tegengesputterd	=	tegensputteren
tegengestaan	=	tegenstaan
tegengesteld	adj	de negatieve waarde van iets hebbend
tegengestelde	noun	een woord met een tegengestelde betekenis
tegengestelden	=	tegengestelde
tegengestelder	=	tegengesteld
tegengesteldere	=	tegengesteld
tegengestelders	=	tegengesteld
tegengestelds	=	tegengesteld
tegengesteldst	=	tegengesteld
tegengesteldste	=	tegengesteld
tegengestemd	=	tegenstemmen
tegengestoken	=	tegensteken
tegengestreefd	=	tegenstreven
tegengestribbeld	=	tegenstribbelen
tegengevallen	=	tegenvallen
tegengewerkt	=	tegenwerken
tegengewerkte	=	tegenwerken
tegengewicht	noun	een massa die een andere massa in evenwicht houdt
tegengewichten	=	tegengewicht
tegengeworpen	=	tegenwerpen
tegengezeten	=	tegenzitten
tegengif	noun	een middel dat de werking van een gif neutraliseert of afzwakt
tegengiffen	=	tegengif
tegengifje	=	tegengif
tegengift	noun	tegengif
tegengiften	=	tegengift
tegengiftje	=	tegengift
tegengiftjes	=	tegengift
tegenging	=	tegengaan
tegenginge	=	tegengaan
tegengingen	=	tegengaan
tegengingt	=	tegengaan
tegengoal	noun	doelpunt dat de tegenpartij maakt
tegengoals	=	tegengoal
tegengunst	noun	iemand die jou eerder vrijwillig ter wille is geweest, nu ook omgekeerd ter wille zijn door het verlenen van een dienst of goed
tegengunsten	=	tegengunst
tegengunstje	=	tegengunst
tegengunstjes	=	tegengunst
tegenhanger	noun	iemand of iets met vergelijkbare functie of eigenschappen aan gene zijde van een scheidslijn
tegenhangers	=	tegenhanger
tegenhangertje	=	tegenhanger
tegenhangertjes	=	tegenhanger
tegenheid	noun	de mate waarin iemand ergens tegen is
tegenhield	=	tegenhouden
tegenhielde	=	tegenhouden
tegenhielden	=	tegenhouden
tegenhieldt	=	tegenhouden
tegenhou	=	tegenhouden
tegenhoud	=	tegenhouden
tegenhoude	=	tegenhouden
tegenhouden	verb	iets of iemand stoppen
tegenhoudend	=	tegenhouden
tegenhoudende	=	tegenhouden
tegenhoudt	=	tegenhouden
tegenin	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord: zich tegen iets verzettend
tegenkandidaat	noun	een andere kandidaat uit een tegenpartij
tegenkandidaten	=	tegenkandidaat
tegenkant	noun	het omgekeerde; andersom
tegenkanten	=	tegenkant
tegenkanting	noun	het verzet tegen iets of iemand
tegenkantingen	=	tegenkanting
tegenkom	=	tegenkomen
tegenkome	=	tegenkomen
tegenkomen	verb	bij toeval ontmoeten
tegenkomend	=	tegenkomen
tegenkomende	=	tegenkomen
tegenkomt	=	tegenkomen
tegenkoppeling	noun	terugkoppeling waarbij de invloed van een ingangssigaal wordt tegengewerkt
tegenkracht	noun	een macht die oppositie voert tegen de zittende macht
tegenkrachten	=	tegenkracht
tegenkwaamt	=	tegenkomen
tegenkwam	=	tegenkomen
tegenkwame	=	tegenkomen
tegenkwamen	=	tegenkomen
tegenlach	=	tegenlachen
tegenlache	=	tegenlachen
tegenlachen	verb	lachend tegemoet zien
tegenlachend	=	tegenlachen
tegenlachende	=	tegenlachen
tegenlacht	=	tegenlachen
tegenlachte	=	tegenlachen
tegenlachten	=	tegenlachen
tegenlachtet	=	tegenlachen
tegenlicht	noun	in de richting van de lichtbron kijkend
tegenlichten	=	tegenlicht
tegenlichtopname	noun	een foto gemaakt bij verlichting achter het tafereel
tegenlichtopnamen	=	tegenlichtopname
tegenlichtopnames	=	tegenlichtopname
tegenlichtopnametje	=	tegenlichtopname
tegenlichtopnametjes	=	tegenlichtopname
tegenliep	=	tegenlopen
tegenliepe	=	tegenlopen
tegenliepen	=	tegenlopen
tegenliept	=	tegenlopen
tegenligger	noun	tegemoetkomend voertuig
tegenliggers	=	tegenligger
tegenliggertje	=	tegenligger
tegenloop	=	tegenlopen
tegenloopt	=	tegenlopen
tegenlope	=	tegenlopen
tegenlopen	verb	tegemoet lopen
tegenlopend	=	tegenlopen
tegenlopende	=	tegenlopen
tegenmaatregel	noun	een handeling die erop gericht is de effecten van een andere handeling ongedaan te maken
tegenmaatregelen	=	tegenmaatregel
tegenmaatregels	=	tegenmaatregel
tegennatuurlijk	adj	niet natuurlijk	adv	tegen de natuur in
tegennatuurlijke	=	tegennatuurlijk
tegennatuurlijker	=	tegennatuurlijk
tegennatuurlijkere	=	tegennatuurlijk
tegennatuurlijkers	=	tegennatuurlijk
tegennatuurlijkheden	=	tegennatuurlijkheid
tegennatuurlijkheid	noun	de mate waarin iets onnatuurlijk is
tegennatuurlijks	=	tegennatuurlijk
tegennatuurlijkst	=	tegennatuurlijk
tegennatuurlijkste	=	tegennatuurlijk
tegenoffensief	noun	tegenaanval
tegenoffensiefje	=	tegenoffensief
tegenoffensiefjes	=	tegenoffensief
tegenoffensieven	=	tegenoffensief
tegenonderzoek	noun	onderzoek door de tegenpartij
tegenonderzoeken	=	tegenonderzoek
tegenop	adv	ergens langs omhoog gaan
tegenover	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord (tegenoverstellen)	prep	aan de overzijde van
tegenovergelegen	adj	aan de overzijde liggend
tegenovergelegens	=	tegenovergelegen
tegenovergesteld	adj	precies andersom
tegenovergestelde	noun	helemaal andersom dan het gestelde oftewel het tegendeel.
tegenovergestelden	=	tegenovergestelde
tegenovergestelder	=	tegenovergesteld
tegenovergesteldere	=	tegenovergesteld
tegenovergestelders	=	tegenovergesteld
tegenovergestelds	=	tegenovergesteld
tegenovergesteldst	=	tegenovergesteld
tegenovergesteldste	=	tegenovergesteld
tegenoverliggend	adj	aan de overkant liggend
tegenoverliggende	=	tegenoverliggend
tegenoverliggends	=	tegenoverliggend
tegenoverstel	=	tegenoverstellen
tegenoverstelde	=	tegenoverstellen
tegenoverstelden	=	tegenoverstellen
tegenoverstelle	=	tegenoverstellen
tegenoverstellen	verb	iets wat je doet in reactie op iets anders om het evenwicht te herstellen
tegenoverstellend	=	tegenoverstellen
tegenoverstellende	=	tegenoverstellen
tegenoverstelt	=	tegenoverstellen
tegenpartij	noun	de andere partij die de tegenstander is
tegenpartijen	=	tegenpartij
tegenpaus	noun	iemand die de pauselijke titel opeist zonder door het Vaticaan als paus erkent te zijn
tegenpausen	=	tegenpaus
tegenpausje	=	tegenpaus
tegenpolen	=	tegenpool
tegenpool	noun	andere (magnetische, elektrische of geografische) pool
tegenprestatie	noun	een prestatie als vergoeding
tegenprestaties	=	tegenprestatie
tegenpunt	noun	punt voor de tegenpartij
tegenpunten	=	tegenpunt
tegenpuntje	=	tegenpunt
tegenpuntjes	=	tegenpunt
tegenreactie	noun	reactie die nadrukkelijk volgt als tegenzet op een eerdere (tegen)actie, verklaring e.d.
tegenreacties	=	tegenreactie
tegens	=	tegen
tegensla	=	tegenslaan
tegenslaan	verb	ongunstig verlopen
tegenslaand	=	tegenslaan
tegenslaande	=	tegenslaan
tegenslaat	=	tegenslaan
tegenslag	noun	het gebeuren van ongeluk
tegenslagen	=	tegenslag
tegenslagje	=	tegenslag
tegenslagjes	=	tegenslag
tegensloeg	=	tegenslaan
tegensloegen	=	tegenslaan
tegenspartel	=	tegenspartelen
tegenspartelde	=	tegenspartelen
tegenspartelden	=	tegenspartelen
tegenspartele	=	tegenspartelen
tegenspartelen	verb	weerstand bieden door wilde bewegingen te maken
tegenspartelend	=	tegenspartelen
tegenspartelende	=	tegenspartelen
tegenspartelt	=	tegenspartelen
tegenspeel	=	tegenspelen
tegenspeelde	=	tegenspelen
tegenspeelden	=	tegenspelen
tegenspeelster	=	tegenspeler
tegenspeelt	=	tegenspelen
tegenspel	noun	tegenspel bieden: in een spel het spel van de tegenstander spelen zonder wie het spel enerzijds niet gespeeld kan worden, maar dat tevens het doel heeft om de speler te verslaan
tegenspele	=	tegenspelen
tegenspelen	verb	als opponent bij een spel optreden
tegenspelend	=	tegenspelen
tegenspelende	=	tegenspelen
tegenspeler	noun	een speler van de tegenpartij
tegenspelers	=	tegenspeler
tegenspelertje	=	tegenspeler
tegenspelertjes	=	tegenspeler
tegenspellen	=	tegenspel
tegenspoed	noun	ernstige pech, toestand met belangrijke tegenslag
tegenspoeden	=	tegenspoed
tegenspoedje	=	tegenspoed
tegenspraak	noun	tegenspreken, ontkennen
tegenspraakt	=	tegenspreken
tegensprak	=	tegenspreken
tegensprake	=	tegenspreken
tegenspraken	=	tegenspreken
tegenspreek	=	tegenspreken
tegenspreekt	=	tegenspreken
tegenspreke	=	tegenspreken
tegensprekelijk	adj	met de ruimte voor woord en wederwoord, oftewel dat er een mogelijkheid is om het met iets of iemand oneens te zijn, bezwaren in te brengen, of een ander standpunt in te nemen, wat vaak voorkomt in discussies
tegensprekelijke	=	tegensprekelijk
tegensprekelijker	=	tegensprekelijk
tegensprekelijkere	=	tegensprekelijk
tegensprekelijkers	=	tegensprekelijk
tegensprekelijks	=	tegensprekelijk
tegensprekelijkst	=	tegensprekelijk
tegensprekelijkste	=	tegensprekelijk
tegenspreken	verb	zich met woorden verzetten
tegensprekend	adj	met elkaar onverenigbaar zijn
tegensprekende	=	tegenspreken
tegensprekends	=	tegensprekend
tegensputter	=	tegensputteren
tegensputterde	=	tegensputteren
tegensputterden	=	tegensputteren
tegensputtere	=	tegensputteren
tegensputteren	verb	al mopperend protesteren
tegensputterend	=	tegensputteren
tegensputterende	=	tegensputteren
tegensputtert	=	tegensputteren
tegensta	=	tegenstaan
tegenstaan	verb	gevoelens van aversie oproepen
tegenstaand	=	tegenstaan
tegenstaande	=	tegenstaan
tegenstaat	=	tegenstaan
tegenstak	=	tegensteken
tegenstaken	=	tegensteken
tegenstand	noun	verzet
tegenstanden	=	tegenstand
tegenstander	noun	vijand, rivaal
tegenstanders	=	tegenstander
tegenstandertje	=	tegenstander
tegenstandertjes	=	tegenstander
tegenstandje	=	tegenstand
tegenstandster	noun	vrouw waarmee iemand strijd levert
tegenstandsters	=	tegenstandster
tegensteek	=	tegensteken
tegensteekt	=	tegensteken
tegensteke	=	tegensteken
tegensteken	verb	opwekken van afkeer
tegenstekend	=	tegensteken
tegenstekende	=	tegensteken
tegenstel	=	tegenstellen
tegenstelbaar	adj	betreft in juridische context dat een feit, document, overeenkomst of recht inroepbaar is tegenover een andere partij of derden
tegenstelbaarder	=	tegenstelbaar
tegenstelbaardere	=	tegenstelbaar
tegenstelbaarders	=	tegenstelbaar
tegenstelbaars	=	tegenstelbaar
tegenstelbaarst	=	tegenstelbaar
tegenstelbaarste	=	tegenstelbaar
tegenstelbare	=	tegenstelbaar
tegenstelde	=	tegenstellen
tegenstelden	=	tegenstellen
tegenstelle	=	tegenstellen
tegenstellen	verb	iets (zelden een persoon) tegenover een andere stellen
tegenstellend	adj	niet samengaand, strijdig met
tegenstellende	=	tegenstellen
tegenstellender	=	tegenstellend
tegenstellendere	=	tegenstellend
tegenstellenders	=	tegenstellend
tegenstellends	=	tegenstellend
tegenstellendst	=	tegenstellend
tegenstellendste	=	tegenstellend
tegenstelling	noun	het tegenovergestelde
tegenstellingen	=	tegenstelling
tegenstellinkje	=	tegenstelling
tegenstelt	=	tegenstellen
tegenstem	noun	tegen een voorstel uitgebrachte stem
tegenstemde	=	tegenstemmen
tegenstemden	=	tegenstemmen
tegenstemme	=	tegenstemmen
tegenstemmen	verb	bij een verkiezing een afwijzende stem uitbrengen
tegenstemmend	=	tegenstemmen
tegenstemmende	=	tegenstemmen
tegenstemt	=	tegenstemmen
tegenstond	=	tegenstaan
tegenstonde	=	tegenstaan
tegenstonden	=	tegenstaan
tegenstondt	=	tegenstaan
tegenstoot	noun	tegenaanval
tegenstoten	=	tegenstoot
tegenstreef	=	tegenstreven
tegenstreefde	=	tegenstreven
tegenstreefden	=	tegenstreven
tegenstreeft	=	tegenstreven
tegenstreve	=	tegenstreven
tegenstreven	verb	iemand tegenwerken, trachten voor te zijn	noun	het iemand tegenwerken
tegenstrevend	=	tegenstreven
tegenstrevende	=	tegenstreven
tegenstrever	noun	iemand die tegenwerkt, tegenspeler
tegenstrevers	=	tegenstrever
tegenstrevertje	=	tegenstrever
tegenstrevertjes	=	tegenstrever
tegenstribbel	=	tegenstribbelen
tegenstribbelde	=	tegenstribbelen
tegenstribbelden	=	tegenstribbelen
tegenstribbele	=	tegenstribbelen
tegenstribbelen	verb	weerstand bieden
tegenstribbelend	adj	weerstand biedend op een manier die niet veel effect heeft
tegenstribbelende	=	tegenstribbelen
tegenstribbelender	=	tegenstribbelend
tegenstribbelendere	=	tegenstribbelend
tegenstribbelenders	=	tegenstribbelend
tegenstribbelends	=	tegenstribbelend
tegenstribbelendst	=	tegenstribbelend
tegenstribbelendste	=	tegenstribbelend
tegenstribbelt	=	tegenstribbelen
tegenstrijdig	adj	niet overeenstemmend; met elkaar in tegenspraak
tegenstrijdige	=	tegenstrijdig
tegenstrijdiger	=	tegenstrijdig
tegenstrijdigere	=	tegenstrijdig
tegenstrijdigers	=	tegenstrijdig
tegenstrijdigheden	=	tegenstrijdigheid
tegenstrijdigheid	noun	iets tegenstrijdigs
tegenstrijdigheidje	=	tegenstrijdigheid
tegenstrijdigheidjes	=	tegenstrijdigheid
tegenstrijdigs	=	tegenstrijdig
tegenstrijdigst	=	tegenstrijdig
tegenstrijdigste	=	tegenstrijdig
tegenstromen	=	tegenstroom
tegenstroom	noun	stroom die zich voortbeweegt in tegengestelde richting dan die waarin men zich beweegt
tegenstroompje	=	tegenstroom
tegenstroompjes	=	tegenstroom
tegenstroomprincipe	noun	principe dat er tussen twee stromende substanties iets kan worden overgedragen van de een op de ander waarbij die overdracht vollediger is dan bij 'meestroom'
tegenstroomprincipes	=	tegenstroomprincipe
tegentij	noun|figurative	moeilijke omstandigheden die de voortgang tegengaan
tegentijen	=	tegentij
tegentreffer	noun	doelpunt nadat de tegenstander al een doelpunt heeft gemaakt; doelpunt van de tegenstander
tegentreffers	=	tegentreffer
tegenvaar	noun	vaar waarin de vakjes afwisselend omgekeerd zijn
tegenval	=	tegenvallen
tegenvalle	=	tegenvallen
tegenvallen	verb	minder gunstig verlopen dan verwacht
tegenvallend	=	tegenvallen
tegenvallende	=	tegenvallen
tegenvaller	noun	tegenslag
tegenvallers	=	tegenvaller
tegenvallertje	=	tegenvaller
tegenvallertjes	=	tegenvaller
tegenvalt	=	tegenvallen
tegenviel	=	tegenvallen
tegenviele	=	tegenvallen
tegenvielen	=	tegenvallen
tegenvielt	=	tegenvallen
tegenvoeter	noun	iemand die aan de tegenovergestelde zijde van de wereld leeft
tegenvoeters	=	tegenvoeter
tegenvoorbeeld	noun	voorbeeld dat aantoont dat een gedane propositie (bewering) niet juist is
tegenvoorbeelden	=	tegenvoorbeeld
tegenvoorbeeldje	=	tegenvoorbeeld
tegenvoorbeeldjes	=	tegenvoorbeeld
tegenvoorstel	noun	een voorstel als antwoord op een voorafgaand voorstel
tegenvoorstellen	=	tegenvoorstel
tegenvoorstelletje	=	tegenvoorstel
tegenvoorstelletjes	=	tegenvoorstel
tegenvraag	noun	een kritische vraag waarmee men het eerder beweerde in twijfel trekt; een vraag die men stelt als reactie op een gedane bewering
tegenvragen	=	tegenvraag
tegenwaarde	noun	de overeenkomstige waarde
tegenwaarden	=	tegenwaarde
tegenwaardes	=	tegenwaarde
tegenweer	noun	verdediging
tegenwerk	=	tegenwerken
tegenwerke	=	tegenwerken
tegenwerken	verb	zich tegen iets verzetten
tegenwerkend	adj	verzet biedend
tegenwerkende	=	tegenwerken
tegenwerkends	=	tegenwerkend
tegenwerking	noun	tegenstand
tegenwerkingen	=	tegenwerking
tegenwerkt	=	tegenwerken
tegenwerkte	=	tegenwerken
tegenwerkten	=	tegenwerken
tegenwerp	=	tegenwerpen
tegenwerpe	=	tegenwerpen
tegenwerpelijk	adj	betrekking hebbend op het hebben van bedenkingen, bezwaren of aanmerkingen die men kan maken op een uitspraak of stelling
tegenwerpelijke	=	tegenwerpelijk
tegenwerpelijker	=	tegenwerpelijk
tegenwerpelijkere	=	tegenwerpelijk
tegenwerpelijkers	=	tegenwerpelijk
tegenwerpelijks	=	tegenwerpelijk
tegenwerpelijkst	=	tegenwerpelijk
tegenwerpelijkste	=	tegenwerpelijk
tegenwerpen	verb	iets als bezwaar opperen
tegenwerpend	=	tegenwerpen
tegenwerpende	=	tegenwerpen
tegenwerping	noun	bezwaar
tegenwerpingen	=	tegenwerping
tegenwerpinkje	=	tegenwerping
tegenwerpinkjes	=	tegenwerping
tegenwerpt	=	tegenwerpen
tegenwicht	noun	wat iets in evenwicht houdt
tegenwichten	=	tegenwicht
tegenwichtje	=	tegenwicht
tegenwierp	=	tegenwerpen
tegenwierpe	=	tegenwerpen
tegenwierpen	=	tegenwerpen
tegenwierpt	=	tegenwerpen
tegenwijzerzin	noun	draairichting tegenovergesteld aan die op de wijzerplaat van een uurwerk	adv	tegen de klok in, linksom draaiend
tegenwind	noun	wind tegen, een wind die van voren komt en je dus remt bij het vooruitgaan
tegenwinden	=	tegenwind
tegenwindje	=	tegenwind
tegenwindjes	=	tegenwind
tegenwoordig	adj	betreffende de huidige tijd, behorend of passend bij het heden	adv	in de huidige tijd
tegenwoordige	=	tegenwoordig
tegenwoordiger	=	tegenwoordig
tegenwoordigere	=	tegenwoordig
tegenwoordigers	=	tegenwoordig
tegenwoordigheden	=	tegenwoordigheid
tegenwoordigheid	noun	aanwezigheid
tegenwoordigs	=	tegenwoordig
tegenwoordigst	=	tegenwoordig
tegenwoordigste	=	tegenwoordig
tegenzang	noun	zang als antwoord op een voorafgaande zang
tegenzangen	=	tegenzang
tegenzat	=	tegenzitten
tegenzate	=	tegenzitten
tegenzaten	=	tegenzitten
tegenzet	noun	reactie op een handeling van de tegenstander
tegenzetje	=	tegenzet
tegenzetjes	=	tegenzet
tegenzetten	=	tegenzet
tegenzij	noun	tegenoverliggende zijde
tegenzijden	=	tegenzij
tegenzijdes	=	tegenzij
tegenzin	noun	het geen zin hebben in iets, het iets niet willen doen
tegenzinnen	=	tegenzin
tegenzinnetje	=	tegenzin
tegenzit	=	tegenzitten
tegenzitte	=	tegenzitten
tegenzitten	verb	moeilijker zijn dan verwacht, ongunstig zijn, een belemmering zijn zonder dat je daar invloed op hebt
tegenzittend	=	tegenzitten
tegenzittende	=	tegenzitten
tegoed	noun	middelen waarop men (bij een spaarinstelling) aanspraak kan maken
tegoedbon	noun	klein papieren bewijs met vermelding van het bedrag dat bij een volgende aankoop als korting wordt gegeven
tegoedbonnen	=	tegoedbon
tegoedbonnetje	=	tegoedbon
tegoedbonnetjes	=	tegoedbon
tegoedbons	=	tegoedbon
tegoeden	=	tegoed
tegoedje	=	tegoed
tegoedjes	=	tegoed
tegoei	adv|informal	op de juiste manier, zoals het hoort
tegoejem	adv	met een echt positief resultaat, goed, wel
tegumentair	adj	met betrekking tot de huidoppervlakte
tegumentaire	=	tegumentair
tegumentairs	=	tegumentair
teheraans	adj	op Teheran betrekking hebbend
teheraanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Teheran, of een vrouw afkomstig uit Teheran
teheraansen	=	teheraanse
teheraner	noun	een inwoner van Teheran, of iemand afkomstig uit Teheran
teheraners	=	teheraner
tehiliem	noun	psalmen (meer dan één psalm)
tehuis	noun	vaste verblijfplaats
tehuisje	=	tehuis
tehuizen	=	tehuis
teiken	=	teken
teil	noun	brede waterdichte bak
teilen	=	teil
teiltje	=	teil
teiltjes	=	teil
teint	noun	de kleur die het gelaat heeft, gezichts- of huidskleur.
teintje	=	teint
teintjes	=	teint
teints	=	teint
teister	=	teisteren
teisterde	=	teisteren
teisterden	=	teisteren
teistere	=	teisteren
teisteren	verb	grote schade toebrengen
teisterend	=	teisteren
teisterende	=	teisteren
teistert	=	teisteren
tejuhagedissen	noun	een familie Teiidae van hagedissen die behoren tot de infraorde skinkachtigen (Scincomorpha)
tekeel	verb	geteld
tekeer	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in onrustige beweging
tekeerga	=	tekeergaan
tekeergaan	verb	luidruchtig woeden
tekeergaand	=	tekeergaan
tekeergaande	=	tekeergaan
tekeergaat	=	tekeergaan
tekeergegaan	=	tekeergaan
tekeerging	=	tekeergaan
tekeergingen	=	tekeergaan
tekel	verb	geteld
teken	noun	symbool, signaal, aanduiding
tekenaap	noun	hulpmiddel dat men gebruikt bij het kopiëren van een afbeelding op dezelfde of een andere schaal
tekenaapje	=	tekenaap
tekenaar	noun	iemand die beroepsmatig afbeeldingen maakt door lijnen op papier of een andere ondergrond te zetten
tekenaars	=	tekenaar
tekenaarster	noun	vrouw die een of meer afbeeldingen maakt door lijnen op papier of een andere ondergrond te zetten
tekenaarsters	=	tekenaarster
tekenaartje	=	tekenaar
tekenaartjes	=	tekenaar
tekenachtig	adj	alsof het getekend is
tekenachtige	=	tekenachtig
tekenachtiger	=	tekenachtig
tekenachtigere	=	tekenachtig
tekenachtigers	=	tekenachtig
tekenachtigs	=	tekenachtig
tekenachtigst	=	tekenachtig
tekenachtigste	=	tekenachtig
tekenapen	=	tekenaap
tekenares	noun	vrouwelijke tekenaar, vrouw die tekent
tekenaresje	=	tekenares
tekenaresjes	=	tekenares
tekenaressen	=	tekenares
tekenbeet	noun	een wond die ontstaat als een teek met zijn zuigsnuit de huid van een gastheer doorboort om zich te voeden met diens bloed
tekenbeten	=	tekenbeet
tekenbevoegd	adj	het kunnen zetten van een rechtsgeldige handtekening namens een onderneming of organisatie
tekenbevoegde	=	tekenbevoegd
tekenbevoegds	=	tekenbevoegd
tekenblok	noun	stapel aan elkaar vastgemaakt tekenpapier
tekenblokken	=	tekenblok
tekenboek	noun	een schoolboek waarin tekenen en vaak ook schilderen geleerd wordt.
tekenboeken	=	tekenboek
tekenboekje	=	tekenboek
tekenboekjes	=	tekenboek
tekenbord	noun	vlakke ondergrond waarop men een papier kan klemmen waarop men kan schrijven of tekenen
tekenborden	=	tekenbord
tekenbordje	=	tekenbord
tekenbordjes	=	tekenbord
tekende	=	tekenen
tekenden	=	tekenen
tekendocent	noun	iemand die tekenles geeft
tekendocenten	=	tekendocent
tekendocentje	=	tekendocent
tekendocentjes	=	tekendocent
tekendoos	noun	doos om tekenbenodigdheden in op te bergen
tekendoosje	=	tekendoos
tekendoosjes	=	tekendoos
tekendozen	=	tekendoos
tekene	=	tekenen
tekenen	verb	een tekening maken
tekenend	adj	van iets dat het precies laat zien wat iets is of betekend
tekenende	=	tekenen
tekenender	=	tekenend
tekenendere	=	tekenend
tekenenders	=	tekenend
tekenends	=	tekenend
tekenendst	=	tekenend
tekenendste	=	tekenend
tekenfilm	noun	een film waarin een getekende realiteit wordt verbeeld
tekenfilmfiguren	=	tekenfilmfiguur
tekenfilmfiguur	noun	personage in een animatiefilm
tekenfilmfiguurtje	=	tekenfilmfiguur
tekenfilmfiguurtjes	=	tekenfilmfiguur
tekenfilmpje	=	tekenfilm
tekenfilmpjes	=	tekenfilm
tekenfilms	=	tekenfilm
tekenfilmserie	noun	reeks verhalen verteld met getekende beelden die door snelle opeenvolging lijken te bewegen
tekenfilmseries	=	tekenfilmserie
tekengeld	noun	handgeld
tekengelden	=	tekengeld
tekening	noun	een door tekenen ontstane afbeelding of voorstelling
tekeningen	=	tekening
tekeningetje	=	tekening
tekeningetjes	=	tekening
tekeninkje	=	tekening
tekenjuf	noun	een vrouw die tekenlessen geeft
tekenjuffen	=	tekenjuf
tekenjuffie	=	tekenjuf
tekenjuffies	=	tekenjuf
tekenjufje	=	tekenjuf
tekenjufjes	=	tekenjuf
tekenjufs	=	tekenjuf
tekenkaart	noun	kaart voor het verwijderen van teken
tekenkaarten	=	tekenkaart
tekenkaartje	=	tekenkaart
tekenkaartjes	=	tekenkaart
tekenkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het maken van een tekening
tekenlepel	noun	een speciaal gevormde lepel waarmee teken gemakkelijk verwijderd kunnen worden bij mens en dier
tekenlepels	=	tekenlepel
tekenlepeltje	=	tekenlepel
tekenlepeltjes	=	tekenlepel
tekenleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin tekenen en vaak ook schilderen geleerd wordt
tekenleraars	=	tekenleraar
tekenleraren	=	tekenleraar
tekenlerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin tekenen en vaak ook schilderen geleerd wordt.
tekenleraresje	=	tekenlerares
tekenleraresjes	=	tekenlerares
tekenleraressen	=	tekenlerares
tekenles	noun	een schoolvak waarin tekenen en vaak ook schilderen geleerd wordt.
tekenlesje	=	tekenles
tekenlesjes	=	tekenles
tekenlessen	=	tekenles
tekenlokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin tekenen en vaak ook schilderen geleerd wordt.
tekenlokaaltje	=	tekenlokaal
tekenlokaaltjes	=	tekenlokaal
tekenlokalen	=	tekenlokaal
tekenmal	noun	uit metaal, hout of kunststof gemaakt blad met randen en uitsparingen waarlangs gebogen lijnen kunnen worden getrokken
tekenmallen	=	tekenmal
tekenmateriaal	noun	zaken die men gebruikt bij het tekenen
tekenmaterialen	=	tekenmateriaal
tekenonderwijs	noun	onderwijs in het vak tekenen
tekenpapier	noun	Dik ongelinieerd papier waar men op kan tekenen.
tekenpapieren	=	tekenpapier
tekenpapiertje	=	tekenpapier
tekenpapiertjes	=	tekenpapier
tekenpen	noun	een pen gemaakt van staal of koper die vroeger gebruikt werd om te schrijven en te tekenen
tekenpennen	=	tekenpen
tekenpincet	noun	pincet om teken mee te kunnen verwijderen
tekenpincetje	=	tekenpincet
tekenpincetjes	=	tekenpincet
tekenpincets	=	tekenpincet
tekenpincetten	=	tekenpincet
tekenplank	noun	plank waarop men tekenpapier kan opspannen tijdens het tekenen
tekenplanken	=	tekenplank
tekenplankje	=	tekenplank
tekenplankjes	=	tekenplank
tekenpop	noun	houten model van een mens met beweegbare ledematen die in diverse houdingen gezet kan worden
tekenpopje	=	tekenpop
tekenpopjes	=	tekenpop
tekenpoppen	=	tekenpop
tekenpotloden	=	tekenpotlood
tekenpotlood	noun	potlood van goede kwaliteit om mee te tekenen
tekenpotloodje	=	tekenpotlood
tekenpotloodjes	=	tekenpotlood
tekenprogramma	noun	een computerapplicatie waarmee je digitale tekeningen, ontwerpen, schema's en afbeeldingen kunt creëren, bewerken en beheren
tekenprogramma's	=	tekenprogramma
tekenprogrammaatje	=	tekenprogramma
tekenprogrammaatjes	=	tekenprogramma
tekens	=	teken
tekenschaats	noun	uit metaal, hout of kunststof gemaakt blad met randen en uitsparingen waarlangs gebogen lijnen kunnen worden getrokken
tekenschaatsen	=	tekenschaats
tekenschaatsje	=	tekenschaats
tekenschaatsjes	=	tekenschaats
tekenscholen	=	tekenschool
tekenschool	noun	school waar men kan leren tekenen
tekenschooltje	=	tekenschool
tekenschooltjes	=	tekenschool
tekenschrift	noun	dun boekje bestaand uit lege bladzijden om in te tekenen
tekenschriften	=	tekenschrift
tekenset	noun	een verzameling van tekenbenodigdheden
tekensetje	=	tekenset
tekensetjes	=	tekenset
tekensets	=	tekenset
tekensysteem	noun	een groep tekens die onderlinge samenhang vertonen
tekensysteempje	=	tekensysteem
tekensysteempjes	=	tekensysteem
tekensystemen	=	tekensysteem
tekent	=	tekenen
tekentafel	noun	tafel die dient voor het maken van ontwerpen of schetsen
tekentafels	=	tekentafel
tekentafeltje	=	tekentafel
tekentafeltjes	=	tekentafel
tekentalent	noun	de eigenschap goed te kunnen tekenen
tekentalenten	=	tekentalent
tekentalentje	=	tekentalent
tekentalentjes	=	tekentalent
tekentang	noun	tang waarmee teken volledig uit de huid verwijderd kunnen worden
tekentangen	=	tekentang
tekentangetje	=	tekentang
tekentangetjes	=	tekentang
tekentje	=	teken
tekentjes	=	teken
tekenvel	noun	een vel papier waarop men kan tekenen
tekenvellen	=	tekenvel
tekenwedstrijd	noun	wedstrijd waarbij de deelnemers proberen om de mooiste tekening te maken en een jury bepaalt wie daarin het beste geslaagd is
tekenwedstrijden	=	tekenwedstrijd
tekenwedstrijdje	=	tekenwedstrijd
tekenwedstrijdjes	=	tekenwedstrijd
tekenwerk	noun	het resultaat van tekenen
tekenwerken	=	tekenwerk
tekenwerkje	=	tekenwerk
tekenwerkjes	=	tekenwerk
tekenzaal	noun	een ruimte op een school waar tekenen en vaak ook schilderen wordt geleerd
tekenzaaltje	=	tekenzaal
tekenzaaltjes	=	tekenzaal
tekenzalen	=	tekenzaal
tekia	noun	het blazen van de sjofar
tekiot	=	tekia
tekkel	=	teckel
tekoopaanbieding	noun	een aankondiging dat een product of dienst te koop is
tekoopaanbiedingen	=	tekoopaanbieding
tekoopaanbiedinkje	=	tekoopaanbieding
tekoopaanbiedinkjes	=	tekoopaanbieding
tekort	noun	een ontbrekende hoeveelheid
tekortdeden	=	tekortdoen
tekortdeed	=	tekortdoen
tekortdoe	=	tekortdoen
tekortdoen	verb	geen recht doen
tekortdoend	=	tekortdoen
tekortdoende	=	tekortdoen
tekortdoet	=	tekortdoen
tekorten	=	tekort
tekortgedaan	=	tekortdoen
tekortgedane	=	tekortdoen
tekortgekomen	=	tekortkomen
tekortgeschoten	=	tekortschieten
tekortje	=	tekort
tekortjes	=	tekort
tekortkom	=	tekortkomen
tekortkome	=	tekortkomen
tekortkomen	verb	te weinig hebben
tekortkomend	=	tekortkomen
tekortkomende	=	tekortkomen
tekortkoming	noun	een gebrek of gemis in iets of iemand
tekortkomingen	=	tekortkoming
tekortkominkje	=	tekortkoming
tekortkominkjes	=	tekortkoming
tekortkomt	=	tekortkomen
tekortkwaamt	=	tekortkomen
tekortkwam	=	tekortkomen
tekortkwame	=	tekortkomen
tekortkwamen	=	tekortkomen
tekortreductie	noun	het verminderen van wat men te weinig heeft (door de uitgaven te verminderen en de inkomsten te verhogen)
tekortreducties	=	tekortreductie
tekortschiet	=	tekortschieten
tekortschiete	=	tekortschieten
tekortschieten	verb	onvoldoende of ontoereikend zijn, minder goed presteren dan verwacht
tekortschietend	=	tekortschieten
tekortschietende	=	tekortschieten
tekortschoot	=	tekortschieten
tekortschote	=	tekortschieten
tekortschoten	=	tekortschieten
tekst	noun	verzameling van letters en/of woorden
tekstanalyse	noun	gestructureerd onderzoek van tekst en context
tekstanalysen	=	tekstanalyse
tekstanalyses	=	tekstanalyse
tekstanalysetje	=	tekstanalyse
tekstanalysetjes	=	tekstanalyse
tekstballon	noun	ballonvormig kader om tekst in een stripverhaal met een uitstulping ter aanduiding waar die tekst bijhoort
tekstballonnen	=	tekstballon
tekstballonnetje	=	tekstballon
tekstballonnetjes	=	tekstballon
tekstballons	=	tekstballon
tekstbank	noun	elektronische databank van teksten
tekstbanken	=	tekstbank
tekstbankje	=	tekstbank
tekstbankjes	=	tekstbank
tekstbehandeling	noun	analyseren of begrijpen van een tekst
tekstbehandelingen	=	tekstbehandeling
tekstbehandelingetje	=	tekstbehandeling
tekstbehandelingetjes	=	tekstbehandeling
tekstbericht	noun	boodschap verstuurd via het mobiele telefoonnetwerk die niet bestaat uit gesproken woorden maar uit getypte tekst
tekstberichten	=	tekstbericht
tekstberichtje	=	tekstbericht
tekstberichtjes	=	tekstbericht
tekstbestand	noun	computerbestand dat allen tekst bevat en waaraan geen programmaspecifieke codes zijn toegevoegd
tekstbestanden	=	tekstbestand
tekstbestandje	=	tekstbestand
tekstblok	noun	aantal opeenvolgende lettertekens die meer regels kunnen beslaan bij de opmaak van een pagina als een geheel worden behandeld
tekstblokje	=	tekstblok
tekstblokjes	=	tekstblok
tekstblokken	=	tekstblok
tekstboek	noun	boek met de tekst van liedjes, gedichten, een toneelstuk, het libretto van een opera etc.
tekstboeken	=	tekstboek
tekstboekje	=	tekstboek
tekstboekjes	=	tekstboek
tekstdichter	noun	tekstschrijver van liedjes
tekstdichters	=	tekstdichter
teksteditie	noun	wetenschap die zich bezig houdt met het op verantwoorde wijze uitgeven van teksten uit het verleden
tekstedities	=	teksteditie
teksteditietje	=	teksteditie
teksteditietjes	=	teksteditie
teksteditor	noun	computerprogramma waarmee tekst kan worden vastgelegd en bewerkt met vele opmaakfuncties
tekstelement	noun	logisch onderdeel van een tekst
tekstelementen	=	tekstelement
tekstelementje	=	tekstelement
tekstelementjes	=	tekstelement
teksten	=	tekst
tekstgenerator	noun	computerprogramma dat voor mensen leesbare tekst genereert
tekstgeneratoren	=	tekstgenerator
tekstgenerators	=	tekstgenerator
tekstgetrouw	adj	dicht bij de oorspronkelijke tekst blijvend (bijv. bij een vertaling)
tekstgetrouwe	=	tekstgetrouw
tekstgetrouwer	=	tekstgetrouw
tekstgetrouwere	=	tekstgetrouw
tekstje	=	tekst
tekstjes	=	tekst
tekstkritiek	noun	studie van een reeks gelijkende teksten (kopieën), met als doel de oorspronkelijke tekst te reconstrueren
tekstkritieken	=	tekstkritiek
tekstkritisch	adj	betreft een wetenschappelijke methode (onderdeel van de filologie/editiewetenschap) die oude of overgeleverde teksten vergelijkt om de meest oorspronkelijke versie te reconstrueren.
tekstkritische	=	tekstkritisch
tekstkritischer	=	tekstkritisch
tekstkritischere	=	tekstkritisch
tekstkritischers	=	tekstkritisch
tekstlinguïstiek	noun	gestructureerd onderzoek van tekst en context
tekstloos	adj	zonder geschreven tekst
tekstloost	=	tekstloos
tekstlooste	=	tekstloos
tekstloze	=	tekstloos
tekstlozer	=	tekstloos
tekstlozere	=	tekstloos
tekstlozers	=	tekstloos
tekstontwerp	noun	gestructureerde ontwikkeling van een tekst
tekstontwerpen	=	tekstontwerp
tekstontwerpje	=	tekstontwerp
tekstontwerpjes	=	tekstontwerp
tekstpagina	noun	pagina van een boek of een andere publicatie die vooral tekst bevat
tekstpagina's	=	tekstpagina
tekstpaginaatje	=	tekstpagina
tekstpaginaatjes	=	tekstpagina
tekstregel	noun	een regel letters en cijfers in een tekst
tekstregels	=	tekstregel
tekstregeltje	=	tekstregel
tekstregeltjes	=	tekstregel
tekstschrijfster	noun	vrouw die beroepsmatig teksten maakt (voor opdrachtgevers)
tekstschrijfsters	=	tekstschrijfster
tekstschrijven	verb	het schrijven van teksten voor diverse doeleinden zoals liedjes en toneelstukken
tekstschrijvende	=	tekstschrijven
tekstschrijver	noun	een schrijver van teksten van diverse aard, zoals muziek, proza, theaterstukken of cabaretvoorstellingen maar ook van teksten voor derden die bedoeld zijn als voorlichting of reclame
tekstschrijvers	=	tekstschrijver
tekstsoort	noun	noemt men types teksten die gemeenschappelijke kenmerken vertonen wat vorm, inhoud en bedoeling betreft
tekstsoorten	=	tekstsoort
tekstsoortje	=	tekstsoort
tekstsoortjes	=	tekstsoort
teksttelefoon	noun	een speciaal hulpmiddel voor doven en slechthorenden om via het typen van tekst met elkaar te kunnen communiceren over het vaste telefoonnet
teksttelefoons	=	teksttelefoon
teksttelefoontje	=	teksttelefoon
teksttelefoontjes	=	teksttelefoon
teksttoneel	noun	toneel waarbij de nadruk ligt op door acteurs gesproken, vaste teksten
teksttonelen	=	teksttoneel
tekstueel	adj	met betrekking tot de tekst
tekstueels	=	tekstueel
tekstueelst	=	tekstueel
tekstueelste	=	tekstueel
tekstuele	=	tekstueel
tekstueler	=	tekstueel
tekstuelere	=	tekstueel
tekstuelers	=	tekstueel
tekstuitbeelding	noun	muzikale techniek waarbij de betekenis van een tekst letterlijk of figuurlijk wordt uitgebeeld door de muziek.
tekstuitbeeldingen	=	tekstuitbeelding
tekstuitbeeldinkje	=	tekstuitbeelding
tekstuitbeeldinkjes	=	tekstuitbeelding
tekstvak	noun	een object in digitale documenten of software waarin je tekst kunt typen en opmaken, onafhankelijk van de rest van de pagina
tekstvakje	=	tekstvak
tekstvakjes	=	tekstvak
tekstvakken	=	tekstvak
tekstvast	adj	in staat om tekst correct te onthouden
tekstvaste	=	tekstvast
tekstvaster	=	tekstvast
tekstvastere	=	tekstvast
tekstverklaring	noun	uitleg van een tekst (bijv. met bijgeplaatste annotaties)
tekstverklaringen	=	tekstverklaring
tekstverklarinkje	=	tekstverklaring
tekstverklarinkjes	=	tekstverklaring
tekstverwerken	verb	tekst schrijven en corrigeren met behulp van een computerprogramma
tekstverwerkend	=	tekstverwerken
tekstverwerkende	=	tekstverwerken
tekstverwerker	noun	een computerprogramma waarmee teksten kunnen worden geschreven en bewerkt
tekstverwerkers	=	tekstverwerker
tekstverwerkertje	=	tekstverwerker
tekstverwerkertjes	=	tekstverwerker
tekstverwerking	noun	het invoeren, corrigeren en uitvoeren van tekst (met behulp van een tekstverwerker)
tekstverwerkingen	=	tekstverwerking
tekstvoorstel	noun	een eerste aanzet voor het maken van een tekst
tekstvoorstellen	=	tekstvoorstel
tekstvorm	noun	vorm van de tekst
tekstvormen	=	tekstvorm
tekstwetenschap	noun	wetenschap die zich bezighoudt met de principes van samenhang tussen zinnen in teksten
tekstwetenschappen	=	tekstwetenschap
tekstwijziging	noun	aanpassing, verbetering of verandering van een bestaande tekst, waarbij de inhoud, spelling of structuur wordt aangepast.
tekstwijzigingen	=	tekstwijziging
tekstwijzigingetje	=	tekstwijziging
tekstwijzigingetjes	=	tekstwijziging
tekstwolk	noun	tekstballon, spreekballon in een stripverhaal.
tekstwolken	=	tekstwolk
tekstwolkje	=	tekstwolk
tekstwolkjes	=	tekstwolk
tekstzet	noun	in een geschreven analyse van een partij: een zet die in werkelijkheid in de partij gespeeld is
tekstzetten	=	tekstzet
tektoniek	noun	bewegingen en spanningen in de korst van planeten
tektonisch	adj	betrekking hebbend op de aardplaten, de breuken in de aardplaten en hun verschuivingen
tektonische	=	tektonisch
tektonischer	=	tektonisch
tektonischere	=	tektonisch
tektonischers	=	tektonisch
tektonischt	=	tektonisch
tektonischte	=	tektonisch
tel	noun	zeer korte tijdsduur.
telaatkomer	noun	persoon die later komt dan is afgesproken; persoon die niet op tijd komt
telaatkomers	=	telaatkomer
telaatkomertje	=	telaatkomer
telaatkomertjes	=	telaatkomer
telastlegging	noun	het officiële onderdeel van de dagvaarding waarin het Openbaar Ministerie precies beschrijft van welk strafbaar feit een verdachte wordt verdacht
telastleggingen	=	telastlegging
telastlegginkje	=	telastlegging
telastlegginkjes	=	telastlegging
telbaar	adj	als je iets kunt (af)tellen
telbaarder	=	telbaar
telbaardere	=	telbaar
telbaarders	=	telbaar
telbaars	=	telbaar
telbaarst	=	telbaar
telbaarste	=	telbaar
telbare	=	telbaar
telbijwoord	noun	een telwoord dat zich gedraagt als een bijwoord en gebruikt als aanvulling bij een werkwoord, bijvoeglijk naamwoord of ander bijwoord.
telbijwoorden	=	telbijwoord
telbijwoordje	=	telbijwoord
telbijwoordjes	=	telbijwoord
telboek	noun	een boek waarmee kinderen leren tellen
telboeken	=	telboek
telboekje	=	telboek
telboekjes	=	telboek
telbureau	noun	plaats waar de stemmen van een verkiezing geteld worden
telbureaus	=	telbureau
telbureautje	=	telbureau
telbureautjes	=	telbureau
teldag	noun	dag waarop mensen een bepaald onderwerp tellen
teldagen	=	teldag
teldata	=	teldatum
teldatum	noun	datum waarop men bepaalt hoeveel leerlingen er op een school staan ingeschreven, zodat de overheid kan bepalen op hoeveel middelen een school recht heeft
teldatums	=	teldatum
telde	=	tellen
telden	=	tellen
tele	=	telen
tele-enquête	noun	telefonische enquête
tele-enquêtes	=	tele-enquête
tele-informatie	noun	het zenden en ontvangen van informatie d.m.v. een elektronisch medium
tele-informatiedienst	noun	commerciële organisatie die informatie aanbiedt via de televisie
tele-informatiediensten	=	tele-informatiedienst
teleautograaf	noun	toestel dat schrift op afstand overbrengt
teleautografen	=	teleautograaf
telebankier	=	telebankieren
telebankierde	=	telebankieren
telebankierden	=	telebankieren
telebankiere	=	telebankieren
telebankieren	verb	met behulp van moderne communicatiemiddelen (modem of internet) geldzaken regelen
telebankierend	=	telebankieren
telebankierende	=	telebankieren
telebankiert	=	telebankieren
telebanking	noun	het thuisbankieren
teleboetiek	noun	telefoonwinkel
teleboetiekje	=	teleboetiek
teleboetiekjes	=	teleboetiek
teleboetieks	=	teleboetiek
telecom	noun	telecommunicatie
telecomaanbieder	noun	bedrijf dat (mobiele) telecommunicatiediensten aanbiedt
telecomaanbieders	=	telecomaanbieder
telecombedrijf	noun	bedrijf dat telefoonverbindingen exploiteert
telecombedrijfje	=	telecombedrijf
telecombedrijfjes	=	telecombedrijf
telecombedrijven	=	telecombedrijf
telecomconcern	noun	bedrijf dat telefoonverbindingen exploiteert
telecomconcerns	=	telecomconcern
telecomindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij elektronische communicatie over een zekere afstand
telecomindustrieën	=	telecomindustrie
telecominfrastructuren	=	telecominfrastructuur
telecominfrastructuur	noun	het totaal van onroerende voorzieningen voor telecommunicatie
telecommandokamer	noun	commandokamer van de politie waar men contact heeft met de politie ter plaatse en toezicht houdt met camera's
telecommandokamers	=	telecommandokamer
telecommer	noun	telecombedrijf
telecommers	=	telecommer
telecommertje	=	telecommer
telecommertjes	=	telecommer
telecommunicatie	noun	de elektronische technologie en haar toepassing die communicatie over grote afstanden mogelijk maakt d.m.v. computers verbonden via netwerken
telecommunicatieconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die betrokken zijn in de verzorging van draadloze telefoon- en communicatiediensten
telecommunicatieconcerns	=	telecommunicatieconcern
telecommunicatiekabel	noun	kabel voor communicatie en datatechnologie
telecommunicatiekabels	=	telecommunicatiekabel
telecommunicatiekabeltje	=	telecommunicatiekabel
telecommunicatiekabeltjes	=	telecommunicatiekabel
telecommunicatiekosten	noun	geld dat men moet betalen voor communiceren over een langere afstand
telecommunicatienetwerk	noun	is een samenstelling van nul of meer knooppunten en één of meer verbindingen die (elektronische) communicatie tussen 2 of meer aansluitpunten mogelijk maakt.
telecommunicatienetwerken	=	telecommunicatienetwerk
telecommunicatienetwerkje	=	telecommunicatienetwerk
telecommunicatienetwerkjes	=	telecommunicatienetwerk
telecommunicaties	=	telecommunicatie
telecommunicatietechniek	noun	de techniek van het overbrengen van informatie van de ene plek naar een andere zonder dat iets of iemand zich fysiek daartussen verplaatst
telecommunicatietechnieken	=	telecommunicatietechniek
telecommunicatieverbinding	noun	technische koppeling tussen twee of meer punten (apparaten, personen, systemen) waarmee informatie over een afstand wordt uitgewisseld.
telecommunicatieverbindingen	=	telecommunicatieverbinding
telecommunicatieverbindinkje	=	telecommunicatieverbinding
telecommunicatieverbindinkjes	=	telecommunicatieverbinding
telecomoperator	noun	een bedrijf in de telecomsector dat telecommunicatie mogelijk maakt, zoals telefonie en internet
telecomoperatoren	=	telecomoperator
telecomoperators	=	telecomoperator
telecomsector	noun	het geheel aan bedrijven die telecommunicatie mogelijk maken, zoals telefonie en internet
telecomsectoren	=	telecomsector
telecomsectors	=	telecomsector
telecomwaakhond	noun	instituut dat het handelen van telefoonmaatschappijen controleert
telecomwaakhonden	=	telecomwaakhond
teleconferentie	noun	vergadering op afstand met behulp van telecommunicatietechniek
teleconferenties	=	teleconferentie
teleconferentietje	=	teleconferentie
teleconferentietjes	=	teleconferentie
teleconsultatie	noun	consultatie met een dokter op afstand met behulp van telecommunicatietechniek
teleconsultaties	=	teleconsultatie
teleconverter	noun	een negatieve (divergerende) lens of lenzenstelsel die tussen de camera en het (verwisselbare) objectief ervan kan worden geplaatst, en daarmee de brandpuntsafstand van dat objectief vergroot
teleconverters	=	teleconverter
telecratie	noun	populistische vorm van democratie, die vooral steunt op hoe politici op de televisie overkomen
teledetectie	noun	detectie op afstand
teledetectietje	=	teledetectie
teledetectietjes	=	teledetectie
teledienst	noun	telefonische hulpdienst voor mensen met problemen
telediensten	=	teledienst
teledistributie	noun	kabeltelevisie
teledistributies	=	teledistributie
telefax	noun	toestel waarmee tekeningen en formulieren telefonisch overgebracht kunnen worden
telefaxen	=	telefax
telefaxje	=	telefax
telefaxjes	=	telefax
telefilm	noun	televisiefilm
telefilmpje	=	telefilm
telefilmpjes	=	telefilm
telefilms	=	telefilm
telefonade	noun|humorous	langdurig telefonisch onderhoud
telefonades	=	telefonade
telefoneer	=	telefoneren
telefoneerde	=	telefoneren
telefoneerden	=	telefoneren
telefoneert	=	telefoneren
telefonen	=	telefoon
telefonere	=	telefoneren
telefoneren	verb	een telefoon gebruiken
telefonerend	=	telefoneren
telefonerende	=	telefoneren
telefonie	noun	is een telecommunicatiesysteem voor gesprekken tussen personen die zich buiten gehoorbereik van elkaar bevinden en waarbij het geluid wordt overgebracht via een elektrisch signaal
telefonisch	adj	per telefoon
telefonische	=	telefonisch
telefonist	noun	employé die in een bedrijf of bureau de telefoon bedient
telefoniste	noun	vrouwelijke employé die in een bedrijf of bureau de telefoon bedient
telefonisten	=	telefonist
telefonistes	=	telefoniste
telefoon	noun	een toestel waarmee men geluid over kan brengen door middel van galvanische stroom, telefoontoestel
telefoonaansluiting	noun	een verbinding met het vaste telefoonnetwerk zodat men kan telefoneren
telefoonaansluitingen	=	telefoonaansluiting
telefoonabonnement	noun	een telefoonaansluiting waarvoor men een regelmatige betaling verricht
telefoonabonnementen	=	telefoonabonnement
telefoonaccessoire	noun	een aanvullend product dat de functionaliteit, bescherming of het gebruiksgemak van een smartphone verbetert
telefoonaccessoires	=	telefoonaccessoire
telefoonaccessoiretje	=	telefoonaccessoire
telefoonaccessoiretjes	=	telefoonaccessoire
telefoonactie	noun	telefonische verkoopactie (telemarketing)
telefoonacties	=	telefoonactie
telefoonactietje	=	telefoonactie
telefoonactietjes	=	telefoonactie
telefoonalfabet	noun	Een telefoonalfabet is een lijst waarin elke letter van het alfabet wordt gekoppeld aan een woord, meestal een persoons- of plaatsnaam, om woorden duidelijk te spellen over de telefoon
telefoonallergie	noun	allergische reactie die ontstaat na het gebruik van een mobiele telefoon
telefoonallergieën	=	telefoonallergie
telefoonbeantwoorder	noun	apparaat dat reageert op een telefoonoproep, een melding laat horen en een bericht van de beller kan opnemen
telefoonbeantwoorders	=	telefoonbeantwoorder
telefoonbedrijf	noun	een bedrijf wat telefoonaansluitingen beheert en verhuurt
telefoonbedrijfje	=	telefoonbedrijf
telefoonbedrijfjes	=	telefoonbedrijf
telefoonbedrijven	=	telefoonbedrijf
telefoonbel	noun	bel in een telefoontoestel
telefoonbellen	=	telefoonbel
telefoonbelletje	=	telefoonbel
telefoonbelletjes	=	telefoonbel
telefoonboek	noun	is een boek met een grote verzameling telefoonnummers gerangschikt op naam en woonplaats
telefoonboeken	=	telefoonboek
telefoonboekje	=	telefoonboek
telefoonboekjes	=	telefoonboek
telefooncase	noun	een beschermende cover voor een mobiele telefoon die wordt gebruikt om schade door vallen, stoten en krassen te voorkomen
telefooncaseje	=	telefooncase
telefooncasejes	=	telefooncase
telefooncases	=	telefooncase
telefooncel	noun	openbare gelegenheid waar men kan telefoneren
telefooncellen	=	telefooncel
telefooncelletje	=	telefooncel
telefooncelletjes	=	telefooncel
telefooncentrale	noun	gebouw of plaats waar de draden van een telefoonnet samenkomen en waar de gewenste verbindingen tot stand worden gebracht met de daar aanwezige computers
telefooncentrales	=	telefooncentrale
telefooncentraletje	=	telefooncentrale
telefooncover	noun	een beschermende cover voor een mobiele telefoon die wordt gebruikt om schade door vallen, stoten en krassen te voorkomen
telefooncovers	=	telefooncover
telefooncovertje	=	telefooncover
telefooncovertjes	=	telefooncover
telefoondienst	noun	dienst die het telefoonverkeer verzorgt
telefoondiensten	=	telefoondienst
telefoondraad	noun	draad die zorgt voor telefoonverbindingen over langere afstanden
telefoondraadje	=	telefoondraad
telefoondraadjes	=	telefoondraad
telefoondraden	=	telefoondraad
telefoongebruik	noun	het gebruik van mobiele telefoons en andere draagbare apparaten, voornamelijk voor communicatie, maar ook voor internet, sociale media, entertainment en applicaties
telefoongegeven	noun	een stukje informatie betreffende een telefoon of het telefoongebruik
telefoongegevens	=	telefoongegeven
telefoongesprek	noun	gesprek via de telefoon
telefoongesprekje	=	telefoongesprek
telefoongesprekjes	=	telefoongesprek
telefoongesprekken	=	telefoongesprek
telefoongids	noun	naamlijst per woonplaats van de aangeslotenen op een telefoonnet met vermelding van hun nummers
telefoongidsen	=	telefoongids
telefoongidsje	=	telefoongids
telefoonhoes	noun	een beschermende laag die om een (mobiele) telefoon kan worden gedaan
telefoonhoesje	=	telefoonhoes
telefoonhoesjes	=	telefoonhoes
telefoonhoezen	=	telefoonhoes
telefoonhoorn	noun	dat deel van een telefoontoestel dat de microfoon en de luidspreker bevat
telefoonhoornen	=	telefoonhoorn
telefoonhoorns	=	telefoonhoorn
telefoonhoorntje	=	telefoonhoorn
telefoonhoorntjes	=	telefoonhoorn
telefoonhouder	noun	een handig hulpmiddel of standaard om je smartphone veilig en stabiel vast te zetten tijdens het autorijden, fietsen of aan een bureau
telefoonhouders	=	telefoonhouder
telefoonhoudertje	=	telefoonhouder
telefoonhoudertjes	=	telefoonhouder
telefoonkaart	noun	kaart waarmee je telefoongesprekken kunt betalen in een betaaltelefoon
telefoonkaarten	=	telefoonkaart
telefoonkaartje	=	telefoonkaart
telefoonkaartjes	=	telefoonkaart
telefoonkabel	noun	kabel voor telefoonverkeer
telefoonkabels	=	telefoonkabel
telefoonkabeltje	=	telefoonkabel
telefoonkabeltjes	=	telefoonkabel
telefoonklapper	noun	boekje met namen en telefoonnummers, erg handig in de tijd waarin een telefoon nog geen ingebouwd geheugen voor die functie had
telefoonklappers	=	telefoonklapper
telefoonklappertje	=	telefoonklapper
telefoonklappertjes	=	telefoonklapper
telefoonkost	noun|obsolete	wat je moet betalen voor het telefoneren
telefoonkosten	noun	wat je moet betalen voor het telefoneren
telefoonlied	noun	gezongen tekst over een telefoongesprek
telefoonliederen	=	telefoonlied
telefoonliedje	=	telefoonlied
telefoonliedjes	=	telefoonlied
telefoonlijn	noun	telefoonverbinding
telefoonlijnen	=	telefoonlijn
telefoonlijntje	=	telefoonlijn
telefoonlijntjes	=	telefoonlijn
telefoonmaatschappij	noun	een bedrijf wat telefoonaansluitingen beheert en verhuurt
telefoonmaatschappijen	=	telefoonmaatschappij
telefoonmaatschappijtje	=	telefoonmaatschappij
telefoonmaatschappijtjes	=	telefoonmaatschappij
telefoonnet	noun	netwerk waarbij telefoontoestellen onderling verbonden zijn en het elektrische signaal van het ene naar het andere toestel wordt overgebracht
telefoonnetten	=	telefoonnet
telefoonnetwerk	noun	is een netwerk waarbij telefoontoestellen onderling verbonden zijn en het elektrische signaal van het ene naar het andere toestel wordt overgebracht
telefoonnetwerken	=	telefoonnetwerk
telefoonnetwerkje	=	telefoonnetwerk
telefoonnetwerkjes	=	telefoonnetwerk
telefoonnummer	noun	een uniek nummer toegewezen aan een telefoonaansluiting, waarmee naar deze aansluiting gebeld kan worden
telefoonnummers	=	telefoonnummer
telefoonnummertje	=	telefoonnummer
telefoonnummertjes	=	telefoonnummer
telefoonoplader	noun	apparaat waarmee men elektrische energie in de batterij van een mobiele telefoon kan opslaan
telefoonopladers	=	telefoonoplader
telefoonpaal	noun	een hoge paal met (veel) telefoondraden
telefoonpalen	=	telefoonpaal
telefoonprovider	noun	bedrijf dat telefoonaansluitingen aanbiedt
telefoonproviders	=	telefoonprovider
telefoonrekening	noun	de kosten die gemaakt worden om te telefoneren.
telefoonrekeningen	=	telefoonrekening
telefoonrekeningetje	=	telefoonrekening
telefoonrekeningetjes	=	telefoonrekening
telefoons	=	telefoon
telefoonscherm	noun	het glazen of kunststof venster aan de voorkant van een smartphone
telefoonschermen	=	telefoonscherm
telefoonschermpje	=	telefoonscherm
telefoonschermpjes	=	telefoonscherm
telefoonseks	noun	seks d.m.v. telefonisch contact.
telefoonsnoer	noun	draad waarmee een 'vaste' telefoon verbonden is met het telefoonnetwerk
telefoonsnoeren	=	telefoonsnoer
telefoonsnoertje	=	telefoonsnoer
telefoonsnoertjes	=	telefoonsnoer
telefoonsokje	noun	een beschermhoesje voor een telefoon
telefoonsokjes	=	telefoonsokje
telefoonspoofing	noun	vorm van oplichting waarbij de beller opzettelijk zijn telefoonnummer vervalst, zodat het lijkt alsof de oproep van een ander, vaak vertrouwenwekkend, nummer afkomstig is
telefoonspoofings	=	telefoonspoofing
telefoonstalker	noun	iemand die een ander persoon herhaaldelijk en tegen de wil in lastigvalt via de telefoon, bijvoorbeeld door constant te bellen, bedreigende appjes te sturen of stiekem spionagesoftware (stalkerware) op de smartphone te zetten
telefoonstalkers	=	telefoonstalker
telefoonstalkertje	=	telefoonstalker
telefoonstalkertjes	=	telefoonstalker
telefoonstalking	noun	het bewust en stelselmatig lastigvallen, intimideren of bedreigen van iemand via de telefoon.
telefoonstandaard	noun	een praktisch accessoire waarmee je jouw smartphone stabiel rechtop of in een specifieke hoek kunt neerzetten op een plat oppervlak, zoals een bureau, tafel of nachtkastje
telefoonstandaarden	=	telefoonstandaard
telefoonstandaardje	=	telefoonstandaard
telefoonstandaardjes	=	telefoonstandaard
telefoonstandaards	=	telefoonstandaard
telefoonstem	noun	de menselijke stem zoals deze klinkt via een telefoonverbinding
telefoonstemmen	=	telefoonstem
telefoonsysteem	noun	de manier waarop in een netwerk een aantal telefoontoestellen zijn geschakeld (al dan niet via computers) en de mogelijkheden die zo'n systeem omvat
telefoonsysteempje	=	telefoonsysteem
telefoonsysteempjes	=	telefoonsysteem
telefoonsystemen	=	telefoonsysteem
telefoontap	noun	toestel waarmee men telefoongesprekken kan afluisteren
telefoontaps	=	telefoontap
telefoontas	noun	zak die men op school in klaslokalen hangt om leerlingen hun mobiele telefoons in te laten opbergen
telefoontasje	=	telefoontas
telefoontasjes	=	telefoontas
telefoontassen	=	telefoontas
telefoonterreur	noun	het herhaaldelijk ongewenst lastigvallen of lastiggevallen worden per telefoon
telefoontje	noun	kort gesprek via de telefoon
telefoontjes	=	telefoon
telefoontoestel	noun	apparaat om geluid over te brengen d.m.v. elektrische stroom
telefoontoestellen	=	telefoontoestel
telefoontoestelletje	=	telefoontoestel
telefoontoestelletjes	=	telefoontoestel
telefoonverbinding	noun	verbinding tussen twee plaatsen met een telefoonlijn
telefoonverbindingen	=	telefoonverbinding
telefoonverbindinkje	=	telefoonverbinding
telefoonverbindinkjes	=	telefoonverbinding
telefoonverbod	noun	het verbod op het vasthouden of gebruiken van een mobiele telefoon en andere elektronische apparaten, met name in het onderwijs
telefoonverboden	=	telefoonverbod
telefoonverkeer	noun	het overbrengen van berichten via een telefoonverbinding
telefoonverslaving	noun	het zo frequent en dwangmatig gebruiken van de mobiele telefoon dat de gebruiker daar hinderlijke effecten van ondervindt
telefoonverslavingen	=	telefoonverslaving
telefoonwinkel	noun	winkel waar men (mobiele) telefoons en telefoonabonnementen verkoopt
telefoonwinkels	=	telefoonwinkel
telefoonwinkeltje	=	telefoonwinkel
telefoonwinkeltjes	=	telefoonwinkel
telefoto	noun	telegrafisch overgebrachte foto
telefoto's	=	telefoto
telefotografie	noun	het fotograferen van voorwerpen op grote afstand d.m.v. teleobjectieven
telefotografieën	=	telefotografie
telefotootje	=	telefoto
telefotootjes	=	telefoto
telegeniek	adj	geschikt om op te treden voor de televisie
telegenieke	=	telegeniek
telegenieker	=	telegeniek
telegeniekere	=	telegeniek
telegeniekers	=	telegeniek
telegenieks	=	telegeniek
telegeniekst	=	telegeniek
telegeniekste	=	telegeniek
telegraaf	noun	toestel dat het mogelijk maakt om berichten (telegram znmen) over een lange afstand te versturen
telegraafje	=	telegraaf
telegraafpaal	noun	paal waaraan telegraafdraden hangen; mast voor telegraafdraden
telegraafpalen	=	telegraafpaal
telegrafeer	=	telegraferen
telegrafeerde	=	telegraferen
telegrafeerden	=	telegraferen
telegrafeeren	=	telegraferen
telegrafeert	=	telegraferen
telegrafen	=	telegraaf
telegrafere	=	telegraferen
telegraferen	verb	per telegraaf berichten
telegraferend	=	telegraferen
telegraferende	=	telegraferen
telegrafie	noun	berichten overseinen door middel van de telegraaf
telegrafisch	adj	per telegraaf
telegrafische	=	telegrafisch
telegrafischer	=	telegrafisch
telegrafischere	=	telegrafisch
telegrafischers	=	telegrafisch
telegrafist	noun	beambte die telegrafische berichten met behulp van een elektrische telegraaf zendt en ontvangt
telegrafiste	noun	vrouw die telegrammen kan ontvangen en verzenden
telegrafisten	=	telegrafist
telegrafistes	=	telegrafiste
telegram	noun	een bericht dat middels morsecode via een kabel of via de radio verzonden wordt
telegrammen	=	telegram
telegrammetje	=	telegram
telegrammetjes	=	telegram
telegramstijl	noun	taalgebruik dat uitzonderlijk bondig is, doordat woorden die ertoe dienen welgevormde zinnen te genereren, maar die niet strikt noodzakelijk zijn voor het begrip van de boodschap, worden weggelaten
telegramstijlen	=	telegramstijl
telegrapheeren	=	telegraferen
telegrijs	noun	telegrijs zn, benaming voor drie tinten	adj	in een van drie tinten grijs: RAL-nummer 7045 ( ), RAL-nummer 7046 ( ) of RAL-nummer 7047 ( )
telegrijze	=	telegrijs
telegrijzen	=	telegrijs
telekinese	noun	het verschijnsel van de beweging of verplaatsing van voorwerpen zonder aanraking door een persoon
telekinesen	=	telekinese
telekineses	=	telekinese
telekinetisch	adj	betrekking hebbend op of door middel van telekinese
telekinetische	=	telekinetisch
telekinetischer	=	telekinetisch
telekinetischere	=	telekinetisch
telekinetischers	=	telekinetisch
telekrant	noun	televisiezender met korte regionalenieuwsberichten doorlopend en herhalend worden uitgezonden
telekranten	=	telekrant
telelens	noun	lenzenstelsel met behulp waarvan men een vergroot beeld kan krijgen van ver verwijderde voorwerpen
telelensje	=	telelens
telelensjes	=	telelens
telelenzen	=	telelens
teleleren	noun	onderwijs volgen op afstand met behulp van de computer, televisie of radio
telelerende	=	teleleren
telemagenta	noun	tint lila met RAL-nummer 4010 ( ).	adj	in een tint lila met RAL-nummer 4010 ( ).
telemanipulator	noun	lange grijparm, op afstand bediend, waarmee objecten verplaatst kunnen worden
telemanipulators	=	telemanipulator
telemanipulatortje	=	telemanipulator
telemanipulatortjes	=	telemanipulator
telemark	noun	sierlijke afdaaltechniek bij het skiën, waarbij de hiel los is van de ski en waarbij de knieën om beurten gebogen worden
telemarketeer	noun	marketeer die zich bezighoudt met telemarketing
telemarketeers	=	telemarketeer
telemarketeertje	=	telemarketeer
telemarketeertjes	=	telemarketeer
telemarketing	noun	het via de telefoon verkopen aan en het inwinnen van informatie over mogelijke klanten
telematica	noun	telecommunicatie en informatica, vooral waarbij deze twee gecombineerd toegepast worden
telematica's	=	telematica
telematisch	adj	betreft de combinatie van telecommunicatie en informatica (dataverwerking) om op afstand gegevens uit te wisselen tussen objecten, zoals voertuigen, machines of computers
telematische	=	telematisch
telematischer	=	telematisch
telematischere	=	telematisch
telematischers	=	telematisch
telemedisch	adj	betreft medische zorg op afstand met behulp van informatie- en communicatietechnologie (ICT).
telemedische	=	telemedisch
telemedischer	=	telemedisch
telemedischere	=	telemedisch
telemedischers	=	telemedisch
telemetrie	noun	het op afstand meten van bepaalde parameters (bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheid, hartritme) om die vervolgens via (vaak draadloze) telecommunicatie te versturen naar een andere locatie
telemetrieën	=	telemetrie
telen	verb	door nauwgezette verzorging doen groeien
telend	=	telen
telende	=	telen
telenovelle	noun	een soapserie met ongeveer 180 afleveringen
telenovellen	=	telenovelle
telenovelles	=	telenovelle
teleobjectief	noun	lenzenstelsel met behulp waarvan men een vergroot beeld kan krijgen van ver verwijderde voorwerpen
teleobjectiefje	=	teleobjectief
teleobjectiefjes	=	teleobjectief
teleobjectieven	=	teleobjectief
teleologie	noun	leer dat de schepping en ieder verschijnsel op een doel is gericht
teleologieën	=	teleologie
teleologisch	adj	een doelstelling inhoudend, bepaald door of beschouwd vanuit het doel.
teleologische	=	teleologisch
teleologischer	=	teleologisch
teleologischere	=	teleologisch
teleologischers	=	teleologisch
teleonomie	noun	doelgerichtheid
teleonomieën	=	teleonomie
teleonthaal	noun	telefonische dienst voor hulpverlening bij levensmoeilijkheden
telepaat	noun	iemand die telepathie beoefent
telepaatje	=	telepaat
telepaatjes	=	telepaat
telepaten	=	telepaat
telepathie	noun	paranormale gedachtenoverbrenging bij van elkaar verwijderde personen
telepathieën	=	telepathie
telepathisch	adj	van de aard van, volgens de telepathie
telepathische	=	telepathisch
telepathischer	=	telepathisch
telepathischere	=	telepathisch
telepathischers	=	telepathisch
telephonisch	=	telefonisch
telephoon	=	telefoon
teleplasma	noun	een materiaal waaruit geesten zichtbare lichamen kunnen aannemen
teleplasma's	=	teleplasma
teleport	noun	een speciaal aardstation met meerdere schotelantennes om data en signalen te versturen naar en te ontvangen van satellieten in de ruimte
teleportatie	noun	de rechtstreekse verplaatsing van objecten van de ene plaats naar de andere, zonder dat het object fysiek de ruimte tussen beide plaatsen hoeft te doorkruisen
teleportaties	=	teleportatie
teleports	=	teleport
teleprocessing	noun	verwerking van gegevens die via telecommunicatieverbindingen worden ontvangen
teleprompter	noun	voor de kijker onzichtbaar scherm waarop regel voor regel de tekst van een nieuwslezer of spreker verschijnt
teleprompters	=	teleprompter
teler	noun	iemand die zich bezighoudt met verbouwen van bloemen, planten, fruit enz
telerail	noun|historical	communicatiesysteem op treinen tussen machinist en verkeersleiding (van 1989 tot 2007)
telers	=	teler
telertje	=	teler
telertjes	=	teler
telescoop	noun	een optisch instrument, waarmee ver verwijderde objecten bekeken kunnen worden
telescoopbuis	noun	buisvormig onderdeel van een telescoop waarin het licht wordt opgevangen
telescoopbuisje	=	telescoopbuis
telescoopbuisjes	=	telescoopbuis
telescoopbuizen	=	telescoopbuis
telescoopje	=	telescoop
telescoopjes	=	telescoop
telescoopvis	noun	Dolichopteroides binocularis een straalvinnige vissensoort uit de familie van de hemelkijkers (Opisthoproctidae).
telescoopvisje	=	telescoopvis
telescoopvisjes	=	telescoopvis
telescoopvissen	noun	een familie Giganturidae van straalvinnige vissen uit de orde van draadzeilvissen (Aulopiformes)
telescoopvork	noun	vork voor voertuigen waarbij twee buizen in en uit elkaar kunnen schuiven.
telescoopvorken	=	telescoopvork
telescoopvorkje	=	telescoopvork
telescoopvorkjes	=	telescoopvork
telescopen	=	telescoop
telescopisch	adj	in lengte wijzigbaar, door het in elkaar of uit elkaar schuiven van onderdelen
telescopische	=	telescopisch
telescopischer	=	telescopisch
telescopischere	=	telescopisch
telescopischers	=	telescopisch
teleshopping	noun	het kopen van producten via de televisie of het internet
telespel	noun	computerspel waarbij spelers via een telefoonlijn of internet met elkaar verbonden zijn
telespellen	=	telespel
telespelletje	=	telespel
telespelletjes	=	telespel
teletekst	noun	informatiesysteem via de televisie
teletekstpagina	noun	pagina van teletekst
teletekstpagina's	=	teletekstpagina
teletekstpaginaatje	=	teletekstpagina
teletekstpaginaatjes	=	teletekstpagina
teletex	noun|historical	communicatieservice voor tekst en documenten via telefoonlijnen volgens de standaard F200 van de Internationale Telecommunicatie Unie (eind 20e eeuw)
teletijdmachine	noun	een onbestaande machine waarmee men zich door de tijd en vaak ook door de ruimte kan verplaatsen
teletijdmachines	=	teletijdmachine
teletijdmachinetje	=	teletijdmachine
teletijdmachinetjes	=	teletijdmachine
teletubbie	noun	pop in de vorm van een personage uit de kinderserie Teletubbies
teletubbies	=	teletubbie
teletubby	=	teletubbie
teleur	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: in negatieve zin verrast
teleurgesteld	adj	een onaangenaam gevoel hebbend omdat een verwachting of hoop niet uitgekomen is	adv	verdrietig
teleurgestelde	=	teleurstellen
teleurgestelder	=	teleurgesteld
teleurgesteldere	=	teleurgesteld
teleurgestelders	=	teleurgesteld
teleurgestelds	=	teleurgesteld
teleurgesteldst	=	teleurgesteld
teleurgesteldste	=	teleurgesteld
teleurstel	=	teleurstellen
teleurstelde	=	teleurstellen
teleurstelden	=	teleurstellen
teleurstelle	=	teleurstellen
teleurstellen	verb	iemand op onaangename wijze verrassen, vaak door een belofte niet na te komen
teleurstellend	adj	van iets dat het niet aan de verwachtingen beantwoordt
teleurstellende	=	teleurstellen
teleurstellender	=	teleurstellend
teleurstellendere	=	teleurstellend
teleurstellenders	=	teleurstellend
teleurstellends	=	teleurstellend
teleurstellendst	=	teleurstellend
teleurstellendste	=	teleurstellend
teleurstelling	noun	een emotie opgeroepen door het niet uitkomen van een verwachting
teleurstellingen	=	teleurstelling
teleurstellinkje	=	teleurstelling
teleurstellinkjes	=	teleurstelling
teleurstelt	=	teleurstellen
televisie	noun	elektronisch apparaat om bewegende beelden en geluid weer te geven	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
televisie-uitzending	noun	dat wat via de televisie publiekelijk wordt gemaakt
televisie-uitzendingen	=	televisie-uitzending
televisie-uitzendinkje	=	televisie-uitzending
televisie-uitzendinkjes	=	televisie-uitzending
televisieaanbod	noun	geheel aan programma's en diensten dat een televisieprovider aanbiedt aan consumenten
televisieacteur	noun	acteur die in televisieseries etc. optreedt
televisieacteurs	=	televisieacteur
televisieacteurtje	=	televisieacteur
televisieacteurtjes	=	televisieacteur
televisieactie	noun	actie gevoerd via de televisie, bijv. voor een goed doel
televisieacties	=	televisieactie
televisieactietje	=	televisieactie
televisieactietjes	=	televisieactie
televisieantenne	noun	antenne voor de ontvangst van televisieprogramma's
televisieantennen	=	televisieantenne
televisieantennes	=	televisieantenne
televisieantennetje	=	televisieantenne
televisieantennetjes	=	televisieantenne
televisieapparaat	noun	toestel dat video laat zien die op een andere plaats wordt uitgezonden
televisieapparaten	=	televisieapparaat
televisiecamera	noun	camera waarmee televisieopnamen gemaakt worden
televisiecamera's	=	televisiecamera
televisiecameraatje	=	televisiecamera
televisiecameraatjes	=	televisiecamera
televisiecircuit	noun	opstelling van televisiecamera's en televisietoestellen
televisiecircuits	=	televisiecircuit
televisiecommentator	noun	iemand die op de tv commentaar geeft op (b.v. op actuele gebeurtenissen)
televisiecommentatoren	=	televisiecommentator
televisiecommentators	=	televisiecommentator
televisiecommentatortje	=	televisiecommentator
televisiecommentatortjes	=	televisiecommentator
televisiecommercial	noun	zeer korte reclamefilm die op de televisie wordt uitgezonden
televisiecommercials	=	televisiecommercial
televisiecontainer	noun	een digitaal bestandsformaat dat fungeert als een 'verpakking' of 'doos' voor verschillende mediastreams.
televisiecontainers	=	televisiecontainer
televisiecontainertje	=	televisiecontainer
televisiecontainertjes	=	televisiecontainer
televisiecoryfee	noun	iemand die beroemd is geworden via de televisie
televisiecoryfeeën	=	televisiecoryfee
televisiecritici	=	televisiecriticus
televisiecriticus	noun	iemand die beroepsmatig tv-programma's beoordeelt
televisiecursus	noun	Historisch gezien (zoals de bekende Teleac-cursussen) verwijst dit naar educatieve programma's die op televisie worden uitgezonden om kijkers thuis iets te leren
televisiecursusje	=	televisiecursus
televisiecursusjes	=	televisiecursus
televisiecursussen	=	televisiecursus
televisiedemocratie	noun	democratie waarbij de manier waarop een politicus overkomt op tv belangrijker is dan de inhoud van zijn boodschap
televisiedemocratieën	=	televisiedemocratie
televisiedocumentaire	noun	een op feiten gebaseerd televisieprogramma waarin de maker een beeld tracht te geven van een aspect uit de realiteit
televisiedocumentaires	=	televisiedocumentaire
televisiedominee	noun	dominee die op de televisie optreedt
televisiedominees	=	televisiedominee
televisiedomineetje	=	televisiedominee
televisiedomineetjes	=	televisiedominee
televisiedrama	noun	speciaal voor de tv geschreven drama
televisiedrama's	=	televisiedrama
televisiedramaatje	=	televisiedrama
televisiedramaatjes	=	televisiedrama
televisieformat	noun	een bepaalde opzet en vorm waarin een televisieprogramma gemaakt wordt
televisieformatje	=	televisieformat
televisieformatjes	=	televisieformat
televisieformats	=	televisieformat
televisiefragment	noun	klein, uitgezocht deel van een televisieprogramma
televisiefragmenten	=	televisiefragment
televisiefragmentje	=	televisiefragment
televisiefragmentjes	=	televisiefragment
televisiegekeken	=	televisiekijken
televisiegeniek	adj	op de televisie een voordelige indruk makend
televisiegenieke	=	televisiegeniek
televisiegenieker	=	televisiegeniek
televisiegeniekere	=	televisiegeniek
televisiegeniekers	=	televisiegeniek
televisiegenieks	=	televisiegeniek
televisiegeniekst	=	televisiegeniek
televisiegeniekste	=	televisiegeniek
televisiegeschiedenis	noun	het verleden van de televisie en alles wat daarmee te maken heeft gehad
televisiegeschiedenissen	=	televisiegeschiedenis
televisiegesprek	noun	een gesprek dat op televisie wordt uitgezonden
televisiegesprekje	=	televisiegesprek
televisiegesprekjes	=	televisiegesprek
televisiegesprekken	=	televisiegesprek
televisiegids	noun	een tijdschrift waarin een tabel staat met welke radio- televisieprogramma's, op welke tijd en op welk kanaal worden uitgezonden
televisiegidsen	=	televisiegids
televisiegidsje	=	televisiegids
televisiegidsjes	=	televisiegids
televisiejournaal	noun	nieuwsuitzending die via de televisie wordt uitgezonden
televisiejournaals	=	televisiejournaal
televisiejournalen	=	televisiejournaal
televisiejournalistiek	noun	het brengen van nieuwsfeiten op de televisie
televisiekabel	noun	een kabel die tv-signalen kan transporteren
televisiekabels	=	televisiekabel
televisiekanaal	noun	een kanaal waarop televisieprogramma's worden uitgezonden
televisiekanaaltje	=	televisiekanaal
televisiekanaaltjes	=	televisiekanaal
televisiekanalen	=	televisiekanaal
televisiekeek	=	televisiekijken
televisiekeken	=	televisiekijken
televisiekijk	=	televisiekijken
televisiekijke	=	televisiekijken
televisiekijken	verb	aandacht schenken aan een op de beeldbuis vertoond programma
televisiekijkend	=	televisiekijken
televisiekijkende	=	televisiekijken
televisiekijker	noun	iemand die televisie kijkt, mannelijke vorm van televisiekijkster
televisiekijkers	=	televisiekijker
televisiekijkertje	=	televisiekijker
televisiekijkertjes	=	televisiekijker
televisiekijkster	=	televisiekijker
televisiekijkt	=	televisiekijken
televisiemaatschappij	noun	bedrijf dat televisieprogramma's maakt en uitzendt
televisiemaatschappijen	=	televisiemaatschappij
televisiemaker	noun	persoon die televisieprogramma's maakt
televisiemakers	=	televisiemaker
televisiemakertje	=	televisiemaker
televisiemakertjes	=	televisiemaker
televisieman	noun	persoon die werkt voor de televisie
televisiemannen	=	televisieman
televisiemannetje	=	televisieman
televisiemannetjes	=	televisieman
televisiemarkt	noun	het aanbod aan televisieproducties
televisiemarkten	=	televisiemarkt
televisiemeubel	noun	kast gemaakt om een televisietoestel plaats te bieden
televisiemeubelen	=	televisiemeubel
televisiemeubels	=	televisiemeubel
televisiemeubeltje	=	televisiemeubel
televisiemeubeltjes	=	televisiemeubel
televisienetwerk	noun	een organisatie die meerdere televisiestations beheert en/of van programma's voorziet
televisienetwerken	=	televisienetwerk
televisienetwerkje	=	televisienetwerk
televisienetwerkjes	=	televisienetwerk
televisienieuws	noun	programma op de televisie waarin actualiteiten worden behandeld
televisieomroep	noun	het vanuit een centraal punt (studio) via de ether of kabel openbaar verspreiden van berichten in beeld en geluid, volgens een bekendgemaakt programma of formule
televisieomroepen	=	televisieomroep
televisieomroepje	=	televisieomroep
televisieomroepjes	=	televisieomroep
televisieoorlog	noun	een oorlog die op televisie stap voor stap gevolgd kan worden.
televisieoorlogen	=	televisieoorlog
televisieoorlogje	=	televisieoorlog
televisieoorlogjes	=	televisieoorlog
televisieopname	noun	vastleggen van een tv-programma om het later te kunnen bekijken
televisieopnamen	=	televisieopname
televisieopnames	=	televisieopname
televisieopnametje	=	televisieopname
televisieopnametjes	=	televisieopname
televisieoptreden	noun	een verschijning van een persoon of groep in een televisieprogramma
televisieoptredens	=	televisieoptreden
televisieoptredentje	=	televisieoptreden
televisieoptredentjes	=	televisieoptreden
televisieploeg	noun	team dat samen een opname maakt voor de televisie
televisieploegen	=	televisieploeg
televisieploegje	=	televisieploeg
televisieploegjes	=	televisieploeg
televisiepresentator	noun	het gezicht van een tv-programma, verantwoordelijk voor het aan elkaar praten, interviewen van gasten en het informeren van kijkers
televisieproducent	noun	leidinggevende bij de productie van een televisieserie of televisieprogramma
televisieproducenten	=	televisieproducent
televisieproductie	noun	een televisieprogramma (als resultaat van een productieproces)
televisieproducties	=	televisieproductie
televisieprogramma	noun	programma dat op de tv wordt uitgezonden
televisieprogramma's	=	televisieprogramma
televisieprogrammaatje	=	televisieprogramma
televisieprogrammaatjes	=	televisieprogramma
televisiequiz	noun	televisieprogramma waarin kennisvragen worden gesteld aan de deelnemers
televisiequizje	=	televisiequiz
televisiequizjes	=	televisiequiz
televisiequizzen	=	televisiequiz
televisiereclame	noun	reclame door het laten uitzenden van korte filmpjes die een product aanraden
televisiereclames	=	televisiereclame
televisieregisseur	noun	artistiek leider van de productie van een televisieprogramma
televisieregisseurs	=	televisieregisseur
televisieregisseurtje	=	televisieregisseur
televisieregisseurtjes	=	televisieregisseur
televisiereportage	noun	televisieprogramma dat verslag doet van een bepaalde gebeurtenis
televisiereportages	=	televisiereportage
televisies	=	televisie
televisiescherm	noun	De voorkant van een televisie waarop het beeld te zien is, vroeger vooral een kathodestraalbuis (beeldbuis), tegenwoordig een plasma- of lcd-scherm
televisieschermen	=	televisiescherm
televisieschermpje	=	televisiescherm
televisieschermpjes	=	televisiescherm
televisieseizoen	noun	de jaarlijks terugkerende periode, doorgaans van september tot juni (het winterseizoen), waarin omroepen hun vaste programma’s en nieuwe series uitzenden
televisieseizoenen	=	televisieseizoen
televisieseizoentje	=	televisieseizoen
televisieseizoentjes	=	televisieseizoen
televisieserie	noun	een opeenvolging van afleveringen van een programma op de televisie
televisieseries	=	televisieserie
televisieserietje	=	televisieserie
televisieserietjes	=	televisieserie
televisieshow	=	tv-show
televisiester	noun	iemand die beroemd is van televisieoptredens
televisiesterren	=	televisiester
televisiesterretje	=	televisiester
televisiesterretjes	=	televisiester
televisiestudio	noun	een ruimte die ingericht is om televisieprogramma's te maken
televisiestudio's	=	televisiestudio
televisiestudiootje	=	televisiestudio
televisiestudiootjes	=	televisiestudio
televisiesysteem	noun	de technische norm waaraan een televisiesignaal moet voldoen
televisiesysteempje	=	televisiesysteem
televisiesysteempjes	=	televisiesysteem
televisiesystemen	=	televisiesysteem
televisieteam	noun	ploeg mensen die samen een televisieprogramma maken
televisieteams	=	televisieteam
televisietijdperk	noun	de tijd in de geschiedenis waarin de televisie een belangrijk deel van het leven beheerste
televisietijdperken	=	televisietijdperk
televisietje	=	televisie
televisietjes	=	televisie
televisietoespraak	noun	een toespraak die op televisie gehouden wordt (door een staatshoofd, regeringsleider)
televisietoespraakje	=	televisietoespraak
televisietoespraakjes	=	televisietoespraak
televisietoespraken	=	televisietoespraak
televisietoestel	noun	een toestel dat een elektrisch of elektromagnetisch signaal omzet in beeld en geluid
televisietoestellen	=	televisietoestel
televisietoestelletje	=	televisietoestel
televisietoestelletjes	=	televisietoestel
televisieverslaggever	noun	journalist die voor de televisie werkt
televisieverslaggevers	=	televisieverslaggever
televisiewereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het maken en uitzenden van televisieprogramma's
televisiewerelden	=	televisiewereld
televisiewereldje	=	televisiewereld
televisiewereldjes	=	televisiewereld
televisiewerk	noun	werkzaamheden die men doet voor de televisie; zaken die men gemaakt heeft voor de televisie
televisiewerken	=	televisiewerk
televisiezender	noun	zender met televisieprogramma's
televisiezenders	=	televisiezender
televisiezendertje	=	televisiezender
televisiezendertjes	=	televisiezender
televoot	=	televoten
televootte	=	televoten
televootten	=	televoten
televote	=	televoten
televoten	verb	via telefoon of internet deelnemen aan een stemming die onderdeel is van een directe uitzending op tv
televotend	=	televoten
televotende	=	televoten
telewerk	noun	het telewerken: het thuis werken met behulp van een computeraansluiting met het bedrijf
telewerke	=	telewerken
telewerken	verb	thuis werken met behulp van een computeraansluiting met het bedrijf
telewerkend	=	telewerken
telewerkende	=	telewerken
telewerker	noun	iemand die aan telewerken doet
telewerkers	=	telewerker
telewerkt	=	telewerken
telewerkte	=	telewerken
telewerkten	=	telewerken
telex	noun	telexdienst
telexapparaat	noun	apparaat waarmee ingetypte berichten verzonden en ontvangen kunnen worden
telexapparaten	=	telexapparaat
telexbericht	noun	bericht dat door de telex is overgebracht
telexberichten	=	telexbericht
telexberichtje	=	telexbericht
telexberichtjes	=	telexbericht
telexdienst	noun	de dienst die het mogelijk maakt dat getypte berichten via telecommunicatieverbindingen worden verspreid en ontvangen
telexdiensten	=	telexdienst
telexe	=	telexen
telexen	verb	verzenden via een bepaald netwerk voor getypte communicatie
telexend	=	telexen
telexende	=	telexen
telexist	noun	iemand die telexberichten intypte op een telexapparaat en verspreidde via een telexdienst
telexisten	=	telexist
telexje	=	telex
telexkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het verzenden van een telex
telext	=	telexen
telexte	=	telexen
telexten	=	telexen
telexverbinding	noun	telecommunicatiesysteem uit de 20e eeuw (vooral gebruikt tussen de jaren 30 en 90) waarmee tekstberichten direct en zichtbaar konden worden verstuurd tussen speciale telexapparaten via telefoonlijnen.
telexverbindingen	=	telexverbinding
telexverbindinkje	=	telexverbinding
telexverbindinkjes	=	telexverbinding
telexverkeer	noun	de inkomende en uitgaande berichten per telex
telfout	noun	een vergissing bij het tellen
telfouten	=	telfout
telg	noun	lid van een familie, afstammeling van een bepaalde voorouder
telgang	noun	manier van draven waarbij de beide linkerpoten en de beide rechterpoten om de beurt tegelijk verzet worden
telgangen	=	telgang
telganger	noun	dier (paard) dat in telgang gaat
telgangers	=	telganger
telgen	=	telg
telgje	=	telg
telgjes	=	telg
teling	noun	het voortbrengen, verwekken en baren van nakomelingen
telingen	=	teling
teljoor	noun	vlak voorwerp om voedsel van te eten, tegenwoordig meestal van rond aardewerk, vroeger ook wel van metaal of hout
teljoortje	=	teljoor
teljoortjes	=	teljoor
teljoren	=	teljoor
telkaart	noun	hulpmiddel om het aantal van iets te bepalen
telkaarten	=	telkaart
telkaartje	=	telkaart
telkaartjes	=	telkaart
telkenjare	adv|obsolete	elk jaar
telkenmaal	adv|formal	telkens, iedere keer opnieuw, telkens opnieuw
telkenmaals	=	telkenmale
telkenmale	adv|obsolete	iedere keer opnieuw, telkens opnieuw
telkens	adv	elke keer	conj	telkens als
telle	=	tellen
tellen	verb	aantal bepalen
tellend	=	tellen
tellende	=	tellen
teller	noun	het getal boven de streep van een breuk
tellers	=	teller
tellertje	=	teller
tellertjes	=	teller
telletje	=	tel
telletjes	=	tel
tellijst	noun	een lijst die men gebruikt bij het bepalen hoeveel exemplaren met een bepaalde eigenschap men waarneemt
tellijsten	=	tellijst
telling	noun	de handeling van het tellen
tellingen	=	telling
tellinkje	=	telling
tellinkjes	=	telling
telluria	=	tellurium
telluride	noun	een verbinding van telluur waarin dit element een oxidatiegetal van -2 bezit
telluriden	=	telluride
tellurides	=	telluride
tellurisch	adj	tot de aarde behorend
tellurische	=	tellurisch
tellurischer	=	tellurisch
tellurischere	=	tellurisch
tellurischers	=	tellurisch
tellurium	noun	scheikundig element met symbool Te en atoomnummer 52. Het is een zilvergrijs metalloïde
telluriumatomen	=	telluriumatoom
telluriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element tellurium.
telluriumatoompje	=	telluriumatoom
telluriumatoompjes	=	telluriumatoom
telluriums	=	tellurium
telluur	noun	scheikundig element met symbool Te en atoomnummer 52. Het is een zilvergrijs metalloïde
telluuratomen	=	telluuratoom
telluuratoom	noun	een atoom van het chemisch element telluur.
telluuratoompje	=	telluuratoom
telluuratoompjes	=	telluuratoom
telly	noun|informal	televisieprogramma, zoals dat wordt ontvangen
telmachientje	=	telmachine
telmachientjes	=	telmachine
telmachine	noun	een machine waarmee men een speciaal soort voorwerp kan tellen, machine die kan optellen en aftrekken
telmachines	=	telmachine
telmachinetje	=	telmachine
telmachinetjes	=	telmachine
telmatofyt	noun	een tweejarige- of vaste plant waarvan enkel de onder water zittende knoppen een ongunstige periode, zoals een winter, overleven
telmatofyten	=	telmatofyt
teloh	noun	gekookte en gefrituurde cassave
telomeer	noun	DNA-structuur aan het einde van een chromosoom, die de celdeling reguleert
telomerase	noun	enzym dat een rol speelt bij de celdeling en de telomeer herstelt na verlies van DNA dat optreedt als gevolg van onvolledige replicatie
telomeren	=	telomeer
teloor	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord verloren
teloorga	=	teloorgaan
teloorgaan	verb	verloren raken
teloorgaand	=	teloorgaan
teloorgaande	=	teloorgaan
teloorgaat	=	teloorgaan
teloorgang	noun	het verloren gaan van iets
teloorgangen	=	teloorgang
teloorgegaan	=	teloorgaan
teloorging	=	teloorgaan
teloorginge	=	teloorgaan
teloorgingen	=	teloorgaan
teloorgingt	=	teloorgaan
telpas	noun	manier van draven waarbij de beide linkerpoten en de beide rechterpoten om de beurt tegelijk verzet worden
telpost	noun	plaats die ingericht is om iets te kunnen tellen
telposten	=	telpost
telpostje	=	telpost
telpostjes	=	telpost
telraam	noun	een hulpmiddel voor het bijhouden van rekenwerk door het verschuiven van kralen op een raamwerk
telraampje	=	telraam
telraampjes	=	telraam
telramen	=	telraam
tels	=	tel
telson	noun	staartstuk van geleed dier
telsons	=	telson
telspel	noun	spel waarbij men (af)telt
telspellen	=	telspel
telspelletje	=	telspel
telspelletjes	=	telspel
telstroken	=	telstrook
telstrook	noun	strook papier uit een rekenmachine waar de getallen op gedrukt staan die bij elkaar opgeteld zijn samen met de uitkomst van de optelling
telt	=	tellen
telugutalig	adj	Telugu sprekend
telugutalige	=	telugutalig
telugutaligs	=	telugutalig
telverschil	noun	een afwijking die is opgetreden bij een telling
telverschillen	=	telverschil
telwerk	noun	een apparaat dat een hoeveelheid van iets meet en het resultaat van die meting continu weergeeft
telwerken	=	telwerk
telwerkje	=	telwerk
telwerkjes	=	telwerk
telwoord	noun	een woordsoort dat een aantal of een rangnummer aanduidt
telwoorden	=	telwoord
telwoordje	=	telwoord
telwoordjes	=	telwoord
tem	=	temmen
tembaar	adj	van iets wilds dat het onder menselijke controle te brengen is
tembaarder	=	tembaar
tembaardere	=	tembaar
tembaarders	=	tembaar
tembaare	=	tembaar
tembaars	=	tembaar
tembaarst	=	tembaar
tembaarste	=	tembaar
tembare	=	tembaar
temde	=	temmen
temden	=	temmen
teme	=	temen
temeer	adv	in heftiger mate, vooral ook
temeie	noun	prostituee, hoer
temeier	noun	prostituee, hoer
temeiers	=	temeier
temeiertje	=	temeier
temeies	=	temeie
temen	verb	op een zeurderige manier praten
temend	=	temen
temende	=	temen
temer	noun	iemand die teemt
temerig	adj	op een zeurende, zanikende, klagende wijze
temerige	=	temerig
temeriger	=	temerig
temerigere	=	temerig
temerigers	=	temerig
temerigs	=	temerig
temerigst	=	temerig
temerigste	=	temerig
temers	=	temer
temertje	=	temer
temertjes	=	temer
temet	adv|obsolete	soms, zo nu en dan
temme	=	temmen
temmen	verb	tam maken
temmend	=	temmen
temmende	=	temmen
temmer	noun	iemand die (meestal dieren) temt
temmers	=	temmer
temmertje	=	temmer
temotupatrijsduif	noun	Pampusana sanctaecrucis een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana.
temotupatrijsduifje	=	temotupatrijsduif
temotupatrijsduifjes	=	temotupatrijsduif
temotupatrijsduiven	=	temotupatrijsduif
temotuwaaierstaart	noun	Rhipidura melanolaema een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
temotuwaaierstaarten	=	temotuwaaierstaart
temotuwaaierstaartje	=	temotuwaaierstaart
temotuwaaierstaartjes	=	temotuwaaierstaart
temp	=	tempen
tempe	=	tempen
tempeest	noun	storm, stormweer
tempeeste	=	tempeesten
tempeesten	verb	stormen
tempeestend	=	tempeesten
tempeestende	=	tempeesten
tempeestje	=	tempeest
tempeestte	=	tempeesten
tempeestten	=	tempeesten
tempel	noun	een gebouw voor godsverering
tempelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van tempel
tempelachtige	=	tempelachtig
tempelachtiger	=	tempelachtig
tempelachtigere	=	tempelachtig
tempelachtigers	=	tempelachtig
tempelachtigs	=	tempelachtig
tempelachtigst	=	tempelachtig
tempelachtigste	=	tempelachtig
tempelcomplex	noun	tempel met bijgebouwen
tempelcomplexen	=	tempelcomplex
tempelcomplexje	=	tempelcomplex
tempelcomplexjes	=	tempelcomplex
tempelde	=	tempelen
tempelden	=	tempelen
tempele	=	tempelen
tempelen	verb	de kerk bezoeken; een kerkdienst bijwonen
tempelend	=	tempelen
tempelende	=	tempelen
tempelier	noun	ridder van een voormalige geestelijke orde, in 1118 te Jeruzalem gesticht door Hugo de Payens en opgeheven in 1312 die ten tijde van de kruistochten als klein onderdeel van de kruisvaarderslegers een Heilige Oorlog tegen de moslims voerde in het Heilige Land
tempelieren	=	tempelier
tempeliers	=	tempelier
tempeliertje	=	tempelier
tempels	=	tempel
tempelschildpad	noun	Heosemys annandalii een schildpad uit de familie Geoemydidae.
tempelschildpadden	=	tempelschildpad
tempelschildpadje	=	tempelschildpad
tempelschildpadjes	=	tempelschildpad
tempelt	=	tempelen
tempeltje	=	tempel
tempeltjes	=	tempel
tempelwijding	noun	de herinwijding van de tweede tempel in Jeruzalem in 164 v.Chr. door Judas de Makkabeeër.
tempelwijdingen	=	tempelwijding
tempelwijdinkje	=	tempelwijding
tempelwijdinkjes	=	tempelwijding
tempen	verb	de temperatuur van een patiënt opnemen
tempend	=	tempen
tempende	=	tempen
temper	=	temperen
tempera	noun	verf voor kunstschilders bestaande uit een emulsie met kleurpigment met als voornaamste eigenschap een mat drogend oppervlak
tempera's	=	tempera
temperament	noun	een aantal persoonlijkheidskenmerken die tot de aanleg van een individu behoren
temperamenten	=	temperament
temperamentje	noun	iemand met een al te vurig karakter
temperamentjes	=	temperamentje
temperamentvol	adj	met veel temperament
temperamentvolle	=	temperamentvol
temperamentvoller	=	temperamentvol
temperamentvollere	=	temperamentvol
temperamentvollers	=	temperamentvol
temperamentvols	=	temperamentvol
temperamentvolst	=	temperamentvol
temperamentvolste	=	temperamentvol
temperans	noun	een middel dat klachten minder heftig maakt; verzachtend middel; kalmerend middel
temperantia	=	temperans
temperantie	noun	met betrekking tot verf: menging, tempering
temperanties	=	temperantie
temperaturen	=	temperatuur
temperatuur	noun	grootheid die aangeeft hoe warm het is gerelateerd aan de beweging van de moleculen
temperatuurbepaling	noun	het meten of berekenen van de warmtegraad van een stof, object of omgeving.
temperatuurbepalingen	=	temperatuurbepaling
temperatuurbepalinkje	=	temperatuurbepaling
temperatuurbepalinkjes	=	temperatuurbepaling
temperatuurcoëfficiënt	noun	de gevoeligheid van de elektrische weerstand van een materiaal voor schommelingen in de temperatuur (eenheid: kelvin⁻¹)
temperatuurcoëfficiënten	=	temperatuurcoëfficiënt
temperatuurdaling	noun	verlaging van de warmtegraad
temperatuurdalingen	=	temperatuurdaling
temperatuurdalinkje	=	temperatuurdaling
temperatuurdalinkjes	=	temperatuurdaling
temperatuurdoel	noun	de maximale temperatuurstijging die men wil laten ontstaan door de klimaatverandering
temperatuurdoelen	=	temperatuurdoel
temperatuurgradiënt	noun	gradiënt van de temperatuur
temperatuurgradiënten	=	temperatuurgradiënt
temperatuurgrens	noun	de maximale temperatuurstijging die men wil laten ontstaan door klimaatverandering
temperatuurgrenzen	=	temperatuurgrens
temperatuurmethode	noun	een anticonceptiemethode die erop is gebaseerd dat bij iedere eisprong de lichaamstemperatuur van de vrouw met minstens 0,2 °C stijgt
temperatuurmeting	noun	de keer dat men met instrumenten die temperatuur heeft gemeten
temperatuurmetingen	=	temperatuurmeting
temperatuurrecord	noun	hoogste of laagste gemeten temperatuur ooit op een bepaalde plaats en tijd van het jaar
temperatuurrecords	=	temperatuurrecord
temperatuurschaal	noun	een methode om de temperatuur in een getal uit te drukken
temperatuurschaaltje	=	temperatuurschaal
temperatuurschaaltjes	=	temperatuurschaal
temperatuurschalen	=	temperatuurschaal
temperatuurschok	noun	een plotselinge en snelle verandering van de temperatuur
temperatuurschokje	=	temperatuurschok
temperatuurschokjes	=	temperatuurschok
temperatuurschokken	=	temperatuurschok
temperatuursensor	noun	onderdeel waarin de temperatuur wordt omgezet in een elektrisch signaal
temperatuursensoren	=	temperatuursensor
temperatuursensors	=	temperatuursensor
temperatuursensortje	=	temperatuursensor
temperatuursensortjes	=	temperatuursensor
temperatuursgradiënt	noun	gradiënt van de temperatuur
temperatuursgradiënten	=	temperatuursgradiënt
temperatuursom	noun	de optelling vanaf 1 januari van alle daggemiddelde temperaturen boven nul
temperatuursommen	=	temperatuursom
temperatuursommetje	=	temperatuursom
temperatuursommetjes	=	temperatuursom
temperatuurstijging	noun	stijging van de temperatuur
temperatuurstijgingen	=	temperatuurstijging
temperatuurstijginkje	=	temperatuurstijging
temperatuurstijginkjes	=	temperatuurstijging
temperatuurstraler	noun	een lichtbron waarbij het licht geproduceerd wordt door materie met een hoge temperatuur
temperatuurstralers	=	temperatuurstraler
temperatuurstralertje	=	temperatuurstraler
temperatuurstralertjes	=	temperatuurstraler
temperatuursverandering	noun	de stijging of daling van de warmtegraad van een object, stof of de omgeving
temperatuursveranderingen	=	temperatuursverandering
temperatuursveranderingetje	=	temperatuursverandering
temperatuursveranderingetjes	=	temperatuursverandering
temperatuursverhoging	noun	een lichte stijging van de lichaamstemperatuur die zich bevindt tussen de 37,5 °C en 38,0 °C. Het is een natuurlijke reactie van het immuunsysteem waarbij het lichaam virussen of bacteriën probeert te bestrijden, maar het kan ook optreden na zware inspanning of door warme kleding.
temperatuursverhogingen	=	temperatuursverhoging
temperatuursverhoginkje	=	temperatuursverhoging
temperatuursverhoginkjes	=	temperatuursverhoging
temperatuurtje	=	temperatuur
temperatuurtjes	=	temperatuur
temperatuurverandering	noun	de stijging of daling van de warmtegraad van een object, stof of de omgeving
temperatuurveranderingen	=	temperatuurverandering
temperatuurveranderingetje	=	temperatuurverandering
temperatuurveranderingetjes	=	temperatuurverandering
temperatuurverhoging	noun	een lichte stijging van de lichaamstemperatuur die zich bevindt tussen de 37,5 °C en 38,0 °C. Het is een natuurlijke reactie van het immuunsysteem waarbij het lichaam virussen of bacteriën probeert te bestrijden, maar het kan ook optreden na zware inspanning of door warme kleding.
temperatuurverhogingen	=	temperatuurverhoging
temperatuurverhoginkje	=	temperatuurverhoging
temperatuurverhoginkjes	=	temperatuurverhoging
temperatuurverloop	noun	het verloop van de temperatuur
temperatuurverlopen	=	temperatuurverloop
temperatuurverschil	noun	het verschil in hoe warm het is tussen twee verschillende plaatsen
temperatuurverschillen	=	temperatuurverschil
temperatuurverschilletje	=	temperatuurverschil
temperatuurverschilletjes	=	temperatuurverschil
temperatuurwisseling	noun	verandering in de warmtegraad van een systeem, omgeving of lichaam over een bepaalde tijd
temperatuurwisselingen	=	temperatuurwisseling
temperatuurwisselingetje	=	temperatuurwisseling
temperatuurwisselingetjes	=	temperatuurwisseling
temperatuurzin	noun	vermogen van een (dierlijk) organisme om temperaturen rond zijn normale lichaamstemperatuur waar te nemen
temperde	=	temperen
temperden	=	temperen
tempere	=	temperen
temperen	verb	minder krachtig maken
temperend	=	temperen
temperende	=	temperen
tempering	noun	met betrekking tot verf: menging
temperingen	=	tempering
tempermes	noun	dun, plat mes waarmee men verf op een palet kan roeren of fijn wrijven
tempermessen	=	tempermes
tempert	=	temperen
tempex	noun	geëxpandeerd polystyreen, een witte, schuimachtige kunststof
tempi	=	tempo
template	noun	blauwdruk
templates	=	template
tempo	noun	de snelheid waarmee een muziekstuk wordt gespeeld
tempo's	=	tempo
tempoaanduiding	noun	aanduiding in de muziek geeft de snelheid (het tempo) aan waarmee een stuk gespeeld dient te worden, vaak genoteerd in Italiaanse termen of via Beats Per Minute (BPM).
tempoaanduidingen	=	tempoaanduiding
tempoaanduidinkje	=	tempoaanduiding
tempoaanduidinkjes	=	tempoaanduiding
tempobeul	noun	sporter die gedurende lange tijd een hoog tempo kan volhouden en zo zijn tegenstanders kan uitputten
tempobeulen	=	tempobeul
tempomaker	noun	persoon die de snelheid bepaalt; persoon die zorg voor een hogere snelheid
tempomakers	=	tempomaker
tempootje	=	tempo
tempootjes	=	tempo
tempora	=	tempus
temporaal	adj	met betrekking tot de schedelbotten aan de zijkant van het hoofd, bij de slapen zn
temporaals	=	temporaal
temporaalst	=	temporaal
temporaalste	=	temporaal
temporair	adj	tijdelijk, dus niet blijvend of structureel
temporairder	=	temporair
temporairdere	=	temporair
temporairders	=	temporair
temporaire	=	temporair
temporairs	=	temporair
temporairst	=	temporair
temporairste	=	temporair
temporale	=	temporaal
temporaler	=	temporaal
temporalere	=	temporaal
temporalers	=	temporaal
temporeel	adj	tijdelijk
temporeels	=	temporeel
temporeelst	=	temporeel
temporeelste	=	temporeel
temporele	=	temporeel
temporeler	=	temporeel
temporelere	=	temporeel
temporelers	=	temporeel
temporisatie	noun	op de lange baan schuiven tot een geschikter tijd
temporisaties	=	temporisatie
temporiseer	=	temporiseren
temporiseerde	=	temporiseren
temporiseerden	=	temporiseren
temporiseert	=	temporiseren
temporisere	=	temporiseren
temporiseren	verb	vertragen van het tempo
temporiserend	=	temporiseren
temporiserende	=	temporiseren
tempoverhoging	noun	het versnellen van een activiteit of proces
tempoverhogingen	=	tempoverhoging
tempoverhoginkje	=	tempoverhoging
tempoverhoginkjes	=	tempoverhoging
tempowisseling	noun	verandering van de snelheid (het aantal beats per minute - BPM) in een muziekstuk.
tempowisselingen	=	tempowisseling
tempowisselingetje	=	tempowisseling
tempowisselingetjes	=	tempowisseling
tempt	=	tempen
temptatie	noun	verleiding, verlokking, verzoeking
temptaties	=	temptatie
temptatiën	=	temptatie
tempte	=	tempen
tempten	=	tempen
tempura	noun	een Japans gerecht en tevens een manier van bereiden.
tempus	noun	de tijd waarin de persoonsvorm staat
tempé	noun	een koek van sojabonen afkomstig uit Indonesië
tems	adj	op Temse betrekking hebbend
temse	noun	een vrouwelijke inwoner van Temse, of een vrouw afkomstig uit Temse
temsen	=	temse
temsenaar	noun	een inwoner van Temse, of iemand afkomstig uit Temse
temsenaren	=	temsenaar
temses	adj	op Temse betrekking hebbend
temsese	noun	een vrouwelijke inwoner van Temse, of een vrouw afkomstig uit Temse
temsesen	=	temsese
temt	=	temmen
ten	prep	samentrekking van te + den (enkelvoud datief mannelijk en onzijdig), komt voor in staande uitdrukkingen
tenaamstelling	noun	Het op naam stellen van iets, het op naam gesteld zijn van iets
tenaamstellingen	=	tenaamstelling
tenach	noun	een exemplaar van de Tenach, Tanach
tenachs	=	tenach
tenaciteit	noun	vasthoudendheid
tenai	noun	voorwaarde, huwelijksvoorwaarde
tenaille	noun	inspringende hoek van een schans
tenailles	=	tenaille
tenakel	noun	liniaalvormig houtje dat het manuscript vasthoudt tijdens het zetten
tenakels	=	tenakel
tenant	noun	schildhouder
tenanten	=	tenant
tenaïem	=	tenai
tendeer	=	tenderen
tendeerde	=	tenderen
tendeerden	=	tenderen
tendeert	=	tenderen
tendens	noun	beweging in bepaalde richting, neiging
tendensen	=	tendens
tendensje	=	tendens
tendensjes	=	tendens
tendensroman	noun	een roman met een (te) sterke (eenzijdige) politieke of morele boodschap
tendensromannetje	=	tendensroman
tendensromannetjes	=	tendensroman
tendensromans	=	tendensroman
tendentie	noun	strekking
tendenties	=	tendentie
tendentieus	adj	gekleurd door bijbedoelingen
tendentieust	=	tendentieus
tendentieuste	=	tendentieus
tendentieuze	=	tendentieus
tendentieuzer	=	tendentieus
tendentieuzere	=	tendentieus
tendentieuzers	=	tendentieus
tendenzen	=	tendens
tender	noun	wagen achter een locomotief, om kolen en water te transporteren
tenderbod	noun	bod op aandelen van een fonds, waarbij de omvang van de transactie niet van tevoren vaststaat
tenderde	=	tenderen
tenderden	=	tenderen
tendere	=	tenderen
tenderen	verb	inschrijven op een openbare aanbesteding
tenderend	=	tenderen
tenderende	=	tenderen
tenders	=	tender
tendersysteem	noun	een systematiek van aanbesteding of uitbesteding
tendersysteempje	=	tendersysteem
tendersysteempjes	=	tendersysteem
tendersystemen	=	tendersysteem
tendert	=	tenderen
tendertje	=	tender
tendertjes	=	tender
tendinitis	noun	een peesontsteking
tendinitissen	=	tendinitis
teneinde	conj	met het doel dat
tenen	adj	van teen (twijgen) vervaardigd
tenenkaas	noun	mengeling van epitheelcellen, huidafscheiding, vocht, bacteriën en vuil dat zich kan ophopen onder teennagels met een karakteristieke sterke zure geur, veroorzaakt door melkzuurbacteriën
tenenkrommend	adj	van iets dat je je ervoor schaamt, heel erg beschamend
tenenkrommende	=	tenenkrommend
tenenkrommender	=	tenenkrommend
tenenkrommendere	=	tenenkrommend
tenenkrommenders	=	tenenkrommend
tenenkrommends	=	tenenkrommend
tenenkrommendst	=	tenenkrommend
tenenkrommendste	=	tenenkrommend
tenenkrullend	adj	heel erg beschamend
tenenkrullende	=	tenenkrullend
tenenkrullender	=	tenenkrullend
tenenkrullendere	=	tenenkrullend
tenenkrullenders	=	tenenkrullend
tenenkrullends	=	tenenkrullend
tenenkrullendst	=	tenenkrullend
tenenkrullendste	=	tenenkrullend
tenesmus	noun	pijnlijke aandrang van ontlasting
teneur	noun	geest, strekking
tengel	=	tengelen
tengelde	=	tengelen
tengelden	=	tengelen
tengele	=	tengelen
tengelen	verb	kleine balkjes aanbrengen tegen plafondbalken om het plafondriet te bevestigen
tengelend	=	tengelen
tengelende	=	tengelen
tengels	=	tengelen
tengelt	=	tengelen
tengeltje	=	tengelen
tengeltjes	=	tengelen
tenger	adj	smal van postuur
tengerder	=	tenger
tengerdere	=	tenger
tengerders	=	tenger
tengere	=	tenger
tengerheid	noun	het tenger zijn
tengers	=	tenger
tengerst	=	tenger
tengerste	=	tenger
tenggarabeo	noun	Gracula venerata een vogelsoort die behoort tot de spreeuwachtigen (Sturnidae).
tenggarabeo's	=	tenggarabeo
tenggarabeootje	=	tenggarabeo
tenggarabeootjes	=	tenggarabeo
tenggaradwergsalangaan	noun	Collocalia sumbawae een endemische vogelsoort van de Kleine Soenda-eilanden, in het Indonesisch Kepulauan Nusa Tenggara genaamd.
tenggaradwergsalangaantje	=	tenggaradwergsalangaan
tenggaradwergsalangaantjes	=	tenggaradwergsalangaan
tenggaradwergsalanganen	=	tenggaradwergsalangaan
tenhemelopneming	noun	het met lichaam en ziel worden opgenomen in de hemel
tenhemelopnemingen	=	tenhemelopneming
tenhemelschreiend	adj	in de hoogste mate ergerlijk, gruwelijk
tenhemelschreiende	=	tenhemelschreiend
tenhemelschreiender	=	tenhemelschreiend
tenhemelschreiendere	=	tenhemelschreiend
tenhemelschreienders	=	tenhemelschreiend
tenhemelschreiends	=	tenhemelschreiend
tenhemelschreiendst	=	tenhemelschreiend
tenhemelschreiendste	=	tenhemelschreiend
teniet	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: tot niets teruggebracht
tenietdeden	=	tenietdoen
tenietdeed	=	tenietdoen
tenietdeedt	=	tenietdoen
tenietdoe	=	tenietdoen
tenietdoen	verb	tot niets terugbrengen
tenietdoend	=	tenietdoen
tenietdoende	=	tenietdoen
tenietdoet	=	tenietdoen
tenietga	=	tenietgaan
tenietgaan	verb	ophouden te bestaan
tenietgaand	=	tenietgaan
tenietgaande	=	tenietgaan
tenietgaat	=	tenietgaan
tenietgedaan	=	tenietdoen
tenietgedane	=	tenietdoen
tenietgegaan	=	tenietgaan
tenietging	=	tenietgaan
tenietgingen	=	tenietgaan
tenietgingt	=	tenietgaan
tenlastelegging	noun	in het strafrecht het onderdeel van de dagvaarding waarin de openbaar aanklager een exacte, juridische beschrijving van een bepaalde gedraging van de verdachte geeft
tenlasteleggingen	=	tenlastelegging
tenlastelegginkje	=	tenlastelegging
tenlastelegginkjes	=	tenlastelegging
tenminste	adv	duidt een minimale voorwaarde aan
tennesseezanger	noun	Leiothlypis peregrina een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers)
tennesseezangers	=	tennesseezanger
tennesseezangertje	=	tennesseezanger
tennesseezangertjes	=	tennesseezanger
tennessine	noun	een scheikundig element met het symbool Ts en het atoomnummer 117
tennis	noun	balsport
tennisarm	noun	pijnlijke afwijkingen aan de buitenzijde van de elleboog, waarbij vooral strekbewegingen in pols, hand en vingers pijnlijk zijn
tennisarmen	=	tennisarm
tennisbaan	noun	baan waarop tennis gespeeld wordt
tennisbaantje	=	tennisbaan
tennisbaantjes	=	tennisbaan
tennisbal	noun	De tennisbal wordt gebruikt bij het tennis.
tennisballen	=	tennisbal
tennisballetje	=	tennisbal
tennisballetjes	=	tennisbal
tennisbanen	=	tennisbaan
tennisbond	noun	overkoepelende vereniging voor tennissers en tennisclubs
tennisbonden	=	tennisbond
tennisclub	noun	vereniging van tennisspelers
tennisclubje	=	tennisclub
tennisclubjes	=	tennisclub
tennisclubs	=	tennisclub
tennisfederatie	noun	sportorganisatie waar 203 landelijke tennisbonden lid van zijn
tennisfederaties	=	tennisfederatie
tennishal	noun	grote sporthal met één of meer tennisbanen
tennishallen	=	tennishal
tennisjaar	noun	een periode van 12 maanden waarin allerlei tennisgebeurtenissen plaatsvinden
tennisjaren	=	tennisjaar
tenniskleding	noun	gespecialiseerde sportkleding die is ontworpen om de prestaties, het comfort en de bewegingsvrijheid van een tennisser te optimaliseren.
tennisleraar	noun	iemand die les geeft in het spelen van tennis
tennisleraars	=	tennisleraar
tennisleraartje	=	tennisleraar
tennisleraren	=	tennisleraar
tennislerares	=	tennisleraar
tennisles	noun	onderwijs in tenissen
tennislesje	=	tennisles
tennislesjes	=	tennisles
tennislessen	=	tennisles
tennisliefhebber	noun	iemand die veel plezier beleeft aan tennis
tennisliefhebbers	=	tennisliefhebber
tennismanager	noun	zakelijk leider van tennisevenementen en andere zaken die met tennis verband houden
tennismanagers	=	tennismanager
tennisnet	noun	het rechtopstaande net dat het tennisveld in twee gelijke delen verdeelt
tennisnetje	=	tennisnet
tennisnetjes	=	tennisnet
tennisnetten	=	tennisnet
tennispaal	noun	draagbare standaard waaraan een tennisbal met een elastisch koord is bevestigd
tennispaaltje	=	tennispaal
tennispaaltjes	=	tennispaal
tennispalen	=	tennispaal
tennisplein	noun	sportveld waarop men voetbal kan spelen
tennispleinen	=	tennisplein
tennispleintje	=	tennisplein
tennispleintjes	=	tennisplein
tennisracket	noun	een frame met een open ring waarover een netwerk van snaren is gespannen en een handvat waarmee men tennis kan spelen
tennisracketje	=	tennisracket
tennisracketjes	=	tennisracket
tennisrackets	=	tennisracket
tennisschoen	noun	een hakloze soepele schoen, speciaal om tennis te spelen
tennisschoenen	=	tennisschoen
tennisschoentje	=	tennisschoen
tennisschoentjes	=	tennisschoen
tennisse	=	tennissen
tennissen	verb	het spelen van tennis
tennissend	=	tennissen
tennissende	=	tennissen
tennisser	noun	een man die tennis speelt, een tennisspeler
tennissers	=	tennisser
tennissertje	=	tennisser
tennissertjes	=	tennisser
tennisshirt	noun	een shirt ontworpen om in te tennissen
tennisshirtje	=	tennisshirt
tennisshirtjes	=	tennisshirt
tennisshirts	=	tennisshirt
tennisspeelster	noun	vrouwelijke vorm van tennisspeler
tennisspeelsters	=	tennisspeelster
tennisspeelstertje	=	tennisspeelster
tennisspeelstertjes	=	tennisspeelster
tennisspel	noun	keer dat men tennist (meervoud tennisspellen))
tennisspelen	=	tennisspel
tennisspeler	noun	iemand die tennis speelt
tennisspelers	=	tennisspeler
tennisspelertje	=	tennisspeler
tennisspelertjes	=	tennisspeler
tennisspellen	=	tennisspel
tennisstadion	noun	gebouw waar men tennis kan spelen en waar toeschouwers tenniswedstrijden kunnen bijwonen
tennisstadionnetje	=	tennisstadion
tennisstadionnetjes	=	tennisstadion
tennisstadions	=	tennisstadion
tennisster	noun	'ster' in het tennissen
tennissterren	=	tennisster
tennissters	=	tennisster
tennisstertje	=	tennisster
tennist	=	tennissen
tennistalent	noun	iemand met een grote aanleg voor tennissen
tennistalenten	=	tennistalent
tennistalentje	=	tennistalent
tennistalentjes	=	tennistalent
tenniste	=	tennissen
tennisten	=	tennissen
tennisterrein	noun	sportveld waarop men tennis kan spelen
tennisterreinen	=	tennisterrein
tennisterreintje	=	tennisterrein
tennisterreintjes	=	tennisterrein
tennistoernooi	noun	een georganiseerde reeks tenniswedstrijden waarin ploegen of individuele spelers het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden
tennistoernooien	=	tennistoernooi
tennistoernooitje	=	tennistoernooi
tennistoernooitjes	=	tennistoernooi
tennistop	noun	een shirt ontworpen om in te tennissen
tennistopje	=	tennistop
tennistopjes	=	tennistop
tennistoppen	=	tennistop
tennistops	=	tennistop
tennisveld	noun	veld waarop men tennis kan spelen
tennisvelden	=	tennisveld
tennisveldje	=	tennisveld
tennisveldjes	=	tennisveld
tennisvereniging	noun	een sportvereniging waar men kan tennissen
tennisverenigingen	=	tennisvereniging
tennisverenigingetje	=	tennisvereniging
tennisverenigingetjes	=	tennisvereniging
tenniswedstrijd	noun	een strijd tussen twee (of vier) tennissers om uit te maken wie het beste is in het tennisspel
tenniswedstrijden	=	tenniswedstrijd
tenniswedstrijdje	=	tenniswedstrijd
tenniswedstrijdjes	=	tenniswedstrijd
tenoortje	=	tenor
tenoortjes	=	tenor
tenor	noun	hoge mannenstem, tenorstem
tenorblokfluit	noun	een eenvoudig houten blaasinstrument dat recht voor de mond wordt bespeeld
tenorblokfluiten	=	tenorblokfluit
tenorblokfluitje	=	tenorblokfluit
tenorblokfluitjes	=	tenorblokfluit
tenoren	=	tenor
tenorist	noun	man die de tenorpartij zingt
tenoristen	=	tenorist
tenors	=	tenor
tenorsax	noun	een laag gestemde saxofoon
tenorsaxen	=	tenorsax
tenorsaxofonen	=	tenorsaxofoon
tenorsaxofonist	noun	iemand die (beroepshalve) tenorsaxofoon speelt
tenorsaxofonisten	=	tenorsaxofonist
tenorsaxofonistje	=	tenorsaxofonist
tenorsaxofonistjes	=	tenorsaxofonist
tenorsaxofoon	noun	een houtblaasinstrument met een enkelriet
tenorsaxofoons	=	tenorsaxofoon
tenorsaxofoontje	=	tenorsaxofoon
tenorsaxofoontjes	=	tenorsaxofoon
tenorsleutel	noun	een teken geplaatst op de vierde lijn van een balk dat aangeeft dat deze een c weergeeft
tenorsleutels	=	tenorsleutel
tenorsleuteltje	=	tenorsleutel
tenorsleuteltjes	=	tenorsleutel
tenorstem	noun	een hoge mannelijke zangstem
tenorstemmen	=	tenorstem
tenosynovitis	noun	een ontsteking van de peesschede
tenrek	noun	benaming voor zoogdieren uit de orde Tenrecidae, die in Afrika en vooral op Madagaskar voorkomen
tenreks	noun	een familie Tenrecidae van zoogdieren binnen de orde Afrosoricida
tensie	noun	spanning zn [1]
tensioactief	adj	van invloed op de oppervlaktespanning
tensioactiefs	=	tensioactief
tensioactieve	=	tensioactief
tenslotte	adv	immers
tensor	noun	wiskundige objecten uit de lineaire algebra en de differentiaalmeetkunde die beschouwd kunnen worden als generalisatie van vectoren en matrices
tensoren	=	tensor
tent	noun	verplaatsbare constructie van over stokken of buizen gespannen doek die als (tijdelijk) onderdak dient
tentakel	noun	de verlengde flexibele organen die vele ongewervelde dieren hebben.
tentakelmonster	noun	een monster met tentakels.
tentakelmonsters	=	tentakelmonster
tentakelmonstertje	=	tentakelmonster
tentakelmonstertjes	=	tentakelmonster
tentakels	=	tentakel
tentakelslang	noun	Erpeton tentaculatum een slang uit de familie waterdrogadders (Homalopsidae)
tentakelslangen	=	tentakelslang
tentakelslangetje	=	tentakelslang
tentakelslangetjes	=	tentakelslang
tentakeltje	=	tentakel
tentakeltjes	=	tentakel
tentamen	noun	het toetsen van kennis opgedaan bij één vak
tentamenbriefje	noun|informal	papiertje waaruit blijkt dat men een bepaald tentamen gehaald heeft
tentamenbriefjes	=	tentamenbriefje
tentamengeeltje	noun	25 gulden (een geeltje) dat men moet betalen als men zich later dan normaal wil inschrijven voor een tentamen
tentamengeeltjes	=	tentamengeeltje
tentamenrooster	noun	overzicht met weekdagen en tijden van de tentamens
tentamenroosters	=	tentamenrooster
tentamens	=	tentamen
tentamentje	=	tentamen
tentamentjes	=	tentamen
tentamenweek	noun	week waarin tentamens worden afgenomen
tentamenweekje	=	tentamenweek
tentamenweekjes	=	tentamenweek
tentamenweken	=	tentamenweek
tentamina	=	tentamen
tentaminator	noun	docent die een tentamen afneemt
tentaminatoren	=	tentaminator
tentaminators	=	tentaminator
tentaminatortje	=	tentaminator
tentaminatortjes	=	tentaminator
tentamineer	=	tentamineren
tentamineerde	=	tentamineren
tentamineerden	=	tentamineren
tentamineert	=	tentamineren
tentaminere	=	tentamineren
tentamineren	verb	een tentamen afnemen
tentaminerend	=	tentamineren
tentaminerende	=	tentamineren
tentatie	noun	kwelling, beproeving, verzoeking
tentatief	adj	proberend, pogend, als proef
tentatiefs	=	tentatief
tentatiefst	=	tentatief
tentatiefste	=	tentatief
tentaties	=	tentatie
tentatieve	=	tentatief
tentatiever	=	tentatief
tentatievere	=	tentatief
tentatievers	=	tentatief
tentbed	noun	patiëntenbed met eromheen een soort van luchtdoorlatende gaasstructuur, om de patiënt rustig en/of in bedwang te houden #:▸ De Inspectie Gezondheidszorg en de ziekenhuizen willen de inzet van dwangmaatregelen bij patiënten terugdringen.
tentbedden	=	tentbed
tentbedje	=	tentbed
tentbedjes	=	tentbed
tentdak	noun	een dakvorm die bestaat uit vier of meer driehoekige dakschilden die in één punt samenkomen: het nokpunt
tentdaken	=	tentdak
tentdakje	=	tentdak
tentdakjes	=	tentdak
tentdoek	noun	weefsel waarvan een tent is gemaakt
tentdoeken	=	tentdoek
tentdoekje	=	tentdoek
tentdoekjes	=	tentdoek
tenteer	=	tenteren
tenteerde	=	tenteren
tenteerden	=	tenteren
tenteert	=	tenteren
tenten	=	tent
tentenkamp	noun	een kamp met tenten als behuizing
tentenkampen	=	tentenkamp
tentenkampje	=	tentenkamp
tentenkampjes	=	tentenkamp
tentenmaker	noun	bedrijf dat tenten maakt
tentenmakers	=	tentenmaker
tentententoonstelling	noun	tentoonstelling van tenten
tentententoonstellingen	=	tentententoonstelling
tentere	=	tenteren
tenteren	verb	in verzoeking brengen
tenterend	=	tenteren
tenterende	=	tenteren
tentet	noun	muziekgezelschap dat bestaat uit tien musici
tentetten	=	tentet
tentfeest	noun	agrarisch feest dat in een grote feesttent gehouden wordt; een tentfeest is meestal groter dan een schuurfeest
tentfeesten	=	tentfeest
tentharing	noun	haring voor het vastzetten van de scheerlijnen van een tent, meestal een metalen pen, echter in zand kan men beter de variant van hout gebruiken
tentharingen	=	tentharing
tentharinkje	=	tentharing
tentharinkjes	=	tentharing
tentig	adj	geneigd/bereid om zelf onderzoek te doen
tentige	=	tentig
tentiger	=	tentig
tentigere	=	tentig
tentigers	=	tentig
tentigs	=	tentig
tentigst	=	tentig
tentigste	=	tentig
tentje	=	tent
tentjes	=	tent
tentoon	adv	zodat het goed kan worden bekeken
tentoongespreid	=	tentoonspreiden
tentoongespreide	=	tentoonspreiden
tentoongesteld	=	tentoonstellen
tentoonspreid	=	tentoonspreiden
tentoonspreidde	=	tentoonspreiden
tentoonspreidden	=	tentoonspreiden
tentoonspreide	=	tentoonspreiden
tentoonspreiden	verb	laten zien
tentoonspreidend	=	tentoonspreiden
tentoonspreidende	=	tentoonspreiden
tentoonspreiding	noun	de keer dat men iets met veel vertoon aan de buitenwereld laat zien
tentoonspreidingen	=	tentoonspreiding
tentoonspreidinkje	=	tentoonspreiding
tentoonspreidinkjes	=	tentoonspreiding
tentoonspreidt	=	tentoonspreiden
tentoonstel	=	tentoonstellen
tentoonstelde	=	tentoonstellen
tentoonstelden	=	tentoonstellen
tentoonstelle	=	tentoonstellen
tentoonstellen	verb	voor een publiek toonbaar maken
tentoonstellend	=	tentoonstellen
tentoonstellende	=	tentoonstellen
tentoonstelling	noun	een uitstalling van voorwerpen om door het grote publiek bekeken te worden
tentoonstellingen	=	tentoonstelling
tentoonstellingsbezoeker	noun	bezoeker van een tentoonstelling
tentoonstellingsbezoekers	=	tentoonstellingsbezoeker
tentoonstellingsbezoekertje	=	tentoonstellingsbezoeker
tentoonstellingsbezoekertjes	=	tentoonstellingsbezoeker
tentoonstellingscatalogi	=	tentoonstellingscatalogus
tentoonstellingscatalogus	noun	boekwerk waarin een tentoonstelling wordt beschreven en waarin afbeeldingen staan van tentoongestelde objecten
tentoonstellingscatalogussen	=	tentoonstellingscatalogus
tentoonstellingsgebouw	noun	gebouw geschikt voor tentoonstellingen
tentoonstellingsgebouwen	=	tentoonstellingsgebouw
tentoonstellingsgebouwtje	=	tentoonstellingsgebouw
tentoonstellingsgebouwtjes	=	tentoonstellingsgebouw
tentoonstellingsmaker	noun	samensteller van tentoonstellingen
tentoonstellingsmakers	=	tentoonstellingsmaker
tentoonstellingspaviljoen	noun	paviljoen geschikt voor tentoonstellingen
tentoonstellingspaviljoenen	=	tentoonstellingspaviljoen
tentoonstellingspaviljoens	=	tentoonstellingspaviljoen
tentoonstellingspaviljoentje	=	tentoonstellingspaviljoen
tentoonstellingspaviljoentjes	=	tentoonstellingspaviljoen
tentoonstellingsruimte	noun	deel van een gebouw waar tentoonstellingen gehouden kunnen worden
tentoonstellingsruimten	=	tentoonstellingsruimte
tentoonstellingsruimtes	=	tentoonstellingsruimte
tentoonstellingsterrein	noun	het terrein waar een tentoonstelling wordt gehouden
tentoonstellingsterreinen	=	tentoonstellingsterrein
tentoonstellingsterreintje	=	tentoonstellingsterrein
tentoonstellingsterreintjes	=	tentoonstellingsterrein
tentoonstellingszaal	noun	een zaal van de tentoonstelling
tentoonstellingszaaltje	=	tentoonstellingszaal
tentoonstellingszaaltjes	=	tentoonstellingszaal
tentoonstellingszalen	=	tentoonstellingszaal
tentoonstellinkje	=	tentoonstelling
tentoonstellinkjes	=	tentoonstelling
tentoonstelt	=	tentoonstellen
tentpaal	noun	een stok waarmee het tentdoek omhoog gehouden wordt
tentpaaltje	=	tentpaal
tentpaaltjes	=	tentpaal
tentpalen	=	tentpaal
tentslet	noun	vrouw die tijdens (muziek)festivals seksueel actief is
tentsletje	=	tentslet
tentsletjes	=	tentslet
tentsletten	=	tentslet
tentstok	noun	een paal waarmee het tentdoek omhooggehouden wordt in een tent
tentstokje	=	tentstok
tentstokjes	=	tentstok
tentstokken	=	tentstok
tentwagen	noun	wagen waarin de passagiers of de lading worden overkapt met een overkapping van zeildoek
tentwagens	=	tentwagen
tentwagentje	=	tentwagen
tentwagentjes	=	tentwagen
tentzeil	noun	een zeil dat water goed tegenhoudt en waarvan men een open tent zou kunnen maken
tentzeilen	=	tentzeil
tentzeiltje	=	tentzeil
tentzeiltjes	=	tentzeil
tenue	noun	kleding die bij een bepaalde groep, klasse, gelegenheid of periode uit de geschiedenis hoort
tenues	=	tenue
tenuetje	=	tenue
tenuetjes	=	tenue
tenuitvoerlegging	noun	actie waardoor feitelijk gebeurt wat officieel besloten is
tenuitvoerleggingen	=	tenuitvoerlegging
tenuitvoerlegginkje	=	tenuitvoerlegging
tenuitvoerlegginkjes	=	tenuitvoerlegging
tenuto	adv	een Italiaanse muziekterm die aangeeft dat de noot breed en volledig moet worden gespeeld; men moet de noot zijn volledige waarde geven
tenware	conj	voegwoord van voorwaarde: ware het niet, tenzij
tenzij	conj	behalve wanneer, mits niet
teorbe	noun	snaarinstrument uit de luitfamilie uit de zeventiende en de achttiende eeuw
teorben	=	teorbe
tepel	noun	een gepigmenteerd knopvormig uitsteeksel op de borst van de mens.
tepelaardster	noun	Geastrum corollinum een schimmel behorend tot de familie Geastraceae.
tepelaardsterren	=	tepelaardster
tepelaardsterretje	=	tepelaardster
tepelaardsterretjes	=	tepelaardster
tepelgate	noun	schandaal uit 2004 waarbij de tepel van Janet Jackson gedurende eene zeer korte tijd zichtbaar was op televisie
tepelhoedje	noun	hulpstuk bij het zogen
tepelhoedjes	=	tepelhoedje
tepelhof	noun	gepigmenteerde vlakke gebied rond de tepel
tepelhofje	=	tepelhof
tepelhoorn	noun	een in zee levende kieuwslak
tepelhoorns	=	tepelhoorn
tepelhoorntje	=	tepelhoorn
tepelhoorntjes	=	tepelhoorn
tepelhorens	noun	Naticidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
tepelhoven	=	tepelhof
tepelklem	noun	klem op of rond een tepel, voor erotische stimulatie, zeer gewild bij masochisten.
tepelklemmen	=	tepelklem
tepelklemmetje	=	tepelklem
tepelklemmetjes	=	tepelklem
tepelkloof	noun	scheurtje in de huid rond de uitmonding van de melkklier in een vrouwenborst, dat vooral bij het zogen pijn kan doen
tepelkloofje	=	tepelkloof
tepelkloofjes	=	tepelkloof
tepelkloven	=	tepelkloof
tepellapje	noun	bedekking die wordt gebruikt op de menselijke tepel voor erotische of artistieke doeleinden
tepellapjes	=	tepellapje
tepelparasolzwam	noun	Macrolepiota mastoidea een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
tepelparasolzwammen	=	tepelparasolzwam
tepelparasolzwammetje	=	tepelparasolzwam
tepelparasolzwammetjes	=	tepelparasolzwam
tepelpiercing	noun	een piercing door de tepel
tepelpiercings	=	tepelpiercing
tepelpiercinkje	=	tepelpiercing
tepelpiercinkjes	=	tepelpiercing
tepelplakker	noun	huidkleurige sticker die men over de tepels kan plakken om te voorkomen dat ze zichtbaar worden bij het dragen van doorschijnende lingerie
tepelplakkers	=	tepelplakker
tepels	=	tepel
tepelsatijnzwam	noun	Entoloma papillatum een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
tepelsatijnzwammen	=	tepelsatijnzwam
tepelsatijnzwammetje	=	tepelsatijnzwam
tepelsatijnzwammetjes	=	tepelsatijnzwam
tepelsticker	noun	huidkleurige sticker die men over de tepels kan plakken om te voorkomen dat ze zichtbaar worden bij het dragen van doorschijnende lingerie
tepelstickers	=	tepelsticker
tepeltje	=	tepel
tepeltjes	=	tepel
tepelvormig	adj	vorm van een tepel hebbend
tepelvormige	=	tepelvormig
tepelvormiger	=	tepelvormig
tepelvormigere	=	tepelvormig
tepelvormigers	=	tepelvormig
tepelvormigs	=	tepelvormig
tepelvormigst	=	tepelvormig
tepelvormigste	=	tepelvormig
tepelzalf	noun	zalf ter genezing van zere tepels
teppanyaki	noun	Japans grillrestaurant waar men het eten bereidt op een hete plaat
teppanyaki's	=	teppanyaki
tepui	noun	een scherp afgesneden tafelberg die veel voorkomt in Venezuela (in de Gran Sabana)
tepui-elenia	noun	Elaenia olivina een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
tepui-elenia's	=	tepui-elenia
tepui-eleniaatje	=	tepui-elenia
tepui-eleniaatjes	=	tepui-elenia
tepui-tinamoe	noun	Crypturellus ptaritepui een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
tepui-tinamoes	=	tepui-tinamoe
tepui-tinamoetje	=	tepui-tinamoe
tepui-tinamoetjes	=	tepui-tinamoe
tepuibriljantkolibrie	noun	Heliodoxa xanthogonys een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
tepuibriljantkolibries	=	tepuibriljantkolibrie
tepuibriljantkolibrietje	=	tepuibriljantkolibrie
tepuibriljantkolibrietjes	=	tepuibriljantkolibrie
tepuigierzwaluw	noun	Streptoprocne phelpsi een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
tepuigierzwaluwen	=	tepuigierzwaluw
tepuigierzwaluwtje	=	tepuigierzwaluw
tepuigierzwaluwtjes	=	tepuigierzwaluw
tepuigoudkeelkolibrie	noun	Polytmus milleri een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
tepuigoudkeelkolibries	=	tepuigoudkeelkolibrie
tepuigoudkeelkolibrietje	=	tepuigoudkeelkolibrie
tepuigoudkeelkolibrietjes	=	tepuigoudkeelkolibrie
tepuiparkiet	noun	Nannopsittaca panychlora een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
tepuiparkieten	=	tepuiparkiet
tepuiparkietje	=	tepuiparkiet
tepuiparkietjes	=	tepuiparkiet
tepuipipratiran	noun	Mionectes roraimae een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
tepuipipratirannen	=	tepuipipratiran
tepuipipratirannetje	=	tepuipipratiran
tepuipipratirannetjes	=	tepuipipratiran
tepuis	=	tepui
tepuisabelvleugel	noun	Campylopterus duidae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
tepuisabelvleugelen	=	tepuisabelvleugel
tepuisabelvleugels	=	tepuisabelvleugel
tepuisabelvleugeltje	=	tepuisabelvleugel
tepuisabelvleugeltjes	=	tepuisabelvleugel
tepuistekelstaart	noun	Cranioleuca demissa een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
tepuistekelstaarten	=	tepuistekelstaart
tepuistekelstaartje	=	tepuistekelstaart
tepuistekelstaartjes	=	tepuistekelstaart
tepuistruikgors	noun	Atlapetes personatus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
tepuistruikgorsje	=	tepuistruikgors
tepuistruikgorsjes	=	tepuistruikgors
tepuistruikgorzen	=	tepuistruikgors
tepuivireo	noun	Vireo sclateri een zangvogel uit de familie Vireonidae (Vireo's).
tepuivireo's	=	tepuivireo
tepuivireootje	=	tepuivireo
tepuivireootjes	=	tepuivireo
tepuiwinterkoning	noun	Troglodytes rufulus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (Winterkoningen).
tepuiwinterkoningen	=	tepuiwinterkoning
tepuiwinterkoninkje	=	tepuiwinterkoning
tepuiwinterkoninkjes	=	tepuiwinterkoning
tepuizanger	noun	Myioborus castaneocapilla een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
tepuizangers	=	tepuizanger
tepuizangertje	=	tepuizanger
tepuizangertjes	=	tepuizanger
tequila	noun	alcoholische drank afkomstig uit Mexico op basis van een agavesoort
tequila's	=	tequila
tequilaatje	=	tequila
tequilaatjes	=	tequila
ter	prep	samentrekking van te + der (enkelvoud datief vrouwelijk), komt voor in staande uitdrukkingen en is met name met naamwoorden van handeling op -ing nog productief.
tera-ampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10¹² ampère of 1.000.000.000 kiloampère, weergegeven met symbool TA
tera-ampères	=	tera-ampère
tera-ampèretje	=	tera-ampère
tera-ampèretjes	=	tera-ampère
teraardebestelling	noun	een vorm van lijkbezorging waarbij iemand die overleden is begraven wordt
teraardebestellingen	=	teraardebestelling
terabecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10¹² becquerel of 1.000.000.000 kilobecquerel, weergegeven met symbool TBq
terabecquerels	=	terabecquerel
terabit	noun	1000 gigabit
terabits	=	terabit
terabyte	noun	1.000.000.000.000 bytes ofwel 1000 gigabyte, weergegeven met symbool TB
terabyteje	=	terabyte
terabytejes	=	terabyte
terabytes	=	terabyte
teracandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10¹² candela of 1.000.000.000 kilocandela, weergegeven met symbool Tcd
teracandela's	=	teracandela
teracoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10¹² coulomb of 1.000.000.000 kilocoulomb, weergegeven met symbool TC
teracoulombs	=	teracoulomb
teracoulombtje	=	teracoulomb
teracoulombtjes	=	teracoulomb
terafarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10¹² farad of 1.000.000.000 kilofarad, weergegeven met symbool TF
terafaradje	=	terafarad
terafaradjes	=	terafarad
terafarads	=	terafarad
terafiem	noun	betrekkelijk kleine godenbeeldjes, in huis of in een heiligdom, met name gebruikt voor orakels; in vertalingen ook: huisgoden, godenbeeldjes (15×: Gen. 31:19 +, Recht. 17:5 +, 1 Sam. 15:23 +, 2 Kon. 23:24, Ez. 21:26, Hos. 3:4, Zach. 10:2)
terafim	noun	betrekkelijk kleine godenbeeldjes, in huis of in een heiligdom, met name gebruikt voor orakels; in vertalingen ook: huisgoden, godenbeeldjes (15×: Gen. 31:19 +, Recht. 17:5 +, 1 Sam. 15:23 +, 2 Kon. 23:24, Ez. 21:26, Hos. 3:4, Zach. 10:2)
teragram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10¹² gram of 1.000.000.000 kilogram, weergegeven met symbool Tg
teragrammen	=	teragram
teragrammetje	=	teragram
teragrammetjes	=	teragram
teragray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10¹² gray of 1.000.000.000 kilogray, weergegeven met symbool TGy
teragrays	=	teragray
teragraytje	=	teragray
teragraytjes	=	teragray
terahenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10¹² henry of 1.000.000.000 kilohenry, weergegeven met symbool TH
terahenry's	=	terahenry
terahenry'tje	=	terahenry
terahenry'tjes	=	terahenry
terahertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10¹² hertz of 1.000.000.000 kilohertz, weergegeven met symbool THz
terajoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10¹² joule of 1.000.000.000 kilojoule, weergegeven met symbool TJ
terajoules	=	terajoule
terakatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10¹² katal of 1.000.000.000 kilokatal, weergegeven met symbool Tkat
terakatals	=	terakatal
terakelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10¹² kelvin of 1.000.000.000 kilokelvin, weergegeven met symbool TK
teraliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 1.000.000.000.000 liter, weergegeven met symbool Tl, TL of Tℓ
teraliters	=	teraliter
teralitertje	=	teraliter
teralitertjes	=	teraliter
teralumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10¹² lumen of 1.000.000.000 kilolumen, weergegeven met symbool Tlm
teralumens	=	teralumen
teralux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10¹² lux of 1.000.000.000 kilolux, weergegeven met symbool Tlx
terameter	noun	een lengtemaat met een waarde van 10¹² meter of 1.000.000.000 kilometer, weergegeven met symbool Tm
terameters	=	terameter
terametertje	=	terameter
terametertjes	=	terameter
teramol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10¹² mol of 1.000.000.000 kilomol, weergegeven met symbool Tmol
teramolen	=	teramol
teranewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10¹² newton of 1.000.000.000 kilonewton, weergegeven met symbool TN
teranewtons	=	teranewton
teraohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10¹² ohm of 1.000.000.000 kilo-ohm, weergegeven met symbool TΩ
teraohmpje	=	teraohm
teraohmpjes	=	teraohm
teraohms	=	teraohm
terapascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10¹² pascal of 1.000.000.000 kilopascal, weergegeven met symbool TPa
terapixel	noun	maat voor de omvang van een foto; 10¹² pixels
teraseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10¹² seconde of 1.000.000.000 kiloseconden, weergegeven met symbool Ts
teraseconden	=	teraseconde
terasecondes	=	teraseconde
terasiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10¹² siemens of 1.000.000.000 kilosiemens, weergegeven met symbool TS
terasiemensen	=	terasiemens
terasiemensje	=	terasiemens
terasiemensjes	=	terasiemens
terasievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10¹² sievert of 1.000.000.000 kilosievert, weergegeven met symbool TSv
teratesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10¹² tesla of 1.000.000.000 kilotesla, weergegeven met symbool TT
teratogeen	noun	een stof die misvormingen bij een baby veroorzaakt	adj	wat misvormingen in de ontwikkeling van de baby veroorzaakt
teratogeens	=	teratogeen
teratogeenst	=	teratogeen
teratogeenste	=	teratogeen
teratogene	=	teratogeen
teratogenen	=	teratogeen
teratogener	=	teratogeen
teratogenere	=	teratogeen
teratogeners	=	teratogeen
teratologie	noun	leer van de misvormingen
teratologisch	adj	met betrekking tot (de leer van) misvormingen in de ontwikkeling van de baby
teratologische	=	teratologisch
teratologischer	=	teratologisch
teratologischere	=	teratologisch
teratologischers	=	teratologisch
teratomen	=	teratoom
teratoom	noun	zeer groot gezwel ontstaan uit ongedifferentieerde stamcellen
teravolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10¹² volt of 1.000.000.000 kilovolt, weergegeven met symbool TV
teravoltje	=	teravolt
teravoltjes	=	teravolt
teravolts	=	teravolt
terawatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10¹² watt of 1.000.000.000 kilowatt, weergegeven met symbool TW
terawatts	=	terawatt
terawatturen	=	terawattuur
terawattuur	noun	een eenheid van arbeid of elektrische energie, gelijk aan 1.000.000.000.000 wattuur, weergegeven met symbool TWh
teraweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10¹² weber of 1.000.000.000 kiloweber, weergegeven met symbool TWb
terawebers	=	teraweber
terbeschikkingstelling	noun	tbs strafmaatregel voor misdadigers met psychiatrische stoornissen
terbeschikkingstellingen	=	terbeschikkingstelling
terbium	noun	scheikundig element met symbool Tb en atoomnummer 65. Het is een grijskleurig lanthanide
terbiumatomen	=	terbiumatoom
terbiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element terbium.
terbiumatoompje	=	terbiumatoom
terbiumatoompjes	=	terbiumatoom
terdeege	=	terdege
terdege	adv	grondig, in hoge mate
terdeghe	=	terdege
terdoodveroordeelde	noun	iemand die de doodstraf heeft gekregen
terdoodveroordeelden	=	terdoodveroordeelde
tere	=	teer
terecht	adv	teruggevonden	adj	gegrond op een juist oordeel, dat wat het goede is
terechtbracht	=	terechtbrengen
terechtbrachten	=	terechtbrengen
terechtbreng	=	terechtbrengen
terechtbrenge	=	terechtbrengen
terechtbrengen	verb	in orde brengen
terechtbrengend	=	terechtbrengen
terechtbrengende	=	terechtbrengen
terechtbrengt	=	terechtbrengen
terechte	=	terecht
terechter	=	terecht
terechtere	=	terecht
terechters	=	terecht
terechtgebracht	=	terechtbrengen
terechtgebrachte	=	terechtbrengen
terechtgekomen	=	terechtkomen
terechtgekund	=	terechtkunnen
terechtgestaan	=	terechtstaan
terechtgesteld	=	terechtstellen
terechtgestelde	=	terechtstellen
terechtgewezen	=	terechtwijzen
terechtkan	=	terechtkunnen
terechtkom	=	terechtkomen
terechtkome	=	terechtkomen
terechtkomen	verb	uiteindelijk, vaak per ongeluk, ergens geraken
terechtkomend	=	terechtkomen
terechtkomende	=	terechtkomen
terechtkomt	=	terechtkomen
terechtkon	=	terechtkunnen
terechtkonde	=	terechtkunnen
terechtkonden	=	terechtkunnen
terechtkondt	=	terechtkunnen
terechtkunne	=	terechtkunnen
terechtkunnen	verb	ergens toegang hebben
terechtkunnend	=	terechtkunnen
terechtkunnende	=	terechtkunnen
terechtkunt	verb	tweede persoon enkelvoud van terechtkunnen
terechtkwaamt	=	terechtkomen
terechtkwam	=	terechtkomen
terechtkwame	=	terechtkomen
terechtkwamen	=	terechtkomen
terechts	=	terecht
terechtst	=	terecht
terechtsta	=	terechtstaan
terechtstaan	verb	het vonnis, de uitspraak van de rechtbank ontvangen / als beklaagde voor de rechter staan
terechtstaand	=	terechtstaan
terechtstaande	=	terechtstaan
terechtstaat	=	terechtstaan
terechtste	=	terecht
terechtstel	=	terechtstellen
terechtstelde	=	terechtstellen
terechtstelden	=	terechtstellen
terechtstelle	=	terechtstellen
terechtstellen	verb	het beëindigen van een mensenleven op gerechtelijk bevel
terechtstellend	=	terechtstellen
terechtstellende	=	terechtstellen
terechtstelling	noun	het uitvoeren van de doodstraf
terechtstellingen	=	terechtstelling
terechtstellingsmethode	noun	methode om een terechtstelling uit te voeren
terechtstellingsmethoden	=	terechtstellingsmethode
terechtstellingsmethodes	=	terechtstellingsmethode
terechtstellinkje	=	terechtstelling
terechtstellinkjes	=	terechtstelling
terechtstelt	=	terechtstellen
terechtstond	=	terechtstaan
terechtstonden	=	terechtstaan
terechtwees	=	terechtwijzen
terechtweest	=	terechtwijzen
terechtweze	=	terechtwijzen
terechtwezen	=	terechtwijzen
terechtwijs	=	terechtwijzen
terechtwijst	=	terechtwijzen
terechtwijze	=	terechtwijzen
terechtwijzen	verb	op bestraffende wijze corrigeren
terechtwijzend	=	terechtwijzen
terechtwijzende	=	terechtwijzen
terechtwijzing	noun	de keer dat iemand een vermaning krijgt of geeft
terechtwijzingen	=	terechtwijzing
terechtwijzinkje	=	terechtwijzing
terechtwijzinkjes	=	terechtwijzing
terechtzitting	noun	een bijeenkomst van rechtsprekende juristen in een rechtszaal
terechtzittingen	=	terechtzitting
terechtzittinkje	=	terechtzitting
terechtzittinkjes	=	terechtzitting
tereftalaat	noun	een zout afgeleid van tereftaalzuur
tereftalaten	=	tereftalaat
terekayschildpad	noun	Podocnemis unifilis een schildpad uit de familie scheenplaatschildpadden (Podocnemididae)
terekayschildpadden	=	terekayschildpad
terekayschildpadje	=	terekayschildpad
terekayschildpadjes	=	terekayschildpad
terekruiter	noun	Xenus cinereus een slanke waadvogel.
terekruiters	=	terekruiter
terekruitertje	=	terekruiter
terekruitertjes	=	terekruiter
teren	verb	met teer besmeren
terend	=	teren
terende	=	teren
terf	noun	radicale feminist(e) de transgendervrouwen niet als echte vrouwen erkent, een term die vaak beledigend wordt gebruikt
terfs	=	terf
terg	=	tergen
tergde	=	tergen
tergden	=	tergen
terge	=	tergen
tergen	verb	iemands geduld op de proef stellen door hem te irriteren
tergend	adj	op een ergerlijke manier
tergende	=	tergen
tergender	=	tergend
tergendere	=	tergend
tergenders	=	tergend
tergends	=	tergend
tergendst	=	tergend
tergendste	=	tergend
tergiet	noun	rugschild
tergieten	=	tergiet
tergietje	=	tergiet
tergietjes	=	tergiet
tergt	=	tergen
teriakel	noun|obsolete	universeel geneesmiddel
teriakels	=	teriakel
tering	noun	uitgaven voor levensonderhoud	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
teringachtig	adj	lijkend op een patiënt met tuberculose
teringachtige	=	teringachtig
teringachtiger	=	teringachtig
teringachtigere	=	teringachtig
teringachtigers	=	teringachtig
teringachtigs	=	teringachtig
teringachtigst	=	teringachtig
teringachtigste	=	teringachtig
teringen	=	tering
teringherrie	noun	erg luid en daardoor ergerlijk lawaai
teringlijder	noun	lijder aan tering (tuberculose)
teringlijders	=	teringlijder
teringlijdertje	noun	Phtisica marina een vlokreeftensoort uit de familie van de spookkreeftjes (Caprellidae).
teringlijdertjes	=	teringlijdertje
teringlijer	noun	vervelend, akelig persoon
teringlijers	=	teringlijer
teringlijertje	noun	benaming voor een speler die door een zeer actieve opstelling en het vermogen uit een opportunistische actie gevaarlijk te worden veel aandacht van de tegenpartij vraagt
teringlijertjes	=	teringlijer
teringwijf	noun	onaangename vrouw
teringwijven	=	teringwijf
teringzooi	noun|vulgar	waardeloze rommel
teringzooitje	=	teringzooi
teringzooitjes	=	teringzooi
terinzagelegging	noun	betekent letterlijk het voor een bepaalde periode voor iedereen toegankelijk maken van officiële documenten, zodat burgers en belanghebbenden deze kunnen inzien en eventueel controleren
terinzageleggingen	=	terinzagelegging
terinzagelegginkje	=	terinzagelegging
terinzagelegginkjes	=	terinzagelegging
teriyaki	noun	een Japanse kooktechniek, waarbij gesneden vis of vlees wordt gebakken (yaki) in een marinade van sojasaus, waardoor het een speciale glans (teri) krijgt
teriyaki's	=	teriyaki
terlenka	noun	textiel van polyestervezels van een bepaald fabricaat
terloops	adv	onopvallend tussen andere dingen, alsof het er niet toe doet: dit feit wordt terloops vermeld
terloopse	=	terloops
terloopser	=	terloops
terloopsere	=	terloops
terloopsers	=	terloops
terloopst	=	terloops
terloopste	=	terloops
term	noun	een woord of uitdrukking met een bepaalde betekenis
termen	=	term
termiet	noun	benaming voor insecten uit de orde Isoptera, die in de tropen leven in grote groepen
termieten	noun	een orde Isoptera van op het land levende, kolonievormende insecten.
termietenkolonie	noun	het nest van een termietenvolk
termietenkolonies	=	termietenkolonie
termietenkolonietje	=	termietenkolonie
termietenkolonietjes	=	termietenkolonie
termietenkoloniën	=	termietenkolonie
termietenspecht	noun	Pardipicus nivosa een vogel uit het geslacht Pardipicus van de familie spechten (Picidae).
termietenspechten	=	termietenspecht
termietenspechtje	=	termietenspecht
termietenspechtjes	=	termietenspecht
termietje	=	termiet
termietjes	=	termiet
termijn	noun	een vast tijdstip waarop iets gaat gebeuren of iets gebeurd moet zijn
termijnaffaire	noun	aan- of verkoop van valuta of goederen op termijn
termijnaffaires	=	termijnaffaire
termijnaffairetje	=	termijnaffaire
termijnaffairetjes	=	termijnaffaire
termijnbetaling	noun	het betalen in termijnen
termijnbetalingen	=	termijnbetaling
termijnbetalinkje	=	termijnbetaling
termijnbetalinkjes	=	termijnbetaling
termijncontract	noun	een financieel contract tussen twee partijen die zich verbinden om op een bepaald tijdstip een bepaalde hoeveelheid van een product of financieel instrument (valuta, effect etc.) te verhandelen tegen een vooraf bepaalde prijs
termijncontracten	=	termijncontract
termijndeposito	noun	een niet direct opvraagbaar tegoed bij een bank waarover op een bepaalde datum kan worden beschikt
termijndeposito's	=	termijndeposito
termijnen	=	termijn
termijngoed	noun	goederen die worden verhandeld via een termijncontract
termijngoederen	=	termijngoed
termijnhandel	noun	het kopen en verkopen van goederen voor levering op een toekomstig tijdstip
termijnmarkt	noun	vraag en aanbod in de termijnhandel
termijnmarkten	=	termijnmarkt
termijnoverschrijding	noun	het missen van een wettelijke of afgesproken deadline voor het indienen van bezwaar, beroep of stukken.
termijnoverschrijdingen	=	termijnoverschrijding
termijnoverschrijdinkje	=	termijnoverschrijding
termijnoverschrijdinkjes	=	termijnoverschrijding
termijnplanning	noun	het plannen in termijnen
termijnplanningen	=	termijnplanning
termijnsverlenging	noun	het wettelijk of contractueel uitstellen van een deadline.
termijnsverlengingen	=	termijnsverlenging
termijnsverlenginkje	=	termijnsverlenging
termijnsverlenginkjes	=	termijnsverlenging
termijntje	=	termijn
termijntjes	=	termijn
termijnverlenging	noun	het formeel verlengen van de periode waarbinnen een bepaalde verplichting, beslissing of taak moet worden afgerond.
termijnverlengingen	=	termijnverlenging
termijnverlenginkje	=	termijnverlenging
termijnverlenginkjes	=	termijnverlenging
terminaal	adj	in het eindstadium
terminaals	=	terminaal
terminaalst	=	terminaal
terminaalste	=	terminaal
terminal	noun	een apparaat waarmee een computer op afstand interactief te bedienen is
terminale	=	terminaal
terminaler	=	terminaal
terminalere	=	terminaal
terminalers	=	terminaal
terminals	=	terminal
terminaltje	=	terminal
terminaltjes	=	terminal
terminatie	noun	beëindiging
terminatief	noun	een naamval die in het Nederlands omschreven zou worden met "tot aan"	adj	begrensd door een einde
terminatiefs	=	terminatief
terminatiekost	noun|obsolete	deel van de kosten van een telefoongesprek dat telefoonmaatschappijen met elkaar verrekenen
terminatiekosten	noun	deel van de kosten van een telefoongesprek dat telefoonmaatschappijen met elkaar verrekenen
terminaties	=	terminatie
terminatietje	=	terminatie
terminatietjes	=	terminatie
terminatieve	=	terminatief
terminatieven	=	terminatief
terminator	noun	overgangsgebied tussen licht en donker op een planeet of maan
terminatoren	=	terminator
terminators	=	terminator
terminatortje	=	terminator
terminatortjes	=	terminator
termineer	=	termineren
termineerde	=	termineren
termineerden	=	termineren
termineert	=	termineren
terminere	=	termineren
termineren	verb|formal	beëindigen, afsluiten
terminerend	=	termineren
terminerende	=	termineren
termini	=	terminus
terminografie	noun	beschrijving van vaktermen op de manier van een woordenboek
terminografieën	=	terminografie
terminologie	noun	geheel van woorden die vooral binnen een bepaald vakgebied worden gebruikt
terminologietje	=	terminologie
terminologieën	=	terminologie
terminologisch	adj	behorend tot, betrekking hebbend op de of uit een oogpunt van terminologie
terminologische	=	terminologisch
terminologischer	=	terminologisch
terminologischere	=	terminologisch
terminologischers	=	terminologisch
terminus	noun	eindpunt van een trein, tram of buslijn
terminuspaal	noun	paal die het einde of begin van iets markeert
terminuspaaltje	=	terminuspaal
terminuspaaltjes	=	terminuspaal
terminuspalen	=	terminuspaal
terminussen	=	terminus
termpje	=	term
termpjes	=	term
ternair	adj	drietallig
ternairder	=	ternair
ternairdere	=	ternair
ternairders	=	ternair
ternaire	=	ternair
ternairs	=	ternair
ternairst	=	ternair
ternairste	=	ternair
ternatekoeskoes	noun	Phalanger matabiru buideldier uit de familie van de koeskoezen (Phalangeridae).
ternatekoeskoesje	=	ternatekoeskoes
ternatekoeskoesjes	=	ternatekoeskoes
ternatekoeskoezen	=	ternatekoeskoes
ternauwernood	adv	bijna niet, op het nippertje
terne	noun	bij een loterij op lottospel: drie opeenvolgende winnende nummers
terneder	adv	naar beneden, neder
terneer	adv	naar beneden, omlaag, neerwaarts
terneerdruk	=	terneerdrukken
terneerdrukke	=	terneerdrukken
terneerdrukken	verb	naar omlaag drukken
terneerdrukkend	adj	deprimerend, neerdrukkend, neerslachtig makend
terneerdrukkende	=	terneerdrukken
terneerdrukkender	=	terneerdrukkend
terneerdrukkendere	=	terneerdrukkend
terneerdrukkenders	=	terneerdrukkend
terneerdrukkends	=	terneerdrukkend
terneerdrukkendst	=	terneerdrukkend
terneerdrukkendste	=	terneerdrukkend
terneerdrukt	=	terneerdrukken
terneerdrukte	=	terneerdrukken
terneerdrukten	=	terneerdrukken
terneergedrukt	=	terneerdrukken
terneergeslagen	=	terneerslaan
terneergeslagener	=	terneerslaan
terneergeslageners	=	terneerslaan
terneergeslagens	=	terneerslaan
terneergeslagenst	=	terneerslaan
terneergeslagenste	=	terneerslaan
terneersla	=	terneerslaan
terneerslaan	verb	neerslaan
terneerslaand	=	terneerslaan
terneerslaande	=	terneerslaan
terneerslaat	=	terneerslaan
terneersloeg	=	terneerslaan
terneersloegen	=	terneerslaan
ternes	=	terne
terneus	adj	op Terneuzen betrekking hebbend
terneuse	noun	een vrouwelijke inwoner van Terneuzen, of een vrouw afkomstig uit Terneuzen
terneusen	=	terneuse
terneuzenaar	noun	een inwoner van Terneuzen, of iemand afkomstig uit Terneuzen
terneuzenaren	=	terneuzenaar
terp	noun	oude vluchtheuvel in Friesland als wijkplaats in dijkloos land in geval van hoog water
terpaarde	noun	vruchtbare grond afkomstig van Friese terpen
terpeen	noun	een klasse organische moleculen afgeleid van isopreen, die in de veel planten, vooral coniferen, geproduceerd worden, maar ook in enkele zeldzame gevallen van dierlijke oorsprong kunnen zijn
terpen	=	terp
terpenen	=	terpeen
terpentijn	noun	een vetoplossend oplosmiddel dat uit de sappen van bepaalde dennensoorten gewonnen kan worden
terpentijnbomen	=	terpentijnboom
terpentijnboom	noun	Pistacia terebinthus een plant uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae).
terpentijnboompje	=	terpentijnboom
terpentijnboompjes	=	terpentijnboom
terpentijnen	=	terpentijn
terpentijnnoot	noun	de noot van de terpentijnboom Pistacia terebinthus
terpentijnnootje	=	terpentijnnoot
terpentijnnootjes	=	terpentijnnoot
terpentijnnoten	=	terpentijnnoot
terpentijnolie	noun	helderen, vluchtige olie uit de als terpentijn bekende soorten van hars
terpentijnolies	=	terpentijnolie
terpentijnoliën	=	terpentijnolie
terpentijntje	=	terpentijn
terpentine	noun	een aardoliedestillaat dat gebruikt wordt voor het verdunnen van industriële verf, het verwijderen van verfresten, het schoonmaken van kwasten en als ontvetter
terpje	=	terp
terpjes	=	terp
terpostbezorging	noun	het moment waarop een poststuk aan een postvervoerder (zoals PostNL) wordt aangeboden.
terpostbezorgingen	=	terpostbezorging
terpostbezorginkje	=	terpostbezorging
terpostbezorginkjes	=	terpostbezorging
terra	adj	met een licht bruinrode kleur
terraan	noun	bewoner van deze aardkloot, aards wezen, aardbewoner
terraantje	=	terraan
terraantjes	=	terraan
terrabruin	noun	tint bruin met RAL-nummer 8028 ( ).	adj	in een tint bruin met RAL-nummer 8028 ( ).
terrabruine	=	terrabruin
terrabruins	=	terrabruin
terracotta	noun	verglaasde gebrande pottenbakkersklei	adj	gemaakt van of betrekking hebbend op aardewerk zonder glazuur met een roodbruine kleur
terracotta's	=	terracotta
terranen	=	terraan
terraria	=	terrarium
terrarium	noun	vivarium, bak om reptielen en amfibieën te houden
terrariumpje	=	terrarium
terrariumpjes	=	terrarium
terrariums	=	terrarium
terras	noun	een horizontaal gelegen vlakte, enerzijds begrensd door een duidelijk aflopend terrein en anderzijds door een duidelijk oplopend terrein
terrasdeur	noun	de deur die een terras vanuit de woning bereikbaar maakt
terrasdeuren	=	terrasdeur
terrasdeurtje	=	terrasdeur
terrasdeurtjes	=	terrasdeur
terrasheater	noun	toestel waarmee men een buitenruimte met behulp van stralingswarmte kan verwarmen
terrasheaters	=	terrasheater
terrasje	=	terras
terrasjes	=	terras
terrasjeskommazweefvlieg	noun	Eupeodes corollae een tweevleugelig insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae).
terrasjeskommazweefvliegen	=	terrasjeskommazweefvlieg
terrasjeskommazweefvliegje	=	terrasjeskommazweefvlieg
terrasjeskommazweefvliegjes	=	terrasjeskommazweefvlieg
terrasland	noun	landschap met terrassen boven elkaar
terraslanden	=	terrasland
terrassen	=	terras
terrasstoel	noun	een weersbestendige stoel, vaak van plastic of metaal gemaakt, die men op terrassen kan gebruiken.
terrasstoelen	=	terrasstoel
terrasstoeltje	=	terrasstoel
terrasstoeltjes	=	terrasstoel
terrasvormig	adj	vorm van een terras hebbend
terrasvormige	=	terrasvormig
terrasvormiger	=	terrasvormig
terrasvormigere	=	terrasvormig
terrasvormigers	=	terrasvormig
terrasvormigs	=	terrasvormig
terrasvormigst	=	terrasvormig
terrasvormigste	=	terrasvormig
terrazzo	noun	mix van cement en marmergranulaat dat men in gepolijste vorm gebruikt voor vloer- , trap- en aanrechtbedekking
terrein	noun	een stuk grond van enige omvang
terreinauto	noun	een auto die ook off-road goed vooruit kan komen
terreinauto's	=	terreinauto
terreinautootje	=	terreinauto
terreinautootjes	=	terreinauto
terreinbeheerder	noun	iemand die verantwoordelijk is voor een bepaald (natuur)gebied
terreinbeheerders	=	terreinbeheerder
terreinen	=	terrein
terreinfiets	noun	stevige fiets, geschikt om over hobbelig terrein te rijden, mountainbike
terreinfietsen	=	terreinfiets
terreinfietsje	=	terreinfiets
terreinfietsjes	=	terreinfiets
terreinknecht	noun	iemand die het speelveld van een sportclub onderhoudt en gereedmaakt voor een wedstrijd
terreinknechten	=	terreinknecht
terreinknechtje	=	terreinknecht
terreinknechtjes	=	terreinknecht
terreintje	=	terrein
terreintjes	=	terrein
terreinverkenning	noun	onderzoek naar de gesteldheid van een gebied
terreinverkenningen	=	terreinverkenning
terreinwagen	noun	auto die geschikt is om op ongebaand en zwaar terrein te rijden
terreinwagens	=	terreinwagen
terreinwagentje	=	terreinwagen
terreinwagentjes	=	terreinwagen
terreinwinst	noun	de vergroting van het veroverde gebied
terreinwinsten	=	terreinwinst
terreplein	noun	binnen een vesting gelegen terrein
terrepleins	=	terreplein
terrepleintje	=	terreplein
terrepleintjes	=	terreplein
terrestrisch	adj	op het land levend
terrestrische	=	terrestrisch
terrestrischer	=	terrestrisch
terrestrischere	=	terrestrisch
terrestrischers	=	terrestrisch
terreur	noun	georganiseerde geweldpleging om politieke of andere doelen te bereiken
terreuraanslag	noun	aanslag door terroristen
terreuraanslagen	=	terreuraanslag
terreuractie	noun	terroristische daad
terreuracties	=	terreuractie
terreuradvocaat	noun	een verdediger van een van terrorisme verdachte cliënt in een rechtszaak
terreuradvocaatje	=	terreuradvocaat
terreuradvocaatjes	=	terreuradvocaat
terreuradvocaten	=	terreuradvocaat
terreuralarm	noun	waarschuwing van overheidswege tegen dreigende terroristische aanslagen
terreuralarmen	=	terreuralarm
terreuralarmpje	=	terreuralarm
terreuralarmpjes	=	terreuralarm
terreurbeleid	noun	'beleid' van een regering waarbij de staatsmacht wordt gehandhaafd door middel van terreur
terreurbenzine	noun	benzine afkomstig uit het islamitische kalifaat
terreurbestrijding	noun	het bestrijden van terreur
terreurbestrijdingen	=	terreurbestrijding
terreurbestrijdinkje	=	terreurbestrijding
terreurbestrijdinkjes	=	terreurbestrijding
terreurbeweging	noun	politieke beweging die het gebruik van terreur niet schuwt om zijn doelen te verwerkelijken
terreurbewegingen	=	terreurbeweging
terreurbeweginkje	=	terreurbeweging
terreurbeweginkjes	=	terreurbeweging
terreurbroer	noun	broer die lid is van een terreurorganisatie; broer die terrorist is
terreurbroers	=	terreurbroer
terreurclown	noun	misdadiger die zich op een enge manier geschminkt en gekleed heeft om mensen zodanig te laten schrikken dat men die mensen kan beroven
terreurclowns	=	terreurclown
terreurdaad	noun	gewelddadige actie die ook bedoeld is om de samenleving te verstoren door angst te verspreiden
terreurdaden	=	terreurdaad
terreurdreiging	noun	verwachting dat er een politiek getinte, gewelddadige actie zal plaatsvinden
terreurdreigingen	=	terreurdreiging
terreurdreiginkje	=	terreurdreiging
terreurdreiginkjes	=	terreurdreiging
terreuren	=	terreur
terreurgolf	noun	plotselinge, tijdelijke toename van geweld dat als doel heeft mensen angst aan te jagen
terreurgolven	=	terreurgolf
terreurgroep	noun	gezamenlijk optredende groep die meestal om dezelfde motieven terreurdaden pleegt
terreurgroepen	=	terreurgroep
terreurgroepje	=	terreurgroep
terreurgroepjes	=	terreurgroep
terreurnetwerk	noun	netwerk van terroristen
terreurnetwerken	=	terreurnetwerk
terreurnetwerkje	=	terreurnetwerk
terreurnetwerkjes	=	terreurnetwerk
terreuroehoe	noun	een oehoe die in korte tijd 50 mensen in Purmerend heeft aangevallen en daarna in gevangenschap wordt gehouden
terreuroehoes	=	terreuroehoe
terreuroehoetje	=	terreuroehoe
terreuroehoetjes	=	terreuroehoe
terreurorganisatie	noun	een groepering die zijn doelstellingen naastreeft door terreur te zaaien
terreurorganisaties	=	terreurorganisatie
terreurorganisatietje	=	terreurorganisatie
terreurorganisatietjes	=	terreurorganisatie
terreurprinses	noun|informal	een beroemde vrouwelijke terrorist
terreurprinsesje	=	terreurprinses
terreurprinsesjes	=	terreurprinses
terreurprinsessen	=	terreurprinses
terreurregime	noun	overheid die macht uitoefent door angst in te boezemen
terreurregimes	=	terreurregime
terreurs	=	terreur
terreurschwalbe	noun	betoog van politicus om draagvlak te creëren voor zwaar ingrijpende maatregelen om terreur tegen te gaan, waarbij benadrukt wordt dat er een toename van terreurrisico is als de voorgestelde maatregelen niet ingevoerd worden
terreurschwalbes	=	terreurschwalbe
terreurstaat	noun	staat die zich schuldig maakt aan staatsterreur
terreurstaatje	=	terreurstaat
terreurstaatjes	=	terreurstaat
terreurstaten	=	terreurstaat
terreurtje	=	terreur
terreurverdachte	noun	iemand die er van verdacht wordt terreur te hebben uitgeoefend of te willen uitoefenen
terreurverdachten	=	terreurverdachte
terrientje	=	terrine
terrientjes	=	terrine
terrier	noun|obsolete	register voor het innen van vergoedingen wegens gebruik van gronden
terriers	=	terrier
terril	noun	verhoging in het landschap opgebouwd uit steenafval van de mijnbouw
terrilletje	=	terril
terrils	=	terril
terrine	noun	geglazuurde schaal om in te koken
terrines	=	terrine
terrinetje	=	terrine
terrinetjes	=	terrine
territoir	noun	gebied dat behoort tot een bepaalde staat of overheid
territoiren	=	territoir
territoirs	=	territoir
territoria	=	territorium
territoriaal	adj	betrekking hebbend op een grondgebied
territoriaals	=	territoriaal
territoriaalst	=	territoriaal
territoriaalste	=	territoriaal
territoriale	=	territoriaal
territorialer	=	territoriaal
territorialere	=	territoriaal
territorialers	=	territoriaal
territorialiteit	noun	het territoriaal zijn
territorialiteiten	=	territorialiteit
territorialiteitsbeginsel	noun	het beginsel dat het recht van het land waar een persoon zich bevond of waar een handeling werd verricht van toepassing is
territorialiteitsbeginselen	=	territorialiteitsbeginsel
territorialiteitsbeginsels	=	territorialiteitsbeginsel
territorialiteitsprincipe	noun	beginsel dat stelt dat het recht van het land waar een persoon zich bevond of waar een handeling werd verricht van toepassing is
territorialiteitsprincipes	=	territorialiteitsprincipe
territorialiteitsprincipetje	=	territorialiteitsprincipe
territorialiteitsprincipetjes	=	territorialiteitsprincipe
territorium	noun	grondgebied
territoriumdrift	noun	aangeboren behoefte van mens of dier om een eigen woongebied te verwerven en te verdedigen
territoriumdriften	=	territoriumdrift
territoriumpje	=	territorium
territoriumpjes	=	territorium
territoriums	=	territorium
terriër	noun	hond uit bepaalde rassen, vroeger veel gebruikt voor de jacht
terriërs	=	terriër
terriërtje	=	terriër
terriërtjes	=	terriër
terroir	noun	grond of bodem en/of specifieke kenmerken daarvan in relatie tot de hierop geteelde gewassen. m.n. gebruikt in de wijnbouw
terroirs	=	terroir
terroirtje	=	terroir
terroirtjes	=	terroir
terrorisatie	noun	het terroriseren, de terreur
terrorisaties	=	terrorisatie
terroriseer	=	terroriseren
terroriseerde	=	terroriseren
terroriseerden	=	terroriseren
terroriseert	=	terroriseren
terrorisere	=	terroriseren
terroriseren	verb	in de greep van angst houden, terreur uitoefenen
terroriserend	=	terroriseren
terroriserende	=	terroriseren
terrorisme	noun	het ontwrichten van een samenleving door terreurdaden tegen burgers, vaak met een politiek of religieus oogmerk
terrorismebestrijding	noun	het voorkomen van gewelddadige, politiek gemotiveerde acties
terrorismebestrijdingen	=	terrorismebestrijding
terrorismebestrijdinkje	=	terrorismebestrijding
terrorismebestrijdinkjes	=	terrorismebestrijding
terrorismedreiging	noun	de mate waarin de samenleving het risico loopt om getroffen te worden door terroristisch geweld.
terrorismedreigingen	=	terrorismedreiging
terrorismedreiginkje	=	terrorismedreiging
terrorismedreiginkjes	=	terrorismedreiging
terrorist	noun	iemand die terroristische aanslagen beraamt, pleegt of wil plegen met een godsdienstig of politiek doel
terroriste	noun	vrouwelijke vorm van terrorist
terroristen	=	terrorist
terroristenafdeling	noun	deel van een gevangenis waar terroristen gevangen zitten
terroristenafdelingen	=	terroristenafdeling
terroristenbende	noun	groep terroristen; groep die zich gedraagt als terrorist
terroristenbenden	=	terroristenbende
terroristenbendes	=	terroristenbende
terroristenjacht	noun	het achtervolgen van terroristen
terroristenjager	noun	politieagent die probeert terroristen op te sporen en gevangen te zetten
terroristenjagers	=	terroristenjager
terroristenlijst	noun	opsomming van plegers van terreurdaden
terroristenlijsten	=	terroristenlijst
terroristenlijstje	=	terroristenlijst
terroristenlijstjes	=	terroristenlijst
terroristennetwerk	noun	organisatie van samenwerkende terroristen die terroristische aanslagen beramen en uitvoeren
terroristennetwerken	=	terroristennetwerk
terroristenorganisatie	noun	organisatie die terreurdaden pleegt om bepaalde (politieke) doelstellingen te bereiken
terroristenorganisaties	=	terroristenorganisatie
terroristenzaal	noun	extra beveiligde rechtszaal voor processen betreffende terreuraanvallen
terroristenzaaltje	=	terroristenzaal
terroristenzaaltjes	=	terroristenzaal
terroristenzalen	=	terroristenzaal
terroristes	=	terroriste
terroristisch	adj	met betrekking tot het zaaien van terreur voor veelal politieke doeleinden
terroristische	=	terroristisch
terroristischer	=	terroristisch
terroristischere	=	terroristisch
terroristischers	=	terroristisch
terroristje	=	terrorist
terroristjes	=	terrorist
terschellinger	noun	een inwoner van Terschelling, of iemand afkomstig uit Terschelling	adj	op Terschelling betrekking hebbend
terschellingers	=	terschellinger
terschellings	adj	op Terschelling betrekking hebbend
terschellingse	noun	een vrouwelijke inwoner van Terschelling, of een vrouw afkomstig uit Terschelling
terschellingsen	=	terschellingse
tersel	noun	mannetje van een roofvogelsoort
tersels	=	tersel
terseltje	=	tersel
terseltjes	=	tersel
tersluiks	adj	op onopgemerkte wijze, in het verborgene	adv	op tersluikse wijze
tersluikse	=	tersluiks
tersluikser	=	tersluiks
tersluiksere	=	tersluiks
tersluiksers	=	tersluiks
terstond	adv	onmiddellijk, meteen
tertaal	noun	een periode van vier maanden.
tertaaltje	=	tertaal
tertaaltjes	=	tertaal
tertalen	=	tertaal
tertiaal	noun	een periode van vier maanden.
tertiaaltje	=	tertiaal
tertiaaltjes	=	tertiaal
tertiair	adj	op de derde plaats komend	noun|obsolete	geologisch tijdperk ongeveer vanaf het verdwijnen van de dinosauriërs tot het verschijnen van de mensachtigen; van 66 tot 2,6 miljoen jaar geleden
tertiairder	=	tertiair
tertiairdere	=	tertiair
tertiairders	=	tertiair
tertiaire	=	tertiair
tertiairs	=	tertiair
tertiairst	=	tertiair
tertiairste	=	tertiair
tertialen	=	tertiaal
tertiaris	noun	niveau binnen een kloosterorde: niet-gewijde gelovigen, die leven volgens een zogenaamde "derde regel"
tertiarissen	=	tertiaris
tertio	adv	op de derde plaats, ten derde
terts	noun	de derde trap van een diatonische toonladder
tertsen	=	terts
tertsje	=	terts
tertsjes	=	terts
tertssextakkoord	noun	een eerste omkering van een drieklank (prime, terts, kwint) waarbij prime bovenaan wordt gelegd, en de terts de nieuwe grondtoon wordt.
tertssextakkoorden	=	tertssextakkoord
tertssextakkoordje	=	tertssextakkoord
tertssextakkoordjes	=	tertssextakkoord
terug	adv	alweer, opnieuw
terugbekom	=	terugbekomen
terugbekome	=	terugbekomen
terugbekomen	verb	terugkrijgen
terugbekomend	=	terugbekomen
terugbekomende	=	terugbekomen
terugbekomt	=	terugbekomen
terugbekwaamt	=	terugbekomen
terugbekwam	=	terugbekomen
terugbekwamen	=	terugbekomen
terugbel	=	terugbellen
terugbelde	=	terugbellen
terugbelden	=	terugbellen
terugbelle	=	terugbellen
terugbellen	verb	een eerder telefoongesprek beantwoorden
terugbellend	=	terugbellen
terugbellende	=	terugbellen
terugbelt	=	terugbellen
terugbetaal	=	terugbetalen
terugbetaalbaar	adj	van een eerder betaald geldbedrag at het kan worden teruggestort of teruggegeven, bijvoorbeeld na retour van een product, annulering van een dienst, of als correctie van een onjuiste factuur.
terugbetaalbaarder	=	terugbetaalbaar
terugbetaalbaardere	=	terugbetaalbaar
terugbetaalbaarders	=	terugbetaalbaar
terugbetaalbaars	=	terugbetaalbaar
terugbetaalbaarst	=	terugbetaalbaar
terugbetaalbaarste	=	terugbetaalbaar
terugbetaalbare	=	terugbetaalbaar
terugbetaald	=	terugbetalen
terugbetaalde	=	terugbetalen
terugbetaalden	=	terugbetalen
terugbetaalt	=	terugbetalen
terugbetale	=	terugbetalen
terugbetalen	verb	door iemand op voorschot betaalde uitgaven vergoeden
terugbetalend	=	terugbetalen
terugbetalende	=	terugbetalen
terugbetaling	noun	het terugbetalen
terugbetalingen	=	terugbetaling
terugbetalingsregeling	noun	overeenkomst hoe men een bedrag dat men schuldig is weer teruggeeft
terugbetalingsregelingen	=	terugbetalingsregeling
terugbetalingsregelingetje	=	terugbetalingsregeling
terugbetalingsregelingetjes	=	terugbetalingsregeling
terugbezorg	=	terugbezorgen
terugbezorgd	=	terugbezorgen
terugbezorgde	=	terugbezorgen
terugbezorgden	=	terugbezorgen
terugbezorge	=	terugbezorgen
terugbezorgen	verb	weer brengen naar de plaats of persoon waarvan iets gekomen is
terugbezorgend	=	terugbezorgen
terugbezorgende	=	terugbezorgen
terugbezorgt	=	terugbezorgen
terugblik	noun	een blik op voorbijgegane zaken
terugblikje	=	terugblik
terugblikjes	=	terugblik
terugblikke	=	terugblikken
terugblikken	verb	terugkijken
terugblikkend	adj	terugkijkend naar het verleden
terugblikkende	=	terugblikkend
terugblikkends	=	terugblikkend
terugblikt	=	terugblikken
terugblikte	=	terugblikken
terugblikten	=	terugblikken
terugboeking	noun	het proces waarbij een afgeschreven bedrag van je bank- of creditcardrekening wordt teruggehaald en teruggestort naar de oorspronkelijke betaalmethode.
terugboekingen	=	terugboeking
terugboekinkje	=	terugboeking
terugboekinkjes	=	terugboeking
terugbracht	=	terugbrengen
terugbrachte	=	terugbrengen
terugbrachten	=	terugbrengen
terugbreng	=	terugbrengen
terugbrenge	=	terugbrengen
terugbrengen	verb	naar het punt van vertrek brengen
terugbrengend	=	terugbrengen
terugbrengende	=	terugbrengen
terugbrenging	noun	het fysiek terugbezorgen van iets naar de oorspronkelijke plek of eigenaar
terugbrengingen	=	terugbrenging
terugbrenginkje	=	terugbrenging
terugbrenginkjes	=	terugbrenging
terugbrengpremie	noun	een bedrag dat je krijgt voor het terugbrengen van iets
terugbrengpremies	=	terugbrengpremie
terugbrengt	=	terugbrengen
terugclaim	=	terugclaimen
terugclaimde	=	terugclaimen
terugclaimden	=	terugclaimen
terugclaime	=	terugclaimen
terugclaimen	verb	terug vragen van iets dat men eerder in bezit heeft gehad
terugclaimend	=	terugclaimen
terugclaimende	=	terugclaimen
terugclaimt	=	terugclaimen
terugdacht	=	terugdenken
terugdachten	=	terugdenken
terugdeden	=	terugdoen
terugdeed	=	terugdoen
terugdeins	=	terugdeinzen
terugdeinsde	=	terugdeinzen
terugdeinsden	=	terugdeinzen
terugdeinst	=	terugdeinzen
terugdeinze	=	terugdeinzen
terugdeinzen	verb	van schrik zich achteruit bewegen
terugdeinzend	=	terugdeinzen
terugdeinzende	=	terugdeinzen
terugdenk	=	terugdenken
terugdenke	=	terugdenken
terugdenken	verb	in herinnering oproepen
terugdenkend	=	terugdenken
terugdenkende	=	terugdenken
terugdenkt	=	terugdenken
terugdoe	=	terugdoen
terugdoen	verb	iets doen wat een ander ook eens voor jou gedaan heeft
terugdoend	=	terugdoen
terugdoende	=	terugdoen
terugdoet	=	terugdoen
terugdraai	=	terugdraaien
terugdraaide	=	terugdraaien
terugdraaiden	=	terugdraaien
terugdraaie	=	terugdraaien
terugdraaien	verb	ongedaan maken
terugdraaiend	=	terugdraaien
terugdraaiende	=	terugdraaien
terugdraaiing	noun	het ongedaan maken van een eerder genomen besluit, actie, maatregel of verandering, waardoor een situatie of toestand terugkeert naar hoe deze eerder was
terugdraaiingen	=	terugdraaiing
terugdraaiinkje	=	terugdraaiing
terugdraaiinkjes	=	terugdraaiing
terugdraaioorlog	noun	een conflict tussen gebruikers op een wiki dat zich kenmerkt doordat zij herhaaldelijk elkaars bewerkingen ongedaan maken
terugdraaioorlogen	=	terugdraaioorlog
terugdraaioorlogje	=	terugdraaioorlog
terugdraaioorlogjes	=	terugdraaioorlog
terugdraait	=	terugdraaien
terugdreef	=	terugdrijven
terugdreven	=	terugdrijven
terugdrijf	=	terugdrijven
terugdrijft	=	terugdrijven
terugdrijve	=	terugdrijven
terugdrijven	verb	doen voortbewegen naar de oorspronkelijke richting
terugdrijvend	=	terugdrijven
terugdrijvende	=	terugdrijven
terugdring	=	terugdringen
terugdringe	=	terugdringen
terugdringen	verb	dringen naar de oorspronkelijke richting
terugdringend	=	terugdringen
terugdringende	=	terugdringen
terugdringing	noun	het verminderen van iets dat wijdverbreid is
terugdringingen	=	terugdringing
terugdringinkje	=	terugdringing
terugdringinkjes	=	terugdringing
terugdringt	=	terugdringen
terugdrong	=	terugdringen
terugdronge	=	terugdringen
terugdrongen	=	terugdringen
terugdrongt	=	terugdringen
terugduw	=	terugduwen
terugduwde	=	terugduwen
terugduwden	=	terugduwen
terugduwe	=	terugduwen
terugduwen	verb	door duwen iets of iemand terug brengen naar de plaats van herkomst
terugduwend	=	terugduwen
terugduwende	=	terugduwen
terugduwt	=	terugduwen
terugeis	=	terugeisen
terugeise	=	terugeisen
terugeisen	verb	op een dwingende manier terugvragen
terugeisend	=	terugeisen
terugeisende	=	terugeisen
terugeist	=	terugeisen
terugeiste	=	terugeisen
terugeisten	=	terugeisen
terugfloot	=	terugfluiten
terugflote	=	terugfluiten
terugfloten	=	terugfluiten
terugfluit	=	terugfluiten
terugfluite	=	terugfluiten
terugfluiten	verb	het gedrag van iemand corrigeren, iemand tot de order roepen
terugfluitend	=	terugfluiten
terugfluitende	=	terugfluiten
terugga	=	teruggaan
teruggaaf	noun	terugkrijgen van het teveel betaalde
teruggaaft	=	teruggeven
teruggaan	verb	naar het punt van vertrek gaan
teruggaand	=	teruggaan
teruggaande	=	teruggaan
teruggaat	=	teruggaan
teruggaf	=	teruggeven
teruggang	noun	het minder worden
teruggangen	=	teruggang
teruggave	noun	restitutie, het weer aan de eigenaar geven
teruggaveformulier	noun	formulier om geld terug te vragen dat ten onrechte is betaald
teruggaveformulieren	=	teruggaveformulier
teruggaveformuliertje	=	teruggaveformulier
teruggaveformuliertjes	=	teruggaveformulier
teruggaven	=	teruggeven
teruggaves	=	teruggave
teruggebeld	=	terugbellen
teruggebelde	=	terugbellen
teruggeblikt	=	terugblikken
teruggebracht	=	terugbrengen
teruggebrachte	=	terugbrengen
teruggeclaimd	=	terugclaimen
teruggedaan	=	terugdoen
teruggedacht	=	terugdenken
teruggedane	=	terugdoen
teruggedeinsd	=	terugdeinzen
teruggedeinsde	=	terugdeinzen
teruggedraaid	=	terugdraaien
teruggedraaide	=	terugdraaien
teruggedreven	=	terugdrijven
teruggedrongen	=	terugdringen
teruggeduwd	=	terugduwen
teruggeduwde	=	terugduwen
teruggeef	=	teruggeven
teruggeeft	=	teruggeven
teruggefloten	=	terugfluiten
teruggegaan	=	teruggaan
teruggegeven	=	teruggeven
teruggegleden	=	terugglijden
teruggegooid	=	teruggooien
teruggegooide	=	teruggooien
teruggegrepen	=	teruggrijpen
teruggehaald	=	terughalen
teruggehaalde	=	terughalen
teruggehad	=	terughebben
teruggehoord	=	terughoren
teruggehouden	=	terughouden
teruggekaatst	=	terugkaatsen
teruggekaatste	=	terugkaatsen
teruggekeerd	=	terugkeren
teruggekeken	=	terugkijken
teruggekelderd	=	terugkelderen
teruggekocht	=	terugkopen
teruggekochte	=	terugkopen
teruggekomen	=	terugkomen
teruggekoppeld	=	terugkoppelen
teruggekoppelde	=	terugkoppelen
teruggekrabbeld	=	terugkrabbelen
teruggekregen	=	terugkrijgen
teruggelachen	=	teruglachen
teruggelegd	=	terugleggen
teruggelegde	=	terugleggen
teruggeleiding	noun	juridische procedure waarbij een rechter beveelt dat een naar het buitenland ontvoerd kind moet worden teruggestuurd naar het land van de oorspronkelijke verblijfplaats.
teruggeleidingen	=	teruggeleiding
teruggeleidinkje	=	teruggeleiding
teruggeleidinkjes	=	teruggeleiding
teruggelezen	=	teruglezen
teruggelopen	=	teruglopen
teruggenomen	=	terugnemen
teruggepakt	=	terugpakken
teruggepind	=	terugpinnen
teruggeplaatst	=	terugplaatsen
teruggeplaatste	=	terugplaatsen
teruggeploegd	=	terugploegen
teruggeplooid	=	terugplooien
teruggeplooide	=	terugplooien
teruggepompt	=	terugpompen
teruggereden	=	terugrijden
teruggereisd	=	terugreizen
teruggerend	=	terugrennen
teruggeroeid	=	terugroeien
teruggeroepen	=	terugroepen
teruggeschakeld	=	terugschakelen
teruggeschakelde	=	terugschakelen
teruggeschoten	=	terugschieten
teruggeschoven	=	terugschuiven
teruggeschreven	=	terugschrijven
teruggeschrikt	=	terugschrikken
teruggeschrikte	=	terugschrikken
teruggeschroefd	=	terugschroeven
teruggeschroefde	=	terugschroeven
teruggeschrokken	=	terugschrikken
teruggeslagen	=	terugslaan
teruggesnoeid	=	terugsnoeien
teruggesnoeide	=	terugsnoeien
teruggespeeld	=	terugspelen
teruggespeelde	=	terugspelen
teruggespoeld	=	terugspoelen
teruggespoelde	=	terugspoelen
teruggesprongen	=	terugspringen
teruggestoken	=	terugsteken
teruggestolen	=	terugstelen
teruggestopt	=	terugstoppen
teruggestort	=	terugstorten
teruggestorte	=	terugstorten
teruggestoten	=	terugstoten
teruggestroomd	=	terugstromen
teruggestuurd	=	terugsturen
teruggestuurde	=	terugsturen
teruggeteld	=	terugtellen
teruggetrapt	=	terugtrappen
teruggetrapte	=	terugtrappen
teruggetreden	=	terugtreden
teruggetrokken	=	terugtrekken
teruggetrokkenheid	noun	het niet op de voorgrond treden
teruggevallen	=	terugvallen
teruggevaren	=	terugvaren
teruggeve	=	teruggeven
teruggeveerd	=	terugveren
teruggeven	verb	weer aan de oorspronkelijke eigenaar overhandigen
teruggevend	=	teruggeven
teruggevende	=	teruggeven
teruggevloeid	=	terugvloeien
teruggevlogen	=	terugvliegen
teruggevochten	=	terugvechten
teruggevoerd	=	terugvoeren
teruggevoerde	=	terugvoeren
teruggevonden	=	terugvinden
teruggevorderd	=	terugvorderen
teruggevorderde	=	terugvorderen
teruggevraagd	=	terugvragen
teruggevraagde	=	terugvragen
teruggewandeld	=	terugwandelen
teruggeweken	=	terugwijken
teruggewerkt	=	terugwerken
teruggewezen	=	terugwijzen
teruggewonnen	=	terugwinnen
teruggeworpen	=	terugwerpen
teruggezakt	=	terugzakken
teruggezegd	=	terugzeggen
teruggezegde	=	terugzeggen
teruggezet	=	terugzetten
teruggezette	=	terugzetten
teruggezien	=	terugzien
teruggeziene	=	terugzien
teruggezonden	=	terugzenden
teruggezwaaid	=	terugzwaaien
teruggeëist	=	terugeisen
terugging	=	teruggaan
terugginge	=	teruggaan
teruggingen	=	teruggaan
teruggingt	=	teruggaan
teruggleden	=	terugglijden
teruggleed	=	terugglijden
terugglij	=	terugglijden
terugglijd	=	terugglijden
terugglijde	=	terugglijden
terugglijden	verb	naar een vorige positie terugschuiven
terugglijdend	=	terugglijden
terugglijdende	=	terugglijden
terugglijdt	=	terugglijden
teruggooi	=	teruggooien
teruggooide	=	teruggooien
teruggooiden	=	teruggooien
teruggooie	=	teruggooien
teruggooien	verb	iets werpen naar de plaats of persoon waarvan het eerst gekomen was
teruggooiend	=	teruggooien
teruggooiende	=	teruggooien
teruggooit	=	teruggooien
teruggreep	=	teruggrijpen
teruggreept	=	teruggrijpen
teruggrepe	=	teruggrijpen
teruggrepen	=	teruggrijpen
teruggrijp	=	teruggrijpen
teruggrijpe	=	teruggrijpen
teruggrijpen	verb	weer gebruikmaken van iets ouds en vertrouwds
teruggrijpend	=	teruggrijpen
teruggrijpende	=	teruggrijpen
teruggrijpt	=	teruggrijpen
terughaal	=	terughalen
terughaalactie	noun	actie waarbij producten door de fabrikant worden teruggeroepen voor het herstel van gebreken
terughaalacties	=	terughaalactie
terughaalactietje	=	terughaalactie
terughaalactietjes	=	terughaalactie
terughaalde	=	terughalen
terughaalden	=	terughalen
terughaalt	=	terughalen
terughale	=	terughalen
terughalen	verb	iets dat weggevoerd was weer terug zien te krijgen
terughalend	=	terughalen
terughalende	=	terughalen
terughebbe	=	terughebben
terughebben	verb	krijgen wat men eerst verloren heeft; weer in bezit krijgen
terughebbend	=	terughebben
terughebbende	=	terughebben
terughield	=	terughouden
terughielden	=	terughouden
terughoor	=	terughoren
terughoorde	=	terughoren
terughoorden	=	terughoren
terughoort	=	terughoren
terughore	=	terughoren
terughoren	verb	opnieuw beluisteren wat men al eerder gehoord heeft
terughorend	=	terughoren
terughorende	=	terughoren
terughou	=	terughouden
terughoud	=	terughouden
terughoude	=	terughouden
terughouden	verb	iets ~: iets niet voegen bij wat gegeven wordt
terughoudend	adj	zonder zich bloot te geven, geen enthousiasme tonend
terughoudende	=	terughouden
terughoudender	=	terughoudend
terughoudendere	=	terughoudend
terughoudenders	=	terughoudend
terughoudendheid	noun	het terughoudend zijn
terughoudends	=	terughoudend
terughoudendst	=	terughoudend
terughoudendste	=	terughoudend
terughouding	noun	het voorzichtig en niet op de voorgrond handelen
terughoudingen	=	terughouding
terughoudinkje	=	terughouding
terughoudinkjes	=	terughouding
terughoudt	=	terughouden
terugkaats	=	terugkaatsen
terugkaatse	=	terugkaatsen
terugkaatsen	verb	een min of meer elastische botsing ondergaan
terugkaatsend	=	terugkaatsen
terugkaatsende	=	terugkaatsen
terugkaatsing	noun	weerkaatsing
terugkaatsingen	=	terugkaatsing
terugkaatst	=	terugkaatsen
terugkaatste	=	terugkaatsen
terugkaatsten	=	terugkaatsen
terugkeek	=	terugkijken
terugkeekt	=	terugkijken
terugkeer	noun	het terugkeren naar een plaats of toestand waar men in het verleden al eens is geweest
terugkeerbeleid	noun	plannen en maatregelen die erop gericht zijn om immigranten weer terug te laten gaan naar hun land van herkomst
terugkeerde	=	terugkeren
terugkeerden	=	terugkeren
terugkeeropleiding	noun	een specifiek traject dat een werknemer in staat stelt de basiscompetenties opnieuw te verwerven of op te frissen.
terugkeeropleidingen	=	terugkeeropleiding
terugkeeropleidinkje	=	terugkeeropleiding
terugkeeropleidinkjes	=	terugkeeropleiding
terugkeert	=	terugkeren
terugkeke	=	terugkijken
terugkeken	=	terugkijken
terugkelder	=	terugkelderen
terugkelderde	=	terugkelderen
terugkelderden	=	terugkelderen
terugkeldere	=	terugkelderen
terugkelderen	verb	achteruitgaan, minder worden van de technisch bereikte levenskwaliteit bij baby's in de neonatologie
terugkelderend	=	terugkelderen
terugkelderende	=	terugkelderen
terugkeldert	=	terugkelderen
terugkere	=	terugkeren
terugkeren	verb	gaan naar een plaats waar men eerder vandaan kwam
terugkerend	adj	zich herhalend, weer opnieuw beginnend
terugkerende	=	terugkerend
terugkerends	=	terugkerend
terugkijk	=	terugkijken
terugkijke	=	terugkijken
terugkijken	verb	een blik werpen in achterwaartse richting
terugkijkend	=	terugkijken
terugkijkende	=	terugkijken
terugkijkt	=	terugkijken
terugkocht	=	terugkopen
terugkochten	=	terugkopen
terugkom	=	terugkomen
terugkomdag	noun	dag dat men als groep weer bij elkaar komt nadat men eerst uiteen is gegaan
terugkomdagen	=	terugkomdag
terugkomdagje	=	terugkomdag
terugkomdagjes	=	terugkomdag
terugkome	=	terugkomen
terugkomen	verb	opnieuw naar een plaats komen waar men eerder geweest is
terugkomend	=	terugkomen
terugkomende	=	terugkomen
terugkomst	noun	het terugkeren naar een voorheen bezochte of bewoonde plaats
terugkomsten	=	terugkomst
terugkomt	=	terugkomen
terugkoop	=	terugkopen
terugkoopt	=	terugkopen
terugkope	=	terugkopen
terugkopen	verb	iets wat voorheen in het eigen bezit was opnieuw kopen.
terugkopend	=	terugkopen
terugkopende	=	terugkopen
terugkoppel	=	terugkoppelen
terugkoppelde	=	terugkoppelen
terugkoppelden	=	terugkoppelen
terugkoppele	=	terugkoppelen
terugkoppelen	verb	een uitgangssignaal terugleiden naar de ingang
terugkoppelend	=	terugkoppelen
terugkoppelende	=	terugkoppelen
terugkoppeling	noun	het terugvoeren van (een deel van) het uitgangssignaal naar de ingang
terugkoppelingen	=	terugkoppeling
terugkoppelt	=	terugkoppelen
terugkrabbel	=	terugkrabbelen
terugkrabbelde	=	terugkrabbelen
terugkrabbelden	=	terugkrabbelen
terugkrabbele	=	terugkrabbelen
terugkrabbelen	verb	onder een gedane belofte of toezegging proberen uit te komen
terugkrabbelend	=	terugkrabbelen
terugkrabbelende	=	terugkrabbelen
terugkrabbelt	=	terugkrabbelen
terugkreeg	=	terugkrijgen
terugkreegt	=	terugkrijgen
terugkrege	=	terugkrijgen
terugkregen	=	terugkrijgen
terugkrijg	=	terugkrijgen
terugkrijge	=	terugkrijgen
terugkrijgen	verb	iets dat verloren of uit handen gegeven was opnieuw in bezit gegeven worden
terugkrijgend	=	terugkrijgen
terugkrijgende	=	terugkrijgen
terugkrijgt	=	terugkrijgen
terugkwaamt	=	terugkomen
terugkwam	=	terugkomen
terugkwame	=	terugkomen
terugkwamen	=	terugkomen
teruglaast	=	teruglezen
teruglach	=	teruglachen
teruglache	=	teruglachen
teruglachen	verb	met een glimlach iemand groeten die ook heeft gegroet met een glimlach
teruglachend	=	teruglachen
teruglachende	=	teruglachen
teruglacht	=	teruglachen
teruglachte	=	teruglachen
teruglachten	=	teruglachen
teruglas	=	teruglezen
teruglaze	=	teruglezen
teruglazen	=	teruglezen
teruglees	=	teruglezen
terugleest	=	teruglezen
terugleg	=	terugleggen
teruglegde	=	terugleggen
teruglegden	=	terugleggen
teruglegge	=	terugleggen
terugleggen	verb	terug plaatsen
terugleggend	=	terugleggen
terugleggende	=	terugleggen
teruglegt	=	terugleggen
terugleverkosten	noun	geld dat eigenaars van zonnepanelen aan energieleveranciers moeten betalen voor de mogelijkheid opgewekte elektriciteit via het elektriciteitsnet door anderen te laten gebruiken
terugleze	=	teruglezen
teruglezen	verb	door lezen iets opnieuw tot je nemen; opnieuw lezen
teruglezend	=	teruglezen
teruglezende	=	teruglezen
terugliep	=	teruglopen
terugliepe	=	teruglopen
terugliepen	=	teruglopen
terugliept	=	teruglopen
terugloop	noun	het achteruitlopen van een vuurwapen door de schok bij het afvuren
terugloopt	=	teruglopen
teruglope	=	teruglopen
teruglopen	verb	afnemen [5], minder worden, verminderen [1]
teruglopend	=	teruglopen
teruglopende	=	teruglopen
terugmelding	noun	een officiële melding van een vermoedelijke fout in een overheidsregister (zoals BRP, BAG, KVK, of Kadaster) door een gebruiker of bestuursorgaan.
terugmeldingen	=	terugmelding
terugmeldinkje	=	terugmelding
terugmeldinkjes	=	terugmelding
terugnaamt	=	terugnemen
terugnam	=	terugnemen
terugname	=	terugnemen
terugnamen	=	terugnemen
terugneem	=	terugnemen
terugneemt	=	terugnemen
terugneme	=	terugnemen
terugnemen	verb	een voorwerp opnieuw in bezit terugontvangen
terugnemend	=	terugnemen
terugnemende	=	terugnemen
terugontvang	=	terugontvangen
terugontvange	=	terugontvangen
terugontvangen	verb	weer ontvangen wat men heeft weggestuurd
terugontvangend	=	terugontvangen
terugontvangende	=	terugontvangen
terugontvangt	=	terugontvangen
terugontving	=	terugontvangen
terugontvingen	=	terugontvangen
terugpak	=	terugpakken
terugpakke	=	terugpakken
terugpakken	verb	afpakken wat je eerst gegeven hebt of van je is afgenomen
terugpakkend	=	terugpakken
terugpakkende	=	terugpakken
terugpakt	=	terugpakken
terugpakte	=	terugpakken
terugpakten	=	terugpakken
terugpin	=	terugpinnen
terugpinde	=	terugpinnen
terugpinden	=	terugpinnen
terugpinne	=	terugpinnen
terugpinnen	verb	via een bankkaart een bedrag terug gestort krijgen op de eigen rekening
terugpinnend	=	terugpinnen
terugpinnende	=	terugpinnen
terugpint	=	terugpinnen
terugplaats	=	terugplaatsen
terugplaatse	=	terugplaatsen
terugplaatsen	verb	iets weer op zijn oude, goede plaats zetten
terugplaatsend	=	terugplaatsen
terugplaatsende	=	terugplaatsen
terugplaatst	=	terugplaatsen
terugplaatste	=	terugplaatsen
terugplaatsten	=	terugplaatsen
terugploeg	=	terugploegen
terugploegde	=	terugploegen
terugploegden	=	terugploegen
terugploege	=	terugploegen
terugploegen	verb	besparen op bepaalde uitgaven zodat er weer gelden vrijkomen voor andere projecten
terugploegend	=	terugploegen
terugploegende	=	terugploegen
terugploegproject	noun	project dat gefinancierd wordt met uitkeringsgelden die worden bespaard, omdat een aantal langdurig werklozen weer aan werk wordt geholpen
terugploegprojecten	=	terugploegproject
terugploegt	=	terugploegen
terugplooi	=	terugplooien
terugplooide	=	terugplooien
terugplooiden	=	terugplooien
terugplooie	=	terugplooien
terugplooien	verb	zich terugtrekken.
terugplooiend	=	terugplooien
terugplooiende	=	terugplooien
terugplooit	=	terugplooien
terugpomp	=	terugpompen
terugpompe	=	terugpompen
terugpompen	verb	terugbrengen naar waar iets vandaan is gekomen
terugpompend	=	terugpompen
terugpompende	=	terugpompen
terugpompt	=	terugpompen
terugpompte	=	terugpompen
terugpompten	=	terugpompen
terugrede	=	terugrijden
terugreden	=	terugrijden
terugreed	=	terugrijden
terugreedt	=	terugrijden
terugreis	noun	reis terug naar de plaats van waar de heenreis begonnen is
terugreisde	=	terugreizen
terugreisden	=	terugreizen
terugreisje	=	terugreis
terugreisjes	=	terugreis
terugreist	=	terugreizen
terugreize	=	terugreizen
terugreizen	verb	de reis terug maken naar de plaats vanwaar men oorspronkelijk gekomen is
terugreizend	=	terugreizen
terugreizende	=	terugreizen
terugren	=	terugrennen
terugrende	=	terugrennen
terugrenden	=	terugrennen
terugrenne	=	terugrennen
terugrennen	verb	heel snel te voet voortbeweging in de richting vanwaar men kwam
terugrennend	=	terugrennen
terugrennende	=	terugrennen
terugrent	=	terugrennen
terugriep	=	terugroepen
terugriepen	=	terugroepen
terugrij	=	terugrijden
terugrijd	=	terugrijden
terugrijde	=	terugrijden
terugrijden	verb	rijden naar de plaats vanwaar men eerder gekomen is
terugrijdend	=	terugrijden
terugrijdende	=	terugrijden
terugrijdt	=	terugrijden
terugrit	noun	een rit waarmee men weer terug naar het vertrekpunt gaat
terugritten	=	terugrit
terugroei	=	terugroeien
terugroeide	=	terugroeien
terugroeiden	=	terugroeien
terugroeie	=	terugroeien
terugroeien	verb	door roeien terug gaan naar de plaats van vertrek
terugroeiend	=	terugroeien
terugroeiende	=	terugroeien
terugroeit	=	terugroeien
terugroep	=	terugroepen
terugroepactie	noun	actie waarbij producten door de fabrikant worden teruggeroepen voor het herstel van gebreken
terugroepacties	=	terugroepactie
terugroepactietje	=	terugroepactie
terugroepactietjes	=	terugroepactie
terugroepe	=	terugroepen
terugroepen	verb	iemand ertoe manen om terug te gaan naar de plek waar diegene vandaan is gekomen
terugroepend	=	terugroepen
terugroepende	=	terugroepen
terugroeping	noun	inlevering bij de fabriek of leverancier voor herstel of vergoeding (vanwege een veel voorkomend gebrek door een fout bij de productie)
terugroepingen	=	terugroeping
terugroept	=	terugroepen
terugschakel	=	terugschakelen
terugschakelde	=	terugschakelen
terugschakelden	=	terugschakelen
terugschakele	=	terugschakelen
terugschakelen	verb	door schakelen overgaan naar een lagere versnelling
terugschakelend	=	terugschakelen
terugschakelende	=	terugschakelen
terugschakelt	=	terugschakelen
terugschiet	=	terugschieten
terugschiete	=	terugschieten
terugschieten	verb	schieten op diegene die jou beschiet; schieten als antwoord op een beschieting
terugschietend	=	terugschieten
terugschietende	=	terugschieten
terugschoof	=	terugschuiven
terugschoot	=	terugschieten
terugschoten	=	terugschieten
terugschoven	=	terugschuiven
terugschreef	=	terugschrijven
terugschreven	=	terugschrijven
terugschrijf	=	terugschrijven
terugschrijft	=	terugschrijven
terugschrijve	=	terugschrijven
terugschrijven	verb	schriftelijk reageren op een schriftelijke boodschap; antwoord geven
terugschrijvend	=	terugschrijven
terugschrijvende	=	terugschrijven
terugschrik	=	terugschrikken
terugschrikke	=	terugschrikken
terugschrikken	verb	uit angst terugdeinzen
terugschrikkend	=	terugschrikken
terugschrikkende	=	terugschrikken
terugschrikt	=	terugschrikken
terugschrikte	=	terugschrikken
terugschrikten	=	terugschrikken
terugschroef	=	terugschroeven
terugschroefde	=	terugschroeven
terugschroefden	=	terugschroeven
terugschroeft	=	terugschroeven
terugschroeve	=	terugschroeven
terugschroeven	verb	verminderen van iets; iets terug brengen op een ouder niveau
terugschroevend	=	terugschroeven
terugschroevende	=	terugschroeven
terugschrok	=	terugschrikken
terugschrokke	=	terugschrikken
terugschrokken	=	terugschrikken
terugschrokt	=	terugschrikken
terugschuif	=	terugschuiven
terugschuift	=	terugschuiven
terugschuive	=	terugschuiven
terugschuiven	verb	iets naar de oorspronkelijke plaats terug duwen zonder het op te tillen
terugschuivend	=	terugschuiven
terugschuivende	=	terugschuiven
terugsla	=	terugslaan
terugslaan	verb	met geweld beantwoorden
terugslaand	=	terugslaan
terugslaande	=	terugslaan
terugslaat	=	terugslaan
terugslag	noun	de kracht die tijdens het afvuren van een vuurwapen uitgeoefend wordt op het wapen zelf
terugslagen	=	terugslag
terugslagventiel	noun	ventiel dat wordt gebruikt om vloeistof, granulaat, poeder of gas in één richting door te laten
terugslagventielen	=	terugslagventiel
terugsloeg	=	terugslaan
terugsloegen	=	terugslaan
terugsnoei	=	terugsnoeien
terugsnoeide	=	terugsnoeien
terugsnoeiden	=	terugsnoeien
terugsnoeie	=	terugsnoeien
terugsnoeien	verb	een plant, struik of boom door snoeien kleiner en minder hoog maken
terugsnoeiend	=	terugsnoeien
terugsnoeiende	=	terugsnoeien
terugsnoeit	=	terugsnoeien
terugspeel	=	terugspelen
terugspeelde	=	terugspelen
terugspeelden	=	terugspelen
terugspeelt	=	terugspelen
terugspele	=	terugspelen
terugspelen	verb	bij sporten als hockey en voetbal: de bal in de richting van het eigen doel spelen
terugspelend	=	terugspelen
terugspelende	=	terugspelen
terugspoel	=	terugspoelen
terugspoelde	=	terugspoelen
terugspoelden	=	terugspoelen
terugspoele	=	terugspoelen
terugspoelen	verb	van een band van een bandrecorder of van een film: de band of weer op de oorspronkelijke haspel draaien
terugspoelend	=	terugspoelen
terugspoelende	=	terugspoelen
terugspoelt	=	terugspoelen
terugspring	=	terugspringen
terugspringe	=	terugspringen
terugspringen	verb	terugwijken
terugspringend	=	terugspringen
terugspringende	=	terugspringen
terugspringt	=	terugspringen
terugsprong	=	terugspringen
terugsprongen	=	terugspringen
terugstaakt	=	terugsteken
terugstaalt	=	terugstelen
terugstak	=	terugsteken
terugstaken	=	terugsteken
terugstal	=	terugstelen
terugstalen	=	terugstelen
terugsteek	=	terugsteken
terugsteekt	=	terugsteken
terugsteel	=	terugstelen
terugsteelt	=	terugstelen
terugsteke	=	terugsteken
terugsteken	verb	steken waar iets eerder vandaan kwam
terugstekend	=	terugsteken
terugstekende	=	terugsteken
terugstele	=	terugstelen
terugstelen	verb	iets wat gestolen was terug in bezit nemen
terugstelend	=	terugstelen
terugstelende	=	terugstelen
terugstiet	=	terugstoten
terugstieten	=	terugstoten
terugstoot	noun	het achteruitstoten van een vuurwapen na het afvuren
terugstootloos	adj	zonder terugstoot
terugstootloost	=	terugstootloos
terugstootlooste	=	terugstootloos
terugstootloze	=	terugstootloos
terugstootlozer	=	terugstootloos
terugstootlozere	=	terugstootloos
terugstootlozers	=	terugstootloos
terugstootte	=	terugstoten
terugstootten	=	terugstoten
terugstop	=	terugstoppen
terugstoppe	=	terugstoppen
terugstoppen	verb	iets weer ergens indoen waar het eerder is uitgehaald
terugstoppend	=	terugstoppen
terugstoppende	=	terugstoppen
terugstopt	=	terugstoppen
terugstopte	=	terugstoppen
terugstopten	=	terugstoppen
terugstort	=	terugstorten
terugstorte	=	terugstorten
terugstorten	verb	weer afstaan wat men ooit heeft ontvangen
terugstortend	=	terugstorten
terugstortende	=	terugstorten
terugstortte	=	terugstorten
terugstortten	=	terugstorten
terugstote	=	terugstoten
terugstoten	verb	van zich afstoten
terugstotend	=	terugstoten
terugstotende	=	terugstoten
terugstrome	=	terugstromen
terugstromen	verb	terugvloeien, terugvloeien
terugstromend	=	terugstromen
terugstromende	=	terugstromen
terugstroom	=	terugstromen
terugstroomde	=	terugstromen
terugstroomden	=	terugstromen
terugstroomt	=	terugstromen
terugsture	=	terugsturen
terugsturen	verb	iets (of iemand) weer naar de plaats doen vertrekken waar het vandaan kwam
terugsturend	=	terugsturen
terugsturende	=	terugsturen
terugstuur	=	terugsturen
terugstuurde	=	terugsturen
terugstuurden	=	terugsturen
terugstuurt	=	terugsturen
terugtel	=	terugtellen
terugtelde	=	terugtellen
terugtelden	=	terugtellen
terugtelle	=	terugtellen
terugtellen	verb	van een hoger naar een lager getal tellen
terugtellend	=	terugtellen
terugtellende	=	terugtellen
terugtelt	=	terugtellen
terugtocht	noun	de tocht terug naar een eerder beginpunt
terugtochten	=	terugtocht
terugtochtje	=	terugtocht
terugtochtjes	=	terugtocht
terugtoets	noun	een toets die op een typemachine het wissen van eerder geschreven tekst mogelijk maakt
terugtoetsen	=	terugtoets
terugtoetsje	=	terugtoets
terugtoetsjes	=	terugtoets
terugtraadt	=	terugtreden
terugtrad	=	terugtreden
terugtrade	=	terugtreden
terugtraden	=	terugtreden
terugtradt	=	terugtreden
terugtrap	=	terugtrappen
terugtrappe	=	terugtrappen
terugtrappen	verb	in achterwaartse richting trappen
terugtrappend	=	terugtrappen
terugtrappende	=	terugtrappen
terugtraprem	noun	rem die door terugtrappen in werking wordt gesteld
terugtrapremmen	=	terugtraprem
terugtrapt	=	terugtrappen
terugtrapte	=	terugtrappen
terugtrapten	=	terugtrappen
terugtred	noun	beweging in een richting die precies tegengesteld is aan de eerdere richting
terugtrede	=	terugtreden
terugtreden	verb	een ambt of positie opgeven
terugtredend	=	terugtreden
terugtredende	=	terugtreden
terugtreding	noun	het opgeven van een ambt, positie of functie, ook wel bekend als aftreden of ontslag nemen.
terugtredingen	=	terugtreding
terugtredinkje	=	terugtreding
terugtredinkjes	=	terugtreding
terugtreed	=	terugtreden
terugtreedt	=	terugtreden
terugtrek	=	terugtrekken
terugtrekke	=	terugtrekken
terugtrekken	verb	een eerder binnengetroken of veroverd gebied verlaten
terugtrekkend	=	terugtrekken
terugtrekkende	=	terugtrekken
terugtrekking	noun	het terugtrekken
terugtrekkingen	=	terugtrekking
terugtrekkingsakkoord	noun	een overeenkomst over de terugtrekking van een land uit een unie
terugtrekkingsakkoorden	=	terugtrekkingsakkoord
terugtrekkinkje	=	terugtrekking
terugtrekkinkjes	=	terugtrekking
terugtrekt	=	terugtrekken
terugtrok	=	terugtrekken
terugtrokke	=	terugtrekken
terugtrokken	=	terugtrekken
terugtrokt	=	terugtrekken
terugvaar	=	terugvaren
terugvaart	noun	tocht waarbij een schip van de eerder bereikte bestemming weer naar de plaats van vertrek gaat
terugvaarten	=	terugvaart
terugval	noun	na een aanvankelijke verbetering terugkeren naar een vroegere slechte omstandigheid
terugvalle	=	terugvallen
terugvallen	verb	een bereikte hogere positie weer op moeten geven
terugvallend	=	terugvallen
terugvallende	=	terugvallen
terugvalletje	=	terugval
terugvalt	=	terugvallen
terugvare	=	terugvaren
terugvaren	verb	met een boot ergens naartoe gaan waar men eerder vandaan is gekomen
terugvarend	=	terugvaren
terugvarende	=	terugvaren
terugvecht	=	terugvechten
terugvechte	=	terugvechten
terugvechten	verb	een aanval beantwoorden met een tegenaanval
terugvechtend	=	terugvechten
terugvechtende	=	terugvechten
terugveer	=	terugveren
terugveerde	=	terugveren
terugveerden	=	terugveren
terugveert	=	terugveren
terugverdien	=	terugverdienen
terugverdiend	=	terugverdienen
terugverdiende	=	terugverdienen
terugverdienden	=	terugverdienen
terugverdiene	=	terugverdienen
terugverdienen	verb	een eerder verlies of kostenpost weer goedmaken
terugverdienend	=	terugverdienen
terugverdienende	=	terugverdienen
terugverdient	=	terugverdienen
terugverdientijd	noun	de tijd die het kost voordat de gedane investering wordt terugverdiend door de opbrengsten die voortvloeien uit de investering
terugverdientijden	=	terugverdientijd
terugvere	=	terugveren
terugveren	verb	naar de oorspronkelijke positie terugkeren na ingedrukt of uitgerekt te zijn
terugverend	=	terugveren
terugverende	=	terugveren
terugverhuis	=	terugverhuizen
terugverhuisd	=	terugverhuizen
terugverhuisde	=	terugverhuizen
terugverhuisden	=	terugverhuizen
terugverhuist	=	terugverhuizen
terugverhuize	=	terugverhuizen
terugverhuizen	verb	weer gaan wonen in een huis waar men vroeger ook gewoond heeft
terugverhuizend	=	terugverhuizen
terugverhuizende	=	terugverhuizen
terugverkocht	=	terugverkopen
terugverkochten	=	terugverkopen
terugverkoop	=	terugverkopen
terugverkoopt	=	terugverkopen
terugverkope	=	terugverkopen
terugverkopen	verb	iets verkopen aan diegene waarvan men het eerst gekocht heeft
terugverkopend	=	terugverkopen
terugverkopende	=	terugverkopen
terugverlang	=	terugverlangen
terugverlangd	=	terugverlangen
terugverlangde	=	terugverlangen
terugverlangden	=	terugverlangen
terugverlange	=	terugverlangen
terugverlangen	verb	terug willen gaan naar een plaats waar men vroeger is geweest
terugverlangend	=	terugverlangen
terugverlangende	=	terugverlangen
terugverlangt	=	terugverlangen
terugverover	=	terugveroveren
terugveroverd	=	terugveroveren
terugveroverde	=	terugveroveren
terugveroverden	=	terugveroveren
terugverovere	=	terugveroveren
terugveroveren	verb	met kracht of geweld iets terugnemen wat eerst verloren was gegaan
terugveroverend	=	terugveroveren
terugveroverende	=	terugveroveren
terugverovert	=	terugveroveren
terugverwees	=	terugverwijzen
terugverwezen	=	terugverwijzen
terugverwijs	=	terugverwijzen
terugverwijst	=	terugverwijzen
terugverwijze	=	terugverwijzen
terugverwijzen	verb	sturen naar waar men eerst vandaan kwam
terugverwijzend	=	terugverwijzen
terugverwijzende	=	terugverwijzen
terugviel	=	terugvallen
terugviele	=	terugvallen
terugvielen	=	terugvallen
terugvielt	=	terugvallen
terugvind	=	terugvinden
terugvindbaar	adj	van iets dat het weer gevonden kan worden, opgespoord kan worden of opnieuw kan worden aangetroffen.
terugvindbaarder	=	terugvindbaar
terugvindbaardere	=	terugvindbaar
terugvindbaarders	=	terugvindbaar
terugvindbaars	=	terugvindbaar
terugvindbaarst	=	terugvindbaar
terugvindbaarste	=	terugvindbaar
terugvindbare	=	terugvindbaar
terugvinde	=	terugvinden
terugvinden	verb	iets dat verloren was opnieuw vinden
terugvindend	=	terugvinden
terugvindende	=	terugvinden
terugvindt	=	terugvinden
terugvlieg	=	terugvliegen
terugvliege	=	terugvliegen
terugvliegen	verb	na een reis weer naar de oorspronkelijke plaats vliegen
terugvliegend	=	terugvliegen
terugvliegende	=	terugvliegen
terugvliegt	=	terugvliegen
terugvloei	=	terugvloeien
terugvloeide	=	terugvloeien
terugvloeiden	=	terugvloeien
terugvloeie	=	terugvloeien
terugvloeien	verb	teruggaan naar waar iets vandaan is gekomen
terugvloeiend	=	terugvloeien
terugvloeiende	=	terugvloeien
terugvloeit	=	terugvloeien
terugvloge	=	terugvliegen
terugvlogen	=	terugvliegen
terugvloog	=	terugvliegen
terugvloogt	=	terugvliegen
terugvlucht	noun	de terugreis met een vliegtuig
terugvluchten	=	terugvlucht
terugvocht	=	terugvechten
terugvochten	=	terugvechten
terugvoer	=	terugvaren
terugvoerde	=	terugvoeren
terugvoerden	=	terugvoeren
terugvoere	=	terugvoeren
terugvoeren	verb	iets als oorzaak aanwijzen
terugvoerend	=	terugvoeren
terugvoerende	=	terugvoeren
terugvoert	=	terugvoeren
terugvond	=	terugvinden
terugvonde	=	terugvinden
terugvonden	=	terugvinden
terugvondt	=	terugvinden
terugvorder	=	terugvorderen
terugvorderbaar	adj	van iets, zoals geld, goederen of subsidies, juridisch of feitelijk dat het kan worden teruggeëist door de oorspronkelijke eigenaar of gever.
terugvorderbaarder	=	terugvorderbaar
terugvorderbaardere	=	terugvorderbaar
terugvorderbaarders	=	terugvorderbaar
terugvorderbaars	=	terugvorderbaar
terugvorderbaarst	=	terugvorderbaar
terugvorderbaarste	=	terugvorderbaar
terugvorderbare	=	terugvorderbaar
terugvorderde	=	terugvorderen
terugvorderden	=	terugvorderen
terugvordere	=	terugvorderen
terugvorderen	verb	terug eisen wat eerst is gegeven of betaald
terugvorderend	=	terugvorderen
terugvorderende	=	terugvorderen
terugvordering	noun	de keer dat men dat iets teruggegeven wordt wat eerst gegeven is
terugvorderingen	=	terugvordering
terugvordert	=	terugvorderen
terugvorming	noun	ontstaan van een nieuw woord doordat een bestaand woord van een vermeend voorvoegsel, achtervoegsel of uitgang wordt ontdaan wanneer het ten onrechte als een afgeleide vorm wordt beschouwd
terugvormingen	=	terugvorming
terugvraag	=	terugvragen
terugvraagde	=	terugvragen
terugvraagden	=	terugvragen
terugvraagdenª	=	terugvragen
terugvraagdeª	=	terugvragen
terugvraagt	=	terugvragen
terugvrage	=	terugvragen
terugvragen	verb	na iets gegeven of geleend te hebben verzoeken het gegevene of geleende weer te mogen krijgen
terugvragend	=	terugvragen
terugvragende	=	terugvragen
terugvroeg	=	terugvragen
terugvroegen	=	terugvragen
terugwandel	=	terugwandelen
terugwandelde	=	terugwandelen
terugwandelden	=	terugwandelen
terugwandele	=	terugwandelen
terugwandelen	verb	te voet gaan naar de plaats waar men vandaan komt
terugwandelend	=	terugwandelen
terugwandelende	=	terugwandelen
terugwandelt	=	terugwandelen
terugweek	=	terugwijken
terugweekt	=	terugwijken
terugwees	=	terugwijzen
terugweg	noun	de weg waarlangs men terug reist
terugwegen	=	terugweg
terugweke	=	terugwijken
terugweken	=	terugwijken
terugwerk	=	terugwerken
terugwerke	=	terugwerken
terugwerken	verb	handelen om weer terug te gaan naar de oude situatie
terugwerkend	adj	van toepassing op eerdere situaties
terugwerkende	=	terugwerkend
terugwerkends	=	terugwerkend
terugwerkt	=	terugwerken
terugwerkte	=	terugwerken
terugwerkten	=	terugwerken
terugwerp	=	terugwerpen
terugwerpe	=	terugwerpen
terugwerpen	verb	met kracht vernietigen van bereikte vooruitgang
terugwerpend	=	terugwerpen
terugwerpende	=	terugwerpen
terugwerpt	=	terugwerpen
terugwezen	=	terugwijzen
terugwierp	=	terugwerpen
terugwierpen	=	terugwerpen
terugwijk	=	terugwijken
terugwijke	=	terugwijken
terugwijken	verb	weggaan
terugwijkend	=	terugwijken
terugwijkende	=	terugwijken
terugwijkt	=	terugwijken
terugwijs	=	terugwijzen
terugwijst	=	terugwijzen
terugwijze	=	terugwijzen
terugwijzen	verb	door wijzen weer doen gaan naar de plaats vanwaar iets of iemand is gekomen
terugwijzend	=	terugwijzen
terugwijzende	=	terugwijzen
terugwin	=	terugwinnen
terugwinne	=	terugwinnen
terugwinnen	verb	een eerder verlies goedmaken
terugwinnend	=	terugwinnen
terugwinnende	=	terugwinnen
terugwint	=	terugwinnen
terugwon	=	terugwinnen
terugwonne	=	terugwinnen
terugwonnen	=	terugwinnen
terugwont	=	terugwinnen
terugzaagt	=	terugzien
terugzag	=	terugzien
terugzage	=	terugzien
terugzagen	=	terugzien
terugzak	=	terugzakken
terugzakke	=	terugzakken
terugzakken	verb	langzaam minder worden
terugzakkend	=	terugzakken
terugzakkende	=	terugzakken
terugzakt	=	terugzakken
terugzakte	=	terugzakken
terugzakten	=	terugzakken
terugzeg	=	terugzeggen
terugzegde	=	terugzeggen
terugzegden	=	terugzeggen
terugzegge	=	terugzeggen
terugzeggen	verb	reageren op wat iemand zegt
terugzeggend	=	terugzeggen
terugzeggende	=	terugzeggen
terugzegt	=	terugzeggen
terugzei	=	terugzeggen
terugzeiden	=	terugzeggen
terugzend	=	terugzenden
terugzende	=	terugzenden
terugzenden	verb	terugsturen, weer zenden naar de plaats vanwaar iemand of iets gekomen is
terugzendend	=	terugzenden
terugzendende	=	terugzenden
terugzending	noun	het terugsturen van iets naar de plaats waar het vandaan gekomen is
terugzendingen	=	terugzending
terugzendinkje	=	terugzending
terugzendinkjes	=	terugzending
terugzendt	=	terugzenden
terugzet	=	terugzetten
terugzette	=	terugzetten
terugzetten	verb	achteruit zetten
terugzettend	=	terugzetten
terugzettende	=	terugzetten
terugzie	=	terugzien
terugzien	verb	na geruime tijd opnieuw zien
terugziend	=	terugzien
terugziende	=	terugzien
terugziet	=	terugzien
terugzond	=	terugzenden
terugzonden	=	terugzenden
terugzwaai	=	terugzwaaien
terugzwaaide	=	terugzwaaien
terugzwaaiden	=	terugzwaaien
terugzwaaie	=	terugzwaaien
terugzwaaien	verb	ook zwaaien als je toegezwaaid wordt
terugzwaaiend	=	terugzwaaien
terugzwaaiende	=	terugzwaaien
terugzwaait	=	terugzwaaien
tervisielegging	noun	het op een bepaalde plaats of digitaal ter inzage leggen van officiële documenten.
tervisieleggingen	=	tervisielegging
tervisielegginkje	=	tervisielegging
tervisielegginkjes	=	tervisielegging
tervurenaar	noun	een inwoner van Tervuren, of iemand afkomstig uit Tervuren
tervurenaars	=	tervurenaar
tervurenaren	=	tervurenaar
tervurens	adj	op Tervuren betrekking hebbend
tervurense	=	tervurens
tervurenser	=	tervurens
tervurensere	=	tervurens
tervurensers	=	tervurens
tervurenst	=	tervurens
tervurenste	=	tervurens
tervuurs	adj	op Tervuren betrekking hebbend
tervuurse	=	tervuurs
tervuurser	=	tervuurs
tervuursere	=	tervuurs
tervuursers	=	tervuurs
tervuurst	=	tervuurs
tervuurste	=	tervuurs
terwijl	conj	gedurende de periode dat nog een andere actie aan de gang is
terwijlen	=	terwijl
terzet	noun	muziekstuk voor drie stemmen
terzetten	=	terzet
terzijde	adv	terloops	noun	tekst die in een toneelstuk tot het publiek gericht wordt zonder dat de andere spelers dit zouden merken
terzijdelating	noun	het (voorlopig) iets opzij laten liggen
terzijdelatingen	=	terzijdelating
terzijden	=	terzijde
terzijdes	=	terzijde
terzijdestelling	noun	handelwijze waarbij iets of iemand bewust niet wordt betrokken, in afwijking van de verwachte gang van zaken
terzijdestellingen	=	terzijdestelling
terzijdetje	=	terzijde
terzijdetjes	=	terzijde
terzine	noun	een gedicht of een strofe van een gedicht van drie regels met dichtvorm A B A - B C B - C D C enz.
terzinen	=	terzine
tes	noun	negende letter van het alfabet
tesamen	=	tezamen
tesia	noun	Tesia een geslacht van vogels uit de familie van de Cettiidae.
tesia's	=	tesia
tesiaatje	=	tesia
tesiaatjes	=	tesia
tesjoeva	noun	omkeer, berouw, inkeer
tesjoeve	noun	omkeer, berouw, inkeer
tesjoevot	=	tesjoeva
tesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, weergegeven met symbool T
tesla's	=	tesla
teslaatje	=	tesla
teslaatjes	=	tesla
teslabol	noun	decoratieve bol die bestaat uit een glazen vat gevuld met edelgassen en een hoogspanningselektrode in het midden
teslabollen	=	teslabol
teslabolletje	=	teslabol
teslabolletjes	=	teslabol
teslaschaamte	noun	schaamte die een relatief progressief iemand voelt die ooit een Tesla kocht vanwege de huidige politieke antiliberale en antidemocratische ideeën van Tesla-eigenaar Elon Musk (die ook nog eens graag bonussen van 100 miljard dollar ontvangt)
tesselaar	noun	een inwoner van Texel, of iemand afkomstig van Texel
tesselaren	=	tesselaar
tessels	adj	op Texel betrekking hebbend
tesselse	noun	een vrouwelijke inwoner van Texel, of een vrouw afkomstig uit Texel
tesselsen	=	tesselse
tessen	=	tes
tessenderloos	adj|rare	van, uit, betreffende of als in Tessenderlo
tessenderloost	=	tessenderloos
tessenderlooste	=	tessenderloos
tessenderlose	=	tessenderloos
tessenderlosen	=	tessenderloos
tessenderloser	=	tessenderloos
tessenderlosere	=	tessenderloos
tessenderlosers	=	tessenderloos
tesseract	noun	vierdimensionale hyperkubus
tesseracten	=	tesseract
tesseractje	=	tesseract
tesseractjes	=	tesseract
tessituur	noun	de toonomvang of het register van een zangstem of muziekinstrument waarin de stem of het muziekinstrument het beste klinkt
test	noun	probeersel
testalgie	noun	pijn in een testikel
testament	noun	notariële of onderhandse akte met persoonlijke, eenzijdig herroepbare verklaring(en), de uiterste wilsbeschikkingen, waarin een erflater bij leven bepaalt wat er na overlijden met zijn nalatenschap gebeurt, het wettelijke begrip is uiterste wil
testamentair	adj	bij testament bekrachtigd
testamentairder	=	testamentair
testamentairdere	=	testamentair
testamentairders	=	testamentair
testamentaire	=	testamentair
testamentairs	=	testamentair
testamentairst	=	testamentair
testamentairste	=	testamentair
testamenten	=	testament
testamentisch	adj	betreffend of zich bezighoudend met een testament
testamentische	=	testamentisch
testamentischer	=	testamentisch
testamentischere	=	testamentisch
testamentischers	=	testamentisch
testamentje	=	testament
testamentjes	=	testament
testateur	noun	iemand die een testament maakt of heeft gemaakt, erflater
testateurs	=	testateur
testateurtje	=	testateur
testateurtjes	=	testateur
testbaan	noun	een weg of pad waarop men bepaalde proeven kan uitvoeren
testbanen	=	testbaan
testbases	=	testbasis
testbasis	noun	alle documenten, waaruit de eisen zijn af te leiden, die aan een informatiesysteem worden gesteld
testbasissen	=	testbasis
testbed	noun	laboratorium voor wetenschappelijke proeven
testbedden	=	testbed
testbedje	=	testbed
testbedjes	=	testbed
testbeeld	noun	een (grotendeels) stilstaande afbeelding die ontworpen is om met name servicemonteurs en antenne-installateurs behulpzaam te zijn bij het instellen, afregelen en controleren van zwart-wit en kleuren televisie-ontvangers
testbeelden	=	testbeeld
testcapaciteit	noun	de omvang van het vermogen om tests uit te voeren of te verwerken
testcapaciteiten	=	testcapaciteit
testcase	noun	een geval dat men gebruikt om iets te beproeven
testcases	=	testcase
testcircuit	noun	rondgaande, afgesloten weg waarop men voertuigen kan uitproberen
testcircuits	=	testcircuit
testdag	noun	een dag waarop iets of iemand beproefd, gekeurd of getest wordt
testdagen	=	testdag
teste	=	testen
testeer	=	testeren
testeerde	=	testeren
testeerden	=	testeren
testeeren	=	testeren
testeert	=	testeren
testen	verb	aan een test onderwerpen
testend	=	testen
testende	=	testen
tester	noun	iets of iemand die iets test of beproeft
testere	=	testeren
testeren	verb	bij testamentaire beschikking vermaken
testerend	=	testeren
testerende	=	testeren
testers	=	tester
testes	=	testis
testfase	noun	periode waarin men controleert of iets echt voldoet aan de eisen en wensen die men eraan stelt
testfasen	=	testfase
testfases	=	testfase
testiculair	adj	met betrekking tot de teelbal
testiculaire	=	testiculair
testiculairs	=	testiculair
testikel	noun	teelbal, zaadbal
testikels	=	testikel
testikeltje	=	testikel
testikeltjes	=	testikel
testimonia	=	testimonium
testimonial	noun	iemand die geëerd wordt
testimonials	=	testimonial
testimonium	noun	getuigenis, bewijs
testimoniums	=	testimonium
testis	noun	een van de twee bolvormige klieren in een mannelijke lichaam waar de zaadcellen worden gevormd
testje	=	test
testjes	=	test
testkaart	noun	een bedrukte kaart waarmee je een test kunt uitvoeren, met name een kaart waarmee je de gezichtsscherpte kunt bepalen
testkaarten	=	testkaart
testkaartje	=	testkaart
testkaartjes	=	testkaart
testlab	noun	een werkplaats waar men onderzoekt of bepaalde zaken of producten voldoen aan vooraf gestelde eisen of verwachtingen
testlabje	=	testlab
testlabjes	=	testlab
testlabs	=	testlab
testmanager	noun	hoofdverantwoordelijke voor het goed verlopen van testen
testmanagers	=	testmanager
testmanagertje	=	testmanager
testmanagertjes	=	testmanager
testmogelijkheden	=	testmogelijkheid
testmogelijkheid	noun	een kans om iets te toetsen
testmogelijkheidje	=	testmogelijkheid
testmogelijkheidjes	=	testmogelijkheid
testosteron	noun	mannelijk geslachtshormoon
testosteronspiegel	noun	de hoeveelheid mannelijke geslachtshormoon dat in een lichaamsvloeistof aanwezig is
testosteronspiegels	=	testosteronspiegel
testosterontweet	noun	een tweet waarin machotaal en/of spierballentaal gebruikt is om indruk te maken
testosterontweets	=	testosterontweet
testpagina	noun	een document of afbeelding dat wordt afgedrukt of weergegeven om de functionaliteit van een apparaat of de kwaliteit van een website te controleren
testpagina's	=	testpagina
testpaginaatje	=	testpagina
testpaginaatjes	=	testpagina
testpen	noun	de stift aan het meetsnoer van een meetapparaat, die in contact wordt gebracht met het te meten punt
testpennen	=	testpen
testpennetje	=	testpen
testpennetjes	=	testpen
testperiode	noun	tijdsduur die men gebruikt om iets te testen
testperioden	=	testperiode
testperiodes	=	testperiode
testpop	noun	een apparaat in de vorm van een mens dat men kan gebruiken om (bots)proeven mee te verrichten
testpopje	=	testpop
testpopjes	=	testpop
testpoppen	=	testpop
testprogramma	noun	serie voorgenomen handelingen die als doel hebben iets of iemand uit te proberen en te testen
testprogramma's	=	testprogramma
testprogrammaatje	=	testprogramma
testprogrammaatjes	=	testprogramma
testpsychologie	noun	de leer van het stellen van een diagnose op het terrein van psychologie (met behulp van testen en vragenlijsten)
testresultaat	noun	uitkomst van een test
testresultaatje	=	testresultaat
testresultaatjes	=	testresultaat
testresultaten	=	testresultaat
testrijder	noun	chauffeur die een voertuig uitprobeert door erin te rijden
testrijders	=	testrijder
testrit	noun	een keer dat men rijdt als proef
testritje	=	testrit
testritjes	=	testrit
testritten	=	testrit
testrun	noun	testrit(ten)
testruns	=	testrun
tests	=	test
testsamenleving	noun	een samenleving waarin mensen zich vooraf moeten laten testen voordat ze aan een activiteit kunnen deelnemen
testsamenlevingen	=	testsamenleving
testset	noun	groep zaken waarmee men iets kan uitproberen
testsetje	=	testset
testsetjes	=	testset
testsets	=	testset
teststraat	noun	locatie waar achtereenvolgens mensen getest worden op het hebben van een besmettelijke ziekte
teststraatje	=	teststraat
teststraatjes	=	teststraat
teststraten	=	teststraat
testte	=	testen
testten	=	testen
testuitslag	noun	het resultaat van een medisch onderzoek
testuitslagen	=	testuitslag
testvaatje	=	testvat
testvaatjes	=	testvat
testvat	noun	een vat waarin men proeven kan doen
testvaten	=	testvat
testverbod	noun	een wettelijk verbod op het testen van producten (zoals cosmetica) op dieren; in de EU geldt dit verbod sinds 2004 voor de productontwikkeling en sinds 2009 ook voor ingrediënten, plus een verkoopverbod sinds 2013, waardoor producten waarvan de ingrediënten elders op dieren zijn getest, niet mogen worden verkocht, hoewel het testen voor REACH-registratie soms nog mogelijk is
testverboden	=	testverbod
testverbodje	=	testverbod
testverbodjes	=	testverbod
testvloeistof	noun	een vloeistof waarmee men iets kan aantonen
testvloeistoffen	=	testvloeistof
testvloeistofje	=	testvloeistof
testvloeistofjes	=	testvloeistof
testvlucht	noun	een reis van een vliegtuig of ruimtevaartuig dat dient om te testen of het vliegtuig of ruimtevaartuig naar behoren functioneert
testvluchten	=	testvlucht
tet	noun	negende letter van het alfabet
tetanie	noun	verhoogde spierprikkelbaarheid
tetanus	noun	een infectieziekte die door een gifstof leidt tot spierspasmen
tetanusprik	noun	een injectie met een vaccin dat beschermt tegen kaakklem
tetanusprikje	=	tetanusprik
tetanusprikjes	=	tetanusprik
tetanusprikken	=	tetanusprik
tetanussera	=	tetanusserum
tetanusserum	noun	serum afkomstig van dieren die met tetanusgif zijn behandeld en daardoor veel antigenen tegen tetanus bevat
tetanusserumpje	=	tetanusserum
tetanusserumpjes	=	tetanusserum
tetanusserums	=	tetanusserum
teth	=	tet
tetje	=	tet
tetjes	=	tet
tetra	noun	tetrachloorkoolstof gebruikt als ontvlekkingsmiddel
tetra's	=	tetra
tetra-amelie	noun	zeldzame aangeboren ziekte waardoor iemand wordt geboren zonder armen of benen
tetracycline	noun	behoort tot de groep geneesmiddelen die tetracycline-antibiotica worden genoemd.
tetracyclinen	=	tetracycline
tetracyclines	=	tetracycline
tetragonaal	adj	vierhoekig
tetragonaals	=	tetragonaal
tetragonale	=	tetragonaal
tetragram	noun	JHWH de vier letters die staan voor de naam van God
tetragrammata	=	tetragrammaton
tetragrammaton	noun	de reeks van vier letters JHWH of JHVH, als aanduiding van Gods naam in de Bijbel, soms bij uitbreiding ook vierletterige benamingen van God in andere talen (Oudgrieks: Θεός, Latijn: Deus, Frans: Dieu, Duits: Gott, Engels Lord, Nederlands Heer of Here)
tetragrammen	=	tetragram
tetrameer	noun	een chemische verbinding die uit 4 eenheden of monomeren bestaat.
tetrameertje	=	tetrameer
tetrameertjes	=	tetrameer
tetrameren	=	tetrameer
tetraoxide	noun	verbinding met moleculen van vier atomen zuurstof en een atoom van een andere stof
tetraoxiden	=	tetraoxide
tetraoxides	=	tetraoxide
tetraplegie	noun	verlamming van beide armen en benen
tetraploïd	adj	vier chromosomen in de celkern hebbend (ten gevolge van genoommutaties)
tetraploïde	noun	een cel waarvan in de celkern van elk chromosoom ten gevolge van genoommutaties vier exemplaren aanwezig zijn (geslachtschromosomen uitgezonderd)
tetraploïds	=	tetraploïd
tetrarch	noun	heerser over een vierde deel van het rijk
tetrarchen	=	tetrarch
tetrarchie	noun	heerschappij of regering van vier personen
tetrarchietje	=	tetrarchie
tetrarchieën	=	tetrarchie
tetrarchje	=	tetrarch
tetraëder	noun	een door vier gelijkzijdige driehoeken ingesloten lichaam
tetraëders	=	tetraëder
tetraëdertje	=	tetraëder
tetraëdertjes	=	tetraëder
tetrode	noun	radiobuis met vier elementen (kathode, anode, 2 roosters)
tetroden	=	tetrode
tetrodes	=	tetrode
tetrodetje	=	tetrode
tetrodetjes	=	tetrode
tets	=	tet
tetten	=	tet
tetter	=	tetteren
tetterde	=	tetteren
tetterden	=	tetteren
tettere	=	tetteren
tetteren	verb	luid praten
tetterend	=	tetteren
tetterende	=	tetteren
tetterettet	noun	luid geschetter	intj	klank van luid geschetter, vaak gebruikt om aan te geven dat een boodschap extra aandacht verdient
tetterig	adj	al te netjes
tetterige	=	tetterig
tetteriger	=	tetterig
tetterigere	=	tetterig
tetterigers	=	tetterig
tetterigs	=	tetterig
tetterigst	=	tetterig
tetterigste	=	tetterig
tettert	=	tetteren
teug	noun	een grote slok
teugel	noun	riem of koord waarmee men een last- of rijdier bestuurt
teugelastrild	noun	Estrilda rhodopyga een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
teugelastrilden	=	teugelastrild
teugelastrildje	=	teugelastrild
teugelastrildjes	=	teugelastrild
teugelgors	noun	Peucaea mystacalis een vogelsoort uit de familie emberizidae.
teugelgorsje	=	teugelgors
teugelgorsjes	=	teugelgors
teugelgorzen	=	teugelgors
teugelgrondtiran	noun	Muscisaxicola capistratus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
teugelgrondtirannen	=	teugelgrondtiran
teugelgrondtirannetje	=	teugelgrondtiran
teugelgrondtirannetjes	=	teugelgrondtiran
teugelijsvogel	noun	Halcyon malimbica een ijsvogel die voorkomt in Afrika
teugelijsvogels	=	teugelijsvogel
teugelijsvogeltje	=	teugelijsvogel
teugelijsvogeltjes	=	teugelijsvogel
teugelkwartelduif	noun	Zentrygon frenata een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
teugelkwartelduifje	=	teugelkwartelduif
teugelkwartelduifjes	=	teugelkwartelduif
teugelkwartelduiven	=	teugelkwartelduif
teugelloos	adj	zonder teugel
teugelloosheden	=	teugelloosheid
teugelloosheid	noun	het teugelloos zijn
teugelloost	=	teugelloos
teugellooste	=	teugelloos
teugelloze	=	teugelloos
teugellozer	=	teugelloos
teugellozere	=	teugelloos
teugellozers	=	teugelloos
teugels	=	teugel
teugelstekelstaartkangoeroe	noun	Onychogalea fraenata een kangoeroe uit het geslacht der stekelstaartkangoeroes (Onychogalea) die voorkomt in open bos en struikgebieden in Taunton Scientific Reserve en het nationale park Idalia in Midden-Queensland.
teugelstekelstaartkangoeroes	=	teugelstekelstaartkangoeroe
teugelstekelstaartkangoeroetje	=	teugelstekelstaartkangoeroe
teugelstekelstaartkangoeroetjes	=	teugelstekelstaartkangoeroe
teugeltje	=	teugel
teugeltjes	=	teugel
teugelvlektodietiran	noun	Hemitriccus diops een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
teugelvlektodietirannen	=	teugelvlektodietiran
teugelvlektodietirannetje	=	teugelvlektodietiran
teugelvlektodietirannetjes	=	teugelvlektodietiran
teugen	=	teug
teugje	=	teug
teugjes	=	teug
teunisbloem	noun	benaming voor planten uit het geslacht Oenothera met zo'n 125 soorten eenjarige, tweejarige en vaste planten uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae)
teunisbloemaardvlo	noun	Altica oleracea een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
teunisbloemaardvlooien	=	teunisbloemaardvlo
teunisbloemaardvlooitje	=	teunisbloemaardvlo
teunisbloemaardvlooitjes	=	teunisbloemaardvlo
teunisbloemen	=	teunisbloem
teunisbloemfamilie	noun	een plantenfamilie Onagraceae waarin een twintigtal geslachten en circa 650 soorten planten worden geplaatst.
teunisbloemfamilies	=	teunisbloemfamilie
teunisbloemfamilietje	=	teunisbloemfamilie
teunisbloemfamilietjes	=	teunisbloemfamilie
teunisbloempijlstaart	noun	Proserpinus proserpina een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae)
teunisbloempijlstaarten	=	teunisbloempijlstaart
teunisbloempijlstaartje	=	teunisbloempijlstaart
teunisbloempijlstaartjes	=	teunisbloempijlstaart
teunisbloempje	=	teunisbloem
teut	=	teuten
teute	=	teuten
teuten	verb	te langzaam iets doen, talmen, dralen, draaien en treuzelen
teutend	=	teuten
teutende	=	teuten
teuter	=	teuteren
teuterde	=	teuteren
teuterden	=	teuteren
teutere	=	teuten
teuteren	verb	talmen, treuzelen
teuterend	=	teuteren
teuterende	=	teuteren
teuterig	adj	zich vooral met allerlei onbelangrijke kleinigheden bezig houdend
teuterige	=	teuterig
teuteriger	=	teuterig
teuterigere	=	teuterig
teuterigers	=	teuterig
teuterigs	=	teuterig
teuterigst	=	teuterig
teuterigste	=	teuterig
teuters	=	teuten
teutert	=	teuteren
teutje	=	teuten
teutjes	=	teuten
teuts	=	teuten
teutst	=	teuten
teutste	=	teuten
teutte	=	teuten
teutten	=	teuten
teva	noun	natuur
teveel	noun	datgene wat over is boven de gewenste hoeveelheid
teven	=	teef
tevens	adv	daarbij, ook
tevergeefs	adj	niet het beoogde resultaat opleverend	adv	zonder succes
tevergeefse	=	tevergeefs
tevet	noun	tiende maand van het joodse jaar, in december-januari (Est. 2:16); vierde maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
tevoorschijn	adv	in het zicht, zichtbaar
tevoren	adv	in de tijd ervoor
tevot	=	teva
tevreden	adv	geen behoefte voelend om aanmerkingen te maken	adj	geen behoefte voelend om aanmerkingen te maken
tevredene	noun	iemand die tevreden is
tevredenen	=	tevredene
tevredener	=	tevreden
tevredeners	=	tevreden
tevredengesteld	=	tevredenstellen
tevredengestelde	=	tevredenstellen
tevredenheden	=	tevredenheid
tevredenheid	noun	het gevoel genoeg te hebben en voldaan te zijn
tevredenheidbetuiging	noun	een officiële blijk van waardering, lof of erkentelijkheid voor iemands inzet of prestaties.
tevredenheidbetuigingen	=	tevredenheidbetuiging
tevredenheidbetuiginkje	=	tevredenheidbetuiging
tevredenheidbetuiginkjes	=	tevredenheidbetuiging
tevredenheidsbetuiging	noun	een officiële blijk van waardering, lof of erkentelijkheid voor iemands inzet of prestaties.
tevredenheidsbetuigingen	=	tevredenheidsbetuiging
tevredenheidsbetuiginkje	=	tevredenheidsbetuiging
tevredenheidsbetuiginkjes	=	tevredenheidsbetuiging
tevredenheidsverklaring	noun	een schriftelijk document waarin een opdrachtgever of klant verklaart dat een geleverd product of uitgevoerde dienst naar tevredenheid is voltooid.
tevredenheidsverklaringen	=	tevredenheidsverklaring
tevredenheidsverklarinkje	=	tevredenheidsverklaring
tevredenheidsverklarinkjes	=	tevredenheidsverklaring
tevredenheidverklaring	noun	is een schriftelijk document waarin een opdrachtgever verklaart dat een leverancier of aannemer een opdracht naar behoren, tijdig en tot tevredenheid heeft uitgevoerd
tevredenheidverklaringen	=	tevredenheidverklaring
tevredenheidverklarinkje	=	tevredenheidverklaring
tevredenheidverklarinkjes	=	tevredenheidverklaring
tevredens	=	tevreden
tevredenst	=	tevreden
tevredenste	=	tevreden
tevredenstel	=	tevredenstellen
tevredenstelde	=	tevredenstellen
tevredenstelden	=	tevredenstellen
tevredenstelle	=	tevredenstellen
tevredenstellen	verb	ervoor zorgen dat iemand tevreden wordt
tevredenstellend	=	tevredenstellen
tevredenstellende	=	tevredenstellen
tevredenstelt	=	tevredenstellen
tevree	adj|informal	tevreden
tevrees	=	tevree
tevreest	=	tevree
tevreeste	=	tevree
tevreeë	=	tevree
tevreeër	=	tevree
tevreeëre	=	tevree
tevreeërs	=	tevree
tevrêe	=	tevreden
tewaterlating	noun	het vanaf de werf waar het gebouwd is in het water brengen van een schip
tewaterlatingen	=	tewaterlating
teweeg	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord op gang, in beweging (als onderdeel van: teweegbrengen)
teweegbracht	=	teweegbrengen
teweegbrachte	=	teweegbrengen
teweegbrachten	=	teweegbrengen
teweegbreng	=	teweegbrengen
teweegbrenge	=	teweegbrengen
teweegbrengen	verb	veroorzaken
teweegbrengend	=	teweegbrengen
teweegbrengende	=	teweegbrengen
teweegbrengt	=	teweegbrengen
teweeggebracht	=	teweegbrengen
teweeggebrachte	=	teweegbrengen
teweergesteld	=	teweerstellen
teweerstel	=	teweerstellen
teweerstelde	=	teweerstellen
teweerstelden	=	teweerstellen
teweerstelle	=	teweerstellen
teweerstellen	verb	verzet plegen
teweerstellend	=	teweerstellen
teweerstellende	=	teweerstellen
teweerstelt	=	teweerstellen
tewerk	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord.
tewerkgesteld	=	tewerkstellen
tewerkgestelde	=	tewerkstellen
tewerkstel	=	tewerkstellen
tewerkstelde	=	tewerkstellen
tewerkstelden	=	tewerkstellen
tewerkstelle	=	tewerkstellen
tewerkstellen	verb	een arbeidsbetrekking verlenen aan iemand
tewerkstellend	=	tewerkstellen
tewerkstellende	=	tewerkstellen
tewerkstelling	noun	het tewerkstellen
tewerkstellingen	=	tewerkstelling
tewerkstellingsgraad	noun	verhouding van het aantal werkende mensen ten opzichte van het aantal mensen op beroepsactieve leeftijd zonder werk
tewerkstellingsgraden	=	tewerkstellingsgraad
tewerkstelt	=	tewerkstellen
tex	=	texen
texaan	noun	een inwoner van Texas, of iemand afkomstig uit Texas
texaans	adj	betreffende of komende van Texas
texaanse	noun	vrouwelijke inwoner van Texas
texaansen	=	texaanse
texaanser	=	texaans
texaansere	=	texaans
texaansers	=	texaans
texaanst	=	texaans
texaanste	=	texaans
texasgoffer	noun	Geomys personatus knaagdier uit de familie van de goffers (Geomyidae).
texasgoffers	=	texasgoffer
texasgoffertje	=	texasgoffer
texasgoffertjes	=	texasgoffer
texaskangoeroegoffer	noun	Dipodomys elator knaagdier uit de familie van de wangzakmuizen (Heteromyidae).
texaskangoeroegoffers	=	texaskangoeroegoffer
texaskangoeroegoffertje	=	texaskangoeroegoffer
texaskangoeroegoffertjes	=	texaskangoeroegoffer
texasnachtzwaluw	noun	Chordeiles acutipennis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae) die voorkomt in een groot deel van Amerika
texasnachtzwaluwen	=	texasnachtzwaluw
texasnachtzwaluwtje	=	texasnachtzwaluw
texasnachtzwaluwtjes	=	texasnachtzwaluw
texasschildpad	noun	Gopherus berlandieri een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
texasschildpadden	=	texasschildpad
texasschildpadje	=	texasschildpad
texasschildpadjes	=	texasschildpad
texe	=	texen
texelaar	noun	schapenras afkomstig van Texel
texelaars	=	texelaar
texelaren	=	texelaar
texels	adj	op Texel betrekking hebbend
texelse	noun	een vrouwelijke inwoner van Texel, of een vrouw afkomstig uit Texel
texelsen	=	texelse
texen	verb	verven met latexverf
texend	=	texen
texende	=	texen
text	=	texen
texte	=	texen
texten	verb	gebruik maken van een elektronische berichtendienst
textend	=	texten
textende	=	texten
textiel	noun	een uit draden geweven materiaal en daaruit gemaakte voorwerpen	adj	betrekking hebbend op textiel
textielantenne	noun	antenne die in textiel is geweven en die een signaal afgeeft bij een val
textielantennen	=	textielantenne
textielantennes	=	textielantenne
textielbranche	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie van kleding en stoffen
textielbranches	=	textielbranche
textielconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse textielfabrieken
textielconcerns	=	textielconcern
textiele	=	textiel
textielexport	noun	export van textiel
textielexporten	=	textielexport
textielfabriek	noun	een bedrijf waar weefsel worden gemaakt
textielfabrieken	=	textielfabriek
textielfabriekje	=	textielfabriek
textielfabriekjes	=	textielfabriek
textielgoed	noun	verzamelnaam voor alle producten en materialen die zijn vervaardigd uit natuurlijke of synthetische vezels
textielgoederen	=	textielgoed
textielhandelaar	noun	persoon die handelt in geweven stoffen
textielhandelaars	=	textielhandelaar
textielhandelaren	=	textielhandelaar
textielindustrie	noun	de industrie van het maken van stoffen en kleding met textiel
textielindustrieën	=	textielindustrie
textielproducent	noun	bedrijf waar men kleding en stoffen maakt
textielproducenten	=	textielproducent
textiels	=	textiel
textielscholen	=	textielschool
textielschool	noun	school voor personeel in de textielindustrie
textielschooltje	=	textielschool
textielschooltjes	=	textielschool
textielstad	noun	stad met veel textielfabrieken
textielstadje	=	textielstad
textielstadjes	=	textielstad
textielstaking	noun	een collectieve werkonderbreking (staking) door arbeiders in de textielindustrie.
textielstakingen	=	textielstaking
textielstakinkje	=	textielstaking
textielstakinkjes	=	textielstaking
textielsteden	=	textielstad
textieltje	=	textiel
textieltjes	=	textiel
textielvezel	noun	dunste draadjes waaruit garen wordt gesponnen om stoffen van te weven
textielvezels	=	textielvezel
textielvezeltje	=	textielvezel
textielvezeltjes	=	textielvezel
textielzaak	noun	winkel waar textiel en textielproducten worden verkocht
textielzaakje	=	textielzaak
textielzaakjes	=	textielzaak
textielzaken	=	textielzaak
textorwever	noun	Ploceus cucullatus een vogel in de familie van de wevers en verwanten (Ploceidae)
textorwevers	=	textorwever
textorwevertje	=	textorwever
textorwevertjes	=	textorwever
textte	=	texten
textten	=	texten
texturen	=	textuur
textuur	noun	de manier waarop iets is samengesteld, hoe het materiaal aanvoelt en hoe de structuur eruit ziet
tezamen	adv	in dichte nabijheid van elkaar
teze	=	tezen
tezelfdertijd	adv	geeft een gebeurtenis aan die in hetzelfde tijdvak plaatsvindt
tezen	verb	uiteentrekken, plukken, met name van wol
tezend	=	tezen
tezende	=	tezen
tgv	noun	personenvervoer over het spoor met snelheden boven de 200 km/u
tgv's	=	tgv
tgv'tje	=	tgv
thailander	noun	een inwoner van Thailand, of iemand afkomstig uit Thailand
thailanders	=	thailander
thailands	adj	op Thailand betrekking hebbend
thailandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Thailand, of een vrouw afkomstig uit Thailand
thailandsen	=	thailandse
thailandser	=	thailands
thailandsere	=	thailands
thailandsers	=	thailands
thailandst	=	thailands
thailandste	=	thailands
thais	adj	op Thailand betrekking hebbend
thaise	noun	een vrouwelijke inwoner van Thailand, of een vrouw afkomstig uit Thailand
thaisen	=	thaise
thaiser	=	thais
thaisere	=	thais
thaisers	=	thais
thaist	=	thais
thaiste	=	thais
thalamus	noun	grijze stof van de tussenhersenen.
thalassocratie	noun	zeemacht
thalidomide	noun	een geneesmiddel dat door Chemie Grünenthal, een in Stolberg gevestigd Duits farmaceutisch bedrijf, op 1 oktober 1957 als slaapmiddel, sedativum, pijnstiller en als middel tegen zwangerschapsbraken op de markt kwam
thalidomiden	=	thalidomide
thalidomides	=	thalidomide
thalli	=	thallus
thallium	noun	scheikundig element met symbool Tl en atoomnummer 81. Het is een zilverwit hoofdgroepmetaal
thalliumatomen	=	thalliumatoom
thalliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element thallium.
thalliumatoompje	=	thalliumatoom
thalliumatoompjes	=	thalliumatoom
thalliums	=	thallium
thalliumsulfaat	noun	een zeer toxisch thalliumzout van zwavelzuur, met als brutoformule Tl₂SO₄
thallofyt	noun|historical	benaming voor organismen die zich als een plant lijken te vertakken, maar waarvan wortels, stengels en bladeren uit hetzelfde type cellen bestaan Deze organisme werden vroeger allemaal als "lagere planten" gezien, maar tegenwoordig worden de bacteriën, schimmels en algen als groepen buiten het plantenrijk gezien.
thallofyten	=	thallofyt
thallofytje	=	thallofyt
thallofytjes	=	thallofyt
thallus	noun	een onderdeel van een meercellig plantachtig organisme dat niet is gedifferentieerd in de vegetatieve organen stengel, wortel en blad
thanatofilie	noun	sterke persoonlijke interesse in doodgaan
thanksgiving	noun	een Noord-Amerikaanse feestdag waarop men dankzegt voor de oogst
thans	adv	op het huidige tijdstip
thargeit	noun	zoogdier uit de groep Caprini.
thargeiten	noun	een groep zoogdieren met drie niet-uitgestorven soorten, die tot 2005 allemaal tot het geslacht Hemitragus werden gerekend
thargeitje	=	thargeit
thargeitjes	=	thargeit
thatcherisme	noun	politiek-economische visie dat een wel erg groot vertrouwen in de vrije markt combineert met een sterke centrale regering, zoals beleden door Margaret Thatcher wat o.a. heeft geleid tot een aanzienlijke en historische toename van de inkomensongelijkheid in het Verenigd Koninkrijk
thaumatroop	noun	aan twee zijden bedrukt vlak waaraan aan de zijkanten touwtjes bevestigd zijn
thaumatroopje	=	thaumatroop
thaumatroopjes	=	thaumatroop
thaumatropen	=	thaumatroop
thc	noun	tetrahydrocannabinol, de chemische stof die als psychoactieve stof in hennepproducten voorkomt
theater	noun	een uitgaansgelegenheid waar theatervoorstellingen gegeven worden
theateraanbod	noun	alle beschikbare voorstellingen in theaters
theaterbezoek	noun	het naar een voorstelling gaan
theaterbezoeken	=	theaterbezoek
theaterbezoeker	noun	iemand die naar een theatervoorstelling gaat
theaterbezoekers	=	theaterbezoeker
theaterbezoekertje	=	theaterbezoeker
theaterbezoekertjes	=	theaterbezoeker
theaterbezoekje	=	theaterbezoek
theaterbezoekjes	=	theaterbezoek
theaterbureau	noun	onderneming die voor artiesten optredens organiseert
theaterbureaus	=	theaterbureau
theatercafeetje	=	theatercafé
theatercafeetjes	=	theatercafé
theatercafé	noun	horecaonderneming die verbonden is met een theater
theatercafés	=	theatercafé
theaterdirecteur	noun	leidinggevende van een theater
theaterdirecteuren	=	theaterdirecteur
theaterdirecteurs	=	theaterdirecteur
theaterdocent	noun	leraar die lesgeeft in acteren
theaterdocenten	=	theaterdocent
theaterfestival	noun	feestelijk evenement met theatervoorstellingen van verschillende theatergezelschappen
theaterfestivalletje	=	theaterfestival
theaterfestivalletjes	=	theaterfestival
theaterfestivals	=	theaterfestival
theatergebouw	noun	gebouw waarin theateropvoeringen worden gehouden
theatergebouwen	=	theatergebouw
theatergezelschap	noun	een organisatie die zich bezighoudt met het repeteren en uitvoeren van theatervoorstellingen
theatergezelschapje	=	theatergezelschap
theatergezelschapjes	=	theatergezelschap
theatergezelschappen	=	theatergezelschap
theatergroep	noun	een organisatie die zich bezighoudt met het repeteren en uitvoeren van theatervoorstellingen
theatergroepen	=	theatergroep
theatergroepje	=	theatergroep
theatergroepjes	=	theatergroep
theaterleven	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het theater
theaterlieden	=	theaterman
theaterlui	=	theaterman
theatermaakster	noun	vrouw die theatervoorstellingen maakt
theatermaaksters	=	theatermaakster
theatermaker	noun	artiest die zelf een theatervoorstelling creëert en vertolkt
theatermakers	=	theatermaker
theaterman	noun	iemand die betrokken is bij het maken van theatervoorstellingen
theatermannen	=	theaterman
theatermannetje	=	theaterman
theatermannetjes	=	theaterman
theatermens	noun	iemand die zijn of haar hele leven voor het theater heeft geleefd
theatermensen	=	theatermens
theateropleiding	noun	onderwijsinstelling waar men een vak kan leren waarmee men een bijdrage kan leveren aan een theateruitvoering
theateropleidingen	=	theateropleiding
theateropleidinkje	=	theateropleiding
theateropleidinkjes	=	theateropleiding
theateroptreden	noun	uitvoering in een theater
theateroptredens	=	theateroptreden
theaterprijs	noun	een beloning of erkenning die iemand krijgt die een uitzonderlijk goede theatervoorstelling heeft gemaakt
theaterprijzen	=	theaterprijs
theaterproducent	noun	persoon (of instantie) die de leiding heeft over een theaterproductie (zoals een toneelstuk of musical) en zorgt voor financiële middelen en rechten voor uitvoeringen
theaterproducenten	=	theaterproducent
theaterproductie	noun	theatershow die men meerdere keren opvoert
theaterproducties	=	theaterproductie
theaterpubliek	noun	mensen die (regelmatig) een theater bezoeken
theaterpublieken	=	theaterpubliek
theaterregisseur	noun	degene die een toneelvoorstelling vormgeeft en voor een groot deel ook organiseert
theaterregisseurs	=	theaterregisseur
theaters	=	theater
theaterscholen	=	theaterschool
theaterschool	noun	beroepsopleiding voor dans, kleinkunst, mime, toneel etc.
theaterschooltje	=	theaterschool
theaterschooltjes	=	theaterschool
theaterseizoen	noun	jaarlijkse periode dat theatervoorstellingen worden uitgevoerd
theaterseizoenen	=	theaterseizoen
theatershow	noun	een uitvoering in een theater
theatershows	=	theatershow
theatershowtje	=	theatershow
theatershowtjes	=	theatershow
theaterspecialist	noun	deskundige op het gebied van toneelvoorstellingen
theaterspecialisten	=	theaterspecialist
theaterspecialistje	=	theaterspecialist
theaterspecialistjes	=	theaterspecialist
theatersport	noun	een vorm van theater waarbij, in plaats van voorstellingen, improvisatiewedstrijden voor publiek worden gegeven en doorgaans twee teams van vier personen tegen elkaar strijden
theaterstuk	noun	werk zoals dat in een theater wordt opgevoerd
theaterstukje	=	theaterstuk
theaterstukjes	=	theaterstuk
theaterstukken	=	theaterstuk
theatertje	=	theater
theatertjes	=	theater
theatertour	noun	de rondgang van een artiest langs verschillende schouwburgen.
theatertournee	noun	de rondgang van een artiest langs verschillende schouwburgen.
theatertournees	=	theatertournee
theatertourneetje	=	theatertournee
theatertourneetjes	=	theatertournee
theatertours	=	theatertour
theatertourtje	=	theatertour
theatertourtjes	=	theatertour
theateruitvoering	noun	de uitvoering van een theaterstuk (ballet, opera etc.) compleet met toneel en muziek
theateruitvoeringen	=	theateruitvoering
theatervak	noun	alles wat te maken heeft met de productie van theatervoorstellingen
theatervakken	=	theatervak
theatervoorstelling	noun	een uitvoering voor een publiek van toeschouwers in een theater
theatervoorstellingen	=	theatervoorstelling
theatervoorstellinkje	=	theatervoorstelling
theatervoorstellinkjes	=	theatervoorstelling
theaterwereld	noun	iedereen die wat te maken heeft met de productie van theatervoorstellingen
theaterwerelden	=	theaterwereld
theaterwereldje	=	theaterwereld
theaterwereldjes	=	theaterwereld
theaterwerk	noun	een stuk dat gemaakt is om in een schouwburg te worden uitgevoerd
theaterwerken	=	theaterwerk
theaterwetenschap	noun	studie die zich bezighoudt met theater
theaterwetenschappen	=	theaterwetenschap
theaterzaal	noun	grote ruimte die geschikt is voor theateruitvoeringen
theaterzaaltje	=	theaterzaal
theaterzaaltjes	=	theaterzaal
theaterzalen	=	theaterzaal
theatraal	adj	op een manier die goed past in het theater
theatraals	=	theatraal
theatraalst	=	theatraal
theatraalste	=	theatraal
theatrale	=	theatraal
theatraler	=	theatraal
theatralere	=	theatraal
theatralers	=	theatraal
theatraliteit	noun	het geschikt zijn voor een voorstelling
theatraliteiten	=	theatraliteit
thee	noun	gedroogde bladeren van de theestruik
thee-ei	noun	eivormig, geperforeerd houdertje waarin men thee stopt waarna het geheel in de theepot wordt gehangen
thee-eieren	=	thee-ei
thee-eitje	=	thee-ei
thee-eitjes	=	thee-ei
theeachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van thee
theeachtige	=	theeachtig
theeachtiger	=	theeachtig
theeachtigere	=	theeachtig
theeachtigers	=	theeachtig
theeachtigs	=	theeachtig
theeachtigst	=	theeachtig
theeachtigste	=	theeachtig
theeblaadje	=	theeblad
theeblaadjes	=	theeblad
theeblad	noun	blad van de theestruik
theebladen	=	theeblad
theebladeren	=	theeblad
theeblaren	=	theeblad
theebloem	noun	bolletje van theebladeren die zo om een gedroogde bloem zijn gebonden, dat er na het toevoegen van heet water een warme drank ontstaat met daarin een soort geopende bloemkelk
theebloemen	=	theebloem
theeblok	noun	in een mal tot een blok samengeperste theebladeren waarvan men (door een stuk af te breken) thee kan zetten of op kan eten
theeblokje	=	theeblok
theeblokjes	=	theeblok
theeblokken	=	theeblok
theebomen	=	theeboom
theeboom	noun	bepaald soort altijd groenblijvende boom, Melaleuca alternifolia, waaruit men theeboomolie kan winnen
theeboompje	=	theeboom
theeboompjes	=	theeboom
theeboy	noun	serveerwagentje waarop de benodigdheden voor het theeritueel kunnen worden geplaatst
theeboys	=	theeboy
theeboytje	=	theeboy
theeboytjes	=	theeboy
theebuiltje	noun	een poreus, papieren zakje met thee dat je in heet water kunt hangen om thee te zetten
theebuiltjes	=	theebuiltje
theebus	noun	goed afsluitbare voorraaddoos voor het bewaren van gedroogde plantendelen waarvan een warme drank kan worden getrokken
theebusje	=	theebus
theebusjes	=	theebus
theebussen	=	theebus
theeceremonie	noun	het verheffen van theedrinken tot een ceremonie of kunstvorm
theeceremonies	=	theeceremonie
theeceremonietje	=	theeceremonie
theeceremonietjes	=	theeceremonie
theeceremonieën	=	theeceremonie
theeceremoniën	=	theeceremonie
theeculturen	=	theecultuur
theecultuur	noun	het verbouwen van thee
theecultuurtje	=	theecultuur
theecultuurtjes	=	theecultuur
theedoek	noun	katoenen of linnen doek, m.n. gebruikt om serviesgoed, bestek, pannen e.d. mee af te drogen
theedoeken	=	theedoek
theedoekje	=	theedoek
theedoekjes	=	theedoek
theedoos	noun	een doosje om thee in te bewaren
theedoosje	=	theedoos
theedoosjes	=	theedoos
theedozen	=	theedoos
theedrink	=	theedrinken
theedrinke	=	theedrinken
theedrinken	verb	het tot je nemen van een warme drank die ontstaat door plantaardige producten te weken in water
theedrinkend	=	theedrinken
theedrinkende	=	theedrinken
theedrinkt	=	theedrinken
theedronk	=	theedrinken
theedronken	=	theedrinken
theefilter	noun	een hulpmiddel (vaak een zeefje, zakje of mandje) dat losse theeblaadjes, kruiden of specerijen scheidt van het water tijdens het trekken, zodat je de smaak en aroma's krijgt zonder de vaste deeltjes in je kopje te krijgen
theefilters	=	theefilter
theefiltertje	=	theefilter
theefiltertjes	=	theefilter
theegedronken	=	theedrinken
theegezet	=	theezetten
theeglaasje	=	theeglas
theeglaasjes	=	theeglas
theeglas	noun	een hittebestendig glas, meestal voorzien van een oor, dat speciaal ontworpen is om thee uit te drinken
theeglazen	=	theeglas
theegoed	noun	het servies en de benodigdheden (zoals theepot, kopjes, schoteltjes) die gebruikt worden voor het zetten en drinken van thee
theehuis	noun	gelegenheid waar men thee kan drinken
theehuisje	=	theehuis
theehuisjes	=	theehuis
theehuizen	=	theehuis
theekast	noun	theetafel met een kastje eronder
theekasten	=	theekast
theekastje	=	theekast
theekastjes	=	theekast
theeketel	noun	ketel waar in grote hoeveelheden thee wordt gezet of vervoerd
theeketels	=	theeketel
theeketeltje	=	theeketel
theeketeltjes	=	theeketel
theekop	noun	Kop waaruit men thee kan drinken.
theekopje	=	theekop
theekopjes	=	theekop
theekopjesattractie	noun	klassiek type pretparkattractie waarbij bezoekers plaatsnemen in ronde bakjes die lijken op grote theekopjes
theekopjesattracties	=	theekopjesattractie
theekopjesattractietje	=	theekopjesattractie
theekopjesattractietjes	=	theekopjesattractie
theekoppen	=	theekop
theekrans	noun	bijeenkomst van vrouwen die thee drinken met elkaar maar vooral de stand van zaken bespreken en roddelen
theekransen	=	theekrans
theekransje	=	theekrans
theekransjes	=	theekrans
theelepel	noun	een kleine lepel om thee mee te roeren
theelepels	=	theelepel
theelepeltje	=	theelepel
theelepeltjes	=	theelepel
theeleut	noun|informal	iemand die wel erg veel thee drinkt
theeleuten	=	theeleut
theeleutje	=	theeleut
theelicht	noun	kleine kaars, veelal met een diameter van iets minder dan 4 centimeter en hoogte van 1 tot 2,5 centimeter die tijdens de brandtijd van ongeveer 4 tot 8 uur helemaal vloeibaar wordt en daarom in een onbrandbaar kuipje zit met een lontje dat dankzij een metalen voetje niet gaat drijven, geschikt als warmtebron in een theekomfoor
theelichten	=	theelicht
theelichthouder	noun	een houder voor waxinelichtjes
theelichthouders	=	theelichthouder
theelichthoudertje	=	theelichthouder
theelichthoudertjes	=	theelichthouder
theelichtje	=	theelicht
theelichtjes	=	theelicht
theeloden	=	theelood
theelood	noun	lood in dunne plaatvorm
theeloodje	=	theelood
theeloodjes	=	theelood
theemuts	noun	een gevoerde kap om de thee warm te houden
theemutsen	=	theemuts
theemutsje	=	theemuts
theemutsjes	=	theemuts
theepartij	noun	een bijeenkomst waar men thee drinkt
theepartijen	=	theepartij
theepartijtje	=	theepartij
theepartijtjes	=	theepartij
theepauze	noun	pauze om thee te drinken, pauze rond een uur of drie 's-middags, pauze in een voetbal wedstrijd
theepauzen	=	theepauze
theepauzes	=	theepauze
theepauzetje	=	theepauze
theepauzetjes	=	theepauze
theeplant	noun	bepaald soort plant, Camellia sinensis, die van oorsprong voorkomt in Zuidoost-Azië waarvan de jonge scheuten worden gebruikt om thee te produceren
theeplantage	noun	tropisch landbouwbedrijf waar thee wordt verbouwd
theeplantages	=	theeplantage
theeplanten	=	theeplant
theeplantje	=	theeplant
theeplantjes	=	theeplant
theepot	noun	kan met deksel en schenktuit waarin een warme drank wordt bereid door bladeren, vaak in gedroogde en gemalen vorm, in heet water te laten trekken
theepotje	=	theepot
theepotjes	=	theepot
theepotten	=	theepot
theeroos	noun	gekweekte rozensoort die naar thee geurt
theeroosje	=	theeroos
theeroosjes	=	theeroos
theerozen	=	theeroos
thees	=	thee
theesalon	noun	ruimte waarin men thee kan drinken
theesalonnetje	=	theesalon
theesalonnetjes	=	theesalon
theesalons	=	theesalon
theeschenkerij	noun	gelegenheid waar o.a. thee geschonken wordt
theeschenkerijen	=	theeschenkerij
theeschep	noun	een breed, plat lepeltje dat wordt gebruikt om de juiste hoeveelheid losse thee in een theepot of theefilter te doen
theeschepje	=	theeschep
theeschepjes	=	theeschep
theescheppen	=	theeschep
theeservies	noun	kopjes, schotels en theepot: het vaatwerk nodig voor het drinken van thee
theeserviesje	=	theeservies
theeserviesjes	=	theeservies
theeserviezen	=	theeservies
theesoort	noun	een type thee
theesoorten	=	theesoort
theespeciaalzaak	noun	een type zaak dat gespecialiseerd is in thee.
theespeciaalzaakje	=	theespeciaalzaak
theespeciaalzaakjes	=	theespeciaalzaak
theespeciaalzaken	=	theespeciaalzaak
theestoof	noun	toetel waarmee men een theeketel warm kan houden
theestoofje	=	theestoof
theestoofjes	=	theestoof
theestoven	=	theestoof
theestruik	noun	Camellia sinensis struik waarvan de bladeren gebruikt worden voor het maken van thee
theestruiken	=	theestruik
theestruikje	=	theestruik
theestruikjes	=	theestruik
theetafel	noun	een waarop de thee benodigdheden staan of kunnen staan
theetafels	=	theetafel
theetafeltje	=	theetafel
theetafeltjes	=	theetafel
theetijd	noun	het tijdstip dat men in de namiddag een maaltijd gebruikte waarbij men ook thee placht te drinken; een uur of vier 's-middags
theetijden	=	theetijd
theetje	=	thee
theetjes	=	thee
theetuin	noun	tuin met horecagelegenheid waar men thee en andere dranken kan nuttigen
theetuinen	=	theetuin
theetuintje	=	theetuin
theetuintjes	=	theetuin
theevisite	noun	visite waarbij voornamelijk thee wordt gebruikt
theevisites	=	theevisite
theewagen	noun	een klein tafeltje op wieltjes, dat wordt gebruikt om thee en andere versnaperingen te serveren
theewagens	=	theewagen
theewagentje	=	theewagen
theewagentjes	=	theewagen
theewater	noun	water om thee te zetten
theewatertje	=	theewater
theewatertjes	=	theewater
theewinkel	noun	winkel die gespecialiseerd is in thee
theewinkels	=	theewinkel
theewinkeltje	=	theewinkel
theewinkeltjes	=	theewinkel
theeworst	noun	een smeerbare worst gemaakt van varkensvlees en spek (dus niet halal!) die verder weinig met het bekende aftreksel van theebladeren te maken heeft
theeworsten	=	theeworst
theeworstje	=	theeworst
theeworstjes	=	theeworst
theezakje	noun	klein poreus papieren zakje, gevuld met gedroogde theebladeren waaraan meestal een draadje bevestigd is waarmee het zakje uit de theepot kan worden gehaald
theezakjes	=	theezakje
theezeef	noun	een zeefje om losse theeblaadjes op te vangen die uit de theepot in een theeglas zouden kunnen komen
theezeefje	=	theezeef
theezeefjes	=	theezeef
theezet	=	theezetten
theezette	=	theezetten
theezetten	verb	thee maken door op theeblaadjes heet water te gieten en het dan enige tijd te laten trekken
theezettend	=	theezetten
theezettende	=	theezetten
theezeven	=	theezeef
theeëi	=	thee-ei
theeën	=	thee
thema	noun	een onderwerp dat behandeld wordt
thema's	=	thema
thema-uitzending	noun	een radio- of televisieprogramma dat volledig in het teken staat van één specifiek onderwerp, grondgedachte of stelling
thema-uitzendingen	=	thema-uitzending
thema-uitzendinkje	=	thema-uitzending
thema-uitzendinkjes	=	thema-uitzending
themaatje	=	thema
themaatjes	=	thema
themablog	noun	verslag over een bepaald onderwerp dat men op het internet publiceert
themablogde	=	themabloggen
themablogden	=	themabloggen
themablogge	=	themabloggen
themabloggen	verb	een weblog bijhouden over een bepaald thema
themabloggend	=	themabloggen
themabloggende	=	themabloggen
themablogger	noun	persoon die een kroniek over een bepaald onderwerp bijhoudt op het internet
themabloggers	=	themablogger
themablogs	=	themablog
themablogt	=	themabloggen
themacafeetje	=	themacafé
themacafeetjes	=	themacafé
themacafé	noun	bijeenkomst over een bepaald onderwerp
themacafés	=	themacafé
themadag	noun	een dag waarop men aan één bepaald onderwerp veel aandacht besteedt, vaak gaat het om een onderwerp dat volgens de initiatiefnemers meer aandacht en actie vereist
themadagen	=	themadag
themajaar	noun	een jaar in het kader van een actueel of aansprekend thema dat door (inter)nationale organisaties als de Verenigde Naties (VN) of de Europese Unie (EU) of de Raad van Europa als zodanig wordt vastgesteld
themajaren	=	themajaar
themakanaal	noun	televisiekanaal met programma's die betrekking hebben op één onderwerp
themakanalen	=	themakanaal
themakist	noun	kist met verkleedspullen passend bij een bepaald onderwerp
themakisten	=	themakist
themakistje	=	themakist
themakistjes	=	themakist
themanummer	noun	een uitgave van een tijdschrift dat over één onderwerp gaat
themanummers	=	themanummer
themanummertje	=	themanummer
themanummertjes	=	themanummer
themapagina	noun	webpagina waar alle relevante informatie over een specifiek onderwerp (een thema) wordt verzameld en toegankelijk wordt gemaakt
themapagina's	=	themapagina
themapaginaatje	=	themapagina
themapaginaatjes	=	themapagina
themapark	noun	een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld met aankleding in de stijl van een bepaald thema
themaparken	=	themapark
themaparkje	=	themapark
themaparkjes	=	themapark
themaroute	noun	toeristische route rond een bepaald onderwerp
themaroutes	=	themaroute
themata	=	thema
thematiek	noun	het gekozen onderwerp voor een (kunst)werk
thematieken	=	thematiek
thematisch	adj	betrekking hebbend, berustend op een thema
thematische	=	thematisch
thematischer	=	thematisch
thematischere	=	thematisch
thematischers	=	thematisch
themaweek	noun	een week waarin een bepaald onderwerp speciale aandacht krijgt
themaweken	=	themaweek
themawoord	noun	Woorden horen bij een bepaald thema (gebruikt bij woordenschat ontwikkeling bij taalonderwijs).
themawoorden	=	themawoord
themawoordje	=	themawoord
themawoordjes	=	themawoord
theobromine	noun	een bittersmakend alkaloïde behorend tot de methylxanthinefamilie, waartoe ook theofylline en cafeïne behoren
theocentrisch	adj	God als het middelpunt van de schepping beschouwend
theocentrische	=	theocentrisch
theocentrisme	noun	een religieuze overtuiging waarbij een god of meerdere goden de wezenlijke kern uitmaken van ons wereldbeeld
theocraat	noun	aanhanger van het politieke stelsel waarbij men God ziet als de uiteindelijke heerser
theocraten	=	theocraat
theocratie	noun	staatsvorm die gebaseerd is op goddelijke (Grieks: θεος) macht (Grieks: κρατος)
theocratietje	=	theocratie
theocratietjes	=	theocratie
theocratieën	=	theocratie
theocratisch	adj	betrekking hebbend op een theocratie
theocratische	=	theocratisch
theocratischer	=	theocratisch
theocratischere	=	theocratisch
theocratischers	=	theocratisch
theodicee	noun	een argumentatie die een rechtvaardiging moet zijn voor het geloof in het bestaan van een God die zowel volmaakt goed als almachtig is, terwijl er toch kwaad in de wereld bestaat
theodiceeën	=	theodicee
theodoliet	noun	een hoekmeetinstrument uit de landmeetkunde
theodolieten	=	theodoliet
theofanie	noun	waarneembare manifestatie van God of een god, godsverschijning
theofanietje	=	theofanie
theofanietjes	=	theofanie
theofanieën	=	theofanie
theogonie	noun	leer van de afstamming van de (heidense) goden
theologe	noun	vrouwelijke vorm van theoloog
theologen	=	theoloog
theologes	=	theologe
theologie	noun	leer over God, het goddelijke en de godsdienst
theologiestudent	noun	iemand die godgeleerdheid studeert
theologiestudenten	=	theologiestudent
theologiestudentje	=	theologiestudent
theologiestudentjes	=	theologiestudent
theologisch	adj	betrekking hebbend op de godsgeleerdheid
theologische	=	theologisch
theologischer	=	theologisch
theologischere	=	theologisch
theologischers	=	theologisch
theoloog	noun	een beoefenaar van de theologie
theoloogje	=	theoloog
theoloogjes	=	theoloog
theomanie	noun	godsdienstwaanzin
theonomie	noun	ethische leer volgens welke elke moraal of recht berust op Gods geopenbaarde wil
theonomieën	=	theonomie
theorbe	=	teorbe
theorema	noun	stelling
theorema's	=	theorema
theoremaatje	=	theorema
theoremaatjes	=	theorema
theoretica	noun	vrouwelijke vorm van theoreticus
theoretica's	=	theoretica
theoretici	=	theoreticus
theoreticus	noun	iemand die zich met theorieën bezighoudt of deze ontwikkelt
theoreticusje	=	theoreticus
theoreticussen	=	theoreticus
theoretisch	adj	wat niet perse in de werkelijkheid voorkomt, m.b.t. feiten en wetten berustende wetenschappelijke kennis die niet proefondervindelijk aan de praktijk is getoetst
theoretische	=	theoretisch
theoretischer	=	theoretisch
theoretischere	=	theoretisch
theoretischers	=	theoretisch
theoretischt	=	theoretisch
theoretischte	=	theoretisch
theoretiseer	=	theoretiseren
theoretiseerde	=	theoretiseren
theoretiseerden	=	theoretiseren
theoretiseert	=	theoretiseren
theoretisere	=	theoretiseren
theoretiseren	verb	theoretisch redeneren
theoretiserend	=	theoretiseren
theoretiserende	=	theoretiseren
theorie	noun	een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
theoriegedeelte	noun	het gedeelte dat de theorie behandelt
theoriegedeelten	=	theoriegedeelte
theoriegedeeltes	=	theoriegedeelte
theorieles	noun	les in de schoolbanken waarin iemand kennis verwerft die hij later in praktijk moet brengen
theorielessen	=	theorieles
theorieopleiding	noun	gestructureerd leertraject dat bedoeld is om de theoretische kennis van verkeersregels, verkeersinzicht en gevaarherkenning onder de knie te krijgen, als voorbereiding op het officiële theorie-examen bij het CBR (of een soortgelijke instantie).
theorieopleidingen	=	theorieopleiding
theorieopleidinkje	=	theorieopleiding
theorieopleidinkjes	=	theorieopleiding
theorietje	=	theorie
theorietjes	=	theorie
theorievorming	noun	het ontwikkelen van een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie
theorievormingen	=	theorievorming
theorieën	=	theorie
theosofen	=	theosoof
theosofie	noun	religieus-filosofisch systeem van wereldbeschouwing met soms neoboeddhistisch karakter
theosofieën	=	theosofie
theosofisch	adj	betrekking hebbend op de theosofie
theosofische	=	theosofisch
theosofischer	=	theosofisch
theosofischere	=	theosofisch
theosofischers	=	theosofisch
theosoof	noun	aanhanger van de theosofie
therapeut	noun	iemand die een patiënt behandelt
therapeute	noun	vrouwelijke vorm van therapeut
therapeuten	=	therapeut
therapeutes	=	therapeute
therapeutisch	adj	genezend; op de geneeswijze betrekking hebbend
therapeutische	=	therapeutisch
therapeutischer	=	therapeutisch
therapeutischere	=	therapeutisch
therapeutischers	=	therapeutisch
therapeutje	=	therapeut
therapeutjes	=	therapeut
therapie	noun	een methode om aan de genezing van zieken te werken
therapiehond	noun	een hond die gebruikt wordt als behandeling van een patiënt
therapiehonden	=	therapiehond
therapiehondje	=	therapiehond
therapiehondjes	=	therapiehond
therapiesessie	noun	bijeenkomst als onderdeel van een therapeutische behandeling
therapiesessies	=	therapiesessie
therapietje	=	therapie
therapietjes	=	therapie
therapietrouw	noun	mate waarin een voorgeschreven therapie door een patiënt wordt opgevolgd
therapieën	=	therapie
theremin	noun	elektronisch muziekinstrument waarbij sterkte en toonhoogte van een oscillator door handbewegingen tussen twee antennes wordt beïnvloed
thereminnetje	=	theremin
thereminnetjes	=	theremin
theremins	=	theremin
thermaal	adj	afkomstig van bronnen waar warm water uit komt
thermaals	=	thermaal
thermaalst	=	thermaal
thermaalste	=	thermaal
thermale	=	thermaal
thermaler	=	thermaal
thermalere	=	thermaal
thermalers	=	thermaal
thermen	noun	oude Romeinse publieke badinrichting
thermiek	noun	opstijgende warme luchtbellen in de atmosfeer
thermiekbel	noun	hoeveelheid warme lucht waarin zich thermiek voordoet
thermiekbellen	=	thermiekbel
thermiekbelletje	=	thermiekbel
thermiekbelletjes	=	thermiekbel
thermieken	=	thermiek
thermiet	noun	een poedermengsel van een onedel metaal, gewoonlijk aluminium, en een oxide van een edeler metaal, vaak ijzer of koper
thermisch	adj	met betrekking tot warmte
thermische	=	thermisch
thermischer	=	thermisch
thermischere	=	thermisch
thermischers	=	thermisch
thermistor	noun	component waarvan de elektrische weerstand afhankelijk is van de temperatuur
thermistors	=	thermistor
thermistortje	=	thermistor
thermistortjes	=	thermistor
thermo-elektriciteit	noun	elektrisch spanningsverschil opgewekt door een temperatuurverschil b.v. door middel van een thermokoppel
thermo-elektrisch	adj	betrekking hebbend op de thermo-elektriciteit
thermo-elektrische	=	thermo-elektrisch
thermo-elektrischer	=	thermo-elektrisch
thermo-elektrischere	=	thermo-elektrisch
thermo-elektrischers	=	thermo-elektrisch
thermo-element	noun	element waarin d.m.v. een temperatuurverschil een elektrisch spanningsverschil ontstaat
thermo-ondergoed	noun	kleding die direct op het lichaam gedragen wordt, doorgaans nog onder andere kleding, meestal zowel de romp als de ledematen bedekt en gemaakt is uit speciale soorten textiel die de lichaamswarmte goed vasthouden op een manier die prettig aanvoelt
thermo-ondergoedje	=	thermo-ondergoed
thermo-ondergoedjes	=	thermo-ondergoed
thermobarisch	adj	gebruikmakend van de zuurstof in de lucht als oxidator
thermobarische	=	thermobarisch
thermobarischer	=	thermobarisch
thermobarischere	=	thermobarisch
thermobarischers	=	thermobarisch
thermobarometer	noun	toestel voor het bepalen van de luchtdruk d.m.v. de verandering in het kookpunt van water
thermobarometers	=	thermobarometer
thermochemie	noun	thermodynamica in de scheikunde die zich bezig houdt met de energieveranderingen, faseovergangen en evenwichtsreacties die bij chemische reacties optreden
thermochemisch	adj	betrekking hebbend op de thermochemie
thermochemische	=	thermochemisch
thermocline	noun	overgang tussen twee lagen water (of lucht) met verschillende temperatuur en dichtheid, in bijvoorbeeld meren of oceanen
thermoclinen	=	thermocline
thermoclines	=	thermocline
thermoclinetje	=	thermocline
thermoclinetjes	=	thermocline
thermodiffusie	noun	diffusie door de beweging van de atomen die inherent aan een bepaalde temperatuur is
thermodynamica	noun	de leer van warmte en arbeid
thermodynamisch	adj	op de thermodynamica betrekking hebbend
thermodynamische	=	thermodynamisch
thermodynamischer	=	thermodynamisch
thermodynamischere	=	thermodynamisch
thermodynamischers	=	thermodynamisch
thermofiel	adj	van warmte houdend
thermofiele	=	thermofiel
thermofieler	=	thermofiel
thermofielere	=	thermofiel
thermofielers	=	thermofiel
thermofiels	=	thermofiel
thermofielst	=	thermofiel
thermofielste	=	thermofiel
thermofoor	noun	apparaat voor het toedienen van plaatselijke warmte
thermofoortje	=	thermofoor
thermofoortjes	=	thermofoor
thermoforen	=	thermofoor
thermofysiologen	=	thermofysioloog
thermofysioloog	noun	deskundige op het gebied van de temperatuurregulatie bij dieren
thermogeen	adj	warmte gevend
thermogeens	=	thermogeen
thermogeenst	=	thermogeen
thermogeenste	=	thermogeen
thermogene	=	thermogeen
thermogener	=	thermogeen
thermogenere	=	thermogeen
thermogeners	=	thermogeen
thermograaf	noun	instrument dat automatisch de temperatuur registreert
thermografen	=	thermograaf
thermografisch	adj	betrekking hebbend op de thermografie
thermografische	=	thermografisch
thermografischer	=	thermografisch
thermografischere	=	thermografisch
thermografischers	=	thermografisch
thermogram	noun	grafische registratie van de temperatuur door een thermograaf of camera
thermogrammen	=	thermogram
thermogrammetje	=	thermogram
thermogrammetjes	=	thermogram
thermogravimetrie	noun	registratie van massaverandering bij verhitting
thermoharder	noun	kunststof die bij verhitting niet plastisch wordt
thermoharders	=	thermoharder
thermokleding	noun	kleren die direct op de huid worden gedragen met als doel de lichaamstemperatuur te reguleren.
thermokoppel	noun	de elektromotorische kracht die in een thermo-element ontstaat (Seebeck-effect)
thermokoppels	=	thermokoppel
thermokoppeltje	=	thermokoppel
thermokoppeltjes	=	thermokoppel
thermolabiel	adj	niet bestand tegen temperaturen boven een bepaalde waarde
thermolabiele	=	thermolabiel
thermolabieler	=	thermolabiel
thermolabielere	=	thermolabiel
thermolabielers	=	thermolabiel
thermolabiels	=	thermolabiel
thermolabielst	=	thermolabiel
thermolabielste	=	thermolabiel
thermoluminescentie	noun	het vrijkomen van opgeslagen spanningen in een vast materiaal in de vorm van licht bij verhitting ervan
thermolyse	noun	afbraakproces door verhitting
thermolysen	=	thermolyse
thermolyses	=	thermolyse
thermolysetje	=	thermolyse
thermolysetjes	=	thermolyse
thermomagnetisch	adj	een elektrische spanning scheppend in de lengteas van een geleider in aanwezigheid van een temperatuursverschil en een magnetisch veld dat daar loodrecht op staat
thermomagnetische	=	thermomagnetisch
thermomagnetisme	noun	het verschijnsel dat magnetisme afhankelijk is van de temperatuur (meestal treedt er verlies op)
thermomechanisch	adj	betrekking hebbend op de verandering van mechanische eigenschappen met de temperatuur
thermomechanische	=	thermomechanisch
thermometer	noun	een meetinstrument om temperaturen te meten
thermometers	=	thermometer
thermometertje	=	thermometer
thermometertjes	=	thermometer
thermometervogel	noun	Leipoa ocellata een vogel uit de familie van de grootpoothoenders (Megapodiidae).
thermometervogels	=	thermometervogel
thermometervogeltje	=	thermometervogel
thermometervogeltjes	=	thermometervogel
thermometrie	noun	deel van de natuurkunde dat zich bezighoudt met de uitzetting van stoffen door temperatuurverhoging
thermometrisch	adj	betrekking hebbend op de thermometrie of de temperatuurmeting
thermometrische	=	thermometrisch
thermonastisch	adj	bewegingen veroorzakend door een warmteprikkel
thermonastische	=	thermonastisch
thermonucleair	adj	betrekking hebbend op de fusie van atoomkernen (bij een temperatuur hoger dan 1 miljoen graad kelvin)
thermonucleairder	=	thermonucleair
thermonucleairdere	=	thermonucleair
thermonucleairders	=	thermonucleair
thermonucleaire	=	thermonucleair
thermonucleairs	=	thermonucleair
thermonucleairst	=	thermonucleair
thermonucleairste	=	thermonucleair
thermopane	noun	dubbel glas dat warmte isoleert	adj|obsolete	gemaakt van isolerend dubbelglas, eigenlijk een merknaam
thermopanes	=	thermopane
thermoplast	noun	kunststof die door verwarming week of plastisch gemaakt kan worden
thermoplasten	=	thermoplast
thermoplastisch	adj	door verhitting week of plastisch te maken
thermoplastische	=	thermoplastisch
thermoplastischer	=	thermoplastisch
thermoplastischere	=	thermoplastisch
thermoplastischers	=	thermoplastisch
thermoregulatie	noun	handhaving van warmte-evenwicht
thermos	noun	verkorting van thermosfles of thermoskan, een kan of fles waarin warme vloeistoffen warm kunnen blijven en koude vloeistoffen koud
thermoscoop	noun	voorloper van de thermometer
thermoscopen	=	thermoscoop
thermosfeer	noun	luchtlaag van de dampkring die zich bevindt tussen de mesosfeer en de exosfeer
thermosfles	noun	fles met geïsoleerde wand om dranken warm of koel te houden
thermosflesch	=	thermosfles
thermosflesje	=	thermosfles
thermosflesjes	=	thermosfles
thermosflessen	=	thermosfles
thermosje	=	thermos
thermosjes	=	thermos
thermoskan	noun	schenkkan volgens hetzelfde principe als de thermosfles
thermoskannen	=	thermoskan
thermoskannetje	=	thermoskan
thermoskannetjes	=	thermoskan
thermossen	=	thermos
thermostaat	noun	voor temperatuurwisselingen gevoelig apparaat dat gebruikt in een regeling de temperatuur in een bepaalde ruimte constant probeert te houden
thermostaatje	=	thermostaat
thermostaatjes	=	thermostaat
thermostaatschaamte	noun	de schaamte die mensen voelen als te hoog zetten van de thermostaat omdat dat schadelijk is voor het milieu
thermostabiel	adj	wiens gedrag niet (veel) door de temperatuur wordt beïnvloedt
thermostabiele	=	thermostabiel
thermostabieler	=	thermostabiel
thermostabielere	=	thermostabiel
thermostabielers	=	thermostabiel
thermostabiels	=	thermostabiel
thermostabielst	=	thermostabiel
thermostabielste	=	thermostabiel
thermostaten	=	thermostaat
thermostatisch	adj	betrekking hebbend op een thermostaat
thermostatische	=	thermostatisch
thermostatischer	=	thermostatisch
thermostatischere	=	thermostatisch
thermostatischers	=	thermostatisch
thermotaxie	noun	beweging van organismen onder invloed van warmte
thermotherapie	noun	behandeling van ziekten met warmte
thermotherapietje	=	thermotherapie
thermotherapietjes	=	thermotherapie
thermotherapieën	=	thermotherapie
thermoweerstand	noun	weerstand sterk afhangt van de temperatuur
thermoweerstanden	=	thermoweerstand
thermoweerstandje	=	thermoweerstand
thermoweerstandjes	=	thermoweerstand
thermozuil	noun	een aantal, in serie geschakelde (en gestapelde), thermo-elementen
thermozuilen	=	thermozuil
thermozuiltje	=	thermozuil
thermozuiltjes	=	thermozuil
therofyt	noun	plant die zijn levenscyclus van kieming tot zaad voltooit binnen één jaar
therofyten	=	therofyt
thesauri	=	thesaurus
thesaurie	noun	plaats waar men het geld van de overheid of een organisatie beheert
thesaurier	noun	beheerder van de financiën
thesauriers	=	thesaurier
thesauriertje	=	thesaurier
thesauries	=	thesaurie
thesaurieën	=	thesaurie
thesauriër	=	thesaurier
thesaurus	noun	een systematisch georganiseerde verzameling van begrippen uit een taal die zo is opgezet dat men eenvoudig een overzicht kan krijgen van woorden die soortgelijke betekenissen hebben
these	noun	formele stelling
thesen	=	these
theses	=	these
thesis	noun	te verdedigen, te bewijzen stelling
thesisje	=	thesis
thesissen	=	thesis
thesorie	=	thesaurie
theïne	noun	alkaloïd dat voorkomt in thee (en ook in koffie en chocolade)
theïsme	noun	levensbeschouwing die uitgaat van het bestaan van één of meer bestaande goden
theïst	noun	iemand die gelooft dat er een of meer goden bestaan
theïsten	=	theïst
theïstisch	adj	betrekking hebbend op het theïsme
theïstische	=	theïstisch
theïstischer	=	theïstisch
theïstischere	=	theïstisch
theïstischers	=	theïstisch
theïstje	=	theïst
theürgie	noun|obsolete	toverij door bezwering van goede geesten, witte magie
thigmonastie	noun	een ongerichte beweging die een plant uitvoert naar aanleiding van een prikkel van aanraking
thinner	noun	vloeistof die bestaat uit een mengsel met tolueen of xyleen die geschikt is om olieverf te verdunnen of vet te verwijderen
thinners	=	thinner
thio-ether	noun	een organische verbinding met de functionele groep R-S-R'
thio-ethers	=	thio-ether
thiocarbonaat	noun	zout van thiocarbolzuur
thiofeen	noun	een organische verbinding die bestaat uit een aromatische ring van vier koolstofatomen en een zwavelatoom
thiofenen	=	thiofeen
thiofosfaat	noun	een zout met de zuurrest PS₄³⁻
thiofosfaten	=	thiofosfaat
thiosulfaat	noun	een verbinding die het complexe ion S₂O₃²⁻ bevat
thiosulfaten	=	thiosulfaat
tholenaar	noun	inwoner van Tholen, een Zeeuws eiland
tholenaartje	=	tholenaar
tholenaartjes	=	tholenaar
tholenaren	=	tholenaar
thomaslangoer	noun	Presbytis thomasi primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
thomaslangoeren	=	thomaslangoer
thomaslangoertje	=	thomaslangoer
thomaslangoertjes	=	thomaslangoer
thomastheorema	noun	theoretische regel "wanneer mensen situaties als werkelijk definiëren, hebben die situaties werkelijke gevolgen" (ongeacht of die situaties werkelijkheid zijn)
thomisme	noun	stroming die uitgaat van het gedachtegoed van Thomas van Aquino
thomistisch	adj	betrekking hebbend op het thomisme
thomistische	=	thomistisch
thomistischer	=	thomistisch
thomistischere	=	thomistisch
thomistischers	=	thomistisch
thomsongazelle	noun	Eudorcas thomsonii is een algemene Afrikaanse gazellesoort uit de familie der holhoornigen (Bovidae).
thomsongazellen	=	thomsongazelle
thomsongazelles	=	thomsongazelle
thomsongazelletje	=	thomsongazelle
thomsongazelletjes	=	thomsongazelle
thools	adj	Op het eiland Tholen betrekking hebbend
thoolse	=	thools
thora	noun	exemplaar van de Thora, het heilige boek van het jodendom
thora's	=	thora
thoracaal	adj	met betrekking tot de borstkas
thoracaals	=	thoracaal
thoracale	=	thoracaal
thorax	noun	borstkas, ribbenkast, borstholte
thoraxchirurgie	noun	chirurgie van de borstholte, inclusief hart en longen
thoraxen	=	thorax
thoraxje	=	thorax
thoraxjes	=	thorax
thorium	noun	scheikundig element met symbool Th en atoomnummer 90. Het is een zilverwit actinide
thoriumatomen	=	thoriumatoom
thoriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element thorium.
thoriumatoompje	=	thoriumatoom
thoriumatoompjes	=	thoriumatoom
thracischtalig	adj	de Thracische taal sprekend
thracischtalige	=	thracischtalig
thracischtaligs	=	thracischtalig
thread	noun	achtereenvolgende en soms vertakte reeks van reacties op een bepaald bericht of onderwerp op een forum
threads	=	thread
threonine	noun	een proteïnogeen aminozuur
thriller	noun	verhaal, film of toneelstuk, bedoeld om spanning op te roepen
thrillerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een thriller
thrillerachtige	=	thrillerachtig
thrillerachtiger	=	thrillerachtig
thrillerachtigere	=	thrillerachtig
thrillerachtigers	=	thrillerachtig
thrillerachtigs	=	thrillerachtig
thrillerachtigst	=	thrillerachtig
thrillerachtigste	=	thrillerachtig
thrillerauteur	noun	iemand die spannende misdaadromans schrijft
thrillerauteurs	=	thrillerauteur
thrillerelement	noun	iets dat een verhaal spannender maakt
thrillerelementen	=	thrillerelement
thrillers	=	thriller
thrillerschrijver	noun	schrijver van spannende misdaadromans
thrillerschrijvers	=	thrillerschrijver
thrillertje	=	thriller
thrillertjes	=	thriller
thrillseeker	noun	iemand die houdt van spanning en sensatie
thrillseekers	=	thrillseeker
thrombocyt	=	trombocyt
thrombose	=	trombose
thrombosis	=	trombose
tht	noun	naam van de Universiteit Twente tot 1986
thuis	adv	op de eigen stek	noun	een plek waar iemand woont en zich veilig voelt
thuisadres	noun	de adresgegevens van de woning waarin men woont
thuisadressen	=	thuisadres
thuisbankier	noun	iemand die zijn bankzaken thuis afhandelt
thuisbankierde	=	thuisbankieren
thuisbankierden	=	thuisbankieren
thuisbankiere	=	thuisbankieren
thuisbankieren	verb	bankzaken thuis doen met behulp van de computer
thuisbankierend	=	thuisbankieren
thuisbankierende	=	thuisbankieren
thuisbankiers	=	thuisbankier
thuisbankiert	=	thuisbankieren
thuisbankiertje	=	thuisbankier
thuisbankiertjes	=	thuisbankier
thuisbases	=	thuisbasis
thuisbasis	noun	de plek waarnaar iemand steeds terugkeert of waar iemand thuishoort
thuisbasisje	=	thuisbasis
thuisbasisjes	=	thuisbasis
thuisbasissen	=	thuisbasis
thuisbegeleiding	noun	een vorm van ambulante hulpverlening (extramurale zorg) waarbij een professional ondersteuning biedt in de eigen thuissituatie van de cliënt.
thuisbegeleidingen	=	thuisbegeleiding
thuisbegeleidinkje	=	thuisbegeleiding
thuisbegeleidinkjes	=	thuisbegeleiding
thuisbehandeling	noun	medische zorg of therapie die in de eigen, vertrouwde omgeving van de patiënt wordt gegeven, in plaats van in een ziekenhuis of kliniek
thuisbehandelingen	=	thuisbehandeling
thuisbehandelingetje	=	thuisbehandeling
thuisbehandelingetjes	=	thuisbehandeling
thuisbezorg	=	thuisbezorgen
thuisbezorgd	=	thuisbezorgen
thuisbezorgde	=	thuisbezorgen
thuisbezorgden	=	thuisbezorgen
thuisbezorge	=	thuisbezorgen
thuisbezorgen	verb	afleveren aan huis
thuisbezorgend	=	thuisbezorgen
thuisbezorgende	=	thuisbezorgen
thuisbezorging	noun	het afleveren van gekochte goederen, maaltijden of boodschappen op het privéadres van de consument.
thuisbezorgingen	=	thuisbezorging
thuisbezorginkje	=	thuisbezorging
thuisbezorginkjes	=	thuisbezorging
thuisbezorgt	=	thuisbezorgen
thuisbioscoop	noun	verwijst naar een entertainment-opstelling die tracht in een huiskamer de sfeer en ervaring van een echte bioscoop na te bootsen
thuisbioscopen	=	thuisbioscoop
thuisbleef	=	thuisblijven
thuisbleeft	=	thuisblijven
thuisbleve	=	thuisblijven
thuisbleven	=	thuisblijven
thuisblijf	=	thuisblijven
thuisblijfmoeder	noun	moeder die geen betaalde arbeid hoeft te verrichten (het ideaal van de vijftiger jaren in Nederland!)
thuisblijfmoeders	=	thuisblijfmoeder
thuisblijfmoedertje	=	thuisblijfmoeder
thuisblijfmoedertjes	=	thuisblijfmoeder
thuisblijft	=	thuisblijven
thuisblijfvader	noun	man zonder betaald werk die full time voor de kinderen zorgt
thuisblijfvaders	=	thuisblijfvader
thuisblijve	=	thuisblijven
thuisblijven	verb	de eigen woning niet verlaten
thuisblijvend	=	thuisblijven
thuisblijvende	=	thuisblijven
thuisblijver	noun	iemand die niet op reis gaat terwijl anderen dat wel doen
thuisblijvers	=	thuisblijver
thuisbracht	=	thuisbrengen
thuisbrachte	=	thuisbrengen
thuisbrachten	=	thuisbrengen
thuisbreng	=	thuisbrengen
thuisbrenge	=	thuisbrengen
thuisbrengen	verb	iets of iemand naar huis vervoeren
thuisbrengend	=	thuisbrengen
thuisbrengende	=	thuisbrengen
thuisbrengt	=	thuisbrengen
thuisclub	noun	de sportvereniging op wiens terrein de wedstrijd gespeeld wordt, de ontvangende club
thuisclubs	=	thuisclub
thuisduel	noun	wedstrijd die men op het eigen terrein speelt tegen een andere sportclub
thuisduellen	=	thuisduel
thuisduels	=	thuisduel
thuisfeest	noun	een feest in een huis zoals een verjaardag of een housewarming
thuisfeesten	=	thuisfeest
thuisfeestje	=	thuisfeest
thuisfeestjes	=	thuisfeest
thuisfluiter	noun	een scheidsrechter die oneerlijk in het voordeel van de thuisclub oordeelt, een partijdige scheidsrechter
thuisfluiters	=	thuisfluiter
thuisfront	noun	geheel van organisaties en activiteiten waarmee de burgerbevolking een bijdrage aan de oorlog levert
thuisfronten	=	thuisfront
thuisfrontje	=	thuisfront
thuisfrontjes	=	thuisfront
thuisgebleven	=	thuisblijven
thuisgebracht	=	thuisbrengen
thuisgebrachte	=	thuisbrengen
thuisgehoord	=	thuishoren
thuisgehouden	=	thuishouden
thuisgekomen	=	thuiskomen
thuisgelaten	=	thuislaten
thuisgevoel	noun	het vertrouwde, veilige, geborgen gevoel zoals men dat ook in de eigen woning ervaart
thuisgevoelens	=	thuisgevoel
thuisgewerkt	=	thuiswerken
thuisgezeten	=	thuiszitten
thuishaven	noun	de haven waar een schip geregistreerd is
thuishavens	=	thuishaven
thuishaventje	=	thuishaven
thuishaventjes	=	thuishaven
thuishield	=	thuishouden
thuishielden	=	thuishouden
thuishonk	noun	hoekpunt van het honkbalveld waar de slagman de toegeworpen bal probeert weg te slaan en waarheen hij vervolgens probeert terug te keren na langs de drie andere hoekpunten te hebben gelopen
thuishonken	=	thuishonk
thuishoor	=	thuishoren
thuishoorde	=	thuishoren
thuishoorden	=	thuishoren
thuishoort	=	thuishoren
thuishore	=	thuishoren
thuishoren	verb	behoren, deel uitmaken van een groep
thuishorend	=	thuishoren
thuishorende	=	thuishoren
thuishou	=	thuishouden
thuishoud	=	thuishouden
thuishoude	=	thuishouden
thuishouden	verb	binnenshuis houden, niet naar buiten gaan
thuishoudend	=	thuishouden
thuishoudende	=	thuishouden
thuishoudt	=	thuishouden
thuishulp	noun	de zorg voor hulpbehoevenden op het gebied van dagelijkse verzorging en/ of huishoudelijk werk
thuishulpen	=	thuishulp
thuisisolatie	noun	iemand die (mogelijk) ziek is en/of een ziekteverwekker (mogelijk) bij zich draagt en zich in eigen huis afzondert van andere mensen (zowel huisgenoten als mensen buiten) om verspreiding van een ziekte te voorkomen
thuisisolaties	=	thuisisolatie
thuisje	=	thuis
thuisjes	=	thuis
thuiskapper	noun	iemand die bij mensen thuis beroepsmatig de kapsels van mensen verzorgt
thuiskappers	=	thuiskapper
thuiskappertje	=	thuiskapper
thuiskappertjes	=	thuiskapper
thuisknop	noun	toets op het bedieningspaneel of beeldscherm van een apparaat die je direct terugbrengt naar het hoofdscherm of startscherm
thuisknopje	=	thuisknop
thuisknopjes	=	thuisknop
thuisknoppen	=	thuisknop
thuiskom	=	thuiskomen
thuiskome	=	thuiskomen
thuiskomen	verb	terugkeren in de eigen woning
thuiskomend	=	thuiskomen
thuiskomende	=	thuiskomen
thuiskomst	noun	het weer terugkeren na een langer of korter verblijf elders
thuiskomsten	=	thuiskomst
thuiskomt	=	thuiskomen
thuiskopieheffing	noun	een wettelijke vergoeding in Nederland op de aankoop van apparaten die muziek, films of foto's kunnen opslaan (zoals smartphones, tablets, laptops en externe harde schijven).
thuiskopieheffingen	=	thuiskopieheffing
thuiskopieheffinkje	=	thuiskopieheffing
thuiskopieheffinkjes	=	thuiskopieheffing
thuiskwaamt	=	thuiskomen
thuiskwam	=	thuiskomen
thuiskwame	=	thuiskomen
thuiskwamen	=	thuiskomen
thuislaat	=	thuislaten
thuisland	noun	een gebied met een beperkt zelfbestuur binnen Zuid-Afrika dat als woongebied voor de Bantoes aangewezen is
thuislanden	=	thuisland
thuislandje	=	thuisland
thuislandjes	=	thuisland
thuislate	=	thuislaten
thuislaten	verb	iets ergens niet mee naartoe nemen
thuislatend	=	thuislaten
thuislatende	=	thuislaten
thuisliet	=	thuislaten
thuislieten	=	thuislaten
thuisloos	adj	zonder vaste woon- of verblijfplaats
thuisloosheid	noun	het thuisloos zijn
thuisloost	=	thuisloos
thuislooste	=	thuisloos
thuisloze	=	thuisloos
thuislozer	=	thuisloos
thuislozere	=	thuisloos
thuislozers	=	thuisloos
thuismarkt	noun	binnenlandse markt
thuismarkten	=	thuismarkt
thuisnaaister	noun	iemand die, tegen betaling, thuis naaiwerk verricht
thuisnaaisters	=	thuisnaaister
thuisnederlaag	noun	verloren wedstrijd van de club die in het eigen stadion heeft gespeeld
thuisnederlagen	=	thuisnederlaag
thuisnet	noun	televisienet waar een omroepvereniging al haar programma's op uitzendt
thuisnetten	=	thuisnet
thuisnetwerk	noun	een datanetwerk dat thuis gebruikt wordt
thuisnetwerken	=	thuisnetwerk
thuisnetwerkje	=	thuisnetwerk
thuisnetwerkjes	=	thuisnetwerk
thuisonderwijs	noun	onderwijs dat niet in instellingen, maar thuis (met b.v. computers) genoten wordt
thuispagina	noun	webpagina die door de eigenaar bedoeld als toegangspoort van de website
thuispagina's	=	thuispagina
thuispaginaatje	=	thuispagina
thuispaginaatjes	=	thuispagina
thuisploeg	noun	de ploeg die in eigen stadion of andere thuisbasis speelt
thuisploegen	=	thuisploeg
thuispubliek	noun	bezoekers van een sportwedstrijd die fan zijn van de thuisploeg
thuispublieken	=	thuispubliek
thuisquarantaine	noun	iemand die niet ziek is, maar met een ziek iemand in contact is geweest of in een gebied is geweest waar een ziekte heerst, en zich in eigen huis afzondert van andere mensen (zowel huisgenoten als mensen buiten) om mogelijke verspreiding van een ziekte te voorkomen
thuisquarantaines	=	thuisquarantaine
thuisreis	noun	de tocht terug naar eigen land en woning na een vakantie of reis
thuisreisje	=	thuisreis
thuisreisjes	=	thuisreis
thuisreizen	=	thuisreis
thuisrijder	noun	wielrenner die vlak bij zijn woon- of geboorteplaats fietst
thuisrijders	=	thuisrijder
thuissituatie	noun	privéomstandigheiden, huiselijkeomstandigheden.
thuissituaties	=	thuissituatie
thuisspeler	noun	speler die speelt voor het eigen publiek
thuisspelers	=	thuisspeler
thuisstad	noun	de plaats waar iemand woont
thuisstadion	noun	stadion waar een sportteam gevestigd is
thuisstadions	=	thuisstadion
thuisstadje	=	thuisstad
thuisstadjes	=	thuisstad
thuissteden	=	thuisstad
thuistaal	noun	de taal die men thuis spreek
thuistaaltje	=	thuistaal
thuistaaltjes	=	thuistaal
thuistalen	=	thuistaal
thuistap	noun	biertap voor het schenken van bier in de thuissituatie
thuistapje	=	thuistap
thuistapjes	=	thuistap
thuistappen	verb	thuis bier tappen uit een vaatje
thuistappend	=	thuistappen
thuistappende	=	thuistappen
thuistapper	noun	toestel waarmee men thuis bier kan tappen
thuistappers	=	thuistapper
thuistaps	=	thuistap
thuistapsysteem	noun	thuistap met bijbehorend fustje waarmee men thuis bier kan tappen
thuistapsystemen	=	thuistapsysteem
thuisteam	noun	het sportteam dat bij een wedstrijd in de eigen stad of het eigen stadion speelt
thuisteams	=	thuisteam
thuisterrorist	noun	het in eigen land terroristische aanslagen (willen) plegen (in plaats van af te reizen naar het conflictgebied)
thuisterroristen	=	thuisterrorist
thuisterroristje	=	thuisterrorist
thuisterroristjes	=	thuisterrorist
thuisvakantie	noun	een vakantie die men thuis viert zonder op reis te gaan
thuisvakanties	=	thuisvakantie
thuisvakantietje	=	thuisvakantie
thuisvakantietjes	=	thuisvakantie
thuisverpleging	noun	verpleging en verzorging van een patiënt in de woning van de patiënt zelf
thuisverplegingen	=	thuisverpleging
thuisverpleginkje	=	thuisverpleging
thuisverpleginkjes	=	thuisverpleging
thuisverzorging	noun	professionele hulp, verpleging of begeleiding aan huis.
thuisverzorgingen	=	thuisverzorging
thuisverzorginkje	=	thuisverzorging
thuisverzorginkjes	=	thuisverzorging
thuiswacht	noun	iemand die thuis moet blijven om op het huis, kinderen en huisdieren moet passen als de bewoners voor langere tijd afwezig zijn
thuiswachten	=	thuiswacht
thuiswedstrijd	noun	De wedstrijd die een sporter of sportclub speelt in de eigen sporthal of in het eigen stadion.
thuiswedstrijden	=	thuiswedstrijd
thuiswedstrijdje	=	thuiswedstrijd
thuiswedstrijdjes	=	thuiswedstrijd
thuiswereld	noun	de plek waar iets of iemand thuis is of zich thuis voelt
thuiswerelden	=	thuiswereld
thuiswerk	noun	werk dat men thuis verricht
thuiswerkalarm	noun	bij slecht weer kunnen Belgische werknemers na afspraak met hun werkgever van thuis uit telewerken
thuiswerkalarmen	=	thuiswerkalarm
thuiswerkalarmpje	=	thuiswerkalarm
thuiswerkalarmpjes	=	thuiswerkalarm
thuiswerke	=	thuiswerken
thuiswerken	verb	arbeid verrichten in de eigen woning en dus niet op kantoor of in een fabriek
thuiswerkend	=	thuiswerken
thuiswerkende	=	thuiswerken
thuiswerkje	=	thuiswerk
thuiswerkplek	noun	een plek in eigen huis waar men het werk doet
thuiswerkplekje	=	thuiswerkplek
thuiswerkplekjes	=	thuiswerkplek
thuiswerkplekken	=	thuiswerkplek
thuiswerkproduct	noun	een technologisch product waardoor een werknemer in plaats van op kantoor thuis het werk kan doen
thuiswerkproducten	=	thuiswerkproduct
thuiswerkt	=	thuiswerken
thuiswerkte	=	thuiswerken
thuiswerkten	=	thuiswerken
thuiswerkvergoeding	noun	vergoeding die werknemers kunnen ontvangen als ze voor hun werk thuiswerken (met name voor gebruikte elektriciteit, verwarming en drinken)
thuiswerkvergoedingen	=	thuiswerkvergoeding
thuiswerkvergoedinkje	=	thuiswerkvergoeding
thuiswerkvergoedinkjes	=	thuiswerkvergoeding
thuiswinkel	noun	internetwinkel waar men vanuit huis inkopen kan doen
thuiswinkelen	noun	het kopen van producten via de televisie of het internet
thuiswinkelende	=	thuiswinkelen
thuiswinkels	=	thuiswinkel
thuisyoga	noun	die yoga die men thuis beoefent
thuiszat	=	thuiszitten
thuiszaten	=	thuiszitten
thuiszege	noun	het winnen van een wedstrijd op de locatie van de eigen sportclub
thuiszeges	=	thuiszege
thuiszegetje	=	thuiszege
thuiszit	=	thuiszitten
thuiszitte	=	thuiszitten
thuiszitten	verb	het huis niet verlaten voor werk, school, boodschappen e.d.
thuiszittend	=	thuiszitten
thuiszittende	=	thuiszitten
thuiszitter	noun	een kind met een leer- of kwalificatieplicht dat zonder geldige reden meer dan vier weken verzuimt
thuiszitters	=	thuiszitter
thuiszorg	noun	verzorging en verpleging die bij cliënten thuis wordt geleverd
thuiszorgje	=	thuiszorg
thuiszorgjes	=	thuiszorg
thuiszorgorganisatie	noun	bedrijf dat verzorging en verpleging die bij cliënten thuis levert
thuiszorgorganisaties	=	thuiszorgorganisatie
thuizen	=	thuis
thuizenaar	noun	iemand die veel thuis is, iemand die weinig zijn huis uit gaat, en daardoor leeft als een kluizenaar
thuizenaars	=	thuizenaar
thuizenaren	=	thuizenaar
thuja	noun	benaming voor groenblijvende boompjes uit het geslacht Thuja
thuja's	=	thuja
thujamineermot	noun	Argyresthia thuiella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
thujamineermotje	=	thujamineermot
thujamineermotjes	=	thujamineermot
thujamineermotten	=	thujamineermot
thujamos	noun	een geslacht Thuidium van mossen uit de klasse Bryopsida (bladmossen).
thujamosfamilie	noun	een familie Thuidiaceae van mossen uit de orde Hypnales.
thujamosje	=	thujamos
thujamosjes	=	thujamos
thujamossen	=	thujamos
thulium	noun	scheikundig element met symbool Tm en atoomnummer 69. Het is een zilverwit lanthanide
thuliumatomen	=	thuliumatoom
thuliumatoom	noun	een atoom van het chemisch element thulium.
thuliumatoompje	=	thuliumatoom
thuliumatoompjes	=	thuliumatoom
thymine	noun	een van de vier verschillende stikstofbasen die de bouwstenen van het DNA zijn
thyminen	=	thymine
thymines	=	thymine
thymus	noun	een orgaan dat bij kinderen en andere jonge zoogdieren te vinden is tussen het borstbeen (sternum) en de luchtpijp (trachea) in het voorste mediastinum en is een belangrijk orgaan in het afweersysteem.
thymusje	=	thymus
thymusjes	=	thymus
thymusklier	noun	thymus
thymusklieren	=	thymusklier
thymuskliertje	=	thymusklier
thymuskliertjes	=	thymusklier
thymussen	=	thymus
thyristor	noun	halfgeleider die werkt als elektronische schakelaar voor hoge vermogens
thyristoren	=	thyristor
thyristors	=	thyristor
thyrostatica	=	thyrostaticum
thyrostaticum	noun	stof die de schildklierwerking remt
thyrotoxicose	noun	een overmatige hoeveelheid van schildklierhormoon in het lichaam door versterkte eigen productie of door inname ervan
thyroxine	noun	3,3,5,5-L-tetrajoodthyronine, beter bekend als T₄, een prohormoon dat geproduceerd en afgescheiden wordt door de schildklier
thyroïde	noun	een (endocriene) klier gelegen aan de voorzijde van de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan
thyrsus	noun	een stok met aan het uiteinde een knop in de vorm van een dennenappel
thèta	noun	θ de achtste letter van het Griekse alfabet
thèta's	=	thèta
thètaatje	=	thèta
thètavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter thèta
thètavarianten	=	thètavariant
thürings	adj	afkomstig uit de Duitse deelstaat Thüringen; betrekking hebbend op Thüringen
thüringse	=	thürings
thüringser	=	thürings
thüringsere	=	thürings
thüringsers	=	thürings
tia	noun|informal	tijdelijk optredende verschijnselen van een beroerte door een korte onderbreking van de bloedtoevoer naar de hersenen
tia's	=	tia
tiaar	noun	kroon van de paus
tiaatje	=	tia
tiaatjes	=	tia
tianquanboomkruiper	noun	Certhia tianquanensis een zangvogel uit de familie van echte boomkruipers (Certhiidae).
tianquanboomkruipers	=	tianquanboomkruiper
tianquanboomkruipertje	=	tianquanboomkruiper
tianquanboomkruipertjes	=	tianquanboomkruiper
tiara	noun	pauselijke kroon
tiara's	=	tiara
tiaraatje	=	tiara
tiaraatjes	=	tiara
tiaren	=	tiaar
tibetaan	noun	bepaald ras van sierlijke huiskatten met een zachte glanzende vacht van halflange haren
tibetaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Tibet
tibetaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Tibet, of een vrouw afkomstig uit Tibet
tibetaansen	=	tibetaanse
tibetaanser	=	tibetaans
tibetaansere	=	tibetaans
tibetaansers	=	tibetaans
tibetaanst	=	tibetaans
tibetaanstalig	adj	de Tibetaanse taal sprekend
tibetaanstalige	=	tibetaanstalig
tibetaanstaligs	=	tibetaanstalig
tibetaanste	=	tibetaans
tibetaantje	=	tibetaan
tibetaantjes	=	tibetaan
tibetanen	=	tibetaan
tibethert	noun	een ondersoort Cervus canadensis wallichi van de wapiti, die voorkomt in Tibet en Bhutan.
tibetherten	=	tibethert
tibethertje	=	tibethert
tibethertjes	=	tibethert
tibetmuntjak	noun	Muntiacus feae een evenhoevige uit de familie van de hertachtigen (Cervidae).
tibetmuntjakje	=	tibetmuntjak
tibetmuntjakjes	=	tibetmuntjak
tibetmuntjaks	=	tibetmuntjak
tic	noun	zenuwtrek
tichel	noun	baksteen, dakpan of vlakke vloersteen
tichelaar	noun	iemand die werkt in een steenfabriek
tichelaars	=	tichelaar
tichelde	=	tichelen
tichelden	=	tichelen
tichele	=	tichelen
tichelen	verb	maken van producten door klei te bakken
tichelend	=	tichelen
tichelende	=	tichelen
tichels	=	tichel
tichelt	=	tichelen
ticheltje	=	tichel
ticheltjes	=	tichel
ticje	=	tic
ticjes	=	tic
ticket	noun	papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname
ticketheffing	noun	specifieke belasting of extra toeslag die wordt geheven op het ticket van een vervoersmiddel, meestal een vliegticket.
ticketheffingen	=	ticketheffing
ticketheffinkje	=	ticketheffing
ticketheffinkjes	=	ticketheffing
ticketje	=	ticket
ticketjes	=	ticket
ticketprijs	noun	de hoeveelheid geld die men moet betalen om gebruik te maken van een bepaalde dienst
ticketprijsje	=	ticketprijs
ticketprijsjes	=	ticketprijs
ticketprijzen	=	ticketprijs
tickets	=	ticket
ticketten	=	ticket
tics	=	tic
ticstoornis	noun	een neurologische of psychische aandoening die het optreden van tics als belangrijkste kenmerk hebben
tie	pron|informal	een niet benadrukte vorm van hij, 3e persoon enkelvoud mannelijk
tiebreak	noun	een beslissende 'game' bij tennis als de stand 6-6 is in een set
tiebreaks	=	tiebreak
tieger	=	tijger
tien	num	"10", het getal tussen negen en elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 10 is aangeduid
tienarmig	adj	tien armen hebbend
tienarmige	=	tienarmig
tienarmigs	=	tienarmig
tiend	noun	Bijbelse verplichting een tiende van de opbrengsten van het land aan de priesters af te staan
tiendaags	adj	tien dagen durend of om de tien dagen plaatsvindend
tiendaagse	=	tiendaags
tiende	noun	Bijbelse verplichting een tiende van de opbrengsten van het land aan de priesters af te staan	adj	nummer tien in een rij
tiende-eeuwer	noun	iemand die in de tiende eeuw heeft geleefd
tiende-eeuwers	=	tiende-eeuwer
tiende-eeuwertje	=	tiende-eeuwer
tiende-eeuwertjes	=	tiende-eeuwer
tiende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 901-1000
tiende-eeuwse	=	tiende-eeuws
tiendelig	adj	uit tien delen bestaand
tiendelige	=	tiendelig
tiendeligs	=	tiendelig
tienden	=	tiende
tiendpachter	noun	iemand die in naam van de tiendheer door middel van zijn tiendgaarders een tiende van de oogst van de tiendplichtige boeren inde
tiendpachters	=	tiendpachter
tiendpachtertje	=	tiendpachter
tiendpachtertjes	=	tiendpachter
tiendplicht	noun	de plicht om een tiende deel van zijn oogst af te staan aan de eigenaar van de grond
tiendplichten	=	tiendplicht
tiendplichtig	adj	met de verplichting een tiende deel van zijn oogst af te staan aan de eigenaar van de grond die hij bebouwde
tiendplichtige	noun	iemand die verplicht was een tiende deel van zijn oogst af te staan aan de eigenaar van het pand dat hij bebouwde
tiendplichtigen	=	tiendplichtige
tiendplichtigs	=	tiendplichtig
tiendplichtje	=	tiendplicht
tiendplichtjes	=	tiendplicht
tiendubbel	adj	tienvoudig
tiendubbele	=	tiendubbel
tiendubbels	=	tiendubbel
tienduizend	noun	het getal 10000	num	10 x 1000, de vierde macht van tien, in Arabische cijfers 10000
tienduizenden	=	tienduizend
tienduizendhoek	noun	meetkundige figuur met tienduizend hoeken
tienduizendhoeken	=	tienduizendhoek
tienduizendje	=	tienduizend
tienduizendjes	=	tienduizend
tienduizendste	adj	komend na de of het negenduizendnegenhonderdnegen en negentigste
tiendweg	noun	ontsluitingsweg in een polder, vaak iets verhoogd aangelegd met aan beide zijden een sloot, lijkt daarom op een dijkje
tiendwegen	=	tiendweg
tiendweggetje	=	tiendweg
tiendweggetjes	=	tiendweg
tienen	noun	datief van tien, na voorzetsels bij tijdsaanduidingen
tienenhalf	num	10½ (of 10,5); het getal halverwege tussen tien en elf
tienenhalve	=	tienenhalf
tiener	noun	jongere tussen 10 en 20 jaar oud
tieneragenda	noun	een notitieboek waarin tieners hun afspraken noteren
tieneragenda's	=	tieneragenda
tieneragendaatje	=	tieneragenda
tieneragendaatjes	=	tieneragenda
tienerblad	noun	tijdschrift speciaal gemaakt voor jongeren met een leeftijd tussen de 10 en 20 jaar
tienerbladen	=	tienerblad
tienerdisco	noun	een georganiseerd dance-evenement dat specifiek gericht is op jongeren die nog te jong zijn voor reguliere discotheken
tienerdisco's	=	tienerdisco
tienerdiscootje	=	tienerdisco
tienerdiscootjes	=	tienerdisco
tienerdochter	noun	vrouwelijk kind in de tienerleeftijd
tienerdochters	=	tienerdochter
tienerdochtertje	=	tienerdochter
tienerdochtertjes	=	tienerdochter
tieneridolen	=	tieneridool
tieneridool	noun	door tieners vereerde zanger(es) of filmheld(in)
tieneridooltje	=	tieneridool
tieneridooltjes	=	tieneridool
tienerjaren	noun	deel van het leven vanaf de leeftijd 10 tot 20 jaar
tienerlaksheid	noun	de luiheid die past bij kinderen van 13 tot 19 jaar
tienerleeftijd	noun	de leeftijd tussen de 10 en de 20 jaar
tienerleeftijden	=	tienerleeftijd
tienermeisje	noun	vrouwelijk kind ouder dan 10, maar (meestal: aanzienlijk) jonger dan 20
tienermeisjes	=	tienermeisje
tienermoeder	noun	meisje van onder de twintig jaar dat minstens een kind heeft gekregen
tienermoeders	=	tienermoeder
tienermoedertje	=	tienermoeder
tienermoedertjes	=	tienermoeder
tienerprogramma	noun	aanbod van vermaak of informatie dat specifiek bedoeld is voor jongeren van 10 tot 20 jaar oud
tienerprogramma's	=	tienerprogramma
tieners	=	tiener
tienerster	noun	iemand met een leeftijd tussen 10 en 20 die heel bekend is geworden door opvallende prestaties bijvoorbeeld in de muziekwereld, als sporter, in films of op tv
tienersterren	=	tienerster
tienersterretje	=	tienerster
tienersterretjes	=	tienerster
tienertijd	noun	deel van het leven vanaf de leeftijd 10 tot 20 jaar
tienertijden	=	tienertijd
tienertje	=	tiener
tienertjes	=	tiener
tienerzwangerschap	noun	zwangerschap waarbij de aanstaande moeder nog geen 20 jaar oud is
tienerzwangerschapje	=	tienerzwangerschap
tienerzwangerschapjes	=	tienerzwangerschap
tienerzwangerschappen	=	tienerzwangerschap
tieneurobiljet	noun	een bankbiljet ter waarde van tien euro
tieneurobiljetje	=	tieneurobiljet
tieneurobiljetjes	=	tieneurobiljet
tieneurobiljetten	=	tieneurobiljet
tienhoek	noun	figuur met tien hoeken
tienhoeken	=	tienhoek
tienhoekje	=	tienhoek
tienhoekjes	=	tienhoek
tienjaarlijks	adj	eens in de 10 jaar plaatsvindend
tienjaarlijkse	=	tienjaarlijks
tienjarig	adj	10 jaren durend
tienjarige	noun	levend wezen dat 10 jaar oud is of iets dat 10 jaar bestaat
tienjarigen	=	tienjarige
tienjarigs	=	tienjarig
tienkamp	noun	De tienkamp is een atletiekwedstrijd, waarbij atleten in twee dagen tijd tien atletieknummers moeten afleggen.
tienkampen	=	tienkamp
tienling	noun	groep van 10 individuen die kort na elkaar uit één moeder zijn geboren
tienlingen	=	tienling
tienlingetje	=	tienling
tienmaal	adv	in (naar schatting) tien gevallen
tienman	noun	lid van een bestuur dat uit tien personen bestaat (of oorspronkelijk bestond)
tienmannen	=	tienman
tienminutengesprek	noun	een gesprek van tien minuten waarin de leraar van een kind spreekt met de ouders over de voortgang en gedrag op school
tienminutengesprekje	=	tienminutengesprek
tienminutengesprekjes	=	tienminutengesprek
tienminutengesprekken	=	tienminutengesprek
tienponder	noun	iets met een gewicht van 5 kg
tienponders	noun	een familie Elopidae van vissen uit de orde van de tarponachtigen (Elopiformes), met één geslacht: Elops
tienpotigen	noun	Decapoda een orde van geleedpotige dieren, waartoe onder andere kreeften, krabben en garnalen behoren.
tiens	intj	uitroep die verbazing uitdrukt	noun|obsolete	periodieke betaling aan de eigenaar om roerende of onroerende zaken te mogen gebruiken
tiensen	=	tiens
tiensjanwapiti	noun	een ondersoort Cervus canadensis songaricus van de wapiti.
tiensjanwapiti's	=	tiensjanwapiti
tiensjanwapitietje	=	tiensjanwapiti
tiensjanwapitietjes	=	tiensjanwapiti
tiental	noun	met het aantal van tien
tientallen	=	tiental
tientalletje	=	tiental
tientallig	adj	in tien stuks voorkomend of uit tientallen bestaand
tientallige	=	tientallig
tientalligs	=	tientallig
tientje	noun	biljet van tien euro, voorheen van tien gulden of soms tien eenheden in een andere valuta
tientjes	=	tientje
tientjesleden	=	tientjeslid
tientjeslid	noun	iemand die ergens ondersteunend lid van is en daarvoor een tientje betaald zonder enige contraprestatie te ontvangen
tientonner	noun	voertuig, (vrachtwagen) met een laadvermogen van tien ton
tientonners	=	tientonner
tienuurjournaal	noun	laat nieuwsprogramma van de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) op NPO 1
tienuurjournaals	=	tienuurjournaal
tienuurjournaaltje	=	tienuurjournaal
tienuurjournaaltjes	=	tienuurjournaal
tienuurjournalen	=	tienuurjournaal
tienvlak	noun	lichaam dat door tien vlakken wordt begrensd
tienvlakje	=	tienvlak
tienvlakjes	=	tienvlak
tienvlakken	=	tienvlak
tienvleklieveheersbeestje	noun	Calvia decemguttata een 5 tot 6,5 mm grote kever uit de familie lieveheersbeestjes of Coccinellidae.
tienvleklieveheersbeestjes	=	tienvleklieveheersbeestje
tienvlekmot	noun	Luquetia lobella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
tienvlekmotje	=	tienvlekmot
tienvlekmotjes	=	tienvlekmot
tienvlekmotten	=	tienvlekmot
tienvlekzwartwitmot	noun	Ethmia dodecea een vlinder uit de familie van de grasmineermotten (Elachistidae).
tienvlekzwartwitmotje	=	tienvlekzwartwitmot
tienvlekzwartwitmotjes	=	tienvlekzwartwitmot
tienvlekzwartwitmotten	=	tienvlekzwartwitmot
tienvoud	noun	een verzameling van 10 maal zoveel exemplaren
tienvouden	=	tienvoud
tienvoudig	adj	voor de tiende keer
tienvoudige	=	tienvoudig
tienvoudigs	=	tienvoudig
tienwerf	adv	met tien herhalingen, in tien gevallen
tienzen	=	tiens
tier	=	tieren
tiercé	noun	weddenschap waarbij men gokt wie de eerste drie zijn van een race; oorspronkelijk weddenschap waarbij men gokt op drie paarden
tiercés	=	tiercé
tierde	=	tieren
tierden	=	tieren
tiere	=	tieren
tierelantijn	noun	versiering, verfraaiing zonder verder nut
tierelantijnen	=	tierelantijn
tierelantijntje	=	tierelantijn
tierelantijntjes	=	tierelantijn
tierelier	noun	woord zonder eigen betekenis, alleen in de vaste combinatie … als een tierelier, wat betekent dat iets probleemloos verloopt.
tierelierde	=	tierelieren
tierelierden	=	tierelieren
tiereliere	=	tierelieren
tierelieren	verb	het vrolijk zingen zoals leeuweriken dat doen
tierelierend	=	tierelieren
tierelierende	=	tierelieren
tiereliert	=	tierelieren
tieren	verb	luidkeels woede uiten, woedend betogen, tekeergaan
tierend	=	tieren
tierende	=	tieren
tierig	adj	met veel levenslust
tierige	=	tierig
tieriger	=	tierig
tierigere	=	tierig
tierigers	=	tierig
tierigs	=	tierig
tierigst	=	tierig
tierigste	=	tierig
tierlantijn	noun	nutteloos versiersel
tierlantijnen	=	tierlantijn
tierlantijntje	=	tierlantijn
tierlantijntjes	=	tierlantijn
tiert	=	tieren
tiesjebof	noun	lang en lelijk iemand
tiesjebofs	=	tiesjebof
tiet	noun|informal	vrouwelijke borst
tieten	=	tiet
tietje	=	tiet
tietjes	=	tiet
tietvlieg	noun	dik meisje dan wel vrouwspersoon in het algemeen
tietvliegen	=	tietvlieg
tietvliegje	=	tietvlieg
tietvliegjes	=	tietvlieg
tiewrap	noun	kunststof reep met hoekige ribbels, die aan de ene kant in een punt toeloopt en aan de andere kant in een soort gesp, waar de punt maar in één richting doorheen kan worden getrokken Oorspronkelijk bedoeld om losse kabels snel in een bundel vast te maken, maar ook gebruikt voor andere toepassingen als het sluiten van zakken, het boeien van personen of het vastmaken van zeil aan een stellage.
tiewraps	=	tiewrap
tifcha	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
tiferet	noun	schoonheid, versiering, decoratie
tifo	noun	actie van supporters op een tribune die samen met behulp van gekleurd materiaal enorme afbeeldingen of patronen laten zien
tifo's	=	tifo
tifosi	noun	zeer enthousiaste sportfans
tig	num|informal	groot aantal, in de ogen van de spreker meer dan toereikend
tiger	=	tijger
tigste	adj|informal	zoveelste, in de ogen van de spreker verder in een rangorde dan wenselijk of verwacht
tij	noun	de periodieke wisseling van de waterstand met eb en vloed.
tijd	noun	onstuitbare gang der dingen van toekomst door het heden naar het verleden	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
tijdaanduiding	noun	een aanduiding van het exacte tijdstip, de datum of een tijdsperiode waarop iets plaatsvindt of heeft plaatsgevonden.
tijdaanduidingen	=	tijdaanduiding
tijdaanduidinkje	=	tijdaanduiding
tijdaanduidinkjes	=	tijdaanduiding
tijdafhankelijk	adj	van iets dat het verandert of anders is afhankelijk van het tijdstip
tijdafhankelijke	=	tijdafhankelijk
tijdafhankelijker	=	tijdafhankelijk
tijdafhankelijkere	=	tijdafhankelijk
tijdafhankelijkers	=	tijdafhankelijk
tijdafhankelijks	=	tijdafhankelijk
tijdafhankelijkst	=	tijdafhankelijk
tijdafhankelijkste	=	tijdafhankelijk
tijdas	noun	de as in een coördinatenstelsel die de tijd symboliseert
tijdasje	=	tijdas
tijdasjes	=	tijdas
tijdassen	=	tijdas
tijdbal	noun	een grote geverfde houten of metalen bal die men elke dag op een vooraf precies bepaald tijdstip langs een stang naar beneden laat vallen
tijdbalk	noun	of een tijdlijn is een visuele weergave van een chronologische opvolging van gebeurtenissen of periodes
tijdbalken	=	tijdbalk
tijdbalkje	=	tijdbalk
tijdbalkjes	=	tijdbalk
tijdballen	=	tijdbal
tijdballetje	=	tijdbal
tijdballetjes	=	tijdbal
tijdbank	noun	een bank waar mensen als ze een uurtje gewerkt hebben daar geen geld voor krijgen maar dat op hun rekening kunnen storten om daar later iemand mee te betalen.
tijdbanken	=	tijdbank
tijdbankje	=	tijdbank
tijdbankjes	=	tijdbank
tijdbeleving	noun	de manier waarop de tijd ervaren wordt
tijdbelevingen	=	tijdbeleving
tijdbepaling	noun	een zinsdeel dat aangeeft wanneer (tijdstip) of hoe lang (duur) iets gebeurt.
tijdbepalingen	=	tijdbepaling
tijdbepalinkje	=	tijdbepaling
tijdbepalinkjes	=	tijdbepaling
tijdbesef	noun	de manier waarop men het verloop van de tijd ervaart; het bewustzijn van het tijdsverloop
tijdbesparend	adj	minder tijd vergend
tijdbesparende	=	tijdbesparend
tijdbesparender	=	tijdbesparend
tijdbesparendere	=	tijdbesparend
tijdbesparenders	=	tijdbesparend
tijdbesparends	=	tijdbesparend
tijdbesparendst	=	tijdbesparend
tijdbesparendste	=	tijdbesparend
tijdbesparing	noun	iets waardoor je minder tijd aan iets hoeft te besteden
tijdbesparingen	=	tijdbesparing
tijdbesparinkje	=	tijdbesparing
tijdbesparinkjes	=	tijdbesparing
tijdbesteding	noun	de besteding van tijd aan dingen.
tijdbestedingen	=	tijdbesteding
tijdbestedinkje	=	tijdbesteding
tijdbestedinkjes	=	tijdbesteding
tijdbestek	noun	een bepaalde tijdsduur of tijdperiode
tijdbestekje	=	tijdbestek
tijdbestekjes	=	tijdbestek
tijdbestekken	=	tijdbestek
tijdbevrachting	noun	bevrachting van een schip voor bepaalde tijd
tijdbevrachtingen	=	tijdbevrachting
tijdbewaking	noun	het bijhouden en controleren van de (gebruikte) tijd.
tijdbewakingen	=	tijdbewaking
tijdbewakinkje	=	tijdbewaking
tijdbewakinkjes	=	tijdbewaking
tijdblok	noun	een tijdseenheid die in een bepaalde situatie wordt gebruikt
tijdblokken	=	tijdblok
tijdbom	noun	bom die door een tijdmechanisme op een bepaalde tijd ontploft
tijdbommen	=	tijdbom
tijdbommetje	=	tijdbom
tijdbommetjes	=	tijdbom
tijddiscreet	adj	los van elkaar staand, niet aaneensluitend in de tijd
tijddiscreets	=	tijddiscreet
tijddiscrete	=	tijddiscreet
tijddomein	noun	'in het tijddomein' betekent dat de waarde van een signaal (of functie) wordt beschouwd in de tijd
tijddomeinen	=	tijddomein
tijde	=	tijd
tijdelijk	adj	voor een beperkte tijd, niet permanent	adv	voor een beperkte tijd, niet permanent
tijdelijke	=	tijdelijk
tijdelijker	=	tijdelijk
tijdelijkere	=	tijdelijk
tijdelijkers	=	tijdelijk
tijdelijkheden	=	tijdelijkheid
tijdelijkheid	noun	het in de tijd begrenst zijn van iets
tijdelijks	=	tijdelijk
tijdelijkst	=	tijdelijk
tijdelijkste	=	tijdelijk
tijdeloos	adj	zonder aan tijd gebonden te zijn
tijdeloosheid	noun	het tijdeloos zijn
tijdeloost	=	tijdeloos
tijdelooste	=	tijdeloos
tijdeloze	=	tijdeloos
tijdelozer	=	tijdeloos
tijdelozere	=	tijdeloos
tijdelozers	=	tijdeloos
tijden	=	tijd
tijdenlang	adv	gedurende een heel uitgestrekte periode
tijdens	prep	gedurende de tijd dat
tijdewerking	noun	de werking/invloed van het getij.
tijdewerkingen	=	tijdewerking
tijdewerkinkje	=	tijdewerking
tijdewerkinkjes	=	tijdewerking
tijdgebonden	adj	van activiteiten dat ze op een bepaald tijdstip gedaan wordt of gedaan moet worden
tijdgebondener	=	tijdgebonden
tijdgebondeners	=	tijdgebonden
tijdgebondens	=	tijdgebonden
tijdgebondenst	=	tijdgebonden
tijdgebondenste	=	tijdgebonden
tijdgebrek	noun	te weinig tijd hebben om iets te doen
tijdgeest	noun	geest, de trant van denken en handelen in een bepaalde tijd
tijdgeesten	=	tijdgeest
tijdgenoot	noun	iemand die in dezelfde historische periode leefde
tijdgenootje	=	tijdgenoot
tijdgenootjes	=	tijdgenoot
tijdgenote	noun	vrouw die in dezelfde tijd leeft of heeft geleefd
tijdgenoten	=	tijdgenoot
tijdgenotes	=	tijdgenote
tijdgerekt	=	tijdrekken
tijdgevoelig	adj	gezegd van iets waarvan belangrijk is dat het snel gebeurt
tijdgevoelige	=	tijdgevoelig
tijdgevoeliger	=	tijdgevoelig
tijdgevoeligere	=	tijdgevoelig
tijdgevoeligers	=	tijdgevoelig
tijdgevoeligs	=	tijdgevoelig
tijdgevoeligst	=	tijdgevoelig
tijdgevoeligste	=	tijdgevoelig
tijdgordel	noun|obsolete	gebied op aarde met gelijke standaardtijd, in beginsel een strook haaks op de evenaar
tijdgordels	=	tijdgordel
tijdhorizon	noun	de periode waarover een plan, doel of analyse zich uitstrekt
tijdhorizonnen	=	tijdhorizon
tijdhorizons	=	tijdhorizon
tijdig	adj	op het juiste moment
tijdige	=	tijdig
tijdiger	=	tijdig
tijdigere	=	tijdig
tijdigers	=	tijdig
tijdigs	=	tijdig
tijdigst	=	tijdig
tijdigste	=	tijdig
tijdindeling	noun	de verdeling van de tijd tussen verschillende bezigheden
tijdindelingen	=	tijdindeling
tijdindelinkje	=	tijdindeling
tijdindelinkjes	=	tijdindeling
tijding	noun	bericht, bekendmaking, kennisgeving, mare, mededeling, verwittiging
tijdingen	=	tijding
tijdinkje	=	tijding
tijdinkjes	=	tijding
tijdje	=	tijd
tijdjes	=	tijd
tijdklok	noun	een schakelaar die om een bepaald tijdstip automatisch de schakeling omzet
tijdklokje	=	tijdklok
tijdklokjes	=	tijdklok
tijdklokken	=	tijdklok
tijdkring	noun	een begrensde en als eenheid beschouwde tijd
tijdkringen	=	tijdkring
tijdkritisch	adj	betreft een taak, proces of levering dat deze binnen een zeer strikt tijdsbestek moet worden uitgevoerd om succesvol te zijn.
tijdkritische	=	tijdkritisch
tijdkritischer	=	tijdkritisch
tijdkritischere	=	tijdkritisch
tijdkritischers	=	tijdkritisch
tijdlang	noun	langere periode
tijdlijn	noun	tijdschaal vormgegeven als balk of lijn
tijdlijnen	=	tijdlijn
tijdlijntje	=	tijdlijn
tijdlijntjes	=	tijdlijn
tijdlimiet	noun	uiterste tijdstip of uiterste tijdsduur
tijdlimieten	=	tijdlimiet
tijdlimietje	=	tijdlimiet
tijdlimietjes	=	tijdlimiet
tijdloos	adj	niet horend tot een tijdelijke modetrent, eeuwig, blijvend
tijdloosheid	noun	het tijdloos zijn
tijdloost	=	tijdloos
tijdlooste	=	tijdloos
tijdloze	=	tijdloos
tijdlozer	=	tijdloos
tijdlozere	=	tijdloos
tijdlozers	=	tijdloos
tijdmaat	noun	een tijdsduur van een standaard lengte
tijdmaatje	=	tijdmaat
tijdmaatjes	=	tijdmaat
tijdmachientje	=	tijdmachine
tijdmachientjes	=	tijdmachine
tijdmachine	noun	een hypothetische machine die het mogelijk zou maken om zich door verschillende tijdvakken te verplaatsen, en vaak ook door de ruimte
tijdmachines	=	tijdmachine
tijdmachinetje	=	tijdmachine
tijdmachinetjes	=	tijdmachine
tijdmaten	=	tijdmaat
tijdmechanisme	noun	mechanisme dat op een van tevoren ingesteld tijdstip iets in werking zet
tijdmechanismen	=	tijdmechanisme
tijdmechanismes	=	tijdmechanisme
tijdmelding	noun	melding van de juiste tijd
tijdmeldingen	=	tijdmelding
tijdmeldinkje	=	tijdmelding
tijdmeldinkjes	=	tijdmelding
tijdmeting	noun	bepalen hoelang iets duurt
tijdmetingen	=	tijdmeting
tijdnoden	=	tijdnood
tijdnood	noun	te weinig tijd hebben om iets te doen of af te maken waardoor problemen ontstaan
tijdonafhankelijk	adj	niet gebonden aan bepaalde tijden
tijdonafhankelijke	=	tijdonafhankelijk
tijdonafhankelijker	=	tijdonafhankelijk
tijdonafhankelijkere	=	tijdonafhankelijk
tijdonafhankelijkers	=	tijdonafhankelijk
tijdonafhankelijks	=	tijdonafhankelijk
tijdonafhankelijkst	=	tijdonafhankelijk
tijdonafhankelijkste	=	tijdonafhankelijk
tijdopname	noun	fotografische opname met een relatief hoge belichtingstijd
tijdopnamen	=	tijdopname
tijdopnames	=	tijdopname
tijdoverschrijding	noun	het overschrijden van een afgesproken of toegestane tijdsduur of deadline, waardoor iets te laat is ingediend, uitgevoerd of beëindigd.
tijdoverschrijdingen	=	tijdoverschrijding
tijdoverschrijdinkje	=	tijdoverschrijding
tijdoverschrijdinkjes	=	tijdoverschrijding
tijdpad	noun	tijdschema volgens welke de stappen van een plan zouden moeten plaatsvinden
tijdpaden	=	tijdpad
tijdpassering	noun	iets waarmee men de vrije tijd doorkomt
tijdpasseringen	=	tijdpassering
tijdperk	noun	een begrensde en als eenheid beschouwde tijd
tijdperken	=	tijdperk
tijdperkje	=	tijdperk
tijdperkjes	=	tijdperk
tijdreeks	noun	reeks van elementen bestaande uit in de loop van de tijd genomen monsters
tijdreeksanalyse	noun	analyse van gegevens die verzameld zijn in de loop van een bepaalde periode
tijdreeksanalysen	=	tijdreeksanalyse
tijdreeksanalyses	=	tijdreeksanalyse
tijdreeksen	=	tijdreeks
tijdreeksje	=	tijdreeks
tijdreeksjes	=	tijdreeks
tijdregel	noun	afspraak over de maximumtijd die is toegestaan
tijdregeling	noun	systeem voor het vaststellen en indelen van de tijd
tijdregelingen	=	tijdregeling
tijdregelingetje	=	tijdregeling
tijdregelingetjes	=	tijdregeling
tijdregels	=	tijdregel
tijdregistratie	noun	het registreren, van uren die werknemers aanwezig zijn en/of aan een bepaalde taak besteden, (urenverantwoording)
tijdregistraties	=	tijdregistratie
tijdreis	noun	een echte of denkbeeldige reis waarbij men zich van het ene tijdvak naar het andere verplaatst
tijdreisje	=	tijdreis
tijdreisjes	=	tijdreis
tijdreizen	verb	het zich van het ene naar het andere tijdvak verplaatsen, waarbij de gewone wetten van de ruimtetijd niet meer van toepassing zouden zijn
tijdreizende	=	tijdreizen
tijdreiziger	noun	iemand die door verschillende tijdvakken reist
tijdreizigers	=	tijdreiziger
tijdreizigertje	=	tijdreiziger
tijdreizigertjes	=	tijdreiziger
tijdrek	=	tijdrekken
tijdrekening	noun	een telsysteem om te kunnen werken met het verschijnsel van de voortdurende opeenvolging van gebeurtenissen
tijdrekeningen	=	tijdrekening
tijdrekeningetje	=	tijdrekening
tijdrekeningetjes	=	tijdrekening
tijdrekke	=	tijdrekken
tijdrekken	verb	trachten een proces te verhinderen door moedwillig tijd te verspillen
tijdrekkend	=	tijdrekken
tijdrekkende	=	tijdrekken
tijdrekt	=	tijdrekken
tijdrekte	=	tijdrekken
tijdrekten	=	tijdrekken
tijdrij	=	tijdrijden
tijdrijd	=	tijdrijden
tijdrijden	verb	het rijden van een tijdrit verwant aan hardrijden
tijdrijdend	=	tijdrijden
tijdrijdende	=	tijdrijden
tijdrijder	noun	wielrenner die heel goed een tijdrit kan rijden
tijdrijders	=	tijdrijder
tijdrijdertje	=	tijdrijder
tijdrijdertjes	=	tijdrijder
tijdrit	noun	etappe waarin de renners individueel starten met een vast interval ertussen, en waarbij ze het parcours zo snel mogelijk moeten afleggen
tijdritfiets	noun	een racefiets die speciaal ontworpen en gebouwd is voor het onderdeel tijdrijden
tijdritfietsen	=	tijdritfiets
tijdritfietsje	=	tijdritfiets
tijdritfietsjes	=	tijdritfiets
tijdritje	=	tijdrit
tijdritjes	=	tijdrit
tijdritten	=	tijdrit
tijdrovend	adj	een aanzienlijke hoeveelheid tijd vereisend
tijdrovende	=	tijdrovend
tijdrovender	=	tijdrovend
tijdrovendere	=	tijdrovend
tijdrovenders	=	tijdrovend
tijdrovends	=	tijdrovend
tijdrovendst	=	tijdrovend
tijdrovendste	=	tijdrovend
tijdruimte	noun	tijdshoeveelheid tussen twee tijdstippen
tijdruimtelijk	adj	verband houdend met zowel tijd als ruimte
tijdruimtelijke	=	tijdruimtelijk
tijdruimtelijker	=	tijdruimtelijk
tijdruimtelijkere	=	tijdruimtelijk
tijdruimtelijkers	=	tijdruimtelijk
tijdruimtelijks	=	tijdruimtelijk
tijdruimtelijkst	=	tijdruimtelijk
tijdruimtelijkste	=	tijdruimtelijk
tijdruimten	=	tijdruimte
tijdruimtes	=	tijdruimte
tijdruimtetje	=	tijdruimte
tijdruimtetjes	=	tijdruimte
tijds	=	tijd
tijdsaanduiding	noun	het laten zien hoe laat het is; het laten zien wanneer iets gebeurd is
tijdsaanduidingen	=	tijdsaanduiding
tijdsaanduidinkje	=	tijdsaanduiding
tijdsaanduidinkjes	=	tijdsaanduiding
tijdsafhankelijk	adj	van iets dat het verandert of anders is afhankelijk van het tijdstip
tijdsafhankelijke	=	tijdsafhankelijk
tijdsafhankelijker	=	tijdsafhankelijk
tijdsafhankelijkere	=	tijdsafhankelijk
tijdsafhankelijkers	=	tijdsafhankelijk
tijdsafhankelijks	=	tijdsafhankelijk
tijdsafhankelijkst	=	tijdsafhankelijk
tijdsafhankelijkste	=	tijdsafhankelijk
tijdsas	noun	de as in een coördinatenstelsel die de tijd symboliseert
tijdsassen	=	tijdsas
tijdsbalk	noun	een lijn waarop tijdstippen en gebeurtenissen zijn aangegeven zodat een goed chronologisch overzicht ontstaat
tijdsbalken	=	tijdsbalk
tijdsbalkje	=	tijdsbalk
tijdsbalkjes	=	tijdsbalk
tijdsbeeld	noun	beschrijving van de situatie die kenmerkend is voor een bepaalde periode in het verleden
tijdsbeelden	=	tijdsbeeld
tijdsbeleving	noun	de manier hoe iemand de voortgang van de tijd subjectief ervaart
tijdsbelevingen	=	tijdsbeleving
tijdsbepaling	noun	een zinsdeel dat aangeeft wanneer (tijdstip) of hoe lang (duur) iets gebeurt.
tijdsbepalingen	=	tijdsbepaling
tijdsbepalinkje	=	tijdsbepaling
tijdsbepalinkjes	=	tijdsbepaling
tijdsbesef	noun	de manier waarop men het verloop van de tijd ervaart; het bewustzijn van het tijdsverloop
tijdsbesparend	adj	van iets dat het ervoor zorgt dat je minder tijd aan een taak of activiteit hoeft te besteden
tijdsbesparende	=	tijdsbesparend
tijdsbesparender	=	tijdsbesparend
tijdsbesparendere	=	tijdsbesparend
tijdsbesparenders	=	tijdsbesparend
tijdsbesparends	=	tijdsbesparend
tijdsbesparendst	=	tijdsbesparend
tijdsbesparendste	=	tijdsbesparend
tijdsbesparing	noun	iets waardoor je minder tijd aan iets hoeft te besteden
tijdsbesparingen	=	tijdsbesparing
tijdsbesparinkje	=	tijdsbesparing
tijdsbesparinkjes	=	tijdsbesparing
tijdsbesteding	noun	de besteding van tijd aan dingen.
tijdsbestedingen	=	tijdsbesteding
tijdsbestedinkje	=	tijdsbesteding
tijdsbestedinkjes	=	tijdsbesteding
tijdsbestek	noun	een bepaalde tijdsduur of tijdsperiode
tijdsbestekje	=	tijdsbestek
tijdsbestekjes	=	tijdsbestek
tijdsbestekken	=	tijdsbestek
tijdsblok	noun	een afgegrensde periode met een duidelijke begin- en eindtijd
tijdsblokken	=	tijdsblok
tijdschaal	noun	een tijdshoeveelheid van een bepaalde orde van grootte
tijdschaaltje	=	tijdschaal
tijdschaaltjes	=	tijdschaal
tijdschakelaar	noun	schakelaar die men op een bepaalde tijd kan afstellen
tijdschakelaars	=	tijdschakelaar
tijdschakelaartje	=	tijdschakelaar
tijdschakelaartjes	=	tijdschakelaar
tijdschalen	=	tijdschaal
tijdschema	noun	grafische voorstelling waarop staat wanneer bepaalde zaken beginnen en eindigen in een complexe handeling
tijdschema's	=	tijdschema
tijdschemaatje	=	tijdschema
tijdschemaatjes	=	tijdschema
tijdschrift	noun	blad waarvan met vaste tussenpozen afleveringen verschijnen
tijdschriftartikel	noun	een artikel in een tijdschrift
tijdschriftartikelen	=	tijdschriftartikel
tijdschriftartikels	=	tijdschriftartikel
tijdschriftartikeltje	=	tijdschriftartikel
tijdschriftartikeltjes	=	tijdschriftartikel
tijdschriften	=	tijdschrift
tijdschriftenbak	noun	bak voor het opbergen van tijdschriften en kranten
tijdschriftenbakje	=	tijdschriftenbak
tijdschriftenbakjes	=	tijdschriftenbak
tijdschriftenbakken	=	tijdschriftenbak
tijdschriftenwinkel	noun	winkel waar men o.a. tijdschriften verkoopt
tijdschriftenwinkels	=	tijdschriftenwinkel
tijdschriftenwinkeltje	=	tijdschriftenwinkel
tijdschriftenwinkeltjes	=	tijdschriftenwinkel
tijdschriftje	=	tijdschrift
tijdschriftjes	=	tijdschrift
tijdschrijver	noun	iemand die in een fabriek bijhoudt hoeveel tijd arbeiders aan een bepaalde taak besteden
tijdschrijvers	=	tijdschrijver
tijdsdagboek	noun	een register of notitieboek waarin iemands tijdsbesteding in chronologische volgorde wordt bijgehouden
tijdsdagboeken	=	tijdsdagboek
tijdsdagboekje	=	tijdsdagboek
tijdsdagboekjes	=	tijdsdagboek
tijdsdimensie	noun	één van de dimensies van de vierdimensionele ruimtetijd
tijdsdimensies	=	tijdsdimensie
tijdsdocument	noun	stuk dat kenmerkend is voor een bepaalde tijd of zijn waarde ontleent aan zijn afkomst daaruit
tijdsdocumenten	=	tijdsdocument
tijdsdocumentje	=	tijdsdocument
tijdsdocumentjes	=	tijdsdocument
tijdsdruk	noun	de druk om binnen een bepaalde tijd een taak te volbrengen
tijdsduren	=	tijdsduur
tijdsduur	noun	de tijd dat iets duurt
tijdseenheden	=	tijdseenheid
tijdseenheid	noun	een eenheid om de tijdsduur tussen twee tijdstippen te beschrijven.
tijdsein	noun	een signaal dat op een bepaalde tijd gegeven wordt, een signaal dat aangeeft hoe laat het is
tijdseinen	=	tijdsein
tijdseintje	=	tijdsein
tijdseintjes	=	tijdsein
tijdsgebrek	noun	het onvoldoende tijd hebben om een bepaalde taak te verrichten
tijdsgeest	noun	normen, waarden. handelen en gedachten die typisch zijn voor een bepaald tijdperk
tijdsgeesten	=	tijdsgeest
tijdsgewricht	noun	een periode met bepaalde kenmerken die het onderscheidt van andere tijdperken
tijdsgewrichten	=	tijdsgewricht
tijdshorizon	noun	de periode waarover een plan, doel of analyse loopt
tijdshorizonnen	=	tijdshorizon
tijdshorizons	=	tijdshorizon
tijdsignaal	noun	een speciaal radiosignaal dat wordt uitgezonden om uurwerken te synchroniseren
tijdsignalen	=	tijdsignaal
tijdsindeling	noun	de verdeling van de tijd tussen verschillende bezigheden
tijdsindelingen	=	tijdsindeling
tijdsindelinkje	=	tijdsindeling
tijdsindelinkjes	=	tijdsindeling
tijdsinterval	noun	de tijdsperiode tussen twee momenten in de tijd (tijdvak)
tijdsintervallen	=	tijdsinterval
tijdsintervalletje	=	tijdsinterval
tijdsintervalletjes	=	tijdsinterval
tijdskader	noun	de begrenzing in de tijd waarbinnen iets dient te gebeuren
tijdskaders	=	tijdskader
tijdsklem	noun	tijdsdruk
tijdsklemmen	=	tijdsklem
tijdslijn	noun	een balk of tabel waar de items op chronologische volgorde vermeld staan
tijdslijnen	=	tijdslijn
tijdslijntje	=	tijdslijn
tijdslijntjes	=	tijdslijn
tijdslimiet	noun	een beperking van hoeveelheid tijd
tijdslimieten	=	tijdslimiet
tijdslimietje	=	tijdslimiet
tijdslimietjes	=	tijdslimiet
tijdslogica	noun	logica die ook temporele elementen in de beschouwing mee kan nemen
tijdslogica's	=	tijdslogica
tijdslot	noun	afsluitmechanisme van een kluis of ruimte waarin een of meer uurwerken zijn verwerkt zodat het na opening met sleutel of code pas ontgrendelt na een bepaalde tijd
tijdsloten	=	tijdslot
tijdslotje	=	tijdslot
tijdslotjes	=	tijdslot
tijdslots	=	tijdslot
tijdsluiter	noun	sluiter van de lens van een fototoestel, die na een bepaalde, ingestelde tijd automatisch in werking komt
tijdsluiters	=	tijdsluiter
tijdsmeting	=	tijdmeting
tijdsnede	noun	beeld van de toestand op een bepaald ogenblik, vooral wanneer sprake is van meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd
tijdsneden	=	tijdsnede
tijdsnedes	=	tijdsnede
tijdsnoden	=	tijdsnood
tijdsnood	noun	te weinig tijd hebben
tijdsonafhankelijk	adj	niet gebonden aan bepaalde tijden
tijdsonafhankelijke	=	tijdsonafhankelijk
tijdsonafhankelijker	=	tijdsonafhankelijk
tijdsonafhankelijkere	=	tijdsonafhankelijk
tijdsonafhankelijkers	=	tijdsonafhankelijk
tijdsonafhankelijks	=	tijdsonafhankelijk
tijdsonafhankelijkst	=	tijdsonafhankelijk
tijdsonafhankelijkste	=	tijdsonafhankelijk
tijdsorde	noun	ordening volgens het tijdstip dat iets gemaakt of gedaan is
tijdsorden	=	tijdsorde
tijdsordes	=	tijdsorde
tijdsoverschrijding	noun	het overschrijden van een gestelde tijdslimiet, deadline of geplande duur.
tijdsoverschrijdingen	=	tijdsoverschrijding
tijdsoverschrijdinkje	=	tijdsoverschrijding
tijdsoverschrijdinkjes	=	tijdsoverschrijding
tijdspad	noun	planning waarbij men aangeeft wanneer men van plan is wat te doen en wanneer welke resultaten behaalt dienen te worden
tijdspaden	=	tijdspad
tijdspanne	noun	een begrensd deel van de tijd
tijdspannen	=	tijdspanne
tijdsperiode	noun	de tijdsduur tussen twee tijdstippen
tijdsperioden	=	tijdsperiode
tijdsperiodes	=	tijdsperiode
tijdsperk	noun	afgebakende periode tijd
tijdsperken	=	tijdsperk
tijdsperkje	=	tijdsperk
tijdsperkjes	=	tijdsperk
tijdsplan	noun	een schema waarin staat wat men wanneer, waar en met wie van plan is te gaan doen
tijdsplannen	=	tijdsplan
tijdsplanning	noun	inschatting hoe men zaken later in de tijd wil uitvoeren
tijdsplanningen	=	tijdsplanning
tijdsprobleem	noun	een moeilijkheid veroorzaakt door een gebrek aan tijd; een moeilijkheid veroorzaakt door het tijdstip waarop het probleem zich voordoet
tijdsproblemen	=	tijdsprobleem
tijdsrekening	=	tijdrekening
tijdsruimte	noun	tijdshoeveelheid tussen twee tijdstippen
tijdsruimten	=	tijdsruimte
tijdsruimtes	=	tijdsruimte
tijdsschaal	noun	een tijdshoeveelheid van een bepaalde orde van grootte
tijdsschaaltje	=	tijdsschaal
tijdsschaaltjes	=	tijdsschaal
tijdsschalen	=	tijdsschaal
tijdsschema	=	tijdschema
tijdsspanne	noun	een begrensd deel van de tijd
tijdsspannen	=	tijdsspanne
tijdstap	noun	een bepaalde hoeveelheid tijd; de tijd tussen twee tikken van een klok
tijdstapje	=	tijdstap
tijdstapjes	=	tijdstap
tijdstappen	=	tijdstap
tijdstip	noun	een punt in de tijd
tijdstipje	=	tijdstip
tijdstippen	=	tijdstip
tijdstraf	noun	een straf die eruit bestaat dat een speler een bepaalde tijdsduur niet mag meespelen in de wedstrijd zodat zijn team gedurende een bepaalde tijd met één speler minder moet spelen
tijdstraffen	=	tijdstraf
tijdstrafje	=	tijdstraf
tijdstrafjes	=	tijdstraf
tijdstromen	=	tijdstroom
tijdstroom	noun	de voortgang van de tijd voorgesteld als een stroom
tijdstudie	noun	een methode om de exacte duur van handelingen of taken binnen een werkproces te meten en te analyseren
tijdstudies	=	tijdstudie
tijdsvak	noun	een bepaalde periode met een duidelijke begin- en einddatum
tijdsvakje	=	tijdsvak
tijdsvakjes	=	tijdsvak
tijdsvakken	=	tijdsvak
tijdsverlenging	noun	dat een kandidaat extra tijd krijgt om een toets, examen of theorie-examen af te ronden.
tijdsverlengingen	=	tijdsverlenging
tijdsverlenginkje	=	tijdsverlenging
tijdsverlenginkjes	=	tijdsverlenging
tijdsverloop	noun	het voortgaan van de tijd
tijdsverlopen	=	tijdsverloop
tijdsverschijnsel	noun	verschijnsel dat aan een bepaalde tijd is gebonden of daarvoor kenmerkend is
tijdsverschijnselen	=	tijdsverschijnsel
tijdsverschijnsels	=	tijdsverschijnsel
tijdsverschil	noun	het verschil in tijd van de dag dat er is tussen twee plaatsen die in verschillende tijdzones liggen
tijdsverschillen	=	tijdsverschil
tijdsverschilletje	=	tijdsverschil
tijdsverschilletjes	=	tijdsverschil
tijdsverspilling	noun	iets dat niet de moeite waard is; iets dat nutteloos is
tijdsverspillingen	=	tijdsverspilling
tijdsvertraging	noun	dat een gebeurtenis later plaatsvindt dan gepland, of dat er een vertraging zit tussen actie en reactie.
tijdsvertragingen	=	tijdsvertraging
tijdsvertraginkje	=	tijdsvertraging
tijdsvertraginkjes	=	tijdsvertraging
tijdsvorm	noun	een van de 8 werkwoordstijden die het Nederlands kent
tijdsvormen	=	tijdsvorm
tijdswinst	noun	de hoeveelheid tijd dat men sneller is dan een sportieve tegenstander
tijdswinsten	=	tijdswinst
tijdswinstje	=	tijdswinst
tijdswinstjes	=	tijdswinst
tijdszone	noun	een gebied op aarde met gelijke (standaard)tijd
tijdszones	=	tijdszone
tijdt	=	tijd
tijdtabel	noun	schema met tijden waarop bepaalde handelingen starten en stoppen
tijdtabellen	=	tijdtabel
tijdtabelletje	=	tijdtabel
tijdtabelletjes	=	tijdtabel
tijdvak	noun	een begrensd deel van de tijd (tijdsinterval)
tijdvakje	=	tijdvak
tijdvakjes	=	tijdvak
tijdvakken	=	tijdvak
tijdverantwoording	noun	de systematische registratie van gewerkte uren per medewerker, gekoppeld aan specifieke taken, projecten of eenheden.
tijdverantwoordingen	=	tijdverantwoording
tijdverantwoordinkje	=	tijdverantwoording
tijdverantwoordinkjes	=	tijdverantwoording
tijdverdrijf	noun	bezigheid om op een plezierige wijze de tijd door te komen
tijdverdrijfje	=	tijdverdrijf
tijdverdrijfjes	=	tijdverdrijf
tijdverdrijven	=	tijdverdrijf
tijdverlenging	noun	het krijgen van extra tijd om een taak, toets, examen of opdracht af te ronden.
tijdverlengingen	=	tijdverlenging
tijdverlenginkje	=	tijdverlenging
tijdverlenginkjes	=	tijdverlenging
tijdverlies	noun	getreuzel, onvoldoende voortgang maken
tijdverliezen	=	tijdverlies
tijdvers	noun	vers waarin men enige letters als Romeinse cijfers beschouwt en daarmee een jaartal uitdrukt
tijdverschil	noun	verschil in tijdstip in verschillende tijdzones
tijdverschillen	=	tijdverschil
tijdverschilletje	=	tijdverschil
tijdverschilletjes	=	tijdverschil
tijdversje	=	tijdvers
tijdversjes	=	tijdvers
tijdverslindend	adj	van iets dat het heel veel tijd kost (zonder dat het veel oplevert)
tijdverslindende	=	tijdverslindend
tijdverslindender	=	tijdverslindend
tijdverslindendere	=	tijdverslindend
tijdverslindenders	=	tijdverslindend
tijdverslindends	=	tijdverslindend
tijdverslindendst	=	tijdverslindend
tijdverslindendste	=	tijdverslindend
tijdverspillend	adj	betreft het zinloos of inefficiënt besteden van kostbare tijd aan activiteiten die weinig tot geen waarde, resultaat of voldoening opleveren
tijdverspillende	=	tijdverspillend
tijdverspillender	=	tijdverspillend
tijdverspillendere	=	tijdverspillend
tijdverspillenders	=	tijdverspillend
tijdverspillends	=	tijdverspillend
tijdverspillendst	=	tijdverspillend
tijdverspillendste	=	tijdverspillend
tijdverspilling	noun	het zinloos ergens tijd aan besteden
tijdverspillingen	=	tijdverspilling
tijdverspillinkje	=	tijdverspilling
tijdverspillinkjes	=	tijdverspilling
tijdvertraging	noun	dat een gebeurtenis later plaatsvindt dan gepland, of dat er een vertraging zit tussen actie en reactie.
tijdvertragingen	=	tijdvertraging
tijdvertraginkje	=	tijdvertraging
tijdvertraginkjes	=	tijdvertraging
tijdverzen	=	tijdvers
tijdvretend	adj	van iets dat het veel tijd kost
tijdvretende	=	tijdvretend
tijdvretender	=	tijdvretend
tijdvretendere	=	tijdvretend
tijdvretenders	=	tijdvretend
tijdvretends	=	tijdvretend
tijdvretendst	=	tijdvretend
tijdvretendste	=	tijdvretend
tijdvreter	noun	iets dat te veel tijd kost
tijdvreters	=	tijdvreter
tijdvretertje	=	tijdvreter
tijdvretertjes	=	tijdvreter
tijdwinst	noun	de tijd die men wint omdat een bepaalde taak korter duurt van gewoonlijk
tijdwinsten	=	tijdwinst
tijdwinstje	=	tijdwinst
tijdwinstjes	=	tijdwinst
tijdzone	noun	gebied op aarde met gelijke standaardtijd
tijdzones	=	tijdzone
tijdzorgen	noun	ongerustheid over de nog beschikbare tijd om iets te doen
tijen	=	tij
tijg	=	tijgen
tijge	=	tijgen
tijgen	verb|obsolete	ergens naartoe gaan
tijgend	=	tijgen
tijgende	=	tijgen
tijger	noun	bepaald soort zoogdier, Panthera tigris, een grote katachtige met een geelachtige huid en donkere strepen
tijgerachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een tijger
tijgerachtige	=	tijgerachtig
tijgerachtiger	=	tijgerachtig
tijgerachtigere	=	tijgerachtig
tijgerachtigers	=	tijgerachtig
tijgerachtigs	=	tijgerachtig
tijgerachtigst	=	tijgerachtig
tijgerachtigste	=	tijgerachtig
tijgerbaarzen	noun	een familie Terapontidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
tijgerbalsem	noun	zalf die men op de huid smeert om een betere doorbloeding van de onderliggende spieren te veroorzaken en zo spierpijn te verminderen #:▸ Anderen konden de smaak minder waarderen: "Kauwgum met tijgerbalsem", oordeelt een andere consument.
tijgerbalsems	=	tijgerbalsem
tijgerbeertje	noun	Setina irrorella een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
tijgerbeertjes	=	tijgerbeertje
tijgerblauwtje	noun	Lampides boeticus een vlinder uit de familie Lycaenidae (kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes).
tijgerblauwtjes	=	tijgerblauwtje
tijgerbroden	=	tijgerbrood
tijgerbrood	noun	brood met een gevlekte korst dat daardoor enige gelijkenis met een tijgerhuid vertoont
tijgerbroodje	=	tijgerbrood
tijgerbroodjes	=	tijgerbrood
tijgerde	=	tijgeren
tijgerden	=	tijgeren
tijgerduizendpoten	noun	Scolopendridae een familie van duizendpoten binnen de orde Scolopendromorpha
tijgere	=	tijgeren
tijgeren	verb	sluipen als een tijger met de buik op de grond als een oefening voor militairen
tijgerend	=	tijgeren
tijgerende	=	tijgeren
tijgergenet	noun	Genetta tigrina roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
tijgergenetje	=	tijgergenet
tijgergenetjes	=	tijgergenet
tijgergenetten	=	tijgergenet
tijgerhaai	noun	Galeocerdo cuvier een grote haaiensoort die zijn naam dankt aan zijn gestreepte rug en flanken.
tijgerhaaien	noun	een familie Odontaspididae een dier uit de familie van Carcharhinidae
tijgerhaaitje	=	tijgerhaai
tijgerhaaitjes	=	tijgerhaai
tijgerin	noun	vrouwelijke tijger
tijgerinnen	=	tijgerin
tijgerinnetje	=	tijgerin
tijgerinnetjes	=	tijgerin
tijgerkardinaalbaars	noun	Cheilodipterus macrodon een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
tijgerkardinaalbaarsje	=	tijgerkardinaalbaars
tijgerkardinaalbaarsjes	=	tijgerkardinaalbaars
tijgerkardinaalbaarzen	=	tijgerkardinaalbaars
tijgerkat	noun	bepaald soort zoogdier, Leopardus tigrinus, een klein katachtig zoogdier dat samen met de ocelot, de margay, de Geoffroy-kat en de nachtkat tot de groep van de pardelkatten behoort en leeft in Latijns-Amerika.
tijgerkathaai	noun	Halaelurus natalensis een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
tijgerkathaaien	=	tijgerkathaai
tijgerkathaaitje	=	tijgerkathaai
tijgerkathaaitjes	=	tijgerkathaai
tijgerkatje	=	tijgerkat
tijgerkatjes	=	tijgerkat
tijgerkatten	=	tijgerkat
tijgerklauwier	noun	Lanius tigrinus een vogel uit de familie der klauwieren (Laniidae).
tijgerklauwieren	=	tijgerklauwier
tijgerklauwiertje	=	tijgerklauwier
tijgerklauwiertjes	=	tijgerklauwier
tijgerkoningsmakreel	noun	Scomberomorus semifasciatus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
tijgerkoningsmakreeltje	=	tijgerkoningsmakreel
tijgerkoningsmakreeltjes	=	tijgerkoningsmakreel
tijgerkoningsmakrelen	=	tijgerkoningsmakreel
tijgermeerval	noun	Pseudoplatystoma tigrinum een straalvinnige vissensoort uit de familie van de antennemeervallen (Pimelodidae).
tijgermeervallen	=	tijgermeerval
tijgermeervalletje	=	tijgermeerval
tijgermeervalletjes	=	tijgermeerval
tijgermoeder	noun	vrouwelijke tijger die welpjes gebaard heeft
tijgermoeders	=	tijgermoeder
tijgermug	noun	bepaald soort kleine, van oorsprong Aziatische mug met tijgerstrepen op de romp en de pootjes, Aedes albopictus die een zogenaamde vector is van een groot aantal ziekten, zoals de westnijlziekte en dengue
tijgermuggen	=	tijgermug
tijgermugje	=	tijgermug
tijgermugjes	=	tijgermug
tijgerogen	=	tijgeroog
tijgeroog	noun	de oog van een tijger; oog dat lijkt op een oog van een tijger
tijgeroogje	=	tijgeroog
tijgeroogjes	=	tijgeroog
tijgeropvoeding	noun	een zeer strenge, veeleisende en autoritaire opvoedingsstijl.
tijgeropvoedingen	=	tijgeropvoeding
tijgeropvoedinkje	=	tijgeropvoeding
tijgeropvoedinkjes	=	tijgeropvoeding
tijgerpak	noun	verkleedpak of onesie met de zwart-oranje strepen van een tijger
tijgerpakje	=	tijgerpak
tijgerpakjes	=	tijgerpak
tijgerpakken	=	tijgerpak
tijgerpels	noun	Palliolum tigerinum een tweekleppigensoort uit de familie van de mantelschelpen (Pectinidae).
tijgerpelsen	=	tijgerpels
tijgerpelsje	=	tijgerpels
tijgerpelsjes	=	tijgerpels
tijgerpelzen	=	tijgerpels
tijgerplatworm	noun	Girardia tigrina een platworm (Platyhelminthes).
tijgerplatwormen	=	tijgerplatworm
tijgerplatwormpje	=	tijgerplatworm
tijgerplatwormpjes	=	tijgerplatworm
tijgerpoep	noun	poep van tijgers
tijgerpoepen	=	tijgerpoep
tijgerpoepje	=	tijgerpoep
tijgerpoepjes	=	tijgerpoep
tijgerprint	noun	gedrukt patroon dat lijkt op de strepen van een tijger
tijgerprintje	=	tijgerprint
tijgerprintjes	=	tijgerprint
tijgerprints	=	tijgerprint
tijgerpunt	noun	soort spaarpunt om aan te geven hoe wild iemand seksleven is
tijgerpunten	=	tijgerpunt
tijgerpuntje	=	tijgerpunt
tijgerpuntjes	=	tijgerpunt
tijgerpython	noun	Python molurus een slang uit de familie pythons (Pythonidae).
tijgerpythons	=	tijgerpython
tijgerpythontje	=	tijgerpython
tijgerpythontjes	=	tijgerpython
tijgerratelslang	noun	Crotalus tigris een slang uit de familie adders (Viperidae), en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
tijgerratelslangen	=	tijgerratelslang
tijgerratelslangetje	=	tijgerratelslang
tijgerratelslangetjes	=	tijgerratelslang
tijgerroerdomp	noun	Tigrisoma een vogel in de familie der reigers
tijgerroerdompen	=	tijgerroerdomp
tijgerroerdompje	=	tijgerroerdomp
tijgerroerdompjes	=	tijgerroerdomp
tijgers	=	tijger
tijgersalamander	noun	Ambystoma tigrinum een fors gebouwde salamander uit de familie molsalamanders (Ambystomatidae).
tijgersalamanders	=	tijgersalamander
tijgersalamandertje	=	tijgersalamander
tijgersalamandertjes	=	tijgersalamander
tijgerslang	noun	Telescopus semiannulatus een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
tijgerslangen	=	tijgerslang
tijgerslangetje	=	tijgerslang
tijgerslangetjes	=	tijgerslang
tijgerstaartrog	noun	Leucoraja compagnoi een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
tijgerstaartroggen	=	tijgerstaartrog
tijgerstaartroggetje	=	tijgerstaartrog
tijgerstaartroggetjes	=	tijgerstaartrog
tijgerstaartrogje	=	tijgerstaartrog
tijgerstaartrogjes	=	tijgerstaartrog
tijgert	=	tijgeren
tijgertaaiplaat	noun	Lentinus tigrinus een schimmel behorend tot de familie Polyporaceae.
tijgertaaiplaatje	=	tijgertaaiplaat
tijgertaaiplaatjes	=	tijgertaaiplaat
tijgertaaiplaten	=	tijgertaaiplaat
tijgertandbaars	noun	Mycteroperca tigris een baars uit de onderfamilie van tandbaarzen (Epinephelinae) van de familie van de zaag- of zeebaarzen (Serranidae)
tijgertandbaarsje	=	tijgertandbaars
tijgertandbaarsjes	=	tijgertandbaars
tijgertandbaarzen	=	tijgertandbaars
tijgertje	=	tijger
tijgertjes	=	tijger
tijgervel	noun	de huid van een tijger of iets dat een soortgelijk uiterlijk heeft
tijgervellen	=	tijgervel
tijgerverblijf	noun	een speciaal ingerichte leefomgeving in een dierentuin of dierenpark waar tijgers worden gehouden
tijgerverblijfje	=	tijgerverblijf
tijgerverblijfjes	=	tijgerverblijf
tijgerverblijven	=	tijgerverblijf
tijgervink	noun	Amandava amandava een klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) dat in het wild voorkomt in India, Indochina en de Indische Archipel
tijgervinken	=	tijgervink
tijgervinkje	=	tijgervink
tijgervinkjes	=	tijgervink
tijgervis	noun	Hydrocynus vittatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de afrikaanse karperzalmen (Alestidae).
tijgervisje	=	tijgervis
tijgervisjes	=	tijgervis
tijgervissen	=	tijgervis
tijgervlokreeft	noun	Gammarus tigrinus een vlokreeftensoort uit de familie van de Gammaridae.
tijgervlokreeften	=	tijgervlokreeft
tijgervlokreeftje	=	tijgervlokreeft
tijgervlokreeftjes	=	tijgervlokreeft
tijgerwelp	noun	het jong van een tijger
tijgerwelpen	=	tijgerwelp
tijgerwelpje	=	tijgerwelp
tijgerwelpjes	=	tijgerwelp
tijgerwinterkoning	noun	Campylorhynchus zonatus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
tijgerwinterkoningen	=	tijgerwinterkoning
tijgerwinterkoninkje	=	tijgerwinterkoning
tijgerwinterkoninkjes	=	tijgerwinterkoning
tijgerzanger	noun	Setophaga tigrina een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers).
tijgerzangers	=	tijgerzanger
tijgerzangertje	=	tijgerzanger
tijgerzangertjes	=	tijgerzanger
tijgt	=	tijgen
tijhaven	noun	haven die alleen maar tijdens de vloed bereikbaar is
tijhavens	=	tijhaven
tijhaventje	=	tijhaven
tijhaventjes	=	tijhaven
tijk	noun	de stof die als een huid om de kern van een matras is aangebracht
tijken	=	tijk
tijkje	=	tijk
tijkjes	=	tijk
tijloos	adj	zonder getij
tijloost	=	tijloos
tijlooste	=	tijloos
tijloze	=	tijloos
tijlozer	=	tijloos
tijlozere	=	tijloos
tijlozers	=	tijloos
tijm	noun	benaming voor verschillende kruidachtige of houtachtige planten met een zeer aromatische geur uit het geslacht Thymus in de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
tijmblauwtje	noun	Maculinea arion een vlinder uit de familie Lycaenidae (de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes).
tijmblauwtjes	=	tijmblauwtje
tijmbremraap	noun	Orobanche alba een plant die behoort tot de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
tijmbremraapje	=	tijmbremraap
tijmbremraapjes	=	tijmbremraap
tijmbremrapen	=	tijmbremraap
tijmdikkopmot	noun	Scythris potentillella een vlinder uit de familie dikkopmotten (Scythrididae).
tijmdikkopmotje	=	tijmdikkopmot
tijmdikkopmotjes	=	tijmdikkopmot
tijmdikkopmotten	=	tijmdikkopmot
tijmereprijs	noun	Veronica serpyllifolia een vaste plant, die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
tijmereprijsje	=	tijmereprijs
tijmereprijsjes	=	tijmereprijs
tijmereprijzen	=	tijmereprijs
tijmlichtmot	noun	Pempeliella ornatella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
tijmlichtmotje	=	tijmlichtmot
tijmlichtmotjes	=	tijmlichtmot
tijmlichtmotten	=	tijmlichtmot
tijmnetwants	noun	Lasiacantha capucina een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
tijmnetwantsen	=	tijmnetwants
tijmnetwantsje	=	tijmnetwants
tijmnetwantsjes	=	tijmnetwants
tijmnysius	noun	Nysius thymi een wants uit de onderfamilie Orsillinae en de familie bodemwantsen (Lygaeidae).
tijmnysiussen	=	tijmnysius
tijmpje	=	tijm
tijmpjes	=	tijm
tijmrookwants	noun	Tropistethus holosericus een wants uit uit de onderfamilie Rhyparochrominae van de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
tijmrookwantsen	=	tijmrookwants
tijmrookwantsje	=	tijmrookwants
tijmrookwantsjes	=	tijmrookwants
tijmrozetgalmug	noun	Bayeriola thymicola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
tijmrozetgalmuggen	=	tijmrozetgalmug
tijmrozetgalmuggetjes	=	tijmrozetgalmug
tijmrozetgalmugje	=	tijmrozetgalmug
tijmstipspanner	noun	Scopula decorata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
tijmstipspanners	=	tijmstipspanner
tijmstipspannertje	=	tijmstipspanner
tijmstipspannertjes	=	tijmstipspanner
tijmtopgalmug	noun	Janetiella thymi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
tijmtopgalmuggen	=	tijmtopgalmug
tijmtopgalmuggetjes	=	tijmtopgalmug
tijmtopgalmugje	=	tijmtopgalmug
tijmvedermot	noun	Merrifieldia leucodactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
tijmvedermotje	=	tijmvedermot
tijmvedermotjes	=	tijmvedermot
tijmvedermotten	=	tijmvedermot
tijmzandvleugeltje	noun	Scrobipalpa artemisiella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
tijmzandvleugeltjes	=	tijmzandvleugeltje
tijrivier	noun	een rivier of monding van een rivier waarvan de waterhuishouding onder invloed staat van eb en vloed
tijrivieren	=	tijrivier
tijriviertje	=	tijrivier
tijriviertjes	=	tijrivier
tijt	=	tijd
tijverschil	noun	het verschil in waterstand tussen hoogtij en laagtij.
tijverschillen	=	tijverschil
tijverschilletje	=	tijverschil
tijverschilletjes	=	tijverschil
tijwerk	noun	werkzaamheden die afhankelijk zijn van het getij, dus allen bij hoogwater of alleen bij laagwater gedaan kunnen worden
tijwerken	=	tijwerk
tijwerkje	=	tijwerk
tijwerkjes	=	tijwerk
tijwerkretje	=	tijwerk
tijwerktjes	=	tijwerk
tik	noun	een korte niet al te harde klap of schop
tikateev	verb	moge je worden ingeschreven
tikatevi	verb	moge je worden ingeschreven
tikatevoe	verb	moge u worden ingeschreven
tikfout	noun	typefout, typo, verkeerde letters aanslaan bij tikken het gaat dus niet over spellingsfouten en grammaticale fouten
tikfoutdomein	noun	een website met een naam die veel lijkt op die van een bekende site en die soms per ongeluk bezocht wordt door mensen die een tikfout hebben gemaakt; met opzet verkeerd gespelde website; de bedoeling van deze websites is de bezoeker te misleiden en te bedriegen
tikfoutdomeinen	=	tikfoutdomein
tikfouten	=	tikfout
tikfoutje	=	tikfout
tikfoutjes	=	tikfout
tikje	=	tik
tikjes	=	tik
tikke	=	tikken
tikkel	noun	kleinigheid
tikkelde	=	tikkelen
tikkelden	=	tikkelen
tikkele	=	tikkelen
tikkelen	verb	herhaaldelijk met een korte beweging aanraken
tikkelend	=	tikkelen
tikkelende	=	tikkelen
tikkels	=	tikkel
tikkelt	=	tikkelen
tikkeltje	noun	beetje
tikkeltjes	=	tikkeltje
tikken	verb	een of meer keren een niet harde slag of klap geven
tikkend	adj	van iets dat het een regelmatig klikkend geluid maakt
tikkende	=	tikken
tikkends	=	tikkend
tikker	noun	de persoon die hem is bij het spel 'tikkertje'
tikkerdoradito	noun	Pseudocolopteryx citreola een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
tikkerdoradito's	=	tikkerdoradito
tikkerdoraditootje	=	tikkerdoradito
tikkerdoraditootjes	=	tikkerdoradito
tikkers	=	tikker
tikkertje	noun	alleen verkleinwoord spel waarbij de deelnemers met de hand aangeraakt moeten worden
tikkertjes	=	tikker
tikkie	=	tik
tikkies	=	tik
tikles	noun	een les waarbij je leert blind te typen, oftewel met tien vingers typen zonder naar het toetsenbord te kijken
tiklesje	=	tikles
tiklesjes	=	tikles
tiklessen	=	tikles
tikmachientje	=	tikmachine
tikmachientjes	=	tikmachine
tikmachine	noun	een mechanisch apparaat, voorzien van druktoetsen waarmee schrifttekens op papier gezet kunnen worden.
tikmachines	=	tikmachine
tikmachinetje	=	tikmachine
tikmachinetjes	=	tikmachine
tikoen	noun	mystiek gebed dat vervolmaking van de ziel ten doel heeft
tikspel	noun	spel waarbij men door aantikken een actie uitlokt
tikspelen	=	tikspel
tikspellen	=	tikspel
tikster	noun	typiste
tiksters	=	tikster
tikstertje	=	tikster
tikstertjes	=	tikster
tikstok	noun	een hulpmiddel dat voornamelijk wordt gebruikt bij tikspelen in de gymles of tijdens spelactiviteiten
tikstokje	=	tikstok
tikstokjes	=	tikstok
tikstokken	=	tikstok
tikt	=	tikken
tiktak	noun	een slingeruurwerk of horloge	intj	geluid dat een slingeruurwerk of horloge maakt
tiktakke	=	tiktakken
tiktakken	verb	maken van een geluid zoals van een slingeruurwerk
tiktakkend	=	tiktakken
tiktakkende	=	tiktakken
tiktaks	=	tiktak
tiktakt	=	tiktakken
tiktakte	=	tiktakken
tiktakten	=	tiktakken
tikte	=	tikken
tikten	=	tikken
tiktok	noun	kort filmpje dat gemaakt is voor TikTok
tiktokje	=	tiktok
tiktokjes	=	tiktok
tiktokjustitie	noun	iemands vermeende misdraging met een korte video op TikTok tonen of bekritiseren om hem te straffen door de zo opgeroepen reacties
tiktokke	=	tiktokken
tiktokken	verb	video's op de site van TikTok uitwisselen, bekijken of opzoeken
tiktokkend	=	tiktokken
tiktokkende	=	tiktokken
tiktoks	=	tiktok
tiktokt	=	tiktokken
tiktokte	=	tiktokken
tiktokten	=	tiktokken
tiktyfus	noun	onvermogen om correct te typen
tikwerk	noun	de arbeid die bestaat uit het indrukken van toetsen op een toetsenbord
tikwerken	=	tikwerk
til	noun	een houten constructie die vaak in een punt water overbrugt
tilapia	noun	benaming voor Afrikaanse zoetwatervissen uit de geslachten Oreochromis, Sarotherodon en Tilapia, die veel worden gekweekt
tilapia's	=	tilapia
tilapiaatje	=	tilapia
tilbaar	adj	iets wat door omvang en gewicht gedragen kan worden
tilbaarder	=	tilbaar
tilbaardere	=	tilbaar
tilbaarders	=	tilbaar
tilbaars	=	tilbaar
tilbaarst	=	tilbaar
tilbaarste	=	tilbaar
tilbare	=	tilbaar
tilburger	noun	inwoner van Tilburg	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Tilburg
tilburgers	=	tilburger
tilburgs	adj	op Tilburg betrekking hebbend
tilburgse	noun	een vrouwelijke inwoner van Tilburg, of een vrouw afkomstig uit Tilburg
tilburgsen	=	tilburgse
tilburgser	=	tilburgs
tilburgsere	=	tilburgs
tilburgsers	=	tilburgs
tilburgst	=	tilburgs
tilburgste	=	tilburgs
tilbury	noun	licht, eenassig, open, eenspannig rijtuig met grote spaakwielen, door een paard getrokken dat zowel met als zonder vouwkap werd gemaakt
tilbury's	=	tilbury
tilbury'tje	=	tilbury
tilbury'tjes	=	tilbury
tilde	noun	het diakritisch teken ~ dat meestal boven letters wordt aangebracht.
tilden	=	tillen
tildes	=	tilde
tildetje	=	tilde
tildetjes	=	tilde
tile	noun	rechthoekige component als onderdeel van de grafische gebruikersinterface
tiles	=	tile
tiletje	=	tile
tiletjes	=	tile
tilgrens	noun	het maximale gewicht dat een werknemer met de hand mag tillen
tilgrenzen	=	tilgrens
tille	=	tillen
tillem	noun	psalmen (meer dan één psalm)
tillen	verb	van de grond opheffen
tillend	=	tillen
tillende	=	tillen
tilletje	=	til
tilletjes	=	til
tillift	noun	apparaat waarmee patiënten kunnen worden getild
tilliften	=	tillift
tilliftje	=	tillift
tilliftjes	=	tillift
tilt	=	tillen
tilwerk	noun	arbeid die bestaat uit het met lichaamskracht omhoog brengen van voorwerpen
tilwerken	=	tilwerk
timalia	noun	Timalia een monotypisch geslacht van zangvogels uit de familie timalia's (Timaliidae).
timalia's	noun	Timaliidae een familie van zangvogels.
timaliaatje	=	timalia
timaliaatjes	=	timalia
timaliahoningeter	noun	een zangvogel uit het geslacht Timeliopsis van de familie Meliphagidae (honingeters)
timaliahoningeters	noun	een geslacht Timeliopsis van zangvogels uit de familie honingeters (Meliphagidae)
timaliahoningetertje	=	timaliahoningeter
timaliahoningetertjes	=	timaliahoningeter
timbaal	noun	een metalen slagwerkinstrument bestaat uit een ronde, iets gekromde metalen schijf die, afhankelijk van het gebruik, in het midden opgehangen is in een standaard of met een koord of riem wordt vastgehouden
timbaaltje	=	timbaal
timbaaltjes	=	timbaal
timbalen	=	timbaal
timbre	noun	kenmerkende klank van een stem of muziekinstrument zoals die ontstaat door de boventonen en het verloop van de geluidssterkte van een toon
timbres	=	timbre
time	=	timen
time-out	noun	onderbreken van een wedstrijd voor overleg, waarbij de speelklok wordt stilgezet
time-outgezin	noun	gezin waarin pleegkinderen een korte tijd kunnen verblijven om tot rust te komen
time-outgezinnen	=	time-outgezin
time-outje	=	time-out
time-outjes	=	time-out
time-outs	=	time-out
timede	=	timen
timeden	=	timen
timeline	noun	een (visuele) weergave of lijst van gebeurtenissen in chronologische volgorde
timelines	=	timeline
timemanagement	noun	het op een zo efficiënt mogelijke manier omgaan met de beschikbare tijd
timen	verb	een tijdstip of de tijdsduur van een bezigheid bewust kiezen
timend	=	timen
timende	=	timen
timer	noun	klok (in computers en andere electronische apparatuur)
timers	=	timer
timesharing	noun	een vorm van multitasking waarbij een computer schijnbaar gelijktijdig gebruikt wordt door een aantal mensen aan een terminal
timesharingwoning	noun	een vakantieverblijf (zoals een appartement of bungalow) waarvan u niet de volledige eigenaar bent, maar waar u contractueel het recht koopt om er elk jaar gedurende een vaste of wisselende periode in te verblijven.
timesharingwoningen	=	timesharingwoning
timesharingwoninkje	=	timesharingwoning
timesharingwoninkjes	=	timesharingwoning
timeslot	noun	korte, afgebakende tijd waarbinnen iets kan of mag gebeuren
timeslots	=	timeslot
timet	=	timen
timide	adj	verlegen, bleu, bang, bedeesd
timider	=	timide
timidere	=	timide
timiders	=	timide
timides	=	timide
timiedst	=	timide
timiedste	=	timide
timing	noun	exact op het juiste moment
timingen	=	timing
timings	=	timing
timmer	=	timmeren
timmeraar	noun	iemand die zich beroepsmatig vooral met houtbewerking bezighoudt; timmerman of timmervrouw
timmeraars	=	timmeraar
timmeraartje	=	timmeraar
timmeraartjes	=	timmeraar
timmerbedrijf	noun	bedrijf waarin houten constructies worden vervaardigd
timmerbedrijven	=	timmerbedrijf
timmerboktor	noun	Acanthocinus aedilis een kever uit de familie van de boktorren (Cerambycidae)
timmerboktorren	=	timmerboktor
timmerboktorretje	=	timmerboktor
timmerboktorretjes	=	timmerboktor
timmerde	=	timmeren
timmerden	=	timmeren
timmerdoos	noun	doos met timmergereedschap
timmerdoosje	=	timmerdoos
timmerdoosjes	=	timmerdoos
timmerdozen	=	timmerdoos
timmere	=	timmeren
timmeren	verb	houten zaken in elkaar zetten
timmerend	=	timmeren
timmerende	=	timmeren
timmerhout	noun	hout dat geschikt is voor timmerwerk
timmerlieden	=	timmerman
timmerlui	=	timmerman
timmerman	noun	iemand die zich beroepsmatig vooral met houtbewerking bezighoudt
timmermannen	=	timmerman
timmermannetje	=	timmerman
timmermannetjes	=	timmerman
timmermansbaas	noun	leidinggevende timmerman
timmermansbaasje	=	timmermansbaas
timmermansbaasjes	=	timmermansbaas
timmermansbazen	=	timmermansbaas
timmermansgezin	noun	huishouden met een kostwinner die zijn inkomen met houtbewerking verdient
timmermansgezinnen	=	timmermansgezin
timmermansogen	=	timmermansoog
timmermansoog	noun	vermogen om heel goed maten en verhouding in te schatten
timmermanspotloden	=	timmermanspotlood
timmermanspotlood	noun	plat potlood van stevige constructie dat toch dunne lijntjes kan trekken
timmermanspotloodje	=	timmermanspotlood
timmermanspotloodjes	=	timmermanspotlood
timmermanswerk	noun	het werk dat een timmerman doet
timmermanszaak	noun	een bedrijf dat gespecialiseerd is in timmerwerk, wat betekent dat ze houten constructies maken, repareren en monteren
timmermanszaakje	=	timmermanszaak
timmermanszaakjes	=	timmermanszaak
timmermanszaken	=	timmermanszaak
timmermens	noun	iemand die zich beroepsmatig vooral met houtbewerking bezighoudt
timmermensen	=	timmermens
timmermensje	=	timmermens
timmermensjes	=	timmermens
timmert	=	timmeren
timmervrouw	noun	een vrouw die zich beroepsmatig vooral met houtbewerking bezighoudt
timmervrouwen	=	timmervrouw
timmervrouwtje	=	timmervrouw
timmervrouwtjes	=	timmervrouw
timmerwerk	noun	het timmeren dat men als arbeid uitvoert
timmerwerken	=	timmerwerk
timmerwerkje	=	timmerwerk
timmerwerkjes	=	timmerwerk
timmerwerkplaats	noun	werkruimte van een timmerman
timmerwerkplaatsen	=	timmerwerkplaats
timnehpapegaai	noun	Psittacus timneh een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
timnehpapegaaien	=	timnehpapegaai
timnehpapegaaitje	=	timnehpapegaai
timnehpapegaaitjes	=	timnehpapegaai
timocratie	noun	staatsinrichting, waarbij de politieke rechten van de burgers recht evenredig zijn met de vermogensklasse waartoe zij behoren
timocratieën	=	timocratie
timolol	noun	middel dat als oogdruppels wordt gebruikt bij de behandeling van een verhoogde oogboldruk
timorboeboekuil	noun	Ninox fusca een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
timorboeboekuilen	=	timorboeboekuil
timorboeboekuiltje	=	timorboeboekuil
timorboeboekuiltjes	=	timorboeboekuil
timorboszanger	noun	Phylloscopus presbytes een endemische vogelsoort op Timor uit de familie van de Phylloscopidae.
timorboszangers	=	timorboszanger
timorboszangertje	=	timorboszanger
timorboszangertjes	=	timorboszanger
timorbrilvogel	noun	Heleia muelleri een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
timorbrilvogels	=	timorbrilvogel
timorbrilvogeltje	=	timorbrilvogel
timorbrilvogeltjes	=	timorbrilvogel
timordwerghoningeter	noun	Myzomela vulnerata een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
timordwerghoningeters	=	timordwerghoningeter
timordwerghoningetertje	=	timordwerghoningeter
timordwerghoningetertjes	=	timordwerghoningeter
timorgeelkuifkaketoe	noun	Cacatua sulphurea parvula een vogel uit de orde der papegaaiachtigen en de familie der kaketoes.
timorgeelkuifkaketoes	=	timorgeelkuifkaketoe
timorgeelkuifkaketoetje	=	timorgeelkuifkaketoe
timorgeelkuifkaketoetjes	=	timorgeelkuifkaketoe
timorhelmlederkop	noun	Philemon buceroides een zangvogel uit de familie van de honingeters
timorhelmlederkopje	=	timorhelmlederkop
timorhelmlederkopjes	=	timorhelmlederkop
timorhelmlederkoppen	=	timorhelmlederkop
timorhelmlederkoppie	=	timorhelmlederkop
timorhelmlederkoppies	=	timorhelmlederkop
timorhoningeter	noun	Lichmera flavicans een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
timorhoningeters	=	timorhoningeter
timorhoningetertje	=	timorhoningeter
timorhoningetertjes	=	timorhoningeter
timorhoningvogel	noun	Dicaeum hanieli een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels)
timorhoningvogels	=	timorhoningvogel
timorhoningvogeltje	=	timorhoningvogel
timorhoningvogeltjes	=	timorhoningvogel
timorijsvogel	noun	Todiramphus australasia een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
timorijsvogels	=	timorijsvogel
timorijsvogeltje	=	timorijsvogel
timorijsvogeltjes	=	timorijsvogel
timorkoekoeksduif	noun	Macropygia magna een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
timorkoekoeksduifje	=	timorkoekoeksduif
timorkoekoeksduifjes	=	timorkoekoeksduif
timorkoekoeksduiven	=	timorkoekoeksduif
timorlederkop	noun	Philemon inornatus een zangvogelsoort uit de familie van de honingeters . De soort is endemisch op het eiland Timor voorkomt
timorlederkopje	=	timorlederkop
timorlederkopjes	=	timorlederkop
timorlederkoppen	=	timorlederkop
timorlijster	noun	Geokichla peronii een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
timorlijsters	=	timorlijster
timorlijstertje	=	timorlijster
timorlijstertjes	=	timorlijster
timormangrovezanger	noun	Gerygone inornata een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
timormangrovezangers	=	timormangrovezanger
timormangrovezangertje	=	timormangrovezanger
timormangrovezangertjes	=	timormangrovezanger
timormuskaatduif	noun	Ducula cineracea een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
timormuskaatduifje	=	timormuskaatduif
timormuskaatduifjes	=	timormuskaatduif
timormuskaatduiven	=	timormuskaatduif
timornachtzwaluw	noun	Caprimulgus ritae een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
timornachtzwaluwen	=	timornachtzwaluw
timornachtzwaluwtje	=	timornachtzwaluw
timornachtzwaluwtjes	=	timornachtzwaluw
timorpaapje	noun	Saxicola gutturalis een vogel uit de familie vliegenvangers.
timorpaapjes	=	timorpaapje
timorpapegaaiduif	noun	Treron psittaceus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
timorpapegaaiduifje	=	timorpapegaaiduif
timorpapegaaiduifjes	=	timorpapegaaiduif
timorpapegaaiduiven	=	timorpapegaaiduif
timorregenbooglori	noun	Trichoglossus capistratus een lori uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
timorregenbooglori's	=	timorregenbooglori
timorregenbooglorietje	=	timorregenbooglori
timorregenbooglorietjes	=	timorregenbooglori
timorroodvleugelparkiet	noun	Aprosmictus jonquillaceus een kleurrijke, endemische vogel uit de familie van de Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld), die voorkomt op Timor.
timorroodvleugelparkieten	=	timorroodvleugelparkiet
timorroodvleugelparkietje	=	timorroodvleugelparkiet
timorroodvleugelparkietjes	=	timorroodvleugelparkiet
timorrupsvogel	noun	Edolisoma timoriense een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
timorrupsvogels	=	timorrupsvogel
timorrupsvogeltje	=	timorrupsvogel
timorrupsvogeltjes	=	timorrupsvogel
timorstruikzanger	noun	Urosphena subulata een zangvogel uit de familie Cettiidae.
timorstruikzangers	=	timorstruikzanger
timorstruikzangertje	=	timorstruikzanger
timorstruikzangertjes	=	timorstruikzanger
timorvliegenvanger	noun	Ficedula timorensis een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
timorvliegenvangers	=	timorvliegenvanger
timorvliegenvangertje	=	timorvliegenvanger
timorvliegenvangertjes	=	timorvliegenvanger
timorwielewaal	noun	Oriolus melanotis een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
timorwielewaaltje	=	timorwielewaal
timorwielewaaltjes	=	timorwielewaal
timorwielewalen	=	timorwielewaal
timoteegras	noun	Phleum pratense subsp. pratense een plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
timoteegrasje	=	timoteegras
timoteegrasjes	=	timoteegras
timoteegrassen	=	timoteegras
timp	noun	broodje in de vorm van een langwerpige ruit of ovaal
timpaan	noun	het driehoekige gevelveld tussen de kroonlijst en de schuin oplopende daklijsten van een gebouw
timpanen	=	timpaan
timpen	=	timp
timpje	=	timp
timpjes	=	timp
tin	noun	elk van de opstaande delen van de getande bovenkant van (oude) verdedigingsmuren
tinader	noun	geologische structuur met een (sterk) verhoogd tin gehalte
tinaders	=	tinader
tinamoe	noun	een vogel die tot de orde Tinamiformes behoort.
tinamoes	noun	Tinamidae een familie van een van de oudste vogelsoorten met 46 soorten onderverdeeld in 9 geslachten
tinas	noun	benaming voor tindioxide (SbO₂), een stof die ontstaat bij het branden van tin en kan worden gebruikt bij fijn polijsten, het maken van glazuur en email of als witte kleurstof voor glas
tinatomen	=	tinatoom
tinatoom	noun	een atoom van het chemisch element tin.
tinatoompje	=	tinatoom
tinatoompjes	=	tinatoom
tincturen	=	tinctuur
tinctuur	noun	oplossing of aftreksel van organische stoffen in een organisch oplosmiddel als alcohol of ether
tinder	=	tinderen
tinderde	=	tinderen
tinderden	=	tinderen
tindere	=	tinderen
tinderellasyndroom	noun	door het teveel afhankelijk geworden zijn van datingapps zoals Tinder dat men niet meer weet hoe flirten en daten werkt
tinderen	verb	onbekende mensen beter leren kennen om een ontmoeting af te spreken met behulp van de app Tinder
tinderend	=	tinderen
tinderende	=	tinderen
tindert	=	tinderen
tindola	noun	Coccinia grandis een plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
tindola's	=	tindola
tinerts	noun	erts waar men tin uit kan winnen
tinertsen	=	tinerts
tingel	=	tingelen
tingelde	=	tingelen
tingelden	=	tingelen
tingele	=	tingelen
tingelen	verb	heldere korte geluiden voortbrengen zoals bij een klokkenspel van kleine belletjes
tingelend	=	tingelen
tingelende	=	tingelen
tingeling	intj	geluid dat een bel of kleine klok maakt; geluid van de bel van een tram
tingelt	=	tingelen
tingeltangel	noun	iets wat een tingelend geluid maakt
tingeltangels	=	tingeltangel
tingeltangeltje	=	tingeltangel
tingeltangeltjes	=	tingeltangel
tinhoudend	adj	het metaal tin bevattend
tinhoudende	=	tinhoudend
tinhoudends	=	tinhoudend
tinianmonarch	noun	Monarcha takatsukasae een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
tinianmonarchen	=	tinianmonarch
tinianmonarchje	=	tinianmonarch
tinianmonarchjes	=	tinianmonarch
tink	=	tinken
tinka	noun	kuur, gril
tinka's	=	tinka
tinke	=	tinken
tinkel	=	tinkelen
tinkelde	=	tinkelen
tinkelden	=	tinkelen
tinkele	=	tinkelen
tinkelen	verb	een rinkelend geluid maken
tinkelend	=	tinkelen
tinkelende	=	tinkelen
tinkelt	=	tinkelen
tinken	verb	slagduitje spelen (een spel waarbij men een cent tegen een muur laat kaatsen met de bedoeling dat ze zo dicht mogelijk bij een andere munt komt te liggen)
tinkend	=	tinken
tinkende	=	tinken
tinker	noun	een bont paard van een Iers ras, o.a. gekenmerkt door lange haren aan de onderbenen
tinkers	=	tinker
tinkt	=	tinken
tinkte	=	tinken
tinkten	=	tinken
tinktinkgraszanger	noun	Cisticola textrix een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
tinktinkgraszangers	=	tinktinkgraszanger
tinktinkgraszangertje	=	tinktinkgraszanger
tinktinkgraszangertjes	=	tinktinkgraszanger
tinlegering	noun	legering waarin tin de belangrijkste component is
tinlegeringen	=	tinlegering
tinlegerinkje	=	tinlegering
tinlegerinkjes	=	tinlegering
tinmijn	noun	plaats waar men cassiteriet delft waaruit men tin kan winnen
tinmijnen	=	tinmijn
tinne	noun|figurative	hoogste deel van een bouwwerk
tinnef	noun	slechte waar, rotzooi
tinnegieter	noun	iemand die voorwerpen maakt door het metaal tin te smelten en in vormen te laten stollen en daarna af te werken
tinnegieters	=	tinnegieter
tinnen	adj	van tin vervaardigd
tinnens	=	tinnen
tinneroy	noun	ribfluweel met dunne ribbels, meer dan 6 per cm
tinneroyen	=	tinneroy
tinnetje	=	tin
tinnetjes	=	tin
tinnitus	noun	oorsuizen
tinsteen	noun	geoxideerd tin, tinoxyde (SnO₂)
tint	noun	variatie van een kleur die ontstaat door die lichter of donkerder te maken
tinte	=	tinten
tintel	noun	licht ontgloeibare stof
tintelde	=	tintelen
tintelden	=	tintelen
tinteldoos	noun	tondeldoos
tinteldoosje	=	tinteldoos
tinteldoosjes	=	tinteldoos
tinteldozen	=	tinteldoos
tintele	=	tintelen
tintelen	verb	prikkelen
tintelend	adj	gepaard gaande met tintelingen
tintelende	=	tintelen
tintelends	=	tintelend
tintelfris	adj	zo fris dat het tintelt
tintelfrisse	=	tintelfris
tintelfrisser	=	tintelfris
tintelfrissere	=	tintelfris
tintelfrissers	=	tintelfris
tintelfrist	=	tintelfris
tintelfriste	=	tintelfris
tintelig	adj	een tintelend gevoel gevend
tintelige	=	tintelig
tinteliger	=	tintelig
tinteligere	=	tintelig
tinteligers	=	tintelig
tinteligs	=	tintelig
tinteligst	=	tintelig
tinteligste	=	tintelig
tinteling	noun	een kortdurend prikkelend gevoel
tintelingen	=	tinteling
tintelingetje	=	tinteling
tintelingetjes	=	tinteling
tinteloge	=	tintelogen
tintelogen	verb	twinkelen, schitteren, glinsteren, blinken van de ogen
tintelogend	=	tintelogen
tintelogende	=	tintelogen
tinteloog	=	tintelogen
tinteloogde	=	tintelogen
tinteloogden	=	tintelogen
tinteloogt	=	tintelogen
tintels	=	tintel
tintelt	=	tintelen
tinteltje	=	tintel
tinteltjes	=	tintel
tinten	verb	lichtjes van een kleur voorzien
tintend	=	tinten
tintende	=	tinten
tintje	=	tint
tintjes	=	tint
tinto	noun	rode wijn afkomstig uit gebieden waar Spaans of Portugees wordt gesproken
tintte	=	tinten
tintten	=	tinten
tinwerk	noun	nijverheidsproduct gemaakt van een tin legering
tinwerken	=	tinwerk
tinzuiger	noun	een handpomp waarmee gesmolten soldeertin bij het lossolderen kan worden opgezogen
tinzuigers	=	tinzuiger
tinzuigertje	=	tinzuiger
tinzuigertjes	=	tinzuiger
tip	noun	uiterste punt van iets
tipcha	noun	bepaald voordrachtteken bij woord in masoretische Hebreeuwse Bijbel (OT)
tipgeld	noun	financiële beloning voor een inlichting of aanwijzing
tipgelden	=	tipgeld
tipgever	noun	iemand die de politie helpt met het oplossen van een misdaad door het geven van belangrijke informatie
tipgevers	=	tipgever
tipi	noun	tent met een puntdak die o.a. gebruikt wordt door de Noord-Amerikaanse indianen
tipi's	=	tipi
tipietje	=	tipi
tipietjes	=	tipi
tipje	=	tip
tipjes	=	tip
tiplijn	noun	een telefoonnummer dat men kan bellen om bepaalde informatie te geven aan een organisatie die daarom heeft gevraagd of daartoe gelegenheid geeft
tiplijnen	=	tiplijn
tipmuts	noun	muts voor vrouwen met een punt die wijst naar het midden van het voorhoofd
tipmutsen	=	tipmuts
tipmutsje	=	tipmuts
tippe	=	tippen
tippel	noun	stippeltje
tippelaar	noun	iemand die met kleine pasjes loopt, geoefende wandelaar
tippelaars	=	tippelaar
tippelaarster	noun	prostituee die haar diensten aanbiedt op straat
tippelaarsters	=	tippelaarster
tippelde	=	tippelen
tippelden	=	tippelen
tippele	=	tippelen
tippelen	verb	op stelen uitgaan
tippelend	=	tippelen
tippelende	=	tippelen
tippels	=	tippel
tippelt	=	tippelen
tippeltje	=	tippel
tippeltjes	=	tippel
tippelverbod	noun	een officieel of officieus verbod voor prostituees om op bepaalde tijden en plaatsen op de openbare weg te zijn om klanten te werven, oftewel straatprostitutie te bedrijven ('tippelen'), vaak om overlast te beperken en de prostitutie te concentreren in aangewezen zones
tippelverboden	=	tippelverbod
tippelverbodje	=	tippelverbod
tippelverbodjes	=	tippelverbod
tippelzone	noun	gedeelte van een stad waar straat prostitutie is toegestaan / een door de (lokale) overheid aangewezen plek waar tippelprostitutie wordt toegestaan, en soms gereguleerd.
tippelzones	=	tippelzone
tippen	verb	een fooi geven
tippend	=	tippen
tippende	=	tippen
tipper	noun	de persoon die een tip geeft.
tippers	=	tipper
tippertje	=	tipper
tippertjes	=	tipper
tiprouwvlieg	noun	Bibio hortulana een muggensoort uit de familie van de zwarte vliegen (Bibionidae).
tiprouwvliegen	=	tiprouwvlieg
tiprouwvliegje	=	tiprouwvlieg
tiprouwvliegjes	=	tiprouwvlieg
tips	adj	korzelig
tipse	=	tips
tipser	=	tips
tipsere	=	tips
tipsers	=	tips
tipst	=	tips
tipste	=	tips
tipsy	adj	van een persoon dat deze teveel alcohol heeft gedronken
tipsy's	=	tipsy
tipsyer	=	tipsy
tipsyere	=	tipsy
tipsyers	=	tipsy
tipsyst	=	tipsy
tipsyste	=	tipsy
tipt	=	tippen
tipte	=	tippen
tipten	=	tippen
tiptip	noun	eenvoudige slipper met een houten zool
tiptips	=	tiptip
tiptop	adj	heel erg goed
tiptops	=	tiptop
tirade	noun	felle woordenstroom
tirades	=	tirade
tirailleer	=	tirailleren
tirailleerde	=	tirailleren
tirailleerden	=	tirailleren
tirailleert	=	tirailleren
tiraillere	=	tirailleren
tirailleren	verb	in verspreide gevechtsorde strijden
tiraillerend	=	tirailleren
tiraillerende	=	tirailleren
tirailleur	noun	infanterist die het vuurgevecht in de verspreide gevechtsorde voert
tirailleurs	=	tirailleur
tirailleurslinie	noun	een verspreide gevechtslinie van infanteristen
tirailleurslinies	=	tirailleurslinie
tirailleurtje	=	tirailleur
tirailleurtjes	=	tirailleur
tiramisu	noun	Italiaans dessert met ei, mascarpone, amaretto en koekjes (lange vingers) zijn verwerkt
tiramisu's	=	tiramisu
tiramisu'tje	=	tiramisu
tiramisu'tjes	=	tiramisu
tiran	noun	heerser, meest bij de gratie van een schrikbewind
tiranees	noun	een inwoner van Tirana, of iemand afkomstig uit Tirana	adj	op Tirana betrekking hebbend
tiranese	noun	een vrouwelijke inwoner van Tirana, of een vrouw afkomstig uit Tirana
tiranesen	=	tiranese
tiranezen	=	tiranees
tiranmiervogel	noun	Cercomacroides tyrannina een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
tiranmiervogels	=	tiranmiervogel
tiranmiervogeltje	=	tiranmiervogel
tiranmiervogeltjes	=	tiranmiervogel
tiranmuisspecht	noun	Dendrocincla tyrannina een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
tiranmuisspechten	=	tiranmuisspecht
tiranmuisspechtje	=	tiranmuisspecht
tiranmuisspechtjes	=	tiranmuisspecht
tirannen	noun	Tyrannidae een familie van vogels uit de orde van de zangvogels (Passeriformes) en de onderorde schreeuwvogels
tirannenmoord	noun	het doden van een dictator of despoot
tirannenmoorden	=	tirannenmoord
tirannetje	=	tiran
tirannetjes	=	tiran
tirannie	noun	onrechtmatige heerschappij, gekenmerkt door willekeur en geweld; de verbasterde vorm van een monarchie
tiranniek	adj	als passend bij een alleenheerser
tirannieke	=	tiranniek
tirannieker	=	tiranniek
tiranniekere	=	tiranniek
tiranniekers	=	tiranniek
tirannieks	=	tiranniek
tiranniekst	=	tiranniek
tiranniekste	=	tiranniek
tirannieën	=	tirannie
tiranniseer	=	tiranniseren
tiranniseerde	=	tiranniseren
tiranniseerden	=	tiranniseren
tiranniseert	=	tiranniseren
tirannisere	=	tiranniseren
tiranniseren	verb	op een vervelende manier de baas spelen of overheersen zoals gebruikelijk is bij een tiran of despoot
tiranniserend	=	tiranniseren
tiranniserende	=	tiranniseren
tiras	noun	metersgroot rechthoekig net om vogels als patrijzen, kwartels, snippen en leeuweriken te vangen
tirassen	=	tiras
tirette	noun	ritssluiting, rits, treksluiting
tirettes	=	tirette
tiricaparkiet	noun	Brotogeris tirica een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
tiricaparkieten	=	tiricaparkiet
tiricaparkietje	=	tiricaparkiet
tiricaparkietjes	=	tiricaparkiet
tis	noun|obsolete	ineengevlochten of verwarde vezels
tisja	num	negen, de negende dag
tisjri	noun	zevende maand van het joodse jaar, in september-oktober, eerste maand bij telling vanaf Rosj Hasjana
tissen	=	tis
tissu	noun	weefsel, geweven stof
tissu's	=	tissu
tissue	noun	papieren zakdoek
tissuedoos	noun	een verpakking of decoratieve houder voor papieren zakdoekjes (tissues)
tissuedoosje	=	tissuedoos
tissuedoosjes	=	tissuedoos
tissuedozen	=	tissuedoos
tissues	=	tissue
tissuetje	=	tissue
tissuetjes	=	tissue
titaan	noun	scheikundig element met symbool Ti en atoomnummer 22. Het is een grijs overgangsmetaal
titaanatomen	=	titaanatoom
titaanatoom	noun	een atoom van het chemisch element titaan.
titaanatoompje	=	titaanatoom
titaanatoompjes	=	titaanatoom
titaandioxide	noun	komt in de natuur voor als de mineralen rutiel, anataas of brookiet en wordt gebruikt als pigment in de verfindustrie
titaandioxiden	=	titaandioxide
titaandioxides	=	titaandioxide
titaanhoudend	adj	het element titaan bevattend
titaanhoudende	=	titaanhoudend
titaanhoudends	=	titaanhoudend
titaantje	=	titaan
titaantjes	=	titaan
titan	noun	lid van een geslacht van reuzen uit de Griekse mythologie dat de strijd met de goden aanbond, doch verloor
titanen	=	titan
titanenarbeid	noun	zeer zwaar werk; bovenmenselijk zwaar werk
titanenstrijd	noun|figurative	zeer grote strijd
titanenstrijden	=	titanenstrijd
titanenwerk	noun|figurative	werk dat zo zwaar is dat het alleen door reusachtige goden verricht kan worden
titanenwerken	=	titanenwerk
titanenwerkje	=	titanenwerk
titanenwerkjes	=	titanenwerk
titaniet	noun	een fluor-houdend calcium-titanium-silicaat met de chemische formule CaTiSiO5
titanisch	adj	van iets dat het zo krachtig en groots is dat het mythisch genoemd kan worden
titanische	=	titanisch
titanischer	=	titanisch
titanischere	=	titanisch
titanischers	=	titanisch
titanium	noun	scheikundig element met symbool Ti en atoomnummer 22. Het is een grijs overgangsmetaal
titaniumatomen	=	titaniumatoom
titaniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element titanium.
titaniumatoompje	=	titaniumatoom
titaniumatoompjes	=	titaniumatoom
titans	=	titan
titel	noun	opschrift van een boek of ander document
titelbewijs	noun	officieel document dat duidelijk aangeeft en vastlegt wie eigenaar van een goed is Dit betreft vaak onroerend goed, maar het kan ook gaan om zaken als een motorvoertuig of vaartuig.
titelbewijzen	=	titelbewijs
titelblad	noun	bladzijde van een boek waarop de titel van het boek staat en vaak ook de schrijver, de uitgever en de datum van publicatie
titelbladen	=	titelblad
titelde	=	titelen
titelden	=	titelen
titele	=	titelen
titelen	verb	betitelen
titelend	=	titelen
titelende	=	titelen
titelgevecht	noun	wedstrijd of serie wedstrijden waarbij een kampioenstitel op het spel staat, meestal gaat de strijd tussen de titelverdediger en een uitdager
titelgevechten	=	titelgevecht
titelgevechtje	=	titelgevecht
titelgevechtjes	=	titelgevecht
titelhouder	noun	iemand of groep die in een wedstrijd kampioen is geworden en er nog geen nieuwe wedstrijd is gehouden waarin iemand anders de kans heeft gehad om de titel over te nemen
titelhouders	=	titelhouder
titelhoudster	noun	iemand die de vorige keer kampioen is geworden
titelhoudsters	=	titelhoudster
titelkandidaat	noun	iets of iemand die kans maakt om kampioen te worden
titelkandidaten	=	titelkandidaat
titellied	noun	lied dat wordt gebruikt als vaste, herkenbare introductie voor een film, televisieprogramma of radioprogramma
titelliederen	=	titellied
titelliedje	=	titellied
titelliedjes	=	titellied
titelloos	adj	zonder titel
titelloost	=	titelloos
titellooste	=	titelloos
titelloze	=	titelloos
titellozer	=	titelloos
titellozere	=	titelloos
titellozers	=	titelloos
titelpagina	noun	de bladzijde van een boek waarop de titel van het boek staat en vaak ook de schrijver, de uitgever en de datum van publicatie
titelpagina's	=	titelpagina
titelplaat	noun	afbeelding op de titelpagina van een boek
titelplaatje	=	titelplaat
titelplaatjes	=	titelplaat
titelplaten	=	titelplaat
titelprent	noun	een prent die op de titelpagina aanwezig is
titelprenten	=	titelprent
titelprolongatie	noun	het opnieuw kampioen worden
titelprolongaties	=	titelprolongatie
titelrace	noun	snelheidswedstrijd om de kampioenstitel
titelraces	=	titelrace
titelrol	noun	het belangrijkste personage in bijvoorbeeld een film, mits de productie aan dit personage haar titel ontleent
titelrollen	=	titelrol
titels	=	titel
titelsong	noun	het liedje dat optreedt als herkenning voor een film of album
titelsongs	=	titelsong
titelstress	noun	spanning die men heeft als men op het punt staat kampioen te worden
titelstrijd	noun	de sportieve strijd om een kampioenschap
titelstrijden	=	titelstrijd
titelt	=	titelen
titeltje	=	titel
titeltjes	=	titel
titeltoernooi	noun	een toernooi waarvan de winnaar een bepaalde titel krijgt
titeltoernooien	=	titeltoernooi
titelverdediger	noun	iemand die een kampioenschap opnieuw wil winnen nadat hij dat de vorige keer al gewonnen heeft
titelverdedigers	=	titelverdediger
titelverdediging	noun	de poging van een regerend kampioen om een eerder gewonnen kampioenschap of titel opnieuw te winnen in een volgende editie.
titelverdedigingen	=	titelverdediging
titelverdedigingetje	=	titelverdediging
titelverdedigingetjes	=	titelverdediging
titelverdedigster	noun	een vrouw die een kampioenschap wederom wil winnen nadat ze dat de vorige keer al gewonnen heeft
titelverdedigsters	=	titelverdedigster
titelvignet	noun	vignet op het titelblad van een boek
titelvignetten	=	titelvignet
titer	noun	hoogste verdunning van een stof die nog werkzaam blijft
titers	=	titer
titi	noun	springaapje, benaming voor apen uit het geslacht Callicebus, voorkomend in het gebied van de Amazone
titi's	=	titi
titicacafuten	=	titicacafuut
titicacafuut	noun	Rollandia microptera een vogel uit de familie Podicipedidae.
titicacafuutje	=	titicacafuut
titicacafuutjes	=	titicacafuut
titicacakikker	noun	Telmatobius culeus een kikker uit de familie Telmatobiidae.
titicacakikkers	=	titicacakikker
titicacakikkertje	=	titicacakikker
titicacakikkertjes	=	titicacakikker
titratie	noun	het titreren
titraties	=	titratie
titratietje	=	titratie
titreer	=	titreren
titreerde	=	titreren
titreerden	=	titreren
titreert	=	titreren
titrere	=	titreren
titreren	verb	afgemeten hoeveelheden toevoegen tot een waarneembaar equivalentiepunt bereikt is
titrerend	=	titreren
titrerende	=	titreren
tittel	noun	puntje op de letters i, j of ij
tittellijn	noun	stippellijn
tittellijnen	=	tittellijn
tittellijnje	=	tittellijn
tittellijnjes	=	tittellijn
tittels	=	tittel
titteltje	=	tittel
titteltjes	=	tittel
titulair	adj	een titel bezittend zonder de daarbij horende plichten (functie) of rechten (beloning)
titulairder	=	titulair
titulairdere	=	titulair
titulairders	=	titulair
titulaire	=	titulair
titulairs	=	titulair
titulairst	=	titulair
titulairste	=	titulair
titularis	noun	iemand met een bepaald ambt en daardoor de daarbij behorende titels mag voeren, iemand met een vaste aanstelling
titularissen	=	titularis
titulaturen	=	titulatuur
titulatuur	noun	de titels van een persoon
tityra	noun	Tityra een geslacht van zangvogels uit de familie Tityridae
tityra's	=	tityra
tityraatje	=	tityra
tityraatjes	=	tityra
tiërceer	=	tiërceren
tiërceerde	=	tiërceren
tiërceerden	=	tiërceren
tiërceert	=	tiërceren
tiërcere	=	tiërceren
tiërceren	verb	tot een derde terugbrengen; met name betrekking hebbend op de eenzijdig door de Franse regering doorgevoerde verlaging van de rente op staatsschulden in de Franse tijd
tiërcerend	=	tiërceren
tiërcerende	=	tiërceren
tiërcering	noun	het tiërceren: een op 9 juli 1810 door keizer Napoleon opgelegde reductie van de rente op de Nederlandse staatsschuld.
tiërceringen	=	tiërcering
tja	intj	drukt uit dat men dit eigenlijk had kunnen weten
tjabé	noun	soort Spaanse peper
tjabés	=	tjabé
tjakka	intj	uitroep van enthousiasme
tjalk	noun	Oudnederlands platbodem zeilvaartuig met een ronde boeg, zijzwaarden en een gaffelgetuigde mast
tjalken	=	tjalk
tjalkje	=	tjalk
tjalkjes	=	tjalk
tjampedak	noun	Artocarpus integer een plant uit de moerbeifamilie (Moraceae).
tjap	noun	merkteken dat aangeeft dat iets of iemand tot een bepaalde categorie behoort
tjapje	=	tjap
tjapjes	=	tjap
tjappe	=	tjappen
tjappen	verb	van een stempel, zegel of ander merkteken voorzien
tjappend	=	tjappen
tjappende	=	tjappen
tjaps	=	tjap
tjapt	=	tjappen
tjapte	=	tjappen
tjapten	=	tjappen
tjaptjoi	noun	Chinese rijstschotel met vlees en groenten
tjasnet	noun	werpnet
tjasnetten	=	tjasnet
tjauwmin	noun	soort bami
tjeef	noun	christendemocraat
tjeefje	=	tjeef
tjeefjes	=	tjeef
tjek	=	tjekken
tjekke	=	tjekken
tjekken	verb	bij voortduring aandachtig zijn; goed kijken of iets wel klopt
tjekkend	=	tjekken
tjekkende	=	tjekken
tjekt	=	tjekken
tjekte	=	tjekken
tjekten	=	tjekken
tjeminee	intj	uiting van frustratie
tjendol	noun	drank gemaakt van gezoete kokosmelk met sliertjes rijstmeel of ander zetmeel met kleurstof en geraspt ijs, geliefd in Indonesië en bij Indische Nederlanders
tjerk	noun	benaming gebruikt voor de tureluur (Tringa totanus) en soms de houtsnip (Scolopax rusticola)
tjerken	=	tjerk
tjet	noun	verf, beits, menie
tjette	=	tjetten
tjetten	verb	in de verf zetten
tjettend	=	tjetten
tjettende	=	tjetten
tjeven	=	tjeef
tji	noun	beek, rivier
tji's	=	tji
tjiepen	verb	geluid maken zoals kleine vogeltjes doen
tjiepte	=	tjiepen
tjiftjaf	noun	Phylloscopus collybita, een kleine zangvogel uit de Zangers (Sylviidae)
tjiftjaffen	=	tjiftjaf
tjiftjafje	=	tjiftjaf
tjiftjafjes	=	tjiftjaf
tjiftjafs	=	tjiftjaf
tjiftjif	=	tjiftjaf
tjilp	=	tjilpen
tjilpe	=	tjilpen
tjilpen	verb	geluid maken zoals kleine vogeltjes doen
tjilpend	=	tjilpen
tjilpende	=	tjilpen
tjilpt	=	tjilpen
tjilpte	=	tjilpen
tjilpten	=	tjilpen
tjirp	=	tjirpen
tjirpe	=	tjirpen
tjirpen	verb	geluid dat krekels en sprinkhanen maken
tjirpend	=	tjirpen
tjirpende	=	tjirpen
tjirpt	=	tjirpen
tjirpte	=	tjirpen
tjirpten	=	tjirpen
tjitjak	noun	Hemidactylus frenatus huishagedis, huisgekko
tjitjaks	=	tjitjak
tjoeken	verb	Aanduiding voor bijvoorbeeld het geluid dat locomotieven en motorboten maken.
tjoekte	=	tjoeken
tjoep	intj	klank die een opspringende beweging aangeeft	noun	oranje koker van soepel textiel die je om de hals, om het hoofd of als zweetband kan dragen
tjoepe	=	tjoepen
tjoepen	verb	een snelle beweging uitvoeren
tjoepend	=	tjoepen
tjoepende	=	tjoepen
tjoeps	=	tjoep
tjoept	=	tjoepen
tjoepte	=	tjoepen
tjoepten	=	tjoepen
tjok	=	tjokken
tjokke	=	tjokken
tjokken	verb	langzaam stampend voortgaan
tjokkend	=	tjokken
tjokkende	=	tjokken
tjokt	=	tjokken
tjokte	=	tjokken
tjokten	=	tjokken
tjokvol	adj	heel erg vol zodat er niets meer bij kan
tjokvolle	=	tjokvol
tjokvoller	=	tjokvol
tjokvollere	=	tjokvol
tjokvollers	=	tjokvol
tjokvols	=	tjokvol
tjokvolst	=	tjokvol
tjokvolste	=	tjokvol
tjole	=	tjolen
tjolen	verb	zich langzaam of zonder duidelijk doel verplaatsen
tjolend	=	tjolen
tjolende	=	tjolen
tjompen	verb	met een sprong naar een andere plaats gaan
tjompte	=	tjompen
tjonge	intj	een uitdrukking van milde verbazing
tjongejonge	intj	uitroep van verbazing
tjool	=	tjolen
tjoolde	=	tjolen
tjoolden	=	tjolen
tjoolt	=	tjolen
tjotter	noun	het kleinste van de open ronde Friese zeilscheepjes met een lengte over de stevens van ten hoogste 5,4 m, met zwaarden in plaats van een kiel
tjotters	=	tjotter
tl	noun	verlichting in de vorm van een glazen buis die van binnen is bedekt met een fluorescerend materiaal dat oplicht door gasontlading bij een groot spanningsverschil tussen de uiteinden van de buis
tl's	=	tl
tl-armaturen	=	tl-armatuur
tl-armatuur	noun	aan plafond of wand bevestigde behuizing voor een of meer tl-buizen
tl-buis	noun	luminescentielamp, gevuld met een edelgas en kwikdamp waarin door een gasontlading UV-straling vrijkomt die door een poeder wordt omgezet in zichtbaar licht
tl-buisje	=	tl-buis
tl-buisjes	=	tl-buis
tl-buizen	=	tl-buis
tl-licht	noun	koud, ongezellig wit licht dat komt van een tl-lamp
tl-lichten	=	tl-licht
tl-lichtje	=	tl-licht
tl-lichtjes	=	tl-licht
tl-starter	noun	apparaatje in elektronische of mechanische uitvoering (met bimetaal) dat samen met het voorschakelapparaat (zelfinductie) nodig is om de gasontlading in de tl-buis te starten
tl-starters	=	tl-starter
tl-startertje	=	tl-starter
tl-startertjes	=	tl-starter
tm	noun	transcendente meditatie
tmesis	noun	stijlfiguur waarbij een samengesteld woord in zijn onderdelen wordt gesplitst met tussenvoeging van een of meer andere woorden
tmf	noun	een merk waaronder televisie- en radiokanalen worden geëxploiteerd die gericht zijn op popmuziek
tmf-zender	noun	radio- of televisiezender van The Music Factory
tmf-zenders	=	tmf-zender
tno	noun	Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek
to-dolijst	noun	lijst met handelingen die men van plan is te doen
to-dolijsten	=	to-dolijst
to-dolijstje	=	to-dolijst
to-dolijstjes	=	to-dolijst
toarcien	noun	een tijdperk dat als tijdsnede deel uitmaakt van het tijdvak lias
toast	noun	geroosterd brood
toaste	=	toasten
toasten	verb	brood roosteren
toastend	=	toasten
toastende	=	toasten
toaster	noun	apparaat waarmee men brood kan roosteren
toasters	=	toaster
toastje	noun	alleen verkleinwoord klein dun soort beschuitje vaak geserveerd bij drankjes om met kaas of ander hartig beleg te worden gegeten
toastjes	=	toast
toasts	=	toast
toastte	=	toasten
toastten	=	toasten
tob	adj	goed
tobbe	noun	een (houten) vat dat naar boven wijder wordt, teil
tobben	verb	zich ergens zorgen over maken
tobbend	=	tobben
tobbende	=	tobben
tobber	noun	iets of iemand die het niet goed doet
tobberd	noun	iemand die veel peinst
tobberdje	=	tobberd
tobberdjes	=	tobberd
tobberds	=	tobberd
tobberig	adj	van een persoon dat hij of zij zich veel overbodige zorgen maakt
tobberige	=	tobberig
tobberiger	=	tobberig
tobberigere	=	tobberig
tobberigers	=	tobberig
tobberigs	=	tobberig
tobberigst	=	tobberig
tobberigste	=	tobberig
tobberij	noun	het piekeren; datgene waarover men zich zorgen maakt
tobberijen	=	tobberij
tobberijtje	=	tobberij
tobberijtjes	=	tobberij
tobbers	=	tobber
tobbertje	=	tobber
tobbertjes	=	tobber
tobbes	=	tobbe
tobbetje	=	tobbe
tobbetjes	=	tobbe
tobde	=	tobben
tobden	=	tobben
tobiaans	adj	afkomstig van het eiland Tobi
tobintaks	noun	laag belastingtarief op grootschalige financiële transacties die vooral door speculanten worden gebruikt
tobintaksen	=	tobintaks
tobogan	noun	slee van Canadese indianen
tobogans	=	tobogan
tobster	noun	vrouw met veel zorgen; vrouw die zich veel zorgen maakt
tobsters	=	tobster
tobt	=	tobben
toccata	noun	een virtuoze, fantasie-achtige instrumentale compositie zonder vaste vorm
toccata's	=	toccata
toch	adv	gebruikt om iets extra te benadrukken
tochaarstalig	adj	de Tochaarse taal sprekend
tochaarstalige	=	tochaarstalig
tochaarstaligs	=	tochaarstalig
tocht	noun	meestal ongewenste bewegende koude lucht binnen in een ruimte, als gevolg van openingen naar buiten
tochtdeur	noun	een binnendeur ter voorkoming van tocht, bijv. de deur tussen vestibule en gang, of tussen magazijn en winkelruimte in een supermarkt
tochtdeuren	=	tochtdeur
tochtdeurtje	=	tochtdeur
tochtdeurtjes	=	tochtdeur
tochtdicht	adj	geen tocht doorlatend
tochtdichte	=	tochtdicht
tochtdichts	=	tochtdicht
tochte	=	tochten
tochten	verb	trekken van de wind
tochtend	=	tochten
tochtende	=	tochten
tochtgaatje	=	tochtgat
tochtgaatjes	=	tochtgat
tochtgat	noun	plaats waar het sterk kan waaien; plaats waar het sterk kan tochten
tochtgaten	=	tochtgat
tochthond	noun	tochtafsluiter met de vorm van een hond
tochthonden	=	tochthond
tochthondje	=	tochthond
tochthondjes	=	tochthond
tochtig	adj	gepaard gaan met tocht (luchtstroom)
tochtige	=	tochtig
tochtiger	=	tochtig
tochtigere	=	tochtig
tochtigers	=	tochtig
tochtigheid	noun	het tochtig zijn
tochtigs	=	tochtig
tochtigst	=	tochtig
tochtigste	=	tochtig
tochtje	=	tocht
tochtjes	=	tocht
tochtkanaal	noun	kanaal, buis waardoor de lucht kan trekken
tochtkanaaltje	=	tochtkanaal
tochtkanaaltjes	=	tochtkanaal
tochtkanalen	=	tochtkanaal
tochtlat	noun	met wol of flanel beklede, houten strips rond ramen en deuren die tocht moeten tegenhouden
tochtlatten	=	tochtlat
tochtsloot	noun	watergang waardoor af te voeren water uit smallere watergangen naar een breder water loopt
tochtslootje	=	tochtsloot
tochtslootjes	=	tochtsloot
tochtsloten	=	tochtsloot
tochtstrip	noun	een dunne strook materiaal die er voor zorgt dat een opening geen ongewenste luchtstroom meer doorlaat
tochtstrippen	=	tochtstrip
tochtstrips	=	tochtstrip
tochtte	=	tochten
tochtten	=	tochten
tochtvlaag	noun	een kortdurende snelle beweging van (koele) lucht
tochtvlagen	=	tochtvlaag
tochtvrij	adj	vrij van ongewenste luchtstromingen binnenshuis
tochtvrije	=	tochtvrij
tochtvrijer	=	tochtvrij
tochtvrijere	=	tochtvrij
tochtvrijers	=	tochtvrij
tochtvrijs	=	tochtvrij
tochtvrijst	=	tochtvrij
tochtvrijste	=	tochtvrij
tocuyogors	noun	Arremonops tocuyensis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
tocuyogorsje	=	tocuyogors
tocuyogorsjes	=	tocuyogors
tocuyogorzen	=	tocuyogors
tocuyugors	noun	Arremonops tocuyensis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
tocuyugorsje	=	tocuyugors
tocuyugorsjes	=	tocuyugors
tocuyugorzen	=	tocuyugors
tod	noun	waardeloze, smerige, oude lap
toda	noun	dank
todden	=	tod
toddetje	=	tod
toddetjes	=	tod
toddik	noun	smeerkees, smeerpoets
toddikje	=	toddik
toddikjes	=	toddik
toddikken	=	toddik
todies	noun	Todidae een familie van vogels uit de orde scharrelaarvogels.
todietiran	noun	een zangvogel uit het geslacht Hemitriccus van de familie Tyrannidae (tirannen)
todietirannen	noun	een geslacht Hemitriccus van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
todietirannetje	=	todietiran
todietirannetjes	=	todietiran
todje	=	tod
todjes	=	tod
toe	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.	adj	dicht, gesloten
toe-eigen	=	toe-eigenen
toe-eigende	=	toe-eigenen
toe-eigenden	=	toe-eigenen
toe-eigene	=	toe-eigenen
toe-eigenen	verb	zich ~: iets tot zijn bezit maken, al of niet wederrechtelijk
toe-eigenend	=	toe-eigenen
toe-eigenende	=	toe-eigenen
toe-eigent	=	toe-eigenen
toealbrilvogel	noun	Zosterops uropygialis een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
toealbrilvogels	=	toealbrilvogel
toealbrilvogeltje	=	toealbrilvogel
toealbrilvogeltjes	=	toealbrilvogel
toean	noun	respectvolle aanduiding van een man
toeans	=	toean
toebad	=	toebidden
toebaden	=	toebidden
toebadt	=	toebidden
toebak	=	tabak
toebedeel	=	toebedelen
toebedeeld	=	toebedelen
toebedeelde	=	toebedelen
toebedeelden	=	toebedelen
toebedeelen	=	toebedelen
toebedeelt	=	toebedelen
toebedele	=	toebedelen
toebedelen	verb	een deel aan iemand toewijzen
toebedelend	=	toebedelen
toebedelende	=	toebedelen
toebedeling	noun	het een deel aan iemand toewijzen
toebedelingen	=	toebedeling
toebeet	=	toebijten
toebehoor	=	toebehoren
toebehoord	=	toebehoren
toebehoorde	=	toebehoren
toebehoorden	=	toebehoren
toebehoort	=	toebehoren
toebehore	=	toebehoren
toebehoren	verb	het eigendom zijn van
toebehorend	=	toebehoren
toebehorende	=	toebehoren
toebereid	=	toebereiden
toebereidde	=	toebereiden
toebereidden	=	toebereiden
toebereide	=	toebereiden
toebereiden	verb	eten klaarmaken
toebereidend	=	toebereiden
toebereidende	=	toebereiden
toebereiding	noun	het klaarmaken, m.n. van voedsel
toebereidingen	=	toebereiding
toebereidinkje	=	toebereiding
toebereidinkjes	=	toebereiding
toebereidselen	noun	handelingen die men verricht om iets mogelijk te maken
toebereidt	=	toebereiden
toebete	=	toebijten
toebeten	=	toebijten
toebid	=	toebidden
toebidden	verb	iemand iets wensen, toewensen
toebiddend	=	toebidden
toebiddende	=	toebidden
toebidt	=	toebidden
toebijt	=	toebijten
toebijte	=	toebijten
toebijten	verb	op snauwende wijze iemand iets meedelen
toebijtend	=	toebijten
toebijtende	=	toebijten
toebind	=	toebinden
toebinde	=	toebinden
toebinden	verb	vastbinden
toebindend	=	toebinden
toebindende	=	toebinden
toebindt	=	toebinden
toebogen	=	toebuigen
toebond	=	toebinden
toebonden	=	toebinden
toeboog	=	toebuigen
toebracht	=	toebrengen
toebrachte	=	toebrengen
toebrachten	=	toebrengen
toebreng	=	toebrengen
toebrenge	=	toebrengen
toebrengen	verb	veroorzaken.
toebrengend	=	toebrengen
toebrengende	=	toebrengen
toebrengt	=	toebrengen
toebuig	=	toebuigen
toebuige	=	toebuigen
toebuigen	verb	door buigen ergens naartoe gaan
toebuigend	=	toebuigen
toebuigende	=	toebuigen
toebuigt	=	toebuigen
toeclip	noun	hulpmiddel dat de neus van de schoenen vastmaakt aan de trappers van een racefiets
toeclips	=	toeclip
toedacht	=	toedenken
toedachte	=	toedenken
toedachten	=	toedenken
toedede	=	toedoen
toededen	=	toedoen
toedeed	=	toedoen
toedeedt	=	toedoen
toedeel	=	toedelen
toedeelde	=	toedelen
toedeelden	=	toedelen
toedeelt	=	toedelen
toedek	=	toedekken
toedekke	=	toedekken
toedekken	verb	(met een deken) bedekken
toedekkend	=	toedekken
toedekkende	=	toedekken
toedekt	=	toedekken
toedekte	=	toedekken
toedekten	=	toedekken
toedele	=	toedelen
toedeledokie	intj|informal	Ik heb hier geen zin in.
toedelen	verb	iemand iets een deel van het geheel geven
toedelend	=	toedelen
toedelende	=	toedelen
toedeloe	intj|informal	een begroeting of afscheidsgroet
toedenk	=	toedenken
toedenke	=	toedenken
toedenken	verb	bestemmen voor
toedenkend	=	toedenken
toedenkende	=	toedenken
toedenkt	=	toedenken
toedicht	=	toedichten
toedichte	=	toedichten
toedichten	verb	op onvoldoende gronden iemand als de maker of de bezitter aanmerken
toedichtend	=	toedichten
toedichtende	=	toedichten
toedichtte	=	toedichten
toedichtten	=	toedichten
toedien	=	toedienen
toediende	=	toedienen
toedienden	=	toedienen
toediene	=	toedienen
toedienen	verb	het doen opnemen van bijvoorbeeld een medicijn door iemand
toedienend	=	toedienen
toedienende	=	toedienen
toediening	noun	het toedienen
toedieningen	=	toediening
toedient	=	toedienen
toedoe	=	toedoen
toedoen	noun	handelingen, acties	verb	dichtdoen, sluiten
toedoend	=	toedoen
toedoende	=	toedoen
toedoet	=	toedoen
toedraag	=	toedragen
toedraagt	=	toedragen
toedracht	noun	de wijze waarop iets gebeurd is
toedrachten	=	toedracht
toedrachtje	=	toedracht
toedrage	=	toedragen
toedragen	verb	bepaalde gevoelens voor iets of iemand hebben
toedragend	=	toedragen
toedragende	=	toedragen
toedrink	=	toedrinken
toedrinke	=	toedrinken
toedrinken	verb	een dronk uitbrengen op (iemand)
toedrinkend	=	toedrinken
toedrinkende	=	toedrinken
toedrinkt	=	toedrinken
toedroeg	=	toedragen
toedroege	=	toedragen
toedroegen	=	toedragen
toedroegt	=	toedragen
toedronk	=	toedrinken
toedronken	=	toedrinken
toeduw	=	toeduwen
toeduwde	=	toeduwen
toeduwden	=	toeduwen
toeduwe	=	toeduwen
toeduwen	verb	duwend in iemands richting bewegen
toeduwend	=	toeduwen
toeduwende	=	toeduwen
toeduwt	=	toeduwen
toef	noun	een bos(je), pluk(je), tuilt(je), een bosje van iets
toefde	=	toeven
toefden	=	toeven
toefeling	noun	pak slaag
toefelingen	=	toefeling
toefen	=	toef
toefje	=	toef
toefjes	=	toef
toefluister	=	toefluisteren
toefluisterde	=	toefluisteren
toefluisterden	=	toefluisteren
toefluistere	=	toefluisteren
toefluisteren	verb	iemand met zachte stem iets toevertrouwen
toefluisterend	=	toefluisteren
toefluisterende	=	toefluisteren
toefluistert	=	toefluisteren
toeft	=	toeven
toega	=	toegaan
toegaaft	=	toegeven
toegaan	verb	sluiten, dichtgaan
toegaand	=	toegaan
toegaande	=	toegaan
toegaat	=	toegaan
toegaf	=	toegeven
toegang	noun	plaats waarlangs men ergens binnen kan gaan
toegangen	=	toegang
toegangetje	=	toegang
toegangetjes	=	toegang
toegangsbewijs	noun	is een bewijs, meestal in de vorm van een kaart, maar ook wel als polsbandje, of stempel op hand of pols, dat voor de toegang betaald is
toegangsbewijsje	=	toegangsbewijs
toegangsbewijsjes	=	toegangsbewijs
toegangsbewijzen	=	toegangsbewijs
toegangsbiljet	noun	stuk papier waarmee men kan aantonen dat men ergens naar binnen mag gaan
toegangsbiljetje	=	toegangsbiljet
toegangsbiljetjes	=	toegangsbiljet
toegangsbiljetten	=	toegangsbiljet
toegangscode	noun	een code die je moet invoeren om ergens binnen te komen
toegangscodes	=	toegangscode
toegangsdam	noun	een smal stuk grond in een watergang (sloot) om op een stuk grond (weiland, landbouwgrond, huisperceel) te komen
toegangsdammen	=	toegangsdam
toegangsdammetje	=	toegangsdam
toegangsdammetjes	=	toegangsdam
toegangsdeur	noun	een deur waarmee men een gebouw of vertrek kan binnengaan
toegangsdeuren	=	toegangsdeur
toegangsdeurtje	=	toegangsdeur
toegangsdeurtjes	=	toegangsdeur
toegangsgeld	noun	het geld dat betaald moet worden om ergens binnen te mogen
toegangsgelden	=	toegangsgeld
toegangshek	noun	hek dat men moet passeren om een afgesloten gebied binnen te gaan
toegangshekje	=	toegangshek
toegangshekjes	=	toegangshek
toegangshekken	=	toegangshek
toegangskaart	noun	entreebewijs op een stevig stuk papier
toegangskaarten	=	toegangskaart
toegangskaartje	=	toegangskaart
toegangspas	noun	bewijs waarmee men kan aangeven dat men gerechtigd is om ergens binnen te gaan
toegangspasje	=	toegangspas
toegangspasjes	=	toegangspas
toegangspassen	=	toegangspas
toegangspoort	noun	plaats waar men een gebouw of gebied kan binnengaan
toegangspoorten	=	toegangspoort
toegangspoortje	=	toegangspoort
toegangspoortjes	=	toegangspoort
toegangsprijs	noun	het geldbedrag dat betaald moet worden om ergens binnen te mogen
toegangsprijsje	=	toegangsprijs
toegangsprijsjes	=	toegangsprijs
toegangsprijzen	=	toegangsprijs
toegangssnelheden	=	toegangssnelheid
toegangssnelheid	noun	hoeveelheid gegevens die per tijdseenheid uit het geheugen kan worden opgeroepen
toegangsverbod	noun	een officiële uitsluiting van een persoon uit een bepaalde locatie (zoals een horecagelegenheid, winkel, casino) of van een activiteit (zoals gokken), opgelegd door de eigenaar, de rechter, of de persoon zelf (zelfuitsluiting) om overlast, crimineel gedrag, of gokverslaving te voorkomen
toegangsverboden	=	toegangsverbod
toegangsverbodje	=	toegangsverbod
toegangsverbodjes	=	toegangsverbod
toegangsweg	noun	weg waardoor je een bepaalde plaats kunt bereiken
toegangswegen	=	toegangsweg
toegangsweggetje	=	toegangsweg
toegangswegje	=	toegangsweg
toegankelijk	adj	te bereiken
toegankelijke	=	toegankelijk
toegankelijker	=	toegankelijk
toegankelijkere	=	toegankelijk
toegankelijkers	=	toegankelijk
toegankelijkheden	=	toegankelijkheid
toegankelijkheid	noun	de mate waarin het mogelijk is toegang tot iets te krijgen
toegankelijkheidje	=	toegankelijkheid
toegankelijkheidjes	=	toegankelijkheid
toegankelijkheidssymbolen	=	toegankelijkheidssymbool
toegankelijkheidssymbool	noun	een symbool dat aangeeft dat een gebouw of terrein toegankelijk is voor rolstoelgebruikers
toegankelijkheidssymbooltje	=	toegankelijkheidssymbool
toegankelijkheidssymbooltjes	=	toegankelijkheidssymbool
toegankelijks	=	toegankelijk
toegankelijkst	=	toegankelijk
toegankelijkste	=	toegankelijk
toegave	=	toegeven
toegaven	=	toegeven
toegebeden	=	toebidden
toegebeten	=	toebijten
toegebogen	=	toebuigen
toegebonden	=	toebinden
toegebracht	=	toebrengen
toegebrachte	=	toebrengen
toegedaan	=	toedoen
toegedacht	=	toedenken
toegedachte	=	toedenken
toegedeeld	=	toedelen
toegedekt	=	toedekken
toegedekte	=	toedekken
toegedicht	=	toedichten
toegedichte	=	toedichten
toegediend	=	toedienen
toegediende	=	toedienen
toegedragen	=	toedragen
toegedronken	=	toedrinken
toegeduwd	=	toeduwen
toegeef	=	toegeven
toegeeflijk	adj	inschikkelijk, meegaand
toegeeflijke	=	toegeeflijk
toegeeflijker	=	toegeeflijk
toegeeflijkere	=	toegeeflijk
toegeeflijkers	=	toegeeflijk
toegeeflijkheden	=	toegeeflijkheid
toegeeflijkheid	noun	een houding die getuigt van een niet al te grote strengheid
toegeeflijkheidje	=	toegeeflijkheid
toegeeflijkheidjes	=	toegeeflijkheid
toegeeflijks	=	toegeeflijk
toegeeflijkst	=	toegeeflijk
toegeeflijkste	=	toegeeflijk
toegeeft	=	toegeven
toegefelijk	adj	bereid om toe te geven
toegefelijke	=	toegefelijk
toegefelijker	=	toegefelijk
toegefelijkere	=	toegefelijk
toegefelijkers	=	toegefelijk
toegefelijkheden	=	toegefelijkheid
toegefelijkheid	noun	het toegefelijk zijn
toegefelijkheidje	=	toegefelijkheid
toegefelijkheidjes	=	toegefelijkheid
toegefelijks	=	toegefelijk
toegefelijkst	=	toegefelijk
toegefelijkste	=	toegefelijk
toegefluisterd	=	toefluisteren
toegefluisterde	=	toefluisteren
toegegaan	=	toegaan
toegegeven	=	toegeven
toegegooid	=	toegooien
toegegooide	=	toegooien
toegehaald	=	toehalen
toegehapt	=	toehappen
toegehoord	=	toehoren
toegejuicht	=	toejuichen
toegejuichte	=	toejuichen
toegekeerd	=	toekeren
toegekeerde	=	toekeren
toegekeken	=	toekijken
toegekend	adj	aan een verkozen iets of iemand gegeven
toegekende	=	toekennen
toegekends	=	toegekend
toegeknepen	=	toeknijpen
toegeknikt	=	toeknikken
toegekomen	=	toekomen
toegekund	=	toekunnen
toegelachen	=	toelachen
toegelaten	=	toelaten
toegeleefd	=	toeleven
toegelegd	=	toeleggen
toegeleverd	=	toeleveren
toegeleverde	=	toeleveren
toegelicht	=	toelichten
toegelichte	=	toelichten
toegelopen	=	toelopen
toegeluisterd	=	toeluisteren
toegemeten	=	toemeten
toegenaderd	=	toenaderen
toegenegen	adj	liefhebbend
toegenegene	=	toegenegen
toegenegener	=	toegenegen
toegenegenere	=	toegenegen
toegenegeners	=	toegenegen
toegenegenheden	=	toegenegenheid
toegenegenheid	noun	vriendelijke, goede, gunstige gezindheid
toegenegens	=	toegenegen
toegenegenst	=	toegenegen
toegenegenste	=	toegenegen
toegenomen	=	toenemen
toegepast	adj	dat iets ook practisch gebruikt kan worden
toegepaste	=	toepassen
toegepaster	=	toegepast
toegepastere	=	toegepast
toegepasters	=	toegepast
toegepasts	=	toegepast
toegepastst	=	toegepast
toegepastste	=	toegepast
toegeplooid	=	toeplooien
toegereikt	=	toereiken
toegereikte	=	toereiken
toegerekend	=	toerekenen
toegerekende	=	toerekenen
toegeroepen	=	toeroepen
toegerust	adj	voorzien van voldoende hulpmiddelen en vaardigheden om een bepaalde taak naar behoren te kunnen vervullen
toegeruste	=	toerusten
toegeruster	=	toegerust
toegerustere	=	toegerust
toegerusters	=	toegerust
toegerusts	=	toegerust
toegerustst	=	toegerust
toegerustste	=	toegerust
toegeschenen	=	toeschijnen
toegeschoten	=	toeschieten
toegeschouwd	=	toeschouwen
toegeschoven	=	toeschuiven
toegeschreeuwd	=	toeschreeuwen
toegeschreeuwde	=	toeschreeuwen
toegeschreven	=	toeschrijven
toegeslagen	=	toeslaan
toegesneden	=	toesnijden
toegesneld	=	toesnellen
toegespeeld	=	toespelen
toegespeelde	=	toespelen
toegespitst	=	toespitsen
toegespitste	=	toespitsen
toegesproken	=	toespreken
toegestaan	adj	wat mag, geoorloofd
toegestaans	=	toegestaan
toegestane	=	toestaan
toegestemd	=	toestemmen
toegestoken	=	toesteken
toegestopt	=	toestoppen
toegestopte	=	toestoppen
toegestormd	=	toestormen
toegestoten	=	toestoten
toegestroomd	adj	in grote aantallen ergens verzameld zijn
toegestroomde	=	toestromen
toegestroomds	=	toegestroomd
toegestuurd	=	toesturen
toegestuurde	=	toesturen
toegetakeld	=	toetakelen
toegetakelde	=	toetakelen
toegetast	=	toetasten
toegetreden	=	toetreden
toegetrokken	=	toetrekken
toegevallen	=	toevallen
toegeve	=	toegeven
toegeven	verb	toestaan
toegevend	adj	geneigd de wensen van een ander in te willigen ook als je het er eigenlijk niet mee eens bent
toegevende	=	toegeven
toegevender	=	toegevend
toegevendere	=	toegevend
toegevenders	=	toegevend
toegevendheid	noun	de mate waarin men meegaand is
toegevends	=	toegevend
toegevendst	=	toegevend
toegevendste	=	toegevend
toegeving	noun	je standpunt veranderen om een verschil van mening kleiner maken of te beëindigen
toegevingen	=	toegeving
toegevoegd	adj	erbij gedaan, extra
toegevoegde	=	toevoegen
toegevoegds	=	toegevoegd
toegevoerd	=	toevoeren
toegevoerde	=	toevoeren
toegewassen	=	toewassen
toegewend	=	toewenden
toegewende	=	toewenden
toegewenst	=	toewensen
toegewenste	=	toewensen
toegewerkt	=	toewerken
toegewezen	=	toewijzen
toegewijd	adj	met veel zorg een aandacht
toegewijde	=	toewijden
toegewijder	=	toegewijd
toegewijdere	=	toegewijd
toegewijders	=	toegewijd
toegewijds	=	toegewijd
toegewijdst	=	toegewijd
toegewijdste	=	toegewijd
toegeworpen	=	toewerpen
toegewuifd	=	toewuiven
toegewuifde	=	toewuiven
toegezegd	adj	beloofd
toegezegde	=	toezeggen
toegezegds	=	toegezegd
toegezien	=	toezien
toegezonden	=	toezenden
toegezongen	=	toezingen
toegezwaaid	=	toezwaaien
toegezwaaide	=	toezwaaien
toegeëigend	=	toe-eigenen
toegift	noun	extra stuk muziek , dans enz. als dank voor het applaus als de voorstelling al is afgelopen
toegiften	=	toegift
toegiftje	=	toegift
toegiftjes	=	toegift
toeging	=	toegaan
toegingen	=	toegaan
toegooi	=	toegooien
toegooide	=	toegooien
toegooiden	=	toegooien
toegooie	=	toegooien
toegooien	verb	in de richting van iemand gooien
toegooiend	=	toegooien
toegooiende	=	toegooien
toegooit	=	toegooien
toehaal	=	toehalen
toehaalde	=	toehalen
toehaalden	=	toehalen
toehaalt	=	toehalen
toehale	=	toehalen
toehalen	verb	naar zich toehalen: zich directer ergens mee bemoeien; ergens de verantwoordelijkheid voor nemen
toehalend	=	toehalen
toehalende	=	toehalen
toehap	=	toehappen
toehappe	=	toehappen
toehappen	verb	met graagte op ingaan, een gelegenheid aangrijpen
toehappend	=	toehappen
toehappende	=	toehappen
toehapt	=	toehappen
toehapte	=	toehappen
toehapten	=	toehappen
toehoor	=	toehoren
toehoorde	=	toehoren
toehoorden	=	toehoren
toehoorder	noun	iemand die luistert naar wat gezegd of gespeeld wordt maar niet actief meedoet
toehoorders	=	toehoorder
toehoordertje	=	toehoorder
toehoordertjes	=	toehoorder
toehoorster	noun	vrouw die luistert maar niet actief aan het gesprek of de vergadering deelneemt
toehoorsters	=	toehoorster
toehoort	=	toehoren
toehore	=	toehoren
toehoren	verb	met veel aandacht luisteren
toehorend	=	toehoren
toehorende	=	toehoren
toei	noun	Prosthemadera novaeseelandiae een endemische vogelsoort van Nieuw-Zeeland en een van de grootste vertegenwoordigers van de familie der honingeters
toeien	=	toei
toeis	=	toei
toeitje	=	toei
toeitjes	=	toei
toejuich	=	toejuichen
toejuiche	=	toejuichen
toejuichen	verb	met gejuich begroeten
toejuichend	=	toejuichen
toejuichende	=	toejuichen
toejuiching	noun	een waardering uiten door iemand toe te juichen
toejuichingen	=	toejuiching
toejuichinkje	=	toejuiching
toejuichinkjes	=	toejuiching
toejuicht	=	toejuichen
toejuichte	=	toejuichen
toejuichten	=	toejuichen
toekan	noun	benaming voor tropische vogels uit de familie Ramphastidae
toekanbaardvogel	noun	Semnornis ramphastinus een vogel uit de familie Semnornithidae.
toekanbaardvogels	=	toekanbaardvogel
toekanbaardvogeltje	=	toekanbaardvogel
toekanbaardvogeltjes	=	toekanbaardvogel
toekang-besihoningzuiger	noun	Cinnyris infrenatus een vogelsoort uit de familie van de Nectariniidae.
toekang-besihoningzuigers	=	toekang-besihoningzuiger
toekang-besihoningzuigertje	=	toekang-besihoningzuiger
toekang-besihoningzuigertjes	=	toekang-besihoningzuiger
toekannetje	=	toekan
toekannetjes	=	toekan
toekans	noun	Ramphastidae een familie van vogels uit de orde spechtvogels die voorkomt in Midden- en Zuid-Amerika.
toekeek	=	toekijken
toekeekt	=	toekijken
toekeer	=	toekeren
toekeerde	=	toekeren
toekeerden	=	toekeren
toekeert	=	toekeren
toekeke	=	toekijken
toekeken	=	toekijken
toeken	=	toekennen
toekende	=	toekennen
toekenden	=	toekennen
toekenne	=	toekennen
toekennen	verb	iemand iets ~ iemand uitkiezen en iets geven
toekennend	=	toekennen
toekennende	=	toekennen
toekenning	noun	de toewijzing, verlening, attributie.
toekenningen	=	toekenning
toekenninkje	=	toekenning
toekenninkjes	=	toekenning
toekent	=	toekennen
toekere	=	toekeren
toekeren	verb	iets brengen in een bepaalde richting
toekerend	=	toekeren
toekerende	=	toekeren
toekijk	=	toekijken
toekijke	=	toekijken
toekijken	verb	naar een schouwspel of gebeurtenis kijken zonder eraan deel te nemen
toekijkend	=	toekijken
toekijkende	=	toekijken
toekijkt	=	toekijken
toekneep	=	toeknijpen
toeknepen	=	toeknijpen
toeknijp	=	toeknijpen
toeknijpe	=	toeknijpen
toeknijpen	verb	vernauwen door alzijdig druk uit te oefenen
toeknijpend	=	toeknijpen
toeknijpende	=	toeknijpen
toeknijpt	=	toeknijpen
toeknik	=	toeknikken
toeknikke	=	toeknikken
toeknikken	verb	vriendelijk groeten door een korte buiging van het hoofd
toeknikkend	=	toeknikken
toeknikkende	=	toeknikken
toeknikt	=	toeknikken
toeknikte	=	toeknikken
toeknikten	=	toeknikken
toekom	=	toekomen
toekome	=	toekomen
toekomen	verb	recht hebben op
toekomend	adj	aanstaand, eerstvolgend
toekomende	=	toekomen
toekomends	=	toekomend
toekomst	noun	de tijd die komen gaat
toekomstagenda	noun	plannen voor de toekomst
toekomstagenda's	=	toekomstagenda
toekomstambitie	noun	dat wat men in de toekomst wil bereiken
toekomstambities	=	toekomstambitie
toekomstbeeld	noun	beeld dat men heeft over een al of niet gewenste toekomst
toekomstbeelden	=	toekomstbeeld
toekomstbestendig	adj	op de toekomst voorbereid
toekomstbestendige	=	toekomstbestendig
toekomstbestendiger	=	toekomstbestendig
toekomstbestendigere	=	toekomstbestendig
toekomstbestendigers	=	toekomstbestendig
toekomstbestendigs	=	toekomstbestendig
toekomstbestendigst	=	toekomstbestendig
toekomstbestendigste	=	toekomstbestendig
toekomstdromen	=	toekomstdroom
toekomstdroom	noun	wat mensen hopen dat er in de toekomst zal gebeuren
toekomstdroompje	=	toekomstdroom
toekomstdroompjes	=	toekomstdroom
toekomsten	=	toekomst
toekomstfonds	noun	kapitaal dat is afgezonderd voor investeringen die op langere termijn veel kunnen opleveren De term kan betrekking hebben op een beleggingsfonds, maar ook op een overheidsbudget.
toekomstfondsen	=	toekomstfonds
toekomstgericht	adj	met het oog op de tijd die nog moet komen
toekomstgerichte	=	toekomstgericht
toekomstgerichter	=	toekomstgericht
toekomstgerichtere	=	toekomstgericht
toekomstgerichters	=	toekomstgericht
toekomstgerichts	=	toekomstgericht
toekomstgerichtst	=	toekomstgericht
toekomstgerichtste	=	toekomstgericht
toekomstig	adj	van de tijd die komen gaat, wat nu nog niet bestaat, komend
toekomstige	=	toekomstig
toekomstiger	=	toekomstig
toekomstigere	=	toekomstig
toekomstigers	=	toekomstig
toekomstigs	=	toekomstig
toekomstigst	=	toekomstig
toekomstigste	=	toekomstig
toekomstmogelijkheden	=	toekomstmogelijkheid
toekomstmogelijkheid	noun	wat in de toekomst zou kunnen gebeuren of gedaan worden
toekomstmuziek	noun	mooie plannen waarvan de verwezenlijking in de toekomst nog moet blijken
toekomstmuziekje	=	toekomstmuziek
toekomstmuziekjes	=	toekomstmuziek
toekomstperspectief	noun	de gunstige mogelijkheden waarop iemand kan rekenen voor de komende tijd
toekomstperspectiefje	=	toekomstperspectief
toekomstperspectiefjes	=	toekomstperspectief
toekomstperspectieven	=	toekomstperspectief
toekomstplan	noun	het voornemen dat iemand heeft om zijn verdere leven in te vullen
toekomstplannen	=	toekomstplan
toekomstplannetje	=	toekomstplan
toekomstplannetjes	=	toekomstplan
toekomstroman	noun	een roman die zich in de toekomst afspeelt
toekomstromannetje	=	toekomstroman
toekomstromannetjes	=	toekomstroman
toekomstromans	=	toekomstroman
toekomstscenario	noun	beeld van de toekomst
toekomstscenario's	=	toekomstscenario
toekomstvisie	noun	een mening over hoe iets zich in de toekomst dient te ontwikkelen
toekomstvisies	=	toekomstvisie
toekomstvisioen	noun	droombeeld hoe de toekomst eruit zou kunnen zien
toekomstvisioenen	=	toekomstvisioen
toekomt	=	toekomen
toekunne	=	toekunnen
toekunnen	verb	nodig hebben
toekunnend	=	toekunnen
toekunnende	=	toekunnen
toekwaamt	=	toekomen
toekwam	=	toekomen
toekwamen	=	toekomen
toelaat	=	toelaten
toelaatbaar	adj	dat iets niet verboden is
toelaatbaarder	=	toelaatbaar
toelaatbaardere	=	toelaatbaar
toelaatbaarders	=	toelaatbaar
toelaatbaarheden	=	toelaatbaarheid
toelaatbaarheid	noun	het acceptabel zijn van iets; de mate waarin iets acceptabel is
toelaatbaars	=	toelaatbaar
toelaatbaarst	=	toelaatbaar
toelaatbaarste	=	toelaatbaar
toelaatbare	=	toelaatbaar
toelach	=	toelachen
toelache	=	toelachen
toelachen	verb	vriendelijk met een glimlach naar iemand kijken
toelachend	=	toelachen
toelachende	=	toelachen
toelacht	=	toelachen
toelachte	=	toelachen
toelachten	=	toelachen
toelage	noun	een regelmatig betaalde extra som geld die iemand toegewezen krijgt
toelagen	=	toelage
toelages	=	toelage
toelagetje	=	toelage
toelagetjes	=	toelage
toelast	noun	vat waar men wijn in kan bewaren met een inhoud van 640 flessen of 614 liter
toelasten	=	toelast
toelate	=	toelaten
toelaten	verb	niet onmogelijk maken of verbieden, goedvinden, toestaan
toelatend	=	toelaten
toelatende	=	toelaten
toelating	noun	het recht om toegelaten te worden
toelatingen	=	toelating
toelatingsbeleid	noun	de regelgeving rond het binnenlaten van zaken of mensen
toelatingscommissie	noun	groep mensen die bepaalt of iets of iemand ergens aan mag deelnemen of ergens mag zijn
toelatingscommissies	=	toelatingscommissie
toelatingseis	noun	verplichtingen waar men aan moet voldoen om ergens binnen te komen of om ergens aan deel te mogen nemen
toelatingseisen	=	toelatingseis
toelatingsexamen	noun	examen dat gedaan moet worden om tot een bepaalde school te worden toegelaten vóór het begin van de studie
toelatingsexamens	=	toelatingsexamen
toelatingsexamentje	=	toelatingsexamen
toelatingsexamentjes	=	toelatingsexamen
toelatingsprocedure	noun	gang van zaken rond het toelaten van iemand in een land; gang van zaken rond het verlenen van een verblijfsvergunning
toelatingsprocedures	=	toelatingsprocedure
toelatingsregime	noun	regels die gelden voor het zich mogen vestigen in Nederland
toelatingsregimes	=	toelatingsregime
toelatingstest	noun	een toets die men moet halen om tot een bepaalde opleiding te worden toegelaten
toelatingstesten	=	toelatingstest
toelatingstests	=	toelatingstest
toelatingsvoorwaarde	noun	de vereisten die aan iets of iemand worden gesteld om ergens te worden toegelaten
toelatingsvoorwaarden	=	toelatingsvoorwaarde
toelatingsvoorwaardes	=	toelatingsvoorwaarde
toeleef	=	toeleven
toeleefde	=	toeleven
toeleefden	=	toeleven
toeleeft	=	toeleven
toeleg	noun	plan, voornemen
toelegde	=	toeleggen
toelegden	=	toeleggen
toelegge	=	toeleggen
toeleggen	verb	zich ~ op: zich specialiseren in iets, de meeste aandacht besteden aan
toeleggend	=	toeleggen
toeleggende	=	toeleggen
toelegje	=	toeleg
toelegjes	=	toeleg
toelegt	=	toeleggen
toeleve	=	toeleven
toeleven	verb	zich vol verlangen voorbereiden
toelevend	=	toeleven
toelevende	=	toeleven
toelever	=	toeleveren
toeleveraar	noun	bedrijf dat grondstoffen of halffabricaten levert aan andere bedrijven of organisaties
toeleveraars	=	toeleveraar
toeleverancier	noun	persoon of bedrijf dat goederen levert aan een ander bedrijf
toeleveranciers	=	toeleverancier
toeleveranciertje	=	toeleverancier
toeleverde	=	toeleveren
toeleverden	=	toeleveren
toelevere	=	toeleveren
toeleveren	verb	onderdelen en materialen verschaffen aan een ander bedrijf
toeleverend	=	toeleveren
toeleverende	=	toeleveren
toelevering	noun	het toeleveren
toeleveringen	=	toelevering
toeleveringsbedrijf	noun	een bedrijf dat halffabricaten levert aan een bedrijf dat daarvan complete producten maakt
toeleveringsbedrijfje	=	toeleveringsbedrijf
toeleveringsbedrijfjes	=	toeleveringsbedrijf
toeleveringsbedrijven	=	toeleveringsbedrijf
toelevert	=	toeleveren
toelicht	=	toelichten
toelichte	=	toelichten
toelichten	verb	verduidelijken, uitleggen
toelichtend	=	toelichten
toelichtende	=	toelichten
toelichting	noun	nadere uitleg om iets te verduidelijken
toelichtingen	=	toelichting
toelichtinkje	=	toelichting
toelichtinkjes	=	toelichting
toelichtte	=	toelichten
toelichtten	=	toelichten
toeliep	=	toelopen
toeliepe	=	toelopen
toeliepen	=	toelopen
toeliept	=	toelopen
toeliet	=	toelaten
toeliete	=	toelaten
toelieten	=	toelaten
toeloespoorkoekoek	noun	Centropus toulou een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
toeloespoorkoekoeken	=	toeloespoorkoekoek
toeloespoorkoekoekje	=	toeloespoorkoekoek
toeloespoorkoekoekjes	=	toeloespoorkoekoek
toeloop	noun	bepaalde sprong bij het kunstrijden op de schaats, waarbij je je met de rechterschaats naar buiten toe afzet, terwijl je de tandjes voorop de linkerschaats in het ijs drukt
toeloopje	=	toeloop
toeloops	=	toeloop
toeloopt	=	toelopen
toelope	=	toelopen
toelopen	verb	toeschieten, toesnellen, afgaan op, afkomen op, gaan naar
toelopend	=	toelopen
toelopende	=	toelopen
toeluister	=	toeluisteren
toeluisterde	=	toeluisteren
toeluisterden	=	toeluisteren
toeluistere	=	toeluisteren
toeluisteren	verb	luisteren naar een gesprek als toeschouwer niet als deelnemer
toeluisterend	=	toeluisteren
toeluisterende	=	toeluisteren
toeluistert	=	toeluisteren
toema	noun	rituele onreinheid
toemaat	noun	iets meer dan het strikt noodzakelijke
toemaatje	=	toemaat
toemaatjes	=	toemaat
toemat	=	toemeten
toematen	=	toemaat
toemeet	=	toemeten
toemete	=	toemeten
toemeten	verb	geven
toemetend	=	toemeten
toemetende	=	toemeten
toen	adv	op of na dat tijdstip	conj	op het tijdstip (of in de periode) dat
toenaam	noun	alle andere persoonlijke gegevens
toenaampje	=	toenaam
toenaampjes	=	toenaam
toenaamt	=	toenemen
toenader	=	toenaderen
toenaderde	=	toenaderen
toenaderden	=	toenaderen
toenadere	=	toenaderen
toenaderen	verb	pogen om het met elkaar eens te worden
toenaderend	=	toenaderen
toenaderende	=	toenaderen
toenadering	noun	een poging om meer bevriend met iemand te worden, of minder vijandig te worden
toenaderingen	=	toenadering
toenaderingetje	=	toenadering
toenaderingspoging	noun	de poging om weer op een meer vriendschappelijke manier met elkaar om te gaan; poging om nauwer met elkaar samen te werken
toenaderingspogingen	=	toenaderingspoging
toenaderingspoginkje	=	toenaderingspoging
toenaderingspoginkjes	=	toenaderingspoging
toenadert	=	toenaderen
toenam	=	toenemen
toename	noun	het groter worden in aantal of maat
toenamen	=	toename
toenames	=	toename
toendertijd	=	toentertijd
toendra	noun	grote moerassige en boomloze vlakte in de noordelijke poolstreken
toendra's	=	toendra
toendraatje	=	toendra
toendraatjes	=	toendra
toendraglanslibel	noun	Somatochlora sahlbergi een echte libel uit de familie van de glanslibellen (Corduliidae).
toendraglanslibellen	=	toendraglanslibel
toendraglanslibelletje	=	toendraglanslibel
toendraglanslibelletjes	=	toendraglanslibel
toendragors	noun	Spizelloides arborea een zangvogel uit de familie Amerikaanse gorzen.
toendragorsje	=	toendragors
toendragorsjes	=	toendragors
toendragorzen	=	toendragors
toendraklimaat	noun	het klimaat zoals dat heerst op de toendra en andere klimatologisch gelijksoortige gebieden.
toendraklimaatje	=	toendraklimaat
toendraklimaatjes	=	toendraklimaat
toendraklimaten	=	toendraklimaat
toendraknobbeldaas	noun	Hybomitra kaurii een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
toendraknobbeldaasje	=	toendraknobbeldaas
toendraknobbeldaasjes	=	toendraknobbeldaas
toendraknobbeldazen	=	toendraknobbeldaas
toendrarietgans	noun	Anser serrirostris een middelgrote tot grote gans die broedt in het noorden van Rusland
toendrarietgansje	=	toendrarietgans
toendrarietganzen	=	toendrarietgans
toendraspitsmuis	noun	Sorex tundrensis insecteneter uit de familie der spitsmuizen (Soricidae).
toendraspitsmuisje	=	toendraspitsmuis
toendraspitsmuisjes	=	toendraspitsmuis
toendraspitsmuizen	=	toendraspitsmuis
toeneem	=	toenemen
toeneemt	=	toenemen
toeneme	=	toenemen
toenemen	verb	groter worden in getal of maat
toenemend	adj	in omvang of getal groter wordend
toenemende	=	toenemen
toenemends	=	toenemend
toeneming	noun	het meer worden van iets, het groeien van iets
toenemingen	=	toeneming
toenmaals	adv	destijds, toen
toenmalig	adj	van die tijd
toenmalige	=	toenmalig
toenmaligs	=	toenmalig
toentertijd	adv	tijd die in het verleden is gelegen
toep	=	toepen
toepaadje	=	toepad
toepaadjes	=	toepad
toepad	noun	toegangspad
toepaden	=	toepad
toepaja	noun	benaming voor zoogdieren uit de orde Scandentia, die in tropische bossen leven en insecten eten
toepaja's	noun	een orde Scandentia van insectenetende zoogdieren bestaande uit één familie (Tupaiidae) en 19 soorten, die voorkomen in de tropische bossen van Zuidoost-Azië.
toepas	=	toepassen
toepasbaar	adj	de mogelijkheid hebbend om te worden gebruikt in de praktijk
toepasbaarder	=	toepasbaar
toepasbaardere	=	toepasbaar
toepasbaarders	=	toepasbaar
toepasbaarheden	=	toepasbaarheid
toepasbaarheid	noun	de mate waarin iets praktisch te gebruiken is
toepasbaars	=	toepasbaar
toepasbaarst	=	toepasbaar
toepasbaarste	=	toepasbaar
toepasbare	=	toepasbaar
toepasse	=	toepassen
toepasselijk	adj	dat wat er goed bij hoort of op van toepassing is
toepasselijke	=	toepasselijk
toepasselijker	=	toepasselijk
toepasselijkere	=	toepasselijk
toepasselijkers	=	toepasselijk
toepasselijks	=	toepasselijk
toepasselijkst	=	toepasselijk
toepasselijkste	=	toepasselijk
toepassen	verb	in de praktijk brengen
toepassend	=	toepassen
toepassende	=	toepassen
toepassing	noun	een manier waarop iets gebruikt wordt
toepassingen	=	toepassing
toepassingsdomein	noun	mogelijke gevallen waarin iets kan worden gebruikt, opgevat als een afgebakend geheel
toepassingsdomeinen	=	toepassingsdomein
toepassinkje	=	toepassing
toepassinkjes	=	toepassing
toepast	=	toepassen
toepaste	=	toepassen
toepasten	=	toepassen
toepe	noun	puntmuts, slaapmuts
toepen	verb	een spel met 32 kaarten waarvan de tien de hoogste kaart is
toepend	=	toepen
toepende	=	toepen
toeplooi	=	toeplooien
toeplooide	=	toeplooien
toeplooiden	=	toeplooien
toeplooien	verb	door vouwen afsluiten
toeplooiend	=	toeplooien
toeplooiende	=	toeplooien
toeplooit	=	toeplooien
toept	=	toepen
toepte	=	toepen
toepten	=	toepen
toer	noun	reis, tour
toerako	noun	een vogel uit de familie toerako's (Musophagidae)
toerako's	noun	een orde Musophagiformes, bestaand uit 1 familie (Musophagidae) van vogelsoorten
toerakootje	=	toerako
toerakootjes	=	toerako
toerbeurt	noun	volgens een vastgestelde volgorde aan de beurt zijn
toerbeurten	=	toerbeurt
toerbeurtje	=	toerbeurt
toerbeurtjes	=	toerbeurt
toerbus	noun	bus waarmee een groep artiesten naar de verschillende plaatsen waar men optreedt gaat
toerbusje	=	toerbus
toerbusjes	=	toerbus
toerbussen	=	toerbus
toerde	=	toeren
toerden	=	toeren
toere	=	toeren
toereik	=	toereiken
toereike	=	toereiken
toereiken	verb	aanreiken, aangeven
toereikend	adj	wat toereikt, voldoende
toereikende	=	toereikend
toereikender	=	toereikend
toereikendere	=	toereikend
toereikenders	=	toereikend
toereikends	=	toereikend
toereikendst	=	toereikend
toereikendste	=	toereikend
toereikt	=	toereiken
toereikte	=	toereiken
toereikten	=	toereiken
toereken	=	toerekenen
toerekenbaar	adj	verantwoordelijk te stellen voor zijn daden
toerekenbaarder	=	toerekenbaar
toerekenbaardere	=	toerekenbaar
toerekenbaarders	=	toerekenbaar
toerekenbaars	=	toerekenbaar
toerekenbaarst	=	toerekenbaar
toerekenbaarste	=	toerekenbaar
toerekenbare	=	toerekenbaar
toerekende	=	toerekenen
toerekenden	=	toerekenen
toerekene	=	toerekenen
toerekenen	verb	aanrekenen, ten laste leggen
toerekenend	=	toerekenen
toerekenende	=	toerekenen
toerekening	noun	het verantwoordelijk stellen
toerekeningen	=	toerekening
toerekeningsvatbaar	adj	verantwoordelijk te stellen voor zijn daden, toerekenbaar
toerekeningsvatbaarder	=	toerekeningsvatbaar
toerekeningsvatbaardere	=	toerekeningsvatbaar
toerekeningsvatbaarders	=	toerekeningsvatbaar
toerekeningsvatbaarheden	=	toerekeningsvatbaarheid
toerekeningsvatbaarheid	noun	het toerekeningsvatbaar zijn
toerekeningsvatbaars	=	toerekeningsvatbaar
toerekeningsvatbaarst	=	toerekeningsvatbaar
toerekeningsvatbaarste	=	toerekeningsvatbaar
toerekeningsvatbare	=	toerekeningsvatbaar
toerekent	=	toerekenen
toeren	verb	uitgebreid rondreizen
toerend	=	toeren
toerende	=	toeren
toerental	noun	het aantal omwentelingen per tijdseenheid (meestal per seconde of per minuut)
toerentallen	=	toerental
toerenteller	noun	meetinstrument dat de omwentelingssnelheid van een as aangeeft
toerentellers	=	toerenteller
toerentellertje	=	toerenteller
toerentellertjes	=	toerenteller
toerfiets	noun	stevige en veelzijdige fiets voor lange tochten en fietsvakanties, geschikt voor steile hellingen en waarop veel bagage kan worden meegenomen
toerfietsen	=	toerfiets
toerfietser	noun	iemand die op de fiets op vakantie gaat
toerfietsers	=	toerfietser
toerfietsertje	=	toerfietser
toerfietsertjes	=	toerfietser
toerfietsje	=	toerfiets
toerfietsjes	=	toerfiets
toeriem	=	toer
toeriep	=	toeroepen
toeriepen	=	toeroepen
toerisme	noun	reizen (soms voor ontspanning, soms om zakelijke of medische redenen)
toerist	noun	een (mannelijk) persoon die voor zijn plezier reist (een toer maakt)
toeriste	noun	een vrouwelijk persoon die voor haar plezier reist
toeristen	=	toerist
toeristenattractie	noun	een aantrekkelijk punt voor toerisme en/of recreatie
toeristenattracties	=	toeristenattractie
toeristenattractietje	=	toeristenattractie
toeristenattractietjes	=	toeristenattractie
toeristenbeen	noun	een been van een toerist
toeristenbeentje	=	toeristenbeen
toeristenbeentjes	=	toeristenbeen
toeristenbelasting	noun	een lokale belasting die u betaalt aan de gemeente waarin u overnacht, maar waar u niet staat ingeschreven.
toeristenbelastingen	=	toeristenbelasting
toeristenbelastinkje	=	toeristenbelasting
toeristenbelastinkjes	=	toeristenbelasting
toeristenbenen	=	toeristenbeen
toeristenbranche	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het toerisme
toeristenbranches	=	toeristenbranche
toeristenbureau	noun	organisatie die reizigers informeert, meestal met het doel meer bezoekers naar een land, streek of plaats te trekken
toeristenbureaus	=	toeristenbureau
toeristenbus	noun	vervoermiddel op de weg voor een aanzienlijk aantal vakantiegangers
toeristenbusje	=	toeristenbus
toeristenbusjes	=	toeristenbus
toeristenbussen	=	toeristenbus
toeristenetablissement	noun	een bedrijf gericht op toeristen vaak een hotel, restaurant of café
toeristenetablissementen	=	toeristenetablissement
toeristenetablissementje	=	toeristenetablissement
toeristenetablissementjes	=	toeristenetablissement
toeristenflat	noun	hoog gebouw met appartementen voor de verhuur aan reizigers die voor hun genoegen een plaats bezoeken
toeristenflats	=	toeristenflat
toeristenindustrie	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de verzorging van grote aantallen vakantiegangers
toeristenindustrieën	=	toeristenindustrie
toeristenklasse	noun	de soberste en goedkoopste comfortklasse die luchtvaartmaatschappijen hanteren
toeristenklassen	=	toeristenklasse
toeristenplaats	noun	plaats met veel voor toeristen aantrekkelijke mogelijkheden
toeristenplaatsen	=	toeristenplaats
toeristenplaatsje	=	toeristenplaats
toeristenplaatsjes	=	toeristenplaats
toeristenplek	noun	een plaats die vooral door toeristen bezocht wordt
toeristenplekje	=	toeristenplek
toeristenplekjes	=	toeristenplek
toeristenplekken	=	toeristenplek
toeristensector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het toerisme
toeristensectoren	=	toeristensector
toeristensectors	=	toeristensector
toeristenseizoen	noun	de periode van het jaar dat vakantiegangers iets bezoeken
toeristenseizoenen	=	toeristenseizoen
toeristenseizoentje	=	toeristenseizoen
toeristenseizoentjes	=	toeristenseizoen
toeristentrein	noun	speciaal voor toerisme gedachte treinverbinding
toeristentreinen	=	toeristentrein
toeristentreintje	=	toeristentrein
toeristentreintjes	=	toeristentrein
toeristentrekker	noun	locatie waar veel toeristen naartoe gaan
toeristentrekkers	=	toeristentrekker
toeristenval	noun	een toeristenbestemming die is gecreëerd om geld aan toeristen te verdienen, in tegenstelling tot attracties van natuurlijke oorsprong of bouwwerken die niet expliciet voor het toerisme zijn gebouwd
toeristenvallen	=	toeristenval
toeristenvalletje	=	toeristenval
toeristenvisa	=	toeristenvisum
toeristenvisum	noun	toestemming om tijdelijk een land binnen te gaan als toerist
toeristenvisums	=	toeristenvisum
toeristes	=	toeriste
toeristetje	=	toeriste
toeristisch	adj	een plaats die veel toeristen aantrekt
toeristische	=	toeristisch
toeristischer	=	toeristisch
toeristischere	=	toeristisch
toeristischers	=	toeristisch
toeristischt	=	toeristisch
toeristischte	=	toeristisch
toeristje	=	toerist
toeristjes	=	toerist
toeristvriendelijk	adj	ingericht voor het gemak en plezier van toeristen
toeristvriendelijke	=	toeristvriendelijk
toeristvriendelijker	=	toeristvriendelijk
toeristvriendelijkere	=	toeristvriendelijk
toeristvriendelijkers	=	toeristvriendelijk
toeristvriendelijks	=	toeristvriendelijk
toeristvriendelijkst	=	toeristvriendelijk
toeristvriendelijkste	=	toeristvriendelijk
toerit	noun	oprit of invoeging en is een rijstrook die naar de hoofdrijbaan leidt
toeritdoseerinstallatie	noun	apparatuur nodig voor het verwezenlijken van toeritdosering
toeritdoseerinstallaties	=	toeritdoseerinstallatie
toeritdosering	noun	het gereguleerd toelaten van verkeer op een toerit, meestal is de toerit een invoeging naar de hoofdrijbaan van een autosnelweg
toeritdoseringen	=	toeritdosering
toeritten	=	toerit
toermalijn	noun	fraai gekleurd mineraal, gebruikt als halfedelsteen
toermalijnen	=	toermalijn
toermalijntje	=	toermalijn
toermalijnzonnekolibrie	noun	Heliangelus exortis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
toermalijnzonnekolibries	=	toermalijnzonnekolibrie
toermalijnzonnekolibrietje	=	toermalijnzonnekolibrie
toermalijnzonnekolibrietjes	=	toermalijnzonnekolibrie
toernooi	noun	een georganiseerde reeks wedstrijden waarin ploegen of individuele spelers het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden.
toernooiboek	noun	een boek, programma of verzameling die informatie bevat over een toernooi of een reeks toernooien
toernooiboeken	=	toernooiboek
toernooiboekje	=	toernooiboek
toernooiboekjes	=	toernooiboek
toernooiculturen	=	toernooicultuur
toernooicultuur	noun	de sfeer en de gedragingen binnen een toernooi, dat een georganiseerd evenement is waarbij deelnemers of teams strijden om een prijs of kampioenstitel
toernooidirecteur	noun	leider van een sporttoernooi
toernooidirecteuren	=	toernooidirecteur
toernooidirecteurs	=	toernooidirecteur
toernooien	=	toernooi
toernooileiding	noun	een persoon of een groep van personen die verantwoordelijk is voor de organisatie en het verloop van een toernooi, een georganiseerde reeks wedstrijden.
toernooileidingen	=	toernooileiding
toernooileidinkje	=	toernooileiding
toernooileidinkjes	=	toernooileiding
toernooiridder	noun	ridder die deelneemt aan een riddertoernooi
toernooiridders	=	toernooiridder
toernooitje	=	toernooi
toernooitjes	=	toernooi
toernooiveld	noun	plaats waar ridders met elkaar vochten in wedstrijdverband
toernooivelden	=	toernooiveld
toernooiveldje	=	toernooiveld
toernooiveldjes	=	toernooiveld
toernooizege	noun	het winnen van een toernooi
toernooizeges	=	toernooizege
toeroep	=	toeroepen
toeroepe	=	toeroepen
toeroepen	verb	op een luide manier iemand iets zeggen
toeroepend	=	toeroepen
toeroepende	=	toeroepen
toeroept	=	toeroepen
toerrit	noun	georganiseerde tocht die men samen met anderen voor zijn plezier maakt
toerritje	=	toerrit
toerritjes	=	toerrit
toerritten	=	toerrit
toert	=	toeren
toertje	=	toer
toertjes	=	toer
toertocht	noun	een georganiseerde groepsreis die je maakt voor het plezier in het reizen zelf en voor de gezelligheid
toertochten	=	toertocht
toertochtje	=	toertocht
toertochtjes	=	toertocht
toerust	=	toerusten
toeruste	=	toerusten
toerusten	verb	één of meer personen, vaar- of voertuigen e.d. voorzien van de benodigdheden voor een taak, expeditie of reis
toerustend	=	toerusten
toerustende	=	toerusten
toerusting	noun	de beschikbaar gestelde voer-, vlieg- of vaartuigen, bewapening, gereedschappen en hulpmiddelen, om een taak uit te voeren
toerustingen	=	toerusting
toerustte	=	toerusten
toerustten	=	toerusten
toescheen	=	toeschijnen
toeschenen	=	toeschijnen
toeschiet	=	toeschieten
toeschiete	=	toeschieten
toeschietelijk	adj	bereid zijn ergens aan mee te doen
toeschietelijke	=	toeschietelijk
toeschietelijker	=	toeschietelijk
toeschietelijkere	=	toeschietelijk
toeschietelijkers	=	toeschietelijk
toeschietelijkheid	noun	de mate waarin men bereid is iets te doen
toeschietelijks	=	toeschietelijk
toeschietelijkst	=	toeschietelijk
toeschietelijkste	=	toeschietelijk
toeschieten	verb	ergens naar toe snellen
toeschietend	=	toeschieten
toeschietende	=	toeschieten
toeschietreflex	noun	het reflex van het naar buiten laten spuiten van moedermelk uit de melkklieren
toeschietreflexen	=	toeschietreflex
toeschietreflexje	=	toeschietreflex
toeschietreflexjes	=	toeschietreflex
toeschijn	=	toeschijnen
toeschijne	=	toeschijnen
toeschijnen	verb	de indruk maken die genoemd wordt
toeschijnend	=	toeschijnen
toeschijnende	=	toeschijnen
toeschijnt	=	toeschijnen
toeschoof	=	toeschuiven
toeschoot	=	toeschieten
toeschoten	=	toeschieten
toeschouw	=	toeschouwen
toeschouwde	=	toeschouwen
toeschouwden	=	toeschouwen
toeschouwe	=	toeschouwen
toeschouwen	verb	toekijken
toeschouwend	=	toeschouwen
toeschouwende	=	toeschouwen
toeschouwer	noun	iemand die naar iets kijkt
toeschouwers	=	toeschouwer
toeschouwersaantal	noun	aantal toeschouwers dat een sportwedstrijd bezoekt
toeschouwersaantallen	=	toeschouwersaantal
toeschouwersculturen	=	toeschouwerscultuur
toeschouwerscultuur	noun	samenleving waarbij de meeste mensen een activiteit als toeschouwer bekijken in plaats van er zelf actief aan deel te nemen
toeschouwerscultuurtje	=	toeschouwerscultuur
toeschouwerscultuurtjes	=	toeschouwerscultuur
toeschouwersdemocratie	noun	democratie opgevat als een schouwtoneel gekenmerkt door tamelijk passieve kiezers, geringe kiezerstrouw en grote aantallen zwevende kiezers waar de traditionele partijen een minder belangrijke rol spelen evenmin als formele politieke programma's
toeschouwersdemocratietje	=	toeschouwersdemocratie
toeschouwersdemocratietjes	=	toeschouwersdemocratie
toeschouwersdemocratieën	=	toeschouwersdemocratie
toeschouwertje	=	toeschouwer
toeschouwertjes	=	toeschouwer
toeschouwster	noun	een vrouwelijke toeschouwer
toeschouwsters	=	toeschouwster
toeschouwstertje	=	toeschouwster
toeschouwstertjes	=	toeschouwster
toeschouwt	=	toeschouwen
toeschoven	=	toeschuiven
toeschreef	=	toeschrijven
toeschreeft	=	toeschrijven
toeschreeuw	=	toeschreeuwen
toeschreeuwde	=	toeschreeuwen
toeschreeuwden	=	toeschreeuwen
toeschreeuwe	=	toeschreeuwen
toeschreeuwen	verb	heel luid naar iets of iemand roepen
toeschreeuwend	=	toeschreeuwen
toeschreeuwende	=	toeschreeuwen
toeschreeuwt	=	toeschreeuwen
toeschreve	=	toeschrijven
toeschreven	=	toeschrijven
toeschrijf	=	toeschrijven
toeschrijft	=	toeschrijven
toeschrijve	=	toeschrijven
toeschrijven	verb	het auteurschap of de eigenaar van iets associëren met iemand.
toeschrijvend	=	toeschrijven
toeschrijvende	=	toeschrijven
toeschrijving	noun	de attributie.
toeschrijvingen	=	toeschrijving
toeschrijvinkje	=	toeschrijving
toeschrijvinkjes	=	toeschrijving
toeschuif	=	toeschuiven
toeschuift	=	toeschuiven
toeschuive	=	toeschuiven
toeschuiven	verb	iemand iets op een bedekte, oneerlijke manier geven of schenken
toeschuivend	=	toeschuiven
toeschuivende	=	toeschuiven
toesla	=	toeslaan
toeslaan	verb	een onverwachte gebeurtenis die plaatsvindt met onprettige gevolgen
toeslaand	=	toeslaan
toeslaande	=	toeslaan
toeslaat	=	toeslaan
toeslag	noun	een bonus vanwege een specifieke situatie
toeslagen	=	toeslag
toeslagenaffaire	noun	wantoestand in de jaren 10 van 21e eeuw waarbij duizenden ouders die een beroep deden op een vergoeding voor kinderopvang ten onrechte als fraudeurs werden behandeld
toeslagenaffaires	=	toeslagenaffaire
toeslagendossier	noun	alle documenten die betrekking hebben op de toeslagenaffaire
toeslagendossiers	=	toeslagendossier
toeslagendossiertje	=	toeslagendossier
toeslagendossiertjes	=	toeslagendossier
toeslagenfraude	noun	het door valsheid in geschrifte of ander bedrog ontvangen van een toeslag terwijl men daar geen recht op heeft
toeslagenfraudes	=	toeslagenfraude
toeslagenouder	noun	ouder die een toeslag ontvangt voor de kinderopvang
toeslagenouders	=	toeslagenouder
toeslagenschandaal	noun	wantoestand in de jaren 10 van 21e eeuw waarbij duizenden ouders die een beroep deden op een vergoeding voor kinderopvang ten onrechte als fraudeurs werden behandeld
toeslagenschandalen	=	toeslagenschandaal
toeslagenwet	noun	Nederlandse wet die voorziet in aanvulling van een te lage uitkering tot het sociale minimum
toeslagenwetje	=	toeslagenwet
toeslagenwetjes	=	toeslagenwet
toeslagenwetten	=	toeslagenwet
toeslagje	=	toeslag
toeslagjes	=	toeslag
toeslagmateriaal	noun	materiaal dat wordt toegevoegd aan een ander product
toeslagmateriaaltje	=	toeslagmateriaal
toeslagmateriaaltjes	=	toeslagmateriaal
toeslagmaterialen	=	toeslagmateriaal
toesloeg	=	toeslaan
toesloege	=	toeslaan
toesloegen	=	toeslaan
toesloegt	=	toeslaan
toesneden	=	toesnijden
toesneed	=	toesnijden
toesnel	=	toesnellen
toesnelde	=	toesnellen
toesnelden	=	toesnellen
toesnelle	=	toesnellen
toesnellen	verb	met grote snelheid naar iets of iemand toe gaan
toesnellend	=	toesnellen
toesnellende	=	toesnellen
toesnelt	=	toesnellen
toesnij	=	toesnijden
toesnijd	=	toesnijden
toesnijde	=	toesnijden
toesnijden	verb	in een bepaalde vorm snijden
toesnijdend	=	toesnijden
toesnijdende	=	toesnijden
toesnijdt	=	toesnijden
toespeel	=	toespelen
toespeelde	=	toespelen
toespeelden	=	toespelen
toespeelt	=	toespelen
toespele	=	toespelen
toespelen	verb	Zorgen dat iemand iets krijgt vaak op een wat slinkse manier
toespelend	=	toespelen
toespelende	=	toespelen
toespeling	noun	een uiting of stijlfiguur waarbij indirect naar een feit of persoon wordt verwezen
toespelingen	=	toespeling
toespelinkje	=	toespeling
toespelinkjes	=	toespeling
toespijs	noun	broodbeleg
toespijsje	=	toespijs
toespijzen	=	toespijs
toespits	=	toespitsen
toespitse	=	toespitsen
toespitsen	verb	ruzies en conflicten erger maken dan ze al zijn
toespitsend	=	toespitsen
toespitsende	=	toespitsen
toespitst	=	toespitsen
toespitste	=	toespitsen
toespitsten	=	toespitsen
toespoor	noun	een afwijking in de wielstand van de voorwielen van een voertuig ten opzichte van de lengte-as.
toespraak	noun	een voordracht voor een groter publiek
toespraakje	=	toespraak
toespraakjes	=	toespraak
toespraakt	=	toespreken
toesprak	=	toespreken
toesprake	=	toespreken
toespraken	=	toespraak
toespreek	=	toespreken
toespreekt	=	toespreken
toespreke	=	toespreken
toespreken	verb	het woord tot een bepaald iemand of een bepaalde groep richten
toesprekend	=	toespreken
toesprekende	=	toespreken
toesta	=	toestaan
toestaan	verb	iets niet verbieden, iets mogelijk maken
toestaand	=	toestaan
toestaande	=	toestaan
toestaat	=	toestaan
toestak	=	toesteken
toestaken	=	toesteken
toestand	noun	een geheel van omstandigheden waarin iets of iemand zich bevindt
toestanden	=	toestand
toestandje	=	toestand
toestandjes	=	toestand
toesteek	=	toesteken
toesteekt	=	toesteken
toesteke	=	toesteken
toesteken	verb	in iemands richting bewegen
toestekend	=	toesteken
toestekende	=	toesteken
toestel	noun	een werktuig dat uit meer dan één onderdeel bestaat
toestellen	=	toestel
toestellengymnastiek	noun	lichamelijke oefening met behulp van (gymnastiek)toestellen
toestelletje	=	toestel
toestelletjes	=	toestel
toestem	=	toestemmen
toestemde	=	toestemmen
toestemden	=	toestemmen
toestemme	=	toestemmen
toestemmen	verb	iets inwilligen of goedkeuren.
toestemmend	=	toestemmen
toestemmende	=	toestemmen
toestemming	noun	een toezegging dat iets geoorloofd is
toestemmingen	=	toestemming
toestemmingsprocedure	noun	reeks voorgeschreven handelingen die nodig zijn om iets te mogen
toestemmingsprocedures	=	toestemmingsprocedure
toestemmingsproceduretje	=	toestemmingsprocedure
toestemmingsproceduretjes	=	toestemmingsprocedure
toestemt	=	toestemmen
toestiet	=	toestoten
toestieten	=	toestoten
toestond	=	toestaan
toestonde	=	toestaan
toestonden	=	toestaan
toestondt	=	toestaan
toestoot	=	toestoten
toestootte	=	toestoten
toestootten	=	toestoten
toestop	=	toestoppen
toestoppe	=	toestoppen
toestoppen	verb	iemand (meestal een kind) bedekken met een deken zodat het kan gaan slapen/ naar bed brengen
toestoppend	=	toestoppen
toestoppende	=	toestoppen
toestopt	=	toestoppen
toestopte	=	toestoppen
toestopten	=	toestoppen
toestorm	=	toestormen
toestormde	=	toestormen
toestormden	=	toestormen
toestorme	=	toestormen
toestormen	verb	stormend naderen
toestormend	=	toestormen
toestormende	=	toestormen
toestormt	=	toestormen
toestote	=	toestoten
toestoten	verb	stotend tot elkaar brengen
toestotend	=	toestoten
toestotende	=	toestoten
toestrome	=	toestromen
toestromen	verb	in groten getale of grote hoeveelheid naar iets toegaan
toestromend	=	toestromen
toestromende	=	toestromen
toestroom	noun	aanzienlijke hoeveelheid mensen, dieren en/of andere zaken die naar eenzelfde plaats gaan
toestroomde	=	toestromen
toestroomden	=	toestromen
toestroompje	=	toestroom
toestroompjes	=	toestroom
toestroomt	=	toestromen
toesture	=	toesturen
toesturen	verb	iemand iets ~: iets bij iemand laten bezorgen
toesturend	=	toesturen
toesturende	=	toesturen
toestuur	=	toesturen
toestuurde	=	toesturen
toestuurden	=	toesturen
toestuurt	=	toesturen
toet	noun	toegespitste mond	intj	geluid van een hoorn, claxon of toeter, kort loeiend geluid
toetakel	=	toetakelen
toetakelde	=	toetakelen
toetakelden	=	toetakelen
toetakele	=	toetakelen
toetakelen	verb	iemand zo mishandelen dat hij of zij zichtbaar lichamelijk letsel heeft
toetakelend	=	toetakelen
toetakelende	=	toetakelen
toetakelt	=	toetakelen
toetast	=	toetasten
toetaste	=	toetasten
toetasten	verb	Iets (vaak eten) grijpen of pakken vaak in grote hoeveelheden en met gretigheid.
toetastend	=	toetasten
toetastende	=	toetasten
toetastte	=	toetasten
toetastten	=	toetasten
toete	=	toeten
toeten	verb	een hoorn laten klinken
toetend	=	toeten
toetende	=	toeten
toeter	noun	trechtervormig instrument waardoor lucht wordt geblazen om geluid te maken	adj|informal	onder invloed van te veel alcohol
toeterde	=	toeteren
toeterden	=	toeteren
toeterder	=	toeter
toeterdere	=	toeter
toeterders	=	toeter
toetere	=	toeteren
toeteren	verb	waarschuwen of de aandacht trekken door middel van harde geluidssignalen
toeterend	adj	lawaai makend door het gebruik van een claxon
toeterende	=	toeteren
toeterends	=	toeterend
toeters	=	toeter
toeterst	=	toeter
toeterste	=	toeter
toetert	=	toeteren
toetertje	=	toeter
toetertjes	=	toeter
toetertrouwstoet	noun	een trouwstoet/bruidsstoet over de openbare weg waarbij de deelnemers luid toeteren en ook andere verkeersregels overtreden
toetertrouwstoeten	=	toetertrouwstoet
toeterzat	adj	heel erg dronken
toeterzats	=	toeterzat
toeterzatte	=	toeterzat
toetje	noun	alleen verkleinwoord gerecht waarmee een maaltijd kan worden afgesloten
toetjes	=	toetje
toetoep	noun	hoog gesloten jasje met opstaande kraag voor mannen in een formele omgeving
toetoepe	=	toetoepen
toetoepen	verb	ervoor zorgen dat zaken die mensen in problemen hadden kunnen brengen, niet bekend worden en geen gevolgen meer hebben
toetoepend	=	toetoepen
toetoepende	=	toetoepen
toetoepje	=	toetoep
toetoepjes	=	toetoep
toetoept	=	toetoepen
toetoepte	=	toetoepen
toetoepten	=	toetoepen
toetoeptend	=	toetoepen
toetoet	intj	geluid van een toeterende auto
toetraadt	=	toetreden
toetrad	=	toetreden
toetrade	=	toetreden
toetraden	=	toetreden
toetrede	=	toetreden
toetreden	verb	~ tot: lid worden van een organisatie
toetredend	=	toetreden
toetredende	=	toetreden
toetreding	noun	het deelnemen aan iets, lid worden
toetredingen	=	toetreding
toetredingsproces	noun	alle opeenvolgende acties die nodig zijn om lid te worden van een organisatie
toetredingsprocessen	=	toetredingsproces
toetredingsvoorwaarde	noun	de eisen die aan iets of iemand worden gesteld voordat hij of zij ergens lid van kan worden
toetredingsvoorwaarden	=	toetredingsvoorwaarde
toetredinkje	=	toetreding
toetredinkjes	=	toetreding
toetreed	=	toetreden
toetreedt	=	toetreden
toetrek	=	toetrekken
toetrekke	=	toetrekken
toetrekken	verb	door trekken iets van plaats laten veranderen
toetrekkend	=	toetrekken
toetrekkende	=	toetrekken
toetrekt	=	toetrekken
toetrok	=	toetrekken
toetrokken	=	toetrekken
toets	noun	een knop op zekere muziekinstrumenten die een mechaniek in werking stelt om een bepaalde toon voort te brengen
toetsaanslag	noun	het indrukken van een toets van een toetsenbord op een muziekinstrument, tekstverwerker-, rekenmachine-, computertoetsenbord etc.
toetsaanslagen	=	toetsaanslag
toetsbaar	adj	van iets of iemand dat het gekeurd kan worden; openstaan voor kritiek
toetsbaarder	=	toetsbaar
toetsbaardere	=	toetsbaar
toetsbaarders	=	toetsbaar
toetsbaars	=	toetsbaar
toetsbaarst	=	toetsbaar
toetsbaarste	=	toetsbaar
toetsbare	=	toetsbaar
toetse	=	toetsen
toetsen	verb	bepalen van vaardigheden van iemand door middel van een test of onderzoek
toetsenbord	noun	een apparaat waarmee, door toetsen in te drukken, gegevens in een computer ingevoerd kunnen worden
toetsenborden	=	toetsenbord
toetsenbordje	=	toetsenbord
toetsenbordjes	=	toetsenbord
toetsenbordterrorist	noun	iemand die op het internet andere mensen bedreigt en terroriseert
toetsenbordterroristen	=	toetsenbordterrorist
toetsenbordterroristje	=	toetsenbordterrorist
toetsenbordterroristjes	=	toetsenbordterrorist
toetsend	=	toetsen
toetsende	=	toetsen
toetseninstrument	noun	muziekinstrument dat is voorzien van een of meer toetsenborden om de gewenste tonen tot klinken te brengen
toetseninstrumenten	=	toetseninstrument
toetsenist	noun	bespeler van een muziekinstrument met een klavier Vooral gebruikt in muziekgenres als pop en rock waarin iemand vaak meerdere typen klavierinstrumenten kan bespelen.
toetseniste	noun	vrouwelijke vorm van toetsenist
toetsenisten	=	toetsenist
toetsenistes	=	toetseniste
toetsenistje	=	toetsenist
toetsenistjes	=	toetsenist
toetser	noun	iemand die iets controleert
toetsers	=	toetser
toetsgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een toets of het toetsen
toetsgegevens	=	toetsgegeven
toetsing	noun	het toetsen (onderzoeken) naar waarde, juistheid, omvang, strijdigheid met iets anders etc.
toetsingen	=	toetsing
toetsingskader	noun	Een model, meetlat voor zekere van belang geachte zaken (meestal in het bestuurlijk vlak)
toetsingskaders	=	toetsingskader
toetsingsverbod	noun	constitutioneel principe in Nederland (vastgelegd in Artikel 120 Grondwet) dat de rechter verbiedt om 'formele wetten' (wetten gemaakt door het parlement) te toetsen aan de Grondwet en de grondwettigheid van verdragen te beoordelen; het is bedoeld om de scheiding der machten te waarborgen, aangezien men gelooft dat alleen de wetgever de 'wil van het volk' mag uitdrukken, maar het leidt tot minder bescherming van burgerrechten dan in andere Europese landen.
toetsingsverboden	=	toetsingsverbod
toetsingsverbodje	=	toetsingsverbod
toetsingsverbodjes	=	toetsingsverbod
toetsinkje	=	toetsing
toetsinkjes	=	toetsing
toetsinstrument	noun	muziekinstrument dat is voorzien van een of meer toetsenborden om de gewenste tonen tot klinken te brengen
toetsinstrumenten	=	toetsinstrument
toetsinstrumentje	=	toetsinstrument
toetsinstrumentjes	=	toetsinstrument
toetsje	=	toets
toetsjes	=	toets
toetsresultaat	noun	uitkomst van een toets
toetsresultaatje	=	toetsresultaat
toetsresultaatjes	=	toetsresultaat
toetsresultaten	=	toetsresultaat
toetsrooster	noun	overzicht met weekdagen en tijden van de toetsen
toetsroosters	=	toetsrooster
toetssteen	noun	diepzwarte vorm van lydiet die gebruikt wordt bij het bepalen van het goudgehalte in een legering
toetssteentje	=	toetssteen
toetssteentjes	=	toetssteen
toetsstenen	=	toetssteen
toetst	=	toetsen
toetste	=	toetsen
toetsten	=	toetsen
toetsweek	noun	een week dat er geen reguliere lessen zijn maar wel toetsen (proefwerken en examens)
toetsweken	=	toetsweek
toette	=	toeten
toetten	=	toeten
toevabever	noun	Castor fiber tuvinicus een ondersoort van de bever (Castor fiber) en behoort tot de familie der beverachtigen (Castoridae).
toevabevers	=	toevabever
toevabevertje	=	toevabever
toevabevertjes	=	toevabever
toeval	noun	een gebeurtenis of omstandigheid die vooraf niet te voorzien of niet te berekenen is geweest
toevalle	=	toevallen
toevallen	verb	bedeeld worden met, ten deel vallen, ontvangen, krijgen
toevallend	=	toevallen
toevallende	=	toevallen
toevalletje	=	toeval
toevalletjes	=	toeval
toevallig	adj	bij toeval, niet met opzet
toevallige	=	toevallig
toevalliger	=	toevallig
toevalligere	=	toevallig
toevalligers	=	toevallig
toevalligerwijs	adv	op een toevallige manier
toevalligerwijze	adv	op een manier die berust op toeval of pech
toevalligheden	=	toevalligheid
toevalligheid	noun	iets wat door toeval is gebeurd en geen regel is
toevalligheidje	=	toevalligheid
toevalligheidjes	=	toevalligheid
toevalligs	=	toevallig
toevalligst	=	toevallig
toevalligste	=	toevallig
toevalsgetal	noun	een door het toeval gegenereerd getal
toevalsgetallen	=	toevalsgetal
toevalsgetalletje	=	toevalsgetal
toevalsgetalletjes	=	toevalsgetal
toevalstreffer	noun	een succes dat met meer geluk dan wijsheid is verkregen
toevalstreffers	=	toevalstreffer
toevalstreffertje	=	toevalstreffer
toevalstreffertjes	=	toevalstreffer
toevalt	=	toevallen
toeve	=	toeven
toeven	verb|formal	toeven bij: ergens verblijven, ergens zijn
toevend	=	toeven
toevende	=	toeven
toeverlaat	noun	iemand op wie men vertrouwen kan
toeverlaatje	=	toeverlaat
toeverlaten	=	toeverlaat
toevertrouw	=	toevertrouwen
toevertrouwd	=	toevertrouwen
toevertrouwde	=	toevertrouwen
toevertrouwden	=	toevertrouwen
toevertrouwe	=	toevertrouwen
toevertrouwen	verb	diensten, kennis, goederen etc. delen of beschikbaarstellen aan een betrouwbaar persoon
toevertrouwend	=	toevertrouwen
toevertrouwende	=	toevertrouwen
toevertrouwt	=	toevertrouwen
toeviel	=	toevallen
toevielen	=	toevallen
toevloed	noun	zeer grote hoeveelheid dingen of mensen die naar dezelfde plaats stromen
toevloeden	=	toevloed
toevloeiing	noun	Een toevloeiing is het proces waarbij iets (zoals geld, water of bezoekers) in grote hoeveelheden naar een bepaalde plaats of situatie stroomt.
toevloeiingen	=	toevloeiing
toevloeiinkje	=	toevloeiing
toevloeiinkjes	=	toevloeiing
toevlucht	noun	plaats of persoon waar je bescherming kunt vinden
toevluchten	=	toevlucht
toevluchtsoord	noun	een plaats waar je in tijden van schaarste en bedreiging naar toe kunt gaan
toevluchtsoorden	=	toevluchtsoord
toevluchtsoordje	=	toevluchtsoord
toevoeg	=	toevoegen
toevoegde	=	toevoegen
toevoegden	=	toevoegen
toevoege	=	toevoegen
toevoegen	verb	~ aan tot vermeerdering bijvoegen
toevoegend	=	toevoegen
toevoegende	=	toevoegen
toevoeging	noun	datgene wat met een groter geheel verenigd wordt
toevoegingen	=	toevoeging
toevoeginkje	=	toevoeging
toevoeginkjes	=	toevoeging
toevoegsel	noun	wat toegevoegd wordt (b.v. een complement, een adjunct of een supplement)
toevoegsels	=	toevoegsel
toevoegseltje	=	toevoegsel
toevoegseltjes	=	toevoegsel
toevoegt	=	toevoegen
toevoer	noun	het pad waarlangs iets een bepaalde plek bereikt
toevoerbuis	noun	holle cilinder die dient voor de aanvoer van stoffen
toevoerbuisje	=	toevoerbuis
toevoerbuisjes	=	toevoerbuis
toevoerbuizen	=	toevoerbuis
toevoerde	=	toevoeren
toevoerden	=	toevoeren
toevoere	=	toevoeren
toevoeren	verb	ergens heen brengen
toevoerend	=	toevoeren
toevoerende	=	toevoeren
toevoerkanaal	noun	kanaal waardoor een vloeistof of een gas ergens heengevoerd wordt
toevoerkanaaltje	=	toevoerkanaal
toevoerkanaaltjes	=	toevoerkanaal
toevoerkanalen	=	toevoerkanaal
toevoerleiding	noun	leiding waardoor iets wordt toegevoerd
toevoerleidingen	=	toevoerleiding
toevoerleidinkje	=	toevoerleiding
toevoerleidinkjes	=	toevoerleiding
toevoert	=	toevoeren
toevoertje	=	toevoer
toewas	noun	toename in grootte
toewasse	=	toewassen
toewassen	verb	dichtgroeien, aaneengroeien
toewassend	=	toewassen
toewast	=	toewassen
toewees	=	toewijzen
toeweest	=	toewijzen
toewend	=	toewenden
toewendde	=	toewenden
toewendden	=	toewenden
toewende	=	toewenden
toewenden	verb	gebruiken
toewendend	=	toewenden
toewendende	=	toewenden
toewending	noun	het proces van het zich richten tot, of de toewijding aan iets of iemand.
toewendingen	=	toewending
toewendinkje	=	toewending
toewendinkjes	=	toewending
toewendt	=	toewenden
toewens	=	toewensen
toewenschen	=	toewensen
toewense	=	toewensen
toewensen	verb	verklaren dat men iemand iets graag ziet verkrijgen
toewensend	=	toewensen
toewensende	=	toewensen
toewenst	=	toewensen
toewenste	=	toewensen
toewensten	=	toewensen
toewerk	=	toewerken
toewerke	=	toewerken
toewerken	verb	ondernemen van activiteiten om een bepaald doel te bereiken
toewerkend	=	toewerken
toewerkende	=	toewerken
toewerkt	=	toewerken
toewerkte	=	toewerken
toewerkten	=	toewerken
toewerp	=	toewerpen
toewerpe	=	toewerpen
toewerpen	verb	iets in iemands richting gooien
toewerpend	=	toewerpen
toewerpende	=	toewerpen
toewerpt	=	toewerpen
toeweze	=	toewijzen
toewezen	=	toewijzen
toewierp	=	toewerpen
toewierpe	=	toewerpen
toewierpen	=	toewerpen
toewierpt	=	toewerpen
toewies	=	toewassen
toewiesen	=	toewassen
toewijd	=	toewijden
toewijdde	=	toewijden
toewijdden	=	toewijden
toewijde	=	toewijden
toewijden	verb	ergens met grote zorg aandacht aan besteden en zich voor geven
toewijdend	=	toewijden
toewijdende	=	toewijden
toewijding	noun	ergens met zorg op gericht zijn, met veel inzet
toewijdingen	=	toewijding
toewijdinkje	=	toewijding
toewijdinkjes	=	toewijding
toewijdt	=	toewijden
toewijs	=	toewijzen
toewijsbaar	adj	van iets dat het kan worden aangewezen, toegerekend of toegekend aan een specifieke persoon, afdeling, oorzaak of leveringsvorm.
toewijsbaarder	=	toewijsbaar
toewijsbaardere	=	toewijsbaar
toewijsbaarders	=	toewijsbaar
toewijsbaars	=	toewijsbaar
toewijsbaarst	=	toewijsbaar
toewijsbaarste	=	toewijsbaar
toewijsbare	=	toewijsbaar
toewijst	=	toewijzen
toewijze	=	toewijzen
toewijzen	verb	goederen of fondsen een bestemming geven
toewijzend	=	toewijzen
toewijzende	=	toewijzen
toewijzing	noun	uitsluitende toekenning
toewijzingen	=	toewijzing
toewijzingsbeschikking	noun	officieel besluit (beschikking) van een overheidsinstantie of zorgorganisatie waarin een recht, dienst of voorziening wordt toegekend.
toewijzingsbeschikkingen	=	toewijzingsbeschikking
toewijzingsbeschikkinkje	=	toewijzingsbeschikking
toewijzingsbeschikkinkjes	=	toewijzingsbeschikking
toewijzinkje	=	toewijzing
toewijzinkjes	=	toewijzing
toewuif	=	toewuiven
toewuifde	=	toewuiven
toewuifden	=	toewuiven
toewuift	=	toewuiven
toewuive	=	toewuiven
toewuiven	verb	iemand door zwaaien groeten
toewuivend	=	toewuiven
toewuivende	=	toewuiven
toezaagt	=	toezien
toezag	=	toezien
toezage	=	toezien
toezagen	=	toezien
toezang	noun	refrein, slotzang
toezeg	=	toezeggen
toezegde	=	toezeggen
toezegden	=	toezeggen
toezegge	=	toezeggen
toezeggen	verb|formal	als belofte verklaren
toezeggend	=	toezeggen
toezeggende	=	toezeggen
toezegging	noun	het toezeggen
toezeggingen	=	toezegging
toezegginkje	=	toezegging
toezegginkjes	=	toezegging
toezegt	=	toezeggen
toezei	=	toezeggen
toezeide	=	toezeggen
toezeiden	=	toezeggen
toezeidt	=	toezeggen
toezend	=	toezenden
toezende	=	toezenden
toezenden	verb	met de post iets ergens naartoe sturen
toezendend	=	toezenden
toezendende	=	toezenden
toezending	noun	het sturen of bezorgen van iets naar een ontvanger, vaak gebruikt in formele of juridische context (bijv. 'toezending van stukken').
toezendingen	=	toezending
toezendinkje	=	toezending
toezendinkjes	=	toezending
toezendt	=	toezenden
toezicht	noun	het in de gaten houden, het letten op
toezichten	=	toezicht
toezichter	noun	iemand controleert of alles goed en ordelijk verloopt; iemand die controleert of iedereen zich aan de regels houdt; iemand die het toezicht houdt
toezichters	=	toezichter
toezichtgebied	noun	gebied waarin speciale maatregelen gelden ter voorkoming van de verspreiding van een (epidemische) veeziekte
toezichthoudend	adj	met de taak om te bewaken dat iets volgens de regels wordt gedaan
toezichthoudende	=	toezichthoudend
toezichthoudends	=	toezichthoudend
toezichthouder	noun	een instelling of persoon die controleert en toetst of alles volgens de regels verloopt (ook )
toezichthouders	=	toezichthouder
toezichthoudertje	=	toezichthouder
toezichthoudertjes	=	toezichthouder
toezichtorgaan	noun	overheidsinstelling die een bepaald deel van de samenleving controleert
toezichtorganen	=	toezichtorgaan
toezichtrooster	noun	overzicht met dagen, tijden en deelnemers van het toezicht
toezichtroosters	=	toezichtrooster
toezichtskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen aan een toezichthouder
toezichtskosten	noun	geld dat men moet betalen aan een toezichthouder
toezichtsorgaan	noun	organisatie die bepaalde zaken controleert
toezichtsorganen	=	toezichtsorgaan
toezichtsrooster	noun	overzicht met dagen, tijden en deelnemers van het toezicht
toezichtsroosters	=	toezichtsrooster
toezie	=	toezien
toezien	verb	gadeslaan, zien gebeuren
toeziend	adj	toezicht houdend
toeziende	=	toezien
toeziends	=	toeziend
toeziet	=	toezien
toezing	=	toezingen
toezinge	=	toezingen
toezingen	verb	zich zingend tot iemand richten, gewoonlijk met lof
toezingend	=	toezingen
toezingende	=	toezingen
toezingt	=	toezingen
toezond	=	toezenden
toezonden	=	toezenden
toezong	=	toezingen
toezongen	=	toezingen
toezongt	=	toezingen
toezwaai	=	toezwaaien
toezwaaide	=	toezwaaien
toezwaaiden	=	toezwaaien
toezwaaie	=	toezwaaien
toezwaaien	verb	door middel van zwaaien iets naar iemand laten gaan
toezwaaiend	=	toezwaaien
toezwaaiende	=	toezwaaien
toezwaait	=	toezwaaien
toeëigenen	=	toe-eigenen
tof	noun	22ste, laatste letter van het alfabet	adj	goed, mooi, leuk, fijn
tofa	noun	regeling voor uitzendkrachten die door de coronacrisis hun inkomsten hadden verloren
tofa's	=	tofa
tofelemone	=	tofelemoon
tofelemonen	=	tofelemoon
tofelemoon	noun	katholiek
tofelemoons	adj	katholiek
tofelemoonse	=	tofelemoons
tofelemoontje	=	tofelemoon
tofes	adj	gevangen
toffe	=	tof
toffee	noun	een taai en zoet snoepje
toffees	=	toffee
toffeetje	=	toffee
toffeetjes	=	toffee
toffelemoon	=	tofelemoon
toffer	=	tof
toffere	=	tof
toffers	=	tof
tofi	noun	jichtknobbels
tofoe	noun	Japans product van gestremde sojamelk gemaakt
tofs	=	tof
tofst	=	tof
tofste	=	tof
tofu	noun	Japans product van gestremde sojamelk gemaakt
tofu-ijs	noun	ijs gemaakt van tofu
tofu-ijsje	=	tofu-ijs
tofu-ijsjes	=	tofu-ijs
tofus	noun	jichtknobbel
tog	=	toch
toga	noun	ceremonieel kledingstuk voor professor, advocaat en rechter
toga's	=	toga
togaatje	=	toga
togaatjes	=	toga
togati	=	togatus
togatus	noun	beeldhouwwerk van een in toga gekleed persoon van top tot teen
toge	=	togen
togen	verb	trekken, slepen
togend	=	togen
togende	=	togen
toges	noun	achterste, achterwerk
togianboeboekuil	noun	Ninox burhani een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
togianboeboekuilen	=	togianboeboekuil
togianboeboekuiltje	=	togianboeboekuil
togianboeboekuiltjes	=	togianboeboekuil
togianbrilvogel	noun	Zosterops somadikartai een brilvogel.
togianbrilvogels	=	togianbrilvogel
togianbrilvogeltje	=	togianbrilvogel
togianbrilvogeltjes	=	togianbrilvogel
togianbuulbuul	noun	Hypsipetes aureus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
togianbuulbuuls	=	togianbuulbuul
togianbuulbuultje	=	togianbuulbuul
togianbuulbuultjes	=	togianbuulbuul
togolees	noun	een inwoner van Togo, of iemand afkomstig uit Togo	adj	op Togo betrekking hebbend
togoleest	=	togolees
togoleeste	=	togolees
togolese	noun	een vrouwelijke inwoner van Togo, of een vrouw afkomstig uit Togo
togolesen	=	togolese
togoleser	=	togolees
togolesere	=	togolees
togolesers	=	togolees
togolezen	=	togolees
togoos	adj	op Togo betrekking hebbend
togoparadijswida	noun	Vidua togoensis een vogel uit de familie van de Viduidae.
togoparadijswida's	=	togoparadijswida
togoparadijswidaatje	=	togoparadijswida
togoparadijswidaatjes	=	togoparadijswida
togose	noun	een vrouwelijke inwoner van Togo, of een vrouw afkomstig uit Togo
togosen	=	togose
togoër	noun	een inwoner van Togo, of iemand afkomstig uit Togo
togoërs	=	togoër
togt	=	tocht
tohora	noun	rituele reinheid
tohorot	=	tohora
toilet	noun	een plaats waar men kan urineren en zich kan ontlasten, meestal een kleine gesloten ruimte met een toiletpot
toiletangst	noun	overdreven angst die mensen voelen als ze een vreemde toilet bezoeken
toiletartikel	noun	iets dat je gebruikt voor de persoonlijke verzorging
toiletartikelen	=	toiletartikel
toiletartikels	=	toiletartikel
toiletartikeltje	=	toiletartikel
toiletbenodigdheden	noun	zaken die men nodig heeft voor de persoonlijke verzorging
toiletbeugel	noun	een hulpmiddel dat extra stabiliteit en ondersteuning biedt bij het gaan zitten op en opstaan van het toilet
toiletbeugels	=	toiletbeugel
toiletbeugeltje	=	toiletbeugel
toiletbeugeltjes	=	toiletbeugel
toiletbezoek	noun	het naar de wc gaan
toiletbezoeken	=	toiletbezoek
toiletbezoeker	noun	persoon die een wc gebruikt
toiletbezoekers	=	toiletbezoeker
toiletbezoekertje	=	toiletbezoeker
toiletbezoekertjes	=	toiletbezoeker
toiletbezoekje	=	toiletbezoek
toiletbezoekjes	=	toiletbezoek
toiletblok	noun	ruimte met een of meer toiletten en een wastafel
toiletblokje	=	toiletblok
toiletblokjes	=	toiletblok
toiletblokken	=	toiletblok
toiletborstel	noun	een borstel met een lange steel, gebruikt om de binnenkant van de toiletpot schoon te schrobben
toiletborstelhouder	noun	de houder (vaak een potje) waarin je een toiletborstel bewaart om deze hygiënisch op te bergen
toiletborstelhouders	=	toiletborstelhouder
toiletborstelhoudertje	=	toiletborstelhouder
toiletborstelhoudertjes	=	toiletborstelhouder
toiletborstels	=	toiletborstel
toiletborsteltje	=	toiletborstel
toiletborsteltjes	=	toiletborstel
toiletbril	noun	met scharnieren aan de toiletpot bevestigde ovale plaat met een gat erin, waar men op zit tijdens het gebruikmaken van het toilet
toiletbrillen	=	toiletbril
toiletbrilletje	=	toiletbril
toiletbrilletjes	=	toiletbril
toiletbutler	noun	vrijstaande standaard voor bij een wc met in ieder geval houders voor een toiletrol en een toiletborstel Maakt het mogelijk in een beperkte ruimte praktische hulpmiddelen aan te bieden op een fraaie manier, zonder wanden te beschadigen.
toiletbutlers	=	toiletbutler
toiletbutlertje	=	toiletbutler
toiletbutlertjes	=	toiletbutler
toiletdeur	noun	de van binnenuit afsluitbare deur van een toilet(hokje)
toiletdeuren	=	toiletdeur
toiletdeurtje	=	toiletdeur
toiletdeurtjes	=	toiletdeur
toiletdoorspoelbaar	adj	van een product, zoals vochtig toiletpapier, dat het veilig door het toilet gespoeld kan worden zonder verstoppingen te veroorzaken in de riolering.
toiletdoorspoelbaarder	=	toiletdoorspoelbaar
toiletdoorspoelbaardere	=	toiletdoorspoelbaar
toiletdoorspoelbaarders	=	toiletdoorspoelbaar
toiletdoorspoelbaars	=	toiletdoorspoelbaar
toiletdoorspoelbaarst	=	toiletdoorspoelbaar
toiletdoorspoelbaarste	=	toiletdoorspoelbaar
toiletdoorspoelbare	=	toiletdoorspoelbaar
toiletdoos	noun	doos voor toiletartikelen
toiletdoosje	=	toiletdoos
toiletdoosjes	=	toiletdoos
toiletdozen	=	toiletdoos
toiletframe	noun	een hulpmiddel dat extra stabiliteit en ondersteuning biedt bij het gaan zitten op en opstaan van het toilet
toiletframepje	=	toiletframe
toiletframepjes	=	toiletframe
toiletframes	=	toiletframe
toiletgang	noun	het patroon van het wc-bezoek
toiletje	=	toilet
toiletjes	=	toilet
toiletjuffrouw	noun	juffrouw van de retirade / schoonmaakster van toiletten / beheerster van een publieke toilet
toiletjuffrouwen	=	toiletjuffrouw
toiletjuffrouwtje	=	toiletjuffrouw
toiletjuffrouwtjes	=	toiletjuffrouw
toiletknop	noun	het bedieningselement op het toilet waarmee je de wc doorspoelt
toiletknopje	=	toiletknop
toiletknopjes	=	toiletknop
toiletknoppen	=	toiletknop
toiletmaken	verb	het zich kleden en opmaken
toiletpapier	noun	wc-papier, closetpapier, pleepapier, rol papier voor persoonlijke hygiëne in toiletten
toiletpapierautomaat	noun	een speciaal ontworpen houder voor toiletpapier die men voornamelijk in openbare en zakelijke sanitaire ruimtes vindt, zoals kantoren, horeca en scholen
toiletpapierautomaatje	=	toiletpapierautomaat
toiletpapierautomaatjes	=	toiletpapierautomaat
toiletpapierautomaten	=	toiletpapierautomaat
toiletpapierdispenser	noun	een speciaal ontworpen houder voor toiletpapier die men voornamelijk in openbare en zakelijke sanitaire ruimtes vindt, zoals kantoren, horeca en scholen
toiletpapierdispensers	=	toiletpapierdispenser
toiletpapierdispensertje	=	toiletpapierdispenser
toiletpapierdispensertjes	=	toiletpapierdispenser
toiletpapieren	=	toiletpapier
toiletpapierhouder	noun	voorwerp in de badkamer of het toilet waar een rol wc-papier aan wordt opgehangen
toiletpapierhouders	=	toiletpapierhouder
toiletpapierhoudertje	=	toiletpapierhouder
toiletpapierhoudertjes	=	toiletpapierhouder
toiletpapieropslag	noun	een magazijn waar grote hoeveelheden toiletpapier tijdelijk bewaard worden
toiletpapieropslagen	=	toiletpapieropslag
toiletpapiertje	=	toiletpapier
toiletpapiertjes	=	toiletpapier
toiletplant	noun	een op de oever van een waterloop groeiende plant die ontkiemd is uit zaad dat via menselijke ontlasting en het riool daar terecht gekomen is
toiletplanten	=	toiletplant
toiletplantje	=	toiletplant
toiletplantjes	=	toiletplant
toiletpot	noun	een pot waarin je kunt plassen en poepen
toiletpotje	=	toiletpot
toiletpotjes	=	toiletpot
toiletpotten	=	toiletpot
toiletreiniger	noun	schoonmaakmiddel voor het toilet
toiletreinigers	=	toiletreiniger
toiletrol	noun	kartonnen rol met een aaneengesloten stukjes hygiënepapier eraan bevestigd, speciaal voor gebruik na toiletbezoek
toiletrolautomaat	noun	een speciaal ontworpen houder voor toiletpapier die men voornamelijk in openbare en zakelijke sanitaire ruimtes vindt, zoals kantoren, horeca en scholen
toiletrolautomaatje	=	toiletrolautomaat
toiletrolautomaatjes	=	toiletrolautomaat
toiletrolautomaten	=	toiletrolautomaat
toiletroldispenser	noun	een speciaal ontworpen houder voor toiletpapier die men voornamelijk in openbare en zakelijke sanitaire ruimtes vindt, zoals kantoren, horeca en scholen
toiletroldispensers	=	toiletroldispenser
toiletroldispensertje	=	toiletroldispenser
toiletroldispensertjes	=	toiletroldispenser
toiletrolhouder	noun	accessoire in een toilet waaraan men een rol toiletpapier kan hangen zodat het toiletpapier makkelijk kan worden afgerold voor gebruik
toiletrolhouders	=	toiletrolhouder
toiletrolhoudertje	=	toiletrolhouder
toiletrolhoudertjes	=	toiletrolhouder
toiletrollen	=	toiletrol
toiletrolletje	=	toiletrol
toiletrolletjes	=	toiletrol
toiletruimte	noun	deel van een gebouw waar de toilet(ten) zijn
toiletruimten	=	toiletruimte
toiletruimtes	=	toiletruimte
toiletspiegel	noun	spiegel die men gebruikt bij het opmaken van het gezicht en in orde maken van het kapsel
toiletspiegels	=	toiletspiegel
toiletspiegeltje	=	toiletspiegel
toiletspiegeltjes	=	toiletspiegel
toiletspray	noun	geurstof uit een spuitbus om een wc prettiger te laten ruiken
toiletsprays	=	toiletspray
toiletspullen	noun	dingen die je nodig hebt voor de persoonlijke verzorging zoals tandenborstel, tandpasta, zeep, deodorant, washandje, zeep.
toiletspulletjes	=	toiletspullen
toiletsteun	noun	een hulpmiddel dat extra stabiliteit en ondersteuning biedt bij het gaan zitten op en opstaan van het toilet
toiletsteunen	=	toiletsteun
toiletsteuntje	=	toiletsteun
toiletsteuntjes	=	toiletsteun
toiletstoel	noun	stoel met een ingebouwde po, een verplaatsbaar medisch hulpmiddel dat functioneert als een toilet
toiletstoelen	=	toiletstoel
toiletstoeltje	=	toiletstoel
toiletstoeltjes	=	toiletstoel
toilettafel	noun	tafel met een spiegel erboven en met laatjes voor toiletbenodigdheden.
toilettafels	=	toilettafel
toilettafeltje	=	toilettafel
toilettafeltjes	=	toilettafel
toilettas	noun	kleine tas om toiletartikelen in te bewaren
toilettasje	=	toilettas
toilettasjes	=	toilettas
toilettassen	=	toilettas
toiletteer	=	toiletteren
toiletteerde	=	toiletteren
toiletteerden	=	toiletteren
toiletteert	=	toiletteren
toiletten	=	toilet
toilettere	=	toiletteren
toiletteren	verb	het toilet bezoeken
toiletterend	=	toiletteren
toiletterende	=	toiletteren
toiletverhoger	noun	praktisch hulpmiddel dat op een bestaand toilet wordt geplaatst om de zitting te verhogen
toiletverhogers	=	toiletverhoger
toiletverhogertje	=	toiletverhoger
toiletverhogertjes	=	toiletverhoger
toiletwagen	noun	mobiele sanitaire unit op wielen met toiletten, urinoirs en wastafels
toiletwagens	=	toiletwagen
toiletwagentje	=	toiletwagen
toiletwagentjes	=	toiletwagen
toiletwinkel	noun	winkel waar men de wc kan bezoeken en toiletartikelen kan kopen
toiletwinkels	=	toiletwinkel
toiletzeep	noun	zeep waarmee een mens zich kan wassen
toiletzepen	=	toiletzeep
toiletzitting	noun	met scharnieren aan de toiletpot bevestigde ovale plaat met een gat erin, waar men op zit tijdens het gebruikmaken van het toilet
toiletzittingen	=	toiletzitting
toiletzittinkje	=	toiletzitting
toiletzittinkjes	=	toiletzitting
toire	noun	een exemplaar van de Toire
toires	=	toire
toitoitoi	intj	succes gewenst
tok	intj	het geluid van een kakelende kip	noun|obsolete	ondermaatse kabeljauw
tokamak	noun	type kernfusiereactor die werkt met plasma dat in de vorm van een ring wordt gehouden door heel sterke magneten
tokamaks	=	tokamak
tokayer	noun	zoete, geurige witte wijn uit het wijngebied rondom Tokaj
tokayers	=	tokayer
tokea	noun	sjofarblazer
tokeh	noun	Gekko gecko een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Gekkonidae.
tokehs	=	tokeh
tokehtje	=	tokeh
tokehtjes	=	tokeh
tokelau-eilander	noun	een inwoner van de Tokelau-eilanden, of iemand afkomstig uit de Tokelau-eilanden
tokelau-eilanders	=	tokelau-eilander
tokelau-eilands	adj	op de Tokelau-eilanden betrekking hebbend
tokelau-eilandse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Tokelau-eilanden, of een vrouw afkomstig uit de Tokelau-eilanden
tokelau-eilandsen	=	tokelau-eilandse
token	noun	extra code die nodig is voor de toegang tot een computersysteem
tokens	=	token
tokentje	=	token
tokes	noun	achterste, achterwerk
tokiem	=	tokea
tokioos	adj	op Tokio betrekking hebbend
tokiose	noun	een vrouwelijke inwoner van Tokio, of een vrouw afkomstig uit Tokio
tokioses	=	tokiose
tokioër	noun	een inwoner van Tokio, de hoofdstad van Japan
tokioërs	=	tokioër
tokke	intj	tikkend geluid snel gevolgd door eenzelfde geluid	noun|obsolete	met zilver of goud doorweven zijde of fluweel
tokkel	=	tokkelen
tokkelaar	noun	iemand die gitaar speelt
tokkelaars	=	tokkelaar
tokkelaartje	=	tokkelaar
tokkelaartjes	=	tokkelaar
tokkelbaan	noun	schuin gespannen kabel waarlangs men als vermaak aan een katrol met enige vaart omlaag glijdt van een hoger punt naar een lager punt
tokkelbaantje	=	tokkelbaan
tokkelbaantjes	=	tokkelbaan
tokkelbanen	=	tokkelbaan
tokkelde	=	tokkelen
tokkelden	=	tokkelen
tokkele	=	tokkelen
tokkelen	verb	snaren met kleine rukjes bespelen
tokkelend	=	tokkelen
tokkelende	=	tokkelen
tokkelijshaai	noun	Centroscymnus plunketi een vis uit de familie van sluimer- of ijshaaien (Somniosidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
tokkelijshaaien	=	tokkelijshaai
tokkelijshaaitje	=	tokkelijshaai
tokkelijshaaitjes	=	tokkelijshaai
tokkelinstrument	noun	een snaarinstrument waarvan de snaren gewoonlijk in trilling worden gebracht door deze eerst opzij te trekken en dan te laten schieten
tokkelinstrumenten	=	tokkelinstrument
tokkelinstrumentje	=	tokkelinstrument
tokkelinstrumentjes	=	tokkelinstrument
tokkelt	=	tokkelen
tokken	verb	het klokkende geluid van een kip voortbrengen
tokkend	=	tokken
tokkende	=	tokken
tokkie	noun	onaangepast, asociaal, onopgevoed, onbeschaafd persoon
tokkies	=	tokkie
tokkietje	=	tokkie
toko	noun	winkel
toko's	=	toko
tokootje	=	toko
tokootjes	=	toko
tokt	=	tokken
tokte	=	tokken
tokten	=	tokken
tol	noun	een voorwerp dat om zijn as draait -> draaitol
tolaihaas	noun	Lepus tolai haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
tolaihaasje	=	tolaihaas
tolaihaasjes	=	tolaihaas
tolaihazen	=	tolaihaas
tolbaas	noun	ambtenaar die werkt bij een tol
tolbaasje	=	tolbaas
tolbaasjes	=	tolbaas
tolbazen	=	tolbaas
tolbeambte	noun	beambte die tol int
tolbeambten	=	tolbeambte
tolbeweging	noun	een trage, cirkelvormige draaiing van de as van een roterend object.
tolbewegingen	=	tolbeweging
tolbeweginkje	=	tolbeweging
tolbeweginkjes	=	tolbeweging
tolbomen	=	tolboom
tolboom	noun	een hek dat de weg afsluit en pas opengaat als men de tol heeft betaald
tolboompje	=	tolboom
tolboompjes	=	tolboom
tolbrug	noun	een brug waarbij men geld moet betalen om ze te mogen gebruiken
tolbruggen	=	tolbrug
tolbruggetje	=	tolbrug
tolbruggetjes	=	tolbrug
tolbrugje	=	tolbrug
tolbrugjes	=	tolbrug
tolde	=	tollen
tolden	=	tollen
tolerabel	adj	van iets dat men het kan verdragen
tolerabele	=	tolerabel
tolerabeler	=	tolerabel
tolerabelere	=	tolerabel
tolerabelers	=	tolerabel
tolerabels	=	tolerabel
tolerabelst	=	tolerabel
tolerabelste	=	tolerabel
tolerant	adj	verdraagzaam
tolerante	=	tolerant
toleranter	=	tolerant
tolerantere	=	tolerant
toleranters	=	tolerant
tolerantie	noun	de bereidheid ander gedrag dan het eigen te dulden
tolerantiegrens	noun	het uiterste wat men nog kan verdragen
tolerantiegrenzen	=	tolerantiegrens
toleranties	=	tolerantie
tolerantietje	=	tolerantie
tolerants	=	tolerant
tolerantst	=	tolerant
tolerantste	=	tolerant
tolereer	=	tolereren
tolereerbaar	adj	dat iets aanvaardbaar, duldbaar of toelaatbaar is.
tolereerbaarder	=	tolereerbaar
tolereerbaardere	=	tolereerbaar
tolereerbaarders	=	tolereerbaar
tolereerbaars	=	tolereerbaar
tolereerbaarst	=	tolereerbaar
tolereerbaarste	=	tolereerbaar
tolereerbare	=	tolereerbaar
tolereerde	=	tolereren
tolereerden	=	tolereren
tolereert	=	tolereren
tolerere	=	tolereren
tolereren	verb	toelaten en dulden
tolererend	=	tolereren
tolererende	=	tolereren
tolgeld	noun	geld wat een gebruiker op directe wijze moet betalen om een weg, brug, tunnel of pont te mogen gebruiken
tolgelden	=	tolgeld
tolhaai	noun	Carcharhinus brevipinna een haai uit de familie van de requiemhaaien.
tolhaaien	=	tolhaai
tolhaaitje	=	tolhaai
tolhaaitjes	=	tolhaai
tolheffing	noun	het laten betalen voor het gebruik van een snelweg, brug, of tunnel en dergelijke
tolheffingen	=	tolheffing
tolheffinkje	=	tolheffing
tolheffinkjes	=	tolheffing
tolhek	noun	een hek dat de weg afsluit en pas opengaat als men de tol heeft betaald
tolhekje	=	tolhek
tolhekjes	=	tolhek
tolhekken	=	tolhek
tolhorens	noun	Calliostoma een geslacht van mollusken, dat fossiel bekend is vanaf het Vroeg-Krijt
tolhuis	noun	gebouw van waaruit tol geheven wordt
tolhuisje	=	tolhuis
tolhuisjes	=	tolhuis
tolhuizen	=	tolhuis
tolimaduif	noun	Leptotila conoveri een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
tolimaduifje	=	tolimaduif
tolimaduifjes	=	tolimaduif
tolimaduiven	=	tolimaduif
tolimaparkiet	noun	Bolborhynchus ferrugineifrons een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
tolimaparkieten	=	tolimaparkiet
tolimaparkietje	=	tolimaparkiet
tolimaparkietjes	=	tolimaparkiet
tolk	noun	een persoon die gesproken tekst (meteen) vertaalt naar gesproken tekst in een andere taal
tolk-vertaler	noun	tolk die een getuigschrift als vertaler heeft
tolk-vertalers	=	tolk-vertaler
tolkast	noun	een apparaat in auto, bus of vrachtwagen waarmee tol geheven kan worden op autosnelwegen
tolkasten	=	tolkast
tolkastje	=	tolkast
tolkastjes	=	tolkast
tolke	=	tolken
tolken	verb	gesproken- of gebarentaal terstond vertalen
tolken-vertalers	=	tolk-vertaler
tolkend	=	tolken
tolkende	=	tolken
tolkenopleiding	noun	een academische of hbo-opleiding om tolk te worden
tolkenopleidingen	=	tolkenopleiding
tolkenscholen	=	tolkenschool
tolkenschool	noun	vakopleiding voor tolken
tolkenschooltje	=	tolkenschool
tolkenschooltjes	=	tolkenschool
tolkje	=	tolk
tolkjes	=	tolk
tolkt	=	tolken
tolkte	=	tolken
tolkten	=	tolken
tolle	=	tollen
tollen	verb	draaien
tollenaar	noun|obsolete	ambtenaar die tol, belasting of pacht heft
tollenaars	=	tollenaar
tollenaartje	=	tollenaar
tollenaren	=	tollenaar
tollend	=	tollen
tollende	=	tollen
tolletje	=	tol
tolletjes	=	tol
tollie	noun	penis
tollies	=	tollie
tolmuren	=	tolmuur
tolmuur	noun	(lands)grens die men niet over kan gaan zonder te betalen
tolmuurtje	=	tolmuur
tolmuurtjes	=	tolmuur
tolplaats	noun	plaats waar tol geheven werd
tolplaatsen	=	tolplaats
tolplaatsje	=	tolplaats
tolplaatsjes	=	tolplaats
tolplan	noun	voorgenomen beleid om een financiële vergoeding te vragen voor het gebruik van een weg
tolplannen	=	tolplan
tolplein	noun	verkeersplein dat tegen betaling toegang verleent tot autowegen
tolpleinen	=	tolplein
tolpoort	noun	poortje waar men (electronisch) de tol voor een weg kan betalen
tolpoorten	=	tolpoort
tolpoortje	=	tolpoort
tolpoortjes	=	tolpoort
tolslakken	noun	Euconulidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
tolt	=	tollen
toltarief	noun	een lijst waarop staat hoeveel tol men moet betalen
toltarieven	=	toltarief
toltrilzwam	noun	Exidia recisa een schimmelsoort, die tot de familie Auriculariaceae behoort.
toltrilzwammen	=	toltrilzwam
toltrilzwammetje	=	toltrilzwam
toltrilzwammetjes	=	toltrilzwam
tolueen	noun	een verbinding bestaande uit een benzeenring waarvan 1 waterstofatoom vervangen is door een methylgroep
tolunie	noun	groep landen die bij in- en uitvoer onderling geen tarieven heffen en bij andere landen een gemeenschappelijk vastgesteld tarief toepassen
tolunies	=	tolunie
tolvlucht	noun	neerwaartse beweging van een vliegtuig waarbij het om alle assen wentelt
tolvluchten	=	tolvlucht
tolvluchtje	=	tolvlucht
tolvluchtjes	=	tolvlucht
tolvormig	adj	vorm van een tol hebbend
tolvormige	=	tolvormig
tolvormiger	=	tolvormig
tolvormigere	=	tolvormig
tolvormigers	=	tolvormig
tolvormigs	=	tolvormig
tolvormigst	=	tolvormig
tolvormigste	=	tolvormig
tolvrij	adj	van iets dat je er geen geld voor hoeft te betalen om er gebruik van de maken
tolvrije	=	tolvrij
tolvrijer	=	tolvrij
tolvrijere	=	tolvrij
tolvrijers	=	tolvrij
tolvrijs	=	tolvrij
tolvrijst	=	tolvrij
tolvrijste	=	tolvrij
tolweg	noun	weg [1] voor het gebruik waarvan betaald moet worden
tolwegen	=	tolweg
tolweggetje	=	tolweg
tolwegje	=	tolweg
tolwegjes	=	tolweg
tolwezen	noun	overheidsdienst die tol heft
tomaat	noun	een eetbare vrucht van de tomatenplant die toch meestal als groente wordt beschouwd
tomaatje	=	tomaat
tomaatjes	=	tomaat
tomaatkikker	noun	Dyscophus antongilii een kikker uit de familie smalbekkikkers (Microhylidae).
tomaatkikkers	=	tomaatkikker
tomaatkikkertje	=	tomaatkikker
tomaatkikkertjes	=	tomaatkikker
tomaatkleurig	adj	de zachtrode kleur van tomaten hebbend
tomaatkleurige	=	tomaatkleurig
tomaatkleuriger	=	tomaatkleurig
tomaatkleurigere	=	tomaatkleurig
tomaatkleurigers	=	tomaatkleurig
tomaatkleurigs	=	tomaatkleurig
tomaatkleurigst	=	tomaatkleurig
tomaatkleurigste	=	tomaatkleurig
tomaatmineermot	noun	Tuta absoluta een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
tomaatmineermotje	=	tomaatmineermot
tomaatmineermotjes	=	tomaatmineermot
tomaatmineermotten	=	tomaatmineermot
tomaatrode	=	tomaatrood
tomaatroden	=	tomaatrood
tomaatrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3013 ( ); een rode kleur zoals die van een tomaat.	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3013 ( ).
tomaatroods	=	tomaatrood
tomahawk	noun	strijdbijl van de Noord-Amerikaanse indianen
tomahawkje	=	tomahawk
tomahawkjes	=	tomahawk
tomahawks	=	tomahawk
tomaten	=	tomaat
tomatenblokje	noun	een stukje tomaat die in blokjes is gesneden
tomatenblokjes	=	tomatenblokje
tomatenketchup	noun	pittige tomatensaus
tomatenketchupje	=	tomatenketchup
tomatenketchups	=	tomatenketchup
tomatenkweker	noun	kweker van tomaten
tomatenkwekers	=	tomatenkweker
tomatenkwekertje	=	tomatenkweker
tomatenkwekertjes	=	tomatenkweker
tomatenmolen	noun	keukenapparaat dat speciaal is ontworpen om tomaten te verwerken tot een gladde puree of coulis
tomatenmolens	=	tomatenmolen
tomatenmolentje	=	tomatenmolen
tomatenmolentjes	=	tomatenmolen
tomatenpers	noun	keukenapparaat dat speciaal is ontworpen om tomaten te verwerken tot een gladde puree of coulis
tomatenpersen	=	tomatenpers
tomatenpersje	=	tomatenpers
tomatenpersjes	=	tomatenpers
tomatenpil	noun	pil ter voorkoming van hartaanvallen en beroertes met evenveel lycopeen als men in 2,75 kg tomaten kan vinden
tomatenpillen	=	tomatenpil
tomatenpilletje	=	tomatenpil
tomatenpilletjes	=	tomatenpil
tomatenpulp	noun	pulp van tomaten
tomatenpuree	noun	gezeefde, ingedikte tomatenpulp (zonder pitten en schillen) in principe zonder bijvoeging van kruiden
tomatenpurees	=	tomatenpuree
tomatenpureetje	=	tomatenpuree
tomatensalaadje	=	tomatensalade
tomatensalaadjes	=	tomatensalade
tomatensalade	noun	koud gerecht met tomaten
tomatensalades	=	tomatensalade
tomatensaladetje	=	tomatensalade
tomatensaladetjes	=	tomatensalade
tomatensap	noun	een vruchtensap dat uit tomaten is bereid
tomatensapje	=	tomatensap
tomatensapjes	=	tomatensap
tomatensappen	=	tomatensap
tomatensaus	noun	met tomaten of tomatensap bereide saus
tomatensausen	=	tomatensaus
tomatensausje	=	tomatensaus
tomatensausjes	=	tomatensaus
tomatensauzen	=	tomatensaus
tomatensla	noun	salade waarin tomaten de hoofdingrediënt zijn
tomatenslaatje	=	tomatensla
tomatenslaatjes	=	tomatensla
tomatensnijder	noun	een stuk keukengerei om plakjes tomaat te kunnen zagen
tomatensnijders	=	tomatensnijder
tomatensnijdertje	=	tomatensnijder
tomatensnijdertjes	=	tomatensnijder
tomatensoep	noun	soep op basis van gepelde tomaten of tomatenpuree
tomatensoepen	=	tomatensoep
tomatensoepje	=	tomatensoep
tomatensoepjes	=	tomatensoep
tomatenvirus	noun	bepaalde ziektekiem die tomatenplanten, paprika's en Spaanse pepers treft
tomatenvirusje	=	tomatenvirus
tomatenvirusjes	=	tomatenvirus
tomatenvirussen	=	tomatenvirus
tomatenwolluis	noun	bepaald soort insect, Pseudococcus viburni, een wolluis die in koudere streken vaak in serres en kassen aangetroffen wordt
tomatenwolluizen	=	tomatenwolluis
tomatenzaag	noun	een stuk keukengerei om plakjes tomaat te kunnen zagen
tomatenzaagje	=	tomatenzaag
tomatenzaagjes	=	tomatenzaag
tomatenzagen	=	tomatenzaag
tomatillo	noun	Physalis philadelphica een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae).
tomatillo's	=	tomatillo
tomatine	noun	een organische verbinding behorende tot de glycoalkaloïden die wordt gevonden in tomaten die behoren tot de nachtschadefamilie (Solanaceae)
tomatinen	=	tomatine
tomatines	=	tomatine
tombak	noun	soort trommel die veel wordt gebruikt in Perzische muziek
tombaks	=	tombak
tombe	noun	een bouwwerk dat bedoeld is een dode te huisvesten
tomben	=	tombe
tombes	=	tombe
tombetje	=	tombe
tombola	noun	loterij waarbij de prijzen bestaan uit voorwerpen en iedereen wat wint
tombola's	=	tombola
tombolaatje	=	tombola
tombolaatjes	=	tombola
tomboy	noun	vrouw die zich gedraagt volgens de geslachtsrol die aan mannen wordt toegeschreven
tomboys	=	tomboy
tomeloos	adj	onstuimig
tomeloosheden	=	tomeloosheid
tomeloosheid	noun	het tomeloos zijn
tomeloost	=	tomeloos
tomelooste	=	tomeloos
tomeloze	=	tomeloos
tomelozer	=	tomeloos
tomelozere	=	tomeloos
tomelozers	=	tomeloos
tomen	=	toom
tommy	noun	gewone britse soldaat
tommy's	=	tommy
tomografie	noun	röntgenfoto waarbij slechts één vlak scherp wordt afgebeeld (doorsnede)
tomografieën	=	tomografie
tompoes	noun	een gebakje bestaande uit geglazuurd bladerdeeg met room
tompoesje	=	tompoes
tompoesjes	=	tompoes
tompoezen	=	tompoes
tompouce	noun	in Nederland veel gegeten rechthoekig gebakje, bestaande uit een laagje bladerdeeg met daaroverheen een dikke laag vanillebanketbakkersroom, daaroverheen zit weer een laagje bladerdeeg bedekt met een laagje, meestal roze of oranje, glazuur
tompouceje	=	tompouce
tompoucejes	=	tompouce
tompoucen	=	tompouce
tompouces	=	tompouce
tomtom	noun	navigatieapparatuur, eigenlijk alleen maar de autonavigatie van het merk TomTom maar nu als soortnaam gebruikt voor alle navigatieapparatuur
tomtomburger	noun	passieve burger die zich passief en kritiekloos (door de staat) laat leiden zonder enig eigen initiatief te tonen
tomtomburgers	=	tomtomburger
tomtoms	=	tomtom
ton	noun	een vat in de vorm van een cilinder
tonaal	adj	gebaseerd op, geschreven in een bepaalde toonsoort
tonaals	=	tonaal
tonaalst	=	tonaal
tonaalste	=	tonaal
tonale	=	tonaal
tonaler	=	tonaal
tonalere	=	tonaal
tonalers	=	tonaal
tonalist	noun	schilder in wiens werk de toon overheerst
tonalisten	=	tonalist
tonalistje	=	tonalist
tonalistjes	=	tonalist
tonaliteit	noun	het geheel van de melodische en harmonische betrekkingen tussen de tonen van een muziekstuk en een hoofdklank
tonaliteiten	=	tonaliteit
tonbrug	noun	een tijdelijke noodbrug die met behulp van tonnen op het water drijft
tonbruggen	=	tonbrug
tonbrugje	=	tonbrug
tonbrugjes	=	tonbrug
tonde	=	ton
tondel	noun	licht ontvlambare stof, gebruikt om vuur te maken
tondeldoos	noun	doos met een vuursteentje, vuurslag en tondel om vuur te maken
tondeldoosje	=	tondeldoos
tondeldoosjes	=	tondeldoos
tondeldozen	=	tondeldoos
tondels	=	tondel
tonden	=	ton
tonder	noun	makkelijk tot ontbranding te brengen stof afkomstig van een paddenstoel
tonderdoos	=	tondeldoos
tonders	=	tonder
tonderzwam	noun	benaming voor sommige soorten schimmel uit het geslacht Fomes
tonderzwambreedvoetvlieg	noun	Agathomyia wankowiczii een vliegensoort uit de familie van de breedvoetvliegen (Platypezidae).
tonderzwambreedvoetvliegen	=	tonderzwambreedvoetvlieg
tonderzwambreedvoetvliegje	=	tonderzwambreedvoetvlieg
tonderzwambreedvoetvliegjes	=	tonderzwambreedvoetvlieg
tonderzwameter	noun	Sporophagomyces chrysostomus een schimmel behorend tot de familie Hypocreaceae.
tonderzwameters	=	tonderzwameter
tonderzwametertje	=	tonderzwameter
tonderzwametertjes	=	tonderzwameter
tonderzwammen	=	tonderzwam
tonderzwammetje	=	tonderzwam
tonderzwammetjes	=	tonderzwam
tondeuse	noun	apparaat om haar kort af te knippen, maar dus niet om haar helemaal weg te scheren
tondeuses	=	tondeuse
tondeusetje	=	tondeuse
tondo	noun	cirkelvormig kunstwerk
tondo's	=	tondo
tone	=	tonen
toneel	noun	een ruimte gereedgemaakt voor een vertoning of optreden voor een publiek
toneelaanbod	noun	de verzameling van mogelijke toneelstukken die men kan zien of uitvoeren
toneelaanwijzing	noun	aanwijzing van een toneelschrijver hoe het toneel ingericht dient te zijn en hoe er gespeeld dient te worden
toneelaanwijzingen	=	toneelaanwijzing
toneelacademie	noun	een opleiding in het hoger onderwijs voor theater, drama, acteren of voordracht (woordkunst)
toneelacademies	=	toneelacademie
toneelacademietje	=	toneelacademie
toneelacademietjes	=	toneelacademie
toneelcarrière	noun	de loopbaan van iemand als toneelspeler of cabaretier
toneelcarrières	=	toneelcarrière
toneeldecor	noun	de achtergrond van een podium waardoor men de illusie opwekt van de plaats waar het toneelstuk zich afspeelt; achtergrond van een toneel
toneeldecors	=	toneeldecor
toneeldirecteur	noun	de leider van een toneelgezelschap
toneeldirecteuren	=	toneeldirecteur
toneeldirecteurs	=	toneeldirecteur
toneeldirecteurtje	=	toneeldirecteur
toneeldirecteurtjes	=	toneeldirecteur
toneeldocent	noun	leraar die lesgeeft in acteren
toneeldocenten	=	toneeldocent
toneelgespeeld	=	toneelspelen
toneelgezelschap	noun	groep mensen die een toneelstuk uitvoeren
toneelgezelschapje	=	toneelgezelschap
toneelgezelschapjes	=	toneelgezelschap
toneelgezelschappen	=	toneelgezelschap
toneelgroep	noun	theatergezelschap, vaste groep van personen die toneelvoorstellingen speelt
toneelgroepen	=	toneelgroep
toneelgroepje	=	toneelgroep
toneelgroepjes	=	toneelgroep
toneelkijker	noun	een verrekijker in zakformaat, bedoeld voor gebruik in theaters of opera's
toneelkijkers	=	toneelkijker
toneelkijkertje	=	toneelkijker
toneelkijkertjes	=	toneelkijker
toneelknecht	noun	medewerker van een theater die helpt bij de technische uitvoering van een voorstelling
toneelknechten	=	toneelknecht
toneelknechtje	=	toneelknecht
toneelknechts	=	toneelknecht
toneelkring	noun	amateurtoneelgezelschap
toneelkringen	=	toneelkring
toneelkunst	noun	het vak van het maken van een toneelvoorstelling
toneelkunsten	=	toneelkunst
toneelkunstje	=	toneelkunst
toneelkunstjes	=	toneelkunst
toneelles	noun	les in toneelspelen
toneellessen	=	toneelles
toneelmaker	noun	persoon die een toneelvoorstelling produceert
toneelmakers	=	toneelmaker
toneelopleiding	noun	cursus toneelspelen
toneelopleidingen	=	toneelopleiding
toneelopleidinkje	=	toneelopleiding
toneelopleidinkjes	=	toneelopleiding
toneelregisseur	noun	iemand die de regie voert over de productie van een toneelstuk
toneelregisseurs	=	toneelregisseur
toneelregisseurtje	=	toneelregisseur
toneelregisseurtjes	=	toneelregisseur
toneelregisseuse	noun	vrouwelijke vorm van toneelregisseur
toneelregisseuses	=	toneelregisseuse
toneelrepetitie	noun	de keer dat een toneelgezelschap een toneelstuk instudeert
toneelrepetities	=	toneelrepetitie
toneelrepetitietje	=	toneelrepetitie
toneelrepetitietjes	=	toneelrepetitie
toneelrol	noun	een uitbeelding van een personage in een toneelstuk
toneelrollen	=	toneelrol
toneelrolletje	=	toneelrol
toneelrolletjes	=	toneelrol
toneelscherm	noun	geschilderde toneelachtergrond
toneelschermen	=	toneelscherm
toneelschikking	noun	manier waarop een toneel is ingericht
toneelschikkingen	=	toneelschikking
toneelschikkinkje	=	toneelschikking
toneelschikkinkjes	=	toneelschikking
toneelscholen	=	toneelschool
toneelschool	noun	beroepsopleiding voor toneelspelers
toneelschooltje	=	toneelschool
toneelschooltjes	=	toneelschool
toneelschrijfkunst	noun	schrijven van toneelstukken als een literaire kunstuiting
toneelschrijfkunsten	=	toneelschrijfkunst
toneelschrijfster	noun	vrouw die een toneelstuk heeft geschreven
toneelschrijfsters	=	toneelschrijfster
toneelschrijver	noun	iemand die een toneelstukken schrijft
toneelschrijvers	=	toneelschrijver
toneelschrijvertje	=	toneelschrijver
toneelscène	noun	een deel van een toneelstuk dat eenzelfde plaats, tijd en handeling voorstelt
toneelscènes	=	toneelscène
toneelscènetje	=	toneelscène
toneelscènetjes	=	toneelscène
toneelspeel	=	toneelspelen
toneelspeelde	=	toneelspelen
toneelspeelden	=	toneelspelen
toneelspeelster	noun	een vrouwelijke toneelspeler
toneelspeelsters	=	toneelspeelster
toneelspeelstertje	=	toneelspeelster
toneelspeelstertjes	=	toneelspeelster
toneelspeelt	=	toneelspelen
toneelspel	noun	een toneelstuk, een toneelvertoning
toneelspele	=	toneelspelen
toneelspelen	verb	in een toneelstuk optreden
toneelspelend	=	toneelspelen
toneelspelende	=	toneelspelen
toneelspeler	noun	iemand die een rol speelt op het toneel, in een film of televisieserie
toneelspelers	=	toneelspeler
toneelspelertje	=	toneelspeler
toneelspelertjes	=	toneelspeler
toneelstem	noun	kunstmatige manier van spreken bij een toneelspeler; overdreven galmende stem van een toneelspeler
toneelstemmen	=	toneelstem
toneelstemmetje	=	toneelstem
toneelstemmetjes	=	toneelstem
toneelstuk	noun	een verhaal dat bestemd is om uitgebeeld te worden
toneelstukje	=	toneelstuk
toneelstukjes	=	toneelstuk
toneelstukken	=	toneelstuk
toneeltekst	noun	de geschreven tekst die de basis is voor een toneelstuk; de woorden die toneelspelers moeten uitspreken tijdens de opvoering van een toneelstuk
toneelteksten	=	toneeltekst
toneeltekstje	=	toneeltekst
toneeltekstjes	=	toneeltekst
toneeltje	=	toneel
toneeltjes	=	toneel
toneeluitvoering	noun	uitvoering van een toneelstuk door een toneelgezelschap
toneeluitvoeringen	=	toneeluitvoering
toneeluitvoerinkje	=	toneeluitvoering
toneeluitvoerinkjes	=	toneeluitvoering
toneelvereniging	noun	vereniging waarvan de leden toneelstukken uitvoeren
toneelverenigingen	=	toneelvereniging
toneelverenigingetje	=	toneelvereniging
toneelverenigingetjes	=	toneelvereniging
toneelvoorstelling	noun	uitvoering van een toneelstuk door een toneelgezelschap
toneelvoorstellingen	=	toneelvoorstelling
toneelvoorstellinkje	=	toneelvoorstelling
toneelvoorstellinkjes	=	toneelvoorstelling
toneelwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij toneelvoorstellingen
toneelwerelden	=	toneelwereld
toneelwereldje	=	toneelwereld
toneelwereldjes	=	toneelwereld
toneelwerk	noun	een literairwerk geschreven voor het toneel
toneelwerken	=	toneelwerk
toneelwerkje	=	toneelwerk
toneelwerkjes	=	toneelwerk
toneelzaal	noun	ruimte waarin men een toneelstuk voor een publiek kan spelen
toneelzaaltje	=	toneelzaal
toneelzaaltjes	=	toneelzaal
toneelzalen	=	toneelzaal
tonele	=	toneel
tonelen	=	toneel
tonelist	noun	iemand die een rol in een toneelstuk speelt
tonelisten	=	tonelist
tonen	verb	een bepaalde indruk geven
tonend	=	tonen
tonende	=	tonen
toner	noun	fijn poeder dat gebruikt wordt als inkt voor printers en kopieerapparaten
toners	=	toner
tonfa	noun	traditioneel Okinawaans wapen, een houten stok met een loodrecht handvat, meestal in paren gehanteerd
tonfa's	=	tonfa
tong	noun	beweeglijk lichaamsdeel in de mond van mensen en veel dieren
tonga-edelpapegaai	noun	Eclectus infectus een uitgestorven soort edelpapegaai die voorkwam op Tonga, Vanuatu en mogelijk ook op de Fiji-eilanden.
tonga-edelpapegaaien	=	tonga-edelpapegaai
tonga-edelpapegaaitje	=	tonga-edelpapegaai
tonga-edelpapegaaitjes	=	tonga-edelpapegaai
tongaan	noun	een inwoner van Tonga, of iemand afkomstig uit Tonga
tongaans	adj	op Tonga betrekking hebbend
tongaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Tonga, of een vrouw afkomstig uit Tonga
tongaansen	=	tongaanse
tongaanser	=	tongaans
tongaansere	=	tongaans
tongaansers	=	tongaans
tongaanst	=	tongaans
tongaanstalig	adj	de Tongaanse taal sprekend
tongaanstalige	=	tongaanstalig
tongaanstaligs	=	tongaanstalig
tongaanste	=	tongaans
tongafluiter	noun	Pachycephala jacquinoti een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
tongafluiters	=	tongafluiter
tongafluitertje	=	tongafluiter
tongafluitertjes	=	tongafluiter
tongamandel	noun	ronde massa's van lymfeweefsel die de achterkant van de tong bestrijken
tongamandelen	=	tongamandel
tongamandels	=	tongamandel
tongamandeltje	=	tongamandel
tongamandeltjes	=	tongamandel
tonganen	=	tongaan
tongavleerhond	noun	Pteropus tonganus een vleermuis uit het geslacht Pteropus
tongavleerhonden	=	tongavleerhond
tongavleerhondje	=	tongavleerhond
tongavleerhondjes	=	tongavleerhond
tongbreker	noun	een woord of woordgroep waarvan de correcte uitspraak moeilijk is
tongbrekers	=	tongbreker
tongde	=	tongen
tongden	=	tongen
tonge	=	tongen
tongen	noun	familie Soleidae in de orde van de Platvissen (Pleuronectiformes)	verb	tongzoenen
tongend	=	tongen
tongende	=	tongen
tongetje	=	tong
tongetjes	=	tong
tongewelf	noun	een gewelf in de vorm van een halve cilinder
tongewelfje	=	tongewelf
tongewelfjes	=	tongewelf
tongewelven	=	tongewelf
tongfilet	noun	een tong (soort vis) waarvan de graten zijn verwijderd
tongfiletje	=	tongfilet
tongfiletjes	=	tongfilet
tongfilets	=	tongfilet
tonggoltonijn	noun	Thunnus tonggol een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
tonggoltonijnen	=	tonggoltonijn
tonggoltonijntje	=	tonggoltonijn
tonggoltonijntjes	=	tonggoltonijn
tonghaarmuts	noun	Orthotrichum rogeri een bladmos uit de familie Orthotrichaceae.
tonghaarmutsen	=	tonghaarmuts
tonghaarmutsje	=	tonghaarmuts
tonghaarmutsjes	=	tonghaarmuts
tongkieuwigen	noun	een onderfamilie Malacosteinae van straalvinnige vissen uit de orde van draakvisachtigen (Stomiiformes)
tongklank	noun	spraakklank die door de stand van de tong wordt bepaald
tongklanken	=	tongklank
tongklankje	=	tongklank
tongklankjes	=	tongklank
tongkus	noun	zoen waarbij de tongen elkaar aanraken
tongkusje	=	tongkus
tongkusjes	=	tongkus
tongkussen	=	tongkus
tongorchis	noun	een geslacht Serapias van terrestrische orchideeën die voornamelijk in het Middellandse Zeegebied voorkomen.
tongorchisje	=	tongorchis
tongorchisjes	=	tongorchis
tongorchissen	=	tongorchis
tongpiercing	noun	piercing door de tong
tongpiercings	=	tongpiercing
tongpiercinkje	=	tongpiercing
tongpiercinkjes	=	tongpiercing
tongpunt	noun	het uiteinde van de tong
tongpunten	=	tongpunt
tongpuntje	=	tongpunt
tongpuntjes	=	tongpunt
tongriem	noun	streng onder de voorkant van de tong, frenulum linguae
tongriemen	=	tongriem
tongriempje	=	tongriem
tongriempjes	=	tongriem
tongschar	noun	Microstomus kitt een straalvinnige vis uit de familie van schollen (Pleuronectidae), orde platvissen (Pleuronectiformes), die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan
tongscharren	=	tongschar
tongscharretje	=	tongschar
tongscharretjes	=	tongschar
tongspatel	noun	houten of metalen spatel die wordt gebruikt als hulpmiddel om de mond- en keelholte te inspecteren
tongspatels	=	tongspatel
tongspateltje	=	tongspatel
tongspateltjes	=	tongspatel
tongstrelend	adj	van voeding of drank dat het heel erg lekker is
tongstrelende	=	tongstrelend
tongstrelender	=	tongstrelend
tongstrelendere	=	tongstrelend
tongstrelenders	=	tongstrelend
tongstrelends	=	tongstrelend
tongstrelendst	=	tongstrelend
tongstrelendste	=	tongstrelend
tongt	=	tongen
tongval	noun	het accent waarmee iemand spreekt
tongvallen	=	tongval
tongvalletje	=	tongval
tongvalletjes	=	tongval
tongvaren	noun	bepaald soort plant, Asplenium scolopendrium uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae)
tongvarens	=	tongvaren
tongvarentje	=	tongvaren
tongvarentjes	=	tongvaren
tongvarenvretertje	noun	Psychoides verhuella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
tongvarenvretertjes	=	tongvarenvretertje
tongvormig	adj	vorm van een tong hebbend
tongvormige	=	tongvormig
tongvormiger	=	tongvormig
tongvormigere	=	tongvormig
tongvormigers	=	tongvormig
tongvormigs	=	tongvormig
tongvormigst	=	tongvormig
tongvormigste	=	tongvormig
tongwier	noun	Hypoglossum hypoglossoides een roodwier uit de familie Delesseriaceae.
tongwieren	=	tongwier
tongwiertje	=	tongwier
tongwiertjes	=	tongwier
tongworm	noun	een parasitair organisme behorend tot de subklasse Pentastomida, inzonderheid Linguatula serrata, welke laatste o.a. de neusholte van honden infesteert
tongwormen	=	tongworm
tongwormpje	=	tongworm
tongwormpjes	=	tongworm
tongzoen	noun	erotisch getinte kus waarbij de tongen van de partners elkaar raken
tongzoende	=	tongzoenen
tongzoenden	=	tongzoenen
tongzoene	=	tongzoenen
tongzoenen	verb	zoenen zodat de tongen om elkaar draaien
tongzoenend	=	tongzoenen
tongzoenende	=	tongzoenen
tongzoent	=	tongzoenen
tongzoentje	=	tongzoen
tongzoentjes	=	tongzoen
toni	=	tonus
tonic	noun	soort kleurloze, licht bittere, koolzuurhoudende frisdrank
tonica	noun	de grondtoon van een toonaard, toonsoort, toonladder
tonica's	=	tonica
tonicje	=	tonic
tonicjes	=	tonic
tonics	=	tonic
tonicum	noun	versterkend of opwekkend middel
tonicums	=	tonicum
tonig	adj	kleur- of lichtschakeringen vertonend
tonige	=	tonig
toniger	=	tonig
tonigere	=	tonig
tonigers	=	tonig
tonigs	=	tonig
tonigst	=	tonig
tonigste	=	tonig
tonijn	noun	benaming voor snelle oceaanvissen uit het geslacht Thunnus, gewild als consumptievis
tonijnen	noun	een geslacht Thunnus van oceaanvissen uit de familie van de makrelen (Scombridae).
tonijnsalade	noun	koud visgerecht dat tonijn bevat
tonijnsalades	=	tonijnsalade
tonijntje	=	tonijn
tonijntjes	=	tonijn
tonijnvisser	noun	persoon die beroepsmatig op tonijn vist
tonijnvissers	=	tonijnvisser
tonijnvissertje	=	tonijnvisser
tonijnvissertjes	=	tonijnvisser
tonisch	adj	met betrekking tot (spier)spanning
tonische	=	tonisch
tonischer	=	tonisch
tonischere	=	tonisch
tonischers	=	tonisch
tonium	noun	geologisch tijdperk met het oudste supercontinent, eerste periode van het neoproterozoïcum, van 1000 tot 720 miljoen jaar geleden
tonk	noun	tijdelijke regeling voor mensen die tijdens de coronacrisis hun woonkosten niet meer konden betalen
tonka	noun	Dipteryx odorata Dipteryx punctata een soort bloeiende boom in de vlinderbloemenfamilie
tonkabomen	=	tonkaboom
tonkaboom	noun	Dipteryx odorata Dipteryx punctata een soort bloeiende boom in de vlinderbloemenfamilie
tonkaboompje	=	tonkaboom
tonkaboompjes	=	tonkaboom
tonkeanmakaak	noun	Macaca tonkeana primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
tonkeanmakaakje	=	tonkeanmakaak
tonkeanmakaakjes	=	tonkeanmakaak
tonkeanmakaken	=	tonkeanmakaak
tonkin-ombervis	noun	Cynoscion similis een straalvinnige vissensoort uit de familie van ombervissen (Sciaenidae).
tonkin-ombervisje	=	tonkin-ombervis
tonkin-ombervisjes	=	tonkin-ombervis
tonkin-ombervissen	=	tonkin-ombervis
tonkinlangoer	noun	Trachypithecus francoisi De tonkinlangoer (Trachypithecus francoisi), ook wel Françoislangoer genoemd, is een zoogdier uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
tonkinlangoeren	=	tonkinlangoer
tonkinlangoertje	=	tonkinlangoer
tonkinlangoertjes	=	tonkinlangoer
tonkinstompneusaap	noun	Rhinopithecus avunculus een aap uit de onderfamilie van de slankapen, familie apen van de Oude Wereld
tonkinstompneusaapje	=	tonkinstompneusaap
tonkinstompneusaapjes	=	tonkinstompneusaap
tonkinstompneusapen	=	tonkinstompneusaap
tonkinstreepvleugel	noun	Actinodura souliei een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
tonkinstreepvleugelen	=	tonkinstreepvleugel
tonkinstreepvleugels	=	tonkinstreepvleugel
tonkinstreepvleugeltje	=	tonkinstreepvleugel
tonkinstreepvleugeltjes	=	tonkinstreepvleugel
tonnage	noun	het laadvermogen van een schip als inhoudsmaat, een maat die onrechtstreeks verbonden is met de kubieke meter (inhoudsmaat van ongeveer 100 kubieke voet / 2,8 m³)
tonnages	=	tonnage
tonne	=	ton
tonneau	noun	klein, licht rijtuigje met twee wielen
tonneaus	=	tonneau
tonnen	=	ton
tonnend	=	ton
tonnende	=	ton
tonner	noun	iets met een gewicht uitgedrukt in duizenden kilogrammen
tonners	=	tonner
tonnetje	=	ton
tonnetjerond	adj|informal	zeer rond, zeer dik
tonnetjeronde	=	tonnetjerond
tonnetjeronds	=	tonnetjerond
tonnetjes	=	ton
tonometrie	noun	het meten van druk (spanning)
tonrond	adj	heel erg dik; zo rond als een ton
tonronde	=	tonrond
tonronder	=	tonrond
tonrondere	=	tonrond
tonronders	=	tonrond
tonronds	=	tonrond
tonrondst	=	tonrond
tonrondste	=	tonrond
tonrondte	noun	bolling van een wegdek zodat het midden iets hoger is dan de randen
tonrondtes	=	tonrondte
tonsil	noun	lymfatische orgaan die zich aan het begin van farynx beviendt
tonsillair	adj	Betreffende de tonsil
tonsillaire	=	tonsillair
tonsillairs	=	tonsillair
tonsillectomie	noun	het chirurgisch wegnemen van de tonsillen (amandelen)
tonsillectomietje	=	tonsillectomie
tonsillectomietjes	=	tonsillectomie
tonsillectomieën	=	tonsillectomie
tonsillen	=	tonsil
tonsilletje	=	tonsil
tonsilletjes	=	tonsil
tonsillitis	noun	amandelontsteking
tonsillitissen	=	tonsillitis
tonster	noun	vrouw die turf in tonnen afmeet
tonsters	=	tonster
tonstertje	=	tonster
tonstertjes	=	tonster
tonsureer	=	tonsureren
tonsureerde	=	tonsureren
tonsureerden	=	tonsureren
tonsureert	=	tonsureren
tonsuren	=	tonsuur
tonsurere	=	tonsureren
tonsureren	verb	de kruin van het hoofd scheren
tonsurerend	=	tonsureren
tonsurerende	=	tonsureren
tonsuur	noun	de geschoren kruin van een priester
tont	=	ton
tontine	noun	lijfrente die uitbetaald wordt aan de overlevende deelnemers
tontines	=	tontine
tonus	noun	spierspanning
tonussen	=	tonus
toog	noun	ambtskleed voor misdienaars en geestelijken, soutane
toogdag	noun	dag waarop een handelaar zijn waren laat zien
toogdagen	=	toogdag
toogde	=	togen
toogden	=	togen
tooghanger	noun	iemand die vaak in het café zit
tooghangers	=	tooghanger
toogje	=	toog
toogjes	=	toog
toogpraat	noun	kletspraatjes die verteld worden tijdens informele bijeenkomsten
toogpraatje	=	toogpraat
toogpraatjes	=	toogpraat
toogt	=	togen
toogvirologen	=	toogviroloog
toogviroloog	noun	leek op het gebied van de virologie (die het vaak beter denkt te weten dan de afgestudeerde virologen)
toogvormig	adj	vorm van een toog hebbend
toogvormige	=	toogvormig
toogvormiger	=	toogvormig
toogvormigere	=	toogvormig
toogvormigers	=	toogvormig
toogvormigs	=	toogvormig
toogvormigst	=	toogvormig
toogvormigste	=	toogvormig
tooi	noun	versiersel dat dient om te tooien
tooide	=	tooien
tooiden	=	tooien
tooie	=	tooien
tooien	verb	als decoratie dienen
tooiend	=	tooien
tooiende	=	tooien
tooisel	noun	fraaie, kostbare kleding
tooisels	=	tooisel
tooit	=	tooien
tooitje	=	tooi
tooitjes	=	tooi
tool	noun	hulpmiddel dat geschikt is om een bepaald resultaat te bereiken
toolbox	noun	gereedschapskist
toolboxen	=	toolbox
toolboxje	=	toolbox
toolboxjes	=	toolbox
tools	=	tool
tooltje	=	tool
tooltjes	=	tool
toom	noun	riem of koord waarmee men een rij- of trekdier bestuurt, zowel gebruikt voor elke riem afzonderlijk, als voor beide samen.
toompje	noun	frenulum
toompjes	=	toom
toon	noun	een geluid met een bepaalde herkenbare hoogte, een trilling met een frequentie
toonaangevend	adj	tot voorbeeld strekkend, model staand
toonaangevende	=	toonaangevend
toonaangevender	=	toonaangevend
toonaangevendere	=	toonaangevend
toonaangevenders	=	toonaangevend
toonaangevends	=	toonaangevend
toonaangevendst	=	toonaangevend
toonaangevendste	=	toonaangevend
toonaard	noun	het klankkarakter van een toonladder
toonaarden	=	toonaard
toonaardje	=	toonaard
toonaardjes	=	toonaard
toonafstand	noun	afstand tussen opeenvolgende tonen
toonafstanden	=	toonafstand
toonarm	noun	beweegbare staaf van een platenspeler waaraan de naald zit die de groeven van een grammofoonplaat aftast
toonarmen	=	toonarm
toonarmpje	=	toonarm
toonarmpjes	=	toonarm
toonbaar	adj	dat iets in het opebaar getoond kan worden
toonbaarder	=	toonbaar
toonbaardere	=	toonbaar
toonbaarders	=	toonbaar
toonbaars	=	toonbaar
toonbaarst	=	toonbaar
toonbaarste	=	toonbaar
toonbank	noun	een winkeltafel waarop waren worden getoond en afgerekend
toonbanken	=	toonbank
toonbankje	=	toonbank
toonbankjes	=	toonbank
toonbankwinkel	noun	zaak waar een verkoper de klanten van achter een toonbank bedient
toonbankwinkels	=	toonbankwinkel
toonbankwinkeltje	=	toonbankwinkel
toonbankwinkeltjes	=	toonbankwinkel
toonbare	=	toonbaar
toonbeeld	noun	een goed voorbeeld; een typisch voorbeeld
toonbeelden	=	toonbeeld
toonbeeldje	=	toonbeeld
toonbeeldjes	=	toonbeeld
toondag	noun	kijkdag
toondagen	=	toondag
toondagje	=	toondag
toondagjes	=	toondag
toonde	=	tonen
toondemper	noun	geluidsdemper
toondempers	=	toondemper
toonden	=	tonen
toonder	noun	iemand die iets kan laten zien (bijv. bezit van waardepapieren)
toonders	=	toonder
toondicht	noun	muzikale compositie
toondichten	=	toondicht
toondichter	noun	componist
toondichteres	=	toondichter
toondichters	=	toondichter
toondichtertje	=	toondichter
toondichtje	=	toondicht
toondichtjes	=	toondicht
toondoof	adj	niet in staat om klanken als muziek te herkennen
toondoofs	=	toondoof
toondoofst	=	toondoof
toondoofste	=	toondoof
toondove	=	toondoof
toondover	=	toondoof
toondovere	=	toondoof
toondovers	=	toondoof
tooneel	=	toneel
toonen	=	tonen
toonfrequent	adj	betrekking hebbend op voor de mens hoorbare frequenties (geluid)
toonfrequente	=	toonfrequent
toonfrequentie	noun	frequentie van hoorbare toon d.w.z. tussen 15 Hz en 20 kHz
toonfrequenties	=	toonfrequentie
toonfrequentietje	=	toonfrequentie
toonfrequentietjes	=	toonfrequentie
toonfrequents	=	toonfrequent
toonfysiologie	noun	leer van de reactie van organen op akoestische indrukken
toongaatje	=	toongat
toongaatjes	=	toongat
toongat	noun	elk van de gaten waarmee tijdens het spelen de toonhoogte bepaald kan worden
toongaten	=	toongat
toongenerator	noun	apparaat voor het opwekken van een wisselspanning in het hoorbare frequentiegebied (20 - 20 kHz)
toongeneratoren	=	toongenerator
toongenerators	=	toongenerator
toongeneratortje	=	toongenerator
toongeneratortjes	=	toongenerator
toongeslacht	noun	het klankkarakter van een toonladder, "majeur" of "mineur"
toongeslachten	=	toongeslacht
toongeslachtje	=	toongeslacht
toongeslachtjes	=	toongeslacht
toongevend	adj	betreffende personen, bedrijven of organisaties die de toon aangeven, de maatstaf zijn en richting geven aan ontwikkelingen, vaak gezien als de top in hun sector.
toongevende	=	toongevend
toongevender	=	toongevend
toongevendere	=	toongevend
toongevenders	=	toongevend
toongevends	=	toongevend
toongevendst	=	toongevend
toongevendste	=	toongevend
toonhaai	noun	bepaald soort zeevis, Mustelus mustelus, een haai van ongeveer 1 meter lengte, met een gladde grijs met wit gevlekte huid
toonhaaien	=	toonhaai
toonhaaitje	=	toonhaai
toonhaaitjes	=	toonhaai
toonhoogte	noun	de frequentie van de grondtoon van een geluidssignaal
toonhoogten	=	toonhoogte
toonhoogtes	=	toonhoogte
toonkamer	noun	een zaal waarin koopwaar tentoongesteld staat
toonkamers	=	toonkamer
toonkamertje	=	toonkamer
toonkamertjes	=	toonkamer
toonkast	noun	etalage, uitstalkast, uitstalraam, vitrine, winkelraam
toonkasten	=	toonkast
toonkunst	noun	in algemene zin muziek, een vorm van kunst waarin gevoelens bij de luisteraar worden aangesproken door middel van een betekenisvolle opeenvolging van geluiden
toonkunsten	=	toonkunst
toonkunstenaar	noun	iemand die de toonkunst beoefent, componist of musicus
toonkunstenaars	=	toonkunstenaar
toonkunstenaartje	=	toonkunstenaar
toonladder	noun	een volgens bepaald schema stijgende of dalende opeenvolging van tonen binnen een octaaf
toonladders	=	toonladder
toonladdertje	=	toonladder
toonladdertjes	=	toonladder
toonloos	adj	zonder nadruk of duidelijke nuancering in het stemgeluid
toonloost	=	toonloos
toonlooste	=	toonloos
toonloze	=	toonloos
toonlozer	=	toonloos
toonlozere	=	toonloos
toonlozers	=	toonloos
toonnaam	noun	de aanduiding van een muziektoon
toonnaampje	=	toonnaam
toonnaampjes	=	toonnaam
toonnamen	=	toonnaam
toonneel	=	toneel
toonomvang	noun	het spectrum van tonen dat een stem of instrument kan voortbrengen
toonomvangen	=	toonomvang
toonplicht	noun	wettelijke verplichting tot het tonen van een identificatiebewijs
toonplichten	=	toonplicht
toonregelaar	noun	een audioapparaat dat een of meerdere frequentiegebieden (banden) van het signaal versterkt of verzwakt, opdat de balans tussen de banden, en dus de klankkleur, naar wens kan worden aangepast
toonregelaars	=	toonregelaar
toonregelaartje	=	toonregelaar
toonregelaartjes	=	toonregelaar
toonschaal	noun	een volgens bepaald schema stijgende of dalende opeenvolging van tonen binnen een octaaf
toonschaaltje	=	toonschaal
toonschaaltjes	=	toonschaal
toonschalen	=	toonschaal
toonsleutel	noun	symbool aan het begin van de notenbalk die aangeeft welke toon bij welke lijn op die notenbalk hoort
toonsleutels	=	toonsleutel
toonsoort	noun	een stelsel van toonafstanden dat gebruikt wordt in een muziekstuk
toonsoorten	=	toonsoort
toonsoortje	=	toonsoort
toonsoortjes	=	toonsoort
toonstelsel	noun	de verzameling en ordening van alle gebruikte tonen
toonstelsels	=	toonstelsel
toonstelseltje	=	toonstelsel
toonstelseltjes	=	toonstelsel
toonsterkte	noun	sterkte van de tonen, in akoestische of dynamische zin
toonsterkten	=	toonsterkte
toonsterktes	=	toonsterkte
toonsysteem	noun	toonstelsel
toonsysteempje	=	toonsysteem
toonsysteempjes	=	toonsysteem
toonsystemen	=	toonsysteem
toont	=	tonen
toontaal	noun	taal waarin gelijke woorden van elkaar worden onderscheiden door toonhoogteverschillen
toontaaltje	=	toontaal
toontaaltjes	=	toontaal
toontalen	=	toontaal
toontje	=	toon
toontjes	=	toon
toontrap	noun	naam voor een functie of akkoord in een akkoordreeks
toontrapje	=	toontrap
toontrapjes	=	toontrap
toontrappen	=	toontrap
toonval	noun	de wijze waarop men een klank ten gehore brengt; de muziek van een taal; de intonatie en het ritme
toonvallen	=	toonval
toonvast	adj	de juiste toon houdend
toonvaste	=	toonvast
toonvaster	=	toonvast
toonvastere	=	toonvast
toonvasters	=	toonvast
toonvasts	=	toonvast
toonvastst	=	toonvast
toonvastste	=	toonvast
toonzaal	noun	showroom, toonkamer
toonzaaltje	=	toonzaal
toonzaaltjes	=	toonzaal
toonzalen	=	toonzaal
toonzet	=	toonzetten
toonzette	=	toonzetten
toonzetten	verb	componeren
toonzettend	=	toonzetten
toonzettende	=	toonzetten
toonzetter	noun	componist
toonzetters	=	toonzetter
toonzetting	noun	compositie
toonzettingen	=	toonzetting
toorn	noun	hevige boosheid
toornde	=	toornen
toornden	=	toornen
toorne	=	toornen
toornen	verb	ergens aan toornen: iets zodanig veranderen dat het beschadigd kan raken
toornend	=	toornen
toornende	=	toornen
toornig	adj	in woede ontstoken
toornige	=	toornig
toorniger	=	toornig
toornigere	=	toornig
toornigers	=	toornig
toornigs	=	toornig
toornigst	=	toornig
toornigste	=	toornig
toornslangachtigen	noun	een familie Colubridae van slangen
toornslangen	noun	een geslacht Coluber van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae).
toornt	=	toornen
toorts	noun	houten stok die aan de bovenkant in een brandbare stof gedrenkt is, brandend zorgt het voor verlichting
toortsaardvlo	noun	Longitarsus tabidus een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
toortsaardvlooien	=	toortsaardvlo
toortsaardvlooitje	=	toortsaardvlo
toortsaardvlooitjes	=	toortsaardvlo
toortsen	=	toorts
toortsgitje	noun	Cheilosia aerea een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
toortsgitjes	=	toortsgitje
toortsgootschild	noun	Emblethis verbasci een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
toortsgootschilden	=	toortsgootschild
toortsgootschildje	=	toortsgootschild
toortsgootschildjes	=	toortsgootschild
toortsje	=	toorts
toortsjes	=	toorts
toortslicht	noun	het licht van een brandende toorts of fakkel
toortslichten	=	toortslicht
toortsmot	noun	Paratalanta hyalinalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
toortsmotje	=	toortsmot
toortsmotjes	=	toortsmot
toortsmotten	=	toortsmot
toortsparelmoervlinder	noun	Melitaea trivia een vlinder uit de familie Nymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders).
toortsparelmoervlinders	=	toortsparelmoervlinder
toortsparelmoervlindertje	=	toortsparelmoervlinder
toortsparelmoervlindertjes	=	toortsparelmoervlinder
toortsschildwants	noun	Holcostethus sphacelatus een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
toortsschildwantsen	=	toortsschildwants
toortsschildwantsje	=	toortsschildwants
toortsschildwantsjes	=	toortsschildwants
toost	noun	heilwens die direct na het uitspreken wordt bekrachtigd door het samen nuttigen van een slok – meestal alcoholische – drank
tooste	=	toosten
toosten	verb	een heildronk uitbrengen, op iets of iemand drinken
toostend	=	toosten
toostende	=	toosten
tooster	noun	iemand die een heildronk uitbrengt
toosters	=	tooster
toostje	=	toost
toostjes	=	toost
toostte	=	toosten
toostten	=	toosten
toot	noun	spits toelopend einde
tooten	verb	een bericht plaatsen op het microblog platform Mastodon
tootend	=	tooten
tootje	=	toot
tootjes	=	toot
toots	=	toot
tootte	=	tooten
tooveren	=	toveren
top	noun	hoogste punt, (bovenste) uiteinde	intj	ik stem toe!
top-down	adj	van boven naar beneden; van machtscentrum naar ondergeschikten
top-downs	=	top-down
topaanbieding	noun	een product of dienst dat tegen een uitzonderlijk gunstige prijs wordt aangeboden, vaak met een hoge korting of een extra voordeel.
topaanbiedingen	=	topaanbieding
topaanbiedinkje	=	topaanbieding
topaanbiedinkjes	=	topaanbieding
topaas	noun	mineraal met de chemische formule Al₂SiO₄(OH,F)₂, een hydroxy- en fluorhoudend aluminium-nesosilicaat, dat als edelsteen wordt gebruikt
topaasje	=	topaas
topaasjes	=	topaas
topaaskolibrie	noun	Topaza pella een vrij grote soort uit de familie van de kolibries (Trochilidae) voorkomend in het woud van Zuid-Amerika. ('pella' is de geboorteplaats van Alexander de Grote)
topaaskolibries	noun	een geslacht Topaza van vogels uit de familie kolibries (Trochilidae) en de onderfamilie Florisuginae.
topaaskolibrietje	=	topaaskolibrie
topaaskolibrietjes	=	topaaskolibrie
topacteur	noun	meestal mannelijk persoon die algemeen beschouwd heel goed kan acteren en in veel films of toneelstukken heeft gespeeld
topacteurs	=	topacteur
topacteurtje	=	topacteur
topacteurtjes	=	topacteur
topactrice	noun	vrouwelijk persoon die algemeen beschouwd heel goed kan acteren en in veel films of toneelstukken heeft gespeeld
topactrices	=	topactrice
topactricetje	=	topactrice
topactricetjes	=	topactrice
topadviseur	noun	adviseur van het hoogste niveau
topadviseurs	=	topadviseur
topadviseurtje	=	topadviseur
topadviseurtjes	=	topadviseur
topagent	noun	een zeer belangrijke (geheim)agent
topagenten	=	topagent
topagentje	=	topagent
topagentjes	=	topagent
topambtenaar	noun	ambtenaar van zeer hoge of de hoogste rang
topambtenaars	=	topambtenaar
topambtenaartje	=	topambtenaar
topambtenaartjes	=	topambtenaar
topambtenaren	=	topambtenaar
topazen	adj	met topaas vervaardigd
topbaan	noun	een hele goede baan
topbaantje	=	topbaan
topbaantjes	=	topbaan
topbanen	=	topbaan
topbankier	noun	een belangrijke baas van een bank; baas van een belangrijke bank
topbankiers	=	topbankier
topbestuurder	noun	Bestuurder aan de top van een bedrijf of organisatie.
topbestuurders	=	topbestuurder
topbestuurdertje	=	topbestuurder
topbestuurdertjes	=	topbestuurder
topblad	noun	het bovenste blad
topbladen	=	topblad
topbladeren	=	topblad
topbladroller	noun	Cnephasia longana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
topbladrollers	=	topbladroller
topbladrollertje	=	topbladroller
topbladrollertjes	=	topbladroller
topchef	noun	zeer goede, bekende kok
topchefs	=	topchef
topclub	noun	sportvereniging die heel goede sportprestaties levert
topclubje	=	topclub
topclubjes	=	topclub
topclubs	=	topclub
topcompetitie	noun	reeks wedstrijden tussen verschillende topclubs
topcompetities	=	topcompetitie
topconditie	noun	een hele goede lichamelijke toestand
topcondities	=	topconditie
topconferentie	noun	conferentie van belangrijke personen, in het bijzonder een vergadering van staatshoofden
topconferenties	=	topconferentie
topcrimineel	noun	een crimineel die hoog op de opsporingslijst van de politie staat
topcriminelen	=	topcrimineel
topdag	noun	een hele drukke dag
topdagen	=	topdag
topdagje	=	topdag
topdagjes	=	topdag
topdorp	noun	vitaal dorp met veel voorzieningen en veel jonge gezinnen
topdorpen	=	topdorp
topdrukte	noun	periode met de grootste drukte
topdruktes	=	topdrukte
topduel	noun	heel belangrijke sportwedstrijd tussen twee sterke deelnemers of ploegen
topduellen	=	topduel
topduels	=	topduel
topduif	noun	een postduif met uitzonderlijk goede kwaliteiten
topduiven	=	topduif
topduo	noun	twee sporters, muzikanten of andere personen die samen heel goed presteren
topduo's	=	topduo
topeconomen	=	topeconoom
topeconoom	noun	iemand met bijzonder veel kennis van zake van de economie
topfavoriet	noun	iemand van wie algemeen wordt gedacht dat hij een wedstrijd o.i.d. zal winnen
topfavorieten	=	topfavoriet
topfavorietje	=	topfavoriet
topfavorietjes	=	topfavoriet
topfiguren	=	topfiguur
topfiguur	noun	leidende persoon; heel belangrijke persoon binnen een groep
topfiguurtje	=	topfiguur
topfiguurtjes	=	topfiguur
topfilm	noun	heel belangrijke film; heel goede film; film die door veel mensen gezien wordt
topfilms	=	topfilm
topfit	adj	heel erg fit, een hele goede conditie hebben
topfits	=	topfit
topfitte	=	topfit
topfunctie	noun	leidinggevende functie op het hoogste niveau
topfuncties	=	topfunctie
topfunctietje	=	topfunctie
topfunctietjes	=	topfunctie
topfunctionaris	noun	functionaris van de hoogste rang in een grote onderneming, NGO of overheidsorganisatie.
topfunctionarissen	=	topfunctionaris
topgeheim	noun	iets wat heel erg geheim is en maar door enkelen geweten mag worden
topgeheime	=	topgeheim
topgeheimen	=	topgeheim
topgeheims	=	topgeheim
topgevel	noun	in een punt naar de top uitlopende gevel
topgevels	=	topgevel
topgeveltje	=	topgevel
topgeveltjes	=	topgevel
topgroep	noun	een verzameling bestaande uit de besten
topgroepen	=	topgroep
tophit	noun	veel verkocht, veel gespeeld, populair lied, boek of film
tophitje	=	tophit
tophitjes	=	tophit
tophits	=	tophit
tophoek	noun	de bovenste hoek van een zeil (op een zeilboot)
tophoeken	=	tophoek
tophoekje	=	tophoek
tophoekjes	=	tophoek
topic	noun	het onderwerp van gesprek
topica	noun	leer van het opzetten van een redevoering of verhandeling
topicje	=	topic
topicjes	=	topic
topics	=	topic
topinamboer	noun	benaming voor vaste planten uit het geslacht Helianthus
topinamboers	=	topinamboer
topinambour	=	topinamboer
topinambur	=	topinamboer
topinkomen	noun	zeer hoog inkomen (verdiend door de 'top' van het bedrijfsleven)
topinkomens	=	topinkomen
topinkomentje	=	topinkomen
topinkomentjes	=	topinkomen
topisch	adj	plaatselijk
topische	=	topisch
topjaar	noun	een heel goed jaar
topjaren	=	topjaar
topje	=	top
topjes	=	top
topjudo	noun	het hoogste niveau van de judosport
topkam	noun	onderdeel aan de bovenkant van de toets, waar de snaren vanaf de toets naar de stemschroeven of stemmechanieken lopen, met als doel het handhaven van de onderlinge afstanden tussen de snaren, en de afstand tussen toets en snaren
topkammen	=	topkam
topklasse	noun	hoogste niveau van het amateurvoetbal in Nederland
topklassen	=	topklasse
topkok	noun	een hele goede kok; een van de beste koks
topkoks	=	topkok
topkring	noun	verticale cirkel die door het zenit van de waarnemer gaat
topkringen	=	topkring
topkringetje	=	topkring
topkringetjes	=	topkring
topkruis	noun	op hoogste punt aangebracht teken bestaande uit een verticale balk met een dwarsbalk waarvan de delen die opzij uitsteken even lang zijn en niet korter dan het deel van de verticale balk dat boven hen uitsteekt
topkruisen	=	topkruis
topkruisje	=	topkruis
topkruisjes	=	topkruis
topkruizen	=	topkruis
topkwaliteit	noun	iets dat in zijn soort het allerbeste is
topkwaliteiten	=	topkwaliteit
toplaag	noun	de bovenste laag van iets dat uit verschillende lagen bestaat
toplaagje	=	toplaag
toplaagjes	=	toplaag
toplagen	=	toplaag
topland	noun	een land dat heel goede sportprestaties levert
toplanden	=	topland
toplandje	=	topland
toplandjes	=	topland
topleiding	noun	hoogste leiding.
topleidingen	=	topleiding
topleidinkje	=	topleiding
topleidinkjes	=	topleiding
topless	adj	zonder bovenkleding, met naakt bovenlijf
toplieden	=	topman
topliga	noun	groep waar de allerbesten (sporters, sportclubs, professionals e.d.) lid van zijn
topliga's	=	topliga
toplijn	noun	groep van producten met de alleerbeste kwaliteit
toplijnen	=	toplijn
toplijntje	=	toplijn
toplijntjes	=	toplijn
toplocatie	noun	een heel gunstige plaats; de beste plek
toplocaties	=	toplocatie
toplui	=	topman
topman	noun	iemand met veel zeggenschap in een grote onderneming, NGO of overheidsorganisatie.
topmanagement	noun	de bedrijfsleiding van een organisatie, de verzameling topmanagers
topmanager	noun	bestuurder aan de top van een bedrijf die zich bezig zou moeten houden met de ontwikkeling van organisatiedoelen en de bepaling van de wegen die de organisatie in zou moeten slaan (maar meestal meer aandacht besteed aan het vullen van de eigen zak)
topmanagers	=	topmanager
topmannen	=	topman
topmannetje	=	topman
topmannetjes	=	topman
topmasteropleiding	noun	een masterstudie die door onafhankelijke kwaliteitsbeoordelaars, zoals de Keuzegids, wordt aangemerkt als een opleiding van uitzonderlijk hoge kwaliteit.
topmasteropleidingen	=	topmasteropleiding
topmasteropleidinkje	=	topmasteropleiding
topmasteropleidinkjes	=	topmasteropleiding
topmensen	noun	leidinggevende personen van een groot bedrijf of organisatie
topmerk	noun	een specifiek teken op de top van een boei
topmerken	=	topmerk
topmilitair	noun	iemand die een van de hoogste leidinggevende functies in de krijgsmacht vervult
topmilitairen	=	topmilitair
topmodel	noun	bekend fotomodel
topmodellen	=	topmodel
topmodelletje	=	topmodel
topmodelletjes	=	topmodel
topniveau	noun	van de hoogste klasse, het neusje van de zalm, het beste van het beste
topniveaus	=	topniveau
topo	=	topografie
topograaf	noun	een persoon die geografische gegevens ter plaatse -in het terrein- inwint, verifieert en vastlegt
topograafje	=	topograaf
topograafjes	=	topograaf
topografen	=	topograaf
topografie	noun	de studie van de beschrijving van kenmerken van plaatsen en gebieden
topografietje	=	topografie
topografieën	=	topografie
topografisch	adj	verband houdend met de nauwkeurige beschrijving van een gebied
topografische	=	topografisch
topografischer	=	topografisch
topografischere	=	topografisch
topografischers	=	topografisch
topographie	=	topografie
topoi	=	topos
topologie	noun	relatie tussen het voorliggend deel van de baby bij de bevalling in het geboortekanaal
topologieën	=	topologie
topologisch	adj	met betrekking tot de topologie (eigenschappen van de ruimte, die bewaard blijven bij continue vervorming)
topologische	=	topologisch
topologischer	=	topologisch
topologischere	=	topologisch
topologischers	=	topologisch
toponderhandelaar	noun	onderhandelaar met de allerhoogste bevoegdheden
toponderhandelaars	=	toponderhandelaar
toponderhandelaren	=	toponderhandelaar
toponderzoeker	noun	zeer kundige en beroemde wetenschapper
toponderzoekers	=	toponderzoeker
toponiem	noun	een eigennaam die een geografisch begrip benoemt
toponiemen	=	toponiem
toponiempje	=	toponiem
toponiempjes	=	toponiem
topontmoeting	noun	bijeenkomst van belangrijke leiders
topontmoetingen	=	topontmoeting
toponymie	noun	de studie van geografische namen
toponymisch	adj	betrekking hebbend op de toponymie
toponymische	=	toponymisch
toponymischer	=	toponymisch
toponymischere	=	toponymisch
toponymischers	=	toponymisch
topopleiding	noun	kwaliteitszegel dat wordt toegekend aan bachelor- of masteropleidingen in het Nederlandse hoger onderwijs (hbo en wo) die uitblinken in kwaliteit.
topopleidingen	=	topopleiding
topopleidinkje	=	topopleiding
topopleidinkjes	=	topopleiding
topos	noun	een stijlfiguur, waarbij een clichésituatie of clichélocatie wordt gebruikt
toposje	=	topos
topoverleg	noun	beraad op het hoogste niveau
topoverleggen	=	topoverleg
toppe	=	toppen
toppen	verb	een plant besnoeien door de groeitoppen te verwijderen
toppend	=	toppen
toppende	=	toppen
topper	noun	succesnummer
toppereend	noun	Aythya marila een duikeend uit de familie van Anatidae (Eendachtigen) die in Noord-Europa broedt en aan de Nederlandse kust en op het IJsselmeer overwintert
toppereenden	=	toppereend
toppereendje	=	toppereend
toppers	=	topper
toppertje	=	topper
toppertjes	=	topper
toppie	noun|informal	benaming voor eenvoudige petten en hoeden	intj	drukt enthousiaste instemming uit
toppies	=	toppie
topping	noun	garneersel voor eten (pizza, salade, ijs)
toppings	=	topping
topploeg	noun	een heel goed presterende sportploeg; de best presterende sportploeg
topploegen	=	topploeg
topploegje	=	topploeg
topploegjes	=	topploeg
toppositie	noun	de hoogste of eerste plaats bekleden in een rangorde
topposities	=	toppositie
topprestatie	noun	uitstekend resultaat van een inspanning
topprestaties	=	topprestatie
topprioriteit	noun	iets dat van groter belang is dan alle andere zaken en daarom voorrang krijgt boven alle andere zaken
topprioriteiten	=	topprioriteit
toppunt	noun	hoogste punt
toppunten	=	toppunt
toprijder	noun	sporter die heel snel kan rijden in een raceauto of op een motorfiets
toprijders	=	toprijder
toprijdertje	=	toprijder
toprijdertjes	=	toprijder
tops	adj	naar boven toe smaller wordend
topsalaris	noun	een salaris dat als erg hoog wordt beschouwd
topsalarisje	=	topsalaris
topsalarisjes	=	topsalaris
topsalarissen	=	topsalaris
topschaar	noun	tuingereedschap dat bestaat uit een schaar aan een lange stok die door middel van een koordje wordt bewogen
topschaartje	=	topschaar
topschaartjes	=	topschaar
topscharen	=	topschaar
topschutter	noun	sporter die veel doelpunten maakt
topschutters	=	topschutter
topschuttertje	=	topschutter
topschuttertjes	=	topschutter
topscoorder	noun	degene die de meeste doelpunten maakt
topscoorders	=	topscoorder
topscoorderslijst	noun	een ranglijst waarop sporters staan die de meeste doelpunten of punten hebben gescoord in een bepaalde competitie of over een specifieke periode.
topscoorderslijsten	=	topscoorderslijst
topscoorderslijstje	=	topscoorderslijst
topscoorderslijstjes	=	topscoorderslijst
topscore	noun	een hoogst behaald aantal punten bij een sport of spel
topscorer	noun	iemand die de meeste doelpunten heeft gemaakt in een wedstrijd of serie wedstrijden
topscorers	=	topscorer
topscorerslijst	noun	lijst met spelers die veel doelpunten hebben gemaakt
topscorerslijsten	=	topscorerslijst
topscorerslijstje	=	topscorerslijst
topscorerslijstjes	=	topscorerslijst
topscores	=	topscore
topse	=	tops
topsector	noun	delen van het Nederlandse bedrijfsleven die op hun gebied kunnen concurreren met de meest vooraanstaande bedrijven van de wereld en waarin veel geïnvesteerd moet worden qua onderzoek om deze positie te behouden
topsectoren	=	topsector
topsectors	=	topsector
topser	=	tops
topsere	=	tops
topsers	=	tops
topsnelheden	=	topsnelheid
topsnelheid	noun	de hoogst haalbare of toegestane snelheid
topspeler	noun	een heel belangrijke en goede speler in een team
topspelers	=	topspeler
topspelertje	=	topspeler
topspelertjes	=	topspeler
topspin	noun	draaiing van de bal in de richting waarheen de bal beweegt
topspinnertje	noun	Rhopobota naevana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
topspinnertjes	=	topspinnertje
topspins	=	topspin
topsport	noun	sport op het hoogste niveau, vaak professioneel
topsporten	=	topsport
topsporter	noun	iemand die topsport beoefent
topsporters	=	topsporter
topsportertje	=	topsporter
topsportertjes	=	topsporter
topsportje	=	topsport
topsportklimaat	noun	omstandigheden die ervoor zorgen dat sporters topprestaties kunnen leveren
topsportklimaten	=	topsportklimaat
topsportscholen	=	topsportschool
topsportschool	noun	school waar leerlingen hun secundair onderwijs kunnen combineren met intensieve opleiding en training in een bepaalde sport
topsportschooltje	=	topsportschool
topsportschooltjes	=	topsportschool
topsportster	noun	vrouw die topsport beoefent
topsportsters	=	topsportster
topsportstertje	=	topsportster
topsportstertjes	=	topsportster
topsprinter	noun	sporter die sneller op de korte afstand is dan de meeste andere sporters
topsprinters	=	topsprinter
topst	=	tops
topste	=	tops
topstuk	noun	bovenste deel van een gevel
topstukje	=	topstuk
topstukjes	=	topstuk
topstukken	=	topstuk
topt	=	toppen
toptalent	noun	iemand die ergens een zeer grote aanleg voor heeft
toptalenten	=	toptalent
toptalentje	=	toptalent
toptalentjes	=	toptalent
toptarief	noun	hoogste bedrag dat men per eenheid moet betalen
toptarieven	=	toptarief
topte	=	toppen
topteam	noun	de beste groep van met elkaar samenwerkende mensen
topteams	=	topteam
topten	=	toppen
toptennisser	noun	een hele goede tennisser
toptennissers	=	toptennisser
toptennissertje	=	toptennisser
toptennissertjes	=	toptennisser
toptienboek	noun	een boek dat erg populair is bij het publiek en door hoge verkoopcijfers een succes is
toptienboeken	=	toptienboek
toptienboekje	=	toptienboek
toptienboekjes	=	toptienboek
toptijd	noun	snelste tijd; heel goede tijd
toptijden	=	toptijd
toptrio	noun	de beste groep met drie leden
toptrio's	=	toptrio
topuniversiteit	noun	instelling waar men zeer goed academisch onderwijs geeft en waar belangrijk onderzoek wordt verricht
topuniversiteiten	=	topuniversiteit
topverkoopster	=	topverkoper
topverkoper	noun	persoon die heel veel verkoopt; iemand die meer verkoopt dan andere verkopers
topverkopers	=	topverkoper
topverkopertje	=	topverkoper
topverkopertjes	=	topverkoper
topverslaggever	noun	journalist die de beste is op een bepaald gebied
topverslaggevers	=	topverslaggever
topvoetbal	noun	voetbal op het hoogste niveau
topvorm	noun	een heel goede lichamelijke of geestelijke conditie
topvrouw	noun	vrouwelijke leidinggevende op het hoogste niveau in een organisatie
topvrouwen	=	topvrouw
topvrouwtje	=	topvrouw
topvrouwtjes	=	topvrouw
topwedstrijd	noun	heel belangrijke wedstrijd
topwedstrijden	=	topwedstrijd
topweek	noun	belangrijke of belangrijkste periode van 7 dagen; een periode van 7 dagen met veel successen
topweekje	=	topweek
topweekjes	=	topweek
topweken	=	topweek
topwerk	noun	een belangrijk of heel goed kunstwerk
topwerken	=	topwerk
topwerkje	=	topwerk
topwerkjes	=	topwerk
topwetenschapper	noun	iemand die door het uitvoeren van stelselmatig onderzoek tot de meest kundigen van zijn vakgebied wordt gerekend
topwetenschappers	=	topwetenschapper
topwijn	noun	een wijn van uitzonderlijk goede kwaliteit
topwijnen	=	topwijn
topwijntje	=	topwijn
topwijntjes	=	topwijn
topzadel	noun	onderdeel aan de bovenkant van de toets, waar de snaren vanaf de toets naar de stemschroeven of stemmechanieken lopen, met als doel het handhaven van de onderlinge afstanden tussen de snaren, en de afstand tussen toets en snaren
topzadels	=	topzadel
topzeil	noun	bovenste zeil aan een mast
topzeilen	=	topzeil
topzwaar	adj	met een hoog gelegen zwaartepunt waardoor iets makkelijk kan omvallen of kapseizen
topzwaarder	=	topzwaar
topzwaardere	=	topzwaar
topzwaarders	=	topzwaar
topzwaars	=	topzwaar
topzwaarst	=	topzwaar
topzwaarste	=	topzwaar
topzware	=	topzwaar
topzwemmer	noun	sporter die heel goed en snel kan zwemmen
topzwemmers	=	topzwemmer
topzwemmertje	=	topzwemmer
topzwemmertjes	=	topzwemmer
toque	noun	ronde baret haast zonder rand
toques	=	toque
tor	noun	benaming voor insecten uit de orde Coleoptera waarvan de vleugels gewoonlijk schuilgaan onder stevige dekbladen
tora	noun	een exemplaar van de Tora
tora's	=	tora
tora-hartenbeest	noun	een ondersoort Alcelaphus buselaphus tora van het hartenbeest, die voorkomt in Eritrea en Ethiopië.
tora-hartenbeesten	=	tora-hartenbeest
tora-hartenbeestje	=	tora-hartenbeest
tora-hartenbeestjes	=	tora-hartenbeest
torahartenbeest	noun	een ondersoort Alcelaphus buselaphus tora van het hartenbeest, voorkomend in Eritrea en Ethiopië en mogelijk uitgestorven in Soedan
torahartenbeesten	=	torahartenbeest
torahartenbeestje	=	torahartenbeest
torahartenbeestjes	=	torahartenbeest
tordeer	=	torderen
tordeerde	=	torderen
tordeerden	=	torderen
tordeert	=	torderen
tordere	=	torderen
torderen	verb	Draaien zodat er een spiraalvorm ontstaat.
torderend	=	torderen
torderende	=	torderen
toreador	noun	stierenvechter
toreadores	=	toreador
toreadorretje	=	toreador
toreadorretjes	=	toreador
toreadors	=	toreador
toren	noun	een smal hoog bouwwerk
torenbouw	noun	het maken van een hoog smal gebouw
torende	=	torenen
torenden	=	torenen
torene	=	torenen
torenen	verb	als een toren oprijzen
torenend	=	torenen
torenende	=	torenen
torenflat	noun	flatgebouw in torenvorm
torenflatje	=	torenflat
torenflats	=	torenflat
torenhoge	=	torenhoog
torenhoog	adj	heel erg hoog, zo hoog als een toren
torenhoogs	=	torenhoog
torenkamer	noun	een kamer die hoog in een toren (van een kasteel) is gelegen
torenkamers	=	torenkamer
torenkamertje	=	torenkamer
torenkamertjes	=	torenkamer
torenkasteel	noun	een kasteel dat alleen of hoofdzakelijk bestaat uit een enkele toren
torenkasteeltje	=	torenkasteel
torenkasteeltjes	=	torenkasteel
torenkastelen	=	torenkasteel
torenklok	noun	Klok in een toren.
torenklokje	=	torenklok
torenklokjes	=	torenklok
torenklokken	=	torenklok
torenkopje	noun	Savignia frontata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
torenkopjes	=	torenkopje
torenkruid	noun	Turritis glabra (syn: Arabis glabra) een winterharde, tweejarige plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
torenkruiden	=	torenkruid
torenkruidje	=	torenkruid
torenkruidjes	=	torenkruid
torenrasp	noun	een multifunctionele, rechtopstaande keukenrasp met meerdere snijvlakken
torenraspen	=	torenrasp
torenraspje	=	torenrasp
torenraspjes	=	torenrasp
torens	=	toren
torenscheefkelk	noun	Arabis turrita een overblijvende plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae), die vooral voorkomt in het westelijk Middellandse Zeegebied
torenscheefkelken	=	torenscheefkelk
torenscheefkelkje	=	torenscheefkelk
torenscheefkelkjes	=	torenscheefkelk
torenspits	noun	het bovenste, scherpe deel van een (kerk)toren
torenspitsen	=	torenspits
torenspitsje	=	torenspits
torenspitsjes	=	torenspits
torent	=	torenen
torentje	=	toren
torentjes	=	toren
torentjesoverleg	noun	beraad op het kantoor van de minister president van Nederland waarbij vertegenwoordigers van de coalitiepartijen betrokken zijn
torentjesoverleggen	=	torentjesoverleg
torenuil	noun	Tyto alba uil die in torens leeft
torenuilen	=	torenuil
torenuiltje	=	torenuil
torenvalk	noun	meest algemene Europese valk die vaak in nestkasten en gebouwen nestelt, Falco tinnunculus
torenvalken	=	torenvalk
torenvalkje	=	torenvalk
torenvalkjes	=	torenvalk
torero	noun	stierenvechter
torero's	=	torero
torerootje	=	torero
torerootjes	=	torero
tori	noun	verslag van een beleefde of verzonnen gebeurtenis
tori's	=	tori
torinstinct	noun	talent om doelpunten te maken
torinstincten	=	torinstinct
torisch	adj	op een torus betrekking hebbend
torische	=	torisch
torkruid	noun	een geslacht Oenanthe van kruidachtige planten uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae)
torkruiden	=	torkruid
torkruidhaantje	noun	Prasocuris phellandrii een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
torkruidhaantjes	=	torkruidhaantje
torkruidje	=	torkruid
torkruidjes	=	torkruid
torkruidplatlijfje	noun	Depressaria ultimella een vlinder uit de familie van de grasmineermotten (Elachistidae).
torkruidplatlijfjes	=	torkruidplatlijfje
torment	noun	iets dat pijn doet, leed toebrengt
tormenteer	=	tormenteren
tormenteerde	=	tormenteren
tormenteerden	=	tormenteren
tormenteert	=	tormenteren
tormenten	=	torment
tormentere	=	tormenteren
tormenteren	verb	iets of iemand kwellen of martelen
tormenterend	=	tormenteren
tormenterende	=	tormenteren
tormentil	noun	Potentilla erecta een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae).
tormentille	=	tormentil
tormentilmineermot	noun	Stigmella poterii een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
tormentilmineermotje	=	tormentilmineermot
tormentilmineermotjes	=	tormentilmineermot
tormentilmineermotten	=	tormentilmineermot
tormentilzandbij	noun	Andrena tarsata een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
tormentilzandbijen	=	tormentilzandbij
tormentilzandbijtje	=	tormentilzandbij
tormentilzandbijtjes	=	tormentilzandbij
torn	noun	losgetornde naad
tornado	noun	een draaiende, trechtervormige uitstulping onder een wolk tijdens een onweersbui
tornado's	=	tornado
tornadootje	=	tornado
tornadootjes	=	tornado
tornadovorming	noun	het ontstaan van wervelwinden
tornde	=	tornen
tornden	=	tornen
torne	=	tornen
tornen	verb	herhaald tussen de steken doorknippen van een draad waarmee iets vastgenaaid zit
tornend	=	tornen
tornende	=	tornen
tornmes	noun	mesje waarmee je gestikte naden kunt losmaken zonder de stof of het leer te beschadigen
tornmesje	=	tornmes
tornmesjes	=	tornmes
tornmessen	=	tornmes
tornooi	noun	georganiseerde reeks wedstrijden waarin ploegen of individuele spelers het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden.
tornooiboek	noun	een boek, programma of verzameling die informatie bevat over een toernooi of een reeks toernooien
tornooiboeken	=	tornooiboek
tornooiboekje	=	tornooiboek
tornooiboekjes	=	tornooiboek
tornooien	=	tornooi
tornooileiding	noun	een persoon of een groep van personen die verantwoordelijk is voor de organisatie en het verloop van een toernooi, een georganiseerde reeks wedstrijden.
tornooileidingen	=	tornooileiding
tornooileidinkje	=	tornooileiding
tornooileidinkjes	=	tornooileiding
tornooitje	=	tornooi
tornooitjes	=	tornooi
tornt	=	tornen
torntje	=	torn
torntjes	=	torn
toro	noun	Isothrix bistriata een zoogdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
toro's	=	toro
toroloofbuulbuul	noun	Phyllastrephus hypochloris een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
toroloofbuulbuuls	=	toroloofbuulbuul
toroloofbuulbuultje	=	toroloofbuulbuul
toroloofbuulbuultjes	=	toroloofbuulbuul
toromiro	noun	Sophora toromiro een kleine boom die endemisch was op Paaseiland.
toromiro's	=	toromiro
torootje	=	toro
torootjes	=	toro
toros	noun	opeengestapelde ijsschotsen
torossen	=	toros
torot	=	tora
torpedeer	=	torpederen
torpedeerde	=	torpederen
torpedeerden	=	torpederen
torpedeert	=	torpederen
torpedere	=	torpederen
torpederen	verb	met een torpedo een vijandelijk schip tot zinken brengen
torpederend	=	torpederen
torpederende	=	torpederen
torpedo	noun	een zelf-aangedreven (meestal) geleid maritiem-militair wapen dat onder water opereert en dat bedoeld is om te ontploffen tegen of in de buurt van een vijandelijk doelwit
torpedo's	=	torpedo
torpedoboot	noun	klein en snel oorlogsschip dat geschikt is voor het afvuren van torpedo's
torpedobootjager	noun	snel schip dat grotere schepen of een vloot verdedigt tegen o.a. onderzeeboten
torpedobootjagers	=	torpedobootjager
torpedobootje	=	torpedoboot
torpedobootjes	=	torpedoboot
torpedoboten	=	torpedoboot
torpedofront	noun	voorkant van een vrachtauto of trekker die als een neus vóór de voorruit naar voren uitsteekt, bestaande uit een motorkap en het sierscherm van de radiator
torpedofronten	=	torpedofront
torpedogrondels	noun	een familie Ptereleotridae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
torpedojager	noun	snel en wendbaar oorlogsschip, dat bedoeld is voor het escorteren van grotere schepen in een vloot of gevechtseenheid en daarbij weerstand moet leveren tegen kleinere, maar krachtige aanvallers met korte-afstandsgeschut (oorspronkelijk torpedoboten, maar later ook onderzeeboten en vliegtuigen)
torpedojagers	=	torpedojager
torpedojagertje	=	torpedojager
torpedojagertjes	=	torpedojager
torpedootje	=	torpedo
torpedootjes	=	torpedo
torpedostekelmakreel	noun	Megalaspis cordyla een straalvinnige vis uit de familie van de horsmakrelen (Carangidae) en de orde van de baarsachtigen (Perciformes)
torpedostekelmakreeltje	=	torpedostekelmakreel
torpedostekelmakreeltjes	=	torpedostekelmakreel
torpedostekelmakrelen	=	torpedostekelmakreel
torpedovormig	adj	vorm van een torpedo hebbend
torpedovormige	=	torpedovormig
torpedovormiger	=	torpedovormig
torpedovormigere	=	torpedovormig
torpedovormigers	=	torpedovormig
torpedovormigs	=	torpedovormig
torpedovormigst	=	torpedovormig
torpedovormigste	=	torpedovormig
torrefactie	noun	een thermochemisch proces dat onder meer wordt toegepast op biomassa, om het geschikter te maken voor het gebruik als brandstof
torren	=	tor
torreshoningeter	noun	Meliphaga notata een endemische vogel uit het noordoosten van Australië
torreshoningeters	=	torreshoningeter
torreshoningetertje	=	torreshoningeter
torreshoningetertjes	=	torreshoningeter
torresijsvogel	noun	Todiramphus sordidus een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
torresijsvogels	=	torresijsvogel
torresijsvogeltje	=	torresijsvogel
torresijsvogeltjes	=	torresijsvogel
torretje	=	tor
torretjes	=	tor
tors	noun	het bovenlichaam met borst, schouders en de rug
torse	=	torsen
torselet	noun	combinatie van bustehouder en jarretelgordel
torseletje	=	torselet
torseletjes	=	torselet
torselets	=	torselet
torseletten	=	torselet
torsen	verb	iets wat zwaar is met moeite tillen of dragen
torsend	=	torsen
torsende	=	torsen
torsie	noun	draaiing, het wringen, ineendraaiing
torsiebalans	noun	toestel voor het meten van zeer zwakke aantrekkende of afstotende krachten
torsiebalansen	=	torsiebalans
torsiebalansje	=	torsiebalans
torsiebalansjes	=	torsiebalans
torsiekracht	noun	kracht die aangrijpt met een richting die niet door het bevestigingspunt gaat en daardoor een zekere wringing veroorzaakt
torsiekrachten	=	torsiekracht
torsiekrachtje	=	torsiekracht
torsiekrachtjes	=	torsiekracht
torsies	=	torsie
torsieslinger	noun	slinger waarbij torsie optreedt in een draad.
torsieslingers	=	torsieslinger
torsieslingertje	=	torsieslinger
torsieslingertjes	=	torsieslinger
torsietje	=	torsie
torsietjes	=	torsie
torso	noun	vaak klassiek beeld van een lichaam met alleen aanzetten van armen en benen en zonder hoofd
torso's	=	torso
torst	=	torsen
torste	=	torsen
torsten	=	torsen
tortel	noun	tortelduif
tortelde	=	tortelen
tortelden	=	tortelen
tortelduif	noun	bepaald soort lichtbeige vogel, Streptopelia turtur
tortelduifje	=	tortelduif
tortelduifjes	=	tortelduif
tortelduiven	=	tortelduif
tortele	=	tortelen
tortelen	verb	verliefd doen als tortelduifjes
tortelend	=	tortelen
tortelende	=	tortelen
tortelkoekoeksduif	noun	Macropygia amboinensis een duif die voorkomt in een groot gebied dat reikt van de Molukken tot in Nieuw-Guinea.
tortelkoekoeksduifje	=	tortelkoekoeksduif
tortelkoekoeksduifjes	=	tortelkoekoeksduif
tortelkoekoeksduiven	=	tortelkoekoeksduif
tortels	=	tortel
tortelt	=	tortelen
torteltje	=	tortel
torteltjes	=	tortel
torticollis	noun	scheefhals
tortilla	noun	pannenkoek van maismeel, afkomstig uit de Mexicaanse keuken
tortilla's	=	tortilla
tortillaatje	=	tortilla
tortillachip	noun	een (driehoekige), gefrituurde of gebakken maïschip die als snack wordt gegeten
tortillachipje	=	tortillachip
tortillachipjes	=	tortillachip
tortillachips	noun	mais-chips, die gemaakt zijn van Mexicaanse tortilla's
tortillapers	noun	een keukenhulpmiddel dat speciaal is ontworpen om bolletjes deeg snel en gelijkmatig plat te drukken tot ronde, dunne tortilla's
tortillapersen	=	tortillapers
tortillapersje	=	tortillapers
tortillapersjes	=	tortillapers
torture	noun|obsolete	opzettelijk toegebrachte pijn
torturen	=	tortuur
tortuur	noun	opzettelijk toegebrachte pijn
torus	noun	een driedimensionaal ringvormig oppervlak, lijkend op een opgeblazen luchtband
torusje	=	torus
torusjes	=	torus
torussen	=	torus
tos	=	tossen
tosafist	noun	Talmoedist uit de school van Rasji
tosafisten	=	tosafist
toscaan	noun	een inwoner van Toscane, of iemand afkomstig uit Toscane
toscaans	adj	op Toscane betrekking hebbend
toscaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Toscane, of iemand afkomstig hiervan
toscaansen	=	toscaanse
toscaanser	=	toscaans
toscaansere	=	toscaans
toscaansers	=	toscaans
toscaanst	=	toscaans
toscaanste	=	toscaans
toscaantje	=	toscaan
toscaantjes	=	toscaan
toscanen	=	toscaan
tosjav	noun	iemand die zich ergens vestigt
toss	noun	opgooi van een muntstuk om uit te maken wie begint of in welke richting men zal spelen
tosse	=	tossen
tossen	verb	met een munt een toevalsbeslissing maken
tossend	=	tossen
tossende	=	tossen
tosses	=	toss
tost	=	tossen
toste	=	tossen
tosten	=	tossen
tosti	noun	een dubbele boterham met kaas, meestal ham en eventueel ander beleg die in een tosti-ijzer is verwarmd
tosti's	=	tosti
tosti-ijzer	noun	apparaat met twee verwarmde metalen platen waartussen een plakje kaas tussen twee sneetjes brood kan worden verwarmd, zodat het brood wordt geroosterd en de kaas smelt
tosti-ijzers	=	tosti-ijzer
tosti-ijzertje	=	tosti-ijzer
tostiapparaat	noun	apparaat dat geschikt is voor het maken van tosti's
tostiapparaten	=	tostiapparaat
tostini	noun	snack bestaande uit een geroosterd rond broodje met een hartige vulling
tostini's	=	tostini
tot	prep	1. het punt dat benaderd wordt; zodra dit punt bereikt wordt eindigt de actie	conj	geeft onderschikkend de voorwaarde waaronder de actie in de hoofdzin eindigt
tot-en-met	adj|informal	in volledigheid, in de hoogste graad
totaal	adj	geheel	noun	alle onderdelen tezamen
totaalaanbod	noun	alle producten en diensten die door een organisatie of bedrijf worden geleverd
totaalaantal	noun	het totale aantal
totaalaantallen	=	totaalaantal
totaalaantalletje	=	totaalaantal
totaalaantalletjes	=	totaalaantal
totaalbedrag	noun	de som van alle deelposten
totaalbedragen	=	totaalbedrag
totaalbedragje	=	totaalbedrag
totaalbedragjes	=	totaalbedrag
totaalbeeld	noun	een compleet overzicht
totaalbeelden	=	totaalbeeld
totaalbeeldje	=	totaalbeeld
totaalbeeldjes	=	totaalbeeld
totaalconcept	noun	een alomvattend idee of product
totaalconcepten	=	totaalconcept
totaalindruk	noun	de eindindruk die het geheel maakt; de eindbeoordeling; de waarneming van iets als één geheel
totaalindrukken	=	totaalindruk
totaalkost	noun|obsolete	de som van alle bedragen die men voor het behalen van een bepaald doel moet betalen
totaalkosten	noun	de som van alle bedragen die men voor het behalen van een bepaald doel moet betalen
totaalonderhoud	noun	zorgen dat een object in al zijn onderdelen en aspecten helemaal in orde blijft
totaaloplossing	noun	een definitieve en volledige oplossing van een probleem
totaaloplossingen	=	totaaloplossing
totaalpakket	noun	verzameling van alle zaken die je voor een bepaald doel nodig hebt
totaalpakketje	=	totaalpakket
totaalpakketjes	=	totaalpakket
totaalpakketten	=	totaalpakket
totaalplan	noun	een allesomvattend plan
totaalplannen	=	totaalplan
totaalplannetje	=	totaalplan
totaalplannetjes	=	totaalplan
totaalresultaat	noun	uitkomst van alle onderdelen van een bedrijf te samen
totaalresultaatje	=	totaalresultaat
totaalresultaatjes	=	totaalresultaat
totaalresultaten	=	totaalresultaat
totaals	=	totaal
totaalsom	noun	het eindbedrag dat is ontstaan door de verschillende posten van een rekening bij elkaar op te tellen
totaalsommen	=	totaalsom
totaalst	=	totaal
totaalstand	noun	de som van een aantal behaalde resultaten
totaalstanden	=	totaalstand
totaalste	=	totaal
totaaltijd	noun	de tijd die men nodig heeft om iets (dat uit meerdere onderdelen bestaat) te voltooien
totaaltijden	=	totaaltijd
totaaltje	=	totaal
totaaltjes	=	totaal
totaalverbod	noun	een verbod dat inhoud dat iets helemaal niet mag
totaalverboden	=	totaalverbod
totale	=	totaal
totalen	=	totaal
totaler	=	totaal
totalere	=	totaal
totalers	=	totaal
totalisator	noun	apparaat met behulp waarvan totalen berekend en geregistreerd kunnen worden, telmachine
totalisatoren	=	totalisator
totalisators	=	totalisator
totalisatortje	=	totalisator
totalisatortjes	=	totalisator
totaliseer	=	totaliseren
totaliseerde	=	totaliseren
totaliseerden	=	totaliseren
totaliseert	=	totaliseren
totalisere	=	totaliseren
totaliseren	verb	getallen, punten bij elkaar optellen
totaliserend	=	totaliseren
totaliserende	=	totaliseren
totalitair	adj	waarbij alles ondergeschikt is aan de staat, die meestal als dictatuur is ingericht, en de politiek de gehele samenleving tot in de diepste geledingen doordringt
totalitairder	=	totalitair
totalitairdere	=	totalitair
totalitairders	=	totalitair
totalitaire	=	totalitair
totalitairs	=	totalitair
totalitairst	=	totalitair
totalitairste	=	totalitair
totalitarisme	noun	stelsel waarin de gehele maatschappij ondergeschikt wordt gemaakt aan centrale beheersing vanuit de staat en één ideologie de hele samenleving tot in de diepste geledingen doordringt
totaliteit	noun	het totaal zijn, alles bij elkaar, het geheel
totaliteiten	=	totaliteit
totaliter	adv|formal	Alles bij elkaar, in het geheel
totallossverklaring	noun	document waarin staat dat een auto na schade niet meer te repareren is (technisch) of dat reparatie duurder is dan de dagwaarde (economisch).
totallossverklaringen	=	totallossverklaring
totallossverklarinkje	=	totallossverklaring
totallossverklarinkjes	=	totallossverklaring
totdat	conj	geeft onderschikkend aan onder welke voorwaarde de actie in de hoofdzin wordt beëindigd
totebag	noun	ruime, rechthoekige tas van soepel materiaal met lange hengsels of schouderbanden, die aan de bovenkant helemaal kan worden geopend, zodat er van alles in kan
totebags	=	totebag
totebel	noun	slordig wijf
totebellen	=	totebel
totem	noun	symbool waaraan speciale mythische, heilige of sociale betekenis wordt gehecht (bij primitieve volken)
totemclan	noun	clan van de Noord-Amerikaanse indianen met een zelfde totem
totemclannetje	=	totemclan
totemclannetjes	=	totemclan
totemclans	=	totemclan
totemisatie	noun	ritueel waarbij men een officiële bijnaam verkrijgt
totemisaties	=	totemisatie
totemisme	noun	het aanvaarden van of geloven aan totems en de daarmee verbonden verschijnselen
totemistisch	adj	tot het totemisme behorend
totemistische	=	totemistisch
totemistischer	=	totemistisch
totemistischere	=	totemistisch
totemistischers	=	totemistisch
totemnaam	noun	ritueel toegekende bijnaam in de vorm van een dierennaam
totemnamen	=	totemnaam
totempaal	noun	een houten standbeeld, door Indianen vervaardigd
totempaaltje	=	totempaal
totempaaltjes	=	totempaal
totempalen	=	totempaal
totempje	=	totem
totempjes	=	totem
totems	=	totem
toten	=	toot
totipotent	adj	de mogelijkheid hebbend om alle cellen te vormen die een individu bezit waaronder extra-embryonaal weefsel zoals de placenta
totipotente	=	totipotent
totipotents	=	totipotent
toto	noun	gokspel waarbij men de uitslag van een aantal wedstrijden poogt te raden
toto's	=	toto
totok	noun	benaming voor Nederlander in Indië zonder Indonesische voorouders
totoks	=	totok
totootje	=	toto
totootjes	=	toto
totstandbrenging	noun	het realiseren of uitvoeren van iets; de handeling waarbij je ervoor zorgt dat iets ontstaat of in het leven wordt geroepen.
totstandbrengingen	=	totstandbrenging
totstandbrenginkje	=	totstandbrenging
totstandbrenginkjes	=	totstandbrenging
totstandkoming	noun	dat iets gaat bestaan, oprichting, verwerkelijking; het tot stand komen
totstandkomingen	=	totstandkoming
totstandkomingproces	noun	het proces van het tot stand komen
totstandkomingprocessen	=	totstandkomingproces
totstandkomingsproces	noun	het proces van het tot stand komen
totstandkomingsprocessen	=	totstandkomingsproces
touchdown	noun	landing
touchdowns	=	touchdown
touche	noun	manier waarop een schilder een penseel over het doek beweegt om wat verf aan te brengen
toucheer	=	toucheren
toucheerde	=	toucheren
toucheerden	=	toucheren
toucheert	=	toucheren
toucher	noun	manier waarop de bespeler van een muziekinstrument snaren of toetsen aanraakt voor zover die van invloed is op de klank van de muziek
touchere	=	toucheren
toucheren	verb	het door een arts met de vingers inwendig onderzoeken van een lichaamsdeel (veelal de aarsopening)
toucherend	=	toucheren
toucherende	=	toucheren
touchers	=	toucher
touches	=	touche
touchpad	noun	oppervlak dat reageert op aanraking en kan dienen als bedieningsorgaan van o.a. een computer
touchpads	=	touchpad
touchscreen	noun	beeldscherm voor een computer dat gevoelig is voor en kan reageren op aanraking
touchscreens	=	touchscreen
touchscreentje	=	touchscreen
touché	intj	uitroep als men de ander raakt (o.a. bij het schermen)
toulousegans	noun	Anser Anser domesticus een soort gans uit het geslacht Anser dat wordt gehouden voor de consumptie, als bewaker van het erf of als hobbydier
toulousegansje	=	toulousegans
toulousegansjes	=	toulousegans
toulouseganzen	=	toulousegans
toupeer	=	touperen
toupeerde	=	touperen
toupeerden	=	touperen
toupeert	=	touperen
toupere	=	touperen
touperen	verb	tegen het haar in kammen om het kapsel meer volume te laten krijgen
touperend	=	touperen
touperende	=	touperen
toupet	noun	haarstukje
toupetje	=	toupet
toupetjes	=	toupet
toupets	=	toupet
toupetten	=	toupet
tour	noun	rondreis, rondgang, toer
tourde	=	touren
tourden	=	touren
toure	noun	een exemplaar van de Toure
touren	verb	rondreis maken met optredens in verschillende steden en landen
tourend	=	touren
tourende	=	touren
toures	=	toure
touretappe	noun	rit van een meerdaagse wielerwedstrijd
touretappen	=	touretappe
touretappes	=	touretappe
tourette	noun	verkorting van syndroom van Gilles de la Tourette: een aandoening waarbij een patiënt wilde bewegingen maakt en schunnige taal uitkraamt
tourettesyndromen	=	tourettesyndroom
tourettesyndroom	noun	ziektebeeld waarbij je onbedwingbaar opeens zenuwtrekjes vertoont en ongepaste kreten slaakt
tourfiets	=	toerfiets
touringcar	noun	een luxe autobus om reizen of uitstappen mee te maken
touringcarretje	=	touringcar
touringcarretjes	=	touringcar
touringcars	=	touringcar
tourisme	=	toerisme
tourist	=	toerist
tourkaravaan	noun	een stoet van volgauto's en organisatorenwagens, renners en reclamewagens die de wielrenners met een wielerwedstrijd volgen
tourkaravanen	=	tourkaravaan
tourmalijn	=	toermalijn
tourmalin	=	toermalijn
tourmanager	noun	iemand die een reis met optredens organiseert, vooral voor muziek-, toneelgroepen enz
tourmanagers	=	tourmanager
tourmanagertje	=	tourmanager
tourmanagertjes	=	tourmanager
tournaisien	noun	eerste tijdsnede van het tijdvak mississippien, van 358,9 tot 346,7 miljoen jaar geleden
tournedos	noun	stukje rundvlees, afkomstig uit het middelste deel van de ossenhaas
tournedostje	=	tournedos
tournedostjes	=	tournedos
tournee	noun	rondreis bedoeld om op diverse plaatsen een concert of uitvoering te verzorgen
tournees	=	tournee
tourneetje	=	tournee
tourneetjes	=	tournee
tourniquet	noun	toegangspoortje dat personen slechts stuk voor stuk doorlaat
tourniquetje	=	tourniquet
tourniquetjes	=	tourniquet
tourniquets	=	tourniquet
tournure	noun	plotselinge wending
tournures	=	tournure
tournée	=	tournee
touro	noun	een exemplaar van de Touro
touro's	=	touro
touroperator	noun	reisorganisator
touroperatoren	=	touroperator
touroperators	=	touroperator
touroperatortje	=	touroperator
tourrit	noun	een toeristsiche rijtocht
tourritten	=	tourrit
tours	=	tour
tourt	=	touren
tourtje	=	tour
tourtjes	=	tour
tourwinnaar	noun	de winnaar van een meerdaagse wielerwedstrijd
tourwinnaars	=	tourwinnaar
tourzege	noun	overwinning in een wielerronde in het algemeen
tourzeges	=	tourzege
touw	noun	een middel om zaken bij elkaar te binden
touwbaan	noun	bedrijf waar touw geproduceerd wordt
touwbaantje	=	touwbaan
touwbaantjes	=	touwbaan
touwbanen	=	touwbaan
touwde	=	touwen
touwden	=	touwen
touwe	=	touwen
touwel	=	touwelen
touwelde	=	touwelen
touwelden	=	touwelen
touwele	=	touwelen
touwelen	verb	ritueel onderdompelen van keukengerei
touwelend	=	touwelen
touwelende	=	touwelen
touwelt	=	touwelen
touwen	adj	van touw vervaardigd
touwend	=	touwen
touwende	=	touwen
touwladder	noun	een ladder met buigzame ladders die aan een bevestigingspunt hangen en waarvan de sporten vaak wel van hout zijn
touwladders	=	touwladder
touwladdertje	=	touwladder
touwladdertjes	=	touwladder
touwslager	noun	ambachtsman die garens, vroeger meestal van hennep, tot touw verwerkt
touwslagerij	noun	bedrijf waar touw geproduceerd wordt
touwslagerijen	=	touwslagerij
touwslagers	=	touwslager
touwslagertje	=	touwslager
touwt	=	touwen
touwtje	=	touw
touwtjes	=	touw
touwtjesmos	noun	een geslacht Anomodon uit de touwtjesmosfamilie (Anomodontaceae).
touwtjesmosfamilie	noun	een familie Anomodontaceae van breedbladige mossen uit de orde Hypnales.
touwtjesmosje	=	touwtjesmos
touwtjesmosjes	=	touwtjesmos
touwtjesmossen	=	touwtjesmos
touwtjespring	=	touwtjespringen
touwtjespringen	verb	spel waarbij men springt over een ronddraaiend touw
touwtjespringend	=	touwtjespringen
touwtjespringende	=	touwtjespringen
touwtrek	=	touwtrekken
touwtrekken	verb	ruzie maken over een verdeling, strijden over een verdeling, onderhandelen over een verdeling
touwtrekkend	=	touwtrekken
touwtrekkende	=	touwtrekken
touwtrekkerij	noun	een wedstrijdje touwtrekken
touwtrekkerijen	=	touwtrekkerij
touwwerk	noun	allerlei soorten van touw
touwwerken	=	touwwerk
touwwerkje	=	touwwerk
tov	adj	goed
tova	adj	goede
tovenaar	noun	een mannelijk iemand die kan toveren
tovenaars	=	tovenaar
tovenaarsleerling	noun	leerling van een tovenaar; persoon die in opleiding is tot een tovenaar
tovenaarsleerlingen	=	tovenaarsleerling
tovenaartje	=	tovenaar
tovenaartjes	=	tovenaar
tovenaren	=	tovenaar
tovenares	noun	een vrouwelijk iemand die kan toveren
tovenaresje	=	tovenares
tovenaresjes	=	tovenares
tovenaressen	=	tovenares
tovenarij	noun	Magie of tovenarij is de vermeende kunst van het manipuleren van de werkelijkheid vanuit de gedachte dat men in contact kan treden met het bovennatuurlijke door middel van rituelen en bezweringen.
tovenarijen	=	tovenarij
tovenarijtje	=	tovenarij
tovenarijtjes	=	tovenarij
tover	=	toveren
toveraar	noun	iemand die doet alsof hij zou kunnen toveren
toveraars	=	toveraar
toveraartje	=	toveraar
toveraartjes	=	toveraar
toverachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van tover
toverachtige	=	toverachtig
toverachtiger	=	toverachtig
toverachtigere	=	toverachtig
toverachtigers	=	toverachtig
toverachtigs	=	toverachtig
toverachtigst	=	toverachtig
toverachtigste	=	toverachtig
toveralen	noun	een familie Nettastomatidae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes)
toveraren	=	toveraar
toverbal	noun	ronde, zoete snoepbal, die is opgebouwd uit verschillende gekleurde laagjes die achtereenvolgens tevoorschijn komen wanneer men die in de mond laat oplossen
toverballen	=	toverbal
toverballetje	=	toverbal
toverballetjes	=	toverbal
toverboek	noun	magisch handboek met diverse recepten om bepaalde kwalen te genezen, demonen te bezweren of op te roepen (theürgie), talismannen en amuletten te maken, en voor het uitspreken of verwijderen van vervloekingen
toverboeken	=	toverboek
toverboekje	=	toverboek
toverboekjes	=	toverboek
toverbos	noun	bos waar magische krachten zouden werken
toverbossen	=	toverbos
toverchampignon	noun	Micropsalliota geesterani een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
toverchampignonnetje	=	toverchampignon
toverchampignonnetjes	=	toverchampignon
toverchampignons	=	toverchampignon
tovercirkel	noun|figurative	een magische, onrealistische, onwerkelijke kring
tovercirkels	=	tovercirkel
toverde	=	toveren
toverden	=	toveren
toverdokter	noun	tovenaar die mensen op bovennatuurlijke manier kan genezen
toverdokters	=	toverdokter
toverdoktertje	=	toverdokter
toverdoos	noun	goochelspullen samen verpakt in bak met deksel, meestal van karton
toverdoosje	=	toverdoos
toverdoosjes	=	toverdoos
toverdozen	=	toverdoos
toverdrank	noun	drank met vermeende bovennatuurlijke werking
toverdranken	=	toverdrank
toverdrankje	=	toverdrank
toverdrankjes	=	toverdrank
tovere	=	toveren
toveren	verb	door geheime kracht een bovennatuurlijke invloed uitoefenen
toverend	=	toveren
toverende	=	toveren
toveres	noun	Vrouw die kan toveren
toveresje	=	toveres
toveresjes	=	toveres
toveressen	=	toveres
toverfee	noun	vrouwelijk sprookjeswezen met magische vermogens
toverfeeën	=	toverfee
toverfluit	noun	een blaasinstrument met magische werking
toverfluiten	=	toverfluit
toverfluitje	=	toverfluit
toverfluitjes	=	toverfluit
toverformule	noun	een zin (spreuk) waarmee, als deze wordt uitgesproken, men op bovennatuurlijke wijze iets kan bewerkstelligen
toverformules	=	toverformule
toverhazelaar	noun	benaming voor struiken uit het geslacht Hamamelis
toverhazelaars	=	toverhazelaar
toverhazelaren	=	toverhazelaar
toverheks	noun	een vrouwelijke tovenaar als sprookjesfiguur
toverheksen	=	toverheks
toverhoed	noun	meestal in de vorm van een hoge hoed; de hoed van een goochelaar, die hij gebruikt bij goocheltrucs, ook figuurlijk gebruikt
toverhoeden	=	toverhoed
toverhoedje	=	toverhoed
toverhoedjes	=	toverhoed
toverij	noun	bovennatuurlijke krachten trachten te manipuleren
toverijen	=	toverij
toverijtje	=	toverij
toverketel	noun	ketel waarin allerlei toverdranken worden gebrouwen
toverketels	=	toverketel
toverketeltje	=	toverketel
toverketeltjes	=	toverketel
toverklank	noun	een wonderbaarlijk mooie klank
toverklanken	=	toverklank
toverklankje	=	toverklank
toverklankjes	=	toverklank
toverkol	noun	boosaardige vrouw die kan toveren
toverkollen	=	toverkol
toverkolletje	=	toverkol
toverkolletjes	=	toverkol
toverkracht	noun	Het vermogen om te kunnen toveren.
toverkrachten	=	toverkracht
toverkrachtje	=	toverkracht
toverkrachtjes	=	toverkracht
toverkring	noun	een groep mensen met een haast magische macht
toverkringen	=	toverkring
toverkunst	noun	mogelijkheid om langs bovennatuurlijke weg resultaten te bereiken
toverkunsten	=	toverkunst
toverkunstje	=	toverkunst
toverkunstjes	=	toverkunst
toverlantaarn	noun	een apparaat waarmee doorzichtige afbeeldingen geprojecteerd kunnen worden in feite de voorloper van de diaprojector
toverlantaarns	=	toverlantaarn
toverlantaarntje	=	toverlantaarn
toverlantaarntjes	=	toverlantaarn
toverlantaren	noun	apparaat waarmee men lichtbeelden kan projecteren
toverlantarens	=	toverlantaren
toverlantarentje	=	toverlantaren
toverlantarentjes	=	toverlantaren
tovermiddel	noun	een (genees)middel dat een bovennatuurlijke werkzaamheid heeft
tovermiddelen	=	tovermiddel
tovermiddeltje	=	tovermiddel
tovermiddeltjes	=	tovermiddel
tovernoot	noun	Hamamelis intermedia een struik uit de familie Hamamelidaceae
tovernootje	=	tovernoot
tovernootjes	=	tovernoot
tovernoten	=	tovernoot
toverpaleis	noun	wonderlijk mooi paleis
toverpaleisje	=	toverpaleis
toverpaleisjes	=	toverpaleis
toverpaleizen	=	toverpaleis
toverscholen	=	toverschool
toverschool	noun	school waar les wordt gegeven in tovenarij aan heksen en tovenaars
toverschooltje	=	toverschool
toverschooltjes	=	toverschool
toverslag	noun	opeens op wonderlijke wijze
toverslagen	=	toverslag
toverspiegel	noun	in sprookjes voorkomende spiegel met veronderstelde toverkracht
toverspiegels	=	toverspiegel
toverspiegeltje	=	toverspiegel
toverspiegeltjes	=	toverspiegel
toverspreuk	noun	Korte uitspraak waarmee een tovenaar kan toveren.
toverspreuken	=	toverspreuk
toverspreukje	=	toverspreuk
toverspreukjes	=	toverspreuk
toverstaf	noun	staf [1] om mee te toveren
toverstafje	=	toverstaf
toverstafjes	=	toverstaf
toverstaven	=	toverstaf
toverstok	noun	langwerpig voorwerp waarmee een tovenaar of goochelaar wordt verondersteld te kunnen toveren
toverstokje	=	toverstok
toverstokjes	=	toverstok
toverstokken	=	toverstok
tovert	=	toveren
tovertuin	noun	een in de fantasie bestaande sprookjestuin
tovertuinen	=	tovertuin
toverwoord	noun	een (modieus) begrip dat de oplossing is voor alle vraagstukken in een bepaald vakgebied
toverwoorden	=	toverwoord
toverwoordje	=	toverwoord
toverwoordjes	=	toverwoord
toviem	adj	goede
toviparkiet	noun	Brotogeris jugularis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
toviparkieten	=	toviparkiet
toviparkietje	=	toviparkiet
toviparkietjes	=	toviparkiet
townsendchipmunk	noun	Tamias townsendii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
townsendchipmunkje	=	townsendchipmunk
townsendchipmunkjes	=	townsendchipmunk
townsendchipmunks	=	townsendchipmunk
townsendgrondeekhoorn	noun	Urocitellus townsendii knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
townsendgrondeekhoorns	=	townsendgrondeekhoorn
townsendgrondeekhoorntje	=	townsendgrondeekhoorn
townsendgrondeekhoorntjes	=	townsendgrondeekhoorn
townsendmol	noun	Scapanus townsendii insecteneter uit de familie van de mollen (Talpidae).
townsendmollen	=	townsendmol
townsendmolletje	=	townsendmol
townsendmolletjes	=	townsendmol
townsendwoelmuis	noun	Microtus townsendii knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
townsendwoelmuisje	=	townsendwoelmuis
townsendwoelmuisjes	=	townsendwoelmuis
townsendwoelmuizen	=	townsendwoelmuis
township	noun	wijk met huizen van veelal slechte kwaliteit
townships	=	township
toxemie	noun	bloedvergiftiging door organische gifstof
toxica	=	toxicum
toxiciteit	noun	giftigheid
toxiciteiten	=	toxiciteit
toxicodermie	noun	uitslag door contact met giftige stoffen op de huid
toxicologen	=	toxicoloog
toxicologie	noun	de wetenschap die de werking van giftige stoffen op biologische systemen bestudeert
toxicologieën	=	toxicologie
toxicologisch	adj	met betrekking tot gifstoffen
toxicologische	=	toxicologisch
toxicologischer	=	toxicologisch
toxicologischere	=	toxicologisch
toxicologischers	=	toxicologisch
toxicoloog	noun	een wetenschapper die de werking van giftige stoffen op biologische systemen bestudeert
toxicoloogje	=	toxicoloog
toxicoloogjes	=	toxicoloog
toxicomanie	noun	verslaving aan gifstof
toxicose	noun	conditie tijdens de (late) zwangerschap waarbij de patiënte een hoge bloeddruk heeft, oedeem aan de benen en eitwitverlies via de urine
toxicum	noun	stof die ziek of dood maakt
toxicums	=	toxicum
toxine	noun	gifstof, gewoonlijk een potente, complexe, organische verbinding van biologische oorsprong
toxinen	=	toxine
toxines	=	toxine
toxinetje	=	toxine
toxisch	adj	giftig
toxische	=	toxisch
toxischer	=	toxisch
toxischere	=	toxisch
toxischers	=	toxisch
toxischt	=	toxisch
toxischte	=	toxisch
toxofoor	adj	gifdragend
toxofoors	=	toxofoor
toxofore	=	toxofoor
toxoplasmose	noun	klierziekte veroorzaakt door het virus toxoplasma
toyboy	noun	een veel jongere mannelijke partner van een man of vrouw
toyboys	=	toyboy
toyboytje	=	toyboy
toyboytjes	=	toyboy
toypoedel	noun	zeer kleine poedel
toypoedels	=	toypoedel
toypoedeltje	=	toypoedel
toypoedeltjes	=	toypoedel
tozo	noun	tijdelijke regeling voor zelfstandige ondernemers tijdens de coronacrisis
tra	noun	een weg of opengehouden strook in een bos om bij brand, de verspreiding van ondergronds smeulend vuur te verhinderen/beperken
tra's	=	tra
traadt	=	treden
traaf	=	traven
traafde	=	traven
traafden	=	traven
traaft	=	traven
traag	adj	met geringe snelheid
traagheden	=	traagheid
traagheid	noun	het langzaam zijn
traags	=	traag
traagst	=	traag
traagste	=	traag
traagzaam	adj	traag, langzaam, stroperig
traagzaams	=	traagzaam
traagzaamst	=	traagzaam
traagzaamste	=	traagzaam
traagzame	=	traagzaam
traagzamer	=	traagzaam
traagzamere	=	traagzaam
traagzamers	=	traagzaam
traan	noun	vocht dat uit klieren bij de ogen vloeit
traanachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een traan
traanachtige	=	traanachtig
traanachtiger	=	traanachtig
traanachtigere	=	traanachtig
traanachtigers	=	traanachtig
traanachtigs	=	traanachtig
traanachtigst	=	traanachtig
traanachtigste	=	traanachtig
traanbeen	noun	een van de beederen van de schedel
traanbeenderen	=	traanbeen
traanbeentje	=	traanbeen
traanbeentjes	=	traanbeen
traanbuis	noun	een buisvormig orgaan dat overtollig traanvocht afvoert naar het neusslijmvlies
traanbuisje	=	traanbuis
traanbuisjes	=	traanbuis
traanbuizen	=	traanbuis
traande	=	tranen
traanden	=	tranen
traangas	noun	een chemische stof die sterk op de traanklieren werkt
traangassen	=	traangas
traanheuvel	noun	verhevenheid in de ooghoek aan de zijde van de neus
traanheuvels	=	traanheuvel
traanheuveltje	=	traanheuvel
traanheuveltjes	=	traanheuvel
traankanaal	noun	kanaal dat het traanvocht uit de traanzak naar de neusgang geleidt
traankanaaltje	=	traankanaal
traankanaaltjes	=	traankanaal
traankanalen	=	traankanaal
traanklier	noun	klier, gelegen boven de oogbollen, die traanvocht produceert
traanklieren	=	traanklier
traankliertje	=	traanklier
traankliertjes	=	traanklier
traanloos	adj	waarbij huilen uitblijft
traanloze	=	traanloos
traanoge	=	traanogen
traanogen	verb	traanvocht uitscheiden
traanogend	=	traanogen
traanogende	=	traanogen
traanoog	noun	een oog waaruit tranen druppelen als teken van verdriet
traanoogde	=	traanogen
traanoogden	=	traanogen
traanoogje	=	traanoog
traanoogjes	=	traanoog
traanoogt	=	traanogen
traanplaat	noun	een metalen plaat, meestal van aluminium of staal, waarin druppelvormige uitstulpinkjes zijn gewalst om extra grip te bieden
traanplaatje	=	traanplaat
traanplaatjes	=	traanplaat
traanplaten	=	traanplaat
traant	=	tranen
traantje	=	traan
traantjes	=	traan
traanvocht	noun	een waterige substantie die het oog vochtig houdt
traanvochten	=	traanvocht
traatje	=	tra
traatjes	=	tra
trabisafari	noun	excursie met een Oost-Duitse auto van het merk Trabant
trabisafari's	=	trabisafari
traceer	=	traceren
traceerbaar	adj	dat iets gezocht kan worden, dat iets gevolgd kan worden
traceerbaarder	=	traceerbaar
traceerbaardere	=	traceerbaar
traceerbaarders	=	traceerbaar
traceerbaars	=	traceerbaar
traceerbaarst	=	traceerbaar
traceerbaarste	=	traceerbaar
traceerbare	=	traceerbaar
traceerde	=	traceren
traceerden	=	traceren
traceert	=	traceren
traceetje	=	tracé
traceetjes	=	tracé
tracer	noun	een stof (bijv. een isotoop) die in verschillende disciplines van wetenschap gebruikt wordt om materialen te volgen
tracere	=	traceren
traceren	verb	de gang of oorsprong van iets nagaan
tracerend	=	traceren
tracerende	=	traceren
tracering	noun	de stenen versiering in geometrische patronen in het boogveld van gotische vensters en nissen
traceringen	=	tracering
tracers	=	tracer
trachea	noun	buis voor ademhaling die bij mensen en andere warmbloedige dieren de keel met de longen verbindt
trachea's	=	trachea
tracheaal	adj	betrekking hebbend op de luchtpijp, de trachea
tracheaals	=	tracheaal
tracheaalst	=	tracheaal
tracheaalste	=	tracheaal
tracheale	=	tracheaal
trachealer	=	tracheaal
trachealere	=	tracheaal
trachealers	=	tracheaal
trachee	noun	een ademhalingsbuisje bij insecten, duizendpotigen, springstaarten, spinachtigen en fluweelwormen
tracheeën	=	trachee
tracheotomie	noun	het opensnijden van de luchtpijp als normaal ademen niet lukt
tracheïtis	noun	ontsteking van het slijmvlies van de luchtpijp
trachiet	noun	ruw, grijs uitvloeiingsgesteente
trachomen	=	trachoom
trachoom	noun	korrelachtige ontsteking van het oogbindvlies
trachoompje	=	trachoom
trachoompjes	=	trachoom
tracht	=	trachten
trachte	=	trachten
trachten	verb	een poging in het werk stellen
trachtend	=	trachten
trachtende	=	trachten
trachtte	=	trachten
trachtten	=	trachten
track	noun	spoor [4], afdruk
tracker	noun	een passief beheerd beleggingsfonds dat op de beurs verhandeld wordt en waarvan het investeringsdoel is het zo nauwkeurig mogelijk volgen van een onderliggende beursindex
trackers	=	tracker
tracking	noun	de tracering van iets
trackings	=	tracking
trackje	=	track
trackjes	=	track
tracks	=	track
tractaat	=	traktaat
tractatenblad	noun	uitgave van de Nederlandse overheid bedoeld voor verdragsteksten en volkenrechtelijke besluiten
tractatenbladen	=	tractatenblad
tracteren	=	trakteren
tractie	noun	het trekken, voorttrekken, aandrijving
tracties	=	tractie
tractor	noun	motorvoertuig dat dient tot het voorttrekken van landbouwwerktuigen, machines enz
tractoren	=	tractor
tractors	=	tractor
tractorsluis	noun	verhoging op een landbouwweg met als doel om enkel landbouwtrekkers door te laten
tractorsluisje	=	tractorsluis
tractorsluisjes	=	tractorsluis
tractorsluizen	=	tractorsluis
tractortje	=	tractor
tractortjes	=	tractor
tracturen	=	tractuur
tractus	noun	een bundel of verzameling van vezels of organen
tractussen	=	tractus
tractuur	noun	de aandrijving, die de mechanische acties van de bespeler doorgeeft naar de onderdelen in het orgel, die de acties moeten uitvoeren
tracé	noun	tekening die de omtrek en hoofdlijnen van een ontwerp aangeeft
tracébesluit	noun	een van de stappen bij de aanleg van nieuwe wegen
tracébesluiten	=	tracébesluit
tracédeel	noun	deel van het verloop van een bepaalde verbinding door de omgeving, zoals die met een lijn op de kaart kan worden aangegeven
tracédelen	=	tracédeel
tracékeuze	noun	keuze hoe een weg gaat lopen
tracékeuzen	=	tracékeuze
tracékeuzes	=	tracékeuze
tracés	=	tracé
trad	=	treden
trade	=	treden
trade-off	noun	wat je opgeeft om iets anders te krijgen, wat je minder krijgt als je van iets anders meer krijgt
trade-offs	noun	uitruil na afweging; compromissen
traden	=	treden
trader	noun	beurshandelaar
traders	=	trader
trading	noun	het actief kopen en verkopen van financiële activa – zoals aandelen, valuta (forex) en crypto – op korte tot middellange termijn om winst te maken.
tradings	=	trading
tradinkje	=	trading
tradinkjes	=	trading
traditie	noun	datgene wat van generatie op generatie aan kennis of gewoontes overgedragen wordt
traditiegetrouw	adj	volgens de oude gewoonte
traditiegetrouwe	=	traditiegetrouw
traditiegetrouwer	=	traditiegetrouw
traditiegetrouwere	=	traditiegetrouw
traditiegetrouwers	=	traditiegetrouw
traditiegetrouws	=	traditiegetrouw
traditiegetrouwst	=	traditiegetrouw
traditiegetrouwste	=	traditiegetrouw
tradities	=	traditie
traditietje	=	traditie
traditietjes	=	traditie
traditional	noun	van oudsher veel gezongen liedje zonder bekende auteur
traditionalist	noun	iemand die wil vasthouden aan de opvattingen en handelwijzen die we van voorgangers hebben geleerd
traditionalisten	=	traditionalist
traditionalistisch	adj	betrekking hebbend op het traditionalisme
traditionalistische	=	traditionalistisch
traditionalistischer	=	traditionalistisch
traditionalistischere	=	traditionalistisch
traditionalistischers	=	traditionalistisch
traditionals	=	traditional
traditioneel	adj	zoals de gewoonte dat meebrengt, van oudsher gewoon
traditioneels	=	traditioneel
traditioneelst	=	traditioneel
traditioneelste	=	traditioneel
traditionele	=	traditioneel
traditioneler	=	traditioneel
traditionelere	=	traditioneel
traditionelers	=	traditioneel
tradt	=	treden
tradwife	noun	vrouw die kiest voor een levensstijl waarin ze zich volledig richt op het verzorgen van het huishouden voor haar man en kinderen
tradwives	=	tradwife
trafficking	noun	illegale handel met de intentie tot uitbuiting, zoals mensenhandel.
traffickings	=	trafficking
trafiek	noun	het transport van goederen, data, of personen
trafieken	=	trafiek
trafikant	noun	tussenpersoon, smokkelaar, handelaar
trafikanten	=	trafikant
trafo	noun	verkorting voor transformator een elektrisch apparaat dat dient om een wisselspanning om te zetten in een wisselspanning met een andere spanning
trafo's	=	trafo
trafootje	=	trafo
trage	=	traag
tragedie	noun	een toneelspel dat handelt over een bedroevende gebeurtenis
tragedies	=	tragedie
tragedietje	=	tragedie
tragedietjes	=	tragedie
tragediën	=	tragedie
tragel	noun	een lage kade langs een rivier, gebruikt om te laden en lossen van b.v. steenkool, waarop soms een jaagpad was aangelegd
tragelijk	adj	op een langzame manier
tragelijke	=	tragelijk
tragelijker	=	tragelijk
tragelijkere	=	tragelijk
tragelijkers	=	tragelijk
tragelijks	=	tragelijk
tragelijkst	=	tragelijk
tragelijkste	=	tragelijk
trager	=	traag
tragere	=	traag
tragers	=	traag
tragici	=	tragicus
tragicus	noun	schrijver van tragedies
tragiek	noun	het verdrietige, het treurige
tragikomedie	noun	toneelstuk met zowel tragische als komische elementen, en al dan geen gelukkige afloop
tragikomedies	=	tragikomedie
tragikomedietje	=	tragikomedie
tragikomedietjes	=	tragikomedie
tragikomisch	adj	hoewel tragisch toch ook lachwekkend
tragikomische	=	tragikomisch
tragikomischer	=	tragikomisch
tragikomischere	=	tragikomisch
tragikomischers	=	tragikomisch
tragisch	adj	tot treurnis stemmend
tragische	=	tragisch
tragischer	=	tragisch
tragischere	=	tragisch
tragischers	=	tragisch
tragischt	=	tragisch
tragischte	=	tragisch
tragédienne	noun	vrouw die tragische rollen speelt in toneelstukken
tragédiennes	=	tragédienne
trail	noun	smalle kronkelende weg
trailer	noun	wagen die aan de achterkant van een auto vast wordt gemaakt
trailers	=	trailer
trailfamilie	noun	informele groep van lopers of wandelaars die een langduriger relatie met elkaar hebben tijdens het lopen op een langeafstandswandelpad
trailfamilies	=	trailfamilie
trailnaam	noun	de bijnaam van iemand die een langeafstandswandelpad loopt
trailnamen	=	trailnaam
trailregister	noun	lijst van namen van wandelaars die wandelen over een langeafstandswandelpad vaak aangevuld met persoonlijke notities en verhalen van die wandelaars
trailregisters	=	trailregister
trailrelatie	noun	liefdesrelatie die ontstaat tijdens het wandelen op een langeafstandswandelpad
trailrelaties	=	trailrelatie
trailroddel	noun	verhaaltjes die mensen die op een langeafstandswandelpad lopen over elkaar vertellen
trailroddels	=	trailroddel
trails	=	trail
train	=	trainen
trainde	=	trainen
trainden	=	trainen
traine	=	trainen
trainee	noun	betaalde kracht die verschillende stages loopt in een groot bedrijf om later een leidinggevende functie te kunnen vervullen
traineer	=	traineren
traineerde	=	traineren
traineerden	=	traineren
traineeren	=	traineren
traineert	=	traineren
trainees	=	trainee
traineeship	noun	betaalde startersbaan voor hoogopgeleiden waarbij iemand ook een opleiding volgt
traineeships	=	traineeship
trainen	verb	het doen van lichamelijke oefeningen
trainend	=	trainen
trainende	=	trainen
trainer	noun	iemand die beroepsmatig mensen of dieren begeleidt teneinde hun prestaties te verbeteren
trainer-coach	noun	trainer die zijn ploeg ook coacht
trainer-coaches	=	trainer-coach
trainere	=	traineren
traineren	verb	op de lange baan schuiven
trainerend	=	traineren
trainerende	=	traineren
trainers	=	trainer
trainers-coaches	=	trainer-coach
trainerschap	noun	het trainer zijn
trainerscursus	noun	opleiding tot oefenmeester
trainerscursusje	=	trainerscursus
trainerscursusjes	=	trainerscursus
trainerscursussen	=	trainerscursus
trainersgilde	noun	de gezamenlijke trainers
trainersgilden	=	trainersgilde
trainersgildes	=	trainersgilde
trainersopleiding	noun	een leertraject waarin deelnemers worden opgeleid tot professioneel trainer, met als doel vaardigheden, kennis of gedrag over te brengen op anderen.
trainersopleidingen	=	trainersopleiding
trainersopleidinkje	=	trainersopleiding
trainersopleidinkjes	=	trainersopleiding
trainersvak	noun	alles wat te maken heeft met het beroepsmatig trainen van sporters
trainersvakken	=	trainersvak
trainersvereniging	noun	een belangenorganisatie of vakvereniging speciaal voor trainers en coaches.
trainersverenigingen	=	trainersvereniging
trainersverenigingetje	=	trainersvereniging
trainersverenigingetjes	=	trainersvereniging
trainertje	=	trainer
trainertjes	=	trainer
traineur	noun	achterblijver (in een leger)
traineurs	=	traineur
traineurtje	=	traineur
traineurtjes	=	traineur
training	noun	een oefening
trainingen	=	training
trainingsbroek	noun	lange broek die deel uitmaakt van een trainingspak
trainingsbroeken	=	trainingsbroek
trainingsbroekje	=	trainingsbroek
trainingsbroekjes	=	trainingsbroek
trainingscentra	=	trainingscentrum
trainingscentrum	noun	plaats waar (sport)trainingen plaatsvinden
trainingscentrums	=	trainingscentrum
trainingscursus	noun	een kortdurend, gestructureerd leertraject dat gericht is op het aanleren of verbeteren van specifieke, praktische vaardigheden en gedrag.
trainingscursusje	=	trainingscursus
trainingscursusjes	=	trainingscursus
trainingscursussen	=	trainingscursus
trainingsdoeleinde	noun	een situatie waarbij een activiteit, hulpmiddel of proces bedoeld is om te worden gebruikt in het kader van opleiding
trainingsdoeleinden	=	trainingsdoeleinde
trainingsdoeleindes	=	trainingsdoeleinde
trainingsdoeleindje	=	trainingsdoeleinde
trainingsdoeleindjes	=	trainingsdoeleinde
trainingsfaciliteiten	noun	voorzieningen en hulpmiddelen die nodig zijn voor trainingen
trainingsfiets	noun	fiets om mee te trainen (voor het wielrennen)
trainingsfietsen	=	trainingsfiets
trainingsfietsje	=	trainingsfiets
trainingsfietsjes	=	trainingsfiets
trainingsjack	noun	het jasje van een trainingspak
trainingsjackje	=	trainingsjack
trainingsjackjes	=	trainingsjack
trainingsjacks	=	trainingsjack
trainingskamp	noun	een kamp waar mensen verblijven om te trainen of getraind te worden
trainingskampen	=	trainingskamp
trainingskampje	=	trainingskamp
trainingskampjes	=	trainingskamp
trainingskosten	noun	geld dat men moet betalen om een training te kunnen volgen
trainingsmaatje	noun	iemand waarmee je samen traint
trainingsmaatjes	=	trainingsmaatje
trainingspak	noun	een set sportkleding bestaande uit een broek (trainingsbroek) en een jasje (trainingsjas of -jack) of (capuchon)trui
trainingspakje	=	trainingspak
trainingspakjes	=	trainingspak
trainingspakken	=	trainingspak
trainingsprogramma	noun	een gestructureerde aanpak om een sport of een vaardigheid aan te leren of te verbeteren
trainingsprogramma's	=	trainingsprogramma
trainingsprogrammaatje	=	trainingsprogramma
trainingsprogrammaatjes	=	trainingsprogramma
trainingsschema	noun	tabel met alle trainingsactiviteiten
trainingsschema's	=	trainingsschema
trainingsstage	noun	periode waarin sporters zich afzonderen om te trainen
trainingsstages	=	trainingsstage
trainingsveld	noun	een veld waarop sporters kunnen oefenen
trainingsvelden	=	trainingsveld
trainingsveldje	=	trainingsveld
trainingsveldjes	=	trainingsveld
trainingsweekend	noun	een weekeinde dat men gebruikt om zich verder te bekwamen in een sport
trainingsweekenden	=	trainingsweekend
trainingsweekends	=	trainingsweekend
traininkje	=	training
traininkjes	=	training
trainster	noun	een vrouw die sporters adviseert en begeleidt tijdens het oefenen en de wedstrijden
trainsters	=	trainster
traint	=	trainen
trait-d'union	noun	het teken, een liggend streepje, dat wordt geplaatst tussen delen van een samengesteld woord, om aan te geven dat die delen een geheel vormen
trait-d'unionnetje	=	trait-d'union
trait-d'unionnetjes	=	trait-d'union
trait-d'unions	=	trait-d'union
traite	noun	onvoorwaardelijke, schriftelijk vastgelegde betalingsopdracht
traiteren	=	treiteren
traites	=	traite
traiteur	noun	iemand die maaltijden maakt om mee naar huis te nemen
traiteurs	=	traiteur
traiteurtje	=	traiteur
traiteurtjes	=	traiteur
traiteurzaak	noun	een bedrijf of kok die verse, kant-en-klare maaltijden bereidt en verkoopt.
traiteurzaakje	=	traiteurzaak
traiteurzaakjes	=	traiteurzaak
traiteurzaken	=	traiteurzaak
traject	noun	de af te leggen of afgelegde weg van een voorwerp door de ruimte
trajectbegeleiding	noun	begeleiding gedurende verschillende stadia van een proces
trajectbegeleidingen	=	trajectbegeleiding
trajectbegeleidinkje	=	trajectbegeleiding
trajectbegeleidinkjes	=	trajectbegeleiding
trajectcontrole	noun	snelheidscontrole waarbij de tijd wordt gemeten die een voertuig nodig heeft om de afstand tussen twee punten af te leggen waaruit men aldus de gemiddelde snelheid kan afleiden
trajectcontroles	=	trajectcontrole
trajecten	=	traject
trajectje	=	traject
trajectjes	=	traject
trajectkaart	noun	abonnementskaart voor een bepaald traject
trajectkaarten	=	trajectkaart
trajectkaartje	=	trajectkaart
trajectkaartjes	=	trajectkaart
traktaat	noun	een overeenkomst tussen staten of andere politieke machten
traktaatje	=	traktaat
traktaatjes	=	traktaat
traktant	noun	iemand die trakteert
traktanten	=	traktant
traktaten	=	traktaat
traktatie	noun	lekkernij, onthaal
traktaties	=	traktatie
traktatietje	=	traktatie
trakteer	=	trakteren
trakteerde	=	trakteren
trakteerden	=	trakteren
trakteert	=	trakteren
traktement	noun	salaris
traktementen	=	traktement
traktementje	=	traktement
traktementjes	=	traktement
traktere	=	trakteren
trakteren	verb	lekkernijen aanbieden
trakterend	=	trakteren
trakterende	=	trakteren
traktorwieltje	noun	Gyraulus crista een slakkensoort uit de familie van de Planorbidae.
traktorwieltjes	=	traktorwieltje
tralala	noun	woordenloos gezang	intj	gebruikt in liedjes om het opgewekte of spottende karakter te versterken
tralie	noun	een houten of metalen spijl waarmee een opening wordt afgesloten
traliede	=	traliën
tralieden	=	traliën
traliedeur	noun	een met stalen spijlen versterkte deur
traliedeuren	=	traliedeur
traliedeurtje	=	traliedeur
traliedeurtjes	=	traliedeur
traliedicht	adj	met tralies dichtgemaakt
traliedichte	=	traliedicht
traliedichts	=	traliedicht
traliehek	noun	hek met verticale stangen
traliehekje	=	traliehek
traliehekjes	=	traliehek
traliehekken	=	traliehek
tralies	=	tralie
traliestinkzwam	noun	een, in Nederland zeldzame, paddenstoel Clathrus ruber uit de familie Phallaceae
traliestinkzwammen	=	traliestinkzwam
traliestinkzwammetje	=	traliestinkzwam
traliestinkzwammetjes	=	traliestinkzwam
traliet	=	traliën
tralietje	=	tralie
tralietjes	=	tralie
tralievenster	noun	een raam met ijzeren spijlen ervoor
tralievensters	=	tralievenster
tralievenstertje	=	tralievenster
tralievenstertjes	=	tralievenster
traliewerk	noun	een afdichting gemaakt van metalen staven
traliewerken	=	traliewerk
traliewerkje	=	traliewerk
traliewerkjes	=	traliewerk
tralië	=	traliën
traliën	verb	traliën aanbrengen, gevangenzetten
traliënd	=	traliën
traliënde	=	traliën
tram	noun	railvoertuig dat meestal in steden voor personenvervoer gebruikt wordt
tramadol	noun	een morfine-achtige pijnstiller die tot de opioïden gerekend wordt
trambaan	noun	een van tramrails voorziene strook grond
trambaantje	=	trambaan
trambaantjes	=	trambaan
trambanen	=	trambaan
trambedding	noun	een afgescheiden deel van de weg dat uitsluitend bestemd is voor trams (en soms bussen).
trambeddingen	=	trambedding
trambeddinkje	=	trambedding
trambeddinkjes	=	trambedding
trambestuurder	noun	bestuurder van een tram. (in België ook wel wattman).
trambestuurders	=	trambestuurder
trambestuurdertje	=	trambestuurder
trambestuurdertjes	=	trambestuurder
trambestuurster	noun	vrouwelijke bestuurder van een tram
trambestuursters	=	trambestuurster
trambestuurstertje	=	trambestuurster
trambestuurstertjes	=	trambestuurster
trambotsing	noun	een ongeval waarbij een tram betrokken is die botst met een ander voertuig, een object of een voetganger
trambotsingen	=	trambotsing
trambus	noun	lange gelede bus met vlakke vloer, gebruikt in het openbaar vervoer
trambussen	=	trambus
tramconducteur	noun	conducteur op de tram die vervoersbewijzen verkoopt en controleert of men incheckt
tramconducteurs	=	tramconducteur
tramhalte	noun	een stopplaats voor trams
tramhalten	=	tramhalte
tramhaltes	=	tramhalte
tramhaltje	=	tramhalte
tramhuisje	noun	wachtruimte bij een halte voor bovengronds personenvervoer via rails in de straat
tramhuisjes	=	tramhuisje
tramkaart	noun	kaart waarmee men kan aantonen dat men een geldig tram abonnement heeft
tramkaarten	=	tramkaart
tramkaartje	=	tramkaart
tramkaartjes	=	tramkaart
tramlijn	noun	een vaste route van een tram
tramlijnen	=	tramlijn
tramlijntje	=	tramlijn
tramlijntjes	=	tramlijn
trammelant	noun	onrust, lawaai
trammelantje	=	trammelant
trammen	=	tram
trammetje	=	tram
trammetjes	=	tram
tramnet	noun	netwerk van tramlijnen in een stad of regio
tramnetten	=	tramnet
tramontane	noun	een droge, koude en sterke wind, die vanuit het noordwesten waait in de Franse regio Occitanië, de Spaanse regio Alt Empordà, op het eiland Minorca en in de Italiaanse regio Friuli-Venezia Giulia
tramontanes	=	tramontane
tramp	noun	zwerver
trampolientje	=	trampoline
trampolientjes	=	trampoline
trampolin	=	trampoline
trampoline	noun	een horizontaal raam met een verende mat, waarop allerlei sprongen uitgevoerd kunnen worden
trampolinehal	noun	een zaal waar bezoekers voor vermaak op trampolines kunnen springen
trampolinehallen	=	trampolinehal
trampolinehalletje	=	trampolinehal
trampolinehalletjes	=	trampolinehal
trampolinepark	noun	een zaal waar bezoekers voor vermaak op trampolines kunnen springen
trampolineparken	=	trampolinepark
trampolineparkje	=	trampolinepark
trampolineparkjes	=	trampolinepark
trampolines	=	trampoline
trampolinetje	=	trampoline
trampolinetjes	=	trampoline
tramps	=	tramp
trampvaart	noun	het varen waar er maar lading te verkrijgen is
tramrail	noun	trambaan
tramrails	=	tramrail
tramrailsje	=	tramrail
tramrailsjes	=	tramrail
tramrailtje	=	tramrail
tramrailtjes	=	tramrail
tramremise	noun	plaats waar men trams stalt; garage voor trams
tramremises	=	tramremise
tramrit	noun	een korte reis met de tram
tramritje	=	tramrit
tramritjes	=	tramrit
tramritten	=	tramrit
trams	=	tram
tramspoor	noun	rails voor vervoer met kleine wagons over gewone wegen
tramsporen	=	tramspoor
tramstaking	noun	een werkonderbreking waarbij trambestuurders en ander trambestemmend personeel het werk tijdelijk neerleggen.
tramstakingen	=	tramstaking
tramstakinkje	=	tramstaking
tramstakinkjes	=	tramstaking
tramstel	noun	tram met twee of meer geledingen
tramstellen	=	tramstel
tramverbinding	noun	openbare vervoersdienst waarbij trams via rails (tramlijn/trambaan) reizigers vervoeren, meestal binnen een stad of stedelijke regio.
tramverbindingen	=	tramverbinding
tramverbindinkje	=	tramverbinding
tramverbindinkjes	=	tramverbinding
tramweg	noun	een spoorweg die speciaal gebouwd is voor gebruik door trams
tramwegen	=	tramweg
trance	noun	een dissociatief verschijnsel waarbij iemand een ander bewustzijnsniveau heeft en waarbij het persoonlijke identiteitsgevoel verminderd kan zijn
tranceachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een bewustzijnsverlaging / bewustzijnsvernauwing
tranceachtige	=	tranceachtig
tranceachtiger	=	tranceachtig
tranceachtigere	=	tranceachtig
tranceachtigers	=	tranceachtig
tranceachtigs	=	tranceachtig
tranceachtigst	=	tranceachtig
tranceachtigste	=	tranceachtig
trancemuziek	noun	stroming in de housemuziek, variant van techno met stevige dansbeat en zweverige synthesizergeluiden
tranceparty	noun	een party met trancemuziek
tranceparty's	=	tranceparty
trances	=	trance
tranchant	adj|obsolete	bijtend, scherp, bits
tranchante	=	tranchant
tranche	noun	plak, stuk
trancheer	=	trancheren
trancheerde	=	trancheren
trancheerden	=	trancheren
trancheert	=	trancheren
trancheervork	noun	vork om het vlees vast te houden bij het trancheren, voorsnijvork
trancheervorken	=	trancheervork
trancheje	=	tranche
tranchejes	=	tranche
tranchere	=	trancheren
trancheren	verb	in plakken of stukken snijden
trancherend	=	trancheren
trancherende	=	trancheren
tranches	=	tranche
tranchetje	=	tranche
tranchetjes	=	tranche
trancheur	noun	iemand die trancheert, een voorsnijder
trancheurs	=	trancheur
trancheurtje	=	trancheur
trancheurtjes	=	trancheur
trane	=	tranen
traneloos	adj	waarbij huilen uitbleef
traneloze	=	traneloos
tranen	verb	het afscheiden van tranen
tranen-met-tuitentelevisie	noun	tv-programma dat is opgezet met de bedoeling om heftige emoties en veel tranen op te roepen
tranend	=	tranen
tranendal	noun	plek van enorm verdriet, in christelijke opvatting: het aardse bestaan in tegenstelling tot het hemelse
tranendalen	=	tranendal
tranendalletje	=	tranendal
tranende	=	tranen
tranengras	noun	bepaalde tropische grassoort, Coix lacryma-jobi
tranenloos	=	traneloos
tranenloze	adj	tranenloze # verouderde spelling of vorm van traneloze tot 2006
tranenplaat	noun	een metalen plaat, meestal van aluminium of staal, waarin druppelvormige uitstulpinkjes zijn gewalst om extra grip te bieden
tranenplaatje	=	tranenplaat
tranenplaatjes	=	tranenplaat
tranenplaten	=	tranenplaat
tranentrekker	noun	een lied, boek, film of toneelstuk met veel (vals) sentiment
tranentrekkers	=	tranentrekker
tranenvloed	noun	het overmatig huilen
tranenvloeden	=	tranenvloed
tranenvloedje	=	tranenvloed
tranerig	adj	tranen hebbend.
tranerige	=	tranerig
traneriger	=	tranerig
tranerigere	=	tranerig
tranerigers	=	tranerig
tranerigs	=	tranerig
tranerigst	=	tranerig
tranerigste	=	tranerig
tranga	adj|slang	hard , gebruikt om kracht, sterkte of intensiteit te beschrijven
tranig	adj	met een vieze smaak die lijkt op levertraan
tranige	=	tranig
traniger	=	tranig
tranigere	=	tranig
tranigers	=	tranig
tranigs	=	tranig
tranigst	=	tranig
tranigste	=	tranig
trankeer	noun	omrastering voor vee gemaakt van wabitakken en/of cactussen
trankeren	=	trankeer
trankilo	adj	rustig, kalm, bedaard, sereen
trankiloër	=	trankilo
trankiloërs	=	trankilo
tranquillizer	noun	middel dat opwindingstoestanden bedaart
tranquillizers	=	tranquillizer
tranquillizertje	=	tranquillizer
tranquillizertjes	=	tranquillizer
trans	adj	aan de andere kant van het centrale atoom of de dubbele binding (binnen een molecuul)	noun	omgang op de top van een toren
trans-alpijns	adj	aan de andere kant van de Alpen
trans-alpijnse	=	trans-alpijns
trans-alpijnser	=	trans-alpijns
trans-alpijnsere	=	trans-alpijns
trans-alpijnsers	=	trans-alpijns
trans-alpijnst	=	trans-alpijns
trans-alpijnste	=	trans-alpijns
trans-atlantisch	adj	naar, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan
trans-atlantische	=	trans-atlantisch
trans-atlantischer	=	trans-atlantisch
trans-atlantischere	=	trans-atlantisch
trans-atlantischers	=	trans-atlantisch
trans-europees	adj	naar, aan de andere kant van Europa
trans-europeest	=	trans-europees
trans-europeeste	=	trans-europees
trans-europese	=	trans-europees
trans-europeser	=	trans-europees
trans-europesere	=	trans-europees
trans-europesers	=	trans-europees
trans-siberisch	adj	dwars door Siberië
trans-siberische	=	trans-siberisch
transactie	noun	het betalen van een geldbedrag voor het verkrijgen van een product of dienst
transactiekost	noun	uitgaven die nodig zijn om een bepaalde zakelijke handeling te kunnen verrichten, afgezien van de echte tegenprestatie
transactiekosten	noun	kosten die je moet maken om een bepaalde zakelijke handeling te kunnen verrichten, afgezien van de echte tegenprestatie
transacties	=	transactie
transactietaks	noun	een taks op vooral financiële transacties teneinde te bereiken dat het excessieve aantal hiervan afneemt
transactietaksen	=	transactietaks
transactietje	=	transactie
transactietjes	=	transactie
transactiewinst	noun	de winst die er met een bepaalde transactie gemaakt wordt
transactiewinsten	=	transactiewinst
transactiewinstje	=	transactiewinst
transactiewinstjes	=	transactiewinst
transactiën	=	transactie
transalpijns	=	trans-alpijns
transaminase	noun	giststof die een aminogroep van de ene stof op de andere kan overdragen
transaminases	=	transaminase
transaminasetje	=	transaminase
transaminasetjes	=	transaminase
transatlantisch	=	trans-atlantisch
transcendeer	=	transcenderen
transcendeerde	=	transcenderen
transcendeerden	=	transcenderen
transcendeert	=	transcenderen
transcendent	adj	buiten de ervaringswereld, niet met de zintuigen waarneembaar, bovenzinnelijk
transcendentaal	adj	betrekking hebbend op het bovenzinnelijke; betrekking hebbend op zaken die niet met de zintuigen zijn waar te nemen
transcendentaals	=	transcendentaal
transcendentaalst	=	transcendentaal
transcendentaalste	=	transcendentaal
transcendentale	=	transcendentaal
transcendentaler	=	transcendentaal
transcendentalere	=	transcendentaal
transcendentalers	=	transcendentaal
transcendente	=	transcendent
transcendenter	=	transcendent
transcendentere	=	transcendent
transcendenters	=	transcendent
transcendentie	noun	bovenzinnelijkheid
transcendenties	=	transcendentie
transcendents	=	transcendent
transcendentst	=	transcendent
transcendentste	=	transcendent
transcendere	=	transcenderen
transcenderen	verb	omvormen tot iets 'hogers' (buiten het zintuiglijk waarneembare)
transcenderend	=	transcenderen
transcenderende	=	transcenderen
transcontinentaal	adj	van het ene naar het andere continent
transcontinentaals	=	transcontinentaal
transcontinentaalst	=	transcontinentaal
transcontinentaalste	=	transcontinentaal
transcontinentale	=	transcontinentaal
transcontinentaler	=	transcontinentaal
transcontinentalere	=	transcontinentaal
transcontinentalers	=	transcontinentaal
transcribeer	=	transcriberen
transcribeerde	=	transcriberen
transcribeerden	=	transcriberen
transcribeert	=	transcriberen
transcribere	=	transcriberen
transcriberen	verb	overschrijven, overbrengen in een andere vorm
transcriberend	=	transcriberen
transcriberende	=	transcriberen
transcript	noun	geschreven weergave van gesproken tekst
transcripten	=	transcript
transcriptie	noun	de conversie naar een geschreven tekst van een andere geschreven, getypte of gedrukte tekst
transcripties	=	transcriptie
transcriptietje	=	transcriptie
transcriptietjes	=	transcriptie
transcriptje	=	transcript
transcriptjes	=	transcript
transcutaan	adj	door de huid heen toegediend
transcutaans	=	transcutaan
transcutane	=	transcutaan
transdermaal	adj	door de huid
transdermale	=	transdermaal
transdermaler	=	transdermaal
transdermalere	=	transdermaal
transen	=	trans
transept	noun	deel van een kerkgebouw dat er een kruisvorm aan geeft
transepten	=	transept
transeptje	=	transept
transeptjes	=	transept
transfeminisme	noun	stroming binnen het feminisme met een focus op transgender en transseksuele personen
transfer	noun	handeling waarbij de beschikking over iets van de een naar de ander overgaat
transfereer	=	transfereren
transfereerde	=	transfereren
transfereerden	=	transfereren
transfereert	=	transfereren
transferere	=	transfereren
transfereren	verb	overmaken van geld van de ene naar de andere bankrekening
transfererend	=	transfereren
transfererende	=	transfereren
transferfunctie	noun	een functie die de relatie beschrijft tussen de ingang en de uitgang van een systeem
transferfuncties	=	transferfunctie
transferia	=	transferium
transferium	noun	een ruime P+R parkeergelegenheid aan de rand van een stad om de parkeerdruk van het stadscentrum en de files op de wegen naar de stad te verminderen / overstapplaats van auto naar openbaar vervoer
transferiumpje	=	transferium
transferiums	=	transferium
transfermarkt	noun	vraag en aanbod betreffende de overgang van spelers van de ene naar de andere sportclub; de handel in spelerscontracten
transfermarkten	=	transfermarkt
transferpassagier	noun	een passagier die een tussenstop maakt bij zijn reis met als doel van vervoermiddel te veranderen
transferpassagiers	=	transferpassagier
transferperiode	noun	tijd dat spelers van club kunnen veranderen
transferperioden	=	transferperiode
transferperiodes	=	transferperiode
transferpunt	noun	punt van overdracht bijv. van kennis en ervaring uit wetenschappelijke sectoren naar het bedrijfsleven
transferpunten	=	transferpunt
transferpuntje	=	transferpunt
transferpuntjes	=	transferpunt
transfers	=	transfer
transfersom	noun	bedrag dat gemoeid is bij de overgang van een sporter van de ene naar de andere club
transfersommen	=	transfersom
transfersommetje	=	transfersom
transfersommetjes	=	transfersom
transfert	noun	vervoer voor gasten van een hotel van en naar een vliegveld
transferten	=	transfert
transfertje	=	transfer
transfertjes	=	transfer
transferts	=	transfert
transferunie	noun	unie tussen verschillende landen die dezelfde munt gebruiken waarbij het ene land geld overdraagt aan het andere land
transferunies	=	transferunie
transfervergoeding	noun	een financiële vergoeding die een sportclub (meestal een voetbalclub) betaalt aan een andere club om een speler over te nemen die nog onder contract staat.
transfervergoedingen	=	transfervergoeding
transfervergoedinkje	=	transfervergoeding
transfervergoedinkjes	=	transfervergoeding
transfervrij	adj	dat er niet betaald hoeft te worden voor een speler als deze naar een andere club gaat
transfervrije	=	transfervrij
transfervrijer	=	transfervrij
transfervrijere	=	transfervrij
transfervrijers	=	transfervrij
transfervrijs	=	transfervrij
transfervrijst	=	transfervrij
transfervrijste	=	transfervrij
transfiguratie	noun	gedaanteverwisseling
transfiguraties	=	transfiguratie
transfigureer	=	transfigureren
transfigureerde	=	transfigureren
transfigureerden	=	transfigureren
transfigureert	=	transfigureren
transfigurere	=	transfigureren
transfigureren	verb	van gedaante veranderen
transfigurerend	=	transfigureren
transfigurerende	=	transfigureren
transfobie	noun	vrees voor transgenders, transseksuelen of transseksualiteit
transfobieën	=	transfobie
transformant	noun	iemand die transformeert (van vorm verandert)
transformanten	=	transformant
transformatie	noun	omvorming, verandering
transformatieproces	noun	een serie handelingen die moet leiden van de ene naar de andere situatie
transformatieprocessen	=	transformatieproces
transformaties	=	transformatie
transformatietje	=	transformatie
transformationeel	adj	betrekking hebbend op of geschiedend door transformatie
transformationeel-generatief	adj	zowel transformationeel alsook generatief
transformationeel-generatiefs	=	transformationeel-generatief
transformationeel-generatiefst	=	transformationeel-generatief
transformationeel-generatiefste	=	transformationeel-generatief
transformationeel-generatieve	=	transformationeel-generatief
transformationeel-generatiever	=	transformationeel-generatief
transformationeel-generatievere	=	transformationeel-generatief
transformationeel-generatievers	=	transformationeel-generatief
transformationeels	=	transformationeel
transformationeelst	=	transformationeel
transformationeelste	=	transformationeel
transformationele	=	transformationeel
transformationeler	=	transformationeel
transformationelere	=	transformationeel
transformationelers	=	transformationeel
transformator	noun	elektromagnetisch toestel dat toelaat de spanning te verhogen of te verlagen in een wisselstroomnet, met behoud van de frequentie
transformatoren	=	transformator
transformatorhuis	noun	klein gebouw dat een of meer transformatoren herbergt om hoogspanning om te zetten naar laagspanning voor levering aan huishoudens en bedrijven
transformatorhuisje	=	transformatorhuis
transformatorhuizen	=	transformatorhuis
transformators	=	transformator
transformatortje	=	transformator
transformatortjes	=	transformator
transformatorzuil	noun	een transformatorhuisje in de vorm van een reclamezuil ("peperbus")
transformatorzuilen	=	transformatorzuil
transformatorzuiltje	=	transformatorzuil
transformatorzuiltjes	=	transformatorzuil
transformeer	=	transformeren
transformeerde	=	transformeren
transformeerden	=	transformeren
transformeert	=	transformeren
transformere	=	transformeren
transformeren	verb	van gedaante doen veranderen
transformerend	=	transformeren
transformerende	=	transformeren
transfusie	noun	het inbrengen van bloed of daarvan afgeleide producten in het bloedvatenstelsel
transfusies	=	transfusie
transfusietje	=	transfusie
transfusietjes	=	transfusie
transgeen	adj	genetisch materiaal uit meerdere dier- of plantensoorten bevattende
transgeens	=	transgeen
transgeenst	=	transgeen
transgeenste	=	transgeen
transgender	noun	iemand van wie het gender niet overeenkomt met het biologische geslacht dat bij de geboorte werd aangenomen	adj	kenmerken van een transgender vertonend
transgenderist	noun	man of vrouw die zich deels man en deels vrouw voelt
transgenderisten	=	transgenderist
transgenders	=	transgender
transgene	=	transgeen
transgener	=	transgeen
transgenere	=	transgeen
transgeners	=	transgeen
transgenese	noun	het overbrengen van een vreemd gen (een transgen) naar het genoom van een dier teneinde bepaalde gewenste erfelijke eigenschappen te verkrijgen
transgressie	noun	een fase waarin een deel van een continent door de zee overstroomd wordt
transgressies	=	transgressie
transhumanisme	noun	streven om het menselijk lichaam door het toepassen van nieuwe technologie ingrijpend te verbeteren
transigeer	=	transigeren
transigeerde	=	transigeren
transigeerden	=	transigeren
transigeert	=	transigeren
transigere	=	transigeren
transigeren	verb	tot een schikking (compromis) komen
transigerend	=	transigeren
transigerende	=	transigeren
transistor	noun	een in de twintigste eeuw uitgevonden halfgeleider die elektrische signalen versterkt, als voorloper van het geïntegreerde circuit (de chip) en daarmee ook een belangrijk basiselement van de computer en internet
transistoren	=	transistor
transistorradio	noun	toestel dat uitgezonden radiogolven via schakelingen van halfgeleiders kan omzetten in geluid, vooral gebruikt voor de draagbare uitvoering die dankzij de toepassing van halfgeleiders mogelijk werd
transistorradio's	=	transistorradio
transistorradiootje	=	transistorradio
transistorradiootjes	=	transistorradio
transistors	=	transistor
transistortje	=	transistor
transistortjes	=	transistor
transit	noun	doorvoer
transithal	noun	een grote ruimte waar passagiers verblijven die overstappen van het ene naar het andere vervoermiddel (met name op luchthavens)
transithallen	=	transithal
transithalletje	=	transithal
transithalletjes	=	transithal
transitie	noun	overgang of omschakeling
transitief	adj	overgankelijk
transitiefs	=	transitief
transitiefst	=	transitief
transitiefste	=	transitief
transitieperiode	noun	periode van overgang tussen de ene toestand en de andere
transitieperioden	=	transitieperiode
transitieperiodes	=	transitieperiode
transitieperiodetje	=	transitieperiode
transitieperiodetjes	=	transitieperiode
transities	=	transitie
transitiespijt	noun	achteraf ongelukkig zijn over een geslachtsverandering die je hebt ondergaan
transitiestad	noun	stad die werkt aan een transitie naar een duurzamer samenleven
transitiestadje	=	transitiestad
transitiestadjes	=	transitiestad
transitiesteden	=	transitiestad
transitietje	=	transitie
transitietjes	=	transitie
transitieve	=	transitief
transitieven	=	transitief
transitiever	=	transitief
transitievere	=	transitief
transitievergoeding	noun	een wettelijke geldsom die een werkgever aan een werknemer moet betalen bij ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract.
transitievergoedingen	=	transitievergoeding
transitievergoedinkje	=	transitievergoeding
transitievergoedinkjes	=	transitievergoeding
transitieverlof	noun	verlof dat iemand krijgt die een verandering ondergaat
transitieverloven	=	transitieverlof
transitievers	=	transitief
transitje	=	transit
transitjes	=	transit
transitmot	noun	Amyelois transitella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
transitmotje	=	transitmot
transitmotjes	=	transitmot
transitmotten	=	transitmot
transito	noun	uitvoer van ingevoerde goederen
transito's	=	transito
transitoir	adj	van voorbijgaande aard, tijdelijk
transitoire	=	transitoir
transitoirs	=	transitoir
transitoria	=	transitorium
transitorisch	adj	voorbijgaand
transitorische	=	transitorisch
transitorischer	=	transitorisch
transitorischere	=	transitorisch
transitorischers	=	transitorisch
transitorium	noun	gebouw waarin een instelling tijdelijk gevestigd is of personen tijdelijk verblijven
transitoriumpje	=	transitorium
transitoriumpjes	=	transitorium
transitoriums	=	transitorium
transits	=	transit
transitvisa	=	transitvisum
transitvisum	noun	een officiële toestemming gedurende een korte tijd in een land verblijven om door te kunnen reizen naar een ander land
transitvisums	=	transitvisum
transiënt	noun	verstoring in de warmtehuishouding van een installatie	adj	van voorbijgaande aard
transiënte	=	transiënt
transiënten	=	transiënt
transiëntje	=	transiënt
transiëntjes	=	transiënt
transiënts	=	transiënt
transje	=	trans
transjes	=	trans
translateer	=	translateren
translateerde	=	translateren
translateerden	=	translateren
translateert	=	translateren
translatere	=	translateren
translateren	verb	vertalen
translaterend	=	translateren
translaterende	=	translateren
translateur	noun|obsolete	iemand die translateert (vertaalt)
translateurs	=	translateur
translateurtje	=	translateur
translateurtjes	=	translateur
translatie	noun	een overdracht, een overbrenging
translatief	adj	door overdracht gebeurend	noun	naamval die een verandering aanduidt
translatiefs	=	translatief
translaties	=	translatie
translatietje	=	translatie
translatietjes	=	translatie
translatieve	=	translatief
translatieven	=	translatief
translatrice	noun|obsolete	vrouwelijke vorm van translateur
translatrices	=	translatrice
translatricetje	=	translatrice
translatricetjes	=	translatrice
transleer	=	transleren
transleerde	=	transleren
transleerden	=	transleren
transleert	=	transleren
translere	=	transleren
transleren	verb	een schuivende beweging maken
translerend	=	transleren
translerende	=	transleren
transliteratie	noun	de conversie waarbij het schrift van een taal zo eenduidig mogelijk wordt omgezet naar een ander schrift
transliteraties	=	transliteratie
transliteratietje	=	transliteratie
transliteratietjes	=	transliteratie
translocatie	noun	verplaatsing, overplaatsing
translocaties	=	translocatie
translocatietje	=	translocatie
translocatietjes	=	translocatie
transman	noun	een transgender of transseksuele man
transmannen	=	transman
transmannetje	=	transman
transmannetjes	=	transman
transmigrant	noun	landverhuizer op doortocht
transmigrante	=	transmigrant
transmigranten	=	transmigrant
transmigrantje	=	transmigrant
transmigratie	noun	migranten die zich verplaatsen van het ene land naar het andere
transmigraties	=	transmigratie
transmissie	noun	constructie waarmee de beweging van een aandrijvend onderdeel wordt overgebracht naar een aangedreven onderdeel, zodat de gewenste richting, snelheid en kracht van de beweging van dit aangedreven onderdeel zo efficiënt mogelijk bereikt wordt
transmissiekanaal	noun	medium waarover data wordt verstuurd, dit kan bedraad of draadloos zijn.
transmissiekanalen	=	transmissiekanaal
transmissieketting	noun	een ketting die beweging overbrengt b.v. van een motor naar het aan te drijven systeem
transmissiekettingen	=	transmissieketting
transmissiekettinkje	=	transmissieketting
transmissiekettinkjes	=	transmissieketting
transmissiekost	noun|obsolete	de som van alle bedragen die men voor het behalen van een bepaald doel moet betalen
transmissiekosten	noun	geld dat men moet betalen voor het transport van elektriciteit over een elektriciteitsnet
transmissielijn	noun	een verbinding voor het voortgeleiden van elektromagnetische golven
transmissielijnen	=	transmissielijn
transmissielijntje	=	transmissielijn
transmissielijntjes	=	transmissielijn
transmissies	=	transmissie
transmissiesysteem	noun	apparatuur waarmee men signalen kan doorsturen
transmissiesystemen	=	transmissiesysteem
transmissietje	=	transmissie
transmissietjes	=	transmissie
transmitter	noun	zender
transmitters	=	transmitter
transmittertje	=	transmitter
transmittertjes	=	transmitter
transmutant	noun	iets dat transmuteert
transmutanten	=	transmutant
transmutatie	noun	het veranderen van een metaal in een edeler metaal
transmutaties	=	transmutatie
transmutatietheorie	noun	een theorie volgens welke alle organismen zich uit zeer eenvoudige stamvormen ontwikkeld hebben
transmutatietheorietje	=	transmutatietheorie
transmutatietheorietjes	=	transmutatietheorie
transmutatietheorieën	=	transmutatietheorie
transmuteer	=	transmuteren
transmuteerde	=	transmuteren
transmuteerden	=	transmuteren
transmuteert	=	transmuteren
transmutere	=	transmuteren
transmuteren	verb	van het ene chemische element in het andere overgaan tijdens een kernreactie
transmuterend	=	transmuteren
transmuterende	=	transmuteren
transoceanisch	adj	aan de overkant van de oceaan gelegen
transoceanische	=	transoceanisch
transoceanischer	=	transoceanisch
transoceanischere	=	transoceanisch
transoceanischers	=	transoceanisch
transparant	adj	lichtdoorlatend	noun	folie uit plastiek waarop tekst, figuren en foto's worden aangebracht ter ondersteuning van een spreekbeurt of presentatie
transparante	=	transparant
transparanten	=	transparant
transparanter	=	transparant
transparantere	=	transparant
transparanters	=	transparant
transparantie	noun	doorzichtbaarheid.
transparanties	=	transparantie
transparantje	=	transparant
transparantjes	=	transparant
transparants	=	transparant
transparantst	=	transparant
transparantste	=	transparant
transpecosrattenslang	noun	Bogertophis subocularis een slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
transpecosrattenslangen	=	transpecosrattenslang
transpecosrattenslangetje	=	transpecosrattenslang
transpecosrattenslangetjes	=	transpecosrattenslang
transpersoonlijk	adj	het persoonlijke overstijgend
transpersoonlijke	=	transpersoonlijk
transpersoonlijker	=	transpersoonlijk
transpersoonlijkere	=	transpersoonlijk
transpersoonlijkers	=	transpersoonlijk
transpersoonlijks	=	transpersoonlijk
transpersoonlijkst	=	transpersoonlijk
transpersoonlijkste	=	transpersoonlijk
transpiratie	noun	uitscheiding van vocht uit zweetklieren ter afkoeling van het lichaam
transpiraties	=	transpiratie
transpiratievocht	noun	waterige vloeistof die vrijkomt bij het zweten
transpiratievochten	=	transpiratievocht
transpireer	=	transpireren
transpireerde	=	transpireren
transpireerden	=	transpireren
transpireert	=	transpireren
transpirere	=	transpireren
transpireren	verb	zweten
transpirerend	=	transpireren
transpirerende	=	transpireren
transplantatie	noun	het overbrengen van (levend) weefsel naar een andere plaats die zowel in hetzelfde lichaam als in een ander lichaam van een mens, dier of plant kan zijn
transplantaties	=	transplantatie
transplantatietje	=	transplantatie
transplantatietjes	=	transplantatie
transplanteer	=	transplanteren
transplanteerde	=	transplanteren
transplanteerden	=	transplanteren
transplanteert	=	transplanteren
transplantere	=	transplanteren
transplanteren	verb	de overzetting van biologisch materiaal naar een andere plaats in het lichaam, of naar een ander lichaam
transplanterend	=	transplanteren
transplanterende	=	transplanteren
transpolair	adj	over de pool gaande
transpolaire	=	transpolair
transpolairs	=	transpolair
transponder	noun	een elektronisch apparaat dat een boodschap uitzendt als antwoord op een ontvangen boodschap
transponders	=	transponder
transpondertje	=	transponder
transpondertjes	=	transponder
transponeer	=	transponeren
transponeerde	=	transponeren
transponeerden	=	transponeren
transponeert	=	transponeren
transponere	=	transponeren
transponeren	verb	een muziekstuk geheel of gedeeltelijk in een andere toonsoort overzetten
transponerend	=	transponeren
transponerende	=	transponeren
transport	noun	vervoer van voorwerpen, mensen, brandstoffen van een ene naar een andere plaats
transportatie	noun	het transporteren
transportaties	=	transportatie
transportband	noun	rollende band zonder einde voor het vervoer van materiaal of goederen
transportbanden	=	transportband
transportbandje	=	transportband
transportbandjes	=	transportband
transportbedrijf	noun	een bedrijf dat goederen vervoert voor andere organisaties
transportbedrijfje	=	transportbedrijf
transportbedrijfjes	=	transportbedrijf
transportbedrijven	=	transportbedrijf
transportbeleid	noun	beleid mbt transport
transportbeton	noun	beton dat in een gespecialiseerde fabriek wordt bereid en met een betonmixer naar de bouwplaats wordt gebracht
transportbetonnen	=	transportbeton
transportbranche	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het vervoer van goederen
transportbranches	=	transportbranche
transportconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die goederentransport voor andere bedrijven verzorgen
transportconcerns	=	transportconcern
transporteer	=	transporteren
transporteerbaar	adj	van iets dat het verplaatsbaar, vervoerbaar of mobiel is; het kan gemakkelijk van de ene naar de andere plek worden gebracht.
transporteerbaarder	=	transporteerbaar
transporteerbaardere	=	transporteerbaar
transporteerbaarders	=	transporteerbaar
transporteerbaars	=	transporteerbaar
transporteerbaarst	=	transporteerbaar
transporteerbaarste	=	transporteerbaar
transporteerbare	=	transporteerbaar
transporteerde	=	transporteren
transporteerden	=	transporteren
transporteert	=	transporteren
transporten	=	transport
transportere	=	transporteren
transporteren	verb	overbrengen, vervoeren: personen of objecten naar een andere plek brengen
transporterend	=	transporteren
transporterende	=	transporteren
transporteur	noun	ondernemer van transporten, vervoerder
transporteurs	=	transporteur
transporteurtje	=	transporteur
transporteurtjes	=	transporteur
transportfiets	noun	rijwiel met een constructie waarmee vrachten vervoerd kunnen worden
transportfietsen	=	transportfiets
transportje	=	transport
transportjes	=	transport
transportkost	noun	uitgaven voor het vervoer
transportkosten	noun	uitgaven voor het vervoer
transportlaag	noun	de vierde laag uit het OSI-model die zorgt voor het probleemloze transport van data voor de applicaties
transportlaagje	=	transportlaag
transportlaagjes	=	transportlaag
transportlagen	=	transportlaag
transportleiding	noun	een (ondergrondse) buis of pijpleiding die wordt gebruikt voor het grootschalig verplaatsen van materie, zoals water, gas, olie of afvalwater.
transportleidingen	=	transportleiding
transportleidinkje	=	transportleiding
transportleidinkjes	=	transportleiding
transportmiddel	noun	al wat dient voor transport van mensen en goederen
transportmiddelen	=	transportmiddel
transportmiddeltje	=	transportmiddel
transportmiddeltjes	=	transportmiddel
transportminister	noun	lid van het kabinet die het vervoer in zijn of haar portefeuille heeft
transportministers	=	transportminister
transportministertje	=	transportminister
transportministertjes	=	transportminister
transportnetwerk	noun	is het geheel van transportlijnen of verbindingen met knooppunten waarlangs stromen zich verplaatsen
transportnetwerken	=	transportnetwerk
transportprobleem	noun	een moeilijkheid om iets of iemand van de ene naar de andere plaats te brengen
transportprobleempje	=	transportprobleem
transportprobleempjes	=	transportprobleem
transportproblemen	=	transportprobleem
transportroller	noun	plank met daaronder vier kleine zwenkwielen voor het verplaatsen van zware, grote zaken, bijvoorbeeld meubels
transportrollers	=	transportroller
transportrollertje	=	transportroller
transportrollertjes	=	transportroller
transportscheepje	=	transportschip
transportscheepjes	=	transportschip
transportschepen	=	transportschip
transportschip	noun	een schip voor het transporteren van materiaal
transportsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van transport
transportsectoren	=	transportsector
transportsectors	=	transportsector
transportsysteem	noun	stelsel van voorzieningen dat zorgt voor het vervoer van mensen en goederen
transportsystemen	=	transportsysteem
transporttoestel	noun	vliegtuig dat vooral geschikt is voor het vervoer van goederen
transporttoestellen	=	transporttoestel
transportveiligheid	noun	alles wat betrekking heeft op de gevaren die gepaard kunnen gaan met het vervoer
transportverzekering	noun	een soort verzekering voor vervoer om zich in te dekken tegen de risico's die men daarbij loopt.
transportverzekeringen	=	transportverzekering
transportverzekeringetje	=	transportverzekering
transportverzekeringetjes	=	transportverzekering
transportverzoek	noun	het verzoek om iets van A naar B te vervoeren
transportverzoeken	=	transportverzoek
transportvliegtuig	noun	vliegtuig bestemd voor het transport
transportvliegtuigen	=	transportvliegtuig
transportvliegtuigje	=	transportvliegtuig
transportvliegtuigjes	=	transportvliegtuig
transportwagen	noun	een wagen bedoeld voor het vervoeren van goederen
transportwagens	=	transportwagen
transportwagentje	=	transportwagen
transportwagentjes	=	transportwagen
transportwerkwoord	noun	een werkwoord dat een beweging aangeeft, als het gebruikt wordt met richting dan voltooide tijd met hulpwerkwoord zijn, anders met hulpwerkwoord hebben.
transportwerkwoorden	=	transportwerkwoord
transpositie	noun	in een andere toonsoort overgezette muziek
transposities	=	transpositie
transpositietje	=	transpositie
transpositietjes	=	transpositie
transposon	noun	een DNA-segment dat zichzelf naar een andere plek in het genoom kan verplaatsen
transposonen	=	transposon
transposons	=	transposon
transseksisme	noun	het transseksueel zijn
transseksualiteit	noun	het transseksueel zijn
transseksualiteiten	=	transseksualiteit
transseksueel	noun	iemand die het gevoel heeft tot de andere sekse te behoren en die een geslachtsverandering verlangd of ondergaan heeft	adj	de geaardheid hebben van een transseksueel
transseksueels	=	transseksueel
transseksueelst	=	transseksueel
transseksueelste	=	transseksueel
transseksueeltje	=	transseksueel
transseksuele	=	transseksueel
transseksuelen	=	transseksueel
transseksueler	=	transseksueel
transseksuelere	=	transseksueel
transseksuelers	=	transseksueel
transsubstantiatie	noun	wezensverandering
transsubstantiaties	=	transsubstantiatie
transsylvaans	adj	op Transsylvanië betrekking hebbend
transsylvaanse	=	transsylvaans
transsylvaanser	=	transsylvaans
transsylvaansere	=	transsylvaans
transsylvaansers	=	transsylvaans
transsylvaanst	=	transsylvaans
transsylvaanste	=	transsylvaans
transsylvanisch	adj	betreft de historische regio in het huidige Roemenië (ook bekend als Zevenburgen), gelegen achter het Apusenigebergte en de Karpaten
transsylvanische	=	transsylvanisch
transsylvanischer	=	transsylvanisch
transsylvanischere	=	transsylvanisch
transsylvanischers	=	transsylvanisch
transuretraal	adj	door de urinebuis
transuretraals	=	transuretraal
transuretrale	=	transuretraal
transvaalrotslijster	noun	Monticola brevipes pretoriae een ondersoort van de zangvogel Monticola brevipes uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
transvaalrotslijsters	=	transvaalrotslijster
transvaalrotslijstertje	=	transvaalrotslijster
transvaalrotslijstertjes	=	transvaalrotslijster
transvers	adj	dwars
transversaal	adj	dwars, overdwars gaand	noun	lijn die of vlak dat een stelsel van lijnen of vlakken snijdt
transversaals	=	transversaal
transversaalst	=	transversaal
transversaalste	=	transversaal
transversaaltje	=	transversaal
transversaaltjes	=	transversaal
transversale	=	transversaal
transversalen	=	transversaal
transversaler	=	transversaal
transversalere	=	transversaal
transversalers	=	transversaal
transverse	=	transvers
transvet	noun	een onverzadigd vet waarvan een of meer dubbele bindingen een transconfiguratie vertonen
transvetje	=	transvet
transvetjes	=	transvet
transvetten	=	transvet
transvetzuren	=	transvetzuur
transvetzuur	noun	een onverzadigd vetzuur waarvan een of meer bindingen een transconfiguratie bezitten
transvetzuurtje	=	transvetzuur
transvetzuurtjes	=	transvetzuur
transvrouw	noun	een transgender of transseksuele vrouw
transvrouwen	=	transvrouw
transvrouwtje	=	transvrouw
transvrouwtjes	=	transvrouw
trant	noun	in de manier van
tranten	=	trant
trap	noun	verbinding tussen twee op verschillende hoogte liggende vloeren of terreinen, bestaande uit een reeks treden die zich (schuin) boven elkaar bevinden
trapachtigen	noun	een orde Otidiformes met één familie van vogels, de trappen (Otididae)
trapas	noun	deel van een fiets waaraan de trappers zijn bevestigd d.m.v. de cranks en het voorste kettingblad
trapassen	=	trapas
trapauto	noun	een speelgoedauto die door beenkracht wordt voortbewogen
trapauto's	=	trapauto
trapautootje	=	trapauto
trapautootjes	=	trapauto
trapbekrachtiging	noun	de technologie op een elektrische fiets (e-bike) waarbij de elektromotor jouw eigen trapbeweging detecteert en versterkt.
trapbekrachtigingen	=	trapbekrachtiging
trapbekrachtigingetje	=	trapbekrachtiging
trapbekrachtigingetjes	=	trapbekrachtiging
trapbeweging	noun	de cirkelvormige, herhaalde beweging die je maakt wanneer je op een fiets trapt.
trapbewegingen	=	trapbeweging
trapbeweginkje	=	trapbeweging
trapbeweginkjes	=	trapbeweging
trapboot	noun	is een vaartuig met een aandrijving zoals op fietsen toegepast.
trapbootje	=	trapboot
trapbootjes	=	trapboot
trapboten	=	trapboot
trapeze	noun	een zweefrek voor acrobaten
trapezeartiest	noun	kermisartiest die hoog in de tent zwaaiend aan een trapeze acrobatische kunsten vertoont
trapezeartiesten	=	trapezeartiest
trapezes	=	trapeze
trapezetje	=	trapeze
trapezetjes	=	trapeze
trapezewerker	noun	acrobaat die met een trapeze werkt
trapezewerkers	=	trapezewerker
trapezewerkertje	=	trapezewerker
trapezewerkertjes	=	trapezewerker
trapezia	=	trapezium
trapezium	noun	een vierhoek waarvan twee zijden evenwijdig lopen
trapeziumgitje	noun	Cheilosia carbonaria een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
trapeziumgitjes	=	trapeziumgitje
trapeziumpje	=	trapezium
trapeziumpjes	=	trapezium
trapeziums	=	trapezium
trapeziumsidderrog	noun	Tetronarce tokionis een vissensoort uit de familie van de sidderroggen (Torpedinidae).
trapeziumsidderroggen	=	trapeziumsidderrog
trapeziumsidderroggetje	=	trapeziumsidderrog
trapeziumsidderroggetjes	=	trapeziumsidderrog
trapeziumsidderrogje	=	trapeziumsidderrog
trapeziumsidderrogjes	=	trapeziumsidderrog
trapeziumuil	noun	Xestia ditrapezium een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
trapeziumuilen	=	trapeziumuil
trapeziumuiltje	=	trapeziumuil
trapeziumuiltjes	=	trapeziumuil
trapeziumvormig	adj	vorm van een trapezium hebbend
trapeziumvormige	=	trapeziumvormig
trapeziumvormiger	=	trapeziumvormig
trapeziumvormigere	=	trapeziumvormig
trapeziumvormigers	=	trapeziumvormig
trapeziumvormigs	=	trapeziumvormig
trapeziumvormigst	=	trapeziumvormig
trapeziumvormigste	=	trapeziumvormig
trapezoïde	noun	vierhoek met twee evenwijdige zijdes
trapezoïden	=	trapezoïde
trapezoïdes	=	trapezoïde
trapgans	noun	benaming voor vogels uit de familie Otididae
trapgansje	=	trapgans
trapgansjes	=	trapgans
trapganzen	=	trapgans
trapgat	noun	gat in de vloer waar de trap in uitkomt
trapgaten	=	trapgat
trapgelopen	=	traplopen
trapgevel	noun	een oude traditionele topgevel waarvan de bovenzijde zich naar boven toe trapsgewijs versmalt
trapgevels	noun	een familie Turridae van slakken.
trapgeveltje	=	trapgevel
trapgeveltjes	=	trapgevel
traphal	noun	open ruimte in een gebouw waarin de trap is gebouwd
traphallen	=	traphal
traphek	noun	een hekwerk dat bedoeld is om de veiligheid van kinderen te garanderen door te voorkomen dat ze van de trap vallen
traphekje	=	traphek
traphekjes	=	traphek
traphekken	=	traphek
trapje	=	trap
trapjes	=	trap
trapkar	noun	een speelgoedauto die door beenkracht wordt voortbewogen
trapkarren	=	trapkar
trapkarretje	=	trapkar
trapkarretjes	=	trapkar
trapkast	noun	een kast die onder een trap is gelegen
trapkasten	=	trapkast
trapkastje	=	trapkast
trapkastjes	=	trapkast
trapladder	noun	A-vormige ladder met horizontale traptreden die zonder uitwendige ondersteuning kan staan
trapladders	=	trapladder
trapladdertje	=	trapladder
trapladdertjes	=	trapladder
trapleer	noun	verplaatsbare trap, ladder
trapleertje	=	trapleer
trapleertjes	=	trapleer
trapleren	=	trapleer
trapleuning	noun	iets waar je je aan kunt vasthouden tijdens het lopen over een trap om steun en stabiliteit te krijgen
trapleuningen	=	trapleuning
trapliep	=	traplopen
trapliepe	=	traplopen
trapliepen	=	traplopen
trapliept	=	traplopen
traplift	noun	stoel die wordt voortbewogen door een elektromotor over een rail die is bevestigd op een trap
trapliften	=	traplift
trapliftje	=	traplift
trapliftjes	=	traplift
traploop	=	traplopen
traploopt	=	traplopen
traploos	adj	continu regelbaar
traploost	=	traploos
traplooste	=	traploos
traplope	=	traplopen
traplopen	verb	een trap op- of afgaan
traplopend	=	traplopen
traplopende	=	traplopen
traploper	noun	een lang vloerkleed dat over de traptreden ligt
traplopers	=	traploper
traploze	=	traploos
traplozer	=	traploos
traplozere	=	traploos
traplozers	=	traploos
trapmachientje	=	trapmachine
trapmachientjes	=	trapmachine
trapmachine	noun	machine die door trappen in beweging wordt gebracht
trapmachines	=	trapmachine
trapmos	noun	een geslacht Lophozia van levermossen uit de trapmosfamilie (Lophoziaceae).
trapmosfamilie	noun	een familie Lophoziaceae van levermossen die behoren tot de orde Jungermanniales.
trapmosje	=	trapmos
trapmosjes	=	trapmos
trapmossen	=	trapmos
trappe	=	trappen
trappel	=	trappelen
trappelde	=	trappelen
trappelden	=	trappelen
trappele	=	trappelen
trappelen	verb	enige tijd beide voeten om de beurt een stampende beweging laten maken
trappelend	=	trappelen
trappelende	=	trappelen
trappelkaart	noun	kaart waarop een zwangere vrouw kan aangeven hoeveel bewegingen ze voelt van de ongeboren baby
trappelkaarten	=	trappelkaart
trappelt	=	trappelen
trappelzak	noun	een kledingstuk voor kleuters dat vanboven een hemd en vanonder een slaapzak is.
trappelzakje	=	trappelzak
trappelzakjes	=	trappelzak
trappelzakken	=	trappelzak
trappen	verb	met een krachtige beweging van de voet raken of verplaatsen	noun	Otididae de enige familie van vogels uit de orde Otidiformes.
trappend	adj	van een beweging dat deze lijkt op trappen
trappende	=	trappen
trappender	=	trappend
trappendere	=	trappend
trappenders	=	trappend
trappends	=	trappend
trappendst	=	trappend
trappendste	=	trappend
trappengelopen	=	trappenlopen
trappenhuis	noun	een inpandig deel van een gebouw waar zich het trappenstelsel bevindt
trappenhuisje	=	trappenhuis
trappenhuisjes	=	trappenhuis
trappenhuizen	=	trappenhuis
trappenliep	=	trappenlopen
trappenliepen	=	trappenlopen
trappenloop	=	trappenlopen
trappenloopt	=	trappenlopen
trappenlopen	verb	te voet een trap bestijgen of afdalen
trappenlopend	=	trappenlopen
trappenlopende	=	trappenlopen
trappenpiramide	noun	bouwwerk met een vierkant grondvlak, bestaand uit zichtbare lagen die naar boven toe telkens wat inspringen
trappenpiramiden	=	trappenpiramide
trappenpiramides	=	trappenpiramide
trapper	noun	een uitsteeksel aan een toestel of voertuig bedoeld om met de voet op te trappen
trappers	=	trapper
trappertje	=	trapper
trappertjes	=	trapper
trappetje	=	trap
trappetjes	=	trap
trappiramide	noun	piramide in trapvorm
trappiramiden	=	trappiramide
trappiramides	=	trappiramide
trappist	noun	monnik behorend tot de orde der trappisten, een van de cisterciënzers afgescheiden orde
trappiste	noun	vrouwelijke trappist
trappisten	=	trappist
trappistes	=	trappiste
trappistetje	=	trappiste
trappistetjes	=	trappiste
trappistje	=	trappist
trappistjes	=	trappist
trapportaal	noun	gangruimte aan een trap of als onderbreking van een trap
trapportaaltje	=	trapportaal
trapportaaltjes	=	trapportaal
trapportalen	=	trapportaal
traproe	noun	een ijzeren staaf waarmee men een traploper op de trap bevestigt
traproede	noun	een ijzeren staaf waarmee men een traploper op de trap bevestigt
traproeden	=	traproede
traproedes	=	traproede
traproedetje	=	traproede
traproedetjes	=	traproede
traproes	=	traproe
traproetje	=	traproe
traproetjes	=	traproe
trapsgewijs	adj	op de wijze van een trap
trapsgewijze	=	trapsgewijs
trapslang	noun	Zamenis scalaris een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
trapslangen	=	trapslang
trapslangetje	=	trapslang
trapslangetjes	=	trapslang
trapstaartekster	noun	Temnurus temnurus een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
trapstaarteksters	=	trapstaartekster
trapstaartekstertje	=	trapstaartekster
trapstaartekstertjes	=	trapstaartekster
trapstaartnachtzwaluw	noun	Hydropsalis climacocerca een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
trapstaartnachtzwaluwen	=	trapstaartnachtzwaluw
trapstaartnachtzwaluwtje	=	trapstaartnachtzwaluw
trapstaartnachtzwaluwtjes	=	trapstaartnachtzwaluw
trapt	=	trappen
trapte	=	trappen
traptechniek	noun	de wijze waarop een voetballer tegen de bal trapt
traptechnieken	=	traptechniek
traptechniekje	=	traptechniek
traptechniekjes	=	traptechniek
trapten	=	trappen
traptrede	noun	een deel van een trap waarop men kan staan
traptreden	=	traptrede
traptredes	=	traptrede
traptree	noun	een deel van een trap waarop men kan staan
traptrees	=	traptree
traptreetje	=	traptree
traptreetjes	=	traptree
traptreeën	=	traptree
trapvechtkwartel	noun	Pedionomus torquatus de enige soort uit de familie Pedionomidae
trapvechtkwartels	noun	Pedionomidae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen (Charadriiformes).
trapvechtkwarteltje	=	trapvechtkwartel
trapvechtkwarteltjes	=	trapvechtkwartel
trapveld	noun	vlak terrein waarop je zonder officiële organisatie of voorzieningen kunt voetballen
trapvelden	=	trapveld
trapveldje	=	trapveld
trapvormig	adj	vorm van een trap hebbend
trapvormige	=	trapvormig
trapvormiger	=	trapvormig
trapvormigere	=	trapvormig
trapvormigers	=	trapvormig
trapvormigs	=	trapvormig
trapvormigst	=	trapvormig
trapvormigste	=	trapvormig
trapwagen	noun	een speelgoedauto die door beenkracht wordt voortbewogen
trapwagens	=	trapwagen
trapwagentje	=	trapwagen
trapwagentjes	=	trapwagen
tras	noun	gemalen tufsteen, kan aan cement en beton worden toegevoegd
trasbroek	noun|obsolete	sullig, weinig flink persoon
trasbroeken	=	trasbroek
trasbroekje	=	trasbroek
trasbroekjes	=	trasbroek
trash	noun	minderwaardig product, afval bij het maken van iets beters
trashmetal	noun	een muziekstroming die heavy metal combineert met hardcore punk
trasmolen	noun	molen die tufsteen tot tras maalt ten behoeve van de productie van cement en mortel
trasmolens	=	trasmolen
trasmolentje	=	trasmolen
trasmolentjes	=	trasmolen
trasmortel	noun	mortel bestaande uit een of ander bindmiddel alsmede tras
trasmortels	=	trasmortel
trasraam	noun	waterdicht metselwerk in muren tegen het optrekken van grondvocht
trasraampje	=	trasraam
trasramen	=	trasraam
trassant	noun	trekker van een wissel, mannelijke vorm van trassante
trassanten	=	trassant
trasse	=	trassen
trasseer	=	trasseren
trasseerde	=	trasseren
trasseerden	=	trasseren
trasseert	=	trasseren
trassen	verb	met cement die gemalen tufsteen (tras) bevat metselen of bestrijken
trassend	=	trassen
trassende	=	trassen
trassere	=	trasseren
trasseren	verb	een wissel trekken; een wissel afgeven
trasserend	=	trasseren
trasserende	=	trasseren
trassi	noun	ingrediënt van de Indische rijsttafel, bereid uit garnalen
trassteen	noun	brok tufsteen
trassteentje	=	trassteen
trassteentjes	=	trassteen
trasstenen	=	trassteen
trast	=	trassen
traste	=	trassen
trasten	=	trassen
trauma	noun	psychische stoornis, ontstaan door een schokkende ervaring
trauma's	=	trauma
traumaatje	=	trauma
traumaatjes	=	trauma
traumabus	noun	bus waarmee een mobiel medisch team naar een ongeval gebracht kan worden als de traumahelikopter niet kan of mag vliegen
traumabussen	=	traumabus
traumacentra	=	traumacentrum
traumacentrum	noun	ziekenhuis met een gespecialiseerde afdeling voor de behandeling van slachtoffers van ernstige ongelukken
traumacentrums	=	traumacentrum
traumachirurg	noun	medisch specialist die verwondingen behandelt
traumachirurgen	=	traumachirurg
traumaheli	noun	afkorting van traumahelikopter
traumaheli's	=	traumaheli
traumahelietje	=	traumaheli
traumahelietjes	=	traumaheli
traumahelikopter	noun	helikopter waarmee een traumateam hulp verleent (zelden voor het transport van patiënten)
traumahelikopters	=	traumahelikopter
traumahelikoptertje	=	traumahelikopter
traumakamer	noun	ruimte waarin slachtoffers van een ernstig ongeluk worden opgevangen op de spoedeisende afdeling van een ziekenhuis
traumakamers	=	traumakamer
traumata	=	trauma
traumateam	noun	team artsen dat bij ernstige ongelukken en rampen in actie komt
traumateams	=	traumateam
traumatisch	adj	door een letsel ontstaan
traumatische	=	traumatisch
traumatischer	=	traumatisch
traumatischere	=	traumatisch
traumatischers	=	traumatisch
traumatischt	=	traumatisch
traumatischte	=	traumatisch
traumatiseer	=	traumatiseren
traumatiseerde	=	traumatiseren
traumatiseerden	=	traumatiseren
traumatiseert	=	traumatiseren
traumatisere	=	traumatiseren
traumatiseren	verb	geestelijk ernstig geschokt raken, een trauma krijgen
traumatiserend	=	traumatiseren
traumatiserende	=	traumatiseren
traumatologen	=	traumatoloog
traumatologie	noun	de wetenschap die aandoeningen bestudeert die ontstaan zijn door uitwendig geweld en de behandeling van deze aandoeningen
traumatologisch	adj	betrekking hebbend op de traumatologie
traumatologische	=	traumatologisch
traumatologischer	=	traumatologisch
traumatologischere	=	traumatologisch
traumatologischers	=	traumatologisch
traumatoloog	noun	arts gespecialiseerd in de (chirurgische) behandeling van verwondingen die door ongevallen of geweld zijn veroorzaakt
traumaverwerking	noun	handelingen die nodig zijn om de schadelijke emotionele gevolgen van een schadelijke gebeurtenis te beperken
traumaverwerkingen	=	traumaverwerking
trautonium	noun	muziekinstrument dat geluid produceert door middel van een weerstandsdraad die over een metalen plaat gedrukt wordt
travaat	noun|obsolete	stortbui met heftige wind, zoals die voor de kust van Guinea voorkomen
travade	=	travaat
travalje	noun	constructie waarin een paard kan worden vastgezet om hoefijzers vast te kunnen maken
travaljes	=	travalje
travancorekruiplijster	noun	Pomatorhinus horsfieldii een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
travancorekruiplijsters	=	travancorekruiplijster
travancorekruiplijstertje	=	travancorekruiplijster
travancorekruiplijstertjes	=	travancorekruiplijster
travaten	=	travaat
trave	=	traven
travee	noun	een deel van een gebouw, dat wordt bepaald door twee opvolgende steunpunten in de lengterichting van het gebouw
traveetje	=	travee
traveetjes	=	travee
traveeën	=	travee
travellerscheque	noun	tegen verlies of diefstal gedekte cheque die op reis meegenomen werd in de tijd dat niet overal geldautomaten aanwezig waren en men aangewezen was om met contant geld te reizen
travellerscheques	=	travellerscheque
traven	verb|obsolete	vast tegen elkaar aanduwen, tegen elkaar persen
travend	=	traven
travende	=	traven
travers	noun	dwarsbalk, dwarsstraat, dwarsovergang, oversteek
traverse	noun	oversteekplaast of kruising
traverseer	=	traverseren
traverseerde	=	traverseren
traverseerden	=	traverseren
traverseert	=	traverseren
traversen	=	traverse
traversere	=	traverseren
traverseren	verb	dwarssprongen maken
traverserend	=	traverseren
traverserende	=	traverseren
traverso	noun	een voorloper van de moderne dwarsfluit waarbij niet op kleppen maar op open gaten gespeeld wordt
traverso's	=	traverso
traversootje	=	traverso
traversootjes	=	traverso
travertijn	noun	marmerachtige kalksteen die gevormd wordt door de neerslag van kalk uit met calciumcarbonaat (kalk) oververzadigd water uit warme bronnen
travestie	noun	het gekleed gaan als een persoon van de andere sekse dan die waar men zelf toe behoort
travesties	=	travestie
travestiet	noun	iemand die kleren van de andere sekse draagt dan waar hij of zij toe behoort
travestieten	=	travestiet
travestietje	=	travestiet
travestieën	=	travestie
travo	noun|informal	travestiet
travo's	=	travo
travoltariseer	=	travoltariseren
travoltariseerde	=	travoltariseren
travoltariseerden	=	travoltariseren
travoltariseert	=	travoltariseren
travoltarisere	=	travoltariseren
travoltariseren	verb	verhaspelen van een naam zoals John Travolta deed tijdens een oscaruitreiking
travoltariserend	=	travoltariseren
travoltariserende	=	travoltariseren
travootje	=	travo
travootjes	=	travo
trawant	noun	handlanger (vaak niet positief bedoeld)
trawanten	=	trawant
trawantje	=	trawant
trawantjes	=	trawant
trawler	noun	treiler
trawlers	=	trawler
trawlnet	noun	kegelvormige netten die achter een schip over de zeebodem gesleept worden
trawlnetten	=	trawlnet
tray	noun	een open verpakking die onderverdeeld is in verschillende vakjes
trays	=	tray
traytje	=	tray
traytjes	=	tray
traîneeren	=	traineren
traîneren	=	traineren
treble	noun	hogetonenfilter op geluidsapparatuur
trebles	=	treble
trecento	noun	de periode van de veertiende eeuw in de Italiaanse muziekkunst
trechter	noun	taps toelopende buis, gebruikt voor het vullen van vaten (ook )
trechterbeker	noun	aardewerken pot met een trechtervormige hals en een bolle buik, kenmerkend voor de Trechterbekercultuur uit de Nieuwe Steentijd (Late Neolithicum)
trechterbekers	=	trechterbeker
trechterbekertje	=	trechterbeker
trechterbekertjes	=	trechterbeker
trechterborst	noun	aangeboren afwijking waarbij het borstbeen en de ribben naar binnen zijn gedrukt, waardoor een kuil ontstaat in de borstkas
trechterborsten	=	trechterborst
trechterborstje	=	trechterborst
trechterborstjes	=	trechterborst
trechtercake	noun	knapperig zoet gebak van gefrituurde slierten beslag, vaak verkocht bij attracties in de VS
trechtercakeje	=	trechtercake
trechtercakejes	=	trechtercake
trechtercakes	=	trechtercake
trechtercantharel	noun	Cantharellus tubaeformis een paddenstoel uit de familie Cantharellaceae.
trechtercantharellen	=	trechtercantharel
trechtercantharelletje	=	trechtercantharel
trechtercantharelletjes	=	trechtercantharel
trechteroorvleermuis	noun	zoogdier uit de familie Natalidae van vleermuizen uit het Caribisch gebied, Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika.
trechteroorvleermuisje	=	trechteroorvleermuis
trechteroorvleermuisjes	=	trechteroorvleermuis
trechteroorvleermuizen	noun	Natalidae een familie van vleermuizen uit het Caribisch gebied, Midden-Amerika en het noorden van Zuid-Amerika.
trechters	=	trechter
trechterspin	noun	spin uit de familie Agelenidae
trechterspinnen	noun	Agelenidae een familie van spinnen die wereldwijd worden vertegenwoordigd door 514 soorten in 42 geslachten.
trechterspinnetje	=	trechterspin
trechterspinnetjes	=	trechterspin
trechtertje	=	trechter
trechtertjes	=	trechter
trechtervormig	adj	vorm van een trechter hebbend
trechtervormige	=	trechtervormig
trechtervormiger	=	trechtervormig
trechtervormigere	=	trechtervormig
trechtervormigers	=	trechtervormig
trechtervormigs	=	trechtervormig
trechtervormigst	=	trechtervormig
trechtervormigste	=	trechtervormig
trechterwasbekertje	noun	Orbilia cyathea een schimmel behorend tot de familie Orbiliaceae.
trechterwasbekertjes	=	trechterwasbekertje
trechterwasplaat	noun	Hygrocybe cantharellus een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
trechterwasplaatje	=	trechterwasplaat
trechterwasplaatjes	=	trechterwasplaat
trechterwasplaten	=	trechterwasplaat
trechterzwam	noun	een schimmel uit de orde plaatjeszwammen waarvan het vruchtlichaam trechtervormig is
trechterzwammen	=	trechterzwam
trechterzwammetje	=	trechterzwam
trechterzwammetjes	=	trechterzwam
treckschuit	=	trekschuit
treckschuyt	=	trekschuit
tred	noun	regelmatige gang of loop
trede	noun	een opstap of afstap
tredeciljard	noun	aantal dat overeenkomt met de negende macht van een miljard, 10⁸¹	num	10⁸¹, het getal dat overeenkomt met de negende macht van een miljard, in cijfers een één met eenentachtig nullen: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000
tredeciljarden	=	tredeciljard
tredeciljoen	noun	getal gelijk aan 10⁷⁸, te schrijven als een 1 met 78 nullen	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁷⁸).
tredeciljoenen	=	tredeciljoen
treden	verb	met de voeten begaan
tredend	=	treden
tredende	=	treden
tredes	=	trede
tredetje	=	trede
tredetjes	=	trede
tredje	=	tred
tredjes	=	tred
tredmolen	noun	een molen die door spierkracht van mensen of dieren in beweging wordt gebracht
tredmolens	=	tredmolen
tredmolentje	=	tredmolen
tredmolentjes	=	tredmolen
tredplant	noun	plant die in staat is om te groeien op plaatsen die veel betreden worden
tredplanten	=	tredplant
tredplantje	=	tredplant
tredplantjes	=	tredplant
tree	noun	opstapje dat deel uitmaakt van een trap
treed	=	treden
treedt	=	treden
treef	noun	persoonlijk taboe op een levensmiddel
treefje	=	treef
treefjes	=	treef
treeft	noun	ring op drie poten (drievoet) om potten en pannen boven een open vuur te kunnen plaatsen
treeften	=	treeft
treeftje	=	treeft
treeftjes	=	treeft
treek	noun	list, streek, slimmigheid, truc
treem	noun	steunbalk
treeplank	noun	houten of metalen plank aan de zijkant van een auto, bus, tram of trein die passagiers gebruiken bij het in- en uitstappen
treeplanken	=	treeplank
treeplankje	=	treeplank
treeplankjes	=	treeplank
treerad	noun	een molen met sporten die door spierkracht van mensen of dieren in beweging wordt gebracht
treeraderen	=	treerad
trees	noun	treze
treesje	=	trees
treetje	=	tree
treetjes	=	tree
treeën	=	tree
tref	=	treffen
trefa	adj	ritueel niet-geoorloofd
trefbaar	adj	te raken met een bal
trefbaarder	=	trefbaar
trefbaardere	=	trefbaar
trefbaarders	=	trefbaar
trefbaars	=	trefbaar
trefbaarst	=	trefbaar
trefbaarste	=	trefbaar
trefbal	noun	een balsport die veel op scholen bij lichamelijke opvoeding wordt gespeeld.
trefballen	=	trefbal
trefbare	=	trefbaar
trefdag	noun	een dag dat men elkaar ontmoet
trefdagen	=	trefdag
trefen	=	treef
treffe	=	treffen
treffelijk	adj	op een goede manier
treffelijke	=	treffelijk
treffelijker	=	treffelijk
treffelijkere	=	treffelijk
treffelijkers	=	treffelijk
treffelijks	=	treffelijk
treffelijkst	=	treffelijk
treffelijkste	=	treffelijk
treffen	verb	raak schieten; raken en daardoor kapot of beschadigd worden
treffend	adj	precies het doel rakend
treffende	=	treffend
treffender	=	treffend
treffendere	=	treffend
treffenders	=	treffend
treffends	=	treffend
treffendst	=	treffend
treffendste	=	treffend
treffens	=	treffen
treffentje	=	treffen
treffer	noun	iets dat doel treft
treffers	=	treffer
treffertje	=	treffer
treffertjes	=	treffer
trefkans	noun	de kans om te raken
trefkansen	=	trefkans
trefpunt	noun	ontmoetingsplaats, plaats waar men elkaar kan treffen
trefpunten	=	trefpunt
trefpuntje	=	trefpunt
trefpuntjes	=	trefpunt
treft	=	treffen
trefwoord	noun	een titelwoord van een stuk tekst in een catalogus, woordenboek of encyclopedie
trefwoorden	=	trefwoord
trefwoordenlijst	noun	lijst van trefwoorden
trefwoordenlijsten	=	trefwoordenlijst
trefwoordenlijstje	=	trefwoordenlijst
trefwoordenlijstjes	=	trefwoordenlijst
trefwoordje	=	trefwoord
trefwoordjes	=	trefwoord
trefzeker	adj	goed het doel kunnende treffen
trefzekerder	=	trefzeker
trefzekerdere	=	trefzeker
trefzekerders	=	trefzeker
trefzekere	=	trefzeker
trefzekerheden	=	trefzekerheid
trefzekerheid	noun	het vermogen van iets of iemand om een doel te raken of te bereiken
trefzekers	=	trefzeker
trefzekerst	=	trefzeker
trefzekerste	=	trefzeker
tregging	noun	legging van een dikke stof die gedragen kan worden als een broek
treggings	=	tregging
treife	adj	ritueel niet-geoorloofd
treifel	=	treife
treifes	=	treife
treil	noun	treklijn, jaaglijn
treilde	=	treilen
treilden	=	treilen
treile	=	treilen
treilen	verb	aan een lijn voorttrekken, op sleeptouw nemen
treilend	=	treilen
treilende	=	treilen
treiler	noun	een krachtige vissersboot die met een trechtervormig net vist
treilers	=	treiler
treilertje	=	treiler
treilertjes	=	treiler
treilt	=	treilen
treiltje	=	treil
treiltjes	=	treil
trein	noun	rij wagons die door een krachtvoertuig (bijvoorbeeld een locomotief) voortbewogen wordt
treinaanbod	noun	de treinverbindingen die beschikbaar zijn voor een bepaalde reis
treinas	noun	de as waarop de wielen van een trein gemonteerd zijn
treinasje	=	treinas
treinasjes	=	treinas
treinassen	=	treinas
treinbegeleider	noun	een medewerker van de spoorwegen die reizigers op vervoersbewijzen controleert, informatie geeft en de orde in de trein dient te bewaren
treinbegeleiders	=	treinbegeleider
treinbegeleidertje	=	treinbegeleider
treinbegeleidertjes	=	treinbegeleider
treinbegeleidster	=	treinbegeleider
treinbestuurder	noun	een bestuurder van een trein
treinbestuurders	=	treinbestuurder
treinbestuurdertje	=	treinbestuurder
treinbestuurdertjes	=	treinbestuurder
treinbestuurster	noun	vrouwelijke vorm van treinbestuurder
treinbestuursters	=	treinbestuurster
treinbestuurstertje	=	treinbestuurster
treinbestuurstertjes	=	treinbestuurster
treinbeweging	noun	doelbewust verplaatsen van een trein over het spoor, van beginpunt tot eindpunt.
treinbewegingen	=	treinbeweging
treinbeweginkje	=	treinbeweging
treinbeweginkjes	=	treinbeweging
treinbeïnvloeding	noun	een systeem dat een machinist kan waarschuwen of automatisch ingrijpt met een remming bij overschrijding van de maximaal toegelaten snelheid of het onterecht passeren van een stopsein
treinbotsing	noun	botsing waarbij een trein betrokken is
treinbotsingen	=	treinbotsing
treinbotsinkje	=	treinbotsing
treinbotsinkjes	=	treinbotsing
treinbouwer	noun	iemand die treinen bouwt
treinbouwers	=	treinbouwer
treinbouwertje	=	treinbouwer
treinbouwertjes	=	treinbouwer
treinconducteur	noun	een medewerker van de spoorwegen die reizigers op vervoersbewijzen controleert en de orde in de trein dient te bewaren
treinconducteurs	=	treinconducteur
treinconducteurtje	=	treinconducteur
treinconducteurtjes	=	treinconducteur
treincoupeetje	=	treincoupé
treincoupeetjes	=	treincoupé
treincoupé	noun	een coupé in een trein.
treincoupés	=	treincoupé
treinde	=	treinen
treinden	=	treinen
treindeur	noun	een buitendeur van een trein die dient voor het veilig in- en uitstappen van reizigers
treindeuren	=	treindeur
treindeurtje	=	treindeur
treindeurtjes	=	treindeur
treindienst	noun	transportmogelijkheid per trein en de daarop betrekking hebbende organisatie
treindiensten	=	treindienst
treindienstleider	noun	iemand die bepaalt waar en wanneer treinen rijden; iemand die het treinverkeer leidt
treindienstleiders	=	treindienstleider
treindienstleiding	noun	de gezamenlijke medewerkers die verantwoordelijk zijn voor het veilige verloop van het treinverkeer op een deel van het spoor
treindienstleidingen	=	treindienstleiding
treindienstleidinkje	=	treindienstleiding
treindienstleidinkjes	=	treindienstleiding
treine	=	treinen
treinen	verb	met de trein reizen
treinend	=	treinen
treinende	=	treinen
treinenloop	noun	de gang van de treinen; de voortgang van de treinen
treinenlopen	=	treinenloop
treingebruik	noun	het benutten van een trein
treingebruiken	=	treingebruik
treingebruikje	=	treingebruik
treingebruikjes	=	treingebruik
treinhalte	noun	plaats waar een reizigerstrein stopt, zonder stationsgebouw
treinhalten	=	treinhalte
treinhaltes	=	treinhalte
treinkaartje	noun	kaartje dat dient als betalingsbewijs voor een treinreis
treinkaartjes	=	treinkaartje
treinlading	noun	de totale hoeveelheid goederen die in één goederentrein past
treinladingen	=	treinlading
treinladinkje	=	treinlading
treinladinkjes	=	treinlading
treinlijn	noun	treinverbinding tussen twee plaatsen
treinlijnen	=	treinlijn
treinmachinist	noun	bestuurder van een trein
treinmachinisten	=	treinmachinist
treinongeluk	noun	een ongeval waarbij een trein is betrokken
treinongelukken	=	treinongeluk
treinongeval	noun	een ongeluk waarbij één of meer treinen zijn betrokken
treinongevallen	=	treinongeval
treinongevalletje	=	treinongeval
treinongevalletjes	=	treinongeval
treinpassagier	noun	iemand die met de trein reist
treinpassagiers	=	treinpassagier
treinpassagiertje	=	treinpassagier
treinpassagiertjes	=	treinpassagier
treinpersoneel	noun	mensen die werkzaam zijn in een trein en in dienst zijn van een spoorwegmaatschappij
treinraam	noun	opening in de wand van een treinwagon waardoor men naar buiten kan kijken
treinraampje	=	treinraam
treinraampjes	=	treinraam
treinramen	=	treinraam
treinramp	noun	groot ongeval met treinen
treinrampen	=	treinramp
treinreis	noun	een reis die je maakt met een trein
treinreisje	=	treinreis
treinreisjes	=	treinreis
treinreizen	=	treinreis
treinreiziger	noun	iemand die met de trein reist
treinreizigers	=	treinreiziger
treinreizigertje	=	treinreiziger
treinreizigertjes	=	treinreiziger
treinrijtuig	noun	een spoorwegrijtuig.
treinrijtuigen	=	treinrijtuig
treinrijtuigje	=	treinrijtuig
treinrijtuigjes	=	treinrijtuig
treinrit	noun	korte reis per spoor zonder terugreis
treinritje	=	treinrit
treinritjes	=	treinrit
treinritten	=	treinrit
treinroof	noun	een overval op een trein met als doel de lading te stelen
treinroven	=	treinroof
treinsafari	noun	rit met een trein door een natuurgebied
treinsafari's	=	treinsafari
treinserie	noun	een reeks treindiensten die een bepaalde route volgens een bepaald patroon afleggen
treinseries	=	treinserie
treinspoor	noun	spoorweg voor de trein
treinspoortje	=	treinspoor
treinspoortjes	=	treinspoor
treinsporen	=	treinspoor
treinstaking	noun	georganiseerde werkonderbreking door het treinpersoneel
treinstakingen	=	treinstaking
treinstakinkje	=	treinstaking
treinstakinkjes	=	treinstaking
treinstation	noun	een plaats waar treinen stoppen en vertrekken en de reizigers kunnen in-, uit- en overstappen en/of goederen kunnen worden verladen
treinstationnetje	=	treinstation
treinstations	=	treinstation
treinstel	noun	Een tweetal of een klein aantal bij elkaar behorende treinen of treinwagons.
treinstellen	=	treinstel
treinstelletje	=	treinstel
treinstelletjes	=	treinstel
treinsurf	=	treinsurfen
treinsurfde	=	treinsurfen
treinsurfden	=	treinsurfen
treinsurfe	=	treinsurfen
treinsurfen	verb	een gevaarlijke en illegale activiteit waarbij het de bedoeling is om op het dak van een rijdende trein of metro te staan, of aan de zij- of achterkant van de trein te hangen, en bovenleidingen en spoorwegseinen te ontwijken
treinsurfend	=	treinsurfen
treinsurfende	=	treinsurfen
treinsurft	=	treinsurfen
treinsurfte	=	treinsurfen
treinsurften	=	treinsurfen
treint	=	treinen
treintaxi	noun	taxi die voor een vastgestelde prijs reizigers van en naar een treinstation bracht (afgeschaft sinds 1 januari 2014)
treintaxi's	=	treintaxi
treintaxietje	=	treintaxi
treintaxietjes	=	treintaxi
treintje	=	trein
treintjes	=	trein
treintraject	noun	spoorverbinding tussen twee plaatsen
treintrajecten	=	treintraject
treintunnel	noun	tunnel waarmee een spoorweg onder een weg geleid wordt; tunnel voor een spoorweg
treintunnels	=	treintunnel
treintunneltje	=	treintunnel
treintunneltjes	=	treintunnel
treinverbinding	noun	de mogelijkheid om tussen twee plaatsen te gaan met behulp van een trein
treinverbindingen	=	treinverbinding
treinverbindinkje	=	treinverbinding
treinverbindinkjes	=	treinverbinding
treinverbod	noun	maatregel waarbij een persoon tijdelijk niet meer in treinen (en vaak ander openbaar vervoer) mag reizen, opgelegd door vervoerders zoals NS of Arriva bij wangedrag, zoals mishandeling, bedreiging, vandalisme, of zwartrijden, om de veiligheid en orde te handhaven.
treinverboden	=	treinverbod
treinverbodje	=	treinverbod
treinverbodjes	=	treinverbod
treinverkeer	noun	het verkeer per treinen
treinvertraging	noun	dat een trein later op de eindbestemming of een tussenstation aankomt dan volgens de officiële dienstregeling gepland is.
treinvertragingen	=	treinvertraging
treinvertraginkje	=	treinvertraging
treinvertraginkjes	=	treinvertraging
treinvervangend	adj	een alternatief in plaats van de trein
treinvervangende	=	treinvervangend
treinvervangends	=	treinvervangend
treinvervoer	noun	transport via het spoor
treinwachter	noun	een medewerker van de spoorwegen die reizigers op vervoersbewijzen controleert en de orde in de trein dient te bewaren
treinwachters	=	treinwachter
treinwachtertje	=	treinwachter
treinwachtertjes	=	treinwachter
treinwagon	noun	motorloos deel van een trein
treinwagonnetje	=	treinwagon
treinwagonnetjes	=	treinwagon
treinwagons	=	treinwagon
treinziek	adj	ziek door en tijdens het reizen met een trein
treinzieke	=	treinziek
treinzieker	=	treinziek
treinziekere	=	treinziek
treinziekers	=	treinziek
treinzieks	=	treinziek
treinziekst	=	treinziek
treinziekste	=	treinziek
treit	=	treiten
treite	=	treiten
treiten	verb	treiteren
treitend	=	treiten
treitende	=	treiten
treiter	=	treiteren
treiteraar	noun	iemand die treitert
treiteraars	=	treiteraar
treiteraartje	=	treiteraar
treiteraartjes	=	treiteraar
treiterachtig	adj	geneigd zijn tot treiteren
treiterachtige	=	treiterachtig
treiterachtiger	=	treiterachtig
treiterachtigere	=	treiterachtig
treiterachtigers	=	treiterachtig
treiterachtigs	=	treiterachtig
treiterachtigst	=	treiterachtig
treiterachtigste	=	treiterachtig
treiterbak	noun	persoon die andere mensen pest
treiterbakje	=	treiterbak
treiterbakjes	=	treiterbak
treiterbakken	=	treiterbak
treiterbal	noun	persoon die andere mensen pest
treiterballen	=	treiterbal
treiterballetje	=	treiterbal
treiterballetjes	=	treiterbal
treiterbol	noun	persoon die andere mensen pest
treiterbollen	=	treiterbol
treiterbolletje	=	treiterbol
treiterbolletjes	=	treiterbol
treiterde	=	treiteren
treiterden	=	treiteren
treitere	=	treiteren
treiteren	verb	rottigheid uithalen ten nadele van iemand met het doel diegene dwars te zitten
treiterend	=	treiteren
treiterende	=	treiteren
treiterhond	noun	persoon die andere mensen pest
treiterhonden	=	treiterhond
treiterhondje	=	treiterhond
treiterhondjes	=	treiterhond
treiterig	adj	op een vervelende, plagende manier waarbij men probeert de geplaagde uit de tent te lokken
treiterige	=	treiterig
treiteriger	=	treiterig
treiterigere	=	treiterig
treiterigers	=	treiterig
treiterigs	=	treiterig
treiterigst	=	treiterig
treiterigste	=	treiterig
treiterij	noun	het treiteren
treiterijen	=	treiterij
treiterijtje	=	treiterij
treiterijtjes	=	treiterij
treiterkop	noun	persoon die andere mensen pest
treiterkoppen	=	treiterkop
treiterkoppetje	=	treiterkop
treiterkoppetjes	=	treiterkop
treitert	=	treiteren
treitertaks	noun	belasting die eigenlijk bedoeld is om ongewenst gedrag duurder te maken, maar vooral ergernis lijkt te veroorzaken
treitertaksen	=	treitertaks
treitervlogger	noun	iemand die videoblogs maakt van het treitergedrag van zijn vrienden en die zelf, door dit gedrag te filmen en te publiceren, ook overlast veroorzaakt
treitervloggers	=	treitervlogger
treitervloggertje	=	treitervlogger
treitte	=	treiten
treitten	=	treiten
trek	noun	iets dat iemand karakteriseert
trekarm	noun	handvat boven het bed waaraan een patiënt zich vanuit liggende houding kan optrekken
trekarmen	=	trekarm
trekarmpje	=	trekarm
trekarmpjes	=	trekarm
trekautomaat	noun	automaat waar men artikelen uit kan trekken
trekautomaatje	=	trekautomaat
trekautomaatjes	=	trekautomaat
trekautomaten	=	trekautomaat
trekbal	noun	bal die achterwaarts in de richting van het vijandelijke doel wordt geschoten
trekballen	=	trekbal
trekbel	noun	bel die klingelt als je aan een koord of hendel trekt; ouderwetse mechanische deurbel
trekbellen	=	trekbel
trekbelletje	=	trekbel
trekbelletjes	=	trekbel
trekbenen	=	trekkebenen
trekbeugel	noun	beugel bestemd om aan te trekken
trekbeugels	=	trekbeugel
trekbeugeltje	=	trekbeugel
trekbeugeltjes	=	trekbeugel
trekbeweging	noun	een handeling waarbij je een object of weerstand naar je lichaam toe beweegt.
trekbewegingen	=	trekbeweging
trekbeweginkje	=	trekbeweging
trekbeweginkjes	=	trekbeweging
trekbus	noun	cilindervorminge buis waarmee men een as kan vastklemmen
trekbusje	=	trekbus
trekbusjes	=	trekbus
trekbussen	=	trekbus
trekdag	noun	de dag waarop de trekking van een loterij plaatsvindt
trekdagen	=	trekdag
trekdier	noun	een huisdier dat voertuigen kan trekken
trekdieren	=	trekdier
trekdiertje	=	trekdier
trekdiertjes	=	trekdier
trekduif	noun	Ectopistes migratorius uitgeroeide duivensoort van Noord-Amerika
trekduifje	=	trekduif
trekduifjes	=	trekduif
trekduiven	=	trekduif
trekegel	noun	Atelerix algirus De trekegel, witte egel of Algerijnse egel (Atelerix algirus) is een egelsoort (Erinaceidae) uit het Mediterrane gebied.
trekegels	=	trekegel
trekegeltje	=	trekegel
trekegeltjes	=	trekegel
treken	=	treek
trekgat	noun	water waaruit men veen haalt dat men op de legakkers laat drogen
trekgaten	=	trekgat
trekhaak	noun	voorziening aan een auto waarmee een aanhangwagen of caravan getrokken kan worden
trekhaakje	=	trekhaak
trekhaakjes	=	trekhaak
trekhaken	=	trekhaak
trekhamster	noun	Cricetulus migratorius een kleine hamstersoort uit West- & Centraal-Azië en de Balkan
trekhamsters	=	trekhamster
trekhamstertje	=	trekhamster
trekhamstertjes	=	trekhamster
trekharmonica	noun	een muziekinstrument dat verwant is aan de accordeon
trekharmonica's	=	trekharmonica
trekharmonicaatje	=	trekharmonica
trekharmonicaatjes	=	trekharmonica
trekijzer	noun	een ijzeren versteviging van een muur die zorgt dat de muur niet opzij geduwd wordt
trekijzers	=	trekijzer
trekje	=	trek
trekjes	=	trek
trekkar	noun	een kar die door een mens wordt voortgetrokken
trekkarren	=	trekkar
trekkarretje	=	trekkar
trekkarretjes	=	trekkar
trekkas	noun	broeikas voor het 'trekken' (doen ontstaan) van planten
trekkasje	=	trekkas
trekkasjes	=	trekkas
trekkassen	=	trekkas
trekkast	noun	een speciale werkruimte in een laboratorium voor het werken met chemicaliën
trekkasten	=	trekkast
trekkastje	=	trekkast
trekkastjes	=	trekkast
trekke	=	trekken
trekkebeen	=	trekkebenen
trekkebeende	=	trekkebenen
trekkebeenden	=	trekkebenen
trekkebeent	=	trekkebenen
trekkebek	=	trekkebekken
trekkebekke	=	trekkebekken
trekkebekken	verb	verkrampen van het gelaat door pijn, vermoeienis of heftige emoties
trekkebekkend	=	trekkebekken
trekkebekkende	=	trekkebekken
trekkebekt	=	trekkebekken
trekkebekte	=	trekkebekken
trekkebekten	=	trekkebekken
trekkebene	=	trekkebenen
trekkebenen	verb	mank lopen; bewegen met een stijf of pijnlijk been
trekkebenend	=	trekkebenen
trekkebenende	=	trekkebenen
trekken	verb	voor het zwaartepunt van een voorwerp een kracht uitoefenen in een richting die ervan wegvoert
trekkend	adj	bezig met trekken
trekkende	=	trekken
trekkends	=	trekkend
trekkenwand	noun	stellage op een toneel waaraan decorstukken hangen
trekkenwanden	=	trekkenwand
trekker	noun	vrachtauto die geschikt is voor een oplegger
trekkerig	adj	met rukjes
trekkerige	=	trekkerig
trekkeriger	=	trekkerig
trekkerigere	=	trekkerig
trekkerigers	=	trekkerig
trekkerigs	=	trekkerig
trekkerigst	=	trekkerig
trekkerigste	=	trekkerig
trekkers	=	trekker
trekkershut	noun	zeer eenvoudig vakantiehuisje geschikt voor mensen die een trektocht houden
trekkershutje	=	trekkershut
trekkershutjes	=	trekkershut
trekkershutten	=	trekkershut
trekkertje	=	trekker
trekkertjes	=	trekker
trekkervisachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van trekkervis
trekkervisachtige	=	trekkervisachtig
trekkervisachtiger	=	trekkervisachtig
trekkervisachtigere	=	trekkervisachtig
trekkervisachtigers	=	trekkervisachtig
trekkervisachtigs	=	trekkervisachtig
trekkervisachtigst	=	trekkervisachtig
trekkervisachtigste	=	trekkervisachtig
trekkervissen	noun	een familie Balistidae van vissen die voorkomen in ondieper water van koraalriffen van de Indische Oceaan, Rode Zee en Stille Oceaan, en in warmere delen van de Atlantische Oceaan
trekking	noun	het trekken van loten in een loterij
trekkingen	=	trekking
trekkinkje	=	trekking
trekkinkjes	=	trekking
trekkoffie	noun	echte koffie van bonen getrokken en geen oplosproduct
trekkoffies	=	trekkoffie
trekkoord	noun	touw waar men aan kan rukken om iets te sluiten
trekkoorden	=	trekkoord
trekkoordje	=	trekkoord
trekkoordjes	=	trekkoord
trekkracht	noun	een kracht die van het voorwerp, waarop men de kracht uitoefent, weggaat
treklift	noun	lift waarmee men omhooggetrokken wordt over een pad
trekliften	=	treklift
treklijn	noun	lijn waaraan getrokken wordt
treklijnen	=	treklijn
treknet	noun	sleepnet dat een vissersboot door het water of over de bodem trekt
treknetten	=	treknet
trekogen	=	trekoog
trekoog	noun	metalen ring waaraan met een trekkabel kan bevestigen
trekoogje	=	trekoog
trekoogjes	=	trekoog
trekos	noun	os die men gebruikt als trekdier
trekossen	=	trekos
trekpaard	noun	paard dat een voertuig trekt
trekpaarden	=	trekpaard
trekpaardje	=	trekpaard
trekpaardjes	=	trekpaard
trekpad	noun	voetpaden waarover men een tocht kan maken van de ene naar de andere plaats
trekpaden	=	trekpad
trekpen	noun	tekengereedschap voor het maken van strakke lijnen langs een liniaal met oostindische inkt
trekpennen	=	trekpen
trekpentje	=	trekpen
trekpleister	noun	een locatie, zoals een museum of een pretpark, die een bijzondere aantrekkingskracht uitoefent op groepen mensen, vooral toeristen
trekpleisters	=	trekpleister
trekpleistertje	=	trekpleister
trekpleistertjes	=	trekpleister
trekpop	noun	pop waarvan de armen en benen bewegen wanneer men aan een touwtje trekt
trekpopje	=	trekpop
trekpopjes	=	trekpop
trekpoppen	=	trekpop
trekpoppetje	=	trekpop
trekpoppetjes	=	trekpop
trekpot	noun	een pot waarin men thee kan laten trekken
trekpotten	=	trekpot
trekrichting	noun	de richting waarin men aan een voorwerp trekt
trekrichtingen	=	trekrichting
trekroute	noun	de route die dieren nemen als ze van het ene leefgebied naar het andere gaan
trekrouten	=	trekroute
trekroutes	=	trekroute
trekrus	noun	Juncus squarrosus een vaste plant, die behoort tot de russenfamilie (Juncaceae).
trekrusje	=	trekrus
trekrusjes	=	trekrus
trekrussen	=	trekrus
trekschakelaar	noun	elektrische schakelaar met een koord waaraan men moet trekken
trekschakelaars	=	trekschakelaar
trekschakelaartje	=	trekschakelaar
trekschakelaartjes	=	trekschakelaar
trekschuit	noun	vaartuig zonder krachtbron dat door trekpaarden op een jaagpad naast een kanaal werd voortbewogen
trekschuiten	=	trekschuit
trekschuitje	=	trekschuit
trekschuitjes	=	trekschuit
trekschuyt	=	trekschuit
treksel	noun	een vloeistof waarin men de oplosbare delen van iets heeft laten oplossen
treksels	=	treksel
trekseltje	=	treksel
trekseltjes	=	treksel
trekslot	noun	slot op een deur, dat met een haak kan worden geopend
treksloten	=	trekslot
treksluiting	noun	een sluiting bestaande uit twee rijen in elkaar grijpende metalen of kunststof haakjes
treksluitingen	=	treksluiting
treksluitinkje	=	treksluiting
treksluitinkjes	=	treksluiting
treksprinkhaan	noun	benaming voor sprinkhanen die normaal gesproken solitair leven, maar onder bepaalde omstandigheden grote zwermen vormen
treksprinkhaantje	=	treksprinkhaan
treksprinkhaantjes	=	treksprinkhaan
treksprinkhanen	noun	een aantal sprinkhaansoorten uit de familie van de veldsprinkhanen (Acrididae), die zowel alleen als in groepen kunnen leven.
trekstraal	noun	een straal waardoor iets getrokken wordt
trekstraaltje	=	trekstraal
trekstraaltjes	=	trekstraal
trekstralen	=	trekstraal
trekt	=	trekken
trektang	noun	gereedschap voor het verwijderen van spijkers
trektangen	=	trektang
trekteller	noun	iemand die vanaf een vast punt het aantal overtrekkende vogels telt
trektellers	=	trekteller
trektijd	noun	de periode van het jaar dat vogels en andere dieren zich verplaatsen van de ene naar de andere deel van de aarde
trektijden	=	trektijd
trektocht	noun	tocht, reis waarbij een wat langere afstand wordt afgelegd, meestal van minstens enkele dagen, zowel van mensen als van dieren gezegd
trektochten	=	trektocht
trektochtje	=	trektocht
trektochtjes	=	trektocht
trektouw	noun	een touw waaraan je kunt trekken om iets op afstand te kunnen bedienen
trektouwen	=	trektouw
trektouwtje	=	trektouw
trektouwtjes	=	trektouw
trekvaart	noun	een oorspronkelijk voor vervoer per trekschuit gegraven kanaal met bij behorende voorzieningen als jaagpaden en rolpalen
trekvaarten	=	trekvaart
trekvaartje	=	trekvaart
trekvaartjes	=	trekvaart
trekveer	noun	veer die in gespannen toestand trek uitoefent
trekveren	=	trekveer
trekvis	noun	een soort vis die periodiek grote afstanden aflegt
trekvissen	=	trekvis
trekvogel	noun	vogel die 's winters een andere verblijfplaats kiest dan in de broedtijd
trekvogelecologie	noun	de tak van wetenschap die het samenspel tussen trekvogels onderling en hun relatie met hun omgeving bestudeert
trekvogels	=	trekvogel
trekvogeltje	=	trekvogel
trekvogeltjes	=	trekvogel
trekweg	noun	een pad langs de kant van een kanaal of vaart waarover eertijds de trekdieren van de trekschuit werden voortgedreven
trekwegen	=	trekweg
trekwegje	=	trekweg
trekwegjes	=	trekweg
trekzaag	noun	handzaag om blokken uit bomenstammen te zagen, bediend door twee personen aan de uiteinden
trekzaagje	=	trekzaag
trekzaagjes	=	trekzaag
trekzagen	=	trekzaag
trekzak	noun	een instrument met een blaasbalg die een wisseltonig stelsel doorslaande tongen bedient in diatonische stemming
trekzakje	=	trekzak
trekzakjes	=	trekzak
trekzakken	=	trekzak
trekzalf	noun	zalf die het ontstekingsvocht naar buiten trekt
trekzalm	noun	Salvelinus alpinus een vis uit de familie van zalmen (Salmonidae).
trekzalmen	=	trekzalm
trekzalmpje	=	trekzalm
trekzalmpjes	=	trekzalm
trekzalven	=	trekzalf
trema	noun	diakritisch teken in de vorm van twee puntjes dat geplaatst wordt op een klinker om aan te geven dat met deze letter een nieuwe lettergreep begint
trema's	=	trema
tremaatje	=	trema
tremaatjes	=	trema
tremel	noun	trechter waardoor het graan loopt dat in een molen wordt gemalen
tremels	=	tremel
tremen	=	treem
tremolo	noun	snelle herhaling van een en dezelfde toon of van twee tonen	adv	bevend, trillend
tremolo's	=	tremolo
tremolootje	=	tremolo
tremolootjes	=	tremolo
tremor	noun	beving
tremors	=	tremor
tremplin	=	trampoline
tremulant	noun	triltoon, vibrerende toon
tremulanten	=	tremulant
tremuleer	=	tremuleren
tremuleerde	=	tremuleren
tremuleerden	=	tremuleren
tremuleert	=	tremuleren
tremulere	=	tremuleren
tremuleren	verb	tremolo (met vibratie, een triltoon) doen horen, vibreren
tremulerend	=	tremuleren
tremulerende	=	tremuleren
trenchcoat	noun	lange regenjas met patten op de schouders en een ceintuur
trenchcoats	=	trenchcoat
trend	noun	richting waarin zich iets ontwikkelt
trendbreuk	noun	plotselinge verandering van een ontwikkeling
trendbreuken	=	trendbreuk
trendbreukje	=	trendbreuk
trendbreukjes	=	trendbreuk
trendel	noun	een vierkante draaitol die tijdens het Joodse feest Chanoeka wordt gebruikt
trendels	=	trendel
trendeltje	=	trendel
trendeltjes	=	trendel
trendgevoelig	adj	beïnvloedbaar voor veranderingen
trendgevoelige	=	trendgevoelig
trendgevoeliger	=	trendgevoelig
trendgevoeligere	=	trendgevoelig
trendgevoeligers	=	trendgevoelig
trendgevoeligs	=	trendgevoelig
trendgevoeligst	=	trendgevoelig
trendgevoeligste	=	trendgevoelig
trending	adj	van iets dat het op een bepaald moment veel aandacht krijgt (op Twitter)
trendings	=	trending
trendje	=	trend
trendjes	=	trend
trendkanaal	noun	door beurshandelaren als maat gebruikte grafiek die aangeeft binnen welke boven- en ondergrens een koers zich in een bepaalde periode ontwikkelt
trendkanaaltje	=	trendkanaal
trendkanaaltjes	=	trendkanaal
trendkanalen	=	trendkanaal
trends	=	trend
trendset	=	trendsetten
trendsette	=	trendsetten
trendsetten	verb	de mode bepalen, voorop lopen
trendsettend	adj	een trend aangevend
trendsettende	=	trendsetten
trendsettends	=	trendsettend
trendsetter	noun	iemand die aangeeft wat in de mode is
trendsetters	=	trendsetter
trendsettertje	=	trendsetter
trendsettertjes	=	trendsetter
trendtest	noun	een vragenlijst waarmee je kunt meten hoe gevoelig iemand is voor trends en rages
trendtesten	=	trendtest
trendtestje	=	trendtest
trendtestjes	=	trendtest
trendvolger	noun	iemand die precies doet wat de mode voorschrijft
trendvolgers	=	trendvolger
trendvolgertje	=	trendvolger
trendvolgertjes	=	trendvolger
trendwatch	=	hatewatchen
trendwatchen	=	hatewatchen
trendwatchend	=	hatewatchen
trendwatcher	noun	iemand die observeert wat in de mode is en probeert te voorspellen wat in de mode komt
trendwatchers	=	trendwatcher
trendwatcht	=	hatewatchen
trendwatchte	=	hatewatchen
trendwatchten	=	hatewatchen
trendy	adj	volgens de nieuwste trend
trendy's	=	trendy
trendyer	=	trendy
trendyere	=	trendy
trendyers	=	trendy
trendyst	=	trendy
trendyste	=	trendy
trens	noun	verstevigd oog, knoopsgat of rand van een stuk weefsel
trensde	=	trenzen
trensden	=	trenzen
trensen	=	trens
trensje	=	trens
trensjes	=	trens
trenst	=	trenzen
trenze	=	trenzen
trenzen	verb	een rand of oog van een stuk weefsel verstevigen door het aanbrengen van vele steken van een stevig garen
trenzend	=	trenzen
trenzende	=	trenzen
trepaan	noun	holle boor waarmee men weefsel kan verwijderen
trepak	noun	bepaalde Russische dans
trepakje	=	trepak
trepakjes	=	trepak
trepaks	=	trepak
trepanatie	noun	het trepaneren
trepanaties	=	trepanatie
trepaneer	=	trepaneren
trepaneerde	=	trepaneren
trepaneerden	=	trepaneren
trepaneert	=	trepaneren
trepanen	=	trepaan
trepanere	=	trepaneren
trepaneren	verb	het schedeldak (of ander benig deel) doorboren
trepanerend	=	trepaneren
trepanerende	=	trepaneren
tres	noun	boordsel of oplegsel van gevlochten goud- of zilverdraad of zijde
tresje	=	tres
tresjes	=	tres
tresmariaskatoenstaart	noun	Sylvilagus graysoni een zoogdier uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
tresmariaskatoenstaarten	=	tresmariaskatoenstaart
tresmariaskatoenstaartje	=	tresmariaskatoenstaart
tresmariaskatoenstaartjes	=	tresmariaskatoenstaart
tresmariaswasbeer	noun	Procyon lotor insularis een ondersoort van de gewone wasbeer (Procyon lotor) die voorkomt op de eilanden María Madre en María Magdalena (Maria-eilanden) ten westen van de kust van de Mexicaanse deelstaat Nayarit
tresmariaswasbeertje	=	tresmariaswasbeer
tresmariaswasbeertjes	=	tresmariaswasbeer
tresmariaswasberen	=	tresmariaswasbeer
tresoor	noun	een kamer of zaal waar een schat wordt bewaard
tresoortje	=	tresoor
tresoortjes	=	tresoor
tresoren	=	tresoor
tressen	=	tres
treur	=	treuren
treurberk	noun	berk met hangende takken
treurberken	=	treurberk
treurberkje	=	treurberk
treurberkjes	=	treurberk
treurbeuk	noun	beuk met neerhangende takken
treurbeuken	=	treurbeuk
treurbeukje	=	treurbeuk
treurbeukjes	=	treurbeuk
treurbuis	noun	televisie waarop alleen maar programma's van bedroevend slechte kwaliteit te zien zijn
treurbuizen	=	treurbuis
treurde	=	treuren
treurden	=	treuren
treurdicht	noun	rouwdicht of klaagdicht
treurdichten	=	treurdicht
treurdichter	noun	vervaardiger van treurdichten
treurdichters	=	treurdichter
treurdichtje	=	treurdicht
treurdrongo	noun	Dicrurus adsimilis een zangvogel uit de familie van de drongo's.
treurdrongo's	=	treurdrongo
treurdrongootje	=	treurdrongo
treurdrongootjes	=	treurdrongo
treurduif	noun	Zenaida macroura een vogelsoort uit de familie duiven
treurduifje	=	treurduif
treurduifjes	=	treurduif
treurduiven	noun	een geslacht Zenaida van vogels uit de familie duiven (Columbidae).
treure	=	treuren
treuren	verb	verdrietige gevoelens koesteren, vaak na het verlies van iemand of iets
treurend	adj	van een persoon dat deze uiting geeft aan zijn of haar verdriet
treurende	=	treuren
treurender	=	treurend
treurendere	=	treurend
treurenders	=	treurend
treurends	=	treurend
treurendst	=	treurend
treurendste	=	treurend
treures	noun	bepaalde cultivar van de es (Fraxinus excelsior (Pendula)) met hangende takken en bladeren
treuressen	=	treures
treurig	adj	waardig beklaagd te worden
treurige	=	treurig
treuriger	=	treurig
treurigere	=	treurig
treurigers	=	treurig
treurigheden	=	treurigheid
treurigheid	noun	het treurig zijn, verdriet
treurigmakend	adj	van iets dat je er verdrietig van wordt
treurigmakende	=	treurigmakend
treurigmakender	=	treurigmakend
treurigmakendere	=	treurigmakend
treurigmakenders	=	treurigmakend
treurigmakends	=	treurigmakend
treurigmakendst	=	treurigmakend
treurigmakendste	=	treurigmakend
treurigs	=	treurig
treurigst	=	treurig
treurigste	=	treurig
treurigstemmend	adj	van iets dat je er verdrietig of neerslachtig van wordt
treurigstemmende	=	treurigstemmend
treurigstemmender	=	treurigstemmend
treurigstemmendere	=	treurigstemmend
treurigstemmenders	=	treurigstemmend
treurigstemmends	=	treurigstemmend
treurigstemmendst	=	treurigstemmend
treurigstemmendste	=	treurigstemmend
treurkapucijnaap	noun	Cebus olivaceus een zoogdier uit de familie van de Cebidae.
treurkapucijnaapje	=	treurkapucijnaap
treurkapucijnaapjes	=	treurkapucijnaap
treurkapucijnapen	=	treurkapucijnaap
treurkoekoek	noun	Cacomantis variolosus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
treurkoekoeken	=	treurkoekoek
treurkoekoekje	=	treurkoekoek
treurkoekoekjes	=	treurkoekoek
treurlied	noun	gedicht of gezang dat uiting geeft aan diepe rouw en smart
treurliederen	=	treurlied
treurliedje	=	treurlied
treurliedjes	=	treurlied
treurmaina	noun	Acridotheres tristis een zangvogel uit de familie van de spreeuwachtigen (Sturnidae).
treurmaina's	=	treurmaina
treurmainaatje	=	treurmaina
treurmainaatjes	=	treurmaina
treurmare	noun	melding van een sterfgeval
treurmaren	=	treurmare
treurmars	noun	een optocht ter nagedachtenis van iets of iemand
treurmarsen	=	treurmars
treurmuistimalia	noun	Pellorneum malaccense (syn.: Malacocincla malaccensis) een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
treurmuistimalia's	=	treurmuistimalia
treurmuistimaliaatje	=	treurmuistimalia
treurmuistimaliaatjes	=	treurmuistimalia
treurniet	noun	iemand die zich nooit zorgen maakt
treurnieten	=	treurniet
treurnietje	=	treurniet
treurnietjes	=	treurniet
treurnis	noun	van iets dat het heel verdrietig en spijtig is
treurnisje	=	treurnis
treurnisjes	=	treurnis
treurnissen	=	treurnis
treurroos	noun	op stam geënte bodembedekkende roos
treurroosje	=	treurroos
treurroosjes	=	treurroos
treurrozen	=	treurroos
treurspel	noun	toneelstuk met droevige afloop
treurspeldichter	noun	schrijver van tragedies
treurspeldichters	=	treurspeldichter
treurspelen	=	treurspel
treurspelletje	=	treurspel
treurt	=	treuren
treurtijd	noun	tijd die men neemt om over iets te rouwen
treurtijden	=	treurtijd
treurtortel	noun	Streptopelia decipiens een vogel uit de familie van duiven (Columbidae)
treurtortels	=	treurtortel
treurtorteltje	=	treurtortel
treurtorteltjes	=	treurtortel
treurtrip	noun	reisje naar een plaats die veel mensen lelijk vinden
treurtripje	=	treurtrip
treurtripjes	=	treurtrip
treurtrips	=	treurtrip
treurwilg	noun	bepaald soort boom met dunne neerhangende takken, Salix babylonica uit de wilgenfamilie (Salicaceae)
treurwilgen	=	treurwilg
treurwilgje	=	treurwilg
treurwilgjes	=	treurwilg
treurzang	noun	een lied met een droevige tekst
treurzangen	=	treurzang
treuzel	noun	treuzelaar
treuzelaar	noun	iemand die niet opschiet en te veel tijd verdoet
treuzelaars	=	treuzelaar
treuzelachtig	adj	geneigd tot treuzelen, traag, langzaam, sloom
treuzelachtige	=	treuzelachtig
treuzelachtiger	=	treuzelachtig
treuzelachtigere	=	treuzelachtig
treuzelachtigers	=	treuzelachtig
treuzelachtigs	=	treuzelachtig
treuzelachtigst	=	treuzelachtig
treuzelachtigste	=	treuzelachtig
treuzelde	=	treuzelen
treuzelden	=	treuzelen
treuzele	=	treuzelen
treuzelen	verb	langzaam lopen, langzaam aan doen
treuzelend	=	treuzelen
treuzelende	=	treuzelen
treuzelig	adj	op een langzame, trage, treuzelende manier
treuzelige	=	treuzelig
treuzeliger	=	treuzelig
treuzeligere	=	treuzelig
treuzeligers	=	treuzelig
treuzeligs	=	treuzelig
treuzeligst	=	treuzelig
treuzeligste	=	treuzelig
treuzels	=	treuzel
treuzelt	=	treuzelen
treuzeltje	=	treuzel
treuzeltjes	=	treuzel
treven	=	treef
trevigintiljard	num	getal gelijk aan 10¹⁴¹ op de lange schaal
trevigintiljoen	num	getal gelijk aan 10¹³⁸ op de lange schaal
treze	=	trees
trezebees	noun	iemand die wat dommig en traag is
trezebezeke	=	trezebees
trezebezekes	=	trezebees
trezebezen	=	trezebees
trezen	=	trees
trezorie	noun	plaats waar men kostbaarheden bewaart
trezorieën	=	trezorie
tri	noun	de afkorting voor trieerkast, een kast met vakjes
tri's	=	tri
tri-loog	=	triloog
triaal	noun	het is een informele, maar foutieve, benaming voor een periode van vier maanden, ook wel 'tertiaal' genoemd
triade	noun	drie personen of zaken die bij elkaar horen
triaden	=	trias
triades	=	triade
triadetje	=	triade
triadetjes	=	triade
triage	noun	sortering, selectie en rangschikking, het uitzoeken of schiften (b.v. van slachtoffers bij rampen voor een snelle specialistische behandeling)
triages	=	triage
triagetent	noun	een noodtent waarin medisch personeel een eerste sortering van de patiënten maakt
triagetenten	=	triagetent
triagetentje	=	triagetent
triagetentjes	=	triagetent
triagetje	=	triage
triagetjes	=	triage
triagist	noun	beoefenaar van triage
triagisten	=	triagist
triakel	noun|obsolete	geneesmiddel tegen slangegif
triakels	=	triakel
trial	noun	behendigheidswedstrijd waarin de deelnemers met hun voertuig een parkoers met allerlei hindernissen moeten afleggen
trial-and-error	noun	methode die bestaat uit uitproberen en het leren van eventuele fouten
trialletje	=	trial
trialletjes	=	trial
trialogen	=	trialoog
trialoog	noun	gesprek tussen drie personen of groepen
trialoogje	=	trialoog
trialoogjes	=	trialoog
trials	=	trial
trialtje	=	trial
trialtjes	=	trial
triangel	noun	een slaginstrument in de vorm van een vrijhangende metalen driehoek
triangelbladroller	noun	Aethes triangulana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
triangelbladrollers	=	triangelbladroller
triangelbladrollertje	=	triangelbladroller
triangelbladrollertjes	=	triangelbladroller
triangelgedachte	noun	idee dat drie factoren of organisaties nodig zijn voor een te behalen resultaat
triangelgedachten	=	triangelgedachte
triangelgedachtes	=	triangelgedachte
triangelmot	noun	Hypsopygia costalis een markante purperrode microvlinder.
triangelmotje	=	triangelmot
triangelmotjes	=	triangelmot
triangelmotten	=	triangelmot
triangels	=	triangel
triangeltje	=	triangel
triangeltjes	=	triangel
triangulair	adj	betrekking hebbend op driehoeken
triangulairder	=	triangulair
triangulairdere	=	triangulair
triangulairders	=	triangulair
triangulaire	=	triangulair
triangulairs	=	triangulair
triangulairst	=	triangulair
triangulairste	=	triangulair
triangulatie	noun	meetmethode die gebruikmaakt van het feit dat een driehoek volledig bepaald is als één zijde (de basis) en de aanliggende hoeken bekend zijn
triangulaties	=	triangulatie
trianguleren	verb	een zeer groot oppervlak in denkbeeldige driehoeken verdelen teneinde het in kaart te brengen
triarchie	noun	heerschappij of regering van drie personen, driemanschap
triarchieën	=	triarchie
trias	noun	uit drie zelfstandige delen bestaand geheel
triasje	=	trias
triassisch	adj	betreft de eerste geologische periode van het Mesozoïcum, die duurde van ca. 252 tot 201 miljoen jaar geleden
triassische	=	triassisch
triassischer	=	triassisch
triassischere	=	triassisch
triassischers	=	triassisch
triatleet	noun	iemand die een triatlon loopt, fietst en zwemt
triatleten	=	triatleet
triatlon	noun	wedstrijd de bestaat uit zwemmen, fietsen en hardlopen
triatlonnetje	=	triatlon
triatlonnetjes	=	triatlon
triatlons	=	triatlon
tribaal	adj	betrekking hebbend op een volksstam
tribaals	=	tribaal
tribaalst	=	tribaal
tribaalste	=	tribaal
tribade	noun|obsolete	lesbienne, vrouw die een andere vrouw seksueel bevredigt
tribaden	=	tribade
tribades	=	tribade
tribadie	noun	lesbische liefde
tribal	noun	housemuziek met Afrikaanse invloeden
tribale	=	tribaal
tribaler	=	tribaal
tribalere	=	tribaal
tribalers	=	tribaal
tribalisme	noun	je (al te) sterk verbonden voelen met leden van je eigen bevolkingsgroep
tribals	=	tribal
tribrachisch	adj	verwijst in de prosodie (leer van de versbouw) naar een tribrachys: een antieke versvoet die bestaat uit drie korte lettergrepen (kort-kort-kort, genoteerd als ◡ ◡ ◡).
tribrachische	=	tribrachisch
tribrachischer	=	tribrachisch
tribrachischere	=	tribrachisch
tribrachischers	=	tribrachisch
tribunaal	noun	soort rechtbank voor bijzondere rechtspleging waaraan ook niet-juristen deelnemen
tribunaaltje	=	tribunaal
tribunaaltjes	=	tribunaal
tribunaat	noun	de functie van een tribuun
tribunalen	=	tribunaal
tribunaten	=	tribunaat
tribune	noun	de plaatsen voor het publiek
tribune-ion	noun	een ion in oplossing dat niet aan de onderhavige reactie deelneemt
tribune-ionen	=	tribune-ion
tribunen	=	tribuun
tribuneplaats	noun	plaats op de tribune
tribuneplaatsen	=	tribuneplaats
tribunes	=	tribune
tribunetje	=	tribune
tribunetjes	=	tribune
tribus	noun	wijk, stadswijk, kiedistrict
tribussen	=	tribus
tributen	=	tribuut
tribuun	noun	functionaris in Romeinsche Rijk
tribuut	noun	verplichte bijdrage
tricca	noun	Arctosa lutetiana een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
tricca's	=	tricca
triccaatje	=	tricca
triccaatjes	=	tricca
triceps	noun	de grote driehoofdige spier aan de achterzijde van de bovenarm
tricepsen	=	triceps
tricepsje	=	triceps
tricepsjes	=	triceps
triceratops	noun	een geslacht Triceratops van uitgestorven plantenetende ornithischische dinosauriërs uit de groep van de Ceratopia, dat tijdens het Laat-Krijt, in het maastrichtien, leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika
triceratopsen	=	triceratops
triceratopsje	=	triceratops
triceratopsjes	=	triceratops
trichine	noun	Trichinella spiralis parasitaire haarworm die bij mens en dier kan voorkomen
trichinen	=	trichine
trichines	=	trichine
trichinose	noun	een besmetting met de rondworm Trichinella spiralis die veroorzaakt wordt door het eten van rauw of onvoldoende verhit varkensvlees
trichinoses	=	trichinose
trichofobie	noun	ziekelijke angst voor losse haren en haaruitval
trichomoniasis	noun	een seksueel overdraagbare aandoening van de mens die veroorzaakt wordt door de parasiet Trichomonas vaginalis
tricht	noun	drecht, overvaart, doorwaadbare plaats
tricky	adj	op een bedrieglijke manier gevaarlijk
tricky's	=	tricky
trickyer	=	tricky
trickyere	=	tricky
trickyers	=	tricky
trickyst	=	tricky
trickyste	=	tricky
tricolor	adj	driekleurig
tricolore	noun	de driekleurige vlag in het bijzonder de Franse vlag of kokarde
tricolores	=	tricolore
tricolors	=	tricolor
tricorder	noun	een multifunctioneel instrument voor in de hand om te scannen, analyseren, opnemen van data en meer
tricorders	=	tricorder
tricordertje	=	tricorder
tricordertjes	=	tricorder
tricot	noun	sporttrui
tricotage	noun	het machinaal vervaardigen van gebreide stoffen
tricotages	=	tricotage
tricotje	=	tricot
tricotjes	=	tricot
tricots	=	tricot
tricyclisch	adj	3 periodes of 3 cycli (cirkels)
tricyclische	=	tricyclisch
tridentijns	adj	in navolging van het concilie van Trente
tridentijnse	=	tridentijns
tridentijnser	=	tridentijns
tridentijnsere	=	tridentijns
tridentijnsers	=	tridentijns
tridentijnst	=	tridentijns
tridentijnste	=	tridentijns
tridimensionaal	adj	driedimensionaal
tridimensionaals	=	tridimensionaal
tridimensionale	=	tridimensionaal
triduüm	noun	periode van een driedaagse godsdienstoefening
triduüms	=	triduüm
trieer	=	triëren
trieerde	=	triëren
trieerden	=	triëren
trieert	=	triëren
trielje	noun	glanzende stof (gemaakt van linnen of katoen)
trien	noun|informal	trut
trienen	=	trien
trientje	=	trien
trientjes	=	trien
triest	adj	somber stemmend
trieste	=	triest
triester	=	triest
triestere	=	triest
triesters	=	triest
triestheden	=	triestheid
triestheid	noun	het triest zijn
triestig	adj	somber makend
triestige	=	triestig
triestiger	=	triestig
triestigere	=	triestig
triestigers	=	triestig
triestigs	=	triestig
triestigst	=	triestig
triestigste	=	triestig
triestino	noun	een dialect van het Venetiaans dat in Italië gesproken wordt
triests	=	triest
triestst	=	triest
triestste	=	triest
trieur	noun	sorteertoestel
trieurs	=	trieur
trieurtje	=	trieur
trieurtjes	=	trieur
trifle	noun	nagerecht met biscuit, alcoholhoudende drank, fruit, room en slagroom.
trifles	=	trifle
trifolium	noun	benaming voor Trifolium, klaver
triforia	=	triforium
triforium	noun	een gang boven de zijbeuk in een kerk
triforiums	=	triforium
triftong	noun	een foneem dat uit drie klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
triftongen	=	triftong
triftongering	noun	het verschijnsel dat een monoftong of diftong overgaat in een triftong
triftongeringen	=	triftongering
triftongetje	=	triftong
triftongetjes	=	triftong
trig	=	tricht
trigeminusneuralgie	noun	pijn in het gelaat door prikkeling van de nervus trigeminus
trigeminusneuralgieën	=	trigeminusneuralgie
trigender	noun	persoon met drie verschillende gender identiteiten	adj	met drie gender identiteiten
trigenders	=	trigender
trigger	noun	onmiddellijke aanleiding waardoor iets begint, aanzet waardoor iets in beweging komt
triggerde	=	triggeren
triggerden	=	triggeren
triggere	=	triggeren
triggeren	verb	het laatste zetje geven zodat iets gebeurt
triggerend	=	triggeren
triggerende	=	triggeren
triggers	=	trigger
triggert	=	triggeren
triggertje	=	trigger
triggertjes	=	trigger
triggervinger	noun	aandoening waarbij een vinger of duim niet soepel, maar alleen schoksgewijs kan buigen en strekken
triggervingers	=	triggervinger
triggerwarning	noun	waarschuwing aan het begin van een boek of andere geschreven tekst dat deze tekst een negatieve herinnering naar boven kan roepen
triggerwarnings	=	triggerwarning
triggerzone	noun	pijnpunt
triggerzones	=	triggerzone
triggerzonetje	=	triggerzone
triggerzonetjes	=	triggerzone
trigintiljard	noun	getal gelijk aan 10¹⁸³, te schrijven als een 1 met 183 nullen	num	10¹⁸³, het getal in cijfers een één met honderdendrieëntachtig nullen
trigintiljarden	=	trigintiljard
trigintiljoen	noun	getal gelijk aan 10¹⁸⁰, te schrijven als een 1 met 180 nullen	num	10¹⁸⁰, het getal in cijfers een één met honderdentachtig nullen
trigintiljoenen	=	trigintiljoen
triglav-gentiaan	noun	Gentiana terglouensis een plant de gentiaanfamilie die endemisch is in de zuidelijke en oostelijke Alpen.
triglav-gentiaantje	=	triglav-gentiaan
triglav-gentiaantjes	=	triglav-gentiaan
triglav-gentianen	=	triglav-gentiaan
triglief	noun	steen met twee hele en twee halve verticale sleuven als onderdeel van een Dorisch fries
trigliefen	=	triglief
triglyceride	noun	een lipide die bestaat uit een glycerolmolecule verbonden met 3 vetzuren
triglyceriden	=	triglyceride
triglycerides	=	triglyceride
trigonaal	adj	driehoekig
trigonaals	=	trigonaal
trigonaalst	=	trigonaal
trigonaalste	=	trigonaal
trigonale	=	trigonaal
trigonaler	=	trigonaal
trigonalere	=	trigonaal
trigonalers	=	trigonaal
trigonometrie	noun	een deel van de wiskunde die zich bezighoudt met driehoeken en in het bijzonder de goniometrische functies
trigonometrisch	adj	op de trigonometrie betrekking hebbend
trigonometrische	=	trigonometrisch
trigonometrischer	=	trigonometrisch
trigonometrischere	=	trigonometrisch
trigonometrischers	=	trigonometrisch
trigram	noun	geordende lijst van 3 letters
trigrammen	=	trigram
trijntje	noun	wijntje en trijntje: drank en vrouwen
trijp	noun	fluweelachtig weefsel met een opstaande pool van wol
trijpen	adj	van trijp gemaakt
trijpt	=	trijp
trijs	noun|obsolete	constructie met een takel om zware dingen omhoog te hijsen
trijse	=	trijsen
trijsen	verb|obsolete	met behulp van een takel omhoog brengen
trijsend	=	trijsen
trijsende	=	trijsen
trijst	=	trijsen
trijste	=	trijsen
trijsten	=	trijsen
trike	noun	motorfiets met twee achterwielen
trikes	=	trike
triklien	adj	een symmetrie bezittend die ten hoogste een inversiecentrum omvat
trikliene	=	triklien
trikliens	=	triklien
triktrak	noun	spel, gespeeld op een dubbel bord waarop vakken in den vorm van punten zijn aangegeven, een aantal damschijven en een stel dobbelstenen
triktrakken	=	triktrak
tril	=	trillen
tril-oog	=	triloog
trilalarm	noun	een waarschuwingssysteem dat een persoon informeert met behulp van een trilsignaal
trilalarmen	=	trilalarm
trilalarmpje	=	trilalarm
trilalarmpjes	=	trilalarm
trilapparaat	noun	toestel dat snelle bevingen maakt
trilapparaatje	=	trilapparaat
trilapparaatjes	=	trilapparaat
trilapparaten	=	trilapparaat
trilateraal	adj	met, of aan drie kanten, belangen, partijen etc.
trilateraals	=	trilateraal
trilateraalst	=	trilateraal
trilateraalste	=	trilateraal
trilaterale	=	trilateraal
trilateraler	=	trilateraal
trilateralere	=	trilateraal
trilateralers	=	trilateraal
trilbeton	noun	beton dat door trillen verdicht is
trilde	=	trillen
trilden	=	trillen
trileen	noun	trichloorethyleen
trilemma	noun	moeilijke keuze uit drie alternatieven waarbij iedere keus die je kunt maken voordelen én nadelen heeft
trilemma's	=	trilemma
trilemmaatje	=	trilemma
trilemmaatjes	=	trilemma
trilfunctie	noun	functie waarbij een mobiele telefoon gaat trillen bij inkomende informatie (zonder of met bijbehorend geluid)
trilfuncties	=	trilfunctie
trilfunctietje	=	trilfunctie
trilfunctietjes	=	trilfunctie
trilgras	noun	Briza naam van een grassengeslacht
trilgrassen	=	trilgras
trilgraszegge	noun	Carex brizoides een vaste plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
trilgraszeggen	=	trilgraszegge
trilgraszeggetje	=	trilgraszegge
trilgraszeggetjes	=	trilgraszegge
trilhaar	noun	een organel dat buiten het celmembraan uitsteekt.
trilhaardiertje	noun	een eencellig organisme (Ciliophora) waarbij in ten minste één stadium van de levenskringloop trilharen, ciliën voorkomen
trilhaardiertjes	=	trilhaardiertje
trilhaartje	=	trilhaar
trilhaartjes	=	trilhaar
trilhaarwormen	noun	een klasse Turbellaria van de platwormen van groepen die geen exclusief parasitaire leefwijze hebben.
trilharen	=	trilhaar
triljard	num	1.000.000.000.000.000.000.000 (10²¹).
triljardste	adj	nummer triljard in een rij
triljoen	num	1.000.000.000.000.000.000 ( = 10¹⁸ )
triljoenen	=	triljoen
triljoenste	adj	nummer triljoen in een rij
triljoentje	=	triljoen
triljonair	noun	iemand die een vermogen heeft van meer dan een biljoen eenheden van een bepaalde valuta; minder juiste vertaling van "trillionaire" uit het Engels dat de korte schaal gebruikt
triljonairs	=	triljonair
triljonairtje	=	triljonair
triljonairtjes	=	triljonair
trille	=	trillen
trillen	verb	snel heen een weer bewegen
trillend	adj	snel ritmisch heen en weer bewegend door fysieke trillingen
trillende	=	trillend
trillends	=	trillend
triller	noun	een snelle afwisseling van twee tonen, gewoonlijk over een kleine of grote secunde
trillerig	adj	van een persoon dat die aan het trillen is
trillerige	=	trillerig
trilleriger	=	trillerig
trillerigere	=	trillerig
trillerigers	=	trillerig
trillerigs	=	trillerig
trillerigst	=	trillerig
trillerigste	=	trillerig
trillers	noun	een geslacht Lalage van de familie rupsvogels, trillers en menievogels (Campephagidae).
trillersnijdervogel	noun	Orthotomus chloronotus een vogel uit de familie van de Cisticolidae.
trillersnijdervogels	=	trillersnijdervogel
trillersnijdervogeltje	=	trillersnijdervogel
trillersnijdervogeltjes	=	trillersnijdervogel
trillertje	=	triller
trillertjes	=	triller
trilling	noun	is een periodiek herhaalde omkering van de bewegingsrichting
trillingen	=	trilling
trillingsanalyse	noun	analyse van trillingen (b.v. die worden voortgebracht door een machine)
trillingsanalysen	=	trillingsanalyse
trillingsanalyses	=	trillingsanalyse
trillingsgetal	noun	getal dat het aantal trillingen per tijdseenheid aanwijst
trillingsgetallen	=	trillingsgetal
trillingsgetalletje	=	trillingsgetal
trillingsgetalletjes	=	trillingsgetal
trillinkje	=	trilling
trillinkjes	=	trilling
trilobiet	noun	een klasse uitgestorven geleedpotigen, die in zee leefden in de periode van 521 tot 250 miljoen jaar geleden
trilobietachtigen	noun	Trilobitomorpha een onderstam in de stam der geleedpotigen (Arthropoda).
trilobieten	noun	een bekende klasse Trilobita van uitgestorven geleedpotigen, die in zee leefden.
trilogen	=	triloog
trilogie	noun	een kunstwerk (zoals bijvoorbeeld een roman of filmserie) dat uit drie delen bestaat
trilogietje	=	trilogie
trilogietjes	=	trilogie
trilogieën	=	trilogie
triloog	noun	aandoening waarbij de oogbollen zich onwillekeurige ritmisch bewegen
triloogje	=	triloog
triloogjes	=	triloog
trilplaat	noun	plaat die in trilling kan worden gebracht
trilplaatje	=	trilplaat
trilplaatjes	=	trilplaat
trilplaten	=	trilplaat
trilsjaal	noun	sjaal met sensoren die gaat trillen en warmer wordt bij bepaalde emoties van de drager; wordt gebruikt bij patiënten met autisme
trilsjaals	=	trilsjaal
trilspinnen	noun	Pholcidae een familie van spinnen bestaande uit 1084 soorten in 84 geslachten
trilstand	noun	instelling van een mobiele telefoon waarbij de telefoon bij een oproep gaat trillen i.p.v. dat er een betoon wordt afgespeeld
trilstanden	=	trilstand
trilt	=	trillen
triltafel	noun	testapparaat waarmee men kan zien hoe een te testen object reageert op (extreme) trillingen
triltafels	=	triltafel
triltafeltje	=	triltafel
triltafeltjes	=	triltafel
trilveen	noun	een zeldzaam bodem- en vegetatietype dat bestaat uit een dunne en uiterst slappe 'bodem' die vooral uit zegge- en graswortels bestaat en op water of slappe modder drijft
trilveenveenmos	noun	Sphagnum contortum een bladmos die behoort bij de familie Sphagnaceae.
trilveenveenmosje	=	trilveenveenmos
trilveenveenmosjes	=	trilveenveenmos
trilveenveenmossen	=	trilveenveenmos
trilvenen	=	trilveen
trilvlieg	noun	Toxonevra muliebris een vliegensoort uit de familie Pallopteridae
trilvliegen	=	trilvlieg
trilvliegje	=	trilvlieg
trilvliegjes	=	trilvlieg
trilvrij	adj	zonder dat trillingen ontstaan of zodanig dat trillingen geheel worden gedempt
trilvrije	=	trilvrij
trilvrijer	=	trilvrij
trilvrijere	=	trilvrij
trilvrijers	=	trilvrij
trilvrijs	=	trilvrij
trilvrijst	=	trilvrij
trilvrijste	=	trilvrij
trilzwam	noun	zwam uit een orde Tremellales binnen de klasse van steeltjeszwammen die leeft van afstervende of dode twijgen en takken
trilzwammen	noun	een orde Tremellales binnen de klasse van steeltjeszwammen.
trilzwammetje	=	trilzwam
trilzwammetjes	=	trilzwam
trim	noun	langsscheepse helling van het schip in het water
trimaran	noun	vaartuig bestaande uit drie parallelle rompdelen, die boven de waterlijn verbonden zijn
trimarans	=	trimaran
trimbaan	noun	een rondgaand parcours van meestal enkele kilometers lang waarin op gezette afstanden gymnastiektoestellen te vinden zijn (doorgaans van hout), waarmee men zijn conditie kan trainen.
trimbanen	=	trimbaan
trimbos	noun	bos waarin men kan trainen om fit te blijven
trimbossen	=	trimbos
trimde	=	trimmen
trimden	=	trimmen
trimeer	noun	een chemische verbinding die uit 3 eenheden of monomeren bestaat.
trimeertje	=	trimeer
trimeertjes	=	trimeer
trimeren	=	trimeer
trimester	noun	een periode van drie maanden
trimesters	=	trimester
trimestertje	=	trimester
trimestertjes	=	trimester
trimestrieel	adj	driemaandelijks
trimestrieels	=	trimestrieel
trimestrieelst	=	trimestrieel
trimestrieelste	=	trimestrieel
trimestriële	=	trimestrieel
trimestriëler	=	trimestrieel
trimestriëlere	=	trimestrieel
trimestriëlers	=	trimestrieel
trimethoprim	noun	antibioticum dat veel wordt gebruikt bij urineweginfecties
trimfiets	noun	sportfiets
trimfietsen	=	trimfiets
trimfietsje	=	trimfiets
trimfietsjes	=	trimfiets
trimloop	noun	hardloopevenement waarbij het meer om de fitheid van de deelnemers gaat dan om de snelheid
trimloopje	=	trimloop
trimloopjes	=	trimloop
trimlopen	=	trimloop
trimme	=	trimmen
trimmen	verb	trainen om fit te blijven
trimmend	=	trimmen
trimmende	=	trimmen
trimmer	noun	iemand die trimt
trimmers	=	trimmer
trimmertje	=	trimmer
trimmertjes	=	trimmer
trimmetje	=	trim
trimpomp	noun	pomp waarmee men ballastwater kan verdelen over de verschillende tanks om een schip in evenwicht te houden
trimpompen	=	trimpomp
trimpompje	=	trimpomp
trimpompjes	=	trimpomp
trimsalon	noun	een praktijk waarin men honden, en soms ook katten, konijnen en cavia's, een cosmetische behandeling geeft
trimsalonnetje	=	trimsalon
trimsalonnetjes	=	trimsalon
trimsalons	=	trimsalon
trimster	noun	vrouw die sport om de conditie op peil te houden
trimsters	=	trimster
trimt	=	trimmen
trimvest	noun	een apparaat dat gebruikt wordt bij het duiken om het drijfvermogen te regelen, onderdeel van de duikuitrusting.
trimvesten	=	trimvest
trimvestje	=	trimvest
trimvestjes	=	trimvest
trimyristine	noun	soort vet dat in aanzienlijke hoeveelheden in nootmuskaat voorkomt
trinidadaan	noun	een inwoner van Trinidad en Tobago, of iemand afkomstig uit Trinidad en Tobago
trinidadaans	adj	op Trinidad en Tobago betrekking hebbend
trinidadaanse	=	trinidadaans
trinidadanen	=	trinidadaan
trinidadblauwkeelgoean	noun	Pipile pipile een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
trinidadblauwkeelgoeannetje	=	trinidadblauwkeelgoean
trinidadblauwkeelgoeannetjes	=	trinidadblauwkeelgoean
trinidadblauwkeelgoeans	=	trinidadblauwkeelgoean
trinidadiaan	noun	een inwoner van Trinidad en Tobago, of iemand afkomstig uit Trinidad en Tobago
trinidadiaans	adj	op Trinidad en Tobago betrekking hebbend
trinidadiaanse	=	trinidadiaans
trinidadiaanser	=	trinidadiaans
trinidadiaansere	=	trinidadiaans
trinidadiaansers	=	trinidadiaans
trinidadiaanst	=	trinidadiaans
trinidadiaanste	=	trinidadiaans
trinidadianen	=	trinidadiaan
trinidadmotmot	noun	Momotus bahamensis een vogel uit de familie motmots (Momotidae).
trinidadmotmotje	=	trinidadmotmot
trinidadmotmotjes	=	trinidadmotmot
trinidadmotmots	=	trinidadmotmot
trinidadmotmotten	=	trinidadmotmot
trinidadorganist	noun	Euphonia trinitatis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
trinidadorganisten	=	trinidadorganist
trinidadorganistje	=	trinidadorganist
trinidadorganistjes	=	trinidadorganist
trinidads	adj	op Trinidad en Tobago betrekking hebbend
trinidadse	=	trinidads
triniteit	noun	drie-eenheid
triniteiten	=	triniteit
trio	noun	een muziekstuk voor drie spelers
trio's	=	trio
triobaan	noun	één of twee full-time banen die door drie werknemers worden ingevuld
triobanen	=	triobaan
triode	noun	radiobuis met drie elementen (kathode, anode, 1 rooster)
trioden	=	triode
triodes	=	triode
triodetje	=	triode
triodetjes	=	triode
triohuwelijk	noun	samenlevingscontract tussen meer dan twee mensen
triohuwelijken	=	triohuwelijk
triolen	=	triool
triolet	noun	dichtstukje van acht regels, waarin de eerste regel na de derde wordt herhaald, en na de zesde de eerste twee regels
trioletje	=	triolet
trioletten	=	triolet
triomf	noun|archaic	feestelijke intocht
triomfaal	adj	de overwinning vierend; als past bij een overwinnaar of overwinning
triomfaals	=	triomfaal
triomfaalst	=	triomfaal
triomfaalste	=	triomfaal
triomfale	=	triomfaal
triomfaler	=	triomfaal
triomfalere	=	triomfaal
triomfalers	=	triomfaal
triomfalisme	noun	geloof in het eigen kunnen; (een al te groot) geloof in de eindoverwinning
triomfalistisch	adj	van, als van, behorend bij of tot het triomfalisme
triomfalistische	=	triomfalistisch
triomfalistischer	=	triomfalistisch
triomfalistischere	=	triomfalistisch
triomfalistischers	=	triomfalistisch
triomfant	adj	met betrekking tot een triomf
triomfante	=	triomfant
triomfantelijk	adj	als een overwinnaar
triomfantelijke	=	triomfantelijk
triomfantelijker	=	triomfantelijk
triomfantelijkere	=	triomfantelijk
triomfantelijkers	=	triomfantelijk
triomfantelijks	=	triomfantelijk
triomfantelijkst	=	triomfantelijk
triomfantelijkste	=	triomfantelijk
triomfanter	=	triomfant
triomfantere	=	triomfant
triomfanters	=	triomfant
triomfants	=	triomfant
triomfantst	=	triomfant
triomfantste	=	triomfant
triomfator	noun	overwinnaar
triomfatoren	=	triomfator
triomfators	=	triomfator
triomfatortje	=	triomfator
triomfatortjes	=	triomfator
triomfbogen	=	triomfboog
triomfboog	noun	een monumentale boog, oorspronkelijk uit de Romeinse tijd, die werd opgericht ter herdenking van een triomftocht
triomfboogje	=	triomfboog
triomfboogjes	=	triomfboog
triomfeer	=	triomferen
triomfeerde	=	triomferen
triomfeerden	=	triomferen
triomfeert	=	triomferen
triomfen	=	triomf
triomfere	=	triomferen
triomferen	verb	de overwinning (triomf) behalen of behaald hebben, zegevieren
triomferend	adj	de overwinning behaald hebbend
triomferende	=	triomferen
triomferends	=	triomferend
triomfje	=	triomf
triomfjes	=	triomf
triomfkreet	noun	kreet van triomf
triomfkreetje	=	triomfkreet
triomfkreetjes	=	triomfkreet
triomfkreten	=	triomfkreet
triomfmars	noun	muziek die men speelt ter gelegenheid van een overwinning
triomfmarsen	=	triomfmars
triomfpoort	noun	een bouwwerk dat is opgericht ter nagedachtenis van een overwinning of overwinnaar
triomfpoorten	=	triomfpoort
triomfpoortje	=	triomfpoort
triomfpoortjes	=	triomfpoort
triomftocht	noun	feestelijke optocht of intocht van een overwinnaar of held die als doel heeft de overwinnaar te huldigen
triomftochten	=	triomftocht
triomftochtje	=	triomftocht
triomftochtjes	=	triomftocht
triomfwagen	noun	wagen waarop een overwinnaar staat om gehuldigd te worden
triomfwagens	=	triomfwagen
triomfwagentje	=	triomfwagen
triomfwagentjes	=	triomfwagen
triomfzuil	noun	zuil die een overwinning memoreert
triomfzuilen	=	triomfzuil
triomfzuiltje	=	triomfzuil
triomfzuiltjes	=	triomfzuil
trionyx	noun	een geslacht van schildpadden uit de familie weekschildpadden (Trionychidae)
triool	noun	een drietal muzieknoten of rusten op een plaats waar het gewone patroon, tweedelig is.
triooltje	=	triool
triooltjes	=	triool
triootje	=	trio
triootjes	=	trio
trioxide	noun	verbinding met moleculen van drie atomen zuurstof en een atoom van een andere stof
trioxiden	=	trioxide
trioxides	=	trioxide
trip	noun|historical	middeleeuws schoeisel met een houten zool en een riempje over de wreef	intj	aanduiding voor (het geluid van) heel een licht stapje
tripang	noun	benaming voor eetbare soorten zeekomkommers Holothuroidea
tripangs	=	tripang
tripartite	noun	driepartijenregering
tripartites	=	tripartite
tripel	noun	drietal, drievoud	adj	drietallig, drievoudig
tripelpunt	noun	een toestand waarbij een stof tegelijkertijd voorkomt in drie fasen (gasvormig, vast en vloeibaar) die onderling in evenwicht zijn
tripelpunten	=	tripelpunt
tripelpuntje	=	tripelpunt
tripelpuntjes	=	tripelpunt
tripels	=	tripel
tripelspiegel	noun	drie spiegels onder hoeken van 90 graden met de spiegelende kanten naar elkaar toe geplaatst
tripelspiegels	=	tripelspiegel
tripelspiegeltje	=	tripelspiegel
tripelspiegeltjes	=	tripelspiegel
triphop	noun	instrumentale hiphop met elektronische geluidseffecten
triphopje	=	triphop
triphopjes	=	triphop
triphoppen	=	triphop
tripje	=	trip
tripjes	=	trip
tripklomp	noun	variant van de klomp, In plaats van een houten bovenkant is een trip, een bandje van leer, aangebracht.
tripklompen	=	tripklomp
tripklompje	=	tripklomp
tripklompjes	=	tripklomp
tripleer	=	tripleren
tripleerde	=	tripleren
tripleerden	=	tripleren
tripleert	=	tripleren
triplere	=	tripleren
tripleren	verb	verdrievoudigen
triplerend	=	tripleren
triplerende	=	tripleren
triplet	noun	stel van drie bij elkaar horende zaken
triplets	=	triplet
tripletten	=	triplet
tripletzuurstof	noun	de meest voorkomende vorm van dizuurstof in de grondtoestand die twee ongepaarde elektronen per molecule bezit
triplex	noun	compositieplaat betaande uit 3 laagjes gelijmd hout in verschillende vezelrichtingen	adj	bestaande uit of gemaakt van 'triplex'
triplexen	=	triplex
triplexje	=	triplex
triplexjes	=	triplex
tripling	noun	dubbel inhalen; het passeren van een voertuig terwijl dat zelf een ander voertuig passeert
triplings	=	tripling
tripmadam	noun	bepaald soort overblijvend vetkruid Petrosedum rupestre (syn.: Sedum reflexum, Sedum rupestre)
tripmadammen	=	tripmadam
tripmadammetje	=	tripmadam
tripmadammetjes	=	tripmadam
tripmiddel	noun	hallucinogene drug
tripmiddelen	=	tripmiddel
tripmiddeltje	=	tripmiddel
tripmiddeltjes	=	tripmiddel
tripolitaan	noun	een inwoner van Tripoli, of iemand afkomstig uit Tripoli
tripolitaans	adj	op Tripoli betrekking hebbend
tripolitaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Tripoli, of een vrouw afkomstig uit Tripoli
tripolitaansen	=	tripolitaanse
tripolitanen	=	tripolitaan
trippe	=	trippen
trippel	=	trippelen
trippelde	=	trippelen
trippelden	=	trippelen
trippele	=	trippelen
trippelen	verb	met veel, zeer kleine pasjes bewegen
trippelend	=	trippelen
trippelende	=	trippelen
trippelt	=	trippelen
trippen	verb	dol zijn op
trippend	=	trippen
trippende	=	trippen
tripping	noun	overtreding bij ijshockey: het laten struikelen van de tegenstander
trippings	=	tripping
trippinkje	=	tripping
trippinkjes	=	tripping
trips	noun	benaming voor insecten uit de orde Thysanoptera, zeer kleine parasieten met rafelige vleugels
tripsen	noun	orde Thysanoptera
tripsje	=	trips
tript	=	trippen
tripte	=	trippen
tripten	=	trippen
triptiek	noun	drieluik
triptieken	=	triptiek
triptiekje	=	triptiek
triptiekjes	=	triptiek
triptrap	noun	geluid gemaakt door trippelen of zachtjes lopen
tripzolen	=	tripzool
tripzool	noun	verdubbeling van het vlakke deel van een schoenzool
tripzooltje	=	tripzool
tripzooltjes	=	tripzool
triquetra	noun	symbool gebaseerd op drie amandelvormige segmenten die je ziet als drie cirkels in elkaar grijpen
triquetra's	=	triquetra
trireem	noun	galei waar drie roeiers schuin boven elkaar gezeten zijn
triremen	=	trireem
tris	=	trissen
tris'er	noun|historical	iemand die tussen 1868 en 1975 deel uitmaakte van de Troepenmacht in Suriname
tris'ers	=	tris'er
triskaidekafobie	noun	angst voor het getal dertien
triskaidekafobieën	=	triskaidekafobie
triskelion	noun	figuur bestaand drie op één punt verbonden spiralen of gestileerde benen, die hetzelfde blijft als zij 120° wordt gedraaid
triskelionnetje	=	triskelion
triskelions	=	triskelion
trismus	noun	kaakkramp
trismusje	=	trismus
trismusjes	=	trismus
trismussen	=	trismus
trisse	=	trissen
trissen	verb	voor de derde keer een studiejaar moeten overdoen (zittenblijven als je al bent blijven zitten)
trissend	=	trissen
trissende	=	trissen
trisser	noun	iemand die een studiejaar voor de derde keer volgt, na daarvoor tweemaal niet te zijn geslaaagd
trissers	=	trisser
trist	=	trissen
tristanalbatros	noun	Diomedea dabbenena een endemische vogelsoort van de eilandengroep rond Tristan da Cunha.
tristanalbatrosje	=	tristanalbatros
tristanalbatrosjes	=	tristanalbatros
tristanalbatrossen	=	tristanalbatros
tristanlijster	noun	Turdus eremita een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
tristanlijsters	=	tristanlijster
tristanlijstertje	=	tristanlijster
tristanlijstertjes	=	tristanlijster
tristanwaterhoen	noun	Gallinula nesiotis een uitgestorven (onder)soort uit het geslacht Gallinula.
tristanwaterhoenderen	=	tristanwaterhoen
tristanwaterhoenders	=	tristanwaterhoen
tristanwaterhoentje	=	tristanwaterhoen
tristanwaterhoentjes	=	tristanwaterhoen
triste	=	trissen
tristen	=	trissen
triticale	noun	X triticosecale kunstmatige kruising tussen tarwe (Triticum) en rogge (Secale).
tritium	noun	een isotoop van waterstof, met één proton en twee neutronen in de kern
triton	noun	atoomkern van tritium die bestaat uit één proton en twee neutronen
tritonen	=	triton
tritongeelkuifkaketoe	noun	Cacatua galerita triton een vogel uit de orde der papegaaiachtigen en de familie der kaketoes.
tritongeelkuifkaketoes	=	tritongeelkuifkaketoe
tritongeelkuifkaketoetje	=	tritongeelkuifkaketoe
tritongeelkuifkaketoetjes	=	tritongeelkuifkaketoe
tritonia's	noun	Tritoniidae een familie van weekdieren uit de orde van de zeenaaktslakken (Nudibranchia)
tritons	=	triton
tritonshoorn	noun	buikpotig weekdier
tritonshoornen	=	tritonshoorn
tritonshoorns	=	tritonshoorn
tritonshoren	noun	Charonia tritonis een slakkensoort uit de familie van de Charoniidae.
tritonshorens	=	tritonshoren
tritonus	noun	interval dat drie hele tonen (of zes halve tonen in gelijkzwevende stemming) omvat
tritonusje	=	tritonus
tritonusjes	=	tritonus
tritonussen	=	tritonus
tritordeum	noun	graansoort, ontstaan door kruising van wilde gerst met harde tarwe, bijzonder geschikt voor biologische teelt in een droge omgeving
trits	noun	drie zaken die bij elkaar horen
tritsen	=	trits
tritsje	=	trits
tritsjes	=	trits
tritureer	=	tritureren
tritureerde	=	tritureren
tritureerden	=	tritureren
tritureert	=	tritureren
triturere	=	tritureren
tritureren	verb	vaste stoffen mengen door ze grondig samen te wrijven in een mortier
triturerend	=	tritureren
triturerende	=	tritureren
triumviraat	noun	politiek leiderschap dat uit drie gelijkwaardige personen bestaat
triumviraatje	=	triumviraat
triumviraten	=	triumviraat
trivalent	adj	driewaardig
trivalente	=	trivalent
trivalents	=	trivalent
trivia	noun	alledaagse, niet al te belangrijke zaken
triviaal	adj	gewoon
triviaals	=	triviaal
triviaalst	=	triviaal
triviaalste	=	triviaal
triviale	=	triviaal
trivialer	=	triviaal
trivialere	=	triviaal
trivialers	=	triviaal
trivialiteit	noun	gewoonheid, alledaagsheid
trivialiteiten	=	trivialiteit
triviant	noun	gezelschapsspel waarbij men allerlei (mogelijk triviale) vragen moet beantwoorden
trivium	noun	de drievoudige weg naar wijsheid (grammatica, retorica en logica), zoals die vroeger m.n. aan universiteiten werd onderwezen
triënnale	noun	evenement dat eens in de drie jaar plaatsvindt
triënnales	=	triënnale
triënnia	=	triënnium
triënnium	noun	periode van drie jaar
triënniën	=	triënnium
triëre	=	triëren
triëren	verb	schiften, sorteren, selecteren, afzonderen, scheiden, afscheiden
triërend	=	triëren
triërende	=	triëren
triëster	noun	een inwoner van Triëst, of iemand afkomstig uit Triëst	adj	op Triëst betrekking hebbend
triësters	=	triëster
triësts	adj	op Triëst betrekking hebbend
triëstse	noun	een vrouwelijke inwoner van Triëst, of een vrouw afkomstig uit Triëst
triëstsen	=	triëstse
trna	noun	een korte RNA-keten die aminozuren naar het ribosoom brengt tijdens eiwitsynthese
trna's	=	trna
trobi	noun	ruzie, lastige situatie
trocazduif	noun	Columba trocaz een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
trocazduifje	=	trocazduif
trocazduifjes	=	trocazduif
trocazduiven	=	trocazduif
trochee	noun	een versvoet bestaande uit een beklemtoonde lettergreep gevolgd door een onbeklemtoonde
trocheeën	=	trochee
trocheus	noun	versvoet van een beklemtoonde lettergreep, gevolgd door een onbeklemtoonde
trocheïsch	adj	bestaande uit trocheeën (een versvoet bestaat uit een beklemtoonde en een onbeklemtoonde lettergreep)
trocheïsche	=	trocheïsch
trocheïscher	=	trocheïsch
trocheïschere	=	trocheïsch
trocheïschers	=	trocheïsch
troea	noun	het sjofarblazen, met name een bepaald signaal daarbij (verbrokkelde stoot)
troebel	adj	niet helder, niet duidelijk, niet zuiver (ook in overdrachtelijke betekenis van oneerlijk)
troebele	=	troebel
troebelen	noun	onrust
troebeler	=	troebel
troebelere	=	troebel
troebelers	=	troebel
troebels	=	troebel
troebelst	=	troebel
troebelste	=	troebel
troebeltjes	=	troebelen
troebleer	=	troebleren
troebleerde	=	troebleren
troebleerden	=	troebleren
troebleert	=	troebleren
troeblere	=	troebleren
troebleren	verb	verontrusten, verwarren
troeblerend	=	troebleren
troeblerende	=	troebleren
troeboek	noun	kaviaar
troef	noun	een kaart van een kleur die hogere waarde heeft dan andere kleuren
troefaas	noun	de/het aas van de troefkleur; de hoogste kaart van het spel
troefazen	=	troefaas
troefcall	noun	een Surinaams kaartspel dat lijkt op klaverjassen en hartenjagen
troefcallcompetitie	noun	reeks wedstrijden van een (Surinaams) kaartspel dat lijkt op klaverjassen en hartenjagen
troefcallcompetities	=	troefcallcompetitie
troefcallde	=	troefcallen
troefcallden	=	troefcallen
troefcallen	verb	het spelen van het Surinaamse kaartspel troefcall
troefcallend	=	troefcallen
troefcallende	=	troefcallen
troefcallt	=	troefcallen
troefde	=	troeven
troefden	=	troeven
troefel	=	troffel
troefje	=	troef
troefjes	=	troef
troefkaart	noun	kaart die hoort bij de soort die troef is (klaveren, ruiten, harten of schoppen)
troefkaarten	=	troefkaart
troefkaartje	=	troefkaart
troefkleur	noun	de kleur die troef is
troefkleuren	=	troefkleur
troeft	=	troeven
troel	noun	vrouw of meisje in het algemeen
troela	noun	vervelende, zeurende, lelijke vrouw of meisje
troela's	=	troela
troelaatje	=	troela
troelala	noun	onaantrekkelijke of domme vrouw	intj	gebruikt in liedjes om het opgewekte of spottende karakter te versterken
troelala's	=	troelala
troelen	=	troel
troeliepalm	noun	Manicaria saccifera een grote onvertakte en enkelstammige palmboomsoort.
troeliepalmen	=	troeliepalm
troeliepalmpje	=	troeliepalm
troeliepalmpjes	=	troeliepalm
troema	noun	bijdrage, gift
troemot	=	troema
troeot	=	troea
troep	noun	vele waardeloze spullen door elkaar
troepen	noun	in een groep optredende militairen	verb|obsolete	bij elkaar komen
troepenbeweging	noun	verplaatsing van een leger of een deel van een leger
troepenbewegingen	=	troepenbeweging
troepenbeweginkje	=	troepenbeweging
troepenbeweginkjes	=	troepenbeweging
troepenmacht	noun	een grote groepen mensen en wapens die samen een leger vormen
troepenmachten	=	troepenmacht
troepenscheiding	noun	verwijst naar het uit elkaar halen of fysiek scheiden van militaire eenheden van strijdende partijen, meestal als onderdeel van een wapenstilstand of vredesproces.
troepenscheidingen	=	troepenscheiding
troepenscheidinkje	=	troepenscheiding
troepenscheidinkjes	=	troepenscheiding
troepenschepen	=	troepenschip
troepenschip	noun	schip waarmee men troepen over zee naar het slagveld vervoert
troepensterkte	noun	aanwezige hoeveelheid militaire manschappen en materieel
troepensterkten	=	troepensterkte
troepensterktes	=	troepensterkte
troepenterugtrekking	noun	het strategisch terugtrekken van militaire eenheden uit een bepaald (meestal buitenlands of bezet) gebied.
troepenterugtrekkingen	=	troepenterugtrekking
troepenterugtrekkinkje	=	troepenterugtrekking
troepenterugtrekkinkjes	=	troepenterugtrekking
troepentransport	noun	verplaatsing van militairen
troepentransporten	=	troepentransport
troepenuitbreiding	noun	het vergroten van de militaire capaciteit, meestal door het toevoegen van meer militairen, brigades of uitrusting aan een bestaande troepenmacht.
troepenuitbreidingen	=	troepenuitbreiding
troepenuitbreidinkje	=	troepenuitbreiding
troepenuitbreidinkjes	=	troepenuitbreiding
troepenverplaatsing	noun	het brengen van een leger van het ene naar het andere gebied
troepenverplaatsingen	=	troepenverplaatsing
troepenversterking	noun	extra militairen als aanvulling op de al aanwezige manschappen
troepenversterkingen	=	troepenversterking
troepenzending	noun	het sturen van militairen (troepen) naar een bepaalde plek, vaak in het buitenland, voor een militaire missie of interventie.
troepenzendingen	=	troepenzending
troepenzendinkje	=	troepenzending
troepenzendinkjes	=	troepenzending
troepiaal	noun	benaming voor vogels uit de familie Icteridae, die in Amerika voorkomen
troepiaaltangare	noun	Rhodinocichla rosea een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
troepiaaltangaren	=	troepiaaltangare
troepiaaltangaretje	=	troepiaaltangare
troepiaaltangaretjes	=	troepiaaltangare
troepiaaltje	=	troepiaal
troepialen	noun	Icteridae een familie van de zangvogels die meer dan 100 soorten telt.
troepje	=	troep
troepjes	=	troep
troetel	noun	knuffel
troetelde	=	troetelen
troetelden	=	troetelen
troeteldier	noun	geliefkoosd gezelschapsdier
troeteldieren	=	troeteldier
troeteldiertje	=	troeteldier
troeteldiertjes	=	troeteldier
troetele	=	troetelen
troetelen	verb	iemand liefkozend knuffelen
troetelend	=	troetelen
troetelende	=	troetelen
troetelkind	noun	buitengewoon geliefkoosd persoon
troetelkinderen	=	troetelkind
troetelkindje	=	troetelkind
troetelkindjes	=	troetelkind
troetelmaniak	noun	een maniak die mensen desondanks graag zouden troetelen
troetelmaniakje	=	troetelmaniak
troetelmaniakjes	=	troetelmaniak
troetelmaniakken	=	troetelmaniak
troetelnaam	noun	Een vriendschappelijke naam, een koosnaam, naam die geliefden elkaar geven.
troetelnaampje	=	troetelnaam
troetelnaampjes	=	troetelnaam
troetelnamen	=	troetelnaam
troetels	=	troetel
troetelt	=	troetelen
troeteltje	=	troetel
troeteltjes	=	troetel
troetelwoord	noun	liefkozend woord in het algemeen
troetelwoorden	=	troetelwoord
troetelwoordje	=	troetelwoord
troetelwoordjes	=	troetelwoord
troeve	=	troeven
troevel	noun|obsolete	slag, klap, stomp, trap
troevels	=	troevel
troeveltje	=	troevel
troeveltjes	=	troevel
troeven	verb	een slag overnemen door een kaart te spelen die tot de troefkleur behoort
troevend	=	troeven
troevende	=	troeven
trof	=	treffen
trofee	noun	duurzaam voorwerp dat na een overwinning als symbool daarvan aan de winnaar wordt uitgereikt
trofee-uitreiking	noun	de ceremoniële overhandiging van een tastbaar zegeteken (de trofee) aan de winnaar van een competitie of prestatie.
trofee-uitreikingen	=	trofee-uitreiking
trofee-uitreikinkje	=	trofee-uitreiking
trofee-uitreikinkjes	=	trofee-uitreiking
trofees	=	trofee
trofeetje	=	trofee
trofeetjes	=	trofee
trofeeën	=	trofee
troffe	=	treffen
troffel	noun	een driekantige platte schep met handvat voor het opbrengen van metselspecie
troffels	=	troffel
troffeltje	=	troffel
troffeltjes	=	troffel
troffen	=	treffen
trofisch	adj	met betrekking tot de voeding van de weefsels
trofische	=	trofisch
trofischer	=	trofisch
trofischere	=	trofisch
trofischers	=	trofisch
troft	=	treffen
trog	noun	een langgerekte voederbak
troggel	=	troggelen
troggelde	=	troggelen
troggelden	=	troggelen
troggele	=	troggelen
troggelen	verb	listig verkrijgen
troggelend	=	troggelen
troggelende	=	troggelen
troggelt	=	troggelen
troggen	=	trog
trogje	=	trog
trogjes	=	trog
troglodiet	noun	een mens die in grotten (of holen) leeft
troglodieten	=	troglodiet
troglodietje	=	troglodiet
troglodietjes	=	troglodiet
trogon	noun	Trogon een geslacht van vogels uit de familie van de Trogonidae.
trogonnetje	=	trogon
trogonnetjes	=	trogon
trogons	noun	een orde Trogoniformes, bestaand uit één familie Trogonidae van vogelsoorten
trogvormig	adj	vorm van een trog hebbend
trogvormige	=	trogvormig
trogvormiger	=	trogvormig
trogvormigere	=	trogvormig
trogvormigers	=	trogvormig
trogvormigs	=	trogvormig
trogvormigst	=	trogvormig
trogvormigste	=	trogvormig
trojaan	noun	een programma dat ongewenst meekomt met een programma dat door de gebruiker wordt geïnstalleerd.
trojaans	adj	van, uit Troje of met betrekking tot de Trojanen
trojaanse	noun	vrouwelijke inwoner van Troje, of een vrouw afkomstig uit Troje
trojaansen	=	trojaanse
trojaanser	=	trojaans
trojaansere	=	trojaans
trojaansers	=	trojaans
trojaanst	=	trojaans
trojaanste	=	trojaans
trojaantje	=	trojaan
trojanen	=	trojaan
trojka	noun	licht Russisch rijtuig met drie paarden bespannen
trojka's	=	trojka
trojkaatje	=	trojka
trojkaatjes	=	trojka
trok	=	trekken
trokke	=	trekken
trokken	=	trekken
trokt	=	trekken
trol	noun	groot, soms reusachtig, lelijk en onvriendelijk wezen, oorspronkelijk afkomstig uit de Scandinavische mythologie, dat mensen vaak vijandig gezind is
trolde	=	trollen
trolden	=	trollen
troll	=	trollen
trollde	=	trollen
trollden	=	trollen
trolle	=	trollen
trollen	verb	zich als een trol gedragen
trollend	=	trollen
trollende	=	trollen
trollenfabriek	noun	organisatie die internettrollen in dienst heeft en/of faciliteert en hen systematisch propaganda laat voeren die voornamelijk is gebaseerd op pertinente leugens
trollenfabrieken	=	trollenfabriek
trollenfabriekje	=	trollenfabriek
trollenfabriekjes	=	trollenfabriek
trollenkoning	noun	koning der trollen
trollenkoningen	=	trollenkoning
trollenkoninkje	=	trollenkoning
trollenkoninkjes	=	trollenkoning
trollenleger	noun	groep mensen die een forum of wiki bezoekt om onware of kwetsende berichten te verspreiden om ruzie te veroorzaken of druk uit te oefenen
trollenlegers	=	trollenleger
trollenlegertje	=	trollenleger
trollenlegertjes	=	trollenleger
trollennetwerk	noun	groep personen die georganiseerd sensationele maar onware berichten via het internet verspreiden
trollennetwerken	=	trollennetwerk
trolletje	=	trol
trolletjes	=	trol
trolley	noun	koffer met wieltjes
trolleybus	noun	door een elektrische motor aangedreven bus die via twee draden boven de weg elektriciteit afneemt
trolleybusje	=	trolleybus
trolleybusjes	=	trolleybus
trolleybussen	=	trolleybus
trolleys	=	trolley
trolleytje	=	trolley
trolleytjes	=	trolley
trollius	noun	een geslacht Trollius van overblijvende planten uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae), verspreid over de gematigde streken van het noordelijk halfrond.
trolliussen	=	trollius
trollt	=	trollen
trolt	=	trollen
trom	noun	doos ofwel trommel overspannen met een vel waarop men slaat om muziek te maken
tromben	=	trombus
trombi	=	trombus
trombo-embolie	noun	bloedvatverstopping door bloedprop
trombo-embolietje	=	trombo-embolie
trombo-embolietjes	=	trombo-embolie
trombo-embolieën	=	trombo-embolie
trombocyt	noun	bloedplaatje
trombocyten	=	trombocyt
trombocytje	=	trombocyt
trombocytjes	=	trombocyt
trombocytopenie	noun	het symptoom dat men een te laag aantal bloedplaatjes of trombocyten heeft
trombocytose	noun	verhoogd aantal bloedplaatjes
tromboflebitis	noun	ontsteking van de vaatwand met vorming van bloedproppen
trombolyse	noun	behandeling waarbij een stolsel in een bloedvat, ontstaan door trombose of embolie, met wordt opgelost
trombolyses	=	trombolyse
trombolysetje	=	trombolyse
trombolysetjes	=	trombolyse
trombolytica	=	trombolyticum
trombolyticum	noun	middel dat bloedproppen (stolsels) oplost
trombone	noun	koperen blaasinstrument waarbij de toonhoogte door middel van spanning van de lippen en een schuif wordt geregeld
trombones	=	trombone
trombonist	noun	iemand die de trombone bespeeld
tromboniste	noun	vrouwelijke vorm van trombonist
trombonisten	=	trombonist
trombonistes	=	tromboniste
trombonistje	=	trombonist
trombonistjes	=	trombonist
trombose	noun	de vorming van een bloedprop in een bloedvat of het hart
trombosebeen	noun	afsluiting van een ader in het been door een bloedstolsel
trombosebenen	=	trombosebeen
trombosen	=	trombose
tromboses	=	trombose
trombosis	=	trombose
trombus	noun	bloedprop
trombusje	=	trombus
trombusjes	=	trombus
trombussen	=	trombus
tromgeroffel	noun	het lawaai dat ontstaat door hard en snel op een trommel te slaan, meestal met de bedoeling oom aandacht te trekken
trommel	noun	een cilindervormig, met een vel bespannen slaginstrument
trommelaar	noun	Iemand die een trommel bespeelt, trommelslager, tamboer
trommelaars	=	trommelaar
trommelaarster	noun	vrouwelijke trommelaar
trommelaarsters	=	trommelaarster
trommelaarstertje	=	trommelaarster
trommelaarstertjes	=	trommelaarster
trommelaartje	=	trommelaar
trommelaartjes	=	trommelaar
trommelde	=	trommelen
trommelden	=	trommelen
trommeldroger	noun	een toestel om de kleding die uit de wasmachine komt te drogen
trommeldrogers	=	trommeldroger
trommeldrogertje	=	trommeldroger
trommeldrogertjes	=	trommeldroger
trommele	=	trommelen
trommelen	verb	ritmisch op iets slaan
trommelend	=	trommelen
trommelende	=	trommelen
trommeler	=	trommelaar
trommelgeheugen	noun	informatiedrager in de vorm van een cilinder (met aan de buitenkant een magnetische laag)
trommelgeheugens	=	trommelgeheugen
trommelrem	noun	onderdeel van een wiel, waarin twee halfcirkelvormige lichamen van binnenuit tegen de wand van een cilinder rond de as worden gedrukt, zodat het wiel door de wrijving minder snel gaat draaien en tot stilstand kan worden gebracht
trommelremmen	=	trommelrem
trommelremmetje	=	trommelrem
trommelremmetjes	=	trommelrem
trommels	=	trommel
trommelslag	noun	een enkele slag of roffel op een trommel
trommelslagen	=	trommelslag
trommelslager	noun|obsolete	bespeler van een trommel, een rond slaginstrument, bespannen met een vel
trommelslagers	=	trommelslager
trommelslagertje	=	trommelslager
trommelslagertjes	=	trommelslager
trommelstok	noun	een stok met een bolvormig uiteinde waarmee men op een trommel kan trommelen
trommelstokje	=	trommelstok
trommelstokjes	=	trommelstok
trommelstokken	=	trommelstok
trommelstokkenbomen	=	trommelstokkenboom
trommelstokkenboom	noun	bepaald soort boom uit Indonesië, Cassia fistula, waarvan de bloesem aan de goudenregen doet denken
trommelstokkenboompje	=	trommelstokkenboom
trommelstokkenboompjes	=	trommelstokkenboom
trommelt	=	trommelen
trommeltje	=	trommel
trommeltjes	=	trommel
trommelvel	noun	het strakgespannen vel van een trommel dat geluid maakt als erop wordt geslagen
trommelvellen	=	trommelvel
trommelvis	noun	Pogonias cromis een straalvinnige vis uit de familie van de ombervissen (Sciaenidae) en behoort derhalve tot de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
trommelvisje	=	trommelvis
trommelvisjes	=	trommelvis
trommelvissen	=	trommelvis
trommelvlies	noun	een membraan in het oor van zoogdieren, waaronder de mens, waarmee het oor geluid, in de vorm van luchttrillingen, opvangt
trommelvliesje	=	trommelvlies
trommelvliesjes	=	trommelvlies
trommelvliesontsteking	noun	een infectie waarbij het trommelvlies verdikt en ontstoken raakt.
trommelvliesontstekingen	=	trommelvliesontsteking
trommelvliesontstekinkje	=	trommelvliesontsteking
trommelvliesontstekinkjes	=	trommelvliesontsteking
trommelvliezen	=	trommelvlies
trommelvuren	=	trommelvuur
trommelvuur	noun	het in een hoog tempo schieten van zeer grote hoeveelheden artillerie op een relatief klein front
trommen	=	trom
trommetje	=	trom
trommetjes	=	trom
tromp	noun	iets wat een doffe klank voortbrengt (blaashoorn, midwinterhoorn, olifantssnuit, geweer, kanon)
trompe-l'oeil	noun	schildering met bedrieglijk echt perspectief
trompe-l'oeils	=	trompe-l'oeil
trompen	=	tromp
trompet	noun	koperen blaasinstrument met ventielen
trompetblazer	noun	Trompettist.
trompetblazers	=	trompetblazer
trompetblazertje	=	trompetblazer
trompetblazertjes	=	trompetblazer
trompetbloem	noun	bepaald soort plant, Pandorea jasminoides uit de trompetboomfamilie (Bignoniaceae)
trompetbloemen	=	trompetbloem
trompetbomen	=	trompetboom
trompetboom	noun	benaming voor bomen uit het geslacht Catalpa in de trompetboomfamilie (Bignoniaceae)
trompetboomfamilie	noun	een middelgrote familie Bignoniaceae van tweezaadlobbige planten, universeel erkend door systemen van plantentaxonomie
trompetboomfamilietje	=	trompetboomfamilie
trompetboomfamilietjes	=	trompetboomfamilie
trompetboompje	=	trompetboom
trompetboompjes	=	trompetboom
trompetgeschal	noun	het geluid van een enkele trompet of een groep trompetten
trompetgeschallen	=	trompetgeschal
trompetje	=	trompet
trompetjes	=	trompet
trompetkalkkokerworm	noun	Ficopomatus enigmaticus een borstelworm uit de familie Serpulidae.
trompetkalkkokerwormen	=	trompetkalkkokerworm
trompetkalkkokerwormpje	=	trompetkalkkokerworm
trompetkalkkokerwormpjes	=	trompetkalkkokerworm
trompetklimmer	noun	een geslacht Campsis van bladverliezende, verhoutende klimplanten die vooral gedijen in subtropische en mediterrane klimaten
trompetklimmers	=	trompetklimmer
trompetklimmertje	=	trompetklimmer
trompetklimmertjes	=	trompetklimmer
trompetknooppunt	noun	ongelijkvloerse verbinding van het eind van een snelweg met een doorgaande snelweg, waarbij de verbindingsweg linksaf naar de doorgaande weg is uitgevoerd als een lus
trompetknooppunten	=	trompetknooppunt
trompetkraanvogel	noun	Grus americana een zeer zeldzame, met uitsterven bedreigde kraanvogelsoort uit Noord-Amerika en de enige kraanvogel die alleen in Noord-Amerika voorkomt.
trompetkraanvogels	=	trompetkraanvogel
trompetkraanvogeltje	=	trompetkraanvogel
trompetkraanvogeltjes	=	trompetkraanvogel
trompetkroesmos	noun	Ulota crispa een bladmos behorend tot de familie Orthotrichaceae.
trompetkroesmosje	=	trompetkroesmos
trompetkroesmosjes	=	trompetkroesmos
trompetkroesmossen	=	trompetkroesmos
trompetmotje	noun	Alabonia geoffrella een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
trompetmotjes	=	trompetmotje
trompetneushoornvogel	noun	Bycanistes bucinator vogel die behoort tot de familie van neushoornvogels (Bucerotidae) uit Oost- en Centraal-Afrika
trompetneushoornvogels	=	trompetneushoornvogel
trompetneushoornvogeltje	=	trompetneushoornvogel
trompetneushoornvogeltjes	=	trompetneushoornvogel
trompetparadijskraai	noun	Phonygammus keraudrenii een vogel uit het monotypische geslacht Phonygammus van de familie paradijsvogels (Paradisaeidae).
trompetparadijskraaien	=	trompetparadijskraai
trompetparadijskraaitje	=	trompetparadijskraai
trompetparadijskraaitjes	=	trompetparadijskraai
trompetsignaal	noun	een afgesproken teken afgegeven door een trompet
trompetsignaaltje	=	trompetsignaal
trompetsignaaltjes	=	trompetsignaal
trompetsignalen	=	trompetsignaal
trompetsoli	=	trompetsolo
trompetsolo	noun	een solo op de trompet
trompetsolo's	=	trompetsolo
trompetsolootje	=	trompetsolo
trompetsolootjes	=	trompetsolo
trompetsteelkwal	noun	Haliclystus salpinx een neteldier uit de familie Haliclystidae.
trompetsteelkwallen	=	trompetsteelkwal
trompetsteelkwalletje	=	trompetsteelkwal
trompetsteelkwalletjes	=	trompetsteelkwal
trompettakmos	noun	een epifytisch struikvormig korstmos Ramalina fastigiata (syn.: Ramalina fraxinea var. fastigiata) behorend tot de familie Ramalinaceae.
trompettakmosje	=	trompettakmos
trompettakmosjes	=	trompettakmos
trompettakmossen	=	trompettakmos
trompette	=	trompetten
trompetteer	=	trompetteren
trompetteerde	=	trompetteren
trompetteerden	=	trompetteren
trompetteert	=	trompetteren
trompetten	verb	trompetteren
trompettend	=	trompetten
trompettende	=	trompetten
trompetter	noun	iemand die een trompet bespeelt
trompetterde	=	trompetteren
trompetterden	=	trompetteren
trompettere	=	trompetteren
trompetteren	verb	het geluid van een olifant
trompetterend	=	trompetteren
trompetterende	=	trompetteren
trompettergeschal	noun	het geluid dat een trompet maakt
trompetters	=	trompetter
trompettert	=	trompetteren
trompettertje	=	trompetter
trompettertjes	=	trompetter
trompetterzeenaald	noun	Syngnathus typhle een straalvinnige vis uit de familie van de zeenaalden en zeepaardjes (Syngnathidae) en de orde van de zeenaaldachtigen (Syngnathiformes).
trompetterzeenaalden	=	trompetterzeenaald
trompetterzeenaaldje	=	trompetterzeenaald
trompetterzeenaaldjes	=	trompetterzeenaald
trompettist	noun	musicus die een trompet bespeelt
trompettiste	noun	vrouwelijke trompetblazer, vrouwelijke trompettist.
trompettisten	=	trompettist
trompettistes	=	trompettiste
trompettistetje	=	trompettiste
trompettistetjes	=	trompettiste
trompettistje	=	trompettist
trompetvis	noun	Aulostomus maculatus een straalvinnige vis uit de familie van trompetvissen (Aulostomidae), orde zeenaaldachtigen (Syngnathiformes), die voorkomt in het westen, het oosten en het zuidwesten van de Atlantische Oceaan
trompetvisje	=	trompetvis
trompetvisjes	=	trompetvis
trompetvissen	noun	een familie Aulostomidae van vissen met een zeer dun en langwerpig lichaam.
trompetvogel	noun	Psophia crepitans een vogel uit de familie van de trompetvogels die onder andere in de bergbossen van Suriname voorkomt
trompetvogels	noun	Psophiidae een familie van vogels uit de orde kraanvogelachtigen.
trompetvogeltje	=	trompetvogel
trompetvogeltjes	=	trompetvogel
trompetvormig	adj	vorm van een trompet hebbend
trompetvormige	=	trompetvormig
trompetvormiger	=	trompetvormig
trompetvormigere	=	trompetvormig
trompetvormigers	=	trompetvormig
trompetvormigs	=	trompetvormig
trompetvormigst	=	trompetvormig
trompetvormigste	=	trompetvormig
trompetzwaan	noun	Cygnus buccinator een grote witte zwaan die inheems voorkomt in het westen van Noord-Amerika.
trompetzwaantje	=	trompetzwaan
trompetzwaantjes	=	trompetzwaan
trompetzwanen	=	trompetzwaan
trompje	=	tromp
trompjes	=	tromp
tromslager	noun|obsolete	bespeler van een trommel, een rond slaginstrument, bespannen met een vel
tromslagers	=	tromslager
tromslagertje	=	tromslager
tromslagertjes	=	tromslager
tronchudakolen	=	tronchudakool
tronchudakool	noun	Brassica oleracea var. costata een variëteit van kool die oorspronkelijk in Portugal werd gekweekt.
tronchudakooltje	=	tronchudakool
tronchudakooltjes	=	tronchudakool
trone	=	troon
tronen	=	troon
tronend	=	troon
tronende	=	troon
tronie	noun	gezicht
tronies	=	tronie
tronietje	=	tronie
tronietjes	=	tronie
tronk	noun	boomstam waarvan het bovenste deel en de takken zijn afgehakt
tronken	=	tronk
tronkenbij	noun	Heriades truncorum een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
tronkenbijen	=	tronkenbij
tronkenbijtje	=	tronkenbij
tronkenbijtjes	=	tronkenbij
tronkendrietand	noun	Tipula (Pterelachisus) truncorum een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
tronkendrietanden	=	tronkendrietand
tronkendrietandje	=	tronkendrietand
tronkendrietandjes	=	tronkendrietand
tronkje	=	tronk
troon	noun	zetel waar een vorst op zit tijdens formele plechtigheden
troonafstand	noun	aftreden als vorst
troonafstanden	=	troonafstand
troonbestijging	noun	aanvaarding van vorstelijke macht, met de daarbij horende ceremonie
troonbestijgingen	=	troonbestijging
troonbestijginkje	=	troonbestijging
troonbestijginkjes	=	troonbestijging
troonde	=	troon
troonden	=	troon
troonhemel	noun	stoffen overdekking als ornament, meestal boven een troon of altaar
troonhemels	=	troonhemel
troonhemeltje	=	troonhemel
troonhemeltjes	=	troonhemel
troonopvolger	noun	Als een regerend vorst stopt met regeren (al of niet na overlijden) wordt de troonopvolger de nieuwe vorst.
troonopvolgers	=	troonopvolger
troonopvolgertje	=	troonopvolger
troonopvolging	noun	het aantreden als vorst als de huidige vorst aftreedt
troonopvolgingen	=	troonopvolging
troonopvolginkje	=	troonopvolging
troonopvolginkjes	=	troonopvolging
troonopvolgster	noun	vrouw vrouw die in aanmerking komt om een monarch op te volgen
troonopvolgsters	=	troonopvolgster
troonopvolgstertje	=	troonopvolgster
troonopvolgstertjes	=	troonopvolgster
troonpretendent	noun	iemand die in aanmerking denkt te komen voor de titel koning
troonpretendenten	=	troonpretendent
troonpretendentje	=	troonpretendent
troonpretendentjes	=	troonpretendent
troonrede	noun	jaarlijkse toespraak in de Ridderzaal namens de regering, waarin de beleidsvoornemens voor het komende jaar worden verwoord
troonredes	=	troonrede
troonsafstand	noun	het aftreden als vorst
troonsafstanden	=	troonsafstand
troonsbestijging	noun	aanvaarding van vorstelijke macht, met de daarbij horende ceremonie
troonsbestijgingen	=	troonsbestijging
troonsbestijginkje	=	troonsbestijging
troonsbestijginkjes	=	troonsbestijging
troonsgerechtigd	adj	het recht hebben om de troon te bestijgen als de vorst zou overlijden
troonsgerechtigde	=	troonsgerechtigd
troonsgerechtigds	=	troonsgerechtigd
troonsopvolging	noun	het wettelijk geregelde proces waarbij het staatshoofd (de vorst) van een land wordt opgevolgd na overlijden of aftreden.
troonsopvolgingen	=	troonsopvolging
troonsopvolginkje	=	troonsopvolging
troonsopvolginkjes	=	troonsopvolging
troonswisseling	noun	opvolging van een voorgaande koning(in)
troonswisselingen	=	troonswisseling
troonswisselinkje	=	troonswisseling
troonswisselinkjes	=	troonswisseling
troont	=	troon
troontje	=	troon
troontjes	=	troon
troonwisseling	noun	de officiële overdracht van het koningschap, waarbij een regerend vorst(in) aftreedt (abdicatie) en wordt opgevolgd door de troonopvolger, meestal de oudste zoon of dochter.
troonwisselingen	=	troonwisseling
troonwisselingetje	=	troonwisseling
troonwisselingetjes	=	troonwisseling
troonzaal	noun	een ruimte in een koninklijk paleis waar de monarch in vroeger tijden hof hield
troonzaaltje	=	troonzaal
troonzalen	=	troonzaal
troonzetel	noun	de zetels van de troon.
troonzetels	=	troonzetel
troonzeteltje	=	troonzetel
troonzeteltjes	=	troonzetel
troop	noun	figuurlijke uitdrukking
troopje	=	troop
troost	noun	steun bij verdriet of pijn
troostboek	noun	boek dat tot doel heeft steun, bemoediging en hoop te bieden tijdens moeilijke tijden, zoals rouw, verdriet of crisis
troostboeken	=	troostboek
troostboekje	=	troostboek
troostboekjes	=	troostboek
troostbrief	noun	brief waarmee de schrijver probeert de geadresseerde te ondersteunen in moeilijke omstandigheden
troostbriefje	=	troostbrief
troostbriefjes	=	troostbrief
troostbrieven	=	troostbrief
trooste	=	troosten
troostelijk	adj	helpend en nuttig
troostelijke	=	troostelijk
troostelijker	=	troostelijk
troostelijkere	=	troostelijk
troostelijkers	=	troostelijk
troostelijks	=	troostelijk
troostelijkst	=	troostelijk
troostelijkste	=	troostelijk
troosteloos	adj	niet van zijn trieste stemming te bevrijden
troosteloosheden	=	troosteloosheid
troosteloosheid	noun	het troosteloos zijn
troosteloost	=	troosteloos
troostelooste	=	troosteloos
troosteloze	=	troosteloos
troostelozer	=	troosteloos
troostelozere	=	troosteloos
troostelozers	=	troosteloos
troosten	verb	als iemand verdriet of pijn heeft deze persoon geestelijke steun geven
troostend	adj	uiting waarbij men probeert het verdriet van anderen te verzachten
troostende	=	troosten
troostender	=	troostend
troostendere	=	troostend
troostenders	=	troostend
troostends	=	troostend
troostendst	=	troostend
troostendste	=	troostend
trooster	noun	iemand die iemand anders troost als deze verdriet heeft
troosters	=	trooster
troostertje	=	trooster
troostertjes	=	trooster
troosteten	verb	uit verdriet gaan eten om weer blij te worden, met het risico op overgewicht als je er te lang mee doorgaat	noun	voedsel dat verdrietige mensen gebruiken om weer blij te worden
troostetend	=	troosteten
troostetende	=	troosteten
troostfiets	noun	bakfiets die bij uitvaarten kan worden gebruikt om een urn en de benodigdheden voor een kleinschalige uitvaartdienst te vervoeren
troostfietsen	=	troostfiets
troostfietsje	=	troostfiets
troostfietsjes	=	troostfiets
troostfinale	noun	wedstrijd die gaat om de 3de en 4de plaats van een toernooi
troostfinales	=	troostfinale
troostknuffel	noun	een knuffel om iemand te troosten.
troostknuffels	=	troostknuffel
troostknuffeltje	=	troostknuffel
troostknuffeltjes	=	troostknuffel
troostmeisje	noun	in Japan gebruikte benaming voor gevangen genomen Europese, Koreaanse en Chinese vrouwen die gedwongen werden als prostituee voor hen te werken rond de periode van de Tweede Wereldoorlog
troostmeisjes	=	troostmeisje
troostprijs	noun	een prijs die ter bemoediging wordt uitgereikt aan deelnemers van een wedstrijd die niet hebben gewonnen
troostprijsje	=	troostprijs
troostprijsjes	=	troostprijs
troostprijzen	=	troostprijs
troostrijk	adj	van iets dat het een bedroefde, treurige, verdrietige stemming wat milder doet worden
troostrijke	=	troostrijk
troostrijker	=	troostrijk
troostrijkere	=	troostrijk
troostrijkers	=	troostrijk
troostrijks	=	troostrijk
troostrijkst	=	troostrijk
troostrijkste	=	troostrijk
troostte	=	troosten
troostten	=	troosten
troostvol	adj	met veel troost
troostvolle	=	troostvol
troostvoller	=	troostvol
troostvollere	=	troostvol
troostvollers	=	troostvol
troostvols	=	troostvol
troostvolst	=	troostvol
troostvolste	=	troostvol
trop	=	troep
tropee	noun	teken dat men ontvangt bij het behalen van een overwinning
tropeeën	=	tropee
tropen	noun	streken tussen beide keerkringen
tropenarts	noun	een arts die gespecialiseerd is in tropische ziekten
tropenartsen	=	tropenarts
tropenhelm	noun	bolle witte hoed met een brede rand die goed beschermt tegen de zon en de warmte van de tropen
tropenhelmen	=	tropenhelm
tropenhelmpje	=	tropenhelm
tropenkolder	noun|obsolete	krankzinnigheid die zou ontstaan door een verblijf in de tropen bij iemand die daar niet aan gewend is
tropenkolders	=	tropenkolder
tropenpak	noun	een kledingcombinatie bestaande uit ten minste een jasje en een broek of rok van lichte stof die geschikt isx om te dragen in een warm klimaat
tropenpakje	=	tropenpak
tropenpakjes	=	tropenpak
tropenpakken	=	tropenpak
tropenrooster	noun	een dagindeling waarbij men rekening houdt met de middaghitte, meestal door vroeg te beginnen met werken zodat men ook vroeg kan stoppen, soms ook door 's-avonds weer te gaan werken of studeren
tropenroosters	=	tropenrooster
tropenroostertje	=	tropenrooster
tropenziekte	noun	ziekte die vooral voorkomt in tropische gebieden vooral veroorzaakt door aldaar aanwezige specifieke virussen en parasieten die vaak door muggen etc. worden overgedragen
tropenziekten	=	tropenziekte
tropenziektes	=	tropenziekte
tropenziektetje	=	tropenziekte
tropenziektetjes	=	tropenziekte
tropenzon	noun	de felle zonneschijn die normaal voorkomt in gebieden rond de evenaar
tropenzonnen	=	tropenzon
trophee	=	trofee
tropisch	adj	tot de tropen behorend, daar voorkomend
tropische	=	tropisch
tropische-plantenkas	=	tropischeplantenkas
tropischeplantenkas	noun	doorzichtige, grotendeels glazen constructie waarin planten uit het hete en vochtige klimaat rond de evenaar kunnen gedijen in koudere streken
tropischeplantenkassen	=	tropischeplantenkas
tropischer	=	tropisch
tropischere	=	tropisch
tropischers	=	tropisch
tropisme	noun	beweging die vooral bij planten wordt waargenomen en wordt opgewekt en gericht door een uitwendige prikkel
tropismen	=	tropisme
troponiem	noun	bepaalde manier van
troponiemen	=	troponiem
troposfeer	noun	de onderste 10 kilometer van de dampkring van de aarde waar de weersveranderingen merkbaar zijn
troposferen	=	troposfeer
tros	noun	bloeiwijze
trosaardbeispinazie	noun	Blitum capitatum een plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae)
trosbes	noun	aalbes
trosbesje	=	trosbes
trosbesjes	=	trosbes
trosbessen	=	trosbes
trosdravik	noun	Bromus racemosus een in Nederland voorkomende plant uit de grassenfamilie (Poaceae).
trosdraviken	=	trosdravik
trosdravikje	=	trosdravik
trosdravikjes	=	trosdravik
trosgamander	noun	bepaald soort eenjarige plant, Teucrium botrys, met een onaangename geur die behoort tot de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae)
trosgamanders	=	trosgamander
trosganzenvoet	noun	Chenopodium urbicum (syn: Oxybasis urbica) een eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae) die van nature voorkomt in Midden- en Zuid-Europa en in Azië
trosganzenvoeten	=	trosganzenvoet
trosganzenvoetje	=	trosganzenvoet
trosganzenvoetjes	=	trosganzenvoet
trosgierst	noun	bepaalde grassoort Setaria italica
trosgiersten	=	trosgierst
trosglidkruid	noun	Scutellaria columnae een overblijvende plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
trosglidkruiden	=	trosglidkruid
trosglidkruidje	=	trosglidkruid
trosglidkruidjes	=	trosglidkruid
trosje	=	tros
trosjes	=	tros
trosraaigras	noun	Festulolium loliaceum een vrij zeldzame hybrideplant tussen beemdlangbloem (Festuca pratensis) en Engels raaigras (Lolium perenne), die tot het geslacht ×Festulolium behoort.
trosraaigrasje	=	trosraaigras
trosraaigrasjes	=	trosraaigras
trosraaigrassen	=	trosraaigras
trossen	=	tros
trossteenbreek	noun	Saxifraga paniculata een plant uit de steenbreekfamilie (Saxifragaceae).
trossteenbreken	=	trossteenbreek
trosstreepzaad	noun	Crepis praemorsa een overblijvende plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
trosstreepzaadje	=	trosstreepzaad
trosstreepzaadjes	=	trosstreepzaad
trosstreepzaden	=	trosstreepzaad
trostomaat	noun	tomaat die aan een trosje verkocht wordt
trostomaatje	=	trostomaat
trostomaatjes	=	trostomaat
trostomaten	=	trostomaat
trosvlier	noun	Sambucus racemosa een struik uit de muskuskruidfamilie (Adoxaceae).
trosvlieren	=	trosvlier
trosvliertje	=	trosvlier
trosvliertjes	=	trosvlier
trosvormig	adj	vorm van een tros hebbend
trosvormige	=	trosvormig
trosvormiger	=	trosvormig
trosvormigere	=	trosvormig
trosvormigers	=	trosvormig
trosvormigs	=	trosvormig
trosvormigst	=	trosvormig
trosvormigste	=	trosvormig
trot	noun	draf
trots	adj	erg blij met wat men (bereikt) heeft	noun	denken dat men beter is dan anderen
trotsch	=	trots
trotse	=	trots
trotseer	=	trotseren
trotseerde	=	trotseren
trotseerden	=	trotseren
trotseert	=	trotseren
trotser	=	trots
trotsere	=	trots
trotseren	verb	niet laten afschrikken door iemand of iets
trotserend	=	trotseren
trotserende	=	trotseren
trotsers	=	trots
trotsheid	noun	het blij zijn met wie je bent en wat je bereikt hebt
trotskisme	noun	stroming binnen het leninisme, die Stalins politiek te weinig marxistisch vindt en een minder autoritaire en meer internationalistische benadering voorstaat
trotskist	noun	aanhanger van het gedachtegoed van Leon Trotski, met radendemocratie en voortdurende wereldwijde revolutie als kenmerkende onderdelen
trotskisten	=	trotskist
trotskisties	=	trotskistisch
trotskistisch	adj	met betrekking tot het trotskisme
trotskistische	=	trotskistisch
trotskistischer	=	trotskistisch
trotskistischere	=	trotskistisch
trotskistischers	=	trotskistisch
trotskistischt	=	trotskistisch
trotskistischte	=	trotskistisch
trotskistje	=	trotskist
trotskistjes	=	trotskist
trotst	=	trots
trotste	=	trots
trotte	=	trotten
trotten	verb	stevig doorlopen
trottend	=	trotten
trottende	=	trotten
trottinet	noun	een vooral door kinderen gebruikt vervoermiddel op twee wielen dat door het afduwen met de voet aangedreven wordt
trottinette	noun	een vooral door kinderen gebruikt vervoermiddel op twee wielen dat door het afduwen met de voet aangedreven wordt
trottinetten	=	trottinet
trottinettes	=	trottinette
trottoir	noun	verhoging langs de weg waarover voetgangers zich kunnen bewegen
trottoirband	noun	hardstenen rand tussen de rijweg en het iets hoger liggende voetpad of trottoir
trottoirbanden	=	trottoirband
trottoirrand	noun	de grens tussen trottoir en weg
trottoirranden	=	trottoirrand
trottoirs	=	trottoir
trottoirtegel	noun	een tegel die op het trottoir ligt
trottoirtegels	=	trottoirtegel
trottoirtegeltje	=	trottoirtegel
trottoirtegeltjes	=	trottoirtegel
trottoirtje	=	trottoir
trottoirtjes	=	trottoir
trotyl	noun	een explosief
troubadour	noun	een langs kastelen en vorstenhoven in het middeleeuwse Zuid-Frankrijk, rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.
troubadours	=	troubadour
troubadourtje	=	troubadour
troubadourtjes	=	troubadour
troublemaker	noun	persoon die veel problemen heeft en veroorzaakt
troublemakers	=	troublemaker
troubleren	=	troebleren
troubleshooter	noun	iemand die heel goed problemen kan oplossen
troubleshooters	=	troubleshooter
trouvaille	noun	een bijzondere vondst, een ontdekking
trouvailles	=	trouvaille
trouvère	noun|obsolete	in het middeleeuws Noord-Frankrijk rondreizend dichter, en zanger van (minne-) liederen
trouvères	=	trouvère
trouvèretje	=	trouvère
trouw	noun	naleving van een (morele) verbintenis	adj	van iets of iemand dat men er altijd op kan vertrouwen
trouwadvertentie	noun|obsolete	een advertentie die men plaatst in een krant nadat men getrouwd is
trouwadvertenties	=	trouwadvertentie
trouwadvertentietje	=	trouwadvertentie
trouwadvertentietjes	=	trouwadvertentie
trouwakte	noun	de officiele schriftelijke verklaring dat men met elkaar getrouwd is
trouwakten	=	trouwakte
trouwaktes	=	trouwakte
trouwambtenaar	noun	ambtenaar van de Burgerlijke Stand die is aangesteld door het gemeentebestuur met als taak het voltrekken van huwelijken, het registreren van partnerschappen en het omzetten daarvan
trouwambtenaars	=	trouwambtenaar
trouwambtenaartje	=	trouwambtenaar
trouwambtenaartjes	=	trouwambtenaar
trouwambtenaren	=	trouwambtenaar
trouwauto	noun	de auto waarmee het bruidspaar naar het gemeentehuis rijdt om te gaan trouwen
trouwauto's	=	trouwauto
trouwautootje	=	trouwauto
trouwautootjes	=	trouwauto
trouwbed	noun|obsolete	het bed waarin de eeste nacht na de huwelijksvoltrekking wordt doorgebracht
trouwbedden	=	trouwbed
trouwbedje	=	trouwbed
trouwbedjes	=	trouwbed
trouwbelofte	noun	de belofte die men doet aan elkaar tijdens de huwelijksvoltrekking
trouwbeloften	=	trouwbelofte
trouwbeloftes	=	trouwbelofte
trouwbericht	noun|obsolete	een bericht waarin men aangeeft met elkaar te willen gaan trouwen
trouwberichten	=	trouwbericht
trouwberichtje	=	trouwbericht
trouwberichtjes	=	trouwbericht
trouwbieb	noun	winkel waar de tweedehands trouwkleding kunt lenen of kopen
trouwbiebs	=	trouwbieb
trouwbijbel	noun	de bijbel die men krijgt als men trouwt
trouwbijbels	=	trouwbijbel
trouwboek	noun	register waarin huwelijken zijn opgeschreven voor de invoering van de burgerlijke stand, vooral van belang voor historisch onderzoek
trouwboeken	=	trouwboek
trouwboeket	noun	het bloedstuk dat de bruid draagt tijdens de huwelijksvoltrekking
trouwboeketje	=	trouwboeket
trouwboeketjes	=	trouwboeket
trouwboeketten	=	trouwboeket
trouwboekje	=	trouwboek
trouwboekjes	=	trouwboek
trouwbreuk	noun	de belofte van huwelijkstrouw niet nakomen door een seksuele relatie aan te knopen met iemand anders
trouwbreuken	=	trouwbreuk
trouwbrief	noun|obsolete	de officiele akte waarin staat dat men getrouwd is
trouwbriefje	=	trouwbrief
trouwbriefjes	=	trouwbrief
trouwbrieven	=	trouwbrief
trouwdag	noun	de dag waarop men in het huwelijk treedt of getreden is
trouwdagen	=	trouwdag
trouwdagje	=	trouwdag
trouwdata	=	trouwdatum
trouwdatum	noun	de dag waarop iemand in het huwelijk treedt
trouwdatums	=	trouwdatum
trouwde	=	trouwen
trouwden	=	trouwen
trouwdicht	noun	gedicht vervaardigd ter gelegenheid van een bruiloft
trouwdichten	=	trouwdicht
trouwdichtje	=	trouwdicht
trouwdichtjes	=	trouwdicht
trouwdienst	noun	de mis waarin het huwelijk wordt ingezegend
trouwdiensten	=	trouwdienst
trouwdiner	noun	de maaltijd die men eet na de voltrekking van het huwelijk samen met gasten
trouwdiners	=	trouwdiner
trouwdinertje	=	trouwdiner
trouwdinertjes	=	trouwdiner
trouwe	=	trouw
trouwelijk	adj	zich stipt houdend aan zijn beloften
trouwelijke	=	trouwelijk
trouwelijker	=	trouwelijk
trouwelijkere	=	trouwelijk
trouwelijkers	=	trouwelijk
trouwelijks	=	trouwelijk
trouwelijkst	=	trouwelijk
trouwelijkste	=	trouwelijk
trouweloos	adj	zonder trouw
trouweloosheden	=	trouweloosheid
trouweloosheid	noun	het trouweloos zijn
trouweloost	=	trouweloos
trouwelooste	=	trouweloos
trouweloze	=	trouweloos
trouwelozer	=	trouweloos
trouwelozere	=	trouweloos
trouwelozers	=	trouweloos
trouwen	verb	het aangaan van een officiële verplichting tussen twee personen om voor elkaar te zorgen
trouwend	=	trouwen
trouwende	=	trouwen
trouwens	adv	overigens, in werkelijkheid, in waarheid, in zekerheid
trouwer	noun	iemand die trouwt
trouwere	=	trouw
trouwerij	noun	feest rond het aangaan van een huwelijk
trouwerijen	=	trouwerij
trouwerijtje	=	trouwerij
trouwerijtjes	=	trouwerij
trouwers	=	trouw
trouwfeest	noun	het feest dat gehouden wordt ter gelegenheid van de huwelijksvoltrekking
trouwfeesten	=	trouwfeest
trouwfeestje	=	trouwfeest
trouwfeestjes	=	trouwfeest
trouwformule	noun	de officiële vraag die de ambtenaar van de burgerlijke stand stelt en waar de trouwlustigen op moeten antwoorden bij het aangaan van een huwelijk
trouwformules	=	trouwformule
trouwformuletje	=	trouwformule
trouwformuletjes	=	trouwformule
trouwfoto	noun	foto van het bruidspaar na de huwelijksvoltrekking
trouwfoto's	=	trouwfoto
trouwfotootje	=	trouwfoto
trouwfotootjes	=	trouwfoto
trouwgeld	noun	belasting die men moet betalen voordat men gaat trouwen
trouwgelden	=	trouwgeld
trouwgeldje	=	trouwgeld
trouwgeldjes	=	trouwgeld
trouwgereedschap	noun	de externe genitalia van de man (penis en testes)
trouwgereedschapje	=	trouwgereedschap
trouwgereedschapjes	=	trouwgereedschap
trouwgereedschappen	=	trouwgereedschap
trouwgetuige	noun	iemand die officieel heeft waargenomen dat het huwelijk voltrokken is en dat schriftelijk vastlegt
trouwgetuigen	=	trouwgetuige
trouwgeval	noun	een gebeurtenis waarbij mensen met elkaar trouwen
trouwgevallen	=	trouwgeval
trouwgevalletje	=	trouwgeval
trouwgevalletjes	=	trouwgeval
trouwgoed	noun	kleding die men draagt tijdens het huwelijksfeest
trouwgoederen	=	trouwgoed
trouwgoedje	=	trouwgoed
trouwgoedjes	=	trouwgoed
trouwhandjes	noun	twee elkaar drukkende handen die vroeger op een trouwring zaten als versiering
trouwhartig	adj	van een persoon dat die trouw, eerlijk en oprecht is
trouwhartige	=	trouwhartig
trouwhartiger	=	trouwhartig
trouwhartigere	=	trouwhartig
trouwhartigers	=	trouwhartig
trouwhartigs	=	trouwhartig
trouwhartigst	=	trouwhartig
trouwhartigste	=	trouwhartig
trouwheden	=	trouwheid
trouwheid	noun	de mate waarin iemand zich verbonden voelt met iets of iemand en daarnaar handelt
trouwhoed	noun	zwarte hoge hoed die de bruidegom draagt tijdens het huwelijk
trouwhoeden	=	trouwhoed
trouwhoedje	=	trouwhoed
trouwhoedjes	=	trouwhoed
trouwjapon	noun	de jurk die de vrouw aanheeft tijdens de voltrekking van het huwelijk
trouwjaponnen	=	trouwjapon
trouwjaponnetje	=	trouwjapon
trouwjaponnetjes	=	trouwjapon
trouwjas	noun	de jas die men draagt tijdens de huwelijksvoltrekking
trouwjasje	=	trouwjas
trouwjasjes	=	trouwjas
trouwjassen	=	trouwjas
trouwjurk	noun	de feestelijke jurk die de bruid aanheeft tijdens de bruiloft
trouwjurken	=	trouwjurk
trouwjurkje	=	trouwjurk
trouwjurkjes	=	trouwjurk
trouwkaars	noun	de kaars die speciaal voor het huwelijk is gemaakt en die men aan het echtpaar geeft na de huwelijksvoltrekking
trouwkaarsen	=	trouwkaars
trouwkaarsje	=	trouwkaars
trouwkaarsjes	=	trouwkaars
trouwkaart	noun	kaart waarop staat wie, wanneer en waar met elkaar willen gaan huwen
trouwkaarten	=	trouwkaart
trouwkaartje	=	trouwkaart
trouwkaartjes	=	trouwkaart
trouwkamer	noun	de zaal in een gemeentehuis waarin huwelijken worden voltrokken
trouwkamers	=	trouwkamer
trouwkist	noun	doosje waarin herinneringen aan de bruiloft bewaard kunnen worden
trouwkisten	=	trouwkist
trouwkistje	=	trouwkist
trouwkistjes	=	trouwkist
trouwkleden	=	trouwkleed
trouwklederen	=	trouwkleed
trouwkleding	noun	kleding die men draagt tijdens de huwelijksvoltrekking (trouwjurk / trouwpak)
trouwkleed	noun	jurk die door de bruid speciaal wordt aangekocht of op maat gemaakt voor op de huwelijksdag
trouwkleedje	=	trouwkleed
trouwkleedjes	=	trouwkleed
trouwkleren	=	trouwkleed
trouwkoets	noun	koets waarin het bruidspaar zit als deel van de trouwstoet
trouwkoetsen	=	trouwkoets
trouwkoetsje	=	trouwkoets
trouwkoetsjes	=	trouwkoets
trouwkostuum	noun	kleding van de bruidegom, het trouwpak
trouwkostuumpje	=	trouwkostuum
trouwkostuumpjes	=	trouwkostuum
trouwkostuums	=	trouwkostuum
trouwlied	noun	lied speciaal gemaakt voor de bruiloft
trouwliederen	=	trouwlied
trouwliedje	=	trouwlied
trouwliedjes	=	trouwlied
trouwlocatie	noun	plek waar men in het huwelijk kan treden
trouwlocaties	=	trouwlocatie
trouwlustig	adj	zin hebbend om te trouwen
trouwlustige	=	trouwlustig
trouwlustiger	=	trouwlustig
trouwlustigere	=	trouwlustig
trouwlustigers	=	trouwlustig
trouwlustigs	=	trouwlustig
trouwlustigst	=	trouwlustig
trouwlustigste	=	trouwlustig
trouwmis	noun	eucharistieviering waarin men het sacrament van het huwelijk ontvangt in de katholieke kerk
trouwmisje	=	trouwmis
trouwmisjes	=	trouwmis
trouwmissen	=	trouwmis
trouwpak	noun	een bruidegomskostuum dat aan de trouwdag wordt gedragen
trouwpakje	=	trouwpak
trouwpakjes	=	trouwpak
trouwpakken	=	trouwpak
trouwpapieren	noun	alle officiele formulieren die men nodig heeft bij het trouwen
trouwpartij	noun	bruiloft
trouwpartijen	=	trouwpartij
trouwpartijtje	=	trouwpartij
trouwpartijtjes	=	trouwpartij
trouwpenning	noun|obsolete	muntstuk dat men slaat ter gelegenheid van een huwelijk
trouwpenningen	=	trouwpenning
trouwpenninkje	=	trouwpenning
trouwpenninkjes	=	trouwpenning
trouwplannen	noun	de voornemens die men heeft om met elkaar te gaan trouwen
trouwplanner	noun	iemand die een bruiloft organiseert
trouwplanners	=	trouwplanner
trouwplechtigheden	=	trouwplechtigheid
trouwplechtigheid	noun	de ceremonie die men voltrekt bij het aangaan van een huwelijk
trouwportret	noun	de staatiefoto die men van het bruidspaar maakt ter gelegenheid van het huwelijk
trouwportretje	=	trouwportret
trouwportretjes	=	trouwportret
trouwportretten	=	trouwportret
trouwreceptie	noun	de ontvangst die het bruidspaar geeft om zich te laten feliciteren met het huwelijk
trouwrecepties	=	trouwreceptie
trouwreceptietje	=	trouwreceptie
trouwreceptietjes	=	trouwreceptie
trouwregister	noun	register van gesloten huwelijken
trouwregisters	=	trouwregister
trouwregistertje	=	trouwregister
trouwregistertjes	=	trouwregister
trouwreis	noun	de reis die men maakt na de voltrekking van het huwelijk
trouwreisje	=	trouwreis
trouwreisjes	=	trouwreis
trouwreizen	=	trouwreis
trouwreportage	noun	fotoverslag van een huwelijk
trouwreportages	=	trouwreportage
trouwreportagetje	=	trouwreportage
trouwreportagetjes	=	trouwreportage
trouwrijtuig	noun	rijtuig of koets waarin het bruidspaar zit en deel uitmaakt van de trouwstoet
trouwrijtuigen	=	trouwrijtuig
trouwrijtuigje	=	trouwrijtuig
trouwrijtuigjes	=	trouwrijtuig
trouwring	noun	ring als symbool van huwelijkstrouw die de partners bij het afsluiten van een huwelijk bij elkaar aanbrengen
trouwringen	=	trouwring
trouwringetje	=	trouwring
trouwringetjes	=	trouwring
trouws	=	trouw
trouwst	=	trouw
trouwste	=	trouw
trouwstoet	noun	rij personen of de rij vervoersmiddelen van deze personen die naar een huwelijksplechtigheid gaan of daar vandaan komen
trouwstoeten	=	trouwstoet
trouwstoetje	=	trouwstoet
trouwstoetjes	=	trouwstoet
trouwt	=	trouwen
trouwtje	=	trouw
trouwtjes	=	trouw
trouwtrap	noun	de brede trap die naar de trouwzaal van het stadhuis gaat
trouwtrapje	=	trouwtrap
trouwtrapjes	=	trouwtrap
trouwtrappen	=	trouwtrap
trouwverbod	noun	wettelijk of maatschappelijk verbod om te trouwen, meestal vanwege familiebanden (bloedverwantschap) of soms historische/sociale redenen zoals in het koloniale tijdperk in Nederlands-Indië, waar werkgevers soms een trouwverbod oplegden aan hun werknemers.
trouwverboden	=	trouwverbod
trouwverbodje	=	trouwverbod
trouwverbodjes	=	trouwverbod
trouwverbond	noun|obsolete	het huwelijk
trouwverbreking	noun|obsolete	het schenden van een (huwelijkse) belofte
trouwverbrekingen	=	trouwverbreking
trouwvinger	noun	vierde vinger gerekend vanaf de duim, gelegen tussen de pink en de middelvinger, traditioneel bestemd voor het dragen van de trouwring
trouwvingers	=	trouwvinger
trouwzaal	noun	zaal waar burgerlijke huwelijken plaatsvinden, vaak maar niet altijd gelegen in het stadhuis
trouwzaaltje	=	trouwzaal
trouwzaaltjes	=	trouwzaal
trouwzalen	=	trouwzaal
trouwziek	adj|obsolete	te heftig verlangend om te trouwen
trouwzieke	=	trouwziek
trouwzieker	=	trouwziek
trouwziekere	=	trouwziek
trouwziekers	=	trouwziek
trouwzieks	=	trouwziek
trouwziekst	=	trouwziek
trouwziekste	=	trouwziek
troödoshagedis	noun	Phoenicolacerta troodica een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
troödoshagedisje	=	troödoshagedis
troödoshagedisjes	=	troödoshagedis
troödoshagedissen	=	troödoshagedis
trubbel	noun|informal	lastige situatie of ongemak die voor overlast zorgen
trubbels	=	trubbel
trubbeltje	=	trubbel
trubbeltjes	=	trubbel
truc	noun	een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken
trucage	noun	gebruik maken van trucs om mensen te misleiden
trucages	=	trucage
trucje	=	truc
trucjes	=	truc
truck	noun	vrachtauto waarvan de aanhangwagen op een draaibaar onderstel zit
truckchauffeur	noun	iemand die rijdt op een vrachtwagen
truckchauffeurs	=	truckchauffeur
truckconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse vrachtwagenproducenten
truckconcerns	=	truckconcern
trucker	noun	bestuurder van een truck
truckers	=	trucker
truckertje	=	trucker
truckje	=	truck
truckjes	=	truck
trucklading	noun	de hoeveelheid goederen waarbij de volledig laadcapaciteit van een vrachtwagen of trailer wordt benut
truckladingen	=	trucklading
truckladinkje	=	trucklading
truckladinkjes	=	trucklading
trucks	=	truck
trucs	=	truc
trufel	=	troffel
truffeer	=	trufferen
truffeerde	=	trufferen
truffeerden	=	trufferen
truffeert	=	trufferen
truffel	noun	een geslacht Tuber van zwammen die onder de grond, op de wortels van verschillende boomsoorten in wederzijdse symbiose groeien.
truffelgalwesp	noun	Andricus quercusradicis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
truffelgalwespen	=	truffelgalwesp
truffelgalwespje	=	truffelgalwesp
truffelgalwespjes	=	truffelgalwesp
truffelgitje	noun	Cheilosia soror een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
truffelgitjes	=	truffelgitje
truffelkever	noun	insect uit de familie Leiodidae van kevers in de superfamilie Staphylinoidea
truffelkevers	noun	Leiodidae een familie van kevers in de superfamilie Staphylinoidea
truffelkevertje	=	truffelkever
truffelkevertjes	=	truffelkever
truffelpoliepzwammetje	noun	Microthecium zobelii een schimmel behorend tot de familie Ceratostomataceae.
truffelpoliepzwammetjes	=	truffelpoliepzwammetje
truffels	=	truffel
truffeltje	=	truffel
truffeltjes	=	truffel
truffere	=	trufferen
trufferen	verb	met truffels bereiden
trufferend	=	trufferen
trufferende	=	trufferen
trui	noun	kledingstuk voor het bovenlichaam met mouwen, gemaakt van rekbaar weefsel zodat het over het hoofd kan worden aangetrokken
truien	=	trui
truienaar	noun	een inwoner van Sint-Truiden, of iemand afkomstig uit Sint-Truiden
truienaars	=	truienaar
truienaren	=	truienaar
truiendag	noun	dag waarop men de thermostaat van de verwarming lager zet om energie te besparen
truiendagen	=	truiendag
truis	noun	tros, bosje
truisen	=	truis
truitje	=	trui
truitjes	=	trui
truizen	=	truis
trukbrilvogel	noun	Rukia ruki een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
trukbrilvogels	=	trukbrilvogel
trukbrilvogeltje	=	trukbrilvogel
trukbrilvogeltjes	=	trukbrilvogel
trukeer	=	trukeren
trukeerde	=	trukeren
trukeerden	=	trukeren
trukeert	=	trukeren
truken	=	truc
trukendoos	noun	hoeveelheid trucjes, vaardigheden waarover iemand beschikt
trukendoosje	=	trukendoos
trukendoosjes	=	trukendoos
trukendozen	=	trukendoos
trukere	=	trukeren
trukeren	verb	door middel van kunstgrepen naar zijn hand zetten
trukerend	=	trukeren
trukerende	=	trukeren
trukmonarch	noun	Metabolus rugensis een vogelsoort uit het monotypische geslacht van zangvogels uit de familie monarchen (Monarchidae).
trukmonarchen	=	trukmonarch
trukmonarchje	=	trukmonarch
trukmonarchjes	=	trukmonarch
trumeau	noun	een middenpilaar of middenpijler in een brede deurpartij
trumeaus	=	trumeau
trumeautje	=	trumeau
trumeautjes	=	trumeau
trumpeer	=	trumperen
trumpeerde	=	trumperen
trumpeerden	=	trumperen
trumpeert	=	trumperen
trumpere	=	trumperen
trumperen	verb	zich vergissen
trumperend	=	trumperen
trumperende	=	trumperen
trumpisme	noun	de stijl van politiek bedrijven en geheel van politieke opvattingen van Donald Trump
trumpist	noun	aanhanger van de Amerikaanse president Donald Trump en zijn gedachtegoed (of het gebrek hieraan)
trumpisten	=	trumpist
trust	noun	het (illegaal) samenwerken van bedrijven met het doel een monopoliepositie te krijgen
truste	=	welterusten
trustee	noun	beheerder, vertrouwenspersoon
trustees	=	trustee
trustkantoor	noun	een kantoor dat zich bezighoudt met het beheren van vennootschappen
trustkantoortje	=	trustkantoor
trustkantoortjes	=	trustkantoor
trustkantoren	=	trustkantoor
trusts	=	trust
trut	noun	weinig aantrekkelijke en overdreven preutse vrouw
trutje	=	trut
trutjes	=	trut
trutte	=	trutten
trutten	verb	treuzelen, talmen
truttend	=	trutten
truttende	=	trutten
truttig	adj	stijf van kleding, gedrag e.d, benepen, burgerlijk vooral betrekking hebbend op vrouwen
truttige	=	truttig
truttiger	=	truttig
truttigere	=	truttig
truttigers	=	truttig
truttigheden	=	truttigheid
truttigheid	noun	het truttig zijn
truttigs	=	truttig
truttigst	=	truttig
truttigste	=	truttig
truuk	=	truc
truweel	noun	troffel
truweeltje	=	truweel
truweeltjes	=	truweel
truwelen	=	truweel
truïsme	noun	gemeenplaats, vanzelfsprekendheid
truïsmen	=	truïsme
try	noun	doelpunt in het rugby
try's	=	try
try'tje	=	try
try'tjes	=	try
try-out	noun	een proefvoorstelling waarbij men nog zaken aan het uitproberen is, een publieke repetitie
try-outs	=	try-out
trypofobie	noun	angst voor of afkeer van patronen bestaande uit gaatjes
trypofobietje	=	trypofobie
trypofobietjes	=	trypofobie
trypofobieën	=	trypofobie
trypsine	noun	een eiwitafbrekend enzym dat in de dunne darm van de mens en vele diersoorten voedingseiwitten afbreekt
trypsines	=	trypsine
tryptofaan	noun	een essentieel aminozuur
trùk	noun	vrachtwagen
trùks	=	trùk
tsa	intj	aansporing
tsaar	noun	vroegere Russische keizer (vóór de Oktoberrevolutie), vroegere Bulgaarse keizer
tsaartje	=	tsaar
tsaartjes	=	tsaar
tsabar	noun	Joodse ingezetene van Israël die in het land is geboren
tsabariem	=	tsabar
tsaddek	noun	achttiende letter van het alfabet
tsaddeks	=	tsaddek
tsaddi	noun	achttiende letter van het alfabet
tsaddi's	=	tsaddi
tsaddiekem	=	tsaddek
tsadee	noun	achttiende letter van het alfabet
tsadees	=	tsadee
tsadi	noun	achttiende letter van het alfabet
tsadi's	=	tsadi
tsadiek	noun	rechtvaardige
tsadikiem	=	tsadiek
tsakonischtalig	adj	de Tsakonische taal sprekend
tsakonischtalige	=	tsakonischtalig
tsakonischtaligs	=	tsakonischtalig
tsaren	=	tsaar
tsarenfamilie	noun	de bloedverwanten van de Russische tsaar
tsarenfamilies	=	tsarenfamilie
tsarenfamilietje	=	tsarenfamilie
tsarenfamilietjes	=	tsarenfamilie
tsarenmantel	noun	Argynnis laodice een vlinder uit de familie van de Nymphalidae en de onderfamilie Heliconiinae
tsarenmantels	=	tsarenmantel
tsarenmanteltje	=	tsarenmantel
tsarenmanteltjes	=	tsarenmantel
tsarenrijk	noun	land dat door een tsaar geregeerd wordt
tsarenrijken	=	tsarenrijk
tsarevitsj	noun	zoon van de tsaar, oudste zoon en troonopvolger van de Russische tsaar
tsarevitsje	=	tsarevitsj
tsarevitsjen	=	tsarevitsj
tsarevitsjes	=	tsarevitsj
tsarin	=	tsaar
tsarina	noun	een vrouwelijke tsaar; de vrouw van de tsaar
tsarina's	=	tsarina
tsarinaatje	=	tsarina
tsarinaatjes	=	tsarina
tsarisme	noun	het regeringsstelsel van de tsaren of een regeringsstelsel dat daarop lijkt
tsaristisch	adj	betrekking hebbend op het tsarisme of de tsaar
tsaristische	=	tsaristisch
tsaristischer	=	tsaristisch
tsaristischere	=	tsaristisch
tsaristischers	=	tsaristisch
tsavopurperbandhoningzuiger	noun	Cinnyris tsavoensis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
tsavopurperbandhoningzuigers	=	tsavopurperbandhoningzuiger
tsavopurperbandhoningzuigertje	=	tsavopurperbandhoningzuiger
tsavopurperbandhoningzuigertjes	=	tsavopurperbandhoningzuiger
tschudicavia	noun	Cavia tschudii knaagdier uit de familie van de cavia-achtigen (Caviidae).
tschudicavia's	=	tschudicavia
tschudicaviaatje	=	tschudicavia
tschudicaviaatjes	=	tschudicavia
tsedaka	noun	gerechtigheid, liefdadigheid
tsedakot	=	tsedaka
tsedek	noun	rechtvaardigheid
tsedoke	noun	gerechtigheid, liefdadigheid
tsedokes	=	tsedoke
tseetseevlieg	noun	Glossina een algemene aanduiding voor een aantal vliegen uit het geslacht Glossina, die zich met bloed voeden.
tseetseevliegen	=	tseetseevlieg
tseetseevliegje	=	tseetseevlieg
tseetseevliegjes	=	tseetseevlieg
tsenioet	noun	bescheidenheid, kuisheid
tsennerenne	noun	een exemplaar van de Tsennerenne
tsennerennes	=	tsennerenne
tseree	noun	bepaald schriftteken voor klinker met e-karakter
tserees	=	tseree
tsiboer	noun	publiek, gemeenschap
tsidoek	noun	rechtvaardiging
tsietses	noun	gedenkkwast met schouwdraden aan de vier hoeken van het gebedskleed (talles; zie Num 15:37-39 en Deut. 22:12)
tsietsiet	noun	gedenkkwast met schouwdraden aan de vier hoeken van het gebedskleed (talliet; zie Num 15:37-39 en Deut. 22:12)
tsikirityzanger	noun	Nesillas typica een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
tsikirityzangers	=	tsikirityzanger
tsikirityzangertje	=	tsikirityzanger
tsikirityzangertjes	=	tsikirityzanger
tsimmes	noun	zoete gestoofde groente, meestal wortelen
tsing-lingfluithaas	noun	Ochotona syrinx een zoogdier uit de familie van de fluithazen (Ochotonidae).
tsing-lingfluithaasje	=	tsing-lingfluithaas
tsing-lingfluithaasjes	=	tsing-lingfluithaas
tsing-lingfluithazen	=	tsing-lingfluithaas
tsingygrijskeelral	noun	Mentocrex beankaensis een vogel uit de familie van de Sarothruridae welke voor het eerst wetenschappelijk gepubliceerd is in 2011 door Goodman, Raherilalao & Block
tsingygrijskeelrallen	=	tsingygrijskeelral
tsingygrijskeelralletje	=	tsingygrijskeelral
tsingygrijskeelralletjes	=	tsingygrijskeelral
tsja	=	tja
tsjaadgiraffe	noun	Giraffa camelopardalis peralta De tsjaadgiraffe (Giraffa camelopardalis peralta), ook wel peraltagiraffe genoemd komt voor in West-Afrika, vooral in Niger
tsjaadgiraffen	=	tsjaadgiraffe
tsjaadgiraffes	=	tsjaadgiraffe
tsjaadgiraffetje	=	tsjaadgiraffe
tsjaadgiraffetjes	=	tsjaadgiraffe
tsjadisch	adj	betrekking hebbend op het land Tsjaad
tsjadische	=	tsjadisch
tsjadischer	=	tsjadisch
tsjadischere	=	tsjadisch
tsjadischers	=	tsjadisch
tsjadiër	noun	een inwoner van Tsjaad
tsjadiërs	=	tsjadiër
tsjadiërtje	=	tsjadiër
tsjadiërtjes	=	tsjadiër
tsjakka	=	tjakka
tsjech	noun	een inwoner van Tsjechië, of iemand afkomstig uit Tsjechië
tsjechen	=	tsjech
tsjechisch	adj	op Tsjechië betrekking hebbend
tsjechische	noun	een inwoonster van Tsjechië, of een vrouw afkomstig uit Tsjechië
tsjechischen	=	tsjechische
tsjechischer	=	tsjechisch
tsjechischere	=	tsjechisch
tsjechischers	=	tsjechisch
tsjechischt	=	tsjechisch
tsjechischtalig	adj	de Tsjechische taal sprekend
tsjechischtalige	=	tsjechischtalig
tsjechischtaligs	=	tsjechischtalig
tsjechischte	=	tsjechisch
tsjechje	=	tsjech
tsjechjes	=	tsjech
tsjeef	noun	christendemocraat
tsjeefje	=	tsjeef
tsjeefjes	=	tsjeef
tsjetsjeens	adj	met betrekking tot Tsjetsjenië, de Tsjetsjenen of het Tsjetsjeens
tsjetsjeense	=	tsjetsjeens
tsjetsjeenser	=	tsjetsjeens
tsjetsjeensere	=	tsjetsjeens
tsjetsjeensers	=	tsjetsjeens
tsjetsjeenst	=	tsjetsjeens
tsjetsjeenstalig	adj	de Tsjetsjeense taal sprekend
tsjetsjeenstalige	=	tsjetsjeenstalig
tsjetsjeenstaligs	=	tsjetsjeenstalig
tsjetsjeenste	=	tsjetsjeens
tsjeven	=	tsjeef
tsjilp	=	tsjilpen
tsjilpe	=	tsjilpen
tsjilpen	verb	een geluid maken zoals sommige jonge vogels
tsjilpend	=	tsjilpen
tsjilpende	=	tsjilpen
tsjilpt	=	tsjilpen
tsjilpte	=	tsjilpen
tsjilpten	=	tsjilpen
tsjirp	=	tsjirpen
tsjirpe	=	tsjirpen
tsjirpen	verb	een geluid maken zoals dat van vogels of krekels
tsjirpend	=	tsjirpen
tsjirpende	=	tsjirpen
tsjirpt	=	tsjirpen
tsjirpte	=	tsjirpen
tsjirpten	=	tsjirpen
tsjoektsjischtalig	adj	de Tsjoektsjische taal sprekend
tsjoektsjischtalige	=	tsjoektsjischtalig
tsjoektsjischtaligs	=	tsjoektsjischtalig
tsjoelent	noun	bepaald warm eten voor sjabbat, dat tevoren wordt bereid en vervolgens warm wordt gehouden
tsjoevasjischtalig	adj	de Tsjoevasjische taal sprekend
tsjoevasjischtalige	=	tsjoevasjischtalig
tsjoevasjischtaligs	=	tsjoevasjischtalig
tsjokvol	=	tjokvol
tsjolent	noun	bepaald warm eten voor sjabbat, dat tevoren wordt bereid en vervolgens warm wordt gehouden
tsjolnt	noun	bepaald warm eten voor sjabbat, dat tevoren wordt bereid en vervolgens warm wordt gehouden
tsjonge	=	tjonge
tsjongejonge	=	tjongejonge
tso	abbrev	voortgezet onderwijs dat opleidt voor beroepen in de techniek
tsom	noun	het vasten
tsomot	=	tsom
tsongatalig	adj	Tsonga sprekend
tsongatalige	=	tsongatalig
tsongataligs	=	tsongatalig
tsores	noun	verdriet, zorgen
tsuba	noun	stootplaatje op een Japans zwaard, tegenwoordig door hun verzorgde vormgeving ook als verzamelobject op zichzelf gezien
tsuba's	=	tsuba
tsunami	noun	een grote vloedgolf door een aardbeving veroorzaakt
tsunami's	=	tsunami
tsunamiachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een tsunami
tsunamiachtige	=	tsunamiachtig
tsunamiachtiger	=	tsunamiachtig
tsunamiachtigere	=	tsunamiachtig
tsunamiachtigers	=	tsunamiachtig
tsunamiachtigs	=	tsunamiachtig
tsunamiachtigst	=	tsunamiachtig
tsunamiachtigste	=	tsunamiachtig
tsunamietje	=	tsunami
tsunamietjes	=	tsunami
tsunamislachtoffer	noun	slachtoffer van een tsunami
tsunamislachtoffers	=	tsunamislachtoffer
tsunamiwaarschuwing	noun	een bericht dat er mogelijk een vloedgolf op komst is ten gevolge van een aardbeving
tsunamiwaarschuwingen	=	tsunamiwaarschuwing
tswana	noun	iemand die behoort tot het volk van de Tswana
tswana's	=	tswana
tswanatalig	adj	Tswana sprekend
tswanatalige	=	tswanatalig
tswanataligs	=	tswanatalig
tswej	num	twee
ttip	noun	een voorstel voor een vrijhandelsverdrag, waarover wordt onderhandeld tussen de Europese Unie, de Verenigde Staten, Canada, Mexico, Macedonië, Servië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Turkije, Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein en IJsland.
tuamotujufferduif	noun	Ptilinopus coralensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven)
tuamotujufferduifje	=	tuamotujufferduif
tuamotujufferduifjes	=	tuamotujufferduif
tuamotujufferduiven	=	tuamotujufferduif
tuamotukarekiet	noun	Acrocephalus atyphus een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
tuamotukarekieten	=	tuamotukarekiet
tuamotukarekietje	=	tuamotukarekiet
tuamotukarekietjes	=	tuamotukarekiet
tuamotustrandloper	noun	Prosobonia parvirostris een vogel uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
tuamotustrandlopers	=	tuamotustrandloper
tuamotustrandlopertje	=	tuamotustrandloper
tuamotustrandlopertjes	=	tuamotustrandloper
tuba	noun	een koperen blaasinstrument met lage toon
tuba's	=	tuba
tubaatje	=	tuba
tubaatjes	=	tuba
tube	noun	een verpakking in kokervorm gemaakt van metaal of plastic gevuld met een halfvloeibare stof
tubeless	adj	zonder binnenband
tubelijm	noun	lijm uit een tube
tubelijmen	=	tubelijm
tuben	=	tube
tuberculeus	adj	met betrekking tot tuberculose
tuberculeust	=	tuberculeus
tuberculeuste	=	tuberculeus
tuberculeuze	=	tuberculeus
tuberculeuzer	=	tuberculeus
tuberculeuzere	=	tuberculeus
tuberculeuzers	=	tuberculeus
tuberculose	noun	een ziekte veroorzaakt door de tuberkelbacterie (Mycobacterium tuberculosis) waarbij tuberkels worden gevormd
tuberculosebestrijding	noun	geheel van acties om tuberculose te voorkomen of te genezen
tuberculosebestrijdingen	=	tuberculosebestrijding
tuberculosebestrijdinkje	=	tuberculosebestrijding
tuberculosebestrijdinkjes	=	tuberculosebestrijding
tuberculosepatiënt	noun	persoon die geïnfecteerd is met de tuberculosebacterie en daardoor een ernstige longontsteking heeft
tuberculosepatiënten	=	tuberculosepatiënt
tuberculosepatiëntje	=	tuberculosepatiënt
tuberculosepatiëntjes	=	tuberculosepatiënt
tuberculosis	=	tuberculose
tuberculostatica	=	tuberculostaticum
tuberculostaticum	noun	middel tegen tuberculose
tuberculostaticumpje	=	tuberculostaticum
tuberculostaticumpjes	=	tuberculostaticum
tuberculostaticums	=	tuberculostaticum
tuberkel	noun	kleine knobbel die bij tuberculose gevormd wordt
tuberkelbacterie	noun	soort die tuberculose veroorzaakt, Mycobacterium tuberculosis
tuberkelbacterietje	=	tuberkelbacterie
tuberkelbacterietjes	=	tuberkelbacterie
tuberkelbacteriën	=	tuberkelbacterie
tuberkels	=	tuberkel
tuberkeltje	=	tuberkel
tuberkelziekte	noun	tuberculose
tubes	=	tube
tubetje	=	tube
tubetjes	=	tube
tubifex	noun	een geslacht Tubifex van borstelwormen waarvan de soorten bekend zijn als de (beek)slingerwormen.
tubifexen	=	tubifex
tubulair	adj	tubuleus, in de vorm van een buisje, buisjes betreffend
tubulaire	=	tubulair
tubulairs	=	tubulair
tucht	noun	discipline
tuchtcollege	noun	rechtscollege dat zaken van tucht behandelt
tuchtcolleges	=	tuchtcollege
tuchtcommissie	noun	commissie die zich bezig houdt met zaken die de tucht aangaan
tuchtcommissies	=	tuchtcommissie
tuchteling	noun	iemand die als straf in een tuchthuis moet verblijven
tuchtelingen	=	tuchteling
tuchtelingetje	=	tuchteling
tuchtelingetjes	=	tuchteling
tuchteloos	adj	geen tucht kennend, zedeloos, onzedelijk
tuchteloosheden	=	tuchteloosheid
tuchteloosheid	noun	het tuchteloos zijn
tuchteloost	=	tuchteloos
tuchtelooste	=	tuchteloos
tuchteloze	=	tuchteloos
tuchtelozer	=	tuchteloos
tuchtelozere	=	tuchteloos
tuchtelozers	=	tuchteloos
tuchthuis	noun	gevangenis voor misdadigers
tuchthuisje	=	tuchthuis
tuchthuisjes	=	tuchthuis
tuchthuizen	=	tuchthuis
tuchtig	=	tuchtigen
tuchtigde	=	tuchtigen
tuchtigden	=	tuchtigen
tuchtigen	verb	straffen van een persoon die zich niet aan de geldende regels heeft gehouden met als uitdrukkelijk doel deze persoon op te voeden
tuchtigend	=	tuchtigen
tuchtigende	=	tuchtigen
tuchtiging	noun	bestraffing
tuchtigingen	=	tuchtiging
tuchtigingetje	=	tuchtiging
tuchtigingetjes	=	tuchtiging
tuchtigt	=	tuchtigen
tuchtklacht	noun	een klacht ingediend bij een tuchtraad over de laakbare handelwijze van een onder die tucht vallend persoon of bedrijf
tuchtklachten	=	tuchtklacht
tuchtklachtje	=	tuchtklacht
tuchtklachtjes	=	tuchtklacht
tuchtloos	adj	geen tucht kennend, zedeloos, onzedelijk
tuchtloze	=	tuchtloos
tuchtraad	noun	controlerende instantie van een beroepsgroep
tuchtraden	=	tuchtraad
tuchtrecht	noun	regels m.b.t. de tucht
tuchtrechtelijk	adj	het tuchtrecht betreffend
tuchtrechtelijke	=	tuchtrechtelijk
tuchtrechtelijker	=	tuchtrechtelijk
tuchtrechtelijkere	=	tuchtrechtelijk
tuchtrechtelijkers	=	tuchtrechtelijk
tuchtrechtelijks	=	tuchtrechtelijk
tuchtrechtelijkst	=	tuchtrechtelijk
tuchtrechtelijkste	=	tuchtrechtelijk
tuchtrechten	=	tuchtrecht
tuchtrechter	noun	een rechter die uitspraken doet in zaken waarbij iemand zijn beroep niet goed zou hebben uitgevoerd
tuchtrechters	=	tuchtrechter
tuchtroede	noun	roede die ter bestraffing werd aangewend om de tucht te bevorderen
tuchtroeden	=	tuchtroede
tuchtroedes	=	tuchtroede
tuchtroedetje	=	tuchtroede
tuchtscholen	=	tuchtschool
tuchtschool	noun	zeer strenge rijksschool annex strafinrichting voor minderjarige delinquenten
tuchtschooltje	=	tuchtschool
tuchtschooltjes	=	tuchtschool
tuchtwet	noun	wet ter bevordering van de tucht
tuchtwetten	=	tuchtwet
tuchtzaak	noun	rechtszaak bij een tuchtcollege
tuchtzaakje	=	tuchtzaak
tuchtzaakjes	=	tuchtzaak
tuchtzaken	=	tuchtzaak
tucumanamazone	noun	Amazona tucumana een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
tucumanamazonen	=	tucumanamazone
tucumanamazones	=	tucumanamazone
tucumanamazonetje	=	tucumanamazone
tucumanamazonetjes	=	tucumanamazone
tucumanboomgors	noun	Compsospiza baeri een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
tucumanboomgorsje	=	tucumanboomgors
tucumanboomgorsjes	=	tucumanboomgors
tucumanboomgorzen	=	tucumanboomgors
tucuxi	noun	Sotalia fluviatilis een soort dolfijn.
tucuxi's	=	tucuxi
tucuxietje	=	tucuxi
tucuxietjes	=	tucuxi
tudorhuis	noun	huis gebouwd in tudorstijl (16de-eeuwse Engelse bouwstijl)
tudorhuisje	=	tudorhuis
tudorhuisjes	=	tudorhuis
tudorhuizen	=	tudorhuis
tudorstijl	noun	bepaalde Engelse bouwstijl uit de 16de-eeuw
tudorstijlen	=	tudorstijl
tuf	noun	versteende vulkanische as
tuffe	=	tuffen
tuffen	verb	zich rustig voortbewegen
tuffend	=	tuffen
tuffende	=	tuffen
tufje	=	tuf
tufkrijt	noun	mergel
tufkrijtje	=	tufkrijt
tufkrijtjes	=	tufkrijt
tufsteen	noun	steen vervaardigd van bovenstaand materiaal
tufsteentje	=	tufsteen
tufsteentjes	=	tufsteen
tufstenen	=	tufsteen
tufsterretje	noun	Solenopsora candicans een korstmos van het geslacht Solenopsora uit de familie Catillariaceae.
tufsterretjes	=	tufsterretje
tuft	=	tuffen
tufte	=	tuffen
tuften	=	tuffen
tuftuf	noun	bijnaam voor een automobiel, motorfiets of trein
tuftufs	=	tuftuf
tui	noun	kabel die gespannen wordt om iets dat rechtop staat meer stevigheid te geven.
tuibrug	noun	een aan kabels opgehangen brug waarbij de kabel direct van de toren naar het wegdek lopen
tuibruggen	=	tuibrug
tuide	=	tuien
tuiden	=	tuien
tuidraad	noun	een kabel die gebruikt wordt om stabiliteit aan hoge, smalle constructies (vaak zendmasten of windturbines) te geven
tuidraden	=	tuidraad
tuie	=	tuien
tuien	verb	met tuien vastzetten
tuiend	=	tuien
tuiende	=	tuien
tuier	noun	touw
tuierde	=	tuieren
tuierden	=	tuieren
tuiere	=	tuieren
tuieren	verb	vee vastzetten zodat ze maar een bepaald gedeelte van de weide kunnen begrazen
tuierend	=	tuieren
tuierende	=	tuieren
tuiert	=	tuieren
tuiertouw	noun	dun touw of dunne kabel die iets op zijn plaats houdt
tuiertouwen	=	tuiertouw
tuig	noun	ding, voorwerp
tuigage	noun	het geheel van masten, bomen, zeilen en touwwerk van moderne zeilschepen
tuigages	=	tuigage
tuigde	=	tuigen
tuigden	=	tuigen
tuigdorp	noun	woonlocatie voor asocialen
tuigdorpen	=	tuigdorp
tuige	=	tuigen
tuigen	verb	een zeilschip een bepaald tuigage geven
tuigend	=	tuigen
tuigende	=	tuigen
tuigje	=	tuig
tuigjes	=	tuig
tuigmeester	noun	iemand die verantwoordelijk is voor de vervaardiging van de tuigage van een schip
tuigmeesters	=	tuigmeester
tuigmeestertje	=	tuigmeester
tuigmeestertjes	=	tuigmeester
tuigrekje	noun	rek waaraan men vistuig kan hangen
tuigrekjes	=	tuigrekje
tuigt	=	tuigen
tuil	noun	bos bloemen
tuilen	=	tuil
tuiltje	=	tuil
tuiltjes	=	tuil
tuimel	=	tuimelen
tuimelaar	noun	Tursiops truncatus, dolfijnsoort met robuust gestroomlijnd lichaam
tuimelaars	noun	een geslacht Tursiops van dolfijnen uit de familie Delphinidae (dolfijnen)
tuimelaartje	=	tuimelaar
tuimelaartjes	=	tuimelaar
tuimelbed	noun	een opklapbed of uitklapbed, een bed dat rechtop tegen de muur of in een kast kan worden opgeborgen om ruimte te besparen wanneer het niet in gebruik is
tuimelbedden	=	tuimelbed
tuimelbedje	=	tuimelbed
tuimelbedjes	=	tuimelbed
tuimelde	=	tuimelen
tuimelden	=	tuimelen
tuimeldijk	noun	lage dijk die zo ontworpen is dat bij hoge waterstand overstroming toegelaten kan worden, vaak uitgevoerd als een klein dijkje bovenop een bestaande dijk
tuimeldijken	=	tuimeldijk
tuimeldijkje	=	tuimeldijk
tuimeldijkjes	=	tuimeldijk
tuimele	=	tuimelen
tuimelen	verb	draaiend vallen
tuimelend	=	tuimelen
tuimelende	=	tuimelen
tuimeling	noun	een val gecombineerd met een draai
tuimelingen	=	tuimeling
tuimelingetje	=	tuimeling
tuimelingetjes	=	tuimeling
tuimelkade	noun	lage dijk die zo ontworpen is dat bij hoge waterstand overstroming toegelaten kan worden, vaak uitgevoerd als een klein dijkje bovenop een bestaande dijk
tuimelkades	=	tuimelkade
tuimelkadetje	=	tuimelkade
tuimelkadetjes	=	tuimelkade
tuimelkruid	noun	bovengronds deel van een plant met zaden of sporen, dat na verdroging afbreekt, door de wind gaat voortrollen en op die manier zorgt voor de verspreiding van nieuwe planten over een groter gebied
tuimelkruiden	=	tuimelkruid
tuimelperte	noun	spectaculaire val
tuimelpertes	=	tuimelperte
tuimelraam	noun	een raam dat met een horizontale draaias geopend en gesloten kan worden
tuimelraampje	=	tuimelraam
tuimelraampjes	=	tuimelraam
tuimelramen	=	tuimelraam
tuimelschakelaar	noun	schakelaar met twee standen, die men doet werken door het omzetten van een hefboompje
tuimelschakelaars	=	tuimelschakelaar
tuimelschakelaartje	=	tuimelschakelaar
tuimelschakelaartjes	=	tuimelschakelaar
tuimelt	=	tuimelen
tuin	noun	een omheind stuk grond waar bloemen gekweekt of groenten geteeld worden
tuinaanleg	noun	bewerking van een afgebakend stuk grond, meestal bij een woning, waardoor het begroeid raakt met de gewenste planten De aangelegde tuin kan zowel bedoeld zijn als een aangename ruimte om buiten te verblijven als een plaats om eigen bloemen, groente en fruit te kweken.
tuinaarde	noun	vruchtbare grond van een goede structuur die men kan aanbrengen in een tuin om de groei van planten te stimuleren
tuinafdeling	noun	deel van een winkel waar men tuinbenodigdheden verkoopt
tuinafdelingen	=	tuinafdeling
tuinafdelinkje	=	tuinafdeling
tuinafdelinkjes	=	tuinafdeling
tuinafscheiding	noun	een constructie of beplanting die de grens van een perceel markeert en eigendommen van buren of de openbare weg scheidt.
tuinafscheidingen	=	tuinafscheiding
tuinafscheidinkje	=	tuinafscheiding
tuinafscheidinkjes	=	tuinafscheiding
tuinafval	noun	het organische afval dat uit de tuin komt
tuinameublement	noun	set van bij elkaar horende tuinmeubelen
tuinameublementen	=	tuinameublement
tuinanjer	noun	Dianthus caryophyllus een plant uit de anjerfamilie.
tuinanjers	=	tuinanjer
tuinanjertje	=	tuinanjer
tuinanjertjes	=	tuinanjer
tuinarchitect	noun	iemand die een tuin of park ontwerpt, het is een wettelijk beschermde titel
tuinarchitecten	=	tuinarchitect
tuinarchitecturen	=	tuinarchitectuur
tuinarchitectuur	noun	het ontwerpen en inrichten van een tuin
tuinbaas	noun	ledinggevende hovenier
tuinbaasje	=	tuinbaas
tuinbaasjes	=	tuinbaas
tuinbalsemien	noun	bepaald soort plant, Impatiens balsamina
tuinbalsemienen	=	tuinbalsemien
tuinbank	noun	zitmeubel geschikt voor gebruik door meer personen buitenshuis
tuinbanken	=	tuinbank
tuinbankje	=	tuinbank
tuinbankjes	=	tuinbank
tuinbazen	=	tuinbaas
tuinbed	noun	duidelijk afgerenst stuk in de tuin waarin bepaalde planten en bloemen worden geteelt
tuinbedden	=	tuinbed
tuinbertram	noun	bepaald soort plant, Achillea ageratum
tuinbeurs	noun	tentoonstelling waar je tuinproducten kunt bekijken en kopen
tuinbeurzen	=	tuinbeurs
tuinbingelkruid	noun	Mercurialis annua een eenjarige plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
tuinbingelkruiden	=	tuinbingelkruid
tuinbingelkruidje	=	tuinbingelkruid
tuinbingelkruidjes	=	tuinbingelkruid
tuinbingelkruidroest	noun	Melampsora pulcherrima een heteroecische schimmel behorend tot de familie Melampsoraceae.
tuinbingelkruidroesten	=	tuinbingelkruidroest
tuinbingelkruidroestje	=	tuinbingelkruidroest
tuinbingelkruidroestjes	=	tuinbingelkruidroest
tuinbladkruiper	noun	Cryptops hortensis een duizendpotensoort uit de familie van de Cryptopidae.
tuinbladkruipers	=	tuinbladkruiper
tuinbladkruipertje	=	tuinbladkruiper
tuinbladkruipertjes	=	tuinbladkruiper
tuinbladroller	noun	Clepsis consimilana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
tuinbladrollers	=	tuinbladroller
tuinbladrollertje	=	tuinbladroller
tuinbladrollertjes	=	tuinbladroller
tuinbladsnijder	noun	Megachile centuncularis een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
tuinbladsnijders	=	tuinbladsnijder
tuinbladsnijdertje	=	tuinbladsnijder
tuinbladsnijdertjes	=	tuinbladsnijder
tuinblog	noun	iemand die een verslag bijhoudt over tuinen en tuinonderhoud op het internet; weblog over tuinen
tuinblogde	=	tuinbloggen
tuinblogden	=	tuinbloggen
tuinblogge	=	tuinbloggen
tuinbloggen	verb	bijhouden van een blog over tuinen en tuineren
tuinbloggend	=	tuinbloggen
tuinbloggende	=	tuinbloggen
tuinblogger	noun	iemand die een verslag over tuinen en tuinieren bijhoudt op het internet
tuinbloggers	=	tuinblogger
tuinblogs	=	tuinblog
tuinblogt	=	tuinbloggen
tuinboa	noun	Corallus hortulana een niet-giftige slang uit de familie reuzenslangen (Boidae)
tuinboa's	=	tuinboa
tuinboaatje	=	tuinboa
tuinboaatjes	=	tuinboa
tuinboek	noun	een boek met als onderwerp de tuin en het tuinieren
tuinboeken	=	tuinboek
tuinboekje	=	tuinboek
tuinboekjes	=	tuinboek
tuinbonen	=	tuinboon
tuinbonenkever	noun	Bruchus rufimanus een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
tuinbonenkevers	=	tuinbonenkever
tuinbonenkevertje	=	tuinbonenkever
tuinbonenkevertjes	=	tuinbonenkever
tuinboon	noun	bepaald soort wikke Vicia faba met eetbare bonen
tuinboon-wikkeroest	noun	Uromyces viciae-fabae een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
tuinboon-wikkeroesten	=	tuinboon-wikkeroest
tuinboon-wikkeroestje	=	tuinboon-wikkeroest
tuinboon-wikkeroestjes	=	tuinboon-wikkeroest
tuinboontje	=	tuinboon
tuinboontjes	=	tuinboon
tuinbouw	noun	vorm van gewassenkwekerij die zich specifiek toelegt op het intensief wijze telen van groenten, bloemen, planten, bomen, bollen of zaden
tuinbouwbedrijf	noun	Een groentetuin waar beroepsmatige groenteteelt plaatsvindt, wordt een tuinderij of tuinbouwbedrijf genoemd.
tuinbouwbedrijfje	=	tuinbouwbedrijf
tuinbouwbedrijfjes	=	tuinbouwbedrijf
tuinbouwbedrijven	=	tuinbouwbedrijf
tuinbouwer	noun	Iemand die een tuinbouwbedrijf heeft.
tuinbouwers	=	tuinbouwer
tuinbouwertje	=	tuinbouwer
tuinbouwertjes	=	tuinbouwer
tuinbouwkunde	noun	de wetenschap dat de tuinbouw onderzoekt
tuinbouwproduct	noun	plantaardige voedingsmiddelen die geproduceerd zijn in tuinbouwbedrijven
tuinbouwproducten	=	tuinbouwproduct
tuinbouwscholen	=	tuinbouwschool
tuinbouwschool	noun	school waar de tuinbouw onderwezen wordt
tuinbouwschooltje	=	tuinbouwschool
tuinbouwschooltjes	=	tuinbouwschool
tuinbouwsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van de tuinbouw
tuinbouwsectoren	=	tuinbouwsector
tuinbouwsectors	=	tuinbouwsector
tuinbreeksteeltje	noun	Conocybe juniana een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae.
tuinbreeksteeltjes	=	tuinbreeksteeltje
tuinbroek	noun	een mouwloze overal met gespen
tuinbroeken	=	tuinbroek
tuinbroekje	=	tuinbroek
tuinbroekjes	=	tuinbroek
tuinbruintje	noun	Hemerobius humulinus een insect uit de familie van de bruine gaasvliegen (Hemerobiidae).
tuinbruintjes	=	tuinbruintje
tuincentra	=	tuincentrum
tuincentrum	noun	warenhuis waar men (bijna) alles kan kopen wat men nodig heeft voor de tuin
tuincentrums	=	tuincentrum
tuinclub	noun	vereniging van mensen die het leuk vinden een tuin te onderhouden
tuinclubs	=	tuinclub
tuinculturen	=	tuincultuur
tuincultuur	noun	het geheel van kennis, tradities en handelingen rondom het verzorgen, ontwerpen en beleven van tuinen met als culturele betekenis, zoals esthetiek
tuindag	noun	dag dat men in de tuin werkt
tuindagen	=	tuindag
tuinder	noun	iemand die beroepsmatig tuinen aanlegt en verzorgt
tuinderij	noun	kwekerij, tuinbouwbedrijf
tuinderijen	=	tuinderij
tuinderijtje	=	tuinderij
tuinderijtjes	=	tuinderij
tuinders	=	tuinder
tuindersvereniging	noun	een organisatie van amateur- of hobbytuinders.
tuindersverenigingen	=	tuindersvereniging
tuindersverenigingetje	=	tuindersvereniging
tuindersverenigingetjes	=	tuindersvereniging
tuindertje	=	tuinder
tuindertjes	=	tuinder
tuindeur	noun	een deur die toegang geeft tot de tuin
tuindeuren	=	tuindeur
tuindeurtje	=	tuindeur
tuindeurtjes	=	tuindeur
tuindorp	noun	een wijk van een stad met laagbouwhuizen en relatief veel groen voorzieningen gebouwd voor arbeiders
tuindorpachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een tuindorp
tuindorpachtige	=	tuindorpachtig
tuindorpachtiger	=	tuindorpachtig
tuindorpachtigere	=	tuindorpachtig
tuindorpachtigers	=	tuindorpachtig
tuindorpachtigs	=	tuindorpachtig
tuindorpachtigst	=	tuindorpachtig
tuindorpachtigste	=	tuindorpachtig
tuindorpen	=	tuindorp
tuindorpje	=	tuindorp
tuindorpjes	=	tuindorp
tuindorrep	=	tuindorp
tuinen	=	tuin
tuinfeest	noun	bijeenkomst met vermaak voor gasten, die buiten een huis wordt gehouden, in de regel om een belangrijke gebeurtenis te vieren
tuinfeesten	=	tuinfeest
tuinfeestje	=	tuinfeest
tuinfeestjes	=	tuinfeest
tuinfluiter	noun	Sylvia borin, een zangvogel uit de familie van zangers Sylviidae
tuinfluiters	=	tuinfluiter
tuinfluitertje	=	tuinfluiter
tuinfluitertjes	=	tuinfluiter
tuingast	noun	vogel die leeft in het groen rond menselijke huizen
tuingasten	=	tuingast
tuingereedschap	noun	gereedschap dat men gebruikt bij tuinwerkzaamheden
tuingereedschapje	=	tuingereedschap
tuingereedschapjes	=	tuingereedschap
tuingereedschappen	=	tuingereedschap
tuingitje	noun	Cheilosia caerulescens een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
tuingitjes	=	tuingitje
tuingoudsbloem	noun	Calendula officinalis
tuingoudsbloemen	=	tuingoudsbloem
tuingroefkopje	noun	Microctenonyx subitaneus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae)
tuingroefkopjes	=	tuingroefkopje
tuinhangmatspin	noun	Linyphia hortensis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
tuinhangmatspinnen	=	tuinhangmatspin
tuinhangmatspinnetje	=	tuinhangmatspin
tuinhangmatspinnetjes	=	tuinhangmatspin
tuinhek	noun	Omheining van een tuin in den vorm van een hek, of de beweegbare afsluiting van een opening in de omheining van een tuin.
tuinhekje	=	tuinhek
tuinhekjes	=	tuinhek
tuinhekken	=	tuinhek
tuinhibiscus	noun	Hibiscus syriacus een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
tuinhibiscusje	=	tuinhibiscus
tuinhibiscussen	=	tuinhibiscus
tuinhok	noun	opbergruimte voor in de tuin
tuinhokken	=	tuinhok
tuinhommel	noun	Bombus hortorum Hommel die voor eerst werd gepubliceerd door Carl Linnaeus in 1761.
tuinhommels	=	tuinhommel
tuinhommeltje	=	tuinhommel
tuinhommeltjes	=	tuinhommel
tuinhoningeter	noun	Manorina melanocephala een zangvogel uit de familie van de honingeters.
tuinhoningeters	=	tuinhoningeter
tuinhoningetertje	=	tuinhoningeter
tuinhoningetertjes	=	tuinhoningeter
tuinhout	noun	hout dat in de tuin wordt gebruikt (voor o.a. schuttingen en tuinmeubilair)
tuinhuis	noun	een gebouwtje in een tuin voor recreatief gebruik
tuinhuisje	noun	alleen verkleinwoord bouwsel (doorgaans uit hout) in een tuin om spullen op te slaan
tuinhuisjes	=	tuinhuis
tuinhuizen	=	tuinhuis
tuinier	noun	iemand die beroepsmatig tuinen aanlegt en verzorgt
tuinierde	=	tuinieren
tuinierden	=	tuinieren
tuiniere	=	tuinieren
tuinieren	verb	het op recreatieve wijze onderhouden van en werken in de tuin.
tuinierend	=	tuinieren
tuinierende	=	tuinieren
tuiniers	=	tuinier
tuiniert	=	tuinieren
tuiniertje	=	tuinier
tuiniertjes	=	tuinier
tuinjudaspenning	noun	Lunaria annua een tweejarige, 50-80 cm (soms tot 100 cm) hoge plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
tuinjudaspenningen	=	tuinjudaspenning
tuinjudaspenninkje	=	tuinjudaspenning
tuinjudaspenninkjes	=	tuinjudaspenning
tuinkabouter	noun	stenen of kunststof beeld van een kabouter dat in de tuin wordt geplaatst, vooral ter versiering
tuinkabouters	=	tuinkabouter
tuinkaboutertje	=	tuinkabouter
tuinkaboutertjes	=	tuinkabouter
tuinkamer	noun	deel van het huis dat direct toegang geeft tot de tuin
tuinkamers	=	tuinkamer
tuinkamertje	=	tuinkamer
tuinkamertjes	=	tuinkamer
tuinkamperfoelie	noun	Lonicera caprifolium een klimplant die behoort tot de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
tuinkamperfoelies	=	tuinkamperfoelie
tuinkamperfoelietje	=	tuinkamperfoelie
tuinkamperfoelietjes	=	tuinkamperfoelie
tuinkant	noun	deel van een woning of kamer die gericht is naar de tuin
tuinkanten	=	tuinkant
tuinkas	noun	een broeikas waarin men groenten en andere planten kan kweken
tuinkasje	=	tuinkas
tuinkasjes	=	tuinkas
tuinkassen	=	tuinkas
tuinkers	noun	bepaalde cultuurplant Lepidum sativum uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
tuinkruid	noun	kruiden die kenmerkende geuren en andere eigenschappen hebben die ook smaken kunnen maskeren, maar ze worden tegenwoordig vrijwel uitsluitend gebruikt voor het aanbrengen van een geraffineerde smaak
tuinkruiden	=	tuinkruid
tuinlieden	=	tuinman
tuinliefhebber	noun	iemand die voor zijn hobby graag in de tuin verblijft en-of werkt
tuinliefhebbers	=	tuinliefhebber
tuinlijster	noun	Turdus hortulorum een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
tuinlijsters	=	tuinlijster
tuinlijstertje	=	tuinlijster
tuinlijstertjes	=	tuinlijster
tuinlobelia	noun	bepaald soort kruidachtige plant, Lobelia erinus
tuinlobelia's	=	tuinlobelia
tuinlongkruid	noun	Pulmonaria saccharata een plant in de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae), die nauw verwant is aan gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis).
tuinlongkruiden	=	tuinlongkruid
tuinlongkruidje	=	tuinlongkruid
tuinlongkruidjes	=	tuinlongkruid
tuinlui	=	tuinman
tuinman	noun	iemand die beroepsmatig tuinen aanlegt en verzorgt
tuinmannen	=	tuinman
tuinmannetje	=	tuinman
tuinmannetjes	=	tuinman
tuinmanswoning	noun	een dienstwoning die vroeger werd gebouwd voor de tuinman van een groot landgoed, kasteel of villa.
tuinmanswoningen	=	tuinmanswoning
tuinmanswoninkje	=	tuinmanswoning
tuinmanswoninkjes	=	tuinmanswoning
tuinmaskerbij	noun	Hylaeus hyalinatus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
tuinmaskerbijen	=	tuinmaskerbij
tuinmaskerbijtje	=	tuinmaskerbij
tuinmaskerbijtjes	=	tuinmaskerbij
tuinmelde	noun	Atriplex hortensis een plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
tuinmelden	=	tuinmelde
tuinmeldetje	=	tuinmelde
tuinmeldetjes	=	tuinmelde
tuinmest	noun	middel om de kwaliteit van en de hoeveelheid voedingsstoffen in tuinaarde te verhogen
tuinmeubel	noun	een meubel dat men kan gebruiken in de tuin en goed bestand is tegen de weersinvloeden
tuinmeubelen	=	tuinmeubel
tuinmeubels	=	tuinmeubel
tuinmeubeltje	=	tuinmeubel
tuinmeubeltjes	=	tuinmeubel
tuinmeubilair	noun	meubels zoals stoelen en tafels die men in een tuin kan gebruiken
tuinmineervlieg	noun	Chromatomyia horticola een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae).
tuinmineervliegen	=	tuinmineervlieg
tuinmineervliegje	=	tuinmineervlieg
tuinmineervliegjes	=	tuinmineervlieg
tuinmonnikskap	noun	Aconitum × cammarum een overblijvend kruid van hybride herkomst, waarvan meerdere cultivars bestaan.
tuinmonnikskapje	=	tuinmonnikskap
tuinmonnikskapjes	=	tuinmonnikskap
tuinmonnikskappen	=	tuinmonnikskap
tuinmorielje	noun	een schimmel Morchella vaporaria behorend tot de familie Morchellaceae.
tuinmorieljes	=	tuinmorielje
tuinmuren	=	tuinmuur
tuinmuur	noun	stenen afscheiding van een beplant erf
tuinmuurtje	=	tuinmuur
tuinmuurtjes	=	tuinmuur
tuinonderhoud	noun	de werkzaamheden die men moet verrichten om de tuin mooi en netjes te houden
tuinpaadje	=	tuinpad
tuinpaadjes	=	tuinpad
tuinpad	noun	Een al of niet verharde smalle weg in een tuin.
tuinpaden	=	tuinpad
tuinpadje	=	tuinpad
tuinpadjes	=	tuinpad
tuinpaviljoen	noun	gebouw dat in een tuin staat
tuinpaviljoenen	=	tuinpaviljoen
tuinpaviljoens	=	tuinpaviljoen
tuinpeterselie	noun	bepaald soort tuinplant, Petroselinum crispum waarvan het fris hartig smakende blad wordt gebruikt om voedsel te kruiden
tuinplant	noun	gewas dat men om zijn uiterlijk laat groeien om het huis of in parken en andere verblijfsgebieden buiten
tuinplanten	=	tuinplant
tuinplantje	=	tuinplant
tuinplantjes	=	tuinplant
tuinpoort	noun	constructie in een tuinmuur of omheining waardoor men de tuin in en uit kan gaan
tuinpoorten	=	tuinpoort
tuinpoortje	=	tuinpoort
tuinpoortjes	=	tuinpoort
tuinradijs	noun	Raphanus sativus een soort uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
tuinradijsje	=	tuinradijs
tuinradijsjes	=	tuinradijs
tuinradijzen	=	tuinradijs
tuinrenspin	noun	Philodromus aureolus een spin uit de familie renspinnen (Philodromidae)
tuinrenspinnen	=	tuinrenspin
tuinrenspinnetje	=	tuinrenspin
tuinrenspinnetjes	=	tuinrenspin
tuinschaar	noun	gereedschap waarmee men struiken, heggen en bomen kan snoeien
tuinschaartje	=	tuinschaar
tuinschaartjes	=	tuinschaar
tuinschallebijter	noun	Carabus nemoralis een kever uit de familie Carabidae, en een echt roofdier.
tuinschallebijters	=	tuinschallebijter
tuinschallebijtertje	=	tuinschallebijter
tuinschallebijtertjes	=	tuinschallebijter
tuinscharen	=	tuinschaar
tuinset	noun	groep meubelen te gebruiken in de tuin meestal bestaande uit een aantal stoelen en een tafel
tuinsetje	=	tuinset
tuinsetjes	=	tuinset
tuinsets	=	tuinset
tuinslak	noun	Cepaea nemoralis uit de familie Helicidae
tuinslakje	=	tuinslak
tuinslakjes	=	tuinslak
tuinslakken	noun	Helicidae een familie van huisjesslakken.
tuinslang	noun	een waterslang die gebruikt wordt om de tuin te besproeien.
tuinslangen	=	tuinslang
tuinslangetje	=	tuinslang
tuinslangetjes	=	tuinslang
tuinslaper	noun	Eliomys quercinus een slaapmuis met kaneelbruine vacht
tuinslapers	=	tuinslaper
tuinslapertje	=	tuinslaper
tuinslapertjes	=	tuinslaper
tuinsmaragdkolibrie	noun	Chlorostilbon assimilis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
tuinsmaragdkolibries	=	tuinsmaragdkolibrie
tuinsmaragdkolibrietje	=	tuinsmaragdkolibrie
tuinsmaragdkolibrietjes	=	tuinsmaragdkolibrie
tuinspinnendoder	noun	Caliadurgus fasciatellus een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
tuinspinnendoders	=	tuinspinnendoder
tuinspinnendodertje	=	tuinspinnendoder
tuinspinnendodertjes	=	tuinspinnendoder
tuinspitsmuis	noun	Crocidura suaveolens een Zuid-Europese en Aziatische spitsmuissoort.
tuinspitsmuisje	=	tuinspitsmuis
tuinspitsmuisjes	=	tuinspitsmuis
tuinspitsmuizen	=	tuinspitsmuis
tuinspringstaarten	noun	een familie Sminthuridae van springstaarten die 245 beschreven soorten telt
tuinsproeier	noun	een apparaat dat wordt gebruikt om gewassen te bevochtigen in tuinen
tuinsproeiers	=	tuinsproeier
tuinsproeiertje	=	tuinsproeier
tuinsproeiertjes	=	tuinsproeier
tuinstoel	noun	een weersbestendige stoel, vaak van plastic, metaal of teakhout, die men in de tuin kan gebruiken.
tuinstoelen	=	tuinstoel
tuinstoeltje	=	tuinstoel
tuinstoeltjes	=	tuinstoel
tuintafel	noun	een tafel die in de tuin kan staan
tuintafels	=	tuintafel
tuintafeltje	=	tuintafel
tuintafeltjes	=	tuintafel
tuintegel	noun	een plat, stevig element dat wordt gebruikt als bestrating voor buitenruimtes zoals tuinen, terrassen en paden
tuintegels	=	tuintegel
tuintegeltaks	noun	de belasting die men betaald voor het bedekken van de tuin met tuintegels of andere verharding waardoor het regenwater moeilijk de grond in kan zakken
tuintegeltaksen	=	tuintegeltaks
tuintegeltaksje	=	tuintegeltaks
tuintegeltaksjes	=	tuintegeltaks
tuintegeltje	=	tuintegel
tuintegeltjes	=	tuintegel
tuintje	=	tuin
tuintjes	=	tuin
tuintroepiaal	noun	Icterus spurius een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
tuintroepiaaltje	=	tuintroepiaal
tuintroepiaaltjes	=	tuintroepiaal
tuintroepialen	=	tuintroepiaal
tuintweestreep	noun	een tweevleugelige Limonia hercegovinae uit de familie steltmuggen (Limoniidae).
tuintweestreepje	=	tuintweestreep
tuintweestreepjes	=	tuintweestreep
tuintweestrepen	=	tuintweestreep
tuinviolen	=	tuinviool
tuinviool	noun	bepaalde kruising, Viola × wittrockiana met een driekleurig viooltje als stamouder, oorspronkelijk een tuinplant die ook verwilderd voorkomt in verstedelijkte gebieden op open en zonnige, droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkarme tot neutrale bodems bestaande uit zand, lemig of een andere grondsoort
tuinviooltje	noun	bepaald soort viooltje Viola × wittrockiana dat een driekleurig viooltje als stamouder heeft.
tuinviooltjes	=	tuinviooltje
tuinvlieg	noun	Morellia hortorum een vliegensoort uit de familie van de echte vliegen (Muscidae).
tuinvliegen	=	tuinvlieg
tuinvliegje	=	tuinvlieg
tuinvliegjes	=	tuinvlieg
tuinvogel	noun	vogels die leeft in tuinen
tuinvogels	=	tuinvogel
tuinvogeltelling	noun	jaarlijks evenement waarbij mensen in hun eigen tuin inventariseren welke vogels er te zien zijn
tuinvogeltellingen	=	tuinvogeltelling
tuinvogeltje	=	tuinvogel
tuinvogeltjes	=	tuinvogel
tuinvrouw	=	tuinman
tuinwaaierstaart	noun	Rhipidura leucophrys een vogel uit de familie waaierstaarten (Rhipiduridae)
tuinwaaierstaarten	=	tuinwaaierstaart
tuinwaaierstaartje	=	tuinwaaierstaart
tuinwaaierstaartjes	=	tuinwaaierstaart
tuinwerk	noun	alle arbeid die in een tuin wordt verricht
tuinwerken	=	tuinwerk
tuinwerkje	=	tuinwerk
tuinwerkjes	=	tuinwerk
tuinwijk	noun	wijk voor arbeiders met laagbouwwoningen en veel groenvoorzieningen
tuinwijken	=	tuinwijk
tuinwijkje	=	tuinwijk
tuinwijkjes	=	tuinwijk
tuinwolfsmelk	noun	Euphorbia peplus een eenjarige plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
tuinwolfspin	noun	Pardosa amentata een spinnensoort die behoort tot de wolfspinnen (Lycosidae).
tuinwolfspinnen	=	tuinwolfspin
tuinwolfspinnetje	=	tuinwolfspin
tuinwolfspinnetjes	=	tuinwolfspin
tuinzaad	noun	bevruchte kiemen afkomstig of bestemd voor de kweek van planten op omheinde terreinen bij woningen
tuinzaden	noun	bevruchte kiemen afkomstig of bestemd voor de kweek van planten op omheinde terreinen bij woningen
tuiparkiet	noun	Brotogeris sanctithomae een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
tuiparkieten	=	tuiparkiet
tuiparkietje	=	tuiparkiet
tuiparkietjes	=	tuiparkiet
tuis	=	tuisen
tuise	=	tuisen
tuisen	verb	gokken, dobbelen, kwanselen
tuisend	=	tuisen
tuisende	=	tuisen
tuiser	noun	iemand die een dobbelspel speelt
tuisers	=	tuiser
tuist	=	tuisen
tuiste	=	tuisen
tuisten	=	tuisen
tuit	noun	schenkpijp aan een kan of ketel
tuite	=	tuiten
tuitelig	adj	onzeker
tuitelige	=	tuitelig
tuiteliger	=	tuitelig
tuiteligere	=	tuitelig
tuiteligers	=	tuitelig
tuiteligs	=	tuitelig
tuiteligst	=	tuitelig
tuiteligste	=	tuitelig
tuiten	verb	tuitvormig maken
tuitend	=	tuiten
tuitende	=	tuiten
tuitfles	noun	een hoge beker of fles met een deksel met een tuitje waaruit iemand kan drinken die anders zou knoeien
tuitflesje	=	tuitfles
tuitflesjes	=	tuitfles
tuitflessen	=	tuitfles
tuitje	=	tuit
tuitjes	=	tuit
tuitkan	noun	kan met een uitstulping aan de bovenrand om het schenken te vergemakkelijken
tuitkannen	=	tuitkan
tuitkannetje	=	tuitkan
tuitkannetjes	=	tuitkan
tuitouw	noun	touw dat men gebruikt voor het boeganker
tuitouwen	=	tuitouw
tuitpot	noun	een pot van aardewerk met een tuit
tuitpotje	=	tuitpot
tuitpotjes	=	tuitpot
tuitpotten	=	tuitpot
tuitte	=	tuiten
tuitten	=	tuiten
tuitvormig	adj	vorm van een tuit hebbend
tuitvormige	=	tuitvormig
tuitvormiger	=	tuitvormig
tuitvormigere	=	tuitvormig
tuitvormigers	=	tuitvormig
tuitvormigs	=	tuitvormig
tuitvormigst	=	tuitvormig
tuitvormigste	=	tuitvormig
tuk	noun	een korte periode van slaap	adj	~ zijn op iets graag hebben of lusten, dol op iets zijn
tukje	=	tuk
tukjes	=	tuk
tukke	=	tukken
tukken	verb	een korte periode van ondiepe slaap houden
tukkend	=	tukken
tukkende	=	tukken
tukker	noun	bepaald soort kleine bontgekleurde vink Carduelis carduelis
tukkers	=	tukker
tukkertje	=	tukker
tukkertjes	=	tukker
tukkie	=	tuk
tukkispecht	noun	Meiglyptes tukki een soort specht die voorkomt in de Indische Archipel
tukkispechten	=	tukkispecht
tukkispechtje	=	tukkispecht
tukkispechtjes	=	tukkispecht
tukt	=	tukken
tukte	=	tukken
tukten	=	tukken
tukunari	noun	bepaald soort Zuid-Amerikaanse tropische vis, Cichla ocellaris
tukunari's	=	tukunari
tul	noun	fijn netvormig weefsel
tulband	noun	om het hoofd gewikkeld doek gebruikt als hoofddeksel
tulbanden	=	tulband
tulbandje	=	tulband
tulbandjes	=	tulband
tule	noun	fijnmazig, doorzichtig garenweefsel
tulen	adj	gemaakt van tule, een fijnmazig, doorzichtig garenweefsel
tules	=	tule
tuletje	=	tule
tuletjes	=	tule
tulewapiti	noun	een ondersoort Cervus canadensis nannodes van de Noord-Amerikaanse hertensoort wapiti die uitsluitend in Californië voorkomt.
tulewapiti's	=	tulewapiti
tulewapitietje	=	tulewapiti
tulewapitietjes	=	tulewapiti
tullen	=	tul
tulletje	=	tul
tulletjes	=	tul
tullik	=	tolk
tulp	noun	plant uit het geslacht Tulipa.
tulpen	=	tulp
tulpenbed	noun	afgegrensde en verhoogde plaats van een tuin of akker waar tulpen groeien
tulpenbedden	=	tulpenbed
tulpenbedje	=	tulpenbed
tulpenbedjes	=	tulpenbed
tulpenbol	noun	de ondergrondse bol van waaruit een tulp ontspruit
tulpenbollen	=	tulpenbol
tulpenbolletje	=	tulpenbol
tulpenbolletjes	=	tulpenbol
tulpenbomen	=	tulpenboom
tulpenboom	noun	benaming voor planten uit het geslacht Liriodendron in de tulpenboomfamilie (Magnoliaceae)
tulpenboomfamilie	noun	een familie Magnoliaceae van bomen en struiken die in Europa vooral bekend zijn als tuinbomen.
tulpenboomfamilietje	=	tulpenboomfamilie
tulpenboomfamilietjes	=	tulpenboomfamilie
tulpenboompje	=	tulpenboom
tulpenboompjes	=	tulpenboom
tulpengekte	noun	de maniakale speculatie met tulpenbollen zoals die plaatsvond van 1634 tot 1637 in Nederland
tulpengekten	=	tulpengekte
tulpengektes	=	tulpengekte
tulpenmanie	noun	de maniakale speculatie met tulpenbollen zoals die plaatsvond van 1634 tot 1637 in Nederland
tulpenmanies	=	tulpenmanie
tulpenmanietje	=	tulpenmanie
tulpenmanieën	=	tulpenmanie
tulpenpluktuin	noun	een tuindersbedrijf waar je zelf je eigen tulpen mag plukken
tulpenpluktuinen	=	tulpenpluktuin
tulpenpluktuintje	=	tulpenpluktuin
tulpenpluktuintjes	=	tulpenpluktuin
tulpenveld	noun	groot stuk grond waar tulpen geplant zijn
tulpenvelden	=	tulpenveld
tulpenveldje	=	tulpenveld
tulpenveldjes	=	tulpenveld
tulpje	=	tulp
tulpjes	=	tulp
tulpvakantie	noun	een voorjaarsvakantie die men viert in de periode dat de tulpen bloeien
tulpvakanties	=	tulpvakantie
tulpvakantietje	=	tulpvakantie
tulpvakantietjes	=	tulpvakantie
tulpvormig	adj	vorm van een tulp hebbend
tulpvormige	=	tulpvormig
tulpvormiger	=	tulpvormig
tulpvormigere	=	tulpvormig
tulpvormigers	=	tulpvormig
tulpvormigs	=	tulpvormig
tulpvormigst	=	tulpvormig
tulpvormigste	=	tulpvormig
tumba	noun	muziek- en dansgenre uit de Antillen dat vooral tijdens het carnaval populair is
tumba's	=	tumba
tumba-element	noun	een kenmerk van tumba een muziek- en dansstijl die gespeeld wordt op Aruba, Bonaire en Curaçao
tumba-elementen	=	tumba-element
tumbafestival	noun	feestelijke carnavalsbijeenkomst met Antiliaanse muziek
tumbafestivals	=	tumbafestival
tumbakoning	noun	winnaar van het tumbafestival dat op de Antillen wordt gehouden tijdens de carnavalstijd
tumbakoningen	=	tumbakoning
tumbakoningin	noun	winnares van het tumbafestival dat op de Antillen wordt gehouden tijdens de carnavalstijd
tumbakoninginnen	=	tumbakoningin
tumbalaklimrat	noun	Tylomys tumbalensis knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
tumbalaklimratje	=	tumbalaklimrat
tumbalaklimratjes	=	tumbalaklimrat
tumbalaklimratten	=	tumbalaklimrat
tumbazanger	noun	artiest die tumbaliedjes ten gehore brengt
tumbazangers	=	tumbazanger
tumbeskolibrie	noun	Thaumasius baeri een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
tumbeskolibries	=	tumbeskolibrie
tumbeskolibrietje	=	tumbeskolibrie
tumbeskolibrietjes	=	tumbeskolibrie
tumbespiewie	noun	Contopus punensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
tumbespiewies	=	tumbespiewie
tumbespiewietje	=	tumbespiewie
tumbespiewietjes	=	tumbespiewie
tumbestiran	noun	Tumbezia salvini een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
tumbestirannen	=	tumbestiran
tumbestirannetje	=	tumbestiran
tumbestirannetjes	=	tumbestiran
tumbesvliegenpikker	noun	Nesotriccus tumbezanus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).De vogel werd in 1877 door de Poolse vogelkundige Władysław Taczanowski als Phyllomyias tumbezana beschreven.
tumbesvliegenpikkers	=	tumbesvliegenpikker
tumbesvliegenpikkertje	=	tumbesvliegenpikker
tumbesvliegenpikkertjes	=	tumbesvliegenpikker
tumbler	noun	bekerglas zonder voet
tumblers	=	tumbler
tumor	noun	een gezwel
tumorcel	noun	een levende cel die deel uitmaakt van een gezwel
tumorcellen	=	tumorcel
tumoren	=	tumor
tumorgalzwam	noun	Syzygospora tumefaciens een schimmel behorend tot de familie Carcinomycetaceae.
tumorgalzwammen	=	tumorgalzwam
tumorgalzwammetje	=	tumorgalzwam
tumorgalzwammetjes	=	tumorgalzwam
tumors	=	tumor
tumortje	=	tumor
tumortjes	=	tumor
tumoruitzaaiing	noun	de verspreiding van kankercellen vanuit de oorspronkelijke tumor naar andere plekken in het lichaam.
tumoruitzaaiingen	=	tumoruitzaaiing
tumoruitzaaiinkje	=	tumoruitzaaiing
tumoruitzaaiinkjes	=	tumoruitzaaiing
tumorweefsel	noun	dat gedeelte van een tumor dat bestaat uit tumorcellen
tumorweefsels	=	tumorweefsel
tumtum	noun	snoepgoed van gekleurde kleine pepermuntjes, chocoladeflikjes en gumballetjes
tumtums	=	tumtum
tumuli	=	tumulus
tumult	noun	lawaai en onrust in een groep van mensen, soms overgaand in oproer en opstand
tumulten	=	tumult
tumultueus	adj	met veel lawaai,gedoe en opschudding
tumultueust	=	tumultueus
tumultueuste	=	tumultueus
tumultueuze	=	tumultueus
tumultueuzer	=	tumultueus
tumultueuzere	=	tumultueus
tumultueuzers	=	tumultueus
tumulus	noun	een heuvel uit de prehistorie die werd gebruikt als begraafplaats
tune	noun	herkenningsmelodie
tunede	=	tunen
tuneden	=	tunen
tunen	verb	verbeteren en verfraaien van een auto (of ander product) na het verlaten van de fabriek
tunend	=	tunen
tunende	=	tunen
tuner	noun	radio zonder versterker of speakers, deel van een geluidsinstallatie
tuners	=	tuner
tunes	=	tune
tunesisch	adj	op Tunesië betrekking hebbend
tunesische	noun	een uit Tunesië afkomstige vrouw
tunesischen	=	tunesische
tunesischer	=	tunesisch
tunesischere	=	tunesisch
tunesischers	=	tunesisch
tunesiër	noun	een inwoner van Tunesië, of iemand afkomstig uit Tunesië
tunesiërs	=	tunesiër
tunet	=	tunen
tunetje	=	tune
tunetjes	=	tune
tungarakikker	noun	Engystomops pustulosus een amfibie uit de familie fluitkikkers (Leptodactylidae).
tungarakikkers	=	tungarakikker
tungarakikkertje	=	tungarakikker
tungarakikkertjes	=	tungarakikker
tunica	noun	oud-Romeins onderkleed
tunica's	=	tunica
tunicae	=	tunica
tuniek	noun	een opperkleed gedragen door bisschoppen
tunieken	=	tuniek
tuniekje	=	tuniek
tuniekjes	=	tuniek
tunnel	noun	een kunstmatige ondergrondse doorgang, m.n. op autowegen
tunnelbak	noun	bak waardoor men verkeer geleidt op een niveau dat lager is dan het maaiveld, met een al dan niet geheel gesloten dak
tunnelbakje	=	tunnelbak
tunnelbakjes	=	tunnelbak
tunnelbakken	=	tunnelbak
tunnelboormachine	noun	apparaat met ronddraaiende beitels dat een ondergrondse gang graaft
tunnelboormachines	=	tunnelboormachine
tunnelbouwkuip	noun	een waterdichte constructie met gesloten damwanden om een tunnel te bouwen
tunnelbouwkuipen	=	tunnelbouwkuip
tunnelbouwkuipje	=	tunnelbouwkuip
tunnelbouwkuipjes	=	tunnelbouwkuip
tunnelbuis	noun	het afgesloten, rechthoekige of ronde deel van een tunnel waar verkeer, kabels of leidingen doorheen gaan, een tunnel kan bestaan uit meerdere tunnelbuizen
tunnelbuisje	=	tunnelbuis
tunnelbuisjes	=	tunnelbuis
tunnelbuizen	=	tunnelbuis
tunnelde	=	tunnelen
tunnelden	=	tunnelen
tunneldiode	noun	is een diode met een speciale karakteristiek die bekend staat als negatieve weerstand
tunneldioden	=	tunneldiode
tunneldiodes	=	tunneldiode
tunneldoseren	verb	het beperken van het aantal voertuigen dat tegelijkerijd in een tunnel mag rijden
tunneldosering	noun	het beperken van het aantal voertuigen dat tegelijkertijd in een tunnel mag rijden
tunnele	=	tunnelen
tunnelen	verb	gebruik maken van een tunnel
tunnelend	=	tunnelen
tunnelende	=	tunnelen
tunneling	noun	het tunnelen
tunneloperator	noun	iemand die toezicht houdt op het verkeer in tunnels
tunneloperatoren	=	tunneloperator
tunneloperators	=	tunneloperator
tunneloven	noun	zeer lange oven waar het product langzaam doorgevoerd wordt en tegelijk gebakken
tunnelovens	=	tunneloven
tunneloventje	=	tunneloven
tunneloventjes	=	tunneloven
tunnels	=	tunnel
tunnelt	=	tunnelen
tunneltje	=	tunnel
tunneltjes	=	tunnel
tunnelveiligheden	=	tunnelveiligheid
tunnelveiligheid	noun	veiligheid van verkeer in tunnels
tunnelveiligheidje	=	tunnelveiligheid
tunnelveiligheidjes	=	tunnelveiligheid
tunnelvisie	noun	bij een onderzoek: het bezien van alle aanwijzingen vanuit één als juist aangenomen hypothese, waardoor andere verklaringen over het hoofd worden gezien
tunnelvisies	=	tunnelvisie
tunnelwand	noun	de muur aan de binnenzijde van een tunnel
tunnelwanden	=	tunnelwand
tupperware	noun	verzamelterm voor kunststof bakjes die met een deksel luchtdicht kunnen worden gesloten
turban	noun	oosters hoofddeksel voor mannen bestaande uit een langwerpige doek die om een mutsje of direct om het haar wordt gewikkeld
turbans	=	turban
turbine	noun	schoepenrad toegepast als energieopwekker
turbineknooppunt	noun	ongelijkvloers kruispunt van twee snelwegen met gezamenlijke afritten voor verbindingswegen voor rechtsaf en linksaf, waarbij zich de laatste zich weer afsplitst in een ruime boog die één keer over en één keer onder de doorgaande wegen wordt geleid
turbineknooppunten	=	turbineknooppunt
turbinemotor	noun	motor die de stromingsenergie van een fluïdum (vloeistof of gas) omzet in mechanische energie door middel van een roterend schoepensysteem
turbinemotoren	=	turbinemotor
turbinemotors	=	turbinemotor
turbinemotortje	=	turbinemotor
turbinemotortjes	=	turbinemotor
turbines	=	turbine
turbinetje	=	turbine
turbinetjes	=	turbine
turbo	noun	apparaat dat ervoor zorgt dat lucht en brandstof onder druk een motor in komt, waardoor het vermogen opgevoerd wordt
turbo's	=	turbo
turbocompressor	noun	aanjager voor drukvulling en oplading van motoren
turbocompressoren	=	turbocompressor
turbocompressors	=	turbocompressor
turbodiesel	noun	dieselauto met een turbinemotor
turbodiesels	=	turbodiesel
turbodieseltje	=	turbodiesel
turbodieseltjes	=	turbodiesel
turbodijen	noun	zwaar gespierde dijen, meestal van sporters
turbofan	noun	straalmotor met dubbelstroomturbine
turbofannetje	=	turbofan
turbofannetjes	=	turbofan
turbofans	=	turbofan
turbogenerator	noun	turbine met een daaraan gekoppelde dynamo
turbogeneratoren	=	turbogenerator
turbogenerators	=	turbogenerator
turbogeneratortje	=	turbogenerator
turbogeneratortjes	=	turbogenerator
turbojet	noun	turbostraalmotor
turbojets	=	turbojet
turbokapitalisme	noun	extreme vorm van kapitalisme die o.a. gekenmerkt wordt door verregaande privatisering van overheidstaken en voortdurende schaalvergroting
turbokoe	noun|informal	rund dat door de toepassing van biotechnologie veel meer melk produceert
turbokoeien	=	turbokoe
turbokoetje	=	turbokoe
turbokoetjes	=	turbokoe
turbomachine	noun	machine waarin energie gewisseld wordt tussen een stroming van een vloeistof of gas en een schoepensysteem dat een roterende beweging gaat uitvoeren
turbomachines	=	turbomachine
turbomachinetje	=	turbomachine
turbomachinetjes	=	turbomachine
turbomotor	noun	van een turbocompressor voorziene motor
turbomotoren	=	turbomotor
turbomotors	=	turbomotor
turbomotortje	=	turbomotor
turbomotortjes	=	turbomotor
turbootje	=	turbo
turbootjes	=	turbo
turboprop	noun	straalmotor met een extra turbine die wordt gebruikt om een propeller aan te drijven, een schroefturbinemotor
turboprops	=	turboprop
turborotonde	noun	gelijkvloers kruispunt van wegen in de vorm van twee rondgaande rijstroken, waartussen de bestuurder bij het oprijden kan kiezen afhankelijk van de gewenste afslag
turborotonden	=	turborotonde
turborotondes	=	turborotonde
turbotaal	noun|humorous	modieus, vlot klinkend taalgebruik
turbotaaltje	=	turbotaal
turbotaaltjes	=	turbotaal
turbotalen	=	turbotaal
turbotrut	noun|informal	bijzonder onaantrekkelijke of zeurderige vrouw
turbotrutje	=	turbotrut
turbotrutjes	=	turbotrut
turbotrutten	=	turbotrut
turboverkeersplein	noun	uitgestrekt, met verkeerslichten geregeld kruispunt van drukke wegen waar de bestuurder bij het oprijden al een rijstrook kan kiezen afhankelijk van de gewenste afslag
turboverkeerspleinen	=	turboverkeersplein
turbulent	adj	erg onrustig, roerig, woelig
turbulente	=	turbulent
turbulenter	=	turbulent
turbulentere	=	turbulent
turbulenters	=	turbulent
turbulentie	noun	een hevige werveling in de atmosfeer.
turbulenties	=	turbulentie
turbulentietje	=	turbulentie
turbulentietjes	=	turbulentie
turbulents	=	turbulent
turbulentst	=	turbulent
turbulentste	=	turbulent
ture	=	turen
tureluren	=	tureluur
tureluur	noun	Tringa totanus een vogel die in weiden en duinen leeft
tureluurs	adj	verdwaasd, gek, getikt
tureluurse	=	tureluurs
tureluurser	=	tureluurs
tureluursere	=	tureluurs
tureluursers	=	tureluurs
tureluurst	=	tureluurs
tureluurste	=	tureluurs
tureluurtje	=	tureluur
tureluurtjes	=	tureluur
turen	verb	aandachtig, onderzoekend naar iets kijken
turend	adj	aandachtig kijkend en zoekend
turende	=	turen
turender	=	turend
turenders	=	turend
turends	=	turend
turf	noun	afgestorven plantenresten (veen) dat na droging kan gebruikt worden als brandstof
turfachtig	adj	lijkend op gedroogd veen dat men gebruikt als brandstof
turfachtige	=	turfachtig
turfachtiger	=	turfachtig
turfachtigere	=	turfachtig
turfachtigers	=	turfachtig
turfachtigs	=	turfachtig
turfachtigst	=	turfachtig
turfachtigste	=	turfachtig
turfbak	noun	bak waarin met turf kan bewaren
turfbakje	=	turfbak
turfbakjes	=	turfbak
turfbakken	=	turfbak
turfde	=	turven
turfden	=	turven
turfhok	noun	donkere, oncomfortabele ruimte waarin turf werd bewaard
turfhokje	=	turfhok
turfhokjes	=	turfhok
turfhokken	=	turfhok
turfje	=	turf
turfjes	=	turf
turflucifer	noun	Cladonia incrassata een korstmos behorend tot de familie Cladoniaceae.
turflucifers	=	turflucifer
turflucifertje	=	turflucifer
turflucifertjes	=	turflucifer
turfmolm	noun	verkruimeld turf
turfschepen	=	turfschip
turfschip	noun	vrachtschip voor turf
turfsnelloper	noun	Agonum ericeti een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
turfsnellopers	=	turfsnelloper
turfsnellopertje	=	turfsnelloper
turfsnellopertjes	=	turfsnelloper
turfsteken	verb|historical	met een spade stukken uit heide of hoogveen losmaken die gedroogd als brandstof werden gebruikt
turfstekend	=	turfsteken
turfstekende	=	turfsteken
turfsteker	noun	arbeider die turf wint
turfstekers	=	turfsteker
turft	=	turven
turftrapper	noun	zeer stevige, grote, lompe, lelijke schoen
turftrappers	=	turftrapper
turfvuren	=	turfvuur
turfvuur	noun	een vuur gemaakt met turf
turfvuurtje	=	turfvuur
turfvuurtjes	=	turfvuur
turfwinning	noun	het delven en gebruiksklaar maken van turf
turfwinningen	=	turfwinning
turfwinninkje	=	turfwinning
turfwinninkjes	=	turfwinning
turgor	noun	celdruk, worteldruk
turijner	noun	een inwoner van Turijn, of iemand afkomstig uit Turijn
turijners	=	turijner
turijns	adj	van, uit, betreffende of als in Turijn
turijnse	noun	een vrouwelijke inwoner van Turijn, of een vrouw afkomstig uit Turijn
turijnsen	=	turijnse
turk	noun	Turks restaurant
turke	=	turken
turken	verb	plagen, mishandelen, razen, tieren, handelen als een Turk (of althans zoals er gedacht werd dat Turken zouden handelen)
turkend	=	turken
turkende	=	turken
turkin	noun	een vrouwelijke inwoner van Turkije, of een vrouw afkomstig uit Turkije
turkinnen	=	turkin
turkinnetje	=	turkin
turkje	=	turk
turkjes	=	turk
turkmeen	noun	een inwoner van Turkmenistan, of iemand afkomstig uit Turkmenistan
turkmeens	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Turkmenistan
turkmeense	noun	een vrouwelijke inwoner van Turkmenistan, of een vrouw afkomstig uit Turkmenistan
turkmeensen	=	turkmeense
turkmeenser	=	turkmeens
turkmeensere	=	turkmeens
turkmeensers	=	turkmeens
turkmeenst	=	turkmeens
turkmeenstalig	adj	de Turkmeense taal sprekend
turkmeenstalige	=	turkmeenstalig
turkmeenstaligs	=	turkmeenstalig
turkmeenste	=	turkmeens
turkmenen	=	turkmeen
turkoois	noun	kleur van turkoois, blauwgroene kleur	adj	de kleur turkoois hebbend
turkooisblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5018 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5018 ( ).
turkooisblauwe	=	turkooisblauw
turkooisblauws	=	turkooisblauw
turkooisblauwtje	noun	bepaald soort dagvlinder, Polyommatus dorylas uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes; de waardplant van het turkooisblauwtje is de wondklaver
turkooisblauwtjes	=	turkooisblauwtje
turkooisgaai	noun	Cyanolyca turcosa een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
turkooisgaaien	=	turkooisgaai
turkooisgaaitje	=	turkooisgaai
turkooisgaaitjes	=	turkooisgaai
turkooisgroen	noun	een blauwgroene kleur met RAL-nummer 6016; een blauwgroene kleur zoals die van turkoois.	adj	deze kleur hebbend, een blauwgroene kleur, met RAL-nummer 6016.
turkooisgroene	=	turkooisgroen
turkooisgroens	=	turkooisgroen
turkooisijsvogel	noun	Alcedo coerulescens een vogel uit de familie ijsvogels (Alcedinidae).
turkooisijsvogels	=	turkooisijsvogel
turkooisijsvogeltje	=	turkooisijsvogel
turkooisijsvogeltjes	=	turkooisijsvogel
turkooisje	=	turkoois
turkooiskuifvliegenvanger	noun	Elminia longicauda een zangvogel uit de familie Stenostiridae.
turkooiskuifvliegenvangers	=	turkooiskuifvliegenvanger
turkooiskuifvliegenvangertje	=	turkooiskuifvliegenvanger
turkooiskuifvliegenvangertjes	=	turkooiskuifvliegenvanger
turkooisparkiet	noun	Neophema pulchella een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
turkooisparkieten	=	turkooisparkiet
turkooisparkietje	=	turkooisparkiet
turkooisparkietjes	=	turkooisparkiet
turkooispitpit	noun	Dacnis hartlaubi een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
turkooispitpitje	=	turkooispitpit
turkooispitpitjes	=	turkooispitpit
turkooispitpits	=	turkooispitpit
turkooistangare	noun	Tangara mexicana een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
turkooistangaren	=	turkooistangare
turkooistangaretje	=	turkooistangare
turkooistangaretjes	=	turkooistangare
turkooizen	adj	met de blauwgroene kleur turkoois
turkpop	noun	een muziekgenre dat westerse popmuziek, jazz en elektronische elementen combineert met traditionele Turkse melodieën en instrumenten
turks	adj	gerelateerd aan Turkije of het Turks
turksch	=	turks
turkse	noun	een inwoonster van Turkije, of een vrouw afkomstig uit Turkije
turksen	=	turkse
turkser	=	turks
turksere	=	turks
turksers	=	turks
turkst	=	turks
turkstalig	adj	de Turkse taal sprekend
turkstalige	=	turkstalig
turkstaligs	=	turkstalig
turkste	=	turks
turkt	=	turken
turkte	=	turken
turkten	=	turken
turmalijn	=	toermalijn
turn	=	turnen
turn-over	noun	verloop
turn-overs	=	turn-over
turnbeweging	noun	organisatie van het de sport turnen
turnbewegingen	=	turnbeweging
turnbeweginkje	=	turnbeweging
turnbeweginkjes	=	turnbeweging
turnbond	noun	vereniging van turnclubs
turnbonden	=	turnbond
turnclub	noun	sportclub voor het turnen
turnclubje	=	turnclub
turnclubjes	=	turnclub
turnclubs	=	turnclub
turncoach	noun	oefenmeester, trainer, begeleider van turners
turncoaches	=	turncoach
turnde	=	turnen
turnden	=	turnen
turne	=	turnen
turnen	verb	een sport beoefenen die bestaat uit een verzameling gymnastische oefeningen op een toestel of de grond
turnend	=	turnen
turnende	=	turnen
turner	noun	iemand die de turnsport beoefend
turners	=	turner
turnertje	=	turner
turnertjes	=	turner
turnfeest	noun	een feestelijk evenement van een turnvereniging waarbij men ook turndemonstraties geeft
turnfeesten	=	turnfeest
turnfeestje	=	turnfeest
turnfeestjes	=	turnfeest
turngerief	noun	kleding waarin de sporter kan turnen
turnhal	noun	een grote gymnastiekzaal met turnapparatuur en tribunes voor publiek
turnhallen	=	turnhal
turnkring	noun	een groep van mensen die samen turnen in club verband
turnkringen	=	turnkring
turnkringeske	=	turnkring
turnkringetje	=	turnkring
turnkringetjes	=	turnkring
turnleraar	noun	leraar turnen
turnleraars	=	turnleraar
turnleraartje	=	turnleraar
turnleraartjes	=	turnleraar
turnleraren	=	turnleraar
turnles	noun	een les in turnen
turnlesje	=	turnles
turnlesjes	=	turnles
turnlessen	=	turnles
turnoefening	noun	onderdeel van een turnwedstrijd
turnoefeningen	=	turnoefening
turnpantoffel	noun	lichte schoen met een laag model van soepel materiaal, vaak gedragen bij het sporten
turnpantoffels	=	turnpantoffel
turnpantoffeltje	=	turnpantoffel
turnsloef	noun	gymschoen
turnsloefen	=	turnsloef
turnslof	noun	schoentje dat men draagt tijdens het turnen
turnsloffen	=	turnslof
turnslofje	=	turnslof
turnslofjes	=	turnslof
turnsport	noun	een individuele gymnastieksport die wordt uitgevoerd met behulp van toestellen
turnsporten	=	turnsport
turnster	noun	vrouw die de turnsport beoefent
turnsters	=	turnster
turnstertje	=	turnster
turnstertjes	=	turnster
turnt	=	turnen
turnvereniging	noun	club van turners en turnsters
turnverenigingen	=	turnvereniging
turnverenigingetje	=	turnvereniging
turnverenigingetjes	=	turnvereniging
turnwedstrijd	noun	competitie waarbij atleten beoordeeld worden op hun uitvoering van fysieke oefeningen met kracht, lenigheid, evenwicht en coördinatie op of aan speciale toestellen
turnwedstrijden	=	turnwedstrijd
turnwedstrijdje	=	turnwedstrijd
turnwedstrijdjes	=	turnwedstrijd
turnwereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met het turnen
turnwerelden	=	turnwereld
turnzaal	noun	grote ruimte bestemd voor gymnastische oefeningen
turnzaaltje	=	turnzaal
turnzaaltjes	=	turnzaal
turnzalen	=	turnzaal
turquoise	noun	kleur van het mineraal turkoois, een blauwgroene kleur	adj	blauwgroene kleur
turquoisen	=	turquoise
turquoiser	=	turquoise
turquoisere	=	turquoise
turquoisers	=	turquoise
turquoises	=	turquoise
turquoisest	=	turquoise
turquoiseste	=	turquoise
turve	=	turven
turven	verb	tellen in groepen van vijf streepjes
turvend	=	turven
turvende	=	turven
tusschen	=	tussen
tusschenkomst	=	tussenkomst
tusschenuit	=	tussenuit
tussen	prep	met iets aan minimaal twee kanten het kind staat tussen haar ouders	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
tussen-n	noun	letter n die in een aantal gevallen wordt geschreven direct na een e volgend op het eerste deel van een samenstelling of afleiding, als weergave van de ingevoegde toonloze /ə/ of /ən/ die daar in de uitspraak hoorbaar is
tussen-n'en	=	tussen-n
tussen-n's	=	tussen-n
tussen-s	noun	de letter s die wordt toegevoegd wanneer twee woorden in een samenstelling samengevoegd worden tot een nieuw woord.
tussen-s'en	=	tussen-s
tussen-s'je	=	tussen-s
tussen-s'jes	=	tussen-s
tussenas	noun	as die door een as wordt aangedreven en weer een volgende as aandrijft; deel van de aandrijfketen
tussenasje	=	tussenas
tussenasjes	=	tussenas
tussenassen	=	tussenas
tussenbalans	noun	de stand van zaken van een proces dat nog niet is voltooid
tussenbalansen	=	tussenbalans
tussenbeide	adv	~ komen een geschil tussen twee andere partijen trachten te beslechten
tussendek	noun	verdieping van een schip gelegen tussen het ruim van een schip en de andere dekken
tussendekken	=	tussendek
tussendeur	noun	een afsluiting van een toegang tussen twee gebouwen, ruimtes of delen van een ruimte
tussendeuren	=	tussendeur
tussendeurtje	=	tussendeur
tussendeurtjes	=	tussendeur
tussending	noun	een zaak, voorwerp of begrip dat het midden houdt tussen twee andere zaken.
tussendingen	=	tussending
tussendingetje	=	tussending
tussendingetjes	=	tussending
tussendoor	adv	in de tussentijd
tussendoortje	noun	een versnapering, iets te eten tussen de maaltijden door
tussendoortjes	=	tussendoortje
tussendorpel	noun	een horizontale balk tussen de verticale stijlen van een kozijn
tussendorpels	=	tussendorpel
tussendorpeltje	=	tussendorpel
tussendorpeltjes	=	tussendorpel
tussenfase	noun	een korte fase tussen twee tijdvakken of verschijningsvormen
tussenfasen	=	tussenfase
tussenfases	=	tussenfase
tussenfasetje	=	tussenfase
tussenfasetjes	=	tussenfase
tussengekomen	=	tussenkomen
tussengeneratie	noun	generatie die minder uitgesproken zou zijn en die tussen twee andere, duidelijker afgebakende, in ligt
tussengeneraties	=	tussengeneratie
tussengerecht	noun	een gang in een menu.
tussengerechten	=	tussengerecht
tussengerechtje	=	tussengerecht
tussengerechtjes	=	tussengerecht
tussengroep	noun	klasse van personen of zaken die tussen twee klassen in zit
tussengroepen	=	tussengroep
tussenhandel	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de distributie van goederen van groothandel naar de kleinhandel
tussenin	adv	tussen twee dingen in
tussenjaar	noun	een jaar dat gelegen is tussen twee perioden met name een jaar dat volgt op het eindexamenjaar en wordt gevolgd door een vervolgstudie
tussenjaartje	=	tussenjaar
tussenjaartjes	=	tussenjaar
tussenjaren	=	tussenjaar
tussenjas	noun	een jas die tussen de seizoenen in gedragen wordt
tussenjasje	=	tussenjas
tussenjasjes	=	tussenjas
tussenjassen	=	tussenjas
tussenklank	noun	klank die het midden tussen twee andere houdt
tussenklanken	=	tussenklank
tussenklankje	=	tussenklank
tussenklankjes	=	tussenklank
tussenklassement	noun	voorlopige ranglijst in een nog niet voltooide wedstrijd
tussenklassementen	=	tussenklassement
tussenkom	=	tussenkomen
tussenkome	=	tussenkomen
tussenkomen	verb	tussenbeide komen, interveniëren
tussenkomend	adj	van een partij die niet rechtstreeks bij een zaak is betrokken, maar er wel een belang in heeft
tussenkomende	=	tussenkomen
tussenkomends	=	tussenkomend
tussenkomst	noun	het je ergens mee bemoeien, de interventie
tussenkomsten	=	tussenkomst
tussenkomstje	=	tussenkomst
tussenkomt	=	tussenkomen
tussenkop	noun	titels van onderdelen van een tekst
tussenkopje	=	tussenkop
tussenkopjes	=	tussenkop
tussenkoppen	=	tussenkop
tussenkwaamt	=	tussenkomen
tussenkwam	=	tussenkomen
tussenkwame	=	tussenkomen
tussenkwamen	=	tussenkomen
tussenlanding	noun	landing vóórdat men de eindbestemming heeft bereikt, waarna men weer verder vliegt, de passagiers stappen niet uit en het vluchtnummer blijft hetzelfde
tussenlandingen	=	tussenlanding
tussenlandinkje	=	tussenlanding
tussenlandinkjes	=	tussenlanding
tussenleggertje	noun	het plastic velletje tussen plakjes vleeswaren
tussenleggertjes	=	tussenleggertje
tussenletter	noun	een letter (zoals een -s- of een -en-) die wordt toegevoegd aan het einde van het eerste woord van een samenstelling om de twee woorden aan elkaar te verbinden en de uitspraak te vergemakkelijken
tussenletters	=	tussenletter
tussenlettertje	=	tussenletter
tussenlettertjes	=	tussenletter
tussenliggend	adj	van iets dat het tussen twee zaken in is
tussenliggende	=	tussenliggend
tussenliggends	=	tussenliggend
tussenmenselijk	adj	van iets dat het te maken heeft met menselijke relaties
tussenmenselijke	=	tussenmenselijk
tussenmenselijker	=	tussenmenselijk
tussenmenselijkere	=	tussenmenselijk
tussenmenselijkers	=	tussenmenselijk
tussenmenselijks	=	tussenmenselijk
tussenmenselijkst	=	tussenmenselijk
tussenmenselijkste	=	tussenmenselijk
tussenmuren	=	tussenmuur
tussenmuur	noun	een (dunne) binnenmuur tussen twee ruimtes of twee gebouwen
tussenmuurtje	=	tussenmuur
tussenmuurtjes	=	tussenmuur
tussenoplossing	noun	een oplossing die een compromis is
tussenoplossingen	=	tussenoplossing
tussenpartij	noun	partij met standpunten die tussen twee uitersten inzitten
tussenpartijen	=	tussenpartij
tussenpaus	noun	een paus die maar een korte tijd in functie zal zijn
tussenpausen	=	tussenpaus
tussenpausje	=	tussenpaus
tussenpausjes	=	tussenpaus
tussenpauze	noun	onderbreking tussen twee activiteiten
tussenpauzen	=	tussenpauze
tussenpauzes	=	tussenpauze
tussenperiode	noun	periode waarin men overgaat van de ene naar een andere situatie; periode met veel veranderingen
tussenperioden	=	tussenperiode
tussenperiodes	=	tussenperiode
tussenpersonen	=	tussenpersoon
tussenpersoon	noun	bemiddelaar in zaken of onderhandelingen, persoon die bemiddelt tussen een producent en een consument bij een transactie of tussen twee partijen bij een geschil
tussenpersoontje	=	tussenpersoon
tussenpersoontjes	=	tussenpersoon
tussenpoos	noun	korte onderbrekingen
tussenpoosje	=	tussenpoos
tussenpositie	noun	plaats tussen twee extremen
tussenposities	=	tussenpositie
tussenpozen	=	tussenpoos
tussenrapportage	noun	verslag van een nog niet afgerond onderzoek
tussenrapportages	=	tussenrapportage
tussenresultaat	noun	de stand van zaken voordat het einde van de periode is bereikt
tussenresultaatje	=	tussenresultaat
tussenresultaatjes	=	tussenresultaat
tussenresultaten	=	tussenresultaat
tussenring	noun	ring die tussen verschillende objecten wordt geplaatst
tussenringen	=	tussenring
tussenringetje	=	tussenring
tussenringetjes	=	tussenring
tussenronde	noun	een ronde in een competitie die niet de eerste of een finale ronde is
tussenronden	=	tussenronde
tussenrondes	=	tussenronde
tussenruimte	noun	de ruimte die tussen twee zaken aanwezig is
tussenruimten	=	tussenruimte
tussenruimtes	=	tussenruimte
tussenruimtetje	=	tussenruimte
tussenscheiding	noun	een niet-dragende wand die een ruimte binnen een gebouw verdeelt in kleinere compartimenten.
tussenscheidingen	=	tussenscheiding
tussenscheidinkje	=	tussenscheiding
tussenscheidinkjes	=	tussenscheiding
tussenschot	noun	dunne wand tussen twee ruimtes in; dunne wand die een ruimte in tweeën deelt
tussenschotje	=	tussenschot
tussenschotjes	=	tussenschot
tussenschotten	=	tussenschot
tussenseizoen	noun	de overgangsperiode tussen twee seizoenen
tussenseizoenen	=	tussenseizoen
tussenseizoenkleding	noun	kleding die is ontworpen voor de overgangsperiodes tussen zomer en winter, met name de lente en de herfst
tussenseizoentje	=	tussenseizoen
tussenseizoentjes	=	tussenseizoen
tussenspel	noun	de dans, toneel of muziek ter overbrugging van twee onderdelen van een theaterstuk, opera, ballet etc.
tussenspelen	=	tussenspel
tussenspelletje	=	tussenspel
tussenspelletjes	=	tussenspel
tussensprint	noun	race om wie het eerste een bepaald punt in een race haalt zonder dat dit punt het einde van de wedstrijd is (met name bij wielrennen)
tussensprinten	=	tussensprint
tussensprintje	=	tussensprint
tussensprintjes	=	tussensprint
tussensprints	=	tussensprint
tussenstadia	=	tussenstadium
tussenstadium	noun	het middelste deel van een proces
tussenstadiums	=	tussenstadium
tussenstand	noun	Alle uitslagen voordat de definitieve einduitslag bekend is.
tussenstanden	=	tussenstand
tussenstandig	adj	zich tussen de plaats waar de kelk en de kroon zijn ingeplant bevindend
tussenstandige	=	tussenstandig
tussenstandiger	=	tussenstandig
tussenstandigere	=	tussenstandig
tussenstandigers	=	tussenstandig
tussenstandigs	=	tussenstandig
tussenstandigst	=	tussenstandig
tussenstandigste	=	tussenstandig
tussenstandje	=	tussenstand
tussenstandjes	=	tussenstand
tussenstop	noun	korte onderbreking van een reis om te tanken of weer op krachten te komen
tussenstops	=	tussenstop
tussenstuk	noun	iets dat tussen twee delen in zit om ze met elkaar te verbinden of om ze van elkaar te schieden
tussenstukje	=	tussenstuk
tussenstukjes	=	tussenstuk
tussenstukken	=	tussenstuk
tussentaal	noun	een soort Vlaams dat zit tussen het algemeen Belgisch Nederlands en de dialecten in Vlaanderen
tussentaaltje	=	tussentaal
tussentaaltjes	=	tussentaal
tussentalen	=	tussentaal
tussentijd	noun	de tijd die tussen twee momenten in zit
tussentijden	=	tussentijd
tussentijdje	=	tussentijd
tussentijds	adj	op een afwijkend moment, buiten het patroon waarop iets gewoonlijk gebeurt
tussentijdse	=	tussentijds
tussenuit	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord: een ingesloten situatie verlatend
tussenuren	=	tussenuur
tussenuur	noun	een vrij uur tussen twee lessen in
tussenuurtje	=	tussenuur
tussenuurtjes	=	tussenuur
tussenverdieping	noun	een vloeroppervlak tussen twee etages in
tussenverdiepingen	=	tussenverdieping
tussenverdiepinkje	=	tussenverdieping
tussenverdiepinkjes	=	tussenverdieping
tussenvoeging	noun	het toevoegen van iets (tekst, een onderdeel, een stuk) tussen reeds bestaande delen
tussenvoegingen	=	tussenvoeging
tussenvoeginkje	=	tussenvoeging
tussenvoeginkjes	=	tussenvoeging
tussenvoegsel	noun	wat tussengevoegd is
tussenvoegsels	=	tussenvoegsel
tussenvoegseltje	=	tussenvoegsel
tussenvonnis	noun	voorlopige uitspraak van een rechter
tussenvonnissen	=	tussenvonnis
tussenwand	noun	muur die twee vertrekken van elkaar scheidt
tussenwanden	=	tussenwand
tussenwandje	=	tussenwand
tussenwandjes	=	tussenwand
tussenweg	noun|figurative	compromis
tussenwegen	=	tussenweg
tussenwerpsel	noun	een uitroep, een woord, een frase of een zin die een expressie van emotie is
tussenwerpsels	=	tussenwerpsel
tussenwerpseltje	=	tussenwerpsel
tussenwerpseltjes	=	tussenwerpsel
tussenwoning	noun	een woonhuis dat zich tussen andere huizen in bevindt met de zijmuren aansluitend op de naastgelegen woningen
tussenwoningen	=	tussenwoning
tussenwoninkje	=	tussenwoning
tussenwoninkjes	=	tussenwoning
tussenzet	noun	een soort zet bij een bordspel die dient om tijd te winnen
tussenzetje	=	tussenzet
tussenzetjes	=	tussenzet
tussenzetten	=	tussenzet
tussenzin	noun	een of meer zinnen, die als verklaring tussen de delen van een andere zin in staan
tussenzinnen	=	tussenzin
tussenzinnetje	=	tussenzin
tussenzinnetjes	=	tussenzin
tussor	noun	soort zijde uit draad gesponnen door de rupsen uit het geslacht Antheraea
tut	noun	niet al te slimme persoon (meestal een vrouw)
tuten	=	tuut
tuthannes	noun	stijf, ouderwets iemand; tuttig persoon
tuthannesen	=	tuthannes
tuthola	noun	onhandig, dom vrouwspersoon
tuthola's	=	tuthola
tutholaatje	=	tuthola
tutholaatjes	=	tuthola
tutje	=	tut
tutjes	=	tut
tutor	noun	mentor
tutoren	=	tutor
tutorial	noun	korte uitleg over hoe men iets kan doen; korte uitleg over een vaardigheid
tutorials	=	tutorial
tutors	=	tutor
tutortje	=	tutor
tutortjes	=	tutor
tutoyeer	=	tutoyeren
tutoyeerde	=	tutoyeren
tutoyeerden	=	tutoyeren
tutoyeert	=	tutoyeren
tutoyere	=	tutoyeren
tutoyeren	verb	elkaar met jij en jou aanspreken
tutoyerend	=	tutoyeren
tutoyerende	=	tutoyeren
tutte	=	tutten
tuttebel	noun	aanstellerig, preuts meisje
tuttebellen	=	tuttebel
tutten	verb	treuzelen, tijd verdoen
tuttend	=	tutten
tuttende	=	tutten
tutter	noun	fopspeen
tutterde	=	tutteren
tutterden	=	tutteren
tuttere	=	tutteren
tutteren	verb	treuzelen, teuteren
tutterend	=	tutteren
tutterende	=	tutteren
tutterig	adj	saai, burgerlijk, kinderachtig en al te voorzichtig m.n. als het gaat over wat oudere vrouwen
tutterige	=	tutterig
tutteriger	=	tutterig
tutterigere	=	tutterig
tutterigers	=	tutterig
tutterigs	=	tutterig
tutterigst	=	tutterig
tutterigste	=	tutterig
tutters	=	tutter
tuttert	=	tutteren
tuttertje	=	tutter
tuttertjes	=	tutter
tutti	noun	gedeelte van een muziekstuk waarin alle stemmen van een koor of instrumenten van muziekgezelschap tegelijk klinken	adv	met alle stemmen van een koor of instrumenten van een muziekgezelschap tegelijk
tutti's	=	tutti
tuttifrutti	noun	mengsel van gedroogde vruchten (zoals pruim, appel en abrikoos)
tuttig	adj	stijf, niet de mode volgend vooral betrekking hebbend op vrouwen
tuttige	=	tuttig
tuttiger	=	tuttig
tuttigere	=	tuttig
tuttigers	=	tuttig
tuttigs	=	tuttig
tuttigst	=	tuttig
tuttigste	=	tuttig
tuttut	intj	kalm aan
tutu	noun	toneelkostuum dat bestaat uit een rok in tule en een nauw aansluitend lijfje, vooral gedragen door ballerina's
tutu's	=	tutu
tutuutje	=	tutu
tutuutjes	=	tutu
tuur	=	turen
tuurde	=	turen
tuurden	=	turen
tuurlijk	intj|informal	verkorte vorm van natuurlijk; duidt een vanzelfsprekendheid aan
tuurt	=	turen
tuut	noun|informal	benaming voor steltlopers of hoenders	intj	krachtig, kortdurend, hoog geluid dat vaak dient als een waarschuwingssignaal
tuutje	=	tuut
tuutjes	=	tuut
tuuttuut	intj	herhaald krachtig maar kortdurend hoog geluid zoals dat in het verkeer vaak wordt gebruikt als waarschuwing of om voorrang op te eisen
tuvaluaan	noun	een inwoner van Tuvalu, of iemand afkomstig uit Tuvalu
tuvaluaans	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Tuvalu
tuvaluaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Tuvalu, of een vrouw afkomstig uit Tuvalu
tuvaluaansen	=	tuvaluaanse
tuvaluaanser	=	tuvaluaans
tuvaluaansere	=	tuvaluaans
tuvaluaansers	=	tuvaluaans
tuvaluaanst	=	tuvaluaans
tuvaluaanstalig	adj	de Tuvaluaanse taal sprekend
tuvaluaanstalige	=	tuvaluaanstalig
tuvaluaanstaligs	=	tuvaluaanstalig
tuvaluaanste	=	tuvaluaans
tuvaluanen	=	tuvaluaan
tv	noun	de afkorting voor televisie	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
tv'loos	adj	zonder tv
tv'loze	=	tv'loos
tv's	=	tv
tv'tje	=	tv
tv'tjes	=	tv
tv-aanbod	noun	geheel aan programma's en diensten dat een televisieprovider aanbiedt aan consumenten
tv-actie	noun	een promotionele actie waarbij tv-producten of -diensten worden aangeboden
tv-acties	=	tv-actie
tv-actietje	=	tv-actie
tv-actietjes	=	tv-actie
tv-babe	noun	aantrekkelijke vrouw die regelmatig te zien is op de televisie
tv-babes	=	tv-babe
tv-camera	noun	filmtoestel dat men gebruikt voor het maken van televisieopnames
tv-camera's	=	tv-camera
tv-cameraatje	=	tv-camera
tv-cameraatjes	=	tv-camera
tv-commercial	noun	reclameboodschap die men op de televisie laat uitzenden
tv-commercials	=	tv-commercial
tv-contact	noun	verbinding via een televisiesignaal
tv-contacten	=	tv-contact
tv-container	noun	een digitaal bestandsformaat dat fungeert als een 'verpakking' of 'doos' voor verschillende mediastreams.
tv-containers	=	tv-container
tv-containertje	=	tv-container
tv-containertjes	=	tv-container
tv-cursus	noun	Historisch gezien (zoals de bekende Teleac-cursussen) verwijst dit naar educatieve programma's die op televisie worden uitgezonden om kijkers thuis iets te leren
tv-cursusje	=	tv-cursus
tv-cursusjes	=	tv-cursus
tv-cursussen	=	tv-cursus
tv-democratie	noun	democratie waarbij de manier waarop een politicus overkomt op tv belangrijker is dan de inhoud van zijn programma
tv-democratieën	=	tv-democratie
tv-gekeken	=	tv-kijken
tv-kanaal	noun	een kanaal waarover televisieprogramma's worden uitgezonden
tv-kanaaltje	=	tv-kanaal
tv-kanaaltjes	=	tv-kanaal
tv-kanalen	=	tv-kanaal
tv-kast	noun	een meubel waarin met een televisietoestel kan zetten, meestal met deurtjes die het televisietoestel aan het zicht kunnen onttrekken
tv-kasten	=	tv-kast
tv-kastje	=	tv-kast
tv-kastjes	=	tv-kast
tv-keek	=	tv-kijken
tv-keekt	=	tv-kijken
tv-keke	=	tv-kijken
tv-keken	=	tv-kijken
tv-kijk	=	tv-kijken
tv-kijke	=	tv-kijken
tv-kijken	verb	aandacht schenken aan een programma vertoond op een televisietoestel
tv-kijkend	=	tv-kijken
tv-kijkende	=	tv-kijken
tv-kijker	noun	iemand die de uitzending van een bepaald televisieprogramma op een beeldscherm volgt
tv-kijkers	=	tv-kijker
tv-kijkertje	=	tv-kijker
tv-kijkertjes	=	tv-kijker
tv-kijkster	noun	vrouw die gewend is om televisieprogramma's op een beeldscherm te bekijken
tv-kijksters	=	tv-kijkster
tv-kijkt	=	tv-kijken
tv-maker	noun	persoon die televisieprogramma's maakt
tv-makers	=	tv-maker
tv-makertje	=	tv-maker
tv-makertjes	=	tv-maker
tv-netwerk	noun	een netwerk van tv-stations
tv-netwerken	=	tv-netwerk
tv-prijs	noun	erkenning voor een uitzonderlijk goede prestatie op het gebied van het maken van televisieprogramma's
tv-prijsje	=	tv-prijs
tv-prijsjes	=	tv-prijs
tv-prijzen	=	tv-prijs
tv-productie	noun	televisieprogramma dat klaar is om uitgezonden te worden
tv-producties	=	tv-productie
tv-productietje	=	tv-productie
tv-productietjes	=	tv-productie
tv-programma	noun	televisieprogramma, een uitzending op de televisie
tv-programma's	=	tv-programma
tv-programmaatje	=	tv-programma
tv-programmaatjes	=	tv-programma
tv-quiz	noun	spel dat wordt uitgezonden op de televisie
tv-quizje	=	tv-quiz
tv-quizjes	=	tv-quiz
tv-quizzen	=	tv-quiz
tv-serie	noun	een regelmatig terugkerend televisieprogramma, meestal is het fictie en wordt het geschreven door scenarioschrijvers
tv-series	=	tv-serie
tv-serietje	=	tv-serie
tv-serietjes	=	tv-serie
tv-show	noun	televisieshow of televisieserie, een uitzending op de televisie of een reeks daarvan
tv-shows	=	tv-show
tv-showtje	=	tv-show
tv-showtjes	=	tv-show
tv-station	noun	tv zender waarbij tv-programma's uit gezonden worden op vooraf bekende frequentie(s)
tv-stations	=	tv-station
tv-ster	noun	televisiester, iemand die bekend staat door optredens in televisieprogramma’s, series of shows
tv-sterren	=	tv-ster
tv-sterretje	=	tv-ster
tv-sterretjes	=	tv-ster
tv-toespraak	noun	een toespraak die op televisie gehouden wordt
tv-toespraakje	=	tv-toespraak
tv-toespraakjes	=	tv-toespraak
tv-toespraken	=	tv-toespraak
tv-uitzending	noun	het via televisie publiekelijk verspreiden van audiovisuele inhoud, zoals programma's, beelden en geluid.
tv-uitzendingen	=	tv-uitzending
tv-uitzendinkje	=	tv-uitzending
tv-uitzendinkjes	=	tv-uitzending
tv-zender	noun	een zender die televisiesignale uitzendt via een antenne
tv-zenders	=	tv-zender
tv-zendertje	=	tv-zender
tv-zendertjes	=	tv-zender
tvl	noun	steun die bedrijven kregen tijdens de coronacrisis
twaalf	num	"12", het getal tussen elf en dertien, tweemaal zes of driemaal vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 12 is aangeduid
twaalf-en-een-half	num	het getal twaalf verhoogd met een half
twaalf-en-een-halfjarig	adj	een tijdsduur van twaalf-en-een-half jaar hebbend
twaalf-en-een-halfjarige	=	twaalf-en-een-halfjarig
twaalf-en-een-halfjarigs	=	twaalf-en-een-halfjarig
twaalfdaags	adj	twaalf dagen durend
twaalfdaagse	=	twaalfdaags
twaalfde	adj	nummer twaalf in een rij
twaalfde-eeuwer	noun	iemand die in de twaalfde eeuw heeft geleefd
twaalfde-eeuwers	=	twaalfde-eeuwer
twaalfde-eeuwertje	=	twaalfde-eeuwer
twaalfde-eeuwertjes	=	twaalfde-eeuwer
twaalfde-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1101-1200
twaalfde-eeuwse	=	twaalfde-eeuws
twaalfduizend	num	12.000
twaalfduizendste	adj	nummer twaalfduizend in een rij
twaalfenhalf	num	twaalf en een half
twaalfenhalfjarig	adj	een tijdsduur van twaalf-en-een-half jaar hebbend
twaalfenhalfjarige	=	twaalfenhalfjarig
twaalfenhalfjarigs	=	twaalfenhalfjarig
twaalfenhalve	=	twaalfenhalf
twaalfhoek	noun	figuur met twaalf hoeken
twaalfhoeken	=	twaalfhoek
twaalfhoekje	=	twaalfhoek
twaalfhoekjes	=	twaalfhoek
twaalfhonderdste	adj	nummer twaalfhonderd in een rij.
twaalfjaarlijks	adj	eens in de 12 jaar plaatsvindend
twaalfjaarlijkse	=	twaalfjaarlijks
twaalfjarig	adj	12 jaren durend
twaalfjarige	noun	levend wezen dat 12 jaar oud is of iets dat 12 jaar bestaat
twaalfjarigen	=	twaalfjarige
twaalfjarigs	=	twaalfjarig
twaalfje	=	twaalf
twaalfjes	=	twaalf
twaalfkoppig	adj	bestaande uit 12 leden
twaalfkoppige	=	twaalfkoppig
twaalfkoppigs	=	twaalfkoppig
twaalfmaal	adv	met twaalf herhalingen, in twaalf gevallen
twaalfmijlsgrens	noun	de grens van de territoriale wateren van een staat, twaalf mijl uit de kust
twaalfmijlsgrensje	=	twaalfmijlsgrens
twaalfmijlsgrensjes	=	twaalfmijlsgrens
twaalfmijlsgrenzen	=	twaalfmijlsgrens
twaalftal	noun	een groep van twaalf stuks
twaalftallen	=	twaalftal
twaalftalletje	=	twaalftal
twaalftalletjes	=	twaalftal
twaalftallig	adj	in twaalf stuks voorkomend of uit twaalftallen bestaand
twaalftallige	=	twaalftallig
twaalftalligs	=	twaalftallig
twaalftoonsmuziek	noun	muziek gecomponeerd volgens de techniek waarbij is uitgegaan van twaalf gelijkwaardige tonen binnen het octaaf
twaalftoonsmuzieken	=	twaalftoonsmuziek
twaalftoonsmuziekje	=	twaalftoonsmuziek
twaalftoonsmuziekjes	=	twaalftoonsmuziek
twaalftoonstechniek	noun	een compositietechniek waarbij uitgegaan wordt van twaalf gelijkwaardige tonen binnen een octaaf
twaalftoonstechnieken	=	twaalftoonstechniek
twaalftoonstechniekje	=	twaalftoonstechniek
twaalftoonstechniekjes	=	twaalftoonstechniek
twaalfuurtje	noun	het middageten
twaalfuurtjes	=	twaalfuurtje
twaalfvlak	noun	lichaam dat door twaalf vlakken wordt begrensd
twaalfvlakje	=	twaalfvlak
twaalfvlakjes	=	twaalfvlak
twaalfvlakken	=	twaalfvlak
twaalfvleklieveheersbeestje	noun	Vibidia duodecimguttata een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae)
twaalfvleklieveheersbeestjes	=	twaalfvleklieveheersbeestje
twaalfvoetsjol	noun	klein zeilbootje, 12 voet lang (3,66 meter)
twaalfvoetsjollen	=	twaalfvoetsjol
twaalfvoetsjolletje	=	twaalfvoetsjol
twaalfvoetsjolletjes	=	twaalfvoetsjol
twaalfvoudig	adj	twaalf keer zoveel, twaalf keer zo groot
twaalfvoudige	=	twaalfvoudig
twaalfvoudigs	=	twaalfvoudig
twaalven	=	twaalf
twandeling	noun	wandeling waarvoor de deelnemers zich via Twitter kunnen aanmelden
twandelingen	=	twandeling
twandelingetje	=	twandeling
twandelingetjes	=	twandeling
twantelen	verb|obsolete	in tweestrijd verkeren, aarzelen over wat je moet doen
twarrel	noun	een relatiestadium tussen de onenightstand en de scharrel, een twijfelachtige scharrel, een scharrel waarover je twijfelt of je met deze persoon verder wilt of niet
twarrels	=	twarrel
twarreltje	=	twarrel
twarreltjes	=	twarrel
twatwa	noun	Oryzoborus crassirostris, een gorzensoort uit Midden- en Zuid-Amerika
twatwa's	=	twatwa
twatwaatje	=	twatwa
twatwaatjes	=	twatwa
tweak	=	tweaken
tweake	=	tweaken
tweaken	verb	subtiel aanpassen
tweakend	=	tweaken
tweakende	=	tweaken
tweakt	=	tweaken
tweakte	=	tweaken
tweakten	=	tweaken
twedding	noun	een huwelijk of bruiloft die grotendeels via het sociale medium Twitter (tegenwoordig X) wordt gepland, georganiseerd en/of gedeeld.
tweddings	=	twedding
tweddinkje	=	twedding
tweddinkjes	=	twedding
twee	num	"2", het getal tussen één en drie	noun	het cijfer twee
twee-eenheden	=	twee-eenheid
twee-eenheid	noun	geheel dat uit 2 goed te onderscheiden, maar nauw samenhangende delen bestaat
twee-eenheidje	=	twee-eenheid
twee-eenheidjes	=	twee-eenheid
twee-eiig	adj	uit twee verschillende eicellen voortkomend
twee-eiige	=	twee-eiig
twee-eiigs	=	twee-eiig
twee-onder-een-kapwoning	noun	twee aan elkaar gebouwde woningen die het dak gemeenschappelijk hebben maar verder vrij staan
twee-onder-een-kapwoningen	=	twee-onder-een-kapwoning
twee-onder-een-kapwoninkje	=	twee-onder-een-kapwoning
twee-onder-een-kapwoninkjes	=	twee-onder-een-kapwoning
tweeaderig	adj	met twee aders (stroomdraden)
tweeaderige	=	tweeaderig
tweeaderigs	=	tweeaderig
tweeatomig	adj	bestaande uit twee atomen
tweeatomige	=	tweeatomig
tweeatomigs	=	tweeatomig
tweebaansweg	noun	een weg met één rijbaan en twee rijstroken voor verkeer in beide richtingen
tweebaanswegen	=	tweebaansweg
tweebak	noun	een versnellingsbak met twee versnellingen
tweebakken	=	tweebak
tweebandanemoonvis	noun	Amphiprion bicinctus een tropische zoutwatervis die voorkomt bij koraalriffen en boven zandgrond van 1 tot 18 meter diepte.
tweebandanemoonvisje	=	tweebandanemoonvis
tweebandanemoonvisjes	=	tweebandanemoonvis
tweebandanemoonvissen	=	tweebandanemoonvis
tweebandbladroller	noun	Piniphila bifasciana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
tweebandbladrollers	=	tweebandbladroller
tweebandbladrollertje	=	tweebandbladroller
tweebandbladrollertjes	=	tweebandbladroller
tweebandgrasmineermot	noun	Elachista bifasciella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
tweebandgrasmineermotje	=	tweebandgrasmineermot
tweebandgrasmineermotjes	=	tweebandgrasmineermot
tweebandgrasmineermotten	=	tweebandgrasmineermot
tweebandscheutboorder	noun	Lampronia flavimitrella een vlinder uit de familie yuccamotten (Prodoxidae).
tweebandscheutboorders	=	tweebandscheutboorder
tweebandscheutboordertje	=	tweebandscheutboorder
tweebandscheutboordertjes	=	tweebandscheutboorder
tweebenig	adj	van een levend wezen dat het op twee benen kan lopen
tweebenige	=	tweebenig
tweebeniger	=	tweebenig
tweebenigere	=	tweebenig
tweebenigers	=	tweebenig
tweebenigs	=	tweebenig
tweebenigst	=	tweebenig
tweebenigste	=	tweebenig
tweecomponentenlijm	noun	plakmiddel dat pas plakt wanneer men twee bestanddelen bij elkaar voegt
tweecomponentenlijmen	=	tweecomponentenlijm
tweed	noun	geribbeld wollen weefsel
tweedaags	adj	van iets dat het 2 dagen duurt
tweedaagse	=	tweedaags
tweede	adj	nummer twee in een rij
tweede-eeuwer	noun	iemand die in de tweede eeuw heeft geleefd
tweede-eeuwers	=	tweede-eeuwer
tweede-eeuwertje	=	tweede-eeuwer
tweede-eeuwertjes	=	tweede-eeuwer
tweede-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 101-200
tweede-eeuwse	=	tweede-eeuws
tweede-generatieslachtoffer	=	tweedegeneratieslachtoffer
tweede-ordesysteem	noun	een systeem waarvan in de differentiaalvergelijking hoogstens tweede afgeleiden voorkomen
tweede-ordesysteempje	=	tweede-ordesysteem
tweede-ordesysteempjes	=	tweede-ordesysteem
tweede-ordesystemen	=	tweede-ordesysteem
tweedegeneratieallochtonen	=	tweedegeneratieallochtoon
tweedegeneratieallochtoon	noun	iemand die zelf niet in het buitenland geboren is, maar van wie ten minste één ouder wel in het buitenland is geboren.
tweedegeneratiebrandstof	noun	biobrandstof die wordt geproduceerd zonder impact te hebben op de voedselvoorzieningen in de wereld
tweedegeneratiebrandstoffen	=	tweedegeneratiebrandstof
tweedegeneratieslachtoffer	noun	iemand die indirect ernstig nadeel, vaak in de vorm van geestelijke belasting, ervaart van onheil dat zijn vader of moeder is overkomen
tweedegeneratieslachtoffers	=	tweedegeneratieslachtoffer
tweedegraads	adj	iets van de tweede categorie
tweedegraadsbevoegdheden	=	tweedegraadsbevoegdheid
tweedegraadsbevoegdheid	noun	onderwijsbevoegdheid voor de lagere klassen van het middelbaar onderwijs
tweedegraadsdifferentiaalvergelijking	noun	een differentiaalvergelijking waarin tweede afgeleiden voorkomen
tweedegraadsdifferentiaalvergelijkingen	=	tweedegraadsdifferentiaalvergelijking
tweedegraadsverbranding	noun	tweedegraads brandwond; een beschadiging van de huid waarbij niet alleen de opperhuid, maar ook de lederhuid (de laag direct onder de opperhuid) is aangetast
tweedegraadsverbrandingen	=	tweedegraadsverbranding
tweedegraadsverbrandinkje	=	tweedegraadsverbranding
tweedegraadsverbrandinkjes	=	tweedegraadsverbranding
tweedegraadsvergelijking	noun	ook wel kwadratische vergelijking of vierkantsvergelijking genoemd: is een wiskundige vergelijking waarbij de onbekende (meestal x) in het kwadraat staat.
tweedegraadsvergelijkingen	=	tweedegraadsvergelijking
tweedegraadsvergelijkinkje	=	tweedegraadsvergelijking
tweedegraadsvergelijkinkjes	=	tweedegraadsvergelijking
tweedehands	adj	reeds in iemand anders bezit geweest
tweedehandsauto	noun	een niet nieuwe auto die aan een nieuwe eigenaar verkocht wordt.
tweedehandsauto's	=	tweedehandsauto
tweedehandsautootje	=	tweedehandsauto
tweedehandsautootjes	=	tweedehandsauto
tweedehandsboek	noun	boek dat al eens een andere eigenaar heeft gehad
tweedehandsboeken	=	tweedehandsboek
tweedehandsboekje	=	tweedehandsboek
tweedehandsboekjes	=	tweedehandsboek
tweedehandse	=	tweedehands
tweedehandskleding	noun	al door een ander eerder gebruikte kleding
tweedehandskledingwinkel	noun	winkel waar tweedehandskleding wordt verkocht
tweedehandskledingwinkels	=	tweedehandskledingwinkel
tweedehandslucht	noun	lucht die al eens door iemand anders in- en uitgeademd is, bijvoorbeeld in een slecht geventileerde ruimte
tweedehandsluchten	=	tweedehandslucht
tweedehandswinkel	noun	winkel waar men gebruikte artikelen kan kopen
tweedehandswinkels	=	tweedehandswinkel
tweedehandswinkeltje	=	tweedehandswinkel
tweedehandswinkeltjes	=	tweedehandswinkel
tweedejaars	noun	iemand die voor het tweede jaar student is
tweedejaarsje	=	tweedejaars
tweedejaarsjes	=	tweedejaars
tweedejaarsstudent	noun	iemand die het tweede leerjaar van een studie volgt
tweedejaarsstudenten	=	tweedejaarsstudent
tweedekansonderwijs	noun	overdracht van meer algemene kennis en vaardigheden op een latere leeftijd dan gebruikelijk
tweedekker	noun	vliegtuig met twee vleugels boven elkaar
tweedekkers	=	tweedekker
tweedekkertje	=	tweedekker
tweedekkertjes	=	tweedekker
tweedeklas	adv	met betrekking tot de tweede klasse
tweedeklascoupeetje	=	tweedeklascoupé
tweedeklascoupeetjes	=	tweedeklascoupé
tweedeklascoupé	noun	een coupé van een trein met minder ruime stoelen/banken dan de tweede klasse en men een lager bedrag voor betaald heeft
tweedeklascoupés	=	tweedeklascoupé
tweedeklasser	noun	iemand die in de tweedeklas zit van een school
tweedeklassers	=	tweedeklasser
tweedeklassertje	=	tweedeklasser
tweedeklassertjes	=	tweedeklasser
tweedekwartaalcijfers	noun	financiële resultaten van een bedrijf in de periode april- juni van een jaar
tweedelegvader	noun	man die bij een jongere vrouw weer kinderen krijgt terwijl hij bij een andere vrouw ook al kinderen heeft gekregen; vader die opnieuw een gezin sticht
tweedelegvaders	=	tweedelegvader
tweedelig	adj	bestaande uit twee afzonderlijke zaken
tweedelige	=	tweedelig
tweedeliger	=	tweedelig
tweedeligere	=	tweedelig
tweedeligers	=	tweedelig
tweedeligs	=	tweedelig
tweedeligst	=	tweedelig
tweedeligste	=	tweedelig
tweedelijns	adj	toegankelijk na verwijzing (door huisarts) of screening
tweedeling	noun	de verdeling van de bewoners van een land d.m.v. één criterium en één lijn (bijvoorbeeld bezit, inkomen, opleiding, ras, godsdienst, geslacht, werk, leeftijd)
tweedelingen	=	tweedeling
tweeden	=	tweede
tweederangs	adj	van mindere kwaliteit
tweederdemeerderheden	=	tweederdemeerderheid
tweederdemeerderheid	noun	een meerderheid bestaande uit meer dan 66% van de stemmen
tweedeurs	adj	met twee deuren of portieren
tweedeursauto	noun	een auto met twee deuren, een voor de bestuurder en een voor de passagier
tweedeursauto's	=	tweedeursauto
tweedeursautootje	=	tweedeursauto
tweedeursautootjes	=	tweedeursauto
tweedeverblijver	noun	iemand die ergens een tweede verblijf heeft, zoals een vakantiehuis aan de kust
tweedeverblijvers	=	tweedeverblijver
tweedewereldland	noun|obsolete	een land behorende tot het blok van geïndustrialiseerde en communistische landen
tweedewereldlanden	=	tweedewereldland
tweedimensionaal	adj	met twee parameters waarmee de vorm en afmetingen van iets worden vastgelegd
tweedimensionaals	=	tweedimensionaal
tweedimensionaalst	=	tweedimensionaal
tweedimensionaalste	=	tweedimensionaal
tweedimensionale	=	tweedimensionaal
tweedimensionaler	=	tweedimensionaal
tweedimensionalere	=	tweedimensionaal
tweedimensionalers	=	tweedimensionaal
tweedimensionaliteit	noun	het een uitgebreidheid hebben in het platte vlak
tweedimensionaliteiten	=	tweedimensionaliteit
tweedjas	noun	jasje gemaakt van geweven wol
tweedjasje	=	tweedjas
tweedjasjes	=	tweedjas
tweedjassen	=	tweedjas
tweedoornveenwants	noun	Pachybrachius luridus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae van de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
tweedoornveenwantsen	=	tweedoornveenwants
tweedoornveenwantsje	=	tweedoornveenwants
tweedoornveenwantsjes	=	tweedoornveenwants
tweedracht	noun	verdeeldheid, twist, ruzie
tweedrachtig	adj	in conflict; ruzie of twist hebbend
tweedrachtige	=	tweedrachtig
tweedrachtiger	=	tweedrachtig
tweedrachtigere	=	tweedrachtig
tweedrachtigers	=	tweedrachtig
tweedrachtigs	=	tweedrachtig
tweedrachtigst	=	tweedrachtig
tweedrachtigste	=	tweedrachtig
tweeduizendste	adj	nummer tweeduizend in een rij
tweefasenstructuur	=	tweefasestructuur
tweefasenstruktuur	=	tweefasestructuur
tweefasestructuren	=	tweefasestructuur
tweefasestructuur	noun	tussen 1982 en 2002 wettelijk voorgeschreven opbouw van het studieprogramma in het wetenschappelijk onderwijs
tweefazenstructuur	=	tweefasestructuur
tweefazenstruktuur	=	tweefasestructuur
tweefrontenoorlog	noun	oorlog die op twee fronten wordt gevoerd
tweefrontenoorlogen	=	tweefrontenoorlog
tweegesprek	noun	mondelinge gedachtewisseling tussen twee personen
tweegesprekje	=	tweegesprek
tweegesprekjes	=	tweegesprek
tweegesprekken	=	tweegesprek
tweegestreept	adj	aanduiding voor het octaaf tussen 523 en 988 Hz, waarbinnen de frequentie van de A precies 880 Hz is en dat bij een piano in net recht van het middelste octaaf is te vinden
tweegestreepte	=	tweegestreept
tweegestreepts	=	tweegestreept
tweegevecht	noun	gevecht tussen twee personen of groepen, wedstrijd tussen twee personen of teams
tweegevechten	=	tweegevecht
tweegevechtje	=	tweegevecht
tweegevechtjes	=	tweegevecht
tweegezinswoning	noun	bouwwerk bedoeld als verblijfplaats voor twee paar ouders met kinderen
tweegezinswoningen	=	tweegezinswoning
tweegezinswoninkje	=	tweegezinswoning
tweegezinswoninkjes	=	tweegezinswoning
tweehandig	adj	dat iets met twee handen te gebruiken is
tweehandige	=	tweehandig
tweehandiger	=	tweehandig
tweehandigere	=	tweehandig
tweehandigers	=	tweehandig
tweehandigs	=	tweehandig
tweehandigst	=	tweehandig
tweehandigste	=	tweehandig
tweeheden	=	tweeheid
tweeheid	noun	het uit twee delen bestaan
tweehoek	noun	theoretische figuur met twee hoeken
tweehoeken	=	tweehoek
tweehonderd	num	"200", het getal tussen honderdnegenennegentig en tweehonderdeen, twee maal honderd	noun	dat wat in een (rang)ordening met 200 is aangeduid
tweehonderdacht	num	"208", het getal tussen tweehonderdzeven en tweehonderdnegen, tweehonderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 208 is aangeduid
tweehonderdachten	=	tweehonderdacht
tweehonderdachtendertig	num	"238", het getal tussen tweehonderdzevenendertig en tweehonderdnegenendertig, tweehonderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 238 is aangeduid
tweehonderdachtendertigje	=	tweehonderdachtendertig
tweehonderdachtendertigjes	=	tweehonderdachtendertig
tweehonderdachtendertigs	=	tweehonderdachtendertig
tweehonderdachtennegentig	num	"298", het getal tussen tweehonderdzevenennegentig en tweehonderdnegenennegentig, tweehonderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 298 is aangeduid
tweehonderdachtennegentigje	=	tweehonderdachtennegentig
tweehonderdachtennegentigjes	=	tweehonderdachtennegentig
tweehonderdachtennegentigs	=	tweehonderdachtennegentig
tweehonderdachtentachtig	num	"288", het getal tussen tweehonderdzevenentachtig en tweehonderdnegenentachtig, tweehonderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 288 is aangeduid
tweehonderdachtentachtigje	=	tweehonderdachtentachtig
tweehonderdachtentachtigjes	=	tweehonderdachtentachtig
tweehonderdachtentachtigs	=	tweehonderdachtentachtig
tweehonderdachtentwintig	num	"228", het getal tussen tweehonderdzevenentwintig en tweehonderdnegenentwintig, tweehonderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 228 is aangeduid
tweehonderdachtentwintigje	=	tweehonderdachtentwintig
tweehonderdachtentwintigjes	=	tweehonderdachtentwintig
tweehonderdachtentwintigs	=	tweehonderdachtentwintig
tweehonderdachtenveertig	num	"248", het getal tussen tweehonderdzevenenveertig en tweehonderdnegenenveertig, tweehonderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 248 is aangeduid
tweehonderdachtenveertigje	=	tweehonderdachtenveertig
tweehonderdachtenveertigjes	=	tweehonderdachtenveertig
tweehonderdachtenveertigs	=	tweehonderdachtenveertig
tweehonderdachtenvijftig	num	"258", het getal tussen tweehonderdzevenenvijftig en tweehonderdnegenenvijftig, tweehonderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 258 is aangeduid
tweehonderdachtenvijftigje	=	tweehonderdachtenvijftig
tweehonderdachtenvijftigjes	=	tweehonderdachtenvijftig
tweehonderdachtenvijftigs	=	tweehonderdachtenvijftig
tweehonderdachtenzestig	num	"268", het getal tussen tweehonderdzevenenzestig en tweehonderdnegenenzestig, tweehonderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 268 is aangeduid
tweehonderdachtenzestigje	=	tweehonderdachtenzestig
tweehonderdachtenzestigjes	=	tweehonderdachtenzestig
tweehonderdachtenzestigs	=	tweehonderdachtenzestig
tweehonderdachtenzeventig	num	"278", het getal tussen tweehonderdzevenenzeventig en tweehonderdnegenenzeventig, tweehonderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 278 is aangeduid
tweehonderdachtenzeventigje	=	tweehonderdachtenzeventig
tweehonderdachtenzeventigjes	=	tweehonderdachtenzeventig
tweehonderdachtenzeventigs	=	tweehonderdachtenzeventig
tweehonderdachtje	=	tweehonderdacht
tweehonderdachtjes	=	tweehonderdacht
tweehonderdachttien	num	"218", het getal tussen tweehonderdzeventien en tweehonderdnegentien, tweehonderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 218 is aangeduid
tweehonderdachttiens	=	tweehonderdachttien
tweehonderdachttientje	=	tweehonderdachttien
tweehonderdachttientjes	=	tweehonderdachttien
tweehonderddertien	num	"213", het getal tussen tweehonderdtwaalf en tweehonderdveertien, tweehonderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 213 is aangeduid
tweehonderddertiens	=	tweehonderddertien
tweehonderddertientje	=	tweehonderddertien
tweehonderddertientjes	=	tweehonderddertien
tweehonderddertig	num	"230", het getal tussen tweehonderdnegenentwintig en tweehonderdeenendertig, tweehonderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 230 is aangeduid
tweehonderddertigje	=	tweehonderddertig
tweehonderddertigjes	=	tweehonderddertig
tweehonderddertigs	=	tweehonderddertig
tweehonderddrie	num	"203", het getal tussen tweehonderdtwee en tweehonderdvier, tweehonderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 203 is aangeduid
tweehonderddries	=	tweehonderddrie
tweehonderddrietje	=	tweehonderddrie
tweehonderddrietjes	=	tweehonderddrie
tweehonderddrieëndertig	num	"233", het getal tussen tweehonderdtweeëndertig en tweehonderdvierendertig, tweehonderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 233 is aangeduid
tweehonderddrieëndertigje	=	tweehonderddrieëndertig
tweehonderddrieëndertigjes	=	tweehonderddrieëndertig
tweehonderddrieëndertigs	=	tweehonderddrieëndertig
tweehonderddrieënnegentig	num	"293", het getal tussen tweehonderdtweeënnegentig en tweehonderdvierennegentig, tweehonderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 293 is aangeduid
tweehonderddrieënnegentigje	=	tweehonderddrieënnegentig
tweehonderddrieënnegentigjes	=	tweehonderddrieënnegentig
tweehonderddrieënnegentigs	=	tweehonderddrieënnegentig
tweehonderddrieëntachtig	num	"283", het getal tussen tweehonderdtweeëntachtig en tweehonderdvierentachtig, tweehonderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 283 is aangeduid
tweehonderddrieëntachtigje	=	tweehonderddrieëntachtig
tweehonderddrieëntachtigjes	=	tweehonderddrieëntachtig
tweehonderddrieëntachtigs	=	tweehonderddrieëntachtig
tweehonderddrieëntwintig	num	"223", het getal tussen tweehonderdtweeëntwintig en tweehonderdvierentwintig, tweehonderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 223 is aangeduid
tweehonderddrieëntwintigje	=	tweehonderddrieëntwintig
tweehonderddrieëntwintigjes	=	tweehonderddrieëntwintig
tweehonderddrieëntwintigs	=	tweehonderddrieëntwintig
tweehonderddrieënveertig	num	"243", het getal tussen tweehonderdtweeënveertig en tweehonderdvierenveertig, tweehonderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 243 is aangeduid
tweehonderddrieënveertigje	=	tweehonderddrieënveertig
tweehonderddrieënveertigjes	=	tweehonderddrieënveertig
tweehonderddrieënveertigs	=	tweehonderddrieënveertig
tweehonderddrieënvijftig	num	"253", het getal tussen tweehonderdtweeënvijftig en tweehonderdvierenvijftig, tweehonderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 253 is aangeduid
tweehonderddrieënvijftigje	=	tweehonderddrieënvijftig
tweehonderddrieënvijftigjes	=	tweehonderddrieënvijftig
tweehonderddrieënvijftigs	=	tweehonderddrieënvijftig
tweehonderddrieënzestig	num	"263", het getal tussen tweehonderdtweeënzestig en tweehonderdvierenzestig, tweehonderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 263 is aangeduid
tweehonderddrieënzestigje	=	tweehonderddrieënzestig
tweehonderddrieënzestigjes	=	tweehonderddrieënzestig
tweehonderddrieënzestigs	=	tweehonderddrieënzestig
tweehonderddrieënzeventig	num	"273", het getal tussen tweehonderdtweeënzeventig en tweehonderdvierenzeventig, tweehonderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 273 is aangeduid
tweehonderddrieënzeventigje	=	tweehonderddrieënzeventig
tweehonderddrieënzeventigjes	=	tweehonderddrieënzeventig
tweehonderddrieënzeventigs	=	tweehonderddrieënzeventig
tweehonderdduizend	num	200.000
tweehonderdduizendste	adj	nummer tweehonderdduizend in een rij
tweehonderdeen	num	"201", het getal tussen tweehonderd en tweehonderdtwee, tweehonderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 201 is aangeduid
tweehonderdeenendertig	num	"231", het getal tussen tweehonderddertig en tweehonderdtweeëndertig, tweehonderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 231 is aangeduid
tweehonderdeenendertigje	=	tweehonderdeenendertig
tweehonderdeenendertigjes	=	tweehonderdeenendertig
tweehonderdeenendertigs	=	tweehonderdeenendertig
tweehonderdeenennegentig	num	"291", het getal tussen tweehonderdnegentig en tweehonderdtweeënnegentig, tweehonderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 291 is aangeduid
tweehonderdeenennegentigje	=	tweehonderdeenennegentig
tweehonderdeenennegentigjes	=	tweehonderdeenennegentig
tweehonderdeenennegentigs	=	tweehonderdeenennegentig
tweehonderdeenentachtig	num	"281", het getal tussen tweehonderdtachtig en tweehonderdtweeëntachtig, tweehonderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 281 is aangeduid
tweehonderdeenentachtigje	=	tweehonderdeenentachtig
tweehonderdeenentachtigjes	=	tweehonderdeenentachtig
tweehonderdeenentachtigs	=	tweehonderdeenentachtig
tweehonderdeenentwintig	num	"221", het getal tussen tweehonderdtwintig en tweehonderdtweeëntwintig, tweehonderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 221 is aangeduid
tweehonderdeenentwintigje	=	tweehonderdeenentwintig
tweehonderdeenentwintigjes	=	tweehonderdeenentwintig
tweehonderdeenentwintigs	=	tweehonderdeenentwintig
tweehonderdeenenveertig	num	"241", het getal tussen tweehonderdveertig en tweehonderdtweeënveertig, tweehonderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 241 is aangeduid
tweehonderdeenenveertigje	=	tweehonderdeenenveertig
tweehonderdeenenveertigjes	=	tweehonderdeenenveertig
tweehonderdeenenveertigs	=	tweehonderdeenenveertig
tweehonderdeenenvijftig	num	"251", het getal tussen tweehonderdvijftig en tweehonderdtweeënvijftig, tweehonderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 251 is aangeduid
tweehonderdeenenvijftigje	=	tweehonderdeenenvijftig
tweehonderdeenenvijftigjes	=	tweehonderdeenenvijftig
tweehonderdeenenvijftigs	=	tweehonderdeenenvijftig
tweehonderdeenenzestig	num	"261", het getal tussen tweehonderdzestig en tweehonderdtweeënzestig, tweehonderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 261 is aangeduid
tweehonderdeenenzestigje	=	tweehonderdeenenzestig
tweehonderdeenenzestigjes	=	tweehonderdeenenzestig
tweehonderdeenenzestigs	=	tweehonderdeenenzestig
tweehonderdeenenzeventig	num	"271", het getal tussen tweehonderdzeventig en tweehonderdtweeënzeventig, tweehonderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 271 is aangeduid
tweehonderdeenenzeventigje	=	tweehonderdeenenzeventig
tweehonderdeenenzeventigjes	=	tweehonderdeenenzeventig
tweehonderdeenenzeventigs	=	tweehonderdeenenzeventig
tweehonderdeens	=	tweehonderdeen
tweehonderdeentje	=	tweehonderdeen
tweehonderdeentjes	=	tweehonderdeen
tweehonderdeerste	adj	nummer tweehonderdeen in een rij.
tweehonderdelf	num	"211", het getal tussen tweehonderdtien en tweehonderdtwaalf, tweehonderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 211 is aangeduid
tweehonderdelfje	=	tweehonderdelf
tweehonderdelfjes	=	tweehonderdelf
tweehonderdelfs	=	tweehonderdelf
tweehonderdenacht	num	"208", langere vorm van tweehonderdacht, tweehonderd plus acht
tweehonderdenachtendertig	num	"238", langere vorm van tweehonderdachtendertig, tweehonderd plus achtendertig
tweehonderdenachtennegentig	num	"298", langere vorm van tweehonderdachtennegentig, tweehonderd plus achtennegentig
tweehonderdenachtentachtig	num	"288", langere vorm van tweehonderdachtentachtig, tweehonderd plus achtentachtig
tweehonderdenachtentwintig	num	"228", langere vorm van tweehonderdachtentwintig, tweehonderd plus achtentwintig
tweehonderdenachtenveertig	num	"248", langere vorm van tweehonderdachtenveertig, tweehonderd plus achtenveertig
tweehonderdenachtenvijftig	num	"258", langere vorm van tweehonderdachtenvijftig, tweehonderd plus achtenvijftig
tweehonderdenachtenzestig	num	"268", langere vorm van tweehonderdachtenzestig, tweehonderd plus achtenzestig
tweehonderdenachtenzeventig	num	"278", langere vorm van tweehonderdachtenzeventig, tweehonderd plus achtenzeventig
tweehonderdenachttien	num	"218", langere vorm van tweehonderdachttien, tweehonderd plus achttien
tweehonderdendertien	num	"213", langere vorm van tweehonderddertien, tweehonderd plus dertien
tweehonderdendertig	num	"230", langere vorm van tweehonderddertig, tweehonderd plus dertig
tweehonderdendrie	num	"203", langere vorm van tweehonderddrie, tweehonderd plus drie
tweehonderdendrieëndertig	num	"233", langere vorm van tweehonderddrieëndertig, tweehonderd plus drieëndertig
tweehonderdendrieënnegentig	num	"293", langere vorm van tweehonderddrieënnegentig, tweehonderd plus drieënnegentig
tweehonderdendrieëntachtig	num	"283", langere vorm van tweehonderddrieëntachtig, tweehonderd plus drieëntachtig
tweehonderdendrieëntwintig	num	"223", langere vorm van tweehonderddrieëntwintig, tweehonderd plus drieëntwintig
tweehonderdendrieënveertig	num	"243", langere vorm van tweehonderddrieënveertig, tweehonderd plus drieënveertig
tweehonderdendrieënvijftig	num	"253", langere vorm van tweehonderddrieënvijftig, tweehonderd plus drieënvijftig
tweehonderdendrieënzestig	num	"263", langere vorm van tweehonderddrieënzestig, tweehonderd plus drieënzestig
tweehonderdendrieënzeventig	num	"273", langere vorm van tweehonderddrieënzeventig, tweehonderd plus drieënzeventig
tweehonderdeneen	num	"201", langere vorm van tweehonderdeen, tweehonderd plus een
tweehonderdeneenendertig	num	"231", langere vorm van tweehonderdeenendertig, tweehonderd plus eenendertig
tweehonderdeneenennegentig	num	"291", langere vorm van tweehonderdeenennegentig, tweehonderd plus eenennegentig
tweehonderdeneenentachtig	num	"281", langere vorm van tweehonderdeenentachtig, tweehonderd plus eenentachtig
tweehonderdeneenentwintig	num	"221", langere vorm van tweehonderdeenentwintig, tweehonderd plus eenentwintig
tweehonderdeneenenveertig	num	"241", langere vorm van tweehonderdeenenveertig, tweehonderd plus eenenveertig
tweehonderdeneenenvijftig	num	"251", langere vorm van tweehonderdeenenvijftig, tweehonderd plus eenenvijftig
tweehonderdeneenenzestig	num	"261", langere vorm van tweehonderdeenenzestig, tweehonderd plus eenenzestig
tweehonderdeneenenzeventig	num	"271", langere vorm van tweehonderdeenenzeventig, tweehonderd plus eenenzeventig
tweehonderdeneerste	adj	nummer tweehonderdeen in een rij.
tweehonderdenelf	num	"211", langere vorm van tweehonderdelf, tweehonderd plus elf
tweehonderdennegen	num	"209", langere vorm van tweehonderdnegen, tweehonderd plus negen
tweehonderdennegenendertig	num	"239", langere vorm van tweehonderdnegenendertig, tweehonderd plus negenendertig
tweehonderdennegenennegentig	num	"299", langere vorm van tweehonderdnegenennegentig, tweehonderd plus negenennegentig
tweehonderdennegenentachtig	num	"289", langere vorm van tweehonderdnegenentachtig, tweehonderd plus negenentachtig
tweehonderdennegenentwintig	num	"229", langere vorm van tweehonderdnegenentwintig, tweehonderd plus negenentwintig
tweehonderdennegenenveertig	num	"249", langere vorm van tweehonderdnegenenveertig, tweehonderd plus negenenveertig
tweehonderdennegenenvijftig	num	"259", langere vorm van tweehonderdnegenenvijftig, tweehonderd plus negenenvijftig
tweehonderdennegenenzestig	num	"269", langere vorm van tweehonderdnegenenzestig, tweehonderd plus negenenzestig
tweehonderdennegenenzeventig	num	"279", langere vorm van tweehonderdnegenenzeventig, tweehonderd plus negenenzeventig
tweehonderdennegentien	num	"219", langere vorm van tweehonderdnegentien, tweehonderd plus negentien
tweehonderdennegentig	num	"290", langere vorm van tweehonderdnegentig, tweehonderd plus negentig
tweehonderdentachtig	num	"280", langere vorm van tweehonderdtachtig, tweehonderd plus tachtig
tweehonderdentien	num	"210", langere vorm van tweehonderdtien, tweehonderd plus tien
tweehonderdentwaalf	num	"212", langere vorm van tweehonderdtwaalf, tweehonderd plus twaalf
tweehonderdentwee	num	"202", langere vorm van tweehonderdtwee, tweehonderd plus twee
tweehonderdentweede	adj	nummer tweehonderdtwee in een rij.
tweehonderdentweeëndertig	num	"232", langere vorm van tweehonderdtweeëndertig, tweehonderd plus tweeëndertig
tweehonderdentweeënnegentig	num	"292", langere vorm van tweehonderdtweeënnegentig, tweehonderd plus tweeënnegentig
tweehonderdentweeëntachtig	num	"282", langere vorm van tweehonderdtweeëntachtig, tweehonderd plus tweeëntachtig
tweehonderdentweeëntwintig	num	"222", langere vorm van tweehonderdtweeëntwintig, tweehonderd plus tweeëntwintig
tweehonderdentweeënveertig	num	"242", langere vorm van tweehonderdtweeënveertig, tweehonderd plus tweeënveertig
tweehonderdentweeënvijftig	num	"252", langere vorm van tweehonderdtweeënvijftig, tweehonderd plus tweeënvijftig
tweehonderdentweeënzestig	num	"262", langere vorm van tweehonderdtweeënzestig, tweehonderd plus tweeënzestig
tweehonderdentweeënzeventig	num	"272", langere vorm van tweehonderdtweeënzeventig, tweehonderd plus tweeënzeventig
tweehonderdentwintig	num	"220", langere vorm van tweehonderdtwintig, tweehonderd plus twintig
tweehonderdenveertien	num	"214", langere vorm van tweehonderdveertien, tweehonderd plus veertien
tweehonderdenveertig	num	"240", langere vorm van tweehonderdveertig, tweehonderd plus veertig
tweehonderdenvier	num	"204", langere vorm van tweehonderdvier, tweehonderd plus vier
tweehonderdenvierendertig	num	"234", langere vorm van tweehonderdvierendertig, tweehonderd plus vierendertig
tweehonderdenvierennegentig	num	"294", langere vorm van tweehonderdvierennegentig, tweehonderd plus vierennegentig
tweehonderdenvierentachtig	num	"284", langere vorm van tweehonderdvierentachtig, tweehonderd plus vierentachtig
tweehonderdenvierentwintig	num	"224", langere vorm van tweehonderdvierentwintig, tweehonderd plus vierentwintig
tweehonderdenvierenveertig	num	"244", langere vorm van tweehonderdvierenveertig, tweehonderd plus vierenveertig
tweehonderdenvierenvijftig	num	"254", langere vorm van tweehonderdvierenvijftig, tweehonderd plus vierenvijftig
tweehonderdenvierenzestig	num	"264", langere vorm van tweehonderdvierenzestig, tweehonderd plus vierenzestig
tweehonderdenvierenzeventig	num	"274", langere vorm van tweehonderdvierenzeventig, tweehonderd plus vierenzeventig
tweehonderdenvijf	num	"205", langere vorm van tweehonderdvijf, tweehonderd plus vijf
tweehonderdenvijfendertig	num	"235", langere vorm van tweehonderdvijfendertig, tweehonderd plus vijfendertig
tweehonderdenvijfennegentig	num	"295", langere vorm van tweehonderdvijfennegentig, tweehonderd plus vijfennegentig
tweehonderdenvijfentachtig	num	"285", langere vorm van tweehonderdvijfentachtig, tweehonderd plus vijfentachtig
tweehonderdenvijfentwintig	num	"225", langere vorm van tweehonderdvijfentwintig, tweehonderd plus vijfentwintig
tweehonderdenvijfenveertig	num	"245", langere vorm van tweehonderdvijfenveertig, tweehonderd plus vijfenveertig
tweehonderdenvijfenvijftig	num	"255", langere vorm van tweehonderdvijfenvijftig, tweehonderd plus vijfenvijftig
tweehonderdenvijfenzestig	num	"265", langere vorm van tweehonderdvijfenzestig, tweehonderd plus vijfenzestig
tweehonderdenvijfenzeventig	num	"275", langere vorm van tweehonderdvijfenzeventig, tweehonderd plus vijfenzeventig
tweehonderdenvijftien	num	"215", langere vorm van tweehonderdvijftien, tweehonderd plus vijftien
tweehonderdenvijftig	num	"250", langere vorm van tweehonderdvijftig, tweehonderd plus vijftig
tweehonderdenzes	num	"206", langere vorm van tweehonderdzes, tweehonderd plus zes
tweehonderdenzesendertig	num	"236", langere vorm van tweehonderdzesendertig, tweehonderd plus zesendertig
tweehonderdenzesennegentig	num	"296", langere vorm van tweehonderdzesennegentig, tweehonderd plus zesennegentig
tweehonderdenzesentachtig	num	"286", langere vorm van tweehonderdzesentachtig, tweehonderd plus zesentachtig
tweehonderdenzesentwintig	num	"226", langere vorm van tweehonderdzesentwintig, tweehonderd plus zesentwintig
tweehonderdenzesenveertig	num	"246", langere vorm van tweehonderdzesenveertig, tweehonderd plus zesenveertig
tweehonderdenzesenvijftig	num	"256", langere vorm van tweehonderdzesenvijftig, tweehonderd plus zesenvijftig
tweehonderdenzesenzestig	num	"266", langere vorm van tweehonderdzesenzestig, tweehonderd plus zesenzestig
tweehonderdenzesenzeventig	num	"276", langere vorm van tweehonderdzesenzeventig, tweehonderd plus zesenzeventig
tweehonderdenzestien	num	"216", langere vorm van tweehonderdzestien, tweehonderd plus zestien
tweehonderdenzestig	num	"260", langere vorm van tweehonderdzestig, tweehonderd plus zestig
tweehonderdenzeven	num	"207", langere vorm van tweehonderdzeven, tweehonderd plus zeven
tweehonderdenzevenendertig	num	"237", langere vorm van tweehonderdzevenendertig, tweehonderd plus zevenendertig
tweehonderdenzevenennegentig	num	"297", langere vorm van tweehonderdzevenennegentig, tweehonderd plus zevenennegentig
tweehonderdenzevenentachtig	num	"287", langere vorm van tweehonderdzevenentachtig, tweehonderd plus zevenentachtig
tweehonderdenzevenentwintig	num	"227", langere vorm van tweehonderdzevenentwintig, tweehonderd plus zevenentwintig
tweehonderdenzevenenveertig	num	"247", langere vorm van tweehonderdzevenenveertig, tweehonderd plus zevenenveertig
tweehonderdenzevenenvijftig	num	"257", langere vorm van tweehonderdzevenenvijftig, tweehonderd plus zevenenvijftig
tweehonderdenzevenenzestig	num	"267", langere vorm van tweehonderdzevenenzestig, tweehonderd plus zevenenzestig
tweehonderdenzevenenzeventig	num	"277", langere vorm van tweehonderdzevenenzeventig, tweehonderd plus zevenenzeventig
tweehonderdenzeventien	num	"217", langere vorm van tweehonderdzeventien, tweehonderd plus zeventien
tweehonderdenzeventig	num	"270", langere vorm van tweehonderdzeventig, tweehonderd plus zeventig
tweehonderdeurobiljet	noun	een bankbiljet ter waarde van 200 euro
tweehonderdeurobiljetje	=	tweehonderdeurobiljet
tweehonderdeurobiljetjes	=	tweehonderdeurobiljet
tweehonderdeurobiljetten	=	tweehonderdeurobiljet
tweehonderdjarig	adj	200 jaren durend of bestaand
tweehonderdjarige	noun	levend wezen dat 200 jaar oud is of iets dat 200 jaar bestaat
tweehonderdjarigen	=	tweehonderdjarige
tweehonderdjarigs	=	tweehonderdjarig
tweehonderdje	noun	geldbiljet met een waarde van tweehonderd euro of andere munteenheid
tweehonderdjes	=	tweehonderd
tweehonderdnegen	num	"209", het getal tussen tweehonderdacht en tweehonderdtien, tweehonderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 209 is aangeduid
tweehonderdnegenendertig	num	"239", het getal tussen tweehonderdachtendertig en tweehonderdveertig, tweehonderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 239 is aangeduid
tweehonderdnegenendertigje	=	tweehonderdnegenendertig
tweehonderdnegenendertigjes	=	tweehonderdnegenendertig
tweehonderdnegenendertigs	=	tweehonderdnegenendertig
tweehonderdnegenennegentig	num	"299", het getal tussen tweehonderdachtennegentig en driehonderd, tweehonderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 299 is aangeduid
tweehonderdnegenennegentigje	=	tweehonderdnegenennegentig
tweehonderdnegenennegentigjes	=	tweehonderdnegenennegentig
tweehonderdnegenennegentigs	=	tweehonderdnegenennegentig
tweehonderdnegenentachtig	num	"289", het getal tussen tweehonderdachtentachtig en tweehonderdnegentig, tweehonderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 289 is aangeduid
tweehonderdnegenentachtigje	=	tweehonderdnegenentachtig
tweehonderdnegenentachtigjes	=	tweehonderdnegenentachtig
tweehonderdnegenentachtigs	=	tweehonderdnegenentachtig
tweehonderdnegenentwintig	num	"229", het getal tussen tweehonderdachtentwintig en tweehonderddertig, tweehonderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 229 is aangeduid
tweehonderdnegenentwintigje	=	tweehonderdnegenentwintig
tweehonderdnegenentwintigjes	=	tweehonderdnegenentwintig
tweehonderdnegenentwintigs	=	tweehonderdnegenentwintig
tweehonderdnegenenveertig	num	"249", het getal tussen tweehonderdachtenveertig en tweehonderdvijftig, tweehonderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 249 is aangeduid
tweehonderdnegenenveertigje	=	tweehonderdnegenenveertig
tweehonderdnegenenveertigjes	=	tweehonderdnegenenveertig
tweehonderdnegenenveertigs	=	tweehonderdnegenenveertig
tweehonderdnegenenvijftig	num	"259", het getal tussen tweehonderdachtenvijftig en tweehonderdzestig, tweehonderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 259 is aangeduid
tweehonderdnegenenvijftigje	=	tweehonderdnegenenvijftig
tweehonderdnegenenvijftigjes	=	tweehonderdnegenenvijftig
tweehonderdnegenenvijftigs	=	tweehonderdnegenenvijftig
tweehonderdnegenenzestig	num	"269", het getal tussen tweehonderdachtenzestig en tweehonderdzeventig, tweehonderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 269 is aangeduid
tweehonderdnegenenzestigje	=	tweehonderdnegenenzestig
tweehonderdnegenenzestigjes	=	tweehonderdnegenenzestig
tweehonderdnegenenzestigs	=	tweehonderdnegenenzestig
tweehonderdnegenenzeventig	num	"279", het getal tussen tweehonderdachtenzeventig en tweehonderdtachtig, tweehonderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 279 is aangeduid
tweehonderdnegenenzeventigje	=	tweehonderdnegenenzeventig
tweehonderdnegenenzeventigjes	=	tweehonderdnegenenzeventig
tweehonderdnegenenzeventigs	=	tweehonderdnegenenzeventig
tweehonderdnegens	=	tweehonderdnegen
tweehonderdnegentien	num	"219", het getal tussen tweehonderdachttien en tweehonderdtwintig, tweehonderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 219 is aangeduid
tweehonderdnegentiens	=	tweehonderdnegentien
tweehonderdnegentientje	=	tweehonderdnegentien
tweehonderdnegentientjes	=	tweehonderdnegentien
tweehonderdnegentig	num	"290", het getal tussen tweehonderdnegenentachtig en tweehonderdeenennegentig, tweehonderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 290 is aangeduid
tweehonderdnegentigje	=	tweehonderdnegentig
tweehonderdnegentigjes	=	tweehonderdnegentig
tweehonderdnegentigs	=	tweehonderdnegentig
tweehonderdnegentje	=	tweehonderdnegen
tweehonderdnegentjes	=	tweehonderdnegen
tweehonderds	=	tweehonderd
tweehonderdste	adj	nummer tweehonderd in een rij
tweehonderdtachtig	num	"280", het getal tussen tweehonderdnegenenzeventig en tweehonderdeenentachtig, tweehonderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 280 is aangeduid
tweehonderdtachtigje	=	tweehonderdtachtig
tweehonderdtachtigjes	=	tweehonderdtachtig
tweehonderdtachtigs	=	tweehonderdtachtig
tweehonderdtien	num	"210", het getal tussen tweehonderdnegen en tweehonderdelf, tweehonderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 210 is aangeduid
tweehonderdtiens	=	tweehonderdtien
tweehonderdtientje	=	tweehonderdtien
tweehonderdtientjes	=	tweehonderdtien
tweehonderdtwaalf	num	"212", het getal tussen tweehonderdelf en tweehonderddertien, tweehonderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 212 is aangeduid
tweehonderdtwaalfje	=	tweehonderdtwaalf
tweehonderdtwaalfjes	=	tweehonderdtwaalf
tweehonderdtwaalfs	=	tweehonderdtwaalf
tweehonderdtwee	num	"202", het getal tussen tweehonderdeen en tweehonderddrie, tweehonderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 202 is aangeduid
tweehonderdtweede	adj	nummer tweehonderdtwee in een rij.
tweehonderdtwees	=	tweehonderdtwee
tweehonderdtweetje	=	tweehonderdtwee
tweehonderdtweetjes	=	tweehonderdtwee
tweehonderdtweeëndertig	num	"232", het getal tussen tweehonderdeenendertig en tweehonderddrieëndertig, tweehonderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 232 is aangeduid
tweehonderdtweeëndertigje	=	tweehonderdtweeëndertig
tweehonderdtweeëndertigjes	=	tweehonderdtweeëndertig
tweehonderdtweeëndertigs	=	tweehonderdtweeëndertig
tweehonderdtweeënnegentig	num	"292", het getal tussen tweehonderdeenennegentig en tweehonderddrieënnegentig, tweehonderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 292 is aangeduid
tweehonderdtweeënnegentigje	=	tweehonderdtweeënnegentig
tweehonderdtweeënnegentigjes	=	tweehonderdtweeënnegentig
tweehonderdtweeënnegentigs	=	tweehonderdtweeënnegentig
tweehonderdtweeëntachtig	num	"282", het getal tussen tweehonderdeenentachtig en tweehonderddrieëntachtig, tweehonderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 282 is aangeduid
tweehonderdtweeëntachtigje	=	tweehonderdtweeëntachtig
tweehonderdtweeëntachtigjes	=	tweehonderdtweeëntachtig
tweehonderdtweeëntachtigs	=	tweehonderdtweeëntachtig
tweehonderdtweeëntwintig	num	"222", het getal tussen tweehonderdeenentwintig en tweehonderddrieëntwintig, tweehonderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 222 is aangeduid
tweehonderdtweeëntwintigje	=	tweehonderdtweeëntwintig
tweehonderdtweeëntwintigjes	=	tweehonderdtweeëntwintig
tweehonderdtweeëntwintigs	=	tweehonderdtweeëntwintig
tweehonderdtweeënveertig	num	"242", het getal tussen tweehonderdeenenveertig en tweehonderddrieënveertig, tweehonderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 242 is aangeduid
tweehonderdtweeënveertigje	=	tweehonderdtweeënveertig
tweehonderdtweeënveertigjes	=	tweehonderdtweeënveertig
tweehonderdtweeënveertigs	=	tweehonderdtweeënveertig
tweehonderdtweeënvijftig	num	"252", het getal tussen tweehonderdeenenvijftig en tweehonderddrieënvijftig, tweehonderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 252 is aangeduid
tweehonderdtweeënvijftigje	=	tweehonderdtweeënvijftig
tweehonderdtweeënvijftigjes	=	tweehonderdtweeënvijftig
tweehonderdtweeënvijftigs	=	tweehonderdtweeënvijftig
tweehonderdtweeënzestig	num	"262", het getal tussen tweehonderdeenenzestig en tweehonderddrieënzestig, tweehonderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 262 is aangeduid
tweehonderdtweeënzestigje	=	tweehonderdtweeënzestig
tweehonderdtweeënzestigjes	=	tweehonderdtweeënzestig
tweehonderdtweeënzestigs	=	tweehonderdtweeënzestig
tweehonderdtweeënzeventig	num	"272", het getal tussen tweehonderdeenenzeventig en tweehonderddrieënzeventig, tweehonderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 272 is aangeduid
tweehonderdtweeënzeventigje	=	tweehonderdtweeënzeventig
tweehonderdtweeënzeventigjes	=	tweehonderdtweeënzeventig
tweehonderdtweeënzeventigs	=	tweehonderdtweeënzeventig
tweehonderdtwintig	num	"220", het getal tussen tweehonderdnegentien en tweehonderdeenentwintig, tweehonderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 220 is aangeduid
tweehonderdtwintigje	=	tweehonderdtwintig
tweehonderdtwintigjes	=	tweehonderdtwintig
tweehonderdtwintigs	=	tweehonderdtwintig
tweehonderdveertien	num	"214", het getal tussen tweehonderddertien en tweehonderdvijftien, tweehonderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 214 is aangeduid
tweehonderdveertiens	=	tweehonderdveertien
tweehonderdveertientje	=	tweehonderdveertien
tweehonderdveertientjes	=	tweehonderdveertien
tweehonderdveertig	num	"240", het getal tussen tweehonderdnegenendertig en tweehonderdeenenveertig, tweehonderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 240 is aangeduid
tweehonderdveertigje	=	tweehonderdveertig
tweehonderdveertigjes	=	tweehonderdveertig
tweehonderdveertigs	=	tweehonderdveertig
tweehonderdvier	num	"204", het getal tussen tweehonderddrie en tweehonderdvijf, tweehonderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 204 is aangeduid
tweehonderdvierendertig	num	"234", het getal tussen tweehonderddrieëndertig en tweehonderdvijfendertig, tweehonderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 234 is aangeduid
tweehonderdvierendertigje	=	tweehonderdvierendertig
tweehonderdvierendertigjes	=	tweehonderdvierendertig
tweehonderdvierendertigs	=	tweehonderdvierendertig
tweehonderdvierennegentig	num	"294", het getal tussen tweehonderddrieënnegentig en tweehonderdvijfennegentig, tweehonderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 294 is aangeduid
tweehonderdvierennegentigje	=	tweehonderdvierennegentig
tweehonderdvierennegentigjes	=	tweehonderdvierennegentig
tweehonderdvierennegentigs	=	tweehonderdvierennegentig
tweehonderdvierentachtig	num	"284", het getal tussen tweehonderddrieëntachtig en tweehonderdvijfentachtig, tweehonderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 284 is aangeduid
tweehonderdvierentachtigje	=	tweehonderdvierentachtig
tweehonderdvierentachtigjes	=	tweehonderdvierentachtig
tweehonderdvierentachtigs	=	tweehonderdvierentachtig
tweehonderdvierentwintig	num	"224", het getal tussen tweehonderddrieëntwintig en tweehonderdvijfentwintig, tweehonderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 224 is aangeduid
tweehonderdvierentwintigje	=	tweehonderdvierentwintig
tweehonderdvierentwintigjes	=	tweehonderdvierentwintig
tweehonderdvierentwintigs	=	tweehonderdvierentwintig
tweehonderdvierenveertig	num	"244", het getal tussen tweehonderddrieënveertig en tweehonderdvijfenveertig, tweehonderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 244 is aangeduid
tweehonderdvierenveertigje	=	tweehonderdvierenveertig
tweehonderdvierenveertigjes	=	tweehonderdvierenveertig
tweehonderdvierenveertigs	=	tweehonderdvierenveertig
tweehonderdvierenvijftig	num	"254", het getal tussen tweehonderddrieënvijftig en tweehonderdvijfenvijftig, tweehonderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 254 is aangeduid
tweehonderdvierenvijftigje	=	tweehonderdvierenvijftig
tweehonderdvierenvijftigjes	=	tweehonderdvierenvijftig
tweehonderdvierenvijftigs	=	tweehonderdvierenvijftig
tweehonderdvierenzestig	num	"264", het getal tussen tweehonderddrieënzestig en tweehonderdvijfenzestig, tweehonderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 264 is aangeduid
tweehonderdvierenzestigje	=	tweehonderdvierenzestig
tweehonderdvierenzestigjes	=	tweehonderdvierenzestig
tweehonderdvierenzestigs	=	tweehonderdvierenzestig
tweehonderdvierenzeventig	num	"274", het getal tussen tweehonderddrieënzeventig en tweehonderdvijfenzeventig, tweehonderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 274 is aangeduid
tweehonderdvierenzeventigje	=	tweehonderdvierenzeventig
tweehonderdvierenzeventigjes	=	tweehonderdvierenzeventig
tweehonderdvierenzeventigs	=	tweehonderdvierenzeventig
tweehonderdviers	=	tweehonderdvier
tweehonderdviertje	=	tweehonderdvier
tweehonderdviertjes	=	tweehonderdvier
tweehonderdvijf	num	"205", het getal tussen tweehonderdvier en tweehonderdzes, tweehonderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 205 is aangeduid
tweehonderdvijfendertig	num	"235", het getal tussen tweehonderdvierendertig en tweehonderdzesendertig, tweehonderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 235 is aangeduid
tweehonderdvijfendertigje	=	tweehonderdvijfendertig
tweehonderdvijfendertigjes	=	tweehonderdvijfendertig
tweehonderdvijfendertigs	=	tweehonderdvijfendertig
tweehonderdvijfennegentig	num	"295", het getal tussen tweehonderdvierennegentig en tweehonderdzesennegentig, tweehonderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 295 is aangeduid
tweehonderdvijfennegentigje	=	tweehonderdvijfennegentig
tweehonderdvijfennegentigjes	=	tweehonderdvijfennegentig
tweehonderdvijfennegentigs	=	tweehonderdvijfennegentig
tweehonderdvijfentachtig	num	"285", het getal tussen tweehonderdvierentachtig en tweehonderdzesentachtig, tweehonderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 285 is aangeduid
tweehonderdvijfentachtigje	=	tweehonderdvijfentachtig
tweehonderdvijfentachtigjes	=	tweehonderdvijfentachtig
tweehonderdvijfentachtigs	=	tweehonderdvijfentachtig
tweehonderdvijfentwintig	num	"225", het getal tussen tweehonderdvierentwintig en tweehonderdzesentwintig, tweehonderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 225 is aangeduid
tweehonderdvijfentwintigje	=	tweehonderdvijfentwintig
tweehonderdvijfentwintigjes	=	tweehonderdvijfentwintig
tweehonderdvijfentwintigs	=	tweehonderdvijfentwintig
tweehonderdvijfenveertig	num	"245", het getal tussen tweehonderdvierenveertig en tweehonderdzesenveertig, tweehonderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 245 is aangeduid
tweehonderdvijfenveertigje	=	tweehonderdvijfenveertig
tweehonderdvijfenveertigjes	=	tweehonderdvijfenveertig
tweehonderdvijfenveertigs	=	tweehonderdvijfenveertig
tweehonderdvijfenvijftig	num	"255", het getal tussen tweehonderdvierenvijftig en tweehonderdzesenvijftig, tweehonderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 255 is aangeduid
tweehonderdvijfenvijftigje	=	tweehonderdvijfenvijftig
tweehonderdvijfenvijftigjes	=	tweehonderdvijfenvijftig
tweehonderdvijfenvijftigs	=	tweehonderdvijfenvijftig
tweehonderdvijfenzestig	num	"265", het getal tussen tweehonderdvierenzestig en tweehonderdzesenzestig, tweehonderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 265 is aangeduid
tweehonderdvijfenzestigje	=	tweehonderdvijfenzestig
tweehonderdvijfenzestigjes	=	tweehonderdvijfenzestig
tweehonderdvijfenzestigs	=	tweehonderdvijfenzestig
tweehonderdvijfenzeventig	num	"275", het getal tussen tweehonderdvierenzeventig en tweehonderdzesenzeventig, tweehonderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 275 is aangeduid
tweehonderdvijfenzeventigje	=	tweehonderdvijfenzeventig
tweehonderdvijfenzeventigjes	=	tweehonderdvijfenzeventig
tweehonderdvijfenzeventigs	=	tweehonderdvijfenzeventig
tweehonderdvijfje	=	tweehonderdvijf
tweehonderdvijfjes	=	tweehonderdvijf
tweehonderdvijfs	=	tweehonderdvijf
tweehonderdvijftien	num	"215", het getal tussen tweehonderdveertien en tweehonderdzestien, tweehonderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 215 is aangeduid
tweehonderdvijftiens	=	tweehonderdvijftien
tweehonderdvijftientje	=	tweehonderdvijftien
tweehonderdvijftientjes	=	tweehonderdvijftien
tweehonderdvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 250 is aangeduid	num	"250", het getal tussen tweehonderdnegenenveertig en tweehonderdeenenvijftig, tweehonderd plus vijftig
tweehonderdvijftigje	noun	bankbiljet met de waarde van 250 eenheden in een bepaalde valuta, meestal: 250 gulden
tweehonderdvijftigjes	=	tweehonderdvijftig
tweehonderdvijftigs	=	tweehonderdvijftig
tweehonderdzes	num	"206", het getal tussen tweehonderdvijf en tweehonderdzeven, tweehonderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 206 is aangeduid
tweehonderdzesendertig	num	"236", het getal tussen tweehonderdvijfendertig en tweehonderdzevenendertig, tweehonderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 236 is aangeduid
tweehonderdzesendertigje	=	tweehonderdzesendertig
tweehonderdzesendertigjes	=	tweehonderdzesendertig
tweehonderdzesendertigs	=	tweehonderdzesendertig
tweehonderdzesennegentig	num	"296", het getal tussen tweehonderdvijfennegentig en tweehonderdzevenennegentig, tweehonderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 296 is aangeduid
tweehonderdzesennegentigje	=	tweehonderdzesennegentig
tweehonderdzesennegentigjes	=	tweehonderdzesennegentig
tweehonderdzesennegentigs	=	tweehonderdzesennegentig
tweehonderdzesentachtig	num	"286", het getal tussen tweehonderdvijfentachtig en tweehonderdzevenentachtig, tweehonderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 286 is aangeduid
tweehonderdzesentachtigje	=	tweehonderdzesentachtig
tweehonderdzesentachtigjes	=	tweehonderdzesentachtig
tweehonderdzesentachtigs	=	tweehonderdzesentachtig
tweehonderdzesentwintig	num	"226", het getal tussen tweehonderdvijfentwintig en tweehonderdzevenentwintig, tweehonderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 226 is aangeduid
tweehonderdzesentwintigje	=	tweehonderdzesentwintig
tweehonderdzesentwintigjes	=	tweehonderdzesentwintig
tweehonderdzesentwintigs	=	tweehonderdzesentwintig
tweehonderdzesenveertig	num	"246", het getal tussen tweehonderdvijfenveertig en tweehonderdzevenenveertig, tweehonderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 246 is aangeduid
tweehonderdzesenveertigje	=	tweehonderdzesenveertig
tweehonderdzesenveertigjes	=	tweehonderdzesenveertig
tweehonderdzesenveertigs	=	tweehonderdzesenveertig
tweehonderdzesenvijftig	num	"256", het getal tussen tweehonderdvijfenvijftig en tweehonderdzevenenvijftig, tweehonderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 256 is aangeduid
tweehonderdzesenvijftigje	=	tweehonderdzesenvijftig
tweehonderdzesenvijftigjes	=	tweehonderdzesenvijftig
tweehonderdzesenvijftigs	=	tweehonderdzesenvijftig
tweehonderdzesenzestig	num	"266", het getal tussen tweehonderdvijfenzestig en tweehonderdzevenenzestig, tweehonderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 266 is aangeduid
tweehonderdzesenzestigje	=	tweehonderdzesenzestig
tweehonderdzesenzestigjes	=	tweehonderdzesenzestig
tweehonderdzesenzestigs	=	tweehonderdzesenzestig
tweehonderdzesenzeventig	num	"276", het getal tussen tweehonderdvijfenzeventig en tweehonderdzevenenzeventig, tweehonderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 276 is aangeduid
tweehonderdzesenzeventigje	=	tweehonderdzesenzeventig
tweehonderdzesenzeventigjes	=	tweehonderdzesenzeventig
tweehonderdzesenzeventigs	=	tweehonderdzesenzeventig
tweehonderdzesje	=	tweehonderdzes
tweehonderdzesjes	=	tweehonderdzes
tweehonderdzessen	=	tweehonderdzes
tweehonderdzestien	num	"216", het getal tussen tweehonderdvijftien en tweehonderdzeventien, tweehonderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 216 is aangeduid
tweehonderdzestiens	=	tweehonderdzestien
tweehonderdzestientje	=	tweehonderdzestien
tweehonderdzestientjes	=	tweehonderdzestien
tweehonderdzestig	num	"260", het getal tussen tweehonderdnegenenvijftig en tweehonderdeenenzestig, tweehonderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 260 is aangeduid
tweehonderdzestigje	=	tweehonderdzestig
tweehonderdzestigjes	=	tweehonderdzestig
tweehonderdzestigs	=	tweehonderdzestig
tweehonderdzeven	num	"207", het getal tussen tweehonderdzes en tweehonderdacht, tweehonderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 207 is aangeduid
tweehonderdzevenendertig	num	"237", het getal tussen tweehonderdzesendertig en tweehonderdachtendertig, tweehonderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 237 is aangeduid
tweehonderdzevenendertigje	=	tweehonderdzevenendertig
tweehonderdzevenendertigjes	=	tweehonderdzevenendertig
tweehonderdzevenendertigs	=	tweehonderdzevenendertig
tweehonderdzevenennegentig	num	"297", het getal tussen tweehonderdzesennegentig en tweehonderdachtennegentig, tweehonderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 297 is aangeduid
tweehonderdzevenennegentigje	=	tweehonderdzevenennegentig
tweehonderdzevenennegentigjes	=	tweehonderdzevenennegentig
tweehonderdzevenennegentigs	=	tweehonderdzevenennegentig
tweehonderdzevenentachtig	num	"287", het getal tussen tweehonderdzesentachtig en tweehonderdachtentachtig, tweehonderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 287 is aangeduid
tweehonderdzevenentachtigje	=	tweehonderdzevenentachtig
tweehonderdzevenentachtigjes	=	tweehonderdzevenentachtig
tweehonderdzevenentachtigs	=	tweehonderdzevenentachtig
tweehonderdzevenentwintig	num	"227", het getal tussen tweehonderdzesentwintig en tweehonderdachtentwintig, tweehonderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 227 is aangeduid
tweehonderdzevenentwintigje	=	tweehonderdzevenentwintig
tweehonderdzevenentwintigjes	=	tweehonderdzevenentwintig
tweehonderdzevenentwintigs	=	tweehonderdzevenentwintig
tweehonderdzevenenveertig	num	"247", het getal tussen tweehonderdzesenveertig en tweehonderdachtenveertig, tweehonderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 247 is aangeduid
tweehonderdzevenenveertigje	=	tweehonderdzevenenveertig
tweehonderdzevenenveertigjes	=	tweehonderdzevenenveertig
tweehonderdzevenenveertigs	=	tweehonderdzevenenveertig
tweehonderdzevenenvijftig	num	"257", het getal tussen tweehonderdzesenvijftig en tweehonderdachtenvijftig, tweehonderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 257 is aangeduid
tweehonderdzevenenvijftigje	=	tweehonderdzevenenvijftig
tweehonderdzevenenvijftigjes	=	tweehonderdzevenenvijftig
tweehonderdzevenenvijftigs	=	tweehonderdzevenenvijftig
tweehonderdzevenenzestig	num	"267", het getal tussen tweehonderdzesenzestig en tweehonderdachtenzestig, tweehonderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 267 is aangeduid
tweehonderdzevenenzestigje	=	tweehonderdzevenenzestig
tweehonderdzevenenzestigjes	=	tweehonderdzevenenzestig
tweehonderdzevenenzestigs	=	tweehonderdzevenenzestig
tweehonderdzevenenzeventig	num	"277", het getal tussen tweehonderdzesenzeventig en tweehonderdachtenzeventig, tweehonderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 277 is aangeduid
tweehonderdzevenenzeventigje	=	tweehonderdzevenenzeventig
tweehonderdzevenenzeventigjes	=	tweehonderdzevenenzeventig
tweehonderdzevenenzeventigs	=	tweehonderdzevenenzeventig
tweehonderdzevens	=	tweehonderdzeven
tweehonderdzeventien	num	"217", het getal tussen tweehonderdzestien en tweehonderdachttien, tweehonderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 217 is aangeduid
tweehonderdzeventiens	=	tweehonderdzeventien
tweehonderdzeventientje	=	tweehonderdzeventien
tweehonderdzeventientjes	=	tweehonderdzeventien
tweehonderdzeventig	num	"270", het getal tussen tweehonderdnegenenzestig en tweehonderdeenenzeventig, tweehonderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 270 is aangeduid
tweehonderdzeventigje	=	tweehonderdzeventig
tweehonderdzeventigjes	=	tweehonderdzeventig
tweehonderdzeventigs	=	tweehonderdzeventig
tweehonderdzeventje	=	tweehonderdzeven
tweehonderdzeventjes	=	tweehonderdzeven
tweehoofdig	adj	met twee hoofden
tweehoofdige	=	tweehoofdig
tweehoofdigs	=	tweehoofdig
tweehoog	adv	op de tweede verdieping
tweehuizig	adj	met de mannelijke en vrouwelijke bloemen op verschillende planten
tweehuizige	=	tweehuizig
tweehuizigs	=	tweehuizig
tweejaarlijks	adj	eens in de 2 jaar plaatsvindend
tweejaarlijkse	=	tweejaarlijks
tweejarig	adj	2 jaren durend
tweejarige	noun	levend wezen dat 2 jaar oud is of iets dat 2 jaar bestaat
tweejarigen	=	tweejarige
tweejarigs	=	tweejarig
tweekamerappartement	noun	een tweekamerwoning in een groter gebouw
tweekamerappartementen	=	tweekamerappartement
tweekamerappartementje	=	tweekamerappartement
tweekamerappartementjes	=	tweekamerappartement
tweekamerflat	noun	woning op één verdieping met twee vertrekken
tweekamerflatje	=	tweekamerflat
tweekamerflatjes	=	tweekamerflat
tweekamerflats	=	tweekamerflat
tweekamerwoning	noun	woning met twee kamers
tweekamerwoningen	=	tweekamerwoning
tweekamerwoninkje	=	tweekamerwoning
tweekamerwoninkjes	=	tweekamerwoning
tweekamp	noun	reeks van wedstrijden tussen twee personen
tweekampen	=	tweekamp
tweekapper	noun	woning type 'twee onder een kap'
tweekappers	=	tweekapper
tweekappertje	=	tweekapper
tweekappertjes	=	tweekapper
tweeklank	noun	een foneem dat uit twee klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
tweeklanken	=	tweeklank
tweeklankje	=	tweeklank
tweeklankjes	=	tweeklank
tweeklauwdubbelkopje	noun	Diplocephalus latifrons een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
tweeklauwdubbelkopjes	=	tweeklauwdubbelkopje
tweekleppig	adj	behorend of met betrekking tot weekdieren die zich beschermen met twee spiegelbeeldig aan elkaar vastzittende schelpen
tweekleppige	noun	benaming voor waterdieren uit de klasse Bivalvia
tweekleppigen	noun	een klasse Bivalvia, gekenmerkt door een kalkschaal die uit twee spiegelbeeldig met elkaar verbonden schelpen bestaat
tweekleppigs	=	tweekleppig
tweekleurenkamtandslijmvis	noun	Ecsenius bicolor een straalvinnige vissensoort uit de familie van naakte slijmvissen (Blenniidae).
tweekleurenkamtandslijmvisje	=	tweekleurenkamtandslijmvis
tweekleurenkamtandslijmvisjes	=	tweekleurenkamtandslijmvis
tweekleurenkamtandslijmvissen	=	tweekleurenkamtandslijmvis
tweekleurig	adj	met zowel een of meer vlakken in één kleur als een of meer vlakken in nog één andere kleur
tweekleurige	=	tweekleurig
tweekleurigs	=	tweekleurig
tweeknopje	noun	Walckenaeria kochi een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
tweeknopjes	=	tweeknopje
tweekoppig	adj	met twee koppen
tweekoppige	=	tweekoppig
tweekoppigs	=	tweekoppig
tweeledig	adj	bestaande uit twee verbonden delen
tweeledige	=	tweeledig
tweelediger	=	tweeledig
tweeledigere	=	tweeledig
tweeledigers	=	tweeledig
tweeledigs	=	tweeledig
tweeledigst	=	tweeledig
tweeledigste	=	tweeledig
tweeletterwoord	noun	een woord dat met slechts twee letters gespeld wordt
tweeletterwoorden	=	tweeletterwoord
tweeletterwoordje	=	tweeletterwoord
tweeletterwoordjes	=	tweeletterwoord
tweelicht	noun|obsolete	de tijd van de dag waarop het licht dan wel donker wordt
tweelichten	=	tweelicht
tweelijnmot	noun	Hypsopygia glaucinalis een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
tweelijnmotje	=	tweelijnmot
tweelijnmotjes	=	tweelijnmot
tweelijnmotten	=	tweelijnmot
tweeling	noun	twee wezens die met zijn tweeën tegelijk in één buik ontwikkeld zijn
tweelingbarnsteenslak	noun	Oxyloma sarsii een slakkensoort uit de familie van de barnsteenslakken (Succineidae).
tweelingbarnsteenslakje	=	tweelingbarnsteenslak
tweelingbarnsteenslakjes	=	tweelingbarnsteenslak
tweelingbarnsteenslakken	=	tweelingbarnsteenslak
tweelingbosrankspanner	noun	Horisme radicaria een vlinder uit de familie spanners (Geometridae).
tweelingbosrankspanners	=	tweelingbosrankspanner
tweelingbosrankspannertje	=	tweelingbosrankspanner
tweelingbosrankspannertjes	=	tweelingbosrankspanner
tweelingbroer	noun	Een mannelijk evenbeeld, man in een tweeling.
tweelingbroers	=	tweelingbroer
tweelingbroertje	=	tweelingbroer
tweelingbroertjes	=	tweelingbroer
tweelingdochter	noun	vrouwelijk kind dat deel uitmaakt van een tweeling
tweelingdochters	=	tweelingdochter
tweelingdochtertje	=	tweelingdochter
tweelingdochtertjes	=	tweelingdochter
tweelingen	=	tweeling
tweelingetje	=	tweeling
tweelingetjes	=	tweeling
tweelingkomkommerspin	noun	Araniella opisthographa een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen.
tweelingkomkommerspinnen	=	tweelingkomkommerspin
tweelingkomkommerspinnetje	=	tweelingkomkommerspin
tweelingkomkommerspinnetjes	=	tweelingkomkommerspin
tweelingkrabspin	noun	Xysticus audax een spin uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae).
tweelingkrabspinnen	=	tweelingkrabspin
tweelingkrabspinnetje	=	tweelingkrabspin
tweelingkrabspinnetjes	=	tweelingkrabspin
tweelingmosdiertje	noun	Eucratea loricata een mosdiertjessoort uit de familie van de Eucrateidae.
tweelingmosdiertjes	=	tweelingmosdiertje
tweelingstorm	noun	twee verschillende stormen die binnen enkele dagen tijd vlak achter elkaar overtrekken
tweelingstormen	=	tweelingstorm
tweelingtest	noun	een test om te zien hoe sterk tweelingen op elkaar lijken
tweelingtesten	=	tweelingtest
tweelingtestje	=	tweelingtest
tweelingtestjes	=	tweelingtest
tweelingtests	=	tweelingtest
tweelingwoord	noun	elk van twee woorden die nauwelijks van elkaar verschillen omdat ze dezelfde herkomst hebben
tweelingwoorden	=	tweelingwoord
tweelingwoordje	=	tweelingwoord
tweelingzus	noun	Een vrouwelijk evenbeeld, een vrouw in een tweeling.
tweelingzusje	=	tweelingzus
tweelingzusjes	=	tweelingzus
tweelingzussen	=	tweelingzus
tweelingzuster	noun	vrouwelijke helft van een tweeling
tweelingzusters	=	tweelingzuster
tweelingzustertje	=	tweelingzuster
tweelingzustertjes	=	tweelingzuster
tweelinkje	=	tweeling
tweelinkjes	=	tweeling
tweeloop	noun	jachtgeweer met twee lopen zodat men twee keer kan schieten voordat men moet herladen
tweelopen	=	tweeloop
tweeluik	noun	schilderij of reliëf met twee panelen
tweeluiken	=	tweeluik
tweeluikje	=	tweeluik
tweeluikjes	=	tweeluik
tweemaal	adv	in twee gevallen
tweemaandelijks	adj	om de twee maanden (niet te verwarren met 2x per maand)
tweemaandelijkse	=	tweemaandelijks
tweemalig	adj	voor de tweede keer
tweemalige	=	tweemalig
tweemaligs	=	tweemalig
tweemansbob	noun	een bobslee voor twee personen
tweemansbobs	=	tweemansbob
tweemanschap	noun	hechte groep van twee personen
tweemanschappen	=	tweemanschap
tweemotorig	adj	met twee motoren
tweemotorige	=	tweemotorig
tweemotorigs	=	tweemotorig
tweenager	noun	kind tussen de 8 en 12 jaar oud
tweenagers	=	tweenager
tweenie	noun	kind tussen de 8 en 12 jaar oud
tweenies	=	tweenie
tweeogig	adj	met twee ogen
tweeogige	=	tweeogig
tweeogigs	=	tweeogig
tweep	noun	iemand die actief is op het sociale netwerk Twitter
tweepartijenstelsel	noun	een parlement waarin slechts twee politieke partijen gezeteld zijn.
tweepartijenstelsels	=	tweepartijenstelsel
tweepartijenstelseltje	=	tweepartijenstelsel
tweepartijenstelseltjes	=	tweepartijenstelsel
tweepartijensysteem	noun	een parlement waarin slechts twee politieke partijen gezeteld zijn.
tweepartijensysteempje	=	tweepartijensysteem
tweepartijensysteempjes	=	tweepartijensysteem
tweepartijensystemen	=	tweepartijensysteem
tweepersoons	adj	bedoeld voor twee personen
tweepersoonsbed	noun	bed voor twee personen
tweepersoonsbedden	=	tweepersoonsbed
tweepersoonsbedje	=	tweepersoonsbed
tweepersoonsbedjes	=	tweepersoonsbed
tweepersoonshuishouden	noun	een huishouden bestaande uit twee personen
tweepersoonshuishoudens	=	tweepersoonshuishouden
tweepersoonshuishoudentje	=	tweepersoonshuishouden
tweepersoonshuishoudentjes	=	tweepersoonshuishouden
tweepersoonshut	noun	afgezonderde slaap- en verblijfplaats aan boord van een schip, bestemd voor twee mensen
tweepersoonshutten	=	tweepersoonshut
tweepersoonskamer	noun	kamer waar twee personen kunnen slapen
tweepersoonskamers	=	tweepersoonskamer
tweepersoonskamertje	=	tweepersoonskamer
tweepersoonskamertjes	=	tweepersoonskamer
tweepits	adj	m.b.t. een kooktoestel: met twee branders
tweepolig	adj	Er bestaan wel dipool magneten die tweepolig zijn maar een monopool is nooit gevonden.
tweepolige	=	tweepolig
tweepoligs	=	tweepolig
tweeps	=	tweep
tweepunt-grootoogkortschildkever	noun	Stenus comma een kever uit de familie van de kortschildkevers (Staphylinidae).
tweepunt-grootoogkortschildkevers	=	tweepunt-grootoogkortschildkever
tweepunt-grootoogkortschildkevertje	=	tweepunt-grootoogkortschildkever
tweepunt-grootoogkortschildkevertjes	=	tweepunt-grootoogkortschildkever
tweepuntbeekkever	noun	Agabus bipustulatus een keversoort uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae).
tweepuntbeekkevers	=	tweepuntbeekkever
tweepuntbeekkevertje	=	tweepuntbeekkever
tweepuntbeekkevertjes	=	tweepuntbeekkever
tweepuntgravertje	noun	Dyschirius laeviusculus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
tweepuntgravertjes	=	tweepuntgravertje
tweepuntpriemkever	noun	Bembidion bipunctatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
tweepuntpriemkevers	=	tweepuntpriemkever
tweepuntpriemkevertje	=	tweepuntpriemkever
tweepuntpriemkevertjes	=	tweepuntpriemkever
tweerelatie	noun	relatie tussen twee personen of andere entiteiten
tweerelaties	=	tweerelatie
tweerichtingsverkeer	noun	een weg waar de voertuigen zowel de ene als de andere kant op kunnen en mogen gaan
tweern	noun	twee draden die samen gedraaid zijn tot een garen
tweernde	=	tweernen
tweernden	=	tweernen
tweerne	=	tweernen
tweernen	verb	twee of meer vezels tot één draad draaien
tweernend	=	tweernen
tweernende	=	tweernen
tweernt	=	tweernen
tweeslachtig	adj	van zowel het mannelijk- als het vrouwelijk geslacht kenmerken hebbend
tweeslachtige	=	tweeslachtig
tweeslachtiger	=	tweeslachtig
tweeslachtigere	=	tweeslachtig
tweeslachtigers	=	tweeslachtig
tweeslachtigheden	=	tweeslachtigheid
tweeslachtigheid	noun	iets tegenstrijdigs; iets met twee tegenovergestelde eigenschappen of effecten
tweeslachtigs	=	tweeslachtig
tweeslachtigst	=	tweeslachtig
tweeslachtigste	=	tweeslachtig
tweeslag	noun	met twee slagen
tweeslagen	=	tweeslag
tweeslagmotor	noun	tweetaktmotor
tweeslagmotoren	=	tweeslagmotor
tweeslagmotors	=	tweeslagmotor
tweeslagmotortje	=	tweeslagmotor
tweeslagmotortjes	=	tweeslagmotor
tweeslagstelsel	noun	methode van akkerbouw waarbij men twee soorten van gewassen elkaar laat afwisselen
tweeslagstelsels	=	tweeslagstelsel
tweeslagstelseltje	=	tweeslagstelsel
tweeslagstelseltjes	=	tweeslagstelsel
tweesnijdend	adj	aan weerskanten snijdend
tweesnijdende	=	tweesnijdend
tweesnijdends	=	tweesnijdend
tweespalt	noun	ruzie of meningsverschil tussen twee personen of twee groepen
tweespan	noun	twee paarden (of andere trekdieren) die samen een wagen trekken
tweespannen	=	tweespan
tweespannetje	=	tweespan
tweespannetjes	=	tweespan
tweesporenbeleid	noun	beleid dat bestaat uit twee (type) acties om één probleem op te lossen
tweespraak	noun	een overleg tussen twee personen
tweespraakje	=	tweespraak
tweespraakjes	=	tweespraak
tweespraken	=	tweespraak
tweesprong	noun	plaats waar een weg zich in tweeën splitst
tweesprongen	=	tweesprong
tweesprongetje	=	tweesprong
tweesprongetjes	=	tweesprong
tweestaart	noun	benaming voor dieren met een dubbele staart
tweestaarten	noun	orde Diplura
tweestatenoplossing	noun	een voorgestelde manier om het Israëlisch-Palestijns conflict te beëindigen, door twee onafhankelijke staten op te richten op het grondgebied van het voormalige mandaatgebied Palestina (historisch Palestina)
tweestatenoplossingen	=	tweestatenoplossing
tweestemmig	adj	van een muziekstuk dat het gemaakt is voor twee verschillende zangstemmen
tweestemmige	=	tweestemmig
tweestemmigs	=	tweestemmig
tweesterrenhotel	noun	eenvoudig hotel
tweesterrenhotels	=	tweesterrenhotel
tweesterrenrestaurant	noun	een restaurant met een verfijnde keuken die volgens Michelin een omweg waard is
tweesterrenrestaurantje	=	tweesterrenrestaurant
tweesterrenrestaurantjes	=	tweesterrenrestaurant
tweesterrenrestaurants	=	tweesterrenrestaurant
tweestip-orvlinder	noun	Ochropacha duplaris een nachtvlinder die behoort tot de eenstaartjes, de Drepanidae.
tweestip-orvlinders	=	tweestip-orvlinder
tweestip-orvlindertje	=	tweestip-orvlinder
tweestip-orvlindertjes	=	tweestip-orvlinder
tweestipviltvlieg	noun	Thereva unica een vliegensoort uit de familie van de viltvliegen (Therevidae).
tweestipviltvliegen	=	tweestipviltvlieg
tweestipviltvliegje	=	tweestipviltvlieg
tweestipviltvliegjes	=	tweestipviltvlieg
tweestreep	noun	dier met twee strepen
tweestreepdansvlieg	noun	Empis digramma een vliegensoort uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
tweestreepdansvliegen	=	tweestreepdansvlieg
tweestreepdansvliegje	=	tweestreepdansvlieg
tweestreepdansvliegjes	=	tweestreepdansvlieg
tweestreepgrasuil	noun	Mythimna turca een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).
tweestreepgrasuilen	=	tweestreepgrasuil
tweestreepgrasuiltje	=	tweestreepgrasuil
tweestreepgrasuiltjes	=	tweestreepgrasuil
tweestreepje	=	tweestreep
tweestreepjes	=	tweestreep
tweestreepknotje	noun	Paratachys bistriatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
tweestreepknotjes	=	tweestreepknotje
tweestreepoogbladroller	noun	Epinotia granitana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
tweestreepoogbladrollers	=	tweestreepoogbladroller
tweestreepoogbladrollertje	=	tweestreepoogbladroller
tweestreepoogbladrollertjes	=	tweestreepoogbladroller
tweestreepsalamander	noun	Eurycea bislineata een salamander uit de familie longloze salamanders (Plethodontidae).
tweestreepsalamanders	=	tweestreepsalamander
tweestreepsalamandertje	=	tweestreepsalamander
tweestreepsalamandertjes	=	tweestreepsalamander
tweestreepsigaar	noun	Sigara limitata een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
tweestreepsigaartje	=	tweestreepsigaar
tweestreepsigaartjes	=	tweestreepsigaar
tweestreepsigaren	=	tweestreepsigaar
tweestreepvoorjaarsuil	noun	Orthosia cerasi een nachtvlinder uit de familie van de Noctuidae, de uilen, met een spanwijdte van 34 tot 40 millimeter.
tweestreepvoorjaarsuilen	=	tweestreepvoorjaarsuil
tweestreepvoorjaarsuiltje	=	tweestreepvoorjaarsuil
tweestreepvoorjaarsuiltjes	=	tweestreepvoorjaarsuil
tweestrepen	=	tweestreep
tweestrijd	noun	conflict tussen twee mensen of groepen
tweestrijden	=	tweestrijd
tweestrijdje	=	tweestrijd
tweet	noun	een bericht op het sociale netwerk van Twitter
tweetakt	noun	een zuigermotor (een type verbrandingsmotor) die arbeid levert bij elke neergaande beweging van de zuiger in de cilinder
tweetakten	=	tweetakt
tweetaktje	=	tweetakt
tweetaktjes	=	tweetakt
tweetaktmotor	noun	explosiemotor waarbij het arbeidsproces in twee zuigerslagen verloopt
tweetaktmotoren	=	tweetaktmotor
tweetaktmotors	=	tweetaktmotor
tweetaktmotortje	=	tweetaktmotor
tweetaktmotortjes	=	tweetaktmotor
tweetakts	=	tweetakt
tweetal	noun	welgeteld twee
tweetalig	adj	in twee talen, in twee talen kunnen spreken
tweetalige	=	tweetalig
tweetaligheid	noun	het tweetalig zijn
tweetaligs	=	tweetalig
tweetallen	=	tweetal
tweetalletje	=	tweetal
tweetalletjes	=	tweetal
tweetallig	adj	in twee stappen een volledige verandering doormakend
tweetallige	=	tweetallig
tweetalligs	=	tweetallig
tweetandschelpje	noun	Kurtiella bidentata een in zee levende tweekleppige uit de familie van de Montacutidae.
tweetandschelpjes	=	tweetandschelpje
tweetandschildwants	noun	Picromerus bidens een wants uit de familie van de schildwantsen (Pentatomidae)
tweetandschildwantsen	=	tweetandschildwants
tweetandschildwantsje	=	tweetandschildwants
tweetandschildwantsjes	=	tweetandschildwants
tweetandspinnendoder	noun	Arachnospila minutula een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
tweetandspinnendoders	=	tweetandspinnendoder
tweetandspinnendodertje	=	tweetandspinnendoder
tweetandspinnendodertjes	=	tweetandspinnendoder
tweete	=	tweeten
tweetekenklank	noun	een klank die wordt geschreven met twee verschillende klinkers die samen één nieuwe klank vormen
tweetekenklanken	=	tweetekenklank
tweetekenklankje	=	tweetekenklank
tweetekenklankjes	=	tweetekenklank
tweeten	verb	het plaatsen van een bericht op Twitter
tweetend	=	tweeten
tweetende	=	tweeten
tweeter	noun	iemand die tweets verstuurt via de online berichtendienst twitter
tweeterm	noun	een uitdrukking, bestaande uit twee eentermen, die gescheiden worden door het optelteken (+) of aftrekteken (-)
tweetermen	=	tweeterm
tweeters	=	tweeter
tweetertje	=	tweeter
tweetertjes	=	tweeter
tweetje	=	twee
tweetjes	=	twee
tweetonig	adj	twee tonen hebbend, twee tonen producerend
tweetonige	=	tweetonig
tweetonigs	=	tweetonig
tweetrapsmaking	noun	een bepaling in uw testament waarin u vastlegt dat uw vermogen in twee stappen naar een opvolger gaat.
tweetrapsmakingen	=	tweetrapsmaking
tweetrapsmakinkje	=	tweetrapsmaking
tweetrapsmakinkjes	=	tweetrapsmaking
tweetrapsraket	noun	door een omlaag (later naar achteren) gerichte ontploffing voortbewogen ruimtevaartuig, waarvan het onderste deel wordt afgestoten wanneer het het bovenste deel voldoende omhoog heeft gebracht
tweetrapsraketten	=	tweetrapsraket
tweets	=	tweet
tweetshop	noun	winkel waar men kan betalen door een positieve tweet te plaatsen op Twitter
tweetshops	=	tweetshop
tweette	=	tweeten
tweetten	=	tweeten
tweeverdiener	noun	de helft van een echtpaar of ander samenwonend stel, eventueel met kinderen, waarvan beiden een eigen inkomen verwerven via betaald werk
tweeverdieners	=	tweeverdiener
tweeverdienertje	=	tweeverdiener
tweeverdienertjes	=	tweeverdiener
tweevingertest	noun	test waarbij met twee vingers wordt gecontroleerd of het maagdenvlies nog intact is
tweevingertesten	=	tweevingertest
tweevingertests	=	tweevingertest
tweevlek	noun	Epitheca bimaculata een echte libel (Anisoptera) uit de familie van de glanslibellen (Corduliidae).
tweevlekje	=	tweevlek
tweevlekjes	=	tweevlek
tweevlekken	noun	Epitheca een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de glanslibellen (Corduliidae)
tweevlekkokermot	noun	Coleophora squalorella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
tweevlekkokermotje	=	tweevlekkokermot
tweevlekkokermotjes	=	tweevlekkokermot
tweevlekkokermotten	=	tweevlekkokermot
tweevlekoogbladroller	noun	Epinotia trigonella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
tweevlekoogbladrollers	=	tweevlekoogbladroller
tweevlekoogbladrollertje	=	tweevlekoogbladroller
tweevlekoogbladrollertjes	=	tweevlekoogbladroller
tweevlekpriemkever	noun	Bembidion biguttatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
tweevlekpriemkevers	=	tweevlekpriemkever
tweevlekpriemkevertje	=	tweevlekpriemkever
tweevlekpriemkevertjes	=	tweevlekpriemkever
tweevleksboegsprietmot	noun	Monochroa suffusella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
tweevleksboegsprietmotje	=	tweevleksboegsprietmot
tweevleksboegsprietmotjes	=	tweevleksboegsprietmot
tweevleksboegsprietmotten	=	tweevleksboegsprietmot
tweevlekschorsloper	noun	Dromius fenestratus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
tweevlekschorslopers	=	tweevlekschorsloper
tweevlekschorslopertje	=	tweevlekschorsloper
tweevlekschorslopertjes	=	tweevlekschorsloper
tweevleksmalkop	noun	Panagaeus bipustulatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
tweevleksmalkopje	=	tweevleksmalkop
tweevleksmalkopjes	=	tweevleksmalkop
tweevleksmalkoppen	=	tweevleksmalkop
tweevlekspanner	noun	Lomographa bimaculata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
tweevlekspanners	=	tweevlekspanner
tweevlekspannertje	=	tweevlekspanner
tweevlekspannertjes	=	tweevlekspanner
tweevlekspiegelloopkever	noun	Notiophilus biguttatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
tweevlekspiegelloopkevers	=	tweevlekspiegelloopkever
tweevlekspiegelloopkevertje	=	tweevlekspiegelloopkever
tweevlekspiegelloopkevertjes	=	tweevlekspiegelloopkever
tweevlekvedermot	noun	Stenoptilia bipunctidactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
tweevlekvedermotje	=	tweevlekvedermot
tweevlekvedermotjes	=	tweevlekvedermot
tweevlekvedermotten	=	tweevlekvedermot
tweevleugelig	adj	met twee spiegelbeeldige lichaamsdelen die de opwaartse druk leveren om te vliegen
tweevleugelige	noun	benaming voor insecten uit de orde Diptera, waartoe vliegen en muggen behoren
tweevleugeligen	noun	een orde Diptera van insecten waartoe alle vliegen (Brachycera) en muggen (Nematocera) behoren.
tweevleugeligs	=	tweevleugelig
tweevoeter	noun	wezen dat op twee voeten loopt
tweevoeters	=	tweevoeter
tweevoetertje	=	tweevoeter
tweevoetig	adj	lopend op twee voeten
tweevoetige	=	tweevoetig
tweevoetiger	=	tweevoetig
tweevoetigere	=	tweevoetig
tweevoetigers	=	tweevoetig
tweevoetigs	=	tweevoetig
tweevoetigst	=	tweevoetig
tweevoetigste	=	tweevoetig
tweevormig	adj	voorkomend in twee verschijningsvormen
tweevormige	=	tweevormig
tweevormiger	=	tweevormig
tweevormigere	=	tweevormig
tweevormigers	=	tweevormig
tweevormigs	=	tweevormig
tweevormigst	=	tweevormig
tweevormigste	=	tweevormig
tweevoud	noun	een veelvoud van twee	adj	tweevoudig
tweevoude	=	tweevoud
tweevouden	=	tweevoud
tweevoudig	adj	voor de tweede keer
tweevoudige	=	tweevoudig
tweevoudigs	=	tweevoudig
tweevoudje	=	tweevoud
tweevoudjes	=	tweevoud
tweevouds	=	tweevoud
tweewaardig	adj	een valentie van twee hebbend, bivalent
tweewaardige	=	tweewaardig
tweewaardigs	=	tweewaardig
tweeweeks	adj	ongeveer veertien dagen durend
tweeweekse	=	tweeweeks
tweewekelijks	adj	om de veertien dagen
tweewekelijkse	=	tweewekelijks
tweewerf	adv	in twee gevallen
tweewieler	noun	rijwiel of ander voertuig met twee wielen b.v. een bromfiets of een motorfiets
tweewielers	=	tweewieler
tweewielertje	=	tweewieler
tweewielertjes	=	tweewieler
tweewielig	adj	uitgerust met twee wielen
tweewielige	=	tweewielig
tweewieligs	=	tweewielig
tweewoonst	noun	woonvorm waarbij twee huizen één gemeenschappelijk dak hebben; twee onder een kap
tweewoonsten	=	tweewoonst
tweewoonstje	=	tweewoonst
tweewoonstjes	=	tweewoonst
tweezaadlobbig	adj	per zaad twee zaadlobben of cotylen hebbend, waarin het reservevoedsel, nodig voor de kieming en eerste groei van de jonge plant, zit opgeslagen
tweezaadlobbige	noun	benaming voor bloemplanten die horen tot een grote groep waarvan veel soorten gekenmerkt worden door zaden met twee kiemlobben
tweezaadlobbigen	=	tweezaadlobbige
tweezaadlobbigs	=	tweezaadlobbig
tweezijdig	adj	met, of aan twee kanten, belangen, partijen etc
tweezijdige	=	tweezijdig
tweezijdigs	=	tweezijdig
tweezit	noun	iets waar men met twee personen op kan zitten, verkorting van tweezitsbank, tweezitsauto enz. enz
tweezits	adj	geschikt om er met twee personen op te zitten, geschikt om met twee personen te gebruiken
tweezitsbank	noun	een bank met twee zitplaatsen
tweezitsbanken	=	tweezitsbank
tweezitsbankje	=	tweezitsbank
tweezitsbankjes	=	tweezitsbank
tweezitten	=	tweezit
tweezitter	noun	voertuig geschikt voor twee personen
tweezitters	=	tweezitter
tweezittertje	=	tweezitter
tweezittertjes	=	tweezitter
tweeëenheid	=	twee-eenheid
tweeën	noun	datief van twee: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels
tweeëndertig	num	"32", het getal tussen eenendertig en drieëndertig, dertig plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 32 is aangeduid
tweeëndertigen	noun	datief van tweeëndertig
tweeëndertighoek	noun	meetkundige figuur met tweeëndertig hoeken
tweeëndertighoeken	=	tweeëndertighoek
tweeëndertigjarig	adj	32 jaren durend
tweeëndertigjarige	noun	levend wezen dat 32 jaar oud is of iets dat 32 jaar bestaat
tweeëndertigjarigen	=	tweeëndertigjarige
tweeëndertigjarigs	=	tweeëndertigjarig
tweeëndertigje	=	tweeëndertig
tweeëndertigjes	=	tweeëndertig
tweeëndertigs	=	tweeëndertig
tweeëndertigste	adj	nummer tweeëndertig in een rij.
tweeënhalf	num	de breuk 2½; twee en een half
tweeënhalfs	=	tweeënhalf
tweeënhalve	=	tweeënhalf
tweeënnegentig	num	"92", het getal tussen eenennegentig en drieënnegentig, negentig plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 92 is aangeduid
tweeënnegentigen	noun	datief van tweeënnegentig
tweeënnegentigjarig	adj	92 jaren durend
tweeënnegentigjarige	noun	levend wezen dat 92 jaar oud is of iets dat 92 jaar bestaat
tweeënnegentigjarigen	=	tweeënnegentigjarige
tweeënnegentigjarigs	=	tweeënnegentigjarig
tweeënnegentigje	=	tweeënnegentig
tweeënnegentigjes	=	tweeënnegentig
tweeënnegentigs	=	tweeënnegentig
tweeënnegentigste	adj	nummer tweeënnegentig in een rij.
tweeëntachtig	num	"82", het getal tussen eenentachtig en drieëntachtig, tachtig plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 82 is aangeduid
tweeëntachtigen	noun	datief van tweeëntachtig
tweeëntachtigjarig	adj	82 jaren durend
tweeëntachtigjarige	noun	levend wezen dat 82 jaar oud is of iets dat 82 jaar bestaat
tweeëntachtigjarigen	=	tweeëntachtigjarige
tweeëntachtigjarigs	=	tweeëntachtigjarig
tweeëntachtigje	=	tweeëntachtig
tweeëntachtigjes	=	tweeëntachtig
tweeëntachtigs	=	tweeëntachtig
tweeëntachtigste	adj	nummer tweeëntachtig in een rij.
tweeëntwintig	num	"22", het getal tussen eenentwintig en drieëntwintig, twintig plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 22 is aangeduid
tweeëntwintigduizend	num	22.000
tweeëntwintigduizenden	noun	datief van tweeëntwintigduizend
tweeëntwintighoek	noun	meetkundige figuur met tweeëntwintig hoeken
tweeëntwintighoeken	=	tweeëntwintighoek
tweeëntwintigjarig	adj	22 jaren durend
tweeëntwintigjarige	noun	levend wezen dat 22 jaar oud is of iets dat 22 jaar bestaat
tweeëntwintigjarigen	=	tweeëntwintigjarige
tweeëntwintigjarigs	=	tweeëntwintigjarig
tweeëntwintigje	=	tweeëntwintig
tweeëntwintigjes	=	tweeëntwintig
tweeëntwintigs	=	tweeëntwintig
tweeëntwintigste	adj	nummer tweeëntwintig in een rij.
tweeënveertig	num	"42", het getal tussen eenenveertig en drieënveertig, veertig plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 42 is aangeduid
tweeënveertigen	noun	datief van tweeënveertig
tweeënveertigjarig	adj	42 jaren durend
tweeënveertigjarige	noun	levend wezen dat 42 jaar oud is of iets dat 42 jaar bestaat
tweeënveertigjarigen	=	tweeënveertigjarige
tweeënveertigjarigs	=	tweeënveertigjarig
tweeënveertigje	=	tweeënveertig
tweeënveertigjes	=	tweeënveertig
tweeënveertigs	=	tweeënveertig
tweeënveertigste	adj	nummer tweeënveertig in een rij.
tweeënvijftig	num	"52", het getal tussen eenenvijftig en drieënvijftig, vijftig plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 52 is aangeduid
tweeënvijftigen	noun	datief van tweeënvijftig
tweeënvijftigjarig	adj	52 jaren durend
tweeënvijftigjarige	noun	levend wezen dat 52 jaar oud is of iets dat 52 jaar bestaat
tweeënvijftigjarigen	=	tweeënvijftigjarige
tweeënvijftigjarigs	=	tweeënvijftigjarig
tweeënvijftigje	=	tweeënvijftig
tweeënvijftigjes	=	tweeënvijftig
tweeënvijftigs	=	tweeënvijftig
tweeënvijftigste	adj	nummer tweeënvijftig in een rij.
tweeënzestig	num	"62", het getal tussen eenenzestig en drieënzestig, zestig plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 62 is aangeduid
tweeënzestigen	noun	datief van tweeënzestig
tweeënzestigjarig	adj	62 jaren durend
tweeënzestigjarige	noun	levend wezen dat 62 jaar oud is of iets dat 62 jaar bestaat
tweeënzestigjarigen	=	tweeënzestigjarige
tweeënzestigjarigs	=	tweeënzestigjarig
tweeënzestigje	=	tweeënzestig
tweeënzestigjes	=	tweeënzestig
tweeënzestigs	=	tweeënzestig
tweeënzestigste	adj	nummer tweeënzestig in een rij.
tweeënzeventig	num	"72", het getal tussen eenenzeventig en drieënzeventig, zeventig plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 72 is aangeduid
tweeënzeventigen	noun	datief van tweeënzeventig
tweeënzeventigjarig	adj	72 jaren durend
tweeënzeventigjarige	noun	levend wezen dat 72 jaar oud is of iets dat 72 jaar bestaat
tweeënzeventigjarigen	=	tweeënzeventigjarige
tweeënzeventigjarigs	=	tweeënzeventigjarig
tweeënzeventigje	=	tweeënzeventig
tweeënzeventigjes	=	tweeënzeventig
tweeënzeventigs	=	tweeënzeventig
tweeënzeventigste	adj	nummer tweeënzeventig in een rij.
tweeërlei	adj	alleen attributief van twee soorten
twen	noun	twintiger
twens	=	twen
twentenaar	noun	een inwoner van Twente, of iemand afkomstig uit Twente
twentenaars	=	twentenaar
twentenaartje	=	twentenaar
twentenaren	=	twentenaar
twenter	noun	tweejarig dier zoals een veulen of kalf
twenters	=	twenter
twentertje	=	twenter
twentertjes	=	twenter
twenthsch	=	twents
twentisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Twents of gevormd naar Twents voorbeeld
twentismen	=	twentisme
twents	adj	betrekking hebbend op Twente
twentsch	=	twents
twentse	=	twents
twentser	=	twents
twentsere	=	twents
twentsers	=	twents
twentst	=	twents
twentste	=	twents
twerk	=	twerken
twerke	=	twerken
twerken	verb	dansen van een bepaalde seksueel suggestieve dansstijl waarbij men de heupen naar achter gooit en de billen schudt
twerkend	=	twerken
twerkende	=	twerken
twerkt	=	twerken
twerkte	=	twerken
twerkten	=	twerken
twexcursie	noun	excurise waarvoor mensen zich via Twitter kunnen opgeven
twexcursies	=	twexcursie
twexcursietje	=	twexcursie
twexcursietjes	=	twexcursie
twexit	intj	afscheidsgroet op Twitter
twibbatical	noun	rustperiode waarin men geen Twitterberichten post
twibbaticals	=	twibbatical
twijfel	noun	innerlijke staat van onzekerheid ten aanzien van wat men in een gegeven situatie moet beslissen
twijfelaar	noun	iemand die twijfelt
twijfelaars	=	twijfelaar
twijfelaartje	=	twijfelaar
twijfelaartjes	=	twijfelaar
twijfelachtig	adj	met een gevoel van onzekerheid over de morele juistheid
twijfelachtige	=	twijfelachtig
twijfelachtiger	=	twijfelachtig
twijfelachtigere	=	twijfelachtig
twijfelachtigers	=	twijfelachtig
twijfelachtigs	=	twijfelachtig
twijfelachtigst	=	twijfelachtig
twijfelachtigste	=	twijfelachtig
twijfelde	=	twijfelen
twijfelden	=	twijfelen
twijfele	=	twijfelen
twijfelen	verb	~ tussen: op twee gedachten hinken
twijfelend	=	twijfelen
twijfelende	=	twijfelen
twijfelgeval	noun	een situatie of entiteit waarover getwijfeld wordt
twijfelgevallen	=	twijfelgeval
twijfelgevalletje	=	twijfelgeval
twijfelgevalletjes	=	twijfelgeval
twijfelkont	noun	iemand die altijd loopt te twijfelen, een twijfelaar
twijfelkonten	=	twijfelkont
twijfelkontje	=	twijfelkont
twijfelkontjes	=	twijfelkont
twijfelloos	adj	zonder twijfel
twijfelloost	=	twijfelloos
twijfellooste	=	twijfelloos
twijfelloze	=	twijfelloos
twijfellozer	=	twijfelloos
twijfellozere	=	twijfelloos
twijfellozers	=	twijfelloos
twijfelmoedig	adj	besluiteloos, onzeker, en aarzelend bij het nemen van een beslissing
twijfels	=	twijfel
twijfelscharrel	noun	een relatiestadium tussen de onenightstand en de scharrel, een twijfelachtige scharrel, een scharrel waarover je twijfelt of je met deze persoon verder wilt of niet
twijfelscharrels	=	twijfelscharrel
twijfelt	=	twijfelen
twijfeltelefoon	noun	telfefonische adviesdienst over het wel of niet nemen van een coronavaccinatie
twijfeltelefoons	=	twijfeltelefoon
twijfeltje	=	twijfel
twijfeltjes	=	twijfel
twijfeltrucker	noun	een vrachtwagenchauffeur die door gebrekkige bewegwijzering en omleidingsroutes moeite heeft de weg te vinden en daardoor een onzekere rijstijl heeft
twijfeltruckers	=	twijfeltrucker
twijfeltruckertje	=	twijfeltrucker
twijfeltruckertjes	=	twijfeltrucker
twijg	noun	een dun buigzaam takje van een boom of struik
twijgdoornsnavel	noun	Acanthiza lineata een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
twijgdoornsnavels	=	twijgdoornsnavel
twijgdoornsnaveltje	=	twijgdoornsnavel
twijgdoornsnaveltjes	=	twijgdoornsnavel
twijgen	adj	gemaakt van twijgen
twijgenboktor	noun	Anaesthetis testacea een keversoort uit de familie boktorren (Cerambycidae).
twijgenboktorren	=	twijgenboktor
twijgenboktorretje	=	twijgenboktor
twijgenboktorretjes	=	twijgenboktor
twijgje	=	twijg
twijgjes	=	twijg
twijgkorstzwam	noun	Stereum ochraceoflavum een schimmel uit de familie Stereaceae.
twijgkorstzwammen	=	twijgkorstzwam
twijgkorstzwammetje	=	twijgkorstzwam
twijgkorstzwammetjes	=	twijgkorstzwam
twijgschotelkorst	noun	Lecanora confusa een korstmos uit de familie Lecanoraceae.
twijgschotelkorsten	=	twijgschotelkorst
twijgschotelkorstje	=	twijgschotelkorst
twijgschotelkorstjes	=	twijgschotelkorst
twijgschoteltje	noun	Calycina vulgaris een schimmel behorend tot de familie Pezizellaceae.
twijgschoteltjes	=	twijgschoteltje
twijguitbreekkogeltje	noun	Diaporthe decorticans een schimmel behorend tot de familie Diaporthaceae.
twijguitbreekkogeltjes	=	twijguitbreekkogeltje
twijgvlekje	noun	Arthonia punctiformis een niet-gelicheniseerde ascomyceet behorend tot de familie Arthoniaceae.
twijgvlekjes	=	twijgvlekje
twijn	=	twijnen
twijnde	=	twijnen
twijnden	=	twijnen
twijne	=	twijnen
twijnen	verb	het om elkaar heen draaien van meerdere enkelvoudige draadjes, dubbelen
twijnend	=	twijnen
twijnende	=	twijnen
twijnt	=	twijnen
twill	noun	manier van weven
twinkel	=	twinkelen
twinkelde	=	twinkelen
twinkelden	=	twinkelen
twinkele	=	twinkelen
twinkelen	verb	van een helder lichtje dat het snel aan en uitgaat zoals bij een ster
twinkelend	=	twinkelen
twinkelende	=	twinkelen
twinkeling	noun	weerspiegeling van licht
twinkelingen	=	twinkeling
twinkelingetje	=	twinkeling
twinkelingetjes	=	twinkeling
twinkelt	=	twinkelen
twinset	noun	dun dames truitje met een bijpassend vest
twinsetje	=	twinset
twinsetjes	=	twinset
twinsets	=	twinset
twintig	num	"20", het getal tussen negentien en eenentwintig, twee maal tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 20 is aangeduid
twintigdaags	adj	om de twintig dagen
twintigdaagse	=	twintigdaags
twintigduizend	num	20.000
twintigduizendste	adj	nummer twintigduizend in een rij
twintiger	noun	mensen met een leeftijd tussen de 20 en 30
twintigers	=	twintiger
twintigertje	=	twintiger
twintigertjes	=	twintiger
twintigeurobiljet	noun	een bankbiljet ter waarde van twintig euro
twintigeurobiljetje	=	twintigeurobiljet
twintigeurobiljetjes	=	twintigeurobiljet
twintigeurobiljetten	=	twintigeurobiljet
twintighoek	noun	meetkundige figuur met twintig hoeken
twintighoeken	=	twintighoek
twintighoekje	=	twintighoek
twintighoekjes	=	twintighoek
twintigjaarlijks	adj	eens in de 20 jaar plaatsvindend
twintigjaarlijkse	=	twintigjaarlijks
twintigjarig	adj	20 jaren durend
twintigjarige	noun	levend wezen dat 20 jaar oud is of iets dat 20 jaar bestaat
twintigjarigen	=	twintigjarige
twintigjarigs	=	twintigjarig
twintigje	noun	biljet met de waarde van twintig eenheden van een valuta, meestal 20 euro
twintigjes	=	twintigje
twintigmaal	adv	met twintig herhalingen, in twintig gevallen
twintigs	=	twintig
twintigste	adj	nummer twintig in een rij
twintigste-eeuwer	noun	iemand die in de twintigste eeuw (1901 tot en met 2000) heeft geleefd
twintigste-eeuwers	=	twintigste-eeuwer
twintigste-eeuwertje	=	twintigste-eeuwer
twintigste-eeuwertjes	=	twintigste-eeuwer
twintigste-eeuws	adj	van de twintigste-eeuw
twintigste-eeuwse	=	twintigste-eeuws
twintigtal	noun	welgeteld twintig
twintigtallen	=	twintigtal
twintigtalletje	=	twintigtal
twintigtalletjes	=	twintigtal
twintigvlak	noun	lichaam dat door twintig vlakken wordt begrensd
twintigvlakje	=	twintigvlak
twintigvlakjes	=	twintigvlak
twintigvlakken	=	twintigvlak
twintigvleklieveheersbeestje	noun	Sospita vigintiguttata een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
twintigvleklieveheersbeestjes	=	twintigvleklieveheersbeestje
twintigvoudig	adj	twintig keer zoveel, twintig keer zo groot
twintigvoudige	=	twintigvoudig
twintigvoudigs	=	twintigvoudig
twintigwekenecho	noun	echografie die wordt gemaakt bij een zwangerschapsduur van 20 weken
twintigwekenecho's	=	twintigwekenecho
twintigwekenechootje	=	twintigwekenecho
twintigwekenechootjes	=	twintigwekenecho
twist	noun	een langdurig geschil
twistappel	noun	iets waar mensen of groepen van mensen ruzie over hebben / de aanleiding tot tweedracht
twistappels	=	twistappel
twistappeltje	=	twistappel
twiste	=	twisten
twisten	verb	onenigheid hebben
twistend	=	twisten
twistende	=	twisten
twister	noun	iemand die de twist danst
twisters	=	twister
twistgeding	noun	een gerechtelijke procedure waarbij twee of meer partijen een juridisch geschil uitvechten voor een rechter.
twistgedingen	=	twistgeding
twistgedingetje	=	twistgeding
twistgedingetjes	=	twistgeding
twistgesprek	noun	gesprek waarbij men ergens over twist
twistgesprekje	=	twistgesprek
twistgesprekjes	=	twistgesprek
twistgesprekken	=	twistgesprek
twistgierig	adj	dat iemand zeer geneigd is om ruzie, strijd of onenigheid te maken
twistgierige	=	twistgierig
twistgieriger	=	twistgierig
twistgierigere	=	twistgierig
twistgierigers	=	twistgierig
twistgierigs	=	twistgierig
twistgierigst	=	twistgierig
twistgierigste	=	twistgierig
twistje	=	twist
twistjes	=	twist
twistpunt	noun	punt waarover getwist wordt
twistpunten	=	twistpunt
twistpuntje	=	twistpunt
twistpuntjes	=	twistpunt
twistte	=	twisten
twistten	=	twisten
twistziek	adj	op een ziekelijke manier behoefte hebbend om ruzie te maken
twistzieke	=	twistziek
twistzieker	=	twistziek
twistziekere	=	twistziek
twistziekers	=	twistziek
twistzieks	=	twistziek
twistziekst	=	twistziek
twistziekste	=	twistziek
twistzoeker	noun	persoon die graag en veel ruzie maakt
twistzoekers	=	twistzoeker
twistzoekertje	=	twistzoeker
twistzoekertjes	=	twistzoeker
twitcher	noun	een type vogelaar dat zich sterk richt op het actief zoeken naar en spotten van zeldzame vogelsoorten
twitchers	=	twitcher
twitter	noun	bericht verstuurd via Twitter
twitteraar	noun	iemand die twittert
twitteraars	=	twitteraar
twitteraarster	noun	vrouw die berichten post op Twitter; vrouw die gebruikmaakt van Twitter
twitteraarsters	=	twitteraarster
twitteraartje	=	twitteraar
twitteraartjes	=	twitteraar
twitteraccount	noun	naam waarmee iets of iemand zich op het sociale netwerk Twitter presenteert
twitteraccounts	=	twitteraccount
twitteractie	noun	een actie die via het sociale media platform (nu X) wordt georganiseerd om deelname te stimuleren, bijvoorbeeld door het geven van korting of de kans op een prijs, door volgers te vragen om een bericht te delen of een account te volgen.
twitteracties	=	twitteractie
twitteractietje	=	twitteractie
twitteractietjes	=	twitteractie
twitteractiviteit	noun	activiteit die met behulp van Twitter wordt geörganiseerd; activiteit waar men zich via Twitter voor kan opgeven
twitteractiviteiten	=	twitteractiviteit
twitteratuur	noun	literair werk dat verkort wordt weergegeven in van maximaal 20 twitterberichten
twitterbericht	noun	bericht dat men verstuurt via of plaatst op het internetforum Twitter
twitterberichten	=	twitterbericht
twitterberichtje	=	twitterbericht
twitterberichtjes	=	twitterbericht
twitterde	=	twitteren
twitterden	=	twitteren
twittere	=	twitteren
twitteren	verb	twinkelend schitteren
twitterend	=	twitteren
twitterende	=	twitteren
twitterexcursie	noun	excurise waarvoor mensen zich via Twitter kunnen opgeven
twitterexcursies	=	twitterexcursie
twitterexcursietje	=	twitterexcursie
twitterexcursietjes	=	twitterexcursie
twitterhuwelijk	noun	een huwelijk dat volledig georganiseerd en gesponsord is via Twitter
twitterhuwelijken	=	twitterhuwelijk
twitterpagina	noun|historical	webpagina van het voormalige berichtenforum Twitter
twitterpagina's	=	twitterpagina
twitterpaginaatje	=	twitterpagina
twitterpaginaatjes	=	twitterpagina
twitters	=	twitter
twitterspreekuren	=	twitterspreekuur
twitterspreekuur	noun	spreekuur met een deskundige via Twitter
twittert	=	twitteren
twittertje	=	twitter
twittertjes	=	twitter
twittervirologe	noun	vrouwelijke leek op het gebied van de virologie die berichten op Twitter zet die berichten van echte virologen tegenspreken
twittervirologen	=	twitterviroloog
twittervirologes	=	twittervirologe
twitterviroloog	noun	leek op het gebied van de virologie die berichten op Twitter zet die berichten van echte virologen tegenspreken
twittervolger	noun	gebruiker van de netwerksite Twitter die zich heeft aangemeld om daar alle berichten te zien die een bepaalde andere gebruiker publiceert Deze site draagt sinds het najaar van 2023 de naam X
twittervolgers	=	twittervolger
twitterwandeling	noun	wandeling waarvoor de deelnemers zich via Twitter kunnen aanmelden
twitterwandelingen	=	twitterwandeling
twitterwandelingetje	=	twitterwandeling
twitterwandelingetjes	=	twitterwandeling
twittie	noun	ruzieachtige discussie op Twitter
twitties	=	twittie
twix	noun	het op hetzelfde moment allebei hetzelfde zeggen
two-seater	=	twoseater
twoseater	noun	voertuig met twee zitplaatsen
twoseaters	=	twoseater
twoseatertje	=	twoseater
twoseatertjes	=	twoseater
twostep	noun	ballroom dans en de daarbij behorende muziek
tyapar	noun	scheuten van de ontkiemde mungboon of katjang idjo Vigna radiata
tycoon	noun	een rijk iemand die een groot deel van een bepaalde bedrijfstak in handen heeft
tycoons	=	tycoon
tycoontje	=	tycoon
tycoontjes	=	tycoon
tyd	=	tijd
tydt	=	tijd
tyfoon	noun	een hevige wervelstorm in de Chinese Zee en de Stille Oceaan die ontstaat uit een tropische depressie
tyfoons	=	tyfoon
tyfoontje	=	tyfoon
tyfoontjes	=	tyfoon
tyfus	noun	een verzamelnaam voor een aantal ernstige epidemische ziekten
tyfusgrappig	adj	heel erg grappig
tyfusgrappige	=	tyfusgrappig
tyfusgrappiger	=	tyfusgrappig
tyfusgrappigere	=	tyfusgrappig
tyfusgrappigers	=	tyfusgrappig
tyfusgrappigs	=	tyfusgrappig
tyfusgrappigst	=	tyfusgrappig
tyfusgrappigste	=	tyfusgrappig
tyfushond	noun	erg minderwaardig persoon
tyfushonden	=	tyfushond
tyfushondje	=	tyfushond
tyfushondjes	=	tyfushond
tyfuslijder	noun	iemand die lijdt aan tyfus
tyfuslijders	=	tyfuslijder
tyfuslijdertje	=	tyfuslijder
tyfuslijer	=	tyfuslijder
tyfuszooi	noun|vulgar	puinhoop, narigheid
tygerin	=	tijgerin
tyltylscholen	=	tyltylschool
tyltylschool	noun	school voor meervoudig (zowel lichamelijk als verstandelijk) gehandicapte kinderen
tyltylschooltje	=	tyltylschool
tyltylschooltjes	=	tyltylschool
tympanie	noun	overmatige gasophoping in de buik
tympanum	noun	trommelholte van het oor, het middenoor
typ	=	typen
typcursus	noun	een opleiding of training waarin je leert om snel, blind en met tien vingers op een toetsenbord te typen
typcursusje	=	typcursus
typcursusjes	=	typcursus
typcursussen	=	typcursus
typdiploma	noun	een document dat dient als bewijs dat iemand een bepaalde vaardigheid in blind typen beheerst
typdiploma's	=	typdiploma
typdiplomaatje	=	typdiploma
typdiplomaatjes	=	typdiploma
type	noun	door bepaalde karakteristieken herkenbare soort
typeaanduiding	noun	een unieke combinatie van letters en cijfers op een product (auto, elektronica, meel) die specifieke technische kenmerken, modelversies, motorinhoud of uitvoeringen identificeert.
typeaanduidingen	=	typeaanduiding
typeaanduidinkje	=	typeaanduiding
typeaanduidinkjes	=	typeaanduiding
typecast	=	typecasten
typecaste	=	typecasten
typecasten	verb	een bepaalde acteur of actrice altijd een bepaald soort rol laten uitbeelden
typecastend	=	typecasten
typecastende	=	typecasten
typecasting	noun	het uitkiezen van de juiste acteur voor een bepaalde rol (waarvan het publiek denkt dat hij er zo uit zou moeten zien)
typecastings	=	typecasting
typecastte	=	typecasten
typecastten	=	typecasten
typecursus	noun	cursus in het gebruik van een schrijfmachine, vooral in het blind typen
typecursusje	=	typecursus
typecursusjes	=	typecursus
typecursussen	=	typecursus
typediploma	noun	diploma dat men verkrijgt na het afleggen van een typevaardigheidstoets
typediploma's	=	typediploma
typeer	=	typeren
typeerde	=	typeren
typeerden	=	typeren
typeeren	=	typeren
typeerend	=	typerend
typeert	=	typeren
typefout	noun	tikfout, typo, verkeerde letters aanslaan bij typen het gaat dus niet over spellingsfouten en grammaticale fouten
typefoutdomein	noun	een website met een naam die veel lijkt op die van een bekende site en die soms per ongeluk bezocht wordt door mensen die een tikfout hebben gemaakt; met opzet verkeerd gespelde website; de bedoeling van deze websites is de bezoeker te misleiden en te bedriegen
typefoutdomeinen	=	typefoutdomein
typefouten	=	typefout
typefoutje	=	typefout
typefoutjes	=	typefout
typegeit	noun	typiste
typegeiten	=	typegeit
typegeitje	=	typegeit
typegeitjes	=	typegeit
typeles	noun	een les waarbij je leert blind te typen, oftewel met tien vingers typen zonder naar het toetsenbord te kijken
typelesje	=	typeles
typelesjes	=	typeles
typelessen	=	typeles
typelocatie	noun	referentiepunt waar een gesteente of mineraal in ieder geval voorkomt
typelocaties	=	typelocatie
typemachientje	=	typemachine
typemachientjes	=	typemachine
typemachine	noun	een mechanisch apparaat, voorzien van druktoetsen waarmee schrifttekens op papier gezet kunnen worden.
typemachines	=	typemachine
typemachinetje	=	typemachine
typemachinetjes	=	typemachine
typemiep	noun	typiste
typemiepen	=	typemiep
typemiepje	=	typemiep
typemiepjes	=	typemiep
typen	verb	door middel van een toetsenbord gegevens invoeren
typend	=	typen
typende	=	typen
typentheorie	noun	theorie die zich bezig houdt met formele typesystemen en gegevenstypes
typentheorietje	=	typentheorie
typentheorietjes	=	typentheorie
typentheorieën	=	typentheorie
typere	=	typeren
typeren	verb	een kernachtige beschrijving geven
typerend	adj	wat kenmerkend is voor iets of iemand
typerende	=	typeren
typerender	=	typerend
typerendere	=	typerend
typerenders	=	typerend
typerends	=	typerend
typerendst	=	typerend
typerendste	=	typerend
typering	noun	een korte beschrijving van iets of iemand waardoor je kunt weten wat voor iets of iemand het is
typeringen	=	typering
typerinkje	=	typering
typerinkjes	=	typering
types	=	type
typesoort	noun	soort die in de biologische nomenclatuur een vaste, formele koppeling heeft aan een wetenschappelijke naam van een geslacht, ondergeslacht of een soort
typesoorten	=	typesoort
typesoortje	=	typesoort
typesoortjes	=	typesoort
typetje	=	type
typetjes	=	type
typewerk	noun	arbeid die bestaat uit tikken op een toetsenbord
typewerken	=	typewerk
typewerkje	=	typewerk
typewerkjes	=	typewerk
typfout	noun	typefout, tikfout, verkeerde letters aanslaan bij tikken het gaat dus niet over spellingsfouten en grammaticale fouten
typfouten	=	typfout
typfoutje	=	typfout
typfoutjes	=	typfout
typiek	noun	leer betreffende het verleden als voorbeeld voor later
typisch	adj	vreemd, eigenaardig
typische	=	typisch
typischer	=	typisch
typischere	=	typisch
typischers	=	typisch
typischt	=	typisch
typischte	=	typisch
typist	noun	Iemand die typt, tikker, dactylograaf
typiste	noun	Een vrouwelijke typist.
typisten	=	typist
typistes	=	typiste
typistetje	=	typiste
typistetjes	=	typiste
typistje	=	typist
typistjes	=	typist
typles	noun	een les waarbij je leert blind te typen, oftewel met tien vingers typen zonder naar het toetsenbord te kijken
typlesje	=	typles
typlesjes	=	typles
typlessen	=	typles
typmachientje	=	typmachine
typmachientjes	=	typmachine
typmachine	noun	een mechanisch apparaat, voorzien van druktoetsen waarmee schrifttekens op papier gezet kunnen worden.
typmachines	=	typmachine
typmachinetje	=	typmachine
typmachinetjes	=	typmachine
typo	noun	typefout, tikfout, verkeerde letters aanslaan bij tikken; het gaat dus niet over spellingsfouten en grammaticale fouten
typo's	=	typo
typograaf	noun	iemand die zich bezighoudt met het vormgeven, zetten en drukken van teksten
typograafje	=	typograaf
typograafjes	=	typograaf
typografe	noun	vrouwelijke vorm van typograaf
typografen	=	typograaf
typografes	=	typografe
typografie	noun	boekdrukkunst
typografiek	noun	afbeeldingen die afzonderlijk met een drukpers worden vermenigvuldigd en waarin letters als beeldend element worden gebruikt
typografies	=	typografie
typografietje	=	typografie
typografieën	=	typografie
typografisch	adj	betrekking hebbend op het uiterlijk en maatvoering van drukwerk (de typografie)
typografische	=	typografisch
typografischer	=	typografisch
typografischere	=	typografisch
typografischers	=	typografisch
typologie	noun	een indeling van een groep personen, beschrijvingen, objecten op basis van (een aantal) kenmerken
typologieën	=	typologie
typologisch	adj	betrekking hebbend op de typologie
typologische	=	typologisch
typologischer	=	typologisch
typologischere	=	typologisch
typologischers	=	typologisch
typootje	=	typo
typootjes	=	typo
typoscript	noun	een uitgetypte versie van een boek of ander geschrift
typoscripten	=	typoscript
typt	=	typen
typte	=	typen
typten	=	typen
typwerk	noun	arbeid die bestaat uit het tikken op een toetsenbord
typwerken	=	typwerk
typwerkje	=	typwerk
typwerkjes	=	typwerk
tyranniek	=	tiranniek
tyrannosaurus	noun	een geslacht Tyrannosaurus van uitgestorven vleesetende theropode dinosauriërs.
tyrannosaurussen	=	tyrannosaurus
tyroliet	noun	een calciumkoperarsenaat-carbonaat dat glazige blauwgroene orthorombische radiale kristallen en botryoïdale massa's vormt
tyrosine	noun	een proteïnogeen aminozuur
tyrosinen	=	tyrosine
tyrosines	=	tyrosine
tyt	=	tijd
tyuku	noun	smeergeld, steekpenningen
tyuku's	=	tyuku
tyuri	noun	sissend geluid dat afkeuring of minachtig uitdrukt
tyuri's	=	tyuri
tzatziki	noun	saus van knoflook, yoghurt en komkommer met diverse kruiden
tzatziki's	=	tzatziki
tzompantli	noun	een rek waarop de schedels van mensenoffers publiekelijk tentoongesteld werden
táblet	=	tablet
tête-à-tête	noun	onderonsje van twee personen
tête-à-têtes	=	tête-à-tête
tòch	=	toch
tóch	=	toch
tölt	=	tölten
tölte	=	tölten
tölten	verb	een bepaalde manier van voortbewegen van een paard
töltend	=	tölten
töltende	=	tölten
töltte	=	tölten
töltten	=	tölten
u	pron	tweede persoon enkelvoud en meervoud formeel	noun	de eenentwintigste letter van het alfabet Zie ook het artikel over de letter u op Wikipedia.
u's	=	u
u'tje	=	u
u'tjes	=	u
u-bocht	noun	bocht van 180°
u-bochtconstructie	noun	opzet met een of meer tussenstappen die bedoeld zijn om maatregelen van de overheid te omzeilen
u-bochtconstructies	=	u-bochtconstructie
u-bochten	=	u-bocht
u-bochtje	=	u-bocht
u-bochtjes	=	u-bocht
u-boot	noun	onderzeeër, duikboot
u-bootje	=	u-boot
u-bootjes	=	u-boot
u-boten	=	u-boot
u-vormig	adj	met twee evenwijdige langgerekte delen, die met een boog van 180° in elkaar overgaan; de vorm van een U hebbend
u-vormige	=	u-vormig
u-vormiger	=	u-vormig
u-vormigere	=	u-vormig
u-vormigers	=	u-vormig
u-vormigs	=	u-vormig
u-vormigst	=	u-vormig
u-vormigste	=	u-vormig
ua-poumonarch	noun	Pomarea mira een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
ua-poumonarchen	=	ua-poumonarch
ua-poumonarchje	=	ua-poumonarch
ua-poumonarchjes	=	ua-poumonarch
ub	noun	universiteitsbibliotheek
ub's	=	ub
uberisering	noun	tendens dat niet-beroepsbeoefenaars bepaalde diensten goedkoper aanbieden dan professionele beroepsbeoefenaars
uberiseringen	=	uberisering
ubiquitine	noun	eiwit dat in de cel een belangrijke rol speel bij het aanpassen en afbreken van andere eiwitten
ubiquitinen	=	ubiquitine
ubiquitines	=	ubiquitine
ucayalibladspeurder	noun	Syndactyla ucayalae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
ucayalibladspeurders	=	ucayalibladspeurder
ucayalibladspeurdertje	=	ucayalibladspeurder
ucayalibladspeurdertjes	=	ucayalibladspeurder
ucayalimiervogel	noun	Oneillornis lunulatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
ucayalimiervogels	=	ucayalimiervogel
ucayalimiervogeltje	=	ucayalimiervogel
ucayalimiervogeltjes	=	ucayalimiervogel
ud	noun	universitair docent
ud's	=	ud
udometer	noun|obsolete	toestel om te bepalen hoeveel neerslag er in een bepaalde periode op een bepaald plaats is gevallen
udometers	=	udometer
udzungwa-franjeaap	noun	Piliocolobus gordonorum primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
udzungwa-franjeaapje	=	udzungwa-franjeaap
udzungwa-franjeaapjes	=	udzungwa-franjeaap
udzungwa-franjeapen	=	udzungwa-franjeaap
udzungwabospatrijs	noun	Xenoperdix udzungwensis een hoendervogel uit het geslacht Xenoperdix.
udzungwabospatrijsje	=	udzungwabospatrijs
udzungwabospatrijsjes	=	udzungwabospatrijs
udzungwabospatrijzen	=	udzungwabospatrijs
udzungwaslurfhondje	noun	Rhynchocyon udzungwensis een springspitsmuis uit het geslacht der slurfhondjes (Rhynchocyon), die voorkomt in het Udzungwagebergte in Tanzania
udzungwaslurfhondjes	=	udzungwaslurfhondje
ufarsin	verb	gebroken
ufo	noun	vliegend voorwerp waarvan de identiteit niet bekend is
ufo's	=	ufo
ufo-onderzoek	noun	het onderzoek dat gedaan wordt naar vliegende voorwerpen waarvan de identiteit niet bekend is, maar waarvan sommigen vermoeden dat ze van buitenaardse origine zijn
ufo-onderzoeken	=	ufo-onderzoek
ufo-onderzoekje	=	ufo-onderzoek
ufo-onderzoekjes	=	ufo-onderzoek
ufomelding	noun	een rapportage van een Unidentified Flying Object (Ongeïdentificeerd Vliegend Voorwerp), vaak afgekort als UFO. Het betekent dat iemand iets in de lucht heeft waargenomen dat op het moment van zien niet direct geïdentificeerd kan worden als een bekend object, zoals een vliegtuig, vogel, of satellie
ufomeldingen	=	ufomelding
ufomeldinkje	=	ufomelding
ufomeldinkjes	=	ufomelding
ufootje	=	ufo
ufootjes	=	ufo
ugallaral	noun	Sarothrura lugens een vogel uit de familie Sarothruridae.
ugallarallen	=	ugallaral
ugallaralletje	=	ugallaral
ugallaralletjes	=	ugallaral
ugandees	noun	een inwoner van Oeganda (ook Uganda)	adj	op Oeganda (ook Uganda) betrekking hebbend
ugandeest	=	ugandees
ugandeeste	=	ugandees
ugandese	noun	een vrouwelijke inwoner van Oeganda (ook Uganda)
ugandesen	=	ugandese
ugandeser	=	ugandees
ugandesere	=	ugandees
ugandesers	=	ugandees
ugandezen	=	ugandees
ugli	noun	een pompelmoes-mandarijnkruising (Citrus reticulata × Citrus paradisi), die eruitziet als een pompelmoes met een ruwe, pokdalige schil
ugli's	=	ugli
uh	intj	een uiting die enige aarzeling aangeeft
uhd	noun	laatste dag waarop bederfelijke producten nog veilig gebruikt kunnen worden Wettelijk moet deze dag op de verpakking worden vermeld met de aanduiding "te gebruiken tot".	adj	voor bewegende beelden in een resolutie van minstens 3840×2160 pixels
uhd's	=	uhd
uheheklauwier	noun	Lanius collaris marwitzi een vogel uit de familie der klauwieren (Laniidae).
uheheklauwieren	=	uheheklauwier
uheheklauwiertje	=	uheheklauwier
uheheklauwiertjes	=	uheheklauwier
uhf	noun	frequentieband voor telecommunicatie, van 300 tot 3000 MHz
uhf-antenne	noun	een antenne voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische straling in het frequentiegebied van 300 - 3000 MHz
uhf-antennes	=	uhf-antenne
uhf-antennetje	=	uhf-antenne
uhf-antennetjes	=	uhf-antenne
uhm	intj	uiting die tijd om na te denken invult, voorafgaand aan een reactie of voortzetting daarvan
uht-melk	noun	koemelk die enkele seconden sterk is verhit tot 135-150 °C en daardoor langer houdbaar is dan bij gewone pasteurisatie (15 seconden bij 72 °C) zonder het smaakverlies bij sterilisatie (minutenlang boven 100 °C)
ui	noun	bepaald eetbaar bolgewas, Allium cepa
ui's	=	ui
ui'tje	=	ui
ui'tjes	=	ui
uiachtig	adj	lijkend op ui; met dezelfde smaak als ui
uiachtige	=	uiachtig
uiachtiger	=	uiachtig
uiachtigere	=	uiachtig
uiachtigers	=	uiachtig
uiachtigs	=	uiachtig
uiachtigst	=	uiachtig
uiachtigste	=	uiachtig
uien	=	ui
uienbed	noun	deel van een moestuin waarin uien zijn geplant
uienbedden	=	uienbed
uienbedje	=	uienbed
uienbedjes	=	uienbed
uienbroden	=	uienbrood
uienbrood	noun	brood met een warm, gesmolten beleg van ui en kaas
uienbroodje	=	uienbrood
uienbroodjes	=	uienbrood
uiencake	noun	hartig zacht gebak waarin ajuinen, de bollen van Allium cepa, zijn verwerkt
uiencakes	=	uiencake
uiengeur	noun	geur van uien
uiengeuren	=	uiengeur
uiengeurtje	=	uiengeur
uiengeurtjes	=	uiengeur
uienkam	noun	klein stuk keukengerei dat helpt bij het snijden van een ui
uienkammen	=	uienkam
uienkammetje	=	uienkam
uienkammetjes	=	uienkam
uienkoepel	noun	een spits toelopende, bolvormige bekroning van een toren
uienkoepels	=	uienkoepel
uienkoepeltje	=	uienkoepel
uienkoepeltjes	=	uienkoepel
uienkruier	noun	plat, breed stokbrood met uien en kaas
uienkruiers	=	uienkruier
uienkruiertje	=	uienkruier
uienkruiertjes	=	uienkruier
uienloof	noun	de groene bladeren van een uienplant
uienlucht	noun	een sterke geur van uien
uienluchten	=	uienlucht
uienluchtje	=	uienlucht
uienluchtjes	=	uienlucht
uienoogst	noun	het van het land halen van verbouwde uien
uienoogsten	=	uienoogst
uienoogstje	=	uienoogst
uienoogstjes	=	uienoogst
uienplant	noun	Allium cepa plant die men teelt voor de eetbare bollen
uienplanten	=	uienplant
uienplantje	=	uienplant
uienplantjes	=	uienplant
uienring	noun	gesneden ui zodanig dat er ringen zijn ontstaan
uienringen	=	uienring
uiensap	noun	het vocht dat vrijkomt bij het persen of koken van uien
uiensaus	noun	een saus gemaakt van uien en met de smaak van uien
uiensausen	=	uiensaus
uiensauzen	=	uiensaus
uienschil	noun	een van de buitenste lagen van een ui die meestal niet gegeten worden
uienschillen	=	uienschil
uienschilletje	=	uienschil
uienschilletjes	=	uienschil
uiensmaak	noun	met de smaak van uien
uiensnijder	noun	apparaat om uien fijn te snijden
uiensnijders	=	uiensnijder
uiensoep	noun	een uit uien bereide soep
uiensoepen	=	uiensoep
uiensoepje	=	uiensoep
uiensoepjes	=	uiensoep
uientaart	noun	hartig gebak waarin ajuinen, de bollen van Allium cepa, zijn verwerkt
uientaarten	=	uientaart
uientaartje	=	uientaart
uientaartjes	=	uientaart
uienteelt	noun	het kweken van uien
uienteelten	=	uienteelt
uienvlieg	noun	Delia antiqua een vlieg uit de familie van de bloemvliegen (Anthomyiidae) waarvan de larve allium-soorten zoals ui en prei aantast
uienvliegen	=	uienvlieg
uier	noun	de melkklier van een herkauwer
uierboord	noun	vlees van de uier van een koe
uierboorden	=	uierboord
uiercel	noun	een volwassen cel van de uier van een zoogdier
uiercellen	=	uiercel
uierontsteking	noun	een ontsteking van de melkklier bij melkgevende dieren, zoals koeien, schapen en geiten.
uierontstekingen	=	uierontsteking
uierontstekinkje	=	uierontsteking
uierontstekinkjes	=	uierontsteking
uiers	=	uier
uiertje	=	uier
uiertjes	=	uier
uierzalf	noun	zalf die van oorsprong bedoeld is om uiers en spenen van melkkoeien in goede conditie te houden maar die voor veel meer kan worden gebruikt
uierzalven	=	uierzalf
uiig	adj	smakend of ruikend naar ui
uiige	=	uiig
uiiger	=	uiig
uiigere	=	uiig
uiigers	=	uiig
uiigs	=	uiig
uiigst	=	uiig
uiigste	=	uiig
uil	noun	benaming voor vogels uit de orde Strigiformes, roofvogels die vooral 's nachts jagen; onderverdeeld in twee families: Strigidae en Tytonidae
uilachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van uil
uilachtige	=	uilachtig
uilachtiger	=	uilachtig
uilachtigere	=	uilachtig
uilachtigers	=	uilachtig
uilachtigs	=	uilachtig
uilachtigst	=	uilachtig
uilachtigste	=	uilachtig
uilen	noun	Noctuidae een familie van vlinders uit de superfamilie Noctuoidea.
uilenbal	noun	een ronde of ovale brok materiaal dat bestaat uit de onverteerde resten van dieren die door een uil zijn gegeten
uilenballen	=	uilenbal
uilenballetje	=	uilenbal
uilenballetjes	=	uilenbal
uilenbol	noun	zeer dom persoon
uilenbollen	=	uilenbol
uilenbolletje	=	uilenbol
uilenbolletjes	=	uilenbol
uilenbord	noun	driehoekig schot boven een trapeziumvormig eindschild van een schilddak
uilenborden	=	uilenbord
uilenbordje	=	uilenbord
uilenbordjes	=	uilenbord
uilenbril	noun	bril met een dik montuur en ronde glazen
uilenbrillen	=	uilenbril
uilenbrilletje	=	uilenbril
uilenbrilletjes	=	uilenbril
uilencafé	noun	horecagelegenheid waarin uilen aanwezig zijn
uilencafés	=	uilencafé
uilenkiek	noun	zeer dom persoon
uilenkieken	=	uilenkiek
uilenkiekje	=	uilenkiek
uilenkiekjes	=	uilenkiek
uilenkop	noun	sukkel, domkop
uilenkopmeerkat	noun	Cercopithecus hamlyni een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus)
uilenkopmeerkatje	=	uilenkopmeerkat
uilenkopmeerkatjes	=	uilenkopmeerkat
uilenkopmeerkatten	=	uilenkopmeerkat
uilenkoppen	=	uilenkop
uilenogen	=	uilenoog
uilenoog	noun	oog van een uil
uilenoogje	=	uilenoog
uilenoogjes	=	uilenoog
uilenspiegel	noun	grapjurk
uilenspiegels	=	uilenspiegel
uilenspiegeltje	=	uilenspiegel
uilenspiegeltjes	=	uilenspiegel
uilenstekelrat	noun	Carterodon sulcidens knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
uilenstekelratje	=	uilenstekelrat
uilenstekelratjes	=	uilenstekelrat
uilenstekelratten	=	uilenstekelrat
uilenzeik	noun|informal	gruwelijk slechte koffie, of bier
uilig	adj	wat dom
uilige	=	uilig
uiliger	=	uilig
uiligere	=	uilig
uiligers	=	uilig
uiligs	=	uilig
uiligst	=	uilig
uiligste	=	uilig
uilnachtzwaluw	noun	Podargus strigoides een vogel uit de familie van de kikkerbekken (Podargidae).
uilnachtzwaluwen	noun	een geslacht Podargus van vogels uit de familie kikkerbekken (Podargidae)
uilnachtzwaluwtje	=	uilnachtzwaluw
uilnachtzwaluwtjes	=	uilnachtzwaluw
uilskop	noun|informal	dom persoon
uilskopje	=	uilskop
uilskopjes	=	uilskop
uilskoppen	=	uilskop
uilskuiken	noun	het jong van een uil
uilskuikens	=	uilskuiken
uilskuikentje	=	uilskuiken
uilskuikentjes	=	uilskuiken
uiltje	noun	benaming voor nachtvlinders uit de familie van de uilen (Noctuidae)
uiltjes	=	uil
uimengsel	noun	een mix met uien
uimengsels	=	uimengsel
uimengseltje	=	uimengsel
uimengseltjes	=	uimengsel
uintachipmunk	noun	Tamias umbrinus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
uintachipmunkje	=	uintachipmunk
uintachipmunkjes	=	uintachipmunk
uintachipmunks	=	uintachipmunk
uintagrondeekhoorn	noun	Spermophilus armatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
uintagrondeekhoorns	=	uintagrondeekhoorn
uintagrondeekhoorntje	=	uintagrondeekhoorn
uintagrondeekhoorntjes	=	uintagrondeekhoorn
uisnipper	noun	stukje ui dat ontstaan als men een ui snijdt
uisnippers	=	uisnipper
uisnippertje	=	uisnipper
uisnippertjes	=	uisnipper
uit	adj	niet aan, stand van een apparaat.	prep	geeft aan van welke plaats iets komt.
uit-en-te-na	adv	op uitputtende wijze
uit-en-ter-na	adv	op uitputtende wijze
uitadem	=	uitademen
uitademde	=	uitademen
uitademden	=	uitademen
uitademe	=	uitademen
uitademen	verb	adem uitblazen
uitademend	=	uitademen
uitademende	=	uitademen
uitademing	noun	het uitademen
uitademingen	=	uitademing
uitademingetje	=	uitademing
uitademt	=	uitademen
uitat	=	uiteten
uitaten	=	uiteten
uitbaat	=	uitbaten
uitbaatster	noun	vrouw die een horeca-onderneming runt
uitbaatsters	=	uitbaatster
uitbaatte	=	uitbaten
uitbaatten	=	uitbaten
uitbagger	=	uitbaggeren
uitbaggerde	=	uitbaggeren
uitbaggerden	=	uitbaggeren
uitbaggere	=	uitbaggeren
uitbaggeren	verb	uitdiepen door middel van baggeren
uitbaggerend	=	uitbaggeren
uitbaggerende	=	uitbaggeren
uitbaggert	=	uitbaggeren
uitbak	=	uitbakken
uitbaken	=	uitbakenen
uitbakende	=	uitbakenen
uitbakenden	=	uitbakenen
uitbakene	=	uitbakenen
uitbakenen	verb	de grenzen van iets (met bakens) duidelijke aangeven
uitbakenend	=	uitbakenen
uitbakenende	=	uitbakenen
uitbakent	=	uitbakenen
uitbakke	=	uitbakken
uitbakken	verb	door bakken het vet uit het vlees verwijderen
uitbakkend	=	uitbakken
uitbakkende	=	uitbakken
uitbakt	=	uitbakken
uitbakte	=	uitbakken
uitbakten	=	uitbakken
uitbal	noun	een bal die bij voetbal of andere balsporten buiten het speelveld is geraakt
uitbalanceer	=	uitbalanceren
uitbalanceerde	=	uitbalanceren
uitbalanceerden	=	uitbalanceren
uitbalanceert	=	uitbalanceren
uitbalancere	=	uitbalanceren
uitbalanceren	verb	heel precies het gewicht verdelen zodat het zwaartepunt precies op de gewenste plaat ligt
uitbalancerend	=	uitbalanceren
uitbalancerende	=	uitbalanceren
uitballen	=	uitbal
uitballetje	=	uitbal
uitballetjes	=	uitbal
uitban	=	uitbannen
uitbande	=	uitbannen
uitbanden	=	uitbannen
uitbanne	=	uitbannen
uitbannen	verb	iets uitdrijven of wegjagen
uitbannend	=	uitbannen
uitbannende	=	uitbannen
uitbanning	noun	het afschaffen van iets; het buitensluiten van iets
uitbanningen	=	uitbanning
uitbant	=	uitbannen
uitbarst	=	uitbarsten
uitbarste	=	uitbarsten
uitbarsten	verb	tot een ontploffing komen
uitbarstend	=	uitbarsten
uitbarstende	=	uitbarsten
uitbarsting	noun	een plotselinge en felle uiting van iets
uitbarstingen	=	uitbarsting
uitbarstinkje	=	uitbarsting
uitbarstinkjes	=	uitbarsting
uitbarstte	=	uitbarsten
uitbarstten	=	uitbarsten
uitbate	=	uitbaten
uitbaten	verb	de economische mogelijkheden van iets winstgevend benutten
uitbatend	=	uitbaten
uitbatende	=	uitbaten
uitbater	noun	iemand die een winkel of andere gelegendheid draaiende en open houdt
uitbaters	=	uitbater
uitbatertje	=	uitbater
uitbatertjes	=	uitbater
uitbating	noun	beheer van bezittingen om er voordeel uit te behalen
uitbatingen	=	uitbating
uitbatingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om een bedrijf te laten draaien
uitbatingskosten	noun	geld dat men moet betalen om een bedrijf te laten draaien
uitbazuin	=	uitbazuinen
uitbazuinde	=	uitbazuinen
uitbazuinden	=	uitbazuinen
uitbazuine	=	uitbazuinen
uitbazuinen	verb	bij iedere gelegenheid bekend maken, luidkeels verkondigen
uitbazuinend	=	uitbazuinen
uitbazuinende	=	uitbazuinen
uitbazuint	=	uitbazuinen
uitbeeld	=	uitbeelden
uitbeeldde	=	uitbeelden
uitbeeldden	=	uitbeelden
uitbeelde	=	uitbeelden
uitbeelden	verb	in beeld voorstellen
uitbeeldend	=	uitbeelden
uitbeeldende	=	uitbeelden
uitbeelding	noun	iets dat weergeeft wat zintuigelijk niet waarneembaar is
uitbeeldingen	=	uitbeelding
uitbeeldinkje	=	uitbeelding
uitbeeldinkjes	=	uitbeelding
uitbeeldt	=	uitbeelden
uitbeen	=	uitbenen
uitbeende	=	uitbenen
uitbeenden	=	uitbenen
uitbeent	=	uitbenen
uitbeet	=	uitbijten
uitbehandeld	adj	van een patiënt dat de medische behandeling is voltooid
uitbehandelde	=	uitbehandeld
uitbehandelds	=	uitbehandeld
uitbeitel	=	uitbeitelen
uitbeitelde	=	uitbeitelen
uitbeitelden	=	uitbeitelen
uitbeitele	=	uitbeitelen
uitbeitelen	verb	met een beitel uithakken
uitbeitelend	=	uitbeitelen
uitbeitelende	=	uitbeitelen
uitbeitelt	=	uitbeitelen
uitbene	=	uitbenen
uitbenen	verb	het been uit (het vlees) halen
uitbenend	=	uitbenen
uitbenende	=	uitbenen
uitbener	noun	iemand die de botten verwijderd uit een geslacht dier
uitbeners	=	uitbener
uitbestede	=	uitbesteden
uitbesteden	verb	iets niet zelf doen maar het door een ander laten doen
uitbestedend	=	uitbesteden
uitbestedende	=	uitbesteden
uitbesteding	noun	het uitbesteden
uitbestedingen	=	uitbesteding
uitbestedinkje	=	uitbesteding
uitbestedinkjes	=	uitbesteding
uitbesteed	=	uitbesteden
uitbesteedde	=	uitbesteden
uitbesteedden	=	uitbesteden
uitbesteedt	=	uitbesteden
uitbetaal	=	uitbetalen
uitbetaald	=	uitbetalen
uitbetaalde	=	uitbetalen
uitbetaalden	=	uitbetalen
uitbetaalt	=	uitbetalen
uitbetale	=	uitbetalen
uitbetalen	verb	geld geven om de kosten te voldoen
uitbetalend	=	uitbetalen
uitbetalende	=	uitbetalen
uitbetaling	noun	de actie van het uitbetalen
uitbetalingen	=	uitbetaling
uitbetalinkje	=	uitbetaling
uitbetalinkjes	=	uitbetaling
uitbeten	=	uitbijten
uitbijt	=	uitbijten
uitbijte	=	uitbijten
uitbijten	verb	door een bijtende stof aantasten
uitbijtend	=	uitbijten
uitbijtende	=	uitbijten
uitbijter	noun	uitzondering
uitbijters	=	uitbijter
uitbijtte	=	uitbijten
uitbijtten	=	uitbijten
uitbik	=	uitbikken
uitbikke	=	uitbikken
uitbikken	verb	met een scherp voorwerp iets verwijderen
uitbikkend	=	uitbikken
uitbikkende	=	uitbikken
uitbikt	=	uitbikken
uitbikte	=	uitbikken
uitbikten	=	uitbikken
uitblaas	=	uitblazen
uitblaast	=	uitblazen
uitblaze	=	uitblazen
uitblazen	verb|figurative	bijkomen, op adem komen, uitrusten
uitblazend	=	uitblazen
uitblazende	=	uitblazen
uitbleef	=	uitblijven
uitbleeft	=	uitblijven
uitbleve	=	uitblijven
uitbleven	=	uitblijven
uitblies	=	uitblazen
uitbliest	=	uitblazen
uitblieze	=	uitblazen
uitbliezen	=	uitblazen
uitblijf	=	uitblijven
uitblijft	=	uitblijven
uitblijve	=	uitblijven
uitblijven	verb	ondanks alle verwachting niet optreden
uitblijvend	=	uitblijven
uitblijvende	=	uitblijven
uitblink	=	uitblinken
uitblinke	=	uitblinken
uitblinken	verb	~ in uitzonderljk goed presteren
uitblinkend	=	uitblinken
uitblinkende	=	uitblinken
uitblinker	noun	iemand of iets de heel erg goed is, iemand die beter is dan de rest
uitblinkers	=	uitblinker
uitblinkertje	=	uitblinker
uitblinkertjes	=	uitblinker
uitblinkster	=	uitblinker
uitblinkt	=	uitblinken
uitbloei	=	uitbloeien
uitbloeide	=	uitbloeien
uitbloeiden	=	uitbloeien
uitbloeie	=	uitbloeien
uitbloeien	verb	het verwelken van bloemen na de bloei
uitbloeiend	=	uitbloeien
uitbloeiende	=	uitbloeien
uitbloeiing	noun	een witte, poederachtige waas of kristallaanslag die opduikt op bakstenen muren of beton.
uitbloeiingen	=	uitbloeiing
uitbloeiinkje	=	uitbloeiing
uitbloeiinkjes	=	uitbloeiing
uitbloeit	=	uitbloeien
uitblonk	=	uitblinken
uitblonke	=	uitblinken
uitblonken	=	uitblinken
uitblonkt	=	uitblinken
uitblus	=	uitblussen
uitblusbaar	adj	van iets dat het gedoofd, gestild of tot bedaren gebracht kan worden
uitblusbaarder	=	uitblusbaar
uitblusbaardere	=	uitblusbaar
uitblusbaarders	=	uitblusbaar
uitblusbaars	=	uitblusbaar
uitblusbaarst	=	uitblusbaar
uitblusbaarste	=	uitblusbaar
uitblusbare	=	uitblusbaar
uitblusse	=	uitblussen
uitblussen	verb	een einde maken aan het verbrandingsproces van een brand
uitblussend	=	uitblussen
uitblussende	=	uitblussen
uitblust	=	uitblussen
uitbluste	=	uitblussen
uitblusten	=	uitblussen
uitboek	=	uitboeken
uitboeke	=	uitboeken
uitboeken	verb	officieel een hotel verlaten; boeken als vertrokken
uitboekend	=	uitboeken
uitboekende	=	uitboeken
uitboekt	=	uitboeken
uitboekte	=	uitboeken
uitboekten	=	uitboeken
uitboet	=	uitboeten
uitboete	=	uitboeten
uitboeten	verb	volledig een straf ondergaan of uitzitten, zodat men daarna weer met een schone lei kan beginnen
uitboetend	=	uitboeten
uitboetende	=	uitboeten
uitboette	=	uitboeten
uitboetten	=	uitboeten
uitbogen	=	uitbuigen
uitbol	=	uitbollen
uitbolde	=	uitbollen
uitbolden	=	uitbollen
uitbolle	=	uitbollen
uitbollen	verb	geleidelijk tot stilstand komen doordat de aandrijving is beëindigd
uitbollend	=	uitbollen
uitbollende	=	uitbollen
uitbolt	=	uitbollen
uitboog	=	uitbuigen
uitboor	=	uitboren
uitboorde	=	uitboren
uitboorden	=	uitboren
uitboort	=	uitboren
uitbore	=	uitboren
uitboren	verb	met een boor een gat aanbrengen of ruimer maken
uitborend	=	uitboren
uitborende	=	uitboren
uitborstel	=	uitborstelen
uitborstelde	=	uitborstelen
uitborstelden	=	uitborstelen
uitborstele	=	uitborstelen
uitborstelen	verb	met behulp van een borstel iets schoonmaken of verwijderen
uitborstelend	=	uitborstelen
uitborstelende	=	uitborstelen
uitborstelt	=	uitborstelen
uitbot	=	uitbotten
uitbotte	=	uitbotten
uitbotten	verb	weer beginnen te groeien van bomen en struiken na de winter
uitbottend	=	uitbotten
uitbottende	=	uitbotten
uitbouw	noun	activiteiten om een gebouw groter te maken
uitbouwde	=	uitbouwen
uitbouwden	=	uitbouwen
uitbouwe	=	uitbouwen
uitbouwen	verb	een bestaand gebouw groter maken door er iets aan te bouwen	noun	zelfstandig gebruik van de infinitief
uitbouwend	=	uitbouwen
uitbouwende	=	uitbouwen
uitbouwsel	noun	uitspringend deel van een gebouw, later aangebracht, ter vergroting van de oorspronkelijke ruimte
uitbouwsels	=	uitbouwsel
uitbouwt	=	uitbouwen
uitbouwtje	=	uitbouw
uitbouwtjes	=	uitbouw
uitbraad	=	uitbraden
uitbraadde	=	uitbraden
uitbraadden	=	uitbraden
uitbraadt	=	uitbraden
uitbraak	noun	het plotseling stijgen van een koers op de aandelenmarkt
uitbraakje	=	uitbraak
uitbraakjes	=	uitbraak
uitbraakpoging	noun	poging om te ontsnappen
uitbraakpogingen	=	uitbraakpoging
uitbraakpoginkje	=	uitbraakpoging
uitbraakpoginkjes	=	uitbraakpoging
uitbraaksel	noun	substantie die wordt of werd uitgebraakt
uitbraaksels	=	uitbraaksel
uitbraakseltje	=	uitbraaksel
uitbraakt	=	uitbreken
uitbraakte	=	uitbraken
uitbraakten	=	uitbraken
uitbracht	=	uitbrengen
uitbrachte	=	uitbrengen
uitbrachten	=	uitbrengen
uitbrade	=	uitbraden
uitbraden	verb	het vet eruit braden
uitbradend	=	uitbraden
uitbradende	=	uitbraden
uitbrak	=	uitbreken
uitbrake	=	uitbraken
uitbraken	verb	brakend uitspuwen
uitbrakend	=	uitbraken
uitbrakende	=	uitbraken
uitbrand	=	uitbranden
uitbrandde	=	uitbranden
uitbrandden	=	uitbranden
uitbrande	=	uitbranden
uitbranden	verb	zo volledig afbranden dat alleen de muren resten
uitbrandend	=	uitbranden
uitbrandende	=	uitbranden
uitbrander	noun	hevige berisping
uitbranders	=	uitbrander
uitbrandertje	=	uitbrander
uitbrandertjes	=	uitbrander
uitbranding	noun	het uitbranden
uitbrandingen	=	uitbranding
uitbrandinkje	=	uitbranding
uitbrandinkjes	=	uitbranding
uitbrandt	=	uitbranden
uitbreek	=	uitbreken
uitbreekt	=	uitbreken
uitbreid	=	uitbreiden
uitbreidbaar	adj	uitgebreid kunnend worden
uitbreidbaarder	=	uitbreidbaar
uitbreidbaardere	=	uitbreidbaar
uitbreidbaarders	=	uitbreidbaar
uitbreidbaarheden	=	uitbreidbaarheid
uitbreidbaarheid	noun	het uitbreidbaar zijn
uitbreidbaars	=	uitbreidbaar
uitbreidbaarst	=	uitbreidbaar
uitbreidbaarste	=	uitbreidbaar
uitbreidbare	=	uitbreidbaar
uitbreidde	=	uitbreiden
uitbreidden	=	uitbreiden
uitbreide	=	uitbreiden
uitbreiden	verb	iets een groter oppervlak laten innemen
uitbreidend	adj	in omvang toenemend
uitbreidende	=	uitbreiden
uitbreidends	=	uitbreidend
uitbreiding	noun	het groter worden van iets
uitbreidingen	=	uitbreiding
uitbreidingetje	=	uitbreiding
uitbreidingsplan	noun	voornemen om iets groter te maken dan het was; voornemen om iets te laten groeien
uitbreidingsplannen	=	uitbreidingsplan
uitbreidingsplannetje	=	uitbreidingsplan
uitbreidingsplannetjes	=	uitbreidingsplan
uitbreidinkje	=	uitbreiding
uitbreidinkjes	=	uitbreiding
uitbreidt	=	uitbreiden
uitbreke	=	uitbreken
uitbreken	verb	zichzelf bevrijden uit gevangenschap
uitbrekend	=	uitbreken
uitbrekende	=	uitbreken
uitbreng	=	uitbrengen
uitbrenge	=	uitbrengen
uitbrengen	verb	doen verschijnen, bijvoorbeeld in druk
uitbrengend	=	uitbrengen
uitbrengende	=	uitbrengen
uitbrengt	=	uitbrengen
uitbroed	=	uitbroeden
uitbroedde	=	uitbroeden
uitbroedden	=	uitbroeden
uitbroede	=	uitbroeden
uitbroeden	verb	eieren verwarmen totdat deze uitkomen
uitbroedend	=	uitbroeden
uitbroedende	=	uitbroeden
uitbroeding	noun	het uitbroeden
uitbroedingen	=	uitbroeding
uitbroedinkje	=	uitbroeding
uitbroedinkjes	=	uitbroeding
uitbroedt	=	uitbroeden
uitbroeiing	noun	de witte of grijze waas die ontstaat op poreuze bouwmaterialen, zoals bakstenen of beton.
uitbroeiingen	=	uitbroeiing
uitbroeiinkje	=	uitbroeiing
uitbroeiinkjes	=	uitbroeiing
uitbrul	=	uitbrullen
uitbrulde	=	uitbrullen
uitbrulden	=	uitbrullen
uitbrulle	=	uitbrullen
uitbrullen	verb	door brullen uiten
uitbrullend	=	uitbrullen
uitbrullende	=	uitbrullen
uitbrult	=	uitbrullen
uitbuig	=	uitbuigen
uitbuige	=	uitbuigen
uitbuigen	verb	naar buiten gebogen worden
uitbuigend	=	uitbuigen
uitbuigende	=	uitbuigen
uitbuiging	noun	het buitenissig overdrijven van een situatie of emotie.
uitbuigingen	=	uitbuiging
uitbuiginkje	=	uitbuiging
uitbuiginkjes	=	uitbuiging
uitbuigt	=	uitbuigen
uitbuik	=	uitbuiken
uitbuike	=	uitbuiken
uitbuiken	verb	na de maaltijd even rust nemen
uitbuikend	=	uitbuiken
uitbuikende	=	uitbuiken
uitbuikt	=	uitbuiken
uitbuikte	=	uitbuiken
uitbuikten	=	uitbuiken
uitbuit	=	uitbuiten
uitbuite	=	uitbuiten
uitbuiten	verb	op nietsontziende wijze zijn voordeel doen van de omstandigheden van iets of iemand
uitbuitend	=	uitbuiten
uitbuitende	=	uitbuiten
uitbuiter	noun	iemand die misbruik maakt van iemand
uitbuiters	=	uitbuiter
uitbuitertje	=	uitbuiter
uitbuitertjes	=	uitbuiter
uitbuiting	noun	het op nietsontziende wijze zijn voordeel doen van de omstandigheden van iets of iemand
uitbuitingen	=	uitbuiting
uitbuitte	=	uitbuiten
uitbuitten	=	uitbuiten
uitbulder	=	uitbulderen
uitbulderde	=	uitbulderen
uitbulderden	=	uitbulderen
uitbuldere	=	uitbulderen
uitbulderen	verb	door bulderen uiten
uitbulderend	=	uitbulderen
uitbulderende	=	uitbulderen
uitbuldert	=	uitbulderen
uitbundig	adj	het gewone of de maat overschrijdend, buitensporig, bovenmatig	adv	in ruime mate
uitbundige	=	uitbundig
uitbundiger	=	uitbundig
uitbundigere	=	uitbundig
uitbundigers	=	uitbundig
uitbundigheden	=	uitbundigheid
uitbundigheid	noun	het op een luidruchtige manier uiting geven aan een vrolijke stemming
uitbundigs	=	uitbundig
uitbundigst	=	uitbundig
uitbundigste	=	uitbundig
uitburger	=	uitburgeren
uitburgerde	=	uitburgeren
uitburgerden	=	uitburgeren
uitburgere	=	uitburgeren
uitburgeren	verb	verliezen van het staatsburgerschap van een land
uitburgerend	=	uitburgeren
uitburgerende	=	uitburgeren
uitburgering	noun	het uitburgeren
uitburgeringen	=	uitburgering
uitburgert	=	uitburgeren
uitcheck	=	uitchecken
uitchecke	=	uitchecken
uitchecken	verb	bepaalde handelingen verrichten bij het verlaten van een informatiesysteem of transportmiddel
uitcheckend	=	uitchecken
uitcheckende	=	uitchecken
uitcheckpaal	noun	paal waarbij men kan uitchecken zoals gebruikt bij het openbaar vervoer
uitcheckpaaltje	=	uitcheckpaal
uitcheckpaaltjes	=	uitcheckpaal
uitcheckpalen	=	uitcheckpaal
uitcheckt	=	uitchecken
uitcheckte	=	uitchecken
uitcheckten	=	uitchecken
uitcijfer	=	uitcijferen
uitcijferde	=	uitcijferen
uitcijferden	=	uitcijferen
uitcijfere	=	uitcijferen
uitcijferen	verb	berekenen, becijferen, calculeren
uitcijferend	=	uitcijferen
uitcijferende	=	uitcijferen
uitcijfert	=	uitcijferen
uitdaag	=	uitdagen
uitdaagde	=	uitdagen
uitdaagden	=	uitdagen
uitdaagt	=	uitdagen
uitdacht	=	uitdenken
uitdachte	=	uitdenken
uitdachten	=	uitdenken
uitdage	=	uitdagen
uitdagen	verb	iemand met woord of daad tot actie prikkelen
uitdagend	adj	brutaal, een reactie oproepend
uitdagende	=	uitdagen
uitdagender	=	uitdagend
uitdagendere	=	uitdagend
uitdagenders	=	uitdagend
uitdagends	=	uitdagend
uitdagendst	=	uitdagend
uitdagendste	=	uitdagend
uitdager	noun	iemand die het opneemt tegen een leidende persoon
uitdagers	=	uitdager
uitdagertje	=	uitdager
uitdaging	noun	taak die moeilijk te verwezenlijken valt
uitdagingen	=	uitdaging
uitdaginkje	=	uitdaging
uitdaginkjes	=	uitdaging
uitdamp	=	uitdampen
uitdampe	=	uitdampen
uitdampen	verb	verliezen van een vloeistof door verdampen
uitdampend	=	uitdampen
uitdampende	=	uitdampen
uitdamping	noun	het uitdampen
uitdampingen	=	uitdamping
uitdampt	=	uitdampen
uitdampte	=	uitdampen
uitdampten	=	uitdampen
uitdede	=	uitdoen
uitdeden	=	uitdoen
uitdeed	=	uitdoen
uitdeedt	=	uitdoen
uitdeel	=	uitdelen
uitdeelde	=	uitdelen
uitdeelden	=	uitdelen
uitdeelt	=	uitdelen
uitdein	=	uitdeinen
uitdeinde	=	uitdeinen
uitdeinden	=	uitdeinen
uitdeine	=	uitdeinen
uitdeinen	verb	zich verspreiden in golven die geleidelijk minder sterk worden
uitdeinend	=	uitdeinen
uitdeinende	=	uitdeinen
uitdeint	=	uitdeinen
uitdele	=	uitdelen
uitdelen	verb	meerdere personen ergens op trakteren
uitdelend	=	uitdelen
uitdelende	=	uitdelen
uitdeler	noun	iemand die of iets dat uitdeelt
uitdelers	=	uitdeler
uitdelf	=	uitdelven
uitdelfde	=	uitdelven
uitdelfden	=	uitdelven
uitdelft	=	uitdelven
uitdelg	=	uitdelgen
uitdelgde	=	uitdelgen
uitdelgden	=	uitdelgen
uitdelge	=	uitdelgen
uitdelgen	verb	uitwissen, vernietigen, uitroeien, verdelgen
uitdelgend	=	uitdelgen
uitdelgende	=	uitdelgen
uitdelging	noun	het tenietdoen van iets
uitdelgingen	=	uitdelging
uitdelginkje	=	uitdelging
uitdelginkjes	=	uitdelging
uitdelgt	=	uitdelgen
uitdeling	noun	verstrekking, uitreiking, levering, toewijzing.
uitdelingen	=	uitdeling
uitdelinkje	=	uitdeling
uitdelinkjes	=	uitdeling
uitdelve	=	uitdelven
uitdelven	verb	door graven een delfstof winnen
uitdelvend	=	uitdelven
uitdelvende	=	uitdelven
uitdenk	=	uitdenken
uitdenke	=	uitdenken
uitdenken	verb	bedenken, uitkienen, verzinnen
uitdenkend	=	uitdenken
uitdenkende	=	uitdenken
uitdenkt	=	uitdenken
uitdeuk	=	uitdeuken
uitdeuke	=	uitdeuken
uitdeuken	verb	het verwijderen van deuken na een botsing
uitdeukend	=	uitdeuken
uitdeukende	=	uitdeuken
uitdeukt	=	uitdeuken
uitdeukte	=	uitdeuken
uitdeukten	=	uitdeuken
uitdien	=	uitdienen
uitdiende	=	uitdienen
uitdienden	=	uitdienen
uitdiene	=	uitdienen
uitdienen	verb	bij een arbeidscontract voor bepaalde tijd: tot het einde van de contractsduur blijven werken
uitdienend	=	uitdienen
uitdienende	=	uitdienen
uitdiensttreding	noun	formele proces waarbij een werknemer zijn dienstverband bij een werkgever beëindigt Dit omvat de laatste werkdag, de eindafrekening van salaris en vakantiedagen, en administratieve afmelding.
uitdiensttredingen	=	uitdiensttreding
uitdiensttredinkje	=	uitdiensttreding
uitdiensttredinkjes	=	uitdiensttreding
uitdient	=	uitdienen
uitdiep	=	uitdiepen
uitdiepe	=	uitdiepen
uitdiepen	verb	dieper maken
uitdiepend	=	uitdiepen
uitdiepende	=	uitdiepen
uitdieping	noun	de keer dat men een sloot of iets dergelijks dieper maakt
uitdiepingen	=	uitdieping
uitdiept	=	uitdiepen
uitdiepte	=	uitdiepen
uitdiepten	=	uitdiepen
uitdij	=	uitdijen
uitdijde	=	uitdijen
uitdijden	=	uitdijen
uitdije	=	uitdijen
uitdijen	verb	meer of groter worden, toenemen
uitdijend	=	uitdijen
uitdijende	=	uitdijen
uitdijing	noun	het groter worden in lengte en of breedte
uitdijingen	=	uitdijing
uitdijingssnelheid	noun	maat voor hoe snel de ruimte tussen sterrenstelsels groter wordt, wat betekent dat de afstand tussen verre objecten in het heelal toeneemt
uitdijinkje	=	uitdijing
uitdijinkjes	=	uitdijing
uitdijt	=	uitdijen
uitdoe	=	uitdoen
uitdoelpunt	noun	doelpunt gescoord bij een uitwedstrijd
uitdoelpunten	=	uitdoelpunt
uitdoelpuntje	=	uitdoelpunt
uitdoelpuntjes	=	uitdoelpunt
uitdoen	verb	uitschakelen
uitdoend	=	uitdoen
uitdoende	=	uitdoen
uitdoet	=	uitdoen
uitdokter	=	uitdokteren
uitdokterde	=	uitdokteren
uitdokterden	=	uitdokteren
uitdoktere	=	uitdokteren
uitdokteren	verb	uitzoeken en uitproberen van iets om zo een probleem op te lossen
uitdokterend	=	uitdokteren
uitdokterende	=	uitdokteren
uitdoktert	=	uitdokteren
uitdolf	=	uitdelven
uitdolven	=	uitdelven
uitdoof	=	uitdoven
uitdoofde	=	uitdoven
uitdoofden	=	uitdoven
uitdooft	=	uitdoven
uitdos	=	uitdossen
uitdosse	=	uitdossen
uitdossen	verb	zich ~ zich op opvallende wijze kleden
uitdossend	=	uitdossen
uitdossende	=	uitdossen
uitdossing	noun	fraaie, feestelijke, opvallende kleding
uitdossingen	=	uitdossing
uitdost	=	uitdossen
uitdoste	=	uitdossen
uitdosten	=	uitdossen
uitdove	=	uitdoven
uitdoven	verb	geen licht of vuur meer voortbrengen
uitdovend	=	uitdoven
uitdovende	=	uitdoven
uitdoving	noun	het uitgaan van een vuur
uitdovingen	=	uitdoving
uitdraag	=	uitdragen
uitdraagt	=	uitdragen
uitdraai	noun	afdruk op papier van gegevens die zijn opgeslagen of verwerkt op of door een computer
uitdraaide	=	uitdraaien
uitdraaiden	=	uitdraaien
uitdraaie	=	uitdraaien
uitdraaien	verb	~ op: uiteindelijk als resultaat hebben
uitdraaiend	=	uitdraaien
uitdraaiende	=	uitdraaien
uitdraait	=	uitdraaien
uitdraaitje	=	uitdraai
uitdraaitjes	=	uitdraai
uitdrage	=	uitdragen
uitdragen	verb	in het openbaar iets vertellen
uitdragend	=	uitdragen
uitdragende	=	uitdragen
uitdrager	noun	iemand die handelt in tweedehands spullen
uitdragerij	noun	een niet al te nette winkel waar tweedehands spullen worden verkocht
uitdragerijen	=	uitdragerij
uitdragerijtje	=	uitdragerij
uitdragerijtjes	=	uitdragerij
uitdragers	=	uitdrager
uitdragertje	=	uitdrager
uitdragertjes	=	uitdrager
uitdreef	=	uitdrijven
uitdreeft	=	uitdrijven
uitdreve	=	uitdrijven
uitdreven	=	uitdrijven
uitdrijf	=	uitdrijven
uitdrijft	=	uitdrijven
uitdrijve	=	uitdrijven
uitdrijven	verb	verjagen van een kwade geest
uitdrijvend	=	uitdrijven
uitdrijvende	=	uitdrijven
uitdrijving	noun	het wegjagen of verjagen m.n. van boze geesten
uitdrijvingen	=	uitdrijving
uitdrijvinkje	=	uitdrijving
uitdrink	=	uitdrinken
uitdrinke	=	uitdrinken
uitdrinken	verb	drinken tot iets leeg is
uitdrinkend	=	uitdrinken
uitdrinkende	=	uitdrinken
uitdrinkt	=	uitdrinken
uitdroeg	=	uitdragen
uitdroege	=	uitdragen
uitdroegen	=	uitdragen
uitdroegt	=	uitdragen
uitdroge	=	uitdrogen
uitdrogen	verb	door en door droog worden
uitdrogend	=	uitdrogen
uitdrogende	=	uitdrogen
uitdroging	noun	het verdwijnen van nuttig, noodzakelijk of natuurlijk vocht uit een voorwerp, dier, plant of mens
uitdrogingen	=	uitdroging
uitdroginkje	=	uitdroging
uitdroginkjes	=	uitdroging
uitdronk	=	uitdrinken
uitdronken	=	uitdrinken
uitdroog	=	uitdrogen
uitdroogde	=	uitdrogen
uitdroogden	=	uitdrogen
uitdroogt	=	uitdrogen
uitdroop	=	uitdruipen
uitdropen	=	uitdruipen
uitdruip	=	uitdruipen
uitdruipe	=	uitdruipen
uitdruipen	verb	druipend vocht verliezen
uitdruipend	=	uitdruipen
uitdruipende	=	uitdruipen
uitdruipt	=	uitdruipen
uitdruk	=	uitdrukken
uitdrukke	=	uitdrukken
uitdrukkelijk	adj	met nadruk, op zo'n manier dat het duidelijk moet zijn
uitdrukkelijke	=	uitdrukkelijk
uitdrukkelijker	=	uitdrukkelijk
uitdrukkelijkere	=	uitdrukkelijk
uitdrukkelijkers	=	uitdrukkelijk
uitdrukkelijkheden	=	uitdrukkelijkheid
uitdrukkelijkheid	noun	met veel uiterlijk vertoon; met veel nadruk op het uiterlijk
uitdrukkelijks	=	uitdrukkelijk
uitdrukkelijkst	=	uitdrukkelijk
uitdrukkelijkste	=	uitdrukkelijk
uitdrukken	verb	zich ~: een gevoel of gedachte in taal verwoorden
uitdrukkend	=	uitdrukken
uitdrukkende	=	uitdrukken
uitdrukking	noun	door drukken of persen ontdoen van vocht
uitdrukkingen	=	uitdrukking
uitdrukkingloos	adj	zonder uitdrukking
uitdrukkingloost	=	uitdrukkingloos
uitdrukkinglooste	=	uitdrukkingloos
uitdrukkingloze	=	uitdrukkingloos
uitdrukkinglozer	=	uitdrukkingloos
uitdrukkinglozere	=	uitdrukkingloos
uitdrukkinglozers	=	uitdrukkingloos
uitdrukkingsloos	adj	zonder uitdrukking
uitdrukkingsloost	=	uitdrukkingsloos
uitdrukkingslooste	=	uitdrukkingsloos
uitdrukkingsloze	=	uitdrukkingsloos
uitdrukkingslozer	=	uitdrukkingsloos
uitdrukkingslozere	=	uitdrukkingsloos
uitdrukkingslozers	=	uitdrukkingsloos
uitdrukkingsmogelijkheden	=	uitdrukkingsmogelijkheid
uitdrukkingsmogelijkheid	noun	het zich verbaal of non-verbaal kunnen uiten
uitdrukkingsvorm	noun	manier waarop men innerlijke gedachten en gevoelens communiceert of vormgeeft
uitdrukkingsvormen	=	uitdrukkingsvorm
uitdrukkingswijze	noun	de manier waarop men een innerlijke gedachte of innerlijk gevoel uit
uitdrukkingswijzen	=	uitdrukkingswijze
uitdrukkinkje	=	uitdrukking
uitdrukkinkjes	=	uitdrukking
uitdrukt	=	uitdrukken
uitdrukte	=	uitdrukken
uitdrukten	=	uitdrukken
uitduel	noun	wedstrijd die men op het terrein van de tegenstander speelt
uitduellen	=	uitduel
uitduels	=	uitduel
uitduid	=	uitduiden
uitduidde	=	uitduiden
uitduidden	=	uitduiden
uitduide	=	uitduiden
uitduiden	verb	uitleggen, uiteenzetten, beschrijven
uitduidend	=	uitduiden
uitduidende	=	uitduiden
uitduidt	=	uitduiden
uitdun	=	uitdunnen
uitdunde	=	uitdunnen
uitdunden	=	uitdunnen
uitdunne	=	uitdunnen
uitdunnen	verb	geleidelijk minder bezet raken
uitdunnend	=	uitdunnen
uitdunnende	=	uitdunnen
uitdunt	=	uitdunnen
uitduw	=	uitduwen
uitduwde	=	uitduwen
uitduwden	=	uitduwen
uitduwe	=	uitduwen
uitduwen	verb	door persen iets of iemand uit iets anders verwijderen
uitduwend	=	uitduwen
uitduwende	=	uitduwen
uitduwt	=	uitduwen
uite	=	uiten
uiteen	adv	uit elkaar, vaneen
uiteendreef	=	uiteendrijven
uiteendreven	=	uiteendrijven
uiteendrijf	=	uiteendrijven
uiteendrijft	=	uiteendrijven
uiteendrijve	=	uiteendrijven
uiteendrijven	verb	een enkele kudde of menigte in meerdere delen opdelen door een drijvende beweging te maken
uiteendrijvend	=	uiteendrijven
uiteendrijvende	=	uiteendrijven
uiteenga	=	uiteengaan
uiteengaan	verb	niet langer verdergaan, samengaan of samenblijven
uiteengaand	=	uiteengaan
uiteengaande	=	uiteengaan
uiteengaat	=	uiteengaan
uiteengedreven	=	uiteendrijven
uiteengegaan	=	uiteengaan
uiteengejaagd	=	uiteenjagen
uiteengelegen	=	uiteenliggen
uiteengelopen	=	uiteenlopen
uiteengenomen	=	uiteennemen
uiteengereten	=	uiteenrijten
uiteengeslagen	=	uiteenslaan
uiteengespat	=	uiteenspatten
uiteengevallen	=	uiteenvallen
uiteengeweken	=	uiteenwijken
uiteengezet	=	uiteenzetten
uiteengezette	=	uiteenzetten
uiteenging	=	uiteengaan
uiteengingen	=	uiteengaan
uiteenjaag	=	uiteenjagen
uiteenjaagde	=	uiteenjagen
uiteenjaagden	=	uiteenjagen
uiteenjaagt	=	uiteenjagen
uiteenjage	=	uiteenjagen
uiteenjagen	verb	met gebruik van geweld verspreiden
uiteenjagend	=	uiteenjagen
uiteenjagende	=	uiteenjagen
uiteenjoeg	=	uiteenjagen
uiteenjoegen	=	uiteenjagen
uiteenlaagt	=	uiteenliggen
uiteenlag	=	uiteenliggen
uiteenlagen	=	uiteenliggen
uiteenliep	=	uiteenlopen
uiteenliepe	=	uiteenlopen
uiteenliepen	=	uiteenlopen
uiteenliept	=	uiteenlopen
uiteenlig	=	uiteenliggen
uiteenligge	=	uiteenliggen
uiteenliggen	verb	ver van elkaar verwijderd zijn
uiteenliggend	=	uiteenliggen
uiteenliggende	=	uiteenliggen
uiteenligt	=	uiteenliggen
uiteenloop	=	uiteenlopen
uiteenloopt	=	uiteenlopen
uiteenlope	=	uiteenlopen
uiteenlopen	verb	zich in verschillende richting bewegen
uiteenlopend	adj	van allerlei soorten
uiteenlopende	=	uiteenlopend
uiteenlopender	=	uiteenlopend
uiteenlopendere	=	uiteenlopend
uiteenlopenders	=	uiteenlopend
uiteenlopendheden	=	uiteenlopendheid
uiteenlopendheid	noun	het heel verschillend of divers zijn
uiteenlopends	=	uiteenlopend
uiteenlopendst	=	uiteenlopend
uiteenlopendste	=	uiteenlopend
uiteennaamt	=	uiteennemen
uiteennam	=	uiteennemen
uiteennamen	=	uiteennemen
uiteenneem	=	uiteennemen
uiteenneemt	=	uiteennemen
uiteenneme	=	uiteennemen
uiteennemen	verb	in zijn onderdelen ontbinden
uiteennemend	=	uiteennemen
uiteennemende	=	uiteennemen
uiteenreet	=	uiteenrijten
uiteenreten	=	uiteenrijten
uiteenrijt	=	uiteenrijten
uiteenrijte	=	uiteenrijten
uiteenrijten	verb	aan stukken scheuren
uiteenrijtend	=	uiteenrijten
uiteenrijtende	=	uiteenrijten
uiteensla	=	uiteenslaan
uiteenslaan	verb	met kracht uiteendrijven
uiteenslaand	=	uiteenslaan
uiteenslaande	=	uiteenslaan
uiteenslaat	=	uiteenslaan
uiteensloeg	=	uiteenslaan
uiteensloegen	=	uiteenslaan
uiteenspat	=	uiteenspatten
uiteenspatte	=	uiteenspatten
uiteenspatten	verb	explosief in vele kleine stukken of druppels uit elkaar vliegen
uiteenspattend	=	uiteenspatten
uiteenspattende	=	uiteenspatten
uiteenval	=	uiteenvallen
uiteenvalle	=	uiteenvallen
uiteenvallen	verb	het in stukken verdeeld raken van een groter geheel en daardoor niet meer kunnen functioneren
uiteenvallend	=	uiteenvallen
uiteenvallende	=	uiteenvallen
uiteenvalt	=	uiteenvallen
uiteenviel	=	uiteenvallen
uiteenviele	=	uiteenvallen
uiteenvielen	=	uiteenvallen
uiteenvielt	=	uiteenvallen
uiteenweek	=	uiteenwijken
uiteenweken	=	uiteenwijken
uiteenwijk	=	uiteenwijken
uiteenwijke	=	uiteenwijken
uiteenwijken	verb	van elkaar weggaan	noun	het van elkaar weggaan; het wijder worden van naden
uiteenwijkend	=	uiteenwijken
uiteenwijkende	=	uiteenwijken
uiteenwijkt	=	uiteenwijken
uiteenzet	=	uiteenzetten
uiteenzette	=	uiteenzetten
uiteenzetten	verb	een verklarende uitleg van iets geven
uiteenzettend	=	uiteenzetten
uiteenzettende	=	uiteenzetten
uiteenzetting	noun	een tekst met als doel de lezer te informeren over een bepaald onderwerp
uiteenzettingen	=	uiteenzetting
uiteenzettinkje	=	uiteenzetting
uiteenzettinkjes	=	uiteenzetting
uiteet	=	uiteten
uiteinde	noun	het uiterste punt van iets
uiteindelijk	adj	afsluitend, niet tussendoor maar op het eind komend	adv	na een hele tijd
uiteindelijke	=	uiteindelijk
uiteindelijker	=	uiteindelijk
uiteindelijkere	=	uiteindelijk
uiteindelijkers	=	uiteindelijk
uiteindelijks	=	uiteindelijk
uiteindelijkst	=	uiteindelijk
uiteindelijkste	=	uiteindelijk
uiteinden	=	uiteinde
uiteindes	=	uiteinde
uiteindje	=	uiteinde
uiteindjes	=	uiteinde
uiten	verb	zich ~: uiting geven aan gevoelens
uitend	=	uiten
uitende	=	uiten
uitentreuren	adv	zonder ophouden, zodat het vervelend wordt
uiteraard	adv	uit de aard van de zaak voortspruitend
uiterdijk	noun	buitendijkse gronden
uiterdijken	=	uiterdijk
uiterdijkje	=	uiterdijk
uiterdijkjes	=	uiterdijk
uiterland	noun	land dat buiten de dijk is gelegen
uiterlanden	=	uiterland
uiterlijk	adj	betrekking hebbend op de buitenkant van iets of iemand	noun	zoals iets of iemand er vanbuiten uitziet
uiterlijke	=	uiterlijk
uiterlijken	=	uiterlijk
uiterlijker	=	uiterlijk
uiterlijkere	=	uiterlijk
uiterlijkers	=	uiterlijk
uiterlijkheden	=	uiterlijkheid
uiterlijkheid	noun	dat wat je van iets of iemand vanaf de buitenkant kunt zien; uiterlijk vertoon
uiterlijkje	=	uiterlijk
uiterlijks	=	uiterlijk
uiterlijkst	=	uiterlijk
uiterlijkste	=	uiterlijk
uitermate	adv	in hoge mate
uiterst	adj	het verste of meest verwijderd	adv	in extreme mate, in de allerhoogste mate
uiterste	noun	datgene wat (tot) het verste gaat
uitersten	=	uiterste
uitersts	=	uiterst
uiterton	noun	bij een bebakend vaarwater of zeegat de boei die het meest naar zee ligt
uitertonnen	=	uiterton
uiterwaard	noun	het overloopgebied tussen een winterdijk en het zomerbed langs een beek of rivier
uiterwaarde	=	uiterwaard
uiterwaarden	=	uiterwaard
uiterwaardje	=	uiterwaard
uiterwaardjes	=	uiterwaard
uiterwaardmos	noun	Leskea polycarpa een plant uit de familie Leskeaceae.
uiterwaardmosje	=	uiterwaardmos
uiterwaardmosjes	=	uiterwaardmos
uiterwaardmossen	=	uiterwaardmos
uitete	=	uiteten
uiteten	verb	een maaltijd voltooid hebben
uitetend	=	uiteten
uitetende	=	uiteten
uiteter	noun	iemand de geregeld in een restaurant of andere eetgelegenheid eet
uiteters	=	uiteter
uitetertje	=	uiteter
uitetertjes	=	uiteter
uitfade	=	uitfaden
uitfadede	=	uitfaden
uitfadeden	=	uitfaden
uitfaden	verb	geleidelijk afnemen van geluidsvolume
uitfadend	=	uitfaden
uitfadende	=	uitfaden
uitfadet	=	uitfaden
uitfaseer	=	uitfaseren
uitfaseerde	=	uitfaseren
uitfaseerden	=	uitfaseren
uitfaseert	=	uitfaseren
uitfasere	=	uitfaseren
uitfaseren	verb	langzaam stap voor stap stoppen van een dienst of levering van een product
uitfaserend	=	uitfaseren
uitfaserende	=	uitfaseren
uitfasering	noun	het uitfaseren
uitfaseringen	=	uitfasering
uitflap	=	uitflappen
uitflappe	=	uitflappen
uitflappen	verb|informal	plotseling en ongewenst iets doms zeggen
uitflappend	=	uitflappen
uitflappende	=	uitflappen
uitflapt	=	uitflappen
uitflapte	=	uitflappen
uitflapten	=	uitflappen
uitfloep	=	uitfloepen
uitfloepe	=	uitfloepen
uitfloepen	verb	plotseling uitgaan van een lamp
uitfloepend	=	uitfloepen
uitfloepende	=	uitfloepen
uitfloept	=	uitfloepen
uitfloepte	=	uitfloepen
uitfloepten	=	uitfloepen
uitfloot	=	uitfluiten
uitfloten	=	uitfluiten
uitfluit	=	uitfluiten
uitfluite	=	uitfluiten
uitfluiten	verb	door luid fluiten misnoegen jegens iemand uiten
uitfluitend	=	uitfluiten
uitfluitende	=	uitfluiten
uitfoeter	=	uitfoeteren
uitfoeterde	=	uitfoeteren
uitfoeterden	=	uitfoeteren
uitfoetere	=	uitfoeteren
uitfoeteren	verb	heel luid en fel tegen iemand spreken omdat je heel boos bent op die persoon
uitfoeterend	=	uitfoeteren
uitfoeterende	=	uitfoeteren
uitfoetert	=	uitfoeteren
uitfreaken	verb	zich ongeremd, druk en vreemd gedragen, vaak onder invloed van een geestelijke aandoening of drugs
uitfreakend	=	uitfreaken
uitfreakende	=	uitfreaken
uitfrees	=	uitfrezen
uitfreesde	=	uitfrezen
uitfreesden	=	uitfrezen
uitfreest	=	uitfrezen
uitfreze	=	uitfrezen
uitfrezen	verb	materiaal verwijderen met behulp van een frees
uitfrezend	=	uitfrezen
uitfrezende	=	uitfrezen
uitga	=	uitgaan
uitgaaf	noun	uitgave
uitgaafje	=	uitgaaf
uitgaafjes	=	uitgaaf
uitgaaft	=	uitgeven
uitgaan	verb	ophouden met branden
uitgaand	adj	deelnemend aan vermaak buitenhuis
uitgaande	=	uitgaan
uitgaands	=	uitgaand
uitgaanscentra	=	uitgaanscentrum
uitgaanscentrum	noun	deel van een stad waar meerdere uitgaansgelegenheden zoals cafés, restaurants en dancings aanwezig zijn
uitgaanscentrums	=	uitgaanscentrum
uitgaanscircuit	noun	geheel van bezoekers en uitbaters van amusementsgelegenheden
uitgaanscircuits	=	uitgaanscircuit
uitgaansgebied	noun	deel van een stad waar veel horecaondernemingen gevestigd zijn
uitgaansgebieden	=	uitgaansgebied
uitgaansgelegenheden	=	uitgaansgelegenheid
uitgaansgelegenheid	noun	gelegenheid waar men zich kan vermaken, zoals café, bar, bioscoop, theater, discotheek, nachtclub, restaurant, concert...
uitgaansgeweld	noun	het geweld dat er tijdens het uitgaan plaatsvindt
uitgaanskleding	noun	kleding die alleen wordt gedragen bij speciale gelegenheden zoals wanneer men een feest of concert bijwoont
uitgaansleven	noun	alles wat te maken heeft met het vermaak buiten de eigen woning
uitgaansleventje	=	uitgaansleven
uitgaansleventjes	=	uitgaansleven
uitgaanspubliek	noun	de mensen die voor hun plezier een uitgaansgelegenheid bezoeken
uitgaanspublieken	=	uitgaanspubliek
uitgaanstenue	noun	kleding voor feestelijke gelegenheden, controles of voorlichting
uitgaanstenues	=	uitgaanstenue
uitgaansverbod	noun	een verbod om op bepaalde tijden het huis te verlaten en zich op de openbare weg te begeven
uitgaansverboden	=	uitgaansverbod
uitgaanswereld	noun	alles en iedereen die te maken heeft met het buitenshuis vermaak
uitgaanswerelden	=	uitgaanswereld
uitgaanswereldje	=	uitgaanswereld
uitgaanswereldjes	=	uitgaanswereld
uitgaat	=	uitgaan
uitgaf	=	uitgeven
uitgang	noun	een opening waar iets doorheen kan of waardoor men een ruimte verlaten kan; vaak is dit tevens een ingang
uitgangen	=	uitgang
uitgangetje	=	uitgang
uitgangetjes	=	uitgang
uitgangshouding	noun	de startpositie of beginhouding van waaruit een oefening, beweging of handeling wordt uitgevoerd.
uitgangshoudingen	=	uitgangshouding
uitgangshoudinkje	=	uitgangshouding
uitgangshoudinkjes	=	uitgangshouding
uitgangspositie	noun	positie bij het begin van een actie
uitgangsposities	=	uitgangspositie
uitgangspunt	noun	de aannames en veronderstellingen waar men van uitgaat
uitgangspunten	=	uitgangspunt
uitgangspuntje	=	uitgangspunt
uitgangspuntjes	=	uitgangspunt
uitgangssituatie	noun	situatie vanwaaruit men een handeling of actie begint
uitgangssituaties	=	uitgangssituatie
uitgangsspanning	noun	de spanning die aanwezig is op de uitgangsklemmen van een apparaat
uitgangsspanningen	=	uitgangsspanning
uitgangstoestand	noun	de toestand waarvan werd uitgegaan
uitgangstoestanden	=	uitgangstoestand
uitgangstoestandje	=	uitgangstoestand
uitgangstoestandjes	=	uitgangstoestand
uitgave	noun	bedrag dat men uitgeeft
uitgaven	=	uitgave
uitgavenniveau	noun	de hoogte van de financiële bestedingen voor een bepaald doel
uitgavenniveaus	=	uitgavenniveau
uitgavenpatronen	=	uitgavenpatroon
uitgavenpatroon	noun	samenhang en aard van de verschillende uitgaven, manier waarop men zijn geld uitgeeft
uitgavenpatroontje	=	uitgavenpatroon
uitgavenpatroontjes	=	uitgavenpatroon
uitgavenstaat	noun	een overzicht van de uitgaven
uitgavenstaten	=	uitgavenstaat
uitgaveoverschrijding	noun	het meer geld uitgegeven aan een project, activiteit of aankoop dan vooraf was gepland, begroot of toegestaan.
uitgaveoverschrijdingen	=	uitgaveoverschrijding
uitgaveoverschrijdinkje	=	uitgaveoverschrijding
uitgaveoverschrijdinkjes	=	uitgaveoverschrijding
uitgavepost	noun	zaak waar men geld aan uitgeeft
uitgaveposten	=	uitgavepost
uitgaves	=	uitgave
uitgavestijging	noun	toename van de hoeveelheid geld die wordt uitgegeven over een bepaalde periode
uitgavestijgingen	=	uitgavestijging
uitgavestijginkje	=	uitgavestijging
uitgavestijginkjes	=	uitgavestijging
uitgavetje	=	uitgave
uitgavetjes	=	uitgave
uitgaveverhoging	noun	een stijging in de kosten of uitgaven.
uitgaveverhogingen	=	uitgaveverhoging
uitgaveverhoginkje	=	uitgaveverhoging
uitgaveverhoginkjes	=	uitgaveverhoging
uitgeademd	=	uitademen
uitgeademde	=	uitademen
uitgebaat	=	uitbaten
uitgebaggerd	=	uitbaggeren
uitgebaggerde	=	uitbaggeren
uitgebakend	=	uitbakenen
uitgebakken	=	uitbakken
uitgebalanceerd	adj	zeer evenwichtig
uitgebalanceerde	=	uitbalanceren
uitgebalanceerder	=	uitgebalanceerd
uitgebalanceerdere	=	uitgebalanceerd
uitgebalanceerders	=	uitgebalanceerd
uitgebalanceerds	=	uitgebalanceerd
uitgebalanceerdst	=	uitgebalanceerd
uitgebalanceerdste	=	uitgebalanceerd
uitgebannen	=	uitbannen
uitgebarst	=	uitbarsten
uitgebarsten	=	uitbarsten
uitgebate	=	uitbaten
uitgebazuind	=	uitbazuinen
uitgebazuinde	=	uitbazuinen
uitgebeeld	=	uitbeelden
uitgebeelde	=	uitbeelden
uitgebeend	=	uitbenen
uitgebeende	=	uitbenen
uitgebeiteld	=	uitbeitelen
uitgebeitelde	=	uitbeitelen
uitgebeten	=	uitbijten
uitgebijt	=	uitbijten
uitgebijte	=	uitbijten
uitgebikt	=	uitbikken
uitgeblazen	=	uitblazen
uitgebleven	=	uitblijven
uitgebloeid	=	uitbloeien
uitgebloeide	=	uitbloeien
uitgeblonken	=	uitblinken
uitgeblust	adj	alle moed en zin verloren hebbend
uitgebluste	=	uitblussen
uitgebluster	=	uitgeblust
uitgeblustere	=	uitgeblust
uitgeblusters	=	uitgeblust
uitgeblusts	=	uitgeblust
uitgeblustst	=	uitgeblust
uitgeblustste	=	uitgeblust
uitgeboekt	=	uitboeken
uitgeboekte	=	uitboeken
uitgeboet	=	uitboeten
uitgeboete	=	uitboeten
uitgebogen	=	uitbuigen
uitgebold	=	uitbollen
uitgeboord	=	uitboren
uitgeboorde	=	uitboren
uitgeborsteld	=	uitborstelen
uitgeborstelde	=	uitborstelen
uitgebot	=	uitbotten
uitgebouwd	adj	groter gemaakt doordat er iets is bijgebouwd
uitgebouwde	=	uitgebouwd
uitgebouwds	=	uitgebouwd
uitgebraakt	=	uitbraken
uitgebraakte	=	uitbraken
uitgebracht	adj	eenmalig met de nodige nadruk gepresenteerd
uitgebrachte	=	uitbrengen
uitgebrachts	=	uitgebracht
uitgebraden	=	uitbraden
uitgebrand	=	uitbranden
uitgebreid	adj	groot, ruim	adv	veel, op grote schaal
uitgebreide	=	uitbreiden
uitgebreider	=	uitgebreid
uitgebreidere	=	uitgebreid
uitgebreiders	=	uitgebreid
uitgebreidheden	=	uitgebreidheid
uitgebreidheid	noun	hoe uitgebreid iets is
uitgebreids	=	uitgebreid
uitgebreidst	=	uitgebreid
uitgebreidste	=	uitgebreid
uitgebroed	=	uitbroeden
uitgebroede	=	uitbroeden
uitgebroken	=	uitbreken
uitgebruld	=	uitbrullen
uitgebrulde	=	uitbrullen
uitgebuikt	=	uitbuiken
uitgebuit	=	uitbuiten
uitgebulderd	=	uitbulderen
uitgeburgerd	=	uitburgeren
uitgecheckt	=	uitchecken
uitgecijferd	=	uitcijferen
uitgedaagd	=	uitdagen
uitgedaagde	=	uitdagen
uitgedaan	=	uitdoen
uitgedacht	=	uitdenken
uitgedampt	=	uitdampen
uitgedane	=	uitdoen
uitgedeeld	=	uitdelen
uitgedeelde	=	uitdelen
uitgedeind	=	uitdeinen
uitgedelgd	=	uitdelgen
uitgedeukt	=	uitdeuken
uitgedeukte	=	uitdeuken
uitgediend	adj	van iemand dat hij of zij zijn taak heeft vervuld en ontslagen kan worden
uitgediende	=	uitdienen
uitgediends	=	uitgediend
uitgediept	=	uitdiepen
uitgediepte	=	uitdiepen
uitgedijd	=	uitdijen
uitgedijde	=	uitdijen
uitgedokterd	=	uitdokteren
uitgedokterde	=	uitdokteren
uitgedolven	=	uitdelven
uitgedoofd	=	uitdoven
uitgedost	=	uitdossen
uitgedoste	=	uitdossen
uitgedraaid	=	uitdraaien
uitgedraaide	=	uitdraaien
uitgedragen	=	uitdragen
uitgedreven	=	uitdrijven
uitgedronken	=	uitdrinken
uitgedroogd	adj	droog geworden, alle vocht verloren
uitgedroogde	=	uitdrogen
uitgedroogder	=	uitgedroogd
uitgedroogdere	=	uitgedroogd
uitgedroogders	=	uitgedroogd
uitgedroogds	=	uitgedroogd
uitgedroogdst	=	uitgedroogd
uitgedroogdste	=	uitgedroogd
uitgedropen	=	uitdruipen
uitgedrukt	=	uitdrukken
uitgedrukte	=	uitdrukken
uitgeduid	=	uitduiden
uitgeduide	=	uitduiden
uitgedund	=	uitdunnen
uitgedunde	=	uitdunnen
uitgeduwd	=	uitduwen
uitgeef	=	uitgeven
uitgeefbaar	adj	van grond die bouwrijp is en geschikt is om verkocht of in erfpacht uitgegeven te worden voor bebouwing of specifiek gebruik.
uitgeefbaarder	=	uitgeefbaar
uitgeefbaardere	=	uitgeefbaar
uitgeefbaarders	=	uitgeefbaar
uitgeefbaars	=	uitgeefbaar
uitgeefbaarst	=	uitgeefbaar
uitgeefbaarste	=	uitgeefbaar
uitgeefbare	=	uitgeefbaar
uitgeefconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse uitgeverijen
uitgeefconcerns	=	uitgeefconcern
uitgeefster	noun	vrouwelijke vorm van uitgever
uitgeefsters	=	uitgeefster
uitgeefstertje	=	uitgeefster
uitgeefstertjes	=	uitgeefster
uitgeeft	=	uitgeven
uitgefaded	=	uitfaden
uitgefadede	=	uitfaden
uitgefaseerd	=	uitfaseren
uitgefaseerde	=	uitfaseren
uitgeflapt	=	uitflappen
uitgeflapte	=	uitflappen
uitgefloept	=	uitfloepen
uitgefloten	=	uitfluiten
uitgefoeterd	=	uitfoeteren
uitgefoeterde	=	uitfoeteren
uitgefreakt	=	uitfreaken
uitgefreesd	=	uitfrezen
uitgefreesde	=	uitfrezen
uitgegaan	=	uitgaan
uitgegeten	=	uiteten
uitgegeven	=	uitgeven
uitgegierd	=	uitgieren
uitgegierde	=	uitgieren
uitgegleden	=	uitglijden
uitgegloeid	=	uitgloeien
uitgegomd	=	uitgommen
uitgegomde	=	uitgommen
uitgegooid	=	uitgooien
uitgegooide	=	uitgooien
uitgegoten	=	uitgieten
uitgegraven	=	uitgraven
uitgegroeid	=	uitgroeien
uitgegroeide	=	uitgroeien
uitgegumd	=	uitgummen
uitgegumde	=	uitgummen
uitgehaald	=	uithalen
uitgehaalde	=	uithalen
uitgehakt	=	uithakken
uitgehakte	=	uithakken
uitgehangen	=	uithangen
uitgehard	=	uitharden
uitgehegen	=	uithijgen
uitgehijgd	=	uithijgen
uitgehold	=	uithollen
uitgeholde	=	uithollen
uitgehongerd	adj	erg hongerig zijn
uitgehongerde	=	uithongeren
uitgehongerder	=	uitgehongerd
uitgehongerdere	=	uitgehongerd
uitgehongerders	=	uitgehongerd
uitgehongerds	=	uitgehongerd
uitgehongerdst	=	uitgehongerd
uitgehongerdste	=	uitgehongerd
uitgehoord	=	uithoren
uitgehoorde	=	uithoren
uitgehouden	=	uithouden
uitgehouwen	=	uithouwen
uitgehuild	=	uithuilen
uitgehuwd	=	uithuwen
uitgehuwelijkt	=	uithuwelijken
uitgehuwelijkte	=	uithuwelijken
uitgejaagd	=	uitjagen
uitgejaagde	=	uitjagen
uitgejoeld	=	uitjoelen
uitgejoelde	=	uitjoelen
uitgejouwd	=	uitjouwen
uitgejouwde	=	uitjouwen
uitgekafferd	=	uitkafferen
uitgekafferde	=	uitkafferen
uitgekakt	=	uitkakken
uitgekakte	=	uitkakken
uitgekamd	=	uitkammen
uitgekamde	=	uitkammen
uitgekapt	=	uitkappen
uitgekapte	=	uitkappen
uitgekauwd	=	uitkauwen
uitgekauwde	=	uitkauwen
uitgekaveld	=	uitkavelen
uitgekeerd	=	uitkeren
uitgekeerde	=	uitkeren
uitgekeken	=	uitkijken
uitgekerfd	=	uitkerven
uitgekiend	adj	heel goed doordacht, (te) slim
uitgekiende	=	uitkienen
uitgekiender	=	uitgekiend
uitgekiendere	=	uitgekiend
uitgekienders	=	uitgekiend
uitgekiends	=	uitgekiend
uitgekiendst	=	uitgekiend
uitgekiendste	=	uitgekiend
uitgeklaard	=	uitklaren
uitgeklaarde	=	uitklaren
uitgeklapt	=	uitklappen
uitgeklapte	=	uitklappen
uitgeklede	=	uitkleden
uitgekleed	=	uitkleden
uitgeklopt	=	uitkloppen
uitgeklopte	=	uitkloppen
uitgeknepen	=	uitknijpen
uitgeknikkerd	=	uitknikkeren
uitgeknikkerde	=	uitknikkeren
uitgeknipt	=	uitknippen
uitgeknipte	=	uitknippen
uitgeknobbeld	=	uitknobbelen
uitgeknobbelde	=	uitknobbelen
uitgekocht	=	uitkopen
uitgekochte	=	uitkopen
uitgekomen	=	uitkomen
uitgekookt	adj	moeilijk om te slim af te zijn
uitgekookte	=	uitkoken
uitgekookter	=	uitgekookt
uitgekooktere	=	uitgekookt
uitgekookters	=	uitgekookt
uitgekookts	=	uitgekookt
uitgekooktst	=	uitgekookt
uitgekooktste	=	uitgekookt
uitgekorven	=	uitkerven
uitgekotst	=	uitkotsen
uitgekotste	=	uitkotsen
uitgekozen	=	uitkiezen
uitgekraagd	=	uitkragen
uitgekraaid	=	uitkraaien
uitgekraaide	=	uitkraaien
uitgekraamd	=	uitkramen
uitgekraamde	=	uitkramen
uitgekrabd	=	uitkrabben
uitgekrabde	=	uitkrabben
uitgekregen	=	uitkrijgen
uitgekristalliseerd	=	uitkristalliseren
uitgekuist	=	uitkuisen
uitgekuiste	=	uitkuisen
uitgelachen	=	uitlachen
uitgeladen	=	uitladen
uitgelast	=	uitlassen
uitgelaten	adj	zeer vrolijk en blij en dat ook laten merken
uitgelatener	=	uitgelaten
uitgelateners	=	uitgelaten
uitgelatenheden	=	uitgelatenheid
uitgelatenheid	noun	uitbundige, grenzeloos vreugdevolle stemming
uitgelatens	=	uitgelaten
uitgelatenst	=	uitgelaten
uitgelatenste	=	uitgelaten
uitgeleefd	=	uitleven
uitgeleend	=	uitlenen
uitgeleende	=	uitlenen
uitgeleerd	adj	klaar met studeren, zoveel geleerd hebben dat je alles weet en nooit meer iets hoeft bij te leren
uitgeleerde	=	uitgeleerd
uitgeleerder	=	uitgeleerd
uitgeleerdere	=	uitgeleerd
uitgeleerders	=	uitgeleerd
uitgeleerds	=	uitgeleerd
uitgeleerdst	=	uitgeleerd
uitgeleerdste	=	uitgeleerd
uitgelegd	=	uitleggen
uitgelegde	=	uitleggen
uitgeleid	=	uitleiden
uitgeleide	noun	iemand een stukje vergezellen bij het weggaan (al was het maar tot de uitgang)
uitgelekt	=	uitlekken
uitgelekte	=	uitlekken
uitgeleverd	=	uitleveren
uitgeleverde	=	uitleveren
uitgelezen	=	uitlezen
uitgelicht	=	uitlichten
uitgelichte	=	uitlichten
uitgelijnd	=	uitlijnen
uitgelijnde	=	uitlijnen
uitgelogd	=	uitloggen
uitgelokt	=	uitlokken
uitgelokte	=	uitlokken
uitgeloodst	=	uitloodsen
uitgeloofd	=	uitloven
uitgeloofde	=	uitloven
uitgeloogd	=	uitlogen
uitgeloogde	=	uitlogen
uitgeloot	=	uitloten
uitgelopen	=	uitlopen
uitgelote	=	uitloten
uitgeluid	=	uitluiden
uitgeluide	=	uitluiden
uitgemaakt	=	uitmaken
uitgemaakte	=	uitmaken
uitgemalen	=	uitmalen
uitgemergeld	adj	door ziekte, gebrek of uitputting sterk vermagerd en verzwakt
uitgemergelde	=	uitmergelen
uitgemergelder	=	uitgemergeld
uitgemergeldere	=	uitgemergeld
uitgemergelders	=	uitgemergeld
uitgemergelds	=	uitgemergeld
uitgemergeldst	=	uitgemergeld
uitgemergeldste	=	uitgemergeld
uitgemest	=	uitmesten
uitgemeste	=	uitmesten
uitgemeten	=	uitmeten
uitgemiddeld	=	uitmiddelen
uitgemiddelde	=	uitmiddelen
uitgemolken	=	uitmelken
uitgemond	=	uitmonden
uitgemonsterd	=	uitmonsteren
uitgemonsterde	=	uitmonsteren
uitgemoord	=	uitmoorden
uitgemoorde	=	uitmoorden
uitgemunt	=	uitmunten
uitgenodigd	=	uitnodigen
uitgenomen	prep|formal	niet mee in beschouwing nemend
uitgenomens	=	uitgenomen
uitgeoefend	=	uitoefenen
uitgeoefende	=	uitoefenen
uitgepakt	=	uitpakken
uitgepakte	=	uitpakken
uitgeparkeerd	=	uitparkeren
uitgepeld	=	uitpellen
uitgeperst	=	uitpersen
uitgeperste	=	uitpersen
uitgepeuterd	=	uitpeuteren
uitgepeuterde	=	uitpeuteren
uitgepikt	=	uitpikken
uitgepikte	=	uitpikken
uitgeplant	=	uitplanten
uitgeplante	=	uitplanten
uitgeplozen	=	uitpluizen
uitgepluisd	=	uitpluizen
uitgeplunderd	=	uitplunderen
uitgepoept	=	uitpoepen
uitgepoepte	=	uitpoepen
uitgepoetst	=	uitpoetsen
uitgepoetste	=	uitpoetsen
uitgepompt	=	uitpompen
uitgepompte	=	uitpompen
uitgepond	=	uitponden
uitgeponde	=	uitponden
uitgepraat	=	uitpraten
uitgeprate	=	uitpraten
uitgeprint	=	uitprinten
uitgeprinte	=	uitprinten
uitgeprobeerd	=	uitproberen
uitgeprobeerde	=	uitproberen
uitgeprocedeerd	adj	van wie alle mogelijke rechtszaken afgewikkeld, afgehandeld zijn
uitgeprocedeerde	=	uitgeprocedeerd
uitgeprocedeerds	=	uitgeprocedeerd
uitgeproest	=	uitproesten
uitgeproeste	=	uitproesten
uitgepuft	=	uitpuffen
uitgepuild	=	uitpuilen
uitgeput	adj	dodelijk vermoeid	adv	zeer vermoeid
uitgeputs	=	uitgeput
uitgeputst	=	uitgeput
uitgeputste	=	uitgeput
uitgeputte	=	uitputten
uitgeputter	=	uitgeput
uitgeputtere	=	uitgeput
uitgeputters	=	uitgeput
uitgepuurd	=	uitpuren
uitgepuurde	=	uitpuren
uitgeraasd	=	uitrazen
uitgerafeld	=	uitrafelen
uitgerafelde	=	uitrafelen
uitgerangeerd	=	uitrangeren
uitgerangeerde	=	uitrangeren
uitgereden	=	uitrijden
uitgereed	=	uitreden
uitgeregend	adj	met heel veel regen
uitgeregende	=	uitregenen
uitgeregends	=	uitgeregend
uitgereikt	=	uitreiken
uitgereikte	=	uitreiken
uitgereisd	=	uitreizen
uitgerekend	adj	juist, speciaal
uitgerekende	=	uitrekenen
uitgerekends	=	uitgerekend
uitgerekt	=	uitrekken
uitgerend	=	uitrennen
uitgerezen	=	uitrijzen
uitgericht	=	uitrichten
uitgerichte	=	uitrichten
uitgeroeid	=	uitroeien
uitgeroeide	=	uitroeien
uitgeroepen	=	uitroepen
uitgerokken	=	uitrekken
uitgerold	=	uitrollen
uitgerolde	=	uitrollen
uitgerookt	=	uitroken
uitgerookte	=	uitroken
uitgeruild	=	uitruilen
uitgeruilde	=	uitruilen
uitgeruimd	=	uitruimen
uitgeruimde	=	uitruimen
uitgerukt	=	uitrukken
uitgerukte	=	uitrukken
uitgerust	adj	niet meer moe, met hernieuwde energie
uitgeruste	=	uitrusten
uitgeruster	=	uitgerust
uitgerustere	=	uitgerust
uitgerusters	=	uitgerust
uitgerusts	=	uitgerust
uitgerustst	=	uitgerust
uitgerustste	=	uitgerust
uitgeschakeld	=	uitschakelen
uitgeschakelde	=	uitschakelen
uitgeschaterd	=	uitschateren
uitgeschaterde	=	uitschateren
uitgescheden	=	uitscheiden
uitgescheeën	=	uitscheiden
uitgescheiden	=	uitscheiden
uitgeschenen	=	uitschijnen
uitgeschept	=	uitscheppen
uitgeschepte	=	uitscheppen
uitgescheten	=	uitschijten
uitgescheurd	=	uitscheuren
uitgescheurde	=	uitscheuren
uitgescholden	=	uitschelden
uitgeschonken	=	uitschenken
uitgeschopt	=	uitschoppen
uitgeschopte	=	uitschoppen
uitgeschoren	=	uitscheren
uitgeschoten	=	uitschieten
uitgeschoven	=	uitschuiven
uitgeschraapt	=	uitschrapen
uitgeschraapte	=	uitschrapen
uitgeschreeuwd	=	uitschreeuwen
uitgeschreeuwde	=	uitschreeuwen
uitgeschreven	=	uitschrijven
uitgeschud	=	uitschudden
uitgeschudde	=	uitschudden
uitgeschulpt	=	uitschulpen
uitgeschuurd	=	uitschuren
uitgeselecteerd	=	uitselecteren
uitgeserveerd	=	uitserveren
uitgeserveerde	=	uitserveren
uitgeslagen	=	uitslaan
uitgeslapen	=	uitslapen
uitgesleept	=	uitslepen
uitgeslepen	=	uitslijpen
uitgesleten	=	uitslijten
uitgesliept	=	uitsliepen
uitgesliepte	=	uitsliepen
uitgeslingerd	=	uitslingeren
uitgesloofd	=	uitsloven
uitgesloten	=	uitsluiten
uitgeslurpt	=	uitslurpen
uitgeslurpte	=	uitslurpen
uitgesmeerd	=	uitsmeren
uitgesmeerde	=	uitsmeren
uitgesmeten	=	uitsmijten
uitgesmolten	=	uitsmelten
uitgesneden	=	uitsnijden
uitgesnoten	=	uitsnuiten
uitgesorteerd	=	uitsorteren
uitgespaard	=	uitsparen
uitgespaarde	=	uitsparen
uitgespannen	=	uitspannen
uitgespat	=	uitspatten
uitgespeeld	=	uitspelen
uitgespeelde	=	uitspelen
uitgespeld	=	uitspellen
uitgespelde	=	uitspellen
uitgespit	=	uitspitten
uitgespitte	=	uitspitten
uitgesplitst	=	uitsplitsen
uitgesplitste	=	uitsplitsen
uitgespoeld	=	uitspoelen
uitgespoelde	=	uitspoelen
uitgespogen	=	uitspugen
uitgesponnen	=	uitspinnen
uitgespookt	=	uitspoken
uitgespookte	=	uitspoken
uitgespoten	=	uitspuiten
uitgespreid	=	uitspreiden
uitgespreide	=	uitspreiden
uitgesproken	=	uitspreken
uitgesprongen	=	uitspringen
uitgesproten	=	uitspruiten
uitgespuugd	=	uitspugen
uitgespuugde	=	uitspugen
uitgespuwd	=	uitspuwen
uitgespuwde	=	uitspuwen
uitgestaan	=	uitstaan
uitgestald	=	uitstallen
uitgestalde	=	uitstallen
uitgestane	=	uitstaan
uitgestapt	=	uitstappen
uitgestapte	=	uitstappen
uitgestegen	=	uitstijgen
uitgesteld	=	uitstellen
uitgestippeld	=	uitstippelen
uitgestippelde	=	uitstippelen
uitgestoft	=	uitstoffen
uitgestoken	=	uitsteken
uitgestoomd	=	uitstomen
uitgestort	=	uitstorten
uitgestorte	=	uitstorten
uitgestorven	adj	helemaal verlaten
uitgestorvens	=	uitgestorven
uitgestoten	=	uitstoten
uitgestotene	noun	persoon die uit een groep, team of gemeenschap is verwijderd
uitgestotenen	=	uitgestotene
uitgestraald	=	uitstralen
uitgestraalde	=	uitstralen
uitgestreken	adj	van een gelaat dat je er geen emotie vanaf kunt lezen
uitgestrekens	=	uitgestreken
uitgestrekt	adj	in tijd of plaats zeer uitgebreid, met een groot oppervlakte, met een grote tijdsspanne
uitgestrekte	=	uitstrekken
uitgestrekter	=	uitgestrekt
uitgestrektere	=	uitgestrekt
uitgestrekters	=	uitgestrekt
uitgestrektheden	=	uitgestrektheid
uitgestrektheid	noun	grote oppervlakte, grote omvang
uitgestrekts	=	uitgestrekt
uitgestrektst	=	uitgestrekt
uitgestrektste	=	uitgestrekt
uitgestrooid	=	uitstrooien
uitgestrooide	=	uitstrooien
uitgestroomd	=	uitstromen
uitgestruikeld	=	uitstruikelen
uitgestulpt	=	uitstulpen
uitgestuurd	=	uitsturen
uitgestuurde	=	uitsturen
uitgeteerd	adj	door ziekte of gebrek heel erg vermagerd en verzwakt
uitgeteerde	=	uitteren
uitgeteerder	=	uitgeteerd
uitgeteerdere	=	uitgeteerd
uitgeteerders	=	uitgeteerd
uitgeteerds	=	uitgeteerd
uitgeteerdst	=	uitgeteerd
uitgeteerdste	=	uitgeteerd
uitgetekend	=	uittekenen
uitgetekende	=	uittekenen
uitgeteld	adj	van een vrouw dat ze zwanger is
uitgetelde	=	uittellen
uitgetelds	=	uitgeteld
uitgetest	=	uittesten
uitgeteste	=	uittesten
uitgetikt	=	uittikken
uitgetikte	=	uittikken
uitgetild	=	uittillen
uitgetorend	=	uittorenen
uitgetrapt	=	uittrappen
uitgetrapte	=	uittrappen
uitgetreden	=	uittreden
uitgetrokken	=	uittrekken
uitgetypt	=	uittypen
uitgetypte	=	uittypen
uitgevaagd	=	uitvagen
uitgevaardigd	=	uitvaardigen
uitgevallen	=	uitvallen
uitgevangen	=	uitvangen
uitgevaren	=	uitvaren
uitgeve	=	uitgeven
uitgeveegd	=	uitvegen
uitgeveegde	=	uitvegen
uitgeven	verb	geld ~: financiële middelen aanspreken
uitgevend	=	uitgeven
uitgevende	=	uitgeven
uitgevent	=	uitventen
uitgever	noun	een persoon die of bedrijf dat boeken of andere publicaties in omloop brengt
uitgeverij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op het doen verschijnen van publicaties, met name in boekvorm
uitgeverijconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse uitgeverijen
uitgeverijconcerns	=	uitgeverijconcern
uitgeverijen	=	uitgeverij
uitgeverijtje	=	uitgeverij
uitgeverijtjes	=	uitgeverij
uitgevers	=	uitgever
uitgeversconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse uitgevers
uitgeversconcerns	=	uitgeversconcern
uitgeversfonds	noun	de gezamenlijke werken, boeken, tijdschriften die een uitgever uitgeeft
uitgeversfondsen	=	uitgeversfonds
uitgeversmaatschappij	noun	een onderneming die gedrukte teksten produceert en verkoopt
uitgeversmaatschappijen	=	uitgeversmaatschappij
uitgeversmaatschappijtje	=	uitgeversmaatschappij
uitgeversmaatschappijtjes	=	uitgeversmaatschappij
uitgevertje	=	uitgever
uitgevertjes	=	uitgever
uitgeveterd	=	uitveteren
uitgevierd	=	uitvieren
uitgevist	=	uitvissen
uitgeviste	=	uitvissen
uitgevlakt	=	uitvlakken
uitgevlakte	=	uitvlakken
uitgevloeid	=	uitvloeien
uitgevloekt	=	uitvloeken
uitgevlogen	=	uitvliegen
uitgevlooid	=	uitvlooien
uitgevlooide	=	uitvlooien
uitgevochten	=	uitvechten
uitgevoegd	=	uitvoegen
uitgevoerd	adj	van iets dat het is voltooid
uitgevoerde	=	uitgevoerd
uitgevoerds	=	uitgevoerd
uitgevogeld	=	uitvogelen
uitgevogelde	=	uitvogelen
uitgevonden	=	uitvinden
uitgevorst	=	uitvorsen
uitgevorste	=	uitvorsen
uitgevouwen	=	uitvouwen
uitgevraagd	=	uitvragen
uitgevreten	=	uitvreten
uitgevroren	=	uitvriezen
uitgevuld	=	uitvullen
uitgevulde	=	uitvullen
uitgewaaid	=	uitwaaien
uitgewaaide	=	uitwaaien
uitgewaaierd	=	uitwaaieren
uitgewasemd	=	uitwasemen
uitgewasemde	=	uitwasemen
uitgewassen	=	uitwassen
uitgewaterd	=	uitwateren
uitgeweekt	=	uitweken
uitgeweid	=	uitweiden
uitgeweide	=	uitweiden
uitgeweken	=	uitwijken
uitgewekene	noun	iemand die zich gedwongen voelt om naar een ander land te verhuizen
uitgewekenen	=	uitgewekene
uitgewerkt	adj	tot in de kleinste details ontworpen
uitgewerkte	=	uitwerken
uitgewerkter	=	uitgewerkt
uitgewerktere	=	uitgewerkt
uitgewerkters	=	uitgewerkt
uitgewerkts	=	uitgewerkt
uitgewerktst	=	uitgewerkt
uitgewerktste	=	uitgewerkt
uitgewezen	=	uitwijzen
uitgewijd	=	uitwijden
uitgewijde	=	uitwijden
uitgewipt	=	uitwippen
uitgewisseld	=	uitwisselen
uitgewisselde	=	uitwisselen
uitgewist	=	uitwissen
uitgewiste	=	uitwissen
uitgewoed	=	uitwoeden
uitgewogen	=	uitwegen
uitgewonnen	=	uitwinnen
uitgewoond	=	uitwonen
uitgeworpen	=	uitwerpen
uitgewreven	=	uitwrijven
uitgewrongen	=	uitwringen
uitgewuifd	=	uitwuiven
uitgewuifde	=	uitwuiven
uitgezaagd	=	uitzagen
uitgezaagde	=	uitzagen
uitgezaaid	=	uitzaaien
uitgezaaide	=	uitzaaien
uitgezakt	=	uitzakken
uitgezeild	=	uitzeilen
uitgezeilde	=	uitzeilen
uitgezet	=	uitzetten
uitgezeten	=	uitzitten
uitgezette	=	uitzetten
uitgeziekt	=	uitzieken
uitgezien	=	uitzien
uitgezocht	=	uitzoeken
uitgezogen	=	uitzuigen
uitgezonden	=	uitzenden
uitgezonderd	prep	niet meegerekend, buiten beschouwing latend	conj	met uitzondering van
uitgezonderde	=	uitzonderen
uitgezonderds	=	uitgezonderd
uitgezongen	=	uitzingen
uitgezoomd	=	uitzoomen
uitgezwaaid	=	uitzwaaien
uitgezwaaide	=	uitzwaaien
uitgezwaveld	=	uitzwavelen
uitgezwavelde	=	uitzwavelen
uitgezweet	=	uitzweten
uitgezwermd	=	uitzwermen
uitgezwete	=	uitzweten
uitgezwommen	=	uitzwemmen
uitgezworen	=	uitzweren
uitgier	=	uitgieren
uitgierde	=	uitgieren
uitgierden	=	uitgieren
uitgiere	=	uitgieren
uitgieren	verb	heel luid lachen
uitgierend	=	uitgieren
uitgierende	=	uitgieren
uitgiert	=	uitgieren
uitgiet	=	uitgieten
uitgiete	=	uitgieten
uitgieten	verb	leeggieten
uitgietend	=	uitgieten
uitgietende	=	uitgieten
uitgifte	noun	het uitgeven, op de markt brengen
uitgiften	=	uitgifte
uitgiftepunt	noun	plek waar uitgifte plaatsvindt
uitgiftepunten	=	uitgiftepunt
uitgiftes	=	uitgifte
uitging	=	uitgaan
uitginge	=	uitgaan
uitgingen	=	uitgaan
uitgingt	=	uitgaan
uitglede	=	uitglijden
uitgleden	=	uitglijden
uitgleed	=	uitglijden
uitgleedt	=	uitglijden
uitglij	=	uitglijden
uitglijd	=	uitglijden
uitglijde	=	uitglijden
uitglijden	verb	door glijden ten val komen
uitglijdend	=	uitglijden
uitglijdende	=	uitglijden
uitglijder	noun	een domme fout
uitglijders	=	uitglijder
uitglijdertje	=	uitglijder
uitglijdertjes	=	uitglijder
uitglijdt	=	uitglijden
uitglijer	noun	valpartij door uitglijden
uitglijers	=	uitglijer
uitglijertje	=	uitglijer
uitglijertjes	=	uitglijer
uitgloei	=	uitgloeien
uitgloeide	=	uitgloeien
uitgloeiden	=	uitgloeien
uitgloeie	=	uitgloeien
uitgloeien	verb	het door en door gloeien van materialen om fysische eigenschappen te wijzigen
uitgloeiend	=	uitgloeien
uitgloeiende	=	uitgloeien
uitgloeit	=	uitgloeien
uitgom	=	uitgommen
uitgomde	=	uitgommen
uitgomden	=	uitgommen
uitgomme	=	uitgommen
uitgommen	verb	iets wat geschreven is met een vlakgom van het papier verwijderen zodat het niet meer zichtbaar of leesbaar is
uitgommend	=	uitgommen
uitgommende	=	uitgommen
uitgomt	=	uitgommen
uitgooi	=	uitgooien
uitgooide	=	uitgooien
uitgooiden	=	uitgooien
uitgooie	=	uitgooien
uitgooien	verb	snel en slordig uitkleden
uitgooiend	=	uitgooien
uitgooiende	=	uitgooien
uitgooit	=	uitgooien
uitgoot	=	uitgieten
uitgoten	=	uitgieten
uitgraaf	=	uitgraven
uitgraaft	=	uitgraven
uitgrave	=	uitgraven
uitgraven	verb	iets door graven uit de grond halen
uitgravend	=	uitgraven
uitgravende	=	uitgraven
uitgraving	noun	een door graven gemaakte uitholling
uitgravingen	=	uitgraving
uitgroef	=	uitgraven
uitgroeft	=	uitgraven
uitgroei	noun	het uitgroeien
uitgroeide	=	uitgroeien
uitgroeiden	=	uitgroeien
uitgroeie	=	uitgroeien
uitgroeien	verb	geleidelijk groter worden, zich ontwikkelen tot iets
uitgroeiend	=	uitgroeien
uitgroeiende	=	uitgroeien
uitgroeit	=	uitgroeien
uitgroeve	=	uitgraven
uitgroeven	=	uitgraven
uitgum	=	uitgummen
uitgumde	=	uitgummen
uitgumden	=	uitgummen
uitgumme	=	uitgummen
uitgummen	verb	een tekst of tekening door wrijven met een vlakgom verwijderen
uitgummend	=	uitgummen
uitgummende	=	uitgummen
uitgumt	=	uitgummen
uithaal	noun	een krachtige beweging met een arm of been
uithaalde	=	uithalen
uithaalden	=	uithalen
uithaalt	=	uithalen
uithaaltje	=	uithaal
uithaaltjes	=	uithaal
uithak	=	uithakken
uithakke	=	uithakken
uithakken	verb	iets verwijderen door hakken
uithakkend	=	uithakken
uithakkende	=	uithakken
uithakt	=	uithakken
uithakte	=	uithakken
uithakten	=	uithakken
uithale	=	uithalen
uithalen	verb	een opmerkelijke daad plegen
uithalend	=	uithalen
uithalende	=	uithalen
uithaler	noun	iemand die gesmokkelde drugs uit zeecontainers haalt
uithalers	=	uithaler
uithalerswet	noun	wet die het mogelijk maakt wederrechtelijk verblijf op een haven, vliegveld of spoorwegemplacement streng te straffen zonder dat bewezen hoeft te worden dan men daar verbleef om drugs uit de lading te halen
uithalerswetten	=	uithalerswet
uithalertje	=	uithaler
uithalertjes	=	uithaler
uitham	noun	een stuk land dat uitsteekt in een water
uithammen	=	uitham
uithammetje	=	uitham
uithang	=	uithangen
uithangbord	noun	reclamebord haaks op de gevel van een winkel, kroeg en dergelijke bevestigd
uithangborden	=	uithangbord
uithangbordje	=	uithangbord
uithangbordjes	=	uithangbord
uithange	=	uithangen
uithangen	verb	iets ruim ophangen
uithangend	=	uithangen
uithangende	=	uithangen
uithangt	=	uithangen
uithard	=	uitharden
uithardde	=	uitharden
uithardden	=	uitharden
uitharde	=	uitharden
uitharden	verb	hard worden van iets dat eerst vloeibaar of half vloeibaar was
uithardend	=	uitharden
uithardende	=	uitharden
uitharding	noun	het proces waarbij een materiaal (zoals beton, lijm, verf of kunststof) door chemische reacties of fysische veranderingen van een vloeibare/zachte toestand overgaat in een vaste, sterke, en definitieve vorm.
uithardingen	=	uitharding
uithardinkje	=	uitharding
uithardinkjes	=	uitharding
uithardt	=	uitharden
uitheeg	=	uithijgen
uitheegt	=	uithijgen
uitheems	adj	van oorsprong ergens niet voorkomend
uitheemsch	=	uitheems
uitheemse	=	uitheems
uitheemser	=	uitheems
uitheemsere	=	uitheems
uitheemsers	=	uitheems
uitheemsheden	=	uitheemsheid
uitheemsheid	noun	het afkomstig zijn van een ver buitenland
uitheemst	=	uitheems
uitheemste	=	uitheems
uithege	=	uithijgen
uithegen	=	uithijgen
uithield	=	uithouden
uithielde	=	uithouden
uithielden	=	uithouden
uithieldt	=	uithouden
uithieuw	=	uithouwen
uithieuwe	=	uithouwen
uithieuwen	=	uithouwen
uithieuwt	=	uithouwen
uithijg	=	uithijgen
uithijgde	=	uithijgen
uithijgden	=	uithijgen
uithijge	=	uithijgen
uithijgen	verb	na een heftige inspanning diep in- en uitademen om weer bij te komen van die inspanning
uithijgend	=	uithijgen
uithijgende	=	uithijgen
uithijgt	=	uithijgen
uithing	=	uithangen
uithinge	=	uithangen
uithingen	=	uithangen
uithingt	=	uithangen
uithoek	noun	punt ver van het centrum, ver van de bewoonde wereld gelegen
uithoeken	=	uithoek
uithoekje	=	uithoek
uithoekjes	=	uithoek
uithof	noun	een grote kloosterboerderij / abdijhoeve van waaruit de vaak aanzienlijke landerijen die aan een kloosterorde toebehoorden, werden bewerkt en beheerd
uithol	=	uithollen
uitholde	=	uithollen
uitholden	=	uithollen
uitholle	=	uithollen
uithollen	verb	het binnenste weghalen
uithollend	=	uithollen
uithollende	=	uithollen
uitholling	noun	geleidelijke verwijdering van het binnenste deel, zodat er een lege buitenkant overblijft
uithollingen	=	uitholling
uithollinkje	=	uitholling
uithollinkjes	=	uitholling
uitholt	=	uithollen
uithonger	=	uithongeren
uithongerde	=	uithongeren
uithongerden	=	uithongeren
uithongere	=	uithongeren
uithongeren	verb	lang ieder voedsel ontzeggen
uithongerend	=	uithongeren
uithongerende	=	uithongeren
uithongering	noun	het dusdanig weinig voedsel laten nuttigen dat dit op den duur verhongering tot gevolg heeft, meestal doelbewust
uithongeringen	=	uithongering
uithongert	=	uithongeren
uithoor	=	uithoren
uithoorde	=	uithoren
uithoorden	=	uithoren
uithoort	=	uithoren
uithore	=	uithoren
uithoren	verb	door ondervragen trachten alles van iemand te weten te komen
uithorend	=	uithoren
uithorende	=	uithoren
uithou	=	uithouden
uithoud	=	uithouden
uithoude	=	uithouden
uithouden	verb	het ~ langdurig moeilijkheden verdragen of belasting dragen
uithoudend	=	uithouden
uithoudende	=	uithouden
uithouder	noun	voorwerp om iets ergens weg van te houden
uithouders	=	uithouder
uithouding	noun	het uithouden
uithoudingen	=	uithouding
uithoudingsvermogen	noun	het vermogen van iemand om zich voor een lange tijd in te spannen of pijn te verdragen.
uithoudingsvermogens	=	uithoudingsvermogen
uithoudinkje	=	uithouding
uithoudinkjes	=	uithouding
uithoudt	=	uithouden
uithouw	=	uithouwen
uithouwde	=	uithouwen
uithouwden	=	uithouwen
uithouwe	=	uithouwen
uithouwen	verb	uit steen uithakken
uithouwend	=	uithouwen
uithouwende	=	uithouwen
uithouwt	=	uithouwen
uithoven	=	uithof
uithuil	=	uithuilen
uithuilde	=	uithuilen
uithuilden	=	uithuilen
uithuile	=	uithuilen
uithuilen	verb	zolang huilen dat het ergste verdriet over is
uithuilend	=	uithuilen
uithuilende	=	uithuilen
uithuilt	=	uithuilen
uithuisplaatsing	noun	een kind naar een andere leefomgeving verplaatsen omdat de ouders het kind niet goed verzorgen
uithuisplaatsingen	=	uithuisplaatsing
uithuizig	adj	vaak van huis zijnde
uithuizige	=	uithuizig
uithuiziger	=	uithuizig
uithuizigere	=	uithuizig
uithuizigers	=	uithuizig
uithuizigheid	noun	het je niet in je eigen huis bevinden; het liever ergens anders zijn dan thuis
uithuizigs	=	uithuizig
uithuizigst	=	uithuizig
uithuizigste	=	uithuizig
uithuw	=	uithuwen
uithuwde	=	uithuwen
uithuwden	=	uithuwen
uithuwe	=	uithuwen
uithuwelijk	=	uithuwelijken
uithuwelijke	=	uithuwelijken
uithuwelijken	verb	een huwelijk arrangeren voor een meisje
uithuwelijkend	=	uithuwelijken
uithuwelijkende	=	uithuwelijken
uithuwelijking	noun	de keer dat ouders of familieleden de huwelijkspartner voor een persoon kiezen, waarna het huwelijk wordt voltrokken.
uithuwelijkingen	=	uithuwelijking
uithuwelijkingetje	=	uithuwelijking
uithuwelijkingetjes	=	uithuwelijking
uithuwelijkt	=	uithuwelijken
uithuwelijkte	=	uithuwelijken
uithuwelijkten	=	uithuwelijken
uithuwen	verb	een huwelijk arrangeren voor een meisje; een meisje aanbieden om mee te trouwen
uithuwend	=	uithuwen
uithuwende	=	uithuwen
uithuwt	=	uithuwen
uiting	noun	dat wat men laat zien of merken, al of niet door woorden
uitingen	=	uiting
uitinkje	=	uiting
uitinkjes	=	uiting
uitjaag	=	uitjagen
uitjaagde	=	uitjagen
uitjaagden	=	uitjagen
uitjaagt	=	uitjagen
uitjage	=	uitjagen
uitjagen	verb	een persoon of dier dwingen een plek te verlaten
uitjagend	=	uitjagen
uitjagende	=	uitjagen
uitje	noun	bol van Allium cepa gebruikt om voedsel op smaak te brengen
uitjes	=	ui
uitjoeg	=	uitjagen
uitjoegen	=	uitjagen
uitjoel	=	uitjoelen
uitjoelde	=	uitjoelen
uitjoelden	=	uitjoelen
uitjoele	=	uitjoelen
uitjoelen	verb	met veel lawaai iemand beledigen
uitjoelend	=	uitjoelen
uitjoelende	=	uitjoelen
uitjoelt	=	uitjoelen
uitjouw	=	uitjouwen
uitjouwde	=	uitjouwen
uitjouwden	=	uitjouwen
uitjouwe	=	uitjouwen
uitjouwen	verb	honend toeroepen
uitjouwend	=	uitjouwen
uitjouwende	=	uitjouwen
uitjouwt	=	uitjouwen
uitkaffer	=	uitkafferen
uitkafferde	=	uitkafferen
uitkafferden	=	uitkafferen
uitkaffere	=	uitkafferen
uitkafferen	verb	op heel luide toon zeggen dat iemand het helemaal fout gedaan heeft
uitkafferend	=	uitkafferen
uitkafferende	=	uitkafferen
uitkaffering	noun	de keer dat men iemand uitscheldt alsof die persoon een minderwaardig persoon is
uitkafferingen	=	uitkaffering
uitkaffert	=	uitkafferen
uitkak	=	uitkakken
uitkakke	=	uitkakken
uitkakken	verb|informal	uitpoepen
uitkakkend	=	uitkakken
uitkakkende	=	uitkakken
uitkakt	=	uitkakken
uitkakte	=	uitkakken
uitkakten	=	uitkakken
uitkam	=	uitkammen
uitkamde	=	uitkammen
uitkamden	=	uitkammen
uitkamme	=	uitkammen
uitkammen	verb	zorgvuldig doorzoeken
uitkammend	=	uitkammen
uitkammende	=	uitkammen
uitkamt	=	uitkammen
uitkant	noun	de grens aan de buitenzijde
uitkanten	=	uitkant
uitkap	=	uitkappen
uitkappe	=	uitkappen
uitkappen	verb	met een soort schijnbeweging een speler van de tegenstander voorbij spelen
uitkappend	=	uitkappen
uitkappende	=	uitkappen
uitkapt	=	uitkappen
uitkapte	=	uitkappen
uitkapten	=	uitkappen
uitkauw	=	uitkauwen
uitkauwde	=	uitkauwen
uitkauwden	=	uitkauwen
uitkauwe	=	uitkauwen
uitkauwen	verb	zolang kauwen tot de laatste substantie eruit is gehaald
uitkauwend	=	uitkauwen
uitkauwende	=	uitkauwen
uitkauwt	=	uitkauwen
uitkavel	=	uitkavelen
uitkavelde	=	uitkavelen
uitkavelden	=	uitkavelen
uitkavele	=	uitkavelen
uitkavelen	verb	iets in vooraf bepaalde porties verkopen
uitkavelend	=	uitkavelen
uitkavelende	=	uitkavelen
uitkavelt	=	uitkavelen
uitkeek	=	uitkijken
uitkeekt	=	uitkijken
uitkeer	=	uitkeren
uitkeerde	=	uitkeren
uitkeerden	=	uitkeren
uitkeert	=	uitkeren
uitkeke	=	uitkijken
uitkeken	=	uitkijken
uitkeping	noun	een door verwijdering van materiaal ontstane gleuf
uitkepingen	=	uitkeping
uitkere	=	uitkeren
uitkeren	verb	betalingen verzorgen, meestal door een instantie aan individuen
uitkerend	=	uitkeren
uitkerende	=	uitkeren
uitkerf	=	uitkerven
uitkerfde	=	uitkerven
uitkerfden	=	uitkerven
uitkerft	=	uitkerven
uitkering	noun	betaling van geld op basis van sociale wetgeving
uitkeringen	=	uitkering
uitkeringsaanvraag	noun	de keer dat men een beroep doet op een uitkeringsorganisatie; de keer dat men om een uitkering verzoekt
uitkeringsaanvragen	=	uitkeringsaanvraag
uitkeringsfraude	noun	fraude, gepleegd door de aanvrager van een uitkering waardoor hij ten onrechte of een te hoge uitkering krijgt
uitkeringsfraudes	=	uitkeringsfraude
uitkeringsgeld	noun	geld ontvangen ten gevolge van een uitkering zoals de bijstand, de WAO etc.
uitkeringsgelden	=	uitkeringsgeld
uitkeringsgerechtigd	adj	recht hebbend op een vergoeding vanwege een verzekering
uitkeringsgerechtigde	noun	iemand die recht heeft op een vergoeding vanwege een verzekering
uitkeringsgerechtigden	=	uitkeringsgerechtigde
uitkeringsgerechtigds	=	uitkeringsgerechtigd
uitkeringsinstantie	noun	organisatie die zorg draagt voor het betalen van uitkeringen aan hen die daar recht op hebben
uitkeringsinstanties	=	uitkeringsinstantie
uitkeringstoerisme	noun	het verhuizen naar gemeenten of landen waar de bijstandsuitkeringen hoger zijn
uitkeringstrekker	noun	iemand die een uitkering ontvangt
uitkeringstrekkers	=	uitkeringstrekker
uitkeringstrekkertje	=	uitkeringstrekker
uitkeringstrekkertjes	=	uitkeringstrekker
uitkeringsvoorwaarde	noun	de eisen waaraan iemand moet voldoen om in aanmerking te komen voor een uitkering (van een verzekering)
uitkeringsvoorwaarden	=	uitkeringsvoorwaarde
uitkeringtrekker	noun	iemand die een uitkering ontvangt
uitkeringtrekkers	=	uitkeringtrekker
uitkerinkje	=	uitkering
uitkerinkjes	=	uitkering
uitkerve	=	uitkerven
uitkerven	verb	door het snijden en schrappen verwijderen
uitkervend	=	uitkerven
uitkervende	=	uitkerven
uitkien	=	uitkienen
uitkiende	=	uitkienen
uitkienden	=	uitkienen
uitkiene	=	uitkienen
uitkienen	verb	zorgvuldig uitzoeken, uitpluizen
uitkienend	=	uitkienen
uitkienende	=	uitkienen
uitkient	=	uitkienen
uitkies	=	uitkiezen
uitkiest	=	uitkiezen
uitkieze	=	uitkiezen
uitkiezen	verb	uit een aantal mogelijkheden één of meer selecteren
uitkiezend	=	uitkiezen
uitkiezende	=	uitkiezen
uitkijk	noun	plek waarvan men uitkijkt
uitkijke	=	uitkijken
uitkijken	verb	voorzichtig zijn
uitkijkend	=	uitkijken
uitkijkende	=	uitkijken
uitkijkje	=	uitkijk
uitkijkjes	=	uitkijk
uitkijkpunt	noun	locatie vanwaar men een goed zicht heeft op een groter gebied
uitkijkpunten	=	uitkijkpunt
uitkijkt	=	uitkijken
uitkijktoren	noun	een hoog en smal gebouw dat dient om ver in de omgeving te kunnen kijken als men op de top van dit gebouw is
uitkijktorens	=	uitkijktoren
uitkijktorentje	=	uitkijktoren
uitkijktorentjes	=	uitkijktoren
uitklaar	=	uitklaren
uitklaarde	=	uitklaren
uitklaarden	=	uitklaren
uitklaart	=	uitklaren
uitklap	=	uitklappen
uitklapbaar	adj	in één stap groter kunnen worden
uitklapbaarder	=	uitklapbaar
uitklapbaardere	=	uitklapbaar
uitklapbaarders	=	uitklapbaar
uitklapbaars	=	uitklapbaar
uitklapbaarst	=	uitklapbaar
uitklapbaarste	=	uitklapbaar
uitklapbare	=	uitklapbaar
uitklapbed	noun	een bed dat ruimtebesparend is omdat het wordt ingeklapt wanneer het niet gebruikt wordt, waardoor de ruimte anders gebruikt kan worden.
uitklapbedden	=	uitklapbed
uitklapbedje	=	uitklapbed
uitklapbedjes	=	uitklapbed
uitklappe	=	uitklappen
uitklappen	verb	iets met een scharnierende beweging naar buiten bewegen
uitklappend	=	uitklappen
uitklappende	=	uitklappen
uitklapt	=	uitklappen
uitklapte	=	uitklappen
uitklapten	=	uitklappen
uitklare	=	uitklaren
uitklaren	verb	iets ophelderen wat eerst onduidelijk was, een raadsel oplossen
uitklarend	=	uitklaren
uitklarende	=	uitklaren
uitklede	=	uitkleden
uitkleden	verb	zich ~ de eigen kleding afnemen
uitkledend	=	uitkleden
uitkledende	=	uitkleden
uitkleding	noun	het verwijderen van kleren
uitkledingen	=	uitkleding
uitkleed	=	uitkleden
uitkleedde	=	uitkleden
uitkleedden	=	uitkleden
uitkleedt	=	uitkleden
uitklop	=	uitkloppen
uitkloppe	=	uitkloppen
uitkloppen	verb	door te kloppen reinigen van stof etc.
uitkloppend	=	uitkloppen
uitkloppende	=	uitkloppen
uitklopt	=	uitkloppen
uitklopte	=	uitkloppen
uitklopten	=	uitkloppen
uitkneep	=	uitknijpen
uitknepen	=	uitknijpen
uitknijp	=	uitknijpen
uitknijpe	=	uitknijpen
uitknijpen	verb	leeg maken door te knijpen
uitknijpend	=	uitknijpen
uitknijpende	=	uitknijpen
uitknijpt	=	uitknijpen
uitknikker	=	uitknikkeren
uitknikkerde	=	uitknikkeren
uitknikkerden	=	uitknikkeren
uitknikkere	=	uitknikkeren
uitknikkeren	verb	het uit de pot wegschieten van een knikker van de tegenstander
uitknikkerend	=	uitknikkeren
uitknikkerende	=	uitknikkeren
uitknikkert	=	uitknikkeren
uitknip	=	uitknippen
uitknippe	=	uitknippen
uitknippen	verb	met een schaar een figuur uit een bladpapier halen
uitknippend	=	uitknippen
uitknippende	=	uitknippen
uitknipt	=	uitknippen
uitknipte	=	uitknippen
uitknipten	=	uitknippen
uitknobbel	=	uitknobbelen
uitknobbelde	=	uitknobbelen
uitknobbelden	=	uitknobbelen
uitknobbele	=	uitknobbelen
uitknobbelen	verb	door denken proberen een probleem oplossen
uitknobbelend	=	uitknobbelen
uitknobbelende	=	uitknobbelen
uitknobbelt	=	uitknobbelen
uitknop	noun	toets waarmee men een toestel buitenwerking kan stellen
uitknopje	=	uitknop
uitknopjes	=	uitknop
uitknoppen	=	uitknop
uitkocht	=	uitkopen
uitkochte	=	uitkopen
uitkochten	=	uitkopen
uitkoke	=	uitkoken
uitkoken	verb	door koken reinigen, zuiveren
uitkokend	=	uitkoken
uitkokende	=	uitkoken
uitkom	=	uitkomen
uitkome	=	uitkomen
uitkomen	verb	naar buiten komen
uitkomend	adj	naar buiten komend
uitkomende	=	uitkomen
uitkomender	=	uitkomend
uitkomendere	=	uitkomend
uitkomenders	=	uitkomend
uitkomends	=	uitkomend
uitkomendst	=	uitkomend
uitkomendste	=	uitkomend
uitkomst	noun	de afloop van een bepaald proces
uitkomsten	=	uitkomst
uitkomstje	=	uitkomst
uitkomstjes	=	uitkomst
uitkomstprobleem	noun	een vraagstuk waarin men moet bepalen met welke kaart te beginnen in een kaartspel
uitkomstproblemen	=	uitkomstprobleem
uitkomt	=	uitkomen
uitkook	=	uitkoken
uitkookt	=	uitkoken
uitkookte	=	uitkoken
uitkookten	=	uitkoken
uitkoop	noun	vrijkoop
uitkoopregeling	noun	regeling waarbij iemand een financiële vergoeding krijgt voor eigendom dat hij gedwongen moet afstaan of verlaten
uitkoopregelingen	=	uitkoopregeling
uitkoopt	=	uitkopen
uitkoos	=	uitkiezen
uitkoost	=	uitkiezen
uitkope	=	uitkopen
uitkopen	verb	door geld afkopen, iemand geld betalen om daardoor bepaalde rechten te verwerven of van bepaalde verplichtingen ontslagen te zijn, bijvoorbeeld als aandeelhouder iemands rechten als deelhebber afkopen
uitkopend	=	uitkopen
uitkopende	=	uitkopen
uitkorf	=	uitkerven
uitkorven	=	uitkerven
uitkots	=	uitkotsen
uitkotse	=	uitkotsen
uitkotsen	verb|informal	iets wat men gegeten of gedronken heeft via de mond het lichaam doen verlaten
uitkotsend	=	uitkotsen
uitkotsende	=	uitkotsen
uitkotst	=	uitkotsen
uitkotste	=	uitkotsen
uitkotsten	=	uitkotsen
uitkoze	=	uitkiezen
uitkozen	=	uitkiezen
uitkraag	=	uitkragen
uitkraagde	=	uitkragen
uitkraagden	=	uitkragen
uitkraagt	=	uitkragen
uitkraai	=	uitkraaien
uitkraaide	=	uitkraaien
uitkraaiden	=	uitkraaien
uitkraaie	=	uitkraaien
uitkraaien	verb	schreeuwen van plezier
uitkraaiend	=	uitkraaien
uitkraaiende	=	uitkraaien
uitkraait	=	uitkraaien
uitkraam	=	uitkramen
uitkraamde	=	uitkramen
uitkraamden	=	uitkramen
uitkraamt	=	uitkramen
uitkrab	=	uitkrabben
uitkrabbe	=	uitkrabben
uitkrabben	verb	met kracht en een scherp voorwerp iets verwijderen
uitkrabbend	=	uitkrabben
uitkrabbende	=	uitkrabben
uitkrabde	=	uitkrabben
uitkrabden	=	uitkrabben
uitkrabt	=	uitkrabben
uitkrage	=	uitkragen
uitkragen	verb	naar boven toe steeds verder naar buiten uitsteken van een muur of ander constructieonderdeel
uitkragend	=	uitkragen
uitkragende	=	uitkragen
uitkraging	noun	een bouwkundige constructie waarbij een deel van een gebouw, zoals een balkon, erker of muurdeel, horizontaal uitsteekt zonder directe ondersteuning van onderen.
uitkragingen	=	uitkraging
uitkraginkje	=	uitkraging
uitkraginkjes	=	uitkraging
uitkrame	=	uitkramen
uitkramen	verb	luidkeels verkondigen
uitkramend	=	uitkramen
uitkramende	=	uitkramen
uitkreeg	=	uitkrijgen
uitkregen	=	uitkrijgen
uitkrijg	=	uitkrijgen
uitkrijge	=	uitkrijgen
uitkrijgen	verb	ten einde lezen
uitkrijgend	=	uitkrijgen
uitkrijgende	=	uitkrijgen
uitkrijgt	=	uitkrijgen
uitkristalliseer	=	uitkristalliseren
uitkristalliseerde	=	uitkristalliseren
uitkristalliseerden	=	uitkristalliseren
uitkristalliseert	=	uitkristalliseren
uitkristallisere	=	uitkristalliseren
uitkristalliseren	verb	in kristallen neerslaan vanuit een oplossing
uitkristalliserend	=	uitkristalliseren
uitkristalliserende	=	uitkristalliseren
uitkuis	=	uitkuisen
uitkuise	=	uitkuisen
uitkuisen	verb	van binnen schoonmaken (van een voorwerp als een kast, kachel, ketel, ton, stal of van plooien, holtes of andere moeilijk te bereiken oppervlakken in een lichaam)
uitkuisend	=	uitkuisen
uitkuisende	=	uitkuisen
uitkuist	=	uitkuisen
uitkuiste	=	uitkuisen
uitkuisten	=	uitkuisen
uitkwaamt	=	uitkomen
uitkwam	=	uitkomen
uitkwame	=	uitkomen
uitkwamen	=	uitkomen
uitlaad	=	uitladen
uitlaadde	=	uitladen
uitlaadden	=	uitladen
uitlaadt	=	uitladen
uitlaast	=	uitlezen
uitlaat	noun	een opening waardoor iets als afvalproducten naar buiten kan treden (vloeistof, damp of gas)
uitlaatdemper	noun	geluiddemper op de uitlaat van een motor
uitlaatdempers	=	uitlaatdemper
uitlaatgas	noun	de rook en andere dampen en gassen die uit een verbrandingsmotor komen
uitlaatgasje	=	uitlaatgas
uitlaatgasjes	=	uitlaatgas
uitlaatgassen	=	uitlaatgas
uitlaatje	=	uitlaat
uitlaatjes	=	uitlaat
uitlaatklep	noun	een klep waardoor verbrandingsgassen een motor met inwendige verbranding kunnen verlaten
uitlaatklepje	=	uitlaatklep
uitlaatklepjes	=	uitlaatklep
uitlaatkleppen	=	uitlaatklep
uitlaatplaats	noun	plaats, binnen de bebouwde kom, waar het toegestaan is honden uit te laten
uitlaatplaatsen	=	uitlaatplaats
uitlaatplaatsje	=	uitlaatplaats
uitlaatplaatsjes	=	uitlaatplaats
uitlaatsysteem	noun	geheel van de onderdelen van een motorvoertuig die dienen om gassen die bij de verbranding van brandstof ontstaan op een goede manier af te voeren De term wordt ook gebruikt bij verbrandingsmotoren buiten het verkeer en bij verbrandingsketels.
uitlaatsysteempje	=	uitlaatsysteem
uitlaatsysteempjes	=	uitlaatsysteem
uitlaatsystemen	=	uitlaatsysteem
uitlach	=	uitlachen
uitlache	=	uitlachen
uitlachen	verb	iemand door te lachen bespotten
uitlachend	=	uitlachen
uitlachende	=	uitlachen
uitlacht	=	uitlachen
uitlachte	=	uitlachen
uitlachten	=	uitlachen
uitlade	=	uitladen
uitladen	verb	vrachtgoed uit een scheepsruim of uit overdekte wagen lossen
uitladend	=	uitladen
uitladende	=	uitladen
uitlandig	adj	buiten het land verkerend
uitlandige	=	uitlandig
uitlandiger	=	uitlandig
uitlandigere	=	uitlandig
uitlandigers	=	uitlandig
uitlandigheid	noun	het uitlandig zijn, het verblijven in het buitenland
uitlandigs	=	uitlandig
uitlandigst	=	uitlandig
uitlandigste	=	uitlandig
uitlas	=	uitlassen
uitlasse	=	uitlassen
uitlassen	verb	het verwijderen van een elektrische installatie uit een netsectie, waarbij de netsecties samengevoegd worden
uitlassend	=	uitlassen
uitlassende	=	uitlassen
uitlast	=	uitlassen
uitlaste	=	uitlassen
uitlasten	=	uitlassen
uitlate	=	uitlaten
uitlaten	verb	iemand ~: iemand het huis uit begeleiden
uitlatend	=	uitlaten
uitlatende	=	uitlaten
uitlating	noun	opmerking, mening, uitspraak
uitlatingen	=	uitlating
uitlatingsteken	noun	leesteken dat aanduidt dat iets weggelaten is
uitlatingstekens	=	uitlatingsteken
uitlatingstekentje	=	uitlatingsteken
uitlatingstekentjes	=	uitlatingsteken
uitlatinkje	=	uitlating
uitlatinkjes	=	uitlating
uitlaze	=	uitlezen
uitlazen	=	uitlezen
uitleef	=	uitleven
uitleefde	=	uitleven
uitleefden	=	uitleven
uitleeft	=	uitleven
uitleen	=	uitlenen
uitleenbasis	noun	op uitleenbasis situatie waarbij een werknemer van één bedrijf tijdelijk werkt voor een andere bedrijf
uitleenbibliotheek	noun	instelling die boeken uitleent
uitleenbibliotheken	=	uitleenbibliotheek
uitleende	=	uitlenen
uitleenden	=	uitlenen
uitleensysteem	noun	een systematiek voor het uitlenen van voorwerpen, machines, kleding, dvd's en dergelijke
uitleensysteempje	=	uitleensysteem
uitleensysteempjes	=	uitleensysteem
uitleensystemen	=	uitleensysteem
uitleent	=	uitlenen
uitleentermijn	noun	de tijd dat men een boek mag lenen van een bibliotheek zonder te hoeven verlengen of een boete te betalen
uitleentermijnen	=	uitleentermijn
uitlees	=	uitlezen
uitleesbaar	adj	dat door een machine geproduceerde gegevens door een mens of een andere machine gelezen kunnen worden
uitleesbaarder	=	uitleesbaar
uitleesbaardere	=	uitleesbaar
uitleesbaarders	=	uitleesbaar
uitleesbaars	=	uitleesbaar
uitleesbaarst	=	uitleesbaar
uitleesbaarste	=	uitleesbaar
uitleesbare	=	uitleesbaar
uitleest	=	uitlezen
uitleg	noun	uiteenzetting bedoeld om iets begrijpelijk te maken
uitlegbaar	adj	dat iets te verklaren is
uitlegbaarder	=	uitlegbaar
uitlegbaardere	=	uitlegbaar
uitlegbaarders	=	uitlegbaar
uitlegbaars	=	uitlegbaar
uitlegbaarst	=	uitlegbaar
uitlegbaarste	=	uitlegbaar
uitlegbare	=	uitlegbaar
uitlegde	=	uitleggen
uitlegden	=	uitleggen
uitlegge	=	uitleggen
uitleggen	verb	iets doen begrijpen; iets verklaren; iets begrijpelijk maken
uitleggend	=	uitleggen
uitleggende	=	uitleggen
uitlegger	noun	iemand die duidelijk maakt wat er bedoeld wordt
uitleggerig	adj	geneigd tot uitleggen
uitleggerige	=	uitleggerig
uitleggeriger	=	uitleggerig
uitleggerigere	=	uitleggerig
uitleggerigers	=	uitleggerig
uitleggerigs	=	uitleggerig
uitleggerigst	=	uitleggerig
uitleggerigste	=	uitleggerig
uitleggers	=	uitlegger
uitlegging	noun	uitleg
uitleggingen	=	uitlegging
uitlegginkje	=	uitlegging
uitlegginkjes	=	uitlegging
uitlegje	=	uitleg
uitlegjes	=	uitleg
uitlegt	=	uitleggen
uitleid	=	uitleiden
uitleidde	=	uitleiden
uitleidden	=	uitleiden
uitleide	=	uitleiden
uitleiden	verb	iets of iemand naar buiten begeleiden
uitleidend	=	uitleiden
uitleidende	=	uitleiden
uitleiding	noun	het begeleiden van iemand die vertrekt, of het verwijderen van personen uit een gebied.
uitleidingen	=	uitleiding
uitleidinkje	=	uitleiding
uitleidinkjes	=	uitleiding
uitleidt	=	uitleiden
uitlek	=	uitlekken
uitlekke	=	uitlekken
uitlekken	verb	druppelsgewijs uit iets vallen
uitlekkend	=	uitlekken
uitlekkende	=	uitlekken
uitlekt	=	uitlekken
uitlekte	=	uitlekken
uitlekten	=	uitlekken
uitlene	=	uitlenen
uitlenen	verb	iets voor tijdelijk gebruik aan een ander afstaan
uitlenend	=	uitlenen
uitlenende	=	uitlenen
uitlening	noun	de keer dat men iets uitleent
uitleningen	=	uitlening
uitleve	=	uitleven
uitleven	verb	zich ~ (op): een verlangen tot verzadiging kunnen botvieren
uitlevend	=	uitleven
uitlevende	=	uitleven
uitlever	=	uitleveren
uitleverde	=	uitleveren
uitleverden	=	uitleveren
uitlevere	=	uitleveren
uitleveren	verb	een gevangene in handen van een andere autoriteit overdragen
uitleverend	=	uitleveren
uitleverende	=	uitleveren
uitlevering	noun	de overdracht van een gevangene naar een andere autoriteit
uitleveringen	=	uitlevering
uitleveringsakkoord	noun	een formele afspraak die uitlevering regelt
uitleveringsakkoorden	=	uitleveringsakkoord
uitleveringsakkoordje	=	uitleveringsakkoord
uitleveringsakkoordjes	=	uitleveringsakkoord
uitleveringsverdrag	noun	een verdrag tussen twee of meer staten, waarin zij overeenkomen wanneer en onder welke voorwaarden de aangezochte staat een persoon aan de verzoekende staat moet uitleveren
uitleveringsverdragen	=	uitleveringsverdrag
uitleveringsverzoek	noun	verzoek van een land aan een ander land om een persoon die verdacht is van een misdaad op te pakken en naar dat land te sturen
uitleveringsverzoeken	=	uitleveringsverzoek
uitleverprobleem	noun	door productieproblemen een product niet kunnen leveren
uitleverproblemen	=	uitleverprobleem
uitlevert	=	uitleveren
uitleze	=	uitlezen
uitlezen	verb	lezen tot het verhaal afgelopen is
uitlezend	=	uitlezen
uitlezende	=	uitlezen
uitlicht	=	uitlichten
uitlichte	=	uitlichten
uitlichten	verb	met een schijnwerper één zaak extra verlichten
uitlichtend	=	uitlichten
uitlichtende	=	uitlichten
uitlichtte	=	uitlichten
uitlichtten	=	uitlichten
uitliep	=	uitlopen
uitliepe	=	uitlopen
uitliepen	=	uitlopen
uitliept	=	uitlopen
uitliet	=	uitlaten
uitliete	=	uitlaten
uitlieten	=	uitlaten
uitlijn	=	uitlijnen
uitlijnde	=	uitlijnen
uitlijnden	=	uitlijnen
uitlijne	=	uitlijnen
uitlijnen	verb	zodanig stellen dat ze in een gewenste stand staan
uitlijnend	=	uitlijnen
uitlijnende	=	uitlijnen
uitlijning	noun	het uitlijnen
uitlijningen	=	uitlijning
uitlijnt	=	uitlijnen
uitlog	=	uitloggen
uitlogde	=	uitloggen
uitlogden	=	uitloggen
uitloge	=	uitlogen
uitlogen	verb	een proces waarbij mineralen uit een vaste substantie worden onttrokken door middel van oplossing in een vloeistof
uitlogend	=	uitlogen
uitlogende	=	uitlogen
uitlogge	=	uitloggen
uitloggen	verb	de sessie met de computer verbreken
uitloggend	=	uitloggen
uitloggende	=	uitloggen
uitloging	noun	een makkelijk oplosbare stof door een vloeistof uit een vaste stof verwijderen
uitlogingen	=	uitloging
uitloginkje	=	uitloging
uitloginkjes	=	uitloging
uitlogt	=	uitloggen
uitlok	=	uitlokken
uitlokke	=	uitlokken
uitlokkelijk	adj	van iets dat je tot zich trekt, begeerte opwekt, of voordelig lijkt
uitlokkelijke	=	uitlokkelijk
uitlokkelijker	=	uitlokkelijk
uitlokkelijkere	=	uitlokkelijk
uitlokkelijkers	=	uitlokkelijk
uitlokkelijks	=	uitlokkelijk
uitlokkelijkst	=	uitlokkelijk
uitlokkelijkste	=	uitlokkelijk
uitlokken	verb	verleiden, veroorzaken, iets of iemand iets laten doen
uitlokkend	=	uitlokken
uitlokkende	=	uitlokken
uitlokking	noun	een poging om iemand iets te laten zeggen of doen dat eigenlijk verboden is of iemand eigenlijk niet zou willen zeggen of doen
uitlokkingen	=	uitlokking
uitlokkinkje	=	uitlokking
uitlokkinkjes	=	uitlokking
uitlokt	=	uitlokken
uitlokte	=	uitlokken
uitlokten	=	uitlokken
uitloods	=	uitloodsen
uitloodse	=	uitloodsen
uitloodsen	verb	een schip met behulp van een loods uit de haven laten varen
uitloodsend	=	uitloodsen
uitloodsende	=	uitloodsen
uitloodst	=	uitloodsen
uitloodste	=	uitloodsen
uitloodsten	=	uitloodsen
uitloof	=	uitloven
uitloofde	=	uitloven
uitloofden	=	uitloven
uitlooft	=	uitloven
uitloog	=	uitlogen
uitloogde	=	uitlogen
uitloogden	=	uitlogen
uitloogt	=	uitlogen
uitloop	noun	het uitlopen
uitlooper	=	uitloper
uitloopje	=	uitloop
uitloopjes	=	uitloop
uitlooppoging	noun	een poging tijdens een wielerwedstrijd (of vergelijkbare duursport) om weg te rijden uit de groep, vaak het peloton, om zo een voorsprong te creëren.
uitlooppogingen	=	uitlooppoging
uitlooppoginkje	=	uitlooppoging
uitlooppoginkjes	=	uitlooppoging
uitloopt	=	uitlopen
uitloot	=	uitloten
uitlootte	=	uitloten
uitlootten	=	uitloten
uitlope	=	uitlopen
uitlopen	verb	lopend een ruimte verlaten
uitlopend	adj	eindigend
uitlopende	=	uitlopen
uitlopends	=	uitlopend
uitloper	noun	een groeiende, vaak kruipende, loot of stengel aan een boom of plant
uitlopers	=	uitloper
uitlopertje	=	uitloper
uitlopertjes	=	uitloper
uitlopervormend	adj	in staat om uitlopers te vormen
uitlopervormende	=	uitlopervormend
uitlopervormends	=	uitlopervormend
uitlote	=	uitloten
uitloten	verb	getrokken worden bij een loterij
uitlotend	=	uitloten
uitlotende	=	uitloten
uitlove	=	uitloven
uitloven	verb	in het openbaar beloven iemand een beloning te geven die iets doet of wint / een prijs ter beschikking stellen
uitlovend	=	uitloven
uitlovende	=	uitloven
uitloving	noun	het een beloning of prijs beschikbaar stellen bij het bereiken van een resultaat
uitlovingen	=	uitloving
uitluid	=	uitluiden
uitluidde	=	uitluiden
uitluidden	=	uitluiden
uitluide	=	uitluiden
uitluiden	verb	onder het luiden van klokken iets feestelijk doen eindigen / iets beëindigen in het algemeen
uitluidend	=	uitluiden
uitluidende	=	uitluiden
uitluiding	noun	het met klokgebeier uitgeleide doen (begeleiden) van een overledene bij een begrafenis, of het einde van een jaar/periode met klokken inluiden.
uitluidingen	=	uitluiding
uitluidinkje	=	uitluiding
uitluidinkjes	=	uitluiding
uitluidt	=	uitluiden
uitmaak	=	uitmaken
uitmaakt	=	uitmaken
uitmaakte	=	uitmaken
uitmaakten	=	uitmaken
uitmaal	=	uitmalen
uitmaalde	=	uitmalen
uitmaalden	=	uitmalen
uitmaalt	=	uitmalen
uitmake	=	uitmaken
uitmaken	verb	een einde maken aan bijvoorbeeld een relatie
uitmakend	=	uitmaken
uitmakende	=	uitmaken
uitmale	=	uitmalen
uitmalen	verb	uit iets of naar buiten malen (ook droogmaken door water te pompen)
uitmalend	=	uitmalen
uitmalende	=	uitmalen
uitmarkt	noun	een jaarlijks evenement in Amsterdam in het laatste weekeinde van augustus waarin theatergezelschappen, orkesten, ensembles, theaters, cabaretiers, impresariaten, musea en muzikanten zich presenteren met nieuwe programma's en tentoonstellingen op de podia en informatiemarkt
uitmarkten	=	uitmarkt
uitmarktje	=	uitmarkt
uitmarktjes	=	uitmarkt
uitmat	=	uitmeten
uitmaten	=	uitmeten
uitmeet	=	uitmeten
uitmelk	=	uitmelken
uitmelke	=	uitmelken
uitmelken	verb	zo lang 'melken' dat er niets meer uit komt
uitmelkend	=	uitmelken
uitmelkende	=	uitmelken
uitmelkt	=	uitmelken
uitmergel	=	uitmergelen
uitmergelde	=	uitmergelen
uitmergelden	=	uitmergelen
uitmergele	=	uitmergelen
uitmergelen	verb	roofbouw plegen, van alle kracht ontdoen
uitmergelend	=	uitmergelen
uitmergelende	=	uitmergelen
uitmergelt	=	uitmergelen
uitmest	=	uitmesten
uitmeste	=	uitmesten
uitmesten	verb	het verwijderen van de uitwerpselen van vee uit een stal
uitmestend	=	uitmesten
uitmestende	=	uitmesten
uitmestte	=	uitmesten
uitmestten	=	uitmesten
uitmete	=	uitmeten
uitmeten	verb	door meten de grootte vaststellen
uitmetend	=	uitmeten
uitmetende	=	uitmeten
uitmiddel	=	uitmiddelen
uitmiddelde	=	uitmiddelen
uitmiddelden	=	uitmiddelen
uitmiddele	=	uitmiddelen
uitmiddelen	verb	door middeling laten verdwijnen
uitmiddelend	=	uitmiddelen
uitmiddelende	=	uitmiddelen
uitmiddelpuntig	adj	niet op het gebruikelijke centrum gericht
uitmiddelpuntige	=	uitmiddelpuntig
uitmiddelpuntiger	=	uitmiddelpuntig
uitmiddelpuntigere	=	uitmiddelpuntig
uitmiddelpuntigers	=	uitmiddelpuntig
uitmiddelpuntigheden	=	uitmiddelpuntigheid
uitmiddelpuntigheid	noun	het zich niet in het middelpunt bevindend; het niet gemiddeld zijn
uitmiddelpuntigs	=	uitmiddelpuntig
uitmiddelpuntigst	=	uitmiddelpuntig
uitmiddelpuntigste	=	uitmiddelpuntig
uitmiddelt	=	uitmiddelen
uitmolk	=	uitmelken
uitmolken	=	uitmelken
uitmond	=	uitmonden
uitmondde	=	uitmonden
uitmondden	=	uitmonden
uitmonde	=	uitmonden
uitmonden	verb	Het eindigen van een rivier bij de monding van die rivier.
uitmondend	=	uitmonden
uitmondende	=	uitmonden
uitmonding	noun	de plaats waar een rivier, beek, of riool uitkomt in een ander water (zoals zee of meer), ook wel monding of uitloop genoemd.
uitmondingen	=	uitmonding
uitmondinkje	=	uitmonding
uitmondinkjes	=	uitmonding
uitmondt	=	uitmonden
uitmonster	=	uitmonsteren
uitmonsterde	=	uitmonsteren
uitmonsterden	=	uitmonsteren
uitmonstere	=	uitmonsteren
uitmonsteren	verb	uitmonsteren met: voorzien van alle benodigdheden
uitmonsterend	=	uitmonsteren
uitmonsterende	=	uitmonsteren
uitmonstering	noun	alle zaken die men nodig heeft om een bepaalde taak te vervullen
uitmonsteringen	=	uitmonstering
uitmonstert	=	uitmonsteren
uitmoord	=	uitmoorden
uitmoordde	=	uitmoorden
uitmoordden	=	uitmoorden
uitmoorde	=	uitmoorden
uitmoorden	verb	door doodmaken zorgen dat een groep mensen helemaal verdwenen is
uitmoordend	=	uitmoorden
uitmoordende	=	uitmoorden
uitmoording	noun	het stelselmatig vermoorden van een hele groep mensen, de gehele bevolking van een plaats of een bevolkingsgroep
uitmoordingen	=	uitmoording
uitmoordinkje	=	uitmoording
uitmoordinkjes	=	uitmoording
uitmoordt	=	uitmoorden
uitmunt	=	uitmunten
uitmunte	=	uitmunten
uitmunten	verb	veel beter presteren dan anderen
uitmuntend	adj	voortreffelijk
uitmuntende	=	uitmuntend
uitmuntender	=	uitmuntend
uitmuntendere	=	uitmuntend
uitmuntenders	=	uitmuntend
uitmuntendheid	noun	het van excellente kwaliteit zijn; het uitblinken
uitmuntends	=	uitmuntend
uitmuntendst	=	uitmuntend
uitmuntendste	=	uitmuntend
uitmuntte	=	uitmunten
uitmuntten	=	uitmunten
uitnaamt	=	uitnemen
uitnam	=	uitnemen
uitname	=	uitnemen
uitnamen	=	uitnemen
uitneem	=	uitnemen
uitneembaar	adj	dat iets uit elkaar gehaald kan worden
uitneembaarder	=	uitneembaar
uitneembaardere	=	uitneembaar
uitneembaarders	=	uitneembaar
uitneembaars	=	uitneembaar
uitneembaarst	=	uitneembaar
uitneembaarste	=	uitneembaar
uitneembare	=	uitneembaar
uitneemt	=	uitnemen
uitneme	=	uitnemen
uitnemen	verb	vanuit iets een deel wegnemen
uitnemend	adj	van uitzonderlijk hoge kwaliteit
uitnemende	=	uitnemend
uitnemender	=	uitnemend
uitnemendere	=	uitnemend
uitnemenders	=	uitnemend
uitnemendheid	noun	heel in het bijzonder
uitnemends	=	uitnemend
uitnemendst	=	uitnemend
uitnemendste	=	uitnemend
uitnodig	=	uitnodigen
uitnodigde	=	uitnodigen
uitnodigden	=	uitnodigen
uitnodige	=	uitnodigen
uitnodigen	verb	iemand verzoeken iets bij te wonen
uitnodigend	adj	prettig en comfortabel en daardoor verleidelijk om te gebruiken
uitnodigende	=	uitnodigen
uitnodigender	=	uitnodigend
uitnodigendere	=	uitnodigend
uitnodigenders	=	uitnodigend
uitnodigends	=	uitnodigend
uitnodigendst	=	uitnodigend
uitnodigendste	=	uitnodigend
uitnodiging	noun	een verzoek om iets bij te wonen
uitnodigingen	=	uitnodiging
uitnodigingetje	=	uitnodiging
uitnodigingetjes	=	uitnodiging
uitnodigt	=	uitnodigen
uitnoodiging	=	uitnodiging
uitnémend	=	uitnemend
uitoefen	=	uitoefenen
uitoefenbaar	adj	dat iets gebruikt of gedaan kan worden
uitoefenbaarder	=	uitoefenbaar
uitoefenbaardere	=	uitoefenbaar
uitoefenbaarders	=	uitoefenbaar
uitoefenbaars	=	uitoefenbaar
uitoefenbaarst	=	uitoefenbaar
uitoefenbaarste	=	uitoefenbaar
uitoefenbare	=	uitoefenbaar
uitoefende	=	uitoefenen
uitoefenden	=	uitoefenen
uitoefene	=	uitoefenen
uitoefenen	verb	in praktijk brengen
uitoefenend	=	uitoefenen
uitoefenende	=	uitoefenen
uitoefening	noun	het uitoefenen (in de praktijk brengen van iets)
uitoefeningen	=	uitoefening
uitoefent	=	uitoefenen
uitonderhandel	=	uitonderhandelen
uitonderhandeld	=	uitonderhandelen
uitonderhandelde	=	uitonderhandelen
uitonderhandelden	=	uitonderhandelen
uitonderhandele	=	uitonderhandelen
uitonderhandelen	verb	na onderhandelingen bereikte overeenkomst
uitonderhandelend	=	uitonderhandelen
uitonderhandelende	=	uitonderhandelen
uitonderhandelt	=	uitonderhandelen
uitonverdeeldheidtreding	noun	het juridische proces waarbij een einde wordt gemaakt aan een situatie waarin meerdere personen (of partijen) gezamenlijk eigenaar zijn van een goed, zoals bij een erfenis, echtscheiding of beëindiging van een samenleving.
uitonverdeeldheidtredingen	=	uitonverdeeldheidtreding
uitonverdeeldheidtredinkje	=	uitonverdeeldheidtreding
uitonverdeeldheidtredinkjes	=	uitonverdeeldheidtreding
uitpak	=	uitpakken
uitpakke	=	uitpakken
uitpakken	verb	uit een verpakking halen
uitpakkend	=	uitpakken
uitpakkende	=	uitpakken
uitpakt	=	uitpakken
uitpakte	=	uitpakken
uitpakten	=	uitpakken
uitpakvideo	noun	op het internet geplaatste video waarin een persoon een bepaald product uitpakt en uitprobeert
uitpakvideo's	=	uitpakvideo
uitpakvideootje	=	uitpakvideo
uitpakvideootjes	=	uitpakvideo
uitparkeer	=	uitparkeren
uitparkeerde	=	uitparkeren
uitparkeerden	=	uitparkeren
uitparkeert	=	uitparkeren
uitparkere	=	uitparkeren
uitparkeren	verb	een parkeerplaats verlaten
uitparkerend	=	uitparkeren
uitparkerende	=	uitparkeren
uitpeiling	noun	opmeting van de bodem na afloop van de werkzaamheden
uitpeilingen	=	uitpeiling
uitpel	=	uitpellen
uitpelde	=	uitpellen
uitpelden	=	uitpellen
uitpelle	=	uitpellen
uitpellen	verb	op een moeizame manier iets uit zijn verpakking halen
uitpellend	=	uitpellen
uitpellende	=	uitpellen
uitpelt	=	uitpellen
uitpeperen	verb|obsolete	betaald zetten, vergelden
uitpers	=	uitpersen
uitperse	=	uitpersen
uitpersen	verb	door persen geheel van vocht ontdoen
uitpersend	=	uitpersen
uitpersende	=	uitpersen
uitperst	=	uitpersen
uitperste	=	uitpersen
uitpersten	=	uitpersen
uitpeuter	=	uitpeuteren
uitpeuterde	=	uitpeuteren
uitpeuterden	=	uitpeuteren
uitpeutere	=	uitpeuteren
uitpeuteren	verb	met veel moeite iets met de vingers ergens uit halen
uitpeuterend	=	uitpeuteren
uitpeuterende	=	uitpeuteren
uitpeutert	=	uitpeuteren
uitpezen	verb|informal	(een klant) maximaal laten betalen
uitpik	=	uitpikken
uitpikke	=	uitpikken
uitpikken	verb	met een snavel iets pakken
uitpikkend	=	uitpikken
uitpikkende	=	uitpikken
uitpikt	=	uitpikken
uitpikte	=	uitpikken
uitpikten	=	uitpikken
uitplant	=	uitplanten
uitplante	=	uitplanten
uitplanten	verb	zaailingen in vollere grond planten
uitplantend	=	uitplanten
uitplantende	=	uitplanten
uitplantte	=	uitplanten
uitplantten	=	uitplanten
uitploeg	noun	de ploeg die in de thuisbasis van de tegenstander speelt
uitploegen	=	uitploeg
uitploos	=	uitpluizen
uitploost	=	uitpluizen
uitploze	=	uitpluizen
uitplozen	=	uitpluizen
uitpluis	=	uitpluizen
uitpluisde	=	uitpluizen
uitpluisden	=	uitpluizen
uitpluist	=	uitpluizen
uitpluize	=	uitpluizen
uitpluizen	verb	iets dat niet duidelijk is tot in detail uitzoeken
uitpluizend	=	uitpluizen
uitpluizende	=	uitpluizen
uitplunder	=	uitplunderen
uitplunderde	=	uitplunderen
uitplunderden	=	uitplunderen
uitplundere	=	uitplunderen
uitplunderen	verb	door roof alles wegnemen
uitplunderend	=	uitplunderen
uitplunderende	=	uitplunderen
uitplundert	=	uitplunderen
uitpoep	=	uitpoepen
uitpoepe	=	uitpoepen
uitpoepen	verb|figurative	in grote hoeveelheden inferieure producten maken; onzin uitkramen
uitpoepend	=	uitpoepen
uitpoepende	=	uitpoepen
uitpoept	=	uitpoepen
uitpoepte	=	uitpoepen
uitpoepten	=	uitpoepen
uitpoets	=	uitpoetsen
uitpoetse	=	uitpoetsen
uitpoetsen	verb	iets wat verkeerd gegaan is corrigeren
uitpoetsend	=	uitpoetsen
uitpoetsende	=	uitpoetsen
uitpoetst	=	uitpoetsen
uitpoetste	=	uitpoetsen
uitpoetsten	=	uitpoetsen
uitpomp	=	uitpompen
uitpompe	=	uitpompen
uitpompen	verb	iets met pompen leegmaken
uitpompend	=	uitpompen
uitpompende	=	uitpompen
uitpompt	=	uitpompen
uitpompte	=	uitpompen
uitpompten	=	uitpompen
uitpond	=	uitponden
uitpondde	=	uitponden
uitpondden	=	uitponden
uitponde	=	uitponden
uitponden	verb	per pond verkopen.
uitpondend	=	uitponden
uitpondende	=	uitponden
uitpondt	=	uitponden
uitpoot	noun	het uitpoten van pootgoed
uitpraat	=	uitpraten
uitpraatprocedure	noun	methode om een vuurwapengevaarlijk persoon veilig uit een voertuig te laten stappen om een arrestatie zonder risico de laten plaatsvinden
uitpraatprocedures	=	uitpraatprocedure
uitpraatte	=	uitpraten
uitpraatten	=	uitpraten
uitprate	=	uitpraten
uitpraten	verb	niets meer te vertellen hebben
uitpratend	=	uitpraten
uitpratende	=	uitpraten
uitprint	=	uitprinten
uitprinte	=	uitprinten
uitprinten	verb	iets via de computer afdrukken op papier met een printer
uitprintend	=	uitprinten
uitprintende	=	uitprinten
uitprintte	=	uitprinten
uitprintten	=	uitprinten
uitprobeer	=	uitproberen
uitprobeerde	=	uitproberen
uitprobeerden	=	uitproberen
uitprobeert	=	uitproberen
uitprobere	=	uitproberen
uitproberen	verb	van tevoren proberen of het bevalt
uitproberend	=	uitproberen
uitproberende	=	uitproberen
uitproduct	noun	uitwendig product
uitproducten	=	uitproduct
uitproest	=	uitproesten
uitproeste	=	uitproesten
uitproesten	verb	plotseling uitbarsten in lachen (nadat men die lach eerst heeft proberen binnen te houden)
uitproestend	=	uitproesten
uitproestende	=	uitproesten
uitproestte	=	uitproesten
uitproestten	=	uitproesten
uitpuf	=	uitpuffen
uitpuffe	=	uitpuffen
uitpuffen	verb	hijgend en zuchtend uitrusten na sporten of werken
uitpuffend	=	uitpuffen
uitpuffende	=	uitpuffen
uitpuft	=	uitpuffen
uitpufte	=	uitpuffen
uitpuften	=	uitpuffen
uitpuil	=	uitpuilen
uitpuilde	=	uitpuilen
uitpuilden	=	uitpuilen
uitpuile	=	uitpuilen
uitpuilen	verb	bol naar buiten steken en zo zichtbaar worden
uitpuilend	adj	naar buiten uitstekend
uitpuilende	=	uitpuilend
uitpuilends	=	uitpuilend
uitpuilt	=	uitpuilen
uitpure	=	uitpuren
uitpuren	verb	iets tot de meest pure essentie terugbrengen
uitpurend	=	uitpuren
uitpurende	=	uitpuren
uitput	=	uitputten
uitputbaar	adj	dat iets op kan raken
uitputbaarder	=	uitputbaar
uitputbaardere	=	uitputbaar
uitputbaarders	=	uitputbaar
uitputbaars	=	uitputbaar
uitputbaarst	=	uitputbaar
uitputbaarste	=	uitputbaar
uitputbare	=	uitputbaar
uitputte	=	uitputten
uitputtelijk	adj	zeer grondig
uitputtelijke	=	uitputtelijk
uitputtelijker	=	uitputtelijk
uitputtelijkere	=	uitputtelijk
uitputtelijkers	=	uitputtelijk
uitputtelijks	=	uitputtelijk
uitputtelijkst	=	uitputtelijk
uitputtelijkste	=	uitputtelijk
uitputten	verb	volledig leeghalen
uitputtend	adj	van een onderzoek: alles zodanig compleet en nauwkeurig onderzoeken dat er niet nog meer onderzocht kan worden
uitputtende	=	uitputten
uitputtender	=	uitputtend
uitputtendere	=	uitputtend
uitputtenders	=	uitputtend
uitputtends	=	uitputtend
uitputtendst	=	uitputtend
uitputtendste	=	uitputtend
uitputting	noun	de toestand waarin iets of iemand aan het eind van zijn of haar krachten is
uitputtingen	=	uitputting
uitputtingsoorlog	noun	vorm van oorlog of oorlogsvoering waarbij men de tegenpartij tracht uit te putten die wordt toegepast als er geen mogelijkheid meer is om de vijand snel te verslaan
uitputtingsoorlogen	=	uitputtingsoorlog
uitputtingsslag	noun	iets dat uiterst vermoeiend is; iets dat te vermoeiend is
uitputtingsslagen	=	uitputtingsslag
uitpuur	=	uitpuren
uitpuurde	=	uitpuren
uitpuurden	=	uitpuren
uitpuurt	=	uitpuren
uitraas	=	uitrazen
uitraasde	=	uitrazen
uitraasden	=	uitrazen
uitraast	=	uitrazen
uitrafel	=	uitrafelen
uitrafelde	=	uitrafelen
uitrafelden	=	uitrafelen
uitrafele	=	uitrafelen
uitrafelen	verb	vanaf de randen van een weefsel uit elkaar halen
uitrafelend	=	uitrafelen
uitrafelende	=	uitrafelen
uitrafelt	=	uitrafelen
uitrangeer	=	uitrangeren
uitrangeerde	=	uitrangeren
uitrangeerden	=	uitrangeren
uitrangeert	=	uitrangeren
uitrangere	=	uitrangeren
uitrangeren	verb	buiten werking stellen / ontslaan uit een ambt
uitrangerend	=	uitrangeren
uitrangerende	=	uitrangeren
uitraze	=	uitrazen
uitrazen	verb	iemand al de woede die in hem of haar is laten uiten zodat op het einde iemand weer tot rust kan komen
uitrazend	=	uitrazen
uitrazende	=	uitrazen
uitredding	noun	een redding uit een netelige situatie
uitreddingen	=	uitredding
uitreddinkje	=	uitredding
uitreddinkjes	=	uitredding
uitrede	=	uitreden
uitreden	verb	de laatste bewerking aan iets doen
uitredend	=	uitreden
uitredende	=	uitreden
uitreding	noun	het uitrusten van een schip voor een vaartocht
uitredingen	=	uitreding
uitredinkje	=	uitreding
uitredinkjes	=	uitreding
uitreed	=	uitrijden
uitreedde	=	uitreden
uitreedden	=	uitreden
uitreedt	=	uitreden
uitrees	=	uitrijzen
uitregen	=	uitregenen
uitregende	=	uitregenen
uitregenden	=	uitregenen
uitregene	=	uitregenen
uitregenen	verb	door regenval gedoofd worden
uitregenend	=	uitregenen
uitregenende	=	uitregenen
uitregent	=	uitregenen
uitreik	=	uitreiken
uitreike	=	uitreiken
uitreiken	verb	aan bepaalde mensen iets bijzonders overhandigen
uitreikend	=	uitreiken
uitreikende	=	uitreiken
uitreiker	noun	iemand die iets bijzonders, met name een prijs of beloning, geeft aan iemand anders
uitreikers	=	uitreiker
uitreiking	noun	uitdeling, verstrekking, levering, toewijzing
uitreikingen	=	uitreiking
uitreikinkje	=	uitreiking
uitreikinkjes	=	uitreiking
uitreikt	=	uitreiken
uitreikte	=	uitreiken
uitreikten	=	uitreiken
uitreis	noun	reis waarbij men iets verlaat
uitreiscontrole	noun	de controle op goederen of mensen bij het buitenreizen van een land of ander gebied
uitreiscontroles	=	uitreiscontrole
uitreisje	=	uitreis
uitreisjes	=	uitreis
uitreisverbod	noun	wettige regeling die het iemand verbiedt het land te verlaten
uitreisverboden	=	uitreisverbod
uitreisvisa	=	uitreisvisum
uitreisvisum	noun	toestemming om het land te verlaten
uitreisvisums	=	uitreisvisum
uitreizen	verb	het eigen land verlaten
uitreizend	=	uitreizen
uitreizende	=	uitreizen
uitrek	=	uitrekken
uitrekbaar	adj	dat iets door rekken groter kan worden zonder kapot te gaan
uitrekbaarder	=	uitrekbaar
uitrekbaardere	=	uitrekbaar
uitrekbaarders	=	uitrekbaar
uitrekbaars	=	uitrekbaar
uitrekbaarst	=	uitrekbaar
uitrekbaarste	=	uitrekbaar
uitrekbare	=	uitrekbaar
uitreken	=	uitrekenen
uitrekende	=	uitrekenen
uitrekenden	=	uitrekenen
uitrekene	=	uitrekenen
uitrekenen	verb	door berekening iets bepalen
uitrekenend	=	uitrekenen
uitrekenende	=	uitrekenen
uitrekent	=	uitrekenen
uitrekke	=	uitrekken
uitrekken	verb	door trekken of uitstrekken groter maken
uitrekkend	=	uitrekken
uitrekkende	=	uitrekken
uitrekking	noun	het uitrekken.
uitrekkingen	=	uitrekking
uitrekkinkje	=	uitrekking
uitrekkinkjes	=	uitrekking
uitrekt	=	uitrekken
uitrekte	=	uitrekken
uitrekten	=	uitrekken
uitren	=	uitrennen
uitrende	=	uitrennen
uitrenden	=	uitrennen
uitrenne	=	uitrennen
uitrennen	verb	iets hollend verlaten
uitrennend	=	uitrennen
uitrennende	=	uitrennen
uitrent	=	uitrennen
uitrezen	=	uitrijzen
uitricht	=	uitrichten
uitrichte	=	uitrichten
uitrichten	verb	ten uitvoer brengen, uitvoeren, doen, maken
uitrichtend	=	uitrichten
uitrichtende	=	uitrichten
uitrichting	noun	onderdelen van een instrument in de optimale positie plaatsen
uitrichtingen	=	uitrichting
uitrichtte	=	uitrichten
uitrichtten	=	uitrichten
uitriep	=	uitroepen
uitriepe	=	uitroepen
uitriepen	=	uitroepen
uitriept	=	uitroepen
uitrij	=	uitrijden
uitrijd	=	uitrijden
uitrijde	=	uitrijden
uitrijden	verb	rijdend weggaan, rijden verlaten
uitrijdend	=	uitrijden
uitrijdende	=	uitrijden
uitrijdt	=	uitrijden
uitrijs	=	uitrijzen
uitrijst	=	uitrijzen
uitrijstroken	=	uitrijstrook
uitrijstrook	noun	op een autoweg: een rijstrook waarop het verkeer rijdt dat de weg wil verlaten bij de volgende afrit
uitrijstrookje	=	uitrijstrook
uitrijstrookjes	=	uitrijstrook
uitrijverbod	noun	periode waarin boeren geen mest mogen uitrijden op hun land, meestal door strenge regels om milieuvervuiling (ammoniak, uitspoeling naar water) te beperken, bijvoorbeeld bij bevroren, besneeuwde of drassige grond, en rondom waterlopen, wat vaak geldt in de wintermaanden (september-januari)
uitrijverboden	=	uitrijverbod
uitrijverbodje	=	uitrijverbod
uitrijverbodjes	=	uitrijverbod
uitrijze	=	uitrijzen
uitrijzen	verb	de pan uitrijzen: veel te groot worden
uitrijzend	=	uitrijzen
uitrijzende	=	uitrijzen
uitrit	noun	een plaats of opening waardoor of waarlangs men kan of moet uitrijden
uitritje	=	uitrit
uitritjes	=	uitrit
uitritten	=	uitrit
uitroei	=	uitroeien
uitroeibaar	adj	dat het geheel vernietigd kan worden
uitroeibaarder	=	uitroeibaar
uitroeibaardere	=	uitroeibaar
uitroeibaarders	=	uitroeibaar
uitroeibaars	=	uitroeibaar
uitroeibaarst	=	uitroeibaar
uitroeibaarste	=	uitroeibaar
uitroeibare	=	uitroeibaar
uitroeide	=	uitroeien
uitroeiden	=	uitroeien
uitroeie	=	uitroeien
uitroeien	verb	doden tot er niets meer te doden valt
uitroeiend	=	uitroeien
uitroeiende	=	uitroeien
uitroeiing	noun	vernietiging op grote schaal
uitroeiingen	=	uitroeiing
uitroeiingskamp	noun	een concentratiekamp dat speciaal bedoeld was/is om zo veel mogelijk mensen te vermoorden
uitroeiingskampen	=	uitroeiingskamp
uitroeiingskampje	=	uitroeiingskamp
uitroeiingskampjes	=	uitroeiingskamp
uitroeiinkje	=	uitroeiing
uitroeiinkjes	=	uitroeiing
uitroeit	=	uitroeien
uitroep	noun	wat men uitroept, luid geuite woorden of klanken
uitroepe	=	uitroepen
uitroepen	verb	officieel verklaren
uitroepend	=	uitroepen
uitroepende	=	uitroepen
uitroeping	noun	luide openbare verkondiging van iets
uitroepingen	=	uitroeping
uitroepingsteken	noun	!, een leesteken dat uitdrukt dat de zin een uitroep, bevel of uitdrukking van verbazing is.
uitroepingstekens	=	uitroepingsteken
uitroepingstekentje	=	uitroepingsteken
uitroepingstekentjes	=	uitroepingsteken
uitroepje	=	uitroep
uitroepjes	=	uitroep
uitroept	=	uitroepen
uitroepteken	noun	!, een leesteken dat uitdrukt dat de zin een uitroep, bevel of uitdrukking van verbazing is.
uitroeptekens	=	uitroepteken
uitroeptekentje	=	uitroepteken
uitroeptekentjes	=	uitroepteken
uitroke	=	uitroken
uitroken	verb	iemand verjagen met rook
uitrokend	=	uitroken
uitrokende	=	uitroken
uitrol	=	uitrollen
uitrolde	=	uitrollen
uitrolden	=	uitrollen
uitrolle	=	uitrollen
uitrollen	verb	ophouden te rollen
uitrollend	=	uitrollen
uitrollende	=	uitrollen
uitrolt	=	uitrollen
uitrook	=	uitroken
uitrookt	=	uitroken
uitrookte	=	uitroken
uitrookten	=	uitroken
uitruil	noun	het ruilen van iets wat men eigenlijk niet wenst kwijt te raken voor iets dat men nog liever wil hebben
uitruilde	=	uitruilen
uitruilden	=	uitruilen
uitruile	=	uitruilen
uitruilen	verb	zaken of mensen voor elkaar omwisselen, geven en nemen
uitruilend	=	uitruilen
uitruilende	=	uitruilen
uitruilt	=	uitruilen
uitruiltje	=	uitruil
uitruim	=	uitruimen
uitruimde	=	uitruimen
uitruimden	=	uitruimen
uitruime	=	uitruimen
uitruimen	verb	iets helemaal leegmaken
uitruimend	=	uitruimen
uitruimende	=	uitruimen
uitruimt	=	uitruimen
uitruk	=	uitrukken
uitrukke	=	uitrukken
uitrukken	verb	door snel te trekken losmaken
uitrukkend	=	uitrukken
uitrukkende	=	uitrukken
uitrukt	=	uitrukken
uitrukte	=	uitrukken
uitrukten	=	uitrukken
uitrust	=	uitrusten
uitruste	=	uitrusten
uitrusten	verb	één of meer personen, vaar- of voertuigen e.d. voorzien van de benodigdheden voor een taak, expeditie of reis
uitrustend	=	uitrusten
uitrustende	=	uitrusten
uitrusting	noun	de beschikbaar gestelde voer-, vlieg- of vaartuigen, bewapening, gereedschappen en hulpmiddelen, om een taak uit te voeren
uitrustingen	=	uitrusting
uitrustingsstuk	noun	elk van de zelfstandig bruikbare bestanddelen van een wapenrusting, scheepsuitrusting of van een werktuig
uitrustingsstukje	=	uitrustingsstuk
uitrustingsstukjes	=	uitrustingsstuk
uitrustingsstukken	=	uitrustingsstuk
uitrustinkje	=	uitrusting
uitrustinkjes	=	uitrusting
uitrustte	=	uitrusten
uitrustten	=	uitrusten
uitrustvakantie	noun	een vakantie die men gebruikt om uit te rusten
uitrustvakanties	=	uitrustvakantie
uitrustvakantietje	=	uitrustvakantie
uitrustvakantietjes	=	uitrustvakantie
uitschakel	=	uitschakelen
uitschakelaar	noun	toestel waarmee men een elektrische stroom kan laten stromen zodat een apparaat gaat werken
uitschakelaars	=	uitschakelaar
uitschakelde	=	uitschakelen
uitschakelden	=	uitschakelen
uitschakele	=	uitschakelen
uitschakelen	verb	buiten competitie stellen
uitschakelend	=	uitschakelen
uitschakelende	=	uitschakelen
uitschakeling	noun	buiten werking zetten van een apparaat
uitschakelingen	=	uitschakeling
uitschakelt	=	uitschakelen
uitschater	=	uitschateren
uitschaterde	=	uitschateren
uitschaterden	=	uitschateren
uitschatere	=	uitschateren
uitschateren	verb	heel luid en uitbundig lachen; luidkeels lachen
uitschaterend	=	uitschateren
uitschaterende	=	uitschateren
uitschatert	=	uitschateren
uitschede	=	uitscheiden
uitscheden	=	uitscheiden
uitschee	=	uitscheiden
uitscheed	=	uitscheiden
uitscheedt	=	uitscheiden
uitscheen	=	uitschijnen
uitscheent	=	uitschijnen
uitscheer	=	uitscheren
uitscheert	=	uitscheren
uitscheet	=	uitschijten
uitscheeën	=	uitscheiden
uitschei	=	uitscheiden
uitscheid	=	uitscheiden
uitscheidde	=	uitscheiden
uitscheidden	=	uitscheiden
uitscheide	=	uitscheiden
uitscheiden	verb	~ met ergens mee ophouden, stoppen
uitscheidend	=	uitscheiden
uitscheidende	=	uitscheiden
uitscheiding	noun	het uitscheiden
uitscheidingen	=	uitscheiding
uitscheidinkje	=	uitscheiding
uitscheidinkjes	=	uitscheiding
uitscheidt	=	uitscheiden
uitscheld	=	uitschelden
uitschelde	=	uitschelden
uitschelden	verb	iemand met scheldwoorden bewerken
uitscheldend	=	uitschelden
uitscheldende	=	uitschelden
uitscheldt	=	uitschelden
uitschene	=	uitschijnen
uitschenen	=	uitschijnen
uitschenk	=	uitschenken
uitschenke	=	uitschenken
uitschenken	verb	schenken (vanuit een houder)
uitschenkend	=	uitschenken
uitschenkende	=	uitschenken
uitschenkt	=	uitschenken
uitschep	=	uitscheppen
uitscheppe	=	uitscheppen
uitscheppen	verb	verwijderen met een lepel of schop
uitscheppend	=	uitscheppen
uitscheppende	=	uitscheppen
uitschept	=	uitscheppen
uitschepte	=	uitscheppen
uitschepten	=	uitscheppen
uitschere	=	uitscheren
uitscheren	verb	alle haren op een bepaalde plaats verwijderen
uitscherend	=	uitscheren
uitscherende	=	uitscheren
uitscheten	=	uitschijten
uitscheur	=	uitscheuren
uitscheurde	=	uitscheuren
uitscheurden	=	uitscheuren
uitscheure	=	uitscheuren
uitscheuren	verb	iets door scheuren verwijderen
uitscheurend	=	uitscheuren
uitscheurende	=	uitscheuren
uitscheurt	=	uitscheuren
uitschiet	=	uitschieten
uitschietbaar	adj	dat iets plotseling ergens uit kan gaan
uitschietbaarder	=	uitschietbaar
uitschietbaardere	=	uitschietbaar
uitschietbaarders	=	uitschietbaar
uitschietbaars	=	uitschietbaar
uitschietbaarst	=	uitschietbaar
uitschietbaarste	=	uitschietbaar
uitschietbare	=	uitschietbaar
uitschiete	=	uitschieten
uitschieten	verb	een onbedoelde plotselinge beweging maken
uitschietend	=	uitschieten
uitschietende	=	uitschieten
uitschieter	noun	een waarneming die niet bij de overige lijkt te passen
uitschieters	=	uitschieter
uitschietertje	=	uitschieter
uitschietertjes	=	uitschieter
uitschijn	=	uitschijnen
uitschijne	=	uitschijnen
uitschijnen	verb|figurative	meer zichtbaar worden
uitschijnend	=	uitschijnen
uitschijnende	=	uitschijnen
uitschijnt	=	uitschijnen
uitschijt	=	uitschijten
uitschijte	=	uitschijten
uitschijten	verb|vulgar	door schijten verwijderen uit, poepen
uitschijtend	=	uitschijten
uitschijtende	=	uitschijten
uitschold	=	uitschelden
uitscholde	=	uitschelden
uitscholden	=	uitschelden
uitscholdt	=	uitschelden
uitschonk	=	uitschenken
uitschonken	=	uitschenken
uitschoof	=	uitschuiven
uitschoor	=	uitscheren
uitschoot	=	uitschieten
uitschop	=	uitschoppen
uitschoppe	=	uitschoppen
uitschoppen	verb	met een schoppende beweging de schoenen uittrekken
uitschoppend	=	uitschoppen
uitschoppende	=	uitschoppen
uitschopt	=	uitschoppen
uitschopte	=	uitschoppen
uitschopten	=	uitschoppen
uitschoren	=	uitscheren
uitschot	noun	personen van laag allooi
uitschote	=	uitschieten
uitschoten	=	uitschieten
uitschotje	=	uitschot
uitschotjes	=	uitschot
uitschotlaag	noun	laag rijsbossen, die verder in het water reikt dan de daarvoor gelegde laag, bij het uitvoeren van bleeslaag of baardwerk
uitschotlaagje	=	uitschotlaag
uitschotlaagjes	=	uitschotlaag
uitschotlagen	=	uitschotlaag
uitschotten	=	uitschot
uitschoven	=	uitschuiven
uitschraap	=	uitschrapen
uitschraapt	=	uitschrapen
uitschraapte	=	uitschrapen
uitschraapten	=	uitschrapen
uitschrape	=	uitschrapen
uitschrapen	verb	het laatste restje ergens uitkrabben
uitschrapend	=	uitschrapen
uitschrapende	=	uitschrapen
uitschreef	=	uitschrijven
uitschreeft	=	uitschrijven
uitschreeuw	=	uitschreeuwen
uitschreeuwde	=	uitschreeuwen
uitschreeuwden	=	uitschreeuwen
uitschreeuwe	=	uitschreeuwen
uitschreeuwen	verb	met zeer luide, boze stem iets mededelen
uitschreeuwend	=	uitschreeuwen
uitschreeuwende	=	uitschreeuwen
uitschreeuwt	=	uitschreeuwen
uitschreve	=	uitschrijven
uitschreven	=	uitschrijven
uitschrijf	=	uitschrijven
uitschrijft	=	uitschrijven
uitschrijve	=	uitschrijven
uitschrijven	verb	uit een register verwijderen
uitschrijvend	=	uitschrijven
uitschrijvende	=	uitschrijven
uitschrijving	noun	een naam verwijderen uit een lijst van geregistreerde personen
uitschrijvingen	=	uitschrijving
uitschrijvinkje	=	uitschrijving
uitschrijvinkjes	=	uitschrijving
uitschroefbaar	adj	verwijderbaar door draaien
uitschroefbaarder	=	uitschroefbaar
uitschroefbaardere	=	uitschroefbaar
uitschroefbaarders	=	uitschroefbaar
uitschroefbaars	=	uitschroefbaar
uitschroefbaarst	=	uitschroefbaar
uitschroefbaarste	=	uitschroefbaar
uitschroefbare	=	uitschroefbaar
uitschud	=	uitschudden
uitschudde	=	uitschudden
uitschudden	verb	zich van iets ontdoen door te schudden
uitschuddend	=	uitschudden
uitschuddende	=	uitschudden
uitschudt	=	uitschudden
uitschuif	=	uitschuiven
uitschuifbaar	adj	iets dat uit iets anders geschoven kan worden
uitschuifbaarder	=	uitschuifbaar
uitschuifbaardere	=	uitschuifbaar
uitschuifbaarders	=	uitschuifbaar
uitschuifbaars	=	uitschuifbaar
uitschuifbaarst	=	uitschuifbaar
uitschuifbaarste	=	uitschuifbaar
uitschuifbare	=	uitschuifbaar
uitschuifladder	noun	een uit meer delen bestaande ladder die men langer kan maken door de delen ten op zichte van elkaar te schuiven
uitschuifladders	=	uitschuifladder
uitschuifladdertje	=	uitschuifladder
uitschuifladdertjes	=	uitschuifladder
uitschuift	=	uitschuiven
uitschuiftafel	noun	een tafel met extra tafelblad die men groter kan maken door het uitschuiven van het extra blad
uitschuiftafels	=	uitschuiftafel
uitschuive	=	uitschuiven
uitschuiven	verb	de lengte van een voorwerp vergroten door delen ervan langs elkaar te doen glijden
uitschuivend	=	uitschuiven
uitschuivende	=	uitschuiven
uitschuiver	noun|figurative	door onhandigheid of onoplettendheid gemaakte fout
uitschuivers	=	uitschuiver
uitschuivertje	=	uitschuiver
uitschuivertjes	=	uitschuiver
uitschulp	=	uitschulpen
uitschulpe	=	uitschulpen
uitschulpen	verb	schulpvormig uitscheppen
uitschulpend	=	uitschulpen
uitschulpende	=	uitschulpen
uitschulpt	=	uitschulpen
uitschulpte	=	uitschulpen
uitschulpten	=	uitschulpen
uitschure	=	uitschuren
uitschuren	verb	wijder en dieper worden door de schurende werking van water
uitschurend	=	uitschuren
uitschurende	=	uitschuren
uitschuur	=	uitschuren
uitschuurde	=	uitschuren
uitschuurden	=	uitschuren
uitschuurt	=	uitschuren
uitselecteer	=	uitselecteren
uitselecteerde	=	uitselecteren
uitselecteerden	=	uitselecteren
uitselecteert	=	uitselecteren
uitselectere	=	uitselecteren
uitselecteren	verb	iets of iemand afzonderen uit een groep op basis van een selectieproces
uitselecterend	=	uitselecteren
uitselecterende	=	uitselecteren
uitserveer	=	uitserveren
uitserveerde	=	uitserveren
uitserveerden	=	uitserveren
uitserveert	=	uitserveren
uitservere	=	uitserveren
uitserveren	verb	bedienen, meestal met betrekking tot eten en drinken.
uitserverend	=	uitserveren
uitserverende	=	uitserveren
uitsla	=	uitslaan
uitslaan	verb	door slaan iets eruit- of wegkrijgen
uitslaand	=	uitslaan
uitslaap	=	uitslapen
uitslaapt	=	uitslapen
uitslaat	=	uitslaan
uitslag	noun	afloop (van een wedstrijd), resultaat (van een onderzoek, een examen of een raadpleging)
uitslagen	=	uitslag
uitslagje	=	uitslag
uitslagjes	=	uitslag
uitslape	=	uitslapen
uitslapen	verb	's ochtends langer slapen dan normaal
uitslapend	=	uitslapen
uitslapende	=	uitslapen
uitsleep	=	uitslepen
uitsleept	=	uitslepen
uitsleepte	=	uitslepen
uitsleepten	=	uitslepen
uitsleet	=	uitslijten
uitslepe	=	uitslepen
uitslepen	verb	iets naar buiten slepen.
uitslepend	=	uitslepen
uitslepende	=	uitslepen
uitsleten	=	uitslijten
uitsliep	=	uitslapen
uitsliepe	=	uitsliepen
uitsliepen	verb	uitschelden.
uitsliepend	=	uitsliepen
uitsliepende	=	uitsliepen
uitsliept	=	uitsliepen
uitsliepte	=	uitsliepen
uitsliepten	=	uitsliepen
uitslijp	=	uitslijpen
uitslijpe	=	uitslijpen
uitslijpen	verb	door middel van slijpen een vorm ergens uit krijgen.
uitslijpend	=	uitslijpen
uitslijpende	=	uitslijpen
uitslijpt	=	uitslijpen
uitslijt	=	uitslijten
uitslijte	=	uitslijten
uitslijten	verb	door middel van slijten een, vaak onbedoelde of dysfunctionele, vorm krijgen
uitslijtend	=	uitslijten
uitslijtende	=	uitslijten
uitslinger	=	uitslingeren
uitslingerde	=	uitslingeren
uitslingerden	=	uitslingeren
uitslingere	=	uitslingeren
uitslingeren	verb	bij dynamische systemen: het reageren op een verstoring
uitslingerend	=	uitslingeren
uitslingerende	=	uitslingeren
uitslingering	noun	het uitslingeren
uitslingert	=	uitslingeren
uitsloeg	=	uitslaan
uitsloege	=	uitslaan
uitsloegen	=	uitslaan
uitsloegt	=	uitslaan
uitsloof	=	uitsloven
uitsloofde	=	uitsloven
uitsloofden	=	uitsloven
uitslooft	=	uitsloven
uitsloot	=	uitsluiten
uitslote	=	uitsluiten
uitsloten	=	uitsluiten
uitslove	=	uitsloven
uitsloven	verb	zijn best doen, mogelijk overdreven.
uitslovend	=	uitsloven
uitslovende	=	uitsloven
uitslover	noun	iemand die zich op overdreven wijze inspant en dat ook duidelijk toont aan het boven hem gestelde gezag
uitsloverig	adj	aanstellerig en stoer
uitsloverige	=	uitsloverig
uitsloveriger	=	uitsloverig
uitsloverigere	=	uitsloverig
uitsloverigers	=	uitsloverig
uitsloverigs	=	uitsloverig
uitsloverigst	=	uitsloverig
uitsloverigste	=	uitsloverig
uitsloverij	noun	een inspanning die veel te groot is en die gedaan wordt om indruk te maken op een ander
uitsloverijen	=	uitsloverij
uitslovers	=	uitslover
uitslovertje	=	uitslover
uitslovertjes	=	uitslover
uitsluit	=	uitsluiten
uitsluite	=	uitsluiten
uitsluitelijk	adj	enkel en alleen, zonder iets anders erbij
uitsluitelijke	=	uitsluitelijk
uitsluitelijker	=	uitsluitelijk
uitsluitelijkere	=	uitsluitelijk
uitsluitelijkers	=	uitsluitelijk
uitsluitelijks	=	uitsluitelijk
uitsluitelijkst	=	uitsluitelijk
uitsluitelijkste	=	uitsluitelijk
uitsluiten	verb	niet langer tot de mogelijkheden rekenen
uitsluitend	adj	geen ruimte voor andere mogelijkheden latend
uitsluitende	=	uitsluitend
uitsluitends	=	uitsluitend
uitsluiting	noun	het uitsluiten
uitsluitingen	=	uitsluiting
uitsluitingsculturen	=	uitsluitingscultuur
uitsluitingscultuur	noun	een cultuur waarin een bepaalde persoon of een bepaalde organisatie uitgesloten wordt of geboycot wordt, omdat die iets verkeerd gezegd/gedaan heeft
uitsluitingscultuurtje	=	uitsluitingscultuur
uitsluitingscultuurtjes	=	uitsluitingscultuur
uitsluitingsmechanisme	noun	het mechanisme dat iets is uitgesloten indien aan iets anders is voldaan bij voorbeeld het Pauli-uitsluitingsprincipe, de regel die stelt dat geen twee elektronen in hetzelfde atoom dezelfde vier kwantumgetallen kunnen hebben
uitsluitingsmechanismen	=	uitsluitingsmechanisme
uitsluitingsmechanismes	=	uitsluitingsmechanisme
uitsluitingsprincipe	noun	een kwantummechanisch principe dat stelt dat twee identieke fermionen niet dezelfde kwantumtoestand mogen bezetten
uitsluitingsprincipes	=	uitsluitingsprincipe
uitsluitinkje	=	uitsluiting
uitsluitsel	noun	definitieve mededeling, beslissend antwoord
uitsluitsels	=	uitsluitsel
uitslurp	=	uitslurpen
uitslurpe	=	uitslurpen
uitslurpen	verb	door middel van slurpen iets ergens uit krijgen
uitslurpend	=	uitslurpen
uitslurpende	=	uitslurpen
uitslurpt	=	uitslurpen
uitslurpte	=	uitslurpen
uitslurpten	=	uitslurpen
uitsmeer	=	uitsmeren
uitsmeerde	=	uitsmeren
uitsmeerden	=	uitsmeren
uitsmeert	=	uitsmeren
uitsmeet	=	uitsmijten
uitsmelt	=	uitsmelten
uitsmelte	=	uitsmelten
uitsmelten	verb	door smelten bij hoge temperatuur winnen uit (erts)
uitsmeltend	=	uitsmelten
uitsmeltende	=	uitsmelten
uitsmere	=	uitsmeren
uitsmeren	verb	smerend uitspreiden
uitsmerend	=	uitsmeren
uitsmerende	=	uitsmeren
uitsmeten	=	uitsmijten
uitsmijt	=	uitsmijten
uitsmijte	=	uitsmijten
uitsmijten	verb	smijtend verwijderen
uitsmijtend	=	uitsmijten
uitsmijtende	=	uitsmijten
uitsmijter	noun	iemand die vervelende mensen weert uit een uitgaansgelegenheid
uitsmijters	=	uitsmijter
uitsmijtertje	=	uitsmijter
uitsmijtertjes	=	uitsmijter
uitsmolt	=	uitsmelten
uitsmolten	=	uitsmelten
uitsnede	noun	iets waarvan de randen zijn verwijderd of weggesneden
uitsneden	=	uitsnede
uitsneed	=	uitsnijden
uitsnij	=	uitsnijden
uitsnijd	=	uitsnijden
uitsnijde	=	uitsnijden
uitsnijden	verb	uit een lap stof knippen
uitsnijdend	=	uitsnijden
uitsnijdende	=	uitsnijden
uitsnijding	noun	het uitsnijden
uitsnijdingen	=	uitsnijding
uitsnijdinkje	=	uitsnijding
uitsnijdinkjes	=	uitsnijding
uitsnijdt	=	uitsnijden
uitsnoot	=	uitsnuiten
uitsnoten	=	uitsnuiten
uitsnuit	=	uitsnuiten
uitsnuite	=	uitsnuiten
uitsnuiten	verb	door beurtelings de neus samen te knijpen en door de neus te blazen slijm uit de neusholte verwijderen
uitsnuitend	=	uitsnuiten
uitsnuitende	=	uitsnuiten
uitsorteer	=	uitsorteren
uitsorteerde	=	uitsorteren
uitsorteerden	=	uitsorteren
uitsorteert	=	uitsorteren
uitsortere	=	uitsorteren
uitsorteren	verb	bij het sorteren apart zetten
uitsorterend	=	uitsorteren
uitsorterende	=	uitsorteren
uitspaar	=	uitsparen
uitspaarde	=	uitsparen
uitspaarden	=	uitsparen
uitspaart	=	uitsparen
uitspan	=	uitspannen
uitspande	=	uitspannen
uitspanden	=	uitspannen
uitspanne	=	uitspannen
uitspannen	verb	uit het gareel losmaken
uitspannend	=	uitspannen
uitspannende	=	uitspannen
uitspanning	noun	gelegenheid waar men even bij kan komen en wat genieten (van een hapje of een drankje), pleisterplaats, herberg
uitspanningen	=	uitspanning
uitspanninkje	=	uitspanning
uitspanninkjes	=	uitspanning
uitspansel	noun	firmament, de hemel
uitspansels	=	uitspansel
uitspanseltje	=	uitspansel
uitspanseltjes	=	uitspansel
uitspant	=	uitspannen
uitspare	=	uitsparen
uitsparen	verb	besparen
uitsparend	=	uitsparen
uitsparende	=	uitsparen
uitsparing	noun	niet-gevulde (opengelaten) plek
uitsparingen	=	uitsparing
uitsparinkje	=	uitsparing
uitsparinkjes	=	uitsparing
uitspat	=	uitspatten
uitspatte	=	uitspatten
uitspatten	verb	losbandig zijn, zichzelf te buiten gaan, boemelen, brassen, slempen
uitspattend	=	uitspatten
uitspattende	=	uitspatten
uitspatting	noun	het uitspatten, buitensporig gedrag waarbij men zich te buiten gaat
uitspattingen	=	uitspatting
uitspattinkje	=	uitspatting
uitspattinkjes	=	uitspatting
uitspeel	=	uitspelen
uitspeelde	=	uitspelen
uitspeelden	=	uitspelen
uitspeelt	=	uitspelen
uitspel	=	uitspellen
uitspelde	=	uitspellen
uitspelden	=	uitspellen
uitspele	=	uitspelen
uitspelen	verb	ten einde spelen
uitspelend	=	uitspelen
uitspelende	=	uitspelen
uitspelle	=	uitspellen
uitspellen	verb	een woord letter voor letter langzaam uitspreken
uitspellend	=	uitspellen
uitspellende	=	uitspellen
uitspelt	=	uitspellen
uitspin	=	uitspinnen
uitspinne	=	uitspinnen
uitspinnen	verb	een langdradig verhaal vertellen
uitspinnend	=	uitspinnen
uitspinnende	=	uitspinnen
uitspint	=	uitspinnen
uitspit	=	uitspitten
uitspitte	=	uitspitten
uitspitten	verb	door te spitten eruit halen
uitspittend	=	uitspitten
uitspittende	=	uitspitten
uitsplits	=	uitsplitsen
uitsplitse	=	uitsplitsen
uitsplitsen	verb	verdelen in kleinere groepen op basis van bepaalde kenmerken
uitsplitsend	=	uitsplitsen
uitsplitsende	=	uitsplitsen
uitsplitst	=	uitsplitsen
uitsplitste	=	uitsplitsen
uitsplitsten	=	uitsplitsen
uitspoel	=	uitspoelen
uitspoelde	=	uitspoelen
uitspoelden	=	uitspoelen
uitspoele	=	uitspoelen
uitspoelen	verb	spoelend verwijderen of verdwijnen
uitspoelend	=	uitspoelen
uitspoelende	=	uitspoelen
uitspoelt	=	uitspoelen
uitspogen	=	uitspugen
uitspoke	=	uitspoken
uitspoken	verb	iets wat niet in de haak is uithalen
uitspokend	=	uitspoken
uitspokende	=	uitspoken
uitspon	=	uitspinnen
uitsponnen	=	uitspinnen
uitspoog	=	uitspugen
uitspook	=	uitspoken
uitspookt	=	uitspoken
uitspookte	=	uitspoken
uitspookten	=	uitspoken
uitspoot	=	uitspuiten
uitspoten	=	uitspuiten
uitspraak	noun	manier waarop iemand een woord, zin of taal ten gehore brengt of zou moeten brengen
uitspraakje	=	uitspraak
uitspraakjes	=	uitspraak
uitspraaknotatie	noun	tekstuele weergave van de uitspraak van taal
uitspraaknotaties	=	uitspraaknotatie
uitspraakt	=	uitspreken
uitspraakwoordenboek	noun	woordenboek dat ook aangeeft hoe de woorden uitgesproken moeten worden
uitspraakwoordenboeken	=	uitspraakwoordenboek
uitspraakwoordenboekje	=	uitspraakwoordenboek
uitspraakwoordenboekjes	=	uitspraakwoordenboek
uitsprak	=	uitspreken
uitsprake	=	uitspreken
uitspraken	=	uitspraak
uitspreek	=	uitspreken
uitspreekbaar	adj	dat je een tekst kunt omzetten in geluid
uitspreekbaarder	=	uitspreekbaar
uitspreekbaardere	=	uitspreekbaar
uitspreekbaarders	=	uitspreekbaar
uitspreekbaars	=	uitspreekbaar
uitspreekbaarst	=	uitspreekbaar
uitspreekbaarste	=	uitspreekbaar
uitspreekbare	=	uitspreekbaar
uitspreekt	=	uitspreken
uitspreid	=	uitspreiden
uitspreidde	=	uitspreiden
uitspreidden	=	uitspreiden
uitspreide	=	uitspreiden
uitspreiden	verb	iets over een groter oppervlak leggen
uitspreidend	=	uitspreiden
uitspreidende	=	uitspreiden
uitspreidt	=	uitspreiden
uitspreke	=	uitspreken
uitspreken	verb	het (geschreven) woord in klank omzetten
uitsprekend	=	uitspreken
uitsprekende	=	uitspreken
uitspring	=	uitspringen
uitspringe	=	uitspringen
uitspringen	verb	naar buiten, vooruitsteken.
uitspringend	=	uitspringen
uitspringende	=	uitspringen
uitspringt	=	uitspringen
uitsprong	noun	uitspringend gedeelte (lijst) bijv. op een gevel
uitsprongen	=	uitspringen
uitsprongetje	=	uitsprong
uitsprongetjes	=	uitsprong
uitsprongt	=	uitspringen
uitsproot	=	uitspruiten
uitsproten	=	uitspruiten
uitspruit	=	uitspruiten
uitspruite	=	uitspruiten
uitspruiten	verb	als een spruit naar buiten, uit de grond komen
uitspruitend	=	uitspruiten
uitspruitende	=	uitspruiten
uitspuge	=	uitspugen
uitspugen	verb	iets met kracht uit je mond laten gaan zonder je handen te gebruiken
uitspugend	=	uitspugen
uitspugende	=	uitspugen
uitspuit	=	uitspuiten
uitspuite	=	uitspuiten
uitspuiten	verb	door met kracht te spuiten iets schoonmaken of deblokkeren
uitspuitend	=	uitspuiten
uitspuitende	=	uitspuiten
uitspuug	=	uitspugen
uitspuugde	=	uitspugen
uitspuugden	=	uitspugen
uitspuugt	=	uitspugen
uitspuw	=	uitspuwen
uitspuwde	=	uitspuwen
uitspuwden	=	uitspuwen
uitspuwe	=	uitspuwen
uitspuwen	verb	door spuwen uit de mond verwijderen
uitspuwend	=	uitspuwen
uitspuwende	=	uitspuwen
uitspuwt	=	uitspuwen
uitsta	=	uitstaan
uitstaakt	=	uitsteken
uitstaan	verb	nog niet geïnd of ingevorderd zijn
uitstaand	adj	van een geldbedrag dat het nog betaald moet worden
uitstaande	=	uitstaan
uitstaands	=	uitstaand
uitstaans	noun|informal	wat tot bestaande verbanden hoort
uitstaat	=	uitstaan
uitstak	=	uitsteken
uitstake	=	uitsteken
uitstaken	=	uitsteken
uitstal	=	uitstallen
uitstalde	=	uitstallen
uitstalden	=	uitstallen
uitstalkast	noun	een ruimte waarin men zaken ter bezichtiging heeft opgeborgen
uitstalkasten	=	uitstalkast
uitstalkastje	=	uitstalkast
uitstalkastjes	=	uitstalkast
uitstalle	=	uitstallen
uitstallen	verb	iets duidelijk zichtbaar tentoonstellen voor anderen, vaak met als doel het tentoongestelde te verkopen
uitstallend	=	uitstallen
uitstallende	=	uitstallen
uitstalling	noun	plaats waar dingen goed zichtbaar worden neergelegd zodat iedereen het duidelijk kan zien
uitstallingen	=	uitstalling
uitstallinkje	=	uitstalling
uitstallinkjes	=	uitstalling
uitstalraam	noun	etalage
uitstalraampje	=	uitstalraam
uitstalraampjes	=	uitstalraam
uitstalramen	=	uitstalraam
uitstalt	=	uitstallen
uitstap	noun	het verlaten van een verband of een voertuig
uitstapje	noun	alleen verkleinwoord kort plezierreisje
uitstapjes	=	uitstap
uitstapkosten	noun	geld dat men moet betalen om een overeenkomst te beëindigen
uitstappe	=	uitstappen
uitstappen	verb	uit een voertuig stappen
uitstappend	=	uitstappen
uitstappende	=	uitstappen
uitstapt	=	uitstappen
uitstapte	=	uitstappen
uitstapten	=	uitstappen
uitstedig	adj	buiten de stad
uitstedige	=	uitstedig
uitstedigs	=	uitstedig
uitsteeg	=	uitstijgen
uitsteegt	=	uitstijgen
uitsteek	=	uitsteken
uitsteeksel	noun	iets wat uitsteekt ten opzichte van zijn omgeving
uitsteeksels	=	uitsteeksel
uitsteekseltje	=	uitsteeksel
uitsteekseltjes	=	uitsteeksel
uitsteekt	=	uitsteken
uitstege	=	uitstijgen
uitstegen	=	uitstijgen
uitstek	noun	een uitstekend deel van een gebouw, met name een kamertje achter de woning
uitsteke	=	uitsteken
uitsteken	verb	in grootte de rest voorbijstreven
uitstekend	adj	naar buiten gericht, zich voorbij anderen uitstrekkend
uitstekende	=	uitstekend
uitstekender	=	uitstekend
uitstekendere	=	uitstekend
uitstekenders	=	uitstekend
uitstekendheden	=	uitstekendheid
uitstekendheid	noun	het van uitzonderlijk goede kwaliteit zijn
uitstekends	=	uitstekend
uitstekendst	=	uitstekend
uitstekendste	=	uitstekend
uitstekje	=	uitstek
uitstekjes	=	uitstek
uitstekken	=	uitstek
uitstel	noun	het uitstellen, de verschuiving tot later
uitstelbaar	adj	met de mogelijkheid om uit te stellen
uitstelbaarder	=	uitstelbaar
uitstelbaardere	=	uitstelbaar
uitstelbaarders	=	uitstelbaar
uitstelbaars	=	uitstelbaar
uitstelbaarst	=	uitstelbaar
uitstelbaarste	=	uitstelbaar
uitstelbaby	noun	kind dat geboren is uit een ingevroren eicel van een vrouw die pas op latere leeftijd kinderen wilde krijgen
uitstelbaby's	=	uitstelbaby
uitstelbare	=	uitstelbaar
uitstelde	=	uitstellen
uitstelden	=	uitstellen
uitstelgedrag	noun	het systematisch toepassen van uitstellen als 'oplossing' van problemen
uitstelle	=	uitstellen
uitstellen	verb	naar een later tijdstip verschuiven
uitstellend	=	uitstellen
uitstellende	=	uitstellen
uitstelletje	=	uitstel
uitstelt	=	uitstellen
uitstelvader	noun	man die pas op oudere leeftijd zijn eerste kind wil krijgen (omdat hij eerst carrière wil maken)
uitstelvaders	=	uitstelvader
uitsterf	=	uitsterven
uitsterft	=	uitsterven
uitsterve	=	uitsterven
uitsterven	verb	het proces waarbij alle individuen van een soort de dood vinden en er een eind komt aan het bestaan van de soort
uitstervend	adj	door gebrek aan nageslacht, opvolgers of gebruikers verdwijnend
uitstervende	=	uitsterven
uitstervends	=	uitstervend
uitsterving	noun	van planten- en dierensoorten dat zij ophouden met te bestaan
uitstervingen	=	uitsterving
uitstierf	=	uitsterven
uitstierft	=	uitsterven
uitstierve	=	uitsterven
uitstierven	=	uitsterven
uitstiet	=	uitstoten
uitstiete	=	uitstoten
uitstieten	=	uitstoten
uitstijg	=	uitstijgen
uitstijge	=	uitstijgen
uitstijgen	verb	uitsteken boven
uitstijgend	=	uitstijgen
uitstijgende	=	uitstijgen
uitstijgt	=	uitstijgen
uitstippel	=	uitstippelen
uitstippelde	=	uitstippelen
uitstippelden	=	uitstippelen
uitstippele	=	uitstippelen
uitstippelen	verb	vooraf uitzoeken hoe het zal worden
uitstippelend	=	uitstippelen
uitstippelende	=	uitstippelen
uitstippelt	=	uitstippelen
uitstof	=	uitstoffen
uitstoffe	=	uitstoffen
uitstoffen	verb	verwijderen van stof
uitstoffend	=	uitstoffen
uitstoffende	=	uitstoffen
uitstoft	=	uitstoffen
uitstofte	=	uitstoffen
uitstoften	=	uitstoffen
uitstome	=	uitstomen
uitstomen	verb	de stoom van gekookt eten laten ontsnappen
uitstomend	=	uitstomen
uitstomende	=	uitstomen
uitstond	=	uitstaan
uitstonde	=	uitstaan
uitstonden	=	uitstaan
uitstondt	=	uitstaan
uitstoom	=	uitstomen
uitstoomde	=	uitstomen
uitstoomden	=	uitstomen
uitstoomt	=	uitstomen
uitstoot	noun	afvalstoffen van een fabriek die worden uitgestoten
uitstootcijfer	noun	getal dat aangeeft hoeveel (schadelijke) stoffen iets in de omgeving brengt
uitstootcijfers	=	uitstootcijfer
uitstootgrens	noun	maximaal toegestane hoeveelheid van een schadelijke stof die men mag uitstoten
uitstootgrenzen	=	uitstootgrens
uitstootje	=	uitstoot
uitstootjes	=	uitstoot
uitstootreductie	noun	vermindering van de uitstoot van verontreinigende gassen
uitstootreducties	=	uitstootreductie
uitstootreductietje	=	uitstootreductie
uitstootreductietjes	=	uitstootreductie
uitstootte	=	uitstoten
uitstootten	=	uitstoten
uitstootverlaging	noun	vermindering van het lozen van schadelijke stoffen in het millieu
uitstootverlagingen	=	uitstootverlaging
uitstort	=	uitstorten
uitstorte	=	uitstorten
uitstorten	verb	materiaal door storten verspreiden over de ondergrond
uitstortend	=	uitstorten
uitstortende	=	uitstorten
uitstorting	noun	het uitstorten
uitstortingen	=	uitstorting
uitstortte	=	uitstorten
uitstortten	=	uitstorten
uitstote	=	uitstoten
uitstoten	verb	uit een groep doen weggaan
uitstotend	=	uitstoten
uitstotende	=	uitstoten
uitstoter	noun	iets of iemand die bepaalde afvalstoffen in het milieu brengt
uitstoters	=	uitstoter
uitstoting	noun	het verwijderd worden (uit een groep of gemeenschap)
uitstotingen	=	uitstoting
uitstraal	=	uitstralen
uitstraalde	=	uitstralen
uitstraalden	=	uitstralen
uitstraalt	=	uitstralen
uitstrale	=	uitstralen
uitstralen	verb	energie of materie (straalsgewijs) verspreiden
uitstralend	adj	naar een verderaf gelegen plaats uitbreidend
uitstralende	=	uitstralen
uitstralends	=	uitstralend
uitstraling	noun	uitzending van stralen, straling
uitstralingen	=	uitstraling
uitstralingsvermogen	noun	het vermogen (de mogelijkheid) van lichamen om energie uit te stralen
uitstralingsvermogens	=	uitstralingsvermogen
uitstralinkje	=	uitstraling
uitstreek	=	uitstrijken
uitstrek	=	uitstrekken
uitstreken	=	uitstrijken
uitstrekke	=	uitstrekken
uitstrekken	verb	zich uitstrekken betekend zich zo lang en breed mogelijk maken uitrekken
uitstrekkend	=	uitstrekken
uitstrekkende	=	uitstrekken
uitstrekt	=	uitstrekken
uitstrekte	=	uitstrekken
uitstrekten	=	uitstrekken
uitstrijk	noun	celmateriaal dat op een objectglaasje wordt uitgesmeerd voor microscopisch onderzoek
uitstrijke	=	uitstrijken
uitstrijken	verb	strijkend uiteen doen gaan, verspreiden over een oppervlak
uitstrijkend	=	uitstrijken
uitstrijkende	=	uitstrijken
uitstrijkje	noun	alleen verkleinwoord biologisch materiaal van de baarmoedermond dat op een objectglaasje wordt uitgesmeerd voor microscopisch onderzoek
uitstrijkjes	=	uitstrijkje
uitstrijkt	=	uitstrijken
uitstrome	=	uitstromen
uitstromen	verb	naar buiten stromen
uitstromend	=	uitstromen
uitstromende	=	uitstromen
uitstrooi	=	uitstrooien
uitstrooide	=	uitstrooien
uitstrooiden	=	uitstrooien
uitstrooie	=	uitstrooien
uitstrooien	verb	strooiend verspreiden
uitstrooiend	=	uitstrooien
uitstrooiende	=	uitstrooien
uitstrooiing	noun	het respectvol verspreiden van de crematieresten van een overledene in de natuur of op een andere speciale locatie.
uitstrooiingen	=	uitstrooiing
uitstrooiinkje	=	uitstrooiing
uitstrooiinkjes	=	uitstrooiing
uitstrooit	=	uitstrooien
uitstroom	noun	geheel van entiteiten die iets verlaten
uitstroomde	=	uitstromen
uitstroomden	=	uitstromen
uitstroomen	=	uitstromen
uitstroompje	=	uitstroom
uitstroompjes	=	uitstroom
uitstroomt	=	uitstromen
uitstruikel	=	uitstruikelen
uitstruikelde	=	uitstruikelen
uitstruikelden	=	uitstruikelen
uitstruikelen	verb	moeizaam lopend verlaten, op een manier alsof je voeten telkens verstrikt raken
uitstruikelend	=	uitstruikelen
uitstruikelt	=	uitstruikelen
uitstulp	=	uitstulpen
uitstulpe	=	uitstulpen
uitstulpen	verb	op een zekere plaats op een oppervlak buiten dat oppervlak doen komen, zonder dat het oppervlak beschadigd of verbroken wordt
uitstulpend	=	uitstulpen
uitstulpende	=	uitstulpen
uitstulping	noun	plek die uitgestulpt is
uitstulpingen	=	uitstulping
uitstulpinkje	=	uitstulping
uitstulpinkjes	=	uitstulping
uitstulpt	=	uitstulpen
uitstulpte	=	uitstulpen
uitstulpten	=	uitstulpen
uitsture	=	uitsturen
uitsturen	verb	ergens naartoe sturen
uitsturend	=	uitsturen
uitsturende	=	uitsturen
uitstuur	=	uitsturen
uitstuurde	=	uitsturen
uitstuurden	=	uitsturen
uitstuurt	=	uitsturen
uitte	=	uiten
uitteer	=	uitteren
uitteerde	=	uitteren
uitteerden	=	uitteren
uitteert	=	uitteren
uitteken	=	uittekenen
uittekende	=	uittekenen
uittekenden	=	uittekenen
uittekene	=	uittekenen
uittekenen	verb	heel precies natekenen
uittekenend	=	uittekenen
uittekenende	=	uittekenen
uittekent	=	uittekenen
uittel	=	uittellen
uittelde	=	uittellen
uittelden	=	uittellen
uittelle	=	uittellen
uittellen	verb	al tellend betalen
uittellend	=	uittellen
uittellende	=	uittellen
uittelt	=	uittellen
uitten	=	uiten
uittere	=	uitteren
uitteren	verb	vooral van mensen en dieren door ziekte en gebrek langzaam zwakker en magerder worden totdat men dood gaat
uitterend	=	uitteren
uitterende	=	uitteren
uittest	=	uittesten
uitteste	=	uittesten
uittesten	verb	bezien hoe iets onder verschillende omstandigheden functioneert
uittestend	=	uittesten
uittestende	=	uittesten
uittestte	=	uittesten
uittestten	=	uittesten
uittik	=	uittikken
uittikke	=	uittikken
uittikken	verb	iets met behulp van een toetsenbord overtypen
uittikkend	=	uittikken
uittikkende	=	uittikken
uittikt	=	uittikken
uittikte	=	uittikken
uittikten	=	uittikken
uittil	=	uittillen
uittilde	=	uittillen
uittilden	=	uittillen
uittille	=	uittillen
uittillen	verb	door tillen verwijderen
uittillend	=	uittillen
uittillende	=	uittillen
uittilt	=	uittillen
uittocht	noun	het massaal verlaten van een bepaalde locatie of organisatie
uittochten	=	uittocht
uittochtje	=	uittocht
uittochtjes	=	uittocht
uittoren	=	uittorenen
uittorende	=	uittorenen
uittorenden	=	uittorenen
uittorene	=	uittorenen
uittorenen	verb	ergens bovenuit steken
uittorenend	=	uittorenen
uittorenende	=	uittorenen
uittorent	=	uittorenen
uittrad	=	uittreden
uittraden	=	uittreden
uittradt	=	uittreden
uittrap	noun	spelhervatting waarbij de verdedigende partij de bal door middel van een schot weer in het spel brengt als de aanvallende partij de bal over de achterlijn heeft gebracht
uittrapje	=	uittrap
uittrapjes	=	uittrap
uittrappe	=	uittrappen
uittrappen	verb	met de voeten iets wat brandt of gloeit doven
uittrappend	=	uittrappen
uittrappende	=	uittrappen
uittrapt	=	uittrappen
uittrapte	=	uittrappen
uittrapten	=	uittrappen
uittrede	=	uittreden
uittreden	verb	een -met name religieuze- gemeenschap voorgoed verlaten
uittredend	=	uittreden
uittredende	=	uittreden
uittreding	noun	het ergens uitstappen of uittreden / het opzeggen van je lidmaatschap
uittredingen	=	uittreding
uittredingservaring	noun	ervaring waarbij (het lijkt of) de geest buiten het lichaam treedt
uittredingservaringen	=	uittredingservaring
uittredingsvergoeding	noun	een financiële vergoeding die wordt uitgekeerd wanneer iemand stopt met een bepaalde functie, pachtovereenkomst of samenwerking.
uittredingsvergoedingen	=	uittredingsvergoeding
uittredingsvergoedinkje	=	uittredingsvergoeding
uittredingsvergoedinkjes	=	uittredingsvergoeding
uittredinkje	=	uittreding
uittredinkjes	=	uittreding
uittreed	=	uittreden
uittreedt	=	uittreden
uittrek	=	uittrekken
uittrekbaar	adj	dat iets na trekken bruikbaar wordt
uittrekbaarder	=	uittrekbaar
uittrekbaardere	=	uittrekbaar
uittrekbaarders	=	uittrekbaar
uittrekbaars	=	uittrekbaar
uittrekbaarst	=	uittrekbaar
uittrekbaarste	=	uittrekbaar
uittrekbare	=	uittrekbaar
uittrekke	=	uittrekken
uittrekken	verb	van je lichaam af halen, kleding afleggen
uittrekkend	=	uittrekken
uittrekkende	=	uittrekken
uittrekking	noun	verkorte kopie of officieel document uit een openbaar register.
uittrekkingen	=	uittrekking
uittrekkinkje	=	uittrekking
uittrekkinkjes	=	uittrekking
uittreksel	noun	een beknopte beschrijving van een inhoud
uittreksels	=	uittreksel
uittrekseltje	=	uittreksel
uittrekseltjes	=	uittreksel
uittrekt	=	uittrekken
uittrok	=	uittrekken
uittrokke	=	uittrekken
uittrokken	=	uittrekken
uittrokt	=	uittrekken
uittyp	=	uittypen
uittype	=	uittypen
uittypen	verb	het met een toetsenbord uitwerken van een tekst die eerder is geschreven, gesproken of bedacht
uittypend	=	uittypen
uittypende	=	uittypen
uittypt	=	uittypen
uittypte	=	uittypen
uittypten	=	uittypen
uitvaag	=	uitvagen
uitvaagde	=	uitvagen
uitvaagden	=	uitvagen
uitvaagt	=	uitvagen
uitvaar	=	uitvaren
uitvaardig	=	uitvaardigen
uitvaardigde	=	uitvaardigen
uitvaardigden	=	uitvaardigen
uitvaardige	=	uitvaardigen
uitvaardigen	verb	een voorschrift openbaar maken
uitvaardigend	=	uitvaardigen
uitvaardigende	=	uitvaardigen
uitvaardiging	noun	bekendmaking (bijv. van een wet of voorschrift)
uitvaardigingen	=	uitvaardiging
uitvaardigingetje	=	uitvaardiging
uitvaardigingetjes	=	uitvaardiging
uitvaardigt	=	uitvaardigen
uitvaart	noun	teraardebestelling of crematie van een overledene
uitvaartauto	noun	een voertuig dat speciaal is ingericht om een overledene, ofwel een stoffelijk overschot, te vervoeren
uitvaartauto's	=	uitvaartauto
uitvaartautootje	=	uitvaartauto
uitvaartautootjes	=	uitvaartauto
uitvaartbegeleiding	noun	de professionele ondersteuning en regie bij het organiseren van een begrafenis of crematie.
uitvaartbegeleidingen	=	uitvaartbegeleiding
uitvaartbegeleidinkje	=	uitvaartbegeleiding
uitvaartbegeleidinkjes	=	uitvaartbegeleiding
uitvaartcentra	=	uitvaartcentrum
uitvaartcentrum	noun	een al dan niet openbaar gebouw waar overledenen opgebaard kunnen worden, tot dat de overledene wordt begraven of gecremeerd
uitvaartcentrums	=	uitvaartcentrum
uitvaartdienst	noun	kerkdienst die gehouden wordt vlak voor een begrafenis
uitvaartdiensten	=	uitvaartdienst
uitvaarten	=	uitvaart
uitvaarthotel	noun	hotel waar men een overledene kan opbaren en waar de nabestaanden kunnen logeren tot aan de begrafenis
uitvaarthotels	=	uitvaarthotel
uitvaartje	=	uitvaart
uitvaartjes	=	uitvaart
uitvaartmis	noun	mis bij een begrafenis
uitvaartmisje	=	uitvaartmis
uitvaartmisjes	=	uitvaartmis
uitvaartmissen	=	uitvaartmis
uitvaartondernemer	noun	een persoon die meestal op verzoek van de nabestaanden, als die er zijn, de begrafenis van overledenen vanaf het afleggen tot en met de begrafenis of crematie verzorgt
uitvaartondernemers	=	uitvaartondernemer
uitvaartonderneming	noun	bedrijf dat begrafenissen verzorgt
uitvaartondernemingen	=	uitvaartonderneming
uitvaartopleiding	noun	gespecialiseerde beroepsopleiding die opleidt tot uitvaartverzorger, uitvaartbegeleider of uitvaartondernemer.
uitvaartopleidingen	=	uitvaartopleiding
uitvaartopleidinkje	=	uitvaartopleiding
uitvaartopleidinkjes	=	uitvaartopleiding
uitvaartplechtigheden	=	uitvaartplechtigheid
uitvaartplechtigheid	noun	de plechtigheid die voorafgaat aan de teraardebestelling of crematie van een overledene
uitvaarttoerisme	noun	tocht naar de begrafenis of crematie van een bekend persoon
uitvaarttoerist	noun	iemand die een verre reis maakt om de begrafenis van een beroemd persoon mee te maken
uitvaarttoeristen	=	uitvaarttoerist
uitvaartvereniging	noun	organisatie die voor de leden de uitvaart regelt
uitvaartverenigingen	=	uitvaartvereniging
uitvaartverenigingetje	=	uitvaartvereniging
uitvaartverenigingetjes	=	uitvaartvereniging
uitvaartverzorger	noun	bedrijf dat begrafenissen en andere uitvaarten verzorgt
uitvaartverzorgers	=	uitvaartverzorger
uitvaartverzorging	noun	dienstverlening bij het afscheid en begrafenis of crematie van een overledene
uitvaartverzorgingen	=	uitvaartverzorging
uitvaartverzorginkje	=	uitvaartverzorging
uitvaartverzorginkjes	=	uitvaartverzorging
uitvage	=	uitvagen
uitvagen	verb	door vegen verwijderen
uitvagend	=	uitvagen
uitvagende	=	uitvagen
uitval	noun	plotselinge actie vanuit een fort of belegerde stad
uitvalarm	noun	staaf waarvan het ene uiteinde met een scharnier aan een wand is bevestigd en met het andere aan een hangend voorwerp dat zo daarboven tegen die wand kan worden ingeklapt of van de wand af kan worden uitgeklapt
uitvalarmen	=	uitvalarm
uitvalarmpje	=	uitvalarm
uitvalarmpjes	=	uitvalarm
uitvalbases	=	uitvalbasis
uitvalbasis	noun	thuishaven, plaats van waaruit men opereren kan
uitvalbasisje	=	uitvalbasis
uitvalbasisjes	=	uitvalbasis
uitvalbasissen	=	uitvalbasis
uitvaleinde	noun	deel van een fietsframe, aan het uiteinde van de voor- of achtervork, waaraan de wielas wordt bevestigd
uitvaleinden	=	uitvaleinde
uitvaleindes	=	uitvaleinde
uitvaleindje	=	uitvaleinde
uitvaleindjes	=	uitvaleinde
uitvalle	=	uitvallen
uitvallen	verb	niet langer functioneren
uitvallend	=	uitvallen
uitvallende	=	uitvallen
uitvaller	noun	iemand die ergens niet meer aan mee kan doen en zo het doel niet kan bereiken
uitvallers	=	uitvaller
uitvallertje	=	uitvaller
uitvallertjes	=	uitvaller
uitvalletje	=	uitval
uitvalletjes	=	uitval
uitvalnaaf	noun	fietswielnaaf waarbij de wielas met een snelspansysteem in de uitvaleinden (padden) wordt vastgeklemd
uitvalnaafje	=	uitvalnaaf
uitvalnaafjes	=	uitvalnaaf
uitvalnaven	=	uitvalnaaf
uitvalsbases	=	uitvalsbasis
uitvalsbasis	noun	thuishaven, plaats van waaruit men opereren kan
uitvalsbasisje	=	uitvalsbasis
uitvalsbasisjes	=	uitvalsbasis
uitvalsbasissen	=	uitvalsbasis
uitvalshaven	noun	aanlegplaats, die dichter bij een aantal mogelijke aanvalsdoelen ligt
uitvalshavens	=	uitvalshaven
uitvalsweg	noun	weg die uit het centrum of de stad naar de periferie gaat
uitvalswegen	=	uitvalsweg
uitvalsweggetje	=	uitvalsweg
uitvalsweggetjes	=	uitvalsweg
uitvalswegje	=	uitvalsweg
uitvalswegjes	=	uitvalsweg
uitvalt	=	uitvallen
uitvang	=	uitvangen
uitvange	=	uitvangen
uitvangen	verb	leegvangen
uitvangend	=	uitvangen
uitvangende	=	uitvangen
uitvangt	=	uitvangen
uitvare	=	uitvaren
uitvaren	verb	met een vaartuig een nauw water, zoals een haven verlaten
uitvarend	=	uitvaren
uitvarende	=	uitvaren
uitvecht	=	uitvechten
uitvechte	=	uitvechten
uitvechten	verb	door te vechten tot een beslissing komen
uitvechtend	=	uitvechten
uitvechtende	=	uitvechten
uitveeg	=	uitvegen
uitveegde	=	uitvegen
uitveegden	=	uitvegen
uitveegt	=	uitvegen
uitvege	=	uitvegen
uitvegen	verb	door vegen verwijderen, iets vrij maken van iets dat weggeveegd wordt
uitvegend	=	uitvegen
uitvegende	=	uitvegen
uitvent	=	uitventen
uitvente	=	uitventen
uitventen	verb	verkopen op de markt; langs de straat verkopen; verkopen in het algemeen
uitventend	=	uitventen
uitventende	=	uitventen
uitventte	=	uitventen
uitventten	=	uitventen
uitverdedig	=	uitverdedigen
uitverdedigd	=	uitverdedigen
uitverdedigde	=	uitverdedigen
uitverdedigden	=	uitverdedigen
uitverdedige	=	uitverdedigen
uitverdedigen	verb	uit de verdediging wegwerken van de bal, zodat een aanval kan beginnen
uitverdedigend	=	uitverdedigen
uitverdedigende	=	uitverdedigen
uitverdedigt	=	uitverdedigen
uitvergroot	=	uitvergroten
uitvergrootte	=	uitvergroten
uitvergrootten	=	uitvergroten
uitvergrote	=	uitvergroten
uitvergroten	verb	vergroot afbeelden
uitvergrotend	=	uitvergroten
uitvergrotende	=	uitvergroten
uitvergroting	noun	een (deel van een) foto op een groot formaat afdrukken
uitvergrotingen	=	uitvergroting
uitverkies	=	uitverkiezen
uitverkiest	=	uitverkiezen
uitverkieze	=	uitverkiezen
uitverkiezen	verb	uit velen een enkele selecteren
uitverkiezend	=	uitverkiezen
uitverkiezende	=	uitverkiezen
uitverkiezing	noun	gekozen worden in een verkiezing
uitverkiezingen	=	uitverkiezing
uitverkocht	adj	dat alle toegangskaarten zijn verkocht
uitverkochte	=	uitverkopen
uitverkochten	=	uitverkopen
uitverkochts	=	uitverkocht
uitverkoop	noun	een gelegenheid waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
uitverkoopje	=	uitverkoop
uitverkoopjes	=	uitverkoop
uitverkoopt	=	uitverkopen
uitverkoos	=	uitverkiezen
uitverkoost	=	uitverkiezen
uitverkope	=	uitverkopen
uitverkopen	verb	de hele voorraad verkopen
uitverkopend	=	uitverkopen
uitverkopende	=	uitverkopen
uitverkoren	adj	verkoren, bijzonder geliefd, verkozen uit of boven alle anderen
uitverkorene	noun	als lieveling uitgekozen zijn
uitverkorenen	=	uitverkorene
uitverkorener	=	uitverkoren
uitverkoreners	=	uitverkoren
uitverkorens	=	uitverkoren
uitverkorenst	=	uitverkoren
uitverkorenste	=	uitverkoren
uitverkorenª	=	uitverkiezen
uitverkoze	=	uitverkiezen
uitverkozen	=	uitverkiezen
uitveter	=	uitveteren
uitveterde	=	uitveteren
uitveterden	=	uitveteren
uitvetere	=	uitveteren
uitveteren	verb|informal	iemand uitschelden
uitveterend	=	uitveteren
uitveterende	=	uitveteren
uitvetert	=	uitveteren
uitviel	=	uitvallen
uitviele	=	uitvallen
uitvielen	=	uitvallen
uitvielt	=	uitvallen
uitvier	=	uitvieren
uitvierde	=	uitvieren
uitvierden	=	uitvieren
uitviere	=	uitvieren
uitvieren	verb	langzamer gaan rijden of lopen door de aandrijving te stoppen maar zonder bij te remmen
uitvierend	=	uitvieren
uitvierende	=	uitvieren
uitviert	=	uitvieren
uitvind	=	uitvinden
uitvinde	=	uitvinden
uitvinden	verb	nuttige methodes, toestellen of werktuigen bedenken die niet eerder bekend waren
uitvindend	=	uitvinden
uitvindende	=	uitvinden
uitvinder	noun	persoon die uitvindingen doet
uitvinders	=	uitvinder
uitvindertje	=	uitvinder
uitvindertjes	=	uitvinder
uitvinding	noun	de daad van het uitvinden, het ontdekken van een nieuwe methode of een nieuw toestel
uitvindingen	=	uitvinding
uitvindinkje	=	uitvinding
uitvindinkjes	=	uitvinding
uitvindster	noun	vrouwelijke uitvinder
uitvindsters	=	uitvindster
uitvindstertje	=	uitvindster
uitvindstertjes	=	uitvindster
uitvindt	=	uitvinden
uitving	=	uitvangen
uitvingen	=	uitvangen
uitvis	=	uitvissen
uitvisse	=	uitvissen
uitvissen	verb	door onderzoek iets te weten komen dat eerst verborgen was
uitvissend	=	uitvissen
uitvissende	=	uitvissen
uitvist	=	uitvissen
uitviste	=	uitvissen
uitvisten	=	uitvissen
uitvlagging	noun	is het overbrengen van de registratie van een schip naar een ander land (vaak een zogeheten 'goedkope vlag' of flags of convenience zoals Panama of Liberia).
uitvlaggingen	=	uitvlagging
uitvlagginkje	=	uitvlagging
uitvlagginkjes	=	uitvlagging
uitvlak	=	uitvlakken
uitvlakke	=	uitvlakken
uitvlakken	verb	door uitgummen verwijderen, onzichtbaar maken
uitvlakkend	=	uitvlakken
uitvlakkende	=	uitvlakken
uitvlakt	=	uitvlakken
uitvlakte	=	uitvlakken
uitvlakten	=	uitvlakken
uitvlieg	=	uitvliegen
uitvliege	=	uitvliegen
uitvliegen	verb	naar buiten (uit nest of hok) vliegen
uitvliegend	=	uitvliegen
uitvliegende	=	uitvliegen
uitvliegt	=	uitvliegen
uitvloei	=	uitvloeien
uitvloeide	=	uitvloeien
uitvloeiden	=	uitvloeien
uitvloeie	=	uitvloeien
uitvloeien	verb	van een vloeistof: door stromen over een gebied uitspreiden
uitvloeiend	=	uitvloeien
uitvloeiende	=	uitvloeien
uitvloeiing	noun	het naar buiten stromen of vloeien van een stof.
uitvloeiingen	=	uitvloeiing
uitvloeiinkje	=	uitvloeiing
uitvloeiinkjes	=	uitvloeiing
uitvloeisel	noun	wat voortkomt uit een bepaalde handeling of gebeurtenis (zonder dat dit gevolg echt bedoeld was)
uitvloeiselen	=	uitvloeisel
uitvloeisels	=	uitvloeisel
uitvloeiseltje	=	uitvloeisel
uitvloeit	=	uitvloeien
uitvloek	=	uitvloeken
uitvloeke	=	uitvloeken
uitvloeken	verb	iets of iemand vloeken toeroepen
uitvloekend	=	uitvloeken
uitvloekende	=	uitvloeken
uitvloekt	=	uitvloeken
uitvloekte	=	uitvloeken
uitvloekten	=	uitvloeken
uitvlogen	=	uitvliegen
uitvloog	=	uitvliegen
uitvlooi	=	uitvlooien
uitvlooide	=	uitvlooien
uitvlooiden	=	uitvlooien
uitvlooie	=	uitvlooien
uitvlooien	verb	iets heel zorgvuldig uitzoeken of bestuderen
uitvlooiend	=	uitvlooien
uitvlooiende	=	uitvlooien
uitvlooit	=	uitvlooien
uitvlucht	noun	argument (pretext, smoes, voorwendsel) dat men aanvoert om aan iets te ontkomen
uitvluchten	=	uitvlucht
uitvluchtje	=	uitvlucht
uitvluchtjes	=	uitvlucht
uitvocht	=	uitvechten
uitvochte	=	uitvechten
uitvochten	=	uitvechten
uitvoeg	=	uitvoegen
uitvoegde	=	uitvoegen
uitvoegden	=	uitvoegen
uitvoege	=	uitvoegen
uitvoegen	verb	verlaten van een doorgaande rijstrook naar een rijstrook daarnaast
uitvoegend	=	uitvoegen
uitvoegende	=	uitvoegen
uitvoegstroken	=	uitvoegstrook
uitvoegstrook	noun	een rijbaan op een weg voor verkeer dat de weg wil verlaten
uitvoegstrookje	=	uitvoegstrook
uitvoegstrookjes	=	uitvoegstrook
uitvoegt	=	uitvoegen
uitvoer	noun	de verkoop van goederen aan het buitenland
uitvoerbaar	adj	mogelijk om uitgevoerd te worden
uitvoerbaarder	=	uitvoerbaar
uitvoerbaardere	=	uitvoerbaar
uitvoerbaarders	=	uitvoerbaar
uitvoerbaarheden	=	uitvoerbaarheid
uitvoerbaarheid	noun	het uitvoerbaar zijn
uitvoerbaars	=	uitvoerbaar
uitvoerbaarst	=	uitvoerbaar
uitvoerbaarste	=	uitvoerbaar
uitvoerbare	=	uitvoerbaar
uitvoerde	=	uitvoeren
uitvoerden	=	uitvoeren
uitvoerder	noun	iemand die uitvoert of de leiding heeft over de uitvoering
uitvoerders	=	uitvoerder
uitvoerdertje	=	uitvoerder
uitvoere	=	uitvoeren
uitvoeren	verb	exporteren (alle betekenissen)
uitvoerend	adj	van een bedrijf of organisatie dat het goederen exporteert naar het buitenland
uitvoerende	noun	persoon die een stuk uitvoert
uitvoerenden	=	uitvoerende
uitvoerender	=	uitvoerend
uitvoerendere	=	uitvoerend
uitvoerenders	=	uitvoerend
uitvoerends	=	uitvoerend
uitvoerendst	=	uitvoerend
uitvoerendste	=	uitvoerend
uitvoerig	adj	op uitgebreide wijze	adv	uitgebreid
uitvoerige	=	uitvoerig
uitvoeriger	=	uitvoerig
uitvoerigere	=	uitvoerig
uitvoerigers	=	uitvoerig
uitvoerigheden	=	uitvoerigheid
uitvoerigheid	noun	het groot en omvangrijk zijn
uitvoerigs	=	uitvoerig
uitvoerigst	=	uitvoerig
uitvoerigste	=	uitvoerig
uitvoering	noun	het in de praktijk brengen van iets, tenuitvoerbrenging, volvoering
uitvoeringen	=	uitvoering
uitvoeringsbepaling	noun	een juridisch voorschrift, vaak in een besluit of regeling, dat gedetailleerde regels stelt over hoe een algemene wet of decreet in de praktijk moet worden toegepast.
uitvoeringsbepalingen	=	uitvoeringsbepaling
uitvoeringsbepalinkje	=	uitvoeringsbepaling
uitvoeringsbepalinkjes	=	uitvoeringsbepaling
uitvoeringsbeschikking	noun	een juridisch document of besluit waarmee een bestuursorgaan (zoals de Belastingdienst) de precieze regels vastlegt over hoe een bepaalde wet in de praktijk moet worden toegepast.
uitvoeringsbeschikkingen	=	uitvoeringsbeschikking
uitvoeringsbeschikkinkje	=	uitvoeringsbeschikking
uitvoeringsbeschikkinkjes	=	uitvoeringsbeschikking
uitvoeringsbesluit	noun	besluit van met name de minister als precisering van de wetgeving
uitvoeringsbesluiten	=	uitvoeringsbesluit
uitvoeringsinstelling	noun	een instelling die iets tot uitvoering brengt
uitvoeringsinstellingen	=	uitvoeringsinstelling
uitvoeringskost	noun	uitgaven die nodig zijn om een plan te realiseren
uitvoeringskosten	noun	uitgaven die nodig zijn om een plan te realiseren
uitvoeringsorganisatie	noun	organisatie die als taak heeft een bepaald deel van de wetgeving en het beleid van de rijksoverheid te effectueren
uitvoeringsorganisaties	=	uitvoeringsorganisatie
uitvoeringsplan	noun	verder uitgewerkt geheel van maatregelen om eerder vastgelegde doelstellingen op een bepaald gebied te bereiken
uitvoeringsplannen	=	uitvoeringsplan
uitvoeringsplannetje	=	uitvoeringsplan
uitvoeringsplannetjes	=	uitvoeringsplan
uitvoeringspraktijk	noun	wijze waarop een muziekstuk wordt geïnterpreteerd en uitgevoerd
uitvoeringspraktijken	=	uitvoeringspraktijk
uitvoeringsprobleem	noun	moeilijkheden in de praktische uitwerking van een plan
uitvoeringsprobleempje	=	uitvoeringsprobleem
uitvoeringsprobleempjes	=	uitvoeringsprobleem
uitvoeringsproblemen	=	uitvoeringsprobleem
uitvoerinkje	=	uitvoering
uitvoerinkjes	=	uitvoering
uitvoerlegging	noun	het in de praktijk brengen of uitvoeren van een beslissing.
uitvoerleggingen	=	uitvoerlegging
uitvoerlegginkje	=	uitvoerlegging
uitvoerlegginkjes	=	uitvoerlegging
uitvoerlijk	adj	van iets dat het te doen is
uitvoerlijke	=	uitvoerlijk
uitvoerlijker	=	uitvoerlijk
uitvoerlijkere	=	uitvoerlijk
uitvoerlijkers	=	uitvoerlijk
uitvoerlijks	=	uitvoerlijk
uitvoerlijkst	=	uitvoerlijk
uitvoerlijkste	=	uitvoerlijk
uitvoerrecht	noun	belastingen die men moet betalen bij het exporteren van bepaalde goederen
uitvoerrechten	=	uitvoerrecht
uitvoerster	=	uitvoerder
uitvoert	=	uitvoeren
uitvoerverbod	noun	een officiële maatregel die het verbiedt om bepaalde goederen uit een land of gebied te exporteren naar een ander land, vaak om economische redenen (zoals het voorkomen van tekorten,) of politieke (sancties), zoals het tegenhouden van militaire goederen
uitvoerverboden	=	uitvoerverbod
uitvoerverbodje	=	uitvoerverbod
uitvoerverbodjes	=	uitvoerverbod
uitvogel	=	uitvogelen
uitvogelde	=	uitvogelen
uitvogelden	=	uitvogelen
uitvogele	=	uitvogelen
uitvogelen	verb	Iets uitzoeken, uitdokteren vaak op een meer praktische en effectieve dan streng wetenschappelijke manier.
uitvogelend	=	uitvogelen
uitvogelende	=	uitvogelen
uitvogelt	=	uitvogelen
uitvond	=	uitvinden
uitvonde	=	uitvinden
uitvonden	=	uitvinden
uitvondt	=	uitvinden
uitvors	=	uitvorsen
uitvorse	=	uitvorsen
uitvorsen	verb	iets tot op de bodem onderzoeken
uitvorsend	=	uitvorsen
uitvorsende	=	uitvorsen
uitvorst	=	uitvorsen
uitvorste	=	uitvorsen
uitvorsten	=	uitvorsen
uitvouw	=	uitvouwen
uitvouwbaar	adj	dat iets door vouwen bruikbaar wordt
uitvouwbaarder	=	uitvouwbaar
uitvouwbaardere	=	uitvouwbaar
uitvouwbaarders	=	uitvouwbaar
uitvouwbaars	=	uitvouwbaar
uitvouwbaarst	=	uitvouwbaar
uitvouwbaarste	=	uitvouwbaar
uitvouwbare	=	uitvouwbaar
uitvouwde	=	uitvouwen
uitvouwden	=	uitvouwen
uitvouwe	=	uitvouwen
uitvouwen	verb	openvouwen
uitvouwend	=	uitvouwen
uitvouwende	=	uitvouwen
uitvouwt	=	uitvouwen
uitvraag	=	uitvragen
uitvraagde	=	uitvragen
uitvraagden	=	uitvragen
uitvraagdenª	=	uitvragen
uitvraagdeª	=	uitvragen
uitvraagt	=	uitvragen
uitvraat	=	uitvreten
uitvrage	=	uitvragen
uitvragen	verb	indringend en uitgebreid vragen stellen
uitvragend	=	uitvragen
uitvragende	=	uitvragen
uitvrat	=	uitvreten
uitvrate	=	uitvreten
uitvraten	=	uitvreten
uitvreet	=	uitvreten
uitvrete	=	uitvreten
uitvreten	verb	iets slechts of verwerpelijks uithalen
uitvretend	=	uitvreten
uitvretende	=	uitvreten
uitvreter	noun	iemand die uitvreet
uitvreters	=	uitvreter
uitvretertje	=	uitvreter
uitvretertjes	=	uitvreter
uitvries	=	uitvriezen
uitvriest	=	uitvriezen
uitvrieze	=	uitvriezen
uitvriezen	verb	door de vrieskou niet meer kunnen werken of varen
uitvriezend	=	uitvriezen
uitvriezende	=	uitvriezen
uitvroeg	=	uitvragen
uitvroegen	=	uitvragen
uitvroor	=	uitvriezen
uitvroren	=	uitvriezen
uitvul	=	uitvullen
uitvulde	=	uitvullen
uitvulden	=	uitvullen
uitvulle	=	uitvullen
uitvullen	verb	vol maken
uitvullend	=	uitvullen
uitvullende	=	uitvullen
uitvult	=	uitvullen
uitwaai	=	uitwaaien
uitwaaide	=	uitwaaien
uitwaaiden	=	uitwaaien
uitwaaie	=	uitwaaien
uitwaaien	verb	door de wind gedoofd worden
uitwaaiend	=	uitwaaien
uitwaaiende	=	uitwaaien
uitwaaier	=	uitwaaieren
uitwaaierde	=	uitwaaieren
uitwaaierden	=	uitwaaieren
uitwaaiere	=	uitwaaieren
uitwaaieren	verb	vanuit één punt naar verschillende kanten gaan
uitwaaierend	adj	zich over een groot oppervlak verspreidend
uitwaaierende	=	uitwaaieren
uitwaaierends	=	uitwaaierend
uitwaaiert	=	uitwaaieren
uitwaait	=	uitwaaien
uitwas	noun	wat naar buiten uitgroeit
uitwasbaar	adj	dat iets door wassen verwijderd kan worden
uitwasbaarder	=	uitwasbaar
uitwasbaardere	=	uitwasbaar
uitwasbaarders	=	uitwasbaar
uitwasbaars	=	uitwasbaar
uitwasbaarst	=	uitwasbaar
uitwasbaarste	=	uitwasbaar
uitwasbare	=	uitwasbaar
uitwasem	=	uitwasemen
uitwasemde	=	uitwasemen
uitwasemden	=	uitwasemen
uitwaseme	=	uitwasemen
uitwasemen	verb	uitstoten van rook
uitwasemend	=	uitwasemen
uitwasemende	=	uitwasemen
uitwaseming	noun	de vochtige, bedompte damp die van een warmer, vochtig voorwerp of persoon afkomt
uitwasemingen	=	uitwaseming
uitwasemt	=	uitwasemen
uitwasje	=	uitwas
uitwasjes	=	uitwas
uitwasse	=	uitwassen
uitwassen	verb	door wassen verwijderen
uitwassend	=	uitwassen
uitwassende	=	uitwassen
uitwast	=	uitwassen
uitwaste	=	uitwassen
uitwasten	=	uitwassen
uitwater	=	uitwateren
uitwaterde	=	uitwateren
uitwaterden	=	uitwateren
uitwatere	=	uitwateren
uitwateren	verb	het lozen van overtollig water
uitwaterend	=	uitwateren
uitwaterende	=	uitwateren
uitwatering	noun	plaats waar een polder uitwatert
uitwateringen	=	uitwatering
uitwateringskanaal	noun	kanaal voor de waterlozing
uitwateringskanaaltje	=	uitwateringskanaal
uitwateringskanaaltjes	=	uitwateringskanaal
uitwateringskanalen	=	uitwateringskanaal
uitwateringsmerk	noun	op zeegaande vrachtschepen aangebracht merkteken waaraan men kan zien of het schip niet te zwaar geladen is
uitwateringsmerken	=	uitwateringsmerk
uitwateringsmerkje	=	uitwateringsmerk
uitwateringsmerkjes	=	uitwateringsmerk
uitwateringssluis	noun	een sluis waardoor men overtollig water kan lozen
uitwateringssluizen	=	uitwateringssluis
uitwatert	=	uitwateren
uitwedstrijd	noun	wedstrijd gespeeld op het terrein van de tegenstander
uitwedstrijden	=	uitwedstrijd
uitwedstrijdje	=	uitwedstrijd
uitwedstrijdjes	=	uitwedstrijd
uitweeg	=	uitwegen
uitweegt	=	uitwegen
uitweek	=	uitwijken
uitweekt	=	uitweken
uitweekte	=	uitweken
uitweekten	=	uitweken
uitwees	=	uitwijzen
uitweest	=	uitwijzen
uitweg	noun	een weg die leidt uit een omsloten ruimte
uitwege	=	uitwegen
uitwegen	verb	bij het gewicht verkopen
uitwegend	=	uitwegen
uitwegende	=	uitwegen
uitweggetje	=	uitweg
uitweggetjes	=	uitweg
uitwegje	=	uitweg
uitwegjes	=	uitweg
uitweid	=	uitweiden
uitweidde	=	uitweiden
uitweidden	=	uitweiden
uitweide	=	uitweiden
uitweiden	verb	~ over uitgebreid, breedvoerig iets bespreken
uitweidend	=	uitweiden
uitweidende	=	uitweiden
uitweiding	noun	een (te) lange bespreking over een bepaald onderwerp
uitweidingen	=	uitweiding
uitweidinkje	=	uitweiding
uitweidinkjes	=	uitweiding
uitweidt	=	uitweiden
uitweke	=	uitweken
uitweken	verb	door weken laten verdwijnen
uitwekend	=	uitweken
uitwekende	=	uitweken
uitwendig	adj	zich aan de buitenkant bevindend
uitwendige	=	uitwendig
uitwendiger	=	uitwendig
uitwendigere	=	uitwendig
uitwendigers	=	uitwendig
uitwendigheden	=	uitwendigheid
uitwendigheid	noun	de uiterlijke schijn
uitwendigs	=	uitwendig
uitwendigst	=	uitwendig
uitwendigste	=	uitwendig
uitwerk	=	uitwerken
uitwerke	=	uitwerken
uitwerken	verb	nauwkeuriger maken van wat al in grote lijnen is bepaald
uitwerkend	=	uitwerken
uitwerkende	=	uitwerken
uitwerking	noun	de verdere detaillering van iets
uitwerkingen	=	uitwerking
uitwerkingsplan	noun	meer gedetailleerde opzet voor de uitvoering van een eerder vastgesteld voornemen
uitwerkingsplannen	=	uitwerkingsplan
uitwerkinkje	=	uitwerking
uitwerkinkjes	=	uitwerking
uitwerkt	=	uitwerken
uitwerkte	=	uitwerken
uitwerkten	=	uitwerken
uitwerp	=	uitwerpen
uitwerpbaar	adj	dat iets door werpen bruikbaar wordt
uitwerpbaarder	=	uitwerpbaar
uitwerpbaardere	=	uitwerpbaar
uitwerpbaarders	=	uitwerpbaar
uitwerpbaars	=	uitwerpbaar
uitwerpbaarst	=	uitwerpbaar
uitwerpbaarste	=	uitwerpbaar
uitwerpbare	=	uitwerpbaar
uitwerpe	=	uitwerpen
uitwerpen	verb	met kracht naar buiten brengen
uitwerpend	=	uitwerpen
uitwerpende	=	uitwerpen
uitwerpsel	noun	datgene dat naar buiten geworpen wordt
uitwerpselen	noun	vaste uitgescheiden afvalstoffen van een mens of dier
uitwerpsels	=	uitwerpsel
uitwerpseltje	=	uitwerpsel
uitwerpseltjes	=	uitwerpsel
uitwerpt	=	uitwerpen
uitweze	=	uitwijzen
uitwezen	=	uitwijzen
uitwierp	=	uitwerpen
uitwierpe	=	uitwerpen
uitwierpen	=	uitwerpen
uitwierpt	=	uitwerpen
uitwies	=	uitwassen
uitwiese	=	uitwassen
uitwiesen	=	uitwassen
uitwiest	=	uitwassen
uitwijd	=	uitwijden
uitwijdde	=	uitwijden
uitwijdden	=	uitwijden
uitwijde	=	uitwijden
uitwijden	verb	wijder worden
uitwijdend	=	uitwijden
uitwijdende	=	uitwijden
uitwijding	noun	een (te) langdradige, uitvoerige bespreking of een zijsprong tijdens een verhaal of betoog.
uitwijdingen	=	uitwijding
uitwijdinkje	=	uitwijding
uitwijdinkjes	=	uitwijding
uitwijdt	=	uitwijden
uitwijk	=	uitwijken
uitwijke	=	uitwijken
uitwijkeling	noun	iemand die het land verlaat
uitwijkelingen	=	uitwijkeling
uitwijken	verb	van richting veranderen om een obstakel te vermijden
uitwijkend	=	uitwijken
uitwijkende	=	uitwijken
uitwijkhaven	noun|figurative	plaats waar men in tijden van nood naartoe kan gaan
uitwijkhavens	=	uitwijkhaven
uitwijkhaventje	=	uitwijkhaven
uitwijkhaventjes	=	uitwijkhaven
uitwijking	noun	beweging om ergens aan te ontkomen
uitwijkingen	=	uitwijking
uitwijkinkje	=	uitwijking
uitwijkinkjes	=	uitwijking
uitwijkmaneuver	noun	verandering van (rij)richting om een botsing te voorkomen
uitwijkmaneuvers	=	uitwijkmaneuver
uitwijkmanoeuvre	noun	verandering van (rij)richting om een botsing te voorkomen
uitwijkmanoeuvres	=	uitwijkmanoeuvre
uitwijkmogelijkheden	=	uitwijkmogelijkheid
uitwijkmogelijkheid	noun	een alternatief voor handen hebben als iets niet door gaat
uitwijkplaats	noun	een plaats waar tegemoetkomend verkeer (auto, trein etc.) voor elkaar kan uitwijken op een weg die te smal is voor een passage van meerdere voertuigen tegelijk
uitwijkplaatsen	=	uitwijkplaats
uitwijkt	=	uitwijken
uitwijs	=	uitwijzen
uitwijst	=	uitwijzen
uitwijze	=	uitwijzen
uitwijzen	verb	na een juridisch proces naar een ander land sturen
uitwijzend	=	uitwijzen
uitwijzende	=	uitwijzen
uitwijzing	noun	het dwingend verwijderen van iemand uit een land
uitwijzingen	=	uitwijzing
uitwin	=	uitwinnen
uitwinne	=	uitwinnen
uitwinnen	verb	met inspanning iets waardevols uit iets anders halen; delven van delfstoffen
uitwinnend	=	uitwinnen
uitwinnende	=	uitwinnen
uitwinning	noun	het uitwinnen
uitwinningen	=	uitwinning
uitwinningsvergoeding	noun	een extra, cumulatieve vergoeding die een Belgische handelsvertegenwoordiger of handelsagent toekomt bij beëindiging van het contract.
uitwinningsvergoedingen	=	uitwinningsvergoeding
uitwinningsvergoedinkje	=	uitwinningsvergoeding
uitwinningsvergoedinkjes	=	uitwinningsvergoeding
uitwinningvergoeding	noun	een specifieke extra vergoeding in België, verschuldigd aan een ontslagen handelsvertegenwoordiger die nieuw cliënteel heeft aangebracht.
uitwinningvergoedingen	=	uitwinningvergoeding
uitwinningvergoedinkje	=	uitwinningvergoeding
uitwinningvergoedinkjes	=	uitwinningvergoeding
uitwint	=	uitwinnen
uitwip	=	uitwippen
uitwippe	=	uitwippen
uitwippen	verb	iets op een (te) makkelijke, snelle manier ergens uithalen
uitwippend	=	uitwippen
uitwippende	=	uitwippen
uitwipt	=	uitwippen
uitwipte	=	uitwippen
uitwipten	=	uitwippen
uitwis	=	uitwissen
uitwisbaar	adj	dat iets gewist kan worden
uitwisbaarder	=	uitwisbaar
uitwisbaardere	=	uitwisbaar
uitwisbaarders	=	uitwisbaar
uitwisbaare	=	uitwisbaar
uitwisbaars	=	uitwisbaar
uitwisbaarst	=	uitwisbaar
uitwisbaarste	=	uitwisbaar
uitwisbare	=	uitwisbaar
uitwisse	=	uitwissen
uitwissel	=	uitwisselen
uitwisselbaar	adj	dat meerdere zaken voor een zelfde doel gebruikt kunnen worden
uitwisselbaarder	=	uitwisselbaar
uitwisselbaardere	=	uitwisselbaar
uitwisselbaarders	=	uitwisselbaar
uitwisselbaarheden	=	uitwisselbaarheid
uitwisselbaarheid	noun	zaken die voor praktische doeleinden gelijk aan elkaar gesteld kunnen worden
uitwisselbaars	=	uitwisselbaar
uitwisselbaarst	=	uitwisselbaar
uitwisselbaarste	=	uitwisselbaar
uitwisselbare	=	uitwisselbaar
uitwisselde	=	uitwisselen
uitwisselden	=	uitwisselen
uitwissele	=	uitwisselen
uitwisselen	verb	wederzijds ruilen
uitwisselend	=	uitwisselen
uitwisselende	=	uitwisselen
uitwisseling	noun	het uitwisselen
uitwisselingen	=	uitwisseling
uitwisselingetje	=	uitwisseling
uitwisselingetjes	=	uitwisseling
uitwisselingsprogramma	noun	activiteit waarbij leden van verschillende instellingen bij elkaar op bezoek gaan voor het delen van kennis en het laten ontstaan van persoonlijke contacten
uitwisselingsprogramma's	=	uitwisselingsprogramma
uitwisselingsprogrammaatje	=	uitwisselingsprogramma
uitwisselingsprogrammaatjes	=	uitwisselingsprogramma
uitwisselingsstudent	noun	iemand die in een andere stad of ander land gaat studeren terwijl studenten uit dat land of die stad in zijn of haar stad of land gaat studeren
uitwisselingsstudenten	=	uitwisselingsstudent
uitwisselingsstudentje	=	uitwisselingsstudent
uitwisselingsverdrag	noun	verdrag waarbij een of andere uitwisseling geregeld wordt
uitwisselingsverdragen	=	uitwisselingsverdrag
uitwisselt	=	uitwisselen
uitwissen	verb	laten verdwijnen
uitwissend	=	uitwissen
uitwissende	=	uitwissen
uitwissing	noun	het verwijderen, vernietigen van iets
uitwissingen	=	uitwissing
uitwist	=	uitwissen
uitwiste	=	uitwissen
uitwisten	=	uitwissen
uitwoed	=	uitwoeden
uitwoedde	=	uitwoeden
uitwoedden	=	uitwoeden
uitwoede	=	uitwoeden
uitwoeden	verb	iets kwaads zolang door laten gaan dat het vanzelf ophoudt; tot bedaren komen
uitwoedend	=	uitwoeden
uitwoedende	=	uitwoeden
uitwoedt	=	uitwoeden
uitwoei	=	uitwaaien
uitwoeie	=	uitwaaien
uitwoeien	=	uitwaaien
uitwoeit	=	uitwaaien
uitwogen	=	uitwegen
uitwon	=	uitwinnen
uitwone	=	uitwonen
uitwonen	verb	door nonchalante bewoning en slecht onderhoud verslijten, doen vervallen
uitwonend	adj	op een andere plaats dan de normale plaats wonend, extern wonend
uitwonende	=	uitwonend
uitwonendheden	=	uitwonendheid
uitwonendheid	noun	het niet meer bij de ouders wonen van studenten
uitwonends	=	uitwonend
uitwonnen	=	uitwinnen
uitwoog	=	uitwegen
uitwoon	=	uitwonen
uitwoonde	=	uitwonen
uitwoonden	=	uitwonen
uitwoont	=	uitwonen
uitworp	noun	wat uitgestoten wordt (via een schoorsteen)
uitworpen	=	uitworp
uitwreef	=	uitwrijven
uitwreven	=	uitwrijven
uitwrijf	=	uitwrijven
uitwrijft	=	uitwrijven
uitwrijve	=	uitwrijven
uitwrijven	verb	wrijvend uitspreiden
uitwrijvend	=	uitwrijven
uitwrijvende	=	uitwrijven
uitwring	=	uitwringen
uitwringe	=	uitwringen
uitwringen	verb	met een wringende beweging vocht uit een lap uitknijpen
uitwringend	=	uitwringen
uitwringende	=	uitwringen
uitwringt	=	uitwringen
uitwrong	=	uitwringen
uitwronge	=	uitwringen
uitwrongen	=	uitwringen
uitwrongt	=	uitwringen
uitwuif	=	uitwuiven
uitwuifde	=	uitwuiven
uitwuifden	=	uitwuiven
uitwuift	=	uitwuiven
uitwuive	=	uitwuiven
uitwuiven	verb	iemand toezwaaien als afscheid
uitwuivend	=	uitwuiven
uitwuivende	=	uitwuiven
uitzaad	noun	graan dat men gebruikt als zaadgoed
uitzaag	=	uitzagen
uitzaagde	=	uitzagen
uitzaagden	=	uitzagen
uitzaagt	=	uitzagen
uitzaai	=	uitzaaien
uitzaaide	=	uitzaaien
uitzaaiden	=	uitzaaien
uitzaaie	=	uitzaaien
uitzaaien	verb	zaden over een oppervlakte verspreiden
uitzaaiend	=	uitzaaien
uitzaaiende	=	uitzaaien
uitzaaiing	noun	het overgaan van een lichamelijke functie of ziekte naar een ander deel van het lichaam, in het bijzonder de ontwikkeling naar een secundaire plek die is afgescheiden van de oorspronkelijke plek, zoals bij somminge kankers
uitzaaiingen	=	uitzaaiing
uitzaaiinkje	=	uitzaaiing
uitzaaiinkjes	=	uitzaaiing
uitzaait	=	uitzaaien
uitzag	=	uitzien
uitzage	=	uitzagen
uitzagen	verb	door zagen wegnemen uit (een plaat)
uitzagend	=	uitzagen
uitzagende	=	uitzagen
uitzak	=	uitzakken
uitzakke	=	uitzakken
uitzakken	verb	door het zakken uit de gewone stand of vorm komen
uitzakkend	=	uitzakken
uitzakkende	=	uitzakken
uitzakking	noun	het uit of naar beneden zakken van een orgaan of lichaamsdeel uit zijn normale positie.
uitzakkingen	=	uitzakking
uitzakkinkje	=	uitzakking
uitzakkinkjes	=	uitzakking
uitzakt	=	uitzakken
uitzakte	=	uitzakken
uitzakten	=	uitzakken
uitzat	=	uitzitten
uitzate	=	uitzitten
uitzaten	=	uitzitten
uitzege	noun	het winnen van een wedstrijd die men speelt op het terrein van de tegenstander
uitzeges	=	uitzege
uitzegetje	=	uitzege
uitzeil	=	uitzeilen
uitzeilde	=	uitzeilen
uitzeilden	=	uitzeilen
uitzeile	=	uitzeilen
uitzeilen	verb	een zeilwedstrijd of zeiltocht tot het einde toe voltooien
uitzeilend	=	uitzeilen
uitzeilende	=	uitzeilen
uitzeilt	=	uitzeilen
uitzend	=	uitzenden
uitzendbaan	noun	tijdelijk arbeidscontract via een uitzendbureau
uitzendbaar	adj	geschikt om te worden uitgezonden op een militaire of andere missie
uitzendbaarder	=	uitzendbaar
uitzendbaardere	=	uitzendbaar
uitzendbaarders	=	uitzendbaar
uitzendbaars	=	uitzendbaar
uitzendbaarst	=	uitzendbaar
uitzendbaarste	=	uitzendbaar
uitzendbanen	=	uitzendbaan
uitzendbare	=	uitzendbaar
uitzendbureau	noun	intermediair bedrijf op de arbeidsmarkt dat bemiddelt tussen mensen die (tijdelijk) werk zoeken (de uitzendkracht) en bedrijven die (tijdelijk) mensen nodig hebben (de inlener
uitzendbureaus	=	uitzendbureau
uitzendbureautje	=	uitzendbureau
uitzendbureautjes	=	uitzendbureau
uitzendconcern	noun	bedrijf dat bemiddelt tussen mensen die tijdelijk werk zoeken en bedrijven die tijdelijk personeel nodig hebben
uitzendconcerns	=	uitzendconcern
uitzende	=	uitzenden
uitzenden	verb	als bron van straling werken
uitzendend	=	uitzenden
uitzendende	=	uitzenden
uitzender	noun	bedrijf dat bemiddelt tussen mensen die tijdelijk werk zoeken en bedrijven die tijdelijk personeel nodig hebben
uitzenders	=	uitzender
uitzending	noun	het uitzenden van een programma van radio of televisie
uitzendingen	=	uitzending
uitzendinkje	=	uitzending
uitzendinkjes	=	uitzending
uitzendketen	noun	groep bedrijven die bemiddelt tussen mensen die tijdelijk werk zoeken en bedrijven die tijdelijk personeel zoeken
uitzendketens	=	uitzendketen
uitzendkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het verspreiden van een radio- of televisie-uitzending
uitzendkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het verspreiden van een radio- of televisie-uitzending
uitzendkracht	noun	iemand de werk via een uitzendbureau
uitzendkrachten	=	uitzendkracht
uitzendkrachtje	=	uitzendkracht
uitzendkrachtjes	=	uitzendkracht
uitzendmarkt	noun	de vraag van bedrijven naar tijdelijke arbeidskrachten
uitzendmarkten	=	uitzendmarkt
uitzendonderneming	noun|formal	intermediair bedrijf op de arbeidsmarkt dat bemiddelt tussen mensen die (tijdelijk) werk zoeken (de uitzendkracht) en bedrijven die (tijdelijk) mensen nodig hebben (de inlener
uitzendondernemingen	=	uitzendonderneming
uitzendorganisatie	noun	is een intermediair bedrijf op de arbeidsmarkt.
uitzendorganisaties	=	uitzendorganisatie
uitzendovereenkomst	noun	bijzondere arbeidsovereenkomst met drie partijen de werknemer, het uitzendbureau en de organisatie waar de werknemer daadwerkelijk werkt
uitzendovereenkomsten	=	uitzendovereenkomst
uitzendschema	noun	tabel waarin men kan zien welke programma's wanneer worden uitgezonden
uitzendschema's	=	uitzendschema
uitzendt	=	uitzenden
uitzendverbod	noun	politiek voorstel (vooral in Nederland) om in specifieke sectoren waar veel misstanden zijn, het tijdelijk in- en uitlenen van personeel via uitzendbureaus te verbieden, als ‘stok achter de deur’ om uitbuiting, slechte arbeidsomstandigheden en oneerlijke concurrentie tegen te gaan, met als doel de kwaliteit en legaliteit van werk te verbeteren
uitzendverboden	=	uitzendverbod
uitzendverbodje	=	uitzendverbod
uitzendverbodjes	=	uitzendverbod
uitzendwerk	noun	tijdelijk betaald werk gedaan met bemiddeling van een uitzendbureau
uitzendwerken	=	uitzendwerk
uitzet	noun	complete uitrusting van kleren, linnengoed, borden, etc. van een bruid of bruidspaar
uitzetbaar	adj	dat iets naar buiten gedraaid kan worden
uitzetbaarder	=	uitzetbaar
uitzetbaardere	=	uitzetbaar
uitzetbaarders	=	uitzetbaar
uitzetbaars	=	uitzetbaar
uitzetbaarst	=	uitzetbaar
uitzetbaarste	=	uitzetbaar
uitzetbare	=	uitzetbaar
uitzetje	=	uitzet
uitzetjes	=	uitzet
uitzette	=	uitzetten
uitzetten	verb	in volume toenemen
uitzettend	=	uitzetten
uitzettende	=	uitzetten
uitzetting	noun	de toename in volume bij verhoging van de temperatuur
uitzettingen	=	uitzetting
uitzettingsbeleid	noun	de politiek om mensen om bepaalde redenen uit het land te verwijderen en te sturen naar een ander land
uitzettingsbevel	noun	wettelijk gebod om een gebouw of land te verlaten
uitzettingsbevelen	=	uitzettingsbevel
uitzettinkje	=	uitzetting
uitzettinkjes	=	uitzetting
uitzicht	noun	wat men van de omgeving vanaf een bepaalde plek kan zien
uitzichten	=	uitzicht
uitzichtgarantie	noun	verzekering die huizenbezitters beschermt tegen een verandering van hun uitzicht en een schadevergoeding uitkeert als het wel verandert
uitzichtgaranties	=	uitzichtgarantie
uitzichtje	=	uitzicht
uitzichtjes	=	uitzicht
uitzichtloos	adj	zonder kans op verbetering, hopeloos
uitzichtloosheden	=	uitzichtloosheid
uitzichtloosheid	noun	het uitzichtloos zijn
uitzichtloost	=	uitzichtloos
uitzichtlooste	=	uitzichtloos
uitzichtloze	=	uitzichtloos
uitzichtlozer	=	uitzichtloos
uitzichtlozere	=	uitzichtloos
uitzichtlozers	=	uitzichtloos
uitzichtpunt	noun	plek van waaraf men een goed uitzicht heeft
uitzichtpunten	=	uitzichtpunt
uitzichtpuntje	=	uitzichtpunt
uitzichtpuntjes	=	uitzichtpunt
uitzichtsloos	adj	zonder kans op verbetering, hopeloos
uitzichtsloost	=	uitzichtsloos
uitzichtslooste	=	uitzichtsloos
uitzichtsloze	=	uitzichtsloos
uitzichtslozer	=	uitzichtsloos
uitzichtslozere	=	uitzichtsloos
uitzichtslozers	=	uitzichtsloos
uitzichttafel	noun	een informatiepaneel waarop weergegeven wordt wat er in de verte als uitzicht te zien is
uitzichttafels	=	uitzichttafel
uitzichttafeltje	=	uitzichttafel
uitzichttafeltjes	=	uitzichttafel
uitzie	=	uitzien
uitziek	=	uitzieken
uitzieke	=	uitzieken
uitzieken	verb	een ziekte geheel tot volledige genezing verwerken
uitziekend	=	uitzieken
uitziekende	=	uitzieken
uitziekt	=	uitzieken
uitziekte	=	uitzieken
uitziekten	=	uitzieken
uitzien	verb	een zekere aanblik hebben: zie eruitzien
uitziend	adj	een aanblik hebbend
uitziende	=	uitziend
uitziends	=	uitziend
uitziet	=	uitzien
uitzing	=	uitzingen
uitzinge	=	uitzingen
uitzingen	verb|figurative	volhouden
uitzingend	=	uitzingen
uitzingende	=	uitzingen
uitzingt	=	uitzingen
uitzinnig	adj	heel emotioneel zijn zodat je niet meer goed kunt denken en waarnemen
uitzinnige	=	uitzinnig
uitzinniger	=	uitzinnig
uitzinnigere	=	uitzinnig
uitzinnigers	=	uitzinnig
uitzinnigheden	=	uitzinnigheid
uitzinnigheid	noun	toestand waarin je je heel opgewonden en onbeheerst gedraagt
uitzinnigs	=	uitzinnig
uitzinnigst	=	uitzinnig
uitzinnigste	=	uitzinnig
uitzit	=	uitzitten
uitzitte	=	uitzitten
uitzitten	verb	een vooraf bepaalde tijd ergens gedwongen verblijven; voltooien van een gevangenisstraf
uitzittend	=	uitzitten
uitzittende	=	uitzitten
uitzocht	=	uitzoeken
uitzochte	=	uitzoeken
uitzochten	=	uitzoeken
uitzoek	=	uitzoeken
uitzoeke	=	uitzoeken
uitzoeken	verb	een selectie maken uit een grotere verzameling
uitzoekend	=	uitzoeken
uitzoekende	=	uitzoeken
uitzoekt	=	uitzoeken
uitzoekwerk	noun	de inspanning die men moet leveren om te ontdekken hoe iets werkt
uitzoekwerken	=	uitzoekwerk
uitzogen	=	uitzuigen
uitzond	=	uitzenden
uitzonde	=	uitzenden
uitzonden	=	uitzenden
uitzonder	=	uitzonderen
uitzonderde	=	uitzonderen
uitzonderden	=	uitzonderen
uitzondere	=	uitzonderen
uitzonderen	verb	buiten een bepaalde regel plaatsen
uitzonderend	=	uitzonderen
uitzonderende	=	uitzonderen
uitzondering	noun	een geval waarbij men iets niet onder een regel laat vallen
uitzonderingen	=	uitzondering
uitzonderingetje	=	uitzondering
uitzonderingetjes	=	uitzondering
uitzonderingsbepaling	noun	een regel die bepaalt dat de normale regels voor een bepaalde situatie niet gelden
uitzonderingsbepalingen	=	uitzonderingsbepaling
uitzonderingsbepalinkje	=	uitzonderingsbepaling
uitzonderingsbepalinkjes	=	uitzonderingsbepaling
uitzonderingspositie	noun	het iets of iemand een andere plaats geven als alle anderen; iemand anders behandelen als alle anderen
uitzonderingsposities	=	uitzonderingspositie
uitzonderingstoestand	noun	een situatie die anders is dan de normale situatie
uitzonderingstoestanden	=	uitzonderingstoestand
uitzonderingswet	noun	een wet die voor een enkel geval een uitzondering maakt op een algemene regel
uitzonderingswetten	=	uitzonderingswet
uitzonderingszone	noun	gebied waarbinnen autoriteiten beperkingen heeft gesteld aan toegang en activiteiten
uitzonderingszones	=	uitzonderingszone
uitzonderlijk	adj	niet alledaags, niet gewoon
uitzonderlijke	=	uitzonderlijk
uitzonderlijken	=	uitzonderlijk
uitzonderlijker	=	uitzonderlijk
uitzonderlijkere	=	uitzonderlijk
uitzonderlijkers	=	uitzonderlijk
uitzonderlijkheden	=	uitzonderlijkheid
uitzonderlijkheid	noun	het heel anders zijn
uitzonderlijks	=	uitzonderlijk
uitzonderlijkst	=	uitzonderlijk
uitzonderlijkste	=	uitzonderlijk
uitzondert	=	uitzonderen
uitzondt	=	uitzenden
uitzong	=	uitzingen
uitzongen	=	uitzingen
uitzoog	=	uitzuigen
uitzoom	=	uitzoomen
uitzoomde	=	uitzoomen
uitzoomden	=	uitzoomen
uitzoome	=	uitzoomen
uitzoomen	verb	wat je eerst zag kleiner maken, zodat er meer in beeld komt (met een camera of beeldscherm)
uitzoomend	=	uitzoomen
uitzoomende	=	uitzoomen
uitzoomt	=	uitzoomen
uitzuig	=	uitzuigen
uitzuige	=	uitzuigen
uitzuigen	verb	het vocht uit een vrucht of een dier zuigen
uitzuigend	=	uitzuigen
uitzuigende	=	uitzuigen
uitzuiger	noun	iemand die uitzuigt
uitzuigers	=	uitzuiger
uitzuigertje	=	uitzuiger
uitzuiging	noun	de keer dat men iets door zuigen verwijdert
uitzuigingen	=	uitzuiging
uitzuiginkje	=	uitzuiging
uitzuiginkjes	=	uitzuiging
uitzuigt	=	uitzuigen
uitzwaai	noun	zwaai naar buiten
uitzwaaide	=	uitzwaaien
uitzwaaiden	=	uitzwaaien
uitzwaaie	=	uitzwaaien
uitzwaaien	verb	zwaaien bij iemands vertrek
uitzwaaiend	=	uitzwaaien
uitzwaaiende	=	uitzwaaien
uitzwaait	=	uitzwaaien
uitzwavel	=	uitzwavelen
uitzwavelde	=	uitzwavelen
uitzwavelden	=	uitzwavelen
uitzwavele	=	uitzwavelen
uitzwavelen	verb	insecten verdelgen met behulp van zwaveldampen
uitzwavelend	=	uitzwavelen
uitzwavelende	=	uitzwavelen
uitzwavelt	=	uitzwavelen
uitzweer	=	uitzweren
uitzweerde	=	uitzweren
uitzweerden	=	uitzweren
uitzweert	=	uitzweren
uitzweet	=	uitzweten
uitzweette	=	uitzweten
uitzweetten	=	uitzweten
uitzwem	=	uitzwemmen
uitzwemme	=	uitzwemmen
uitzwemmen	verb	na een inspannend en snel zwemmen nog even rustig zwemmen om tot rust te komen
uitzwemmend	=	uitzwemmen
uitzwemmende	=	uitzwemmen
uitzwemt	=	uitzwemmen
uitzwere	=	uitzweren
uitzweren	verb	door zweren het lichaam verlaten
uitzwerend	=	uitzweren
uitzwerende	=	uitzweren
uitzwerm	=	uitzwermen
uitzwermde	=	uitzwermen
uitzwermden	=	uitzwermen
uitzwerme	=	uitzwermen
uitzwermen	verb	van een groep dat de leden naar verschillende andere plaatsen gaan
uitzwermend	=	uitzwermen
uitzwermende	=	uitzwermen
uitzwermt	=	uitzwermen
uitzwete	=	uitzweten
uitzweten	verb	door zweten verliezen
uitzwetend	=	uitzweten
uitzwetende	=	uitzweten
uitzwom	=	uitzwemmen
uitzwommen	=	uitzwemmen
uitzwoor	=	uitzweren
uitzworen	=	uitzweren
uiver	noun	bepaald soort grote witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten, Ciconia ciconia
uivers	=	uiver
uivertje	=	uiver
uivertjes	=	uiver
uivormig	adj	vorm van een ui hebbend
uivormige	=	uivormig
uivormiger	=	uivormig
uivormigere	=	uivormig
uivormigers	=	uivormig
uivormigs	=	uivormig
uivormigst	=	uivormig
uivormigste	=	uivormig
uk	noun	peuter, klein kind
ukase	=	oekaze
ukelele	noun	tokkelinstrument dat oorspronkelijk uit Hawaï komt en 4 snaren heeft
ukelele's	=	ukelele
ukeleles	=	ukelele
ukje	=	uk
ukjes	=	uk
ukken	=	uk
ukkepuk	noun	peuter, klein kind
ukkepukje	=	ukkepuk
ukkepukjes	=	ukkepuk
ukkepukken	=	ukkepuk
ukkepukkie	noun	peuter, klein kind
ukkepukkies	=	ukkepukkie
ukkepukkietje	=	ukkepukkie
ukkepukkietjes	=	ukkepukkie
ukkie	noun	peuter, klein kind
ukkiepukkie	noun	peuter, klein kind
ukkiepukkies	=	ukkiepukkie
ukkiepukkietje	=	ukkiepukkie
ukkiepukkietjes	=	ukkiepukkie
ukkies	=	ukkie
ukkietje	=	ukkie
ukkietjes	=	ukkie
ula-ai-hawane	noun	Ciridops anna een uitgestorven zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
ula-ai-hawane's	=	ula-ai-hawane
ula-ai-hawanetje	=	ula-ai-hawane
ula-ai-hawanetjes	=	ula-ai-hawane
ulaan	noun	een lichtbewapende bereden soldaat in enkele Europese legers
ulanen	=	ulaan
ulcera	=	ulcus
ulceratie	noun	verzwering
ulceraties	=	ulceratie
ulceratietje	=	ulceratie
ulceratietjes	=	ulceratie
ulcerogeen	adj	wat zweervorming bevordert
ulcerogene	=	ulcerogeen
ulcerogener	=	ulcerogeen
ulcerogenere	=	ulcerogeen
ulcus	noun	zweer
ulcusje	=	ulcus
ulcusjes	=	ulcus
ulcussen	=	ulcus
ulevel	noun	een hard, vierkant snoepje gemaakt van karamel
ulevellen	=	ulevel
ulevellenmos	noun	Xanthomendoza ulophyllodes een korstmos uit het geslacht Xanthomendoza.
ulevellenmosje	=	ulevellenmos
ulevellenmosjes	=	ulevellenmos
ulevellenmossen	=	ulevellenmos
ulevelletje	=	ulevel
ulevelletjes	=	ulevel
uleveltje	=	ulevel
ulf	noun	Ultra Low Frequency
ulieden	pron|obsolete	2e persoon meervoud, aanduiding voor toegesproken personen als groep
ulk	noun	gedraaide schelp
ulken	=	ulk
ulkje	=	ulk
ulkjes	=	ulk
ulo	noun	tussen 1920 en 1968 officiële benaming voor een school waar in aansluiting op de lagere school vier jaar onderwijs in een aantal theoretische vakken werd gegeven
ulo's	=	ulo
uloscholen	=	uloschool
uloschool	noun|obsolete	onderwijsinstelling voor uitgebreid lager onderwijs deel van het huidige vmbo
ulster	noun	lange winterjas voor mannen
ulsters	=	ulster
ulstertje	=	ulster
ulstertjes	=	ulster
ultiem	adj	het extreemst, uiterst, allerlaatst in een ontwikkeling
ultieme	=	ultiem
ultiemer	=	ultiem
ultiemere	=	ultiem
ultiemers	=	ultiem
ultiems	=	ultiem
ultiemst	=	ultiem
ultiemste	=	ultiem
ultimata	=	ultimatum
ultimatum	noun	een laatste eis alvorens men tot een actie overgaat
ultimatumpje	=	ultimatum
ultimatumpjes	=	ultimatum
ultimatums	=	ultimatum
ultimo	adv	op de laatste dag van de maand
ultra	noun	fanatieke supporter van een voetbalclub	adv	extreem, uiterst
ultra's	=	ultra
ultra-energetisch	adj	met veel energie
ultra-energetische	=	ultra-energetisch
ultra-orthodox	=	ultraorthodox
ultraconservatief	adj	extreem conservatief
ultraconservatiefs	=	ultraconservatief
ultraconservatieve	=	ultraconservatief
ultraculturen	=	ultracultuur
ultracultuur	noun	cultuur van zeer fanatieke voetbalsupporters bestaande uit luid en langdurige zingen tijdens een wedstrijd, het ontplooien van grote spandoeken en het afsteken van vuurwerk
ultradevoot	adj	uiterst vroom, met heel veel religieuze toewijding
ultradevoots	=	ultradevoot
ultradevote	=	ultradevoot
ultradun	adj	met een uiterst geringe dikte
ultradunne	=	ultradun
ultraduns	=	ultradun
ultragroep	noun	groep zeer fanatieke voetbalsupporters
ultragroepen	=	ultragroep
ultrahoge	=	ultrahoog
ultrahoog	adj	heel erg hoog
ultrahoogs	=	ultrahoog
ultrakort	adj	heel erg kort; van zeer geringe lengte; een korte tijd durend
ultrakorte	=	ultrakort
ultrakorts	=	ultrakort
ultralage-emissiezone	noun	een zone waarin men probeert om de uitstoot van vervuilende stoffen, zoals uitlaatgassen, extra laag te houden voor een gezonde leefomgeving
ultralage-emissiezones	=	ultralage-emissiezone
ultralicht	adj	met een extreem laag gewicht
ultralichte	=	ultralicht
ultralichts	=	ultralicht
ultralight	adj	met een extreem laag gewicht
ultralighte	=	ultralight
ultralights	=	ultralight
ultramarijn	noun	blauwe verfstof, blauw pigment dat van nature wordt aangetroffen in het mineraal lazuriet, maar al twee eeuwen ook synthetisch vervaardigd wordt en daardoor wijdverbreide toepassing vindt	adj	in een diepe tint blauw met RAL-nummer 5002 ( )
ultramarijnbisschop	noun	Cyanoloxia brissonii een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
ultramarijnbisschopje	=	ultramarijnbisschop
ultramarijnbisschopjes	=	ultramarijnbisschop
ultramarijnbisschoppen	=	ultramarijnbisschop
ultramarijnblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5002 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5002 ( ).
ultramarijnblauwe	=	ultramarijnblauw
ultramarijnblauwen	=	ultramarijnblauw
ultramarijnblauws	=	ultramarijnblauw
ultramarijne	=	ultramarijn
ultramarijnen	=	ultramarijn
ultramarijner	=	ultramarijn
ultramarijnere	=	ultramarijn
ultramarijners	=	ultramarijn
ultramarijnijsvogel	noun	Todiramphus leucopygius een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
ultramarijnijsvogels	=	ultramarijnijsvogel
ultramarijnijsvogeltje	=	ultramarijnijsvogel
ultramarijnijsvogeltjes	=	ultramarijnijsvogel
ultramarijns	=	ultramarijn
ultramarijnst	=	ultramarijn
ultramarijnste	=	ultramarijn
ultramodern	adj	uiterst nieuwerwets, volgens de nieuwste inzichten
ultramoderne	=	ultramodern
ultramoderns	=	ultramodern
ultramontaan	noun|historical	aanhanger van het politiek katholicisme	adj|historical	steun gevend aan of horend bij het katholicisme als politieke stroming
ultramontaans	=	ultramontaan
ultramontaanst	=	ultramontaan
ultramontaanste	=	ultramontaan
ultramontane	=	ultramontaan
ultramontanen	=	ultramontaan
ultramontaner	=	ultramontaan
ultramontanere	=	ultramontaan
ultramontaners	=	ultramontaan
ultranationalist	noun	iemand die teveel van zijn eigen land houdt en met name een hekel heeft aan alles wat uit het buitenland komt
ultranationalisten	=	ultranationalist
ultranationalistisch	adj	extreem nationalistisch
ultranationalistische	=	ultranationalistisch
ultraorthodox	adj	extreem rechtzinnig
ultraorthodoxe	=	ultraorthodox
ultraorthodoxer	=	ultraorthodox
ultraorthodoxere	=	ultraorthodox
ultraorthodoxers	=	ultraorthodox
ultraorthodoxt	=	ultraorthodox
ultraorthodoxte	=	ultraorthodox
ultrarechts	adj	extreem conservatief of reactionair Deze term wordt vaak gebruikt als het gaat om stromingen die gebruik van geweld rechtvaardigen en afwijzend staan tegenover parlementaire democratie.
ultrarechtse	=	ultrarechts
ultrasnel	adj	met een extreem hoge vaart
ultrasnelle	=	ultrasnel
ultrasnels	=	ultrasnel
ultrasone	=	ultrasoon
ultrasoner	=	ultrasoon
ultrasonere	=	ultrasoon
ultrasoners	=	ultrasoon
ultrasonisch	adj	met (betrekking tot) hoge geluidsfrequenties, groter dan 20.000 hertz, die voor de meeste mensen niet hoorbaar zijn
ultrasonische	=	ultrasonisch
ultrasonischer	=	ultrasonisch
ultrasonischere	=	ultrasonisch
ultrasonischers	=	ultrasonisch
ultrasoon	adj	met (betrekking tot) geluidsfrequenties (groter dan 20.000 hertz), die voor de meeste mensen onhoorbaar zijn
ultrasoons	=	ultrasoon
ultrasoonst	=	ultrasoon
ultrasoonste	=	ultrasoon
ultraviolet	adj	van elektromagnetische straling, net buiten het gebied van het spectrum dat met het menselijk oog zichtbaar is
ultravioletfilter	noun	filter dat de ultraviolette straling absorbeert
ultravioletfilters	=	ultravioletfilter
ultravioletfiltertje	=	ultravioletfilter
ultravioletfiltertjes	=	ultravioletfilter
ultraviolets	=	ultraviolet
ultravioletst	=	ultraviolet
ultravioletste	=	ultraviolet
ultraviolette	=	ultraviolet
ultravioletter	=	ultraviolet
ultraviolettere	=	ultraviolet
ultravioletters	=	ultraviolet
ulugurubuulbuul	noun	Arizelocichla neumanni een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
ulugurubuulbuuls	=	ulugurubuulbuul
ulugurubuulbuultje	=	ulugurubuulbuul
ulugurubuulbuultjes	=	ulugurubuulbuul
uluguruhoningzuiger	noun	Anthreptes neglectus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
uluguruhoningzuigers	=	uluguruhoningzuiger
uluguruhoningzuigertje	=	uluguruhoningzuiger
uluguruhoningzuigertjes	=	uluguruhoningzuiger
uluguruklauwier	noun	Malaconotus alius een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
uluguruklauwieren	=	uluguruklauwier
uluguruklauwiertje	=	uluguruklauwier
uluguruklauwiertjes	=	uluguruklauwier
umami	noun	natriumglutamaat
umami's	=	umami
umbrella	noun	parasol, zonnescherm
umbrella's	=	umbrella
umbrisch	adj	betreffende Umbrië, een regio in Centraal-Italië
umbrische	=	umbrisch
umbrischer	=	umbrisch
umbrischere	=	umbrisch
umbrischers	=	umbrisch
umbrischtalig	adj	de Umbrische taal sprekend
umbrischtalige	=	umbrischtalig
umbrischtaligs	=	umbrischtalig
umlaut	noun	een trema dat in onder andere het Duits gebruikt wordt om aan te geven dat een klinker om grammaticale redenen een andere klank gekregen heeft
umlauten	=	umlaut
umlautje	=	umlaut
umlautjes	=	umlaut
umpire	noun	hoofdscheidsrechter m.n. bij tennis en cricket maar ook bij andere sporten
umpires	=	umpire
umts	noun	Universal Mobile Telecommunications System maakt mobiele telefonie mogelijk met een grote bandbreedte, waardoor ook snel internetten mogelijk is
umts-veiling	noun	veiling van radiofrequenties die gebruikt kunnen worden voor breedbandtelefonie
umts-veilingen	=	umts-veiling
unalaskaspitsmuis	noun	Sorex pribilofensis insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
unalaskaspitsmuisje	=	unalaskaspitsmuis
unalaskaspitsmuisjes	=	unalaskaspitsmuis
unalaskaspitsmuizen	=	unalaskaspitsmuis
unaniem	adj	met eenheid van stemmen
unanieme	=	unaniem
unaniemer	=	unaniem
unaniemere	=	unaniem
unaniemers	=	unaniem
unaniems	=	unaniem
unaniemst	=	unaniem
unaniemste	=	unaniem
unanimiteit	noun	eenstemmigheid
unanimiteiten	=	unanimiteit
unanimiteitsbeginsel	noun	beginsel volgens welk een beslissing slechts unaniem genomen kan worden
unbinilium	noun	scheikundig element met het symbool Ubn en het atoomnummer 120
unboxen	verb	uit een verpakking halen; uit een doos halen
unboxend	=	unboxen
unboxte	=	unboxen
unciaal	noun	een verzorgd majuskelschrift met een afgeronde omtrek dat van de derde tot de achtste eeuw in gebruik was	adj	[van een letter of schrift] in de vorm van klassieke hoofdletters, maar daarvan onderscheiden door een afgeronde omtrek
unciaals	=	unciaal
unciaaltje	=	unciaal
unciaaltjes	=	unciaal
unciale	=	unciaal
uncialen	=	unciaal
undecaan	noun	een verzadigde koolwaterstof met formule C₁₁H₂₄
undecanen	=	undecaan
undeciljard	noun	het getal 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁶⁹).
undeciljarden	=	undeciljard
undeciljoen	noun	het getal 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000	num	1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 (= 10⁶⁶).
undeciljoenen	=	undeciljoen
undecime	noun	de elfde trap van een diatonische toonladder
undecimen	=	undecime
undercover	noun	een verhulde identiteit
undercoveractie	noun	een geheime operatie waarbij iemand onder een valse identiteit opereert om vertrouwen te winnen en informatie te verzamelen of bewijs te verzamelen van strafbare feiten
undercoveracties	=	undercoveractie
undercoveractietje	=	undercoveractie
undercoveractietjes	=	undercoveractie
undercoveragent	noun	opsporingsambtenaar die onder een verhulde identiteit werkt
undercoveragente	=	undercoveragent
undercoveragenten	=	undercoveragent
undercoveragentje	=	undercoveragent
undercoveragentjes	=	undercoveragent
undercoveroperatie	noun	onderzoeksmethode waarbij de onderzoeker zich voordoet als een persoon met een andere functie dan onderzoeker
undercoveroperaties	=	undercoveroperatie
undercovers	=	undercover
underdog	noun	iemand die altijd verlies of altijd in de hoek zit waar de klappen vallen
underdogje	=	underdog
underdogjes	=	underdog
underdogs	=	underdog
underground	noun	alternatieve kunst m.n. alternatieve (pop)muziek
underperformer	noun	iemand die slechter presteert dan dat men op basis van opleiding en talent zou mogen verwachten
underperformers	=	underperformer
underscore	noun	teken in de vorm van een liggend streepje dat laag op de regel wordt geplaatst, direct onder de tekst
underscores	=	underscore
understatement	noun	het doelbewust kiezen van (veel) te zwakke bewoordingen voor iets, vaak met de bedoeling een soort ironisch effect te creëren waardoor het bedoelde juist extra sterk overkomt
understatements	=	understatement
unfair	adj	niet fair, oneerlijk, onsportief
unfairder	=	unfair
unfairdere	=	unfair
unfairders	=	unfair
unfaire	=	unfair
unfairs	=	unfair
unfairst	=	unfair
unfairste	=	unfair
ungaar	=	hongaar
unheimisch	adj	beklemmend, onbehaaglijk, naar
unheimische	=	unheimisch
unheimischer	=	unheimisch
unheimischere	=	unheimisch
unheimischers	=	unheimisch
unheimlich	adj	waar iets dreigends vanuit gaat
unheimliche	=	unheimlich
unheimlicher	=	unheimlich
unheimlichere	=	unheimlich
unheimlichers	=	unheimlich
unheimlichs	=	unheimlich
unheimlichst	=	unheimlich
unheimlichste	=	unheimlich
uni	noun|informal	instelling voor hoger onderwijs verbonden met wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening	adj	geheel in één kleur, zonder variatie
uni's	=	uni
unica	=	unicum
unicaat	noun	voorwerp dat door kunstnijverheid is vervaardigd, en dat een uniek exemplaar vormt
unicaten	=	unicaat
uniciteit	noun	het uniek zijn
uniciteiten	=	uniciteit
unicode	noun	internationale standaard voor de codering van grafische tekens en symbolen, gelijkend op ASCII maar dan veel uitgebreider zodat ze voor alle talen geschikt is
unicorn	noun	een gouden schotse munt gebruikt in de vijftiende en zestiende eeuw met een eenhoorn erop afgebeeld
unicorns	=	unicorn
unicorntje	=	unicorn
unicorntjes	=	unicorn
unicum	noun	heel bijzondere gebeurtenis
unicumpje	=	unicum
unicums	=	unicum
unie	noun	samen een eenheid
unieer	=	uniëren
unieerde	=	uniëren
unieerden	=	uniëren
unieert	=	uniëren
unief	noun	universiteit
uniefje	=	unief
uniefjes	=	unief
uniefs	=	unief
uniek	adj	enige in zijn soort
unieke	=	uniek
unieker	=	uniek
uniekere	=	uniek
uniekers	=	uniek
uniekheden	=	uniekheid
uniekheid	noun	het enigst in zijn soort zijn; het anders dan anderen zijn
unieks	=	uniek
uniekst	=	uniek
uniekste	=	uniek
unies	=	unie
unietje	=	unie
unietjes	=	unie
unieverdrag	noun	verdrag tussen twee landen dat ze als één land zullen gaan functioneren
unieverdragen	=	unieverdrag
unificatie	noun	het maken tot een eenheid
unificaties	=	unificatie
unificatietheorie	noun	een theorie in de natuurkunde die de verschillende fundamentele theorieën met elkaar kan verenigen
unificatietheorietje	=	unificatietheorie
unificatietheorietjes	=	unificatietheorie
unificatietheorieën	=	unificatietheorie
unificeer	=	unificeren
unificeerde	=	unificeren
unificeerden	=	unificeren
unificeert	=	unificeren
unificere	=	unificeren
unificeren	verb	tot een eenheid maken
unificerend	=	unificeren
unificerende	=	unificeren
uniform	noun	gelijke, vaak voorgeschreven, kleding	adj	éénvormig, gelijkvormig
uniforme	=	uniform
uniformeer	=	uniformeren
uniformeerde	=	uniformeren
uniformeerden	=	uniformeren
uniformeert	=	uniformeren
uniformen	=	uniform
uniformer	=	uniform
uniformere	=	uniform
uniformeren	verb	aan elkaar gelijk maken; eenvormig maken
uniformerend	=	uniformeren
uniformerende	=	uniformeren
uniformers	=	uniform
uniformiteit	noun	het uniform zijn
uniformiteiten	=	uniformiteit
uniformjas	noun	over andere kleding gedragen bedekking van armen en bovenlichaam, onderdeel is van de volgens voorschrift gelijke kleren die leden van een bepaalde groep dragen
uniformjasje	=	uniformjas
uniformjasjes	=	uniformjas
uniformjassen	=	uniformjas
uniformkleding	noun	speciaal voorgeschreven, gelijke kleding die door een specifieke groep mensen wordt gedragen om herkenbaarheid, eenheid en uitstraling (corporate identity) te bevorderen.
uniformpet	noun	een plat hoofddeksel dat hoort bij een uniform
uniformpetten	=	uniformpet
uniformpje	=	uniform
uniformpjes	=	uniform
uniformrok	noun	onderdeel van de volgens voorschrift gelijke kleren die leden van een bepaalde groep dragen, bestaand uit kokervormig textiel dat om het middel over een deel van de benen hangend wordt gedragen Dit is meestal bestemd voor vrouwen.
uniformrokje	=	uniformrok
uniformrokjes	=	uniformrok
uniformrokken	=	uniformrok
uniforms	=	uniform
uniformst	=	uniform
uniformste	=	uniform
uniformverbod	noun	verbod om een uniform te dragen door politieke organisaties.
uniformverboden	=	uniformverbod
unifórm	=	uniform
unikleurig	adj	in één, effen kleur
unikleurige	=	unikleurig
unikleurigs	=	unikleurig
unilateraal	adj	éénzijdig
unilateraals	=	unilateraal
unilateraalst	=	unilateraal
unilateraalste	=	unilateraal
unilaterale	=	unilateraal
unilateraler	=	unilateraal
unilateralere	=	unilateraal
unilateralers	=	unilateraal
unionist	noun	voorstander van een unie: met name die mensen in Noord-Ierland die een voorstander zijn van de unie met Groot-Brittannië
unionisten	=	unionist
unionistisch	adj	betrekking hebbend op het unionisme
unionistische	=	unionistisch
unionistischer	=	unionistisch
unionistischere	=	unionistisch
unionistischers	=	unionistisch
unipolair	adj	met één pool, eenpolig
unipolaire	=	unipolair
unipolairs	=	unipolair
uniseks	adj	met name voor kleding: hetzelfde voor man en vrouw
unisono	adv	éénstemmig, op dezelfde toon (eventueel in verschillende octaven)
unit	noun	eenheid
unit-doses	=	unit-dosis
unit-dosis	noun	gewone hoeveelheid van een geneesmiddel
unit-dosisje	=	unit-dosis
unit-dosisjes	=	unit-dosis
unit-dosissen	=	unit-dosis
unitair	adj	gevestigd op, strevend naar eenheid en algemeenheid
unitairder	=	unitair
unitairdere	=	unitair
unitairders	=	unitair
unitaire	=	unitair
unitairs	=	unitair
unitairst	=	unitair
unitairste	=	unitair
unitarisme	noun	het streven naar eenheid
unitarist	noun	voorstander van een eenheidsstaat, van het unitarisme
unitaristen	=	unitarist
unitaristisch	adj	het (Belgische) unitarisme betreffend
unitaristische	=	unitaristisch
unitaristischer	=	unitaristisch
unitaristischere	=	unitaristisch
unitaristischers	=	unitaristisch
unitariër	noun	voorstander van eenheid
unitariërs	=	unitariër
unitariërtje	=	unitariër
uniteit	noun	het één zijn, eenheid, eensgezindheid
uniteiten	=	uniteit
uniteitje	=	uniteit
uniteitjes	=	uniteit
unithoofd	noun	iemand die leiding geeft aan een eenheid
unithoofden	=	unithoofd
units	=	unit
univalent	adj	van een atoom dat het één bindingsmogelijkheid heeft
univalente	=	univalent
univalenter	=	univalent
univalentere	=	univalent
univalenters	=	univalent
univalents	=	univalent
univalentst	=	univalent
univalentste	=	univalent
universa	=	universum
universale	noun	algemeen geldig begrip
universalia	=	universale
universalisme	noun	het universeel zijn
universalistisch	adj	betrekking hebbend op het universalisme
universalistische	=	universalistisch
universalistischer	=	universalistisch
universalistischere	=	universalistisch
universalistischers	=	universalistisch
universaliteit	noun	geldigheid voor al het genoemde, algemeenheid, alomvattendheid
universaliteiten	=	universaliteit
universaliteitje	=	universaliteit
universaliteitjes	=	universaliteit
universeel	adj	iets dat algemeen of wereldwijd is, alom bekend, vertegenwoordigd of erkend
universeellijm	noun	lijm die geschikt is voor allerlei soorten materialen
universeellijmen	=	universeellijm
universeelmeter	noun	een meetinstrument waar een aantal grootheden mee gemeten kunnen worden zoals spanning, stroom en weerstand en vaak ook capaciteit, zelfinductie, frequentie etc.
universeelmeters	=	universeelmeter
universeelmetertje	=	universeelmeter
universeelmetertjes	=	universeelmeter
universeels	=	universeel
universeelst	=	universeel
universeelste	=	universeel
universeeltang	noun	multifunctioneel hulpmiddel voor het omdraaien van vlees, het serveren van pasta of salades en het veilig uitnemen van hete voorwerpen uit pannen
universeeltangen	=	universeeltang
universeeltangetje	=	universeeltang
universeeltangetjes	=	universeeltang
universele	=	universeel
universeler	=	universeel
universelere	=	universeel
universelers	=	universeel
universitair	noun	academicus	adj	de of een universiteit betreffende
universitairder	=	universitair
universitairdere	=	universitair
universitairders	=	universitair
universitaire	=	universitair
universitairen	=	universitair
universitairs	=	universitair
universitairst	=	universitair
universitairste	=	universitair
universiteit	noun	een instelling voor hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening
universiteiten	=	universiteit
universiteitje	=	universiteit
universiteitjes	=	universiteit
universiteitsbesturen	=	universiteitsbestuur
universiteitsbestuur	noun	de leiding van een universiteit
universiteitsbibliotheek	noun	de bibliotheek en een universiteit
universiteitsbibliotheekje	=	universiteitsbibliotheek
universiteitsbibliotheekjes	=	universiteitsbibliotheek
universiteitsbibliotheken	=	universiteitsbibliotheek
universiteitsblaadje	=	universiteitsblad
universiteitsblaadjes	=	universiteitsblad
universiteitsblad	noun	krant of tijdschrift voor studenten en medewerkers van een universiteit
universiteitsbladen	=	universiteitsblad
universiteitsgebouw	noun	gebouw waarin een (een deel van een) universiteit is gevestigd
universiteitsgebouwen	=	universiteitsgebouw
universiteitsgebouwtje	=	universiteitsgebouw
universiteitsgebouwtjes	=	universiteitsgebouw
universiteitshoogleraar	noun	een hoogleraar aan een universiteit die zich alleen maar met onderzoek hoeft bezig te houden en dus niet met onderwijskundige of bestuurlijke zaken
universiteitshoogleraars	=	universiteitshoogleraar
universiteitshoogleraren	=	universiteitshoogleraar
universiteitskliniek	noun	universitair medisch centrum; ziekenhuis verbonden aan een medische faculteit
universiteitsklinieken	=	universiteitskliniek
universiteitskrant	noun	periodiek dat wordt gepubliceerd voor studenten en medewerkers van een universiteit
universiteitskranten	=	universiteitskrant
universiteitsprofessor	noun	iemand die hoogleraar is aan een universiteit
universiteitsprofessoren	=	universiteitsprofessor
universiteitsprofessors	=	universiteitsprofessor
universiteitsraad	noun	medezeggenschapsorgaan aan een universiteit
universiteitsraden	=	universiteitsraad
universiteitsstad	noun	plaats waarin een of meer universiteiten zijn gevestigd
universiteitsstadje	=	universiteitsstad
universiteitsstadjes	=	universiteitsstad
universiteitssteden	=	universiteitsstad
universiteitsziekenhuis	noun	ziekenhuis verbonden aan een medische faculteit van een universiteit
universiteitsziekenhuizen	=	universiteitsziekenhuis
universum	noun	gehele tijd-ruimtecontinuüm waarin wij bestaan, samen met alle materie en energie
universumpje	=	universum
universumpjes	=	universum
universums	=	universum
univociteit	noun	eenstemmigheid, eenduidigheid
unix	noun	een familie van computerbesturingssystemen die verschillende taken tegelijkertijd kan uitvoeren
uniëre	=	uniëren
uniëren	verb	een unie sluiten, (zich) verenigen
uniërend	=	uniëren
uniërende	=	uniëren
unjer	=	eunjer
unplugged	adv	zonder stopcontact
unster	noun	een eenvoudig weegtoestel gebaseerd op een balans met ongelijke armen
unsters	=	unster
unstertje	=	unster
unstertjes	=	unster
ununbium	noun	verouderde naam van een scheikundig element met symbool Uub en atoomnummer 112.
ununbiumatomen	=	ununbiumatoom
ununbiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ununbium.
ununbiumatoompje	=	ununbiumatoom
ununbiumatoompjes	=	ununbiumatoom
ununennium	noun	een scheikundig element met het symbool Uue en het atoomnummer 119
ununhexium	noun	verouderde naam voor een scheikundig element met het symbool Uuh en het atoomnummer 116.
ununhexiumatomen	=	ununhexiumatoom
ununhexiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ununhexium.
ununhexiumatoompje	=	ununhexiumatoom
ununhexiumatoompjes	=	ununhexiumatoom
ununoctium	noun	een scheikundig element met het symbool Uuo en het atoomnummer 118.
ununoctiumatomen	=	ununoctiumatoom
ununoctiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ununoctium.
ununoctiumatoompje	=	ununoctiumatoom
ununoctiumatoompjes	=	ununoctiumatoom
ununpentium	noun	een scheikundig element met het symbool Uup en het atoomnummer 115.
ununpentiumatomen	=	ununpentiumatoom
ununpentiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ununpentium.
ununpentiumatoompje	=	ununpentiumatoom
ununpentiumatoompjes	=	ununpentiumatoom
ununquadium	noun	verouderde naam voor een scheikundig element met het symbool Uuq en het atoomnummer 114.
ununquadiumatomen	=	ununquadiumatoom
ununquadiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ununquadium.
ununquadiumatoompje	=	ununquadiumatoom
ununquadiumatoompjes	=	ununquadiumatoom
ununseptium	noun	een scheikundig element met het symbool Uus en het atoomnummer 117.
ununseptiumatomen	=	ununseptiumatoom
ununseptiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ununseptium.
ununseptiumatoompje	=	ununseptiumatoom
ununseptiumatoompjes	=	ununseptiumatoom
ununtrium	noun	een scheikundig element met het symbool Uut en het atoomnummer 113.
ununtriumatomen	=	ununtriumatoom
ununtriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ununtrium.
ununtriumatoompje	=	ununtriumatoom
ununtriumatoompjes	=	ununtriumatoom
unununium	noun	oude naam van het scheikundig element roentgenium met atoomnummer 111, had symbool Uuu, thans symbool Rg
unununiumatomen	=	unununiumatoom
unununiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element unununium.
unununiumatoompje	=	unununiumatoom
unununiumatoompjes	=	unununiumatoom
unverfroren	adj	zonder enige terughoudendheid
unverfrorene	=	unverfroren
unverfrorener	=	unverfroren
unverfrorenere	=	unverfroren
unverfroreners	=	unverfroren
unverfrorens	=	unverfroren
unverfrorenst	=	unverfroren
unverfrorenste	=	unverfroren
unzip	=	unzippen
unzippe	=	unzippen
unzippen	verb	uitpakken
unzippend	=	unzippen
unzippende	=	unzippen
unzipt	=	unzippen
unzipte	=	unzippen
unzipten	=	unzippen
up	noun	naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
up-tempo	=	uptempo
up-to-date	adj	bij de tijd
up-to-dater	=	up-to-date
up-to-datere	=	up-to-date
up-to-daters	=	up-to-date
up-to-dates	=	up-to-date
up-to-datest	=	up-to-date
up-to-dateste	=	up-to-date
upcycle	=	upcyclen
upcyclede	=	upcyclen
upcycleden	=	upcyclen
upcyclen	verb	restanten of afvalstoffen hergebruiken in producten van een hogere kwaliteit dan de producten waar ze vandaan kwamen
upcyclend	=	upcyclen
upcyclende	=	upcyclen
upcyclet	=	upcyclen
upcycling	noun	bewerken van afval tot hoogwaardige materialen of producten
update	noun	een vernieuwde, verbeterde versie
updateje	=	update
updatejes	=	update
updaten	verb	actueler maken, bijwerken
updatend	=	updaten
updatende	=	updaten
updates	=	update
updatet	=	updaten
updatete	=	updaten
updateten	=	updaten
updating	noun	proces waarbij men de nieuwste versies van iets installeert en de verouderde versies verwijdert
upgeload	=	uploaden
upgrade	noun	grotere verbetering en vernieuwing van computers en software
upgradede	=	upgraden
upgradeden	=	upgraden
upgraden	verb	ineens op een hoger peil brengen
upgradend	=	upgraden
upgradende	=	upgraden
upgrades	=	upgrade
upgradet	=	upgraden
upgrading	noun	het beter maken van iets
upgradings	=	upgrading
upgradinkje	=	upgrading
upgradinkjes	=	upgrading
upload	=	uploaden
uploadbaar	adj	van een digitaal bestand, zoals een foto, video of document, dat het geschikt of in staat is om geüpload te worden.
uploadbaarder	=	uploadbaar
uploadbaardere	=	uploadbaar
uploadbaarders	=	uploadbaar
uploadbaars	=	uploadbaar
uploadbaarst	=	uploadbaar
uploadbaarste	=	uploadbaar
uploadbare	=	uploadbaar
uploadde	=	uploaden
uploadden	=	uploaden
uploade	=	uploaden
uploaden	verb	een bestand van een lokale computer of server naar een computer of server op afstand overbrengen
uploadend	=	uploaden
uploadende	=	uploaden
uploadt	=	uploaden
upmarket	adj	betrekking hebbend op het hogere, duurdere, exclusievere gedeelte van de markt
upmarkets	=	upmarket
upper	noun	roesmiddel dat een opwekkende werking heeft
uppercut	noun	een korte, harde opwaartse slag tegen de kin van de tegenstander bij boksen
uppercutje	=	uppercut
uppercutjes	=	uppercut
uppercuts	=	uppercut
uppers	=	upper
uppie	noun	in je uppie, in zijn uppie: in je eentje, in zijn eentje
uppies	=	uppie
ups	=	up
upsilon	=	ypsilon
upskirting	noun	gluren, fotograferen of filmen onder de rokken van vrouwen
uptempo	adv	met een snel ritme
upvoot	=	upvoten
upvootte	=	upvoten
upvootten	=	upvoten
upvote	=	upvoten
upvoten	verb	met een stem vóór steunen in een populariteitspeiling
upvotend	=	upvoten
uraan	noun	scheikundig element met symbool U en atoomnummer 92. Het is een metalliekgrijs actinide
uraanhoudend	adj	het element uraan bevattend
uraanhoudende	=	uraanhoudend
uraanhoudends	=	uraanhoudend
uraniavlinder	noun	insect uit de familie Uraniidae van vlinders in de superfamilie Geometroidea.
uraniavlinders	noun	Uraniidae een familie van vlinders in de superfamilie Geometroidea.
uraniavlindertje	=	uraniavlinder
uraniavlindertjes	=	uraniavlinder
uraniet	noun	pikzwarte delfstof die uraniumoxide bevat; pekblende
uranisme	noun|obsolete	seks van mannen met andere mannen
uranium	noun	scheikundig element met symbool U en atoomnummer 92. Het is een metalliekgrijs actinide
uraniumatomen	=	uraniumatoom
uraniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element uranium.
uraniumatoompje	=	uraniumatoom
uraniumatoompjes	=	uraniumatoom
uraniumverrijking	noun	het industriële proces waarbij de concentratie van de splijtbare isotoop uranium-235 in natuurlijk uranium wordt verhoogd.
uraniumverrijkingen	=	uraniumverrijking
uraniumverrijkinkje	=	uraniumverrijking
uraniumverrijkinkjes	=	uraniumverrijking
uranologie	noun	de wetenschap van hemelen
uranoloog	noun	iemand die de hemelen bestudeert
urbaan	adj	zoals gebruikelijk in een stad
urbaans	=	urbaan
urbaanst	=	urbaan
urbaanste	=	urbaan
urban	noun	stedelijk
urbane	=	urbaan
urbaner	=	urbaan
urbanere	=	urbaan
urbaners	=	urbaan
urbanisatie	noun	een trek van de landelijke gebieden naar de stad, verstedelijking
urbanisaties	=	urbanisatie
urbaniseer	=	urbaniseren
urbaniseerde	=	urbaniseren
urbaniseerden	=	urbaniseren
urbaniseert	=	urbaniseren
urbanisere	=	urbaniseren
urbaniseren	verb	het verschijnsel dat mensen in steden gaan wonen
urbaniserend	=	urbaniseren
urbaniserende	=	urbaniseren
urbanisme	noun	de studie van steden en hun ecologische, economische, culturele, sociale, geografische, en bestuurlijk-politieke invloed op de omgeving
urbanistisch	adj	betrekking hebbend op het urbanisme
urbanistische	=	urbanistisch
urbanistischer	=	urbanistisch
urbanistischere	=	urbanistisch
urbanistischers	=	urbanistisch
urbaniteit	noun	het stedelijk zijn: welgemanierdheid, hoffelijkheid, beleefdheid
urbaniteiten	=	urbaniteit
urbex	=	urbexen
urbexe	=	urbexen
urbexen	verb	als vermaak heimelijk voor publiek afgesloten vervallen gebouwen en terreinen in stedelijk gebied bezoeken
urbexend	=	urbexen
urbext	=	urbexen
urbexte	=	urbexen
urbexten	=	urbexen
urdi	noun	bepaald soort opgaande of windende, bossige, kruidachtige, eenjarige plant, Vigna radiata, met 15-90 cm lange stengels
urdutalig	adj	Urdu sprekend
urdutalige	=	urdutalig
urdutaligs	=	urdutalig
ure	=	uur
uremie	noun	bloedvergiftiging door onvoldoende werking van de nieren
uren	=	uur
urenlang	adj	uren durend	adv	uren durend
urenlange	=	urenlang
urenlangs	=	urenlang
urenregistratie	noun	het registreren, van uren die werknemers aanwezig zijn en/of aan een bepaalde taak besteden, (urenverantwoording)
urenregistraties	=	urenregistratie
urenstaat	noun	lijst met gewerkte tijd
urenstaten	=	urenstaat
urentabel	noun	rooster waarop staat op welke uren wat is gepland
urentabellen	=	urentabel
urentabelletje	=	urentabel
urentabelletjes	=	urentabel
urenverantwoording	noun	het proces waarbij werknemers of zelfstandigen (zzp'ers) bijhouden, specificeren en verantwoorden hoeveel tijd zij besteden aan werkzaamheden en projecten.
urenverantwoordingen	=	urenverantwoording
urenverantwoordinkje	=	urenverantwoording
urenverantwoordinkjes	=	urenverantwoording
ureter	noun	de buis die loopt tussen het nierbekken en de urineblaas
ureters	=	ureter
urethaan	noun	inzonderheid, de stof ethylcarbamaat, H₂N-(C=O)-O-CH₂-CH₃
urethanen	=	urethaan
urethra	noun	een lange cilindrische holte die de blaas verbindt met de buitenkant van het lichaam
urethra's	=	urethra
urethraatje	=	urethra
urethraatjes	=	urethra
urethrae	=	urethra
urethritis	noun	ontsteking van de urinebuis
ureum	noun	een stikstofhoudende organische verbinding met als molecuulformule (NH₂)₂CO. Ureum is een afvalproduct bij de eiwitstofwisseling in de lever en wordt door de nieren met de urine uitgescheiden
urgendarechtszaak	noun	rechtszaak waarbij de milieuorganisatie Urgenda eiste dat de overheid meer haast moet maken met vermindering van de CO₂-uitstoot in Nederland
urgendazaak	noun	rechtszaak waarbij de milieuorganisatie Urgenda eiste dat de overheid meer haast moet maken met vermindering van de CO₂-uitstoot in Nederland
urgent	adj	zonder uitstel aandacht vereisend
urgente	=	urgent
urgenter	=	urgent
urgentere	=	urgent
urgenters	=	urgent
urgentie	noun	dringende noodzaak
urgentieprogramma	noun	een groep samenhangende voornemens die dienen om een spoedeisend probleem op te lossen
urgentieprogramma's	=	urgentieprogramma
urgenties	=	urgentie
urgentietje	=	urgentie
urgentieverklaring	noun	officieel document van de gemeente waarmee u voorrang krijgt bij het zoeken naar een sociale huurwoning.
urgentieverklaringen	=	urgentieverklaring
urgentieverklarinkje	=	urgentieverklaring
urgentieverklarinkjes	=	urgentieverklaring
urgents	=	urgent
urgentst	=	urgent
urgentste	=	urgent
uricosurica	=	uricosuricum
uricosuricum	noun	middel dat de urinezuuruitscheiding bevordert
uricosuricumpje	=	uricosuricum
uricosuricumpjes	=	uricosuricum
urilift	noun	verzinkbaar urinoir voor vrouwen
uriliften	=	urilift
uriliftje	=	urilift
urinaal	noun	gelegenheid voor heren die zich van hun urine wensen te ontlasten
urinaals	=	urinaal
urinaaltje	=	urinaal
urinaaltjes	=	urinaal
urinair	adj	met betrekking tot urine
urinairder	=	urinair
urinairdere	=	urinair
urinairders	=	urinair
urinaire	=	urinair
urinairs	=	urinair
urinairst	=	urinair
urinairste	=	urinair
urinalen	=	urinaal
urine	noun	een vloeistof die bij dieren door de nieren wordt geproduceerd en periodiek wordt geloosd
urineafdrijvend	adj	betreffende een middel de nieren stimuleert om meer water en zout uit het lichaam te verwijderen via de urine
urineafdrijvende	=	urineafdrijvend
urineafdrijvender	=	urineafdrijvend
urineafdrijvendere	=	urineafdrijvend
urineafdrijvenders	=	urineafdrijvend
urineafdrijvends	=	urineafdrijvend
urineafdrijvendst	=	urineafdrijvend
urineafdrijvendste	=	urineafdrijvend
urineblaas	noun	bij zoogdieren een orgaan dat de urine uit de nieren verzamelt en deze opslaat tot het moment van urineren
urineblaasje	=	urineblaas
urineblaasjes	=	urineblaas
urineblazen	=	urineblaas
urinebuis	noun	een lange cilindrische holte die de blaas verbindt met de buitenkant van het lichaam
urinebuisje	=	urinebuis
urinebuisjes	=	urinebuis
urinebuizen	=	urinebuis
urinedrijvend	adj	van een middel, zoals medicatie of voeding, dat het de nieren stimuleert om meer vocht uit het lichaam af te voeren via de urine
urinedrijvende	=	urinedrijvend
urinedrijvender	=	urinedrijvend
urinedrijvendere	=	urinedrijvend
urinedrijvenders	=	urinedrijvend
urinedrijvends	=	urinedrijvend
urinedrijvendst	=	urinedrijvend
urinedrijvendste	=	urinedrijvend
urineer	=	urineren
urineerde	=	urineren
urineerden	=	urineren
urineert	=	urineren
urineleider	noun	de buis die loopt tussen het nierbekken en de blaas
urineleiders	=	urineleider
urineleidertje	=	urineleider
urineleidertjes	=	urineleider
urinemonster	noun	kleine hoeveelheid urine die men gebruikt voor chemisch en/of biologisch onderzoek
urinemonsters	=	urinemonster
urinere	=	urineren
urineren	verb	het via de blaas lozen van lichamelijke afvalstoffen in de vorm van vloeistof
urinerend	=	urineren
urinerende	=	urineren
urinering	noun	het urineren
urines	=	urine
urinestoma	noun	kunstmatige uitgang van de urineblaas via de buikwand
urinestoma's	=	urinestoma
urinetest	noun	urineonderzoek om te kijken of iemand een ziekte onder de leden heeft, bepaalde (verboden) drugs heeft gebruikt, of zwanger is
urinetesten	=	urinetest
urinetestje	=	urinetest
urinetestjes	=	urinetest
urinetests	=	urinetest
urineverlies	noun	het onbedoeld verliezen van urine op momenten dat je dit niet wilt
urineverliezen	=	urineverlies
urineweg	noun	orgaan dat de urine van de nieren naar de buitenkant van het lichaam vervoert
urinewegen	=	urineweg
urineweginfectie	noun	bacteriële infectie van de urine in de nieren, ureter, blaas of urethra
urineweginfecties	=	urineweginfectie
urinezak	noun	zak waarin urine kan worden opgevangen
urinezakje	=	urinezak
urinezakjes	=	urinezak
urinezakken	=	urinezak
urinezure	=	urinezuur
urinezuren	=	urinezuur
urinezuur	noun	7,9-dihydro-1H-purine- 2,6,8(3H)-trioneeen; slecht oplosbaar, organisch zuur dat voorkomt in de urine
urinezuurs	=	urinezuur
urinezuurtje	=	urinezuur
urinoir	noun	waterplaats
urinoirs	=	urinoir
urinoirschot	noun	een klein schot dat vaak in openbare toiletten tussen urinoirs aan de wand is bevestigd.
urinoirschotje	=	urinoirschot
urinoirschotjes	=	urinoirschot
urinoirschotten	=	urinoirschot
urinoirtje	=	urinoir
urinoirtjes	=	urinoir
urker	noun	inwoner van het visserdorp en de gemeente Urk in Flevoland	adj	afkomstig van of met betrekking tot Urk
urkers	adj	horend bij of met betrekking tot het Urkers (de Urker taal)
urkerse	=	urkers
urkertje	=	urker
urkertjes	=	urker
url	noun	voor een gestructureerde naam van een locatie op het internet
url's	=	url
urlicon	noun	een pictogram dat geassocieerd is met een website.
urlicons	=	urlicon
urlicontje	=	urlicon
urlicontjes	=	urlicon
urm	=	urmen
urmde	=	urmen
urmden	=	urmen
urme	=	urmen
urmen	verb	zeurend bezig zijn
urmend	=	urmen
urmende	=	urmen
urmt	=	urmen
urn	noun	een aardewerken pot bedoeld de as van een overledene te bevatten
urne	noun	vaas bestemd voor de as van een overledene na crematie
urnen	=	urn
urnenmuren	=	urnenmuur
urnenmuur	noun	muur met bergplaatsen voor potten waarin de as van overledenen is verzameld
urnenmuurtje	=	urnenmuur
urnenveld	noun	veld vol met urnen (met crematieresten)
urnenvelden	=	urnenveld
urnenveldenculturen	=	urnenveldencultuur
urnenveldencultuur	noun	is een benaming voor de late bronstijd van Midden-Europa, die duurde van ca. 1300 tot 950-920 v.Chr.
urnenveldje	=	urnenveld
urnes	=	urne
urnetje	=	urne
urnetjes	=	urne
urnknikmos	noun	Bryum turbinatum een mossoort behorend tot de familie Bryaceae.
urnknikmosje	=	urnknikmos
urnknikmosjes	=	urnknikmos
urnknikmossen	=	urnknikmos
urntje	=	urn
urntjes	=	urn
urnvormig	adj	vorm van een urn hebbend
urnvormige	=	urnvormig
urnvormiger	=	urnvormig
urnvormigere	=	urnvormig
urnvormigers	=	urnvormig
urnvormigs	=	urnvormig
urnvormigst	=	urnvormig
urnvormigste	=	urnvormig
urogenitaal	adj	met betrekking tot de urinewegen en de geslachtsorganen
urogenitaals	=	urogenitaal
urogenitale	=	urogenitaal
urografie	noun	röntgenfoto van de urinewegen
urologe	noun	vrouwelijke vorm van uroloog
urologen	=	uroloog
urologes	=	urologe
urologie	noun	een specialisme in de geneeskunde dat zich bezighoudt met de urinewegen bij de man en de vrouw, en de geslachtsorganen van de man
urologisch	adj	met betrekking tot de urologie
urologische	=	urologisch
urologischer	=	urologisch
urologischere	=	urologisch
urologischers	=	urologisch
uroloog	noun	een specialist in de geneeskunde die zich bezighoudt met de urinewegen bij de man en de vrouw, en de geslachtsorganen van de man
uroloogje	=	uroloog
uroloogjes	=	uroloog
uroscopie	noun|obsolete	het bekijken en beoordelen van de urine om zo een medische diagnose te kunnen stellen
uroscopieën	=	uroscopie
urotheelcelcarcinomen	=	urotheelcelcarcinoom
urotheelcelcarcinoom	noun	kanker van de blaaswand
urraomierpitta	noun	Grallaria urraoensis een ernstig bedreigde vogelsoort, aangetroffen in de ondergroei van nevelwoud in het Andesgebergte in Colombia
urraomierpitta's	=	urraomierpitta
urraomierpittaatje	=	urraomierpitta
urraomierpittaatjes	=	urraomierpitta
ursuline	noun	kloosterzuster van de orde van de ursulinen die zich vooral richten op het opvoeden en onderwijzen van meisjes
ursulinen	=	ursuline
urticaria	noun	allergische irritatie van de huid
urubambacanastero	noun	Asthenes urubambensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
urubambacanastero's	=	urubambacanastero
urubambacanasterootje	=	urubambacanastero
urubambacanasterootjes	=	urubambacanastero
urubambamierpitta	noun	Grallaria occabambae een zangvogel uit de familie Grallariidae.
urubambamierpitta's	=	urubambamierpitta
urubambamierpittaatje	=	urubambamierpitta
urubambamierpittaatjes	=	urubambamierpitta
uruguayaan	noun	inwoner van Uruguay, of iemand afkomstig uit Uruguay
uruguayaans	adj	op Uruguay betrekking hebbend
uruguayaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Uruguay, of een vrouw afkomstig uit Uruguay
uruguayaansen	=	uruguayaanse
uruguayaanser	=	uruguayaans
uruguayaansere	=	uruguayaans
uruguayaansers	=	uruguayaans
uruguayaanst	=	uruguayaans
uruguayaanste	=	uruguayaans
uruguayanen	=	uruguayaan
uruguaytiran	noun	Griseotyrannus aurantioatrocristatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
uruguaytirannen	=	uruguaytiran
uruguaytirannetje	=	uruguaytiran
uruguaytirannetjes	=	uruguaytiran
uruguees	noun	een inwoner van Uruguay, of iemand afkomstig uit Uruguay	adj	op Uruguay betrekking hebbend
urugueest	=	uruguees
urugueeste	=	uruguees
uruguese	noun	een vrouwelijke inwoner van Uruguay, of een vrouw afkomstig uit Uruguay
uruguesen	=	uruguese
urugueser	=	uruguees
uruguesere	=	uruguees
uruguesers	=	uruguees
uruguezen	=	uruguees
uruzgan	noun	één der provinciën van Afghanistan.
us-dollar	noun	Amerikaanse dollar
us-dollars	=	us-dollar
usambarahoningzuiger	noun	Cinnyris usambaricus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
usambarahoningzuigers	=	usambarahoningzuiger
usambarahoningzuigertje	=	usambarahoningzuiger
usambarahoningzuigertjes	=	usambarahoningzuiger
usambarahyliota	noun	Hyliota usambara een zangvogel uit de familie Hyliotidae.
usambarahyliota's	=	usambarahyliota
usambarahyliotaatje	=	usambarahyliota
usambarahyliotaatjes	=	usambarahyliota
usambarajanfrederik	noun	Sheppardia montana een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
usambarajanfrederiken	=	usambarajanfrederik
usambarajanfrederikje	=	usambarajanfrederik
usambarajanfrederikjes	=	usambarajanfrederik
usambaralijster	noun	Turdus roehli een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
usambaralijsters	=	usambaralijster
usambaralijstertje	=	usambaralijster
usambaralijstertjes	=	usambaralijster
usambaraoehoe	noun	Bubo poensis vosseleri een oehoe uit de familie Strigidae.
usambaraoehoes	=	usambaraoehoe
usambaraoehoetje	=	usambaraoehoe
usambaraoehoetjes	=	usambaraoehoe
usambarawever	noun	Ploceus nicolli een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).Het is een bedreigde/kwetsbare, endemische vogelsoort in Tanzania.
usambarawevers	=	usambarawever
usambarawevertje	=	usambarawever
usambarawevertjes	=	usambarawever
usambirobaardvogel	noun	Trachyphonus usambiro een van de baardvogels uit Kenia en Tanzania.
usambirobaardvogels	=	usambirobaardvogel
usambirobaardvogeltje	=	usambirobaardvogel
usambirobaardvogeltjes	=	usambirobaardvogel
usance	noun	gebruik, gewoonte, habitus
usanceje	=	usance
usancejes	=	usance
usances	=	usance
usancetje	=	usance
usancetjes	=	usance
usantie	noun	gebruik, gewoonte
usanties	=	usantie
usantietje	=	usantie
usantietjes	=	usantie
usantiën	=	usantie
usb	noun	schrijfwijze voor USB
usb's	noun	schrijfwijze voor USB's
usb'tje	noun	schrijfwijze voor USB'tje
usb'tjes	noun	schrijfwijze voor USB'tjes
usb-aansluiting	noun	schrijfwijze voor USB-aansluiting
usb-aansluitingen	noun	schrijfwijze voor USB-aansluitingen
usb-aansluitinkje	noun	schrijfwijze voor USB-aansluitinkje
usb-aansluitinkjes	noun	schrijfwijze voor USB-aansluitinkjes
usb-adapter	noun	schrijfwijze voor USB-adapter
usb-adapters	noun	schrijfwijze voor USB-adapters
usb-adaptertje	noun	schrijfwijze voor USB-adaptertje
usb-adaptertjes	noun	schrijfwijze voor USB-adaptertjes
usb-hub	noun	schrijfwijze voor: USB-hub
usb-hubje	noun	schrijfwijze voor USB-hubje
usb-hubjes	noun	schrijfwijze voor USB-hubjes
usb-hubs	noun	schrijfwijze voor: USB-hubs
usb-ingang	noun	schrijfwijze voor USB-ingang
usb-ingangen	noun	schrijfwijze voor USB-ingangen
usb-ingangetje	noun	schrijfwijze voor USB-ingangetje
usb-ingangetjes	noun	schrijfwijze voor USB-ingangetjes
usb-kabel	noun	schrijfwijze voor USB-kabel
usb-kabels	noun	schrijfwijze voor USB-kabels
usb-kabeltje	noun	schrijfwijze voor USB-kabeltje
usb-kabeltjes	noun	schrijfwijze voor USB-kabeltjes
usb-lader	noun	schrijfwijze voor USB-lader
usb-laders	noun	schrijfwijze voor USB-laders
usb-ladertje	noun	schrijfwijze voor USB-ladertje
usb-ladertjes	noun	schrijfwijze voor USB-ladertjes
usb-memorystick	noun	schrijfwijze voor USB-memorystick
usb-memorystickje	=	usb-memorystick
usb-memorystickjes	=	usb-memorystick
usb-memorysticks	noun	schrijfwijze voor USB-memorysticks
usb-oplader	noun	schrijfwijze voor USB-oplader
usb-opladers	noun	schrijfwijze voor USB-opladers
usb-opladertje	noun	schrijfwijze voor USB-opladertje
usb-opladertjes	noun	schrijfwijze voor USB-opladertjes
usb-pen	noun	schrijfwijze voor USB-pen
usb-pennen	noun	schrijfwijze voor USB-pennen
usb-pennetje	noun	schrijfwijze voor USB-pennetje
usb-pennetjes	noun	schrijfwijze voor USB-pennetjes
usb-poort	noun	schrijfwijze voor USB-poort
usb-poorten	noun	schrijfwijze voor USB-poorten
usb-poortje	noun	schrijfwijze voor USB-poortje
usb-poortjes	noun	schrijfwijze voor USB-poortjes
usb-sleutel	noun	schrijfwijze voor USB-sleutel
usb-sleutels	noun	schrijfwijze voor USB-sleutels
usb-sleuteltje	noun	schrijfwijze voor: USB-sleuteltje
usb-sleuteltjes	noun	schrijfwijze voor USB-sleuteltjes
usb-staafje	noun	schrijfwijze voor USB-staafje
usb-staafjes	noun	schrijfwijze voor USB-staafjes
usb-stick	noun	schrijfwijze voor USB-stick
usb-stickje	noun	schrijfwijze voor USB-stickje
usb-stickjes	noun	schrijfwijze voor USB-stickjes
usb-sticks	noun	schrijfwijze voor USB-sticks
usb-telefoon	noun	schrijfwijze voor USB-telefoon
usb-telefoons	noun	schrijfwijze voor USB-telefoons
usb-telefoontje	noun	schrijfwijze voor USB-telefoontje
usb-telefoontjes	noun	schrijfwijze voor USB-telefoontjes
usb-uitgang	noun	schrijfwijze voor USB-uitgang
usb-uitgangen	noun	schrijfwijze voor USB-uitgangen
usb-uitgangetje	noun	schrijfwijze voor USB-uitgangetje
usb-uitgangetjes	noun	schrijfwijze voor USB-uitgangetjes
usb-verbinding	noun	schrijfwijze voor USB-verbinding
usb-verbindingen	noun	schrijfwijze voor USB-verbindingen
usb-verbindinkje	noun	schrijfwijze voor USB-verbindinkje
usb-verbindinkjes	noun	schrijfwijze voor USB-verbindinkjes
usb-voeding	noun	schrijfwijze voor USB-voeding
usb-voedingen	noun	schrijfwijze voor USB-voedingen
usb-voedinkje	noun	schrijfwijze voor USB-voedinkje
usb-voedinkjes	noun	schrijfwijze voor USB-voedinkjes
usenetnieuwsgroep	noun	online forum op het gedecentraliseerde netwerk Usenet, waar deelnemers over een bepaald onderwerp berichten en bestanden uitwisselen
usenetnieuwsgroepen	=	usenetnieuwsgroep
user	noun	iemand die een bepaald computerprogramma of een bepaalde webdienst gebruikt
userinterface	noun	deel van een computerprogramma dat bedoeld is om de bediening door de gebruiker eenvoudig te maken, in het bijzonder de vormgeving van de weergegeven schermen en de daarop aanwezige bedieningselementen
userinterfaces	=	userinterface
username	noun	gebruikersnaam die samen met het wachtwoord toegang geeft en zorgt voor de identificatie van een gebruiker
username-passwordcombinatie	noun	gebruikersnaam en bijbehorend wachtwoord zoals samen opgegeven om toegang te geven tot een website, programma of bestand
username-passwordcombinaties	=	username-passwordcombinatie
usernames	=	username
users	=	user
uso	noun	standaardtermijn waarbinnen een wissel betaald moet worden
uso's	=	uso
usueel	adj	gebruikelijk, gewoonlijk, volgens gewoonte
usueels	=	usueel
usueelst	=	usueel
usueelste	=	usueel
usuele	=	usueel
usueler	=	usueel
usuelere	=	usueel
usuelers	=	usueel
usurpatie	noun	wederrechtelijke inbezitneming (door geweld, bedrog etc.)
usurpaties	=	usurpatie
usurpator	noun	iemand die usurpeert, een onrechtmatig bezitnemer
usurpatoren	=	usurpator
usurpators	=	usurpator
usurpatortje	=	usurpator
usurpatortjes	=	usurpator
usurpatrix	=	usurpator
usurpeer	=	usurperen
usurpeerde	=	usurperen
usurpeerden	=	usurperen
usurpeert	=	usurperen
usurpere	=	usurperen
usurperen	verb	toe-eigenen, onrechtmatig in bezit nemen, zich aanmatigen
usurperend	=	usurperen
usurperende	=	usurperen
ut	noun|obsolete	eerste toon van de toonladder
utahprairiehond	noun	Cynomys parvidens knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
utahprairiehonden	=	utahprairiehond
utahprairiehondje	=	utahprairiehond
utahprairiehondjes	=	utahprairiehond
utcubambatapaculo	noun	Scytalopus intermedius een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
utcubambatapaculo's	=	utcubambatapaculo
utcubambatapaculootje	=	utcubambatapaculo
utcubambatapaculootjes	=	utcubambatapaculo
utensiliën	noun	werktuigen die voor een bepaalde toepassing nodig zijn
uterus	noun	baarmoeder
uterusje	=	uterus
uterusjes	=	uterus
uterussen	=	uterus
utilisatie	noun	het ten nutte maken, nuttig gebruik
utilisaties	=	utilisatie
utiliseer	=	utiliseren
utiliseerde	=	utiliseren
utiliseerden	=	utiliseren
utiliseert	=	utiliseren
utilisere	=	utiliseren
utiliseren	verb	op een nuttige manier ergens gebruik van maken
utiliserend	=	utiliseren
utiliserende	=	utiliseren
utilisme	noun	filosofische stroming die stelt dat pijn moet worden bestreden en geluk moet worden bevorderd
utilistisch	adj	betrekking hebbend op het utilisme
utilistische	=	utilistisch
utilistischer	=	utilistisch
utilistischere	=	utilistisch
utilistischers	=	utilistisch
utilitair	adj	de nuttigheid betreffend, nut beogend
utilitairder	=	utilitair
utilitairdere	=	utilitair
utilitairders	=	utilitair
utilitaire	=	utilitair
utilitairs	=	utilitair
utilitairst	=	utilitair
utilitairste	=	utilitair
utilitarisme	noun	ethische stroming die de morele waarde van een handeling afmeet aan de bijdrage die deze handeling levert aan het welzijn en geluk van alle mensen
utilitarist	noun	iemand die vindt dat het vergroten van het geluk en verminderen van het leed dat mensen ervaren voldoende grondslag voor moreel gedrag oplevert
utilitaristen	=	utilitarist
utilitaristisch	adj	betreffende of behorend tot het utilitarisme
utilitaristische	=	utilitaristisch
utilitaristischer	=	utilitaristisch
utilitaristischere	=	utilitaristisch
utilitaristischers	=	utilitaristisch
utiliteit	noun	de mate waarin iets bruikbaar is
utiliteiten	=	utiliteit
utiliteitsbouw	noun	bouw van gebouwen die niet gebruikt worden als woning
utility	noun	klein programma dat één bepaalde functie kan verrichten
utje	=	ut
utjes	=	ut
utopie	noun	een volmaakte toestand die niet te bereiken is
utopietje	=	utopie
utopietjes	=	utopie
utopieën	=	utopie
utopisch	adj	als in Utopia, als in een utopie
utopische	=	utopisch
utopischer	=	utopisch
utopischere	=	utopisch
utopischers	=	utopisch
utopischt	=	utopisch
utopischte	=	utopisch
utopisme	noun	een heilsleer die gelooft in een heerlijke maar niet te verwerkelijken toekomst
utopist	noun	Iemand die een (ogenschijnlijk) niet te verwezenlijken ideaal nastreeft
utopisten	=	utopist
utopistisch	adj	als van een utopist
utopistische	=	utopistisch
utopistischer	=	utopistisch
utopistischere	=	utopistisch
utopistischers	=	utopistisch
utrechtenaar	noun	een inwoner van Utrecht, of iemand afkomstig uit Utrecht
utrechtenaars	=	utrechtenaar
utrechtenaartje	=	utrechtenaar
utrechtenaartjes	=	utrechtenaar
utrechtenaren	=	utrechtenaar
utrechter	noun	een inwoner van Utrecht, of iemand afkomstig uit Utrecht	adj	op Utrecht betrekking hebbend
utrechters	=	utrechter
utrechtertje	=	utrechter
utrechts	adj	op Utrecht betrekking hebbend
utrechtse	noun	een vrouwelijke inwoner van Utrecht, of een vrouw afkomstig uit Utrecht
utrechtsen	=	utrechtse
utrechtser	=	utrechts
utrechtsere	=	utrechts
utrechtsers	=	utrechts
utrechtst	=	utrechts
utrechtste	=	utrechts
uts	=	ut
utupuafluiter	noun	Pachycephala utupuae (synoniem Pachycephala vanikorensis) een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
utupuafluiters	=	utupuafluiter
utupuafluitertje	=	utupuafluiter
utupuafluitertjes	=	utupuafluiter
uur	noun	een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten, weergegeven met de afkorting u of h
uuraanduiding	noun	de weergave van het tijdstip of een tijdsduur, vaak genoteerd in uren, minuten en soms seconden.
uuraanduidingen	=	uuraanduiding
uuraanduidinkje	=	uuraanduiding
uuraanduidinkjes	=	uuraanduiding
uurbasis	noun	met een uur als rekeneenheid; per uur
uurbedrag	noun	een hoeveelheid geld die je per uur betaalt (voor werk of gebruik van iets)
uurbedragen	=	uurbedrag
uurbedragje	=	uurbedrag
uurbedragjes	=	uurbedrag
uurcirkel	noun	elk van de 23 halve cirkels die van pool naar pool lopen en de wereldbol in 24 gelijke delen verdelen beginnend vanaf de 0 meridiaan
uurcirkels	=	uurcirkel
uurdienst	noun	bij het openbaar vervoer een lijn waarop om het uur een bus, tram of trein rijdt
uurdiensten	=	uurdienst
uurdienstje	=	uurdienst
uurdienstjes	=	uurdienst
uurdocent	noun	docent die maar enkele uren per week lesgeeft
uurdocenten	=	uurdocent
uurdocentje	=	uurdocent
uurdocentjes	=	uurdocent
uurgemiddelde	noun	wat gemiddeld in een uur wordt verricht
uurgemiddelden	=	uurgemiddelde
uurgemiddeldes	=	uurgemiddelde
uurglas	noun	tijdmeter die werkt met behulp van door een nauwe opening naar beneden vallende korrels
uurglazen	=	uurglas
uurkost	noun|obsolete	geld dat men per uur moet betalen om ergens gebruik van te kunnen maken
uurkosten	noun	geld dat men per uur moet betalen om ergens gebruik van te kunnen maken
uurlijks	adj	ieder uur
uurlijkse	=	uurlijks
uurlonen	=	uurloon
uurloner	noun	een werknemer die per uur betaald wordt
uurloners	=	uurloner
uurlonertje	=	uurloner
uurlonertjes	=	uurloner
uurloon	noun	Uurloon is de aanduiding voor arbeidsloon dat wordt berekend per uur.
uurloontje	=	uurloon
uurloontjes	=	uurloon
uurplaat	noun	de plaat van een klok waarop de wijzers de tijd aangeven
uurplaatje	=	uurplaat
uurplaatjes	=	uurplaat
uurplaten	=	uurplaat
uurprijs	noun	de prijs die op een bepaald uur van de dag geldt
uurprijzen	=	uurprijs
uurrecord	noun	de grootste afstand die ooit binnen het uur is afgelegd (met fietsen)
uurrecordje	=	uurrecord
uurrecordjes	=	uurrecord
uurrecords	=	uurrecord
uurregeling	noun	het rooster van een school, het werk of het vervoer
uurregelingen	=	uurregeling
uurregelingetje	=	uurregeling
uurregelingetjes	=	uurregeling
uurrooster	noun	tabel waarin staat op welke tijden je moet werken of les hebt
uurroosters	=	uurrooster
uurroostertje	=	uurrooster
uurs	noun	uur durend, uren bestrijkend, uren betreffend
uurtabel	noun	rooster waarop staat op welke tijden je moet werken of les hebt
uurtabellen	=	uurtabel
uurtarief	noun	wat je moet betalen om een uur lang van iets of iemands diensten gebruik te maken
uurtariefje	=	uurtarief
uurtariefjes	=	uurtarief
uurtarieven	=	uurtarief
uurtje	=	uur
uurtjes	=	uur
uurvergoeding	noun	geld dat iemand ontvangt per uur dat men bezig is met een bepaalde activiteit
uurvergoedingen	=	uurvergoeding
uurvergoedinkje	=	uurvergoeding
uurvergoedinkjes	=	uurvergoeding
uurwerk	noun	een mechaniek dat de tijd bijhoudt of aangeeft
uurwerken	=	uurwerk
uurwerkje	=	uurwerk
uurwerkjes	=	uurwerk
uurwerkmaker	noun	iemand die uurwerken ontwerpt, bouwt en herstelt
uurwerkmakers	=	uurwerkmaker
uurwijzer	noun	de (kleine) wijzer op een analoog uurwerk, die de uren aanwijst
uurwijzers	=	uurwijzer
uurwijzertje	=	uurwijzer
uurwijzertjes	=	uurwijzer
uurwijziging	noun	het halfjaarlijkse systeem waarbij de tijd met één uur wordt aangepast om beter aan te sluiten bij het daglicht
uurwijzigingen	=	uurwijziging
uurwijzigingetje	=	uurwijziging
uurwijzigingetjes	=	uurwijziging
uv	adj	onzichtbare elektromagnetische straling met een golflengte die korter is dan die van violet licht maar langer dan die van röntgenstraling
uv's	=	uv
uv-filter	noun	ultravioletfilter
uv-filters	=	uv-filter
uv-filtertje	=	uv-filter
uv-filtertjes	=	uv-filter
uv-index	noun	index voor de zonkracht op een bepaalde plaats en dag d.w.z. de mate waarin men is blootgesteld aan een in principe kankerverwekkende straling
uv-licht	noun	elektromagnetische straling net buiten het deel van het spectrum dat met het menselijk oog waarneembaar is met een golflengte van 100 tot 400 nanometer
uv-lichten	=	uv-licht
uv-mos	noun	Psilolechia lucida een korstmos behorend tot de familie Parmeliaceae.
uv-mosje	=	uv-mos
uv-mosjes	=	uv-mos
uv-mossen	=	uv-mos
uv-werend	adj	van een materiaal, kledingstuk of folie dat het schadelijke ultraviolette (UV) straling van de zon blokkeert en niet doorlaat, terwijl zichtbaar licht wel wordt doorgelaten
uv-werende	=	uv-werend
uv-werender	=	uv-werend
uv-werendere	=	uv-werend
uv-werenders	=	uv-werend
uv-werends	=	uv-werend
uv-werendst	=	uv-werend
uv-werendste	=	uv-werend
uveïtis	noun	ontsteking van het regenboogvlies van het oog
uvula	noun	uitloper van het zachte gehemelte
uvulair	adj	bij, met de huig
uvulaire	=	uvulair
uvulairs	=	uvulair
uw	pron	zowel in enkelvoud als meervoud van u
uwe	noun	zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: de persoon die tot u behoort	pron	zelfstandige vorm van uw, tweede persoon beleefdheidsvorm
uwen	=	uwe
uwentwege	adv	uit uw naam, op last van u; van u; wat u betreft
uwentwil	adv	voor u; in uw belang; om u ter wille te te zijn; uit liefde voor u
uwentwille	adv|obsolete	voor wat uw belang of genoegen is
uwer	pron|obsolete	genitief vrouwelijk enkelvoud van uw
uwerzijds	adv	van uw kant
uws	pron|obsolete	genitief van gij en u
uxorilocaal	=	uxorilokaal
uxorilokaal	adj	de gewoonte volgend dat een getrouwd stel bij of in de buurt van de familie van de vrouw woont
uxorilokaals	=	uxorilokaal
uxorilokale	=	uxorilokaal
uyt	=	uit
uytlooper	=	uitloper
uzelf	pron	de versterkte wederkerende vorm van gij
uzi	noun	Israëlisch machinepistool
uzi's	=	uzi
v	noun	de tweeëntwintigste letter van het alfabet
v's	=	v
v'tje	=	v
v'tjes	=	v
v-baardsnuitmot	noun	Platytes cerussella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
v-baardsnuitmotje	=	v-baardsnuitmot
v-baardsnuitmotjes	=	v-baardsnuitmot
v-baardsnuitmotten	=	v-baardsnuitmot
v-bandbladroller	noun	Isotrias rectifasciana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
v-bandbladrollers	=	v-bandbladroller
v-bandbladrollertje	=	v-bandbladroller
v-bandbladrollertjes	=	v-bandbladroller
v-dwergspanner	noun	bepaald soort nachtvlinder, Chloroclystis v-ata uit de familie van de spanners.
v-dwergspanners	=	v-dwergspanner
v-dwergspannertje	=	v-dwergspanner
v-dwergspannertjes	=	v-dwergspanner
v-formatie	noun	onderlinge ordening van een groep levende wezens of voorwerpen die zich verplaatsen, waarbij er één voorop gaat, gevolgd door een reeks opvolgers die steeds linksachter hun directe voorganger blijven en een reeks die zich telkens rechtsachter hun directe voorganger blijven
v-formaties	=	v-formatie
v-haakspiegelmot	noun	Grapholita discretana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
v-haakspiegelmotje	=	v-haakspiegelmot
v-haakspiegelmotjes	=	v-haakspiegelmot
v-haakspiegelmotten	=	v-haakspiegelmot
v-hals	noun	opening in kledingstukken om het hoofd door te steken, die uitloopt in een hoek onder de kin
v-halsje	=	v-hals
v-halsjes	=	v-hals
v-halzen	=	v-hals
v-oogbladroller	noun	bepaald soort Europese nachtvlinder, Epinotia tenerana uit de familie bladrollers (Tortricidae); de wetenschappelijke naam is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1775 door Denis & Schiffermüller
v-oogbladrollers	=	v-oogbladroller
v-oogbladrollertje	=	v-oogbladroller
v-oogbladrollertjes	=	v-oogbladroller
v-profiel	noun	doorsnee die zich naar beneden toe gelijkmatig vernauwt tot een punt
v-profielen	=	v-profiel
v-raad	noun	Veiligheidsraad
v-riem	noun	drijfriem zonder eind waarvan de doorsnede een gelijkbenig trapezium is
v-riemen	=	v-riem
v-riempje	=	v-riem
v-riempjes	=	v-riem
v-snaar	noun	drijfriem met V-vormige doorsnee
v-snaartje	=	v-snaar
v-snaartjes	=	v-snaar
v-snaren	=	v-snaar
v-teken	noun	met gespreide wijsvinger en middelvinger gemaakt gebaar als symbool van de overwinning
v-tekens	=	v-teken
v-tekentje	=	v-teken
v-tekentjes	=	v-teken
v-vlekspringspin	noun	Aelurillus v-insignitus een spin uit de familie der springspinnen
v-vlekspringspinnen	=	v-vlekspringspin
v-vlekspringspinnetje	=	v-vlekspringspin
v-vlekspringspinnetjes	=	v-vlekspringspin
v-vorm	noun	uiterlijke verschijning die naar beneden toe gelijkmatig versmalt tot een punt
v-vormen	=	v-vorm
v-vormig	adj	taps toelopend in een punt, de vorm van een V hebbend
v-vormige	=	v-vormig
v-vormiger	=	v-vormig
v-vormigere	=	v-vormig
v-vormigers	=	v-vormig
v-vormigs	=	v-vormig
v-vormigst	=	v-vormig
v-vormigste	=	v-vormig
v-vormpje	=	v-vorm
v-vormpjes	=	v-vorm
v-wapen	noun	door de Duitse propagandaminister Joseph Goebbels geïntroduceerde naam voor een aantal wapens (V-1, V-2, V-3 en V-4) dat aan het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers in gebruik werd genomen
v-wapens	=	v-wapen
va	noun	aanspreekvorm of benaming voor een mannelijke ouder
va's	=	va
va-banque	noun	strategie waar alles op alles wordt gezet
va-banquepolitiek	noun	politiek waarin alles op alles wordt gezet om te winnen, waarbij grote risico's worden genomen en compromissen worden vermeden
vaag	adj	iets wat niet duidelijk is, niet scherp omlijnd
vaagde	=	vagen
vaagden	=	vagen
vaagheden	=	vaagheid
vaagheid	noun	het niet scherp omgrensd zijn
vaagjes	adv	op een onduidelijke manier, niet precies
vaaglijk	adj	op een niet duidelijke, onzekere of onbepaalde manier
vaaglijke	=	vaaglijk
vaaglijker	=	vaaglijk
vaaglijkere	=	vaaglijk
vaaglijkers	=	vaaglijk
vaaglijks	=	vaaglijk
vaaglijkst	=	vaaglijk
vaaglijkste	=	vaaglijk
vaags	=	vaag
vaagst	=	vaag
vaagste	=	vaag
vaagt	=	vagen
vaagweg	adv	op een vage niet al te heldere manier
vaak	noun	slaap	adj	vele malen
vaaks	=	vaak
vaakst	=	vaak
vaakste	=	vaak
vaal	adj	tot bijna kleurloos verbleekt
vaalblauw	adj	lichtblauw
vaalblauwe	=	vaalblauw
vaalblauwer	=	vaalblauw
vaalblauwere	=	vaalblauw
vaalblauwers	=	vaalblauw
vaalblauws	=	vaalblauw
vaalblauwst	=	vaalblauw
vaalblauwste	=	vaalblauw
vaalbleek	adj	door het vervagen van de kleur wit geworden
vaalbleeks	=	vaalbleek
vaalbleekst	=	vaalbleek
vaalbleekste	=	vaalbleek
vaalbleke	=	vaalbleek
vaalbleker	=	vaalbleek
vaalblekere	=	vaalbleek
vaalblekers	=	vaalbleek
vaalblond	adj	een fletse, blonde haarkleur
vaalblonde	=	vaalblond
vaalblonder	=	vaalblond
vaalblondere	=	vaalblond
vaalblonders	=	vaalblond
vaalblonds	=	vaalblond
vaalblondst	=	vaalblond
vaalblondste	=	vaalblond
vaalborstlijster	noun	Turdus leucomelas een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
vaalborstlijsters	=	vaalborstlijster
vaalborstlijstertje	=	vaalborstlijster
vaalborstlijstertjes	=	vaalborstlijster
vaalborstspecht	noun	Dendrocopos macei een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
vaalborstspechten	=	vaalborstspecht
vaalborstspechtje	=	vaalborstspecht
vaalborstspechtjes	=	vaalborstspecht
vaalbruin	adj	een verbleekte bruine kleur
vaalbruine	=	vaalbruin
vaalbruiner	=	vaalbruin
vaalbruinere	=	vaalbruin
vaalbruiners	=	vaalbruin
vaalbruins	=	vaalbruin
vaalbruinst	=	vaalbruin
vaalbruinste	=	vaalbruin
vaalbuikmaina	noun	Acridotheres cinereus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
vaalbuikmaina's	=	vaalbuikmaina
vaalbuikmainaatje	=	vaalbuikmaina
vaalbuikmainaatjes	=	vaalbuikmaina
vaalbuiktreurtiran	noun	Rhytipterna immunda een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
vaalbuiktreurtirannen	=	vaalbuiktreurtiran
vaalbuiktreurtirannetje	=	vaalbuiktreurtiran
vaalbuiktreurtirannetjes	=	vaalbuiktreurtiran
vaaldijpluimbroekje	noun	Haplophaedia assimilis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vaaldijpluimbroekjes	=	vaaldijpluimbroekje
vaalgeel	noun	een vaal geworden kleur geel	adj	de kleur vaalgeel hebbend
vaalgeels	=	vaalgeel
vaalgeelst	=	vaalgeel
vaalgeelste	=	vaalgeel
vaalgele	=	vaalgeel
vaalgelen	=	vaalgeel
vaalgeler	=	vaalgeel
vaalgelere	=	vaalgeel
vaalgelers	=	vaalgeel
vaalheden	=	vaalheid
vaalheid	noun	het bleek en kleurloos zijn
vaalkopstekelstaart	noun	Cranioleuca albicapilla een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vaalkopstekelstaarten	=	vaalkopstekelstaart
vaalkopstekelstaartje	=	vaalkopstekelstaart
vaalkopstekelstaartjes	=	vaalkopstekelstaart
vaalkuifspecht	noun	Celeus elegans een vogel uit de familie Picidae (spechten).
vaalkuifspechten	=	vaalkuifspecht
vaalkuifspechtje	=	vaalkuifspecht
vaalkuifspechtjes	=	vaalkuifspecht
vaalrivierpieper	noun	Anthus vaalensis een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
vaalrivierpiepers	=	vaalrivierpieper
vaalrivierpiepertje	=	vaalrivierpieper
vaalrivierpiepertjes	=	vaalrivierpieper
vaalrode	=	vaalrood
vaalroder	=	vaalrood
vaalrodere	=	vaalrood
vaalroders	=	vaalrood
vaalrood	adj	licht rood
vaalroods	=	vaalrood
vaalroodst	=	vaalrood
vaalroodste	=	vaalrood
vaals	=	vaal
vaalst	=	vaal
vaalste	=	vaal
vaalstuitdoornsnavel	noun	Acanthiza reguloides een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
vaalstuitdoornsnavels	=	vaalstuitdoornsnavel
vaalstuitdoornsnaveltje	=	vaalstuitdoornsnavel
vaalstuitdoornsnaveltjes	=	vaalstuitdoornsnavel
vaalt	noun	een hoop waarop stalmest opgestapeld wordt
vaalten	=	vaalt
vaaltje	=	vaalt
vaaltjes	=	vaalt
vaalvleugelspreeuw	noun	Onychognathus nabouroup een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
vaalvleugelspreeuwen	=	vaalvleugelspreeuw
vaalvleugelspreeuwtje	=	vaalvleugelspreeuw
vaalvleugelspreeuwtjes	=	vaalvleugelspreeuw
vaalwit	adj	een niet heldere vorm van wit
vaalwits	=	vaalwit
vaalwitst	=	vaalwit
vaalwitste	=	vaalwit
vaalwitte	=	vaalwit
vaalwitter	=	vaalwit
vaalwittere	=	vaalwit
vaalwitters	=	vaalwit
vaam	noun	de afstand tussen de toppen van de middelvingers bij zijwaarts uitgestrekte armen later vastgesteld op 1,8288 meter (6 Engelse voet)
vaampje	=	vaam
vaams	=	vaam
vaan	noun	een klein vaandel, meestal driehoekig van vorm
vaandel	noun	een onderscheidende vlag bedoeld om de nationaliteit van een schip aan te duiden of een militaire eenheid te herkennen
vaandeldrager	noun	persoon in het leger die het vaandel draagt
vaandeldragers	noun	Lindenia een geslacht van echte libellen (Anispotera) uit de familie van de rombouten (Gomphidae)
vaandeldragertje	=	vaandeldrager
vaandeldragertjes	=	vaandeldrager
vaandels	=	vaandel
vaandeltje	=	vaandel
vaandeltjes	=	vaandel
vaandelvlucht	noun	desertie, het verlaten van het krijgsonderdeel in oorlogstijd
vaandelvluchten	=	vaandelvlucht
vaandrig	noun	een aspirant-reserveofficier bij de luchtmacht of landmacht die voor het examen voor reserveluitenant geslaagd is
vaandrigje	=	vaandrig
vaandrigjes	=	vaandrig
vaandrigs	=	vaandrig
vaantje	=	vaan
vaantjes	=	vaan
vaantjesbomen	=	vaantjesboom
vaantjesboom	noun	Davidia involucrata een loofboom.
vaantjesboompje	=	vaantjesboom
vaantjesboompjes	=	vaantjesboom
vaantjesteken	=	vaatjesteken
vaantjestekens	=	vaatjesteken
vaantjestekentje	=	vaatjesteken
vaantjestekentjes	=	vaatjesteken
vaar	noun	man die een of meer kinderen heeft; iemands naaste mannelijke bloedverwant in opgaande lijn, vader	adj	doorgemolken en niet bevrucht
vaarbewijs	noun	officieel bewijs dat men vaartuig kan en mag besturen, omdat men een theoretisch examen heeft gehaald
vaarbewijzen	=	vaarbewijs
vaarbomen	=	vaarboom
vaarboom	noun	lange stok of paal waarmee men een schip vooruit kan bewegen in niet al te diep water
vaarboompje	=	vaarboom
vaarboompjes	=	vaarboom
vaardag	noun	dat dat men vaart
vaardagen	=	vaardag
vaarde	verb	enkelvoud verleden tijd van varen : "niet meevallen"
vaarden	=	varen
vaarder	noun	iets dat of iemand die vaart
vaarders	=	vaarder
vaardertje	=	vaarder
vaardertjes	=	vaarder
vaardig	adj	uitstekend tot een bepaalde taak in staat
vaardigde	=	vaardigen
vaardigden	=	vaardigen
vaardige	=	vaardig
vaardigen	verb|obsolete	klaar maken
vaardigend	=	vaardigen
vaardigende	=	vaardigen
vaardiger	=	vaardig
vaardigere	=	vaardig
vaardigers	=	vaardig
vaardigheden	=	vaardigheid
vaardigheid	noun	het vermogen om een handeling bekwaam uit te voeren of een probleem juist op te lossen
vaardigheidje	=	vaardigheid
vaardigheidjes	=	vaardigheid
vaardigs	=	vaardig
vaardigst	=	vaardig
vaardigste	=	vaardig
vaardigt	=	vaardigen
vaargebied	noun	een regio waar men kan varen
vaargebieden	=	vaargebied
vaargeul	noun	een relatief smalle strook in een groter water die geschikt is om te bevaren
vaargeulen	=	vaargeul
vaargeultje	=	vaargeul
vaargeultjes	=	vaargeul
vaarke	=	vaar
vaarn	noun	vaandel bij de schutterij
vaarnen	=	vaarn
vaarrichting	noun	richting waarin een vaartuig zich voortbeweegt
vaarrichtingen	=	vaarrichting
vaarroute	noun	weg die men varend aflegt
vaarrouten	=	vaarroute
vaarroutes	=	vaarroute
vaars	noun	koe die nog niet gekalfd heeft
vaarschema	noun	tabel waarin de vertrek- en aankomsttijden van een schip vermeld staan.
vaarschema's	=	vaarschema
vaarschemaatje	=	vaarschema
vaarschemaatjes	=	vaarschema
vaarseizoen	noun	periode van het jaar waarin de overheersende windrichtingen en andere omstandigheden voor zeilschepen gunstig zijn om hun bestemming te bereiken
vaarseizoenen	=	vaarseizoen
vaarsje	=	vaars
vaarsjes	=	vaars
vaarskalf	noun	vrouwelijk kalf
vaarskalfje	=	vaarskalf
vaarskalfjes	=	vaarskalf
vaarskalveren	=	vaarskalf
vaart	noun	voortgang
vaarten	=	vaart
vaartijd	noun	het tijdstip dat een schip vertrekt
vaartijden	=	vaartijd
vaartijdenboek	noun	een verplicht document voor binnenvaartschepen dat dient om de vaar- en rusttijden van het schip en de bemanning bij te houden
vaartijdenboeken	=	vaartijdenboek
vaartijdenboekje	=	vaartijdenboek
vaartijdenboekjes	=	vaartijdenboek
vaartje	=	vaar
vaartjes	=	vaart
vaartocht	noun	een reis met een boot over het water, meestal gaat het over een korte reis die men voor zijn plezier maakt
vaartochten	=	vaartocht
vaartochtje	=	vaartocht
vaartochtjes	=	vaartocht
vaartuig	noun	een drijvend vervoermiddel in principe voor de verplaatsing over wateroppervlakten, met uitzondering van luchtvaartuig en ruimtevaartuig (dus ook door de lucht of het luchtledige)
vaartuigen	=	vaartuig
vaartuigje	=	vaartuig
vaartuigjes	=	vaartuig
vaarvakantie	noun	Vakantie waarbij varen in een boot de belangrijkste activiteit is.
vaarvakanties	=	vaarvakantie
vaarvakantietje	=	vaarvakantie
vaarvakantietjes	=	vaarvakantie
vaarverbinding	noun	fysieke verbinding tussen twee wateren (waterwegen, kanalen, meren) die het mogelijk maakt voor schepen om van het ene naar het andere water te varen
vaarverbindingen	=	vaarverbinding
vaarverbindinkje	=	vaarverbinding
vaarverbindinkjes	=	vaarverbinding
vaarverbod	noun	het verbieden om ergens te varen; het strafbaar stellen om ergens te varen
vaarverboden	=	vaarverbod
vaarvlag	noun	rode vlag met een wit vierkant in het midden en geeft aan dat een schip een andere boot in zijn sleep heeft
vaarvlaggen	=	vaarvlag
vaarvlaggetje	=	vaarvlag
vaarvlaggetjes	=	vaarvlag
vaarwater	noun	dat gedeelte van een water waar een vaartuig, hoe klein ook, kan varen
vaarwateren	=	vaarwater
vaarwaters	=	vaarwater
vaarwatertje	=	vaarwater
vaarwatertjes	=	vaarwater
vaarweg	noun	Een vaarweg of waterweg is een water dat kan worden bevaren.
vaarwegbebakening	noun	de borden en andere betonning langs een vaarweg
vaarwegbebakeningen	=	vaarwegbebakening
vaarwegen	=	vaarweg
vaarweggetje	=	vaarweg
vaarwegje	=	vaarweg
vaarwegjes	=	vaarweg
vaarwel	intj	een groet bij een (meestal definitief) afscheid
vaarwelgezegd	=	vaarwelzeggen
vaarwelgezegde	=	vaarwelzeggen
vaarwelzeg	=	vaarwelzeggen
vaarwelzegde	=	vaarwelzeggen
vaarwelzegden	=	vaarwelzeggen
vaarwelzeggen	verb	definitief of voor lange tijd afscheid nemen van (al of niet met "Vaarwel!")
vaarwelzeggend	=	vaarwelzeggen
vaarwelzegt	=	vaarwelzeggen
vaarwelzei	=	vaarwelzeggen
vaarwelzeiden	=	vaarwelzeggen
vaarzen	=	vaars
vaas	noun	een aardewerken of glazen kruik, vooral bedoeld voor het in het water zetten van bloemen
vaasje	=	vaas
vaasjes	=	vaas
vaastrommel	noun	van oorsprong een aardenwerken vaas aan één zijde bespannen met een trommelvlies, nu ook in andere uitvoeringen verkrijgbaar
vaastrommels	=	vaastrommel
vaastrommeltje	=	vaastrommel
vaastrommeltjes	=	vaastrommel
vaasvormig	adj	vorm van een vaas hebbend
vaasvormige	=	vaasvormig
vaasvormiger	=	vaasvormig
vaasvormigere	=	vaasvormig
vaasvormigers	=	vaasvormig
vaasvormigs	=	vaasvormig
vaasvormigst	=	vaasvormig
vaasvormigste	=	vaasvormig
vaaswater	noun	water dat in een bloemenvaas zit
vaat	noun	gedurende de maaltijd gebruikt eetgerei
vaataandoening	noun	ziekte van de bloedvaten
vaataandoeningen	=	vaataandoening
vaataandoeninkje	=	vaataandoening
vaatafwijking	noun	een verzamelnaam voor bloedvaten of lymfevaten die zich abnormaal hebben ontwikkeld of misvormd zijn.
vaatafwijkingen	=	vaatafwijking
vaatafwijkinkje	=	vaatafwijking
vaatafwijkinkjes	=	vaatafwijking
vaatbundel	noun	het transportsysteem van vaatplanten
vaatbundels	=	vaatbundel
vaatbundeltje	=	vaatbundel
vaatbundeltjes	=	vaatbundel
vaatchirurgie	noun	op de lymfvaten en bloedvaten toegepaste chirurgie
vaatdoek	noun	vadoek, doek waarmee je aanrecht, gootsteen en fornuis schoonmaakt
vaatdoeken	=	vaatdoek
vaatdoekje	=	vaatdoek
vaatdoekjes	=	vaatdoek
vaatje	=	vat
vaatjes	=	vat
vaatjesklinker	noun	nietsnut
vaatjesklinkers	=	vaatjesklinker
vaatjesklinkertje	=	vaatjesklinker
vaatjesklinkertjes	=	vaatjesklinker
vaatjesslak	noun	Sphyradium doliolum een slakkensoort uit de familie van de Orculidae.
vaatjesslakje	=	vaatjesslak
vaatjesslakjes	=	vaatjesslak
vaatjesslakken	=	vaatjesslak
vaatjesteken	noun	vermakelijk intermezzo dat bij het ringrijden werd ingelast, waarbij de deelnemers in plaats van naar een ring, naar een gat in een plankje moesten steken, dat bevestigd was aan een vaatje met water
vaatjestrek	noun	een spel waarbij twee of meer personen met een vaatje proberen om het vaatje zo ver mogelijk te gooien
vaatjestrekje	=	vaatjestrek
vaatjestrekjes	=	vaatjestrek
vaatjestrekken	=	vaatjestrek
vaatkramp	noun	krampachtige vernauwing van bloedvaten
vaatkrampen	=	vaatkramp
vaatkwast	noun	borstel die men gebruikt bij het reinigen van eetgerei
vaatkwasten	=	vaatkwast
vaatoperatie	noun	operatie aan een of meer bloedvaten
vaatoperaties	=	vaatoperatie
vaatoperatietje	=	vaatoperatie
vaatoperatietjes	=	vaatoperatie
vaatplant	noun	benaming voor landplanten uit de stam of afdeling Tracheophyta, die vatenbundels hebben om water te transporteren
vaatplanten	noun	stam of afdeling Tracheophyta, landplanten met vatenbundels om water te transporteren
vaats	adj	niet vers, niet fris, naar het vat smakend
vaatse	=	vaats
vaatser	=	vaats
vaatsere	=	vaats
vaatsers	=	vaats
vaatst	=	vaats
vaatste	=	vaats
vaatstelsel	noun	al de de bloedvaten van een dier tezamen
vaatstelsels	=	vaatstelsel
vaatte	=	vat
vaatten	=	vat
vaattoegang	noun	plaats waar men eenvoudig of met grote regelmaat bloed en andere vloeistoffen kan inbrengen in of aftappen uit de bloedbaan
vaattoegangen	=	vaattoegang
vaatvernauwing	noun	vernauwing van de doorsnede van bloedvaten
vaatvernauwingen	=	vaatvernauwing
vaatverwijding	noun	ziekelijke verwijding van een bloedvat
vaatverwijdingen	=	vaatverwijding
vaatverwijdinkje	=	vaatverwijding
vaatverwijdinkjes	=	vaatverwijding
vaatwand	noun	de wand van een ader of slagader; de want van
vaatwanden	=	vaatwand
vaatwas	noun	reiniging met water en zeep van kookgerei, servies en bestek die bij een maaltijd zijn gebruikt
vaatwasje	=	vaatwas
vaatwasjes	=	vaatwas
vaatwasmachientje	=	vaatwasmachine
vaatwasmachientjes	=	vaatwasmachine
vaatwasmachine	noun	een apparaat om automatisch de afwas te doen
vaatwasmachines	=	vaatwasmachine
vaatwasmachinetje	=	vaatwasmachine
vaatwasmachinetjes	=	vaatwasmachine
vaatwasmiddel	noun	middel dat helpt bij het vaatwassen
vaatwasmiddelen	=	vaatwasmiddel
vaatwasmiddeltje	=	vaatwasmiddel
vaatwasmiddeltjes	=	vaatwasmiddel
vaatwassen	verb	afwassen
vaatwassend	=	vaatwassen
vaatwassende	=	vaatwassen
vaatwasser	noun	een apparaat om automatisch de afwas te doen
vaatwasserbestendig	adj	bestand tegen schoonmaken in een vaatwasser
vaatwasserbestendige	=	vaatwasserbestendig
vaatwasserbestendiger	=	vaatwasserbestendig
vaatwasserbestendigere	=	vaatwasserbestendig
vaatwasserbestendigers	=	vaatwasserbestendig
vaatwasserbestendigs	=	vaatwasserbestendig
vaatwasserbestendigst	=	vaatwasserbestendig
vaatwasserbestendigste	=	vaatwasserbestendig
vaatwassers	=	vaatwasser
vaatwassertje	=	vaatwasser
vaatwassertjes	=	vaatwasser
vaatwastablet	noun	een blokje met schoonmaak-, glans- en onthardingsmiddel dat je gebruikt in een vaatwasmachine
vaatwastabletje	=	vaatwastablet
vaatwastabletjes	=	vaatwastablet
vaatwastabletten	=	vaatwastablet
vaatwerk	noun	huishoudelijke voorwerpen die gebruikt worden om uit te eten en te drinken
vaatwerken	=	vaatwerk
vaatwerkje	=	vaatwerk
vaatwerkjes	=	vaatwerk
vaatziekte	noun	aandoening van de bloedvaten, vaak in combinatie met hartziekte (hart- en vaatziekten)
vaatziekten	=	vaatziekte
vaatziektes	=	vaatziekte
vacant	adj	vrij, niet bezet
vacante	=	vacant
vacantie	=	vakantie
vacants	=	vacant
vacantverklaring	noun	mededeling dat een betrekking in aanmerking komt voor een vaste benoeming
vacantverklaringen	=	vacantverklaring
vacantverklarinkje	=	vacantverklaring
vacantverklarinkjes	=	vacantverklaring
vacatie	noun	het onbezet zijn (van een betrekking), het vacant zijn
vacatiegeld	noun	een vergoeding die iemand krijgt om aanwezig te zijn op een vergadering
vacatiegelden	=	vacatiegeld
vacaties	=	vacatie
vacatietje	=	vacatie
vacatiën	=	vacatie
vacature	noun	een onvervulde arbeidsplaats die open staat voor mensen die een baan zoeken
vacatureaanbod	noun	alle onvervulde arbeidsplaatsen op de arbeidsmarkt, binnen een bedrijf, een organisatie of een overheidsdienst die open staan voor werkzoekenden
vacaturebank	noun	een database waarin een grote verscheidenheid van beschikbare vacatures te vinden zijn
vacaturebanken	=	vacaturebank
vacaturebankje	=	vacaturebank
vacaturebankjes	=	vacaturebank
vacaturen	=	vacatuur
vacaturenummer	noun	een identificatienummer van een openstaande betrekking waarop men kan solliciteren
vacaturenummers	=	vacaturenummer
vacaturenummertje	=	vacaturenummer
vacaturenummertjes	=	vacaturenummer
vacatures	=	vacature
vacaturesite	noun	een website waar men vacatures en geschikt personeel kan vinden.
vacaturesites	=	vacaturesite
vacaturestop	noun	het geen vervangend personeel aannemen als mensen ontslag nemen; het stoppen met het aannemen van nieuw personeel
vacaturestops	=	vacaturestop
vacaturetje	=	vacature
vacaturetjes	=	vacature
vacatuur	noun	een onvervulde arbeidsplaats die open staat voor werkzoekenden
vacatuurtje	=	vacatuur
vacatuurtjes	=	vacatuur
vaccin	noun	uit verzwakte ziekteverwekkers bestaande entstof om afweer op te bouwen
vaccinateur	noun	iemand die vaccineert
vaccinateurs	=	vaccinateur
vaccinateurtje	=	vaccinateur
vaccinateurtjes	=	vaccinateur
vaccinatie	noun	inenting met onschadelijke gemaakte ziekteverwekkers, zodat de natuurlijke afweer van het lichaam hierna beter in staat is deze ziekteverwekkers te bestrijden
vaccinatieangst	noun	het hebben van angst om zichzelf of de kinderen te laten vaccineren
vaccinatieangsten	=	vaccinatieangst
vaccinatiebeleid	noun	onderdeel van het volksgezondheidsbeleid van een overheid met betrekking tot vaccinatie
vaccinatiebewijs	noun	bewijs dat men gevaccineerd is tegen een bepaalde ziekte
vaccinatiebewijsje	=	vaccinatiebewijs
vaccinatiebewijsjes	=	vaccinatiebewijs
vaccinatiebewijzen	=	vaccinatiebewijs
vaccinatiecampagne	noun	actie waarbij men in een relatief beperkte tijd zeer veel mensen vaccineert
vaccinatiecampagnes	=	vaccinatiecampagne
vaccinatiedwang	noun	wettelijke verplichting tot vaccinatie
vaccinatiefascinatie	noun|humorous	intense en voortdurende aandacht voor inenting als middel tegen besmetting
vaccinatiegraad	noun	het percentage van een bevolking dat een vaccinatie heeft ontvangen
vaccinatiegraden	=	vaccinatiegraad
vaccinatiekloof	noun	verschil in vaccinatiegraad tussen verschillende bevolkingsgroepen
vaccinatiekloven	=	vaccinatiekloof
vaccinatielitteken	noun	een litteken veroorzaakt door een vaccinatie
vaccinatielittekens	=	vaccinatielitteken
vaccinatiepen	noun	pen waarmee wordt de geschoren huid van een kalf wordt gescarificeerd
vaccinatiepennen	=	vaccinatiepen
vaccinatiepennetje	=	vaccinatiepen
vaccinatiepennetjes	=	vaccinatiepen
vaccinatieplicht	noun	wettelijke verplichting zich te laten vaccineren
vaccinatieplichten	=	vaccinatieplicht
vaccinatieprogramma	noun	een schema waarmee een overheid een aantal als essentieel beoordeelde vaccinaties aanbeveelt of verplicht stelt
vaccinatieprogramma's	=	vaccinatieprogramma
vaccinatieprogrammaatje	=	vaccinatieprogramma
vaccinatieprogrammaatjes	=	vaccinatieprogramma
vaccinatierace	noun	inspanning om als eerste een geschikte entstof tegen een besmettelijke ziekte te ontwikkelen
vaccinatieraces	=	vaccinatierace
vaccinatieronde	noun	deel van een vaccinatiecampagne waarbij men een bepaalde doelgroep (opnieuw) vaccineert
vaccinatieronden	=	vaccinatieronde
vaccinatierondes	=	vaccinatieronde
vaccinaties	=	vaccinatie
vaccinatietje	=	vaccinatie
vaccinatietjes	=	vaccinatie
vaccinatietwijfelaar	noun	persoon die niet weet of hij zich wel of niet wil laten vaccineren
vaccinatietwijfelaars	=	vaccinatietwijfelaar
vaccinatietwijfelaren	=	vaccinatietwijfelaar
vaccinatievoordringer	noun	iemand die eerder een vaccinatie probeert te krijgen dan dat diegene aan de beurt is
vaccinatievoordringers	=	vaccinatievoordringer
vaccinatievoorsteker	noun	iemand die voordringt in een vaccinatiecampagne
vaccinatievoorstekers	=	vaccinatievoorsteker
vaccinatieweigeraar	noun	iemand die zichzelf of zijn kind niet wil laten vaccineren
vaccinatieweigeraars	=	vaccinatieweigeraar
vaccinatiewet	noun	eventuele speciale wet die het vaccineren regelt
vaccinatiewetten	=	vaccinatiewet
vaccinator	noun	iemand die vaccineert
vaccinators	=	vaccinator
vaccinatortje	=	vaccinator
vaccinatortjes	=	vaccinator
vaccindoses	=	vaccindosis
vaccindosis	noun	de hoeveelheid van een vaccin die per vaccinatie gekregen wordt
vaccindosissen	=	vaccindosis
vaccine	noun	uit verzwakte ziekteverwekkers bestaande entstof om afweer op te bouwen
vaccinebewijs	noun	bewijs dat men gevaccineerd is tegen een bepaalde ziekte
vaccineer	=	vaccineren
vaccineerde	=	vaccineren
vaccineerden	=	vaccineren
vaccineert	=	vaccineren
vaccinere	=	vaccineren
vaccineren	verb	een injectie met een vaccin geven
vaccinerend	=	vaccineren
vaccinerende	=	vaccineren
vaccines	=	vaccine
vaccinia	noun	ziektetoestand na inenting
vaccinlevering	noun	het leveren van een vaccin door een vaccinproducent
vaccinleveringen	=	vaccinlevering
vaccins	=	vaccin
vaccintje	=	vaccin
vaccinvoordringer	noun	iemand die, voordat het zijn beurt is, probeert gevaccineerd te worden
vaccinvoordringers	=	vaccinvoordringer
vaceer	=	vaceren
vaceerde	=	vaceren
vaceerden	=	vaceren
vaceert	=	vaceren
vacere	=	vaceren
vaceren	verb	vakantie vieren
vacerend	=	vaceren
vacerende	=	vaceren
vacht	noun	dichte lichaamsbeharing bij dieren
vachtegel	noun	zoogdier uit het geslacht Zaglossus van mierenegels.
vachtegels	noun	Zaglossus een geslacht van mierenegels.
vachtegeltje	=	vachtegel
vachtegeltjes	=	vachtegel
vachten	=	vacht
vachtje	=	vacht
vachtjes	=	vacht
vachtroller	noun	verfroller met een vacht die geschikt is voor het schilderen van grote, gestructureerde oppervlakken zoals muren en plafonds
vachtrollers	=	vachtroller
vachtrollertje	=	vachtroller
vachtrollertjes	=	vachtroller
vachtverzorging	noun	het geheel aan handelingen om de vacht van een huisdier, zoals een hond of kat, schoon, klitvrij en in goede conditie te houden.
vachtverzorgingen	=	vachtverzorging
vachtverzorginkje	=	vachtverzorging
vachtverzorginkjes	=	vachtverzorging
vacua	=	vacuüm
vacumeer	=	vacumeren
vacumeerde	=	vacumeren
vacumeerden	=	vacumeren
vacumeert	=	vacumeren
vacumere	=	vacumeren
vacumeren	verb	luchtdicht verpakken na eerst zoveel mogelijk lucht verwijderd te hebben
vacumerend	=	vacumeren
vacumerende	=	vacumeren
vacuole	noun	een blaasje gevuld met vocht, dat omgeven is door een vacuolemembraan (tonoplast) en dat zich in het cytoplasma van een cel bevindt
vacuolen	=	vacuole
vacuüm	noun	een materievrije ruimte	adj	luchtledig
vacuümbuis	noun	buis waarin vacuüm heerst waardoor elektronen die worden uitgezonden door een thermische kathode kunnen worden gemanipuleerd
vacuümbuisje	=	vacuümbuis
vacuümbuisjes	=	vacuümbuis
vacuümbuizen	=	vacuümbuis
vacuümlamp	noun	lamp waarin een luchtledige ruimte heerst (alle gewone gloeilampen en radiobuizen)
vacuümlampen	=	vacuümlamp
vacuümlampje	=	vacuümlamp
vacuümlampjes	=	vacuümlamp
vacuümpan	noun	ketel met een verlaagde luchtdruk die men gebruikt voor het indikken van vloeistoffen
vacuümpannen	=	vacuümpan
vacuümpannetje	=	vacuümpan
vacuümpannetjes	=	vacuümpan
vacuümpje	=	vacuüm
vacuümpjes	=	vacuüm
vacuümpomp	noun	pomp die dient om de druk in een bepaalde ruimte te verminderen
vacuümpompen	=	vacuümpomp
vacuümpompje	=	vacuümpomp
vacuümpompjes	=	vacuümpomp
vacuüms	=	vacuüm
vacuümverpakking	noun	een verpakking in een luchtdicht omhulsel waarin een sterk verminderde luchtdruk heerst
vacuümverpakkingen	=	vacuümverpakking
vacuümverpakkinkje	=	vacuümverpakking
vacuümverpakkinkjes	=	vacuümverpakking
vacuümverpakt	adj	zo ingepakt zijn dat er geen lucht meer in de verpakking zit en de lucht van de omgeving ook niet meer bij de inhoud kan komen
vacuümverpakte	=	vacuümverpakt
vacuümverpakts	=	vacuümverpakt
vacuümvet	noun	vet dat gebruikt wordt om luchtbellen bij slijpstukken te vermijden en zo een hoog vacuüm te garanderen
vadem	noun	een lengtemaat van 6 voet; ongeveer de afstand tussen de toppen van de middelvingers als men de armen gespreid houdt; later bepaald op 1,8288 meter
vademde	=	vademen
vademden	=	vademen
vademe	=	vademen
vademecum	noun	klein, compact boek dat dient als een beknopte handleiding dat men mee kan nemen als zakboekje
vademecums	=	vademecum
vademen	verb	opstapelen van stukken brandhout
vademend	=	vademen
vademende	=	vademen
vadempje	=	vadem
vadempjes	=	vadem
vadems	=	vadem
vademt	=	vademen
vader	noun	een mannelijke ouder
vaderbinding	noun	de (sterke) emotionele verbondenheid of relatie tussen een kind en de vader.
vaderbindingen	=	vaderbinding
vaderbindinkje	=	vaderbinding
vaderbindinkjes	=	vaderbinding
vaderdag	noun	een dag waarop vaders extra verwend worden
vaderdagen	=	vaderdag
vaderde	=	vaderen
vaderden	=	vaderen
vaderdier	noun	het mannelijke dier dat verwekker is van nageslacht
vaderdieren	=	vaderdier
vadere	=	vaderen
vaderen	verb	zich actief als vader gedragen
vaderend	=	vaderen
vaderende	=	vaderen
vaderfiguren	=	vaderfiguur
vaderfiguur	noun	persoon die men een vaderrol toebedeelt zonder dat deze persoon het is
vaderfiguurtje	=	vaderfiguur
vaderfiguurtjes	=	vaderfiguur
vaderhart	noun	de liefde van een vader voor zijn kind; de bezorgdheid van een vader om zijn kind
vaderharten	=	vaderhart
vaderhartje	=	vaderhart
vaderhartjes	=	vaderhart
vaderhuis	noun	ouderlijke woning, huis zoals een goede vader dat achterlaat voor zijn kinderen
vaderhuizen	=	vaderhuis
vaderke	=	vader
vaderland	noun	een land of staat waar iemand geboren en opgegroeid is
vaderlanden	=	vaderland
vaderlander	noun	landgenoot die van zijn land houdt
vaderlanders	=	vaderlander
vaderlandertje	noun	een van de met zand gevulde zakjes, waarmee een beschermende wal tegen overstroming of beschieting kan worden opgebouwd
vaderlandertjes	=	vaderlander
vaderlandje	=	vaderland
vaderlandjes	=	vaderland
vaderlandlievend	adj	houden van het land wat je ziet als je vaderland
vaderlandlievende	=	vaderlandlievend
vaderlandlievender	=	vaderlandlievend
vaderlandlievendere	=	vaderlandlievend
vaderlandlievenders	=	vaderlandlievend
vaderlandlievends	=	vaderlandlievend
vaderlandlievendst	=	vaderlandlievend
vaderlandlievendste	=	vaderlandlievend
vaderlandloos	adj	zonder vaderland
vaderlandloze	=	vaderlandloos
vaderlands	adj	betrekking hebbend op, eigen aan het vaderland
vaderlandsch	=	vaderlands
vaderlandse	=	vaderlands
vaderlandsliefde	noun	een gevoel van trots voor (bepaalde aspecten van) het land van herkomst of (mocht er emigratie plaatsvinden) land waarin een persoon woonachtig is
vaderlandsliefdes	=	vaderlandsliefde
vaderlandslievend	adj	met liefde voor het land dat je ziet als je vaderland
vaderlandslievende	=	vaderlandslievend
vaderlandslievender	=	vaderlandslievend
vaderlandslievendere	=	vaderlandslievend
vaderlandslievenders	=	vaderlandslievend
vaderlandslievends	=	vaderlandslievend
vaderlandslievendst	=	vaderlandslievend
vaderlandslievendste	=	vaderlandslievend
vaderlandsloos	adj	zonder vaderland
vaderlandsloze	=	vaderlandsloos
vaderliefde	noun	liefde van een vader voor een kind
vaderliefdes	=	vaderliefde
vaderlijk	adj	betrekking hebbend op een vader
vaderlijke	=	vaderlijk
vaderlijker	=	vaderlijk
vaderlijkere	=	vaderlijk
vaderlijkers	=	vaderlijk
vaderlijkheden	=	vaderlijkheid
vaderlijkheid	noun	het de eigenschappen van een vader hebben
vaderlijks	=	vaderlijk
vaderlijkst	=	vaderlijk
vaderlijkste	=	vaderlijk
vaderloos	adj	zonder vader
vaderloost	=	vaderloos
vaderlooste	=	vaderloos
vaderloze	=	vaderloos
vaderlozer	=	vaderloos
vaderlozere	=	vaderloos
vaderlozers	=	vaderloos
vadermoord	noun	moord op iemands eigen vader
vadermoorden	=	vadermoord
vadermoordenaar	noun	iemand die zijn vader heeft dood gemaakt
vadermoordenaars	=	vadermoordenaar
vadermoordenaartje	=	vadermoordenaar
vadermoordenares	=	vadermoordenaar
vadermoorder	noun	boord met hoog uitstekende punten
vadermoorders	=	vadermoorder
vadermoordertje	=	vadermoorder
vadermoordje	=	vadermoord
vadermoordjes	=	vadermoord
vadermuilbroeder	noun	vis waarvan het mannetje de taak van het uitbroeden van de eieren in zijn bek vervult
vadermuilbroeders	=	vadermuilbroeder
vadermuilbroedertje	=	vadermuilbroeder
vadermuilbroedertjes	=	vadermuilbroeder
vaderons	noun|figurative	een korte tijd, een ogenblik
vaderonzen	=	vaderons
vaderrechtelijk	adj	volgens het patriarchaat waarbij slechts de afstamming in de mannelijke lijn rechtskrachtig zijn
vaderrechtelijke	=	vaderrechtelijk
vaderrechtelijker	=	vaderrechtelijk
vaderrechtelijkere	=	vaderrechtelijk
vaderrechtelijkers	=	vaderrechtelijk
vaderrechtelijks	=	vaderrechtelijk
vaderrechtelijkst	=	vaderrechtelijk
vaderrechtelijkste	=	vaderrechtelijk
vaderrol	noun	de taken en plichten die horen bij het vaderschap
vaderrollen	=	vaderrol
vaders	noun	van vader
vaderschap	noun	het vader zijn
vaderschapje	=	vaderschap
vaderschapjes	=	vaderschap
vaderschappen	=	vaderschap
vaderschapsactie	noun	de wettelijke erkenning van een kind door de vader
vaderschapsacties	=	vaderschapsactie
vaderschapsactietje	=	vaderschapsactie
vaderschapsactietjes	=	vaderschapsactie
vaderschapstest	noun	onderzoek van het DNA om vast te stellen of iemand de vader van een kind is
vaderschapstesten	=	vaderschapstest
vaderschapstestje	=	vaderschapstest
vaderschapstestjes	=	vaderschapstest
vaderschapstests	=	vaderschapstest
vaderschapsverlof	noun	werkverlof voor een vader in de periode rondom de geboorte van zijn kind
vaderschapsverlofje	=	vaderschapsverlof
vaderschapsverloven	=	vaderschapsverlof
vaderskant	noun	van vaderskant: van de familie van iemands vader
vaderskind	noun	kind dat vooral veel houdt van de vader
vaderskinderen	=	vaderskind
vaderskindje	=	vaderskind
vaderskindjes	=	vaderskind
vaderstad	noun	stad waar iemands vader vandaan komt, de stad waar iemand geboren is
vaderstadje	=	vaderstad
vaderstadjes	=	vaderstad
vadersteden	=	vaderstad
vaderszijde	noun	van vaderszijde: de familie van iemands vader
vadert	=	vaderen
vadertje	=	vader
vadertjelief	noun	koosnaam voor een mannelijke ouder (ook wel spottend gebruikt)
vadertjes	=	vader
vadertrots	noun	gevoel van bewondering en voldoening die een vader heeft over zijn kinderen
vaderzorg	noun	de zorg die vaders besteden aan de opvoeding, verzorging en het welzijn van hun kinderen
vadoek	noun	doek waarmee je aanrecht, gootsteen en fornuis schoonmaakt en dus niet voor het afdrogen van de vaat (dat doe je met een theedoek)
vadoeken	=	vadoek
vadoekje	=	vadoek
vadoekjes	=	vadoek
vadsig	adj	met weinig of geen fysieke energie
vadsigaard	noun	slap, flauw, traag en lui persoon
vadsigaards	=	vadsigaard
vadsige	=	vadsig
vadsiger	=	vadsig
vadsigere	=	vadsig
vadsigers	=	vadsig
vadsigheid	noun	het loom, lui, slaperig en traag zijn
vadsigs	=	vadsig
vadsigst	=	vadsig
vadsigste	=	vadsig
vae-dirham	noun	dirham van de Verenigde Arabische Emiraten met de ISO 4217-code: AED
vae-dirhams	=	vae-dirham
vaeder	=	vader
vaendel	=	vaandel
vagaal	adj	met betrekking tot de tiende hersenzenuw, de vaguszenuw
vagaals	=	vagaal
vagale	=	vagaal
vagant	noun	rondtrekkende, een avontuurlijk leven leidende student of geestelijke in de middeleeuwen
vaganten	=	vagant
vage	=	vaag
vagebond	noun	iemand die niet beschikt over een vaste woonplaats
vagebonden	=	vagebond
vagebondje	=	vagebond
vagebondjes	=	vagebond
vagelijk	adj	op een niet heel duidelijke manier
vagelijke	=	vagelijk
vagelijker	=	vagelijk
vagelijkere	=	vagelijk
vagelijkers	=	vagelijk
vagelijks	=	vagelijk
vagelijkst	=	vagelijk
vagelijkste	=	vagelijk
vagen	verb	vegen
vagend	=	vagen
vagende	=	vagen
vager	=	vaag
vagere	=	vaag
vagers	=	vaag
vagetariër	noun	iemand die bewust minder vlees eet
vagetariërs	=	vagetariër
vagevuren	=	vagevuur
vagevuur	noun	een toestand waarin de zielen van personen die gestorven zijn in vriendschap met God, zonder dat ze volledig zuiver waren, gereinigd worden, zodat ze de hemel kunnen binnengaan
vagina	noun	vrouwelijke geslachtsorgaan dat de baarmoeder met de buitenkant van het lichaam verbindt
vagina's	=	vagina
vaginaal	adj	met betrekking tot de schede van de vrouw
vaginaals	=	vaginaal
vaginaatje	=	vagina
vaginaatjes	=	vagina
vaginale	=	vaginaal
vaginisme	noun	het onvrijwillig samentrekken van de bekkenbodemspieren rondom de vagina waardoor geslachtsgemeenschap veel pijn veroorzaakt of zelfs onmogelijk is
vagolitisch	adj	alsof de werking van de tiende hersenzenuw onderbroken is
vagotenie	noun	verschuiving van het evenwicht in het zenuwstelsel
vair	noun	een pelswerk, een heraldische kleur die een regelmatige verdeling is van twee tinten
vajda	=	woiwode
vak	noun	beroep [1]
vakantie	noun	jaarlijks terugkerende periode waarin leerlingen en personen in verschillende beroepen vrijaf hebben
vakantie-eiland	noun	eiland met veel toeristische voorzieningen
vakantie-eilanden	=	vakantie-eiland
vakantie-eilandje	=	vakantie-eiland
vakantie-eilandjes	=	vakantie-eiland
vakantie-ellende	noun	rampspoed die men kan meemaken tijdens een vakantie
vakantie-ervaring	noun	een belevenis die men heeft meegemaakt tijdens een vakantie
vakantie-ervaringen	=	vakantie-ervaring
vakantie-ervarinkje	=	vakantie-ervaring
vakantie-ervarinkjes	=	vakantie-ervaring
vakantie-uitje	noun	een uitstapje dat men tijdens een vakantie maakt
vakantie-uitjes	=	vakantie-uitje
vakantie-uitkering	noun	vakantiegeld waar een werknemer recht op heeft volgens het arbeidscontract
vakantie-uitkeringen	=	vakantie-uitkering
vakantie-uittocht	noun	de periode dat veel mensen het land verlaten om op vakantie te gaan
vakantie-uittochten	=	vakantie-uittocht
vakantie-uren	=	vakantie-uur
vakantie-uur	noun	meeteenheid van de hoeveelheid betaald verlof waarop een werknemer recht heeft
vakantieaanbod	noun	de vakanties die door reisorganisaties worden aangeboden; de vakanties waaruit toeristen kunnen kiezen
vakantieaanvraag	noun	verzoek van een werknemer om op een bepaald moment vakantiedagen op te kunnen nemen
vakantieaanvragen	=	vakantieaanvraag
vakantieactiviteit	noun	activiteit die men tijdens de vakantie onderneemt
vakantieactiviteiten	=	vakantieactiviteit
vakantieadres	noun	iemands adres tijdens zijn vakantie
vakantieadresje	=	vakantieadres
vakantieadresjes	=	vakantieadres
vakantieadressen	=	vakantieadres
vakantieappartement	noun	deel van een groter gebouw dat gebruikt wordt als vakantiewoning
vakantieappartementen	=	vakantieappartement
vakantieattest	noun	afrekening van het vakantiegeld en het aantal vakantiedagen waar men nog recht op zou hebben als men als werknemer uit dienst gaat
vakantieattesten	=	vakantieattest
vakantiebaan	noun	betaalde arbeid die iemand verricht tijdens zijn (school)vakantie
vakantiebaantje	=	vakantiebaan
vakantiebaantjes	=	vakantiebaan
vakantiebanen	=	vakantiebaan
vakantiebank	noun	organisatie die gratis vakanties aanbiedt aan mensen die zich geen vakantie kunnen veroorloven
vakantiebanken	=	vakantiebank
vakantiebesteding	noun	verwijst naar de manier waarop iemand zijn of haar vrije tijd tijdens een vakantieperiode invult of doorbrengt.
vakantiebestedingen	=	vakantiebesteding
vakantiebestedinkje	=	vakantiebesteding
vakantiebestedinkjes	=	vakantiebesteding
vakantiebestemming	noun	de plaats waar de vakantie naar toegaat
vakantiebestemmingen	=	vakantiebestemming
vakantiebestemminkje	=	vakantiebestemming
vakantiebestemminkjes	=	vakantiebestemming
vakantiebeurs	noun	een beurs waar vakantiereizen worden aangeboden
vakantiebeurzen	=	vakantiebeurs
vakantieboek	noun	boek dat geschikt is om tijdens een vakantie te lezen
vakantieboeken	=	vakantieboek
vakantieboekje	=	vakantieboek
vakantieboekjes	=	vakantieboek
vakantieboer	noun	reisorganisatie die vakanties verkoopt
vakantieboerderij	noun	boerderij met logies voor toeristen
vakantieboerderijen	=	vakantieboerderij
vakantieboerderijtje	=	vakantieboerderij
vakantieboerderijtjes	=	vakantieboerderij
vakantieboeren	=	vakantieboer
vakantieboertje	=	vakantieboer
vakantieboertjes	=	vakantieboer
vakantiebon	noun	bon met een bepaalde geldwaarde die men kan besteden voor het betalen van een vakantie
vakantiebonnen	=	vakantiebon
vakantiebonnetje	=	vakantiebon
vakantiebonnetjes	=	vakantiebon
vakantiebons	=	vakantiebon
vakantiebungalow	noun	vrijstaande woning met één bouwlaag die gebruikt wordt als verblijf tijdens een vakantie
vakantiebungalows	=	vakantiebungalow
vakantiebungalowtje	=	vakantiebungalow
vakantiebungalowtjes	=	vakantiebungalow
vakantiecentra	=	vakantiecentrum
vakantiecentrum	noun	locatie waar meerdere mensen vakantie kunnen vieren
vakantiecentrums	=	vakantiecentrum
vakantiecheque	noun	tegoedbon die men kan gebruiken voor het betalen van een vakantie
vakantiecheques	=	vakantiecheque
vakantiecomplex	noun	het geheel van voorzieningen op een terrein waar mensen op vakantie kunnen gaan
vakantiecomplexen	=	vakantiecomplex
vakantieconcept	noun	idee hoe men een vakantie kan inrichten
vakantieconcepten	=	vakantieconcept
vakantieconceptje	=	vakantieconcept
vakantieconceptjes	=	vakantieconcept
vakantiecursus	noun	een cursus die tijdens de vakantie aan een onderwijsinstelling wordt gegeven aan personen die niet zijn ingeschreven als reguliere student
vakantiecursusje	=	vakantiecursus
vakantiecursusjes	=	vakantiecursus
vakantiecursussen	=	vakantiecursus
vakantiedag	noun	een dag dat je niet hoeft te werken maar waarop het loon wel wordt doorbetaald
vakantiedagen	=	vakantiedag
vakantiedagje	=	vakantiedag
vakantiedagjes	=	vakantiedag
vakantiedaten	verb	een afspraak maken om samen op vakantie te gaan om te kijken of ze een click met elkaar hebben
vakantiedatende	=	vakantiedaten
vakantiedia	noun	een projecteerbare foto die men gemaakt heeft tijdens een vakantie
vakantiedia's	=	vakantiedia
vakantiedialyse	noun	nierdialyse tijdens een vakantie
vakantiedialyses	=	vakantiedialyse
vakantiedip	noun	somber gevoel vlak na de vakantie
vakantiedipje	=	vakantiedip
vakantiedipjes	=	vakantiedip
vakantiedips	=	vakantiedip
vakantiedokter	noun	arts die actief is in een vakantieoord
vakantiedokters	=	vakantiedokter
vakantiedorp	noun	dorp waarnaar men op vakantie gaat
vakantiedorpen	=	vakantiedorp
vakantiedorpje	=	vakantiedorp
vakantiedorpjes	=	vakantiedorp
vakantiedrama	noun	noodlottige gebeurtenis tijdens een vakantie
vakantiedrama's	=	vakantiedrama
vakantiedrukte	noun	drukte die ontstaat doordat veel mensen tegelijkertijd op vakantie gaan
vakantiedruktes	=	vakantiedrukte
vakantiefile	noun	file ontstaan door vakantieverkeer
vakantiefiles	=	vakantiefile
vakantiefiletje	=	vakantiefile
vakantiefiletjes	=	vakantiefile
vakantiefilm	noun	speelfilm die gaat over een vakantie
vakantiefilmpje	=	vakantiefilm
vakantiefilmpjes	=	vakantiefilm
vakantiefilms	=	vakantiefilm
vakantiefoto	noun	foto gemaakt tijdens een vakantie
vakantiefoto's	=	vakantiefoto
vakantiefotootje	=	vakantiefoto
vakantiefotootjes	=	vakantiefoto
vakantieganger	noun	Iemand die op vakantie gaat.
vakantiegangers	=	vakantieganger
vakantiegangertje	=	vakantieganger
vakantiegangertjes	=	vakantieganger
vakantiegast	noun	persoon die ergens verblijft als toerist
vakantiegasten	=	vakantiegast
vakantiegastje	=	vakantiegast
vakantiegastjes	=	vakantiegast
vakantiegebied	noun	deel van een land of regio waar veel toeristen naar toegaan
vakantiegebieden	=	vakantiegebied
vakantiegebiedje	=	vakantiegebied
vakantiegebiedjes	=	vakantiegebied
vakantiegedrag	noun	de manier waarop men vakantie viert
vakantiegeld	noun	jaarlijkse extra uitkering van 8% van het bruto loon dat je kunt gebruiken voor je vakantie
vakantiegelden	=	vakantiegeld
vakantiegenot	noun	het plezier dat men heeft tijdens een vakantie
vakantiegevoel	noun	stemming die men heeft op een vakantie
vakantiegids	noun	gids met informatie over een toeristische bestemming
vakantiegidsen	=	vakantiegids
vakantieherinnering	noun	iets wat men onthouden heeft van de vakantie
vakantieherinneringen	=	vakantieherinnering
vakantiehotel	noun	gebouw waar toeristen kunnen overnachten
vakantiehotelletje	=	vakantiehotel
vakantiehotelletjes	=	vakantiehotel
vakantiehotels	=	vakantiehotel
vakantiehuis	noun	vakantieverblijf
vakantiehuisje	=	vakantiehuis
vakantiehuisjes	=	vakantiehuis
vakantiehuizen	=	vakantiehuis
vakantiehulp	noun	persoon die in de vakantiemaanden tijdelijk in een bedrijf of organisatie werkt
vakantiehulpen	=	vakantiehulp
vakantiehulpje	=	vakantiehulp
vakantiehulpjes	=	vakantiehulp
vakantiejob	noun	een tijdelijk baantje van een scholier of student in de (zomer)vakantie of andere vrije tijd
vakantiejobber	noun	persoon die een vakantiebaantje heeft; iemand die als vakantiekracht ergens werkt
vakantiejobbers	=	vakantiejobber
vakantiejobs	=	vakantiejob
vakantiekaart	noun	een briefkaart die men vanaf het vakantieadres stuurt naar de thuisblijvers
vakantiekaarten	=	vakantiekaart
vakantiekaartje	=	vakantiekaart
vakantiekaartjes	=	vakantiekaart
vakantiekamp	noun	een kamp waar men (met name kinderen) naar toe gaat op vakantie
vakantiekampen	=	vakantiekamp
vakantiekampje	=	vakantiekamp
vakantiekampjes	=	vakantiekamp
vakantiekiek	noun	foto die men tijdens een vakantie heeft gemaakt als aandenken
vakantiekieken	=	vakantiekiek
vakantiekiekje	=	vakantiekiek
vakantiekiekjes	=	vakantiekiek
vakantieknip	noun	kortingskaart die wordt uitgegeven door de gemeente Amsterdam voor toeristische attracties voor mensen met een laag inkomen
vakantieknipje	=	vakantieknip
vakantieknipjes	=	vakantieknip
vakantieknippen	=	vakantieknip
vakantiekolonie	noun	inrichting waar kinderen in groepsverband van een gezonde en ontspannen vakantie kunnen genieten
vakantiekolonies	=	vakantiekolonie
vakantiekoloniën	=	vakantiekolonie
vakantiekracht	noun	iemand die tijdelijk in de vakantiemaanden ergens werkt
vakantiekrachten	=	vakantiekracht
vakantiekrachtje	=	vakantiekracht
vakantiekrachtjes	=	vakantiekracht
vakantieland	noun	een staat waarnaar men op vakantie gaat
vakantielanden	=	vakantieland
vakantielandje	=	vakantieland
vakantielandjes	=	vakantieland
vakantielectuur	noun	makkelijk leesbare boeken die geschikt zijn als ontspanningslectuur tijdens de vakantie
vakantieliefde	noun	een liefdesrelatie die één vakantie duurt; een liefdesrelatie die tijdens de vakantie ontstaat
vakantieliefdes	=	vakantieliefde
vakantiemaand	noun	maand dat veel mensen vakantie hebben
vakantiemaanden	=	vakantiemaand
vakantiemaandje	=	vakantiemaand
vakantiemaandjes	=	vakantiemaand
vakantieman	noun	man die een programma over vakanties maakt
vakantiemannen	=	vakantieman
vakantiemarkt	noun	vraag en aanbod met betrekking tot vakanties
vakantiemarkten	=	vakantiemarkt
vakantiemarktje	=	vakantiemarkt
vakantiemarktjes	=	vakantiemarkt
vakantiemogelijkheden	=	vakantiemogelijkheid
vakantiemogelijkheid	noun	het op vakantie kunnen gaan
vakantienieuws	noun	actualiteiten die relevant zijn voor vakantievierders
vakantieoord	noun	een verblijf waar men vakantie kan houden
vakantieoorden	=	vakantieoord
vakantieoordje	=	vakantieoord
vakantieoordjes	=	vakantieoord
vakantieopvang	noun	kinderopvang tijdens de schoolvakanties
vakantieopvangen	=	vakantieopvang
vakantieoudere	noun	senior die op vakantie gaat
vakantieouderen	=	vakantieoudere
vakantieoverzicht	noun	lijst met alle vakanties
vakantieoverzichten	=	vakantieoverzicht
vakantieoverzichtje	=	vakantieoverzicht
vakantieoverzichtjes	=	vakantieoverzicht
vakantieparadijs	noun	een plaats waar je heel prettig vakantie kunt vieren
vakantieparadijsje	=	vakantieparadijs
vakantieparadijsjes	=	vakantieparadijs
vakantieparadijzen	=	vakantieparadijs
vakantiepark	noun	een park met vakantiehuizen die verhuurd worden aan vakantiegangers en toeristen
vakantieparken	=	vakantiepark
vakantieparkje	=	vakantiepark
vakantieparkjes	=	vakantiepark
vakantiepas	noun	pinpas met computerchip die over de hele wereld te gebruiken is
vakantiepasje	=	vakantiepas
vakantiepasjes	=	vakantiepas
vakantiepassen	=	vakantiepas
vakantiepatronen	=	vakantiepatroon
vakantiepatroon	noun	de regelmaat of de manier waarop een persoon of een groep personen op vakantie pleegt te gaan en omvat de frequentie, bestemming en het type vakantie
vakantiepatroontje	=	vakantiepatroon
vakantiepatroontjes	=	vakantiepatroon
vakantieperiode	noun	deel van het jaar dat veel mensen vakantie hebben
vakantieperioden	=	vakantieperiode
vakantieperiodes	=	vakantieperiode
vakantieplaats	noun	geschikte plaats om de vakantie door te brengen
vakantieplaatsen	=	vakantieplaats
vakantieplaatsje	=	vakantieplaats
vakantieplaatsjes	=	vakantieplaats
vakantieplan	noun	wat je hebt voorgenomen om de gaan doen op vakantie
vakantieplannen	=	vakantieplan
vakantieplannetje	=	vakantieplan
vakantieplannetjes	=	vakantieplan
vakantieplanning	noun	het schema waarin staat wie wanneer op vakantie kan gaan
vakantieplanningen	=	vakantieplanning
vakantiepraatje	noun	babbeltje dat vakantiegangers met elkaar maken
vakantiepraatjes	=	vakantiepraatje
vakantiepret	noun	het plezier dat men tijdens een vakantie heeft
vakantiepretje	=	vakantiepret
vakantiepretjes	=	vakantiepret
vakantieregeling	noun	regeling die bepaalt hoeveel vakantie een werknemer kan opnemen
vakantieregelingen	=	vakantieregeling
vakantieregelingetje	=	vakantieregeling
vakantieregelingetjes	=	vakantieregeling
vakantiereis	noun	een reis die men maakt om op de vakantiebestemming te komen
vakantiereisbureau	noun	reisbureau dat vakantiereizen aanbiedt
vakantiereisbureaus	=	vakantiereisbureau
vakantiereisje	=	vakantiereis
vakantiereisjes	=	vakantiereis
vakantiereizen	=	vakantiereis
vakantieresort	noun	luxe vakantieoord; plaats waar men een luxe vakantie kan vieren
vakantieresorts	=	vakantieresort
vakantierooster	noun	schema waarin staat wie wanneer op vakantie gaat
vakantieroosters	=	vakantierooster
vakanties	=	vakantie
vakantiescheepje	=	vakantieschip
vakantiescheepjes	=	vakantieschip
vakantieschepen	=	vakantieschip
vakantieschip	noun	schip waarmee men een vakantiereis kan maken
vakantiescholen	=	vakantieschool
vakantieschool	noun	school waarin tijdens de vakantie cursussen worden gegeven
vakantieschooltje	=	vakantieschool
vakantieschooltjes	=	vakantieschool
vakantieseizoen	noun	periode van het jaar dat veel mensen op vakantie gaan
vakantieseizoenen	=	vakantieseizoen
vakantieseizoentje	=	vakantieseizoen
vakantieseizoentjes	=	vakantieseizoen
vakantiesfeer	noun	de ontspannen, feestelijke stemming die past bij het vieren van een vakantie
vakantiesfeertje	=	vakantiesfeer
vakantiesfeertjes	=	vakantiesfeer
vakantiesferen	=	vakantiesfeer
vakantiespreiding	noun	het op verschillende momenten schoolvakantie hebben in verschillende delen van het land, zodat niet iedereen op het zelfde moment op vakantie gaat
vakantiespreidingen	=	vakantiespreiding
vakantiespreidinkje	=	vakantiespreiding
vakantiespreidinkjes	=	vakantiespreiding
vakantiestad	noun	een stad waarnaar men op vakantie gaat
vakantiestadje	=	vakantiestad
vakantiestadjes	=	vakantiestad
vakantiesteden	=	vakantiestad
vakantiestemming	noun	vrolijke, uitgelaten, ontspannen emotionele toestand die hoort bij het vieren van vakantie
vakantiestemmingen	=	vakantiestemming
vakantiestress	noun	de spanning die ontstaat door het vieren van een vakantie
vakantiestromen	=	vakantiestroom
vakantiestroom	noun	stroom van mensen en voertuigen die op vakantie gaan of daarvan terugkeren
vakantiestroompje	=	vakantiestroom
vakantiestroompjes	=	vakantiestroom
vakantietijd	noun	periode van het jaar dat men gewoonlijk vrij heeft en op vakantie kan gaan
vakantietijden	=	vakantietijd
vakantietje	=	vakantie
vakantietjes	=	vakantie
vakantietoelage	noun	extra geld dat men krijgt om op vakantie te kunnen gaan
vakantietoelagen	=	vakantietoelage
vakantietoelages	=	vakantietoelage
vakantietoeslag	noun	een jaarlijkse extra toelage van 8% op het loon dat gebruikt kan worden voor het betalen van de vakantie
vakantietoeslagen	=	vakantietoeslag
vakantietrip	noun	uitstapje in de vakantie
vakantietripje	=	vakantietrip
vakantietripjes	=	vakantietrip
vakantietrips	=	vakantietrip
vakantieveiling	noun	het per opbod verkopen van vakantiereizen en andere toegangsbewijzen
vakantieveilingen	=	vakantieveiling
vakantieverblijf	noun	locatie waar toeristen tijdens hun vakantie kunnen overnachten
vakantieverblijfje	=	vakantieverblijf
vakantieverblijfjes	=	vakantieverblijf
vakantieverblijven	=	vakantieverblijf
vakantieverhaal	noun	verhaal dat handelt over vakantiebelevenissen
vakantieverhaaltje	=	vakantieverhaal
vakantieverhaaltjes	=	vakantieverhaal
vakantieverhalen	=	vakantieverhaal
vakantieverkeer	noun	alle voertuigen die rijden om mensen van en naar hun vakantieadres te brengen
vakantievierder	noun	persoon die op vakantie is
vakantievierders	=	vakantievierder
vakantievilla	noun	ruime en luxe vakantiewoning
vakantievilla's	=	vakantievilla
vakantievillaatje	=	vakantievilla
vakantievillaatjes	=	vakantievilla
vakantievisa	=	vakantievisum
vakantievisum	noun	toestemming om als toerist tijdelijk in een land te verblijven
vakantievisums	=	vakantievisum
vakantievlucht	noun	vliegreis in het kader van een vakantie
vakantievluchten	=	vakantievlucht
vakantievluchtje	=	vakantievlucht
vakantievluchtjes	=	vakantievlucht
vakantievriend	noun	iemand waarmee men op een vakantie vriendschap sluit
vakantievrienden	=	vakantievriend
vakantievriendje	=	vakantievriend
vakantievriendjes	=	vakantievriend
vakantieweek	noun	week dat men vakantie heeft
vakantieweekje	=	vakantieweek
vakantieweekjes	=	vakantieweek
vakantieweken	=	vakantieweek
vakantiewerk	noun	werk wat scholieren of studenten doen tijdens de vakantie
vakantiewerker	noun	iemand die vakantiewerk doet
vakantiewerkers	=	vakantiewerker
vakantiewerkertje	=	vakantiewerker
vakantiewerkertjes	=	vakantiewerker
vakantiewoning	noun	huisje of andere woning waar mensen in een periode dat ze niet hoeven te werken verblijven om zich te ontspannen
vakantiewoningen	=	vakantiewoning
vakantiewoninkje	=	vakantiewoning
vakantiewoninkjes	=	vakantiewoning
vakantiezegel	noun	een vorm van loonbetaling van een werkgever aan een werknemer die middels een derde partij wordt verzorgd
vakantiezegels	=	vakantiezegel
vakantiën	=	vakantie
vakbekwaam	adj	in staat zijn een beroep op een goede manier uit te voeren omdat men voldoende scholing en ervaring heeft opgedaan
vakbekwaamheden	=	vakbekwaamheid
vakbekwaamheid	noun	de kennis en kunde die iemand heeft om een beroep of taak te kunnen uitoefenen
vakbekwaams	=	vakbekwaam
vakbekwaamst	=	vakbekwaam
vakbekwaamste	=	vakbekwaam
vakbekwame	=	vakbekwaam
vakbekwamer	=	vakbekwaam
vakbekwamere	=	vakbekwaam
vakbekwamers	=	vakbekwaam
vakbeurs	noun	evenement waar een groot aantal producenten uit een bepaalde bedrijfstak hun producten aan belangstellenden laten zien
vakbeurzen	=	vakbeurs
vakbeweging	noun	het geheel aan vakverenigingen
vakbewegingen	=	vakbeweging
vakbeweginkje	=	vakbeweging
vakbeweginkjes	=	vakbeweging
vakbibliotheek	noun	bibliotheek die alleen werken bevat over of van belang is voor specifieke beroepen of vakken
vakbibliotheken	=	vakbibliotheek
vakblaadje	=	vakblad
vakblaadjes	=	vakblad
vakblad	noun	een tijdschrift dat gewijd is aan een bepaald vak, een beroep
vakbladen	=	vakblad
vakboek	noun	studieboek waarin een bepaald vak wordt uitgelegd
vakboeken	=	vakboek
vakboekje	=	vakboek
vakboekjes	=	vakboek
vakbond	noun	vakvereniging van werknemers, meestal uit dezelfde vaksector, die de belangen van het vak en haar leden wil behartigen
vakbonden	=	vakbond
vakbondje	=	vakbond
vakbondjes	=	vakbond
vakbondsactie	noun	campagne van een werknemersorganisatie, vooral gebruikt als (ook) andere activiteiten dan stakingen worden bedoeld
vakbondsacties	=	vakbondsactie
vakbondsactiviteit	noun	werkzaamheden van een vakbond
vakbondsactiviteiten	=	vakbondsactiviteit
vakbondsafvaardiging	noun	groep werknemers binnen een onderneming die door hun collega's en vakbonden is aangesteld om de belangen van het personeel te vertegenwoordigen en te verdedigen
vakbondsafvaardigingen	=	vakbondsafvaardiging
vakbondsafvaardigingetje	=	vakbondsafvaardiging
vakbondsafvaardigingetjes	=	vakbondsafvaardiging
vakbondsbestuurder	noun	bestuurder van een vakbond
vakbondsbestuurders	=	vakbondsbestuurder
vakbondsbestuurdertje	=	vakbondsbestuurder
vakbondsbestuurdertjes	=	vakbondsbestuurder
vakbondsbestuurster	noun	vrouwelijke vorm van vakbondsbestuurder
vakbondsbestuursters	=	vakbondsbestuurster
vakbondsbestuurstertje	=	vakbondsbestuurster
vakbondsbestuurstertjes	=	vakbondsbestuurster
vakbondsbetoging	noun	een openbare manifestatie of demonstratie georganiseerd door werknemersorganisaties, waarbij grote groepen mensen samenkomen om publiekelijk hun ongenoegen of steun te uiten.
vakbondsbetogingen	=	vakbondsbetoging
vakbondsbetoginkje	=	vakbondsbetoging
vakbondsbetoginkjes	=	vakbondsbetoging
vakbondscentrale	noun	vereniging van vakbonden
vakbondscentrales	=	vakbondscentrale
vakbondsfront	noun	verbond van verschillende vakbonden bij bepaalde acties
vakbondsfronten	=	vakbondsfront
vakbondsleden	=	vakbondslid
vakbondsleider	noun	bestuurder van een vakbond
vakbondsleiders	=	vakbondsleider
vakbondsleiding	noun	bestuurder, voorzitter of een vooraanstaand vertegenwoordiger van een vakbond die de belangen van werknemers behartigt.
vakbondsleidingen	=	vakbondsleiding
vakbondsleidinkje	=	vakbondsleiding
vakbondsleidinkjes	=	vakbondsleiding
vakbondslid	noun	iemand die lid is van de vakbond
vakbondslidje	=	vakbondslid
vakbondslidjes	=	vakbondslid
vakbondslieden	=	vakbondsman
vakbondslui	=	vakbondsman
vakbondsman	noun	iemand die actief is in de vakbeweging
vakbondsmannen	=	vakbondsman
vakbondsmannetje	=	vakbondsman
vakbondsmannetjes	=	vakbondsman
vakbondsorganisatie	noun	verbond van mensen die in loondienst werken
vakbondsorganisaties	=	vakbondsorganisatie
vakbondsvrouw	noun	vrouw die in dienst is van de vakbond
vakbondsvrouwen	=	vakbondsvrouw
vakcentrale	noun	landelijke vereniging van vakbonden
vakcentrales	=	vakcentrale
vakdepartement	noun	een departement van de overheid die zich met een bepaald vakgebied bezig houdt
vakdepartementen	=	vakdepartement
vakdidactiek	noun	methodische kennis en vaardigheid om mensen iets op een specifiek gebied te leren
vakdidactieken	=	vakdidactiek
vakdiploma	noun	bewijs dat men met goed gevolg een vakopleiding heeft voltooid; bewijs van vakdeskundigheid
vakdiploma's	=	vakdiploma
vakdocent	noun	iemand die slechts één vak onderwijst
vakdocenten	=	vakdocent
vake	=	vaak
vaker	=	vaak
vakere	=	vaak
vakerig	adj	slaperig
vakerige	=	vakerig
vakeriger	=	vakerig
vakerigere	=	vakerig
vakerigers	=	vakerig
vakerigs	=	vakerig
vakerigst	=	vakerig
vakerigste	=	vakerig
vakers	=	vaak
vakfederatie	noun	samenwerkingsverband of vereniging van vakbonden
vakfederaties	=	vakfederatie
vakgebied	noun	een bepaald geheel van kennis, vaardigheid en ervaring dat een rol op professioneel peil mogelijk maakt
vakgebieden	=	vakgebied
vakgebiedje	=	vakgebied
vakgebiedjes	=	vakgebied
vakgenoot	noun	iemand die hetzelfde beroep uitoefent
vakgenote	noun	vrouw die hetzelfde vak uitoefent
vakgenoten	=	vakgenoot
vakgenotes	=	vakgenote
vakgericht	adj	uitsluitend gericht op een bepaald vak of bepaalde wetenschapsdiscipline
vakgerichte	=	vakgericht
vakgerichter	=	vakgericht
vakgerichtere	=	vakgericht
vakgerichters	=	vakgericht
vakgerichts	=	vakgericht
vakgerichtst	=	vakgericht
vakgerichtste	=	vakgericht
vakgroep	noun	coherente verzameling kennisgebieden die vallen onder één hoogleraar
vakgroepen	=	vakgroep
vakidioot	noun	iemand heel goed is in zijn eigen kleine specialisme, dat vakgebied overdreven belangrijk vindt en geen belangstelling heeft in zaken die buiten zijn vak liggen
vakidiootje	=	vakidioot
vakidioten	=	vakidioot
vakinhoudelijk	adj	betreffende de kennis en de vaardigheden van een bepaald vakgebied
vakinhoudelijke	=	vakinhoudelijk
vakinhoudelijker	=	vakinhoudelijk
vakinhoudelijkere	=	vakinhoudelijk
vakinhoudelijkers	=	vakinhoudelijk
vakinhoudelijks	=	vakinhoudelijk
vakinhoudelijkst	=	vakinhoudelijk
vakinhoudelijkste	=	vakinhoudelijk
vakjargon	noun	woorden en uitdrukkingen die alleen binnen één bepaald vakgebied worden gebruikt
vakjargons	=	vakjargon
vakje	=	vak
vakjes	=	vak
vakjury	noun	een groep deskundige vakgenoten die bepaalt wie de winnaar is van een wedstrijd
vakjury's	=	vakjury
vakken	=	vak
vakkengevuld	=	vakkenvullen
vakkennis	noun	de specifieke kennis die men nodig heeft voor het uitoefenen van een beroep
vakkenpakket	noun	de verzameling van vakken die een Nederlandse leerling in het voortgezet onderwijs in een bepaalde richting in een bepaald leerjaar heeft
vakkenpakketten	=	vakkenpakket
vakkenvul	=	vakkenvullen
vakkenvulde	=	vakkenvullen
vakkenvulden	=	vakkenvullen
vakkenvullen	verb	de schappen van een supermarkt vullen met nieuwe koopwaar
vakkenvullend	=	vakkenvullen
vakkenvullende	=	vakkenvullen
vakkenvuller	noun	winkelbediende voor het aanvullen van de schappen
vakkenvullers	=	vakkenvuller
vakkenvullertje	=	vakkenvuller
vakkenvult	=	vakkenvullen
vakkleding	noun	specifieke kleding die wordt gedragen tijdens de uitoefening van een beroep.
vakkracht	noun	iemand die speciale vaardigheden heeft die nodig zijn voor het uitoefenen van een beroep
vakkrachten	=	vakkracht
vakkring	noun	groep van professionals een bepaald vak, ambacht of professie uitoefenen
vakkringen	=	vakkring
vakkundig	adj	met veel vakmanschap, blijk gevend van veel vakmanschap
vakkundige	=	vakkundig
vakkundiger	=	vakkundig
vakkundigere	=	vakkundig
vakkundigers	=	vakkundig
vakkundigheden	=	vakkundigheid
vakkundigheid	noun	de mate waarin iemand bekwaam is in het uitoefenen van een beroep
vakkundigs	=	vakkundig
vakkundigst	=	vakkundig
vakkundigste	=	vakkundig
vakleraar	noun	iemand die slechts één vak (of een beperkt aantal vakken) onderwijst
vakleraars	=	vakleraar
vakleraren	=	vakleraar
vaklieden	=	vakman
vakliteratuur	noun	tijdschriften en boeken die betrekking hebben op de inhoud van een beroep
vaklokaal	noun	een klaslokaal met speciale voorzieningen die het geschikt maken voor lesgeven in een bepaald vak
vaklokalen	=	vaklokaal
vaklui	=	vakman
vakman	noun	man die zijn vak of professie verstaat
vakmannen	=	vakman
vakmannetje	=	vakman
vakmannetjes	=	vakman
vakmanschap	noun	vaardigheid in een beroep of handel, de vaardigheid om hoog kwalitatief werk af te leveren
vakmanschapje	=	vakmanschap
vakmanschappen	=	vakmanschap
vakmatig	adj	vanuit een professioneel, beroepsmatig standpunt
vakmatige	=	vakmatig
vakmatiger	=	vakmatig
vakmatigere	=	vakmatig
vakmatigers	=	vakmatig
vakmatigs	=	vakmatig
vakmatigst	=	vakmatig
vakmatigste	=	vakmatig
vakmens	noun	iemand die een beroep heeft geleerd; iemand die een vak beheerst
vakmensen	=	vakman
vakmensje	=	vakmens
vakmensjes	=	vakmens
vakminister	noun	lid van een regering dat zich bezighoudt met en specifiek, op zichzelf staand beleidsterrein
vakministers	=	vakminister
vakministertje	=	vakminister
vakministertjes	=	vakminister
vakonderwijs	noun	onderwijs in een ambacht of beroep
vakonderwijzer	noun	iemand die slechts één vak (of een beperkt aantal vakken) onderwijst, vakleraar, vakdocent
vakonderwijzers	=	vakonderwijzer
vakopleiding	noun	een praktische (school)opleiding waarin de student leert hoe zijn vak uit te oefenen
vakopleidingen	=	vakopleiding
vakopleidinkje	=	vakopleiding
vakopleidinkjes	=	vakopleiding
vakorganisatie	noun	vakbond
vakorganisaties	=	vakorganisatie
vakoverschrijdend	adj	van leerstof, vaardigheden of thema's die worden behandeld door de grenzen van schoolvakken te overstijgen, vaak door ze te combineren in projecten
vakoverschrijdende	=	vakoverschrijdend
vakoverschrijdender	=	vakoverschrijdend
vakoverschrijdendere	=	vakoverschrijdend
vakoverschrijdenders	=	vakoverschrijdend
vakoverschrijdends	=	vakoverschrijdend
vakoverschrijdendst	=	vakoverschrijdend
vakoverschrijdendste	=	vakoverschrijdend
vakoverstijgend	adj	van onderwijs dat meerdere schoolvakken combineert rondom één thema, project of probleem, waardoor traditionele vakgrenzen vervagen
vakoverstijgende	=	vakoverstijgend
vakoverstijgender	=	vakoverstijgend
vakoverstijgendere	=	vakoverstijgend
vakoverstijgenders	=	vakoverstijgend
vakoverstijgends	=	vakoverstijgend
vakoverstijgendst	=	vakoverstijgend
vakoverstijgendste	=	vakoverstijgend
vakpers	noun	de journalistiek die een bepaald bedrijf of bedrijfstak tot onderwerp heeft
vakscholen	=	vakschool
vakscholing	noun	scholing voor een bepaald vak
vakscholingen	=	vakscholing
vakscholinkje	=	vakscholing
vakscholinkjes	=	vakscholing
vakschool	noun	school waar men voor een bepaald vak wordt opgeleid
vakschooltje	=	vakschool
vakschooltjes	=	vakschool
vakspecialist	noun	specialist in een vak
vakspecialisten	=	vakspecialist
vaktaal	noun	terminologie die binnen een bepaald beroep gebruikt wordt
vaktaaltje	=	vaktaal
vaktaaltjes	=	vaktaal
vaktalen	=	vaktaal
vaktechnisch	adj	betrekking hebbend op de techniek of de methoden van een bepaald vak of beroep
vaktechnische	=	vaktechnisch
vaktechnischer	=	vaktechnisch
vaktechnischere	=	vaktechnisch
vaktechnischers	=	vaktechnisch
vakterm	noun	term, behorend bij een bepaald vakgebied of beroep
vaktermen	=	vakterm
vaktermpje	=	vakterm
vaktest	noun	een proeve van bekwaamheid betreffende een beroep
vaktesten	=	vaktest
vaktestje	=	vaktest
vaktestjes	=	vaktest
vaktheorie	noun	theorie die men voor een bepaald vak nodig heeft
vaktheorietje	=	vaktheorie
vaktheorietjes	=	vaktheorie
vaktheorieën	=	vaktheorie
vaktherapie	noun	psychosociale hulp waarbij niet praten maar doen centraal staat
vaktijdschrift	noun	een tijdschrift dat gewijd is aan een bepaald vak, een beroep
vaktijdschriften	=	vaktijdschrift
vakverbond	noun	overkoepelende organisatie van afzonderlijke vakbonden
vakverbonden	=	vakverbond
vakvereniging	noun	vakbond
vakverenigingen	=	vakvereniging
vakverenigingetje	=	vakvereniging
vakverenigingetjes	=	vakvereniging
vakvrouw	noun	een vrouw die een vak beheerst en ook beoefent
vakvrouwen	=	vakvrouw
vakvrouwtje	=	vakvrouw
vakvrouwtjes	=	vakvrouw
vakwerk	noun	heel goed werk van een vakman
vakwerken	=	vakwerk
vakwerkhuis	noun	woning gemaakt met een skelet van houten balken waarbij de tussenruimten zijn opgevuld met stenen of oorspronkelijk een vlechtwerk van tenen van wilg, eik, vuilboom of hazelaar bestreken met een mengsel van stro en leem
vakwerkhuisje	=	vakwerkhuis
vakwerkhuisjes	=	vakwerkhuis
vakwerkhuizen	=	vakwerkhuis
vakwerkje	=	vakwerk
vakwerkjes	=	vakwerk
vakwetenschap	noun	is de verkorting van vakspecialistische wetenschap of specialistische wetenschap ofwel bestaand wetenschappelijk of academisch vakgebied
vakwetenschappelijk	adj	betrekking hebbend op een gespecialiseerd academisch gebied (zoals natuurkunde, geschiedenis, of economie) dat wordt bestudeerd, onderwezen en bedreven door een gemeenschap van experts
vakwetenschappelijke	=	vakwetenschappelijk
vakwetenschappelijker	=	vakwetenschappelijk
vakwetenschappelijkere	=	vakwetenschappelijk
vakwetenschappelijkers	=	vakwetenschappelijk
vakwetenschappelijks	=	vakwetenschappelijk
vakwetenschappelijkst	=	vakwetenschappelijk
vakwetenschappelijkste	=	vakwetenschappelijk
vakwetenschappen	=	vakwetenschap
vakwoordenboek	noun	woordenboek van vaktermen
vakwoordenboeken	=	vakwoordenboek
vakwoordenboekje	=	vakwoordenboek
vakwoordenboekjes	=	vakwoordenboek
val	noun	algemeen: het omlaag gaan, de daling
valabel	adj	voldoen aan objectieve criteria
valabele	=	valabel
valabeler	=	valabel
valabelere	=	valabel
valabelers	=	valabel
valabels	=	valabel
valabelst	=	valabel
valabelste	=	valabel
valaisbosspitsmuis	noun	Sorex antinorii insecteneter uit de familie der spitsmuizen (Soricidae).
valaisbosspitsmuisje	=	valaisbosspitsmuis
valaisbosspitsmuisjes	=	valaisbosspitsmuis
valaisbosspitsmuizen	=	valaisbosspitsmuis
valavond	noun	het begin van de avond, gekenmerkt door schemer
valavonden	=	valavond
valavondje	=	valavond
valavondjes	=	valavond
valbeweging	noun	de natuurkundige term voor de beweging van een voorwerp dat door de zwaartekracht naar beneden wordt getrokken.
valbewegingen	=	valbeweging
valbeweginkje	=	valbeweging
valbeweginkjes	=	valbeweging
valbijl	noun	toestel waarmee mensen worden onthoofd d.m.v. een bijl die omlaag valt
valbijlen	=	valbijl
valbijltje	=	valbijl
valbijltjes	=	valbijl
valblok	noun	blok waar een lijn doorheen loopt
valblokken	=	valblok
valboete	noun	extra kosten voor mensen in een zorginstelling die na het vallen vaak van de noodknop gebruik maken
valboetes	=	valboete
valbrug	noun	een beweegbare brug waarbij deze om de y-as roterend naar beneden gelaten wordt of wordt opgehaald
valbruggen	=	valbrug
valbruggetje	=	valbrug
valbruggetjes	=	valbrug
valbrugje	=	valbrug
valbrugjes	=	valbrug
valdeur	noun	deur van een kooi die naar beneden valt als een dier naar binnen gaat
valdeuren	=	valdeur
valdeurspinnen	noun	een familie Ctenizidae van spinnen.
valdeurtje	=	valdeur
valdeurtjes	=	valdeur
vale	=	vaal
valenciaanstalig	adj	de Valenciaanse taal sprekend
valenciaanstalige	=	valenciaanstalig
valenciaanstaligs	=	valenciaanstalig
valent	adj	valide
valente	=	valent
valentie	noun	het aantal elementaire ladingen van een ion, ladingsnummer
valentie-elektron	noun	het buitenelektron in een atoom dat de valentie bepaalt
valentie-elektronen	=	valentie-elektron
valentieband	noun	de hoogste band onder het Fermi-niveau
valentiebanden	=	valentieband
valentiebindingstheorie	noun	theorie die de aard van een chemische binding in een molecuul in termen van valenties verklaart
valentiebindingstheorietje	=	valentiebindingstheorie
valentiebindingstheorietjes	=	valentiebindingstheorie
valentiebindingstheorieën	=	valentiebindingstheorie
valentiegetal	noun	getal waardoor de valentie van het atoom van een bepaald element wordt uitgedrukt
valentiegetallen	=	valentiegetal
valentiegetalletje	=	valentiegetal
valentiegetalletjes	=	valentiegetal
valenties	=	valentie
valentijn	noun	een persoon die op St.
valentijnen	=	valentijn
valentijnsactie	noun	actie die tijdens Valentijnsdag (14 februari) wordt ondernomen, meestal gericht op het vieren van liefde en genegenheid.
valentijnsacties	=	valentijnsactie
valentijnsactietje	=	valentijnsactie
valentijnsactietjes	=	valentijnsactie
valentijnsdag	noun	14 februari, de dag van de verliefden.
valentijnsdagen	=	valentijnsdag
valentijntje	=	valentijn
valentijntjes	=	valentijn
valentinikogelvis	noun	Canthigaster valentini een kogelvis die wordt aangetroffen in riffen in de Grote Oceaan en Indische Oceaan.
valentinikogelvisje	=	valentinikogelvis
valentinikogelvisjes	=	valentinikogelvis
valentinikogelvissen	=	valentinikogelvis
valents	=	valent
valer	=	vaal
valere	=	vaal
valeriaan	noun	bepaald soort bloeiende plant Valeriana officinalis, die voorkomt in delen van Eurazië met een gematigd klimaat
valeriaanbodemwants	noun	Acompus rufipes een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae, uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
valeriaanbodemwantsen	=	valeriaanbodemwants
valeriaanbodemwantsje	=	valeriaanbodemwants
valeriaanbodemwantsjes	=	valeriaanbodemwants
valeriaandwergspanner	noun	Eupithecia valerianata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
valeriaandwergspanners	=	valeriaandwergspanner
valeriaandwergspannertje	=	valeriaandwergspanner
valeriaandwergspannertjes	=	valeriaandwergspanner
valeriaanfamilie	noun	een familie Valerianaceae van tweezaadlobbige planten.
valeriaanfamilies	=	valeriaanfamilie
valeriaanfamilietje	=	valeriaanfamilie
valeriaanfamilietjes	=	valeriaanfamilie
valeriaangalmug	noun	Contarinia valerianae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
valeriaangalmuggen	=	valeriaangalmug
valeriaangalmugje	=	valeriaangalmug
valeriaangalmugjes	=	valeriaangalmug
valeriaanzuur	noun	een verzadigd carbonzuur met de formule CH₃(CH₂)₃COOH
valeriaat	noun	een ester of zout afgeleid van valeriaanzuur
valerianen	=	valeriaan
valeriaten	=	valeriaat
valers	=	vaal
valg	=	valgen
valgde	=	valgen
valgden	=	valgen
valge	=	valgen
valgen	verb	ondiep omploegen
valgend	=	valgen
valgende	=	valgen
valgt	=	valgen
valhek	noun	een hek dat sluit en gopend door een verticale beweging te maken
valhekje	=	valhek
valhekjes	=	valhek
valhekken	=	valhek
valhelm	noun	hoofddeksel dat het hoofd beschermt bij een val
valhelmen	=	valhelm
valhelmpje	=	valhelm
valhelmpjes	=	valhelm
valhoed	noun	een stevige hoed die het hoofd (van kleine kinderen) beschermt
valhoeden	=	valhoed
valhoedje	=	valhoed
valhoedjes	=	valhoed
valhoek	noun	hoek die een invallend projectiel maakt met het terrein
valhoeken	=	valhoek
valhoogte	noun	de afstand die een vallend voorwerp verticaal aflegt
valhoogten	=	valhoogte
valhoogtes	=	valhoogte
validatie	noun	het valideren (geldig verklaren)
validaties	=	validatie
validator	noun	iets of iemand die controleert of iets ook echt waar is; iets of iemand die de waarde van iets bepaalt
validatoren	=	validator
validators	=	validator
valide	adj	in staat tot werken en normaal functioneren
valideer	=	valideren
valideerde	=	valideren
valideerden	=	valideren
valideert	=	valideren
valider	=	valide
validere	=	valide
valideren	verb	geldend maken, geldig verklaren
validerend	=	valideren
validerende	=	valideren
validers	=	valide
valides	=	valide
validiteit	noun	geldigheid
validiteiten	=	validiteit
valiedst	=	valide
valiedste	=	valide
valies	noun|obsolete	een koffer
valiesje	=	valies
valiesjes	=	valies
valiezen	=	valies
valig	adj	bleek verkleurd
valige	=	valig
valiger	=	valig
valigere	=	valig
valigers	=	valig
valigs	=	valig
valigst	=	valig
valigste	=	valig
valine	noun	een proteïnogeen aminozuur
valium	noun	een kalmerend middel, 7-chloro-1,3-dihydro-1-methyl-5-fenyl-1,4-benzodiazepin-2(3H)-on
valiumpje	=	valium
valiumpjes	=	valium
valiums	=	valium
valk	noun	benaming voor roofvogels uit het geslacht Falco, met lange spitse vleugels en een omlaag gebogen haakvormige snavel
valkachtigen	noun	orde Falconiformes met één familie Falconidae van roofvogels
valken	=	valk
valkenhorst	noun	nest van een valk
valkenhorsten	=	valkenhorst
valkenhorstje	=	valkenhorst
valkenhorstjes	=	valkenhorst
valkenier	noun	iemand die de valkerij beoefent
valkeniers	=	valkenier
valkeniershandschoen	noun	dikke leren handschoen gebruikt door valkeniers om in staat te zijn hun vogel op de hand te laten landen
valkeniershandschoenen	=	valkeniershandschoen
valkeniertje	=	valkenier
valkenjacht	noun	het jagen met behulp van een getrainde valk
valkenjachten	=	valkenjacht
valkenkap	noun	een kap die de valkenier over de kop van de valk doet als de valk niet wordt opgelaten
valkenkapje	=	valkenkap
valkenkapjes	=	valkenkap
valkenkappen	=	valkenkap
valkenklasse	noun	een door het Watersportverbond gereguleerd type open zeilboot waar wedstrijden mee gehouden worden
valkenkop	noun	de kop van een valk
valkenkopje	=	valkenkop
valkenkopjes	=	valkenkop
valkenkoppen	=	valkenkop
valkenogen	=	valkenoog
valkenoog	noun	de scherpe ogen van een valk
valkerij	noun	de kunst van het africhten van en jagen met roofvogels
valkerijen	=	valkerij
valkhof	noun	plaats waar men valken africht voor de jacht
valkhoven	=	valkhof
valkje	=	valk
valkjes	=	valk
valkklasse	noun	een door het Watersportverbond gereguleerd type open zeilboot waar wedstrijden mee gehouden worden
valklep	noun	een naar beneden vallende klep in diverse apparaten
valklepje	=	valklep
valklepjes	=	valklep
valkleppen	=	valklep
valknut	noun	symbool dat uit drie ineengestrengelde driehoeken bestaat
valknuten	=	valknut
valkparkiet	noun	Nymphicus hollandicus, een vogel behorend tot de kaketoes uit Australië
valkparkieten	=	valkparkiet
valkparkietje	=	valkparkiet
valkparkietjes	=	valkparkiet
valkruid	noun	bepaald soort vaste plant, Arnica montana, uit de composietenfamilie (Asteraceae); komt van nature voor in de Alpen, Pyreneeën en in het oosten tot de Balkan en in het noorden tot Zuid-Scandinavië
valkruidboorvlieg	noun	Tephritis arnicae een vlieg uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
valkruidboorvliegen	=	valkruidboorvlieg
valkruidboorvliegje	=	valkruidboorvlieg
valkruidboorvliegjes	=	valkruidboorvlieg
valkruidmineermot	noun	Digitivalva arnicella een vlinder uit de familie van de koolmotten (Plutellidae).
valkruidmineermotje	=	valkruidmineermot
valkruidmineermotjes	=	valkruidmineermot
valkruidmineermotten	=	valkruidmineermot
valkuil	noun	gecamoufleerde kuil om mensen of dieren in te vangen
valkuilen	=	valkuil
valkuiltje	=	valkuil
valkuiltjes	=	valkuil
valle	=	vallen
vallei	noun	een laagte tussen bergen
valleien	=	vallei
valleigoffer	noun	Thomomys bottae een goffer die voorkomt van Oregon in het noorden tot Coahuila, Chihuahua, Nuevo León, Sinaloa, Sonora en Neder-Californië in het zuiden.
valleigoffers	=	valleigoffer
valleigoffertje	=	valleigoffer
valleigoffertjes	=	valleigoffer
valleigraszanger	noun	Cisticola tinniens een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
valleigraszangers	=	valleigraszanger
valleigraszangertje	=	valleigraszanger
valleigraszangertjes	=	valleigraszanger
valleiorgasme	noun	zeer langdurig orgasme bij vrouwen afkomstig uit het tantrisme
valleiorgasmen	=	valleiorgasme
valleiorgasmes	=	valleiorgasme
valleitje	=	vallei
valleitjes	=	vallei
vallen	verb	vrijelijk onder invloed van de zwaartekracht naar de aarde bewegen
vallend	adj	betrekking hebben op vallen
vallende	=	vallend
vallends	=	vallend
vallens	noun	genitief van vallen
valletje	=	val
valletjes	=	val
valling	noun	manier waarop kleren langs het lichaam hangen
vallingen	=	valling
vallingske	=	valling
vallinkje	=	valling
vallinkjes	=	valling
vallisneria	noun	een overblijvende, ondergedoken waterplant Vallisneria spiralis, die tot de waterkaardefamilie behoort.
valluik	noun	scharnierend vloerschot
valluiken	=	valluik
valluikje	=	valluik
valluikjes	=	valluik
valnet	noun	een net waarin men iemand van grote hoogte kan opvangen zonder dat die persoon ernstig gewond raakt
valnetten	=	valnet
valorisatie	noun	hernieuwde vaststelling van de waarde van een schuldvordering, herwaardering
valorisaties	=	valorisatie
valoriseer	=	valoriseren
valoriseerde	=	valoriseren
valoriseerden	=	valoriseren
valoriseert	=	valoriseren
valorisere	=	valoriseren
valoriseren	verb	een waarde geven aan, waarderen of herwaarderen
valoriserend	=	valoriseren
valoriserende	=	valoriseren
valpartij	noun	gezamenlijke buiteling tijdens sportbeoefening
valpartijen	=	valpartij
valpartijtje	=	valpartij
valpartijtjes	=	valpartij
valpijp	noun	een verticaal of schuin staande buis of pijp om vooral vloeistoffen en stortgoed te verplaatsen met behulp van de zwaartekracht
valpijpen	=	valpijp
valpijpje	=	valpijp
valpijpjes	=	valpijp
valpoli	noun	polikliniek waar ouderen voorlichting kunnen krijgen over hoe ze het make neen val kunnen voorkomen
valpoli's	=	valpoli
valpolikliniek	noun	polikliniek waar ouderen voorlichting kunnen krijgen over hoe ze het make neen val kunnen voorkomen
valpoliklinieken	=	valpolikliniek
valpoort	noun	poort die met een naar beneden vallend hek kan worden afgesloten
valpoorten	=	valpoort
valpoortje	=	valpoort
valraam	noun	een raam dat, door scharnieren aan de onderkant, naar boven toe kan openen om te ventileren zonder het volledig te openen
valraampje	=	valraam
valraampjes	=	valraam
valramen	=	valraam
valreep	noun	een loopplank met leuningen naar een schip
valreepje	=	valreep
valreepjes	=	valreep
valrepen	=	valreep
vals	adj	alleen in schijn, niet echt; nagemaakt om voor echt door te gaan
valsaard	noun	iemand die liegt en bedriegt
valsaards	=	valsaard
valsch	=	vals
valscherm	noun	horizontaal zeil met verwaarloosbaar gewicht dat bij een val van grote hoogte de vaart van wat eraan hangt zo vermindert dat neerkomen zonder schade mogelijk is
valschermen	=	valscherm
valschermpje	=	valscherm
valschermpjes	=	valscherm
valse	=	vals
valse-salieroest	noun	Puccinia annularis een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
valse-salieroesten	=	valse-salieroest
valse-salieroestje	=	valse-salieroest
valse-salieroestjes	=	valse-salieroest
valselijk	adv	op basis van onwaarheden
valsemunter	noun	iemand die wettige betaalmiddelen namaakt om ze te gebruiken als echt geld
valsemunterij	noun	een misdaad waarbij men zelf munten, muntbiljetten en bankbiljetten van een andere uitgever namaakt
valsemunterijen	=	valsemunterij
valsemunters	=	valsemunter
valser	=	vals
valsere	=	vals
valserik	noun	gemene persoon die niet eerlijk handelt
valseriken	=	valserik
valserikje	=	valserik
valserikjes	=	valserik
valsers	=	vals
valsgelddetector	noun	een apparaat of hulpmiddel dat bankbiljetten controleert op echtheid
valsgelddetectors	=	valsgelddetector
valsgelddetectortje	=	valsgelddetector
valsgelddetectortjes	=	valsgelddetector
valsgespeeld	=	valsspelen
valshartig	adj	van een persoon dat deze een slecht karakter heeft
valshartige	=	valshartig
valshartiger	=	valshartig
valshartigere	=	valshartig
valshartigers	=	valshartig
valshartigs	=	valshartig
valshartigst	=	valshartig
valshartigste	=	valshartig
valsheden	=	valsheid
valsheid	noun	bedrieglijkheid
valsheidje	=	valsheid
valsimulator	noun	toestel waarmee men een val kan simuleren
valsimulatoren	=	valsimulator
valsimulators	=	valsimulator
valslot	noun	deurvergrendeling aan de binnenzijde van een deur met een ijzerenstaaf die in een vanger valt
valsloten	=	valslot
valsmunter	noun	crimineel die vals geld maakt en gebruikt alsof het echt is
valsmunterij	noun	een misdaad waarbij men zelf munten, muntbiljetten en bankbiljetten van een andere uitgever namaakt
valsmunterijen	=	valsmunterij
valsmunters	=	valsmunter
valsnegatief	adj	een resultaat hebbend dat ten onrechte negatief is
valsnegatiefs	=	valsnegatief
valsnegatieve	=	valsnegatief
valspositief	adj	een resultaat hebbend dat ten onrechte positief is
valspositiefs	=	valspositief
valspositieve	=	valspositief
valsspeel	=	valsspelen
valsspeelde	=	valsspelen
valsspeelden	=	valsspelen
valsspeelt	=	valsspelen
valsspele	=	valsspelen
valsspelen	verb	heimelijk de regels van een spel overtreden om zo de uitkomst te beïnvloeden
valsspelend	=	valsspelen
valsspelende	=	valsspelen
valsspeler	noun	iemand die niet eerlijk is tijdens het spelen van een spel
valsspelers	=	valsspeler
valsspelertje	=	valsspeler
valsspelertjes	=	valsspeler
valst	=	vals
valste	=	vals
valsteiger	noun	een steigervloer die losrakende stukken steen moet opvangen
valsteigers	=	valsteiger
valstreepgaatje	=	valstreepgat
valstreepgaatjes	=	valstreepgat
valstreepgat	noun	een grote cirkelvormige of elliptische opening die kan voorkomen in cirrocumulus- of altocumuluswolken
valstreepgaten	=	valstreepgat
valstrik	noun	een contraptie of manipulatie bedoeld mens of dier te vangen
valstrikje	=	valstrik
valstrikjes	=	valstrik
valstrikken	=	valstrik
valt	=	vallen
valtijd	noun	de tijdsduur die iets nodig heeft om naar beneden te vallen
valtijden	=	valtijd
valtoren	noun	hoge constructie voor valproeven
valtorens	=	valtoren
valtorentje	=	valtoren
valtorentjes	=	valtoren
valuta	noun	wettelijke betaalmiddel
valuta's	=	valuta
valutabeurs	noun	beursafdeling voor de handel in valuta's
valutabeurzen	=	valutabeurs
valutabeweging	noun	is een verandering in de wisselkoers tussen twee verschillende valuta's (geldsoorten), zoals de Euro (EUR) en de Amerikaanse Dollar (USD).
valutabewegingen	=	valutabeweging
valutabeweginkje	=	valutabeweging
valutabeweginkjes	=	valutabeweging
valutacrises	=	valutacrisis
valutacrisis	noun	snelle waardevermindering van een wettig betaalmiddel
valutacrisissen	=	valutacrisis
valutadata	=	valutadatum
valutadatum	noun	de datum waarop een valuta een waarde heeft of had
valutadatumpje	=	valutadatum
valutadatumpjes	=	valutadatum
valutadatums	=	valutadatum
valutadekking	noun	strategie om financiële risico's te beperken die ontstaan door schommelingen in wisselkoersen.
valutadekkingen	=	valutadekking
valutadekkinkje	=	valutadekking
valutadekkinkjes	=	valutadekking
valutahandel	noun	handel in vreemde valuta
valutahandelaar	noun	medewerker bij een bank of makelaar die handelt in vreemde valuta
valutahandelaars	=	valutahandelaar
valutahandelaren	=	valutahandelaar
valutair	adj	betrekking hebbend op valuta's
valutairder	=	valutair
valutairdere	=	valutair
valutairders	=	valutair
valutaire	=	valutair
valutairs	=	valutair
valutairst	=	valutair
valutairste	=	valutair
valutakoers	noun	waarde van een valuta, uitgedrukt in een andere geldsoort (eigenlijk valutapaar)
valutakoersen	=	valutakoers
valutamandje	noun	groep munteenheden, waarvan het gewogen gemiddelde wordt berekend
valutamarkt	noun	de handel in valuta
valutamarkten	=	valutamarkt
valutanaam	noun	officiële naam van de geldeenheid die in een bepaald land wordt gebruikt
valutanamen	=	valutanaam
valutaoorlog	noun|figurative	een strijd tussen staten of muntunies om de koers van hun munt ten opzichte van munten van andere machten te laten dalen, of in ieder geval niet te laten stijgen
valutaoorlogen	=	valutaoorlog
valutaoptie	noun	recht om op een toekomstige datum bepaalde valuta geleverd te krijgen of te leveren tegen een vooraf overeengekomen prijs
valutaopties	=	valutaoptie
valutarestrictie	noun	belemmeringen / begrenzingen aan het mogen wisselen of over de grens brengen van geld
valutarestricties	=	valutarestrictie
valutaswap	noun	een transactie waarbij twee partijen met elkaar overeenkomen voor een bepaalde tijd valuta met elkaar te ruilen, meestal gedaan door internationaal opererende banken
valutaswaps	=	valutaswap
valutateken	noun	een grafisch symbool dat gebruikt wordt om een munteenheid aan te geven zoals $, € of £
valutatekens	=	valutateken
valutatransactie	noun	de aan- of verkoop van een valuta
valutatransacties	=	valutatransactie
valutaverkeer	noun	handel in vreemde valuta
valutawijziging	noun	definitieve overstap naar een andere munteenheid
valutawijzigingen	=	valutawijziging
valutawijzigingetje	=	valutawijziging
valutawijzigingetjes	=	valutawijziging
valuteer	=	valuteren
valuteerde	=	valuteren
valuteerden	=	valuteren
valuteert	=	valuteren
valutere	=	valuteren
valuteren	verb	bepalen van de datum waarop de rente van een tegoed of schuld start
valuterend	=	valuteren
valuterende	=	valuteren
valve	noun	een universitair mededelingenbord
valven	=	valve
valversnelling	noun	de waarde waarmee de snelheid van vrij vallende lichamen, die alleen zijn blootgesteld aan een zwaartekrachtsveld, per seconde toeneemt (in Nederland 9,81 meter per seconde kwadraat)
valversnellingen	=	valversnelling
valversnellinkje	=	valversnelling
valversnellinkjes	=	valversnelling
valvula	noun	een klepje
valwet	noun	de wet die beschrijft hoe voorwerpen zich gedragen in een zwaartekrachtveld
valwetje	=	valwet
valwetjes	=	valwet
valwetten	=	valwet
valwind	noun	een wind die ontstaat doordat grote hoeveelheden koude lucht zich met kracht naar beneden begeven en tegen het aardoppervlak botsen
valwinden	=	valwind
vamen	verb	de lengte van beide armen benutten om een lengte (in vadems) te schatten
vamp	noun	verleidelijke vrouw, femme fatale
vampier	noun	uit schijnbare dood herrijzend wezen dat zijn slachtoffers in de nek bijt met zijn kenmerkende hoektanden en zich dan voedt met het mensenbloed en alleen gestopt kan worden met knoflook, wijwater of een houten pen in het hart
vampieren	=	vampier
vampiergrondvink	noun	Geospiza septentrionalis soort die op grond van fylogenetisch onderzoek dat in 2015 werd gepubliceerd werd afgesplitst van de spitssnavelgrondvink (G. difficilis), een van de zogenaamde darwinvinken, zangvogels uit de grote Amerikaanse familie Thraupidae (tangaren).
vampiergrondvinken	=	vampiergrondvink
vampiergrondvinkje	=	vampiergrondvink
vampiergrondvinkjes	=	vampiergrondvink
vampierinktvis	noun	Vampyroteuthis infernalis een kleine inktvis (het lichaam wordt maximaal 13 cm lang) die in zuurstofarme tropische en gematigde oceanen voorkomt op een diepte van 600 tot 1200 meter.
vampierinktvisje	=	vampierinktvis
vampierinktvisjes	=	vampierinktvis
vampierinktvissen	=	vampierinktvis
vampiers	=	vampier
vampiertje	=	vampier
vampiertjes	=	vampier
vampierverhaal	noun	vertelling met een belangrijke rol voor een of meer uit schijnbare dood herrijzende wezens met lange hoektanden waarmee ze hun slachtoffers in de hals bijten om zich met het mensenbloed te voeden
vampierverhaaltje	=	vampierverhaal
vampierverhaaltjes	=	vampierverhaal
vampierverhalen	=	vampierverhaal
vampiervleermuis	noun	Desmodontinae zoogdier behorend tot enkele soorten Zuid-Amerikaanse vleermuizen die zich uitsluitend voeden met bloed dat ze 's nachts na een kleine beet oplikken van slapende slachtoffers, meestal vee
vampiervleermuisje	=	vampiervleermuis
vampiervleermuisjes	=	vampiervleermuis
vampiervleermuizen	noun	Desmodontinae enkele soorten Zuid-Amerikaanse vleermuizen die zich uitsluitend voeden met bloed dat ze 's nachts na een kleine beet oplikken van slapende slachtoffers, meestal vee
vampirisme	noun	het vampier zijn
vampje	=	vamp
vampjes	=	vamp
vamps	=	vamp
van	prep	geeft bezit aan	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
vanachter	adv	aan de achterkant	prep	komend of waarnemend uit een plaats net voorbij
vanadium	noun	scheikundig element met symbool V en atoomnummer 23. Het is een zilvergrijs overgangsmetaal
vanadiumatomen	=	vanadiumatoom
vanadiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element vanadium.
vanadiumatoompje	=	vanadiumatoom
vanadiumatoompjes	=	vanadiumatoom
vanaf	prep	duidt een tijdstip aan waarna (en waarop) iets geldt	adv	van een last verlost zijn
vanavond	adv	tijdens de afgelopen avond
vanbinnen	adv	aan de binnenzijde
vanboven	adv	aan de bovenzijde van iets
vanbuiten	adv	aan de buitenzijde
vancouvermarmot	noun	Marmota vancouverensis knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
vancouvermarmotje	=	vancouvermarmot
vancouvermarmotjes	=	vancouvermarmot
vancouvermarmotten	=	vancouvermarmot
vandaag	adv	op deze dag
vandaal	noun	persoon die moedwillig eigendom van anderen beschadigt of anderszins schade aanricht
vandaalstalig	adj	de Vandaalse taal sprekend
vandaalstalige	=	vandaalstalig
vandaalstaligs	=	vandaalstalig
vandaaltje	=	vandaal
vandaaltjes	=	vandaal
vandaan	adv	voorzetselbijwoord: weg van
vandaar	adv	vanuit die plek
vandalen	=	vandaal
vandalisme	noun	het moedwillige en nodeloze beschadiging of vernietiging van andermans of openbaar eigendom
vandalismebestrijder	noun	een persoon of instantie die zich bezighoudt met het voorkomen en aanpakken van het opzettelijk vernielen of beschadigen van andermans eigendommen
vandalismebestrijders	=	vandalismebestrijder
vandalismebestrijdertje	=	vandalismebestrijder
vandalismebestrijdertjes	=	vandalismebestrijder
vandalismebestrijding	noun	maatregelen, acties en technieken die erop gericht zijn het opzettelijk beschadigen of vernielen van (openbaar) eigendom te voorkomen, verminderen of herstellen
vandalismebestrijdingen	=	vandalismebestrijding
vandalismebestrijdinkje	=	vandalismebestrijding
vandalismebestrijdinkjes	=	vandalismebestrijding
vandalist	noun	iemand die moedwillig eigendom van anderen beschadigt of anderszins schade aanricht
vandalisten	=	vandalist
vandalistisch	adj	betrekking hebbend op vandalisme
vandalistische	=	vandalistisch
vandalistischer	=	vandalistisch
vandalistischere	=	vandalistisch
vandalistischers	=	vandalistisch
vandalistje	=	vandalist
vandalistjes	=	vandalist
vanderstappen	=	verstappen
vanderwaalskracht	noun	een van de drie zwakke tot zeer zwakke elektromagnetische krachten tussen atomen of moleculen.
vanderwaalskrachten	=	vanderwaalskracht
vanderwaalskrachtje	=	vanderwaalskracht
vanderwaalskrachtjes	=	vanderwaalskracht
vandiktebank	noun	machine waarin een ronddraaiende as met beiteltjes de bovenkant van een stuk hout glad maakt op een ingestelde dikte vanaf de onderkant
vandiktebanken	=	vandiktebank
vandikteschaafmachine	noun	machine waarin een ronddraaiende as met beiteltjes de bovenkant van een stuk hout glad maakt op een ingestelde dikte vanaf de onderkant
vandikteschaafmachines	=	vandikteschaafmachine
vandoen	adv	echt benodigd, sterk als behoefte gevoeld
vandoor	adv	prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord.
vaneen	adv	van elkaar
vanen	=	vaan
vang	noun	poten en klauwen van roofvogels
vanga	noun	Vanga een geslacht van zangvogels uit de familie vanga's (Vangidae)
vanga's	noun	Vangidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
vangaatje	=	vanga
vangaatjes	=	vanga
vangarm	noun	verlengd flexibel orgaan waarover vele ongewervelde dieren beschikken en waarmee ze hun prooi vangen
vangarmen	=	vangarm
vangarmpje	=	vangarm
vangarmpjes	=	vangarm
vangbal	noun	een bal die gevangen wordt door de tegenpartij voordat hij de grond geraakt heeft
vangballen	=	vangbal
vangballetje	=	vangbal
vangballetjes	=	vangbal
vange	=	vangen
vangen	verb	het te pakken krijgen van wilde dieren of mensen
vangend	=	vangen
vangende	=	vangen
vanger	noun	iemand die vangt
vangers	=	vanger
vangertje	=	vanger
vangertjes	=	vanger
vangetje	=	vang
vangetjes	=	vang
vanghek	noun	een hoog hek dat rondvliegende ballen en andere voorwerpen kan tegenhouden
vanghekje	=	vanghek
vanghekjes	=	vanghek
vanghekken	=	vanghek
vangletsel	noun	verwonding die kippen kunnen oplopen als ze vervoerd worden van de stal naar het slachthuis
vangletsels	=	vangletsel
vanglijn	noun	een touw waarmee men boten of andere vaartuigen kan belemmeren verder te varen
vanglijnen	=	vanglijn
vangnet	noun	een net waarin men iemand van grote hoogte kan opvangen zonder dat die persoon ernstig gewond raakt
vangnetje	=	vangnet
vangnetjes	=	vangnet
vangnetten	=	vangnet
vangrail	noun	metalen stroken langs autowegen, die dient om te voorkomen dat auto's van de rijbaan raken
vangrails	=	vangrail
vangrailstaal	noun	staal met een corrosiebestendige coating van ongeveer 55% aluminium, 43% zink en 1,6% silicium
vangrailtje	=	vangrail
vangrailtjes	=	vangrail
vangst	noun	het vangen van iets
vangsten	=	vangst
vangstgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een vangst
vangstgegevens	=	vangstgegeven
vangstje	=	vangst
vangstjes	=	vangst
vangstok	noun	stok die dient als hulpmiddel om dieren, levend, te vangen
vangstokken	=	vangstok
vangstoverschrijding	noun	een overschrijding van het vastgestelde visquotum, het meer vissen dan toegestaan is
vangstoverschrijdingen	=	vangstoverschrijding
vangstoverschrijdinkje	=	vangstoverschrijding
vangstoverschrijdinkjes	=	vangstoverschrijding
vangstverbod	noun	het (tijdelijk) verbod om bepaalde vissoorten te vangen, te bezitten of te verhandelen, vaak om de vispopulatie te beschermen, zoals bij paling of zeebaars, of voor specifieke soorten die wettelijk beschermd zijn, zoals de gestippelde alver.
vangstverboden	=	vangstverbod
vangstverbodje	=	vangstverbod
vangstverbodjes	=	vangstverbod
vangt	=	vangen
vangtandvis	noun	Anoplogaster cornuta een straalvinnige vissensoort uit de familie van bladschubbigen (Anoplogastridae).
vangtandvisje	=	vangtandvis
vangtandvisjes	=	vangtandvis
vangtandvissen	=	vangtandvis
vangtouw	noun	een touw met verschuifbare lus om door er mee te gooien koeien en paarden ermee te vangen.
vangtouwen	=	vangtouw
vangtouwtje	=	vangtouw
vangtouwtjes	=	vangtouw
vangverbod	noun	een officieel verbod om een bepaald dier, zoals vis of paling, gedurende een bepaalde periode of in een bepaald gebied te vangen om de soort te beschermen tegen overbevissing.
vangverboden	=	vangverbod
vangverbodje	=	vangverbod
vangverbodjes	=	vangverbod
vanher	adv	opnieuw
vanhier	adv	van deze plaats weg
vanielje	=	vanille
vanikorobrilvogel	noun	Zosterops gibbsi een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
vanikorobrilvogels	=	vanikorobrilvogel
vanikorobrilvogeltje	=	vanikorobrilvogel
vanikorobrilvogeltjes	=	vanikorobrilvogel
vanikorofluiter	noun	Pachycephala vanikorensis een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
vanikorofluiters	=	vanikorofluiter
vanikorofluitertje	=	vanikorofluiter
vanikorofluitertjes	=	vanikorofluiter
vanikoromonarch	noun	Mayrornis schistaceus een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
vanikoromonarchen	=	vanikoromonarch
vanikoromonarchje	=	vanikoromonarch
vanikoromonarchjes	=	vanikoromonarch
vanille	noun	een smaak- en geurstof geëxtraheerd van de vanilleplant
vanille-extract	noun	vloeistof onttrokken aan vanillestokjes in een ethanol oplossing
vanille-extracten	=	vanille-extract
vanille-extractje	=	vanille-extract
vanille-extractjes	=	vanille-extract
vanille-ijs	noun	consumptie-ijs met een vanille smaak
vanille-ijsje	=	vanille-ijs
vanille-ijsjes	=	vanille-ijs
vanille-orchidee	noun	Vanilla planifolia een tot 15 m lange klimplant met vingerdikke, vlezige stengels en witte, tot ranken omgevormde luchtwortels.
vanille-orchideetje	=	vanille-orchidee
vanille-orchideetjes	=	vanille-orchidee
vanille-orchideeën	=	vanille-orchidee
vanillefrappuccino	noun	geblende, ijzige drank, bedacht door Starbucks, die een combinatie is van een milkshake en een ijskoffie, met een vanillesmaak die deze drank een zoete en romige ondertoon geeft, vaak afgetopt met slagroom
vanillefrappuccino's	=	vanillefrappuccino
vanillejam	noun	jam met vanillesmaak
vanillejams	=	vanillejam
vanillelesbo	noun	lesbo die vanilleseks beoefent
vanillelesbo's	=	vanillelesbo
vanilleplant	noun	bepaalde orchideeënsoort, Vanilla planifolia, oorspronkelijk uit Mexico, nu vooral op Madagaskar gekweekt voor zijn vruchten
vanilleplanten	=	vanilleplant
vanilleplantje	=	vanilleplant
vanilleplantjes	=	vanilleplant
vanillepudding	noun	gele pudding met vanillesmaak dat men gebruikt als desert
vanillepuddingen	=	vanillepudding
vanillepuddinkje	=	vanillepudding
vanillepuddinkjes	=	vanillepudding
vanilles	=	vanille
vanillesaus	noun	saus die heerlijk is op Apfelstrudel
vanillesausen	=	vanillesaus
vanillesausje	=	vanillesaus
vanillesausjes	=	vanillesaus
vanillesauzen	=	vanillesaus
vanilleseks	noun	zachte vorm van seks, softseks
vanillestokje	noun	Vanilla planifolia op een stokje lijkende gedroogde vrucht van vanille
vanillestokjes	=	vanillestokje
vanillesuiker	noun	met suiker fijngewreven echte vanille
vanillesuikers	=	vanillesuiker
vanillesuikertje	=	vanillesuiker
vanillesuikertjes	=	vanillesuiker
vanillevla	noun	vla met vanillesmaak
vanillevla's	=	vanillevla
vanillevlaatje	=	vanillevla
vanillevlaatjes	=	vanillevla
vanillevlekje	noun	Atemelia torquatella een vlinder uit de familie Praydidae.
vanillevlekjes	=	vanillevlekje
vanilleyoghurt	noun	yoghurt met vanillearoma
vanilleyoghurts	=	vanilleyoghurt
vanilline	noun	witte, kristallijne reukstof van vanille (Natuurlijk of kunstmatig bereid)
vanillinen	=	vanilline
vanillines	=	vanilline
vanillinesuiker	noun	suiker met een vanillesmaak door gebruik van vanilline, vanillesuiker
vanillinesuikers	=	vanillinesuiker
vanillinesuikertje	=	vanillinesuiker
vanillinesuikertjes	=	vanillinesuiker
vanitas	noun	vergankelijkheid
vaniteit	noun	ijdelheid
vaniteiten	=	vaniteit
vanjewelste	adv	heel echt, heel groot, van formaat
vankrachtwording	noun	het moment waarop een regeling, wet, overeenkomst of besluit juridisch geldig wordt en effectief in werking treedt.
vankrachtwordingen	=	vankrachtwording
vankrachtwordinkje	=	vankrachtwording
vankrachtwordinkjes	=	vankrachtwording
vanmiddag	adv	tijdens de middag van de lopende dag
vanmorgen	adv	de afgelopen ochtend
vannacht	adv	de komende nacht
vannamiddag	adv|informal	ongeveer in de periode tussen 13:00 en 17:00 van de lopende dag, van de namiddag
vannen	=	van
vanochtend	adv	de afgelopen ochtend
vanonder	adv	komend of waarnemend uit een laag gelegen positie	prep	komend of waarnemend uit een plaats net beneden
vanop	prep	vanaf
vanouds	adv	traditioneel gesproken; sinds zeer lange tijd
vans	=	van
vanstappen	=	verstappen
vantussen	=	ervantussen
vanuatuaan	noun	een inwoner van Vanuatu, of iemand afkomstig uit Vanuatu
vanuatuaans	adj	op Vanuatu betrekking hebbend
vanuatuaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Vanuatu, of een vrouw afkomstig uit Vanuatu
vanuatuaansen	=	vanuatuaanse
vanuatuaanser	=	vanuatuaans
vanuatuaansere	=	vanuatuaans
vanuatuaansers	=	vanuatuaans
vanuatuaanst	=	vanuatuaans
vanuatuaanste	=	vanuatuaans
vanuatuanen	=	vanuatuaan
vanuatuboshoen	noun	Megapodius layardi een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
vanuatuboshoenderen	=	vanuatuboshoen
vanuatuboshoenders	=	vanuatuboshoen
vanuatuboshoendertje	=	vanuatuboshoen
vanuatuboshoendertjes	=	vanuatuboshoen
vanuatubrilvogel	noun	Zosterops flavifrons een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
vanuatubrilvogels	=	vanuatubrilvogel
vanuatubrilvogeltje	=	vanuatubrilvogel
vanuatubrilvogeltjes	=	vanuatubrilvogel
vanuatuhoningeter	noun	Lichmera incana een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
vanuatuhoningeters	=	vanuatuhoningeter
vanuatuhoningetertje	=	vanuatuhoningeter
vanuatuhoningetertjes	=	vanuatuhoningeter
vanuatujufferduif	noun	Ptilinopus tannensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
vanuatujufferduifje	=	vanuatujufferduif
vanuatujufferduifjes	=	vanuatujufferduif
vanuatujufferduiven	=	vanuatujufferduif
vanuatuklauwiermonarch	noun	Clytorhynchus pachycephaloides een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
vanuatuklauwiermonarchen	=	vanuatuklauwiermonarch
vanuatuklauwiermonarchje	=	vanuatuklauwiermonarch
vanuatuklauwiermonarchjes	=	vanuatuklauwiermonarch
vanuatumangrovezanger	noun	Gerygone flavolateralis een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
vanuatumangrovezangers	=	vanuatumangrovezanger
vanuatumangrovezangertje	=	vanuatumangrovezanger
vanuatumangrovezangertjes	=	vanuatumangrovezanger
vanuatumerel	noun	Turdus vanikorensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
vanuatumerels	=	vanuatumerel
vanuatumereltje	=	vanuatumerel
vanuatumereltjes	=	vanuatumerel
vanuatumonarch	noun	Myiagra caledonica een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
vanuatumonarchen	=	vanuatumonarch
vanuatumonarchje	=	vanuatumonarch
vanuatumonarchjes	=	vanuatumonarch
vanuatupurperspreeuw	noun	Aplonis zelandica een zeldzame spreeuwensoort
vanuatupurperspreeuwen	=	vanuatupurperspreeuw
vanuatupurperspreeuwtje	=	vanuatupurperspreeuw
vanuatupurperspreeuwtjes	=	vanuatupurperspreeuw
vanuatustormvogel	noun	Pterodroma occulta een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
vanuatustormvogels	=	vanuatustormvogel
vanuatustormvogeltje	=	vanuatustormvogel
vanuatustormvogeltjes	=	vanuatustormvogel
vanuatuwaaierstaart	noun	Rhipidura spilodera een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
vanuatuwaaierstaarten	=	vanuatuwaaierstaart
vanuatuwaaierstaartje	=	vanuatuwaaierstaart
vanuatuwaaierstaartjes	=	vanuatuwaaierstaart
vanuatuzanger	noun	Cincloramphus whitneyi een zangvogel uit de familie Locustellidae.
vanuatuzangers	=	vanuatuzanger
vanuatuzangertje	=	vanuatuzanger
vanuatuzangertjes	=	vanuatuzanger
vanuit	prep	een plaats aangevend die als oorsprong fungeert
vanvoor	adv	aan de voorkant
vanvoren	adv	aan de voorkant
vanwaar	adv	om welke reden
vanwaaruit	adv	vanaf de genoemde plaats
vanwege	prep	om een bepaalde reden
vanzelf	adv	zonder tussenkomst van anderen
vanzelfsprekend	adv	iets dat geen verdere uitleg nodig heeft	adj	overduidelijk geldend, zonder verdere uitleg duidelijk
vanzelfsprekende	=	vanzelfsprekend
vanzelfsprekender	=	vanzelfsprekend
vanzelfsprekendere	=	vanzelfsprekend
vanzelfsprekenders	=	vanzelfsprekend
vanzelfsprekendheden	=	vanzelfsprekendheid
vanzelfsprekendheid	noun	iets dat zo logisch te verwachten is dat men het niet expliciet hoeft te vertellen of te bewijzen
vanzelfsprekends	=	vanzelfsprekend
vanzelfsprekendst	=	vanzelfsprekend
vanzelfsprekendste	=	vanzelfsprekend
vape	=	vapen
vapen	verb	roken van een elektronische sigaret
vapend	=	vapen
vapende	=	vapen
vaper	noun	elektronische sigaret
vapers	=	vaper
vapertje	=	vaper
vapertjes	=	vaper
vapet	=	vapen
vapete	=	vapen
vapeten	=	vapen
vapeur	noun	oprisping, dampen, hinderlijke uitstoot van maagdampen
vapeurs	=	vapeur
vaporisateur	noun	verstuiver, vaporisator
vaporisateurs	=	vaporisateur
vaporisateurtje	=	vaporisateur
vaporisateurtjes	=	vaporisateur
vaporisator	noun	verstuiver
vaporisatoren	=	vaporisator
vaporisators	=	vaporisator
vaporiseer	=	vaporiseren
vaporiseerde	=	vaporiseren
vaporiseerden	=	vaporiseren
vaporiseert	=	vaporiseren
vaporisere	=	vaporiseren
vaporiseren	verb	verstuiven
vaporiserend	=	vaporiseren
vaporiserende	=	vaporiseren
vapte	=	vapen
var	noun	jonge stier
vara	noun	de afkorting voor Vereniging Arbeiders Radio Amateurs, een Nederlandse publieke radio- en televisieomroep
varaan	noun	Varanidae, is van de familie van de hagedissen, hij is de grootste levende hagedis
varaanachtigen	noun	een infraorde Platynota van hagedissen waartoe alle varanen, korsthagedissen en dove varanen behoren.
varaantje	=	varaan
varaantjes	=	varaan
varanen	noun	een familie Varanidae van hagedissen.
vare	=	varen
varen	verb	zich in een vaartuig voortbewegen	noun	benaming voor sporenplanten die de afdeling Pteridophyta vormen
varenachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een varen
varenachtige	=	varenachtig
varenachtiger	=	varenachtig
varenachtigere	=	varenachtig
varenachtigers	=	varenachtig
varenachtigs	=	varenachtig
varenachtigst	=	varenachtig
varenachtigste	=	varenachtig
varenboegsprietmot	noun	Monochroa cytisella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
varenboegsprietmotje	=	varenboegsprietmot
varenboegsprietmotjes	=	varenboegsprietmot
varenboegsprietmotten	=	varenboegsprietmot
varend	adj	bezig met varen
varende	=	varen
varends	=	varend
varengrasvogel	noun	Poodytes punctatus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
varengrasvogels	=	varengrasvogel
varengrasvogeltje	=	varengrasvogel
varengrasvogeltjes	=	varengrasvogel
varengroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6025 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6025 ( ).
varengroene	=	varengroen
varengroens	=	varengroen
varenhelmbloem	noun	Corydalis cheilanthifolia een giftige, overblijvende plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae).
varenhelmbloemen	=	varenhelmbloem
varenhelmbloemetje	=	varenhelmbloem
varenhelmbloemetjes	=	varenhelmbloem
varenhelmbloempje	=	varenhelmbloem
varenhelmbloempjes	=	varenhelmbloem
varenknotsje	noun	Typhula quisquiliaris een schimmel behorend tot de familie Typhulaceae.
varenknotsjes	=	varenknotsje
varenrouwmug	noun	Sciara analis een muggensoort uit de familie van de rouwmuggen (Sciaridae).
varenrouwmuggen	=	varenrouwmug
varenrouwmuggetje	=	varenrouwmug
varenrouwmuggetjes	=	varenrouwmug
varens	noun	een botanische naam die afhankelijk van de opvatting van de betreffende auteur betrekking heeft op planten van de stam Pteridophyta of de klassen Pteropsida, Polypodiopsida, Lycopsida of de clade Monilophyta
varensgezel	noun	persoon die voor zijn beroep op een schip vaart
varensgezellen	=	varensgezel
varensgezelletje	=	varensgezel
varensgezelletjes	=	varensgezel
varenslieden	=	varensman
varenslui	=	varensman
varensman	noun	lid van de bemanning van een schip
varensmannen	=	varensman
varenspanner	noun	Petrophora chlorosata een nachtvlinder uit de familie van de Geometridae, de spanners.
varenspanners	=	varenspanner
varenspannertje	=	varenspanner
varenspannertjes	=	varenspanner
varenstreepzwam	noun	een schimmel Rhopographus filicinus behorend tot de bitunicate ascomyceten.
varenstreepzwammen	=	varenstreepzwam
varenstreepzwammetje	=	varenstreepzwam
varenstreepzwammetjes	=	varenstreepzwam
varentje	=	varen
varentjes	=	varen
varenuil	noun	Callopistria juventina een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
varenuilen	=	varenuil
varenuiltje	=	varenuil
varenuiltjes	=	varenuil
varenvlieg	noun	Chirosia albitarsis een vliegensoort uit de familie van de bloemvliegen (Anthomyiidae).
varenvliegen	=	varenvlieg
varenvliegje	=	varenvlieg
varenvliegjes	=	varenvlieg
vari	noun	Varecia variegata een lemuur uit de familie van maki's (Lemuridae).	adj	variabel
vari's	noun	een geslacht Varecia van maki's (Lemuridae).
varia	noun	verschillende zaken, verzamelterm voor ongelijksoortige dingen
variabel	adj	veranderlijk
variabele	noun	een veranderlijk element, een element dat steeds kan verschillen
variabelen	=	variabele
variabeler	=	variabel
variabelere	=	variabel
variabelers	=	variabel
variabels	=	variabel
variabelst	=	variabel
variabelste	=	variabel
variabiliteit	noun	veranderlijkheid
variabiliteiten	=	variabiliteit
variabiliteitje	=	variabiliteit
variabiliteitjes	=	variabiliteit
variant	noun	vorm die enigszins van het gebruikelijke afwijkt, terwijl het in de basis wel om hetzelfde gaat
variante	noun	iets afwijkende vorm, andere versie
varianten	=	variant
variantie	noun	de gemiddelde waarde van het kwadraat van de afwijking van de variabele van de verwachte waarde of het gemiddelde
variantie-analyse	noun	analyse van de totale variantie van de gemeten grootheid in twee delen, de variantie binnen de groepen en de variantie tussen de groepen die met elkaar vergeleken worden
variantie-analysen	=	variantie-analyse
variantie-analyses	=	variantie-analyse
varianties	=	variantie
variantietje	=	variantie
variantietjes	=	variantie
variantje	=	variant
variantjes	=	variant
variatie	noun	vorm die een beetje van een andere afwijkt
variatiecoëfficiënt	noun	de gemiddelde afwijking van een aantal getallen van hun rekenkundig gemiddelde (uitgedrukt in procenten)
variatiecoëfficiënten	=	variatiecoëfficiënt
variatiecoëfficiëntje	=	variatiecoëfficiënt
variatiecoëfficiëntjes	=	variatiecoëfficiënt
variaties	=	variatie
variatietje	=	variatie
variatietjes	=	variatie
variator	noun	versnelling met traploos regelbare overbrengingsverhoudingen
variatoren	=	variator
variatortje	=	variator
variatortjes	=	variator
varices	=	varix
varieer	=	variëren
varieerbaar	adj	van iets dat het steeds kan veranderen
varieerbaarder	=	varieerbaar
varieerbaardere	=	varieerbaar
varieerbaarders	=	varieerbaar
varieerbaars	=	varieerbaar
varieerbaarst	=	varieerbaar
varieerbaarste	=	varieerbaar
varieerbare	=	varieerbaar
varieerde	=	variëren
varieerden	=	variëren
varieert	=	variëren
varietje	=	vari
varietjes	=	vari
varix	noun	spatader
variéteetje	=	variété
variéteetjes	=	variété
variété	noun	voorstelling waarin een afwisselend programma van zang, dans, goocheltoeren, acrobatiek enz. vertoond wordt
variétéartiest	noun	iemand die optreedt in het variété
variétéartiesten	=	variétéartiest
variétéhoer	noun	vrouw die verachtelijk wordt gevonden omdat ze met veel verschillende mannen seks heeft
variétéhoeren	=	variétéhoer
variétéhoertje	=	variétéhoer
variétéhoertjes	=	variétéhoer
variétés	=	variété
variëre	=	variëren
variëren	verb	doen veranderen
variërend	=	variëren
variërende	=	variëren
variëteit	noun	verscheidenheid, afwisseling
variëteiten	=	variëteit
variëteitje	=	variëteit
varken	noun	tam zwijn, gehouden voor zijn vet en vlees behorend tot de familie Suidae
varkenachtige	noun	zoogdier uit de onderorde Suina uit de orde der evenhoevigen (Artiodactyla).
varkenachtigen	noun	Suina (of Suiformes) een onderorde uit de orde der evenhoevigen (Artiodactyla).
varkens	noun	Suidae een familie uit de orde der evenhoevigen.
varkensachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van varkens
varkensachtige	=	varkensachtig
varkensachtiger	=	varkensachtig
varkensachtigere	=	varkensachtig
varkensachtigers	=	varkensachtig
varkensachtigs	=	varkensachtig
varkensachtigst	=	varkensachtig
varkensachtigste	=	varkensachtig
varkensaté	noun	gegrild vleesgerecht bestaande uit stukjes varkensvlees op een stokje
varkensatés	=	varkensaté
varkensbuik	noun	onder-/zijkant van de buik van een varken
varkensbuiken	=	varkensbuik
varkensbuikje	=	varkensbuik
varkensbuikjes	=	varkensbuik
varkenscycli	=	varkenscyclus
varkenscyclus	noun	verschijnsel waarbij de prijzen van een bepaald product sterk schommelen doordat men bij een hoge prijs allemaal veel meer gaat produceren, waardoor de prijs na een bepaalde tijd sterk daalt
varkenscyclussen	=	varkenscyclus
varkensdas	noun	bepaald soort zoogdier, Arctonyx collaris, een grote Zuid-Aziatische das: de kop-romplengte bedraagt 55 tot 70 cm, de staart is 12 tot 17 cm lang en het gewicht varieert van 7 tot 14 kg
varkensdasje	=	varkensdas
varkensdasjes	=	varkensdas
varkensdassen	noun	een geslacht Arctonyx van zoogdieren uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae).
varkensfokkerij	noun	het fokken van varkens
varkensfokkerijen	=	varkensfokkerij
varkensgehakt	noun	gemalen varkensvlees
varkensgras	noun	benaming voor kruidachtige planten uit het geslacht Polygonum uit de duizendknoopfamilie Polygonaceae, dat wereldwijd zeer algemeen voorkomt, met name in de gematigde streken
varkensgrassen	=	varkensgras
varkenshaaien	noun	een orde Heterodontiformes van haaien.
varkenshaar	noun	haren afkomstig van een varken
varkenshaartje	=	varkenshaar
varkenshaartjes	=	varkenshaar
varkenshaas	noun	haas van een varken
varkenshaasje	=	varkenshaas
varkenshaasjes	=	varkenshaas
varkensharen	=	varkenshaar
varkenshazen	=	varkenshaas
varkenshoeder	noun	bewaker, verzorger en begeleider van varkens
varkenshoeders	=	varkenshoeder
varkenshoedertje	=	varkenshoeder
varkenshoedertjes	=	varkenshoeder
varkenshok	noun	deel van een varkensstal
varkenshokken	=	varkenshok
varkenshouderij	noun	bedrijf waar men varkens (op)fokt
varkenshouderijen	=	varkenshouderij
varkenskarbonade	noun	goedkoop stuk varkensvlees waar vaak nog een stuk bot in zit
varkenskarbonaden	=	varkenskarbonade
varkenskarbonades	=	varkenskarbonade
varkenskervel	noun	een geslacht Peucedanum uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
varkenskervel-torkruid	noun	Oenanthe peucedanifolia een giftige,overblijvende plant die behoort tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
varkenskervel-torkruiden	=	varkenskervel-torkruid
varkenskervel-torkruidje	=	varkenskervel-torkruid
varkenskervel-torkruidjes	=	varkenskervel-torkruid
varkenskervels	=	varkenskervel
varkenskerveltje	=	varkenskervel
varkenskerveltjes	=	varkenskervel
varkenskikker	noun	Lithobates grylio een kikker uit de familie echte kikkers of Ranidae.
varkenskikkers	=	varkenskikker
varkenskikkertje	=	varkenskikker
varkenskikkertjes	=	varkenskikker
varkenskop	noun	de kop van een varken
varkenskopje	=	varkenskop
varkenskopjes	=	varkenskop
varkenskoppen	=	varkenskop
varkenskot	noun	kleine varkensstal
varkenskotelet	noun	een ribstuk van een varken met een flink stuk vlees en een vetrandje
varkenskoteletje	=	varkenskotelet
varkenskoteletjes	=	varkenskotelet
varkenskoteletten	=	varkenskotelet
varkenskoten	=	varkenskot
varkenskotten	=	varkenskot
varkensleren	adj	van varkensleer vervaardigd
varkenslever	noun	bruinkleurig orgaan van een varken dat gal produceert
varkenslevers	=	varkenslever
varkenslevertje	=	varkenslever
varkenslevertjes	=	varkenslever
varkenslintworm	noun	Taenia solium een lintworm die als gastheren de mens en varkens heeft.
varkenslintwormen	=	varkenslintworm
varkenslintwormpje	=	varkenslintworm
varkenslintwormpjes	=	varkenslintworm
varkensmarkt	noun	plein of straat waar tamme zwijnen (Sus) worden verhandeld
varkensmarkten	=	varkensmarkt
varkensmarktje	=	varkensmarkt
varkensmarktjes	=	varkensmarkt
varkensneuker	noun	vies, smerig persoon, viezerik
varkensneukers	=	varkensneuker
varkensneukertje	=	varkensneuker
varkensneukertjes	=	varkensneuker
varkensogen	=	varkensoog
varkensoog	noun	het oog van een varken
varkensooghaai	noun	Carcharhinus amboinensis een haai uit de familie van de requiemhaaien
varkensooghaaien	=	varkensooghaai
varkensooghaaitje	=	varkensooghaai
varkensooghaaitjes	=	varkensooghaai
varkensoogje	=	varkensoog
varkensoogjes	=	varkensoog
varkenspak	noun	verkleedkostuum om op een varken te lijken
varkenspakje	=	varkenspak
varkenspakjes	=	varkenspak
varkenspakken	=	varkenspak
varkenspest	noun	virusziekte die bij varkens voorkomt
varkenspoep	noun	poep van varkens
varkenspoepen	=	varkenspoep
varkenspoepje	=	varkenspoep
varkenspoepjes	=	varkenspoep
varkenspoot	noun	poot van een varken
varkenspootbuideldas	noun	Chaeropus ecaudatus een uitgestorven buideldas die voorkwam in de steppen van Midden-Australië.
varkenspootje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort korstmos, Cladonia uncialis uit de familie Cladoniaceae Varkenspootje is wittig, grijsgroen tot blauwgrijs van kleur.
varkenspootjes	noun	alleen verkleinwoord spierweefsel uit de ledematen van zwijnen als (deel van een) gerecht
varkenspoten	=	varkenspoot
varkensras	noun	een ondersoort van de varkens met bepaalde kenmerken
varkensrassen	=	varkensras
varkensrib	noun	vlees van de rib van een varken
varkensribben	=	varkensrib
varkensribbetje	=	varkensrib
varkensribbetjes	=	varkensrib
varkensschnitzel	noun	gepaneerd, plat stuk varkensvlees
varkensschnitzels	=	varkensschnitzel
varkensschnitzeltje	=	varkensschnitzel
varkensschnitzeltjes	=	varkensschnitzel
varkensschuren	=	varkensschuur
varkensschuur	noun	ruimte waarin varkens worden gehouden
varkensschuurtje	=	varkensschuur
varkensschuurtjes	=	varkensschuur
varkensslachter	noun	persoon die varkens slacht
varkensslachterij	noun	slachterij voor varkens
varkensslachterijen	=	varkensslachterij
varkensslachters	=	varkensslachter
varkenssnuit	noun	snuit van een varken
varkenssnuiten	=	varkenssnuit
varkenssnuitje	=	varkenssnuit
varkenssnuitjes	=	varkenssnuit
varkenssnuitskunk	noun	een viertal roofdiersoorten uit het geslacht Conepatus van de familie Mephitidae.
varkenssnuitskunkje	=	varkenssnuitskunk
varkenssnuitskunkjes	=	varkenssnuitskunk
varkenssnuitskunks	noun	een geslacht Conepatus van de familie Mephitidae.
varkensstaart	noun	staart van een varken
varkensstaarten	=	varkensstaart
varkensstaartje	=	varkensstaart
varkensstaartjes	=	varkensstaart
varkensstaartlangoer	noun	Simias concolor primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
varkensstaartlangoeren	=	varkensstaartlangoer
varkensstaartlangoertje	=	varkensstaartlangoer
varkensstaartlangoertjes	=	varkensstaartlangoer
varkensstaartmakaak	noun	Macaca nemestrina een soort van het geslacht makaken Macaca
varkensstaartmakaken	=	varkensstaartmakaak
varkensstal	noun	overdekt verblijf voor varkens
varkensstallen	=	varkensstal
varkensstalletje	=	varkensstal
varkensstront	noun	ontlasting van een varken
varkenstoilet	noun	een speciaal ontworpen plaats in een varkensstal waar varkens leren hun behoefte te doen, wat leidt tot een verbeterd dierenwelzijn door schonere stallucht, en milieuwinst doordat mest en urine gescheiden worden afgevoerd en ammoniakvorming wordt beperkt
varkenstoiletje	=	varkenstoilet
varkenstoiletjes	=	varkenstoilet
varkenstoiletten	=	varkenstoilet
varkenstong	noun	beweeglijk lichaamsdeel in de mond van een varken
varkenstongen	=	varkenstong
varkenstongetje	=	varkenstong
varkenstongetjes	=	varkenstong
varkensvenkel	noun	Peucedanum officinale een overblijvend kruid, dat behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
varkensvenkels	=	varkensvenkel
varkensvenkeltje	=	varkensvenkel
varkensvenkeltjes	=	varkensvenkel
varkensvet	noun	vet van een varken
varkensvlees	noun	vlees van varkens
varkensvoer	noun	voedsel waarmee men varkens vetmest
varkenswang	noun	wang van een varken
varkenswangen	=	varkenswang
varkensziekte	noun	een ziekte die vooral varkens treft
varkensziekten	=	varkensziekte
varkensziektes	=	varkensziekte
varkenszweepworm	noun	Trichuris suis een parasitaire rondworm die vooral bij varkens kan voorkomen.
varkenszweepwormen	=	varkenszweepworm
varkenszweepwormpje	=	varkenszweepworm
varkenszweepwormpjes	=	varkenszweepworm
varkentje	=	varken
varkentjes	=	varken
varkenvis	noun	Orthopristis chrysoptera een straalvinnige vis uit de familie Haemulidae en de orde van de baarsachtigen (Perciformes), die voorkomt in het noordwesten en het westen van de Atlantische Oceaan
varkenvisje	=	varkenvis
varkenvisjes	=	varkenvis
varkenvissen	=	varkenvis
varren	=	var
varrenjager	noun	stok met ijzeren punt om stieren in bedwang te houden
varrenjagers	=	varrenjager
varrenjagertje	=	varrenjager
varrenjagertjes	=	varrenjager
varretje	=	var
varretjes	=	var
varroa	noun	benaming voor uitwendige parasieten uit het geslacht Varroa, (mijten) die voorkomen op insecten
varroa's	=	varroa
varroamijt	noun	Varroa destructor een uitwendige parasiet die voorkomt op insecten, maar zich alleen voort kan planten op het broed van honingbijen
varroamijten	=	varroamijt
varroamijtje	=	varroamijt
varroamijtjes	=	varroamijt
varsity	noun	wedstrijd tussen de roeiteams van universiteiten
varsity's	=	varsity
varzeadwergspecht	noun	Picumnus varzeae een vogel uit de familie Picidae (spechten).
varzeadwergspechten	=	varzeadwergspecht
varzeadwergspechtje	=	varzeadwergspecht
varzeadwergspechtjes	=	varzeadwergspecht
varzealijster	noun	Turdus sanchezorum een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
varzealijsters	=	varzealijster
varzealijstertje	=	varzealijster
varzealijstertjes	=	varzealijster
vasculair	adj	met betrekking tot de bloedvaten
vasculairder	=	vasculair
vasculairdere	=	vasculair
vasculairders	=	vasculair
vasculaire	=	vasculair
vasculairs	=	vasculair
vasculairst	=	vasculair
vasculairste	=	vasculair
vasculitis	noun	vaatonsteking
vasectomie	noun	sterilisatie van de man door het doorsnijden en gedeeltelijk wegnemen van de zaadleiders
vasectomietje	=	vasectomie
vasectomietjes	=	vasectomie
vasectomieën	=	vasectomie
vaseline	noun	een zalf die alleen uit koolwaterstoffen bestaat
vaselines	=	vaseline
vasoactief	adj	van invloed op de omvang van bloedvaten (samentrekking of verwijding)
vasoactiefs	=	vasoactief
vasoactieve	=	vasoactief
vasoconstrictie	noun	vaatvernauwing
vasoconstricties	=	vasoconstrictie
vasoconstrictietje	=	vasoconstrictie
vasoconstrictietjes	=	vasoconstrictie
vasodilatatie	noun	vaatverwijding.
vasodilataties	=	vasodilatatie
vasodilatatietje	=	vasodilatatie
vasodilatatietjes	=	vasodilatatie
vasomotorisch	adj	invloed hebbend op de omvang van bloedvaten
vasomotorische	=	vasomotorisch
vasopressine	noun	bepaald hormoon in het menselijk lichaam, dat o.a. een belangrijke rol speelt bij de retentie van water
vasopressor	noun	een stof die constrictie van bloedvaten veroorzaakt
vasopressors	=	vasopressor
vasopressortje	=	vasopressor
vasopressortjes	=	vasopressor
vasotomie	noun	het doorsnijden en afbinden van de zaadleiders van een man als sterilisatiemethode
vast	adj	aan een bepaalde plek gebonden, niet zomaar beweeglijk of verplaatsbaar	adv	niet los, stevig bevestigd
vastbak	=	vastbakken
vastbakke	=	vastbakken
vastbakken	verb	door bakken (aan de pan) vast komen te zitten, aanbakken
vastbakkend	=	vastbakken
vastbakkende	=	vastbakken
vastbakt	=	vastbakken
vastbakte	=	vastbakken
vastbakten	=	vastbakken
vastbeet	=	vastbijten
vastbenoemd	adj	een vaste aanstelling hebbend
vastbenoemde	=	vastbenoemd
vastbenoemds	=	vastbenoemd
vastberaden	adv	zeker van wat te doen
vastberadener	=	vastberaden
vastberadeners	=	vastberaden
vastberadenheid	noun	zonder op besluiten terug te komen
vastberadens	=	vastberaden
vastberadenst	=	vastberaden
vastberadenste	=	vastberaden
vastbesloten	adj	zeker een doel voor ogen hebbend
vastbeslotener	=	vastbesloten
vastbesloteners	=	vastbesloten
vastbeslotenheden	=	vastbeslotenheid
vastbeslotenheid	noun	het vasthouden aan een genomen besluit en dit besluit ook uitvoeren
vastbeslotens	=	vastbesloten
vastbeslotenst	=	vastbesloten
vastbeslotenste	=	vastbesloten
vastbete	=	vastbijten
vastbeten	=	vastbijten
vastbijt	=	vastbijten
vastbijte	=	vastbijten
vastbijten	verb	vastberaden doorzetten
vastbijtend	=	vastbijten
vastbijtende	=	vastbijten
vastbind	=	vastbinden
vastbinde	=	vastbinden
vastbinden	verb	ketenen, bevestigen met veter of touw
vastbindend	=	vastbinden
vastbindende	=	vastbinden
vastbindt	=	vastbinden
vastbond	=	vastbinden
vastbonde	=	vastbinden
vastbonden	=	vastbinden
vastbondt	=	vastbinden
vastdraai	=	vastdraaien
vastdraaide	=	vastdraaien
vastdraaiden	=	vastdraaien
vastdraaie	=	vastdraaien
vastdraaien	verb	door een rondgaande beweging iets ergens aan bevestigen
vastdraaiend	=	vastdraaien
vastdraaiende	=	vastdraaien
vastdraait	=	vastdraaien
vaste	=	vast
vasteland	noun	land dat in verbinding staat met een continentale landmassa
vastelanden	=	vasteland
vastelijk	adj	het zeker weten van iets
vastelijke	=	vastelijk
vastelijker	=	vastelijk
vastelijkere	=	vastelijk
vastelijkers	=	vastelijk
vastelijks	=	vastelijk
vastelijkst	=	vastelijk
vastelijkste	=	vastelijk
vasten	verb	zich onthouden van voedsel	noun	een tijd waarin men zich meest om religieuze redenen bepaalde zaken, veelal voedsel, ontzegt
vastenactie	noun	demonstratief een langere tijd zo min mogelijk eten en drinken om de aandacht op een misstand te vestigen
vastenacties	=	vastenactie
vastend	=	vasten
vastendag	noun	dat dat men niet eet of bepaald voedsel niet eet
vastendagen	=	vastendag
vastende	=	vasten
vastenmaand	noun	de negende maand van het mohammedaanse jaar, Ramadan moslims mogen dan overdag niet eten of drinken
vastenmaanden	=	vastenmaand
vastenmaandje	=	vastenmaand
vastenmaandjes	=	vastenmaand
vastenperiode	noun	periode dat men om religieuze redenen minder eet en drinkt
vastenperioden	=	vastenperiode
vastenperiodes	=	vastenperiode
vastentijd	noun	tijd waarin gevast wordt
vastentijden	=	vastentijd
vastenwet	noun	religieuze regels die bepalen wat men wel en niet mag gebruiken tijdens de vastentijd
vastenwetje	=	vastenwet
vastenwetjes	=	vastenwet
vastenwetten	=	vastenwet
vaster	=	vast
vastere	=	vast
vasters	=	vast
vastestoffysica	noun	het onderdeel van de natuurkunde dat zich bezighoudt met onderzoek naar de structuur en de eigenschappen van vaste stoffen
vastgebakken	=	vastbakken
vastgebeten	=	vastbijten
vastgebonden	=	vastbinden
vastgedraaid	=	vastdraaien
vastgedraaide	=	vastdraaien
vastgegespt	=	vastgespen
vastgegrepen	=	vastgrijpen
vastgehad	=	vasthebben
vastgehecht	=	vasthechten
vastgehechte	=	vasthechten
vastgehouden	=	vasthouden
vastgeketend	=	vastketenen
vastgeketende	=	vastketenen
vastgeklampt	=	vastklampen
vastgeklampte	=	vastklampen
vastgeklemd	=	vastklemmen
vastgeklemde	=	vastklemmen
vastgeklikt	=	vastklikken
vastgeklikte	=	vastklikken
vastgeklonken	=	vastklinken
vastgekluisterd	=	vastkluisteren
vastgeknoopt	=	vastknopen
vastgeknoopte	=	vastknopen
vastgekoekt	=	vastkoeken
vastgelegd	adj	onveranderlijk bepaald
vastgelegde	=	vastleggen
vastgelegds	=	vastgelegd
vastgelegen	=	vastliggen
vastgelijmd	=	vastlijmen
vastgelopen	=	vastlopen
vastgemaakt	=	vastmaken
vastgemaakte	=	vastmaken
vastgenaaid	=	vastnaaien
vastgenageld	=	vastnagelen
vastgenagelde	=	vastnagelen
vastgenomen	=	vastnemen
vastgepakt	=	vastpakken
vastgepakte	=	vastpakken
vastgepend	=	vastpennen
vastgepind	=	vastpinnen
vastgepinde	=	vastpinnen
vastgeplakt	=	vastplakken
vastgeplakte	=	vastplakken
vastgepraat	=	vastpraten
vastgeraakt	=	vastraken
vastgereden	=	vastrijden
vastgeroest	=	vastroesten
vastgeroeste	=	vastroesten
vastgeroester	=	vastroesten
vastgeroestere	=	vastroesten
vastgeroesters	=	vastroesten
vastgeroests	=	vastroesten
vastgeroestst	=	vastroesten
vastgeroestste	=	vastroesten
vastgeschroefd	=	vastschroeven
vastgeschroefde	=	vastschroeven
vastgeslagen	=	vastslaan
vastgesp	=	vastgespen
vastgespe	=	vastgespen
vastgespeld	=	vastspelden
vastgespelde	=	vastspelden
vastgespen	verb	iets of iemand vastmaken met een gesp
vastgespend	=	vastgespen
vastgespende	=	vastgespen
vastgespijkerd	=	vastspijkeren
vastgespijkerde	=	vastspijkeren
vastgespt	=	vastgespen
vastgespte	=	vastgespen
vastgespten	=	vastgespen
vastgestaan	=	vaststaan
vastgesteld	adj	bepaald
vastgestelde	=	vaststellen
vastgestelds	=	vastgesteld
vastgevroren	=	vastvriezen
vastgezet	=	vastzetten
vastgezeten	=	vastzitten
vastgezette	=	vastzetten
vastgezogen	=	vastzuigen
vastgoed	noun	goed [2] dat niet verplaatsbaar is
vastgoedactiviteit	noun	economische activiteit op het gebied van huizen en gebouwen
vastgoedactiviteiten	=	vastgoedactiviteit
vastgoedadviseur	noun	bedrijf of persoon die adviseert over investeringen in woningen en gebouwen
vastgoedadviseurs	=	vastgoedadviseur
vastgoedarsenaal	noun	de gebouwen die men in zijn bezit heeft
vastgoedarsenaaltje	=	vastgoedarsenaal
vastgoedarsenaaltjes	=	vastgoedarsenaal
vastgoedarsenalen	=	vastgoedarsenaal
vastgoedbedrijf	noun	organisatie die gebouwen exploiteert
vastgoedbedrijfje	=	vastgoedbedrijf
vastgoedbedrijfjes	=	vastgoedbedrijf
vastgoedbedrijven	=	vastgoedbedrijf
vastgoedbel	noun	een snelle toename van de taxatiewaarde van onroerende zaken, zoals woningen, totdat een onhoudbaar niveau wordt bereikt ten opzichte van de financieringslast en het rendement.
vastgoedbelegging	noun	investering in fysiek onroerend goed (zoals woningen, kantoren of winkels) met als doel financieel rendement te behalen.
vastgoedbeleggingen	=	vastgoedbelegging
vastgoedbelegginkje	=	vastgoedbelegging
vastgoedbelegginkjes	=	vastgoedbelegging
vastgoedbellen	=	vastgoedbel
vastgoedbelletje	=	vastgoedbel
vastgoedbelletjes	=	vastgoedbel
vastgoedbestand	noun	een lijst van gebouwen en woningen die in het bezit zijn van één (rechts)persoon
vastgoedbestanden	=	vastgoedbestand
vastgoedbestandje	=	vastgoedbestand
vastgoedbestandjes	=	vastgoedbestand
vastgoedbranche	noun	bedrijfstak die zich richt op het exploiteren van huizen en gebouwen
vastgoedbranches	=	vastgoedbranche
vastgoedbubbel	noun	tijdelijke sterke toename van de prijs van huizen en andere gebouwen gevolgd door een sterke daling van de prijs
vastgoedbubbels	=	vastgoedbubbel
vastgoedconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal bedrijven die vastgoed beheren
vastgoedconcerns	=	vastgoedconcern
vastgoedcrises	=	vastgoedcrisis
vastgoedcrisis	noun	plotseling ontstane problemen in de vastgoedbranche
vastgoedcrisissen	=	vastgoedcrisis
vastgoedfonds	noun	beleggingsfonds waarvan het kapitaal belegd wordt in vastgoed
vastgoedfondsen	=	vastgoedfonds
vastgoedfraude	noun	fraude die plaats vindt in de vastgoedsector
vastgoedfraudes	=	vastgoedfraude
vastgoedfraudeur	noun	fraudeur die vastgoedfraude pleegt
vastgoedfraudeurs	=	vastgoedfraudeur
vastgoedfraudeurtje	=	vastgoedfraudeur
vastgoedfraudeurtjes	=	vastgoedfraudeur
vastgoedfraudezaak	noun	een geval van vastgoedfraude
vastgoedfraudezaakje	=	vastgoedfraudezaak
vastgoedfraudezaakjes	=	vastgoedfraudezaak
vastgoedfraudezaken	=	vastgoedfraudezaak
vastgoedhandelaar	noun	iemand die gebouwen koopt en verkoopt
vastgoedhandelaars	=	vastgoedhandelaar
vastgoedhandelaren	=	vastgoedhandelaar
vastgoedimperia	=	vastgoedimperium
vastgoedimperium	noun	een bedrijf dat veel onroerendgoed bezit
vastgoedimperiums	=	vastgoedimperium
vastgoedinvesteerder	noun	bedrijf dat geld investeert in gebouwen
vastgoedinvesteerders	=	vastgoedinvesteerder
vastgoedmaatschappij	noun	bedrijf dat woningen en gebouwen beheert
vastgoedmaatschappijen	=	vastgoedmaatschappij
vastgoedmaatschappijtje	=	vastgoedmaatschappij
vastgoedmaatschappijtjes	=	vastgoedmaatschappij
vastgoedmagnaat	noun	iemand die heel veel huizen en andere gebouwen bezit
vastgoedmagnaten	=	vastgoedmagnaat
vastgoedmakelaar	noun	een persoon die tussen verkoper en koper van vastgoed bemiddelt
vastgoedmakelaars	=	vastgoedmakelaar
vastgoedmakelaarster	noun	vrouw die als tussenpersoon optreedt bij handel in onroerende zaken
vastgoedmakelaarsters	=	vastgoedmakelaarster
vastgoedmakelaartje	=	vastgoedmakelaar
vastgoedmakelaartjes	=	vastgoedmakelaar
vastgoedmakelaren	=	vastgoedmakelaar
vastgoedmanager	noun	een manager in vastgoed (huizen, kantoren etc.)
vastgoedmanagers	=	vastgoedmanager
vastgoedmanagertje	=	vastgoedmanager
vastgoedmanagertjes	=	vastgoedmanager
vastgoedmarkt	noun	handel in onroerend goed
vastgoedmarkten	=	vastgoedmarkt
vastgoedportefeuille	noun	verzameling van onroerendgoed dat men in zijn bezit heeft
vastgoedportefeuilles	=	vastgoedportefeuille
vastgoedprijzen	noun	het geld dat men moet betalen voor onroerend goed; de waarde van onroerend goed
vastgoedsector	noun	de sector van het vastgoed d.w.z. alle bedrijven die vastgoed aan de man brengen of die de rol van bemiddelaar spelen in de aankoop, verkoop of verhuur voor derden, of die instaan voor het beheer van vastgoed
vastgoedsectoren	=	vastgoedsector
vastgoedsectors	=	vastgoedsector
vastgoedzeepbel	noun	een economische zeepbel die periodiek voorkomt in vastgoedmarkten
vastgoedzeepbellen	=	vastgoedzeepbel
vastgreep	=	vastgrijpen
vastgreept	=	vastgrijpen
vastgrepen	=	vastgrijpen
vastgrijp	=	vastgrijpen
vastgrijpe	=	vastgrijpen
vastgrijpen	verb	iets stevig in de handen pakken
vastgrijpend	=	vastgrijpen
vastgrijpende	=	vastgrijpen
vastgrijpt	=	vastgrijpen
vasthebbe	=	vasthebben
vasthebben	verb	stevig met de handen in zijn greep hebben en niet meer loslaten
vasthebbend	=	vasthebben
vasthebbende	=	vasthebben
vasthecht	=	vasthechten
vasthechte	=	vasthechten
vasthechten	verb	zich vastmaken aan; zich vastklampen aan
vasthechtend	=	vasthechten
vasthechtende	=	vasthechten
vasthechtte	=	vasthechten
vasthechtten	=	vasthechten
vastheden	=	vastheid
vastheid	noun|figurative	de zekerheid die iemand heeft in denken en handelen
vasthield	=	vasthouden
vasthielde	=	vasthouden
vasthielden	=	vasthouden
vasthieldt	=	vasthouden
vasthou	=	vasthouden
vasthoud	=	vasthouden
vasthoude	=	vasthouden
vasthouden	verb	beletten dat iets losgaat
vasthoudend	=	vasthouden
vasthoudende	=	vasthouden
vasthoudender	=	vasthouden
vasthoudendere	=	vasthouden
vasthoudenders	=	vasthouden
vasthoudendheid	noun	het blijven doorgaan met het werken naar een bepaald doel en niet opgeven
vasthoudends	=	vasthouden
vasthoudendst	=	vasthouden
vasthoudendste	=	vasthouden
vasthouding	noun	het iets in de hand houden (beethouden) en figuurlijk niet loslaten, behouden of beletten dat iets weggaat.
vasthoudingen	=	vasthouding
vasthoudinkje	=	vasthouding
vasthoudinkjes	=	vasthouding
vasthoudt	=	vasthouden
vastigheden	=	vastigheid
vastigheid	noun	zekerheid dat zaken niet op een onvoorspelbare manier zullen veranderen
vastketen	=	vastketenen
vastketende	=	vastketenen
vastketenden	=	vastketenen
vastketene	=	vastketenen
vastketenen	verb	zichzelf in ketens binden
vastketenend	=	vastketenen
vastketenende	=	vastketenen
vastketent	=	vastketenen
vastklamp	=	vastklampen
vastklampe	=	vastklampen
vastklampen	verb	door middel van klampen vastzetten
vastklampend	=	vastklampen
vastklampende	=	vastklampen
vastklampt	=	vastklampen
vastklampte	=	vastklampen
vastklampten	=	vastklampen
vastklem	=	vastklemmen
vastklemde	=	vastklemmen
vastklemden	=	vastklemmen
vastklemme	=	vastklemmen
vastklemmen	verb	met klemmen vastzetten
vastklemmend	=	vastklemmen
vastklemmende	=	vastklemmen
vastklemt	=	vastklemmen
vastklik	=	vastklikken
vastklikke	=	vastklikken
vastklikken	verb	met een klik vastmaken
vastklikkend	=	vastklikken
vastklikkende	=	vastklikken
vastklikt	=	vastklikken
vastklikte	=	vastklikken
vastklikten	=	vastklikken
vastklink	=	vastklinken
vastklinke	=	vastklinken
vastklinken	verb	door klinken (met klinknagels) vastzetten
vastklinkend	=	vastklinken
vastklinkende	=	vastklinken
vastklinkt	=	vastklinken
vastklonk	=	vastklinken
vastklonken	=	vastklinken
vastkluister	=	vastkluisteren
vastkluisterde	=	vastkluisteren
vastkluisterden	=	vastkluisteren
vastkluistere	=	vastkluisteren
vastkluisteren	verb	met kluisters of ketenen ergens aan vastmaken
vastkluisterend	=	vastkluisteren
vastkluisterende	=	vastkluisteren
vastkluistert	=	vastkluisteren
vastknoop	=	vastknopen
vastknoopt	=	vastknopen
vastknoopte	=	vastknopen
vastknoopten	=	vastknopen
vastknope	=	vastknopen
vastknopen	verb	twee zaken met elkaar verbinden met een knoop
vastknopend	=	vastknopen
vastknopende	=	vastknopen
vastkoek	=	vastkoeken
vastkoeke	=	vastkoeken
vastkoeken	verb	vastplakken van iets dat eigenlijk niet de bedoeling is
vastkoekend	=	vastkoeken
vastkoekende	=	vastkoeken
vastkoekt	=	vastkoeken
vastkoekte	=	vastkoeken
vastkoekten	=	vastkoeken
vastlaagt	=	vastliggen
vastlag	=	vastliggen
vastlagen	=	vastliggen
vastleg	=	vastleggen
vastlegde	=	vastleggen
vastlegden	=	vastleggen
vastlegge	=	vastleggen
vastleggen	verb	bewaren van gegevens
vastleggend	=	vastleggen
vastleggende	=	vastleggen
vastlegging	noun	het onveranderbaar noteren van iets
vastleggingen	=	vastlegging
vastlegginkje	=	vastlegging
vastlegginkjes	=	vastlegging
vastlegt	=	vastleggen
vastliep	=	vastlopen
vastliepe	=	vastlopen
vastliepen	=	vastlopen
vastliept	=	vastlopen
vastlig	=	vastliggen
vastligge	=	vastliggen
vastliggen	verb	ergens aan bevestigd zijn
vastliggend	=	vastliggen
vastliggende	=	vastliggen
vastligt	=	vastliggen
vastlijm	=	vastlijmen
vastlijmde	=	vastlijmen
vastlijmden	=	vastlijmen
vastlijme	=	vastlijmen
vastlijmen	verb	iets met lijm aan iets anders bevestigen
vastlijmend	=	vastlijmen
vastlijmende	=	vastlijmen
vastlijmt	=	vastlijmen
vastloop	=	vastlopen
vastloopt	=	vastlopen
vastlope	=	vastlopen
vastlopen	verb	niet meer verder kunnen gaan
vastlopend	=	vastlopen
vastlopende	=	vastlopen
vastmaak	=	vastmaken
vastmaakt	=	vastmaken
vastmaakte	=	vastmaken
vastmaakten	=	vastmaken
vastmake	=	vastmaken
vastmaken	verb	ervoor zorgen dat iets vastzit aan iets anders
vastmakend	=	vastmaken
vastmakende	=	vastmaken
vastnaai	=	vastnaaien
vastnaaide	=	vastnaaien
vastnaaiden	=	vastnaaien
vastnaaie	=	vastnaaien
vastnaaien	verb	met naald en draad twee zaken met elkaar verbinden
vastnaaiend	=	vastnaaien
vastnaaiende	=	vastnaaien
vastnaait	=	vastnaaien
vastnaamt	=	vastnemen
vastnagel	=	vastnagelen
vastnagelde	=	vastnagelen
vastnagelden	=	vastnagelen
vastnagele	=	vastnagelen
vastnagelen	verb	met spijkers vastmaken
vastnagelend	=	vastnagelen
vastnagelende	=	vastnagelen
vastnagelt	=	vastnagelen
vastnam	=	vastnemen
vastnamen	=	vastnemen
vastneem	=	vastnemen
vastneemt	=	vastnemen
vastneme	=	vastnemen
vastnemen	verb	stevig grijpen
vastnemend	=	vastnemen
vastnemende	=	vastnemen
vastomlijnd	adj	van plannen dat ze heel duidelijk zijn
vastomlijnde	=	vastomlijnd
vastomlijnder	=	vastomlijnd
vastomlijndere	=	vastomlijnd
vastomlijnders	=	vastomlijnd
vastomlijnds	=	vastomlijnd
vastomlijndst	=	vastomlijnd
vastomlijndste	=	vastomlijnd
vastpak	=	vastpakken
vastpakke	=	vastpakken
vastpakken	verb	iets of iemand grijpen en vasthouden
vastpakkend	=	vastpakken
vastpakkende	=	vastpakken
vastpakt	=	vastpakken
vastpakte	=	vastpakken
vastpakten	=	vastpakken
vastpen	=	vastpennen
vastpende	=	vastpennen
vastpenden	=	vastpennen
vastpenne	=	vastpennen
vastpennen	verb	met een pen of pin vastmaken
vastpennend	=	vastpennen
vastpennende	=	vastpennen
vastpent	=	vastpennen
vastpin	=	vastpinnen
vastpinde	=	vastpinnen
vastpinden	=	vastpinnen
vastpinne	=	vastpinnen
vastpinnen	verb	met een pen vastzetten
vastpinnend	=	vastpinnen
vastpinnende	=	vastpinnen
vastpint	=	vastpinnen
vastplak	=	vastplakken
vastplakke	=	vastplakken
vastplakken	verb	met lijm iets vastmaken aan iets anders
vastplakkend	=	vastplakken
vastplakkende	=	vastplakken
vastplakt	=	vastplakken
vastplakte	=	vastplakken
vastplakten	=	vastplakken
vastpraat	=	vastpraten
vastpraatte	=	vastpraten
vastpraatten	=	vastpraten
vastprate	=	vastpraten
vastpraten	verb	in een discussie met zichzelf in tegenspraak komen
vastpratend	=	vastpraten
vastpratende	=	vastpraten
vastraak	=	vastraken
vastraakt	=	vastraken
vastraakte	=	vastraken
vastraakten	=	vastraken
vastrake	=	vastraken
vastraken	verb	klem komen te zitten; niet meer voor- of achterwaarts kunnen gaan
vastrakend	=	vastraken
vastrakende	=	vastraken
vastrecht	noun	het bedrag dat gebruikers van gas, water en elektra betalen ongeacht hun verbruik /het vastrecht zijn de vaste kosten voor de aansluiting op de waterleiding of elektriciteitsnet, en staat los van het aantal kubieke meters gas en water dat men afneemt
vastrechten	=	vastrecht
vastreden	=	vastrijden
vastreed	=	vastrijden
vastrentend	adj	betreffende beleggingen, zoals obligaties, waarbij de uitgever (overheid of bedrijf) een vooraf vastgestelde, regelmatige rentevergoeding uitkeert.
vastrentende	=	vastrentend
vastrentender	=	vastrentend
vastrentendere	=	vastrentend
vastrentenders	=	vastrentend
vastrentends	=	vastrentend
vastrentendst	=	vastrentend
vastrentendste	=	vastrentend
vastrijd	=	vastrijden
vastrijde	=	vastrijden
vastrijden	verb	door een beweging klem komen te zitten en niet meer voor- of achterwaarts kunnen bewegen
vastrijdend	=	vastrijden
vastrijdende	=	vastrijden
vastrijdt	=	vastrijden
vastroest	=	vastroesten
vastroeste	=	vastroesten
vastroesten	verb	zolang roesten dat iets vast gaat zitten
vastroestend	=	vastroesten
vastroestende	=	vastroesten
vastroestte	=	vastroesten
vastroestten	=	vastroesten
vasts	=	vast
vastschroef	=	vastschroeven
vastschroefde	=	vastschroeven
vastschroefden	=	vastschroeven
vastschroeft	=	vastschroeven
vastschroeve	=	vastschroeven
vastschroeven	verb	met schroeven vastmaken; met een draaiende beweging vastmaken
vastschroevend	=	vastschroeven
vastschroevende	=	vastschroeven
vastsla	=	vastslaan
vastslaan	verb	met een slaande beweging iets bevestigen
vastslaand	=	vastslaan
vastslaande	=	vastslaan
vastslaat	=	vastslaan
vastsloeg	=	vastslaan
vastsloegen	=	vastslaan
vastspeld	=	vastspelden
vastspeldde	=	vastspelden
vastspeldden	=	vastspelden
vastspelde	=	vastspelden
vastspelden	verb	met een of meer spelden vastmaken
vastspeldend	=	vastspelden
vastspeldende	=	vastspelden
vastspeldt	=	vastspelden
vastspijker	=	vastspijkeren
vastspijkerde	=	vastspijkeren
vastspijkerden	=	vastspijkeren
vastspijkere	=	vastspijkeren
vastspijkeren	verb	met spijkers bevestigen
vastspijkerend	=	vastspijkeren
vastspijkerende	=	vastspijkeren
vastspijkert	=	vastspijkeren
vastst	=	vast
vaststa	=	vaststaan
vaststaan	verb	zeker zijn
vaststaand	adj	zeker
vaststaande	=	vaststaand
vaststaands	=	vaststaand
vaststaat	=	vaststaan
vastste	=	vast
vaststel	=	vaststellen
vaststelbaar	adj	van iets dat men kan bepalen wat het is
vaststelbaarder	=	vaststelbaar
vaststelbaardere	=	vaststelbaar
vaststelbaarders	=	vaststelbaar
vaststelbaars	=	vaststelbaar
vaststelbaarst	=	vaststelbaar
vaststelbaarste	=	vaststelbaar
vaststelbare	=	vaststelbaar
vaststelde	=	vaststellen
vaststelden	=	vaststellen
vaststelle	=	vaststellen
vaststellen	verb	bevestigen dat iets zo is
vaststellend	=	vaststellen
vaststellende	=	vaststellen
vaststelling	noun	het vaststellen (vastgesteld worden)
vaststellingen	=	vaststelling
vaststellingsovereenkomst	noun	overeenkomst waarbij twee of meer partijen een bindende schikking treffen
vaststellingsovereenkomsten	=	vaststellingsovereenkomst
vaststelt	=	vaststellen
vaststond	=	vaststaan
vaststonden	=	vaststaan
vaststondt	=	vaststaan
vastte	=	vasten
vastten	=	vasten
vastvries	=	vastvriezen
vastvriest	=	vastvriezen
vastvrieze	=	vastvriezen
vastvriezen	verb	door ijsvorming zijn beweeglijkheid verliezen
vastvriezend	=	vastvriezen
vastvriezende	=	vastvriezen
vastvroor	=	vastvriezen
vastvroort	=	vastvriezen
vastvrore	=	vastvriezen
vastvroren	=	vastvriezen
vastzat	=	vastzitten
vastzate	=	vastzitten
vastzaten	=	vastzitten
vastzet	=	vastzetten
vastzette	=	vastzetten
vastzetten	verb	iets zodanig vastmaken dat het niet meer bewegen kan
vastzettend	=	vastzetten
vastzettende	=	vastzetten
vastzit	=	vastzitten
vastzitte	=	vastzitten
vastzitten	verb	onbeweeglijk gehouden worden
vastzittend	=	vastzitten
vastzittende	=	vastzitten
vastzogen	=	vastzuigen
vastzoog	=	vastzuigen
vastzuig	=	vastzuigen
vastzuige	=	vastzuigen
vastzuigen	verb	door een zuigende kracht vasthechten
vastzuigend	=	vastzuigen
vastzuigende	=	vastzuigen
vastzuigt	=	vastzuigen
vat	noun	ronde ton waar allerhande vloeistoffen in opgeslagen worden
vatbaar	adj	gemakkelijk aangetast, besmet kunnende worden, iets op kunnen doen, ontvankelijk
vatbaarder	=	vatbaar
vatbaardere	=	vatbaar
vatbaarders	=	vatbaar
vatbaarheden	=	vatbaarheid
vatbaarheid	noun	het gevoelig zijn voor iets; het kunnen overnemen van een eigenschap
vatbaars	=	vatbaar
vatbaarst	=	vatbaar
vatbaarste	=	vatbaar
vatbare	=	vatbaar
vatbier	noun	bier dat direct uit het vat wordt getapt
vatbom	noun	oliedrum of andere metalen ton gevuld met explosieven, brandstof en puntige stukken metaal of gifstoffen
vatbommen	=	vatbom
vatbommetje	=	vatbom
vatboor	noun	boortje waarmee men een gaatje in een vat boort
vatboortje	=	vatboor
vatboortjes	=	vatboor
vatboren	=	vatboor
vate	=	vat
vaten	=	vat
vatend	=	vat
vatende	=	vat
vatenkwast	noun	borstel die men gebruikt bij het reinigen van eetgerei
vatenkwasten	=	vatenkwast
vaticaancorrespondent	noun	persoon verslag doet over de paus, de rooms-katholieke kerk en andere zaken uit Vaticaanstad
vaticaancorrespondentje	=	vaticaancorrespondent
vaticaancorrespondentjes	=	vaticaancorrespondent
vaticaans	adj	op Vaticaanstad betrekking hebbend
vaticaanse	=	vaticaans
vaticaanser	=	vaticaans
vaticaansere	=	vaticaans
vaticaansers	=	vaticaans
vaticaanst	=	vaticaans
vaticaanste	=	vaticaans
vaticaanwatcher	noun	persoon verslag doet over de paus, de rooms-katholieke kerk en andere zaken uit Vaticaanstad en probeert inzicht te krijgen en te geven over de (geheime) betekenis van de gegeven informatie
vaticaanwatchers	=	vaticaanwatcher
vatje	=	vat
vatte	=	vatten
vatten	verb	vastgrijpen, beetkrijgen
vattend	=	vatten
vattende	=	vatten
vatting	noun	een houder waarin bijv. een juweel wordt gevat
vattingen	=	vatting
vattinkje	=	vatting
vattinkjes	=	vatting
vaudeville	noun	luchtig blijspel met veel verwikkelingen en vergissingen
vaudevilles	=	vaudeville
vaudevilletje	=	vaudeville
vaudevilletjes	=	vaudeville
vava	noun	vader van iemands ouders
vava's	=	vava
vavaatje	=	vava
vavaatjes	=	vava
vaxer	noun	iemand die het nut van inenting tegen besmettelijke ziekten uitdraagt
vaxers	=	vaxer
vazal	noun	iemand die in de middeleeuwen zijn vrije status en bezit opgaf aan een leenheer die hem in ruil hiervoor veiligheid en werk (eventueel een ambt op zijn landgoed) aanbood.
vazallen	=	vazal
vazalletje	=	vazal
vazalletjes	=	vazal
vazalstaat	noun	staat die afhankelijk is van een ander land
vazalstaatje	=	vazalstaat
vazalstaatjes	=	vazalstaat
vazalstaten	=	vazalstaat
vazelvarken	noun|obsolete	een varken dat niet vestgemest wordt maar voor de teelt voorbestemd is
vazelvarkens	=	vazelvarken
vazelvarkentje	=	vazelvarken
vazelvarkentjes	=	vazelvarken
vazen	=	vaas
vaâr	=	vader
vaêr	=	vader
vbo	noun	voorbereidend beroepsonderwijs
vdsl	noun	de afkorting voor very-high-bitrate digital subscriber line, een snelle internetverbinding via de telefoonlijn
vdsl-verbinding	noun	is een snelle vorm van internet via het traditionele koperen telefoonnetwerk.
vdsl-verbindingen	=	vdsl-verbinding
vdsl-verbindinkje	=	vdsl-verbinding
vdsl-verbindinkjes	=	vdsl-verbinding
ve-tsin	noun	fijn wit poeder van sojabonen, gebruikt om de smaak van gerechten te accentueren
vecht	=	vechten
vechtarend	noun	Polemaetus bellicosus een vogel uit de familie der Accipitridae van haviken en adelaars.
vechtarenden	=	vechtarend
vechtarendje	=	vechtarend
vechtarendjes	=	vechtarend
vechte	=	vechten
vechten	verb	strijd leveren
vechtend	adj	aan het strijden zijnde
vechtende	=	vechtend
vechtends	=	vechtend
vechter	noun	iemand die een gevecht niet uit de weg gaat
vechterij	noun	strijd die met fysieke middelen wordt uitgevochten
vechterijen	=	vechterij
vechterijtje	=	vechterij
vechterijtjes	=	vechterij
vechters	=	vechter
vechtersbaas	noun	iemand die heel sterk is en graag vecht
vechtersbaasje	=	vechtersbaas
vechtersbaasjes	=	vechtersbaas
vechtersbazen	=	vechtersbaas
vechtersmentaliteit	noun	het karakter dat past bij iemand die nooit opgeeft ook niet als het erg moeilijk wordt
vechtertje	=	vechter
vechtertjes	=	vechter
vechtfilm	noun	een film waarin vechten de belangrijkste handeling is
vechtfilms	=	vechtfilm
vechthaan	noun	haan die speciaal is afgericht voor hanengevechten
vechthaantje	=	vechthaan
vechthanen	=	vechthaan
vechthond	noun	honden die speciaal gefokt zijn om te vechten
vechthonden	=	vechthond
vechtjas	noun	iemand die graag vecht
vechtjasje	=	vechtjas
vechtjasjes	=	vechtjas
vechtjassen	=	vechtjas
vechtkabinet	noun	regering waarbij de verschillende bewindslieden slecht met elkaar samenwerken
vechtkabinetje	=	vechtkabinet
vechtkabinetjes	=	vechtkabinet
vechtkabinetten	=	vechtkabinet
vechtkunst	noun	een geheel van vechttechniekenen en vechttradities
vechtkunsten	=	vechtkunst
vechtkunstje	=	vechtkunst
vechtkunstjes	=	vechtkunst
vechtkwartels	noun	Turnicidae een familie van vogels uit de orde steltloperachtigen (Charadriiformes).
vechtlust	noun	zin om te vechten
vechtlusten	=	vechtlust
vechtlustig	adj	het leuk vinden om te vechten, zin hebben om te vechten
vechtlustige	=	vechtlustig
vechtlustiger	=	vechtlustig
vechtlustigere	=	vechtlustig
vechtlustigers	=	vechtlustig
vechtlustigs	=	vechtlustig
vechtlustigst	=	vechtlustig
vechtlustigste	=	vechtlustig
vechtpartij	noun	Gevecht tussen twee of meer individuen.
vechtpartijen	=	vechtpartij
vechtpartijtje	=	vechtpartij
vechtpartijtjes	=	vechtpartij
vechtpet	noun	hoofddeksel van een militair zonder de duidelijke beschermende werking zoals een helm die zou bieden
vechtpetje	=	vechtpet
vechtpetjes	=	vechtpet
vechtpetten	=	vechtpet
vechtscheiding	noun	een echtscheiding die gepaard gaat met allerlei mogelijke acties met de bedoeling de andere partner zo veel mogelijk schade toe te brengen
vechtscheidingen	=	vechtscheiding
vechtscheidinkje	=	vechtscheiding
vechtscheidinkjes	=	vechtscheiding
vechtspel	noun	computergame waarbij de nadruk ligt op virtueel vechten
vechtspellen	=	vechtspel
vechtspelletje	=	vechtspel
vechtspelletjes	=	vechtspel
vechtsport	noun	sport waarin tweegevechten worden gehouden
vechtsporten	=	vechtsport
vechtsportje	=	vechtsport
vechtster	noun	een vrouw die vecht
vechtsterren	=	vechtster
vechtsterretje	=	vechtster
vechtsterretjes	=	vechtster
vechtsters	=	vechtster
vechtstertje	=	vechtster
vechtstok	noun	een lange stok die voor zelfverdediging gebruikt wordt
vechtstokje	=	vechtstok
vechtstokjes	=	vechtstok
vechtstokken	=	vechtstok
vector	noun	gerichte grootheid
vectorafbeelding	noun	grafische voorstelling die opgebouwd is uit eenvoudige meetkundige objecten, zoals punten, lijnen, krommen, polygonen e.d.
vectorafbeeldingen	=	vectorafbeelding
vectorafbeeldinkje	=	vectorafbeelding
vectorafbeeldinkjes	=	vectorafbeelding
vectoranalyse	noun	deelgebied van de wiskunde, dat zich bezighoudt met de multivariabele analyse van vectoren in een inwendig-productruimte van twee of meer dimensies
vectorboson	noun	een boson met een spin [1] gelijk aan een eenheid van hbar (de constante van Planck gedeeld door 2π)
vectorbosonen	=	vectorboson
vectoren	=	vector
vectoriseer	=	vectoriseren
vectoriseerde	=	vectoriseren
vectoriseerden	=	vectoriseren
vectoriseert	=	vectoriseren
vectorisere	=	vectoriseren
vectoriseren	verb	omzetten van rasterafbeeldingen naar lijnafbeeldingen
vectoriserend	=	vectoriseren
vectoriserende	=	vectoriseren
vectoroptelling	noun	een operatie op vectoren waarbij coördinaatsgewijze wordt opgeteld of in een tekening met de parallellogramregel
vectoroptellingen	=	vectoroptelling
vectorprocessor	noun	een processor die in staat is om gelijktijdig een wiskundige bewerking uit te voeren op een groot aantal data-elementen (op een array bijvoorbeeld)
vectorprocessoren	=	vectorprocessor
vectorproduct	noun	een binaire operatie in een driedimensionale ruimte op twee vectoren.
vectorproducten	=	vectorproduct
vectorprojectie	noun	de projectie van " mathbf a op mathbf b", is gegeven door: ( mathbf a· mathbf ̂b) mathbf ̂bof(| mathbf a| cos θ) mathbf ̂b.
vectorprojecties	=	vectorprojectie
vectorruimte	noun	een wiskundige structuur, die wordt gevormd door een verzameling vectoren die kunnen worden opgeteld door middel van vectoroptelling en die kunnen worden vermenigvuldigd ("geschaald") door getallen, die in deze context scalairen worden genoemd.
vectorruimten	=	vectorruimte
vectorruimtes	=	vectorruimte
vectorsom	noun	vectoroptelling
vectorsommen	=	vectorsom
vectorsommetje	=	vectorsom
vectorsommetjes	=	vectorsom
vectortje	=	vector
vectorveld	noun	een afbeelding die aan elk punt in een Euclidische ruimte een vector koppelt
vectorvelden	=	vectorveld
vectorveldje	=	vectorveld
vectorveldjes	=	vectorveld
vede	=	vete
vedel	=	vedelen
vedelaar	noun	iemand die op de vedel speelt
vedelaars	=	vedelaar
vedelaartje	=	vedelaar
vedelaartjes	=	vedelaar
vedelde	=	vedelen
vedelden	=	vedelen
vedele	=	vedelen
vedelen	verb	op een vedel spelen
vedelend	=	vedelen
vedelende	=	vedelen
vedels	=	vedelen
vedelt	=	vedelen
vedeltje	=	vedelen
vedeltjes	=	vedelen
veder	noun	pen met fijnvertakt uitgroeisel waaruit de huidbedekking van een vogel is opgebouwd
vederachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van veer
vederachtige	=	vederachtig
vederachtiger	=	vederachtig
vederachtigere	=	vederachtig
vederachtigers	=	vederachtig
vederachtigs	=	vederachtig
vederachtigst	=	vederachtig
vederachtigste	=	vederachtig
vederbos	noun	een groep gekleurde veren of pluimen die ter versiering op een hoofddeksel is geplaatst
vederbosje	=	vederbos
vederbossen	=	vederbos
vederdistel	noun	een geslacht Cirsium uit de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae) met meer dan honderd soorten
vederdistelgalboorvlieg	noun	Urophora stylata een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
vederdistelgalboorvliegen	=	vederdistelgalboorvlieg
vederdistelgalboorvliegje	=	vederdistelgalboorvlieg
vederdistelgalboorvliegjes	=	vederdistelgalboorvlieg
vederdistelroest	noun	Puccinia cnici een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
vederdistelroesten	=	vederdistelroest
vederdistelroestje	=	vederdistelroest
vederdistelroestjes	=	vederdistelroest
vederdistels	=	vederdistel
vederdisteltje	=	vederdistel
vederdisteltjes	=	vederdistel
vederen	=	veder
vederesdoorn	noun	Acer negundo een plant uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae).
vederesdoorns	=	vederesdoorn
vederesdoorntje	=	vederesdoorn
vederesdoorntjes	=	vederesdoorn
vedergewicht	noun	bokser met een gewicht tot 57,15 kg
vedergewichten	=	vedergewicht
vedergewichtje	=	vedergewicht
vedergewichtjes	=	vedergewicht
vedergras	noun	een geslacht Stipa uit de grassenfamilie (Poaceae).
vedergrasje	=	vedergras
vedergrasjes	=	vedergras
vedergrassen	=	vedergras
vederkleed	=	verenkleed
vederkruidfamilie	noun	een familie Haloragaceae van tweezaadlobbige struiken en kruidachtige planten.
vederkruidfamilietje	=	vederkruidfamilie
vederkruidfamilietjes	=	vederkruidfamilie
vederlicht	adj	heel erg licht, zo licht als een veertje
vederlichte	=	vederlicht
vederlichts	=	vederlicht
vederloos	adj	zonder veren
vederloost	=	vederloos
vederlooste	=	vederloos
vederloze	=	vederloos
vederlozer	=	vederloos
vederlozere	=	vederloos
vederlozers	=	vederloos
vedermos	noun	een geslacht Fissidens van mossen uit de vedermosfamilie (Fissidentaceae)
vedermosje	=	vedermos
vedermosjes	=	vedermos
vedermossen	=	vedermos
vedermot	noun	insect uit de familie Pterophoridae van vlinders en de enige familie in de superfamilie Pterophoroidea.
vedermotje	=	vedermot
vedermotjes	=	vedermot
vedermotten	noun	Pterophoridae een familie van vlinders en de enige familie in de superfamilie Pterophoroidea.
veders	=	veder
vederstaartbuidelmuis	noun	Distoechurus pennatus een klimbuideldier uit Nieuw-Guinea.
vederstaartbuidelmuisje	=	vederstaartbuidelmuis
vederstaartbuidelmuisjes	=	vederstaartbuidelmuis
vederstaartbuidelmuizen	=	vederstaartbuidelmuis
vederstaarttoepaja	noun	Ptilocercus lowii de enige soort in het geslacht Ptilocercus en de familie Ptilocercidae.
vederstaarttoepaja's	=	vederstaarttoepaja
vederstaarttoepajaatje	=	vederstaarttoepaja
vederstaarttoepajaatjes	=	vederstaarttoepaja
vedertje	=	veder
vedertjes	=	veder
vedervormig	adj	vorm van een veder hebbend
vedervormige	=	vedervormig
vedervormiger	=	vedervormig
vedervormigere	=	vedervormig
vedervormigers	=	vedervormig
vedervormigs	=	vedervormig
vedervormigst	=	vedervormig
vedervormigste	=	vedervormig
vederwier	noun	Bryopsis plumosa een groenwier uit de familie Bryopsidaceae.
vederwieren	=	vederwier
vederwiertje	=	vederwier
vederwiertjes	=	vederwier
vederwolken	noun	bewolking die bestaat uit wolken die lijken op de veren van een vogels
vedette	noun	iemand die beroemd is door opvallende prestaties in de sport, cultuur of het openbare leven
vedetten	=	vedette
vedetteopleiding	noun	Vedette Voetbalschool Amsterdam biedt professionele voetbaltraining voor kinderen (2-16 jaar) met gediplomeerde trainers en kleine groepen.
vedetteopleidingen	=	vedetteopleiding
vedetteopleidinkje	=	vedetteopleiding
vedetteopleidinkjes	=	vedetteopleiding
vedettes	=	vedette
vedettetje	=	vedette
vedisch	noun	taal ontstaan in India rond 1500-500 v.Chr.	adj	verwijst naar de oudste heilige teksten, cultuur en religieuze tradities van het hindoeïsme, ontstaan in India rond 1500-500 v.Chr.
vedische	=	vedisch
vedischer	=	vedisch
vedischere	=	vedisch
vedischers	=	vedisch
vee	noun	door de mens om economische redenen gehouden dieren, m.n runderen, varkens en kippen
vee-industrie	noun	intensieve veehouderij waarin dieren gehouden worden voor hun vlees
vee-industrieën	=	vee-industrie
veearts	noun	iemand die zich specialiseert in de geneeskunst van dieren
veeartsen	=	veearts
veeartsenij	noun	de gezondheidszorg van dieren
veeartsenijen	=	veeartsenij
veeartsenijscholen	=	veeartsenijschool
veeartsenijschool	noun	school voor de opleiding tot veearts
veeartsenijschooltje	=	veeartsenijschool
veeartsenijschooltjes	=	veeartsenijschool
veeartsje	=	veearts
veeartsjes	=	veearts
veeauto	noun	gemotoriseerde wagen voor het vervoer van vee
veeauto's	=	veeauto
veebedrijf	noun	een agrarisch bedrijf waar men dieren houdt
veebedrijfje	=	veebedrijf
veebedrijfjes	=	veebedrijf
veebedrijven	=	veebedrijf
veeboer	noun	boer die zich vooral met het fokken van vee bezig houdt
veeboeren	=	veeboer
veeboertje	=	veeboer
veeboertjes	=	veeboer
veeboot	noun	platte boot geschikt voor het vervoer van koeien, schapen en ander vee
veebootje	=	veeboot
veebootjes	=	veeboot
veeboten	=	veeboot
veederkleed	=	verenkleed
veedief	noun	iemand die vee steelt
veediefje	=	veedief
veediefjes	=	veedief
veedieven	=	veedief
veedrijver	noun	iemand die zorgt dat vee zich van de ene naar de andere plaats begeeft
veedrijvers	=	veedrijver
veefokker	noun	iemand die vee fokt
veefokkerij	noun	het fokken van vee
veefokkerijen	=	veefokkerij
veefokkers	=	veefokker
veefokkertje	=	veefokker
veefokkertjes	=	veefokker
veeg	noun	klap	adj	niets goeds voorspellend
veegactie	noun	verwijdering van omstanders door de politie
veegacties	=	veegactie
veegactietje	=	veegactie
veegactietjes	=	veegactie
veegblik	noun	voorwerp waarop men vuil kan vegen
veegblikje	=	veegblik
veegblikjes	=	veegblik
veegblikken	=	veegblik
veegborstel	noun	een brede, vaak platte borstel (soms met een steel) gebruikt voor het verwijderen van stof, vuil en organisch materiaal van oppervlakken
veegborstels	=	veegborstel
veegborsteltje	=	veegborstel
veegborsteltjes	=	veegborstel
veegde	=	vegen
veegden	=	vegen
veegding	noun	smartphone, tablet of touchscreen
veegdingen	=	veegding
veegdingetje	=	veegding
veegdingetjes	=	veegding
veegje	=	veeg
veegjes	=	veeg
veegmachine	noun	voertuig van een reinigingsdienst dat is uitgerust met grote borstels om het plaveisel schoon te maken
veegmachines	=	veegmachine
veegmes	noun	mes dat men gebruikt om overtollig materiaal te verwijderen; mes dat men gebruikt om iets te reinigen
veegmesje	=	veegmes
veegmesjes	=	veegmes
veegmessen	=	veegmes
veegs	=	veeg
veegschone	=	veegschoon
veegschoon	adj	oppervlakkig gereinigd, zoals na eenmalig opvegen van vuil
veegschoons	=	veegschoon
veegsel	noun	wat men bij vegen verzamelt en weggooit
veegsels	=	veegsel
veegst	=	veeg
veegste	=	veeg
veegster	noun	vrouw die iets door vegen schoonmaakt
veegsters	=	veegster
veegstertje	=	veegster
veegstertjes	=	veegster
veegt	=	vegen
veegwagen	noun	voertuig van een reinigingsdienst dat is uitgerust met grote borstels om het plaveisel schoon te maken
veegwagens	=	veegwagen
veegwet	noun	wet een aantal fouten in andere (pensioen)wetten repareert
veegwetten	=	veegwet
veehandel	noun	handel in vee
veehandelaar	noun	iemand die vee koopt en verkoopt
veehandelaars	=	veehandelaar
veehandelaartje	=	veehandelaar
veehandelaartjes	=	veehandelaar
veehandelaren	=	veehandelaar
veehandeltje	=	veehandel
veehandeltjes	=	veehandel
veehoeder	noun	iemand die met vee rondtrekt
veehoeders	=	veehoeder
veehoedertje	=	veehoeder
veehoedertjes	=	veehoeder
veehoeve	noun	een boerenbedrijf waar met name veeteelt bedreven wordt
veehoeven	=	veehoeve
veehoeves	=	veehoeve
veehoevetje	=	veehoeve
veehoevetjes	=	veehoeve
veehouder	noun	boer die leeft van veeteelt
veehouderes	=	veehouder
veehouderij	noun	het houden van vee
veehouderijen	=	veehouderij
veehouderijtje	=	veehouderij
veehouders	=	veehouder
veehoudertje	=	veehouder
veehoudertjes	=	veehouder
veehoudster	=	veehouder
veehouwer	=	veehouder
veejay	noun	presentator van videoclips, videojockey
veejays	=	veejay
veejaytje	=	veejay
veejaytjes	=	veejay
veek	noun	drijvend afval op het water
veekoek	noun	koek van lijnzaden waaruit de olie is geperst
veekoeken	=	veekoek
veekoekje	=	veekoek
veekoekjes	=	veekoek
veekrand	noun	aangespoeld drijfvuil dat de hoogste waterstand (incl.
veekranden	=	veekrand
veekrandje	=	veekrand
veekrandjes	=	veekrand
veel	adv	dikwijls, vaak	num	groot in hoeveelheid
veelal	adv	in de meeste gevallen, vaak
veelbelovend	adj	iets of iemand waarvan men in de toekomst veel goeds mag verwachten
veelbelovende	=	veelbelovend
veelbelovends	=	veelbelovend
veelbeluisterd	adj	populair bij een groot luisteraars	adv	op een manier die door veel mensen wordt gehoord
veelbeluisterde	=	veelbeluisterd
veelbeluisterds	=	veelbeluisterd
veelbeproefd	adj	iets wat al vaak getest is
veelbeproefde	=	veelbeproefd
veelbeproefds	=	veelbeproefd
veelbesproken	adj	vaak gerecenseerd; waarover veel gepraat wordt
veelbesprokens	=	veelbesproken
veelbetekenend	adj	rijk van inhoud maar arm aan woorden	adv	met veel betekenis zonder veel woorden te gebruiken
veelbetekenende	=	veelbetekenend
veelbetekenends	=	veelbetekenend
veelbewogen	adj	met veel spannende of schokkende gebeurtenissen
veelbewogens	=	veelbewogen
veelde	=	velen
veelden	=	velen
veeleer	adv|formal	eerder, liever
veeleisend	adj	veel en hoge eisen stellend
veeleisende	=	veeleisend
veeleisender	=	veeleisend
veeleisendere	=	veeleisend
veeleisenders	=	veeleisend
veeleisends	=	veeleisend
veeleisendst	=	veeleisend
veeleisendste	=	veeleisend
veelerlei	=	velerlei
veelgebruikt	adj	van iets dat men het vaak toepast
veelgebruikte	=	veelgebruikt
veelgebruikts	=	veelgebruikt
veelgehoord	adj	vaak uitgesproken, dikwijls gezegd
veelgehoorde	=	veelgehoord
veelgehoords	=	veelgehoord
veelgelezen	adj	van een tekst dat deze door veel mensen gelezen is
veelgeplaagd	adj	iets of iemand die veel wordt gehinderd
veelgeplaagde	=	veelgeplaagd
veelgeplaagds	=	veelgeplaagd
veelgeprezen	adj	die volgens veel mensen goed is, die veel lof krijgt
veelgeprezens	=	veelgeprezen
veelgesteld	adj	van een vraag of een stelling dat deze frequent wordt uitgesproken
veelgestelde	=	veelgesteld
veelgestelds	=	veelgesteld
veelgevraagd	adj	van iets of iemand dat er veel vraag naar is; zeer in trek
veelgevraagde	=	veelgevraagd
veelgevraagds	=	veelgevraagd
veelheden	=	veelheid
veelheid	noun	het veel (met een groot aantal) zijn
veelheidje	=	veelheid
veelhoek	noun	een gesloten stelsel lijnsegmenten die samen een plat vlak omsluiten
veelhoekaarduil	noun	Opigena polygona een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
veelhoekaarduilen	=	veelhoekaarduil
veelhoekaarduiltje	=	veelhoekaarduil
veelhoekaarduiltjes	=	veelhoekaarduil
veelhoeken	=	veelhoek
veelhoekig	adj	de vorm van een veelhoek hebbend
veelhoekige	=	veelhoekig
veelhoekigs	=	veelhoekig
veelhoekje	=	veelhoek
veelhoekjes	=	veelhoek
veeljarig	adj	betrekking hebbend op een periode van meerdere jaren
veeljarige	=	veeljarig
veeljarigs	=	veeljarig
veelkleurengors	noun	Passerina versicolor een zangvogel uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae)
veelkleurengorsje	=	veelkleurengors
veelkleurengorsjes	=	veelkleurengors
veelkleurengorzen	=	veelkleurengors
veelkleurigheden	=	veelkleurigheid
veelkleurigheid	noun	het heel kleurig zijn
veelknoopvlieg	noun	Pegomya setaria een vliegensoort uit de familie van de bloemvliegen (Anthomyiidae).
veelknoopvliegen	=	veelknoopvlieg
veelkoppig	adj	met meer dan één kop
veelkoppige	=	veelkoppig
veelkoppigs	=	veelkoppig
veelluik	noun	schilderstuk dat uit meerdere onderling verbonden panelen bestaat
veelluiken	=	veelluik
veelluikje	=	veelluik
veelluikjes	=	veelluik
veelmannerij	noun	huwelijk van een vrouw met meer dan één man tegelijkertijd
veelmannerijen	=	veelmannerij
veelogen	=	veeloog
veelomvattend	adj	dat iets heel veel zaken betreft
veelomvattende	=	veelomvattend
veelomvattender	=	veelomvattend
veelomvattendere	=	veelomvattend
veelomvattenders	=	veelomvattend
veelomvattends	=	veelomvattend
veelomvattendst	=	veelomvattend
veelomvattendste	=	veelomvattend
veeloog	noun	Proterebia afra een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders, onderfamilie Satyrinae.
veeloogje	=	veeloog
veeloogjes	=	veeloog
veeloogrog	noun	Raja ackleyi een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
veeloogroggen	=	veeloogrog
veeloogroggetje	=	veeloogrog
veeloogroggetjes	=	veeloogrog
veeloogrogje	=	veeloogrog
veeloogrogjes	=	veeloogrog
veelpleegster	=	veelpleger
veelpleger	noun	iemand die veel (meer dan 10) criminele feiten heeft begaan
veelplegers	=	veelpleger
veelplegertje	=	veelpleger
veelpotig	adj	met een groot aantal ledematen of vergelijkbare uitsteeksels
veelpotige	noun	aanduiding voor een dier met veel ledematen of vergelijkbare uitsteeksels
veelpotigen	noun	een klasse Myriapoda
veelpotiger	=	veelpotig
veelpotigere	=	veelpotig
veelpotigers	=	veelpotig
veelpotigs	=	veelpotig
veelpotigst	=	veelpotig
veelpotigste	=	veelpotig
veelprater	noun	persoon die (te) veel praat
veelpraters	=	veelprater
veelpratertje	=	veelprater
veelpratertjes	=	veelprater
veels	=	veel
veelschrijfster	=	veelschrijver
veelschrijver	noun	iemand die heel veel teksten maakt, soms gebruikt als minachtende benaming voor een auteur die meer kwantiteit dan kwaliteit produceert
veelschrijvers	=	veelschrijver
veelschrijvertje	=	veelschrijver
veelsoortig	adj	met veel soorten
veelsoortige	=	veelsoortig
veelsoortiger	=	veelsoortig
veelsoortigere	=	veelsoortig
veelsoortigers	=	veelsoortig
veelsoortigs	=	veelsoortig
veelsoortigst	=	veelsoortig
veelsoortigste	=	veelsoortig
veelstekelbaarzen	noun	een familie Polycentridae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
veelstemmig	adj	meer dan één zelfstandige zangstem bevattend
veelstemmige	=	veelstemmig
veelstemmigs	=	veelstemmig
veelstreepkrait	noun	Bungarus multicinctus een reptiel uit de familie van de koraalslangachtigen (Elapidae) en het geslacht van de kraits (Bungarus)
veelstreepkraitje	=	veelstreepkrait
veelstreepkraitjes	=	veelstreepkrait
veelstreepkraits	=	veelstreepkrait
veelszins	adv	in meer dan één opzicht
veelt	=	velen
veeltalig	adj	veel talen bevattend of kennend
veeltalige	=	veeltalig
veeltaligs	=	veeltalig
veelte	noun	grote hoeveelheid
veeltepelmuis	noun	Mastomys natalensis knaagdier uit het geslacht Mastomys dat voorkomt in alle delen van Afrika ten zuiden van de Sahara, behalve het droge zuidwesten (waar de gelijkende Mastomys coucha voorkomt).
veeltepelmuisje	=	veeltepelmuis
veeltepelmuisjes	=	veeltepelmuis
veeltepelmuizen	=	veeltepelmuis
veelterm	noun	uitdrukking die meer dan twee termen bevat
veeltermen	=	veelterm
veeltermring	noun	een verzameling van veeltermen in een of meer veranderlijken met coëfficiënten in een ring
veeltermringen	=	veeltermring
veeltermringetje	=	veeltermring
veeltermringetjes	=	veeltermring
veeltijds	adv	de meeste tijd; over het algemeen
veeltje	=	veel
veelverdiener	noun	iemand wiens inkomen fors meer dan modaal is
veelverdieners	=	veelverdiener
veelvlak	noun	een ruimtelijk object waar alle kanten begrensd zijn door platte zijvlakken en rechte ribben
veelvlakje	=	veelvlak
veelvlakjes	=	veelvlak
veelvlakken	=	veelvlak
veelvlek-korsetzweefvlieg	noun	Neoascia interrupta een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
veelvlek-korsetzweefvliegen	=	veelvlek-korsetzweefvlieg
veelvlek-korsetzweefvliegje	=	veelvlek-korsetzweefvlieg
veelvlek-korsetzweefvliegjes	=	veelvlek-korsetzweefvlieg
veelvlekblaaskaakje	noun	Myopa polystigma een vliegensoort uit de familie van de blaaskopvliegen (Conopidae).
veelvlekblaaskaakjes	=	veelvlekblaaskaakje
veelvoorkomend	adj	van iets dat het heel vaak aanwezig is
veelvoorkomende	=	veelvoorkomend
veelvoorkomends	=	veelvoorkomend
veelvormig	adj	veel verschillende vormen hebbend
veelvormige	=	veelvormig
veelvormiger	=	veelvormig
veelvormigere	=	veelvormig
veelvormigers	=	veelvormig
veelvormigheden	=	veelvormigheid
veelvormigheid	noun	het veel verschillende vormen hebbend; het gevarieerd zijn
veelvormigs	=	veelvormig
veelvormigst	=	veelvormig
veelvormigste	=	veelvormig
veelvoud	noun	getal dat een geheel aantal malen (groter dan één) een zeker grondtal bevat
veelvouden	=	veelvoud
veelvoudig	adj	meervoudig
veelvoudige	=	veelvoudig
veelvoudiger	=	veelvoudig
veelvoudigere	=	veelvoudig
veelvoudigers	=	veelvoudig
veelvoudigs	=	veelvoudig
veelvoudigst	=	veelvoudig
veelvoudigste	=	veelvoudig
veelvoudje	=	veelvoud
veelvraat	noun	bepaald soort zoogdier, Gulo gulo, een marterachtig roofdier, de grootste in de familie Mustelidae
veelvraatje	=	veelvraat
veelvraatjes	=	veelvraat
veelvraatvouwmot	noun	Phyllonorycter messaniella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
veelvraatvouwmotje	=	veelvraatvouwmot
veelvraatvouwmotjes	=	veelvraatvouwmot
veelvraatvouwmotten	=	veelvraatvouwmot
veelvraten	=	veelvraat
veelvuldig	adj	vaak
veelvuldige	=	veelvuldig
veelvuldiger	=	veelvuldig
veelvuldigere	=	veelvuldig
veelvuldigers	=	veelvuldig
veelvuldigheden	=	veelvuldigheid
veelvuldigheid	noun	het grote aantal
veelvuldigs	=	veelvuldig
veelvuldigst	=	veelvuldig
veelvuldigste	=	veelvuldig
veelweter	noun	een zeer geleerd persoon
veelweters	=	veelweter
veelwijverij	noun	huwelijk van een man met meer dan één vrouw tegelijkertijd
veelwijverijen	=	veelwijverij
veelzeggend	adj	wat veel betekent en waaruit je veel kunt opmaken
veelzeggende	=	veelzeggend
veelzeggender	=	veelzeggend
veelzeggendere	=	veelzeggend
veelzeggenders	=	veelzeggend
veelzeggends	=	veelzeggend
veelzeggendst	=	veelzeggend
veelzeggendste	=	veelzeggend
veelzijdig	adj	met een groot aantal kanten, vlakken, facetten
veelzijdige	=	veelzijdig
veelzijdiger	=	veelzijdig
veelzijdigere	=	veelzijdig
veelzijdigers	=	veelzijdig
veelzijdigheden	=	veelzijdigheid
veelzijdigheid	noun	het veel mogelijkheden of kwaliteiten hebben; het geschikt zijn voor veel taken
veelzijdigs	=	veelzijdig
veelzijdigst	=	veelzijdig
veelzijdigste	=	veelzijdig
veem	noun	vennootschap of gebouw voor het opslaan van goederen
veemarkt	noun	openbare handel in vee
veemarkten	=	veemarkt
veemarktje	=	veemarkt
veemarktjes	=	veemarkt
veemgericht	noun	een Westfaalse rechtbank die de hoge jurisdictie bezat (dus doodvonnissen kon uitspreken in strafzaken) en die haar rechtsmacht direct aan het keizerlijke gezag ontleende
veemgerichten	=	veemgericht
veemgerichtje	=	veemgericht
veempje	=	veem
veempjes	=	veem
veen	noun	terreintype, waarvan het karakter wordt bepaald door ophoping van plantenresten onder natte omstandigheden; venen kunnen zowel door grondwater (matige zuurgraad, laagveen) als regenwater (hoge zuurgraad, hoogveen) gevoed worden
veenaardkruiper	noun	Geophilus proximus een duizendpotensoort uit de familie van de Geophilidae.
veenaardkruipers	=	veenaardkruiper
veenaardkruipertje	=	veenaardkruiper
veenaardkruipertjes	=	veenaardkruiper
veenachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van veen
veenachtige	=	veenachtig
veenachtiger	=	veenachtig
veenachtigere	=	veenachtig
veenachtigers	=	veenachtig
veenachtigs	=	veenachtig
veenachtigst	=	veenachtig
veenachtigste	=	veenachtig
veenarbeider	noun	iemand die in het veen werkte
veenarbeiders	=	veenarbeider
veenbes	noun	Vaccinium oxycoccos een soort bosbes lijkend op cranberry
veenbesblauwtje	noun	Agriades optilete een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
veenbesblauwtjes	=	veenbesblauwtje
veenbesje	=	veenbes
veenbesjes	=	veenbes
veenbesparelmoervlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Boloria aquilonaris, uit de onderfamilie Heliconiinae, die ook in Nederland voorkomt.
veenbesparelmoervlinders	=	veenbesparelmoervlinder
veenbessen	=	veenbes
veenbies	noun	Trichophorum cespitosum germanicum een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
veenbiesje	=	veenbies
veenbiesjes	=	veenbies
veenbiezen	=	veenbies
veenbijvlieg	noun	Eristalis picea een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
veenbijvliegen	=	veenbijvlieg
veenbijvliegje	=	veenbijvlieg
veenbijvliegjes	=	veenbijvlieg
veenbloembies	noun	Scheuchzeria palustris een overblijvende moerasplant, die behoort tot de scheuchzeriafamilie (Scheuchzeriaceae).
veenbloembiesje	=	veenbloembies
veenbloembiesjes	=	veenbloembies
veenbloembiezen	=	veenbloembies
veenbraam	noun	Rubus chamaemorus een soort braam die voorkomt in de gematigde klimaten van het noordelijk halfrond.
veenbraampje	=	veenbraam
veenbraampjes	=	veenbraam
veenbramen	=	veenbraam
veenbrand	noun	een natuurbrand in het hoogveen
veenbranden	=	veenbrand
veenbrandje	=	veenbrand
veenbrandjes	=	veenbrand
veenderij	noun	plaats waar men bedrijfsmatig turf steekt
veenderijen	=	veenderij
veenderijtje	=	veenderij
veenfluweelzweefvlieg	noun	Parhelophilus consimilis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
veenfluweelzweefvliegen	=	veenfluweelzweefvlieg
veenfluweelzweefvliegje	=	veenfluweelzweefvlieg
veenfluweelzweefvliegjes	=	veenfluweelzweefvlieg
veengaffeltandmos	noun	Dicranum bergeri een plant uit de familie Dicranaceae.
veengaffeltandmosje	=	veengaffeltandmos
veengaffeltandmosjes	=	veengaffeltandmos
veengaffeltandmossen	=	veengaffeltandmos
veengebied	noun	stuk land dat bedekt is met veen
veengebieden	=	veengebied
veengebiedje	=	veengebied
veengebiedjes	=	veengebied
veenglimmer	noun	Orthonevra intermedia een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
veenglimmers	=	veenglimmer
veenglimmertje	=	veenglimmer
veenglimmertjes	=	veenglimmer
veengrond	noun	grondsoort, die is opgebouwd uit gehumificeerd plantaardig materiaal
veengronden	=	veengrond
veenheide-uil	noun	Acronicta menyanthidis een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
veenheide-uilen	=	veenheide-uil
veenheide-uiltje	=	veenheide-uil
veenheide-uiltjes	=	veenheide-uil
veenheidezakdrager	noun	Phalacropterix graslinella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
veenheidezakdragers	=	veenheidezakdrager
veenheidezakdragertje	=	veenheidezakdrager
veenheidezakdragertjes	=	veenheidezakdrager
veenhengelspin	noun	Centromerus levitarsis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
veenhengelspinnen	=	veenhengelspin
veenhengelspinnetje	=	veenhengelspin
veenhengelspinnetjes	=	veenhengelspin
veenhommel	noun	Bombus jonellus een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
veenhommels	=	veenhommel
veenhommeltje	=	veenhommel
veenhommeltjes	=	veenhommel
veenhooibeestje	noun	Coenonympha tullia een vlinder uit de familie Nymphalidae, schoenlappers, parelmoervlinders en zandoogjes.
veenhooibeestjes	=	veenhooibeestje
veenkielwants	noun	Elasmucha fieberi een wants uit de familie kielwantsen (Acanthosomatidae).
veenkielwantsen	=	veenkielwants
veenkielwantsje	=	veenkielwants
veenkielwantsjes	=	veenkielwants
veenknikmos	noun	Bryum pseudotriquetrum een plant uit de familie Bryaceae.
veenknikmosje	=	veenknikmos
veenknikmosjes	=	veenknikmos
veenknikmossen	=	veenknikmos
veenknobbeldaas	noun	Hybomitra muehlfeldi een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
veenknobbeldaasje	=	veenknobbeldaas
veenknobbeldaasjes	=	veenknobbeldaas
veenknobbeldazen	=	veenknobbeldaas
veenkolonie	noun	dorp ontstaan tijdens de ontginning van hoogveen, met name in Groningen en Drenthe
veenkolonies	=	veenkolonie
veenkoloniën	=	veenkolonie
veenkorst	noun	een geslacht Trapeliopsis van korstmossen uit de familie Trapeliaceae.
veenkorsten	=	veenkorst
veenkorstje	=	veenkorst
veenkorstjes	=	veenkorst
veenlieveheersbeestje	noun	Hippodamia septemmaculata een kever uit de familie van de lieveheersbeestjes (Coccinellidae)
veenlieveheersbeestjes	=	veenlieveheersbeestje
veenluzernevlinder	noun	Colias palaeno een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes
veenluzernevlinders	=	veenluzernevlinder
veenluzernevlindertje	=	veenluzernevlinder
veenluzernevlindertjes	=	veenluzernevlinder
veenmier	noun	Formica picea een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
veenmieren	=	veenmier
veenmiertje	=	veenmier
veenmiertjes	=	veenmier
veenmoeras	noun	een type drasland, dat wordt gedomineerd door kruidachtige in plaats van houtachtige plantensoorten en waar veen wordt gevormd door afzetting van dood plantmateriaal, vaak mossen en dan hoofdzakelijk veenmossen
veenmoerasje	=	veenmoeras
veenmoerasjes	=	veenmoeras
veenmoerassen	=	veenmoeras
veenmoeraswapenvlieg	noun	Odontomyia angulata een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
veenmoeraswapenvliegen	=	veenmoeraswapenvlieg
veenmoeraswapenvliegje	=	veenmoeraswapenvlieg
veenmoeraswapenvliegjes	=	veenmoeraswapenvlieg
veenmol	noun	Gryllotalpa gryllotalpa insect dat wel wat lijkt op een mol
veenmollen	noun	Gryllotalpidae een familie van insecten die behoren tot de orde rechtvleugeligen (Orthoptera).
veenmolletje	=	veenmol
veenmolletjes	=	veenmol
veenmos	noun	benaming voor planten uit het geslacht Sphagnum, met meer dan honderd verschillende soorten mossen
veenmosbundelzwam	noun	Pholiota henningsii een schimmel uit de familie Strophariaceae.
veenmosbundelzwammen	=	veenmosbundelzwam
veenmosbundelzwammetje	=	veenmosbundelzwam
veenmosbundelzwammetjes	=	veenmosbundelzwam
veenmosmycena	noun	Mycena concolor een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
veenmosmycena's	=	veenmosmycena
veenmosmycenaatje	=	veenmosmycena
veenmosmycenaatjes	=	veenmosmycena
veenmosnetwants	noun	Acalypta platycheila een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
veenmosnetwantsen	=	veenmosnetwants
veenmosnetwantsje	=	veenmosnetwants
veenmosnetwantsjes	=	veenmosnetwants
veenmosorchis	noun	Hammarbya paludosa een meerjarige plant, behorend tot de orchideeënfamilie
veenmosorchissen	=	veenmosorchis
veenmossen	noun	een familie Sphagnaceae van kleine tot robuuste planten, witachtig groen, bleekgroen tot geelbruin, soms paars of roodachtig aangelopen, in matten, kussens of bulten, in natte habitats groeiend of in veengebieden boven het waterniveau, minder vaak onder water.
veenmossnelloper	noun	Agonum gracile een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
veenmossnellopers	=	veenmossnelloper
veenmossnellopertje	=	veenmossnelloper
veenmossnellopertjes	=	veenmossnelloper
veenmosspinnetje	noun	Aphileta misera een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
veenmosspinnetjes	=	veenmosspinnetje
veenmosvuurzwammetje	noun	Hygrocybe coccineocrenata een soort schimmel uit het geslacht Hygrocybe. ;Hoed De hoed heeft een diameter van 8–27 mm.
veenmosvuurzwammetjes	=	veenmosvuurzwammetje
veenmoswantsen	noun	een familie Dipsocoridae van wantsen in de infraorde Dipsocoromorpha.
veenmoswolfspin	noun	Pardosa sphagnicola een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
veenmoswolfspinnen	=	veenmoswolfspin
veenmoswolfspinnetje	=	veenmoswolfspin
veenmoswolfspinnetjes	=	veenmoswolfspin
veenmuisspin	noun	Haplodrassus moderatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
veenmuisspinnen	=	veenmuisspin
veenmuisspinnetje	=	veenmuisspin
veenmuisspinnetjes	=	veenmuisspin
veenorchis	noun	Dactylorhiza sphagnicola een Europese orchidee.
veenorchisje	=	veenorchis
veenorchisjes	=	veenorchis
veenorchissen	=	veenorchis
veenpiraat	noun	Pirata tenuitarsis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
veenpiraatje	=	veenpiraat
veenpiraatjes	=	veenpiraat
veenpiraten	=	veenpiraat
veenplatvoetje	noun	Platycheirus occultus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
veenplatvoetjes	=	veenplatvoetje
veenpluis	noun	bepaald soort plant Eriophorum angustifolium uit de cypergrassenfamilie
veenpriemkever	noun	Bembidion bruxellense een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
veenpriemkevers	=	veenpriemkever
veenpriemkevertje	=	veenpriemkever
veenpriemkevertjes	=	veenpriemkever
veenreukgras	noun	Anthoxanthum nitens (syn: Hierochloe odorata) een vaste plant behorend tot de grassenfamilie (Gramineae of Poaceae)
veenreukgrasje	=	veenreukgras
veenreukgrasjes	=	veenreukgras
veenreukgrassen	=	veenreukgras
veenribbel	noun	Haplophthalmus danicus een pissebed uit de familie Trichoniscidae.
veenribbels	=	veenribbel
veenribbeltje	=	veenribbel
veenribbeltjes	=	veenribbel
veenschap	noun	landschap met veen
veenschappen	=	veenschap
veensteekmier	noun	Myrmica vandeli een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
veensteekmieren	=	veensteekmier
veensteekmiertje	=	veensteekmier
veensteekmiertjes	=	veensteekmier
veenstompkaak	noun	Badister collaris een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
veenstompkaakje	=	veenstompkaak
veenstompkaakjes	=	veenstompkaak
veenstompkaken	=	veenstompkaak
veenstruisriet	noun	Calamagrostis villosa een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
veenstruisrieten	=	veenstruisriet
veenstruisrietje	=	veenstruisriet
veenstruisrietjes	=	veenstruisriet
veentje	=	veen
veentjes	=	veen
veenwolfspin	noun	Pardosa paludicola een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
veenwolfspinnen	=	veenwolfspin
veenwolfspinnetje	=	veenwolfspin
veenwolfspinnetjes	=	veenwolfspin
veenwortel	noun	Persicaria amphibia een plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae).
veenwortelen	=	veenwortel
veenwortelgalmug	noun	Wachtliella persicariae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
veenwortelgalmuggen	=	veenwortelgalmug
veenwortelgalmugje	=	veenwortelgalmug
veenwortelgalmugjes	=	veenwortelgalmug
veenwortels	=	veenwortel
veenworteltje	=	veenwortel
veenworteltjes	=	veenwortel
veenworteltopbladvlo	noun	Aphalara maculipennis een bladvlo behorend tot de familie Psylloidea.
veenworteltopbladvlooien	=	veenworteltopbladvlo
veenworteltopbladvlooitje	=	veenworteltopbladvlo
veenworteltopbladvlooitjes	=	veenworteltopbladvlo
veenzegge	noun	Carex davalliana een overblijvend kruid dat behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
veenzeggen	=	veenzegge
veenzeggetje	=	veenzegge
veenzeggetjes	=	veenzegge
veenzwartschild	noun	Pterostichus aterrimus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
veenzwartschilden	=	veenzwartschild
veenzwartschildje	=	veenzwartschild
veenzwartschildjes	=	veenzwartschild
veenzwemmertje	noun	Cymatia bonsdorffii een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
veenzwemmertjes	=	veenzwemmertje
veepest	noun|obsolete	ernstige, besmettelijke veeziekte veroorzaakt door een virus dat in 2010 is uitgeroeid
veer	noun	boot of schip toegewijd aan het onderhouden van een regelmatige verbinding over een rivier of een ander water
veerboot	noun	schip dat de verbinding tussen twee oevers onderhoudt, grote veerpont
veerbootje	=	veerboot
veerbootjes	=	veerboot
veerboten	=	veerboot
veerdam	noun	een verhoogde weg
veerdammen	=	veerdam
veerdammetje	=	veerdam
veerdammetjes	=	veerdam
veerde	=	veren
veerdelig	adj	met diepe insnijdingen, voorbij de helft van de zijnerven tot de hoofdnerf toe, zodat het blad links en rechts is opgedeeld in delen die weer rond een zijnerf in een punt toelopen.
veerdelige	=	veerdelig
veerdeligs	=	veerdelig
veerden	=	veren
veerdienst	noun	een bedrijf dat zorgt dat men een water kan oversteken met een veerboot
veerdiensten	=	veerdienst
veerdienstje	=	veerdienst
veerdienstjes	=	veerdienst
veerdwergstekelpoot	noun	Maso gallicus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
veerdwergstekelpootje	=	veerdwergstekelpoot
veerdwergstekelpootjes	=	veerdwergstekelpoot
veerdwergstekelpoten	=	veerdwergstekelpoot
veerhaven	noun	haven waar een veerboot aanmeert
veerhavens	=	veerhaven
veerhaventje	=	veerhaven
veerhaventjes	=	veerhaven
veerhuis	noun	het café bij een veer of pont; woning van de pontbaas
veerhuisje	=	veerhuis
veerhuisjes	=	veerhuis
veerhuizen	=	veerhuis
veerkracht	noun	vermogen om de vorige stand weer in te nemen, nadat iets ingedrukt, uitgerekt enz. is geweest, elasticiteit
veerkrachten	=	veerkracht
veerkrachtig	adj	veerkracht hebbende
veerkrachtige	=	veerkrachtig
veerkrachtiger	=	veerkrachtig
veerkrachtigere	=	veerkrachtig
veerkrachtigers	=	veerkrachtig
veerkrachtigs	=	veerkrachtig
veerkrachtigst	=	veerkrachtig
veerkrachtigste	=	veerkrachtig
veerlicht	=	vederlicht
veerlieden	=	veerman
veerlui	=	veerman
veerman	noun	een persoon die een veer bedient
veermannen	=	veerman
veermannetje	=	veerman
veermannetjes	=	veerman
veermechanisme	noun	door een veer aangedreven mechanisme
veermechanismen	=	veermechanisme
veermechanismes	=	veermechanisme
veernervig	adj	van een bladvorm: de zijnerven ontspringen op verschillende hoogten van de hoofdnerf in de bladschijf
veernervige	=	veernervig
veernerviger	=	veernervig
veernervigere	=	veernervig
veernervigers	=	veernervig
veernervigs	=	veernervig
veernervigst	=	veernervig
veernervigste	=	veernervig
veerooster	noun	rooster dat is aangebracht in het wegdek om te voorkomen dat vee een gebied binnenkomt of verlaat
veeroosters	=	veerooster
veeroostertje	=	veerooster
veeroostertjes	=	veerooster
veerpont	noun	een overzetvaartuig
veerponten	=	veerpont
veerpontje	=	veerpont
veerpontjes	=	veerpont
veerring	noun	ring die voorkomt dat een bout, moer of schroef los gaat door als een veer te worden platgedrukt bij montage
veerringen	=	veerring
veerringetje	=	veerring
veerringetjes	=	veerring
veers	=	vaars
veerslot	noun	slot waarin de pal met een veer aangedrukt wordt
veersloten	=	veerslot
veert	=	veren
veertien	num	"14", het getal tussen dertien en vijftien, tien plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 14 is aangeduid
veertiendaags	adj	eens in de twee weken
veertiendaagse	=	veertiendaags
veertiende	adj	nummer veertien in een rij
veertiende-eeuwer	noun	iemand die in de veertiende eeuw heeft geleefd
veertiende-eeuwers	=	veertiende-eeuwer
veertiende-eeuwertje	=	veertiende-eeuwer
veertiende-eeuwertjes	=	veertiende-eeuwer
veertiende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1301-1400
veertiende-eeuwse	=	veertiende-eeuws
veertienduizend	num	14.000
veertienduizendste	adj	nummer veertienduizend in een rij
veertienhoek	noun	meetkundige figuur met veertien zijden en veertien hoekpunten
veertienhoeken	=	veertienhoek
veertienhoekje	=	veertienhoek
veertienhoekjes	=	veertienhoek
veertienhonderdste	adj	nummer veertienhonderd in een rij.
veertienjaarlijks	adj	eens in de 14 jaar plaatsvindend
veertienjaarlijkse	=	veertienjaarlijks
veertienjarig	adj	14 jaren durend
veertienjarige	noun	levend wezen dat 14 jaar oud is of iets dat 14 jaar bestaat
veertienjarigen	=	veertienjarige
veertienjarigs	=	veertienjarig
veertienmaal	adv	met veertien herhalingen, in veertien gevallen
veertiens	=	veertien
veertientje	=	veertien
veertientjes	=	veertien
veertienvlak	noun	ruimtelijke figuur met veertien vlakken
veertienvlakken	=	veertienvlak
veertienvleklieveheersbeestje	noun	Coccinula quatuordecimpustulata een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
veertienvleklieveheersbeestjes	=	veertienvleklieveheersbeestje
veertig	num	"40", het getal tussen negenendertig en eenenveertig, vier maal tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 40 is aangeduid
veertigdaags	adj	40 etmalen durend, met een geldigheidsduur van maximaal 40 dagen
veertigdaagse	=	veertigdaags
veertigdagentijd	noun	periode van veertig dagen tussen Aswoensdag en Pasen, ter voorbereiding op het paasfeest
veertigdagentijden	=	veertigdagentijd
veertigduizend	num	40.000
veertigduizendste	adj	nummer veertigduizend in een rij
veertiger	noun	iemand met een leeftijd tussen de 40 en 50 jaar	adj	betrekking hebbend op de jaren tussen 40 en 50 van een eeuw
veertigers	=	veertiger
veertigertje	=	veertiger
veertigertjes	=	veertiger
veertighoek	noun	meetkundige figuur met veertig hoeken
veertighoeken	=	veertighoek
veertighoekje	=	veertighoek
veertighoekjes	=	veertighoek
veertigjarig	adj	40 jaren durend
veertigjarige	noun	levend wezen dat 40 jaar oud is of iets dat 40 jaar bestaat
veertigjarigen	=	veertigjarige
veertigjarigs	=	veertigjarig
veertigje	=	veertig
veertigjes	=	veertig
veertigs	=	veertig
veertigste	adj	nummer veertig in een rij
veertigtal	noun	een eenheid van 40 stuks; een aantal van 40 stuks
veertigtallen	=	veertigtal
veertigtalletje	=	veertigtal
veertigtalletjes	=	veertigtal
veertigurenweek	noun	patroon van arbeidstijden waarbij je gewoonlijk acht uur werkt op elk van de vijf werkdagen
veertigurenweekje	=	veertigurenweek
veertigurenweekjes	=	veertigurenweek
veertigurenweken	=	veertigurenweek
veertigvoudig	adj	veertig keer zoveel, veertig keer zo groot
veertigvoudige	=	veertigvoudig
veertigvoudigs	=	veertigvoudig
veertje	=	veer
veertjes	=	veer
veerverbinding	noun	een verbinding tussen twee zijden van een water met behulp van een veerboot
veerverbindingen	=	veerverbinding
veerverbindinkje	=	veerverbinding
veerverbindinkjes	=	veerverbinding
veervleugelkever	noun	insect uit de familie Ptiliidae uit de orde van de kevers (Coleoptera)
veervleugelkevers	noun	Ptiliidae een familie uit de orde van de kevers (Coleoptera)
veervleugelkevertje	=	veervleugelkever
veervleugelkevertjes	=	veervleugelkever
veervormig	adj	vorm van een veer hebbend
veervormige	=	veervormig
veervormiger	=	veervormig
veervormigere	=	veervormig
veervormigers	=	veervormig
veervormigs	=	veervormig
veervormigst	=	veervormig
veervormigste	=	veervormig
veerweg	noun	weg die leidt naar een pont of veer
veerwegen	=	veerweg
veery	noun	Catharus fuscescens een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
veery's	=	veery
veery'tje	=	veery
veery'tjes	=	veery
vees	=	vijzen
veesde	=	vijzen
veesden	=	vijzen
veesector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het voeden, fokken en slachten van vee
veesectoren	=	veesector
veesectors	=	veesector
veest	noun	scheet, gasontlading uit de darm
veestaat	noun	staat wiens voornaamste economische activiteit de veeteelt is
veestaatje	=	veestaat
veestaatjes	=	veestaat
veestal	noun	overdekte ruimte bij een boerderij voor het vee
veestallen	=	veestal
veestapel	noun	al het vee dat in een land, op een boerderij aanwezig is
veestapels	=	veestapel
veestapeltje	=	veestapel
veestapeltjes	=	veestapel
veestaten	=	veestaat
veeste	=	veesten
veesten	verb	winden laten, ruften
veestend	=	veesten
veestende	=	veesten
veestje	=	veest
veestte	=	veesten
veestten	=	veesten
veet	noun	tweede letter van het alfabet, in gespirantiseerde versie
veeteelt	noun	het onderhouden en fokken van vee
veeteeltbedrijf	noun	Onderneming gespecialiseerd in het houden van vee.
veeteeltbedrijfje	=	veeteeltbedrijf
veeteeltbedrijfjes	=	veeteeltbedrijf
veeteeltbedrijven	=	veeteeltbedrijf
veeteelten	=	veeteelt
veeteeltsector	noun	alle bedrijven die bezig zijn het het houden van vee voor de menselijke consumptie
veeteeltsectoren	=	veeteeltsector
veeteeltsectors	=	veeteeltsector
veeteler	noun	iemand die dieren houdt als broodwinning
veetelers	=	veeteler
veetiran	noun	Machetornis rixosa een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
veetirannen	=	veetiran
veetirannetje	=	veetiran
veetirannetjes	=	veetiran
veets	=	veet
veevervoer	noun	transport van vee
veeverzekering	noun	verzekering van het vee
veeverzekeringen	=	veeverzekering
veevoeder	noun	voedsel voor landbouwhuisdieren al of niet in de fabriek gemaakt
veevoeders	=	veevoeder
veevoeding	noun	het verstrekken van voedsel aan landbouwhuisdieren (vee) om aan hun behoefte aan energie en nutriënten te voldoen
veevoedingen	=	veevoeding
veevoedinkje	=	veevoeding
veevoedinkjes	=	veevoeding
veevoer	noun	voer voor het vee
veevoeren	=	veevoer
veevoerfabrikant	noun	bedrijf dat voer voor vee maakt
veevoerfabrikanten	=	veevoerfabrikant
veevoertje	=	veevoer
veevoertjes	=	veevoer
veevoêr	=	veevoer
veewagen	noun	vrachtauto of treinwagon waarin vee vervoerd wordt
veewagens	=	veewagen
veewagentje	=	veewagen
veewagentjes	=	veewagen
veeweide	noun	een grasveld waar vee kan grazen
veeweiden	=	veeweide
veeweides	=	veeweide
veeziekte	noun	ziekte die het vee kan oplopen
veeziekten	=	veeziekte
veeziektes	=	veeziekte
vega	abbrev	afkorting van vegetarisch of vegetariër
vega's	=	vega
vegameeuw	noun	Larus vegae een vogel uit de familie Laridae.
vegameeuwen	=	vegameeuw
vegameeuwtje	=	vegameeuw
vegameeuwtjes	=	vegameeuw
vegan	noun	iemand die vindt dat dieren niet door mensen mogen worden geëxploiteerd en daarom het gebruik van dierlijke producten vermijdt	adj	passend in een levenswijze waarin dieren niet door mensen worden geëxploiteerd
veganisme	noun	een levenswijze, die ernaar streeft voor zover mogelijk en uitvoerbaar alle vormen van exploitatie en wreedheid ten opzichte van dieren in verband met voeding, kleding, of enig ander doel, uit te sluiten
veganist	noun	iemand die vindt dat dieren niet door mensen mogen worden geëxploiteerd en daarom het gebruik van dierlijke producten vermijdt
veganiste	noun	vrouwelijke veganist
veganisten	=	veganist
veganistenhokje	noun	een categorie van mensen met een ongenuanceerde veganistische wereldbeschouwing
veganistes	=	veganiste
veganistisch	adj	betrekking hebbend op het veganisme
veganistische	=	veganistisch
veganistischer	=	veganistisch
veganistischere	=	veganistisch
veganistischers	=	veganistisch
veganistischt	=	veganistisch
veganistischte	=	veganistisch
veganistje	=	veganist
vegans	=	vegan
vege	=	veeg
vegen	verb	zonder water schoonmaken met een borstel
vegend	adj	bezig met vegen
vegende	=	vegen
vegends	=	vegend
veger	noun	toestel om mee te vegen
vegere	=	veeg
vegers	=	veger
vegertje	=	veger
vegertjes	=	veger
vegetaal	adj	plantaardige smaak van een wijn, naar groente smaken van een wijn
vegetaals	=	vegetaal
vegetaalst	=	vegetaal
vegetaalste	=	vegetaal
vegetale	=	vegetaal
vegetaler	=	vegetaal
vegetalere	=	vegetaal
vegetalers	=	vegetaal
vegetarisch	adj	als of voor vegetariërs
vegetarische	=	vegetarisch
vegetarischer	=	vegetarisch
vegetarischere	=	vegetarisch
vegetarischers	=	vegetarisch
vegetarisme	noun	het hanteren van de voedingswijze waarbij men geen voedsel eet waar dieren voor gedood worden.
vegetariër	noun	iemand die zich onthoudt van voedsel waar dieren voor gedood worden
vegetariërs	=	vegetariër
vegetariërtje	=	vegetariër
vegetariërtjes	=	vegetariër
vegetatie	noun	plantengroei, begroeiing
vegetatief	adj	buiten het bewustzijn om
vegetatiefs	=	vegetatief
vegetatiefst	=	vegetatief
vegetatiefste	=	vegetatief
vegetaties	=	vegetatie
vegetatieve	=	vegetatief
vegetatiever	=	vegetatief
vegetatievere	=	vegetatief
vegetatievers	=	vegetatief
vegetatiezone	noun	gebied met een bepaald type vegetatie
vegetatiezones	=	vegetatiezone
vegeteer	=	vegeteren
vegeteerde	=	vegeteren
vegeteerden	=	vegeteren
vegeteert	=	vegeteren
vegetere	=	vegeteren
vegeteren	verb	onbewust, onbewogen en passief leven als een plant
vegeterend	=	vegeteren
vegeterende	=	vegeteren
vehement	adj	met veel kracht en emotie
vehemente	=	vehement
vehementer	=	vehement
vehementere	=	vehement
vehementers	=	vehement
vehements	=	vehement
vehementst	=	vehement
vehementste	=	vehement
vehiculum	noun	een drager
vehiculumpje	=	vehiculum
vehiculumpjes	=	vehiculum
vehiculums	=	vehiculum
vehikel	noun	een middel van vervoer op land (dat van slechte kwaliteit is)
vehikels	=	vehikel
vehikeltje	=	vehikel
vehikeltjes	=	vehikel
vei	adj	mals, vruchtbaar
veie	=	vei
veier	=	vei
veiere	=	vei
veiers	=	vei
veil	adj	boosaardig, gemeen (eigenlijk: vijl)	noun	Hedera helix klimop
veildag	noun	dag van een publieke verkoping of veiling
veildagen	=	veildag
veilde	=	veilen
veilden	=	veilen
veile	=	veil
veilen	verb	verkopen op een openbare verkoping waar een prijs vastgesteld wordt
veilend	=	veilen
veilende	=	veilen
veiler	noun	iemand die veilt
veilere	=	veil
veilers	=	veil
veilertje	=	veiler
veilertjes	=	veiler
veilheden	=	veilheid
veilheid	noun	gemeenheid, boosaardigheid
veilig	adj	niet aan gevaar blootstaand
veilige	=	veilig
veiligelander	noun	asielzoeker uit een land dat veilig genoemd wordt en die dus weinig kans heeft op een verblijfsvergunning
veiligelanders	=	veiligelander
veiliger	=	veilig
veiligere	=	veilig
veiligers	=	veilig
veiliggesteld	=	veiligstellen
veiliggestelde	=	veiligstellen
veiligheden	=	veiligheid
veiligheid	noun	een situatie waarin een bepaald gevaar niets kan aanrichten
veiligheidje	=	veiligheid
veiligheidjes	=	veiligheid
veiligheidsadviseur	noun	iemand die verslag en advies uitbrengt op het gebied van de internationale veiligheid
veiligheidsadviseurs	=	veiligheidsadviseur
veiligheidsadviseurtje	=	veiligheidsadviseur
veiligheidsadviseurtjes	=	veiligheidsadviseur
veiligheidsadviseuse	=	veiligheidsadviseur
veiligheidsafdeling	noun	deel van een organisatie waar men toeziet op de veiligheid
veiligheidsafdelingen	=	veiligheidsafdeling
veiligheidsagent	noun	lid van een veiligheidsdienst
veiligheidsagenten	=	veiligheidsagent
veiligheidsagentje	=	veiligheidsagent
veiligheidsagentjes	=	veiligheidsagent
veiligheidsanalyse	noun	analyse van de veiligheidssituatie
veiligheidsanalysen	=	veiligheidsanalyse
veiligheidsanalyses	=	veiligheidsanalyse
veiligheidsapparaat	noun	het geheel aan personen en hulpmiddelen die nodig zijn voor het garanderen van de (staats)veiligheid
veiligheidsapparaten	=	veiligheidsapparaat
veiligheidsaspect	noun	een onderdeel van de totale veiligheid
veiligheidsaspecten	=	veiligheidsaspect
veiligheidsaspectje	=	veiligheidsaspect
veiligheidsaspectjes	=	veiligheidsaspect
veiligheidsbeambte	noun	beambte die een functie bij de beveiliging vervult, beveiligingsbeambte
veiligheidsbeambten	=	veiligheidsbeambte
veiligheidsbelang	noun	bescherming tegen aanvallen die de veiligheid aantasten
veiligheidsbelangen	=	veiligheidsbelang
veiligheidsbeleid	noun	het beleid t.a.v. de veiligheid
veiligheidsberaad	noun	overleg van overheidsdiensten over de veiligheid
veiligheidsberaden	=	veiligheidsberaad
veiligheidsbeugel	noun	beugel die de veiligheid van personen garandeert (o.a. gebruikt in attracties op kermissen en in pretparken)
veiligheidsbeugels	=	veiligheidsbeugel
veiligheidsbeugeltje	=	veiligheidsbeugel
veiligheidsbeugeltjes	=	veiligheidsbeugel
veiligheidsbril	noun	een bril die de ogen beschermt
veiligheidsbrillen	=	veiligheidsbril
veiligheidsbrilletje	=	veiligheidsbril
veiligheidsbrilletjes	=	veiligheidsbril
veiligheidscertificaat	noun	certificaat dat een aspect van de veiligheid garandeert
veiligheidscertificaten	=	veiligheidscertificaat
veiligheidschef	noun	hoogst verantwoordelijke voor de veiligheid
veiligheidschefs	=	veiligheidschef
veiligheidscommissie	noun	groep mensen de zich bezighoudt met de veiligheidssituatie
veiligheidscommissies	=	veiligheidscommissie
veiligheidsconferentie	noun	beraad van verschillende landen over zaken van oorlog en vrede
veiligheidsconferenties	=	veiligheidsconferentie
veiligheidscontrole	noun	inspectie voor de veiligheid
veiligheidscontroles	=	veiligheidscontrole
veiligheidscoördinator	noun	iemand die de zaken mbt de veiligheid coördineert
veiligheidscoördinatoren	=	veiligheidscoördinator
veiligheidscoördinators	=	veiligheidscoördinator
veiligheidsdeskundige	noun	deskundige op het gebied van de veiligheid
veiligheidsdeskundigen	=	veiligheidsdeskundige
veiligheidsdienst	noun	dienst (bet. 3) om de veiligheid van een land, een gebouw enz. te verzekeren
veiligheidsdiensten	=	veiligheidsdienst
veiligheidsexpert	noun	expert op het gebied van de veiligheid
veiligheidsexperten	=	veiligheidsexpert
veiligheidsexperts	=	veiligheidsexpert
veiligheidsfunctionaris	noun	functionaris werkzaam op het gebied van de veiligheid
veiligheidsfunctionarissen	=	veiligheidsfunctionaris
veiligheidsgarantie	noun	verzekering dat men verdedigd wordt bij een vijandelijke aanval
veiligheidsgaranties	=	veiligheidsgarantie
veiligheidsgevoel	noun	het emotioneel zich geborgen en veilig te voelen; het zich niet angstig of bang te voelen
veiligheidsglaasje	=	veiligheidsglas
veiligheidsglas	noun	glas dat bij breuk geen scherven of splinters oplevert als het breekt
veiligheidsgordel	noun	een stevige band die iemand in een voer- of vliegtuig vasthoudt in zijn zetel ter bescherming tegen onverhoedse bewegingen
veiligheidsgordels	=	veiligheidsgordel
veiligheidsgordeltje	=	veiligheidsgordel
veiligheidsgordeltjes	=	veiligheidsgordel
veiligheidshalve	adv	uit veiligheid
veiligheidshandschoen	noun	nauwsluitend, beweeglijk omhulsel gemaakt om de hand tijdens het werken te beschermen
veiligheidshandschoenen	=	veiligheidshandschoen
veiligheidshandschoentje	=	veiligheidshandschoen
veiligheidshandschoentjes	=	veiligheidshandschoen
veiligheidsheffing	noun	toeslag nodig voor de financiering van veiligheidsmaatregelen
veiligheidsheffingen	=	veiligheidsheffing
veiligheidsheffinkje	=	veiligheidsheffing
veiligheidsheffinkjes	=	veiligheidsheffing
veiligheidshek	noun	hek dat is aangebracht om de veiligheid te garanderen
veiligheidshekje	=	veiligheidshek
veiligheidshekjes	=	veiligheidshek
veiligheidshekken	=	veiligheidshek
veiligheidshelm	noun	helm die wordt gedragen om te voorkomen dat vallende voorwerpen het hoofd beschadigen
veiligheidshelmen	=	veiligheidshelm
veiligheidshelmpje	=	veiligheidshelm
veiligheidshelmpjes	=	veiligheidshelm
veiligheidshes	noun	hes dat om veiligheidsredenen wordt gedragen en dat de zichtbaarheid van een persoon vergroot
veiligheidshesje	=	veiligheidshes
veiligheidshesjes	=	veiligheidshes
veiligheidshessen	=	veiligheidshes
veiligheidshuis	noun	een fysieke locatie waar verschillende instellingen in een regio of gemeente in Nederland samenwerken aan het terugdringen van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit
veiligheidshuizen	=	veiligheidshuis
veiligheidsinformatieblaadje	=	veiligheidsinformatieblad
veiligheidsinformatieblaadjes	=	veiligheidsinformatieblad
veiligheidsinformatieblad	noun	een publicatie waarin informatie aangaande de veiligheid te lezen valt
veiligheidsinformatiebladen	=	veiligheidsinformatieblad
veiligheidsinspecteur	noun	iemand die erop toeziet dat de veiligheidsvoorschriften goed worden nageleefd
veiligheidsinspecteurs	=	veiligheidsinspecteur
veiligheidsinspectie	noun	organisatie die toezicht houdt op de naleving van veiligheidswetgeving
veiligheidsinspecties	=	veiligheidsinspectie
veiligheidsinstituten	=	veiligheidsinstituut
veiligheidsinstituut	noun	instituut dat zich richt op verhoging van de veiligheid
veiligheidsinstituutje	=	veiligheidsinstituut
veiligheidsinstituutjes	=	veiligheidsinstituut
veiligheidskabinet	noun	deel van een ministerraad dat bestaat uit ministers die betrokken zijn bij de nationale veiligheid
veiligheidskabinetten	=	veiligheidskabinet
veiligheidsketen	noun	een methodiek die door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werd opgenomen in haar visie op Integrale Veiligheid, om de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de veiligheidszorg vorm te geven en te professionaliseren
veiligheidsketens	=	veiligheidsketen
veiligheidsketting	noun	metalen keten die ervoor zorgt dat de koppeling tussen twee treinwagons niet zomaar los kan raken
veiligheidskettingen	=	veiligheidsketting
veiligheidskettinkje	noun	alleen verkleinwoord dunne keten die de uiteinden bij de sluiting van een armband of halsketting verbindt, zodat die niet meteen valt als de sluiting losraakt
veiligheidskettinkjes	=	veiligheidsketting
veiligheidskeuring	noun	keuring van een apparaat (motorvoertuig) op deugdelijke werking
veiligheidskeuringen	=	veiligheidskeuring
veiligheidskeurinkje	=	veiligheidskeuring
veiligheidskeurinkjes	=	veiligheidskeuring
veiligheidskleding	noun	werkkleding die dient om de drager tegen gevaar te beschermen
veiligheidsklep	noun	een klep die een opening in een reservoir of een leiding afsluit en die geopend wordt als de inwendige spanning te hoog wordt
veiligheidsklepje	=	veiligheidsklep
veiligheidsklepjes	=	veiligheidsklep
veiligheidskleppen	=	veiligheidsklep
veiligheidskooi	noun	een constructie voor het beschermen van personen die zich in de kooi bevinden bijv om in een auto de inzittenden een betere bescherming te bieden bij botsingen
veiligheidskooien	=	veiligheidskooi
veiligheidskooitje	=	veiligheidskooi
veiligheidskost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft aan middelen ter bescherming en bewaking
veiligheidskosten	noun	geld dat men uitgeeft aan middelen ter bescherming en bewaking
veiligheidskwestie	noun	een zaak, een probleem betreffende de veiligheid
veiligheidskwesties	=	veiligheidskwestie
veiligheidsmaatregel	noun	maatregel die wordt genomen om de veiligheid te verhogen
veiligheidsmaatregelen	=	veiligheidsmaatregel
veiligheidsmaatregels	=	veiligheidsmaatregel
veiligheidsmaatregeltje	=	veiligheidsmaatregel
veiligheidsmarge	noun	speelruimte die men zichzelf gunt om aan de zekere, veilige kant van een grens te blijven
veiligheidsmarges	=	veiligheidsmarge
veiligheidsmasker	noun	luchtfilter dat voor mond en neus wordt gedragen, soms uitgebreid tot een bescherming die het hele gelaat of hoofd bedekt met een doorzichtig deel voor de ogen
veiligheidsmaskers	=	veiligheidsmasker
veiligheidsnet	noun	een net waarin men iemand van grote hoogte kan opvangen zonder dat die persoon ernstig gewond raakt
veiligheidsnetten	=	veiligheidsnet
veiligheidsniveau	noun	de mate van bescherming en veiligheid die men ergens nodig acht en handhaaft
veiligheidsniveaus	=	veiligheidsniveau
veiligheidsnormering	noun	geheel van voorschriften en maatstaven om gevaren te voorkomen
veiligheidsnormeringen	=	veiligheidsnormering
veiligheidsoverweging	noun	redenen betreffende de veiligheid
veiligheidsoverwegingen	=	veiligheidsoverweging
veiligheidsoverweginkje	=	veiligheidsoverweging
veiligheidsoverweginkjes	=	veiligheidsoverweging
veiligheidspal	noun	een mechaniek dat er voor zorgt dat een ongewild mechanisme (vuurwapen) niet in werking treedt
veiligheidspallen	=	veiligheidspal
veiligheidspalletje	=	veiligheidspal
veiligheidspalletjes	=	veiligheidspal
veiligheidspeld	=	veiligheidsspeld
veiligheidspersoneel	noun	personen die in dienst zijn genomen ter bescherming tegen geweld en criminaliteit
veiligheidspolitie	noun	plitie die zig bezighoudt met de veiligheidssituatie
veiligheidsprobleem	noun	een moeilijkheid met de veiligheid
veiligheidsprobleempje	=	veiligheidsprobleem
veiligheidsprobleempjes	=	veiligheidsprobleem
veiligheidsproblemen	=	veiligheidsprobleem
veiligheidsprotocol	noun	in een document voorgeschreven handelwijzen die gevaren moeten tegengaan
veiligheidsprotocollen	=	veiligheidsprotocol
veiligheidsprotocols	=	veiligheidsprotocol
veiligheidsraad	noun	adviesorgaan dat zich bezighoudt met de veiligheid
veiligheidsraden	=	veiligheidsraad
veiligheidsreden	noun	een beweegreden die de bevordering van de veiligheid betreft
veiligheidsredenen	=	veiligheidsreden
veiligheidsregio	noun	een gebied waarin wordt samengewerkt door verscheidene besturen en diensten bij de uitvoering van taken op het terrein van brandweerzorg, rampen- en crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening, openbare orde en veiligheid
veiligheidsregio's	=	veiligheidsregio
veiligheidsriem	noun	twee banden van sterk weefsel met een sluiting die iemand in een veilige positie vast te houden bij een botsing of sterke vertraging
veiligheidsriemen	=	veiligheidsriem
veiligheidsriempje	=	veiligheidsriem
veiligheidsriempjes	=	veiligheidsriem
veiligheidsrisico	noun	de kans dat een gevaar voor de gezondheid van mens of dier kan ontstaan
veiligheidsrisico's	=	veiligheidsrisico
veiligheidsroutine	noun	gestandaardiseerde procedure die erop gericht is om de veiligheid te waarborgen
veiligheidsroutines	=	veiligheidsroutine
veiligheidsschoen	noun	een stevige schoen, hoog of laag, met versterkte zool en bescherming van de tenen
veiligheidsschoenen	=	veiligheidsschoen
veiligheidsschoentje	=	veiligheidsschoen
veiligheidsschoentjes	=	veiligheidsschoen
veiligheidssituatie	noun	de kans dat er een gevaarlijke gebeurtenis gebeurt
veiligheidssituaties	=	veiligheidssituatie
veiligheidsspeld	noun	een afsluitbare gebogen pin waarmee men twee stukken stof bijeen kan houden, voorzien van een veiligheidskapje dat voorkomt dat men zich eraan bezeren kan
veiligheidsspelden	=	veiligheidsspeld
veiligheidsspeldje	=	veiligheidsspeld
veiligheidsspeldjes	=	veiligheidsspeld
veiligheidssysteem	noun	apparatuur die beschermt tegen ongevallen
veiligheidssysteempje	=	veiligheidssysteem
veiligheidssysteempjes	=	veiligheidssysteem
veiligheidssystemen	=	veiligheidssysteem
veiligheidstaak	noun	opdracht om personen en zaken te beschermen tegen geweld, spionage of andere schadelijke invloeden
veiligheidstaakje	=	veiligheidstaak
veiligheidstaakjes	=	veiligheidstaak
veiligheidstaken	=	veiligheidstaak
veiligheidstroepen	noun	organisatie die ingezet kan worden om met inzet van geweld de openbare orde te handhaven
veiligheidsventiel	noun	ventiel dat automatisch opent zodra de maximumwaarde van druk (of temperatuur) dreigt te worden overschreden
veiligheidsventielen	=	veiligheidsventiel
veiligheidsverantwoordelijke	noun	persoon die binnen een organisatie zorg draagt voor het voorkomen van gevaar
veiligheidsverantwoordelijken	=	veiligheidsverantwoordelijke
veiligheidsvest	noun	vest dat de drager beschermt tegen aanvallen met messen en vuurwapens; kogelvrij vest
veiligheidsvesten	=	veiligheidsvest
veiligheidsvestje	=	veiligheidsvest
veiligheidsvestjes	=	veiligheidsvest
veiligheidsvoorschrift	noun	dwingend advies dat gericht is op het voorkomen van ongevallen
veiligheidsvoorschriften	=	veiligheidsvoorschrift
veiligheidswet	noun	wet die de overheid in tijden van crisis verregaande bevoegdheden geeft om de veiligheid van de burgers te kunnen verzekeren
veiligheidswetten	=	veiligheidswet
veiligheidszone	noun	gebied dat men vrijhoudt om iets of iemand te kunnen beveiligen
veiligheidszones	=	veiligheidszone
veiligs	=	veilig
veiligst	=	veilig
veiligste	=	veilig
veiligstel	=	veiligstellen
veiligstelde	=	veiligstellen
veiligstelden	=	veiligstellen
veiligstelle	=	veiligstellen
veiligstellen	verb	zorgen dat iets niet verloren gaat
veiligstellend	=	veiligstellen
veiligstellende	=	veiligstellen
veiligstelt	=	veiligstellen
veiling	noun	methode van verkopen bij opbod en/of afslag
veilingcatalogi	=	veilingcatalogus
veilingcatalogus	noun	uitgave waarin alle zaken die ter verkoop worden aangeboden op een veiling staan vermeld
veilingcatalogussen	=	veilingcatalogus
veilingen	=	veiling
veilinghal	noun	ruimte waarin zaken bij opbod worden verkocht
veilinghallen	=	veilinghal
veilinghamer	noun	een hamer waar mee geslagen wordt om de koop op een veiling te bekrachtigen
veilinghamers	=	veilinghamer
veilinghamertje	=	veilinghamer
veilinghamertjes	=	veilinghamer
veilinghuis	noun	bedrijf dat veilingen organiseert
veilinghuisje	=	veilinghuis
veilinghuizen	=	veilinghuis
veilingkost	noun|obsolete	geld dat men aan het veilinghuis moet betalen bij een aankoop
veilingkosten	noun	geld dat men aan het veilinghuis moet betalen bij een aankoop
veilinglokaal	noun	ruimte waarin zaken bij opbod worden verkocht
veilinglokalen	=	veilinglokaal
veilingmeester	noun	iemand die een (openbare) verkoping leidt
veilingmeesters	=	veilingmeester
veilingnotering	noun	lijst met de prijzen van een veiling
veilingnoteringen	=	veilingnotering
veilingnoterinkje	=	veilingnotering
veilingnoterinkjes	=	veilingnotering
veilingscatalogus	noun	uitgave waarin alle zaken die ter verkoop worden aangeboden op een veiling staan vermeld
veilingsite	noun	internetsite waar zaken en diensten bij opbod worden verkocht
veilingsites	=	veilingsite
veilingwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij biedingen
veilingwerelden	=	veilingwereld
veilingwezen	noun	de gehele organisatie rond verkopen per opbod
veilingzaal	noun	ruimte waarin zaken bij opbod worden verkocht
veilingzaaltje	=	veilingzaal
veilingzaaltjes	=	veilingzaal
veilingzalen	=	veilingzaal
veilinkje	=	veiling
veilinkjes	=	veiling
veils	=	veil
veilst	=	veil
veilste	=	veil
veilt	=	veilen
veine	noun	toevallige voorspoed, gunstig resultaat door toeval, bijvoorbeeld bij het gokken
veins	=	veinzen
veinsde	=	veinzen
veinsden	=	veinzen
veinst	=	veinzen
veinzaard	noun	vals, oneerlijk persoon
veinzaards	=	veinzaard
veinze	=	veinzen
veinzen	verb	zich onecht voordoen, iemand in de waan trachten te brengen
veinzend	=	veinzen
veinzende	=	veinzen
veinzer	noun	iemand die veinst
veinzerij	noun	het op een onoprechte manier doen alsof; het veinzen, het huichelen
veinzerijen	=	veinzerij
veinzers	=	veinzer
veis	noun	tweede letter van het alfabet, in gespirantiseerde versie
veisen	=	veis
veist	=	vei
veiste	=	vei
vel	noun	huid [1]
vela	=	velum
velaar	noun	spraakklank die met een deel van de tong tegen het zachte gehemelte gevormd wordt	adj	gevormd met een deel van de tong tegen het zachte gehemelte
velaars	=	velaar
velare	=	velaar
velaren	=	velaar
velarisatie	noun	het velaar bn maken van een spraakklank
velariseerde	=	velariseren
velariseren	verb	velaar bn maken
velcro	noun	klittenband
veld	noun	een open, onbebost, grotendeels vlak stuk land
veldartillerie	noun	verplaatsbaar geschut dat men gebruikt op het slagveld
veldartillerieën	=	veldartillerie
veldbed	noun	een simpel opvouwbaar bed op pootjes dat snel geplaatst kan worden
veldbedden	=	veldbed
veldbedje	=	veldbed
veldbedjes	=	veldbed
veldbeemdgras	noun	bepaald soort plant, Poa pratensis uit de grassenfamilie Poaceae, veel gebruikt voor de inzaai van gazons en sportvelden
veldbeemdgrassen	=	veldbeemdgras
veldbies	noun	een geslacht Luzula van planten uit de russenfamilie (Juncaceae).
veldbiesje	=	veldbies
veldbiesjes	=	veldbies
veldbieskokermot	noun	Coleophora sylvaticella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
veldbieskokermotje	=	veldbieskokermot
veldbieskokermotjes	=	veldbieskokermot
veldbieskokermotten	=	veldbieskokermot
veldbiesmineermot	noun	Elachista geminatella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
veldbiesmineermotje	=	veldbiesmineermot
veldbiesmineermotjes	=	veldbiesmineermot
veldbiesmineermotten	=	veldbiesmineermot
veldbiesroest	noun	Puccinia luzulae een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
veldbiesroesten	=	veldbiesroest
veldbiesroestje	=	veldbiesroest
veldbiesroestjes	=	veldbiesroest
veldbiezen	=	veldbies
veldbloem	noun	bloeiende deel van bedektzadige planten die van nature in graslanden groeien
veldbloemen	=	veldbloem
veldboeket	noun	bos met veel verschilende wilde veldbloemen
veldboeketje	=	veldboeket
veldboeketjes	=	veldboeket
veldboeketten	=	veldboeket
veldbonen	=	veldboon
veldboon	noun	Vicia faba een plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae of Fabaceae) en de onderfamilie Papilionoideae respectievelijk Faboideae daarvan
veldboontje	=	veldboon
veldboontjes	=	veldboon
velddag	noun	dag dat men in de buitenlucht het veld intrekt
velddagen	=	velddag
velddagje	=	velddag
velddagjes	=	velddag
velde	=	vellen
veldeffecttransistor	noun	Een transistor bestaande uit een geleidingskanaal tussen de aansluitingen source en drain, waarvan de geleiding beïnvloed kan worden door het elektrische veld van de spanning op een derde aansluiting de gate
veldeffecttransistoren	=	veldeffecttransistor
veldeffecttransistors	=	veldeffecttransistor
veldeffecttransistortje	=	veldeffecttransistor
veldeffecttransistortjes	=	veldeffecttransistor
velden	=	veld
veldentheorie	noun	theorie over ruimtes waarbinnen een stelsel van krachten kan werken
veldentheorietje	=	veldentheorie
veldentheorietjes	=	veldentheorie
veldentheorieën	=	veldentheorie
veldereprijs	noun	bepaald soort kleine eenjarige plant, Veronica arvensis, die bloeit van april tot oktober
veldereprijsje	=	veldereprijs
veldereprijzen	=	veldereprijs
veldesdoorn	noun	bepaald soort loofboom, Acer campestre, die inheems is in de Benelux, tot 12 meter hoog kan worden en behoort tot de zeepboomfamilie Sapindaceae
veldesdoorns	=	veldesdoorn
veldfles	noun	een afsluitbare en draagbare fles, meestal uit metaal of plastic vervaardigd, die gebruikt wordt om de drager buitenshuis van vocht te voorzien
veldflesje	=	veldfles
veldflesjes	=	veldfles
veldflessen	=	veldfles
veldgentiaan	noun	Gentianella campestris een eenjarige overwinterende plant, die behoort tot de gentiaanfamilie (Gentianaceae).
veldgentiaantje	=	veldgentiaan
veldgentiaantjes	=	veldgentiaan
veldgentianen	=	veldgentiaan
veldgerst	noun	bepaald soort overblijvende plant, Hordeum secalinum uit de grassenfamilie (Poaceae)
veldgersten	=	veldgerst
veldgids	noun	draagbaar boekje dat men tijdens een toch door de natuur met zich mee kan nemen en waarin men kan opzoeken wat de naam is van een gevonden plant of dier
veldgidsen	=	veldgids
veldglimmer	noun	Amara communis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
veldglimmers	=	veldglimmer
veldglimmertje	=	veldglimmer
veldglimmertjes	=	veldglimmer
veldgors	noun	Spizella pusilla een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
veldgorsje	=	veldgors
veldgorsjes	=	veldgors
veldgorzen	=	veldgors
veldgrasuil	noun	Apamea anceps een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
veldgrasuilen	=	veldgrasuil
veldgrasuiltje	=	veldgrasuil
veldgrasuiltjes	=	veldgrasuil
veldhaver	noun	een geslacht Helictotrichon uit de grassenfamilie (Poaceae).
veldhavers	=	veldhaver
veldhavertje	=	veldhaver
veldhavertjes	=	veldhaver
veldheer	noun	een opperbevelhebber te velde
veldheertje	=	veldheer
veldheertjes	=	veldheer
veldheren	=	veldheer
veldhoen	noun	bepaald soort akkervogel, Perdix perdix, uit de familie der fazantachtigen (Phasianidae)
veldhoenderen	=	veldhoen
veldhoenders	=	veldhoen
veldhommel	noun	Bombus lucorum een soort van de aardhommel-groep die veel op de aardhommel lijkt, maar citroenkleurige strepen in plaats van okerkleurige bezit
veldhommels	=	veldhommel
veldhommeltje	=	veldhommel
veldhommeltjes	=	veldhommel
veldhondstong	noun	bepaald soort tot 80 cm hoge, tweejarige plant, Cynoglossum officinale uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
veldhondstongen	=	veldhondstong
veldhondstongetje	=	veldhondstong
veldhondstongetjes	=	veldhondstong
veldhospitaal	noun	verplaatsbaar hospitaal
veldhospitaals	=	veldhospitaal
veldhospitaaltje	=	veldhospitaal
veldhospitaaltjes	=	veldhospitaal
veldhospitalen	=	veldhospitaal
veldje	=	veld
veldjes	=	veld
veldkei	noun	een steen of kei die door een gletsjer of ijskap is meegevoerd
veldkeien	=	veldkei
veldkeitje	=	veldkei
veldkeitjes	=	veldkei
veldkers	noun	benaming voor planten uit het geslacht Cardamine eenjarige of overblijvende kruiden uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
veldkersen	=	veldkers
veldkersgalmug	noun	Dasineura cardaminis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
veldkersgalmuggen	=	veldkersgalmug
veldkersgalmugje	=	veldkersgalmug
veldkersgalmugjes	=	veldkersgalmug
veldkijker	noun	verrekijker die vooral geschikt is om in de natuur waarnemingen te doen
veldkijkers	=	veldkijker
veldkijkertje	=	veldkijker
veldknobbeldaas	noun	Hybomitra montana een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
veldknobbeldaasje	=	veldknobbeldaas
veldknobbeldaasjes	=	veldknobbeldaas
veldknobbeldazen	=	veldknobbeldaas
veldkrekel	noun	Gryllus campestris een insect uit de familie krekels (Gryllidae).
veldkrekels	=	veldkrekel
veldkrekeltje	=	veldkrekel
veldkrekeltjes	=	veldkrekel
veldkruidkers	noun	Lepidium campestre een één- of tweejarige plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) die verwant is aan tuinkers.
veldkruidkersen	=	veldkruidkers
veldkruidkersje	=	veldkruidkers
veldkruidkersjes	=	veldkruidkers
veldlaboratoria	=	veldlaboratorium
veldlaboratorium	noun	werkplaats voor wetenschappelijk onderzoek die gelegen is bij het te onderzoeken object
veldlaboratoriums	=	veldlaboratorium
veldlathyrus	noun	Lathyrus pratensis een klimmende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
veldlathyrusje	=	veldlathyrus
veldlathyrusjes	=	veldlathyrus
veldlathyrussen	=	veldlathyrus
veldleeuwerik	noun	Alauda arvensis een zangvogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae)
veldleeuweriken	=	veldleeuwerik
veldleeuwerikje	=	veldleeuwerik
veldleeuwerikjes	=	veldleeuwerik
veldlijn	noun	een veldlijn is een denkbeeldige lijn in een vectorveld die voor elk punt de richting van het veld aangeeft.
veldlijnen	=	veldlijn
veldlijntje	=	veldlijn
veldlijntjes	=	veldlijn
veldloop	noun	onderdeel van de atletiek waarbij renners zo snel mogelijk een parkoers buiten met natuurlijke hindernissen afleggen
veldlopen	=	veldloop
veldloper	noun	renner op parkoersen buiten, met natuurlijke hindernissen
veldlopers	=	veldloper
veldmaarschalk	noun	hoge militaire rang direkt onder generaal, in Nederland direkt boven de generaal
veldmaarschalken	=	veldmaarschalk
veldmaarschalkje	=	veldmaarschalk
veldmestkever	noun	insect uit de onderfamilie Aphodiinae van kevers uit de familie van de bladsprietkevers (Scarabaeidae).
veldmestkevers	noun	Aphodiinae een onderfamilie van kevers uit de familie van de bladsprietkevers (Scarabaeidae).
veldmestkevertje	=	veldmestkever
veldmestkevertjes	=	veldmestkever
veldmier	noun	Lasius meridionalis een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
veldmieren	=	veldmier
veldmiertje	=	veldmier
veldmiertjes	=	veldmier
veldmuis	noun	Microtus arvalis in Europa een vrij algemeen voorkomende knaagdiersoort.
veldmuisje	=	veldmuis
veldmuisjes	=	veldmuis
veldmuizen	=	veldmuis
veldmuren	=	veldmuur
veldmuts	noun	een stoffen hoofddeksel dat soldaten dragen als ze buiten het bereik van vijandelijk vuur zijn
veldmutsen	=	veldmuts
veldmutsje	=	veldmuts
veldmutsjes	=	veldmuts
veldmuur	noun	een geslacht Minuartia van kruidachtige planten uit de anjerfamilie.
veldmuurtje	=	veldmuur
veldmuurtjes	=	veldmuur
veldnaam	noun	toponiem (naam) die een eigenaar aan een bepaald stuk land gaf om het te kunnen onderscheiden
veldnachtwolfspin	noun	Trochosa ruricola een spin die behoort tot de wolfspinnen.
veldnachtwolfspinnen	=	veldnachtwolfspin
veldnachtwolfspinnetje	=	veldnachtwolfspin
veldnachtwolfspinnetjes	=	veldnachtwolfspin
veldnamen	=	veldnaam
veldonderzoek	noun	onderzoek in het open veld; onderzoek in de buitenlucht; onderzoek waarbij de onderzoeker zelf naar het te onderzoeken object gaat
veldonderzoeken	=	veldonderzoek
veldonderzoekje	=	veldonderzoek
veldonderzoekjes	=	veldonderzoek
veldoven	noun	grote oven voor het bakken van bakstenen, die vanaf de middeleeuwen tot in de 20e eeuw in gebruik was
veldovens	=	veldoven
veldoventje	=	veldoven
veldoventjes	=	veldoven
veldoverwicht	noun	het op het veld sterker zijn dan de tegenstander zodat er meer kans bestaat op scoren
veldparelmoervlinder	noun	Melitaea cinxia een vlinder uit de familie Nymphalidae (vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders).
veldparelmoervlinders	=	veldparelmoervlinder
veldparelmoervlindertje	=	veldparelmoervlinder
veldparelmoervlindertjes	=	veldparelmoervlinder
veldpost	noun	verzorging van militaire post naar militairen die buiten de kazerne verblijven, omdat ze met hun onderdeel zijn ingezet voor oefening, mobilisatie of een daadwerkelijke confrontatie met de vijand
veldposten	=	veldpost
veldprobleemspinnetje	noun	Meioneta rurestris een spinnensoort uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
veldprobleemspinnetjes	=	veldprobleemspinnetje
veldrat	noun	Arvicola terrestris soort rat die buiten de steden leeft
veldratten	=	veldrat
veldridderzwam	noun	een schimmel behorend tot de orde plaatjeszwammen
veldridderzwammen	=	veldridderzwam
veldridderzwammetjes	=	veldridderzwam
veldrietzanger	noun	Acrocephalus agricola een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
veldrietzangers	=	veldrietzanger
veldrietzangertje	=	veldrietzanger
veldrietzangertjes	=	veldrietzanger
veldrij	=	veldrijden
veldrijd	=	veldrijden
veldrijden	verb	fietsen door een stuk natuur zonder gebaande wegen
veldrijdend	=	veldrijden
veldrijdende	=	veldrijden
veldrijder	noun	sporter die doet aan veldrijden
veldrijders	=	veldrijder
veldrijdertje	=	veldrijder
veldrijdertjes	=	veldrijder
veldrit	noun	een wielertocht of wielerwedstrijd waarbij men over onverharde wegen rijdt
veldritje	=	veldrit
veldritjes	=	veldrit
veldritten	=	veldrit
veldroodstaart	noun	Phoenicurus hodgsoni een zangvogel uit de familie Muscicapidae.
veldroodstaarten	=	veldroodstaart
veldroodstaartje	=	veldroodstaart
veldroodstaartjes	=	veldroodstaart
veldrus	noun	Juncus acutiflorus een overblijvend kruid die behoort tot de russenfamilie (Juncaceae).
veldrusje	=	veldrus
veldrusjes	=	veldrus
veldrussen	=	veldrus
velds	=	veld
veldsalie	noun	Salvia pratensis een plant uit de lipbloemenfamilie (Labiatae oftewel Lamiaceae).
veldsalies	=	veldsalie
veldsla	noun	bepaald soort kruidachtige plant Valerianella locusta
veldslaatje	=	veldsla
veldslag	noun	een treffen tussen twee of meer legers
veldslagen	=	veldslag
veldslagje	=	veldslag
veldslagjes	=	veldslag
veldspaat	noun	hoofdbestanddeel van graniet
veldspaatvervanger	noun	een groep mineralen die tot de silicaten behoren en lijken in eigenschappen en samenstelling op de veldspaten, maar onderverzadigd zijn in silica
veldspaatvervangers	=	veldspaatvervanger
veldspaatvervangertje	=	veldspaatvervanger
veldspaatvervangertjes	=	veldspaatvervanger
veldspaten	=	veldspaat
veldspeler	noun	bij veldsporten zoals voetbal, hockey en handbal alle spelers behalve de doelverdediger
veldspelers	=	veldspeler
veldspelertje	=	veldspeler
veldspelertjes	=	veldspeler
veldspitsmuis	noun	Crocidura leucodon zoogdier uit de familie der spitsmuizen (Soricidae)
veldspitsmuisje	=	veldspitsmuis
veldspitsmuisjes	=	veldspitsmuis
veldspitsmuizen	=	veldspitsmuis
veldsport	noun	sporten die je speelt op een (kunst)(gras)veld
veldsporten	=	veldsport
veldsprinkhaan	noun	insect uit de familie Acrididae van rechtvleugelige insecten die behoren tot de kortsprietigen
veldsprinkhaantje	=	veldsprinkhaan
veldsprinkhaantjes	=	veldsprinkhaan
veldsprinkhanen	noun	Acrididae een familie van rechtvleugelige insecten die behoren tot de kortsprietigen
veldsterkte	noun	de vectoriële grootte die een veld op een bepaald punt en een bepaald tijdstip heeft
veldsterkten	=	veldsterkte
veldsterktes	=	veldsterkte
veldsterktetje	=	veldsterkte
veldsterktetjes	=	veldsterkte
veldtelefoon	noun	telefoontoestel ten dienste van het leger te velde
veldtelefoons	=	veldtelefoon
veldtelefoontje	=	veldtelefoon
veldtelefoontjes	=	veldtelefoon
veldtheorie	noun	analyse van aandrijvende en terughoudende krachten in een specifieke situatie
veldtheorietje	=	veldtheorie
veldtheorietjes	=	veldtheorie
veldtheorieën	=	veldtheorie
veldtocht	noun	een trektocht van een leger met het doel de vijand te verslaan
veldtochten	=	veldtocht
veldtochtje	=	veldtocht
veldtochtjes	=	veldtocht
veldtraining	noun	sportoefeningen die plaatsvinden buiten op het speelveld
veldtrainingen	=	veldtraining
veldtraininkje	=	veldtraining
veldtraininkjes	=	veldtraining
veldtrechterspin	noun	Eratigena agrestis een spin uit de familie van trechterspinnen.
veldtrechterspinnen	=	veldtrechterspin
veldtrechterspinnetje	=	veldtrechterspin
veldtrechterspinnetjes	=	veldtrechterspin
velduil	noun	Asio flammeus in Nederland een zeer schaarse broedvogel van open gebieden met een graslandbegroeiing of van open moerassen die de nesten op de grond maakt
velduilen	=	velduil
velduiltje	=	velduil
velduiltjes	=	velduil
veldviolen	=	veldviool
veldviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola tricolor uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
veldviooltje	noun	benaming voor een bepaald soort plant, Viola tricolor
veldviooltjes	=	veldviooltje
veldvoetbal	noun	voetbal dat in tegenstelling tot zaalvoetbal buiten wordt gespeeld
veldvoetballer	noun	iemand die voetbal speelt op een voetbalveld
veldvoetballers	=	veldvoetballer
veldvoetballertje	=	veldvoetballer
veldvoetballertjes	=	veldvoetballer
veldwachter	noun	een ordehandhaver in de kleinere gemeenten op het platteland
veldwachters	=	veldwachter
veldwachtertje	=	veldwachter
veldwarkruid	noun	Cuscuta campestris een eenjarige parasitaire plant die behoort tot de windefamilie (Convolvulaceae).
veldwarkruiden	=	veldwarkruid
veldwarkruidje	=	veldwarkruid
veldwarkruidjes	=	veldwarkruid
veldweg	noun	onverharde weg buiten de bebouwde kom
veldwegel	noun	smal pad, niet of weinig verhard weggetje op het platteland
veldwegels	=	veldwegel
veldwegen	=	veldweg
veldweggetje	=	veldweg
veldweggetjes	=	veldweg
veldwegje	=	veldweg
veldwegjes	=	veldweg
veldwerk	noun	het verzamelen van onderzoeksgegevens dat doorgaans buiten plaatsvindt en waarvan de resultaten vaak op kantoor worden geanalyseerd en verwerkt
veldwerken	=	veldwerk
veldwerker	noun	onderzoeker die veldwerk verricht
veldwerkers	=	veldwerker
veldwerkertje	=	veldwerker
veldwerkertjes	=	veldwerker
veldwesp	noun	Polistinae wesp uit een onderfamilie van de plooivleugelwespen (Vespidae)
veldwespen	noun	Polistinae een onderfamilie van de plooivleugelwespen (Vespidae)
veldwespwaaiertje	noun	Xenos vesparum een insect behorend tot de waaiervleugeligen waarvan de vrouwtjes permanent leven als een entomofage endoparasiet in veldwespen (Polistes).
veldwespwaaiertjes	=	veldwespwaaiertje
veldwetboek	noun	verzameling rechtsbepalingen over landbouw, natuur en het platteland
veldwetboeken	=	veldwetboek
veldwetboekje	=	veldwetboek
veldwetboekjes	=	veldwetboek
veldwevertje	noun	Tenuiphantes mengei een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
veldwevertjes	=	veldwevertje
veldwikkeling	noun	wikkeling die het magnetisch veld van een motor of dynamo verzorgt waarin het anker draait
veldwikkelingen	=	veldwikkeling
veldwolfspin	noun	Pardosa proxima een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
veldwolfspinnen	=	veldwolfspin
veldwolfspinnetje	=	veldwolfspin
veldwolfspinnetjes	=	veldwolfspin
veldzuring	noun	bepaald soort overblijvende plant, Rumex acetosa uit het geslacht van de zuring, die meer dan een halve meter hoog kan worden
veldzuringen	=	veldzuring
veldzurinkje	=	veldzuring
vele	num	verbogen vorm van veel.
velen	verb	tolereren, verdragen, dulden	num	zelfstandig gebruikt onbepaald hoofdtelwoord voor personen
velend	=	velen
velende	=	velen
veler	=	veel
velerhande	adj	op veel manieren
velerlei	pron	op veel verschillende manieren
velg	noun	de buitenrand van een wiel waar de band omheen zit
velgen	=	velg
velgje	=	velg
velgjes	=	velg
velglint	noun	het lint wat in de velg (van een fiets) wordt gelegd om de binnenband (vooral tegen de spaakkoppen) te beschermen
velglinten	=	velglint
velglintje	=	velglint
velglintjes	=	velglint
velgrem	noun	rubber blokje dat tegen de velg van een fiets wordt gedrukt om te remmen.
velgremmen	=	velgrem
velgremmetje	=	velgrem
velgremmetjes	=	velgrem
velhevel	noun	soort koevoet die gebruikt wordt om een boom die word omgehakt in de gewenste richting te laten vallen
velhevels	=	velhevel
velijn	noun	zeer fijn perkament waarop een kopiist in de Middeleeuwen (in het scriptorium) geschriften kopieerde
velijnpapier	noun	zeer fijn en glad, op perkament gelijkend papier
velkant	noun	de kant waar de huid of de schil zit
velkanten	=	velkant
velklinker	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die toon/geluid voortbrengen door het trillen van een gespannen vel
velklinkers	=	velklinker
velklinkertje	=	velklinker
velklinkertjes	=	velklinker
vella-lavellabrilvogel	noun	Zosterops vellalavella een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
vella-lavellabrilvogels	=	vella-lavellabrilvogel
vella-lavellabrilvogeltje	=	vella-lavellabrilvogel
vella-lavellabrilvogeltjes	=	vella-lavellabrilvogel
vella-lavellamonarch	noun	Symposiachrus nigrotectus een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
vella-lavellamonarchen	=	vella-lavellamonarch
vella-lavellamonarchje	=	vella-lavellamonarch
vella-lavellamonarchjes	=	vella-lavellamonarch
vellalavellabrilvogel	noun	Zosterops vellalavella een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
vellalavellabrilvogels	=	vellalavellabrilvogel
vellalavellabrilvogeltje	=	vellalavellabrilvogel
vellalavellabrilvogeltjes	=	vellalavellabrilvogel
velle	=	vellen
vellen	verb	neer doen komen, doen vallen
vellend	=	vellen
vellende	=	vellen
vellenploter	noun	iemand die in een leerlooierij werkt
vellenploters	=	vellenploter
vellenplotertje	=	vellenploter
vellenplotertjes	=	vellenploter
velletje	=	vel
velletjes	=	vel
velleïteit	noun	een wil of bedoeling die onvolkomen is want niet beantwoordt aan de werkelijke mogelijkheden van het subject
velleïteiten	=	velleïteit
velling	noun	het omkappen van bomen
vellingen	=	velling
vellum	noun	zeer fijn perkament waarop een kopiist in de Middeleeuwen (in het scriptorium) geschriften kopieerde
vellumpje	=	vellum
vellumpjes	=	vellum
velo	noun|informal	fiets
velo's	=	velo
velocipède	=	vélocipède
velociraptor	noun	een geslacht Velociraptor van uitgestorven vleesetende theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de maniraptora, dat tijdens het Laat-Krijt, ongeveer 75 miljoen jaar geleden, leefde in het gebied van het huidige Mongolië
velociraptors	=	velociraptor
velociraptortje	=	velociraptor
velociraptortjes	=	velociraptor
velodromen	=	velodroom
velodroom	noun	een ovale piste speciaal gebouwd voor baanwielrennen
velodroompje	=	velodroom
velodrooms	=	velodroom
velomaker	noun	iemand die rijwielen verkoopt en herstelt
velomakers	=	velomaker
velomobiel	noun	een aerodynamische, door spierkracht aangedreven voertuig, vergelijkbaar met een ligfiets, met een zelfdragende carrosserie die bescherming biedt tegen weer en verkeer, comfortabele positie en ruimte voor bagage
velomobielen	=	velomobiel
velomobieltje	=	velomobiel
velomobieltjes	=	velomobiel
velootje	=	velo
velos	=	velo
velostrade	noun	snelweg voor fietsers
velostrades	=	velostrade
velours	noun	een zachte, glimmende stofsoort met een harig oppervlak
velouté	noun	zachte, gebonden soep (afgemaakt met een mengsel van eierdooiers en room)
velouté's	=	velouté
velt	=	vellen
velum	noun	het zachte gehemelte
velums	=	velum
veluwenaar	noun	een inwoner van Veluwe, of iemand afkomstig uit Veluwe
veluwenaars	=	veluwenaar
veluwenaartje	=	veluwenaar
veluwenaartjes	=	veluwenaar
veluwenaren	=	veluwenaar
veluwer	adj	op Veluwe betrekking hebbend
veluws	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Veluwe
veluwse	noun	een vrouwelijke inwoner van Veluwe, of een vrouw afkomstig uit Veluwe
veluwsen	=	veluwse
velvet	noun	fluweelachtige stof met doorgesneden poolinslagen
velvetten	=	velvet
vemen	=	veem
ven	noun	ondiep meertje op zandgrond
vena	noun	bloedvat waardoor bloed in de richting van het hart stroomt
venaal	adj	bereid om zich voor geld niet aan regels te houden
venaals	=	venaal
venaalst	=	venaal
venaalste	=	venaal
venae	=	vena
venale	=	venaal
venaler	=	venaal
venalere	=	venaal
venalers	=	venaal
venapunctie	noun	het aanprikken van een ader met een holle naald
venapuncties	=	venapunctie
venapunctietje	=	venapunctie
venapunctietjes	=	venapunctie
vendatalig	adj	Venda sprekend
vendatalige	=	vendatalig
vendataligs	=	vendatalig
vendel	noun	vaandel
vendelde	=	vendelen
vendelden	=	vendelen
vendele	=	vendelen
vendelen	verb	vendelzwaaien
vendelend	=	vendelen
vendelende	=	vendelen
vendelier	noun	vendelzwaaier
vendeliers	=	vendelier
vendels	=	vendel
vendelt	=	vendelen
vendeltje	=	vendel
vendeltjes	=	vendel
vendelzwaai	noun	sierlijk zwaaiende beweging met een vlag
vendelzwaaide	=	vendelzwaaien
vendelzwaaiden	=	vendelzwaaien
vendelzwaaie	=	vendelzwaaien
vendelzwaaien	verb	een vaandel met sierlijke bewegingen heen en weer zwaaien
vendelzwaaiend	=	vendelzwaaien
vendelzwaaiende	=	vendelzwaaien
vendelzwaait	=	vendelzwaaien
vendetta	noun	bloedwraak
vendetta's	=	vendetta
vendiaan	noun	geologisch tijdperk, laatste periode van het neoproterozoïcum, tot 541 miljoen jaar geleden, direct voorafgaand aan het Cambrium
vendu	noun	veiling, openbare verkoping o.a. bij beslagname van inboedels
vendu's	=	vendu
vendue	=	vendu
venduen	=	vendu
venduhuis	noun	onderneming waar je eigendommen openbaar tegen opbod kan laten verkopen
venduhuizen	=	venduhuis
venduikerwants	noun	Corixa dentipes een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
venduikerwantsen	=	venduikerwants
venduikerwantsje	=	venduikerwants
venduikerwantsjes	=	venduikerwants
vendutie	noun	openbare verkoping
venduties	=	vendutie
vendutiën	=	vendutie
venduutje	=	vendu
venduutjes	=	vendu
venduwe	=	vendu
venen	=	veen
venepunctie	noun	het aanprikken van een ader met een holle naald
venepuncties	=	venepunctie
venepunctietje	=	venepunctie
venepunctietjes	=	venepunctie
veneratie	noun	verering, respect, eerbiediging, aanbidding met name voor heiligen
veneraties	=	veneratie
venereoloog	=	veneroloog
venerisch	adj	met betrekking tot de geslachtsziekten
venerische	=	venerisch
venerischer	=	venerisch
venerischere	=	venerisch
venerischers	=	venerisch
venerologen	=	veneroloog
veneroloog	noun	specialist op het gebied van de seksueel overdraagbare aandoeningen
venetiaan	noun	een inwoner van Venetië, of iemand afkomstig uit Venetië
venetiaans	adj	betrekking hebbend op de Veneto-regio in het noorden van Italië
venetiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Venetië, of een vrouw afkomstig uit Venetië
venetiaansen	=	venetiaanse
venetiaanser	=	venetiaans
venetiaansere	=	venetiaans
venetiaansers	=	venetiaans
venetiaanst	=	venetiaans
venetiaanstalig	adj	de Venetiaanse taal sprekend
venetiaanstalige	=	venetiaanstalig
venetiaanstaligs	=	venetiaanstalig
venetiaanste	=	venetiaans
venetiaantje	=	venetiaan
venetiaantjes	=	venetiaan
venetianen	=	venetiaan
veneus	adj	met betrekking tot de aders
veneust	=	veneus
veneuste	=	veneus
veneuze	=	veneus
veneuzer	=	veneus
veneuzere	=	veneus
veneuzers	=	veneus
venezolaan	noun	een inwoner van Venezuela
venezolaans	adj	op Venezuela betrekking hebbend
venezolaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Venezuela, of een vrouw afkomstig uit Venezuela
venezolaansen	=	venezolaanse
venezolaanser	=	venezolaans
venezolaansere	=	venezolaans
venezolaansers	=	venezolaans
venezolaanst	=	venezolaans
venezolaanste	=	venezolaans
venezolaantje	=	venezolaan
venezolaantjes	=	venezolaan
venezolanen	=	venezolaan
venezuelaparkiet	noun	Pyrrhura emma een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld) Het is een endemische vogelsoort in Venezuela.
venezuelaparkieten	=	venezuelaparkiet
venezuelaparkietje	=	venezuelaparkiet
venezuelaparkietjes	=	venezuelaparkiet
venezuelatandkwartel	noun	Odontophorus columbianus een vogel uit de familie Odontophoridae.
venezuelatandkwartels	=	venezuelatandkwartel
venezuelatandkwarteltje	=	venezuelatandkwartel
venezuelatandkwarteltjes	=	venezuelatandkwartel
venezuelatiran	noun	Myiarchus venezuelensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
venezuelatirannen	=	venezuelatiran
venezuelatirannetje	=	venezuelatiran
venezuelatirannetjes	=	venezuelatiran
venezuelavliegenpikker	noun	Zimmerius petersi een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
venezuelavliegenpikkers	=	venezuelavliegenpikker
venezuelavliegenpikkertje	=	venezuelavliegenpikker
venezuelavliegenpikkertjes	=	venezuelavliegenpikker
venglazenmaker	noun	Aeshna juncea een echte libel uit het geslacht en de familie van de glazenmakers (Aeshnidae).
venglazenmakers	=	venglazenmaker
venglazenmakertje	=	venglazenmaker
venglazenmakertjes	=	venglazenmaker
venijn	noun	kwaadaardigheid, laster, vergift, moeilijkheid
venijnbomen	=	venijnboom
venijnboom	noun	soort naaldboom Taxus baccata die van nature voorkomt in in Europa, het noorden van Afrika en het zuidwesten van Azië
venijnboompje	=	venijnboom
venijnboompjes	=	venijnboom
venijnen	=	venijn
venijnig	adj	met een bedekte maar felle woede
venijnige	=	venijnig
venijniger	=	venijnig
venijnigere	=	venijnig
venijnigers	=	venijnig
venijnigheden	=	venijnigheid
venijnigheid	noun	felle boosheid
venijnigs	=	venijnig
venijnigst	=	venijnig
venijnigste	=	venijnig
venizoen	noun	dieren waarop men jacht maakt
venkel	noun	benaming voor planten uit het geslacht Foeniculum uit de schermbloemenfamilie Apiaceae
venkelgroen	noun	Foeniculum vulgare het eetbare groene gedeelte van een venkelplant
venkelgroenen	=	venkelgroen
venkels	=	venkel
venkelsalade	noun	salade met venkel (en room)
venkelsalades	=	venkelsalade
venkeltje	=	venkel
venkeltjes	=	venkel
venkelwater	noun	water waarin venkel is gekookt
venkelzaad	noun	gedroogde (gemalen) zaden van Foeniculum vulgare
venkelzaadje	=	venkelzaad
venkelzaadjes	=	venkelzaad
venkelzaden	=	venkelzaad
venlonaar	noun	een inwoner van Venlo, of iemand afkomstig uit Venlo
venlonaars	=	venlonaar
venlonaartje	=	venlonaar
venlonaartjes	=	venlonaar
venlonaren	=	venlonaar
venloos	noun	het Kleverlands / Limburgs overgangsdialect van de stad Venlo	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Venlo
venlose	noun	een vrouwelijke inwoner van Venlo, of een vrouw afkomstig uit Venlo
venlosen	=	venlose
venloënaar	noun	een inwoner van Venlo, of iemand afkomstig uit Venlo
venloënaren	=	venloënaar
venloër	noun	een inwoner van Venlo, of iemand afkomstig uit Venlo
venloërs	=	venloër
venmoerwants	noun	Hesperocorixa castanea een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
venmoerwantsen	=	venmoerwants
venmoerwantsje	=	venmoerwants
venmoerwantsjes	=	venmoerwants
venndiagram	noun	een grafische voorstelling van de logische relaties tussen meerdere verzamelingen
venndiagrammen	=	venndiagram
venndiagrammetje	=	venndiagram
vennen	=	ven
vennetje	=	ven
vennetjes	=	ven
vennoot	noun	compagnon in een vennootschap
vennootje	=	vennoot
vennootschap	noun	onderneming of bedrijf met meerdere aandeelhouders (vennoten)
vennootschapje	=	vennootschap
vennootschapjes	=	vennootschap
vennootschappelijk	adj	alles wat te maken heeft met een vennootschap
vennootschappelijke	=	vennootschappelijk
vennootschappelijker	=	vennootschappelijk
vennootschappelijkere	=	vennootschappelijk
vennootschappelijkers	=	vennootschappelijk
vennootschappelijks	=	vennootschappelijk
vennootschappelijkst	=	vennootschappelijk
vennootschappelijkste	=	vennootschappelijk
vennootschappen	=	vennootschap
vennootschapsbelasting	noun	belasting geheven over de winst van een vennootschap
vennootschapsbelastingen	=	vennootschapsbelasting
vennootschapsrecht	noun	wetgeving betreffende vennootschappen
vennootschapsrechten	=	vennootschapsrecht
vennoten	=	vennoot
vensigaar	noun	Sigara scotti een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
vensigaartje	=	vensigaar
vensigaartjes	=	vensigaar
vensigaren	=	vensigaar
vensikkelmos	noun	Warnstorfia fluitans een mossoort uit het geslacht Warnstorfia.
vensikkelmosje	=	vensikkelmos
vensikkelmosjes	=	vensikkelmos
vensikkelmossen	=	vensikkelmos
vensnelloper	noun	Agonum versutum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
vensnellopers	=	vensnelloper
vensnellopertje	=	vensnelloper
vensnellopertjes	=	vensnelloper
venster	noun	opening in de wand of muur van een gebouw, waardoor licht naar binnen kan, vaak voorzien van lucht- en waterdicht materiaal als glas
vensterbank	noun	de afdekking van de borstwering langs de onderdorpel van een raamkozijn
vensterbanken	=	vensterbank
vensterbankje	=	vensterbank
vensterbankjes	=	vensterbank
venstercouvert	noun	vensterenveloppe
venstercouvertje	=	venstercouvert
venstercouvertjes	=	venstercouvert
venstercouverts	=	venstercouvert
vensterenveloppe	noun	enveloppe met een doorzichtig ruitje dat het op het briefpapier gedrukte adres zichtbaar maakt
vensterenveloppen	=	vensterenveloppe
vensterfunctie	noun	een wiskundige functie die nul is buiten een bepaald interval
vensterfuncties	=	vensterfunctie
venstergat	noun	gat in een muur dat dient als venster
venstergaten	=	venstergat
vensterglas	noun	helder, vlak glas dat geschikt is voor ramen
vensterglasschelp	noun	Theora lubrica een tweekleppigensoort uit de familie van de Semelidae.
vensterglasschelpen	=	vensterglasschelp
vensterglasschelpje	=	vensterglasschelp
vensterglasschelpjes	=	vensterglasschelp
vensterglazen	=	vensterglas
venstergordijn	noun	verschuifbaar stuk textiel waarmee men een raam kan afdekken
venstergordijnen	=	venstergordijn
venstergordijntje	=	venstergordijn
venstergordijntjes	=	venstergordijn
venstergrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7040 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7040 ( ).
venstergrijze	=	venstergrijs
vensterloos	adj	zonder venster
vensterloost	=	vensterloos
vensterlooste	=	vensterloos
vensterloze	=	vensterloos
vensterlozer	=	vensterloos
vensterlozere	=	vensterloos
vensterlozers	=	vensterloos
vensterluik	noun	een schot waarmee men een venster aan de binnen- of buitenkant van een gebouw kan afsluiten
vensterluiken	=	vensterluik
venstermineermot	noun	insect uit de familie Bedelliidae van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
venstermineermotje	=	venstermineermot
venstermineermotjes	=	venstermineermot
venstermineermotten	noun	Bedelliidae een familie van vlinders in de superfamilie Yponomeutoidea.
venstermosdiertje	noun	Fenestrulina delicia een mosdiertjessoort uit de familie van de Fenestrulinidae.
venstermosdiertjes	=	venstermosdiertje
venstermug	noun	insect uit de familie Anisopodidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
venstermuggen	noun	Anisopodidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
venstermuggetje	=	venstermug
venstermuggetjes	=	venstermug
vensterraam	noun	het raamwerk waarin het glas gevat kan worden dat een opening in een muur afsluit
vensterraampje	=	vensterraam
vensterraampjes	=	vensterraam
vensterramen	=	vensterraam
vensterreet	noun	kier of spleet in een venster
vensterreetje	=	vensterreet
vensterreetjes	=	vensterreet
vensterreten	=	vensterreet
vensterrouwzwever	noun	Thyridanthrax fenestratus (Syn: Hemipenthes montana, Anthrax variegata) een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
vensterrouwzwevers	=	vensterrouwzwever
vensterrouwzwevertje	=	vensterrouwzwever
vensterrouwzwevertjes	=	vensterrouwzwever
vensterruit	noun	glazen plaat die een opening in een muur afsluit
vensterruiten	=	vensterruit
vensterruitje	=	vensterruit
vensterruitjes	=	vensterruit
vensters	=	venster
vensterscholen	=	vensterschool
vensterschool	noun	´brede' basisschool die ook allerlei andere activiteiten organiseert zoals sport, cultuur en die zorgt voor opvang buiten schooltijd
vensterschooltje	=	vensterschool
vensterschooltjes	=	vensterschool
venstersectorspin	noun	Zygiella x-notata een spinnensoort uit de familie wielwebspinnen (Araneidae)
venstersectorspinnen	=	venstersectorspin
venstersectorspinnetje	=	venstersectorspin
venstersectorspinnetjes	=	venstersectorspin
venstertje	=	venster
venstertjes	=	venster
venstervlekje	noun	insect uit de familie Thyrididae van vlinders, de enige familie in de superfamilie Thyridoidea.
venstervlekjes	noun	een familie Thyrididae van vlinders, de enige familie in de superfamilie Thyridoidea.
venstervlekmot	noun	Acanthophila alacella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
venstervlekmotje	=	venstervlekmot
venstervlekmotjes	=	venstervlekmot
venstervlekmotten	=	venstervlekmot
venstervlieg	noun	Scenopinus fenestralis een vlieg uit de familie van de venstervliegen (Scenopinidae).
venstervliegen	noun	een familie Scenopinidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
venstervliegje	=	venstervlieg
venstervliegjes	=	venstervlieg
vensterwaterroofkever	noun	Ilybius fenestratus een keversoort uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae).
vensterwaterroofkevers	=	vensterwaterroofkever
vensterwaterroofkevertje	=	vensterwaterroofkever
vensterwaterroofkevertjes	=	vensterwaterroofkever
vent	noun	kerel, man (wordt zowel positieve als in negatieve zin gebruikt)
vente	=	venten
venten	verb	op straat of huis aan huis iets verkopen
ventend	=	venten
ventende	=	venten
venter	noun	persoon die geld probeert te verdienen door te venten
venters	=	venter
ventertje	=	venter
ventiel	noun	klep waardoor een gas of vloeistof in of uit een ruimte kan stromen
ventieldop	noun	dopje op een ventiel van een luchtband van bijvoorbeeld een fiets- of een autoband aanwezig ter voorkoming van vuilintrede
ventieldopje	=	ventieldop
ventieldopjes	=	ventieldop
ventieldoppen	=	ventieldop
ventielen	=	ventiel
ventielklep	noun	klep die als ventiel dient (eigenlijk dubbelop een ventiel is een klep)
ventielkleppen	=	ventielklep
ventielslang	noun	gummi slangetje dat gebruikt werd in een ouderwets fietsventiel
ventielslangen	=	ventielslang
ventielslangetje	=	ventielslang
ventielslangetjes	=	ventielslang
ventieltje	=	ventiel
ventieltjes	=	ventiel
ventieltrombone	noun	trombone met ventielen, dit in tegenstelling tot de schuiftrombone
ventieltrombones	=	ventieltrombone
ventilateur	noun	ventilator
ventilateurs	=	ventilateur
ventilateurtje	=	ventilateur
ventilateurtjes	=	ventilateur
ventilatie	noun	luchtverplaatsing bij het ademen
ventilatiekanaal	noun	buis waardoor lucht kan stromen
ventilatiekanalen	=	ventilatiekanaal
ventilatieregel	noun	regel die in acht moet worden genomen om voldoende ventilatie in een ruimte te waarborgen
ventilatieregels	=	ventilatieregel
ventilatieregeltje	=	ventilatieregel
ventilatieregeltjes	=	ventilatieregel
ventilatierooster	noun	rooster waardoor ventilatie plaatsvindt
ventilatieroosters	=	ventilatierooster
ventilatieroostertje	=	ventilatierooster
ventilatieroostertjes	=	ventilatierooster
ventilaties	=	ventilatie
ventilatieschacht	noun	koker om lucht te verversen die van onder naar boven door een gebouw of andere constructie loopt
ventilatieschachten	=	ventilatieschacht
ventilatiesysteem	noun	stelsel van apparaten dat zorgt voor de luchtverversing
ventilatiesysteempje	=	ventilatiesysteem
ventilatiesysteempjes	=	ventilatiesysteem
ventilatiesystemen	=	ventilatiesysteem
ventilatietje	=	ventilatie
ventilatietjes	=	ventilatie
ventilator	noun	apparaat dat een ruimte frisser doet aanvoelen door het verwekken van een luchtstroom (meestal d.m.v. een draaiende schroef)
ventilatoren	=	ventilator
ventilatorriem	noun	ringvormige riem, meestal van rubber of kunststof, die gebruikt word om een ventilator aan te drijven
ventilatorriemen	=	ventilatorriem
ventilatorriempje	=	ventilatorriem
ventilatorriempjes	=	ventilatorriem
ventilators	=	ventilator
ventilatortje	=	ventilator
ventilatortjes	=	ventilator
ventileer	=	ventileren
ventileerde	=	ventileren
ventileerden	=	ventileren
ventileert	=	ventileren
ventilere	=	ventileren
ventileren	verb	verse lucht in een ruimte brengen, uitluchten, luchten
ventilerend	=	ventileren
ventilerende	=	ventileren
ventje	=	vent
ventjes	=	vent
ventraal	adj	aan de buikzijde
ventraals	=	ventraal
ventraalst	=	ventraal
ventraalste	=	ventraal
ventrale	=	ventraal
ventraler	=	ventraal
ventralere	=	ventraal
ventralers	=	ventraal
ventriculair	adj	met betrekking tot de orgaanholte
ventriculairder	=	ventriculair
ventriculairdere	=	ventriculair
ventriculairders	=	ventriculair
ventriculaire	=	ventriculair
ventriculairs	=	ventriculair
ventriculairst	=	ventriculair
ventriculairste	=	ventriculair
ventrikel	noun	elk van twee kamers van het hart
ventrikelen	=	ventrikel
ventrikelfibrilleer	=	ventrikelfibrilleren
ventrikelfibrilleren	verb	onregelmatig, chaotisch samentrekken van de hartkamerspier, hetgeen een hartstilstand tot gevolg kan hebben
ventrikelfibrillerend	=	ventrikelfibrilleren
ventrikelfibrillerende	=	ventrikelfibrilleren
ventrikels	=	ventrikel
ventrikeltje	=	ventrikel
ventrikeltjes	=	ventrikel
ventriloquist	noun	buikspreker
ventriloquisten	=	ventriloquist
vents	=	vent
ventster	noun	vrouw die goederen huis-aan-huis verkoopt
ventsters	=	ventster
ventstertje	=	ventster
ventstertjes	=	ventster
ventte	=	venten
ventten	=	venten
venture	noun	een uitdagende, gevaarlijke, risicovolle onderneming
ventures	=	venture
ventweg	noun	weg die parallel loopt aan een andere weg, de zogenaamde hoofdweg
ventwegen	=	ventweg
ventweggetje	=	ventweg
ventweggetjes	=	ventweg
ventwegje	=	ventweg
ventwegjes	=	ventweg
venus	noun	afbeelding van de godin Venus
venusberg	noun	vetlichaam in de schaamstreek van een vrouw
venusbergen	=	venusberg
venusbergje	=	venusberg
venusbergjes	=	venusberg
venushaar	noun	Adiantum capillus-veneris soort varen
venusheuvel	noun	driehoekig gebied onderaan de buik van een vrouw begroeit met haar dat bovenop het schaambeen gelegen is
venusheuvels	=	venusheuvel
venusheuveltje	=	venusheuvel
venusheuveltjes	=	venusheuvel
venuskam	noun	Murex pecten een weekdier uit de familie Muricidae en het geslacht Murex.
venuskammen	=	venuskam
venuskammetje	=	venuskam
venuskammetjes	=	venuskam
venusmandje	noun	Euplectella aspergillum soort behorend tot het phylum Porifera (sponzen) en de klasse Hexactinellidae (glassponzen).
venusmandjes	=	venusmandje
venusschelpen	noun	Veneridae een grote familie tweekleppige weekdieren.
venussen	=	venus
venusspiegel	noun	bepaald soort plant, Legousia speculum-veneris uit de klokjesfamilie (Campanulaceae) die vooral tussen het koren op kalkrijke grond voorkomt
venusspiegels	=	venusspiegel
venusspiegeltje	=	venusspiegel
venusspiegeltjes	=	venusspiegel
venussymbolen	=	venussymbool
venussymbool	noun	een grafisch teken dat bestaat uit een cirkel met een kruis eronder: ♀. Het is een gestileerde weergave van de handspiegel van de Romeinse godin Venus
venussymbooltje	=	venussymbool
venussymbooltjes	=	venussymbool
venusvliegenvanger	noun	bepaald soort vleesetende plant, Dionaea muscipula uit de zonnedauwfamilie (Droseraceae)
venusvliegenvangers	=	venusvliegenvanger
venusvliegenvangertje	=	venusvliegenvanger
venusvliegenvangertjes	=	venusvliegenvanger
venusziekte	noun	besmettelijke aandoening die verspreid wordt door seksueel contact met besmette personen
venusziekten	=	venusziekte
venusziektes	=	venusziekte
venwitsnuitlibel	noun	Leucorrhinia dubia een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
venwitsnuitlibellen	=	venwitsnuitlibel
venwitsnuitlibelletje	=	venwitsnuitlibel
venwitsnuitlibelletjes	=	venwitsnuitlibel
ver	adj	afgelegen	adv	op grote afstand
ver-van-mijn-bed-show	=	ver-van-mijn-bedshow
ver-van-mijn-bedshow	noun|figurative	kwestie waar men eigenlijk geen echte betrokkenheid bij voelt
ver-van-mijn-bedshows	=	ver-van-mijn-bedshow
ver-van-mijn-bedshowtje	=	ver-van-mijn-bedshow
ver-van-mijn-bedshowtjes	=	ver-van-mijn-bedshow
veraangenaam	=	veraangenamen
veraangenaamd	=	veraangenamen
veraangenaamde	=	veraangenamen
veraangenaamden	=	veraangenamen
veraangenaamt	=	veraangenamen
veraangename	=	veraangenamen
veraangenamen	verb	plezieriger maken
veraangenamend	=	veraangenamen
veraangenamende	=	veraangenamen
veraanschouwelijk	=	veraanschouwelijken
veraanschouwelijke	=	veraanschouwelijken
veraanschouwelijken	verb	zichtbaar maken
veraanschouwelijkend	=	veraanschouwelijken
veraanschouwelijkende	=	veraanschouwelijken
veraanschouwelijkt	=	veraanschouwelijken
veraanschouwelijkte	=	veraanschouwelijken
veraanschouwelijkten	=	veraanschouwelijken
veraards	=	veraardsen
veraardse	=	veraardsen
veraardsen	verb	iets aards maken, van zijn goddelijkheid of verhevenheid beroven
veraardsend	=	veraardsen
veraardst	=	veraardsen
veraardste	=	veraardsen
veraardsten	=	veraardsen
verabsoluteer	=	verabsoluteren
verabsoluteerd	=	verabsoluteren
verabsoluteerde	=	verabsoluteren
verabsoluteerden	=	verabsoluteren
verabsoluteert	=	verabsoluteren
verabsolutere	=	verabsoluteren
verabsoluteren	verb	iets absoluut maken, iets belangrijker maken dan het eigenlijk is
verabsoluterend	=	verabsoluteren
verabsoluterende	=	verabsoluteren
verabsolutering	noun	het verabsoluteren
verabsoluteringen	=	verabsolutering
veracht	adj	geminacht
verachte	=	veracht
verachtelijk	adj	waarvoor men geen enkel respect kan opbrengen
verachtelijke	=	verachtelijk
verachtelijker	=	verachtelijk
verachtelijkere	=	verachtelijk
verachtelijkers	=	verachtelijk
verachtelijkheden	=	verachtelijkheid
verachtelijkheid	noun	een oneervolle handeling
verachtelijks	=	verachtelijk
verachtelijkst	=	verachtelijk
verachtelijkste	=	verachtelijk
verachten	verb	in hoge mate minachten
verachtend	=	verachten
verachtende	=	verachten
verachtens	noun	genitief van verachten
verachter	noun	iemand die geen respect voor iets of iemand anders heeft
verachterd	=	verachteren
verachterde	=	verachteren
verachterden	=	verachteren
verachtere	=	veracht
verachteren	verb	achteruitgaan, (minder worden in of ten opzichte van) (een achterstand in ontwikkeling oplopen)
verachterend	=	verachteren
verachterende	=	verachteren
verachters	=	verachter
verachtert	=	verachteren
verachting	noun	minachting
verachts	=	veracht
verachtst	=	veracht
verachtste	=	veracht
verachtte	=	verachten
verachtten	=	verachten
verachtvoudig	=	verachtvoudigen
verachtvoudigd	=	verachtvoudigen
verachtvoudigde	=	verachtvoudigen
verachtvoudigden	=	verachtvoudigen
verachtvoudige	=	verachtvoudigen
verachtvoudigen	verb	achtmaal zo groot worden
verachtvoudigend	=	verachtvoudigen
verachtvoudigende	=	verachtvoudigen
verachtvoudigt	=	verachtvoudigen
veracruzwinterkoning	noun	Campylorhynchus rufinucha een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
veracruzwinterkoningen	=	veracruzwinterkoning
veracruzwinterkoninkje	=	veracruzwinterkoning
veracruzwinterkoninkjes	=	veracruzwinterkoning
veradem	=	verademen
verademd	=	verademen
verademde	=	verademen
verademden	=	verademen
verademe	=	verademen
verademen	verb	herademen (na een benauwdheid, hevige inspanning etc.); weer op adem, tot rust of kalmte komen
verademend	=	verademen
verademende	=	verademen
verademing	noun	het blij zijn omdat iets vervelends (waarvan je bang was dat het zou kunnen gebeuren) eindigt; het opgelucht adem kunnen halen
verademingen	=	verademing
verademingetje	=	verademing
verademingetjes	=	verademing
verademt	=	verademen
veraf	adv	ver weg; op een grote afstand
verafgelegen	adj	op grote afstand
verafgelegens	=	verafgelegen
verafgode	=	verafgoden
verafgoden	verb	een overdreven bewondering koesteren
verafgodend	=	verafgoden
verafgodende	=	verafgoden
verafgoding	noun	iets of iemand aanbidden als een god; iets of iemand te zeer waarderen
verafgodingen	=	verafgoding
verafgodinkje	=	verafgoding
verafgodinkjes	=	verafgoding
verafgood	=	verafgoden
verafgoodde	=	verafgoden
verafgoodden	=	verafgoden
verafgoodt	=	verafgoden
verafschuw	=	verafschuwen
verafschuwd	=	verafschuwen
verafschuwde	=	verafschuwen
verafschuwden	=	verafschuwen
verafschuwe	=	verafschuwen
verafschuwen	verb	afschuw hebben voor iets
verafschuwend	=	verafschuwen
verafschuwende	=	verafschuwen
verafschuwt	=	verafschuwen
veraguakwartelduif	noun	Leptotrygon veraguensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
veraguakwartelduifje	=	veraguakwartelduif
veraguakwartelduifjes	=	veraguakwartelduif
veraguakwartelduiven	=	veraguakwartelduif
veraguamango	noun	Anthracothorax veraguensis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
veraguamango's	=	veraguamango
veraguamangootje	=	veraguamango
veraguamangootjes	=	veraguamango
veralgemeen	=	veralgemenen
veralgemeenbaar	adj	uit een bijzonder geval een algemene conclusie kunnen afleiden
veralgemeenbaarder	=	veralgemeenbaar
veralgemeenbaardere	=	veralgemeenbaar
veralgemeenbaarders	=	veralgemeenbaar
veralgemeenbaars	=	veralgemeenbaar
veralgemeenbaarst	=	veralgemeenbaar
veralgemeenbaarste	=	veralgemeenbaar
veralgemeenbare	=	veralgemeenbaar
veralgemeend	=	veralgemenen
veralgemeende	=	veralgemenen
veralgemeenden	=	veralgemenen
veralgemeent	=	veralgemenen
veralgemene	=	veralgemenen
veralgemenen	verb	algemeen maken
veralgemenend	=	veralgemenen
veralgemenende	=	veralgemenen
veralgemening	noun	iets wat geldt voor één specifiek geval laten gelden voor alle gevallen
veralgemeningen	=	veralgemening
veralgemeniseer	=	veralgemeniseren
veralgemeniseerd	=	veralgemeniseren
veralgemeniseerde	=	veralgemeniseren
veralgemeniseerden	=	veralgemeniseren
veralgemeniseert	=	veralgemeniseren
veralgemenisere	=	veralgemeniseren
veralgemeniseren	verb	algemeen maken, veralgemenen
veralgemeniserend	=	veralgemeniseren
veralgemeniserende	=	veralgemeniseren
verambtelijking	noun	het proces waarbij organisaties — vaak binnen de overheid of semipublieke sector — taken structureel gaan laten uitvoeren door eigen ambtenaren in plaats van door externe inhuurkrachten of consultants.
verambtelijkingen	=	verambtelijking
verambtelijkingetje	=	verambtelijking
verambtelijkingetjes	=	verambtelijking
veramerikaans	=	veramerikaansen
veramerikaanse	=	veramerikaansen
veramerikaansen	verb	Amerikaans maken
veramerikaansend	=	veramerikaansen
veramerikaansende	=	veramerikaansen
veramerikaanst	=	veramerikaansen
veramerikaanste	=	veramerikaansen
veramerikaansten	=	veramerikaansen
veramerikaniseer	=	veramerikaniseren
veramerikaniseerd	=	veramerikaniseren
veramerikaniseerde	=	veramerikaniseren
veramerikaniseerden	=	veramerikaniseren
veramerikaniseert	=	veramerikaniseren
veramerikanisere	=	veramerikaniseren
veramerikaniseren	verb	steeds meer gaan lijken op de situatie in de Verenigde Staten
veramerikaniserend	=	veramerikaniseren
veramerikaniserende	=	veramerikaniseren
veranda	noun	uitbouw van een woning die open is of met glas gesloten.
veranda's	=	veranda
verandaatje	=	veranda
verandaatjes	=	veranda
verandawoning	noun	woning die is voorzien van een grote, vaak overdekte veranda aan de voor- of achterzijde.
verandawoningen	=	verandawoning
verandawoninkje	=	verandawoning
verandawoninkjes	=	verandawoning
verander	=	veranderen
veranderbaar	adj	in staat om anders te worden
veranderbaarder	=	veranderbaar
veranderbaardere	=	veranderbaar
veranderbaarders	=	veranderbaar
veranderbaars	=	veranderbaar
veranderbaarst	=	veranderbaar
veranderbaarste	=	veranderbaar
veranderbare	=	veranderbaar
veranderd	=	veranderen
veranderde	=	veranderen
veranderden	=	veranderen
verandere	=	veranderen
veranderen	verb	zodanig aan iets werken of iets behandelen dat het anders wordt
veranderend	adj	wijzigend, dat iets niet meer zo is als het vroeger was
veranderende	=	veranderend
veranderends	=	veranderend
verandering	noun	iets dat anders is geworden
veranderingen	=	verandering
veranderingetje	=	verandering
veranderingetjes	=	verandering
veranderingsdrift	noun	de overdreven grote neiging om alles en iedereen maar anders te doen dan voorheen gebruikelijk was
veranderingsdriften	=	veranderingsdrift
veranderingsmanager	noun	iemand die zich in het bijzonder bezighoudt met het veranderen van de structuur en/of de werkwijze van een organisatie
veranderingsmanagers	=	veranderingsmanager
veranderingsmanagertje	=	veranderingsmanager
veranderingsmanagertjes	=	veranderingsmanager
veranderlijk	adj	geneigd wijzigingen te ondergaan
veranderlijke	=	veranderlijk
veranderlijker	=	veranderlijk
veranderlijkere	=	veranderlijk
veranderlijkers	=	veranderlijk
veranderlijkheden	=	veranderlijkheid
veranderlijkheid	noun	het (snel) kunnen veranderen
veranderlijks	=	veranderlijk
veranderlijkst	=	veranderlijk
veranderlijkste	=	veranderlijk
verandert	=	veranderen
veranker	=	verankeren
verankerd	=	verankeren
verankerde	=	verankeren
verankerden	=	verankeren
verankere	=	verankeren
verankeren	verb	met ankers vastleggen
verankerend	=	verankeren
verankerende	=	verankeren
verankering	noun	het verankeren
verankeringen	=	verankering
verankert	=	verankeren
verantwoord	adj	goed overwogen en veilig
verantwoordde	=	verantwoorden
verantwoordden	=	verantwoorden
verantwoorde	=	verantwoorden
verantwoordelijk	adj	iets met extra verplichtingen of moeilijkheden om het goed te laten lopen	adv	er op aangesproken kunnen worden als het niet goed gaat
verantwoordelijke	noun	degene die verantwoordelijk is voor een proces, het hoofd, de baas, de chef
verantwoordelijken	=	verantwoordelijke
verantwoordelijker	=	verantwoordelijk
verantwoordelijkere	=	verantwoordelijk
verantwoordelijkers	=	verantwoordelijk
verantwoordelijkheden	=	verantwoordelijkheid
verantwoordelijkheid	noun	de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt
verantwoordelijkheidje	=	verantwoordelijkheid
verantwoordelijkheidjes	=	verantwoordelijkheid
verantwoordelijkheidsbesef	noun	het zich realiseren wat de eigen plichten zijn
verantwoordelijkheidsgevoel	noun	bereidheid om verantwoordelijkheid te dragen
verantwoordelijkheidsheffing	noun	de verplichting om heffingen correct af te dragen, veelal opgelegd door gemeenten of het Rijk.
verantwoordelijkheidsheffingen	=	verantwoordelijkheidsheffing
verantwoordelijkheidsheffinkje	=	verantwoordelijkheidsheffing
verantwoordelijkheidsheffinkjes	=	verantwoordelijkheidsheffing
verantwoordelijkheidsvakantie	noun	periode dat een politieke partij in de oppositie zit en dus geen regeringsverantwoordelijkheid hoeft te dragen
verantwoordelijkheidsvakanties	=	verantwoordelijkheidsvakantie
verantwoordelijkheidsvakantietje	=	verantwoordelijkheidsvakantie
verantwoordelijkheidsvakantietjes	=	verantwoordelijkheidsvakantie
verantwoordelijks	=	verantwoordelijk
verantwoordelijkst	=	verantwoordelijk
verantwoordelijkste	=	verantwoordelijk
verantwoorden	verb	rechtvaardigen
verantwoordend	=	verantwoorden
verantwoordende	=	verantwoorden
verantwoorder	=	verantwoord
verantwoordere	=	verantwoord
verantwoorders	=	verantwoord
verantwoording	noun	de verplichting om ervoor te zorgen dat iets goed verloopt
verantwoordingen	=	verantwoording
verantwoordingetje	=	verantwoording
verantwoordingsplicht	noun	de plicht om verantwoording af te leggen over je handelen
verantwoordingsplichten	=	verantwoordingsplicht
verantwoordinkje	=	verantwoording
verantwoordinkjes	=	verantwoording
verantwoords	=	verantwoord
verantwoordst	=	verantwoord
verantwoordste	=	verantwoord
verantwoordt	=	verantwoorden
verapamil	noun	een geneesmiddel behorende tot de groep van calciumblokkers
verarm	=	verarmen
verarmd	=	verarmen
verarmde	=	verarmen
verarmden	=	verarmen
verarme	=	verarmen
verarmen	verb	armer worden
verarmend	=	verarmen
verarmende	=	verarmen
verarming	noun	het verarmen
verarmingen	=	verarming
verarmt	=	verarmen
veras	=	verassen
verasschen	=	verassen
verassching	=	verassing
verasse	=	verassen
verassen	verb	verbranden tot er slechts as overblijft, met name van lijken
verassend	=	verassen
verassende	=	verassen
verassing	noun	de verbranding van een lijk
verassingen	=	verassing
verassinkje	=	verassing
verassinkjes	=	verassing
verast	=	verassen
veraste	=	verassen
verasten	=	verassen
verba	=	verbum
verbaadt	=	verbidden
verbaal	adj	met woorden	noun	proces-verbaal, bekeuring
verbaals	=	verbaal
verbaalst	=	verbaal
verbaalste	=	verbaal
verbaaltje	=	verbaal
verbaaltjes	=	verbaal
verbaas	=	verbazen
verbaasd	adj	zeer verwonderd	adv	zeer verwonderd
verbaasde	=	verbaasd
verbaasden	=	verbazen
verbaasder	=	verbaasd
verbaasdere	=	verbaasd
verbaasders	=	verbaasd
verbaasdheid	noun	de mate waarin men verbaasd is
verbaasds	=	verbaasd
verbaasdst	=	verbaasd
verbaasdste	=	verbaasd
verbaast	=	verbazen
verbabbel	=	verbabbelen
verbabbeld	=	verbabbelen
verbabbelde	=	verbabbelen
verbabbelden	=	verbabbelen
verbabbele	=	verbabbelen
verbabbelen	verb	door het maken van praatjes de tijd verdoen
verbabbelend	=	verbabbelen
verbabbelende	=	verbabbelen
verbabbelt	=	verbabbelen
verbad	=	verbidden
verbade	=	verbidden
verbaden	=	verbidden
verbadt	=	verbidden
verbak	=	verbakken
verbakke	=	verbakken
verbakken	verb	verbruiken voor het bakken van iets
verbakkend	=	verbakken
verbakkende	=	verbakken
verbakt	=	verbakken
verbakte	=	verbakken
verbakten	=	verbakken
verbale	=	verbaal
verbalen	=	verbaal
verbaler	=	verbaal
verbalere	=	verbaal
verbalers	=	verbaal
verbalisant	noun	iemand die verbaliseert (een proces-verbaal opmaakt)
verbalisanten	=	verbalisant
verbalisantje	=	verbalisant
verbaliseer	=	verbaliseren
verbaliseerde	=	verbaliseren
verbaliseerden	=	verbaliseren
verbaliseert	=	verbaliseren
verbalisere	=	verbaliseren
verbaliseren	verb	een proces-verbaal opmaken
verbaliserend	=	verbaliseren
verbaliserende	=	verbaliseren
verban	=	verbannen
verband	noun	een strook stof om een wond e.d. mee af te dekken
verbanddoos	noun	een doos waarin men verschillende verbandmiddelen bewaart
verbanddoosje	=	verbanddoos
verbanddoosjes	=	verbanddoos
verbanddozen	=	verbanddoos
verbande	=	verbannen
verbanden	=	verbannen
verbandgaas	noun	Een verbandgaas dient ter bedekking van een wond of als absorberend verband en is gemaakt van katoen of viscose
verbandgaasje	=	verbandgaas
verbandgaasjes	=	verbandgaas
verbandgazen	=	verbandgaas
verbandje	=	verband
verbandjes	=	verband
verbandmiddel	noun	textiel dat men gebruikt om wonden te verzorgen en te bedekken
verbandmiddelen	=	verbandmiddel
verbandplaats	noun	plaats waar gewonden de eerste hulp ontvangen
verbandplaatsen	=	verbandplaats
verbandtrommel	noun	doos met EHBO-benodigdheden
verbandtrommels	=	verbandtrommel
verbandtrommeltje	=	verbandtrommel
verbandtrommeltjes	=	verbandtrommel
verbanne	=	verbannen
verbannen	verb	iemand van regeringswege dwingen een bepaald gebied te verlaten
verbannend	=	verbannen
verbannende	=	verbannen
verbannens	=	verbannen
verbanning	noun	het verbod opgelegd krijgen naar een bepaalde plaats terug te keren
verbanningen	=	verbanning
verbanningsoord	noun	plaats waar men mensen naar toe stuurt die niet meer op een andere plaats mogen wonen
verbanningsoorden	=	verbanningsoord
verbanninkje	=	verbanning
verbant	=	verbannen
verbaster	=	verbasteren
verbasterd	=	verbasteren
verbasterden	=	verbasteren
verbastere	=	verbasteren
verbasteren	verb	door inbreng van vele fouten of vreemde elementen doen verloederen
verbasterend	=	verbasteren
verbasterende	=	verbasteren
verbastering	noun	proces waarbij sommige wezenlijke kenmerken verloren gaan
verbasteringen	=	verbastering
verbasteringetje	=	verbastering
verbastert	=	verbasteren
verbatim	adv	woord voor woord
verbaze	=	verbazen
verbazen	verb	door iets onverwachts gevoelsmatig treffen
verbazend	adj	verbazing opwekkend
verbazende	=	verbazen
verbazender	=	verbazend
verbazendere	=	verbazend
verbazenders	=	verbazend
verbazends	=	verbazend
verbazendst	=	verbazend
verbazendste	=	verbazend
verbazing	noun	grote verwondering
verbazingwekkend	adj	wat verbazing opwekt, wat buitengewoon is
verbazingwekkende	=	verbazingwekkend
verbazingwekkender	=	verbazingwekkend
verbazingwekkendere	=	verbazingwekkend
verbazingwekkenders	=	verbazingwekkend
verbazingwekkends	=	verbazingwekkend
verbazingwekkendst	=	verbazingwekkend
verbazingwekkendste	=	verbazingwekkend
verbed	=	verbedden
verbedde	=	verbedden
verbedden	verb	iemand in een ander, pas opgemaakt bed leggen
verbeddend	=	verbedden
verbeddende	=	verbedden
verbeden	=	verbidden
verbedt	=	verbedden
verbeeld	=	verbeelden
verbeeldde	=	verbeelden
verbeeldden	=	verbeelden
verbeelden	verb	kunstzinnig weergeven
verbeeldend	=	verbeelden
verbeeldende	=	verbeelden
verbeelding	noun	zich iets visueel voorstellen, ergens in het hoofd een beeld van maken
verbeeldingen	=	verbeelding
verbeeldingskracht	noun	het vermogen om zich in situaties in te leven of gebeurtenissen of entiteiten te bedenken die niet bestaan, die onmogelijk kunnen bestaan of waarvan het bestaan onbewezen is
verbeeldingskrachten	=	verbeeldingskracht
verbeeldingskrachtje	=	verbeeldingskracht
verbeeldinkje	=	verbeelding
verbeeldinkjes	=	verbeelding
verbeeldt	=	verbeelden
verbeen	=	verbenen
verbeend	=	verbenen
verbeende	=	verbenen
verbeenden	=	verbenen
verbeent	=	verbenen
verbeet	=	verbijten
verbeid	=	verbeiden
verbeidde	=	verbeiden
verbeidden	=	verbeiden
verbeide	=	verbeiden
verbeiden	verb	in afwachting van iets geduld oefenen
verbeidend	=	verbeiden
verbeidende	=	verbeiden
verbeidt	=	verbeiden
verbena	noun	een geslacht Verbena van planten uit de ijzerhardfamilie (Verbenaceae).
verbena's	=	verbena
verbene	=	verbenen
verbenen	verb	iets of iemand voor de gek houden
verbenend	=	verbenen
verbenende	=	verbenen
verberg	=	verbergen
verberge	=	verbergen
verbergen	verb	iets ergens plaatsen waar het niet gemakkelijk door anderen gevonden wordt
verbergend	=	verbergen
verbergende	=	verbergen
verberging	noun	het aan het zicht onttrekken van personen, objecten of informatie
verbergingen	=	verberging
verberginkje	=	verberging
verberginkjes	=	verberging
verbergt	=	verbergen
verbete	=	verbijten
verbeten	adj	ingehouden met moeite
verbetenheden	=	verbetenheid
verbetenheid	noun	het op een felle, strijdvaardige, fanatieke manier niet willen opgeven
verbeter	=	verbeteren
verbeteraar	noun	iets of iemand die tot verbetering van iets anders bijdraagt
verbeteraars	=	verbeteraar
verbeteraarster	=	verbeteraar
verbeterbaar	adj	van iets dat het de mogelijkheid heeft om beter, van hogere kwaliteit of correcter te worden gemaakt
verbeterbaarder	=	verbeterbaar
verbeterbaardere	=	verbeterbaar
verbeterbaarders	=	verbeterbaar
verbeterbaars	=	verbeterbaar
verbeterbaarst	=	verbeterbaar
verbeterbaarste	=	verbeterbaar
verbeterbare	=	verbeterbaar
verbeterd	adj	met verbeteringen
verbeterde	=	verbeteren
verbeterden	=	verbeteren
verbeterder	=	verbeterd
verbeterdere	=	verbeterd
verbeterders	=	verbeterd
verbeterds	=	verbeterd
verbeterdst	=	verbeterd
verbeterdste	=	verbeterd
verbetere	=	verbeteren
verbeteren	verb	beter maken, de kwaliteit verhogen
verbeterend	=	verbeteren
verbeterende	=	verbeteren
verbetering	noun	een verandering ten goede
verbeteringen	=	verbetering
verbeteringetje	=	verbetering
verbeteringetjes	=	verbetering
verbeteringsgesticht	noun	inrichting voor de heropvoeding van jeugdige delinquenten
verbeteringsgestichten	=	verbeteringsgesticht
verbeterlijk	adj	Verbeterd of hersteld kunnende worden, te verbeteren of te herstellen
verbeterlijke	=	verbeterlijk
verbeterlijker	=	verbeterlijk
verbeterlijkere	=	verbeterlijk
verbeterlijkers	=	verbeterlijk
verbeterlijks	=	verbeterlijk
verbeterlijkst	=	verbeterlijk
verbeterlijkste	=	verbeterlijk
verbeterplan	noun	voornemen om iets wat niet zo goed gaat te verbeteren
verbeterplannen	=	verbeterplan
verbeterplannetje	=	verbeterplan
verbeterplannetjes	=	verbeterplan
verbeterpunt	noun	onderdeel dat kan worden verbeterd
verbeterpunten	=	verbeterpunt
verbeterpuntje	=	verbeterpunt
verbeterpuntjes	=	verbeterpunt
verbetert	=	verbeteren
verbeulemans	=	verbeulemansen
verbeulemanse	=	verbeulemansen
verbeulemansen	verb	een Nederlands of Vlaams woord zo verbasteren dat het een Franse klank krijgt; het taalkundig verknoeien of verbasteren van bepaalde woorden of uitdrukkingen door deze te vervangen door woorden van de heersende elite
verbeulemansend	=	verbeulemansen
verbeulemansende	=	verbeulemansen
verbeulemanst	=	verbeulemansen
verbeulemanste	=	verbeulemansen
verbeulemansten	=	verbeulemansen
verbeur	=	verbeuren
verbeurd	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord niet langer tot iemands eigendom behorend
verbeurde	=	verbeuren
verbeurden	=	verbeuren
verbeurdverklaar	=	verbeurdverklaren
verbeurdverklaard	=	verbeurdverklaren
verbeurdverklaarde	=	verbeurdverklaren
verbeurdverklaarden	=	verbeurdverklaren
verbeurdverklaart	=	verbeurdverklaren
verbeurdverklare	=	verbeurdverklaren
verbeurdverklaren	verb	van staatswege in beslag nemen
verbeurdverklarend	=	verbeurdverklaren
verbeurdverklarende	=	verbeurdverklaren
verbeurdverklaring	noun	een strafrechtelijke bijkomende straf waarbij de rechter bepaalt dat de veroordeelde het eigendom van bepaalde goederen (zoals geld, auto’s of wapens) definitief verliest aan de Staat.
verbeurdverklaringen	=	verbeurdverklaring
verbeurdverklarinkje	=	verbeurdverklaring
verbeurdverklarinkjes	=	verbeurdverklaring
verbeure	=	verbeuren
verbeuren	verb	het recht op iets verliezen
verbeurend	=	verbeuren
verbeurende	=	verbeuren
verbeurt	=	verbeuren
verbeurte	noun	het als straf verliezen van bepaalde eigendommen
verbeurten	=	verbeurte
verbeus	adj	met groot omhaal van woorden, omslachtig geformuleerd, (te) woordenrijk
verbeust	=	verbeus
verbeuste	=	verbeus
verbeuze	=	verbeus
verbeuzel	=	verbeuzelen
verbeuzeld	=	verbeuzelen
verbeuzelde	=	verbeuzelen
verbeuzelden	=	verbeuzelen
verbeuzele	=	verbeuzelen
verbeuzelen	verb	aan onbeduidende zaken verspillen
verbeuzelend	=	verbeuzelen
verbeuzelende	=	verbeuzelen
verbeuzelt	=	verbeuzelen
verbeuzer	=	verbeus
verbeuzere	=	verbeus
verbid	=	verbidden
verbidde	=	verbidden
verbidden	verb	door bidden tot andere gedachten brengen
verbiddend	=	verbidden
verbiddende	=	verbidden
verbidt	=	verbidden
verbied	=	verbieden
verbiede	=	verbieden
verbiedelijk	adj	van een persoon dat die zich laat ge- of verbieden
verbiedelijke	=	verbiedelijk
verbiedelijker	=	verbiedelijk
verbiedelijkere	=	verbiedelijk
verbiedelijkers	=	verbiedelijk
verbiedelijks	=	verbiedelijk
verbiedelijkst	=	verbiedelijk
verbiedelijkste	=	verbiedelijk
verbieden	verb	een bepaalde handeling strafbaar stellen.
verbiedend	=	verbieden
verbiedende	=	verbieden
verbiedt	=	verbieden
verbijster	=	verbijsteren
verbijsterd	adj	in verwarring door verrassend nieuws	adv	in verwarring door verrassend nieuws
verbijsterde	=	verbijsteren
verbijsterden	=	verbijsteren
verbijsterder	=	verbijsterd
verbijsterdere	=	verbijsterd
verbijsterders	=	verbijsterd
verbijsterds	=	verbijsterd
verbijsterdst	=	verbijsterd
verbijsterdste	=	verbijsterd
verbijstere	=	verbijsteren
verbijsteren	verb	in verwarring of extreme verbazing brengen
verbijsterend	adj	verbazingwekkend
verbijsterende	=	verbijsterend
verbijsterender	=	verbijsterend
verbijsterendere	=	verbijsterend
verbijsterenders	=	verbijsterend
verbijsterends	=	verbijsterend
verbijsterendst	=	verbijsterend
verbijsterendste	=	verbijsterend
verbijstering	noun	heel erg verbaasd zijn en verward
verbijsteringen	=	verbijstering
verbijsteringetje	=	verbijstering
verbijsteringetjes	=	verbijstering
verbijstert	=	verbijsteren
verbijt	=	verbijten
verbijte	=	verbijten
verbijten	verb	zijn gevoelens van ergernis of pijn onder controle houden
verbijtend	=	verbijten
verbijtende	=	verbijten
verbijzonder	=	verbijzonderen
verbijzonderd	=	verbijzonderen
verbijzonderde	=	verbijzonderen
verbijzonderden	=	verbijzonderen
verbijzondere	=	verbijzonderen
verbijzonderen	verb	tot iets bijzonders (afzonderlijks) maken
verbijzonderend	=	verbijzonderen
verbijzonderende	=	verbijzonderen
verbijzondering	noun	het speciaal maken, het afwijkend maken
verbijzonderingen	=	verbijzondering
verbijzondert	=	verbijzonderen
verbind	=	verbinden
verbinde	=	verbinden
verbinden	verb	twee of meer onderdelen aan elkaar vastmaken
verbindend	adj	het vermogen hebbend om zaken en mensen bij elkaar te brengen
verbindende	=	verbinden
verbindends	=	verbindend
verbindendverklaring	noun	houdt in dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een cao of specifieke bepalingen daarvan verplicht stelt voor een hele bedrijfstak.
verbindendverklaringen	=	verbindendverklaring
verbindendverklarinkje	=	verbindendverklaring
verbindendverklarinkjes	=	verbindendverklaring
verbinding	noun	iets verbinden of samenvoegen; iets dat twee of meer afzonderlijke delen verbindt
verbindingen	=	verbinding
verbindings-s	noun	De letter s die als bindmorfeem verschijnt tussen de twee delen van sommige samenstellingen in het Nederlands
verbindings-s'en	=	verbindings-s
verbindings-s'je	=	verbindings-s
verbindings-s'jes	=	verbindings-s
verbindingsdeur	noun	deur die een opening tussen twee vertrekken of delen van een gebouw afsluit
verbindingsdeuren	=	verbindingsdeur
verbindingsdeurtje	=	verbindingsdeur
verbindingsdeurtjes	=	verbindingsdeur
verbindingsdienst	noun	deel van een organisatie die zorgt voor de communicatiemiddelen binnen die organisatie
verbindingsdiensten	=	verbindingsdienst
verbindingseenheden	=	verbindingseenheid
verbindingseenheid	noun	groep soldaten die zorgdraagt voor de communicatie tussen de verschillende leger onderdelen
verbindingskanaal	noun	een kanaal dat diverse waterwegen met elkaar verbindt die eerst gescheiden waren
verbindingskanaaltje	=	verbindingskanaal
verbindingskanaaltjes	=	verbindingskanaal
verbindingskanalen	=	verbindingskanaal
verbindingsklank	noun	klank die twee woorddelen of twee woorden verbindt, bijv. de s in verbindingsklank
verbindingsklanken	=	verbindingsklank
verbindingslieden	=	verbindingsman
verbindingslijn	noun	wegen die zorgen dat twee delen van iets bereikbaar blijven
verbindingslijnen	=	verbindingslijn
verbindingslijntje	=	verbindingslijn
verbindingslijntjes	=	verbindingslijn
verbindingslui	=	verbindingsman
verbindingsman	noun	persoon die de contacten met een andere organisatie, land of bedrijf onderhoudt
verbindingsmannen	=	verbindingsman
verbindingsmannetje	=	verbindingsman
verbindingsmannetjes	=	verbindingsman
verbindingsofficier	noun	officier die zich bezighoudt met de contacten tussen de verschillende legeronderdelen
verbindingsofficieren	=	verbindingsofficier
verbindingsofficiers	=	verbindingsofficier
verbindingsofficiertje	=	verbindingsofficier
verbindingsofficiertjes	=	verbindingsofficier
verbindingspunt	noun	punt dat een verbinding tot stand brengt
verbindingspunten	=	verbindingspunt
verbindingspuntje	=	verbindingspunt
verbindingspuntjes	=	verbindingspunt
verbindingsstreep	noun	teken in de vorm van een kort liggend lijntje, dat wordt geplaatst tussen delen van een woord of zin, om aan te geven dat die delen een geheel vormen
verbindingsstreepje	=	verbindingsstreep
verbindingsstreepjes	=	verbindingsstreep
verbindingsstrepen	=	verbindingsstreep
verbindingsstuk	noun	voorwerp dat twee zaken aan elkaar verbindt
verbindingsstukje	=	verbindingsstuk
verbindingsstukjes	=	verbindingsstuk
verbindingsstukken	=	verbindingsstuk
verbindingsteken	noun	een leesteken dat onderdelen van samenstellingen of samenkoppelingen met elkaar verbindt
verbindingstekens	=	verbindingsteken
verbindingstroep	noun	groep soldaten die zorgdraagt voor de communicatie tussen de verschillende leger onderdelen
verbindingstroepen	=	verbindingstroep
verbindingsweg	noun	een weg die loopt tussen twee verkeersaders
verbindingswegen	=	verbindingsweg
verbindingsweggetje	=	verbindingsweg
verbindingsweggetjes	=	verbindingsweg
verbindingswegje	=	verbindingsweg
verbindingswegjes	=	verbindingsweg
verbindingswoord	noun	een woord of woordgroep waarmee een verband wordt aangegeven tussen twee alinea's, zinnen of deelzinnen
verbindingswoorden	=	verbindingswoord
verbindingswoordje	=	verbindingswoord
verbindingswoordjes	=	verbindingswoord
verbindinkje	=	verbinding
verbindinkjes	=	verbinding
verbindt	=	verbinden
verbintenis	noun	verbindende afspraak
verbintenisje	=	verbintenis
verbintenisjes	=	verbintenis
verbintenissen	=	verbintenis
verbitter	=	verbitteren
verbitterd	adj	vol wrok
verbitterde	=	verbitterd
verbitterden	=	verbitteren
verbitterder	=	verbitterd
verbitterdere	=	verbitterd
verbitterders	=	verbitterd
verbitterdheden	=	verbitterdheid
verbitterdheid	noun	het langdurig of zelfs blijvend boos en woedend zijn
verbitterds	=	verbitterd
verbitterdst	=	verbitterd
verbitterdste	=	verbitterd
verbittere	=	verbitteren
verbitteren	verb	bitter maken
verbitterend	=	verbitteren
verbitterende	=	verbitteren
verbittering	noun	het boos en verongelijkt zijn
verbitteringen	=	verbittering
verbittert	=	verbitteren
verblaas	=	verblazen
verblaast	=	verblazen
verblatterd	=	verblatteren
verblatterde	=	verblatteren
verblatteren	verb	steeds meer gaan lijken op de corrupte Sepp Blatter de voormalige voorzitter van de wereldvoetbalbond FIFA
verblatterend	=	verblatteren
verblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5023 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5023 ( ).
verblauwe	=	verblauw
verblauws	=	verblauw
verblaze	=	verblazen
verblazen	verb	door blazen verdrijven of doen verdwijnen
verblazend	=	verblazen
verblazende	=	verblazen
verbleef	=	verblijven
verbleeft	=	verblijven
verbleek	=	verbleken
verbleekt	=	verbleken
verbleekte	=	verbleken
verbleekten	=	verbleken
verbleke	=	verbleken
verbleken	verb	alle kleur verliezen
verblekend	=	verbleken
verblekende	=	verbleken
verbleking	noun	het bleker worden
verblekingen	=	verbleking
verblekinkje	=	verbleking
verblekinkjes	=	verbleking
verbleve	=	verblijven
verbleven	=	verblijven
verblies	=	verblazen
verbliezen	=	verblazen
verblijd	adj	blij, verheugd, opgewekt
verblijdde	=	verblijden
verblijdden	=	verblijden
verblijde	=	verantwoorden
verblijden	verb	het blij maken van een persoon of meerdere personen
verblijdend	=	verblijden
verblijdende	=	verblijden
verblijds	=	verblijd
verblijdt	=	verblijden
verblijf	noun	het verblijven
verblijfje	=	verblijf
verblijfjes	=	verblijf
verblijfkost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft aan een verblijfplaats zoals bijvoorbeeld een hotelkamer; geld dat men uitgeeft om ergens te overnachten
verblijfkosten	noun	geld dat men uitgeeft aan een verblijfplaats zoals bijvoorbeeld een hotelkamer; geld dat men uitgeeft om ergens te overnachten
verblijfplaats	noun	een plaats waar men, al dan niet noodgedwongen, verblijft
verblijfplaatsen	=	verblijfplaats
verblijfplaatsje	=	verblijfplaats
verblijfplaatsjes	=	verblijfplaats
verblijfsadres	noun	adres van de woning waar iemand woont
verblijfsadresje	=	verblijfsadres
verblijfsadresjes	=	verblijfsadres
verblijfsadressen	=	verblijfsadres
verblijfsbaby	noun	een baby die verwekt wordt door een buitenlandse man die zo probeert verblijfspapieren te regelen
verblijfsbaby's	=	verblijfsbaby
verblijfsbaby'tje	=	verblijfsbaby
verblijfsbaby'tjes	=	verblijfsbaby
verblijfsgat	noun	een gat (onderbreking) in het verblijf
verblijfsgaten	=	verblijfsgat
verblijfsgatregel	noun	wetgeving die de effecten van een onderbreking in het wonen in een land regelt m.b.t. de status van een immigrant
verblijfsgatregels	=	verblijfsgatregel
verblijfsheffing	noun	een belasting die gemeenten heffen aan mensen die in de gemeente overnachten, maar er niet officieel wonen.
verblijfsheffingen	=	verblijfsheffing
verblijfsheffinkje	=	verblijfsheffing
verblijfsheffinkjes	=	verblijfsheffing
verblijfskost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft aan een verblijfplaats zoals bijvoorbeeld een hotelkamer; geld dat men uitgeeft om ergens te overnachten
verblijfskosten	noun	geld dat men uitgeeft aan een verblijfplaats zoals bijvoorbeeld een hotelkamer; geld dat men uitgeeft om ergens te overnachten
verblijfskostenvergoeding	noun	Een verblijfskostenvergoeding is een netto vergoeding (onkostenvergoeding) die een werkgever betaalt aan een werknemer voor noodzakelijke uitgaven die worden gemaakt tijdens een dienstreis of verblijf buiten de reguliere werkplek/woonplaats.
verblijfskostenvergoedingen	=	verblijfskostenvergoeding
verblijfskostenvergoedinkje	=	verblijfskostenvergoeding
verblijfskostenvergoedinkjes	=	verblijfskostenvergoeding
verblijfsontzegging	noun	een tijdelijk verbod om je in een specifiek aangewezen gebied of op een bepaalde locatie te bevinden.
verblijfsontzeggingen	=	verblijfsontzegging
verblijfsontzegginkje	=	verblijfsontzegging
verblijfsontzegginkjes	=	verblijfsontzegging
verblijfsstatus	noun	de juridische positie die vreemdelingen krijgen als ze in een land mogen blijven wonen
verblijfsstatussen	=	verblijfsstatus
verblijfstatus	noun	het recht van een persoon met een andere nationaliteit om in een bepaald land te verblijven
verblijfstatussen	=	verblijfstatus
verblijfsverbod	noun	juridische maatregel die inhoudt dat een bepaalde persoon of personen zich op een bepaalde tijd niet op een bepaalde plaats mogen bevinden
verblijfsverboden	=	verblijfsverbod
verblijfsvergoeding	noun	een tegemoetkoming voor gemaakte kosten voor logies, maaltijden en kleine uitgaven tijdens jouw dienstreis.
verblijfsvergoedingen	=	verblijfsvergoeding
verblijfsvergoedinkje	=	verblijfsvergoeding
verblijfsvergoedinkjes	=	verblijfsvergoeding
verblijfsvergunning	noun	de toestemming voor iemand die geen staatsburger is om langere tijd in een land te mogen verblijven.
verblijfsvergunningen	=	verblijfsvergunning
verblijfsvergunninkje	=	verblijfsvergunning
verblijfsvergunninkjes	=	verblijfsvergunning
verblijft	=	verblijven
verblijfverbod	=	verblijfsverbod
verblijve	=	verblijven
verblijven	verb	tijdelijk wonen, ergens tijd doorbrengen
verblijvend	=	verblijven
verblijvende	=	verblijven
verblijving	noun	het verblijven, het in eigendom toegewezen worden, toewijzing
verblijvingen	=	verblijving
verblijvingsbeding	noun	een notariële afspraak in een samenlevingscontract waarbij gezamenlijke bezittingen (zoals een koophuis, inboedel of auto) bij overlijden van één partner automatisch overgaan naar de langstlevende partner.
verblijvingsbedingen	=	verblijvingsbeding
verblijvingsbedingetje	=	verblijvingsbeding
verblijvingsbedingetjes	=	verblijvingsbeding
verblikking	noun	de term voor de inrichting of verandering van een woonwijk of straat waarbij er te veel blik (auto's) in het straatbeeld aanwezig is.
verblikkingen	=	verblikking
verblikkinkje	=	verblikking
verblikkinkjes	=	verblikking
verblind	adj	geobsedeerd, zonder nog andere zaken of omstandigheden te zien
verblindde	=	verblinden
verblindden	=	verblinden
verblinde	=	verantwoorden
verblinden	verb	beroven van het vermogen te zien
verblindend	adj	van licht dat het zo fel is en zo recht in de ogen schijnt dat men tijdelijk niet meer goed kan zien
verblindende	=	verblinden
verblindender	=	verblindend
verblindendere	=	verblindend
verblindenders	=	verblindend
verblindends	=	verblindend
verblindendst	=	verblindend
verblindendste	=	verblindend
verblindens	noun	genitief van verblinden
verblinder	noun	iemand die of iets dat verblindt
verblindere	=	verblind
verblinders	=	verblind
verblindheden	=	verblindheid
verblindheid	noun|figurative	de ware aard van iets niet meer kunnen of willen zien
verblinding	noun	door een te helder licht, dat in de ogen schijnt, andere dingen niet meer kunnen zien
verblindingen	=	verblinding
verblindinkje	=	verblinding
verblindinkjes	=	verblinding
verblinds	=	verblind
verblindst	=	verblind
verblindste	=	verblind
verblindt	=	verblinden
verbloed	=	verbloeden
verbloedde	=	verbloeden
verbloedden	=	verbloeden
verbloede	=	verbloeden
verbloeden	verb	door bloedverlies om het leven komen
verbloedend	=	verbloeden
verbloedende	=	verbloeden
verbloeding	noun	het sterven door een extreem groot bloedverlies, waarbij het lichaam niet meer in staat is de bloedsomloop in stand te houden (hypovolemische shock).
verbloedingen	=	verbloeding
verbloedinkje	=	verbloeding
verbloedinkjes	=	verbloeding
verbloedt	=	verbloeden
verbloem	=	verbloemen
verbloemd	adj	verborgen, gemaskeerd, bedekt
verbloemde	=	verbloemd
verbloemden	=	verbloemen
verbloemder	=	verbloemd
verbloemdere	=	verbloemd
verbloemders	=	verbloemd
verbloemds	=	verbloemd
verbloemdst	=	verbloemd
verbloemdste	=	verbloemd
verbloeme	=	verbloemen
verbloemen	verb	een onplezierig feit verbergen met schone schijn
verbloemend	=	verbloemen
verbloemende	=	verbloemen
verbloemt	=	verbloemen
verblommen	=	verbloemen
verbloos	=	verblozen
verbloosd	=	verblozen
verbloosde	=	verblozen
verbloosden	=	verblozen
verbloost	=	verblozen
verbloze	=	verblozen
verblozen	verb	rood worden in het gelaat door een emotionele reactie van schrik of schaamte
verblozend	=	verblozen
verblozende	=	verblozen
verbluf	=	verbluffen
verbluffe	=	verbluffen
verbluffen	verb	verstomd doen staan van verbazing
verbluffend	adj	heel anders dan je verwacht had
verbluffende	=	verbluffen
verbluffender	=	verbluffend
verbluffendere	=	verbluffend
verbluffenders	=	verbluffend
verbluffends	=	verbluffend
verbluffendst	=	verbluffend
verbluffendste	=	verbluffend
verbluffing	noun	een toestand van enorme verbazing, stomme verwondering of perplexiteit.
verbluffingen	=	verbluffing
verbluffinkje	=	verbluffing
verbluffinkjes	=	verbluffing
verbluft	adj	stomverbaasd, perplex
verblufte	=	verbluft
verbluften	=	verbluffen
verblufter	=	verbluft
verbluftere	=	verbluft
verblufters	=	verbluft
verblufts	=	verbluft
verbluftst	=	verbluft
verbluftste	=	verbluft
verbod	noun	een regel die een bepaalde handeling strafbaar maakt
verbode	=	verbieden
verboden	adj	dat iets niet is toegestaan
verbodene	noun	dat wat niet mag, dat wat niet is toegestaan, dat wat verboden is
verbodens	=	verboden
verbodje	=	verbod
verbodjes	=	verbod
verbodsbepaling	noun	een wettelijke regel of bepaling die specifiek gedrag, een handeling of een activiteit verbiedt of ontzegt.
verbodsbepalingen	=	verbodsbepaling
verbodsbepalinkje	=	verbodsbepaling
verbodsbepalinkjes	=	verbodsbepaling
verbodsbord	noun	rond verkeersbord met een rode rand dat aangeeft dat iets verboden is
verbodsborden	=	verbodsbord
verbodsbordje	=	verbodsbord
verbodsbordjes	=	verbodsbord
verbodsethiek	noun	systeem van waarden en normen die geformuleerd is in de vorm van zaken die men niet mag doen
verboeking	noun	het overmaken van geld van de ene bankrekening naar de andere.
verboekingen	=	verboeking
verboekinkje	=	verboeking
verboekinkjes	=	verboeking
verboemel	=	verboemelen
verboemeld	=	verboemelen
verboemelde	=	verboemelen
verboemelden	=	verboemelen
verboemele	=	verboemelen
verboemelen	verb	iets niet nuttig gebruiken
verboemelend	=	verboemelen
verboemelende	=	verboemelen
verboemelt	=	verboemelen
verboer	=	verboeren
verboerd	=	verboeren
verboerde	=	verboeren
verboerden	=	verboeren
verboere	=	verboeren
verboeren	verb	verspillen, verbrassen van loon of geld
verboerend	=	verboeren
verboerende	=	verboeren
verboert	=	verboeren
verboge	=	verbuigen
verbogen	=	verbuigen
verbolgen	adj	kwaad, boos
verbolgener	=	verbolgen
verbolgeners	=	verbolgen
verbolgenheden	=	verbolgenheid
verbolgenheid	noun	de mate waarin men verontwaardigd is
verbolgens	=	verbolgen
verbolgenst	=	verbolgen
verbolgenste	=	verbolgen
verbond	noun	verdrag tussen staten, zakenpartners of individuen, omwille van een gemeenschappelijk voordeel
verbonde	=	verbinden
verbonden	=	verbinden
verbondenheden	=	verbondenheid
verbondenheid	noun	emotioneel contact met een ander
verbondje	=	verbond
verbondjes	=	verbond
verbondt	=	verbinden
verbood	=	verbieden
verboodt	=	verbieden
verboog	=	verbuigen
verboogt	=	verbuigen
verborg	=	verbergen
verborge	=	verbergen
verborgen	adj	onzichtbaar gemaakt
verborgene	noun	in het verborgene: in het geheim
verborgener	=	verborgen
verborgeners	=	verborgen
verborgenheden	=	verborgenheid
verborgenheid	noun	het verstopt zijn; het onzichtbaar zijn
verborgens	=	verborgen
verborgenst	=	verborgen
verborgenste	=	verborgen
verborgt	=	verbergen
verbositeit	noun	weinig vertellen maar wel veel woorden gebruiken
verbouw	noun	activiteit waarbij de constructie van een gebouw ingrijpend wordt veranderd
verbouwd	=	verbouwen
verbouwde	=	verbouwen
verbouwden	=	verbouwen
verbouwe	=	verbouwen
verbouwen	verb	anders bouwen
verbouwend	=	verbouwen
verbouwende	=	verbouwen
verbouwer	noun	een persoon die dingen verbouwt
verbouwereer	=	verbouwereren
verbouwereerd	adj	van zijn stuk gebracht
verbouwereerde	=	verbouwereerd
verbouwereerden	=	verbouwereren
verbouwereerder	=	verbouwereerd
verbouwereerdere	=	verbouwereerd
verbouwereerders	=	verbouwereerd
verbouwereerdheid	noun	het onaangenaam verrast zijn
verbouwereerds	=	verbouwereerd
verbouwereerdst	=	verbouwereerd
verbouwereerdste	=	verbouwereerd
verbouwereert	=	verbouwereren
verbouwerere	=	verbouwereren
verbouwereren	verb	van zijn stuk brengen, ontsteld of verlegen maken
verbouwererend	=	verbouwereren
verbouwererende	=	verbouwereren
verbouwers	=	verbouwer
verbouwing	noun	een bouwkundige wijziging aan een bestaand gebouw
verbouwingen	=	verbouwing
verbouwingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om een bestaand gebouw bouwkundig te veranderen
verbouwingskosten	noun	geld dat men moet betalen om een bestaand gebouw bouwkundig te veranderen
verbouwingswerk	noun	activiteit waarbij de constructie van een gebouw ingrijpend wordt veranderd
verbouwingswerken	=	verbouwingswerk
verbouwingswerkje	=	verbouwingswerk
verbouwingswerkjes	=	verbouwingswerk
verbouwinkje	=	verbouwing
verbouwinkjes	=	verbouwing
verbouwt	=	verbouwen
verbraakt	=	verbreken
verbrak	=	verbreken
verbrake	=	verbreken
verbraken	=	verbreken
verbrand	=	verbranden
verbrandbaar	adj	van een materiaal dat het vatbaar is voor verbranding, oftewel in staat is om te branden
verbrandbaarder	=	verbrandbaar
verbrandbaardere	=	verbrandbaar
verbrandbaarders	=	verbrandbaar
verbrandbaars	=	verbrandbaar
verbrandbaarst	=	verbrandbaar
verbrandbaarste	=	verbrandbaar
verbrandbare	=	verbrandbaar
verbrandde	=	verbranden
verbrandden	=	verbranden
verbranden	verb	verteerd worden door vuur of hitte
verbrandend	=	verbranden
verbrandende	=	verbranden
verbrander	noun	een apparaat of bedrijf waarin je iets kunt (laten) branden
verbranders	=	verbrander
verbrandertje	=	verbrander
verbrandertjes	=	verbrander
verbranding	noun	het door vuur vernietigen
verbrandingen	=	verbranding
verbrandingsinstallatie	noun	installatie waarin iets wordt verbrand
verbrandingsinstallaties	=	verbrandingsinstallatie
verbrandingsinstallatietje	=	verbrandingsinstallatie
verbrandingsinstallatietjes	=	verbrandingsinstallatie
verbrandingskamer	noun	deel van een motor of machine waar de brandstof verbrandt
verbrandingskamers	=	verbrandingskamer
verbrandingskamertje	=	verbrandingskamer
verbrandingsmotor	noun	motor waarbij de kracht wordt opgewekt door verbranding van een brandstof
verbrandingsmotoren	=	verbrandingsmotor
verbrandingsmotors	=	verbrandingsmotor
verbrandingsmotortje	=	verbrandingsmotor
verbrandingsmotortjes	=	verbrandingsmotor
verbrandingsoven	noun	oven waarin vuilverbranding of lijkverbranding plaatsvindt
verbrandingsovens	=	verbrandingsoven
verbrandingsoventje	=	verbrandingsoven
verbrandingsoventjes	=	verbrandingsoven
verbrandingsruimte	noun	ruimte waar verbranding plaatsvindt bijv. in een explosiemotor
verbrandingsruimten	=	verbrandingsruimte
verbrandingsruimtes	=	verbrandingsruimte
verbrandingswarmte	noun	warmte die bij de verbranding van een stof vrijkomt
verbrandingswarmtes	=	verbrandingswarmte
verbrandinkje	=	verbranding
verbrandinkjes	=	verbranding
verbrandt	=	verbranden
verbras	=	verbrassen
verbrase	=	verbrassen
verbrasen	=	verbrassen
verbrasend	=	verbrassen
verbrasse	=	verbrassen
verbrassen	verb	aan overdaad besteden
verbrassend	=	verbrassen
verbrassende	=	verbrassen
verbrast	=	verbrassen
verbraste	=	verbrassen
verbrasten	=	verbrassen
verbrede	=	verbreden
verbreden	verb	breder maken
verbredend	=	verbreden
verbredende	=	verbreden
verbreding	noun	het breder gemaakte.
verbredingen	=	verbreding
verbredinkje	=	verbreding
verbredinkjes	=	verbreding
verbreed	=	verbreden
verbreedde	=	verbreden
verbreedden	=	verbreden
verbreedt	=	verbreden
verbreek	=	verbreken
verbreekt	=	verbreken
verbreid	adj	op vele plaatsen aanwezig, bij veel mensen aangetroffen
verbreidde	=	verbreiden
verbreidden	=	verbreiden
verbreide	=	verbreiden
verbreiden	verb	in verschillende richtingen verspreiden of uitbreiden, een groter gebied bedekken
verbreidend	=	verbreiden
verbreidende	=	verbreiden
verbreider	noun	iemand die iets verbreid
verbreidere	=	verbreid
verbreiders	=	verbreid
verbreiding	noun	het iets verspreiden
verbreidingen	=	verbreiding
verbreidinkje	=	verbreiding
verbreidinkjes	=	verbreiding
verbreids	=	verbreid
verbreidst	=	verbreid
verbreidste	=	verbreid
verbreidt	=	verbreiden
verbreke	=	verbreken
verbreken	verb	een einde maken aan een bestaande verbinding
verbrekend	=	verbreken
verbrekende	=	verbreken
verbreker	noun	de persoon of object dat iets doet verbreken
verbrekers	=	verbreker
verbrekertje	=	verbreker
verbrekertjes	=	verbreker
verbreking	noun	een einde aan een bestaande verbinding
verbrekingen	=	verbreking
verbrekingsvergoeding	noun	de vergoeding die betaald wordt bij bet verbreken van een contract
verbrekingsvergoedingen	=	verbrekingsvergoeding
verbrekingsvergoedinkje	=	verbrekingsvergoeding
verbrekingsvergoedinkjes	=	verbrekingsvergoeding
verbrekinkje	=	verbreking
verbrekinkjes	=	verbreking
verbrijzel	=	verbrijzelen
verbrijzeld	=	verbrijzelen
verbrijzelde	=	verbrijzelen
verbrijzelden	=	verbrijzelen
verbrijzele	=	verbrijzelen
verbrijzelen	verb	in vele kleine brokstukken breken
verbrijzelend	=	verbrijzelen
verbrijzelende	=	verbrijzelen
verbrijzeling	noun	het verbrijzelen
verbrijzelingen	=	verbrijzeling
verbrijzelinkje	=	verbrijzeling
verbrijzelinkjes	=	verbrijzeling
verbrijzelt	=	verbrijzelen
verbrod	=	verbrodden
verbrodde	=	verbrodden
verbroddel	=	verbroddelen
verbroddeld	=	verbroddelen
verbroddelde	=	verbroddelen
verbroddelden	=	verbroddelen
verbroddele	=	verbroddelen
verbroddelen	verb	op een onhandige manier iets verprutsen
verbroddelend	=	verbroddelen
verbroddelende	=	verbroddelen
verbroddelt	=	verbroddelen
verbrodden	verb	iets verknoeien of kapot maken
verbroddend	=	verbrodden
verbroddende	=	verbrodden
verbrodt	=	verbrodden
verbroeder	=	verbroederen
verbroederd	=	verbroederen
verbroederde	=	verbroederen
verbroederden	=	verbroederen
verbroedere	=	verbroederen
verbroederen	verb	bijzonder sterke banden aanknopen
verbroederend	=	verbroederen
verbroederende	=	verbroederen
verbroedering	noun	het verbroederen, de verzoening
verbroederingen	=	verbroedering
verbroedert	=	verbroederen
verbroken	=	verbreken
verbrokkel	=	verbrokkelen
verbrokkeld	=	verbrokkelen
verbrokkelde	=	verbrokkelen
verbrokkelden	=	verbrokkelen
verbrokkele	=	verbrokkelen
verbrokkelen	verb	in kleine onregelmatige en onsamenhangende stukjes verdelen
verbrokkelend	=	verbrokkelen
verbrokkelende	=	verbrokkelen
verbrokkeling	noun	het uiteen laten vallen in kleine stukjes; het in kleine stukjes breken
verbrokkelingen	=	verbrokkeling
verbrokkelt	=	verbrokkelen
verbrons	=	verbronzen
verbronsd	=	verbronzen
verbronsde	=	verbronzen
verbronsden	=	verbronzen
verbronst	=	verbronzen
verbronze	=	verbronzen
verbronzen	verb	een voorwerp bedekken met een dun laagje brons
verbronzend	=	verbronzen
verbronzende	=	verbronzen
verbrossing	noun	Het proces van brosser worden.
verbrui	=	verbruien
verbruid	=	verbruien
verbruiden	=	verbruien
verbruie	=	verbruien
verbruien	verb	door onzorgvuldig gebruik iets verspillen zonder er nuttig gebruik van gemaakt te hebben
verbruiend	=	verbruien
verbruiende	=	verbruien
verbruik	noun	hoeveel datgene vermindert wat je nodig hebt voor een bepaald nut, bijvoorbeeld de gebruikte brandstof om een bepaalde afstand af te leggen
verbruike	=	verbruiken
verbruiken	verb	bij gebruik opmaken
verbruikend	=	verbruiken
verbruikende	=	verbruiken
verbruiker	noun	iemand die iets verbruikt, een consument
verbruikers	=	verbruiker
verbruiksartikel	noun	iets wat geleidelijk opraakt als je het gebruikt en dus regelmatig opnieuw moet worden gekocht
verbruiksartikelen	=	verbruiksartikel
verbruiksartikels	=	verbruiksartikel
verbruiksbelasting	noun	belasting die wordt geheven over de hoeveelheid die je van een product consumeert
verbruiksbelastingen	=	verbruiksbelasting
verbruikszaal	noun	ruimte waar men iets kan eten of drinken
verbruikszaaltje	=	verbruikszaal
verbruikszaaltjes	=	verbruikszaal
verbruikszalen	=	verbruikszaal
verbruikt	=	verbruiken
verbruikte	=	verbruiken
verbruikten	=	verbruiken
verbruit	=	verbruien
verbuig	=	verbuigen
verbuige	=	verbuigen
verbuigen	verb	door buiging blijvend vervormen.
verbuigend	=	verbuigen
verbuigende	=	verbuigen
verbuiging	noun	de flexie van een naamwoord of voornaamwoord naar geslacht, getal en naamval
verbuigingen	=	verbuiging
verbuiginkje	=	verbuiging
verbuiginkjes	=	verbuiging
verbuigt	=	verbuigen
verbum	noun	woord
verburgerlijk	=	verburgerlijken
verburgerlijke	=	verburgerlijken
verburgerlijken	verb	afvlakken tot burgerlijkheid
verburgerlijkend	=	verburgerlijken
verburgerlijkende	=	verburgerlijken
verburgerlijking	noun	het proces waarbij de waarden, normen, levensstijl en het gedachtegoed van de middenklasse (de burgerij) worden overgenomen door andere sociale groepen.
verburgerlijkingen	=	verburgerlijking
verburgerlijkingetje	=	verburgerlijking
verburgerlijkingetjes	=	verburgerlijking
verburgerlijkt	=	verburgerlijken
verburgerlijkte	=	verburgerlijken
verburgerlijkten	=	verburgerlijken
verchrome	=	verchromen
verchromen	verb	met een laagje chroom bedekken
verchromend	=	verchromen
verchromende	=	verchromen
verchroom	=	verchromen
verchroomd	=	verchromen
verchroomde	=	verchromen
verchroomden	=	verchromen
verchroomt	=	verchromen
vercijfer	=	vercijferen
vercijferd	=	vercijferen
vercijferde	=	vercijferen
vercijferden	=	vercijferen
vercijfere	=	vercijferen
vercijferen	verb	een bericht zodanig bewerken dat het alleen begrijpelijk is als men de beschikking heeft over de toegepaste code
vercijferend	=	vercijferen
vercijferende	=	vercijferen
vercijfert	=	vercijferen
vercokes	=	vercokesen
vercokese	=	vercokesen
vercokesen	verb	ontgassen van een vaste brandstof, met name steenkool
vercokesend	=	vercokesen
vercokesende	=	vercokesen
vercokest	=	vercokesen
vercokeste	=	vercokesen
vercokesten	=	vercokesen
vercommercialiseer	=	vercommercialiseren
vercommercialiseerd	=	vercommercialiseren
vercommercialiseerde	=	vercommercialiseren
vercommercialiseerden	=	vercommercialiseren
vercommercialiseert	=	vercommercialiseren
vercommercialisere	=	vercommercialiseren
vercommercialiseren	verb	iets verprutsen door het winstgevend te willen maken
vercommercialiserend	=	vercommercialiseren
vercommercialiserende	=	vercommercialiseren
verdaag	=	verdagen
verdaagd	=	verdagen
verdaagde	=	verdagen
verdaagden	=	verdagen
verdaagt	=	verdagen
verdaan	=	verdoen
verdacht	adj	verdenking opwerpend	adv	verdacht veel: heel veel
verdachte	noun	iemand die mogelijk een misdaad gepleegd heeft, maar (nog) niet veroordeeld is
verdachten	=	verdenken
verdachtenbank	noun	plaats waar de verdachte zit tijdens een strafproces
verdachtenbanken	=	verdachtenbank
verdachtenbankje	=	verdachtenbank
verdachtenbankjes	=	verdachtenbank
verdachtenlijst	noun	opsomming van de namen van personen waarvan de politie denkt dat ze een misdaad hebben gepleegd maar die (nog) niet veroordeeld zijn
verdachtenlijsten	=	verdachtenlijst
verdachtenlijstje	=	verdachtenlijst
verdachtenlijstjes	=	verdachtenlijst
verdachtenverklaring	noun	verklaring die een persoon, die door de politie of het Openbaar Ministerie als verdachte van een strafbaar feit is aangemerkt, aflegt tijdens een verhoor.
verdachtenverklaringen	=	verdachtenverklaring
verdachtenverklarinkje	=	verdachtenverklaring
verdachtenverklarinkjes	=	verdachtenverklaring
verdachter	=	verdacht
verdachtere	=	verdacht
verdachters	=	verdacht
verdachtje	=	verdacht
verdachtmaking	noun	suggereren dat iemand iets verkeerd gedaan heeft zonder er bewijzen of een rechterlijke veroordeling is
verdachtmakingen	=	verdachtmaking
verdachtmakinkje	=	verdachtmaking
verdachtmakinkjes	=	verdachtmaking
verdachts	=	verdacht
verdachtst	=	verdacht
verdachtste	=	verdacht
verdadigen	=	verdedigen
verdage	=	verdagen
verdagen	verb	een zitting opschorten tot een nadere datum
verdagend	=	verdagen
verdagende	=	verdagen
verdaging	noun	uitstel naar een later tijdstip
verdagingen	=	verdaging
verdaginkje	=	verdaging
verdaginkjes	=	verdaging
verdamp	=	verdampen
verdampe	=	verdampen
verdampen	verb	overgaan van een gecondenseerde fase, vast of vloeibaar, naar de gasfase
verdampend	=	verdampen
verdampende	=	verdampen
verdamper	noun	een apparaat waarin een vloeistof geheel of gedeeltelijk verdampt, middels toevoer van warmte of door het verminderen van de druk
verdampers	=	verdamper
verdampertje	=	verdamper
verdampertjes	=	verdamper
verdamping	noun	de faseovergang van vloeistofmoleculen aan een oppervlak naar de gasfase
verdampingen	=	verdamping
verdampingswarmte	noun	De hoeveelheid warmte die nodig is om de massa-eenheid van een vloeistof in damp van dezelfde temperatuur om te zetten
verdampt	=	verdampen
verdampte	=	verdampen
verdampten	=	verdampen
verdane	=	verdoen
verdapper	=	verdapperen
verdapperd	=	verdapperen
verdapperde	=	verdapperen
verdapperden	=	verdapperen
verdappere	=	verdapperen
verdapperen	verb	versnellen
verdapperend	=	verdapperen
verdapperende	=	verdapperen
verdappert	=	verdapperen
verde	=	verre
verdede	=	verdoen
verdeden	=	verdoen
verdedig	=	verdedigen
verdedigbaar	adj	dat iets goed is te beschermen tegen aanvallen
verdedigbaarder	=	verdedigbaar
verdedigbaardere	=	verdedigbaar
verdedigbaarders	=	verdedigbaar
verdedigbaars	=	verdedigbaar
verdedigbaarst	=	verdedigbaar
verdedigbaarste	=	verdedigbaar
verdedigbare	=	verdedigbaar
verdedigd	=	verdedigen
verdedigde	=	verdedigen
verdedigden	=	verdedigen
verdedige	=	verdedigen
verdedigen	verb	beschermen tegen een (juridische) aanval
verdedigend	adj	betrokken bij de defensie
verdedigende	=	verdedigen
verdedigender	=	verdedigend
verdedigendere	=	verdedigend
verdedigenders	=	verdedigend
verdedigends	=	verdedigend
verdedigendst	=	verdedigend
verdedigendste	=	verdedigend
verdediger	noun	iemand die verdedigt
verdedigers	=	verdediger
verdedigertje	=	verdediger
verdedigertjes	=	verdediger
verdediging	noun	actie ondernomen om een aanval af te slaan
verdedigingen	=	verdediging
verdedigingetje	=	verdediging
verdedigingetjes	=	verdediging
verdedigingshouding	noun	een houding, positie of instelling waarmee je jezelf, een standpunt of een object probeert te beschermen tegen een aanval, dreiging of kritiek.
verdedigingshoudingen	=	verdedigingshouding
verdedigingshoudinkje	=	verdedigingshouding
verdedigingshoudinkjes	=	verdedigingshouding
verdedigingslijn	noun	lijn of grens vanaf waar men de vijand tegenhoudt
verdedigingslijnen	=	verdedigingslijn
verdedigingslinie	noun	lijn of grens vanaf waar men de vijand tegenhoudt
verdedigingslinies	=	verdedigingslinie
verdedigingsmechanisme	noun	methode om je te verdedigen tegen iets naars of gevaarlijks
verdedigingsmechanismen	=	verdedigingsmechanisme
verdedigingsmechanismes	=	verdedigingsmechanisme
verdedigingsmiddel	noun	wapen waarmee iemand zich in een gevecht verdedigt
verdedigingsmiddelen	=	verdedigingsmiddel
verdedigingsmuren	=	verdedigingsmuur
verdedigingsmuur	noun	een muur die dient om de vijand tegen te houden
verdedigingsmuurtje	=	verdedigingsmuur
verdedigingsmuurtjes	=	verdedigingsmuur
verdedigingsoorlog	noun	oorlog, uitsluitend ter verdediging van eigen territorium
verdedigingsoorlogen	=	verdedigingsoorlog
verdedigingsoorlogje	=	verdedigingsoorlog
verdedigingspact	noun	verdrag waarbij twee of meer naties verklaren elkaar te helpen bij de verdediging van het grondgebied als dit wordt aangevallen
verdedigingspacten	=	verdedigingspact
verdedigingsplan	noun	voorgenomen handelingen om zich te verdedigen
verdedigingsplannen	=	verdedigingsplan
verdedigingsplannetje	=	verdedigingsplan
verdedigingsplannetjes	=	verdedigingsplan
verdedigingsrede	noun	voordracht (in een rechtszaak) waarbij de advocaat de verdachte verdedigd
verdedigingsredes	=	verdedigingsrede
verdedigingssport	noun	vechtsport waarbij de nadruk op de verdediging ligt
verdedigingssporten	=	verdedigingssport
verdedigingssportje	=	verdedigingssport
verdedigingssportjes	=	verdedigingssport
verdedigingsstrategie	noun	de manier waarop men van plan is zich te beschermen tegen een aanval
verdedigingsstrategieën	=	verdedigingsstrategie
verdedigingssysteem	noun	apparatuur waarmee men zich kan beschermen tegen aanvallen
verdedigingssysteempje	=	verdedigingssysteem
verdedigingssysteempjes	=	verdedigingssysteem
verdedigingssystemen	=	verdedigingssysteem
verdedigingstoren	noun	een toren bij een kasteel, weermuur, hek of palissade en is bedoeld om een vijand te zien naderen en/of een aanval af te weren
verdedigingstorens	=	verdedigingstoren
verdedigingstorentje	=	verdedigingstoren
verdedigingstorentjes	=	verdedigingstoren
verdedigingswal	noun	een aarden wal of dijk die dient om het achterliggende terrein te verdedigen
verdedigingswallen	=	verdedigingswal
verdedigingswalletje	=	verdedigingswal
verdedigingswalletjes	=	verdedigingswal
verdedigingswapen	noun	een wapen om zich mee te verdedigen
verdedigingswapens	=	verdedigingswapen
verdedigingswerk	noun	een bouwwerk gebouwd ter verdediging
verdedigingswerken	=	verdedigingswerk
verdedigingswerkje	=	verdedigingswerk
verdedigingswerkjes	=	verdedigingswerk
verdediginkje	=	verdediging
verdedigster	noun	Vrouwelijke verdediger
verdedigsters	=	verdedigster
verdedigstertje	=	verdedigster
verdedigstertjes	=	verdedigster
verdedigt	=	verdedigen
verdedingen	=	verdedigen
verdeed	=	verdoen
verdeedt	=	verdoen
verdeel	=	verdelen
verdeelcentra	=	verdeelcentrum
verdeelcentrum	noun	plaats waar goederen worden gesorteerd voor verschillende (eind)bestemmingen
verdeelcentrums	=	verdeelcentrum
verdeeld	adj	in delen gescheiden
verdeelde	=	verdeeld
verdeelden	=	verdelen
verdeelder	=	verdeeld
verdeeldere	=	verdeeld
verdeelders	=	verdeeld
verdeeldheden	=	verdeeldheid
verdeeldheid	noun	het niet één zijn van een groep, het onenigheid hebben
verdeeldoos	noun	blok met een aantal stopcontacten dat men met een stekker op het net kan aansluiten
verdeeldoosje	=	verdeeldoos
verdeeldoosjes	=	verdeeldoos
verdeeldozen	=	verdeeldoos
verdeelds	=	verdeeld
verdeeldst	=	verdeeld
verdeeldste	=	verdeeld
verdeeling	=	verdeling
verdeelkast	noun	kast of doos waarin de stroom verdeeld wordt over de verschillende elektrische groepen van een huis of bedrijf
verdeelkasten	=	verdeelkast
verdeelkastje	=	verdeelkast
verdeelkastjes	=	verdeelkast
verdeelsleutel	noun	een afspraak voor het verdelen van economische middelen
verdeelsleutels	=	verdeelsleutel
verdeelstation	noun	plaats waar zaken zoals gas en elektriciteit worden gesorteerd voor verschillende (eind)bestemmingen
verdeelstations	=	verdeelstation
verdeelstekker	noun	een stekkerdoos zonder snoer dat rechtstreeks in een stopcontact past
verdeelstekkers	=	verdeelstekker
verdeelstekkertje	=	verdeelstekker
verdeelstekkertjes	=	verdeelstekker
verdeelt	=	verdelen
verdeemoedig	=	verdeemoedigen
verdeemoedigd	=	verdeemoedigen
verdeemoedigde	=	verdeemoedigen
verdeemoedigden	=	verdeemoedigen
verdeemoedige	=	verdeemoedigen
verdeemoedigen	verb	tot nederigheid aanzetten
verdeemoedigend	=	verdeemoedigen
verdeemoedigende	=	verdeemoedigen
verdeemoedigt	=	verdeemoedigen
verdek	noun	dek van een schip
verdekke	=	verdekken
verdekken	verb	van een dekking voorzien; bedekken, bekleden	intj	vorm van verdikkeme, een bastaardvloek
verdekkend	=	verdekken
verdekkende	=	verdekken
verdekt	adj	aan het oog onttrokken
verdekte	=	verdekt
verdekten	=	verdekken
verdekter	=	verdekt
verdektere	=	verdekt
verdekters	=	verdekt
verdekts	=	verdekt
verdektst	=	verdekt
verdektste	=	verdekt
verdele	=	verdelen
verdelen	verb	in kleinere stukken uiteendoen
verdelend	=	verdelen
verdelende	=	verdelen
verdeler	noun	iemand die of iets dat verdeelt
verdelers	=	verdeler
verdelertje	=	verdeler
verdelertjes	=	verdeler
verdelg	=	verdelgen
verdelgd	=	verdelgen
verdelgde	=	verdelgen
verdelgden	=	verdelgen
verdelge	=	verdelgen
verdelgen	verb	iets opruimen wat schadelijk is, definitief vernietigen
verdelgend	=	verdelgen
verdelgende	=	verdelgen
verdelger	noun	een product dat ongedierte of onkruid dood maakt
verdelgers	=	verdelger
verdelging	noun	het verdelgen
verdelgingen	=	verdelging
verdelgingsmiddel	noun	middel tot verdelging
verdelgingsmiddelen	=	verdelgingsmiddel
verdelginkje	=	verdelging
verdelginkjes	=	verdelging
verdelgster	=	verdelger
verdelgt	=	verdelgen
verdeling	noun	het verdelen of het verdeeld worden van iets.
verdelingen	=	verdeling
verdelingsfunctie	noun	functie waarmee de verdeling van een (stochastische) variabele beschreven of vastgelegd wordt
verdelingsfuncties	=	verdelingsfunctie
verdelingsfunctietje	=	verdelingsfunctie
verdelingsfunctietjes	=	verdelingsfunctie
verdelingsgetal	noun	een telwoord dat aangeeft dat er wordt uitgedeeld met een x-aantal per item tegelijk
verdelingsgetallen	=	verdelingsgetal
verdelingsgetalletje	=	verdelingsgetal
verdelingsgetalletjes	=	verdelingsgetal
verdelinkje	=	verdeling
verdelinkjes	=	verdeling
verdeluw	=	verdeluwen
verdeluwd	=	verdeluwen
verdeluwde	=	verdeluwen
verdeluwden	=	verdeluwen
verdeluwe	=	verdeluwen
verdeluwen	verb|obsolete	verslappen en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging
verdeluwend	=	verdeluwen
verdeluwende	=	verdeluwen
verdeluwt	=	verdeluwen
verdenk	=	verdenken
verdenke	=	verdenken
verdenken	verb	iemand ~ van: van iemand een kwaad vermoeden hebben
verdenkend	=	verdenken
verdenkende	=	verdenken
verdenking	noun	het vermoeden van het uitvoeren van een (strafbaar) feit
verdenkingen	=	verdenking
verdenkinkje	=	verdenking
verdenkt	=	verdenken
verder	adj	een overig deel uitmakend	adv	naar een grotere afstand dan de huidige
verderaf	adv	op een grotere afstand gelegen
verderafgelegen	=	verafgelegen
verderafgelegens	=	verafgelegen
verdere	=	ver
verderf	noun	noodlot, ondergang, verdoemenis
verderfelijk	adj	iets wat moreel zeer verwerpelijk is
verderfelijke	=	verderfelijk
verderfelijker	=	verderfelijk
verderfelijkere	=	verderfelijk
verderfelijkers	=	verderfelijk
verderfelijkheden	=	verderfelijkheid
verderfelijkheid	noun	iets dat moreel verwerpelijk is en dat mensen aantast en slecht maakt
verderfelijks	=	verderfelijk
verderfelijkst	=	verderfelijk
verderfelijkste	=	verderfelijk
verderfenis	noun	morele en materiële ondergang
verderfenisje	=	verderfenis
verderfenissen	=	verderfenis
verderflijk	adj	leidend naar de ondergang of een slechte afloop
verderflijke	=	verderflijk
verderflijker	=	verderflijk
verderflijkere	=	verderflijk
verderflijkers	=	verderflijk
verderflijks	=	verderflijk
verderflijkst	=	verderflijk
verderflijkste	=	verderflijk
verderft	=	verderven
verderga	=	verdergaan
verdergaan	verb	~ met: iets voortzetten
verdergaand	adj	doorlopend, voortgezet
verdergaande	=	verdergaan
verdergaands	=	verdergaand
verdergaat	=	verdergaan
verdergegaan	=	verdergaan
verdergelopen	=	verderlopen
verdergezet	=	verderzetten
verdergezette	=	verderzetten
verderging	=	verdergaan
verderginge	=	verdergaan
verdergingen	=	verdergaan
verdergingt	=	verdergaan
verderliep	=	verderlopen
verderliepe	=	verderlopen
verderliepen	=	verderlopen
verderliept	=	verderlopen
verderloop	=	verderlopen
verderloopt	=	verderlopen
verderlope	=	verderlopen
verderlopen	verb	de weg volgend lopend doorgaan
verderlopend	=	verderlopen
verderlopende	=	verderlopen
verderop	adv	op een zekere afstand van de genoemde plaats
verders	=	ver
verderve	=	verderf
verderven	verb	voorgoed bederven, te gronde richten
verdervend	=	verderven
verdervende	=	verderven
verderzet	=	verderzetten
verderzette	=	verderzetten
verderzetten	verb	voortzetten, het blijven doen, verdergaan, voortgaan met.
verderzettend	=	verderzetten
verderzettende	=	verderzetten
verderzetting	noun	ergens mee doorgaan
verderzettingen	=	verderzetting
verdicht	=	verdichten
verdichte	=	verdichten
verdichten	verb	dichter worden
verdichtend	=	verdichten
verdichtende	=	verdichten
verdichtsel	noun	iets dat niet bestaat, een verzinsel
verdichtselen	=	verdichtsel
verdichtsels	=	verdichtsel
verdichtseltje	=	verdichtsel
verdichtseltjes	=	verdichtsel
verdichtte	=	verdichten
verdichtten	=	verdichten
verdict	noun	definitief oordeel
verdicten	=	verdict
verdien	=	verdienen
verdiend	adj	door inspanning toekomend
verdiende	=	verdiend
verdienden	=	verdienen
verdiender	=	verdiend
verdiendere	=	verdiend
verdienders	=	verdiend
verdiends	=	verdiend
verdiendst	=	verdiend
verdiendste	=	verdiend
verdiene	=	verdienen
verdienen	verb	het recht op een beloning of bestraffing verwerven
verdienend	=	verdienen
verdienende	=	verdienen
verdiener	noun	iemand die wat (een inkomen) verdient
verdieners	=	verdiener
verdienmodel	noun	wijze waarop men een onderneming financieel haalbaar kan maken
verdienmodellen	=	verdienmodel
verdienmodelletje	=	verdienmodel
verdienste	noun	het geld dat een arbeider krijgt voor het uitvoeren van werk
verdienstelijk	adj	goed maar niet briljant
verdienstelijke	=	verdienstelijk
verdienstelijker	=	verdienstelijk
verdienstelijkere	=	verdienstelijk
verdienstelijkers	=	verdienstelijk
verdienstelijkheden	=	verdienstelijkheid
verdienstelijkheid	noun	de hoedanigheid van een beloning verdienen
verdienstelijks	=	verdienstelijk
verdienstelijkst	=	verdienstelijk
verdienstelijkste	=	verdienstelijk
verdiensten	=	verdienste
verdient	=	verdienen
verdienvermogen	noun	geheel van de inkomsten die men door betaald werk zou kunnen krijgen
verdienvermogens	=	verdienvermogen
verdiep	noun	verdieping
verdiepe	=	verdiepen
verdiepen	verb	dieper maken
verdiepend	=	verdiepen
verdiepende	=	verdiepen
verdieping	noun	het dieper maken
verdiepingen	=	verdieping
verdiepinkje	=	verdieping
verdiepinkjes	=	verdieping
verdiepje	=	verdiep
verdiepjes	=	verdiep
verdiept	=	verdiepen
verdiepte	=	verdiepen
verdiepten	=	verdiepen
verdierf	=	verderven
verdierft	=	verderven
verdierlijk	=	verdierlijken
verdierlijke	=	verdierlijken
verdierlijken	verb	verworden tot iemand met dierlijke instincten
verdierlijkend	=	verdierlijken
verdierlijkende	=	verdierlijken
verdierlijking	noun	verworden tot iemand met dierlijke instincten
verdierlijkingen	=	verdierlijking
verdierlijkingetje	=	verdierlijking
verdierlijkingetjes	=	verdierlijking
verdierlijkt	=	verdierlijken
verdierlijkte	=	verdierlijken
verdierlijkten	=	verdierlijken
verdierve	=	verderven
verdierven	=	verderven
verdiets	=	verdietsen
verdietse	=	verdietsen
verdietsen	verb|formal	in het Nederlands vertalen
verdietsend	=	verdietsen
verdietsende	=	verdietsen
verdietst	=	verdietsen
verdietste	=	verdietsen
verdietsten	=	verdietsen
verdij	=	verdijen
verdijd	=	verdijen
verdijde	=	verdijen
verdijden	=	verdijen
verdije	=	verdijen
verdijen	verb	zweren dat men iets niet gaat doen
verdijend	=	verdijen
verdijende	=	verdijen
verdijt	=	verdijen
verdik	=	verdikken
verdikke	intj	uitroep als er iets vervelends gebeurt; jammer
verdikkeme	intj|vulgar	een uitroep van ergernis, bastaardvloek van godverdomme.
verdikken	verb	dikker worden
verdikkend	=	verdikken
verdikkende	=	verdikken
verdikkie	intj	uitroep als er iets vervelends gebeurt; jammer; uitroep als teken van verbazing
verdikking	noun	een gedeelte van iets dat dikker is dan de rest
verdikkingen	=	verdikking
verdikkingsmiddel	noun	hulpstof die aan vloeistoffen (o.a. voedingsmiddelen) wordt toegevoegd om ze 'dikker' te maken (te binden)
verdikkingsmiddelen	=	verdikkingsmiddel
verdikkingsmiddels	=	verdikkingsmiddel
verdikkingsmiddeltje	=	verdikkingsmiddel
verdikkingsmiddeltjes	=	verdikkingsmiddel
verdikkinkje	=	verdikking
verdikkinkjes	=	verdikking
verdikt	=	verdikken
verdikte	=	verdikken
verdikten	=	verdikken
verdingd	=	verdingen
verdingde	=	verdingen
verdingen	verb|obsolete	ergens de prijs van overeenkomen
verdingend	=	verdingen
verdingende	=	verdingen
verdinging	noun	behandeling van levende wezens alsof het om levenloze voorwerpen gaat, mensen als objecten zien
verdinglijking	noun	het tot een 'ding' maken van iets abstracts.
verdinglijkingen	=	verdinglijking
verdinglijkingetje	=	verdinglijking
verdinglijkingetjes	=	verdinglijking
verdisconteer	=	verdisconteren
verdisconteerd	=	verdisconteren
verdisconteerde	=	verdisconteren
verdisconteerden	=	verdisconteren
verdisconteert	=	verdisconteren
verdiscontere	=	verdisconteren
verdisconteren	verb	rekening houden met, incalculeren
verdisconterend	=	verdisconteren
verdisconterende	=	verdisconteren
verdobbel	=	verdobbelen
verdobbeld	=	verdobbelen
verdobbelde	=	verdobbelen
verdobbelden	=	verdobbelen
verdobbele	=	verdobbelen
verdobbelen	verb	iets verliezen bij het dobbelspel of bij een kansspel
verdobbelend	=	verdobbelen
verdobbelende	=	verdobbelen
verdobbelt	=	verdobbelen
verdoe	=	verdoen
verdoek	=	verdoeken
verdoeke	=	verdoeken
verdoeken	verb	een oud schilderijk op nieuw doek overbrengen
verdoekend	=	verdoeken
verdoekende	=	verdoeken
verdoeking	noun	het verdoeken
verdoekingen	=	verdoeking
verdoekinkje	=	verdoeking
verdoekinkjes	=	verdoeking
verdoekt	=	verdoeken
verdoekte	=	verdoeken
verdoekten	=	verdoeken
verdoem	=	verdoemen
verdoemd	=	verdoemen
verdoemden	=	verdoemen
verdoeme	=	verdoemen
verdoemelijk	adj	van iets dat het vervloekt, afschuwelijk, ellendig of verwerpelijk is
verdoemelijke	=	verdoemelijk
verdoemelijker	=	verdoemelijk
verdoemelijkere	=	verdoemelijk
verdoemelijkers	=	verdoemelijk
verdoemelijks	=	verdoemelijk
verdoemelijkst	=	verdoemelijk
verdoemelijkste	=	verdoemelijk
verdoemen	verb	tot een onfortuinlijk en onvermijdelijk einde veroordelen
verdoemend	=	verdoemen
verdoemende	=	verdoemen
verdoemenis	noun	de plaats waar de duivel woont
verdoemenissen	=	verdoemenis
verdoeming	noun	het uitspreken van een sterke veroordeling van iets of iemand
verdoemingen	=	verdoeming
verdoemt	=	verdoemen
verdoen	verb	nutteloos besteden, verkwanselen, verspillen
verdoend	=	verdoen
verdoende	=	verdoen
verdoet	=	verdoen
verdoezel	=	verdoezelen
verdoezeld	=	verdoezelen
verdoezelde	=	verdoezelen
verdoezelden	=	verdoezelen
verdoezele	=	verdoezelen
verdoezelen	verb	trachten aan de aandacht te onttrekken
verdoezelend	=	verdoezelen
verdoezelende	=	verdoezelen
verdoezelt	=	verdoezelen
verdof	=	verdoffen
verdoffe	=	verdoffen
verdoffen	verb	dof of doffer maken
verdoffend	=	verdoffen
verdoffende	=	verdoffen
verdoffing	noun	het dof of doffer maken, minder glanzend maken
verdoffingen	=	verdoffing
verdoffinkje	=	verdoffing
verdoffinkjes	=	verdoffing
verdoft	=	verdoffen
verdofte	=	verdoffen
verdoften	=	verdoffen
verdoke	=	verduiken
verdoken	adj	achtergehouden
verdokter	=	verdokteren
verdokterd	=	verdokteren
verdokterde	=	verdokteren
verdokterden	=	verdokteren
verdoktere	=	verdokteren
verdokteren	verb	geld uitgeven (verspillen) aan dokterskosten en medicijnen
verdokterend	=	verdokteren
verdokterende	=	verdokteren
verdoktert	=	verdokteren
verdole	=	verdolen
verdolen	verb	de weg kwijt raken
verdolend	=	verdolen
verdolende	=	verdolen
verdom	=	verdommen
verdomboek	noun|figurative	categorie van duurzaam negatief beoordeelde personen of zaken
verdomboeken	=	verdomboek
verdomboekje	=	verdomboek
verdomboekjes	=	verdomboek
verdomd	adj	waardeloos, teleurstellend	adv	in hoge mate
verdomde	=	verdomd
verdomden	=	verdommen
verdomder	=	verdomd
verdomders	=	verdomd
verdomds	=	verdomd
verdomhoek	noun	in het verdomhoekje zitten: veel kritiek krijgen
verdomhoeken	=	verdomhoek
verdomhoekje	=	verdomhoek
verdomhoekjes	=	verdomhoek
verdomme	intj|vulgar	een vloek van ergernis
verdommelijk	adj	van iets dat het vervloekt, afschuwelijk, ellendig of verwerpelijk is
verdommelijke	=	verdommelijk
verdommelijker	=	verdommelijk
verdommelijkere	=	verdommelijk
verdommelijkers	=	verdommelijk
verdommelijks	=	verdommelijk
verdommelijkst	=	verdommelijk
verdommelijkste	=	verdommelijk
verdommen	verb|vulgar	het ~ om iets ondanks druk of verplichting niet doen
verdommend	=	verdommen
verdommende	=	verdommen
verdommenis	noun	het rijk van de duivel
verdommenissen	=	verdommenis
verdomt	=	verdommen
verdonker	=	verdonkeren
verdonkerd	=	verdonkeren
verdonkerde	=	verdonkeren
verdonkerden	=	verdonkeren
verdonkere	=	verdonkeren
verdonkeremaan	=	verdonkeremanen
verdonkeremaand	=	verdonkeremanen
verdonkeremaande	=	verdonkeremanen
verdonkeremaanden	=	verdonkeremanen
verdonkeremaant	=	verdonkeremanen
verdonkeremane	=	verdonkeremanen
verdonkeremanen	verb	verduisteren, verbergen, aan de publieke aandacht onttrekken
verdonkeremanend	=	verdonkeremanen
verdonkeremanende	=	verdonkeremanen
verdonkeren	verb	donker worden of maken van iets
verdonkerend	=	verdonkeren
verdonkerende	=	verdonkeren
verdonkert	=	verdonkeren
verdoof	=	verdoven
verdoofd	adj	min of meer versuft, bedwelmd of gevoelloos, moeilijk voor gewaarwordingen vatbaar	adv	min of meer versuft, bedwelmd of gevoelloos, moeilijk voor gewaarwordingen vatbaar
verdoofde	=	verdoofd
verdoofden	=	verdoven
verdoofder	=	verdoofd
verdoofdere	=	verdoofd
verdoofders	=	verdoofd
verdoofds	=	verdoofd
verdoofdst	=	verdoofd
verdoofdste	=	verdoofd
verdooft	=	verdoven
verdook	=	verduiken
verdookt	=	verduiken
verdool	=	verdolen
verdoold	=	verdolen
verdoolde	=	verdolen
verdooldheid	noun	de weg kwijt zijn
verdoolt	=	verdolen
verdoop	=	verdopen
verdoopt	=	verdopen
verdoopte	=	verdopen
verdoopten	=	verdopen
verdope	=	verdopen
verdopen	verb	opnieuw dopen
verdopend	=	verdopen
verdopende	=	verdopen
verdor	=	verdorren
verdord	=	verdorren
verdorden	=	verdorren
verdorie	intj|vulgar	om ergernis uit te drukken
verdorre	=	verdorren
verdorren	verb	dor worden
verdorrend	=	verdorren
verdorrende	=	verdorren
verdort	=	verdorren
verdorven	adj	helemaal rot, door en door slecht (in morele zin)
verdorvener	=	verdorven
verdorveners	=	verdorven
verdorvenheden	=	verdorvenheid
verdorvenheid	noun	iets dat moreel verwerpelijk is
verdorvenheidje	=	verdorvenheid
verdorvens	=	verdorven
verdorvenst	=	verdorven
verdorvenste	=	verdorven
verdove	=	verdoven
verdoven	verb	de pijnprikkel onderdrukken, bijvoorbeeld door het toedienen van een medicijn
verdovend	adj	gevoelloos makend
verdovende	=	verdovend
verdovender	=	verdovend
verdovendere	=	verdovend
verdovenders	=	verdovend
verdovends	=	verdovend
verdovendst	=	verdovend
verdovendste	=	verdovend
verdoving	noun	verbijstering
verdovingen	=	verdoving
verdovingsmiddel	noun	middel dat het bewustzijn verlaagd
verdovingsmiddelen	=	verdovingsmiddel
verdovingsspuit	noun	injectie met een pijnstillend middel
verdovingsspuiten	=	verdovingsspuit
verdovingsspuitje	=	verdovingsspuit
verdovingsspuitjes	=	verdovingsspuit
verdovinkje	=	verdoving
verdovinkjes	=	verdoving
verdraag	=	verdragen
verdraagbaar	adj	wat verdragen kan worden
verdraagbaarder	=	verdraagbaar
verdraagbaardere	=	verdraagbaar
verdraagbaarders	=	verdraagbaar
verdraagbaare	=	verdraagbaar
verdraagbaars	=	verdraagbaar
verdraagbaarst	=	verdraagbaar
verdraagbaarste	=	verdraagbaar
verdraagbare	=	verdraagbaar
verdraaglijk	adj	van iets dat je het (met moeite) kunt accepteren terwijl je er eigenlijk bezwaren tegen hebt
verdraaglijke	=	verdraaglijk
verdraaglijker	=	verdraaglijk
verdraaglijkere	=	verdraaglijk
verdraaglijkers	=	verdraaglijk
verdraaglijks	=	verdraaglijk
verdraaglijkst	=	verdraaglijk
verdraaglijkste	=	verdraaglijk
verdraagt	=	verdragen
verdraagzaam	adj	bereid om ook de minder goede eigenschappen van iets of iemand te tolereren
verdraagzaamheden	=	verdraagzaamheid
verdraagzaamheid	noun	bereidheid om te aanvaarden dat anderen zich gedragen op een manier die je niet goed vindt
verdraagzaams	=	verdraagzaam
verdraagzaamst	=	verdraagzaam
verdraagzaamste	=	verdraagzaam
verdraagzame	=	verdraagzaam
verdraagzamer	=	verdraagzaam
verdraagzamere	=	verdraagzaam
verdraagzamers	=	verdraagzaam
verdraai	=	verdraaien
verdraaid	adj|vulgar	uitdrukking van afkeer, ergernis, soms ook speels als waardering bedoeld	adv|informal	heel erg
verdraaide	=	verdraaien
verdraaiden	=	verdraaien
verdraaids	=	verdraaid
verdraaie	=	verdraaien
verdraaien	verb	door draaien in een andere stand brengen
verdraaiend	=	verdraaien
verdraaiende	=	verdraaien
verdraaiing	noun	het verdraaien
verdraaiingen	=	verdraaiing
verdraaiinkje	=	verdraaiing
verdraaiinkjes	=	verdraaiing
verdraait	=	verdraaien
verdrag	noun	een wettelijk wederzijds bindende overeenkomst tussen twee of meer staten
verdrage	=	verdragen
verdragen	verb	bestand zijn tegen (iets ergs)
verdragend	adj	accepterend, tolererend
verdragende	=	verdragen
verdragends	=	verdragend
verdragens	=	verdragen
verdragje	=	verdrag
verdragjes	=	verdrag
verdragsbepaling	noun	bepaling die in een verdrag is opgenomen
verdragsbepalingen	=	verdragsbepaling
verdragsbepalinkje	=	verdragsbepaling
verdragsbepalinkjes	=	verdragsbepaling
verdragsmiddelen	noun	geld dat in een overeenkomst tussen staten is toegezegd, met de bijdrage die Suriname bij zijn onafhankelijkheid door Nederland is toegezegd
verdragsorganisatie	noun	internationale organisatie die belast is met de uitvoering van een afspraak tussen staten
verdragsorganisaties	=	verdragsorganisatie
verdragspartij	noun	partij waarmee men een verdrag heeft gesloten
verdragspartijen	=	verdragspartij
verdragspartner	noun	partij waarmee men een verdrag heeft gesloten
verdragspartners	=	verdragspartner
verdragsrecht	noun	recht van toepassingen op verdragen (tussen staten)
verdragsrechtelijk	adj	betrekking hebbend op internationale verdragen en overeenkomsten tussen staten
verdragsrechtelijke	=	verdragsrechtelijk
verdragsrechtelijker	=	verdragsrechtelijk
verdragsrechtelijkere	=	verdragsrechtelijk
verdragsrechtelijkers	=	verdragsrechtelijk
verdragsrechtelijks	=	verdragsrechtelijk
verdragsrechtelijkst	=	verdragsrechtelijk
verdragsrechtelijkste	=	verdragsrechtelijk
verdragsrechten	=	verdragsrecht
verdragsstaat	noun	elk van de staten die deelnemen aan een verdrag
verdragsstaten	=	verdragsstaat
verdragstaat	noun	elk van de staten die deelnemen aan een verdrag
verdragstaten	=	verdragstaat
verdragswijziging	noun	het veranderen van een eerder gesloten overeenkomst
verdragswijzigingen	=	verdragswijziging
verdragswijzigingetje	=	verdragswijziging
verdragswijzigingetjes	=	verdragswijziging
verdreef	=	verdrijven
verdreeft	=	verdrijven
verdreve	=	verdrijven
verdreven	=	verdrijven
verdrevene	noun	iemand die ergens is weggejaagd
verdrevenen	=	verdrevene
verdriedubbel	=	verdriedubbelen
verdriedubbeld	=	verdriedubbelen
verdriedubbelde	=	verdriedubbelen
verdriedubbelden	=	verdriedubbelen
verdriedubbele	=	verdriedubbelen
verdriedubbelen	verb	driemaal zo veel worden of maken
verdriedubbelend	=	verdriedubbelen
verdriedubbelende	=	verdriedubbelen
verdriedubbeling	noun	het verdriedubbelen
verdriedubbelingen	=	verdriedubbeling
verdriedubbelt	=	verdriedubbelen
verdriet	noun	een gevoel van droefheid
verdriete	=	verdrieten
verdrietelijk	adj	een onprettig gevoel gevend
verdrietelijke	=	verdrietelijk
verdrietelijker	=	verdrietelijk
verdrietelijkere	=	verdrietelijk
verdrietelijkers	=	verdrietelijk
verdrietelijks	=	verdrietelijk
verdrietelijkst	=	verdrietelijk
verdrietelijkste	=	verdrietelijk
verdrieten	verb	verdriet doen, somber stemmen.
verdrietend	=	verdrieten
verdrietende	=	verdrieten
verdrietig	adj	in sombere stemming
verdrietige	=	verdrietig
verdrietiger	=	verdrietig
verdrietigere	=	verdrietig
verdrietigers	=	verdrietig
verdrietigheden	=	verdrietigheid
verdrietigheid	noun	iets dat vervelende, sombere, pijnlijke, verdrietige gevoelens opwekt of opgewekt heeft
verdrietigs	=	verdrietig
verdrietigst	=	verdrietig
verdrietigste	=	verdrietig
verdrietje	=	verdriet
verdrietjes	=	verdriet
verdrievoudig	=	verdrievoudigen
verdrievoudigd	=	verdrievoudigen
verdrievoudigde	=	verdrievoudigen
verdrievoudigden	=	verdrievoudigen
verdrievoudige	=	verdrievoudigen
verdrievoudigen	verb	het aantal driemaal zo groot maken
verdrievoudigend	=	verdrievoudigen
verdrievoudigende	=	verdrievoudigen
verdrievoudiging	noun	iets tot driemaal de oorspronkelijke grootte vergroten
verdrievoudigingen	=	verdrievoudiging
verdrievoudigingetje	=	verdrievoudiging
verdrievoudigingetjes	=	verdrievoudiging
verdrievoudigt	=	verdrievoudigen
verdrijf	=	verdrijven
verdrijft	=	verdrijven
verdrijve	=	verdrijven
verdrijven	verb	uit het land verjagen
verdrijvend	=	verdrijven
verdrijvende	=	verdrijven
verdrijving	noun	het verdrijven
verdrijvingen	=	verdrijving
verdrijvingsvlak	noun	door schuine strepen gemarkeerd wegvak, waarop in principe niet gereden mag worden
verdrijvingsvlakje	=	verdrijvingsvlak
verdrijvingsvlakjes	=	verdrijvingsvlak
verdrijvingsvlakken	=	verdrijvingsvlak
verdring	=	verdringen
verdringe	=	verdringen
verdringen	verb	ervoor zorgen dat er voor sommigen geen plaats meer is
verdringend	=	verdringen
verdringende	=	verdringen
verdringing	noun	het verdringen
verdringingen	=	verdringing
verdringingseffect	noun	het effect van een bepaalde verdringing
verdringingseffecten	=	verdringingseffect
verdringingsmarkt	noun	markt met een overschot van aanbieders, waardoor vergroting van het marktaandeel alleen kan worden gerealiseerd door concurrenten te verdringen
verdringingsmarkten	=	verdringingsmarkt
verdringingsreeks	noun	prioritering van de distributie van zoetwater in tijden van langdurige droogte
verdringingsreeksen	=	verdringingsreeks
verdringinkje	=	verdringing
verdringinkjes	=	verdringing
verdringt	=	verdringen
verdrink	=	verdrinken
verdrinke	=	verdrinken
verdrinken	verb	in het water omkomen
verdrinkend	=	verdrinken
verdrinkende	=	verdrinken
verdrinkens	noun	genitief van verdrinken
verdrinking	noun	een gebeurtenis waarbij iemand de dood vindt door te veel water in de longen
verdrinkingen	=	verdrinking
verdrinkingsdood	noun	het sterven als gevolg van zuurstofgebrek door het in contact gekomen zijn met vloeistof
verdrinkingsongeluk	noun	incident waarbij de longen met water gevuld raken, vaak met de dood als gevolg Meestal veroorzaakt doordat iemand in het water valt en niet kan zwemmen.
verdrinkingsongelukken	=	verdrinkingsongeluk
verdrinkingsongeval	noun	incident waarbij de longen met water gevuld raken, vaak met de dood als gevolg Meestal veroorzaakt doordat iemand in het water valt en niet kan zwemmen.
verdrinkingsongevallen	=	verdrinkingsongeval
verdrinkt	=	verdrinken
verdroeg	=	verdragen
verdroege	=	verdragen
verdroegen	=	verdragen
verdroegt	=	verdragen
verdroge	=	verdrogen
verdrogen	verb	gevaarlijk veel water verliezen
verdrogend	=	verdrogen
verdrogende	=	verdrogen
verdroging	noun	het verschijnsel dat het grondwaterpeil lager is dan wenselijk wordt geacht
verdrogingen	=	verdroging
verdroginkje	=	verdroging
verdroginkjes	=	verdroging
verdrome	=	verdromen
verdromen	verb	de tijd door te slapen verdoen
verdromend	=	verdromen
verdromende	=	verdromen
verdrong	=	verdringen
verdronge	=	verdringen
verdrongen	=	verdringen
verdrongt	=	verdringen
verdronk	=	verdrinken
verdronke	=	verdrinken
verdronken	adj	onder water geraakt en daardoor gestorven of vernietigd
verdronkene	noun	iemand die door verdrinking is dood gegaan
verdronkenen	=	verdronkene
verdronkens	=	verdronken
verdronkt	=	verdrinken
verdroog	=	verdrogen
verdroogd	=	verdrogen
verdroogde	=	verdrogen
verdroogden	=	verdrogen
verdroogt	=	verdrogen
verdroom	=	verdromen
verdroomd	=	verdromen
verdroomde	=	verdromen
verdroomden	=	verdromen
verdroomt	=	verdromen
verdroot	=	verdrieten
verdrote	=	verdrieten
verdroten	=	verdrieten
verdruk	=	verdrukken
verdrukke	=	verdrukken
verdrukken	verb	onderdrukken
verdrukkend	=	verdrukken
verdrukkende	=	verdrukken
verdrukking	noun	zo in elkaar gedruk dat er geen plaats meer voor iets of iemand is
verdrukkingen	=	verdrukking
verdrukkinkje	=	verdrukking
verdrukkinkjes	=	verdrukking
verdrukt	=	verdrukken
verdrukte	=	verdrukken
verdrukten	=	verdrukken
verdrum	=	verdrummen
verdrumd	=	verdrummen
verdrumde	=	verdrummen
verdrumden	=	verdrummen
verdrumme	=	verdrummen
verdrummen	verb	verdringen, onderdrukken
verdrummend	=	verdrummen
verdrumt	=	verdrummen
verdubbel	=	verdubbelen
verdubbeld	=	verdubbelen
verdubbelde	=	verdubbelen
verdubbelden	=	verdubbelen
verdubbele	=	verdubbelen
verdubbelen	verb	tweemaal zo groot worden
verdubbelend	=	verdubbelen
verdubbelende	=	verdubbelen
verdubbeling	noun	twee keer zoveel worden
verdubbelingen	=	verdubbeling
verdubbelt	=	verdubbelen
verduf	=	verduffen
verduffe	=	verduffen
verduffen	verb	minder levendig worden van iemands geestestoestand
verduffend	=	verduffen
verduffende	=	verduffen
verduft	=	verduffen
verdufte	=	verduffen
verduften	=	verduffen
verduidelijk	=	verduidelijken
verduidelijke	=	verduidelijken
verduidelijken	verb	duidelijker maken
verduidelijkend	=	verduidelijken
verduidelijkende	=	verduidelijken
verduidelijking	noun	iets wat ter verduidelijking dient
verduidelijkingen	=	verduidelijking
verduidelijkingetje	=	verduidelijking
verduidelijkinkje	=	verduidelijking
verduidelijkinkjes	=	verduidelijking
verduidelijkt	=	verduidelijken
verduidelijkte	=	verduidelijken
verduidelijkten	=	verduidelijken
verduik	=	verduiken
verduike	=	verduiken
verduiken	verb	geheim houden; aan het oog onttrekken
verduikend	=	verduiken
verduikende	=	verduiken
verduikt	=	verduiken
verduister	=	verduisteren
verduisterd	=	verduisteren
verduisterde	=	verduisteren
verduisterden	=	verduisteren
verduistere	=	verduisteren
verduisteren	verb	donkerder maken/van het licht beroven, bijvoorbeeld van hemellichamen
verduisterend	=	verduisteren
verduisterende	=	verduisteren
verduistering	noun	het duister worden
verduisteringen	=	verduistering
verduisteringetje	=	verduistering
verduisterinkje	=	verduistering
verduisterinkjes	=	verduistering
verduistert	=	verduisteren
verduits	=	verduitsen
verduitse	=	verduitsen
verduitsen	verb	meer en meer op Duitsland of het Duits laten lijken
verduitsend	=	verduitsen
verduitsende	=	verduitsen
verduitst	=	verduitsen
verduitste	=	verduitsen
verduitsten	=	verduitsen
verduiveld	adv|informal	heel erg	intj|vulgar	uitroep van verbazing, teleurstelling of woede
verduivelde	=	verduiveld
verduivelds	=	verduiveld
verduizendvoudig	=	verduizendvoudigen
verduizendvoudigd	=	verduizendvoudigen
verduizendvoudigde	=	verduizendvoudigen
verduizendvoudigden	=	verduizendvoudigen
verduizendvoudige	=	verduizendvoudigen
verduizendvoudigen	verb	duizendmaal zoveel of zo groot laten worden of maken
verduizendvoudigend	=	verduizendvoudigen
verduizendvoudigende	=	verduizendvoudigen
verduizendvoudigt	=	verduizendvoudigen
verduldig	adj	in staat kalm, bedaard en geduldig tegenslagen te verdragen
verduldige	=	verduldig
verduldiger	=	verduldig
verduldigere	=	verduldig
verduldigers	=	verduldig
verduldigs	=	verduldig
verduldigst	=	verduldig
verduldigste	=	verduldig
verdulleme	intj|vulgar	een uitroep van ergernis
verdun	=	verdunnen
verdund	=	verdunnen
verdunde	=	verdunnen
verdunden	=	verdunnen
verdunne	=	verdunnen
verdunnen	verb	dunner worden
verdunnend	=	verdunnen
verdunnende	=	verdunnen
verdunner	noun	verdunningsmiddel
verdunners	=	verdunner
verdunnertje	=	verdunner
verdunnertjes	=	verdunner
verdunning	noun	het verlagen van de concentratie van een oplossing door toevoeging van meer oplosmiddel
verdunningen	=	verdunning
verdunningsmiddel	noun	vloeistof om bepaalde vastere vloeistoffen dunner te maken
verdunningsmiddelen	=	verdunningsmiddel
verdunningsmiddeltje	=	verdunningsmiddel
verdunningsmiddeltjes	=	verdunningsmiddel
verdunninkje	=	verdunning
verdunninkjes	=	verdunning
verdunt	=	verdunnen
verdure	=	verduren
verduren	verb	ongemak of lijden verdragen of ondergaan
verdurend	=	verduren
verdurende	=	verduren
verduur	=	verduren
verduurd	=	verduren
verduurde	=	verduren
verduurden	=	verduren
verduurt	=	verduren
verduurzaam	=	verduurzamen
verduurzaamd	=	verduurzamen
verduurzaamde	=	verduurzamen
verduurzaamden	=	verduurzamen
verduurzaamt	=	verduurzamen
verduurzame	=	verduurzamen
verduurzamen	verb	duurzaam maken
verduurzamend	=	verduurzamen
verduurzamende	=	verduurzamen
verduurzaming	noun	een economische ontwikkeling die gericht is op het minder uitputten van natuurlijke hulpbronnen
verduurzamingen	=	verduurzaming
verduurzaminkje	=	verduurzaming
verduveld	adv|vulgar	heel erg
verduvelde	=	verduveld
verduvelds	=	verduveld
verduw	=	verduwen
verduwd	=	verduwen
verduwde	=	verduwen
verduwden	=	verduwen
verduwe	=	verduwen
verduwen	verb	verteren van voedsel in het spijsverteringskanaal
verduwend	=	verduwen
verduwende	=	verduwen
verduwt	=	verduwen
verdwaal	=	verdwalen
verdwaalarmband	noun	armband voor kleine kinderen waarop het mobiele telefoonnummer van de ouders staat genoteerd zodat een verdwaald kind weer naar zijn ouders gebracht kan worden
verdwaalarmbanden	=	verdwaalarmband
verdwaalarmbandje	=	verdwaalarmband
verdwaalarmbandjes	=	verdwaalarmband
verdwaald	adj	niet meer weten waar men is en hoe men moet gaan, de weg kwijt zijn
verdwaalde	=	verdwaald
verdwaalden	=	verdwalen
verdwaalder	=	verdwaald
verdwaaldere	=	verdwaald
verdwaalders	=	verdwaald
verdwaalds	=	verdwaald
verdwaaldst	=	verdwaald
verdwaaldste	=	verdwaald
verdwaalpaal	noun	een kenmerkende paal, vaak voorzien van herkenbaar symbool, aangebracht op het strand of andere openbare plaats, zodat kinderen hun ouders kunnen terugvinden
verdwaalpalen	=	verdwaalpaal
verdwaalt	=	verdwalen
verdwaas	=	verdwazen
verdwaasd	adj	tot dwaasheid vervallen	adv	verward, versuft
verdwaasde	noun	dwaashoofd, warhoofd, domkop
verdwaasden	=	verdwazen
verdwaasder	=	verdwaasd
verdwaasdere	=	verdwaasd
verdwaasders	=	verdwaasd
verdwaasds	=	verdwaasd
verdwaasdst	=	verdwaasd
verdwaasdste	=	verdwaasd
verdwaast	=	verdwazen
verdwale	=	verdwalen
verdwalen	verb	de weg kwijtraken
verdwalend	=	verdwalen
verdwalende	=	verdwalen
verdwaze	=	verdwazen
verdwazen	verb	dwaas maken/dwaas worden
verdwazend	=	verdwazen
verdwazende	=	verdwazen
verdwazing	noun	zo fanatiek, eenzijdig op één zaak gericht raken dat het gek of vreemd is
verdwazingen	=	verdwazing
verdween	=	verdwijnen
verdweent	=	verdwijnen
verdwene	=	verdwijnen
verdwenen	=	verdwijnen
verdwijn	=	verdwijnen
verdwijne	=	verdwijnen
verdwijnen	verb	wegraken, ophouden te bestaan
verdwijnend	adj	bezig met ophouden te bestaan
verdwijnende	=	verdwijnen
verdwijnends	=	verdwijnend
verdwijngaatje	=	verdwijngat
verdwijngaatjes	=	verdwijngat
verdwijngat	noun	gat, holte, put waarin een beek stroomt en in de grond verdwijnt.
verdwijngaten	=	verdwijngat
verdwijning	noun	het verdwijnen
verdwijningen	=	verdwijning
verdwijningszaak	noun	kwestie van iemand die vermist is geraakt
verdwijningszaken	=	verdwijningszaak
verdwijninkje	=	verdwijning
verdwijninkjes	=	verdwijning
verdwijnpaal	noun	een verkeerspaal die in de grond kan zakken of omhoog kan komen, vaak met behulp van een hydraulisch of elektrisch mechanisme
verdwijnpaaltje	=	verdwijnpaal
verdwijnpaaltjes	=	verdwijnpaal
verdwijnpalen	=	verdwijnpaal
verdwijnpunt	noun	punt waarin lijnen die in de werkelijkheid evenwijdig zijn elkaar snijden in de tekening
verdwijnpunten	=	verdwijnpunt
verdwijnpuntje	=	verdwijnpunt
verdwijnpuntjes	=	verdwijnpunt
verdwijnsubsidie	noun	subsidie die aan bepaalde bedrijven wordt gegeven omdat ze omstreden producten of diensten aanbieden; de subsidie is bedoeld om de bedrijfsvoering te veranderen of om de bedrijfsvoering te staken, het gaat vooral om seksbedrijven, coffeeshops, belwinkels e.d.
verdwijnsubsidies	=	verdwijnsubsidie
verdwijnt	=	verdwijnen
verdwijntruc	noun	goocheltoer waarbij een voorwerp op een onverklaarbare manier plotseling verdwijnt
verdwijntrucs	=	verdwijntruc
verdwijntruken	=	verdwijntruc
verdwijnwoord	noun	woord dat uit de Nederlandse taal verdwijnt omdat het niet meer gebruikt wordt, vaak doordat het object of de handeling waarnaar het verwijst niet meer bestaat, of omdat het vervangen wordt door een moderner of populairder woord
verdwijnwoorden	=	verdwijnwoord
verdwijnwoordje	=	verdwijnwoord
verdwijnwoordjes	=	verdwijnwoord
verdwijnziekte	noun	een fenomeen waarbij alle bijen van een bijenvolk plotseling verdwijnen. ziekte bij bijen waarbij een heel bijenvolk sterft of naar onbekende bestemming verdwijnt
verdwijnziekten	=	verdwijnziekte
verdwijnziektes	=	verdwijnziekte
vere	=	veren
veredel	=	veredelen
veredelaar	noun	iemand die plantenrassen veredelt
veredelaars	=	veredelaar
veredelaartje	=	veredelaar
veredelaartjes	=	veredelaar
veredeld	=	veredelen
veredelde	=	veredelen
veredelden	=	veredelen
veredele	=	veredelen
veredelen	verb	iets edeler maken, verfijnen
veredelend	=	veredelen
veredelende	=	veredelen
veredeling	noun	het veredelen
veredelingen	=	veredeling
veredelingsbedrijf	noun	onderneming waar iets (grondstoffen, halffabricaten, planten) veredeld worden
veredelingsbedrijfje	=	veredelingsbedrijf
veredelingsbedrijfjes	=	veredelingsbedrijf
veredelingsbedrijven	=	veredelingsbedrijf
veredelt	=	veredelen
vereelt	=	vereelten
vereelte	=	vereelten
vereelten	verb	met eelt bedekt worden
vereeltend	=	vereelten
vereeltende	=	vereelten
vereeltte	=	vereelten
vereeltten	=	vereelten
vereen	=	verenen
vereend	adj	tot een eenheid makend
vereende	=	vereend
vereenden	=	verenen
vereender	=	vereend
vereendere	=	vereend
vereenders	=	vereend
vereends	=	vereend
vereendst	=	vereend
vereendste	=	vereend
vereenen	=	verenen
vereenigen	=	verenigen
vereeniging	=	vereniging
vereenigingslokaal	=	verenigingslokaal
vereent	=	verenen
vereenvoudig	=	vereenvoudigen
vereenvoudigd	=	vereenvoudigen
vereenvoudigde	=	vereenvoudigen
vereenvoudigden	=	vereenvoudigen
vereenvoudige	=	vereenvoudigen
vereenvoudigen	verb	eenvoudiger maken
vereenvoudigend	=	vereenvoudigen
vereenvoudigende	=	vereenvoudigen
vereenvoudiging	noun	wat iets simpeler maakt
vereenvoudigingen	=	vereenvoudiging
vereenvoudigingetje	=	vereenvoudiging
vereenvoudigingetjes	=	vereenvoudiging
vereenvoudigt	=	vereenvoudigen
vereenzaam	=	vereenzamen
vereenzaamd	=	vereenzamen
vereenzaamde	=	vereenzamen
vereenzaamden	=	vereenzamen
vereenzaamt	=	vereenzamen
vereenzame	=	vereenzamen
vereenzamen	verb	verliezen van sociale contacten
vereenzamend	=	vereenzamen
vereenzamende	=	vereenzamen
vereenzaming	noun	het verschijnsel dat iemand minder sociale contacten heeft dan die persoon wenst te hebben
vereenzamingen	=	vereenzaming
vereenzelvig	=	vereenzelvigen
vereenzelvigd	=	vereenzelvigen
vereenzelvigde	=	vereenzelvigen
vereenzelvigden	=	vereenzelvigen
vereenzelvige	=	vereenzelvigen
vereenzelvigen	verb	zich vereenzelvigen met: zich met iets identificeren
vereenzelvigend	=	vereenzelvigen
vereenzelvigende	=	vereenzelvigen
vereenzelviging	noun	het zichzelf of iets anders identificeren met iets of iemand anders
vereenzelvigingen	=	vereenzelviging
vereenzelvigingetje	=	vereenzelviging
vereenzelvigingetjes	=	vereenzelviging
vereenzelvigt	=	vereenzelvigen
vereer	=	vereren
vereerd	=	vereren
vereerde	=	vereren
vereerden	=	vereren
vereerder	noun	iemand die iets of iemand heel erg hoogacht en bewondert
vereerders	=	vereerder
vereerdertje	=	vereerder
vereeren	=	vereren
vereering	=	verering
vereert	=	vereren
vereeuwig	=	vereeuwigen
vereeuwigd	=	vereeuwigen
vereeuwigde	=	vereeuwigen
vereeuwigden	=	vereeuwigen
vereeuwige	=	vereeuwigen
vereeuwigen	verb	eeuwig laten worden, voor eeuwig laten vastleggen
vereeuwigend	=	vereeuwigen
vereeuwigende	=	vereeuwigen
vereeuwiging	noun	het proces of de handeling waarbij iets zo wordt gemaakt dat het eeuwig blijft bestaan of onsterfelijk wordt.
vereeuwigingen	=	vereeuwiging
vereeuwigingetje	=	vereeuwiging
vereeuwigingetjes	=	vereeuwiging
vereeuwigt	=	vereeuwigen
vereffen	=	vereffenen
vereffenaar	noun	persoon die zorg dragt voor de zakelijke afwikkeling van een ontbonden of te ontbinden rechtspersoon
vereffenaars	=	vereffenaar
vereffend	=	vereffenen
vereffende	=	vereffenen
vereffenden	=	vereffenen
vereffene	=	vereffenen
vereffenen	verb	het betalen van rekeningen en schulden
vereffenend	=	vereffenen
vereffenende	=	vereffenen
vereffening	noun	voldoen van een rekening
vereffeningen	=	vereffening
vereffent	=	vereffenen
vereis	=	vereisen
vereischen	=	vereisen
vereise	=	vereisen
vereisen	verb	nodig hebben
vereisend	=	vereisen
vereisende	=	vereisen
vereist	adj	benodigd, noodzakelijk
vereiste	noun	datgene waar men niet buiten kan
vereisten	=	vereiste
vereistes	=	vereiste
vereists	=	vereist
veren	verb	schokken opvangen	adj	met veren (lichaamsbedekking van een vogel) vervaardigd
verend	adj	schokken opvangend
verende	=	veren
verendek	noun	de verzameling van alle veren van een vogel
verendekken	=	verendek
verender	=	verend
verendere	=	verend
verenders	=	verend
verends	=	verend
verendst	=	verend
verendste	=	verend
verene	=	verenen
verenen	verb	tot een eenheid brengen of worden
verenend	=	verenen
verenende	=	verenen
vereng	=	verengen
verengd	=	verengen
verengde	=	verengen
verengden	=	verengen
verenge	=	verengen
verengels	=	verengelsen
verengelse	=	verengelsen
verengelsen	verb	het systematische overschakeling op het Engels door niet-Engelstaligen
verengelsend	=	verengelsen
verengelsende	=	verengelsen
verengelsing	noun	het verengelsen (systematische overschakeling op het Engels door niet-Engelstaligen)
verengelsingen	=	verengelsing
verengelst	=	verengelsen
verengelste	=	verengelsen
verengelsten	=	verengelsen
verengen	verb	nauwer maken; te nauw maken; smaller worden
verengend	=	verengen
verengende	=	verengen
verenging	noun	het verengen
verengingen	=	verenging
verenginkje	=	verenging
verenginkjes	=	verenging
verengt	=	verengen
verenig	=	verenigen
verenigbaar	adj	verenigd kunnen worden, met elkaar in overeenstemming te brengen, combineerbaar
verenigbaarder	=	verenigbaar
verenigbaardere	=	verenigbaar
verenigbaarders	=	verenigbaar
verenigbaarheden	=	verenigbaarheid
verenigbaarheid	noun	het combineerbaar zijn van twee of meer zaken of personen
verenigbaars	=	verenigbaar
verenigbaarst	=	verenigbaar
verenigbaarste	=	verenigbaar
verenigbare	=	verenigbaar
verenigd	=	verenigen
verenigde	=	verenigen
verenigden	=	verenigen
verenige	=	verenigen
verenigen	verb	afzonderlijke delen tot één geheel maken
verenigend	=	verenigen
verenigende	=	verenigen
vereniging	noun	vrijwillige groepering van personen (leden), met of zonder rechtspersoonlijkheid, die gericht is op een bepaald doel en met een bestuur aan het hoofd
verenigingen	=	vereniging
verenigingetje	=	vereniging
verenigingetjes	=	vereniging
verenigingsbesturen	=	verenigingsbestuur
verenigingsbestuur	noun	de leiding van een vereniging
verenigingsleven	noun	het gedeelte van maatschappelijke gebeurtenissen dat betrekking heeft op gezelschapsverenigingen
verenigingslokaal	noun	zaal waar de leden van een organisatie elkaar regelmatig ontmoeten
verenigingslokaaltje	=	verenigingslokaal
verenigingslokaaltjes	=	verenigingslokaal
verenigingslokalen	=	verenigingslokaal
verenigingspunt	noun	punt waar twee of meer zaken of personen zich verenigen
verenigingspunten	=	verenigingspunt
verenigingspuntje	=	verenigingspunt
verenigingspuntjes	=	verenigingspunt
verenigingsrechtelijk	adj	betrekking hebbend op het verenigingsrecht
verenigingsrechtelijke	=	verenigingsrechtelijk
verenigingsrechtelijker	=	verenigingsrechtelijk
verenigingsrechtelijkere	=	verenigingsrechtelijk
verenigingsrechtelijkers	=	verenigingsrechtelijk
verenigingsrechtelijks	=	verenigingsrechtelijk
verenigingsrechtelijkst	=	verenigingsrechtelijk
verenigingsrechtelijkste	=	verenigingsrechtelijk
verenigingsverband	noun	samen met andere leden van een vereniging
verenigingsverbanden	=	verenigingsverband
verenigingswiki	noun	een wiki die door/voor een vereniging wordt bijgehouden en projecten van de vereniging op te vinden zijn
verenigingswiki's	=	verenigingswiki
verenigingswikietje	=	verenigingswiki
verenigingswikietjes	=	verenigingswiki
vereniginkje	=	vereniging
verenigt	=	verenigen
verenkel	=	verenkelen
verenkeld	=	verenkelen
verenkelde	=	verenkelen
verenkelden	=	verenkelen
verenkele	=	verenkelen
verenkelen	verb	iets reduceren tot één
verenkelend	=	verenkelen
verenkelende	=	verenkelen
verenkelt	=	verenkelen
verenkleden	=	verenkleed
verenkleed	noun	bedekking met veren op de huid van vogels
verenkleedje	=	verenkleed
verenpak	noun	de veren van een vogel
verenpakje	=	verenpak
verenpakjes	=	verenpak
verenpakken	=	verenpak
verentooi	noun	versiering van het lichaam bestaande uit gevederte
verentooien	=	verentooi
verere	=	vereren
vereren	verb	tot onderwerp van aanbidding hebben, eer bewijzen
vererend	=	vereren
vererende	=	vereren
vererf	=	vererven
vererfd	=	vererven
vererfde	=	vererven
vererfden	=	vererven
vererft	=	vererven
vererger	=	verergeren
verergerd	=	verergeren
verergerde	=	verergeren
verergerden	=	verergeren
verergere	=	verergeren
verergeren	verb	erger worden
verergerend	=	verergeren
verergerende	=	verergeren
verergering	noun	het slechter worden
verergeringen	=	verergering
verergert	=	verergeren
verering	noun	het vereren
vereringen	=	verering
vererve	=	vererven
vererven	verb	geld, bezittingen nalaten aan de erfgenamen
verervend	=	vererven
verervende	=	vererven
vererving	noun	bezit nalaten aan de erfgenamen
verervingen	=	vererving
vereven	=	verevenen
verevend	=	verevenen
verevende	=	verevenen
verevenden	=	verevenen
verevene	=	verevenen
verevenen	verb	schulden en rekeningen verrekenen met name met betrekking tot pensioenrechten
verevenend	=	verevenen
verevenende	=	verevenen
verevening	noun	gelijkmatige verdeling van een financieel voor- of nadeel over alle deelnemers zodat dit niet bij een beperkt aantal deelnemers terechtkomt
vereveningen	=	verevening
vereveningetje	=	verevening
vereveningetjes	=	verevening
verevent	=	verevenen
verexcuseer	=	verexcuseren
verexcuseerd	=	verexcuseren
verexcuseerde	=	verexcuseren
verexcuseerden	=	verexcuseren
verexcuseert	=	verexcuseren
verexcusere	=	verexcuseren
verexcuseren	verb	spijt betuigen dat men ergens niet aanwezig kan zijn
verexcuserend	=	verexcuseren
verexcuserende	=	verexcuseren
verf	noun	algemene benaming voor een product dat bedoeld is om voorwerpen te beschermen tegen de weersomstandigheden of te kleuren door ze van een pigmenthoudende laag te voorzien
verfbaarheid	noun	de mate waarin of het gemak waarmee iets geverfd kan worden
verfbad	noun	bad met verf om te verven goederen in onder te dompelen hetgeen even wat sneller gaat dan gebruik van de kwast of de verfspuit
verfbaden	=	verfbad
verfbadje	=	verfbad
verfbadjes	=	verfbad
verfbeurt	noun	de keer dat men iets (opnieuw) voorziet van een verflaag
verfbeurten	=	verfbeurt
verfbeurtje	=	verfbeurt
verfbeurtjes	=	verfbeurt
verfblik	noun	een metalen cilinder met een bodem en een deksel waarin verf bewaard kan worden
verfblikje	=	verfblik
verfblikjes	=	verfblik
verfblikken	=	verfblik
verfbom	noun	plastic zak met verf gevuld die richting tegenpartij wordt gesmeten bij ontruimingen etc.
verfbommen	=	verfbom
verfbommetje	=	verfbom
verfbommetjes	=	verfbom
verfborstel	noun	bundel van stugge haren aan een handgreep als schildersgereedschap vooral voor grotere vlakken
verfborstels	=	verfborstel
verfborsteltje	=	verfborstel
verfborsteltjes	=	verfborstel
verfbrander	noun	apparaat om oude verflagen (meestal met behulp van een vlam) te verwijderen (met behulp van een verfkrabber)
verfbranders	=	verfbrander
verfbrandertje	=	verfbrander
verfbrandertjes	=	verfbrander
verfbrem	noun	bepaald soort struik, Genista tinctoria uit de vlinderbloemenfamilie
verfbremmen	=	verfbrem
verfde	=	verven
verfden	=	verven
verfdoos	noun	doos met verf in diverse kleuren (en penselen)
verfdoosje	=	verfdoos
verfdoosjes	=	verfdoos
verfdozen	=	verfdoos
verffabriek	noun	fabriek waarin verf wordt vervaardigd
verffabrieken	=	verffabriek
verffabriekje	=	verffabriek
verffabriekjes	=	verffabriek
verfhout	noun	houtsoort waaruit verf kan worden vervaardigd
verfijn	=	verfijnen
verfijnd	adj	met veel nuances en verfijningen
verfijnde	=	verfijnd
verfijnden	=	verfijnen
verfijnder	=	verfijnd
verfijndere	=	verfijnd
verfijnders	=	verfijnd
verfijndheden	=	verfijndheid
verfijndheid	noun	het op een heel subtiele manier geavanceerd en ontwikkeld zijn
verfijnds	=	verfijnd
verfijndst	=	verfijnd
verfijndste	=	verfijnd
verfijne	=	verfijnen
verfijnen	verb	fijner of gevoeliger maken
verfijnend	=	verfijnen
verfijnende	=	verfijnen
verfijning	noun	iets preciezer aangepast maken
verfijningen	=	verfijning
verfijninkje	=	verfijning
verfijnt	=	verfijnen
verfilm	=	verfilmen
verfilmd	=	verfilmen
verfilmde	=	verfilmen
verfilmden	=	verfilmen
verfilme	=	verfilmen
verfilmen	verb	een boek of verhaal in de vorm van een film vastleggen
verfilmend	=	verfilmen
verfilmende	=	verfilmen
verfilmer	noun	iemand die een film van een verhaal maakt
verfilmers	=	verfilmer
verfilming	noun	een film is gebaseerd op een ander medium, zoals een boek, strip of toneelstuk
verfilmingen	=	verfilming
verfilminkje	=	verfilming
verfilminkjes	=	verfilming
verfilmt	=	verfilmen
verfje	=	verf
verfjes	=	verf
verfkrabber	noun	een metalen driehoek met een handvat, die dient om verf af te krabben
verfkrabbers	=	verfkrabber
verfkrabbertje	=	verfkrabber
verfkrabbertjes	=	verfkrabber
verfkwast	noun	kwast om mee te verven
verfkwasten	=	verfkwast
verfkwastje	=	verfkwast
verfkwastjes	=	verfkwast
verflaag	noun	een laag verhard, vaak met pigment gekleurd materiaal ooit aangebracht in vloeibare vorm
verflaagje	=	verflaag
verflaagjes	=	verflaag
verflagen	=	verflaag
verflauw	=	verflauwen
verflauwd	=	verflauwen
verflauwde	=	verflauwen
verflauwden	=	verflauwen
verflauwe	=	verflauwen
verflauwen	verb	minder scherp maken met name van bochten in de weg
verflauwend	=	verflauwen
verflauwende	=	verflauwen
verflauwt	=	verflauwen
verflens	=	verflensen
verflense	=	verflensen
verflensen	verb	het slap worden en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging
verflensend	=	verflensen
verflensende	=	verflensen
verflenst	=	verflensen
verflenste	=	verflensen
verflensten	=	verflensen
verflodderen	verb	flodderig worden
verflucht	noun	de geur van verf
verfluchten	=	verflucht
verfluchtje	=	verflucht
verfluchtjes	=	verflucht
verfmes	noun	metalen voorwerp met handvat waarmee men verf op een schilderij kan aanbrengen
verfmesje	=	verfmes
verfmesjes	=	verfmes
verfmessen	=	verfmes
verfmolen	noun	molen waarmee men pigmenten maalt tot poeder dat gebruikt kan worden in verven
verfmolens	=	verfmolen
verfoei	=	verfoeien
verfoeid	adj	met afschuw bekeken
verfoeide	=	verfoeien
verfoeiden	=	verfoeien
verfoeider	=	verfoeid
verfoeidere	=	verfoeid
verfoeiders	=	verfoeid
verfoeids	=	verfoeid
verfoeidst	=	verfoeid
verfoeidste	=	verfoeid
verfoeie	=	verfoeien
verfoeien	verb	een afschuw hebben voor
verfoeiend	=	verfoeien
verfoeiende	=	verfoeien
verfoeilijk	adj	iets wat heel slecht, lelijk en naar is
verfoeilijke	=	verfoeilijk
verfoeilijker	=	verfoeilijk
verfoeilijkere	=	verfoeilijk
verfoeilijkers	=	verfoeilijk
verfoeilijks	=	verfoeilijk
verfoeilijkst	=	verfoeilijk
verfoeilijkste	=	verfoeilijk
verfoeisel	noun	wat afschuw oproept, wat mensen verfoeien
verfoeiselen	=	verfoeisel
verfoeisels	=	verfoeisel
verfoeit	=	verfoeien
verfolie	noun	olie waarmee men olieverf (dunner) kan maken
verfoliën	=	verfolie
verfomfaai	=	verfomfaaien
verfomfaaid	adj	uit model, slordig, kreukelig
verfomfaaide	=	verfomfaaid
verfomfaaiden	=	verfomfaaien
verfomfaaider	=	verfomfaaid
verfomfaaidere	=	verfomfaaid
verfomfaaiders	=	verfomfaaid
verfomfaaids	=	verfomfaaid
verfomfaaidst	=	verfomfaaid
verfomfaaidste	=	verfomfaaid
verfomfaaie	=	verfomfaaien
verfomfaaien	verb	lelijk worden door vouwen, kreuken en beduimeling
verfomfaaiend	=	verfomfaaien
verfomfaaiende	=	verfomfaaien
verfomfaait	=	verfomfaaien
verfpalet	noun	plat voorwerp waarop de kunstschilder zijn verf mengt; ook figuurlijk gebruikt
verfpaletten	=	verfpalet
verfpot	noun	ronde pot voor het mengen of opbergen van verf
verfpotje	=	verfpot
verfpotjes	=	verfpot
verfpotten	=	verfpot
verfraai	=	verfraaien
verfraaid	=	verfraaien
verfraaide	=	verfraaien
verfraaiden	=	verfraaien
verfraaie	=	verfraaien
verfraaien	verb	mooier maken
verfraaiend	=	verfraaien
verfraaiende	=	verfraaien
verfraaiing	noun	iets moois; het iets mooier maken
verfraaiingen	=	verfraaiing
verfraaiinkje	=	verfraaiing
verfraaiinkjes	=	verfraaiing
verfraait	=	verfraaien
verfrans	=	verfransen
verfranse	=	verfransen
verfransen	verb	Franstalig maken
verfransend	=	verfransen
verfransende	=	verfransen
verfranst	=	verfransen
verfranste	=	verfransen
verfransten	=	verfransen
verfrest	noun	restant verf dat overblijft na het schilderen
verfresten	=	verfrest
verfrestje	=	verfrest
verfrestjes	=	verfrest
verfris	=	verfrissen
verfrisse	=	verfrissen
verfrissen	verb	fris maken
verfrissend	adj	veroorzaakt koude, afkoeling
verfrissende	=	verfrissend
verfrissender	=	verfrissend
verfrissendere	=	verfrissend
verfrissenders	=	verfrissend
verfrissends	=	verfrissend
verfrissendst	=	verfrissend
verfrissendste	=	verfrissend
verfrisser	noun	een voorziening die zou moeten verfrissen
verfrissing	noun	het verfrissen, de verkoeling
verfrissingen	=	verfrissing
verfrissinkje	=	verfrissing
verfrissinkjes	=	verfrissing
verfrist	=	verfrissen
verfriste	=	verfrissen
verfristen	=	verfrissen
verfrol	noun	gereedschap waarmee men verf gelijkmatig kan aanbrengen op een vlak oppervlak
verfrollen	=	verfrol
verfroller	noun	een rol die om een vaak metalen as wentelt, bedoeld voor het aanbrengen van verf op grote oppervlakken
verfrollers	=	verfroller
verfrollertje	=	verfroller
verfrollertjes	=	verfroller
verfrommel	=	verfrommelen
verfrommeld	=	verfrommelen
verfrommelde	=	verfrommelen
verfrommelden	=	verfrommelen
verfrommele	=	verfrommelen
verfrommelen	verb	iets pletten, in elkaar drukken en/of samenknijpen zodat er kreukels ontstaan
verfrommelend	=	verfrommelen
verfrommelende	=	verfrommelen
verfrommelt	=	verfrommelen
verfronsel	=	verfronselen
verfronseld	=	verfronselen
verfronselde	=	verfronselen
verfronselden	=	verfronselen
verfronsele	=	verfronselen
verfronselen	verb	iets wat glad is op een onregelmatige, slordige wijze voorzien van plooien
verfronselend	=	verfronselen
verfronselende	=	verfronselen
verfronselt	=	verfronselen
verfschraper	noun	schraper (krabber) om oude verflagen mee af te schrappen
verfschrapers	=	verfschraper
verfschrapertje	=	verfschraper
verfschrapertjes	=	verfschraper
verfsoort	noun	een van de vele typen verf
verfsoorten	=	verfsoort
verfspat	noun	vlekje dat is ontstaan door het morsen van druppels verf
verfspatje	=	verfspat
verfspatjes	=	verfspat
verfspatten	=	verfspat
verfspuit	noun	een werktuig voor het aanbrengen van een verflaag
verfspuiten	=	verfspuit
verfspuitje	=	verfspuit
verfspuitjes	=	verfspuit
verfspullen	noun	zaken die men nodig heeft om te kunnen schilderen
verfstof	noun	een stof om aan producten blijvend een kleur te geven omdat het zich hecht aan het te kleuren voorwerp
verfstoffen	=	verfstof
verfstreek	noun	een met een kwast of penseel gemaakt verfspoor
verfstreekje	=	verfstreek
verfstreekjes	=	verfstreek
verfstreep	noun	met verf getrokken streep
verfstreepje	=	verfstreep
verfstreepjes	=	verfstreep
verfstreken	=	verfstreek
verfstrepen	=	verfstreep
verfstripper	noun	apparaat (meestal elektrisch en lijkend op een haarföhn) dat oude verflagen m.b.v. hete lucht verwijdert
verfstrippers	=	verfstripper
verfstrippertje	=	verfstripper
verfstrippertjes	=	verfstripper
verft	=	verven
verfverdunner	noun	verdunningsmiddel voor verf zoals terpentine, terpentijn (of water!)
verfverdunners	=	verfverdunner
verfvlek	noun	vlek die ontstaan is door gemorste verf
verfvlekken	=	verfvlek
verfwaren	noun	dingen die een huisschilder nodig heeft voor zijn werk
verfwerk	noun	een hoeveelheid uit te voeren of uitgevoerd werk bestaande uit het verven van voorwerpen
verfwerken	=	verfwerk
verfwerkje	=	verfwerk
verfwerkjes	=	verfwerk
verfwinkel	noun	winkel waar verf verkocht wordt
verfwinkels	=	verfwinkel
verfwinkeltje	=	verfwinkel
verfwinkeltjes	=	verfwinkel
verg	=	vergen
verga	=	vergaan
vergaaft	=	vergeven
vergaan	verb	ten onder gaan, verloren gaan door te zinken	adj	vervlogen bn, voorbij bn; wat in het verleden bestond, maar ten onder is gegaan of afgelopen
vergaand	adj	grote gevolgen hebbend
vergaande	=	vergaand
vergaander	=	vergaand
vergaandere	=	vergaand
vergaanders	=	vergaand
vergaands	=	vergaand
vergaandst	=	vergaand
vergaandste	=	vergaand
vergaans	noun	genitief van vergaan
vergaanst	=	vergaan
vergaanste	=	vergaan
vergaap	=	vergapen
vergaapt	=	vergapen
vergaapte	=	vergapen
vergaapten	=	vergapen
vergaar	=	vergaren
vergaarbak	noun|figurative	bak waarin zaken verzameld kunnen worden voor later gebruik
vergaarbakje	=	vergaarbak
vergaarbakjes	=	vergaarbak
vergaarbakken	=	vergaarbak
vergaard	=	vergaren
vergaarde	=	vergaren
vergaarden	=	vergaren
vergaarplaats	noun	plaats waar van alles samenkomt
vergaarplaatsen	=	vergaarplaats
vergaarplaatsje	=	vergaarplaats
vergaarplaatsjes	=	vergaarplaats
vergaart	=	vergaren
vergaat	=	vergaan
vergader	=	vergaderen
vergaderagenda	noun	lijst met onderwerpen van een vergadering; agenda van een vergadering
vergaderagenda's	=	vergaderagenda
vergadercentra	=	vergadercentrum
vergadercentrum	noun	locatie waar men vergaderingen kan houden
vergadercentrums	=	vergadercentrum
vergaderd	=	vergaderen
vergaderdag	noun	een dag die gebruikt wordt om zaken in groepsverband te bespreken; dag dat een college samenkomt om te vergaderen
vergaderdagen	=	vergaderdag
vergaderdagje	=	vergaderdag
vergaderdagjes	=	vergaderdag
vergaderde	=	vergaderen
vergaderden	=	vergaderen
vergadere	=	vergaderen
vergaderen	verb	in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen
vergaderend	=	vergaderen
vergaderende	=	vergaderen
vergadering	noun	een georganiseerde bijeenkomst voor bespreking en overleg
vergaderingen	=	vergadering
vergaderingetje	=	vergadering
vergaderingetjes	=	vergadering
vergaderkamer	noun	kamer waarin men met een groep mensen een bespreking kan voeren
vergaderkamers	=	vergaderkamer
vergaderkamertje	=	vergaderkamer
vergaderkamertjes	=	vergaderkamer
vergaderlokaal	noun	ruimte waarin men vergaderingen kan houden
vergaderlokaaltje	=	vergaderlokaal
vergaderlokaaltjes	=	vergaderlokaal
vergaderlokalen	=	vergaderlokaal
vergaderplaats	noun	plaats (lokaliteit, gebouw) bestemd om er te vergaderen
vergaderplaatsen	=	vergaderplaats
vergaderruimte	noun	deel van een gebouw zoals een kamer of hal die bestemd is voor het voeren van vergaderingen
vergaderruimten	=	vergaderruimte
vergaderruimtes	=	vergaderruimte
vergaderruimtetje	=	vergaderruimte
vergaderruimtetjes	=	vergaderruimte
vergadert	=	vergaderen
vergadertafel	noun	grote tafel waaraan meerdere mensen kunnen zitten om met elkaar te kunnen overleggen
vergadertafels	=	vergadertafel
vergadertafeltje	=	vergadertafel
vergadertafeltjes	=	vergadertafel
vergaderzaal	noun	grotere kamer of zaal geschikt om een vergadering te houden
vergaderzaaltje	=	vergaderzaal
vergaderzaaltjes	=	vergaderzaal
vergaderzalen	=	vergaderzaal
vergaf	=	vergeven
vergal	=	vergallen
vergald	=	vergallen
vergalde	=	vergallen
vergalden	=	vergallen
vergalle	=	vergallen
vergallen	verb|figurative	iets bederven dat plezierig of nuttig is
vergallend	=	vergallen
vergallende	=	vergallen
vergaloppeer	=	vergalopperen
vergaloppeerd	=	vergalopperen
vergaloppeerde	=	vergalopperen
vergaloppeerden	=	vergalopperen
vergaloppeert	=	vergalopperen
vergaloppere	=	vergalopperen
vergalopperen	verb	het maken van een vergissing door haasten
vergalopperend	=	vergalopperen
vergalopperende	=	vergalopperen
vergalt	=	vergallen
vergane	=	vergaan
verganer	=	vergaan
verganere	=	vergaan
verganers	=	vergaan
vergankelijk	adj	niet blijvend, onderhevig aan verval
vergankelijke	=	vergankelijk
vergankelijker	=	vergankelijk
vergankelijkere	=	vergankelijk
vergankelijkers	=	vergankelijk
vergankelijkheden	=	vergankelijkheid
vergankelijkheid	noun	het vergankelijk zijn
vergankelijks	=	vergankelijk
vergankelijkst	=	vergankelijk
vergankelijkste	=	vergankelijk
vergape	=	vergapen
vergapen	verb	zich ~ aan gefascineerd naar iets staren
vergapend	=	vergapen
vergapende	=	vergapen
vergare	=	vergaren
vergaren	verb	bijeenbrengen
vergarend	=	vergaren
vergarende	=	vergaren
vergaring	noun	het verkrijgen van iets, iets bij elkaar verzamelen
vergaringen	=	vergaring
vergas	=	vergassen
vergasse	=	vergassen
vergassen	verb	tot gas worden
vergassend	=	vergassen
vergassende	=	vergassen
vergasser	noun	apparaat om een vloeistof te vergassen
vergassers	=	vergasser
vergassing	noun	het vergassen
vergassingen	=	vergassing
vergast	=	vergassen
vergaste	=	vergassen
vergasten	verb	iemand ~ op iemand als gast behandelen met een maaltijd of feestelijkheid
vergastend	=	vergasten
vergastende	=	vergasten
vergastte	=	vergasten
vergastten	=	vergasten
vergat	=	vergeten
vergate	=	vergeten
vergaten	=	vergeten
vergave	=	vergeven
vergaven	=	vergeven
vergde	=	vergen
vergden	=	vergen
verge	=	vergen
vergeef	=	vergeven
vergeeflijk	adj	te vergeven
vergeeflijke	=	vergeeflijk
vergeeflijker	=	vergeeflijk
vergeeflijkere	=	vergeeflijk
vergeeflijkers	=	vergeeflijk
vergeeflijks	=	vergeeflijk
vergeeflijkst	=	vergeeflijk
vergeeflijkste	=	vergeeflijk
vergeefs	adj	een negatief resultaat hebbend	adv	met negatief resultaat
vergeefsch	=	vergeefs
vergeefse	=	vergeefs
vergeefser	=	vergeefs
vergeefsere	=	vergeefs
vergeefsers	=	vergeefs
vergeefsheden	=	vergeefsheid
vergeefsheid	noun	het volkomen nutteloos zijn
vergeefst	=	vergeefs
vergeefste	=	vergeefs
vergeeft	=	vergeven
vergeel	=	vergelen
vergeeld	adj	geel of gelig geworden
vergeelde	=	vergeeld
vergeelden	=	vergelen
vergeelder	=	vergeeld
vergeeldere	=	vergeeld
vergeelders	=	vergeeld
vergeelds	=	vergeeld
vergeeldst	=	vergeeld
vergeeldste	=	vergeeld
vergeelt	=	vergelen
vergeestelijk	=	vergeestelijken
vergeestelijke	=	vergeestelijken
vergeestelijken	verb	meer geestelijk, minder werelds worden
vergeestelijkend	=	vergeestelijken
vergeestelijkende	=	vergeestelijken
vergeestelijking	noun	het vergeestelijken
vergeestelijkingen	=	vergeestelijking
vergeestelijkingetje	=	vergeestelijking
vergeestelijkingetjes	=	vergeestelijking
vergeestelijkt	=	vergeestelijken
vergeestelijkte	=	vergeestelijken
vergeestelijkten	=	vergeestelijken
vergeet	=	vergeten
vergeet-me-niet	=	vergeet-mij-niet
vergeet-mij-niet	noun	benaming voor planten uit het geslacht Myosotis, ruwbladige planten met blauwe bloempjes
vergeet-mij-nieten	=	vergeet-mij-niet
vergeet-mij-nietgraafwants	noun	Sehirus luctuosus een wants uit de familie graafwantsen (Cydnidae).
vergeet-mij-nietgraafwantsen	=	vergeet-mij-nietgraafwants
vergeet-mij-nietgraafwantsje	=	vergeet-mij-nietgraafwants
vergeet-mij-nietgraafwantsjes	=	vergeet-mij-nietgraafwants
vergeet-mij-nietje	=	vergeet-mij-niet
vergeet-mij-nietjes	=	vergeet-mij-niet
vergeet-mij-nietjesgalmug	noun	Dasineura myosotidis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
vergeet-mij-nietjesgalmuggen	=	vergeet-mij-nietjesgalmug
vergeet-mij-nietjesgalmugje	=	vergeet-mij-nietjesgalmug
vergeet-mij-nietjesgalmugjes	=	vergeet-mij-nietjesgalmug
vergeet-mij-nietjesmeeldauw	noun	een schimmel Golovinomyces asperifolii behorend tot de familie Erysiphaceae.
vergeet-mij-nietjesmeeldauwtje	=	vergeet-mij-nietjesmeeldauw
vergeet-mij-nietjesmeeldauwtjes	=	vergeet-mij-nietjesmeeldauw
vergeetachtig	adj	niet goed kunnen onthouden, dat zaken snel uit het geheugen gaan
vergeetachtige	=	vergeetachtig
vergeetachtiger	=	vergeetachtig
vergeetachtigere	=	vergeetachtig
vergeetachtigers	=	vergeetachtig
vergeetachtigheden	=	vergeetachtigheid
vergeetachtigheid	noun	het slecht kunnen onthouden; de neiging hebben zaken snel te vergeten
vergeetachtigheidje	=	vergeetachtigheid
vergeetachtigheidjes	=	vergeetachtigheid
vergeetachtigs	=	vergeetachtig
vergeetachtigst	=	vergeetachtig
vergeetachtigste	=	vergeetachtig
vergeetal	noun	iemand met een zeer slecht geheugen
vergeetallen	=	vergeetal
vergeetalletje	=	vergeetal
vergeetalletjes	=	vergeetal
vergeetbaar	adj	dat iets of iemand zo weinig indruk gemaakt heeft dat het makkelijk vergeten kan worden
vergeetbaarder	=	vergeetbaar
vergeetbaardere	=	vergeetbaar
vergeetbaarders	=	vergeetbaar
vergeetbaars	=	vergeetbaar
vergeetbaarst	=	vergeetbaar
vergeetbaarste	=	vergeetbaar
vergeetbare	=	vergeetbaar
vergeetboek	noun	een (denkbeeldig) boek waarin met notities maakt die vergeten mogen worden
vergeetboeken	=	vergeetboek
vergeetboekje	=	vergeetboek
vergeetboekjes	=	vergeetboek
vergeethoek	noun|figurative	toestand waarin geleidelijk steeds minder aandacht ontvangen
vergeethoeken	=	vergeethoek
vergeethoekje	=	vergeethoek
vergeethoekjes	=	vergeethoek
vergeetmeniet	=	vergeet-mij-niet
vergeetmijniet	=	vergeet-mij-niet
vergeetpil	noun|informal	middel dat (traumatische) ervaringen zou doen 'vergeten'
vergeetpillen	=	vergeetpil
vergeetpilletje	=	vergeetpil
vergeetpilletjes	=	vergeetpil
vergeetverzoek	noun	het verzoek aan een internetzoekmachine om websites met informatie over iemand/een bedrijf niet meer te tonen in de zoekresultaten
vergeetverzoeken	=	vergeetverzoek
vergeetverzoekje	=	vergeetverzoek
vergeetverzoekjes	=	vergeetverzoek
vergefelijk	adj	van iets wat je iemand kunt vergeven omdat het niet zo ernstig is
vergefelijke	=	vergefelijk
vergefelijker	=	vergefelijk
vergefelijkere	=	vergefelijk
vergefelijkers	=	vergefelijk
vergefelijks	=	vergefelijk
vergefelijkst	=	vergefelijk
vergefelijkste	=	vergefelijk
vergeld	=	vergelden
vergelde	=	vergelden
vergelden	verb	doen betalen voor iets, wraak nemen, afstraffen, betaald zetten
vergeldend	=	vergelden
vergeldende	=	vergelden
vergelder	noun	iemand die wraak neemt
vergelders	=	vergelder
vergelding	noun	wraak, revanche
vergeldingen	=	vergelding
vergeldingsaanval	noun	aanval uit wraak
vergeldingsaanvallen	=	vergeldingsaanval
vergeldingsaanvalletje	=	vergeldingsaanval
vergeldingsaanvalletjes	=	vergeldingsaanval
vergeldingsactie	noun	actie ter vergelding van een eerder plaatsgevonden gebeuren
vergeldingsacties	=	vergeldingsactie
vergeldingsactietje	=	vergeldingsactie
vergeldingsactietjes	=	vergeldingsactie
vergeldingsmaatregel	noun	maatregel uit wraak
vergeldingsmaatregelen	=	vergeldingsmaatregel
vergeldingsmaatregels	=	vergeldingsmaatregel
vergeldinkje	=	vergelding
vergeldinkjes	=	vergelding
vergeldt	=	vergelden
vergele	=	vergelen
vergeleek	=	vergelijken
vergeleekt	=	vergelijken
vergeleke	=	vergelijken
vergeleken	=	vergelijken
vergelen	verb	geel worden door veroudering of invloed van de omgeving
vergelend	=	vergelen
vergelende	=	vergelen
vergelijk	noun	minnelijke schikking
vergelijkbaar	adj	goed te vergelijken
vergelijkbaarder	=	vergelijkbaar
vergelijkbaardere	=	vergelijkbaar
vergelijkbaarders	=	vergelijkbaar
vergelijkbaars	=	vergelijkbaar
vergelijkbaarst	=	vergelijkbaar
vergelijkbaarste	=	vergelijkbaar
vergelijkbare	=	vergelijkbaar
vergelijke	=	vergelijken
vergelijken	verb	de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen
vergelijkend	=	vergelijken
vergelijkende	=	vergelijken
vergelijkenderwijs	adv	al vergelijkend, door vergelijking
vergelijking	noun	het betrekken van de ene zaak op de andere
vergelijkingen	=	vergelijking
vergelijkingsmateriaal	noun	iets dat dient als maatstaf voor iets dat men wil onderzoeken
vergelijkingsmaterialen	=	vergelijkingsmateriaal
vergelijkingspunt	noun	referentiepunt ten opzichte waarvan men kan meten of ijken
vergelijkingspunten	=	vergelijkingspunt
vergelijkingspuntje	=	vergelijkingspunt
vergelijkingspuntjes	=	vergelijkingspunt
vergelijkingssite	noun	een website waar producten of diensten van verschillende ondernemingen met elkaar worden vergeleken.
vergelijkingssites	=	vergelijkingssite
vergelijkinkje	=	vergelijking
vergelijkinkjes	=	vergelijking
vergelijkt	=	vergelijken
vergeling	noun	het geel worden, m.n. door veroudering
vergelingen	=	vergeling
vergemakkelijk	=	vergemakkelijken
vergemakkelijke	=	vergemakkelijken
vergemakkelijken	verb	iets eenvoudiger of makkelijker maken
vergemakkelijkend	=	vergemakkelijken
vergemakkelijkende	=	vergemakkelijken
vergemakkelijking	noun	het vergemakkelijken, het zich makkelijk maken
vergemakkelijkingen	=	vergemakkelijking
vergemakkelijkt	=	vergemakkelijken
vergemakkelijkte	=	vergemakkelijken
vergemakkelijkten	=	vergemakkelijken
vergen	verb	als noodzakelijke voorwaarde hebben
vergend	=	vergen
vergende	=	vergen
vergenoeg	=	vergenoegen
vergenoegd	adj	tevreden
vergenoegde	=	vergenoegd
vergenoegden	=	vergenoegen
vergenoegder	=	vergenoegd
vergenoegdere	=	vergenoegd
vergenoegders	=	vergenoegd
vergenoegds	=	vergenoegd
vergenoegdst	=	vergenoegd
vergenoegdste	=	vergenoegd
vergenoege	=	vergenoegen
vergenoegen	verb	tevredenstellen
vergenoegend	=	vergenoegen
vergenoegende	=	vergenoegen
vergenoegt	=	vergenoegen
vergesprongen	=	verspringen
vergete	=	vergeten
vergetelheden	=	vergetelheid
vergetelheid	noun	vergeetachtigheid, het vergeten worden
vergetelheidje	=	vergetelheid
vergetelheidjes	=	vergetelheid
vergetelijk	adj	geneigd om dingen te vergeten
vergetelijke	=	vergetelijk
vergetelijker	=	vergetelijk
vergetelijkere	=	vergetelijk
vergetelijkers	=	vergetelijk
vergetelijks	=	vergetelijk
vergetelijkst	=	vergetelijk
vergetelijkste	=	vergetelijk
vergeten	verb	uit het geheugen verloren gaan
vergetend	=	vergeten
vergetende	=	vergeten
vergetens	=	vergeten
vergeve	=	vergeven
vergeven	verb	vergiffenis schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toerekenen
vergevend	=	vergeven
vergevende	=	vergeven
vergevens	=	vergeven
vergevensgezind	adj	klaar om anderen te vergeven
vergevensgezinde	=	vergevensgezind
vergevensgezinder	=	vergevensgezind
vergevensgezindere	=	vergevensgezind
vergevensgezinders	=	vergevensgezind
vergevensgezindheid	noun	de geneigdheid het iemand niet meer kwalijk te nemen van een ernstige daad
vergevensgezinds	=	vergevensgezind
vergevensgezindst	=	vergevensgezind
vergevensgezindste	=	vergevensgezind
vergeving	noun	het iemand niet kwalijk nemen van iets
vergevingen	=	vergeving
vergevingsgezind	adj	geneigd om te vergiffenis te geven
vergevingsgezinde	=	vergevingsgezind
vergevingsgezinder	=	vergevingsgezind
vergevingsgezindere	=	vergevingsgezind
vergevingsgezinders	=	vergevingsgezind
vergevingsgezindheid	noun	de neiging om vergiffenis te schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toe te rekenen
vergevingsgezinds	=	vergevingsgezind
vergevingsgezindst	=	vergevingsgezind
vergevingsgezindste	=	vergevingsgezind
vergevinkje	=	vergeving
vergevinkjes	=	vergeving
vergevorderd	adj	dat iets bijna klaar of afgelopen is
vergevorderde	=	vergevorderd
vergevorderder	=	vergevorderd
vergevorderdere	=	vergevorderd
vergevorderders	=	vergevorderd
vergevorderds	=	vergevorderd
vergevorderdst	=	vergevorderd
vergevorderdste	=	vergevorderd
vergewis	=	vergewissen
vergewisse	=	vergewissen
vergewissen	verb	zich ~ van: zekerheid over iets pogen te verkrijgen
vergewissend	=	vergewissen
vergewissende	=	vergewissen
vergewist	=	vergewissen
vergewiste	=	vergewissen
vergewisten	=	vergewissen
vergezel	=	vergezellen
vergezeld	=	vergezellen
vergezelde	=	vergezellen
vergezelden	=	vergezellen
vergezelle	=	vergezellen
vergezellen	verb	met iemand meegaan
vergezellend	=	vergezellen
vergezellende	=	vergezellen
vergezelt	=	vergezellen
vergezicht	noun	een ver uitzicht, een panorama.
vergezichten	=	vergezicht
vergezichtje	=	vergezicht
vergezichtjes	=	vergezicht
vergezocht	adj	dat iets onwaarschijnlijk of geforceerd is en daardoor eigenlijk onwaar
vergezochte	=	vergezocht
vergezochter	=	vergezocht
vergezochtere	=	vergezocht
vergezochters	=	vergezocht
vergezochts	=	vergezocht
vergezochtst	=	vergezocht
vergezochtste	=	vergezocht
vergiet	noun	ronde uitdruipbak met gaatjes in de bodem
vergiete	=	vergieten
vergieten	verb	een vloeistof verloren doen gaan door deze weg te laten lopen.
vergietend	=	vergieten
vergietende	=	vergieten
vergietje	=	vergiet
vergietjes	=	vergiet
vergif	noun	iets dat levende wezens schaadt
vergiffen	=	vergif
vergiffenis	noun	het iemand niet kwalijk nemen van iets
vergiffenissen	=	vergiffenis
vergifje	=	vergif
vergift	noun	een stof die in kleine hoeveelheden toegediend een zeer schadelijke of zelfs dodelijke werking heeft
vergiften	=	vergift
vergiftig	adj	gif bevattend
vergiftigd	=	vergiftigen
vergiftigde	=	vergiftigen
vergiftigden	=	vergiftigen
vergiftige	=	vergiftigen
vergiftigen	verb	blootstellen aan een voor het lichaam schadelijke vreemde stof
vergiftigend	=	vergiftigen
vergiftigende	=	vergiftigen
vergiftiger	noun	iemand die spijs of drank toebereidt met gif, een gifmenger
vergiftigere	=	vergiftig
vergiftigers	=	vergiftig
vergiftiging	noun	de toestand die ontstaat na het in- of opnemen van een voldoende hoeveelheid van een vergif om symptomen te veroorzaken
vergiftigingen	=	vergiftiging
vergiftigingetje	=	vergiftiging
vergiftigingetjes	=	vergiftiging
vergiftigingsverschijnsel	noun	verschijnsel dat optreedt bij vergiftiging
vergiftigingsverschijnselen	=	vergiftigingsverschijnsel
vergiftigingsverschijnsels	=	vergiftigingsverschijnsel
vergiftiginkje	=	vergiftiging
vergiftigs	=	vergiftig
vergiftigst	=	vergiftig
vergiftigste	=	vergiftig
vergiftigt	=	vergiftigen
vergiftje	=	vergift
verging	=	vergaan
verginge	=	vergaan
vergingen	=	vergaan
vergingt	=	vergaan
verginkje	=	vergaan
verginkjes	=	vergaan
vergis	=	vergissen
vergisaanslag	noun	op zichzelf staande aanval die per abuis een ander dan het eigenlijke doelwit treft
vergisaanslagen	=	vergisaanslag
vergiskraak	noun	bij vergissing een pand illegaal proberen te betrekken, terwijl dat al een legale bewoner of gebruiker heeft
vergiskraken	=	vergiskraak
vergisliquidatie	noun	moord op een ander dan de beoogde persoon die deel uitmaakt van het criminele circuit
vergisliquidaties	=	vergisliquidatie
vergislockdown	noun	een, volgens sommigen, onnodige lockdown die dus per vergissing is ingesteld
vergislockdowns	=	vergislockdown
vergismoord	noun	moord op iemand anders dan het beoogde slachtoffer (ten gevolge van persoonsverwisseling)
vergismoorden	=	vergismoord
vergismoordje	=	vergismoord
vergismoordjes	=	vergismoord
vergisontvoering	noun	ontvoering waarbij men de verkeerde persoon gevangen heeft genomen
vergisontvoeringen	=	vergisontvoering
vergisse	=	vergissen
vergissen	verb	zich ~: tot een foutieve conclusie komen, meestal te goeder trouw
vergissend	=	vergissen
vergissende	=	vergissen
vergissing	noun	iets doen dat niet juist is, of een verkeerde conclusie trekken
vergissingen	=	vergissing
vergissinkje	=	vergissing
vergissinkjes	=	vergissing
vergist	=	vergissen
vergistbaar	adj	van een stof (meestal suikers of koolhydraten) dat het door micro-organismen zoals gist of bacteriën kan worden omgezet in andere stoffen, zoals alcohol, koolzuurgas (CO2) of zuren.
vergistbaarder	=	vergistbaar
vergistbaardere	=	vergistbaar
vergistbaarders	=	vergistbaar
vergistbaars	=	vergistbaar
vergistbaarst	=	vergistbaar
vergistbaarste	=	vergistbaar
vergistbare	=	vergistbaar
vergiste	=	vergissen
vergisten	verb	een suiker of koolhydraat omzetten door blootstelling aan de werking van een gist
vergistend	=	vergisten
vergistende	=	vergisten
vergisting	noun	het vergisten
vergistingen	=	vergisting
vergistte	=	vergisten
vergistten	=	vergisten
verglaas	=	verglazen
verglaasd	=	verglazen
verglaasde	=	verglazen
verglaasden	=	verglazen
verglaast	=	verglazen
verglaze	=	verglazen
verglazen	verb	glasachtig maken, in glas omzetten
verglazend	=	verglazen
verglazende	=	verglazen
verglede	=	verglijden
vergleden	=	verglijden
vergleed	=	verglijden
vergleedt	=	verglijden
verglij	=	verglijden
verglijd	=	verglijden
verglijde	=	verglijden
verglijden	verb	geleidelijk, geruisloos verdwijnen
verglijdend	=	verglijden
verglijdende	=	verglijden
verglijding	noun	hellingafwaartse beweging van bodemmateriaal of gesteente onder invloed van de zwaartekracht (een grondverschuiving).
verglijdingen	=	verglijding
verglijdinkje	=	verglijding
verglijdinkjes	=	verglijding
verglijdt	=	verglijden
vergoddelijk	=	vergoddelijken
vergoddelijke	=	vergoddelijken
vergoddelijken	verb	tot de status van een godheid verheffen
vergoddelijkend	=	vergoddelijken
vergoddelijkende	=	vergoddelijken
vergoddelijking	noun	het tot god verheffen of aanbidden van iemand of iets.
vergoddelijkingen	=	vergoddelijking
vergoddelijkingetje	=	vergoddelijking
vergoddelijkingetjes	=	vergoddelijking
vergoddelijkt	=	vergoddelijken
vergoddelijkte	=	vergoddelijken
vergoddelijkten	=	vergoddelijken
vergode	=	vergoden
vergoden	verb	tot iets goddelijks maken
vergodend	=	vergoden
vergodende	=	vergoden
vergoed	=	vergoeden
vergoedde	=	vergoeden
vergoedden	=	vergoeden
vergoede	=	vergoeden
vergoeden	verb	iemand iets ~: aan iemand compensatie verlenen voor gemaakte kosten of geleden schade
vergoedend	=	vergoeden
vergoedende	=	vergoeden
vergoeding	noun	compensatie voor gemaakte kosten of geleden schade
vergoedingen	=	vergoeding
vergoedingsrekking	noun	fonologisch proces waarbij een korte klinker verlengd wordt als gevolg van het verdwijnen van een direct eropvolgende medeklinker (meestal in de coda van dezelfde lettergreep)
vergoedingsrekkingen	=	vergoedingsrekking
vergoedingsrekkinkje	=	vergoedingsrekking
vergoedingsrekkinkjes	=	vergoedingsrekking
vergoedinkje	=	vergoeding
vergoedinkjes	=	vergoeding
vergoedt	=	vergoeden
vergoelijk	=	vergoelijken
vergoelijke	=	vergoelijken
vergoelijken	verb	zaken die verkeerd zijn zo beschrijven dat ze goed lijken; rechtpraten wat krom is
vergoelijkend	adj	geneigd om dingen goed te praten
vergoelijkende	=	vergoelijken
vergoelijkender	=	vergoelijkend
vergoelijkendere	=	vergoelijkend
vergoelijkenders	=	vergoelijkend
vergoelijkends	=	vergoelijkend
vergoelijkendst	=	vergoelijkend
vergoelijkendste	=	vergoelijkend
vergoelijking	noun	het zaken die verkeerd zijn zo beschrijven dat ze goed lijken; het recht praten wat krom is
vergoelijkingen	=	vergoelijking
vergoelijkingetje	=	vergoelijking
vergoelijkingetjes	=	vergoelijking
vergoelijkt	=	vergoelijken
vergoelijkte	=	vergoelijken
vergoelijkten	=	vergoelijken
vergok	=	vergokken
vergokke	=	vergokken
vergokken	verb	bij het gokken verliezen
vergokkend	=	vergokken
vergokkende	=	vergokken
vergokt	=	vergokken
vergokte	=	vergokken
vergokten	=	vergokken
vergold	=	vergelden
vergolde	=	vergelden
vergolden	=	vergelden
vergoldt	=	vergelden
vergood	=	vergoden
vergoodde	=	vergoden
vergoodden	=	vergoden
vergoodt	=	vergoden
vergooi	=	vergooien
vergooid	=	vergooien
vergooide	=	vergooien
vergooiden	=	vergooien
vergooie	=	vergooien
vergooien	verb	door achteloosheid iets verknoeien zodat iets wat van waarde was nu waardeloos is
vergooiend	=	vergooien
vergooiende	=	vergooien
vergooit	=	vergooien
vergoot	=	vergieten
vergote	=	vergieten
vergoten	=	vergieten
vergraaf	=	vergraven
vergraaft	=	vergraven
vergram	=	vergrammen
vergramd	adj	boos
vergramde	=	vergramd
vergramden	=	vergrammen
vergramder	=	vergramd
vergramdere	=	vergramd
vergramders	=	vergramd
vergramds	=	vergramd
vergramdst	=	vergramd
vergramdste	=	vergramd
vergramme	=	vergrammen
vergrammen	verb	gramstorig worden of maken
vergrammend	=	vergrammen
vergrammende	=	vergrammen
vergramt	=	vergrammen
vergrauw	=	vergrauwen
vergrauwd	=	vergrauwen
vergrauwde	=	vergrauwen
vergrauwden	=	vergrauwen
vergrauwe	=	vergrauwen
vergrauwen	verb	minder kleurrijk worden; minder helder worden; grijzer en kleurlozer worden ook in figuurlijke zin
vergrauwend	=	vergrauwen
vergrauwende	=	vergrauwen
vergrauwt	=	vergrauwen
vergrave	=	vergraven
vergraven	verb	verkeerd graven
vergravend	=	vergraven
vergravende	=	vergraven
vergreep	=	vergrijpen
vergreept	=	vergrijpen
vergrendel	=	vergrendelen
vergrendeld	=	vergrendelen
vergrendelde	=	vergrendelen
vergrendelden	=	vergrendelen
vergrendele	=	vergrendelen
vergrendelen	verb	een vergrendeling aanbrengen
vergrendelend	=	vergrendelen
vergrendelende	=	vergrendelen
vergrendeling	noun	iets op slot zetten
vergrendelingen	=	vergrendeling
vergrendelingetje	=	vergrendeling
vergrendelingetjes	=	vergrendeling
vergrendelt	=	vergrendelen
vergrepe	=	vergrijpen
vergrepen	=	vergrijpen
vergrijp	noun	schending van een norm of regel
vergrijpe	=	vergrijpen
vergrijpen	verb	zich ~ aan: iemands iets onoorbaars of onzedigs aandoen
vergrijpend	=	vergrijpen
vergrijpende	=	vergrijpen
vergrijpje	=	vergrijp
vergrijpjes	=	vergrijp
vergrijpt	=	vergrijpen
vergrijs	=	vergrijzen
vergrijsd	=	vergrijzen
vergrijsde	=	vergrijzen
vergrijsden	=	vergrijzen
vergrijst	=	vergrijzen
vergrijze	=	vergrijzen
vergrijzen	verb	grijs worden, een grijze kleur aannemen
vergrijzend	=	vergrijzen
vergrijzende	=	vergrijzen
vergrijzing	noun	stijging van het aandeel van ouderen in de bevolking, waardoor de gemiddelde leeftijd stijgt
vergrijzingen	=	vergrijzing
vergrijzingskost	noun|obsolete	geld dat men moet uitgeven in verband de toename van het aantal bejaarden
vergrijzingskosten	noun	geld dat men moet uitgeven in verband de toename van het aantal bejaarden
vergrijzingsprobleem	noun	de moeilijkheid dat er onvoldoende jongeren zijn die kunnen werken
vergrijzingsproblemen	=	vergrijzingsprobleem
vergrijzinkje	=	vergrijzing
vergroef	=	vergraven
vergroeft	=	vergraven
vergroei	=	vergroeien
vergroeid	=	vergroeien
vergroeide	=	vergroeien
vergroeiden	=	vergroeien
vergroeie	=	vergroeien
vergroeien	verb	veranderen (vaak ten nadele) in een groeiproces
vergroeiend	=	vergroeien
vergroeiende	=	vergroeien
vergroeiing	noun	aan elkaar groeien van zaken die eigenlijk gescheiden hadden moeten blijven
vergroeiingen	=	vergroeiing
vergroeiinkje	=	vergroeiing
vergroeiinkjes	=	vergroeiing
vergroeit	=	vergroeien
vergroen	=	vergroenen
vergroend	=	vergroenen
vergroende	=	vergroenen
vergroenden	=	vergroenen
vergroene	=	vergroenen
vergroenen	verb	groener maken
vergroenend	=	vergroenen
vergroenende	=	vergroenen
vergroening	noun	het minder schadelijk maken van processen met betrekking tot de leefomgeving; het stimuleren van zaken die de leefomgeving verbeteren
vergroeningen	=	vergroening
vergroeninkje	=	vergroening
vergroent	=	vergroenen
vergroeve	=	vergraven
vergroeven	=	vergraven
vergroof	=	vergroven
vergroofd	=	vergroven
vergroofde	=	vergroven
vergroofden	=	vergroven
vergrooft	=	vergroven
vergroot	=	vergroten
vergrootglaasje	=	vergrootglas
vergrootglaasjes	=	vergrootglas
vergrootglas	noun	bolle lens waardoor de voorwerpen die men bekijkt groter lijken
vergrootglasje	=	vergrootglas
vergrootglazen	=	vergrootglas
vergrootte	=	vergroten
vergrootten	=	vergroten
vergrootwoord	noun	een woord afgeleid van een ander woord dat er een grotere versie van beduidt
vergrootwoorden	=	vergrootwoord
vergrote	=	verantwoorden
vergroten	verb	groter doen worden
vergrotend	adj	omvangrijker wordend
vergrotende	=	vergrotend
vergrotends	=	vergrotend
vergroter	noun	apparaat dat iets vergroot
vergroters	=	vergroter
vergrotertje	=	vergroter
vergrotertjes	=	vergroter
vergroting	noun	een toename in grootte ofwel omvang
vergrotingen	=	vergroting
vergrotinkje	=	vergroting
vergrotinkjes	=	vergroting
vergrove	=	vergroven
vergroven	verb	grover, lomper, minder fijn of zuiver worden
vergrovend	=	vergroven
vergruis	=	vergruizen
vergruisd	=	vergruizen
vergruisde	=	vergruizen
vergruisden	=	vergruizen
vergruist	=	vergruizen
vergruize	=	vergruizen
vergruizen	verb	tot gruis maken, in kleine fragmenten opbreken
vergruizend	=	vergruizen
vergruizende	=	vergruizen
vergruizing	noun	het vergruizen
vergruizingen	=	vergruizing
vergruizinkje	=	vergruizing
vergruizinkjes	=	vergruizing
vergt	=	vergen
verguis	=	verguizen
verguisd	=	verguizen
verguisde	=	verguizen
verguisden	=	verguizen
verguist	=	verguizen
verguize	=	verguizen
verguizen	verb	te schande maken, belachelijk maken, bekritiseren
verguizend	=	verguizen
verguizende	=	verguizen
verguizing	noun	genadeloze kritiek
verguizingen	=	verguizing
verguld	adj	bedekt met een dun laagje goud
verguldde	=	vergulden
verguldden	=	vergulden
vergulde	adj	met een dun laagje goud bedekt
vergulden	verb	een voorwerp bedekken met een dun laagje goud
verguldend	=	vergulden
verguldende	=	vergulden
vergulds	=	verguld
verguldsel	noun	dun laagje (blad)goud
verguldsels	=	verguldsel
verguldt	=	vergulden
vergun	=	vergunnen
vergund	=	vergunnen
vergunde	=	vergunnen
vergunden	=	vergunnen
vergunne	=	vergunnen
vergunnen	verb	toestaan, toestemming verlenen.
vergunnend	=	vergunnen
vergunnende	=	vergunnen
vergunning	noun	een officiële (noodzakelijke) toestemming om een bepaalde activiteit uit te voeren
vergunningaanvraag	noun	verzoek om officiële toestemming te krijgen voor een bepaalde activiteit
vergunningaanvraagje	=	vergunningaanvraag
vergunningaanvraagjes	=	vergunningaanvraag
vergunningaanvragen	=	vergunningaanvraag
vergunningen	=	vergunning
vergunninghouder	noun	een rechtspersoon die iets mag dat in de vergunning omschreven is
vergunninghouders	=	vergunninghouder
vergunningplicht	noun	de plicht om ergens een vergunning voor aan te vragen
vergunningplichten	=	vergunningplicht
vergunningplichtje	=	vergunningplicht
vergunningplichtjes	=	vergunningplicht
vergunningsaanvraag	noun	verzoek om officiële toestemming te krijgen voor een bepaalde activiteit
vergunningsaanvraagje	=	vergunningsaanvraag
vergunningsaanvraagjes	=	vergunningsaanvraag
vergunningsaanvragen	=	vergunningsaanvraag
vergunningsplicht	noun	het verplicht zijn om officiële toestemming te vragen voor het uitvoeren van een bepaalde activiteit
vergunningsplichten	=	vergunningsplicht
vergunningsproblematiek	noun	het geheel van problemen en bijzonderheden rond het verlenen van vergunningen
vergunningsproblematieken	=	vergunningsproblematiek
vergunningsprocedure	noun	de officieel vastgelegde gang van zaken bij het aanvragen van een vergunning
vergunningsprocedures	=	vergunningsprocedure
vergunningsvoorwaarde	noun	de vereisten waaraan iets of iemand moet voldoen voordat hij of zij een officiële toestemming voor iets krijgt
vergunningsvoorwaarden	=	vergunningsvoorwaarde
vergunningverlenend	adj	van een bestuursorgaan dat het bevoegd is, de vergunning te verlenen
vergunningverlenende	=	vergunningverlenend
vergunningverlenender	=	vergunningverlenend
vergunningverlenendere	=	vergunningverlenend
vergunningverlenenders	=	vergunningverlenend
vergunningverlenends	=	vergunningverlenend
vergunningverlenendst	=	vergunningverlenend
vergunningverlenendste	=	vergunningverlenend
vergunningverlening	noun	het geven van een officiële toestemming voor iets waarvoor men een vergunning nodig heeft
vergunningverleningen	=	vergunningverlening
vergunningverleninkje	=	vergunningverlening
vergunningverleninkjes	=	vergunningverlening
vergunninkje	=	vergunning
vergunninkjes	=	vergunning
vergunt	=	vergunnen
verhaal	noun	verslag (mondeling of schriftelijk) van een waargebeurde of verzonnen gebeurtenis
verhaalbaar	adj	iemand anders verantwoordelijk kunnen stellen voor een geleden schade
verhaalbaarder	=	verhaalbaar
verhaalbaardere	=	verhaalbaar
verhaalbaarders	=	verhaalbaar
verhaalbaars	=	verhaalbaar
verhaalbaarst	=	verhaalbaar
verhaalbaarste	=	verhaalbaar
verhaalbare	=	verhaalbaar
verhaald	=	verhalen
verhaalde	=	verhalen
verhaalden	=	verhalen
verhaallijn	noun	de belevenissen van de hoofdpersoon in een boek, verhaal of film in chronologische volgorde
verhaallijnen	=	verhaallijn
verhaallijntje	=	verhaallijn
verhaallijntjes	=	verhaallijn
verhaalsactie	noun	handeling om schade te vorderen van de partij die hiervoor aansprakelijk is.
verhaalsacties	=	verhaalsactie
verhaalsactietje	=	verhaalsactie
verhaalsactietjes	=	verhaalsactie
verhaalt	=	verhalen
verhaaltechniek	noun	techniek van het vertellen
verhaaltechnieken	=	verhaaltechniek
verhaaltechniekje	=	verhaaltechniek
verhaaltechniekjes	=	verhaaltechniek
verhaaltechnisch	adj	betrekking hebbend de manieren waarop een verhaal wordt opgebouwd en verteld
verhaaltechnische	=	verhaaltechnisch
verhaaltechnischer	=	verhaaltechnisch
verhaaltechnischere	=	verhaaltechnisch
verhaaltechnischers	=	verhaaltechnisch
verhaaltheorie	noun	een techniek die wordt toegepast om de structuur van verhalen te ontleden en deze aldus beter te begrijpen
verhaaltheorietje	=	verhaaltheorie
verhaaltheorietjes	=	verhaaltheorie
verhaaltheorieën	=	verhaaltheorie
verhaaltje	=	verhaal
verhaaltjes	=	verhaal
verhaalwending	noun	een abrupte en onverwachte verandering in de richting van een verhaal.
verhaalwendingen	=	verhaalwending
verhaalwendinkje	=	verhaalwending
verhaalwendinkjes	=	verhaalwending
verhaar	=	verharen
verhaard	=	verharen
verhaarde	=	verharen
verhaarden	=	verharen
verhaart	=	verharen
verhaast	=	verhaasten
verhaaste	=	verhaasten
verhaasten	verb	eerder, sneller doen geschieden
verhaastend	=	verhaasten
verhaastende	=	verhaasten
verhaastte	=	verhaasten
verhaastten	=	verhaasten
verhabbezak	=	verhabbezakken
verhabbezakke	=	verhabbezakken
verhabbezakken	verb	iets ~: iets laten verslonzen of in de war brengen
verhabbezakkend	=	verhabbezakken
verhabbezakkende	=	verhabbezakken
verhabbezakt	=	verhabbezakken
verhabbezakte	=	verhabbezakken
verhabbezakten	=	verhabbezakken
verhak	=	verhakken
verhakke	=	verhakken
verhakkel	=	verhakkelen
verhakkeld	=	verhakkelen
verhakkelden	=	verhakkelen
verhakkele	=	verhakkelen
verhakkelen	verb	letterlijk: iets kapot maken door het in kleine stukjes te hakken en die stukjes door elkaar te gooien
verhakkelend	=	verhakkelen
verhakkelende	=	verhakkelen
verhakkelt	=	verhakkelen
verhakken	verb	in stukken hakken
verhakkend	=	verhakken
verhakkende	=	verhakken
verhaksel	=	verhakselen
verhakseld	=	verhakselen
verhakselde	=	verhakselen
verhakselden	=	verhakselen
verhaksele	=	verhakselen
verhakselen	verb	in kleine stukjes hakken
verhakselend	=	verhakselen
verhakselende	=	verhakselen
verhakselt	=	verhakselen
verhakstuk	=	verhakstukken
verhakstukke	=	verhakstukken
verhakstukken	verb	herstellen, in orde brengen
verhakstukkend	=	verhakstukken
verhakstukkende	=	verhakstukken
verhakstukt	=	verhakstukken
verhakstukte	=	verhakstukken
verhakstukten	=	verhakstukken
verhakt	=	verhakken
verhakte	=	verhakken
verhakten	=	verhakken
verhale	=	verhalen
verhalen	verb	~ over: een verhaal vertellen
verhalenboek	noun	een boek dat een of meerdere verhalen bevat, zowel fictieve als werkelijke gebeurtenissen
verhalenboeken	=	verhalenboek
verhalenboekje	=	verhalenboek
verhalenboekjes	=	verhalenboek
verhalenbundel	noun	boek met meerdere (korte) verhalen
verhalenbundels	=	verhalenbundel
verhalenbundeltje	=	verhalenbundel
verhalenbundeltjes	=	verhalenbundel
verhalencycli	=	verhalencyclus
verhalencyclus	noun	reeks of serie bij elkaar horende verhalen
verhalencyclussen	=	verhalencyclus
verhalend	adj	een geschiedenis vertellend
verhalende	=	verhalen
verhalender	=	verhalend
verhalendere	=	verhalend
verhalenders	=	verhalend
verhalends	=	verhalend
verhalendst	=	verhalend
verhalendste	=	verhalend
verhalenverteller	noun	iemand die iets goed kan vertellen in een verhaal vorm; iemand die verhalen verzint en opschrijft
verhalenvertellers	=	verhalenverteller
verhalenvertellertje	=	verhalenverteller
verhalenvertelster	=	verhalenverteller
verhalenwedstrijd	noun	wedstrijd in het schrijven van verhalen
verhalenwedstrijden	=	verhalenwedstrijd
verhalenwedstrijdje	=	verhalenwedstrijd
verhalenwedstrijdjes	=	verhalenwedstrijd
verhaler	noun	iemand die een verhaal maakt en vertelt of opschrijft
verhalers	=	verhaler
verhalertje	=	verhaler
verhalertjes	=	verhaler
verhandel	=	verhandelen
verhandelbaar	adj	dat je een zaak kunt kopen en verkopen
verhandelbaarder	=	verhandelbaar
verhandelbaardere	=	verhandelbaar
verhandelbaarders	=	verhandelbaar
verhandelbaars	=	verhandelbaar
verhandelbaarst	=	verhandelbaar
verhandelbaarste	=	verhandelbaar
verhandelbare	=	verhandelbaar
verhandeld	=	verhandelen
verhandelde	=	verhandelen
verhandelden	=	verhandelen
verhandele	=	verhandelen
verhandelen	verb	door handel bedrijven iets van eigenaar laten veranderen
verhandelend	=	verhandelen
verhandelende	=	verhandelen
verhandeling	noun	het verhandelen
verhandelingen	=	verhandeling
verhandelingetje	=	verhandeling
verhandelingetjes	=	verhandeling
verhandelinkje	=	verhandeling
verhandelt	=	verhandelen
verhang	noun	gradiënt van de waterspiegel, waterstandsverschil (verval) per afstandseenheid
verhange	=	verhangen
verhangen	verb	zelfmoord plegen door zichzelf te hangen
verhangend	=	verhangen
verhangende	=	verhangen
verhangens	=	verhangen
verhangetje	=	verhang
verhanging	noun	de handeling of het proces waarbij iemand zichzelf ophangt, meestal met de dood tot gevolg.
verhangingen	=	verhanging
verhanginkje	=	verhanging
verhanginkjes	=	verhanging
verhangt	=	verhangen
verhapstuk	=	verhapstukken
verhapstukke	=	verhapstukken
verhapstukken	verb	in orde brengen, verwerken
verhapstukkend	=	verhapstukken
verhapstukkende	=	verhapstukken
verhapstukt	=	verhapstukken
verhapstukte	=	verhapstukken
verhapstukten	=	verhapstukken
verhard	adj	bedekt met een hardere laag
verhardde	=	verharden
verhardden	=	verharden
verharde	=	verhard
verharden	verb	harder worden
verhardend	=	verharden
verhardende	=	verharden
verharder	noun	stof die aan een andere stof toegevoegd is of wordt, om het verharden van die laatste te bevorderen
verhardere	=	verhard
verharders	=	verhard
verhardertje	=	verharder
verhardertjes	=	verharder
verharding	noun	het (proces van) harder worden
verhardingen	=	verharding
verhardinkje	=	verharding
verhardinkjes	=	verharding
verhards	=	verhard
verhardst	=	verhard
verhardste	=	verhard
verhardt	=	verharden
verhare	=	verharen
verharen	verb	haren kwijtraken (en die eventueel door nieuwe worden vervangen)
verharend	=	verharen
verharende	=	verharen
verharing	noun	toegenomen verlies en vervanging van haren bij een dier als het zijn vacht aanpast aan de omstandigheden
verharingen	=	verharing
verhaspel	=	verhaspelen
verhaspeld	=	verhaspelen
verhaspelde	=	verhaspelen
verhaspelden	=	verhaspelen
verhaspele	=	verhaspelen
verhaspelen	verb	vervormd uitspreken
verhaspelend	=	verhaspelen
verhaspelende	=	verhaspelen
verhaspeling	noun	het onjuiste gebruik van een woord of uitdrukking
verhaspelingen	=	verhaspeling
verhaspelingetje	=	verhaspeling
verhaspelt	=	verhaspelen
verheden	=	verheid
verheel	=	verhelen
verheeld	=	verhelen
verheelde	=	verhelen
verheelden	=	verhelen
verheelt	=	verhelen
verheerlijk	=	verheerlijken
verheerlijke	=	verheerlijken
verheerlijken	verb	loven, prijzen, vereren
verheerlijkend	=	verheerlijken
verheerlijkende	=	verheerlijken
verheerlijking	noun	het verheerlijken
verheerlijkingen	=	verheerlijking
verheerlijkingetje	=	verheerlijking
verheerlijkingetjes	=	verheerlijking
verheerlijkt	=	verheerlijken
verheerlijkte	=	verheerlijken
verheerlijkten	=	verheerlijken
verhef	=	verheffen
verheffe	=	verheffen
verheffen	verb	naar een fysiek of geestelijk hoger niveau brengen
verheffend	adj	waar je van kunt genieten; waar je vrolijk van wordt
verheffende	=	verheffen
verheffender	=	verheffend
verheffendere	=	verheffend
verheffenders	=	verheffend
verheffends	=	verheffend
verheffendst	=	verheffend
verheffendste	=	verheffend
verheffing	noun	het verheffen
verheffingen	=	verheffing
verheffinkje	=	verheffing
verheffinkjes	=	verheffing
verheft	=	verheffen
verhei	=	verheien
verheid	noun	de afstand, de lengte
verheide	=	verheien
verheiden	=	verheien
verheie	=	verheien
verheien	verb	dor en droog worden van landbouwgronden en de daarop groeiende gewassen
verheiend	=	verheien
verheiende	=	verheien
verheimelijk	=	verheimelijken
verheimelijke	=	verheimelijken
verheimelijken	verb	geheimhouden, verzwijgen
verheimelijkend	=	verheimelijken
verheimelijkende	=	verheimelijken
verheimelijking	noun	het moedwillig verborgen of geheimhouden van informatie.
verheimelijkingen	=	verheimelijking
verheimelijkingetje	=	verheimelijking
verheimelijkingetjes	=	verheimelijking
verheimelijkt	=	verheimelijken
verheimelijkte	=	verheimelijken
verheimelijkten	=	verheimelijken
verheit	=	verheien
verhelder	=	verhelderen
verhelderd	adj	iets wat duidelijk gemaakt is, iets dat uitgelegd is
verhelderde	=	verhelderd
verhelderden	=	verhelderen
verheldere	=	verhelderen
verhelderen	verb	helderder, duidelijker maken
verhelderend	adj	duidelijk zichtbaar makend wat eerst verborgen was
verhelderende	=	verhelderend
verhelderender	=	verhelderend
verhelderendere	=	verhelderend
verhelderenders	=	verhelderend
verhelderends	=	verhelderend
verhelderendst	=	verhelderend
verhelderendste	=	verhelderend
verheldering	noun	het duidelijker maken van iets; het ophelderen van iets
verhelderingen	=	verheldering
verhelderingetje	=	verheldering
verhelderingetjes	=	verheldering
verheldert	=	verhelderen
verhele	=	verhelen
verhelen	verb	aan het zicht onttrekken
verhelend	=	verhelen
verhelende	=	verhelen
verheler	noun	iemand die gestolen goederen verkoopt
verhelers	=	verheler
verhelp	=	verhelpen
verhelpe	=	verhelpen
verhelpen	verb	een probleem uit de weg ruimen
verhelpend	=	verhelpen
verhelpende	=	verhelpen
verhelping	noun	het verhelpen
verhelpingen	=	verhelping
verhelpt	=	verhelpen
verhemelte	noun	bovenste begrenzing van de mondholte, aan de voorkant bestaande uit een hard en benig, aan de achterkant uit een vlezig en beweeglijk gedeelte
verhemelten	=	verhemelte
verhemeltes	=	verhemelte
verheug	=	verheugen
verheugd	adj	blij [1]
verheugde	=	verheugen
verheugden	=	verheugen
verheugder	=	verheugd
verheugdere	=	verheugd
verheugders	=	verheugd
verheugds	=	verheugd
verheugdst	=	verheugd
verheugdste	=	verheugd
verheuge	=	verheugen
verheugelijk	adj	tot blijdschap stemmend
verheugelijke	=	verheugelijk
verheugelijker	=	verheugelijk
verheugelijkere	=	verheugelijk
verheugelijkers	=	verheugelijk
verheugelijks	=	verheugelijk
verheugelijkst	=	verheugelijk
verheugelijkste	=	verheugelijk
verheugen	verb	zich ~: blijdschap ervaren
verheugend	adj	blij makend
verheugende	=	verheugen
verheugender	=	verheugend
verheugendere	=	verheugend
verheugenders	=	verheugend
verheugends	=	verheugend
verheugendst	=	verheugend
verheugendste	=	verheugend
verheugenis	noun|formal	blijdschap, vreugde
verheugenissen	=	verheugenis
verheugens	noun	genitief van zich verheugen
verheuging	noun	een gevoel van diep geluk, vaak naar aanleiding van een positieve gebeurtenis of het vooruitzicht daarop
verheugingen	=	verheuging
verheuginkje	=	verheuging
verheuginkjes	=	verheuging
verheuglijk	adj	een prettig of blij gevoel oproepend
verheuglijke	=	verheuglijk
verheuglijker	=	verheuglijk
verheuglijkere	=	verheuglijk
verheuglijkers	=	verheuglijk
verheuglijks	=	verheuglijk
verheuglijkst	=	verheuglijk
verheuglijkste	=	verheuglijk
verheugt	=	verheugen
verheven	adj	beter dan het alledaagse
verhevene	noun	iets dat boven de grauwe middelmaat is opgetild
verhevenen	=	verhevene
verhevener	=	verheven
verhevenere	=	verheven
verheveners	=	verheven
verhevenheden	=	verhevenheid
verhevenheid	noun	plaats die uitsteekt boven de omgeving
verhevenheidje	=	verhevenheid
verhevenheidjes	=	verhevenheid
verhevens	=	verheven
verhevenst	=	verheven
verhevenste	=	verheven
verhevig	=	verhevigen
verhevigd	=	verhevigen
verhevigde	=	verhevigen
verhevigden	=	verhevigen
verhevige	=	verhevigen
verhevigen	verb	heviger maken
verhevigend	=	verhevigen
verhevigende	=	verhevigen
verheviging	noun	het erger worden van iets; het sterker worden van iets
verhevigingen	=	verheviging
verhevigingetje	=	verheviging
verhevigingetjes	=	verheviging
verhevigt	=	verhevigen
verhief	=	verheffen
verhieft	=	verheffen
verhield	=	verhouden
verhielde	=	verhouden
verhielden	=	verhouden
verhieldt	=	verhouden
verhielp	=	verhelpen
verhielpe	=	verhelpen
verhielpen	=	verhelpen
verhielpt	=	verhelpen
verhieve	=	verheffen
verhieven	=	verheffen
verhinder	=	verhinderen
verhinderd	=	verhinderen
verhinderde	=	verhinderen
verhinderden	=	verhinderen
verhindere	=	verhinderen
verhinderen	verb	voorkomen, ervoor zorgen dat iets niet gebeurt
verhinderend	=	verhinderen
verhinderende	=	verhinderen
verhindering	noun	het zorgen dat iets niet gebeurd
verhinderingen	=	verhindering
verhindert	=	verhinderen
verhing	=	verhangen
verhinge	=	verhangen
verhingen	=	verhangen
verhingt	=	verhangen
verhip	=	verhippen
verhippe	=	verhippen
verhippen	verb	modern en populair worden
verhippend	=	verhippen
verhippende	=	verhippen
verhipt	=	verhippen
verhipte	=	verhippen
verhipten	=	verhippen
verhipts	=	verhippen
verhit	adj	met een verhoogde temperatuur
verhits	=	verhit
verhitst	=	verhit
verhitste	=	verhit
verhitte	=	verhitten
verhitten	verb	heet maken, verwarmen, warmen
verhittend	=	verhitten
verhittende	=	verhitten
verhitter	noun	toestel of onderdeel dat zorgt voor een hogere temperatuur
verhittere	=	verhit
verhitters	=	verhitter
verhitting	noun	het heet maken van iets; iets tot een hoge temperatuur verwarmen
verhittingen	=	verhitting
verhoed	=	verhoeden
verhoedde	=	verhoeden
verhoedden	=	verhoeden
verhoede	=	verhoeden
verhoeden	verb	door zorg voorkomen, beletten, verhinderen
verhoedend	=	verhoeden
verhoedende	=	verhoeden
verhoedt	=	verhoeden
verhoer	=	verhoeren
verhoerd	=	verhoeren
verhoerde	=	verhoeren
verhoerden	=	verhoeren
verhoere	=	verhoeren
verhoeren	verb	geld aan prostituees verspillen
verhoerend	=	verhoeren
verhoerende	=	verhoeren
verhoert	=	verhoeren
verhoge	=	verhogen
verhogen	verb	hoger doen worden
verhogend	=	verhogen
verhogende	=	verhogen
verhoging	noun	een plaats die hoger aangelegd is dan zijn omgeving
verhogingen	=	verhoging
verhogingsteken	noun	een symbool om een verhoging van toon aan te geven
verhogingstekens	=	verhogingsteken
verhogingstekentje	=	verhogingsteken
verhogingstekentjes	=	verhogingsteken
verhoginkje	=	verhoging
verhoginkjes	=	verhoging
verholen	adj	heimelijk, verborgen, stiekem
verholener	=	verholen
verholeners	=	verholen
verholens	=	verholen
verholenst	=	verholen
verholenste	=	verholen
verhollands	=	verhollandsen
verhollandse	=	verhollandsen
verhollandsen	verb	Hollands worden
verhollandsend	=	verhollandsen
verhollandsende	=	verhollandsen
verhollandst	=	verhollandsen
verhollandste	=	verhollandsen
verhollandsten	=	verhollandsen
verholpen	=	verhelpen
verhonderdvoudig	=	verhonderdvoudigen
verhonderdvoudigd	=	verhonderdvoudigen
verhonderdvoudigde	=	verhonderdvoudigen
verhonderdvoudigden	=	verhonderdvoudigen
verhonderdvoudige	=	verhonderdvoudigen
verhonderdvoudigen	verb	honderdmaal zo groot worden
verhonderdvoudigend	=	verhonderdvoudigen
verhonderdvoudigende	=	verhonderdvoudigen
verhonderdvoudigt	=	verhonderdvoudigen
verhonger	=	verhongeren
verhongerd	=	verhongeren
verhongerde	=	verhongeren
verhongerden	=	verhongeren
verhongere	=	verhongeren
verhongeren	verb	sterven door een gebrek aan voedsel
verhongerend	=	verhongeren
verhongerende	=	verhongeren
verhongering	noun	het te weinig voeding krijgen of geven
verhongeringen	=	verhongering
verhongert	=	verhongeren
verhoog	noun	een verhoogde plaats, een podium
verhoogd	=	verhogen
verhoogden	=	verhogen
verhoogen	=	verhogen
verhooging	=	verhoging
verhoogje	=	verhoog
verhoogjes	=	verhoog
verhoogt	=	verhogen
verhoop	=	verhopen
verhoopt	=	verhopen
verhoopte	=	verhopen
verhoopten	=	verhopen
verhoor	noun	een indringende ondervraging van een gevangene of verdachte
verhoord	=	verhoren
verhoorde	=	verhoren
verhoorden	=	verhoren
verhoorder	noun	iemand die meestal op dwingende wijze vragen stelt aan een persoon in het kader van een onderzoek of verhoor
verhoorders	=	verhoorder
verhoorkamer	noun	ruimte in gevangenis, politiebureau of gerechtsgebouw waar een verdachte ondervraagd kan worden
verhoorkamers	=	verhoorkamer
verhoorkamertje	=	verhoorkamer
verhoorkamertjes	=	verhoorkamer
verhoorn	=	verhoornen
verhoornd	=	verhoornen
verhoornde	=	verhoornen
verhoornden	=	verhoornen
verhoorne	=	verhoornen
verhoornen	verb	overgaan in hoorn
verhoornend	=	verhoornen
verhoornende	=	verhoornen
verhoornt	=	verhoornen
verhoort	=	verhoren
verhoortechniek	noun	methoden waarmee men iemand ondervraagt die eigenlijk bepaalde zaken wil geheimhouden
verhoortechnieken	=	verhoortechniek
verhoortje	=	verhoor
verhoortjes	=	verhoor
verhope	=	verhopen
verhopen	verb	hopen
verhopend	=	verhopen
verhopende	=	verhopen
verhore	=	verhoren
verhoren	verb	iemand onderwerpen aan indringende vragen, met name over diens rol in strafbare handelingen
verhorend	=	verhoren
verhorende	=	verhoren
verhoring	noun	ondervraging door politie of justitie
verhoringen	=	verhoring
verhorrord	=	verhorrorren
verhorrorde	=	verhorrorren
verhorrorren	verb	een enge, griezelige variant maken van een film of roman
verhorrorrend	=	verhorrorren
verhou	=	verhouden
verhoud	=	verhouden
verhoude	=	verhouden
verhouden	verb	zich ~: een betrekking hebben tot iets of iemand
verhoudend	=	verhouden
verhoudende	=	verhouden
verhoudens	=	verhouden
verhouding	noun	een verband in de vorm van een breuk tussen getalsmatige grootheden
verhoudingen	=	verhouding
verhoudingsgetal	noun	een getal dat ontstaat door deling van twee andere getallen
verhoudingsgetallen	=	verhoudingsgetal
verhoudingsgewijs	adj	in verhouding tot iets anders, naar verhouding, een vergelijking waarbij het gaat om het quotiënt van twee getallen
verhoudingsgewijze	=	verhoudingsgewijs
verhoudinkje	=	verhouding
verhoudinkjes	=	verhouding
verhoudt	=	verhouden
verhout	=	verhouten
verhoute	=	verhouten
verhouten	verb	een houtachtige structuur krijgen
verhoutend	=	verhouten
verhoutte	=	verhouten
verhoutten	=	verhouten
verhovaardig	=	verhovaardigen
verhovaardigd	=	verhovaardigen
verhovaardigde	=	verhovaardigen
verhovaardigden	=	verhovaardigen
verhovaardige	=	verhovaardigen
verhovaardigen	verb	zich verhovaardigen: trots zijn
verhovaardigend	=	verhovaardigen
verhovaardigende	=	verhovaardigen
verhovaardigt	=	verhovaardigen
verhufter	=	verhufteren
verhufterd	=	verhufteren
verhufterde	=	verhufteren
verhufterden	=	verhufteren
verhuftere	=	verhufteren
verhufteren	verb	geen goede manieren meer hebben
verhufterend	=	verhufteren
verhufterende	=	verhufteren
verhuftering	noun	het verdwijnen van goede manieren
verhufteringen	=	verhuftering
verhuftert	=	verhufteren
verhuis	=	verhuizen
verhuisbedrijf	noun	een bedrijf dat goederen professioneel kan verplaatsen van locatie A naar locatie B
verhuisbedrijfje	=	verhuisbedrijf
verhuisbedrijfjes	=	verhuisbedrijf
verhuisbedrijven	=	verhuisbedrijf
verhuisbeweging	noun	is de daadwerkelijke verplaatsing van personen of huishoudens van de ene naar de andere woning of locatie.
verhuisbewegingen	=	verhuisbeweging
verhuisbeweginkje	=	verhuisbeweging
verhuisbeweginkjes	=	verhuisbeweging
verhuisd	=	verhuizen
verhuisdag	noun	een vaste dag dat de huur afloopt en veel huurders verhuizen (vaak op 1 mei)
verhuisdagen	=	verhuisdag
verhuisde	=	verhuizen
verhuisden	=	verhuizen
verhuisdoos	noun	doos gebruikt bij het verhuizen
verhuisdoosje	=	verhuisdoos
verhuisdoosjes	=	verhuisdoos
verhuisdozen	=	verhuisdoos
verhuiskost	noun|obsolete	het geld dat je moet uitgeven om te kunnen verhuizen
verhuiskosten	noun	het geld dat je moet uitgeven om te kunnen verhuizen
verhuiskostenvergoeding	noun	een financiële tegemoetkoming die u ontvangt bij een gedwongen verhuizing, vaak door sloop of renovatie van een huurwoning.
verhuiskostenvergoedingen	=	verhuiskostenvergoeding
verhuiskostenvergoedinkje	=	verhuiskostenvergoeding
verhuiskostenvergoedinkjes	=	verhuiskostenvergoeding
verhuisservice	noun	bedrijf dat mensen helpt om hun spullen van hun eerdere naar een nieuw woonadres te verplaatsen Het gaat in de regel om een door de klant bepaald deel van de werkzaamheden die een verhuisbedrijf gewoonlijk verricht.
verhuist	=	verhuizen
verhuisvergoeding	noun	financiële bijdrage ter dekking van de kosten bij een noodzakelijke verhuizing, vaak bij renovatie, sloop of door werk.
verhuisvergoedingen	=	verhuisvergoeding
verhuisvergoedinkje	=	verhuisvergoeding
verhuisvergoedinkjes	=	verhuisvergoeding
verhuiswagen	noun	gesloten vrachtwagen speciaal geschikt voor het vervoer van meubelen en ander huisraad
verhuiswagens	=	verhuiswagen
verhuiswagentje	=	verhuiswagen
verhuiswagentjes	=	verhuiswagen
verhuize	=	verhuizen
verhuizen	verb	van woon- of vestigingsplaats veranderen
verhuizend	=	verhuizen
verhuizende	=	verhuizen
verhuizer	noun	iemand die beroepsmatig helpt bij een verhuizing
verhuizers	=	verhuizer
verhuizertje	=	verhuizer
verhuizertjes	=	verhuizer
verhuizing	noun	de verwisseling van één (semi-) permanente woonplaats voor een andere
verhuizingen	=	verhuizing
verhuizingsschoonmaak	noun	reiniging van de nieuwe woning waarin men na de verhuizing gaat wonen
verhuizingsschoonmaakje	=	verhuizingsschoonmaak
verhuizingsschoonmaakjes	=	verhuizingsschoonmaak
verhuizingsschoonmaken	=	verhuizingsschoonmaak
verhuizinkje	=	verhuizing
verhuizinkjes	=	verhuizing
verhul	=	verhullen
verhuld	=	verhullen
verhulde	=	verhullen
verhulden	=	verhullen
verhulle	=	verhullen
verhullen	verb	iets niet openlijk zeggen of tonen; iets verbergen
verhullend	adj	onzichtbaar makend
verhullende	=	verhullen
verhullender	=	verhullend
verhullendere	=	verhullend
verhullenders	=	verhullend
verhullends	=	verhullend
verhullendst	=	verhullend
verhullendste	=	verhullend
verhult	=	verhullen
verhure	=	verhuren
verhuren	verb	tegen betaling tijdelijk gebruik van iets toestaan
verhurend	=	verhuren
verhurende	=	verhuren
verhuring	noun	het verhuren van iets
verhuringen	=	verhuring
verhuur	noun	tijdelijk gebruik van goederen die aan een ander toebehoren in ruil voor een vergoeding
verhuurbaar	adj	van een ruimte, object of voorwerp dat deze geschikt en beschikbaar is om aan een huurder te verhuren
verhuurbaarder	=	verhuurbaar
verhuurbaardere	=	verhuurbaar
verhuurbaarders	=	verhuurbaar
verhuurbaars	=	verhuurbaar
verhuurbaarst	=	verhuurbaar
verhuurbaarste	=	verhuurbaar
verhuurbare	=	verhuurbaar
verhuurbedrijf	noun	bedrijf dat zaken tegen een vergoeding uitleent aan klanten
verhuurbedrijfje	=	verhuurbedrijf
verhuurbedrijfjes	=	verhuurbedrijf
verhuurbedrijven	=	verhuurbedrijf
verhuurd	=	verhuren
verhuurde	=	verhuren
verhuurden	=	verhuren
verhuurder	noun	iemand of organisatie die dingen tegen betaling ter beschikking stelt
verhuurderheffing	noun	een Nederlandse belasting (2013-2022) voor verhuurders met meer dan 50 sociale huurwoningen (onder de huurtoeslaggrens).
verhuurderheffingen	=	verhuurderheffing
verhuurderheffinkje	=	verhuurderheffing
verhuurderheffinkjes	=	verhuurderheffing
verhuurders	=	verhuurder
verhuurdersheffing	noun	belasting op sociale woningverhuur die geheven wordt sinds 2013
verhuurdersheffingen	=	verhuurdersheffing
verhuurdersheffinkje	=	verhuurdersheffing
verhuurdersheffinkjes	=	verhuurdersheffing
verhuurdersverklaring	noun	een document van een (vorige) verhuurder dat bevestigt dat een huurder betrouwbaar is.
verhuurdersverklaringen	=	verhuurdersverklaring
verhuurdersverklarinkje	=	verhuurdersverklaring
verhuurdersverklarinkjes	=	verhuurdersverklaring
verhuurdertje	=	verhuurder
verhuurdertjes	=	verhuurder
verhuurmakelaar	noun	een bemiddelaar tussen woninghuurders en -verhuurders die werkt in opdracht van de verhuurder
verhuurmakelaars	=	verhuurmakelaar
verhuurmakelaren	=	verhuurmakelaar
verhuurster	noun	vrouw die een (gedeelte van een) woning of gebouw verhuurt
verhuursters	=	verhuurster
verhuurt	=	verhuren
verhypothekeer	=	verhypothekeren
verhypothekeerd	=	verhypothekeren
verhypothekeerde	=	verhypothekeren
verhypothekeerden	=	verhypothekeren
verhypothekeert	=	verhypothekeren
verhypothekere	=	verhypothekeren
verhypothekeren	verb	met een hypotheek belasten
verhypothekerend	=	verhypothekeren
verhypothekerende	=	verhypothekeren
verificateur	noun	iemand die verifieert, een ambtenaar die de echtheid van opgaven voor belastingen e.d. moet onderzoeken
verificateurs	=	verificateur
verificateurtje	=	verificateur
verificateurtjes	=	verificateur
verificatie	noun	onderzoek naar de juistheid of echtheid van iets
verificatiebeginsel	noun	dit beginsel poneert dat het zinvol zegbare beperkt is tot dat wat empirisch (uit ervaring) te verifiëren is
verificaties	=	verificatie
verificatietje	=	verificatie
verifieer	=	verifiëren
verifieerbaar	adj	wat door feiten bewezen kan worden
verifieerbaarder	=	verifieerbaar
verifieerbaardere	=	verifieerbaar
verifieerbaarders	=	verifieerbaar
verifieerbaars	=	verifieerbaar
verifieerbaarst	=	verifieerbaar
verifieerbaarste	=	verifieerbaar
verifieerbare	=	verifieerbaar
verifieerde	=	verifiëren
verifieerden	=	verifiëren
verifieert	=	verifiëren
verifiëre	=	verifiëren
verifiëren	verb	nagaan, controleren
verifiërend	=	verifiëren
verifiërende	=	verifiëren
verijdel	=	verijdelen
verijdeld	=	verijdelen
verijdelde	=	verijdelen
verijdelden	=	verijdelen
verijdele	=	verijdelen
verijdelen	verb	een ongewenste actie weten te voorkomen, in de kiem smoren
verijdelend	=	verijdelen
verijdelende	=	verijdelen
verijdelt	=	verijdelen
verijs	=	verijzen
verijsd	=	verijzen
verijsde	=	verijzen
verijsden	=	verijzen
verijst	=	verijzen
verijze	=	verijzen
verijzen	verb	ergens heel erg van schrikken
verijzend	=	verijzen
verijzende	=	verijzen
verikeaïsering	noun	het verschijnsel dat steeds meer interieurs worden ingericht met meubels van IKEA
verikeaïseringen	=	verikeaïsering
verindisch	=	verindischen
verindische	=	verindischen
verindischen	verb	Indische kenmerken overnemen
verindischend	=	verindischen
verindischende	=	verindischen
verindischt	=	verindischen
verindischte	=	verindischen
verindischten	=	verindischen
vering	noun	mechanisme dat dient om schokken op te vangen
veringen	=	vering
verinnerlijk	=	verinnerlijken
verinnerlijke	=	verinnerlijken
verinnerlijken	verb	meer innerlijk, minder oppervlakkig worden
verinnerlijkend	=	verinnerlijken
verinnerlijkende	=	verinnerlijken
verinnerlijking	noun	het zich eigen maken van iets
verinnerlijkingen	=	verinnerlijking
verinnerlijkingetje	=	verinnerlijking
verinnerlijkingetjes	=	verinnerlijking
verinnerlijkt	=	verinnerlijken
verinnerlijkte	=	verinnerlijken
verinnerlijkten	=	verinnerlijken
verinnig	=	verinnigen
verinnigd	=	verinnigen
verinnigde	=	verinnigen
verinnigden	=	verinnigen
verinnige	=	verinnigen
verinnigen	verb	inniger worden
verinnigend	=	verinnigen
verinnigende	=	verinnigen
verinnigt	=	verinnigen
verinterest	=	verinteresten
verintereste	=	verinteresten
verinteresten	verb	zorgen dat het interest oplevert
verinterestend	=	verinteresten
verinterestende	=	verinteresten
verinterestte	=	verinteresten
verinterestten	=	verinteresten
verisme	noun	naturalistische Italiaanse literaire beweging (met als belangrijkste exponenten Giovanni Verga en Luigi Capuana) die tussen 1875 en 1900 haar hoogtepunt beleefde en waarin koele weergave van de werkelijkheid centraal stond
verjaag	=	verjagen
verjaagd	=	verjagen
verjaagde	=	verjagen
verjaagden	=	verjagen
verjaagt	=	verjagen
verjaar	=	verjaren
verjaard	adj	te lang geleden om nog onder het strafrecht te kunnen vallen
verjaardag	noun	de dag waarop iemand viert dat hij of zij geboren werd
verjaardagen	=	verjaardag
verjaardagje	=	verjaardag
verjaardagjes	=	verjaardag
verjaardagsballon	noun	een feestelijke, vaak met helium gevulde ballon (van folie of latex) die als verrassingscadeau of decoratie dient om iemand te feliciteren
verjaardagsballonnen	=	verjaardagsballon
verjaardagsballonnetje	=	verjaardagsballon
verjaardagsballonnetjes	=	verjaardagsballon
verjaardagscadeau	noun	cadeau wat iemand krijgt op zijn verjaardag, cadeau dat je iemand geeft die jarig is
verjaardagscadeaus	=	verjaardagscadeau
verjaardagscadeautje	=	verjaardagscadeau
verjaardagscadeautjes	=	verjaardagscadeau
verjaardagsfeest	noun	feest ter ere van iemands verjaardag
verjaardagsfeesten	=	verjaardagsfeest
verjaardagsfeestje	=	verjaardagsfeest
verjaardagsfeestjes	=	verjaardagsfeest
verjaardagsgeschenk	noun	cadeau dat men geeft aan een jarige; cadeau dat een jarige ontvangt
verjaardagsgeschenken	=	verjaardagsgeschenk
verjaardagsgroet	noun	een felicitatie, vaak verstuurd via een kaartje, bericht of app, waarmee je iemand feliciteert met zijn of haar verjaardag
verjaardagsgroeten	=	verjaardagsgroet
verjaardagsgroetje	=	verjaardagsgroet
verjaardagsgroetjes	=	verjaardagsgroet
verjaardagshoed	noun	een feestelijk hoofddeksel dat traditioneel gedragen wordt door de jarige of de gasten tijdens een verjaardagsfeest
verjaardagshoeden	=	verjaardagshoed
verjaardagshoedje	=	verjaardagshoed
verjaardagshoedjes	=	verjaardagshoed
verjaardagskaart	noun	wenskaart die je naar iemand stuurt die jarig is
verjaardagskaarten	=	verjaardagskaart
verjaardagskaartje	=	verjaardagskaart
verjaardagskaartjes	=	verjaardagskaart
verjaardagskalender	noun	jaarkalender waarop verjaardagen staan genoteerd en hangt vaak op de toilet
verjaardagskalenders	=	verjaardagskalender
verjaardagskalendertje	=	verjaardagskalender
verjaardagskalendertjes	=	verjaardagskalender
verjaardagskronen	=	verjaardagskroon
verjaardagskroon	noun	een feestelijk hoofdsieraad dat meestal door de jarige wordt gedragen om extra in het middelpunt te staan
verjaardagskroontje	=	verjaardagskroon
verjaardagskroontjes	=	verjaardagskroon
verjaardagslied	noun	een traditioneel of populair lied dat wordt gezongen om iemand te feliciteren, vaak bij het uitblazen van kaarsjes, taartmomenten of de ontvangst van de jarige
verjaardagsliederen	=	verjaardagslied
verjaardagsliedje	=	verjaardagslied
verjaardagsliedjes	=	verjaardagslied
verjaardagsmuts	noun	een feestelijk hoofddeksel dat traditioneel gedragen wordt door de jarige of de gasten tijdens een verjaardagsfeest
verjaardagsmutsen	=	verjaardagsmuts
verjaardagsmutsje	=	verjaardagsmuts
verjaardagsmutsjes	=	verjaardagsmuts
verjaardagsmuziek	noun	vrolijke, feestelijke muziek die wordt gebruikt om een verjaardag of jubileum te vieren
verjaardagspakket	noun	een verzameling artikelen in één doos, ontworpen om een verjaardag compleet te maken of als cadeau te dienen
verjaardagspakketje	=	verjaardagspakket
verjaardagspakketjes	=	verjaardagspakket
verjaardagspakketten	=	verjaardagspakket
verjaardagspop	noun	een groot, vaak opblaasbaar figuur dat in een tuin of voor een huis wordt geplaatst om een bijzondere mijlpaal te vieren.
verjaardagspopje	=	verjaardagspop
verjaardagspopjes	=	verjaardagspop
verjaardagspoppen	=	verjaardagspop
verjaardagspoppetje	=	verjaardagspop
verjaardagspoppetjes	=	verjaardagspop
verjaardagsslinger	noun	een feestelijke decoratie, vaak bestaande uit een lint met vlaggetjes, letters, figuurtjes of franjes, die wordt opgehangen om een verjaardag te vieren
verjaardagsslingers	=	verjaardagsslinger
verjaardagsslingertje	=	verjaardagsslinger
verjaardagsslingertjes	=	verjaardagsslinger
verjaardagsstoel	noun	een speciaal versierde stoel waarop een jarige mag zitten om in het zonnetje gezet te worden
verjaardagsstoelen	=	verjaardagsstoel
verjaardagsstoelje	=	verjaardagsstoel
verjaardagsstoeljes	=	verjaardagsstoel
verjaardagstaart	noun	een taart die speciaal voor iemands verjaardag gekocht of gemaakt wordt
verjaardagstaarten	=	verjaardagstaart
verjaardagstaartje	=	verjaardagstaart
verjaardagstaartjes	=	verjaardagstaart
verjaardagstoeter	noun	een feestartikel dat geluid maakt wanneer je erop blaast
verjaardagstoeters	=	verjaardagstoeter
verjaardagstoetertje	=	verjaardagstoeter
verjaardagstoetertjes	=	verjaardagstoeter
verjaardagsverrassing	noun	een onverwacht gebaar, cadeau of feestje, speciaal georganiseerd om de jarige in het zonnetje te zetten
verjaardagsverrassingen	=	verjaardagsverrassing
verjaardagsversiering	noun	alle decoratieve elementen die worden gebruikt om een ruimte feestelijk aan te kleden voor een verjaardag
verjaardagsversieringen	=	verjaardagsversiering
verjaardagsvlag	noun	een feestelijke vlag die wordt uitgehangen om te laten zien dat er iemand jarig is
verjaardagsvlaggen	=	verjaardagsvlag
verjaardagsvlaggetje	=	verjaardagsvlag
verjaardagsvlaggetjes	=	verjaardagsvlag
verjaardagswens	noun	een felicitatie, vaak verstuurd via een kaartje, bericht of app, waarmee je iemand feliciteert met zijn of haar verjaardag
verjaardagswensen	=	verjaardagswens
verjaardagswensje	=	verjaardagswens
verjaardagswensjes	=	verjaardagswens
verjaardagswinkel	noun	een sociaal initiatief of een specifiek platform waar mensen een bijdrage kunnen leveren om kinderen uit gezinnen met minimale financiële middelen een fijne verjaardag te bezorgen
verjaardagswinkels	=	verjaardagswinkel
verjaardagswinkeltje	=	verjaardagswinkel
verjaardagswinkeltjes	=	verjaardagswinkel
verjaarde	=	verjaren
verjaarden	=	verjaren
verjaarder	=	verjaard
verjaardere	=	verjaard
verjaarders	=	verjaard
verjaards	=	verjaard
verjaardst	=	verjaard
verjaardste	=	verjaard
verjaarsfeest	noun	het vieren van iemands verjaardag
verjaarsfeesten	=	verjaarsfeest
verjaarsfeestje	=	verjaarsfeest
verjaarsfeestjes	=	verjaarsfeest
verjaarsgeschenk	noun	cadeau dat iemand krijgt op zijn of haar verjaardag
verjaarsgeschenken	=	verjaarsgeschenk
verjaarsgeschenkje	=	verjaarsgeschenk
verjaarsgeschenkjes	=	verjaarsgeschenk
verjaarstaart	noun	een taart die speciaal voor iemands/iets verjaardag gekocht of gemaakt wordt
verjaarstaarten	=	verjaarstaart
verjaarstaartje	=	verjaarstaart
verjaarstaartjes	=	verjaarstaart
verjaart	=	verjaren
verjage	=	verjagen
verjagen	verb	dwingen om weg te gaan
verjagend	=	verjagen
verjagende	=	verjagen
verjaging	noun	het met kracht of geweld iets of iemand wegsturen
verjagingen	=	verjaging
verjaginkje	=	verjaging
verjaginkjes	=	verjaging
verjare	=	verjaren
verjaren	verb	het tijdstip van een bepaalde geldigheidsduur overschrijden, het tijdstip passeren waarop een vordering niet meer aan de rechter kan worden voorgelegd
verjarend	=	verjaren
verjarende	=	verjaren
verjaring	noun	het niet meer afdwingbaar zijn van een vordering door het verloop van de tijd
verjaringen	=	verjaring
verjaringsstuitend	adj	betreffende een officiële, schriftelijke mededeling aan een schuldenaar dat u als schuldeiser mededeelt dat u nog steeds aanspraak maakt op betaling van een openstaande vordering.
verjaringsstuitende	=	verjaringsstuitend
verjaringsstuitender	=	verjaringsstuitend
verjaringsstuitendere	=	verjaringsstuitend
verjaringsstuitenders	=	verjaringsstuitend
verjaringsstuitends	=	verjaringsstuitend
verjaringsstuitendst	=	verjaringsstuitend
verjaringsstuitendste	=	verjaringsstuitend
verjaringstermijn	noun	tijdsperiode waarna iemand niet meer vervolgd kan worden voor een begane misdaad
verjaringstermijnen	=	verjaringstermijn
verjoeg	=	verjagen
verjoege	=	verjagen
verjoegen	=	verjagen
verjoegt	=	verjagen
verjong	=	verjongen
verjongd	=	verjongen
verjongde	=	verjongen
verjongden	=	verjongen
verjonge	=	verjongen
verjongen	verb	jonger maken
verjongend	=	verjongen
verjongende	=	verjongen
verjonging	noun	jeugdiger worden
verjongingen	=	verjonging
verjongingskuren	=	verjongingskuur
verjongingskuur	noun	kuur waarbij men er jonger uitgaat zien
verjonginkje	=	verjonging
verjonginkjes	=	verjonging
verjongt	=	verjongen
verjus	noun	sap van onrijpe druiven, gebruikt als dressing of in een saus
verkaas	=	verkazen
verkaasd	=	verkazen
verkaasde	=	verkazen
verkaasden	=	verkazen
verkaast	=	verkazen
verkalk	=	verkalken
verkalke	=	verkalken
verkalken	verb	tot kalk worden, een kalkafzetting krijgen
verkalkend	=	verkalken
verkalkende	=	verkalken
verkalking	noun	het verkalken, de afzetting van kalkzouten
verkalkingen	=	verkalking
verkalkt	=	verkalken
verkalkte	=	verkalken
verkalkten	=	verkalken
verkankelemienen	=	verkankeren
verkanker	=	verkankeren
verkankerd	=	verkankeren
verkankerde	adj	kapot of slecht
verkankerden	=	verkankeren
verkankere	=	verkankeren
verkankeren	verb	aangetast worden door kanker
verkankerend	=	verkankeren
verkankerende	=	verkankeren
verkankert	=	verkankeren
verkap	=	verkappen
verkappe	=	verkappen
verkappen	verb	zo verstoppen dat iets niet meer gevonden kan worden
verkappend	=	verkappen
verkappende	=	verkappen
verkapt	adj	niet openlijk, ondergronds
verkapte	=	verkappen
verkapten	=	verkappen
verkapter	=	verkapt
verkaptere	=	verkapt
verkapters	=	verkapt
verkapts	=	verkapt
verkaptst	=	verkapt
verkaptste	=	verkapt
verkas	=	verkassen
verkasse	=	verkassen
verkassen	verb	verhuizen
verkassend	=	verkassen
verkassende	=	verkassen
verkast	=	verkassen
verkaste	=	verkassen
verkasten	=	verkassen
verkavel	=	verkavelen
verkaveld	=	verkavelen
verkavelde	=	verkavelen
verkavelden	=	verkavelen
verkavele	=	verkavelen
verkavelen	verb	kavels maken van (te verkopen spullen)
verkavelend	=	verkavelen
verkavelende	=	verkavelen
verkaveling	noun	manier waarop land is verdeeld in gedeelten die elk door een verschillende eigenaar gebruikt kunnen worden
verkavelingen	=	verkaveling
verkavelingsvlaams	noun	benaming voor de spreektaal in Vlaanderen tussen dialect en algemeen (Belgisch) Nederlands
verkavelt	=	verkavelen
verkaze	=	verkazen
verkazen	verb	tot kaas maken
verkazend	=	verkazen
verkazende	=	verkazen
verkeek	=	verkijken
verkeekt	=	verkijken
verkeer	noun	het geheel van verplaatsingen waarbij goederen of personen vervoerd worden
verkeerd	adj	afwijkend van wat wenselijk, ethisch verantwoord e.d. is
verkeerde	=	verkeerd
verkeerdebedpatiënt	noun	patiënt die uitbehandeld is in een ziekenhuis maar daar niet ontslagen kan worden naar een verpleeghuis of revalidatiecentrum omdat daar geen plaats vrij is
verkeerdebedpatiënten	=	verkeerdebedpatiënt
verkeerdelijk	adv	op een manier die niet juist is
verkeerden	=	verkeren
verkeerder	=	verkeerd
verkeerdere	=	verkeerd
verkeerders	=	verkeerd
verkeerdheden	=	verkeerdheid
verkeerdheid	noun	het niet goed zijn
verkeerds	=	verkeerd
verkeerdst	=	verkeerd
verkeerdste	=	verkeerd
verkeersaanbod	noun	de hoeveelheid en de drukte van het verkeer op een bepaald moment of in een bepaalde periode
verkeersaantrekkend	adj	van een bepaalde activiteit, voorziening of bedrijf (zoals een winkel, bouwmarkt, restaurant of kantoor) dat het extra verkeer naar een locatie trekt
verkeersaantrekkende	=	verkeersaantrekkend
verkeersaantrekkender	=	verkeersaantrekkend
verkeersaantrekkendere	=	verkeersaantrekkend
verkeersaantrekkenders	=	verkeersaantrekkend
verkeersaantrekkends	=	verkeersaantrekkend
verkeersaantrekkendst	=	verkeersaantrekkend
verkeersaantrekkendste	=	verkeersaantrekkend
verkeersactie	noun	georganiseerde gebeurtenis om verkeersgedrag in een gewenste richting te beïnvloeden
verkeersacties	=	verkeersactie
verkeersactietje	=	verkeersactie
verkeersactietjes	=	verkeersactie
verkeersader	noun	belangrijke doorgaande verkeersweg
verkeersaderen	=	verkeersader
verkeersaders	=	verkeersader
verkeersadertje	=	verkeersader
verkeersagent	noun	politieagent die het verkeer regelt
verkeersagenten	=	verkeersagent
verkeersalarm	noun	waarschuwing door Rijkswaterstaat dat er door slechte weersomstandigheden kans is op lange files
verkeersalarmen	=	verkeersalarm
verkeersbegeleiding	noun	alle maatregelen, informatievoorzieningen en aanwijzingen die de doorstroming en veiligheid van het verkeer verbeteren, zowel op de weg als op het water.
verkeersbegeleidingen	=	verkeersbegeleiding
verkeersbegeleidinkje	=	verkeersbegeleiding
verkeersbegeleidinkjes	=	verkeersbegeleiding
verkeersbeurs	noun	een beurs met betrekking tot onderwerpen aangaande verkeer.
verkeersbeursje	=	verkeersbeurs
verkeersbeursjes	=	verkeersbeurs
verkeersbeurzen	=	verkeersbeurs
verkeersbeweging	noun	de verplaatsing van één persoon of één hoeveelheid goederen van een vertrekpunt naar een eindbestemming.
verkeersbewegingen	=	verkeersbeweging
verkeersbeweginkje	=	verkeersbeweging
verkeersbeweginkjes	=	verkeersbeweging
verkeersblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5017 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5017 ( ).
verkeersblauwe	=	verkeersblauw
verkeersblauws	=	verkeersblauw
verkeersboete	noun	een financiële straf die je krijgt voor het overtreden van verkeersregels, zoals te hard rijden, door rood licht rijden of fout parkeren
verkeersboeten	=	verkeersboete
verkeersboetes	=	verkeersboete
verkeersboetetje	=	verkeersboete
verkeersboetetjes	=	verkeersboete
verkeersbord	noun	gestandaariseerd bord met aanwijzingen voor mensen in het verkeer
verkeersborden	=	verkeersbord
verkeersbordje	=	verkeersbord
verkeersbordjes	=	verkeersbord
verkeersbrug	noun	een bouwwerk dat verkeer (auto's, fietsers, voetgangers) over een obstakel zoals een rivier, dal, weg of spoorlijn voert, en dient als een verbinding tussen twee punten die gescheiden zijn door die hindernis
verkeersbruggen	=	verkeersbrug
verkeersbruggetje	=	verkeersbrug
verkeersbruggetjes	=	verkeersbrug
verkeersbrugje	=	verkeersbrug
verkeersbrugjes	=	verkeersbrug
verkeersbureau	noun	organisatie die reizigers informeert, meestal met het doel meer bezoekers naar een land, streek of plaats te trekken
verkeersbureaus	=	verkeersbureau
verkeerscentra	=	verkeerscentrum
verkeerscentrale	noun	centraal meld- en regelpunt voor het verkeer
verkeerscentrales	=	verkeerscentrale
verkeerscentrum	noun	plaats vanwaar men toezicht houdt op het wegverkeer
verkeerscentrums	=	verkeerscentrum
verkeerschaos	noun	ongeregeldheid van het verkeer
verkeerscirculatie	noun	het circuleren van het verkeer
verkeerscirculaties	=	verkeerscirculatie
verkeerscommissie	noun	groep mensen die zich bezig houdt met het verkeer en de verkeersveiligheid
verkeerscommissies	=	verkeerscommissie
verkeersconsulent	noun	adviseur op het gebied van verkeer en verkeersveiligheid
verkeersconsulenten	=	verkeersconsulent
verkeerscontrole	noun	inspectie van voertuigen en bestuurders door de politie met het oog op mogelijke overtredingen
verkeerscontroles	=	verkeerscontrole
verkeerscursus	noun	een educatief programma, vaak opgelegd door het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen), bedoeld om bestuurders te leren veilig en verantwoord deel te nemen aan het verkeer.
verkeerscursusje	=	verkeerscursus
verkeerscursusjes	=	verkeerscursus
verkeerscursussen	=	verkeerscursus
verkeersdeelnemer	noun	persoon die deel uitmaakt van het verkeer
verkeersdeelnemers	=	verkeersdeelnemer
verkeersdeelnemertje	=	verkeersdeelnemer
verkeersdeelnemertjes	=	verkeersdeelnemer
verkeersdelict	noun	een delict waarbij de regels in het verkeer worden overtreden zoals rijden onder invloed, ernstige snelheidsovertredingen en verlaten plaats van een ongeval
verkeersdelicten	=	verkeersdelict
verkeersdepartement	noun	een ministerie van de overheid die zich met het verkeer en transport bezig houdt
verkeersdepartementen	=	verkeersdepartement
verkeersdiploma	noun	een Nederlands diploma dat wordt afgegeven door Veilig Verkeer Nederland aan basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8, die met succes een theorie examen en praktische verkeerstest op de fiets afleggen
verkeersdiploma's	=	verkeersdiploma
verkeersdispatching	noun	bewaking en regeling van verkeer vanuit een centrale Het fungeert als de spil (meldkamer of verkeerscentrale) die voertuigen en logistieke processen in goede banen leidt.
verkeersdrempel	noun	verhoging in de weg met als doel om de snelheid van gemotoriseerd verkeer te beperken
verkeersdrempels	=	verkeersdrempel
verkeersdrempeltje	=	verkeersdrempel
verkeersdrempeltjes	=	verkeersdrempel
verkeersdrukte	noun	de hoeveelheid verkeer die ergens is
verkeersdruktes	=	verkeersdrukte
verkeersgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1023 ( ); gele kleur van verkeersborden.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1023 ( ).
verkeersgeels	=	verkeersgeel
verkeersgegeven	noun	een stukje informatie betreffende het verkeer
verkeersgegevens	=	verkeersgegeven
verkeersgegeventje	=	verkeersgegeven
verkeersgegeventjes	=	verkeersgegeven
verkeersgele	=	verkeersgeel
verkeersgeleider	noun	een fysiek obstakel of een wegmarkering op de rijbaan dat is ontworpen om het verkeer in goede banen te leiden (kanaliseren).
verkeersgeleiders	=	verkeersgeleider
verkeersgrijs	noun	verkeersgrijs zn, benaming voor twee tinten	adj	in een van twee tinten grijs: RAL-nummer 7042 ( ) of RAL-nummer 7043 ( )
verkeersgrijze	=	verkeersgrijs
verkeersgrijzen	=	verkeersgrijs
verkeersgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6024 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6024 ( ).
verkeersgroene	=	verkeersgroen
verkeersgroens	=	verkeersgroen
verkeersinfarct	noun	het verstopt raken van wegen zodat het normale verkeer niet meer mogelijk is en er lange files ontstaan
verkeersinfarcten	=	verkeersinfarct
verkeersinformatie	noun	informatie die de weggebruiker ontvangt over actuele files, wegomleggingen en andere verkeershinder
verkeerslawaai	noun	geluidsoverlast veroorzaakt door het verkeer
verkeersleider	noun	iemand die lucht-, weg-, trein- of waterverkeer regelt
verkeersleiders	=	verkeersleider
verkeersleidertje	=	verkeersleider
verkeersleidertjes	=	verkeersleider
verkeersleiding	noun	instantie en systeem die het verkeer regelt
verkeersleidingen	=	verkeersleiding
verkeersleidinkje	=	verkeersleiding
verkeersleidinkjes	=	verkeersleiding
verkeerslicht	noun	een installatie die middels gekleurde lichten het verkeer op een kruispunt regelt
verkeerslichtbeïnvloeding	noun	een techniek waarbij met name openbaar vervoer (bussen/trams) en hulpdiensten de verkeerslichten beïnvloeden om sneller een kruispunt over te steken.
verkeerslichtbeïnvloedingen	=	verkeerslichtbeïnvloeding
verkeerslichtbeïnvloedinkje	=	verkeerslichtbeïnvloeding
verkeerslichtbeïnvloedinkjes	=	verkeerslichtbeïnvloeding
verkeerslichten	=	verkeerslicht
verkeerslichtje	=	verkeerslicht
verkeerslichtjes	=	verkeerslicht
verkeersminister	noun	een minister in een kabinet die zich bezig houdt met verkeer en transport
verkeersministers	=	verkeersminister
verkeersministertje	=	verkeersminister
verkeersministertjes	=	verkeersminister
verkeersmisdrijf	noun	een zeer ernstige verkeersovertreding die zoveel gevaar oplevert dat het een misdrijf is
verkeersmisdrijven	=	verkeersmisdrijf
verkeersongeluk	noun	een ongeval waarbij één of meer verkeersdeelnemers betrokken zijn
verkeersongelukje	=	verkeersongeluk
verkeersongelukjes	=	verkeersongeluk
verkeersongelukken	=	verkeersongeluk
verkeersongeval	noun	onverwachte gebeurtenis met schade aan één of meer verkeersdeelnemers
verkeersongevallen	=	verkeersongeval
verkeersongevalletje	=	verkeersongeval
verkeersongevalletjes	=	verkeersongeval
verkeersopleiding	noun	een gestructureerde training, vaak gegeven door een rijschool, die opleidt tot het behalen van een rijbewijs (auto, motor, vrachtwagen) en het veilig deelnemen aan het verkeer.
verkeersopleidingen	=	verkeersopleiding
verkeersopleidinkje	=	verkeersopleiding
verkeersopleidinkjes	=	verkeersopleiding
verkeersopstopping	noun	opstopping in het verkeer
verkeersopstoppingen	=	verkeersopstopping
verkeersopstoppinkje	=	verkeersopstopping
verkeersopstoppinkjes	=	verkeersopstopping
verkeersopvatting	noun	in de maatschappij gangbare mening of verwachting die bij een vermogensrechtelijke kwestie van belang is Dit is een onbepaald begrip in het Nederlandse en Duitse privaatrecht waardoor een rechter in zijn uitspraak uitdrukkelijk rekening houden met het rechtsbewustzijn in de samenleving.
verkeersopvattingen	=	verkeersopvatting
verkeersopvoeding	noun	het geheel van activiteiten, lessen en praktijkervaringen gericht op het aanleren van veilig, verantwoord en zelfstandig verkeersgedrag.
verkeersopvoedingen	=	verkeersopvoeding
verkeersopvoedinkje	=	verkeersopvoeding
verkeersopvoedinkjes	=	verkeersopvoeding
verkeersoranje	noun	tint oranje met RAL-nummer 2009 ( ).	adj	in een tint oranje met RAL-nummer 2009 ( ).
verkeersoverlast	noun	een verzamelnaam voor alle soorten overlast die wordt veroorzaakt door verkeer
verkeersovertreder	noun	iemand die zich niet houdt aan de verkeersregels, zoals te hard rijden, door rood licht rijden of fout parkeren
verkeersovertreders	=	verkeersovertreder
verkeersovertredertje	=	verkeersovertreder
verkeersovertredertjes	=	verkeersovertreder
verkeersovertreding	noun	de keer dat men zich niet houdt aan de verkeersregels
verkeersovertredingen	=	verkeersovertreding
verkeersovertredinkje	=	verkeersovertreding
verkeersovertredinkjes	=	verkeersovertreding
verkeerspaal	noun	paal waarop een of meer verkeersborden zijn aangebracht
verkeerspaaltje	=	verkeerspaal
verkeerspaaltjes	=	verkeerspaal
verkeerspalen	=	verkeerspaal
verkeerspel	noun	Nederlandse naam voor triktrak
verkeerspellen	=	verkeerspel
verkeersplan	noun	voornemens betreffende het vervoer van personen en het transport van goederen
verkeersplannen	=	verkeersplan
verkeersplannetje	=	verkeersplan
verkeersplannetjes	=	verkeersplan
verkeersplein	noun	een verkeersknooppunt in de vorm van een grote rotonde, vaak met verkeerslichten
verkeerspleinen	=	verkeersplein
verkeerspleintje	=	verkeersplein
verkeerspleintjes	=	verkeersplein
verkeerspolitie	noun	tak van de politie die zorgt voor de regeling van het verkeer
verkeersprobleem	noun	moeilijkheden veroorzaakt door de drukte van het verkeer
verkeersprobleempje	=	verkeersprobleem
verkeersprobleempjes	=	verkeersprobleem
verkeersproblemen	=	verkeersprobleem
verkeerspurper	noun	tint paars met RAL-nummer 4006 ( ).	adj	in een tint paars met RAL-nummer 4006 ( ).
verkeerspurpere	=	verkeerspurper
verkeerspurpers	=	verkeerspurper
verkeersramp	noun	een zeer ernstig ongeluk in het verkeer waarbij veel mensen gewond raken of overlijden, en waarbij de hulpdiensten grootschalig moeten samenwerken
verkeersrampen	=	verkeersramp
verkeersrampje	=	verkeersramp
verkeersrampjes	=	verkeersramp
verkeersregel	noun	een juridisch vastgelegde regel waaraan alle deelnemers aan het wegverkeer zich moeten houden
verkeersregelaar	noun	iemand die het verkeer regelt
verkeersregelaars	=	verkeersregelaar
verkeersregelaartje	=	verkeersregelaar
verkeersregelaartjes	=	verkeersregelaar
verkeersregels	=	verkeersregel
verkeersregeltje	=	verkeersregel
verkeersregeltjes	=	verkeersregel
verkeersreglement	noun	document waarin de verkeersregels zijn vastgelegd
verkeersreglementen	=	verkeersreglement
verkeersreglementje	=	verkeersreglement
verkeersreglementjes	=	verkeersreglement
verkeersremmend	adj	betreffende maatregelen, zoals drempels of versmallingen, die snelheid van het gemotoriseerde verkeer verlagen en de doorstroming matigen.
verkeersremmende	=	verkeersremmend
verkeersremmender	=	verkeersremmend
verkeersremmendere	=	verkeersremmend
verkeersremmenders	=	verkeersremmend
verkeersremmends	=	verkeersremmend
verkeersremmendst	=	verkeersremmend
verkeersremmendste	=	verkeersremmend
verkeersrode	=	verkeersrood
verkeersrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3020 ( ).	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3020 ( ).
verkeersroods	=	verkeersrood
verkeersscheidingsstelsel	noun	een ingesteld routeringssysteem, waarbij vaarstroken worden gebruikt die schepen moeten gebruiken om zo een zo homogeen mogelijke verkeersstroom te realiseren om het gevaar van aanvaringen te verminderen.
verkeersscheidingsstelsels	=	verkeersscheidingsstelsel
verkeersscheidingsstelseltje	=	verkeersscheidingsstelsel
verkeersscheidingsstelseltjes	=	verkeersscheidingsstelsel
verkeerssituatie	noun	hoe het verkeer op een bepaalde locatie geregeld is
verkeerssituaties	=	verkeerssituatie
verkeersslachtoffer	noun	iemand die aan een verkeersongeluk ten offer valt
verkeersslachtoffers	=	verkeersslachtoffer
verkeersslachtoffertje	=	verkeersslachtoffer
verkeersslachtoffertjes	=	verkeersslachtoffer
verkeersspecialist	noun	iemand de veel verstand heeft van het wegverkeer en de vervoersstromen
verkeersspecialisten	=	verkeersspecialist
verkeersstromen	=	verkeersstroom
verkeersstroom	noun	de massa voortbewegende voertuigen
verkeersstroompje	=	verkeersstroom
verkeersstroompjes	=	verkeersstroom
verkeerstafel	noun	een plateau in het wegdek om de snelheid van het verkeer af te remmen, vaak gelegen op een kruispunt, een langgerekte drempel.
verkeerstafelen	=	verkeerstafel
verkeerstafels	=	verkeerstafel
verkeerstafeltje	=	verkeerstafel
verkeerstafeltjes	=	verkeerstafel
verkeerstechniek	noun	de wetenschap van het organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de goederenstroom
verkeerstechnieken	=	verkeerstechniek
verkeerstechnisch	adj	betrekking hebbend op, verband houdend met verkeerstechniek
verkeerstechnische	=	verkeerstechnisch
verkeerstechnischer	=	verkeerstechnisch
verkeerstechnischere	=	verkeerstechnisch
verkeerstechnischers	=	verkeerstechnisch
verkeersteken	noun	aanwijzingen aan verkeersdeelnemers over hoe zich te gedragen op de (vaar)weg die zijn opgenomen in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV)
verkeerstekens	=	verkeersteken
verkeersteller	noun	een apparaat om het verkeer te tellen
verkeerstellers	=	verkeersteller
verkeerstellertje	=	verkeersteller
verkeerstellertjes	=	verkeersteller
verkeerstoestromen	=	verkeerstoestroom
verkeerstoestroom	noun	de toestroming van verkeer naar een bepaalde plek.
verkeerstoestroompje	=	verkeerstoestroom
verkeerstoestroompjes	=	verkeerstoestroom
verkeerstoren	noun	is een hoge toren op een vliegveld, van waaruit opstijgende, landende en taxiënde vliegtuigen worden begeleid.
verkeerstorens	=	verkeerstoren
verkeerstorentje	=	verkeerstoren
verkeerstorentjes	=	verkeerstoren
verkeerstunnel	noun	onderdoorgang voor het wegverkeer
verkeerstunnels	=	verkeerstunnel
verkeerstunneltje	=	verkeerstunnel
verkeerstunneltjes	=	verkeerstunnel
verkeersveilig	adj	met betrekking tot een veilige oplossing voor het verkeer
verkeersveilige	=	verkeersveilig
verkeersveiliger	=	verkeersveilig
verkeersveiligere	=	verkeersveilig
verkeersveiligers	=	verkeersveilig
verkeersveiligheid	noun	het ongevaarlijk zijn van het verkeer
verkeersveiligs	=	verkeersveilig
verkeersveiligst	=	verkeersveilig
verkeersveiligste	=	verkeersveilig
verkeersvlecht	noun	verkeersconstructie in de vorm van een vlecht waarbij de rijrichtingen elkaar even kruisen, waardoor auto's maar voor één verkeerslicht hoeven te stoppen en de doorstroming beter wordt
verkeersvlechten	=	verkeersvlecht
verkeersvlieger	noun	piloot bij de burgerluchtvaart
verkeersvliegers	=	verkeersvlieger
verkeersvliegtuig	noun	vliegtuig dat in gebruik is bij de burgerluchtvaart
verkeersvliegtuigen	=	verkeersvliegtuig
verkeersvliegtuigje	=	verkeersvliegtuig
verkeersvliegtuigjes	=	verkeersvliegtuig
verkeersvrij	adj	waar fietsen en motorvoertuigen niet worden toegelaten
verkeersvrije	=	verkeersvrij
verkeersvrijer	=	verkeersvrij
verkeersvrijere	=	verkeersvrij
verkeersvrijers	=	verkeersvrij
verkeersvrijs	=	verkeersvrij
verkeersvrijst	=	verkeersvrij
verkeersvrijste	=	verkeersvrij
verkeersweg	noun	belangrijke hoofdweg voor het gemotoriseerde verkeer
verkeerswegen	=	verkeersweg
verkeerswet	noun	wet die de regelgeving van het verkeer beschrijft
verkeerswethouder	noun	wethouder met de gemeentelijke wegen en het gemeentelijk vervoer in zijn de portefeuille
verkeerswethouders	=	verkeerswethouder
verkeerswetje	=	verkeerswet
verkeerswetjes	=	verkeerswet
verkeerswetten	=	verkeerswet
verkeerswezen	noun	alles wat met de (organisatie) van het vervoer te maken heeft
verkeerswisselaar	noun	verkeersknooppunt
verkeerswisselaars	=	verkeerswisselaar
verkeerswisselaartje	=	verkeerswisselaar
verkeerswit	noun	tint wit met RAL-nummer 9016 ( ).	adj	in een tint wit met RAL-nummer 9016 ( ).
verkeerswits	=	verkeerswit
verkeerswitte	=	verkeerswit
verkeerszuil	noun	zuil waarop aangegeven staat langs welke kant de weggebruiker moet passeren
verkeerszuilen	=	verkeerszuil
verkeerszuiltje	=	verkeerszuil
verkeerszuiltjes	=	verkeerszuil
verkeerszwart	noun	tint zwart met RAL-nummer 9017 ( ).	adj	in een tint zwart met RAL-nummer 9017 ( ).
verkeerszwarte	=	verkeerszwart
verkeerszwarts	=	verkeerszwart
verkeert	=	verkeren
verkeertje	=	verkeer
verkegel	=	verkegelen
verkegeld	=	verkegelen
verkegelde	=	verkegelen
verkegelden	=	verkegelen
verkegele	=	verkegelen
verkegelen	verb	met kegelen doorbrengen
verkegelend	=	verkegelen
verkegelende	=	verkegelen
verkegelt	=	verkegelen
verkeke	=	verkijken
verkeken	=	verkijken
verken	=	verkennen
verkend	=	verkennen
verkende	=	verkennen
verkenden	=	verkennen
verkenne	=	verkennen
verkennen	verb	ter plaatse kennis verwerven van de gesteldheid van iets
verkennend	adj	bezig met iets te onderzoeken
verkennende	=	verkennen
verkennender	=	verkennend
verkennendere	=	verkennend
verkennenders	=	verkennend
verkennends	=	verkennend
verkennendst	=	verkennend
verkennendste	=	verkennend
verkenner	noun	een persoon die op verkenning uitgaat.
verkenners	=	verkenner
verkennertje	=	verkenner
verkennertjes	=	verkenner
verkenning	noun	voorbereidend ontdekken hoe een gebied is.
verkenningen	=	verkenning
verkenningsteam	noun	groep samenwerkende mensen die een verkenning uitvoeren
verkenningsteams	=	verkenningsteam
verkenningstocht	noun	een reis die men maakt om een gebied of situatie te onderzoeken
verkenningstochten	=	verkenningstocht
verkenningstochtje	=	verkenningstocht
verkenningstochtjes	=	verkenningstocht
verkenningsvliegtuig	noun	een oorlogsvliegtuig gebruikt voor de verkenning van land, zee of lucht.
verkenningsvliegtuigen	=	verkenningsvliegtuig
verkenningsvliegtuigje	=	verkenningsvliegtuig
verkenningsvliegtuigjes	=	verkenningsvliegtuig
verkenningsvlucht	noun	een vlucht met een vliegtuig met als doel het aardoppervlak te bestuderen
verkenningsvluchten	=	verkenningsvlucht
verkenninkje	=	verkenning
verkenninkjes	=	verkenning
verkenster	=	verkenner
verkent	=	verkennen
verkere	=	verkeren
verkeren	verb	in een toestand zijn
verkerend	=	verkeren
verkerende	=	verkeren
verkerf	=	verkerven
verkerfd	=	verkerven
verkerfde	=	verkerven
verkerfden	=	verkerven
verkerft	=	verkerven
verkering	noun	regelmatige omgang met iemand, gewoonlijk om amoureuse beweegredenen
verkeringen	=	verkering
verkerinkje	=	verkering
verkerinkjes	=	verkering
verkerve	=	verkerven
verkerven	verb	ervoor zorgen dat iets wat aanvankelijk goed was, nu slecht en lelijk is
verkervend	=	verkerven
verkervende	=	verkerven
verketter	=	verketteren
verketterd	=	verketteren
verketterde	=	verketteren
verketterden	=	verketteren
verkettere	=	verketteren
verketteren	verb	heftig veroordelen
verketterend	=	verketteren
verketterende	=	verketteren
verkettering	noun	het verketteren
verketteringen	=	verkettering
verkettert	=	verketteren
verkeur	=	verkeuren
verkeurd	=	verkeuren
verkeurde	=	verkeuren
verkeurden	=	verkeuren
verkeure	=	verkeuren
verkeuren	verb	opnieuw beoordelen, opnieuw keuren
verkeurend	=	verkeuren
verkeurende	=	verkeuren
verkeurt	=	verkeuren
verkies	=	verkiezen
verkiesbaar	adj	gekozen kunnende worden
verkiesbaarder	=	verkiesbaar
verkiesbaardere	=	verkiesbaar
verkiesbaarders	=	verkiesbaar
verkiesbaars	=	verkiesbaar
verkiesbaarst	=	verkiesbaar
verkiesbaarste	=	verkiesbaar
verkiesbare	=	verkiesbaar
verkieselijk	adj|obsolete	dat iets de voorkeur heeft of zou moeten hebben
verkieselijke	=	verkieselijk
verkieselijker	=	verkieselijk
verkieselijkere	=	verkieselijk
verkieselijkers	=	verkieselijk
verkieselijks	=	verkieselijk
verkieselijkst	=	verkieselijk
verkieselijkste	=	verkieselijk
verkieslijk	adj	voorkeur verdienend
verkieslijke	=	verkieslijk
verkieslijker	=	verkieslijk
verkieslijkere	=	verkieslijk
verkieslijkers	=	verkieslijk
verkieslijks	=	verkieslijk
verkieslijkst	=	verkieslijk
verkieslijkste	=	verkieslijk
verkiest	=	verkiezen
verkieze	=	verkiezen
verkiezen	verb	iemand door een stemming een ambt doen toekomen
verkiezend	=	verkiezen
verkiezende	=	verkiezen
verkiezing	noun	het kiezen door middel van stemming, een methode waarbij een aantal personen, de kiesgerechtigden, door middel van een stemming bepaalt aan wie een bepaalde functie, post of titel moet worden toegekend.
verkiezingen	=	verkiezing
verkiezingsaffiche	noun	een vrij fors stuk drukwerk dat op muren of ramen aangebracht kan worden tijdens verkiezingen als deel ven een verkiezingscampagne
verkiezingsaffiches	=	verkiezingsaffiche
verkiezingsbelofte	noun	belofte die wordt gedaan voordat de verkiezingen plaats vinden.
verkiezingsbeloften	=	verkiezingsbelofte
verkiezingsbeloftes	=	verkiezingsbelofte
verkiezingsbeloftetje	=	verkiezingsbelofte
verkiezingsbeloftetjes	=	verkiezingsbelofte
verkiezingsbijeenkomst	noun	vergadering in het kader van verkiezingen
verkiezingsbijeenkomsten	=	verkiezingsbijeenkomst
verkiezingscadeau	noun	een cadeau dat politici vlak voor de verkiezingen aan de burgers geven om zo stemmen te winnen
verkiezingscadeaus	=	verkiezingscadeau
verkiezingscadeautje	=	verkiezingscadeau
verkiezingscadeautjes	=	verkiezingscadeau
verkiezingscampagne	noun	alle handelingen van een kandidaat of organisatie die het doel hebben om zoveel mogelijk stemmen te winnen bij een verkiezing
verkiezingscampagnes	=	verkiezingscampagne
verkiezingscomiteetje	=	verkiezingscomité
verkiezingscomiteetjes	=	verkiezingscomité
verkiezingscomité	noun	organisatie die verkiezingen organiseert en controleert
verkiezingscomités	=	verkiezingscomité
verkiezingsdag	noun	de dag dat mensen kunnen stemmen; de dag dat er verkiezingen zijn
verkiezingsdagen	=	verkiezingsdag
verkiezingsdagje	=	verkiezingsdag
verkiezingsdagjes	=	verkiezingsdag
verkiezingsdata	noun	gegevens van een verkiezing
verkiezingsdatum	noun	dag waarop de verkiezingen worden gehouden
verkiezingsdatums	=	verkiezingsdatum
verkiezingsdebat	noun	twistgesprek tussen politieke tegenstanders in het kader van naderende verkiezingen
verkiezingsdebatje	=	verkiezingsdebat
verkiezingsdebatjes	=	verkiezingsdebat
verkiezingsdebatten	=	verkiezingsdebat
verkiezingsfraude	noun	fraude bij het tellen van de stemmen bij de verkiezingen
verkiezingsfraudes	=	verkiezingsfraude
verkiezingsinkt	noun	onafwasbare kleurstof die men na het stemmen op een vinger krijgt als teken dat men zijn stem heeft uitgebracht
verkiezingsinkten	=	verkiezingsinkt
verkiezingsjaar	noun	jaar waarin verkiezingen worden gehouden
verkiezingsjaartje	=	verkiezingsjaar
verkiezingsjaartjes	=	verkiezingsjaar
verkiezingsjaren	=	verkiezingsjaar
verkiezingskoorts	noun	de opwinding die heerst rond verkiezingen
verkiezingsleus	noun	slagzin die mensen opwekt op een bepaalde partij of kandidaat te stemmen
verkiezingsleuzen	=	verkiezingsleus
verkiezingsmanoeuvre	noun	slinkse actie van een politicus die alleen maar gericht is op het behalen van stemmen tijdens de verkiezingen
verkiezingsmanoeuvres	=	verkiezingsmanoeuvre
verkiezingsnederlaag	noun	de keer dat men bij een verkiezing minder stemmen haalt dan de vorige keer, of minder stemmen dan de tegenstander
verkiezingsnederlagen	=	verkiezingsnederlaag
verkiezingsnieuws	noun	nieuwtjes die betrekking hebben op politieke verkiezingen#:▸ Het is verkiezingsdag in Groot-Brittannië, maar de Britten zelf hebben nauwelijks een idee hoe de dag tot nu toe is verlopen.
verkiezingsoverwinning	noun	het gekozen worden in een functie door een verkiezing
verkiezingsoverwinningen	=	verkiezingsoverwinning
verkiezingsposter	noun	affiche als reclame voor een politieke partij die men opplakt bij verkiezingen
verkiezingsposters	=	verkiezingsposter
verkiezingsprogramma	noun	een opsomming van wensen en eisen die een politieke partij wil gaan realiseren als de kiezer voldoende steun aan die partij geeft bij de komende verkiezingen.
verkiezingsprogramma's	=	verkiezingsprogramma
verkiezingsprogrammaatje	=	verkiezingsprogramma
verkiezingsprogrammaatjes	=	verkiezingsprogramma
verkiezingsresultaat	noun	uitkomst van verkiezingen
verkiezingsresultaatje	=	verkiezingsresultaat
verkiezingsresultaatjes	=	verkiezingsresultaat
verkiezingsresultaten	=	verkiezingsresultaat
verkiezingsretoriek	noun	loze beloften en praatjes die een politicus alleen maar doet om meer stemmen te krijgen
verkiezingsretorieken	=	verkiezingsretoriek
verkiezingsronde	noun	keer dat de stemgerechtigden stemmen in een verkiezing die uit meerdere stembusgangen kan bestaan voordat beslist wordt wie de winnaar is
verkiezingsronden	=	verkiezingsronde
verkiezingsrondes	=	verkiezingsronde
verkiezingsschandaal	noun	schandaal tijdens of in verband met verkiezingen
verkiezingsschandaaltje	=	verkiezingsschandaal
verkiezingsschandaaltjes	=	verkiezingsschandaal
verkiezingsschandalen	=	verkiezingsschandaal
verkiezingsstrijd	noun	de competitie tussen politieke tegenstanders om de gunst van de kiezers tijdens verkiezingen
verkiezingsstrijden	=	verkiezingsstrijd
verkiezingsstunt	noun	actie die men louter en alleen doet om de aandacht van de kiezers te trekken bij verkiezingen
verkiezingsstuntje	=	verkiezingsstunt
verkiezingsstuntjes	=	verkiezingsstunt
verkiezingsstunts	=	verkiezingsstunt
verkiezingstijd	noun	periode rond de verkiezingen
verkiezingstijden	=	verkiezingstijd
verkiezingstoespraak	noun	lezing voor een groep kiezers om hun keuze bij een verkiezing te beïnvloeden
verkiezingstoespraakje	=	verkiezingstoespraak
verkiezingstoespraakjes	=	verkiezingstoespraak
verkiezingstoespraken	=	verkiezingstoespraak
verkiezingsuitslag	noun	het resultaat van een stemming om personen aan te wijzen voor belangrijke bestuurlijke posities
verkiezingsuitslagen	=	verkiezingsuitslag
verkiezingsuitzending	noun	een speciaal televisie- of radioprogramma rondom verkiezingen, waarin politici debatteren, standpunten worden toegelicht en uitslagen worden geanalyseerd.
verkiezingsuitzendingen	=	verkiezingsuitzending
verkiezingsuitzendinkje	=	verkiezingsuitzending
verkiezingsuitzendinkjes	=	verkiezingsuitzending
verkiezingswaarnemer	noun	iemand die verkiezingen waarneemt
verkiezingswaarnemers	=	verkiezingswaarnemer
verkiezingswaarnemertje	=	verkiezingswaarnemer
verkiezingswaarnemertjes	=	verkiezingswaarnemer
verkiezingszege	noun	het gekozen worden in een functie door een verkiezing
verkiezingszeges	=	verkiezingszege
verkiezinkje	=	verkiezing
verkiezinkjes	=	verkiezing
verkijk	=	verkijken
verkijke	=	verkijken
verkijken	verb	teloor laten gaan, -vaak ongemerkt- verliezen
verkijkend	=	verkijken
verkijkende	=	verkijken
verkijkt	=	verkijken
verkikkerd	adj	verliefd zijn op
verkikkerde	=	verkikkerd
verkikkerder	=	verkikkerd
verkikkerdere	=	verkikkerd
verkikkerders	=	verkikkerd
verkikkerds	=	verkikkerd
verkikkerdst	=	verkikkerd
verkikkerdste	=	verkikkerd
verkil	=	verkillen
verkild	=	verkillen
verkilde	=	verkillen
verkilden	=	verkillen
verkille	=	verkillen
verkillen	verb	kil worden, bekoelen
verkillend	=	verkillen
verkillende	=	verkillen
verkilling	noun	afname van de warme emotionele verbondenheid tussen twee of meer personen
verkillingen	=	verkilling
verkilt	=	verkillen
verkinds	=	verkindsen
verkindse	=	verkindsen
verkindsen	verb	verlies van verstand bij ouderen zodat ze als het ware weer het verstand van een kind krijgen
verkindsend	=	verkindsen
verkindsende	=	verkindsen
verkindst	=	verkindsen
verkindste	=	verkindsen
verkindsten	=	verkindsen
verkinjen	=	verkinjenen
verkinjend	=	verkinjenen
verkinjende	=	verkinjenen
verkinjenden	=	verkinjenen
verkinjene	=	verkinjenen
verkinjenen	verb	verkopen
verkinjenend	=	verkinjenen
verkinjenende	=	verkinjenen
verkinjent	=	verkinjenen
verklaar	=	verklaren
verklaarbaar	adj	verklaard kunnende worden, begrijpelijk
verklaarbaarder	=	verklaarbaar
verklaarbaardere	=	verklaarbaar
verklaarbaarders	=	verklaarbaar
verklaarbaars	=	verklaarbaar
verklaarbaarst	=	verklaarbaar
verklaarbaarste	=	verklaarbaar
verklaarbare	=	verklaarbaar
verklaard	=	verklaren
verklaarde	verb	#verbogen vorm van verklaard, voltooid deelwoord van verklaren
verklaarden	=	verklaren
verklaart	=	verklaren
verklank	=	verklanken
verklanke	=	verklanken
verklanken	verb	in klank omzetten
verklankend	=	verklanken
verklankende	=	verklanken
verklankt	=	verklanken
verklankte	=	verklanken
verklankten	=	verklanken
verklap	=	verklappen
verklappe	=	verklappen
verklappen	verb	een geheim (per ongeluk) verder vertellen
verklappend	=	verklappen
verklappende	=	verklappen
verklapper	noun	persoon die een geheim doorvertelt naar mensen die het eigenlijk niet mogen weten
verklappers	=	verklapper
verklappertje	=	verklapper
verklappertjes	=	verklapper
verklapt	=	verklappen
verklapte	=	verklappen
verklapten	=	verklappen
verklare	=	verklaren
verklaren	verb	duidelijk maken
verklarend	adj	de oorzaak aangevend
verklarende	=	verklaren
verklarends	=	verklarend
verklaring	noun	het verklaren, beweren van iets
verklaringen	=	verklaring
verklarinkje	=	verklaring
verklarinkjes	=	verklaring
verklede	=	verantwoorden
verkleden	verb	zich ~ andere kleren aandoen
verkledend	=	verkleden
verkledende	=	verkleden
verkleding	noun	de keer dat men andere dan gebruikelijke kleding aantrekt vaak als vermomming
verkledingen	=	verkleding
verkleed	=	verkleden
verkleedde	=	verkleden
verkleedden	=	verkleden
verkleeddoos	noun	doos met zaken waarmee men zich kan vermommen of verkleden
verkleeddoosje	=	verkleeddoos
verkleeddoosjes	=	verkleeddoos
verkleeddozen	=	verkleeddoos
verkleedkist	noun	bak met deksel waarin kleren en andere spullen zitten waarmee personages kunnen worden uitgebeeld, voor toneel of kinderspel
verkleedkisten	=	verkleedkist
verkleedkistje	=	verkleedkist
verkleedkistjes	=	verkleedkist
verkleedklederen	=	verkleedkleed
verkleedkleed	noun	kleding die speciaal is ontworpen om iemand te laten lijken op een ander personage, een historische figuur, of een ander wezen, en wordt gedragen tijdens speciale gelegenheden zoals feesten, carnaval of Halloween
verkleedkleren	=	verkleedkleed
verkleedkostuum	noun	pak dat speciaal is ontworpen om iemand te laten lijken op een ander personage, een historische figuur, of een ander wezen, en wordt gedragen tijdens speciale gelegenheden zoals feesten, carnaval of Halloween
verkleedkostuumpje	=	verkleedkostuum
verkleedkostuumpjes	=	verkleedkostuum
verkleedkostuums	=	verkleedkostuum
verkleedpak	noun	kleding waardoor men een andere identiteit lijkt aan te nemen met name tijdens feesten zoals bijvoorbeeld carnaval
verkleedpakje	=	verkleedpak
verkleedpakjes	=	verkleedpak
verkleedpakken	=	verkleedpak
verkleedpartij	noun	een feestje waarbij de gasten vermomd zijn
verkleedpartijen	=	verkleedpartij
verkleedpartijtje	=	verkleedpartij
verkleedpartijtjes	=	verkleedpartij
verkleedt	=	verkleden
verkleef	=	verkleven
verkleefd	=	verkleven
verkleefden	=	verkleven
verkleeft	=	verkleven
verklein	=	verkleinen
verkleinbaar	adj	van iets dat het kleiner gemaakt kan worden of te reduceren is
verkleinbaarder	=	verkleinbaar
verkleinbaardere	=	verkleinbaar
verkleinbaarders	=	verkleinbaar
verkleinbaars	=	verkleinbaar
verkleinbaarst	=	verkleinbaar
verkleinbaarste	=	verkleinbaar
verkleinbare	=	verkleinbaar
verkleind	=	verkleinen
verkleinde	=	verkleinen
verkleinden	=	verkleinen
verkleine	=	verkleinen
verkleinen	verb	tot minder grote proporties terugbrengen
verkleinend	=	verkleinen
verkleinende	=	verkleinen
verkleining	noun	een afname in grootte, het proces van kleiner worden
verkleiningen	=	verkleining
verkleininkje	=	verkleining
verkleininkjes	=	verkleining
verkleint	=	verkleinen
verkleinvorm	noun	afleiding van een telbaar zelfstandig naamwoord om een klein exemplaar te beschrijven
verkleinvormen	=	verkleinvorm
verkleinvormpje	=	verkleinvorm
verkleinwoord	noun	een woord met een verkleiningsuitgang waardoor iemand of iets als klein of weinig wordt voorgesteld
verkleinwoorden	=	verkleinwoord
verkleinwoordje	=	verkleinwoord
verkleinwoordjes	=	verkleinwoord
verklets	=	verkletsen
verkletse	=	verkletsen
verkletsen	verb	met kletsen verdoen
verkletsend	=	verkletsen
verkletsende	=	verkletsen
verkletst	=	verkletsen
verkletste	=	verkletsen
verkletsten	=	verkletsen
verkleum	=	verkleumen
verkleumd	adj	verstijfd door de kou
verkleumde	=	verkleumd
verkleumden	=	verkleumen
verkleumder	=	verkleumd
verkleumdere	=	verkleumd
verkleumders	=	verkleumd
verkleumds	=	verkleumd
verkleumdst	=	verkleumd
verkleumdste	=	verkleumd
verkleume	=	verkleumen
verkleumen	verb	bevangen worden door de kou
verkleumend	=	verkleumen
verkleumende	=	verkleumen
verkleumt	=	verkleumen
verkleur	=	verkleuren
verkleurd	=	verkleuren
verkleurde	=	verkleuren
verkleurden	=	verkleuren
verkleure	=	verkleuren
verkleuren	verb	van kleur veranderen
verkleurend	=	verkleuren
verkleurende	=	verkleuren
verkleuring	noun	het van kleur veranderen
verkleuringen	=	verkleuring
verkleurinkje	=	verkleuring
verkleurinkjes	=	verkleuring
verkleurt	=	verkleuren
verkleurzwammetje	noun	Melanophyllum haematospermum een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
verkleurzwammetjes	=	verkleurzwammetje
verkleutering	noun	uitingen gericht op volwassenen zo sterk vereenvoudigen dat de ontvangers het gevoel krijgen dat ze niet serieus worden genomen
verkleve	=	verkleven
verkleven	verb	aan elkaar gaan plakken, o.a. van delen van organen
verklevend	=	verkleven
verklevende	=	verkleven
verklik	=	verklikken
verklikke	=	verklikken
verklikken	verb	een informatie overbrengen
verklikkend	=	verklikken
verklikkende	=	verklikken
verklikker	noun	iemand die heimelijk informatie doorgeeft
verklikkerkip	noun	bewust niet-gevaccineerde kip die losgelaten wordt in een stal om te controleren of er nog vogelgriep of een andere vogelziekte aanwezig is
verklikkerkippen	=	verklikkerkip
verklikkers	=	verklikker
verklikkertje	=	verklikker
verklikkertjes	=	verklikker
verklikking	noun	het heimelijk (stiekem) doorgeven van informatie of het verraden van iemands geheimen aan een ander.
verklikkingen	=	verklikking
verklikkinkje	=	verklikking
verklikkinkjes	=	verklikking
verklikkip	noun	bewust niet-gevaccineerde kip die losgelaten wordt in een stal om te controleren of er nog vogelgriep of een andere vogelziekte aanwezig is
verklikkippen	=	verklikkip
verklikt	=	verklikken
verklikte	=	verklikken
verklikten	=	verklikken
verklink	=	verklinken
verklinke	=	verklinken
verklinken	verb	wegsterven
verklinkend	=	verklinken
verklinkende	=	verklinken
verklinkt	=	verklinken
verkloek	=	verkloeken
verkloeke	=	verkloeken
verkloeken	verb	jezelf de baas worden, je ergens overheen zetten, je best doen, de moed vatten
verkloekend	=	verkloeken
verkloekende	=	verkloeken
verkloekt	=	verkloeken
verkloekte	=	verkloeken
verkloekten	=	verkloeken
verklonk	=	verklinken
verklonke	=	verklinken
verklonken	=	verklinken
verklonkt	=	verklinken
verklooien	verb	verkloten
verkloot	=	verkloten
verklootte	=	verkloten
verklootten	=	verkloten
verklote	=	verkloten
verkloten	verb|vulgar	grondig verknoeien, bederven
verklotend	=	verkloten
verklotende	=	verkloten
verklungel	=	verklungelen
verklungeld	=	verklungelen
verklungelde	=	verklungelen
verklungelden	=	verklungelen
verklungele	=	verklungelen
verklungelen	verb	klungelend verdoen
verklungelend	=	verklungelen
verklungelende	=	verklungelen
verklungelt	=	verklungelen
verknal	=	verknallen
verknald	=	verknallen
verknalde	=	verknallen
verknalden	=	verknallen
verknalle	=	verknallen
verknallen	verb	zijn kansen plotseling bederven
verknallend	=	verknallen
verknallende	=	verknallen
verknalt	=	verknallen
verkneukel	=	verkneukelen
verkneukeld	=	verkneukelen
verkneukelde	=	verkneukelen
verkneukelden	=	verkneukelen
verkneukele	=	verkneukelen
verkneukelen	verb	stilletjes in je vuistje lachen, vaak uit leedvermaak
verkneukelend	=	verkneukelen
verkneukelende	=	verkneukelen
verkneukelt	=	verkneukelen
verkneuter	=	verkneuteren
verkneuterd	=	verkneuteren
verkneuterde	=	verkneuteren
verkneuterden	=	verkneuteren
verkneutere	=	verkneuteren
verkneuteren	verb	zich ~: verkneukelen
verkneuterend	=	verkneuteren
verkneuterende	=	verkneuteren
verkneutert	=	verkneuteren
verknip	=	verknippen
verknippe	=	verknippen
verknippen	verb	in kleine stukjes knippen
verknippend	=	verknippen
verknippende	=	verknippen
verknipt	adj	van personen of zaken dat ze raar en onpraktisch zijn
verknipte	=	verknipt
verknipten	=	verknippen
verknipter	=	verknipt
verkniptere	=	verknipt
verknipters	=	verknipt
verknipts	=	verknipt
verkniptst	=	verknipt
verkniptste	=	verknipt
verknocht	adj	sociaal of emotioneel sterk gehecht
verknochte	=	verknocht
verknochter	=	verknocht
verknochtere	=	verknocht
verknochters	=	verknocht
verknochtheid	noun	het heel sterk aan iets gehecht zijn
verknochts	=	verknocht
verknochtst	=	verknocht
verknochtste	=	verknocht
verknoei	=	verknoeien
verknoeid	=	verknoeien
verknoeide	=	verknoeien
verknoeiden	=	verknoeien
verknoeie	=	verknoeien
verknoeien	verb	iets waardeloos maken, iets verprutsen, verpesten
verknoeiend	=	verknoeien
verknoeiende	=	verknoeien
verknoeit	=	verknoeien
verknol	=	verknollen
verknold	=	verknollen
verknolde	=	verknollen
verknolden	=	verknollen
verknolle	=	verknollen
verknollen	verb|informal	verknoeien
verknollend	=	verknollen
verknollende	=	verknollen
verknolt	=	verknollen
verknoop	=	verknopen
verknoopt	=	verknopen
verknoopte	=	verknopen
verknoopten	=	verknopen
verknope	=	verknopen
verknopen	verb	met elkaar verbinden
verknopend	=	verknopen
verknopende	=	verknopen
verkocht	=	verkopen
verkochte	=	verkopen
verkochten	=	verkopen
verkoel	=	verkoelen
verkoeld	=	verkoelen
verkoelde	=	verkoelen
verkoelden	=	verkoelen
verkoele	=	verkoelen
verkoelen	verb	minder hartelijk worden
verkoelend	adj	de temperatuur van iets verlagend
verkoelende	=	verkoelen
verkoelender	=	verkoelend
verkoelendere	=	verkoelend
verkoelenders	=	verkoelend
verkoelends	=	verkoelend
verkoelendst	=	verkoelend
verkoelendste	=	verkoelend
verkoeling	noun	middel dat koelte geeft
verkoelingen	=	verkoeling
verkoelinkje	=	verkoeling
verkoelt	=	verkoelen
verkoever	=	verkoeveren
verkoeverd	=	verkoeveren
verkoeverde	=	verkoeveren
verkoeverden	=	verkoeveren
verkoevere	=	verkoeveren
verkoeveren	verb	herstellen
verkoeverend	=	verkoeveren
verkoeverende	=	verkoeveren
verkoeverkamer	noun	ruimte waar patiënten na de operatie verblijven totdat ze weer helemaal een helder bewustzijn hebben
verkoeverkamers	=	verkoeverkamer
verkoeverkamertje	=	verkoeverkamer
verkoeverkamertjes	=	verkoeverkamer
verkoevert	=	verkoeveren
verkoke	=	verkoken
verkoken	verb	verdampen door koken
verkokend	=	verkoken
verkokende	=	verkoken
verkoker	=	verkokeren
verkokerd	=	verkokeren
verkokerde	=	verkokeren
verkokerden	=	verkokeren
verkokere	=	verkokeren
verkokeren	verb	uiteenvallen in een aantal niet met elkaar communicerende delen
verkokerend	=	verkokeren
verkokerende	=	verkokeren
verkokert	=	verkokeren
verkole	=	verkolen
verkolen	verb	een proces van verandering tot kool ondergaan
verkolend	=	verkolen
verkolende	=	verkolen
verkolens	noun	genitief van verkolen
verkoling	noun	onvolledige verbranding door voldoende toevoer van zuurstof zodat koolstof overblijft
verkolingen	=	verkoling
verkommer	=	verkommeren
verkommerd	=	verkommeren
verkommerde	=	verkommeren
verkommerden	=	verkommeren
verkommere	=	verkommeren
verkommeren	verb	door verdriet, leed wegkwijnen
verkommerend	=	verkommeren
verkommerende	=	verkommeren
verkommert	=	verkommeren
verkond	=	verkonden
verkondde	=	verkonden
verkondden	=	verkonden
verkonde	=	verkonden
verkonden	verb|obsolete	verkondigen
verkondend	=	verkonden
verkondende	=	verkonden
verkondig	=	verkondigen
verkondigd	=	verkondigen
verkondigde	=	verkondigen
verkondigden	=	verkondigen
verkondige	=	verkondigen
verkondigen	verb	bekend maken en sterk aanbevelen gewoonlijk aan een groep of menigte
verkondigend	=	verkondigen
verkondigende	=	verkondigen
verkondiger	noun	iemand die een boodschap aan een groep mensen vertelt
verkondigers	=	verkondiger
verkondigertje	=	verkondiger
verkondiging	noun	het bekendmaken, het verkondigen
verkondigingen	=	verkondiging
verkondigingetje	=	verkondiging
verkondigingetjes	=	verkondiging
verkondigt	=	verkondigen
verkonding	noun	het officieel of plechtig bekendmaken, mededelen of verspreiden van een boodschap, vaak op religieus gebied
verkondingen	=	verkonding
verkondinkje	=	verkonding
verkondinkjes	=	verkonding
verkondschap	=	verkondschappen
verkondschappe	=	verkondschappen
verkondschappen	verb	mededelen
verkondschappend	=	verkondschappen
verkondschappende	=	verkondschappen
verkondschapt	=	verkondschappen
verkondschapte	=	verkondschappen
verkondschapten	=	verkondschappen
verkondt	=	verkonden
verkook	=	verkoken
verkookt	=	verkoken
verkookte	=	verkoken
verkookten	=	verkoken
verkool	=	verkolen
verkoold	=	verkolen
verkoolde	=	verkolen
verkoolden	=	verkolen
verkoolt	=	verkolen
verkoop	noun	het verkopen (voor geld aan een ander geven)
verkoopactie	noun	promotionele actie waarbij producten of diensten tijdelijk tegen een verlaagd tarief of met een speciale aanbieding worden aangeboden, met als doel de verkoop te stimulere
verkoopacties	=	verkoopactie
verkoopactietje	=	verkoopactie
verkoopactietjes	=	verkoopactie
verkoopadministratie	noun	het bijhouden en documenteren van alle transacties en afspraken met klanten, inclusief offertes, leveringen, facturen, betalingen en contracten
verkoopadministraties	=	verkoopadministratie
verkoopafdeling	noun	deel van een bedrijf dat de verkoop van goederen en producten verzorgt
verkoopafdelingen	=	verkoopafdeling
verkoopafdelinkje	=	verkoopafdeling
verkoopafdelinkjes	=	verkoopafdeling
verkoopakte	noun	schriftelijke overeenkomst betreffende de verkoop van zaken of goederen
verkoopakten	=	verkoopakte
verkoopaktes	=	verkoopakte
verkoopanalyse	noun	onderzoek naar de opbouw van het klantenbestand en het proces van de afzet, als ondersteuning voor de besluitvorming in een bedrijf
verkoopanalysen	=	verkoopanalyse
verkoopanalyses	=	verkoopanalyse
verkoopartikel	noun	iets dat tegen betaling kan worden verkregen
verkoopartikelen	=	verkoopartikel
verkoopartikels	=	verkoopartikel
verkoopautomaat	noun	een machine die na betaling een gekozen product levert
verkoopautomaatje	=	verkoopautomaat
verkoopautomaatjes	=	verkoopautomaat
verkoopautomaatondernemer	noun	persoon die een verkoopautomaat exploiteert
verkoopautomaatondernemers	=	verkoopautomaatondernemer
verkoopautomaten	=	verkoopautomaat
verkoopbaar	adj	geschikt om te verkopen
verkoopbaarder	=	verkoopbaar
verkoopbaardere	=	verkoopbaar
verkoopbaarders	=	verkoopbaar
verkoopbaars	=	verkoopbaar
verkoopbaarst	=	verkoopbaar
verkoopbaarste	=	verkoopbaar
verkoopbare	=	verkoopbaar
verkoopbedrag	noun	de hoeveelheid geld die men ontvangt als men iets verkoopt
verkoopbedragen	=	verkoopbedrag
verkoopbedragje	=	verkoopbedrag
verkoopbedragjes	=	verkoopbedrag
verkoopbedrijf	noun	bedrijf dat zijn omzet vooral uit verkoop haalt
verkoopbedrijfje	=	verkoopbedrijf
verkoopbedrijfjes	=	verkoopbedrijf
verkoopbedrijven	=	verkoopbedrijf
verkoopbeleid	noun	bewust gekozen werkwijze van een ondernemer om de afzet van zijn product zo gunstig mogelijk te laten verlopen
verkoopboek	noun	een financieel document of deel van de boekhouding waarin alle uitgaande verkoopfacturen van een bedrijf worden bijgehouden
verkoopboeken	=	verkoopboek
verkoopboekje	=	verkoopboek
verkoopboekjes	=	verkoopboek
verkoopcijfer	noun	de aantallen die van een bepaald (soort) product verkocht worden
verkoopcijfers	=	verkoopcijfer
verkoopdag	noun	dag dat men iets mag verkopen; dag dat men iets verkoopt
verkoopdagen	=	verkoopdag
verkoopdagje	=	verkoopdag
verkoopdagjes	=	verkoopdag
verkoopen	=	verkopen
verkoopje	=	verkoop
verkoopjes	=	verkoop
verkoopkanaal	noun	weg waarlangs iets verkocht wordt
verkoopkanaaltje	=	verkoopkanaal
verkoopkanaaltjes	=	verkoopkanaal
verkoopkanalen	=	verkoopkanaal
verkoopkost	noun|obsolete	geld dat men uitgeeft om een product te verkopen
verkoopkosten	noun	geld dat men uitgeeft om een product te verkopen
verkooplijst	noun	lijst met verkochte producten
verkooplijsten	=	verkooplijst
verkooplijstje	=	verkooplijst
verkooplijstjes	=	verkooplijst
verkooplokaal	noun	ruimte in een gebouw bestemd voor het veilen van goederen
verkooplokalen	=	verkooplokaal
verkoopmaatschappij	noun	een organisatie die is opgericht om iets te verkopen
verkoopmaatschappijen	=	verkoopmaatschappij
verkoopmaatschappijtje	=	verkoopmaatschappij
verkoopmaatschappijtjes	=	verkoopmaatschappij
verkoopmakelaar	noun	makelaar die opkomt voor de belangen van de verkopende partij
verkoopmakelaars	=	verkoopmakelaar
verkoopmakelaartje	=	verkoopmakelaar
verkoopmakelaartjes	=	verkoopmakelaar
verkoopmakelaren	=	verkoopmakelaar
verkoopmoment	noun	moment of korte periode dat men iets verkoopt
verkoopmomenten	=	verkoopmoment
verkoopopleiding	noun	een gestructureerd programma of educatief traject dat gericht is op het aanleren en verbeteren van vaardigheden, technieken en kennis die nodig zijn om producten of diensten succesvol te verkopen.
verkoopopleidingen	=	verkoopopleiding
verkoopopleidinkje	=	verkoopopleiding
verkoopopleidinkjes	=	verkoopopleiding
verkooppagina	noun	speciale webpagina op een website die gericht is op het verkopen van een specifiek product of dienst aan een bezoeker
verkooppagina's	=	verkooppagina
verkooppaginaatje	=	verkooppagina
verkooppaginaatjes	=	verkooppagina
verkooppraat	noun	verhaal(tje) dat een verkoper houdt over een te verkopen product; vaak worden de kwaliteiten van het product beter voorgesteld dan overeenkomt met de werkelijkheid
verkooppraatje	=	verkooppraat
verkooppraatjes	=	verkooppraat
verkoopprijs	noun	de hoeveelheid geld die en verkoper vraagt aan de koper
verkoopprijsje	=	verkoopprijs
verkoopprijzen	=	verkoopprijs
verkoopproces	noun	de manier waarop de verkoop van iets geregeld is
verkoopprocessen	=	verkoopproces
verkooppunt	noun	plek waarop artikelen te koop worden aangeboden
verkooppunten	=	verkooppunt
verkooppuntje	=	verkooppunt
verkooppuntjes	=	verkooppunt
verkooprecord	noun	hoogste prijs die ooit betaald is voor een bepaald product
verkooprecords	=	verkooprecord
verkoopresultaat	noun	hoe veel er van een product verkocht wordt, of hoeveel omzet er is in een winkel
verkoopresultaatje	=	verkoopresultaat
verkoopresultaatjes	=	verkoopresultaat
verkoopresultaten	=	verkoopresultaat
verkoopsactie	noun	promotionele actie waarbij producten of diensten tijdelijk tegen een verlaagd tarief of met een speciale aanbieding worden aangeboden, met als doel de verkoop te stimulere
verkoopsacties	=	verkoopsactie
verkoopsactietje	=	verkoopsactie
verkoopsactietjes	=	verkoopsactie
verkoopsadministratie	noun	het bijhouden en documenteren van alle transacties en afspraken met klanten, inclusief offertes, leveringen, facturen, betalingen en contracten
verkoopsadministraties	=	verkoopsadministratie
verkoopsartikel	noun	iets dat tegen betaling kan worden verkregen
verkoopsartikelen	=	verkoopsartikel
verkoopsartikels	=	verkoopsartikel
verkoopsopleiding	noun	Een verkoopsopleiding is een gestructureerd leertraject dat erop gericht is commerciële vaardigheden, kennis en technieken aan te leren om effectief producten of diensten te verkopen.
verkoopsopleidingen	=	verkoopsopleiding
verkoopsopleidinkje	=	verkoopsopleiding
verkoopsopleidinkjes	=	verkoopsopleiding
verkoopsprijs	noun	de prijs die een handelaar of winkelier vraagt bij de verkoop van producten of diensten
verkoopsprijsje	=	verkoopsprijs
verkoopsprijsjes	=	verkoopsprijs
verkoopsprijzen	=	verkoopsprijs
verkoopsresultaat	noun	hoe veel er van een product verkocht wordt, of hoeveel de omzet er is in een winkel
verkoopsresultaatje	=	verkoopsresultaat
verkoopsresultaatjes	=	verkoopsresultaat
verkoopsresultaten	=	verkoopsresultaat
verkoopster	noun	Een vrouwelijke verkoper.
verkoopsters	=	verkoopster
verkoopstertje	=	verkoopster
verkoopstertjes	=	verkoopster
verkoopstijging	noun	de procentuele of absolute toename van het aantal verkochte producten (afzet) of de behaalde opbrengst (omzet) over een bepaalde periode.
verkoopstijgingen	=	verkoopstijging
verkoopstijginkje	=	verkoopstijging
verkoopstijginkjes	=	verkoopstijging
verkoopsvoorwaarde	noun	de eisen die de verkopende partij stelt bij het verkopen van goederen of diensten
verkoopsvoorwaarden	=	verkoopsvoorwaarde
verkoopt	=	verkopen
verkooptentoonstelling	noun	tentoonstelling van kunstwerken die men ook kan kopen
verkooptentoonstellingen	=	verkooptentoonstelling
verkooptentoonstellinkje	=	verkooptentoonstelling
verkooptentoonstellinkjes	=	verkooptentoonstelling
verkoopverbod	noun	een wettelijk verbod dat bepaalde producten, zoals rookwaren (tabak, vapes) en soms alcohol, verbiedt om verkocht te worden op specifieke plaatsen (supermarkten, horeca) of door bepaalde verkoopkanalen (online, festivals) om gezondheidsredenen en het ontmoedigen van verslaving, met als doel een rookvrije generatie te realiseren.
verkoopverboden	=	verkoopverbod
verkoopverbodje	=	verkoopverbod
verkoopverbodjes	=	verkoopverbod
verkoopvestiging	noun	fysieke locatie van een onderneming (vaak een filiaal of kantoor) van waaruit de verkoop en distributie van producten of diensten plaatsvindt.
verkoopvestigingen	=	verkoopvestiging
verkoopvestigingetje	=	verkoopvestiging
verkoopvestigingetjes	=	verkoopvestiging
verkoopvoorwaarde	noun	de eisen die die verkopende partij stelt bij de verkoop van goederen of diensten
verkoopvoorwaarden	=	verkoopvoorwaarde
verkoopwaarde	noun	de hoeveelheid geld die men kan ontvangen als men iets verkoopt
verkoopwaarden	=	verkoopwaarde
verkoopwaardes	=	verkoopwaarde
verkoor	=	verkiezen
verkoort	=	verkiezen
verkoos	=	verkiezen
verkoost	=	verkiezen
verkope	=	verkopen
verkopen	verb	goederen tegen betaling aan een nieuwe eigenaar geven
verkopend	=	verkopen
verkopende	=	verkopen
verkoper	noun	iemand die goederen of diensten verkoopt
verkoperd	=	verkoperen
verkoperde	=	verkoperen
verkoperden	=	verkoperen
verkopere	=	verkoperen
verkoperen	verb	een voorwerp bedekken met een dun laagje koper
verkoperend	=	verkoperen
verkoperende	=	verkoperen
verkopers	=	verkoper
verkopert	=	verkoperen
verkopertje	=	verkoper
verkopertjes	=	verkoper
verkoping	noun	de keer dat er verkocht wordt, de keer dat er publiekelijk en bij opbod verkocht wordt
verkopingen	=	verkoping
verkopinkje	=	verkoping
verkopinkjes	=	verkoping
verkore	=	verkiezen
verkoren	=	verkiezen
verkorenª	=	verkiezen
verkorf	=	verkerven
verkorft	=	verkerven
verkorrel	=	verkorrelen
verkorreld	=	verkorrelen
verkorrelde	=	verkorrelen
verkorrelden	=	verkorrelen
verkorrele	=	verkorrelen
verkorrelen	verb	tot korrels worden
verkorrelend	=	verkorrelen
verkorrelende	=	verkorrelen
verkorrelt	=	verkorrelen
verkort	=	verkorten
verkorte	=	verkorten
verkorten	verb	korter maken
verkortend	=	verkorten
verkortende	=	verkorten
verkorting	noun	een afkorting van een woord of woordgroep die ontstaat door weglating van een of meer (delen van) lettergrepen en die als verkorting wordt uitgesproken
verkortingen	=	verkorting
verkortingsteken	noun	een woordteken gebruikt om een woord te verkorten
verkortingstekens	=	verkortingsteken
verkortingstekentje	=	verkortingsteken
verkortingstekentjes	=	verkortingsteken
verkortinkje	=	verkorting
verkortinkjes	=	verkorting
verkortte	=	verkorten
verkortten	=	verkorten
verkorve	=	verkerven
verkorven	=	verkerven
verkoud	=	verkouden
verkoudde	=	verkouden
verkoudden	=	verkouden
verkoude	=	verkouden
verkouden	adj	last hebbend van een ongevaarlijke virusinfectie aan de bovenste luchtwegen, een kou gevat hebbend
verkoudend	=	verkouden
verkoudener	=	verkouden
verkoudeners	=	verkouden
verkoudens	=	verkouden
verkoudenst	=	verkouden
verkoudenste	=	verkouden
verkoudheden	=	verkoudheid
verkoudheid	noun	een virusinfectie aan keel of neus
verkoudheidje	=	verkoudheid
verkoudheidjes	=	verkoudheid
verkoudheidsklacht	noun	symptomen die horen bij een verkoudheid
verkoudheidsklachten	=	verkoudheidsklacht
verkoudt	=	verkouden
verkouwen	=	verkouden
verkoze	=	verkiezen
verkozen	=	verkiezen
verkozene	noun	die verkozen is
verkozenen	=	verkozene
verkracht	=	verkrachten
verkrachtbaar	adj	geschikt of in een positie om verkracht te worden
verkrachtbaarder	=	verkrachtbaar
verkrachtbaardere	=	verkrachtbaar
verkrachtbaarders	=	verkrachtbaar
verkrachtbaars	=	verkrachtbaar
verkrachtbaarst	=	verkrachtbaar
verkrachtbaarste	=	verkrachtbaar
verkrachtbare	=	verkrachtbaar
verkrachte	=	verkrachten
verkrachten	verb	iemand met geweld tot seksueel verkeer dwingen
verkrachtend	=	verkrachten
verkrachtende	=	verkrachten
verkrachter	noun	iemand die seksuele handelingen verricht met een ander tegen de wil van die ander
verkrachters	=	verkrachter
verkrachtertje	=	verkrachter
verkrachtertjes	=	verkrachter
verkrachting	noun	gewelddaad die leidt tot het seksueel binnendringen van de vagina of anus (met de penis of een voorwerp) tegen de zin in van het slachtoffer
verkrachtingen	=	verkrachting
verkrachtingetje	=	verkrachting
verkrachtingsdrug	noun	verdovende stof die men iemand tijdens een afspraakje heimelijk toedient zodat men die persoon seksueel kan misbruiken
verkrachtingsdrugs	=	verkrachtingsdrug
verkrachtingszaak	noun	één bepaald geval van verkrachting
verkrachtingszaakje	=	verkrachtingszaak
verkrachtingszaakjes	=	verkrachtingszaak
verkrachtingszaken	=	verkrachtingszaak
verkrachtinkje	=	verkrachting
verkrachtte	=	verkrachten
verkrachtten	=	verkrachten
verkramp	=	verkrampen
verkrampe	=	verkrampen
verkrampen	verb	in spiercontractie geraken
verkrampend	=	verkrampen
verkrampende	=	verkrampen
verkramping	noun	toestand van pijnlijke samentrekking van een spier die niet vanzelf kan ophouden
verkrampingen	=	verkramping
verkrampt	adj	met stijf aangetrokken spieren
verkrampte	=	verkrampt
verkrampten	=	verkrampen
verkrampter	=	verkrampt
verkramptere	=	verkrampt
verkrampters	=	verkrampt
verkramptheden	=	verkramptheid
verkramptheid	noun	de mate waarin iemand gespannen is
verkrampts	=	verkrampt
verkramptst	=	verkrampt
verkramptste	=	verkrampt
verkrap	=	verkrappen
verkrappe	=	verkrappen
verkrappen	verb	minder gul zijn met het scheppen of uitlenen van geld door de centrale bank
verkrappend	=	verkrappen
verkrappende	=	verkrappen
verkrapt	=	verkrappen
verkrapte	=	verkrappen
verkrapten	=	verkrappen
verkreeg	=	verkrijgen
verkreegt	=	verkrijgen
verkrege	=	verkrijgen
verkregen	=	verkrijgen
verkreuk	=	verkreuken
verkreuke	=	verkreuken
verkreukel	=	verkreukelen
verkreukeld	=	verkreukelen
verkreukelde	=	verkreukelen
verkreukelden	=	verkreukelen
verkreukele	=	verkreukelen
verkreukelen	verb	kreukels krijgen
verkreukelend	=	verkreukelen
verkreukelende	=	verkreukelen
verkreukelt	=	verkreukelen
verkreuken	verb	verkreukelen
verkreukend	=	verkreuken
verkreukende	=	verkreuken
verkreukt	=	verkreuken
verkreukte	=	verkreuken
verkreukten	=	verkreuken
verkrijg	=	verkrijgen
verkrijgbaar	adj	te koop, leverbaar
verkrijgbaarder	=	verkrijgbaar
verkrijgbaardere	=	verkrijgbaar
verkrijgbaarders	=	verkrijgbaar
verkrijgbaars	=	verkrijgbaar
verkrijgbaarst	=	verkrijgbaar
verkrijgbaarste	=	verkrijgbaar
verkrijgbare	=	verkrijgbaar
verkrijge	=	verkrijgen
verkrijgen	verb	in bezit krijgen, verwerven.
verkrijgend	=	verkrijgen
verkrijgende	=	verkrijgen
verkrijging	noun	het verkrijgen
verkrijgingen	=	verkrijging
verkrijginkje	=	verkrijging
verkrijginkjes	=	verkrijging
verkrijgt	=	verkrijgen
verkrom	=	verkrommen
verkromd	=	verkrommen
verkromde	=	verkrommen
verkromden	=	verkrommen
verkromme	=	verkrommen
verkrommen	verb	krom worden
verkrommend	=	verkrommen
verkrommende	=	verkrommen
verkromt	=	verkrommen
verkrop	=	verkroppen
verkroppe	=	verkroppen
verkroppen	verb	iets onaangenaams zonder verweer verwerken
verkroppend	=	verkroppen
verkroppende	=	verkroppen
verkropt	=	verkroppen
verkropte	=	verkroppen
verkropten	=	verkroppen
verkrot	=	verkrotten
verkrotte	=	verkrotten
verkrotten	verb	door gebrekkig onderhoud in een krot veranderen
verkrottend	=	verkrotten
verkrottende	=	verkrotten
verkrotting	noun|informal	verval van bouwwerken door gebrek aan onderhoud
verkrottingen	=	verkrotting
verkrui	=	verkruien
verkruid	=	verkruien
verkruide	=	verkruien
verkruiden	=	verkruien
verkruie	=	verkruien
verkruien	verb	met een kruiwagen vervoeren
verkruiend	=	verkruien
verkruiende	=	verkruien
verkruimel	=	verkruimelen
verkruimeld	=	verkruimelen
verkruimelde	=	verkruimelen
verkruimelden	=	verkruimelen
verkruimele	=	verkruimelen
verkruimelen	verb	tot kruimels maken
verkruimelend	=	verkruimelen
verkruimelende	=	verkruimelen
verkruimelt	=	verkruimelen
verkruit	=	verkruien
verkuil	=	verkuilen
verkuild	=	verkuilen
verkuilde	=	verkuilen
verkuilden	=	verkuilen
verkuile	=	verkuilen
verkuilen	verb	van de ene naar de andere kuil verplaatsen
verkuilend	=	verkuilen
verkuilende	=	verkuilen
verkuilt	=	verkuilen
verkwansel	=	verkwanselen
verkwanseld	=	verkwanselen
verkwanselde	=	verkwanselen
verkwanselden	=	verkwanselen
verkwansele	=	verkwanselen
verkwanselen	verb	niet de moeite doen om qua geld de echte waarde eruit te halen
verkwanselend	=	verkwanselen
verkwanselende	=	verkwanselen
verkwanseling	noun	het verspillen van iets dat waardevol is
verkwanselingen	=	verkwanseling
verkwanselt	=	verkwanselen
verkwijn	=	verkwijnen
verkwijnd	=	verkwijnen
verkwijnde	=	verkwijnen
verkwijnden	=	verkwijnen
verkwijne	=	verkwijnen
verkwijnen	verb	geleidelijk aan minder (zwakker) worden
verkwijnend	=	verkwijnen
verkwijnende	=	verkwijnen
verkwijnt	=	verkwijnen
verkwik	=	verkwikken
verkwikke	=	verkwikken
verkwikkelijk	adj	energie gevend
verkwikkelijke	=	verkwikkelijk
verkwikkelijker	=	verkwikkelijk
verkwikkelijkere	=	verkwikkelijk
verkwikkelijkers	=	verkwikkelijk
verkwikkelijks	=	verkwikkelijk
verkwikkelijkst	=	verkwikkelijk
verkwikkelijkste	=	verkwikkelijk
verkwikken	verb	de gevolgen van vermoedheid en dorst ongedaan maken
verkwikkend	adj	wakker, energiek en fris makend
verkwikkende	=	verkwikken
verkwikkender	=	verkwikkend
verkwikkendere	=	verkwikkend
verkwikkenders	=	verkwikkend
verkwikkends	=	verkwikkend
verkwikkendst	=	verkwikkend
verkwikkendste	=	verkwikkend
verkwikking	noun	iets dat opfrist en weer nieuwe energie geeft
verkwikkingen	=	verkwikking
verkwikkinkje	=	verkwikking
verkwikkinkjes	=	verkwikking
verkwikt	=	verkwikken
verkwikte	=	verkwikken
verkwikten	=	verkwikken
verkwist	=	verkwisten
verkwiste	=	verkwisten
verkwisten	verb	iets gebruiken zonder dat je het goed of volledig benut
verkwistend	adj	veel waardevolle zaken zonder voldoende nuttig effect verbruikend
verkwistende	=	verkwisten
verkwistender	=	verkwistend
verkwistendere	=	verkwistend
verkwistenders	=	verkwistend
verkwistends	=	verkwistend
verkwistendst	=	verkwistend
verkwistendste	=	verkwistend
verkwister	noun	iemand die waardevolle zaken niet voor nuttige zaken gebruikt
verkwisters	=	verkwister
verkwistertje	=	verkwister
verkwisting	noun	het verkwisten
verkwistingen	=	verkwisting
verkwistte	=	verkwisten
verkwistten	=	verkwisten
verlaad	=	verladen
verlaadde	=	verladen
verlaadden	=	verladen
verlaadt	=	verladen
verlaag	=	verlagen
verlaagd	=	verlagen
verlaagde	=	verlagen
verlaagden	=	verlagen
verlaagt	=	verlagen
verlaast	=	verlezen
verlaat	noun	afvoerinrichting voor water	adj	later plaatsvindend dan oorspronkelijk bepaald
verlaatje	=	verlaat
verlaatjes	=	verlaat
verlaats	=	verlaat
verlaatte	=	verlaten
verlaatten	=	verlaten
verlade	=	verladen
verladen	verb	een lading laten vervoeren door een vervoerder
verladend	=	verladen
verladende	=	verladen
verladens	=	verladen
verlader	noun	de partij die een lading laat transporteren door een vervoerder
verladers	=	verlader
verladersorganisatie	noun	belangenbehartiger van verladers, ontvangers en eigen vervoerders
verladersorganisaties	=	verladersorganisatie
verladersorganisatietje	=	verladersorganisatie
verladersorganisatietjes	=	verladersorganisatie
verladertje	=	verlader
verladertjes	=	verlader
verlading	noun	lading verplaatsen van het ene naar het andere vervoertuig
verladingen	=	verlading
verladinkje	=	verlading
verladinkjes	=	verlading
verlaeting	=	verlating
verlaetingh	=	verlating
verlaetinghe	=	verlating
verlag	=	verliggen
verlage	=	verlagen
verlagen	verb	op een lager peil brengen
verlagend	=	verlagen
verlagende	=	verlagen
verlaging	noun	een vermindering in hoogte of aantal werklozen
verlagingen	=	verlaging
verlagingsteken	noun	een symbool om een verlaging van toon aan te geven
verlagingstekens	=	verlagingsteken
verlagingstekentje	=	verlagingsteken
verlagingstekentjes	=	verlagingsteken
verlaginkje	=	verlaging
verlaginkjes	=	verlaging
verlagt	=	verliggen
verlak	=	verlakken
verlakke	=	verlakken
verlakken	verb|informal	bedriegen, beetnemen
verlakkend	=	verlakken
verlakkende	=	verlakken
verlakker	noun	iemand die de zaak bedriegt, een bedrieger
verlakkerij	noun	bedrog
verlakkerijen	=	verlakkerij
verlakkers	=	verlakker
verlakkertje	=	verlakker
verlakkertjes	=	verlakker
verlakt	=	verlakken
verlakte	=	verlakken
verlakten	=	verlakken
verlam	=	verlammen
verlamd	=	verlammen
verlamde	noun	iemand die verlamd is d.w.z. die beroofd is van het vermogen zich te bewegen
verlamden	=	verlammen
verlamme	=	verlammen
verlammen	verb	van het vermogen zich te bewegen beroven
verlammend	adj	krachteloos, futloos, lam geworden
verlammende	=	verlammend
verlammender	=	verlammend
verlammendere	=	verlammend
verlammenders	=	verlammend
verlammends	=	verlammend
verlammendst	=	verlammend
verlammendste	=	verlammend
verlamming	noun	toestand waarin men niet is staat is zich te bewegen
verlammingen	=	verlamming
verlamminkje	=	verlamming
verlamminkjes	=	verlamming
verlamt	=	verlammen
verland	=	verlanden
verlandde	=	verlanden
verlandden	=	verlanden
verlande	=	verlanden
verlanden	verb	door aanslibbing tot land worden
verlandend	=	verlanden
verlandende	=	verlanden
verlanding	noun	het verlanden
verlandingen	=	verlanding
verlandinkje	=	verlanding
verlandinkjes	=	verlanding
verlandt	=	verlanden
verlang	=	verlangen
verlangd	=	verlangen
verlangde	=	verlangen
verlangden	=	verlangen
verlange	=	verlangen
verlangeloos	adj	zonder te verlangen
verlangeloost	=	verlangeloos
verlangelooste	=	verlangeloos
verlangeloze	=	verlangeloos
verlangelozer	=	verlangeloos
verlangelozere	=	verlangeloos
verlangelozers	=	verlangeloos
verlangen	verb	~ naar iets erg graag willen hebben	noun	graag iets willen hebben
verlangend	adj	heel erg hopend op iets
verlangende	=	verlangen
verlangender	=	verlangend
verlangendere	=	verlangend
verlangenders	=	verlangend
verlangends	=	verlangend
verlangendst	=	verlangend
verlangendste	=	verlangend
verlangens	=	verlangen
verlangentje	=	verlangen
verlangentjes	=	verlangen
verlanglijst	noun	opsomming van wensen en verlangens
verlanglijsten	=	verlanglijst
verlanglijstje	=	verlanglijst
verlanglijstjes	=	verlanglijst
verlangt	=	verlangen
verlangzaam	=	verlangzamen
verlangzaamd	=	verlangzamen
verlangzaamde	=	verlangzamen
verlangzaamden	=	verlangzamen
verlangzaamt	=	verlangzamen
verlangzame	=	verlangzamen
verlangzamen	verb	trager worden
verlangzamend	=	verlangzamen
verlangzamende	=	verlangzamen
verlap	=	verlappen
verlappe	=	verlappen
verlappen	verb	verkopen onder ongunstige voorwaarden
verlappend	=	verlappen
verlappende	=	verlappen
verlapt	=	verlappen
verlapte	=	verlappen
verlapten	=	verlappen
verlas	=	verlezen
verlate	=	verlaten
verlaten	verb	weggaan (van)
verlatend	=	verlaten
verlatende	=	verlaten
verlatene	noun	iemand die verlaten is
verlatenen	=	verlatene
verlatenheden	=	verlatenheid
verlatenheid	noun	een toestand van door allen verlaten zijn
verlatens	=	verlaten
verlater	noun	iemand die verlaat
verlaters	=	verlater
verlatertje	=	verlater
verlatertjes	=	verlater
verlating	noun	het verlaten, achterlaten
verlatingen	=	verlating
verlatingh	=	verlating
verlatinghe	=	verlating
verlatingsangst	noun	angst (vooral onder kinderen) om in de steek te worden gelaten
verlatingsangsten	=	verlatingsangst
verlatinkje	=	verlating
verlaze	=	verlezen
verlazen	=	verlezen
verlease	=	verleasen
verleased	=	verleasen
verleasede	=	verleasen
verleaseden	=	verleasen
verleasen	verb	tegen betaling langdurig gebruik van iets toestaan
verleasend	=	verleasen
verleasende	=	verleasen
verleaset	=	verleasen
verleasete	=	verleasen
verleaseten	=	verleasen
verlede	=	verlijden
verleden	noun	de voorafgaande tijd, dat wat voorbij is	adj	voorafgaand aan de huidige; voorbij
verledens	=	verleden
verledentje	=	verleden
verledentjes	=	verleden
verleed	=	verlijden
verleedt	=	verlijden
verleegen	=	verlegen
verleen	=	verlenen
verleend	=	verlenen
verleende	=	verlenen
verleenden	=	verlenen
verleent	=	verlenen
verleer	=	verleren
verleerd	=	verleren
verleerde	=	verleren
verleerden	=	verleren
verleert	=	verleren
verlees	=	verlezen
verleest	=	verlezen
verleg	=	verleggen
verlegd	=	verleggen
verlegde	=	verleggen
verlegden	=	verleggen
verlegen	adj	onzeker tegenover anderen
verlegene	noun	bedeesd persoon	adj|obsolete	verbogen vorm van de stellende trap van verlegen
verlegenen	=	verlegene
verlegener	=	verlegen
verlegeners	=	verlegen
verlegenheden	=	verlegenheid
verlegenheid	noun	het verlegen zijn
verlegenheidje	=	verlegenheid
verlegens	=	verlegen
verlegenst	=	verlegen
verlegenste	=	verlegen
verlegge	=	verleggen
verleggen	verb	anders leggen, verplaatsen
verleggend	=	verleggen
verleggende	=	verleggen
verlegging	noun	een verplaatsing
verleggingen	=	verlegging
verlegginkje	=	verlegging
verlegginkjes	=	verlegging
verlegt	=	verleggen
verlei	=	verleien
verleid	=	verleiden
verleidde	=	verleiden
verleidden	=	verleiden
verleide	=	verleiden
verleidelijk	adj	gemakkelijk te verleiden
verleidelijke	=	verleidelijk
verleidelijker	=	verleidelijk
verleidelijkere	=	verleidelijk
verleidelijkers	=	verleidelijk
verleidelijks	=	verleidelijk
verleidelijkst	=	verleidelijk
verleidelijkste	=	verleidelijk
verleiden	verb	tot kwaad brengen
verleidend	=	verleiden
verleidende	=	verleiden
verleider	noun	iemand die of iets dat verleidt
verleiders	=	verleider
verleidertje	=	verleider
verleiding	noun	het verleiden van iets of iemand
verleidingen	=	verleiding
verleidingskunst	noun	de kunst of een handigheidje om iets of iemand te verleiden
verleidingskunsten	=	verleidingskunst
verleidingskunstje	=	verleidingskunst
verleidingskunstjes	=	verleidingskunst
verleidinkje	=	verleiding
verleidinkjes	=	verleiding
verleidster	noun	vrouw die verleid, vrouwelijke vorm van verleider
verleidsters	=	verleidster
verleidstertje	=	verleidster
verleidstertjes	=	verleidster
verleidt	=	verleiden
verleie	=	verleien
verleien	verb	belenen
verleiend	=	verleien
verleiende	=	verleien
verleit	=	verleien
verlekker	=	verlekkeren
verlekkerd	adj	begerig, belust, gretig
verlekkerde	=	verlekkerd
verlekkerden	=	verlekkeren
verlekkerder	=	verlekkerd
verlekkerdere	=	verlekkerd
verlekkerders	=	verlekkerd
verlekkerds	=	verlekkerd
verlekkerdst	=	verlekkerd
verlekkerdste	=	verlekkerd
verlekkere	=	verlekkeren
verlekkeren	verb	iets met veel plezier beleven, ongegeneerd een verlangen, begeerte naar iets tonen
verlekkerend	=	verlekkeren
verlekkerende	=	verlekkeren
verlekkert	=	verlekkeren
verlene	=	verlenen
verlenen	verb	iemand iets ~: iemand begunstigen met iets, iemand iets toestaan
verlenend	=	verlenen
verlenende	=	verlenen
verlener	noun	iemand die verleent (geeft, biedt)
verleners	=	verlener
verlenertje	=	verlener
verleng	=	verlengen
verlengbaar	adj	van iets dat het langer gemaakt kan worden of langer kan duren
verlengbaarder	=	verlengbaar
verlengbaardere	=	verlengbaar
verlengbaarders	=	verlengbaar
verlengbaars	=	verlengbaar
verlengbaarst	=	verlengbaar
verlengbaarste	=	verlengbaar
verlengbare	=	verlengbaar
verlengd	=	verlengen
verlengde	=	verlengen
verlengden	=	verlengen
verlenge	=	verlengen
verlengen	verb	langer maken
verlengend	=	verlengen
verlengende	=	verlengen
verlenging	noun	dat waarmee iets verlengd is
verlengingen	=	verlenging
verlenginkje	=	verlenging
verlenginkjes	=	verlenging
verlengkabel	noun	kabel om elektrische stroom of een dataconnectie op een andere plaats mogelijk te maken
verlengkabels	=	verlengkabel
verlengkabeltje	=	verlengkabel
verlengkabeltjes	=	verlengkabel
verlengsnoer	noun	elektrisch snoer voorzien van stekker en contrastekker(s) (of contactdozen)
verlengsnoeren	=	verlengsnoer
verlengsnoertje	=	verlengsnoer
verlengsnoertjes	=	verlengsnoer
verlengstuk	noun	voorwerp waarmee men iets kan verlengen
verlengstukje	=	verlengstuk
verlengstukjes	=	verlengstuk
verlengstukken	=	verlengstuk
verlengt	=	verlengen
verlening	noun	toekenning, vergunning, verstrekking, attributie, verschaffing.
verleningen	=	verlening
verleninkje	=	verlening
verleninkjes	=	verlening
verlep	=	verleppen
verleppe	=	verleppen
verleppen	verb	verwelken
verleppend	=	verleppen
verleppende	=	verleppen
verlept	=	verleppen
verlepte	=	verleppen
verlepten	=	verleppen
verlere	=	verleren
verleren	verb	iets wat ooit geleerd is weer vergeten
verlerend	=	verleren
verlerende	=	verleren
verlet	noun	tijdverzuim
verletkosten	noun	kosten van tijdverzuim
verlette	=	verletten
verletten	verb	verzuimen
verlettend	=	verletten
verlettende	=	verletten
verleuter	=	verleuteren
verleuterd	=	verleuteren
verleuterde	=	verleuteren
verleuterden	=	verleuteren
verleutere	=	verleuteren
verleuteren	verb	met kletsen (oeverloos zwammen) verloren laten gaan
verleuterend	=	verleuteren
verleuterende	=	verleuteren
verleutert	=	verleuteren
verlevendig	=	verlevendigen
verlevendigd	=	verlevendigen
verlevendigde	=	verlevendigen
verlevendigden	=	verlevendigen
verlevendige	=	verlevendigen
verlevendigen	verb	levendig(er) maken
verlevendigend	=	verlevendigen
verlevendigende	=	verlevendigen
verlevendiging	noun	het levendiger, actiever of aantrekkelijker maken van iets.
verlevendigingen	=	verlevendiging
verlevendigingetje	=	verlevendiging
verlevendigingetjes	=	verlevendiging
verlevendigt	=	verlevendigen
verleze	=	verlezen
verlezen	verb	zich ~: een fout maken bij het lezen
verlezend	=	verlezen
verlezende	=	verlezen
verlezens	=	verlezen
verlicht	adj	met de eigenschappen tot de essentie door te kunnen dringen, bevrijd van enig vooroordeel
verlichte	=	verlichten
verlichten	verb	van licht voorzien
verlichtend	=	verlichten
verlichtende	=	verlichten
verlichter	noun	iemand die verlicht
verlichtere	=	verlicht
verlichters	=	verlicht
verlichtertje	=	verlichter
verlichtertjes	=	verlichter
verlichting	noun	het verlichten
verlichtingen	=	verlichting
verlichtingsarmaturen	=	verlichtingsarmatuur
verlichtingsarmatuur	noun	armatuur voor verlichting
verlichtingsdenken	noun	de manier van denken die past bij de filosofie van de verlichting
verlichtingsdenker	noun	iemand die denkt op een manier die past bij de filosofie van de verlichting
verlichtingsdenkers	=	verlichtingsdenker
verlichtingsdenkertje	=	verlichtingsdenker
verlichtingsdenkertjes	=	verlichtingsdenker
verlichtingsfundamentalisme	noun	ideologie die zijn oorsprong vindt in de Verlichting, maar daarbij zijn gedachtegoed, normen en waarden op wil leggen aan anderen
verlichtingsfundamentalist	noun	aanhanger van het verlichtingsfundamentalisme
verlichtingsfundamentalisten	=	verlichtingsfundamentalist
verlichtingsinstallatie	noun	inrichting die een goed verlichtingsniveau tracht te verkrijgen door toepassing van elektrisch licht
verlichtingsinstallaties	=	verlichtingsinstallatie
verlichtingsinstallatietje	=	verlichtingsinstallatie
verlichtingsinstallatietjes	=	verlichtingsinstallatie
verlichtingsoptimisme	noun	opvatting dat vooruitgang op de lange duur kenmerkend is voor de geschiedenis en dat mensen van nature geneigd zijn daaraan bij te dragen
verlichtingssterkte	noun	de op een oppervlak invallende lichtstroom per oppervlakte-eenheid met als SI-eenheid lux of lumen per vierkante meter (lm/m2).
verlichtingssterktes	=	verlichtingssterkte
verlichtingstechniek	noun	de techniek nodig om goede (elektrische) verlichting te realiseren
verlichtingstechnieken	=	verlichtingstechniek
verlichtinkje	=	verlichting
verlichtinkjes	=	verlichting
verlichts	=	verlicht
verlichtst	=	verlicht
verlichtste	=	verlicht
verlichtte	=	verlichten
verlichtten	=	verlichten
verliederlijk	=	verliederlijken
verliederlijke	=	verliederlijken
verliederlijken	verb	liederlijk worden
verliederlijkend	=	verliederlijken
verliederlijkende	=	verliederlijken
verliederlijkt	=	verliederlijken
verliederlijkte	=	verliederlijken
verliederlijkten	=	verliederlijken
verlief	=	verlieven
verliefd	adj	door sterke amoureuze gevoelens bevangen
verliefde	noun	iemand die heel veel van iemand anders houdt (vooral in het meervoud gebruikt)
verliefden	=	verliefde
verliefder	=	verliefd
verliefdere	=	verliefd
verliefders	=	verliefd
verliefdheden	=	verliefdheid
verliefdheid	noun	amoureuze gerichtheid op een bepaalde persoon
verliefdheidje	=	verliefdheid
verliefdheidjes	=	verliefdheid
verliefds	=	verliefd
verliefdst	=	verliefd
verliefdste	=	verliefd
verlieft	=	verlieven
verliep	=	verlopen
verliepe	=	verlopen
verliepen	=	verlopen
verliept	=	verlopen
verlies	noun	het teloorgaan, het kwijtraken
verlies-en-winstrekening	noun	overzicht van de opbrengsten en kosten van een onderneming over een bepaalde periode
verlies-en-winstrekeningen	=	verlies-en-winstrekening
verliesafdekking	noun	het compenseren of opvangen van geleden verliezen.
verliesafdekkingen	=	verliesafdekking
verliesafdekkinkje	=	verliesafdekking
verliesafdekkinkjes	=	verliesafdekking
verliesbaar	adj	van iets dat het verloren kan gaan, kwijt kan raken of onderhevig is aan verlies
verliesbaarder	=	verliesbaar
verliesbaardere	=	verliesbaar
verliesbaarders	=	verliesbaar
verliesbaars	=	verliesbaar
verliesbaarst	=	verliesbaar
verliesbaarste	=	verliesbaar
verliesbare	=	verliesbaar
verliescompensatie	noun	verrekening van fiscale verliezen van een bepaald jaar met positieve inkomens of winsten van een of meer andere jaren
verliescompensaties	=	verliescompensatie
verliesgevend	adj	met hogere kosten dan opbrengsten
verliesgevende	=	verliesgevend
verliesgevender	=	verliesgevend
verliesgevendere	=	verliesgevend
verliesgevenders	=	verliesgevend
verliesgevends	=	verliesgevend
verliesgevendst	=	verliesgevend
verliesgevendste	=	verliesgevend
verliesje	=	verlies
verliesjes	=	verlies
verlieslatend	adj	van een activiteit, project of onderneming dat deze meer kosten met zich meebrengt dan ze opbrengen.
verlieslatende	=	verlieslatend
verlieslatender	=	verlieslatend
verlieslatendere	=	verlieslatend
verlieslatenders	=	verlieslatend
verlieslatends	=	verlieslatend
verlieslatendst	=	verlieslatend
verlieslatendste	=	verlieslatend
verlieslijdend	adj	van een bedrijf of deel van een bedrijf dat de kosten hoger zijn dan de inkomsten
verlieslijdende	=	verlieslijdend
verlieslijdender	=	verlieslijdend
verlieslijdendere	=	verlieslijdend
verlieslijdenders	=	verlieslijdend
verlieslijdends	=	verlieslijdend
verlieslijdendst	=	verlieslijdend
verlieslijdendste	=	verlieslijdend
verliesloos	adj	zonder verlies
verliesloost	=	verliesloos
verlieslooste	=	verliesloos
verliesloze	=	verliesloos
verlieslozer	=	verliesloos
verlieslozere	=	verliesloos
verlieslozers	=	verliesloos
verliesmakend	adj	van een activiteit, project of onderneming dat deze meer kosten met zich meebrengt dan ze opbrengen.
verliesmakende	=	verliesmakend
verliesmakender	=	verliesmakend
verliesmakendere	=	verliesmakend
verliesmakenders	=	verliesmakend
verliesmakends	=	verliesmakend
verliesmakendst	=	verliesmakend
verliesmakendste	=	verliesmakend
verliespost	noun	een boekhoudpost met negatieve waarde
verliesposten	=	verliespost
verliest	=	verliezen
verliet	=	verlaten
verliete	=	verlaten
verlieten	=	verlaten
verlieve	=	verlieven
verlieven	verb	iemand liefhebben; houden van iemand
verlievend	=	verlieven
verlievende	=	verlieven
verlieze	=	verliezen
verliezen	verb	iets kwijtraken
verliezend	adj	een nederlaag lijdend
verliezende	=	verliezen
verliezends	=	verliezend
verliezer	noun	iemand die in een spel, wedstrijd, onderhandeling of oorlog verliest
verliezers	=	verliezer
verliezertje	=	verliezer
verliezertjes	=	verliezer
verlig	=	verliggen
verligge	=	verliggen
verliggen	verb	even anders gaan liggen
verliggend	=	verliggen
verliggende	=	verliggen
verligt	=	verliggen
verlijd	=	verlijden
verlijde	=	verlijden
verlijden	verb	van een akte ten einde lopen, verlopen
verlijdend	=	verlijden
verlijdende	=	verlijden
verlijdt	=	verlijden
verlijer	=	verlijeren
verlijerd	=	verlijeren
verlijerde	=	verlijeren
verlijerden	=	verlijeren
verlijerdet	=	verlijeren
verlijere	=	verlijeren
verlijeren	verb	naar de lijzijde afdrijven, door de wind in de lij-richting afgeduwd worden
verlijerend	=	verlijeren
verlijerende	=	verlijeren
verlijering	noun	de mate waarin een zeilschip door de wind naar lijzijde weggezet wordt
verlijeringen	=	verlijering
verlijerinkje	=	verlijering
verlijerinkjes	=	verlijering
verlijert	=	verlijeren
verlijm	=	verlijmen
verlijmd	=	verlijmen
verlijmde	=	verlijmen
verlijmden	=	verlijmen
verlijme	=	verlijmen
verlijmen	verb	blijvend aan elkaar vastmaken met behulp van lijm
verlijmend	=	verlijmen
verlijmende	=	verlijmen
verlijmt	=	verlijmen
verlink	=	verlinken
verlinke	=	verlinken
verlinken	verb	aan de autoriteiten verraden
verlinkend	=	verlinken
verlinkende	=	verlinken
verlinker	noun	iemand die tegen het bevoegd gezag vertelt wat iemand verkeerd zou hebben gedaan
verlinkers	=	verlinker
verlinkertje	=	verlinker
verlinkertjes	=	verlinker
verlinkt	=	verlinken
verlinkte	=	verlinken
verlinkten	=	verlinken
verlode	=	verloden
verloden	verb	verzegelend met een loodje
verlodend	=	verloden
verlodende	=	verloden
verloeder	=	verloederen
verloederd	adj	versleten, in slechte staat verkerend
verloederde	=	verloederen
verloederden	=	verloederen
verloederds	=	verloederd
verloedere	=	verloederen
verloederen	verb	te gronde gaan
verloederend	=	verloederen
verloederende	=	verloederen
verloedering	noun	door slecht onderhoud en leegstand steeds lelijker en armoediger worden
verloederingen	=	verloedering
verloedert	=	verloederen
verlof	noun	een periode waarin werknemers van hogerhand toestemming krijgen of gevraagd worden om (voor een bepaalde periode) de reguliere werkzaamheden te staken en absent te zijn (vanwege gezinsuitbreiding, persoonlijke omstandigheden, ontspanning, gebrek aan klandizie, e.d.)
verlofbeweging	noun	een specifieke term uit de forensische zorg en het strafrecht.
verlofbewegingen	=	verlofbeweging
verlofbeweginkje	=	verlofbeweging
verlofbeweginkjes	=	verlofbeweging
verlofculturen	=	verlofcultuur
verlofcultuur	noun	samenleving waarin veel vormen van verlof zijn geregeld voor de werknemers
verlofdag	noun	een dag dat men niet hoeft te werken
verlofdagen	=	verlofdag
verlofdagje	=	verlofdag
verlofdagjes	=	verlofdag
verlofganger	noun	persoon die na gedane arbeid enige tijd rust mag nemen
verlofgangers	=	verlofganger
verlofje	=	verlof
verlofjes	=	verlof
verlofperiode	noun	tijdperk dat men niet hoeft te werken of geen dienst hoeft te doen
verlofperioden	=	verlofperiode
verlofperiodes	=	verlofperiode
verlofregeling	noun	voorwaarden voor het krijgen verlof om niet te werken met of zonder verlies van loon
verlofregelingen	=	verlofregeling
verlok	=	verlokken
verlokke	=	verlokken
verlokkelijk	adj	iets dat zeer aantrekkelijk lijkt, maar misschien toch niet zo goed is
verlokkelijke	=	verlokkelijk
verlokkelijker	=	verlokkelijk
verlokkelijkere	=	verlokkelijk
verlokkelijkers	=	verlokkelijk
verlokkelijks	=	verlokkelijk
verlokkelijkst	=	verlokkelijk
verlokkelijkste	=	verlokkelijk
verlokken	verb	tot kwaad brengen
verlokkend	adj	heel erg aantrekkelijk
verlokkende	=	verlokken
verlokkender	=	verlokkend
verlokkendere	=	verlokkend
verlokkenders	=	verlokkend
verlokkends	=	verlokkend
verlokkendst	=	verlokkend
verlokkendste	=	verlokkend
verlokker	noun	iets of iemand die mensen verlokt dingen te doen waar ze later spijt van krijgen
verlokkers	=	verlokker
verlokking	noun	iets wat heel aantrekkelijk is, maar verkeerd en zondig is
verlokkingen	=	verlokking
verlokkinkje	=	verlokking
verlokkinkjes	=	verlokking
verlokt	=	verlokken
verlokte	=	verlokken
verlokten	=	verlokken
verlone	=	verlonen
verlonen	verb	mensen een salaris betalen via een re-integratiebedrijf in plaats van een uitkering van de UWV
verlonend	=	verlonen
verlonende	=	verlonen
verloning	noun	betaling van een loon voor geleverde diensten
verloningen	=	verloning
verloninkje	=	verloning
verloochen	=	verloochenen
verloochend	=	verloochenen
verloochende	=	verloochenen
verloochenden	=	verloochenen
verloochene	=	verloochenen
verloochenen	verb	beweren geen betrekking tot het genoemde te hebben
verloochenend	=	verloochenen
verloochenende	=	verloochenen
verloochening	noun	het verloochenen
verloocheningen	=	verloochening
verloochent	=	verloochenen
verlood	=	verloden
verloodde	=	verloden
verloodden	=	verloden
verloodt	=	verloden
verloof	=	verloven
verloofd	adj	door huwelijksbelofte verbonden
verloofde	noun	iemand die toegezegd heeft met een partner in het huwelijk te willen treden
verloofden	=	verloofde
verloofdes	=	verloofde
verloofds	=	verloofd
verlooft	=	verloven
verloon	=	verlonen
verloond	=	verlonen
verloonde	=	verlonen
verloonden	=	verlonen
verloont	=	verlonen
verloop	noun	het weggaan van werknemers
verloopen	=	verlopen
verloopje	=	verloop
verloopjes	=	verloop
verloopnippel	noun	een hulpstuk om verschillen in maat en/of wijze van aansluiting bij slang- en buiskoppelingen te overbruggen
verloopnippels	=	verloopnippel
verloopnippeltje	=	verloopnippel
verloopnippeltjes	=	verloopnippel
verloopring	noun	ring om buizen, leidingen met een verschillende diameter op elkaar aan te sluiten
verloopringen	=	verloopring
verloopringetje	=	verloopring
verloopringetjes	=	verloopring
verloopstekker	noun	een hulpmiddel dat twee elektrische apparaten met ongelijke aansluitingen met elkaar kan verbinden
verloopstekkers	=	verloopstekker
verloopstekkertje	=	verloopstekker
verloopstekkertjes	=	verloopstekker
verloopt	=	verlopen
verloor	=	verliezen
verloort	=	verliezen
verloot	=	verloten
verlootte	=	verloten
verlootten	=	verloten
verlope	=	verlopen
verlopen	verb	zijn geldigheid verliezen	adj	niet meer geldig of niet meer van toepassing
verlopend	=	verlopen
verlopende	=	verlopen
verlopens	=	verlopen
verlore	=	verliezen
verloren	adj	verdwenen
verlorene	noun	dat wat men is kwijtgeraakt
verlorenen	=	verlorene
verlorener	=	verloren
verloreners	=	verloren
verlorenheden	=	verlorenheid
verlorenheid	noun	het ten onder gegaan zijn
verlorens	=	verloren
verlorenst	=	verloren
verlorenste	=	verloren
verlos	=	verlossen
verloskamer	noun	kamer in een ziekenhuis waar de bevallingen plaatsvinden
verloskamers	=	verloskamer
verloskamertje	=	verloskamer
verloskamertjes	=	verloskamer
verloskunde	noun	de studie van de zwangerschap en de bevalling
verloskundig	adj	wat betreft de verloskunde
verloskundige	noun	iemand bekwaamd in de hulp bij geboortes
verloskundigen	=	verloskundige
verloskundigenpraktijk	noun	organisatie van waaruit verloskundigen werken; werkruimte van een verloskundige
verloskundigenpraktijken	=	verloskundigenpraktijk
verloskundiger	=	verloskundig
verloskundigere	=	verloskundig
verloskundigers	=	verloskundig
verloskundigs	=	verloskundig
verloskundigst	=	verloskundig
verloskundigste	=	verloskundig
verlosse	=	verlossen
verlossen	verb	van ketenen bevrijden; (overdrachtelijk) vrij maken van iets schadelijks
verlossend	adj	van iets dat het iemand bevrijd van een last
verlossende	=	verlossen
verlossender	=	verlossend
verlossendere	=	verlossend
verlossenders	=	verlossend
verlossends	=	verlossend
verlossendst	=	verlossend
verlossendste	=	verlossend
verlosser	noun	iemand die je van een probleem bevrijdt
verlossers	=	verlosser
verlossertje	=	verlosser
verlossertjes	=	verlosser
verlossing	noun	de bevrijding van de gevolgen van de zonden van de mens door het geloof in Jesus
verlossingen	=	verlossing
verlossinkje	=	verlossing
verlost	=	verlossen
verlostang	noun	een metalen hulpmiddel dat men gebruikt als de bevalling moeizaam verloopt
verlostangen	=	verlostang
verloste	=	verlossen
verlosten	=	verlossen
verlote	=	verloten
verloten	verb	door middel van het lot aan een willekeurig iemand toekennen
verlotend	=	verloten
verlotende	=	verloten
verloting	noun	het verloten, het trekken van de loten
verlotingen	=	verloting
verlotinkje	=	verloting
verlotinkjes	=	verloting
verlove	=	verloven
verloven	verb	zich ~: iemand een (informele) belofte om te trouwen geven
verlovend	=	verloven
verlovende	=	verloven
verloving	noun	het verloven
verlovingen	=	verloving
verlovingsaankondiging	noun	mededeling van twee mensen dat ze elkaar beloofd hebben om te gaan trouwen
verlovingsaankondigingen	=	verlovingsaankondiging
verlovingsdag	noun	de dag dat een verloving plaatsvindt of heeft plaatsgevonden
verlovingsdagen	=	verlovingsdag
verlovingsfeest	noun	een feest dat men geeft omdat twee mensen elkaar belooft hebben dat ze met elkaar zullen gaan trouwen
verlovingsfeesten	=	verlovingsfeest
verlovingsfeestje	=	verlovingsfeest
verlovingsfeestjes	=	verlovingsfeest
verlovingsring	noun	ring die mensen elkaar geven bij de verloving
verlovingsringen	=	verlovingsring
verlovingsringetje	=	verlovingsring
verlovingsringetjes	=	verlovingsring
verlovingstijd	noun	de periode tussen de verloving en de huwelijksvoltrekking
verlovingstijden	=	verlovingstijd
verlovinkje	=	verloving
verlovinkjes	=	verloving
verlucht	=	verluchten
verluchte	=	verluchten
verluchten	verb	illustreren
verluchtend	=	verluchten
verluchtende	=	verluchten
verluchtig	=	verluchtigen
verluchtigd	=	verluchtigen
verluchtigde	=	verluchtigen
verluchtigden	=	verluchtigen
verluchtige	=	verluchtigen
verluchtigen	verb	vrolijker en minder zwaar maken
verluchtigend	=	verluchtigen
verluchtigende	=	verluchtigen
verluchtiging	noun	de opvrolijking, verfraaiing of het verlevendigen van iets
verluchtigingen	=	verluchtiging
verluchtigingetje	=	verluchtiging
verluchtigingetjes	=	verluchtiging
verluchtigt	=	verluchtigen
verluchting	noun	een afbeelding in een boek of drukwerk met als doel het boek mooier te maken
verluchtingen	=	verluchting
verluchtte	=	verluchten
verluchtten	=	verluchten
verluid	=	verluiden
verluidde	=	verluiden
verluidden	=	verluiden
verluide	=	verluiden
verluiden	verb	hard laten klinken
verluidend	=	verluiden
verluidende	=	verluiden
verluidt	=	verluiden
verlummel	=	verlummelen
verlummeld	=	verlummelen
verlummelde	=	verlummelen
verlummelden	=	verlummelen
verlummele	=	verlummelen
verlummelen	verb	door niets doen de tijd niet nuttig gebruiken
verlummelend	=	verlummelen
verlummelende	=	verlummelen
verlummelt	=	verlummelen
verlustig	=	verlustigen
verlustigd	=	verlustigen
verlustigde	=	verlustigen
verlustigden	=	verlustigen
verlustige	=	verlustigen
verlustigen	verb	plezier beleven door naar iets te kijken
verlustigend	=	verlustigen
verlustigende	=	verlustigen
verlustiging	noun	gevoel van welbehagen, genoegen, genot, vreugde, plezier
verlustigingen	=	verlustiging
verlustigingetje	=	verlustiging
verlustigingetjes	=	verlustiging
verlustigt	=	verlustigen
vermaagschap	noun	verwantschap
vermaagschappe	=	vermaagschappen
vermaagschappen	verb	in het huwelijk treden
vermaagschappend	=	vermaagschappen
vermaagschapt	=	vermaagschappen
vermaagschapte	=	vermaagschappen
vermaagschapten	=	vermaagschappen
vermaak	noun	amusement, vermakelijke handeling
vermaakje	=	vermaak
vermaakt	=	vermaken
vermaakte	=	vermaken
vermaakten	=	vermaken
vermaal	=	vermalen
vermaalde	=	vermalen
vermaalden	=	vermalen
vermaalt	=	vermalen
vermaan	noun	toespraak om gedrag te beïnvloeden
vermaand	=	vermanen
vermaande	=	vermanen
vermaanden	=	vermanen
vermaanhuis	noun	vergaderplaats van de doopsgezinden
vermaanhuizen	=	vermaanhuis
vermaant	=	vermanen
vermaar	=	vermaren
vermaard	adj	beroemd, bekend
vermaarde	=	vermaren
vermaarden	=	vermaren
vermaarder	=	vermaard
vermaardere	=	vermaard
vermaarders	=	vermaard
vermaardheden	=	vermaardheid
vermaardheid	noun	het beroemd zijn
vermaards	=	vermaard
vermaardst	=	vermaard
vermaardste	=	vermaard
vermaart	=	vermaren
vermaatschappelijking	noun	het proces waarbij zorg, ondersteuning en taken steeds meer worden geïntegreerd in de samenleving.
vermaatschappelijkingen	=	vermaatschappelijking
vermaatschappelijkingetje	=	vermaatschappelijking
vermaatschappelijkingetjes	=	vermaatschappelijking
vermag	=	vermogen
vermager	=	vermageren
vermagerd	=	vermageren
vermagerde	=	vermageren
vermagerden	=	vermageren
vermagere	=	vermageren
vermageren	verb	aan lichaamsgewicht verliezen
vermagerend	=	vermageren
vermagerende	=	vermageren
vermagering	noun	het vermageren
vermageringen	=	vermagering
vermageringsdieet	noun	een dieet dat minder calorieën bevat dan iemand gebruikt waardoor de persoon gewicht verliest
vermageringsdieetje	=	vermageringsdieet
vermageringsdieetjes	=	vermageringsdieet
vermageringsdiëten	=	vermageringsdieet
vermageringskuren	=	vermageringskuur
vermageringskuur	noun	behandeling die als doel heeft het lichaamsgewicht te verminderen
vermageringsmiddel	noun	middel dat helpt om gewicht te verliezen
vermageringsmiddelen	=	vermageringsmiddel
vermagert	=	vermageren
vermake	=	vermaken
vermakelijk	adj	iets is vermakelijk als iets je prettig bezig houdt.
vermakelijke	=	vermakelijk
vermakelijker	=	vermakelijk
vermakelijkere	=	vermakelijk
vermakelijkers	=	vermakelijk
vermakelijkheden	=	vermakelijkheid
vermakelijkheid	noun	instelling die als doel heeft mensen een prettige tijd te laten hebben
vermakelijkheidsbelasting	noun	heffing die bezoekers of organisatoren van amusement aan de overheid moeten betalen In Nederland kunnen gemeenten deze belasting sinds 1979 alleen nog heffen voor het dekken van de kosten die zij als dienstverlening voor dit amusement moeten maken, maar niet meer als algemene bron van inkomsten (Gemeentewet 229 lid 1 onder c).
vermakelijkheidsbelastingen	=	vermakelijkheidsbelasting
vermakelijkheidsbelastinkje	=	vermakelijkheidsbelasting
vermakelijkheidsbelastinkjes	=	vermakelijkheidsbelasting
vermakelijks	=	vermakelijk
vermakelijkst	=	vermakelijk
vermakelijkste	=	vermakelijk
vermaken	verb	iemand prettig en leuk bezighouden
vermakend	=	vermaken
vermakende	=	vermaken
vermaking	noun	genoegen
vermakingen	=	vermaking
vermakinkje	=	vermaking
vermakinkjes	=	vermaking
vermale	=	vermalen
vermaledij	=	vermaledijen
vermaledijd	adj	vervloekt, verwenst
vermaledijde	=	vermaledijd
vermaledijden	=	vermaledijen
vermaledijder	=	vermaledijd
vermaledijdere	=	vermaledijd
vermaledijders	=	vermaledijd
vermaledijds	=	vermaledijd
vermaledijdst	=	vermaledijd
vermaledijdste	=	vermaledijd
vermaledije	=	vermaledijen
vermaledijen	verb	vervloeken
vermaledijend	=	vermaledijen
vermaledijende	=	vermaledijen
vermaledijt	=	vermaledijen
vermalen	verb	door malen tot een poeder verwerken
vermalend	=	vermalen
vermalende	=	vermalen
vermaling	noun	het door malen fijn maken van iets
vermalingen	=	vermaling
verman	=	vermannen
vermand	=	vermannen
vermande	=	vermannen
vermanden	=	vermannen
vermane	=	vermanen
vermanen	verb	toespreken om gedrag te beïnvloeden, moreel aanspreken op gedrag
vermanend	adj	bezig zijnd iemand te wijzen op een fout
vermanende	=	vermanen
vermanender	=	vermanend
vermanendere	=	vermanend
vermanenders	=	vermanend
vermanends	=	vermanend
vermanendst	=	vermanend
vermanendste	=	vermanend
vermaner	noun	een religieus leraar voor de doopsgezinden
vermaners	=	vermaner
vermaning	noun	met veel nadruk zeggen dat iemand zijn leven moet beteren
vermaningen	=	vermaning
vermaninkje	=	vermaning
vermaninkjes	=	vermaning
vermanne	=	vermannen
vermannelijking	noun	In de context van genderzorg verwijst het naar de transitie waarbij een persoon door middel van hormoontherapie of operaties mannelijke kenmerken ontwikkelt.
vermannelijkingen	=	vermannelijking
vermannelijkingetje	=	vermannelijking
vermannelijkingetjes	=	vermannelijking
vermannen	verb	jezelf de baas worden, je ergens overheen zetten, je best doen, de moed vatten
vermannend	=	vermannen
vermannende	=	vermannen
vermant	=	vermannen
vermare	=	vermaren
vermaren	verb	beroemd, befaamd, vermaard maken of worden
vermarend	=	vermaren
vermarende	=	vermaren
vermarkt	=	vermarkten
vermarkte	=	vermarkten
vermarkten	verb	onderwerpen aan marktwerking
vermarktend	=	vermarkten
vermarktende	=	vermarkten
vermarktte	=	vermarkten
vermarktten	=	vermarkten
vermassacreer	=	vermassacreren
vermassacreerd	=	vermassacreren
vermassacreerde	=	vermassacreren
vermassacreerden	=	vermassacreren
vermassacreert	=	vermassacreren
vermassacrere	=	vermassacreren
vermassacreren	verb	dood maken
vermassacrerend	=	vermassacreren
vermassacrerende	=	vermassacreren
vermasser	=	vermasseren
vermasserd	=	vermasseren
vermasserde	=	vermasseren
vermasserden	=	vermasseren
vermassere	=	vermasseren
vermasseren	verb	verklikken, verraden
vermasserend	=	vermasseren
vermasserende	=	vermasseren
vermassert	=	vermasseren
vermat	=	vermeten
vermaten	=	vermeten
vermede	=	vermijden
vermeden	=	vermijden
vermeed	=	vermijden
vermeedt	=	vermijden
vermeen	=	vermenen
vermeend	adj	wat ten onrechte gehouden wordt voor
vermeende	=	vermenen
vermeenden	=	vermenen
vermeends	=	vermeend
vermeent	=	vermenen
vermeerder	=	vermeerderen
vermeerderd	=	vermeerderen
vermeerderde	=	vermeerderen
vermeerderden	=	vermeerderen
vermeerdere	=	vermeerderen
vermeerderen	verb	in getal doen toenemen of laten toenemen
vermeerderend	=	vermeerderen
vermeerderende	=	vermeerderen
vermeerdering	noun	het vermeerderen, de toename
vermeerderingen	=	vermeerdering
vermeerdert	=	vermeerderen
vermeet	=	vermeten
vermei	=	vermeien
vermeid	=	vermeien
vermeide	=	vermeien
vermeiden	=	vermeien
vermeie	=	vermeien
vermeien	verb	zich ontspannen, relaxen (vaak in de natuur)
vermeiend	=	vermeien
vermeiende	=	vermeien
vermeit	=	vermeien
vermeld	adj	genoemd in een bericht of document
vermeldde	=	vermelden
vermeldden	=	vermelden
vermelde	=	vermeld
vermelden	verb	een feit noemen in een verhaal of tekst
vermeldend	=	vermelden
vermeldende	=	vermelden
vermeldenswaard	adj	vermeldenswaardig
vermeldenswaarde	=	vermeldenswaard
vermeldenswaarder	=	vermeldenswaard
vermeldenswaardere	=	vermeldenswaard
vermeldenswaarders	=	vermeldenswaard
vermeldenswaardig	adj	waard om vermeld te worden
vermeldenswaardige	=	vermeldenswaardig
vermeldenswaardiger	=	vermeldenswaardig
vermeldenswaardigere	=	vermeldenswaardig
vermeldenswaardigers	=	vermeldenswaardig
vermeldenswaardigs	=	vermeldenswaardig
vermeldenswaardigst	=	vermeldenswaardig
vermeldenswaardigste	=	vermeldenswaardig
vermeldenswaards	=	vermeldenswaard
vermeldenswaardst	=	vermeldenswaard
vermeldenswaardste	=	vermeldenswaard
vermelding	noun	dat iets officieel wordt genoemd.
vermeldingen	=	vermelding
vermeldingswaard	adj	eigenschappen bezittend die het de moeite waard maakt om iets of iemand te noemen
vermeldingswaarde	noun	het belang dat iets heeft om als nieuwtje vermeld te worden
vermeldingswaarden	=	vermeldingswaarde
vermeldingswaarder	=	vermeldingswaard
vermeldingswaardere	=	vermeldingswaard
vermeldingswaarders	=	vermeldingswaard
vermeldingswaardes	=	vermeldingswaarde
vermeldingswaards	=	vermeldingswaard
vermeldingswaardst	=	vermeldingswaard
vermeldingswaardste	=	vermeldingswaard
vermeldinkje	=	vermelding
vermeldinkjes	=	vermelding
vermelds	=	vermeld
vermeldt	=	vermelden
vermellen	=	vermelden
vermemel	=	vermemelen
vermemeld	=	vermemelen
vermemelde	=	vermemelen
vermemelden	=	vermemelen
vermemele	=	vermemelen
vermemelen	verb	tot stof vergaan
vermemelend	=	vermemelen
vermemelende	=	vermemelen
vermemelt	=	vermemelen
vermen	=	vormen
vermene	=	vermenen
vermenen	verb	aannemen
vermenend	=	vermenen
vermenende	=	vermenen
vermeng	=	vermengen
vermengd	=	vermengen
vermengde	=	vermengen
vermengden	=	vermengen
vermenge	=	vermengen
vermengen	verb	een homogeen geheel doen vormen
vermengend	=	vermengen
vermengende	=	vermengen
vermenging	noun	het door elkaar heen gemengd zijn van twee of meer verschillende zaken of personen
vermengingen	=	vermenging
vermenginkje	=	vermenging
vermenginkjes	=	vermenging
vermengt	=	vermengen
vermenigvuldig	=	vermenigvuldigen
vermenigvuldigd	=	vermenigvuldigen
vermenigvuldigde	=	vermenigvuldigen
vermenigvuldigden	=	vermenigvuldigen
vermenigvuldige	=	vermenigvuldigen
vermenigvuldigen	verb	het herhaald optellen van een getal; een rekenkundige bewerking waarvan de uitkomst het product wordt genoemd
vermenigvuldigend	=	vermenigvuldigen
vermenigvuldigende	=	vermenigvuldigen
vermenigvuldiger	noun	getal waarmee men vermenigvuldigt
vermenigvuldigers	=	vermenigvuldiger
vermenigvuldiging	noun	een vermeerdering tot een veelvoud van het oorspronkelijke aantal
vermenigvuldigingen	=	vermenigvuldiging
vermenigvuldigingetje	=	vermenigvuldiging
vermenigvuldigingetjes	=	vermenigvuldiging
vermenigvuldigingsfactor	noun	een getal waarmee vermendigvuldigd dient te worden
vermenigvuldigingsfactoren	=	vermenigvuldigingsfactor
vermenigvuldigingsfactortje	=	vermenigvuldigingsfactor
vermenigvuldigingsfactortjes	=	vermenigvuldigingsfactor
vermenigvuldigingsteken	noun	maalteken
vermenigvuldigingstekens	=	vermenigvuldigingsteken
vermenigvuldigingstekentje	=	vermenigvuldigingsteken
vermenigvuldigingstekentjes	=	vermenigvuldigingsteken
vermenigvuldigt	=	vermenigvuldigen
vermenselijk	=	vermenselijken
vermenselijke	=	vermenselijken
vermenselijken	verb	meer laten lijken op menselijk gedrag
vermenselijkend	=	vermenselijken
vermenselijkende	=	vermenselijken
vermenselijking	noun	het vermenselijken
vermenselijkingen	=	vermenselijking
vermenselijkingetje	=	vermenselijking
vermenselijkingetjes	=	vermenselijking
vermenselijkt	=	vermenselijken
vermenselijkte	=	vermenselijken
vermenselijkten	=	vermenselijken
vermete	=	vermeten
vermetel	adj	heel erg dapper, moediger dan bij iemands mogelijkheden past in positieve maar ook in negatieve zin
vermetele	=	vermetel
vermeteler	=	vermetel
vermetelere	=	vermetel
vermetelers	=	vermetel
vermetelheden	=	vermetelheid
vermetelheid	noun	het op een onbeschroomde, brutale wijze vrijmoedig en veel durf hebben
vermetels	=	vermetel
vermetelst	=	vermetel
vermetelste	=	vermetel
vermeten	verb	verkeerd meten
vermetend	=	vermeten
vermetende	=	vermeten
vermetener	=	vermeten
vermeteners	=	vermeten
vermetens	=	vermeten
vermetenst	=	vermeten
vermetenste	=	vermeten
vermicelli	noun	een type pasta dat dunner is dan spaghetti
vermicelli's	=	vermicelli
vermicellisoep	noun	een soep waarin vermicelli verwerkt is
vermicellisoepen	=	vermicellisoep
vermicellisoepje	=	vermicellisoep
vermicellisoepjes	=	vermicellisoep
vermicide	noun	wormendodend middel b.v. om wormen in de darmen te doden
vermiciden	=	vermicide
vermicides	=	vermicide
vermicidetje	=	vermicide
vermicidetjes	=	vermicide
vermijd	=	vermijden
vermijdbaar	adj	van iets dat het niet noodzakelijk is en dat het voorkomen kan worden
vermijdbaarder	=	vermijdbaar
vermijdbaardere	=	vermijdbaar
vermijdbaarders	=	vermijdbaar
vermijdbaars	=	vermijdbaar
vermijdbaarst	=	vermijdbaar
vermijdbaarste	=	vermijdbaar
vermijdbare	=	vermijdbaar
vermijde	=	vermijden
vermijden	verb	ontwijken
vermijdend	adj	bedoeld om niet te hoeven spreken over een lastig onderwerp
vermijdende	=	vermijden
vermijdender	=	vermijdend
vermijdendere	=	vermijdend
vermijdenders	=	vermijdend
vermijdends	=	vermijdend
vermijdendst	=	vermijdend
vermijdendste	=	vermijdend
vermijding	noun	Vermijding is het (vaak onbewust) ontwijken van situaties, gedachten, taken of gevoelens die spanning, angst of ongemak oproepen.
vermijdingen	=	vermijding
vermijdinkje	=	vermijding
vermijdinkjes	=	vermijding
vermijdt	=	vermijden
vermiljoen	noun	bepaalde rode kleurstof (pigment) op basis van kwik(I)sulfide, HgS	adj	met een naar oranje zwemende dieprode kleur
vermiljoene	=	vermiljoen
vermiljoenen	adj	van vermiljoen
vermiljoenhoutzwam	noun	Pycnoporus cinnabarinus een schimmel uit de familie Polyporaceae.
vermiljoenhoutzwammen	=	vermiljoenhoutzwam
vermiljoenhoutzwammetje	=	vermiljoenhoutzwam
vermiljoenhoutzwammetjes	=	vermiljoenhoutzwam
vermiljoenkardinaal	noun	Cardinalis phoeniceus een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
vermiljoenkardinaaltje	=	vermiljoenkardinaal
vermiljoenkardinaaltjes	=	vermiljoenkardinaal
vermiljoenkardinalen	=	vermiljoenkardinaal
vermiljoenkever	noun	Cucujus cinnaberinus een kever uit de familie van de platte schorskevers (Cucujidae).
vermiljoenkevers	=	vermiljoenkever
vermiljoenkevertje	=	vermiljoenkever
vermiljoenkevertjes	=	vermiljoenkever
vermiljoenkleurig	adj	met een naar oranje zwemende dieprode kleur
vermiljoenkleurige	=	vermiljoenkleurig
vermiljoenkleurigs	=	vermiljoenkleurig
vermiljoenrode	=	vermiljoenrood
vermiljoenroden	=	vermiljoenrood
vermiljoenroder	=	vermiljoenrood
vermiljoenrodere	=	vermiljoenrood
vermiljoenroders	=	vermiljoenrood
vermiljoenrood	noun	een helder rode kleur	adj	met een helder rode kleur
vermiljoenroods	=	vermiljoenrood
vermiljoenroodst	=	vermiljoenrood
vermiljoenroodste	=	vermiljoenrood
vermiljoens	=	vermiljoen
vermiljoentangare	noun	Calochaetes coccineus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
vermiljoentangaren	=	vermiljoentangare
vermiljoentangaretje	=	vermiljoentangare
vermiljoentangaretjes	=	vermiljoentangare
vermiljoenwasplaat	noun	Hygrocybe constrictospora een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
vermiljoenwasplaatje	=	vermiljoenwasplaat
vermiljoenwasplaatjes	=	vermiljoenwasplaat
vermiljoenwasplaten	=	vermiljoenwasplaat
vermiljoenzweefvlieg	noun	Psarus abdominalis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
vermiljoenzweefvliegen	=	vermiljoenzweefvlieg
vermiljoenzweefvliegje	=	vermiljoenzweefvlieg
vermiljoenzweefvliegjes	=	vermiljoenzweefvlieg
verminder	=	verminderen
verminderd	adj	van een klein of rein interval: met een chromatische halve toon verkleind
verminderde	=	verminderen
verminderden	=	verminderen
verminderds	=	verminderd
vermindere	=	verminderen
verminderen	verb	afnemen in aantal, kleiner worden
verminderend	=	verminderen
verminderende	=	verminderen
vermindering	noun	verkleining van het aantal, verkleining van de omvang
verminderingen	=	vermindering
verminderingetje	=	vermindering
verminderingskaart	noun	een kaart die recht geeft op het krijgen van korting op producten of diensten die men koopt bij een bepaald bedrijf
verminderingskaarten	=	verminderingskaart
verminderinkje	=	vermindering
verminderinkjes	=	vermindering
vermindert	=	verminderen
vermink	=	verminken
verminke	=	verminken
verminken	verb	iemands lichaam blijvend en misvormend letsel toebrengen
verminkend	=	verminken
verminkende	=	verminken
verminking	noun	iets dat vroeger goed was en nu minder goed, slecht of lelijk gemaakt is
verminkingen	=	verminking
verminkinkje	=	verminking
verminkinkjes	=	verminking
verminkt	adj	misvormd (door een ongeluk)
verminkte	=	verminken
verminkten	=	verminken
verminkts	=	verminkt
vermis	=	vermissen
vermisse	=	vermissen
vermissen	verb	niet meer weten waar iets of iemand gebleven is
vermissend	=	vermissen
vermissende	=	vermissen
vermissing	noun	het verontrustend onvindbaar zijn van meestal een persoon, of anders een zaak
vermissingen	=	vermissing
vermist	adj	waarvan de verblijfplaats en het welbevinden niet zeker is
vermiste	noun	iemand waarvan het niet zeker is wat ermee gebeurd is tijdens een ongeval, gevecht of andere tijd van levensgevaar
vermisten	=	vermiste
vermists	=	vermist
vermits	conj	geeft onderschikkend een reden aan
vermivoor	noun	dier dat zich hoofdzakelijk of uitsluitend voedt met wormen
vermivoortje	=	vermivoor
vermivoortjes	=	vermivoor
vermivoren	=	vermivoor
vermocht	=	vermogen
vermochte	=	vermogen
vermochten	=	vermogen
vermoed	=	vermoeden
vermoedde	=	vermoeden
vermoedden	=	vermoeden
vermoede	=	verantwoorden
vermoedelijk	adj	naar men denkt, maar niet zeker weet	adv	naar men denkt, maar niet zeker weet
vermoedelijke	=	vermoedelijk
vermoedelijker	=	vermoedelijk
vermoedelijkere	=	vermoedelijk
vermoedelijkers	=	vermoedelijk
vermoedelijks	=	vermoedelijk
vermoedelijkst	=	vermoedelijk
vermoedelijkste	=	vermoedelijk
vermoeden	noun	een waarschijnlijke waarheid	verb	een gedachte koesteren waarvan men niet zeker is maar die een zekere waarschijnlijkheid inhoudt
vermoedend	=	vermoeden
vermoedende	=	vermoeden
vermoedens	=	vermoeden
vermoedentje	=	vermoeden
vermoedentjes	=	vermoeden
vermoedt	=	vermoeden
vermoei	=	vermoeien
vermoeid	adj	behoefte hebbend om uit te rusten
vermoeide	=	vermoeid
vermoeiden	=	vermoeien
vermoeider	=	vermoeid
vermoeidere	=	vermoeid
vermoeiders	=	vermoeid
vermoeidheden	=	vermoeidheid
vermoeidheid	noun	moeheid
vermoeidheidje	=	vermoeidheid
vermoeidheidssyndromen	=	vermoeidheidssyndroom
vermoeidheidssyndroom	noun	ziekte waarvan de oorzaak nog onduidelijk is, maar die leidt tot klachten als vermoeidheid, lusteloosheid, spierpijn, koorts
vermoeidheidsziekte	noun	ziekte die vooral gekenmerkt wordt chronische vermoeidheid
vermoeidheidsziekten	=	vermoeidheidsziekte
vermoeidheidsziektes	=	vermoeidheidsziekte
vermoeids	=	vermoeid
vermoeidst	=	vermoeid
vermoeidste	=	vermoeid
vermoeie	=	vermoeien
vermoeien	verb	moe maken
vermoeiend	adj	waar je moe van wordt
vermoeiende	=	vermoeiend
vermoeiender	=	vermoeiend
vermoeiendere	=	vermoeiend
vermoeienders	=	vermoeiend
vermoeiends	=	vermoeiend
vermoeiendst	=	vermoeiend
vermoeiendste	=	vermoeiend
vermoeienis	noun	vermoeidheid
vermoeienissen	=	vermoeienis
vermoeiing	noun	het ontstaan en groeien van scheuren in een materiaal als gevolg van wisselende, cyclische belastingen.
vermoeilijk	=	vermoeilijken
vermoeilijke	=	vermoeilijken
vermoeilijken	verb	ingewikkelder of lastiger maken
vermoeilijkend	=	vermoeilijken
vermoeilijkende	=	vermoeilijken
vermoeilijkt	=	vermoeilijken
vermoeilijkte	=	vermoeilijken
vermoeilijkten	=	vermoeilijken
vermoeit	=	vermoeien
vermoet	=	vermout
vermoge	=	vermogen
vermogen	noun	een kapitaal aan geld → bezit, bezitting, eigendom	verb|formal	in staat zijn, kunnen
vermogend	adj	veel geld of andere waardevolle zaken bezittend
vermogende	=	vermogen
vermogender	=	vermogend
vermogendere	=	vermogend
vermogenders	=	vermogend
vermogends	=	vermogend
vermogendst	=	vermogend
vermogendste	=	vermogend
vermogens	=	vermogen
vermogensbeheer	noun	voor een ander over diens geldelijk bezit beschikken met het doel om dat in waarde te laten groeien
vermogensbeheerder	noun	persoon of organisatie die ervoor zorgt dat het vermogen van iemand maximaal rendement opbrengt zonder te grote risico's
vermogensbeheerders	=	vermogensbeheerder
vermogenschakelaar	noun	een schakelaar voor grote vermogens
vermogenschakelaars	=	vermogenschakelaar
vermogensdelict	noun	delict bij vermogensbeheer
vermogensdelicten	=	vermogensdelict
vermogenselektronica	noun	is de wetenschap waarbij de energietechniek en de elektronica samenkomen.
vermogensheffing	noun	belasting die men in Nederland betaalt over uw opgebouwde vermogen in Box 3, zoals spaargeld, beleggingen en een tweede woning.
vermogensheffingen	=	vermogensheffing
vermogensheffinkje	=	vermogensheffing
vermogensheffinkjes	=	vermogensheffing
vermogensmarkt	noun	is de markt waarop vermogenstitels worden verhandeld in ruil voor geld.
vermogensmarkten	=	vermogensmarkt
vermogensmisdrijf	noun	een categorie die de volgende misdaden omvat: diefstal, inbraak, oplichting, verduistering, heling en fraude
vermogensmisdrijfje	=	vermogensmisdrijf
vermogensmisdrijfjes	=	vermogensmisdrijf
vermogensmisdrijven	=	vermogensmisdrijf
vermogenspositie	noun	de totale bezittingen verminderd met de totale schulden
vermogensposities	=	vermogenspositie
vermogensrecht	noun	stelsel van regels voor leden van een samenleving over onderlinge verhoudingen en transacties die in geld kunnen worden uitgedrukt (als juridisch vakgebied)
vermogensrechtelijk	adj	betrekking hebbend op de rechten en plichten van de eigenaar van een financieel vermogen
vermogensrechtelijke	=	vermogensrechtelijk
vermogensrechtelijker	=	vermogensrechtelijk
vermogensrechtelijkere	=	vermogensrechtelijk
vermogensrechtelijkers	=	vermogensrechtelijk
vermogensrechtelijks	=	vermogensrechtelijk
vermogensrechtelijkst	=	vermogensrechtelijk
vermogensrechtelijkste	=	vermogensrechtelijk
vermogensrechten	=	vermogensrecht
vermogensrendement	noun	rendement gemaakt op het vermogen
vermogensrendementen	=	vermogensrendement
vermogensrendementsheffing	noun	belasting over een fictief rendement op het eigen vermogen
vermogensrendementsheffingen	=	vermogensrendementsheffing
vermogensrendementsheffinkje	=	vermogensrendementsheffing
vermogensrendementsheffinkjes	=	vermogensrendementsheffing
vermogensschakelaar	noun	is een elektrisch apparaat dat als doel heeft automatisch af te schakelen als er kortsluiting optreedt
vermogensschakelaars	=	vermogensschakelaar
vermogensschakelaartje	=	vermogensschakelaar
vermogensschakelaartjes	=	vermogensschakelaar
vermogensvergelijking	noun	de wettelijke methode om uw fiscale winst te bepalen door het eigen vermogen aan het einde van het jaar te vergelijken met dat van het begin.
vermogensvergelijkingen	=	vermogensvergelijking
vermogensvergelijkinkje	=	vermogensvergelijking
vermogensvergelijkinkjes	=	vermogensvergelijking
vermogensverhouding	noun	de structuur van de financiering van een onderneming of persoon.
vermogensverhoudingen	=	vermogensverhouding
vermogensverhoudinkje	=	vermogensverhouding
vermogensverhoudinkjes	=	vermogensverhouding
vermogentje	=	vermogen
vermogentjes	=	vermogen
vermolm	=	vermolmen
vermolmd	adj	van hout dat het vergaan is
vermolmde	=	vermolmd
vermolmden	=	vermolmen
vermolmder	=	vermolmd
vermolmdere	=	vermolmd
vermolmders	=	vermolmd
vermolmds	=	vermolmd
vermolmdst	=	vermolmd
vermolmdste	=	vermolmd
vermolme	=	vermolmen
vermolmen	verb	zacht worden door een proces van verrotting
vermolmend	=	vermolmen
vermolmende	=	vermolmen
vermolmt	=	vermolmen
vermom	=	vermommen
vermomd	=	vermommen
vermomde	=	vermommen
vermomden	=	vermommen
vermomme	=	vermommen
vermommen	verb	zich op onherkenbare wijze uitdossen
vermommend	=	vermommen
vermommende	=	vermommen
vermomming	noun	attributen die iemand draagt om de ware identiteit te verhullen
vermommingen	=	vermomming
vermomminkje	=	vermomming
vermomminkjes	=	vermomming
vermomt	=	vermommen
vermoogt	=	vermogen
vermooi	=	vermooien
vermooid	=	vermooien
vermooide	=	vermooien
vermooiden	=	vermooien
vermooie	=	vermooien
vermooien	verb	iets mooier maken
vermooiend	=	vermooien
vermooiende	=	vermooien
vermooit	=	vermooien
vermoord	=	vermoorden
vermoordde	=	vermoorden
vermoordden	=	vermoorden
vermoorden	verb	met opzet gewelddadig van het leven beroven
vermoordend	=	vermoorden
vermoordende	=	vermoorden
vermoording	noun	de opzettelijke en wederrechtelijke levensberoving van een ander persoon.
vermoordingen	=	vermoording
vermoordinkje	=	vermoording
vermoordinkjes	=	vermoording
vermoordt	=	vermoorden
vermors	=	vermorsen
vermorse	=	vermorsen
vermorsen	verb	door morsen verloren laten gaan
vermorsend	=	vermorsen
vermorsende	=	vermorsen
vermorst	=	vermorsen
vermorste	=	vermorsen
vermorsten	=	vermorsen
vermorzel	=	vermorzelen
vermorzeld	=	vermorzelen
vermorzelde	=	vermorzelen
vermorzelden	=	vermorzelen
vermorzele	=	vermorzelen
vermorzelen	verb	in kleine stukken slaan, pletten
vermorzelend	=	vermorzelen
vermorzelende	=	vermorzelen
vermorzeling	noun	het vermorzelen
vermorzelingen	=	vermorzeling
vermorzelingetje	=	vermorzeling
vermorzelingetjes	=	vermorzeling
vermorzelt	=	vermorzelen
vermout	noun	versterkte wijn, op smaak gebracht met aromatische planten en kruiden
vermoute	=	vermouten
vermouten	verb	graan tot mout maken zodat er bier mee gebrouwen kan worden
vermoutend	=	vermouten
vermoutende	=	vermouten
vermouth	=	vermout
vermoutje	=	vermout
vermoutjes	=	vermout
vermouts	=	vermout
vermoutte	=	vermouten
vermuf	=	vermuffen
vermuffe	=	vermuffen
vermuffen	verb	muf worden, bederven
vermuffend	=	vermuffen
vermuft	=	vermuffen
vermufte	=	vermuffen
vermuften	=	vermuffen
vermurw	=	vermurwen
vermurwd	=	vermurwen
vermurwde	=	vermurwen
vermurwden	=	vermurwen
vermurwe	=	vermurwen
vermurwen	verb	medelijden opwekken
vermurwend	=	vermurwen
vermurwende	=	vermurwen
vermurwt	=	vermurwen
vernaai	=	vernaaien
vernaaid	=	vernaaien
vernaaide	=	vernaaien
vernaaiden	=	vernaaien
vernaaie	=	vernaaien
vernaaien	verb	een kleding stuk door naaien veranderen
vernaaiend	=	vernaaien
vernaaiende	=	vernaaien
vernaait	=	vernaaien
vernaamt	=	vernemen
vernachel	=	vernachelen
vernacheld	=	vernachelen
vernachelde	=	vernachelen
vernachelden	=	vernachelen
vernachele	=	vernachelen
vernachelen	verb	een loer draaien, voor de gek houden, iemand erbij lappen
vernachelend	=	vernachelen
vernachelende	=	vernachelen
vernachelt	=	vernachelen
vernacht	=	vernachten
vernachte	=	vernachten
vernachten	verb	de nacht ergens doorbrengen
vernachtend	=	vernachten
vernachtende	=	vernachten
vernachtte	=	vernachten
vernachtten	=	vernachten
vernaculair	adj	in alledaagse omgangstaal
vernaculairder	=	vernaculair
vernaculairdere	=	vernaculair
vernaculairders	=	vernaculair
vernaculaire	=	vernaculair
vernaculairs	=	vernaculair
vernaculairst	=	vernaculair
vernaculairste	=	vernaculair
vernagel	=	vernagelen
vernageld	=	vernagelen
vernagelde	=	vernagelen
vernagelden	=	vernagelen
vernagele	=	vernagelen
vernagelen	verb	een paard voorzien van een hoefijzer middels hoefnagels
vernagelend	=	vernagelen
vernagelende	=	vernagelen
vernagelt	=	vernagelen
vernaggelen	=	vernachelen
vernam	=	vernemen
vername	=	vernemen
vernamen	=	vernemen
vernauw	=	vernauwen
vernauwd	=	vernauwen
vernauwde	=	vernauwen
vernauwden	=	vernauwen
vernauwe	=	vernauwen
vernauwen	verb	minder wijd maken
vernauwend	=	vernauwen
vernauwende	=	vernauwen
vernauwing	noun	het minder ruim maken, worden, of zijn van iets
vernauwingen	=	vernauwing
vernauwt	=	vernauwen
verneder	=	vernederen
vernederd	=	vernederen
vernederde	=	vernederen
vernederden	=	vernederen
vernedere	=	vernederen
vernederen	verb	iemand zo behandelen dat hij zich minderwaardig voelt
vernederend	adj	van iets dat het je eer aantast
vernederende	=	vernederend
vernederender	=	vernederend
vernederendere	=	vernederend
vernederenders	=	vernederend
vernederends	=	vernederend
vernederendst	=	vernederend
vernederendste	=	vernederend
vernedering	noun	de situatie waardoor iemand zich door een ander minderwaardig voelt
vernederingen	=	vernedering
vernederingetje	=	vernedering
vernederingetjes	=	vernedering
vernederinkje	=	vernedering
vernederinkjes	=	vernedering
vernederlands	=	vernederlandsen
vernederlandse	=	vernederlandsen
vernederlandsen	verb	Nederlands worden, tot de Nederlandse taal omvormen
vernederlandsend	=	vernederlandsen
vernederlandsende	=	vernederlandsen
vernederlandsing	noun	aanpassing waardoor een woord dat is ontleend aan een andere taal meer gaat lijken op een gewoon Nederlands woord
vernederlandsingen	=	vernederlandsing
vernederlandst	=	vernederlandsen
vernederlandste	=	vernederlandsen
vernederlandsten	=	vernederlandsen
vernedert	=	vernederen
verneem	=	vernemen
verneembaar	adj	van iets dat men kan horen
verneembaarder	=	verneembaar
verneembaardere	=	verneembaar
verneembaarders	=	verneembaar
verneembaars	=	verneembaar
verneembaarst	=	verneembaar
verneembaarste	=	verneembaar
verneembare	=	verneembaar
verneemt	=	vernemen
verneme	=	vernemen
vernemen	verb	informatie ontvangen.
vernemend	=	vernemen
vernemende	=	vernemen
vernepen	adj	klein, onvolwassen
vernepens	=	vernepen
verneuk	=	verneuken
verneuke	=	verneuken
verneuken	verb|vulgar	verpesten
verneukend	=	verneuken
verneukende	=	verneuken
verneuker	noun	een persoon die de boel verneukt
verneukeratief	adj|informal	een indruk gevend die feitelijk onjuist is
verneukeratiefs	=	verneukeratief
verneukeratiefst	=	verneukeratief
verneukeratiefste	=	verneukeratief
verneukeratieve	=	verneukeratief
verneukeratiever	=	verneukeratief
verneukeratievere	=	verneukeratief
verneukeratievers	=	verneukeratief
verneukerd	=	verneukeren
verneukerde	=	verneukeren
verneukerden	=	verneukeren
verneukere	=	verneukeren
verneukeren	verb|obsolete	listig overtuigen van iets dat niet waar is, vaak met het doel nadeel te bezorgen
verneukerend	=	verneukeren
verneukerij	noun|informal	bedrog
verneukerijen	=	verneukerij
verneukers	=	verneuker
verneukert	=	verneukeren
verneukertje	=	verneuker
verneukertjes	=	verneuker
verneuking	noun	het verneuken
verneukingen	=	verneuking
verneukinkje	=	verneuking
verneukinkjes	=	verneuking
verneukt	=	verneuken
verneukte	=	verneuken
verneukten	=	verneuken
verneurie	=	verneuriën
verneuried	=	verneuriën
verneuriede	=	verneuriën
verneurieden	=	verneuriën
verneuriet	=	verneuriën
verneurië	=	verneuriën
verneuriën	verb|informal	bedriegen
verneuriënd	=	verneuriën
verneuriënde	=	verneuriën
vernevel	=	vernevelen
vernevelaar	noun	toestel waarmee men een vloeistof als zeer fijne druppeltjes in de lucht kan spuiten
vernevelaars	=	vernevelaar
vernevelaartje	=	vernevelaar
vernevelaartjes	=	vernevelaar
verneveld	=	vernevelen
vernevelde	=	vernevelen
vernevelden	=	vernevelen
vernevele	=	vernevelen
vernevelen	verb	van een vloeistof: als kleine druppeltjes in de lucht spuiten
vernevelend	=	vernevelen
vernevelende	=	vernevelen
vernevelt	=	vernevelen
verniel	=	vernielen
vernielal	noun	iets dat alles kapot maakt in het bijzonder een kanon
vernielallen	=	vernielal
vernielals	=	vernielal
vernield	=	vernielen
vernielde	=	vernielen
vernielden	=	vernielen
verniele	=	vernielen
vernielen	verb	grondig kapotmaken
vernielend	=	vernielen
vernielende	=	vernielen
vernieler	noun	iets of iemand die zaken kapot maakt
vernielers	=	vernieler
vernieling	noun	het vernield worden
vernielingen	=	vernieling
vernielinkje	=	vernieling
vernielinkjes	=	vernieling
vernielt	=	vernielen
vernielzucht	noun	de drang om dingen kapot te maken
vernielzuchtig	adj	met een onbedwingbare neiging om te vernielen
vernielzuchtige	=	vernielzuchtig
vernielzuchtiger	=	vernielzuchtig
vernielzuchtigere	=	vernielzuchtig
vernielzuchtigers	=	vernielzuchtig
vernielzuchtigs	=	vernielzuchtig
vernielzuchtigst	=	vernielzuchtig
vernielzuchtigste	=	vernielzuchtig
vernietig	=	vernietigen
vernietigbaar	adj	van een rechtshandeling (zoals een contract) of besluit dat in beginsel geldig is, maar achteraf ongeldig gemaakt kan worden door een belanghebbende of rechter
vernietigbaarder	=	vernietigbaar
vernietigbaardere	=	vernietigbaar
vernietigbaarders	=	vernietigbaar
vernietigbaars	=	vernietigbaar
vernietigbaarst	=	vernietigbaar
vernietigbaarste	=	vernietigbaar
vernietigbare	=	vernietigbaar
vernietigd	=	vernietigen
vernietigde	=	vernietigen
vernietigden	=	vernietigen
vernietige	=	vernietigen
vernietigen	verb	een einde maken aan, het bestaan uitwissen van, volledig tenietdoen
vernietigend	adj	zeer slecht, slopend, afkeurend
vernietigende	=	vernietigend
vernietigender	=	vernietigend
vernietigendere	=	vernietigend
vernietigenders	=	vernietigend
vernietigends	=	vernietigend
vernietigendst	=	vernietigend
vernietigendste	=	vernietigend
vernietiger	noun	iets of iemand die iets of iemand kapot maakt
vernietigers	=	vernietiger
vernietiging	noun	een einde maken aan het bestaan van iets
vernietigingen	=	vernietiging
vernietigingetje	=	vernietiging
vernietigingetjes	=	vernietiging
vernietigingsdrift	noun	de lust om alles kapot te maken
vernietigingsdriften	=	vernietigingsdrift
vernietigingskamp	noun	concentratiekamp in de Tweede Wereldoorlog, waar mensen stelselmatig vermoord werden
vernietigingskampen	=	vernietigingskamp
vernietigingsoorlog	noun	oorlog die tot doel heeft de volledige vernietiging van een staat, een stad, een volk, of een bevolkingsgroep en de verdwijning van deze sociaal politieke eenheid door de massale uitmoording van de bevolking en/of de vernietiging van hun middelen van bestaan
vernietigingsoorlogen	=	vernietigingsoorlog
vernietigingsprogramma	noun	serie geplande handelingen die gericht is op het kapot maken van iets of iemand
vernietigingsprogramma's	=	vernietigingsprogramma
vernietigingswapen	noun	wapen dat wordt ingezet als iets totaal moet worden vernietigd
vernietigingswapens	=	vernietigingswapen
vernietigt	=	vernietigen
vernieuw	=	vernieuwen
vernieuwbaar	adj	van een bron, materiaal of product dat het niet opraakt en zichzelf op menselijke tijdschaal blijft aanvullen of vernieuwen, zoals zonne-energie, windenergie, biomassa of waterkracht
vernieuwbaarder	=	vernieuwbaar
vernieuwbaardere	=	vernieuwbaar
vernieuwbaarders	=	vernieuwbaar
vernieuwbaars	=	vernieuwbaar
vernieuwbaarst	=	vernieuwbaar
vernieuwbaarste	=	vernieuwbaar
vernieuwbare	=	vernieuwbaar
vernieuwd	=	vernieuwen
vernieuwde	=	vernieuwen
vernieuwden	=	vernieuwen
vernieuwe	=	vernieuwen
vernieuwen	verb	opnieuw maken, opknappen
vernieuwend	adj	innoverend, baanbrekend, grensverleggend, innovatief, betrekking hebbend op iets nieuw maken
vernieuwende	=	vernieuwend
vernieuwender	=	vernieuwend
vernieuwendere	=	vernieuwend
vernieuwenders	=	vernieuwend
vernieuwends	=	vernieuwend
vernieuwendst	=	vernieuwend
vernieuwendste	=	vernieuwend
vernieuwer	noun	iemand die voor ingrijpende veranderingen zorgt
vernieuwers	=	vernieuwer
vernieuwing	noun	het vernieuwen
vernieuwingen	=	vernieuwing
vernieuwingsbeweging	noun	een groep mensen of stroming die streeft naar fundamentele veranderingen en verbeteringen binnen een bepaalde organisatie, geloofsovertuiging of maatschappij.
vernieuwingsbewegingen	=	vernieuwingsbeweging
vernieuwingsbeweginkje	=	vernieuwingsbeweging
vernieuwingsbeweginkjes	=	vernieuwingsbeweging
vernieuwingsdrang	noun	drang naar vernieuwing
vernieuwingsgedachte	noun	het idee dat iets zich radicaal moet veranderen en vernieuwen
vernieuwingsgedachten	=	vernieuwingsgedachte
vernieuwingsgedachtes	=	vernieuwingsgedachte
vernieuwingsgezind	adj	met een bepaalde neiging tot, gesteld op vernieuwing
vernieuwingsgezinde	=	vernieuwingsgezind
vernieuwingsgezinder	=	vernieuwingsgezind
vernieuwingsgezindere	=	vernieuwingsgezind
vernieuwingsgezinders	=	vernieuwingsgezind
vernieuwingsgezinds	=	vernieuwingsgezind
vernieuwingsgezindst	=	vernieuwingsgezind
vernieuwingsgezindste	=	vernieuwingsgezind
vernieuwingsscholen	=	vernieuwingsschool
vernieuwingsschool	noun	school met een vernieuwend onderwijssysteem
vernieuwingsschooltje	=	vernieuwingsschool
vernieuwingsschooltjes	=	vernieuwingsschool
vernieuwinkje	=	vernieuwing
vernieuwinkjes	=	vernieuwing
vernieuwt	=	vernieuwen
vernikkel	=	vernikkelen
vernikkeld	=	vernikkelen
vernikkelde	=	vernikkelen
vernikkelden	=	vernikkelen
vernikkele	=	vernikkelen
vernikkelen	verb	een voorwerp bedekken met een dun laagje nikkel
vernikkelend	=	vernikkelen
vernikkelende	=	vernikkelen
vernikkelt	=	vernikkelen
vernis	noun	een oplossing van filmvormende stoffen in vluchtige oplosmiddelen die gebruikt wordt voor de bescherming van o.a. hout, metaal en verf
vernisje	=	vernis
vernisjes	=	vernis
vernissage	noun	feestelijke opening van een kunsttentoonstelling, openingsreceptie
vernissages	=	vernissage
vernisse	=	vernissen
vernissen	verb	iets voorzien van een laag vernis
vernissend	=	vernissen
vernissende	=	vernissen
vernist	=	vernissen
verniste	=	vernissen
vernisten	=	vernissen
vernoem	=	vernoemen
vernoemd	=	vernoemen
vernoemde	=	vernoemen
vernoemden	=	vernoemen
vernoeme	=	vernoemen
vernoemen	verb	ergens naar noemen
vernoemend	=	vernoemen
vernoemende	=	vernoemen
vernoemt	=	vernoemen
vernomen	=	vernemen
vernooi	noun	verdriet, hartzeer, droefheid, smart
vernuft	noun	vindingrijkheid; inventiviteit
vernuften	=	vernuft
vernuftig	adj	van iets dat het heel slim bedacht is, dat er veel verstand voor gebruikt is
vernuftige	=	vernuftig
vernuftiger	=	vernuftig
vernuftigere	=	vernuftig
vernuftigers	=	vernuftig
vernuftigs	=	vernuftig
vernuftigst	=	vernuftig
vernuftigste	=	vernuftig
veronaangenaam	=	veronaangenamen
veronaangenaamd	=	veronaangenamen
veronaangenaamde	=	veronaangenamen
veronaangenaamden	=	veronaangenamen
veronaangenaamt	=	veronaangenamen
veronaangename	=	veronaangenamen
veronaangenamen	verb	onaangenaam maken
veronaangenamend	=	veronaangenamen
veronaangenamende	=	veronaangenamen
veronachtzaam	=	veronachtzamen
veronachtzaamd	=	veronachtzamen
veronachtzaamde	=	veronachtzamen
veronachtzaamden	=	veronachtzamen
veronachtzaamt	=	veronachtzamen
veronachtzame	=	veronachtzamen
veronachtzamen	verb	onvoldoende aandacht of zorg aan iets besteden
veronachtzamend	=	veronachtzamen
veronachtzamende	=	veronachtzamen
veronachtzaming	noun	zonder zorg, aandacht iets doen; onverschillig handelen
veronachtzamingen	=	veronachtzaming
veronal	noun|obsolete	slaapmiddel diaethylbarbituurzuur
veronderstel	=	veronderstellen
verondersteld	=	veronderstellen
veronderstelde	=	veronderstellen
veronderstelden	=	veronderstellen
veronderstelle	=	veronderstellen
veronderstellen	verb	een bepaalde aanname maken
veronderstellend	=	veronderstellen
veronderstellende	=	veronderstellen
veronderstelling	noun	wat verondersteld wordt; iets waarvan men denkt dat het zo is maar men niet door eigen aanschouwing weet
veronderstellingen	=	veronderstelling
veronderstellinkje	=	veronderstelling
veronderstelt	=	veronderstellen
verondiep	=	verondiepen
verondiepe	=	verondiepen
verondiepen	verb	een water minder diep maken door er materiaal in te storten
verondiepend	=	verondiepen
verondiepende	=	verondiepen
verondiept	=	verondiepen
verondiepte	=	verondiepen
verondiepten	=	verondiepen
verongelijk	=	verongelijken
verongelijke	=	verongelijken
verongelijken	verb	onrechtvaardig behandelen
verongelijkend	=	verongelijken
verongelijkende	=	verongelijken
verongelijking	noun	dat iemand onrecht wordt aangedaan of het gevoel heeft dat hem of haar onrecht is aangedaan.
verongelijkingen	=	verongelijking
verongelijkinkje	=	verongelijking
verongelijkinkjes	=	verongelijking
verongelijkt	adj	boos door vermeend onrecht
verongelijkte	=	verongelijkt
verongelijkten	=	verongelijken
verongelijktheden	=	verongelijktheid
verongelijktheid	noun	het zich tekort gedaan voelen
verongelijkts	=	verongelijkt
verongeluk	=	verongelukken
verongelukke	=	verongelukken
verongelukken	verb	bij een ongeluk om het leven komen
verongelukkend	=	verongelukken
verongelukkende	=	verongelukken
verongelukt	=	verongelukken
verongelukte	=	verongelukken
verongelukten	=	verongelukken
verontmenselijking	noun	het proces waarbij iemands menselijkheid wordt ontkend of ontnomen.
verontmenselijkingen	=	verontmenselijking
verontmenselijkingetje	=	verontmenselijking
verontmenselijkingetjes	=	verontmenselijking
verontreinig	=	verontreinigen
verontreinigd	=	verontreinigen
verontreinigde	=	verontreinigen
verontreinigden	=	verontreinigen
verontreinige	=	verontreinigen
verontreinigen	verb	ergens schadelijke stoffen en vuiligheden inbrengen
verontreinigend	=	verontreinigen
verontreinigende	=	verontreinigen
verontreiniging	noun	een dermate ernstige vervuiling dat het leven van mensen en/of andere organismen in gevaar kan brengen
verontreinigingen	=	verontreiniging
verontreinigingetje	=	verontreiniging
verontreinigingetjes	=	verontreiniging
verontreinigingsheffing	noun	een waterschapsbelasting die u betaalt wanneer uw woning of bedrijf niet op het riool is aangesloten, maar direct afvalwater loost op het oppervlaktewater.
verontreinigingsheffingen	=	verontreinigingsheffing
verontreinigingsheffinkje	=	verontreinigingsheffing
verontreinigingsheffinkjes	=	verontreinigingsheffing
verontreiniginkje	=	verontreiniging
verontreinigt	=	verontreinigen
verontrust	adj	zeer ongerust
verontruste	=	verantwoorden
verontrusten	verb	ongerust maken, zorgen baren
verontrustend	adj	onrust veroorzakend
verontrustende	=	verontrustend
verontrustender	=	verontrustend
verontrustendere	=	verontrustend
verontrustenders	=	verontrustend
verontrustends	=	verontrustend
verontrustendst	=	verontrustend
verontrustendste	=	verontrustend
verontruster	=	verontrust
verontrustere	=	verontrust
verontrusters	=	verontrust
verontrusting	noun	het verontrust zijn
verontrustingen	=	verontrusting
verontrusts	=	verontrust
verontrustst	=	verontrust
verontrustste	=	verontrust
verontrustte	=	verontrusten
verontrustten	=	verontrusten
verontschuldig	=	verontschuldigen
verontschuldigd	=	verontschuldigen
verontschuldigde	=	verontschuldigen
verontschuldigden	=	verontschuldigen
verontschuldige	=	verontschuldigen
verontschuldigen	verb	spijt betuigen en excuus vragen
verontschuldigend	adj	op een manier die aangeeft dat je ergens spijt van hebt en daar excuses voor vraagt
verontschuldigende	=	verontschuldigen
verontschuldigender	=	verontschuldigend
verontschuldigendere	=	verontschuldigend
verontschuldigenders	=	verontschuldigend
verontschuldigends	=	verontschuldigend
verontschuldigendst	=	verontschuldigend
verontschuldigendste	=	verontschuldigend
verontschuldiging	noun	een erkenning dat men een fout begaan heeft in de hoop een beschadigde relatie te herstellen
verontschuldigingen	=	verontschuldiging
verontschuldigingetje	=	verontschuldiging
verontschuldigingetjes	=	verontschuldiging
verontschuldigt	=	verontschuldigen
verontwaardig	=	verontwaardigen
verontwaardigd	adj	gevoelens koesterend dat men te na gekomen is	adv	gevoelens koesterend dat men te na gekomen is
verontwaardigde	=	verontwaardigen
verontwaardigden	=	verontwaardigen
verontwaardigder	=	verontwaardigd
verontwaardigdere	=	verontwaardigd
verontwaardigders	=	verontwaardigd
verontwaardigds	=	verontwaardigd
verontwaardigdst	=	verontwaardigd
verontwaardigdste	=	verontwaardigd
verontwaardige	=	verontwaardigen
verontwaardigen	verb	boos maken; woedend maken; sterk afkeuren
verontwaardigend	=	verontwaardigen
verontwaardigende	=	verontwaardigen
verontwaardiging	noun	boosheid.
verontwaardigingen	=	verontwaardiging
verontwaardigingetje	=	verontwaardiging
verontwaardigingetjes	=	verontwaardiging
verontwaardigt	=	verontwaardigen
veroordeel	=	veroordelen
veroordeeld	=	veroordelen
veroordeelde	noun	iemand die is veroordeeld
veroordeelden	=	veroordelen
veroordeeling	=	veroordeling
veroordeelt	=	veroordelen
veroordele	=	veroordelen
veroordelen	verb	in een rechtszaak een oordeel uitspreken
veroordelend	=	veroordelen
veroordelende	=	veroordelen
veroordeling	noun	een uitspraak van een rechter waarbij de beschuldigde iets verweten wordt
veroordelingen	=	veroordeling
veroordelinkje	=	veroordeling
veroordelinkjes	=	veroordeling
veroorloof	=	veroorloven
veroorloofd	=	veroorloven
veroorloofde	=	veroorloven
veroorloofden	=	veroorloven
veroorlooft	=	veroorloven
veroorlove	=	veroorloven
veroorloven	verb	zich ~ zichzelf iets toestaan, gewoonlijk een financiële uitgave
veroorlovend	=	veroorloven
veroorlovende	=	veroorloven
veroorzaak	=	veroorzaken
veroorzaakt	=	veroorzaken
veroorzaakte	=	veroorzaken
veroorzaakten	=	veroorzaken
veroorzake	=	veroorzaken
veroorzaken	verb	de oorzaak zijn van; een gevolg tot stand brengen
veroorzakend	=	veroorzaken
veroorzakende	=	veroorzaken
veroorzaker	noun	iets of iemand die de oorzaak van iets (slechts) is
veroorzakers	=	veroorzaker
veroorzakertje	=	veroorzaker
veroorzakertjes	=	veroorzaker
verootmoedig	=	verootmoedigen
verootmoedigd	=	verootmoedigen
verootmoedigde	=	verootmoedigen
verootmoedigden	=	verootmoedigen
verootmoedige	=	verootmoedigen
verootmoedigen	verb	zich ~: zich nederig opstellen
verootmoedigend	=	verootmoedigen
verootmoedigende	=	verootmoedigen
verootmoediging	noun	'jezelf nederig opstellen' of 'klein maken'
verootmoedigingen	=	verootmoediging
verootmoedigingetje	=	verootmoediging
verootmoedigingetjes	=	verootmoediging
verootmoedigt	=	verootmoedigen
veroppervlakkiging	noun	dat iets minder diepgaand, inhoudelijk of grondig wordt.
veroppervlakkigingen	=	veroppervlakkiging
veroppervlakkigingetje	=	veroppervlakkiging
veroppervlakkigingetjes	=	veroppervlakkiging
verorber	=	verorberen
verorberd	=	verorberen
verorberde	=	verorberen
verorberden	=	verorberen
verorbere	=	verorberen
verorberen	verb	geheel opeten
verorberend	=	verorberen
verorberende	=	verorberen
verorbert	=	verorberen
verorden	=	verordenen
verordend	=	verordenen
verordende	=	verordenen
verordenden	=	verordenen
verordene	=	verordenen
verordenen	verb	een bepaalde regeling opleggen
verordenend	=	verordenen
verordenende	=	verordenen
verordening	noun	een door de autoriteiten opgelegde regeling
verordeningen	=	verordening
verordeningetje	=	verordening
verordeningetjes	=	verordening
verordent	=	verordenen
verordonneer	=	verordonneren
verordonneerd	=	verordonneren
verordonneerde	=	verordonneren
verordonneerden	=	verordonneren
verordonneert	=	verordonneren
verordonnere	=	verordonneren
verordonneren	verb	dwingend voorschrijven
verordonnerend	=	verordonneren
verordonnerende	=	verordonneren
verouder	=	verouderen
verouderd	adj	niet meer van nu
verouderde	=	verouderen
verouderden	=	verouderen
verouderder	=	verouderd
verouderdere	=	verouderd
verouderders	=	verouderd
verouderds	=	verouderd
verouderdst	=	verouderd
verouderdste	=	verouderd
veroudere	=	verouderen
verouderen	verb	ouder worden
verouderend	=	verouderen
verouderende	=	verouderen
veroudering	noun	het ouder worden
verouderingen	=	veroudering
verouderingsproces	noun	het onvermijdelijke proces van veroudering wat elk systeem zal ondergaan
verouderingsprocessen	=	verouderingsproces
verouderingsziekte	noun	ziekte waarbij iemand veel sneller verouderd dan normaal
verouderingsziekten	=	verouderingsziekte
verouderingsziektes	=	verouderingsziekte
veroudert	=	verouderen
verouwelijk	=	verouwelijken
verouwelijke	=	verouwelijken
verouwelijken	verb	ouder worden of ouder lijken
verouwelijkend	=	verouwelijken
verouwelijkende	=	verouwelijken
verouwelijkt	=	verouwelijken
verouwelijkte	=	verouwelijken
verouwelijkten	=	verouwelijken
verover	=	veroveren
veroveraar	noun	een vreemdeling die een gebied overmeestert
veroveraars	=	veroveraar
veroveraarster	=	veroveraar
veroverd	=	veroveren
veroverde	=	veroveren
veroverden	=	veroveren
verovere	=	veroveren
veroveren	verb	een gebied door een militaire operatie in zijn macht nemen
veroverend	=	veroveren
veroverende	=	veroveren
verovering	noun	iets door middel van strijd in bezit genomen hebben
veroveringen	=	verovering
veroveringetje	=	verovering
veroveringetjes	=	verovering
veroveringsleger	noun	een militaire eenheid die in (een deel van) het grondgebied van de vijand probeert te bezetten
veroveringslegers	=	veroveringsleger
veroveringsoorlog	noun	oorlog met als doel grondgebied met economisch interessante mogelijkheden te veroveren
veroveringsoorlogen	=	veroveringsoorlog
veroverinkje	=	verovering
veroverinkjes	=	verovering
verovert	=	veroveren
verpaard	=	verpaarden
verpaardde	=	verpaarden
verpaardden	=	verpaarden
verpaarde	=	verpaarden
verpaarden	verb	landbouwgrond omvormen tot paardenweides
verpaardend	=	verpaarden
verpaardende	=	verpaarden
verpaarding	noun	het proces waarbij landbouwgrond verandert in weidegrond voor (recreatieve) paardenhouderij, vaak gekenmerkt door een rommelige uitstraling van het platteland door hekwerken, stallen en schuurtjes.
verpaardt	=	verpaarden
verpacht	=	verpachten
verpachte	=	verpachten
verpachten	verb	huur ontvangen voor het vergeven van het recht om een stuk land te gebruiken dat aan jouzelf toebehoort
verpachtend	=	verpachten
verpachtende	=	verpachten
verpachtte	=	verpachten
verpachtten	=	verpachten
verpaft	adj	opgeblazen, pafferig, verwaand, pedant, bombastisch
verpafte	=	verpaft
verpafter	=	verpaft
verpaftere	=	verpaft
verpafters	=	verpaft
verpafts	=	verpaft
verpaftst	=	verpaft
verpaftste	=	verpaft
verpak	=	verpakken
verpakke	=	verpakken
verpakken	verb	in een beschermende omhulling doen
verpakkend	=	verpakken
verpakkende	=	verpakken
verpakker	noun	bedrijf of persoon die goederen inpakt zodat ze zonder beschadiging vervoerd en verkocht kunnen worden
verpakkers	=	verpakker
verpakkertje	=	verpakker
verpakking	noun	het materiaal waarin iets verpakt is
verpakkingen	=	verpakking
verpakkingsconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse verpakkingsbedrijven
verpakkingsconcerns	=	verpakkingsconcern
verpakkingsheffing	noun	een belasting of taks die wordt geheven op verpakkingsmateriaal, vaak met als doel milieuvervuiling te verminderen en het gebruik van recyclebare verpakkingen te stimuleren.
verpakkingsheffingen	=	verpakkingsheffing
verpakkingsheffinkje	=	verpakkingsheffing
verpakkingsheffinkjes	=	verpakkingsheffing
verpakkingskost	noun|obsolete	geld dat men betaalt voor het verpakken van iets
verpakkingskosten	noun	geld dat men betaalt voor het verpakken van iets
verpakkingsmateriaal	noun	het materiaal dat gebruikt wordt voor het verpakken van goederen.
verpakkingsmaterialen	=	verpakkingsmateriaal
verpakkinkje	=	verpakking
verpakkinkjes	=	verpakking
verpakt	adj	in een tijdelijke omhulling voor vervoer, opslag of versiering
verpakte	=	verpakken
verpakten	=	verpakken
verpakts	=	verpakt
verpand	=	verpanden
verpandde	=	verpanden
verpandden	=	verpanden
verpande	=	verpanden
verpanden	verb	als basis voor een lening uit handen geven
verpandend	=	verpanden
verpandende	=	verpanden
verpanding	noun	het juridisch als onderpand geven van roerende goederen of vorderingen aan een schuldeiser (vaak een bank) om zekerheid te bieden voor een lening.
verpandingen	=	verpanding
verpandinkje	=	verpanding
verpandinkjes	=	verpanding
verpandt	=	verpanden
verpap	=	verpappen
verpappe	=	verpappen
verpappen	verb	overgaan van vast naar vloeibaar van een bulklading
verpappend	=	verpappen
verpappende	=	verpappen
verpapt	=	verpappen
verpapte	=	verpappen
verpapten	=	verpappen
verpats	=	verpatsen
verpatse	=	verpatsen
verpatsen	verb	iets haastig of voor een sub-optimale prijs verkopen om aan geld te komen
verpatsend	=	verpatsen
verpatsende	=	verpatsen
verpatst	=	verpatsen
verpatste	=	verpatsen
verpatsten	=	verpatsen
verpauper	=	verpauperen
verpauperd	=	verpauperen
verpauperde	=	verpauperen
verpauperden	=	verpauperen
verpaupere	=	verpauperen
verpauperen	verb	door gebrek aan aandacht en/of middelen in een vervallen, slechte, verarmde toestand geraken
verpauperend	=	verpauperen
verpauperende	=	verpauperen
verpaupering	noun	het armoediger worden van iets of iemand
verpauperingen	=	verpaupering
verpaupert	=	verpauperen
verpersoonlijk	=	verpersoonlijken
verpersoonlijke	=	verpersoonlijken
verpersoonlijken	verb	als een persoon voorstellen van iets dat niet tastbaar is
verpersoonlijkend	=	verpersoonlijken
verpersoonlijkende	=	verpersoonlijken
verpersoonlijking	noun	een abstract begrip voorstellen als een mens
verpersoonlijkingen	=	verpersoonlijking
verpersoonlijkingetje	=	verpersoonlijking
verpersoonlijkingetjes	=	verpersoonlijking
verpersoonlijkt	=	verpersoonlijken
verpersoonlijkte	=	verpersoonlijken
verpersoonlijkten	=	verpersoonlijken
verpest	=	verpesten
verpeste	=	verpesten
verpesten	verb	ervoor zorgen dat iets niet leuk meer is
verpestend	=	verpesten
verpestende	=	verpesten
verpestte	=	verpesten
verpestten	=	verpesten
verpieter	=	verpieteren
verpieterd	=	verpieteren
verpieterden	=	verpieteren
verpietere	=	verpieteren
verpieteren	verb	van mindere kwaliteit worden door te lang koken, bakken of bewaren
verpieterend	=	verpieteren
verpieterende	=	verpieteren
verpietert	=	verpieteren
verpink	=	verpinken
verpinke	=	verpinken
verpinken	verb	knipperen met de ogen als emotionele reactie
verpinkend	=	verpinken
verpinkende	=	verpinken
verpinkt	=	verpinken
verpinkte	=	verpinken
verpinkten	=	verpinken
verplaats	=	verplaatsen
verplaatsbaar	adj	dat iets op een andere locatie gebracht kan worden
verplaatsbaarder	=	verplaatsbaar
verplaatsbaardere	=	verplaatsbaar
verplaatsbaarders	=	verplaatsbaar
verplaatsbaars	=	verplaatsbaar
verplaatsbaarst	=	verplaatsbaar
verplaatsbaarste	=	verplaatsbaar
verplaatsbare	=	verplaatsbaar
verplaatse	=	verplaatsen
verplaatsen	verb	iets van de ene plaats naar de andere brengen
verplaatsend	=	verplaatsen
verplaatsende	=	verplaatsen
verplaatsing	noun	de daad van het iets bewegen naar een andere plek
verplaatsingen	=	verplaatsing
verplaatsingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om iets naar een andere plek te brengen
verplaatsingskosten	noun	geld dat men moet betalen om iets naar een andere plek te brengen
verplaatsingsonkost	noun	geld dat men moet uitgeven voor het op een andere plaats brengen van zaken of personen
verplaatsingsonkosten	noun|obsolete	geld dat men moet uitgeven voor het op een andere plaats brengen van zaken of personen
verplaatsinkje	=	verplaatsing
verplaatsinkjes	=	verplaatsing
verplaatst	=	verplaatsen
verplaatste	=	verplaatsen
verplaatsten	=	verplaatsen
verplant	=	verplanten
verplante	=	verplanten
verplanten	verb	op een andere plaats zetten
verplantend	=	verplanten
verplantende	=	verplanten
verplantte	=	verplanten
verplantten	=	verplanten
verpleeg	=	verplegen
verpleegafdeling	noun	deel van een ziekenhuis of verpleeghuis waar patiënten verblijven en verzorgd worden
verpleegafdelingen	=	verpleegafdeling
verpleegd	=	verplegen
verpleegde	=	verplegen
verpleegden	=	verplegen
verpleeghuis	noun	Een gebouw of instelling waarin chronisch zieke patiënten, die afhankelijk zijn van zorg, verpleegd kunnen worden.
verpleeghuisbed	noun	speciaal bed dat geschikt is voor de verpleging van patiënten in een verpleeghuis
verpleeghuisbedden	=	verpleeghuisbed
verpleeghuisje	=	verpleeghuis
verpleeghuisjes	=	verpleeghuis
verpleeghuiszorg	noun	de verzorging die een ernstig zieke, hulpbehoevende, chronische patiënt nodig heeft en die meestal gegeven wordt in een verpleeghuis
verpleeghuizen	=	verpleeghuis
verpleegkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor de verpleging van patiënten
verpleegkosten	noun	geld dat men moet betalen voor de verpleging van patiënten
verpleegkunde	noun	de leer van het verplegen
verpleegkundig	adj	volgens de leer van de verpleegkunde
verpleegkundige	noun	iemand die beroepshalve patiënten verpleegt
verpleegkundigen	=	verpleegkundige
verpleegkundiger	=	verpleegkundig
verpleegkundigere	=	verpleegkundig
verpleegkundigers	=	verpleegkundig
verpleegkundigs	=	verpleegkundig
verpleegkundigst	=	verpleegkundig
verpleegkundigste	=	verpleegkundig
verpleegopleiding	noun	opleiding tot verpleegkundige
verpleegopleidingen	=	verpleegopleiding
verpleegster	noun	vrouw die zorg verleent aan zieken of gewonden
verpleegsterhaai	noun	Ginglymostoma cirratum een haai van ongeveer 3 meter lang (maximaal worden ze 4,3 meter).
verpleegsterhaaien	noun	een familie Ginglymostomatidae van haaien uit de orde van de bakerhaaien (Orectolobiformes)
verpleegsterhaaitje	=	verpleegsterhaai
verpleegsterhaaitjes	=	verpleegsterhaai
verpleegsters	=	verpleegster
verpleegstersopleiding	noun	opleiding tot verpleegkundige; een beroepsopleiding die je opleidt tot zorgprofessional.
verpleegstersopleidingen	=	verpleegstersopleiding
verpleegstersopleidinkje	=	verpleegstersopleiding
verpleegstersopleidinkjes	=	verpleegstersopleiding
verpleegstersuniform	noun	de werkkleding van een verpleegster
verpleegstersuniformen	=	verpleegstersuniform
verpleegstersuniformpje	=	verpleegstersuniform
verpleegstersuniformpjes	=	verpleegstersuniform
verpleegstertje	=	verpleegster
verpleegstertjes	=	verpleegster
verpleegt	=	verplegen
verpleegtehuis	noun	instelling waar mensen kunnen verblijven die niet langer de specifieke zorg van een ziekenhuis nodig hebben, maar die niet gezond genoeg zijn om thuis te wonen
verpleegtehuizen	=	verpleegtehuis
verpleegzorg	noun	de zorg voor zieke patiënten door verpleegkundigen en verzorgenden in een verpleeghuis
verplege	=	verplegen
verplegen	verb	een zieke verzorgen
verplegend	adj	bezig zijnd een zieke te verzorgen
verplegende	=	verplegen
verplegends	=	verplegend
verplegendst	=	verplegend
verpleger	noun	iemand met de opleiding tot het geven van verpleegkundige zorg
verplegers	=	verpleger
verplegertje	=	verpleger
verplegertjes	=	verpleger
verpleging	noun	het verplegen, de zorg voor zieken
verplegingen	=	verpleging
verpleginkje	=	verpleging
verpleginkjes	=	verpleging
verplet	=	verpletten
verplette	=	verpletten
verpletten	verb	door platdrukken kapot maken
verplettend	=	verpletten
verplettende	=	verpletten
verpletter	=	verpletteren
verpletteraar	noun	iets of iemand die met name mensen met grof geweld kan overweldigen en kapot maken
verpletteraars	=	verpletteraar
verpletterd	=	verpletteren
verpletterde	=	verpletteren
verpletterden	=	verpletteren
verplettere	=	verpletteren
verpletteren	verb	vernietigend platslaan
verpletterend	adj	zeer veel indruk makend
verpletterende	=	verpletteren
verpletterender	=	verpletterend
verpletterendere	=	verpletterend
verpletterenders	=	verpletterend
verpletterends	=	verpletterend
verpletterendst	=	verpletterend
verpletterendste	=	verpletterend
verplettert	=	verpletteren
verplicht	adj	door iets of iemand gedwongen
verplichte	=	verantwoorden
verplichten	verb	tot regel maken dat iets moet
verplichtend	adj	van iets dat het moet en dat het afgedwongen kan worden
verplichtende	=	verplichten
verplichtender	=	verplichtend
verplichtendere	=	verplichtend
verplichtenders	=	verplichtend
verplichtends	=	verplichtend
verplichtendst	=	verplichtend
verplichtendste	=	verplichtend
verplichting	noun	iets dat moet
verplichtingen	=	verplichting
verplichtinkje	=	verplichting
verplichtinkjes	=	verplichting
verplichts	=	verplicht
verplichtte	=	verplichten
verplichtten	=	verplichten
verpolitiek	=	verpolitieken
verpolitieke	=	verpolitieken
verpolitieken	verb	tot een politieke zaak maken
verpolitiekend	=	verpolitieken
verpolitiekende	=	verpolitieken
verpolitiekt	=	verpolitieken
verpolitiekte	=	verpolitieken
verpolitiekten	=	verpolitieken
verpomp	=	verpompen
verpompe	=	verpompen
verpompen	verb	van de ene naar de andere plaats pompen
verpompend	=	verpompen
verpompende	=	verpompen
verpompt	=	verpompen
verpompte	=	verpompen
verpompten	=	verpompen
verponding	noun	hernieuwde schatting van een belastingaanslag
verpondingen	=	verponding
verpondinkje	=	verponding
verpondinkjes	=	verponding
verpoos	=	verpozen
verpoosd	=	verpozen
verpoosde	=	verpozen
verpoosden	=	verpozen
verpoost	=	verpozen
verpoot	=	verpoten
verpootte	=	verpoten
verpootten	=	verpoten
verpop	=	verpoppen
verpoppe	=	verpoppen
verpoppen	verb	van een insect het zich als een pop inspinnen
verpoppend	=	verpoppen
verpoppende	=	verpoppen
verpopping	noun	een bij veel insecten voorkomend proces waarbij de larve zich transformeert tot een volwassen insect (imago)
verpoppingen	=	verpopping
verpopt	=	verpoppen
verpopte	=	verpoppen
verpopten	=	verpoppen
verpot	=	verpotten
verpote	=	verpoten
verpoten	verb	ergens anders poten
verpotend	=	verpoten
verpotende	=	verpoten
verpotte	=	verpotten
verpotten	verb	een plant voorzien van een andere, doorgaans grotere, pot
verpottend	=	verpotten
verpottende	=	verpotten
verpoze	=	verpozen
verpozen	verb|formal	zich ~: uitrusten, uitblazen, ontspannen, pauzeren
verpozend	=	verpozen
verpozende	=	verpozen
verpozing	noun	het onderbreken van een activiteit voor een rustpauze
verpozingen	=	verpozing
verpraat	=	verpraten
verpraatte	=	verpraten
verpraatten	=	verpraten
verprate	=	verpraten
verpraten	verb	veel tijd verknoeien door te praten in plaats van de handelen; de tijd verdoen
verpratend	=	verpraten
verpratende	=	verpraten
verpretparkisering	noun	het als het ware ombouwen van een stad of dorp tot een pretpark voor toeristen
verpretparkiseringen	=	verpretparkisering
verpruts	=	verprutsen
verprutse	=	verprutsen
verprutsen	verb	iets waardeloos maken, iets verknoeien, verpesten
verprutsend	=	verprutsen
verprutsende	=	verprutsen
verprutst	=	verprutsen
verprutste	=	verprutsen
verprutsten	=	verprutsen
verpulver	=	verpulveren
verpulverd	adj	samengestampt tot poeder
verpulverde	=	verpulverd
verpulverden	=	verpulveren
verpulvere	=	verpulveren
verpulveren	verb	tot pulver worden
verpulverend	=	verpulveren
verpulverende	=	verpulveren
verpulvering	noun	het fijmaken of verpoederen van iets
verpulveringen	=	verpulvering
verpulvert	=	verpulveren
verquanselen	=	verkwanselen
verquisten	=	verkwisten
verraad	noun	het schenden van trouw
verraadde	=	verraden
verraadden	=	verraden
verraadster	noun	een vrouwelijke verrader
verraadsters	=	verraadster
verraadt	=	verraden
verraaien	=	verraden
verrade	=	verraden
verraden	verb	ontrouw worden aan wat men heeft voorgedaan te zullen steunen
verradend	=	verraden
verradende	=	verraden
verradens	=	verraden
verrader	noun	iemand die verraad pleegt
verraderij	noun	trouweloosheid en het opzettelijk schenden van een vertrouwensband, vaak door informatie aan de vijand of tegenpartij te geven
verraderijen	=	verraderij
verraderijtje	=	verraderij
verraderijtjes	=	verraderij
verraderlijk	adj	als een verrader
verraderlijke	=	verraderlijk
verraderlijker	=	verraderlijk
verraderlijkere	=	verraderlijk
verraderlijkers	=	verraderlijk
verraderlijkheden	=	verraderlijkheid
verraderlijkheid	noun	de mate waarin iets bedrieglijk is
verraderlijks	=	verraderlijk
verraderlijkst	=	verraderlijk
verraderlijkste	=	verraderlijk
verraders	=	verrader
verradertje	=	verrader
verradertjes	=	verrader
verramsj	=	verramsjen
verramsje	=	verramsjen
verramsjen	verb	goedkoop van de hand doen van overtollige boeken die men niet voor de volle prijs kan verkopen
verramsjend	=	verramsjen
verramsjende	=	verramsjen
verramsjt	=	verramsjen
verramsjte	=	verramsjen
verramsjten	=	verramsjen
verras	=	verrassen
verrasschen	=	verrassen
verrasse	=	verrassen
verrassen	verb	onverwachts confronteren, overrompelen
verrassend	adj	iets onverwachts veroorzakend vooral in de leuke zin van het woord
verrassende	=	verrassend
verrassender	=	verrassend
verrassendere	=	verrassend
verrassenders	=	verrassend
verrassenderwijs	adv	op een verrassende manier
verrassends	=	verrassend
verrassendst	=	verrassend
verrassendste	=	verrassend
verrassing	noun	een geheel onverwachte gebeurtenis
verrassingen	=	verrassing
verrassingsaanval	noun	een onverwachte aanval
verrassingsaanvallen	=	verrassingsaanval
verrassingsaanvalletje	=	verrassingsaanval
verrassingsaanvalletjes	=	verrassingsaanval
verrassingsactie	noun	een gebeurtenis die onverwacht plaatsvindt en vaak bedoeld is om iemand te verrassen, zowel positief (zoals een surpriseparty) als negatief (zoals een inbreker die betrapt wordt).
verrassingsacties	=	verrassingsactie
verrassingsactietje	=	verrassingsactie
verrassingsactietjes	=	verrassingsactie
verrassingselement	noun	dat wat er voor zorgt dat iets verrast
verrassingselementen	=	verrassingselement
verrassinkje	=	verrassing
verrassinkjes	=	verrassing
verrast	adj	verbaasd, door iets onverwachts getroffen
verraste	=	verrast
verrasten	=	verrassen
verraster	=	verrast
verrastere	=	verrast
verrasters	=	verrast
verrasts	=	verrast
verrastst	=	verrast
verrastste	=	verrast
verre	adv	in hoge mate
verreauxsifaka	noun	Propithecus verreauxi primaat uit de familie van de indriachtigen (Indriidae).
verreauxsifaka's	=	verreauxsifaka
verreauxsifakaatje	=	verreauxsifaka
verreauxsifakaatjes	=	verreauxsifaka
verrechtsing	noun	het conservatiever en behoudender worden
verrechtsingen	=	verrechtsing
verrechtvaardig	=	verrechtvaardigen
verrechtvaardigd	=	verrechtvaardigen
verrechtvaardigde	=	verrechtvaardigen
verrechtvaardigden	=	verrechtvaardigen
verrechtvaardige	=	verrechtvaardigen
verrechtvaardigen	verb	goed praten
verrechtvaardigend	=	verrechtvaardigen
verrechtvaardigende	=	verrechtvaardigen
verrechtvaardiging	noun	het verrechtvaardigen
verrechtvaardigingen	=	verrechtvaardiging
verrechtvaardigingetje	=	verrechtvaardiging
verrechtvaardigingetjes	=	verrechtvaardiging
verrechtvaardigt	=	verrechtvaardigen
verrede	=	verrijden
verreden	=	verrijden
verreed	=	verrijden
verreedt	=	verrijden
verrees	=	verrijzen
verreest	=	verrijzen
verregaand	adj	verder gaand in een bepaalde richting dan wenselijk is
verregaande	=	verregaand
verregaander	=	verregaand
verregaandere	=	verregaand
verregaanders	=	verregaand
verregaands	=	verregaand
verregaandst	=	verregaand
verregaandste	=	verregaand
verregen	=	verregenen
verregend	=	verregenen
verregende	=	verregenen
verregenden	=	verregenen
verregene	=	verregenen
verregenen	verb	door regen verpest of beschadigd worden, door de regen mislukken
verregenend	=	verregenen
verregenende	=	verregenen
verregent	=	verregenen
verreik	=	verreiken
verreike	=	verreiken
verreiken	verb	iemands schuld bewezen achten
verreikend	adj	van iets dat het grote invloed heeft op vele zaken over een lange tijd
verreikende	=	verreiken
verreikends	=	verreikend
verreikt	=	verreiken
verreikte	=	verreiken
verreikten	=	verreiken
verreis	=	verreizen
verreisd	=	verreizen
verreisden	=	verreizen
verreist	=	verreizen
verreize	=	verreizen
verreizen	verb	het maken van een reis
verreizend	=	verreizen
verreizende	=	verreizen
verrek	intj|vulgar	uitroep van grote verbazing
verreken	=	verrekenen
verrekenbaar	adj	van schulden en vorderingen tussen twee partijen dat ze tegen elkaar kunnen worden weggestreept (vereffend).
verrekenbaarder	=	verrekenbaar
verrekenbaardere	=	verrekenbaar
verrekenbaarders	=	verrekenbaar
verrekenbaars	=	verrekenbaar
verrekenbaarst	=	verrekenbaar
verrekenbaarste	=	verrekenbaar
verrekenbare	=	verrekenbaar
verrekenbeding	noun	een afspraak in huwelijkse voorwaarden of een samenlevingsovereenkomst, waarbij partners inkomen of vermogen (aanwinsten) met elkaar delen.
verrekenbedingen	=	verrekenbeding
verrekenbedingetje	=	verrekenbeding
verrekenbedingetjes	=	verrekenbeding
verrekend	=	verrekenen
verrekende	=	verrekenen
verrekenden	=	verrekenen
verrekene	=	verrekenen
verrekenen	verb	Tegen elkaar wegstrepen van vorderingen die partijen over en weer op elkaar hebben
verrekenend	=	verrekenen
verrekenende	=	verrekenen
verrekening	noun	het verrekenen
verrekeningen	=	verrekening
verrekeningetje	=	verrekening
verrekeningetjes	=	verrekening
verrekent	=	verrekenen
verrekijker	noun	een optisch instrument om voorwerpen op grote afstand te kunnen waarnemen door het vergrotend effect van het instrument
verrekijkers	=	verrekijker
verrekijkertje	=	verrekijker
verrekijkertjes	=	verrekijker
verrekke	=	verrekken
verrekken	verb	op een miserabele wijze aan zijn einde komen
verrekkend	=	verrekken
verrekkende	=	verrekken
verrekking	noun	het verrekken
verrekkingen	=	verrekking
verrekkinkje	=	verrekking
verrekkinkjes	=	verrekking
verrekt	adj	pijnlijk en tijdelijk niet goed te gebruikten door een te heftige uitrekking	adv|informal	heel erg
verrekte	=	verrekt
verrekten	=	verrekken
verrekts	=	verrekt
verrel	noun	een vierde gedeelte
verrels	=	verrel
verreltje	=	verrel
verreltjes	=	verrel
verrevelder	noun	honkballer die in het verre veld staat om een ver weg geslagen bal op te vangen
verrevelders	=	verrevelder
verreweg	adv	met afstand, zonder competitie
verreze	=	verrijzen
verrezen	=	verrijzen
verrezene	noun	iemand die is opgestaan, iets of iemand die weer tot leven is gekomen
verrezenen	=	verrezene
verricht	adj	gedaan, klaar uitgevoerd
verrichte	=	verricht
verrichten	verb	een prestatie leveren
verrichtend	=	verrichten
verrichtende	=	verrichten
verrichting	noun	het verrichten, de handeling, volvoering
verrichtingen	=	verrichting
verrichtinkje	=	verrichting
verrichtinkjes	=	verrichting
verrichts	=	verricht
verrichtte	=	verrichten
verrichtten	=	verrichten
verried	=	verraden
verriede	=	verraden
verrieden	=	verraden
verriedt	=	verraden
verrij	=	verrijden
verrijd	=	verrijden
verrijdbaar	adj	van een voorwerp dat het is voorzien van wielen of wieltjes, waardoor het gemakkelijk te verplaatsen of verschuiven is
verrijdbaarder	=	verrijdbaar
verrijdbaardere	=	verrijdbaar
verrijdbaarders	=	verrijdbaar
verrijdbaars	=	verrijdbaar
verrijdbaarst	=	verrijdbaar
verrijdbaarste	=	verrijdbaar
verrijdbare	=	verrijdbaar
verrijde	=	verrijden
verrijden	verb	door rijden verplaatsen
verrijdend	=	verrijden
verrijdende	=	verrijden
verrijdt	=	verrijden
verrijk	=	verrijken
verrijke	=	verrijken
verrijken	verb	rijker maken
verrijkend	=	verrijken
verrijkende	=	verrijken
verrijking	noun	het rijker worden (in materiële of immateriële zin)
verrijkingen	=	verrijking
verrijkinkje	=	verrijking
verrijkinkjes	=	verrijking
verrijkt	=	verrijken
verrijkte	=	verrijken
verrijkten	=	verrijken
verrijs	=	verrijzen
verrijst	=	verrijzen
verrijze	=	verrijzen
verrijzen	verb	zich verheffen, van de grond komen
verrijzend	=	verrijzen
verrijzende	=	verrijzen
verrijzenis	noun	uit de dood opstaan
verrijzenissen	=	verrijzenis
verrimpel	=	verrimpelen
verrimpeld	adj	rimpels vertonend
verrimpelde	=	verrimpelen
verrimpelden	=	verrimpelen
verrimpelder	=	verrimpeld
verrimpeldere	=	verrimpeld
verrimpelders	=	verrimpeld
verrimpelds	=	verrimpeld
verrimpeldst	=	verrimpeld
verrimpeldste	=	verrimpeld
verrimpele	=	verrimpelen
verrimpelen	verb	met rimpels bedekt worden, minder glad worden, meestal in de betekenis van verouderen van de huid
verrimpelend	=	verrimpelen
verrimpelende	=	verrimpelen
verrimpelt	=	verrimpelen
verrine	noun	een gerechtje, in laagjes gepresenteerd in een glas
verrines	=	verrine
verrinneweer	=	verrinneweren
verrinneweerd	=	verrinneweren
verrinneweerde	=	verrinneweren
verrinneweerden	=	verrinneweren
verrinneweert	=	verrinneweren
verrinnewere	=	verrinneweren
verrinneweren	verb|informal	in een toestand brengen waarin het door schade of rommeligheid helemaal niet meer voldoet
verrinnewerend	=	verrinneweren
verrinnewerende	=	verrinneweren
verroer	=	verroeren
verroerd	=	verroeren
verroerde	=	verroeren
verroerden	=	verroeren
verroere	=	verroeren
verroeren	verb	zich ~: in beweging komen
verroerend	=	verroeren
verroerende	=	verroeren
verroert	=	verroeren
verroest	adj	helemaal geoxideerd (meestal als het over ijzer gaat) of verouderd
verroeste	=	verroest
verroesten	verb	van een metalen voorwerp dat het door oxideren vermindert in kwaliteit
verroestend	=	verroesten
verroestende	=	verroesten
verroester	=	verroest
verroestere	=	verroest
verroesters	=	verroest
verroests	=	verroest
verroestst	=	verroest
verroestste	=	verroest
verroestte	=	verroesten
verroestten	=	verroesten
verroke	=	verroken
verroken	verb	tabak door roken verbruiken of bederven
verrokend	=	verroken
verrokende	=	verroken
verrol	=	verrollen
verrolbaar	adj	van een voorwerp dat het is voorzien van wielen of wieltjes, waardoor het gemakkelijk te verplaatsen of verschuiven is
verrolbaarder	=	verrolbaar
verrolbaardere	=	verrolbaar
verrolbaarders	=	verrolbaar
verrolbaars	=	verrolbaar
verrolbaarst	=	verrolbaar
verrolbaarste	=	verrolbaar
verrolbare	=	verrolbaar
verrold	=	verrollen
verrolde	=	verrollen
verrolden	=	verrollen
verrolle	=	verrollen
verrollen	verb	verplaatsen door te rollen
verrollend	=	verrollen
verrollende	=	verrollen
verrolt	=	verrollen
verronsel	=	verronselen
verronseld	=	verronselen
verronselde	=	verronselen
verronselden	=	verronselen
verronsele	=	verronselen
verronselen	verb	op een onhandige, slinkse, knoeierige manier van de hand doen
verronselend	=	verronselen
verronselende	=	verronselen
verronselt	=	verronselen
verrook	=	verroken
verrookt	=	verroken
verrookte	=	verroken
verrookten	=	verroken
verroompottiseerd	=	verroompottiseren
verroompottiseerde	=	verroompottiseren
verroompottiseren	verb	van een natuur- of recreatiegebied dat het geheel in handen komt van grote investeerders die er luxe vakantieparken van maken
verroompottiserend	=	verroompottiseren
verroompottisering	noun	het volbouwen van natuur- en recreatiegebieden met luxe vakantieparken
verroompottiseringen	=	verroompottisering
verrot	adj	aangetast door bederf	intj|informal	ellendig, vervloekt
verrots	=	verrot
verrotst	=	verrot
verrotste	=	verrot
verrotte	=	verrot
verrotten	verb	vergaan als gevolg van het rottingsproces
verrottend	=	verrotten
verrottende	=	verrotten
verrotter	=	verrot
verrottere	=	verrot
verrotters	=	verrot
verrotting	noun	het uiteenvallen van dode organismen of dood organisch materiaal
verrottingen	=	verrotting
verrottingsproces	noun	het proces van uiteenvallen van dood of organisch materiaal
verrottingsprocessen	=	verrottingsproces
verruig	=	verruigen
verruigd	=	verruigen
verruigde	=	verruigen
verruigden	=	verruigen
verruige	=	verruigen
verruigen	verb	sterker begroeid raken met snelgroeiende twee- en meerjarige planten, waarbij minder hoge eenjarige planten die door menselijk ingrijpen voorkwamen worden verdrongen
verruigend	=	verruigen
verruigende	=	verruigen
verruiging	noun	het proces in de natuur waarbij sterk groeiende, hoge planten (ruigtekruiden) de overhand krijgen en andere, kleinere plantensoorten verdringen.
verruigingen	=	verruiging
verruiginkje	=	verruiging
verruiginkjes	=	verruiging
verruigt	=	verruigen
verruil	=	verruilen
verruild	=	verruilen
verruilde	=	verruilen
verruilden	=	verruilen
verruile	=	verruilen
verruilen	verb	iets inwisselen tegen iets wat geschikter is
verruilend	=	verruilen
verruilende	=	verruilen
verruilt	=	verruilen
verruim	=	verruimen
verruimd	=	verruimen
verruimde	=	verruimen
verruimden	=	verruimen
verruime	=	verruimen
verruimen	verb	ruimer maken
verruimend	=	verruimen
verruimende	=	verruimen
verruiming	noun	het verruimen
verruimingen	=	verruiming
verruimt	=	verruimen
verruk	=	verrukken
verrukke	=	verrukken
verrukkelijk	adj	bijzonder aangenaam, bijzonder lekker
verrukkelijke	=	verrukkelijk
verrukkelijker	=	verrukkelijk
verrukkelijkere	=	verrukkelijk
verrukkelijkers	=	verrukkelijk
verrukkelijks	=	verrukkelijk
verrukkelijkst	=	verrukkelijk
verrukkelijkste	=	verrukkelijk
verrukkelyk	=	verrukkelijk
verrukken	verb	in vervoering brengen
verrukkend	=	verrukken
verrukkende	=	verrukken
verrukking	noun	opgetogenheid
verrukkingen	=	verrukking
verrukkinkje	=	verrukking
verrukkinkjes	=	verrukking
verruklijk	=	verrukkelijk
verruklyk	=	verrukkelijk
verrukt	adj	door genoegen, plezier en bewondering in vervoering gebracht
verrukte	=	verrukt
verrukten	=	verrukken
verrukter	=	verrukt
verruktere	=	verrukt
verrukters	=	verrukt
verrukts	=	verrukt
verruktst	=	verrukt
verruktste	=	verrukt
verruw	=	verruwen
verruwd	=	verruwen
verruwde	=	verruwen
verruwden	=	verruwen
verruwe	=	verruwen
verruwen	verb	ruwer maken wat eerst glad was
verruwend	=	verruwen
verruwende	=	verruwen
verruwing	noun	het ruwer worden
verruwingen	=	verruwing
verruwt	=	verruwen
vers	noun	gedicht	adj	nieuw, net gemaakt, recent
versaag	=	versagen
versaagd	=	versagen
versaagde	=	versagen
versaagden	=	versagen
versaagt	=	versagen
versage	=	versagen
versagen	verb	de moed opgeven
versagend	=	versagen
versagende	=	versagen
versas	=	versassen
versasse	=	versassen
versassen	verb	iets of iemand van de ene naar de andere plaats slepen
versassend	=	versassen
versassende	=	versassen
versast	=	versassen
versaste	=	versassen
versasten	=	versassen
versatiel	adj	veranderlijk, wendbaar, plooibaar
versatiele	=	versatiel
versatieler	=	versatiel
versatielere	=	versatiel
versatielers	=	versatiel
versatiels	=	versatiel
versatielst	=	versatiel
versatielste	=	versatiel
versch	=	vers
verschaal	=	verschalen
verschaald	=	verschalen
verschaalde	=	verschalen
verschaalden	=	verschalen
verschaalt	=	verschalen
verschaf	=	verschaffen
verschaffe	=	verschaffen
verschaffen	verb	benodigdheden beschikbaar maken
verschaffend	=	verschaffen
verschaffende	=	verschaffen
verschaffing	noun	verstrekking, bezorging, levering, verlening, voorziening.
verschaffingen	=	verschaffing
verschaffinkje	=	verschaffing
verschaffinkjes	=	verschaffing
verschaft	=	verschaffen
verschafte	=	verschaffen
verschaften	=	verschaffen
verschale	=	verschalen
verschalen	verb	bederven waardoor iets minder geur en smaak heeft, met name van alcohol- en koolzuurhoudende dranken als bier
verschalend	=	verschalen
verschalende	=	verschalen
verschalk	=	verschalken
verschalke	=	verschalken
verschalken	verb	iets of iemand vangen
verschalkend	=	verschalken
verschalkende	=	verschalken
verschalkt	=	verschalken
verschalkte	=	verschalken
verschalkten	=	verschalken
verschans	=	verschansen
verschanse	=	verschansen
verschansen	verb	zich ~: zijn toevlucht zoeken in een versterkte defensieve positie
verschansend	=	verschansen
verschansende	=	verschansen
verschansing	noun	een (militair) versterkte plaats
verschansingen	=	verschansing
verschansinkje	=	verschansing
verschansinkjes	=	verschansing
verschanst	=	verschansen
verschanste	=	verschansen
verschansten	=	verschansen
verscheel	=	verschelen
verscheeld	=	verschelen
verscheelde	=	verschelen
verscheelden	=	verschelen
verscheelt	=	verschelen
verscheen	=	verschijnen
verscheent	=	verschijnen
verscheep	=	verschepen
verscheept	=	verschepen
verscheepte	=	verschepen
verscheepten	=	verschepen
verscheet	=	verschijten
verscheid	=	verscheiden
verscheidde	=	verscheiden
verscheidden	=	verscheiden
verscheide	=	verscheiden
verscheiden	verb	overlijden, doodgaan	noun	dood, overlijden
verscheidend	=	verscheiden
verscheidende	=	verscheiden
verscheidene	pron	meer dan één, maar niet veel	num	meer dan één, maar niet veel
verscheidener	=	verscheiden
verscheideners	=	verscheiden
verscheidenheden	=	verscheidenheid
verscheidenheid	noun	een verzameling van zeer verschillende zaken
verscheidenlijk	adj	met verschillen; in verschillende stoffen gescheiden kunnen worden
verscheidenlijke	=	verscheidenlijk
verscheidenlijker	=	verscheidenlijk
verscheidenlijkere	=	verscheidenlijk
verscheidenlijkers	=	verscheidenlijk
verscheidenlijks	=	verscheidenlijk
verscheidenlijkst	=	verscheidenlijk
verscheidenlijkste	=	verscheidenlijk
verscheidens	=	verscheiden
verscheidenst	=	verscheiden
verscheidenste	=	verscheiden
verscheidt	=	verscheiden
verschele	=	verschelen
verschelen	verb	verschillend van elkaar zijn
verschelend	=	verschelen
verschelende	=	verschelen
verschene	=	verschijnen
verschenen	=	verschijnen
verschenk	=	verschenken
verschenke	=	verschenken
verschenken	verb	weggeven
verschenkend	=	verschenken
verschenkende	=	verschenken
verschenkt	=	verschenken
verschepe	=	verschepen
verschepen	verb	per schip wegzenden
verschepend	=	verschepen
verschepende	=	verschepen
verscherp	=	verscherpen
verscherpe	=	verscherpen
verscherpen	verb	strenger maken, strikter maken
verscherpend	=	verscherpen
verscherpende	=	verscherpen
verscherping	noun	het strenger maken van regels en het strikter toepassen van bestaande regels
verscherpingen	=	verscherping
verscherpt	adj	strenger, strikter
verscherpte	=	verscherpen
verscherpten	=	verscherpen
verscherpts	=	verscherpt
verscheten	=	verschijten
verscheur	=	verscheuren
verscheurd	=	verscheuren
verscheurde	=	verscheuren
verscheurden	=	verscheuren
verscheure	=	verscheuren
verscheuren	verb	aan stukken rijten
verscheurend	adj	alles vernietigend
verscheurende	=	verscheuren
verscheurender	=	verscheurend
verscheurendere	=	verscheurend
verscheurenders	=	verscheurend
verscheurends	=	verscheurend
verscheurendst	=	verscheurend
verscheurendste	=	verscheurend
verscheuring	noun	de breuk van iets dat eerst een eenheid was
verscheuringen	=	verscheuring
verscheurt	=	verscheuren
verschiet	noun	verte
verschietachtig	adj	schrik veroorzakend
verschietachtige	=	verschietachtig
verschietachtiger	=	verschietachtig
verschietachtigere	=	verschietachtig
verschietachtigers	=	verschietachtig
verschietachtigs	=	verschietachtig
verschietachtigst	=	verschietachtig
verschietachtigste	=	verschietachtig
verschiete	=	verschieten
verschieten	verb	bleker worden
verschietend	=	verschieten
verschietende	=	verschieten
verschijn	=	verschijnen
verschijne	=	verschijnen
verschijnen	verb	aan het licht treden, zichtbaar worden
verschijnend	=	verschijnen
verschijnende	=	verschijnen
verschijning	noun	het verschijnen
verschijningen	=	verschijning
verschijningsjaar	noun	jaar van verschijnen (op de markt)
verschijningsjaartje	=	verschijningsjaar
verschijningsjaartjes	=	verschijningsjaar
verschijningsjaren	=	verschijningsjaar
verschijningsverbod	noun	verbod op het publiceren en verspreiden van een publicatie (zoals een krant, tijdschrift, pamflet) officieel verboden wordt, vaak opgelegd door een autoriteit (zoals een bezetter of regering) vanwege de inhoud, meestal om kritiek, verzet, of afwijkende meningen de kop in te drukken, zoals gebeurde met Nederlandse kranten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
verschijningsverboden	=	verschijningsverbod
verschijningsverbodje	=	verschijningsverbod
verschijningsverbodjes	=	verschijningsverbod
verschijningsvorm	noun	vorm waarin een verschijnsel zich voordoet
verschijningsvormen	=	verschijningsvorm
verschijninkje	=	verschijning
verschijninkjes	=	verschijning
verschijnsel	noun	iets dat zich voordoet
verschijnselen	=	verschijnsel
verschijnsels	=	verschijnsel
verschijnseltje	=	verschijnsel
verschijnseltjes	=	verschijnsel
verschijnt	=	verschijnen
verschijt	=	verschijten
verschijte	=	verschijten
verschijten	verb	als vaste ontlasting uitscheiden
verschijtend	=	verschijten
verschijtende	=	verschijten
verschik	=	verschikken
verschikke	=	verschikken
verschikken	verb	kleding over het lichaam verschuiven
verschikkend	=	verschikken
verschikkende	=	verschikken
verschikt	=	verschikken
verschikte	=	verschikken
verschikten	=	verschikken
verschil	noun	een aspect dat bij vergelijking anders is
verschild	=	verschillen
verschilde	=	verschillen
verschilden	=	verschillen
verschille	=	verschillen
verschillen	verb	in bepaalde opzichten niet hetzelfde zijn
verschillend	adj	niet op elkaar lijkend	num	meerdere en telkens andere
verschillende	=	verschillend
verschillender	=	verschillend
verschillendere	=	verschillend
verschillenders	=	verschillend
verschillends	=	verschillend
verschillendst	=	verschillend
verschillendste	=	verschillend
verschilletje	=	verschil
verschilletjes	=	verschil
verschilpunt	noun	punt waarin zaken of personen ten opzichte van elkaar verschillen
verschilpunten	=	verschilpunt
verschilpuntje	=	verschilpunt
verschilpuntjes	=	verschilpunt
verschilt	=	verschillen
verschiltonen	=	verschiltoon
verschiltoon	noun	bestaat uit een toon met een frequentie gelijk aan het verschil van de frequenties van twee klinkende tonen hetgeen ontstaat doordat er naast optelling ook (een beetje) ongewenste vermenigvuldiging optreedt (door niet-lineariteit)
verschimmel	=	verschimmelen
verschimmeld	=	verschimmelen
verschimmelde	=	verschimmelen
verschimmelden	=	verschimmelen
verschimmele	=	verschimmelen
verschimmelen	verb	door beschimmeling bedorven raken
verschimmelend	=	verschimmelen
verschimmelende	=	verschimmelen
verschimmelt	=	verschimmelen
verschole	=	verschuilen
verscholen	=	verschuilen
verschone	=	verschonen
verschonen	verb	vervangen van vuile dingen door schone
verschonend	=	verschonen
verschonende	=	verschonen
verschoning	noun	het voorzien van schoon (onder)goed
verschoningen	=	verschoning
verschoningsgrond	noun	een reden om ergens van verschoond te blijven
verschoningsgronden	=	verschoningsgrond
verschoningsgrondje	=	verschoningsgrond
verschoningsgrondjes	=	verschoningsgrond
verschoningsrecht	noun	recht voor bepaalde getuigen (familieleden, advocaten, vertrouwenspersonen etc.) om geen getuigenis te hoeven afleggen
verschoningsrechten	=	verschoningsrecht
verschoningsrechtje	=	verschoningsrecht
verschoningsrechtjes	=	verschoningsrecht
verschoninkje	=	verschoning
verschoninkjes	=	verschoning
verschonk	=	verschenken
verschonke	=	verschenken
verschonken	=	verschenken
verschonkt	=	verschenken
verschoof	=	verschuiven
verschooft	=	verschuiven
verschool	=	verschuilen
verschoolt	=	verschuilen
verschoon	=	verschonen
verschoonbaar	adj	te verschonen, vergoelijkt kunnende worden
verschoonbaarder	=	verschoonbaar
verschoonbaardere	=	verschoonbaar
verschoonbaarders	=	verschoonbaar
verschoonbaars	=	verschoonbaar
verschoonbaarst	=	verschoonbaar
verschoonbaarste	=	verschoonbaar
verschoonbare	=	verschoonbaar
verschoond	=	verschonen
verschoonde	=	verschonen
verschoonden	=	verschonen
verschoonen	=	verschonen
verschoonlijk	adj	van iets dat het vergeven kan worden
verschoonlijke	=	verschoonlijk
verschoonlijker	=	verschoonlijk
verschoonlijkere	=	verschoonlijk
verschoonlijkers	=	verschoonlijk
verschoonlijks	=	verschoonlijk
verschoonlijkst	=	verschoonlijk
verschoonlijkste	=	verschoonlijk
verschoont	=	verschonen
verschoot	=	verschieten
verschop	=	verschoppen
verschoppe	=	verschoppen
verschoppeling	noun	iemand die niet meer door andere geaccepteerd wordt en die in slechte omstandigheden verkeert
verschoppelingen	=	verschoppeling
verschoppelingetje	=	verschoppeling
verschoppelingetjes	=	verschoppeling
verschoppen	verb	schoppend verplaatsen
verschoppend	=	verschoppen
verschoppende	=	verschoppen
verschopt	=	verschoppen
verschopte	=	verschoppen
verschopten	=	verschoppen
verschot	noun	pijnscheut, verschietende pijn met name bij spit
verschote	=	verschieten
verschoten	adj	door veroudering minder kleurrijk geworden
verschotener	=	verschoten
verschoteners	=	verschoten
verschotens	=	verschoten
verschotenst	=	verschoten
verschotenste	=	verschoten
verschotje	=	verschot
verschotjes	=	verschot
verschotteke	=	verschot
verschotten	noun	additionele kosten die een opdrachtnemer moet maken voor de uitvoering van een opdracht
verschove	=	verschuiven
verschoven	=	verschuiven
verschraal	=	verschralen
verschraald	=	verschralen
verschraalde	=	verschralen
verschraalden	=	verschralen
verschraalt	=	verschralen
verschrale	=	verschralen
verschralen	verb	door verlies van water van mindere kwaliteit worden
verschralend	=	verschralen
verschralende	=	verschralen
verschraling	noun	het armer, minder rijk, minder gevarieerd, van slechtere kwaliteit, worden van iets
verschralingen	=	verschraling
verschreef	=	verschrijven
verschreeft	=	verschrijven
verschreve	=	verschrijven
verschreven	=	verschrijven
verschrijf	=	verschrijven
verschrijft	=	verschrijven
verschrijve	=	verschrijven
verschrijven	verb	met schrijven verbruiken, opmaken door te schrijven
verschrijvend	=	verschrijven
verschrijvende	=	verschrijven
verschrijving	noun	schrijffout
verschrijvingen	=	verschrijving
verschrijvinkje	=	verschrijving
verschrijvinkjes	=	verschrijving
verschrik	=	verschrikken
verschrikke	=	verschrikken
verschrikkelijk	adj	zo erg dat men er van schrikt	adv	enorm
verschrikkelijke	=	verschrikkelijk
verschrikkelijker	=	verschrikkelijk
verschrikkelijkere	=	verschrikkelijk
verschrikkelijkers	=	verschrikkelijk
verschrikkelijks	=	verschrikkelijk
verschrikkelijkst	=	verschrikkelijk
verschrikkelijkste	=	verschrikkelijk
verschrikken	verb	schrik aanjagen
verschrikkend	=	verschrikken
verschrikkende	=	verschrikken
verschrikker	noun	iets dat schrik kan aanjagen
verschrikkers	=	verschrikker
verschrikking	noun	iets heel vervelends waarvan je schrikt
verschrikkingen	=	verschrikking
verschrikkinkje	=	verschrikking
verschrikkinkjes	=	verschrikking
verschrikt	=	verschrikken
verschrikte	=	verschrikken
verschrikten	=	verschrikken
verschroei	=	verschroeien
verschroeid	=	verschroeien
verschroeide	=	verschroeien
verschroeiden	=	verschroeien
verschroeie	=	verschroeien
verschroeien	verb	het verbranden van materiaal zonder aanwezigheid van vuur
verschroeiend	=	verschroeien
verschroeiende	=	verschroeien
verschroeit	=	verschroeien
verschrok	=	verschrikken
verschrokke	=	verschrikken
verschrokken	=	verschrikken
verschrokn	=	verschrikken
verschrokt	=	verschrikken
verschrompel	=	verschrompelen
verschrompeld	=	verschrompelen
verschrompelde	=	verschrompelen
verschrompelden	=	verschrompelen
verschrompele	=	verschrompelen
verschrompelen	verb	door uitdroging rimpelig en klein worden
verschrompelend	=	verschrompelen
verschrompelende	=	verschrompelen
verschrompelt	=	verschrompelen
verschteeren	=	versjteren
verschuif	=	verschuiven
verschuifbaar	adj	van iets dat het verplaatst kan worden door het te schuiven, oftewel dat het mobiel, niet vast is of verzetbaar kan worden
verschuifbaarder	=	verschuifbaar
verschuifbaardere	=	verschuifbaar
verschuifbaarders	=	verschuifbaar
verschuifbaars	=	verschuifbaar
verschuifbaarst	=	verschuifbaar
verschuifbaarste	=	verschuifbaar
verschuifbare	=	verschuifbaar
verschuift	=	verschuiven
verschuil	=	verschuilen
verschuilde	=	verschuilen
verschuilden	=	verschuilen
verschuile	=	verschuilen
verschuilen	verb	zich ~ zich aan het zicht proberen te onttrekken
verschuilend	=	verschuilen
verschuilende	=	verschuilen
verschuilt	=	verschuilen
verschuive	=	verschuiven
verschuiven	verb	het proces van in contact met de grond zich voortbewegen
verschuivend	=	verschuiven
verschuivende	=	verschuiven
verschuiving	noun	de verplaatsing over een geleidelijke schaal of weg
verschuivingen	=	verschuiving
verschuivinkje	=	verschuiving
verschuivinkjes	=	verschuiving
verschuldigd	adj	verplicht om aan iemand te geven
verschuldigde	=	verschuldigd
verschuldigds	=	verschuldigd
verschut	adj	beschut, beschermd
verschutte	=	verschutten
verschutten	verb	schutten
verschuttend	=	verschutten
verschuttende	=	verschutten
verse	=	vers
verser	=	vers
versere	=	vers
versers	=	vers
versexport	noun	de uitvoer van verse bederfelijke producten naar een ander land
versexporten	=	versexport
versgebakken	adj	van voeding dat het een korte tijd geleden gebakken is; net uit de oven
versgebakkens	=	versgebakken
versgemalen	adj	zojuist fijngemaakt in een molen
versgemalens	=	versgemalen
versheden	=	versheid
versheid	noun	de mate waarin een voedingsproduct vers is
vershoudfolie	noun	plastic folie die er voor zorgt dat eten niet uitdroogt en dus vers blijft
vershoudfolies	=	vershoudfolie
versie	noun	bepaalde vorm of variant van een uitgave
versier	=	versieren
versierbabbel	noun	een praatje met als doel indruk te maken op iemand waarmee men een liefdesrelatie wil aanknopen
versierbabbels	=	versierbabbel
versierbabbeltje	=	versierbabbel
versierbabbeltjes	=	versierbabbel
versierd	=	versieren
versierde	=	versieren
versierden	=	versieren
versierder	noun	iemand die vrouwen lokt en met vrouwen flirt
versierders	=	versierder
versierdertje	=	versierder
versiere	=	versieren
versieren	verb	iets meer aantrekkelijk of mooier maken
versierend	=	versieren
versierende	=	versieren
versiering	noun	iets aangebracht om het uiterlijk fraaier te maken
versieringen	=	versiering
versierinkje	=	versiering
versierinkjes	=	versiering
versierpoging	noun	een handeling waarmee je probeert een liefdesrelatie met iemand op te bouwen
versierpogingen	=	versierpoging
versierpoginkje	=	versierpoging
versierpoginkjes	=	versierpoging
versiersel	noun	iets wat is aangebracht ter verfraaiing, maar verder geen nuttig doel heeft
versierselen	=	versiersel
versiersels	=	versiersel
versierseltje	=	versiersel
versierseltjes	=	versiersel
versierster	noun	vrouw die probeert een liefdes relatie met iemand anders aan te knopen
versiersters	=	versierster
versierstertje	=	versierster
versierstertjes	=	versierster
versiert	=	versieren
versiertoer	noun	proberen een liefdesrelatie met iemand aan te knopen
versies	=	versie
versietje	=	versie
versietjes	=	versie
versificateur	noun	iemand die versificeert (verzen maakt)
versificateurs	=	versificateur
versificateurtje	=	versificateur
versificateurtjes	=	versificateur
versificatie	noun	het versifiëren (in verzen brengen)
versificaties	=	versificatie
versificeer	=	versificeren
versificeerde	=	versificeren
versificeerden	=	versificeren
versificeert	=	versificeren
versificere	=	versificeren
versificeren	verb	tot verzen maken, in verzen schrijven
versificerend	=	versificeren
versificerende	=	versificeren
versifieer	=	versifiëren
versifieerde	=	versifiëren
versifieerden	=	versifiëren
versifieert	=	versifiëren
versifiëre	=	versifiëren
versifiëren	verb	versificeren
versifiërend	=	versifiëren
versifiërende	=	versifiëren
versimpel	=	versimpelen
versimpeld	=	versimpelen
versimpelde	=	versimpelen
versimpelden	=	versimpelen
versimpele	=	versimpelen
versimpelen	verb	makkelijker maken; eenvoudiger maken
versimpelend	=	versimpelen
versimpelende	=	versimpelen
versimpeling	noun	het eenvoudiger maken van iets
versimpelingen	=	versimpeling
versimpelt	=	versimpelen
versimport	noun	de invoer van verse bederfelijke producten vanuit een ander land
versimporten	=	versimport
versjacher	=	versjacheren
versjacherd	=	versjacheren
versjacherde	=	versjacheren
versjacherden	=	versjacheren
versjachere	=	versjacheren
versjacheren	verb	op een oneerlijke manier iets verhandelen, verkopen of verruilen voor iets anders, vaak gaat het om onbetaalbare, onvervangbare (immateriële) zaken die verruilt voor geld (het slijk der aarde) of aanzien
versjacherend	=	versjacheren
versjacherende	=	versjacheren
versjachert	=	versjacheren
versje	=	vers
versjes	=	vers
versjouw	=	versjouwen
versjouwd	=	versjouwen
versjouwde	=	versjouwen
versjouwden	=	versjouwen
versjouwe	=	versjouwen
versjouwen	verb	met veel lichamelijke inspanning iets van de ene naar de andere plaats tillen
versjouwend	=	versjouwen
versjouwende	=	versjouwen
versjouwt	=	versjouwen
versjteer	=	versjteren
versjteerd	=	versjteren
versjteerde	=	versjteren
versjteerden	=	versjteren
versjteert	=	versjteren
versjtere	=	versjteren
versjteren	verb	bederven (van iets goeds), verstoren (van een gunstige ontwikkeling)
versjterend	=	versjteren
versjterende	=	versjteren
versjwartst	adj	bovengemiddeld of extreem orthodox
versjwartste	=	versjwartst
verskade	noun	tijdelijke kade gelegd om buitendijks gelegen terreinen, waaruit grond gewonnen wordt voor de dijkaanleg
verskades	=	verskade
verskadetje	=	verskade
verskadetjes	=	verskade
versla	=	verslaan
verslaaf	=	verslaven
verslaafd	adj	lichamelijk of geestelijk afhankelijk geworden
verslaafde	noun	iemand die verslaafd is aan iets
verslaafden	=	verslaafde
verslaafder	=	verslaafd
verslaafdere	=	verslaafd
verslaafders	=	verslaafd
verslaafdheid	noun	het niet kunnen zonder bepaalde, negatief gewaardeerde zaken
verslaafds	=	verslaafd
verslaafdst	=	verslaafd
verslaafdste	=	verslaafd
verslaaft	=	verslaven
verslaan	verb	een definitieve overwinning boeken op een tegenstander
verslaand	=	verslaan
verslaande	=	verslaan
verslaap	=	verslapen
verslaapt	=	verslapen
verslaat	=	verslaan
verslag	noun	bericht over een gebeurtenis of toestand
verslagboek	noun	boek dat gebruikt wordt om verslagen, oftewel schriftelijke mededelingen of rapporten, in te verzamelen.
verslagboeken	=	verslagboek
verslagboekje	=	verslagboek
verslagboekjes	=	verslagboek
verslagen	=	verslag
verslagenheden	=	verslagenheid
verslagenheid	noun	het heftige, verdrietige, verwarde gevoel dat men heeft als men iets heel belangrijks verloren heeft
verslaggeefster	noun	Soort journaliste die ter plaatse is waar het nieuws zich afspeelt, reportster
verslaggeefsters	=	verslaggeefster
verslaggeefstertje	=	verslaggeefster
verslaggeefstertjes	=	verslaggeefster
verslaggeven	verb	beroepshalve verslagen van voorvallen voor een nieuwsmedium
verslaggever	noun	iemand die voor de media verslag uitbrengt
verslaggeverij	noun	het journalistieke werk
verslaggeverijen	=	verslaggeverij
verslaggevers	=	verslaggever
verslaggevertje	=	verslaggever
verslaggevertjes	=	verslaggever
verslaggeving	noun	bekendmaking van feiten
verslaggevingen	=	verslaggeving
verslagjaar	noun	jaar waarvoor een verslag plaats vindt
verslagjaren	=	verslagjaar
verslagje	=	verslag
verslagjes	=	verslag
verslaglegging	noun	het resultaat van het op schrift vastleggen van wat er gebeurd is
verslagleggingen	=	verslaglegging
verslaglegginkje	=	verslaglegging
verslaglegginkjes	=	verslaglegging
verslagperiode	noun	de tijd waarover de verslaggeving gaat
verslagperioden	=	verslagperiode
verslagperiodes	=	verslagperiode
verslampamp	=	verslampampen
verslampampe	=	verslampampen
verslampampen	verb	weker, slapper, duffer en luier worden
verslampampend	=	verslampampen
verslampampende	=	verslampampen
verslampampt	=	verslampampen
verslampampte	=	verslampampen
verslampampten	=	verslampampen
verslank	=	verslanken
verslanke	=	verslanken
verslanken	verb	door gewichtsverlies een smaller postuur bezorgen
verslankend	=	verslanken
verslankende	=	verslanken
verslankt	=	verslanken
verslankte	=	verslanken
verslankten	=	verslanken
verslap	=	verslappen
verslape	=	verslapen
verslapen	verb	te lang blijven slapen met als gevolg dat men een afspraak mist
verslapend	=	verslapen
verslapende	=	verslapen
verslapens	=	verslapen
verslapp	=	verslappen
verslappe	=	verslappen
verslappen	verb	minder gespannen worden, slap worden
verslappend	=	verslappen
verslappende	=	verslappen
verslapping	noun	het slapper of minder gespannen zijn
verslappingen	=	verslapping
verslappinkje	=	verslapping
verslappinkjes	=	verslapping
verslappt	=	verslappen
verslappte	=	verslappen
verslappten	=	verslappen
verslapt	=	verslappen
verslapte	=	verslappen
verslapten	=	verslappen
verslave	=	verslaven
verslaven	verb|figurative	in een staat van lichamelijke of geestelijke afhankelijkheid brengen
verslavend	adj	zodanig werkend dat men verslaafd raakt
verslavende	=	verslavend
verslavender	=	verslavend
verslavendere	=	verslavend
verslavenders	=	verslavend
verslavends	=	verslavend
verslavendst	=	verslavend
verslavendste	=	verslavend
verslaving	noun|figurative	een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is
verslavingen	=	verslaving
verslavingsarts	noun	geneeskundige die zich richt op de behandeling en preventie van verslavingen
verslavingsartsen	=	verslavingsarts
verslavingscentrum	noun	centrum voor opvang en verzorging van verslaafden
verslavingsgoeroe	noun	een deskundige op het gebied van de verslavingszorg
verslavingsgoeroes	=	verslavingsgoeroe
verslavingskliniek	noun	hospitaal waar men mensen behandelt die afhankelijk zijn van psychoactieve drugs
verslavingsklinieken	=	verslavingskliniek
verslavingskliniekje	=	verslavingskliniek
verslavingskliniekjes	=	verslavingskliniek
verslavingsprobleem	noun	aandoening gekenmerkt door het feit dat de patiënt afhankelijk is van een bepaald genotsmiddel kan (m.n. tabak, alcohol en drugs)
verslavingsprobleempje	=	verslavingsprobleem
verslavingsprobleempjes	=	verslavingsprobleem
verslavingsproblemen	=	verslavingsprobleem
verslavingsverschijnsel	noun	verschijnsel dat optreedt bij verslaving
verslavingsverschijnselen	=	verslavingsverschijnsel
verslavingsziekte	noun	ziekte, ontstaan door het verslaafd zijn aan bepaalde middelen
verslavingsziekten	=	verslavingsziekte
verslavingsziektes	=	verslavingsziekte
verslavingszorg	noun	hulpverlening aan personen die aan een verslavingsziekte lijden
verslavinkje	=	verslaving
verslavinkjes	=	verslaving
verslecht	=	verslechten
verslechte	=	verslechten
verslechten	verb	slechter worden; minder goed worden
verslechtend	=	verslechten
verslechtende	=	verslechten
verslechter	=	verslechteren
verslechterd	=	verslechteren
verslechterde	=	verslechteren
verslechterden	=	verslechteren
verslechtere	=	verslechteren
verslechteren	verb	slechter worden, achteruitgaan
verslechterend	=	verslechteren
verslechterende	=	verslechteren
verslechtering	noun	het slechter worden
verslechteringen	=	verslechtering
verslechteringetje	=	verslechtering
verslechteringetjes	=	verslechtering
verslechteringsverbod	noun	verbod op het schade toebrengen aan beschermde natuurgebieden (zoals Natura 2000-gebieden), ook niet door activiteiten buiten die gebieden, zoals landbouw, die indirecte impact hebben, bijvoorbeeld door stikstofdepositie
verslechteringsverboden	=	verslechteringsverbod
verslechteringsverbodje	=	verslechteringsverbod
verslechteringsverbodjes	=	verslechteringsverbod
verslechtert	=	verslechteren
verslechtte	=	verslechten
verslechtten	=	verslechten
versleep	=	verslepen
versleept	=	verslepen
versleepte	=	verslepen
versleepten	=	verslepen
versleet	=	verslijten
verslens	=	verslensen
verslense	=	verslensen
verslensen	verb	het slap worden en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging
verslensend	=	verslensen
verslensende	=	verslensen
verslenst	=	verslensen
verslenste	=	verslensen
verslensten	=	verslensen
verslepe	=	verslepen
verslepen	verb	door slepen naar een andere plaats brengen
verslepend	=	verslepen
verslepende	=	verslepen
verslete	=	verslijten
versleten	adj	door veelvuldig gebruik niet meer in goede conditie
versletener	=	versleten
versleteners	=	versleten
versletens	=	versleten
versletenst	=	versleten
versletenste	=	versleten
versleur	=	versleuren
versleurd	=	versleuren
versleurde	=	versleuren
versleurden	=	versleuren
versleure	=	versleuren
versleuren	verb	verplaatsen door te slepen
versleurend	=	versleuren
versleurende	=	versleuren
versleurt	=	versleuren
versleutel	=	versleutelen
versleuteld	=	versleutelen
versleutelde	=	versleutelen
versleutelden	=	versleutelen
versleutele	=	versleutelen
versleutelen	verb	direct overgebrachte informatie door gebaar, schrift of spraak, dan wel overgebracht via een telecommunicatiekanaal, zodanig bewerken dat deze alleen begrijpelijk is als men de beschikking heeft over de toegepaste code
versleutelend	=	versleutelen
versleutelende	=	versleutelen
versleutelt	=	versleutelen
versliep	=	verslapen
versliepe	=	verslapen
versliepen	=	verslapen
versliept	=	verslapen
verslijp	=	verslijpen
verslijpe	=	verslijpen
verslijpen	verb	door slijpen een aangepaste vorm geven
verslijpend	=	verslijpen
verslijpende	=	verslijpen
verslijpt	=	verslijpen
verslijt	=	verslijten
verslijtbaar	adj	van iets dat het aan slijtage onderhevig is, niet duurzaam is of makkelijk kapot te krijgen is
verslijtbaarder	=	verslijtbaar
verslijtbaardere	=	verslijtbaar
verslijtbaarders	=	verslijtbaar
verslijtbaars	=	verslijtbaar
verslijtbaarst	=	verslijtbaar
verslijtbaarste	=	verslijtbaar
verslijtbare	=	verslijtbaar
verslijte	=	verslijten
verslijten	verb	door veelvuldig gebruik onbruikbaar maken
verslijtend	=	verslijten
verslijtende	=	verslijten
verslik	=	verslikken
verslikke	=	verslikken
verslikken	verb	zich ~: per ongeluk voedsel of drank in de luchtpijp in plaats van de slokdarm laten glijden
verslikkend	=	verslikken
verslikkende	=	verslikken
verslikt	=	verslikken
verslikte	=	verslikken
verslikten	=	verslikken
verslind	=	verslinden
verslinde	=	verslinden
verslinden	verb	grote hoeveelheden voeding snel en geheel verorberen
verslindend	=	verslinden
verslindende	=	verslinden
verslinder	noun	iemand die iets gulzig opeet of opdrinkt
verslinders	=	verslinder
verslindertje	=	verslinder
verslindertjes	=	verslinder
verslindster	noun	vrouwelijk iemand die iets gulzig opeet of opdrinkt
verslindsters	=	verslindster
verslindstertje	=	verslindster
verslindstertjes	=	verslindster
verslindt	=	verslinden
verslinger	=	verslingeren
verslingerd	adj	iets heel mooi vindend
verslingerde	=	verslingerd
verslingerden	=	verslingeren
verslingerder	=	verslingerd
verslingerdere	=	verslingerd
verslingerders	=	verslingerd
verslingerds	=	verslingerd
verslingerdst	=	verslingerd
verslingerdste	=	verslingerd
verslingere	=	verslingeren
verslingeren	verb	verknocht, gehecht raken aan iets of iemand
verslingerend	=	verslingeren
verslingerende	=	verslingeren
verslingert	=	verslingeren
versloeg	=	verslaan
versloege	=	verslaan
versloegen	=	verslaan
versloegt	=	verslaan
verslof	=	versloffen
versloffe	=	versloffen
versloffen	verb	iets door verwaarlozing achteruit laten gaan
versloffend	=	versloffen
versloffende	=	versloffen
versloffing	noun	het verwaarlozen, veronachtzamen of door gebrek aan aandacht in kwaliteit achteruit laten gaan
versloffingen	=	versloffing
versloffinkje	=	versloffing
versloffinkjes	=	versloffing
versloft	=	versloffen
verslofte	=	versloffen
versloften	=	versloffen
verslond	=	verslinden
verslonde	=	verslinden
verslonden	=	verslinden
verslondt	=	verslinden
verslons	=	verslonzen
verslonsd	=	verslonzen
verslonsde	=	verslonzen
verslonsden	=	verslonzen
verslonst	=	verslonzen
verslonze	=	verslonzen
verslonzen	verb	door verwaarlozing minder net en mooi worden
verslonzend	=	verslonzen
verslonzende	=	verslonzen
verslonzing	noun	het minder net worden; het armoediger worden
verslonzingen	=	verslonzing
versluier	=	versluieren
versluierd	=	versluieren
versluierde	=	versluieren
versluierden	=	versluieren
versluiere	=	versluieren
versluieren	verb	bedekken en toedekken zodat iets minder goed zichtbaar is
versluierend	adj	minder goed zichtbaar
versluierende	=	versluieren
versluierender	=	versluierend
versluierendere	=	versluierend
versluierenders	=	versluierend
versluierends	=	versluierend
versluierendst	=	versluierend
versluierendste	=	versluierend
versluiert	=	versluieren
versluis	=	versluizen
versluisd	=	versluizen
versluisde	=	versluizen
versluisden	=	versluizen
versluist	=	versluizen
versluize	=	versluizen
versluizen	verb	op een slinkse manier iets laten wegstromen; iets via een andere weg verplaatsen
versluizend	=	versluizen
versluizende	=	versluizen
versmaad	=	versmaden
versmaadde	=	versmaden
versmaadden	=	versmaden
versmaadt	=	versmaden
versmaat	noun	in de poëzie gebruikte term voor een combinatie van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen
versmacht	=	versmachten
versmachte	=	versmachten
versmachten	verb	in heel sterke mate lijden
versmachtend	=	versmachten
versmachtende	=	versmachten
versmachtte	=	versmachten
versmachtten	=	versmachten
versmade	=	versmaden
versmaden	verb	links laten liggen, afkeer hebben van, met minachting of verachting beschouwen
versmadend	=	versmaden
versmadende	=	versmaden
versmading	noun	het met minachting afwijzen of verwerpen van iets of iemand
versmadingen	=	versmading
versmadinkje	=	versmading
versmadinkjes	=	versmading
versmal	=	versmallen
versmald	=	versmallen
versmalde	=	versmallen
versmalden	=	versmallen
versmalle	=	versmallen
versmallen	verb	nauwer maken, in breedte verminderen
versmallend	=	versmallen
versmallende	=	versmallen
versmalling	noun	een plek waar iets smaller wordt
versmallingen	=	versmalling
versmallinkje	=	versmalling
versmallinkjes	=	versmalling
versmalt	=	versmallen
versmaten	=	versmaat
versmede	=	versmeden
versmeden	verb	een metalen voorwerp door smeden veranderen in iets anders
versmedend	=	versmeden
versmedende	=	versmeden
versmeed	=	versmeden
versmeedde	=	versmeden
versmeedden	=	versmeden
versmeedt	=	versmeden
versmelt	=	versmelten
versmelte	=	versmelten
versmelten	verb	gaandeweg verminderen of verdwijnen
versmeltend	=	versmelten
versmeltende	=	versmelten
versmelting	noun|figurative	nieuw geheel, waarvan de samenstellende delen niet goed meer te onderscheiden zijn
versmeltingen	=	versmelting
versmeltt	=	versmelten
versmolt	=	versmelten
versmolte	=	versmelten
versmolten	=	versmelten
versmoltt	=	versmelten
versmoor	=	versmoren
versmoord	=	versmoren
versmoorde	=	versmoren
versmoorden	=	versmoren
versmoort	=	versmoren
versmore	=	versmoren
versmoren	verb	verstikken, smoren
versmorend	=	versmoren
versmorende	=	versmoren
versnapering	noun	iets kleins en lekkers
versnaperingen	=	versnapering
versnaperingetje	=	versnapering
versnaperingetjes	=	versnapering
versnede	=	versnijden
versneden	=	versnijden
versnee	=	versnijden
versneed	=	versnijden
versneet	=	versnijden
versnel	=	versnellen
versneld	=	versnellen
versnelden	=	versnellen
versnelle	=	versnellen
versnellen	verb	verhogen van de snelheid
versnellend	=	versnellen
versnellende	=	versnellen
versneller	noun	iets dat zorgt dat een (chemisch)proces sneller verloopt
versnellers	=	versneller
versnellertje	=	versneller
versnelling	noun	het (doen) toenemen van de snelheid
versnellingen	=	versnelling
versnellingsbak	noun	een schakelinrichting aan een motorvoertuig om de aangedreven wielen een andere (meestal lagere) omwentelingssnelheid te geven dan de as van de motor.
versnellingsbakje	=	versnellingsbak
versnellingsbakjes	=	versnellingsbak
versnellingsbakken	=	versnellingsbak
versnellingshendel	noun	hendel aan een voertuig (bijv. een fiets) voor het bedienen van de versnellingsbak
versnellingshendels	=	versnellingshendel
versnellingshendeltje	=	versnellingshendel
versnellingshendeltjes	=	versnellingshendel
versnellingsmeter	noun	toestel dat versnellingen kan meten
versnellingsmeters	=	versnellingsmeter
versnellingsnaaf	noun	naaf in het achterwiel van een fiets die de mogelijkheid biedt in verschillende versnellingen te rijden
versnellingsnaven	=	versnellingsnaaf
versnellingspoken	=	versnellingspook
versnellingspook	noun	hendel aan een auto (e.d.) voor het bedienen van de versnellingsbak
versnellingspookje	=	versnellingspook
versnellingspookjes	=	versnellingspook
versnellinkje	=	versnelling
versnellinkjes	=	versnelling
versnelt	=	versnellen
versnij	=	versnijden
versnijd	=	versnijden
versnijde	=	versnijden
versnijden	verb	in stukken snijden
versnijdend	=	versnijden
versnijdende	=	versnijden
versnijdfabriek	noun	een fabriek om cocaïne fijn te snijden
versnijdfabrieken	=	versnijdfabriek
versnijding	noun	het mengen van een product met een andere, vaak goedkopere stof om de hoeveelheid te vergroten (verlengen/aanlengen).
versnijdingen	=	versnijding
versnijdinkje	=	versnijding
versnijdinkjes	=	versnijding
versnijdt	=	versnijden
versnipper	=	versnipperen
versnipperaar	noun	apparaat dat versnippert
versnipperaars	=	versnipperaar
versnipperd	=	versnipperen
versnipperde	=	versnipperen
versnipperden	=	versnipperen
versnippere	=	versnipperen
versnipperen	verb	iets tot kleine repen scheuren, knippen of snijden
versnipperend	=	versnipperen
versnipperende	=	versnipperen
versnippering	noun	dat een zaak in te veel kleine onderdelen is verdeeld en daardoor niet meer effectief kan werken
versnipperingen	=	versnippering
versnippert	=	versnipperen
versnoep	=	versnoepen
versnoepe	=	versnoepen
versnoepen	verb	door snoepen opmaken
versnoepend	=	versnoepen
versnoepende	=	versnoepen
versnoept	=	versnoepen
versnoepte	=	versnoepen
versnoepten	=	versnoepen
verso	noun	achterkant van een blad	adv	op de achterkant
verso's	=	verso
versober	=	versoberen
versoberd	=	versoberen
versoberde	=	versoberen
versoberden	=	versoberen
versobere	=	versoberen
versoberen	verb	iets goedkoper, zuiniger maken
versoberend	=	versoberen
versoberende	=	versoberen
versobert	=	versoberen
versoepel	=	versoepelen
versoepelbrigade	noun	iemand die de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan wil versoepelen
versoepelbrigaden	=	versoepelbrigade
versoepelbrigades	=	versoepelbrigade
versoepeld	=	versoepelen
versoepelde	=	versoepelen
versoepelden	=	versoepelen
versoepele	=	versoepelen
versoepelen	verb	het soepeler worden of maken, het losser toepassen, minder star
versoepelend	=	versoepelen
versoepelende	=	versoepelen
versoepeling	noun	een keer dat er iets wordt versoepeld
versoepelingen	=	versoepeling
versoepelingetje	=	versoepeling
versoepelingetjes	=	versoepeling
versoepelingsmaatregel	noun	de maatregel om een situatie te versoepelen
versoepelingsmaatregelen	=	versoepelingsmaatregel
versoepelingsmaatregels	=	versoepelingsmaatregel
versoepelingsmaatregeltje	=	versoepelingsmaatregel
versoepelingsmaatregeltjes	=	versoepelingsmaatregel
versoepelstress	noun	spanning en angst die ontstond tijdens de coronaepidemie toen de lockdownmaatregelen werden versoepelt en de besmettingscijfers weer begonnen op te lopen
versoepelt	=	versoepelen
versomber	=	versomberen
versomberd	=	versomberen
versomberde	=	versomberen
versomberden	=	versomberen
versombere	=	versomberen
versomberen	verb	minder hoopgevend worden
versomberend	=	versomberen
versomberende	=	versomberen
versombering	noun	het depressiever worden; het minder optimistisch worden
versomberingen	=	versombering
versombert	=	versomberen
verspaan	=	verspanen
verspaand	=	verspanen
verspaande	=	verspanen
verspaanden	=	verspanen
verspaant	=	verspanen
verspane	=	verspanen
verspanen	verb	het toepassen van een aantal vormgevingstechnieken waarbij door middel van een beitel materiaal wordt verwijderd totdat de gewenste vorm is ontstaan
verspanend	=	verspanen
verspanende	=	verspanen
verspaning	noun	het door draaien, freezen, schaven e.d. verwijderen van kleine metaaldeeltjes zodat een werkstuk precies op maat is
verspaningen	=	verspaning
verspeel	=	verspelen
verspeeld	=	verspelen
verspeelde	=	verspelen
verspeelden	=	verspelen
verspeelt	=	verspelen
verspeen	=	verspenen
verspeend	=	verspenen
verspeenden	=	verspenen
verspeent	=	verspenen
verspel	=	verspellen
verspeld	=	verspellen
verspeldde	=	verspelden
verspeldden	=	verspelden
verspelde	=	verspellen
verspelden	verb	overnieuw, anders spelden
verspeldend	=	verspelden
verspeldende	=	verspelden
verspeldt	=	verspelden
verspele	=	verspelen
verspelen	verb	door spelen verliezen
verspelend	=	verspelen
verspelende	=	verspelen
verspelle	=	verspellen
verspellen	verb	spelelementen toevoegen aan een omgeving dat geen spel is.
verspellend	=	verspellen
verspellende	=	verspellen
verspelling	noun	een omgeving dat geen spel is, welke spelelementen bevat.
verspellingen	=	verspelling
verspellinkje	=	verspelling
verspellinkjes	=	verspelling
verspelt	=	verspellen
verspene	=	verspenen
verspenen	verb	het uit de grond of uit kweektrays halen van kiemplanten om ze elders weer te planten
verspenend	=	verspenen
verspenende	=	verspenen
versper	=	versperren
versperd	=	versperren
versperde	=	versperren
versperden	=	versperren
versperre	=	versperren
versperren	verb	de toegankelijkheid van een weg ongedaan maken
versperrend	=	versperren
versperrende	=	versperren
versperring	noun	iets wat de toegang tot een voorwerp, gebouw of weg belemmert
versperringen	=	versperring
versperrinkje	=	versperring
versperrinkjes	=	versperring
verspert	=	versperren
verspied	=	verspieden
verspiedde	=	verspieden
verspiedden	=	verspieden
verspiede	=	verspieden
verspieden	verb	heimelijk verkennen
verspiedend	=	verspieden
verspiedende	=	verspieden
verspieder	noun	iemand die op heimelijke en soms illegale wijze inlichtingen verzamelt
verspieders	=	verspieder
verspiedt	=	verspieden
verspijker	=	verspijkeren
verspijkerd	=	verspijkeren
verspijkerde	=	verspijkeren
verspijkerden	=	verspijkeren
verspijkere	=	verspijkeren
verspijkeren	verb	door spijkers iets verbouwen
verspijkerend	=	verspijkeren
verspijkerende	=	verspijkeren
verspijkert	=	verspijkeren
verspil	=	verspillen
verspild	=	verspillen
verspilde	=	verspillen
verspilden	=	verspillen
verspille	=	verspillen
verspillen	verb	door nalatigheid verloren laten gaan; niet nuttig gebruiken
verspillend	=	verspillen
verspillende	=	verspillen
verspilling	noun	het teloor laten gaan van iets waardevols door nalatigheid
verspillingen	=	verspilling
verspillinkje	=	verspilling
verspillinkjes	=	verspilling
verspilt	=	verspillen
versplinter	=	versplinteren
versplinterd	=	versplinteren
versplinterde	=	versplinteren
versplinterden	=	versplinteren
versplintere	=	versplinteren
versplinteren	verb	tot splinters maken
versplinterend	=	versplinteren
versplinterende	=	versplinteren
versplintering	noun	het in kleine delen uiteenvallen
versplinteringen	=	versplintering
versplintert	=	versplinteren
verspoot	=	verspuiten
verspote	=	verspuiten
verspoten	=	verspuiten
verspraakt	=	verspreken
versprak	=	verspreken
versprake	=	verspreken
verspraken	=	verspreken
verspreek	=	verspreken
verspreekt	=	verspreken
verspreid	adj	op verschillende plaatsen staand of voorkomend, uiteengeplaatst, verstrooid
verspreidde	=	verspreiden
verspreidden	=	verspreiden
verspreide	=	verantwoorden
verspreiden	verb	in omloop brengen, over een groter oppervlak uitbreiden
verspreidend	=	verspreiden
verspreidende	=	verspreiden
verspreider	noun	degeen die ervoor zorgt dat iets op veel plaatsen aanwezig is
verspreiders	=	verspreider
verspreidertje	=	verspreider
verspreidertjes	=	verspreider
verspreiding	noun	het over meerdere plekken verdelen
verspreidingen	=	verspreiding
verspreidingsgebied	noun	gebied waarover iets zich verspreidt
verspreidingsgebieden	=	verspreidingsgebied
verspreidingsgebiedje	=	verspreidingsgebied
verspreidinkje	=	verspreiding
verspreidinkjes	=	verspreiding
verspreids	=	verspreid
verspreidt	=	verspreiden
verspreke	=	verspreken
verspreken	verb	zich ~: een uitspraak doen die men niet zo bedoelde te maken
versprekend	=	verspreken
versprekende	=	verspreken
verspreking	noun	de vergissing bij het spreken
versprekingen	=	verspreking
versprekinkje	=	verspreking
versprekinkjes	=	verspreking
verspring	=	verspringen
verspringe	=	verspringen
verspringen	verb	plotseling een andere stand innemen
verspringend	adj	plotseling veranderend; plotseling een andere waarde aannemend
verspringende	=	verspringen
verspringends	=	verspringend
verspringing	noun	het verspringen
verspringingen	=	verspringing
verspringinkje	=	verspringing
verspringinkjes	=	verspringing
verspringt	=	verspringen
versproduct	noun	voedingsmiddel dat beperkt houdbaar is
versproducten	=	versproduct
versproductje	=	versproduct
versproken	=	verspreken
versprong	=	verspringen
verspronge	=	verspringen
versprongen	=	verspringen
versprongt	=	verspringen
verspuit	=	verspuiten
verspuite	=	verspuiten
verspuiten	verb	met behulp van een hogedrukspuit als dunne laag aanbrengen
verspuitend	=	verspuiten
verspuitende	=	verspuiten
versregel	noun	een regel uit een gedicht, dat wil zeggen een groep woorden die horizontaal van links naar rechts op de pagina staan en een eenheid vormen
versregels	=	versregel
versregeltje	=	versregel
versregeltjes	=	versregel
verssnede	noun	rustpauze in een versregel door een breuk in het ritme
verssneden	=	verssnede
verst	=	ver
versta	=	verstaan
verstaakt	=	versteken
verstaal	=	verstalen
verstaald	=	verstalen
verstaalde	=	verstalen
verstaalden	=	verstalen
verstaalt	=	verstalen
verstaan	verb	begrijpen van een uiting
verstaanbaar	adj	dat je wat gezegd wordt kunt begrijpen
verstaanbaarder	=	verstaanbaar
verstaanbaardere	=	verstaanbaar
verstaanbaarders	=	verstaanbaar
verstaanbaarheden	=	verstaanbaarheid
verstaanbaarheid	noun	het kunnen begrijpen wat er gezegd wordt
verstaanbaars	=	verstaanbaar
verstaanbaarst	=	verstaanbaar
verstaanbaarste	=	verstaanbaar
verstaanbare	=	verstaanbaar
verstaand	=	verstaan
verstaande	=	verstaan
verstaander	noun	iemand die niet alleen maar goed kan horen maar ook goed kan begrijpen wat je zegt
verstaanders	=	verstaander
verstaandertje	=	verstaander
verstaans	=	verstaan
verstaat	=	verstaan
verstaf	=	veraf
verstafgelegen	=	verafgelegen
verstaging	noun	het verstagen, de stag
verstagingen	=	verstaging
verstaginkje	=	verstaging
verstaginkjes	=	verstaging
verstak	=	versteken
verstake	=	versteken
verstaken	=	versteken
verstale	=	verstalen
verstalen	verb	iets harder maken door het met een laag staal te bedekken
verstalend	=	verstalen
verstalende	=	verstalen
verstand	noun	kennis, weten
verstande	=	verstand
verstandelijk	adj	betrekking hebbend op denken, begrijpen en leren en dus minder met emoties en gevoelens
verstandelijke	=	verstandelijk
verstandelijker	=	verstandelijk
verstandelijkere	=	verstandelijk
verstandelijkers	=	verstandelijk
verstandelijks	=	verstandelijk
verstandelijkst	=	verstandelijk
verstandelijkste	=	verstandelijk
verstandeloos	adj	zonder verstand
verstandeloost	=	verstandeloos
verstandelooste	=	verstandeloos
verstandeloze	=	verstandeloos
verstandelozer	=	verstandeloos
verstandelozere	=	verstandeloos
verstandelozers	=	verstandeloos
verstandhouding	noun	relatie waarbij men elkaar begrijpt en een goede band heeft
verstandhoudingen	=	verstandhouding
verstandhoudinkje	=	verstandhouding
verstandhoudinkjes	=	verstandhouding
verstandig	adj	met verstand en overleg
verstandige	=	verstandig
verstandiger	=	verstandig
verstandigere	=	verstandig
verstandigers	=	verstandig
verstandigheden	=	verstandigheid
verstandigheid	noun	hoe slim of intelligentie iemand is
verstandiglijk	adj	met verstand
verstandiglijke	=	verstandiglijk
verstandiglijker	=	verstandiglijk
verstandiglijkere	=	verstandiglijk
verstandiglijkers	=	verstandiglijk
verstandiglijks	=	verstandiglijk
verstandiglijkst	=	verstandiglijk
verstandiglijkste	=	verstandiglijk
verstandigs	=	verstandig
verstandigst	=	verstandig
verstandigste	=	verstandig
verstandje	=	verstand
verstandjes	=	verstand
verstandshuwelijk	noun	een echtverbintenis die niet – of althans niet in de eerste plaats – is gebaseerd op liefde en wederzijdse genegenheid, maar veeleer op gemeenschappelijke (vaak geldelijke) belangen
verstandshuwelijken	=	verstandshuwelijk
verstandskies	noun	elk der vier achterste kiezen van boven- en onderkaak die pas later opkomen (als mensen tot de jaren des verstands zijn gekomen)
verstandskiesje	=	verstandskies
verstandskiezen	=	verstandskies
verstandsmens	noun	een persoon die zijn doen en laten laat bepalen door na te denken
verstandsmensen	=	verstandsmens
verstandsverbijstering	noun	tijdelijk ontbreken van normale verstandelijke vermogens door hevige emotie
verstandsverbijsteringen	=	verstandsverbijstering
verstane	=	verstaan
verstap	=	verstappen
verstappe	=	verstappen
verstappen	verb	zich verstappen: per ongeluk misstappen zodat je bijvoorbeeld je enkel verzwikt en bijna valt
verstappend	=	verstappen
verstappende	=	verstappen
verstapt	=	verstappen
verstapte	=	verstappen
verstapten	=	verstappen
verstar	=	verstarren
verstard	=	verstarren
verstarde	=	verstarren
verstarden	=	verstarren
verstarre	=	verstarren
verstarren	verb	star of vast worden
verstarrend	=	verstarren
verstarrende	=	verstarren
verstarring	noun	het door het aanspannen van spieren verstijven
verstarringen	=	verstarring
verstart	=	verstarren
verstatelijking	noun	het proces waarbij de overheid de regie, financiering of het beheer van maatschappelijke taken (zoals zorg, onderwijs of infrastructuur) overneemt van particuliere instellingen, maatschappelijke organisaties of de markt.
verstatelijkingen	=	verstatelijking
verstatelijkingetje	=	verstatelijking
verstatelijkingetjes	=	verstatelijking
verste	=	ver
verstedelijk	=	verstedelijken
verstedelijke	=	verstedelijken
verstedelijken	verb	het karakter van een stad krijgen
verstedelijkend	=	verstedelijken
verstedelijkende	=	verstedelijken
verstedelijking	noun	het percentage inwoners dat in een stad woont
verstedelijkingen	=	verstedelijking
verstedelijkingetje	=	verstedelijking
verstedelijkingetjes	=	verstedelijking
verstedelijkt	=	verstedelijken
verstedelijkte	=	verstedelijken
verstedelijkten	=	verstedelijken
versteeds	=	versteedsen
versteedse	=	versteedsen
versteedsen	verb	meer en meer gaan lijken op een stad
versteedsend	=	versteedsen
versteedsende	=	versteedsen
versteedst	=	versteedsen
versteedste	=	versteedsen
versteedsten	=	versteedsen
versteek	=	versteken
versteekt	=	versteken
versteen	=	verstenen
versteend	adj	oud, tot steen geworden
versteende	=	versteend
versteenden	=	verstenen
versteender	=	versteend
versteendere	=	versteend
versteenders	=	versteend
versteends	=	versteend
versteendst	=	versteend
versteendste	=	versteend
versteenen	=	verstenen
versteent	=	verstenen
versteer	=	versteren
versteerd	=	versteren
versteerde	=	versteren
versteerden	=	versteren
versteert	=	versteren
verstek	noun	afwezigheid wanneer men verwacht wordt aanwezig te zijn
verstekbak	noun	is een U-vormige bak, waarin nauwkeurige zaagsneden zijn aangebracht zodat smalle houten delen onder "verstek" gezaagd kunnen worden.
verstekbakje	=	verstekbak
verstekbakjes	=	verstekbak
verstekbakken	=	verstekbak
versteke	=	versteken
verstekeling	noun	iemand die onbevoegd meevaart met een schip
verstekelingen	=	verstekeling
verstekelingetje	=	verstekeling
verstekelingetjes	=	verstekeling
versteken	verb	zich ~ een schuilplaats zoeken
verstekend	=	versteken
verstekende	=	versteken
verstekken	=	verstek
verstekwaarde	noun	standaardwaarde die bij verstek, bij gebrek aan nadere invoer, gebruikt wordt; voornamelijk toegepast bij geautomatiseerde invoersystemen
verstekwaarden	=	verstekwaarde
verstekwaardes	=	verstekwaarde
verstel	=	verstellen
verstelbaar	adj	dat je iets in een andere, aangepaste stand vast kunt zetten
verstelbaarder	=	verstelbaar
verstelbaardere	=	verstelbaar
verstelbaarders	=	verstelbaar
verstelbaars	=	verstelbaar
verstelbaarst	=	verstelbaar
verstelbaarste	=	verstelbaar
verstelbare	=	verstelbaar
versteld	adj	als je iets vreemd vindt omdat je het niet verwacht had
verstelde	=	verstellen
verstelden	=	verstellen
verstelds	=	versteld
verstelgoed	noun	textiel (zoals kleding, linnen) dat gerepareerd of aangepast moet worden
verstelle	=	verstellen
verstellen	verb	weer in orde brengen, zorgen dat het heel wordt
verstellend	=	verstellen
verstellende	=	verstellen
verstelt	=	verstellen
verstelwerk	noun	kleding die men moet herstellen
verstelwerken	=	verstelwerk
verstelwerkje	=	verstelwerk
verstelwerkjes	=	verstelwerk
verstemmen	verb	een apparaat of (muziek)instrument naast de juiste toon of frequentie instellen
verstene	=	verstenen
verstenen	verb	zo hard worden als steen
verstenend	=	verstenen
verstenende	=	verstenen
verstere	=	versteren
versteren	verb	bederven, verstoren (van iets goeds of van iets ten goede)
versterend	=	versteren
versterende	=	versteren
versterf	=	versterven
versterft	=	versterven
versterk	=	versterken
versterke	=	versterken
versterken	verb	krachtiger maken
versterkend	adj	krachtiger makend; steviger makend; groter makend
versterkende	=	versterken
versterkender	=	versterkend
versterkendere	=	versterkend
versterkenders	=	versterkend
versterkends	=	versterkend
versterkendst	=	versterkend
versterkendste	=	versterkend
versterker	noun	een middel waarmee een toename in aantal, of een krachtiger effect wordt bereikt
versterkers	=	versterker
versterkertje	=	versterker
versterkertjes	=	versterker
versterking	noun	het versterken, krachtiger maken
versterkingen	=	versterking
versterkingsrit	noun	rit van busmaatschappij die extra wordt ingezet
versterkingsritje	=	versterkingsrit
versterkingsritjes	=	versterkingsrit
versterkingsritten	=	versterkingsrit
versterkinkje	=	versterking
versterkinkjes	=	versterking
versterkt	=	versterken
versterkte	=	versterken
versterkten	=	versterken
versterve	=	versterven
versterven	verb	ten gevolge van iemands overlijden op een ander overgaan, iets aan iemand nalaten
verstervend	=	versterven
verstervende	=	versterven
versterving	noun	overlijden als gevolg van het niet toedienen van vocht en voedsel
verstervingen	=	versterving
verstervinkje	=	versterving
verstervinkjes	=	versterving
verstevig	=	verstevigen
verstevigd	=	verstevigen
verstevigde	=	verstevigen
verstevigden	=	verstevigen
verstevige	=	verstevigen
verstevigen	verb	iets steviger maken
verstevigend	=	verstevigen
verstevigende	=	verstevigen
versteviger	noun	stof die dient om iets te verstevigen
verstevigers	=	versteviger
versteviging	noun	het sterker maken van iets; het steviger maken van iets
verstevigingen	=	versteviging
verstevigingetje	=	versteviging
verstevigingetjes	=	versteviging
verstevigt	=	verstevigen
verstgaand	=	vergaand
verstgaande	=	vergaand
verstier	=	verstieren
verstierd	=	verstieren
verstierde	=	verstieren
verstierden	=	verstieren
verstiere	=	verstieren
verstieren	verb	van koeien die na het kalveren aan de brulziekte lijden; wild en woest zijn
verstierend	=	verstieren
verstierende	=	verstieren
verstierf	=	versterven
verstierft	=	versterven
verstiert	=	verstieren
verstierve	=	versterven
verstierven	=	versterven
verstiet	=	verstoten
verstiete	=	verstoten
verstieten	=	verstoten
verstijf	=	verstijven
verstijfd	=	verstijven
verstijfde	=	verstijven
verstijfden	=	verstijven
verstijft	=	verstijven
verstijve	=	verstijven
verstijven	verb	stijf worden
verstijvend	=	verstijven
verstijvende	=	verstijven
verstijving	noun	het minder soepel en beweeglijker worden van iets of iemand
verstijvingen	=	verstijving
verstijvinkje	=	verstijving
verstijvinkjes	=	verstijving
verstik	=	verstikken
verstikke	=	verstikken
verstikken	verb	doen stikken, door verstikking doden
verstikkend	adj	met het gevoel dat je stikt (geen adem meer krijgt)
verstikkende	=	verstikken
verstikkender	=	verstikkend
verstikkendere	=	verstikkend
verstikkenders	=	verstikkend
verstikkends	=	verstikkend
verstikkendst	=	verstikkend
verstikkendste	=	verstikkend
verstikking	noun	het verschijnsel wanneer het lichaam in zijn ademhalingsfunctie wordt belemmerd
verstikkingen	=	verstikking
verstikkingsdood	noun	het sterven dat wordt veroorzaakt door het niet meer kunnen ademhalen
verstikkinkje	=	verstikking
verstikkinkjes	=	verstikking
verstikt	=	verstikken
verstikte	=	verstikken
verstikten	=	verstikken
verstil	=	verstillen
verstild	=	verstillen
verstilde	=	verstillen
verstilden	=	verstillen
verstille	=	verstillen
verstillen	verb	steeds minder luid worden totdat het helemaal stil is
verstillend	=	verstillen
verstillende	=	verstillen
verstilling	noun	het tot bedaren komen; het tot rust komen
verstillingen	=	verstilling
verstilt	=	verstillen
verstof	=	verstoffen
verstoffe	=	verstoffen
verstoffelijk	=	verstoffelijken
verstoffelijke	=	verstoffelijken
verstoffelijken	verb	in stoffelijke gedaante doen overgaan
verstoffelijkend	=	verstoffelijken
verstoffelijkt	=	verstoffelijken
verstoffelijkte	=	verstoffelijken
verstoffelijkten	=	verstoffelijken
verstoffen	verb	bedekt raken met stof omdat men iets niet gebruikt
verstoffend	=	verstoffen
verstoffende	=	verstoffen
verstoffing	noun	bedekt raken met stof doordat iets langere tijd ongebruikt ergens ligt
verstoffingen	=	verstoffing
verstoffinkje	=	verstoffing
verstoffinkjes	=	verstoffing
verstoft	adj	van iets dat het niet meer hip en modern is; dat het niet meer glanst omdat het niet met de tijd is meegegaan of slecht is onderhouden
verstofte	=	verstoffen
verstoften	=	verstoffen
verstofter	=	verstoft
verstoftere	=	verstoft
verstofters	=	verstoft
verstofts	=	verstoft
verstoftst	=	verstoft
verstoftste	=	verstoft
verstok	=	verstokken
verstoke	=	verstoken
verstoken	verb	verbruiken door te stoken	adj	~ zijn van iets: ontberen
verstokend	=	verstoken
verstokende	=	verstoken
verstokener	=	verstoken
verstokeners	=	verstoken
verstokens	=	verstoken
verstokenst	=	verstoken
verstokenste	=	verstoken
verstokke	=	verstokken
verstokken	verb	stijf, onbeweeglijk worden
verstokkend	=	verstokken
verstokkende	=	verstokken
verstokt	adj	niet voor verandering of aanpassing vatbaar
verstokte	=	verstokken
verstokten	=	verstokken
verstokter	=	verstokt
verstoktere	=	verstokt
verstokters	=	verstokt
verstokts	=	verstokt
verstoktst	=	verstokt
verstoktste	=	verstokt
verstolen	adj	heimelijk, geheim
verstolener	=	verstolen
verstoleners	=	verstolen
verstolens	=	verstolen
verstolenst	=	verstolen
verstolenste	=	verstolen
verstom	=	verstommen
verstomd	=	verstommen
verstomde	=	verstommen
verstomden	=	verstommen
verstomme	=	verstommen
verstommen	verb	sprakeloos worden
verstommend	=	verstommen
verstommende	=	verstommen
verstomming	noun	verlies van het vermogen te spreken, onvermogen om geluid voort te brengen
verstommingen	=	verstomming
verstomp	=	verstompen
verstompe	=	verstompen
verstompen	verb	scherpte, het onderscheidingsvermogen, de nauwkeurigheid verliezen, onvatbaar worden voor ontwikkeling; afstompen
verstompend	=	verstompen
verstompende	=	verstompen
verstompt	adj	dom, suf en ongevoelig
verstompte	=	verstompen
verstompten	=	verstompen
verstompter	=	verstompt
verstomptere	=	verstompt
verstompters	=	verstompt
verstompts	=	verstompt
verstomptst	=	verstompt
verstomptste	=	verstompt
verstomt	=	verstommen
verstond	=	verstaan
verstonde	=	verstaan
verstonden	=	verstaan
verstondt	=	verstaan
verstoof	=	verstuiven
verstooft	=	verstuiven
verstook	=	verstoken
verstookt	=	verstoken
verstookte	=	verstoken
verstookten	=	verstoken
verstoor	=	verstoren
verstoord	=	verstoren
verstoorden	=	verstoren
verstoorder	noun	iemand die verstoort
verstoordheid	noun	gevoel van woede en toorn
verstoort	=	verstoren
verstoot	=	verstoten
verstooten	=	verstoten
verstootte	=	verstoten
verstootten	=	verstoten
verstop	=	verstoppen
verstoppe	=	verstoppen
verstoppen	verb	iets ~: iets stoppen waar het niet gemakkelijk gevonden zal worden
verstoppend	=	verstoppen
verstoppende	=	verstoppen
verstoppertje	noun	kinderspel waar één speler de andere kinderen moet zoeken die zich verborgen hebben
verstoppertjes	=	verstoppertje
verstopping	noun	geen ontlasting kunnen krijgen
verstoppingen	=	verstopping
verstoppinkje	=	verstopping
verstoppinkjes	=	verstopping
verstopplaats	noun	een plaats waar mensen of dieren zich kunnen verstoppen
verstopplaatsen	=	verstopplaats
verstopplaatsje	=	verstopplaats
verstopplaatsjes	=	verstopplaats
verstopschildmos	noun	Melanelixia subaurifera een korstmos uit de familie Parmeliaceae.
verstopschildmosje	=	verstopschildmos
verstopschildmosjes	=	verstopschildmos
verstopschildmossen	=	verstopschildmos
verstopt	=	verstoppen
verstopte	=	verstoppen
verstopten	=	verstoppen
verstore	=	verstoren
verstoren	verb	uit de concentratie brengen, onderbreken wat men aan het doen is
verstorend	=	verstoren
verstorende	=	verstoren
verstoring	noun	onderbreking van het gewone of gewenste beloop
verstoringen	=	verstoring
verstoringsactie	noun	handeling van een inlichtingendienst of politieorganisatie met het doel de planning van misdaden te hinderen nog voordat deze misdaden zijn gepleegd
verstoringsacties	=	verstoringsactie
verstoringsactietje	=	verstoringsactie
verstoringsactietjes	=	verstoringsactie
verstorinkje	=	verstoring
verstorinkjes	=	verstoring
verstorven	=	versterven
verstote	=	verstoten
verstoteling	noun	iemand die uit een groep of gemeenschap is verwijderd
verstotelingen	=	verstoteling
verstoten	verb	niet langer in de omgeving dulden
verstotend	=	verstoten
verstotende	=	verstoten
verstotens	=	verstoten
verstoting	noun	het afwijzen van een zaak of persoon en deze buitensluiten
verstotingen	=	verstoting
verstout	=	verstouten
verstoute	=	verstouten
verstouten	verb	de moed opbrengen
verstoutend	=	verstouten
verstoutende	=	verstouten
verstoutte	=	verstouten
verstoutten	=	verstouten
verstouw	=	verstouwen
verstouwd	=	verstouwen
verstouwde	=	verstouwen
verstouwden	=	verstouwen
verstouwe	=	verstouwen
verstouwen	verb	iets ergens anders opslaan
verstouwend	=	verstouwen
verstouwende	=	verstouwen
verstouwt	=	verstouwen
verstove	=	verstuiven
verstoven	=	verstuiven
verstrak	=	verstrakken
verstrakke	=	verstrakken
verstrakken	verb	het aanspannen van de (gelaats)spieren als teken van emotionele spanning, angst, boosheid en dergelijke
verstrakkend	=	verstrakken
verstrakkende	=	verstrakken
verstrakking	noun	het strakker, vaster of ernstiger worden van iets
verstrakkingen	=	verstrakking
verstrakkinkje	=	verstrakking
verstrakkinkjes	=	verstrakking
verstrakt	=	verstrakken
verstrakte	=	verstrakken
verstrakten	=	verstrakken
verstraler	noun	lamp die is gemaakt om over een zo lang mogelijke afstand vooruit te verlichten
verstralers	=	verstraler
verstram	=	verstrammen
verstramd	=	verstrammen
verstramde	=	verstrammen
verstramden	=	verstrammen
verstramme	=	verstrammen
verstrammen	verb	stijver of stroever worden, ook in emotioneel opzicht
verstrammend	=	verstrammen
verstrammende	=	verstrammen
verstramt	=	verstrammen
verstreek	=	verstrijken
verstreekt	=	verstrijken
verstrek	=	verstrekken
verstreke	=	verstrijken
verstreken	=	verstrijken
verstrekke	=	verstrekken
verstrekken	verb	ter beschikking stellen
verstrekkend	adj	met grote reikwijdte
verstrekkende	=	verstrekken
verstrekkender	=	verstrekkend
verstrekkendere	=	verstrekkend
verstrekkenders	=	verstrekkend
verstrekkends	=	verstrekkend
verstrekkendst	=	verstrekkend
verstrekkendste	=	verstrekkend
verstrekker	noun	iemand (of een instelling) die verstrekt
verstrekkers	=	verstrekker
verstrekkertje	=	verstrekker
verstrekking	noun	het verstrekken, de uitdeling, de uitreiking.
verstrekkingen	=	verstrekking
verstrekkinkje	=	verstrekking
verstrekkinkjes	=	verstrekking
verstrekt	=	verstrekken
verstrekte	=	verstrekken
verstrekten	=	verstrekken
verstreng	=	verstrengen
verstrengd	=	verstrengen
verstrengde	=	verstrengen
verstrengden	=	verstrengen
verstrenge	=	verstrengen
verstrengel	=	verstrengelen
verstrengeld	=	verstrengelen
verstrengelde	=	verstrengelen
verstrengelden	=	verstrengelen
verstrengele	=	verstrengelen
verstrengelen	verb	door elkaar doen lopen, verward maken
verstrengelend	=	verstrengelen
verstrengelende	=	verstrengelen
verstrengeling	noun	het verstrengelen
verstrengelingen	=	verstrengeling
verstrengelinkje	=	verstrengeling
verstrengelt	=	verstrengelen
verstrengen	verb	strikter maken, minder tegenspraak dulden, onverbiddelijker maken
verstrengend	=	verstrengen
verstrengende	=	verstrengen
verstrenging	noun	het proces of de maatregel waarbij regels, wetten of voorwaarden strikter en minder soepel worden gemaakt.
verstrengingen	=	verstrenging
verstrenginkje	=	verstrenging
verstrenginkjes	=	verstrenging
verstrengt	=	verstrengen
verstrijk	=	verstrijken
verstrijke	=	verstrijken
verstrijken	verb	het verlopen van een tijdslimiet
verstrijkend	=	verstrijken
verstrijkende	=	verstrijken
verstrijkt	=	verstrijken
verstrik	=	verstrikken
verstrikke	=	verstrikken
verstrikken	verb	in een strik vangen
verstrikkend	=	verstrikken
verstrikkende	=	verstrikken
verstrikking	noun	toestand waarin je vastzit en je niet meer vrij kan bewegen, meestal doordat iets om je heen is gewikkeld
verstrikkingen	=	verstrikking
verstrikkinkje	=	verstrikking
verstrikkinkjes	=	verstrikking
verstrikt	adj	verwikkeld
verstrikte	=	verstrikt
verstrikten	=	verstrikken
verstrikts	=	verstrikt
verstrooi	=	verstrooien
verstrooid	adj	geestelijk afgeleid
verstrooide	=	verstrooien
verstrooiden	=	verstrooien
verstrooider	=	verstrooid
verstrooidere	=	verstrooid
verstrooiders	=	verstrooid
verstrooidheden	=	verstrooidheid
verstrooidheid	noun	toestand waarin men minder aandacht geeft aan wat men doet
verstrooidheidsfout	noun	fout gemaakt door verstrooidheid
verstrooidheidsfouten	=	verstrooidheidsfout
verstrooids	=	verstrooid
verstrooidst	=	verstrooid
verstrooidste	=	verstrooid
verstrooie	=	verstrooien
verstrooien	verb	door strooien verspreiden met name van de as van een overledene
verstrooiend	adj	gericht op het vermaken van mensen
verstrooiende	=	verstrooien
verstrooiends	=	verstrooiend
verstrooiing	noun	rust na hard en geconcentreerd werken
verstrooiingen	=	verstrooiing
verstrooiinkje	=	verstrooiing
verstrooiinkjes	=	verstrooiing
verstrooit	=	verstrooien
verstrop	=	verstroppen
verstroppe	=	verstroppen
verstroppen	verb	in netten laten vangen
verstroppend	=	verstroppen
verstroppende	=	verstroppen
verstropt	=	verstroppen
verstropte	=	verstroppen
verstropten	=	verstroppen
verstuif	=	verstuiven
verstuift	=	verstuiven
verstuik	=	verstuiken
verstuike	=	verstuiken
verstuiken	verb	gewrichtsletsel oplopen waarbij geen botbreuk optreedt en de gewrichtvlakken nog wel stabiel naast elkaar blijven
verstuikend	=	verstuiken
verstuikende	=	verstuiken
verstuiking	noun	een beschadiging van een (enkel)gewricht zonder dat er een botbreuk is en het gewricht ook niet uit de kop is geraakt
verstuikingen	=	verstuiking
verstuikinkje	=	verstuiking
verstuikinkjes	=	verstuiking
verstuikt	=	verstuiken
verstuikte	=	verstuiken
verstuikten	=	verstuiken
verstuive	=	verstuiven
verstuiven	verb	in fijne nevel omzetten
verstuivend	=	verstuiven
verstuivende	=	verstuiven
verstuiver	noun	apparaat waarmee je een vloeistof kunt verstuiven of vernevelen in de lucht
verstuivers	=	verstuiver
verstuivertje	=	verstuiver
verstuivertjes	=	verstuiver
verstuiving	noun	het proces dat materiaal met een luchtstroom verspreid wordt
verstuivingen	=	verstuiving
versture	=	versturen
versturen	verb	iets aan een verzendbedrijf ter bezorging afgeven
versturend	=	versturen
versturende	=	versturen
versturing	noun	het versturen
versturingen	=	versturing
versturinkje	=	versturing
versturinkjes	=	versturing
verstuur	=	versturen
verstuurd	=	versturen
verstuurde	=	versturen
verstuurden	=	versturen
verstuurt	=	versturen
verstuw	=	verstuwen
verstuwd	=	verstuwen
verstuwde	=	verstuwen
verstuwden	=	verstuwen
verstuwe	=	verstuwen
verstuwen	verb	verwerken, afhandelen
verstuwend	=	verstuwen
verstuwende	=	verstuwen
verstuwt	=	verstuwen
versuf	=	versuffen
versuffe	=	versuffen
versuffen	verb	suf worden
versuffend	=	versuffen
versuffende	=	versuffen
versuffing	noun	het slaperiger, en rustiger worden
versuffingen	=	versuffing
versuffinkje	=	versuffing
versuffinkjes	=	versuffing
versuft	adj	lodderig, moe, slaperig
versufte	=	versuft
versuften	=	versuffen
versufter	=	versuft
versuftere	=	versuft
versufters	=	versuft
versuftheid	noun	het slaperig en minder helder zijn
versufts	=	versuft
versuftst	=	versuft
versuftste	=	versuft
versukkel	=	versukkelen
versukkeld	=	versukkelen
versukkelde	=	versukkelen
versukkelden	=	versukkelen
versukkele	=	versukkelen
versukkelen	verb	langzaam maar zeker achteruitgaan
versukkelend	=	versukkelen
versukkelende	=	versukkelen
versukkeling	noun	blijvend slechtere, ongezondere, mindere situatie
versukkelingen	=	versukkeling
versukkelt	=	versukkelen
versus	prep	tussen de naam van de eisende en de verwerende partij in de naam van een civiele rechtszaak
versvoet	noun	in de poëzie gebruikte term voor een combinatie van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen
versvoeten	=	versvoet
versvoetje	=	versvoet
versvorm	noun	elk van de vormen waarin verzen geschreven kunnen worden
versvormen	=	versvorm
versvormpje	=	versvorm
versvormpjes	=	versvorm
vertaal	=	vertalen
vertaalbaar	adj	vatbaar voor een vertaling van de ene naar de andere taal
vertaalbaarder	=	vertaalbaar
vertaalbaardere	=	vertaalbaar
vertaalbaarders	=	vertaalbaar
vertaalbaars	=	vertaalbaar
vertaalbaarst	=	vertaalbaar
vertaalbaarste	=	vertaalbaar
vertaalbare	=	vertaalbaar
vertaalbureau	noun	bedrijf dat vertaling van teksten verzorgt
vertaalbureaus	=	vertaalbureau
vertaalbureautje	=	vertaalbureau
vertaalbureautjes	=	vertaalbureau
vertaald	=	vertalen
vertaalde	=	vertalen
vertaalden	=	vertalen
vertaaldienst	noun	organisatie die teksten naar een andere taal overzet
vertaaldiensten	=	vertaaldienst
vertaalfout	noun	een vergissing bij het omzetten van een tekst van de ene naar de andere taal
vertaalfouten	=	vertaalfout
vertaalfoutje	=	vertaalfout
vertaalfoutjes	=	vertaalfout
vertaalinstallatie	noun	een technische inrichting waarmee bij internationale vergaderingen de deelnemers de tekst van een spreker in een vertaling kunnen beluisteren
vertaalinstallaties	=	vertaalinstallatie
vertaalinstallatietje	=	vertaalinstallatie
vertaalinstallatietjes	=	vertaalinstallatie
vertaalkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor een vertaling van de ene naar de andere taal
vertaalkosten	noun	geld dat men moet betalen voor een vertaling van de ene naar de andere taal
vertaalmachine	noun	software of apparatuur die kunstmatige intelligentie (AI) gebruikt om tekst of spraak automatisch van de ene taal naar de andere te vertalen, zonder dat daar een menselijke vertaler aan te pas komt
vertaalmachines	=	vertaalmachine
vertaalmachinetje	=	vertaalmachine
vertaalmachinetjes	=	vertaalmachine
vertaaloefening	noun	een oefening waarbij je een tekst vertaalt om je vertaalvaardigheid te trainen of te testen
vertaaloefeningen	=	vertaaloefening
vertaaloefeningetje	=	vertaaloefening
vertaaloefeningetjes	=	vertaaloefening
vertaalopleiding	noun	een academische of hbo-opleiding om vertaler te worden
vertaalopleidingen	=	vertaalopleiding
vertaalprobleem	noun	moeilijkheden met het in een andere taal omzetten van tekst
vertaalprobleempje	=	vertaalprobleem
vertaalprobleempjes	=	vertaalprobleem
vertaalproblemen	=	vertaalprobleem
vertaalprogramma	noun	een programma dat een computerprogramma kan vertalen naar een code die door de processor kan worden uitgevoerd
vertaalprogramma's	=	vertaalprogramma
vertaalprogrammaatje	=	vertaalprogramma
vertaalprogrammaatjes	=	vertaalprogramma
vertaalslag	noun	het proces waarbij een idee, kennis of vaardigheid in een andere omgeving bruikbaar gemaakt kan worden
vertaalslagen	=	vertaalslag
vertaalster	noun	vrouwelijke vorm van vertaler
vertaalsters	=	vertaalster
vertaalstertje	=	vertaalster
vertaalstertjes	=	vertaalster
vertaalt	=	vertalen
vertaalwerk	noun	het vertalen van teksten als arbeid
vertaalwerken	=	vertaalwerk
vertaalwoordenboek	noun	woordenboek met vertalingen in een of meer andere talen
vertaalwoordenboeken	=	vertaalwoordenboek
vertaalwoordenboekje	=	vertaalwoordenboek
vertaalwoordenboekjes	=	vertaalwoordenboek
vertak	=	vertakken
vertakke	=	vertakken
vertakken	verb	in kleinere delen splitsen
vertakkend	=	vertakken
vertakkende	=	vertakken
vertakking	noun	plaats waar iets vertakt is
vertakkingen	=	vertakking
vertakkingspunt	noun	punt waar een vertakking plaatsvindt
vertakkingspunten	=	vertakkingspunt
vertakkingspuntje	=	vertakkingspunt
vertakkingspuntjes	=	vertakkingspunt
vertakkinkje	=	vertakking
vertakkinkjes	=	vertakking
vertakt	adj	vertakkingen hebbend
vertakte	=	vertakt
vertakten	=	vertakken
vertakts	=	vertakt
vertale	=	vertalen
vertalen	verb	omzetten van geschreven of gesproken informatie naar een andere taal
vertalend	=	vertalen
vertalende	=	vertalen
vertaler	noun	iemand die geschreven tekst overzet van de ene taal naar een andere
vertaler-tolk	noun	iemand die kan vertalen en tolken
vertaler-tolken	=	vertaler-tolk
vertalers	=	vertaler
vertalers-tolken	=	vertaler-tolk
vertalerscreativiteit	noun	kunstzinnige, scheppende eigenschap van iemand die een tekst van de ene naar de andere taal omzet
vertalertje	=	vertaler
vertalertjes	=	vertaler
vertalibaniseer	=	vertalibaniseren
vertalibaniseerd	=	vertalibaniseren
vertalibaniseerde	=	vertalibaniseren
vertalibaniseerden	=	vertalibaniseren
vertalibaniseert	=	vertalibaniseren
vertalibanisere	=	vertalibaniseren
vertalibaniseren	verb	steeds meer onder invloed van de taliban, een conservatieve islamitische groepering, komen
vertalibaniserend	=	vertalibaniseren
vertalibaniserende	=	vertalibaniseren
vertaling	noun	iets dat omgezet is van de ene naar de andere taal
vertalingen	=	vertaling
vertalinkje	=	vertaling
vertalinkjes	=	vertaling
vertand	=	vertanden
vertandde	=	vertanden
vertanden	verb	wisselen van tanden
vertandend	=	vertanden
vertanding	noun	een reeks tanden met name bij tandwielen
vertandingen	=	vertanding
vertandinkje	=	vertanding
vertandinkjes	=	vertanding
vertap	=	vertappen
vertappe	=	vertappen
vertappen	verb	een drank, zoals bijvoorbeeld wijn of bier, in een nieuw of ander vat of fles doen
vertappend	=	vertappen
vertappende	=	vertappen
vertapt	=	vertappen
vertapte	=	vertappen
vertapten	=	vertappen
vertas	=	vertassen
vertasse	=	vertassen
vertassen	verb	opnieuw opstapelen op een andere manier of op een andere plaats
vertassend	=	vertassen
vertassende	=	vertassen
vertast	=	vertassen
vertaste	=	vertassen
vertasten	verb	door voelen iets onderzoeken
vertastend	=	vertasten
vertastende	=	vertasten
vertastte	=	vertasten
vertastten	=	vertasten
verte	noun	het gebied dat nog net binnen zichtsafstand is
vertebraal	adj	met betrekking tot de wervels
vertebraals	=	vertebraal
vertebraat	noun	Vertebrata gewerveld dier
vertebraatje	=	vertebraat
vertebrale	=	vertebraal
vertebraten	=	vertebraat
verteder	=	vertederen
vertederd	=	vertederen
vertederde	=	vertederen
vertederden	=	vertederen
vertedere	=	vertederen
vertederen	verb	teder stemmen
vertederend	adj	van iets dat men er vriendelijk en teder door gestemd raakt
vertederende	=	vertederen
vertederender	=	vertederend
vertederendere	=	vertederend
vertederenders	=	vertederend
vertederends	=	vertederend
vertederendst	=	vertederend
vertederendste	=	vertederend
vertedering	noun	tedere gemoedsstemming
vertederingen	=	vertedering
vertederingetje	=	vertedering
vertederingetjes	=	vertedering
vertedert	=	vertederen
verteer	=	verteren
verteerbaar	adj	wat verteerd kan worden (door het spijsverteringsstelsel van een levend wezen)
verteerbaarder	=	verteerbaar
verteerbaardere	=	verteerbaar
verteerbaarders	=	verteerbaar
verteerbaars	=	verteerbaar
verteerbaarst	=	verteerbaar
verteerbaarste	=	verteerbaar
verteerbare	=	verteerbaar
verteerd	=	verteren
verteerde	=	verteren
verteerden	=	verteren
verteert	=	verteren
vertegenwoordig	=	vertegenwoordigen
vertegenwoordigd	=	vertegenwoordigen
vertegenwoordigde	=	vertegenwoordigen
vertegenwoordigden	=	vertegenwoordigen
vertegenwoordige	=	vertegenwoordigen
vertegenwoordigen	verb	spreken of aanwezig zijn in naam van een groep of organisatie
vertegenwoordigend	adj	bestuurders die na verkiezing zijn benoemd
vertegenwoordigende	=	vertegenwoordigend
vertegenwoordigends	=	vertegenwoordigend
vertegenwoordiger	noun	iemand die de plaats van een ander inneemt
vertegenwoordigers	=	vertegenwoordiger
vertegenwoordigertje	=	vertegenwoordiger
vertegenwoordigertjes	=	vertegenwoordiger
vertegenwoordiging	noun	het vertegenwoordigen
vertegenwoordigingen	=	vertegenwoordiging
vertegenwoordigingetje	=	vertegenwoordiging
vertegenwoordigingetjes	=	vertegenwoordiging
vertegenwoordigster	noun	vrouw die vertegenwoordigt
vertegenwoordigsters	=	vertegenwoordigster
vertegenwoordigstertje	=	vertegenwoordigster
vertegenwoordigt	=	vertegenwoordigen
verteken	=	vertekenen
vertekend	=	vertekenen
vertekende	=	vertekenen
vertekenden	=	vertekenen
vertekene	=	vertekenen
vertekenen	verb	op een manier tekenen waarbij maat en vorm niet overeenkomen met de werkelijkheid, verkeerd weergeven
vertekenend	=	vertekenen
vertekenende	=	vertekenen
vertekening	noun	het foute beschrijving van de werkelijkheid
vertekeningen	=	vertekening
vertekent	=	vertekenen
vertel	=	vertellen
verteld	=	vertellen
vertelde	=	vertellen
vertelden	=	vertellen
vertelle	=	vertellen
vertellen	verb	een al of niet ware gebeurtenis verhalen; spreken over een al dan niet ware gebeurtenis
vertellend	=	vertellen
vertellende	=	vertellen
verteller	noun	een persoon die vertelt
vertellers	=	verteller
vertellertje	=	verteller
vertellertjes	=	verteller
vertelling	noun	een verhaal dat bedoeld is om verteld te worden
vertellingen	=	vertelling
vertellinkje	=	vertelling
vertellinkjes	=	vertelling
vertelperspectief	noun	gekozen punt van waarneming van waaruit de gebeurtenissen in een verhaal aan de lezer worden meegedeeld
vertelperspectieven	=	vertelperspectief
vertelsel	noun	eenvoudig verzonnen verhaaltje voor kinderen
vertelselboek	noun	gedrukte bundel met korte verhalen voor kinderen
vertelselboeken	=	vertelselboek
vertelselboekje	=	vertelselboek
vertelselboekjes	=	vertelselboek
vertelsels	=	vertelsel
vertelseltje	=	vertelsel
vertelseltjes	=	vertelsel
vertelstandpunt	noun	positie van waaruit een verhaal wordt beschreven
vertelstandpunten	=	vertelstandpunt
vertelstem	noun	de stem van een persoon die iets vertelt of heeft ingesproken
vertelstemmen	=	vertelstem
vertelstemmetje	=	vertelstem
vertelstemmetjes	=	vertelstem
vertelster	noun	vrouwelijke vorm van verteller
vertelsters	=	vertelster
vertelstertje	=	vertelster
vertelstertjes	=	vertelster
vertelstijl	noun	de manier waarop men een verhaal vertelt
vertelstijlen	=	vertelstijl
vertelt	=	vertellen
verteltalent	noun	iemand die de aanleg heeft om goed een verhaal te kunnen vertellen
verteltalenten	=	verteltalent
verteltas	noun	tas met o.a. spelletjes en boeken waarmee men het voorlezen kan stimuleren
verteltassen	=	verteltas
verteltechnisch	adj	betrekking hebbend de manieren waarop een verhaal wordt opgebouwd en verteld
verteltechnische	=	verteltechnisch
verteltechnischer	=	verteltechnisch
verteltechnischere	=	verteltechnisch
verteltechnischers	=	verteltechnisch
verten	=	verte
vertere	=	verteren
verteren	verb	voedsel afbreken
verterend	=	verteren
verterende	=	verteren
vertering	noun	omzetting van genuttigd voedsel binnen het lichaam
verteringen	=	vertering
vertes	=	verte
verteut	=	verteuten
verteute	=	verteuten
verteuten	verb	de tijd verdoen met inhoudsloos gebabbel
verteutend	=	verteuten
verteutende	=	verteuten
verteutte	=	verteuten
verteutten	=	verteuten
vertex	noun	knooppunt
vertexen	=	vertex
verthuis	=	verthuizen
verthuisd	=	verthuizen
verthuisde	=	verthuizen
verthuisden	=	verthuizen
verthuist	=	verthuizen
verthuize	=	verthuizen
verthuizen	verb	opnieuw inrichten van je huis als alternatief voor een verhuizing
verthuizend	=	verthuizen
verthuizende	=	verthuizen
verticaal	adj	in de richting gelijk aan die van de zwaartekracht van de aarde	adv	in de richting gelijk aan die van de zwaartekracht van de aarde
verticaals	=	verticaal
verticaalst	=	verticaal
verticaalste	=	verticaal
verticale	=	verticaal
verticaler	=	verticaal
verticalere	=	verticaal
verticalers	=	verticaal
vertienvoudig	=	vertienvoudigen
vertienvoudigd	=	vertienvoudigen
vertienvoudigde	=	vertienvoudigen
vertienvoudigden	=	vertienvoudigen
vertienvoudige	=	vertienvoudigen
vertienvoudigen	verb	iets tienmaal zo groot of zo talrijk maken of laten worden
vertienvoudigend	=	vertienvoudigen
vertienvoudigende	=	vertienvoudigen
vertienvoudiging	noun	het tienmaal zo groot worden; het tienmaal zo veel worden
vertienvoudigingen	=	vertienvoudiging
vertienvoudigingetje	=	vertienvoudiging
vertienvoudigingetjes	=	vertienvoudiging
vertienvoudigt	=	vertienvoudigen
vertier	noun	zaken die de zinnen verzetten
vertigo	noun	draaiduizeligheid
vertik	=	vertikken
vertikke	=	vertikken
vertikken	verb	het ~ niet functioneren, niet doen
vertikkend	=	vertikken
vertikkende	=	vertikken
vertikt	=	vertikken
vertikte	=	vertikken
vertikten	=	vertikken
vertiktok	=	vertiktokken
vertiktoke	=	vertiktokken
vertiktoken	=	vertiktokken
vertiktokend	=	vertiktokken
vertiktokken	verb	iets geschikt maken voor publicatie op TikTok o.a. door iets op te knippen in kort videofragmenten
vertiktokkend	=	vertiktokken
vertiktokking	noun	verschijnsel om bepaalde commerciële- en politieke boodschappen over te brengen via korte, pakkende filmpjes
vertiktokt	=	vertiktokken
vertiktokte	=	vertiktokken
vertiktokten	=	vertiktokken
vertil	=	vertillen
vertild	=	vertillen
vertilde	=	vertillen
vertilden	=	vertillen
vertille	=	vertillen
vertillen	verb	het verplaatsen van zware objecten, zoals bijvoorbeeld patiënten, door tillen
vertillend	=	vertillen
vertillende	=	vertillen
vertilt	=	vertillen
vertimmer	=	vertimmeren
vertimmerd	=	vertimmeren
vertimmerde	=	vertimmeren
vertimmerden	=	vertimmeren
vertimmere	=	vertimmeren
vertimmeren	verb	door timmeren iets veranderen
vertimmerend	=	vertimmeren
vertimmerende	=	vertimmeren
vertimmert	=	vertimmeren
vertin	=	vertinnen
vertind	=	vertinnen
vertinde	=	vertinnen
vertinden	=	vertinnen
vertinne	=	vertinnen
vertinnen	verb	een voorwerp bedekken met een dun laagje tin
vertinnend	=	vertinnen
vertinnende	=	vertinnen
vertinsel	noun	tin waarmee men een voorwerp van een tinlaagje kan worden voorzien
vertinsels	=	vertinsel
vertint	=	vertinnen
vertoef	=	vertoeven
vertoefd	=	vertoeven
vertoefde	=	vertoeven
vertoefden	=	vertoeven
vertoeft	=	vertoeven
vertoeve	=	vertoeven
vertoeven	verb	zich ophouden, ergens verblijven
vertoevend	=	vertoeven
vertoevende	=	vertoeven
vertogen	=	vertoog
vertolk	=	vertolken
vertolke	=	vertolken
vertolken	verb	vertalen, het van de ene taal omzetten in een andere taal
vertolkend	=	vertolken
vertolkende	=	vertolken
vertolker	noun	kunstenaar die een door een ander gecomponeerd kunstwerk (toneel, muziek) ten uitvoer brengt; een uitvoerend artiest
vertolkers	=	vertolker
vertolkertje	=	vertolker
vertolking	noun	het spelen van een geschreven toneelstuk; het dansen van een choreografie
vertolkingen	=	vertolking
vertolkinkje	=	vertolking
vertolkinkjes	=	vertolking
vertolkster	=	vertolker
vertolkt	=	vertolken
vertolkte	=	vertolken
vertolkten	=	vertolken
vertone	=	vertonen
vertonen	verb	laten zien
vertonend	=	vertonen
vertonende	=	vertonen
vertoner	noun	organisatie die een film laat zien aan het publiek in een bioscoop
vertoners	=	vertoner
vertoning	noun	dat wat vertoond, voorgesteld wordt
vertoningen	=	vertoning
vertoningsverbod	noun	verbod om bepaalde dieren (of personen) publiekelijk te laten zien, vaak om het welzijn te beschermen door de vraag naar extreem gefokte huisdieren te verminderen, zoals honden met te korte snuiten of katten met vouworen, die lijden onder hun uiterlijk en daardardoor niet meer in advertenties, op social media, etc. mogen verschijnen.
vertoningsverboden	=	vertoningsverbod
vertoningsverbodje	=	vertoningsverbod
vertoningsverbodjes	=	vertoningsverbod
vertoninkje	=	vertoning
vertoninkjes	=	vertoning
vertoog	noun	betoog, verhandeling
vertoogje	=	vertoog
vertoogjes	=	vertoog
vertoon	noun	het tonen of laten zien
vertoonbaar	adj	van iets of iemand dat het er netjes, behoorlijk of toonbaar genoeg uitziet om in het openbaar te laten zien of vertoond te worden.
vertoonbaarder	=	vertoonbaar
vertoonbaardere	=	vertoonbaar
vertoonbaarders	=	vertoonbaar
vertoonbaars	=	vertoonbaar
vertoonbaarst	=	vertoonbaar
vertoonbaarste	=	vertoonbaar
vertoonbare	=	vertoonbaar
vertoond	=	vertonen
vertoonde	=	vertonen
vertoonden	=	vertonen
vertoonen	=	vertonen
vertoont	=	vertonen
vertoorn	=	vertoornen
vertoornd	adj	heel erg boos zijn
vertoornde	=	vertoornen
vertoornden	=	vertoornen
vertoornder	=	vertoornd
vertoorndere	=	vertoornd
vertoornders	=	vertoornd
vertoornds	=	vertoornd
vertoorndst	=	vertoornd
vertoorndste	=	vertoornd
vertoorne	=	vertoornen
vertoornen	verb	woedend maken
vertoornend	=	vertoornen
vertoornende	=	vertoornen
vertoornt	=	vertoornen
vertraadt	=	vertreden
vertraag	=	vertragen
vertraagd	adj	achterblijvend
vertraagde	=	vertraagd
vertraagden	=	vertragen
vertraagds	=	vertraagd
vertraagt	=	vertragen
vertrad	=	vertreden
vertrade	=	vertreden
vertraden	=	vertreden
vertrage	=	vertragen
vertragen	verb	langzamer doen worden
vertragend	adj	de snelheid verminderend
vertragende	=	vertragen
vertragender	=	vertragend
vertragendere	=	vertragend
vertragenders	=	vertragend
vertragends	=	vertragend
vertragendst	=	vertragend
vertragendste	=	vertragend
vertraging	noun	het langzamer gaan
vertragingen	=	vertraging
vertragingsactie	noun	een actiemiddel van werknemers waarbij werknemers de regels en voorschriften letterlijk en strikt volgen om de efficiëntie te verlagen en zo de werkgever onder druk te zetten
vertragingsacties	=	vertragingsactie
vertragingsactietje	=	vertragingsactie
vertragingsactietjes	=	vertragingsactie
vertragingsmechanisme	noun	constructie of methode waardoor iets langzamer gaat of langer duurt om te voltooien
vertragingsmechanismen	=	vertragingsmechanisme
vertragingsmechanismes	=	vertragingsmechanisme
vertraginkje	=	vertraging
vertraginkjes	=	vertraging
vertrap	=	vertrappen
vertrappe	=	vertrappen
vertrappel	=	vertrappelen
vertrappeld	=	vertrappelen
vertrappelde	=	vertrappelen
vertrappelden	=	vertrappelen
vertrappele	=	vertrappelen
vertrappelen	verb	kapotmaken of verwonden met de voeten of hoeven
vertrappelend	=	vertrappelen
vertrappelende	=	vertrappelen
vertrappelt	=	vertrappelen
vertrappen	verb	vernielen met de voeten
vertrappend	=	vertrappen
vertrappende	=	vertrappen
vertrapt	=	vertrappen
vertrapte	=	vertrappen
vertrapten	=	vertrappen
vertrede	=	vertreden
vertreden	verb|formal	zich ~: een stukje lopen, een klein wandelingetje maken
vertredend	=	vertreden
vertredende	=	vertreden
vertredens	=	vertreden
vertreed	=	vertreden
vertreedt	=	vertreden
vertrek	noun	een afgesloten deel van een woning
vertrekadres	noun	het adres waar de reis begint, de plaats waarvan je vertrekt
vertrekadressen	=	vertrekadres
vertrekbases	=	vertrekbasis
vertrekbasis	noun	startpunt van een redenering
vertrekbasissen	=	vertrekbasis
vertrekbonus	noun	vertrekpremie, (geldt alleen voor de top)
vertrekbonusje	=	vertrekbonus
vertrekbonusjes	=	vertrekbonus
vertrekbonussen	=	vertrekbonus
vertrekdata	=	vertrekdatum
vertrekdatum	noun	het tijdstip dat men weggaat, dag dat men op reis gaat
vertrekdatums	=	vertrekdatum
vertrekhal	noun	de ruimte waarin de vertrekkende passagiers zich verzamelen en waar ze de bagage kunnen afgeven
vertrekhallen	=	vertrekhal
vertrekhalletje	=	vertrekhal
vertrekhalletjes	=	vertrekhal
vertrekje	=	vertrek
vertrekjes	=	vertrek
vertrekke	=	vertrekken
vertrekken	verb	van gelaatstrekken van uitdrukking veranderen
vertrekkend	=	vertrekken
vertrekkende	=	vertrekken
vertrekkensklaar	adj	gereed om op weg te gaan
vertrekkensklaarder	=	vertrekkensklaar
vertrekkensklaardere	=	vertrekkensklaar
vertrekkensklaarders	=	vertrekkensklaar
vertrekkensklaars	=	vertrekkensklaar
vertrekkensklaarst	=	vertrekkensklaar
vertrekkensklaarste	=	vertrekkensklaar
vertrekkensklare	=	vertrekkensklaar
vertrekking	noun	een vertrek
vertrekkingen	=	vertrekking
vertrekkinkje	=	vertrekking
vertrekkinkjes	=	vertrekking
vertrekplaats	noun	plaats waar wordt vertrokken
vertrekplaatsen	=	vertrekplaats
vertrekpremie	noun	premie voor werknemers om hen te laten vertrekken
vertrekpremies	=	vertrekpremie
vertrekpremietje	=	vertrekpremie
vertrekpremietjes	=	vertrekpremie
vertrekpunt	noun	plaats van vertrek
vertrekpunten	=	vertrekpunt
vertrekpuntje	=	vertrekpunt
vertrekpuntjes	=	vertrekpunt
vertreksein	noun	signaal dat aangeeft dat men kan of moet vertrekken
vertrekseinen	=	vertreksein
vertreksignaal	noun	geluid, gebaar of ander teken dat aangeeft dat een trein, schip of ander vervoermiddel voor grotere aantallen mensen op het punt staat om op weg te gaan
vertreksignalen	=	vertreksignaal
vertrekstaat	noun	een tabel waarop staat aangegeven wanneer en op welk perron een trein of bus vertrekt
vertrekstaatje	=	vertrekstaat
vertrekstaatjes	=	vertrekstaat
vertrekstaten	=	vertrekstaat
vertrekt	=	vertrekken
vertrektijd	noun	tijdstip dat iets of iemand weggaat.
vertrektijden	=	vertrektijd
vertrektijdje	=	vertrektijd
vertrektijdjes	=	vertrektijd
vertroebel	=	vertroebelen
vertroebeld	=	vertroebelen
vertroebelde	=	vertroebelen
vertroebelden	=	vertroebelen
vertroebele	=	vertroebelen
vertroebelen	verb	onduidelijker worden, minder helder maken, minder doorzichtig maken
vertroebelend	=	vertroebelen
vertroebelende	=	vertroebelen
vertroebeling	noun	dat wat er voor zorgt dat iets minder helder doorzichtig wordt
vertroebelingen	=	vertroebeling
vertroebelt	=	vertroebelen
vertroetel	=	vertroetelen
vertroeteld	=	vertroetelen
vertroetelde	=	vertroetelen
vertroetelden	=	vertroetelen
vertroetele	=	vertroetelen
vertroetelen	verb	iemand een overdreven goede behandeling geven
vertroetelend	=	vertroetelen
vertroetelende	=	vertroetelen
vertroetelt	=	vertroetelen
vertrok	=	vertrekken
vertrokke	=	vertrekken
vertrokken	=	vertrekken
vertrokt	=	vertrekken
vertroost	=	vertroosten
vertrooste	=	vertroosten
vertroosten	verb	iemand hoop, vertrouwen en troost geven bij moeilijkheden
vertroostend	=	vertroosten
vertroostende	=	vertroosten
vertroosting	noun	soelaas, bemoediging, opbeuring, iets wat troost geeft in slechte tijden
vertroostingen	=	vertroosting
vertroostingetje	=	vertroosting
vertroostingetjes	=	vertroosting
vertroostte	=	vertroosten
vertroostten	=	vertroosten
vertrossen	verb	het meer nadruk leggen op amusement zonder diepgang en minder op educatie zoals de voormalige publieke omroep de TROS dat deed
vertrossend	=	vertrossen
vertrossende	=	vertrossen
vertrossing	noun	verschijnsel dat steeds meer nadruk wordt gelegd op amusement zonder diepgang en minder op educatie
vertrossingen	=	vertrossing
vertrost	=	vertrossen
vertroste	=	vertrossen
vertrouw	=	vertrouwen
vertrouwbaar	adj	van iemand of iets dat hij of zij het vertrouwen waard is, eerlijk is en consistent presteert
vertrouwbaarder	=	vertrouwbaar
vertrouwbaardere	=	vertrouwbaar
vertrouwbaarders	=	vertrouwbaar
vertrouwbaars	=	vertrouwbaar
vertrouwbaarst	=	vertrouwbaar
vertrouwbaarste	=	vertrouwbaar
vertrouwbare	=	vertrouwbaar
vertrouwd	adj	op de hoogte van, bedreven in	adv	waarop men vertrouwen kan
vertrouwde	noun	persoon die men vertrouwt
vertrouwden	=	vertrouwen
vertrouwder	=	vertrouwd
vertrouwdere	=	vertrouwd
vertrouwders	=	vertrouwd
vertrouwdheden	=	vertrouwdheid
vertrouwdheid	noun	iets dat getuigt van een zekere intimiteit of bekendheid
vertrouwds	=	vertrouwd
vertrouwdst	=	vertrouwd
vertrouwdste	=	vertrouwd
vertrouwe	=	vertrouwen
vertrouwelijk	adj	waarvan geheimhouding gewenst of vereist is
vertrouwelijke	=	vertrouwelijk
vertrouwelijken	=	vertrouwelijk
vertrouwelijker	=	vertrouwelijk
vertrouwelijkere	=	vertrouwelijk
vertrouwelijkers	=	vertrouwelijk
vertrouwelijkheden	=	vertrouwelijkheid
vertrouwelijkheid	noun	iets dat geheim moet zijn voor niet-betrokkenen, dat iets alleen ingezien kan worden door iemand die daartoe gemachtigd is
vertrouwelijkheidje	=	vertrouwelijkheid
vertrouwelijkheidjes	=	vertrouwelijkheid
vertrouwelijks	=	vertrouwelijk
vertrouwelijkst	=	vertrouwelijk
vertrouwelijkste	=	vertrouwelijk
vertrouweling	noun	iemand die men zo goed vertrouwt, dat men geheimen met die persoon kan delen en op die persoon kan rekenen als medestander in de strijd
vertrouwelinge	noun	vrouw die je kunt vertrouwen; vrouw die je invertrouwen neemt
vertrouwelingen	=	vertrouweling
vertrouwelinges	=	vertrouwelinge
vertrouwelingetje	=	vertrouweling
vertrouwen	verb	geloven in de betrouwbaarheid van een persoon of zaak	noun	het geloof in betrouwbaarheid van een persoon of zaak
vertrouwend	=	vertrouwen
vertrouwende	=	vertrouwen
vertrouwensarts	noun	een arts bij wie je misstanden kunt melden, zonder dat je bang hoeft te zijn dat je nadeel van die melding zult hebben
vertrouwensartsen	=	vertrouwensarts
vertrouwensband	noun	intermenselijke relatie die gebaseerd is wederzijds respct en vertrouwen
vertrouwensbanden	=	vertrouwensband
vertrouwensbeginsel	noun	het beginsel dat een partij mag vertrouwen op uitlatingen en uitgaan van gedragingen van de wederpartij
vertrouwensbeginselen	=	vertrouwensbeginsel
vertrouwensbeginsels	=	vertrouwensbeginsel
vertrouwensberoep	noun	beroep waarbij sprake is van een vertrouwensrelatie met de cliënt
vertrouwensberoepen	=	vertrouwensberoep
vertrouwensbreuk	noun	einde aan het in iemand gestelde vertrouwen
vertrouwensbreuken	=	vertrouwensbreuk
vertrouwenscommissie	noun	commissie die gaat over de benoeming van een burgemeester van een gemeente
vertrouwenscommissies	=	vertrouwenscommissie
vertrouwenscrises	=	vertrouwenscrisis
vertrouwenscrisis	noun	ernstige verstoring van het vertrouwen
vertrouwenscrisissen	=	vertrouwenscrisis
vertrouwensfunctie	noun	functie waarin zaken vertrouwelijk moeten worden behandeld
vertrouwensfuncties	=	vertrouwensfunctie
vertrouwensindex	noun	cijfer dat een indicatie geeft van het consumentenvertrouwen
vertrouwensindexen	=	vertrouwensindex
vertrouwensindices	=	vertrouwensindex
vertrouwenskring	noun	een groep van mensen die elkaar vertrouwt en elkaar vertrouwen geeft
vertrouwenskringen	=	vertrouwenskring
vertrouwenskringetje	=	vertrouwenskring
vertrouwenskringetjes	=	vertrouwenskring
vertrouwenslieden	=	vertrouwensman
vertrouwenslui	=	vertrouwensman
vertrouwensman	noun	man die in vertrouwen als tussenpersoon optreedt
vertrouwensmannen	=	vertrouwensman
vertrouwensmannetje	=	vertrouwensman
vertrouwensmannetjes	=	vertrouwensman
vertrouwenspersonen	=	vertrouwenspersoon
vertrouwenspersoon	noun	een persoon binnen een bedrijf, school of de directe omgeving van mensen, aan wie men vertrouwelijke zaken kwijt kan
vertrouwenspersoontje	=	vertrouwenspersoon
vertrouwenspersoontjes	=	vertrouwenspersoon
vertrouwensrelatie	noun	een relatie waarbij de partners geloven in elkaars betrouwbaarheid
vertrouwensrelaties	=	vertrouwensrelatie
vertrouwensstemming	noun	een raadpleging van een groep mensen waarbij men de vraag stelt of men wel of geen vertrouwen in iemand heeft
vertrouwensstemmingen	=	vertrouwensstemming
vertrouwenswaardig	adj	dat iets of iemand waard is vertrouwd te worden
vertrouwenswaardige	=	vertrouwenswaardig
vertrouwenswaardiger	=	vertrouwenswaardig
vertrouwenswaardigere	=	vertrouwenswaardig
vertrouwenswaardigers	=	vertrouwenswaardig
vertrouwenswaardigs	=	vertrouwenswaardig
vertrouwenswaardigst	=	vertrouwenswaardig
vertrouwenswaardigste	=	vertrouwenswaardig
vertrouwenswekkend	adj	van iets of iemand dat het de indruk geeft betrouwbaar, degelijk en eerlijk te zijn, waardoor je er veilig op kunt rekenen.
vertrouwenswekkende	=	vertrouwenswekkend
vertrouwenswekkender	=	vertrouwenswekkend
vertrouwenswekkendere	=	vertrouwenswekkend
vertrouwenswekkenders	=	vertrouwenswekkend
vertrouwenswekkends	=	vertrouwenswekkend
vertrouwenswekkendst	=	vertrouwenswekkend
vertrouwenswekkendste	=	vertrouwenswekkend
vertrouwenwekkend	adj	dat iemand de indruk wekt of heeft gewekt dat je op die persoon kunt steunen, dat die persoon de waarheid vertelt
vertrouwenwekkende	=	vertrouwenwekkend
vertrouwenwekkender	=	vertrouwenwekkend
vertrouwenwekkendere	=	vertrouwenwekkend
vertrouwenwekkenders	=	vertrouwenwekkend
vertrouwenwekkends	=	vertrouwenwekkend
vertrouwenwekkendst	=	vertrouwenwekkend
vertrouwenwekkendste	=	vertrouwenwekkend
vertrouwt	=	vertrouwen
vertui	=	vertuien
vertuid	=	vertuien
vertuide	=	vertuien
vertuiden	=	vertuien
vertuie	=	vertuien
vertuien	verb	met twee ankers vastleggen van een schip
vertuiend	=	vertuien
vertuiende	=	vertuien
vertuit	=	vertuien
vertweelinging	noun	verschijnsel waarbij twee of meer kristallen met elkaar vergroeien waarvan de structuur gespeigels is over een bepaald kristalvlak
vertwijfel	=	vertwijfelen
vertwijfeld	adj	wanhopig door twijfel
vertwijfelde	=	vertwijfeld
vertwijfelden	=	vertwijfelen
vertwijfelder	=	vertwijfeld
vertwijfeldere	=	vertwijfeld
vertwijfelders	=	vertwijfeld
vertwijfelds	=	vertwijfeld
vertwijfeldst	=	vertwijfeld
vertwijfeldste	=	vertwijfeld
vertwijfele	=	vertwijfelen
vertwijfelen	verb	wanhopig makende twijfel hebben, wanhopen
vertwijfelend	=	vertwijfelen
vertwijfelende	=	vertwijfelen
vertwijfeling	noun	het wanhopige gevoel dat je niets meer kunt doen om een vervelende situatie te veranderen
vertwijfelingen	=	vertwijfeling
vertwijfelt	=	vertwijfelen
vertyfen	verb	verpesten
vertyfend	=	vertyfen
vertyfende	=	vertyfen
vertyft	=	vertyfen
vertyfte	adj	kapot of slecht
veruberisering	noun	het (gaan) aanbieden van een dienst die uitgevoerd wordt door niet-beroepsbeoefenaars
veruberiseringen	=	veruberisering
veruit	adv	met grote afstand
veruiterlijk	=	veruiterlijken
veruiterlijke	=	veruiterlijken
veruiterlijken	verb	zoveel nadruk leggen op de uiterlijke vormgeving dat de eigenlijke innerlijke waarde verloren dreigt te gaan
veruiterlijkend	=	veruiterlijken
veruiterlijkende	=	veruiterlijken
veruiterlijking	noun	het zichtbaar of tastbaar maken van iets dat innerlijk is, zoals een gevoel, overtuiging of gedachte.
veruiterlijkingen	=	veruiterlijking
veruiterlijkingetje	=	veruiterlijking
veruiterlijkingetjes	=	veruiterlijking
veruiterlijkt	=	veruiterlijken
veruiterlijkte	=	veruiterlijken
veruiterlijkten	=	veruiterlijken
veruitwendig	=	veruitwendigen
veruitwendigd	=	veruitwendigen
veruitwendigde	=	veruitwendigen
veruitwendigden	=	veruitwendigen
veruitwendige	=	veruitwendigen
veruitwendigen	verb	openbaar maken
veruitwendigend	=	veruitwendigen
veruitwendigende	=	veruitwendigen
veruitwendiging	noun	het 'uiterlijk of zichtbaar maken' van iets dat abstract of innerlijk is.
veruitwendigingen	=	veruitwendiging
veruitwendigingetje	=	veruitwendiging
veruitwendigingetjes	=	veruitwendiging
veruitwendigt	=	veruitwendigen
vervaag	=	vervagen
vervaagd	=	vervagen
vervaagde	=	vervagen
vervaagden	=	vervagen
vervaagt	=	vervagen
vervaal	=	vervalen
vervaald	=	vervalen
vervaalde	=	vervalen
vervaalden	=	vervalen
vervaalt	=	vervalen
vervaar	=	vervaren
vervaard	adj	bevreesd, angstig, bang, kopschuw
vervaarde	=	vervaard
vervaarden	=	vervaren
vervaarder	=	vervaard
vervaardere	=	vervaard
vervaarders	=	vervaard
vervaardig	=	vervaardigen
vervaardigd	=	vervaardigen
vervaardigde	=	vervaardigen
vervaardigden	=	vervaardigen
vervaardige	=	vervaardigen
vervaardigen	verb	maken, samenstellen
vervaardigend	=	vervaardigen
vervaardigende	=	vervaardigen
vervaardiger	noun	iemand die iets vervaardigt
vervaardigers	=	vervaardiger
vervaardigertje	=	vervaardiger
vervaardigertjes	=	vervaardiger
vervaardiging	noun	het maken, produceren van iets
vervaardigingen	=	vervaardiging
vervaardigingetje	=	vervaardiging
vervaardigingetjes	=	vervaardiging
vervaardigt	=	vervaardigen
vervaards	=	vervaard
vervaardst	=	vervaard
vervaardste	=	vervaard
vervaarlijk	adj	schrikwekkend, angstaanjagend
vervaarlijke	=	vervaarlijk
vervaarlijker	=	vervaarlijk
vervaarlijkere	=	vervaarlijk
vervaarlijkers	=	vervaarlijk
vervaarlijks	=	vervaarlijk
vervaarlijkst	=	vervaarlijk
vervaarlijkste	=	vervaarlijk
vervaart	=	vervaren
vervage	=	vervagen
vervagen	verb	vaag worden
vervagend	=	vervagen
vervagende	=	vervagen
vervaging	noun	vermindering van het contrast in afbeeldingen, waardoor die minder scherp worden en randen en details moeilijker zijn te onderscheiden
vervagingen	=	vervaging
vervaginkje	=	vervaging
vervaginkjes	=	vervaging
verval	noun	geleidelijke verslechtering van een toestand
vervaldag	noun	de laatste dag waarop een (financiële) verplichting kan worden voldaan; de dag dat een schuld opeisbaar is
vervaldagen	=	vervaldag
vervaldata	=	vervaldatum
vervaldatum	noun	de uiterste datum waarop een financiële plicht voldaan moet zijn
vervaldatums	=	vervaldatum
vervale	=	vervalen
vervalen	verb	valer worden, kleur verliezen
vervalend	=	vervalen
vervalende	=	vervalen
vervalle	=	vervallen
vervallen	verb	in slechte staat geraken	adj	niet meer in een goede staat verkerend
vervallend	=	vervallen
vervallende	=	vervallen
vervallener	=	vervallen
vervalleners	=	vervallen
vervallens	=	vervallen
vervallenst	=	vervallen
vervallenste	=	vervallen
vervallenverklaring	noun	een juridische uitspraak of handeling waarbij een recht, bevoegdheid of inschrijving ongeldig wordt verklaard, vaak wegens het niet nakomen van verplichtingen (zoals een testamentaire last) of het vervullen van een ontbindende voorwaarde.
vervallenverklaringen	=	vervallenverklaring
vervallenverklarinkje	=	vervallenverklaring
vervallenverklarinkjes	=	vervallenverklaring
vervalletje	=	verval
vervals	=	vervalsen
vervalsching	=	vervalsing
vervalse	=	vervalsen
vervalsen	verb	een bedrieglijke kopie maken van een waardevol voorwerp
vervalsend	=	vervalsen
vervalsende	=	vervalsen
vervalser	noun	iemand die iets namaakt dat nauwelijks van het origineel is te onderscheiden met het oog om er zelf beter van te worden
vervalsers	=	vervalser
vervalsertje	=	vervalser
vervalsertjes	=	vervalser
vervalsing	noun	een artefact opzettelijk nagemaakt om mensen in de waan te brengen dat het echt is
vervalsingen	=	vervalsing
vervalsinkje	=	vervalsing
vervalsinkjes	=	vervalsing
vervalst	=	vervalsen
vervalste	=	vervalsen
vervalsten	=	vervalsen
vervalt	=	vervallen
vervaltijd	noun	de gemiddelde levensduur van een instabiel deeltje, de tijd die het duurt totdat nog maar 36,8% over is van de oorspronkelijke hoeveelheid
vervaltijden	=	vervaltijd
vervang	=	vervangen
vervangbaar	adj	dat iets door iets anders vervangen kan worden
vervangbaarder	=	vervangbaar
vervangbaardere	=	vervangbaar
vervangbaarders	=	vervangbaar
vervangbaars	=	vervangbaar
vervangbaarst	=	vervangbaar
vervangbaarste	=	vervangbaar
vervangbare	=	vervangbaar
vervangbus	noun	bus ter vervanging ingezet van trein of gestremde busroute
vervangbusje	=	vervangbus
vervangbusjes	=	vervangbus
vervangbussen	=	vervangbus
vervange	=	vervangen
vervangen	verb	het ene de plaats doen innemen van het andere
vervangend	adj	de rol vervullend van iets wat of iemand die ontbreekt
vervangende	=	vervangend
vervangends	=	vervangend
vervangens	=	vervangen
vervanger	noun	iemand/iets die in de plaats van iemand/iets anders
vervangers	=	vervanger
vervangertje	=	vervanger
vervangertjes	=	vervanger
vervanging	noun	de plaatsinname van het andere
vervangingen	=	vervanging
vervangingsbus	noun	bus ter vervanging ingezet van trein of gestremde busroute
vervangingsbusje	=	vervangingsbus
vervangingsbusjes	=	vervangingsbus
vervangingsbussen	=	vervangingsbus
vervangingsinkomen	noun	inkomen dat men krijgt als men zijn betaalde werk niet meer kan doen
vervangingsinkomens	=	vervangingsinkomen
vervangingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om iets door iets anders te laten vervangen
vervangingskosten	noun	geld dat men moet betalen om iets door iets anders te laten vervangen
vervanginkje	=	vervanging
vervanginkjes	=	vervanging
vervangster	noun	een vrouw die in de plaats is van iemand anders
vervangsters	=	vervangster
vervangstertje	=	vervangster
vervangstertjes	=	vervangster
vervangt	=	vervangen
vervare	=	vervaren
vervaren	verb	vrees aanjagen
vervarend	=	vervaren
vervarende	=	vervaren
vervat	=	vervatten
vervatte	=	vervatten
vervatten	verb	bevatten, omvatten, inhouden, behelzen
vervattend	=	vervatten
vervattende	=	vervatten
verve	noun	geestdrift
verveel	=	vervelen
verveeld	adj	verveling voelend of uitdrukkend
verveelde	=	verveeld
verveelden	=	vervelen
verveelder	=	verveeld
verveeldere	=	verveeld
verveelders	=	verveeld
verveelds	=	verveeld
verveeldst	=	verveeld
verveeldste	=	verveeld
verveelt	=	vervelen
verveelvoudig	=	verveelvoudigen
verveelvoudigd	=	verveelvoudigen
verveelvoudigde	=	verveelvoudigen
verveelvoudigden	=	verveelvoudigen
verveelvoudige	=	verveelvoudigen
verveelvoudigen	verb	vermenigvuldigen, copiëren
verveelvoudigend	=	verveelvoudigen
verveelvoudigende	=	verveelvoudigen
verveelvoudiging	noun	het veel groter worden van iets zodat het meer dan twee keer zo groot of veel is
verveelvoudigingen	=	verveelvoudiging
verveelvoudigingetje	=	verveelvoudiging
verveelvoudigingetjes	=	verveelvoudiging
verveelvoudigt	=	verveelvoudigen
verveen	=	vervenen
verveend	=	vervenen
verveende	=	vervenen
verveenden	=	vervenen
verveent	=	vervenen
verveerd	=	vervaard
vervel	=	vervellen
verveld	=	vervellen
vervelde	=	vervellen
vervelden	=	vervellen
vervele	=	vervelen
vervelen	verb	saai zijn, en gevoelens van onlust bij iemand oproepen
vervelend	adj	niet boeiend
vervelende	=	vervelend
vervelender	=	vervelend
vervelendere	=	vervelend
vervelenders	=	vervelend
vervelends	=	vervelend
vervelendst	=	vervelend
vervelendste	=	vervelend
vervelens	noun	genitief van vervelen
verveling	noun	een onaangenaam gevoel van lusteloosheid, van desinteresse, van hangerigheid, grenzend aan ergernis
vervelingen	=	verveling
vervelinkje	=	verveling
vervelle	=	vervellen
vervellen	verb	oude huid afwerpen om daarmee nieuwe onderliggende huid bloot te stellen
vervellend	=	vervellen
vervellende	=	vervellen
verveloos	adj	zonder verf
verveloosheden	=	verveloosheid
verveloosheid	noun	het verveloos zijn
verveloost	=	verveloos
vervelooste	=	verveloos
verveloze	=	verveloos
vervelozer	=	verveloos
vervelozere	=	verveloos
vervelozers	=	verveloos
vervelt	=	vervellen
verven	verb	met verf bestrijken
vervend	=	verven
vervende	=	verven
vervene	=	vervenen
vervenen	verb	veengrond afgraven zodat men de bovenste laag als turf kan verkopen
vervenend	=	vervenen
vervenende	=	vervenen
vervening	noun	plaats waar men veen afgraaft of heeft afgegraven
verveningen	=	vervening
verver	noun	iemand die verft (bijv. stoffen of deuren)
ververij	noun	plaats, inrichting waar geverfd wordt
ververijen	=	ververij
ververijtje	=	ververij
ververijtjes	=	ververij
ververs	=	verver
ververse	=	verversen
verversen	verb	aanvullen met nieuwe, verse spullen
verversend	=	verversen
verversende	=	verversen
verversing	noun	het verversen
verversingen	=	verversing
verversingskanaal	noun	een kanaal dat dient voor de afvoer van vervuild of de aanvoer van schoon water
verversingskanaaltje	=	verversingskanaal
verversingskanaaltjes	=	verversingskanaal
verversingskanalen	=	verversingskanaal
verversinkje	=	verversing
verversinkjes	=	verversing
ververst	=	verversen
ververste	=	verversen
verversten	=	verversen
ververtje	=	verver
ververtjes	=	verver
vervet	noun	Chlorocebus pygerythrus een soort van het geslacht groene meerkatten (Chlorocebus).
vervetje	=	vervet
vervetjes	=	vervet
vervets	=	vervet
vervette	=	vervetten
vervetten	verb	geleidelijk in vetweefsel veranderen of erdoor omhuld worden
vervettend	=	vervetten
vervettende	=	vervetten
vervetting	noun	het vervetten
vervettingen	=	vervetting
verviel	=	vervallen
verviele	=	vervallen
vervielen	=	vervallen
vervielt	=	vervallen
verviervoudig	=	verviervoudigen
verviervoudigd	=	verviervoudigen
verviervoudigde	=	verviervoudigen
verviervoudigden	=	verviervoudigen
verviervoudige	=	verviervoudigen
verviervoudigen	verb	iets viermaal zo groot maken
verviervoudigend	=	verviervoudigen
verviervoudigende	=	verviervoudigen
verviervoudiging	noun	het proces of resultaat waarbij een bepaalde hoeveelheid of waarde vier keer zo groot of talrijk wordt gemaakt
verviervoudigingen	=	verviervoudiging
verviervoudigingetje	=	verviervoudiging
verviervoudigingetjes	=	verviervoudiging
verviervoudigt	=	verviervoudigen
vervijfvoudig	=	vervijfvoudigen
vervijfvoudigd	=	vervijfvoudigen
vervijfvoudigde	=	vervijfvoudigen
vervijfvoudigden	=	vervijfvoudigen
vervijfvoudige	=	vervijfvoudigen
vervijfvoudigen	verb	iets vijfmaal zo groot maken
vervijfvoudigend	=	vervijfvoudigen
vervijfvoudigende	=	vervijfvoudigen
vervijfvoudiging	noun	het vervijfvoudigen
vervijfvoudigingen	=	vervijfvoudiging
vervijfvoudigingetje	=	vervijfvoudiging
vervijfvoudigingetjes	=	vervijfvoudiging
vervijfvoudigt	=	vervijfvoudigen
vervilt	=	vervilten
vervilte	=	vervilten
vervilten	verb	weefsels door vocht, verhitting of druk verdichten en ineen laten klitten
verviltend	=	vervilten
verviltende	=	vervilten
verviltte	=	vervilten
verviltten	=	vervilten
verving	noun	proces waarbij een laag verf wordt aangebracht
vervinge	=	vervangen
vervingen	=	vervangen
vervingt	=	vervangen
vervlaams	=	vervlaamsen
vervlaamse	=	vervlaamsen
vervlaamsen	verb	meer Vlaamse eigenschappen krijgen
vervlaamsend	=	vervlaamsen
vervlaamsende	=	vervlaamsen
vervlaamst	=	vervlaamsen
vervlaamste	=	vervlaamsen
vervlaamsten	=	vervlaamsen
vervlak	=	vervlakken
vervlakke	=	vervlakken
vervlakken	verb	vervagen, verliezen van nuances
vervlakkend	=	vervlakken
vervlakkende	=	vervlakken
vervlakking	noun	verschillen verminderen, zodat er iets eentoniger, homogener, saaier wordt
vervlakkingen	=	vervlakking
vervlakkinkje	=	vervlakking
vervlakkinkjes	=	vervlakking
vervlakt	=	vervlakken
vervlakte	=	vervlakken
vervlakten	=	vervlakken
vervlecht	=	vervlechten
vervlechte	=	vervlechten
vervlechten	verb	met elkaar verbinden (al dan niet door vlechten)
vervlechtend	=	vervlechten
vervlechtende	=	vervlechten
vervlied	=	vervlieden
vervliede	=	vervlieden
vervlieden	verb|formal	voorbijgaan, heen vlieden
vervliedend	=	vervlieden
vervliedende	=	vervlieden
vervliedt	=	vervlieden
vervlieg	=	vervliegen
vervliege	=	vervliegen
vervliegen	verb	in damp opgaan, snel verdwijnen.
vervliegend	=	vervliegen
vervliegende	=	vervliegen
vervliegt	=	vervliegen
vervliet	=	vervlieten
vervliete	=	vervlieten
vervlieten	verb	wegstromen
vervlietend	=	vervlieten
vervlietende	=	vervlieten
vervlocht	=	vervlechten
vervlochte	=	vervlechten
vervlochten	=	vervlechten
vervlode	=	vervlieden
vervloden	=	vervlieden
vervloei	=	vervloeien
vervloeid	=	vervloeien
vervloeide	=	vervloeien
vervloeiden	=	vervloeien
vervloeie	=	vervloeien
vervloeien	verb	geleidelijk overgaan van de ene in de andere vorm met veel tussenstadia en zonder duidelijke begrenzingen
vervloeiend	=	vervloeien
vervloeiende	=	vervloeien
vervloeiing	noun	het samensmelten met de grenzen van een ander
vervloeiingen	=	vervloeiing
vervloeiinkje	=	vervloeiing
vervloeiinkjes	=	vervloeiing
vervloeit	=	vervloeien
vervloek	=	vervloeken
vervloeke	=	vervloeken
vervloeken	verb	een vloek over iemand of iets uitspreken
vervloekend	=	vervloeken
vervloekende	=	vervloeken
vervloeking	noun	uitspraak waarbij iets of iemand iets slechts wordt toegewenst vaak uit naam van een opperwezen
vervloekingen	=	vervloeking
vervloekinkje	=	vervloeking
vervloekinkjes	=	vervloeking
vervloekt	adj|vulgar	waar men boze gevoelens over koestert	intj|vulgar	drukt verontwaardiging of boosheid uit
vervloekte	=	vervloekt
vervloekten	=	vervloeken
vervloekts	=	vervloekt
vervloge	=	vervliegen
vervlogen	=	vervliegen
vervlood	=	vervlieden
vervloodt	=	vervlieden
vervloog	=	vervliegen
vervloogt	=	vervliegen
vervloot	=	vervlieten
vervlote	=	vervlieten
vervloten	=	vervlieten
vervluchtig	=	vervluchtigen
vervluchtigd	=	vervluchtigen
vervluchtigde	=	vervluchtigen
vervluchtigden	=	vervluchtigen
vervluchtige	=	vervluchtigen
vervluchtigen	verb	verdampen van een vloeistof naar de dampfase
vervluchtigend	=	vervluchtigen
vervluchtigende	=	vervluchtigen
vervluchtiging	noun	de faseovergang waarbij een stof direct van een vaste vorm overgaat in een gas, zonder eerst vloeibaar te worden
vervluchtigingen	=	vervluchtiging
vervluchtigingetje	=	vervluchtiging
vervluchtigingetjes	=	vervluchtiging
vervluchtigt	=	vervluchtigen
vervoeg	=	vervoegen
vervoegbaar	adj	het van vorm kunnen veranderen van een werkwoord onder invloed van tijd, persoon, getal of wijs
vervoegbaarder	=	vervoegbaar
vervoegbaardere	=	vervoegbaar
vervoegbaarders	=	vervoegbaar
vervoegbaars	=	vervoegbaar
vervoegbaarst	=	vervoegbaar
vervoegbaarste	=	vervoegbaar
vervoegbare	=	vervoegbaar
vervoegd	=	vervoegen
vervoegde	=	vervoegen
vervoegden	=	vervoegen
vervoege	=	vervoegen
vervoegen	verb	omvormen van een werkwoord om wijze, tijd en persoon uit te drukken
vervoegend	=	vervoegen
vervoegende	=	vervoegen
vervoeging	noun	de flexie van een werkwoord onder invloed van persoon, getal, tijd, wijs
vervoegingen	=	vervoeging
vervoegingsklasse	noun	een verzameling gelijkaardige woorden bij de vervoeging van werkwoorden
vervoegingsklassen	=	vervoegingsklasse
vervoegingsklassetje	=	vervoegingsklasse
vervoegingsklassetjes	=	vervoegingsklasse
vervoeginkje	=	vervoeging
vervoeginkjes	=	vervoeging
vervoegt	=	vervoegen
vervoer	noun	overbrenging van zaken van één plaats naar de andere
vervoeraanbod	noun	beschikbare transportdiensten die worden aangeboden om personen of goederen te verplaatsen
vervoerbaar	adj	vervoerd kunnende worden
vervoerbaarder	=	vervoerbaar
vervoerbaardere	=	vervoerbaar
vervoerbaarders	=	vervoerbaar
vervoerbaars	=	vervoerbaar
vervoerbaarst	=	vervoerbaar
vervoerbaarste	=	vervoerbaar
vervoerbare	=	vervoerbaar
vervoerbedrijf	noun	een onderneming die zorgt voor het vervoeren van mensen, dieren of dingen.
vervoerbedrijfje	=	vervoerbedrijf
vervoerbedrijfjes	=	vervoerbedrijf
vervoerbedrijven	=	vervoerbedrijf
vervoerbeweging	noun	de verplaatsing van één persoon of één hoeveelheid goederen van een vertrekpunt naar een eindbestemming.
vervoerbewegingen	=	vervoerbeweging
vervoerbeweginkje	=	vervoerbeweging
vervoerbeweginkjes	=	vervoerbeweging
vervoerbewijs	noun	een plaatsbewijs voor een openbaar vervoermiddel
vervoerbewijsje	=	vervoerbewijs
vervoerbewijsjes	=	vervoerbewijs
vervoerbewijzen	=	vervoerbewijs
vervoerd	=	vervoeren
vervoerde	=	vervoeren
vervoerden	=	vervoeren
vervoerder	noun	iemand die goederen of mensen van A naar B vervoert
vervoerders	=	vervoerder
vervoerdertje	=	vervoerder
vervoerdertjes	=	vervoerder
vervoere	=	vervoeren
vervoeren	verb	personen of objecten naar een andere plek brengen
vervoerend	=	vervoeren
vervoerende	=	vervoeren
vervoering	noun	toestand waarin men overweldigd wordt door gevoel of hevige gemoedsbeweging
vervoeringen	=	vervoering
vervoerkost	noun|obsolete	de hoeveelheid geld die het kost om van de ene naar de andere plaats te gaan
vervoerkosten	noun	de hoeveelheid geld die het kost om van de ene naar de andere plaats te gaan
vervoermaatschappij	noun	bedrijf dat zich bezighoudt met het transport van mensen of goederen
vervoermaatschappijen	=	vervoermaatschappij
vervoermiddel	noun	voorwerp bestemd om personen of goederen naar een andere plaats te brengen
vervoermiddelen	=	vervoermiddel
vervoermiddeltje	=	vervoermiddel
vervoermiddeltjes	=	vervoermiddel
vervoerprobleem	noun	vraagstuk hoe het transport van goederen en personen te organiseren
vervoerprobleempje	=	vervoerprobleem
vervoerprobleempjes	=	vervoerprobleem
vervoerproblemen	=	vervoerprobleem
vervoersaanbod	noun	beschikbare transportdiensten die worden aangeboden om personen of goederen te verplaatsen
vervoersacademie	noun	hogere beroepsopleiding voor vervoersdeskundige
vervoersbedrijf	noun	een onderneming die zorgt voor het vervoeren van mensen, dieren of dingen.
vervoersbedrijfje	=	vervoersbedrijf
vervoersbedrijfjes	=	vervoersbedrijf
vervoersbedrijven	=	vervoersbedrijf
vervoersbeleid	noun	een plan van aanpak voor het oplossen van transport problemen
vervoersbeweging	noun	de verplaatsing van één persoon of één hoeveelheid goederen van een vertrekpunt naar een eindbestemming.
vervoersbewegingen	=	vervoersbeweging
vervoersbeweginkje	=	vervoersbeweging
vervoersbeweginkjes	=	vervoersbeweging
vervoersbewijs	noun	een bewijs van betaling voor betaald vervoer, in het bijzonder openbaar vervoer
vervoersbewijsje	=	vervoersbewijs
vervoersbewijsjes	=	vervoersbewijs
vervoersbewijzen	=	vervoersbewijs
vervoerscapaciteit	noun	het maximale aantal eenheden (voertuigen, vervoerseenheden of voetgangers) dat een doorsnede van de infrastructuur per tijdseenheid kan passeren
vervoerscapaciteiten	=	vervoerscapaciteit
vervoersdeskundige	noun	expert op het gebied van transport
vervoersdeskundigen	=	vervoersdeskundige
vervoersdienst	noun	bedrijf dat zorgt voor het openbaar vervoer
vervoersdiensten	=	vervoersdienst
vervoersdocument	noun	formulier dat vereist is bij transport, verzending van goederen
vervoersdocumenten	=	vervoersdocument
vervoersector	noun	alle bedrijven en organisaties die zich bezighouden met het transport van mensen en zaken
vervoersectoren	=	vervoersector
vervoersectors	=	vervoersector
vervoersknooppunt	noun	plaats waar passagiers en vracht worden uitgewisseld tussen vervoerswijzen of voertuigen
vervoersknooppunten	=	vervoersknooppunt
vervoerskost	noun|obsolete	de hoeveelheid geld die het kost om van de ene naar de andere plaats te gaan
vervoerskosten	noun	geld dat men moet betalen om iets of iemand van de ene naar de andere plaats te vervoeren
vervoerskunde	noun	de leer van het verkeer en het vervoer
vervoersmaatschappij	noun	een openbare maatschappij die vervoer aanbiedt dat door iedereen gebruikt kan worden
vervoersmaatschappijen	=	vervoersmaatschappij
vervoersmaatschappijtje	=	vervoersmaatschappij
vervoersmaatschappijtjes	=	vervoersmaatschappij
vervoersmiddel	noun	iets waarmee men mensen en dingen kan transporteren
vervoersmiddelen	=	vervoersmiddel
vervoersmiddeltje	=	vervoersmiddel
vervoersmiddeltjes	=	vervoersmiddel
vervoersmogelijkheden	=	vervoersmogelijkheid
vervoersmogelijkheid	noun	manier waarop men zich kan verplaatsen
vervoersnetwerk	noun	een netwerk van in tijd en plaats samenhangende vervoersdiensten
vervoersnetwerken	=	vervoersnetwerk
vervoersnetwerkje	=	vervoersnetwerk
vervoersnetwerkjes	=	vervoersnetwerk
vervoersonderneming	noun	bedrijf dat zich bezighoudt met het transport van mensen en dingen
vervoersondernemingen	=	vervoersonderneming
vervoersonkost	noun|obsolete	geld dat men moet uitgeven voor het vervoer van personen of zaken
vervoersonkosten	noun|obsolete	geld dat men moet uitgeven voor het op een andere plaats brengen van zaken of personen
vervoersorganisatie	noun	een organisatie die de belangen van reizigers, het verkeer en het vervoer in het algemeen vertegenwoordigt
vervoersorganisaties	=	vervoersorganisatie
vervoersorganisatietje	=	vervoersorganisatie
vervoersorganisatietjes	=	vervoersorganisatie
vervoersprobleem	noun	de moeilijkheden die bestaan om van de ene naar de andere plaats te gaan
vervoersprobleempje	=	vervoersprobleem
vervoersprobleempjes	=	vervoersprobleem
vervoersproblemen	=	vervoersprobleem
vervoerssector	noun	alle bedrijven en organisaties die betrokken zijn bij het transport van mensen en zaken
vervoerssectoren	=	vervoerssector
vervoerssectors	=	vervoerssector
vervoersstaking	noun	een collectieve werkonderbreking in het openbaar vervoer (zoals treinen, bussen, trams en metro's).
vervoersstakingen	=	vervoersstaking
vervoersstakinkje	=	vervoersstaking
vervoersstakinkjes	=	vervoersstaking
vervoerssysteem	noun	stelsel van voorzieningen dat zorgt voor het transport van mensen en goederen
vervoerssysteempje	=	vervoerssysteem
vervoerssysteempjes	=	vervoerssysteem
vervoerssystemen	=	vervoerssysteem
vervoerstechniek	noun	is de wetenschap van het organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de goederenstroom
vervoerstoelage	noun	geld dat men ontvangt voor het maken van arbeidsgerelateerde reizen
vervoerstoelagen	=	vervoerstoelage
vervoerstoelages	=	vervoerstoelage
vervoersverbinding	noun	de fysieke of logistieke mogelijkheid om met een vervoermiddel van de ene locatie naar de andere te reizen, vaak verwijzend naar een vaste route voor personenvervoer.
vervoersverbindingen	=	vervoersverbinding
vervoersverbindinkje	=	vervoersverbinding
vervoersverbindinkjes	=	vervoersverbinding
vervoersverbod	noun	regeling die het verbiedt dat men iets van de ene naar de andere locatie vervoert vaak gaat het om dieren die men niet mag vervoeren in verband met de bestrijding van een epidemie
vervoersverboden	=	vervoersverbod
vervoersvraagstuk	noun	de moeilijkheden die bestaan om van de ene naar de andere plaats te gaan
vervoersvraagstukje	=	vervoersvraagstuk
vervoersvraagstukjes	=	vervoersvraagstuk
vervoersvraagstukken	=	vervoersvraagstuk
vervoerswijze	noun	het vervoermiddel waarmee men reist
vervoerswijzen	=	vervoerswijze
vervoersysteem	noun	samenhangend systeem dat zorgt voor het transport van mensen en goederen
vervoersysteempje	=	vervoersysteem
vervoersysteempjes	=	vervoersysteem
vervoersystemen	=	vervoersysteem
vervoert	=	vervoeren
vervoertje	=	vervoer
vervoerverbinding	noun	de fysieke of logistieke mogelijkheid om met een vervoermiddel van de ene locatie naar de andere te reizen, vaak verwijzend naar een vaste route voor personenvervoer.
vervoerverbindingen	=	vervoerverbinding
vervoerverbindinkje	=	vervoerverbinding
vervoerverbindinkjes	=	vervoerverbinding
vervoerverbod	noun	regeling die het verbiedt dat men iets van de ene naar de andere locatie vervoert vaak gaat het om dieren die men niet mag vervoeren in verband met de bestrijding van een epidemie
vervoerverboden	=	vervoerverbod
vervoerwijze	noun	de manier waarop vervoer plaatsvindt
vervoerwijzen	=	vervoerwijze
vervolg	noun	wat volgt op een eerder iets, voortzetting
vervolgactie	noun	een volgende stap die ondernomen wordt na een eerdere gebeurtenis of beslissing
vervolgacties	=	vervolgactie
vervolgactietje	=	vervolgactie
vervolgactietjes	=	vervolgactie
vervolgafspraak	noun	een geplande bijeenkomst die volgt op de huidige
vervolgafspraakje	=	vervolgafspraak
vervolgafspraakjes	=	vervolgafspraak
vervolgafspraken	=	vervolgafspraak
vervolgbaar	adj	dat er voldoende gronden zijn om een persoon of organisatie die verdacht wordt van een strafbaar feit, officieel aan te klagen en voor de rechter te brengen
vervolgbaarder	=	vervolgbaar
vervolgbaardere	=	vervolgbaar
vervolgbaarders	=	vervolgbaar
vervolgbaars	=	vervolgbaar
vervolgbaarst	=	vervolgbaar
vervolgbaarste	=	vervolgbaar
vervolgbare	=	vervolgbaar
vervolgbehandeling	noun	medische of therapeutische behandeling die plaatsvindt na een initiële (eerste) behandeling of ingreep
vervolgbehandelingen	=	vervolgbehandeling
vervolgbehandelingetje	=	vervolgbehandeling
vervolgbehandelingetjes	=	vervolgbehandeling
vervolgboek	noun	een boek waarvan het verhaal zich afspeelt na een eerder verschenen boek
vervolgboeken	=	vervolgboek
vervolgboekje	=	vervolgboek
vervolgboekjes	=	vervolgboek
vervolgcontact	noun	gelegenheid waarbij informatie wordt uitgewisseld, als voortzetting van een eerdere gelegenheid
vervolgcontacten	=	vervolgcontact
vervolgcursus	noun	een verdiepende opleiding die volgt op een basiscursus, bedoeld om eerder opgedane kennis en vaardigheden uit te breiden of te specialiseren
vervolgcursusje	=	vervolgcursus
vervolgcursusjes	=	vervolgcursus
vervolgcursussen	=	vervolgcursus
vervolgd	=	vervolgen
vervolgde	noun	iemand die vervolgd wordt
vervolgden	=	vervolgen
vervolge	=	vervolg
vervolgen	verb	een handeling voortzetten of de draad opnieuw opnemen
vervolgend	=	vervolgen
vervolgende	=	vervolgen
vervolgends	=	vervolgens
vervolgens	adv	in de tijd na een eerdere gebeurtenis of handeling
vervolger	noun	iemand die iemand anders achtervolgt om hem kwaad te doen
vervolgers	=	vervolger
vervolgertje	=	vervolger
vervolgertjes	=	vervolger
vervolggesprek	noun	een gesprek dat aansluit op een voorafgaand gesprek
vervolggesprekje	=	vervolggesprek
vervolggesprekjes	=	vervolggesprek
vervolggesprekken	=	vervolggesprek
vervolging	noun	het vervolgen, voortzetten, voortzetting
vervolgingen	=	vervolging
vervolgingsbeleid	noun	beleid inzake de gerechtelijke vervolging van personen die een delict hebben begaan
vervolgingsslachtoffer	noun	slachtoffer van vervolging
vervolgingsslachtoffers	=	vervolgingsslachtoffer
vervolgingswaan	noun	psychose waarbij iemand overtuigd is te worden achtervolgd en dit als zeer beangstigend en gevaarlijk ervaart
vervolgingswaanzin	noun	psychose waarbij iemand overtuigd is te worden achtervolgd en dit als zeer beangstigend en gevaarlijk ervaart
vervolginkje	=	vervolging
vervolginkjes	=	vervolging
vervolgje	=	vervolg
vervolgjes	=	vervolg
vervolgonderwijs	noun	onderwijs na de basisschool
vervolgonderzoek	noun	onderzoek dat na dit onderzoek nodig is
vervolgonderzoeken	=	vervolgonderzoek
vervolgonderzoekje	=	vervolgonderzoek
vervolgonderzoekjes	=	vervolgonderzoek
vervolgopdracht	noun	een taak die men moet of mag vervullen na een eerder vervulde taak
vervolgopdrachten	=	vervolgopdracht
vervolgopdrachtje	=	vervolgopdracht
vervolgopdrachtjes	=	vervolgopdracht
vervolgopleiding	noun	onderwijs dat men volgt na een basisopleiding
vervolgopleidingen	=	vervolgopleiding
vervolgopleidinkje	=	vervolgopleiding
vervolgopleidinkjes	=	vervolgopleiding
vervolgpagina	noun	webpagina met aanvullende informatie
vervolgpagina's	=	vervolgpagina
vervolgpaginaatje	=	vervolgpagina
vervolgpaginaatjes	=	vervolgpagina
vervolgschade	noun	schade die het gevolg is van een eerder opgelopen schade
vervolgschaden	=	vervolgschade
vervolgschades	=	vervolgschade
vervolgstap	noun	een volgende actie op weg naar een doel
vervolgstapje	=	vervolgstap
vervolgstappen	=	vervolgstap
vervolgstudie	noun	opleiding die volgt op een eerdere opleiding
vervolgstudies	=	vervolgstudie
vervolgstudietje	=	vervolgstudie
vervolgt	=	vervolgen
vervolguitkering	noun	een lagere uitkering als de termijn voor de reguliere WW- of Ziektewetuitkering is afgelopen
vervolguitkeringen	=	vervolguitkering
vervolgverhaal	noun	één verhaal dat men in meerdere afzonderlijke delen publiceert
vervolgverhaaltje	=	vervolgverhaal
vervolgverhaaltjes	=	vervolgverhaal
vervolgverhalen	=	vervolgverhaal
vervolgvertraging	noun	het verschijnsel waarbij een kleine, initiële vertraging in het openbaar vervoer (zoals treinen) of de luchtvaart leidt tot grotere, opeenvolgende vertragingen.
vervolgvertragingen	=	vervolgvertraging
vervolgvertraginkje	=	vervolgvertraging
vervolgvertraginkjes	=	vervolgvertraging
vervolgvraag	noun	vraag die het vervolg vormt op een gegeven antwoord
vervolgvragen	=	vervolgvraag
vervolgwaarneming	noun	waarneming die men naar aanleiding van vorige waarnemingen doet
vervolgwaarnemingen	=	vervolgwaarneming
vervolledig	=	vervolledigen
vervolledigd	=	vervolledigen
vervolledigde	=	vervolledigen
vervolledigden	=	vervolledigen
vervolledige	=	vervolledigen
vervolledigen	verb	iets compleet ofwel volledig maken, voltooien
vervolledigend	=	vervolledigen
vervolledigende	=	vervolledigen
vervollediging	noun	het compleet of volledig maken van iets
vervolledigingen	=	vervollediging
vervolledigingetje	=	vervollediging
vervolledigingetjes	=	vervollediging
vervolledigt	=	vervolledigen
vervolmaak	=	vervolmaken
vervolmaakt	=	vervolmaken
vervolmaakte	=	vervolmaken
vervolmaakten	=	vervolmaken
vervolmake	=	vervolmaken
vervolmaken	verb	geheel afmaken, perfect maken
vervolmakend	=	vervolmaken
vervolmakende	=	vervolmaken
vervolmaking	noun	het iets helemaal perfect maken
vervolmakingen	=	vervolmaking
vervolmakingscursus	noun	een bijscholingscursus, nascholing of vervolgopleiding.
vervolmakingscursusje	=	vervolmakingscursus
vervolmakingscursusjes	=	vervolmakingscursus
vervolmakingscursussen	=	vervolmakingscursus
vervolmakinkje	=	vervolmaking
vervolmakinkjes	=	vervolmaking
vervorm	=	vervormen
vervormbaar	adj	van een materiaal of voorwerp dat het van vorm kan veranderen door uitwendige krachten (zoals trek, druk of buiging) zonder direct te breken of te scheuren
vervormbaarder	=	vervormbaar
vervormbaardere	=	vervormbaar
vervormbaarders	=	vervormbaar
vervormbaars	=	vervormbaar
vervormbaarst	=	vervormbaar
vervormbaarste	=	vervormbaar
vervormbare	=	vervormbaar
vervormd	=	vervormen
vervormde	=	vervormen
vervormden	=	vervormen
vervorme	=	vervormen
vervormen	verb	de vorm van iets doen veranderen, meestal ten nadele ervan
vervormend	=	vervormen
vervormende	=	vervormen
vervormer	noun	apparaat of stukje software dat een geluidsopname zodanig vervormt dat een stem niet meer herkenbaar is
vervormers	=	vervormer
vervormertje	=	vervormer
vervormertjes	=	vervormer
vervorming	noun	een ongeplande verandering van iets
vervormingen	=	vervorming
vervorminkje	=	vervorming
vervormt	=	vervormen
vervracht	=	vervrachten
vervrachte	=	vervrachten
vervrachten	verb	van de ene naar de andere plaats vervoeren
vervrachtend	=	vervrachten
vervrachtende	=	vervrachten
vervrachtte	=	vervrachten
vervrachtten	=	vervrachten
vervreemd	=	vervreemden
vervreemdbaar	adj	van een goed, recht of eigendom dat het overdraagbaar is aan een ander, bijvoorbeeld door verkoop, schenking of ruil.
vervreemdbaarder	=	vervreemdbaar
vervreemdbaardere	=	vervreemdbaar
vervreemdbaarders	=	vervreemdbaar
vervreemdbaars	=	vervreemdbaar
vervreemdbaarst	=	vervreemdbaar
vervreemdbaarste	=	vervreemdbaar
vervreemdbare	=	vervreemdbaar
vervreemdde	=	vervreemden
vervreemdden	=	vervreemden
vervreemden	verb	vreemd, afkerig maken van
vervreemdend	adj	van iets dat het een gevoel van onwerkelijkheid, afstand of onbekendheid oproept, waardoor de omgeving of de eigen identiteit vreemd aanvoelt
vervreemdende	=	vervreemdend
vervreemdender	=	vervreemdend
vervreemdendere	=	vervreemdend
vervreemdenders	=	vervreemdend
vervreemdends	=	vervreemdend
vervreemdendst	=	vervreemdend
vervreemdendste	=	vervreemdend
vervreemding	noun	het vervreemden, vervreemd worden of zijn (van mens en maatschappij)
vervreemdingen	=	vervreemding
vervreemdinkje	=	vervreemding
vervreemdinkjes	=	vervreemding
vervreemdt	=	vervreemden
vervries	=	vervriezen
vervriest	=	vervriezen
vervrieze	=	vervriezen
vervriezen	verb	door bevriezing beschadigd of gewond raken
vervriezend	=	vervriezen
vervriezende	=	vervriezen
vervroeg	=	vervroegen
vervroegd	=	vervroegen
vervroegde	=	vervroegen
vervroegden	=	vervroegen
vervroege	=	vervroegen
vervroegen	verb	iets eerder laten plaatsvinden
vervroegend	=	vervroegen
vervroegende	=	vervroegen
vervroeging	noun	het iets eerder in de tijd laten plaatsvinden
vervroegingen	=	vervroeging
vervroeginkje	=	vervroeging
vervroeginkjes	=	vervroeging
vervroegt	=	vervroegen
vervroor	=	vervriezen
vervroort	=	vervriezen
vervrore	=	vervriezen
vervroren	=	vervriezen
vervrouwelijk	=	vervrouwelijken
vervrouwelijke	=	vervrouwelijken
vervrouwelijken	verb	vrouwelijk maken of worden van iets dat mannelijk was
vervrouwelijkend	=	vervrouwelijken
vervrouwelijkende	=	vervrouwelijken
vervrouwelijking	noun	het vervrouwelijken
vervrouwelijkingen	=	vervrouwelijking
vervrouwelijkingetje	=	vervrouwelijking
vervrouwelijkingetjes	=	vervrouwelijking
vervrouwelijkt	=	vervrouwelijken
vervrouwelijkte	=	vervrouwelijken
vervrouwelijkten	=	vervrouwelijken
vervuil	=	vervuilen
vervuild	=	vervuilen
vervuilden	=	vervuilen
vervuile	=	vervuilen
vervuilen	verb	bezoedelen met verontreinigingen
vervuilend	=	vervuilen
vervuilende	=	vervuilen
vervuiler	noun	degene die of het bedrijf dat vervuilt
vervuilers	=	vervuiler
vervuilertje	=	vervuiler
vervuilertjes	=	vervuiler
vervuiling	noun	sterke verontreiniging
vervuilingen	=	vervuiling
vervuilinkje	=	vervuiling
vervuilinkjes	=	vervuiling
vervuilt	=	vervuilen
vervul	=	vervullen
vervulbaar	adj	vervuld kunnende worden
vervulbaarder	=	vervulbaar
vervulbaardere	=	vervulbaar
vervulbaarders	=	vervulbaar
vervulbaarheidsequivalent	adj	In de klassieke logica zijn twee proposities vervulbaarheidsequivalent als er voor beide wel (of niet) een toekenning van waar of onwaar aan de atomaire formules bestaat waardoor de proposities waar zijn
vervulbaarheidsequivalente	=	vervulbaarheidsequivalent
vervulbaarheidsequivalentie	noun	het vervulbaarheidsequivalent zijn
vervulbaarheidsequivalenties	=	vervulbaarheidsequivalentie
vervulbaarheidsequivalents	=	vervulbaarheidsequivalent
vervulbaarheidsprobleem	noun	het bepalen of een logische propositie vervuld kan worden
vervulbaarheidsprobleempje	=	vervulbaarheidsprobleem
vervulbaarheidsprobleempjes	=	vervulbaarheidsprobleem
vervulbaarheidsproblemen	=	vervulbaarheidsprobleem
vervulbaars	=	vervulbaar
vervulbaarst	=	vervulbaar
vervulbaarste	=	vervulbaar
vervulbare	=	vervulbaar
vervuld	=	vervullen
vervulde	=	vervullen
vervulden	=	vervullen
vervulle	=	vervullen
vervullen	verb	het (doen) uitkomen van een voorspelling of belofte
vervullend	=	vervullen
vervullende	=	vervullen
vervulling	noun	handeling of ontwikkeling waardoor een verwachting werkelijkheid wordt
vervullingen	=	vervulling
vervult	=	vervullen
verwaai	=	verwaaien
verwaaid	adj	vooral van haren dat ze door de war zitten, en van de huid dat ze schraal en gebarsten is
verwaaide	=	verwaaid
verwaaiden	=	verwaaien
verwaaider	=	verwaaid
verwaaidere	=	verwaaid
verwaaiders	=	verwaaid
verwaaids	=	verwaaid
verwaaidst	=	verwaaid
verwaaidste	=	verwaaid
verwaaie	=	verwaaien
verwaaien	verb	door de wind meegenomen worden
verwaaiend	=	verwaaien
verwaaiende	=	verwaaien
verwaaiing	noun	de verstoring van wild door een door de wind verspreid geurspoor
verwaaiingen	=	verwaaiing
verwaaiinkje	=	verwaaiing
verwaaiinkjes	=	verwaaiing
verwaait	=	verwaaien
verwaand	adj	zich boven anderen verheven voelend en zich daarnaar gedragend
verwaande	=	verwaand
verwaander	=	verwaand
verwaandere	=	verwaand
verwaanders	=	verwaand
verwaandheid	noun	het hebben van een hinderlijk hoge dunk van zichzelf
verwaands	=	verwaand
verwaandst	=	verwaand
verwaandste	=	verwaand
verwaardig	=	verwaardigen
verwaardigd	=	verwaardigen
verwaardigde	=	verwaardigen
verwaardigden	=	verwaardigen
verwaardige	=	verwaardigen
verwaardigen	verb	zich verlagen door iets voor het mindere volk te doen
verwaardigend	=	verwaardigen
verwaardigende	=	verwaardigen
verwaardigt	=	verwaardigen
verwaarloos	=	verwaarlozen
verwaarloosbaar	adj	niet de moeite om zich met iets bezig te houden
verwaarloosbaarder	=	verwaarloosbaar
verwaarloosbaardere	=	verwaarloosbaar
verwaarloosbaarders	=	verwaarloosbaar
verwaarloosbaars	=	verwaarloosbaar
verwaarloosbaarst	=	verwaarloosbaar
verwaarloosbaarste	=	verwaarloosbaar
verwaarloosbare	=	verwaarloosbaar
verwaarloosd	=	verwaarlozen
verwaarloosde	=	verwaarlozen
verwaarloosden	=	verwaarlozen
verwaarloost	=	verwaarlozen
verwaarloze	=	verwaarlozen
verwaarlozen	verb	iets niet de benodigde verzorging schenken
verwaarlozend	=	verwaarlozen
verwaarlozende	=	verwaarlozen
verwaarlozing	noun	het onvoldoende aandacht krijgen of geven
verwaarlozingen	=	verwaarlozing
verwaarlozinkje	=	verwaarlozing
verwaarlozinkjes	=	verwaarlozing
verwacht	adj	in de toekomst waarschijnlijk geacht
verwachtbaar	adj	van iets waar men op grond van de huidige feiten of omstandigheden kan voorzien of waar men op rekent.
verwachtbaarder	=	verwachtbaar
verwachtbaardere	=	verwachtbaar
verwachtbaarders	=	verwachtbaar
verwachtbaars	=	verwachtbaar
verwachtbaarst	=	verwachtbaar
verwachtbaarste	=	verwachtbaar
verwachtbare	=	verwachtbaar
verwachte	=	verwachten
verwachten	verb	ergens van uitgaan, iets als vooronderstelling aannemen
verwachtend	=	verwachten
verwachtende	=	verwachten
verwachter	noun	iemand die iets verwacht
verwachtere	=	verwacht
verwachters	=	verwacht
verwachting	noun	datgene wat verwacht wordt
verwachtingen	=	verwachting
verwachtingspatronen	=	verwachtingspatroon
verwachtingspatroon	noun	gedachten over mogelijke toekomstige gebeurtenissen op grond van eerdere ervaringen of gangbare opvattingen
verwachtingspatroontje	=	verwachtingspatroon
verwachtingspatroontjes	=	verwachtingspatroon
verwachtingsvol	adj	met veel verwachtingen
verwachtingsvolle	=	verwachtingsvol
verwachtingsvoller	=	verwachtingsvol
verwachtingsvollere	=	verwachtingsvol
verwachtingsvollers	=	verwachtingsvol
verwachtingsvols	=	verwachtingsvol
verwachtingsvolst	=	verwachtingsvol
verwachtingsvolste	=	verwachtingsvol
verwachtingswaarde	noun	de waarde van een grootheid berekend als een naar waarschijnlijkheid gewogen gemiddelde over de gehele verdeling
verwachtingswaarden	=	verwachtingswaarde
verwachtingswaardes	=	verwachtingswaarde
verwachtinkje	=	verwachting
verwachtinkjes	=	verwachting
verwachts	=	verwacht
verwachtst	=	verwacht
verwachtste	=	verwacht
verwachtte	=	verwachten
verwachtten	=	verwachten
verwant	adj	door familiebanden verbonden	noun	iemand waar men familiebanden mee heeft
verwante	=	verwant
verwanten	=	verwant
verwanter	=	verwant
verwantere	=	verwant
verwanters	=	verwant
verwants	=	verwant
verwantschap	noun	het verwant zijn
verwantschappen	=	verwantschap
verwantschapsbetrekking	noun	de relatie tussen twee of meer personen die gebaseerd is op bloedverwantschap (afstamming uit dezelfde voorouder), aanverwantschap (relatie door huwelijk/partnerschap) of wettelijke erkenning.
verwantschapsbetrekkingen	=	verwantschapsbetrekking
verwantschapsbetrekkinkje	=	verwantschapsbetrekking
verwantschapsbetrekkinkjes	=	verwantschapsbetrekking
verwantschapssysteem	noun	het geheel van regels dat de rechten en plichten van leden van een familie of clan beschrijft
verwantschapssysteempje	=	verwantschapssysteem
verwantschapssysteempjes	=	verwantschapssysteem
verwantschapssystemen	=	verwantschapssysteem
verwantst	=	verwant
verwantste	=	verwant
verwar	=	verwarren
verward	adj	in de war geraakt, wanordelijk, zonder samenhang, onsamenhangend	adv	in de war geraakt, wanordelijk, zonder samenhang, onsamenhangend
verwarde	=	verwarren
verwarden	=	verwarren
verwarder	=	verward
verwardere	=	verward
verwarders	=	verward
verwardheden	=	verwardheid
verwardheid	noun	het niet meer helder kunnen denken;een psychische gesteldheid waarbij iemand zich niet meer kan oriënteren
verwards	=	verward
verwardst	=	verward
verwardste	=	verward
verwarm	=	verwarmen
verwarmbaar	adj	van iets dat het opgewarmd kan worden, oftewel geschikt is om de temperatuur ervan te verhogen
verwarmbaarder	=	verwarmbaar
verwarmbaardere	=	verwarmbaar
verwarmbaarders	=	verwarmbaar
verwarmbaars	=	verwarmbaar
verwarmbaarst	=	verwarmbaar
verwarmbaarste	=	verwarmbaar
verwarmbare	=	verwarmbaar
verwarmd	=	verwarmen
verwarmde	=	verwarmen
verwarmden	=	verwarmen
verwarme	=	verwarmen
verwarmen	verb	iets warm maken
verwarmend	=	verwarmen
verwarmende	=	verwarmen
verwarming	noun	het proces van verwarmen
verwarmingen	=	verwarming
verwarmingselement	noun	deel van een apparaat waarmee men iets (met behulp van elektriciteit) kan laten stijgen in temperatuur
verwarmingselementen	=	verwarmingselement
verwarmingselementje	=	verwarmingselement
verwarmingselementjes	=	verwarmingselement
verwarmingsketel	noun	een installatie waarin water verwarmd wordt voor de centrale verwarming (cv) van een woning of gebouw
verwarmingsketels	=	verwarmingsketel
verwarmingsketeltje	=	verwarmingsketel
verwarmingsketeltjes	=	verwarmingsketel
verwarmingskost	noun	uitgaven die nodig zijn zodat een gebouw of een installatie niet te koud wordt
verwarmingskosten	noun	uitgaven die nodig zijn zodat een gebouw of een installatie niet te koud wordt
verwarmingsmonteur	noun	persoon die een verwarming kan installeren en onderhouden
verwarmingsmonteurs	=	verwarmingsmonteur
verwarmingssysteem	noun	de apparatuur waarmee men iets kan verwarmen of verhitten
verwarmingssysteempje	=	verwarmingssysteem
verwarmingssysteempjes	=	verwarmingssysteem
verwarmingssystemen	=	verwarmingssysteem
verwarminkje	=	verwarming
verwarminkjes	=	verwarming
verwarmt	=	verwarmen
verwarre	=	verwarren
verwarren	verb	in de war brengen
verwarrend	adj	van iets dat het een gevoel van onzekerheid en verwarring oproept
verwarrende	=	verwarren
verwarrender	=	verwarrend
verwarrendere	=	verwarrend
verwarrenders	=	verwarrend
verwarrends	=	verwarrend
verwarrendst	=	verwarrend
verwarrendste	=	verwarrend
verwarring	noun	een verwarde toestand
verwarringen	=	verwarring
verwarrinkje	=	verwarring
verwarrinkjes	=	verwarring
verwart	=	verwarren
verwas	=	verwassen
verwasem	=	verwasemen
verwasemd	=	verwasemen
verwasemde	=	verwasemen
verwasemden	=	verwasemen
verwaseme	=	verwasemen
verwasemen	verb	een vloeistof laten overgaan in een damp
verwasemend	=	verwasemen
verwasemende	=	verwasemen
verwasemt	=	verwasemen
verwasse	=	verwassen
verwassen	verb	door wassen bederven of verbruiken
verwassend	=	verwassen
verwassende	=	verwassen
verwassens	=	verwassen
verwast	=	verwassen
verwaste	=	verwassen
verwasten	=	verwassen
verwaten	adj	hautain, arrogant
verwatener	=	verwaten
verwateners	=	verwaten
verwatens	=	verwaten
verwatenst	=	verwaten
verwatenste	=	verwaten
verwater	=	verwateren
verwaterd	adj	door verdunning verminderd in waarde
verwaterde	=	verwaterd
verwaterden	=	verwateren
verwaterder	=	verwaterd
verwaterdere	=	verwaterd
verwaterders	=	verwaterd
verwaterds	=	verwaterd
verwaterdst	=	verwaterd
verwaterdste	=	verwaterd
verwatere	=	verwateren
verwateren	verb	slap en krachteloos worden, geen pit meer hebben of aan betekenis en waarde inboeten
verwaterend	=	verwateren
verwaterende	=	verwateren
verwatering	noun	het verliezen van de oorspronkelijke kleur, glans, kracht, etc, bijvoorbeeld door vervaging of verflauwing
verwateringen	=	verwatering
verwatert	=	verwateren
verwed	=	verwedden
verwedde	=	verwedden
verwedden	verb	iets inzetten bij een weddenschap
verweddend	=	verwedden
verweddende	=	verwedden
verwedt	=	verwedden
verweduwd	adj	van een getrouwd persoon dat de partner is overleden
verweduwde	=	verweduwd
verweduwds	=	verweduwd
verweef	=	verweven
verweefde	=	verweven
verweefden	=	verweven
verweeft	=	verweven
verweeg	=	verwegen
verweegd	=	verwegen
verweegde	=	verwegen
verweegden	=	verwegen
verweegt	=	verwegen
verweek	=	verweken
verweekt	=	verweken
verweekte	=	verweken
verweekten	=	verweken
verweer	noun	verdediging, tegenstand
verweerd	=	verweren
verweerde	=	verweren
verweerden	=	verweren
verweerder	noun	iemand die voor de rechtbank is gedaagd in een verzoekschriftprocedure
verweerders	=	verweerder
verweermiddel	noun	bewijs waarmee men zich kan verdedigen tegen een beschuldiging of rechterlijke uitspraak
verweermiddelen	=	verweermiddel
verweerschrift	noun	een officiële stuk waarin men zich verdedigt tegen een eis van de tegenpartij in het burgerlijk recht
verweerschriften	=	verweerschrift
verweerster	noun	vrouwelijke verweerder
verweersters	=	verweerster
verweert	=	verweren
verweertje	=	verweer
verweertjes	=	verweer
verwees	=	verwijzen
verweesd	=	verwezen
verweesde	=	verwezen
verweesden	=	verwezen
verweest	=	verwezen
verweet	=	verwijten
verwege	=	verwegen
verwegen	verb	van plaats veranderen
verwegend	=	verwegen
verwegende	=	verwegen
verweid	=	verweiden
verweidde	=	verweiden
verweidden	=	verweiden
verweide	=	verweiden
verweiden	verb	vee van de ene naar de andere wei brengen
verweidend	=	verweiden
verweidende	=	verweiden
verweidt	=	verweiden
verwek	=	verwekken
verweke	=	verweken
verwekelijk	=	verwekelijken
verwekelijke	=	verwekelijken
verwekelijken	verb	zwakker, minder sterk, weker worden
verwekelijkend	=	verwekelijken
verwekelijkende	=	verwekelijken
verwekelijking	noun	het 'weker' of minder weerbaar maken (of worden) van een persoon, lichaam of gestel.
verwekelijkingen	=	verwekelijking
verwekelijkingetje	=	verwekelijking
verwekelijkingetjes	=	verwekelijking
verwekelijkt	=	verwekelijken
verwekelijkte	=	verwekelijken
verwekelijkten	=	verwekelijken
verweken	verb	geleidelijk zachter worden
verwekend	=	verweken
verwekende	=	verweken
verweking	noun	het weker en slapper worden door opname van vocht
verwekingen	=	verweking
verwekinkje	=	verweking
verwekinkjes	=	verweking
verwekke	=	verwekken
verwekken	verb	veroorzaken, doen ontstaan
verwekkend	=	verwekken
verwekkende	=	verwekken
verwekker	noun	iemand die de biologische vader van iemand is; in juridische zin is een zaaddonor echter géén verwekker
verwekkers	=	verwekker
verwekking	noun	het verwekken
verwekkingen	=	verwekking
verwekkinkje	=	verwekking
verwekkinkjes	=	verwekking
verwekt	=	verwekken
verwekte	=	verwekken
verwekten	=	verwekken
verwelf	noun	een gekromde overdekking van een ruimte
verwelfd	=	verwelven
verwelfde	=	verwelven
verwelfden	=	verwelven
verwelft	=	verwelven
verwelk	=	verwelken
verwelke	=	verwelken
verwelken	verb	het slap worden en wegteren, meestal van afgesneden plantenmateriaal door uitdroging
verwelkend	=	verwelken
verwelkende	=	verwelken
verwelking	noun	het verwelken
verwelkingen	=	verwelking
verwelkingsziekte	noun	een ziekte waardoor planten verwelken
verwelkingsziekten	=	verwelkingsziekte
verwelkingsziektes	=	verwelkingsziekte
verwelkingsziektetje	=	verwelkingsziekte
verwelkingsziektetjes	=	verwelkingsziekte
verwelkinkje	=	verwelking
verwelkinkjes	=	verwelking
verwelkom	=	verwelkomen
verwelkomd	=	verwelkomen
verwelkomde	=	verwelkomen
verwelkomden	=	verwelkomen
verwelkome	=	verwelkomen
verwelkomen	verb	iemand begroeten en welkom heten
verwelkomend	=	verwelkomen
verwelkomende	=	verwelkomen
verwelkoming	noun	het verwelkomen
verwelkomingen	=	verwelkoming
verwelkominkje	=	verwelkoming
verwelkominkjes	=	verwelkoming
verwelkomt	=	verwelkomen
verwelkt	=	verwelken
verwelkte	=	verwelken
verwelkten	=	verwelken
verwelve	=	verwelven
verwelven	verb	van een gewelf voorzien
verwelvend	=	verwelven
verwelvende	=	verwelven
verwen	=	verwennen
verwend	adj	met te grote toegeeflijkheid opgevoed, bedorven; gewend om altijd te krijgen wat men wil
verwendag	noun	een dat alles zo fijn en leuk voor je wordt gemaakt als maar mogelijk is en je alleen maar hoeft te genieten
verwendagen	=	verwendag
verwendagje	=	verwendag
verwendagjes	=	verwendag
verwende	=	verwend
verwenden	=	verwennen
verwender	=	verwend
verwendere	=	verwend
verwenders	=	verwend
verwendheid	noun	het al te zeer gewend zijn alles te krijgen wat men wil
verwends	=	verwend
verwendst	=	verwend
verwendste	=	verwend
verwenne	=	verwennen
verwennen	verb	iemand een te goede behandeling geven, waardoor deze niet goed tegen de harde werkelijkheid bestand is
verwennend	=	verwennen
verwennende	=	verwennen
verwennerij	noun	iets waarmee iemand heel blij van wordt; iets waarmee je iemand heel blij kunt maken; het iemand (te veel) naar de zin maken
verwennerijen	=	verwennerij
verwennerijtje	=	verwennerij
verwennerijtjes	=	verwennerij
verwens	=	verwensen
verwense	=	verwensen
verwensen	verb	zeggen dat je hoopt dat iemand iets kwaads overkomt
verwensend	=	verwensen
verwensende	=	verwensen
verwensing	noun	vloek of belediging
verwensingen	=	verwensing
verwensinkje	=	verwensing
verwensinkjes	=	verwensing
verwenst	=	verwensen
verwenste	=	verwensen
verwensten	=	verwensen
verwent	=	verwennen
verwenyoghurt	noun	reclamekreet die suggereert dat je jezelf met yoghurt verwent
verwenyoghurts	=	verwenyoghurt
verwenzorg	noun	zorg voor chronisch zieken die gericht is op het verbeteren van de levenskwaliteit
verwerd	=	verworden
verwerde	=	verworden
verwerden	=	verworden
verwerdt	=	verworden
verwere	=	verweren
verwereldlijk	=	verwereldlijken
verwereldlijke	=	verwereldlijken
verwereldlijken	verb	werelds, minder religieus worden
verwereldlijkend	=	verwereldlijken
verwereldlijkende	=	verwereldlijken
verwereldlijking	noun	het verwereldlijken
verwereldlijkingen	=	verwereldlijking
verwereldlijkingetje	=	verwereldlijking
verwereldlijkingetjes	=	verwereldlijking
verwereldlijkt	=	verwereldlijken
verwereldlijkte	=	verwereldlijken
verwereldlijkten	=	verwereldlijken
verweren	verb	zich ~: zich verdedigen
verwerend	=	verweren
verwerende	=	verweren
verwerf	=	verwerven
verwerft	=	verwerven
verwering	noun	van gesteente is het natuurlijke proces waarbij dit materiaal verandert als gevolg van invloeden van weer en klimaat, zogeheten exogene krachten, tijdens dit proces blijft het materiaal op dezelfde plaats
verweringen	=	verwering
verwerinkje	=	verwering
verwerinkjes	=	verwering
verwerk	=	verwerken
verwerkbaar	adj	van iets dat geschikt is om bewerkt, verwerkt of behandeld te worden, vaak met als doel er een eindproduct van te maken
verwerkbaarder	=	verwerkbaar
verwerkbaardere	=	verwerkbaar
verwerkbaarders	=	verwerkbaar
verwerkbaars	=	verwerkbaar
verwerkbaarst	=	verwerkbaar
verwerkbaarste	=	verwerkbaar
verwerkbare	=	verwerkbaar
verwerke	=	verwerken
verwerkelijk	=	verwerkelijken
verwerkelijke	=	verwerkelijken
verwerkelijken	verb	een plan, wens of gedachte uitvoeren en daardoor tot werkelijkheid maken
verwerkelijkend	=	verwerkelijken
verwerkelijkende	=	verwerkelijken
verwerkelijking	noun	geheel van handelingen waardoor een gedachte realiteit wordt
verwerkelijkingen	=	verwerkelijking
verwerkelijkingetje	=	verwerkelijking
verwerkelijkingetjes	=	verwerkelijking
verwerkelijkt	=	verwerkelijken
verwerkelijkte	=	verwerkelijken
verwerkelijkten	=	verwerkelijken
verwerken	verb	een grondstof of halffabrikaat gebruiken om een eindproduct te vervaardigen
verwerkend	=	verwerken
verwerkende	=	verwerken
verwerker	noun	iemand of iets dat dingen verwerkt.
verwerkers	=	verwerker
verwerkertje	=	verwerker
verwerkertjes	=	verwerker
verwerking	noun	het proces van het verwerken.
verwerkingen	=	verwerking
verwerkingsbedrijf	noun	bedrijf waarin verwerking plaatsvindt
verwerkingsbedrijfje	=	verwerkingsbedrijf
verwerkingsbedrijfjes	=	verwerkingsbedrijf
verwerkingsbedrijven	=	verwerkingsbedrijf
verwerkingscapaciteit	noun	hoeveelheid materiaal die bij een bepaald proces een gewenste verandering kan ondergaan
verwerkingscapaciteiten	=	verwerkingscapaciteit
verwerkingseenheden	=	verwerkingseenheid
verwerkingseenheid	noun	CPU van een computer; het hart van een computer of microprocessor waar de programma-instructies worden verwerkt
verwerkingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen om een financiële transactie uit te laten voeren
verwerkingskosten	noun	geld dat men moet betalen om een financiële transactie uit te laten voeren
verwerkingskwaliteit	noun	de kwaliteit van materiaal op het moment van het verwerken van het materiaal
verwerkingskwaliteiten	=	verwerkingskwaliteit
verwerkingsmachine	noun	een machine die een onvoltooid product verder verwerkt.
verwerkingsmachines	=	verwerkingsmachine
verwerkingsmachinetje	=	verwerkingsmachine
verwerkingsmachinetjes	=	verwerkingsmachine
verwerkingsproces	noun	alle handelingen en gebeurtenissen die gebeuren m.b.t. het omgaan met een traua
verwerkingsprocessen	=	verwerkingsproces
verwerkingsverantwoordelijke	noun	persoon of organisatie die uitmaakt welke persoonlijke gegevens voor een bepaald doel worden bijgehouden en hoe dat gebeurt
verwerkingsverantwoordelijken	=	verwerkingsverantwoordelijke
verwerkingsvoorschrift	noun	regel hoe een bepaald materiaal gebruikt moet worden
verwerkingsvoorschriften	=	verwerkingsvoorschrift
verwerkinkje	=	verwerking
verwerkinkjes	=	verwerking
verwerkt	=	verwerken
verwerkte	=	verwerken
verwerkten	=	verwerken
verwerp	=	verwerpen
verwerpe	=	verwerpen
verwerpelijk	adj	wat verworpen moet worden (uit moreel oogpunt)
verwerpelijke	=	verwerpelijk
verwerpelijker	=	verwerpelijk
verwerpelijkere	=	verwerpelijk
verwerpelijkers	=	verwerpelijk
verwerpelijks	=	verwerpelijk
verwerpelijkst	=	verwerpelijk
verwerpelijkste	=	verwerpelijk
verwerpen	verb	afkeuren, afwijzen
verwerpend	=	verwerpen
verwerpende	=	verwerpen
verwerping	noun	het afwijzen van iets; iets niet accepteren
verwerpingen	=	verwerping
verwerpt	=	verwerpen
verwerve	=	verwerven
verwerven	verb	in bezit krijgen, eigenaar worden van
verwervend	=	verwerven
verwervende	=	verwerven
verwerving	noun	het verkrijgen van iets
verwervingen	=	verwerving
verwervingskost	noun|obsolete	geld dat men in totaal moet betalen om iets in zijn of haar bezit te krijgen
verwervingskosten	noun	geld dat men in totaal moet betalen om iets in zijn of haar bezit te krijgen
verwestelijking	noun	het proces waarbij een maatschappij of cultuur in toenemende mate beïnvloed raakt door westerse normen, waarden, leefwijzen en instituties.
verwestelijkingen	=	verwestelijking
verwestelijkingetje	=	verwestelijking
verwestelijkingetjes	=	verwestelijking
verwester	=	verwesteren
verwesterd	=	verwesteren
verwesterde	=	verwesteren
verwesterden	=	verwesteren
verwestere	=	verwesteren
verwesteren	verb	westers worden, gewoonten en opvattingen van de westerse cultuur aannemen
verwesterend	=	verwesteren
verwesterende	=	verwesteren
verwesterlijking	noun	het proces waarbij een maatschappij, cultuur of individu onder invloed raakt van en zich aanpast aan de westerse cultuur, waarden en ideeën.
verwesterlijkingen	=	verwesterlijking
verwesterlijkingetje	=	verwesterlijking
verwesterlijkingetjes	=	verwesterlijking
verwesters	=	verwestersen
verwesterse	=	verwestersen
verwestersen	verb	zich aanpassen aan de westerse cultuur
verwestersend	=	verwestersen
verwestersende	=	verwestersen
verwesterst	=	verwestersen
verwesterste	=	verwestersen
verwestersten	=	verwestersen
verwestert	=	verwesteren
verwete	=	verwijten
verweten	=	verwijten
verwetenschappelijking	noun	het proces waarbij maatschappelijke processen, beleid, of specifieke vakgebieden steeds meer worden gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, methoden en data in plaats van op ervaring, intuïtie of traditie.
verwetenschappelijkingen	=	verwetenschappelijking
verwetenschappelijkingetje	=	verwetenschappelijking
verwetenschappelijkingetjes	=	verwetenschappelijking
verweve	=	verweven
verweven	verb	door weven (met elkaar) verbinden	adj	op allerlei manieren verbonden met iets of iemand
verwevend	=	verweven
verwevende	=	verweven
verwevener	=	verweven
verwevenere	=	verweven
verwevenheden	=	verwevenheid
verwevenheid	noun	het sterk met elkaar in verband staan, het sterk van elkaar afhankelijk zijn
verwevens	=	verweven
verweving	noun	de mate waarin verschillende zelfstandige zaken met elkaar in verband staan en onderling afhankelijk van elkaar zijn (zoals de losse draden in een geweven stof)
verwevingen	=	verweving
verweze	=	verwezen
verwezen	verb|formal	wees worden	adj	onthutst, ontdaan, verslagen
verwezend	=	verwezen
verwezende	=	verwezen
verwezener	=	verwezen
verwezeners	=	verwezen
verwezenlijk	=	verwezenlijken
verwezenlijke	=	verwezenlijken
verwezenlijken	verb	werkelijkheid maken van plannen realiseren, waarmaken
verwezenlijkend	=	verwezenlijken
verwezenlijkende	=	verwezenlijken
verwezenlijking	noun	het verwezenlijken
verwezenlijkingen	=	verwezenlijking
verwezenlijkingetje	=	verwezenlijking
verwezenlijkingetjes	=	verwezenlijking
verwezenlijkt	=	verwezenlijken
verwezenlijkte	=	verwezenlijken
verwezenlijkten	=	verwezenlijken
verwezens	=	verwezen
verwezenst	=	verwezen
verwezenste	=	verwezen
verwierf	=	verwerven
verwierft	=	verwerven
verwierp	=	verwerpen
verwierpe	=	verwerpen
verwierpen	=	verwerpen
verwierpt	=	verwerpen
verwierve	=	verwerven
verwierven	=	verwerven
verwies	=	verwassen
verwiese	=	verwassen
verwiesen	=	verwassen
verwiest	=	verwassen
verwijd	=	verwijden
verwijdde	=	verwijden
verwijdden	=	verwijden
verwijde	=	verwijden
verwijden	verb	iets breder/ruimer/wijder maken
verwijdend	=	verwijden
verwijdende	=	verwijden
verwijder	=	verwijderen
verwijderaar	noun	middel dat iets verwijdert
verwijderaars	=	verwijderaar
verwijderbaar	adj	van iets dat het losgemaakt, weggenomen of uit elkaar gehaald kan worden.
verwijderbaarder	=	verwijderbaar
verwijderbaardere	=	verwijderbaar
verwijderbaarders	=	verwijderbaar
verwijderbaars	=	verwijderbaar
verwijderbaarst	=	verwijderbaar
verwijderbaarste	=	verwijderbaar
verwijderbare	=	verwijderbaar
verwijderd	adj	afgelegen, ver, verafgelegen
verwijderde	=	verwijderd
verwijderden	=	verwijderen
verwijderds	=	verwijderd
verwijdere	=	verwijderen
verwijderen	verb	weghalen
verwijderend	=	verwijderen
verwijderende	=	verwijderen
verwijdering	noun	het verwijderen van iets
verwijderingen	=	verwijdering
verwijderinkje	=	verwijdering
verwijderinkjes	=	verwijdering
verwijderlijst	noun	overzicht van de items die uit een geheel zijn verwijderd, of van items waarvan het de bedoeling is ze uit een geheel te verwijderen
verwijderlijsten	=	verwijderlijst
verwijderpagina	noun	een pagina op een wiki waar pagina's genomineerd worden voor verwijdering en besproken worden.
verwijderpagina's	=	verwijderpagina
verwijderpaginaatje	=	verwijderpagina
verwijderpaginaatjes	=	verwijderpagina
verwijdert	=	verwijderen
verwijding	noun	het wijder maken of worden
verwijdingen	=	verwijding
verwijdinkje	=	verwijding
verwijdinkjes	=	verwijding
verwijdt	=	verwijden
verwijf	=	verwijven
verwijfd	adj	van een man dat hij doet zoals gebruikelijk zou zijn voor een vrouw
verwijfde	=	verwijven
verwijfden	=	verwijven
verwijfder	=	verwijfd
verwijfdere	=	verwijfd
verwijfders	=	verwijfd
verwijfdheid	noun	de eigenschappen van een vrouw hebbend terwijl men een man is; het minder mannelijk zijn
verwijfds	=	verwijfd
verwijfdst	=	verwijfd
verwijfdste	=	verwijfd
verwijft	=	verwijven
verwijl	=	verwijlen
verwijld	=	verwijlen
verwijlde	=	verwijlen
verwijlden	=	verwijlen
verwijle	=	verwijlen
verwijlen	verb	zich ophouden
verwijlend	=	verwijlen
verwijlende	=	verwijlen
verwijlinterest	noun	rente op verzuim van betaling, moratoire rente
verwijlinteresten	=	verwijlinterest
verwijlt	=	verwijlen
verwijs	=	verwijzen
verwijsbrief	noun	de brief met medische gegevens die de huisarts schrijft naar de specialist als je naar de specialist moet
verwijsbriefje	=	verwijsbrief
verwijsbriefjes	=	verwijsbrief
verwijsbrieven	=	verwijsbrief
verwijsindex	noun	digitaal hulpmiddel voor professionals werkzaam in de jeugdzorg om te zien welke andere hulpverleners betrokken zijn bij een jongere zodat afstemming van de zorg beter mogelijk is
verwijsindexen	=	verwijsindex
verwijsindices	=	verwijsindex
verwijst	=	verwijzen
verwijt	noun	uiting waarin je een ander aanrekent dat die verkeerd gehandeld heeft
verwijtbaar	adj	van iets dat men iemand er de schuld van kan geven
verwijtbaarder	=	verwijtbaar
verwijtbaardere	=	verwijtbaar
verwijtbaarders	=	verwijtbaar
verwijtbaare	=	verwijtbaar
verwijtbaarheden	=	verwijtbaarheid
verwijtbaarheid	noun	de mate waarin een strafbare actie met opzet is gepleegd
verwijtbaars	=	verwijtbaar
verwijtbaarst	=	verwijtbaar
verwijtbaarste	=	verwijtbaar
verwijtbare	=	verwijtbaar
verwijte	=	verwijten
verwijten	verb	verantwoordelijk gesteld worden voor een gemaakte fout
verwijtend	adj	een verwijt inhoudend
verwijtende	=	verwijten
verwijtender	=	verwijtend
verwijtendere	=	verwijtend
verwijtenders	=	verwijtend
verwijtends	=	verwijtend
verwijtendst	=	verwijtend
verwijtendste	=	verwijtend
verwijtje	=	verwijt
verwijtjes	=	verwijt
verwijve	=	verwijven
verwijven	verb	meer vrouwelijke eigenschappen krijgen; slapper, weker, aanstelleriger worden
verwijvend	=	verwijven
verwijvende	=	verwijven
verwijze	=	verwijzen
verwijzen	verb	naar iets of iemand anders wijzen of sturen
verwijzend	=	verwijzen
verwijzende	=	verwijzen
verwijzer	noun	zorgverlener die een patiënt adviseert om (ook) een andere zorgverlener te raadplegen
verwijzers	=	verwijzer
verwijzertje	=	verwijzer
verwijzertjes	=	verwijzer
verwijzing	noun	een vermelding van een bron waar meer informatie te vinden is
verwijzingen	=	verwijzing
verwijzinkje	=	verwijzing
verwijzinkjes	=	verwijzing
verwik	=	verwikken
verwikke	=	verwikken
verwikkel	=	verwikkelen
verwikkeld	=	verwikkelen
verwikkelde	=	verwikkelen
verwikkelden	=	verwikkelen
verwikkele	=	verwikkelen
verwikkelen	verb	op een verwarrende, vervelende wijze bij een zaak betrokken zijn
verwikkelend	=	verwikkelen
verwikkelende	=	verwikkelen
verwikkeling	noun	verloop van de gebeurtenissen in een letterkundig werk
verwikkelingen	=	verwikkeling
verwikkelingetje	=	verwikkeling
verwikkelingetjes	=	verwikkeling
verwikkelt	=	verwikkelen
verwikken	verb	in beweging brengen
verwikkend	=	verwikken
verwikkende	=	verwikken
verwikt	=	verwikken
verwikte	=	verwikken
verwikten	=	verwikken
verwilder	=	verwilderen
verwilderd	adj	wild, ongecultiveerd, woest	adv	wild, ongecultiveerd, woest
verwilderde	=	verwilderd
verwilderden	=	verwilderen
verwilderder	=	verwilderd
verwilderdere	=	verwilderd
verwilderders	=	verwilderd
verwilderds	=	verwilderd
verwilderdst	=	verwilderd
verwilderdste	=	verwilderd
verwildere	=	verwilderen
verwilderen	verb	vervallen in een staat van wildheid
verwilderend	=	verwilderen
verwilderende	=	verwilderen
verwildering	noun	het verwilderen
verwilderingen	=	verwildering
verwildert	=	verwilderen
verwin	=	verwinnen
verwind	=	verwinden
verwindde	=	verwinden
verwindden	=	verwinden
verwinde	=	verwinden
verwinden	verb	windend verbruiken
verwindend	=	verwinden
verwindende	=	verwinden
verwindt	=	verwinden
verwinne	=	verwinnen
verwinnelijk	adj	overwonnen, verslagen kunnende worden, waarover gezegevierd kan worden
verwinnelijke	=	verwinnelijk
verwinnelijker	=	verwinnelijk
verwinnelijkere	=	verwinnelijk
verwinnelijkers	=	verwinnelijk
verwinnelijks	=	verwinnelijk
verwinnelijkst	=	verwinnelijk
verwinnelijkste	=	verwinnelijk
verwinnen	verb	de zege behalen
verwinnend	=	verwinnen
verwinnende	=	verwinnen
verwint	=	verwinnen
verwissel	=	verwisselen
verwisselbaar	adj	dat je een onderdeel van iets kunt vervangen door iets anders
verwisselbaarder	=	verwisselbaar
verwisselbaardere	=	verwisselbaar
verwisselbaarders	=	verwisselbaar
verwisselbaars	=	verwisselbaar
verwisselbaarst	=	verwisselbaar
verwisselbaarste	=	verwisselbaar
verwisselbare	=	verwisselbaar
verwisseld	=	verwisselen
verwisselde	=	verwisselen
verwisselden	=	verwisselen
verwissele	=	verwisselen
verwisselen	verb	~ met twee zaken elkaars plaats in doen nemen
verwisselend	=	verwisselen
verwisselende	=	verwisselen
verwisseling	noun	het verwisselen van twee zaken
verwisselingen	=	verwisseling
verwisselinkje	=	verwisseling
verwisselinkjes	=	verwisseling
verwisselt	=	verwisselen
verwittig	=	verwittigen
verwittigd	=	verwittigen
verwittigde	=	verwittigen
verwittigden	=	verwittigen
verwittige	=	verwittigen
verwittigen	verb	~ van iemand ergens van op de hoogte brengen
verwittigend	=	verwittigen
verwittigende	=	verwittigen
verwittiging	noun	het iemand iets mededelen
verwittigingen	=	verwittiging
verwittigingetje	=	verwittiging
verwittigingetjes	=	verwittiging
verwittigt	=	verwittigen
verwoed	adj	hartstochtelijk, met veel energie
verwoede	=	verwoed
verwoeder	=	verwoed
verwoedere	=	verwoed
verwoeders	=	verwoed
verwoedheden	=	verwoedheid
verwoedheid	noun	het verwoed zijn, de energieke hartstocht
verwoeds	=	verwoed
verwoedst	=	verwoed
verwoedste	=	verwoed
verwoei	=	verwaaien
verwoeie	=	verwaaien
verwoeien	=	verwaaien
verwoeit	=	verwaaien
verwoest	adj	helemaal vernield
verwoeste	=	verantwoorden
verwoesten	verb	totaal vernielen, niets intact laten
verwoestend	adj	totaal vernielend.
verwoestende	=	verwoestend
verwoestender	=	verwoestend
verwoestendere	=	verwoestend
verwoestenders	=	verwoestend
verwoestends	=	verwoestend
verwoestendst	=	verwoestend
verwoestendste	=	verwoestend
verwoester	noun	iemand die zorgt voor totale vernieling
verwoestere	=	verwoest
verwoesters	=	verwoester
verwoestijning	noun	is een term die gebruikt wordt voor zowel het oprukken of zich uitbreiden van een woestijn, als het ontstaan van nieuwe woestijngebieden
verwoestijningen	=	verwoestijning
verwoesting	noun	het aanbrengen van grote schade, tot een woestenij terugbrengen
verwoestingen	=	verwoesting
verwoestinkje	=	verwoesting
verwoestinkjes	=	verwoesting
verwoests	=	verwoest
verwoestst	=	verwoest
verwoestste	=	verwoest
verwoestte	=	verwoesten
verwoestten	=	verwoesten
verwoge	=	verwegen
verwogen	=	verwegen
verwon	=	verwinnen
verwond	=	verwonden
verwondde	=	verwonden
verwondden	=	verwonden
verwonde	=	verwonden
verwonden	verb	lichamelijk letsel veroorzaken
verwondend	=	verwonden
verwondende	=	verwonden
verwonder	=	verwonderen
verwonderd	adj	verbaasd
verwonderde	=	verwonderd
verwonderden	=	verwonderen
verwonderder	=	verwonderd
verwonderdere	=	verwonderd
verwonderders	=	verwonderd
verwonderds	=	verwonderd
verwonderdst	=	verwonderd
verwonderdste	=	verwonderd
verwondere	=	verwonderen
verwonderen	verb	vreemd toelijken
verwonderend	=	verwonderen
verwonderende	=	verwonderen
verwondering	noun	de mate van verwonderd zijn
verwonderlijk	adj	wat verbazing veroorzaakt
verwonderlijke	=	verwonderlijk
verwonderlijker	=	verwonderlijk
verwonderlijkere	=	verwonderlijk
verwonderlijkers	=	verwonderlijk
verwonderlijks	=	verwonderlijk
verwonderlijkst	=	verwonderlijk
verwonderlijkste	=	verwonderlijk
verwondert	=	verwonderen
verwonding	noun	lichamelijk letsel, beschadiging van het lichaam
verwondingen	=	verwonding
verwondinkje	=	verwonding
verwondinkjes	=	verwonding
verwondt	=	verwonden
verwone	=	verwonen
verwonen	verb	het besteden van geld aan huisvesting, het besteden van geld aan het betalen van de huur
verwonend	=	verwonen
verwonende	=	verwonen
verwonne	=	verwinnen
verwonnen	=	verwinnen
verwont	=	verwinnen
verwoog	=	verwegen
verwoogt	=	verwegen
verwoon	=	verwonen
verwoond	=	verwonen
verwoonde	=	verwonen
verwoonden	=	verwonen
verwoont	=	verwonen
verwoord	=	verwoorden
verwoordbaar	adj	van iets dat het in woorden uit te drukken, te beschrijven of onder woorden te brengen is
verwoordbaarder	=	verwoordbaar
verwoordbaardere	=	verwoordbaar
verwoordbaarders	=	verwoordbaar
verwoordbaars	=	verwoordbaar
verwoordbaarst	=	verwoordbaar
verwoordbaarste	=	verwoordbaar
verwoordbare	=	verwoordbaar
verwoordde	=	verwoorden
verwoordden	=	verwoorden
verwoorde	=	verwoorden
verwoorden	verb	onder woorden brengen
verwoordend	=	verwoorden
verwoordende	=	verwoorden
verwoording	noun	het onder woorden brengen van iets
verwoordingen	=	verwoording
verwoordingetje	=	verwoording
verwoordinkje	=	verwoording
verwoordinkjes	=	verwoording
verwoordt	=	verwoorden
verword	=	verworden
verworde	=	verworden
verworden	verb	~ tot: ten kwade veranderen in iets
verwordend	=	verworden
verwordende	=	verworden
verwording	noun	proces van achteruitgang en bederf
verwordingen	=	verwording
verwordinkje	=	verwording
verwordinkjes	=	verwording
verwordt	=	verworden
verworgen	=	verwurgen
verworpeling	noun	iemand die verworpen is of werd (door een groep of maatschappij)
verworpelingen	=	verworpeling
verworpelingetje	=	verworpeling
verworpelingetjes	=	verworpeling
verworpen	=	verwerpen
verworpene	noun	onderdrukt persoon die niet krijgt waar hij of zij recht op heeft
verworpenen	=	verworpene
verworven	=	verwerven
verworvene	noun	iets dat men in bezit heeft gekregen
verworvenheden	=	verworvenheid
verworvenheid	noun	wat men, meestal aan onstoffelijke zaken, bereikt heeft
verworvenheidje	=	verworvenheid
verwoven	=	verweven
verwreef	=	verwrijven
verwreeft	=	verwrijven
verwreve	=	verwrijven
verwreven	=	verwrijven
verwrijf	=	verwrijven
verwrijft	=	verwrijven
verwrijve	=	verwrijven
verwrijven	verb	vermengen en verdunnen door samen in een vijzel te poederen
verwrijvend	=	verwrijven
verwrijvende	=	verwrijven
verwrik	=	verwrikken
verwrikke	=	verwrikken
verwrikken	verb	door iets krachtig heen en weer te bewegen losmaken
verwrikkend	=	verwrikken
verwrikkende	=	verwrikken
verwrikt	=	verwrikken
verwrikte	=	verwrikken
verwrikten	=	verwrikken
verwring	=	verwringen
verwringe	=	verwringen
verwringen	verb	iets blijven vervormen in een wringende beweging
verwringend	=	verwringen
verwringende	=	verwringen
verwringing	noun	het verdraaien of vervormen van een object, materiaal of lichaamsdeel, waardoor het uit zijn natuurlijke of oorspronkelijke model raakt
verwringingen	=	verwringing
verwringinkje	=	verwringing
verwringinkjes	=	verwringing
verwringt	=	verwringen
verwrong	=	verwringen
verwronge	=	verwringen
verwrongen	=	verwringen
verwrongt	=	verwringen
verwurg	=	verwurgen
verwurgd	=	verwurgen
verwurgde	=	verwurgen
verwurgden	=	verwurgen
verwurge	=	verwurgen
verwurgen	verb	door het dichtknijpen van de keel iemand doden of proberen te doden
verwurgend	=	verwurgen
verwurgende	=	verwurgen
verwurging	noun	het uitoefenen van druk op de keel of nek.
verwurgingen	=	verwurging
verwurginkje	=	verwurging
verwurginkjes	=	verwurging
verwurgt	=	verwurgen
verwérpen	=	verwerpen
veryoutube	=	veryoutuben
veryoutubed	=	veryoutuben
veryoutubede	=	veryoutuben
veryoutubeden	=	veryoutuben
veryoutuben	verb	in werkwijze meer op YouTube gaan lijken
veryoutubend	=	veryoutuben
veryoutubende	=	veryoutuben
veryoutubet	=	veryoutuben
verzaad	=	verzaden
verzaadde	=	verzaden
verzaadden	=	verzaden
verzaadt	=	verzaden
verzaag	=	verzagen
verzaagd	=	verzagen
verzaagde	=	verzagen
verzaagden	=	verzagen
verzaagt	=	verzagen
verzaak	=	verzaken
verzaakt	=	verzaken
verzaakte	=	verzaken
verzaakten	=	verzaken
verzacht	=	verzachten
verzachte	=	verzachten
verzachten	verb	minder vervelend, zwaar of pijnlijk maken
verzachtend	adj	zaken die de straf voor een gepleegde misdaad verlagen
verzachtende	=	verzachtend
verzachtender	=	verzachtend
verzachtendere	=	verzachtend
verzachtenders	=	verzachtend
verzachtends	=	verzachtend
verzachtendst	=	verzachtend
verzachtendste	=	verzachtend
verzachter	noun	iets dat of iemand die verzacht
verzachters	=	verzachter
verzachting	noun	vermindering van een opgelegde straf
verzachtingen	=	verzachting
verzachtte	=	verzachten
verzachtten	=	verzachten
verzade	=	verzaden
verzaden	verb	bevredigen, tevreden stellen, verzadigen
verzadend	=	verzaden
verzadende	=	verzaden
verzadig	=	verzadigen
verzadigd	adj	genoeg hebbend (van), doordat men er voldoende of te veel van heeft (b.v. gegeten)
verzadigde	=	verzadigen
verzadigden	=	verzadigen
verzadigds	=	verzadigd
verzadige	=	verzadigen
verzadigen	verb	tot bevrediging voeren, geheel aan een behoefte voldoen
verzadigend	=	verzadigen
verzadigende	=	verzadigen
verzadiging	noun	het verzadigd zijn
verzadigingen	=	verzadiging
verzadigingetje	=	verzadiging
verzadigingetjes	=	verzadiging
verzadigingspunt	noun	moment of situatie waarop iemand of iets verzadigd is of wordt
verzadigingspunten	=	verzadigingspunt
verzadigingspuntje	=	verzadigingspunt
verzadigingspuntjes	=	verzadigingspunt
verzadigt	=	verzadigen
verzag	=	verzien
verzage	=	verzagen
verzagen	verb	in kleinere stukken zagen
verzagend	=	verzagen
verzagende	=	verzagen
verzak	=	verzakken
verzake	=	verzaken
verzakelijk	=	verzakelijken
verzakelijke	=	verzakelijken
verzakelijken	verb	uitschakelen van persoonlijke emoties
verzakelijkend	=	verzakelijken
verzakelijkende	=	verzakelijken
verzakelijking	noun	het proces waarbij zaken, situaties, of handelingen een zakelijker, objectiever of bedrijfsmatiger karakter krijgen.
verzakelijkingen	=	verzakelijking
verzakelijkingetje	=	verzakelijking
verzakelijkingetjes	=	verzakelijking
verzakelijkt	=	verzakelijken
verzakelijkte	=	verzakelijken
verzakelijkten	=	verzakelijken
verzaken	verb	een plicht niet nakomen, verzuimen, verloochenen
verzakend	=	verzaken
verzakende	=	verzaken
verzaking	noun	het verzaken
verzakingen	=	verzaking
verzakinkje	=	verzaking
verzakinkjes	=	verzaking
verzakke	=	verzakken
verzakken	verb	dalen van constructie of bodem
verzakkend	=	verzakken
verzakkende	=	verzakken
verzakking	noun	de daling van de constructie of bodem
verzakkingen	=	verzakking
verzakkinkje	=	verzakking
verzakkinkjes	=	verzakking
verzakt	=	verzakken
verzakte	=	verzakken
verzakten	=	verzakken
verzaligd	adj	heel erg blij
verzaligde	=	verzaligd
verzaligder	=	verzaligd
verzaligdere	=	verzaligd
verzaligders	=	verzaligd
verzaligds	=	verzaligd
verzaligdst	=	verzaligd
verzaligdste	=	verzaligd
verzamel	=	verzamelen
verzamel-cd	noun	een compact disc waarop nummers staan die afkomstig zijn van verschillende originele muziekalbums
verzamel-cd's	=	verzamel-cd
verzamelaar	noun	is een persoon die, bij wijze van hobby of tijdverdrijf, een collectie van een bepaald type voorwerpen aanlegt
verzamelaars	=	verzamelaar
verzamelaarster	noun	vrouw die zaken verwerft en bewaart; vrouw die een collectie aanlegt
verzamelaarsters	=	verzamelaarster
verzamelaartje	=	verzamelaar
verzamelaartjes	=	verzamelaar
verzamelalbum	noun	geluidsdrager met geliefde nummers van een bepaalde muzikant of in een bepaald genre uit een bepaalde periode
verzamelalbums	=	verzamelalbum
verzamelbak	noun	bodem met opstaande randen waarin voorwerpen of materialen bij elkaar worden gebracht
verzamelbakken	=	verzamelbak
verzamelbox	noun	een doos met meerdere cd's of dvd's rond een bepaald onderwerp of artiest soms ook met een boekwerk
verzamelboxen	=	verzamelbox
verzamelboxje	=	verzamelbox
verzamelboxjes	=	verzamelbox
verzamelbundel	noun	uitgave waarbij verschillende werken in één boek of band zijn samengebracht
verzamelbundels	=	verzamelbundel
verzamelbundeltje	=	verzamelbundel
verzamelbundeltjes	=	verzamelbundel
verzamelcontainer	noun	een grote afvalbak die wordt gebruikt om afval van meerdere huishoudens of bedrijven op één centrale plek te verzamelen
verzamelcontainers	=	verzamelcontainer
verzamelcontainertje	=	verzamelcontainer
verzamelcontainertjes	=	verzamelcontainer
verzameld	=	verzamelen
verzamelde	=	verzamelen
verzamelden	=	verzamelen
verzamele	=	verzamelen
verzamelen	verb	bij elkaar brengen; aan een voorraad toevoegen
verzamelend	=	verzamelen
verzamelende	=	verzamelen
verzamelgebouw	noun	een gebouw dat dient om verschillende bedrijven in te huisvesten
verzamelgebouwen	=	verzamelgebouw
verzamelgebouwtje	=	verzamelgebouw
verzamelgebouwtjes	=	verzamelgebouw
verzameling	noun	meerdere voorwerpen, die soms door één persoon bij elkaar gebracht en onderhouden worden, en waarvan de objecten vaak tot één groep (thema) horen b.v. een grammofoonplatenverzameling, in meest algemene zin is een verzameling het geheel van bijeengezamelde zaken
verzamelingen	=	verzameling
verzamelingenleer	noun	leer van de wiskundige of logische verzamelingen
verzamelingentheorie	noun	verzamelingenleer
verzamelingentheorietje	=	verzamelingentheorie
verzamelingentheorietjes	=	verzamelingentheorie
verzamelingentheorieën	=	verzamelingentheorie
verzamelingetje	=	verzameling
verzamelingetjes	=	verzameling
verzamelinkomen	noun	een fiscale term die de som inhoudt van de inkomens uit alle drie de boxen
verzamelinkomens	=	verzamelinkomen
verzamelinkomentje	=	verzamelinkomen
verzamelinkomentjes	=	verzamelinkomen
verzamelnaam	noun	een zelfstandig naamwoord dat, hoewel het enkelvoud is, een veelheid van bijeenhorende dingen of zaken aangeeft
verzamelnamen	=	verzamelnaam
verzamelplaats	noun	plaats van bijeenkomst
verzamelplaatsen	=	verzamelplaats
verzamelplek	noun	plaats waar mensen tezamen komen
verzamelplekken	=	verzamelplek
verzamelpunt	noun	plaats waarop men zich verzamelt of zaken de neiging hebben bij elkaar te komen
verzamelpunten	=	verzamelpunt
verzamelpuntje	=	verzamelpunt
verzamelpuntjes	=	verzamelpunt
verzamelstoornis	noun	verzamelzucht, de psychiatrische aandoening van een persoon die dwangmatig spullen verzamelt en bijna niets kan weggooien.
verzamelstoornissen	=	verzamelstoornis
verzamelt	=	verzamelen
verzamelverbod	noun	tijdelijke maatregel die bepaald gedrag verbiedt, vaak in de context van vogelgriep om de verspreiding van de ziekte tegen te gaan, waarbij het samenbrengen van pluimvee op markten en evenementen wordt verboden
verzamelverboden	=	verzamelverbod
verzamelverbodje	=	verzamelverbod
verzamelverbodjes	=	verzamelverbod
verzamelwoede	noun	manie voor verzamelen
verzamelwoedes	=	verzamelwoede
verzamelwoord	noun	een zelfstandig naamwoord dat, hoewel het enkelvoud is, een veelheid van bijeenhorende dingen of zaken aangeeft
verzamelwoorden	=	verzamelwoord
verzand	=	verzanden
verzandde	=	verzanden
verzandden	=	verzanden
verzande	=	verzanden
verzanden	verb	vollopen met zand, geleidelijk aan ondieper worden of opdrogen
verzandend	=	verzanden
verzandende	=	verzanden
verzanding	noun	het met zand gevuld raken van een rivier of haven
verzandingen	=	verzanding
verzandinkje	=	verzanding
verzandinkjes	=	verzanding
verzandt	=	verzanden
verzat	=	verzitten
verzate	=	verzitten
verzaten	=	verzitten
verzaveling	noun	proces van sociaal-economische en culturele opwaardering van een buurt of stadsdeel, vaak gekenmerkt door de renovatie van gebouwen en de instroom van kapitaalkrachtige, vaak hoogopgeleide, nieuwe bewoners
verzeep	=	verzepen
verzeept	=	verzepen
verzeepte	=	verzepen
verzeepten	=	verzepen
verzeg	=	verzeggen
verzegd	=	verzeggen
verzegde	=	verzeggen
verzegden	=	verzeggen
verzegel	=	verzegelen
verzegeld	=	verzegelen
verzegelde	=	verzegelen
verzegelden	=	verzegelen
verzegele	=	verzegelen
verzegelen	verb	officieel sluiten, hermetisch afsluiten zodat er niets meer door kan
verzegelend	=	verzegelen
verzegelende	=	verzegelen
verzegeling	noun	het voorzien van een onverbreekbare sluiting; het voorzien van een sluiting die men niet onopgemerkt kan verbreken
verzegelingen	=	verzegeling
verzegelt	=	verzegelen
verzegge	=	verzeggen
verzeggen	verb|formal	beloven om te doen of te geven
verzeggend	=	verzeggen
verzeggende	=	verzeggen
verzegt	=	verzeggen
verzei	=	verzeggen
verzeide	=	verzeggen
verzeiden	=	verzeggen
verzeidt	=	verzeggen
verzeil	=	verzeilen
verzeild	=	verzeilen
verzeilde	=	verzeilen
verzeilden	=	verzeilen
verzeile	=	verzeilen
verzeilen	verb	ergens terecht komen
verzeilend	=	verzeilen
verzeilende	=	verzeilen
verzeilt	=	verzeilen
verzeker	=	verzekeren
verzekeraar	noun	een bedrijf dat tegen betaling van een premie een bepaald risico voor een klant dekt
verzekeraars	=	verzekeraar
verzekeraartje	=	verzekeraar
verzekeraartjes	=	verzekeraar
verzekerbaar	adj	verzekerd kunnen worden
verzekerbaarder	=	verzekerbaar
verzekerbaardere	=	verzekerbaar
verzekerbaarders	=	verzekerbaar
verzekerbaars	=	verzekerbaar
verzekerbaarst	=	verzekerbaar
verzekerbaarste	=	verzekerbaar
verzekerbare	=	verzekerbaar
verzekerd	adj	gewis, stellig, vast, vaststaand, zeker
verzekerde	noun	iemand wiens belang of lijf is verzekerd
verzekerden	=	verzekerde
verzekerder	=	verzekerd
verzekerdere	=	verzekerd
verzekerders	=	verzekerd
verzekerds	=	verzekerd
verzekerdst	=	verzekerd
verzekerdste	=	verzekerd
verzekere	=	verzekeren
verzekeren	verb	verklaren dat iets toekomstigs met zekerheid te verwachten is
verzekerend	=	verzekeren
verzekerende	=	verzekeren
verzekering	noun	overeenkomst waarmee men zorgt voor vergoeding van schade, diefstal e.d. door het betalen van een premie aan degene die verzekert
verzekeringen	=	verzekering
verzekeringetje	=	verzekering
verzekeringetjes	=	verzekering
verzekeringmaatschappij	noun	onderneming die verzekeringen aanbiedt en afsluit
verzekeringmaatschappijen	=	verzekeringmaatschappij
verzekeringmaatschappijtje	=	verzekeringmaatschappij
verzekeringmaatschappijtjes	=	verzekeringmaatschappij
verzekeringnemer	noun	iemand die een verzekering heeft afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij
verzekeringnemers	=	verzekeringnemer
verzekeringsadviseur	noun	iemand die verzekerden goed zou moeten adviseren bij het afsluiten van een verzekering
verzekeringsadviseurs	=	verzekeringsadviseur
verzekeringsadviseurtje	=	verzekeringsadviseur
verzekeringsadviseurtjes	=	verzekeringsadviseur
verzekeringsagent	noun	makelaar in verzekeringen, makelaar in assurantiën
verzekeringsagenten	=	verzekeringsagent
verzekeringsbank	noun	instelling die de uitkeringen van de sociale wetgeving regelt
verzekeringsbanken	=	verzekeringsbank
verzekeringsbedrijf	noun	een bedrijf dat verzekeringen aanbiedt
verzekeringsbedrijfje	=	verzekeringsbedrijf
verzekeringsbedrijfjes	=	verzekeringsbedrijf
verzekeringsbedrijven	=	verzekeringsbedrijf
verzekeringsbewijs	noun	het bewijs dat men verzekerd is.
verzekeringsbewijsje	=	verzekeringsbewijs
verzekeringsbewijsjes	=	verzekeringsbewijs
verzekeringsbewijzen	=	verzekeringsbewijs
verzekeringsclaim	noun	aanspraak op vergoeding van schade door een verzekeringsmaaktschappij
verzekeringsclaims	=	verzekeringsclaim
verzekeringscomiteetje	=	verzekeringscomité
verzekeringscomiteetjes	=	verzekeringscomité
verzekeringscomité	noun	organisatie die bepaalt welke zaken wel of niet gedekt worden door een ziektekostenverzekering
verzekeringscomités	=	verzekeringscomité
verzekeringsconcern	noun	groot bedrijf dat verzekeringen verkoopt
verzekeringsconcerns	=	verzekeringsconcern
verzekeringsfraude	noun	oplichting van de verzekering door valse opgaven
verzekeringsfraudes	=	verzekeringsfraude
verzekeringsgedachte	noun	de ideeën die ten grondslag liggen aan een verzekeringsmaatschappij
verzekeringsgedachten	=	verzekeringsgedachte
verzekeringsgedachtes	=	verzekeringsgedachte
verzekeringsgeld	noun	geld dat de verzekerde krijgt van de verzekeringsmaatschappij bij een gebeurtenis waarvoor men verzekerd is
verzekeringsgelden	=	verzekeringsgeld
verzekeringsinstelling	noun	niet-commerciële organisatie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van (de sociale) verzekeringen
verzekeringsinstellingen	=	verzekeringsinstelling
verzekeringskantoor	noun	bedrijf dat verzekeringen doorverkoopt aan klanten
verzekeringskantoortje	=	verzekeringskantoor
verzekeringskantoortjes	=	verzekeringskantoor
verzekeringskantoren	=	verzekeringskantoor
verzekeringskost	noun|obsolete	premie die men voor een verzekering moet betalen
verzekeringskosten	noun	premie die men voor een verzekering moet betalen
verzekeringsmaatschappij	noun	een bedrijf dat verzekeringen [1] aanbiedt
verzekeringsmaatschappijen	=	verzekeringsmaatschappij
verzekeringsmaatschappijtje	=	verzekeringsmaatschappij
verzekeringsmaatschappijtjes	=	verzekeringsmaatschappij
verzekeringsmakelaar	noun	een tussenpersoon die actief is op de assurantiebeurs
verzekeringsmakelaars	=	verzekeringsmakelaar
verzekeringsmakelaren	=	verzekeringsmakelaar
verzekeringsmarkt	noun	het geheel van vraag en aanbod betreffende verzekeringen
verzekeringsmarkten	=	verzekeringsmarkt
verzekeringsnemer	noun	iemand die een verzekering heeft afgesloten bij een verzekeringsmaatschappij
verzekeringsnemers	=	verzekeringsnemer
verzekeringspolis	noun	document van de verzekeraar dat vastlegt op welke vergoedingen een verzekering recht heeft en welke voorwaarden daarbij gelden
verzekeringspolisje	=	verzekeringspolis
verzekeringspolisjes	=	verzekeringspolis
verzekeringspolissen	=	verzekeringspolis
verzekeringspremie	noun	geld dat een verzekerde moet betalen aan een verzekeringsmaatschappij in ruil voor een verzekering dat die maatschappij bij schade betaalt
verzekeringspremies	=	verzekeringspremie
verzekeringspremietje	=	verzekeringspremie
verzekeringsstelsel	noun	systeem van elkaar aanvullende verzekeringen
verzekeringsstelsels	=	verzekeringsstelsel
verzekeringssysteem	noun	de manier waarop men zich kan verzekeren; de manier waarop verzekeringen georganiseerd zijn
verzekeringssysteempje	=	verzekeringssysteem
verzekeringssysteempjes	=	verzekeringssysteem
verzekeringssystemen	=	verzekeringssysteem
verzekeringsvoorwaarde	noun	de eisen die een verzekeringsmaatschappij stelt bij het aanbieden van een verzekering
verzekeringsvoorwaarden	=	verzekeringsvoorwaarde
verzekeringswezen	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het aanbieden van verzekeringen
verzekerinkje	=	verzekering
verzekert	=	verzekeren
verzelfstandig	=	verzelfstandigen
verzelfstandigd	=	verzelfstandigen
verzelfstandigde	=	verzelfstandigen
verzelfstandigden	=	verzelfstandigen
verzelfstandige	=	verzelfstandigen
verzelfstandigen	verb	zelfstandig maken
verzelfstandigend	=	verzelfstandigen
verzelfstandigende	=	verzelfstandigen
verzelfstandiging	noun	het zelfstandig worden of maken
verzelfstandigingen	=	verzelfstandiging
verzelfstandigingetje	=	verzelfstandiging
verzelfstandigingetjes	=	verzelfstandiging
verzelfstandigt	=	verzelfstandigen
verzen	=	vers
verzenboek	noun	bundel gedichten of verzen.
verzenboeken	=	verzenboek
verzenboekje	=	verzenboek
verzenboekjes	=	verzenboek
verzend	=	verzenden
verzenddoos	noun	een stevige, vaak van golfkarton gemaakte verpakking, specifiek ontworpen om goederen veilig via post of koerier te versturen
verzenddoosje	=	verzenddoos
verzenddoosjes	=	verzenddoos
verzenddozen	=	verzenddoos
verzende	=	verzenden
verzenden	verb	een bericht via post of e-mail overbrengen
verzendend	=	verzenden
verzendende	=	verzenden
verzender	noun	de persoon die een of ander bericht naar een of meer ontvangers stuurt
verzenders	=	verzender
verzendertje	=	verzender
verzendertjes	=	verzender
verzending	noun	het verzenden
verzendingen	=	verzending
verzendingskost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen als met iets (met de post) van de ene naar de andere plaats zendt
verzendingskosten	noun	geld dat men moet betalen als met iets (met de post) van de ene naar de andere plaats zendt
verzendinkje	=	verzending
verzendinkjes	=	verzending
verzendknop	noun	vlakje op een computerscherm waarop men met de muis moet klikken om een bericht te versturen
verzendknopje	=	verzendknop
verzendknopjes	=	verzendknop
verzendknoppen	=	verzendknop
verzendkost	noun	uitgaven die nodig zijn om een brief of pakket bij de ontvanger te laten bezorgen
verzendkosten	noun	uitgaven die nodig zijn om een brief of pakket bij de ontvanger te laten bezorgen
verzendt	=	verzenden
verzenen	=	vers
verzeng	=	verzengen
verzengd	=	verzengen
verzengde	=	verzengen
verzengden	=	verzengen
verzenge	=	verzengen
verzengen	verb	door zengen beschadigen
verzengend	adj	te heet
verzengende	=	verzengen
verzengender	=	verzengend
verzengendere	=	verzengend
verzengenders	=	verzengend
verzengends	=	verzengend
verzengendst	=	verzengend
verzengendste	=	verzengend
verzengt	=	verzengen
verzenmaker	noun	iemand die rijmende teksten maakt
verzenmakers	=	verzenmaker
verzenmakertje	=	verzenmaker
verzenmakertjes	=	verzenmaker
verzentje	=	vers
verzenuwd	adj	'overspannen, gestrest, zenuwachtig, gespannen
verzenuwde	=	verzenuwd
verzenuwder	=	verzenuwd
verzenuwdere	=	verzenuwd
verzenuwders	=	verzenuwd
verzenuwds	=	verzenuwd
verzenuwdst	=	verzenuwd
verzenuwdste	=	verzenuwd
verzepe	=	verzepen
verzepen	verb	vetten en oliën chemisch veranderen in zeep
verzepend	=	verzepen
verzepende	=	verzepen
verzeping	noun	het verzepen
verzepingen	=	verzeping
verzepingsgetal	noun	het aantal milligram kaliumhydroxide (KOH) dat nodig is om de veresterde vetzuren in 1 gram van een vet volledig te verzepen en de aanwezige vrije vetzuren te neutraliseren
verzepingsgetallen	=	verzepingsgetal
verzepingsgetalletje	=	verzepingsgetal
verzepingsgetalletjes	=	verzepingsgetal
verzesvoudiging	noun	zes maal zoveel als voorheen
verzesvoudigingen	=	verzesvoudiging
verzesvoudigingetje	=	verzesvoudiging
verzesvoudigingetjes	=	verzesvoudiging
verzet	noun	handelingen gericht tegen de heersende macht of de aanvallende vijand alsmede de personen die die handelingen uitvoeren (de verzetsbeweging)
verzeten	=	verzitten
verzetje	noun	alleen verkleinwoord elke vorm van verstrooiing die iemand wat afleiding bezorgt, bijvoorbeeld een avondje uit
verzetjes	=	verzetje
verzets	=	verzet
verzetsactie	noun	een actie van het verzet
verzetsacties	=	verzetsactie
verzetsactietje	=	verzetsactie
verzetsactietjes	=	verzetsactie
verzetsactiën	=	verzetsactie
verzetsbeweging	noun	beweging van het verzet, de gezamenlijke mensen die zich verzetten tegen een overheerser
verzetsbewegingen	=	verzetsbeweging
verzetsbeweginkje	=	verzetsbeweging
verzetsbeweginkjes	=	verzetsbeweging
verzetsdaad	noun	een daad van verzet
verzetsdaadje	=	verzetsdaad
verzetsdaadjes	=	verzetsdaad
verzetsdaden	=	verzetsdaad
verzetsgroep	noun	groep samenwerkende verzetsstrijders
verzetsgroepen	=	verzetsgroep
verzetsgroepje	=	verzetsgroep
verzetsgroepjes	=	verzetsgroep
verzetshaard	noun	centrum vanwaaruit verzet groeit en georganiseerd wordt
verzetshaarden	=	verzetshaard
verzetsheld	noun	iemand die zich als een held heeft gedragen in een verzetsbeweging
verzetshelden	=	verzetsheld
verzetsheldje	=	verzetsheld
verzetsheldjes	=	verzetsheld
verzetshouding	noun	opstelling of gedrag waarbij iemand actief tegenstand, weerstand of protest biedt tegen heersende regels, opvattingen, machtsverhoudingen of een vijand.
verzetshoudingen	=	verzetshouding
verzetshoudinkje	=	verzetshouding
verzetshoudinkjes	=	verzetshouding
verzetskrant	noun	krant die geproduceerd is zonder officiële goedkeuring, illegaal is of tegen de wensen van een dominante (overheid, religie of instelling) groep ingaat
verzetskranten	=	verzetskrant
verzetskrantje	=	verzetskrant
verzetskrantjes	=	verzetskrant
verzetskruis	noun	Nederlandse onderscheiding, die bedoeld is voor personen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog verzetten tegen de Duitse of Japanse bezetter
verzetskruisen	=	verzetskruis
verzetskruizen	=	verzetskruis
verzetsleger	noun	leger van verzetsstrijders
verzetslegers	=	verzetsleger
verzetslegertje	=	verzetsleger
verzetslegertjes	=	verzetsleger
verzetslieden	=	verzetsman
verzetslui	=	verzetsman
verzetsman	noun	mannelijke verzetsstrijder
verzetsmannen	=	verzetsman
verzetsmannetje	=	verzetsman
verzetsmannetjes	=	verzetsman
verzetsmens	noun	iemand die tegenstand biedt aan gezag dat hij niet aanvaardt
verzetsmensen	=	verzetsmens
verzetsmonument	noun	monument ter herdenking van het verzet
verzetsmonumenten	=	verzetsmonument
verzetsmonumenttje	=	verzetsmonument
verzetsmonumenttjes	=	verzetsmonument
verzetsmusea	=	verzetsmuseum
verzetsmuseum	noun	een museum gewijd aan het verzet
verzetsmuseumpje	=	verzetsmuseum
verzetsmuseumpjes	=	verzetsmuseum
verzetsmuseums	=	verzetsmuseum
verzetsorganisatie	noun	groepering die zich tegen de overheid keert
verzetsorganisaties	=	verzetsorganisatie
verzetsroman	noun	een roman over het verzet tegen de duitsers in de Tweede Wereldoorlog
verzetsromannetje	=	verzetsroman
verzetsromannetjes	=	verzetsroman
verzetsromans	=	verzetsroman
verzetsspray	noun	spray met een onuitwisbare kleurstof waarmee een slachtoffer de aanvaller tijdelijk kan uitschakelen en kan markeren
verzetssprays	=	verzetsspray
verzetsstrijd	noun	een strijd die gevoerd wordt door een verzetsbeweging tegen de heersende macht
verzetsstrijden	=	verzetsstrijd
verzetsstrijder	noun	man die deelneemt aan een verzetsbeweging
verzetsstrijders	=	verzetsstrijder
verzetsstrijdster	noun	vrouw die deelneemt aan een verzetsbeweging
verzetsstrijdsters	=	verzetsstrijdster
verzetsvrouw	=	verzetsman
verzetswerk	noun	activiteit die gericht is op de ondermijning van een illegaal geachte overheid
verzetswerken	=	verzetswerk
verzette	=	verzetten
verzettelijk	adj	verpozing biedend
verzettelijke	=	verzettelijk
verzettelijker	=	verzettelijk
verzettelijkere	=	verzettelijk
verzettelijkers	=	verzettelijk
verzettelijks	=	verzettelijk
verzettelijkst	=	verzettelijk
verzettelijkste	=	verzettelijk
verzetten	verb	zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets
verzettend	=	verzetten
verzettende	=	verzetten
verzetting	noun	het verzetten
verzettingen	=	verzetting
verzevenvoudiging	noun	het proces of resultaat waarbij een bepaalde hoeveelheid of waarde zeven keer zo groot of talrijk wordt gemaakt
verzevenvoudigingen	=	verzevenvoudiging
verzevenvoudigingetje	=	verzevenvoudiging
verzevenvoudigingetjes	=	verzevenvoudiging
verzie	=	verzien
verzied	=	verzieden
verziedde	=	verzieden
verziedden	=	verzieden
verziede	=	verzieden
verzieden	verb	door koken verdampen
verziedend	=	verzieden
verziedende	=	verzieden
verziedt	=	verzieden
verziek	=	verzieken
verzieke	=	verzieken
verzieken	verb	verpesten, bederven, zorgen dat het niet leuk meer is
verziekend	=	verzieken
verziekende	=	verzieken
verzieking	noun	het proces waarbij iets figuurlijk wordt vergiftigd, bedorven of verpest.
verziekingen	=	verzieking
verziekinkje	=	verzieking
verziekinkjes	=	verzieking
verziekt	=	verzieken
verziekte	=	verzieken
verziekten	=	verzieken
verzien	verb	opmerken# voltooid deelwoord van verzien
verziend	adj	alleen verafgelegen objecten scherp zien kunnend
verziende	=	verziend
verziendheid	noun	oogafwijking waarbij een persoon zonder accommodatie van het oog niet scherp kan zien
verziends	=	verziend
verziet	=	verzien
verzijp	noun	hulpmiddel waarmee men vaste stoffen uit een vloeistof kan zeven
verzijpen	=	verzijp
verzijpje	=	verzijp
verzilt	=	verzilten
verzilte	=	verzilten
verzilten	verb	onder invloed van zeewater of uitdroging, zouter worden van wateren en gronden
verziltend	=	verzilten
verziltende	=	verzilten
verzilting	noun	het geleidelijk toenemen van het zoutgehalte van bodem of water
verziltingen	=	verzilting
verziltte	=	verzilten
verziltten	=	verzilten
verzilver	=	verzilveren
verzilverd	adj	voorzien van een zilverlaagje
verzilverde	=	verzilveren
verzilverden	=	verzilveren
verzilverds	=	verzilverd
verzilvere	=	verzilveren
verzilveren	verb	een voorwerp bedekken met een dun laagje zilver
verzilverend	=	verzilveren
verzilverende	=	verzilveren
verzilvert	=	verzilveren
verzin	=	verzinnen
verzink	=	verzinken
verzinkboor	noun	boor die dient om ingeboorde gaten aan het boveneinde kegelvormig te vergroten zodat de schroefkop daarin kan verdwijnen
verzinkboortje	=	verzinkboor
verzinkboortjes	=	verzinkboor
verzinkboren	=	verzinkboor
verzinke	=	verzinken
verzinken	verb	verdwijnen door in iets weg te zinken
verzinkend	=	verzinken
verzinkende	=	verzinken
verzinkt	=	verzinken
verzinkten	=	verzinken
verzinne	=	verzinnen
verzinnebeeld	=	verzinnebeelden
verzinnebeeldde	=	verzinnebeelden
verzinnebeeldden	=	verzinnebeelden
verzinnebeelde	=	verzinnebeelden
verzinnebeelden	verb	iets abstracts zo uitbeelden dat het met de zintuigen kan worden waargenomen
verzinnebeeldend	=	verzinnebeelden
verzinnebeeldende	=	verzinnebeelden
verzinnebeelding	noun	het verzinnebeelden (ww) of symboliseren van een abstract begrip, idee of gevoel door middel van een concreet beeld, figuur of symbool.
verzinnebeeldingen	=	verzinnebeelding
verzinnebeeldinkje	=	verzinnebeelding
verzinnebeeldinkjes	=	verzinnebeelding
verzinnebeeldt	=	verzinnebeelden
verzinnelijk	=	verzinnelijken
verzinnelijke	=	verzinnelijken
verzinnelijken	verb	geschikt maken voor zintuiglijke waarneming
verzinnelijkend	=	verzinnelijken
verzinnelijkende	=	verzinnelijken
verzinnelijking	noun	het verzinnelijken
verzinnelijkingen	=	verzinnelijking
verzinnelijkt	=	verzinnelijken
verzinnelijkte	=	verzinnelijken
verzinnelijkten	=	verzinnelijken
verzinnen	verb	bedenken van een fictief iets
verzinnend	=	verzinnen
verzinnende	=	verzinnen
verzinsel	noun	het bedachte (denigrerend)
verzinselen	=	verzinsel
verzinsels	=	verzinsel
verzinseltje	=	verzinsel
verzinseltjes	=	verzinsel
verzint	=	verzinnen
verzit	=	verzitten
verzitte	=	verzitten
verzitten	verb	anders gaan zitten
verzittend	=	verzitten
verzittende	=	verzitten
verzocht	=	verzoeken
verzochte	=	verzoeken
verzochten	=	verzoeken
verzode	=	verzieden
verzoden	=	verzieden
verzoek	noun	vraag om iets te doen, te laten of toe te staan
verzoeke	=	verzoeken
verzoeken	verb	aan iemand vragen iets al dan niet te doen
verzoekend	=	verzoeken
verzoekende	=	verzoeken
verzoeker	noun	iemand die om iets vraagt
verzoekers	=	verzoeker
verzoeking	noun	de aantrekkingskracht van iets dat je eigenlijk niet zou willen hebben of doen
verzoekingen	=	verzoeking
verzoekinkje	=	verzoeking
verzoekinkjes	=	verzoeking
verzoekje	=	verzoek
verzoekjes	=	verzoek
verzoeknummer	noun	een (muziek)nummer dat men speelt of draait omdat iemand daarom gevraagd heeft
verzoeknummers	=	verzoeknummer
verzoeknummertje	=	verzoeknummer
verzoeknummertjes	=	verzoeknummer
verzoekplaat	noun	muzieknummer dat een radiostation of -programma laat horen op verzoek van een luisteraar: de aanvrager
verzoekplaatje	=	verzoekplaat
verzoekplaatjes	=	verzoekplaat
verzoekplaten	=	verzoekplaat
verzoekschrift	noun	schriftelijk verzoek (meestal aan de overheid of een rechtscollege)
verzoekschriften	=	verzoekschrift
verzoekschriftje	=	verzoekschrift
verzoekster	noun	vrouw die een verzoek heeft, vrouwelijke vorm van verzoeker
verzoeksters	=	verzoekster
verzoekt	=	verzoeken
verzoen	=	verzoenen
verzoenbaar	adj	van twee of meer zaken, ideeën of personen dat ze met elkaar verenigbaar, combineerbaar of in overeenstemming te brengen zijn
verzoenbaarder	=	verzoenbaar
verzoenbaardere	=	verzoenbaar
verzoenbaarders	=	verzoenbaar
verzoenbaars	=	verzoenbaar
verzoenbaarst	=	verzoenbaar
verzoenbaarste	=	verzoenbaar
verzoenbare	=	verzoenbaar
verzoend	=	verzoenen
verzoendag	noun	feestdag waarop een jood zich rekenschap kan geven van zijn tekortkomingen en daarvoor boete kan doen
verzoendagen	=	verzoendag
verzoende	=	verzoenen
verzoenden	=	verzoenen
verzoene	=	verzoenen
verzoenen	verb	vrede laten sluiten
verzoenend	adj	het vermogen hebbend om ruzies te doen stoppen en vriendschappen te herstellen
verzoenende	=	verzoenen
verzoenender	=	verzoenend
verzoenendere	=	verzoenend
verzoenenders	=	verzoenend
verzoenends	=	verzoenend
verzoenendst	=	verzoenend
verzoenendste	=	verzoenend
verzoener	noun	iemand die verzoent, die partijen die met elkaar in conflict zijn hun strijd vreedzaam laat bijleggen
verzoeners	=	verzoener
verzoening	noun	het verzoenen, het stichten van vrede
verzoeningen	=	verzoening
verzoeningscommissie	noun	team van personen die proberen twee strijdende groeperingen weer met elkaar te verzoenen o.a. door de waarheid te achterhalen en bekend te maken
verzoeningscommissies	=	verzoeningscommissie
verzoeningsgezind	adj	geneigd om een ruzie bij te leggen
verzoeningsgezinde	=	verzoeningsgezind
verzoeningsgezinder	=	verzoeningsgezind
verzoeningsgezindere	=	verzoeningsgezind
verzoeningsgezinders	=	verzoeningsgezind
verzoeningsgezinds	=	verzoeningsgezind
verzoeningsgezindst	=	verzoeningsgezind
verzoeningsgezindste	=	verzoeningsgezind
verzoeningspoging	noun	een poging om een ruzie bij te leggen
verzoeningspogingen	=	verzoeningspoging
verzoeningspoginkje	=	verzoeningspoging
verzoeningspoginkjes	=	verzoeningspoging
verzoeningspolitiek	noun	politiek die streeft naar verzoening
verzoeninkje	=	verzoening
verzoeninkjes	=	verzoening
verzoenlijk	adj	wat men kan vergeven
verzoenlijke	=	verzoenlijk
verzoenlijker	=	verzoenlijk
verzoenlijkere	=	verzoenlijk
verzoenlijkers	=	verzoenlijk
verzoenlijks	=	verzoenlijk
verzoenlijkst	=	verzoenlijk
verzoenlijkste	=	verzoenlijk
verzoent	=	verzoenen
verzoet	=	verzoeten
verzoete	=	verzoeten
verzoeten	verb	iets (bitters) met suiker of zoetstof zoet maken
verzoetend	=	verzoeten
verzoetende	=	verzoeten
verzoette	=	verzoeten
verzoetten	=	verzoeten
verzole	=	verzolen
verzolen	verb	de zool van een schoen vervangen
verzolend	=	verzolen
verzolende	=	verzolen
verzoling	noun	het vernieuwen van de zolen van een schoen
verzolingen	=	verzoling
verzon	=	verzinnen
verzond	=	verzenden
verzonde	=	verzenden
verzonden	=	verzenden
verzondt	=	verzenden
verzonk	=	verzinken
verzonke	=	verzinken
verzonken	=	verzinken
verzonkt	=	verzinken
verzonne	=	verzinnen
verzonnen	=	verzinnen
verzont	=	verzinnen
verzood	=	verzieden
verzoodt	=	verzieden
verzool	=	verzolen
verzoold	=	verzolen
verzoolde	=	verzolen
verzoolden	=	verzolen
verzoolt	=	verzolen
verzoop	=	verzuipen
verzoopt	=	verzuipen
verzope	=	verzuipen
verzopen	=	verzuipen
verzorg	=	verzorgen
verzorgd	adj	waaraan zorg is besteed
verzorgde	=	verzorgd
verzorgden	=	verzorgen
verzorgder	=	verzorgd
verzorgdere	=	verzorgd
verzorgders	=	verzorgd
verzorgds	=	verzorgd
verzorgdst	=	verzorgd
verzorgdste	=	verzorgd
verzorge	=	verzorgen
verzorgen	verb	erop toezien dat een persoon of een dier het nodige verkrijgt
verzorgend	adj	betreft de aandacht die men heeft voor anderen en hen ondersteunt, verzorgt of verpleegt, vaak door te helpen met dagelijkse activiteiten zoals wassen, aankleden en medische basiszorg
verzorgende	noun	iemand die beroepshalve voor personen (w.o. zieken) zorgt maar geen verpleegkundige is
verzorgenden	=	verzorgende
verzorgender	=	verzorgend
verzorgendere	=	verzorgend
verzorgenders	=	verzorgend
verzorgends	=	verzorgend
verzorgendst	=	verzorgend
verzorgendste	=	verzorgend
verzorger	noun	Iemand die voor iets of iemand zorgt die verzorging nodig heeft.
verzorgers	=	verzorger
verzorgertje	=	verzorger
verzorgertjes	=	verzorger
verzorging	noun	het geven van zorg aan iets of iemand
verzorgingen	=	verzorging
verzorgingscentra	=	verzorgingscentrum
verzorgingscentrum	noun	gebouw waar (oudere) mensen verblijven die zorg nodig hebben
verzorgingscentrums	=	verzorgingscentrum
verzorgingsflat	noun	flatgebouw waarin bejaarden wonen die hulp en ondersteuning nodig hebben
verzorgingsflats	=	verzorgingsflat
verzorgingshuis	noun	bejaarden tehuis waar ouderen zorg nodig hebben (maar in principe geen verpleging)
verzorgingshuisje	=	verzorgingshuis
verzorgingshuisjes	=	verzorgingshuis
verzorgingshuizen	=	verzorgingshuis
verzorgingsplaats	noun	een plek langs een snelweg, autoweg of andere doorgaande weg waar automobilisten kunnen stoppen om te tanken, te eten en/of te rusten
verzorgingsplaatsen	=	verzorgingsplaats
verzorgingsplaatsje	=	verzorgingsplaats
verzorgingsplaatsjes	=	verzorgingsplaats
verzorgingsstaat	noun	een overheid die zorgt voor een minimaal welvaarts- en welzijnspeil voor alle inwoners
verzorgingsstaatje	=	verzorgingsstaat
verzorgingsstaatjes	=	verzorgingsstaat
verzorgingsstaten	=	verzorgingsstaat
verzorgingstehuis	noun	instelling waar (oudere) mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen, verzorging ontvangen en kunnen wonen
verzorgingstehuizen	=	verzorgingstehuis
verzorginkje	=	verzorging
verzorginkjes	=	verzorging
verzorgster	noun	een vrouwelijke verzorger
verzorgsters	=	verzorgster
verzorgstertje	=	verzorgster
verzorgstertjes	=	verzorgster
verzorgt	=	verzorgen
verzot	=	verzotten
verzots	=	verzotten
verzotst	=	verzotten
verzotste	=	verzotten
verzotte	=	verzotten
verzotten	verb	verliezen van het gezonde verstand, dwaas en idioot worden
verzottend	=	verzotten
verzottende	=	verzotten
verzotter	=	verzotten
verzottere	=	verzotten
verzotters	=	verzotten
verzout	=	verzouten
verzoute	=	verzouten
verzouten	verb	zouter of te zout worden
verzoutend	=	verzouten
verzoutende	=	verzouten
verzoutens	=	verzouten
verzoutte	=	verzouten
verzoutten	=	verzouten
verzucht	=	verzuchten
verzuchte	=	verzuchten
verzuchten	verb	op een klagende, berustende toon uitspreken
verzuchtend	=	verzuchten
verzuchtende	=	verzuchten
verzuchting	noun	met zuchten (hoorbare uitademingen) geuite klacht of wens
verzuchtingen	=	verzuchting
verzuchtinkje	=	verzuchting
verzuchtinkjes	=	verzuchting
verzuchtte	=	verzuchten
verzuchtten	=	verzuchten
verzuil	=	verzuilen
verzuild	=	verzuilen
verzuilden	=	verzuilen
verzuile	=	verzuilen
verzuilen	verb	een samenleving verdelen naar politieke richting en kerkelijke gezindheid en dus niet naar sociaal-economische klasse
verzuilend	=	verzuilen
verzuilende	=	verzuilen
verzuiling	noun	het verschijnsel dat een maatschappij uiteenvalt in scherp gescheiden levens- en wereldbeschouwelijke groeperingen, welke scheiding zich in alle facetten van het maatschappelijk leven doet gelden (scholen, verenigingen, partijen, vakbonden, omroeporganisaties, kranten, ziekenhuizen)
verzuilingen	=	verzuiling
verzuilinkje	=	verzuiling
verzuilinkjes	=	verzuiling
verzuilt	=	verzuilen
verzuim	noun	afwezig zijn
verzuimbegeleiding	noun	het proces waarbij werkgevers en arbodiensten samen een zieke werknemer ondersteunen, met als doel een snelle en duurzame terugkeer naar werk.
verzuimbegeleidingen	=	verzuimbegeleiding
verzuimbegeleidinkje	=	verzuimbegeleiding
verzuimbegeleidinkjes	=	verzuimbegeleiding
verzuimbestrijding	noun	het geheel van maatregelen, beleid en acties dat een werkgever onderneemt om ziekteverzuim binnen een organisatie te voorkomen, te beperken en te begeleiden.
verzuimbestrijdingen	=	verzuimbestrijding
verzuimbestrijdinkje	=	verzuimbestrijding
verzuimbestrijdinkjes	=	verzuimbestrijding
verzuimd	=	verzuimen
verzuimde	=	verzuimen
verzuimden	=	verzuimen
verzuime	=	verzuimen
verzuimen	verb	iets niet doen dat men in principe had behoren te doen
verzuimend	=	verzuimen
verzuimende	=	verzuimen
verzuimpercentage	noun	aantal werknemers dat niet werkt per 100 werknemers
verzuimpercentages	=	verzuimpercentage
verzuimpje	=	verzuim
verzuimpjes	=	verzuim
verzuimt	=	verzuimen
verzuip	=	verzuipen
verzuipe	=	verzuipen
verzuipen	verb	door verdrinking om het leven komen
verzuipend	=	verzuipen
verzuipende	=	verzuipen
verzuipt	=	verzuipen
verzure	=	verzuren
verzuren	verb	zuur worden
verzurend	=	verzuren
verzurende	=	verzuren
verzuring	noun	van iets dat het zuurder wordt met name als vorm van milieu verontreiniging
verzuringen	=	verzuring
verzuster	=	verzusteren
verzusterd	=	verzusteren
verzusterde	=	verzusteren
verzusterden	=	verzusteren
verzustere	=	verzusteren
verzusteren	verb	bijzonder sterke banden aanknopen
verzusterend	=	verzusteren
verzusterende	=	verzusteren
verzustering	noun	relatie tussen twee plaatsen of gebieden in verschillende landen waarbij volgens afspraak regelmatig vriendschappelijke uitwisselingen tussen bewoners en organisaties zijn
verzusteringen	=	verzustering
verzustert	=	verzusteren
verzuur	=	verzuren
verzuurd	=	verzuren
verzuurde	=	verzuren
verzuurden	=	verzuren
verzuurt	=	verzuren
verzwaar	=	verzwaren
verzwaard	=	verzwaren
verzwaarde	=	verzwaren
verzwaarden	=	verzwaren
verzwaart	=	verzwaren
verzwak	=	verzwakken
verzwakke	=	verzwakken
verzwakken	verb	zwakker maken
verzwakkend	=	verzwakken
verzwakkende	=	verzwakken
verzwakking	noun	verlies van kracht, vermindering van intensiteit, proces van zwakker worden
verzwakkingen	=	verzwakking
verzwakkinkje	=	verzwakking
verzwakkinkjes	=	verzwakking
verzwakt	=	verzwakken
verzwakte	=	verzwakken
verzwakten	=	verzwakken
verzware	=	verzwaren
verzwaren	verb|figurative	erger maken
verzwarend	=	verzwaren
verzwarende	=	verzwaren
verzwaring	noun	het zwaarder maken of worden
verzwaringen	=	verzwaring
verzweeg	=	verzwijgen
verzweegt	=	verzwijgen
verzweer	=	verzweren
verzweert	=	verzweren
verzwege	=	verzwijgen
verzwegen	=	verzwijgen
verzwelg	=	verzwelgen
verzwelge	=	verzwelgen
verzwelgen	verb	in zijn geheel opslokken
verzwelgend	=	verzwelgen
verzwelgende	=	verzwelgen
verzwelgt	=	verzwelgen
verzwendel	=	verzwendelen
verzwendeld	=	verzwendelen
verzwendelde	=	verzwendelen
verzwendelden	=	verzwendelen
verzwendele	=	verzwendelen
verzwendelen	verb	iets verliezen of vernietigen door oneerlijke of zelfs misdadige handel
verzwendelend	=	verzwendelen
verzwendelende	=	verzwendelen
verzwendelt	=	verzwendelen
verzwere	=	verzweren
verzweren	verb	afzweren
verzwerend	=	verzweren
verzwerende	=	verzweren
verzwijg	=	verzwijgen
verzwijge	=	verzwijgen
verzwijgen	verb	iets niet vertellen
verzwijgend	=	verzwijgen
verzwijgende	=	verzwijgen
verzwijging	noun	het verzwijgen
verzwijgingen	=	verzwijging
verzwijginkje	=	verzwijging
verzwijginkjes	=	verzwijging
verzwijgt	=	verzwijgen
verzwik	=	verzwikken
verzwikke	=	verzwikken
verzwikken	verb	een gewricht (meestal de enkel) door een ongeluk te ver buigen zodat het beschadigd raakt
verzwikkend	=	verzwikken
verzwikkende	=	verzwikken
verzwikking	noun	het verzwikken
verzwikkingen	=	verzwikking
verzwikkinkje	=	verzwikking
verzwikkinkjes	=	verzwikking
verzwikt	=	verzwikken
verzwikte	=	verzwikken
verzwikten	=	verzwikken
verzwind	=	verzwinden
verzwinde	=	verzwinden
verzwinden	verb	verdwijnen
verzwindend	=	verzwinden
verzwindende	=	verzwinden
verzwindt	=	verzwinden
verzwoer	=	verzweren
verzwolg	=	verzwelgen
verzwolge	=	verzwelgen
verzwolgen	=	verzwelgen
verzwolgt	=	verzwelgen
verzwond	=	verzwinden
verzwonde	=	verzwinden
verzwonden	=	verzwinden
verzwondt	=	verzwinden
verzwoor	=	verzweren
verzworen	=	verzweren
vesicaal	adj	met betrekking tot de blaas
vesicaals	=	vesicaal
vesicale	=	vesicaal
vesikel	noun	met vocht gevulde holte in de huid
vesikels	=	vesikel
vesper	noun	zevende en voorlaatste getijde van de dag tussen none en completen
vesperbroden	=	vesperbrood
vesperbrood	noun	avondbrood, avondmaal
vesperbroodje	=	vesperbrood
vesperbroodjes	=	vesperbrood
vesperei	noun	lichte broodmaaltijd in de namiddag, zoals die op het Vlaamse platteland gebruikelijk was
vespereien	verb	in de namiddag een lichte broodmaaltijd eten
vespermuis	noun	Calomys laucha knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
vespermuisje	=	vespermuis
vespermuisjes	=	vespermuis
vespermuizen	=	vespermuis
vespers	noun	voorlaatste gebed van de dag in de kloosters
vessem	=	vessemen
vessemde	=	vessemen
vessemden	=	vessemen
vesseme	=	vessemen
vessemen	verb	door het oog van een naald steken
vessemend	=	vessemen
vessemende	=	vessemen
vessemt	=	vessemen
vest	noun	een mouwloos jasje, te dragen onder de jas van het kostuum
vestaals	adj	met betrekking tot de godin Vesta
vestaalse	=	vestaals
vestaalser	=	vestaals
vestaalsere	=	vestaals
vestaalsers	=	vestaals
vestaalst	=	vestaals
vestaalste	=	vestaals
veste	noun	met muren beschermde plaats; de muren van een vesting
vesten	verb	bevestigen, vastmaken
vestend	=	vesten
vestende	=	vesten
vestiaire	noun	een plaats in een theater of andere openbare gelegenheid waar men zijn jas kan laten ophangen en een tas kan laten bewaren
vestiaires	=	vestiaire
vestibulair	adj	van, betrekking hebbend op het vestibulum (de toegangsruimte tot o.a. het inwendig oor)
vestibulairder	=	vestibulair
vestibulairdere	=	vestibulair
vestibulairders	=	vestibulair
vestibulaire	=	vestibulair
vestibulairs	=	vestibulair
vestibulairst	=	vestibulair
vestibulairste	=	vestibulair
vestibule	noun	ruimte direct achter de ingang van een gebouw of een huis
vestibules	=	vestibule
vestibuletje	=	vestibule
vestibuletjes	=	vestibule
vestibulologen	=	vestibuloloog
vestibuloloog	noun	deskundige op het gebied van het evenwicht en het evenwichtsorgaan (vestibulair systeem)
vestibuultje	=	vestibule
vestibuultjes	=	vestibule
vestig	=	vestigen
vestigde	=	vestigen
vestigden	=	vestigen
vestige	=	vestigen
vestigen	verb	stichten, beginnen, oprichten
vestigend	=	vestigen
vestigende	=	vestigen
vestiging	noun	het zich vestigen.
vestigingen	=	vestiging
vestigingetje	=	vestiging
vestigingetjes	=	vestiging
vestigingsadres	noun	gegevens over de locatie van een persoon, bedrijf of organisatie
vestigingsadressen	=	vestigingsadres
vestigingsklimaat	noun	het geheel aan factoren die bepaalt hoe aantrekkelijk het is om een vestiging te openen in een bepaald gebied
vestigingsklimaten	=	vestigingsklimaat
vestigingskosten	noun	het geld dat het kost om ergens te gaan wonen
vestigingsmanager	noun	diegene die de leiding heeft over een filiaal van een winkelketen of van een grootwinkelbedrijf.
vestigingsmanagers	=	vestigingsmanager
vestigingsmanagertje	=	vestigingsmanager
vestigingsmanagertjes	=	vestigingsmanager
vestigingsplaats	noun	plaats, gemeente van vestiging (van een bedrijf)
vestigingsplaatsen	=	vestigingsplaats
vestigingsterrein	noun	gebied om huisvesting in te vinden
vestigingsterreinen	=	vestigingsterrein
vestigingsverbod	noun	een verbod om een bedrijf, instelling, of soms zelfs een persoon (in de zin van 'zich vestigen') op een specifieke locatie of in een bepaald gebied te plaatsen
vestigingsverboden	=	vestigingsverbod
vestigingsverbodje	=	vestigingsverbod
vestigingsverbodjes	=	vestigingsverbod
vestigingsverdrag	noun	verdrag met een ander land betreffende de vestiging van buitenlanders
vestigingsverdragen	=	vestigingsverdrag
vestigingsverdragje	=	vestigingsverdrag
vestigingsverdragjes	=	vestigingsverdrag
vestigingsvoorwaarde	noun	de omstandigheden die gelden voor bedrijven om zich ergens te vestigen
vestigingsvoorwaarden	=	vestigingsvoorwaarde
vestigt	=	vestigen
vestimentair	adj	met betrekking tot de kleding
vestimentairder	=	vestimentair
vestimentairdere	=	vestimentair
vestimentairders	=	vestimentair
vestimentaire	=	vestimentair
vestimentairs	=	vestimentair
vestimentairst	=	vestimentair
vestimentairste	=	vestimentair
vesting	noun	een militair versterkte stad.
vestingbouw	noun	het bouwen van vestingen
vestingbouwkunde	noun	de kunst van het bouwen van vestingen
vestingen	=	vesting
vestinggracht	noun	gracht om een vesting
vestinggrachten	=	vestinggracht
vestinggrachtje	=	vestinggracht
vestinggrachtjes	=	vestinggracht
vestingmuren	=	vestingmuur
vestingmuur	noun	de muur van een versterkte stad; de muur van een vesting
vestingmuurtje	=	vestingmuur
vestingmuurtjes	=	vestingmuur
vestingstad	noun	een met vestingwerken verdedigde stad; een stad die een vesting is
vestingstadje	=	vestingstad
vestingstadjes	=	vestingstad
vestingsteden	=	vestingstad
vestingwal	noun	de verdedigingsmuur van een stad, vesting of kasteel
vestingwallen	=	vestingwal
vestingwalletje	=	vestingwal
vestingwalletjes	=	vestingwal
vestingwerk	noun	een bouwsel dat dient ter bescherming van een vesting of stad tegen militaire aanvallen
vestingwerken	=	vestingwerk
vestingwerkje	=	vestingwerk
vestingwerkjes	=	vestingwerk
vestinkje	=	vesting
vestinkjes	=	vesting
vestje	=	vest
vestjes	=	vest
vestte	=	vesten
vestten	=	vesten
vestzak	noun	zak in een vest
vestzak-broekzak	adv	met omslachtige verschuivingen van geld dat uiteindelijk toch van dezelfde eigenaar blijft
vestzak-broekzakoperatie	noun	omslachtige financiële verschuiving waarbij geld uiteindelijk binnen dezelfde organisatie terechtkomt, zodat de bestemming alleen in naam verandert
vestzak-broekzakoperaties	=	vestzak-broekzakoperatie
vestzakdwerghaai	noun	Mollisquama parini een vissensoort uit de familie van de valse doornhaaien (Dalatiidae).
vestzakdwerghaaien	=	vestzakdwerghaai
vestzakdwerghaaitje	=	vestzakdwerghaai
vestzakdwerghaaitjes	=	vestzakdwerghaai
vestzakje	=	vestzak
vestzakjes	=	vestzak
vestzakken	=	vestzak
vet	adj	rijk aan vet, vetrijk	noun	een groep van chemische stoffen bestaande uit verbindingen tussen glycerol en vetzuren
vetachtig	adj	lijkend op vet; eigenschappen hebben die vet ook heeft
vetachtige	=	vetachtig
vetachtiger	=	vetachtig
vetachtigere	=	vetachtig
vetachtigers	=	vetachtig
vetachtigs	=	vetachtig
vetachtigst	=	vetachtig
vetachtigste	=	vetachtig
vetarm	adj	weinig vet bevattend
vetarme	=	vetarm
vetarmer	=	vetarm
vetarmere	=	vetarm
vetarmers	=	vetarm
vetarms	=	vetarm
vetarmst	=	vetarm
vetarmste	=	vetarm
vetbelasting	noun	belasting op voedingsproducten die teveel vet of suiker bevatten
vetbelastingen	=	vetbelasting
vetblaadje	=	vetblad
vetblaadjes	=	vetblad
vetblad	noun	benaming voor planten uit het geslacht Pinguicula uit de blaasjeskruidfamilie Lentibulariaceae
vetbladen	=	vetblad
vetbol	noun	klomp vet
vetbollen	=	vetbol
vetbolletje	=	vetbol
vetbolletjes	=	vetbol
vetbuik	noun|figurative	een dik persoon
vetbuiken	=	vetbuik
vetbuikje	=	vetbuik
vetbuikjes	=	vetbuik
vetbult	noun	ophoping van vet
vetbulten	=	vetbult
vetbultje	=	vetbult
vetbultjes	=	vetbult
vete	noun	een langdurige twist
veteer	=	veteren
veteerde	=	veteren
veteerden	=	veteren
veteert	=	veteren
veten	=	vete
veter	noun	een rijgkoord of rijgsnoer om delen van kledingstukken, schoeisel, zeilen ed. vaak tijdelijk en min of meer strak, aan elkaar te rijgen.
veteraan	noun	een voormalig militair die gevochten heeft, een uitgediend krijgsman
veteraantje	=	veteraan
veteraantjes	=	veteraan
veterane	noun	een ervaren en oude vrouw in een bepaald onderwerpgebied, zoals een sportster, geleerde, etc.
veteranen	=	veteraan
veteranencafeetje	=	veteranencafé
veteranencafeetjes	=	veteranencafé
veteranencafé	noun	bijeenkomst van ex-militairen
veteranencafés	=	veteranencafé
veteranenloket	noun	instantie waar veteranen, oorlogsslachtoffers en diensslachtoffers terechtkunnen met hulpvragen
veteranenvoetbalvereniging	noun	een specifieke groep binnen een amateurvoetbalclub voor oudere spelers.
veteranenvoetbalverenigingen	=	veteranenvoetbalvereniging
veteranenvoetbalverenigingetje	=	veteranenvoetbalvereniging
veteranenvoetbalverenigingetjes	=	veteranenvoetbalvereniging
veteranenziekte	noun	gevaarlijke longontsteking, veroorzaakt door de legionellabacterie
veteranenziekten	=	veteranenziekte
veteranenziektes	=	veteranenziekte
veteranes	=	veterane
veterde	=	veteren
veterden	=	veteren
veterdiploma	noun	een 'diploma' dat kinderen ontvangen als ze zelfstandig hun schoenveters kunnen strikken
veterdiploma's	=	veterdiploma
veterdiplomaatje	=	veterdiploma
veterdiplomaatjes	=	veterdiploma
veterdrop	noun	soort snoepgoed gemaakt met het sap van zoethoutwortels, in de vorm van lange slierten
veterdroppen	=	veterdrop
vetere	=	veteren
veteren	verb	met een koord vastmaken; veters strikken
veterend	=	veteren
veterende	=	veteren
vetergaatje	=	vetergat
vetergaatjes	=	vetergat
vetergat	noun	een van de gaten in kledingstukken, schoeisel, zeildoek etc. bestemd om een veter door te rijgen
vetergaten	=	vetergat
veterhaak	noun	een haak aan kleding of schoeisel waaromheen een veter kan worden geslagen
veterhaakje	=	veterhaak
veterhaakjes	=	veterhaak
veterhaken	=	veterhaak
veterinair	noun	dierenarts	adj	diergeneeskundig, veeartsenijkundig
veterinairder	=	veterinair
veterinairdere	=	veterinair
veterinairders	=	veterinair
veterinaire	=	veterinair
veterinairs	=	veterinair
veterinairst	=	veterinair
veterinairste	=	veterinair
veterogen	=	veteroog
veteroog	noun	een van de gaten waardoor een veter wordt geregen
veteroogje	=	veteroog
veteroogjes	=	veteroog
veterpink	noun	metalen of kunststoffen ringetje of buisje aan het eind van een veter dat rafelen tegengaat
veterpinken	=	veterpink
veters	=	veter
veterschoen	noun	schoen die dichtgemaakt / vastgemaakt wordt met veters
veterschoenen	=	veterschoen
veterschoentje	=	veterschoen
veterschoentjes	=	veterschoen
veterstift	noun	het tot een stift verharde, afgebonden of van een rijgmalie voorziene eind van een touw, koord of veter
veterstiften	=	veterstift
veterstiftje	=	veterstift
veterstiftjes	=	veterstift
veterstrikdiploma	noun	een 'diploma' dat kinderen ontvangen als ze zelfstandig hun schoenveters kunnen strikken
veterstrikdiploma's	=	veterstrikdiploma
veterstrikdiplomaatje	=	veterstrikdiploma
veterstrikdiplomaatjes	=	veterstrikdiploma
vetert	=	veteren
vetertje	=	veter
vetertjes	=	veter
vetes	=	vete
vetetje	=	vete
vetetjes	=	vete
vetgans	noun	benaming voor niet-vliegende zeevogels uit de orde Sphenisciformes
vetgansje	=	vetgans
vetgansjes	=	vetgans
vetganzen	=	vetgans
vetgedrukt	adj	dik en vaak ook groot afgedrukt
vetgedrukte	=	vetgedrukt
vetgedrukter	=	vetgedrukt
vetgedruktere	=	vetgedrukt
vetgedrukters	=	vetgedrukt
vetgedrukts	=	vetgedrukt
vetgedruktst	=	vetgedrukt
vetgedruktste	=	vetgedrukt
vetgemest	=	vetmesten
vetgemeste	=	vetmesten
vetgezwel	noun	goedaardige tumor van vetweefsel
vetgezwellen	=	vetgezwel
vetgezwelletje	=	vetgezwel
vetgezwelletjes	=	vetgezwel
vetheid	noun	het vet zijn
vethuishouding	noun	het biologische proces in een organisme waarbij vetten uit voedsel worden opgenomen, getransporteerd, verbrand, opgeslagen of afgebroken.
vethuishoudingen	=	vethuishouding
vethuishoudinkje	=	vethuishouding
vethuishoudinkjes	=	vethuishouding
vetinname	noun	de hoeveelheid vet die men eet
vetinnamen	=	vetinname
vetinnames	=	vetinname
vetiver	noun	Chrysopogon zizanioides een overblijvende grassoort, oorspronkelijk afkomstig uit India; de naam komt uit het Tamil.
vetje	noun	bepaalde klein blijvende karperachtige vissoort, Leucaspius delineatus
vetjes	adv	vetgedrukt, dikgedrukt
vetkaars	noun	goedkope maar sterk roetende kaars die gemaakt is van dierlijk vet (in plaats van was of stearine)
vetkaarsen	=	vetkaars
vetkaarsje	=	vetkaars
vetkaarsjes	=	vetkaars
vetkelkje	noun	een geslacht Marsupella uit de vetkelkjesfamilie (Gymnomitriaceae).
vetkelkjes	=	vetkelkje
vetkelkjesfamilie	noun	een familie Gymnomitriaceae van levermossen uit de orde Jungermanniales.
vetklep	noun	iemand met overgewicht
vetklepje	=	vetklep
vetklepjes	=	vetklep
vetkleppen	=	vetklep
vetklier	noun	een klier die vet of olie uitscheidt naar de huid
vetklieren	=	vetklier
vetkliertje	=	vetklier
vetkliertjes	=	vetklier
vetklomp	noun	een grote massa vet
vetklompen	=	vetklomp
vetklompje	=	vetklomp
vetklompjes	=	vetklomp
vetkoek	noun	als snack gegeten in olie gebakken koek (traditioneel Zuid-Afrikaans)
vetkoeken	=	vetkoek
vetkoekje	=	vetkoek
vetkoekjes	=	vetkoek
vetkrijt	noun	een tekenmateriaal dat gebruikt wordt om merktekens aan te brengen
vetkrijtje	=	vetkrijt
vetkrijtjes	=	vetkrijt
vetkruid	noun	een geslacht Sedum uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae) met vierhonderd tot vijfhonderd soorten.
vetkruidblauwtje	noun	Scolitantides orion is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
vetkruidblauwtjes	=	vetkruidblauwtje
vetkruiden	=	vetkruid
vetkuif	noun	een kuif die met vet (brillantine) staande wordt gehouden.
vetkuifje	=	vetkuif
vetkuifjes	=	vetkuif
vetkuiven	=	vetkuif
vetkussen	noun	een ophoping van vet op een bepaalde plaats
vetkussens	=	vetkussen
vetkussentje	=	vetkussen
vetkussentjes	=	vetkussen
vetlaag	noun	onderhuids vetweefsel bij mens of dier
vetlaagje	=	vetlaag
vetlaagjes	=	vetlaag
vetlaars	noun	laars gemaakt van waterdicht gemaakt leer
vetlaarsje	=	vetlaars
vetlaarsjes	=	vetlaars
vetlaarzen	=	vetlaars
vetlagen	=	vetlaag
vetleder	=	vetleer
vetleer	noun	door walvissentraan waterdicht gemaakt leer
vetleren	adj	gemaakt van met vet behandeld en daardoor waterdicht leer
vetlever	noun	vervette lever wat vaak een teken is van een leverbeschadiging
vetlevers	=	vetlever
vetlok	noun	bosje haar aan de achterzijde van het onderbeen van een paard
vetlokje	=	vetlok
vetlokjes	=	vetlok
vetlokken	=	vetlok
vetluis	noun	benaming voor vettige aanslag in wasmachine en wasgoed die kan optreden als langere tijd niet is gewassen bij temperaturen van 60° C of hoger.
vetmassa	noun	een hoeveelheid vet(weefsel)
vetmassa's	=	vetmassa
vetmest	=	vetmesten
vetmeste	=	vetmesten
vetmesten	verb	een dier/persoon overvloedig en calorierijk voedsel aanbieden zodat deze in gewicht aankomt
vetmestend	=	vetmesten
vetmestende	=	vetmesten
vetmester	noun	iets waarvan je dik wordt
vetmesters	=	vetmester
vetmestte	=	vetmesten
vetmestten	=	vetmesten
vetmot	noun	Aglossa pinguinalis een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten.
vetmotje	=	vetmot
vetmotjes	=	vetmot
vetmotten	=	vetmot
vetmuis	noun	Steatomys pratensis knaagdier uit de familie van de Nesomyidae.
vetmuisje	=	vetmuis
vetmuisjes	=	vetmuis
vetmuizen	=	vetmuis
vetmuren	=	vetmuur
vetmuur	noun	een plantengeslacht Sagina dat behoort tot de anjerfamilie en met wereldwijd ongeveer 32 soorten
vetmuurtje	=	vetmuur
vetmuurtjes	=	vetmuur
veto	noun	het recht, dat aan één of meer partijen van een besluitvormende raad kan zijn verleend, om het in stemming brengen van voorstellen te verbieden of aangenomen besluiten ongeldig te verklaren
veto's	=	veto
vetode	=	vetoën
vetoden	=	vetoën
vetogen	=	vetoog
vetoog	noun	druppel vet die boven op de soep drijft
vetoogje	=	vetoog
vetoogjes	=	vetoog
vetoot	=	vetoën
vetootje	=	veto
vetoplosbaar	adj	van een stof dat deze goed kan oplossen in vetten en oliën
vetoplosbaarder	=	vetoplosbaar
vetoplosbaardere	=	vetoplosbaar
vetoplosbaarders	=	vetoplosbaar
vetoplosbaars	=	vetoplosbaar
vetoplosbaarst	=	vetoplosbaar
vetoplosbaarste	=	vetoplosbaar
vetoplosbare	=	vetoplosbaar
vetopname	noun	de opname van vet, vanuit het voedsel, via de darmslijmvlies, in het lichaam
vetopnamen	=	vetopname
vetopnames	=	vetopname
vetopslag	noun	het ophopen van vet in bepaalde delen van het lichaam
vetopslagen	=	vetopslag
vetopslagje	=	vetopslag
vetopslagjes	=	vetopslag
vetorecht	noun	zonder enige steun van de andere deelnemers in een groep een besluit kunnen tegenhouden
vetorechten	=	vetorecht
vetoë	=	vetoën
vetoën	verb	gebruik maken van het recht om een besluit tegen te houden
vetoënd	=	vetoën
vetoënde	=	vetoën
vetpercentage	noun	de hoeveelheid vetweefsel per kg lichaamsgewicht
vetpercentages	=	vetpercentage
vetplant	noun	een plant die water opslaat in een deel van zijn lichaam en daardoor lang kan overleven in een droog klimaat
vetplanten	=	vetplant
vetplantenfamilie	noun	een familie Crassulaceae van tweezaadlobbige kruiden en heesters.
vetplantenfamilies	=	vetplantenfamilie
vetplantenfamilietje	=	vetplantenfamilie
vetplantenfamilietjes	=	vetplantenfamilie
vetplantgitje	noun	Cheilosia semifasciata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
vetplantgitjes	=	vetplantgitje
vetplantje	=	vetplant
vetplantjes	=	vetplant
vetpolster	noun	ronding of bolling van het lichaam door onderhuids vetweefsel
vetpolsters	=	vetpolster
vetpot	noun	een pot waar vet in zit
vetpotje	=	vetpot
vetpotjes	=	vetpot
vetpotten	=	vetpot
vetpuist	noun	acne, jeugdpuistje
vetpuisten	=	vetpuist
vetpuistje	=	vetpuist
vetpuistjes	=	vetpuist
vetput	noun	put waarin vet kan worden gescheiden en opgeslagen zodat het niet samen met het afvalwater in de riolering verdwijnt
vetputten	=	vetput
vetrand	noun	een zichtbare hoeveelheid vet die aan de buitenkant van een stuk vlees zit
vetranden	=	vetrand
vetrandje	=	vetrand
vetrandjes	=	vetrand
vetreserve	noun	vetweefsel waarin een lichaam energie uit voedsel opslaat
vetreserves	=	vetreserve
vetrijk	adj	veel vet bevattend
vetrijke	=	vetrijk
vetrijker	=	vetrijk
vetrijkere	=	vetrijk
vetrijkers	=	vetrijk
vetrijks	=	vetrijk
vetrijkst	=	vetrijk
vetrijkste	=	vetrijk
vetrol	noun	huidplooi met veel vetweefsel
vetrollen	=	vetrol
vetrolletje	=	vetrol
vetrolletjes	=	vetrol
vets	=	vet
vetschort	noun	vetweefsel dat in de buikwand zit
vetschorten	=	vetschort
vetschortje	=	vetschort
vetschortjes	=	vetschort
vetsoort	noun	een type vet
vetsoorten	=	vetsoort
vetspek	noun	vrijwel vleesloos, wit spek dat voornamelijk uit vet bestaat
vetspuit	noun	een drukpomp om smeervet door smeernippels te persen
vetspuiten	=	vetspuit
vetspuitje	=	vetspuit
vetspuitjes	=	vetspuit
vetst	=	vet
vetstaart	noun	schapenras met een dikke staart
vetstaartbuidelmuis	noun	Pseudantechinus macdonnellensis een buidelmuis uit het geslacht Pseudantechinus
vetstaartbuidelmuisje	=	vetstaartbuidelmuis
vetstaartbuidelmuisjes	=	vetstaartbuidelmuis
vetstaartbuidelmuizen	=	vetstaartbuidelmuis
vetstaarten	=	vetstaart
vetstaartje	=	vetstaart
vetstaartjes	=	vetstaart
vetstaartkatmaki	noun	Cheirogaleus medius een nachtactieve dwergmaki (Cheirogaleidae) en is endemisch op Madagaskar
vetstaartkatmaki's	=	vetstaartkatmaki
vetstaartkatmakietje	=	vetstaartkatmaki
vetstaartkatmakietjes	=	vetstaartkatmaki
vetste	=	vet
vetstof	noun	vettig smeermiddel
vetstoffen	=	vetstof
vetstofwisseling	noun	het lichaamsproces dat vetten uit voeding afbreekt, omzet en opslaat voor energie, warmte en structurele functies, waarbij de lever een centrale rol speelt
vetstofwisselingen	=	vetstofwisseling
vetstofwisselingetje	=	vetstofwisseling
vetstofwisselingetjes	=	vetstofwisseling
vettaks	noun	extra hoge belasting op ongezonde, vetrijke voeding met als doel de toename van het aantal mensen met obesitas te verlagen
vettaksen	=	vettaks
vette	=	vet
vetten	verb	met vet insmeren
vettend	=	vetten
vettende	=	vetten
vetter	=	vet
vettere	=	vet
vetters	=	vet
vettig	adj	aanvoelend alsof het vet bevat
vettige	=	vettig
vettiger	=	vettig
vettigere	=	vettig
vettigers	=	vettig
vettigs	=	vettig
vettigst	=	vettig
vettigste	=	vettig
vetusteit	noun	waardevermindering voor veroudering
vetverbrander	noun	stof die lichaamsvet verbrandt
vetverbranders	=	vetverbrander
vetverbranding	noun	het biologische proces waarbij het lichaam opgeslagen vet of vet uit voeding omzet in energie.
vetverbrandingen	=	vetverbranding
vetverbrandinkje	=	vetverbranding
vetverbrandinkjes	=	vetverbranding
vetvin	noun	een verdikte vin zonder stralen op de rug van sommige soorten vissen, tussen de rugvin en de staartvin.
vetvinnen	=	vetvin
vetvinnetje	=	vetvin
vetvinnetjes	=	vetvin
vetvlek	noun	door vet veroorzaakte vlek (die vaak moeilijk te verwijderen is)
vetvlekje	=	vetvlek
vetvlekjes	=	vetvlek
vetvlekken	=	vetvlek
vetvogel	noun	Steatornis caripensis een vogel uit de orde der nachtzwaluwachtigen (Caprimulgiformes).
vetvogels	=	vetvogel
vetvogeltje	=	vetvogel
vetvogeltjes	=	vetvogel
vetvorming	noun	het maken van vet, en het daardoor ontstaan van vetophopingen
vetvormingen	=	vetvorming
vetvrij	adj	geen vet bevattend, zonder vet
vetvrije	=	vetvrij
vetvrijer	=	vetvrij
vetvrijere	=	vetvrij
vetvrijers	=	vetvrij
vetvrijs	=	vetvrij
vetvrijst	=	vetvrij
vetvrijste	=	vetvrij
vetweefsel	noun	weefsel waarin vet wordt opgeslagen
vetweefselen	=	vetweefsel
vetweefsels	=	vetweefsel
vetwei	noun	vloeistof die overblijft bij de bereiding van vette of zoetemelkse kaas
vetweid	=	vetweiden
vetweidde	=	vetweiden
vetweidden	=	vetweiden
vetweide	=	vetweiden
vetweiden	verb	vetmesten van vee door het te laten grazen op een wei
vetweidend	=	vetweiden
vetweidende	=	vetweiden
vetweider	noun	iemand die het vee laat grazen in de wei om het vet te mesten
vetweiders	=	vetweider
vetweidt	=	vetweiden
vetweien	=	vetwei
vetweitje	=	vetwei
vetweitjes	=	vetwei
vetzak	noun	een zak(je) met vet
vetzakje	=	vetzak
vetzakjes	=	vetzak
vetzakken	=	vetzak
vetzucht	noun	ziekelijke vetafzetting in menselijke weefsels
vetzuren	=	vetzuur
vetzuur	noun	een keten van ten minste twee koolstofatomen en een carboxylgroep
vetzuurtje	=	vetzuur
vetzuurtjes	=	vetzuur
vetzwelling	noun	chronische, erfelijke vetverdelingsstoornis waarbij vet zich onevenredig ophopt in de benen, billen en soms armen, terwijl de rest van het lichaam slanker blijft
vetéren	=	veteren
veugel	=	vogel
veulen	noun	jong van bepaalde hoefdieren als het paard, de ezel, de kameel en de zebra
veulens	=	veulen
veulentje	=	veulen
veulentjes	=	veulen
veurenaar	noun	een inwoner van Veurne, of iemand afkomstig uit Veurne
veurenaars	=	veurenaar
veurenaren	=	veurenaar
veurnaar	noun	een inwoner van Veurne, of iemand afkomstig uit Veurne
veurnaars	=	veurnaar
veurnaren	=	veurnaar
vexatie	noun	kwelling, mishandeling
vexaties	=	vexatie
vexeer	=	vexeren
vexeerde	=	vexeren
vexeerden	=	vexeren
vexeert	=	vexeren
vexere	=	vexeren
vexeren	verb	overlast aandoen, kwellen, mishandelen
vexerend	=	vexeren
vexerende	=	vexeren
vexillologie	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met vlaggen.
vexilloloog	noun	een wetenschapper die zich bezighoudt met vlaggen.
veze	=	vijzen
vezel	noun	een vezel is een lang, dun filament waarvan de lengte ten minste drie keer groter is dan de doorsnede
vezelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van vezel
vezelachtige	=	vezelachtig
vezelachtiger	=	vezelachtig
vezelachtigere	=	vezelachtig
vezelachtigers	=	vezelachtig
vezelachtigs	=	vezelachtig
vezelachtigst	=	vezelachtig
vezelachtigste	=	vezelachtig
vezelde	=	vezelen
vezelden	=	vezelen
vezele	=	vezelen
vezelen	verb	fluisteren
vezelend	=	vezelen
vezelende	=	vezelen
vezelig	adj	opgebouwd zijnd uit draden
vezelige	=	vezelig
vezeliger	=	vezelig
vezeligere	=	vezelig
vezeligers	=	vezelig
vezeligs	=	vezelig
vezeligst	=	vezelig
vezeligste	=	vezelig
vezelkop	noun	een groot geslacht Inocybe van paddenstoelen uit de familie Inocybaceae.
vezelkopje	=	vezelkop
vezelkopjes	=	vezelkop
vezelkoppen	=	vezelkop
vezelkoppie	=	vezelkop
vezelkoppies	=	vezelkop
vezelplaat	noun	een plaat welke is opgebouwd uit vezels met daaraan een bindmiddel toegevoegd
vezelplaatje	=	vezelplaat
vezelplaatjes	=	vezelplaat
vezelplaten	=	vezelplaat
vezelrijk	adj	een product dat rijk is aan voedingsvezels
vezelrijke	=	vezelrijk
vezelrijker	=	vezelrijk
vezelrijkere	=	vezelrijk
vezelrijkers	=	vezelrijk
vezelrijks	=	vezelrijk
vezelrijkst	=	vezelrijk
vezelrijkste	=	vezelrijk
vezels	=	vezel
vezelt	=	vezelen
vezeltje	=	vezel
vezeltjes	=	vezel
vezen	=	vijzen
vezend	=	vijzen
vezende	=	vijzen
veêl	=	vedelen
vhf	noun	frequentieband voor telecommunicatie, van 30 tot 300 MHz
vhf-antenne	noun	een antenne voor het uitzenden en/of ontvangen van elektromagnetische straling in het frequentiegebied van 30 - 300 MHz
vhf-antennes	=	vhf-antenne
vhf-antennetje	=	vhf-antenne
vhf-antennetjes	=	vhf-antenne
vhs	noun	de afkorting voor video home system, een opname- en afspeelstandaard voor videorecorders
vi	=	zes
via	prep	langs
viaduct	noun	brug met een weg om over een hindernis te komen
viaducten	=	viaduct
viaductje	=	viaduct
viaductjes	=	viaduct
viagra	noun	een medicijn dat onder andere de erectie bij mannen stimuleert
viagraaf	noun	toestel dat oneffenheden in het wegdek registreert
viagraafje	=	viagraaf
viagraafjes	=	viagraaf
viagrafen	=	viagraaf
viaticum	noun	vergoeding die een dominee ontvangt voor het houden van een preek
viaticums	=	viaticum
vibe	noun	sfeer
vibede	=	viben
vibeden	=	viben
viben	verb	dansen door met het onderlichaam te draaien
vibend	=	viben
vibende	=	viben
vibes	=	vibe
vibet	=	viben
vibete	=	viben
vibey	adj	sfeervol
vibeyer	=	vibey
vibeyere	=	vibey
vibeyers	=	vibey
vibeys	=	vibey
vibeyst	=	vibey
vibeyste	=	vibey
vibo	=	vibrator
vibrafonist	noun	een bespeler van een vibrafoon
vibrafonisten	=	vibrafonist
vibrafonistje	=	vibrafonist
vibrafonistjes	=	vibrafonist
vibrafoon	noun	een muziekinstrument met gestemde metalen stroken (toetsen) die zoals bij pianoklavier zijn gerangschikt, en die met mallets worden aangeslagen.
vibrafoons	=	vibrafoon
vibrafoontje	=	vibrafoon
vibrafoontjes	=	vibrafoon
vibratie	noun	trilling of slingerende beweging
vibratiemassage	noun	massage die vibrerend wordt uitgevoerd
vibratiemassages	=	vibratiemassage
vibratiepomp	noun	pomp waar de pompwerking door vibratie ontstaat b.v. door een membraan te laten trillen
vibratiepompen	=	vibratiepomp
vibratiepompje	=	vibratiepomp
vibratiepompjes	=	vibratiepomp
vibraties	=	vibratie
vibratietraining	noun	training waarbij men de spieren en coördinatie traint door op een platform plaats te nemen wat aan een voortdurende kanteling onderhevig is
vibrato	adv	een muzikaal effect dat wordt veroorzaakt door het periodiek variëren van de hoogte van een toon
vibratoloos	adj	zonder vibrato
vibratoloost	=	vibratoloos
vibratolooste	=	vibratoloos
vibratoloze	=	vibratoloos
vibratolozer	=	vibratoloos
vibratolozere	=	vibratoloos
vibratolozers	=	vibratoloos
vibrator	noun	apparaat dat mechanische trillingen voortbrengt
vibratoren	=	vibrator
vibratorisch	adj	betrekking hebbend op een vibrator of vibraties
vibratorische	=	vibratorisch
vibratorischer	=	vibratorisch
vibratorischere	=	vibratorisch
vibratorischers	=	vibratorisch
vibrators	=	vibrator
vibratortje	=	vibrator
vibratortjes	=	vibrator
vibreer	=	vibreren
vibreerde	=	vibreren
vibreerden	=	vibreren
vibreert	=	vibreren
vibrere	=	vibreren
vibreren	verb	trillen, in staat van trilling verkeren
vibrerend	=	vibreren
vibrerende	=	vibreren
vicariaat	noun	ambt en rechtsgebied van een vicaris
vicariaten	=	vicariaat
vicaris	noun	plaatsvervanger en assistent van een bisschop
vicarisje	=	vicaris
vicarissen	=	vicaris
vicarius	=	vicaris
viceadmiraal	noun	officier bij de marine die in rang overeenkomt met een luitenant-generaal
viceadmiraals	=	viceadmiraal
viceadmiraaltje	=	viceadmiraal
viceadmiraaltjes	=	viceadmiraal
viceadmiralen	=	viceadmiraal
vicedecaan	noun	functie die een trap lager is dan decaan
vicedecanen	=	vicedecaan
vicefractievoorzitter	noun	assistent van de leider van een fractie van een politieke partij in een volksvertegenwoordiging die zo nodig deze leider vervangt bij afwezigheid
vicefractievoorzitters	=	vicefractievoorzitter
vicegouverneur	noun	iemand die de gouverneur kan vervangen als die afwezig is
vicegouverneurs	=	vicegouverneur
vicekampioen	noun	persoon of ploeg die de tweede plaats van een kampioenschap heeft behaald
vicekampioenen	=	vicekampioen
vicekampioentje	=	vicekampioen
vicekampioentjes	=	vicekampioen
vicekanselier	noun	plaatsvervanger van de kanselier (Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland)
vicekanselieren	=	vicekanselier
vicekanseliers	=	vicekanselier
vicekanselierschap	noun	het vicekanselier zijn
vicekanselierschappen	=	vicekanselierschap
vicekanseliertje	=	vicekanselier
vicekanseliertjes	=	vicekanselier
viceminister	noun	iemand die een minister assisteert en zo nodig vervangt
viceminister-president	noun	plaatsvervanger van een premier of minister-president.
viceminister-presidenten	=	viceminister-president
viceminister-presidentje	=	viceminister-president
viceminister-presidentjes	=	viceminister-president
viceministers	=	viceminister
viceministers-presidenten	=	viceminister-president
vicepremier	noun	waarnemend minister-president
vicepremiers	=	vicepremier
vicepremierschap	noun	het plaatsvervangend premier zijn
vicepremierschappen	=	vicepremierschap
vicepremiertje	=	vicepremier
vicepremiertjes	=	vicepremier
vicepresident	noun	eerste vervanger van een president.
vicepresidente	noun	vrouwelijke vorm van vicepresident
vicepresidenten	=	vicepresident
vicepresidentes	=	vicepresidente
vicepresidentje	=	vicepresident
vicepresidentjes	=	vicepresident
vicepresidentschap	noun	bestuursfunctie waarin men als plaatsvervanger van de voorzitter van een organisatie wordt beschouwd
vicepresidentschappen	=	vicepresidentschap
vicepresidentskandidaat	noun	iemand die bij een verkiezing gekozen kan worden als assistent en plaatsvervanger van de president
vicepresidentskandidaten	=	vicepresidentskandidaat
vicevoorzitter	noun	plaatsvervangend voorzitter, tweede voorzitter
vicevoorzitters	=	vicevoorzitter
vicevoorzitterschap	noun	het vicevoorzitter zijn
vicevoorzitterschappen	=	vicevoorzitterschap
vicevoorzittertje	=	vicevoorzitter
vicevoorzittertjes	=	vicevoorzitter
vichtig	=	vijftig
vicieus	adj	gebrekkig en slecht
vicieust	=	vicieus
vicieuste	=	vicieus
vicieuze	=	vicieus
vicieuzer	=	vicieus
vicieuzere	=	vicieus
vicieuzers	=	vicieus
vicoenja	noun	Vicugna vicugna zoogdier behorend tot de kameelachtigen, net zoals de lama, de guanaco en de alpaca.
vicoenja's	=	vicoenja
vicoenjaatje	=	vicoenja
vicoenjaatjes	=	vicoenja
victimisatie	noun	beleving van een misdaad als slachtoffer daarvan
victimisaties	=	victimisatie
victimologe	noun	vrouw die de problemen die slachtoffers van misdrijven ervaren, stelselmatig bestudeert
victimologen	=	victimoloog
victimologes	=	victimologe
victimologie	noun	stelselmatige bestudering van de problemen die slachtoffers van misdrijven ervaren
victimoloog	noun	iemand die de problemen die slachtoffers van misdrijven ervaren, stelselmatig bestudeert
victoria	noun	laag en open vierwielig rijtuig met een huif, vooral in de Victoriaanse tijd veel op de weg gebruikt
victoria's	=	victoria
victoriaans	adj	in een stijl die past bij het begin van de regeringsperiode van koningin Victoria in Engeland
victoriaanse	=	victoriaans
victoriaanser	=	victoriaans
victoriaansere	=	victoriaans
victoriaansers	=	victoriaans
victoriaanst	=	victoriaans
victoriaanste	=	victoriaans
victoriaatje	=	victoria
victoriaatjes	=	victoria
victorie	noun	overwinning, zege
victories	=	victorie
victorietje	=	victorie
victorietjes	=	victorie
victorieus	adj	blij als een overwinnaar
victorieust	=	victorieus
victorieuste	=	victorieus
victorieuze	=	victorieus
victorieuzer	=	victorieus
victorieuzere	=	victorieus
victorieuzers	=	victorieus
victualie	noun	levensmiddelen
victualiën	=	victualie
vicuña	noun	bepaald soort zoogdier, Vicugna vicugna, een Zuid-Amerikaanse wilde lama uit de familie van de kameelachtigen
vicuña's	=	vicuña
vicuñaatje	=	vicuña
vicuñaatjes	=	vicuña
vide	noun	hoge open ruimte over meerdere verdiepingen in een gebouw	prep	zie gebruikt in een tekst om te verwijzen naar een vindplaats elders
videetje	=	vidé
videetjes	=	vidé
viden	=	vide
video	noun	techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezette beeldinformatie
video's	=	video
video-cd	noun	cd waarop filmbeelden zijn vastgelegd
video-cd's	=	video-cd
video-cd'tje	=	video-cd
video-cd'tjes	=	video-cd
video-opname	noun	reeks bewegende beelden vastgelegd met een camera
video-opnamen	=	video-opname
video-opnames	=	video-opname
videoaanbod	noun	alle beschikbare video-content, zoals films, series, documentaires, instructievideo's of vlogs, die op aanvraag (on demand) bekeken kunnen worden
videoapparatuur	noun	toestellen waarmee men video-opnames kan maken en afspelen
videoband	noun	magnetische beeld- en geluidsband voor een videorecorder
videobanden	=	videoband
videobandje	=	videoband
videobandjes	=	videoband
videobeeld	noun	wat te zien is op een video-opname
videobeelden	=	videobeeld
videobel	=	videobellen
videobelde	=	videobellen
videobelden	=	videobellen
videobelle	=	videobellen
videobellen	verb	telefoneren met een beeldtelefoon
videobellend	=	videobellen
videobellende	=	videobellen
videobelt	=	videobellen
videobestand	noun	computerbestand dat videobeelden bevat
videobestanden	=	videobestand
videobestandje	=	videobestand
videobewaking	noun	bescherming van iets met behulp van een camera
videobewakingen	=	videobewaking
videobewakinkje	=	videobewaking
videobewakinkjes	=	videobewaking
videoblog	noun	kroniek op het internet bestaande uit veel video's
videoblogger	noun	persoon die een kroniek met veel video's bijhoudt op het internet
videobloggers	=	videoblogger
videoblogje	=	videoblog
videoblogjes	=	videoblog
videoblogs	=	videoblog
videoboodschap	noun	een bericht dat door middel van een video wordt gecommuniceerd
videoboodschapje	=	videoboodschap
videoboodschappen	=	videoboodschap
videocamera	noun	camera waarmee men video-opnamen kan maken
videocamera's	=	videocamera
videocameraatje	=	videocamera
videocameraatjes	=	videocamera
videocassette	noun	cassette met band voor een videorecorder
videocassetten	=	videocassette
videocassetterecorder	noun	een recorder waarmee beeldmateriaal op videobanden kan worden opgeslagen.
videocassetterecorders	=	videocassetterecorder
videocassetterecordertje	=	videocassetterecorder
videocassetterecordertjes	=	videocassetterecorder
videocassettes	=	videocassette
videochat	noun	communicatietechniek waarbij men berichten typt terwijl tegelijkertijd de geadresseerde op een beeldscherm te zien is
videochatapp	noun	een app waarmee mensen kunnen videochatten
videochatapps	=	videochatapp
videochats	=	videochat
videochatte	=	videochatten
videochatten	verb	communiceren door het typen van berichten terwijl men tegelijkertijd iemand in beeld kan zien
videochattend	=	videochatten
videochattende	=	videochatten
videoclip	noun	korte videofilm ter promotie van een popsong
videoclipachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een videoclip
videoclipachtige	=	videoclipachtig
videoclipachtiger	=	videoclipachtig
videoclipachtigere	=	videoclipachtig
videoclipachtigers	=	videoclipachtig
videoclipachtigs	=	videoclipachtig
videoclipachtigst	=	videoclipachtig
videoclipachtigste	=	videoclipachtig
videoclipje	=	videoclip
videoclipjes	=	videoclip
videoclipregisseur	noun	iemand die de regie voert over het maken van een videoclip
videoclipregisseurs	=	videoclipregisseur
videoclipregisseurtje	=	videoclipregisseur
videoclipregisseurtjes	=	videoclipregisseur
videoclips	=	videoclip
videoconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal video's producerende bedrijven
videoconcerns	=	videoconcern
videoconferencing	noun	technologie waarmee mensen op verschillende locaties via internet live in beeld en geluid met elkaar kunnen communiceren, vaak aangeduid als videobellen of virtueel vergaderen.
videoconferentie	noun	een conferentie die deels of in zijn geheel via telecommunicatie op twee of meerdere tegelijk plaatsvindt
videoconferenties	=	videoconferentie
videoconferentietje	=	videoconferentie
videoconferentietjes	=	videoconferentie
videoconsult	noun	een online-adviesgesprek via een beeldverbinding
videoconsulten	=	videoconsult
videocratie	noun	populistische vorm van democratie, die vooral steunt op hoe politici op de televisie overkomen
videocratietje	=	videocratie
videocratieën	=	videocratie
videodagboek	noun	online dagboek waarin gebeurtenissen, gedachten en ervaringen worden vastgelegd met behulp van video in plaats van tekst
videodagboeken	=	videodagboek
videodagboekje	=	videodagboek
videodagboekjes	=	videodagboek
videofilm	noun	film gemaakt met een videocamera in plaats van een filmcamera
videofilmpje	=	videofilm
videofilmpjes	=	videofilm
videofilms	=	videofilm
videofoon	noun	een telefoontoestel waarmee geluid en beeld verzonden kunnen worden
videofoons	=	videofoon
videofoontje	=	videofoon
videofoontjes	=	videofoon
videofragment	noun	een gedeelte van een film
videofragmenten	=	videofragment
videofragmentje	=	videofragment
videofragmentjes	=	videofragment
videogame	noun	spelletje dat op de televisie of op een beeldscherm wordt gespeeld
videogames	=	videogame
videogeheugen	noun	apart geheugen waarin de gegevens van het beeldscherm worden opgeslagen
videogeheugens	=	videogeheugen
videogesprek	noun	gesprek via een beeldtelefoon
videogesprekje	=	videogesprek
videogesprekken	=	videogesprek
videogetuigenis	noun	een getuigenis die op video is vastgelegd
videogetuigenissen	=	videogetuigenis
videografie	noun	de techniek van de elektronische beeldregistratie en geluidsregistratie
videografieën	=	videografie
videojockey	noun	een presentator op een muziekzender op televisie die videoclips aan elkaar praat
videojockeys	=	videojockey
videojockeytje	=	videojockey
videojockeytjes	=	videojockey
videokaart	noun	uitbreidingskaart voor de besturing van een beeldscherm en voor het uitvoeren van berekeningen voor grafische taken of lineaire algebra
videokaarten	=	videokaart
videokanaal	noun	kanaal via welk beeldinformatie wordt verspreid
videokanaaltje	=	videokanaal
videokanaaltjes	=	videokanaal
videokanalen	=	videokanaal
videokunst	noun	kunstvorm die gebruikmaakt van videobeelden
videokunsten	=	videokunst
videomuren	=	videomuur
videomuur	noun	een muur die kan dienen als videoscherm; een videoscherm dat zo groot is als een muur
videootje	=	video
videootjes	=	video
videopagina	noun	webpagina waarop videomateriaal wordt aangeboden
videopagina's	=	videopagina
videopaginaatje	=	videopagina
videopaginaatjes	=	videopagina
videopresentatie	noun	voordracht met bewegende beelden
videopresentaties	=	videopresentatie
videoprojector	noun	apparaat voor het projecteren van videobeelden
videoprojectors	=	videoprojector
videorecorder	noun	toestel waarmee men beeld en geluid op magneetband kan vastleggen en afspelen, video
videorecorders	=	videorecorder
videorecordertje	=	videorecorder
videoregistratie	noun	registratie met een videocamera en videoregistratieapparatuur
videoregistraties	=	videoregistratie
videoreportage	noun	verslag door het opnemen van een videofilm
videoreportages	=	videoreportage
videoselfie	noun	een video die iemand van zichzelf maakt
videoselfies	=	videoselfie
videospel	noun	elektronisch spel, met beelden op een monitor of tv
videospelen	=	videospel
videospeler	noun	toestel waarmee men een videobestand kan vertonen
videospelers	=	videospeler
videospellen	=	videospel
videospelletje	=	videospel
videospelletjes	=	videospel
videostreaming	noun	het streamen van beeldmateriaal
videostreamingsdienst	noun	een website die videostreaming aanbiedt
videostreamingsdiensten	=	videostreamingsdienst
videostreamingsdienstje	=	videostreamingsdienst
videostreamingsdienstjes	=	videostreamingsdienst
videotape	noun	een tape voor een videorecorder.
videotapes	=	videotape
videoteleconferentie	noun	een conferentie die deels of in zijn geheel via telecommunicatie op twee of meerdere tegelijk plaatsvindt
videoteleconferenties	=	videoteleconferentie
videoteleconferentietje	=	videoteleconferentie
videoteleconferentietjes	=	videoteleconferentie
videotheek	noun	uitleencentrum voor films
videotheekje	=	videotheek
videotheekjes	=	videotheek
videotheken	=	videotheek
videoverbinding	noun	communicatiekanaal waarbij beeld en geluid worden verzonden en ontvangen
videoverbindingen	=	videoverbinding
videoverbindinkje	=	videoverbinding
videoverbindinkjes	=	videoverbinding
videovergader	=	videovergaderen
videovergaderd	=	videovergaderen
videovergaderde	=	videovergaderen
videovergaderden	=	videovergaderen
videovergadere	=	videovergaderen
videovergaderen	verb	vergaderen op afstand waarbij men gebruikmaakt van een beeld- en geluidsverbinding
videovergaderend	=	videovergaderen
videovergaderende	=	videovergaderen
videovergadering	noun	bijeenkomst van verschillende mensen op grotere fysieke afstand waarbij men gebruikmaakt van een beeld- en geluidsverbinding
videovergaderingen	=	videovergadering
videovergadert	=	videovergaderen
videowoordenboek	noun	digitale verzameling woorden die ondersteund wordt door video's om de betekenis van woorden te verduidelijken
videowoordenboeken	=	videowoordenboek
videowoordenboekje	=	videowoordenboek
videowoordenboekjes	=	videowoordenboek
videozaak	noun	winkel waar videoapparatuur wordt verkocht
videozaken	=	videozaak
vides	=	vide
videtje	=	vide
videtjes	=	vide
viditel	noun	systeem waarmee via de telefoon informatie opgevraagd kon worden die kon worden weergegeven op een beeldscherm
vidé	noun	bakje van bladerdeeg
vidés	=	vidé
vief	adj	nog levendig voor zijn of haar leeftijd
viefheden	=	viefheid
viefheid	noun	het nog jeugdig en levendig zijn van een ouder persoon
viefs	=	vief
viefst	=	vief
viefste	=	vief
viel	=	vallen
viele	=	vallen
vielen	=	vallen
vielt	=	vallen
viennoiserie	noun	luxe zoete broodjes waarin minstens 10% suiker en/of vet is verwerkt
viennoiserieën	=	viennoiserie
vier	num	"4", het getal tussen drie en vijf	noun	het cijfer 4
vierarmig	adj	met vier armen
vierarmige	=	vierarmig
vierarmigers	=	vierarmig
vierarmigs	=	vierarmig
vierbaans	adj	het hebben van vier banen
vierbaansweg	noun	verkeersweg met twee rijstroken per rijrichting
vierbaanswegen	=	vierbaansweg
vierbak	noun	een versnellingsbak met vier versnellingen
vierbakken	=	vierbak
vierbandgroefbij	noun	Halictus quadricinctus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
vierbandgroefbijen	=	vierbandgroefbij
vierbandgroefbijtje	=	vierbandgroefbij
vierbandgroefbijtjes	=	vierbandgroefbij
vierbandmarmermug	noun	Tipula (Pterelachisus) trifascingulata een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
vierbandmarmermuggen	=	vierbandmarmermug
vierbandmarmermuggetje	=	vierbandmarmermug
vierbandmarmermuggetjes	=	vierbandmarmermug
vierbandmarmermugje	=	vierbandmarmermug
vierbandmarmermugjes	=	vierbandmarmermug
vierbandspanner	noun	Xanthorhoe ferrugata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
vierbandspanners	=	vierbandspanner
vierbandspannertje	=	vierbandspanner
vierbandspannertjes	=	vierbandspanner
vierbandzandhoen	noun	Pterocles quadricinctus een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae)
vierbandzandhoenderen	=	vierbandzandhoen
vierbandzandhoenders	=	vierbandzandhoen
vierbandzandhoendertje	=	vierbandzandhoen
vierbandzandhoendertjes	=	vierbandzandhoen
vierbandzandhoenen	=	vierbandzandhoen
vierbandzandhoentje	=	vierbandzandhoen
vierbandzandhoentjes	=	vierbandzandhoen
vierbenig	adj	vier benen gebruiken bij het lopen
vierbenige	=	vierbenig
vierbenigs	=	vierbenig
vierblaadje	=	vierblad
vierblaadjes	=	vierblad
vierblad	noun	een bepaalde vorm in maaswerk waarbij vier overlappende cirkels met ieder een spitsbogig einde in een vierhoek gelegen zijn en open zijn aan de kant waar ze elkaar raken
vierbladen	=	vierblad
viercilindermotor	noun	verbrandingsmotor met 4 verbrandingskamers
viercilindermotoren	=	viercilindermotor
viercilindermotors	=	viercilindermotor
vierdaags	adj	vier dagen durend
vierdaagse	noun	sportieve tocht verdeeld over vier achtereenvolgende dagen
vierdaagsefeesten	noun	het grootste gratis toegankelijke evenement van Nederland.
vierdaagsegevoel	noun	de feestelijke, sportieve, vriendschappelijke saamhorigheid die heerst tijdens de Nijmeegse Vierdaagse
vierdaagsen	=	vierdaagse
vierdaagses	=	vierdaagse
vierdaagseweek	noun	de periode van 7 dagen waarin de vierdaagse van Nijmegen wordt gehouden
vierdaagseweken	=	vierdaagseweek
vierdag	noun	een dag waarop men een feest viert en niet werkt
vierdagen	=	vierdag
vierde	adj	nummer vier in een rij
vierde-eeuwer	noun	iemand die in de vierde eeuw heeft geleefd
vierde-eeuwers	=	vierde-eeuwer
vierde-eeuwertje	=	vierde-eeuwer
vierde-eeuwertjes	=	vierde-eeuwer
vierde-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 301-400
vierde-eeuwse	=	vierde-eeuws
vierdeklas	adj	met betrekking tot de vierde klasse
vierdekwartaalcijfers	noun	financiële resultaten van een bedrijf in de periode oktober - december van een jaar
vierdelig	adj	van iets dat het vier onderdelen bevat
vierdelige	=	vierdelig
vierdeligs	=	vierdelig
vierden	=	vieren
vierder	noun	iemand die iets viert
vierderangs	adj	met een kwaliteit die slechter is dan de derderang
vierders	=	vierder
vierdeurs	adj	auto met twee deuren bij de voorstoelen en twee deuren bij de achterbank
vierdimensionaal	adj	met vier parameters waarmee de vorm en afmetingen van iets worden vastgelegd
vierdimensionaals	=	vierdimensionaal
vierdimensionale	=	vierdimensionaal
vierdubbel	adj	viermaal zoveel (dus eigenlijk het resultaat van een verdubbeling van een verdubbeling)
vierdubbele	=	vierdubbel
vierdubbels	=	vierdubbel
vierduizendste	adj	nummer vierduizend in een rij
viere	=	vieren
vierel	noun	gedeelte dat een vierde van een groter geheel is
vierels	=	vierel
viereltje	=	vierel
viereltjes	=	vierel
vieren	verb	op plechtige of feestelijke wijze een gedenkwaardige tijd gedenken	noun	datief van vier: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels
vierend	=	vieren
vierende	=	vieren
vierendeel	noun	een vierde deel van iets
vierendeelde	=	vierendelen
vierendeelden	=	vierendelen
vierendeelen	=	vierendelen
vierendeelt	=	vierendelen
vierendeeltje	=	vierendeel
vierendeeltjes	=	vierendeel
vierendele	=	vierendelen
vierendelen	verb	iemand ter dood brengen door het lichaam in vier stukken uiteen te rijten, gewoonlijk tussen vier paarden ingespannen
vierendelend	=	vierendelen
vierendelende	=	vierendelen
vierendertig	num	"34", het getal tussen drieëndertig en vijfendertig, dertig plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 34 is aangeduid
vierendertigjarig	adj	34 jaren durend
vierendertigjarige	noun	levend wezen dat 34 jaar oud is of iets dat 34 jaar bestaat
vierendertigjarigen	=	vierendertigjarige
vierendertigjarigs	=	vierendertigjarig
vierendertigje	=	vierendertig
vierendertigjes	=	vierendertig
vierendertigs	=	vierendertig
vierendertigste	adj	nummer vierendertig in een rij.
vierenhalf	num	de breuk 4½; vier en een half
vierenhalfs	=	vierenhalf
vierenhalve	=	vierenhalf
vierennegentig	num	"94", het getal tussen drieënnegentig en vijfennegentig, negentig plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 94 is aangeduid
vierennegentigjarig	adj	94 jaren durend
vierennegentigjarige	noun	levend wezen dat 94 jaar oud is of iets dat 94 jaar bestaat
vierennegentigjarigen	=	vierennegentigjarige
vierennegentigjarigs	=	vierennegentigjarig
vierennegentigje	=	vierennegentig
vierennegentigjes	=	vierennegentig
vierennegentigs	=	vierennegentig
vierennegentigste	adj	nummer vierennegentig in een rij.
vierentachtig	num	"84", het getal tussen drieëntachtig en vijfentachtig, tachtig plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 84 is aangeduid
vierentachtigjarig	adj	84 jaren durend
vierentachtigjarige	noun	levend wezen dat 84 jaar oud is of iets dat 84 jaar bestaat
vierentachtigjarigen	=	vierentachtigjarige
vierentachtigjarigs	=	vierentachtigjarig
vierentachtigje	=	vierentachtig
vierentachtigjes	=	vierentachtig
vierentachtigs	=	vierentachtig
vierentachtigste	adj	nummer vierentachtig in een rij.
vierentwintig	num	"24", het getal tussen drieëntwintig en vijfentwintig, twintig plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 24 is aangeduid
vierentwintigduizend	num	24.000
vierentwintighoek	noun	meetkundige figuur met vierentwintig hoeken
vierentwintighoeken	=	vierentwintighoek
vierentwintighoekje	=	vierentwintighoek
vierentwintighoekjes	=	vierentwintighoek
vierentwintigjarig	adj	24 jaren durend
vierentwintigjarige	noun	levend wezen dat 24 jaar oud is of iets dat 24 jaar bestaat
vierentwintigjarigen	=	vierentwintigjarige
vierentwintigjarigs	=	vierentwintigjarig
vierentwintigje	=	vierentwintig
vierentwintigjes	=	vierentwintig
vierentwintigs	=	vierentwintig
vierentwintigste	adj	nummer vierentwintig in een rij.
vierentwintigurenstaking	noun	een georganiseerde actie waarbij werknemers gedurende precies één etmaal collectief het werk neerleggen.
vierentwintigurenstakingen	=	vierentwintigurenstaking
vierentwintigurenstakinkje	=	vierentwintigurenstaking
vierentwintigurenstakinkjes	=	vierentwintigurenstaking
vierentwintiguurs	adj	van iets dat het de hele dag duurt
vierentwintiguurse	=	vierentwintiguurs
vierentwintiguurseconomie	noun	samenleving waar vierentwintig uur alles gekocht kan worden
vierentwintiguurseconomietje	=	vierentwintiguurseconomie
vierentwintiguurseconomietjes	=	vierentwintiguurseconomie
vierentwintiguurseconomieën	=	vierentwintiguurseconomie
vierentwintiguursstaking	noun	een werkonderbreking waarbij werknemers gedurende precies één etmaal (24 uur) collectief het werk neerleggen.
vierentwintiguursstakingen	=	vierentwintiguursstaking
vierentwintiguursstakinkje	=	vierentwintiguursstaking
vierentwintiguursstakinkjes	=	vierentwintiguursstaking
vierentwintigvlak	noun	ruimtelijke figuur met vierentwintig vlakken
vierentwintigvlakken	=	vierentwintigvlak
vierenveertig	num	"44", het getal tussen drieënveertig en vijfenveertig, veertig plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 44 is aangeduid
vierenveertigjarig	adj	44 jaren durend
vierenveertigjarige	noun	levend wezen dat 44 jaar oud is of iets dat 44 jaar bestaat
vierenveertigjarigen	=	vierenveertigjarige
vierenveertigjarigs	=	vierenveertigjarig
vierenveertigje	=	vierenveertig
vierenveertigjes	=	vierenveertig
vierenveertigs	=	vierenveertig
vierenveertigste	adj	nummer vierenveertig in een rij.
vierenvijftig	num	"54", het getal tussen drieënvijftig en vijfenvijftig, vijftig plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 54 is aangeduid
vierenvijftigjarig	adj	54 jaren durend
vierenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 54 jaar oud is of iets dat 54 jaar bestaat
vierenvijftigjarigen	=	vierenvijftigjarige
vierenvijftigjarigs	=	vierenvijftigjarig
vierenvijftigje	=	vierenvijftig
vierenvijftigjes	=	vierenvijftig
vierenvijftigs	=	vierenvijftig
vierenvijftigste	adj	nummer vierenvijftig in een rij.
vierenzestig	num	"64", het getal tussen drieënzestig en vijfenzestig, zestig plus vier of acht maal acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 64 is aangeduid
vierenzestighoek	noun	meetkundige figuur met vierenzestig zijden en hoeken
vierenzestighoeken	=	vierenzestighoek
vierenzestigjarig	adj	64 jaren durend
vierenzestigjarige	noun	levend wezen dat 64 jaar oud is of iets dat 64 jaar bestaat
vierenzestigjarigen	=	vierenzestigjarige
vierenzestigjarigs	=	vierenzestigjarig
vierenzestigje	=	vierenzestig
vierenzestigjes	=	vierenzestig
vierenzestigs	=	vierenzestig
vierenzestigste	adj	nummer vierenzestig in een rij.
vierenzeventig	num	"74", het getal tussen drieënzeventig en vijfenzeventig, zeventig plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 74 is aangeduid
vierenzeventigjarig	adj	74 jaren durend
vierenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 74 jaar oud is of iets dat 74 jaar bestaat
vierenzeventigjarigen	=	vierenzeventigjarige
vierenzeventigjarigs	=	vierenzeventigjarig
vierenzeventigje	=	vierenzeventig
vierenzeventigjes	=	vierenzeventig
vierenzeventigs	=	vierenzeventig
vierenzeventigste	adj	nummer vierenzeventig in een rij.
viergeslacht	noun	vier levende personen die van hetzelfde geslacht zijn en in rechte lijn van elkaar afstammen, en daarmee van vier generaties zijn
viergeslachten	=	viergeslacht
viergestreept	adj	aanduiding voor het octaaf tussen 2093 en 3951 Hz, waarbinnen de frequentie van de A precies 3520 Hz is en dat bij een piano helemaal rechts op het klavier is te vinden
viergestreepte	=	viergestreept
viergestreepts	=	viergestreept
vierhandig	adj	als je ergens vier handen voor nodig hebt, in het bijzonder bij pianospelen en orgelspelen
vierhandige	=	vierhandig
vierhandigs	=	vierhandig
vierhoek	noun	een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit vier hoeken en derhalve ook vier zijden
vierhoeken	=	vierhoek
vierhoekig	adj	met vier hoeken; met vier kanten
vierhoekige	=	vierhoekig
vierhoekigs	=	vierhoekig
vierhoekje	=	vierhoek
vierhoekjes	=	vierhoek
vierhonderd	num	"400", het getal tussen driehonderdnegenennegentig en vierhonderdeen, vier maal honderd	noun	dat wat in een (rang)ordening met 400 is aangeduid
vierhonderdacht	num	"408", het getal tussen vierhonderdzeven en vierhonderdnegen, vierhonderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 408 is aangeduid
vierhonderdachten	=	vierhonderdacht
vierhonderdachtendertig	num	"438", het getal tussen vierhonderdzevenendertig en vierhonderdnegenendertig, vierhonderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 438 is aangeduid
vierhonderdachtendertigje	=	vierhonderdachtendertig
vierhonderdachtendertigjes	=	vierhonderdachtendertig
vierhonderdachtendertigs	=	vierhonderdachtendertig
vierhonderdachtennegentig	num	"498", het getal tussen vierhonderdzevenennegentig en vierhonderdnegenennegentig, vierhonderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 498 is aangeduid
vierhonderdachtennegentigje	=	vierhonderdachtennegentig
vierhonderdachtennegentigjes	=	vierhonderdachtennegentig
vierhonderdachtennegentigs	=	vierhonderdachtennegentig
vierhonderdachtentachtig	num	"488", het getal tussen vierhonderdzevenentachtig en vierhonderdnegenentachtig, vierhonderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 488 is aangeduid
vierhonderdachtentachtigje	=	vierhonderdachtentachtig
vierhonderdachtentachtigjes	=	vierhonderdachtentachtig
vierhonderdachtentachtigs	=	vierhonderdachtentachtig
vierhonderdachtentwintig	num	"428", het getal tussen vierhonderdzevenentwintig en vierhonderdnegenentwintig, vierhonderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 428 is aangeduid
vierhonderdachtentwintigje	=	vierhonderdachtentwintig
vierhonderdachtentwintigjes	=	vierhonderdachtentwintig
vierhonderdachtentwintigs	=	vierhonderdachtentwintig
vierhonderdachtenveertig	num	"448", het getal tussen vierhonderdzevenenveertig en vierhonderdnegenenveertig, vierhonderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 448 is aangeduid
vierhonderdachtenveertigje	=	vierhonderdachtenveertig
vierhonderdachtenveertigjes	=	vierhonderdachtenveertig
vierhonderdachtenveertigs	=	vierhonderdachtenveertig
vierhonderdachtenvijftig	num	"458", het getal tussen vierhonderdzevenenvijftig en vierhonderdnegenenvijftig, vierhonderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 458 is aangeduid
vierhonderdachtenvijftigje	=	vierhonderdachtenvijftig
vierhonderdachtenvijftigjes	=	vierhonderdachtenvijftig
vierhonderdachtenvijftigs	=	vierhonderdachtenvijftig
vierhonderdachtenzestig	num	"468", het getal tussen vierhonderdzevenenzestig en vierhonderdnegenenzestig, vierhonderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 468 is aangeduid
vierhonderdachtenzestigje	=	vierhonderdachtenzestig
vierhonderdachtenzestigjes	=	vierhonderdachtenzestig
vierhonderdachtenzestigs	=	vierhonderdachtenzestig
vierhonderdachtenzeventig	num	"478", het getal tussen vierhonderdzevenenzeventig en vierhonderdnegenenzeventig, vierhonderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 478 is aangeduid
vierhonderdachtenzeventigje	=	vierhonderdachtenzeventig
vierhonderdachtenzeventigjes	=	vierhonderdachtenzeventig
vierhonderdachtenzeventigs	=	vierhonderdachtenzeventig
vierhonderdachtje	=	vierhonderdacht
vierhonderdachtjes	=	vierhonderdacht
vierhonderdachttien	num	"418", het getal tussen vierhonderdzeventien en vierhonderdnegentien, vierhonderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 418 is aangeduid
vierhonderdachttiens	=	vierhonderdachttien
vierhonderdachttientje	=	vierhonderdachttien
vierhonderdachttientjes	=	vierhonderdachttien
vierhonderddertien	num	"413", het getal tussen vierhonderdtwaalf en vierhonderdveertien, vierhonderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 413 is aangeduid
vierhonderddertiens	=	vierhonderddertien
vierhonderddertientje	=	vierhonderddertien
vierhonderddertientjes	=	vierhonderddertien
vierhonderddertig	num	"430", het getal tussen vierhonderdnegenentwintig en vierhonderdeenendertig, vierhonderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 430 is aangeduid
vierhonderddertigje	=	vierhonderddertig
vierhonderddertigjes	=	vierhonderddertig
vierhonderddertigs	=	vierhonderddertig
vierhonderddrie	num	"403", het getal tussen vierhonderdtwee en vierhonderdvier, vierhonderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 403 is aangeduid
vierhonderddries	=	vierhonderddrie
vierhonderddrietje	=	vierhonderddrie
vierhonderddrietjes	=	vierhonderddrie
vierhonderddrieëndertig	num	"433", het getal tussen vierhonderdtweeëndertig en vierhonderdvierendertig, vierhonderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 433 is aangeduid
vierhonderddrieëndertigje	=	vierhonderddrieëndertig
vierhonderddrieëndertigjes	=	vierhonderddrieëndertig
vierhonderddrieëndertigs	=	vierhonderddrieëndertig
vierhonderddrieënnegentig	num	"493", het getal tussen vierhonderdtweeënnegentig en vierhonderdvierennegentig, vierhonderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 493 is aangeduid
vierhonderddrieënnegentigje	=	vierhonderddrieënnegentig
vierhonderddrieënnegentigjes	=	vierhonderddrieënnegentig
vierhonderddrieënnegentigs	=	vierhonderddrieënnegentig
vierhonderddrieëntachtig	num	"483", het getal tussen vierhonderdtweeëntachtig en vierhonderdvierentachtig, vierhonderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 483 is aangeduid
vierhonderddrieëntachtigje	=	vierhonderddrieëntachtig
vierhonderddrieëntachtigjes	=	vierhonderddrieëntachtig
vierhonderddrieëntachtigs	=	vierhonderddrieëntachtig
vierhonderddrieëntwintig	num	"423", het getal tussen vierhonderdtweeëntwintig en vierhonderdvierentwintig, vierhonderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 423 is aangeduid
vierhonderddrieëntwintigje	=	vierhonderddrieëntwintig
vierhonderddrieëntwintigjes	=	vierhonderddrieëntwintig
vierhonderddrieëntwintigs	=	vierhonderddrieëntwintig
vierhonderddrieënveertig	num	"443", het getal tussen vierhonderdtweeënveertig en vierhonderdvierenveertig, vierhonderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 443 is aangeduid
vierhonderddrieënveertigje	=	vierhonderddrieënveertig
vierhonderddrieënveertigjes	=	vierhonderddrieënveertig
vierhonderddrieënveertigs	=	vierhonderddrieënveertig
vierhonderddrieënvijftig	num	"453", het getal tussen vierhonderdtweeënvijftig en vierhonderdvierenvijftig, vierhonderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 453 is aangeduid
vierhonderddrieënvijftigje	=	vierhonderddrieënvijftig
vierhonderddrieënvijftigjes	=	vierhonderddrieënvijftig
vierhonderddrieënvijftigs	=	vierhonderddrieënvijftig
vierhonderddrieënzestig	num	"463", het getal tussen vierhonderdtweeënzestig en vierhonderdvierenzestig, vierhonderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 463 is aangeduid
vierhonderddrieënzestigje	=	vierhonderddrieënzestig
vierhonderddrieënzestigjes	=	vierhonderddrieënzestig
vierhonderddrieënzestigs	=	vierhonderddrieënzestig
vierhonderddrieënzeventig	num	"473", het getal tussen vierhonderdtweeënzeventig en vierhonderdvierenzeventig, vierhonderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 473 is aangeduid
vierhonderddrieënzeventigje	=	vierhonderddrieënzeventig
vierhonderddrieënzeventigjes	=	vierhonderddrieënzeventig
vierhonderddrieënzeventigs	=	vierhonderddrieënzeventig
vierhonderdduizend	num	400.000
vierhonderdduizendste	adj	nummer vierhonderdduizend in een rij
vierhonderdeen	num	"401", het getal tussen vierhonderd en vierhonderdtwee, vierhonderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 401 is aangeduid
vierhonderdeenendertig	num	"431", het getal tussen vierhonderddertig en vierhonderdtweeëndertig, vierhonderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 431 is aangeduid
vierhonderdeenendertigje	=	vierhonderdeenendertig
vierhonderdeenendertigjes	=	vierhonderdeenendertig
vierhonderdeenendertigs	=	vierhonderdeenendertig
vierhonderdeenennegentig	num	"491", het getal tussen vierhonderdnegentig en vierhonderdtweeënnegentig, vierhonderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 491 is aangeduid
vierhonderdeenennegentigje	=	vierhonderdeenennegentig
vierhonderdeenennegentigjes	=	vierhonderdeenennegentig
vierhonderdeenennegentigs	=	vierhonderdeenennegentig
vierhonderdeenentachtig	num	"481", het getal tussen vierhonderdtachtig en vierhonderdtweeëntachtig, vierhonderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 481 is aangeduid
vierhonderdeenentachtigje	=	vierhonderdeenentachtig
vierhonderdeenentachtigjes	=	vierhonderdeenentachtig
vierhonderdeenentachtigs	=	vierhonderdeenentachtig
vierhonderdeenentwintig	num	"421", het getal tussen vierhonderdtwintig en vierhonderdtweeëntwintig, vierhonderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 421 is aangeduid
vierhonderdeenentwintigje	=	vierhonderdeenentwintig
vierhonderdeenentwintigjes	=	vierhonderdeenentwintig
vierhonderdeenentwintigs	=	vierhonderdeenentwintig
vierhonderdeenenveertig	num	"441", het getal tussen vierhonderdveertig en vierhonderdtweeënveertig, vierhonderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 441 is aangeduid
vierhonderdeenenveertigje	=	vierhonderdeenenveertig
vierhonderdeenenveertigjes	=	vierhonderdeenenveertig
vierhonderdeenenveertigs	=	vierhonderdeenenveertig
vierhonderdeenenvijftig	num	"451", het getal tussen vierhonderdvijftig en vierhonderdtweeënvijftig, vierhonderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 451 is aangeduid
vierhonderdeenenvijftigje	=	vierhonderdeenenvijftig
vierhonderdeenenvijftigjes	=	vierhonderdeenenvijftig
vierhonderdeenenvijftigs	=	vierhonderdeenenvijftig
vierhonderdeenenzestig	num	"461", het getal tussen vierhonderdzestig en vierhonderdtweeënzestig, vierhonderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 461 is aangeduid
vierhonderdeenenzestigje	=	vierhonderdeenenzestig
vierhonderdeenenzestigjes	=	vierhonderdeenenzestig
vierhonderdeenenzestigs	=	vierhonderdeenenzestig
vierhonderdeenenzeventig	num	"471", het getal tussen vierhonderdzeventig en vierhonderdtweeënzeventig, vierhonderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 471 is aangeduid
vierhonderdeenenzeventigje	=	vierhonderdeenenzeventig
vierhonderdeenenzeventigjes	=	vierhonderdeenenzeventig
vierhonderdeenenzeventigs	=	vierhonderdeenenzeventig
vierhonderdeens	=	vierhonderdeen
vierhonderdeentje	=	vierhonderdeen
vierhonderdeentjes	=	vierhonderdeen
vierhonderdeerste	adj	nummer vierhonderdeen in een rij.
vierhonderdelf	num	"411", het getal tussen vierhonderdtien en vierhonderdtwaalf, vierhonderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 411 is aangeduid
vierhonderdelfje	=	vierhonderdelf
vierhonderdelfjes	=	vierhonderdelf
vierhonderdelfs	=	vierhonderdelf
vierhonderdenacht	num	"408", langere vorm van vierhonderdacht, vierhonderd plus acht
vierhonderdenachtendertig	num	"438", langere vorm van vierhonderdachtendertig, vierhonderd plus achtendertig
vierhonderdenachtennegentig	num	"498", langere vorm van vierhonderdachtennegentig, vierhonderd plus achtennegentig
vierhonderdenachtentachtig	num	"488", langere vorm van vierhonderdachtentachtig, vierhonderd plus achtentachtig
vierhonderdenachtentwintig	num	"428", langere vorm van vierhonderdachtentwintig, vierhonderd plus achtentwintig
vierhonderdenachtenveertig	num	"448", langere vorm van vierhonderdachtenveertig, vierhonderd plus achtenveertig
vierhonderdenachtenvijftig	num	"458", langere vorm van vierhonderdachtenvijftig, vierhonderd plus achtenvijftig
vierhonderdenachtenzestig	num	"468", langere vorm van vierhonderdachtenzestig, vierhonderd plus achtenzestig
vierhonderdenachtenzeventig	num	"478", langere vorm van vierhonderdachtenzeventig, vierhonderd plus achtenzeventig
vierhonderdenachttien	num	"418", langere vorm van vierhonderdachttien, vierhonderd plus achttien
vierhonderdendertien	num	"413", langere vorm van vierhonderddertien, vierhonderd plus dertien
vierhonderdendertig	num	"430", langere vorm van vierhonderddertig, vierhonderd plus dertig
vierhonderdendrie	num	"403", langere vorm van vierhonderddrie, vierhonderd plus drie
vierhonderdendrieëndertig	num	"433", langere vorm van vierhonderddrieëndertig, vierhonderd plus drieëndertig
vierhonderdendrieënnegentig	num	"493", langere vorm van vierhonderddrieënnegentig, vierhonderd plus drieënnegentig
vierhonderdendrieëntachtig	num	"483", langere vorm van vierhonderddrieëntachtig, vierhonderd plus drieëntachtig
vierhonderdendrieëntwintig	num	"423", langere vorm van vierhonderddrieëntwintig, vierhonderd plus drieëntwintig
vierhonderdendrieënveertig	num	"443", langere vorm van vierhonderddrieënveertig, vierhonderd plus drieënveertig
vierhonderdendrieënvijftig	num	"453", langere vorm van vierhonderddrieënvijftig, vierhonderd plus drieënvijftig
vierhonderdendrieënzestig	num	"463", langere vorm van vierhonderddrieënzestig, vierhonderd plus drieënzestig
vierhonderdendrieënzeventig	num	"473", langere vorm van vierhonderddrieënzeventig, vierhonderd plus drieënzeventig
vierhonderdeneen	num	"401", langere vorm van vierhonderdeen, vierhonderd plus een
vierhonderdeneenendertig	num	"431", langere vorm van vierhonderdeenendertig, vierhonderd plus eenendertig
vierhonderdeneenennegentig	num	"491", langere vorm van vierhonderdeenennegentig, vierhonderd plus eenennegentig
vierhonderdeneenentachtig	num	"481", langere vorm van vierhonderdeenentachtig, vierhonderd plus eenentachtig
vierhonderdeneenentwintig	num	"421", langere vorm van vierhonderdeenentwintig, vierhonderd plus eenentwintig
vierhonderdeneenenveertig	num	"441", langere vorm van vierhonderdeenenveertig, vierhonderd plus eenenveertig
vierhonderdeneenenvijftig	num	"451", langere vorm van vierhonderdeenenvijftig, vierhonderd plus eenenvijftig
vierhonderdeneenenzestig	num	"461", langere vorm van vierhonderdeenenzestig, vierhonderd plus eenenzestig
vierhonderdeneenenzeventig	num	"471", langere vorm van vierhonderdeenenzeventig, vierhonderd plus eenenzeventig
vierhonderdeneerste	adj	nummer vierhonderdeen in een rij.
vierhonderdenelf	num	"411", langere vorm van vierhonderdelf, vierhonderd plus elf
vierhonderdennegen	num	"409", langere vorm van vierhonderdnegen, vierhonderd plus negen
vierhonderdennegenendertig	num	"439", langere vorm van vierhonderdnegenendertig, vierhonderd plus negenendertig
vierhonderdennegenennegentig	num	"499", langere vorm van vierhonderdnegenennegentig, vierhonderd plus negenennegentig
vierhonderdennegenentachtig	num	"489", langere vorm van vierhonderdnegenentachtig, vierhonderd plus negenentachtig
vierhonderdennegenentwintig	num	"429", langere vorm van vierhonderdnegenentwintig, vierhonderd plus negenentwintig
vierhonderdennegenenveertig	num	"449", langere vorm van vierhonderdnegenenveertig, vierhonderd plus negenenveertig
vierhonderdennegenenvijftig	num	"459", langere vorm van vierhonderdnegenenvijftig, vierhonderd plus negenenvijftig
vierhonderdennegenenzestig	num	"469", langere vorm van vierhonderdnegenenzestig, vierhonderd plus negenenzestig
vierhonderdennegenenzeventig	num	"479", langere vorm van vierhonderdnegenenzeventig, vierhonderd plus negenenzeventig
vierhonderdennegentien	num	"419", langere vorm van vierhonderdnegentien, vierhonderd plus negentien
vierhonderdennegentig	num	"490", langere vorm van vierhonderdnegentig, vierhonderd plus negentig
vierhonderdentachtig	num	"480", langere vorm van vierhonderdtachtig, vierhonderd plus tachtig
vierhonderdentien	num	"410", langere vorm van vierhonderdtien, vierhonderd plus tien
vierhonderdentwaalf	num	"412", langere vorm van vierhonderdtwaalf, vierhonderd plus twaalf
vierhonderdentwee	num	"402", langere vorm van vierhonderdtwee, vierhonderd plus twee
vierhonderdentweede	adj	nummer vierhonderdtwee in een rij.
vierhonderdentweeëndertig	num	"432", langere vorm van vierhonderdtweeëndertig, vierhonderd plus tweeëndertig
vierhonderdentweeënnegentig	num	"492", langere vorm van vierhonderdtweeënnegentig, vierhonderd plus tweeënnegentig
vierhonderdentweeëntachtig	num	"482", langere vorm van vierhonderdtweeëntachtig, vierhonderd plus tweeëntachtig
vierhonderdentweeëntwintig	num	"422", langere vorm van vierhonderdtweeëntwintig, vierhonderd plus tweeëntwintig
vierhonderdentweeënveertig	num	"442", langere vorm van vierhonderdtweeënveertig, vierhonderd plus tweeënveertig
vierhonderdentweeënvijftig	num	"452", langere vorm van vierhonderdtweeënvijftig, vierhonderd plus tweeënvijftig
vierhonderdentweeënzestig	num	"462", langere vorm van vierhonderdtweeënzestig, vierhonderd plus tweeënzestig
vierhonderdentweeënzeventig	num	"472", langere vorm van vierhonderdtweeënzeventig, vierhonderd plus tweeënzeventig
vierhonderdentwintig	num	"420", langere vorm van vierhonderdtwintig, vierhonderd plus twintig
vierhonderdenveertien	num	"414", langere vorm van vierhonderdveertien, vierhonderd plus veertien
vierhonderdenveertig	num	"440", langere vorm van vierhonderdveertig, vierhonderd plus veertig
vierhonderdenvier	num	"404", langere vorm van vierhonderdvier, vierhonderd plus vier
vierhonderdenvierendertig	num	"434", langere vorm van vierhonderdvierendertig, vierhonderd plus vierendertig
vierhonderdenvierennegentig	num	"494", langere vorm van vierhonderdvierennegentig, vierhonderd plus vierennegentig
vierhonderdenvierentachtig	num	"484", langere vorm van vierhonderdvierentachtig, vierhonderd plus vierentachtig
vierhonderdenvierentwintig	num	"424", langere vorm van vierhonderdvierentwintig, vierhonderd plus vierentwintig
vierhonderdenvierenveertig	num	"444", langere vorm van vierhonderdvierenveertig, vierhonderd plus vierenveertig
vierhonderdenvierenvijftig	num	"454", langere vorm van vierhonderdvierenvijftig, vierhonderd plus vierenvijftig
vierhonderdenvierenzestig	num	"464", langere vorm van vierhonderdvierenzestig, vierhonderd plus vierenzestig
vierhonderdenvierenzeventig	num	"474", langere vorm van vierhonderdvierenzeventig, vierhonderd plus vierenzeventig
vierhonderdenvijf	num	"405", langere vorm van vierhonderdvijf, vierhonderd plus vijf
vierhonderdenvijfendertig	num	"435", langere vorm van vierhonderdvijfendertig, vierhonderd plus vijfendertig
vierhonderdenvijfennegentig	num	"495", langere vorm van vierhonderdvijfennegentig, vierhonderd plus vijfennegentig
vierhonderdenvijfentachtig	num	"485", langere vorm van vierhonderdvijfentachtig, vierhonderd plus vijfentachtig
vierhonderdenvijfentwintig	num	"425", langere vorm van vierhonderdvijfentwintig, vierhonderd plus vijfentwintig
vierhonderdenvijfenveertig	num	"445", langere vorm van vierhonderdvijfenveertig, vierhonderd plus vijfenveertig
vierhonderdenvijfenvijftig	num	"455", langere vorm van vierhonderdvijfenvijftig, vierhonderd plus vijfenvijftig
vierhonderdenvijfenzestig	num	"465", langere vorm van vierhonderdvijfenzestig, vierhonderd plus vijfenzestig
vierhonderdenvijfenzeventig	num	"475", langere vorm van vierhonderdvijfenzeventig, vierhonderd plus vijfenzeventig
vierhonderdenvijftien	num	"415", langere vorm van vierhonderdvijftien, vierhonderd plus vijftien
vierhonderdenvijftig	num	"450", langere vorm van vierhonderdvijftig, vierhonderd plus vijftig
vierhonderdenzes	num	"406", langere vorm van vierhonderdzes, vierhonderd plus zes
vierhonderdenzesendertig	num	"436", langere vorm van vierhonderdzesendertig, vierhonderd plus zesendertig
vierhonderdenzesennegentig	num	"496", langere vorm van vierhonderdzesennegentig, vierhonderd plus zesennegentig
vierhonderdenzesentachtig	num	"486", langere vorm van vierhonderdzesentachtig, vierhonderd plus zesentachtig
vierhonderdenzesentwintig	num	"426", langere vorm van vierhonderdzesentwintig, vierhonderd plus zesentwintig
vierhonderdenzesenveertig	num	"446", langere vorm van vierhonderdzesenveertig, vierhonderd plus zesenveertig
vierhonderdenzesenvijftig	num	"456", langere vorm van vierhonderdzesenvijftig, vierhonderd plus zesenvijftig
vierhonderdenzesenzestig	num	"466", langere vorm van vierhonderdzesenzestig, vierhonderd plus zesenzestig
vierhonderdenzesenzeventig	num	"476", langere vorm van vierhonderdzesenzeventig, vierhonderd plus zesenzeventig
vierhonderdenzestien	num	"416", langere vorm van vierhonderdzestien, vierhonderd plus zestien
vierhonderdenzestig	num	"460", langere vorm van vierhonderdzestig, vierhonderd plus zestig
vierhonderdenzeven	num	"407", langere vorm van vierhonderdzeven, vierhonderd plus zeven
vierhonderdenzevenendertig	num	"437", langere vorm van vierhonderdzevenendertig, vierhonderd plus zevenendertig
vierhonderdenzevenennegentig	num	"497", langere vorm van vierhonderdzevenennegentig, vierhonderd plus zevenennegentig
vierhonderdenzevenentachtig	num	"487", langere vorm van vierhonderdzevenentachtig, vierhonderd plus zevenentachtig
vierhonderdenzevenentwintig	num	"427", langere vorm van vierhonderdzevenentwintig, vierhonderd plus zevenentwintig
vierhonderdenzevenenveertig	num	"447", langere vorm van vierhonderdzevenenveertig, vierhonderd plus zevenenveertig
vierhonderdenzevenenvijftig	num	"457", langere vorm van vierhonderdzevenenvijftig, vierhonderd plus zevenenvijftig
vierhonderdenzevenenzestig	num	"467", langere vorm van vierhonderdzevenenzestig, vierhonderd plus zevenenzestig
vierhonderdenzevenenzeventig	num	"477", langere vorm van vierhonderdzevenenzeventig, vierhonderd plus zevenenzeventig
vierhonderdenzeventien	num	"417", langere vorm van vierhonderdzeventien, vierhonderd plus zeventien
vierhonderdenzeventig	num	"470", langere vorm van vierhonderdzeventig, vierhonderd plus zeventig
vierhonderdjarig	adj	400 jaren durend
vierhonderdjarige	=	vierhonderdjarig
vierhonderdjarigs	=	vierhonderdjarig
vierhonderdje	=	vierhonderd
vierhonderdjes	=	vierhonderd
vierhonderdnegen	num	"409", het getal tussen vierhonderdacht en vierhonderdtien, vierhonderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 409 is aangeduid
vierhonderdnegenendertig	num	"439", het getal tussen vierhonderdachtendertig en vierhonderdveertig, vierhonderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 439 is aangeduid
vierhonderdnegenendertigje	=	vierhonderdnegenendertig
vierhonderdnegenendertigjes	=	vierhonderdnegenendertig
vierhonderdnegenendertigs	=	vierhonderdnegenendertig
vierhonderdnegenennegentig	num	"499", het getal tussen vierhonderdachtennegentig en vijfhonderd, vierhonderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 499 is aangeduid
vierhonderdnegenennegentigje	=	vierhonderdnegenennegentig
vierhonderdnegenennegentigjes	=	vierhonderdnegenennegentig
vierhonderdnegenennegentigs	=	vierhonderdnegenennegentig
vierhonderdnegenentachtig	num	"489", het getal tussen vierhonderdachtentachtig en vierhonderdnegentig, vierhonderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 489 is aangeduid
vierhonderdnegenentachtigje	=	vierhonderdnegenentachtig
vierhonderdnegenentachtigjes	=	vierhonderdnegenentachtig
vierhonderdnegenentachtigs	=	vierhonderdnegenentachtig
vierhonderdnegenentwintig	num	"429", het getal tussen vierhonderdachtentwintig en vierhonderddertig, vierhonderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 429 is aangeduid
vierhonderdnegenentwintigje	=	vierhonderdnegenentwintig
vierhonderdnegenentwintigjes	=	vierhonderdnegenentwintig
vierhonderdnegenentwintigs	=	vierhonderdnegenentwintig
vierhonderdnegenenveertig	num	"449", het getal tussen vierhonderdachtenveertig en vierhonderdvijftig, vierhonderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 449 is aangeduid
vierhonderdnegenenveertigje	=	vierhonderdnegenenveertig
vierhonderdnegenenveertigjes	=	vierhonderdnegenenveertig
vierhonderdnegenenveertigs	=	vierhonderdnegenenveertig
vierhonderdnegenenvijftig	num	"459", het getal tussen vierhonderdachtenvijftig en vierhonderdzestig, vierhonderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 459 is aangeduid
vierhonderdnegenenvijftigje	=	vierhonderdnegenenvijftig
vierhonderdnegenenvijftigjes	=	vierhonderdnegenenvijftig
vierhonderdnegenenvijftigs	=	vierhonderdnegenenvijftig
vierhonderdnegenenzestig	num	"469", het getal tussen vierhonderdachtenzestig en vierhonderdzeventig, vierhonderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 469 is aangeduid
vierhonderdnegenenzestigje	=	vierhonderdnegenenzestig
vierhonderdnegenenzestigjes	=	vierhonderdnegenenzestig
vierhonderdnegenenzestigs	=	vierhonderdnegenenzestig
vierhonderdnegenenzeventig	num	"479", het getal tussen vierhonderdachtenzeventig en vierhonderdtachtig, vierhonderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 479 is aangeduid
vierhonderdnegenenzeventigje	=	vierhonderdnegenenzeventig
vierhonderdnegenenzeventigjes	=	vierhonderdnegenenzeventig
vierhonderdnegenenzeventigs	=	vierhonderdnegenenzeventig
vierhonderdnegens	=	vierhonderdnegen
vierhonderdnegentien	num	"419", het getal tussen vierhonderdachttien en vierhonderdtwintig, vierhonderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 419 is aangeduid
vierhonderdnegentiens	=	vierhonderdnegentien
vierhonderdnegentientje	=	vierhonderdnegentien
vierhonderdnegentientjes	=	vierhonderdnegentien
vierhonderdnegentig	num	"490", het getal tussen vierhonderdnegenentachtig en vierhonderdeenennegentig, vierhonderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 490 is aangeduid
vierhonderdnegentigje	=	vierhonderdnegentig
vierhonderdnegentigjes	=	vierhonderdnegentig
vierhonderdnegentigs	=	vierhonderdnegentig
vierhonderdnegentje	=	vierhonderdnegen
vierhonderdnegentjes	=	vierhonderdnegen
vierhonderds	=	vierhonderd
vierhonderdste	adj	nummer vierhonderd in een rij
vierhonderdtachtig	num	"480", het getal tussen vierhonderdnegenenzeventig en vierhonderdeenentachtig, vierhonderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 480 is aangeduid
vierhonderdtachtigje	=	vierhonderdtachtig
vierhonderdtachtigjes	=	vierhonderdtachtig
vierhonderdtachtigs	=	vierhonderdtachtig
vierhonderdtien	num	"410", het getal tussen vierhonderdnegen en vierhonderdelf, vierhonderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 410 is aangeduid
vierhonderdtiens	=	vierhonderdtien
vierhonderdtientje	=	vierhonderdtien
vierhonderdtientjes	=	vierhonderdtien
vierhonderdtwaalf	num	"412", het getal tussen vierhonderdelf en vierhonderddertien, vierhonderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 412 is aangeduid
vierhonderdtwaalfje	=	vierhonderdtwaalf
vierhonderdtwaalfjes	=	vierhonderdtwaalf
vierhonderdtwaalfs	=	vierhonderdtwaalf
vierhonderdtwee	num	"402", het getal tussen vierhonderdeen en vierhonderddrie, vierhonderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 402 is aangeduid
vierhonderdtweede	adj	nummer vierhonderdtwee in een rij.
vierhonderdtwees	=	vierhonderdtwee
vierhonderdtweetje	=	vierhonderdtwee
vierhonderdtweetjes	=	vierhonderdtwee
vierhonderdtweeëndertig	num	"432", het getal tussen vierhonderdeenendertig en vierhonderddrieëndertig, vierhonderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 432 is aangeduid
vierhonderdtweeëndertigje	=	vierhonderdtweeëndertig
vierhonderdtweeëndertigjes	=	vierhonderdtweeëndertig
vierhonderdtweeëndertigs	=	vierhonderdtweeëndertig
vierhonderdtweeënnegentig	num	"492", het getal tussen vierhonderdeenennegentig en vierhonderddrieënnegentig, vierhonderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 492 is aangeduid
vierhonderdtweeënnegentigje	=	vierhonderdtweeënnegentig
vierhonderdtweeënnegentigjes	=	vierhonderdtweeënnegentig
vierhonderdtweeënnegentigs	=	vierhonderdtweeënnegentig
vierhonderdtweeëntachtig	num	"482", het getal tussen vierhonderdeenentachtig en vierhonderddrieëntachtig, vierhonderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 482 is aangeduid
vierhonderdtweeëntachtigje	=	vierhonderdtweeëntachtig
vierhonderdtweeëntachtigjes	=	vierhonderdtweeëntachtig
vierhonderdtweeëntachtigs	=	vierhonderdtweeëntachtig
vierhonderdtweeëntwintig	num	"422", het getal tussen vierhonderdeenentwintig en vierhonderddrieëntwintig, vierhonderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 422 is aangeduid
vierhonderdtweeëntwintigje	=	vierhonderdtweeëntwintig
vierhonderdtweeëntwintigjes	=	vierhonderdtweeëntwintig
vierhonderdtweeëntwintigs	=	vierhonderdtweeëntwintig
vierhonderdtweeënveertig	num	"442", het getal tussen vierhonderdeenenveertig en vierhonderddrieënveertig, vierhonderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 442 is aangeduid
vierhonderdtweeënveertigje	=	vierhonderdtweeënveertig
vierhonderdtweeënveertigjes	=	vierhonderdtweeënveertig
vierhonderdtweeënveertigs	=	vierhonderdtweeënveertig
vierhonderdtweeënvijftig	num	"452", het getal tussen vierhonderdeenenvijftig en vierhonderddrieënvijftig, vierhonderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 452 is aangeduid
vierhonderdtweeënvijftigje	=	vierhonderdtweeënvijftig
vierhonderdtweeënvijftigjes	=	vierhonderdtweeënvijftig
vierhonderdtweeënvijftigs	=	vierhonderdtweeënvijftig
vierhonderdtweeënzestig	num	"462", het getal tussen vierhonderdeenenzestig en vierhonderddrieënzestig, vierhonderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 462 is aangeduid
vierhonderdtweeënzestigje	=	vierhonderdtweeënzestig
vierhonderdtweeënzestigjes	=	vierhonderdtweeënzestig
vierhonderdtweeënzestigs	=	vierhonderdtweeënzestig
vierhonderdtweeënzeventig	num	"472", het getal tussen vierhonderdeenenzeventig en vierhonderddrieënzeventig, vierhonderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 472 is aangeduid
vierhonderdtweeënzeventigje	=	vierhonderdtweeënzeventig
vierhonderdtweeënzeventigjes	=	vierhonderdtweeënzeventig
vierhonderdtweeënzeventigs	=	vierhonderdtweeënzeventig
vierhonderdtwintig	num	"420", het getal tussen vierhonderdnegentien en vierhonderdeenentwintig, vierhonderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 420 is aangeduid
vierhonderdtwintigje	=	vierhonderdtwintig
vierhonderdtwintigjes	=	vierhonderdtwintig
vierhonderdtwintigs	=	vierhonderdtwintig
vierhonderdveertien	num	"414", het getal tussen vierhonderddertien en vierhonderdvijftien, vierhonderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 414 is aangeduid
vierhonderdveertiens	=	vierhonderdveertien
vierhonderdveertientje	=	vierhonderdveertien
vierhonderdveertientjes	=	vierhonderdveertien
vierhonderdveertig	num	"440", het getal tussen vierhonderdnegenendertig en vierhonderdeenenveertig, vierhonderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 440 is aangeduid
vierhonderdveertigje	=	vierhonderdveertig
vierhonderdveertigjes	=	vierhonderdveertig
vierhonderdveertigs	=	vierhonderdveertig
vierhonderdvier	num	"404", het getal tussen vierhonderddrie en vierhonderdvijf, vierhonderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 404 is aangeduid
vierhonderdvierendertig	num	"434", het getal tussen vierhonderddrieëndertig en vierhonderdvijfendertig, vierhonderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 434 is aangeduid
vierhonderdvierendertigje	=	vierhonderdvierendertig
vierhonderdvierendertigjes	=	vierhonderdvierendertig
vierhonderdvierendertigs	=	vierhonderdvierendertig
vierhonderdvierennegentig	num	"494", het getal tussen vierhonderddrieënnegentig en vierhonderdvijfennegentig, vierhonderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 494 is aangeduid
vierhonderdvierennegentigje	=	vierhonderdvierennegentig
vierhonderdvierennegentigjes	=	vierhonderdvierennegentig
vierhonderdvierennegentigs	=	vierhonderdvierennegentig
vierhonderdvierentachtig	num	"484", het getal tussen vierhonderddrieëntachtig en vierhonderdvijfentachtig, vierhonderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 484 is aangeduid
vierhonderdvierentachtigje	=	vierhonderdvierentachtig
vierhonderdvierentachtigjes	=	vierhonderdvierentachtig
vierhonderdvierentachtigs	=	vierhonderdvierentachtig
vierhonderdvierentwintig	num	"424", het getal tussen vierhonderddrieëntwintig en vierhonderdvijfentwintig, vierhonderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 424 is aangeduid
vierhonderdvierentwintigje	=	vierhonderdvierentwintig
vierhonderdvierentwintigjes	=	vierhonderdvierentwintig
vierhonderdvierentwintigs	=	vierhonderdvierentwintig
vierhonderdvierenveertig	num	"444", het getal tussen vierhonderddrieënveertig en vierhonderdvijfenveertig, vierhonderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 444 is aangeduid
vierhonderdvierenveertigje	=	vierhonderdvierenveertig
vierhonderdvierenveertigjes	=	vierhonderdvierenveertig
vierhonderdvierenveertigs	=	vierhonderdvierenveertig
vierhonderdvierenvijftig	num	"454", het getal tussen vierhonderddrieënvijftig en vierhonderdvijfenvijftig, vierhonderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 454 is aangeduid
vierhonderdvierenvijftigje	=	vierhonderdvierenvijftig
vierhonderdvierenvijftigjes	=	vierhonderdvierenvijftig
vierhonderdvierenvijftigs	=	vierhonderdvierenvijftig
vierhonderdvierenzestig	num	"464", het getal tussen vierhonderddrieënzestig en vierhonderdvijfenzestig, vierhonderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 464 is aangeduid
vierhonderdvierenzestigje	=	vierhonderdvierenzestig
vierhonderdvierenzestigjes	=	vierhonderdvierenzestig
vierhonderdvierenzestigs	=	vierhonderdvierenzestig
vierhonderdvierenzeventig	num	"474", het getal tussen vierhonderddrieënzeventig en vierhonderdvijfenzeventig, vierhonderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 474 is aangeduid
vierhonderdvierenzeventigje	=	vierhonderdvierenzeventig
vierhonderdvierenzeventigjes	=	vierhonderdvierenzeventig
vierhonderdvierenzeventigs	=	vierhonderdvierenzeventig
vierhonderdviers	=	vierhonderdvier
vierhonderdviertje	=	vierhonderdvier
vierhonderdviertjes	=	vierhonderdvier
vierhonderdvijf	num	"405", het getal tussen vierhonderdvier en vierhonderdzes, vierhonderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 405 is aangeduid
vierhonderdvijfendertig	num	"435", het getal tussen vierhonderdvierendertig en vierhonderdzesendertig, vierhonderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 435 is aangeduid
vierhonderdvijfendertigje	=	vierhonderdvijfendertig
vierhonderdvijfendertigjes	=	vierhonderdvijfendertig
vierhonderdvijfendertigs	=	vierhonderdvijfendertig
vierhonderdvijfennegentig	num	"495", het getal tussen vierhonderdvierennegentig en vierhonderdzesennegentig, vierhonderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 495 is aangeduid
vierhonderdvijfennegentigje	=	vierhonderdvijfennegentig
vierhonderdvijfennegentigjes	=	vierhonderdvijfennegentig
vierhonderdvijfennegentigs	=	vierhonderdvijfennegentig
vierhonderdvijfentachtig	num	"485", het getal tussen vierhonderdvierentachtig en vierhonderdzesentachtig, vierhonderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 485 is aangeduid
vierhonderdvijfentachtigje	=	vierhonderdvijfentachtig
vierhonderdvijfentachtigjes	=	vierhonderdvijfentachtig
vierhonderdvijfentachtigs	=	vierhonderdvijfentachtig
vierhonderdvijfentwintig	num	"425", het getal tussen vierhonderdvierentwintig en vierhonderdzesentwintig, vierhonderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 425 is aangeduid
vierhonderdvijfentwintigje	=	vierhonderdvijfentwintig
vierhonderdvijfentwintigjes	=	vierhonderdvijfentwintig
vierhonderdvijfentwintigs	=	vierhonderdvijfentwintig
vierhonderdvijfenveertig	num	"445", het getal tussen vierhonderdvierenveertig en vierhonderdzesenveertig, vierhonderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 445 is aangeduid
vierhonderdvijfenveertigje	=	vierhonderdvijfenveertig
vierhonderdvijfenveertigjes	=	vierhonderdvijfenveertig
vierhonderdvijfenveertigs	=	vierhonderdvijfenveertig
vierhonderdvijfenvijftig	num	"455", het getal tussen vierhonderdvierenvijftig en vierhonderdzesenvijftig, vierhonderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 455 is aangeduid
vierhonderdvijfenvijftigje	=	vierhonderdvijfenvijftig
vierhonderdvijfenvijftigjes	=	vierhonderdvijfenvijftig
vierhonderdvijfenvijftigs	=	vierhonderdvijfenvijftig
vierhonderdvijfenzestig	num	"465", het getal tussen vierhonderdvierenzestig en vierhonderdzesenzestig, vierhonderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 465 is aangeduid
vierhonderdvijfenzestigje	=	vierhonderdvijfenzestig
vierhonderdvijfenzestigjes	=	vierhonderdvijfenzestig
vierhonderdvijfenzestigs	=	vierhonderdvijfenzestig
vierhonderdvijfenzeventig	num	"475", het getal tussen vierhonderdvierenzeventig en vierhonderdzesenzeventig, vierhonderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 475 is aangeduid
vierhonderdvijfenzeventigje	=	vierhonderdvijfenzeventig
vierhonderdvijfenzeventigjes	=	vierhonderdvijfenzeventig
vierhonderdvijfenzeventigs	=	vierhonderdvijfenzeventig
vierhonderdvijfje	=	vierhonderdvijf
vierhonderdvijfjes	=	vierhonderdvijf
vierhonderdvijfs	=	vierhonderdvijf
vierhonderdvijftien	num	"415", het getal tussen vierhonderdveertien en vierhonderdzestien, vierhonderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 415 is aangeduid
vierhonderdvijftiens	=	vierhonderdvijftien
vierhonderdvijftientje	=	vierhonderdvijftien
vierhonderdvijftientjes	=	vierhonderdvijftien
vierhonderdvijftig	num	"450", het getal tussen vierhonderdnegenenveertig en vierhonderdeenenvijftig, vierhonderd plus vijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 450 is aangeduid
vierhonderdvijftigje	=	vierhonderdvijftig
vierhonderdvijftigjes	=	vierhonderdvijftig
vierhonderdvijftigs	=	vierhonderdvijftig
vierhonderdzes	num	"406", het getal tussen vierhonderdvijf en vierhonderdzeven, vierhonderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 406 is aangeduid
vierhonderdzesendertig	num	"436", het getal tussen vierhonderdvijfendertig en vierhonderdzevenendertig, vierhonderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 436 is aangeduid
vierhonderdzesendertigje	=	vierhonderdzesendertig
vierhonderdzesendertigjes	=	vierhonderdzesendertig
vierhonderdzesendertigs	=	vierhonderdzesendertig
vierhonderdzesennegentig	num	"496", het getal tussen vierhonderdvijfennegentig en vierhonderdzevenennegentig, vierhonderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 496 is aangeduid
vierhonderdzesennegentigje	=	vierhonderdzesennegentig
vierhonderdzesennegentigjes	=	vierhonderdzesennegentig
vierhonderdzesennegentigs	=	vierhonderdzesennegentig
vierhonderdzesentachtig	num	"486", het getal tussen vierhonderdvijfentachtig en vierhonderdzevenentachtig, vierhonderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 486 is aangeduid
vierhonderdzesentachtigje	=	vierhonderdzesentachtig
vierhonderdzesentachtigjes	=	vierhonderdzesentachtig
vierhonderdzesentachtigs	=	vierhonderdzesentachtig
vierhonderdzesentwintig	num	"426", het getal tussen vierhonderdvijfentwintig en vierhonderdzevenentwintig, vierhonderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 426 is aangeduid
vierhonderdzesentwintigje	=	vierhonderdzesentwintig
vierhonderdzesentwintigjes	=	vierhonderdzesentwintig
vierhonderdzesentwintigs	=	vierhonderdzesentwintig
vierhonderdzesenveertig	num	"446", het getal tussen vierhonderdvijfenveertig en vierhonderdzevenenveertig, vierhonderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 446 is aangeduid
vierhonderdzesenveertigje	=	vierhonderdzesenveertig
vierhonderdzesenveertigjes	=	vierhonderdzesenveertig
vierhonderdzesenveertigs	=	vierhonderdzesenveertig
vierhonderdzesenvijftig	num	"456", het getal tussen vierhonderdvijfenvijftig en vierhonderdzevenenvijftig, vierhonderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 456 is aangeduid
vierhonderdzesenvijftigje	=	vierhonderdzesenvijftig
vierhonderdzesenvijftigjes	=	vierhonderdzesenvijftig
vierhonderdzesenvijftigs	=	vierhonderdzesenvijftig
vierhonderdzesenzestig	num	"466", het getal tussen vierhonderdvijfenzestig en vierhonderdzevenenzestig, vierhonderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 466 is aangeduid
vierhonderdzesenzestigje	=	vierhonderdzesenzestig
vierhonderdzesenzestigjes	=	vierhonderdzesenzestig
vierhonderdzesenzestigs	=	vierhonderdzesenzestig
vierhonderdzesenzeventig	num	"476", het getal tussen vierhonderdvijfenzeventig en vierhonderdzevenenzeventig, vierhonderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 476 is aangeduid
vierhonderdzesenzeventigje	=	vierhonderdzesenzeventig
vierhonderdzesenzeventigjes	=	vierhonderdzesenzeventig
vierhonderdzesenzeventigs	=	vierhonderdzesenzeventig
vierhonderdzesje	=	vierhonderdzes
vierhonderdzesjes	=	vierhonderdzes
vierhonderdzessen	=	vierhonderdzes
vierhonderdzestien	num	"416", het getal tussen vierhonderdvijftien en vierhonderdzeventien, vierhonderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 416 is aangeduid
vierhonderdzestiens	=	vierhonderdzestien
vierhonderdzestientje	=	vierhonderdzestien
vierhonderdzestientjes	=	vierhonderdzestien
vierhonderdzestig	num	"460", het getal tussen vierhonderdnegenenvijftig en vierhonderdeenenzestig, vierhonderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 460 is aangeduid
vierhonderdzestigje	=	vierhonderdzestig
vierhonderdzestigjes	=	vierhonderdzestig
vierhonderdzestigs	=	vierhonderdzestig
vierhonderdzeven	num	"407", het getal tussen vierhonderdzes en vierhonderdacht, vierhonderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 407 is aangeduid
vierhonderdzevenendertig	num	"437", het getal tussen vierhonderdzesendertig en vierhonderdachtendertig, vierhonderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 437 is aangeduid
vierhonderdzevenendertigje	=	vierhonderdzevenendertig
vierhonderdzevenendertigjes	=	vierhonderdzevenendertig
vierhonderdzevenendertigs	=	vierhonderdzevenendertig
vierhonderdzevenennegentig	num	"497", het getal tussen vierhonderdzesennegentig en vierhonderdachtennegentig, vierhonderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 497 is aangeduid
vierhonderdzevenennegentigje	=	vierhonderdzevenennegentig
vierhonderdzevenennegentigjes	=	vierhonderdzevenennegentig
vierhonderdzevenennegentigs	=	vierhonderdzevenennegentig
vierhonderdzevenentachtig	num	"487", het getal tussen vierhonderdzesentachtig en vierhonderdachtentachtig, vierhonderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 487 is aangeduid
vierhonderdzevenentachtigje	=	vierhonderdzevenentachtig
vierhonderdzevenentachtigjes	=	vierhonderdzevenentachtig
vierhonderdzevenentachtigs	=	vierhonderdzevenentachtig
vierhonderdzevenentwintig	num	"427", het getal tussen vierhonderdzesentwintig en vierhonderdachtentwintig, vierhonderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 427 is aangeduid
vierhonderdzevenentwintigje	=	vierhonderdzevenentwintig
vierhonderdzevenentwintigjes	=	vierhonderdzevenentwintig
vierhonderdzevenentwintigs	=	vierhonderdzevenentwintig
vierhonderdzevenenveertig	num	"447", het getal tussen vierhonderdzesenveertig en vierhonderdachtenveertig, vierhonderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 447 is aangeduid
vierhonderdzevenenveertigje	=	vierhonderdzevenenveertig
vierhonderdzevenenveertigjes	=	vierhonderdzevenenveertig
vierhonderdzevenenveertigs	=	vierhonderdzevenenveertig
vierhonderdzevenenvijftig	num	"457", het getal tussen vierhonderdzesenvijftig en vierhonderdachtenvijftig, vierhonderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 457 is aangeduid
vierhonderdzevenenvijftigje	=	vierhonderdzevenenvijftig
vierhonderdzevenenvijftigjes	=	vierhonderdzevenenvijftig
vierhonderdzevenenvijftigs	=	vierhonderdzevenenvijftig
vierhonderdzevenenzestig	num	"467", het getal tussen vierhonderdzesenzestig en vierhonderdachtenzestig, vierhonderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 467 is aangeduid
vierhonderdzevenenzestigje	=	vierhonderdzevenenzestig
vierhonderdzevenenzestigjes	=	vierhonderdzevenenzestig
vierhonderdzevenenzestigs	=	vierhonderdzevenenzestig
vierhonderdzevenenzeventig	num	"477", het getal tussen vierhonderdzesenzeventig en vierhonderdachtenzeventig, vierhonderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 477 is aangeduid
vierhonderdzevenenzeventigje	=	vierhonderdzevenenzeventig
vierhonderdzevenenzeventigjes	=	vierhonderdzevenenzeventig
vierhonderdzevenenzeventigs	=	vierhonderdzevenenzeventig
vierhonderdzevens	=	vierhonderdzeven
vierhonderdzeventien	num	"417", het getal tussen vierhonderdzestien en vierhonderdachttien, vierhonderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 417 is aangeduid
vierhonderdzeventiens	=	vierhonderdzeventien
vierhonderdzeventientje	=	vierhonderdzeventien
vierhonderdzeventientjes	=	vierhonderdzeventien
vierhonderdzeventig	num	"470", het getal tussen vierhonderdnegenenzestig en vierhonderdeenenzeventig, vierhonderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 470 is aangeduid
vierhonderdzeventigje	=	vierhonderdzeventig
vierhonderdzeventigjes	=	vierhonderdzeventig
vierhonderdzeventigs	=	vierhonderdzeventig
vierhonderdzeventje	=	vierhonderdzeven
vierhonderdzeventjes	=	vierhonderdzeven
vierhoornantiloopje	=	vierhoornantilope
vierhoornantiloopjes	=	vierhoornantilope
vierhoornantilope	noun	Tetracerus quadricornis is een antilope uit India.
vierhoornantilopen	=	vierhoornantilope
vierhoornantilopes	=	vierhoornantilope
vierhoornkameleon	noun	Trioceros quadricornis een kameleonsoort uit de familie Chamaeleonidae.
vierhoornkameleonnetje	=	vierhoornkameleon
vierhoornkameleonnetjes	=	vierhoornkameleon
vierhoornkameleons	=	vierhoornkameleon
viering	noun	het vieren
vieringen	=	viering
vierinkje	=	viering
vierinkjes	=	viering
vierjaarlijks	adj	eens in de 4 jaar plaatsvindend
vierjaarlijkse	=	vierjaarlijks
vierjarenplan	noun	de voornemens of het beleid voor de komende vier jaren
vierjarenplannen	=	vierjarenplan
vierjarenplannetje	=	vierjarenplan
vierjarenplannetjes	=	vierjarenplan
vierjarig	adj	4 jaren durend
vierjarige	noun	levend wezen dat 4 jaar oud is of iets dat 4 jaar bestaat
vierjarigen	=	vierjarige
vierjarigs	=	vierjarig
vierkamerappartement	noun	een woning met 4 kamers die gelegen is in een groter gebouw
vierkamerappartementen	=	vierkamerappartement
vierkamerwoning	noun	een woning met in totaal vier leefruimtes.
vierkamerwoningen	=	vierkamerwoning
vierkamerwoninkje	=	vierkamerwoning
vierkamerwoninkjes	=	vierkamerwoning
vierkant	noun	geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit 4 gelijke hoeken van 90 graden en 4 zijden met gelijke lengte	adj	met de vorm van een vierkant
vierkante	=	vierkant
vierkanten	=	vierkant
vierkanter	=	vierkant
vierkantere	=	vierkant
vierkanters	=	vierkant
vierkantgetuigd	adj	met vierkante, rechthoekige of trapezumvormige zeilen die aan ra’s zijn bevestigd.
vierkantgetuigde	=	vierkantgetuigd
vierkantgetuigds	=	vierkantgetuigd
vierkantig	adj	met vier even lange zijden die haaks op elkaar staan	adv|figurative	zonder omslag, op de meest directe manier
vierkantige	=	vierkantig
vierkantiger	=	vierkantig
vierkantigere	=	vierkantig
vierkantigers	=	vierkantig
vierkantigs	=	vierkantig
vierkantigst	=	vierkantig
vierkantigste	=	vierkantig
vierkantje	=	vierkant
vierkantjes	=	vierkant
vierkantoogbladroller	noun	Epinotia tetraquetrana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
vierkantoogbladrollers	=	vierkantoogbladroller
vierkantoogbladrollertje	=	vierkantoogbladroller
vierkantoogbladrollertjes	=	vierkantoogbladroller
vierkants	=	vierkant
vierkantshoeve	noun	een boerderijtype (in België, Nederland, Duitsland en Oostenrijk voorkomend) dat behoort tot de dwarshuisgroep
vierkantshoeven	=	vierkantshoeve
vierkantshoeves	=	vierkantshoeve
vierkantspikkelspanner	noun	bepaalde soort vlinder, Paradarisa consonaria, uit de familie Geometridae, die in Nederland voorkomt
vierkantspikkelspanners	=	vierkantspikkelspanner
vierkantst	=	vierkant
vierkantste	=	vierkant
vierkantsvergelijking	noun	ook wel kwadratische vergelijking of tweedegraadsvergelijking genoemd: is een wiskundige vergelijking waarbij de onbekende (meestal x) in het kwadraat staat.
vierkantsvergelijkingen	=	vierkantsvergelijking
vierkantsvergelijkinkje	=	vierkantsvergelijking
vierkantsvergelijkinkjes	=	vierkantsvergelijking
vierkantswortel	noun	dat getal dat met zichzelf vermenigvuldigd een gegeven getal oplevert
vierkantswortels	=	vierkantswortel
vierkantsworteltje	=	vierkantswortel
vierkantsworteltjes	=	vierkantswortel
vierkantvlekuil	noun	Xestia xanthographa een vlinder uit de familie van de uiltjes (familie Noctuidae), die verspreid over Europa voorkomt.
vierkantvlekuilen	=	vierkantvlekuil
vierkantvlekuiltje	=	vierkantvlekuil
vierkantvlekuiltjes	=	vierkantvlekuil
vierklank	noun	de samenklank van vier unieke tonen (gelijke tonen in andere octaven tellen niet mee)
vierklanken	=	vierklank
vierklankje	=	vierklank
vierklankjes	=	vierklank
vierklauwens	adv	heel snel, in galop
vierkoppig	adj	bestaand uit 4 personen
vierkoppige	=	vierkoppig
vierkoppigs	=	vierkoppig
vierlandenpunt	noun	plek waar de grenzen van vier landen elkaar treffen
vierlandenpunten	=	vierlandenpunt
vierlegsel	noun	een legsel van vier eieren
vierlegsels	=	vierlegsel
vierlegseltje	=	vierlegsel
vierlegseltjes	=	vierlegsel
vierling	noun	meerling van vier stuks, vier uit één zwangerschap of dracht geboren kinderen of jongen
vierlingen	=	vierling
vierlingetje	=	vierling
vierlingetjes	=	vierling
vierluik	noun	een schilderij met vier panelen
vierluiken	=	vierluik
vierluikje	=	vierluik
vierluikjes	=	vierluik
viermaal	adv	in vier gevallen
viermalig	adj	voor de vierde keer
viermalige	=	viermalig
viermaligs	=	viermalig
viermansbob	noun	bobsleeën waarbij een team van 4 sporters in één bobslee door de bobsleebaan glijdt
viermansbobs	=	viermansbob
vierogen	noun	een familie Anablepidae van zoet- en brakwatervissen uit de orde van de tandkarpers (Cyprinodontiformes).
vieroogkikker	noun	Physalaemus nattereri een kikker uit de familie fluitkikkers (Leptodactylidae) en de onderfamilie Leiuperinae.
vieroogkikkers	=	vieroogkikker
vieroogkikkertje	=	vieroogkikker
vieroogkikkertjes	=	vieroogkikker
vieroogvis	noun	Anableps anableps een straalvinnige vissensoort uit de familie van van de vierogen (Anablepidae).
vieroogvisje	=	vieroogvis
vieroogvisjes	=	vieroogvis
vieroogvissen	=	vieroogvis
vierpersoons	adj	bedoeld voor vier personen
vierpolen	=	vierpool
vierpool	noun	een schakeling met vier aansluitpunten
vierpooltje	=	vierpool
vierpooltjes	=	vierpool
vierpotig	adj	vier poten hebbend
vierpotige	=	vierpotig
vierpotigs	=	vierpotig
vierpuntkruiper	noun	Harpalus laevipes een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
vierpuntkruipers	=	vierpuntkruiper
vierpuntkruipertje	=	vierpuntkruiper
vierpuntkruipertjes	=	vierpuntkruiper
vierpuntspiegelloopkever	noun	Notiophilus quadripunctatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
vierpuntspiegelloopkevers	=	vierpuntspiegelloopkever
vierpuntspiegelloopkevertje	=	vierpuntspiegelloopkever
vierpuntspiegelloopkevertjes	=	vierpuntspiegelloopkever
vierpuntzwartwitmot	noun	Ethmia terminella een vlinder uit de familie van de grasmineermotten (Elachistidae).
vierpuntzwartwitmotje	=	vierpuntzwartwitmot
vierpuntzwartwitmotjes	=	vierpuntzwartwitmot
vierpuntzwartwitmotten	=	vierpuntzwartwitmot
vierschaar	noun	vroegere vorm van rechtbank
vierschaartje	=	vierschaar
vierschaartjes	=	vierschaar
vierscharen	=	vierschaar
vierschip	=	vuurschip
vierspan	noun	span van vier trekdieren
vierspannen	=	vierspan
vierspannetje	=	vierspan
vierspannetjes	=	vierspan
vierspitsspinneneter	noun	Ero aphana een spin uit de familie spinneneters
vierspitsspinneneters	=	vierspitsspinneneter
vierspitsspinnenetertje	=	vierspitsspinneneter
vierspitsspinnenetertjes	=	vierspitsspinneneter
viersprong	noun	punt waar vier wegen samenkomen
viersprongen	=	viersprong
viersprongetje	=	viersprong
viersprongetjes	=	viersprong
vierstemmig	adj	muziekstuk met vier verschillende partijen
vierstemmige	=	vierstemmig
vierstemmigs	=	vierstemmig
viersterrengeneraal	noun	hoge militaire rang; NAVO rang OF-9
viersterrengeneraals	=	viersterrengeneraal
viersterrengeneraaltje	=	viersterrengeneraal
viersterrengeneraaltjes	=	viersterrengeneraal
viersterrenhotel	noun	een wat luxueuzer hotel met vier sterren
viersterrenhotelletje	=	viersterrenhotel
viersterrenhotelletjes	=	viersterrenhotel
viersterrenhotels	=	viersterrenhotel
vierstipbeertje	noun	Cybosia mesomella een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
vierstipbeertjes	=	vierstipbeertje
vierstreepgordelhagedis	noun	Zonosaurus quadrilineatus een hagedis uit de familie schildhagedissen (Gerrhosauridae)
vierstreepgordelhagedisje	=	vierstreepgordelhagedis
vierstreepgordelhagedisjes	=	vierstreepgordelhagedis
vierstreepgordelhagedissen	=	vierstreepgordelhagedis
vierstreepslang	noun	Elaphe quatuorlineata een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen en de onderfamilie Colubrinae
vierstreepslangen	=	vierstreepslang
vierstreepslangetje	=	vierstreepslang
vierstreepslangetjes	=	vierstreepslang
viert	=	vieren
viertakt	noun	een zuigermotor waarbij de krukas twee complete omwentelingen maakt voordat deze weer in de uitgangstoestand terugkeert
viertakten	=	viertakt
viertaktje	=	viertakt
viertaktjes	=	viertakt
viertaktmotor	noun	explosiemotor waarbij de zuiger tweemaal op- en neergaat na iedere ontploffing
viertaktmotoren	=	viertaktmotor
viertaktmotors	=	viertaktmotor
viertaktmotortje	=	viertaktmotor
viertaktmotortjes	=	viertaktmotor
viertakts	=	viertakt
viertal	noun	welgeteld vier
viertalig	adj	in vier talen
viertalige	=	viertalig
viertaligs	=	viertalig
viertallen	=	viertal
viertalletje	=	viertal
viertalletjes	=	viertal
viertallig	adj	in vier stappen een volledige verandering doormakend
viertallige	=	viertallig
viertalligs	=	viertallig
viertandkoekoekspinnendoder	noun	Evagetes proximus een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
viertandkoekoekspinnendoders	=	viertandkoekoekspinnendoder
viertandkoekoekspinnendodertje	=	viertandkoekoekspinnendoder
viertandkoekoekspinnendodertjes	=	viertandkoekoekspinnendoder
viertandmos	noun	Tetraphis pellucida een bladmos uit de familie Tetraphidaceae.
viertandmosje	=	viertandmos
viertandmosjes	=	viertandmos
viertandmossen	=	viertandmos
viertandzandspinnendoder	noun	Arachnospila rufa een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
viertandzandspinnendoders	=	viertandzandspinnendoder
viertandzandspinnendodertje	=	viertandzandspinnendoder
viertandzandspinnendodertjes	=	viertandzandspinnendoder
vierteenameiva	noun	Teius teyou een hagedis uit de familie tejuhagedissen (Teiidae)
vierteenameiva's	=	vierteenameiva
vierteenameivaatje	=	vierteenameiva
vierteenameivaatjes	=	vierteenameiva
vierteenlandschildpad	noun	Testudo horsfieldi een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae), en wordt ook wel vierteenschildpad of Russische vierteenlandschildpad genoemd.
vierteenlandschildpadden	=	vierteenlandschildpad
vierteenlandschildpadje	=	vierteenlandschildpad
vierteenlandschildpadjes	=	vierteenlandschildpad
vierteenrenmuis	noun	Allactaga tetradactyla knaagdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
vierteenrenmuisje	=	vierteenrenmuis
vierteenrenmuisjes	=	vierteenrenmuis
vierteenrenmuizen	=	vierteenrenmuis
viertje	=	vier
viertjes	=	vier
viertoren	=	vuurtoren
vieruurtje	noun	tussendoortje rond vier uur 's middags
vieruurtjes	=	vieruurtje
viervijfderegeling	noun	De viervijfderegeling (ook wel 4/5-regeling genoemd) is een vorm van deeltijds werken waarbij je vier dagen per week werkt in plaats van de gebruikelijke vijf.
viervijfderegelingen	=	viervijfderegeling
viervijfderegelingetje	=	viervijfderegeling
viervijfderegelingetjes	=	viervijfderegeling
viervlak	noun	door vier vlakken ingesloten lichaam
viervlakje	=	viervlak
viervlakjes	=	viervlak
viervlakken	=	viervlak
viervlakvlinder	noun	Lithosia quadra een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).
viervlakvlinders	=	viervlakvlinder
viervlakvlindertje	=	viervlakvlinder
viervlakvlindertjes	=	viervlakvlinder
viervlek	noun	object met vier vlekken
viervlekbrandnetelsnuitkever	noun	Nedyus quadrimaculatus een keversoort behorend tot de familie Curculionidae
viervlekbrandnetelsnuitkevers	=	viervlekbrandnetelsnuitkever
viervlekbrandnetelsnuitkevertje	=	viervlekbrandnetelsnuitkever
viervlekbrandnetelsnuitkevertjes	=	viervlekbrandnetelsnuitkever
viervlekdwergloper	noun	Lionychus quadrillum een kever uit de familie loopkevers (Carabidae).
viervlekdwerglopers	=	viervlekdwergloper
viervlekdwerglopertje	=	viervlekdwergloper
viervlekdwerglopertjes	=	viervlekdwergloper
viervlekdwergmot	noun	Bohemannia quadrimaculella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
viervlekdwergmotje	=	viervlekdwergmot
viervlekdwergmotjes	=	viervlekdwergmot
viervlekdwergmotten	=	viervlekdwergmot
viervlekje	=	viervlek
viervlekjes	=	viervlek
viervlekkapoentje	noun	Nephus quadrimaculatus een keversoort uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
viervlekkapoentjes	=	viervlekkapoentje
viervlekken	=	viervlek
viervlekknotje	noun	Elaphropus quadrisignatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
viervlekknotjes	=	viervlekknotje
viervleklieveheersbeestje	noun	Exochomus quadripustulatus een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
viervleklieveheersbeestjes	=	viervleklieveheersbeestje
viervlekmier	noun	Dolichoderus quadripunctatus een mierensoort uit de onderfamilie Dolichoderinae.
viervlekmieren	=	viervlekmier
viervlekmiertje	=	viervlekmier
viervlekmiertjes	=	viervlekmier
viervlekmuisspin	noun	Kishidaia conspicua een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
viervlekmuisspinnen	=	viervlekmuisspin
viervlekmuisspinnetje	=	viervlekmuisspin
viervlekmuisspinnetjes	=	viervlekmuisspin
viervlekpriemkever	noun	Bembidion quadrimaculatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
viervlekpriemkevers	=	viervlekpriemkever
viervlekpriemkevertje	=	viervlekpriemkever
viervlekpriemkevertjes	=	viervlekpriemkever
viervlekrietklimmer	noun	Demetrias imperialis een keversoort uit de familie loopkevers (Carabidae).
viervlekrietklimmers	=	viervlekrietklimmer
viervlekrietklimmertje	=	viervlekrietklimmer
viervlekrietklimmertjes	=	viervlekrietklimmer
viervlekschimmelkever	noun	Mycetophagus quadripustulatus een keversoort uit de familie boomzwamkevers (Mycetophagidae).
viervlekschimmelkevers	=	viervlekschimmelkever
viervlekschimmelkevertje	=	viervlekschimmelkever
viervlekschimmelkevertjes	=	viervlekschimmelkever
viervleksteltmot	noun	Calybites phasianipennella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
viervleksteltmotje	=	viervleksteltmot
viervleksteltmotjes	=	viervleksteltmot
viervleksteltmotten	=	viervleksteltmot
viervlekwielwebspin	noun	Araneus quadratus een spin uit de familie van wielwebspinnen.
viervlekwielwebspinnen	=	viervlekwielwebspin
viervlekwielwebspinnetje	=	viervlekwielwebspin
viervlekwielwebspinnetjes	=	viervlekwielwebspin
viervleugelnachtzwaluw	noun	Caprimulgus longipennis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
viervleugelnachtzwaluwen	=	viervleugelnachtzwaluw
viervleugelnachtzwaluwtje	=	viervleugelnachtzwaluw
viervleugelnachtzwaluwtjes	=	viervleugelnachtzwaluw
viervoet	noun	ding op vier poten
viervoeten	=	viervoet
viervoeter	noun	dier dat zich op vier poten verplaatst
viervoeters	noun	infrastam Tetrapoda, gewervelde dieren met 4 ledematen (die bij sommige soorten alleen nog als rudiment aanwezig zijn)
viervoetertje	=	viervoeter
viervoetertjes	=	viervoeter
viervoetig	adj	van een dier of voorwerp dat het vier voeten heeft
viervoetige	=	viervoetig
viervoetigs	=	viervoetig
viervoetje	=	viervoet
viervoetjes	=	viervoet
viervoud	noun	iets dat viermaal zo veel of groot is als iets anders
viervouden	=	viervoud
viervoudig	adj	voor de vierde keer
viervoudige	=	viervoudig
viervoudigs	=	viervoudig
viervoudje	=	viervoud
viervoudjes	=	viervoud
vierweeks	adj	iets wat vier weken duurt of vier weken oud is
vierweekse	=	vierweeks
vierwerf	adv	viermaal herhaald
vierwielaandrijving	noun	aandrijving van een voertuig op alle vier de wielen
vierwielaandrijvingen	=	vierwielaandrijving
vierwieler	noun	voertuig dat zich door een viertal over de bodem rollende schijven kan verplaatsen
vierwielers	=	vierwieler
vierwielertje	=	vierwieler
vierwielertjes	=	vierwieler
vierwielig	adj	uitgerust met vier wielen
vierwielige	=	vierwielig
vierwieligs	=	vierwielig
vierzijdig	adj	met 4 kanten
vierzijdige	=	vierzijdig
vierzijdigs	=	vierzijdig
vies	adj	bevuild, smerig
vieselijk	adj	afkeer wekkend
vieselijke	=	vieselijk
vieselijker	=	vieselijk
vieselijkere	=	vieselijk
vieselijkers	=	vieselijk
vieselijks	=	vieselijk
vieselijkst	=	vieselijk
vieselijkste	=	vieselijk
viesheden	=	viesheid
viesheid	noun	het smerig zijn
viespeuk	noun	Iemand die niet schoon en netjes is, maar heel erg smerig.
viespeuken	=	viespeuk
viespeukje	=	viespeuk
viespeukjes	=	viespeuk
viespoets	noun	een smerig persoon
viespoetsen	=	viespoets
viespoetsje	=	viespoets
viespoetsjes	=	viespoets
viest	=	vies
viestano	noun	Italiaans dialect, gesproken in Italië
vieste	=	vies
vietnamees	noun	restaurant waar men Vietnamese gerechten serveert
vietnameesje	=	vietnamees
vietnameesjes	=	vietnamees
vietnameest	=	vietnamees
vietnameestalig	adj	de Vietnameese taal sprekend
vietnameestalige	=	vietnameestalig
vietnameestaligs	=	vietnameestalig
vietnameeste	=	vietnamees
vietnamese	noun	een vrouwelijke inwoner van Vietnam, of een vrouw afkomstig uit Vietnam
vietnamesen	=	vietnamese
vietnameser	=	vietnamees
vietnamesere	=	vietnamees
vietnamesers	=	vietnamees
vietnamezen	=	vietnamees
vietnamoorlog	noun	een oorlog tussen het op de Verenigde Staten georiënteerde Zuid-Vietnam en het op de Sovjet-Unie en China georiënteerde Noord-Vietnam gevoerd in de periode van 1 november 1955 tot 30 april 1975
vietnamoorlogen	=	vietnamoorlog
vietnamoorlogje	=	vietnamoorlog
vietnamoorlogjes	=	vietnamoorlog
vietnamsyndromen	=	vietnamsyndroom
vietnamsyndroom	noun	syndroom overgehouden aan de deelname in de Vietnamoorlog
viets	=	fiets
vieux	noun	Nederlandse namaakcognac
vieuxs	=	vieux
vieuxtje	=	vieux
vieuxtjes	=	vieux
vieve	=	vief
viever	=	vief
vievere	=	vief
vievers	=	vief
view	noun	manier van kijken
viewer	noun	een apparaat waarmee men beeldmateriaal kan bekijken
viewers	=	viewer
viewmaster	noun	merknaam voor het zichtbaar maken van stereofoto's nu een soortnaam geworden voor alle systemen voor stereofoto's
viewmasters	=	viewmaster
views	=	view
vieze	=	vies
viezer	=	vies
viezerd	noun	een smerig, ongewassen persoon
viezerdje	=	viezerd
viezerdjes	=	viezerd
viezerds	=	viezerd
viezere	=	vies
viezerik	noun	onhygiënisch, vies persoon
viezeriken	=	viezerik
viezerikje	=	viezerik
viezerikjes	=	viezerik
viezers	=	vies
viezig	adj	een beetje vies
viezige	=	viezig
vieziger	=	viezig
viezigere	=	viezig
viezigers	=	viezig
viezigheden	=	viezigheid
viezigheid	noun	Iets wat vies is, ongerechtigheid, smerigheid, vuil.
viezigheidje	=	viezigheid
viezigheidjes	=	viezigheid
viezigs	=	viezig
viezigst	=	viezig
viezigste	=	viezig
vigeer	=	vigeren
vigeerde	=	vigeren
vigeerden	=	vigeren
vigeert	=	vigeren
vigere	=	vigeren
vigeren	verb	gelden, van kracht zijn
vigerend	adj	wat nu van kracht is
vigerende	=	vigeren
vigerender	=	vigerend
vigerendere	=	vigerend
vigerenders	=	vigerend
vigerends	=	vigerend
vigerendst	=	vigerend
vigerendste	=	vigerend
vigesimaal	adj	volgens een getalstelsel dat werkt met veelvouden van twintig
vigesimaals	=	vigesimaal
vigesimale	=	vigesimaal
vigeur	noun	onder de kracht en werking van een wet of motto; kracht van gelding
vigilant	noun|informal	prostituee die op straat klanten zoekt	adj	actief op de omgeving lettend, met een wakkere uitstraling
vigilante	noun	particulier die probeert de samenleving te beschermen door tegen misdadigers op te treden
vigilanten	=	vigilant
vigilanter	=	vigilant
vigilantere	=	vigilant
vigilanters	=	vigilant
vigilantes	=	vigilante
vigilantie	noun	waakzaamheid
vigilantietje	=	vigilantie
vigilantietjes	=	vigilantie
vigilants	=	vigilant
vigilantst	=	vigilant
vigilantste	=	vigilant
vigileer	=	vigileren
vigileerde	=	vigileren
vigileerden	=	vigileren
vigileert	=	vigileren
vigilere	=	vigileren
vigileren	verb	wakker en waakzaam zijn
vigilerend	=	vigileren
vigilerende	=	vigileren
vigilie	noun	nachtwake
vigiliedag	noun	dag voor een rooms-katholieke feestdag
vigiliedagen	=	vigiliedag
vigilies	=	vigilie
vigiliteit	noun	waakzaamheid
vigiliën	=	vigilie
vigintiljard	noun	getal gelijk aan 10¹²³, te schrijven als een 1 met 123 nullen	num	10¹²³, het getal in cijfers een één met honderdendrieëntwintig nullen
vigintiljarden	=	vigintiljard
vigintiljoen	noun	getal gelijk aan 10¹²⁰
vigintiljoenen	=	vigintiljoen
vignet	noun	sticker ter indicatie dat men rechten heeft die uit een betaling voortvloeien
vignetje	=	vignet
vignetjes	=	vignet
vignetten	=	vignet
vigoureus	adj	krachtig, stevig
vigoureust	=	vigoureus
vigoureuste	=	vigoureus
vigoureuze	=	vigoureus
vigoureuzer	=	vigoureus
vigoureuzere	=	vigoureus
vigoureuzers	=	vigoureus
vii	=	zeven
viii	=	acht
vijand	noun	iemand met wie men op voet van oorlog leeft
vijandbeeld	noun	voorstelling die men maakt over een ander als vijand
vijandbeelden	=	vijandbeeld
vijandelijk	adj	van de vijand
vijandelijke	=	vijandelijk
vijandelijker	=	vijandelijk
vijandelijkere	=	vijandelijk
vijandelijkers	=	vijandelijk
vijandelijkheden	=	vijandelijkheid
vijandelijkheid	noun	een vijandige daad
vijandelijkheidje	=	vijandelijkheid
vijandelijkheidjes	=	vijandelijkheid
vijandelijks	=	vijandelijk
vijandelijkst	=	vijandelijk
vijandelijkste	=	vijandelijk
vijanden	=	vijand
vijandig	adj	zich als een vijand gedragend
vijandige	=	vijandig
vijandiger	=	vijandig
vijandigere	=	vijandig
vijandigers	=	vijandig
vijandigheden	=	vijandigheid
vijandigheid	noun	het vijandig zijn
vijandigheidje	=	vijandigheid
vijandigheidjes	=	vijandigheid
vijandigs	=	vijandig
vijandigst	=	vijandig
vijandigste	=	vijandig
vijandin	noun	vrouwelijke vorm van vijand
vijandinnen	=	vijandin
vijandinnetje	=	vijandin
vijandinnetjes	=	vijandin
vijandje	=	vijand
vijandjes	=	vijand
vijands	=	vijand
vijandschap	noun	een toestand van op voet van oorlog zijn, een toestand waarin men elkaar als tegenstander ziet
vijandschappen	=	vijandschap
vijf	num	5, het getal tussen vier en zes	noun	het cijfer vijf
vijf-in-een-kruid	noun	Plectranthus amboinicus een vlezige vaste plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
vijf-in-een-kruiden	=	vijf-in-een-kruid
vijfbak	noun	een versnellingsbak met vijf versnellingen
vijfbakken	=	vijfbak
vijfblaadje	=	vijfblad
vijfblaadjes	=	vijfblad
vijfblad	noun	een element in de vorm van een bloem met vijf blaadjes
vijfbladen	=	vijfblad
vijfdaags	adj	van iets dat het 5 dagen duurt
vijfdaagse	=	vijfdaags
vijfde	adj	nummer vijf in een rij
vijfde-eeuwer	noun	iemand die in de vijfde eeuw heeft geleefd
vijfde-eeuwers	=	vijfde-eeuwer
vijfde-eeuwertje	=	vijfde-eeuwer
vijfde-eeuwertjes	=	vijfde-eeuwer
vijfde-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 401-500
vijfde-eeuwse	=	vijfde-eeuws
vijfdeklas	adj	met betrekking tot de vijfde klasse
vijfdelig	adj	van iets dat het vijf onderdelen bevat
vijfdelige	=	vijfdelig
vijfdeligs	=	vijfdelig
vijfdeurs	adj	auto met vier deuren voor de passagiers en een grote deur aan de achterkant voor de bagage
vijfdoornkruiper	noun	Harpalus modestus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
vijfdoornkruipers	=	vijfdoornkruiper
vijfdoornkruipertje	=	vijfdoornkruiper
vijfdoornkruipertjes	=	vijfdoornkruiper
vijfduizendste	adj	nummer vijfduizend in een rij
vijfendertig	num	"35", het getal tussen vierendertig en zesendertig, dertig plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 35 is aangeduid
vijfendertigduizend	num	35.000
vijfendertigjarig	adj	35 jaren durend
vijfendertigjarige	noun	levend wezen dat 35 jaar oud is of iets dat 35 jaar bestaat
vijfendertigjarigen	=	vijfendertigjarige
vijfendertigjarigs	=	vijfendertigjarig
vijfendertigje	=	vijfendertig
vijfendertigjes	=	vijfendertig
vijfendertigs	=	vijfendertig
vijfendertigste	adj	nummer vijfendertig in een rij.
vijfenhalf	num	de breuk 5½; vijf en een half
vijfenhalfs	=	vijfenhalf
vijfenhalve	=	vijfenhalf
vijfennegentig	num	"95", het getal tussen vierennegentig en zesennegentig, negentig plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 95 is aangeduid
vijfennegentigjarig	adj	95 jaren durend
vijfennegentigjarige	noun	levend wezen dat 95 jaar oud is of iets dat 95 jaar bestaat
vijfennegentigjarigen	=	vijfennegentigjarige
vijfennegentigjarigs	=	vijfennegentigjarig
vijfennegentigje	=	vijfennegentig
vijfennegentigjes	=	vijfennegentig
vijfennegentigs	=	vijfennegentig
vijfennegentigste	adj	nummer vijfennegentig in een rij.
vijfentachtig	num	"85", het getal tussen vierentachtig en zesentachtig, tachtig plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 85 is aangeduid
vijfentachtigjarig	adj	85 jaren durend
vijfentachtigjarige	noun	levend wezen dat 85 jaar oud is of iets dat 85 jaar bestaat
vijfentachtigjarigen	=	vijfentachtigjarige
vijfentachtigjarigs	=	vijfentachtigjarig
vijfentachtigje	=	vijfentachtig
vijfentachtigjes	=	vijfentachtig
vijfentachtigs	=	vijfentachtig
vijfentachtigste	adj	nummer vijfentachtig in een rij.
vijfentwintig	num	"25", het getal tussen vierentwintig en zesentwintig, twintig plus vijf of vijf maal vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 25 is aangeduid
vijfentwintigduizend	num	25.000
vijfentwintigjarig	adj	25 jaren durend
vijfentwintigjarige	noun	levend wezen dat 25 jaar oud is of iets dat 25 jaar bestaat
vijfentwintigjarigen	=	vijfentwintigjarige
vijfentwintigjarigs	=	vijfentwintigjarig
vijfentwintigje	noun	bankbiljet met de waarde van 25 eenheden in een bepaalde valuta, meestal: 25 gulden
vijfentwintigjes	=	vijfentwintig
vijfentwintigs	=	vijfentwintig
vijfentwintigste	adj	nummer vijfentwintig in een rij.
vijfenveertig	num	"45", het getal tussen vierenveertig en zesenveertig, veertig plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 45 is aangeduid
vijfenveertigduizend	num	45.000
vijfenveertigjarig	adj	45 jaren durend
vijfenveertigjarige	noun	levend wezen dat 45 jaar oud is of iets dat 45 jaar bestaat
vijfenveertigjarigen	=	vijfenveertigjarige
vijfenveertigjarigs	=	vijfenveertigjarig
vijfenveertigje	=	vijfenveertig
vijfenveertigjes	=	vijfenveertig
vijfenveertigs	=	vijfenveertig
vijfenveertigste	adj	nummer vijfenveertig in een rij.
vijfenvijftig	num	"55", het getal tussen vierenvijftig en zesenvijftig, vijftig plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 55 is aangeduid
vijfenvijftigjarig	adj	55 jaren durend
vijfenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 55 jaar oud is of iets dat 55 jaar bestaat
vijfenvijftigjarigen	=	vijfenvijftigjarige
vijfenvijftigjarigs	=	vijfenvijftigjarig
vijfenvijftigje	=	vijfenvijftig
vijfenvijftigjes	=	vijfenvijftig
vijfenvijftigs	=	vijfenvijftig
vijfenvijftigste	adj	nummer vijfenvijftig in een rij.
vijfenzestig	num	"65", het getal tussen vierenzestig en zesenzestig, zestig plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 65 is aangeduid
vijfenzestigjarig	adj	65 jaren durend
vijfenzestigjarige	noun	levend wezen dat 65 jaar oud is of iets dat 65 jaar bestaat
vijfenzestigjarigen	=	vijfenzestigjarige
vijfenzestigjarigs	=	vijfenzestigjarig
vijfenzestigje	=	vijfenzestig
vijfenzestigjes	=	vijfenzestig
vijfenzestigplus	adj	ouder dan vijfenzestig jaar
vijfenzestigpluskaart	noun	kortingskaart voor vijfenzestigplussers
vijfenzestigpluskaarten	=	vijfenzestigpluskaart
vijfenzestigpluskaartje	=	vijfenzestigpluskaart
vijfenzestigpluskaartjes	=	vijfenzestigpluskaart
vijfenzestigplusser	noun	iemand die zijn 65-ste verjaardag heeft gevierd
vijfenzestigplussers	=	vijfenzestigplusser
vijfenzestigplussertje	=	vijfenzestigplusser
vijfenzestigplussertjes	=	vijfenzestigplusser
vijfenzestigs	=	vijfenzestig
vijfenzestigste	adj	nummer vijfenzestig in een rij.
vijfenzeventig	num	"75", het getal tussen vierenzeventig en zesenzeventig, zeventig plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 75 is aangeduid
vijfenzeventigjarig	adj	75 jaren durend
vijfenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 75 jaar oud is of iets dat 75 jaar bestaat
vijfenzeventigjarigen	=	vijfenzeventigjarige
vijfenzeventigjarigs	=	vijfenzeventigjarig
vijfenzeventigje	=	vijfenzeventig
vijfenzeventigjes	=	vijfenzeventig
vijfenzeventigs	=	vijfenzeventig
vijfenzeventigste	adj	nummer vijfenzeventig in een rij.
vijfeurobiljet	noun	een bankbiljet ter waarde van vijf euro
vijfeurobiljetje	=	vijfeurobiljet
vijfeurobiljetjes	=	vijfeurobiljet
vijfeurobiljetten	=	vijfeurobiljet
vijffrankstuk	noun	munt van vijf frank
vijffrankstukje	=	vijffrankstuk
vijffrankstukjes	=	vijffrankstuk
vijffrankstukken	=	vijffrankstuk
vijfgeslacht	noun	vijf levende personen die van hetzelfde geslacht zijn en in rechte lijn van elkaar afstammen, en daarmee van vijf generaties zijn
vijfgeslachten	=	vijfgeslacht
vijfgestreept	adj	aanduiding voor het octaaf tussen 4186 en 7902 Hz, waarbinnen de frequentie van de A precies 7040 Hz is en waarvan op een piano enkel de C uiterst rechts op het klavier is te vinden
vijfgestreepte	=	vijfgestreept
vijfgestreepts	=	vijfgestreept
vijfhoek	noun	een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit vijf hoeken en derhalve ook vijf zijden
vijfhoeken	=	vijfhoek
vijfhoekje	=	vijfhoek
vijfhoekjes	=	vijfhoek
vijfhonderd	noun	dat wat in een (rang)ordening met 500 is aangeduid	num	"500", het getal tussen vierhonderdnegenennegentig en vijfhonderdeen, vijf maal honderd
vijfhonderdacht	num	"508", het getal tussen vijfhonderdzeven en vijfhonderdnegen, vijfhonderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 508 is aangeduid
vijfhonderdachten	=	vijfhonderdacht
vijfhonderdachtendertig	num	"538", het getal tussen vijfhonderdzevenendertig en vijfhonderdnegenendertig, vijfhonderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 538 is aangeduid
vijfhonderdachtendertigje	=	vijfhonderdachtendertig
vijfhonderdachtendertigjes	=	vijfhonderdachtendertig
vijfhonderdachtendertigs	=	vijfhonderdachtendertig
vijfhonderdachtennegentig	num	"598", het getal tussen vijfhonderdzevenennegentig en vijfhonderdnegenennegentig, vijfhonderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 598 is aangeduid
vijfhonderdachtennegentigje	=	vijfhonderdachtennegentig
vijfhonderdachtennegentigjes	=	vijfhonderdachtennegentig
vijfhonderdachtennegentigs	=	vijfhonderdachtennegentig
vijfhonderdachtentachtig	num	"588", het getal tussen vijfhonderdzevenentachtig en vijfhonderdnegenentachtig, vijfhonderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 588 is aangeduid
vijfhonderdachtentachtigje	=	vijfhonderdachtentachtig
vijfhonderdachtentachtigjes	=	vijfhonderdachtentachtig
vijfhonderdachtentachtigs	=	vijfhonderdachtentachtig
vijfhonderdachtentwintig	num	"528", het getal tussen vijfhonderdzevenentwintig en vijfhonderdnegenentwintig, vijfhonderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 528 is aangeduid
vijfhonderdachtentwintigje	=	vijfhonderdachtentwintig
vijfhonderdachtentwintigjes	=	vijfhonderdachtentwintig
vijfhonderdachtentwintigs	=	vijfhonderdachtentwintig
vijfhonderdachtenveertig	num	"548", het getal tussen vijfhonderdzevenenveertig en vijfhonderdnegenenveertig, vijfhonderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 548 is aangeduid
vijfhonderdachtenveertigje	=	vijfhonderdachtenveertig
vijfhonderdachtenveertigjes	=	vijfhonderdachtenveertig
vijfhonderdachtenveertigs	=	vijfhonderdachtenveertig
vijfhonderdachtenvijftig	num	"558", het getal tussen vijfhonderdzevenenvijftig en vijfhonderdnegenenvijftig, vijfhonderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 558 is aangeduid
vijfhonderdachtenvijftigje	=	vijfhonderdachtenvijftig
vijfhonderdachtenvijftigjes	=	vijfhonderdachtenvijftig
vijfhonderdachtenvijftigs	=	vijfhonderdachtenvijftig
vijfhonderdachtenzestig	num	"568", het getal tussen vijfhonderdzevenenzestig en vijfhonderdnegenenzestig, vijfhonderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 568 is aangeduid
vijfhonderdachtenzestigje	=	vijfhonderdachtenzestig
vijfhonderdachtenzestigjes	=	vijfhonderdachtenzestig
vijfhonderdachtenzestigs	=	vijfhonderdachtenzestig
vijfhonderdachtenzeventig	num	"578", het getal tussen vijfhonderdzevenenzeventig en vijfhonderdnegenenzeventig, vijfhonderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 578 is aangeduid
vijfhonderdachtenzeventigje	=	vijfhonderdachtenzeventig
vijfhonderdachtenzeventigjes	=	vijfhonderdachtenzeventig
vijfhonderdachtenzeventigs	=	vijfhonderdachtenzeventig
vijfhonderdachtje	=	vijfhonderdacht
vijfhonderdachtjes	=	vijfhonderdacht
vijfhonderdachttien	num	"518", het getal tussen vijfhonderdzeventien en vijfhonderdnegentien, vijfhonderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 518 is aangeduid
vijfhonderdachttiens	=	vijfhonderdachttien
vijfhonderdachttientje	=	vijfhonderdachttien
vijfhonderdachttientjes	=	vijfhonderdachttien
vijfhonderddertien	num	"513", het getal tussen vijfhonderdtwaalf en vijfhonderdveertien, vijfhonderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 513 is aangeduid
vijfhonderddertiens	=	vijfhonderddertien
vijfhonderddertientje	=	vijfhonderddertien
vijfhonderddertientjes	=	vijfhonderddertien
vijfhonderddertig	num	"530", het getal tussen vijfhonderdnegenentwintig en vijfhonderdeenendertig, vijfhonderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 530 is aangeduid
vijfhonderddertigje	=	vijfhonderddertig
vijfhonderddertigjes	=	vijfhonderddertig
vijfhonderddertigs	=	vijfhonderddertig
vijfhonderddrie	num	"503", het getal tussen vijfhonderdtwee en vijfhonderdvier, vijfhonderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 503 is aangeduid
vijfhonderddries	=	vijfhonderddrie
vijfhonderddrietje	=	vijfhonderddrie
vijfhonderddrietjes	=	vijfhonderddrie
vijfhonderddrieëndertig	num	"533", het getal tussen vijfhonderdtweeëndertig en vijfhonderdvierendertig, vijfhonderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 533 is aangeduid
vijfhonderddrieëndertigje	=	vijfhonderddrieëndertig
vijfhonderddrieëndertigjes	=	vijfhonderddrieëndertig
vijfhonderddrieëndertigs	=	vijfhonderddrieëndertig
vijfhonderddrieënnegentig	num	"593", het getal tussen vijfhonderdtweeënnegentig en vijfhonderdvierennegentig, vijfhonderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 593 is aangeduid
vijfhonderddrieënnegentigje	=	vijfhonderddrieënnegentig
vijfhonderddrieënnegentigjes	=	vijfhonderddrieënnegentig
vijfhonderddrieënnegentigs	=	vijfhonderddrieënnegentig
vijfhonderddrieëntachtig	num	"583", het getal tussen vijfhonderdtweeëntachtig en vijfhonderdvierentachtig, vijfhonderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 583 is aangeduid
vijfhonderddrieëntachtigje	=	vijfhonderddrieëntachtig
vijfhonderddrieëntachtigjes	=	vijfhonderddrieëntachtig
vijfhonderddrieëntachtigs	=	vijfhonderddrieëntachtig
vijfhonderddrieëntwintig	num	"523", het getal tussen vijfhonderdtweeëntwintig en vijfhonderdvierentwintig, vijfhonderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 523 is aangeduid
vijfhonderddrieëntwintigje	=	vijfhonderddrieëntwintig
vijfhonderddrieëntwintigjes	=	vijfhonderddrieëntwintig
vijfhonderddrieëntwintigs	=	vijfhonderddrieëntwintig
vijfhonderddrieënveertig	num	"543", het getal tussen vijfhonderdtweeënveertig en vijfhonderdvierenveertig, vijfhonderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 543 is aangeduid
vijfhonderddrieënveertigje	=	vijfhonderddrieënveertig
vijfhonderddrieënveertigjes	=	vijfhonderddrieënveertig
vijfhonderddrieënveertigs	=	vijfhonderddrieënveertig
vijfhonderddrieënvijftig	num	"553", het getal tussen vijfhonderdtweeënvijftig en vijfhonderdvierenvijftig, vijfhonderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 553 is aangeduid
vijfhonderddrieënvijftigje	=	vijfhonderddrieënvijftig
vijfhonderddrieënvijftigjes	=	vijfhonderddrieënvijftig
vijfhonderddrieënvijftigs	=	vijfhonderddrieënvijftig
vijfhonderddrieënzestig	num	"563", het getal tussen vijfhonderdtweeënzestig en vijfhonderdvierenzestig, vijfhonderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 563 is aangeduid
vijfhonderddrieënzestigje	=	vijfhonderddrieënzestig
vijfhonderddrieënzestigjes	=	vijfhonderddrieënzestig
vijfhonderddrieënzestigs	=	vijfhonderddrieënzestig
vijfhonderddrieënzeventig	num	"573", het getal tussen vijfhonderdtweeënzeventig en vijfhonderdvierenzeventig, vijfhonderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 573 is aangeduid
vijfhonderddrieënzeventigje	=	vijfhonderddrieënzeventig
vijfhonderddrieënzeventigjes	=	vijfhonderddrieënzeventig
vijfhonderddrieënzeventigs	=	vijfhonderddrieënzeventig
vijfhonderdduizend	num	500.000, half miljoen
vijfhonderdduizendste	adj	nummer vijfhonderdduizend in een rij
vijfhonderdeen	num	"501", het getal tussen vijfhonderd en vijfhonderdtwee, vijfhonderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 501 is aangeduid
vijfhonderdeenendertig	num	"531", het getal tussen vijfhonderddertig en vijfhonderdtweeëndertig, vijfhonderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 531 is aangeduid
vijfhonderdeenendertigje	=	vijfhonderdeenendertig
vijfhonderdeenendertigjes	=	vijfhonderdeenendertig
vijfhonderdeenendertigs	=	vijfhonderdeenendertig
vijfhonderdeenennegentig	num	"591", het getal tussen vijfhonderdnegentig en vijfhonderdtweeënnegentig, vijfhonderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 591 is aangeduid
vijfhonderdeenennegentigje	=	vijfhonderdeenennegentig
vijfhonderdeenennegentigjes	=	vijfhonderdeenennegentig
vijfhonderdeenennegentigs	=	vijfhonderdeenennegentig
vijfhonderdeenentachtig	num	"581", het getal tussen vijfhonderdtachtig en vijfhonderdtweeëntachtig, vijfhonderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 581 is aangeduid
vijfhonderdeenentachtigje	=	vijfhonderdeenentachtig
vijfhonderdeenentachtigjes	=	vijfhonderdeenentachtig
vijfhonderdeenentachtigs	=	vijfhonderdeenentachtig
vijfhonderdeenentwintig	num	"521", het getal tussen vijfhonderdtwintig en vijfhonderdtweeëntwintig, vijfhonderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 521 is aangeduid
vijfhonderdeenentwintigje	=	vijfhonderdeenentwintig
vijfhonderdeenentwintigjes	=	vijfhonderdeenentwintig
vijfhonderdeenentwintigs	=	vijfhonderdeenentwintig
vijfhonderdeenenveertig	num	"541", het getal tussen vijfhonderdveertig en vijfhonderdtweeënveertig, vijfhonderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 541 is aangeduid
vijfhonderdeenenveertigje	=	vijfhonderdeenenveertig
vijfhonderdeenenveertigjes	=	vijfhonderdeenenveertig
vijfhonderdeenenveertigs	=	vijfhonderdeenenveertig
vijfhonderdeenenvijftig	num	"551", het getal tussen vijfhonderdvijftig en vijfhonderdtweeënvijftig, vijfhonderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 551 is aangeduid
vijfhonderdeenenvijftigje	=	vijfhonderdeenenvijftig
vijfhonderdeenenvijftigjes	=	vijfhonderdeenenvijftig
vijfhonderdeenenvijftigs	=	vijfhonderdeenenvijftig
vijfhonderdeenenzestig	num	"561", het getal tussen vijfhonderdzestig en vijfhonderdtweeënzestig, vijfhonderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 561 is aangeduid
vijfhonderdeenenzestigje	=	vijfhonderdeenenzestig
vijfhonderdeenenzestigjes	=	vijfhonderdeenenzestig
vijfhonderdeenenzestigs	=	vijfhonderdeenenzestig
vijfhonderdeenenzeventig	num	"571", het getal tussen vijfhonderdzeventig en vijfhonderdtweeënzeventig, vijfhonderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 571 is aangeduid
vijfhonderdeenenzeventigje	=	vijfhonderdeenenzeventig
vijfhonderdeenenzeventigjes	=	vijfhonderdeenenzeventig
vijfhonderdeenenzeventigs	=	vijfhonderdeenenzeventig
vijfhonderdeens	=	vijfhonderdeen
vijfhonderdeentje	=	vijfhonderdeen
vijfhonderdeentjes	=	vijfhonderdeen
vijfhonderdeerste	adj	nummer vijfhonderdeen in een rij.
vijfhonderdelf	num	"511", het getal tussen vijfhonderdtien en vijfhonderdtwaalf, vijfhonderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 511 is aangeduid
vijfhonderdelfje	=	vijfhonderdelf
vijfhonderdelfjes	=	vijfhonderdelf
vijfhonderdelfs	=	vijfhonderdelf
vijfhonderdenacht	num	"508", langere vorm van vijfhonderdacht, vijfhonderd plus acht
vijfhonderdenachtendertig	num	"538", langere vorm van vijfhonderdachtendertig, vijfhonderd plus achtendertig
vijfhonderdenachtennegentig	num	"598", langere vorm van vijfhonderdachtennegentig, vijfhonderd plus achtennegentig
vijfhonderdenachtentachtig	num	"588", langere vorm van vijfhonderdachtentachtig, vijfhonderd plus achtentachtig
vijfhonderdenachtentwintig	num	"528", langere vorm van vijfhonderdachtentwintig, vijfhonderd plus achtentwintig
vijfhonderdenachtenveertig	num	"548", langere vorm van vijfhonderdachtenveertig, vijfhonderd plus achtenveertig
vijfhonderdenachtenvijftig	num	"558", langere vorm van vijfhonderdachtenvijftig, vijfhonderd plus achtenvijftig
vijfhonderdenachtenzestig	num	"568", langere vorm van vijfhonderdachtenzestig, vijfhonderd plus achtenzestig
vijfhonderdenachtenzeventig	num	"578", langere vorm van vijfhonderdachtenzeventig, vijfhonderd plus achtenzeventig
vijfhonderdenachttien	num	"518", langere vorm van vijfhonderdachttien, vijfhonderd plus achttien
vijfhonderdendertien	num	"513", langere vorm van vijfhonderddertien, vijfhonderd plus dertien
vijfhonderdendertig	num	"530", langere vorm van vijfhonderddertig, vijfhonderd plus dertig
vijfhonderdendrie	num	"503", langere vorm van vijfhonderddrie, vijfhonderd plus drie
vijfhonderdendrieëndertig	num	"533", langere vorm van vijfhonderddrieëndertig, vijfhonderd plus drieëndertig
vijfhonderdendrieënnegentig	num	"593", langere vorm van vijfhonderddrieënnegentig, vijfhonderd plus drieënnegentig
vijfhonderdendrieëntachtig	num	"583", langere vorm van vijfhonderddrieëntachtig, vijfhonderd plus drieëntachtig
vijfhonderdendrieëntwintig	num	"523", langere vorm van vijfhonderddrieëntwintig, vijfhonderd plus drieëntwintig
vijfhonderdendrieënveertig	num	"543", langere vorm van vijfhonderddrieënveertig, vijfhonderd plus drieënveertig
vijfhonderdendrieënvijftig	num	"553", langere vorm van vijfhonderddrieënvijftig, vijfhonderd plus drieënvijftig
vijfhonderdendrieënzestig	num	"563", langere vorm van vijfhonderddrieënzestig, vijfhonderd plus drieënzestig
vijfhonderdendrieënzeventig	num	"573", langere vorm van vijfhonderddrieënzeventig, vijfhonderd plus drieënzeventig
vijfhonderdeneen	num	"501", langere vorm van vijfhonderdeen, vijfhonderd plus een
vijfhonderdeneenendertig	num	"531", langere vorm van vijfhonderdeenendertig, vijfhonderd plus eenendertig
vijfhonderdeneenennegentig	num	"591", langere vorm van vijfhonderdeenennegentig, vijfhonderd plus eenennegentig
vijfhonderdeneenentachtig	num	"581", langere vorm van vijfhonderdeenentachtig, vijfhonderd plus eenentachtig
vijfhonderdeneenentwintig	num	"521", langere vorm van vijfhonderdeenentwintig, vijfhonderd plus eenentwintig
vijfhonderdeneenenveertig	num	"541", langere vorm van vijfhonderdeenenveertig, vijfhonderd plus eenenveertig
vijfhonderdeneenenvijftig	num	"551", langere vorm van vijfhonderdeenenvijftig, vijfhonderd plus eenenvijftig
vijfhonderdeneenenzestig	num	"561", langere vorm van vijfhonderdeenenzestig, vijfhonderd plus eenenzestig
vijfhonderdeneenenzeventig	num	"571", langere vorm van vijfhonderdeenenzeventig, vijfhonderd plus eenenzeventig
vijfhonderdeneerste	adj	nummer vijfhonderdeen in een rij.
vijfhonderdenelf	num	"511", langere vorm van vijfhonderdelf, vijfhonderd plus elf
vijfhonderdennegen	num	"509", langere vorm van vijfhonderdnegen, vijfhonderd plus negen
vijfhonderdennegenendertig	num	"539", langere vorm van vijfhonderdnegenendertig, vijfhonderd plus negenendertig
vijfhonderdennegenennegentig	num	"599", langere vorm van vijfhonderdnegenennegentig, vijfhonderd plus negenennegentig
vijfhonderdennegenentachtig	num	"589", langere vorm van vijfhonderdnegenentachtig, vijfhonderd plus negenentachtig
vijfhonderdennegenentwintig	num	"529", langere vorm van vijfhonderdnegenentwintig, vijfhonderd plus negenentwintig
vijfhonderdennegenenveertig	num	"549", langere vorm van vijfhonderdnegenenveertig, vijfhonderd plus negenenveertig
vijfhonderdennegenenvijftig	num	"559", langere vorm van vijfhonderdnegenenvijftig, vijfhonderd plus negenenvijftig
vijfhonderdennegenenzestig	num	"569", langere vorm van vijfhonderdnegenenzestig, vijfhonderd plus negenenzestig
vijfhonderdennegenenzeventig	num	"579", langere vorm van vijfhonderdnegenenzeventig, vijfhonderd plus negenenzeventig
vijfhonderdennegentien	num	"519", langere vorm van vijfhonderdnegentien, vijfhonderd plus negentien
vijfhonderdennegentig	num	"590", langere vorm van vijfhonderdnegentig, vijfhonderd plus negentig
vijfhonderdentachtig	num	"580", langere vorm van vijfhonderdtachtig, vijfhonderd plus tachtig
vijfhonderdentien	num	"510", langere vorm van vijfhonderdtien, vijfhonderd plus tien
vijfhonderdentwaalf	num	"512", langere vorm van vijfhonderdtwaalf, vijfhonderd plus twaalf
vijfhonderdentwee	num	"502", langere vorm van vijfhonderdtwee, vijfhonderd plus twee
vijfhonderdentweede	adj	nummer vijfhonderdtwee in een rij.
vijfhonderdentweeëndertig	num	"532", langere vorm van vijfhonderdtweeëndertig, vijfhonderd plus tweeëndertig
vijfhonderdentweeënnegentig	num	"592", langere vorm van vijfhonderdtweeënnegentig, vijfhonderd plus tweeënnegentig
vijfhonderdentweeëntachtig	num	"582", langere vorm van vijfhonderdtweeëntachtig, vijfhonderd plus tweeëntachtig
vijfhonderdentweeëntwintig	num	"522", langere vorm van vijfhonderdtweeëntwintig, vijfhonderd plus tweeëntwintig
vijfhonderdentweeënveertig	num	"542", langere vorm van vijfhonderdtweeënveertig, vijfhonderd plus tweeënveertig
vijfhonderdentweeënvijftig	num	"552", langere vorm van vijfhonderdtweeënvijftig, vijfhonderd plus tweeënvijftig
vijfhonderdentweeënzestig	num	"562", langere vorm van vijfhonderdtweeënzestig, vijfhonderd plus tweeënzestig
vijfhonderdentweeënzeventig	num	"572", langere vorm van vijfhonderdtweeënzeventig, vijfhonderd plus tweeënzeventig
vijfhonderdentwintig	num	"520", langere vorm van vijfhonderdtwintig, vijfhonderd plus twintig
vijfhonderdenveertien	num	"514", langere vorm van vijfhonderdveertien, vijfhonderd plus veertien
vijfhonderdenveertig	num	"540", langere vorm van vijfhonderdveertig, vijfhonderd plus veertig
vijfhonderdenvier	num	"504", langere vorm van vijfhonderdvier, vijfhonderd plus vier
vijfhonderdenvierendertig	num	"534", langere vorm van vijfhonderdvierendertig, vijfhonderd plus vierendertig
vijfhonderdenvierennegentig	num	"594", langere vorm van vijfhonderdvierennegentig, vijfhonderd plus vierennegentig
vijfhonderdenvierentachtig	num	"584", langere vorm van vijfhonderdvierentachtig, vijfhonderd plus vierentachtig
vijfhonderdenvierentwintig	num	"524", langere vorm van vijfhonderdvierentwintig, vijfhonderd plus vierentwintig
vijfhonderdenvierenveertig	num	"544", langere vorm van vijfhonderdvierenveertig, vijfhonderd plus vierenveertig
vijfhonderdenvierenvijftig	num	"554", langere vorm van vijfhonderdvierenvijftig, vijfhonderd plus vierenvijftig
vijfhonderdenvierenzestig	num	"564", langere vorm van vijfhonderdvierenzestig, vijfhonderd plus vierenzestig
vijfhonderdenvierenzeventig	num	"574", langere vorm van vijfhonderdvierenzeventig, vijfhonderd plus vierenzeventig
vijfhonderdenvijf	num	"505", langere vorm van vijfhonderdvijf, vijfhonderd plus vijf
vijfhonderdenvijfendertig	num	"535", langere vorm van vijfhonderdvijfendertig, vijfhonderd plus vijfendertig
vijfhonderdenvijfennegentig	num	"595", langere vorm van vijfhonderdvijfennegentig, vijfhonderd plus vijfennegentig
vijfhonderdenvijfentachtig	num	"585", langere vorm van vijfhonderdvijfentachtig, vijfhonderd plus vijfentachtig
vijfhonderdenvijfentwintig	num	"525", langere vorm van vijfhonderdvijfentwintig, vijfhonderd plus vijfentwintig
vijfhonderdenvijfenveertig	num	"545", langere vorm van vijfhonderdvijfenveertig, vijfhonderd plus vijfenveertig
vijfhonderdenvijfenvijftig	num	"555", langere vorm van vijfhonderdvijfenvijftig, vijfhonderd plus vijfenvijftig
vijfhonderdenvijfenzestig	num	"565", langere vorm van vijfhonderdvijfenzestig, vijfhonderd plus vijfenzestig
vijfhonderdenvijfenzeventig	num	"575", langere vorm van vijfhonderdvijfenzeventig, vijfhonderd plus vijfenzeventig
vijfhonderdenvijftien	num	"515", langere vorm van vijfhonderdvijftien, vijfhonderd plus vijftien
vijfhonderdenvijftig	num	"550", langere vorm van vijfhonderdvijftig, vijfhonderd plus vijftig
vijfhonderdenzes	num	"506", langere vorm van vijfhonderdzes, vijfhonderd plus zes
vijfhonderdenzesendertig	num	"536", langere vorm van vijfhonderdzesendertig, vijfhonderd plus zesendertig
vijfhonderdenzesennegentig	num	"596", langere vorm van vijfhonderdzesennegentig, vijfhonderd plus zesennegentig
vijfhonderdenzesentachtig	num	"586", langere vorm van vijfhonderdzesentachtig, vijfhonderd plus zesentachtig
vijfhonderdenzesentwintig	num	"526", langere vorm van vijfhonderdzesentwintig, vijfhonderd plus zesentwintig
vijfhonderdenzesenveertig	num	"546", langere vorm van vijfhonderdzesenveertig, vijfhonderd plus zesenveertig
vijfhonderdenzesenvijftig	num	"556", langere vorm van vijfhonderdzesenvijftig, vijfhonderd plus zesenvijftig
vijfhonderdenzesenzestig	num	"566", langere vorm van vijfhonderdzesenzestig, vijfhonderd plus zesenzestig
vijfhonderdenzesenzeventig	num	"576", langere vorm van vijfhonderdzesenzeventig, vijfhonderd plus zesenzeventig
vijfhonderdenzestien	num	"516", langere vorm van vijfhonderdzestien, vijfhonderd plus zestien
vijfhonderdenzestig	num	"560", langere vorm van vijfhonderdzestig, vijfhonderd plus zestig
vijfhonderdenzeven	num	"507", langere vorm van vijfhonderdzeven, vijfhonderd plus zeven
vijfhonderdenzevenendertig	num	"537", langere vorm van vijfhonderdzevenendertig, vijfhonderd plus zevenendertig
vijfhonderdenzevenennegentig	num	"597", langere vorm van vijfhonderdzevenennegentig, vijfhonderd plus zevenennegentig
vijfhonderdenzevenentachtig	num	"587", langere vorm van vijfhonderdzevenentachtig, vijfhonderd plus zevenentachtig
vijfhonderdenzevenentwintig	num	"527", langere vorm van vijfhonderdzevenentwintig, vijfhonderd plus zevenentwintig
vijfhonderdenzevenenveertig	num	"547", langere vorm van vijfhonderdzevenenveertig, vijfhonderd plus zevenenveertig
vijfhonderdenzevenenvijftig	num	"557", langere vorm van vijfhonderdzevenenvijftig, vijfhonderd plus zevenenvijftig
vijfhonderdenzevenenzestig	num	"567", langere vorm van vijfhonderdzevenenzestig, vijfhonderd plus zevenenzestig
vijfhonderdenzevenenzeventig	num	"577", langere vorm van vijfhonderdzevenenzeventig, vijfhonderd plus zevenenzeventig
vijfhonderdenzeventien	num	"517", langere vorm van vijfhonderdzeventien, vijfhonderd plus zeventien
vijfhonderdenzeventig	num	"570", langere vorm van vijfhonderdzeventig, vijfhonderd plus zeventig
vijfhonderdeurobiljet	noun	een bankbiljet ter waarde van 500 euro
vijfhonderdeurobiljetje	=	vijfhonderdeurobiljet
vijfhonderdeurobiljetjes	=	vijfhonderdeurobiljet
vijfhonderdeurobiljetten	=	vijfhonderdeurobiljet
vijfhonderdje	noun	bankbiljet met de waarde van 500 eenheden in een bepaalde valuta, meestal: 500 euro
vijfhonderdjes	=	vijfhonderd
vijfhonderdnegen	num	"509", het getal tussen vijfhonderdacht en vijfhonderdtien, vijfhonderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 509 is aangeduid
vijfhonderdnegenendertig	num	"539", het getal tussen vijfhonderdachtendertig en vijfhonderdveertig, vijfhonderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 539 is aangeduid
vijfhonderdnegenendertigje	=	vijfhonderdnegenendertig
vijfhonderdnegenendertigjes	=	vijfhonderdnegenendertig
vijfhonderdnegenendertigs	=	vijfhonderdnegenendertig
vijfhonderdnegenennegentig	num	"599", het getal tussen vijfhonderdachtennegentig en zeshonderd, vijfhonderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 599 is aangeduid
vijfhonderdnegenennegentigje	=	vijfhonderdnegenennegentig
vijfhonderdnegenennegentigjes	=	vijfhonderdnegenennegentig
vijfhonderdnegenennegentigs	=	vijfhonderdnegenennegentig
vijfhonderdnegenentachtig	num	"589", het getal tussen vijfhonderdachtentachtig en vijfhonderdnegentig, vijfhonderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 589 is aangeduid
vijfhonderdnegenentachtigje	=	vijfhonderdnegenentachtig
vijfhonderdnegenentachtigjes	=	vijfhonderdnegenentachtig
vijfhonderdnegenentachtigs	=	vijfhonderdnegenentachtig
vijfhonderdnegenentwintig	num	"529", het getal tussen vijfhonderdachtentwintig en vijfhonderddertig, vijfhonderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 529 is aangeduid
vijfhonderdnegenentwintigje	=	vijfhonderdnegenentwintig
vijfhonderdnegenentwintigjes	=	vijfhonderdnegenentwintig
vijfhonderdnegenentwintigs	=	vijfhonderdnegenentwintig
vijfhonderdnegenenveertig	num	"549", het getal tussen vijfhonderdachtenveertig en vijfhonderdvijftig, vijfhonderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 549 is aangeduid
vijfhonderdnegenenveertigje	=	vijfhonderdnegenenveertig
vijfhonderdnegenenveertigjes	=	vijfhonderdnegenenveertig
vijfhonderdnegenenveertigs	=	vijfhonderdnegenenveertig
vijfhonderdnegenenvijftig	num	"559", het getal tussen vijfhonderdachtenvijftig en vijfhonderdzestig, vijfhonderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 559 is aangeduid
vijfhonderdnegenenvijftigje	=	vijfhonderdnegenenvijftig
vijfhonderdnegenenvijftigjes	=	vijfhonderdnegenenvijftig
vijfhonderdnegenenvijftigs	=	vijfhonderdnegenenvijftig
vijfhonderdnegenenzestig	num	"569", het getal tussen vijfhonderdachtenzestig en vijfhonderdzeventig, vijfhonderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 569 is aangeduid
vijfhonderdnegenenzestigje	=	vijfhonderdnegenenzestig
vijfhonderdnegenenzestigjes	=	vijfhonderdnegenenzestig
vijfhonderdnegenenzestigs	=	vijfhonderdnegenenzestig
vijfhonderdnegenenzeventig	num	"579", het getal tussen vijfhonderdachtenzeventig en vijfhonderdtachtig, vijfhonderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 579 is aangeduid
vijfhonderdnegenenzeventigje	=	vijfhonderdnegenenzeventig
vijfhonderdnegenenzeventigjes	=	vijfhonderdnegenenzeventig
vijfhonderdnegenenzeventigs	=	vijfhonderdnegenenzeventig
vijfhonderdnegens	=	vijfhonderdnegen
vijfhonderdnegentien	num	"519", het getal tussen vijfhonderdachttien en vijfhonderdtwintig, vijfhonderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 519 is aangeduid
vijfhonderdnegentiens	=	vijfhonderdnegentien
vijfhonderdnegentientje	=	vijfhonderdnegentien
vijfhonderdnegentientjes	=	vijfhonderdnegentien
vijfhonderdnegentig	num	"590", het getal tussen vijfhonderdnegenentachtig en vijfhonderdeenennegentig, vijfhonderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 590 is aangeduid
vijfhonderdnegentigje	=	vijfhonderdnegentig
vijfhonderdnegentigjes	=	vijfhonderdnegentig
vijfhonderdnegentigs	=	vijfhonderdnegentig
vijfhonderdnegentje	=	vijfhonderdnegen
vijfhonderdnegentjes	=	vijfhonderdnegen
vijfhonderds	=	vijfhonderd
vijfhonderdste	adj	nummer vijfhonderd in een rij
vijfhonderdtachtig	num	"580", het getal tussen vijfhonderdnegenenzeventig en vijfhonderdeenentachtig, vijfhonderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 580 is aangeduid
vijfhonderdtachtigje	=	vijfhonderdtachtig
vijfhonderdtachtigjes	=	vijfhonderdtachtig
vijfhonderdtachtigs	=	vijfhonderdtachtig
vijfhonderdtien	num	"510", het getal tussen vijfhonderdnegen en vijfhonderdelf, vijfhonderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 510 is aangeduid
vijfhonderdtiens	=	vijfhonderdtien
vijfhonderdtientje	=	vijfhonderdtien
vijfhonderdtientjes	=	vijfhonderdtien
vijfhonderdtwaalf	num	"512", het getal tussen vijfhonderdelf en vijfhonderddertien, vijfhonderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 512 is aangeduid
vijfhonderdtwaalfje	=	vijfhonderdtwaalf
vijfhonderdtwaalfjes	=	vijfhonderdtwaalf
vijfhonderdtwaalfs	=	vijfhonderdtwaalf
vijfhonderdtwee	num	"502", het getal tussen vijfhonderdeen en vijfhonderddrie, vijfhonderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 502 is aangeduid
vijfhonderdtweede	adj	nummer vijfhonderdtwee in een rij.
vijfhonderdtwees	=	vijfhonderdtwee
vijfhonderdtweetje	=	vijfhonderdtwee
vijfhonderdtweetjes	=	vijfhonderdtwee
vijfhonderdtweeëndertig	num	"532", het getal tussen vijfhonderdeenendertig en vijfhonderddrieëndertig, vijfhonderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 532 is aangeduid
vijfhonderdtweeëndertigje	=	vijfhonderdtweeëndertig
vijfhonderdtweeëndertigjes	=	vijfhonderdtweeëndertig
vijfhonderdtweeëndertigs	=	vijfhonderdtweeëndertig
vijfhonderdtweeënnegentig	num	"592", het getal tussen vijfhonderdeenennegentig en vijfhonderddrieënnegentig, vijfhonderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 592 is aangeduid
vijfhonderdtweeënnegentigje	=	vijfhonderdtweeënnegentig
vijfhonderdtweeënnegentigjes	=	vijfhonderdtweeënnegentig
vijfhonderdtweeënnegentigs	=	vijfhonderdtweeënnegentig
vijfhonderdtweeëntachtig	num	"582", het getal tussen vijfhonderdeenentachtig en vijfhonderddrieëntachtig, vijfhonderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 582 is aangeduid
vijfhonderdtweeëntachtigje	=	vijfhonderdtweeëntachtig
vijfhonderdtweeëntachtigjes	=	vijfhonderdtweeëntachtig
vijfhonderdtweeëntachtigs	=	vijfhonderdtweeëntachtig
vijfhonderdtweeëntwintig	num	"522", het getal tussen vijfhonderdeenentwintig en vijfhonderddrieëntwintig, vijfhonderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 522 is aangeduid
vijfhonderdtweeëntwintigje	=	vijfhonderdtweeëntwintig
vijfhonderdtweeëntwintigjes	=	vijfhonderdtweeëntwintig
vijfhonderdtweeëntwintigs	=	vijfhonderdtweeëntwintig
vijfhonderdtweeënveertig	num	"542", het getal tussen vijfhonderdeenenveertig en vijfhonderddrieënveertig, vijfhonderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 542 is aangeduid
vijfhonderdtweeënveertigje	=	vijfhonderdtweeënveertig
vijfhonderdtweeënveertigjes	=	vijfhonderdtweeënveertig
vijfhonderdtweeënveertigs	=	vijfhonderdtweeënveertig
vijfhonderdtweeënvijftig	num	"552", het getal tussen vijfhonderdeenenvijftig en vijfhonderddrieënvijftig, vijfhonderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 552 is aangeduid
vijfhonderdtweeënvijftigje	=	vijfhonderdtweeënvijftig
vijfhonderdtweeënvijftigjes	=	vijfhonderdtweeënvijftig
vijfhonderdtweeënvijftigs	=	vijfhonderdtweeënvijftig
vijfhonderdtweeënzestig	num	"562", het getal tussen vijfhonderdeenenzestig en vijfhonderddrieënzestig, vijfhonderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 562 is aangeduid
vijfhonderdtweeënzestigje	=	vijfhonderdtweeënzestig
vijfhonderdtweeënzestigjes	=	vijfhonderdtweeënzestig
vijfhonderdtweeënzestigs	=	vijfhonderdtweeënzestig
vijfhonderdtweeënzeventig	num	"572", het getal tussen vijfhonderdeenenzeventig en vijfhonderddrieënzeventig, vijfhonderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 572 is aangeduid
vijfhonderdtweeënzeventigje	=	vijfhonderdtweeënzeventig
vijfhonderdtweeënzeventigjes	=	vijfhonderdtweeënzeventig
vijfhonderdtweeënzeventigs	=	vijfhonderdtweeënzeventig
vijfhonderdtwintig	num	"520", het getal tussen vijfhonderdnegentien en vijfhonderdeenentwintig, vijfhonderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 520 is aangeduid
vijfhonderdtwintigje	=	vijfhonderdtwintig
vijfhonderdtwintigjes	=	vijfhonderdtwintig
vijfhonderdtwintigs	=	vijfhonderdtwintig
vijfhonderdveertien	num	"514", het getal tussen vijfhonderddertien en vijfhonderdvijftien, vijfhonderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 514 is aangeduid
vijfhonderdveertiens	=	vijfhonderdveertien
vijfhonderdveertientje	=	vijfhonderdveertien
vijfhonderdveertientjes	=	vijfhonderdveertien
vijfhonderdveertig	num	"540", het getal tussen vijfhonderdnegenendertig en vijfhonderdeenenveertig, vijfhonderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 540 is aangeduid
vijfhonderdveertigje	=	vijfhonderdveertig
vijfhonderdveertigjes	=	vijfhonderdveertig
vijfhonderdveertigs	=	vijfhonderdveertig
vijfhonderdvier	num	"504", het getal tussen vijfhonderddrie en vijfhonderdvijf, vijfhonderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 504 is aangeduid
vijfhonderdvierendertig	num	"534", het getal tussen vijfhonderddrieëndertig en vijfhonderdvijfendertig, vijfhonderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 534 is aangeduid
vijfhonderdvierendertigje	=	vijfhonderdvierendertig
vijfhonderdvierendertigjes	=	vijfhonderdvierendertig
vijfhonderdvierendertigs	=	vijfhonderdvierendertig
vijfhonderdvierennegentig	num	"594", het getal tussen vijfhonderddrieënnegentig en vijfhonderdvijfennegentig, vijfhonderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 594 is aangeduid
vijfhonderdvierennegentigje	=	vijfhonderdvierennegentig
vijfhonderdvierennegentigjes	=	vijfhonderdvierennegentig
vijfhonderdvierennegentigs	=	vijfhonderdvierennegentig
vijfhonderdvierentachtig	num	"584", het getal tussen vijfhonderddrieëntachtig en vijfhonderdvijfentachtig, vijfhonderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 584 is aangeduid
vijfhonderdvierentachtigje	=	vijfhonderdvierentachtig
vijfhonderdvierentachtigjes	=	vijfhonderdvierentachtig
vijfhonderdvierentachtigs	=	vijfhonderdvierentachtig
vijfhonderdvierentwintig	num	"524", het getal tussen vijfhonderddrieëntwintig en vijfhonderdvijfentwintig, vijfhonderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 524 is aangeduid
vijfhonderdvierentwintigje	=	vijfhonderdvierentwintig
vijfhonderdvierentwintigjes	=	vijfhonderdvierentwintig
vijfhonderdvierentwintigs	=	vijfhonderdvierentwintig
vijfhonderdvierenveertig	num	"544", het getal tussen vijfhonderddrieënveertig en vijfhonderdvijfenveertig, vijfhonderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 544 is aangeduid
vijfhonderdvierenveertigje	=	vijfhonderdvierenveertig
vijfhonderdvierenveertigjes	=	vijfhonderdvierenveertig
vijfhonderdvierenveertigs	=	vijfhonderdvierenveertig
vijfhonderdvierenvijftig	num	"554", het getal tussen vijfhonderddrieënvijftig en vijfhonderdvijfenvijftig, vijfhonderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 554 is aangeduid
vijfhonderdvierenvijftigje	=	vijfhonderdvierenvijftig
vijfhonderdvierenvijftigjes	=	vijfhonderdvierenvijftig
vijfhonderdvierenvijftigs	=	vijfhonderdvierenvijftig
vijfhonderdvierenzestig	num	"564", het getal tussen vijfhonderddrieënzestig en vijfhonderdvijfenzestig, vijfhonderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 564 is aangeduid
vijfhonderdvierenzestigje	=	vijfhonderdvierenzestig
vijfhonderdvierenzestigjes	=	vijfhonderdvierenzestig
vijfhonderdvierenzestigs	=	vijfhonderdvierenzestig
vijfhonderdvierenzeventig	num	"574", het getal tussen vijfhonderddrieënzeventig en vijfhonderdvijfenzeventig, vijfhonderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 574 is aangeduid
vijfhonderdvierenzeventigje	=	vijfhonderdvierenzeventig
vijfhonderdvierenzeventigjes	=	vijfhonderdvierenzeventig
vijfhonderdvierenzeventigs	=	vijfhonderdvierenzeventig
vijfhonderdviers	=	vijfhonderdvier
vijfhonderdviertje	=	vijfhonderdvier
vijfhonderdviertjes	=	vijfhonderdvier
vijfhonderdvijf	num	"505", het getal tussen vijfhonderdvier en vijfhonderdzes, vijfhonderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 505 is aangeduid
vijfhonderdvijfendertig	num	"535", het getal tussen vijfhonderdvierendertig en vijfhonderdzesendertig, vijfhonderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 535 is aangeduid
vijfhonderdvijfendertigje	=	vijfhonderdvijfendertig
vijfhonderdvijfendertigjes	=	vijfhonderdvijfendertig
vijfhonderdvijfendertigs	=	vijfhonderdvijfendertig
vijfhonderdvijfennegentig	num	"595", het getal tussen vijfhonderdvierennegentig en vijfhonderdzesennegentig, vijfhonderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 595 is aangeduid
vijfhonderdvijfennegentigje	=	vijfhonderdvijfennegentig
vijfhonderdvijfennegentigjes	=	vijfhonderdvijfennegentig
vijfhonderdvijfennegentigs	=	vijfhonderdvijfennegentig
vijfhonderdvijfentachtig	num	"585", het getal tussen vijfhonderdvierentachtig en vijfhonderdzesentachtig, vijfhonderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 585 is aangeduid
vijfhonderdvijfentachtigje	=	vijfhonderdvijfentachtig
vijfhonderdvijfentachtigjes	=	vijfhonderdvijfentachtig
vijfhonderdvijfentachtigs	=	vijfhonderdvijfentachtig
vijfhonderdvijfentwintig	num	"525", het getal tussen vijfhonderdvierentwintig en vijfhonderdzesentwintig, vijfhonderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 525 is aangeduid
vijfhonderdvijfentwintigje	=	vijfhonderdvijfentwintig
vijfhonderdvijfentwintigjes	=	vijfhonderdvijfentwintig
vijfhonderdvijfentwintigs	=	vijfhonderdvijfentwintig
vijfhonderdvijfenveertig	num	"545", het getal tussen vijfhonderdvierenveertig en vijfhonderdzesenveertig, vijfhonderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 545 is aangeduid
vijfhonderdvijfenveertigje	=	vijfhonderdvijfenveertig
vijfhonderdvijfenveertigjes	=	vijfhonderdvijfenveertig
vijfhonderdvijfenveertigs	=	vijfhonderdvijfenveertig
vijfhonderdvijfenvijftig	num	"555", het getal tussen vijfhonderdvierenvijftig en vijfhonderdzesenvijftig, vijfhonderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 555 is aangeduid
vijfhonderdvijfenvijftigje	=	vijfhonderdvijfenvijftig
vijfhonderdvijfenvijftigjes	=	vijfhonderdvijfenvijftig
vijfhonderdvijfenvijftigs	=	vijfhonderdvijfenvijftig
vijfhonderdvijfenzestig	num	"565", het getal tussen vijfhonderdvierenzestig en vijfhonderdzesenzestig, vijfhonderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 565 is aangeduid
vijfhonderdvijfenzestigje	=	vijfhonderdvijfenzestig
vijfhonderdvijfenzestigjes	=	vijfhonderdvijfenzestig
vijfhonderdvijfenzestigs	=	vijfhonderdvijfenzestig
vijfhonderdvijfenzeventig	num	"575", het getal tussen vijfhonderdvierenzeventig en vijfhonderdzesenzeventig, vijfhonderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 575 is aangeduid
vijfhonderdvijfenzeventigje	=	vijfhonderdvijfenzeventig
vijfhonderdvijfenzeventigjes	=	vijfhonderdvijfenzeventig
vijfhonderdvijfenzeventigs	=	vijfhonderdvijfenzeventig
vijfhonderdvijfje	=	vijfhonderdvijf
vijfhonderdvijfjes	=	vijfhonderdvijf
vijfhonderdvijfs	=	vijfhonderdvijf
vijfhonderdvijftien	num	"515", het getal tussen vijfhonderdveertien en vijfhonderdzestien, vijfhonderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 515 is aangeduid
vijfhonderdvijftiens	=	vijfhonderdvijftien
vijfhonderdvijftientje	=	vijfhonderdvijftien
vijfhonderdvijftientjes	=	vijfhonderdvijftien
vijfhonderdvijftig	num	"550", het getal tussen vijfhonderdnegenenveertig en vijfhonderdeenenvijftig, vijfhonderd plus vijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 550 is aangeduid
vijfhonderdvijftigje	=	vijfhonderdvijftig
vijfhonderdvijftigjes	=	vijfhonderdvijftig
vijfhonderdvijftigs	=	vijfhonderdvijftig
vijfhonderdzes	num	"506", het getal tussen vijfhonderdvijf en vijfhonderdzeven, vijfhonderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 506 is aangeduid
vijfhonderdzesendertig	num	"536", het getal tussen vijfhonderdvijfendertig en vijfhonderdzevenendertig, vijfhonderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 536 is aangeduid
vijfhonderdzesendertigje	=	vijfhonderdzesendertig
vijfhonderdzesendertigjes	=	vijfhonderdzesendertig
vijfhonderdzesendertigs	=	vijfhonderdzesendertig
vijfhonderdzesennegentig	num	"596", het getal tussen vijfhonderdvijfennegentig en vijfhonderdzevenennegentig, vijfhonderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 596 is aangeduid
vijfhonderdzesennegentigje	=	vijfhonderdzesennegentig
vijfhonderdzesennegentigjes	=	vijfhonderdzesennegentig
vijfhonderdzesennegentigs	=	vijfhonderdzesennegentig
vijfhonderdzesentachtig	num	"586", het getal tussen vijfhonderdvijfentachtig en vijfhonderdzevenentachtig, vijfhonderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 586 is aangeduid
vijfhonderdzesentachtigje	=	vijfhonderdzesentachtig
vijfhonderdzesentachtigjes	=	vijfhonderdzesentachtig
vijfhonderdzesentachtigs	=	vijfhonderdzesentachtig
vijfhonderdzesentwintig	num	"526", het getal tussen vijfhonderdvijfentwintig en vijfhonderdzevenentwintig, vijfhonderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 526 is aangeduid
vijfhonderdzesentwintigje	=	vijfhonderdzesentwintig
vijfhonderdzesentwintigjes	=	vijfhonderdzesentwintig
vijfhonderdzesentwintigs	=	vijfhonderdzesentwintig
vijfhonderdzesenveertig	num	"546", het getal tussen vijfhonderdvijfenveertig en vijfhonderdzevenenveertig, vijfhonderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 546 is aangeduid
vijfhonderdzesenveertigje	=	vijfhonderdzesenveertig
vijfhonderdzesenveertigjes	=	vijfhonderdzesenveertig
vijfhonderdzesenveertigs	=	vijfhonderdzesenveertig
vijfhonderdzesenvijftig	num	"556", het getal tussen vijfhonderdvijfenvijftig en vijfhonderdzevenenvijftig, vijfhonderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 556 is aangeduid
vijfhonderdzesenvijftigje	=	vijfhonderdzesenvijftig
vijfhonderdzesenvijftigjes	=	vijfhonderdzesenvijftig
vijfhonderdzesenvijftigs	=	vijfhonderdzesenvijftig
vijfhonderdzesenzestig	num	"566", het getal tussen vijfhonderdvijfenzestig en vijfhonderdzevenenzestig, vijfhonderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 566 is aangeduid
vijfhonderdzesenzestigje	=	vijfhonderdzesenzestig
vijfhonderdzesenzestigjes	=	vijfhonderdzesenzestig
vijfhonderdzesenzestigs	=	vijfhonderdzesenzestig
vijfhonderdzesenzeventig	num	"576", het getal tussen vijfhonderdvijfenzeventig en vijfhonderdzevenenzeventig, vijfhonderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 576 is aangeduid
vijfhonderdzesenzeventigje	=	vijfhonderdzesenzeventig
vijfhonderdzesenzeventigjes	=	vijfhonderdzesenzeventig
vijfhonderdzesenzeventigs	=	vijfhonderdzesenzeventig
vijfhonderdzesje	=	vijfhonderdzes
vijfhonderdzesjes	=	vijfhonderdzes
vijfhonderdzessen	=	vijfhonderdzes
vijfhonderdzestien	num	"516", het getal tussen vijfhonderdvijftien en vijfhonderdzeventien, vijfhonderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 516 is aangeduid
vijfhonderdzestiens	=	vijfhonderdzestien
vijfhonderdzestientje	=	vijfhonderdzestien
vijfhonderdzestientjes	=	vijfhonderdzestien
vijfhonderdzestig	num	"560", het getal tussen vijfhonderdnegenenvijftig en vijfhonderdeenenzestig, vijfhonderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 560 is aangeduid
vijfhonderdzestigje	=	vijfhonderdzestig
vijfhonderdzestigjes	=	vijfhonderdzestig
vijfhonderdzestigs	=	vijfhonderdzestig
vijfhonderdzeven	num	"507", het getal tussen vijfhonderdzes en vijfhonderdacht, vijfhonderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 507 is aangeduid
vijfhonderdzevenendertig	num	"537", het getal tussen vijfhonderdzesendertig en vijfhonderdachtendertig, vijfhonderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 537 is aangeduid
vijfhonderdzevenendertigje	=	vijfhonderdzevenendertig
vijfhonderdzevenendertigjes	=	vijfhonderdzevenendertig
vijfhonderdzevenendertigs	=	vijfhonderdzevenendertig
vijfhonderdzevenennegentig	num	"597", het getal tussen vijfhonderdzesennegentig en vijfhonderdachtennegentig, vijfhonderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 597 is aangeduid
vijfhonderdzevenennegentigje	=	vijfhonderdzevenennegentig
vijfhonderdzevenennegentigjes	=	vijfhonderdzevenennegentig
vijfhonderdzevenennegentigs	=	vijfhonderdzevenennegentig
vijfhonderdzevenentachtig	num	"587", het getal tussen vijfhonderdzesentachtig en vijfhonderdachtentachtig, vijfhonderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 587 is aangeduid
vijfhonderdzevenentachtigje	=	vijfhonderdzevenentachtig
vijfhonderdzevenentachtigjes	=	vijfhonderdzevenentachtig
vijfhonderdzevenentachtigs	=	vijfhonderdzevenentachtig
vijfhonderdzevenentwintig	num	"527", het getal tussen vijfhonderdzesentwintig en vijfhonderdachtentwintig, vijfhonderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 527 is aangeduid
vijfhonderdzevenentwintigje	=	vijfhonderdzevenentwintig
vijfhonderdzevenentwintigjes	=	vijfhonderdzevenentwintig
vijfhonderdzevenentwintigs	=	vijfhonderdzevenentwintig
vijfhonderdzevenenveertig	num	"547", het getal tussen vijfhonderdzesenveertig en vijfhonderdachtenveertig, vijfhonderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 547 is aangeduid
vijfhonderdzevenenveertigje	=	vijfhonderdzevenenveertig
vijfhonderdzevenenveertigjes	=	vijfhonderdzevenenveertig
vijfhonderdzevenenveertigs	=	vijfhonderdzevenenveertig
vijfhonderdzevenenvijftig	num	"557", het getal tussen vijfhonderdzesenvijftig en vijfhonderdachtenvijftig, vijfhonderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 557 is aangeduid
vijfhonderdzevenenvijftigje	=	vijfhonderdzevenenvijftig
vijfhonderdzevenenvijftigjes	=	vijfhonderdzevenenvijftig
vijfhonderdzevenenvijftigs	=	vijfhonderdzevenenvijftig
vijfhonderdzevenenzestig	num	"567", het getal tussen vijfhonderdzesenzestig en vijfhonderdachtenzestig, vijfhonderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 567 is aangeduid
vijfhonderdzevenenzestigje	=	vijfhonderdzevenenzestig
vijfhonderdzevenenzestigjes	=	vijfhonderdzevenenzestig
vijfhonderdzevenenzestigs	=	vijfhonderdzevenenzestig
vijfhonderdzevenenzeventig	num	"577", het getal tussen vijfhonderdzesenzeventig en vijfhonderdachtenzeventig, vijfhonderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 577 is aangeduid
vijfhonderdzevenenzeventigje	=	vijfhonderdzevenenzeventig
vijfhonderdzevenenzeventigjes	=	vijfhonderdzevenenzeventig
vijfhonderdzevenenzeventigs	=	vijfhonderdzevenenzeventig
vijfhonderdzevens	=	vijfhonderdzeven
vijfhonderdzeventien	num	"517", het getal tussen vijfhonderdzestien en vijfhonderdachttien, vijfhonderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 517 is aangeduid
vijfhonderdzeventiens	=	vijfhonderdzeventien
vijfhonderdzeventientje	=	vijfhonderdzeventien
vijfhonderdzeventientjes	=	vijfhonderdzeventien
vijfhonderdzeventig	num	"570", het getal tussen vijfhonderdnegenenzestig en vijfhonderdeenenzeventig, vijfhonderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 570 is aangeduid
vijfhonderdzeventigje	=	vijfhonderdzeventig
vijfhonderdzeventigjes	=	vijfhonderdzeventig
vijfhonderdzeventigs	=	vijfhonderdzeventig
vijfhonderdzeventje	=	vijfhonderdzeven
vijfhonderdzeventjes	=	vijfhonderdzeven
vijfhuizen	noun	plaats in de Nederlandse provincie Noord-Holland
vijfjaarlijks	adj	eens in de 5 jaar plaatsvindend
vijfjaarlijkse	=	vijfjaarlijks
vijfjarenplan	noun	een plan waarin een aantal doelstellingen staan die binnen vijf jaar moeten zijn gehaald
vijfjarenplannen	=	vijfjarenplan
vijfjarenplannetje	=	vijfjarenplan
vijfjarenplannetjes	=	vijfjarenplan
vijfjarig	adj	5 jaren durend
vijfjarige	noun	levend wezen dat 5 jaar oud is of iets dat 5 jaar bestaat
vijfjarigen	=	vijfjarige
vijfjarigs	=	vijfjarig
vijfje	noun	alleen verkleinwoord bankbiljet met de waarde van 5 eenheden in een bepaalde valuta, meestal: 5 euro
vijfjes	=	vijf
vijfkamerwoning	noun	een huis of appartement met vijf aparte kamers.
vijfkamerwoningen	=	vijfkamerwoning
vijfkamerwoninkje	=	vijfkamerwoning
vijfkamerwoninkjes	=	vijfkamerwoning
vijfkamp	noun	atletiekmeerkamp met vijf onderdelen
vijfkampen	=	vijfkamp
vijfkleurenbaardvogel	noun	Capito quinticolor een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
vijfkleurenbaardvogels	=	vijfkleurenbaardvogel
vijfkleurenbaardvogeltje	=	vijfkleurenbaardvogel
vijfkleurenbaardvogeltjes	=	vijfkleurenbaardvogel
vijfkleurennon	noun	Lonchura quinticolor een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
vijfkleurennonnen	=	vijfkleurennon
vijfkleurennonnetje	=	vijfkleurennon
vijfkleurennonnetjes	=	vijfkleurennon
vijfkoppig	adj	bestaand uit 5 personen
vijfkoppige	=	vijfkoppig
vijfkoppigs	=	vijfkoppig
vijfledig	adj	bestaande uit vijf delen
vijfledige	=	vijfledig
vijfledigs	=	vijfledig
vijflijnenkardinaalbaars	noun	Cheilodipterus quinquelineatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
vijflijnenkardinaalbaarsje	=	vijflijnenkardinaalbaars
vijflijnenkardinaalbaarsjes	=	vijflijnenkardinaalbaars
vijflijnenkardinaalbaarzen	=	vijflijnenkardinaalbaars
vijfling	noun	vijf uit één zwangerschap of dracht geboren kinderen of jongen
vijflingen	=	vijfling
vijflingetje	=	vijfling
vijflingetjes	=	vijfling
vijfmaal	adv	in vijf gevallen
vijfpersoons	adj	bedoeld voor vijf personen
vijfpuntig	adj	het hebben van vijf punten
vijfpuntige	=	vijfpuntig
vijfpuntigs	=	vijfpuntig
vijfsetter	noun	tenniswedstrijd die bestaat uit 5 sets omdat er na 4 sets een gelijke stand was
vijfsetters	=	vijfsetter
vijfsterrenhotel	noun	de meest luxueuze hotels van Nederland
vijfsterrenhotelletje	=	vijfsterrenhotel
vijfsterrenhotelletjes	=	vijfsterrenhotel
vijfsterrenhotels	=	vijfsterrenhotel
vijfstreepmangoest	noun	Galidictis fasciata roofdier uit de familie van madagaskarcivetkatten (Eupleridae)
vijfstreepmangoesten	=	vijfstreepmangoest
vijfstreepmangoestje	=	vijfstreepmangoest
vijfstreepmangoestjes	=	vijfstreepmangoest
vijfstreepschorpioen	noun	Leiurus quinquestriatus een schorpioen uit de familie Buthidae.
vijfstreepschorpioenen	=	vijfstreepschorpioen
vijfstreepschorpioentje	=	vijfstreepschorpioen
vijfstreepschorpioentjes	=	vijfstreepschorpioen
vijfstrepengors	noun	Amphispizopsis quinquestriata een vogelsoort uit de familie emberizidae die voorkomt in het zuiden van de Verenigde Staten, centraal- en noord Mexico.
vijfstrepengorsje	=	vijfstrepengors
vijfstrepengorsjes	=	vijfstrepengors
vijfstrepengorzen	=	vijfstrepengors
vijftal	noun	welgeteld vijf
vijftallen	=	vijftal
vijftalletje	=	vijftal
vijftalletjes	=	vijftal
vijftallig	adj	in vijf stappen een volledige verandering doormakend
vijftallige	=	vijftallig
vijftalligs	=	vijftallig
vijfteendwergspringmuis	noun	Cardiocranius paradoxus is een zoogdier uit de familie van de jerboa's (Dipodidae).
vijfteendwergspringmuisje	=	vijfteendwergspringmuis
vijfteendwergspringmuisjes	=	vijfteendwergspringmuis
vijfteendwergspringmuizen	=	vijfteendwergspringmuis
vijftien	num	"15", het getal tussen veertien en zestien, tien plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 15 is aangeduid
vijftiende	adj	nummer vijftien in een rij
vijftiende-eeuwer	noun	iemand die in de vijftiende eeuw heeft geleefd
vijftiende-eeuwers	=	vijftiende-eeuwer
vijftiende-eeuwertje	=	vijftiende-eeuwer
vijftiende-eeuwertjes	=	vijftiende-eeuwer
vijftiende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1401-1500
vijftiende-eeuwse	=	vijftiende-eeuws
vijftienduizend	num	15.000
vijftienduizendste	adj	nummer vijftienduizend in een rij
vijftienhoek	noun	meetkundige figuur met vijftien hoeken
vijftienhoeken	=	vijftienhoek
vijftienhoekje	=	vijftienhoek
vijftienhoekjes	=	vijftienhoek
vijftienhonderdste	adj	nummer vijftienhonderd in een rij.
vijftienjaarlijks	adj	eens in de 15 jaar plaatsvindend
vijftienjaarlijkse	=	vijftienjaarlijks
vijftienjarig	adj	15 jaren durend
vijftienjarige	noun	levend wezen dat 15 jaar oud is of iets dat 15 jaar bestaat
vijftienjarigen	=	vijftienjarige
vijftienjarigs	=	vijftienjarig
vijftienmaal	adv	met vijftien herhalingen, in vijftien gevallen
vijftiens	=	vijftien
vijftiental	noun	een aantal van 15 op elkaar gelijkende zaken of personen
vijftientallen	=	vijftiental
vijftientalletje	=	vijftiental
vijftientalletjes	=	vijftiental
vijftientje	=	vijftien
vijftientjes	=	vijftien
vijftig	num	"50", het getal tussen negenenveertig en eenenvijftig, vijf maal tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 50 is aangeduid
vijftigdaags	adj	om de vijftig dagen
vijftigdaagse	=	vijftigdaags
vijftigduizend	noun	het getal 50000	num	50 x 1000, in Arabische cijfers 50000
vijftigduizendste	adj	nummer vijftigduizend in een rij
vijftiger	noun	iemand die tussen de 50 en 60 jaar oud is
vijftigers	=	vijftiger
vijftigertje	=	vijftiger
vijftigertjes	=	vijftiger
vijftigeurobiljet	noun	een bankbiljet ter waarde van vijftig euro
vijftigeurobiljetje	=	vijftigeurobiljet
vijftigeurobiljetjes	=	vijftigeurobiljet
vijftigeurobiljetten	=	vijftigeurobiljet
vijftigjarig	adj	50 jaren durend
vijftigjarige	noun	levend wezen dat 50 jaar oud is of iets dat 50 jaar bestaat
vijftigjarigen	=	vijftigjarige
vijftigjarigs	=	vijftigjarig
vijftigje	noun	bankbiljet met de waarde van 50 eenheden in een bepaalde valuta, meestal: 50 euro
vijftigjes	=	vijftig
vijftigmaal	adv	50 keren
vijftigmeterbad	noun	een zwembad met een lengte van 50 meter
vijftigmeterbaden	=	vijftigmeterbad
vijftigmeterbadje	=	vijftigmeterbad
vijftigmeterbadjes	=	vijftigmeterbad
vijftigplusser	noun	iemand die ouder is dan 50 jaar
vijftigplussers	=	vijftigplusser
vijftigplussertje	=	vijftigplusser
vijftigplussertjes	=	vijftigplusser
vijftigs	=	vijftig
vijftigste	adj	nummer vijftig in een rij
vijftigtal	noun	een aantal vijftig op elkaar lijkende zaken of personen
vijftigtallen	=	vijftigtal
vijftigtalletje	=	vijftigtal
vijftigtalletjes	=	vijftigtal
vijftigvoudig	adj	vijftig keer zoveel, vijftig keer zo groot
vijftigvoudige	=	vijftigvoudig
vijftigvoudigs	=	vijftigvoudig
vijfvingerkruid	noun	Potentilla reptans een vaste plant, die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
vijfvingerkruiden	=	vijfvingerkruid
vijfvingerkruidje	=	vijfvingerkruid
vijfvingerkruidjes	=	vijfvingerkruid
vijfvlak	noun	door vijf vlakken ingesloten lichaam
vijfvlakje	=	vijfvlak
vijfvlakjes	=	vijfvlak
vijfvlakken	=	vijfvlak
vijfvlek-sint-jansvlinder	noun	Zygaena trifolii een dagactieve nachtvlinder uit de familie Zygaenidae, de Bloeddrupjes
vijfvlek-sint-jansvlinders	=	vijfvlek-sint-jansvlinder
vijfvlek-sint-jansvlindertje	=	vijfvlek-sint-jansvlinder
vijfvlek-sint-jansvlindertjes	=	vijfvlek-sint-jansvlinder
vijfvlekspaandermot	noun	Hypatopa binotella een vlinder uit de familie spaandermotten (Blastobasidae).
vijfvlekspaandermotje	=	vijfvlekspaandermot
vijfvlekspaandermotjes	=	vijfvlekspaandermot
vijfvlekspaandermotten	=	vijfvlekspaandermot
vijfvoud	noun	vijfmaal het genoemde
vijfvouden	=	vijfvoud
vijfvoudig	adj	dat iets vijf keer voorkomt of gebeurd
vijfvoudige	=	vijfvoudig
vijfvoudigs	=	vijfvoudig
vijfvoudje	=	vijfvoud
vijfvoudjes	=	vijfvoud
vijfwerf	adv	met vijf herhalingen, in vijf gevallen
vijfwouter	noun|obsolete	benaming voor nectar etende insecten uit de orde Lepidoptera, gekenmerkt door vier vaak gekleurde vleugels die met heel kleine schubben zijn bedekt
vijfwouters	=	vijfwouter
vijfwoutertje	=	vijfwouter
vijg	noun	Ficus carica peervormige, zoete vrucht met eetbare zaden van de vijgenboom
vijgeboom	=	vijgenboom
vijgen	=	vijg
vijgenblaadje	=	vijgenblad
vijgenblaadjes	=	vijgenblad
vijgenblad	noun	blad van de vijgenboom
vijgenbladen	=	vijgenblad
vijgenbladeren	=	vijgenblad
vijgenbladpompoen	noun	Cucurbita ficifolia een plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
vijgenbladpompoenen	=	vijgenbladpompoen
vijgenbladpompoentje	=	vijgenbladpompoen
vijgenbladpompoentjes	=	vijgenbladpompoen
vijgenblaren	=	vijgenblad
vijgenbomen	=	vijgenboom
vijgenboom	noun	bepaald soort tropische boom, Ficus carica uit de moerbeifamilie (Moraceae)
vijgenboompje	=	vijgenboom
vijgenboompjes	=	vijgenboom
vijgenjam	noun	een jam gemaakt van vijgen
vijgenjams	=	vijgenjam
vijgenmat	noun	tot een korf verbogen mat waarin men vijgen verpakt
vijgenmatje	=	vijgenmat
vijgenmatjes	=	vijgenmat
vijgenmatten	=	vijgenmat
vijgenmot	noun	Cadra figulilella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
vijgenmotje	=	vijgenmot
vijgenmotjes	=	vijgenmot
vijgenmotten	=	vijgenmot
vijgenskeletteermot	noun	Choreutis nemorana een vlinder uit de familie glittermotten (Choreutidae).
vijgenskeletteermotje	=	vijgenskeletteermot
vijgenskeletteermotjes	=	vijgenskeletteermot
vijgenskeletteermotten	=	vijgenskeletteermot
vijgenwesp	noun	insect uit de familie Agaonidae binnen de orde der vliesvleugeligen (Hymenoptera).
vijgenwespen	noun	een familie Agaonidae binnen de orde der vliesvleugeligen (Hymenoptera).
vijgenwespje	=	vijgenwesp
vijgenwespjes	=	vijgenwesp
vijgje	=	vijg
vijgjes	=	vijg
vijgspons	noun	Suberites ficus een dier uit de familie Suberitidae.
vijgsponsen	=	vijgspons
vijgsponsje	=	vijgspons
vijgsponsjes	=	vijgspons
vijgsponzen	=	vijgspons
vijgvogels	noun	een geslacht Sphecotheres van zangvogels uit de familie Oriolidae (wielewalen en vijgvogels).
vijl	noun	een werktuig met een ruw, gegroefd of gekerfd oppervlak dat het mogelijk maakt dunne lagen van een voorwerp te verwijderen	adj|obsolete	gemeen, boosaardig
vijlde	=	vijlen
vijlden	=	vijlen
vijle	=	vijl
vijlen	verb	met een vijl werken
vijlend	=	vijlen
vijlende	=	vijlen
vijlsel	noun	het bij het vijlen vrijkomend fijnkorellige afvalmateriaal
vijlsels	=	vijlsel
vijlslangen	noun	een geslacht Mehelya van slangen uit de familie Lamprophiidae
vijlt	=	vijlen
vijltje	=	vijl
vijltjes	=	vijl
vijlvissen	noun	een familie Monacanthidae binnen de orde van kogelvisachtigen (Tetraodontiformes).
vijs	noun	ijzeren staafje of kegeltje met schroefdraad dat gebruikt wordt om voorwerpen vast te maken	adj	vies, vuil
vijsje	=	vijs
vijsjes	=	vijs
vijst	=	vijzen
vijven	noun	datief van vijf: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels
vijver	noun	tamelijk klein door de mens aangelegd water
vijverdwergduikertje	noun	Micronecta scholtzi een wants behorend tot de dwergduikwantsen.
vijverdwergduikertjes	=	vijverdwergduikertje
vijverloper	noun	Hydrometra stagnorum een insect uit de onderorde van de wantsen (Heteroptera).
vijverlopers	=	vijverloper
vijverlopertje	=	vijverloper
vijverlopertjes	=	vijverloper
vijvermossel	noun	Anodonta anatina een tweekleppigensoort uit de familie van de Unionidae.
vijvermossels	=	vijvermossel
vijvermosseltje	=	vijvermossel
vijvermosseltjes	=	vijvermossel
vijverpluimdrager	noun	Valvata piscinalis een in het zoete water levende kieuw-slak uit de familie van de Valvatidae
vijverpluimdragers	=	vijverpluimdrager
vijverpluimdragertje	=	vijverpluimdrager
vijverpluimdragertjes	=	vijverpluimdrager
vijvers	=	vijver
vijvertje	=	vijver
vijvertjes	=	vijver
vijvervis	noun	een vissoort die het goed doet in vijvers
vijvervisje	=	vijvervis
vijvervisjes	=	vijvervis
vijvervissen	=	vijvervis
vijze	=	vijzen
vijzel	noun	dommekracht of krik waarmee door middel van een schroef- of hydraulisch systeem, grote kracht kan worden uitgeoefend.
vijzelde	=	vijzelen
vijzelden	=	vijzelen
vijzele	=	vijzelen
vijzelen	verb	met een vijzel omhoog brengen
vijzelend	=	vijzelen
vijzelende	=	vijzelen
vijzels	=	vijzel
vijzelstamper	noun	stamper waarmee men iets in de vijzel fijn kan stampen
vijzelstampers	=	vijzelstamper
vijzelstampertje	=	vijzelstamper
vijzelstampertjes	=	vijzelstamper
vijzelt	=	vijzelen
vijzeltje	=	vijzel
vijzeltjes	=	vijzel
vijzen	verb	in- of uitdraaien van een schroef
vijzend	=	vijzen
vijzende	=	vijzen
vikaris	=	vicaris
vikingschepen	=	vikingschip
vikingschip	noun	zeewaardig vaartuig met weinig diepgang, geschikt voor roeien en zeilen, zoals de Noormannen gebruikten
vikingzanddraadje	noun	Grania vikinga een ringworm uit de familie van de Enchytraeidae.
vikingzanddraadjes	=	vikingzanddraadje
vil	=	villen
vilbeluik	noun	instelling die dode dieren opruimt
vilbeluiken	=	vilbeluik
vilcabambadistelstaart	noun	Asthenes vilcabambae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vilcabambadistelstaarten	=	vilcabambadistelstaart
vilcabambadistelstaartje	=	vilcabambadistelstaart
vilcabambadistelstaartjes	=	vilcabambadistelstaart
vilcabambastekelstaart	noun	Cranioleuca weskei een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vilcabambastekelstaarten	=	vilcabambastekelstaart
vilcabambastekelstaartje	=	vilcabambastekelstaart
vilcabambastekelstaartjes	=	vilcabambastekelstaart
vilcabambastruikgors	noun	Atlapetes terborghi een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
vilcabambastruikgorsje	=	vilcabambastruikgors
vilcabambastruikgorsjes	=	vilcabambastruikgors
vilcabambastruikgorzen	=	vilcabambastruikgors
vilde	=	villen
vilden	=	villen
vilder	noun	iemand die overleden dieren vilt
vilderij	noun	bedrijf waar dieren van hun huid worden ontdaan
vilderijen	=	vilderij
vilders	=	vilder
vildertje	=	vilder
vildertjes	=	vilder
vilein	adj	van een persoon dat hij of zij gemeen en misdadig is
vileine	=	vilein
vileinen	=	vilein
vileiner	=	vilein
vileinere	=	vilein
vileiners	=	vilein
vileins	=	vilein
vileinst	=	vilein
vileinste	=	vilein
villa	noun	een groot en vrijstaand huis
villa's	=	villa
villa-achtig	adj	lijkend op een villa
villa-achtige	=	villa-achtig
villa-achtiger	=	villa-achtig
villa-achtigere	=	villa-achtig
villa-achtigers	=	villa-achtig
villa-achtigs	=	villa-achtig
villa-achtigst	=	villa-achtig
villa-achtigste	=	villa-achtig
villa-eigenaar	noun	iemand die een villa bezit
villa-eigenaars	=	villa-eigenaar
villa-eigenaren	=	villa-eigenaar
villa-eigenares	noun	vrouw die een villa bezit
villa-eigenaressen	=	villa-eigenares
villaatje	=	villa
villaatjes	=	villa
villabelasting	noun	extra belasting die geheven wordt over woningen die mee waard zijn dan een bepaald bedrag
villabelastingen	=	villabelasting
villadorp	noun	een kleine plaats met grote, vrijstaande, dure woningen
villadorpen	=	villadorp
villadorpje	=	villadorp
villadorpjes	=	villadorp
villanelle	noun	boerenliedje
villanelles	=	villanelle
villapark	noun	een buurt of wijk van een stad met veel villa's en veel groen
villaparken	=	villapark
villaparkje	=	villapark
villaparkjes	=	villapark
villawijk	noun	woongebied met dure huizen omringd door grote tuinen
villawijken	=	villawijk
villawijkje	=	villawijk
villawijkjes	=	villawijk
ville	=	villen
villen	verb	van het vel ontdoen
villend	=	villen
villende	=	villen
viller	noun	iemand die het vel van een gedood of geslacht dier haalt
villers	=	viller
vilmes	noun	scherp mes dat men gebruikt bij het verwijderen van de huid van een overleden dier
vilmessen	=	vilmes
vilt	noun	door langdurig bewerken verdichte wol
viltachtig	adj	lijkend op vilt
viltachtige	=	viltachtig
viltachtiger	=	viltachtig
viltachtigere	=	viltachtig
viltachtigers	=	viltachtig
viltachtigs	=	viltachtig
viltachtigst	=	viltachtig
viltachtigste	=	viltachtig
viltbandkevertje	noun	Variimorda villosa een keversoort uit de familie spartelkevers (Mordellidae).
viltbandkevertjes	=	viltbandkevertje
viltbomen	=	viltboom
viltboom	noun	boom waarvan men het zaadpluis tot een wolachtige stof verwerkt
viltboompje	=	viltboom
viltboompjes	=	viltboom
viltbraam	noun	een soort uit het geslacht braam (Rubus)
viltbraampje	=	viltbraam
viltbraampjes	=	viltbraam
viltbramen	=	viltbraam
vilte	=	vilten
vilten	verb	tot vilt maken	adj	van vilt gemaakt
viltend	=	vilten
viltende	=	vilten
viltganzerik	noun	Potentilla argentea een in België en Nederland in het wild voorkomende plant in het geslacht ganzerik.
viltganzeriken	=	viltganzerik
viltganzerikje	=	viltganzerik
viltganzerikjes	=	viltganzerik
vilthoed	noun	een vilten hoed
vilthoeden	=	vilthoed
vilthoedje	=	vilthoed
vilthoedjes	=	vilthoed
viltig	adj	op vilt gelijkend
viltige	=	viltig
viltiger	=	viltig
viltigere	=	viltig
viltigers	=	viltig
viltigs	=	viltig
viltigst	=	viltig
viltigste	=	viltig
viltinktzwam	noun	een bepaalde schimmel uit het geslacht Coprinellus en de familie Psathyrellaceae
viltinktzwammen	=	viltinktzwam
viltje	noun	alleen verkleinwoord kartonnen onderzettertje onder een glas
viltjes	=	viltje
viltkokeranemonen	noun	een onderklasse Ceriantharia van de bloemdieren (Anthozoa).
viltkokeranemoon	noun	Cerianthus lloydii een Cerianthariasoort uit de familie van de Cerianthidae.
viltkokeranemoontje	=	viltkokeranemoon
viltkokeranemoontjes	=	viltkokeranemoon
viltkop	noun	een paddenstoel uit de familie Inocybaceae
viltkopje	=	viltkop
viltkopjes	=	viltkop
viltkoppen	=	viltkop
viltkruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Filago in de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae).
viltkruiden	=	viltkruid
viltmuts	noun	een geslacht Pogonatum uit de haarmosfamilie (Polytrichaceae).
viltmutsen	=	viltmuts
viltmutsje	=	viltmuts
viltmutsjes	=	viltmuts
viltpen	noun	een pen met een poreuze kern die bestaat uit samengedrukte vezels en met inkt doordrenkt wordt
viltpennen	=	viltpen
viltroos	noun	Rosa villosa een struik die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
viltroosje	=	viltroos
viltroosjes	=	viltroos
viltrozen	=	viltroos
viltstift	noun	een pen met een poreuze kern die bestaat uit samengedrukte vezels en met inkt doordrenkt wordt
viltstiftbord	noun	een metalen bord met een glad oppervlak waarop je met uitwisbare viltstiften kunt schrijven
viltstiftborden	=	viltstiftbord
viltstiftbordje	=	viltstiftbord
viltstiftbordjes	=	viltstiftbord
viltstiften	=	viltstift
viltstiftje	=	viltstift
viltstiftjes	=	viltstift
viltte	=	vilten
viltten	=	vilten
viltvlekzandbij	noun	Andrena nitida een bij uit het geslacht van de zandbijen (Andrena).
viltvlekzandbijen	=	viltvlekzandbij
viltvlekzandbijtje	=	viltvlekzandbij
viltvlekzandbijtjes	=	viltvlekzandbij
viltvlieg	noun	insect uit de familie Therevidae van tweevleugeligen.
viltvliegen	noun	een familie Therevidae van tweevleugeligen.
viltvliegje	=	viltvlieg
viltvliegjes	=	viltvlieg
viltwier	noun	Codium fragile een groenwier uit de familie Codiaceae.
viltwieren	=	viltwier
viltwiertje	=	viltwier
viltwiertjes	=	viltwier
viltzegge	noun	Carex tomentosa een vaste plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
viltzeggen	=	viltzegge
viltzeggetje	=	viltzegge
viltzeggetjes	=	viltzegge
vim	noun	schuurmiddel dat gebruikt wordt in het huishouden als schoonmaakmiddel
vimmen	=	vim
vimmetje	=	vim
vimmetjes	=	vim
vin	noun	uitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren die zij gebruiken voor de voortbeweging
vinaigrette	noun	saus uit de Franse keuken gemaakt met wijnazijn, (olijf)olie en andere smaakmakers
vinaigrettes	=	vinaigrette
vinarmigen	noun	een orde Lophiiformes van straalvinnige vissen
vinca-alkaloïde	noun	elk van de basische verbindingen met stikstof die specifiek voorkomen in planten van het geslacht Vinca en die kankerwerende eigenschappen bezitten
vinca-alkaloïden	=	vinca-alkaloïde
vind	=	vinden
vind-ik-leuk	noun	teken van waardering op het internet
vind-ik-leukje	=	vind-ik-leuk
vind-ik-leukjes	=	vind-ik-leuk
vind-ik-leukknop	noun	knop of button waarop men op een webpagina kan klikken als teken van waardering
vind-ik-leukknopje	=	vind-ik-leukknop
vind-ik-leukknopjes	=	vind-ik-leukknop
vind-ik-leukknoppen	=	vind-ik-leukknop
vind-ik-leuks	=	vind-ik-leuk
vind-ik-niet-leukknop	noun	knop of button waarop men op een webpagina kan klikken als teken dat men iets niet leuk vindt
vind-ik-niet-leukknopje	=	vind-ik-niet-leukknop
vind-ik-niet-leukknopjes	=	vind-ik-niet-leukknop
vind-ik-niet-leukknoppen	=	vind-ik-niet-leukknop
vindbaar	adj	op te zoeken, aan te treffen
vindbaarder	=	vindbaar
vindbaardere	=	vindbaar
vindbaarders	=	vindbaar
vindbaars	=	vindbaar
vindbaarst	=	vindbaar
vindbaarste	=	vindbaar
vindbare	=	vindbaar
vindbares	=	vindbaar
vinde	=	vinden
vindelig	adj|obsolete	met diepe insnijdingen, voorbij de helft van de zijnerven tot de hoofdnerf toe, zodat het blad links en rechts is opgedeeld in delen die weer rond een zijnerf in een punt toelopen.
vindelige	=	vindelig
vindeligs	=	vindelig
vinden	verb	iets aantreffen nadat ernaar gezocht is
vindend	=	vinden
vindende	=	vinden
vindens	noun	genitief van vinden
vinder	noun	iemand die iets vindt
vinders	=	vinder
vinderslonen	=	vindersloon
vindersloon	noun	beloning voor de persoon die een verloren voorwerp aan de eigenaar teruggeeft
vindertje	=	vinder
vindicatie	noun	terugvordering
vindicatief	adj	geneigd om wraak te nemen; geneigd om te vergelden
vindicatiefs	=	vindicatief
vindicatiefst	=	vindicatief
vindicatiefste	=	vindicatief
vindicaties	=	vindicatie
vindicatieve	=	vindicatief
vindicatiever	=	vindicatief
vindicatievere	=	vindicatief
vindicatievers	=	vindicatief
vindiceer	=	vindiceren
vindiceerde	=	vindiceren
vindiceerden	=	vindiceren
vindiceert	=	vindiceren
vindicere	=	vindiceren
vindiceren	verb	al zijn eigendommen opeisen
vindicerend	=	vindiceren
vindicerende	=	vindiceren
vinding	noun	het vinden (na onderzoek)
vindingen	=	vinding
vindingrijk	adj	vaardig in het bedenken van oplossingen bij moeilijkheden
vindingrijke	=	vindingrijk
vindingrijker	=	vindingrijk
vindingrijkere	=	vindingrijk
vindingrijkers	=	vindingrijk
vindingrijkheden	=	vindingrijkheid
vindingrijkheid	noun	de mate waarin iemand goed is in het vinden van nieuwe oplossingen
vindingrijks	=	vindingrijk
vindingrijkst	=	vindingrijk
vindingrijkste	=	vindingrijk
vindinkje	=	vinding
vindinkjes	=	vinding
vindplaats	noun	de plek waar men iets gevonden heeft
vindplaatsen	=	vindplaats
vindplaatsje	=	vindplaats
vindplaatsjes	=	vindplaats
vindster	noun	vrouw die iets gevonden heeft
vindsters	=	vindster
vindstertje	=	vindster
vindstertjes	=	vindster
vindt	=	vinden
vinex-locatie	noun	locatie waar een Vinex-wijk wordt of is gebouwd
vinex-locaties	=	vinex-locatie
vinex-wijk	noun	een nieuwbouwwijk gebouwd aan de rand van een woonplaats, sinds 1995 volgens Vinex
vinex-wijken	=	vinex-wijk
vinex-wijkje	=	vinex-wijk
vinex-wijkjes	=	vinex-wijk
vinexwijk	=	vinex-wijk
ving	=	vangen
vinge	=	vangen
vingen	=	vangen
vinger	noun	elk van de 5 gelede extremiteiten waar de hand zich in splitst
vingerafdruk	noun	een afdruk op een oppervlak van een vinger met meestal de unieke, persoonsgebonden figuur die de lijnen op de vinger vormen
vingerafdrukje	=	vingerafdruk
vingerafdrukjes	=	vingerafdruk
vingerafdrukken	=	vingerafdruk
vingerafdruklezer	noun	apparaat dat vingerafdrukken kan lezen
vingerafdruklezers	=	vingerafdruklezer
vingerafdrukonderzoek	noun	onderzoek en leer van de vinger-, hand- en voetafdrukken.
vingerafdrukonderzoeken	=	vingerafdrukonderzoek
vingerafdrukonderzoekje	=	vingerafdrukonderzoek
vingerafdrukonderzoekjes	=	vingerafdrukonderzoek
vingerafdrukscanner	noun	een biometrisch apparaat dat de unieke patronen van je vingerafdruk leest om je identiteit vast te stellen
vingerafdrukscanners	=	vingerafdrukscanner
vingerafdrukscannertje	=	vingerafdrukscanner
vingerafdrukscannertjes	=	vingerafdrukscanner
vingeralfabet	noun	een verzameling gebaren waarmee alle letters van een alfabet worden uitgebeeld
vingeralfabetje	=	vingeralfabet
vingeralfabetjes	=	vingeralfabet
vingeralfabetten	=	vingeralfabet
vingeramputatie	noun	het verlies of het operatief verwijderen van een gehele vinger of een deel van een vinger
vingeramputaties	=	vingeramputatie
vingeramputatietje	=	vingeramputatie
vingeramputatietjes	=	vingeramputatie
vingerbeweging	noun	een specifiek handgebaar (non-verbaal)
vingerbewegingen	=	vingerbeweging
vingerbeweginkje	=	vingerbeweging
vingerbeweginkjes	=	vingerbeweging
vingerbob	noun	klein, flexibel hoesje dat over een vinger wordt geschoven om hygiëne en bescherming te bieden
vingerbobs	=	vingerbob
vingercondoom	noun	klein, flexibel hoesje dat over een vinger wordt geschoven om hygiëne en bescherming te bieden
vingercondooms	=	vingercondoom
vingerde	=	vingeren
vingerden	=	vingeren
vingerdier	noun	Daubentonia madagascariensis de grootste nachtactieve maki en is endemisch op Madagaskar.
vingerdieren	=	vingerdier
vingerdiertje	=	vingerdier
vingerdiertjes	=	vingerdier
vingerdik	adj	heel erg duidelijk
vingerdikke	=	vingerdik
vingerdiks	=	vingerdik
vingere	=	vingeren
vingeren	verb	met de hand of vinger bevredigen	noun|obsolete	meervoud van vinger zn
vingerend	=	vingeren
vingerende	=	vingeren
vingergierst	noun	bepaalde grassoort, Eleusine coracana
vingergras	noun	benaming voor grassen uit het geslacht Digitaria
vingergrassen	=	vingergras
vingerhelmbloem	noun	Corydalis solida een plant uit de papaverfamilie (Papaveraceae).
vingerhelmbloemen	=	vingerhelmbloem
vingerhelmbloemetje	=	vingerhelmbloem
vingerhelmbloemetjes	=	vingerhelmbloem
vingerhelmbloempje	=	vingerhelmbloem
vingerhelmbloempjes	=	vingerhelmbloem
vingerhoed	noun	hard dopje dat het eerste kootje van de vinger beschermt bij het naaien
vingerhoeden	=	vingerhoed
vingerhoedje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort paddenstoel, Verpa conica uit de familie Morchellaceae, met een gladde tot zwak gerimpelde en licht- tot donkerbruin gekleurde hoed
vingerhoedjes	=	vingerhoed
vingerhoedskruid	noun	benaming voor planten uit het geslacht Digitalis in de weegbreefamilie
vingerhoedskruiddwergspanner	noun	Eupithecia pulchellata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
vingerhoedskruiddwergspanners	=	vingerhoedskruiddwergspanner
vingerhoedskruiddwergspannertje	=	vingerhoedskruiddwergspanner
vingerhoedskruiddwergspannertjes	=	vingerhoedskruiddwergspanner
vingerhoedskruiduitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza digitalina een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
vingerhoedskruiduitbreekkommetjes	=	vingerhoedskruiduitbreekkommetje
vingerknip	noun	een beweging van de middelvinger en de duim die een knippend geluid voortbrengt
vingerknipje	=	vingerknip
vingerknipjes	=	vingerknip
vingerknippen	verb	een knippend geluid met de vingers maken
vingerknippende	=	vingerknippen
vingerkom	noun	klein kommetje waarin men de vingers kan dopen nadat men iets met de handen gegeten heeft
vingerkommen	=	vingerkom
vingerkommetje	=	vingerkom
vingerkommetjes	=	vingerkom
vingerkootje	noun	elk van de botjes in de vinger
vingerkootjes	=	vingerkootje
vingerling	noun	hersteldijk die achter een wiel om aangelegd is
vingerlingen	=	vingerling
vingerlingetje	=	vingerling
vingerlingetjes	=	vingerling
vingerloos	adj	zonder vinger
vingerloost	=	vingerloos
vingerlooste	=	vingerloos
vingerloze	=	vingerloos
vingerlozer	=	vingerloos
vingerlozere	=	vingerloos
vingerlozers	=	vingerloos
vingermos	noun	een geslacht Physcia van korstmossen uit de familie Physciaceae van de ascomyceten.
vingermosgalzwam	noun	Heterocephalacria physciacearum een korstmosparasiet behorend tot de familie Filobasidiaceae.
vingermosgalzwammen	=	vingermosgalzwam
vingermosgalzwammetje	=	vingermosgalzwam
vingermosgalzwammetjes	=	vingermosgalzwam
vingermosje	=	vingermos
vingermosjes	=	vingermos
vingermossen	=	vingermos
vingernagel	noun	dun, doorzichtig plaatje van harde keratine op de bovenkant van elk van de vijf uitsteeksels van de hand
vingernagels	=	vingernagel
vingernageltje	=	vingernagel
vingeroefening	noun	het oefenen van een vaardigheid in het algemeen
vingeroefeningen	=	vingeroefening
vingerpalpje	noun	Gongylidiellum latebricola een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
vingerpalpjes	=	vingerpalpje
vingerpalpputkopje	noun	Micrargus herbigradus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
vingerpalpputkopjes	=	vingerpalpputkopje
vingerplant	noun	Fatsia japonica een groenblijvende plant uit de klimopfamilie (Araliaceae).
vingerplanten	=	vingerplant
vingerplantje	=	vingerplant
vingerplantjes	=	vingerplant
vingerrekenen	noun	het rekenen met behulp van de vingers
vingerring	noun	bandje van edelmetaal of ander stevig materiaal dat als sieraad om de vinger wordt gedragen
vingerringen	=	vingerring
vingerringetje	=	vingerring
vingerringetjes	=	vingerring
vingers	=	vinger
vingert	=	vingeren
vingertaal	noun	een vorm van non-verbale communicatie waarbij handgebaren worden gebruikt om betekenis over te dragen
vingertaaltje	=	vingertaal
vingertaaltjes	=	vingertaal
vingertalen	=	vingertaal
vingertellen	noun	het tellen met behulp van de vingers
vingertje	=	vinger
vingertjes	=	vinger
vingertjesiepenmos	noun	Zygodon catarinoi een bladmos behorend tot de familie Orthotrichaceae.
vingertjesiepenmosje	=	vingertjesiepenmos
vingertjesiepenmosjes	=	vingertjesiepenmos
vingertjesiepenmossen	=	vingertjesiepenmos
vingertop	noun	topje van een vinger
vingertopje	=	vingertop
vingertopjes	=	vingertop
vingertoppen	=	vingertop
vingervaardigheden	=	vingervaardigheid
vingervaardigheid	noun	het handig zijn; iets heel handig en goed met de vingers kunnen doen (zoals het bespelen van een muziekinstrument)
vingerverf	noun	afwasbare waterverf (voor kinderen) om met de vingers op te brengen
vingerverfje	=	vingerverf
vingerverfjes	=	vingerverf
vingerverven	=	vingerverf
vingervijgje	noun	Argyroderma fissum een vetplantje uit de ijskruidfamilie (Aizoaceae) dat endemisch is op de Knersvlakte in het noorden van de provincie West-Kaap van Zuid-Afrika
vingervijgjes	=	vingervijgje
vingervlug	adj	heel snel en vlot iets kunnen doen of maken met de handen
vingervlugge	=	vingervlug
vingervlugger	=	vingervlug
vingervluggere	=	vingervlug
vingervluggers	=	vingervlug
vingervlugheden	=	vingervlugheid
vingervlugheid	noun	het heel snel zaken met de vingers kunnen verrichten
vingervlugs	=	vingervlug
vingervlugst	=	vingervlug
vingervlugste	=	vingervlug
vingervoedsel	noun	hapjes die men met de vingers kan aanpakken en opeten
vingervormig	adj	vorm van een vinger hebbend
vingervormige	=	vingervormig
vingervormiger	=	vingervormig
vingervormigere	=	vingervormig
vingervormigers	=	vingervormig
vingervormigs	=	vingervormig
vingervormigst	=	vingervormig
vingervormigste	=	vingervormig
vingerwerk	noun	precies werkje dat men met de vingers doet
vingerwerken	=	vingerwerk
vingerwerkje	=	vingerwerk
vingerwerkjers	=	vingerwerk
vingerwijzing	noun	met de vinger iets aanwijzen
vingerwijzingen	=	vingerwijzing
vingerwijzinkje	=	vingerwijzing
vingerwijzinkjes	=	vingerwijzing
vingerzegge	noun	Carex digitata een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
vingerzeggen	=	vingerzegge
vingerzeggetje	=	vingerzegge
vingerzeggetjes	=	vingerzegge
vingerzetting	noun	de keuze van vingers en handposities voor het bespelen van een muziekinstrument of werken met een toetsenbord
vingerzettingen	=	vingerzetting
vingerzettinkje	=	vingerzetting
vingerzettinkjes	=	vingerzetting
vingt	=	vangen
vinificatie	noun	het vervaardigen van wijn
vink	noun	Fringilla coelebs, een zangvogel
vinkachtigen	noun	Fringillidae een familie van zangvogels waarbij de vinken, sijzen, haak- en kruisbekken en kanaries ingedeeld worden.
vinke	=	vinken
vinken	verb	afvinken
vinkend	=	vinken
vinkende	=	vinken
vinkenier	noun	houder van vinken die vinken liedjes leert zingen
vinkeniers	=	vinkenier
vinkennet	noun	net waarmee men vinken kan vangen
vinkennetje	=	vinkennet
vinkennetjes	=	vinkennet
vinkennetten	=	vinkennet
vinkenslag	noun	het slaan, de zang van een vink
vinkenslagen	=	vinkenslag
vinkenslagje	=	vinkenslag
vinkenslagjes	=	vinkenslag
vinkentouw	noun	net waarmee je vinken kunt vangen
vinkentouwen	=	vinkentouw
vinkenzaad	noun	Neslia paniculata een eenjarige plant uit de familie Brassicaceae.
vinkenzaadje	=	vinkenzaad
vinkenzaadjes	=	vinkenzaad
vinkenzaden	=	vinkenzaad
vinkje	=	vink
vinkjes	=	vink
vinkjestering	noun	denkbeeldige ziekte die iets of iemand wordt toegewenst die heel erg gericht is op het geven of krijgen van vinkjes als teken van goedkeuring
vinkt	=	vinken
vinkte	=	vinken
vinkten	=	vinken
vinktiran	noun	Cnemotriccus fuscatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
vinktirannen	=	vinktiran
vinktirannetje	=	vinktiran
vinktirannetjes	=	vinktiran
vinkvakje	noun	open vierkantje bij een tekst of afbeelding op een beeldscherm waarin een V of X verschijnt als die tekst of afbeelding door aanklikken is geselecteerd Als regel wordt het keuzerondje gebruikt om aan te geven dan er maar 1 optie tegelijk kan worden geselecteerd, terwijl het vinkvakje aangeeft dat selectie van meer opties tegelijk mogelijk is.
vinkvakjes	=	vinkvakje
vinnen	=	vin
vinnetje	=	vin
vinnetjes	=	vin
vinnig	adj	beetje agressief, scherp, bits, hevig
vinnige	=	vinnig
vinniger	=	vinnig
vinnigere	=	vinnig
vinnigers	=	vinnig
vinnigs	=	vinnig
vinnigst	=	vinnig
vinnigste	=	vinnig
vinologen	=	vinoloog
vinologie	noun	de biochemische aspecten van wijnbereiding.
vinoloog	noun	iemand met veel kennis van wijn.
vinoloogje	=	vinoloog
vinoloogjes	=	vinoloog
vinotheek	noun	plek waar je een verscheidenheid aan wijnen kunt proeven
vinotheken	=	vinotheek
vinpootsalamander	noun	Lissotriton helveticus een waterminnende salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
vinpootsalamanders	=	vinpootsalamander
vinpootsalamandertje	=	vinpootsalamander
vinpootsalamandertjes	=	vinpootsalamander
vins	=	vin
vinstreepzalm	noun	Hemigrammus unilineatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de karperzalmen (Characidae).
vinstreepzalmen	=	vinstreepzalm
vinstreepzalmpje	=	vinstreepzalm
vinstreepzalmpjes	=	vinstreepzalm
vintage	noun	iets wat oud is maar weer in de mode is geraakt; tweedehands
vintagekleding	noun	originele, tweedehands kleding uit een voorbije modeperiode, meestal minstens 20 tot 30 jaar oud.
vintages	=	vintage
vinvis	noun	Balaenopteridae individu van de de grootste familie van de baleinwalvissen
vinvisch	=	vinvis
vinvisje	=	vinvis
vinvisjes	=	vinvis
vinvissen	noun	Balaenopteridae de grootste familie van baleinwalvissen.
vinyl	noun	zachte kunststof
vinylacetaat	noun	kleurloze, licht ontvlambare vloeistof met een zoete geur met de formule: CH₃COOCH=CH₂
vinylacetaten	=	vinylacetaat
vinylchloride	noun	gechloreerde organische verbinding, met als brutoformule C₂H₃Cl
vinylplaat	noun	plaat gemaakt van vinyl
vinylplaatje	=	vinylplaat
vinylplaatjes	=	vinylplaat
vinylplaten	=	vinylplaat
violatie	noun	schending van wetten, regels, goede manieren e.d.
violaties	=	violatie
violeer	=	violeren
violeerde	=	violeren
violeerden	=	violeren
violeert	=	violeren
violen	=	viool
violenbed	noun	stuk aarde waarin viooltjes zijn geplant; bed violen
violenbedden	=	violenbed
violenbedje	=	violenbed
violenbedjes	=	violenbed
violent	adj	met veel kracht
violente	=	violent
violenter	=	violent
violentere	=	violent
violenters	=	violent
violentie	noun	gewelddadigheid, geweld
violenties	=	violentie
violentiën	=	violentie
violents	=	violent
violentst	=	violent
violentste	=	violent
violere	=	violeren
violeren	verb	schenden, verkrachten
violerend	=	violeren
violerende	=	violeren
violet	noun	een kleur tussen blauw en ultraviolet, met een golflengte tussen de 430 en 380 nm	adj	de kleur violet hebbend
violetborstbriljantkolibrie	noun	Heliodoxa leadbeateri een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetborstbriljantkolibries	=	violetborstbriljantkolibrie
violetborstbriljantkolibrietje	=	violetborstbriljantkolibrie
violetborstbriljantkolibrietjes	=	violetborstbriljantkolibrie
violetborsthoningzuiger	noun	Cinnyris chalcomelas een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
violetborsthoningzuigers	=	violetborsthoningzuiger
violetborsthoningzuigertje	=	violetborsthoningzuiger
violetborsthoningzuigertjes	=	violetborsthoningzuiger
violetgaai	noun	Cyanocorax violaceus een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
violetgaaien	=	violetgaai
violetgaaitje	=	violetgaai
violetgaaitjes	=	violetgaai
violetje	=	violet
violetkapamazilia	noun	Ramosomyia violiceps een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetkapamazilia's	=	violetkapamazilia
violetkapamaziliaatje	=	violetkapamazilia
violetkapamaziliaatjes	=	violetkapamazilia
violetkapbosnimf	noun	Thalurania glaucopis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetkapbosnimfen	=	violetkapbosnimf
violetkapbosnimfje	=	violetkapbosnimf
violetkapbosnimfjes	=	violetkapbosnimf
violetkapkolibrie	noun	Goldmania violiceps een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetkapkolibries	=	violetkapkolibrie
violetkapkolibrietje	=	violetkapkolibrie
violetkapkolibrietjes	=	violetkapkolibrie
violetkeelarassari	noun	Aulacorhynchus caeruleogularis cognatus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
violetkeelarassari's	=	violetkeelarassari
violetkeelarassarietje	=	violetkeelarassari
violetkeelarassarietjes	=	violetkeelarassari
violetkeelglansstaartkolibrie	noun	Metallura baroni een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetkeelglansstaartkolibries	=	violetkeelglansstaartkolibrie
violetkeelglansstaartkolibrietje	=	violetkeelglansstaartkolibrie
violetkeelglansstaartkolibrietjes	=	violetkeelglansstaartkolibrie
violetkeelincakolibrie	noun	Coeligena violifer een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetkeelincakolibries	=	violetkeelincakolibrie
violetkeelincakolibrietje	=	violetkeelincakolibrie
violetkeelincakolibrietjes	=	violetkeelincakolibrie
violetkeelzonnekolibrie	noun	Heliangelus viola een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetkeelzonnekolibries	=	violetkeelzonnekolibrie
violetkeelzonnekolibrietje	=	violetkeelzonnekolibrie
violetkeelzonnekolibrietjes	=	violetkeelzonnekolibrie
violetknolknikmos	noun	Bryum violaceum een mos uit de familie Bryaceae.
violetknolknikmosje	=	violetknolknikmos
violetknolknikmosjes	=	violetknolknikmos
violetknolknikmossen	=	violetknolknikmos
violetneklori	noun	Eos squamata een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
violetneklori's	=	violetneklori
violetneklorietje	=	violetneklori
violetneklorietjes	=	violetneklori
violetrode	=	violetrood
violetrood	noun	tint tussen rood en paars met RAL-nummer 4002 ( ).	adj	in een tint tussen rood en paars met RAL-nummer 4002 ( )
violetroods	=	violetrood
violetrugglanskolibrie	noun	Aglaeactis aliciae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetrugglanskolibries	=	violetrugglanskolibrie
violetrugglanskolibrietje	=	violetrugglanskolibrie
violetrugglanskolibrietjes	=	violetrugglanskolibrie
violetrughoningzuiger	noun	Anthreptes longuemarei een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers)
violetrughoningzuigers	=	violetrughoningzuiger
violetrughoningzuigertje	=	violetrughoningzuiger
violetrughoningzuigertjes	=	violetrughoningzuiger
violetrughyliota	noun	Hyliota violacea een zangvogel uit de familie Hyliotidae.
violetrughyliota's	=	violetrughyliota
violetrughyliotaatje	=	violetrughyliota
violetrughyliotaatjes	=	violetrughyliota
violets	=	violet
violetst	=	violet
violetstaarthoningzuiger	noun	Anthreptes aurantium een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
violetstaarthoningzuigers	=	violetstaarthoningzuiger
violetstaarthoningzuigertje	=	violetstaarthoningzuiger
violetstaarthoningzuigertjes	=	violetstaarthoningzuiger
violetstaartnimf	noun	Aglaiocercus coelestis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
violetstaartnimfen	=	violetstaartnimf
violetstaartnimfje	=	violetstaartnimf
violetstaartnimfjes	=	violetstaartnimf
violetste	=	violet
violette	=	violet
violetten	=	violet
violetter	=	violet
violettere	=	violet
violetters	=	violet
violier	noun	benaming voor verschillende plantensoorten, zoals: Malcolmia maritima, zeeviolier, Matthiola incana, zomerviolier, Matthiola longipetala, avondviolier, Hottonia palustris, waterviolier
violieren	=	violier
violiertje	=	violier
violiertjes	=	violier
violist	noun	musicus die een viool bespeelt
violiste	noun	vrouwelijke violist
violisten	=	violist
violistes	=	violiste
violistisch	adj	betrekking hebbend op een violist
violistische	=	violistisch
violistischer	=	violistisch
violistischere	=	violistisch
violistischers	=	violistisch
violistje	=	violist
violistjes	=	violist
violoncel	noun	cello
violoncellen	=	violoncel
violoncelli	=	violoncello
violoncellist	noun	musicus die een violoncello of kortweg een cello bespeelt
violoncellisten	=	violoncellist
violoncello	noun	een viersnarig strijkinstrument dat tijdens het bespelen door de violoncellist of cellist tussen de knieën wordt gehouden
violoncello's	=	violoncello
violoncellootje	=	violoncello
violoncellootjes	=	violoncello
viool	noun	viersnarig strijkinstrument
vioolbladgalmug	noun	Dasineura affinis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
vioolbladgalmuggen	=	vioolbladgalmug
vioolbladgalmuggetjes	=	vioolbladgalmug
vioolbladgalmugje	=	vioolbladgalmug
vioolbladplant	noun	Ficus lyrata een ficussoort, die voorkomt in het westen van Afrika, van Kameroen tot aan Sierra Leone.
vioolbladplanten	=	vioolbladplant
vioolbladplantje	=	vioolbladplant
vioolbladplantjes	=	vioolbladplant
vioolbloemgalmug	noun	Dasineura violae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
vioolbloemgalmuggen	=	vioolbloemgalmug
vioolbloemgalmuggetjes	=	vioolbloemgalmug
vioolbloemgalmugje	=	vioolbloemgalmug
vioolbouwer	noun	iemand die instrumenten uit de vioolfamilie (viool, altviool en cello) bouwt, repareert en restaureert
vioolbouwers	=	vioolbouwer
vioolbouwertje	=	vioolbouwer
vioolbouwertjes	=	vioolbouwer
vioolconcert	noun	muziekstuk voor viool en orkest
vioolconcerten	=	vioolconcert
vioolconcerti	=	vioolconcerto
vioolconcertje	=	vioolconcert
vioolconcertjes	=	vioolconcert
vioolconcerto	noun	een concerto waarbij een vioolspeler als solist een dialoog voert met het begeleidend orkest
vioolconcerto's	=	vioolconcerto
vioolgespeeld	=	vioolspelen
vioolhars	noun	de droge hars waarover de beharing van een strijkstok van een strijkinstrument als de viool wordt gestreken, zodat het haar van de stok een veel hogere wrijving met de snaar krijgt
vioolharsen	=	vioolhars
vioolkast	noun	een kist waarin men een viool zonder beschadiging kan vervoeren
vioolkasten	=	vioolkast
vioolkastje	=	vioolkast
vioolkastjes	=	vioolkast
vioolkever	noun	Mormolyce phyllodes een diersoort uit de familie Coleoptera.
vioolkevers	=	vioolkever
vioolkevertje	=	vioolkever
vioolkevertjes	=	vioolkever
vioolkist	noun	koffer waarin men een viool kan stoppen
vioolkisten	=	vioolkist
vioolkistje	=	vioolkist
vioolkistjes	=	vioolkist
vioolklank	noun	muzikaal geluid geproduceerd door het strijkinstrument viool
vioolklanken	=	vioolklank
vioolklankje	=	vioolklank
vioolklankjes	=	vioolklank
vioolleraar	noun	persoon die mensen leert vioolspelen
vioolleraars	=	vioolleraar
vioolleraartje	=	vioolleraar
vioolleraartjes	=	vioolleraar
vioolleraren	=	vioolleraar
vioollerares	noun	vrouw die iemand viool leert spelen
vioolleraresje	=	vioollerares
vioolleraresjes	=	vioollerares
vioolleraressen	=	vioollerares
vioolles	noun	onderwijs in het spelen van een viool
vioollessen	=	vioolles
vioolmuziek	noun	muziek gemaakt met een viool
vioolmuziekje	=	vioolmuziek
vioolmuziekjes	=	vioolmuziek
vioolroggen	noun	een familie Rhinobatidae van roggen uit de orde Rhinopristiformes die voorkomen in tropische en subtropische wateren
vioolrozetgalmug	noun	Prodiplosis violicola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
vioolrozetgalmuggen	=	vioolrozetgalmug
vioolrozetgalmuggetjes	=	vioolrozetgalmug
vioolrozetgalmugje	=	vioolrozetgalmug
vioolsleutel	noun	teken geplaatst op de tweede lijn van een balk dat aangeeft dat deze een g weergeeft
vioolsleutels	=	vioolsleutel
vioolsleuteltje	=	vioolsleutel
vioolsleuteltjes	=	vioolsleutel
vioolsonate	noun	een muziekstuk met meestal een vaste opbouw uit meerdere delen geschreven voor viool
vioolsonaten	=	vioolsonate
vioolsonates	=	vioolsonate
vioolspeel	=	vioolspelen
vioolspeelde	=	vioolspelen
vioolspeelden	=	vioolspelen
vioolspeelt	=	vioolspelen
vioolspel	noun	het spelen op een viool
vioolspele	=	vioolspelen
vioolspelen	verb	muziek maken op een viool
vioolspelend	=	vioolspelen
vioolspelende	=	vioolspelen
vioolspeler	noun	iemand die viool speelt
vioolspelers	=	vioolspeler
vioolspelertje	=	vioolspeler
vioolspelertjes	=	vioolspeler
vioolspelletje	=	vioolspel
vioolspelletjes	=	vioolspel
vioolspin	noun	Loxosceles reclusa een spin uit de familie vioolspinnen (Sicariidae)
vioolspinnen	noun	Sicariidae een familie van giftige spinnen.
vioolspinnetje	=	vioolspin
vioolspinnetjes	=	vioolspin
viooltje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor planten uit het geslacht Viola uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
viooltjes	=	viool
viooltjesfamilie	noun	een familie Violaceae van bedektzadige planten.
viooltjesfamilies	=	viooltjesfamilie
viooltjesfamilietje	=	viooltjesfamilie
viooltjesfamilietjes	=	viooltjesfamilie
viooltjeslori	noun	Glossoptilus goldiei een vogel uit de onderfamilie lori's (Loriinae).
viooltjeslori's	=	viooltjeslori
viooltjeslorietje	=	viooltjeslori
viooltjeslorietjes	=	viooltjeslori
viooltjesroest	noun	Puccinia violae een autoecische schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
viooltjesroesten	=	viooltjesroest
viooltjesroestje	=	viooltjesroest
viooltjesroestjes	=	viooltjesroest
vioolvirtuoos	noun	iemand die heel goed viool kan spelen
vioolvirtuozen	=	vioolvirtuoos
vip	noun	afkorting van het Engelse very important person: zeer belangrijk personage
vip-plaats	=	vipplaats
vipbehandeling	noun	speciale, luxueuze behandeling die beter is dan de standaarbehandeling
vipbehandelingen	=	vipbehandeling
vipbehandelingetje	=	vipbehandeling
vipbehandelingetjes	=	vipbehandeling
vipdorp	noun	plaats waar belangrijke personen ontvangen kunnen worden bij een evenement
vipdorpen	=	vipdorp
vipdorpje	=	vipdorp
vipdorpjes	=	vipdorp
vipje	=	vip
vipjes	=	vip
vipplaats	noun	aantrekkelijk plekje dat bij een verdeling gewoonlijk bestemd is voor iemand die belangrijk is
vipplaatsen	=	vipplaats
viproom	noun	ruimte voor vips
viprooms	=	viproom
vips	=	vip
viptent	noun	een tent waarin belangrijke personen ontvangen worden tijdens een evenement
viptenten	=	viptent
vipuitnodiging	noun	een exclusief verzoek om aanwezig te zijn bij een speciaal event, waarbij de gast wordt behandeld als Very Important Person (een zeer belangrijk persoon).
vipuitnodigingen	=	vipuitnodiging
vipuitnodigingetje	=	vipuitnodiging
vipuitnodigingetjes	=	vipuitnodiging
viraal	adj	door een virus veroorzaakt
viraals	=	viraal
viraalst	=	viraal
viraalste	=	viraal
virage	noun|obsolete	sterke verandering in de richting van een weg
virages	=	virage
virago	noun	vrouw met een mannelijk voorkomen
virago's	=	virago
viral	noun	een boodschap of video die door zeer veel mensen wordt gedeeld en zo zich heel snel (als een virus) verspreidt over het internet	adj	eigeschap van een boodschap of video dat deze zeer veel gedeeld wordt op het internet
virale	=	viraal
viraler	=	viraal
viralere	=	viraal
viralers	=	viraal
virals	=	viral
vireo	noun	Vireo een geslacht van vogels uit de orde vireo's (Vireonidae).
vireo's	noun	Vireonidae een familie van kleine tot middelgrote zangvogels (Passeriformes) die (vooral) voorkomen in de Nieuwe Wereld.
vireootje	=	vireo
vireootjes	=	vireo
virginaal	noun	een toetsinstrument waarbij de haaks op het toetsenbord geplaatste snaren, worden getokkeld.	adj	maagdelijk
virginaals	=	virginaal
virginaaltje	=	virginaal
virginaaltjes	=	virginaal
virginale	=	virginaal
virginalen	=	virginaal
virginiagras	noun	Sporobolus virginicuseen blijvende grassoort de zich met zijn wortelstokken vermeerdert.
virginiagrasje	=	virginiagras
virginiagrasjes	=	virginiagras
virginiagrassen	=	virginiagras
virginiaral	noun	Rallus limicola een vogel uit de familie van rallen (Rallidae) uit noord- en Midden-Amerika
virginiarallen	=	virginiaral
virginiaralletje	=	virginiaral
virginiaralletjes	=	virginiaral
virginiazanger	noun	Leiothlypis virginiae een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers)
virginiazangers	=	virginiazanger
virginiazangertje	=	virginiazanger
virginiazangertjes	=	virginiazanger
virginiteit	noun	zuiverheid
viridiaan	noun	een relatief donker, koel blauw-groen schilderspigment
viriel	adj	heel veel kenmerken hebben die typisch zouden zijn voor een man
viriele	=	viriel
virieler	=	viriel
virielere	=	viriel
virielers	=	viriel
viriels	=	viriel
virielst	=	viriel
virielste	=	viriel
viriliteit	noun	het viriel zijn, de mannelijkheid, dapperheid, manlijkheid, potentie, flinkheid, stoerheid
viriliteiten	=	viriliteit
virologe	=	viroloog
virologen	=	viroloog
virologie	noun	leer van de virussen en de door virussen veroorzaakte ziektes
virologisch	adj	betrekking hebbend op de virologie
virologische	=	virologisch
virologischer	=	virologisch
virologischere	=	virologisch
virologischers	=	virologisch
viroloog	noun	deskundige op het gebied van virussen en virusziekten
viroïde	noun	een relatief kort enkelstrengs-RNA of enkelstrengs-DNA-molecuul
viroïden	=	viroïde
viroïdes	=	viroïde
virtualiseer	=	virtualiseren
virtualiseerde	=	virtualiseren
virtualiseerden	=	virtualiseren
virtualiseert	=	virtualiseren
virtualisere	=	virtualiseren
virtualiseren	verb	het gelijktijdig draaien van meerdere besturingssystemen op één computer
virtualiserend	=	virtualiseren
virtualiserende	=	virtualiseren
virtualiteit	noun	het virtueel zijn
virtualiteiten	=	virtualiteit
virtueel	adj	als simulatie of in gedachten aanwezig, schijnbaar bestaand (d.w.z. de waarneming is correct en voor iedereen hetzelfde maar wat men ziet 'is er niet' of 'is anders')
virtueels	=	virtueel
virtueelst	=	virtueel
virtueelste	=	virtueel
virtuele	=	virtueel
virtueler	=	virtueel
virtuelere	=	virtueel
virtuelers	=	virtueel
virtuoos	noun	iemand die een kunst technisch volmaakt beheerst	adj	van de aard van, als van of door een virtuoos
virtuoosje	=	virtuoos
virtuoost	=	virtuoos
virtuooste	=	virtuoos
virtuositeit	noun	uitzonderlijke begaafdheid in enige kunst
virtuositeiten	=	virtuositeit
virtuoze	=	virtuoos
virtuozen	=	virtuoos
virtuozer	=	virtuoos
virtuozere	=	virtuoos
virtuozers	=	virtuoos
virtuvrijen	verb	gesimuleerd vrijen via een internetspelletje
virtuvrijend	=	virtuvrijen
virtuvrijende	=	virtuvrijen
virulent	adj	met het vermogen tot het aanrichten van schade, kwaadaardig
virulente	=	virulent
virulenter	=	virulent
virulentere	=	virulent
virulenters	=	virulent
virulents	=	virulent
virulentst	=	virulent
virulentste	=	virulent
virus	noun	ziekteverwekker die veel kleiner is dan een bacterie
virusclaim	noun	bewering ten aanzien van (een) virus(sen)
virusclaims	=	virusclaim
virusepidemie	noun	een epidemie waarbij een virus zich snel verspreidt onder een grote groep van mensen
virusepidemies	=	virusepidemie
virusepidemieën	=	virusepidemie
virushaard	noun	een plaats waar een virus zich snel verspreidt
virushaarden	=	virushaard
virushaardje	=	virushaard
virushaardjes	=	virushaard
virusinfectie	noun	ziekte die ontstaat door een besmetting met een ziekmakend en zich vermenigvuldigend virus
virusinfecties	=	virusinfectie
virusinfectietje	=	virusinfectie
virusinfectietjes	=	virusinfectie
virusje	=	virus
virusjes	=	virus
virusklacht	noun	gezondheidsprobleem als gevolg van een virus
virusklachten	=	virusklacht
virusmaker	noun	persoon die computervirussen programmeert
virusmakers	=	virusmaker
virusscan	noun	een programma dat een computer controleert op virus besmettingen; een controle van een computer op virus besmettingen
virusscanner	noun	een computerprogramma dat kwaadaardige programmatuur op de computer kan ontdekken en verijwderen
virusscanners	=	virusscanner
virusscans	=	virusscan
virusscenario	noun	een mogelijk toekomstscenario over hoe de verspreiding van een virus zal verlopen en de gevolgen als gevolg daarvan
virusscenario's	=	virusscenario
virusschrijver	noun	programmeur die computervirussen kan programmeren
virusschrijvers	=	virusschrijver
virussen	noun	categorie voor niet-cellulaire levensvormen, Virus, die zich alleen kunnen vermenigvuldigen in cellen van andere levende wezens
virusstam	noun	verzameling micro-organismen die afstamt van één enkel geïsoleerd micro-organisme
virusstammen	=	virusstam
virusuitbraak	noun	het plotseling optreden van een besmettelijk virus
virusuitbraken	=	virusuitbraak
virusvariantgebied	noun	deel van een land waarin een bepaalde virusvariant rondgaat
virusvariantgebieden	=	virusvariantgebied
viruswappie	noun	iemand die ontkent hoe ernstig de coronapandemie is of hierover bizarre ideeën en complottheorieën verspreidt
viruswappies	=	viruswappie
virusziekte	noun	ziekte veroorzaakt door een besmetting met virussen
virusziekten	=	virusziekte
virusziektes	=	virusziekte
vis	noun	benaming voor dieren uit de groep Pisces: gewerveld dier met kieuwen, levend in water
vis-à-vis	noun	iemand die direct tegenover zit of staat	prep	direct tegenover
visa	=	visum
visaanbod	noun	de vis die men kan kopen; de vis die men te koop aanbiedt
visaas	noun	visvoer dat men gebruikt bij het vangen van vis
visaasje	=	visaas
visaasjes	=	visaas
visachtig	adj	in een bepaald opzicht vergelijkbaar met geschubde dieren die in het water leven
visachtige	=	visachtig
visachtiger	=	visachtig
visachtigere	=	visachtig
visachtigers	=	visachtig
visachtigs	=	visachtig
visachtigst	=	visachtig
visachtigste	=	visachtig
visafoon	noun	talencursus waarbij men gebruik maakt van grammofoonplaten
visafoons	=	visafoon
visafslag	noun	plaats waar vissers vis aanbieden voor verkoop op een veiling
visafslagen	=	visafslag
visagie	noun	het vakgebied dat zich bezighoudt met het accentueren van de sterke kanten van een gezicht en het camoufleren of corrigeren van de minder sterke kanten
visagist	noun	iemand die adviseert over make-up en vaak ook de make-up aanbrengt bij optredens, tv-programma's en filmopnames, make-up artiest
visagiste	noun	vrouw die adviseert over make-up en vaak ook de make-up aanbrengt bij optredens, tv-programma's en filmopnames
visagisten	=	visagist
visagistes	=	visagiste
visakte	noun	schriftelijk bewijs dat men ergens als hobbyist mag hengelen
visakten	=	visakte
visaktes	=	visakte
visarend	noun	Pandion haliaetus, een vooral visetende roofvogel die de enige soort uit de familie Pandionidae is
visarenden	noun	Pandionidae een van de families binnen de orde der roofvogels (Accipitriformes)
visarendje	=	visarend
visarendjes	=	visarend
visayaboomtimalia	noun	Sterrhoptilus nigrocapitata een vogelsoort uit de familie van de Zosteropidae (brilvogels).
visayaboomtimalia's	=	visayaboomtimalia
visayaboomtimaliaatje	=	visayaboomtimalia
visayaboomtimaliaatjes	=	visayaboomtimalia
visayabuulbuul	noun	Hypsipetes guimarasensis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
visayabuulbuuls	=	visayabuulbuul
visayabuulbuultje	=	visayabuulbuul
visayabuulbuultjes	=	visayabuulbuul
visayakruiper	noun	Rhabdornis rabori een vogelsoort uit de familie Rhabdornithidae (Filipijnse kruipers).
visayakruipers	=	visayakruiper
visayakruipertje	=	visayakruiper
visayakruipertjes	=	visayakruiper
visayaneushoornvogel	noun	Penelopides panini een neushoornvogel die alleen voorkomt in de regenwouden van de Filipijnen.
visayaneushoornvogels	=	visayaneushoornvogel
visayaneushoornvogeltje	=	visayaneushoornvogel
visayaneushoornvogeltjes	=	visayaneushoornvogel
visayashamalijster	noun	Copsychus superciliaris een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
visayashamalijsters	=	visayashamalijster
visayashamalijstertje	=	visayashamalijster
visayashamalijstertjes	=	visayashamalijster
visayasneushoornvogel	noun	Penelopides panini een neushoornvogel die alleen voorkomt in de regenwouden van de Filipijnen.
visayasneushoornvogels	=	visayasneushoornvogel
visayasneushoornvogeltje	=	visayasneushoornvogel
visayasneushoornvogeltjes	=	visayasneushoornvogel
visayasnijdervogel	noun	Orthotomus castaneiceps een snijdervogel die alleen voorkomt in de Filipijnen.
visayasnijdervogels	=	visayasnijdervogel
visayasnijdervogeltje	=	visayasnijdervogel
visayasnijdervogeltjes	=	visayasnijdervogel
visayaswaaierstaart	noun	Rhipidura albiventris een waaierstaart uit het geslacht Rhipidura.
visayaswaaierstaarten	=	visayaswaaierstaart
visayaswaaierstaartje	=	visayaswaaierstaart
visayaswaaierstaartjes	=	visayaswaaierstaart
visayawaaierstaart	noun	Rhipidura albiventris een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
visayawaaierstaarten	=	visayawaaierstaart
visayawaaierstaartje	=	visayawaaierstaart
visayawaaierstaartjes	=	visayawaaierstaart
visayawrattenzwijn	noun	Sus cebifrons een zwijnensoort die alleen voorkomt in de Filipijnen.
visayawrattenzwijnen	=	visayawrattenzwijn
visayawrattenzwijntje	=	visayawrattenzwijn
visayawrattenzwijntjes	=	visayawrattenzwijn
visazen	=	visaas
visbak	noun	bakken waarin vis bewaard kan worden
visbakken	=	visbak
visbal	noun	bal gemaakt van vis
visballen	=	visbal
visbank	noun	zitbank die men kan gebruiken om zittend te vissen
visbanken	=	visbank
visben	noun	mand om vis in te vervoeren en voor de verkoop aan te bieden
visbennen	=	visben
visbestand	noun	omvang en variatie van de vissen
visbestanden	=	visbestand
visbestandje	=	visbestand
visbestandjes	=	visbestand
visblaas	noun	een met lucht gevulde blaas bij vissen die er voor zorgt dat hun soortelijk gewicht hetzelfde is als dat van water
visblaasmotief	noun	motief dat gelijkenis vertoont met een visblaas
visblaasmotieven	=	visblaasmotief
visblazen	=	visblaas
visboek	noun	een informatief boek over vissen en visserij
visboeken	=	visboek
visboekje	=	visboek
visboekjes	=	visboek
visboer	noun	een handelaar die gespecialiseerd is in de verkoop van vis
visboeren	=	visboer
visboertje	=	visboer
visboertjes	=	visboer
visboot	noun	een kleine boot voor de amateurvisser
visbootje	=	visboot
visbootjes	=	visboot
visbord	noun	een soort schotel of bord waarop vis wordt geserveerd
visborden	=	visbord
visbordje	=	visbord
visbordjes	=	visbord
visboten	=	visboot
visbun	noun	bun om vis in te bewaren
visbunnen	=	visbun
visbunnetje	=	visbun
visbunnetjes	=	visbun
visburger	noun	op een hamburger gelijkend stuk gekruide visfilet
visburgers	=	visburger
visburgertje	=	visburger
visburgertjes	=	visburger
viscacha	noun	Lagostomus maximus knaagdier uit de familie der wolmuizen (Chinchillidae), waartoe onder andere ook de chinchilla behoort, en de onderfamilie der viscacha-achtigen (Lagostominae).
viscacha's	=	viscacha
viscachaatje	=	viscacha
viscachaatjes	=	viscacha
viscacharat	noun	Octomys mimax knaagdier uit de familie van de schijnratten (Octodontidae).
viscacharatje	=	viscacharat
viscacharatjes	=	viscacharat
viscacharatten	=	viscacharat
visceraal	adj	met betrekking tot de ingewanden
visceraals	=	visceraal
visceraalst	=	visceraal
visceraalste	=	visceraal
viscerale	=	visceraal
visceraler	=	visceraal
visceralere	=	visceraal
visceralers	=	visceraal
visch	=	vis
vischdief	=	visdief
vischgerei	=	visgerei
vischgrom	=	visgrom
vischlijm	=	vislijm
vischlijn	=	vislijn
vischmarter	=	vismarter
vischtuig	=	vistuig
vischwijf	=	viswijf
vischwyf	=	viswijf
visclub	noun	een vereniging van sportvissers
visclubje	=	visclub
visclubjes	=	visclub
visclubs	=	visclub
visconserven	noun	langer houdbaar gemaakte vis
viscose	noun	een stroperige organische vloeistof die wordt gebruikt bij de productie van rayongarens en cellofaan, natriumzout van cellulosexanthaat
viscosimetrie	noun	het bepalen van de viscositeit
viscositeit	noun	stroperigheid ten gevolge van inwendige wrijving in een vloeistof of gas
viscositeiten	=	viscositeit
viscositeitje	=	viscositeit
viscositeitjes	=	viscositeit
viscouvert	noun	mes en vork om vis mee te eten
viscouverts	=	viscouvert
visdag	noun	dag waarop men kan vissen
visdagen	=	visdag
visdagje	=	visdag
visdagjes	=	visdag
visdeurbel	noun	bij een sluis een livestream waarop te zien zijn of er vissen zijn en mensen via het internet kunnen aangeven of er vissen te zien zijn, waarna een doorgang in de sluis komt en de vissen door kunnen zwemmen
visdeurbellen	=	visdeurbel
visdief	noun	Sterna hirundo een slanke vogel met een zwarte kopkap en een diep gevorkte staart, uit de familie van de sterns
visdiefje	=	visdief
visdiefjes	=	visdief
visdieven	=	visdief
visdiner	noun	avondmaaltijd die hoofdzakelijk uit vlees van zeedieren bestaat
visdiners	=	visdiner
visdraad	noun	dun sterk nylondraad dat men in de hengelsport gebruikt
visdraadje	=	visdraad
visdraadjes	=	visdraad
visdraden	=	visdraad
visduivel	noun	bepaald soort vis, Silurus glanis die behoort tot de beenvissen Osteichthyes
visduivels	=	visduivel
visduiveltje	=	visduivel
visduiveltjes	=	visduivel
viseer	=	viseren
viseerde	=	viseren
viseerden	=	viseren
viseert	=	viseren
visere	=	viseren
viseren	verb	(m.b.t. een akte, pas, enz.) voor gezien tekenen
viserend	=	viseren
viserende	=	viseren
visetend	adj	van een dier of mens dat het vissen eet
visetende	=	visetend
visetends	=	visetend
viseter	noun	iemand die vis eet
viseters	=	viseter
visetertje	=	viseter
visetertjes	=	viseter
visfilet	noun	consumptievis waaruit de graten zijn verwijderd
visfiletje	=	visfilet
visfiletjes	=	visfilet
visfilets	=	visfilet
visfondue	noun	fondue waarbij vis wordt gedoopt in een bouillon
visfondues	=	visfondue
visfraude	noun	overtreding van vangstbeperkingen in de beroepsvisserij die in de administratie niet gebeurd lijken te zijn
visfraudes	=	visfraude
visfuik	noun	fuik om vis mee te vangen
visfuiken	=	visfuik
visfuikje	=	visfuik
visfuikjes	=	visfuik
visgaatje	=	visgat
visgaatjes	=	visgat
visgat	noun	vijver waar men kan vissen
visgaten	=	visgat
visgerecht	noun	gerecht waarvan vis het belangrijkste ingrediënt is
visgerechten	=	visgerecht
visgerechtje	=	visgerecht
visgerechtjes	=	visgerecht
visgerei	noun	zaken die men nodig heeft om te kunnen vissen
visgeur	noun	wat de neus van mensen waarneemt als dieren met kieuwen uit het water zijn gehaald
visgeuren	=	visgeur
visgids	noun	boek met informatie over vissen
visgidsen	=	visgids
visgidsje	=	visgids
visgidsjes	=	visgids
visgifbomen	=	visgifboom
visgifboom	noun	bepaald soort boom, Barringtonia asiatica, een Indische boomsoort uit de familie Lecythidaceae
visgifboompje	=	visgifboom
visgifboompjes	=	visgifboom
visgraat	noun	deel van het skelet van een vis dat gemaakt is van kraakbeen en vaak een scherpe punt heeft
visgraatbaardmos	noun	Usnea filipendula een korstmossoort uit het geslacht baardmos (Usnea).
visgraatbaardmosje	=	visgraatbaardmos
visgraatbaardmosjes	=	visgraatbaardmos
visgraatbaardmossen	=	visgraatbaardmos
visgraatdiagram	noun	visuele tool voor het analyseren van de oorzaken van een specifiek probleem
visgraatdiagrammen	=	visgraatdiagram
visgraatje	=	visgraat
visgraatjes	=	visgraat
visgraatmotief	noun	V-vormig motief dat gelijkenis vertoont met de plaatsing van graten in vissen
visgraatmotieven	=	visgraatmotief
visgraatpatronen	=	visgraatpatroon
visgraatpatroon	noun	patroon gekenmerkt door zigzaglijnen
visgraatpatroontje	=	visgraatpatroon
visgraatpatroontjes	=	visgraatpatroon
visgraten	=	visgraat
visgrom	noun	ingewanden van vissen
visgrond	noun	plaats waar men vissen kan vangen
visgronden	=	visgrond
vishaak	noun	een meestal metalen haak bevestigd aan een lijn waarmee gevist wordt
vishaakje	=	vishaak
vishaakjes	=	vishaak
vishaken	=	vishaak
vishal	noun	grote overdekte ruimte waar vis wordt verhandeld
vishallen	=	vishal
vishandel	noun	viswinkel of viskraam
vishandelaar	noun	iemand die vis in- en verkoopt
vishandelaars	=	vishandelaar
vishandelaren	=	vishandelaar
vishandels	=	vishandel
vishing	noun	vorm van telefonische oplichting waarbij een cybercrimineel slachtoffers geld of belangrijke gegevens afhandig maakt door te doen alsof hij een betrouwbare persoon is
vishoek	noun	haak waarmee men een vis kan vangen
vishoeken	=	vishoek
vishoekje	=	vishoek
vishoekjes	=	vishoek
visibel	adj	duidelijk, met het oog waarneembaar
visibele	=	visibel
visibeler	=	visibel
visibelere	=	visibel
visibelers	=	visibel
visibels	=	visibel
visibelst	=	visibel
visibelste	=	visibel
visibiliteit	noun	de mate waarin men iets met het oog kan waarnemen
visibiliteiten	=	visibiliteit
visie	noun	de wijze waarop men zaken beoordeelt of beschouwt
visieloos	adj	zonder visie
visieloost	=	visieloos
visielooste	=	visieloos
visieloze	=	visieloos
visielozer	=	visieloos
visielozere	=	visieloos
visielozers	=	visieloos
visienota	noun	tekst waarin staat hoe men zijn doelstellingen denkt te gaan verwezenlijken
visienota's	=	visienota
visies	=	visie
visietje	=	visie
visigotisch	adj	betreft de Westgoten, een Germaans volk dat in de late oudheid en vroege middeleeuwen (ca. 418-721) een koninkrijk vestigde op het Iberisch Schiereiland en in Zuid-Frankrijk.
visigotische	=	visigotisch
visigotischer	=	visigotisch
visigotischere	=	visigotisch
visigotischers	=	visigotisch
visioen	noun	een droombeeld
visioenen	=	visioen
visioentje	=	visioen
visioentjes	=	visioen
visionair	noun	ziener	adj	van de aard van visioenen
visionairder	=	visionair
visionairdere	=	visionair
visionairders	=	visionair
visionaire	=	visionair
visionairs	=	visionair
visionairst	=	visionair
visionairste	=	visionair
visionairtje	=	visionair
visitatie	noun	onderzoek van vervoermiddelen en van vervoerde goederen
visitatiecommissie	noun	een officieel aangestelde groep mensen die door een bezoek af te leggen een keuring verricht
visitatiecommissies	=	visitatiecommissie
visitaties	=	visitatie
visitator	noun	iemand die een (kerk)visitatie uitvoert
visitatoren	=	visitator
visitators	=	visitator
visite	noun|formal	bezoek (van personen bij elkaar in het bijzonder van een patiënt bij een arts)
visiteer	=	visiteren
visiteerde	=	visiteren
visiteerden	=	visiteren
visiteert	=	visiteren
visitekaart	noun	een meestal kartonnen kaart(je) met de persoonlijke contactgegevens, die bij eerste ontmoetingen overhandigd wordt om toekomstig contact te vergemakkelijken
visitekaarten	=	visitekaart
visitekaartje	noun	een kaartje met de naam van de bezoeker dat achtergelaten werd indien men niet thuis aangetroffen werd en dat als bezoek telde.
visitekaartjes	=	visitekaartje
visitere	=	visiteren
visiteren	verb	ter plaatse of aan den lijve onderzoeken op smokkelwaar b.v. fouilleren
visiterend	=	visiteren
visiterende	=	visiteren
visites	=	visite
visiteur	noun	iemand die visiteert (b.v. een beambte aan de grenzen)
visiteurs	=	visiteur
visiteurtje	=	visiteur
visiteurtjes	=	visiteur
visiteuse	noun	vrouwelijke vorm van visiteur
visiteuses	=	visiteuse
visiteusetje	=	visiteuse
visiteusetjes	=	visiteuse
visje	noun	alleen verkleinwoord speelpenning
visjes	=	vis
viskaar	noun	een kast aan boord van een vissersschip om gevangen schaaldieren of vis levend te bewaren
viskar	noun	een kar waarmee een mobiele visboer vis vervoert en vis verkoopt
viskaren	=	viskaar
viskarren	=	viskar
viskarretje	=	viskar
viskarretjes	=	viskar
viskeus	adj	stroperig (dikvloeibaar) ten gevolge van inwendige wrijving
viskeust	=	viskeus
viskeuste	=	viskeus
viskeuze	=	viskeus
viskeuzer	=	viskeus
viskeuzere	=	viskeus
viskeuzers	=	viskeus
viskist	noun	kist met zaken die men nodig heeft om te kunnen vissen en waarop de visser kan zitten
viskisten	=	viskist
viskistje	=	viskist
viskistjes	=	viskist
viskom	noun	bolvormig, glazen vat waarin (goud)vissen gehouden worden (of werden want het houden van een goudvis in een viskom kan gezien worden als dierenmishandeling)
viskommen	=	viskom
viskommetje	=	viskom
viskommetjes	=	viskom
viskotter	noun	boot geschikt voor visserij op zee
viskotters	=	viskotter
viskottertje	=	viskotter
viskottertjes	=	viskotter
viskraai	noun	Corvus ossifragus een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
viskraaien	=	viskraai
viskraaitje	=	viskraai
viskraaitjes	=	viskraai
viskraam	noun	een kraam waar men vis verkoopt
viskraampje	=	viskraam
viskraampjes	=	viskraam
viskramen	=	viskraam
viskrat	noun	plastic doos met openingen in de zijkanten in een standaardformaat, gebruikt voor opslag en het vervoer van pas gevangen vis
viskratje	=	viskrat
viskratjes	=	viskrat
viskratten	=	viskrat
viskuit	noun	de volledig rijpe eieren van een vis, die nog in de eierstokken zitten
vislijm	noun	een stof verkregen uit de gedroogde zwemblazen van vissen, een vorm van collageen voornamelijk gebruikt om de kleur van wijn en bier helderder te maken.
vislijmen	=	vislijm
vislijn	noun	draad met daaraan een of meer haken bestemd om vis te vangen
vislijnen	=	vislijn
vislijntje	=	vislijn
vislijntjes	=	vislijn
vislintworm	noun	Diphyllobothrium latum een lintworm die bij vissen en visetende zoogdieren (waaronder de mens) leeft en een gecompliceerde voortplantingscyclus heeft
vislintwormen	=	vislintworm
vislintwormpje	=	vislintworm
vislintwormpjes	=	vislintworm
visloos	adj	zonder vis
visloost	=	visloos
vislooste	=	visloos
visloze	=	visloos
vislozer	=	visloos
vislozere	=	visloos
vislozers	=	visloos
vislucht	noun	de geur van vissen
visluchten	=	vislucht
visluchtje	=	vislucht
visluchtjes	=	vislucht
visluizen	noun	Branchiura een kleine, gespecialiseerde onderklasse van parasitaire kreeftachtigen
vismaal	noun	hoeveelheid bereid vlees van zeedieren als voeding voor minstens enkele uren
vismaaltijd	noun	hoeveelheid bereid vlees van zeedieren als voeding voor minstens enkele uren
vismaaltijden	=	vismaaltijd
vismaaltje	=	vismaal
vismaaltjes	=	vismaal
vismaat	noun	vriend waarmee men vist
vismalen	=	vismaal
visman	noun	iemand die vis verkoopt
vismannen	=	visman
vismarkt	noun	een plaats waar men vis verkoopt
vismarkten	=	vismarkt
vismarktje	=	vismarkt
vismarktjes	=	vismarkt
vismarter	noun	bepaald soort zoogdier, Martes pennanti, de grootste soort marter, komt voor in de noordelijke naaldwouden van Noord-Amerika; eet in weerwil van zijn naam zelden vis, wel is het een van de weinige zoogdieren die succesvol jacht maken op stekelvarkens Mensen maken jacht op de vismarter voor zijn pels, die als zeer waardevol wordt beschouwd.
vismarters	=	vismarter
vismartertje	=	vismarter
vismartertjes	=	vismarter
vismaten	=	vismaat
vismeel	noun	vermalen en gedroogde vis of garnalen die men meestal gebruikt als veevoer
vismes	noun	deel van het tafelbestek
vismesje	=	vismes
vismesjes	=	vismes
vismessen	=	vismes
vismigratierivier	noun	kunstmatig aangelegde waterweg waarlangs vissen van het ene naar het andere water kunnen trekken
vismigratierivieren	=	vismigratierivier
vismijn	noun	een instelling die bemiddelt in de verkoop van gevangen vis aan de handelaar
vismijnen	=	vismijn
vismoot	noun	afgesneden gedeelte van een vis
vismoten	=	vismoot
visnet	noun	vlechtwerk van touw om waterdieren te vangen of in water te bewaren
visnetje	=	visnet
visnetjes	=	visnet
visnetten	=	visnet
visnevengeul	noun	een geul naast een sluis die dienst doet als vistrap
visnevengeulen	=	visnevengeul
visnevengeultje	=	visnevengeul
visnevengeultjes	=	visnevengeul
visolie	noun	geraffineerde olie afkomstig uit vissen
visolies	=	visolie
visolietje	=	visolie
visoliën	=	visolie
visotter	noun	bepaald soort zoogdier, Lutra lutra
visotters	=	visotter
visottertje	=	visotter
visottertjes	=	visotter
vispan	noun	een pan waarin men vis kan bereiden
vispannen	=	vispan
vispannetje	=	vispan
vispannetjes	=	vispan
vispas	noun	een vergunning waarmee aangetoond kan worden, dat de houder van de vergunning in een bepaald oppervlaktewater of op een bepaald tijdstip mag gaan vissen
vispassen	=	vispas
visplaat	noun	metalen plaat met gaatjes waarop men een vis kan koken in een vispan
visplaatje	=	visplaat
visplaatjes	=	visplaat
visplan	noun	een planning betreffende de visserij
visplannen	=	visplan
visplaten	=	visplaat
visplek	noun	plaats waar men met een hengel kan vissen
visplekje	=	visplek
visplekjes	=	visplek
visplekken	=	visplek
vispopulatie	noun	het totaal aan vissen op een bepaalde plek
vispopulaties	=	vispopulatie
vispopulatietje	=	vispopulatie
vispudding	noun	gerecht bereid uit een met gelatine gebonden mengsel van gepureerde vis met meel of broodkruim en ingrediënten die de smaak verhogen
vispuddingen	=	vispudding
vispuddinkje	=	vispudding
vispuddinkjes	=	vispudding
visreis	noun	een reis waarin vissen een belangrijke bezigheid is
visreisje	=	visreis
visreisjes	=	visreis
visreizen	=	visreis
visrestaurant	noun	eetgelegenheid waar men visgerechten serveert
visrestaurantje	=	visrestaurant
visrestaurantjes	=	visrestaurant
visrestaurants	=	visrestaurant
visrijk	adj	veel vis bevattend
visrijke	=	visrijk
visrijker	=	visrijk
visrijkere	=	visrijk
visrijkers	=	visrijk
visrijks	=	visrijk
visrijkst	=	visrijk
visrijkste	=	visrijk
visrokerij	noun	plaats waar vis gerookt wordt
visrokerijen	=	visrokerij
visruim	noun	ruim van een vissersschip waarin men de gevangen, dode vis bewaart
visruimen	=	visruim
vissaus	noun	vloeibare substantie gemaakt van vergiste vis die aan een gerecht wordt toegevoegd voor extra smaak
vissausen	=	vissaus
vissausje	=	vissaus
vissausjes	=	vissaus
vissauzen	=	vissaus
visschen	=	vissen
visscher	=	visser
visschersdorp	=	vissersdorp
visschotel	noun	gerecht met of van vis
visschotels	=	visschotel
visschoteltje	=	visschotel
visschoteltjes	=	visschotel
visse	=	vissen
visseizoen	noun	een seizoen waarin het toegestaan is om te vissen
visseizoenen	=	visseizoen
visseizoentje	=	visseizoen
visseizoentjes	=	visseizoen
vissen	verb	vis proberen te vangen	noun	een groep Pisces van in water levende, gewervelde dieren die zich voortbewegen met behulp van vinnen en ademhalen door middel van onder meer kieuwen.
vissend	=	vissen
vissende	=	vissen
vissenkom	noun	bolle bak met water waarin een (goud)vis gehouden kan worden als huisdier
vissenkommen	=	vissenkom
vissenkommetje	=	vissenkom
vissenkommetjes	=	vissenkom
vissenkop	noun	de kop van een vis.
vissenkopje	=	vissenkop
vissenkopjes	=	vissenkop
vissenkoppen	=	vissenkop
vissenogen	=	vissenoog
vissenoog	noun	het oog van een vis
vissenoogje	=	vissenoog
vissenoogjes	=	vissenoog
vissenpoep	noun	poep van vissen
vissenpoepen	=	vissenpoep
vissenpoepje	=	vissenpoep
vissenpoepjes	=	vissenpoep
vissenstaart	noun	gespierde achterste gedeelte dat zorgt voor de voortbeweging van een zeedier met schubben en kieuwen
vissenstaarten	=	vissenstaart
visser	noun	iemand die beroepsmatig vist
visserig	adj	lijkend op een vis, vis bevattend
visserige	=	visserig
visseriger	=	visserig
visserigere	=	visserig
visserigers	=	visserig
visserigs	=	visserig
visserigst	=	visserig
visserigste	=	visserig
visserij	noun	het vangen van vis of andere organismen (weekdieren, schaaldieren, schelpdieren, zoogdieren, algen, zeewier) uit het water, al of niet als broodwinning
visserijbiologen	=	visserijbioloog
visserijbioloog	noun	bioloog die zich richt op de effecten van visserij op het (zee)leven
visserijbioloogje	=	visserijbioloog
visserijbioloogjes	=	visserijbioloog
visserijen	=	visserij
visserijminister	noun	een minister in een kabinet die zich bezig houdt met de visserij
visserijministers	=	visserijminister
visserijprobleem	noun	moeilijkheden voor de visserij
visserijproblemen	=	visserijprobleem
visserijrechten	noun	rechten verkregen om ergens te kunnen vissen
visserijsector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van de visserij
visserijsectoren	=	visserijsector
visserijsectors	=	visserijsector
visserijtje	=	visserij
visserijwet	noun	door de overheid vastgestelde regels die gelden voor iedereen die beroepsmatig vis vangt
visserijwetten	=	visserijwet
visserijzaak	noun	winkel waar men vis verkoopt aan particulieren
visserijzaakje	=	visserijzaak
visserijzaakjes	=	visserijzaak
visserijzaken	=	visserijzaak
vissers	=	visser
vissersbevolking	noun	de groep mensen en hun gezinnen die voor hun levensonderhoud en inkomsten (vrijwel) volledig afhankelijk zijn van de visserij.
vissersbevolkingen	=	vissersbevolking
vissersbevolkinkje	=	vissersbevolking
vissersbevolkinkjes	=	vissersbevolking
vissersboot	noun	een voor de visvangst ingerichte boot
vissersbootje	=	vissersboot
vissersbootjes	=	vissersboot
vissersboten	=	vissersboot
visserschip	=	vissersschip
vissersdorp	noun	dorp waar veel vissers wonen of woonden; dorp met een vissershaven
vissersdorpen	=	vissersdorp
vissersdorpje	=	vissersdorp
vissersdorpjes	=	vissersdorp
vissersfamilie	noun	familie waarvan meerdere leden visser van beroep zijn
vissersfamilies	=	vissersfamilie
vissershaven	noun	een type haven met aangepaste infrastructuur voor vissersschepen en het behandelen van de vangst
vissershavens	=	vissershaven
vissershaventje	=	vissershaven
vissershaventjes	=	vissershaven
visserslatijn	noun	opschepperij van vissers over hun vangsten
visserspink	noun	zeilboot voor vissers
visserspinken	=	visserspink
visserspinkje	=	visserspink
visserspinkjes	=	visserspink
vissersplaats	noun	plaats met haven waar veel visserij wordt beoefend
vissersplaatsen	=	vissersplaats
vissersplaatsje	=	vissersplaats
vissersplaatsjes	=	vissersplaats
vissersring	noun	zegelring gedragen door de paus, met een afbeelding van de apostel Petrus in een boot, terwijl die een visnet ophaalt
vissersringen	=	vissersring
vissersscheepje	=	vissersschip
vissersscheepjes	=	vissersschip
vissersschepen	=	vissersschip
vissersschip	noun	een voor de visvangst ingericht schip
vissersvereniging	noun	een organisatie die de belangen van vissers behartigt en gezamenlijke voorzieningen beheert.
vissersverenigingen	=	vissersvereniging
vissersverenigingetje	=	vissersvereniging
vissersverenigingetjes	=	vissersvereniging
vissersvloot	noun	verzameling vissersvaartuigen met een gemeenschappelijke thuishaven
vissersvlootje	=	vissersvloot
vissersvlootjes	=	vissersvloot
vissersvloten	=	vissersvloot
visserswoning	noun	een traditioneel, vaak klein huisje waarin vroeger vissers en hun gezinnen woonden.
visserswoningen	=	visserswoning
visserswoninkje	=	visserswoning
visserswoninkjes	=	visserswoning
visserszonen	=	visserszoon
visserszoon	noun	jongen of man die waarvan de vader vissen vangt als beroep
visserszoons	=	visserszoon
visserszoontje	=	visserszoon
visserszoontjes	=	visserszoon
vissertje	=	visser
vissertjes	=	visser
vissig	adj	lijkend op vis of de smaak van vis
vissige	=	vissig
vissiger	=	vissig
vissigere	=	vissig
vissigers	=	vissig
vissigs	=	vissig
vissigst	=	vissig
vissigste	=	vissig
vissmaak	noun	iets met een smaak die lijkt op die van vis
vissmaakje	=	vissmaak
vissmaakjes	=	vissmaak
vissmaken	=	vissmaak
vissnoer	noun	dun, transparant, stevig draad dat men gebruikt bij het vissen met een hengel
vissnoeren	=	vissnoer
vissnoertje	=	vissnoer
vissnoertjes	=	vissnoer
vissoep	noun	soep bereid van vis(resten)
vissoepen	=	vissoep
vissoepje	=	vissoep
vissoepjes	=	vissoep
vissoort	noun	zeedieren die door overeenkomend uiterlijk en smaak dezelfde naam dragen
vissoorten	=	vissoort
visspeer	noun	speer die wordt gebruikt om vis te vangen
visspeertje	=	visspeer
visspeertjes	=	visspeer
vissperen	=	visspeer
visstaart	noun	achterste deel van gewervelde zeedieren met kieuwen (Pisces)
visstaarten	=	visstaart
visstaartje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor insecten uit de familie Nolidae in de superfamilie Noctuoidea met 1700 bekende soorten
visstaartjes	noun	alleen verkleinwoord Nolidae een familie van vlinders in de superfamilie Noctuoidea.
visstand	noun	de hoeveelheid en variatie van vissen die in een bepaald water aanwezig zijn
visstanden	=	visstand
visstandje	=	visstand
visstands	=	visstand
visstek	noun	plaats waar men als hobbyist vissen kan en mag vangen
visstekje	=	visstek
visstekjes	=	visstek
visstekken	=	visstek
visster	=	visser
visstick	noun	rechthoekig staafje gefileerde, gepaneerde vis in (1,5 x 3 x 9 cm) geschikt om te bakken of te frituren
visstickje	=	visstick
vissticks	=	visstick
visstoel	noun	een opklapbaar stoeltje waarop de visser kan zitten tijdens het vissen
visstoelen	=	visstoel
visstoeltje	=	visstoel
visstoeltjes	=	visstoel
vist	=	vissen
vistas	noun	buidel of koffertje met benodigdheden voor het hengelen
vistasje	=	vistas
vistasjes	=	vistas
vistassen	=	vistas
viste	=	vissen
visten	=	vissen
vistijd	noun	de tijd dat men kan en mag vissen
vistijden	=	vistijd
vistijdje	=	vistijd
vistijdjes	=	vistijd
vistocht	noun	een korte reis die men maakt om te vissen
vistochten	=	vistocht
vistochtje	=	vistocht
vistochtjes	=	vistocht
vistrap	noun	een trap voor vissen om voorbij een sluis, stuw, watermolen of ander obstakel te komen
vistrapje	=	vistrap
vistrapjes	=	vistrap
vistrappen	=	vistrap
vistrip	noun	reis waarbij vissen de belangrijkste activiteit is
vistripje	=	vistrip
vistripjes	=	vistrip
vistrippen	=	vistrip
vistrips	=	vistrip
vistuig	noun	werktuigen die men gebruikt bij het vissen zoals bijvoorbeeld netten en hengels
vistuigen	=	vistuig
vistuigje	=	vistuig
vistuigjes	=	vistuig
visualisatie	noun	het visualiseren, veraanschouwelijking
visualisaties	=	visualisatie
visualisatietje	=	visualisatie
visualiseer	=	visualiseren
visualiseerde	=	visualiseren
visualiseerden	=	visualiseren
visualiseert	=	visualiseren
visualisere	=	visualiseren
visualiseren	verb	iets beeldend voorstellen (mentaal), voor de geest halen
visualiserend	=	visualiseren
visualiserende	=	visualiseren
visualiteit	noun	het visueel zijn
visualiteiten	=	visualiteit
visueel	adj	betreffende het zicht, betreffende het zienbare
visueels	=	visueel
visueelst	=	visueel
visueelste	=	visueel
visuele	=	visueel
visueler	=	visueel
visuelere	=	visueel
visuelers	=	visueel
visuil	noun	een vogel uit de familie der uilen (Strigidae)
visuilen	noun	Ketupa een geslacht van vogels uit de familie uilen (Strigidae).
visuiltje	=	visuil
visuiltjes	=	visuil
visum	noun	een officiële toestemming een land binnen te reizen en in dat land te verblijven, afgegeven door het betreffende land.
visumaanvraag	noun	de aanvraag voor een officiële toestemming een land binnen te reizen en in dat land te verblijven.
visumaanvraagje	=	visumaanvraag
visumaanvraagjes	=	visumaanvraag
visumaanvragen	=	visumaanvraag
visumpje	=	visum
visumpjes	=	visum
visums	=	visum
visus	noun	een maat voor gezichtsscherpte als onderdeel van het meeromvattende gezichtsvermogen
visvakantie	noun	Vakantie waarbij vissen de belangrijkste activiteit is.
visvakanties	=	visvakantie
visvakantietje	=	visvakantie
visvakantietjes	=	visvakantie
visvangst	noun	het vangen van vis.
visvangsten	=	visvangst
visvangstje	=	visvangst
visvangstjes	=	visvangst
visverbod	noun	tijdelijk of permanent verbod om te vissen op een bepaalde soort vis of in een bepaald gebied, vaak om de visstand te beschermen tijdens het paaiseizoen (de 'gesloten tijd') of om de natuur te beschermen, zoals via de Wet natuurbescherming.
visverboden	=	visverbod
visverbodje	=	visverbod
visverbodjes	=	visverbod
visvereniging	noun	een lokale club van sportvissers.
visverenigingen	=	visvereniging
visverenigingetje	=	visvereniging
visverenigingetjes	=	visvereniging
visverkoper	noun	iemand die vis verkoopt
visverkopers	=	visverkoper
visverkopertje	=	visverkoper
visverkopertjes	=	visverkoper
visverlof	noun	vergunning om te vissen
visverloven	=	visverlof
visvijver	noun	stilstaand water aangelegd om vissen in te houden
visvijvers	=	visvijver
visvijvertje	=	visvijver
visvijvertjes	=	visvijver
visvoer	noun	eten geschikt voor vissen
visvormig	adj	vorm van een vis hebbend
visvormige	=	visvormig
visvormiger	=	visvormig
visvormigere	=	visvormig
visvormigers	=	visvormig
visvormigs	=	visvormig
visvormigst	=	visvormig
visvormigste	=	visvormig
viswant	noun	visnet, vistuig
viswanten	=	viswant
viswater	noun	water waarin men vist of waar zich vis ophoudt.
viswateren	=	viswater
viswaters	=	viswater
viswatertje	=	viswater
viswatertjes	=	viswater
viswedstrijd	noun	een wedstrijd tussen sportvissers
viswedstrijden	=	viswedstrijd
viswedstrijdje	=	viswedstrijd
viswedstrijdjes	=	viswedstrijd
visweer	noun	weer dat geschikt is om te vissen
viswijf	noun	een vrouw die vis verkoopt
viswijfje	=	viswijf
viswijfjes	=	viswijf
viswijven	=	viswijf
viswinkel	noun	zaak waar consumenten zeedieren kunnen kopen om op te eten
viswinkels	=	viswinkel
viswinkeltje	=	viswinkel
viswinkeltjes	=	viswinkel
viszaak	noun	winkel waar men vis verkoopt
viszaakje	=	viszaak
viszaakjes	=	viszaak
viszaken	=	viszaak
viséen	noun	tweede tijdsnede van het tijdvak mississippien, van 346,7 tot 330,9 miljoen jaar geleden
vit	=	vitten
vitaal	adj	vol levenskracht
vitaals	=	vitaal
vitaalst	=	vitaal
vitaalste	=	vitaal
vitale	=	vitaal
vitaler	=	vitaal
vitalere	=	vitaal
vitalers	=	vitaal
vitaliseer	=	vitaliseren
vitaliseerde	=	vitaliseren
vitaliseerden	=	vitaliseren
vitaliseert	=	vitaliseren
vitalisere	=	vitaliseren
vitaliseren	verb	het (opnieuw) actief of levendig maken van iets; zorgen dat iets actiever wordt
vitaliserend	=	vitaliseren
vitaliserende	=	vitaliseren
vitalisme	noun	literaire stroming in Nederland en Vlaanderen (1920-1933) die propageert om intens, vurig en gevaarlijk te leven
vitalist	noun	iemand die gelooft dat er voor het leven meer krachten en natuurwetten nodig zijn dan die van de natuurkunde, chemie en biologie
vitalisten	=	vitalist
vitalistisch	adj	betrekking hebbend op het vitalisme
vitalistische	=	vitalistisch
vitalistischer	=	vitalistisch
vitalistischere	=	vitalistisch
vitalistischers	=	vitalistisch
vitaliteit	noun	het vitaal zijn, de energie om te leven, levenskracht
vitaliteiten	=	vitaliteit
vitaliteitje	=	vitaliteit
vitaliteitsregeling	noun	fiscaal aantrekkelijke manier om te sparen voor een hoger pensioen of een pensioen dat eerder ingaat
vitaliteitsregelingen	=	vitaliteitsregeling
vitalo	noun	vitale pensionado; vitale oudere
vitalo's	=	vitalo
vitamientje	=	vitamine
vitamientjes	=	vitamine
vitamine	noun	een stof die het lichaam in kleine hoeveelheden nodig heeft, maar niet of bijna niet door het lichaam zelf aangemaakt kan worden en derhalve in voldoende mate via voedsel of supplement ingenomen moet worden
vitamineer	=	vitamineren
vitamineerde	=	vitamineren
vitamineerden	=	vitamineren
vitamineert	=	vitamineren
vitaminegebrek	noun	te weinig van een bepaalde vitamine in het lichaam hebben waardoor het lichaam niet goed functioneren kan
vitamineloos	adj	zonder vitamines
vitamineloost	=	vitamineloos
vitaminelooste	=	vitamineloos
vitamineloze	=	vitamineloos
vitaminelozer	=	vitamineloos
vitaminelozere	=	vitamineloos
vitaminelozers	=	vitamineloos
vitaminen	=	vitamine
vitaminepil	noun	Handelspreparaat dat vitamine(s), mineralen en sporenelementen bevat.
vitaminepillen	=	vitaminepil
vitaminepilletje	=	vitaminepil
vitaminepilletjes	=	vitaminepil
vitaminere	=	vitamineren
vitamineren	verb	voeding voorzien van extra hoeveelheden vitamines
vitaminerend	=	vitamineren
vitaminerende	=	vitamineren
vitamines	=	vitamine
vitaminetekort	noun	minder vitamines eten en drinken dan dat men nodig heeft om gezond te blijven
vitaminetekorten	=	vitaminetekort
vitaminetje	=	vitamine
vitaminetjes	=	vitamine
vitesse	noun	snelheid
vitessen	=	vitesse
viti-levuhoningeter	noun	Gymnomyza brunneirostris een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
viti-levuhoningeters	=	viti-levuhoningeter
viti-levuhoningetertje	=	viti-levuhoningeter
viti-levuhoningetertjes	=	viti-levuhoningeter
vitiligo	noun	huidaandoening gekenmerkt door plaatselijke ontkleuring van de huid
vitrage	noun	een dunne gordijn gewoon van een mooie kleur die de zonnestraling enigszins tempert en inkijk voorkomt
vitrages	=	vitrage
vitreus	adj	glasachtig
vitreuze	=	vitreus
vitrine	noun	Glazen uitstalkast van voorwerpen die zo kostbaar of kwetsbaar zijn dat ze niet zonder bescherming kunnen worden getoond.
vitrinekast	noun	een opbergplaats waarbij men van buiten, door glas heen, kan zien wat erin opgeborgen is
vitrinekasten	=	vitrinekast
vitrinekastje	=	vitrinekast
vitrinekastjes	=	vitrinekast
vitrines	=	vitrine
vitrinetje	=	vitrine
vitrinetjes	=	vitrine
vitriolen	=	vitriool
vitriool	noun|figurative	getoonde bijtende aggressie
vitrokeramisch	adj	betrekking hebbend op vitrokeramiek
vitrokeramische	=	vitrokeramisch
vitrokeramischer	=	vitrokeramisch
vitrokeramischere	=	vitrokeramisch
vitrokeramischers	=	vitrokeramisch
vitte	=	vitten
vitten	verb	op gezochte, kleinzielige wijze afbrekende kritiek uitoefenen, kleingeestige aanmerkingen maken
vittend	=	vitten
vittende	=	vitten
vitter	noun	iemand die (steeds) vit, een raisonneur, haarklover, drammer, muggenzifter
vitterig	adj	geneigd tot vitten
vitterige	=	vitterig
vitteriger	=	vitterig
vitterigere	=	vitterig
vitterigers	=	vitterig
vitterigs	=	vitterig
vitterigst	=	vitterig
vitterigste	=	vitterig
vitterij	noun	kleinzielige kritiek
vitterijen	=	vitterij
vitters	=	vitter
vittertje	=	vitter
vittertjes	=	vitter
vitusdans	noun	neurologische ziekte die gekenmerkt wordt door onwillekeurige schokkerige bewegingen
vitusdansen	=	vitusdans
vivace	adv	aanwijzing hoe men de muziek moet spelen n.l. op een levendige manier
vivaciteit	noun	levendigheid , vlugheid
vivaciteiten	=	vivaciteit
vivaldicoalitie	noun	een coalitie waarin christendemocraten, groenen, liberalen en sociaaldemocraten samen de regering vormen
vivaldicoalities	=	vivaldicoalitie
vivaria	=	vivarium
vivarium	noun	bak om dieren levend in te bewaren
vivariumpje	=	vivarium
vivariumpjes	=	vivarium
vivariums	=	vivarium
vivat	intj	dat hij, zij leve
vivipaar	adj	levende jongen ter wereld brengend
vivipaarder	=	vivipaar
vivipaardere	=	vivipaar
vivipaarders	=	vivipaar
vivipaare	=	vivipaar
vivipaars	=	vivipaar
vivipaarst	=	vivipaar
vivipaarste	=	vivipaar
vivipare	=	vivipaar
vivisectie	noun	is het ontleden van een levend dier voor wetenschappelijk onderzoek
vivisecties	=	vivisectie
vizier	noun	richttoestel op de loop van een vuurwapen
vizieren	=	vizier
vizierliniaal	noun	een liniaal waarop twee vizieren zijn geplaatst onder een rechte hoek
vizierliniaaltje	=	vizierliniaal
vizierliniaaltjes	=	vizierliniaal
vizierlinialen	=	vizierliniaal
viziers	=	vizier
viziertje	=	vizier
viziertjes	=	vizier
viëën	=	veen
vj	noun	iemand die bewegende beelden maakt op een groot scherm voor een groot publiek in nachtclubs, discotheken en muziekfestivals
vj's	=	vj
vj-performance	noun	voorstelling van een videojockey
vj-performances	=	vj-performance
vk	noun	het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland
vla	noun	een zoet dikvloeibaar nagerecht op basis van zuivel, eieren, zetmeel (maïzena) en vanille
vla's	=	vla
vlaag	noun	een plotselinge windstoot, een rukwind, windvlaag
vlaagje	=	vlaag
vlaagjes	=	vlaag
vlaai	noun	plat cirkelvormig gebak met opstaande rand, dat normaliter opgevuld wordt met vruchten en vooral bekend is als lokale lekkernij in Belgisch en Nederlands Limburg
vlaaien	=	vlaai
vlaaitje	=	vlaai
vlaaitjes	=	vlaai
vlaak	noun	plat vlechtwerk van gedroogde plantenstengels zoals tenen, riet of takjes
vlaams	adj	betrekking hebbende op Vlaanderen of de Vlamingen
vlaams-brabander	noun	een inwoner van Vlaams-Brabant, of iemand afkomstig uit Vlaams-Brabant
vlaams-brabanders	=	vlaams-brabander
vlaams-brabants	adj	op Vlaams-Brabant betrekking hebbend
vlaams-brabantse	noun	een vrouwelijke inwoner van Vlaams-Brabant, of een vrouw afkomstig uit Vlaams-Brabant
vlaams-brabantsen	=	vlaams-brabantse
vlaams-nationalisme	noun	een nationalistische politieke stroming die streeft naar de culturele, economische en politieke onafhankelijkheid van Vlaanderen
vlaams-nationalist	noun	aanhanger van het Vlaams-nationalisme
vlaams-nationaliste	=	vlaams-nationalist
vlaams-nationalisten	=	vlaams-nationalist
vlaams-nationalistisch	adj	betrekking hebbend op een politieke stroming die streeft naar maximale autonomie of volledige onafhankelijkheid voor Vlaanderen, vaak met het doel los te komen van de Belgische federale structuur
vlaams-nationalistische	=	vlaams-nationalistisch
vlaams-nationalistischer	=	vlaams-nationalistisch
vlaams-nationalistischere	=	vlaams-nationalistisch
vlaams-nationalistischers	=	vlaams-nationalistisch
vlaams-nationalistje	=	vlaams-nationalist
vlaamse	noun	een vrouwelijke inwoner van Vlaanderen, of een vrouw afkomstig uit Vlaanderen
vlaamsen	=	vlaamse
vlaamser	=	vlaams
vlaamsere	=	vlaams
vlaamsers	=	vlaams
vlaamst	=	vlaams
vlaamstalig	adj	de Vlaamse taal sprekend, de Vlaamse variant van het Nederlands sprekend
vlaamstalige	=	vlaamstalig
vlaamstaligs	=	vlaamstalig
vlaamste	=	vlaams
vlaatje	=	vla
vlaatjes	=	vla
vladder	noun	zachte droge borstel waarmee behangers behang tegen de muur aandrukken en gladstrijken
vladders	=	vladder
vlade	noun	vlakke koek of taart van ongedesemd deeg
vladen	=	vlade
vlaflip	noun	nagerecht, bestaande uit limonadesiroop, yoghurt en vanillevla geserveerd in een hoog glas
vlaflips	=	vlaflip
vlag	noun	lap stof met een vast patroon van kleuren die gevoerd wordt als symbool van een organisatie, beweging of natie
vlagborstelworm	noun	Psammoryctides albicola een ringworm uit de familie van de Naididae.
vlagborstelwormen	=	vlagborstelworm
vlagborstelwormpje	=	vlagborstelworm
vlagborstelwormpjes	=	vlagborstelworm
vlagde	=	vlaggen
vlagden	=	vlaggen
vlagen	=	vlaag
vlagerig	adj	met vlagen
vlagerige	=	vlagerig
vlageriger	=	vlagerig
vlagerigere	=	vlagerig
vlagerigers	=	vlagerig
vlagerigs	=	vlagerig
vlagerigst	=	vlagerig
vlagerigste	=	vlagerig
vlagge	=	vlaggen
vlaggen	verb	de vlag uithangen
vlaggenbaarsje	noun	bepaald soort goud- tot rozekleurig baarsje, Anthias anthias, dat lijkt op een goudvis, en veel wordt aangetroffen langs schaduwrijke en ondiepe holen en rotsformaties in de Middellandse Zee en het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan Deze soort heeft een diepgevorkte zwaluwstaart en lange sluiervormige buikvinnen.
vlaggenbaarsjes	=	vlaggenbaarsje
vlaggend	=	vlaggen
vlaggende	=	vlaggen
vlaggendrongo	noun	Dicrurus paradiseus een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus
vlaggendrongo's	=	vlaggendrongo
vlaggendrongootje	=	vlaggendrongo
vlaggendrongootjes	=	vlaggendrongo
vlaggengroet	noun	het laten zakken van de vlag als erkenning van elkaars aanwezigheid wanneer men elkaar ontmoet
vlaggengroeten	=	vlaggengroet
vlaggenkunde	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met vlaggen.
vlaggenlijn	noun	een slinger van vlaggen
vlaggenlijnen	=	vlaggenlijn
vlaggenlijntje	=	vlaggenlijn
vlaggenlijntjes	=	vlaggenlijn
vlaggenmast	noun	een paal waaraan een vlag opgehesen kan worden
vlaggenmasten	=	vlaggenmast
vlaggenmastje	=	vlaggenmast
vlaggenmastjes	=	vlaggenmast
vlaggenscheepje	=	vlaggenschip
vlaggenscheepjes	=	vlaggenschip
vlaggenschepen	=	vlaggenschip
vlaggenschip	noun	schip waarop zich de bevelvoerder over een vloot of eskader bevindt (die bevoegd is een commandovlag te voeren)
vlaggenschipwinkel	noun	grote winkel waarin één product of één merk op een grootse wijze wordt gepromoot
vlaggenschipwinkels	=	vlaggenschipwinkel
vlaggenslinger	noun	een decoratieve slinger die bestaat uit een reeks kleine vlaggetjes aan een touw of lint
vlaggenslingers	=	vlaggenslinger
vlaggenslingertje	=	vlaggenslinger
vlaggenslingertjes	=	vlaggenslinger
vlaggenstok	noun	staaf waaraan men een vlag kan bevestigen
vlaggenstokje	=	vlaggenstok
vlaggenstokjes	=	vlaggenstok
vlaggenstokken	=	vlaggenstok
vlaggeschip	=	vlaggenschip
vlaggetje	=	vlag
vlaggetjes	=	vlag
vlaggetjesdag	noun	de jaarlijkse feestdag dat de haringvloot voor het eerst in het seizoen een proefvaart maakt om de motoren en de schepen te testen
vlaggetjesdagen	=	vlaggetjesdag
vlaggewikkeblauwtje	noun	Polyommatus eros een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
vlaggewikkeblauwtjes	=	vlaggewikkeblauwtje
vlaginstructie	noun	aanwijzingen voor het uitsteken van de nationale vlag vanaf overheidsgebouwen ter gelegenheid van feestdagen zoals in Nederland: Bevrijdingsdag, nationale dodenherdenking etc.
vlaginstructies	=	vlaginstructie
vlagje	=	vlag
vlagjes	=	vlag
vlagkolibrie	noun	Loddigesia mirabilis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vlagkolibries	=	vlagkolibrie
vlagkolibrietje	=	vlagkolibrie
vlagkolibrietjes	=	vlagkolibrie
vlagschip	=	vlaggenschip
vlagstaartijsvogel	noun	Tanysiptera galatea een endemische vogel in Nieuw-Guinea en de eilanden ten westen daarvan tot aan de lijn van Weber
vlagstaartijsvogels	noun	een geslacht Tanysiptera van vogels uit de familie van de ijsvogels (Alcedinidae).
vlagstaartijsvogeltje	=	vlagstaartijsvogel
vlagstaartijsvogeltjes	=	vlagstaartijsvogel
vlagstaartkolibrie	noun	Discosura longicaudus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vlagstaartkolibries	=	vlagstaartkolibrie
vlagstaartkolibrietje	=	vlagstaartkolibrie
vlagstaartkolibrietjes	=	vlagstaartkolibrie
vlagstaartpapegaaien	noun	Prioniturus een geslacht van vogels uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
vlagstaartroestpluimbroekje	noun	Ocreatus addae een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
vlagstaartroestpluimbroekjes	=	vlagstaartroestpluimbroekje
vlagstaartscharrelaar	noun	Coracias spatulata een soort scharrelaar die een opvallende staart heeft met lange sierveren.
vlagstaartscharrelaars	=	vlagstaartscharrelaar
vlagstaartscharrelaartje	=	vlagstaartscharrelaar
vlagstaartscharrelaartjes	=	vlagstaartscharrelaar
vlagstaartwitpluimbroekje	noun	Ocreatus underwoodii een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
vlagstaartwitpluimbroekjes	=	vlagstaartwitpluimbroekje
vlagt	=	vlaggen
vlagvertonen	=	vlagvertoon
vlagvertoon	noun	door het hijsen van een vlag demonstreren dat men ergens macht over heeft
vlagvissen	noun	een familie Kuhliidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
vlagzalm	noun	bepaald soort vis, Thymallus thymallus, die in de Benelux inheems is
vlagzalmen	noun	een geslacht Thymallus uit de onderfamilie Thymallinae van de Salmonidae (zalmen).
vlagzalmpje	=	vlagzalm
vlagzalmpjes	=	vlagzalm
vlak	adv	op vlakke wijze	noun	een verzameling punten die twee dimensies vult
vlakaf	adv	zonder omwegen, vlakuit
vlakbank	noun	machine voor het vlak maken van hout (d.m.v. schaven)
vlakbanken	=	vlakbank
vlakbankje	=	vlakbank
vlakbankjes	=	vlakbank
vlakbij	adv	in de directe nabijheid
vlakcoördinaten	noun	coördinaten die de ligging van een plat vlak in de ruimte bepalen
vlakdruk	noun	druktechniek waarbij het geïnkte deel van het af te drukken beeld even hoog ligt als het niet-geïnkte deel
vlakdrukken	=	vlakdruk
vlaken	=	vlaak
vlakgang	noun|obsolete	reeks planken in het dek van een boot
vlakgangen	=	vlakgang
vlakgangetje	=	vlakgang
vlakgangetjes	=	vlakgang
vlakgecentreerd	adj	de kortste translatievectors in de diagonale richtingen tussen de hoofdassen van de rotatiesymmetrie hebbend
vlakgecentreerde	=	vlakgecentreerd
vlakgecentreerds	=	vlakgecentreerd
vlakgemaakt	=	vlakmaken
vlakglas	noun	glas in plaatvorm
vlakgom	noun	stuk rubber dat door wrijven grafiet (potloodschrift) van papier kan verwijderen
vlakgommen	=	vlakgom
vlakgommetje	=	vlakgom
vlakgommetjes	=	vlakgom
vlakgum	noun	vlakgom
vlakgummen	=	vlakgum
vlakgummetje	=	vlakgum
vlakgummetjes	=	vlakgum
vlakhamer	noun	hamer om iets vlak te slaan
vlakhamers	=	vlakhamer
vlakhamertje	=	vlakhamer
vlakhamertjes	=	vlakhamer
vlakheid	noun	het vlak zijn
vlakje	=	vlak
vlakjes	=	vlak
vlakke	=	vlak
vlakken	verb	vlak maken
vlakkend	=	vlakken
vlakkende	=	vlakken
vlakkengecentreerd	adj	de kortste translatievectors in de diagonale richtingen tussen de hoofdassen van de rotatiesymmetrie hebbend
vlakkengecentreerde	=	vlakkengecentreerd
vlakkengecentreerds	=	vlakkengecentreerd
vlakkenwaaier	noun	de verzameling van alle vlakken door de snijrechte van twee niet evenwijdige vlakken
vlakkenwaaiers	=	vlakkenwaaier
vlakkenwaaiertje	=	vlakkenwaaier
vlakkenwaaiertjes	=	vlakkenwaaier
vlakker	noun	iemand die iets vlak maakt
vlakkere	=	vlak
vlakkers	=	vlak
vlakmaken	verb	in afgevlakte toestand brengen
vlakogig	adj	met aan de oppervlakte liggende ogen
vlakogige	=	vlakogig
vlakogigs	=	vlakogig
vlakornament	noun	vlak uitgevoerd ornament
vlakplaat	noun	een solide vlakke ondergrond voor allerlei metingen, vergelijkingen en het aftekenen van metaalwerkstukken
vlakplaatje	=	vlakplaat
vlakplaatjes	=	vlakplaat
vlakplaten	=	vlakplaat
vlaks	=	vlak
vlakschaaf	noun	schaaf speciaal ontworpen voor het zuiver vlak afwerken
vlakschaafje	=	vlakschaaf
vlakschaafjes	=	vlakschaaf
vlakschaven	verb	vlak schaven
vlakschuurmachine	noun	machine waarvan een met schuurpapier beklede plaat een trillende beweging maakt
vlakschuurmachines	=	vlakschuurmachine
vlakslijpmachientje	=	vlakslijpmachine
vlakslijpmachientjes	=	vlakslijpmachine
vlakslijpmachine	noun	elektrische machine om iets mee vlak te slijpen
vlakslijpmachines	=	vlakslijpmachine
vlakslijpmachinetje	=	vlakslijpmachine
vlakslijpmachinetjes	=	vlakslijpmachine
vlaksnuitkathaai	noun	Apristurus acanutus een haai uit de familie van de Pentanchidae
vlaksnuitkathaaien	=	vlaksnuitkathaai
vlaksnuitkathaaitje	=	vlaksnuitkathaai
vlaksnuitkathaaitjes	=	vlaksnuitkathaai
vlakspoeler	noun	WC-pot met vlak gedeelte
vlakspoelers	=	vlakspoeler
vlakspoelertje	=	vlakspoeler
vlakspoelertjes	=	vlakspoeler
vlakst	=	vlak
vlakste	=	vlak
vlakt	=	vlakken
vlaktafel	noun	een solide vlakke ondergrond voor allerlei metingen, vergelijkingen en het aftekenen van metaalwerkstukken
vlaktafels	=	vlaktafel
vlaktafeltje	=	vlaktafel
vlaktafeltjes	=	vlaktafel
vlaktaks	noun	een belastingsvorm waarbij ieder inkomen met eenzelfde percentage wordt belast
vlaktaksen	=	vlaktaks
vlaktaksje	=	vlaktaks
vlaktaksjes	=	vlaktaks
vlakte	noun	gebied met weinig of geen hoogteverschillen
vlakteleeuwerik	noun	Corypha kabalii een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
vlakteleeuweriken	=	vlakteleeuwerik
vlakteleeuwerikje	=	vlakteleeuwerik
vlakteleeuwerikjes	=	vlakteleeuwerik
vlaktemaat	noun	een eenheid/maat om de oppervlakte van iets op te meten.
vlaktematen	=	vlaktemaat
vlakten	=	vlakte
vlaktes	=	vlakte
vlaktespekvreter	noun	Emarginata sinuata een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
vlaktespekvreters	=	vlaktespekvreter
vlaktespekvretertje	=	vlaktespekvreter
vlaktespekvretertjes	=	vlaktespekvreter
vlaktetje	=	vlakte
vlakuit	adv	zonder omwegen, ronduit
vlakverdeling	noun	manier waarop een vlak is ingedeeld
vlakverdelingen	=	vlakverdeling
vlakverdelinkje	=	vlakverdeling
vlakverdelinkjes	=	vlakverdeling
vlakwater	noun	kalm water zonder veel golven
vlakwatertje	=	vlakwater
vlakwatertjes	=	vlakwater
vlakweg	adv	zonder omwegen, onomwonden
vlam	noun	kleinste vorm van vuur
vlambaar	adj	de eigenschap hebbend dat het kan branden met vlammen
vlambaarder	=	vlambaar
vlambaardere	=	vlambaar
vlambaarders	=	vlambaar
vlambaars	=	vlambaar
vlambaarst	=	vlambaar
vlambaarste	=	vlambaar
vlambare	=	vlambaar
vlambloem	noun	een plantengeslacht Phlox van circa zeventig soorten, dat behoort tot de vlambloemfamilie (Polemoniaceae).
vlambloemen	=	vlambloem
vlambloemetje	=	vlambloem
vlambloemetjes	=	vlambloem
vlambloemfamilie	noun	een familie Polemoniaceae van tweezaadlobbige planten.
vlambloemfamilies	=	vlambloemfamilie
vlambloemfamilietje	=	vlambloemfamilie
vlambloemfamilietjes	=	vlambloemfamilie
vlambogen	=	vlamboog
vlamboog	noun	boog van geïoniseerde luchtatomen (plasma), gebruikt om te lassen, metaal te smelten of te verlichten
vlamboogje	=	vlamboog
vlamboogjes	=	vlamboog
vlamboogoven	noun	oven waarin het materiaal wordt opgewarmd door een vlamboog tussen de elektroden en het materiaal
vlamboogovens	=	vlamboogoven
vlamboogoventje	=	vlamboogoven
vlamboogoventjes	=	vlamboogoven
vlamde	=	vlammen
vlamden	=	vlammen
vlaming	noun	een inwoner van Vlaanderen of iemand afkomstig uit Vlaanderen
vlaminge	noun	een vrouwelijke inwoner van Vlaanderen, of een vrouw afkomstig uit Vlaanderen
vlamingen	=	vlaming
vlaminkje	=	vlaming
vlaminkjes	=	vlaming
vlamisme	noun	woord of uitdrukking overgenomen uit het Vlaams of gevormd naar Vlaams voorbeeld
vlamismen	=	vlamisme
vlamkleurig	adj	met de geeloranje kleur van een vlam
vlamkleurige	=	vlamkleurig
vlamkleuriger	=	vlamkleurig
vlamkleurigere	=	vlamkleurig
vlamkleurigers	=	vlamkleurig
vlamkleurigs	=	vlamkleurig
vlamkleurigst	=	vlamkleurig
vlamkleurigste	=	vlamkleurig
vlamkoek	noun	hartige taart met een bodem van brooddeeg
vlamkoeken	=	vlamkoek
vlamkruinmanakin	noun	Heterocercus linteatus een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
vlamkruinmanakinnetje	=	vlamkruinmanakin
vlamkruinmanakinnetjes	=	vlamkruinmanakin
vlamkruinmanakins	=	vlamkruinmanakin
vlamme	=	vlammen
vlammen	verb	met heldere vlammen branden
vlammend	=	vlammen
vlammende	=	vlammen
vlammender	=	vlammen
vlammendere	=	vlammen
vlammenders	=	vlammen
vlammends	=	vlammen
vlammendst	=	vlammen
vlammendste	=	vlammen
vlammengloed	noun	de warmte en het licht dat een brandend vuur uitstraalt
vlammengloedje	=	vlammengloed
vlammengloedjes	=	vlammengloed
vlammenwerper	noun	wapen dat een vlam spuit
vlammenwerpers	=	vlammenwerper
vlammenwerpertje	=	vlammenwerper
vlammenzee	noun	een grenzeloos grote brand
vlammenzeetje	=	vlammenzee
vlammenzeeën	=	vlammenzee
vlammetje	noun	alleen verkleinwoord flink pittig, gefrituurd mini-loempiaatje te gebruiken als borrelhapje of snack
vlammetjes	=	vlam
vlamoven	noun	oven met overslaande vlam, waarin dat wat verhit moet worden, niet met de vuurhaard, maar alleen met de vlammen of de gloeiende gasstroom in aanraking kan komen
vlamovens	=	vlamoven
vlamoventje	=	vlamoven
vlamoventjes	=	vlamoven
vlampijp	noun	buis waardoor een gas gevoerd wordt dat aan het uiteinde daarvan verbrandt
vlampijpen	=	vlampijp
vlampijpje	=	vlampijp
vlampijpjes	=	vlampijp
vlampijpketel	noun	een stoomketel waarbij de hete rookgassen, door met water omringde vlampijpen geleid worden
vlampijpketels	=	vlampijpketel
vlampijpketeltje	=	vlampijpketel
vlampijpketeltjes	=	vlampijpketel
vlampunt	noun	de laagste temperatuur waarbij een vluchtige stof nog genoeg damp afgeeft om tot ontbranding te kunnen komen wanneer hij in contact komt met een ontstekingsbron
vlampunten	=	vlampunt
vlampuntje	=	vlampunt
vlampuntjes	=	vlampunt
vlamt	=	vlammen
vlamverbranding	noun	brandwond die ontstaat door direct contact met open vuur, zoals vlammen.
vlamverbrandingen	=	vlamverbranding
vlamverbrandinkje	=	vlamverbranding
vlamverbrandinkjes	=	vlamverbranding
vlamverdeler	noun	element van een gasstel dat de gasvlam gelijkmatig verdeelt
vlamverdelers	=	vlamverdeler
vlamverdelertje	=	vlamverdeler
vlamverdelertjes	=	vlamverdeler
vlamvormig	adj	vorm van een vlam hebbend
vlamvormige	=	vlamvormig
vlamvormiger	=	vlamvormig
vlamvormigere	=	vlamvormig
vlamvormigers	=	vlamvormig
vlamvormigs	=	vlamvormig
vlamvormigst	=	vlamvormig
vlamvormigste	=	vlamvormig
vlard	noun|obsolete	onregelmatig afgescheurd of afgebroken stuk
vlarden	=	vlard
vlas	noun	bepaald soort plant, Linum usitatissimum
vlasaard	noun	met vlas (Linum usitatissimum) bebouwd stuk grond
vlasaardje	=	vlasaard
vlasaardjes	=	vlasaard
vlasaards	=	vlasaard
vlasaardvlo	noun	Aphthona euphorbiae een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
vlasaardvlooien	=	vlasaardvlo
vlasaardvlooitje	=	vlasaardvlo
vlasaardvlooitjes	=	vlasaardvlo
vlasachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van vlas
vlasachtige	=	vlasachtig
vlasachtiger	=	vlasachtig
vlasachtigere	=	vlasachtig
vlasachtigers	=	vlasachtig
vlasachtigs	=	vlasachtig
vlasachtigst	=	vlasachtig
vlasachtigste	=	vlasachtig
vlasbek	noun	jong, onervaren persoon
vlasbekdwergspanner	noun	Eupithecia linariata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
vlasbekdwergspanners	=	vlasbekdwergspanner
vlasbekdwergspannertje	=	vlasbekdwergspanner
vlasbekdwergspannertjes	=	vlasbekdwergspanner
vlasbekgalmug	noun	Diodaulus linariae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
vlasbekgalmuggen	=	vlasbekgalmug
vlasbekgalmugje	=	vlasbekgalmug
vlasbekgalmugjes	=	vlasbekgalmug
vlasbekje	noun	bepaalde algemeen voorkomende vaste plant, Linaria vulgaris uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae); de plant komt voor in heel Europa op het hoge noorden na en in West-Azië De 3–8 cm lange bladeren zijn lancetvormig (3–6 mm breed) en hebben twee kleine steunblaadjes aan de bladvoet.
vlasbekjes	=	vlasbekje
vlasbekken	=	vlasbek
vlasbekuiltje	noun	Calophasia lunula een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae)
vlasbekuiltjes	=	vlasbekuiltje
vlasblond	adj	lichtgeel blond met name van haar
vlasblonde	=	vlasblond
vlasblonder	=	vlasblond
vlasblondere	=	vlasblond
vlasblonders	=	vlasblond
vlasblonds	=	vlasblond
vlasblondst	=	vlasblond
vlasblondste	=	vlasblond
vlasdolik	noun	Lolium remotum een eenjarig, tot 60 cm groot wordend gras.
vlasdraad	noun	een dunnen draad gemaakt van vlas
vlasdraden	=	vlasdraad
vlasfamilie	noun	een familie Linaceae van tweezaadlobbige planten.
vlasfamilies	=	vlasfamilie
vlasfamilietje	=	vlasfamilie
vlasfamilietjes	=	vlasfamilie
vlashaar	noun	soort dun, droog, piekerig, lichtblond haar
vlashaartje	=	vlashaar
vlashaartjes	=	vlashaar
vlasharen	=	vlashaar
vlashuttentut	noun	Camelina sativa subsp. alyssum een eenjarige plant, die behoort tot de kruisbloemenfamilie.
vlashuttentutje	=	vlashuttentut
vlashuttentutjes	=	vlashuttentut
vlashuttentutten	=	vlashuttentut
vlasje	=	vlas
vlasjes	=	vlas
vlaskam	noun	hekel waarmee men vlasvezels in één richting kan kammen en schoonmaken
vlaskammen	=	vlaskam
vlaskleur	noun	een lichtgele, lichtblonde kleur zoals die van rijp vlas
vlaskleuren	=	vlaskleur
vlaskleurig	adj	een lichtgele, lichtblonde kleur zoals die van rijp vlas
vlaskleurige	=	vlaskleurig
vlaskleuriger	=	vlaskleurig
vlaskleurigere	=	vlaskleurig
vlaskleurigers	=	vlaskleurig
vlaskleurigs	=	vlaskleurig
vlaskleurigst	=	vlaskleurig
vlaskleurigste	=	vlaskleurig
vlaskleurtje	=	vlaskleur
vlaskleurtjes	=	vlaskleur
vlaskop	noun	iemand met blond haar
vlaskopje	=	vlaskop
vlaskopjes	=	vlaskop
vlaskoppen	=	vlaskop
vlasleeuwenbek	noun	een geslacht Linaria van ongeveer honderd soorten uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
vlasleeuwenbekje	=	vlasleeuwenbek
vlasleeuwenbekjes	=	vlasleeuwenbek
vlasleeuwenbekken	=	vlasleeuwenbek
vlasolie	noun	onjuiste benaming van lijnzaadolie
vlasroest	noun	Melampsora lini een paddenstoel uit de familie Melampsoraceae.
vlasroesten	=	vlasroest
vlasroestje	=	vlasroest
vlasroestjes	=	vlasroest
vlasse	=	vlassen
vlassen	verb	~ op: proberen iets te krijgen wat men graag wil hebben	adj	gemaakt uit vezels van de vlasplant Linum usitatissimum
vlassend	=	vlassen
vlassende	=	vlassen
vlasser	noun	iemand die werkzaam is in de vlasteelt en vlasbewerking
vlassers	=	vlasser
vlassig	adj	van haar dat blond, dun en pluizig is
vlassige	=	vlassig
vlassiger	=	vlassig
vlassigere	=	vlassig
vlassigers	=	vlassig
vlassigs	=	vlassig
vlassigst	=	vlassig
vlassigste	=	vlassig
vlast	=	vlassen
vlaste	=	vlassen
vlasten	=	vlassen
vlasvink	noun	bepaald soort vinkachtige vogel Carduelis cannabina
vlasvinken	=	vlasvink
vlaswarkruid	noun	Cuscuta epilinum een parasiterende, eenjarige plant op vlas en behoort tot de windefamilie (Convolvulaceae).
vlaswarkruiden	=	vlaswarkruid
vlaswarkruidje	=	vlaswarkruid
vlaswarkruidjes	=	vlaswarkruid
vlaszaad	noun	zaad van vlas Linum usitatissimum, m.n. gebruikt om olie uit te winnen.
vlaszaadje	=	vlaszaad
vlaszaden	=	vlaszaad
vlecht	noun	een gebonden pluk haar of andere vezels
vlechtbroden	=	vlechtbrood
vlechtbrood	noun	meelproduct gemaakt door het bakken van om elkaar gewikkelde strengen meeldeeg
vlechte	=	vlechten
vlechten	verb	in elkaar strengelen
vlechtend	=	vlechten
vlechtende	=	vlechten
vlechter	noun	iemand die vlecht
vlechters	=	vlechter
vlechting	noun	iets dat gevlochten is
vlechtingen	=	vlechting
vlechtje	=	vlecht
vlechtjes	=	vlecht
vlechtscholen	=	vlechtschool
vlechtschool	noun	school waar men kon leren (manden) vlechten
vlechtschooltje	=	vlechtschool
vlechtschooltjes	=	vlechtschool
vlechtsel	noun	wat door vlechten is ontstaan
vlechtsels	=	vlechtsel
vlechtseltje	=	vlechtsel
vlechtseltjes	=	vlechtsel
vlechttuin	noun	opstaande rij palen op een zinkstuk met daardoorheen gevlochten rijshout, ter voorkoming van het afrollen van ballaststeen
vlechttuinen	=	vlechttuin
vlechttuintje	=	vlechttuin
vlechttuintjes	=	vlechttuin
vlechtwerk	noun	een voorwerp dat door vlechten is ontstaan
vlechtwerken	=	vlechtwerk
vlechtwerkje	=	vlechtwerk
vlechtwerkjes	=	vlechtwerk
vlechtwoord	noun	neologisme waarin twee of meer bestaande woorden naar de vorm worden gecombineerd in een betekenis die betekeniselementen van alle originele woorden bevat
vlechtwoorden	=	vlechtwoord
vledder	noun	moerassig land
vledderen	=	fladderen
vledders	=	vledder
vledermuis	=	vleermuis
vleer	noun|obsolete	lichaamsdeel in de vorm van een beweeglijk vlak dat paarsgewijs links en rechts aan de romp van vliegende dieren zit
vleerhond	noun	Pteropodidae lid van een familie uit de orde van de vleermuizen.
vleerhonden	noun	Pteropodidae een familie uit de orde van de vleermuizen.
vleerhondje	=	vleerhond
vleermuis	noun	klein vliegend zoogdier behorend tot de orde van de Chiroptera
vleermuisbloem	noun	Tacca chantrieri een plant die wordt ingedeeld in de familie Dioscoreaceae of de familie Taccaceae.
vleermuisbloemen	=	vleermuisbloem
vleermuisbloemetje	=	vleermuisbloem
vleermuisbloemetjes	=	vleermuisbloem
vleermuisbloempje	=	vleermuisbloem
vleermuisbloempjes	=	vleermuisbloem
vleermuiscoronavirus	noun	een coronavirus dat vleermuizen als gastheer heeft
vleermuiscoronavirussen	=	vleermuiscoronavirus
vleermuisdetector	noun	een apparaat waarmee de ultrasone geluiden van vleermuizen opgevangen kunnen worden en deze hoorbaar en/of zichtbaar gemaakt worden
vleermuisdetectoren	=	vleermuisdetector
vleermuisdetectors	=	vleermuisdetector
vleermuisje	=	vleermuis
vleermuisjes	=	vleermuis
vleermuisvalk	noun	Falco rufigularis, een valkachtige roofvogel uite de neotropen
vleermuisvalken	=	vleermuisvalk
vleermuisvalkje	=	vleermuisvalk
vleermuisvalkjes	=	vleermuisvalk
vleermuisvis	noun	Ogcocephalus nasutus een straalvinnige vissensoort uit de familie van vleermuisvissen (Ogcocephalidae).
vleermuisvisje	=	vleermuisvis
vleermuisvisjes	=	vleermuisvis
vleermuisvissen	noun	een familie Ogcocephalidae van bodemvissen die in de diepere wateren van de oceaan voorkomen
vleermuisvlinder	noun	Atrophaneura varuna een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae).
vleermuisvlinders	=	vleermuisvlinder
vleermuisvlindertje	=	vleermuisvlinder
vleermuisvlindertjes	=	vleermuisvlinder
vleermuiswouw	noun	Macheiramphus alcinus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
vleermuiswouwen	=	vleermuiswouw
vleermuiswouwtje	=	vleermuiswouw
vleermuiswouwtjes	=	vleermuiswouw
vleermuizen	noun	een orde Chiroptera van kleine zoogdieren die zich actief door de lucht kunnen voortbewegen.
vleermuizenpoep	noun	de ontlasting van vleermuizen, bestaande uit onverteerde insectenresten zoals chitine en wordt gewaardeerd als een rijke, natuurlijke meststof voor landbouw en tuinen
vlees	noun	spierweefsel van bepaalde organen
vleesaanzet	noun	de hoeveelheid vlees die ontstaat tijdens de groei van een dier dat men (vooral) houdt voor de vleesproductie
vleesbedrijf	noun	vleesverwerkend bedrijf
vleesbedrijfje	=	vleesbedrijf
vleesbedrijfjes	=	vleesbedrijf
vleesbedrijven	=	vleesbedrijf
vleesbereiding	noun	vers vlees waaraan ingrediënten (kruiden, additieven) zijn toegevoegd of dat bewerkt is (malen, snijden), zonder dat de inwendige spierweefselstructuur wezenlijk verandert.
vleesbereidingen	=	vleesbereiding
vleesbereidinkje	=	vleesbereiding
vleesbereidinkjes	=	vleesbereiding
vleesbomen	=	vleesboom
vleesboom	noun	goedaardig gezwel van het spierweefsel van de baarmoeder
vleesboompje	=	vleesboom
vleesboompjes	=	vleesboom
vleesch	=	vlees
vleeschelijk	=	vleselijk
vleeschhouwer	=	vleeshouwer
vleeschwaar	=	vleeswaar
vleesconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal vleesverwerkende bedrijven
vleesconcerns	=	vleesconcern
vleesconsumptie	noun	het eten van vlees
vleesconsumpties	=	vleesconsumptie
vleesde	=	vlezen
vleesden	=	vlezen
vleesetend	adj	van een organisme dat het vlees eet
vleesetende	=	vleesetend
vleesetends	=	vleesetend
vleeseter	noun	een vleesetend dier
vleeseters	=	vleeseter
vleesetertje	=	vleeseter
vleesetertjes	=	vleeseter
vleesexport	noun	uitvoer van vlees naar het buitenland
vleesexporten	=	vleesexport
vleesfabriek	noun	een fabriek waar dieren geslacht worden om te verwerken tot vlees
vleesfabrieken	=	vleesfabriek
vleesfabriekje	=	vleesfabriek
vleesfabriekjes	=	vleesfabriek
vleesfondue	noun	gerecht van stukjes vlees die men aan tafel in olie braadt of bouillon gaart
vleesfondues	=	vleesfondue
vleesgerecht	noun	een maaltijd of gerecht waarbij vlees het hoofdbestanddeel is, bereid met kookkunst en vaak uit meerdere ingrediënten
vleesgerechten	=	vleesgerecht
vleesgerechtje	=	vleesgerecht
vleesgerechtjes	=	vleesgerecht
vleesgeworden	adj	een menselijke vorm gevend (aan iets abstracts)
vleeshaak	noun	haak waaraan (gedeelten van) geslachte dieren hangen bij een slagerij
vleeshaakje	=	vleeshaak
vleeshaakjes	=	vleeshaak
vleeshaken	=	vleeshaak
vleeshal	noun	een plaats waar vroeger vlees verkocht werd
vleeshallen	=	vleeshal
vleeshalletje	=	vleeshal
vleeshalletjes	=	vleeshal
vleeshamer	noun	een hamer met een gekartelde onderkant waarmee vlees mals geslagen wordt
vleeshamers	=	vleeshamer
vleesheffing	noun	een door de overheid voorgestelde extra belasting op de consumptie van vlees.
vleesheffingen	=	vleesheffing
vleesheffinkje	=	vleesheffing
vleesheffinkjes	=	vleesheffing
vleeshouwer	noun	iemand die vee slacht en het vlees verkoopt
vleeshouwers	=	vleeshouwer
vleeshuis	noun	een gebouw waarin overdekt handel gedreven wordt in vlees
vleeshuisje	=	vleeshuis
vleeshuisjes	=	vleeshuis
vleeshuizen	=	vleeshuis
vleesimport	noun	invoer van vlees uit het buitenland
vleesimporten	=	vleesimport
vleesindustrie	noun	alle bedrijven die vlees produceren en bewerken
vleesindustrieën	=	vleesindustrie
vleesje	=	vlees
vleesjes	=	vlees
vleeskleur	noun	kleur van de huid (van iemand van het blanke ras) heel anders dus dan van rauw vlees
vleeskleuren	=	vleeskleur
vleeskleurig	adj	de kleur van vlees bezittend
vleeskleurige	=	vleeskleurig
vleeskleuriger	=	vleeskleurig
vleeskleurigere	=	vleeskleurig
vleeskleurigers	=	vleeskleurig
vleeskleurigs	=	vleeskleurig
vleeskleurigst	=	vleeskleurig
vleeskleurigste	=	vleeskleurig
vleeskleurtje	=	vleeskleur
vleeskleurtjes	=	vleeskleur
vleeskoe	noun	een soort koe die gekweekt wordt voor de vleesproductie
vleeskoeien	=	vleeskoe
vleeskoetje	=	vleeskoe
vleeskoetjes	=	vleeskoe
vleeskroket	noun	kroket die met vlees is bereid.
vleeskroketje	=	vleeskroket
vleeskroketjes	=	vleeskroket
vleeskroketten	=	vleeskroket
vleeskuiken	noun	een snelgroeiende kip die speciaal gefokt wordt voor de vleesproductie
vleeskuikenhouder	noun	een boer die vleeskuikens houdt.
vleeskuikenhouders	=	vleeskuikenhouder
vleeskuikenhoudertje	=	vleeskuikenhouder
vleeskuikenhoudertjes	=	vleeskuikenhouder
vleeskuikens	=	vleeskuiken
vleeskuip	noun|historical	ton gebruikt om dierlijk spierweefsel in te zouten, te kruiden en te bewaren zodat het later kan worden opgegeten
vleeskuipen	=	vleeskuip
vleesliefhebber	noun	iemand die graag spierweefsel van zoogdieren eet
vleesliefhebbers	=	vleesliefhebber
vleeslijm	noun	een op trombine gebaseerde plakmiddel waarmee in de levensmiddelenindustrie kleine stukjes vlees aan elkaar worden geplakt om grotere stukken vlees te creëren
vleeslijmen	=	vleeslijm
vleeslijmpje	=	vleeslijm
vleeslijmpjes	=	vleeslijm
vleesloos	adj	zonder vlees
vleesloost	=	vleesloos
vleeslooste	=	vleesloos
vleesloze	=	vleesloos
vleeslozer	=	vleesloos
vleeslozere	=	vleesloos
vleeslozers	=	vleesloos
vleesmarkt	noun	plaats waar men vleeswaren verkoopt
vleesmarkten	=	vleesmarkt
vleesmarktje	=	vleesmarkt
vleesmarktjes	=	vleesmarkt
vleesmes	noun	groot zwaar mes met breed lemmet om vlees mee te snijden, soms ook als wapen gebruikt
vleesmesje	=	vleesmes
vleesmesjes	=	vleesmes
vleesmessen	=	vleesmes
vleesminderaar	noun	verzamelterm voor iemand die bewust minder of geen vlees eet
vleesminderaars	=	vleesminderaar
vleesmolen	noun	apparaat waarmee men brokken vlees kan vermalen om er worst, gehakt en dergelijke van te maken
vleesmolens	=	vleesmolen
vleesmolentje	=	vleesmolen
vleesmolentjes	=	vleesmolen
vleesmousse	noun	een mousse van vlees.
vleesnat	noun	het sap van vlees
vleespan	noun	pan die bestemd is voor het bereiden van vlees
vleespannen	=	vleespan
vleespannetje	=	vleespan
vleespannetjes	=	vleespan
vleespastei	noun	mengsel van vlees in een omhulsel van korstdeeg of brooddeeg
vleespasteien	=	vleespastei
vleespasteitje	=	vleespastei
vleespasteitjes	=	vleespastei
vleespen	noun	een spies waarop men brokken vlees kan prikken om die later te grillen
vleespennen	=	vleespen
vleesplank	noun	een plank om vlees op te snijden
vleesplanken	=	vleesplank
vleesplankje	=	vleesplank
vleesplankjes	=	vleesplank
vleespot	noun	pan waarin men vlees kan klaarmaken
vleespotje	=	vleespot
vleespotjes	=	vleespot
vleespotten	=	vleespot
vleesproductie	noun	het laten opgroeien van slachtvee en de verwerking van dit vee tot vlees voor menselijke consumptie
vleesproducties	=	vleesproductie
vleesras	noun	dieren die gehouden worden voor de vleesproductie
vleesrassen	=	vleesras
vleessalade	noun	koude schotel met vlees
vleessalades	=	vleessalade
vleessaus	noun	met dierlijk spierweefsel bereid traag vloeibaar voedsel, vaak als toevoeging aan een gerecht op basis van graan of groente, saus waar vlees in zit
vleessausen	=	vleessaus
vleessausje	=	vleessaus
vleessausjes	=	vleessaus
vleessauzen	=	vleessaus
vleesschaamte	noun	het gevoel hebben te moeten schamen met het eten van vlees, omdat we als maatschappij te veel vlees nuttigen
vleesschotel	noun	gerecht met als hoofdbestanddeel vlees, vleesgerecht
vleesschotels	=	vleesschotel
vleesschoteltje	=	vleesschotel
vleesschoteltjes	=	vleesschotel
vleessector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij de productie en de verkoop van vleesproducten
vleessectoren	=	vleessector
vleessectors	=	vleessector
vleessoep	noun	vloeibaar warm gerecht bereid door spierweefsel van zoogdieren in water te koken
vleessoepen	=	vleessoep
vleessoepje	=	vleessoep
vleessoepjes	=	vleessoep
vleessoort	noun	type vlees; vlees van een bepaald dier en van een bepaald deel van het dier
vleessoorten	=	vleessoort
vleest	=	vlezen
vleestomaat	noun	grote tomaat met veel stevig vruchtvlees
vleestomaten	=	vleestomaat
vleesvarken	noun	varken dat men houdt voor de vleesproductie
vleesvarkens	=	vleesvarken
vleesvee	noun	vee dat voor het vlees gehouden wordt
vleesverkettering	noun	scherpe veroordeling van het eten van vlees
vleesverketteringen	=	vleesverkettering
vleesverlater	noun	iemand die vegetariër wordt.
vleesverlaters	=	vleesverlater
vleesverlatertje	=	vleesverlater
vleesverlatertjes	=	vleesverlater
vleesvervanger	noun	vegetarisch voedingsmiddel met een smaaksensatie en voedingsstoffen die enigszins vergelijkbaar zijn met die van vlees
vleesvervangers	=	vleesvervanger
vleesvervangertje	=	vleesvervanger
vleesvervangertjes	=	vleesvervanger
vleesverwerker	noun	een bedrijf dat dieren slacht en verwerkt tot vlees
vleesverwerkers	=	vleesverwerker
vleesverwerkertje	=	vleesverwerker
vleesverwerkertjes	=	vleesverwerker
vleesvlieg	noun	vliegen met vertegenwoordigers die behoren tot de families Calliphoridae en Sarcophagidae en waartoe vaak verschillende bromvliegen, dambordvliegen en echte vliegen gerekend worden; de maden leven van dood vlees of het vlees van open wonden
vleesvliegen	noun	vliegen met vertegenwoordigers die behoren tot de families Calliphoridae en Sarcophagidae en waartoe vaak verschillende bromvliegen, dambordvliegen gerekend worden
vleesvork	noun	grote vork met twee tanden, gebruikt bij het voorsnijden of opdienen van vlees
vleesvorken	=	vleesvork
vleesvorkje	=	vleesvork
vleesvorkjes	=	vleesvork
vleeswaar	noun	verzamelnaam voor producten uit bewerkt vlees, zoals worst of boterhambeleg
vleeswaren	noun	verzamelnaam voor producten uit bewerkt vlees, zoals worst of boterhambeleg
vleeswarenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal vleesverwerkende bedrijven
vleeswarenconcerns	=	vleeswarenconcern
vleeswond	noun	wond die dieper is dan de huid, waarbij alleen spieren geraakt zijn en dus geen inwendige organen, zenuwen, bloedvaten of botten zijn beschadigd
vleeswonden	=	vleeswond
vleeswondje	=	vleeswond
vleeswondjes	=	vleeswond
vleeswording	noun	christelijke menswording van Christus
vleeswordingen	=	vleeswording
vleeswordinkje	=	vleeswording
vleeswordinkjes	=	vleeswording
vleeswroeging	noun	het voelen van wroeging met het eten van vlees, doordat iemand zich bewust is van de problemen rondom intensieve veeteelt en de schadelijke impact op het milieu/klimaat
vleeswroegingen	=	vleeswroeging
vleet	noun	netten waarmee haring gevangen wordt
vlegel	noun	dorswerktuig
vlegelachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van vlegel, als een lompe vent is
vlegelachtige	=	vlegelachtig
vlegelachtiger	=	vlegelachtig
vlegelachtigere	=	vlegelachtig
vlegelachtigers	=	vlegelachtig
vlegelachtigs	=	vlegelachtig
vlegelachtigst	=	vlegelachtig
vlegelachtigste	=	vlegelachtig
vlegelde	=	vlegelen
vlegelden	=	vlegelen
vlegele	=	vlegelen
vlegelen	verb|historical	herhaald slaan met een slaghout dat beweeglijk aan een steel is verbonden om graankorrels los te maken van de aren
vlegelend	=	vlegelen
vlegeljaren	noun	de puberale leeftijd (circa 12-14 jaar) waarop een jongen zich vaker ondeugend pleegt te gedragen of misdragen
vlegels	=	vlegel
vlegelt	=	vlegelen
vlegeltje	=	vlegel
vlegeltjes	=	vlegel
vlei	=	vleien
vleide	=	vleien
vleiden	=	vleien
vleie	=	vleien
vleien	verb	complimenten geven, meestal om bij iemand in de gunst te komen
vleiend	adj	te vriendelijk
vleiende	=	vleien
vleiender	=	vleiend
vleiendere	=	vleiend
vleienders	=	vleiend
vleiends	=	vleiend
vleiendst	=	vleiend
vleiendste	=	vleiend
vleier	noun	iemand die vleit
vleierde	=	vleieren
vleierden	=	vleieren
vleiere	=	vleieren
vleieren	verb	ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert
vleierend	=	vleieren
vleierende	=	vleieren
vleierig	adj	vriendelijk en onderdanig
vleierige	=	vleierig
vleieriger	=	vleierig
vleierigere	=	vleierig
vleierigers	=	vleierig
vleierigs	=	vleierig
vleierigst	=	vleierig
vleierigste	=	vleierig
vleierij	noun	het vleien
vleierijen	=	vleierij
vleierijtje	=	vleierij
vleierijtjes	=	vleierij
vleiers	=	vleier
vleiert	=	vleieren
vleiertje	=	vleier
vleiertjes	=	vleier
vleinaam	noun	een informele naam die voor iets of iemand wordt gebruikt om genegenheid uit te drukken
vleinaampje	=	vleinaam
vleinaampjes	=	vleinaam
vleinamen	=	vleinaam
vleis	=	vlees
vleischhouwer	=	vleeshouwer
vleister	noun	vrouw die (onoprechte) complimenten maakt om bij iemand in de gunst te komen
vleisters	=	vleister
vleistertje	=	vleister
vleistertjes	=	vleister
vleit	=	vleien
vleitaal	noun	onoprechte, niet gemeende complimenten die men alleen maar gebruikt om iemand gunstig te stemmen
vleitalen	=	vleitaal
vleiwoord	noun	woord dat men gebruikt bij het liefkozen
vleiwoorden	=	vleiwoord
vlek	noun	vieze of verkleurde plek
vlekborst	noun	dier met een vlek op de borst
vlekborstboomloper	noun	Premnoplex brunnescens een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vlekborstboomlopers	=	vlekborstboomloper
vlekborstboomlopertje	=	vlekborstboomloper
vlekborstboomlopertjes	=	vlekborstboomloper
vlekborsten	=	vlekborst
vlekborstgrondspecht	noun	Colaptes punctigula een vogel uit de familie Picidae (spechten).
vlekborstgrondspechten	=	vlekborstgrondspecht
vlekborstgrondspechtje	=	vlekborstgrondspecht
vlekborstgrondspechtjes	=	vlekborstgrondspecht
vlekborstje	=	vlekborst
vlekborstjes	=	vlekborst
vlekborstkruiplijster	noun	Erythrogenys mcclellandi een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
vlekborstkruiplijsters	=	vlekborstkruiplijster
vlekborstkruiplijstertje	=	vlekborstkruiplijster
vlekborstkruiplijstertjes	=	vlekborstkruiplijster
vlekborstlijstergaai	noun	Garrulax merulinus een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
vlekborstlijstergaaien	=	vlekborstlijstergaai
vlekborstlijstergaaitje	=	vlekborstlijstergaai
vlekborstlijstergaaitjes	=	vlekborstlijstergaai
vlekborstmierklauwier	noun	Xenornis setifrons een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekborstmierklauwieren	=	vlekborstmierklauwier
vlekborstmierklauwiertje	=	vlekborstmierklauwier
vlekborstmierklauwiertjes	=	vlekborstmierklauwier
vlekborstmierpitta	noun	Hylopezus ochroleucus een zangvogel uit de familie Grallariidae.
vlekborstmierpitta's	=	vlekborstmierpitta
vlekborstmierpittaatje	=	vlekborstmierpitta
vlekborstmierpittaatjes	=	vlekborstmierpitta
vlekborstmiervogel	noun	Hylophylax naevioides een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekborstmiervogels	=	vlekborstmiervogel
vlekborstmiervogeltje	=	vlekborstmiervogel
vlekborstmiervogeltjes	=	vlekborstmiervogel
vlekborstpitohui	noun	Pseudorectes incertus een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
vlekborstpitohui's	=	vlekborstpitohui
vlekborstpitohuitje	=	vlekborstpitohui
vlekborstpitohuitjes	=	vlekborstpitohui
vlekborstspecht	noun	Dendropicos poecilolaemus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
vlekborstspechten	=	vlekborstspecht
vlekborstspechtje	=	vlekborstspecht
vlekborstspechtjes	=	vlekborstspecht
vlekborststekelkruin	noun	Phacellodomus maculipectus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vlekborststekelkruinen	=	vlekborststekelkruin
vlekborststekelkruintje	=	vlekborststekelkruin
vlekborststekelkruintjes	=	vlekborststekelkruin
vlekborsttroepiaal	noun	Icterus pectoralis een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
vlekborsttroepiaaltje	=	vlekborsttroepiaal
vlekborsttroepiaaltjes	=	vlekborsttroepiaal
vlekborsttroepialen	=	vlekborsttroepiaal
vlekborstwinterkoning	noun	Pheugopedius maculipectus een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
vlekborstwinterkoningen	=	vlekborstwinterkoning
vlekborstwinterkoninkje	=	vlekborstwinterkoning
vlekborstwinterkoninkjes	=	vlekborstwinterkoning
vlekbuikbobwhite	noun	Colinus leucopogon een vogel uit de familie Odontophoridae.
vlekbuikbobwhiteje	=	vlekbuikbobwhite
vlekbuikbobwhitejes	=	vlekbuikbobwhite
vlekbuikbobwhites	=	vlekbuikbobwhite
vlekbuiktandkwartel	noun	Odontophorus balliviani een vogel uit de familie Odontophoridae.
vlekbuiktandkwartels	=	vlekbuiktandkwartel
vlekbuiktandkwarteltje	=	vlekbuiktandkwartel
vlekbuiktandkwarteltjes	=	vlekbuiktandkwartel
vlekdaguil	noun	Heliothis peltigera een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
vlekdaguilen	=	vlekdaguil
vlekdaguiltje	=	vlekdaguil
vlekdaguiltjes	=	vlekdaguil
vlekduif	noun	Patagioenas maculosa een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
vlekduifje	=	vlekduif
vlekduifjes	=	vlekduif
vlekduiven	=	vlekduif
vlekhalsotter	noun	bepaald soort zoogdier, Hydrictis maculicollis uit de familie der marterachtigen (Mustelidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Martin Lichtenstein in 1835.
vlekhalsotters	=	vlekhalsotter
vlekhalsottertje	=	vlekhalsotter
vlekhalsottertjes	=	vlekhalsotter
vlekje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor schimmels uit het geslacht Arthonia in de familie Arthoniaceae
vlekjes	=	vlek
vlekkapmiervireo	noun	Dysithamnus puncticeps een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekkapmiervireo's	=	vlekkapmiervireo
vlekkapmiervireootje	=	vlekkapmiervireo
vlekkapmiervireootjes	=	vlekkapmiervireo
vlekkapspecht	noun	Veniliornis frontalis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
vlekkapspechten	=	vlekkapspecht
vlekkapspechtje	=	vlekkapspecht
vlekkapspechtjes	=	vlekkapspecht
vlekke	=	vlekken
vlekkeelbuulbuul	noun	Pycnonotus finlaysoni een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
vlekkeelbuulbuuls	=	vlekkeelbuulbuul
vlekkeelbuulbuultje	=	vlekkeelbuulbuul
vlekkeelbuulbuultjes	=	vlekkeelbuulbuul
vlekkeelgoudrugspecht	noun	Dinopium everetti een vogel uit de familie Picidae (spechten).
vlekkeelgoudrugspechten	=	vlekkeelgoudrugspecht
vlekkeelgoudrugspechtje	=	vlekkeelgoudrugspecht
vlekkeelgoudrugspechtjes	=	vlekkeelgoudrugspecht
vlekkeelkolibrie	noun	Thaumasius taczanowskii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vlekkeelkolibries	=	vlekkeelkolibrie
vlekkeelkolibrietje	=	vlekkeelkolibrie
vlekkeelkolibrietjes	=	vlekkeelkolibrie
vlekkeellijster	noun	Modulatrix stictigula een zangvogel uit de familie arcanatoridae (vlekkeellijsters).
vlekkeellijsters	noun	Modulatricidae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
vlekkeellijstertje	=	vlekkeellijster
vlekkeellijstertjes	=	vlekkeellijster
vlekkeelmeestimalia	noun	Yuhina gularis een zangvogel uit de familie Zosteropidae, die voorkomt in het Oriëntaals gebied
vlekkeelmeestimalia's	=	vlekkeelmeestimalia
vlekkeelmeestimaliaatje	=	vlekkeelmeestimalia
vlekkeelmeestimaliaatjes	=	vlekkeelmeestimalia
vlekkeelmiervireo	noun	Dysithamnus stictothorax een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekkeelmiervireo's	=	vlekkeelmiervireo
vlekkeelmiervireootje	=	vlekkeelmiervireo
vlekkeelmiervireootjes	=	vlekkeelmiervireo
vlekkeelmuisspecht	noun	Certhiasomus stictolaemus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vlekkeelmuisspechten	=	vlekkeelmuisspecht
vlekkeelmuisspechtje	=	vlekkeelmuisspecht
vlekkeelmuisspechtjes	=	vlekkeelmuisspecht
vlekkeelspecht	noun	Chrysophlegma mentale een vogel uit de familie Picidae (spechten).
vlekkeelspechten	=	vlekkeelspecht
vlekkeelspechtje	=	vlekkeelspecht
vlekkeelspechtjes	=	vlekkeelspecht
vlekkeloos	adj	zonder vlekken, zonder fouten
vlekkeloosheid	noun	het vlekkeloos zijn
vlekkeloost	=	vlekkeloos
vlekkelooste	=	vlekkeloos
vlekkeloze	=	vlekkeloos
vlekkelozer	=	vlekkeloos
vlekkelozere	=	vlekkeloos
vlekkelozers	=	vlekkeloos
vlekken	verb	vlekken geven
vlekkenbij	noun	Thyreus orbatus een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
vlekkenbijen	=	vlekkenbij
vlekkenbijtje	=	vlekkenbij
vlekkenbijtjes	=	vlekkenbij
vlekkend	=	vlekken
vlekkende	=	vlekken
vlekkenteek	noun	Dermacentor reticulatus een teek behorend tot de familie Ixodidae.
vlekkenteekje	=	vlekkenteek
vlekkenteekjes	=	vlekkenteek
vlekkenteken	=	vlekkenteek
vlekkenwater	noun	middel om vlekken uit weefsels te verwijderen
vlekkenwaters	=	vlekkenwater
vlekkenwatertje	=	vlekkenwater
vlekkenwatertjes	=	vlekkenwater
vlekkenziekte	noun	plantenziekte waarbij er vlekken op de bladeren ontstaan
vlekkenziekten	=	vlekkenziekte
vlekkenziektes	=	vlekkenziekte
vlekkerig	adj	vol met vlekken, vol met vuile plekken.
vlekkerige	=	vlekkerig
vlekkeriger	=	vlekkerig
vlekkerigere	=	vlekkerig
vlekkerigers	=	vlekkerig
vlekkerigs	=	vlekkerig
vlekkerigst	=	vlekkerig
vlekkerigste	=	vlekkerig
vlekkig	adj	smerig want door vlekken bedekt
vlekkige	=	vlekkig
vlekkiger	=	vlekkig
vlekkigere	=	vlekkig
vlekkigers	=	vlekkig
vlekkigs	=	vlekkig
vlekkigst	=	vlekkig
vlekkigste	=	vlekkig
vlekkoorts	noun	scharlakenkoorts
vlekkoortsen	=	vlekkoorts
vlekkoortsje	=	vlekkoorts
vlekkoortsjes	=	vlekkoorts
vlekkoptamarin	noun	Saguinus inustus primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
vlekkoptamarinnetje	=	vlekkoptamarin
vlekkoptamarinnetjes	=	vlekkoptamarin
vlekkoptamarins	=	vlekkoptamarin
vlekkruinmuisspecht	noun	Lepidocolaptes affinis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vlekkruinmuisspechten	=	vlekkruinmuisspecht
vlekkruinmuisspechtje	=	vlekkruinmuisspecht
vlekkruinmuisspechtjes	=	vlekkruinmuisspecht
vlekkruinorganist	noun	Euphonia imitans een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
vlekkruinorganisten	=	vlekkruinorganist
vlekkruinorganistje	=	vlekkruinorganist
vlekkruinorganistjes	=	vlekkruinorganist
vlekmineermot	noun	insect uit de familie Tischeriidae van vlinders
vlekmineermotje	=	vlekmineermot
vlekmineermotjes	=	vlekmineermot
vlekmineermotten	noun	Tischeriidae een familie van vlinders
vlekmoerwants	noun	Hesperocorixa sahlbergi een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
vlekmoerwantsen	=	vlekmoerwants
vlekmoerwantsje	=	vlekmoerwants
vlekmoerwantsjes	=	vlekmoerwants
vleknekboomtimalia	noun	Stachyris strialata een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
vleknekboomtimalia's	=	vleknekboomtimalia
vleknekboomtimaliaatje	=	vleknekboomtimalia
vleknekboomtimaliaatjes	=	vleknekboomtimalia
vlekplaatbochelvlieg	noun	Megaselia lutescens een vliegensoort uit de familie van de bochelvliegen (Phoridae).
vlekplaatbochelvliegen	=	vlekplaatbochelvlieg
vlekplaatbochelvliegje	=	vlekplaatbochelvlieg
vlekplaatbochelvliegjes	=	vlekplaatbochelvlieg
vlekpoot	noun	Callicorixa praeusta een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
vlekpootje	=	vlekpoot
vlekpootjes	=	vlekpoot
vlekpootwespbij	noun	Nomada melathoracica een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
vlekpootwespbijen	=	vlekpootwespbij
vlekpootwespbijtje	=	vlekpootwespbij
vlekpootwespbijtjes	=	vlekpootwespbij
vlekpoten	=	vlekpoot
vlekpriemkever	noun	Bembidion articulatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
vlekpriemkevers	=	vlekpriemkever
vlekpriemkevertje	=	vlekpriemkever
vlekpriemkevertjes	=	vlekpriemkever
vlekribbel	noun	Craspedosoma taurinorum een glimmende rood-bruin getekende miljoenpoot uit de familie Craspedosomatidae.
vlekribbels	=	vlekribbel
vlekribbeltje	=	vlekribbel
vlekribbeltjes	=	vlekribbel
vlekrugbaardkoekoek	noun	Nystalus maculatus een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
vlekrugbaardkoekoeken	=	vlekrugbaardkoekoek
vlekrugbaardkoekoekje	=	vlekrugbaardkoekoek
vlekrugbaardkoekoekjes	=	vlekrugbaardkoekoek
vlekrugmierklauwier	noun	Hypoedaleus guttatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekrugmierklauwieren	=	vlekrugmierklauwier
vlekrugmierklauwiertje	=	vlekrugmierklauwier
vlekrugmierklauwiertjes	=	vlekrugmierklauwier
vlekrugmiersluiper	noun	Herpsilochmus dorsimaculatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekrugmiersluipers	=	vlekrugmiersluiper
vlekrugmiersluipertje	=	vlekrugmiersluiper
vlekrugmiersluipertjes	=	vlekrugmiersluiper
vlekrugtroepiaal	noun	Icterus pustulatus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
vlekrugtroepiaaltje	=	vlekrugtroepiaal
vlekrugtroepiaaltjes	=	vlekrugtroepiaal
vlekrugtroepialen	=	vlekrugtroepiaal
vleksnavelpepervreter	noun	Selenidera maculirostris een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
vleksnavelpepervreters	=	vleksnavelpepervreter
vleksnavelpepervretertje	=	vleksnavelpepervreter
vleksnavelpepervretertjes	=	vleksnavelpepervreter
vlekstaartcanastero	noun	Asthenes maculicauda een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vlekstaartcanastero's	=	vlekstaartcanastero
vlekstaartcanasterootje	=	vlekstaartcanastero
vlekstaartcanasterootjes	=	vlekstaartcanastero
vlekstaarthaai	noun	Carcharhinus sorrah een haai uit de familie van de requiemhaaien
vlekstaarthaaien	=	vlekstaarthaai
vlekstaarthaaitje	=	vlekstaarthaai
vlekstaarthaaitjes	=	vlekstaarthaai
vlekstaartmiersluiper	noun	Herpsilochmus sticturus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekstaartmiersluipers	=	vlekstaartmiersluiper
vlekstaartmiersluipertje	=	vlekstaartmiersluiper
vlekstaartmiersluipertjes	=	vlekstaartmiersluiper
vlekstaartnachtzwaluw	noun	Hydropsalis maculicaudus een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
vlekstaartnachtzwaluwen	=	vlekstaartnachtzwaluw
vlekstaartnachtzwaluwtje	=	vlekstaartnachtzwaluw
vlekstaartnachtzwaluwtjes	=	vlekstaartnachtzwaluw
vlekstaartsluimerrog	noun	Narke dipterygia een sluimerrog die leeft in kustwateren van tropisch Azië van Oman via de Indische Archipel tot aan Japan
vlekstaartsluimerroggen	=	vlekstaartsluimerrog
vlekstaartsluimerroggetje	=	vlekstaartsluimerrog
vlekstaartsluimerroggetjes	=	vlekstaartsluimerrog
vlekstaartsluimerrogje	=	vlekstaartsluimerrog
vlekstaartsluimerrogjes	=	vlekstaartsluimerrog
vlekstaartsperwer	noun	Accipiter trinotatus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
vlekstaartsperwers	=	vlekstaartsperwer
vlekstaartsperwertje	=	vlekstaartsperwer
vlekstaartsperwertjes	=	vlekstaartsperwer
vlekstipspanner	noun	Idaea dimidiata een nachtvlinder die behoort tot de spanners.
vlekstipspanners	=	vlekstipspanner
vlekstipspannertje	=	vlekstipspanner
vlekstipspannertjes	=	vlekstipspanner
vlekt	=	vlekken
vlekte	=	vlekken
vlekten	=	vlekken
vlektyfus	noun	een besmettelijke ziekte veroorzaakt door besmetting met Rickettsia sp.
vlekvleugel	noun	libel uit de familie Neopetaliidae van de echte libellen (Anisoptera), een van de drie onderordes van de orde Odonata (libellen).
vlekvleugeldikbek	noun	Mycerobas melanozanthos een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
vlekvleugeldikbekje	=	vlekvleugeldikbek
vlekvleugeldikbekjes	=	vlekvleugeldikbek
vlekvleugeldikbekken	=	vlekvleugeldikbek
vlekvleugellijster	noun	Geokichla spiloptera een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
vlekvleugellijsters	=	vlekvleugellijster
vlekvleugellijstertje	=	vlekvleugellijster
vlekvleugellijstertjes	=	vlekvleugellijster
vlekvleugelmierklauwier	noun	Pygiptila stellaris een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekvleugelmierklauwieren	=	vlekvleugelmierklauwier
vlekvleugelmierklauwiertje	=	vlekvleugelmierklauwier
vlekvleugelmierklauwiertjes	=	vlekvleugelmierklauwier
vlekvleugelmiervogel	noun	Myrmelastes leucostigma een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
vlekvleugelmiervogels	=	vlekvleugelmiervogel
vlekvleugelmiervogeltje	=	vlekvleugelmiervogel
vlekvleugelmiervogeltjes	=	vlekvleugelmiervogel
vlekvleugelmonarch	noun	Symposiachrus guttula een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
vlekvleugelmonarchen	=	vlekvleugelmonarch
vlekvleugelmonarchje	=	vlekvleugelmonarch
vlekvleugelmonarchjes	=	vlekvleugelmonarch
vlekvleugels	noun	Neopetaliidae een familie van Anisoptera (echte libellen), een van de drie onderordes van de Odonata (libellen).
vlekvleugeltje	=	vlekvleugel
vlekvleugeltjes	=	vlekvleugel
vlekwanglooftiran	noun	Phylloscartes ventralis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
vlekwanglooftirannen	=	vlekwanglooftiran
vlekwanglooftirannetje	=	vlekwanglooftiran
vlekwanglooftirannetjes	=	vlekwanglooftiran
vlekzandvleugeltje	noun	Scrobipalpa costella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
vlekzandvleugeltjes	=	vlekzandvleugeltje
vlekziekte	noun	ziekte de gepaard gaat met huidvlekken
vlekziekten	=	vlekziekte
vlekziektes	=	vlekziekte
vleren	=	vleer
vlerk	noun	brutaal/onbeleefd/horkerig iemand
vlerken	=	vlerk
vlerkerig	adj	lijkend op het gedrag van een kwajongen
vlerkerige	=	vlerkerig
vlerkeriger	=	vlerkerig
vlerkerigere	=	vlerkerig
vlerkerigers	=	vlerkerig
vlerkerigs	=	vlerkerig
vlerkerigst	=	vlerkerig
vlerkerigste	=	vlerkerig
vlerkje	=	vlerk
vlerkjes	=	vlerk
vlerkslakken	noun	Clionidae een familie van pelagische weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken).
vleselijk	adj	lichamelijk, en dan nog vooral seksueel
vleselijke	=	vleselijk
vleselijker	=	vleselijk
vleselijkere	=	vleselijk
vleselijkers	=	vleselijk
vleselijks	=	vleselijk
vleselijkst	=	vleselijk
vleselijkste	=	vleselijk
vlet	noun	en klein platbodem vaartuig van hout, staal of tegenwoordig ook kunststof
vleten	=	vleet
vletje	=	vlet
vletjes	=	vlet
vletten	=	vlet
vletter	noun	iemand die op een vlet vaart
vletters	=	vletter
vleug	noun	een hoeveelheid gasvormige substantie die men ruikend waarneemt
vleugel	noun	lichaamsdeel van diersoorten als vogels, vleermuizen en sommige insecten dat vliegen mogelijk maakt, in de vorm van een beweegbaar vlak dat paarsgewijs aan beide kanten van het lichaam zit
vleugeladjudant	noun	iemand die bevelen van een hoger geplaatst persoon overbrengt
vleugeladjudanten	=	vleugeladjudant
vleugelbandnachtzwaluw	noun	Systellura longirostris een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
vleugelbandnachtzwaluwen	=	vleugelbandnachtzwaluw
vleugelbandnachtzwaluwtje	=	vleugelbandnachtzwaluw
vleugelbandnachtzwaluwtjes	=	vleugelbandnachtzwaluw
vleugelbonen	=	vleugelboon
vleugelboon	noun	Psophocarpus tetragonolobus een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
vleugelboontje	=	vleugelboon
vleugelboontjes	=	vleugelboon
vleugelboot	noun	een snelle motorboot die onder de romp voorzien is van draagvleugels, bij de vaart komt de boot uit het water, gedragen door de vleugels, wat tot een aanzienlijke vermindering van de waterweerstand leidt en een snelheidsverhoging tot gevolg heeft
vleugelbootje	=	vleugelboot
vleugelbootjes	=	vleugelboot
vleugelboten	=	vleugelboot
vleugelde	=	vleugelen
vleugelden	=	vleugelen
vleugeldeur	noun	de dubbele deuren die naar elkaar toe zich sluiten
vleugeldeuren	=	vleugeldeur
vleugeldeurtje	=	vleugeldeur
vleugeldeurtjes	=	vleugeldeur
vleugele	=	vleugelen
vleugelen	verb	de vleugels binden
vleugelend	=	vleugelen
vleugelende	=	vleugelen
vleugelkomkommer	noun	Luffa acutangula een plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
vleugelkomkommers	=	vleugelkomkommer
vleugelkomkommertje	=	vleugelkomkommer
vleugelkomkommertjes	=	vleugelkomkommer
vleugelkophamerhaai	noun	Eusphyra blochii een vis uit de familie van hamerhaaien (Sphyrnidae), orde roofhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het westen van de Indische Oceaan, het oosten van de Indische Oceaan en het noordwesten en de Grote Oceaan
vleugelkophamerhaaien	=	vleugelkophamerhaai
vleugelkophamerhaaitje	=	vleugelkophamerhaai
vleugelkophamerhaaitjes	=	vleugelkophamerhaai
vleugellam	adj	van een vogel: met vleugels die niet gebruikt kunnen worden
vleugellamme	=	vleugellam
vleugellammer	=	vleugellam
vleugellammere	=	vleugellam
vleugellammers	=	vleugellam
vleugellams	=	vleugellam
vleugellamst	=	vleugellam
vleugellamste	=	vleugellam
vleugelloos	adj	zonder vleugels
vleugelloost	=	vleugelloos
vleugellooste	=	vleugelloos
vleugelloze	=	vleugelloos
vleugellozer	=	vleugelloos
vleugellozere	=	vleugelloos
vleugellozers	=	vleugelloos
vleugelmoer	noun	een moer die je makkelijk met de hand kunt aandraaien omdat het twee platte 'vleugels' heeft
vleugelmoeren	=	vleugelmoer
vleugelmoertje	=	vleugelmoer
vleugelmoertjes	=	vleugelmoer
vleugelmos	noun	een geslacht Nardia uit de oortjesmosfamilie (Jungermanniaceae).
vleugelmosje	=	vleugelmos
vleugelmosjes	=	vleugelmos
vleugelmossen	=	vleugelmos
vleugelmuren	=	vleugelmuur
vleugelmuur	noun	stenen wand die niet evenwijdig aan (bijv. de sluisas) loopt, maar onder een kleine hoek
vleugelmuurtje	=	vleugelmuur
vleugelmuurtjes	=	vleugelmuur
vleugelnoot	noun	een (boom)vrucht die voorzien is van vliezige vleugel om de verspreiding door de wind te vergemakkelijken
vleugelnootje	=	vleugelnoot
vleugelnootjes	=	vleugelnoot
vleugelnoten	=	vleugelnoot
vleugels	=	vleugel
vleugelslag	noun	een krachtige beweging van de vleugel van een vogel of insect
vleugelslagen	=	vleugelslag
vleugelslagje	=	vleugelslag
vleugelslagjes	=	vleugelslag
vleugelspanwijdte	noun	de afstand tussen de vleugelpunten van een vogel of vliegtuig
vleugelspanwijdten	=	vleugelspanwijdte
vleugelspanwijdtes	=	vleugelspanwijdte
vleugelspeelster	=	vleugelspeler
vleugelspeler	noun	een speler die aan de linker of de rechter kant van het veld staat met name bij bijvoorbeeld voetbal, hockey, ijshockey, handbal en rugby
vleugelspelers	=	vleugelspeler
vleugelspelertje	=	vleugelspeler
vleugelspelertjes	=	vleugelspeler
vleugelspits	noun	aanvaller die vanaf de zijkant opereert
vleugelspitsen	=	vleugelspits
vleugelt	=	vleugelen
vleugeltje	=	vleugel
vleugeltjes	=	vleugel
vleugeltjesbloemfamilie	noun	een familie Polygalaceae van tweezaadlobbige planten.
vleugeltjesbloemfamilies	=	vleugeltjesbloemfamilie
vleugeltjesbloemfamilietje	=	vleugeltjesbloemfamilie
vleugeltjesbloemfamilietjes	=	vleugeltjesbloemfamilie
vleugelvinger	noun|obsolete	benaming voor de gevleugelde sauriërs uit het geslacht Pterodactylus die leefden in het laat-Jura, zo'n 150 miljoen jaar geleden
vleugelvingers	=	vleugelvinger
vleugelvlekdansvlieg	noun	Empis variegata een vliegensoort uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
vleugelvlekdansvliegen	=	vleugelvlekdansvlieg
vleugelvlekdansvliegje	=	vleugelvlekdansvlieg
vleugelvlekdansvliegjes	=	vleugelvlekdansvlieg
vleugelvlekzaagpootspinnendoder	noun	Priocnemis propinqua een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
vleugelvlekzaagpootspinnendoders	=	vleugelvlekzaagpootspinnendoder
vleugelvlekzaagpootspinnendodertje	=	vleugelvlekzaagpootspinnendoder
vleugelvlekzaagpootspinnendodertjes	=	vleugelvlekzaagpootspinnendoder
vleugelwand	noun	wand die niet evenwijdig aan (bijv. de sluisas) loopt, maar onder een kleine hoek
vleugelwanden	=	vleugelwand
vleugelwandtje	=	vleugelwand
vleugelwandtjes	=	vleugelwand
vleugelwijdte	noun	de grootste afstand tussen de toppen van twee vleugels
vleugelwijdten	=	vleugelwijdte
vleugelwijdtes	=	vleugelwijdte
vleugen	=	vleug
vleugje	=	vleug
vleugjes	=	vleug
vlexit	noun	mogelijk vertrek van Vlaanderen uit het Belgische staatsverband
vleze	=	vlezen
vlezen	verb	van resten vlees ontdoen	adj	uit spierweefsel bestaand
vlezend	=	vlezen
vlezende	=	vlezen
vlezes	=	vlees
vlezig	adj	van een persoon: dat hij dik is
vlezige	=	vlezig
vleziger	=	vlezig
vlezigere	=	vlezig
vlezigers	=	vlezig
vlezigs	=	vlezig
vlezigst	=	vlezig
vlezigste	=	vlezig
vlf	noun	Very Low Frequency
vlied	=	vlieden
vliedberg	noun	door mensen gemaakte heuvel in Zeeland waarnaar men kan vluchten bij een overstroming
vliedbergen	=	vliedberg
vliede	=	vlieden
vlieden	verb	formeel: (van tijd) voorbijgaan
vliedend	=	vlieden
vliedende	=	vlieden
vlieder	noun	iets of iemand die de plaats verlaat waar hij of zij verbleef
vlieders	=	vlieder
vliedt	=	vlieden
vlieg	noun	Brachycera tweevleugelig insect
vliegangst	noun	vrees om in een vliegtuig te reizen
vliegas	noun	lichte, fijne as die door met de rookgassen door de schoorsteen ontsnapt
vliegassen	=	vliegas
vliegbaar	adj	in staat om te vliegen, vaak specifiek gebruikt voor vliegtuigen of luchtvaarttuigen om aan te geven dat ze luchtwaardig zijn
vliegbaarder	=	vliegbaar
vliegbaardere	=	vliegbaar
vliegbaarders	=	vliegbaar
vliegbaars	=	vliegbaar
vliegbaarst	=	vliegbaar
vliegbaarste	=	vliegbaar
vliegbare	=	vliegbaar
vliegbases	=	vliegbasis
vliegbasis	noun	een militair vliegveld
vliegbasisje	=	vliegbasis
vliegbasisjes	=	vliegbasis
vliegbasissen	=	vliegbasis
vliegbeweging	noun	één opstijging of één landing van een luchtvaartuig op een luchthaven.
vliegbewegingen	=	vliegbeweging
vliegbeweginkje	=	vliegbeweging
vliegbeweginkjes	=	vliegbeweging
vliegbrevet	noun	officieel diploma waarmee je kunt aantonen een erkend vliegtuigbestuurder te zijn
vliegbrevetje	=	vliegbrevet
vliegbrevetjes	=	vliegbrevet
vliegbrevetten	=	vliegbrevet
vliegdek	noun	scheepsdek waarvan vliegtuigen kunnen opstijgen of waarop ze een deklanding kunnen maken
vliegdekje	=	vliegdek
vliegdekjes	=	vliegdek
vliegdekken	=	vliegdek
vliegdekscheepje	=	vliegdekschip
vliegdekscheepjes	=	vliegdekschip
vliegdekschepen	=	vliegdekschip
vliegdekschip	noun	groot vaartuig dat is ingericht voor het opstijgen, landen, vervoer en onderhoud van meerdere vliegtuigen
vliegdemonstratie	noun	demonstratie met vliegtuigen al dan niet in de vorm van een show
vliegden	noun	bepaald soort naaldboom, Pinus sylvestris, door natuurlijke uitzaaiing verspreide grove den
vliegdennen	=	vliegden
vliege	=	vliegen
vliegemepper	=	vliegenmepper
vliegen	verb	zich door de lucht voortbewegen	noun	Brachycera een onderorde van de tweevleugeligen (Diptera).
vliegend	adj	zich in de lucht voortbewegend
vliegende	=	vliegen
vliegendeur	noun	gaas dat insecten tegenhoudt en de deuropening afsluit
vliegendeuren	=	vliegendeur
vliegends	=	vliegend
vliegengaas	noun	een gaas met mazen die klein genoeg zijn voor het tegenhouden van vliegen en andere insecten
vliegengazen	=	vliegengaas
vliegengordijn	noun	reeks dicht op elkaar hangende linten die voorkomen dat vliegen via een deur een huis binnen vliegen
vliegengordijnen	=	vliegengordijn
vliegengordijntje	=	vliegengordijn
vliegengordijntjes	=	vliegengordijn
vliegenhengel	noun	werphengel waarbij een vliegenlijn als werpgewicht dient
vliegenhengels	=	vliegenhengel
vliegenhengeltje	=	vliegenhengel
vliegenhengeltjes	=	vliegenhengel
vliegenier	noun	bestuurder van een vliegtuig of luchtschip
vliegeniers	=	vliegenier
vliegeniersuniform	noun	de standaard kleding voor een piloot van een bepaald bedrijf of organisatie
vliegeniersuniformen	=	vliegeniersuniform
vliegeniertje	=	vliegenier
vliegeniertjes	=	vliegenier
vliegenkast	noun	een opbergplaats voor etenswaren waarbij het eten beschermd wordt door een gaas dat vliegen en andere insecten tegenhoudt
vliegenkasten	=	vliegenkast
vliegenkastje	=	vliegenkast
vliegenkastjes	=	vliegenkast
vliegenklapper	noun	een apparaat om een vlieg mee dood te slaan
vliegenklappers	=	vliegenklapper
vliegenklappertje	=	vliegenklapper
vliegenklappertjes	=	vliegenklapper
vliegenlijm	noun	soort lijm om vliegen te vangen
vliegenlijmen	=	vliegenlijm
vliegenmepper	noun	een apparaat om een vlieg mee dood te slaan
vliegenmeppers	=	vliegenmepper
vliegenmeppertje	=	vliegenmepper
vliegenmeppertjes	=	vliegenmepper
vliegenorchis	noun	Ophrys insectifera een Europese orchidee.
vliegenorchisje	=	vliegenorchis
vliegenorchisjes	=	vliegenorchis
vliegenorchissen	=	vliegenorchis
vliegenpikker	noun	dier (vogel) dat graag een vliegje pikt
vliegenpikkers	noun	een geslacht Camptostoma van zangvogels uit de familie tirannen (Tyrannidae)
vliegenpikkertje	=	vliegenpikker
vliegenpikkertjes	=	vliegenpikker
vliegenplaag	noun	de aanwezigheid van hinderlijk veel vliegen
vliegenplaagje	=	vliegenplaag
vliegenplaagjes	=	vliegenplaag
vliegenplagen	=	vliegenplaag
vliegenpoep	noun	de kleine, donkere stipjes die vliegen achterlaten; het zijn de onverteerde resten van hun voedsel (suikers, vetten, eiwitten) en ontlasting, die vaak op ramen, muren en meubels verschijnen en verwijderd moeten worden met een sopje
vliegenpoot	noun	een van de zes ledematen van een type insect met twee vleugels
vliegenpootje	=	vliegenpoot
vliegenpootjes	=	vliegenpoot
vliegenpoten	=	vliegenpoot
vliegenraam	noun	een stuk gaas dat voor een raam of deur kan worden geplaatst om insecten en spinnen buiten te houden, maar wel lucht vrij in of uit te laten stromen
vliegenramen	=	vliegenraam
vliegenstrip	noun	strip om op te hangen, met een stof die kleeft of waaruit een chemische stof verdampt die dodelijk is voor insecten
vliegenstripje	=	vliegenstrip
vliegenstripjes	=	vliegenstrip
vliegenstrippen	=	vliegenstrip
vliegenstrips	=	vliegenstrip
vliegenstrontjesmos	noun	een korstmossoort Amandinea punctata (syn.: Buellia punctata ) uit de familie Caliciaceae.
vliegenstrontjesmosje	=	vliegenstrontjesmos
vliegenstrontjesmosjes	=	vliegenstrontjesmos
vliegenstrontjesmossen	=	vliegenstrontjesmos
vliegensvlug	adj	zo snel als een vliegende vogel of pijl, dus heel erg snel
vliegensvlugge	=	vliegensvlug
vliegensvlugs	=	vliegensvlug
vliegenvanger	noun	voorwerp om vliegen te vangen, bijv. een langwerpig stuk kleverig papier
vliegenvangers	noun	Muscicapidae een grote familie van zangvogels uit de superfamilie Muscicapoidea
vliegenvangertje	=	vliegenvanger
vliegenvangertjes	=	vliegenvanger
vliegenvangster	=	vliegenvanger
vliegenzwam	noun	bepaald soort giftige paddenstoel, Amanita muscaria, met een rode hoed met witte stippen
vliegenzwammen	=	vliegenzwam
vliegenzwammetje	=	vliegenzwam
vliegenzwammetjes	=	vliegenzwam
vlieger	noun	een voorwerp dat door de wind aan een draad in de lucht opgelaten kan worden
vliegerde	=	vliegeren
vliegerden	=	vliegeren
vliegere	=	vliegeren
vliegeren	verb	het oplaten van een vlieger
vliegerend	=	vliegeren
vliegerende	=	vliegeren
vliegerij	noun	alles wat met de luchtvaart te maken heeft
vliegerijen	=	vliegerij
vliegerkruis	noun	Nederlandse onderscheiding voor acties tijdens vijandelijkheden in de lucht waaruit initiatief, moed en volharding blijkt
vliegerkruisen	=	vliegerkruis
vliegerkruizen	=	vliegerkruis
vliegerpapier	noun	stevig maar licht papier dat men gebruikt voor het maken van vliegers
vliegerpapieren	=	vliegerpapier
vliegerplatbek	noun	Pipiza fenestrata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
vliegerplatbekje	=	vliegerplatbek
vliegerplatbekjes	=	vliegerplatbek
vliegerplatbekken	=	vliegerplatbek
vliegers	=	vlieger
vliegersurf	=	vliegersurfen
vliegersurfde	=	vliegersurfen
vliegersurfden	=	vliegersurfen
vliegersurfe	=	vliegersurfen
vliegersurfen	verb	surfen op een speciaal surfboard, waarbij men wordt voortgetrokken door een kite (= vlieger)
vliegersurfend	=	vliegersurfen
vliegersurfende	=	vliegersurfen
vliegersurft	=	vliegersurfen
vliegersurfte	=	vliegersurfen
vliegersurften	=	vliegersurfen
vliegert	=	vliegeren
vliegertje	noun	blauwe airmailsticker
vliegertjes	=	vlieger
vliegertouw	noun	touw waaraan men een vlieger kan oplaten
vliegertouwen	=	vliegertouw
vliegertouwtje	=	vliegertouw
vliegertouwtjes	=	vliegertouw
vliegezwam	=	vliegenzwam
vlieggat	noun	plaats waar bijen de bijenkorf verlaten als ze op zoek gaan naar nectar
vlieggaten	=	vlieggat
vlieggewicht	noun	iets of iemand met een zeer lage massa
vlieggewichten	=	vlieggewicht
vlieghaven	noun	vliegveld
vlieghavens	=	vlieghaven
vlieghaventje	=	vlieghaven
vlieghaventjes	=	vlieghaven
vliegje	=	vlieg
vliegjes	=	vlieg
vliegkampscheepje	=	vliegkampschip
vliegkampschepen	=	vliegkampschip
vliegkampschip	noun	schip dat kan functioneren als een drijvende vliegbasis
vliegkost	noun|obsolete	het geld dat men betaalt voor vliegreizen==== Gangbaarheid ====
vliegkosten	noun	het geld dat men betaalt voor vliegreizen
vliegles	noun	onderwijs gericht op het leren vliegen
vlieglessen	=	vliegles
vliegmaatschappij	noun	een bedrijf dat vervoer door de lucht aanbiedt
vliegmaatschappijen	=	vliegmaatschappij
vliegmaatschappijtje	=	vliegmaatschappij
vliegmaatschappijtjes	=	vliegmaatschappij
vliegmachientje	=	vliegmachine
vliegmachientjes	=	vliegmachine
vliegmachine	noun	een luchtvaartuig dat een hogere dichtheid heeft dan lucht en in staat is een gecontroleerde vlucht te maken
vliegmachines	=	vliegmachine
vliegmachinetje	=	vliegmachine
vliegmachinetjes	=	vliegmachine
vliegopleiding	noun	een trainingsprogramma om een vliegbrevet te behalen, waarmee je een vliegtuig leert besturen
vliegopleidingen	=	vliegopleiding
vliegopleidinkje	=	vliegopleiding
vliegopleidinkjes	=	vliegopleiding
vliegprobleem	noun	aantasting van het vermogen om te vliegen; moeilijkheden met vliegen
vliegprobleempje	=	vliegprobleem
vliegprobleempjes	=	vliegprobleem
vliegproblemen	=	vliegprobleem
vliegramp	noun	een ongeluk in de lucht
vliegrampen	=	vliegramp
vliegrampje	=	vliegramp
vliegrampjes	=	vliegramp
vliegreis	noun	een reis die je maakt met een vliegtuig
vliegreisje	=	vliegreis
vliegreisjes	=	vliegreis
vliegreizen	=	vliegreis
vliegrestrictie	noun	beperkingen die gelden voor mensen of vliegtuigen om ergens (heen) te mogen vliegen
vliegrestricties	=	vliegrestrictie
vliegroute	noun	het traject van een een vliegreis
vliegrouten	=	vliegroute
vliegroutes	=	vliegroute
vliegschaamte	noun	een ongemakkelijk gevoel wanneer iemand voor korte afstanden toch het vliegtuig neemt
vliegschema	noun	tabel waarin staat welke vlucht wanneer vertrekt en aankomt
vliegschema's	=	vliegschema
vliegscholen	=	vliegschool
vliegschool	noun	opleiding tot het behalen van een vliegbrevet
vliegschooltje	=	vliegschool
vliegschooltjes	=	vliegschool
vliegshow	noun	demonstratie met (stunt)vliegtuigen, parachutespringen etc.
vliegshows	=	vliegshow
vliegshowtje	=	vliegshow
vliegshowtjes	=	vliegshow
vliegsimulator	noun	nagebootste stuurhut (cockpit) van vliegtuig waarin een vlieger alle handelingen moet verrichten die voor de besturing van een vliegtuig vereist zijn, terwijl hij ook gewaarwordingen van een echte vlucht ondergaat
vliegsimulatoren	=	vliegsimulator
vliegsimulators	=	vliegsimulator
vliegsport	noun	sport waarbij men gebruikmaakt van vliegtuigen, paragliders en parachutes
vliegsporten	=	vliegsport
vliegt	=	vliegen
vliegticket	noun	vervoerbewijs dat een passagier recht geeft op vervoer per vliegtuig naar de bestemming die men geboekt heeft
vliegtickets	=	vliegticket
vliegtijd	noun	tijd die nodig is om een bepaalde afstand vliegend te overbruggen
vliegtijden	=	vliegtijd
vliegtijdje	=	vliegtijd
vliegtijdjes	=	vliegtijd
vliegtocht	noun	reis die wordt afgelegd met een vliegtuig
vliegtochten	=	vliegtocht
vliegtochtje	=	vliegtocht
vliegtochtjes	=	vliegtocht
vliegtoestel	noun	apparaat waarmee men kan vliegen
vliegtoestellen	=	vliegtoestel
vliegtoestelletje	=	vliegtoestel
vliegtoestelletjes	=	vliegtoestel
vliegtol	noun	geld dat men moet betalen als men door het luchtruim van een bepaald land wil vliegen
vliegtuig	noun	vervoermiddel dat speciaal ontworpen is voor het reizen door de lucht
vliegtuigantenne	noun	antenne aan boord van een vliegtuig
vliegtuigantennes	=	vliegtuigantenne
vliegtuigantennetje	=	vliegtuigantenne
vliegtuigantennetjes	=	vliegtuigantenne
vliegtuigbeweging	noun	één opstijging of één landing van een luchtvaartuig op een luchthaven.
vliegtuigbewegingen	=	vliegtuigbeweging
vliegtuigbeweginkje	=	vliegtuigbeweging
vliegtuigbeweginkjes	=	vliegtuigbeweging
vliegtuigbouw	noun	het bouwen van vliegtuigen, ruimtevaartuigen etc.
vliegtuigbouwconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse vliegtuigfabrieken
vliegtuigbouwconcerns	=	vliegtuigbouwconcern
vliegtuigbouwer	noun	iemand die vliegtuigen bouwt en ontwerpt
vliegtuigbouwers	=	vliegtuigbouwer
vliegtuigbouwkunde	noun	kennis van het ontwerpen en bouwen van vliegtuigen
vliegtuigbouwkundig	adj	met betrekking tot de bouw van vliegtuigen
vliegtuigbouwkundige	=	vliegtuigbouwkundig
vliegtuigbouwkundiger	=	vliegtuigbouwkundig
vliegtuigbouwkundigere	=	vliegtuigbouwkundig
vliegtuigbouwkundigers	=	vliegtuigbouwkundig
vliegtuigbouwkundigs	=	vliegtuigbouwkundig
vliegtuigbouwkundigst	=	vliegtuigbouwkundig
vliegtuigbouwkundigste	=	vliegtuigbouwkundig
vliegtuigbrandstof	noun	een brandstof die men kan gebruiken in vliegtuigmotoren
vliegtuigbrandstoffen	=	vliegtuigbrandstof
vliegtuigconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse vliegtuigfabrieken
vliegtuigconcerns	=	vliegtuigconcern
vliegtuigcrash	noun	het neerstorten van een vliegtuig
vliegtuigcrashes	=	vliegtuigcrash
vliegtuigcrashje	=	vliegtuigcrash
vliegtuigcrashjes	=	vliegtuigcrash
vliegtuigcruise	noun	reis waarmee men met een vliegtuig meerdere steden en plaatsen aandoet
vliegtuigcruises	=	vliegtuigcruise
vliegtuigdeur	noun	speciale, luchtdichte deur die tijdens de vlucht van een vliegtuig niet geopend kan worden
vliegtuigdeuren	=	vliegtuigdeur
vliegtuigdeurtje	=	vliegtuigdeur
vliegtuigdeurtjes	=	vliegtuigdeur
vliegtuigen	=	vliegtuig
vliegtuigfabriek	noun	een bedrijf waar vliegtuigen worden gemaakt
vliegtuigfabrieken	=	vliegtuigfabriek
vliegtuigfabriekje	=	vliegtuigfabriek
vliegtuigfabriekjes	=	vliegtuigfabriek
vliegtuigfabrikant	noun	bedrijf dat vliegtuigen ontwerpt en produceert
vliegtuigfabrikanten	=	vliegtuigfabrikant
vliegtuiggaatje	=	vliegtuiggat
vliegtuiggaatjes	=	vliegtuiggat
vliegtuiggat	noun	een grote cirkelvormige of elliptische opening die kan voorkomen in cirrocumulus- of altocumuluswolken
vliegtuiggaten	=	vliegtuiggat
vliegtuighangar	noun	groot gebouw waarin vliegtuigen gestald kunnen worden
vliegtuighangars	=	vliegtuighangar
vliegtuigindustrie	noun	alle bedrijven en fabrieken die betrokken zijn bij de productie van vliegtuigen
vliegtuigindustrieën	=	vliegtuigindustrie
vliegtuigje	=	vliegtuig
vliegtuigjes	=	vliegtuig
vliegtuigkaapster	=	vliegtuigkaper
vliegtuigkaper	noun	iemand die de besturing van een vliegtuig, onder dreiging met geweld, overneemt
vliegtuigkapers	=	vliegtuigkaper
vliegtuigkaping	noun	het overnemen van de besturing over een vliegtuig onder dreiging met geweld, gewoonlijk door een gewapende kaper of groep kapers, vaak als een terroristische daad
vliegtuigkapingen	=	vliegtuigkaping
vliegtuiglading	noun	de totale hoeveelheid vracht of goederen die door één vliegtuig wordt vervoerd
vliegtuigladingen	=	vliegtuiglading
vliegtuigladinkje	=	vliegtuiglading
vliegtuigladinkjes	=	vliegtuiglading
vliegtuigmaatschappij	noun	bedrijf dat mensen en goederen vervoert met een vliegtuig
vliegtuigmaatschappijen	=	vliegtuigmaatschappij
vliegtuigmaatschappijtje	=	vliegtuigmaatschappij
vliegtuigmaatschappijtjes	=	vliegtuigmaatschappij
vliegtuigmaker	noun	bedrijf dat vliegtuigen bouwt
vliegtuigmakers	=	vliegtuigmaker
vliegtuigmodi	=	vliegtuigmodus
vliegtuigmodus	noun	instelling op een draagbaar elektronisch apparaat zoals een telefoon, spelcomputer of tablet waarmee alle radiocommunicatie kan worden uitgeschakeld, maar de overige gebruiksmogelijkheden blijven bestaan
vliegtuigmonteur	noun	iemand die voor zijn beroep vliegtuigen bouwt, onderhoudt of repareert
vliegtuigmonteurs	=	vliegtuigmonteur
vliegtuigmotor	noun	is de motor van een vliegtuig
vliegtuigmotoren	=	vliegtuigmotor
vliegtuigmotors	=	vliegtuigmotor
vliegtuigmotortje	=	vliegtuigmotor
vliegtuigmotortjes	=	vliegtuigmotor
vliegtuigonderdeel	noun	deel van een vliegtuig
vliegtuigonderdelen	=	vliegtuigonderdeel
vliegtuigonderhoud	noun	alle handelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat een vliegtuig in een goede conditie blijft
vliegtuigongeluk	noun	ongeluk met een vliegtuig
vliegtuigongelukje	=	vliegtuigongeluk
vliegtuigongelukjes	=	vliegtuigongeluk
vliegtuigongelukken	=	vliegtuigongeluk
vliegtuigongeval	noun	een incident gerelateerd aan het gebruik van een luchtvaartuig dat plaatsvindt tussen het moment van aan boord gaan en het moment dat alle inzittenden weer zijn uitgestapt
vliegtuigongevallen	=	vliegtuigongeval
vliegtuigongevalletje	=	vliegtuigongeval
vliegtuigongevalletjes	=	vliegtuigongeval
vliegtuigraam	noun	het raam van een vliegtuig.
vliegtuigraampje	=	vliegtuigraam
vliegtuigraampjes	=	vliegtuigraam
vliegtuigramen	=	vliegtuigraam
vliegtuigramp	noun	ernstig luchtvaartongeval waarbij een of meer vliegtuigen betrokken zijn, resulterend in een substantieel aantal doden, gewonden of enorme materiële schade
vliegtuigrampen	=	vliegtuigramp
vliegtuigrampje	=	vliegtuigramp
vliegtuigrampjes	=	vliegtuigramp
vliegtuigregistratie	noun	het vastleggen van een unieke code voor elk individueel vliegtuig
vliegtuigregistraties	=	vliegtuigregistratie
vliegtuigregistratietje	=	vliegtuigregistratie
vliegtuigregistratietjes	=	vliegtuigregistratie
vliegtuigslurf	noun	een beweegbare brug die de terminal koppelt aan het vliegtuig om passagiers eenvoudig in en uit te laten stappen
vliegtuigslurfje	=	vliegtuigslurf
vliegtuigslurfjes	=	vliegtuigslurf
vliegtuigslurven	=	vliegtuigslurf
vliegtuigspoor	noun	een witte streep aan de hemel achter een vliegtuig
vliegtuigspoortje	=	vliegtuigspoor
vliegtuigspoortjes	=	vliegtuigspoor
vliegtuigsporen	=	vliegtuigspoor
vliegtuigspotter	noun	een persoon die uit liefhebberij vliegtuigen observeert.
vliegtuigspotterdag	noun	een dag waarop vliegtuigspotters gezamenlijk vliegtuigen te spotten of waarop een of meerdere bijzondere vliegtuigen te zien zijn.
vliegtuigspotterdagen	=	vliegtuigspotterdag
vliegtuigspotterdagje	=	vliegtuigspotterdag
vliegtuigspotterdagjes	=	vliegtuigspotterdag
vliegtuigspotters	=	vliegtuigspotter
vliegtuigspottertje	=	vliegtuigspotter
vliegtuigspottertjes	=	vliegtuigspotter
vliegtuigstoel	noun	een comfortabele stoel met een hoge rugleuning zoals men die in vliegtuigen, treinen en touringcars kan vinden
vliegtuigstoelen	=	vliegtuigstoel
vliegtuigstoeltje	=	vliegtuigstoel
vliegtuigstoeltjes	=	vliegtuigstoel
vliegtuigstreep	noun	een witte streep aan de hemel achter een vliegtuig
vliegtuigstreepje	=	vliegtuigstreep
vliegtuigstreepjes	=	vliegtuigstreep
vliegtuigstrepen	=	vliegtuigstreep
vliegtuigtanker	noun	iemand die vliegtuigen van brandstof voorziet
vliegtuigtankers	=	vliegtuigtanker
vliegtuigvlucht	noun	een vlucht met een vliegtuig.
vliegtuigvluchten	=	vliegtuigvlucht
vliegtuigvluchtje	=	vliegtuigvlucht
vliegtuigvluchtjes	=	vliegtuigvlucht
vlieguren	=	vlieguur
vlieguur	noun	een maat voor te tijd die een piloot een vliegtuig bestuurt
vliegvakantie	noun	vakantie waarbij men het vliegtuig gebruikt om snel op de (verre) bestemming te komen.
vliegvakanties	=	vliegvakantie
vliegvakantietje	=	vliegvakantie
vliegvakantietjes	=	vliegvakantie
vliegveiligheid	noun	veiligheid in het vliegverkeer
vliegveld	noun	een terrein waar vliegtuigen kunnen landen en opstijgen
vliegveldeigenaar	noun	persoon of organisatie die een plaats bezit waar vliegtuigen kunnen landen en opstijgen
vliegveldeigenaars	=	vliegveldeigenaar
vliegveldeigenaren	=	vliegveldeigenaar
vliegvelden	=	vliegveld
vliegveldje	=	vliegveld
vliegveldjes	=	vliegveld
vliegverbinding	noun	een mogelijkheid om met een vliegtuig van de ene naar de andere plaats te gaan
vliegverbindingen	=	vliegverbinding
vliegverbindinkje	=	vliegverbinding
vliegverbindinkjes	=	vliegverbinding
vliegverbod	noun	een regel die het strafbaar stelt het luchtruim te gebruiken
vliegverboden	=	vliegverbod
vliegverbodje	=	vliegverbod
vliegverkeer	noun	het vervoer dat middels luchtvaart plaatsvindt
vliegvuren	=	vliegvuur
vliegvuur	noun	door de lucht vliegende vonken.
vliegvuurtje	=	vliegvuur
vliegvuurtjes	=	vliegvuur
vliegwerk	noun	toestel waarmee men tijdens de voorstellen zaken of personen door de lucht kon laten bewegen
vliegwerken	=	vliegwerk
vliegwiel	noun	een sneldraaiend wiel met grote massa
vliegwielen	=	vliegwiel
vliegwieltje	=	vliegwiel
vliegwieltjes	=	vliegwiel
vliegzalf	noun	zalf om te vliegen, heksenzalf
vlielander	noun	een inwoner van Vlieland, of iemand afkomstig uit Vlieland
vlielanders	=	vlielander
vlielandertje	=	vlielander
vlielandertjes	=	vlielander
vlielands	adj	op Vlieland betrekking hebbend
vlielandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Vlieland, of een vrouw afkomstig uit Vlieland
vlielandsen	=	vlielandse
vliem	noun	klein, heel scherp mesje zoals artsen gebruiken
vliemde	=	vliemen
vliemden	=	vliemen
vlieme	=	vliemen
vliemen	verb	scherp insnijden
vliemend	=	vliemen
vliemende	=	vliemen
vliempje	=	vliem
vliempjes	=	vliem
vliemt	=	vliemen
vlier	noun	een geslacht Sambucus van snelgroeiende heesters of kleine bomen.
vlierbes	noun	bessen van de gewone vlier (Sambucus nigra)
vlierbessen	=	vlierbes
vlierbeswijn	noun	alcoholische drank gemaakt met vlierbessen
vlierbeswijnen	=	vlierbeswijn
vlierbeswijntje	=	vlierbeswijn
vlierbeswijntjes	=	vlierbeswijn
vlierbladmijt	noun	Epitrimerus trilobus een bladmijt behorend tot de familie Eriophyidae (Galmijt).
vlierbladmijten	=	vlierbladmijt
vlierbladmijtje	=	vlierbladmijt
vlierbladmijtjes	=	vlierbladmijt
vlierbladvlekkenziekte	noun	een paddenstoel Pseudocercospora depazeoides uit de familie Mycosphaerellaceae.
vlierbladvlekkenziektes	=	vlierbladvlekkenziekte
vlierbladvlekkenziektetje	=	vlierbladvlekkenziekte
vlierbladvlekkenziektetjes	=	vlierbladvlekkenziekte
vlierbloesem	noun	bloesem van de (gewone) vlier
vlierbloesemgalmug	noun	Placochela nigripes een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
vlierbloesemgalmuggen	=	vlierbloesemgalmug
vlierbloesemgalmugje	=	vlierbloesemgalmug
vlierbloesemgalmugjes	=	vlierbloesemgalmug
vlierbloesems	=	vlierbloesem
vlierbloesemsiroop	noun	een siroop op basis van de bloesem van de vlier
vlierbloesemsiroopje	=	vlierbloesemsiroop
vlierbloesemsiroopjes	=	vlierbloesemsiroop
vlierbloesemsiropen	=	vlierbloesemsiroop
vlierbomen	=	vlierboom
vlierboom	noun	Sambucus nigra tot boom uitgegroeide vlier
vlierboompje	=	vlierboom
vlierboompjes	=	vlierboom
vlieren	=	vlier
vlierhaarmuts	noun	Orthotrichum consimile een bladmos uit de familie Orthotrichaceae.
vlierhaarmutsen	=	vlierhaarmuts
vlierhaarmutsje	=	vlierhaarmuts
vlierhaarmutsjes	=	vlierhaarmuts
vliering	noun	een bovenzoldertje, een zolder ter hoogte van de flieringen
vlieringen	=	vliering
vlierinkje	=	vliering
vlierinkjes	=	vliering
vlierknoopjeskorst	noun	Bacidia caerulea een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
vlierknoopjeskorsten	=	vlierknoopjeskorst
vlierknoopjeskorstje	=	vlierknoopjeskorst
vlierknoopjeskorstjes	=	vlierknoopjeskorst
vlierluis	noun	Aphis sambuci een halfvleugelig insect uit de bladluizenfamilie van de Aphididae.
vlierluisje	=	vlierluis
vlierluisjes	=	vlierluis
vlierluizen	=	vlierluis
vliermineervlieg	noun	Liriomyza amoena een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae).
vliermineervliegen	=	vliermineervlieg
vliermineervliegje	=	vliermineervlieg
vliermineervliegjes	=	vliermineervlieg
vliermos	noun	Cryphaea heteromalla een bladmos behorend tot de familie Cryphaeaceae.
vliermosfamilie	noun	een familie Cryphaeaceae van bladverliezende mossen uit de orde Hypnales.
vliermosje	=	vliermos
vliermosjes	=	vliermos
vliermossen	=	vliermos
vlierorchis	noun	Dactylorhiza sambucina een Europese terrestrische orchidee.
vlierorchisje	=	vlierorchis
vlierorchisjes	=	vlierorchis
vlierorchissen	=	vlierorchis
vlierstroop	noun	stroop vervaardigd uit vlierbessen
vlierstroopje	=	vlierstroop
vlierstroopjes	=	vlierstroop
vlierstropen	=	vlierstroop
vlierstruik	noun	snelgroeiende heester Sambucus met witte of witte of crèmekleurige bloemen, gevolgd door kleine rode, blauwachtige of zwarte vruchten
vlierstruiken	=	vlierstruik
vlierstruikje	=	vlierstruik
vlierstruikjes	=	vlierstruik
vliertje	=	vlier
vliertjes	=	vlier
vliervlinder	noun	Ourapteryx sambucaria een opvallend grote, zeer lichtkleurige spanner.
vliervlinders	=	vliervlinder
vliervlindertje	=	vliervlinder
vliervlindertjes	=	vliervlinder
vlies	noun	dunne laag op een oppervlak
vliesachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van vlies
vliesachtige	=	vliesachtig
vliesachtiger	=	vliesachtig
vliesachtigere	=	vliesachtig
vliesachtigers	=	vliesachtig
vliesachtigs	=	vliesachtig
vliesachtigst	=	vliesachtig
vliesachtigste	=	vliesachtig
vliesdun	adj	heel erg dun
vliesdunne	=	vliesdun
vliesduns	=	vliesdun
vlieseline	noun	een binnenvoering of vlies dat op textiel wordt gestreken of vastgenaaid, om dat een bepaalde stevigheid te geven
vliesgevel	noun	niet-dragende gevel van een gebouw
vliesgevels	=	vliesgevel
vliesgeveltje	=	vliesgevel
vliesje	=	vlies
vliesjes	=	vlies
vliespinda	noun	gepelde pinda waar het vliesje nog omheen zit dat mee opgegeten kan worden
vliespinda's	=	vliespinda
vliesvarenfamilie	noun	familie van kleine, vochtminnende varens, Hymenophyllaceae, in België en Luxemburg vertegenwoordigd door twee soorten, de platte vliesvaren (Hymenophyllum tunbrigense) en Trichomanes speciosum
vliesvarenfamilies	=	vliesvarenfamilie
vliesvarenfamilietje	=	vliesvarenfamilie
vliesvarenfamilietjes	=	vliesvarenfamilie
vliesvleugelig	adj	behorend of met betrekking tot de orde Hymenoptera, insecten met vier dunne, glanzende vleugels, zoals wespen, bijen en mieren
vliesvleugelige	noun	benaming voor insecten uit de orde Hymenoptera
vliesvleugeligen	noun	een orde Hymenoptera een grote orde van insecten die vertegenwoordigd wordt door ruim 150.000 verschillende soorten.
vliesvleugeligs	=	vliesvleugelig
vlieszaad	noun	een geslacht Corispermum uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
vlieszaadje	=	vlieszaad
vlieszaadjes	=	vlieszaad
vlieszaden	=	vlieszaad
vliet	noun	stroom
vliete	=	vliet
vlieten	=	vliet
vlietend	=	vliet
vlietende	=	vliet
vlietje	=	vliet
vlietjes	=	vliet
vliezen	=	vlies
vliezig	adj	lijkend op vliezen; met vliezen
vliezige	=	vliezig
vlieziger	=	vliezig
vliezigere	=	vliezig
vliezigers	=	vliezig
vliezigs	=	vliezig
vliezigst	=	vliezig
vliezigste	=	vliezig
vliezotrap	=	vlizotrap
vlij	=	vlijen
vlijde	=	vlijen
vlijden	=	vlijen
vlije	=	vlijen
vlijen	verb	op een geordende manier, comfortabel neerleggen
vlijend	=	vlijen
vlijende	=	vlijen
vlijlaag	noun	laag plat geplaatste stenen in een talud, waarop later de zetsteen geplaatst wordt
vlijlagen	=	vlijlaag
vlijm	noun	scherp snijinstrument dat eertijds gebruikt werd bij het aderlaten	adj	vlijmscherp.
vlijmde	=	vlijmen
vlijmden	=	vlijmen
vlijme	=	vlijm
vlijmen	verb	met een vlijm (scherp mes) snijden of steken
vlijmend	adj	heel scherp
vlijmende	=	vlijmen
vlijmender	=	vlijmend
vlijmendere	=	vlijmend
vlijmenders	=	vlijmend
vlijmends	=	vlijmend
vlijmendst	=	vlijmend
vlijmendste	=	vlijmend
vlijmpje	=	vlijm
vlijmpjes	=	vlijm
vlijms	=	vlijm
vlijmscherp	adj	heel erg scherp
vlijmscherpe	=	vlijmscherp
vlijmscherper	=	vlijmscherp
vlijmscherpere	=	vlijmscherp
vlijmscherpers	=	vlijmscherp
vlijmscherps	=	vlijmscherp
vlijmscherpst	=	vlijmscherp
vlijmscherpste	=	vlijmscherp
vlijmt	=	vlijmen
vlijt	noun	de bereidheid om hard te werken
vlijtig	adj	blijk gevend van vlijt
vlijtige	=	vlijtig
vlijtiger	=	vlijtig
vlijtigere	=	vlijtig
vlijtigers	=	vlijtig
vlijtigs	=	vlijtig
vlijtigst	=	vlijtig
vlijtigste	=	vlijtig
vlinder	noun	benaming voor nectar etende insecten uit de orde Lepidoptera, gekenmerkt door vier vaak gekleurde vleugels die met heel kleine schubben zijn bedekt, zuigende monddelen met een oprolbare tong en een rupsachtige larve die zich destructief voedt met planten
vlinderachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een vlinder
vlinderachtige	=	vlinderachtig
vlinderachtiger	=	vlinderachtig
vlinderachtigere	=	vlinderachtig
vlinderachtigers	=	vlinderachtig
vlinderachtigs	=	vlinderachtig
vlinderachtigst	=	vlinderachtig
vlinderachtigste	=	vlinderachtig
vlinderagame	noun	Leiolepis belliana een hagedis uit de familie agamen (Agamidae)
vlinderagamen	=	vlinderagame
vlinderagametje	=	vlinderagame
vlinderagametjes	=	vlinderagame
vlinderakkoord	noun	politiek akkoord dat de blauwdruk vormt voor de zesde Belgische staatshervorming en in oktober 2011 bereikt werd tussen de politieke partijen die na de Belgische federale verkiezingen van 13 juni 2010 een regering wilden vormen
vlinderakkoorden	=	vlinderakkoord
vlinderbeugel	noun	een beugel, waarbij ringetjes om je kiezen geplaatst worden met hiertussen een schroefverbinding
vlinderbeugels	=	vlinderbeugel
vlinderbeugeltje	=	vlinderbeugel
vlinderbeugeltjes	=	vlinderbeugel
vlinderbloemenfamilie	noun	de familie Fabaceae of Leguminosae (beide wetenschappelijke namen zijn toegestaan) is met ruim negentienduizend soorten verdeeld over 727 geslachten, met 7% de op twee na grootste familie van bloemplanten.
vlinderbloemenfamilies	=	vlinderbloemenfamilie
vlinderbloemenfamilietje	=	vlinderbloemenfamilie
vlinderbloemenfamilietjes	=	vlinderbloemenfamilie
vlinderdas	noun	een strikje dat op de boord van een overhemd gedragen wordt
vlinderdasje	=	vlinderdas
vlinderdasjes	=	vlinderdas
vlinderdassen	=	vlinderdas
vlinderde	=	vlinderen
vlinderden	=	vlinderen
vlindere	=	vlinderen
vlinderen	verb	fladderen
vlinderend	=	vlinderen
vlinderende	=	vlinderen
vlinderhaft	noun	haft uit de familie Ascalaphidae uit de orde netvleugeligen (Neuroptera).
vlinderhaften	noun	Ascalaphidae een familie van insecten uit de orde netvleugeligen (Neuroptera).
vlinderhaftje	=	vlinderhaft
vlinderhaftjes	=	vlinderhaft
vlinderlibel	noun	Rhyothemis semihyalina een libellensoort uit de familie van de korenbouten (Libellulidae), onderorde echte libellen (Anisoptera).
vlinderlibellen	noun	Rhyothemis een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
vlinderlibelletje	=	vlinderlibel
vlinderlibelletjes	=	vlinderlibel
vlinderlicht	adj	bijna gewichtloos, zonder zwaarte
vlinderlichte	=	vlinderlicht
vlinderlichts	=	vlinderlicht
vlindernet	noun	een groot net waarmee men vlinders kan vangen zonder ze te beschadigen
vlindernetje	=	vlindernet
vlindernetjes	=	vlindernet
vlindernetten	=	vlindernet
vlinderorchis	noun	Anacamptis papilionacea een Europese orchidee van het geslacht Anacamptis.
vlinderorchisje	=	vlinderorchis
vlinderorchisjes	=	vlinderorchis
vlinderorchissen	=	vlinderorchis
vlinderpijlstormvogel	noun	Puffinus gavia een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
vlinderpijlstormvogels	=	vlinderpijlstormvogel
vlinderpijlstormvogeltje	=	vlinderpijlstormvogel
vlinderpijlstormvogeltjes	=	vlinderpijlstormvogel
vlinderregering	noun	regering van België die op 6 december 2011, na een recordformatie van 541 dagen, tot stand kwam onder leiding van de Waalse socialist Elio di Rupo
vlinderregeringen	=	vlinderregering
vlinderroggen	noun	een familie Gymnuridae roggen.
vlinders	noun	een orde Lepidoptera van gevleugelde insecten.
vlinderslag	noun	borstslag bij zwemmen waarbij de beide armen gelijktijdig naar voren bewegen
vlinderslagen	=	vlinderslag
vlindersoort	noun	soort horend tot de orde der vlinders Lepidoptera
vlindersoorten	=	vlindersoort
vlindersoortje	=	vlindersoort
vlindersoortjes	=	vlindersoort
vlinderstrik	noun	een strik in de vorm van een vlinder die je om je hals kunt dragen als versiering
vlinderstrikje	=	vlinderstrik
vlinderstrikjes	=	vlinderstrik
vlinderstrikken	=	vlinderstrik
vlinderstruik	noun	Buddleja davidii een plant uit de helmkruidfamilie.
vlinderstruiken	=	vlinderstruik
vlinderstruikje	=	vlinderstruik
vlinderstruikjes	=	vlinderstruik
vlindert	=	vlinderen
vlindertje	=	vlinder
vlindertjes	=	vlinder
vlindertonijn	noun	Gasterochisma melampus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
vlindertonijnen	=	vlindertonijn
vlindertonijntje	=	vlindertonijn
vlindertonijntjes	=	vlindertonijn
vlindervagina	noun	vagina na een schaamlipcorrectie
vlindervagina's	=	vlindervagina
vlindervis	noun	Pantodon buchholzi de enige soort in de familie beentongvissen (Pantodontidae) binnen de gelijknamige orde Osteoglossiformes.
vlindervisje	=	vlindervis
vlindervisjes	=	vlindervis
vlindervissen	=	vlindervis
vlistenaar	noun	een inwoner van Vlist, of iemand afkomstig uit Vlist
vlistenaren	=	vlistenaar
vlisters	adj	op Vlist betrekking hebbend
vlisterse	noun	een vrouwelijke inwoner van Vlist, of een vrouw afkomstig uit Vlist
vlistersen	=	vlisterse
vlizo	=	vlizotrap
vlizotrap	noun	opklapbare en uitschuifbare trap naar de zolder
vlizotrapje	=	vlizotrap
vlizotrapjes	=	vlizotrap
vlizotrappen	=	vlizotrap
vlj	noun	lichtgewicht straalvliegtuig van maximaal 4500 kg dat als luchttaxi gebruikt kan worde
vlj's	=	vlj
vlo	noun	benaming voor insecten uit de orde Siphonaptera, vleugelloze bloedzuigende huidparasieten
vlocht	=	vlechten
vlochte	=	vlechten
vlochten	=	vlechten
vlode	=	vlieden
vloden	=	vlieden
vloed	noun	stromende vloeistof met daarmee gepaard gaande verhoging van de vloeistofstand
vloedanker	noun	tweede anker, uitgeworpen bij opkomende vloed
vloedankers	=	vloedanker
vloedankertje	=	vloedanker
vloedankertjes	=	vloedanker
vloedbeweging	noun	de fase van het getij waarbij het zeewater opkomt of stijgt tot het maximale niveau.
vloedbewegingen	=	vloedbeweging
vloedbeweginkje	=	vloedbeweging
vloedbeweginkjes	=	vloedbeweging
vloedbos	noun	bos in tropische kustgebieden en rivierdelta’s met getijdewerking
vloedbossen	=	vloedbos
vloedboszanger	noun	Myiothlypis rivularis een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
vloedboszangers	=	vloedboszanger
vloedboszangertje	=	vloedboszanger
vloedboszangertjes	=	vloedboszanger
vloeddeur	noun	sluisdeur die bij vloed het binnenstromen van water verhinderd, komt meestal voor als puntdeur in combinatie met een ebdeur
vloeddeuren	=	vloeddeur
vloeddeurtje	=	vloeddeur
vloeddeurtjes	=	vloeddeur
vloeden	=	vloed
vloedgolf	noun	een zich golfsgewijs voortplantende plotselinge stijging van de waterstand
vloedgolfje	=	vloedgolf
vloedgolfjes	=	vloedgolf
vloedgolven	=	vloedgolf
vloedgraaf	noun	gegraven beek
vloedje	=	vloed
vloedjes	=	vloed
vloedlijn	noun	door aangespoeld materiaal gevormde lijn die het verste bereik van vloed aangeeft
vloedlijnen	=	vloedlijn
vloedlijntje	=	vloedlijn
vloedlijntjes	=	vloedlijn
vloedmerk	noun	aangespoeld drijfvuil dat de hoogste waterstand (incl.
vloedmerken	=	vloedmerk
vloedmerkje	=	vloedmerk
vloedmerkjes	=	vloedmerk
vloedplank	noun	schot bestemd om een opening in een dijk dicht te maken bij hoogwater
vloedplanken	=	vloedplank
vloedstromen	=	vloedstroom
vloedstroom	noun	de waterstroom die naar de kust gaat als het hoogwater wordt en 3-4 uur na laagwater maximaal is
vloedwater	noun	water van de vloed of van een overstroming
vloei	noun	dun papier zonder lijm voor sigaretten of als absorptiemateriaal, vloeipapier
vloeibaar	adj	in staat te vloeien, gezegd van de aggregatietoestand van stoffen die niet vast en niet gasvormig zijn
vloeibaarder	=	vloeibaar
vloeibaardere	=	vloeibaar
vloeibaarders	=	vloeibaar
vloeibaars	=	vloeibaar
vloeibaarst	=	vloeibaar
vloeibaarste	=	vloeibaar
vloeibare	=	vloeibaar
vloeiblaadje	=	vloeiblad
vloeiblaadjes	=	vloeiblad
vloeiblad	noun	blad vloeipapier
vloeibladen	=	vloeiblad
vloeiblok	noun	blok vloeipapier
vloeiblokje	=	vloeiblok
vloeiblokjes	=	vloeiblok
vloeiblokken	=	vloeiblok
vloeiboek	noun	boek met bladen vloeipapier, oorspronkelijk bedoeld om natte inkt op te drogen en vlekken te voorkomen
vloeiboeken	=	vloeiboek
vloeiboekje	=	vloeiboek
vloeiboekjes	=	vloeiboek
vloeide	=	vloeien
vloeiden	=	vloeien
vloeie	=	vloeien
vloeien	verb	zacht stromen
vloeiend	adj	stromend
vloeiende	=	vloeien
vloeiender	=	vloeiend
vloeiendere	=	vloeiend
vloeienders	=	vloeiend
vloeiends	=	vloeiend
vloeiendst	=	vloeiend
vloeiendste	=	vloeiend
vloeiing	noun	bloedverlies tijdens de menstruatie
vloeiingen	=	vloeiing
vloeiinkje	=	vloeiing
vloeiinkjes	=	vloeiing
vloeimap	noun	onderlegger voor schrijfwerk, van absorberend vloeipapier
vloeimapje	=	vloeimap
vloeimapjes	=	vloeimap
vloeimappen	=	vloeimap
vloeipapier	noun	papier om een sigaret van te rollen
vloeipapieren	=	vloeipapier
vloeipapiertje	=	vloeipapier
vloeipapiertjes	=	vloeipapier
vloeispaat	noun	in de natuur voorkomende vorm van calciumfluoride (CaF₂), gebruikt als vloeimiddel bij smeltingsprocessen en voor lenzen van microscopen
vloeistof	noun	stof in die aggregatietoestand waarin het geen eigen vorm heeft, maar wel een eigen volume
vloeistofchromatografie	noun	een analytische methode waarbij er gebruik wordt gemaakt van het verschil in affiniteit met zowel de mobiele als de stationaire fase waarbij de mobiele fase in dit geval altijd een vloeistof is
vloeistofchromatografieën	=	vloeistofchromatografie
vloeistofdicht	adj	geen vloeistof doorlatend
vloeistofdichte	=	vloeistofdicht
vloeistofdichter	=	vloeistofdicht
vloeistofdichtere	=	vloeistofdicht
vloeistofdichters	=	vloeistofdicht
vloeistofdichts	=	vloeistofdicht
vloeistofdichtst	=	vloeistofdicht
vloeistofdichtste	=	vloeistofdicht
vloeistofdynamica	noun	is de wetenschap die de beweging (stroming) van vloeistoffen en gassen beschrijft
vloeistofdynamica's	=	vloeistofdynamica
vloeistoffen	=	vloeistof
vloeistofje	=	vloeistof
vloeistofjes	=	vloeistof
vloeistofkoeling	noun	koeling d.m.v. een vloeistof
vloeistofkoelingen	=	vloeistofkoeling
vloeistofmechanica	noun	het wiskundig beschrijven van het gedrag van fluïda (vloeistoffen en gassen)
vloeistofmechanica's	=	vloeistofmechanica
vloeit	=	vloeien
vloeitje	=	vloei
vloeitjes	=	vloei
vloeivleklieveheersbeestje	noun	Oenopia conglobata een kever uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
vloeivleklieveheersbeestjes	=	vloeivleklieveheersbeestje
vloeiwei	noun	een stuk grond dat periodiek kunstmatig wordt bevloeid met voedselrijk beek- of rivierwater
vloeiweide	noun	een stuk grond dat periodiek kunstmatig wordt bevloeid met voedselrijk beek- of rivierwater
vloeiweiden	=	vloeiweide
vloeiweides	=	vloeiweide
vloeiweien	=	vloeiwei
vloek	noun	bewust uitgesproken wens om iemand kwaad of leed aan te doen
vloeke	=	vloeken
vloeken	verb	uitroepen van vloekwoorden, beledigende taal gebruiken
vloekend	adj	bezig zijnd met het gebruiken van scheldwoorden
vloekende	=	vloeken
vloekender	=	vloekend
vloekendere	=	vloekend
vloekenders	=	vloekend
vloekends	=	vloekend
vloekendst	=	vloekend
vloekendste	=	vloekend
vloeker	noun	iemand die veel krachttermen gebruikt
vloekers	=	vloeker
vloekje	=	vloek
vloekjes	=	vloek
vloekt	=	vloeken
vloekte	=	vloeken
vloekten	=	vloeken
vloekverbod	noun	plaatselijke verordening (in de Algemene Plaatselijke Verordening of APV) die het verbiedt om in het openbaar godslasterlijke of ruwe taal te gebruiken, zoals het vloeken met de naam van God, bedoeld om de openbare orde en fatsoen te handhaven, al is de juridische geldigheid ervan onderwerp van discussie met de vrijheid van meningsuiting.
vloekverboden	=	vloekverbod
vloekverbodje	=	vloekverbod
vloekverbodjes	=	vloekverbod
vloekwaardig	adj	waard om over te vloeken of te vervloeken
vloekwaardige	=	vloekwaardig
vloekwaardiger	=	vloekwaardig
vloekwaardigere	=	vloekwaardig
vloekwaardigers	=	vloekwaardig
vloekwaardigs	=	vloekwaardig
vloekwaardigst	=	vloekwaardig
vloekwaardigste	=	vloekwaardig
vloekwoord	noun	uitdrukking waarmee men iets of iemand kwaad toewenst
vloekwoorden	=	vloekwoord
vloekwoordje	=	vloekwoord
vloekwoordjes	=	vloekwoord
vloer	noun	bodem van een ruimte in een gebouw
vloerbalk	noun	balk die vloeren draagt
vloerbalken	=	vloerbalk
vloerbalkje	=	vloerbalk
vloerbalkjes	=	vloerbalk
vloerbedekking	noun	Vloerbedekking is een verzamelnaam voor materialen om de kale vloer mee te bedekken.
vloerbedekkingen	=	vloerbedekking
vloerbedekkinkje	=	vloerbedekking
vloerbedekkinkjes	=	vloerbedekking
vloerbekleding	noun	afwerklaag voor een vloer
vloerbekledingen	=	vloerbekleding
vloerbekledinkje	=	vloerbekleding
vloerbekledinkjes	=	vloerbekleding
vloerconvector	noun	convector die in een ruimte onder het vloeroppervlak is aangebracht
vloerde	=	vloeren
vloerdeel	noun	een samenhangend stuk vloer dat samen met andere vloerdelen één vloer vormt
vloerdelen	=	vloerdeel
vloerden	=	vloeren
vloerder	noun	iemand die een vloer kan leggen
vloerders	=	vloerder
vloerdertje	=	vloerder
vloerdweil	noun	een stuk weefsel in natte vorm gebruikt om een gladde vloer te reinigen
vloerdweilen	=	vloerdweil
vloere	=	vloeren
vloeren	verb	onderuithalen
vloerend	=	vloeren
vloerende	=	vloeren
vloerkleden	=	vloerkleed
vloerkleed	noun	een tapijt dat los op de vloer ligt en de vloer slechts voor een deel bedekt
vloerkleedje	=	vloerkleed
vloerkleedjes	=	vloerkleed
vloermat	noun	mat vlak achter of vlak voor de huisdeur waarop men de schoenen schoon kan maken voordat men het huis ingaat.
vloermatje	=	vloermat
vloermatjes	=	vloermat
vloermatten	=	vloermat
vloermodel	noun	een object dat bestemd is om op de vloer geplaatst te worden
vloermodellen	=	vloermodel
vloermodelletje	=	vloermodel
vloermodelletjes	=	vloermodel
vloermozaïek	noun	mozaïek in tegelwerk op de vloer
vloermozaïeken	=	vloermozaïek
vloermozaïekje	=	vloermozaïek
vloermozaïekjes	=	vloermozaïek
vloeroppervlak	noun	de oppervlakte (het aantal vierkante meters) (van een vloer) van een object
vloeroppervlakje	=	vloeroppervlak
vloeroppervlakjes	=	vloeroppervlak
vloeroppervlakken	=	vloeroppervlak
vloerplank	noun	een van de planken die een houten vloer maken
vloerplanken	=	vloerplank
vloerplankje	=	vloerplank
vloerplankjes	=	vloerplank
vloert	=	vloeren
vloertegel	noun	een tegel van keramiek, natuursteen, kunststof etc. om een vloer mee te bedekken
vloertegels	=	vloertegel
vloertegeltje	=	vloertegel
vloertegeltjes	=	vloertegel
vloertje	=	vloer
vloertjes	=	vloer
vloervarken	noun	kleine borstel met handvat waarmee je vuil kunt opvegen; vaak gebruikt samen met een stofblik
vloervarkens	=	vloervarken
vloervarkentje	=	vloervarken
vloervarkentjes	=	vloervarken
vloerveer	noun	scharnierconstructie die een deur automatisch en gedempt opent en sluit
vloerveren	=	vloerveer
vloerverwarming	noun	verwarming van een ruimte of gebouw door het verwarmen van de vloeren
vloerverwarmingen	=	vloerverwarming
vloerzand	noun	fijn wit zand dat men vroeger als vloerbedekking gebruikte
vloerzerk	noun	een grafsteen ingewerkt in de vloer van een kerk
vloerzerken	=	vloerzerk
vloerzerkje	=	vloerzerk
vloerzerkjes	=	vloerzerk
vlog	noun	een internetdagboek (variant van een weblog), waarbij het grootste deel van de inhoud bestaat uit videobeelden
vlogde	=	vloggen
vlogden	=	vloggen
vloge	=	vliegen
vlogen	=	vliegen
vlogge	=	vloggen
vloggen	verb	het bijhouden van een vlog
vloggend	=	vloggen
vloggende	=	vloggen
vlogger	noun	iemand die een videoblog ('vlog') bijhoudt
vloggers	=	vlogger
vloggertje	=	vlogger
vloggertjes	=	vlogger
vlogje	=	vlog
vlogjes	=	vlog
vlogs	=	vlog
vlogster	noun	vrouw die een video kroniek bijhoudt op het internet
vlogsters	=	vlogster
vlogt	=	vloggen
vlok	noun	een samenhangend hoopje van sneeuw of andere lichte stof
vlokje	=	vlok
vlokjes	=	vlok
vlokke	=	vlokken
vlokken	noun	bepaald soort broodbeleg van chocolade
vlokkend	=	vlokken
vlokkende	=	vlokken
vlokkentest	noun	een onderzoek naar genetische afwijkingen bij een foetus door het onderzoeken van een deel van de placenta
vlokkentesten	=	vlokkentest
vlokkentestje	=	vlokkentest
vlokkentestjes	=	vlokkentest
vlokkentests	=	vlokkentest
vlokkerig	adj	bestaande uit kleine, lichte, niet scherp afgegrensde hoopjes stof; de constitutie hebbend die lijkt op dons of sneeuwvlokken
vlokkerige	=	vlokkerig
vlokkeriger	=	vlokkerig
vlokkerigere	=	vlokkerig
vlokkerigers	=	vlokkerig
vlokkerigs	=	vlokkerig
vlokkerigst	=	vlokkerig
vlokkerigste	=	vlokkerig
vlokkig	adj	bestaande uit vlokken, vlokken bevattend
vlokkige	=	vlokkig
vlokkiger	=	vlokkig
vlokkigere	=	vlokkig
vlokkigers	=	vlokkig
vlokkigs	=	vlokkig
vlokkigst	=	vlokkig
vlokkigste	=	vlokkig
vlokreeften	noun	Amphipoda een orde van de Peracarida, een van de superordes van de klasse Malacostraca
vlokslakken	noun	Aeolidiidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
vlokt	=	vlokken
vlokte	=	vlokken
vlokten	=	vlokken
vlonder	noun	los houten voetbruggetje, vaak niet meer dan een of twee planken breed of een balk
vlonderpad	noun	voetweg bestaand uit houten planken die boven water of drassige grond zijn aangebracht
vlonderpaden	=	vlonderpad
vlonders	=	vlonder
vlondertje	=	vlonder
vlondertjes	=	vlonder
vloo	=	vlo
vlood	=	vlieden
vloodt	=	vlieden
vloog	=	vliegen
vloogt	=	vliegen
vlooi	=	vlooien
vlooide	=	vlooien
vlooiden	=	vlooien
vlooie	=	vlooien
vlooien	verb	ontdoen van vlooien en andere parasieten door die met de hand een voor een te verwijderen	noun	een orde Siphonaptera van gevleugelde insecten (Pterygota).
vlooienband	noun	Een band om de nek van een hond of kat die de hond of kat moet beschermen tegen vlooien.
vlooienbanden	=	vlooienband
vlooienbandje	=	vlooienband
vlooienbandjes	=	vlooienband
vlooienbeet	noun	beet van een vlo
vlooienbeten	=	vlooienbeet
vlooiend	=	vlooien
vlooiende	=	vlooien
vlooienmarkt	noun	rommelmarkt, luizenmarkt
vlooienmarkten	=	vlooienmarkt
vlooienmarktje	=	vlooienmarkt
vlooienmarktjes	=	vlooienmarkt
vlooienpoep	noun	ontlasting van een vlo
vlooientheater	noun	een oude kermisattractie, waar vlooien voertuigjes als kleine koetsjes trekken, draaimolens in beweging zetten, of bijvoorbeeld ballen op doel schieten
vlooientheaters	=	vlooientheater
vlooienzak	noun|informal	langwerpig omhulsel van gevoerd textiel waar je in kan slapen
vlooienzakken	=	vlooienzak
vlooit	=	vlooien
vlooitje	=	vlo
vlooitjes	=	vlo
vloot	noun	groep bij elkaar horende schepen
vlootbases	=	vlootbasis
vlootbasis	noun	thuishaven van marineschepen
vlootbasissen	=	vlootbasis
vlootje	=	vlo
vlootjes	=	vlo
vlootoefening	noun	actie waarbij marineschepen als training acties ondernemen die ook zouden kunnen voorkomen tijdens een oorlog
vlootoefeningen	=	vlootoefening
vlootverdrag	noun	verdrag betreffende de maritieme bewapening
vlootverdragen	=	vlootverdrag
vlos	noun	bosje draden
vlossen	verb	opruwen van weefsel, rafelen, pluizen	adj	gemaakt van ruwe zijde; gemaakt van vloszij
vlossig	adj	niet erg vast in elkaar geweven, vlokkerig
vlossige	=	vlossig
vlossiger	=	vlossig
vlossigere	=	vlossig
vlossigers	=	vlossig
vlossigs	=	vlossig
vlossigst	=	vlossig
vlossigste	=	vlossig
vloszij	noun	verwarde zijde gemaakt van de buitenste lagen van de cocon van de zijderups
vloszijdes	=	vloszij
vlot	noun	een drijvende constructie	adj	gemakkelijk, eenvoudig, zonder veel problemen
vlotbrug	noun	een brug die bestaat uit een of meerdere vlotten waarover het verkeer aan de overkant gaat
vlotbruggen	=	vlotbrug
vlotbruggetje	=	vlotbrug
vlotbruggetjes	=	vlotbrug
vlotbrugje	=	vlotbrug
vlotbrugjes	=	vlotbrug
vlote	=	vliet
vloten	=	vloot
vlotgaand	adj	weinig waterdiepte nodig hebbend om te kunnen varen
vlotgaande	=	vlotgaand
vlotgaands	=	vlotgaand
vlotheden	=	vlotheid
vlotheid	noun	vaaart, snelheid
vlotje	=	vlot
vlotjes	adv	snel en moeiteloos
vlots	=	vlot
vlotst	=	vlot
vlotste	=	vlot
vlotte	=	vlot
vlotten	verb	voortgang maken
vlottend	adj	aan verandering onderhevig, onvast
vlottende	=	vlotten
vlottender	=	vlottend
vlottendere	=	vlottend
vlottenders	=	vlottend
vlottends	=	vlottend
vlottendst	=	vlottend
vlottendste	=	vlottend
vlotter	noun	drijflichaam in verschillende toestellen om een niveau te bepalen en afhankelijk hiervan een proces te regelen
vlotterd	noun	iemand die gemakkelijk, ruimdenkend, voortvarend of zelfs onzorgvuldig met anderen omgaat
vlotterde	=	vlotteren
vlotterden	=	vlotteren
vlotterds	=	vlotterd
vlottere	=	vlot
vlotteren	verb	voor het plezier varen met een vlot
vlotterend	=	vlotteren
vlotterende	=	vlotteren
vlotterkraan	noun	automatische kraan voor het vullen van een reservoir of bak en die m.n. in de stortbak van een toilet aanwezig is
vlotterkranen	=	vlotterkraan
vlotters	=	vlot
vlottert	=	vlotteren
vlotvaren	noun	een geslacht Salvinia van dertien soorten varens uit de vlotvarenfamilie (Salviniaceae).
vlotvarenfamilie	noun	een familie Salviniaceae van kleine, drijvende aquatische varens, die vooral in tropische gebieden voorkomen.
vlotvarenfamilies	=	vlotvarenfamilie
vlotvarenfamilietje	=	vlotvarenfamilie
vlotvarenfamilietjes	=	vlotvarenfamilie
vlotvarens	=	vlotvaren
vlotvarentje	=	vlotvaren
vlotvarentjes	=	vlotvaren
vlotweg	adv	op een vlotte manier, met gemak, zonder moeite
vlouw	noun	soort vissersnet
vlouwen	=	vlouw
vlozegge	noun	Carex pulicaris een vaste plant, die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
vlozeggen	=	vlozegge
vlozeggetje	=	vlozegge
vlozeggetjes	=	vlozegge
vlucht	noun	naamwoord van handeling van vliegen: het zich door luchtruim bewegen
vluchtauto	noun	een auto waarmee gevlucht is
vluchtauto's	=	vluchtauto
vluchtautootje	=	vluchtauto
vluchtautootjes	=	vluchtauto
vluchtbewaker	noun	politieagent die in burger meereist op een vlucht om de orde te handhaven
vluchtbewakers	=	vluchtbewaker
vluchtbeweging	noun	een afzonderlijke start of landing van een luchtvaartuig.
vluchtbewegingen	=	vluchtbeweging
vluchtbeweginkje	=	vluchtbeweging
vluchtbeweginkjes	=	vluchtbeweging
vluchte	=	vluchten
vluchteling	noun	iemand die uit angst voor vervolging zijn land is ontvlucht
vluchtelinge	noun	vrouw die haar woongebied is ontvlucht uit vrees voor geweld of haar leven
vluchtelingen	=	vluchteling
vluchtelingencomiteetje	=	vluchtelingencomité
vluchtelingencomiteetjes	=	vluchtelingencomité
vluchtelingencomité	noun	organisatie die zorgt voor de opvang van vluchtelingen
vluchtelingencomités	=	vluchtelingencomité
vluchtelingencrises	=	vluchtelingencrisis
vluchtelingencrisis	noun	een politieke en/of maatschappelijke crisis die ontstaat door een vluchtelingenstroom
vluchtelingencrisisje	=	vluchtelingencrisis
vluchtelingencrisisjes	=	vluchtelingencrisis
vluchtelingencrisissen	=	vluchtelingencrisis
vluchtelingenhek	noun	afscheiding die oversteken van een grens moet verhinderen voor mensen die wegens slechte omstandigheden in hun eigen land naar een ander land willen uitwijken
vluchtelingenhekje	=	vluchtelingenhek
vluchtelingenhekjes	=	vluchtelingenhek
vluchtelingenhekken	=	vluchtelingenhek
vluchtelingenkamp	noun	kamp als tijdelijke opvang van vluchtelingen
vluchtelingenkampen	=	vluchtelingenkamp
vluchtelingenkampje	=	vluchtelingenkamp
vluchtelingenkampjes	=	vluchtelingenkamp
vluchtelingenopvang	noun	de opvang en verzorging van mensen die hun woonplaats of land hebben moeten verlaten
vluchtelingenopvangen	=	vluchtelingenopvang
vluchtelingenorganisatie	noun	organisatie die vluchtelingen ondersteunt
vluchtelingenorganisaties	=	vluchtelingenorganisatie
vluchtelingenprobleem	noun	de moeilijkheid dat er veel mensen (moeten) vluchten; moeilijkheid met de opvang van vluchtelingen
vluchtelingenproblemen	=	vluchtelingenprobleem
vluchtelingenstatus	noun	juridische erkenning dat een persoon een vluchteling is
vluchtelingenstatussen	=	vluchtelingenstatus
vluchtelingenstromen	=	vluchtelingenstroom
vluchtelingenstroom	noun	een grote groep migrerende vluchtelingen, als term vooral gebruikelijk in de nieuwsmedia
vluchtelingenstroompje	=	vluchtelingenstroom
vluchtelingenstroompjes	=	vluchtelingenstroom
vluchtelingenverdrag	noun	verdrag binnen de Verenigde Naties waarin landen hulp aan vluchtelingen toezeggen ongeacht hun herkomst
vluchtelingenverdragen	=	vluchtelingenverdrag
vluchtelingenverkeer	noun	de bewegingen van mensen die gevlucht zijn uit hun oorspronkelijke woonplaats
vluchtelingenvraagstuk	noun	probleem dat ontstaat door de toestroom van vluchtelingen en waarvoor een oplossing gezocht moet worden
vluchtelingenvraagstukje	=	vluchtelingenvraagstuk
vluchtelingenvraagstukjes	=	vluchtelingenvraagstuk
vluchtelingenvraagstukken	=	vluchtelingenvraagstuk
vluchtelingenwerk	noun	de hulp aan vluchtelingen
vluchtelingenwerken	=	vluchtelingenwerk
vluchtelinges	=	vluchtelinge
vluchtelingetje	=	vluchteling
vluchtelingetjes	=	vluchteling
vluchten	verb	trachten te ontkomen aan dreigend gevaar
vluchtend	=	vluchten
vluchtende	=	vluchten
vluchter	noun	iemand die vlucht voor de politie
vluchters	=	vluchter
vluchtgang	noun	looppad dat geschikt is om te vluchten
vluchtgangen	=	vluchtgang
vluchtgedrag	noun	een verdedigingsmechanisme dat bij mensen en dieren optreedt als er acuut gevaar dreigt
vluchtgegeven	noun	een stukje informatie betreffende een vlucht (met een vliegtuig)
vluchtgegevens	noun	alle informatie die betrekking heeft op een vlucht in een vliegtuig
vluchtgevaar	noun	de kans dat iemand ontsnapt uit een gevangenschap
vluchtgevaarlijk	adj	met grote kans op het trachten weg te komen
vluchtgevaarlijke	=	vluchtgevaarlijk
vluchtgevaarlijker	=	vluchtgevaarlijk
vluchtgevaarlijkere	=	vluchtgevaarlijk
vluchtgevaarlijkers	=	vluchtgevaarlijk
vluchtgevaarlijks	=	vluchtgevaarlijk
vluchtgevaarlijkst	=	vluchtgevaarlijk
vluchtgevaarlijkste	=	vluchtgevaarlijk
vluchtgevaren	=	vluchtgevaar
vluchthaven	noun	beschutte plaats waar een schip veilig voor anker kan gaan
vluchthavens	=	vluchthaven
vluchthaventje	=	vluchthaven
vluchthaventjes	=	vluchthaven
vluchtheuvel	noun	heuvel waarop men kan vluchten bij hoogwater (bijv. een terp)
vluchtheuvelen	=	vluchtheuvel
vluchtheuvels	=	vluchtheuvel
vluchtheuveltje	=	vluchtheuvel
vluchtheuveltjes	=	vluchtheuvel
vluchthuis	noun	een Belgisch opvangcentrum voor vrouwen die mishandeld of bedreigd worden door het geweld van hun partner
vluchthuisje	=	vluchthuis
vluchthuisjes	=	vluchthuis
vluchthuizen	=	vluchthuis
vluchtig	adj	gemakkelijk in damp overgaand
vluchtige	=	vluchtig
vluchtiger	=	vluchtig
vluchtigere	=	vluchtig
vluchtigers	=	vluchtig
vluchtigheden	=	vluchtigheid
vluchtigheid	noun|figurative	iets dat weinig diepgang heeft; iets dat maar een korte tijd duurt
vluchtigheidje	=	vluchtigheid
vluchtigheidjes	=	vluchtigheid
vluchtigs	=	vluchtig
vluchtigst	=	vluchtig
vluchtigste	=	vluchtig
vluchtinformatie	noun	informatie die men nodig heeft om te kunnen vliegen met een vliegtuig
vluchtje	=	vlucht
vluchtjes	=	vlucht
vluchtkerk	noun	een kerk waar mensen een toevlucht toe gezocht hebben
vluchtkerken	=	vluchtkerk
vluchtkerkje	=	vluchtkerk
vluchtkerkjes	=	vluchtkerk
vluchtladder	noun	een ladder bedoeld om te gebruiken tijdens het vluchten.
vluchtladders	=	vluchtladder
vluchtladdertje	=	vluchtladder
vluchtladdertjes	=	vluchtladder
vluchtleider	noun	iemand die beroepsmatig zorgt voor een veilig, vlot en ordelijk verloop van het luchtverkeer
vluchtleiders	=	vluchtleider
vluchtleiding	noun	team dat vanaf de aarde een vliegtuig of ruimtevlucht begeleidt
vluchtleidingen	=	vluchtleiding
vluchtleidingscentra	=	vluchtleidingscentrum
vluchtleidingscentrum	noun	locatie vanwaar een (ruimte)vlucht wordt begeleidt
vluchtleidingscentrums	=	vluchtleidingscentrum
vluchtleidinkje	=	vluchtleiding
vluchtleidinkjes	=	vluchtleiding
vluchtmisdrijf	noun	het wegvluchten na een verkeersongeval waarbij men betrokken is
vluchtmisdrijven	=	vluchtmisdrijf
vluchtnabootser	noun	nagebootste stuurhut (cockpit) van vliegtuig waarin een vlieger alle handelingen moet verrichten die voor de besturing van een vliegtuig vereist zijn, terwijl hij ook gewaarwordingen van een echte vlucht ondergaat
vluchtnabootsers	=	vluchtnabootser
vluchtnummer	noun	de IATA-code van de luchtvaartmaatschappij gevolgd door een nummer
vluchtnummers	=	vluchtnummer
vluchtoord	noun	plaats waarnaar je kunt vluchten om veilig te zijn
vluchtoorden	=	vluchtoord
vluchtplaats	noun	plaats waarheen men in gevaar kan vluchten
vluchtplaatsen	=	vluchtplaats
vluchtplan	noun	schematische planning van een vlucht met een vliegtuig of ruimtevaartuig
vluchtplannen	=	vluchtplan
vluchtplannetje	=	vluchtplan
vluchtplannetjes	=	vluchtplan
vluchtpoging	noun	de keer dat iemand probeert te ontsnappen
vluchtpogingen	=	vluchtpoging
vluchtpoginkje	=	vluchtpoging
vluchtpoginkjes	=	vluchtpoging
vluchtpunt	noun	punt waarin evenwijdige lijnen uit de werkelijkheid verdwijnen in een perspectieftekening
vluchtpunten	=	vluchtpunt
vluchtpuntje	=	vluchtpunt
vluchtpuntjes	=	vluchtpunt
vluchtrecorder	noun	apparaat in een vliegtuig waarin alle vluchtgegevens worden geregistreerd
vluchtrecorders	=	vluchtrecorder
vluchtroute	noun	veilige route om uit een gebouw te komen
vluchtrouten	=	vluchtroute
vluchtroutes	=	vluchtroute
vluchtschema	noun	tabel met de aankomst- en vertrektijden van vliegtuigen; dienstregeling van vliegtuigen
vluchtschema's	=	vluchtschema
vluchtstroken	=	vluchtstrook
vluchtstrook	noun	een door een doorgetrokken streep gemarkeerd afgescheiden gedeelte van de rijbaan op de autosnelweg of autoweg, bedoeld voor noodsituaties.
vluchtstrookje	=	vluchtstrook
vluchtstrookjes	=	vluchtstrook
vluchtstrookrijder	noun	iemand die illegaal de vluchtstrook gebruikt om een file op de autosnelweg te vermijden
vluchtstrookrijders	=	vluchtstrookrijder
vluchtte	=	vluchten
vluchtten	=	vluchten
vluchtwagen	noun	een wagen waarmee misdadigers proberen te ontsnappen na een misdaad
vluchtwagens	=	vluchtwagen
vluchtwagentje	=	vluchtwagen
vluchtwagentjes	=	vluchtwagen
vluchtweg	noun	weg waarlangs men kan vluchten in geval van nood
vluchtwegaanduiding	noun	verlichte groene borden met witte pictogrammen (rennend poppetje, pijl, nooduitgang) die de snelste en veiligste route naar buiten aangeven bij noodgevallen, zoals brand of stroomuitval.
vluchtwegaanduidingen	=	vluchtwegaanduiding
vluchtwegaanduidinkje	=	vluchtwegaanduiding
vluchtwegaanduidinkjes	=	vluchtwegaanduiding
vluchtwegen	=	vluchtweg
vluchtweggetje	=	vluchtweg
vluchtweggetjes	=	vluchtweg
vluchtwegje	=	vluchtweg
vluchtwegjes	=	vluchtweg
vlug	adj	met hoge snelheid	adv	met hoge snelheid, in korte tijd
vlugge	=	vlug
vlugger	=	vlug
vluggerd	noun	iemand die heel vlug en efficiënt werkt
vluggerdje	=	vluggerd
vluggerdjes	=	vluggerd
vluggerds	=	vluggerd
vluggere	=	vlug
vluggers	=	vlug
vluggertje	noun|informal	haastig seksueel contact
vluggertjes	=	vluggertje
vlugheden	=	vlugheid
vlugheid	noun	lichamelijke snelheid en wendbaarheid
vlugs	=	vlug
vlugschrift	noun	een gelegenheidsgeschrift, doorgaans in gedrukte vorm, met een actuele inhoud of strekking, waarmee men de publieke opinie probeert te beïnvloeden
vlugschriften	=	vlugschrift
vlugschriftje	=	vlugschrift
vlugschriftjes	=	vlugschrift
vlugst	=	vlug
vlugste	=	vlug
vlugzout	noun	ammoniumcarbonaat (NH₄)₂CO₃
vlééme	=	vlijmen
vm	abbrev	vollemaan
vmbo	noun	vorm van voortgezet onderwijs die leerlingen voorbereid op het beroepsonderwijs of een opleiding in de praktijk en die in de plaats is gekomen van mavo, vbo en vso
vmbo's	=	vmbo
vmbo-basis	noun	basisberoepsgerichte leerweg binnen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs waarbij de leerlingen vooral leren door te doen in de praktijk
vmbo-havo-vwo-scholen	=	vmbo-havo-vwo-school
vmbo-havo-vwo-school	noun	onderwijsinstelling die alle gangbare vormen van middelbaar onderwijs verzorgt
vmbo-opleiding	noun	is een vierjarige opleiding in het Nederlandse voortgezet onderwijs, bedoeld voor leerlingen die praktijkgericht willen leren.
vmbo-opleidingen	=	vmbo-opleiding
vmbo-opleidinkje	=	vmbo-opleiding
vmbo-opleidinkjes	=	vmbo-opleiding
vmbo-scholen	=	vmbo-school
vmbo-school	noun	instelling die voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs verzorgt
vn-ambassadeur	noun	een diplomatiek vertegenwoordiger van een land in de Verenigde Naties
vn-ambassadeuren	=	vn-ambassadeur
vn-ambassadeurs	=	vn-ambassadeur
vn-klimaattop	noun	bijeenkomst georganiseerd door de Verenigde Naties waar vertegenwoordigers van landen afspraken maken over maatregelen tegen de uitstoot van broeikasgassen en de schade die daardoor wordt veroorzaakt
vn-klimaattoppen	=	vn-klimaattop
vn-missie	noun	groep diplomaten die een land vertegenwoordigt bij de Verenigde-Naties
vn-missies	=	vn-missie
vn-organisatie	noun	internationale organisatie die deel uitmaakt van de Verenigde Naties
vn-organisaties	=	vn-organisatie
vn-rapport	noun	verslag geschreven door een organisatie van de Verenigde Naties
vn-rapporten	=	vn-rapport
vn-verband	noun	door de Verenigde Naties goedgekeurd of georganiseerd gezamenlijk optreden van de lidstaten
vn-verbanden	=	vn-verband
vnv	=	vanavond
voc	abbrev	Vereenigde Oostindische Compagnie
vocaal	adj	tot de stem behorend	noun	klinker
vocaals	=	vocaal
vocaalst	=	vocaal
vocaalste	=	vocaal
vocaaltje	=	vocaal
vocabulaire	noun	vertalende of verklarende woordenlijst, woordenboek
vocabulaires	=	vocabulaire
vocabularia	=	vocabularium
vocabularium	noun	woordenlijst, lexicon, vocabulaire
vocabulariummetje	=	vocabularium
vocabulariummetjes	=	vocabularium
vocabulariumpje	=	vocabularium
vocabulariumpjes	=	vocabularium
vocabulariums	=	vocabularium
vocale	=	vocaal
vocalen	noun	deel van muziek dat wordt gezongen
vocaler	=	vocaal
vocalere	=	vocaal
vocalers	=	vocaal
vocalisatie	noun	het aangeven van de bij geschreven consonanten horende vocalen
vocalisaties	=	vocalisatie
vocalisatietje	=	vocalisatie
vocalisatietjes	=	vocalisatie
vocalisch	adj	betreft de klinkers
vocalische	=	vocalisch
vocalischer	=	vocalisch
vocalischere	=	vocalisch
vocalischers	=	vocalisch
vocalise	noun	muziekoefening waarbij men alleen de lettergreep "la" gebruikt
vocaliseer	=	vocaliseren
vocaliseerde	=	vocaliseren
vocaliseerden	=	vocaliseren
vocaliseert	=	vocaliseren
vocalisere	=	vocaliseren
vocaliseren	verb	zangoefeningen (zonder woorden) doen
vocaliserend	=	vocaliseren
vocaliserende	=	vocaliseren
vocalises	=	vocalise
vocalisme	noun	aard en onderlinge verhouding van de vocalen (klinkers) in een taal of in een woord of woordgroep
vocalist	noun	optredend zanger
vocaliste	noun	een vrouwelijke zanger
vocalisten	=	vocalist
vocalistes	=	vocaliste
vocatie	noun	roeping
vocatief	noun	de vijfde naamval waarin een naamwoord staat dat aanduidt tot wie het woord wordt gericht
vocatiefje	=	vocatief
vocaties	=	vocatie
vocatieven	=	vocatief
vocht	noun	water dat iets doordrenkt of als damp aanwezig is
vochtabsorberend	adj	het vermogen hebbend om water aan te trekken en vast te houden zodat de omgeving droger blijft
vochtabsorberende	=	vochtabsorberend
vochtabsorberender	=	vochtabsorberend
vochtabsorberendere	=	vochtabsorberend
vochtabsorberenders	=	vochtabsorberend
vochtabsorberends	=	vochtabsorberend
vochtabsorberendst	=	vochtabsorberend
vochtabsorberendste	=	vochtabsorberend
vochtafdrijvend	adj	van een middel (voeding, kruiden of medicatie) dat het ervoor zorgt dat het lichaam sneller en meer overtollig vocht afvoert via de urine.
vochtafdrijvende	=	vochtafdrijvend
vochtafdrijvender	=	vochtafdrijvend
vochtafdrijvendere	=	vochtafdrijvend
vochtafdrijvenders	=	vochtafdrijvend
vochtafdrijvends	=	vochtafdrijvend
vochtafdrijvendst	=	vochtafdrijvend
vochtafdrijvendste	=	vochtafdrijvend
vochtbalans	noun	het verschil tussen de inname en het verlies van water door een organisme
vochtbalansen	=	vochtbalans
vochtbestrijding	noun	het geheel van maatregelen en technieken om vochtproblemen (zoals optrekkend, doorslaand of condensatievocht) in gebouwen te voorkomen, verminderen of verhelpen.
vochtbestrijdingen	=	vochtbestrijding
vochtbestrijdinkje	=	vochtbestrijding
vochtbestrijdinkjes	=	vochtbestrijding
vochtdicht	adj	geen vocht doorlatend
vochtdichte	=	vochtdicht
vochtdichts	=	vochtdicht
vochtdruppel	noun	een druppel die voornamelijk uit water bestaat
vochtdruppels	=	vochtdruppel
vochtdruppeltje	=	vochtdruppel
vochtdruppeltjes	=	vochtdruppel
vochte	=	vochten
vochten	verb	vochtig maken of houden
vochtend	=	vochten
vochtende	=	vochten
vochter	=	vocht
vochtere	=	vocht
vochters	=	vocht
vochthoudend	adj	van iets dat het in staat is vocht (water) vast te houden, te absorberen of te behouden.
vochthoudende	=	vochthoudend
vochthoudender	=	vochthoudend
vochthoudendere	=	vochthoudend
vochthoudenders	=	vochthoudend
vochthoudends	=	vochthoudend
vochthoudendst	=	vochthoudend
vochthoudendste	=	vochthoudend
vochthuishouding	noun	de hoeveelheid vocht die iemand in 24 uur binnenkrijgt (drinken, voeding) en weer uitscheidt (urine, ontlasting, transpiratie).
vochthuishoudingen	=	vochthuishouding
vochthuishoudinkje	=	vochthuishouding
vochthuishoudinkjes	=	vochthuishouding
vochtig	adj	doordrenkt met een zekere hoeveelheid water of waterdamp
vochtige	=	vochtig
vochtiger	=	vochtig
vochtigere	=	vochtig
vochtigers	=	vochtig
vochtigheden	=	vochtigheid
vochtigheid	noun	de mate van vocht
vochtigheidje	=	vochtigheid
vochtigheidsgraad	noun	hoe nat iets is, mate waarin iets niet droog is
vochtigheidsgraden	=	vochtigheidsgraad
vochtigs	=	vochtig
vochtigst	=	vochtig
vochtigste	=	vochtig
vochtinbrengend	adj	van een product (zoals een crème, lotion of zalf) dat het helpt om de huid te voorzien van vocht en dit vocht vast te houden, waardoor uitdroging wordt voorkomen
vochtinbrengende	=	vochtinbrengend
vochtinbrengender	=	vochtinbrengend
vochtinbrengendere	=	vochtinbrengend
vochtinbrengenders	=	vochtinbrengend
vochtinbrengends	=	vochtinbrengend
vochtinbrengendst	=	vochtinbrengend
vochtinbrengendste	=	vochtinbrengend
vochtminnend	adj	van een plant of organisme dat het houdt van een natte of zeer vochtige omgeving om goed te kunnen groeien en bloeien.
vochtminnende	=	vochtminnend
vochtminnender	=	vochtminnend
vochtminnendere	=	vochtminnend
vochtminnenders	=	vochtminnend
vochtminnends	=	vochtminnend
vochtminnendst	=	vochtminnend
vochtminnendste	=	vochtminnend
vochtplek	noun	stukje oppervlak dat is verkleurd doordat het nat is geworden
vochtplekje	=	vochtplek
vochtplekjes	=	vochtplek
vochtplekken	=	vochtplek
vochtprobleem	noun	moeilijkheid met iets (met name woningen) dat nat is terwijl het eigenlijk droog zou moeten zijn
vochtproblemen	=	vochtprobleem
vochtregulerend	adj	van een een materiaal, zoals verf of kleding, dat het in staat is vocht (zweet of damp) actief af te voeren of te reguleren om het droog en comfortabel te houden
vochtregulerende	=	vochtregulerend
vochtregulerender	=	vochtregulerend
vochtregulerendere	=	vochtregulerend
vochtregulerenders	=	vochtregulerend
vochtregulerends	=	vochtregulerend
vochtregulerendst	=	vochtregulerend
vochtregulerendste	=	vochtregulerend
vochts	=	vocht
vochtst	=	vocht
vochtste	=	vocht
vochtte	=	vochten
vochtten	=	vochten
vochtvelkjes	=	vochtvlek
vochtverlies	noun	het kwijtraken van water
vochtverliezen	=	vochtverlies
vochtvlek	noun	vlek die is ontstaan doordat iets nat is geworden
vochtvlekje	=	vochtvlek
vochtvlekken	=	vochtvlek
vochtvreter	noun	substantie die veel vocht kan opnemen (uit de lucht)
vochtvreters	=	vochtvreter
vochtvretertje	=	vochtvreter
vochtvretertjes	=	vochtvreter
vochtvrij	adj	zonder vocht
vochtvrije	=	vochtvrij
vochtvrijer	=	vochtvrij
vochtvrijere	=	vochtvrij
vochtvrijers	=	vochtvrij
vochtvrijs	=	vochtvrij
vochtvrijst	=	vochtvrij
vochtvrijste	=	vochtvrij
vochtwerend	adj	van een materiaal of oppervlak dat het beschermt tegen vocht door het af te stoten, maar het is niet volledig waterdicht.
vochtwerende	=	vochtwerend
vochtwerender	=	vochtwerend
vochtwerendere	=	vochtwerend
vochtwerenders	=	vochtwerend
vochtwerends	=	vochtwerend
vochtwerendst	=	vochtwerend
vochtwerendste	=	vochtwerend
vod	noun	een versleten stuk weefsel, m.n. een kledingstuk, lap of doek
vodden	=	vod
voddenbaal	noun	zak met, voor vodden
voddenbaaltje	=	voddenbaal
voddenbaaltjes	=	voddenbaal
voddenbalen	=	voddenbaal
voddenboer	noun	iemand die oude kleren opkocht en weer doorverkocht voor de fabricage van papier of poetskatoen
voddenboeren	=	voddenboer
voddenboertje	=	voddenboer
voddenboertjes	=	voddenboer
voddengoed	noun	waardeloze rommel of afval
voddenlieden	=	voddenman
voddenlui	=	voddenman
voddenman	noun	iemand die oude kleren opkocht en weer doorverkocht voor de fabricage van papier of poetskatoen
voddenmand	noun	mand om vodden en andere rotzooi in te bergen
voddenmanden	=	voddenmand
voddenmandje	=	voddenmand
voddenmandjes	=	voddenmand
voddenmannen	=	voddenman
voddenmannetje	=	voddenman
voddenmannetjes	=	voddenman
voddenmarkt	noun	markt voor oude kleding; markt waar tweedehands spullen worden verkocht
voddenmarkten	=	voddenmarkt
voddenmarktje	=	voddenmarkt
voddenmarktjes	=	voddenmarkt
voddenraper	noun	persoon die oude stoffen en kleren verzamelt voor hergebruik
voddenrapers	=	voddenraper
voddenrapertje	=	voddenraper
voddenrapertjes	=	voddenraper
voddenvent	noun	nietsnut, non-valeur, flapdrol
voddenventen	=	voddenvent
vodderig	adj	slap, slecht, vies, kapot zoals past bij een oude versleten lap textiel
vodderige	=	vodderig
vodderiger	=	vodderig
vodderigere	=	vodderig
vodderigers	=	vodderig
vodderigs	=	vodderig
vodderigst	=	vodderig
vodderigste	=	vodderig
vodderij	noun	rommel, prul, prulwerk, lompen
vodderijen	=	vodderij
voddig	adj	lijkend op oude, versleten kleding
voddige	=	voddig
voddiger	=	voddig
voddigere	=	voddig
voddigers	=	voddig
voddigs	=	voddig
voddigst	=	voddig
voddigste	=	voddig
vodje	=	vod
vodjes	=	vod
voed	=	voeden
voedde	=	voeden
voedden	=	voeden
voede	=	voeden
voeden	verb	van voedsel voorzien
voedend	adj	van iets dat het voedt
voedende	=	voeden
voedender	=	voedend
voedendere	=	voedend
voedenders	=	voedend
voedends	=	voedend
voedendst	=	voedend
voedendste	=	voedend
voeder	noun	voer
voederautomaat	noun	automaat voor het toedienen van veevoer
voederautomaatje	=	voederautomaat
voederautomaatjes	=	voederautomaat
voederautomaten	=	voederautomaat
voederbak	noun	bak waarin voedsel wordt gedaan
voederbakje	=	voederbak
voederbakjes	=	voederbak
voederbakken	=	voederbak
voederbiet	noun	Beta vulgaris subsp. vulgaris var. crassa een biet die behoort tot dezelfde soort als de suikerbiet, maar met een laag suikergehalte
voederbieten	=	voederbiet
voederbietje	=	voederbiet
voederbietjes	=	voederbiet
voederde	=	voederen
voederden	=	voederen
voedere	=	voederen
voederen	verb	voedsel verschaffen aan dieren
voederend	=	voederen
voederende	=	voederen
voedergewas	noun	gewassen die boeren speciaal telen om het vee te voeren
voedergewasje	=	voedergewas
voedergewasjes	=	voedergewas
voedergewassen	=	voedergewas
voedering	noun	het verschaffen van voer
voederingen	=	voedering
voederplaats	noun	plaats waar wordt gevoederd
voederplaatsen	=	voederplaats
voeders	=	voeder
voedert	=	voederen
voedertafel	noun	een tafeltje waarop men voedsel (voor vogels) kan leggen
voedertafels	=	voedertafel
voedertafeltje	=	voedertafel
voedertafeltjes	=	voedertafel
voeding	noun	het voeden, toevoer
voedingen	=	voeding
voedingsadditief	noun	een hulpstof die aan voeding mag worden toegevoegd
voedingsadditiefje	=	voedingsadditief
voedingsadditiefjes	=	voedingsadditief
voedingsadditieven	=	voedingsadditief
voedingsbedrijf	noun	onderneming die voedingsmiddelen produceert en verkoopt
voedingsbedrijfje	=	voedingsbedrijf
voedingsbedrijfjes	=	voedingsbedrijf
voedingsbedrijven	=	voedingsbedrijf
voedingsbodem	noun	een substraat met voedingsstoffen, bedoeld om schimmels, bacteriën, planten of dieren te kweken
voedingsbodempje	=	voedingsbodem
voedingsbodempjes	=	voedingsbodem
voedingsbodems	=	voedingsbodem
voedingscentra	=	voedingscentrum
voedingscentrum	noun	een expertisecentrum betreffende voeding
voedingscentrums	=	voedingscentrum
voedingscoach	noun	iemand die advies geeft over voeding en beweging
voedingscoaches	=	voedingscoach
voedingsconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal voedselproducerende bedrijven
voedingsconcerns	=	voedingsconcern
voedingsdeskundige	noun	iemand die weet wat gezonde voeding is en daar voorlichting over geeft
voedingsdeskundigen	=	voedingsdeskundige
voedingsindustrie	noun	bedrijfstak bestaande uit bedrijven die op industriële schaal grondstoffen, met name afkomstig uit de landbouw en de visserij, verwerken tot voedingsmiddelen, dierenvoer en genotmiddelen
voedingsindustrieën	=	voedingsindustrie
voedingskanaal	noun	een kanaal dat werd aangelegd om een andere waterweg van voldoende water te kunnen voorzien
voedingskanaaltje	=	voedingskanaal
voedingskanaaltjes	=	voedingskanaal
voedingskanalen	=	voedingskanaal
voedingsmiddel	noun	een product, middel dat een organisme kan gebruiken om zich te voeden
voedingsmiddelen	=	voedingsmiddel
voedingsmiddelenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal voedsel producerende bedrijven
voedingsmiddelenconcerns	=	voedingsmiddelenconcern
voedingsmiddelenindustrie	noun	bedrijven waar men op industriële schaal levensmiddelen produceert
voedingsmiddelenindustrieën	=	voedingsmiddelenindustrie
voedingsmiddeltje	=	voedingsmiddel
voedingspatronen	=	voedingspatroon
voedingspatroon	noun	de gebruikelijke manier van eten voor een bepaald individu of groep individuen
voedingspatroontje	=	voedingspatroon
voedingspatroontjes	=	voedingspatroon
voedingsprobleem	noun	moeilijkheden met het voeden van een levend wezen
voedingsproblemen	=	voedingsprobleem
voedingsrijk	adj	met een hoge voedingswaarde
voedingsrijke	=	voedingsrijk
voedingsrijker	=	voedingsrijk
voedingsrijkere	=	voedingsrijk
voedingsrijkers	=	voedingsrijk
voedingsrijks	=	voedingsrijk
voedingsrijkst	=	voedingsrijk
voedingsrijkste	=	voedingsrijk
voedingssector	noun	de bedrijfstak van alle leveranciers van producten en diensten op het gebied van detailhandel die voedsel verkopen
voedingssectoren	=	voedingssector
voedingssectors	=	voedingssector
voedingsstof	noun	is een natuurlijk bestanddeel dat onontbeerlijk is voor het lichaam van een organisme
voedingsstoffen	=	voedingsstof
voedingsstofje	=	voedingsstof
voedingsstofjes	=	voedingsstof
voedingssupplement	noun	voedingsmiddel dat bedoeld is als aanvulling op de normale voeding (in de vorm van een capsule [2], pil [2] e.d.)
voedingssupplementen	=	voedingssupplement
voedingssupplementje	=	voedingssupplement
voedingssupplementjes	=	voedingssupplement
voedingstechnologie	noun	technologie van het bereiden van voeding
voedingstof	noun	een stof die nodig is voor de groei en ontwikkeling van een levend organisme
voedingstoffen	=	voedingstof
voedingstofje	=	voedingstof
voedingstofjes	=	voedingstof
voedingsvet	noun	vet dat geschikt is voor (menselijke)consumptie
voedingsvetten	=	voedingsvet
voedingsvezel	noun	onverteerbare stof die van plantaardige oorsprong is en niet afgebroken/verteerd wordt door de spijsverteringssappen in het maag-darmkanaal en intact in de dikke darm aankomt
voedingsvezels	=	voedingsvezel
voedingsvezeltje	=	voedingsvezel
voedingsvezeltjes	=	voedingsvezel
voedingswaarde	noun	de hoeveelheid energie van eetwaar
voedingswaarden	=	voedingswaarde
voedingswaardes	=	voedingswaarde
voedingswinkel	noun	een winkel waar men voedsel kan kopen
voedingswinkels	=	voedingswinkel
voedingswinkeltje	=	voedingswinkel
voedingswinkeltjes	=	voedingswinkel
voedingszuren	=	voedingszuur
voedingszuur	noun	voedingsstof die een product zuurder maakt en daardoor de werking van antioxidanten en conserveermiddelen vergroot
voedingszuurtje	=	voedingszuur
voedingszuurtjes	=	voedingszuur
voedinkje	=	voeding
voedinkjes	=	voeding
voedsel	noun	alles wat een levend wezen tot zich neemt om aan bouwstof en energie te komen.
voedselaanbod	noun	de beschikbaarheid van voedsel
voedselactie	noun	een initiatief om geld of voedsel in te zamelen voor mensen in nood
voedselacties	=	voedselactie
voedselactietje	=	voedselactie
voedselactietjes	=	voedselactie
voedselallergie	noun	een overgevoeligheid voor een voedingsmiddel die ontstaat door een reactie van het immuunsysteem
voedselallergieën	=	voedselallergie
voedselbank	noun	instelling die niet-verkoopbare maar kwalitatief goede levensmiddelen inzamelt bij producenten en distributeurs en die gratis verstrekt aan mensen die financieel niet kunnen rondkomen
voedselbanken	=	voedselbank
voedselbankje	=	voedselbank
voedselbankjes	=	voedselbank
voedselbedrijf	noun	een bedrijf dat voedsel produceert, bewaart en/of verkoopt
voedselbedrijfje	=	voedselbedrijf
voedselbedrijfjes	=	voedselbedrijf
voedselbedrijven	=	voedselbedrijf
voedselbereiding	noun	het voor rechtstreekse consumptie geschikt maken van voedingsmiddelen
voedselbereidingen	=	voedselbereiding
voedselbereidinkje	=	voedselbereiding
voedselbereidinkjes	=	voedselbereiding
voedselbevoorrading	noun	het geheel van processen en maatregelen dat ervoor zorgt dat er voldoende voedsel beschikbaar, bereikbaar en betaalbaar is voor de bevolking.
voedselbevoorradingen	=	voedselbevoorrading
voedselbevoorradinkje	=	voedselbevoorrading
voedselbevoorradinkjes	=	voedselbevoorrading
voedselblog	noun	een kroniek over eten op het internet
voedselblogde	=	voedselbloggen
voedselblogden	=	voedselbloggen
voedselblogge	=	voedselbloggen
voedselbloggen	verb	het bijhouden van een kroniek over voedsel op het internet
voedselbloggend	=	voedselbloggen
voedselbloggende	=	voedselbloggen
voedselblogger	noun	iemand die een logboek over voedsel bijhoudt op het internet
voedselbloggers	=	voedselblogger
voedselblogs	=	voedselblog
voedselblogt	=	voedselbloggen
voedselbon	noun	een waardebon die recht geeft op een (gratis) bepaalde hoeveelheid voeding
voedselbonnen	=	voedselbon
voedselbonnetje	=	voedselbon
voedselbonnetjes	=	voedselbon
voedselbons	=	voedselbon
voedselbos	noun	bos met fruitbomen en / of notenbomen; bos met eetbare planten
voedselbosje	=	voedselbos
voedselbosjes	=	voedselbos
voedselbossen	=	voedselbos
voedselbron	noun	oorsprong van voedsel
voedselbronnen	=	voedselbron
voedselbronnetje	=	voedselbron
voedselbronnetjes	=	voedselbron
voedselcomponent	noun	groepen chemische verbindingen die geschikt zijn voor (menselijke)consumptie
voedselcomponenten	=	voedselcomponent
voedselconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse voedsel producerende bedrijven
voedselconcerns	=	voedselconcern
voedselcrises	=	voedselcrisis
voedselcrisis	noun	crisis in de voedselvoorziening
voedselcrisisje	=	voedselcrisis
voedselcrisisjes	=	voedselcrisis
voedselcrisissen	=	voedselcrisis
voedseldepot	noun	plaats waar veel grondstoffen voor het bereiden van maaltijden voor of na transport liggen opgeslagen
voedseldepots	=	voedseldepot
voedseldeskundige	noun	iemand die deskundig is op het gebied van menselijke of dierlijke voeding
voedseldeskundigen	=	voedseldeskundige
voedseldistributie	noun	distributie van voedsel indien rantsoenering noodzakelijk is in geval van een oorlog of andere crisissituatie
voedseldistributies	=	voedseldistributie
voedselexporteur	noun	een bedrijf dat voedsel naar een ander land uitvoert
voedselexporteurs	=	voedselexporteur
voedselgebrek	noun	situatie waarbij er onvoldoende voeding aanwezig is
voedselhulp	noun	steun die bestaat uit etenswaren
voedselhulpen	=	voedselhulp
voedselimporteur	noun	een bedrijf dat voedsel vanuit een ander land invoert
voedselimporteurs	=	voedselimporteur
voedselindustrie	noun	bedrijven die op grote schaal uit grondstoffen voedingsmiddelen maken
voedselindustrieën	=	voedselindustrie
voedselinname	noun	de inname van voedsel
voedselinnamen	=	voedselinname
voedselinnames	=	voedselinname
voedselinnamestoornis	noun	eetstoornis waarbij men bepaalde voeding niet eet wegens bepaalde irrationele gedachten of overtuigingen
voedselinnamestoornissen	=	voedselinnamestoornis
voedselketen	noun	beschrijft de voedselrelaties tussen soorten in een levensgemeenschap
voedselketens	=	voedselketen
voedselketentje	=	voedselketen
voedselketentjes	=	voedselketen
voedselkwaliteit	noun	eigenschappen van voeding die betrekking hebben op de veiligheid om het te consumeren en de manier waarop het geproduceerd is
voedselkwaliteiten	=	voedselkwaliteit
voedsellijst	noun	opsomming van voedingsproducten
voedsellijsten	=	voedsellijst
voedsellijstje	=	voedsellijst
voedsellijstjes	=	voedsellijst
voedselmot	noun	overkoepelende benaming voor bepaalde vlinders uit de snuitmotfamilie, die zich m.n. kenmerken doordat ze hun eitjes op of in de buurt van gedroogde etenswaren leggen
voedselmotje	=	voedselmot
voedselmotjes	=	voedselmot
voedselmotten	=	voedselmot
voedselonzekerheden	=	voedselonzekerheid
voedselonzekerheid	noun	een situatie waarbij mensen niet weten of ze gegarandeerd fysiek en economisch toegang hebben tot voldoende veilige en voedzame levensmiddelen
voedselpakket	noun	zak of doos met verschillende levensmiddelen
voedselpakketje	=	voedselpakket
voedselpakketjes	=	voedselpakket
voedselpakketten	=	voedselpakket
voedselpiramide	noun	diagram waarin voor verschillende trofische niveaus steeds de biomassa is uitgezet
voedselpiramiden	=	voedselpiramide
voedselpiramides	=	voedselpiramide
voedselprijs	noun	de hoeveelheid geld die men voor voedingswaren in het algemeen moet betalen
voedselprijzen	=	voedselprijs
voedselprinter	noun	toestel waarmee men voorwerpen kan printen die gemaakt zijn van voedingsproducten
voedselprinters	=	voedselprinter
voedselprobleem	noun	het structureel tekort aan voedsel in bepaalde gebieden van de wereld
voedselprobleempje	=	voedselprobleem
voedselprobleempjes	=	voedselprobleem
voedselproblemen	=	voedselprobleem
voedselproductie	noun	productie van voedsel
voedselproducties	=	voedselproductie
voedselprogramma	noun	overheidsorganisatie die voeding aan delen van de bevolking verstrekt
voedselprogramma's	=	voedselprogramma
voedsels	=	voedsel
voedselschaarste	noun	gebrek aan voedsel
voedselschaarsten	=	voedselschaarste
voedselschaarstes	=	voedselschaarste
voedselschandaal	noun	een kwestie die ontstaat door ongepast, onhygiënisch of crimineel gedrag waardoor de voedselveiligheid of de volksgezondheid in gevaar komt
voedselschandaaltje	=	voedselschandaal
voedselschandaaltjes	=	voedselschandaal
voedselschandalen	=	voedselschandaal
voedseltekort	noun	gebrek aan voedsel
voedseltekorten	=	voedseltekort
voedseltekortje	=	voedseltekort
voedseltekortjes	=	voedseltekort
voedseltransport	noun	het vervoer van voeding
voedseltransporten	=	voedseltransport
voedseltransportje	=	voedseltransport
voedseltransportjes	=	voedseltransport
voedseltrendwatcher	noun	iemand die onderzoekt welke voedingsproducten in de mode zijn of raken
voedseltrendwatchers	=	voedseltrendwatcher
voedselveiligheid	noun	term om aan te geven in welke mate het voedsel gevaren kan opleveren voor de menselijke gezondheid
voedselvergiftiging	noun	ziekte veroorzaakt door het consumeren van eten, waarin zich een ziekmakende (giftige) stof bevindt
voedselvergiftigingen	=	voedselvergiftiging
voedselvergiftigingetje	=	voedselvergiftiging
voedselvergiftigingetjes	=	voedselvergiftiging
voedselverpakking	noun	materiaal waarin voedsel verpakt is om het te beschermen tegen bederf of beschadiging en om de consument te informeren over de eigenschappen van het voedsel
voedselverpakkingen	=	voedselverpakking
voedselverpakkinkje	=	voedselverpakking
voedselverpakkinkjes	=	voedselverpakking
voedselverspiller	noun	iemand of iets dat eetbaar eten weggooit of laat bederven in plaats van het op te eten
voedselverspillers	=	voedselverspiller
voedselverspillertje	=	voedselverspiller
voedselverspillertjes	=	voedselverspiller
voedselverspilling	noun	al het eten en drinken dat is gemaakt voor mensen, maar uiteindelijk niet wordt opgegeten en wordt weggegooid
voedselverspillingen	=	voedselverspilling
voedselverspillinkje	=	voedselverspilling
voedselverspillinkjes	=	voedselverspilling
voedselverstrekking	noun	een groep mensen (die nood verkeren) voorzien van voedsel
voedselverstrekkingen	=	voedselverstrekking
voedselverstrekkinkje	=	voedselverstrekking
voedselverstrekkinkjes	=	voedselverstrekking
voedselverwerking	noun	de industriële verwerking van landbouwproducten
voedselverwerkingen	=	voedselverwerking
voedselvoorraad	noun	is een verzameling voedsel die wordt opgeslagen voor later gebruik.
voedselvoorraadje	=	voedselvoorraad
voedselvoorraadjes	=	voedselvoorraad
voedselvoorraden	=	voedselvoorraad
voedselvoorziening	noun	het hele systeem dat zorgt dat mensen voldoende eten van goede kwaliteit tot hun beschikking hebben
voedselvoorzieningen	=	voedselvoorziening
voedselzak	noun	slappe vormeloze tas waarin men voeding kan bewaren en meenemen
voedselzakje	=	voedselzak
voedselzakjes	=	voedselzak
voedselzakken	=	voedselzak
voedselzekerheden	=	voedselzekerheid
voedselzekerheid	noun	een situatie waarbij “mensen op elk ogenblik fysiek en economisch toegang hebben tot voldoende veilige en voedzame levensmiddelen om hun eetbehoeften en -voorkeuren voor een actief en gezond leven te voldoen”
voedster	noun	vrouw die voedt (zoogt)
voedsters	=	voedster
voedstertje	=	voedster
voedt	=	voeden
voedzaam	adj	veel nuttige voedingsstoffen bevatten
voedzaams	=	voedzaam
voedzaamst	=	voedzaam
voedzaamste	=	voedzaam
voedzame	=	voedzaam
voedzamer	=	voedzaam
voedzamere	=	voedzaam
voedzamers	=	voedzaam
voeg	noun	een overgang tussen twee materialen
voegde	=	voegen
voegden	=	voegen
voege	=	voegen
voegen	verb	Een procespartij kan zich 'voegen' in een zaak waar hij of zijn niet de initiator van is.
voegenborstel	noun	een tuingereedschap waarmee onkruid van de bestrating en tussen de voegen geboend kan worden
voegenborstels	=	voegenborstel
voegend	=	voegen
voegende	=	voegen
voeger	noun	een vakman die de voegen in het metselwerk afwerkt
voegers	=	voeger
voegertje	=	voeger
voegertjes	=	voeger
voegijzer	noun	een stuk gereedschap met een metalen blad en een handvat dat gebruikt wordt voor het aanbrengen, opvullen en afstrijken van voegspecie in metselwerk of tegelwerk
voegijzers	=	voegijzer
voegijzertje	=	voegijzer
voegijzertjes	=	voegijzer
voeging	noun	twee of meer juridische zaken in één rechtszaak behandelen
voegingen	=	voeging
voeginkje	=	voeging
voeginkjes	=	voeging
voegje	=	voeg
voegjes	=	voeg
voeglijk	adj	zoals het wettelijk of volgens de fatsoensnormen zou moeten gaan
voeglijke	=	voeglijk
voeglijker	=	voeglijk
voeglijkere	=	voeglijk
voeglijkers	=	voeglijk
voeglijks	=	voeglijk
voeglijkst	=	voeglijk
voeglijkste	=	voeglijk
voegloos	adj	zonder voeg
voegloost	=	voegloos
voeglooste	=	voegloos
voegloze	=	voegloos
voeglozer	=	voegloos
voeglozere	=	voegloos
voeglozers	=	voegloos
voegsel	noun	materiaal om mee te voegen
voegselen	=	voegsel
voegsels	=	voegsel
voegseltje	=	voegsel
voegspijker	noun	een stuk handgereedschap waarmee voegen worden afgewerkt
voegspijkers	=	voegspijker
voegspijkertje	=	voegspijker
voegspijkertjes	=	voegspijker
voegt	=	voegen
voegvulling	noun	de vulling van een voeg, bijvoorbeeld zand, voegmortel of kit
voegvullingen	=	voegvulling
voegvullinkje	=	voegvulling
voegvullinkjes	=	voegvulling
voegwerk	noun	het totale aantal voegen in het metselwerk
voegwerken	=	voegwerk
voegwerkje	=	voegwerk
voegwerkjes	=	voegwerk
voegwoord	noun	een woord dat twee zinsdelen met elkaar verbindt (woordsoort)
voegwoordelijk	adj	betreffende voegwoorden, met name over bijwoorden met een betekenis als voegwoord zoals dus, echter en bovendien
voegwoordelijke	=	voegwoordelijk
voegwoordelijker	=	voegwoordelijk
voegwoordelijkere	=	voegwoordelijk
voegwoordelijkers	=	voegwoordelijk
voegwoordelijks	=	voegwoordelijk
voegwoordelijkst	=	voegwoordelijk
voegwoordelijkste	=	voegwoordelijk
voegwoorden	=	voegwoord
voegwoordje	=	voegwoord
voegwoordjes	=	voegwoord
voegzaam	adj	niet met de goede zeden in strijd zijnd
voegzaams	=	voegzaam
voegzaamst	=	voegzaam
voegzaamste	=	voegzaam
voegzame	=	voegzaam
voegzamer	=	voegzaam
voegzamere	=	voegzaam
voegzamers	=	voegzaam
voel	=	voelen
voelbaar	adj	waarneembaar, merkbaar
voelbaarder	=	voelbaar
voelbaardere	=	voelbaar
voelbaarders	=	voelbaar
voelbaars	=	voelbaar
voelbaarst	=	voelbaar
voelbaarste	=	voelbaar
voelbare	=	voelbaar
voelboek	noun	een boek dat niet alleen gelezen of voorgelezen wordt, maar dat ook op andere vormen van zintuiglijke waarneming inspeelt
voelboeken	=	voelboek
voelboekje	=	voelboek
voelboekjes	=	voelboek
voelde	=	voelen
voelden	=	voelen
voeldraad	noun	een draad waarmee een spin kan voelen of er een prooi is gevangen in het web
voeldraadhondshaai	noun	Leptocharias smithii een vissensoort uit de familie van de voeldraadhondshaaien (Leptochariidae).
voeldraadhondshaaien	noun	een familie Leptochariidae van grondhaaien die bestaat uit 1 geslacht en 1 soort.
voeldraadhondshaaitje	=	voeldraadhondshaai
voeldraadhondshaaitjes	=	voeldraadhondshaai
voeldraadje	=	voeldraad
voeldraadjes	=	voeldraad
voeldraden	=	voeldraad
voele	=	voelen
voelen	verb	gewaarworden door aanraking, meestal met betrekking tot temperatuur of druk
voelend	=	voelen
voelende	=	voelen
voeler	noun	iets dat of iemand die voelt
voelermaat	noun	een meetinstrument waarmee tussenruimtes (spelingen) kunnen worden gemeten
voelermaatje	=	voelermaat
voelermaatjes	=	voelermaat
voelermaten	=	voelermaat
voelers	=	voeler
voelertje	=	voeler
voelertjes	=	voeler
voelhoorn	noun	uitstulpingen op het hoofd waarmee een organisme (zoals een slak) de omgeving kan aftasten
voelhoornen	=	voelhoorn
voelhoorns	=	voelhoorn
voelhoorntje	=	voelhoorn
voelhoorntjes	=	voelhoorn
voelhoren	noun	een langgerekt, gewoonlijk geleed, uitwendig orgaan op de kop van een insect dat zintuigen voor de tastzin of soms ook voor gehoor of smaak bevat
voelhorens	=	voelhoren
voelhorentje	=	voelhoren
voelhorentjes	=	voelhoren
voeling	noun	innig contact
voelingen	=	voeling
voelmaat	noun	een metalen strookje met een geijkte dikte, waarmee een kleine afstand kan worden getest
voelmaatje	=	voelmaat
voelmaatjes	=	voelmaat
voelmaten	=	voelmaat
voelspriet	noun	langgerekt, gewoonlijk geleed, uitwendig orgaan op de kop van een insect dat zintuigen voor de tastzin of soms ook voor gehoor of smaak bevat
voelsprieten	=	voelspriet
voelsprietje	=	voelspriet
voelsprietjes	=	voelspriet
voelt	=	voelen
voer	noun	voedsel, in het bijzonder voor huisdieren en vee
voerautomaat	noun	automaat voor het toedienen van veevoer
voerautomaatje	=	voerautomaat
voerautomaatjes	=	voerautomaat
voerautomaten	=	voerautomaat
voerbak	noun	bak waar voer voor dieren in zit
voerbakhouder	noun	een verhoogde houder waarin één of twee voer- en drinkbakjes voor huisdieren worden geplaatst
voerbakhouders	=	voerbakhouder
voerbakhoudertje	=	voerbakhouder
voerbakhoudertjes	=	voerbakhouder
voerbakje	=	voerbak
voerbakjes	=	voerbak
voerbakken	=	voerbak
voerbakstandaard	noun	een verhoogde houder waarin één of twee voer- en drinkbakjes voor huisdieren worden geplaatst
voerbakstandaarden	=	voerbakstandaard
voerbakstandaardje	=	voerbakstandaard
voerbakstandaardjes	=	voerbakstandaard
voerbakstandaards	=	voerbakstandaard
voerde	=	voeren
voerden	=	voeren
voerder	noun	iemand die voert
voerders	=	voerder
voere	=	voeren
voeren	verb	geleiden, ergens heen brengen
voerend	=	voeren
voerende	=	voeren
voergang	noun	langs de hokken van een stal liggende gang waarin het voer voor het vee ligt
voergangen	=	voergang
voergangetje	=	voergang
voergangetjes	=	voergang
voerhek	noun	hek waardoor het vee de kop kan steken om te eten
voerhekje	=	voerhek
voerhekjes	=	voerhek
voerhekken	=	voerhek
voering	noun	de binnenbekleding van een voorwerp
voeringen	=	voering
voerinkje	=	voering
voerinkjes	=	voering
voerlieden	=	voerman
voerlui	=	voerman
voerman	noun|obsolete	iemand die een voertuig met trekdieren bestuurt, bestuurder van paard en wagen
voermannen	=	voerman
voermannetje	=	voerman
voermannetjes	=	voerman
voert	=	voeren
voertaal	noun	taal die bij het onderwijs en in officieel verkeer gebruikt wordt
voertaaltje	=	voertaal
voertaaltjes	=	voertaal
voertalen	=	voertaal
voertje	=	voer
voertjes	=	voer
voertuig	noun	door de mens gemaakt vervoermiddel, gewoonlijk op wielen of glijvlakken, voor het verplaatsen over land van personen en goederen
voertuigafhankelijk	adj	de situatie waarin men een bepaald aspect laat afhangen van het wel/niet aanwezig zijn van een voertuig
voertuigafhankelijke	=	voertuigafhankelijk
voertuigbrand	noun	vuur dat delen van een wagen verteert
voertuigbranden	=	voertuigbrand
voertuigen	=	voertuig
voertuiggeleiding	noun	constructie langs de weg, zoals een vangrail, bedoeld om voertuigen die uit de koers zijn geraakt op te vangen en terug te geleiden naar de rijbaan.
voertuiggeleidingen	=	voertuiggeleiding
voertuiggeleidinkje	=	voertuiggeleiding
voertuiggeleidinkjes	=	voertuiggeleiding
voertuigje	=	voertuig
voertuigjes	=	voertuig
voet	noun	voortzetting van het been beneden de enkel; lichaamsdeel waar een mens en dier op staan
voetaandoening	noun	verzamelnaam voor ziektes, afwijkingen of klachten aan de voortzetting van het been beneden de enkel
voetaandoeningen	=	voetaandoening
voetafdruk	noun	een spoor dat iemand die loopt achterlaat met zijn voeten
voetafdrukje	=	voetafdruk
voetafdrukjes	=	voetafdruk
voetafdrukken	=	voetafdruk
voetamputatie	noun	amputatie van een of beide voeten
voetamputaties	=	voetamputatie
voetangel	noun	een wapen met vier of meer punten waarvan er altijd een naar boven staat
voetangelen	=	voetangel
voetangels	=	voetangel
voetangeltje	=	voetangel
voetbad	noun	bak waarin het onderste deel van de benen kan worden gewassen
voetbaden	=	voetbad
voetbadje	=	voetbad
voetbadjes	=	voetbad
voetbal	noun	een balsport waarbij twee teams van 11 spelers met hun voeten (of hoofd) een bal in het doel van de tegenstander proberen te krijgen
voetbalachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van voetbal
voetbalachtige	=	voetbalachtig
voetbalachtiger	=	voetbalachtig
voetbalachtigere	=	voetbalachtig
voetbalachtigers	=	voetbalachtig
voetbalachtigs	=	voetbalachtig
voetbalachtigst	=	voetbalachtig
voetbalachtigste	=	voetbalachtig
voetbalavond	noun	een avond die men besteedt aan het kijken of spelen van voetbal
voetbalavonden	=	voetbalavond
voetbalavondje	=	voetbalavond
voetbalavondjes	=	voetbalavond
voetbalbeker	noun	een prijs die wordt uitgereikt aan winnaars van een voetbaltoernooi of competitie
voetbalbekers	=	voetbalbeker
voetbalbekertje	=	voetbalbeker
voetbalbekertjes	=	voetbalbeker
voetbalboek	noun	een boek over de sport voetbal
voetbalboeken	=	voetbalboek
voetbalboekje	=	voetbalboek
voetbalboekjes	=	voetbalboek
voetbalbond	noun	een vereniging waar voetbalclubs en voetballers lid van zijn en die de belangen van de voetbalsport als geheel behartigt
voetbalbonden	=	voetbalbond
voetbalbondje	=	voetbalbond
voetbalbondjes	=	voetbalbond
voetbalclub	noun	Een sportclub waarin voetbal wordt gespeeld
voetbalclubje	=	voetbalclub
voetbalclubjes	=	voetbalclub
voetbalclubs	=	voetbalclub
voetbalcoach	noun	begeleider/trainer van een voetbalteam
voetbalcoaches	=	voetbalcoach
voetbalcoachje	=	voetbalcoach
voetbalcoachjes	=	voetbalcoach
voetbalcommentator	noun	journalist die zijn mening geeft over voetbal zaken
voetbalcommentatoren	=	voetbalcommentator
voetbalcommentators	=	voetbalcommentator
voetbalcompetitie	noun	een strijd tussen meer dan 2 verschillende voetbalteams.
voetbalcompetities	=	voetbalcompetitie
voetbalcompetitietje	=	voetbalcompetitie
voetbalcompetitietjes	=	voetbalcompetitie
voetbalde	=	voetballen
voetbalden	=	voetballen
voetbaldoel	noun	de constructie op een voetbalveld waarin spelers proberen te scoren, bestaande uit twee palen, een dwarslat en een net
voetbaldoelen	=	voetbaldoel
voetbaldoelpunt	noun	de keer dat men scoort in een voetbalwedstrijd
voetbaldoelpunten	=	voetbaldoelpunt
voetbaldoelpuntje	=	voetbaldoelpunt
voetbaldoelpuntjes	=	voetbaldoelpunt
voetbaldoeltje	=	voetbaldoel
voetbaldoeltjes	=	voetbaldoel
voetbalelftal	noun	elf spelers die samen een voetbalteam vormen
voetbalelftallen	=	voetbalelftal
voetbalfan	noun	iemand die graag naar voetbal kijkt
voetbalfans	=	voetbalfan
voetbalfederatie	noun	een verbond van samenwerkende staten of lichamen betreffende het voetbal
voetbalfederaties	=	voetbalfederatie
voetbalfeest	noun	een feestelijke bijeenkomst met betrekking tot het voetballen
voetbalfeesten	=	voetbalfeest
voetbalfeestje	=	voetbalfeest
voetbalfeestjes	=	voetbalfeest
voetbalfilm	noun	een filmgenre waarin voetbal centraal staat
voetbalfilmpje	=	voetbalfilm
voetbalfilmpjes	=	voetbalfilm
voetbalfilms	=	voetbalfilm
voetbalgame	noun	computergame waarin een voetbalwedstrijd wordt gesimuleerd
voetbalgames	=	voetbalgame
voetbalgeweld	noun	geweld dat wordt gepleegd op en om de voetbalvelden door voetbalsupporters
voetbalgoal	noun	doel waarin men de bal moet schieten om een doelpunt te scoren bij voetballen
voetbalgoals	=	voetbalgoal
voetbalgoaltje	=	voetbalgoal
voetbalgoaltjes	=	voetbalgoal
voetbalgrap	noun	een woordspeling of een humoristisch verhaal over het voetbal, vaak gebruikmakend van voetbaltermen of situaties
voetbalgrapje	=	voetbalgrap
voetbalgrapjes	=	voetbalgrap
voetbalgrappen	=	voetbalgrap
voetbalhater	noun	persoon die een grondige hekel heeft aan de voetbalsport
voetbalhaters	=	voetbalhater
voetbalhatertje	=	voetbalhater
voetbalhatertjes	=	voetbalhater
voetbalheld	noun	iemand die heel goed kan voetballen en daar kampioen mee is geworden
voetbalhelden	=	voetbalheld
voetbalheldje	=	voetbalheld
voetbalheldjes	=	voetbalheld
voetbalidolen	=	voetbalidool
voetbalidool	noun	een aanbeden voetballer
voetbaljaar	noun	de periode waarin de officiële competities en wedstrijden van de voetbalsport worden gespeeld
voetbaljaartje	=	voetbaljaar
voetbaljaartjes	=	voetbaljaar
voetbaljaren	=	voetbaljaar
voetbaljournalistiek	noun	verslaggeving van alles wat betrekking heeft op voetballen
voetbalkaart	noun	een kaart uit een serie, met afbeeldingen van voetballers, die wordt verzameld en geruild met andere spelers
voetbalkaarten	=	voetbalkaart
voetbalkaartje	=	voetbalkaart
voetbalkaartjes	=	voetbalkaart
voetbalkalender	noun	het geheel aan geplande voetbalwedstrijden, speelrondes en internationale wedstrijden
voetbalkalenders	=	voetbalkalender
voetbalkantine	noun	ontspanningsruimte van een voetbalclub waar men wat kan drinken en eten
voetbalkantines	=	voetbalkantine
voetbalkeeper	noun	een speler in een voetbalteam die het doel beschermt, de bal als enige met de handen mag aanraken, en een afwijkend shirt draagt
voetbalkeepers	=	voetbalkeeper
voetbalkeepertje	=	voetbalkeeper
voetbalkeepertjes	=	voetbalkeeper
voetbalknie	noun	knieblessure die ontstaat bij voetbal
voetbalknietje	=	voetbalknie
voetbalknietjes	=	voetbalknie
voetbalknieën	=	voetbalknie
voetbalkooi	noun	een omheind stuk grond bestemd om te voetballen en de bal binnen te houden
voetbalkooien	=	voetbalkooi
voetbalkooitje	=	voetbalkooi
voetbalkooitjes	=	voetbalkooi
voetbalkoorts	noun	gedoe rondom voetbalkampioenschappen
voetbalkunst	noun	het op een artistieke manier spelen met een voetbal zonder deze met de handen aan te raken
voetbalkunsten	=	voetbalkunst
voetbalkunstje	=	voetbalkunst
voetbalkunstjes	=	voetbalkunst
voetballand	noun	een land waarin voetbal een populaire sport is
voetballanden	=	voetballand
voetballandje	=	voetballand
voetballandjes	=	voetballand
voetballe	=	voetballen
voetballen	verb	een balspel waarbij de bal alleen met de voet en het hoofd, maar niet met de hand gespeeld mag worden
voetballend	=	voetballen
voetballende	=	voetballen
voetballer	noun	een persoon die de sport voetbal beoefent
voetballerij	noun	alles wat betrekking heeft op voetballen
voetballers	=	voetballer
voetballertje	=	voetballer
voetballertjes	=	voetballer
voetballetje	=	voetbal
voetballetjes	=	voetbal
voetballied	noun	een lied dat verbonden is met het voetbal en voetbalclubs
voetballiederen	=	voetballied
voetballiedje	=	voetballied
voetballiedjes	=	voetballied
voetballiefhebber	noun	iemand die graag naar een voetbalwedstrijd kijkt
voetballiefhebbers	=	voetballiefhebber
voetballiefhebbertje	=	voetballiefhebber
voetballiefhebbertjes	=	voetballiefhebber
voetballiefhebster	noun	vrouw die graag naar voetbal kijkt
voetballiefhebsters	=	voetballiefhebster
voetballiefhebstertje	=	voetballiefhebster
voetballiefhebstertjes	=	voetballiefhebster
voetbalmakelaar	noun	iemand die de belangen behartigt van profvoetballers of betaaldvoetbalorganisaties in het kader van arbeidsovereenkomsten of transfers
voetbalmakelaars	=	voetbalmakelaar
voetbalmakelaartje	=	voetbalmakelaar
voetbalmakelaartjes	=	voetbalmakelaar
voetbalmakelaren	=	voetbalmakelaar
voetbalmanager	noun	persoon die de zakelijke leiding heeft over zaken die het voetbal betreffen
voetbalmanagers	=	voetbalmanager
voetbalmatch	noun	wedstrijd waarbij twee teams van elf spelers tegen elkaar spelen om te scoren door de bal in het doel van de tegenstander te krijgen
voetbalmatchen	=	voetbalmatch
voetbalmatches	=	voetbalmatch
voetbalminnend	adj	van een groep mensen (vaak een land, regio of publiek) dat die een grote passie, liefde of belangstelling heeft voor voetbal
voetbalminnende	=	voetbalminnend
voetbalminnender	=	voetbalminnend
voetbalminnendere	=	voetbalminnend
voetbalminnenders	=	voetbalminnend
voetbalminnends	=	voetbalminnend
voetbalminnendst	=	voetbalminnend
voetbalminnendste	=	voetbalminnend
voetbalmolecule	noun	grote, ronde molecule, bestaande uit 60 of 70 koolstofatomen
voetbalmoleculen	=	voetbalmolecule
voetbalmolecules	=	voetbalmolecule
voetbalmoleculetje	=	voetbalmolecule
voetbalmoleculetjes	=	voetbalmolecule
voetbalmop	noun	een woordspeling of een humoristisch verhaal over het voetbal, vaak gebruikmakend van voetbaltermen of situaties
voetbalmopje	=	voetbalmop
voetbalmopjes	=	voetbalmop
voetbalmoppen	=	voetbalmop
voetbaloefenmeester	noun	iemand die voetballers beter leert spelen
voetbaloefenmeesters	=	voetbaloefenmeester
voetbalopleiding	noun	een gestructureerd programma, meestal binnen een voetbalclub (jeugdopleiding) of een gespecialiseerde voetbalschool, gericht op het opleiden en trainen van jonge voetballers.
voetbalopleidingen	=	voetbalopleiding
voetbalopleidinkje	=	voetbalopleiding
voetbalopleidinkjes	=	voetbalopleiding
voetbalpark	noun	een terrein, meestal in de openbare ruimte, dat specifiek is ingericht voor voetbalactiviteiten
voetbalparken	=	voetbalpark
voetbalparkje	=	voetbalpark
voetbalparkjes	=	voetbalpark
voetbalplaatje	noun	kaartje of sticker met afbeelding van een voetballer, die cadeau wordt gedaan bij aankoop van een bepaald product, of in zakjes los wordt verkocht
voetbalplaatjes	=	voetbalplaatje
voetbalplein	noun	sportveld waarop men voetbal kan spelen
voetbalpleinen	=	voetbalplein
voetbalpleintje	=	voetbalplein
voetbalpleintjes	=	voetbalplein
voetbalploeg	noun	Een team voetbalspelers die samen tegen een andere voetbalploeg spelen tijdens een voetbalwedstrijd.
voetbalploegen	=	voetbalploeg
voetbalploegje	=	voetbalploeg
voetbalploegjes	=	voetbalploeg
voetbalpool	noun	kansspel waarbij men een weddenschap sluit op voetbalduels
voetbalpools	=	voetbalpool
voetbalpooltje	=	voetbalpool
voetbalpooltjes	=	voetbalpool
voetbalprogramma	noun	een schema of kalender met de wedstrijden van een voetbalcompetitie
voetbalprogramma's	=	voetbalprogramma
voetbalprogrammaatje	=	voetbalprogramma
voetbalprogrammaatjes	=	voetbalprogramma
voetbalpubliek	noun	bezoekers van voetbalwedstrijden
voetbalpublieken	=	voetbalpubliek
voetbalquiz	noun	een kennisspel dat specifiek gaat over de sport voetbal
voetbalquizje	=	voetbalquiz
voetbalquizjes	=	voetbalquiz
voetbalquizzen	=	voetbalquiz
voetbalscheidsrechter	noun	een scheidsrechter voor voetbalwedstrijden, iemand die tijdens de wedstrijd in de gaten houdt dat de spelers zich aan de regels van het voetbal houden en dat zowel eerlijk als veilig gespeeld wordt
voetbalscheidsrechters	=	voetbalscheidsrechter
voetbalscheidsrechtertje	=	voetbalscheidsrechter
voetbalscheidsrechtertjes	=	voetbalscheidsrechter
voetbalschoen	noun	een schoen speciaal gemaakt voor het spelen van voetbal.
voetbalschoenen	=	voetbalschoen
voetbalschoentje	=	voetbalschoen
voetbalschoentjes	=	voetbalschoen
voetbalscholen	=	voetbalschool
voetbalschool	noun	school om te leren voetballen
voetbalschooltje	=	voetbalschool
voetbalschooltjes	=	voetbalschool
voetbalseizoen	noun	deel van het jaar waarin men de voetbalcompetitie speelt
voetbalseizoenen	=	voetbalseizoen
voetbalselectie	noun	voetbalteam dat bestaat uit spelers die uit verschillende clubteams zijn gekozen
voetbalselecties	=	voetbalselectie
voetbalshirt	noun	bovendeel van het voetbalkostuum dat de armen en de borstkas bedekt
voetbalshirtje	=	voetbalshirt
voetbalshirtjes	=	voetbalshirt
voetbalshirts	=	voetbalshirt
voetbalshow	noun	een optreden dat draait om entertainment met voetbal
voetbalshows	=	voetbalshow
voetbalshowtje	=	voetbalshow
voetbalshowtjes	=	voetbalshow
voetbalspeelster	=	voetbalspeler
voetbalspel	noun	een soort (computer)spel dat verband houdt met voetballen
voetbalspelen	=	voetbalspel
voetbalspeler	noun	persoon die voetbalt
voetbalspelers	=	voetbalspeler
voetbalspelertje	=	voetbalspeler
voetbalspelertjes	=	voetbalspeler
voetbalspellen	=	voetbalspel
voetbalspelletje	=	voetbalspel
voetbalspelletjes	=	voetbalspel
voetbalstadion	noun	gebouw met tribunes die een voetbalveld omgeven
voetbalstadions	=	voetbalstadion
voetbalster	noun	vrouw die voetbalt
voetbalsterren	=	voetbalster
voetbalsterretje	=	voetbalster
voetbalsters	=	voetbalster
voetbalstertje	=	voetbalster
voetbalsupporter	noun	liefhebber van een voetbalclub
voetbalsupporters	=	voetbalsupporter
voetbalsupportertje	=	voetbalsupporter
voetbalsupportertjes	=	voetbalsupporter
voetbalt	=	voetballen
voetbaltaal	noun	verzamelnaam voor de specifieke woorden en uitdrukkingen die binnen de voetbalsport worden gebruikt
voetbaltaaltje	=	voetbaltaal
voetbaltaaltjes	=	voetbaltaal
voetbaltafel	noun	een tafel waarop het spel tafelvoetbal gespeeld kan worden
voetbaltafels	=	voetbaltafel
voetbaltafeltje	=	voetbaltafel
voetbaltafeltjes	=	voetbaltafel
voetbaltalen	=	voetbaltaal
voetbaltalent	noun	aanleg voor het voetballen
voetbaltalenten	=	voetbaltalent
voetbaltalentje	=	voetbaltalent
voetbaltalentjes	=	voetbaltalent
voetbaltas	noun	een sporttas die specifiek ontworpen is voor het vervoer van spullen die nodig zijn voor de voetbalsport
voetbaltasje	=	voetbaltas
voetbaltasjes	=	voetbaltas
voetbaltassen	=	voetbaltas
voetbalteam	noun	een ploeg van bij elkaar horende voetbalspelers
voetbalteampje	=	voetbalteam
voetbalteampjes	=	voetbalteam
voetbalteams	=	voetbalteam
voetbaltechnisch	adj	betrekking hebbend de specifieke vaardigheden nodig voor het voetballen
voetbaltechnische	=	voetbaltechnisch
voetbaltechnischer	=	voetbaltechnisch
voetbaltechnischere	=	voetbaltechnisch
voetbaltechnischers	=	voetbaltechnisch
voetbalterrein	noun	veld met belijning en doelen waarop men voetbal kan spelen
voetbalterreinen	=	voetbalterrein
voetbalterreintje	=	voetbalterrein
voetbalterreintjes	=	voetbalterrein
voetbaltoernooi	noun	een georganiseerde reeks wedstrijden waarin voetbalploegen het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden
voetbaltoernooien	=	voetbaltoernooi
voetbaltoernooitje	=	voetbaltoernooi
voetbaltoernooitjes	=	voetbaltoernooi
voetbaltoto	noun	toto waarin wordt ingezet op officiële voetbalwedstrijden
voetbaltoto's	=	voetbaltoto
voetbaltrainer	noun	een trainer die eindverantwoordelijk is voor de prestaties van een voetbalteam
voetbaltrainers	=	voetbaltrainer
voetbaltrainerscursus	noun	opleiding tot oefenmeester voor voetballers
voetbaltrainerscursusje	=	voetbaltrainerscursus
voetbaltrainerscursusjes	=	voetbaltrainerscursus
voetbaltrainerscursussen	=	voetbaltrainerscursus
voetbaltraining	noun	bijeenkomst om de vaardigheid in het voetbalspel te verhogen
voetbaltrainingen	=	voetbaltraining
voetbaluitslag	noun	eindstand van voetbalwedstrijd
voetbaluitslagen	=	voetbaluitslag
voetbalvandalisme	noun	geweld dat plaatsvindt in het kader van voetbalwedstrijden
voetbalveld	noun	veld waarop voetbalwedstrijden gespeeld worden
voetbalvelden	=	voetbalveld
voetbalveldje	=	voetbalveld
voetbalveldjes	=	voetbalveld
voetbalvereniging	noun	een sportclub waar men voetbal kan spelen
voetbalverenigingen	=	voetbalvereniging
voetbalverenigingetje	=	voetbalvereniging
voetbalverenigingetjes	=	voetbalvereniging
voetbalverslaggever	noun	journalist die voetbalwedstrijden verslaat
voetbalverslaggevers	=	voetbalverslaggever
voetbalvissen	noun	een familie Himantolophidae van straalvinnige vissen uit de orde van vinarmigen (Lophiiformes)
voetbalwedstrijd	noun	een wedstrijd tussen twee voetbalelftallen
voetbalwedstrijden	=	voetbalwedstrijd
voetbalwedstrijdje	=	voetbalwedstrijd
voetbalwedstrijdjes	=	voetbalwedstrijd
voetbalwereld	noun	alles en iedereen die betrokken is bij het voetballen
voetbalwerelden	=	voetbalwereld
voetbalwereldje	=	voetbalwereld
voetbalwereldjes	=	voetbalwereld
voetbalzaak	noun	rechtszaak die over een misdrijf gaat bedreven rond het voetballen
voetbalzaken	=	voetbalzaak
voetbank	noun	een verhoginkje waarop je de voeten kunt laten rusten als je op een stoel of bank zit
voetbanken	=	voetbank
voetbankje	=	voetbank
voetbankjes	=	voetbank
voetbed	noun	de bovenzijde van een schoenzool, waarop de voetzool staat
voetbedden	=	voetbed
voetbediening	noun	bediening van een werktuig, voertuig of apparaat met de voet
voetbedieningen	=	voetbediening
voetbedieninkje	=	voetbediening
voetbedieninkjes	=	voetbediening
voetbedje	=	voetbed
voetbedjes	=	voetbed
voetbeweging	noun	een beweging van de voet waarmee men bij het voetballen de bal kan laten bewegen of van richting kan doen veranderen
voetbewegingen	=	voetbeweging
voetbeweginkje	=	voetbeweging
voetbeweginkjes	=	voetbeweging
voetblessure	noun	letsel aan de voet door overmatige belasting
voetblessuren	=	voetblessure
voetblessures	=	voetblessure
voetbogen	=	voetboog
voetboog	noun	de boog van de middenvoet die loopt van de hiel tot aan de bal van de voet
voetboogje	=	voetboog
voetbrede	=	voetbreed
voetbreed	adj	zo breed als een voet; een kleine afstand
voetbreeds	=	voetbreed
voetbrug	noun	constructie om gemakkelijk naar de andere kant van een water, diepte of weg te lopen
voetbruggen	=	voetbrug
voetbruggetje	=	voetbrug
voetbruggetjes	=	voetbrug
voetbrugje	=	voetbrug
voetbrugjes	=	voetbrug
voeteer	=	voeteren
voeteerde	=	voeteren
voeteerden	=	voeteren
voeteeren	=	voeteren
voeteert	=	voeteren
voeteinde	noun	uiteinde van een bed waar normaliter de voeten liggen
voeteinden	=	voeteinde
voeteindes	=	voeteinde
voeteloos	adj	zonder voeten
voeteloze	=	voeteloos
voeten	=	voet
voetenbad	noun	bak waarin het onderste deel van de benen kan worden gewassen
voetenbaden	=	voetenbad
voetenbadje	=	voetenbad
voetenbadjes	=	voetenbad
voetenbank	noun	lage kruk om de voeten op te laten rusten
voetenbanken	=	voetenbank
voetenbankje	=	voetenbank
voetenbankjes	=	voetenbank
voeteneind	noun	onderkant van ledikant, doodkist e.d. waar de voeten komen te liggen
voeteneinde	noun	Het uiteinde van een bed of chaise longue waar de voeten gewoonlijk liggen.
voeteneinden	=	voeteneind
voeteneindes	=	voeteneinde
voeteneindje	=	voeteneinde
voeteneindjes	=	voeteneinde
voetenplank	noun	plank waarop men de voeten kan laten rusten
voetenplanken	=	voetenplank
voetenplankje	=	voetenplank
voetenplankjes	=	voetenplank
voetensteun	noun	iets waar je je voeten op kunt laten rusten
voetensteunen	=	voetensteun
voetensteuntje	=	voetensteun
voetensteuntjes	=	voetensteun
voetenwerk	noun	dat wat met de benen en de voeten gedaan wordt
voetenwerken	=	voetenwerk
voetere	=	voeteren
voeteren	verb	te voet gaan.
voeterend	=	voeteren
voeterende	=	voeteren
voetfout	noun	het plaatsen van je voet over een lijn terwijl dat volgens de spelregels niet toegestaan is
voetfouten	=	voetfout
voetfoutje	=	voetfout
voetfoutjes	=	voetfout
voetganger	noun	iemand die zich te voet door het verkeer verplaatst
voetgangers	=	voetganger
voetgangersbrug	noun	constructie om gemakkelijk naar de andere kant van een water, diepte of weg te lopen
voetgangersbruggen	=	voetgangersbrug
voetgangersbruggetje	=	voetgangersbrug
voetgangersbruggetjes	=	voetgangersbrug
voetgangersbrugje	=	voetgangersbrug
voetgangersbrugjes	=	voetgangersbrug
voetgangersgebied	noun	een gebied waarin geen voertuigen zijn toegestaan en waar dus gelopen moet worden
voetgangersgebieden	=	voetgangersgebied
voetgangersgebiedje	=	voetgangersgebied
voetgangersgebiedjes	=	voetgangersgebied
voetgangerslicht	noun	stoplicht voor voetgangers bij een voetgangersoversteekplaats
voetgangerslichten	=	voetgangerslicht
voetgangersoversteekplaats	noun|formal	duidelijk aangegeven punt waar mensen lopend naar de andere kant van een rijweg kunnen gaan
voetgangersoversteekplaatsen	=	voetgangersoversteekplaats
voetgangerstunnel	noun	een onderdoorgang alleen voor voetgangers
voetgangerstunnels	=	voetgangerstunnel
voetgangerstunneltje	=	voetgangerstunnel
voetgangerstunneltjes	=	voetgangerstunnel
voetgangersvriendelijk	adj	geschikt voor mensen die zich lopend voortbewegen
voetgangersvriendelijke	=	voetgangersvriendelijk
voetgangersvriendelijker	=	voetgangersvriendelijk
voetgangersvriendelijkere	=	voetgangersvriendelijk
voetgangersvriendelijkers	=	voetgangersvriendelijk
voetgangersvriendelijks	=	voetgangersvriendelijk
voetgangersvriendelijkst	=	voetgangersvriendelijk
voetgangersvriendelijkste	=	voetgangersvriendelijk
voetgangerszone	noun	deel van een stad of dorp dat alleen toegankelijk is voor voetgangers
voetgangerszones	=	voetgangerszone
voetgangertje	=	voetganger
voetgangertjes	=	voetganger
voetgangerveiligheid	noun	veiligheid van voetgangers
voetgangervriendelijk	adj	geschikt voor mensen die zich lopend voortbewegen
voetgangervriendelijke	=	voetgangervriendelijk
voetgangervriendelijker	=	voetgangervriendelijk
voetgangervriendelijkere	=	voetgangervriendelijk
voetgangervriendelijkers	=	voetgangervriendelijk
voetgangervriendelijks	=	voetgangervriendelijk
voetgangervriendelijkst	=	voetgangervriendelijk
voetgangervriendelijkste	=	voetgangervriendelijk
voetglas	noun	een drinkglas met een voet.
voetglazen	=	voetglas
voetiaan	noun	volgeling van de hoogleraar in de theologie Gisbertus Voetius (1589-1676), een streng gereformeerde protestantse stroming
voetianen	=	voetiaan
voetje	=	voet
voetjegevrijd	=	voetjevrijen
voetjes	=	voet
voetjevrij	=	voetjevrijen
voetjevrijde	=	voetjevrijen
voetjevrijden	=	voetjevrijen
voetjevrije	=	voetjevrijen
voetjevrijen	verb	handeling waarbij twee (of meer) personen elkaar liefdevol en/of heimelijk met de (blote) voeten aanraken
voetjevrijend	=	voetjevrijen
voetjevrijende	=	voetjevrijen
voetjevrijt	=	voetjevrijen
voetjezwier	=	voetjezwieren
voetjezwierde	=	voetjezwieren
voetjezwierden	=	voetjezwieren
voetjezwiere	=	voetjezwieren
voetjezwieren	verb	dansen waarbij de
voetjezwierend	=	voetjezwieren
voetjezwierende	=	voetjezwieren
voetjezwiert	=	voetjezwieren
voetknecht	noun|obsolete	soldaat die te voet met een draagbaar wapen vecht
voetknechten	=	voetknecht
voetknechtje	=	voetknecht
voetknechts	=	voetknecht
voetkus	noun	kus op de voet als teken van onderdanigheid
voetkusje	=	voetkus
voetkussen	noun	zacht deel aan de onderkant van de poot van een hond of kat
voetkussens	=	voetkussen
voetkussentje	=	voetkussen
voetkussentjes	=	voetkussen
voetlicht	noun	lampen die voor op het podium de auteurs belichten
voetlichten	=	voetlicht
voetlichtje	=	voetlicht
voetlichtjes	=	voetlicht
voetmassage	noun	massage van de voeten.
voetmassages	=	voetmassage
voetmat	noun	rechthoekige mat, waarop men bij de deur de schoenen kan afvegen
voetmatje	=	voetmat
voetmatjes	=	voetmat
voetmatten	=	voetmat
voetnoot	noun	aantekening aan de onderzijde van een pagina
voetnootje	=	voetnoot
voetnootjes	=	voetnoot
voetnoten	=	voetnoot
voetontsteking	noun	verzamelnaam voor een aandoening waarbij een deel van de voet geïrriteerd of ontstoken is.
voetontstekingen	=	voetontsteking
voetontstekinkje	=	voetontsteking
voetontstekinkjes	=	voetontsteking
voetpaadje	=	voetpad
voetpaadjes	=	voetpad
voetpad	noun	smalle weg waarop mensen kunnen lopen, maar niet rijden
voetpaden	=	voetpad
voetpadje	=	voetpad
voetpadjes	=	voetpad
voetpijn	noun	een pijn die in de voet wordt ervaren en kan variëren van zeurend tot stekend, brandend of tintelend
voetplaat	noun	plaat waarop men de voet kan laten rusten
voetplaatje	=	voetplaat
voetplaatjes	=	voetplaat
voetplaten	=	voetplaat
voetpomp	noun	pomp die men met de voet bedient
voetpompen	=	voetpomp
voetpompje	=	voetpomp
voetpompjes	=	voetpomp
voetprobleem	noun	aandoening van de voet
voetprobleempje	=	voetprobleem
voetprobleempjes	=	voetprobleem
voetproblemen	=	voetprobleem
voetpunt	noun	punt dat zich loodrecht onder een waarnemer bevindt, lijnrecht tegenovergesteld aan het toppunt of zenit
voetpunten	=	voetpunt
voetpuntje	=	voetpunt
voetpuntjes	=	voetpunt
voetra	noun	rondhout aan de onderkant van een razeil of een loggerzeil
voetra's	=	voetra
voetraatje	=	voetra
voetraatjes	=	voetra
voetreis	noun	een reis die je te voet maakt
voetreisje	=	voetreis
voetreisjes	=	voetreis
voetreizen	=	voetreis
voetrem	noun	een rem die met de voet bediend wordt
voetremmen	=	voetrem
voetremmetje	=	voetrem
voetremmetjes	=	voetrem
voetrust	noun	een steunpunt voor de voet
voetrusten	=	voetrust
voetrustje	=	voetrust
voetrustjes	=	voetrust
voetschakelaar	noun	met de voet bediende schakelaar
voetschakelaars	=	voetschakelaar
voetschakelaartje	=	voetschakelaar
voetschakelaartjes	=	voetschakelaar
voetschimmel	noun	schimmelinfectie van de huid tussen de tenen
voetschimmels	=	voetschimmel
voetschraper	noun	metalen rand die een paar decimeter boven de grond horizontaal bij de ingang van woningen en gebouwen zo werd aangebracht dat je daarop modder en vuil van de zolen kan afvegen voordat je naar binnen gaat
voetschrapers	=	voetschraper
voetspoor	noun	spoor of reeks van sporen dat een voet nalaat
voetspoortje	=	voetspoor
voetspoortjes	=	voetspoor
voetsporen	=	voetspoor
voetstap	noun	een beweging met de voeten bij het lopen
voetstapje	=	voetstap
voetstapjes	=	voetstap
voetstappen	=	voetstap
voetsteun	noun	iets waar je je voeten op kunt laten rusten
voetsteunen	=	voetsteun
voetsteuntje	=	voetsteun
voetsteuntjes	=	voetsteun
voetstoel	noun	een laag bankje of krukje bedoeld om de voet op te laten rusten
voetstoelen	=	voetstoel
voetstoeltje	=	voetstoel
voetstoeltjes	=	voetstoel
voetstoots	adv	automatisch en vanzelfsprekend, zonder twijfel
voetstuk	noun	een onderstel voor o.a. beelden en vazen
voetstukje	=	voetstuk
voetstukjes	=	voetstuk
voetstukken	=	voetstuk
voettekst	noun	tekst in een voetregel
voetteksten	=	voettekst
voettekstje	=	voettekst
voettekstjes	=	voettekst
voettitel	noun	een geschreven vertaling die bij een film(pje) in beeld wordt gebracht
voettitels	=	voettitel
voettocht	noun	een reis die lopend wordt gemaakt
voettochten	=	voettocht
voettochtje	=	voettocht
voettochtjes	=	voettocht
voettrede	noun	een opstap om een voertuig binnen te treden
voettreden	=	voettrede
voetval	noun	op één of twee knieën gaan zitten als teken van eerbied of onderwerping
voetvallen	=	voetval
voetveeg	noun	deurmat waaraan mensen hun schoenen schoonvegen voor ze het huis ingaan
voetveegje	=	voetveeg
voetveegjes	=	voetveeg
voetveer	noun	pont voor fietsers en voetgangers
voetveertje	=	voetveer
voetvegen	=	voetveeg
voetveren	=	voetveer
voetverzorging	noun	het geheel aan behandelingen en handelingen gericht op de gezondheid, hygiëne en het uiterlijk van de voeten.
voetverzorgingen	=	voetverzorging
voetverzorginkje	=	voetverzorging
voetverzorginkjes	=	voetverzorging
voetvolk	noun	militairen die te voet vechten
voetvormig	adj	vorm van een voet hebbend
voetvormige	=	voetvormig
voetvormiger	=	voetvormig
voetvormigere	=	voetvormig
voetvormigers	=	voetvormig
voetvormigs	=	voetvormig
voetvormigst	=	voetvormig
voetvormigste	=	voetvormig
voetwassing	noun	het wassen van iemands voeten als een gebaar van gastvrijheid en/of blijk van nederigheid
voetwassingen	=	voetwassing
voetweg	noun	een weg waarover men kan wandelen
voetwegen	=	voetweg
voetwerk	=	voetenwerk
voetzak	noun	gewatteerde zak in de vorm van een of beide voeten, waarin men de voeten warm kan houden
voetzakje	=	voetzak
voetzakjes	=	voetzak
voetzakken	=	voetzak
voetzoeker	noun	vuurwerk dat zigzaggend over de grond gaat voordat het ontploft, gillende keukenmeid
voetzoekers	=	voetzoeker
voetzoekertje	=	voetzoeker
voetzoekertjes	=	voetzoeker
voetzolen	=	voetzool
voetzool	noun	de onderzijde van de voet
voetzooltje	=	voetzool
voetzooltjes	=	voetzool
voetéren	=	voeteren
vof	noun	rechtsvorm voor een bedrijf met meerdere eigenaren die elk iets van waarde inbrengen (arbeid, geld of in natura)
vof'je	=	vof
vof'jes	=	vof
vof's	=	vof
vogel	noun	gewerveld dier behorend tot de klasse Aves met twee vleugels, twee poten, een snavel en een met veren bedekt lichaam dat zich voortplant door het leggen van eieren
vogelaanvaring	noun	een botsing van een vliegtuig met een vogel
vogelaanvaringen	=	vogelaanvaring
vogelaanvarinkje	=	vogelaanvaring
vogelaanvarinkjes	=	vogelaanvaring
vogelaar	noun	iemand die het observeren van vogelsoorten in het wild als hobby heeft
vogelaars	=	vogelaar
vogelaartje	=	vogelaar
vogelaartjes	=	vogelaar
vogelbek	noun	de bek van een vogel
vogelbekdier	noun	enige zoogdier met een snavel, Ornithorhynchus anatinus
vogelbekdieren	noun	Ornithorhynchidae enige nog levende familie uit de onderorde der vogelbekdierachtigen en samen met de mierenegels de enige nog levende cloacadieren Tegenwoordig leeft er nog maar één soort, het vogelbekdier (Ornithorhynchus anatinus), in waterrijke gebieden in het oosten van Australië, inclusief Tasmanië en enkele andere eilandengroepen.
vogelbekdiertje	=	vogelbekdier
vogelbekdiertjes	=	vogelbekdier
vogelbekje	=	vogelbek
vogelbekjes	=	vogelbek
vogelbekken	=	vogelbek
vogelbeschermer	noun	persoon die vogels, vogelsoorten en hun leefgebieden beschermt tegen negatieve invloeden van de mens
vogelbeschermers	=	vogelbeschermer
vogelbeschermertje	=	vogelbeschermer
vogelbeschermertjes	=	vogelbeschermer
vogelbescherming	noun	het streven om vogels te beschermen of hun welzijn te waarborgen
vogelbeschermingen	=	vogelbescherming
vogelboek	noun	een boek waarin vogels beschreven worden
vogelboeken	=	vogelboek
vogelcatalogi	=	vogelcatalogus
vogelcatalogus	noun	boek waarin een verzameling vogels beschreven worden, vaak gaat het om een groep vogels die in een bepaald gebied leven
vogelcatalogusje	=	vogelcatalogus
vogelcatalogusjes	=	vogelcatalogus
vogelcatalogussen	=	vogelcatalogus
vogelde	=	vogelen
vogelden	=	vogelen
vogele	=	vogelen
vogelei	noun	een ei van een vogel
vogeleieren	=	vogelei
vogeleiland	noun	eiland waar voornamelijk vogels leven.
vogeleilanden	=	vogeleiland
vogeleilandje	=	vogeleiland
vogeleilandjes	=	vogeleiland
vogeleitje	=	vogelei
vogeleitjes	=	vogelei
vogelen	verb	het voor hobby bekijken en determineren van vogels	noun|obsolete	vogels, archaïsch meervoud van vogel
vogelend	=	vogelen
vogelende	=	vogelen
vogelenpik	=	vogelpik
vogelenzang	noun	het geluid dat zingende vogels voortbrengen; het vermogen van vogels om te fluiten
vogelepik	=	vogelpik
vogelflap	noun	zwart-witte doeken die aan hoogspanningskabels hangen om vogels te waarschuwen zodat ze er niet tegenaan vliegen
vogelflappen	=	vogelflap
vogelgekwetter	noun	het vrolijke gezang van kleine vogels
vogelgeluid	noun	het gezang, gekweel, gekwetter van vogels
vogelgeluiden	=	vogelgeluid
vogelgeluidje	=	vogelgeluid
vogelgeluidjes	=	vogelgeluid
vogelgezang	noun	het zingen van vogels
vogelgezangen	=	vogelgezang
vogelgierst	noun	bepaald soort plant, Setaria italica
vogelgiersten	=	vogelgierst
vogelgriep	noun	vogelziekte van m.n. hoenderachtige vogels met griepachtige verschijnselen zoals sufheid, waterige ogen en een opgezette keel, soms ook besmettelijk voor de mens
vogelgriepen	=	vogelgriep
vogelgriepgolf	noun	een tijdfelijke plotselinge toename van het aantal vogels met vogelgriep
vogelgriepgolfje	=	vogelgriepgolf
vogelgriepgolfjes	=	vogelgriepgolf
vogelgriepgolven	=	vogelgriepgolf
vogelgriepvirus	noun	virus dat vogelgriep veroorzaakt een variant van het influenza A-virus
vogelgriepvirussen	=	vogelgriepvirus
vogelhuis	noun	door mensen gemaakte plaats waar vogels kunnen nestelen
vogelhuisje	noun	alleen verkleinwoord overdekt voedertafeltje voor vogels
vogelhuisjes	=	vogelhuis
vogelhuizen	=	vogelhuis
vogelijn	=	vogel
vogeljacht	noun	het jagen op vogels
vogeljachten	=	vogeljacht
vogelkers	noun	bepaalde boomsoort die in West-Europa thuishoort, Prunus padus
vogelkersbladblaasje	noun	Taphrina farlowii een schimmel behorend tot de familie Taphrinaceae.
vogelkersbladblaasjes	=	vogelkersbladblaasje
vogelkersen	=	vogelkers
vogelkersheksenbezem	noun	Taphrina padi een paddenstoel uit de familie Taphrinaceae.
vogelkersheksenbezempje	=	vogelkersheksenbezem
vogelkersheksenbezempjes	=	vogelkersheksenbezem
vogelkersheksenbezems	=	vogelkersheksenbezem
vogelkersje	=	vogelkers
vogelkersjes	=	vogelkers
vogelkersleerschijfzwam	noun	Dermatea padi een schimmel behorend tot de familie Dermateaceae.
vogelkersleerschijfzwammen	=	vogelkersleerschijfzwam
vogelkersleerschijfzwammetje	=	vogelkersleerschijfzwam
vogelkersleerschijfzwammetjes	=	vogelkersleerschijfzwam
vogelkersluis	noun	Rhopalosiphum padi een bladluis behorend tot de familie Aphididae
vogelkersluisje	=	vogelkersluis
vogelkersluisjes	=	vogelkersluis
vogelkersluizen	=	vogelkersluis
vogelkersstippelmot	noun	Yponomeuta evonymella een vlinder uit de familie van stippelmotten (Yponomeutidae).
vogelkersstippelmotje	=	vogelkersstippelmot
vogelkersstippelmotjes	=	vogelkersstippelmot
vogelkersstippelmotten	=	vogelkersstippelmot
vogelkijker	noun	vogelliefhebber die probeert zoveel mogelijk verschillendende vogels waar te nemen in de vrije natuur
vogelkijkers	=	vogelkijker
vogelkijkertje	=	vogelkijker
vogelkijkertjes	=	vogelkijker
vogelklauw	noun	scherpe nagel aan de poten van een vogel waarmee ze voedsel kan vasthouden of waarmee de vogel zich kan vastklampen aan een tak
vogelklauwen	=	vogelklauw
vogelklauwtje	=	vogelklauw
vogelklauwtjes	=	vogelklauw
vogelkooi	noun	kooi waar een vogel in verblijft wanneer deze als huisdier wordt gehouden.
vogelkooien	=	vogelkooi
vogelkooitje	=	vogelkooi
vogelkooitjes	=	vogelkooi
vogelkopdwergnachtzwaluw	noun	Aegotheles affinis een vogel uit de familie dwergnachtzwaluwen (Aegothelidae).
vogelkopdwergnachtzwaluwen	=	vogelkopdwergnachtzwaluw
vogelkopdwergnachtzwaluwtje	=	vogelkopdwergnachtzwaluw
vogelkopdwergnachtzwaluwtjes	=	vogelkopdwergnachtzwaluw
vogelkopfluiter	noun	Pachycephala meyeri een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
vogelkopfluiters	=	vogelkopfluiter
vogelkopfluitertje	=	vogelkopfluiter
vogelkopfluitertjes	=	vogelkopfluiter
vogelkopkatvogel	noun	Ailuroedus arfakianus een van de meer dan twintig soorten prieelvogels.
vogelkopkatvogels	=	vogelkopkatvogel
vogelkopkatvogeltje	=	vogelkopkatvogel
vogelkopkatvogeltjes	=	vogelkopkatvogel
vogelkopkraagparadijsvogel	noun	Lophorina superba een vogel uit de familie paradijsvogels (Paradisaeidae).
vogelkopkraagparadijsvogels	=	vogelkopkraagparadijsvogel
vogelkopkraagparadijsvogeltje	=	vogelkopkraagparadijsvogel
vogelkopkraagparadijsvogeltjes	=	vogelkopkraagparadijsvogel
vogelkoplori	noun	Charmosyna papou een papegaai uit Nieuw-Guinea.
vogelkoplori's	=	vogelkoplori
vogelkoplorietje	=	vogelkoplori
vogelkoplorietjes	=	vogelkoplori
vogelkopmosdiertje	noun	Bugulina stolonifera een mosdiertjessoort uit de familie van de Bugulidae.
vogelkopmosdiertjes	=	vogelkopmosdiertje
vogelkopstruiksluiper	noun	Aethomyias rufescens een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
vogelkopstruiksluipers	=	vogelkopstruiksluiper
vogelkopstruiksluipertje	=	vogelkopstruiksluiper
vogelkopstruiksluipertjes	=	vogelkopstruiksluiper
vogelkunde	noun	deelgebied van de dierkunde dat zich richt op vogels (Aves)
vogellijm	noun	Viscum album halfparasiet die op een appel-, perenboom of populier kan groeien
vogelluis	noun	insect uit de familie Menoponidae uit de orde Phthiraptera.
vogelluisje	=	vogelluis
vogelluisjes	=	vogelluis
vogelluismijt	noun	Dermanyssus gallinae een ectoparasiet van vogels.
vogelluismijten	=	vogelluismijt
vogelluismijtje	=	vogelluismijt
vogelluismijtjes	=	vogelluismijt
vogelluizen	noun	Menoponidae een familie uit de orde Phthiraptera.
vogelmelk	noun	een geslacht Ornithogalum van bolgewassen uit de aspergefamilie (Asparagaceae).
vogelmelkroest	noun	Puccinia liliacearum een roest op Ornithogalum-soorten.
vogelmelkroesten	=	vogelmelkroest
vogelmelkroestje	=	vogelmelkroest
vogelmelkroestjes	=	vogelmelkroest
vogelmest	noun	middel gewonnen uit vogelpoep dat gebruikt wordt om de grond vruchtbaarder te maken
vogelmuren	=	vogelmuur
vogelmuur	noun	Stellaria media een lage, eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae)
vogelmuurtje	=	vogelmuur
vogelmuurtjes	=	vogelmuur
vogelnest	noun	door vogels gemaakte plaats om eieren in te leggen
vogelnesten	=	vogelnest
vogelnestje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort plant, Neottia nidus-avis uit de orchideeënfamilie
vogelnestjes	=	vogelnestje
vogelnestkever	noun	Anthrenus pimpinellae een keversoort uit de familie spektorren (Dermestidae).
vogelnestkevers	=	vogelnestkever
vogelnestkevertje	=	vogelnestkever
vogelnestkevertjes	=	vogelnestkever
vogelnestmaanmug	noun	Tipula (Lunatipula) peliostigma een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
vogelnestmaanmuggen	=	vogelnestmaanmug
vogelnestmaanmuggetje	=	vogelnestmaanmug
vogelnestmaanmuggetjes	=	vogelnestmaanmug
vogelnestmaanmugje	=	vogelnestmaanmug
vogelnestmaanmugjes	=	vogelnestmaanmug
vogelnestorchis	noun	Neottia nidus-avis plant uit de orchideeënfamilie
vogelnestorchissen	=	vogelnestorchis
vogelobservatiehut	noun	beschutte plek van waaruit je naar wilde vogels kan kijken zonder dat die jouw aanwezigheid bemerken
vogelobservatiehutje	=	vogelobservatiehut
vogelobservatiehutjes	=	vogelobservatiehut
vogelobservatiehutten	=	vogelobservatiehut
vogelonderzoek	noun	onderzoek naar het voorkomen en leven van vogels
vogelonderzoeken	=	vogelonderzoek
vogelpark	noun	een speciaal aangelegd park waar bezoekers vele soorten vogels kunnen zien
vogelparken	=	vogelpark
vogelparkje	=	vogelpark
vogelparkjes	=	vogelpark
vogelperspectief	noun	gezien vanuit de lucht; gezien vanuit de positie van een vliegende vogel
vogelperspectieven	=	vogelperspectief
vogelpest	noun	virusziekte die vooral bij hoenderachtige vogels voorkomt
vogelpik	noun	een werpspel dat gespeeld wordt met drie darts (pijltjes) en een dartbord
vogelpikken	=	vogelpik
vogelpikske	=	vogelpik
vogelpindakaas	noun	voedsel voor vogels bestaande uit pindameel en insecten waarmee men vogels, vooral in de winter, kan bijvoederen
vogelpoep	noun	de ontlasting van vogels met name als bron van verontreiniging
vogelpoepje	=	vogelpoep
vogelpoepjes	=	vogelpoep
vogelpoot	noun	de poot van een vogel
vogelpootje	noun	benaming voor planten uit het geslacht Ornithopus
vogelpootjes	=	vogelpootje
vogelpootklaver	noun	Trifolium ornithopodioides een eenjarige plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
vogelpootklavers	=	vogelpootklaver
vogelpootklavertje	=	vogelpootklaver
vogelpootklavertjes	=	vogelpootklaver
vogelpootzegge	noun	Carex ornithopoda een overblijvende plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
vogelpootzeggen	=	vogelpootzegge
vogelpootzeggetje	=	vogelpootzegge
vogelpootzeggetjes	=	vogelpootzegge
vogelpoten	=	vogelpoot
vogelreservaat	noun	natuurreservaat voor vogels
vogelreservaatje	=	vogelreservaat
vogelreservaatjes	=	vogelreservaat
vogelreservaten	=	vogelreservaat
vogelrijk	adj	met erg veel vogels
vogelrijke	=	vogelrijk
vogelrijker	=	vogelrijk
vogelrijkere	=	vogelrijk
vogelrijkers	=	vogelrijk
vogelrijks	=	vogelrijk
vogelrijkst	=	vogelrijk
vogelrijkste	=	vogelrijk
vogels	noun	een klasse Aves uit de chordadieren (Chordata), warmbloedige dieren met een skelet en veren waarvan de twee voorste ledematen zich tot vleugels hebben ontwikkeld
vogelschedel	noun	de schedel van een vogel
vogelschedels	=	vogelschedel
vogelschedeltje	=	vogelschedel
vogelschedeltjes	=	vogelschedel
vogelschiet	=	vogelschieten
vogelschieten	verb	een feest/wedstrijd waarbij schutters schieten op een vogel bovenop een hoge paal of boom
vogelschietend	=	vogelschieten
vogelschietende	=	vogelschieten
vogelschrik	noun	een voorwerp dat bedoeld is om vogels te verjagen
vogelschrikkanon	noun	een kanon dat afgeschoten wordt om vogels te verjagen
vogelschrikkanonnen	=	vogelschrikkanon
vogelschrikken	=	vogelschrik
vogelsoort	noun	organisme dat hoort bij de klasse van de volgels aves
vogelsoorten	=	vogelsoort
vogelspin	noun	grote behaarde spin die leeft in de tropische streken uit de familie Theraphosidae van spinnen binnen de onderorde vogelspinachtigen (Mygalomorphae)
vogelspinachtigen	noun	Mygalomorphae een onderorde van spinnen.
vogelspinnen	noun	Theraphosidae een familie van spinnen binnen de onderorde vogelspinachtigen (Mygalomorphae).
vogelspinnetje	=	vogelspin
vogelspinnetjes	=	vogelspin
vogelspotten	verb	kijken naar vogels als hobby
vogelspottend	=	vogelspotten
vogelspottende	=	vogelspotten
vogelstemboomkikker	noun	Dryophytes avivoca een kikker uit de familie boomkikkers (Hylidae).
vogelstemboomkikkers	=	vogelstemboomkikker
vogelstemboomkikkertje	=	vogelstemboomkikker
vogelstemboomkikkertjes	=	vogelstemboomkikker
vogelsterfte	noun	het overlijden van vogels
vogelsterften	=	vogelsterfte
vogelsterftes	=	vogelsterfte
vogelt	=	vogelen
vogeltelling	noun	jaarlijks evenement waarbij mensen inventariseren welke vogels er te zien zijn
vogeltellingen	=	vogeltelling
vogeltje	=	vogel
vogeltjes	=	vogel
vogeltrek	noun	de jaarlijkse tocht van vogels naar warmere streken en hun terugkomst in het voorjaar
vogelveer	noun	dikke en langwerpige uit keratine opgebouwde structuur die bestaat uit een schacht die sterk vertakt is en gevormd wordt in de huid van de moderne vogels
vogelveertje	=	vogelveer
vogelveertjes	=	vogelveer
vogelveerzwam	noun	Onygena corvina een schimmel behorend tot de familie Onygenaceae.
vogelveerzwammen	=	vogelveerzwam
vogelveerzwammetje	=	vogelveerzwam
vogelveerzwammetjes	=	vogelveerzwam
vogelveren	=	vogelveer
vogelvereniging	noun	hobbyvereniging van vogelliefhebbers; ook: de gezamenlijke leden van zo'n vereniging
vogelverenigingen	=	vogelvereniging
vogelverenigingetje	=	vogelvereniging
vogelverenigingetjes	=	vogelvereniging
vogelverschrikker	noun	manshoge pop opgesteld in een akker met als doel vraat door vogels te beperken
vogelverschrikkers	=	vogelverschrikker
vogelverschrikkertje	=	vogelverschrikker
vogelverschrikkertjes	=	vogelverschrikker
vogelvlucht	noun	een weergave van een voorwerp of gebied alsof je erboven vliegt, perspectief van boven
vogelvluchten	=	vogelvlucht
vogelvlug	adj|obsolete	in een snel tempo, heel vlot bewegend
vogelvlugge	=	vogelvlug
vogelvlugs	=	vogelvlug
vogelvoer	noun	voeding die men aan vogels kan geven
vogelvrij	adj	buiten de wet gesteld
vogelvrije	=	vogelvrij
vogelvrijer	=	vogelvrij
vogelvrijere	=	vogelvrij
vogelvrijers	=	vogelvrij
vogelvrijs	=	vogelvrij
vogelvrijst	=	vogelvrij
vogelvrijste	=	vogelvrij
vogelvrijverklaring	noun	buiten bescherming van de wet verklaard en bloot gesteld aan ieders vervolging
vogelvrijverklaringen	=	vogelvrijverklaring
vogelvrijverklarinkje	=	vogelvrijverklaring
vogelvrijverklarinkjes	=	vogelvrijverklaring
vogelwacht	noun	natuurbeschermingsorganisatie die een of meer vogelreservaten beschermt
vogelwachten	=	vogelwacht
vogelwaterjuffer	noun	Coenagrion ornatum een libellensoort uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
vogelwaterjuffers	=	vogelwaterjuffer
vogelwaterjuffertje	=	vogelwaterjuffer
vogelwaterjuffertjes	=	vogelwaterjuffer
vogelwereld	noun	de gehele populatie, diversiteit en leefomgeving van vogels in een bepaald gebied
vogelwerelden	=	vogelwereld
vogelwereldje	=	vogelwereld
vogelwereldjes	=	vogelwereld
vogelwiekje	noun	Dypterygia scabriuscula een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
vogelwiekjes	=	vogelwiekje
vogelwikke	noun	Vicia cracca een plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae oftewel Fabaceae).
vogelwikkes	=	vogelwikke
vogelzang	noun	het geluid dat vogels maken
vogelzangen	=	vogelzang
vogelzwerm	noun	groep vogels die vlak bij elkaar vliegen
vogelzwermen	=	vogelzwerm
vogelzwermpje	=	vogelzwerm
vogelzwermpjes	=	vogelzwerm
vogezenhavikskruid	noun	Hieracium vogesiacum een overblijvende plant, die behoort tot de composietenfamilie.
vogezenhavikskruiden	=	vogezenhavikskruid
vogezenhavikskruidje	=	vogezenhavikskruid
vogezenhavikskruidjes	=	vogezenhavikskruid
vogezisch	adj	betreft de Vogezen, een gebergte in het oosten van Frankrijk
vogezische	=	vogezisch
vogezischer	=	vogezisch
vogezischere	=	vogezisch
vogezischers	=	vogezisch
vogue	noun	mode
voice-over	noun	een stem die buitenbeelds commentaar geeft op wat er in een fictiefilm of feitenfilm te zien is
voice-overs	=	voice-over
voice-overtje	=	voice-over
voice-overtjes	=	voice-over
voicemail	noun	het kunnen inspreken van een bericht bij afwezigheid van iemand
voicemails	=	voicemail
voicemailtje	=	voicemail
voicemailtjes	=	voicemail
voicerecorder	noun	apparaat waarmee men stemgeluid kan vastleggen
voicerecorders	=	voicerecorder
voievod	=	woiwode
voijs	=	voois
voile	noun	korte wijdmazige, van een dameshoed afhangende, sluier
voiles	=	voile
voiletje	=	voile
voiletjes	=	voile
voilà	intj	ziedaar
voip	=	voipen
voipe	=	voipen
voipen	verb	telefoneren via een internetverbinding; bellen door middel van een voice-over IP
voipend	=	voipen
voipende	=	voipen
voipt	=	voipen
voipte	=	voipen
voipten	=	voipen
vois	=	voois
voiture	noun	vervoermiddel op wielen
voitures	=	voiture
voituurtje	=	voiture
voituurtjes	=	voiture
voivod	=	woiwode
voivoda	=	woiwode
voivode	=	woiwode
voj	noun	voortgezet onderwijs op juniorenniveau
vojevoda	=	woiwode
vojvoda	=	woiwode
vojvode	=	woiwode
vokaal	=	vocaal
vol	adj	geheel gevuld
vol-au-vent	noun	bakje van bladerdeeg gevuld met (kippen)ragout en afgedekt met een dekseltje van bladerdeeg
vol-au-vents	=	vol-au-vent
volant	noun	pluimbal zoals gebruikt bij badminton
volants	=	volant
volapüktalig	adj	Volapük sprekend
volapüktalige	=	volapüktalig
volapüktaligs	=	volapüktalig
volatiel	adj	makkelijk verdampend
volatiele	=	volatiel
volatieler	=	volatiel
volatielere	=	volatiel
volatielers	=	volatiel
volatiels	=	volatiel
volatielst	=	volatiel
volatielste	=	volatiel
volatiliteit	noun	mate van beweeglijkheid van de koers van een aandeel of een ander financieel product zoals een aandelenindex of valuta
volatiliteiten	=	volatiliteit
volatiliteitsonderbreking	noun	een onderbreking in de volatiliteit; registratie met weinig plotselinge veranderingen
volatiliteitsonderbrekingen	=	volatiliteitsonderbreking
volatiliteitsonderbrekinkje	=	volatiliteitsonderbreking
volatiliteitsonderbrekinkjes	=	volatiliteitsonderbreking
volautomaat	noun	machine die volledig automatisch functioneert
volautomaatje	=	volautomaat
volautomaatjes	=	volautomaat
volautomaten	=	volautomaat
volautomatisch	adj	helemaal automatisch
volautomatische	=	volautomatisch
volbloed	adj	van een zuiver ras zijn, van een onvermengd ras	noun	paard van een zuiver ras
volbloeden	=	volbloed
volbloedje	=	volbloed
volbloedjes	=	volbloed
volbouw	=	volbouwen
volbouwd	=	volbouwen
volbouwde	=	volbouwen
volbouwden	=	volbouwen
volbouwe	=	volbouwen
volbouwen	verb	een bepaald gebied geheel met gebouwen vullen
volbouwend	=	volbouwen
volbouwende	=	volbouwen
volbouwt	=	volbouwen
volbracht	=	volbrengen
volbrachte	=	volbrengen
volbrachten	=	volbrengen
volbreng	=	volbrengen
volbrenge	=	volbrengen
volbrengen	verb	geheel uitvoeren
volbrengend	=	volbrengen
volbrengende	=	volbrengen
volbrenging	noun	het volledig uitvoeren of tot een goed einde brengen van een taak, opdracht of doel
volbrengingen	=	volbrenging
volbrenginkje	=	volbrenging
volbrenginkjes	=	volbrenging
volbrengt	=	volbrengen
volbóúwen	=	volbouwen
volcontinu	adj	zonder onderbreking
volcontinue	=	volcontinu
voldaan	adj	niet langer geplaagd door gevoelens van behoefte of verlangen
voldaanheden	=	voldaanheid
voldaanheid	noun	de mate waarin iemand tevreden is (na een geleverde prestatie)
voldaans	=	voldaan
voldaanst	=	voldaan
voldaanste	=	voldaan
voldane	=	voldoen
voldaner	=	voldaan
voldanere	=	voldaan
voldaners	=	voldaan
volde	=	vollen
voldede	=	voldoen
voldeden	=	voldoen
voldeed	=	voldoen
voldeedt	=	voldoen
volden	=	vollen
volder	noun	een ambachtsman in de lakennijverheid
volders	=	volder
volding	=	voldingen
voldinge	=	voldingen
voldingen	verb	beslissen
voldingend	=	voldingen
voldingende	=	voldingen
voldingt	=	voldingen
voldoe	=	voldoen
voldoen	verb	~ aan een eis vervullen
voldoend	adj	toereikend, genoeg
voldoende	noun	een beoordeling die aangeeft dat een test gehaald is of voldoende kennis is getoond	adv	tot bevrediging
voldoenden	=	voldoende
voldoendes	=	voldoende
voldoendetje	=	voldoende
voldoends	=	voldoend
voldoening	noun	tevredenheid
voldoeningen	=	voldoening
voldoeninggevend	adj	dat iets een gevoel van tevredenheid, bevrediging of genoegdoening geeft.
voldoeninggevende	=	voldoeninggevend
voldoeninggevender	=	voldoeninggevend
voldoeninggevendere	=	voldoeninggevend
voldoeninggevenders	=	voldoeninggevend
voldoeninggevends	=	voldoeninggevend
voldoeninggevendst	=	voldoeninggevend
voldoeninggevendste	=	voldoeninggevend
voldoeninkje	=	voldoening
voldoeninkjes	=	voldoening
voldoet	=	voldoen
voldong	=	voldingen
voldongen	adj	uitgemaakt, beslist, vooral in de combinatie 'dat is een voldongen feit'
voldongens	=	voldongen
voldraag	=	voldragen
voldraagt	=	voldragen
voldrage	=	voldragen
voldragen	adj	na een complete zwangerschapsperiode tot het natuurlijke moment van geboorte
voldragend	=	voldragen
voldragener	=	voldragen
voldrageners	=	voldragen
voldragens	=	voldragen
voldroeg	=	voldragen
voldroege	=	voldragen
voldroegen	=	voldragen
voldroegt	=	voldragen
voleind	=	voleinden
voleindde	=	voleinden
voleindden	=	voleinden
voleinde	=	voleinden
voleinden	verb	voleindigen
voleindend	=	voleinden
voleindende	=	voleinden
voleindig	=	voleindigen
voleindigd	=	voleindigen
voleindigde	=	voleindigen
voleindigden	=	voleindigen
voleindige	=	voleindigen
voleindigen	verb	doorgaan tot iets helemaal klaar is
voleindigend	=	voleindigen
voleindigende	=	voleindigen
voleindiging	noun	voltooiing
voleindigingen	=	voleindiging
voleindigt	=	voleindigen
voleinding	noun	het einde van een proces
voleindingen	=	voleinding
voleindinkje	=	voleinding
voleindinkjes	=	voleinding
voleindt	=	voleinden
volendammer	noun	een inwoner van Volendam, of iemand afkomstig uit Volendam	adj	op Volendam betrekking hebbend
volendammers	=	volendammer
volendammertje	=	volendammer
volendammertjes	=	volendammer
volendams	adj	op Volendam betrekking hebbend
volendamse	noun	een vrouwelijke inwoner van Volendam, of een vrouw afkomstig uit Volendam
volendamsen	=	volendamse
volg	=	volgen
volg-me-nietregister	noun	register met een lijst personen die niet meer gevolgd mogen worden op het internet
volg-me-nietregisters	=	volg-me-nietregister
volgaarne	adv|formal	met veel plezier; met veel genoegen
volgaerne	=	volgaarne
volgauto	noun	een auto die andere auto('s) volgt in een stoet
volgauto's	=	volgauto
volgautootje	=	volgauto
volgautootjes	=	volgauto
volgbaar	adj	van een betoog of verhaal dat de redenering of de plot te begrijpen valt
volgbaarder	=	volgbaar
volgbaardere	=	volgbaar
volgbaarders	=	volgbaar
volgbaars	=	volgbaar
volgbaarst	=	volgbaar
volgbaarste	=	volgbaar
volgbare	=	volgbaar
volgbod	noun	bij bridge: een bod als er al een openingsbod is gedaan
volgboot	noun	een boot die achter iets of iemand aan vaart
volgbootje	=	volgboot
volgbootjes	=	volgboot
volgboten	=	volgboot
volgcookie	noun	een klein bestand op een computer dat het internetgedrag registreert om gepersonaliseerde advertenties te kunnen laten zien
volgcookies	=	volgcookie
volgde	=	volgen
volgden	=	volgen
volge	=	volgen
volgeboekt	adj	alle plaatsen zijn gereserveerd
volgeboekte	=	volgeboekt
volgeboekts	=	volgeboekt
volgebouwd	=	volbouwen
volgedaan	=	voldoen
volgegooid	=	volgooien
volgegooide	=	volgooien
volgegoten	=	volgieten
volgegroeid	=	volgroeien
volgehangen	=	volhangen
volgehouden	=	volhouden
volgekomen	=	volkomen
volgeladen	=	volladen
volgeling	noun	iemand die een -vaak godsdienstig- leider volgt
volgelingen	=	volgeling
volgelingetje	=	volgeling
volgelingetjes	=	volgeling
volgelopen	=	vollopen
volgemaakt	=	volmaken
volgemaakte	=	volmaken
volgen	verb	achterna gaan
volgend	adj	later komend
volgende	=	volgend
volgends	=	volgend
volgens	noun	genitief van de onbepaalde wijs van volgen	prep	geeft een bron aan voor de gegeven redenering
volgeplakt	=	volplakken
volgeplant	=	volplanten
volgepoept	=	volpoepen
volgepompt	=	volpompen
volgepompte	=	volpompen
volgepraat	=	volpraten
volgepropt	=	volproppen
volger	noun	een persoon die iets op iemand achterna loopt
volgers	=	volger
volgertje	=	volger
volgertjes	=	volger
volgeschonken	=	volschenken
volgeschoten	=	volschieten
volgeschreven	=	volschrijven
volgesmeerd	=	volsmeren
volgespoten	=	volspuiten
volgestaan	=	volstaan
volgestopt	=	volstoppen
volgestopte	=	volstoppen
volgestort	=	volstorten
volgestorte	=	volstorten
volgestouwd	=	volstouwen
volgestroomd	=	volstromen
volgetankt	=	voltanken
volgevreten	=	volvreten
volgezet	=	volzetten
volgezogen	=	volzuigen
volggewas	noun	gewas dat na het huidige gewas wordt geteeld
volggewassen	=	volggewas
volggroep	noun	een groep achterblijvers
volggroepen	=	volggroep
volggroepje	=	volggroep
volggroepjes	=	volggroep
volgiet	=	volgieten
volgiete	=	volgieten
volgieten	verb	al gietend geheel vullen
volgietend	=	volgieten
volgietende	=	volgieten
volgkoets	noun	een koets die deel uitmaakt van een (rouw)stoet maar niet de voorste koets is
volgkoetsen	=	volgkoets
volgkoetsje	=	volgkoets
volgkoetsjes	=	volgkoets
volglijst	noun	verzameling van zaken of personen die in de gaten worden gehouden
volglijsten	=	volglijst
volglijstje	=	volglijst
volglijstjes	=	volglijst
volglocatie	noun	locatie die men via een app op een smartphone kan volgen om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen
volglocaties	=	volglocatie
volgmotor	noun	een motor met verslaggever en of cameraman, die achter de wielrenners rijdt om een verslag te maken van de wielerwedstrijd
volgmotoren	=	volgmotor
volgmotors	=	volgmotor
volgnummer	noun	nummer dat aangeeft op welke plaats iets of iemand staat in een reeks
volgnummers	=	volgnummer
volgnummertje	=	volgnummer
volgnummertjes	=	volgnummer
volgooi	=	volgooien
volgooide	=	volgooien
volgooiden	=	volgooien
volgooie	=	volgooien
volgooien	verb	op een ruwe, onnadenkende, slordige manier iets helemaal vullen
volgooiend	=	volgooien
volgooiende	=	volgooien
volgooit	=	volgooien
volgoot	=	volgieten
volgorde	noun	wijze waarop iets in een rij gerangschikt wordt
volgordebepaling	noun	het vaststellen van de specifieke rij, rangschikking of chronologie waarin personen, zaken of gebeurtenissen op elkaar volgen.
volgordebepalingen	=	volgordebepaling
volgordebepalinkje	=	volgordebepaling
volgordebepalinkjes	=	volgordebepaling
volgordelijk	adj	betreffende de plaats in een gesorteerde lijst
volgordelijke	=	volgordelijk
volgordelijker	=	volgordelijk
volgordelijkere	=	volgordelijk
volgordelijkers	=	volgordelijk
volgordelijkheden	=	volgordelijkheid
volgordelijkheid	noun	natuurlijke, gewenste, afgesproken of voorgeschreven volgorde van de handelingen waaruit een proces bestaat
volgordelijks	=	volgordelijk
volgordelijkst	=	volgordelijk
volgordelijkste	=	volgordelijk
volgorden	=	volgorde
volgordes	=	volgorde
volgordeschakeling	noun	is een digitale elektronische schakeling waarvan de staat van de uitgangen afhangt van de toestand van de machine alsmede de aan de ingangen aangeboden signalen
volgordeschakelingen	=	volgordeschakeling
volgote	=	volgieten
volgoten	=	volgieten
volgrecht	noun	vergoeding aan de maker van een kunstwerk bij doorverkoop van een kunstwerk
volgrechten	=	volgrecht
volgreeks	noun	aaneengesloten rij opeenvolgende zaken of personen
volgreeksen	=	volgreeks
volgrijtuig	noun	een door paarden getrokken rijtuig of koets die volgt op het leidende rijtuig van een stoet
volgrijtuigen	=	volgrijtuig
volgrijtuigje	=	volgrijtuig
volgrijtuigjes	=	volgrijtuig
volgroei	=	volgroeien
volgroeid	adj	tot volle wasdom gekomen
volgroeide	=	volgroeid
volgroeiden	=	volgroeien
volgroeider	=	volgroeid
volgroeidere	=	volgroeid
volgroeiders	=	volgroeid
volgroeids	=	volgroeid
volgroeidst	=	volgroeid
volgroeidste	=	volgroeid
volgroeie	=	volgroeien
volgroeien	verb	volwassen worden, ontwikkelen, rijpen
volgroeiend	=	volgroeien
volgroeiende	=	volgroeien
volgroeit	=	volgroeien
volgróeien	=	volgroeien
volgspot	noun	een sterke lamp met een nauwe bundel die een artiest volgt tijdens een voorstelling
volgspotje	=	volgspot
volgspotjes	=	volgspot
volgspots	=	volgspot
volgsysteem	noun	systeem om personen of zaken langere tijd in hun ontwikkeling te observeren
volgsysteempje	=	volgsysteem
volgsysteempjes	=	volgsysteem
volgsystemen	=	volgsysteem
volgt	=	volgen
volgtijdelijk	adj	betreffende een verplichte volgorde in de tijd van te volgen vakken tijdens een studie
volgtijdelijke	=	volgtijdelijk
volgtijdelijker	=	volgtijdelijk
volgtijdelijkere	=	volgtijdelijk
volgtijdelijkers	=	volgtijdelijk
volgtijdelijks	=	volgtijdelijk
volgtijdelijkst	=	volgtijdelijk
volgtijdelijkste	=	volgtijdelijk
volgwagen	noun	een wagen die één of meer wagens volgt in een stoet
volgwagens	=	volgwagen
volgzaam	adj	bereid te volgen
volgzaamheid	noun	bereidheid om iemand te volgen en te gehoorzamen
volgzaams	=	volgzaam
volgzaamst	=	volgzaam
volgzaamste	=	volgzaam
volgzame	=	volgzaam
volgzamer	=	volgzaam
volgzamere	=	volgzaam
volgzamers	=	volgzaam
volhang	=	volhangen
volhange	=	volhangen
volhangen	verb	ergens zoveel dingen ophangen dat er geen ruimte is om er nog meer zaken op te hangen
volhangend	=	volhangen
volhangende	=	volhangen
volhangt	=	volhangen
volhard	=	volharden
volhardde	=	volharden
volhardden	=	volharden
volharde	=	volharden
volharden	verb	ondanks moeilijkheden doorgaan met iets
volhardend	adj	moeilijkheden taai trotserend
volhardende	=	volhardend
volhardender	=	volhardend
volhardendere	=	volhardend
volhardenders	=	volhardend
volhardends	=	volhardend
volhardendst	=	volhardend
volhardendste	=	volhardend
volharding	noun	de wil om waar men mee begonnen is ten einde toe uit te voeren
volhardingen	=	volharding
volhardt	=	volharden
volheid	noun	het helemaal gevuld zijn zonder dat er iets ontbreekt; het helemaal perfect zijn
volherden	=	volharden
volhield	=	volhouden
volhielde	=	volhouden
volhielden	=	volhouden
volhieldt	=	volhouden
volhing	=	volhangen
volhingen	=	volhangen
volhou	=	volhouden
volhoud	=	volhouden
volhoude	=	volhouden
volhouden	verb	doorgaan met iets ondanks tegenslag, tegenspraak of vermoeidheid
volhoudend	=	volhouden
volhoudende	=	volhouden
volhouder	noun	iemand die doorgaat en niet opgeeft
volhouders	=	volhouder
volhoudertje	=	volhouder
volhoudertjes	=	volhouder
volhoudt	=	volhouden
volijverig	adj	met veel ijver
volijverige	=	volijverig
volijverigs	=	volijverig
volière	noun	een grote en ruime kooi voor vogels of vlinders.
volières	=	volière
volièretje	=	volière
volièretjes	=	volière
volk	noun	een groep mensen die een aantal dingen gemeenschappelijk hebben, zoals afstamming, taal, gewoontes of overlevering
volken	=	volk
volkenkunde	noun	de wetenschap die het sociale gedrag, de economische structuur en de religie van volken en bevolkingsgroepen bestudeert, het is een van de vier hoofdstroming van de antropologie
volkenkundig	adj	betrekking hebbend op de aard en de levenswijze van volkeren
volkenkundige	=	volkenkundig
volkenkundiger	=	volkenkundig
volkenkundigere	=	volkenkundig
volkenkundigers	=	volkenkundig
volkenkundigs	=	volkenkundig
volkenkundigst	=	volkenkundig
volkenkundigste	=	volkenkundig
volkenmoord	noun	De definitie uit Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (VN 1948):een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: 'het doden van leden van de groep; het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen en het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.
volkenmoorden	=	volkenmoord
volkenrecht	noun	internationaal privaat- en publiekrecht
volkenrechtelijk	adj	van iets dat het betrekking heeft op het internationale recht
volkenrechtelijke	=	volkenrechtelijk
volkenrechtelijker	=	volkenrechtelijk
volkenrechtelijkere	=	volkenrechtelijk
volkenrechtelijkers	=	volkenrechtelijk
volkenrechtelijks	=	volkenrechtelijk
volkenrechtelijkst	=	volkenrechtelijk
volkenrechtelijkste	=	volkenrechtelijk
volkeren	=	volk
volkerenmoord	noun	De definitie uit Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide (VN 1948):een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, etnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: 'het doden van leden van de groep; het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen en het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.
volkerenmoorden	=	volkerenmoord
volkerenmoordje	=	volkerenmoord
volkje	=	volk
volkjes	=	volk
volkom	=	volkomen
volkomen	verb	geheel gevuld geraken	adj	zonder dat er iets aan ontbreekt
volkomend	=	volkomen
volkomende	=	volkomen
volkomener	=	volkomen
volkomeners	=	volkomen
volkomenheden	=	volkomenheid
volkomenheid	noun	volmaaktheid
volkomens	=	volkomen
volkomenst	=	volkomen
volkomenste	=	volkomen
volkomt	=	volkomen
volkoren	adj	gemaakt van de hele graankorrel
volkorenbroden	=	volkorenbrood
volkorenbrood	noun	brood waarin alles van de graankorrel verwerkt wordt
volkorenbroodje	=	volkorenbrood
volkorenbroodjes	=	volkorenbrood
volkorens	=	volkoren
volkorentarwe	noun	tarwe met zemelen en kiem
volkrijk	adj	met een groot aantal bewoners
volkrijke	=	volkrijk
volkrijker	=	volkrijk
volkrijkere	=	volkrijk
volkrijkers	=	volkrijk
volkrijks	=	volkrijk
volkrijkst	=	volkrijk
volkrijkste	=	volkrijk
volks	adj	van het volk
volksaandeel	noun	aandeel in een bedrijf dat door veel particuliere beleggers wordt gekocht
volksaandelen	=	volksaandeel
volksaard	noun	het karakter dat zou passen bij de inwoners van een land
volksaarden	=	volksaard
volksactie	noun	politiek optreden van de bevolking zelf
volksacties	=	volksactie
volksbal	noun	groot dansfeest dat voor iedereen vrij toegankelijk is
volksbals	=	volksbal
volksbeweging	noun	het gaan van grote groepen mensen van de ene naar de andere plaats
volksbewegingen	=	volksbeweging
volksbeweginkje	=	volksbeweging
volksbeweginkjes	=	volksbeweging
volksboek	noun	boek geschreven voor en gelezen door het gewone volk
volksboeken	=	volksboek
volksboekje	=	volksboek
volksboekjes	=	volksboek
volksbond	noun	vereniging voor alle leden van een volk
volksbonden	=	volksbond
volksbuurt	noun	een gezellige buurt waar mensen met een lager inkomen wonen
volksbuurten	=	volksbuurt
volksbuurtje	=	volksbuurt
volksbuurtjes	=	volksbuurt
volkscafeetje	=	volkscafé
volkscafeetjes	=	volkscafé
volkscafé	noun	op mensen met weinig geld en opleiding gerichte zaak waar men tegen betaling alcoholische drank kan gebruiken
volkscafés	=	volkscafé
volksch	=	volks
volkscomiteetje	=	volkscomité
volkscomiteetjes	=	volkscomité
volkscomité	noun	dagelijks bestuur in een communistisch land
volkscomités	=	volkscomité
volkscommissaris	noun	in 1917 in het leven geroepen revolutionaire benaming voor een minister
volkscommissarissen	=	volkscommissaris
volkscommune	noun	maatschappelijke organisatie in sommige communistische landen waar allen in gemeenschap leven en werken
volkscommunes	=	volkscommune
volksculturen	=	volkscultuur
volkscultuur	noun	alle traditionele uitingen van het gewone volksleven
volkscultuurtje	=	volkscultuur
volkscultuurtjes	=	volkscultuur
volksdagblad	noun	een krant die wordt uitgegeven door een communistische partij
volksdagbladen	=	volksdagblad
volksdans	noun	samen op muziek bewegen volgens patronen die kenmerkend zijn voor mensen in een bepaald gebied of van een bepaalde afkomst
volksdanse	=	volksdansen
volksdansen	verb	de volksdans uitvoeren
volksdansend	=	volksdansen
volksdansende	=	volksdansen
volksdansje	=	volksdans
volksdansjes	=	volksdans
volksdanst	=	volksdansen
volksdanste	=	volksdansen
volksdansten	=	volksdansen
volksdeel	noun	een deel van de bevolking met een gemeenschappelijke eigenschap
volksdelen	=	volksdeel
volksdemocratie	noun	regeringsvorm volgens de communistische opvatting met één enkele, communistische partij
volksdemocratieën	=	volksdemocratie
volksdemocratisch	adj	verwijst naar een staatsvorm, vaak communistisch of marxistisch geïnspireerd, die zichzelf presenteert als een democratie van het werkende volk, maar in de praktijk vaak een eenpartijstaat is.
volksdemocratische	=	volksdemocratisch
volksdemocratischer	=	volksdemocratisch
volksdemocratischere	=	volksdemocratisch
volksdemocratischers	=	volksdemocratisch
volksdichter	noun	dichter die bij het grote publiek populair is
volksdichters	=	volksdichter
volksdrank	noun	algemeen geliefde drank
volksdranken	=	volksdrank
volksdrankje	=	volksdrank
volksdrankjes	=	volksdrank
volksduitser	noun	term die na de Eerste Wereldoorlog en in de nazitijd gebruikt werd om Duitsers aan te duiden die als afzonderlijke volksgroep buiten Duitsland (Oostenrijk en Zwitserland) woonden
volksduitsers	=	volksduitser
volksduitsertje	=	volksduitser
volksduitsertjes	=	volksduitser
volkse	=	volks
volkseditie	noun	goedkope uitgave van een boek
volksedities	=	volkseditie
volkseditietje	=	volkseditie
volkseditietjes	=	volkseditie
volkseigen	adj	van iets dat het heel kenmerkend is voor een bepaalde bevolkingsgroep en wat ook onlosmakelijk verbonden is met die bevolkingsgroep
volkseigener	=	volkseigen
volkseigeners	=	volkseigen
volkseigens	=	volkseigen
volkseigenst	=	volkseigen
volkseigenste	=	volkseigen
volkser	=	volks
volksere	=	volks
volksers	=	volks
volksetymologie	noun	alternatieve verklaringen voor de vorm en/of herkomst van bepaalde woorden en uitdrukkingen, die geheel losstaan van de echte etymologie
volksetymologieën	=	volksetymologie
volksfeest	noun	traditioneel feest dat door de gehele gemeenschap wordt gevierd
volksfeesten	=	volksfeest
volksfeestje	=	volksfeest
volksfeestjes	=	volksfeest
volksfront	noun	samenwerkingsverband van (linkse) politieke partijen en organisaties die pretenderen het hele volk te vertegenwoordigen
volksfronten	=	volksfront
volksfrontstrategie	noun	strategie waarbij er een samenwerkingsverband is tussen alle linkse partijen
volksgeest	noun	de attitude die kenmerkend zou zijn voor de leden van een volk
volksgeesten	=	volksgeest
volksgeloof	noun	zaken waarvan het gewone volk denkt dat het waar is maar geen deel uitmaakt van een officiële godsdienst
volksgeloven	=	volksgeloof
volksgemeenschap	noun	een volk dat men ziet als een gemeenschap van mensen met gelijke ideeën en belangen
volksgemeenschapje	=	volksgemeenschap
volksgemeenschapjes	=	volksgemeenschap
volksgemeenschappen	=	volksgemeenschap
volksgeneeskunde	noun	bestrijding van ziekteverschijnselen met traditionele hulpmiddelen door mensen zonder geneeskundige opleiding
volksgerecht	noun	groep mensen die buiten de officiële rechtspraak mensen veroordeelt en straffen uitvoert; eigenmachtige berechting door leken
volksgerechten	=	volksgerecht
volksgericht	noun	strafmaatregel voor vergrijpen tegen de moraal die door het volk wordt opgelegd
volksgerichten	=	volksgericht
volksgevoel	noun	de mening van een grote groep mensen
volksgezondheid	noun	het algemene peil van gezondheid van de bevolking
volksgunst	noun	het geliefd zijn bij veel (gewone) mensen
volksgunsten	=	volksgunst
volksheilige	noun	een door veel mensen aanbeden heilige
volksheiligen	=	volksheilige
volksheld	noun	iemand van gewone komaf die door het volk gezien wordt als een held
volkshelden	=	volksheld
volksheldje	=	volksheld
volksheldjes	=	volksheld
volkshogescholen	=	volkshogeschool
volkshogeschool	noun	instituut waar mensen cursussen volgen en werkgemeenschappen vormen
volkshuishouding	noun	de economie van een land
volkshuishoudingen	=	volkshuishouding
volkshuishoudinkje	=	volkshuishouding
volkshuishoudinkjes	=	volkshuishouding
volkshuisvesting	noun	alle voorzieningen die zijn getroffen om ervoor te zorgen dat alle burgers een voldoende goede huisvesting hebben
volkshuisvestingen	=	volkshuisvesting
volksinvloed	noun	invloed van het volk op bestuur en wetgeving
volksinvloeden	=	volksinvloed
volksjongen	noun	een jonge man van uit de lagere sociale klasse
volksjongens	=	volksjongen
volksjongetje	=	volksjongen
volksjongetjes	=	volksjongen
volkskapitalisme	noun	welvaart en effectenbezit voor grote lagen van de bevolking
volkskarakter	noun	het geheel van overeenkomende karaktertrekken, waardoor een volk zich van andere onderscheidt
volkskarakters	=	volkskarakter
volkskeuken	noun	gerechten en bereidingswijzen die geliefd zijn bij mensen met weinig geld, macht of opleiding in een bepaald gebied
volkskeukens	=	volkskeuken
volkskrant	noun	een van de landelijke dagbladen in Nederland
volkskunst	noun	kunstnijverheid gemaakt door amateurs
volkskunsten	=	volkskunst
volkslatijn	noun	vorm van het Latijn waaruit de Romaanse talen zijn ontstaan
volksleger	noun	een leger dat het volk beschermt en kan bestaan uit alle weerbare leden van dat volk
volkslegers	=	volksleger
volkslegertje	=	volksleger
volkslegertjes	=	volksleger
volksleven	noun	het bestaan van de lagere klassen van een samenleving
volkslied	noun	gezongen tekst die dienst doet als symbool voor een volk of een natie
volksliederen	=	volkslied
volksliedje	=	volkslied
volksliedjes	=	volkslied
volksliedpopulisme	noun	populisme met nationalistische trekken met speciale waarde voor het volkslied
volksmassa	noun	enorme grote groep mensen
volksmassa's	=	volksmassa
volksmenner	noun	volksleider
volksmenners	=	volksmenner
volksmennertje	=	volksmenner
volksmens	noun	iemand die ronduit laat blijken tot de grote massa mensen met weinig sociale status te horen
volksmensen	=	volksmens
volksmisleiding	noun	het opzettelijk misleiden, manipuleren of opruien van de bevolking, vaak door politici of leiders met onware beweringen, leuzen of 'mooie praatjes'
volksmisleidingen	=	volksmisleiding
volksmisleidinkje	=	volksmisleiding
volksmisleidinkjes	=	volksmisleiding
volksmond	noun	zoals iets informeel of door de lokale bevolking wordt genoemd
volksmonden	=	volksmond
volksmuziek	noun	traditionele muziek die een rituele of functionele rol speelt in een bepaalde cultuur (dansmuziek, feestmuziek, werkmuziek)
volksmuziekje	=	volksmuziek
volksmuziekjes	=	volksmuziek
volksnaam	noun	een bij 'het volk' gangbare, niet-wetenschappelijke naam voor een plant, een dier of een stof
volksnamen	=	volksnaam
volksnationalisme	noun	politieke stroming die uitgaat van een bestaande volksgemeenschap waaruit een staatsgemeenschap kan ontstaan
volksontwikkeling	noun	het algemene kennisniveau bij een bevolkingsgroep verhogen
volksontwikkelingen	=	volksontwikkeling
volksoorlog	noun	een oorlog die door de bevolking zelf van een land wordt gevoerd (buiten het officiële leger om)
volksoorlogen	=	volksoorlog
volksoploop	noun	spontane samenkomst van veel (oproerige) burgers #:▸ Het precieze adres van Van der Graaf is niet bekendgemaakt. "De burgemeester zit vast niet te wachten op een volksoploop zoals in Leiden, toen de woonplaats van Benno L. bekend werd", zegt De Bruijn. "De wijk waar Van der Graaf zit, is er een met veel flatgebouwen en appartementencomplexen.
volksoploopje	=	volksoploop
volksoploopjes	=	volksoploop
volksoplopen	=	volksoploop
volksoproer	noun	opstand waar grote delen van de bevolking aan deelnemen
volksoproeren	=	volksoproer
volksopstand	noun	een oproer tegen het gevestigde gezag door grote groepen uit de bevolking
volksopstanden	=	volksopstand
volksopstandje	=	volksopstand
volksopstandjes	=	volksopstand
volksopvoeding	noun	het opvoeden, vormen en ontwikkelen van het gehele volk, vaak met als doel de burgerzin, het gedrag en de vrijetijdsbesteding te verbeteren.
volksopvoedingen	=	volksopvoeding
volksopvoedinkje	=	volksopvoeding
volksopvoedinkjes	=	volksopvoeding
volksoverlevering	noun	door het volk overgebrachte traditie
volksoverleveringen	=	volksoverlevering
volkspartij	noun	partij die de belangen van verschillende bevolkingsgroepen wil behartigen
volkspartijen	=	volkspartij
volkspartijtje	=	volkspartij
volkspartijtjes	=	volkspartij
volksraad	noun	politieke instelling waarin vertegenwoordigers van het volk zetelen (Nederlands-Indië en Zuid-afrika)
volksraadpleging	noun	voorleggen van een vraag met betrekking tot wetgeving aan de kiesgerechtigden in een land of een bepaald gebied, waarbij de overheid niet verplicht is de uitslag te respecteren
volksraadplegingen	=	volksraadpleging
volksraadpleginkje	=	volksraadpleging
volksraadpleginkjes	=	volksraadpleging
volksraden	=	volksraad
volksrechtbank	noun	rechtbank waar leken rechtspreken op een manier die past bij wat de wensen van het volk zouden zijn
volksrechtbanken	=	volksrechtbank
volksregering	noun	regering die bestaat uit leden van het 'gewone' volk
volksregeringen	=	volksregering
volksrepubliek	noun	democratische republiek volgens de communistische opvatting
volksrepublieken	=	volksrepubliek
volksroman	noun	een roman waarin het leven van 'gewone' mensen uit het 'volk' wordt besproken
volksromannetje	=	volksroman
volksromannetjes	=	volksroman
volksromans	=	volksroman
volksscholen	=	volksschool
volksschool	noun	school voor de lagere klassen van de samenleving
volksschooltje	=	volksschool
volksschooltjes	=	volksschool
volksschrijver	noun	iemand die verhalen schrijft die veel (gewone) mensen waarderen
volksschrijvers	=	volksschrijver
volkssoevereiniteit	noun	het berusten van het hoogste gezag bij het volk
volkssoevereiniteiten	=	volkssoevereiniteit
volkssouvereiniteit	=	volkssoevereiniteit
volksspel	=	volksspelen
volksspelen	noun	klassieke (amusements)spelen, dikwijls in of in de nabijheid van een café of een kermis
volkssport	noun	een sport die bij veel mensen populair is
volkssporten	=	volkssport
volksstam	noun	een deel van een volk met een (vermeende) gemeenschappelijke afstamming
volksstammen	=	volksstam
volksstammetje	=	volksstam
volksstemming	noun	het voorleggen van een vraag met betrekking tot wetgeving aan de kiesgerechtigden in een land of een bepaald gebied
volksstemmingen	=	volksstemming
volksstuk	noun	toneelstuk dat ook door het 'gewone' volk gewaardeerd kan worden
volksstukken	=	volksstuk
volkst	=	volks
volkstaal	noun	de taal van het gewone volk, vaak informeel van aard en soms als minder beschaafd gezien, in tegenstelling tot de standaardtaal
volkstaaltje	=	volkstaal
volkstaaltjes	=	volkstaal
volkstalen	=	volkstaal
volkste	=	volks
volkstelling	noun	een vaststelling, door of namens de overheid, van de bevolkingsgrootte van een bepaald gebied, meestal een land, waarbij tevens een aantal andere, structurele kenmerken onderzocht worden, zoals leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, godsdienst, gezinsverband en beroepswerkzaamheid
volkstellingen	=	volkstelling
volkstheater	noun	vorm van podiumkunst waarin acteurs stukken spelen die naar hun onderwerp, taal en uitvoering zijn afgestemd op een zeer breed publiek met minder inkomen en opleiding
volkstheaters	=	volkstheater
volkstoneel	noun	vorm van podiumkunst waarin acteurs stukken spelen die naar hun onderwerp, taal en uitvoering zijn afgestemd op een zeer breed publiek met minder inkomen en opleiding
volkstoneeltje	=	volkstoneel
volkstoneeltjes	=	volkstoneel
volkstonelen	=	volkstoneel
volkstribunen	=	volkstribuun
volkstribuun	noun	beschermer van de belangen van het volk in het klassieke Rome
volkstuin	noun	een grondstuk dat het lokale stadsbestuur (of een charitatieve instelling) aan particuliere burgers verhuurt om groente en fruit te kweken
volkstuinen	=	volkstuin
volkstuintje	=	volkstuin
volkstuintjes	=	volkstuin
volkstuinvereniging	noun	organisatie die een complex van tuinen beheert.
volkstuinverenigingen	=	volkstuinvereniging
volkstuinverenigingetje	=	volkstuinvereniging
volkstuinverenigingetjes	=	volkstuinvereniging
volksunie	noun	politieke partij de de belangen van het 'eigen volk' voorop stelt
volksverbeelding	noun	het collectieve, vaak fantasierijke vermogen van een groep mensen (het volk) om fenomenen, verhalen, legendes en symbolen te creëren en te interpreteren.
volksverbeeldingen	=	volksverbeelding
volksverbeeldinkje	=	volksverbeelding
volksverbeeldinkjes	=	volksverbeelding
volksvergadering	noun	een vergadering waaraan de gehele bevolking van een stad, streek of land deelneemt
volksvergaderingen	=	volksvergadering
volksvergaderinkje	=	volksvergadering
volksvergaderinkjes	=	volksvergadering
volksverhaal	noun	verhaal dat (ook) mondeling wordt overgedragen
volksverhaaltje	=	volksverhaal
volksverhaaltjes	=	volksverhaal
volksverhalen	=	volksverhaal
volksverheffing	noun	het proces waarbij de ontwikkeling, educatie en beschaving van het volk (met name de lagere klassen) worden bevorderd om hun sociale en culturele positie te verbeteren.
volksverheffingen	=	volksverheffing
volksverheffinkje	=	volksverheffing
volksverheffinkjes	=	volksverheffing
volksverhuizing	noun	een massale migratie van een heel volk of hele volksstam
volksverhuizingen	=	volksverhuizing
volksverhuizinkje	=	volksverhuizing
volksverhuizinkjes	=	volksverhuizing
volksverlakkerij	noun	opzettelijk misleiden van een breed publiek
volksverlakkerijen	=	volksverlakkerij
volksvermaak	noun	vermaakt voor het gewone volk; entertainment voor de massa
volksvermaken	=	volksvermaak
volksverrader	noun	persoon die zijn eigen volk ernstig benadeelt
volksverraders	=	volksverrader
volksvertegenwoordiger	noun	parlementariër die gekozen is door inwoners van een land, provincie of gemeente
volksvertegenwoordigers	=	volksvertegenwoordiger
volksvertegenwoordigertje	=	volksvertegenwoordiger
volksvertegenwoordigertjes	=	volksvertegenwoordiger
volksvertegenwoordiging	noun	een gewoonlijk verkozen lichaam dat in de staat de belangen van de bevolking behartigt
volksvertegenwoordigingen	=	volksvertegenwoordiging
volksvertegenwoordigingetje	=	volksvertegenwoordiging
volksvertegenwoordigingetjes	=	volksvertegenwoordiging
volksvertegenwoordiginkje	=	volksvertegenwoordiging
volksvertelling	noun	verhalen zoals ze (vroeger) verteld werden (voor de tijd van tv en internet)
volksvertellingen	=	volksvertelling
volksverzekering	noun	een verplichte, publiekrechtelijke verzekering voor iedere natuurlijke persoon die legaal ingezetene van Nederland is
volksverzekeringen	=	volksverzekering
volksvijand	noun	persoon die wordt gezien als een vijand van alle mensen in een bepaald land
volksvijanden	=	volksvijand
volksvreemd	adj	vreemd aan het eigen volk waartoe men behoort
volksvreemde	=	volksvreemd
volksvreemder	=	volksvreemd
volksvreemdere	=	volksvreemd
volksvreemders	=	volksvreemd
volksvreemds	=	volksvreemd
volksvreemdst	=	volksvreemd
volksvreemdste	=	volksvreemd
volkswijk	noun	een wijk van een stad waar het volk woont.
volkswijken	=	volkswijk
volkswijkje	=	volkswijk
volkswijkjes	=	volkswijk
volkswijs	noun	een liedje dat hoort bij de culturele traditie van een bevolkingsgroep
volkswijsje	=	volkswijs
volkswijsjes	=	volkswijs
volkswijzen	=	volkswijs
volkswil	noun	de (vermeende, eensgezinde) wil van het volk, de wil van de massa
volkswoede	noun	de woede die door een grote massa mensen al of niet gewelddadig wordt geuit
volkswoedes	=	volkswoede
volkswoning	noun	eenvoudige, kleine woning voor de gezinnen van mensen die productiearbeid verrichten
volkswoningen	=	volkswoning
volkswoninkje	=	volkswoning
volkswoninkjes	=	volkswoning
volkszanger	noun	een vertolker van (levens)liederen en smartlappen die bij grote delen van de bevolking aanslaan
volkszangers	=	volkszanger
volkszangertje	=	volkszanger
volkszangertjes	=	volkszanger
volksziekte	noun	een ziekte met veel slachtoffers
volksziekten	=	volksziekte
volksziektes	=	volksziekte
volksziel	noun	het (vermeende) karakter van een bevolkingsgroep; het denken en streven van een volksmassa
volkuip	noun	kuip die men bij het vollen van laken gebruikt
volkuipen	=	volkuip
volkuipje	=	volkuip
volkuipjes	=	volkuip
volkwam	=	volkomen
volkwamen	=	volkomen
vollaad	=	volladen
vollaadde	=	volladen
vollaadden	=	volladen
vollaadt	=	volladen
vollade	=	volladen
volladen	verb	de vrachtruimte van een vervoermiddel tot het maximum vullen
volladend	=	volladen
volladende	=	volladen
vollast	noun	van een motor, windmolen, zonnepark e.d. dat deze het maximale vermogen levert
vollasten	=	vollast
volle	=	vol
volledig	adj	zonder iets ongedaan te laten	adv	helemaal, in zijn volle omvang
volledige	=	volledig
vollediger	=	volledig
volledigere	=	volledig
volledigers	=	volledig
volledigheden	=	volledigheid
volledigheid	noun	het volledig zijn
volledigheidshalve	adv	voor de volledigheid
volledigs	=	volledig
volledigst	=	volledig
volledigste	=	volledig
volleer	=	volleren
volleerd	adj	alles geleerd hebben wat er maar te leren valt op een bepaald gebied of nodig is voor een bepaalde taak
volleerde	=	volleren
volleerden	=	volleren
volleerder	=	volleerd
volleerdere	=	volleerd
volleerders	=	volleerd
volleerds	=	volleerd
volleerdst	=	volleerd
volleerdste	=	volleerd
volleert	=	volleren
vollegrondsgroenteteelt	noun	groenteteelt op de volle grond
vollegrondsgroenteteelten	=	vollegrondsgroenteteelt
vollegrondteelt	noun	tuinbouw in de open lucht
vollemaan	noun	de fase of schijngestalte van de maan, waarbij de naar de aarde gekeerde zijde, geheel door de zon wordt verlicht en daardoor zichtbaar is
vollemaansgezicht	noun	dik, rond, vleezig en rood gezicht
vollemaansgezichten	=	vollemaansgezicht
vollemaansgezichtje	=	vollemaansgezicht
vollemaansgezichtjes	=	vollemaansgezicht
vollemanen	=	vollemaan
vollen	verb	het maken van vilt door langdurig de wol te slaan
vollenbak	adj	vol, voluit, volop, volledig
vollend	=	vollen
vollende	=	vollen
voller	noun	iemand die vilt vervaardigt uit wol
vollere	=	vol
volleren	verb	een bal zonder stuiteren terugkaatsen
vollerend	=	volleren
vollerende	=	volleren
vollerij	noun	dronkenschap, roes
vollerijen	=	vollerij
vollerijtje	=	vollerij
vollerijtjes	=	vollerij
vollers	=	voller
volley	noun	het terugslaan van een bal voor hij de grond geraakt heeft
volleybal	noun	balsport voor twee ploegen van zes spelers, waarbij de bal met de handen over een net wordt gespeeld.
volleybalbeker	noun	trofee in de vorm van een beker die de winnaar van een volleybaltoernooi krijgt
volleybalbekers	=	volleybalbeker
volleybalbekertje	=	volleybalbeker
volleybalbekertjes	=	volleybalbeker
volleybalbond	noun	bond waaraan volleybalclubs zijn aangesloten
volleybalbonden	=	volleybalbond
volleybalde	=	volleyballen
volleybalden	=	volleyballen
volleyballe	=	volleyballen
volleyballen	verb	volleybal spelen
volleyballend	=	volleyballen
volleyballende	=	volleyballen
volleyballetje	=	volleybal
volleyballetjes	=	volleybal
volleybalster	noun	vrouw die volleybal speelt
volleybalsters	=	volleybalster
volleybalstertje	=	volleybalster
volleybalstertjes	=	volleybalster
volleybalt	=	volleyballen
volleybalteam	noun	groep volleybalspelers die tegen een ander team een wedstrijd speelt
volleybalteams	=	volleybalteam
volleybalvereniging	noun	een sportclub waar de volleybalsport wordt beoefend en georganiseerd.
volleybalverenigingen	=	volleybalvereniging
volleybalverenigingetje	=	volleybalvereniging
volleybalverenigingetjes	=	volleybalvereniging
volleybalwedstrijd	noun	de keer dat men volleybal speelt
volleybalwedstrijden	=	volleybalwedstrijd
volleybalwedstrijdje	=	volleybalwedstrijd
volleybalwedstrijdjes	=	volleybalwedstrijd
volleyde	=	volleyen
volleyden	=	volleyen
volleye	=	volleyen
volleyen	verb	volleybal spelen.
volleyend	=	volleyen
volleyende	=	volleyen
volleys	=	volley
volleyt	=	volleyen
volliep	=	vollopen
volliepe	=	vollopen
volliepen	=	vollopen
volliept	=	vollopen
volloop	=	vollopen
volloopt	=	vollopen
vollope	=	vollopen
vollopen	verb	opgevuld raken met een vloeistof of een massa
vollopend	=	vollopen
vollopende	=	vollopen
volmaak	=	volmaken
volmaakt	adv	zonder enig gebrek
volmaakte	=	volmaakt
volmaakten	=	volmaken
volmaakter	=	volmaakt
volmaaktere	=	volmaakt
volmaakters	=	volmaakt
volmaaktheden	=	volmaaktheid
volmaaktheid	noun	een filosofisch concept, dat betekent dat een bepaald wezen een bepaalde eigenschap in de hoogste mate bezit, of dat een bepaald wezen alle eigenschappen bezit
volmaaktheidje	=	volmaaktheid
volmaakts	=	volmaakt
volmaaktst	=	volmaakt
volmaaktste	=	volmaakt
volmacht	noun	wilsverklaring waarbij iemand de bevoegdheid aan een ander verleent om in zijn naam bepaalde rechtshandelingen te verrichten
volmachten	=	volmacht
volmake	=	volmaken
volmaken	verb	iets vullen
volmakend	=	volmaken
volmakende	=	volmaken
volmaking	noun	het compleet maken van iets
volmakingen	=	volmaking
volmakinkje	=	volmaking
volmakinkjes	=	volmaking
volmondig	adj	vol overtuiging, zonder aarzeling, helemaal
volmondige	=	volmondig
volmondiger	=	volmondig
volmondigere	=	volmondig
volmondigers	=	volmondig
volmondigs	=	volmondig
volmondigst	=	volmondig
volmondigste	=	volmondig
volontair	noun	vrijwilliger	adj	vrijwillig
volontairder	=	volontair
volontairdere	=	volontair
volontairders	=	volontair
volontaire	=	volontair
volontairs	=	volontair
volontairst	=	volontair
volontairste	=	volontair
volop	adv	in ruime mate
volpension	noun	verblijf in een hotel waarbij de overnachting, het ontbijt, de lunch en de avondmaaltijd zijn inbegrepen in de prijs
volpensions	=	volpension
volplak	=	volplakken
volplakke	=	volplakken
volplakken	verb	iets helemaal bedekken door er dingen op te plakken
volplakkend	=	volplakken
volplakkende	=	volplakken
volplakt	=	volplakken
volplakte	=	volplakken
volplakten	=	volplakken
volplant	=	volplanten
volplante	=	volplanten
volplanten	verb	met planten vullen
volplantend	=	volplanten
volplantende	=	volplanten
volplantte	=	volplanten
volplantten	=	volplanten
volpoep	=	volpoepen
volpoepen	verb	door ontlasten helemaal vullen met stront
volpoepend	=	volpoepen
volpoept	=	volpoepen
volpoepte	=	volpoepen
volpoepten	=	volpoepen
volpomp	=	volpompen
volpompe	=	volpompen
volpompen	verb	door pompen iets met een vloeistof vullen
volpompend	=	volpompen
volpompende	=	volpompen
volpompt	=	volpompen
volpompte	=	volpompen
volpompten	=	volpompen
volpraat	=	volpraten
volpraatte	=	volpraten
volpraatten	=	volpraten
volprate	=	volpraten
volpraten	verb	met spreken de tijd vullen
volpratend	=	volpraten
volpratende	=	volpraten
volprezen	adj	van iets dat het veel lof heeft ontvangen; van iets dat het voldoende lof heeft ontvangen
volprezens	=	volprezen
volprop	=	volproppen
volproppe	=	volproppen
volproppen	verb	overvol maken door er nog iets bij te duwen
volproppend	=	volproppen
volproppende	=	volproppen
volpropt	=	volproppen
volpropte	=	volproppen
volpropten	=	volproppen
vols	=	vol
volschenk	=	volschenken
volschenke	=	volschenken
volschenken	verb	schenkend geheel vullen
volschenkend	=	volschenken
volschenkende	=	volschenken
volschenkt	=	volschenken
volschiet	=	volschieten
volschiete	=	volschieten
volschieten	verb	in flink tempo vollopen
volschietend	=	volschieten
volschietende	=	volschieten
volschonk	=	volschenken
volschonke	=	volschenken
volschonken	=	volschenken
volschonkt	=	volschenken
volschoot	=	volschieten
volschote	=	volschieten
volschoten	=	volschieten
volschreef	=	volschrijven
volschreeft	=	volschrijven
volschreve	=	volschrijven
volschreven	=	volschrijven
volschrijf	=	volschrijven
volschrijft	=	volschrijven
volschrijve	=	volschrijven
volschrijven	verb	helemaal vullen met geschreven tekst
volschrijvend	=	volschrijven
volschrijvende	=	volschrijven
volslagen	adj	compleet, volledig, volkomen
volslagener	=	volslagen
volslageners	=	volslagen
volslagens	=	volslagen
volslagenst	=	volslagen
volslagenste	=	volslagen
volslank	adj	slank met ronde vormen
volslanke	=	volslank
volslanker	=	volslank
volslankere	=	volslank
volslankers	=	volslank
volslanks	=	volslank
volslankst	=	volslank
volslankste	=	volslank
volsmeer	=	volsmeren
volsmeerde	=	volsmeren
volsmeerden	=	volsmeren
volsmeert	=	volsmeren
volsmere	=	volsmeren
volsmeren	verb	helemaal bedekken of vullen met een dikke vloeistof
volsmerend	=	volsmeren
volsmerende	=	volsmeren
volspoot	=	volspuiten
volspoten	=	volspuiten
volspuit	=	volspuiten
volspuite	=	volspuiten
volspuiten	verb	door spuiten iets vullen
volspuitend	=	volspuiten
volspuitende	=	volspuiten
volst	=	vol
volsta	=	volstaan
volstaan	verb	voldoende zijn
volstaand	=	volstaan
volstaande	=	volstaan
volstaat	=	volstaan
volstandig	adj	standvastig, onveranderlijk
volstandige	=	volstandig
volstandiger	=	volstandig
volstandigere	=	volstandig
volstandigers	=	volstandig
volstandigs	=	volstandig
volstandigst	=	volstandig
volstandigste	=	volstandig
volste	=	vol
volstond	=	volstaan
volstonde	=	volstaan
volstonden	=	volstaan
volstondt	=	volstaan
volstop	=	volstoppen
volstoppe	=	volstoppen
volstoppen	verb	helemaal vullen
volstoppend	=	volstoppen
volstoppende	=	volstoppen
volstopt	=	volstoppen
volstopte	=	volstoppen
volstopten	=	volstoppen
volstort	=	volstorten
volstorte	=	volstorten
volstorten	verb	helemaal vol gooien
volstortend	=	volstorten
volstortende	=	volstorten
volstortte	=	volstorten
volstortten	=	volstorten
volstouw	=	volstouwen
volstouwde	=	volstouwen
volstouwden	=	volstouwen
volstouwe	=	volstouwen
volstouwen	verb	een ruimte helemaal vol maken met iets
volstouwend	=	volstouwen
volstouwende	=	volstouwen
volstouwt	=	volstouwen
volstrek	=	volstrekken
volstrekke	=	volstrekken
volstrekken	verb	geheel ten uitvoer brengen
volstrekkend	=	volstrekken
volstrekkende	=	volstrekken
volstrekt	adj	geheel en al	adv	geheel en al, in het geheel
volstrekte	=	volstrekken
volstrekten	=	volstrekken
volstrekter	=	volstrekt
volstrekts	=	volstrekt
volstrektst	=	volstrekt
volstrome	=	volstromen
volstromen	verb	vullen met een vloeistof, mensen of zaken
volstromend	=	volstromen
volstromende	=	volstromen
volstroom	=	volstromen
volstroomde	=	volstromen
volstroomden	=	volstromen
volstroomt	=	volstromen
volt	noun	de SI-basiseenheid van elektrische spanning, weergegeven met symbool V
volta	noun	wending in een sonnet
volta's	=	volta
voltage	noun	de elektrische spanning in volt
voltages	=	voltage
voltagetje	=	voltage
voltagetjes	=	voltage
voltaire	noun	fauteuil met lage zitting, armleuningen en een hoge rugleuning, welke lichtjes achteroverhelt
voltaires	=	voltaire
voltallig	adj	waaraan geen enkel lid ontbreekt
voltallige	=	voltallig
voltalliger	=	voltallig
voltalligere	=	voltallig
voltalligers	=	voltallig
voltalligs	=	voltallig
voltalligst	=	voltallig
voltalligste	=	voltallig
voltampère	noun	een eenheid van complexe of schijnbare elektrisch vermogen, weergegeven met symbool VA dat in het geval van gelijkstroom gelijk is aan de watt
voltampères	=	voltampère
voltampèretje	=	voltampère
voltampèretjes	=	voltampère
voltank	=	voltanken
voltanke	=	voltanken
voltanken	verb	een brandstoftank helemaal vullen met brandstof
voltankend	=	voltanken
voltankende	=	voltanken
voltankt	=	voltanken
voltankte	=	voltanken
voltankten	=	voltanken
voltapijt	noun	kamerbreed tapijt
voltapijten	=	voltapijt
voltazuil	noun	een aantal gestapelde elementen die tezamen een elektrische batterij voren
voltazuilen	=	voltazuil
voltazuiltje	=	voltazuil
voltazuiltjes	=	voltazuil
voltaïsch	adj	betreft elektriciteit die wordt opgewekt door middel van een chemische reactie.
voltaïsche	=	voltaïsch
voltaïscher	=	voltaïsch
voltaïschere	=	voltaïsch
voltaïschers	=	voltaïsch
volte	noun	de omstandigheid dat iets, een ruimte gevuld is; het vol zijn met iets.
volte-face	noun	totale omslag van mening of houding
volte-faces	=	volte-face
voltekend	adj	bij een emissie van aandelen dat alle aandelen verkocht zijn
voltekende	=	voltekend
voltekends	=	voltekend
voltes	=	volte
voltige	noun	dans op een strak gespannen koord
voltigeer	=	voltigeren
voltigeerde	=	voltigeren
voltigeerden	=	voltigeren
voltigeert	=	voltigeren
voltigere	=	voltigeren
voltigeren	verb	turnoefeningen doen op een bewegend paard
voltigerend	=	voltigeren
voltigerende	=	voltigeren
voltiges	=	voltige
voltigeur	noun	iemand die op een galopperend paard springt en turnoefeningen doet
voltigeurs	=	voltigeur
voltigeurtje	=	voltigeur
voltigeurtjes	=	voltigeur
voltijd	adj	voor de volle (werk)tijd
voltijdbaan	noun	een baan waarbij volle aantal uren van een volle werkweek gewerkt wordt
voltijdbaantje	=	voltijdbaan
voltijdbaantjes	=	voltijdbaan
voltijdbanen	=	voltijdbaan
voltijder	noun	iemand met een voltijds aanstelling (36-40 uur per week)
voltijders	=	voltijder
voltijdopleiding	noun	een studievorm waarbij je gemiddeld 40 uur per week aan je studie besteedt, vaak omschreven als een 'fulltime' toewijding.
voltijdopleidingen	=	voltijdopleiding
voltijdopleidinkje	=	voltijdopleiding
voltijdopleidinkjes	=	voltijdopleiding
voltijds	adv	van banen en studie dat het de hele werktijd omvat
voltijdsbaan	noun	een aanstelling die al iemands aandacht vraagt; een baan die een volle werkweek in beslag neemt
voltijdsbanen	=	voltijdsbaan
voltijdsbonus	noun	extra beloning die iemand krijgt die fulltime werkt
voltijdsbonussen	=	voltijdsbonus
voltijdse	=	voltijds
voltijdstudie	noun	een opleiding waarbij men vrijwel elke werkdag overdag met zijn studie bezig is, vergelijkbaar met een fulltime werkweek van gemiddeld 40 uur
voltijdstudies	=	voltijdstudie
voltijdwerker	noun	werknemer die een volledige betrekking heeft
voltijdwerkers	=	voltijdwerker
voltijdwerkertje	=	voltijdwerker
voltijdwerkertjes	=	voltijdwerker
voltje	=	volt
voltjes	=	volt
voltmeter	noun	een instrument om de elektrische spanning, uitgedrukt in volt, te bepalen
voltmeters	=	voltmeter
voltmetertje	=	voltmeter
voltmetertjes	=	voltmeter
voltooi	=	voltooien
voltooid	adj	gereed, klaar
voltooide	=	voltooid
voltooiden	=	voltooien
voltooids	=	voltooid
voltooie	=	voltooien
voltooien	verb	ten einde brengen
voltooiend	=	voltooien
voltooiende	=	voltooien
voltooiing	noun	het voltooien
voltooiingen	=	voltooiing
voltooiinkje	=	voltooiing
voltooiinkjes	=	voltooiing
voltooit	=	voltooien
voltreffer	noun	afgevuurd projectiel (van een geweer zn e.d.) dat het beoogde doel precies raakt
voltreffers	=	voltreffer
voltreffertje	=	voltreffer
voltreffertjes	=	voltreffer
voltrek	=	voltrekken
voltrekke	=	voltrekken
voltrekken	verb	ten uitvoer brengen
voltrekkend	=	voltrekken
voltrekkende	=	voltrekken
voltrekking	noun	het voltrekken
voltrekkingen	=	voltrekking
voltrekkinkje	=	voltrekking
voltrekkinkjes	=	voltrekking
voltrekt	=	voltrekken
voltrok	=	voltrekken
voltrokke	=	voltrekken
voltrokken	=	voltrekken
voltrokt	=	voltrekken
volts	=	volt
voluit	adv	zonder afkortingen of beperkingen, helemaal
volume	noun	afmeting van de hoeveelheid ruimte die een driedimensionaal object of ruimtedeel omvat; het in kubieke eenheden uitgedrukte product van lengte, breedte en hoogte
volumebeperkend	adj	met betrekking tot het beperken van het beroep dat op een regeling wordt gedaan
volumebeperkende	=	volumebeperkend
volumebeperkender	=	volumebeperkend
volumebeperkendere	=	volumebeperkend
volumebeperkenders	=	volumebeperkend
volumebeperkends	=	volumebeperkend
volumebeperkendst	=	volumebeperkend
volumebeperkendste	=	volumebeperkend
volumeherstellend	adj	van middelen dat ze de haarstructuur herstellen en de haardiameter vergroten voor meer 'bounce', body en natuurlijke volume
volumeherstellende	=	volumeherstellend
volumeherstellender	=	volumeherstellend
volumeherstellendere	=	volumeherstellend
volumeherstellenders	=	volumeherstellend
volumeherstellends	=	volumeherstellend
volumeherstellendst	=	volumeherstellend
volumeherstellendste	=	volumeherstellend
volumeknop	noun	knop waarmee men de geluidssterkte van een muziek installatie kan regelen
volumeknopje	=	volumeknop
volumeknopjes	=	volumeknop
volumeknoppen	=	volumeknop
volumen	=	volume
volumeprobleem	noun	moeilijkheden met de hoeveelheid
volumeproblemen	=	volumeprobleem
volumeprocent	noun	standaardmaat voor de concentratie van een stof in een mengsel, gedefinieerd als 100 maal het quotiënt van het volume van het bestanddeel en het volume van het mengsel
volumeprocenten	=	volumeprocent
volumeregeling	noun	een mechanisme waarmee je de sterkte van een geluid harder of zachter zet.
volumeregelingen	=	volumeregeling
volumeregelingetje	=	volumeregeling
volumeregelingetjes	=	volumeregeling
volumes	=	volume
volumestijging	noun	toename in hoeveelheid
volumestijgingen	=	volumestijging
volumestijginkje	=	volumestijging
volumestijginkjes	=	volumestijging
volumetje	=	volume
volumetjes	=	volume
volumetrie	noun	bepaling van de hoeveelheid van een stof door titratie
volumineus	adj	een grote omvang hebbende
volumineust	=	volumineus
volumineuste	=	volumineus
volumineuze	=	volumineus
volumineuzer	=	volumineus
volumineuzere	=	volumineus
volumineuzers	=	volumineus
voluntair	adj	vrijwillig
voluntairder	=	voluntair
voluntairdere	=	voluntair
voluntairders	=	voluntair
voluntaire	=	voluntair
voluntairs	=	voluntair
voluntairst	=	voluntair
voluntairste	=	voluntair
voluntariaat	noun	onbetaald werk
voluntariaten	=	voluntariaat
voluntarisme	noun	leer dat het willen psychologisch oorspronkelijker is dan het kennen, of dat het willen en streven het diepste wezen van de werkelijkheid is
voluntaristisch	adj	zonder geweld of dwang
voluntaristische	=	voluntaristisch
voluntaristischer	=	voluntaristisch
voluntaristischere	=	voluntaristisch
voluntaristischers	=	voluntaristisch
voluntarius	adj	vrijwillig
voluptueus	adj	op zodanige wijze mollig en voorzien van rondingen dat het wellustige gevoelens opwekt
voluptueust	=	voluptueus
voluptueuste	=	voluptueus
voluptueuze	=	voluptueus
voluptueuzer	=	voluptueus
voluptueuzere	=	voluptueus
voluptueuzers	=	voluptueus
volute	noun	krul, spiraalvormig uitlopend verbindingsstuk bij Ionische kapitelen
voluten	=	volute
volutes	=	volute
voluut	noun	spiraalvormige bovenkant van een pilaar in de Ionische orde
volvet	adj	een type kaas
volvets	=	volvet
volvette	=	volvet
volvoer	=	volvoeren
volvoerd	=	volvoeren
volvoerde	=	volvoeren
volvoerden	=	volvoeren
volvoere	=	volvoeren
volvoeren	verb	tot een succesvol einde brengen
volvoerend	=	volvoeren
volvoerende	=	volvoeren
volvoering	noun	het volvoeren
volvoeringen	=	volvoering
volvoert	=	volvoeren
volvrat	=	volvreten
volvraten	=	volvreten
volvreet	=	volvreten
volvrete	=	volvreten
volvreten	verb	veel, snel, en ongezond, eten
volvretend	=	volvreten
volvretende	=	volvreten
volwaardig	adj	niet minder kwaliteiten hebben dan soortgelijke mensen of zaken
volwaardige	=	volwaardig
volwaardiger	=	volwaardig
volwaardigere	=	volwaardig
volwaardigers	=	volwaardig
volwaardigs	=	volwaardig
volwaardigst	=	volwaardig
volwaardigste	=	volwaardig
volwasmonteur	noun	monteur met een afgeronde opleiding
volwasmonteurs	=	volwasmonteur
volwassen	adj	een leeftijd bereikt hebbend waarop men volgroeid en onafhankelijk kan zijn
volwassene	noun	een persoon die de volwassen leeftijd heeft bereikt waarop men normaal fysiek volgroeid is en normaal en verantwoordelijk kan functioneren in de samenleving
volwassenen	=	volwassene
volwassenenboek	noun	een boek dat niet primair voor kinderen of jongeren is geschreven en zich richt op volwassen thema's, hoewel het niet altijd uitsluitend voor een volwassen publiek bedoeld is
volwassenenboeken	=	volwassenenboek
volwassenenboekje	=	volwassenenboek
volwassenenboekjes	=	volwassenenboek
volwasseneneducatie	noun	onderwijs aan en vorming van volwassenen
volwassenenonderwijs	noun	onderwijs aan volwassenen
volwassenenprogramma	noun	uitzending bedoeld voor personen met een leeftijd en ontwikkeling waarmee ze volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving, dus niet bedoeld is voor kinderen
volwassenenprogramma's	=	volwassenenprogramma
volwassenenprogrammaatje	=	volwassenenprogramma
volwassenenprogrammaatjes	=	volwassenenprogramma
volwassenentaal	noun	het taalgebruik dat past bij volwassen mensen
volwassenenwerker	noun	iemand die sociaal-cultureel werk doet ten behoeve van volwassenen
volwassenenwerkers	=	volwassenenwerker
volwassenenwerkertje	=	volwassenenwerker
volwassenenwerkertjes	=	volwassenenwerker
volwassener	=	volwassen
volwassenere	=	volwassen
volwasseners	=	volwassen
volwassenheid	noun	de fase val het leven dat een organisme volgroeid is
volwassens	=	volwassen
volwassenst	=	volwassen
volwassenste	=	volwassen
volwassenwording	noun	het voltooien van de ontwikkeling tot een volwassen individu; het bereiken van de volwassenheid
volwassenwordingen	=	volwassenwording
volwassenwordinkje	=	volwassenwording
volwassenwordinkjes	=	volwassenwording
volzet	adj	vol, volledig bezet, uitverkocht, volgeboekt
volzets	=	volzet
volzette	=	volzet
volzetten	verb	opvullen, geheel vol maken
volzettend	=	volzetten
volzettende	=	volzetten
volzin	noun	een tot een volledige zin geordende taaluiting van redelijk grote omvang
volzinnen	=	volzin
volzinnetje	=	volzin
volzinnetjes	=	volzin
volzoge	=	volzuigen
volzogen	=	volzuigen
volzoog	=	volzuigen
volzoogt	=	volzuigen
volzuig	=	volzuigen
volzuige	=	volzuigen
volzuigen	verb	zich helemaal door iets laten doordrenken
volzuigend	=	volzuigen
volzuigende	=	volzuigen
volzuigt	=	volzuigen
vomatie	noun	het vomeren braken
vomaties	=	vomatie
vomatietje	=	vomatie
vomatietjes	=	vomatie
vomeer	=	vomeren
vomeerde	=	vomeren
vomeerden	=	vomeren
vomeert	=	vomeren
vomere	=	vomeren
vomeren	verb|formal	braken, kotsen, overgeven, spugen
vomerend	=	vomeren
vomerende	=	vomeren
vomitus	noun	braaksel
vond	=	vinden
vonde	=	vinden
vondel	noun	smalle brug, vaak niet meer dan een of twee planken breed of een balk
vondeling	noun	een baby die ergens is achtergelaten en van wie de ouders niet bekend zijn
vondelinge	=	vondeling
vondelingen	=	vondeling
vondelingenkamer	noun	een verwarmde kamer waar baby's ter vondeling gelegd kunnen worden
vondelingenkamers	=	vondelingenkamer
vondelingenkamertje	=	vondelingenkamer
vondelingenkamertjes	=	vondelingenkamer
vondelingenluik	noun	een kleine warme ruimte waar jonge moeders hun baby ter vondeling kunnen leggen en kunnen achterlaten ter adoptie
vondelingenluiken	=	vondelingenluik
vondelingenluikje	=	vondelingenluik
vondelingenluikjes	=	vondelingenluik
vondelingenschuif	noun	een kleine warme ruimte waar jonge moeders hun baby ter vondeling kunnen leggen en kunnen achterlaten ter adoptie
vondelingenschuifje	=	vondelingenschuif
vondelingenschuifjes	=	vondelingenschuif
vondelingenschuiven	=	vondelingenschuif
vondelingetje	=	vondeling
vondelingetjes	=	vondeling
vondels	=	vondel
vondeltje	=	vondel
vondeltjes	=	vondel
vonden	=	vinden
vonder	noun	los houten voetbruggetje, vaak niet meer dan een of twee planken breed of een balk
vonderen	=	vonder
vonders	=	vonder
vondertje	=	vonder
vondertjes	=	vonder
vondst	noun	iets dat vaak door goed geluk gevonden wordt, vaak op een archeologische site
vondsten	=	vondst
vondstje	=	vondst
vondstjes	=	vondst
vondt	=	vinden
vonk	noun	klein rondvliegend gloeiend korreltje of brokstukje
vonke	=	vonken
vonkel	=	vonkelen
vonkelde	=	vonkelen
vonkelden	=	vonkelen
vonkele	=	vonkelen
vonkelen	verb	heel fel kijken
vonkelend	=	vonkelen
vonkelende	=	vonkelen
vonkeling	noun	vonken afschietend; vonken verspreidend
vonkelingen	=	vonkeling
vonkelingetje	=	vonkeling
vonkelingetjes	=	vonkeling
vonkelt	=	vonkelen
vonken	verb	vonken geven
vonkenboer	noun|obsolete	oude bijnaam voor een radiotelegrafist
vonkenboeren	=	vonkenboer
vonkenboertje	=	vonkenboer
vonkenboertjes	=	vonkenboer
vonkend	adj	zeer fel, vonken voortbrengend
vonkende	=	vonken
vonkends	=	vonkend
vonkenregen	noun	een grote hoeveelheid kleine brandende en gloeiende deeltjes die uit de lucht neerdwarrelen
vonkenregens	=	vonkenregen
vonkerosie	noun	proces waarbij materiaal van een object door een vonkboog wordt omgezet in plasma
vonkerosies	=	vonkerosie
vonkje	=	vonk
vonkjes	=	vonk
vonkkeelkolibrie	noun	Heliomaster constantii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vonkkeelkolibries	=	vonkkeelkolibrie
vonkkeelkolibrietje	=	vonkkeelkolibrie
vonkkeelkolibrietjes	=	vonkkeelkolibrie
vonkt	=	vonken
vonkte	=	vonken
vonkten	=	vonken
vonnis	noun	een beslissing van een rechter in dagvaardingsprocedures
vonnisje	=	vonnis
vonnisjes	=	vonnis
vonnisse	=	vonnissen
vonnissen	verb	een vonnis uitspreken
vonnissend	=	vonnissen
vonnissende	=	vonnissen
vonnist	=	vonnissen
vonniste	=	vonnissen
vonnisten	=	vonnissen
vont	noun	bekken (op voetstuk), bestemd voor het gewijde doopwater, doopvont
vonten	=	vont
vontje	=	vont
vontjes	=	vont
voodoo	noun	een geloof dat inheems is in Haïti
voogd	noun	een door de ouder of de rechter benoemde persoon die zorgt voor de belangen van een minderjarige of een verlengd minderjarige, zijn vermogen beheert en hem vertegenwoordigt in rechtszaken.
voogden	=	voogd
voogdes	noun	vrouwelijke voogd
voogdesje	=	voogdes
voogdesjes	=	voogdes
voogdessen	=	voogdes
voogdij	noun	familierechtelijke situatie waarbij door wet, rechter of bij testament de zorg voor de belangen van een minderjarige of verlengd minderjarige, het beheer van zijn vermogen en de vertegenwoordiging in rechtszaken wordt toevertrouwd aan een ander dan zijn ouder.
voogdijen	=	voogdij
voogdijgeschil	noun	een ruzie over wie de zeggenschap heeft over de kinderen
voogdijgeschillen	=	voogdijgeschil
voogdijminister	noun	een minister die verantwoordelijk is voor een bepaalde instelling, organisatie of dienst die onder zijn portefeuille vallen
voogdijministers	=	voogdijminister
voogdijoverheden	=	voogdijoverheid
voogdijoverheid	noun	toeziende overheid
voogdijraad	noun	overheidsinstelling die zorgt voor kinderen die niet of onvoldoende goed door de eigen ouders verzorgd kunnen worden
voogdijraden	=	voogdijraad
voogdijregeling	noun	een officiële afspraak of vastlegging waarin staat wie de zorg, opvoeding en het wettelijk gezag over je minderjarige kinderen krijgt als jij en de andere ouder er niet meer zijn.
voogdijregelingen	=	voogdijregeling
voogdijregelingetje	=	voogdijregeling
voogdijregelingetjes	=	voogdijregeling
voogdijschap	noun	het voogd zijn
voogdijschappen	=	voogdijschap
voogdijvereniging	noun	een door de overheid erkende en gecertificeerde organisatie die wettelijk verantwoordelijk is voor de verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen.
voogdijverenigingen	=	voogdijvereniging
voogdijverenigingetje	=	voogdijvereniging
voogdijverenigingetjes	=	voogdijvereniging
voogdje	=	voogd
vooijs	=	voois
voois	noun	stem, zangwijs, melodie
vooisje	=	voois
vooisjes	=	voois
vooizen	=	voois
vook	noun	e-book met videofragmenten
vooks	=	vook
voor	prep	dichterbij dan (gezien vanaf de spreker of anderszins)	adv	aan de voorkant
voor-de-gek-houderij	noun	het bedotten van mensen
voor-de-gek-houderijen	=	voor-de-gek-houderij
voor-indisch	adj	betreft het geografische gebied van het vroegere Brits-Indië.
voor-indische	=	voor-indisch
voor-indischer	=	voor-indisch
voor-indischere	=	voor-indisch
voor-indischers	=	voor-indisch
vooraan	adv	van voren	prep	als eerste deel van
vooraankondiging	noun	mededeling dat iets gaat gebeuren
vooraankondigingen	=	vooraankondiging
vooraankondigingetje	=	vooraankondiging
vooraankondigingetjes	=	vooraankondiging
vooraanmelding	noun	mededeling of registratie vooraf die aangeeft dat iets (een pakket, project of inschrijving) eraan komt of gepland staat.
vooraanmeldingen	=	vooraanmelding
vooraanmeldinkje	=	vooraanmelding
vooraanmeldinkjes	=	vooraanmelding
vooraanstaand	adj	gezaghebbend
vooraanstaande	=	vooraanstaand
vooraanstaander	=	vooraanstaand
vooraanstaandere	=	vooraanstaand
vooraanstaanders	=	vooraanstaand
vooraanstaands	=	vooraanstaand
vooraanstaandst	=	vooraanstaand
vooraanstaandste	=	vooraanstaand
vooraanzicht	noun	afbeelding van iets, zoals van voren gezien
vooraanzichten	=	vooraanzicht
vooraanzichtje	=	vooraanzicht
vooraf	adv	in de tijd vóór het genoemde
voorafbeelding	noun	een persoon, gebeurtenis of voorwerp dat een toekomstige werkelijkheid alvast aankondigt, symboliseert of afbeeldt.
voorafbeeldingen	=	voorafbeelding
voorafbeeldinkje	=	voorafbeelding
voorafbeeldinkjes	=	voorafbeelding
voorafbetaling	noun	geldelijke tegenprestatie voor iets wat nog geleverd moet worden
voorafbetalingen	=	voorafbetaling
voorafga	=	voorafgaan
voorafgaan	verb	in een tijdsvolgorde een eerdere plaats hebben
voorafgaand	adj	op een tijdstip kort tevoren
voorafgaande	=	voorafgaan
voorafgaandelijk	adv|obsolete	eerder dan gebeurtenis of activiteit waar het eigenlijk om gaat
voorafgaandelijke	=	voorafgaandelijk
voorafgaands	=	voorafgaand
voorafgaat	=	voorafgaan
voorafgegaan	adj	op een eerder moment, in een eerdere tijd
voorafgegaans	=	voorafgegaan
voorafgegane	=	voorafgaan
voorafging	=	voorafgaan
voorafginge	=	voorafgaan
voorafgingen	=	voorafgaan
voorafgingt	=	voorafgaan
voorafje	noun	een hapje voor de hoofdmaaltijd
voorafjes	=	voorafje
voorafschaduwing	noun	een voorbeeld van iets dat nog komen gaat
voorafschaduwingen	=	voorafschaduwing
vooral	adv	voornamelijk.
vooraleer	conj|formal	voordat
vooralsnog	adv	voorlopig
voorarm	noun	een vooral in België gebruikt synoniem voor de onderarm
voorarmen	=	voorarm
voorarmpje	=	voorarm
voorarmpjes	=	voorarm
voorarrest	noun	de periode dat een verdachte zijn vrijheid wordt ontnomen voordat de berechting plaatsvindt
voorarresten	=	voorarrest
voorarrestje	=	voorarrest
vooras	noun	de as voor de voorwielen van een voertuig
voorassen	=	vooras
vooravond	noun	begin van de avond
vooravonden	=	vooravond
vooravondje	=	vooravond
vooravondjes	=	vooravond
voorbaat	noun	bij ~: nog vóór de onderneming zijn beloop gehad heeft
voorbad	=	voorbidden
voorbaden	=	voorbidden
voorbak	=	voorbakken
voorbakke	=	voorbakken
voorbakken	verb	alvast vooraf bakken (soms alleen om het uiteindelijke bakken te bekorten)
voorbakkend	=	voorbakken
voorbakkende	=	voorbakken
voorbakt	=	voorbakken
voorbakte	=	voorbakken
voorbakten	=	voorbakken
voorbalkon	noun	plaats waar men een tram of bus kan binnenstappen aan de voorkant van de tram of bus
voorbalkons	=	voorbalkon
voorband	noun	band aan het voorwiel van een voorwiel van een voertuig
voorbanden	=	voorband
voorbandje	=	voorband
voorbandjes	=	voorband
voorbank	noun	voorste bank van een serie banken
voorbanken	=	voorbank
voorbankje	=	voorbank
voorbankjes	=	voorbank
voorbarig	adj	nog niet aan de orde
voorbarige	=	voorbarig
voorbariger	=	voorbarig
voorbarigere	=	voorbarig
voorbarigers	=	voorbarig
voorbarigs	=	voorbarig
voorbarigst	=	voorbarig
voorbarigste	=	voorbarig
voorbedacht	adj	vooraf over nagedacht dus niet toevallig of per ongeluk
voorbedachte	=	voorbedacht
voorbedachtelijk	adj	met vooraf overleg
voorbedachtelijke	=	voorbedachtelijk
voorbedachtelijker	=	voorbedachtelijk
voorbedachtelijkere	=	voorbedachtelijk
voorbedachtelijkers	=	voorbedachtelijk
voorbedachtelijks	=	voorbedachtelijk
voorbedachtelijkst	=	voorbedachtelijk
voorbedachtelijkste	=	voorbedachtelijk
voorbedachten	=	voorbedacht
voorbedachtheden	=	voorbedachtheid
voorbedachtheid	noun	vooropgezette bedoeling
voorbedachts	=	voorbedacht
voorbede	noun	een verzoek uitspreken ten gunste van iemand anders
voorbeden	=	voorbede
voorbedes	=	voorbede
voorbeding	noun	voorwaarde
voorbedinge	=	voorbedingen
voorbedingen	verb	als voorwaarde vooraf stellen
voorbedingend	=	voorbedingen
voorbedingende	=	voorbedingen
voorbedingetje	=	voorbeding
voorbedingetjes	=	voorbeding
voorbedingt	=	voorbedingen
voorbedong	=	voorbedingen
voorbedongen	=	voorbedingen
voorbeeld	noun	iets of iemand die het waard is om nagevolgd te worden
voorbeeldantwoord	noun	een voorbeeld van wat een goed antwoord zou kunnen zijn bij een toets met open vragen of een sollicitatiegesprek
voorbeeldantwoorden	=	voorbeeldantwoord
voorbeeldantwoordje	=	voorbeeldantwoord
voorbeeldantwoordjes	=	voorbeeldantwoord
voorbeeldeloos	adj	zonder voorbeeld
voorbeeldeloost	=	voorbeeldeloos
voorbeeldelooste	=	voorbeeldeloos
voorbeeldeloze	=	voorbeeldeloos
voorbeeldelozer	=	voorbeeldeloos
voorbeeldelozere	=	voorbeeldeloos
voorbeeldelozers	=	voorbeeldeloos
voorbeelden	=	voorbeeld
voorbeeldenboek	noun	boek dat dient als verzameling van concrete voorbeelden ter illustratie van een bepaald onderwerp, concept of stijl.
voorbeeldenboeken	=	voorbeeldenboek
voorbeeldenboekje	=	voorbeeldenboek
voorbeeldenboekjes	=	voorbeeldenboek
voorbeeldfunctie	noun	functie als voorbeeld
voorbeeldfuncties	=	voorbeeldfunctie
voorbeeldhuwelijk	noun	een huwelijk dat zo goed en geweldig is dat het tot voorbeeld kan strekken voor iedereen
voorbeeldhuwelijken	=	voorbeeldhuwelijk
voorbeeldig	adj	dat iets of iemand als voorbeeld kan dienen
voorbeeldige	=	voorbeeldig
voorbeeldiger	=	voorbeeldig
voorbeeldigere	=	voorbeeldig
voorbeeldigers	=	voorbeeldig
voorbeeldigs	=	voorbeeldig
voorbeeldigst	=	voorbeeldig
voorbeeldigste	=	voorbeeldig
voorbeeldje	=	voorbeeld
voorbeeldjes	=	voorbeeld
voorbeeldpagina	noun	webpagina met een vaste inhoud die op een vaste plek staat en via de menunavigatie van een website te vinden is
voorbeeldpagina's	=	voorbeeldpagina
voorbeeldpaginaatje	=	voorbeeldpagina
voorbeeldpaginaatjes	=	voorbeeldpagina
voorbeeldstellend	adj	dat iets of iemand kan dienen als een goed voorbeeld voor anderen
voorbeeldstellende	=	voorbeeldstellend
voorbeeldstellender	=	voorbeeldstellend
voorbeeldstellendere	=	voorbeeldstellend
voorbeeldstellenders	=	voorbeeldstellend
voorbeeldstellends	=	voorbeeldstellend
voorbeeldstellendst	=	voorbeeldstellend
voorbeeldstellendste	=	voorbeeldstellend
voorbeeldwerking	noun	de (gunstige) invloed die uitgaat van een voorbeeld
voorbeeldwerkingen	=	voorbeeldwerking
voorbeeldzin	noun	een zin waarin het trefwoord (in een woordenboek) zodanig wordt gebruikt dat de betekenis en de gebruiksmogelijkeheden van het woord duidelijker kunnen worden
voorbeeldzinnen	=	voorbeeldzin
voorbeeldzinnetje	=	voorbeeldzin
voorbeeldzinnetjes	=	voorbeeldzin
voorbeen	noun	een van de voorpoten van een paard
voorbeentje	=	voorbeen
voorbeentjes	=	voorbeen
voorbehandeling	noun	een voorbereidende behandeling voor de hoofdingreep
voorbehandelingen	=	voorbehandeling
voorbehandelingetje	=	voorbehandeling
voorbehandelingetjes	=	voorbehandeling
voorbehield	=	voorbehouden
voorbehielde	=	voorbehouden
voorbehielden	=	voorbehouden
voorbehieldt	=	voorbehouden
voorbehoed	=	voorbehoeden
voorbehoedde	=	voorbehoeden
voorbehoedden	=	voorbehoeden
voorbehoede	=	voorbehoeden
voorbehoeden	verb	voorzorgen treffen tegen iets
voorbehoedend	adj	van iets dat het zorgt dat iets vervelends of iets dat ongewenst is niet gebeurd
voorbehoedende	=	voorbehoeden
voorbehoedends	=	voorbehoedend
voorbehoedmiddel	noun	middel ter voorkoming van zwangerschap
voorbehoedmiddelen	=	voorbehoedmiddel
voorbehoedmiddeltje	=	voorbehoedmiddel
voorbehoedmiddeltjes	=	voorbehoedmiddel
voorbehoedsmiddel	noun	een middel dat verhinderen moet dat er een kind verwekt wordt bij het hebben van geslachtsgemeenschap
voorbehoedsmiddelen	=	voorbehoedsmiddel
voorbehoedsmiddeltje	=	voorbehoedsmiddel
voorbehoedsmiddeltjes	=	voorbehoedsmiddel
voorbehoedt	=	voorbehoeden
voorbehou	=	voorbehouden
voorbehoud	noun	noodzakelijke voorwaarde die indien afwezig ervoor zorgt dat iets niet kan doorgaan
voorbehoude	=	voorbehouden
voorbehouden	verb	in reserve houden, slechts voor een bepaald doel bestemmen, alleen voor een bepaalde groep bestemd
voorbehoudend	=	voorbehouden
voorbehoudende	=	voorbehouden
voorbehoudens	=	voorbehouden
voorbehoudje	=	voorbehoud
voorbehoudjes	=	voorbehoud
voorbehoudt	=	voorbehouden
voorbenen	=	voorbeen
voorbepaling	noun	een bijvoeglijke bepaling die vóór het kernwoord (meestal een zelfstandig naamwoord) staat waar deze een nadere omschrijving van geeft.
voorbepalingen	=	voorbepaling
voorbepalinkje	=	voorbepaling
voorbepalinkjes	=	voorbepaling
voorbereid	adj	voorzien van voldoende hulpmiddelen en vaardigheden om een bepaalde taak naar behoren te kunnen vervullen
voorbereidde	=	voorbereiden
voorbereidden	=	voorbereiden
voorbereide	=	voorbereid
voorbereiden	verb	handelingen verrichten die een latere gebeurtenis mogelijk moeten maken
voorbereidend	adj	om te zorgen dat men klaar is voor iets wat in de toekomst gaat gebeuren
voorbereidende	=	voorbereidend
voorbereidends	=	voorbereidend
voorbereider	=	voorbereid
voorbereidere	=	voorbereid
voorbereiders	=	voorbereid
voorbereiding	noun	het voorbereiden
voorbereidingen	=	voorbereiding
voorbereidingskost	noun|obsolete	middelen die men nodig heeft om een project te kunnen starten
voorbereidingskosten	noun	middelen die men nodig heeft om een project te kunnen starten
voorbereidingsperiode	noun	tijdperk dat men gebruikt om een latere handeling mogelijk te maken
voorbereidingsperioden	=	voorbereidingsperiode
voorbereidingsperiodes	=	voorbereidingsperiode
voorbereidingstijd	noun	periode die men nodig heeft om zich op een gebeurtenis of handeling te prepareren
voorbereidingstijden	=	voorbereidingstijd
voorbereidingswerk	noun	werk dat men moet doen voordat men met de eigenlijke werkzaamheden kan beginnen
voorbereidingswerken	=	voorbereidingswerk
voorbereidinkje	=	voorbereiding
voorbereidinkjes	=	voorbereiding
voorbereids	=	voorbereid
voorbereidsel	noun	handeling die een latere gebeurtenis mogelijk maakt
voorbereidselen	=	voorbereidsel
voorbereidsels	=	voorbereidsel
voorbereidst	=	voorbereid
voorbereidste	=	voorbereid
voorbereidt	=	voorbereiden
voorbericht	noun	bericht tot de lezer voor in een boek, korte voorrede
voorberichten	=	voorbericht
voorberichtje	=	voorbericht
voorberichtjes	=	voorbericht
voorbeschik	=	voorbeschikken
voorbeschikke	=	voorbeschikken
voorbeschikken	verb	vooraf al (door god) beslist zijn, waar de mens dus geen invloed op kan uitoefenen
voorbeschikkend	=	voorbeschikken
voorbeschikkende	=	voorbeschikken
voorbeschikking	noun	het voorbeschikt zijn
voorbeschikkingen	=	voorbeschikking
voorbeschikkinkje	=	voorbeschikking
voorbeschikkinkjes	=	voorbeschikking
voorbeschikt	=	voorbeschikken
voorbeschikte	=	voorbeschikken
voorbeschikten	=	voorbeschikken
voorbeschiktheden	=	voorbeschiktheid
voorbeschiktheid	noun	het vooraf onontkoombaar bepaald zijn van wat het lot van iets of iemand is
voorbeschouw	=	voorbeschouwen
voorbeschouwd	=	voorbeschouwen
voorbeschouwde	=	voorbeschouwen
voorbeschouwden	=	voorbeschouwen
voorbeschouwe	=	voorbeschouwen
voorbeschouwen	verb	iets bespreken dat nog moet gaan gebeuren
voorbeschouwend	=	voorbeschouwen
voorbeschouwende	=	voorbeschouwen
voorbeschouwing	noun	bespreking voorafgaand aan een gebeurtenis
voorbeschouwingen	=	voorbeschouwing
voorbeschouwinkje	=	voorbeschouwing
voorbeschouwinkjes	=	voorbeschouwing
voorbeschouwt	=	voorbeschouwen
voorbespeeld	adj	van een magnetische beeld- of muziekdrager dat er al beeld of muziek op is opgenomen
voorbespeelde	=	voorbespeeld
voorbespeelds	=	voorbespeeld
voorbespraakt	=	voorbespreken
voorbesprak	=	voorbespreken
voorbespraken	=	voorbespreken
voorbespreek	=	voorbespreken
voorbespreekt	=	voorbespreken
voorbespreke	=	voorbespreken
voorbespreken	verb	het bespreken van iets vóórdat het plaatsvindt
voorbesprekend	=	voorbespreken
voorbesprekende	=	voorbespreken
voorbespreking	noun	een gesprek of overleg dat dient als voorbereiding van iets
voorbesprekingen	=	voorbespreking
voorbesprekinkje	=	voorbespreking
voorbesprekinkjes	=	voorbespreking
voorbesproken	=	voorbespreken
voorbestaan	noun	het vooraf bestaan; het bestaan van iets voordat het zich in de werkelijkheid presenteert
voorbestem	=	voorbestemmen
voorbestemd	=	voorbestemmen
voorbestemde	=	voorbestemmen
voorbestemden	=	voorbestemmen
voorbestemme	=	voorbestemmen
voorbestemmen	verb	vooraf bepalen wat de uitslag, bestemming van iets of iemand zal zijn
voorbestemmend	=	voorbestemmen
voorbestemmende	=	voorbestemmen
voorbestemming	noun	het lot
voorbestemmingen	=	voorbestemming
voorbestemt	=	voorbestemmen
voorbevallingsrust	noun	zwangerschapsverlof
voorbewerk	=	voorbewerken
voorbewerke	=	voorbewerken
voorbewerken	verb	een eerste bewerking uitvoeren voordat de hoofdactie kan worden uitgevoerd
voorbewerkend	=	voorbewerken
voorbewerkende	=	voorbewerken
voorbewerkt	=	voorbewerken
voorbewerkte	=	voorbewerken
voorbewerkten	=	voorbewerken
voorbezichtiging	noun	een gelegenheid waarbij je iets alvast kunt bekijken of inspecteren voordat het officieel opengaat of voor het grote publiek beschikbaar is.
voorbezichtigingen	=	voorbezichtiging
voorbezichtigingetje	=	voorbezichtiging
voorbezichtigingetjes	=	voorbezichtiging
voorbid	=	voorbidden
voorbidde	=	voorbidden
voorbidden	verb	in naam van anderen bidden
voorbiddend	=	voorbidden
voorbiddende	=	voorbidden
voorbidt	=	voorbidden
voorbij	adj	wat al in het verleden ligt	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord met een passerende beweɡinɡ
voorbijdreef	=	voorbijdrijven
voorbijdreven	=	voorbijdrijven
voorbijdrijf	=	voorbijdrijven
voorbijdrijft	=	voorbijdrijven
voorbijdrijve	=	voorbijdrijven
voorbijdrijven	verb	iets of iemand drijvend passeren
voorbijdrijvend	=	voorbijdrijven
voorbijdrijvende	=	voorbijdrijven
voorbije	=	voorbij
voorbijfiets	=	voorbijfietsen
voorbijfietse	=	voorbijfietsen
voorbijfietsen	verb	op de fiets voorbijgaan
voorbijfietsend	=	voorbijfietsen
voorbijfietsende	=	voorbijfietsen
voorbijfietst	=	voorbijfietsen
voorbijfietste	=	voorbijfietsen
voorbijfietsten	=	voorbijfietsen
voorbijflits	=	voorbijflitsen
voorbijflitse	=	voorbijflitsen
voorbijflitsen	verb	passeren, inhalen met een groot snelheidsverschil; bliksemsnel passeren
voorbijflitsend	=	voorbijflitsen
voorbijflitsende	=	voorbijflitsen
voorbijflitst	=	voorbijflitsen
voorbijflitste	=	voorbijflitsen
voorbijflitsten	=	voorbijflitsen
voorbijga	=	voorbijgaan
voorbijgaan	verb	langs een bepaald punt gaan
voorbijgaand	adj	slechts tijdelijk van aard
voorbijgaande	=	voorbijgaan
voorbijgaands	=	voorbijgaand
voorbijgaat	=	voorbijgaan
voorbijganger	noun	passant, iemand die ergens voorbij komt.
voorbijgangers	=	voorbijganger
voorbijgangertje	=	voorbijganger
voorbijgangertjes	=	voorbijganger
voorbijgedreven	=	voorbijdrijven
voorbijgefietst	=	voorbijfietsen
voorbijgefietste	=	voorbijfietsen
voorbijgeflitst	=	voorbijflitsen
voorbijgegaan	=	voorbijgaan
voorbijgegleden	=	voorbijglijden
voorbijgekomen	=	voorbijkomen
voorbijgekropen	=	voorbijkruipen
voorbijgelopen	=	voorbijlopen
voorbijgepraat	=	voorbijpraten
voorbijgeprate	=	voorbijpraten
voorbijgeraasd	=	voorbijrazen
voorbijgereden	=	voorbijrijden
voorbijgerend	=	voorbijrennen
voorbijgeschoten	=	voorbijschieten
voorbijgestoken	=	voorbijsteken
voorbijgestreefd	=	voorbijstreven
voorbijgetrokken	=	voorbijtrekken
voorbijgevaren	=	voorbijvaren
voorbijgevlogen	=	voorbijvliegen
voorbijgezien	=	voorbijzien
voorbijging	=	voorbijgaan
voorbijginge	=	voorbijgaan
voorbijgingen	=	voorbijgaan
voorbijgingt	=	voorbijgaan
voorbijgleden	=	voorbijglijden
voorbijgleed	=	voorbijglijden
voorbijglij	=	voorbijglijden
voorbijglijd	=	voorbijglijden
voorbijglijde	=	voorbijglijden
voorbijglijden	verb	iets of iemand glijdend passeren
voorbijglijdend	=	voorbijglijden
voorbijglijdende	=	voorbijglijden
voorbijglijdt	=	voorbijglijden
voorbijkom	=	voorbijkomen
voorbijkome	=	voorbijkomen
voorbijkomen	verb	het min of meer toevallig horen of zien van iets
voorbijkomend	=	voorbijkomen
voorbijkomende	=	voorbijkomen
voorbijkomt	=	voorbijkomen
voorbijkroop	=	voorbijkruipen
voorbijkroopt	=	voorbijkruipen
voorbijkrope	=	voorbijkruipen
voorbijkropen	=	voorbijkruipen
voorbijkruip	=	voorbijkruipen
voorbijkruipe	=	voorbijkruipen
voorbijkruipen	verb	te lang duren
voorbijkruipend	=	voorbijkruipen
voorbijkruipende	=	voorbijkruipen
voorbijkruipt	=	voorbijkruipen
voorbijkwaamt	=	voorbijkomen
voorbijkwam	=	voorbijkomen
voorbijkwame	=	voorbijkomen
voorbijkwamen	=	voorbijkomen
voorbijliep	=	voorbijlopen
voorbijliepe	=	voorbijlopen
voorbijliepen	=	voorbijlopen
voorbijliept	=	voorbijlopen
voorbijloop	=	voorbijlopen
voorbijloopt	=	voorbijlopen
voorbijlope	=	voorbijlopen
voorbijlopen	verb	lopend voorbijgaan
voorbijlopend	=	voorbijlopen
voorbijlopende	=	voorbijlopen
voorbijpraat	=	voorbijpraten
voorbijpraatte	=	voorbijpraten
voorbijpraatten	=	voorbijpraten
voorbijprate	=	voorbijpraten
voorbijpraten	verb	zijn mond voorbijpraten: dingen zeggen die men beter had kunnen verzwijgen
voorbijpratend	=	voorbijpraten
voorbijpratende	=	voorbijpraten
voorbijraas	=	voorbijrazen
voorbijraasde	=	voorbijrazen
voorbijraasden	=	voorbijrazen
voorbijraast	=	voorbijrazen
voorbijraze	=	voorbijrazen
voorbijrazen	verb	met grote vaart en met veel lawaai passeren
voorbijrazend	=	voorbijrazen
voorbijrazende	=	voorbijrazen
voorbijreden	=	voorbijrijden
voorbijreed	=	voorbijrijden
voorbijren	=	voorbijrennen
voorbijrende	=	voorbijrennen
voorbijrenden	=	voorbijrennen
voorbijrenne	=	voorbijrennen
voorbijrennen	verb	met grote snelheid te voet ergens langs gaan
voorbijrennend	=	voorbijrennen
voorbijrennende	=	voorbijrennen
voorbijrent	=	voorbijrennen
voorbijrij	=	voorbijrijden
voorbijrijd	=	voorbijrijden
voorbijrijde	=	voorbijrijden
voorbijrijden	verb	rijdend voorbijgaan
voorbijrijdend	=	voorbijrijden
voorbijrijdende	=	voorbijrijden
voorbijrijdt	=	voorbijrijden
voorbijs	=	voorbij
voorbijschiet	=	voorbijschieten
voorbijschiete	=	voorbijschieten
voorbijschieten	verb	snel voorbijgaan
voorbijschietend	=	voorbijschieten
voorbijschietende	=	voorbijschieten
voorbijschoot	=	voorbijschieten
voorbijschoten	=	voorbijschieten
voorbijstaakt	=	voorbijsteken
voorbijstak	=	voorbijsteken
voorbijstaken	=	voorbijsteken
voorbijsteek	=	voorbijsteken
voorbijsteekt	=	voorbijsteken
voorbijsteke	=	voorbijsteken
voorbijsteken	verb	voorbijrijden, inhalen
voorbijstekend	=	voorbijsteken
voorbijstekende	=	voorbijsteken
voorbijstreef	=	voorbijstreven
voorbijstreefde	=	voorbijstreven
voorbijstreefden	=	voorbijstreven
voorbijstreeft	=	voorbijstreven
voorbijstreve	=	voorbijstreven
voorbijstreven	verb	tot betere prestaties komen dan de opponenten
voorbijstrevend	=	voorbijstreven
voorbijstrevende	=	voorbijstreven
voorbijtrek	=	voorbijtrekken
voorbijtrekke	=	voorbijtrekken
voorbijtrekken	verb	zich langs de waarnemer verplaatsen
voorbijtrekkend	=	voorbijtrekken
voorbijtrekkende	=	voorbijtrekken
voorbijtrekt	=	voorbijtrekken
voorbijtrok	=	voorbijtrekken
voorbijtrokken	=	voorbijtrekken
voorbijvaar	=	voorbijvaren
voorbijvaart	=	voorbijvaren
voorbijvare	=	voorbijvaren
voorbijvaren	verb	inhalen door te varen
voorbijvarend	=	voorbijvaren
voorbijvarende	=	voorbijvaren
voorbijvlieg	=	voorbijvliegen
voorbijvliege	=	voorbijvliegen
voorbijvliegen	verb	snel voorbijgaan (al dan niet vliegend)
voorbijvliegend	=	voorbijvliegen
voorbijvliegende	=	voorbijvliegen
voorbijvliegt	=	voorbijvliegen
voorbijvloge	=	voorbijvliegen
voorbijvlogen	=	voorbijvliegen
voorbijvloog	=	voorbijvliegen
voorbijvloogt	=	voorbijvliegen
voorbijvoer	=	voorbijvaren
voorbijvoeren	=	voorbijvaren
voorbijzaagt	=	voorbijzien
voorbijzag	=	voorbijzien
voorbijzagen	=	voorbijzien
voorbijzie	=	voorbijzien
voorbijzien	verb	ergens langs kijken zonder het op te merken, veronachtzamen
voorbijziend	=	voorbijzien
voorbijziende	=	voorbijzien
voorbijziet	=	voorbijzien
voorbil	noun	voorste bil van een geslacht dier, de dij van een geslacht dier
voorbillen	noun	geslachtsdeel van vrouw of meisje
voorbilletje	=	voorbil
voorbilletjes	=	voorbil
voorbind	=	voorbinden
voorbinddildo	noun	een dildo bevestigd aan een tuigje om de heupen welke geschikt is om de partner vaginaal, anaal of oraal te penetreren
voorbinddildo's	=	voorbinddildo
voorbinddildootje	=	voorbinddildo
voorbinddildootjes	=	voorbinddildo
voorbinde	=	voorbinden
voorbinden	verb	aan de voorzijde van iets vastbinden
voorbindend	=	voorbinden
voorbindende	=	voorbinden
voorbindlul	noun	namaakpenis die men (vrouwelijk) kan voorbinden
voorbindlullen	=	voorbindlul
voorbindlulletje	=	voorbindlul
voorbindlulletjes	=	voorbindlul
voorbindt	=	voorbinden
voorbips	noun	vulva
voorbipsblessure	noun	een blessure aan de voorbips, een beschadiging aan de (werking van de) vulva.
voorbipsblessures	=	voorbipsblessure
voorbipsblessuretje	=	voorbipsblessure
voorbipsblessuretjes	=	voorbipsblessure
voorbipsen	=	voorbips
voorbipsje	=	voorbips
voorbipsjes	=	voorbips
voorblad	noun	titelblad of omslag van een boekwerk of tijdschrift
voorbladen	=	voorblad
voorbleef	=	voorblijven
voorbleven	=	voorblijven
voorblijf	=	voorblijven
voorblijft	=	voorblijven
voorblijve	=	voorblijven
voorblijven	verb	een voorsprong hebben en houden
voorblijvend	=	voorblijven
voorblijvende	=	voorblijven
voorbode	noun	bode die vooruitgestuurd is om de komst van iets of iemand aan te kondigen, voorloper ,aankondiger
voorboden	=	voorbode
voorbodes	=	voorbode
voorbodetje	=	voorbode
voorbodetjes	=	voorbode
voorbond	=	voorbinden
voorbonde	=	voorbinden
voorbonden	=	voorbinden
voorbondt	=	voorbinden
voorbracha	noun	lofzegging voor eten of drinken
voorbrachot	=	voorbracha
voorbracht	=	voorbrengen
voorbrachten	=	voorbrengen
voorbreng	=	voorbrengen
voorbrenge	=	voorbrengen
voorbrengen	verb	iemand in persoon bij een rechtszaak aanwezig laten zijn
voorbrengend	=	voorbrengen
voorbrengende	=	voorbrengen
voorbrengt	=	voorbrengen
voorbumper	noun	beschermende stootstang aan de voorkant van een auto
voorbumpers	=	voorbumper
voorcalculatie	noun	berekening van de kostprijs vooraf
voorcalculaties	=	voorcalculatie
voorchristelijk	adj	passend bij de periode voor de komst van Christus; voor het begin van het christendom
voorchristelijke	=	voorchristelijk
voorchristelijker	=	voorchristelijk
voorchristelijkere	=	voorchristelijk
voorchristelijkers	=	voorchristelijk
voorchristelijks	=	voorchristelijk
voorchristelijkst	=	voorchristelijk
voorchristelijkste	=	voorchristelijk
voord	noun	een doorwaadbare plaats in een beek of rivier
voordat	conj	onderschikkend: voor, aleer, eerder in tijd dan
voorde	noun	een doorwaadbare plaats in een beek of rivier
voordede	=	voordoen
voordeden	=	voordoen
voordeed	=	voordoen
voordeedt	=	voordoen
voordeel	noun	aangename eigenschap
voordeelaanbieding	noun	tijdelijk, extra gunstig aanbod om een product of dienst te kopen, waarbij de prijs lager is dan normaal of waarbij er ander voordeel bij zit
voordeelaanbiedingen	=	voordeelaanbieding
voordeelaanbiedinkje	=	voordeelaanbieding
voordeelaanbiedinkjes	=	voordeelaanbieding
voordeelactie	noun	actie waarmee artikelen (zogenaamd) met voordeel voor de consument worden verkocht
voordeelacties	=	voordeelactie
voordeelactietje	=	voordeelactie
voordeelactietjes	=	voordeelactie
voordeelmarkt	noun	een soort winkel, vaak een discounter of supermarkt, die producten voor een lagere prijs aanbiedt dan concurrenten, mogelijk door efficiënte inkoop, eigen merken of minder uitgebreide service
voordeelmarkten	=	voordeelmarkt
voordeelmarktje	=	voordeelmarkt
voordeelmarktjes	=	voordeelmarkt
voordeelregel	noun	de regel dat de scheidsrechter het spel kan doorgaan, wanneer het team waartegen een overtreding werd begaan, hieruit voordeel kan trekken
voordeelregels	=	voordeelregel
voordeeltje	=	voordeel
voordeeltjes	=	voordeel
voordeelurenkaart	noun	kaart waarmee men op bepaalde uren van de dag met korting met het openbaar vervoer mag reizen
voordeelurenkaarten	=	voordeelurenkaart
voordeelurenkaartje	=	voordeelurenkaart
voordeelurenkaartjes	=	voordeelurenkaart
voordek	noun	dek voor de kajuit
voordekje	=	voordek
voordekjes	=	voordek
voordekken	=	voordek
voordele	=	voordeel
voordelen	=	voordeel
voordelig	adj	een voordeel gevend, met name geldelijk
voordelige	=	voordelig
voordeliger	=	voordelig
voordeligere	=	voordelig
voordeligers	=	voordelig
voordeligs	=	voordelig
voordeligst	=	voordelig
voordeligste	=	voordelig
voorden	=	voorde
voordeur	noun	de hoofddeur aan de voorzijde van een gebouw of woning
voordeurbel	noun	een apparaat, meestal een beldrukker naast de voordeur
voordeurbellen	=	voordeurbel
voordeurbelletje	=	voordeurbel
voordeurbelletjes	=	voordeurbel
voordeurdeler	noun	iemand die een bijstandsuitkering geniet en met een of meer personen samenwoont; belastingplichtige medebewoner
voordeurdelers	=	voordeurdeler
voordeuren	=	voordeur
voordeursleutel	noun	sleutel waarmee men het slot van een voordeur kan openen
voordeursleutels	=	voordeursleutel
voordeurtje	=	voordeur
voordeurtjes	=	voordeur
voordewinds	adj	met een hoek van rond 180 graden t.o.v. de windrichting
voordewindse	=	voordewinds
voordien	adv	eerder, tevoren
voordiende	=	voordienen
voordienden	=	voordienen
voordiene	=	voordienen
voordienen	verb	klaargemaakt eten op tafel zetten zodat het gegeten kan worden
voordienend	=	voordienen
voordienende	=	voordienen
voordient	=	voordienen
voordje	=	voorde
voordoe	=	voordoen
voordoen	verb	bij wijze van voorbeeld laten zien hoe iets gedaan hoort te worden
voordoend	=	voordoen
voordoende	=	voordoen
voordoet	=	voordoen
voordraag	=	voordragen
voordraagt	=	voordragen
voordracht	noun	Speech, oratie declamatie, lezing, toneestukje
voordrachten	=	voordracht
voordrachtje	=	voordracht
voordrachtjes	=	voordracht
voordrachtskunst	noun	de gave om een tekst fraai te kunnen voorlezen of uit te spreken; het met gevoel voorlezen en vaak uit het hoofd opzeggen van gedichten
voordrachtskunsten	=	voordrachtskunst
voordrachtskunstenares	noun	vrouw die met gevoel gedichten voorleest en vaak uit het hoofd opzegt voor een publiek
voordrachtskunstenaressen	=	voordrachtskunstenares
voordrage	=	voordragen
voordragen	verb	een gedicht of tekst ten gehore brengen
voordragend	=	voordragen
voordragende	=	voordragen
voordrager	noun	bagagedrager aan het stuur van een fiets
voordragers	=	voordrager
voordragertje	=	voordrager
voordragertjes	=	voordrager
voordring	=	voordringen
voordringe	=	voordringen
voordringen	verb	een plaats vooraan in een rij bemachtigen waarop men geen recht heeft
voordringend	=	voordringen
voordringende	=	voordringen
voordringer	noun	iemand die niet zijn of haar beurt afwacht, maar voor zijn beurt gaat
voordringers	=	voordringer
voordringt	=	voordringen
voordrinken	verb	alvast een flinke hoeveelheid alcohol nuttigen, zodat men later minder hoeft te drinken om dronken te worden en dus goedkoper uit is
voordroeg	=	voordragen
voordroege	=	voordragen
voordroegen	=	voordragen
voordroegt	=	voordragen
voordrong	=	voordringen
voordronge	=	voordringen
voordrongen	=	voordringen
voordrongt	=	voordringen
voordroogkuil	noun	kuilgras dat 2-3 dagen heeft kunnen drogen voordat het is ingepakt
voordroogkuilen	=	voordroogkuil
voordruk	=	voordrukken
voordrukke	=	voordrukken
voordrukken	verb	vooraf bedrukken
voordrukkend	=	voordrukken
voordrukkende	=	voordrukken
voordrukt	=	voordrukken
voordrukte	=	voordrukken
voordrukten	=	voordrukken
voorechtelijk	adj	betrekking hebbend op zaken die voor het huwelijk plaatsvinden
voorechtelijke	=	voorechtelijk
voorechtelijker	=	voorechtelijk
voorechtelijkere	=	voorechtelijk
voorechtelijkers	=	voorechtelijk
voorechtelijks	=	voorechtelijk
voorechtelijkst	=	voorechtelijk
voorechtelijkste	=	voorechtelijk
vooreerst	adv	in het begin
voorerf	noun	stuk grond tussen de openbare weg en een gebouw
voorerven	=	voorerf
voorfilm	noun	een korte film die men vertoon vóór de hoofdfilm
voorfilmpje	=	voorfilm
voorfilmpjes	=	voorfilm
voorfilms	=	voorfilm
voorflap	noun	inslag van de voorzijde van een boekomslag
voorflappen	=	voorflap
voorga	=	voorgaan
voorgaaft	=	voorgeven
voorgaan	verb	voor iemand gaan
voorgaand	adj	als iets eerder is in tijd of plaats
voorgaande	=	voorgaan
voorgaands	=	voorgaand
voorgaat	=	voorgaan
voorgaf	=	voorgeven
voorgalerij	noun	galerij aan de voorkant
voorgalerijen	=	voorgalerij
voorgalerijtje	=	voorgalerij
voorgalerijtjes	=	voorgalerij
voorganger	noun	de persoon die voorafgaand aan een zeker persoon dezelfde positie bekleedde
voorgangers	=	voorganger
voorgangertje	=	voorganger
voorgangertjes	=	voorganger
voorgangster	noun	een vrouwelijke voorganger.
voorgangsters	=	voorgangster
voorgangstertje	=	voorgangster
voorgangstertjes	=	voorgangster
voorgaren	verb	eten al bijna helemaal gaar maken voordat met met de definitieve bereiding begint
voorgarend	=	voorgaren
voorgarende	=	voorgaren
voorgave	=	voorgeven
voorgaven	=	voorgeven
voorgebakken	=	voorbakken
voorgebed	noun	gebed dat men bidt voor het begin van een zekere activiteit waarin men heil en zegen vraagt voor die activiteit
voorgebeden	=	voorbidden
voorgebedje	=	voorgebed
voorgebedjes	=	voorgebed
voorgebereid	=	voorbereiden
voorgebergte	noun	een gebergte, dat voor de kust uitsteekt
voorgebergten	=	voorgebergte
voorgebergtes	=	voorgebergte
voorgebergtetje	=	voorgebergte
voorgebergtetjes	=	voorgebergte
voorgebleven	=	voorblijven
voorgebonden	=	voorbinden
voorgeborchte	noun	verblijf van de zielen die, buiten persoonlijke schuld om, na het sterven niet toegelaten worden tot de hemelse glorie van Christus en ook niet naar de hel of door het vagevuur gezonden worden
voorgebracht	=	voorbrengen
voorgedaan	=	voordoen
voorgedane	=	voordoen
voorgediend	=	voordienen
voorgedragen	=	voordragen
voorgedrongen	=	voordringen
voorgedrukt	=	voordrukken
voorgeef	=	voorgeven
voorgeeft	=	voorgeven
voorgegaan	=	voorgaan
voorgegaard	=	voorgaren
voorgegeven	=	voorgeven
voorgehad	=	voorhebben
voorgehangen	=	voorhangen
voorgehouden	=	voorhouden
voorgeijld	=	voorijlen
voorgekauwd	=	voorkauwen
voorgekauwde	=	voorkauwen
voorgekocht	=	voorkopen
voorgekomen	=	voorkomen
voorgekookt	adj	zo voorbereid dat degene die de taak moet uitvoeren geen keuzevrijheid meer heeft hoe de taak uit te voeren; dwingend voorgeschreven
voorgekookte	=	voorkoken
voorgekookts	=	voorgekookt
voorgekropen	=	voorkruipen
voorgelaten	=	voorlaten
voorgeleefd	=	voorleven
voorgelegd	=	voorleggen
voorgelegen	=	voorliggen
voorgeleid	=	voorgeleiden
voorgeleidde	=	voorgeleiden
voorgeleidden	=	voorgeleiden
voorgeleide	=	voorgeleiden
voorgeleiden	verb	een verdachte voor de rechter laten komen in een rechtszitting
voorgeleidend	=	voorgeleiden
voorgeleidende	=	voorgeleiden
voorgeleiding	noun	het door de rechter gehoord worden voordat de eigenlijke rechtszaak plaatsvindt
voorgeleidingen	=	voorgeleiding
voorgeleidinkje	=	voorgeleiding
voorgeleidinkjes	=	voorgeleiding
voorgeleidt	=	voorgeleiden
voorgelezen	=	voorlezen
voorgelicht	=	voorlichten
voorgelichte	=	voorlichten
voorgelogen	=	voorliegen
voorgelopen	=	voorlopen
voorgenomen	=	voornemen
voorgepraat	=	voorpraten
voorgeproefd	=	voorproeven
voorgeproefde	=	voorproeven
voorgeprogrammeerd	=	voorprogrammeren
voorgeprogrammeerde	=	voorprogrammeren
voorgepubliceerd	=	voorpubliceren
voorgerecht	noun	eerste, meestal lichte gang van een maaltijd
voorgerechten	=	voorgerecht
voorgerechtje	=	voorgerecht
voorgerechtjes	=	voorgerecht
voorgereden	=	voorrijden
voorgerekend	=	voorrekenen
voorgerekende	=	voorrekenen
voorgeschiedenis	noun	datgene wat de omstandigheden heeft helpen scheppen
voorgeschiedenisje	=	voorgeschiedenis
voorgeschiedenissen	=	voorgeschiedenis
voorgeschoteld	=	voorschotelen
voorgeschotelde	=	voorschotelen
voorgeschoten	=	voorschieten
voorgeschreven	=	voorschrijven
voorgeslacht	noun	voorouders, personen waarvan men zelf afstamt
voorgeslachten	=	voorgeslacht
voorgeslagen	=	voorslaan
voorgesneden	=	voorsnijden
voorgesorteerd	=	voorsorteren
voorgespannen	=	voorspannen
voorgespeeld	=	voorspelen
voorgespeelde	=	voorspelen
voorgespeld	=	voorspellen
voorgespelde	=	voorspellen
voorgespiegeld	=	voorspiegelen
voorgespiegelde	=	voorspiegelen
voorgesproken	=	voorspreken
voorgestaan	=	voorstaan
voorgestane	=	voorstaan
voorgesteld	adj	als mogelijk of wenselijk genoemd
voorgestelde	=	voorstellen
voorgestelds	=	voorgesteld
voorgestemd	=	voorstemmen
voorgestoken	=	voorsteken
voorgetekend	=	voortekenen
voorgeteld	=	voortellen
voorgetoverd	=	voortoveren
voorgetoverde	=	voortoveren
voorgetreden	=	voortreden
voorgetrokken	=	voortrekken
voorgevallen	=	voorvallen
voorgeve	=	voorgeven
voorgevel	noun	gevel aan de voorkant
voorgevels	=	voorgevel
voorgeveltje	=	voorgevel
voorgeveltjes	=	voorgevel
voorgeven	verb	voorwenden, fingeren, simuleren, veinzen
voorgevend	=	voorgeven
voorgevende	=	voorgeven
voorgevoel	noun	gevoel dat iets te gebeuren staat voordat het inderdaad gebeurt
voorgevoelens	=	voorgevoel
voorgevoeltje	=	voorgevoel
voorgewassen	=	voorwassen
voorgewend	adj	gedaan alsof
voorgewende	=	voorwenden
voorgewends	=	voorgewend
voorgewerkt	=	voorwerken
voorgeworpen	=	voorwerpen
voorgezegd	=	voorzeggen
voorgezegde	=	voorzeggen
voorgezet	=	voorzetten
voorgezeten	=	voorzitten
voorgezette	=	voorzetten
voorgezongen	=	voorzingen
voorging	=	voorgaan
voorginge	=	voorgaan
voorgingen	=	voorgaan
voorgingt	=	voorgaan
voorgoed	adv	op permanente basis, niet meer aan verandering onderhevig
voorgrond	noun	Wat het dichtste bij staat vanuit de kijker gezien, wat het belangrijkste is.
voorgronden	=	voorgrond
voorgrondje	=	voorgrond
voorgrondjes	=	voorgrond
voorhad	=	voorhebben
voorhadde	=	voorhebben
voorhadden	=	voorhebben
voorhadt	=	voorhebben
voorhal	noun	ruimte binnen een gebouw nabij de hoofdingang
voorhallen	=	voorhal
voorhalletje	=	voorhal
voorhalletjes	=	voorhal
voorhamer	noun	een zware hamer met een lange steel
voorhamers	=	voorhamer
voorhamertje	=	voorhamer
voorhamertjes	=	voorhamer
voorhand	noun	het voorste gedeelte van een hand
voorhanden	adj	beschikbaar, voorradig
voorhandens	=	voorhanden
voorhandje	=	voorhand
voorhandjes	=	voorhand
voorhang	noun	gordijn dat dient om twee ruimtes van elkaar af te scheiden
voorhange	=	voorhangen
voorhangen	verb	in het zicht van iemand iets ophangen
voorhangend	=	voorhangen
voorhangende	=	voorhangen
voorhangetje	=	voorhang
voorhangt	=	voorhangen
voorheb	=	voorhebben
voorhebbe	=	voorhebben
voorhebben	verb	van plan zijn, voornemens zijn om
voorhebbend	=	voorhebben
voorhebbende	=	voorhebben
voorhebt	=	voorhebben
voorhechtenis	noun	de periode dat een verdachte zijn vrijheid wordt ontnomen voordat de berechting plaatsvindt
voorhechtenissen	=	voorhechtenis
voorheeft	=	voorhebben
voorheen	adv	in het verleden
voorheffing	noun	belasting die je moet betalen en verrekend wordt met de definitieve belastingaanslag
voorheffingen	=	voorheffing
voorheffinkje	=	voorheffing
voorheffinkjes	=	voorheffing
voorhield	=	voorhouden
voorhielde	=	voorhouden
voorhielden	=	voorhouden
voorhieldt	=	voorhouden
voorhing	=	voorhangen
voorhinge	=	voorhangen
voorhingen	=	voorhangen
voorhingt	=	voorhangen
voorhistorisch	adj	zeer lang geleden, voordat er schriftelijke bronnen waren
voorhistorische	=	voorhistorisch
voorhistorischer	=	voorhistorisch
voorhistorischere	=	voorhistorisch
voorhistorischers	=	voorhistorisch
voorhoede	noun	het voorste deel van een leger of sportteam
voorhoeden	=	voorhoede
voorhoedes	=	voorhoede
voorhoedescholen	=	voorhoedeschool
voorhoedeschool	noun	school die voorop loopt op het gebied van onderwijs in informatie- en communicatietechnologie
voorhoedeschooltje	=	voorhoedeschool
voorhoedeschooltjes	=	voorhoedeschool
voorhoedetje	=	voorhoede
voorhof	noun	al of niet overdekte entree van een (kerk)gebouw
voorhofje	=	voorhof
voorhofjes	=	voorhof
voorhoofd	noun	het deel van het gezicht tussen de wenkbrauwen, de normale haarlijn en de slapen
voorhoofden	=	voorhoofd
voorhoofdholteontsteking	noun	ontsteking van de voorhoofdsholten
voorhoofdholteontstekingen	=	voorhoofdholteontsteking
voorhoofdholteontstekinkje	=	voorhoofdholteontsteking
voorhoofdholteontstekinkjes	=	voorhoofdholteontsteking
voorhoofdje	=	voorhoofd
voorhoofdjes	=	voorhoofd
voorhoofdsbeen	noun	een van de beenderen van de schedel
voorhoofdsbeenderen	=	voorhoofdsbeen
voorhoofdsbeentje	=	voorhoofdsbeen
voorhoofdsbeentjes	=	voorhoofdsbeen
voorhoofdsholte	noun	elk van de twee holten die zich als voortzetting van de neusholte tot in het voorhoofdsbeen uitstrekken
voorhoofdsholten	=	voorhoofdsholte
voorhoofdsholteontsteking	noun	ontsteking van de voorhoofdsholten
voorhoofdsholteontstekingen	=	voorhoofdsholteontsteking
voorhoofdsholteontstekinkje	=	voorhoofdsholteontsteking
voorhoofdsholteontstekinkjes	=	voorhoofdsholteontsteking
voorhoofdsholtes	=	voorhoofdsholte
voorhoofdspiegel	noun	Een voorhoofdspiegel wordt meestal gebruikt voor onderzoek van keel, neus en oren . Hij bestaat uit een ronde, holle spiegel met een klein gaatje in het midden en is bevestigd aan een hoofdband
voorhoofdspiegels	=	voorhoofdspiegel
voorhoofdspiegeltje	=	voorhoofdspiegel
voorhoofdspiegeltjes	=	voorhoofdspiegel
voorhou	=	voorhouden
voorhoud	=	voorhouden
voorhoude	=	voorhouden
voorhouden	verb	iemand vertellen hoe jij denkt dat de wereld in elkaar zit
voorhoudend	=	voorhouden
voorhoudende	=	voorhouden
voorhoudt	=	voorhouden
voorhout	noun	het voorste gedeelte van een bos
voorhoven	=	voorhof
voorhuid	noun	de voorste plooi aan huid van de penis
voorhuiden	=	voorhuid
voorhuidje	=	voorhuid
voorhuidjes	=	voorhuid
voorhuis	noun	het gedeelte van een woning dat voor het hoofdgebouw is gelegen en dient als ingang
voorhuisje	=	voorhuis
voorhuisjes	=	voorhuis
voorhuizen	=	voorhuis
voorhuwelijks	adj	betrekkinghebbend op de periode voor dat men getrouwd is
voorhuwelijkse	=	voorhuwelijks
voorijl	=	voorijlen
voorijlde	=	voorijlen
voorijlden	=	voorijlen
voorijle	=	voorijlen
voorijlen	verb	het eerder optreden van een bepaalde fase van de ene grootheid dan de overeenkomstige fase van de andere
voorijlend	=	voorijlen
voorijlende	=	voorijlen
voorijlt	=	voorijlen
voorin	adv	in het voorste deel
vooringang	noun	plaats waar men naar binnen kan gaan aan de voorkant van een gebouw
vooringangen	=	vooringang
vooringenomen	adj	al een mening hebben over iets of iemand zonder dat men voldoende feiten heeft verzameld
vooringenomener	=	vooringenomen
vooringenomeners	=	vooringenomen
vooringenomenheden	=	vooringenomenheid
vooringenomenheid	noun	een oordeel klaar hebben al voordat men de feiten onder ogen neemt
vooringenomens	=	vooringenomen
vooringenomenst	=	vooringenomen
vooringenomenste	=	vooringenomen
vooringevuld	adj	met de rubrieken al ingevuld
vooringevulde	=	voorinvullen
vooringevulds	=	vooringevuld
voorinvul	=	voorinvullen
voorinvulde	=	voorinvullen
voorinvulden	=	voorinvullen
voorinvulle	=	voorinvullen
voorinvullen	verb	bepaalde gegevens die op een formulier moeten worden opgegeven daarin al vooraf vermelden, zodat de indiener dat niet meer hoeft te doen Vooral gebruikt bij digitale formulieren: het gaat dan om een verstekwaarde die de indiener zo nodig eenvoudig kan veranderen.
voorinvullend	=	voorinvullen
voorinvullende	=	voorinvullen
voorinvult	=	voorinvullen
voorjaar	noun	de lente
voorjaarsachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van het voorjaar
voorjaarsachtige	=	voorjaarsachtig
voorjaarsachtiger	=	voorjaarsachtig
voorjaarsachtigere	=	voorjaarsachtig
voorjaarsachtigers	=	voorjaarsachtig
voorjaarsachtigs	=	voorjaarsachtig
voorjaarsachtigst	=	voorjaarsachtig
voorjaarsachtigste	=	voorjaarsachtig
voorjaarsadonis	noun	Adonis vernalis een giftige vaste plant, die behoort tot de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
voorjaarsadonisje	=	voorjaarsadonis
voorjaarsadonisjes	=	voorjaarsadonis
voorjaarsadonissen	=	voorjaarsadonis
voorjaarsavond	noun	de uren tussen de middag en de nachtelijke uren van een dag in het voorjaar.
voorjaarsavonden	=	voorjaarsavond
voorjaarsavondje	=	voorjaarsavond
voorjaarsavondjes	=	voorjaarsavond
voorjaarsbladroller	noun	Tortricodes alternella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
voorjaarsbladrollers	=	voorjaarsbladroller
voorjaarsbladrollertje	=	voorjaarsbladroller
voorjaarsbladrollertjes	=	voorjaarsbladroller
voorjaarsboomspanner	noun	Alsophila aescularia een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
voorjaarsboomspanners	=	voorjaarsboomspanner
voorjaarsboomspannertje	=	voorjaarsboomspanner
voorjaarsboomspannertjes	=	voorjaarsboomspanner
voorjaarsbreeksteeltje	noun	Conocybe aporos een paddenstoel uit de familie Bolbitiaceae.
voorjaarsbreeksteeltjes	=	voorjaarsbreeksteeltje
voorjaarsdag	noun	een dag in de lente
voorjaarsdagen	=	voorjaarsdag
voorjaarsdagje	=	voorjaarsdag
voorjaarsdagjes	=	voorjaarsdag
voorjaarsdwergspanner	noun	Eupithecia abbreviata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
voorjaarsdwergspanners	=	voorjaarsdwergspanner
voorjaarsdwergspannertje	=	voorjaarsdwergspanner
voorjaarsdwergspannertjes	=	voorjaarsdwergspanner
voorjaarserebia	noun	bepaalde soort vlinder, Erebia medusa, uit de familie Nymphalidae, die in de oostelijke helft van België voorkomt
voorjaarserebia's	=	voorjaarserebia
voorjaarsganzerik	noun	Potentilla verna (syn: Potentilla tabernaemontani) een vaste plant, die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae).
voorjaarsganzeriken	=	voorjaarsganzerik
voorjaarsgentiaan	noun	Gentiana verna een van de kleinste gentiaansoorten.
voorjaarsgentiaantje	=	voorjaarsgentiaan
voorjaarsgentiaantjes	=	voorjaarsgentiaan
voorjaarsgentianen	=	voorjaarsgentiaan
voorjaarsgoudhaantje	noun	Chrysolina oricalcia een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
voorjaarsgoudhaantjes	=	voorjaarsgoudhaantje
voorjaarshelmkruid	noun	Scrophularia vernalis een twee-, meerjarige of soms vaste plant uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae).
voorjaarshelmkruiden	=	voorjaarshelmkruid
voorjaarshelmkruidje	=	voorjaarshelmkruid
voorjaarshelmkruidjes	=	voorjaarshelmkruid
voorjaarshooiwagen	noun	Rilaena triangularis een hooiwagen, waarvan de imagines graag op brandnetels zitten.
voorjaarshooiwagens	=	voorjaarshooiwagen
voorjaarshooiwagentje	=	voorjaarshooiwagen
voorjaarshooiwagentjes	=	voorjaarshooiwagen
voorjaarskermis	noun	een kermis die in het voorjaar georganiseerd wordt
voorjaarskermisje	=	voorjaarskermis
voorjaarskermisjes	=	voorjaarskermis
voorjaarskermissen	=	voorjaarskermis
voorjaarsklassieker	noun	elk van de traditionele eendaagse wedstrijden voor professionals in de lente
voorjaarsklassiekers	=	voorjaarsklassieker
voorjaarskleding	noun	kleren die zijn afgestemd op de overgangsperiode tussen de koude winter en de warme zomer, doorgaans gedragen in de maanden maart, april en mei.
voorjaarskluifzwam	noun	Gyromitra esculenta een paddenstoel uit de stam van de ascomyceten die op de Nederlandse rode lijst is aangemerkt als 'bedreigd'
voorjaarskluifzwammen	=	voorjaarskluifzwam
voorjaarskluifzwammetje	=	voorjaarskluifzwam
voorjaarskluifzwammetjes	=	voorjaarskluifzwam
voorjaarskortvleugelmot	noun	Diurnea fagella een vlinder uit de familie Chimabachidae.
voorjaarskortvleugelmotje	=	voorjaarskortvleugelmot
voorjaarskortvleugelmotjes	=	voorjaarskortvleugelmot
voorjaarskortvleugelmotten	=	voorjaarskortvleugelmot
voorjaarslathyrus	noun	Lathyrus vernus een vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie.
voorjaarslathyrusje	=	voorjaarslathyrus
voorjaarslathyrusjes	=	voorjaarslathyrus
voorjaarslathyrussen	=	voorjaarslathyrus
voorjaarslied	noun	een lied dat gezongen wordt in de lente
voorjaarsliederen	=	voorjaarslied
voorjaarsliedje	=	voorjaarslied
voorjaarsliedjes	=	voorjaarslied
voorjaarsmarkt	noun	een markt die in het voorjaar gehouden wordt.
voorjaarsmarkten	=	voorjaarsmarkt
voorjaarsmarktje	=	voorjaarsmarkt
voorjaarsmarktjes	=	voorjaarsmarkt
voorjaarsmiddag	noun	de uren tussen de ochtend en de avond van een dag in het voorjaar.
voorjaarsmiddagen	=	voorjaarsmiddag
voorjaarsmiddagje	=	voorjaarsmiddag
voorjaarsmiddagjes	=	voorjaarsmiddag
voorjaarsmoeheden	=	voorjaarsmoeheid
voorjaarsmoeheid	noun	aandoening waardoor men zich speciaal in het voorjaarsseizoen loom en lusteloos voelt
voorjaarsmorgen	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in het voorjaar.
voorjaarsmorgens	=	voorjaarsmorgen
voorjaarsmorgentje	=	voorjaarsmorgen
voorjaarsmorgentjes	=	voorjaarsmorgen
voorjaarsnacht	noun	de uren tussen de avond en de ochtend van een dag in het voorjaar.
voorjaarsnachten	=	voorjaarsnacht
voorjaarsnachtje	=	voorjaarsnacht
voorjaarsnachtjes	=	voorjaarsnacht
voorjaarsnota	noun	aanpassingen op de rijksbegroting halverwege het begrotingsjaar
voorjaarsnota's	=	voorjaarsnota
voorjaarsochtend	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in het voorjaar.
voorjaarsochtenden	=	voorjaarsochtend
voorjaarsochtendje	=	voorjaarsochtend
voorjaarsochtendjes	=	voorjaarsochtend
voorjaarspronkridder	noun	Calocybe gambosa (verouderd: Tricholoma georgii), een wittige eetbare paddenstoel
voorjaarspronkridders	=	voorjaarspronkridder
voorjaarspronkriddertje	=	voorjaarspronkridder
voorjaarspronkriddertjes	=	voorjaarspronkridder
voorjaarsregen	noun	een regenbui in de lente
voorjaarsregens	=	voorjaarsregen
voorjaarsschoonmaak	noun	het opruimen en poetsen van een woning in het voorjaar
voorjaarsschoonmaken	=	voorjaarsschoonmaak
voorjaarsseizoen	noun	lente als deel van het jaar
voorjaarsseizoenen	=	voorjaarsseizoen
voorjaarssemester	noun	opleiding van een half jaar die begint in het voorjaar
voorjaarssemesters	=	voorjaarssemester
voorjaarsspanner	noun	Apocheima hispidaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
voorjaarsspanners	=	voorjaarsspanner
voorjaarsspannertje	=	voorjaarsspanner
voorjaarsspannertjes	=	voorjaarsspanner
voorjaarsspikkeldikkopje	noun	Pyrgus serratulae een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
voorjaarsspikkeldikkopjes	=	voorjaarsspikkeldikkopje
voorjaarsster	noun	een soort plant Ipheion uniflorum in de narcisfamilie.
voorjaarssterren	=	voorjaarsster
voorjaarssterretje	=	voorjaarsster
voorjaarssterretjes	=	voorjaarsster
voorjaarsstorm	noun	een storm die in het jaargetijde van de lente woedt
voorjaarsstormen	=	voorjaarsstorm
voorjaarsstormpje	=	voorjaarsstorm
voorjaarsstormpjes	=	voorjaarsstorm
voorjaarsuitverkoop	noun	een gelegenheid in het voorjaar waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
voorjaarsuitverkopen	=	voorjaarsuitverkoop
voorjaarsvakantie	noun	De carnavalsvakantie of de krokusvakantie is de een week durende schoolvakantie eind februari begin maart
voorjaarsvakanties	=	voorjaarsvakantie
voorjaarsvakantietje	=	voorjaarsvakantie
voorjaarsvakantietjes	=	voorjaarsvakantie
voorjaarsvlucht	noun	een reis met een vliegtuig in het voorjaar
voorjaarsvluchten	=	voorjaarsvlucht
voorjaarsweer	noun	zacht weer zoals dat in het voorjaar zou moeten zijn
voorjaarsweertje	=	voorjaarsweer
voorjaarsweertjes	=	voorjaarsweer
voorjaarszakdrager	noun	Bankesia conspurcatella een nachtvlinder uit de familie Psychidae, de zakjesdragers.
voorjaarszakdragers	=	voorjaarszakdrager
voorjaarszakdragertje	=	voorjaarszakdrager
voorjaarszakdragertjes	=	voorjaarszakdrager
voorjaarszegge	noun	Carex caryophyllea een vaste plant uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
voorjaarszeggen	=	voorjaarszegge
voorjaarszeggetje	=	voorjaarszegge
voorjaarszeggetjes	=	voorjaarszegge
voorjaarszon	noun	de milde, warme zonneschijn van de lente
voorjaarszonnebloem	noun	een geslacht Doronicum uit de composietenfamilie (Asteraceae).
voorjaarszonnebloemen	=	voorjaarszonnebloem
voorjaarszonnebloempje	=	voorjaarszonnebloem
voorjaarszonnebloempjes	=	voorjaarszonnebloem
voorjaarszonnen	=	voorjaarszon
voorjaarszonnetje	=	voorjaarszon
voorjaarszonnetjes	=	voorjaarszon
voorjaartje	=	voorjaar
voorjaartjes	=	voorjaar
voorjaren	=	voorjaar
voorkamer	noun	een kamer aan de straatkant van een huis of woning
voorkamers	=	voorkamer
voorkamertje	=	voorkamer
voorkamertjes	=	voorkamer
voorkant	noun	een van de zijden van een voorwerp, namelijk dewelke naar voren gericht is.
voorkanten	=	voorkant
voorkantje	=	voorkant
voorkantjes	=	voorkant
voorkauw	=	voorkauwen
voorkauwde	=	voorkauwen
voorkauwden	=	voorkauwen
voorkauwe	=	voorkauwen
voorkauwen	verb	iemand iets vertellen wat hij zelf ook had kunnen bedenken
voorkauwend	=	voorkauwen
voorkauwende	=	voorkauwen
voorkauwgeneratie	noun	verzamelnaam voor mensen geboren na 2010 die door het toenemend gebruik van kunstmatige intelligentie niet meer in staat zouden zijn zelfstandig problemen op te lossen
voorkauwgeneraties	=	voorkauwgeneratie
voorkauwt	=	voorkauwen
voorkennis	noun	kennis van iets vóórdat het gebeuren zal of gebeurd is
voorkeur	noun	de neiging tot kiezen van het één boven het ander
voorkeurbehandeling	noun	een manier van handelen waarbij een persoon of groep meer voordelen, voorrang of speciale aandacht krijgt dan anderen.
voorkeurbehandelingen	=	voorkeurbehandeling
voorkeurbehandelingetje	=	voorkeurbehandeling
voorkeurbehandelingetjes	=	voorkeurbehandeling
voorkeuren	=	voorkeur
voorkeurloos	adj	zonder voorkeur
voorkeurloost	=	voorkeurloos
voorkeurlooste	=	voorkeurloos
voorkeurloze	=	voorkeurloos
voorkeurlozer	=	voorkeurloos
voorkeurlozere	=	voorkeurloos
voorkeurlozers	=	voorkeurloos
voorkeurrecht	noun	voorkeursrecht
voorkeurrechten	=	voorkeurrecht
voorkeursactie	noun	groep handelingen waarbij een bepaalde groep personen wordt voorgetrokken
voorkeursacties	=	voorkeursactie
voorkeursactietje	=	voorkeursactie
voorkeursactietjes	=	voorkeursactie
voorkeursbehandeling	noun	extra speciale behandeling die in positieve zin afwijkt van de gebruikelijke
voorkeursbehandelingen	=	voorkeursbehandeling
voorkeursbehandelingetje	=	voorkeursbehandeling
voorkeursbehandelingetjes	=	voorkeursbehandeling
voorkeurshuwelijk	noun	soort huwelijk waaraan de voorkeur wordt gegeven b.v. in sommige culturen tussen neef en nicht
voorkeurshuwelijken	=	voorkeurshuwelijk
voorkeurspelling	noun	spelling die volgens de lijst (van 1954) de voorkeur had boven andere toegelaten vormen
voorkeurspellingen	=	voorkeurspelling
voorkeurspositie	noun	een plaats waar men meer kans heeft gekozen te worden
voorkeursposities	=	voorkeurspositie
voorkeursrecht	noun	recht van voorkeur
voorkeursrechten	=	voorkeursrecht
voorkeursstem	noun	een stem die men niet uitbrengt op de lijsttrekker
voorkeursstemmen	=	voorkeursstem
voorkeurstem	noun	stem waarmee voorkeur wordt uitgedrukt voor een ander persoon op de kieslijst van een partij dan de lijsttrekker
voorkeurstemmen	=	voorkeurstem
voorkeurstemmetje	=	voorkeurstem
voorkeurstemmetjes	=	voorkeurstem
voorkeurstracé	noun	voorgenomen verloop van een weg dat door de plannenmakers geprefereerd wordt boven andere opties
voorkeurstracés	=	voorkeurstracé
voorkeurtje	=	voorkeur
voorkeurtjes	=	voorkeur
voorkeurtoets	noun	toets op een radio, televisie enz. waarmee een vooraf ingestelde zender wordt ingeschakeld
voorkeurtoetsen	=	voorkeurtoets
voorkeurzender	noun	kanaal dat onder een speciaal nummer in de televisie of videorecorder is geprogrammeerd
voorkeurzenders	=	voorkeurzender
voorkeurzendertje	=	voorkeurzender
voorkeurzendertjes	=	voorkeurzender
voorklep	noun	klep die zich aan de voorzijde bevindt, zoals de motorkap van een auto.
voorklepje	=	voorklep
voorklepjes	=	voorklep
voorkleppen	=	voorklep
voorklinker	noun	klinker die gevormd wordt door de tong in de richting van het harde gehemelte naar voren te brengen, bv. de 'ie' van 'brief'
voorklinkers	=	voorklinker
voorklinkertje	=	voorklinker
voorklinkertjes	=	voorklinker
voorkocht	=	voorkopen
voorkochten	=	voorkopen
voorkoke	=	voorkoken
voorkoken	verb	koken voor de eigenlijke bereiding
voorkokend	=	voorkoken
voorkokende	=	voorkoken
voorkom	=	voorkomen
voorkombaar	adj	van iets dat gestopt, voorkomen of verhinderd kan worden
voorkombaarder	=	voorkombaar
voorkombaardere	=	voorkombaar
voorkombaarders	=	voorkombaar
voorkombaars	=	voorkombaar
voorkombaarst	=	voorkombaar
voorkombaarste	=	voorkombaar
voorkombare	=	voorkombaar
voorkome	=	voorkomen
voorkomen	verb	met regelmaat ergens te vinden zijn	noun	hoe men eruitziet
voorkomend	adj	een voorsprong behalend
voorkomende	=	voorkomen
voorkomender	=	voorkomend
voorkomendere	=	voorkomend
voorkomenders	=	voorkomend
voorkomendheid	noun	het beleefd, hoffelijk en vriendelijk zijn
voorkomends	=	voorkomend
voorkomendst	=	voorkomend
voorkomendste	=	voorkomend
voorkomens	=	voorkomen
voorkoming	noun	zorgen dat iets voorkomen wordt, dus niet gebeurt
voorkomt	=	voorkomen
voorkook	=	voorkoken
voorkookt	=	voorkoken
voorkookte	=	voorkoken
voorkookten	=	voorkoken
voorkoombaar	adj	van iets dat gestopt, voorkomen of verhinderd kan worden
voorkoombaarder	=	voorkoombaar
voorkoombaardere	=	voorkoombaar
voorkoombaarders	=	voorkoombaar
voorkoombaars	=	voorkoombaar
voorkoombaarst	=	voorkoombaar
voorkoombaarste	=	voorkoombaar
voorkoombare	=	voorkoombaar
voorkoop	noun	het uitoefenen van het voorkooprecht
voorkoopje	=	voorkoop
voorkoopjes	=	voorkoop
voorkooprecht	noun	een wettelijk of contractueel recht ten gunste van bepaalde privépersonen (huurders, landbouwers, mede-eigenaren van een onverdeelde boedel, enz.) of publiekrechtelijke rechtspersonen (lokale overheden, enz.) om een goed met voorrang op alle andere personen te kopen wanneer de eigenaar zijn voornemen tot verkopen kenbaar maakt
voorkooprechten	=	voorkooprecht
voorkooprechtje	=	voorkooprecht
voorkooprechtjes	=	voorkooprecht
voorkoopt	=	voorkopen
voorkope	=	voorkopen
voorkopen	verb	het kopen voor het moment dat een goed op de markt zal worden aangeboden
voorkopend	=	voorkopen
voorkopende	=	voorkopen
voorkoper	noun	iemand dir voorkoopt
voorkopers	=	voorkoper
voorkopstruikdwergspin	noun	Entelecara acuminata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
voorkopstruikdwergspinnen	=	voorkopstruikdwergspin
voorkopstruikdwergspinnetje	=	voorkopstruikdwergspin
voorkopstruikdwergspinnetjes	=	voorkopstruikdwergspin
voorkroop	=	voorkruipen
voorkropen	=	voorkruipen
voorkruip	=	voorkruipen
voorkruipe	=	voorkruipen
voorkruipen	verb	proberen ongemerkt eerder aan de beurt te komen dan anderen die daarop meer aanspraak kunnen maken
voorkruipend	=	voorkruipen
voorkruipende	=	voorkruipen
voorkruipt	=	voorkruipen
voorkruipzorg	noun	tegen betaling verkregen voorrang om te worden behandeld
voorkwaamt	=	voorkomen
voorkwam	=	voorkomen
voorkwame	=	voorkomen
voorkwamen	=	voorkomen
voorkómen	verb	voorkomen, verhinderen (als in de zin benadrukt wordt dat iets niet gebeurt of niet moet gebeuren)
voorlaagt	=	voorliggen
voorlaast	=	voorlezen
voorlaat	=	voorlaten
voorlaatst	adj	niet de laatste maar één daarvoor
voorlaatste	=	voorlaatst
voorlaatsts	=	voorlaatst
voorlag	=	voorliggen
voorlagen	=	voorliggen
voorland	noun	een in/aan zee gelegen stuk land
voorlanden	=	voorland
voorlandje	=	voorland
voorlandjes	=	voorland
voorlangs	adv	voor iemand of iets gaand
voorlas	=	voorlezen
voorlate	=	voorlaten
voorlaten	verb	voor laten gaan
voorlatend	=	voorlaten
voorlatende	=	voorlaten
voorlaze	=	voorlezen
voorlazen	=	voorlezen
voorleden	adj	in het verleden liggend
voorledens	=	voorleden
voorleef	=	voorleven
voorleefde	=	voorleven
voorleefden	=	voorleven
voorleeft	=	voorleven
voorlees	=	voorlezen
voorleesavond	noun	bijeenkomst in de avond waarin iemand een tekst voorleest
voorleesavonden	=	voorleesavond
voorleesavondje	=	voorleesavond
voorleesavondjes	=	voorleesavond
voorleesboek	noun	boek dat speciaal is geschreven om hardop te worden voorgelezen, meestal aan kinderen
voorleesboeken	=	voorleesboek
voorleesboekje	=	voorleesboek
voorleesboekjes	=	voorleesboek
voorleesdag	noun	een dag waarop voorgelezen wordt
voorleesdagen	=	voorleesdag
voorleest	=	voorlezen
voorleesverhaal	noun	een opgeschreven geschiedenis die geschikt is om voorgelezen te worden
voorleesverhaaltje	=	voorleesverhaal
voorleesverhaaltjes	=	voorleesverhaal
voorleesverhalen	=	voorleesverhaal
voorleg	=	voorleggen
voorlegde	=	voorleggen
voorlegden	=	voorleggen
voorlegge	=	voorleggen
voorleggen	verb	voor iemand neerleggen
voorleggend	=	voorleggen
voorleggende	=	voorleggen
voorlegging	noun	het iets ter beoordeling, goedkeuring of inzage aan iemand aanbieden
voorleggingen	=	voorlegging
voorlegginkje	=	voorlegging
voorlegginkjes	=	voorlegging
voorlegt	=	voorleggen
voorleid	=	voorleiden
voorleidde	=	voorleiden
voorleidden	=	voorleiden
voorleide	=	voorleiden
voorleiden	verb	door een rechter laten beoordelen in een rechtszaak
voorleidend	=	voorleiden
voorleidende	=	voorleiden
voorleiding	noun	een juridische procedure waarbij een aangehouden verdachte voor een rechter-commissaris of officier van justitie wordt gebracht om te beoordelen of de aanhouding rechtmatig was en of de verdachte langer vast moet blijven zitten.
voorleidingen	=	voorleiding
voorleidinkje	=	voorleiding
voorleidinkjes	=	voorleiding
voorleidt	=	voorleiden
voorleser	=	voorlezer
voorletter	noun	de eerste letter van een voornaam die als hoofdletter met een punt en een spatie erachter wordt geschreven
voorletters	=	voorletter
voorlettertje	=	voorletter
voorlettertjes	=	voorletter
voorleve	=	voorleven
voorleven	verb	door een manier van leven iemand iets als voorbeeld geven
voorlevend	=	voorleven
voorlevende	=	voorleven
voorleze	=	voorlezen
voorlezen	verb	hardop een tekst lezen ten aanhoren van anderen
voorlezend	=	voorlezen
voorlezende	=	voorlezen
voorlezer	noun	iemand die teksten voorleest voor anderen
voorlezers	=	voorlezer
voorlezing	noun	de keer dat men iets hardop voorleest aan een of meer mensen
voorlezingen	=	voorlezing
voorlicht	noun	lamp(en) aan de voorkant van een voertuig
voorlichte	=	voorlichten
voorlichten	verb	iemands pad belichten, bijschijnen
voorlichtend	=	voorlichten
voorlichtende	=	voorlichten
voorlichter	noun	iemand die probeert zijn opdrachtgever zo gunstig mogelijk in het nieuws te brengen
voorlichters	=	voorlichter
voorlichtertje	=	voorlichter
voorlichtertjes	=	voorlichter
voorlichting	noun	is het resultaat van “bewust gegeven hulp bij menings- en besluitvorming door middel van communicatie"
voorlichtingen	=	voorlichting
voorlichtingsactie	noun	een georganiseerde gebeurtenis waarbij informatie wordt verspreid om de kennis, houding en/of het gedrag van een specifieke doelgroep te beïnvloeden of om bewustzijn te creëren.
voorlichtingsacties	=	voorlichtingsactie
voorlichtingsactietje	=	voorlichtingsactie
voorlichtingsactietjes	=	voorlichtingsactie
voorlichtingsavond	noun	bijeenkomst in de avonduren waarin mensen over een bepaalde kwestie worden geïnformeerd
voorlichtingsavonden	=	voorlichtingsavond
voorlichtingsavondje	=	voorlichtingsavond
voorlichtingsavondjes	=	voorlichtingsavond
voorlichtingsbijeenkomst	noun	bijeenkomst waarin men informatie over een bepaald onderwerp krijgt
voorlichtingsbijeenkomsten	=	voorlichtingsbijeenkomst
voorlichtingsbijeenkomstje	=	voorlichtingsbijeenkomst
voorlichtingsbijeenkomstjes	=	voorlichtingsbijeenkomst
voorlichtingsboek	noun	boek dat geschreven is om informatie te verstrekken over een specifiek onderwerp, zoals seksuele opvoeding, en is bedoeld om te informeren en te helpen bij het nemen van beslissingen
voorlichtingsboeken	=	voorlichtingsboek
voorlichtingsboekje	=	voorlichtingsboek
voorlichtingsboekjes	=	voorlichtingsboek
voorlichtingsbureau	noun	bureau dat informatie verstrekt over een bepaald onderwerp of een bepaalde instelling
voorlichtingsbureaus	=	voorlichtingsbureau
voorlichtingscampagne	noun	een actie waarbij men het publiek informeert over een bepaald onderwerp
voorlichtingscampagnes	=	voorlichtingscampagne
voorlichtingsdag	noun	de dag waarop de voorlichting plaatsvindt
voorlichtingsdagen	=	voorlichtingsdag
voorlichtingsdienst	noun	afdeling van een bedrijf of organisatie die uitleg geeft over dat bedrijf of organisatie aan anderen
voorlichtingsdiensten	=	voorlichtingsdienst
voorlichtingsfilm	noun	film die beoogt voorlichting te geven over een bepaald onderwerp
voorlichtingsfilmpje	=	voorlichtingsfilm
voorlichtingsfilmpjes	=	voorlichtingsfilm
voorlichtingsfilms	=	voorlichtingsfilm
voorlichtingsfolder	noun	folder waarmee wordt beoogd voorlichting te geven over een bepaald onderwerp
voorlichtingsfolders	=	voorlichtingsfolder
voorlichtingsfoldertje	=	voorlichtingsfolder
voorlichtingsfoldertjes	=	voorlichtingsfolder
voorlichtingsmateriaal	noun	materiaal dat beoogt voorlichting te geven over een bepaald onderwerp
voorlichtingsmaterialen	=	voorlichtingsmateriaal
voorlichtingsmiddag	noun	de middag waarop de voorlichting plaatsvindt
voorlichtingsmiddagen	=	voorlichtingsmiddag
voorlichtingsochtend	noun	het dagdeel waarop de voorlichting plaatsvindt
voorlichtingsochtenden	=	voorlichtingsochtend
voorlichtingsprogramma	noun	programma waarmee men probeert voorlichting te geven over een bepaald onderwerp
voorlichtingsprogramma's	=	voorlichtingsprogramma
voorlichtinkje	=	voorlichting
voorlichtje	=	voorlicht
voorlichtjes	=	voorlicht
voorlichtster	=	voorlichter
voorlichtte	=	voorlichten
voorlichtten	=	voorlichten
voorlieden	=	voorman
voorliefde	noun	een liefde voor iets of iemand die uitgaat boven de liefde voor iets of iemand anders
voorliefden	=	voorliefde
voorliefdes	=	voorliefde
voorlieg	=	voorliegen
voorliege	=	voorliegen
voorliegen	verb	een leugen vertellen aan
voorliegend	=	voorliegen
voorliegende	=	voorliegen
voorliegt	=	voorliegen
voorliep	=	voorlopen
voorliepe	=	voorlopen
voorliepen	=	voorlopen
voorliept	=	voorlopen
voorliet	=	voorlaten
voorlieten	=	voorlaten
voorlig	=	voorliggen
voorligge	=	voorliggen
voorliggen	verb	vergeleken met anderen verder gevorderd zijn, een voorsprong hebben, een plaats hebben waar iets anders achter ligt
voorliggend	=	voorliggen
voorliggende	=	voorliggen
voorligger	noun	iets of iemand die vlak voor je uitgaat in dezelfde richting
voorliggers	=	voorligger
voorligt	=	voorliggen
voorlijk	adj	verder ontwikkeld dan in de gegeven tijdsduur verwacht zou worden, vroegrijp	noun	de lijn (lijkentouw) die ter versteviging aan de voorkant van een zeil vastgemaakt is op een zeilschip
voorlijke	=	voorlijk
voorlijken	=	voorlijk
voorlijker	=	voorlijk
voorlijkere	=	voorlijk
voorlijkers	=	voorlijk
voorlijkje	=	voorlijk
voorlijkjes	=	voorlijk
voorlijks	=	voorlijk
voorlijkst	=	voorlijk
voorlijkste	=	voorlijk
voorloge	=	voorliegen
voorlogen	=	voorliegen
voorloog	=	voorliegen
voorloogt	=	voorliegen
voorloop	noun	het voorlopen
voorlooper	=	voorloper
voorloopig	=	voorlopig
voorloopt	=	voorlopen
voorlope	=	voorlopen
voorlopen	verb	voorop lopen
voorlopend	=	voorlopen
voorlopende	=	voorlopen
voorloper	noun	iets wat of iemand die eerder was
voorlopers	=	voorloper
voorlopertje	=	voorloper
voorlopertjes	=	voorloper
voorlopig	adj	tijdelijk in afwachting van iets definitiefs
voorlopige	=	voorlopig
voorlopiger	=	voorlopig
voorlopigere	=	voorlopig
voorlopigers	=	voorlopig
voorlopigs	=	voorlopig
voorlopigst	=	voorlopig
voorlopigste	=	voorlopig
voorlui	=	voorman
voormalig	adj	niet langer; in het verleden geweest
voormalige	=	voormalig
voormaligs	=	voormalig
voorman	noun	een leider, een ploegbaas
voormannen	=	voorman
voormannetje	=	voorman
voormannetjes	=	voorman
voormast	noun	een hoge verticale paal die voor op het schip staat
voormasten	=	voormast
voormeld	adj	eerder genoemd
voormelde	=	voormeld
voormelds	=	voormeld
voormiddag	noun	tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de middag, ongeveer van 12:00 tot 16:00 uur
voormiddagen	=	voormiddag
voormiddagje	=	voormiddag
voormiddagjes	=	voormiddag
voormis	noun|obsolete	het eerste deel van de eucharistieviering waarin gebeden en voorgelezen wordt
voormissen	=	voormis
voormuren	=	voormuur
voormuur	noun	muur aan de voorkant van een bouwwerk
voormuurtje	=	voormuur
voormuurtjes	=	voormuur
voorn	noun	benaming voor zoetwatervissen, meestal met rode of oranje vinnen, behorende tot de eigenlijke karpers Cyprinidae
voornaam	adj	van hoog aanzien in een gemeenschap.	noun	naam die bij de geboorte aan een persoon wordt gegeven, en die aan de familienaam voorafgaat.
voornaamheden	=	voornaamheid
voornaamheid	noun	het belangrijk zijn; het een hoge positie hebben in de samenleving; iets dat past bij een hoge maatschappelijke positie
voornaampje	=	voornaam
voornaampjes	=	voornaam
voornaams	=	voornaam
voornaamst	=	voornaam
voornaamste	=	voornaam
voornaamt	=	voornemen
voornaamwoord	noun	een woord dat verwijst naar iets anders zonder ze te noemen.
voornaamwoordelijk	adj	betrekking hebbend op een voornaamwoord
voornaamwoordelijke	=	voornaamwoordelijk
voornaamwoordelijker	=	voornaamwoordelijk
voornaamwoordelijkere	=	voornaamwoordelijk
voornaamwoordelijkers	=	voornaamwoordelijk
voornaamwoordelijks	=	voornaamwoordelijk
voornaamwoordelijkst	=	voornaamwoordelijk
voornaamwoordelijkste	=	voornaamwoordelijk
voornaamwoorden	=	voornaamwoord
voornaamwoordje	=	voornaamwoord
voornaamwoordjes	=	voornaamwoord
voornam	=	voornemen
voorname	=	voornaam
voornamelijk	adv	in hogere mate
voornamen	=	voornaam
voornamenbedrijf	noun	een bedrijf waarbinnen werknemers elkaar aanspreken met voornaam aanspreken
voornamenbedrijfje	=	voornamenbedrijf
voornamenbedrijfjes	=	voornamenbedrijf
voornamenbedrijven	=	voornamenbedrijf
voornamer	=	voornaam
voornamere	=	voornaam
voornamers	=	voornaam
voorneem	=	voornemen
voorneemt	=	voornemen
voorneme	=	voornemen
voornemen	verb	zich ~: van plan zijn iets te gaan doen	noun	iets dat iemand heeft voorgenomen of iets dat iemand van plan is om uit te voeren
voornemend	=	voornemen
voornemende	=	voornemen
voornemens	adv	de intentie hebbend
voornementje	=	voornemen
voornementjes	=	voornemen
voornoemd	adj	wat eerder in de tekst genoemd is
voornoemde	=	voornoemd
voornoemds	=	voornoemd
voorns	=	voorn
voorntje	=	voorn
voorntjes	=	voorn
voornáám	=	voornaam
voornémens	=	voornemens
vooronder	noun	ruimte onder het voordek
vooronders	=	vooronder
vooronderstel	=	vooronderstellen
voorondersteld	=	vooronderstellen
vooronderstelde	=	vooronderstellen
vooronderstelden	=	vooronderstellen
vooronderstelle	=	vooronderstellen
vooronderstellen	verb	vooraf voor waar aannemen van een stelling om hiermee tot een conclusie te komen
vooronderstellend	=	vooronderstellen
vooronderstellende	=	vooronderstellen
vooronderstelling	noun	denkbeeld of voorlopige aanname die men vooraf als mogelijk of vaststaand aanneemt als grondslag van een redenering
vooronderstellingen	=	vooronderstelling
vooronderstellinkje	=	vooronderstelling
vooronderstelt	=	vooronderstellen
voorondertje	=	vooronder
voorondertjes	=	vooronder
vooronderzoek	noun	onderzoek van de politie in een strafzaak om de werkelijke toedracht van een gebeurtenis te achterhalen
vooronderzoeken	=	vooronderzoek
vooronderzoekje	=	vooronderzoek
vooronderzoekjes	=	vooronderzoek
voorontsteking	noun	dat het moment waarop de bougie in een verbrandingsmotor vonkt voordat de zuiger het bovenste dode punt (BDP) bereikt.
voorontstekingen	=	voorontsteking
voorontstekinkje	=	voorontsteking
voorontstekinkjes	=	voorontsteking
voorontwerp	noun	het eerste en nog voorlopige ontwerp van iets bijvoorbeeld een wet
voorontwerpen	=	voorontwerp
vooroordeel	noun	een mening laten berusten op een gebrek aan kennis, vaak gepaard met afkeer, een vooropgezette mening
vooroordeeltje	=	vooroordeel
vooroordeeltjes	=	vooroordeel
vooroordelen	=	vooroordeel
vooroordelenval	noun	een misverstand dat ontstaat doordat men een gebruikelijke, maar verkeerde vooropgezette mening heeft
vooroordelenvallen	=	vooroordelenval
vooroordelenvalletje	=	vooroordelenval
vooroordelenvalletjes	=	vooroordelenval
vooroorlogs	adj	gebouwd, gemaakt of stammend van voor de (tweede wereld)oorlog
vooroorlogse	=	vooroorlogs
vooroorlogser	=	vooroorlogs
vooroorlogsere	=	vooroorlogs
vooroorlogsers	=	vooroorlogs
vooroorlogst	=	vooroorlogs
vooroorlogste	=	vooroorlogs
voorop	adv	in een rij of groep als eerste in de bewegingsrichting.
vooropga	=	vooropgaan
vooropgaan	verb	op kop gaan
vooropgaand	=	vooropgaan
vooropgaande	=	vooropgaan
vooropgaat	=	vooropgaan
vooropgegaan	=	vooropgaan
vooropgelopen	=	vooroplopen
vooropgestaan	=	vooropstaan
vooropgesteld	=	vooropstellen
vooropgestelde	=	vooropstellen
vooropgezet	=	vooropzetten
vooropging	=	vooropgaan
vooropgingen	=	vooropgaan
vooropleiding	noun	alle scholen en cursussen die je hebt gedaan voordat je met de huidige cursus of school begint
vooropleidingen	=	vooropleiding
vooropleidinkje	=	vooropleiding
vooropleidinkjes	=	vooropleiding
vooropliep	=	vooroplopen
vooropliepe	=	vooroplopen
vooropliepen	=	vooroplopen
vooropliept	=	vooroplopen
vooroploop	=	vooroplopen
vooroploopt	=	vooroplopen
vooroplope	=	vooroplopen
vooroplopen	verb	als voorste lopen
vooroplopend	=	vooroplopen
vooroplopende	=	vooroplopen
vooropsta	=	vooropstaan
vooropstaan	verb	het allergrootste belang hebben, belangrijker zijn dan alle andere zaken
vooropstaand	=	vooropstaan
vooropstaande	=	vooropstaan
vooropstaat	=	vooropstaan
vooropstel	=	vooropstellen
vooropstelde	=	vooropstellen
vooropstelden	=	vooropstellen
vooropstelle	=	vooropstellen
vooropstellen	verb	als uitgangspunt nemen, als voorwaarde stellen, ervan uitgaan, mits
vooropstellend	=	vooropstellen
vooropstellende	=	vooropstellen
vooropstelt	=	vooropstellen
vooropstond	=	vooropstaan
vooropstonden	=	vooropstaan
vooropzeg	noun	de minimum termijn dat een werkgever een werknemer vooraf in kennis moet stellen van een nakende afdanking (en dus moet uitbetalen)
vooropzegging	noun	formele aankondiging waarmee een contract (zoals een arbeidsovereenkomst, huurcontract of abonnement) wordt beëindigd.
vooropzeggingen	=	vooropzegging
vooropzegginkje	=	vooropzegging
vooropzegginkjes	=	vooropzegging
vooropzet	=	vooropzetten
vooropzette	=	vooropzetten
vooropzetten	verb	op de eerste plaats zetten van iets; iets heel belangrijk vinden
vooropzettend	=	vooropzetten
vooropzettende	=	vooropzetten
voorouder	noun	iemand van wie men afstamt
voorouderen	=	voorouder
voorouderlijk	adj	van de vorige generaties; behorend bij de vorige generaties
voorouderlijke	=	voorouderlijk
voorouderlijker	=	voorouderlijk
voorouderlijkere	=	voorouderlijk
voorouderlijkers	=	voorouderlijk
voorouderlijks	=	voorouderlijk
voorouderlijkst	=	voorouderlijk
voorouderlijkste	=	voorouderlijk
voorouders	=	voorouder
vooroudertje	=	voorouder
vooroudertjes	=	voorouder
voorover	adv	in voortwaartse richting
vooroverbogen	=	vooroverbuigen
vooroverboog	=	vooroverbuigen
vooroverboogt	=	vooroverbuigen
vooroverbuig	=	vooroverbuigen
vooroverbuige	=	vooroverbuigen
vooroverbuigen	verb	in voorwaartse richting een buiging maken
vooroverbuigend	=	vooroverbuigen
vooroverbuigende	=	vooroverbuigen
vooroverbuigt	=	vooroverbuigen
voorovergebogen	adj	met de rug naar voren gekromd en het gelaat naar beneden gericht
voorovergevallen	=	voorovervallen
vooroverval	=	voorovervallen
voorovervalle	=	voorovervallen
voorovervallen	verb	met het gezicht voorwaarts vallen
voorovervallend	=	voorovervallen
voorovervallende	=	voorovervallen
voorovervalt	=	voorovervallen
vooroverviel	=	voorovervallen
voorovervielen	=	voorovervallen
voorovervielt	=	voorovervallen
voorpagina	noun	de eerste bladzijde van een gedrukte publicatie
voorpagina's	=	voorpagina
voorpaginaatje	=	voorpagina
voorpaginaatjes	=	voorpagina
voorpaginanieuws	noun	actualiteiten die zo belangrijk zijn dat ze te lezen zijn op de eerste pagina van een krant
voorpand	noun	de voorkant van een kledingstuk
voorpanden	=	voorpand
voorpandje	=	voorpand
voorpandjes	=	voorpand
voorplaats	noun	plaats, erf voor een gebouw
voorplaatsen	=	voorplaats
voorplaatsje	=	voorplaats
voorplaatsjes	=	voorplaats
voorplan	noun	wat vanuit een toeschouwer het meest nabij is, wat het meest nadrukkelijk in beeld is
voorplannen	=	voorplan
voorplat	noun	voorkant van een boek
voorplatje	=	voorplat
voorplatjes	=	voorplat
voorplatten	=	voorplat
voorplecht	noun	voorste deel van het bovenste dek van een schip
voorplechten	=	voorplecht
voorplein	noun	grote open ruimte voor een gebouw
voorpleinen	=	voorplein
voorpleintje	=	voorplein
voorpleintjes	=	voorplein
voorpoort	noun	poort aan de voorzijde van een groot gebouw
voorpoorten	=	voorpoort
voorpoortje	=	voorpoort
voorpoortjes	=	voorpoort
voorpoot	noun	een van de twee voorste ledematen van een dier
voorpootje	=	voorpoot
voorpootjes	=	voorpoot
voorportaal	noun	een ruimte die gelegen is vlak voor de eigenlijke ingang
voorportaaltje	=	voorportaal
voorportaaltjes	=	voorportaal
voorportalen	=	voorportaal
voorpost	noun	een ver naar voren staande uitkijkpost ook gebruikt voor burgerlijke organisaties
voorposten	=	voorpost
voorpostenlinie	noun	een gevechtslinie van vooruitgeschoven posten
voorpostenlinies	=	voorpostenlinie
voorpoten	=	voorpoot
voorpraat	=	voorpraten
voorpraatte	=	voorpraten
voorpraatten	=	voorpraten
voorprate	=	voorpraten
voorpraten	verb	iemand iets vertellen wat hij klakkeloos, zonder nadenken moet geloven en navertellen
voorpratend	=	voorpraten
voorpratende	=	voorpraten
voorpremière	noun	vertoning vóór de officiële première
voorpremières	=	voorpremière
voorpret	noun	het plezier dat men bij voorbaat heeft, voordat men iets plezierigs beleven gaat
voorpretje	=	voorpret
voorproef	noun	een voorlopige test
voorproefde	=	voorproeven
voorproefden	=	voorproeven
voorproefje	=	voorproef
voorproefjes	=	voorproef
voorproeft	=	voorproeven
voorproeve	=	voorproeven
voorproeven	verb	vooraf aan het eigenlijke eten proeven
voorproevend	=	voorproeven
voorproevende	=	voorproeven
voorproever	noun	iemand die voorproeft
voorproevers	=	voorproever
voorproevertje	=	voorproever
voorproevertjes	=	voorproever
voorprogramma	noun	een onderdeel van een festiviteit dat wordt uitgevoerd vóór het belangrijkste deel van het programma
voorprogramma's	=	voorprogramma
voorprogrammaatje	=	voorprogramma
voorprogrammaatjes	=	voorprogramma
voorprogrammeer	=	voorprogrammeren
voorprogrammeerde	=	voorprogrammeren
voorprogrammeerden	=	voorprogrammeren
voorprogrammeert	=	voorprogrammeren
voorprogrammere	=	voorprogrammeren
voorprogrammeren	verb	van tevoren instellen, bv. een wasmachine, videorecorder
voorprogrammerend	=	voorprogrammeren
voorprogrammerende	=	voorprogrammeren
voorpublicatie	noun	publicatie van een geschrift, voorafgaand aan de eigenlijke uitgave
voorpublicaties	=	voorpublicatie
voorpubliceer	=	voorpubliceren
voorpubliceerde	=	voorpubliceren
voorpubliceerden	=	voorpubliceren
voorpubliceert	=	voorpubliceren
voorpublicere	=	voorpubliceren
voorpubliceren	verb	alvast iets publiceren (voorafgaand aan de eigenlijke uitgave)
voorpublicerend	=	voorpubliceren
voorpublicerende	=	voorpubliceren
voorpui	noun	de voorgevel van een gebouw
voorpuien	=	voorpui
voorpunt	noun	een punt aan de voorkant van een boot of ander vervoermiddel
voorpunten	=	voorpunt
voorpuntje	=	voorpunt
voorpuntjes	=	voorpunt
voorraad	noun	wat voor later gebruik wordt opgeslagen
voorraadadministratie	noun	het bijhouden en registreren van de hoeveelheid producten die een bedrijf op voorraad heeft
voorraadadministraties	=	voorraadadministratie
voorraadbak	noun	stevig hol voorwerp waarvan één zijde open is voor het bewaren van een hoeveelheid van iets voor toekomstig gebruik
voorraadbakje	=	voorraadbak
voorraadbakjes	=	voorraadbak
voorraadbakken	=	voorraadbak
voorraaddoos	noun	een doos die wordt gebruikt om voedingsmiddelen in te bewaren
voorraaddoosje	=	voorraaddoos
voorraaddoossoort	noun	type of categorie van voorraaddozen
voorraaddoossoorten	=	voorraaddoossoort
voorraaddoossoortje	=	voorraaddoossoort
voorraaddoossoortjes	=	voorraaddoossoort
voorraaddozen	=	voorraaddoos
voorraadje	=	voorraad
voorraadjes	=	voorraad
voorraadkamer	noun	een ruimte of bergplaats waar de voorraden liggen opgeslagen
voorraadkamers	=	voorraadkamer
voorraadkamertje	=	voorraadkamer
voorraadkamertjes	=	voorraadkamer
voorraadkast	noun	een kast waarin men grote hoeveelheden eten heeft klaar staan voor later gebruik
voorraadkasten	=	voorraadkast
voorraadkastje	=	voorraadkast
voorraadkastjes	=	voorraadkast
voorraadkosten	noun	geld dat gemoeid is met het houden van voorraden
voorraadlijst	noun	opsomming van alle zaken die met opgeslagen heeft voor later gebruik
voorraadlijsten	=	voorraadlijst
voorraadschuren	=	voorraadschuur
voorraadschuur	noun	schuur waarin men zaken kan bergen die men later nodig heeft
voorraadschuurtje	=	voorraadschuur
voorraadschuurtjes	=	voorraadschuur
voorraden	=	voorraad
voorradig	adj	van iets dat het verkrijgbaar is omdat het al in de voorraad aanwezig is
voorradige	=	voorradig
voorradiger	=	voorradig
voorradigere	=	voorradig
voorradigers	=	voorradig
voorradigs	=	voorradig
voorradigst	=	voorradig
voorradigste	=	voorradig
voorrang	noun	het recht om eerst te gaan of behandeld te worden
voorrangsbehandeling	noun	een behandeling die sneller of eerder wordt uitgevoerd dan anderen, vaak vanwege spoed, urgentie of een specifieke status.
voorrangsbehandelingen	=	voorrangsbehandeling
voorrangsbehandelingetje	=	voorrangsbehandeling
voorrangsbehandelingetjes	=	voorrangsbehandeling
voorrangsbeleid	noun	beleid waar prioriteiten worden gesteld
voorrangsvoertuig	noun	een motorvoertuig van de politie, brandweer of de diensten voor spoedeisende medische hulpverlening en door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten, dat de voorgeschreven licht- en geluidssignalen voert om aan te geven dat het een dringende taak vervult.
voorrangsvoertuigen	=	voorrangsvoertuig
voorrangsvoertuigje	=	voorrangsvoertuig
voorrangsvoertuigjes	=	voorrangsvoertuig
voorrangsweg	noun	Een bestuurder die op een voorrangsweg rijdt moet voorrang krijgen van bestuurders op alle kruisende wegen.
voorrangswegen	=	voorrangsweg
voorrangswegje	=	voorrangsweg
voorrangswegjes	=	voorrangsweg
voorrecht	noun	recht, aan een persoon of een lichaam boven anderen toegekend
voorrechten	=	voorrecht
voorrechtje	=	voorrecht
voorrechtjes	=	voorrecht
voorreden	=	voorrijden
voorreed	=	voorrijden
voorreken	=	voorrekenen
voorrekende	=	voorrekenen
voorrekenden	=	voorrekenen
voorrekene	=	voorrekenen
voorrekenen	verb	iemand niet alleen maar de uitkomst van een rekensom laten zien, maar ook laten zien hoe je tot die uitkomst komt
voorrekenend	=	voorrekenen
voorrekenende	=	voorrekenen
voorrekent	=	voorrekenen
voorrem	noun	mechanisme dat de snelheid van een voorwiel vermindert
voorremmen	=	voorrem
voorrij	=	voorrijden
voorrijd	=	voorrijden
voorrijde	=	voorrijden
voorrijden	verb	vooraan rijden
voorrijdend	=	voorrijden
voorrijdende	=	voorrijden
voorrijder	noun	iemand die op het voorste paard zit van een groep paarden die een wagen of koets trekt
voorrijders	=	voorrijder
voorrijdt	=	voorrijden
voorrijkost	noun|obsolete	geld dat men aan moet betalen voor een bezoek van een dienstverlener aan huis
voorrijkosten	noun	geld dat men aan moet betalen voor een bezoek van een dienstverlener aan huis
voorronde	noun	een wedstrijd die bepaalt of iemand wel of niet aan de 'echte' wedstrijd mag meedoen
voorronden	=	voorronde
voorrondes	=	voorronde
voorrondetje	=	voorronde
voorruit	noun	glazen vlak aan de voorkant van een voertuig dat zorgt voor zicht op de weg en bescherming tegen weer en wind
voorruitcamera	noun	camera die op de voorruit van een auto gemonteerd is en zo beelden van het verkeer en de weg kan vastleggen
voorruitcamera's	=	voorruitcamera
voorruiten	=	voorruit
voorruitje	=	voorruit
voorruitjes	=	voorruit
voorruitvervanging	noun	het proces waarbij een beschadigde voorruit van een voertuig volledig wordt verwijderd en vervangen door een nieuwe autoruit.
voorruitvervangingen	=	voorruitvervanging
voorruitvervanginkje	=	voorruitvervanging
voorruitvervanginkjes	=	voorruitvervanging
voors	=	voor
voorschakelapparaat	noun	apparaat dat ergens wordt voorgeschakeld b.v. een inductie voor het starten van een tl-buis
voorschakelapparaatje	=	voorschakelapparaat
voorschakelapparaatjes	=	voorschakelapparaat
voorschakelapparaten	=	voorschakelapparaat
voorscheepje	=	voorschip
voorscheepjes	=	voorschip
voorschepen	=	voorschip
voorschiet	=	voorschieten
voorschiete	=	voorschieten
voorschieten	verb	iemand een geldbedrag geven dat later verrekend zal worden
voorschietend	=	voorschieten
voorschietende	=	voorschieten
voorschijn	noun|obsolete	toestand waarin iets naar buiten toe duidelijk wordt, situatie waarin duidelijk wordt dat iets aanwezig is
voorschip	noun	voorste deel van een schip
voorscholen	=	voorschool
voorschool	noun	peuterspeelzaal waar aan kinderen in de leeftijd van 4-5 jaar al enig onderwijs wordt gegeven
voorschooltje	=	voorschool
voorschooltjes	=	voorschool
voorschoot	noun	lap stof die ter bescherming van andere kleding voor de schoot gebonden wordt
voorschootje	=	voorschoot
voorschootjes	=	voorschoot
voorschot	noun	een vervroegde betaling op het loon
voorschote	=	voorschieten
voorschotel	=	voorschotelen
voorschotelde	=	voorschotelen
voorschotelden	=	voorschotelen
voorschotele	=	voorschotelen
voorschotelen	verb	een gerecht voorzetten
voorschotelend	=	voorschotelen
voorschotelende	=	voorschotelen
voorschotelt	=	voorschotelen
voorschoten	=	voorschieten
voorschotfraude	noun	bedrog waarbij mensen na een kleine aanbetaling grote bedragen worden beloofd die zij vervolgens nooit krijgen
voorschotfraudes	=	voorschotfraude
voorschotje	=	voorschot
voorschotjes	=	voorschot
voorschotten	=	voorschot
voorschreef	=	voorschrijven
voorschreeft	=	voorschrijven
voorschreve	=	voorschrijven
voorschreven	=	voorschrijven
voorschrift	noun	een geschreven instructie die men te volgen heeft
voorschriften	=	voorschrift
voorschriftje	=	voorschrift
voorschriftjes	=	voorschrift
voorschrijf	=	voorschrijven
voorschrijft	=	voorschrijven
voorschrijve	=	voorschrijven
voorschrijven	verb	een schriftelijke opdracht geven
voorschrijvend	=	voorschrijven
voorschrijvende	=	voorschrijven
voorseizoen	noun	deel van het jaar voor het drukste toeristische deel van het jaar
voorseizoenen	=	voorseizoen
voorseizoentje	=	voorseizoen
voorseizoentjes	=	voorseizoen
voorselectie	noun	een voorlopige selectie waaruit gekozen kan worden in de finale; de eerste schifting
voorselecties	=	voorselectie
voorshands	adv|formal	tijdelijk, in afwachting van iets definitiefs of zolang er niets verandert
voorsla	=	voorslaan
voorslaan	verb	voorstellen, voordragen
voorslaand	=	voorslaan
voorslaande	=	voorslaan
voorslaat	=	voorslaan
voorslag	noun	voorstel
voorslagen	=	voorslag
voorslagje	=	voorslag
voorslagjes	=	voorslag
voorsloeg	=	voorslaan
voorsloegen	=	voorslaan
voorsmaak	noun	een smaak gewaarwording hebben voordat men iets echt eet of drinkt; iets gewaarworden dat in de toekomst zal gebeuren
voorsmaakje	=	voorsmaak
voorsmaakjes	=	voorsmaak
voorsmaken	=	voorsmaak
voorsneden	=	voorsnijden
voorsneed	=	voorsnijden
voorsnij	=	voorsnijden
voorsnijd	=	voorsnijden
voorsnijde	=	voorsnijden
voorsnijden	verb	snijden voor het opdienen
voorsnijdend	=	voorsnijden
voorsnijdende	=	voorsnijden
voorsnijdt	=	voorsnijden
voorsnijmes	noun	lang en scherp mes waarmee men porties voor één persoon kan afsnijden van een groot stuk vlees of ander voedsel
voorsnijmesje	=	voorsnijmes
voorsnijmesjes	=	voorsnijmes
voorsnijmessen	=	voorsnijmes
voorsorteer	=	voorsorteren
voorsorteerde	=	voorsorteren
voorsorteerden	=	voorsorteren
voorsorteerstroken	=	voorsorteerstrook
voorsorteerstrook	noun	een gedeelte van een weg waar weggebruikers naar gelang de gewenste richting in het juiste vak moeten rijden
voorsorteerstrookje	=	voorsorteerstrook
voorsorteerstrookjes	=	voorsorteerstrook
voorsorteert	=	voorsorteren
voorsorteervak	noun	een gedeelte van een weg waar weggebruikers naar gelang de gewenste richting in het juiste vak moeten rijden
voorsorteervakje	=	voorsorteervak
voorsorteervakjes	=	voorsorteervak
voorsorteervakken	=	voorsorteervak
voorsortere	=	voorsorteren
voorsorteren	verb	het kiezen van een bepaalde rijstrook, ook wel vak genoemd, voordat een voertuig op een kruispunt of verkeersknooppunt van richting verandert
voorsorterend	=	voorsorteren
voorsorterende	=	voorsorteren
voorspan	noun	wat geheel vooraan voor een wagen gespannen is, meestal de twee voorste paarden van een vierspan
voorspande	=	voorspannen
voorspanden	=	voorspannen
voorspanne	=	voorspannen
voorspannen	verb	voor een rijtuig of kar spannen
voorspannend	=	voorspannen
voorspannende	=	voorspannen
voorspannetje	=	voorspan
voorspannetjes	=	voorspan
voorspant	noun	spant van het voorschip
voorspanten	=	voorspant
voorspeel	=	voorspelen
voorspeelde	=	voorspelen
voorspeelden	=	voorspelen
voorspeelt	=	voorspelen
voorspel	noun	voorbereidende inleiding op een geschiedenis, verhaal, toneel- of muziekstuk
voorspelbaar	adj	van tevoren te verwachten
voorspelbaarder	=	voorspelbaar
voorspelbaardere	=	voorspelbaar
voorspelbaarders	=	voorspelbaar
voorspelbaarheden	=	voorspelbaarheid
voorspelbaarheid	noun	de mate waarin het mogelijk is betrouwbare voorspellingen te doen
voorspelbaarheidje	=	voorspelbaarheid
voorspelbaars	=	voorspelbaar
voorspelbaarst	=	voorspelbaar
voorspelbaarste	=	voorspelbaar
voorspelbare	=	voorspelbaar
voorspeld	=	voorspellen
voorspeldde	=	voorspelden
voorspeldden	=	voorspelden
voorspelde	=	voorspellen
voorspelden	verb	voor lichaam of borst met spelden vastmaken
voorspeldend	=	voorspelden
voorspeldende	=	voorspelden
voorspeldt	=	voorspelden
voorspele	=	voorspelen
voorspelen	verb	ten aanhoren van anderen een muziekstuk spelen
voorspelend	=	voorspelen
voorspelende	=	voorspelen
voorspelle	=	voorspellen
voorspellen	verb	een uitspraak doen over toekomstige gebeurtenissen
voorspellend	adj	een toekomstverwachting gevend
voorspellende	=	voorspellen
voorspellender	=	voorspellend
voorspellendere	=	voorspellend
voorspellenders	=	voorspellend
voorspellends	=	voorspellend
voorspellendst	=	voorspellend
voorspellendste	=	voorspellend
voorspelletje	=	voorspel
voorspelletjes	=	voorspel
voorspelling	noun	een uitspraak over iets wat in de toekomst zou kunnen gebeuren
voorspellingen	=	voorspelling
voorspellinkje	=	voorspelling
voorspellinkjes	=	voorspelling
voorspelt	=	voorspellen
voorspiegel	=	voorspiegelen
voorspiegelde	=	voorspiegelen
voorspiegelden	=	voorspiegelen
voorspiegele	=	voorspiegelen
voorspiegelen	verb	iemand iets op een bedrieglijke wijze beloven of in het vooruitzicht stellen
voorspiegelend	=	voorspiegelen
voorspiegelende	=	voorspiegelen
voorspiegelt	=	voorspiegelen
voorspoed	noun	dat het goed gaat
voorspoeden	=	voorspoed
voorspoedig	adj	dat iets goed en snel gaat
voorspoedige	=	voorspoedig
voorspoediger	=	voorspoedig
voorspoedigere	=	voorspoedig
voorspoedigers	=	voorspoedig
voorspoediglijk	adj	op een gunstige, succesvolle en voorspoedige manier; voorspoed gevend; door voorspoed gekenmerkt
voorspoediglijke	=	voorspoediglijk
voorspoediglijker	=	voorspoediglijk
voorspoediglijkere	=	voorspoediglijk
voorspoediglijkers	=	voorspoediglijk
voorspoediglijks	=	voorspoediglijk
voorspoediglijkst	=	voorspoediglijk
voorspoediglijkste	=	voorspoediglijk
voorspoedigs	=	voorspoedig
voorspoedigst	=	voorspoedig
voorspoedigste	=	voorspoedig
voorspoedje	=	voorspoed
voorspoken	=	voorspook
voorspook	noun	voorspelling, voorteken
voorspookje	=	voorspook
voorspookjes	=	voorspook
voorspraak	noun	een rede die ten gunste van iemand wordt gehouden
voorspraakt	=	voorspreken
voorsprak	=	voorspreken
voorspraken	=	voorspreken
voorspreek	=	voorspreken
voorspreekt	=	voorspreken
voorspreke	=	voorspreken
voorspreken	verb	een goed woordje doen voor iemand
voorsprekend	=	voorspreken
voorsprekende	=	voorspreken
voorsprong	noun	de mate waarin men verder gevorderd is dan anderen
voorsprongen	=	voorsprong
voorsprongetje	=	voorsprong
voorsprongetjes	=	voorsprong
voorspéllen	=	voorspellen
voorst	adj	meest vooraan, eerder dan alle andere	noun|obsolete	begin
voorsta	=	voorstaan
voorstaakt	=	voorsteken
voorstaan	verb	onderschrijven, steunen
voorstaand	=	voorstaan
voorstaande	=	voorstaan
voorstaat	=	voorstaan
voorstad	noun	plaats die door verstedelijking als deel van het bebouwd gebied rondom een grotere stad wordt beschouwd
voorstadia	=	voorstadium
voorstadium	noun	een fase die aan iets voorafgaat
voorstadiums	=	voorstadium
voorstadje	=	voorstad
voorstadjes	=	voorstad
voorstag	noun	lijn of staalkabel die is gespannen tussen de boeg en de masttop
voorstagen	=	voorstag
voorstagje	=	voorstag
voorstagjes	=	voorstag
voorstagspanner	noun	een spanner waarmee de voorstag van een mast op de gewenste spanning wordt gebracht
voorstagspanners	=	voorstagspanner
voorstagspannertje	=	voorstagspanner
voorstagspannertjes	=	voorstagspanner
voorstak	=	voorsteken
voorstaken	=	voorsteken
voorstander	noun	iemand die het met een bepaalde opvatting eens is, iemand die een plan steunt
voorstanders	=	voorstander
voorstandertje	=	voorstander
voorstandertjes	=	voorstander
voorstandster	noun	iemand die voor iets is, vrouwelijke vorm van voorstander
voorstandsters	=	voorstandster
voorste	=	voorst
voorstedelijk	adj	betreffende gebieden aan de rand van een stad, de zogenaamde voorsteden of de randzone (peri-urbane zone), gekenmerkt door een mix van woonwijken, bedrijventerreinen, landbouwgrond en natuur.
voorstedelijke	=	voorstedelijk
voorstedelijker	=	voorstedelijk
voorstedelijkere	=	voorstedelijk
voorstedelijkers	=	voorstedelijk
voorstedelijks	=	voorstedelijk
voorstedelijkst	=	voorstedelijk
voorstedelijkste	=	voorstedelijk
voorsteden	=	voorstad
voorsteek	=	voorsteken
voorsteekpas	noun	pas waarmee men voorrang krijgt voor diensten waarop men anders langer in de wachtrij zou moeten staan
voorsteekpasje	=	voorsteekpas
voorsteekpasjes	=	voorsteekpas
voorsteekpassen	=	voorsteekpas
voorsteekt	=	voorsteken
voorsteke	=	voorsteken
voorsteken	verb	voordringen
voorstekend	=	voorsteken
voorstekende	=	voorsteken
voorstel	noun	hetgeen dat voorgesteld wordt
voorstelbaar	adj	de mogelijkheid hebben om in je gedachten te kunnen waarnemen
voorstelbaarder	=	voorstelbaar
voorstelbaardere	=	voorstelbaar
voorstelbaarders	=	voorstelbaar
voorstelbaars	=	voorstelbaar
voorstelbaarst	=	voorstelbaar
voorstelbaarste	=	voorstelbaar
voorstelbare	=	voorstelbaar
voorstelde	=	voorstellen
voorstelden	=	voorstellen
voorstelle	=	voorstellen
voorstellen	verb	het voorleggen van een idee aan iemand
voorstellend	=	voorstellen
voorstellende	=	voorstellen
voorstelletje	=	voorstel
voorstelletjes	=	voorstel
voorstelling	noun	een uitvoering voor een publiek van toeschouwers
voorstellingen	=	voorstelling
voorstellingsvermogen	noun	het vermogen zich dingen voor te stellen die er als zodanig niet zijn
voorstellingsvermogens	=	voorstellingsvermogen
voorstellingswereld	noun	de gedachtes en ideeën van waaruit iemand leeft
voorstellingswerelden	=	voorstellingswereld
voorstellingswereldje	=	voorstellingswereld
voorstellingswereldjes	=	voorstellingswereld
voorstellinkje	=	voorstelling
voorstellinkjes	=	voorstelling
voorstelt	=	voorstellen
voorstem	=	voorstemmen
voorstemde	=	voorstemmen
voorstemden	=	voorstemmen
voorstemme	=	voorstemmen
voorstemmen	verb	bij een verkiezing zijn stem voor iets of iemand uitbrengen
voorstemmend	=	voorstemmen
voorstemmende	=	voorstemmen
voorstemt	=	voorstemmen
voorsteven	noun	voorste deel van een schip, waar de beide zijden van de romp samenkomen
voorstevens	=	voorsteven
voorsteventje	=	voorsteven
voorstoel	noun	de stoel vooraan van iets (meestal in een auto of op een fiets)
voorstoelen	=	voorstoel
voorstoeltje	=	voorstoel
voorstoeltjes	=	voorstoel
voorstond	=	voorstaan
voorstonde	=	voorstaan
voorstonden	=	voorstaan
voorstondt	=	voorstaan
voorstoot	noun	was waarmee bijen de kieren en reten van een bijenkorf afsluiten
voorstopper	noun	verdedigende voetbalspeler die tegenover de spits van de tegenpartij staat
voorstoppers	=	voorstopper
voorstoppertje	=	voorstopper
voorstoppertjes	=	voorstopper
voorstoten	=	voorstoot
voorstudie	noun	wat men eerst moet doen of weten voordat men aan een werk kan beginnen
voorstudies	=	voorstudie
voorstuk	noun	het voorste gedeelte van een groter geheel
voorstukje	=	voorstuk
voorstukjes	=	voorstuk
voorstukken	=	voorstuk
voort	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: verder gaan met een handeling, in richting naar voren gaand
voortaan	adv	van nu af aan, in het vervolg
voortand	noun	snijtand
voortanden	=	voortand
voortandje	=	voortand
voortandjes	=	voortand
voortbesta	=	voortbestaan
voortbestaan	noun	het verder blijven bestaan van een ding of het verder blijven leven van een levend wezen
voortbestaand	=	voortbestaan
voortbestaat	=	voortbestaan
voortbestond	=	voortbestaan
voortbestonde	=	voortbestaan
voortbestonden	=	voortbestaan
voortbestondt	=	voortbestaan
voortbeweeg	=	voortbewegen
voortbeweegt	=	voortbewegen
voortbewege	=	voortbewegen
voortbewegen	verb	zich verplaatsen, in beweging zijn
voortbewegend	=	voortbewegen
voortbewegende	=	voortbewegen
voortbeweging	noun	verplaatsing in voorwaartse richting
voortbewegingen	=	voortbeweging
voortbewegingstoestel	noun	toestel om zich mee te verplaatsen
voortbewegingstoestellen	=	voortbewegingstoestel
voortbeweginkje	=	voortbeweging
voortbeweginkjes	=	voortbeweging
voortbewogen	=	voortbewegen
voortbewoog	=	voortbewegen
voortbewoogt	=	voortbewegen
voortbordure	=	voortborduren
voortborduren	verb	doorgaan met iets, verder uitwerken van iets waarmee iemand (anders) begonnen is
voortbordurend	=	voortborduren
voortbordurende	=	voortborduren
voortborduur	=	voortborduren
voortborduurde	=	voortborduren
voortborduurden	=	voortborduren
voortborduurt	=	voortborduren
voortbouw	=	voortbouwen
voortbouwde	=	voortbouwen
voortbouwden	=	voortbouwen
voortbouwe	=	voortbouwen
voortbouwen	verb	doorgaan met het ontwikkelen van iets
voortbouwend	=	voortbouwen
voortbouwende	=	voortbouwen
voortbouwt	=	voortbouwen
voortbracht	=	voortbrengen
voortbrachte	=	voortbrengen
voortbrachten	=	voortbrengen
voortbreng	=	voortbrengen
voortbrenge	=	voortbrengen
voortbrengen	verb	maken, produceren, doen ontstaan
voortbrengend	=	voortbrengen
voortbrengende	=	voortbrengen
voortbrenging	noun	dat wat men heeft gemaakt
voortbrengingen	=	voortbrenging
voortbrenginkje	=	voortbrenging
voortbrenginkjes	=	voortbrenging
voortbrengsel	noun	resultaat van een activiteit
voortbrengselen	=	voortbrengsel
voortbrengsels	=	voortbrengsel
voortbrengseltje	=	voortbrengsel
voortbrengt	=	voortbrengen
voortbrodeer	=	voortbroderen
voortbrodeerde	=	voortbroderen
voortbrodeerden	=	voortbroderen
voortbrodeert	=	voortbroderen
voortbrodere	=	voortbroderen
voortbroderen	verb	voortgaan met ergens over te spreken
voortbroderend	=	voortbroderen
voortbroderende	=	voortbroderen
voortdeden	=	voortdoen
voortdeed	=	voortdoen
voortdoe	=	voortdoen
voortdoen	verb	doorgaan met iets
voortdoend	=	voortdoen
voortdoende	=	voortdoen
voortdoet	=	voortdoen
voortdreef	=	voortdrijven
voortdreeft	=	voortdrijven
voortdreve	=	voortdrijven
voortdreven	=	voortdrijven
voortdrijf	=	voortdrijven
voortdrijft	=	voortdrijven
voortdrijve	=	voortdrijven
voortdrijven	verb	iets of iemand voor zich uit doen bewegen
voortdrijvend	=	voortdrijven
voortdrijvende	=	voortdrijven
voortdure	=	voortduren
voortduren	verb	doorgaan zonder tot een einde te komen
voortdurend	adj	langdurig en ononderbroken	adv	langdurig en ononderbroken
voortdurende	=	voortdurend
voortdurends	=	voortdurend
voortduring	noun	omstandigheid dat een toestand niet verandert of een ontwikkeling blijft doorgaan
voortduringen	=	voortduring
voortduur	=	voortduren
voortduurde	=	voortduren
voortduurden	=	voortduren
voortduurt	=	voortduren
voortduw	=	voortduwen
voortduwde	=	voortduwen
voortduwden	=	voortduwen
voortduwe	=	voortduwen
voortduwen	verb	iets door duwen naar voren verplaatsen
voortduwend	=	voortduwen
voortduwende	=	voortduwen
voortduwt	=	voortduwen
voorteken	noun	een min of meer vaag signaal dat aan een gebeurtenis voorafgaat
voortekende	=	voortekenen
voortekenden	=	voortekenen
voortekene	=	voortekenen
voortekenen	verb	Vooraf, van tevoren tekenen
voortekenend	=	voortekenen
voortekenende	=	voortekenen
voortekening	noun	de aan het begin van elke notenbalk geplaatste symbolen, waarmee de toonhoogten van de lijnen worden bepaald: de muzieksleutel en, voor zover van toepassing, de kruis- en moltekens.
voortekeningen	=	voortekening
voortekeningetje	=	voortekening
voortekeningetjes	=	voortekening
voortekens	=	voorteken
voortekent	=	voortekenen
voortekentje	=	voorteken
voortekentjes	=	voorteken
voortel	=	voortellen
voortelde	=	voortellen
voortelden	=	voortellen
voortelle	=	voortellen
voortellen	verb	voor de ogen van de ontvanger tellend overhandigen
voortellend	=	voortellen
voortellende	=	voortellen
voortelt	=	voortellen
voortent	noun	een gedeelte van een tent dat voor de rest van de tent staat waarin niet geslapen wordt
voortenten	=	voortent
voortentje	=	voortent
voortentjes	=	voortent
voorterrein	noun	stuk grond voor een huis of gebouw
voorterreinen	=	voorterrein
voorterreintje	=	voorterrein
voorterreintjes	=	voorterrein
voortga	=	voortgaan
voortgaan	verb	doorgaan continueren, niet ophouden
voortgaand	adj	van iets dat het maar doorgaat zonder te stoppen
voortgaande	=	voortgaan
voortgaands	=	voortgaand
voortgaat	=	voortgaan
voortgang	noun	het vooruit gaan
voortgangen	=	voortgang
voortgangetje	=	voortgang
voortgangetjes	=	voortgang
voortgangsbewaking	noun	het systematisch monitoren en controleren van geplande taken of projecten.
voortgangsbewakingen	=	voortgangsbewaking
voortgangsbewakinkje	=	voortgangsbewaking
voortgangsbewakinkjes	=	voortgangsbewaking
voortgangsrapportage	noun	verslaggeving van de voortgang (van een project)
voortgangsrapportages	=	voortgangsrapportage
voortgangsverslag	noun	verslag van de voortgang van een onderzoek of project
voortgangsverslagen	=	voortgangsverslag
voortgangsverslagje	=	voortgangsverslag
voortgangsverslagjes	=	voortgangsverslag
voortgeborduurd	=	voortborduren
voortgebouwd	=	voortbouwen
voortgebracht	=	voortbrengen
voortgebrachte	=	voortbrengen
voortgebrodeerd	=	voortbroderen
voortgedaan	=	voortdoen
voortgedreven	=	voortdrijven
voortgeduurd	=	voortduren
voortgeduwd	=	voortduwen
voortgeduwde	=	voortduwen
voortgegaan	=	voortgaan
voortgegleden	=	voortglijden
voortgehold	=	voorthollen
voortgeholpen	=	voorthelpen
voortgeijld	=	voortijlen
voortgejaagd	=	voortjagen
voortgejaagde	=	voortjagen
voortgejakkerd	=	voortjakkeren
voortgekabbeld	=	voortkabbelen
voortgekomen	=	voortkomen
voortgeleefd	=	voortleven
voortgemaakt	=	voortmaken
voortgeplant	=	voortplanten
voortgeplante	=	voortplanten
voortgeploeterd	=	voortploeteren
voortgeraasd	=	voortrazen
voortgereden	=	voortrijden
voortgerold	=	voortrollen
voortgeschreden	=	voortschrijden
voortgesjokt	=	voortsjokken
voortgesleept	=	voortslepen
voortgesleepte	=	voortslepen
voortgesneld	=	voortsnellen
voortgespoed	=	voortspoeden
voortgesproten	=	voortspruiten
voortgestapt	=	voortstappen
voortgestrompeld	=	voortstrompelen
voortgestuwd	=	voortstuwen
voortgestuwde	=	voortstuwen
voortgesukkeld	=	voortsukkelen
voortgetrokken	=	voorttrekken
voortgevaren	=	voortvaren
voortgevloeid	=	voortvloeien
voortgevlucht	=	voortvluchten
voortgewoed	=	voortwoeden
voortgewoekerd	=	voortwoekeren
voortgezegd	=	voortzeggen
voortgezegde	=	voortzeggen
voortgezet	=	voortzetten
voortgezette	=	voortzetten
voortging	=	voortgaan
voortginge	=	voortgaan
voortgingen	=	voortgaan
voortgingt	=	voortgaan
voortgleden	=	voortglijden
voortgleed	=	voortglijden
voortglij	=	voortglijden
voortglijd	=	voortglijden
voortglijde	=	voortglijden
voortglijden	verb	zich schuivend op een gladde ondergrond voortbewegen
voortglijdend	=	voortglijden
voortglijdende	=	voortglijden
voortglijdt	=	voortglijden
voorthelp	=	voorthelpen
voorthelpe	=	voorthelpen
voorthelpen	verb	vooruithelpen
voorthelpend	=	voorthelpen
voorthelpende	=	voorthelpen
voorthelpt	=	voorthelpen
voorthielp	=	voorthelpen
voorthielpe	=	voorthelpen
voorthielpen	=	voorthelpen
voorthielpt	=	voorthelpen
voorthol	=	voorthollen
voortholde	=	voorthollen
voortholden	=	voorthollen
voortholle	=	voorthollen
voorthollen	verb	snel te voet bewegen
voorthollend	=	voorthollen
voorthollende	=	voorthollen
voortholt	=	voorthollen
voortijdig	adj	te vroeg dus voordat het de goede tijd is
voortijdige	=	voortijdig
voortijdiger	=	voortijdig
voortijdigere	=	voortijdig
voortijdigers	=	voortijdig
voortijdigs	=	voortijdig
voortijdigst	=	voortijdig
voortijdigste	=	voortijdig
voortijl	=	voortijlen
voortijlde	=	voortijlen
voortijlden	=	voortijlen
voortijle	=	voortijlen
voortijlen	verb	met grote snelheid en haast bewegen
voortijlend	=	voortijlen
voortijlende	=	voortijlen
voortijlt	=	voortijlen
voortjaag	=	voortjagen
voortjaagde	=	voortjagen
voortjaagden	=	voortjagen
voortjaagt	=	voortjagen
voortjage	=	voortjagen
voortjagen	verb	te snel doorgaan of vooruitgaan
voortjagend	=	voortjagen
voortjagende	=	voortjagen
voortjakker	=	voortjakkeren
voortjakkerde	=	voortjakkeren
voortjakkerden	=	voortjakkeren
voortjakkere	=	voortjakkeren
voortjakkeren	verb	met grote snelheid voortbewegen; met grote haast voortbewegen
voortjakkerend	=	voortjakkeren
voortjakkerende	=	voortjakkeren
voortjakkert	=	voortjakkeren
voortje	=	voor
voortjes	=	voor
voortjoeg	=	voortjagen
voortjoegen	=	voortjagen
voortkabbel	=	voortkabbelen
voortkabbelde	=	voortkabbelen
voortkabbelden	=	voortkabbelen
voortkabbele	=	voortkabbelen
voortkabbelen	verb	van een beekje: rustig verder stromen waarbij het een kabbelend geluid maakt
voortkabbelend	=	voortkabbelen
voortkabbelende	=	voortkabbelen
voortkabbelt	=	voortkabbelen
voortkom	=	voortkomen
voortkome	=	voortkomen
voortkomen	verb	ergens zijn oorsprong in vinden
voortkomend	=	voortkomen
voortkomende	=	voortkomen
voortkomt	=	voortkomen
voortkwaamt	=	voortkomen
voortkwam	=	voortkomen
voortkwame	=	voortkomen
voortkwamen	=	voortkomen
voortleef	=	voortleven
voortleefde	=	voortleven
voortleefden	=	voortleven
voortleeft	=	voortleven
voortleve	=	voortleven
voortleven	verb	doorgaan met leven
voortlevend	=	voortleven
voortlevende	=	voortleven
voortmaak	=	voortmaken
voortmaakt	=	voortmaken
voortmaakte	=	voortmaken
voortmaakten	=	voortmaken
voortmake	=	voortmaken
voortmaken	verb	~ met in hoog tempo aan iets werken
voortmakend	=	voortmaken
voortmakende	=	voortmaken
voortoneel	noun	het voorste gedeelte van een toneel
voortoneeltje	=	voortoneel
voortoneeltjes	=	voortoneel
voortonelen	=	voortoneel
voortouw	noun	het ~ nemen een leidende rol op zich nemen
voortouwen	=	voortouw
voortover	=	voortoveren
voortoverde	=	voortoveren
voortoverden	=	voortoveren
voortovere	=	voortoveren
voortoveren	verb	iemand iets laten zien dat mooi lijkt maar dat niet echt bestaat
voortoverend	=	voortoveren
voortoverende	=	voortoveren
voortovert	=	voortoveren
voortplant	=	voortplanten
voortplante	=	voortplanten
voortplanten	verb	zich ~ een nieuwe generatie voortbrengen
voortplantend	=	voortplanten
voortplantende	=	voortplanten
voortplanting	noun	het voortplanten of zich voortplanten (ook , , )
voortplantingen	=	voortplanting
voortplantingsdaad	noun	de daad die verricht wordt waardoor voortplanting mogelijk wordt
voortplantingsdaden	=	voortplantingsdaad
voortplantingsdrang	noun	de drang om zich voort te planten
voortplantingsdrift	noun	de drift om zich voort te planten
voortplantingsdriften	=	voortplantingsdrift
voortplantingsorgaan	noun	speciale organen waar planten en dieren over beschikken nodig voor de voortplanting
voortplantingsorgaantje	=	voortplantingsorgaan
voortplantingsorgaantjes	=	voortplantingsorgaan
voortplantingsorganen	=	voortplantingsorgaan
voortplantingssnelheden	=	voortplantingssnelheid
voortplantingssnelheid	noun	de snelheid waarmee een verschijnsel zich voortplant (ook )
voortplantingssysteem	noun	is een systeem van geslachtsorganen in een organisme die samenwerken ten behoeve van de voortplanting.
voortplantingssysteempje	=	voortplantingssysteem
voortplantingssysteempjes	=	voortplantingssysteem
voortplantingssystemen	=	voortplantingssysteem
voortplantingstijd	noun	de tijd van het jaar waarin de voortplanting van sommige biologische systemen gewoonlijk plaatsvindt
voortplantingstijden	=	voortplantingstijd
voortplantingstijdje	=	voortplantingstijd
voortplantingstijdjes	=	voortplantingstijd
voortplantingsvakantie	noun	vakantie waarin koppels met kinderwens zich in alle rust kunnen focussen op het verwekken van kinderen
voortplantingsvakanties	=	voortplantingsvakantie
voortplantingsvakantietje	=	voortplantingsvakantie
voortplantingsvakantietjes	=	voortplantingsvakantie
voortplantingsvermogen	noun	het vermogen dat een soort of individu heeft tot voortplanting
voortplantingsvermogens	=	voortplantingsvermogen
voortplantte	=	voortplanten
voortplantten	=	voortplanten
voortploeter	=	voortploeteren
voortploeterde	=	voortploeteren
voortploeterden	=	voortploeteren
voortploeteren	verb	uiterst moeizaam verder gaan, verder zwoegen
voortploeterend	=	voortploeteren
voortploeterende	=	voortploeteren
voortploetert	=	voortploeteren
voortraas	=	voortrazen
voortraasde	=	voortrazen
voortraasden	=	voortrazen
voortraast	=	voortrazen
voortrad	=	voortreden
voortraden	=	voortreden
voortraject	noun	alle voorbereidende handelingen die men uitvoert voordat men met de eigenlijke handeling kan beginnen
voortrajecten	=	voortraject
voortraze	=	voortrazen
voortrazen	verb	met grote snelheid op een wilde manier voortgaan
voortrazend	=	voortrazen
voortrazende	=	voortrazen
voortrede	=	voortreden
voortreden	verb	naar voren komen
voortredend	=	voortreden
voortredende	=	voortreden
voortreed	=	voortreden
voortreedt	=	voortreden
voortreffelijk	adj	uitstekend, perfect
voortreffelijke	=	voortreffelijk
voortreffelijker	=	voortreffelijk
voortreffelijkere	=	voortreffelijk
voortreffelijkers	=	voortreffelijk
voortreffelijkheden	=	voortreffelijkheid
voortreffelijkheid	noun	buitengewoon goed zijn
voortreffelijks	=	voortreffelijk
voortreffelijkst	=	voortreffelijk
voortreffelijkste	=	voortreffelijk
voortreffen	verb|obsolete	overtreffen
voortrek	=	voortrekken
voortrekke	=	voortrekken
voortrekken	verb	een voorkeursbehandeling geven
voortrekkend	=	voortrekken
voortrekkende	=	voortrekken
voortrekker	noun	pionier
voortrekkers	=	voortrekker
voortrekkersfunctie	noun	functie waarin de rol van voortrekker (pionier) vervuld wordt
voortrekkersfuncties	=	voortrekkersfunctie
voortrekkersrol	noun	iets of iemand die als eerste iets doet dat later navolging krijgt
voortrekkersrollen	=	voortrekkersrol
voortrekkertje	=	voortrekker
voortrekkertjes	=	voortrekker
voortrekt	=	voortrekken
voortrij	=	voortrijden
voortrijd	=	voortrijden
voortrijde	=	voortrijden
voortrijden	verb	doorgaan met paardrijden of wielrijden; verder gaan met rijden
voortrijdend	=	voortrijden
voortrijdende	=	voortrijden
voortrijdt	=	voortrijden
voortrok	=	voortrekken
voortrokke	=	voortrekken
voortrokken	=	voortrekken
voortrokt	=	voortrekken
voortrol	=	voortrollen
voortrolde	=	voortrollen
voortrolden	=	voortrollen
voortrolle	=	voortrollen
voortrollen	verb	rollend voortbewegen
voortrollend	=	voortrollen
voortrollende	=	voortrollen
voortrolt	=	voortrollen
voorts	adv	ter aanduiding van wat nog komt na nu, na dat andere, in het vervolg
voortschrede	=	voortschrijden
voortschreden	=	voortschrijden
voortschreed	=	voortschrijden
voortschreedt	=	voortschrijden
voortschrijd	=	voortschrijden
voortschrijde	=	voortschrijden
voortschrijden	verb	geleidelijk verder verlopen
voortschrijdend	adj	van iets dat het zich ontwikkeld en groter wordt
voortschrijdende	=	voortschrijden
voortschrijdends	=	voortschrijdend
voortschrijding	noun	het proces van zich geleidelijk verder ontwikkelen, vooruitgaan of vorderen.
voortschrijdingen	=	voortschrijding
voortschrijdinkje	=	voortschrijding
voortschrijdinkjes	=	voortschrijding
voortschrijdt	=	voortschrijden
voortsjok	=	voortsjokken
voortsjokke	=	voortsjokken
voortsjokken	verb	doorgaan met moeizaam en langzaam lopen
voortsjokkend	=	voortsjokken
voortsjokkende	=	voortsjokken
voortsjokt	=	voortsjokken
voortsjokte	=	voortsjokken
voortsjokten	=	voortsjokken
voortsleep	=	voortslepen
voortsleept	=	voortslepen
voortsleepte	=	voortslepen
voortsleepten	=	voortslepen
voortslepe	=	voortslepen
voortslepen	verb	slepend doen voortbewegen
voortslepend	=	voortslepen
voortslepende	=	voortslepen
voortsnel	=	voortsnellen
voortsnelde	=	voortsnellen
voortsnelden	=	voortsnellen
voortsnelle	=	voortsnellen
voortsnellen	verb	met (te) grote snelheid bewegen
voortsnellend	=	voortsnellen
voortsnellende	=	voortsnellen
voortsnelt	=	voortsnellen
voortspoed	=	voortspoeden
voortspoedde	=	voortspoeden
voortspoedden	=	voortspoeden
voortspoede	=	voortspoeden
voortspoeden	verb	met grote haast bewegen, met grote haast ergens naartoe gaan
voortspoedend	=	voortspoeden
voortspoedende	=	voortspoeden
voortspoedt	=	voortspoeden
voortsproot	=	voortspruiten
voortsproten	=	voortspruiten
voortspruit	=	voortspruiten
voortspruite	=	voortspruiten
voortspruiten	verb	voortkomen, voortvloeien
voortspruitend	=	voortspruiten
voortspruitende	=	voortspruiten
voortstap	=	voortstappen
voortstappe	=	voortstappen
voortstappen	verb	doorgaan met lopen
voortstappend	=	voortstappen
voortstappende	=	voortstappen
voortstapt	=	voortstappen
voortstapte	=	voortstappen
voortstapten	=	voortstappen
voortstrompel	=	voortstrompelen
voortstrompelde	=	voortstrompelen
voortstrompelden	=	voortstrompelen
voortstrompele	=	voortstrompelen
voortstrompelen	verb	moeizaam, hinkend vooruitkomen
voortstrompelend	=	voortstrompelen
voortstrompelende	=	voortstrompelen
voortstrompelt	=	voortstrompelen
voortstuw	=	voortstuwen
voortstuwde	=	voortstuwen
voortstuwden	=	voortstuwen
voortstuwe	=	voortstuwen
voortstuwen	verb	met sterke kracht snel vooruit laten bewegen
voortstuwend	=	voortstuwen
voortstuwende	=	voortstuwen
voortstuwing	noun	aandrijving van een voertuig
voortstuwingen	=	voortstuwing
voortstuwinkje	=	voortstuwing
voortstuwinkjes	=	voortstuwing
voortstuwt	=	voortstuwen
voortsukkel	=	voortsukkelen
voortsukkelde	=	voortsukkelen
voortsukkelden	=	voortsukkelen
voortsukkele	=	voortsukkelen
voortsukkelen	verb	te langzaam rijden
voortsukkelend	=	voortsukkelen
voortsukkelende	=	voortsukkelen
voortsukkelt	=	voortsukkelen
voorttrek	=	voorttrekken
voorttrekke	=	voorttrekken
voorttrekken	verb	verder trekken
voorttrekkend	=	voorttrekken
voorttrekkende	=	voorttrekken
voorttrekt	=	voorttrekken
voorttrok	=	voorttrekken
voorttrokke	=	voorttrekken
voorttrokken	=	voorttrekken
voorttrokt	=	voorttrekken
voortuin	noun	een tuin aan de voorzijde van een huis
voortuinen	=	voortuin
voortuinparkeren	verb	parkeren in de eigen, speciaal daarvoor aangepaste en betegelde voortuin
voortuintje	=	voortuin
voortuintjes	=	voortuin
voortvaar	=	voortvaren
voortvaarde	=	voortvaren
voortvaarden	=	voortvaren
voortvaart	=	voortvaren
voortvare	=	voortvaren
voortvaren	verb	met kracht en doorzettingsvermogen vooruitgaan, voortgaan
voortvarend	adj	met grote snelheid en kracht vooruitgaan
voortvarende	=	voortvarend
voortvarender	=	voortvarend
voortvarendere	=	voortvarend
voortvarenders	=	voortvarend
voortvarendheden	=	voortvarendheid
voortvarendheid	noun	de neiging om zonder treuzelen over te gaan tot doortastend handelen
voortvarends	=	voortvarend
voortvarendst	=	voortvarend
voortvarendste	=	voortvarend
voortvloei	=	voortvloeien
voortvloeide	=	voortvloeien
voortvloeiden	=	voortvloeien
voortvloeie	=	voortvloeien
voortvloeien	verb	verder vloeien of stromen
voortvloeiend	adj	als gevolg optredend
voortvloeiende	=	voortvloeiend
voortvloeiends	=	voortvloeiend
voortvloeisel	noun	iets wat voortkomt uit iets anders
voortvloeisels	=	voortvloeisel
voortvloeit	=	voortvloeien
voortvlucht	=	voortvluchten
voortvluchte	=	voortvluchten
voortvluchten	verb	verder vluchten, wegvluchten
voortvluchtend	=	voortvluchten
voortvluchtende	=	voortvluchten
voortvluchtig	adj	op de vlucht om zich te onttrekken aan iets, bijv. een gevangenisstraf
voortvluchtige	noun	iemand die op de vlucht is
voortvluchtigen	=	voortvluchtige
voortvluchtiger	=	voortvluchtig
voortvluchtigere	=	voortvluchtig
voortvluchtigers	=	voortvluchtig
voortvluchtigs	=	voortvluchtig
voortvluchtigst	=	voortvluchtig
voortvluchtigste	=	voortvluchtig
voortvluchtte	=	voortvluchten
voortvluchtten	=	voortvluchten
voortvoer	=	voortvaren
voortvoere	=	voortvaren
voortvoeren	=	voortvaren
voortvoert	=	voortvaren
voortwoed	=	voortwoeden
voortwoedde	=	voortwoeden
voortwoedden	=	voortwoeden
voortwoede	=	voortwoeden
voortwoeden	verb	voortgaan van een natuurverschijnsel dat met veel geweld gepaard gaat
voortwoedend	=	voortwoeden
voortwoedende	=	voortwoeden
voortwoedt	=	voortwoeden
voortwoeker	=	voortwoekeren
voortwoekerde	=	voortwoekeren
voortwoekerden	=	voortwoekeren
voortwoekere	=	voortwoekeren
voortwoekeren	verb	zonder enige rem door blijven groeien
voortwoekerend	adj	van iets schadelijks dat het maar door blijft groeien zonder dat het te stoppen is
voortwoekerende	=	voortwoekeren
voortwoekerends	=	voortwoekerend
voortwoekert	=	voortwoekeren
voortzeg	=	voortzeggen
voortzegde	=	voortzeggen
voortzegden	=	voortzeggen
voortzegge	=	voortzeggen
voortzeggen	verb	iets wat je gehoord hebt, aan andere mensen doorvertellen, verspreiden van een nieuwtje
voortzeggend	=	voortzeggen
voortzeggende	=	voortzeggen
voortzegt	=	voortzeggen
voortzei	=	voortzeggen
voortzeiden	=	voortzeggen
voortzet	=	voortzetten
voortzette	=	voortzetten
voortzetten	verb	iets langer laten duren
voortzettend	=	voortzetten
voortzettende	=	voortzetten
voortzetting	noun	het voortzetten van iets
voortzettingen	=	voortzetting
voortzettinkje	=	voortzetting
voortzettinkjes	=	voortzetting
vooruit	adv	in voorwaartse richting, verder, in de richting van de voorzijde	noun	de verblijven voor in het schip.
vooruit-met-de-geitmentaliteit	noun	voortvarende houding die weerstanden overwint
vooruitbetaal	=	vooruitbetalen
vooruitbetaald	=	vooruitbetalen
vooruitbetaalde	=	vooruitbetalen
vooruitbetaalden	=	vooruitbetalen
vooruitbetaalt	=	vooruitbetalen
vooruitbetale	=	vooruitbetalen
vooruitbetalen	verb	iets van tevoren betalen
vooruitbetalend	=	vooruitbetalen
vooruitbetalende	=	vooruitbetalen
vooruitbetaling	noun	een bedrag dat men betaalt voordat de goederen geleverd zijn
vooruitbetalingen	=	vooruitbetaling
vooruitblik	noun	voorbeschouwing op dingen die te gebeuren staan
vooruitblikje	=	vooruitblik
vooruitblikjes	=	vooruitblik
vooruitblikke	=	vooruitblikken
vooruitblikken	verb	naar de toekomst kijken, nadenken over de toekomst
vooruitblikkend	=	vooruitblikken
vooruitblikkende	=	vooruitblikken
vooruitblikt	=	vooruitblikken
vooruitblikte	=	vooruitblikken
vooruitblikten	=	vooruitblikken
vooruitdacht	=	vooruitdenken
vooruitdachten	=	vooruitdenken
vooruitdenk	=	vooruitdenken
vooruitdenke	=	vooruitdenken
vooruitdenken	verb	alvast denken aan later
vooruitdenkend	=	vooruitdenken
vooruitdenkende	=	vooruitdenken
vooruitdenkt	=	vooruitdenken
vooruitga	=	vooruitgaan
vooruitgaan	verb	naar voren gaan
vooruitgaand	=	vooruitgaan
vooruitgaande	=	vooruitgaan
vooruitgaat	=	vooruitgaan
vooruitgang	noun	uitgang aan de voorkant
vooruitgangen	=	vooruitgang
vooruitgangetje	=	vooruitgang
vooruitgangsdenken	noun	het idee dat technologische vernieuwing de mensheid uiteindelijk zal verlossen uit elk voorspelbaar leiden
vooruitgangsgeloof	noun	het geloof in de vooruitgang van de menselijke beschaving
vooruitgangsgeloven	=	vooruitgangsgeloof
vooruitgeblikt	=	vooruitblikken
vooruitgedacht	=	vooruitdenken
vooruitgegaan	=	vooruitgaan
vooruitgeholpen	=	vooruithelpen
vooruitgekeken	=	vooruitkijken
vooruitgekomen	=	vooruitkomen
vooruitgelopen	=	vooruitlopen
vooruitgereden	=	vooruitrijden
vooruitgesneld	=	vooruitsnellen
vooruitgesnelde	=	vooruitsnellen
vooruitgespoeld	=	vooruitspoelen
vooruitgespoelde	=	vooruitspoelen
vooruitgesprongen	=	vooruitspringen
vooruitgestoken	=	vooruitsteken
vooruitgevlogen	=	vooruitvliegen
vooruitgeworpen	=	vooruitwerpen
vooruitgezet	=	vooruitzetten
vooruitgezette	=	vooruitzetten
vooruitgezien	=	vooruitzien
vooruitging	=	vooruitgaan
vooruitginge	=	vooruitgaan
vooruitgingen	=	vooruitgaan
vooruitgingt	=	vooruitgaan
vooruithelp	=	vooruithelpen
vooruithelpe	=	vooruithelpen
vooruithelpen	verb	helpen om verder te komen
vooruithelpend	=	vooruithelpen
vooruithelpende	=	vooruithelpen
vooruithelpt	=	vooruithelpen
vooruithielp	=	vooruithelpen
vooruithielpe	=	vooruithelpen
vooruithielpen	=	vooruithelpen
vooruithielpt	=	vooruithelpen
vooruitkeek	=	vooruitkijken
vooruitkeekt	=	vooruitkijken
vooruitkeke	=	vooruitkijken
vooruitkeken	=	vooruitkijken
vooruitkijk	=	vooruitkijken
vooruitkijke	=	vooruitkijken
vooruitkijken	verb	naar voren kijken
vooruitkijkend	=	vooruitkijken
vooruitkijkende	=	vooruitkijken
vooruitkijkt	=	vooruitkijken
vooruitkom	=	vooruitkomen
vooruitkome	=	vooruitkomen
vooruitkomen	verb	vorderingen maken op weg naar iets
vooruitkomend	=	vooruitkomen
vooruitkomende	=	vooruitkomen
vooruitkomt	=	vooruitkomen
vooruitkwaamt	=	vooruitkomen
vooruitkwam	=	vooruitkomen
vooruitkwamen	=	vooruitkomen
vooruitliep	=	vooruitlopen
vooruitliepe	=	vooruitlopen
vooruitliepen	=	vooruitlopen
vooruitliept	=	vooruitlopen
vooruitloop	=	vooruitlopen
vooruitloopt	=	vooruitlopen
vooruitlope	=	vooruitlopen
vooruitlopen	verb	anticiperen op.
vooruitlopend	=	vooruitlopen
vooruitlopende	=	vooruitlopen
vooruitreden	=	vooruitrijden
vooruitreed	=	vooruitrijden
vooruitrij	=	vooruitrijden
vooruitrijd	=	vooruitrijden
vooruitrijde	=	vooruitrijden
vooruitrijden	verb	voor anderen uitrijden
vooruitrijdend	=	vooruitrijden
vooruitrijdende	=	vooruitrijden
vooruitrijdt	=	vooruitrijden
vooruitsnel	=	vooruitsnellen
vooruitsnelde	=	vooruitsnellen
vooruitsnelden	=	vooruitsnellen
vooruitsnelle	=	vooruitsnellen
vooruitsnellen	verb	met grote vaart voorwaarts bewegen
vooruitsnellend	=	vooruitsnellen
vooruitsnellende	=	vooruitsnellen
vooruitsnelt	=	vooruitsnellen
vooruitspoel	=	vooruitspoelen
vooruitspoelde	=	vooruitspoelen
vooruitspoelden	=	vooruitspoelen
vooruitspoele	=	vooruitspoelen
vooruitspoelen	verb	snel een film, geluidsopname of sequentieel bestand in voorwaarste richting doorlopen
vooruitspoelend	=	vooruitspoelen
vooruitspoelende	=	vooruitspoelen
vooruitspoelt	=	vooruitspoelen
vooruitspring	=	vooruitspringen
vooruitspringe	=	vooruitspringen
vooruitspringen	verb	naar voren steken, een uitsteeksel vormen
vooruitspringend	=	vooruitspringen
vooruitspringende	=	vooruitspringen
vooruitspringt	=	vooruitspringen
vooruitsprong	=	vooruitspringen
vooruitsprongen	=	vooruitspringen
vooruitstaakt	=	vooruitsteken
vooruitstak	=	vooruitsteken
vooruitstaken	=	vooruitsteken
vooruitsteek	=	vooruitsteken
vooruitsteekt	=	vooruitsteken
vooruitsteke	=	vooruitsteken
vooruitsteken	verb	zo ver als mogelijk in voorwaartse richting strekken
vooruitstekend	adj	naar voren wijzend; meer naar voren dan de omgeving
vooruitstekende	=	vooruitsteken
vooruitstekends	=	vooruitstekend
vooruitstrevend	adj	als je een voorvechter bent van vernieuwing en vooruitgang
vooruitstrevender	=	vooruitstrevend
vooruitstrevendere	=	vooruitstrevend
vooruitstrevenders	=	vooruitstrevend
vooruitstrevendheid	noun	het vooruitstrevend zijn
vooruitstrevends	=	vooruitstrevend
vooruitstrevendst	=	vooruitstrevend
vooruitstrevendste	=	vooruitstrevend
vooruitvliegen	verb	in voorwaartse richting door de lucht gaan
vooruitvliegend	=	vooruitvliegen
vooruitwerp	=	vooruitwerpen
vooruitwerpe	=	vooruitwerpen
vooruitwerpen	verb	naar voren werpen
vooruitwerpend	=	vooruitwerpen
vooruitwerpende	=	vooruitwerpen
vooruitwerpt	=	vooruitwerpen
vooruitwierp	=	vooruitwerpen
vooruitwierpen	=	vooruitwerpen
vooruitzag	=	vooruitzien
vooruitzagen	=	vooruitzien
vooruitzet	=	vooruitzetten
vooruitzette	=	vooruitzetten
vooruitzetten	verb	naar voren zetten
vooruitzettend	=	vooruitzetten
vooruitzettende	=	vooruitzetten
vooruitzicht	noun	datgene wat men redelijkerwijs te verwachten heeft in de naaste toekomst
vooruitzichten	=	vooruitzicht
vooruitzichtje	=	vooruitzicht
vooruitzie	=	vooruitzien
vooruitzien	verb	naar het toekomstige kijken.	noun	naar het toekomstige kijken.
vooruitziend	adj	rekening houdend met de toekomst
vooruitziende	=	vooruitzien
vooruitziender	=	vooruitziend
vooruitziendere	=	vooruitziend
vooruitzienders	=	vooruitziend
vooruitziendheid	noun	het voorspellen van toekomstige gebeurtenissen
vooruitziends	=	vooruitziend
vooruitziendst	=	vooruitziend
vooruitziendste	=	vooruitziend
vooruitziet	=	vooruitzien
voorvader	noun	mannelijk persoon van wie een volk, een clan of een familie afstamt; ook bij dieren
voorvaderen	=	voorvader
voorvaderlijk	adj	zoals bij de voorvaderen (lang geleden)
voorvaderlijke	=	voorvaderlijk
voorvaderlijker	=	voorvaderlijk
voorvaderlijkere	=	voorvaderlijk
voorvaderlijkers	=	voorvaderlijk
voorvaderlijks	=	voorvaderlijk
voorvaderlijkst	=	voorvaderlijk
voorvaderlijkste	=	voorvaderlijk
voorvaders	=	voorvader
voorvadertje	=	voorvader
voorvadertjes	=	voorvader
voorvak	noun	ruimte aan de voorkant van een tas
voorvakje	=	voorvak
voorvakjes	=	voorvak
voorvakken	=	voorvak
voorval	noun	een onverwachte, uitzonderlijke, opmerkelijke gebeurtenis
voorvalle	=	voorvallen
voorvallen	verb	bij verrassing of ongeluk gebeuren
voorvallend	=	voorvallen
voorvallende	=	voorvallen
voorvalletje	=	voorval
voorvalletjes	=	voorval
voorvalt	=	voorvallen
voorvechter	noun|figurative	iemand die ergens een voorstander van is en zich daarvoor actief inzet
voorvechters	=	voorvechter
voorvechtertje	=	voorvechter
voorvechtertjes	=	voorvechter
voorvechtster	noun	vrouw die ergens een voorstander van is en zich daarvoor actief inzet
voorvechtsters	=	voorvechtster
voorvechtstertje	=	voorvechtster
voorverkiezing	noun	een verkiezing van de kandidaten die mogen meedoen met de volgende verkiezing
voorverkiezingen	=	voorverkiezing
voorverkocht	=	voorverkopen
voorverkochten	=	voorverkopen
voorverkoop	noun	verkoop van producten (meestal gaat het om toegangskaarten) voordat de verkoop officieel start, zodat de consument verzekerd is dat het product nog niet is uitverkocht
voorverkoopadres	noun	een plek waar voorverkoop plaatsvindt
voorverkoopadresje	=	voorverkoopadres
voorverkoopadresjes	=	voorverkoopadres
voorverkoopadressen	=	voorverkoopadres
voorverkoopt	=	voorverkopen
voorverkope	=	voorverkopen
voorverkopen	verb	verkopen voor het officiële moment
voorverkopend	=	voorverkopen
voorverkopende	=	voorverkopen
voorverpakt	adj	dat is al is ingepakt voordat het verkocht wordt
voorverpakte	=	voorverpakt
voorverpakts	=	voorverpakt
voorversing	noun	dat gedeelte van een nieuwe zeedijk, waarmede de te bedijken schorren het eerst van de zee worden afgesloten
voorversingen	=	voorversing
voorversterker	noun	versterker die het ingevoerde signaal corrigeert en versterkt doorgeeft aan de eindversterker
voorversterkers	=	voorversterker
voorversterkertje	=	voorversterker
voorversterkertjes	=	voorversterker
voorvertone	=	voorvertonen
voorvertonen	verb	voor het officiële begin alvast vertonen
voorvertonend	=	voorvertonen
voorvertonende	=	voorvertonen
voorvertoning	noun	iets eerder laten zien dan de officiële première
voorvertoningen	=	voorvertoning
voorvertoon	=	voorvertonen
voorvertoond	=	voorvertonen
voorvertoonde	=	voorvertonen
voorvertoonden	=	voorvertonen
voorvertoont	=	voorvertonen
voorvertrek	noun	een ruimte in een gebouw dat gelegen is voor een belangrijker vertrek
voorvertrekken	=	voorvertrek
voorverwarm	=	voorverwarmen
voorverwarmd	=	voorverwarmen
voorverwarmde	=	voorverwarmen
voorverwarmden	=	voorverwarmen
voorverwarme	=	voorverwarmen
voorverwarmen	verb	het vooraf warm maken
voorverwarmend	=	voorverwarmen
voorverwarmende	=	voorverwarmen
voorverwarmt	=	voorverwarmen
voorviel	=	voorvallen
voorvielen	=	voorvallen
voorvielt	=	voorvallen
voorvinger	noun	vinger naast de duim
voorvingers	=	voorvinger
voorvleugel	noun	de voorste (bovenliggende) twee van vier vleugels
voorvleugels	=	voorvleugel
voorvocht	noun	een helder vocht dat bij seksuele opwinding uit de penis kan komen zonder dat de man klaarkomt, en ook zonder dat een erectie hoeft op te treden
voorvoegsel	noun	een gebonden morfeem dat voor een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen
voorvoegsels	=	voorvoegsel
voorvoegseltje	=	voorvoegsel
voorvoegseltjes	=	voorvoegsel
voorvoel	=	voorvoelen
voorvoeld	=	voorvoelen
voorvoelde	=	voorvoelen
voorvoelden	=	voorvoelen
voorvoele	=	voorvoelen
voorvoelen	verb	verwachten hoe iets in de toekomst zal gaan
voorvoelend	=	voorvoelen
voorvoelende	=	voorvoelen
voorvoelt	=	voorvoelen
voorvoet	noun	deel van de voeten dat bestaat uit de tenen en de bal van de voet
voorvoeten	=	voorvoet
voorvoetje	=	voorvoet
voorvoetjes	=	voorvoet
voorvork	noun	vork waarin het voorwiel van een rijwiel (step, fiets, bromfiets of motorrijwiel) hangt
voorvorken	=	voorvork
voorwaar	adv	inderdaad, wezenlijk, stellig, voorzeker
voorwaarde	noun	omstandigheid die noodzakelijk is of gemaakt wordt wil iets anders plaats of geldigheid hebben
voorwaardelijk	adj	waaraan voorwaarden kleven
voorwaardelijke	=	voorwaardelijk
voorwaardelijker	=	voorwaardelijk
voorwaardelijkere	=	voorwaardelijk
voorwaardelijkers	=	voorwaardelijk
voorwaardelijks	=	voorwaardelijk
voorwaardelijkst	=	voorwaardelijk
voorwaardelijkste	=	voorwaardelijk
voorwaarden	=	voorwaarde
voorwaardenscheppend	adj	gericht op het creëren van gunstiger omstandigheden
voorwaardenscheppende	=	voorwaardenscheppend
voorwaardenscheppender	=	voorwaardenscheppend
voorwaardenscheppendere	=	voorwaardenscheppend
voorwaardenscheppenders	=	voorwaardenscheppend
voorwaardenscheppends	=	voorwaardenscheppend
voorwaardenscheppendst	=	voorwaardenscheppend
voorwaardenscheppendste	=	voorwaardenscheppend
voorwaardetje	=	voorwaarde
voorwaarschuwing	noun	mededeling dat er misschien iets naars gaat gebeuren
voorwaarschuwingen	=	voorwaarschuwing
voorwaarts	adj	in een richting die naar de voorkant wijst	adv	in voorwaartse richting, vooruit
voorwaartse	=	voorwaarts
voorwacht	noun	wielrenners die tijdens een wedstrijd voorop rijden
voorwachten	=	voorwacht
voorwagen	noun	een kar die een kanon of affuit voorttrekt
voorwagens	=	voorwagen
voorwal	noun	een lagere, aarden verhoging voor de hoofdverdediging
voorwallen	=	voorwal
voorwalletje	=	voorwal
voorwalletjes	=	voorwal
voorwas	noun	was die aan de hoofdwas voorafgaat
voorwasje	=	voorwas
voorwasjes	=	voorwas
voorwasmiddel	noun	speciaal wasmiddel voor de voorwas
voorwasmiddelen	=	voorwasmiddel
voorwasse	=	voorwassen
voorwassen	verb	eerste wasgang geven vóór de hoofdwas
voorwassend	=	voorwassen
voorwassende	=	voorwassen
voorwast	=	voorwassen
voorwaste	=	voorwassen
voorwasten	=	voorwassen
voorwend	=	voorwenden
voorwendde	=	voorwenden
voorwendden	=	voorwenden
voorwende	noun	oude naam voor de dijk langs een rivier bij een rivierpolder
voorwenden	verb	net doen alsof
voorwendend	=	voorwenden
voorwendende	=	voorwenden
voorwendes	=	voorwende
voorwending	noun	het voorwenden of voorgeven van iets (vaak een smoes of valse reden) om een bepaalde indruk te wekken of onder iets uit te komen.
voorwendingen	=	voorwending
voorwendinkje	=	voorwending
voorwendinkjes	=	voorwending
voorwendsel	noun	wat voorgewend wordt
voorwendselen	=	voorwendsel
voorwendsels	=	voorwendsel
voorwendseltje	=	voorwendsel
voorwendseltjes	=	voorwendsel
voorwendt	=	voorwenden
voorwereld	noun	wereld zoals die heel lang geleden was
voorwerelden	=	voorwereld
voorwereldje	=	voorwereld
voorwereldjes	=	voorwereld
voorwereldlijk	adj	van iets dat het van heel erg lang geleden is; letterlijk voordat de wereld werd geschapen
voorwereldlijke	=	voorwereldlijk
voorwereldlijker	=	voorwereldlijk
voorwereldlijkere	=	voorwereldlijk
voorwereldlijkers	=	voorwereldlijk
voorwereldlijks	=	voorwereldlijk
voorwereldlijkst	=	voorwereldlijk
voorwereldlijkste	=	voorwereldlijk
voorwerk	noun	voorbereidende activiteiten
voorwerke	=	voorwerken
voorwerken	verb	werkzaamheden verrichten ter voorbereiding op de eigenlijke bewerking
voorwerkend	=	voorwerken
voorwerkende	=	voorwerken
voorwerker	noun	leidinggevende van een ploeg arbeiders
voorwerkers	=	voorwerker
voorwerkje	=	voorwerk
voorwerkt	=	voorwerken
voorwerkte	=	voorwerken
voorwerkten	=	voorwerken
voorwerp	noun	een object, iets dat fysiek bestaat
voorwerpe	=	voorwerpen
voorwerpelijk	adj	gericht op het voorwerp of de zaak zelf, los van persoonlijke gevoelens of meningen
voorwerpelijke	=	voorwerpelijk
voorwerpelijker	=	voorwerpelijk
voorwerpelijkere	=	voorwerpelijk
voorwerpelijkers	=	voorwerpelijk
voorwerpelijks	=	voorwerpelijk
voorwerpelijkst	=	voorwerpelijk
voorwerpelijkste	=	voorwerpelijk
voorwerpen	verb	verwijten
voorwerpend	=	voorwerpen
voorwerpende	=	voorwerpen
voorwerpgrap	noun	een grap gemaakt door middel van een voorwerp
voorwerpgrapje	=	voorwerpgrap
voorwerpgrapjes	=	voorwerpgrap
voorwerpgrappen	=	voorwerpgrap
voorwerpje	=	voorwerp
voorwerpjes	=	voorwerp
voorwerpsafstand	noun	afstand tussen het voorwerp en het midden van een lens of spiegel
voorwerpsafstanden	=	voorwerpsafstand
voorwerpspunt	noun	plaats van een voorwerp ten opzichte van het spiegelend of brekend oppervlak
voorwerpspunten	=	voorwerpspunt
voorwerpspuntje	=	voorwerpspunt
voorwerpspuntjes	=	voorwerpspunt
voorwerpsvorm	noun	de specifieke vorm die een woord aanneemt in de functie van grammaticaal object van de zin
voorwerpsvormen	=	voorwerpsvorm
voorwerpt	=	voorwerpen
voorwetenschap	noun	voorkennis ofwel kennis van iets vóórdat het gebeuren zal of gebeurd is
voorwetenschappelijk	adj	betrekking hebbend op kennis of informatie die nog niet wetenschappelijk is onderzocht of geverifieerd, maar wel potentieel relevant kan zijn
voorwetenschappelijke	=	voorwetenschappelijk
voorwetenschappelijker	=	voorwetenschappelijk
voorwetenschappelijkere	=	voorwetenschappelijk
voorwetenschappelijkers	=	voorwetenschappelijk
voorwetenschappelijks	=	voorwetenschappelijk
voorwetenschappelijkst	=	voorwetenschappelijk
voorwetenschappelijkste	=	voorwetenschappelijk
voorwetenschappen	=	voorwetenschap
voorwiel	noun	voorste of elk van de voorste wielen van een voertuig (met wielen)
voorwielaandrijving	noun	een soort van aandrijfmechanisme, waarbij de motorkracht uitsluitend op de voorwielen wordt uitgeoefend
voorwielaandrijvingen	=	voorwielaandrijving
voorwielaandrijvinkje	=	voorwielaandrijving
voorwielaandrijvinkjes	=	voorwielaandrijving
voorwielen	=	voorwiel
voorwieletje	=	voorwiel
voorwielophanging	noun	de ophanging van de voorwielen b.v. onafhankelijke voorwielophanging
voorwielophangingen	=	voorwielophanging
voorwielophanginkje	=	voorwielophanging
voorwielophanginkjes	=	voorwielophanging
voorwieltje	=	voorwiel
voorwieltjes	=	voorwiel
voorwierp	=	voorwerpen
voorwierpen	=	voorwerpen
voorwoning	noun	Een voorwoning is de woning of het gedeelte van een gebouw dat direct aan de straat- of voorzijde is gelegen.
voorwoningen	=	voorwoning
voorwoninkje	=	voorwoning
voorwoninkjes	=	voorwoning
voorwoord	noun	een persoonlijk getinte tekst vooraf in een boek e.d., meestal bedoeld als inleiding
voorwoorden	=	voorwoord
voorwoordje	=	voorwoord
voorwoordjes	=	voorwoord
voorzaagt	=	voorzien
voorzaat	noun	persoon waar men van afstamt
voorzaatje	=	voorzaat
voorzaatjes	=	voorzaat
voorzag	=	voorzien
voorzage	=	voorzien
voorzagen	=	voorzien
voorzang	noun	een lied dat gezongen wordt voordat de mis is begonnen
voorzangen	=	voorzang
voorzanger	noun	zanger die bij een optreden iets zingt, waarop een koor hetzelfde zingt of een gezongen antwoord geeft
voorzangeres	=	voorzanger
voorzangers	=	voorzanger
voorzangertje	=	voorzanger
voorzangertjes	=	voorzanger
voorzat	=	voorzitten
voorzate	=	voorzitten
voorzaten	=	voorzitten
voorzeg	=	voorzeggen
voorzegd	=	voorzeggen
voorzegde	=	voorzeggen
voorzegden	=	voorzeggen
voorzegge	=	voorzeggen
voorzeggen	verb	stiekem iemand vertellen wat het antwoord op een vraag is die aan die persoon gesteld is
voorzeggend	=	voorzeggen
voorzeggende	=	voorzeggen
voorzegging	noun	influistering; de keer dat men iemand een antwoord voorzegt
voorzeggingen	=	voorzegging
voorzegginkje	=	voorzegging
voorzegginkjes	=	voorzegging
voorzegt	=	voorzeggen
voorzei	=	voorzeggen
voorzeide	=	voorzeggen
voorzeiden	=	voorzeggen
voorzeidt	=	voorzeggen
voorzeker	adv	met absolute zekerheid
voorzet	noun	trap of worp waardoor de bal bij een medespeler komt die kan scoren
voorzetje	=	voorzet
voorzetjes	=	voorzet
voorzetsel	noun	een onverbuigbaar woord dat de aard van de relatie tussen verschillende elementen in de zin aangeeft
voorzetselbepaling	noun	zinsdeel dat begint met een voorzetsel (zoals in, op, met, van, voor) en nadere informatie geeft over tijd, plaats, reden of wijze
voorzetselbepalingen	=	voorzetselbepaling
voorzetselbepalinkje	=	voorzetselbepaling
voorzetselbepalinkjes	=	voorzetselbepaling
voorzetselbijwoord	noun	een woord met de vorm van een voorzetsel maar met de functie van een bijwoord
voorzetselbijwoorden	=	voorzetselbijwoord
voorzetselbijwoordje	=	voorzetselbijwoord
voorzetselbijwoordjes	=	voorzetselbijwoord
voorzetsels	=	voorzetsel
voorzetseltje	=	voorzetsel
voorzetseltjes	=	voorzetsel
voorzetseluitdrukking	noun	een vaste combinatie van woorden die samen de functie van een voorzetsel vervult.
voorzetseluitdrukkingen	=	voorzetseluitdrukking
voorzetseluitdrukkinkje	=	voorzetseluitdrukking
voorzetseluitdrukkinkjes	=	voorzetseluitdrukking
voorzetselvoorwerp	noun	voorwerp voorafgegaan door een voorzetsel dat vast verbonden is met een bepaald werkwoord
voorzetselvoorwerpen	=	voorzetselvoorwerp
voorzetselvorm	noun	een verbogen vorm van een voorzetsel.
voorzetselvormen	=	voorzetselvorm
voorzetselvormpje	=	voorzetselvorm
voorzetselvormpjes	=	voorzetselvorm
voorzette	=	voorzetten
voorzetten	verb	eten of drinken opdienen
voorzettend	=	voorzetten
voorzettende	=	voorzetten
voorzicht	=	voorzichtigheid
voorzichtig	adj	op een oplettende, rustige manier	adv	op een oplettende, rustige manier
voorzichtige	=	voorzichtig
voorzichtiger	=	voorzichtig
voorzichtigere	=	voorzichtig
voorzichtigers	=	voorzichtig
voorzichtigheden	=	voorzichtigheid
voorzichtigheid	noun	het voorzichtig zijn
voorzichtigheidshalve	adv	uit voorzichtigheid
voorzichtigs	=	voorzichtig
voorzichtigst	=	voorzichtig
voorzichtigste	=	voorzichtig
voorzichtjes	adv	op voorzichtige wijze
voorzie	=	voorzien
voorzien	verb	herkennen als toekomstige ontwikkeling, zien aankomen
voorzienbaar	adj	van iets dat men het kan voorspellen
voorzienbaarder	=	voorzienbaar
voorzienbaardere	=	voorzienbaar
voorzienbaarders	=	voorzienbaar
voorzienbaars	=	voorzienbaar
voorzienbaarst	=	voorzienbaar
voorzienbaarste	=	voorzienbaar
voorzienbare	=	voorzienbaar
voorziend	=	voorzien
voorziende	=	voorzien
voorziene	=	voorzien
voorzienig	adj	vooruitziend, voorzichtig
voorzienige	=	voorzienig
voorzieniger	=	voorzienig
voorzienigere	=	voorzienig
voorzienigers	=	voorzienig
voorzienigheden	=	voorzienigheid
voorzienigheid	noun	de almachtige kracht van een god die zorgt dat alles gebeurt zoals het gebeurt
voorzienigs	=	voorzienig
voorzienigst	=	voorzienig
voorzienigste	=	voorzienig
voorziening	noun	een maatregel om in iets te voorzien
voorzieningen	=	voorziening
voorzieningenaanbod	noun	het geheel aan diensten en producten dat beschikbaar is om mensen te ondersteunen
voorzieningenniveau	noun	het aanbod van diensten en activiteiten die de bedrijvigheid of het leven in een bepaald gebied ondersteunen of plezieriger maken
voorzieningenniveaus	=	voorzieningenniveau
voorzieningenrechter	noun	rechter in een kort geding
voorzieningenrechters	=	voorzieningenrechter
voorzieninkje	=	voorziening
voorzieninkjes	=	voorziening
voorziens	=	voorzien
voorziet	=	voorzien
voorzij	noun	een van de zijden van een voorwerp, namelijk dewelke naar voren gericht is
voorzijde	noun	voorkant, front, voorgevel.
voorzijden	=	voorzijde
voorzijdes	=	voorzijde
voorzijdetje	=	voorzijde
voorzijdetjes	=	voorzijde
voorzing	=	voorzingen
voorzinge	=	voorzingen
voorzingen	verb	voorgaan met zingen
voorzingend	=	voorzingen
voorzingende	=	voorzingen
voorzingt	=	voorzingen
voorzit	=	voorzitten
voorzitster	noun	leidster van een organisatie
voorzitsters	=	voorzitster
voorzitstertje	=	voorzitster
voorzitstertjes	=	voorzitster
voorzitte	=	voorzitten
voorzitten	verb	leiding geven aan een vergadering
voorzittend	=	voorzitten
voorzittende	=	voorzitten
voorzitter	noun	hoofd van een bestuur, leider van een vergadering
voorzitters	=	voorzitter
voorzitterschap	noun	het voorzitter zijn
voorzitterschapje	=	voorzitterschap
voorzitterschapjes	=	voorzitterschap
voorzitterschappen	=	voorzitterschap
voorzittersduo	noun	twee personen die samen een organisatie leiden
voorzittersduo's	=	voorzittersduo
voorzittersfunctie	noun	het ambt van voorzitter; de baan als voorzitter
voorzittersfuncties	=	voorzittersfunctie
voorzittershamer	noun	houten hamer waar een voorzitter op een tafel kan tikken bij het begin en einde van een vergadering of om de aandacht te trekken als er een ordeverstoring is
voorzittershamers	=	voorzittershamer
voorzittershamertje	=	voorzittershamer
voorzittershamertjes	=	voorzittershamer
voorzittertje	=	voorzitter
voorzittertjes	=	voorzitter
voorzomer	noun	eerste deel van de zomer
voorzomers	adj	betrekking hebbend op de tijd vlak voor de zomer
voorzomerse	=	voorzomers
voorzong	=	voorzingen
voorzongen	=	voorzingen
voorzorg	noun	het zorgen van tevoren om eventueel onheil of ongemak te voorkomen
voorzorgbeginsel	=	voorzorgsbeginsel
voorzorgen	=	voorzorg
voorzorgje	=	voorzorg
voorzorgsbeginsel	noun	het beginsel dat stelt dat als een ingreep of een beleidsmaatregel ernstige of onomkeerbare schade kan veroorzaken aan de samenleving of het milieu, de bewijslast ligt bij de voorstanders van de ingreep of de maatregel als er geen wetenschappelijke consensus bestaat over de toekomstige schade
voorzorgsbeginselen	=	voorzorgsbeginsel
voorzorgsbeginsels	=	voorzorgsbeginsel
voorzorgslanding	noun	een landing die een vliegtuig maakt uit veiligheidsoverwegingen, meestal vanwege een technisch mankement of een minder ernstige onvoorziene situatie.
voorzorgslandingen	=	voorzorgslanding
voorzorgslandinkje	=	voorzorgslanding
voorzorgslandinkjes	=	voorzorgslanding
voorzorgsmaatregel	noun	een handeling die je vooraf doet om te zorgen dat iets vervelends later niet kan gebeuren, vaak gedaan onder het motto 'voorkomen is beter dan genezen'
voorzorgsmaatregelen	=	voorzorgsmaatregel
voorzorgsmaatregels	=	voorzorgsmaatregel
voorzorgsprincipe	noun	het beginsel dat stelt dat als een ingreep of een beleidsmaatregel ernstige of onomkeerbare schade kan veroorzaken aan de samenleving of het milieu, de bewijslast ligt bij de voorstanders van de ingreep of de maatregel als er geen wetenschappelijke consensus bestaat over de toekomstige schade
voorzorgsprincipes	=	voorzorgsprincipe
voorzéggen	=	voorzeggen
voos	adj	zonder stevigheid	noun|obsolete	stem
voosch	=	voos
voosde	=	vozen
voosden	=	vozen
voosheden	=	voosheid
voosheid	noun	het zonder kracht of wezenlijke inhoud zijn
voosje	=	voos
voosjes	=	voos
voost	=	voos
vooste	=	voos
vooys	=	voois
vop	noun	afkorting voetgangersoversteekplaats
vop's	=	vop
vopo	noun	politieagent uit de vormalige DDR
vopo's	=	vopo
vops	=	vop
voraciteit	noun	vraatzucht, gulzigheid
vorarlbergs	adj	wat afkomstig is uit Vorarlberg, de westelijkste deelstaat van Oostenrijk
vorarlbergse	noun	een vrouwelijke inwoner van Vorarlberg, of een vrouw afkomstig uit Vorarlberg
vorarlbergsen	=	vorarlbergse
vorarlbergser	=	vorarlbergs
vorarlbergsere	=	vorarlbergs
vorarlbergsers	=	vorarlbergs
vorder	=	vorderen
vorderbaar	adj	dat iemand het recht heeft om de betaling of nakoming van een schuld direct op te eisen, vaak juridisch of fiscaa
vorderbaarder	=	vorderbaar
vorderbaardere	=	vorderbaar
vorderbaarders	=	vorderbaar
vorderbaars	=	vorderbaar
vorderbaarst	=	vorderbaar
vorderbaarste	=	vorderbaar
vorderbare	=	vorderbaar
vorderde	=	vorderen
vorderden	=	vorderen
vordere	=	vorderen
vorderen	verb	vooruitgang boeken
vorderend	=	vorderen
vorderende	=	vorderen
vordering	noun	een voortgang, vooruitgang, progressie
vorderingen	=	vordering
vorderingetje	=	vordering
vorderingetjes	=	vordering
vorderingswet	noun	een door de overheid opgestelde regel om materialen of geld in bepaalde omstandigheden te kunnen opeisen
vorderingswetten	=	vorderingswet
vordert	=	vorderen
vore	noun	lange, smalle en ondiepe insnijding in een akker, gewoonlijk door een ploeg aangebracht	adv|obsolete	voor bw
voren	adv	van ~: aan of van de voorzijde	noun	benaming voor sommige zoetwatervissen uit het geslacht Cyprinidae met rode vinnen, vooral gebruikt voor de blankvoorn en de rietvoorn
vorenpakker	noun	een landbouwwerktuig voor met name de zandgrond dat in dezelfde werkgang van de ploeg de voor in het geploegde land aandrukt.
vorenpakkers	=	vorenpakker
vorenpakkertje	=	vorenpakker
vorenpakkertjes	=	vorenpakker
vorens	=	voren
vorenstaand	adj	voorgaand ter sprake gekomen, vermeld of weergegeven
vorenstaande	=	vorenstaand
vorenstaands	=	vorenstaand
vorentje	=	voren
vorentjes	=	voren
vorig	adj	degene die of datgene dat eerder een positie innam.
vorige	=	vorig
vorigs	=	vorig
vork	noun	aftakking van een boomtak of van een weg
vorkbeen	noun	V-vormig bot vooraan de romp van vogels, gevormd uit de vergroeide botten die bij een mens sleutelbeen heten
vorkbeenderen	=	vorkbeen
vorkbeentje	=	vorkbeen
vorkbeentjes	=	vorkbeen
vorkbenen	=	vorkbeen
vorkbliksem	noun	bliksem die meerdere taken heeft en gevorkt is
vorkbliksempje	=	vorkbliksem
vorkbliksempjes	=	vorkbliksem
vorkbliksems	=	vorkbliksem
vorken	=	vork
vorkheftruck	noun	voertuig met een hefinrichting in de vorm van een tweetandige vork die beladen pallets kan optillen en vervoeren
vorkheftrucks	=	vorkheftruck
vorkje	=	vork
vorkjes	=	vork
vorkkameleon	noun	Calumma furcifer een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
vorkkameleonnetje	=	vorkkameleon
vorkkameleonnetjes	=	vorkkameleon
vorkkameleons	=	vorkkameleon
vorklift	noun	wagen met een vorkvormige hefinrichting aan de voorzijde
vorkliften	=	vorklift
vorkplaat	noun	een paddenstoel
vorkplaathoutzwam	noun	Lenzites warnieri een schimmel uit de familie Polyporaceae.
vorkplaathoutzwammen	=	vorkplaathoutzwam
vorkplaathoutzwammetje	=	vorkplaathoutzwam
vorkplaathoutzwammetjes	=	vorkplaathoutzwam
vorkplaatje	=	vorkplaat
vorkplaatjes	=	vorkplaat
vorkplaatrussula	noun	Russula heterophylla een paddenstoel uit de familie Russulaceae.
vorkplaatrussula's	=	vorkplaatrussula
vorkplaatrussulaatje	=	vorkplaatrussula
vorkplaatrussulaatjes	=	vorkplaatrussula
vorkplaten	=	vorkplaat
vorkstaart	noun	dier met een staart als een vork
vorkstaartbosnimf	noun	Thalurania furcata een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vorkstaartbosnimfen	=	vorkstaartbosnimf
vorkstaartbosnimfje	=	vorkstaartbosnimf
vorkstaartbosnimfjes	=	vorkstaartbosnimf
vorkstaartdrongokoekoek	noun	Surniculus dicruroides een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
vorkstaartdrongokoekoeken	=	vorkstaartdrongokoekoek
vorkstaartdrongokoekoekje	=	vorkstaartdrongokoekoek
vorkstaartdrongokoekoekjes	=	vorkstaartdrongokoekoek
vorkstaarten	noun	een geslacht Enicurus van zangvogels uit de familie Muscicapidae.
vorkstaarthoen	noun	Gallus varius een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
vorkstaarthoenderen	=	vorkstaarthoen
vorkstaarthoenders	=	vorkstaarthoen
vorkstaarthoendertje	=	vorkstaarthoen
vorkstaarthoendertjes	=	vorkstaarthoen
vorkstaarthoningzuiger	noun	Aethopyga christinae een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
vorkstaarthoningzuigers	=	vorkstaarthoningzuiger
vorkstaarthoningzuigertje	=	vorkstaarthoningzuiger
vorkstaarthoningzuigertjes	=	vorkstaarthoningzuiger
vorkstaartje	=	vorkstaart
vorkstaartjes	=	vorkstaart
vorkstaartkoningstiran	noun	Tyrannus savana een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
vorkstaartkoningstirannen	=	vorkstaartkoningstiran
vorkstaartkoningstirannetje	=	vorkstaartkoningstiran
vorkstaartkoningstirannetjes	=	vorkstaartkoningstiran
vorkstaartmeeuw	noun	Xema sabini een kleine meeuw uit de Arctis
vorkstaartmeeuwen	noun	een geslacht Xema van vogels uit de familie meeuwen (Laridae).
vorkstaartmeeuwtje	=	vorkstaartmeeuw
vorkstaartmeeuwtjes	=	vorkstaartmeeuw
vorkstaartnachtzwaluw	noun	Uropsalis segmentata een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
vorkstaartnachtzwaluwen	=	vorkstaartnachtzwaluw
vorkstaartnachtzwaluwtje	=	vorkstaartnachtzwaluw
vorkstaartnachtzwaluwtjes	=	vorkstaartnachtzwaluw
vorkstaartplevier	noun	Glareola pratincola een vogel uit de familie der renvogels en vorkstaartplevieren (Glareolidae)
vorkstaartplevieren	=	vorkstaartplevier
vorkstaartpleviertje	=	vorkstaartplevier
vorkstaartpleviertjes	=	vorkstaartplevier
vorkstaartscharrelaar	noun	Coracias caudatus een soort scharrelaar die -zoals de Nederlandse naam al aangeeft- een lange gevorkte staart heeft.
vorkstaartscharrelaars	=	vorkstaartscharrelaar
vorkstaartscharrelaartje	=	vorkstaartscharrelaar
vorkstaartscharrelaartjes	=	vorkstaartscharrelaar
vorkstaartsmaragdkolibrie	noun	Cynanthus canivetii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries) en de geslachtengroep Trochilini (briljantkolibries).
vorkstaartsmaragdkolibries	=	vorkstaartsmaragdkolibrie
vorkstaartsmaragdkolibrietje	=	vorkstaartsmaragdkolibrie
vorkstaartsmaragdkolibrietjes	=	vorkstaartsmaragdkolibrie
vorkstaarttodietiran	noun	Hemitriccus furcatus een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae)
vorkstaarttodietirannen	=	vorkstaarttodietiran
vorkstaarttodietirannetje	=	vorkstaarttodietiran
vorkstaarttodietirannetjes	=	vorkstaarttodietiran
vorkstreepmaki	noun	Phaner furcifer primaat uit de familie van de dwergmaki's (Cheirogaleidae).
vorkstreepmaki's	noun	een geslacht Phaner van lemuren uit de familie der dwergmaki's.
vorkstreepmakietje	=	vorkstreepmaki
vorkstreepmakietjes	=	vorkstreepmaki
vorktandzwemwormpje	noun	Nais elinguis een ringworm uit de familie van de Naididae.
vorktandzwemwormpjes	=	vorktandzwemwormpje
vorkvormig	adj	vorm van een vork hebbend
vorkvormige	=	vorkvormig
vorkvormiger	=	vorkvormig
vorkvormigere	=	vorkvormig
vorkvormigers	=	vorkvormig
vorkvormigs	=	vorkvormig
vorkvormigst	=	vorkvormig
vorkvormigste	=	vorkvormig
vorm	noun	ruimtelijke begrenzing van een voorwerp
vormbaar	adj	de mogelijkheid hebbend om de vorm te kunnen aanpassen
vormbaarder	=	vormbaar
vormbaardere	=	vormbaar
vormbaarders	=	vormbaar
vormbaars	=	vormbaar
vormbaarst	=	vormbaar
vormbaarste	=	vormbaar
vormbak	noun	mal voor het maken van bakstenen
vormbakje	=	vormbak
vormbakjes	=	vormbak
vormbakken	=	vormbak
vormbank	noun	een bank of tafel waarop mallen geplaatst worden waarin uit klei tegels of stenen gevormd worden die gebakken moeten worden.
vormbanken	=	vormbank
vormbare	=	vormbaar
vormbehoud	noun	het nog steeds zo goed kunnen presteren als de keer dat men zich gekwalificeerd heeft om deel te nemen aan een wedstrijd
vormcrises	=	vormcrisis
vormcrisis	noun	achteruitgang van de vorm van een sporter
vormcrisissen	=	vormcrisis
vormde	=	vormen
vormden	=	vormen
vorme	=	vormen
vormeis	noun	de limiet die is gesteld qua vormbehoud om mee te mogen doen aan een wedstrijd
vormeisen	=	vormeis
vormelijk	adj	heel erg stijf en formeel zich houden aan de regels van de etiquette
vormelijke	=	vormelijk
vormelijker	=	vormelijk
vormelijkere	=	vormelijk
vormelijkers	=	vormelijk
vormelijkheden	=	vormelijkheid
vormelijkheid	noun	afstandelijke beleefdheid
vormelijks	=	vormelijk
vormelijkst	=	vormelijk
vormelijkste	=	vormelijk
vormeling	noun	iemand die het vormsel ontvangt
vormelingen	=	vormeling
vormeloos	adj	zonder vorm
vormeloosheden	=	vormeloosheid
vormeloosheid	noun	het vormeloos zijn
vormeloost	=	vormeloos
vormelooste	=	vormeloos
vormeloze	=	vormeloos
vormelozer	=	vormeloos
vormelozere	=	vormeloos
vormelozers	=	vormeloos
vormen	verb	in de juiste vorm brengen
vormend	adj	bezig met iets te maken
vormende	=	vormen
vormender	=	vormend
vormendere	=	vormend
vormenders	=	vormend
vormends	=	vormend
vormendst	=	vormend
vormendste	=	vormend
vormenleer	=	vormleer
vormenrijkdom	noun	grote verscheidenheid aan uiterlijke verschijningsvormen
vormenrijkdommen	=	vormenrijkdom
vormentaal	noun	communicatie / uitdrukking met behulp van vormen en beelden
vormentalen	=	vormentaal
vormer	noun	iemand die iets maakt
vormers	=	vormer
vormfout	noun	een term uit de rechtspraak die duidt op een gemaakte fout in de procedure, volgens art. 359a Sv.
vormfouten	=	vormfout
vormfoutje	=	vormfout
vormfoutjes	=	vormfout
vormgaaft	=	vormgeven
vormgaf	=	vormgeven
vormgave	=	vormgeven
vormgaven	=	vormgeven
vormgeef	=	vormgeven
vormgeeft	=	vormgeven
vormgegeven	=	vormgeven
vormgeve	=	vormgeven
vormgeven	verb	bepalen hoe iets eruit gaat zien
vormgevend	=	vormgeven
vormgevende	=	vormgeven
vormgever	noun	iemand de het uiterlijk van een industrieel product bepaalt
vormgevers	=	vormgever
vormgeving	noun	het proces en het resultaat van ontwerpen van het uiterlijk
vormgevingen	=	vormgeving
vormgevinkje	=	vormgeving
vorming	noun	het ontstaan, het ontwikkelen, het maken.
vormingen	=	vorming
vormingsaanbod	noun	aanbod van cursussen, opleidingen en andere activiteiten die gericht zijn op de ontwikkeling en verrijking van kennis, vaardigheden of persoonlijke groei
vormingscursus	noun	een educatief programma gericht op de persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke vorming en het vergroten van inzicht en vaardigheden van deelnemers.
vormingscursusje	=	vormingscursus
vormingscursusjes	=	vormingscursus
vormingscursussen	=	vormingscursus
vormingsstation	noun	een terrein waar goederentreinen worden gesplitst en samengesteld
vormingsstationnetje	=	vormingsstation
vormingsstationnetjes	=	vormingsstation
vormingsstations	=	vormingsstation
vormingswarmte	noun	de hoeveelheid warmte (positief of negatief) die nodig is voor het vormen van één mol van een verbinding uitgaande van de elementen in hun meest stabiele vorm
vormingswarmtes	=	vormingswarmte
vormingswerker	noun	iemand die vormingswerk begeleidt
vormingswerkers	=	vormingswerker
vormingswerkertje	=	vormingswerker
vormingswerkertjes	=	vormingswerker
vorminkje	=	vorming
vorminkjes	=	vorming
vormleer	noun	de wetenschap of de kunde die betrekking heeft op de ruimtelijke begrenzing van een voorwerp
vormloos	adj	zonder vorm
vormloosheden	=	vormloosheid
vormloosheid	noun	het vormloos zijn
vormloost	=	vormloos
vormlooste	=	vormloos
vormloze	=	vormloos
vormlozer	=	vormloos
vormlozere	=	vormloos
vormlozers	=	vormloos
vormpje	=	vorm
vormpjes	=	vorm
vormsel	noun	sacrament waardoor een gedoopte de kracht van de Heilige Geest ontvangt om zijn geloof standvastig te kunnen belijden
vormsels	=	vormsel
vormseltje	=	vormsel
vormseltjes	=	vormsel
vormt	=	vormen
vormtechnisch	adj	betrekking hebbend de manier waarop een vorm is opgebouwd of gecreëerd
vormtechnische	=	vormtechnisch
vormtechnischer	=	vormtechnisch
vormtechnischere	=	vormtechnisch
vormtechnischers	=	vormtechnisch
vormvariant	noun	variant van een woord, die alleen qua vorm verschilt
vormvarianten	=	vormvariant
vormvast	adj	van een voorwerp dat de vorm niet meer veranderd kan worden
vormvaste	=	vormvast
vormvaster	=	vormvast
vormvastere	=	vormvast
vormvasters	=	vormvast
vormvasts	=	vormvast
vormvastst	=	vormvast
vormvastste	=	vormvast
vormverandering	noun	de wijziging in de uiterlijke gedaante, afmeting of structuur van een object, materiaal of organisme
vormveranderingen	=	vormverandering
vormveranderingetje	=	vormverandering
vormveranderingetjes	=	vormverandering
vors	=	vorsen
vorschen	=	vorsen
vorse	=	vorsen
vorsen	verb	onderzoek doen
vorsend	adj	bezig met iets te onderzoeken
vorsende	=	vorsen
vorsender	=	vorsend
vorsendere	=	vorsend
vorsenders	=	vorsend
vorsends	=	vorsend
vorsendst	=	vorsend
vorsendste	=	vorsend
vorser	noun	iemand die vorst, een wetenschappelijk onderzoeker
vorsers	=	vorser
vorskwab	noun	Raniceps raninus een bodembewonende (bentische) vis uit de familie van de kabeljauwen Gadidae.
vorskwabben	=	vorskwab
vorskwabbetje	=	vorskwab
vorskwabbetjes	=	vorskwab
vorst	noun	heersend edelman, bijvoorbeeld een koning, monarch of keizer
vorst-ww	noun	werkloosheidsuitkering die bouwbedrijven kunnen aanvragen als er door strenge vorst niet gewerkt kan worden
vorstbestendig	adj	bestand tegen vorst
vorstbestendige	=	vorstbestendig
vorstbestendiger	=	vorstbestendig
vorstbestendigere	=	vorstbestendig
vorstbestendigers	=	vorstbestendig
vorstbestendigs	=	vorstbestendig
vorstbestendigst	=	vorstbestendig
vorstbestendigste	=	vorstbestendig
vorstdag	noun	een dag met een minimumtemperatuur onder de 0,0 °C
vorstdagen	=	vorstdag
vorste	=	vorsen
vorstelijk	adj	zoals hoort bij een koning, royaal, groots, rijkelijk
vorstelijke	=	vorstelijk
vorstelijker	=	vorstelijk
vorstelijkere	=	vorstelijk
vorstelijkers	=	vorstelijk
vorstelijkheden	=	vorstelijkheid
vorstelijkheid	noun	de vorstelijke waardigheid
vorstelijks	=	vorstelijk
vorstelijkst	=	vorstelijk
vorstelijkste	=	vorstelijk
vorsten	=	vorst
vorstendom	noun	het gebied waar een vorst heerschappij over uitoefent; staat met een vorst of prins als staatshoofd
vorstendommen	=	vorstendom
vorstendommetje	=	vorstendom
vorstendommetjes	=	vorstendom
vorstendomtje	=	vorstendom
vorstenhof	noun	paleis van een regerend edelman
vorstenhoven	=	vorstenhof
vorstenhuis	noun	een familie waarbinnen het koningschap wordt overgeërfd
vorstenhuisje	=	vorstenhuis
vorstenhuisjes	=	vorstenhuis
vorstenhuizen	=	vorstenhuis
vorstig	adj	van het weer dat het koud en vriezend is
vorstige	=	vorstig
vorstiger	=	vorstig
vorstigere	=	vorstig
vorstigers	=	vorstig
vorstigs	=	vorstig
vorstigst	=	vorstig
vorstigste	=	vorstig
vorstin	noun	een vrouwelijke vorst
vorstinnen	=	vorstin
vorstinnetje	=	vorstin
vorstinnetjes	=	vorstin
vorstje	=	vorst
vorstjes	=	vorst
vorstperiode	noun	een tijdvak dat de temperaturen lager zijn van 0ᵒC zijn; tijdvak dat het vriest
vorstperioden	=	vorstperiode
vorstperiodes	=	vorstperiode
vorstschade	noun	schade ontstaan door bevriezing
vorstschaden	=	vorstschade
vorstschades	=	vorstschade
vorstverlet	noun	werkonderbreking door vorst met name bij werk dat in de buitenlucht moet worden verricht
vorstvrij	adj	van iets dat de temperatuur hoger blijft dan ᵒC en er dus geen ijsvorming kan plaatsvinden
vorstvrije	=	vorstvrij
vorstvrijer	=	vorstvrij
vorstvrijere	=	vorstvrij
vorstvrijers	=	vorstvrij
vorstvrijs	=	vorstvrij
vorstvrijst	=	vorstvrij
vorstvrijste	=	vorstvrij
vort	adj	zoekgeraakt, niet te vinden	adv	vooruit, verder
vorte	=	vort
vortex	noun	een draaiende beweging bijv. in een fluïdum
vortexdebietmeter	noun	een debietmeter waarbij de frequentie van kunstmatig opgewekte wervelingen in een stromend medium gebruikt worden om het debiet (de doorstroming) daarvan te bepalen
vortexdebietmeters	=	vortexdebietmeter
vortexdebietmetertje	=	vortexdebietmeter
vortexdebietmetertjes	=	vortexdebietmeter
vortexen	=	vortex
vortexje	=	vortex
vortexjes	=	vortex
vortices	=	vortex
vorts	=	vort
vos	noun	bepaald zoogdier, Vulpes vulpes, met bruinrode kleur en dikbehaarde staart
vosaap	noun	soort buideldier
vosapen	=	vosaap
vosch	=	vos
vosgraszanger	noun	Cisticola troglodytes een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
vosgraszangers	=	vosgraszanger
vosgraszangertje	=	vosgraszanger
vosgraszangertjes	=	vosgraszanger
voshaai	noun	Alopias vulpinus een haai uit de familie van de voshaaien, Alopiidae, orde van de makreelhaaien (Lamniformes)
voshaaien	noun	een familie Alopiidae uit de orde van de makreelhaaien (Lamniformes).
voshaaitje	=	voshaai
voshaaitjes	=	voshaai
vosje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort insect, Andrena fulva uit de bijen; ook de wetenschappelijke naam Andrena armata wordt soms gebruikt
vosjes	=	vos
voskleurig	adj	rood, kastanjebruin
voskleurige	=	voskleurig
voskleuriger	=	voskleurig
voskleurigere	=	voskleurig
voskleurigers	=	voskleurig
voskleurigs	=	voskleurig
voskleurigst	=	voskleurig
voskleurigste	=	voskleurig
voskoesoe	noun	Trichosurus vulpecula buideldier uit de familie van de koeskoezen (Phalangeridae), dat voorkomt in Australië en Tasmanië.
voskoesoes	=	voskoesoe
voskoesoetje	=	voskoesoe
voskoesoetjes	=	voskoesoe
voskonijn	noun	een konijnenras ontstaan in Zwitserland
voskonijnen	=	voskonijn
voskonijntje	=	voskonijn
voskonijntjes	=	voskonijn
vosleeuwerik	noun	Calendulauda alopex een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
vosleeuweriken	=	vosleeuwerik
vosleeuwerikje	=	vosleeuwerik
vosleeuwerikjes	=	vosleeuwerik
vosmangoest	noun	Cynictis penicillata ondanks zijn gelijkenis daarmee geen vos, maar een mangoest
vosmangoesten	=	vosmangoest
vosmangoestje	=	vosmangoest
vosmangoestjes	=	vosmangoest
vospaard	noun	een roodbruin gekleurd paard
vospaarden	=	vospaard
vospaardje	=	vospaard
vospaardjes	=	vospaard
vosse	=	vos
vossebes	=	vossenbes
vossen	noun	verzamelnaam voor een aantal soorten hondachtigen.	verb	neuken
vossenbes	noun	bepaald soort plant, Vaccinium vitis-idaea uit de heifamilie (Ericaceae), waaraan rode besjes groeien
vossenbesje	=	vossenbes
vossenbesjes	=	vossenbes
vossenbesmineermot	noun	Ectoedemia weaveri een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
vossenbesmineermotje	=	vossenbesmineermot
vossenbesmineermotjes	=	vossenbesmineermot
vossenbesmineermotten	=	vossenbesmineermot
vossenbesnetwants	noun	Stephanitis oberti een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
vossenbesnetwantsen	=	vossenbesnetwants
vossenbesnetwantsje	=	vossenbesnetwants
vossenbesnetwantsjes	=	vossenbesnetwants
vossenbessen	=	vossenbes
vossenbessenjam	noun	zoet broodbeleg gemaakt van de rode bosbes
vossenbessenjams	=	vossenbessenjam
vossenbesvouwmot	noun	Phyllonorycter junoniella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
vossenbesvouwmotje	=	vossenbesvouwmot
vossenbesvouwmotjes	=	vossenbesvouwmot
vossenbesvouwmotten	=	vossenbesvouwmot
vossend	=	vossen
vossende	=	vossen
vossenjacht	noun	jacht op vossen
vossenjachten	=	vossenjacht
vossenkopmot	noun	Brachmia dimidiella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
vossenkopmotje	=	vossenkopmot
vossenkopmotjes	=	vossenkopmot
vossenkopmotten	=	vossenkopmot
vossenkopvis	noun	Siganus vulpinus een straalvinnige vissensoort uit de familie van konijnvissen (Siganidae).
vossenkopvisje	=	vossenkopvis
vossenkopvisjes	=	vossenkopvis
vossenkopvissen	=	vossenkopvis
vossenlintworm	noun	Echinococcus multilocularis een kleine lintworm van 2 tot 6 mm lengte.
vossenlintwormen	=	vossenlintworm
vossenlintwormpje	=	vossenlintworm
vossenlintwormpjes	=	vossenlintworm
vossenpoep	noun	poep van vossen
vossenpoepen	=	vossenpoep
vossenpoepje	=	vossenpoep
vossenpoepjes	=	vossenpoep
vossenstaart	noun	benaming voor planten uit het geslacht Alopecurus in de grassenfamilie (Poaceae)
vossenstaarten	=	vossenstaart
vossenstaartje	=	vossenstaart
vossenstaartjes	=	vossenstaart
vossenvel	noun	warme, harige vacht van een vos
vossenvellen	=	vossenvel
vossenvelletje	=	vossenvel
vossenvelletjes	=	vossenvel
vossin	=	vos
vost	=	vossen
vostangare	noun	Orchesticus abeillei een zangvogel uit de familie Thraupidae.
vostangaren	=	vostangare
vostangaretje	=	vostangare
vostangaretjes	=	vostangare
voste	=	vossen
vosten	=	vossen
vosvalk	noun	Falco alopex een roofvogel uit de familie der valken (Falconidae).
vosvalken	=	vosvalk
vosvalkje	=	vosvalk
vosvalkjes	=	vosvalk
voszegge	noun	Carex vulpina een polvormende, vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
voszeggen	=	voszegge
voszeggeroest	noun	Puccinia vulpinae een autoecische schimmelsoort uit de familie Pucciniaceae.
voszeggeroesten	=	voszeggeroest
voszeggeroestje	=	voszeggeroest
voszeggeroestjes	=	voszeggeroest
voszeggetje	=	voszegge
voszeggetjes	=	voszegge
vot	noun	gat, kont.
vota	noun	plechtige beloften aan God die verbonden zijn met een bepaalde status in de kerk
votatie	noun	het voteren (stemmen)
votaties	=	votatie
votatietje	=	votatie
votatietjes	=	votatie
voteer	=	voteren
voteerde	=	voteren
voteerden	=	voteren
voteert	=	voteren
votere	=	voteren
voteren	verb	stemmen, bij stemming toestaan
voterend	=	voteren
voterende	=	voteren
votief	noun	een geschenk vanwege een gelofte	adj	berustend op, geschonken wegens een gelofte
votiefje	=	votief
votiefjes	=	votief
votiefkaars	noun	staaf was of ander brandbaar materiaal met een lont die een gelovige in een heiligdom kan laten branden in samenhang met een gebed of gelofte
votiefkaarsen	=	votiefkaars
votiefkaarsje	=	votiefkaars
votiefkaarsjes	=	votiefkaars
votiefkerk	noun	kerkgebouw dat tot stand gekomen is krachtens een gelofte
votiefkerken	=	votiefkerk
votiefmis	noun	mis, opgedragen wegens een gelofte
votiefmissen	=	votiefmis
votiefs	=	votief
votiefsteen	noun	een votiefgave in de vorm van een steen of stenen tafel met inscriptie, beeldhouwwerk of schildering waaruit blijkt dat een gelofte aan de godheid vervuld is
votiefstenen	=	votiefsteen
votieve	=	votief
votieven	=	votief
votje	=	vot
vots	=	votsen
votse	=	votsen
votsen	verb	de liefde bedrijven
votsend	=	votsen
votsende	=	votsen
votst	=	votsen
votste	=	votsen
votsten	=	votsen
votten	=	vot
votum	noun	votum en groet: zegenbede aan het begin van een protestantse kerkdienst
votums	=	votum
voucher	noun	tegoedbon waarmee men iets kan verkrijgen, soms in plaats van het geld dat men voor een dienst had betaald
vouchers	=	voucher
vouchervakantie	noun	vakantie die wordt betaald met een tegoedbon, zoals reisorganisaties die verstrekken wanneer een geboekte reis niet door kan gaan
vouchervakanties	=	vouchervakantie
vouk	=	volk
vousvoyeer	=	vousvoyeren
vousvoyeerde	=	vousvoyeren
vousvoyeerden	=	vousvoyeren
vousvoyeert	=	vousvoyeren
vousvoyere	=	vousvoyeren
vousvoyeren	verb	elkaar met "u" aanspreken
vousvoyerend	=	vousvoyeren
vousvoyerende	=	vousvoyeren
voute	noun	gewelf of de ruimte onder een gewelf
vouten	=	voute
vouvray	noun	type witte wijn die in de franse regio Vouvray wordt geproduceerd van de Chenin Blanc-druif.
vouvrays	=	vouvray
vouw	noun	lijn waarlangs iets gevouwen is, vouwlijn
vouwbeen	noun	werktuig voor het vouwen van papier en het opensnijden van enveloppen
vouwbeentje	=	vouwbeen
vouwbenen	=	vouwbeen
vouwblaadje	=	vouwblad
vouwblaadjes	=	vouwblad
vouwblad	noun	gekleurd vierkant velletje waarmee men kan knutselen door het te vouwen, te knippen en te plakken
vouwbladen	=	vouwblad
vouwcaravan	noun	caravan die men kan neerklappen vóór het gaan rijden zodat hij makkelijker te hanteren is tijdens de reis
vouwcaravans	=	vouwcaravan
vouwdak	noun	het neerklapbare en opvouwbare dak van een open auto
vouwdaken	=	vouwdak
vouwdakje	=	vouwdak
vouwdakjes	=	vouwdak
vouwde	=	vouwen
vouwden	=	vouwen
vouwdeur	noun	een deur die men opent door hem op te vouwen
vouwdeuren	=	vouwdeur
vouwdeurtje	=	vouwdeur
vouwdeurtjes	=	vouwdeur
vouwdoos	noun	een veelzijdige, plat geleverde kartonnen doos die gemakkelijk op te zetten en te sluiten is met tape
vouwdoosje	=	vouwdoos
vouwdoosjes	=	vouwdoos
vouwdozen	=	vouwdoos
vouwe	=	vouwen
vouwen	verb	twee delen over een naad tezamen buigen
vouwend	=	vouwen
vouwende	=	vouwen
vouwfiets	noun	fiets met kleine wielen en scharnierend frame, zodat hij ineengevouwen kan worden
vouwfietsen	=	vouwfiets
vouwfietsje	=	vouwfiets
vouwfietsjes	=	vouwfiets
vouwgordijn	noun	een type raambekleding van stof die bij het ophalen niet wordt opgerold, maar zich in horizontale plooien boven elkaar opstapelt
vouwgordijnen	=	vouwgordijn
vouwgordijntje	=	vouwgordijn
vouwgordijntjes	=	vouwgordijn
vouwing	noun	resultaat van vouwen
vouwingen	=	vouwing
vouwlijn	noun	een lijn waarlangs men makkelijk kan of moet vouwen; het kan ook de lijn zijn waarlangs al gevouwen is
vouwlijnen	=	vouwlijn
vouwlijntje	=	vouwlijn
vouwlijntjes	=	vouwlijn
vouwmeter	noun	lat met maatverdeling die dankzij scharnieren kan worden samengeklapt tot een gemakkelijk mee te nemen staaf
vouwmeters	=	vouwmeter
vouwmot	noun	een vlindersoort uit de familie mineermotten (Gracillariidae)
vouwmotje	=	vouwmot
vouwmotjes	=	vouwmot
vouwmotten	=	vouwmot
vouwpapier	noun	gekleurd vel uit houtvezels dat zich goed leent om er blijvende strakke plooien in te maken
vouwpapiertje	noun	gekleurd vierkant velletje waarmee men kan knutselen door het te vouwen, te knippen en te plakken
vouwpapiertjes	=	vouwpapiertje
vouwstoel	noun	een inklapbare stoel
vouwstoelen	=	vouwstoel
vouwstoeltje	=	vouwstoel
vouwstoeltjes	=	vouwstoel
vouwt	=	vouwen
vouwtafel	noun	een tafel die men op kan vouwen
vouwtafels	=	vouwtafel
vouwtafeltje	=	vouwtafel
vouwtafeltjes	=	vouwtafel
vouwtje	=	vouw
vouwtjes	=	vouw
vouwwagen	noun	een caravan die men in opgevouwen staat trekt achter de auto, een mengvorm tussen de caravan en de tent
vouwwagens	=	vouwwagen
vouwwagentje	=	vouwwagen
vouwwagentjes	=	vouwwagen
vouwwerk	noun	Het product dat ontstaat na vouwen.
vouwwerken	=	vouwwerk
vouwwerkje	=	vouwwerk
vouwwerkjes	=	vouwwerk
voxpop	noun	de (vermeende) mening van het (gewone) volk, de heersende opvattingen
voxpopje	=	voxpop
voxpopjes	=	voxpop
voyant	adj	in het oog lopend
voyante	=	voyant
voyanter	=	voyant
voyantere	=	voyant
voyanters	=	voyant
voyants	=	voyant
voyantst	=	voyant
voyantste	=	voyant
voyeur	noun	iemand die minnende paren of vrouwen en meisjes die zich ontkleden bespiedt
voyeurisme	noun	het heimelijk en doorgaans met seksuele lustgevoelens observeren van mensen die geheel of gedeeltelijk naakt zijn en al dan niet seksuele handelingen verrichten
voyeuristisch	adj	betrekking hebbend op het voyeurisme, als een gluurder
voyeuristische	=	voyeuristisch
voyeuristischer	=	voyeuristisch
voyeuristischere	=	voyeuristisch
voyeuristischers	=	voyeuristisch
voyeurs	=	voyeur
voyeurtje	=	voyeur
voyeurtjes	=	voyeur
voys	=	voois
voyvode	=	woiwode
voze	=	voos
vozen	verb	seksuele handelingen verrichten
vozend	=	vozen
vozende	=	vozen
vozer	=	voos
vozere	=	voos
vozers	=	voos
vp	noun	vicepresident
vp's	=	vp
vr	noun	vrijdag, de vijfde dag van de werkweek	prep	voor
vraach	=	vraag
vraack	=	wraak
vraag	noun	een verzoek (om inlichting)
vraag-en-antwoordpagina	noun	een pagina van meestal een website waarop vragen met bijbehorende antwoorden verzameld zijn
vraag-en-antwoordpagina's	=	vraag-en-antwoordpagina
vraag-en-antwoordspel	noun	spel waar een vraag wordt gesteld waarop de spelers een antwoord moeten geven
vraag-en-antwoordspelen	=	vraag-en-antwoordspel
vraag-en-antwoordspellen	=	vraag-en-antwoordspel
vraagachtig	adj	geneigd zijn om veel te vragen
vraagachtige	=	vraagachtig
vraagachtiger	=	vraagachtig
vraagachtigere	=	vraagachtig
vraagachtigers	=	vraagachtig
vraagachtigs	=	vraagachtig
vraagachtigst	=	vraagachtig
vraagachtigste	=	vraagachtig
vraagafhankelijk	adj	van een (vervoers)aanbod dat dit alleen gedaan wordt als er behoefte aan is
vraagafhankelijke	=	vraagafhankelijk
vraagafhankelijker	=	vraagafhankelijk
vraagafhankelijkere	=	vraagafhankelijk
vraagafhankelijkers	=	vraagafhankelijk
vraagafhankelijks	=	vraagafhankelijk
vraagafhankelijkst	=	vraagafhankelijk
vraagafhankelijkste	=	vraagafhankelijk
vraagal	noun	nieuwsgierig persoon die niet ophoudt vragen te stellen
vraagallen	=	vraagal
vraagalletje	=	vraagal
vraagalletjes	=	vraagal
vraagals	=	vraagal
vraagbaak	noun	persoon tot wie men zich om raad of de oplossing van moeilijke vragen wendt, raadsman
vraagbaakje	=	vraagbaak
vraagbaakjes	=	vraagbaak
vraagbaken	=	vraagbaak
vraagde	=	vragen
vraagden	=	vragen
vraagdestructie	noun	de afname van de vraag naar een product als gevolg van een langdurig hoge prijs van dat product
vraaggesprek	noun	een gesprek waarin iemand een aantal vragen beantwoordt
vraaggesprekje	=	vraaggesprek
vraaggesprekjes	=	vraaggesprek
vraaggesprekken	=	vraaggesprek
vraagh	=	vraag
vraaghe	=	vraag
vraagje	=	vraag
vraagjes	=	vraag
vraagkant	noun	de partij die een product wil kopen
vraagkanten	=	vraagkant
vraagpartikel	noun	Een woord of gebaar dat aanduidt dat de zin een vraag is maar dat geen semantische betekenis heeft, zoals 'hè', 'eens', 'nou', of 'soms'.
vraagpartikels	=	vraagpartikel
vraagpartikeltje	=	vraagpartikel
vraagpartikeltjes	=	vraagpartikel
vraagprijs	noun	het bedrag dat door de verkoper gevraagd wordt
vraagprijsje	=	vraagprijs
vraagprijsjes	=	vraagprijs
vraagprijzen	=	vraagprijs
vraagpunt	noun	openstaande kwestie waar nog vragen over zijn
vraagpunten	=	vraagpunt
vraagpuntje	=	vraagpunt
vraagpuntjes	=	vraagpunt
vraagstaart	noun	iemand die heel nieuwsgierig is
vraagstaarten	=	vraagstaart
vraagstaartje	=	vraagstaart
vraagstaartjes	=	vraagstaart
vraagsteller	noun	iemand die ergens om vraagt, iemand die vraagt om informatie
vraagstellers	=	vraagsteller
vraagstelling	noun	het stellen van een vraag (op een bepaalde manier)
vraagstellingen	=	vraagstelling
vraagster	noun	vrouwelijke vorm van vrager
vraagsters	=	vraagster
vraagstertje	=	vraagster
vraagstertjes	=	vraagster
vraagstuk	noun	dilemma, probleem
vraagstukje	=	vraagstuk
vraagstukjes	=	vraagstuk
vraagstukken	=	vraagstuk
vraagt	=	vragen
vraagteken	noun	een leesteken (?) dat men aan het eind van een zin plaatst om deze vragend te maken
vraagtekens	=	vraagteken
vraagtekentje	=	vraagteken
vraagtekentjes	=	vraagteken
vraagvorm	noun	een zin die een vraag inhoudt
vraagvormen	=	vraagvorm
vraagwoord	noun	een woord dat een open vraag inleidt; het kan een vragend bijwoord (hoe, wanneer, waar ....) of vragend voornaamwoord (wie, wat, welke ....) zijn
vraagwoorden	=	vraagwoord
vraagwoordje	=	vraagwoord
vraagwoordjes	=	vraagwoord
vraagwoordvraag	noun	een vraag met een vraagwoord, ook wel een open vraag genoemd, een vraag waarbij een ja/nee antwoord onvoldoende is.
vraagwoordvraagje	=	vraagwoordvraag
vraagwoordvraagjes	=	vraagwoordvraag
vraagwoordvragen	=	vraagwoordvraag
vraagzin	noun	een zin in de vorm van een vraag
vraagzinnen	=	vraagzin
vraagzinnetje	=	vraagzin
vraagzinnetjes	=	vraagzin
vraagzuchtig	adj	geneigd om vragen te stellen
vraagzuchtige	=	vraagzuchtig
vraagzuchtiger	=	vraagzuchtig
vraagzuchtigere	=	vraagzuchtig
vraagzuchtigers	=	vraagzuchtig
vraagzuchtigs	=	vraagzuchtig
vraagzuchtigst	=	vraagzuchtig
vraagzuchtigste	=	vraagzuchtig
vraak	=	wraak
vraat	noun	het aanvreten of aangevreten worden, de aanvreting, vreterij
vraatje	=	vraat
vraatlust	noun	de drang tot vreten, gulzigheid, vraatzucht
vraatlusten	=	vraatlust
vraatschade	noun	schade aan gewassen, gebouwen e.d. door vraat van dieren
vraatschaden	=	vraatschade
vraatschades	=	vraatschade
vraatziekte	noun	aandoening waarbij een patiënt overmatig veel eet
vraatziekten	=	vraatziekte
vraatziektes	=	vraatziekte
vraatzucht	noun	overgrote gulzigheid
vraatzuchten	=	vraatzucht
vraatzuchtig	adj	gekenmerkt door vraatzucht
vraatzuchtige	=	vraatzuchtig
vraatzuchtiger	=	vraatzuchtig
vraatzuchtigere	=	vraatzuchtig
vraatzuchtigers	=	vraatzuchtig
vraatzuchtigheden	=	vraatzuchtigheid
vraatzuchtigheid	noun	het vraatzuchtig zijn
vraatzuchtigs	=	vraatzuchtig
vraatzuchtigst	=	vraatzuchtig
vraatzuchtigste	=	vraatzuchtig
vraatzuchtje	=	vraatzucht
vraatzuchtjes	=	vraatzucht
vracht	noun	de lading van een vervoermiddel
vrachtauto	noun	een auto voor goederenvervoer
vrachtauto's	=	vrachtauto
vrachtautoconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse vrachtwagenfabrikanten
vrachtautoconcerns	=	vrachtautoconcern
vrachtautootje	=	vrachtauto
vrachtautootjes	=	vrachtauto
vrachtboot	noun	een boot die gebouwd is om vracht te vervoeren
vrachtbootje	=	vrachtboot
vrachtbootjes	=	vrachtboot
vrachtboten	=	vrachtboot
vrachtbrief	noun	formulier waarop staat welke lading men vervoert, wie de verzender en wie de ontvanger is
vrachtbriefje	=	vrachtbrief
vrachtbriefjes	=	vrachtbrief
vrachtbrieven	=	vrachtbrief
vrachtcontainer	noun	een gestandaardiseerde metalen kist voor het transport van losse goederen
vrachtcontainers	=	vrachtcontainer
vrachtcontainertje	=	vrachtcontainer
vrachtcontainertjes	=	vrachtcontainer
vrachten	=	vracht
vrachtgoed	noun	goederen die vervoerd worden
vrachtgoederen	=	vrachtgoed
vrachtje	=	vracht
vrachtjes	=	vracht
vrachtkost	noun|obsolete	geld dat men moet betalen voor het transport van goederen
vrachtkosten	noun	geld dat men moet betalen voor het transport van goederen
vrachtpatser	noun	rek waarmee men zware lasten kan vervoeren op een fiets
vrachtpatsers	=	vrachtpatser
vrachtprijs	noun	prijs die men betaalt om een bepaalde hoeveelheid vracht naar een andere locatie te vervoeren
vrachtprijsje	=	vrachtprijs
vrachtprijsjes	=	vrachtprijs
vrachtprijzen	=	vrachtprijs
vrachtrijder	noun	persoon die een vracht vervoert in een voertuig met wielen
vrachtrijders	=	vrachtrijder
vrachtruim	noun	de ruimte in een voertuig geschikt voor vracht
vrachtruimen	=	vrachtruim
vrachtscheepje	=	vrachtschip
vrachtscheepjes	=	vrachtschip
vrachtschepen	=	vrachtschip
vrachtschip	noun	een schip dat uitsluitend bedoeld is voor het vervoer van goederen
vrachttram	noun	tram bestemd voor het vervoeren van goederen
vrachttrammen	=	vrachttram
vrachttrams	=	vrachttram
vrachttrein	noun	trein waarmee men goederen vervoert
vrachttreinen	=	vrachttrein
vrachtverdeling	noun	verdeling van vracht
vrachtverdelingen	=	vrachtverdeling
vrachtverkeer	noun	het vervoer over de weg van goederen met behulp van vrachtwagen
vrachtvervoer	noun	het transport van goederen
vrachtvervoerder	noun	persoon of organisatie die zaken van de ene naar de andere plaats transporteert
vrachtvervoerders	=	vrachtvervoerder
vrachtvliegtuig	noun	vliegtuig waarmee men vracht kan vervoeren
vrachtvliegtuigen	=	vrachtvliegtuig
vrachtvliegtuigje	=	vrachtvliegtuig
vrachtvliegtuigjes	=	vrachtvliegtuig
vrachtvlucht	noun	een reis van goederen met een vliegtuig
vrachtvluchten	=	vrachtvlucht
vrachtvluchtje	=	vrachtvlucht
vrachtvluchtjes	=	vrachtvlucht
vrachtwagen	noun	een wagen voor goederenvervoer
vrachtwagenbestuurder	noun	persoon die met een vrachtwagen rijdt
vrachtwagenbestuurders	=	vrachtwagenbestuurder
vrachtwagenchauffeur	noun	chauffeur van een vrachtwagen
vrachtwagenchauffeurs	=	vrachtwagenchauffeur
vrachtwagenchauffeurtje	=	vrachtwagenchauffeur
vrachtwagenchauffeuse	noun	vrouw die een truck bestuurt
vrachtwagenchauffeuses	=	vrachtwagenchauffeuse
vrachtwagencombinatie	noun	truck met oplegger
vrachtwagencombinaties	=	vrachtwagencombinatie
vrachtwagenconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse bedrijven die vrachtwagens produceren
vrachtwagenconcerns	=	vrachtwagenconcern
vrachtwagens	=	vrachtwagen
vrachtwagenstroken	=	vrachtwagenstrook
vrachtwagenstrook	noun	een rijstrook waar alleen vrachtwagens en bussen mogen rijden
vrachtwagenstrookje	=	vrachtwagenstrook
vrachtwagenstrookjes	=	vrachtwagenstrook
vrachtwagentje	=	vrachtwagen
vrachtwagentjes	=	vrachtwagen
vrachtwagenverkeer	noun	de rijdende vrachtwagens
vrachtwagenvignet	noun	vignet dat vrachtwagens in sommige landen nodig hebben om daar te kunnen rijden
vrachtwagenvignetten	=	vrachtwagenvignet
vrack	=	vrek
vraech	=	vraag
vraeck	=	wraak
vraeg	=	vraag
vraege	=	vraag
vraegh	=	vraag
vraeghe	=	vraag
vraek	=	wraak
vrage	=	vragen
vragen	verb	mondeling of schriftelijk informatie verzoeken
vragenboek	noun	een boek of andere publicatie waarin een opsomming gegeven wordt van welke vragen er gesteld kunnen worden
vragenboeken	=	vragenboek
vragenboekje	=	vragenboek
vragenboekjes	=	vragenboek
vragend	adj	een (informatie) verzoek doend
vragende	=	vragen
vragender	=	vragend
vragendere	=	vragend
vragenders	=	vragend
vragenderwijs	adv	op een vragende manier, al vragend
vragends	=	vragend
vragendst	=	vragend
vragendste	=	vragend
vragenlijst	noun	lijst met vragen
vragenlijsten	=	vragenlijst
vragenlijstje	=	vragenlijst
vragenlijstjes	=	vragenlijst
vragenronde	noun	gelegenheid waarbij een mensen als groep gelegenheid krijgen verschillende verzoeken om inlichtingen te doen
vragenronden	=	vragenronde
vragenrondes	=	vragenronde
vragenrondje	=	vragenronde
vragenrondjes	=	vragenronde
vragenset	noun	een groep uitgekozen vragen
vragensetje	=	vragenset
vragensetjes	=	vragenset
vragensets	=	vragenset
vragensteller	noun	iemand die een vraag stelt
vragenstellers	=	vragensteller
vragenuren	=	vragenuur
vragenuur	noun	een uur waarin vragen gesteld kunnen worden
vragenuurtje	=	vragenuur
vragenuurtjes	=	vragenuur
vragenvuren	=	vragenvuur
vragenvuur	noun	een serie indringend gestelde vragen die snel achterelkaar worden gesteld tijdens een ondervraging; een spervuur van vragen
vrager	noun	de koper in een marktrelatie
vragers	=	vrager
vragertje	=	vrager
vragertjes	=	vrager
vraghe	=	vraag
vrak	=	vrek
vrank	adj	vrij, zonder remming, vrijpostig
vranke	=	vrank
vranker	=	vrank
vrankere	=	vrank
vrankers	=	vrank
vrankheden	=	vrankheid
vrankheid	noun	vrijheid, oprechtheid, zonder schroom
vranks	=	vrank
vrankst	=	vrank
vrankste	=	vrank
vrat	=	vreten
vrate	=	vreten
vraten	=	vreten
vreck	=	vrek
vreckig	=	vrekkig
vreckigh	=	vrekkig
vrede	noun	ontbreken van oorlog
vredebode	noun	iets of iemand die een vredesaanbod overbrengt
vredebreuk	noun	verbreking van de vrede tussen staten onderling
vredebreuken	=	vredebreuk
vredegerecht	noun	rechtbank voorgezeten door een vrederechter, een alleen zetelende magistraat die relatief snel oordeelt in kleine zaken, die dicht bij de burger staan
vredegerechten	=	vredegerecht
vredegerechtje	=	vredegerecht
vredegerechtjes	=	vredegerecht
vredelievend	adj	houden van de vrede, tegen ruzie of oorlog zijn
vredelievende	=	vredelievend
vredelievender	=	vredelievend
vredelievendere	=	vredelievend
vredelievenders	=	vredelievend
vredelievendheid	noun	het verlangen naar een toestand zonder oorlog of strijd
vredelievends	=	vredelievend
vredelievendst	=	vredelievend
vredelievendste	=	vredelievend
vredeloos	adj	vogelvrij
vredeloost	=	vredeloos
vredelooste	=	vredeloos
vredeloze	=	vredeloos
vredelozer	=	vredeloos
vredelozere	=	vredeloos
vredelozers	=	vredeloos
vredemaker	noun	persoon die ervoor zorgt dat strijdende partijen vrede stichten
vredemakers	=	vredemaker
vreden	=	vrede
vrederechter	noun	kantonrechter
vrederechters	=	vrederechter
vrederijk	noun	rijk waar vrede heerst
vrederijke	=	vrederijk
vrederijken	=	vrederijk
vrederijker	=	vrederijk
vrederijkere	=	vrederijk
vrederijkers	=	vrederijk
vrederijks	=	vrederijk
vrederijkst	=	vrederijk
vrederijkste	=	vrederijk
vredes	=	vrede
vredesaanbod	noun	voorstel om een oorlog te beëindigen
vredesactie	noun	actie waarbij wordt geroepen om vrede
vredesacties	=	vredesactie
vredesactietje	=	vredesactie
vredesactietjes	=	vredesactie
vredesactivist	noun	iemand die op een actieve manier zich inzet voor de vrede en strijdt tegen de oorlog
vredesactiviste	noun	vrouwelijke vorm van vredesactivist
vredesactivisten	=	vredesactivist
vredesactivistes	=	vredesactiviste
vredesafdwingend	adj	betreffende het met (dreiging van) militair geweld opleggen van vrede in een conflictgebied, vaak zonder de expliciete toestemming van alle strijdende partijen
vredesafdwingende	=	vredesafdwingend
vredesafdwingender	=	vredesafdwingend
vredesafdwingendere	=	vredesafdwingend
vredesafdwingenders	=	vredesafdwingend
vredesafdwingends	=	vredesafdwingend
vredesafdwingendst	=	vredesafdwingend
vredesafdwingendste	=	vredesafdwingend
vredesafdwinging	noun	het met militair geweld afdwingen van een staakt-het-vuren of vrede tussen strijdende partijen in een conflictgebied.
vredesafdwingingen	=	vredesafdwinging
vredesafdwinginkje	=	vredesafdwinging
vredesafdwinginkjes	=	vredesafdwinging
vredesakkoord	noun	overeenkomst tussen twee strijdende partijen om de strijd te staken
vredesakkoorden	=	vredesakkoord
vredesbepaling	noun	een specifiek artikel, clausule of voorwaarde in een overeenkomst tussen strijdende partijen, waarmee een oorlog of gewapend conflict formeel wordt beëindigd
vredesbepalingen	=	vredesbepaling
vredesbepalinkje	=	vredesbepaling
vredesbepalinkjes	=	vredesbepaling
vredesberaad	noun	overleg om tot vrede te komen
vredesberaadje	=	vredesberaad
vredesberaadjes	=	vredesberaad
vredesberaden	=	vredesberaad
vredesbespreking	noun	overleg dat als doel heeft een oorlog te beëindigen
vredesbesprekingen	=	vredesbespreking
vredesbesprekinkje	=	vredesbespreking
vredesbesprekinkjes	=	vredesbespreking
vredesbetoging	noun	een openbare samenkomst of demonstratie waarbij burgers protesteren tegen een specifiek gewapend conflict, de wapenindustrie of oorlogvoering in het algemeen.
vredesbetogingen	=	vredesbetoging
vredesbetoginkje	=	vredesbetoging
vredesbetoginkjes	=	vredesbetoging
vredesbevorderend	adj	betreffende het stimuleren van de vrede (met vreedzame middelen)
vredesbevorderende	=	vredesbevorderend
vredesbevorderender	=	vredesbevorderend
vredesbevorderendere	=	vredesbevorderend
vredesbevorderenders	=	vredesbevorderend
vredesbevorderends	=	vredesbevorderend
vredesbevorderendst	=	vredesbevorderend
vredesbevorderendste	=	vredesbevorderend
vredesbeweging	noun	organisatie die probeert de oorlog tegen te gaan en de vrede te bevorderen
vredesbewegingen	=	vredesbeweging
vredesbeweginkje	=	vredesbeweging
vredesbeweginkjes	=	vredesbeweging
vredescomiteetje	=	vredescomité
vredescomiteetjes	=	vredescomité
vredescomité	noun	groep mensen die probeert de vrede te bevorderen en oorlogen te voorkomen
vredescomités	=	vredescomité
vredesconferentie	noun	bijeenkomst van diplomaten om de vrede te bevorderen of de oorlog te stoppen
vredesconferenties	=	vredesconferentie
vredesdemonstratie	noun	demonstratie waarbij mensen uiting geven aan hun verlangen naar vrede (en aan hun afkeer van de wapenwedloop)
vredesdemonstraties	=	vredesdemonstratie
vredesengel	noun	bovennatuurlijke boodschapper van God die het einde van onenigheid verkondigt of een afbeelding daarvan
vredesengelen	=	vredesengel
vredesengeltje	=	vredesengel
vredesengeltjes	=	vredesengel
vredeskans	noun	mogelijkheid dat een gewapend conflict wordt beëindigd
vredeskansen	=	vredeskans
vredeskus	noun	een zoen die men elkaar geeft ter bevestiging van verbondenheid in het geloof
vredeskussen	=	vredeskus
vredesmacht	noun	een militaire eenheid die probeert de vrede in een bepaald gebied te handhaven
vredesmachten	=	vredesmacht
vredesmachtje	=	vredesmacht
vredesmissie	noun	is een leger en/of een diplomatieke missie, die speciaal is ontworpen om de vrede te herstellen en te behouden in bepaalde gebieden waar zich een gewapend conflict afspeelt.
vredesmissies	=	vredesmissie
vredesmissietje	=	vredesmissie
vredesmissietjes	=	vredesmissie
vredesnaam	noun	als onderdeel van de onderstaande vaste verbinding
vredesonderhandeling	noun	gesprekken tussen twee oorlogvoerende partijen die het doel hebben de oorlog te staken
vredesonderhandelingen	=	vredesonderhandeling
vredesoperatie	noun	actie van een militaire eenheid, onder leiding van de Verenigde Naties, die als doel heeft de vrede te bewaken
vredesoperaties	=	vredesoperatie
vredesovereenkomst	noun	een gezamenlijk besluit van de strijdende partijen om een gewapende strijd te staken
vredesovereenkomsten	=	vredesovereenkomst
vredesoverleg	noun	onderhandelingen om een gewapend conflict te beëindigen of te voorkomen
vredesoverleggen	=	vredesoverleg
vredespad	noun	de weg naar de vrede; staken van een strijd
vredespaden	=	vredespad
vredespijp	noun	een pijp die indianen aanboden aan gasten en die gebruikt werd bij het sluiten van vrede
vredespijpen	=	vredespijp
vredespijpje	=	vredespijp
vredespijpjes	=	vredespijp
vredespoging	noun	een concrete diplomatieke, politieke of militaire handeling die wordt ondernomen om een conflict te sussen en een wapenstilstand of definitief vredesakkoord te bereiken.
vredespogingen	=	vredespoging
vredespoginkje	=	vredespoging
vredespoginkjes	=	vredespoging
vredespolitiek	noun	politiek die gericht is op algemene duurzame vrede
vredesprijs	noun	een eerbewijs dat men aan iets of iemand geeft als waardering voor inspanningen voor de vrede
vredesprijsje	=	vredesprijs
vredesprijsjes	=	vredesprijs
vredesprijzen	=	vredesprijs
vredesproces	noun	het geheel van handelingen dat als doel heeft een oorlog om te zetten in vrede
vredesprocessen	=	vredesproces
vredesrijk	noun	rijk waar vrede heerst
vredesrijken	=	vredesrijk
vredesstichter	=	vredestichter
vredesteken	noun	een teken waarbij men de wijs- en middelvinger gespreid strekt om iemand vrede te wensen
vredestekenen	=	vredesteken
vredestekens	=	vredesteken
vredestekentje	=	vredesteken
vredestichter	noun	iemand die er voor zorgt dat een strijd of oorlog stopt
vredestichters	=	vredestichter
vredestichtster	noun	iemand die zorgt dat oorlogvoerende of ruziemakende partijen vrede sluiten of de ruzie bijleggen
vredestichtsters	=	vredestichtster
vredestijd	noun	een historische periode waarin men geen oorlog voert, periode dat er vrede heerst
vredestijden	=	vredestijd
vredestop	noun	bijeenkomst van regeringsleiders om een oorlog te stoppen en de vrede te bevorderen
vredestoppen	=	vredestop
vredesverdrag	noun	een overeenkomst tussen twee of meer vijandige partijen (meestal overheden of landen), waarmee een oorlog of ander gewapend conflict tussen deze partijen officieel, definitief wordt beëindigd
vredesverdragen	=	vredesverdrag
vredesverdragje	=	vredesverdrag
vredesverklaring	noun	een bindende, schriftelijke overeenkomst tussen twee of meer strijdende partijen (meestal landen of overheden) die een einde maakt aan een gewapend conflict of oorlog
vredesverklaringen	=	vredesverklaring
vredesverklarinkje	=	vredesverklaring
vredesverklarinkjes	=	vredesverklaring
vredesvoorstel	noun	aanbod om een oorlog te beëindigen
vredesvoorstellen	=	vredesvoorstel
vredesvoorwaarde	noun	de eisen die strijdende partijen elkaar stellen voordat ze de strijd staken
vredesvoorwaarden	=	vredesvoorwaarde
vredesvorst	noun	een vorst die regeert tijdens een periode van vrede
vredesvorsten	=	vredesvorst
vredesvorstje	=	vredesvorst
vredesvorstjes	=	vredesvorst
vredeswens	noun	het verlangen om in vrede te kunnen leven
vredeswensen	=	vredeswens
vredeswensje	=	vredeswens
vredeswensjes	=	vredeswens
vredeswil	noun	de bereidheid of zin om de vrede te bevorderen
vredevol	adj	met veel vrede
vredevoler	=	vredevol
vredevolle	=	vredevol
vredevoller	=	vredevol
vredevollere	=	vredevol
vredevollers	=	vredevol
vredevols	=	vredevol
vredevolst	=	vredevol
vredevolste	=	vredevol
vredig	adj	onverstoord door geschil of onrust	adv	op vredige wijze
vredige	=	vredig
vrediger	=	vredig
vredigere	=	vredig
vredigers	=	vredig
vredigheid	noun	de afwezigheid van drukte en rumoer
vredigs	=	vredig
vredigst	=	vredig
vredigste	=	vredig
vree	=	vrijen
vreed	=	wreed
vreedheid	=	wreedheid
vreedzaam	adj	zonder ruzie of oorlog
vreedzaams	=	vreedzaam
vreedzaamst	=	vreedzaam
vreedzaamste	=	vreedzaam
vreedzame	=	vreedzaam
vreedzamer	=	vreedzaam
vreedzamere	=	vreedzaam
vreedzamers	=	vreedzaam
vreemd	adj	van buiten, niet van hier, buitenlands
vreemde	noun	iemand die niet bekend is, een onbekende
vreemdeling	noun	iemand die afkomstig is uit een ander gebied of land dan dat waar hij verblijft
vreemdelinge	noun	vrouw uit een ander land of andere streek
vreemdelingen	=	vreemdeling
vreemdelingenangst	noun	een irrationele en/of obsessieve angst voor vreemdelingen en/of buitenlanders
vreemdelingenbeleid	noun	geheel van opvattingen, regels en activiteiten van een overheid om buitenlanders wel of niet tot het land toe te laten
vreemdelingenbeleiden	=	vreemdelingenbeleid
vreemdelingenbeleidje	=	vreemdelingenbeleid
vreemdelingendienst	noun	de (politie)dienst die toezicht houdt op buitenlanders
vreemdelingendiensten	=	vreemdelingendienst
vreemdelingenhaat	noun	een irrationele en/of obsessieve angst voor vreemden, buitenlanders of buitenlandse voorwerpen/zaken
vreemdelingenlegioen	noun	een legereenheid behorend bij een bepaalde staat, die voornamelijk bestaat uit buitenlanders (in Europa hebben Frankrijk en Spanje zo'n legioen)
vreemdelingenlegioenen	=	vreemdelingenlegioen
vreemdelingenpolitie	noun	deel van de politiedienst dat toezicht houdt op vreemdelingen
vreemdelingenprobleem	noun	het politieke vraagstuk dat er is rond de aanwezigheid van allochtonen zonder permanente verblijfsstatus in een land
vreemdelingenproblemen	=	vreemdelingenprobleem
vreemdelingenwet	noun	een wet die het verblijf van buitenlanders in een land regelt
vreemdelingenwetten	=	vreemdelingenwet
vreemdelingenzaak	noun	dienst van de overheid die zich bezighoudt met de uitvoering van het beleid op het gebied van vreemdelingen en vreemdelingenopvang
vreemdelingenzaken	=	vreemdelingenzaak
vreemdelinges	=	vreemdelinge
vreemdelingetje	=	vreemdeling
vreemdelingetjes	=	vreemdeling
vreemdelingschap	noun	het vreemdeling zijn
vreemdelingschappen	=	vreemdelingschap
vreemden	=	vreemde
vreemder	=	vreemd
vreemdere	=	vreemd
vreemders	=	vreemd
vreemdga	=	vreemdgaan
vreemdgaan	verb	met een andere partner dan de echtgenoot verkeren
vreemdgaand	=	vreemdgaan
vreemdgaande	=	vreemdgaan
vreemdgaat	=	vreemdgaan
vreemdgegaan	=	vreemdgaan
vreemdging	=	vreemdgaan
vreemdginge	=	vreemdgaan
vreemdgingen	=	vreemdgaan
vreemdgingt	=	vreemdgaan
vreemdheden	=	vreemdheid
vreemdheid	noun	iets dat niet gewoon is; iets dat afwijkend is; iets dat onbekend is; iets dat raar is
vreemds	=	vreemd
vreemdsoortig	adj	een vreemdsoortig iets of iemand is ongewoon of merkwaardig
vreemdsoortige	=	vreemdsoortig
vreemdsoortiger	=	vreemdsoortig
vreemdsoortigere	=	vreemdsoortig
vreemdsoortigers	=	vreemdsoortig
vreemdsoortigs	=	vreemdsoortig
vreemdsoortigst	=	vreemdsoortig
vreemdsoortigste	=	vreemdsoortig
vreemdst	=	vreemd
vreemdste	noun	persoon of zaak die heel raar, vreemd of mysterieus is
vreemdsten	=	vreemdste
vreempt	=	vreemd
vreemt	=	vreemd
vrees	=	vrezen
vreesaanjagend	adj	angst en vrees veroorzakend
vreesaanjagende	=	vreesaanjagend
vreesaanjagender	=	vreesaanjagend
vreesaanjagendere	=	vreesaanjagend
vreesaanjagenders	=	vreesaanjagend
vreesaanjagends	=	vreesaanjagend
vreesaanjagendst	=	vreesaanjagend
vreesaanjagendste	=	vreesaanjagend
vreesaanjaging	noun	de keer dat men angst en vrees veroorzaakt.
vreesaanjagingen	=	vreesaanjaging
vreesaanjaginkje	=	vreesaanjaging
vreesaanjaginkjes	=	vreesaanjaging
vreesachtig	adj	gauw tot vrees geneigd, angstvallig, bangelijk
vreesachtige	=	vreesachtig
vreesachtiger	=	vreesachtig
vreesachtigere	=	vreesachtig
vreesachtigers	=	vreesachtig
vreesachtigheden	=	vreesachtigheid
vreesachtigheid	noun	de mate waarin iemand snel bang is
vreesachtigs	=	vreesachtig
vreesachtigst	=	vreesachtig
vreesachtigste	=	vreesachtig
vreesde	=	vrezen
vreesden	=	vrezen
vreesje	=	vrezen
vreesjes	=	vrezen
vreeslijk	adj	vreselijk	adv	vreselijk
vreeslijke	=	vreeslijk
vreeslijker	=	vreeslijk
vreeslijkere	=	vreeslijk
vreeslijkers	=	vreeslijk
vreeslijks	=	vreeslijk
vreeslijkst	=	vreeslijk
vreeslijkste	=	vreeslijk
vreesreactie	noun	een automatische reactie op een bedreigende of schadelijke prikkel
vreesreacties	=	vreesreactie
vreest	=	vrezen
vreeswekkend	adj	iets wat angst tot gevolg heeft
vreeswekkende	=	vreeswekkend
vreeswekkender	=	vreeswekkend
vreeswekkendere	=	vreeswekkend
vreeswekkenders	=	vreeswekkend
vreeswekkends	=	vreeswekkend
vreeswekkendst	=	vreeswekkend
vreeswekkendste	=	vreeswekkend
vreet	=	vreten
vreetbui	noun|informal	plotselinge, heftige aanval van eetlust
vreetbuien	=	vreetbui
vreetbuitje	=	vreetbui
vreetbuitjes	=	vreetbui
vreetfestijn	noun	een gebeurtenis waarbij de belangrijkste bezigheid veel eten is
vreetfestijnen	=	vreetfestijn
vreetfestijntje	=	vreetfestijn
vreetfestijntjes	=	vreetfestijn
vreetijzer	noun|informal	vork
vreetijzers	=	vreetijzer
vreetijzertje	=	vreetijzer
vreetijzertjes	=	vreetijzer
vreetkick	noun	een plotseling opkomende behoefte om ineens veel te gaan eten
vreetkicks	=	vreetkick
vreetpartij	noun|informal	gelegenheid waarbij men te overvloedig eet
vreetpartijen	=	vreetpartij
vreetpartijtje	=	vreetpartij
vreetpartijtjes	=	vreetpartij
vreetschuren	=	vreetschuur
vreetschuur	noun	gelegenheid waar massaal voedsel van matige kwaliteit wordt geserveerd, bv. mensa of fastfoodrestaurant
vreetschuurtje	=	vreetschuur
vreetschuurtjes	=	vreetschuur
vreetster	noun	vrouwspersoon die gulzig eet
vreetsters	=	vreetster
vreetzak	noun|informal	iemand die enorm veel en gulzig eet
vreetzakje	=	vreetzak
vreetzakjes	=	vreetzak
vreetzakken	=	vreetzak
vreezen	=	vrezen
vreeë	=	vrijen
vreeën	=	vrijen
vrek	noun	iemand die ongepaste zuinigheid betracht
vrekachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een vrek
vrekachtige	=	vrekachtig
vrekachtiger	=	vrekachtig
vrekachtigere	=	vrekachtig
vrekachtigers	=	vrekachtig
vrekachtigs	=	vrekachtig
vrekachtigst	=	vrekachtig
vrekachtigste	=	vrekachtig
vrekje	=	vrek
vrekjes	=	vrek
vrekke	=	vrek
vrekken	=	vrek
vrekkenkrant	noun	een tijdschrift dat een eenvoudige en sobere levenswijze wilde promoten op een luchtige, humoristische, niet-moraliserende manier
vrekker	=	vrek
vrekkere	=	vrek
vrekkers	=	vrek
vrekkig	adj	te zuinig
vrekkige	=	vrekkig
vrekkiger	=	vrekkig
vrekkigere	=	vrekkig
vrekkigers	=	vrekkig
vrekkigs	=	vrekkig
vrekkigst	=	vrekkig
vrekkigste	=	vrekkig
vreks	=	vrek
vrekst	=	vrek
vrekste	=	vrek
vreselijk	adj	bijzonder erg, schrikwekkend, verschrikkelijk	adv	in zeer hoge mate, buitengewoon, zeer, heel erg
vreselijke	=	vreselijk
vreselijker	=	vreselijk
vreselijkere	=	vreselijk
vreselijkers	=	vreselijk
vreselijks	=	vreselijk
vreselijkst	=	vreselijk
vreselijkste	=	vreselijk
vrete	=	vreten
vreten	verb|informal	(van personen) het nuttigen van voedsel op een meestal onbeleefde wijze	noun	voer voor dieren
vretend	=	vreten
vretende	=	vreten
vreter	noun	gulzige eter
vreterij	noun	het te veel en gulzig eten
vreterijen	=	vreterij
vreterijtje	=	vreterij
vreterijtjes	=	vreterij
vreters	=	vreter
vretertje	=	vreter
vretertjes	=	vreter
vreugd	noun	vrolijke opgewekte stemming
vreugde	noun	een blij gevoel
vreugdebier	noun	als uiting van blijdschap over een doelpunt door supporters op het veld gegooide bekers met licht alcoholische drank
vreugdedans	noun	een spontane, geïmproviseerde dans die mensen maken na een overwinning of een andere gelukkige gebeurtenis
vreugdedansen	=	vreugdedans
vreugdedansje	=	vreugdedans
vreugdedansjes	=	vreugdedans
vreugdefeest	noun	viering vol blijdschap en plezier, vaak georganiseerd bij bijzondere gebeurtenissen, het einde van een periode of om dankbaarheid te tonen
vreugdefeesten	=	vreugdefeest
vreugdefeestje	=	vreugdefeest
vreugdefeestjes	=	vreugdefeest
vreugdekreet	noun	kreet van vreugde
vreugdekreetje	=	vreugdekreet
vreugdekreetjes	=	vreugdekreet
vreugdekreten	=	vreugdekreet
vreugdeloos	adj	zonder vreugde
vreugdeloosheden	=	vreugdeloosheid
vreugdeloosheid	noun	het vreugdeloos zijn
vreugdeloost	=	vreugdeloos
vreugdelooste	=	vreugdeloos
vreugdeloze	=	vreugdeloos
vreugdelozer	=	vreugdeloos
vreugdelozere	=	vreugdeloos
vreugdelozers	=	vreugdeloos
vreugden	=	vreugde
vreugdes	=	vreugde
vreugdesprong	noun	een sprong die gemaakt wordt om uiting te geven aan blijdschap
vreugdesprongen	=	vreugdesprong
vreugdesprongetje	=	vreugdesprong
vreugdesprongetjes	=	vreugdesprong
vreugdetje	=	vreugde
vreugdetjes	=	vreugde
vreugdevol	adj	met veel vreugde
vreugdevolle	=	vreugdevol
vreugdevoller	=	vreugdevol
vreugdevollere	=	vreugdevol
vreugdevollers	=	vreugdevol
vreugdevols	=	vreugdevol
vreugdevolst	=	vreugdevol
vreugdevolste	=	vreugdevol
vreugdevuren	=	vreugdevuur
vreugdevuur	noun	een groots door mensen opgebouwd en gecontroleerd vuur om iets te vieren
vreugdevuurtje	=	vreugdevuur
vreugdevuurtjes	=	vreugdevuur
vreugdje	=	vreugd
vreugdjes	=	vreugd
vreze	noun	vrees
vrezen	verb	bang zijn, angst hebben
vrezend	=	vrezen
vrezende	=	vrezen
vreê	=	vrede
vriend	noun	een persoon met wie je een speciale, vriendschappelijke, persoonlijke band hebt
vriendelijk	adj	met sympathie en respect, zoals passend bij iemand die je goed kent
vriendelijke	=	vriendelijk
vriendelijker	=	vriendelijk
vriendelijkere	=	vriendelijk
vriendelijkers	=	vriendelijk
vriendelijkheden	=	vriendelijkheid
vriendelijkheid	noun	het vriendelijk zijn
vriendelijkheidje	=	vriendelijkheid
vriendelijkheidjes	=	vriendelijkheid
vriendelijks	=	vriendelijk
vriendelijkst	=	vriendelijk
vriendelijkste	=	vriendelijk
vriendeloos	adj	zonder iemand waarmee wederkerig goed contact en vertrouwen bestaat
vriendeloost	=	vriendeloos
vriendelooste	=	vriendeloos
vriendeloze	=	vriendeloos
vriendelozer	=	vriendeloos
vriendelozere	=	vriendeloos
vriendelozers	=	vriendeloos
vrienden	=	vriend
vriendenaandeel	noun	een aandeel in een bedrijf van een familielid of vriend dat fiscaal voordelig is
vriendenaandelen	=	vriendenaandeel
vriendenboek	noun	boekje met voorgedrukte bladzijden dat wordt gebruikt om informatie en boodschappen van vrienden, familie en andere naasten in te verzamelen
vriendenboeken	=	vriendenboek
vriendenboekje	=	vriendenboek
vriendenboekjes	=	vriendenboek
vriendenclub	noun	groep mensen die bevriend zijn met elkaar
vriendenclubje	=	vriendenclub
vriendenclubjes	=	vriendenclub
vriendenclubs	=	vriendenclub
vriendendienst	noun	iets wat je voor iemand doet omdat die persoon je vriend is
vriendendiensten	=	vriendendienst
vriendendienstje	=	vriendendienst
vriendendienstjes	=	vriendendienst
vriendenerfenis	noun	erfenis die wordt nagelaten aan vrienden
vriendenerfenissen	=	vriendenerfenis
vriendengroep	noun	groep mensen waarbij iedereen vriend van elkaar is
vriendengroepen	=	vriendengroep
vriendengroepje	=	vriendengroep
vriendengroepjes	=	vriendengroep
vriendenkring	noun	een groep van vrienden
vriendenkringen	=	vriendenkring
vriendenloos	=	vriendeloos
vriendenpagina	noun	pagina in een vriendenboek waarin één vriend persoonlijke informatie invult, zoals hun naam, leeftijd, favoriete dingen en herinneringen, om een aandenken te creëren voor het kind of de persoon aan wie het boek is
vriendenpagina's	=	vriendenpagina
vriendenpaginaatje	=	vriendenpagina
vriendenpaginaatjes	=	vriendenpagina
vriendenprijs	noun	een lage prijs voor een product vragen (omdat je het aan een vriend verkoopt)
vriendenprijsje	=	vriendenprijs
vriendenprijsjes	=	vriendenprijs
vriendenprijzen	=	vriendenprijs
vriendenvereniging	noun	groep mensen die zich verenigt om een specifiek doel, instelling of project financieel en moreel te ondersteunen.
vriendenverenigingen	=	vriendenvereniging
vriendenverenigingetje	=	vriendenvereniging
vriendenverenigingetjes	=	vriendenvereniging
vriendin	noun	een vrouwelijk persoon met wie je een speciale persoonlijke band hebt
vriendinen	=	vriendin
vriendinneke	=	vriendin
vriendinnen	=	vriendin
vriendinnenkring	noun	iemands gezamenlijke vriendinnen
vriendinnenkringen	=	vriendinnenkring
vriendinnetje	=	vriendin
vriendinnetjes	=	vriendin
vriendje	=	vriend
vriendjes	=	vriend
vriendjespolitiek	noun	politiek die vooral gericht is op het onderhouden van goede onderlinge betrekkingen
vriendloos	adj	zonder iemand waarmee wederkerig goed contact en vertrouwen bestaat
vriendloze	=	vriendloos
vriendschap	noun	gelijkwaardige relatie tussen personen die elkaar wederzijds genegen zijn en een vergelijkbare relatie tegelijkertijd ook met anderen kunnen hebben
vriendschapje	=	vriendschap
vriendschapjes	=	vriendschap
vriendschappelijk	adj	in het kader van de vriendschap, niet competitief
vriendschappelijke	=	vriendschappelijk
vriendschappelijker	=	vriendschappelijk
vriendschappelijkere	=	vriendschappelijk
vriendschappelijkers	=	vriendschappelijk
vriendschappelijkheden	=	vriendschappelijkheid
vriendschappelijkheid	noun	het vriendschappelijke gevoelens voor iets of iemand hebben
vriendschappelijkheidje	=	vriendschappelijkheid
vriendschappelijkheidjes	=	vriendschappelijkheid
vriendschappelijks	=	vriendschappelijk
vriendschappelijkst	=	vriendschappelijk
vriendschappelijkste	=	vriendschappelijk
vriendschappen	=	vriendschap
vriendschapsband	noun	een verbintenis tussen twee of meer mensen of organisaties op basis van vriendschap
vriendschapsbanden	=	vriendschapsband
vriendschapsbandje	=	vriendschapsband
vriendschapsbandjes	=	vriendschapsband
vriendschapsbetuiging	noun	handeling waarmee men een vriendschappelijke relatie bevestigt en bekrachtigt
vriendschapsbetuigingen	=	vriendschapsbetuiging
vriendschapscursus	noun	een interventie of training, vaak gericht op (oudere) volwassenen, bedoeld om eenzaamheid te verminderen en deelnemers te helpen nieuwe sociale contacten te leggen en te onderhouden.
vriendschapscursusje	=	vriendschapscursus
vriendschapscursusjes	=	vriendschapscursus
vriendschapscursussen	=	vriendschapscursus
vriendschapskwaliteit	noun	de kwaliteiten waarom iemand vriendschap met die ander aangaat
vriendschapskwaliteiten	=	vriendschapskwaliteit
vriendschapskwaliteitje	=	vriendschapskwaliteit
vriendschapskwaliteitjes	=	vriendschapskwaliteit
vriendschapsrelatie	noun	verhouding tussen mensen of instellingen gebaseerd op vriendschap
vriendschapsrelaties	=	vriendschapsrelatie
vriendschapsrelatietje	=	vriendschapsrelatie
vriendschapsrelatietjes	=	vriendschapsrelatie
vriendschapsring	noun	elk van de ringen die mensen uitwisselen als teken van vriendschap
vriendschapsringen	=	vriendschapsring
vriendschapsverdrag	noun	een verdrag tussen twee staten die een band van vriendschap aangaan
vriendschapsverdragen	=	vriendschapsverdrag
vries	noun	de vorst, het vriezen, de koude
vriesbak	noun	bak die men in een vriezer kan plaatsen
vriesbakken	=	vriesbak
vriesbrand	noun	schade aangebracht aan smaak zowel als structuur door het verdampen van ijskristallen aan het oppervlak van bevroren voedsel
vriescel	noun	een koelruimte die deel uitmaakt van een gebouw en dus niet verplaatsbaar is en waarbij de temperatuur lager is dan 0 ᵒC
vriescellen	=	vriescel
vriescelletje	=	vriescel
vriescelletjes	=	vriescel
vriesch	=	fries
vriesdroge	=	vriesdroog
vriesdrogen	verb	een industriële droogmethode toepassen voor onder andere het conserveren van voedingsmiddelen
vriesdrogend	=	vriesdrogen
vriesdrogende	=	vriesdrogen
vriesdroog	adj	door vriezen drooggemaakt
vriesdroogde	=	vriesdrogen
vriesdroogden	=	vriesdrogen
vriesdroogs	=	vriesdroog
vriesdroogt	=	vriesdrogen
vrieshuis	noun	gebouw waar men voeding in bevroren toestand bewaart
vrieshuizen	=	vrieshuis
vrieskast	noun	een koelapparaat dat koelt tot een temperatuur (ver) beneden het vriespunt
vrieskasten	=	vrieskast
vrieskastje	=	vrieskast
vrieskastjes	=	vrieskast
vrieskist	noun	koelkast waarin een temperatuur heerst die ver beneden het vriespunt ligt
vrieskisten	=	vrieskist
vrieskistje	=	vrieskist
vrieskistjes	=	vrieskist
vrieskou	noun	weer waarbij de temperatuur onder de nul graden Celsius blijft
vrieskoud	adj	heel koud; temperatuur onder de 0,0 graden ᵒC
vrieskoude	=	vrieskoud
vrieskouds	=	vrieskoud
vrieskoutje	=	vrieskou
vrieskoutjes	=	vrieskou
vrieslucht	noun	heel koude lucht; lucht met een temperatuur onder het nulpunt
vriesluchten	=	vrieslucht
vriesnacht	noun	een nacht met een buitentemperatuur onder de 0,0 ᵒ C
vriesnachten	=	vriesnacht
vriespunt	noun	de temperatuur waarbij de vloeistof overgaat in de vaste fase
vriespunten	=	vriespunt
vriespuntje	=	vriespunt
vriespuntjes	=	vriespunt
vriespuntsdaling	noun	daling van het vriespunt van een vloeistof als er andere stoffen in opgelost zijn
vriest	=	vriezen
vriesvak	noun	dat gedeelte van een koelkast waar de temperatuur aanmerkelijk onder de nul graden Celsius is
vriesvakje	=	vriesvak
vriesvakjes	=	vriesvak
vriesvakken	=	vriesvak
vriesweder	=	vriesweer
vriesweer	noun	weer waarbij het buiten kouder is dan 0 ᵒC
vriesweertje	=	vriesweer
vriesweertjes	=	vriesweer
vrieswind	noun	een harde, koude wind als de buitentemperatuur onder 0ᵒ C is
vrieswinden	=	vrieswind
vrieze	=	vriezen
vriezeman	noun	personificatie van de vrieskou
vriezemannen	=	vriezeman
vriezemannetje	=	vriezeman
vriezemannetjes	=	vriezeman
vriezen	verb	het heersen van een temperatuur waarbij water kristalliseert tot ijs
vriezend	adj	onder onstandigheden waarbij water in ijs verandert
vriezende	=	vriezend
vriezends	=	vriezend
vriezer	noun	een toestel bedoeld om voedingsmiddelen in bevroren toestand gebracht, te bewaren
vriezers	=	vriezer
vriezertje	=	vriezer
vriezertjes	=	vriezer
vrij	adj	niet de genoemde tekortkoming hebbend, niet onderhevig aan, ongevoelig voor, zonder b.v. accijnsvrij, loodvrij etc.	adv	tamelijk
vrijaadje	=	vrijage
vrijaf	noun	toegestane afwezigheid bij een terugkerende activiteit waaraan men hoort deel te nemen
vrijafje	=	vrijaf
vrijage	noun	kortstondige, niet al te serieuze verkering
vrijages	=	vrijage
vrijagetje	=	vrijage
vrijagie	=	vrijage
vrijbank	noun	plek voor vrije goedkope verkoop van qualitatief minderwaardig vleesch
vrijbanken	=	vrijbank
vrijbankje	=	vrijbank
vrijbankjes	=	vrijbank
vrijberoepsbeoefenaar	noun	iemand die als zelfstandige in een bepaald vak diensten verleent
vrijberoepsbeoefenaars	=	vrijberoepsbeoefenaar
vrijberoepsbeoefenaren	=	vrijberoepsbeoefenaar
vrijbiljet	noun	toegangsbewijs waarvoor men niet heeft hoeven te betalen
vrijbiljetten	=	vrijbiljet
vrijblijvend	adj	zonder verbintenis
vrijblijvende	=	vrijblijvend
vrijblijvender	=	vrijblijvend
vrijblijvendere	=	vrijblijvend
vrijblijvenders	=	vrijblijvend
vrijblijvendheden	=	vrijblijvendheid
vrijblijvendheid	noun	het niet afdwingbaar zijn van afspraken en beloftes
vrijblijvends	=	vrijblijvend
vrijblijvendst	=	vrijblijvend
vrijblijvendste	=	vrijblijvend
vrijbrief	noun	verklaring waarbij men van iets vrijgesteld of tot iets gemachtigd wordt
vrijbriefje	=	vrijbrief
vrijbriefjes	=	vrijbrief
vrijbrieven	=	vrijbrief
vrijbuit	=	vrijbuiten
vrijbuite	=	vrijbuiten
vrijbuiten	verb	als kaper varen, op roof uitgaan
vrijbuitend	=	vrijbuiten
vrijbuitende	=	vrijbuiten
vrijbuiter	noun	een zeerover die niet zijn buit grotendeels zoals een kaper aan de staat afstond, maar vrijelijk op de markt verkocht
vrijbuiters	=	vrijbuiter
vrijbuitertje	=	vrijbuiter
vrijbuitertjes	=	vrijbuiter
vrijbuitte	=	vrijbuiten
vrijbuitten	=	vrijbuiten
vrijdag	noun	dag van de week die na donderdag en voor zaterdag komt
vrijdagavond	noun	de latere uren van de vrijdag	adv	op de avond van de vrijdag
vrijdagavonden	=	vrijdagavond
vrijdagavondje	=	vrijdagavond
vrijdagavondjes	=	vrijdagavond
vrijdagen	=	vrijdag
vrijdaggebed	noun	verplicht gezamenlijk gebed, op vrijdag gehouden na de preek van de imam
vrijdaggebeden	=	vrijdaggebed
vrijdagje	=	vrijdag
vrijdagjes	=	vrijdag
vrijdagmarkt	noun	op vrijdag gehouden markt
vrijdagmarkten	=	vrijdagmarkt
vrijdagmarktje	=	vrijdagmarkt
vrijdagmarktjes	=	vrijdagmarkt
vrijdagmiddag	noun	de uren van een vrijdag tussen het middaguur en de avond	adv	op de middag van de vrijdag
vrijdagmiddagborrel	noun	een bijeenkomst op vrijdagmiddag om ter afsluiting van de werkweek wat te gebruiken en te communiceren
vrijdagmiddagborrels	=	vrijdagmiddagborrel
vrijdagmiddagborreltje	=	vrijdagmiddagborrel
vrijdagmiddagen	=	vrijdagmiddag
vrijdagmiddagje	=	vrijdagmiddag
vrijdagmiddagjes	=	vrijdagmiddag
vrijdagmorgen	noun	de uren van een vrijdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de morgen van vrijdag	adv	in de morgen van de vrijdag
vrijdagmorgens	=	vrijdagmorgen
vrijdagmorgentje	=	vrijdagmorgen
vrijdagmorgentjes	=	vrijdagmorgen
vrijdagnacht	noun	de nacht van vrijdag op zaterdag.	adv	in de nacht van de vrijdag
vrijdagnachten	=	vrijdagnacht
vrijdagnachtje	=	vrijdagnacht
vrijdagnachtjes	=	vrijdagnacht
vrijdagnamiddag	noun	op vrijdag de tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de vrijdagmiddag
vrijdagnamiddagen	=	vrijdagnamiddag
vrijdagnamiddagje	=	vrijdagnamiddag
vrijdagnamiddagjes	=	vrijdagnamiddag
vrijdagochtend	noun	de uren van een vrijdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van vrijdag	adv	in de ochtend van de vrijdag
vrijdagochtenden	=	vrijdagochtend
vrijdagochtendje	=	vrijdagochtend
vrijdagochtendjes	=	vrijdagochtend
vrijdags	adj	op de vrijdag betrekking hebbend	adv	op vrijdagen
vrijdagsavonds	adv	geregeld op de avonden van de zaterdagen
vrijdagsch	=	vrijdags
vrijdagse	=	vrijdags
vrijdagsmiddags	adv	geregeld op de middagen van de vrijdagen
vrijdagsmorgens	adv	geregeld op de ochtenden van de vrijdagen
vrijdagsnachts	adv	geregeld in de nachten van de vrijdagen
vrijdagsochtends	adv	geregeld op de ochtenden van de vrijdagen
vrijdagvoormiddag	noun	op vrijdag de tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de vrijdagmiddag
vrijdagvoormiddagen	=	vrijdagvoormiddag
vrijdagvoormiddagje	=	vrijdagvoormiddag
vrijdagvoormiddagjes	=	vrijdagvoormiddag
vrijde	=	vrijen
vrijden	=	vrijen
vrijdenken	verb	het denken uitsluitend door de rede, wetenschap en logica
vrijdenkend	adj	vrijzinnig
vrijdenkende	=	vrijdenken
vrijdenkender	=	vrijdenkend
vrijdenkendere	=	vrijdenkend
vrijdenkenders	=	vrijdenkend
vrijdenkends	=	vrijdenkend
vrijdenkendst	=	vrijdenkend
vrijdenkendste	=	vrijdenkend
vrijdenker	noun	iemand die iedere vorm van dogmatiek afwijst en met name iedere vorm van dogmatisch geloof
vrijdenkerij	noun	het vrijdenken, de opvatting dat men zich in het denken uitsluitend door de rede, wetenschap en logica laat leiden en niet door religie of traditie
vrijdenkerijen	=	vrijdenkerij
vrijdenkers	=	vrijdenker
vrijdenkertje	=	vrijdenker
vrijdenkertjes	=	vrijdenker
vrijdenkster	=	vrijdenker
vrijdom	noun	het vrijgesteld zijn van een plicht
vrijdommen	=	vrijdom
vrijduiken	noun	de duiksport beoefenen zonder technische hulpmiddelen.
vrije	=	vrij
vrije-uitloopkip	noun	kip die in een ruime stal gehouden wordt en vrij is om naar buiten te gaan
vrije-uitloopkippen	=	vrije-uitloopkip
vrije-uitloopouder	noun	een ouder die zijn kinderen zonder begeleiding buiten laat spelen of van en naar school laat gaan
vrije-uitloopouders	=	vrije-uitloopouder
vrijeberoepsbeoefenaar	noun	iemand die als zelfstandige in een bepaald vak diensten verleent
vrijeberoepsbeoefenaars	=	vrijeberoepsbeoefenaar
vrijeberoepsbeoefenaren	=	vrijeberoepsbeoefenaar
vrijelijk	adv	op vrije wijze, ongehinderd
vrijemarkteconomie	noun	een politiek-economische ordening van de maatschappij waarin de wet van vraag en aanbod leidend is
vrijemarkteconomieën	=	vrijemarkteconomie
vrijen	verb	relatie met iemand hebben
vrijend	=	vrijen
vrijende	=	vrijen
vrijer	=	vrij
vrijere	=	vrij
vrijerig	adj	graag willen vrijen
vrijerige	=	vrijerig
vrijeriger	=	vrijerig
vrijerigere	=	vrijerig
vrijerigers	=	vrijerig
vrijerigs	=	vrijerig
vrijerigst	=	vrijerig
vrijerigste	=	vrijerig
vrijerij	noun	erotisch getinte, lichamelijke toenadering
vrijerijen	=	vrijerij
vrijerijtje	=	vrijerij
vrijerijtjes	=	vrijerij
vrijers	=	vrij
vrijertje	=	vrij
vrijertjes	=	vrij
vrijescholen	=	vrijeschool
vrijeschool	noun	school volgens de antroposofische opvattingen van Rudolf Steiner, met een leerplan gebaseerd op de natuurlijke eigen ontwikkeling van een kind
vrijeschoolonderwijs	noun	school voor basis- en voortgezet onderwijs, gebaseerd op de antroposofische opvattingen van Rudolf Steiner, in internationaal verband ook bekend als waldorfscholen
vrijeschooltje	=	vrijeschool
vrijeschooltjes	=	vrijeschool
vrijesectorhuurwoning	noun	een huurwoning met een kale huurprijs boven de liberalisatiegrens van € 1.228,07 per maand (prijspeil 2026).
vrijesectorhuurwoningen	=	vrijesectorhuurwoning
vrijesectorhuurwoninkje	=	vrijesectorhuurwoning
vrijesectorhuurwoninkjes	=	vrijesectorhuurwoning
vrijesectorwoning	noun	een huurwoning waarvan de kale huurprijs boven de liberalisatiegrens ligt.
vrijesectorwoningen	=	vrijesectorwoning
vrijesectorwoninkje	=	vrijesectorwoning
vrijesectorwoninkjes	=	vrijesectorwoning
vrijetijdbesteding	noun	de invulling van tijd die overblijft na verplichte activiteiten zoals werk, school en huishouden, vaak met als doel ontspanning, hobby's of recreatie.
vrijetijdbestedingen	=	vrijetijdbesteding
vrijetijdbestedinkje	=	vrijetijdbesteding
vrijetijdbestedinkjes	=	vrijetijdbesteding
vrijetijdsaanbod	noun	geheel aan beschikbare mogelijkheden om te recreëren
vrijetijdsactiviteit	noun	dat wat in de vrije tijd gedaan wordt
vrijetijdsactiviteiten	=	vrijetijdsactiviteit
vrijetijdsactiviteitje	=	vrijetijdsactiviteit
vrijetijdsactiviteitjes	=	vrijetijdsactiviteit
vrijetijdsbesteding	noun	activiteit waarmee je je vermaakt wanneer er geen werk is dat je moet doen
vrijetijdsbestedingen	=	vrijetijdsbesteding
vrijetijdsbestedinkje	=	vrijetijdsbesteding
vrijetijdsbestedinkjes	=	vrijetijdsbesteding
vrijetijdskleding	noun	informele, makkelijk zittende kleding die men draagt in de tijd dat men niet werkt
vrijetijdskunde	noun	onderzoek naar de besteding van vrije tijd
vrijetijdsprobleem	noun	vraagstuk rond de besteding van de tijd dat men niet hoeft te werken
vrijetijdsproblemen	=	vrijetijdsprobleem
vrijetijdssamenleving	noun	een samenleving waarin vrije tijd en vrijetijdsbesteding van groot belang zijn
vrijetijdssector	noun	de bedrijfstak die zich bezig houdt met recreatieve voorzieningen
vrijetijdssectoren	=	vrijetijdssector
vrijetijdssectors	=	vrijetijdssector
vrijetijdsstress	noun	de spanning die ontstaat tijdens en door de vrije tijd
vrijgaaft	=	vrijgeven
vrijgaf	=	vrijgeven
vrijgave	noun	ter beschikking stellen van anderen; openbaar maken
vrijgavemunt	noun	muntstuk voor mensen boven de 18 jaar waarmee ze een sigarettenautomaat kunnen gebruiken die voor jongeren is geblokkeerd
vrijgavemunten	=	vrijgavemunt
vrijgavemuntje	=	vrijgavemunt
vrijgavemuntjes	=	vrijgavemunt
vrijgaven	=	vrijgeven
vrijgaves	=	vrijgave
vrijgeef	=	vrijgeven
vrijgeeft	=	vrijgeven
vrijgeest	noun	iemand die in zijn rationele denken niet geremd wordt door dogma of godsdienst
vrijgeesten	=	vrijgeest
vrijgegeven	=	vrijgeven
vrijgehouden	=	vrijhouden
vrijgekocht	=	vrijkopen
vrijgekochte	=	vrijkopen
vrijgekomen	=	vrijkomen
vrijgelaten	=	vrijlaten
vrijgelatene	noun	vrouwelijke gevangene die is vrijgelaten
vrijgelatenen	=	vrijgelatene
vrijgeleide	noun	officieel document waarin staat dat iemand toestemming heeft door een vijandig gebied af te reizen
vrijgeleiden	=	vrijgeleide
vrijgeleides	=	vrijgeleide
vrijgeloot	=	vrijloten
vrijgelopen	=	vrijlopen
vrijgemaakt	=	vrijmaken
vrijgemaakte	=	vrijmaken
vrijgepleit	=	vrijpleiten
vrijgepleite	=	vrijpleiten
vrijgesproken	=	vrijspreken
vrijgestaan	=	vrijstaan
vrijgesteld	=	vrijstellen
vrijgestelde	noun	iemand die een bepaalde taak (bijvoorbeeld reguliere arbeid) niet hoeft uit te voeren met de bedoeling hem in te zetten voor een taak in een meer algemeen belang
vrijgestelden	=	vrijgestelde
vrijgevallen	=	vrijvallen
vrijgeve	=	vrijgeven
vrijgeven	verb	zonder voorbehoud beschikbaar stellen, toegankelijk maken
vrijgevend	=	vrijgeven
vrijgevende	=	vrijgeven
vrijgevestigd	adj	niet in loondienst werkzaam
vrijgevestigde	=	vrijgevestigd
vrijgevestigds	=	vrijgevestigd
vrijgevig	adj	gul
vrijgevige	=	vrijgevig
vrijgeviger	=	vrijgevig
vrijgevigere	=	vrijgevig
vrijgevigers	=	vrijgevig
vrijgevigheden	=	vrijgevigheid
vrijgevigheid	noun	het graag en veel willen geven
vrijgevigs	=	vrijgevig
vrijgevigst	=	vrijgevig
vrijgevigste	=	vrijgevig
vrijgevochten	=	vrijvechten
vrijgezel	noun	een ongehuwde man of vrouw	adj	zonder levenspartner
vrijgezelle	=	vrijgezel
vrijgezellen	=	vrijgezel
vrijgezellenavond	noun	avond voor iemands huwelijk waarop hij of zij met vrienden, maar zonder de aanstaande partner uitgaat en waarbij meestal een aantal gênante opdrachten moet worden uitgevoerd
vrijgezellenavonden	=	vrijgezellenavond
vrijgezellenavondje	=	vrijgezellenavond
vrijgezellenavondjes	=	vrijgezellenavond
vrijgezellenbestaan	noun	het leven als ongetrouwd persoon
vrijgezellencafeetje	=	vrijgezellencafé
vrijgezellencafeetjes	=	vrijgezellencafé
vrijgezellencafé	noun	gezellige bijeenkomst voor mensen zonder levenspartner
vrijgezellencafés	=	vrijgezellencafé
vrijgezellenfeest	noun	feest voor iemand in het huwelijk treedt waarop hij of zij met vrienden, maar zonder de aanstaande partner uitgaat waarbij minimaal het slachtoffer in een opvallend kledingstuk wordt gehesen
vrijgezellenfeesten	=	vrijgezellenfeest
vrijgezellenfeestje	=	vrijgezellenfeest
vrijgezellenfeestjes	=	vrijgezellenfeest
vrijgezellenflat	noun	flatgebouw voor ongehuwde personen
vrijgezellenflatje	=	vrijgezellenflat
vrijgezellenflatjes	=	vrijgezellenflat
vrijgezellenflats	=	vrijgezellenflat
vrijgezellenknoop	noun	een knoop van een kledingstuk dat je zonder naald en draad kunt vervangen
vrijgezellenknoopje	=	vrijgezellenknoop
vrijgezellenknoopjes	=	vrijgezellenknoop
vrijgezellenknopen	=	vrijgezellenknoop
vrijgezelletje	=	vrijgezel
vrijgezelletjes	=	vrijgezel
vrijgezellin	noun	ongehuwde vrouw
vrijgezellinnen	=	vrijgezellin
vrijgezels	=	vrijgezel
vrijgraaf	noun	een rechter naar oorspronkelijk oud-westfaalse wetten
vrijgraafje	=	vrijgraaf
vrijgraafjes	=	vrijgraaf
vrijgraven	=	vrijgraaf
vrijhandel	noun	vrije handel
vrijhandelsakkoord	noun	een verdrag waarbij twee (groepen) landen vastleggen aan welke eisen handel tussen hen moet voldoen
vrijhandelsakkoorden	=	vrijhandelsakkoord
vrijhandelsassociatie	noun	een samenwerkingsverband tussen een aantal partners (landen of steden) die tot doel heeft de vrije handel in goederen tussen de deelnemers te bevorderen
vrijhandelsassociaties	=	vrijhandelsassociatie
vrijhandelsgebied	noun	gebied waarin de handel vrij is
vrijhandelsgebieden	=	vrijhandelsgebied
vrijhandelsgedachte	noun	het idee dat onbelemmerde handel de beste garantie is voor maximale welvaart en economische groei
vrijhandelsgedachten	=	vrijhandelsgedachte
vrijhandelsgedachtes	=	vrijhandelsgedachte
vrijhandelsovereenkomst	noun	regeling waarbij twee of meer landen besluiten onderling geen invoer- en uitvoerbelemmeringen te hebben
vrijhandelsovereenkomsten	=	vrijhandelsovereenkomst
vrijhandelsverdrag	noun	verdrag dat de vrije handel regelt
vrijhandelsverdragen	=	vrijhandelsverdrag
vrijhandelsverdragje	=	vrijhandelsverdrag
vrijhandelsverdragjes	=	vrijhandelsverdrag
vrijhandelszone	noun	gebied waarin de handel vrij is
vrijhandelszones	=	vrijhandelszone
vrijhandeltje	=	vrijhandel
vrijhaven	noun	een haven met bijzondere vrijstellingen, bijvoorbeeld de vrijstelling van betaling van belasting
vrijhavens	=	vrijhaven
vrijhaventje	=	vrijhaven
vrijhaventjes	=	vrijhaven
vrijheden	=	vrijheid
vrijheer	noun	edelman met veel privileges die alleen de koning boven zich erkent
vrijheerlijk	adj	betrekking hebbend op de privileges en het gebied van een vrijheer (een edelman met vergaande rechten)
vrijheerlijke	=	vrijheerlijk
vrijheerlijker	=	vrijheerlijk
vrijheerlijkere	=	vrijheerlijk
vrijheerlijkers	=	vrijheerlijk
vrijheerlijks	=	vrijheerlijk
vrijheerlijkst	=	vrijheerlijk
vrijheerlijkste	=	vrijheerlijk
vrijheertje	=	vrijheer
vrijheertjes	=	vrijheer
vrijheid	noun	het vrij zijn
vrijheidje	=	vrijheid
vrijheidjes	=	vrijheid
vrijheidlievend	adj	betreft het nastreven en liefhebben van de vrijheid (voor jezelf en anderen)
vrijheidlievende	=	vrijheidlievend
vrijheidlievender	=	vrijheidlievend
vrijheidlievendere	=	vrijheidlievend
vrijheidlievenders	=	vrijheidlievend
vrijheidlievends	=	vrijheidlievend
vrijheidlievendst	=	vrijheidlievend
vrijheidlievendste	=	vrijheidlievend
vrijheidsbeeld	noun	beeld opgericht ter ere van de vrijheid
vrijheidsbeelden	=	vrijheidsbeeld
vrijheidsbeeldje	=	vrijheidsbeeld
vrijheidsbeeldjes	=	vrijheidsbeeld
vrijheidsbeneming	noun	het in hechtenis nemen van iemand
vrijheidsbenemingen	=	vrijheidsbeneming
vrijheidsbeperkend	adj	betreffende maatregelen, interventies of middelen die de bewegingsvrijheid, keuzevrijheid of het sociale contact van een persoon (vaak een patiënt of cliënt) verminderen
vrijheidsbeperkende	=	vrijheidsbeperkend
vrijheidsbeperkender	=	vrijheidsbeperkend
vrijheidsbeperkendere	=	vrijheidsbeperkend
vrijheidsbeperkenders	=	vrijheidsbeperkend
vrijheidsbeperkends	=	vrijheidsbeperkend
vrijheidsbeperkendst	=	vrijheidsbeperkend
vrijheidsbeperkendste	=	vrijheidsbeperkend
vrijheidsberoving	noun	het iemand de mogelijkheid ontnemen vrij te zijn
vrijheidsberovingen	=	vrijheidsberoving
vrijheidsbeweging	noun	een organisatie die streeft naar meer vrijheid en/of de bevrijding van een gebied/mensen.
vrijheidsbewegingen	=	vrijheidsbeweging
vrijheidsbeweginkje	=	vrijheidsbeweging
vrijheidsbeweginkjes	=	vrijheidsbeweging
vrijheidsbomen	=	vrijheidsboom
vrijheidsboom	noun	ter gelegenheid van een bevrijdingsfeest opgerichte boom
vrijheidsboompje	=	vrijheidsboom
vrijheidsboompjes	=	vrijheidsboom
vrijheidsdrang	noun	de behoefte om zonder dwang van anderen te kunnen leven
vrijheidsgedachte	noun	het idee dat mensen onafhankelijk en vrij moeten kunnen leven en hun eigen lot mogen bepalen
vrijheidsgedachten	=	vrijheidsgedachte
vrijheidsgedachtes	=	vrijheidsgedachte
vrijheidsgevoel	noun	het gevoel dat men niet gebonden is
vrijheidsgraad	noun	vrij te kiezen variabele in een natuurwetmatig wiskundig verband
vrijheidsgraden	=	vrijheidsgraad
vrijheidsidee	noun	het verlangen naar zelfbeschikkingsrecht
vrijheidsideeën	=	vrijheidsidee
vrijheidskonvooi	noun	een stoet van vrachtwagens die het verkeer blokkeren als protest tegen vrijheid beperkende maatregelen van de overheid
vrijheidskonvooien	=	vrijheidskonvooi
vrijheidslievend	adj	betreffende een sterke voorkeur of liefde voor persoonlijke en maatschappelijke vrijheid
vrijheidslievende	=	vrijheidslievend
vrijheidslievender	=	vrijheidslievend
vrijheidslievendere	=	vrijheidslievend
vrijheidslievenders	=	vrijheidslievend
vrijheidslievends	=	vrijheidslievend
vrijheidslievendst	=	vrijheidslievend
vrijheidslievendste	=	vrijheidslievend
vrijheidsoorlog	noun	een oorlog die men voert om een (vreemde) overheerser te verdrijven
vrijheidsoorlogen	=	vrijheidsoorlog
vrijheidsrecht	noun	elk van de grondrechten die beschermen tegen de macht van de overheid
vrijheidsrechten	=	vrijheidsrecht
vrijheidsstraf	noun	een straf waarbij iemand de vrijheid ontnomen wordt om te gaan en staan waar die wil
vrijheidsstraffen	=	vrijheidsstraf
vrijheidsstrafje	=	vrijheidsstraf
vrijheidsstrafjes	=	vrijheidsstraf
vrijheidsstrijd	noun	strijd voor de bevrijding of onafhankelijkheid van een gebied
vrijheidsstrijden	=	vrijheidsstrijd
vrijheidsstrijder	noun	krijger, rebel of activist die zich inzet voor de vrijheid van zijn of haar onderdrukte volk, en door de vijand vaak gezien als terrorist of militant
vrijheidsstrijders	=	vrijheidsstrijder
vrijheidsstrijdertje	=	vrijheidsstrijder
vrijheidszin	noun	de drang naar vrijheid en onafhankelijkheid
vrijheren	=	vrijheer
vrijhield	=	vrijhouden
vrijhielde	=	vrijhouden
vrijhielden	=	vrijhouden
vrijhieldt	=	vrijhouden
vrijhou	=	vrijhouden
vrijhoud	=	vrijhouden
vrijhoude	=	vrijhouden
vrijhouden	verb	~ voor zorgen dat iets niet bezet raakt
vrijhoudend	=	vrijhouden
vrijhoudende	=	vrijhouden
vrijhoudt	=	vrijhouden
vrijkaart	noun	toegangskaart waarvoor men niet heeft hoeven te betalen
vrijkaarten	=	vrijkaart
vrijkaartje	=	vrijkaart
vrijkaartjes	=	vrijkaart
vrijkocht	=	vrijkopen
vrijkochten	=	vrijkopen
vrijkom	=	vrijkomen
vrijkome	=	vrijkomen
vrijkomen	verb	van een gevangene dat hij niet meer gevangen is
vrijkomend	=	vrijkomen
vrijkomende	=	vrijkomen
vrijkomt	=	vrijkomen
vrijkont	noun|informal	iemand die dol is op vrijen
vrijkonten	=	vrijkont
vrijkontje	=	vrijkont
vrijkontjes	=	vrijkont
vrijkoop	=	vrijkopen
vrijkoopt	=	vrijkopen
vrijkope	=	vrijkopen
vrijkopen	verb	door betaling iemands vrijheid verkrijgen
vrijkopend	=	vrijkopen
vrijkopende	=	vrijkopen
vrijkoping	noun	door het betalen van een som geld zorgen dat iets of iemand vrijkomt
vrijkopingen	=	vrijkoping
vrijkwaamt	=	vrijkomen
vrijkwam	=	vrijkomen
vrijkwame	=	vrijkomen
vrijkwamen	=	vrijkomen
vrijlaat	=	vrijlaten
vrijlandkip	noun	kip die vrij kan rondlopen in een ruime stal en onbeperkt naar buiten kan lopen
vrijlandkippen	=	vrijlandkip
vrijlate	=	vrijlaten
vrijlaten	verb	toestaan om uit gevangenschap weg te gaan
vrijlatend	=	vrijlaten
vrijlatende	=	vrijlaten
vrijlating	noun	het uit gevangenschap loslaten
vrijlatingen	=	vrijlating
vrijliep	=	vrijlopen
vrijliepe	=	vrijlopen
vrijliepen	=	vrijlopen
vrijliept	=	vrijlopen
vrijliet	=	vrijlaten
vrijliete	=	vrijlaten
vrijlieten	=	vrijlaten
vrijloop	noun	stand van de versnellingsbak waarbij de verbrandingsmotor vrij kan lopen zonder aandrijving van de wielen
vrijloopt	=	vrijlopen
vrijloot	=	vrijloten
vrijlootte	=	vrijloten
vrijlootten	=	vrijloten
vrijlope	=	vrijlopen
vrijlopen	verb	zo lopen dat men vrij is van dekking van een tegenstander
vrijlopend	=	vrijlopen
vrijlopende	=	vrijlopen
vrijlot	noun	gratis lot
vrijlote	=	vrijloten
vrijloten	verb	bij loting vrijkomen
vrijlotend	=	vrijloten
vrijlotende	=	vrijloten
vrijlotje	=	vrijlot
vrijlotjes	=	vrijlot
vrijmaak	=	vrijmaken
vrijmaakt	=	vrijmaken
vrijmaakte	=	vrijmaken
vrijmaakten	=	vrijmaken
vrijmachtig	adj	macht hebbend op eigen gezag
vrijmachtige	=	vrijmachtig
vrijmachtiger	=	vrijmachtig
vrijmachtigere	=	vrijmachtig
vrijmachtigers	=	vrijmachtig
vrijmachtigs	=	vrijmachtig
vrijmachtigst	=	vrijmachtig
vrijmachtigste	=	vrijmachtig
vrijmake	=	vrijmaken
vrijmaken	verb	bevrijden, verlossen
vrijmakend	=	vrijmaken
vrijmakende	=	vrijmaken
vrijmaking	noun	het uit onderdrukking bevrijden van iemand
vrijmakingen	=	vrijmaking
vrijmakinkje	=	vrijmaking
vrijmakinkjes	=	vrijmaking
vrijmarkt	noun	een markt waarop iedereen zonder te betalen of te reserveren zijn handelswaar mag verkopen
vrijmarkten	=	vrijmarkt
vrijmarktje	=	vrijmarkt
vrijmarktjes	=	vrijmarkt
vrijmetselaar	noun	lid van een vrijmetselaarsorde die zich o.a. bezig houdt met vrijmetselarij
vrijmetselaars	=	vrijmetselaar
vrijmetselaarsgraad	noun	een graad in deze filosofie
vrijmetselaarsgraden	=	vrijmetselaarsgraad
vrijmetselaarsloge	noun	plaats of gebouw waar een groep vrijmetselaars bij elkaar komen; afdeling van de vrijmetselarij
vrijmetselaarsloges	=	vrijmetselaarsloge
vrijmetselaartje	=	vrijmetselaar
vrijmetselaartjes	=	vrijmetselaar
vrijmetselaren	=	vrijmetselaar
vrijmetselarij	noun	niet-religieuze broederschap op humanistische grondslag
vrijmibo	noun	informele ontmoeting als afsluiting van de werkweek
vrijmibo's	=	vrijmibo
vrijmibootje	=	vrijmibo
vrijmibootjes	=	vrijmibo
vrijmoedig	adj	vrij in het uiten van het gemoed
vrijmoedige	=	vrijmoedig
vrijmoediger	=	vrijmoedig
vrijmoedigere	=	vrijmoedig
vrijmoedigers	=	vrijmoedig
vrijmoedigheden	=	vrijmoedigheid
vrijmoedigheid	noun	het niet al te angstig zijn; het hebben van een gezonde hoeveelheid durf
vrijmoedigs	=	vrijmoedig
vrijmoedigst	=	vrijmoedig
vrijmoedigste	=	vrijmoedig
vrijpartij	noun	de liefde bedrijven met een partner
vrijpartijen	=	vrijpartij
vrijpartijtje	=	vrijpartij
vrijpartijtjes	=	vrijpartij
vrijplaats	noun	een plaats waar zaken ongestraft blijven die elders verboden zijn
vrijplaatsen	=	vrijplaats
vrijplaatsje	=	vrijplaats
vrijpleit	=	vrijpleiten
vrijpleite	=	vrijpleiten
vrijpleiten	verb	door pleiten vrijspraak verwerven voor iemand, door pleiten de onschuld aantonen van iemand, door pleiten verdedigen
vrijpleitend	=	vrijpleiten
vrijpleitende	=	vrijpleiten
vrijpleitte	=	vrijpleiten
vrijpleitten	=	vrijpleiten
vrijpostig	adj	zich niet gebonden voelend aan de goede zeden, hinderlijk-brutaal
vrijpostige	=	vrijpostig
vrijpostiger	=	vrijpostig
vrijpostigere	=	vrijpostig
vrijpostigers	=	vrijpostig
vrijpostigheden	=	vrijpostigheid
vrijpostigheid	noun	te vrij in handelen en uiten met name als het gaat om seksueel grensoverschrijdend gedrag
vrijpostigs	=	vrijpostig
vrijpostigst	=	vrijpostig
vrijpostigste	=	vrijpostig
vrijs	=	vrij
vrijschop	noun	vrije schop bij voetballen
vrijschoppen	=	vrijschop
vrijscène	noun	een deel van een film of toneelstuk waarin het liefkozen de belangrijkste activiteit is
vrijscènes	=	vrijscène
vrijspraak	noun	uitspraak in een strafproces, die inhoudt dat de rechter niet wettig en overtuigend bewezen acht dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan
vrijspraakje	=	vrijspraak
vrijspraakt	=	vrijspreken
vrijsprak	=	vrijspreken
vrijsprake	=	vrijspreken
vrijspraken	=	vrijspreken
vrijspreek	=	vrijspreken
vrijspreekt	=	vrijspreken
vrijspreke	=	vrijspreken
vrijspreken	verb	onschuldig verklaren
vrijsprekend	=	vrijspreken
vrijsprekende	=	vrijspreken
vrijst	=	vrij
vrijsta	=	vrijstaan
vrijstaan	verb	geoorloofd zijn
vrijstaand	adj	Niet ergens tegenaan staan.
vrijstaande	=	vrijstaan
vrijstaands	=	vrijstaand
vrijstaat	noun	vrije republiek
vrijstaatje	=	vrijstaat
vrijstaatjes	=	vrijstaat
vrijstaten	=	vrijstaat
vrijste	=	vrij
vrijstel	=	vrijstellen
vrijstelde	=	vrijstellen
vrijstelden	=	vrijstellen
vrijstelle	=	vrijstellen
vrijstellen	verb	~ van: ontslaan van een bestaande verplichting
vrijstellend	=	vrijstellen
vrijstellende	=	vrijstellen
vrijstelling	noun	het vrijstellen of vrijgesteld zijn
vrijstellingen	=	vrijstelling
vrijstelt	=	vrijstellen
vrijster	noun	ongetrouwde vrouw
vrijsters	=	vrijster
vrijstertje	=	vrijster
vrijstertjes	=	vrijster
vrijstond	=	vrijstaan
vrijstonden	=	vrijstaan
vrijt	=	vrijen
vrijthof	noun	een omheinde plaats, een voorhof van de kerk of een omheinde hof
vrijthofconcert	noun	een concert gehouden op een plein met de naam Vrijthof
vrijthofconcerten	=	vrijthofconcert
vrijthoven	=	vrijthof
vrijuit	adv	zonder belemmering of bestraffing
vrijval	noun	het weer ter beschikking komen van gelden die ergens vast stonden of voor een bepaald doel gereserveerd waren
vrijvalle	=	vrijvallen
vrijvallen	verb	beschikbaar komen om vrij te gebruiken; vacant worden; leeg komen
vrijvallend	=	vrijvallen
vrijvallende	=	vrijvallen
vrijvalt	=	vrijvallen
vrijvecht	=	vrijvechten
vrijvechte	=	vrijvechten
vrijvechten	verb	door te vechten zichzelf bevrijden
vrijvechtend	=	vrijvechten
vrijvechtende	=	vrijvechten
vrijviel	=	vrijvallen
vrijvielen	=	vrijvallen
vrijvocht	=	vrijvechten
vrijvochten	=	vrijvechten
vrijwaar	=	vrijwaren
vrijwaarde	=	vrijwaren
vrijwaarden	=	vrijwaren
vrijwaart	=	vrijwaren
vrijware	=	vrijwaren
vrijwaren	verb	waarborgen, behoeden, veilig stellen
vrijwarend	=	vrijwaren
vrijwarende	=	vrijwaren
vrijwaring	noun	het vrijwaren
vrijwaringen	=	vrijwaring
vrijwaringsbewijs	noun	een document dat als bewijs dient om aan te tonen dat het verkochte item niet meer op naam staat van de verkoper.
vrijwaringsbewijzen	=	vrijwaringsbewijs
vrijwaringsclausule	noun	een korte tekst waarin iemand zijn of haar aansprakelijkheid in een bepaalde risicohoudende aangelegenheid of situatie afwijst of beperkt
vrijwaringsclausules	=	vrijwaringsclausule
vrijwel	adv	zo goed als, verwaarloosbaar weinig schelend ten opzichte van iets anders
vrijwillig	adj	niet gedwongen
vrijwilligd	=	vrijwilligen
vrijwilligde	=	vrijwilligen
vrijwilligden	=	vrijwilligen
vrijwillige	=	vrijwillig
vrijwilligen	verb	het uitvoeren van vrijwillige, onbetaalde arbeid; het doen van vrijwilligerswerk
vrijwilligend	=	vrijwilligen
vrijwilligende	=	vrijwilligen
vrijwilliger	noun	iemand die op vrijwillige basis aan iets meewerkt
vrijwilligere	=	vrijwillig
vrijwilligers	=	vrijwillig
vrijwilligersbijdrage	noun	kleine vergoeding die een vrijwilliger ontvangt
vrijwilligersbijdragen	=	vrijwilligersbijdrage
vrijwilligersbijdrages	=	vrijwilligersbijdrage
vrijwilligersleger	noun	een contrarevolutionair leger in Zuid-Rusland tijdens de Russische Burgeroorlog
vrijwilligerslegers	=	vrijwilligersleger
vrijwilligerslegertje	=	vrijwilligersleger
vrijwilligerslegertjes	=	vrijwilligersleger
vrijwilligersorganisatie	noun	organisatie waar mensen werken die daar niet voor betaald hoeven te worden
vrijwilligersorganisaties	=	vrijwilligersorganisatie
vrijwilligersproject	noun	in de tijd afgeronde activiteit die door een of meerdere vrijwilligers wordt ondernomen
vrijwilligersprojecten	=	vrijwilligersproject
vrijwilligersverzekering	noun	een verzekering die een organisatie aangaat voor de vrijwilligers van een organisatie
vrijwilligersverzekeringen	=	vrijwilligersverzekering
vrijwilligerswerk	noun	onbetaald werk
vrijwilligerswerken	=	vrijwilligerswerk
vrijwilligerswerkje	=	vrijwilligerswerk
vrijwilligerswerkjes	=	vrijwilligerswerk
vrijwilligertje	=	vrijwilliger
vrijwilligertjes	=	vrijwilliger
vrijwilligheden	=	vrijwilligheid
vrijwilligheid	noun	het vrijwillig zijn
vrijwilligs	=	vrijwillig
vrijwilligst	=	vrijwillig
vrijwilligste	=	vrijwillig
vrijwilligster	noun	vrouwelijke vorm van vrijwilliger
vrijwilligsters	=	vrijwilligster
vrijwilligstertje	=	vrijwilligster
vrijwilligstertjes	=	vrijwilligster
vrijwilligt	=	vrijwilligen
vrijwording	noun	het proces of de toestand waarin iets of iemand vrij wordt gemaakt, bevrijd wordt of onafhankelijk wordt.
vrijwordingen	=	vrijwording
vrijwordinkje	=	vrijwording
vrijwordinkjes	=	vrijwording
vrijzinnig	adj	met opvattingen die niet door starre uitgangspunten of vooroordelen worden beperkt
vrijzinnig-democratisch	adj	betrekking tot een politieke stroming die het streven naar maximale individuele vrijheid combineert met een actieve rol voor de overheid om sociale gelijkheid en democratische participatie te bevorderen
vrijzinnig-democratische	=	vrijzinnig-democratisch
vrijzinnig-democratischer	=	vrijzinnig-democratisch
vrijzinnig-democratischere	=	vrijzinnig-democratisch
vrijzinnig-democratischers	=	vrijzinnig-democratisch
vrijzinnige	=	vrijzinnig
vrijzinniger	=	vrijzinnig
vrijzinnigere	=	vrijzinnig
vrijzinnigers	=	vrijzinnig
vrijzinnigheden	=	vrijzinnigheid
vrijzinnigheid	noun	een tolerante houding waarbij vrijheid van mening en zingeving centraal staan
vrijzinnigs	=	vrijzinnig
vrijzinnigst	=	vrijzinnig
vrijzinnigste	=	vrijzinnig
vrille	noun	situatie waarin een vliegtuig in overtrokken toestand verkeert en bewegingen uitvoert om alle drie zijn assen.
vrilles	=	vrille
vrimibo	noun	gezellige bijeenkomst als afsluiting van de werkweek
vrimibo's	=	vrimibo
vrind	noun	verbastering van vriend (vooral gebruikt in deftige kringen)
vrindelijk	adj	verbastering van vriendelijk
vrindelijke	=	vrindelijk
vrindelijker	=	vrindelijk
vrindelijkere	=	vrindelijk
vrindelijkers	=	vrindelijk
vrindelijks	=	vrindelijk
vrindelijkst	=	vrindelijk
vrindelijkste	=	vrindelijk
vrinden	=	vrind
vrindin	=	vriendin
vrindje	=	vrind
vrindjes	=	vrind
vroed	adj	verstandig, wijs
vroede	=	vroed
vroeder	=	vroed
vroedere	=	vroed
vroeders	=	vroed
vroedkunde	noun	verloskunde
vroedman	noun	een man die zwangere vrouwen beroepsmatig begeleidt tijdens de bevalling van hun kind
vroedmannen	=	vroedman
vroedmannetje	=	vroedman
vroedmannetjes	=	vroedman
vroedmeesterpad	noun	Alytes obstetricans een padachtige kikker uit de familie Alytidae
vroedmeesterpadden	noun	Alytes een geslacht van kikkers uit de familie Alytidae (vroeger: Discoglossidae).
vroedmeesterpadje	=	vroedmeesterpad
vroedmeesterpadjes	=	vroedmeesterpad
vroeds	=	vroed
vroedschap	noun	stedelijk regerend college tot 1795
vroedschapje	=	vroedschap
vroedschappen	=	vroedschap
vroedst	=	vroed
vroedste	=	vroed
vroedvrouw	noun	een vrouw die een bevalling begeleidt
vroedvrouwen	=	vroedvrouw
vroedvrouwtje	=	vroedvrouw
vroedvrouwtjes	=	vroedvrouw
vroeg	adj	iets of iemand die op een eerder tijdstip komt of aanwezig is	adv	op een tijdstip dat eerder is dan de meeste
vroegah	=	vroeger
vroegbehandeling	noun	intensieve, gespecialiseerde therapie voor jonge kinderen (vaak 0-5 jaar) met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand, taalachterstand (TOS), gehoorverlies of communicatieproblemen.
vroegbehandelingen	=	vroegbehandeling
vroegbehandelingetje	=	vroegbehandeling
vroegbehandelingetjes	=	vroegbehandeling
vroegbloeiend	adj	betreffende een plant, heester of bloem die al vroeg in het seizoen bloemen draagt, meestal aan het einde van de winter of het begin van de lente.
vroegbloeiende	=	vroegbloeiend
vroegbloeiender	=	vroegbloeiend
vroegbloeiendere	=	vroegbloeiend
vroegbloeienders	=	vroegbloeiend
vroegbloeiends	=	vroegbloeiend
vroegbloeiendst	=	vroegbloeiend
vroegbloeiendste	=	vroegbloeiend
vroegboekkorting	noun	de korting die men krijgt als men al lang van te voren een bepaalde dienst boekt
vroegboekkortingen	=	vroegboekkorting
vroegboekkortingetje	=	vroegboekkorting
vroegchristelijk	adj	passend bij de beginperiode van het christendom (ca. 1e tot 4e/6e eeuw)
vroegchristelijke	=	vroegchristelijk
vroegchristelijker	=	vroegchristelijk
vroegchristelijkere	=	vroegchristelijk
vroegchristelijkers	=	vroegchristelijk
vroegchristelijks	=	vroegchristelijk
vroegchristelijkst	=	vroegchristelijk
vroegchristelijkste	=	vroegchristelijk
vroege	=	vroeg
vroegeenentwintigste-eeuws	adj	betrekking hebbend op de beginperiode van de eenentwintigste eeuw
vroegeenentwintigste-eeuwse	=	vroegeenentwintigste-eeuws
vroegeling	noun	Draba verna een 1-15 cm hoge, eenjarige plant.
vroegelingen	=	vroegeling
vroegelingetje	=	vroegeling
vroegen	=	vragen
vroeger	adj	uit een vorig tijdperk	adv	in het verleden.
vroegere	=	vroeg
vroegers	=	vroeg
vroeggeboorte	noun	het te vroeg geboren worden van een baby
vroeggeboorten	=	vroeggeboorte
vroeggeboortes	=	vroeggeboorte
vroeggotisch	adj	betreft de beginfase van de gotische bouwkunst, ontstaan in Île-de-France als overgang van de romaanse stijl.
vroeggotische	=	vroeggotisch
vroeggotischer	=	vroeggotisch
vroeggotischere	=	vroeggotisch
vroeggotischers	=	vroeggotisch
vroegjaar	noun	voorjaar, lente
vroegjaartje	=	vroegjaar
vroegjaartjes	=	vroegjaar
vroegjaren	=	vroegjaar
vroegkapitalistisch	adj	betreft de vroege fase van het kapitalisme, bloeiend tussen de 16e en 18e eeuw, gekenmerkt door de overgang van een agrarisch-feodale samenleving naar een economie gericht op winstbejag, privébezit, handelskapitaal en markthandel
vroegkapitalistische	=	vroegkapitalistisch
vroegkapitalistischer	=	vroegkapitalistisch
vroegkapitalistischere	=	vroegkapitalistisch
vroegkapitalistischers	=	vroegkapitalistisch
vroegkinderlijk	adj	stammend uit de vroegste kindertijd (voor het 8ste jaar)
vroegkinderlijke	=	vroegkinderlijk
vroegkinderlijker	=	vroegkinderlijk
vroegkinderlijkere	=	vroegkinderlijk
vroegkinderlijkers	=	vroegkinderlijk
vroegkinderlijks	=	vroegkinderlijk
vroegkinderlijkst	=	vroegkinderlijk
vroegkinderlijkste	=	vroegkinderlijk
vroegkost	=	vroegkosten
vroegkoste	=	vroegkosten
vroegkosten	verb|obsolete	de eerste maaltijd van de dag nuttigen
vroegkostend	=	vroegkosten
vroegkostende	=	vroegkosten
vroegkostte	=	vroegkosten
vroegkostten	=	vroegkosten
vroegmaal	=	vroegmalen
vroegmaalde	=	vroegmalen
vroegmaalden	=	vroegmalen
vroegmaalt	=	vroegmalen
vroegmale	=	vroegmalen
vroegmalen	verb|obsolete	de eerste maaltijd van de dag nuttigen
vroegmalend	=	vroegmalen
vroegmalende	=	vroegmalen
vroegmis	noun	een H. Mis die - ook op werkdagen - vroeg in de ochtend wordt opgedragen om aldus de gelovigen, met name de boeren, in de gelegenheid te stellen deze plechtigheid bij te wonen alvorens aan het werk te gaan
vroegmissen	=	vroegmis
vroegmodern	adj	betrekking hebbend op de periode van 1450 - 1800
vroegmoderne	=	vroegmodern
vroegmoderner	=	vroegmodern
vroegmodernere	=	vroegmodern
vroegmoderners	=	vroegmodern
vroegmoderns	=	vroegmodern
vroegmodernst	=	vroegmodern
vroegmodernste	=	vroegmodern
vroegneolithisch	adj	betreft de beginfase van de Jonge Steentijd, gekenmerkt door de overgang van jagen/verzamelen naar de eerste permanente nederzettingen, beginnende veeteelt en akkerbouw
vroegneolithische	=	vroegneolithisch
vroegneolithischer	=	vroegneolithisch
vroegneolithischere	=	vroegneolithisch
vroegneolithischers	=	vroegneolithisch
vroegoud	adj	van een jong persoon dat deze er al oud uitziet; er ouder uitzien dan past bij de leeftijd
vroegoude	=	vroegoud
vroegouder	=	vroegoud
vroegoudere	=	vroegoud
vroegouders	=	vroegoud
vroegouds	=	vroegoud
vroegoudst	=	vroegoud
vroegoudste	=	vroegoud
vroegrijp	adj	van een kind dat het te vroeg al bekend is met zaken die het eigenlijk pas later zou moeten weten
vroegrijpe	=	vroegrijp
vroegrijper	=	vroegrijp
vroegrijpere	=	vroegrijp
vroegrijpers	=	vroegrijp
vroegrijps	=	vroegrijp
vroegrijpst	=	vroegrijp
vroegrijpste	=	vroegrijp
vroegs	=	vroeg
vroegschaf	=	vroegschaffen
vroegschaffe	=	vroegschaffen
vroegschaffen	verb|obsolete	de eerste maaltijd van de dag nuttigen
vroegschaffend	=	vroegschaffen
vroegschaffende	=	vroegschaffen
vroegschaft	=	vroegschaffen
vroegschafte	=	vroegschaffen
vroegschaften	=	vroegschaffen
vroegschools	adj	betrekking hebbend op onderwijs in de eerste jaren van de basisschool
vroegschoolse	=	vroegschools
vroegsop	=	vroegsoppen
vroegsoppe	=	vroegsoppen
vroegsoppen	verb|obsolete	de eerste maaltijd van de dag nuttigen
vroegsoppend	=	vroegsoppen
vroegsoppende	=	vroegsoppen
vroegsopt	=	vroegsoppen
vroegsopte	=	vroegsoppen
vroegsopten	=	vroegsoppen
vroegst	=	vroeg
vroegste	=	vroeg
vroegstuk	=	vroegstukken
vroegstukke	=	vroegstukken
vroegstukken	verb|obsolete	de eerste maaltijd van de dag nuttigen
vroegstukkend	=	vroegstukken
vroegstukkende	=	vroegstukken
vroegstukt	=	vroegstukken
vroegstukte	=	vroegstukken
vroegstukten	=	vroegstukken
vroegt	=	vragen
vroegte	noun	begin van de morgen
vroegten	=	vroegte
vroegtes	=	vroegte
vroegtijdig	adj	bijtijds, vroeg	adv	eerder dan gewoonlijk; eerder dan de bedoeling was
vroegtijdige	=	vroegtijdig
vroegtijdiger	=	vroegtijdig
vroegtijdigere	=	vroegtijdig
vroegtijdigers	=	vroegtijdig
vroegtijdigs	=	vroegtijdig
vroegtijdigst	=	vroegtijdig
vroegtijdigste	=	vroegtijdig
vroegtwintigste-eeuws	adj	betrekking hebbend op de beginperiode van de twintigste eeuw
vroegtwintigste-eeuwse	=	vroegtwintigste-eeuws
vroegwijs	adj	op jonge leeftijd al veel levenservaring hebbend
vroegwijst	=	vroegwijs
vroegwijste	=	vroegwijs
vroegwijze	=	vroegwijs
vroegwijzer	=	vroegwijs
vroegwijzere	=	vroegwijs
vroegwijzers	=	vroegwijs
vroegâh	=	vroeger
vroem	=	vroemen
vroemde	=	vroemen
vroemden	=	vroemen
vroeme	=	vroemen
vroemen	verb	met grote snelheid en veel lawaai in een auto rijden
vroemend	=	vroemen
vroemende	=	vroemen
vroempartij	noun	politieke partij die de maximumsnelheid op de autosnelwegen niet wil beperken
vroempartijen	=	vroempartij
vroemt	=	vroemen
vroemvroempartij	noun	politieke partij die opkomt voor de belangen van de automobilist
vroemvroempartijen	=	vroemvroempartij
vroes	verb	vroor
vrolijk	adj	in een opgewekte stemming; blijheid oproepend of uitstralend
vrolijke	noun	iemand die vrolijk is
vrolijken	=	vrolijke
vrolijker	=	vrolijk
vrolijkerd	noun	vrolijk persoon
vrolijkerdje	=	vrolijkerd
vrolijkerdjes	=	vrolijkerd
vrolijkerds	=	vrolijkerd
vrolijkere	=	vrolijk
vrolijkers	=	vrolijk
vrolijkheden	=	vrolijkheid
vrolijkheid	noun	een aangename stemming waarin men veel lacht, zich goed voelt en het leven optimistisch bekijkt
vrolijkheidje	=	vrolijkheid
vrolijkmakend	adj	van iets dat je er blij van wordt
vrolijkmakende	=	vrolijkmakend
vrolijkmakender	=	vrolijkmakend
vrolijkmakendere	=	vrolijkmakend
vrolijkmakenders	=	vrolijkmakend
vrolijkmakends	=	vrolijkmakend
vrolijkmakendst	=	vrolijkmakend
vrolijkmakendste	=	vrolijkmakend
vrolijks	=	vrolijk
vrolijkst	=	vrolijk
vrolijkste	=	vrolijk
vrome	=	vroom
vromelijk	adj	op een vrome, godvruchtige manier
vromelijke	=	vromelijk
vromelijker	=	vromelijk
vromelijkere	=	vromelijk
vromelijkers	=	vromelijk
vromelijks	=	vromelijk
vromelijkst	=	vromelijk
vromelijkste	=	vromelijk
vromer	=	vroom
vromere	=	vroom
vromers	=	vroom
vronen	=	vroon
vroolijk	=	vrolijk
vroolijkheid	=	vrolijkheid
vroom	adj	godsdienstig in opvatting en manier van leven
vroomheden	=	vroomheid
vroomheid	noun	zeer gelovig zijn
vroomheidsbeweging	noun	een religieuze stroming die de nadruk legt op persoonlijke geloofsbeleving, innerlijke vroomheid en een praktische, christelijke levenswandel.
vroomheidsbewegingen	=	vroomheidsbeweging
vroomheidsbeweginkje	=	vroomheidsbeweging
vroomheidsbeweginkjes	=	vroomheidsbeweging
vrooms	=	vroom
vroomst	=	vroom
vroomste	=	vroom
vroon	noun	viswater dat in bezit is van een landheer
vroonhof	noun	de hoeve van een landsheer, van waaruit de omringende landbouwgronden werden geëxploiteerd
vroonhoven	=	vroonhof
vroor	=	vriezen
vroort	=	vriezen
vrore	=	vriezen
vroren	=	vriezen
vrouw	noun	volwassen mens van het vrouwelijk geslacht
vrouwe	noun	een deftige (adellijke) dame
vrouwelijk	adj	met betrekking tot een vrouw, kenmerkend voor een vrouw
vrouwelijke	=	vrouwelijk
vrouwelijker	=	vrouwelijk
vrouwelijkere	=	vrouwelijk
vrouwelijkers	=	vrouwelijk
vrouwelijkheden	=	vrouwelijkheid
vrouwelijkheid	noun	het vrouw zijn
vrouwelijks	=	vrouwelijk
vrouwelijkst	=	vrouwelijk
vrouwelijkste	=	vrouwelijk
vrouwen	=	vrouw
vrouwenaard	noun	het karakter van vrouwen in het algemeen
vrouwenaardje	=	vrouwenaard
vrouwenafdeling	noun	onderdeel van een organisatie of bouwwerk dat bestemd is voor mensen van het vrouwelijk geslacht
vrouwenafdelingen	=	vrouwenafdeling
vrouwenarm	noun	een van de bovenste ledematen van een vrouwelijk persoon
vrouwenarmen	=	vrouwenarm
vrouwenarmpje	=	vrouwenarm
vrouwenarmpjes	=	vrouwenarm
vrouwenarts	noun	medisch specialist voor medische problemen die specifiek betrekking hebben op vrouwen (met name het vrouwelijk voortplantingssysteem)
vrouwenartsen	=	vrouwenarts
vrouwenartsje	=	vrouwenarts
vrouwenartsjes	=	vrouwenarts
vrouwenbeeld	noun	beeldhouwwerk dat een vrouw voorstelt
vrouwenbeelden	=	vrouwenbeeld
vrouwenbeeldje	=	vrouwenbeeld
vrouwenbeeldjes	=	vrouwenbeeld
vrouwenbesnijdenis	noun	het uitsnijden van de clitoris en het wegsnijden van de schaamlippen als ritueel gebruik
vrouwenbesnijdenissen	=	vrouwenbesnijdenis
vrouwenbeul	noun	iemand die in het bijzonder vrouwen wreed behandelt
vrouwenbeulen	=	vrouwenbeul
vrouwenbeultje	=	vrouwenbeul
vrouwenbeultjes	=	vrouwenbeul
vrouwenbevrijding	noun	term binnen het feminisme voor het verdwijnen van de beperkingen die traditioneel tot in de eerste helft van de 20e eeuw golden ten aanzien van vrouwenrechten
vrouwenbevrijdingen	=	vrouwenbevrijding
vrouwenbeweging	noun	de sociale beweging die streeft naar gelijke rechten en een volwaardige plaats in de samenleving voor vrouwen
vrouwenbewegingen	=	vrouwenbeweging
vrouwenbeweginkje	=	vrouwenbeweging
vrouwenbeweginkjes	=	vrouwenbeweging
vrouwenblaadje	=	vrouwenblad
vrouwenblaadjes	=	vrouwenblad
vrouwenblad	noun	tijdschrift speciaal voor vrouwen
vrouwenbladen	=	vrouwenblad
vrouwenboek	noun	type fictieve roman, die zich richt op vrouwelijke personages of thema's die specifiek voor vrouwen relevant zijn
vrouwenboeken	=	vrouwenboek
vrouwenboekje	=	vrouwenboek
vrouwenboekjes	=	vrouwenboek
vrouwenbond	noun	vakbond voor vrouwen; bond die opkomt voor de belangen van vrouwen
vrouwenbonden	=	vrouwenbond
vrouwenborst	noun	een van de borsten van een vrouw
vrouwenborsten	=	vrouwenborst
vrouwenborstje	=	vrouwenborst
vrouwenborstjes	=	vrouwenborst
vrouwencafeetje	=	vrouwencafé
vrouwencafeetjes	=	vrouwencafé
vrouwencafé	noun	uitgaansgelegenheid die uitsluitend voor vrouwen bestemd is; ontmoetingsplek binnen de feministische beweging
vrouwencafés	=	vrouwencafé
vrouwencomiteetje	=	vrouwencomité
vrouwencomiteetjes	=	vrouwencomité
vrouwencomité	noun	groep mensen die betrokken is bij zaken die vrouwen aangaan
vrouwencomités	=	vrouwencomité
vrouwencompetitie	noun	reeks wedstrijden waar alleen vrouwen aan mogen deelnemen
vrouwencompetities	=	vrouwencompetitie
vrouwencondoom	noun	voorbehoedmiddel, bestaande uit een huls van dunne kunststof, die in de vagina geschoven wordt
vrouwencondoompje	=	vrouwencondoom
vrouwencondoompjes	=	vrouwencondoom
vrouwencondooms	=	vrouwencondoom
vrouwencoupeetje	=	vrouwencoupé
vrouwencoupeetjes	=	vrouwencoupé
vrouwencoupé	noun	deel van een treinwagon dat speciaal gereserveerd is voor vrouwen
vrouwencoupés	=	vrouwencoupé
vrouwendemonstrant	noun	vrouw die in een demonstratie haar standpunt kenbaar maakt of ergens tegen protesteert
vrouwendemonstranten	=	vrouwendemonstrant
vrouwending	noun	activiteiten, onderwerpen, eigenschappen of producten die doorgaans als typisch of specifiek voor vrouwen worden beschouwd.
vrouwendingen	=	vrouwending
vrouwendingetje	=	vrouwending
vrouwendingetjes	=	vrouwending
vrouwenemancipatie	noun	het streven naar gelijke rechten en zelfstandigheid van vrouwen
vrouwenemancipaties	=	vrouwenemancipatie
vrouwenfiguren	=	vrouwenfiguur
vrouwenfiguur	noun	een afbeelding of beeld van het vrouwenlichaam
vrouwenfiguurtje	=	vrouwenfiguur
vrouwenfiguurtjes	=	vrouwenfiguur
vrouwenfilm	noun	een film die specifiek gericht is op een vrouwelijk publiek, vaak met een vrouwelijke hoofdpersoon en thema's die traditioneel als 'vrouwelijk' worden beschouwd
vrouwenfilmen	=	vrouwenfilm
vrouwenfilmpje	=	vrouwenfilm
vrouwenfilmpjes	=	vrouwenfilm
vrouwenfilms	=	vrouwenfilm
vrouwengek	noun	iemand (man) die dol is op vrouwen
vrouwengekken	=	vrouwengek
vrouwengeschiedenis	noun	wetenschap die de maatschappelijke rol van de vrouw in de loop van de geschiedenis bestudeert
vrouwengeschiedenissen	=	vrouwengeschiedenis
vrouwengestalte	noun	de gedaante van een vrouw
vrouwengestalten	=	vrouwengestalte
vrouwengestaltes	=	vrouwengestalte
vrouwengevangenis	noun	gevangenis voor vrouwelijke gevangenen
vrouwengevangenisje	=	vrouwengevangenis
vrouwengevangenisjes	=	vrouwengevangenis
vrouwengevangenissen	=	vrouwengevangenis
vrouwengilde	noun	de gezamenlijke vrouwen
vrouwengilden	=	vrouwengilde
vrouwengildes	=	vrouwengilde
vrouwenhaar	noun	hoofdhaar van een vrouw
vrouwenhaat	noun	haat (van mannen) jegens vrouwen
vrouwenhand	noun	de hand van een vrouw
vrouwenhandel	noun	metaforische aanduiding voor met name werven of bemiddelen van vrouwen, al of niet met dwang of misleiding of misbruik van overwicht etc., voor prostitutie
vrouwenhandelaar	noun	iemand die vrouwen werft voor de illegale, gedwongen prostitutie
vrouwenhandelaars	=	vrouwenhandelaar
vrouwenhandelaren	=	vrouwenhandelaar
vrouwenhandeltje	=	vrouwenhandel
vrouwenhanden	=	vrouwenhand
vrouwenhandje	=	vrouwenhand
vrouwenhandjes	=	vrouwenhand
vrouwenharen	=	vrouwenhaar
vrouwenhart	noun	het gemoed van een vrouw
vrouwenharten	=	vrouwenhart
vrouwenhartje	=	vrouwenhart
vrouwenhartjes	=	vrouwenhart
vrouwenhater	noun	man die een hekel heeft aan vrouwen
vrouwenhaters	=	vrouwenhater
vrouwenhatertje	=	vrouwenhater
vrouwenhatertjes	=	vrouwenhater
vrouwenjager	noun	man die graag vrouwen verleidt
vrouwenjagers	=	vrouwenjager
vrouwenjas	noun	jas die vooral geschikt is om door vrouwen gedragen te worden; jas ontworpen voor vrouwen
vrouwenjasje	=	vrouwenjas
vrouwenjasjes	=	vrouwenjas
vrouwenjassen	=	vrouwenjas
vrouwenkamp	noun	(concentratie)kamp voor vrouwen, meisjes en jonge kinderen
vrouwenkampen	=	vrouwenkamp
vrouwenkiesrecht	noun	recht van vrouwen het kiesrecht uit te oefenen dan wel gekozen te worden
vrouwenklederen	=	vrouwenkleed
vrouwenkleding	noun	kleding die ontworpen is om door vrouwen gedragen te worden
vrouwenkleed	noun	kledingstuk dat ontworpen is om door vrouwen gedragen te worden
vrouwenkleren	noun	kleding voor vrouwen
vrouwenkont	noun|vulgar	achterste met de brede, zachte billen die kenmerkend zijn voor het lichaam van een vrouw
vrouwenkonten	=	vrouwenkont
vrouwenkontje	=	vrouwenkont
vrouwenkontjes	=	vrouwenkont
vrouwenkwaal	noun	ziekte of aandoening die vooral of uitsluitend bij vrouwen voorkomt
vrouwenkwaaltje	=	vrouwenkwaal
vrouwenkwaaltjes	=	vrouwenkwaal
vrouwenkwalen	=	vrouwenkwaal
vrouwenleven	noun	het bestaan als vrouw
vrouwenlevens	=	vrouwenleven
vrouwenleventje	=	vrouwenleven
vrouwenleventjes	=	vrouwenleven
vrouwenlichaam	noun	het lichaam van een vrouw
vrouwenlichamen	=	vrouwenlichaam
vrouwenlied	noun	genre uit de Middeleeuwen, dat zo werd genoemd omdat de vrouwen het zongen terwijl ze aan het werk waren
vrouwenliederen	=	vrouwenlied
vrouwenliedje	=	vrouwenlied
vrouwenliedjes	=	vrouwenlied
vrouwenliefde	noun	liefde zoals gevoeld door een vrouw
vrouwenliefdes	=	vrouwenliefde
vrouwenlijf	noun	het lichaam van een vrouw
vrouwenlijven	=	vrouwenlijf
vrouwenlogica	noun	manier van redeneren zoals aan de vrouw wordt toegeschreven
vrouwenlogica's	=	vrouwenlogica
vrouwenlori	noun	Lorius domicella een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae).
vrouwenlori's	=	vrouwenlori
vrouwenlorietje	=	vrouwenlori
vrouwenlorietjes	=	vrouwenlori
vrouwenmantel	noun	een geslacht Alchemilla van circa duizend soorten vaste kruidachtige en struikvormige planten uit de rozenfamilie (Rosaceae), dat voornamelijk voorkomt in Europa en Azië met een paar soorten in de bergachtige gebieden in Afrika, Noord-Amerika- en Zuid-Amerika.
vrouwenmantels	=	vrouwenmantel
vrouwenmanteltje	=	vrouwenmantel
vrouwenmanteltjes	=	vrouwenmantel
vrouwenmishandeling	noun	mishandeling van een vrouw
vrouwenmishandelingen	=	vrouwenmishandeling
vrouwenmode	noun	heersende mode voor dames
vrouwenmodes	=	vrouwenmode
vrouwenmoordenaar	noun	moordenaar in het bijzonder van vrouwen
vrouwenmoordenaars	=	vrouwenmoordenaar
vrouwenmoordenaartje	=	vrouwenmoordenaar
vrouwenmoordenaartjes	=	vrouwenmoordenaar
vrouwennaam	noun	voornaam die gewoonlijk aan meisjes wordt gegeven
vrouwennamen	=	vrouwennaam
vrouwenonderdrukking	noun	het brengen van vrouwen in een ondergeschikte positie
vrouwenonderdrukkingen	=	vrouwenonderdrukking
vrouwenonderdrukkinkje	=	vrouwenonderdrukking
vrouwenonderdrukkinkjes	=	vrouwenonderdrukking
vrouwenorganisatie	noun	samenwerkingsverband van vrouwelijke personen waarin hun belangen en interesses speciale aandacht krijgen Soms als onderdeel van een grotere organisatie.
vrouwenorganisaties	=	vrouwenorganisatie
vrouwenoverschot	noun	situatie waarbij er in een bepaalde leeftijdscategorie meer vrouwen dan mannen zijn
vrouwenoverschotten	=	vrouwenoverschot
vrouwenpagina	noun|obsolete	speciale rubriek in kranten en tijdschriften die gericht was op vrouwelijke lezers en hun specifieke interesses
vrouwenpagina's	=	vrouwenpagina
vrouwenpaginaatje	=	vrouwenpagina
vrouwenpaginaatjes	=	vrouwenpagina
vrouwenploeg	noun	team bestaande uit vrouwelijke sporters
vrouwenploegen	=	vrouwenploeg
vrouwenploegje	=	vrouwenploeg
vrouwenploegjes	=	vrouwenploeg
vrouwenpraatgroep	noun	praatgroep waarvan de deelnemers uitsluitend uit vrouwen bestaat
vrouwenpraatgroepen	=	vrouwenpraatgroep
vrouwenpraatgroepje	=	vrouwenpraatgroep
vrouwenpraatgroepjes	=	vrouwenpraatgroep
vrouwenprobleem	noun	problemen die typische voor vrouwen zijn
vrouwenprobleempje	=	vrouwenprobleem
vrouwenprobleempjes	=	vrouwenprobleem
vrouwenproblemen	=	vrouwenprobleem
vrouwenquota	=	vrouwenquotum
vrouwenquotum	noun	wettelijke eis aan het aandeel topvrouwen, m.n. in de politieke sfeer en het bedrijfsleven
vrouwenquotumpje	=	vrouwenquotum
vrouwenquotumpjes	=	vrouwenquotum
vrouwenquotums	=	vrouwenquotum
vrouwenrecord	noun	een beste sportprestatie geleverd door een vrouw
vrouwenrecords	=	vrouwenrecord
vrouwenruil	noun	praktijk waarbij mannen tijdelijk of blijvend elkaars vrouw als partner nemen
vrouwens	=	vrouw
vrouwenschender	noun	man die vrouwen of meisjes seksueel heeft misbruikt
vrouwenschenders	=	vrouwenschender
vrouwenschendertje	=	vrouwenschender
vrouwenschendertjes	=	vrouwenschender
vrouwenschoen	noun	een schoen bestemd om door een vrouw te worden gedragen
vrouwenschoenen	=	vrouwenschoen
vrouwenschoentje	noun	alleen verkleinwoord grootste in Europa voorkomende orchideeënsoort, Cypripedium calceolus
vrouwenschoentjes	=	vrouwenschoen
vrouwensport	noun	sportbeoefening door vrouwen
vrouwensporten	=	vrouwensport
vrouwenstaking	noun	een protestactie waarbij vrouwen massaal hun (on)betaalde arbeid, zoals huishoudelijke taken en zorg, neerleggen.
vrouwenstakingen	=	vrouwenstaking
vrouwenstakinkje	=	vrouwenstaking
vrouwenstakinkjes	=	vrouwenstaking
vrouwenstem	noun	de klank van de stem van een vrouw
vrouwenstemmen	=	vrouwenstem
vrouwenstemmetje	=	vrouwenstem
vrouwenstemmetjes	=	vrouwenstem
vrouwenstrijd	noun	door vrouwen (en mannen ?) gevoerde strijd voor gelijke rechten van de vrouw zoals o.m. gevoerd door de suffragistes
vrouwenstrijden	=	vrouwenstrijd
vrouwentaal	noun	typisch vrouwelijke manier van spreken of schrijven
vrouwentalen	=	vrouwentaal
vrouwentaxi	noun	taxi's met een vrouwelijke chauffeur bestemd voor vrouwelijke passagiers
vrouwentaxi's	=	vrouwentaxi
vrouwenteam	noun	een sportteam waar alleen maar vrouwen als sporter lid van zijn
vrouwenteams	=	vrouwenteam
vrouwentennis	noun	tennis gespeeld door vrouwen
vrouwentijdschrift	noun	tijdschrift speciaal voor vrouwen
vrouwentijdschriften	=	vrouwentijdschrift
vrouwentoernooi	noun	serie wedstrijden met vrouwelijke deelnemers
vrouwentoernooien	=	vrouwentoernooi
vrouwentoernooitje	=	vrouwentoernooi
vrouwentoernooitjes	=	vrouwentoernooi
vrouwentoilet	noun	toilet of wc-ruimte voor vrouwen
vrouwentoiletje	=	vrouwentoilet
vrouwentoiletjes	=	vrouwentoilet
vrouwentoiletten	=	vrouwentoilet
vrouwentong	noun	beweeglijk lichaamsdeel in de mond zoals die door een vrouwelijk persoon wordt gebruikt om te spreken
vrouwentongen	noun	bepaalde grassoort, Briza media
vrouwenurinoir	noun	urinoir dat speciaal is ontworpen voor vrouwen
vrouwenurinoirs	=	vrouwenurinoir
vrouwenurinoirtje	=	vrouwenurinoir
vrouwenurinoirtjes	=	vrouwenurinoir
vrouwenvakscholen	=	vrouwenvakschool
vrouwenvakschool	noun	een Nederlands scholingsinstituut (vooral actief tussen 1984 en 2002) dat herintredende vrouwen en vrouwen met een verouderde opleiding via intensieve cursussen voorbereidde op de arbeidsmarkt
vrouwenvereniging	noun	een organisatie of ontmoetingsgroep die specifiek is opgericht door en voor vrouwen.
vrouwenverenigingen	=	vrouwenvereniging
vrouwenverenigingetje	=	vrouwenvereniging
vrouwenverenigingetjes	=	vrouwenvereniging
vrouwenversierder	noun	een man die veel vrouwen verleidt
vrouwenversierders	=	vrouwenversierder
vrouwenverslinder	noun|figurative	een persoon die vele vrouwen weet af te werken
vrouwenverslinders	=	vrouwenverslinder
vrouwenverslindertje	=	vrouwenverslinder
vrouwenverslindertjes	=	vrouwenverslinder
vrouwenverslindster	noun|figurative	vrouw die vele vrouwen weet af te werken
vrouwenverslindsters	=	vrouwenverslindster
vrouwenverslindstertje	=	vrouwenverslindster
vrouwenverslindstertjes	=	vrouwenverslindster
vrouwenvlees	noun	vrouwen teruggebracht tot vleselijk lustobject
vrouwenvoetbal	noun	door vrouwen beoefend voetbal
vrouwenvoetbalvereniging	noun	een sportclub die specifiek is opgericht voor het beoefenen van voetbal door vrouwen en meisjes.
vrouwenvoetbalverenigingen	=	vrouwenvoetbalvereniging
vrouwenvoetbalverenigingetje	=	vrouwenvoetbalvereniging
vrouwenvoetbalverenigingetjes	=	vrouwenvoetbalvereniging
vrouwenwereldkampioenschap	noun	wereldkampioenschap voor vrouwen
vrouwenwereldkampioenschappen	=	vrouwenwereldkampioenschap
vrouwenwerk	noun	werk of handeling dat speciaal geschikt voor vrouwen is en wat voor mannen ongeschikt zou zijn
vrouwenwerken	=	vrouwenwerk
vrouwenwerkje	=	vrouwenwerk
vrouwenwerkjes	=	vrouwenwerk
vrouwenwielrennen	noun	wielrennen door vrouwen
vrouwenzaak	noun	kwestie die vooral betrekking heeft op vrouwen en die vooral vrouwen wat aangaan
vrouwenzaakje	=	vrouwenzaak
vrouwenzaakjes	=	vrouwenzaak
vrouwenzaken	=	vrouwenzaak
vrouwenziekte	noun	ziekte die vooral voorkomt bij vrouwen
vrouwenziekten	=	vrouwenziekte
vrouwenziektes	=	vrouwenziekte
vrouwenzot	noun	iemand die veel verschillende vrouwen probeert te versieren
vrouwenzotje	=	vrouwenzot
vrouwenzotjes	=	vrouwenzot
vrouwenzotten	=	vrouwenzot
vrouwetje	=	vrouw
vrouwke	=	vrouw
vrouwmens	noun	vrouw
vrouwmensch	=	vrouwmens
vrouwmensen	=	vrouwmens
vrouwmensje	=	vrouwmens
vrouwmensjes	=	vrouwmens
vrouwonvriendelijk	adj	op een manier die onprettig is voor vrouwen; een manier die gericht is op het belemmeren van vrouwen om deel te nemen aan een bepaalde activiteit
vrouwonvriendelijke	=	vrouwonvriendelijk
vrouwonvriendelijker	=	vrouwonvriendelijk
vrouwonvriendelijkere	=	vrouwonvriendelijk
vrouwonvriendelijkers	=	vrouwonvriendelijk
vrouwonvriendelijks	=	vrouwonvriendelijk
vrouwonvriendelijkst	=	vrouwonvriendelijk
vrouwonvriendelijkste	=	vrouwonvriendelijk
vrouwspersonen	=	vrouwspersoon
vrouwspersoon	noun	vrouw
vrouwspersoontje	=	vrouwspersoon
vrouwspersoontjes	=	vrouwspersoon
vrouwtje	noun	alleen verkleinwoord dier van het vrouwelijk geslacht
vrouwtjes	=	vrouw
vrouwtjescoyote	noun	vrouwelijke coyote
vrouwtjescoyotes	=	vrouwtjescoyote
vrouwtjesdier	noun	vrouwelijk dier
vrouwtjesdieren	=	vrouwtjesdier
vrouwtjeshond	noun	vrouwelijk huisdier van de soort Canis lupus familiaris
vrouwtjeshonden	=	vrouwtjeshond
vrouwtjeskat	=	kater
vrouwtjesvarken	noun	zwijn van het vrouwelijk geslacht
vrouwtjesvarkens	=	vrouwtjesvarken
vrouwtjesvarkentje	=	vrouwtjesvarken
vrouwtjesvarkentjes	=	vrouwtjesvarken
vrouwvolk	noun	alle vrouwen tezamen; het vrouwelijk gedeelte van de bevolking
vrouwvriendelijk	adj	prettig voor vrouwen; uitnodigend voor vrouwen
vrouwvriendelijke	=	vrouwvriendelijk
vrouwvriendelijker	=	vrouwvriendelijk
vrouwvriendelijkere	=	vrouwvriendelijk
vrouwvriendelijkers	=	vrouwvriendelijk
vrouwvriendelijks	=	vrouwvriendelijk
vrouwvriendelijkst	=	vrouwvriendelijk
vrouwvriendelijkste	=	vrouwvriendelijk
vrouwziek	adj	te veel op vrouwen gesteld
vrouwzieke	=	vrouwziek
vrouwzieker	=	vrouwziek
vrouwziekere	=	vrouwziek
vrouwziekers	=	vrouwziek
vrouwzieks	=	vrouwziek
vrouwziekst	=	vrouwziek
vrouwziekste	=	vrouwziek
vrucht	noun	volgroeid vruchtbeginsel van een boom of plant
vruchtafdrijvend	adj	betreft een middel of handeling dat de zwangerschap beëindigt door de foetus (vrucht) te doden en uit het lichaam te verwijderen.
vruchtafdrijvende	=	vruchtafdrijvend
vruchtafdrijvender	=	vruchtafdrijvend
vruchtafdrijvendere	=	vruchtafdrijvend
vruchtafdrijvenders	=	vruchtafdrijvend
vruchtafdrijvends	=	vruchtafdrijvend
vruchtafdrijvendst	=	vruchtafdrijvend
vruchtafdrijvendste	=	vruchtafdrijvend
vruchtafdrijving	noun	abortus provocatus; een opgewekte miskraam
vruchtafdrijvingen	=	vruchtafdrijving
vruchtafdrijvinkje	=	vruchtafdrijving
vruchtbaar	adj	in staat vrucht af te werpen
vruchtbaarder	=	vruchtbaar
vruchtbaardere	=	vruchtbaar
vruchtbaarders	=	vruchtbaar
vruchtbaarheden	=	vruchtbaarheid
vruchtbaarheid	noun	het vermogen vrucht te dragen
vruchtbaarheidsbehandeling	noun	behandeling die erop gericht is om een paar met een verminderde vruchtbaarheid toch kinderen te laten krijgen
vruchtbaarheidsbehandelingen	=	vruchtbaarheidsbehandeling
vruchtbaarheidsbehandelingetje	=	vruchtbaarheidsbehandeling
vruchtbaarheidsbehandelingetjes	=	vruchtbaarheidsbehandeling
vruchtbaarheidsfraude	noun	medisch wangedrag waarbij een arts of andere medewerker zonder toestemming of medeweten van de wensouders eigen zaad of niet-anoniem zaad gebruikt bij een vruchtbaarheidsbehandeling
vruchtbaarheidsfraudes	=	vruchtbaarheidsfraude
vruchtbaarheidsgod	=	vruchtbaarheidsgodin
vruchtbaarheidsgodin	noun	godin die volgens sommigen zorgt voor de vruchtbaarheid in de natuur
vruchtbaarheidsgodinnen	=	vruchtbaarheidsgodin
vruchtbaarheidsgodinnetje	=	vruchtbaarheidsgodin
vruchtbaarheidsgodinnetjes	=	vruchtbaarheidsgodin
vruchtbaarheidsonderzoek	noun	onderzoek of een persoon of een koppel op natuurlijke wijze kinderen zouden kunnen krijgen
vruchtbaarheidsonderzoeken	=	vruchtbaarheidsonderzoek
vruchtbaarheidsprobleem	noun	het moeilijk of geen kinderen kunnen krijgen
vruchtbaarheidsproblemen	=	vruchtbaarheidsprobleem
vruchtbaarheidssymbolen	=	vruchtbaarheidssymbool
vruchtbaarheidssymbool	noun	symbool van vruchtbaarheid
vruchtbaarheidssymbooltje	=	vruchtbaarheidssymbool
vruchtbaarheidssymbooltjes	=	vruchtbaarheidssymbool
vruchtbaarheidstoerisme	noun	vorm van toerisme waarbij vrouwen naar een andere plaats of ander land land reizen om daar een vruchtbaarheidsbehandeling te ondergaan
vruchtbaars	=	vruchtbaar
vruchtbaarst	=	vruchtbaar
vruchtbaarste	=	vruchtbaar
vruchtbare	=	vruchtbaar
vruchtbeginsel	noun	het benedenste deel van de stamper, waarin zich de zaadknoppen bevinden, en dat kan uitgroeien tot vrucht
vruchtbeginselen	=	vruchtbeginsel
vruchtbeginsels	=	vruchtbeginsel
vruchtbeginseltje	=	vruchtbeginsel
vruchtbeginseltjes	=	vruchtbeginsel
vruchtbladroller	noun	Adoxophyes orana een vlinder uit de familie van de Tortricidae, de bladrollers.
vruchtbladrollers	=	vruchtbladroller
vruchtbladrollertje	=	vruchtbladroller
vruchtbladrollertjes	=	vruchtbladroller
vruchtbomen	=	vruchtboom
vruchtboom	noun	boom die eetbare vruchten voortbrengt
vruchtboombladwesp	noun	Caliroa cerasi een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
vruchtboombladwespen	=	vruchtboombladwesp
vruchtboombladwespje	=	vruchtboombladwesp
vruchtboombladwespjes	=	vruchtboombladwesp
vruchtboomkanker	noun	Neonectria galligena een schimmelziekte waarbij de cellen doodgaan en de sapstromen vanaf die plek tegenhouden.
vruchtboomkankers	=	vruchtboomkanker
vruchtboomkankertje	=	vruchtboomkanker
vruchtboomkankertjes	=	vruchtboomkanker
vruchtboompje	=	vruchtboom
vruchtboompjes	=	vruchtboom
vruchtboomvouwmot	noun	Phyllonorycter corylifoliella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
vruchtboomvouwmotje	=	vruchtboomvouwmot
vruchtboomvouwmotjes	=	vruchtboomvouwmot
vruchtboomvouwmotten	=	vruchtboomvouwmot
vruchtdragend	adj	van een boom of struik dat er vruchten aan hangen
vruchtdragende	=	vruchtdragend
vruchtdragends	=	vruchtdragend
vruchteloos	adj	zonder vruchten
vruchteloosheden	=	vruchteloosheid
vruchteloosheid	noun	het vruchteloos zijn
vruchteloost	=	vruchteloos
vruchtelooste	=	vruchteloos
vruchteloze	=	vruchteloos
vruchtelozer	=	vruchteloos
vruchtelozere	=	vruchteloos
vruchtelozers	=	vruchteloos
vruchten	=	vrucht
vruchtenazijn	noun	uit vruchten bereide azijn
vruchtencoua	noun	Coua serriana een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
vruchtencoua's	=	vruchtencoua
vruchtencouaatje	=	vruchtencoua
vruchtencouaatjes	=	vruchtencoua
vruchteneter	noun	dier dat voornamelijk vruchten eet
vruchteneters	=	vruchteneter
vruchtenetertje	=	vruchteneter
vruchtenetertjes	=	vruchteneter
vruchtengelei	noun	een gelei van suiker en gekookt fruit, onder andere gebruikt als broodbeleg
vruchtengeleien	=	vruchtengelei
vruchtengeleitje	=	vruchtengelei
vruchtengeleitjes	=	vruchtengelei
vruchtenhagel	noun	een soort broodbeleg, bestaande uit strooisel van gekleurde suiker
vruchtenhagels	=	vruchtenhagel
vruchtenkunde	noun	de leer van het fruit en de fruitsoorten
vruchtenmand	noun	een mand gevuld met diverse soorten vers fruit
vruchtenmanden	=	vruchtenmand
vruchtenmandje	=	vruchtenmand
vruchtenmandjes	=	vruchtenmand
vruchtenmoes	noun	brij van fijngemaakte (gekookte) vruchten
vruchtenmoesje	=	vruchtenmoes
vruchtenmoesjes	=	vruchtenmoes
vruchtenpulp	noun	van de pitten ontdane, al of niet geschilde, gesneden vruchten
vruchtensalaadje	=	vruchtensalade
vruchtensalaadjes	=	vruchtensalade
vruchtensalade	noun	gerecht van stukjes vruchten, al dan niet met suiker geschikt als nagerecht
vruchtensalades	=	vruchtensalade
vruchtensaladetje	=	vruchtensalade
vruchtensaladetjes	=	vruchtensalade
vruchtensap	noun	sap gewonnen uit fruit
vruchtensapje	=	vruchtensap
vruchtensapjes	=	vruchtensap
vruchtensappen	=	vruchtensap
vruchtensaus	noun	uit fruit gemaakte dik vloeibare substantie die voor de smaak bij of over een ander gerecht wordt gedaan
vruchtensausen	=	vruchtensaus
vruchtensausje	=	vruchtensaus
vruchtensausjes	=	vruchtensaus
vruchtensauzen	=	vruchtensaus
vruchtensuiker	noun	fructose, levulose (C₆H₁₂O₆)
vruchtensuikers	=	vruchtensuiker
vruchtensuikertje	=	vruchtensuiker
vruchtensuikertjes	=	vruchtensuiker
vruchtentaart	noun	taart gevuld of bedekt met fruit
vruchtentaarten	=	vruchtentaart
vruchtentaartje	=	vruchtentaart
vruchtentaartjes	=	vruchtentaart
vruchtenwijn	noun	wijn van vergist sap van andere vruchten dan druiven
vruchtenwijnen	=	vruchtenwijn
vruchtenwijntje	=	vruchtenwijn
vruchtenwijntjes	=	vruchtenwijn
vruchtenyoghurt	noun	yoghurt waarin iets van vruchten verwerkt is
vruchtenyoghurtje	=	vruchtenyoghurt
vruchtenyoghurtjes	=	vruchtenyoghurt
vruchtenyoghurts	=	vruchtenyoghurt
vruchtgebruik	noun	zakelijk recht om een anders goed te gebruiken en de vruchten daarvan te trekken, alsof men zelf eigenaar was
vruchtgebruiker	noun	persoon die vruchtgebruik heeft over een bepaald goed
vruchtgebruikers	=	vruchtgebruiker
vruchtgenot	noun	zakelijk recht om een anders goed te gebruiken en de vruchten daarvan te trekken, alsof men zelf eigenaar was
vruchtje	=	vrucht
vruchtjes	=	vrucht
vruchtkundige	noun	expert op het gebied van fruit, met diepgaande kennis van fruitsoorten, rassen, fruitteelt, snoeien, enten en het beschrijven van fruit
vruchtkundigen	=	vruchtkundige
vruchtlichaam	noun	lichaam van een vrucht
vruchtlichaampje	=	vruchtlichaam
vruchtlichaampjes	=	vruchtlichaam
vruchtlichamen	=	vruchtlichaam
vruchtloos	adj	zonder vrucht
vruchtloost	=	vruchtloos
vruchtlooste	=	vruchtloos
vruchtloze	=	vruchtloos
vruchtlozer	=	vruchtloos
vruchtlozere	=	vruchtloos
vruchtlozers	=	vruchtloos
vruchtmot	noun	Cadra calidella een in Europa voorkomende vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae), waarvan de wetenschappelijke naam in 1845 voor het eerst geldig is gepubliceerd door Guenee
vruchtmotje	=	vruchtmot
vruchtmotjes	=	vruchtmot
vruchtmotten	=	vruchtmot
vruchtvlees	noun	het zachte en/of sappige deel van een vrucht
vruchtvlies	noun	vlies dat om de ongeboren foetus van een zoogdier, in de baarmoeder ligt
vruchtvliezen	=	vruchtvlies
vruchtwater	noun	het vocht dat de ongeboren vrucht omgeeft
vruchtwaterpunctie	noun	is een prenataal onderzoek waarbij een beetje vruchtwater van een zwangere vrouw wordt afgenomen voor onderzoek.
vruchtwaterpuncties	=	vruchtwaterpunctie
vruchtwaterpunctietje	=	vruchtwaterpunctie
vruchtwaters	=	vruchtwater
vruchtwatertje	=	vruchtwater
vruchtwatertjes	=	vruchtwater
vruchtwisseling	noun	Vruchtwisseling, ook bekend als wisselteelt of gewasrotatie, is het jaarlijks afwisselen van de teeltplaats van gewassen in een moestuin of akker.
vruchtwisselingen	=	vruchtwisseling
vruchtwisselingetje	=	vruchtwisseling
vruchtwisselingetjes	=	vruchtwisseling
vruchtzetting	noun	het zich vormen van de vruchten
vruchtzettingen	=	vruchtzetting
vruchtzettinkje	=	vruchtzetting
vruchtzettinkjes	=	vruchtzetting
vrybuyter	=	vrijbuiter
vrywilliger	=	vrijwilliger
vsbo-opleiding	noun	Voorbereidend Secundair Beroeps Onderwijs.
vsbo-opleidingen	=	vsbo-opleiding
vsbo-opleidinkje	=	vsbo-opleiding
vsbo-opleidinkjes	=	vsbo-opleiding
vu	noun	Vrije Universiteit van Amsterdam
vuidig	=	vuig
vuig	adj	gemeen, infaam, laag, laaghartig, schunnig
vuige	=	vuig
vuiger	=	vuig
vuigere	=	vuig
vuigers	=	vuig
vuigs	=	vuig
vuigst	=	vuig
vuigste	=	vuig
vuil	noun	viezigheid, onreine materie	adj	niet schoon, bevuild
vuilaard	noun	een smerig persoon
vuilaardje	=	vuilaard
vuilaardjes	=	vuilaard
vuilaards	=	vuilaard
vuilafstotend	adj	betreft een materiaal, zoals stof of meubels, geen vuil opneemt en vlekken actief afweert.
vuilafstotende	=	vuilafstotend
vuilafstotender	=	vuilafstotend
vuilafstotendere	=	vuilafstotend
vuilafstotenders	=	vuilafstotend
vuilafstotends	=	vuilafstotend
vuilafstotendst	=	vuilafstotend
vuilafstotendste	=	vuilafstotend
vuilak	noun	iemand die onhygiënisch/vies is
vuilakje	=	vuilak
vuilakjes	=	vuilak
vuilakken	=	vuilak
vuilbak	noun	een bak waarin men huisvuil verzamelt
vuilbakje	=	vuilbak
vuilbakjes	=	vuilbak
vuilbakken	=	vuilbak
vuilbakscholen	=	vuilbakschool
vuilbakschool	noun	school waar kinderen worden opgevangen en les krijgen die op andere scholen niet meer welkom zijn
vuilbakschooltje	=	vuilbakschool
vuilbakschooltjes	=	vuilbakschool
vuilbeest	noun	een smerig persoon
vuilbeesten	=	vuilbeest
vuilbeestje	=	vuilbeest
vuilbeestjes	=	vuilbeest
vuilbek	noun	iemand die veel vuilbekt
vuilbekje	=	vuilbek
vuilbekjes	=	vuilbek
vuilbekke	=	vuilbekken
vuilbekken	verb	obsceniteiten zeggen
vuilbekkend	=	vuilbekken
vuilbekkende	=	vuilbekken
vuilbekt	=	vuilbekken
vuilbekte	=	vuilbekken
vuilbekten	=	vuilbekken
vuilblik	noun	voorwerp waarop men vuil kan vegen
vuilblikje	=	vuilblik
vuilblikjes	=	vuilblik
vuilblikken	=	vuilblik
vuilbomen	=	vuilboom
vuilboom	noun	bepaald soort loofboom, Frangula alnus, die inheems is in de Benelux, tot 7 meter hoog kan worden en behoort tot de wegedoornfamilie (Rhamnaceae)
vuilboomooglapmot	noun	Bucculatrix frangutella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
vuilboomooglapmotje	=	vuilboomooglapmot
vuilboomooglapmotjes	=	vuilboomooglapmot
vuilboomooglapmotten	=	vuilboomooglapmot
vuilboompje	=	vuilboom
vuilboompjes	=	vuilboom
vuilbroek	noun	een smerig persoon
vuilbroeken	=	vuilbroek
vuilbroekje	=	vuilbroek
vuilbroekjes	=	vuilbroek
vuilcontainer	noun	bak waarin men afval kan bergen
vuilcontainers	=	vuilcontainer
vuilcontainertje	=	vuilcontainer
vuilcontainertjes	=	vuilcontainer
vuile	=	vuil
vuilemmer	=	vuilnisemmer
vuiler	=	vuil
vuilere	=	vuil
vuilerik	noun	een smerig persoon
vuileriken	=	vuilerik
vuilerikje	=	vuilerik
vuilerikjes	=	vuilerik
vuilers	=	vuil
vuilgebekt	adj	met taalgebruik dat veel naar seksualiteit verwijst, doorspekt is met vloeken of op een andere manier grof is
vuilgebekte	=	vuilgebekt
vuilgebekter	=	vuilgebekt
vuilgebektere	=	vuilgebekt
vuilgebekters	=	vuilgebekt
vuilgebekts	=	vuilgebekt
vuilgebektst	=	vuilgebekt
vuilgebektste	=	vuilgebekt
vuilgemaakt	=	vuilmaken
vuilgemaakte	=	vuilmaken
vuilheden	=	vuilheid
vuilheid	noun	het smerig zijn, het vuil zijn; het verontreinigd zijn
vuiligheden	=	vuiligheid
vuiligheid	noun	dat wat vuil is
vuiligheidje	=	vuiligheid
vuiligheidjes	=	vuiligheid
vuilik	noun	smerig persoon
vuiliken	=	vuilik
vuilkar	noun	een vrachtwagen waarmee huisvuil wordt opgehaald
vuilkarren	=	vuilkar
vuilkorf	noun	vuilbak
vuilkorfje	=	vuilkorf
vuilkorfjes	=	vuilkorf
vuilkorven	=	vuilkorf
vuilmaak	=	vuilmaken
vuilmaakt	=	vuilmaken
vuilmaakte	=	vuilmaken
vuilmaakten	=	vuilmaken
vuilmake	=	vuilmaken
vuilmaken	verb	iets wat schoon is smerig maken
vuilmakend	=	vuilmaken
vuilmakende	=	vuilmaken
vuilnis	noun	materiaal dat weggeworpen wordt
vuilnisauto	noun	voertuig waarmee huisvuil wordt afgevoerd, vuilniswagen
vuilnisauto's	=	vuilnisauto
vuilnisautootje	=	vuilnisauto
vuilnisautootjes	=	vuilnisauto
vuilnisbak	noun	een bak waarin men huisvuil verzamelt
vuilnisbakje	=	vuilnisbak
vuilnisbakjes	=	vuilnisbak
vuilnisbakken	=	vuilnisbak
vuilnisbakkenras	noun	een organisme dat niet tot een bepaald ras behoort
vuilnisbakkenrasje	=	vuilnisbakkenras
vuilnisbakkenrasjes	=	vuilnisbakkenras
vuilnisbakkenrassen	=	vuilnisbakkenras
vuilnisbelt	noun	een vuilstortplaats, als de hoeveelheid vuil toeneemt ontstaat er een heuvel, een belt van vuil.
vuilnisbelten	=	vuilnisbelt
vuilnisbeltje	=	vuilnisbelt
vuilnisbeltjes	=	vuilnisbelt
vuilnisblik	noun	voorwerp waarop men met een stoffer het vuil van de vloer veegt
vuilnisblikje	=	vuilnisblik
vuilnisblikjes	=	vuilnisblik
vuilnisblikken	=	vuilnisblik
vuilniscontainer	noun	een bak waarin afval en alles wat men niet meer nodig heeft, wordt verzameld
vuilniscontainers	=	vuilniscontainer
vuilniscontainertje	=	vuilniscontainer
vuilniscontainertjes	=	vuilniscontainer
vuilnisdienst	noun	organisatie vuilnis ophaalt en verwerkt
vuilnisdiensten	=	vuilnisdienst
vuilnisemmer	noun	een bak waarin men afval kan opbergen
vuilnisemmers	=	vuilnisemmer
vuilnisemmertje	=	vuilnisemmer
vuilnisemmertjes	=	vuilnisemmer
vuilnishoop	noun	een opstapeling van huisvuil
vuilnishoopje	=	vuilnishoop
vuilnishoopjes	=	vuilnishoop
vuilnishopen	=	vuilnishoop
vuilniskar	noun	een wagen waarmee men huisvuil ophaalt
vuilniskarren	=	vuilniskar
vuilniskarretje	=	vuilniskar
vuilniskarretjes	=	vuilniskar
vuilnislieden	=	vuilnisman
vuilnislui	=	vuilnisman
vuilnisman	noun	iemand die voor de afvoer van afval zorgt
vuilnismannen	=	vuilnisman
vuilnismannetje	=	vuilnisman
vuilnismannetjes	=	vuilnisman
vuilnismens	noun	iemand die voor de afvoer van afval zorgt
vuilnismensen	=	vuilnismens
vuilnismensje	=	vuilnismens
vuilnismensjes	=	vuilnismens
vuilnisophaler	noun	iemand die werkt bij een reinigingsdienst en vuilnis dat op straat verzameld staat in een vuilniswagen laadt
vuilnisophalers	=	vuilnisophaler
vuilnisvat	noun	ton waarin men afval kan bergen
vuilnisvaten	=	vuilnisvat
vuilnisvrouw	=	vuilnisman
vuilniswagen	noun	een auto van de vuilophaaldienst
vuilniswagens	=	vuilniswagen
vuilniswagentje	=	vuilniswagen
vuilniswagentjes	=	vuilniswagen
vuilniszak	noun	zak voor huisvuil
vuilniszakhouder	noun	een frame of standaard waarin je een vuilniszak hangt om deze open en op zijn plek te houden
vuilniszakhouders	=	vuilniszakhouder
vuilniszakhoudertje	=	vuilniszakhouder
vuilniszakhoudertjes	=	vuilniszakhouder
vuilniszakje	=	vuilniszak
vuilniszakjes	=	vuilniszak
vuilniszakken	=	vuilniszak
vuilophaal	noun	het ophalen van (huis)vuil
vuilophaalsysteem	noun	de gehele organisatie van het verzamelen van huisvuil.
vuilophaalsysteempje	=	vuilophaalsysteem
vuilophaalsysteempjes	=	vuilophaalsysteem
vuilophaalsystemen	=	vuilophaalsysteem
vuilpeuk	noun	een smerig persoon
vuilpeuken	=	vuilpeuk
vuilpeukje	=	vuilpeuk
vuilpeukjes	=	vuilpeuk
vuilpoes	noun	iemand die zichzelf of zijn omgeving smerig maakt of onvoldoende schoon houdt
vuilpoezen	=	vuilpoes
vuils	=	vuil
vuilspuiter	noun	iemand die iemand anders belastert
vuilspuiterij	noun	het herhaaldelijk uiten van ongenoegen door het gebruiken van onnette taal
vuilspuiterijen	=	vuilspuiterij
vuilspuiters	=	vuilspuiter
vuilst	=	vuil
vuilste	=	vuil
vuilstort	noun	plaats waar afval wordt gestort
vuilstorten	=	vuilstort
vuilstortplaats	noun	vuilnisbelt, plaats waar vuil gestort kan worden
vuilstortplaatsen	=	vuilstortplaats
vuilstortplaatsje	=	vuilstortplaats
vuilstortplaatsjes	=	vuilstortplaats
vuilte	noun	vuiligheid, vuilnis, viezigheid
vuiltes	=	vuilte
vuiltje	=	vuil
vuiltjes	=	vuil
vuilverbranding	noun	het verbranden van afval
vuilverbrandingen	=	vuilverbranding
vuilverbrandingsinstallatie	noun	bedrijf waar afval wordt verbrand
vuilverbrandingsinstallaties	=	vuilverbrandingsinstallatie
vuilverbrandingsinstallatietje	=	vuilverbrandingsinstallatie
vuilverbrandingsinstallatietjes	=	vuilverbrandingsinstallatie
vuilverbrandinkje	=	vuilverbranding
vuilverbrandinkjes	=	vuilverbranding
vuilverwerking	noun	bedrijf dat zorgdraagt voor de afvoer en verwerking van (huis)vuil
vuilverwerkingen	=	vuilverwerking
vuilwerend	adj	betreft een oppervlak, materiaal of textiel zo is behandeld (vaak door impregneren) dat vuil, vet en vocht zich minder snel hechten of diep in de poriën trekken.
vuilwerende	=	vuilwerend
vuilwerender	=	vuilwerend
vuilwerendere	=	vuilwerend
vuilwerenders	=	vuilwerend
vuilwerends	=	vuilwerend
vuilwerendst	=	vuilwerend
vuilwerendste	=	vuilwerend
vuilwit	adj	kleur die lijkt op iets wits dat vervuild is
vuilwits	=	vuilwit
vuilwitst	=	vuilwit
vuilwitste	=	vuilwit
vuilwitte	=	vuilwit
vuilwitter	=	vuilwit
vuilwittere	=	vuilwit
vuilwitters	=	vuilwit
vuilzak	noun	plastic zak waarin men vuilnis kan doen en die later door de vuilnisophaaldienst wordt opgehaald
vuilzakhouder	noun	een frame of standaard waarin je een vuilniszak hangt om deze open en op zijn plek te houden
vuilzakhouders	=	vuilzakhouder
vuilzakhoudertje	=	vuilzakhouder
vuilzakhoudertjes	=	vuilzakhouder
vuilzakje	=	vuilzak
vuilzakjes	=	vuilzak
vuilzakken	=	vuilzak
vuilzaksken	=	vuilzak
vuist	noun	gebalde hand, een knuist
vuistbijl	noun	een kerngereedschap uit het paleolithicum, het Acheuléen en het Moustérien, dat voorkomt in Afrika, Europa, het westen van Eurazië, India en het westen van China, maar niet verder naar het oosten
vuistbijlen	=	vuistbijl
vuistbijltje	=	vuistbijl
vuistbijltjes	=	vuistbijl
vuistdik	adj	zo dik als een vuist
vuistdikke	=	vuistdik
vuistdiks	=	vuistdik
vuisten	=	vuist
vuistgevecht	noun	een gevecht waarbij men met vuistslagen tracht de tegenstander buiten gevecht te stellen
vuistgevechten	=	vuistgevecht
vuistgevechtje	=	vuistgevecht
vuistgevechtjes	=	vuistgevecht
vuistgroot	adj	met de omvang van een samengebalde hand
vuistgroots	=	vuistgroot
vuistgrote	=	vuistgroot
vuisthandschoen	noun	nauwsluitende omhulling voor de hand waarbij de vingers (meestal met uitzondering van de duim) worden samengenomen
vuisthandschoenen	=	vuisthandschoen
vuistje	=	vuist
vuistjes	=	vuist
vuistneuk	=	vuistneuken
vuistneuke	=	vuistneuken
vuistneuken	verb	seksueel stimuleren door de gebalde hand in de vagina of anus van de partner te duwen
vuistneukend	=	vuistneuken
vuistneukt	=	vuistneuken
vuistneukte	=	vuistneuken
vuistneukten	=	vuistneuken
vuistregel	noun	een regel die in de meeste gevallen opgaat en als standaard in beginsel wordt aangehouden.
vuistregels	=	vuistregel
vuistregeltje	=	vuistregel
vuistregeltjes	=	vuistregel
vuistslag	noun	een slaande beweging met dichtgeknepen hand
vuistslagen	=	vuistslag
vuiststoot	noun	harde klap die men iemand met de gebalde vuist geeft in een gevecht
vuiststootje	=	vuiststoot
vuiststootjes	=	vuiststoot
vuiststoten	=	vuiststoot
vuistvuurwapen	noun	een vuurwapen dat men in de vuist houdt
vuistvuurwapenen	=	vuistvuurwapen
vuistvuurwapens	=	vuistvuurwapen
vuistvuurwapentje	=	vuistvuurwapen
vuistvuurwapentjes	=	vuistvuurwapen
vuistwapen	noun	vuurwapen dat men met één hand kan vasthouden
vuistwapens	=	vuistwapen
vuistwapentje	=	vuistwapen
vuistwapentjes	=	vuistwapen
vul	=	vullen
vulde	=	vullen
vulden	=	vullen
vuldop	noun	de afsluiting van de vulopening voor vloeistofreservoirs
vuldoppen	=	vuldop
vuldruk	noun	kracht waarmee men iets volpompt; de druk waarmee iets gevuld wordt
vulgair	adj	ordinair en plat.
vulgairder	=	vulgair
vulgairdere	=	vulgair
vulgairders	=	vulgair
vulgaire	=	vulgair
vulgairs	=	vulgair
vulgairst	=	vulgair
vulgairste	=	vulgair
vulgarisatie	noun	het vulgariseren
vulgarisaties	=	vulgarisatie
vulgarisator	noun	iemand die vulgariseert
vulgarisatoren	=	vulgarisator
vulgarisators	=	vulgarisator
vulgarisatortje	=	vulgarisator
vulgarisatortjes	=	vulgarisator
vulgariseer	=	vulgariseren
vulgariseerde	=	vulgariseren
vulgariseerden	=	vulgariseren
vulgariseert	=	vulgariseren
vulgarisere	=	vulgariseren
vulgariseren	verb	vulgair maken, platvloers maken, onder het volk brengen
vulgariserend	=	vulgariseren
vulgariserende	=	vulgariseren
vulgarisme	noun	vulgaire uitdrukking
vulgarismen	=	vulgarisme
vulgariteit	noun	iets wat heel ordinair en plat is
vulgariteiten	=	vulgariteit
vulgus	noun	gemeen volk, gepeupel, grauw
vulhaard	noun	een kolenkachel die gedurende langere tijd (enkele dagen tot een week) kan branden zonder bij te vullen
vulhaarden	=	vulhaard
vulhaardje	=	vulhaard
vulhaardjes	=	vulhaard
vulkaan	noun	vuurspuwende berg
vulkaanas	noun	zeer fijne poederachtige stof die vrijkomt in de lucht bij een vulkaanuitbarsting
vulkaanassen	=	vulkaanas
vulkaanhelling	noun	de schuin oplopende zijkant van een vuurspuwende berg
vulkaanhellingen	=	vulkaanhelling
vulkaanjunco	noun	Junco vulcani een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
vulkaanjunco's	=	vulkaanjunco
vulkaanjuncootje	=	vulkaanjunco
vulkaanjuncootjes	=	vulkaanjunco
vulkaankolibrie	noun	Selasphorus flammula een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vulkaankolibries	=	vulkaankolibrie
vulkaankolibrietje	=	vulkaankolibrie
vulkaankolibrietjes	=	vulkaankolibrie
vulkaankonijn	noun	bepaald soort zoogdier, Romerolagus diazi, een klein konijn dat in de bergen van Mexico leeft, het op een na kleinste konijn ter wereld, na het dwergkonijn
vulkaankonijnen	=	vulkaankonijn
vulkaankonijntje	=	vulkaankonijn
vulkaankonijntjes	=	vulkaankonijn
vulkaankrater	noun	een krater in een planeetoppervlak waardoor, bij een vulkanische uitbarsting, lava aan het oppervlak komt
vulkaankraters	=	vulkaankrater
vulkaanmeer	noun	meer gelegen in de krater van een slapende vulkaan
vulkaanmeertje	=	vulkaanmeer
vulkaanmeertjes	=	vulkaanmeer
vulkaanmeren	=	vulkaanmeer
vulkaanmuis	noun	Neotomodon alstoni knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
vulkaanmuisje	=	vulkaanmuis
vulkaanmuisjes	=	vulkaanmuis
vulkaanmuizen	=	vulkaanmuis
vulkaanoogje	noun	Micarea denigrata een korstmossoort uit de familie Pilocarpaceae.
vulkaanoogjes	=	vulkaanoogje
vulkaansalangaan	noun	Aerodramus vulcanorum een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
vulkaansalangaantje	=	vulkaansalangaan
vulkaansalangaantjes	=	vulkaansalangaan
vulkaansalanganen	=	vulkaansalangaan
vulkaantje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort zeepok, Perforatus perforatus uit de familie van de Balanidae; de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1789 gepubliceerd door Bruguière
vulkaantjes	=	vulkaan
vulkaanuitbarsting	noun	de vaak explosieve activiteit waarmee in een vulkaan opgebouwde spanningen zich ontladen
vulkaanuitbarstingen	=	vulkaanuitbarsting
vulkaanuitbarstinkje	=	vulkaanuitbarsting
vulkaanuitbarstinkjes	=	vulkaanuitbarsting
vulkaanworm	noun	Maxmuelleria lankesteri een lepelworm uit de familie Bonelliidae.
vulkaanwormen	=	vulkaanworm
vulkaanwormpje	=	vulkaanworm
vulkaanwormpjes	=	vulkaanworm
vulkachel	noun	een kolenkachel die gedurende langere tijd kan branden zonder bij te vullen
vulkachels	=	vulkachel
vulkacheltje	=	vulkachel
vulkacheltjes	=	vulkachel
vulkanen	=	vulkaan
vulkanisatie	noun	het vulkaniseren
vulkanisaties	=	vulkanisatie
vulkanisch	adj	betrekking hebbend op de processen die in een vulkaan plaatsvinden
vulkanische	=	vulkanisch
vulkanischer	=	vulkanisch
vulkanischere	=	vulkanisch
vulkanischers	=	vulkanisch
vulkaniseer	=	vulkaniseren
vulkaniseerde	=	vulkaniseren
vulkaniseerden	=	vulkaniseren
vulkaniseert	=	vulkaniseren
vulkanisere	=	vulkaniseren
vulkaniseren	verb	rubber tot een polymeer netwerk verknopen door verhitten met zwavel
vulkaniserend	=	vulkaniseren
vulkaniserende	=	vulkaniseren
vulkanisme	noun	verzamelnaam voor natuurlijke processen aan en boven het oppervlak die veroorzaakt worden door het omhoog bewegen van heet materiaal uit het binnenste van een planeet.
vulkanologen	=	vulkanoloog
vulkanologie	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering van alle vormen van vulkanisme
vulkanologisch	adj	betrekking hebbend op de vulkanologie
vulkanologische	=	vulkanologisch
vulkanologischer	=	vulkanologisch
vulkanologischere	=	vulkanologisch
vulkanologischers	=	vulkanologisch
vulkanoloog	noun	deskundige op het gebied van vulkanen en vulkaanuitbarstingen
vulle	=	vullen
vulleiding	noun	toevoerleiding voor het vullen van iets bijv. van een tank
vulleidingen	=	vulleiding
vulleidinkje	=	vulleiding
vulleidinkjes	=	vulleiding
vullen	verb	vol maken
vullend	=	vullen
vullende	=	vullen
vuller	noun	iemand die iets vult
vullers	=	vuller
vulling	noun	het materiaal waarmee iets opgevuld is
vullingen	=	vulling
vullinkje	=	vulling
vullinkjes	=	vulling
vullis	noun|informal	overtollig materiaal dat wordt weggegooid
vullissen	=	vullis
vulmiddel	noun	een stof die dient om een lege ruimte te vullen zonder dat deze stof verder een functie heeft
vulmiddelen	=	vulmiddel
vulpasta	noun	een half vloeibare substantie die men gebruikt om iets op te vullen
vulpasta's	=	vulpasta
vulpen	noun	een schrijfpen met holle houder waarin zich een inktreservoir bevindt
vulpennen	=	vulpen
vulpennetje	=	vulpen
vulpennetjes	=	vulpen
vulpenstekelstrandbeerdiertje	noun	Batillipes pennaki een beerdiertje uit de familie Batillipedidae
vulpenstekelstrandbeerdiertjes	=	vulpenstekelstrandbeerdiertje
vulpentijger	noun	Nephrotoma lunulicornis een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
vulpentijgers	=	vulpentijger
vulpentijgertje	=	vulpentijger
vulpentijgertjes	=	vulpentijger
vulpotloden	=	vulpotlood
vulpotlood	noun	houder met staafjes potlood of kleurstift, die vervangen kunnen worden
vulpotloodje	=	vulpotlood
vulpotloodjes	=	vulpotlood
vulsel	noun	materiaal waarmee men een hol voorwerp (omhulsel) vol kan maken, maar wat zelf vaak zonder veel belang is
vulsels	=	vulsel
vulstem	noun	register van een orgel
vulstemmen	=	vulstem
vulstof	noun	een substantie waarmee een holte volgemaakt kan worden
vulstoffen	=	vulstof
vulstuk	noun	voorwerpen die een lege ruimte kunnen opvullen
vulstukken	=	vulstuk
vult	=	vullen
vultrechter	noun	een glazen of plastic trechter met een brede hals bedoeld om het quantitatief vullen van nauwe buizen of ampullen met met name poedervormige materialen te vergemakkelijken
vultrechters	=	vultrechter
vultrechtertje	=	vultrechter
vultrechtertjes	=	vultrechter
vulva	noun	de schaamspleet, de ingang tot de vagina
vulva's	=	vulva
vulvaatje	=	vulva
vulvaatjes	=	vulva
vulvae	=	vulva
vulvair	adj	met betrekking tot de schaamspleet
vulvaire	=	vulvair
vulvairs	=	vulvair
vulvalip	noun	elk van de huidplooien links en rechts bij de ingang van de vagina
vulvalipje	=	vulvalip
vulvalipjes	=	vulvalip
vulvalippen	=	vulvalip
vulvovaginitis	noun	ontsteking van de schaamspleet en de schede
vuns	adj	muf, verdorven
vunsheden	=	vunsheid
vunsheid	noun	slordigheid
vunst	=	vuns
vunste	=	vuns
vunze	=	vuns
vunzer	=	vuns
vunzere	=	vuns
vunzers	=	vuns
vunzig	adj	onaangenaam doordat het zich van de goede smaakt niets aantrekt, vaak betrekking hebbend op seks
vunzige	=	vunzig
vunziger	=	vunzig
vunzigere	=	vunzig
vunzigers	=	vunzig
vunzigheden	=	vunzigheid
vunzigheid	noun	iets wat vuil en smerig is
vunzigs	=	vunzig
vunzigst	=	vunzig
vunzigste	=	vunzig
vure	=	vuren
vuren	verb	schoten lossen	adj	gemaakt van dennenhout of het hout van een spar
vurend	=	vuren
vurende	=	vuren
vurenhout	noun	hout van de fijnspar; de genormeerde naam voor het hout van de fijnspar Picea abies
vurenhouten	adj	gemaakt van dennenhout of het hout van een spar
vurig	adj	met brandende hartstocht
vurige	=	vurig
vuriger	=	vurig
vurigere	=	vurig
vurigers	=	vurig
vurigheden	=	vurigheid
vurigheid	noun	heftigheid van gemoedstoestanden, hartstochten en driften
vuriglijk	adj	met veel ijver en passie
vuriglijke	=	vuriglijk
vuriglijker	=	vuriglijk
vuriglijkere	=	vuriglijk
vuriglijkers	=	vuriglijk
vuriglijks	=	vuriglijk
vuriglijkst	=	vuriglijk
vuriglijkste	=	vuriglijk
vurigs	=	vurig
vurigst	=	vurig
vurigste	=	vurig
vut	=	vutten
vut-gerechtigd	adj	recht hebbend op een VUT-pensioen
vut-gerechtigde	=	vut-gerechtigd
vut-gerechtigds	=	vut-gerechtigd
vut-kost	noun|obsolete	geld dat men moet uittrekken voor een vervroegd pensioen
vut-kosten	=	vut-kost
vut-regeling	noun	personeelsregeling om vrijwillig vervroegd met pensioen te gaan met behoud van vrijwel het hele salaris
vut-regelingen	=	vut-regeling
vut-uitkering	noun	uitkering krachtens de VUT-regeling
vut-uitkeringen	=	vut-uitkering
vut-uitkerinkje	=	vut-uitkering
vut-uitkerinkjes	=	vut-uitkering
vutte	=	vutten
vutten	verb	gebruik maken van een regeling waarbij men een vergoeding krijgt om eerder met pensioen te gaan
vuttend	=	vutten
vuttende	=	vutten
vutter	noun	iemand die gebruik maakt van een VUT-regeling en dus met vervroegd pensioen is gegaan
vutters	=	vutter
vuuf	=	vief
vuur	noun	het geheel van de licht- en warmteverschijnselen die zich voordoen wanneer iets verbrandt, d.w.z. een oxidatiereactie ondergaat
vuurbaak	noun	als signaal op hoog punt in brand gestoken materiaal
vuurbaakje	=	vuurbaak
vuurbaken	noun	als signaal op hoog punt in brand gestoken materiaal
vuurbakens	=	vuurbaken
vuurbakentje	=	vuurbaken
vuurbal	noun	bal van vuur, vurige bal
vuurballen	=	vuurbal
vuurballetje	=	vuurbal
vuurballetjes	=	vuurbal
vuurbeker	noun	magisch voorwerp uit de Harry Potter-boeken dat de meest geschikte kampioenen kiest voor het Toverschool Toernooi
vuurbekers	=	vuurbeker
vuurbekertje	=	vuurbeker
vuurbekertjes	=	vuurbeker
vuurbestendig	adj	bestand tegen vuur, vuurvast
vuurbestendige	=	vuurbestendig
vuurbestendiger	=	vuurbestendig
vuurbestendigere	=	vuurbestendig
vuurbestendigers	=	vuurbestendig
vuurbestendigs	=	vuurbestendig
vuurbestendigst	=	vuurbestendig
vuurbestendigste	=	vuurbestendig
vuurboktor	noun	Pyrrhidium sanguineum een keversoort uit de familie boktorren (Cerambycidae).
vuurboktorren	=	vuurboktor
vuurboktorretje	=	vuurboktor
vuurboktorretjes	=	vuurboktor
vuurbol	noun	rond, aan alle kanten vlammend verschijnsel in de lucht
vuurbolen	=	vuurbol
vuurbollen	=	vuurbol
vuurbolletje	=	vuurbol
vuurborstdwerghoningeter	noun	Myzomela jugularis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
vuurborstdwerghoningeters	=	vuurborstdwerghoningeter
vuurborstdwerghoningetertje	=	vuurborstdwerghoningeter
vuurborstdwerghoningetertjes	=	vuurborstdwerghoningeter
vuurborsthoningzuiger	noun	Aethopyga flagrans een honingzuiger, die alleen voorkomt in de Filipijnen.
vuurborsthoningzuigers	=	vuurborsthoningzuiger
vuurborsthoningzuigertje	=	vuurborsthoningzuiger
vuurborsthoningzuigertjes	=	vuurborsthoningzuiger
vuurbuikorganist	noun	Euphonia xanthogaster een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
vuurbuikorganisten	=	vuurbuikorganist
vuurbuikorganistje	=	vuurbuikorganist
vuurbuikorganistjes	=	vuurbuikorganist
vuurbuikpadden	noun	Bombina een geslacht van padachtige kikkers die behoren tot de familie Bombinatoridae
vuurbuiksalamander	noun	Cynops pyrrhogaster een salamandersoort uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
vuurbuiksalamanders	=	vuurbuiksalamander
vuurbuiksalamandertje	=	vuurbuiksalamander
vuurbuiksalamandertjes	=	vuurbuiksalamander
vuurbuikspecht	noun	Chloropicus pyrrhogaster een vogel uit de familie Picidae (spechten).
vuurbuikspechten	=	vuurbuikspecht
vuurbuikspechtje	=	vuurbuikspecht
vuurbuikspechtjes	=	vuurbuikspecht
vuurbuikvliegenvanger	noun	Petroica phoenicea een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae).
vuurbuikvliegenvangers	=	vuurbuikvliegenvanger
vuurbuikvliegenvangertje	=	vuurbuikvliegenvanger
vuurbuikvliegenvangertjes	=	vuurbuikvliegenvanger
vuurde	=	vuren
vuurdekking	noun	bescherming die troepen krijgen door gericht te schieten op de vijand, waardoor de vijand niet kan terugschieten of oprukken.
vuurdekkingen	=	vuurdekking
vuurdekkinkje	=	vuurdekking
vuurdekkinkjes	=	vuurdekking
vuurden	=	vuren
vuurdoden	=	vuurdood
vuurdood	noun	het overlijden door blootstelling aan een brand
vuurdoop	noun	het eerste gevecht dat een soldaat meemaakt
vuurdoopje	=	vuurdoop
vuurdoopjes	=	vuurdoop
vuurdoorn	noun	Pyracantha coccinea geslacht van groenblijvende struiken uit de rozenfamilie (Rosacea)
vuurdoorns	=	vuurdoorn
vuurdoorntje	=	vuurdoorn
vuurdoornvouwmot	noun	Phyllonorycter leucographella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
vuurdoornvouwmotje	=	vuurdoornvouwmot
vuurdoornvouwmotjes	=	vuurdoornvouwmot
vuurdoornvouwmotten	=	vuurdoornvouwmot
vuurdopen	=	vuurdoop
vuurdoren	noun	bepaald soort struik, Pyracantha coccinea uit de rozenfamilie (Rosacea)
vuurdorens	=	vuurdoren
vuurduivel	noun	het fenomeen waarbij de lucht in of bij een brand een verticale vorticiteit krijgt en aldus een opstijgende werveling vormt
vuurduivels	=	vuurduivel
vuurduiveltje	=	vuurduivel
vuurduiveltjes	=	vuurduivel
vuurdwerghoningeter	noun	Myzomela rubratra een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
vuurdwerghoningeters	=	vuurdwerghoningeter
vuurdwerghoningetertje	=	vuurdwerghoningeter
vuurdwerghoningetertjes	=	vuurdwerghoningeter
vuurgarnaal	noun	Neocaridina heteropoda een roodachtige garnaal (ook wel cherry-garnaal of rode garnaal genoemd) die veel in gezelschapsaquaria wordt gehouden
vuurgarnaaltje	=	vuurgarnaal
vuurgarnaaltjes	=	vuurgarnaal
vuurgarnalen	=	vuurgarnaal
vuurgespuwd	=	vuurspuwen
vuurgevaarlijk	adj	makkelijk brandbaar
vuurgevaarlijke	=	vuurgevaarlijk
vuurgevaarlijker	=	vuurgevaarlijk
vuurgevaarlijkere	=	vuurgevaarlijk
vuurgevaarlijkers	=	vuurgevaarlijk
vuurgevaarlijks	=	vuurgevaarlijk
vuurgevaarlijkst	=	vuurgevaarlijk
vuurgevaarlijkste	=	vuurgevaarlijk
vuurgevecht	noun	een strijd waarbij partijen elkaar beschieten met vuurwapens
vuurgevechten	=	vuurgevecht
vuurgevechtje	=	vuurgevecht
vuurgevechtjes	=	vuurgevecht
vuurgloed	noun	de warmte en het licht dat een brandend vuur uitstraalt
vuurgod	noun	de god die de macht heeft over het vuur; het vuur als godheid
vuurgoden	=	vuurgod
vuurgoudhaan	noun	Regulus ignicapilla een zangvogel uit de familie van Regulidae
vuurgoudhaantje	=	vuurgoudhaan
vuurgoudhaantjes	=	vuurgoudhaan
vuurgoudhanen	=	vuurgoudhaan
vuurhaard	noun	het begin van een brand
vuurhaarden	=	vuurhaard
vuurhaardje	=	vuurhaard
vuurhaardjes	=	vuurhaard
vuurhoos	noun	een wervelwind ontstaan boven een veld met brandende vegetatie die vuur opzuigt
vuurhoosje	=	vuurhoos
vuurhoosjes	=	vuurhoos
vuurhoudend	adj	betreft iets dat niet snel verbrandt of bestand is tegen vuur.
vuurhoudende	=	vuurhoudend
vuurhoudender	=	vuurhoudend
vuurhoudendere	=	vuurhoudend
vuurhoudenders	=	vuurhoudend
vuurhoudends	=	vuurhoudend
vuurhoudendst	=	vuurhoudend
vuurhoudendste	=	vuurhoudend
vuurhozen	=	vuurhoos
vuurjuffer	noun	Pyrrhosoma nymphula een libel van de familie van de waterjuffers.
vuurjuffers	noun	Pyrrhosoma een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae)
vuurjuffertje	=	vuurjuffer
vuurjuffertjes	=	vuurjuffer
vuurkambraam	noun	Rubus rubrumcadaver een plantensoort uit het geslacht braam (Rubus).
vuurkambraampje	=	vuurkambraam
vuurkambraampjes	=	vuurkambraam
vuurkambramen	=	vuurkambraam
vuurkapalethe	noun	Alethe castanea een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (Vliegenvangers) die voorkomt in het westen en midden van Afrika, van Nigeria tot Oeganda.
vuurkapalethes	=	vuurkapalethe
vuurkapalethetje	=	vuurkapalethe
vuurkapalethetjes	=	vuurkapalethe
vuurkapmanakin	noun	Machaeropterus pyrocephalus een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
vuurkapmanakinnetje	=	vuurkapmanakin
vuurkapmanakinnetjes	=	vuurkapmanakin
vuurkapmanakins	=	vuurkapmanakin
vuurkeelcichlide	noun	Thorichthys meeki een tropische vis die ook als aquariumvis gehouden wordt.
vuurkeelcichliden	=	vuurkeelcichlide
vuurkeelcotinga	noun	Pipreola chlorolepidota een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
vuurkeelcotinga's	=	vuurkeelcotinga
vuurkeelcotingaatje	=	vuurkeelcotinga
vuurkeelcotingaatjes	=	vuurkeelcotinga
vuurkeelglansstaartkolibrie	noun	Metallura eupogon een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vuurkeelglansstaartkolibries	=	vuurkeelglansstaartkolibrie
vuurkeelglansstaartkolibrietje	=	vuurkeelglansstaartkolibrie
vuurkeelglansstaartkolibrietjes	=	vuurkeelglansstaartkolibrie
vuurkeelhoningvogel	noun	Dicaeum luzoniense een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
vuurkeelhoningvogels	=	vuurkeelhoningvogel
vuurkeelhoningvogeltje	=	vuurkeelhoningvogel
vuurkeelhoningvogeltjes	=	vuurkeelhoningvogel
vuurkeelzanger	noun	Oreothlypis gutturalis een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
vuurkeelzangers	=	vuurkeelzanger
vuurkeelzangertje	=	vuurkeelzanger
vuurkeelzangertjes	=	vuurkeelzanger
vuurkei	noun	een steen gebruikt om vonken voort te brengen
vuurkeien	=	vuurkei
vuurkever	noun	kever uit de familie Pyrochroidae.
vuurkevers	noun	Pyrochroidae een familie van kevers.
vuurkevertje	=	vuurkever
vuurkevertjes	=	vuurkever
vuurkogel	noun	projectiel gevuld met een licht ontvlambare stof, bedoeld als signaal, lichtbron of om brand te veroorzaken
vuurkogels	=	vuurkogel
vuurkogeltje	=	vuurkogel
vuurkogeltjes	=	vuurkogel
vuurkolk	noun	het fenomeen waarbij de lucht in of bij een brand een verticale vorticiteit krijgt en aldus een opstijgende werveling vormt
vuurkolken	=	vuurkolk
vuurkolkje	=	vuurkolk
vuurkolkjes	=	vuurkolk
vuurkolom	noun	een hoge pilaar van vuur
vuurkolommen	=	vuurkolom
vuurkopbaardvogel	noun	Trachyphonus erythrocephalus een Afrikaanse baardvogel uit de familie Lybiidae
vuurkopbaardvogels	=	vuurkopbaardvogel
vuurkopbaardvogeltje	=	vuurkopbaardvogel
vuurkopbaardvogeltjes	=	vuurkopbaardvogel
vuurkopdwerghoningeter	noun	Myzomela erythromelas een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
vuurkopdwerghoningeters	=	vuurkopdwerghoningeter
vuurkopdwerghoningetertje	=	vuurkopdwerghoningeter
vuurkopdwerghoningetertjes	=	vuurkopdwerghoningeter
vuurkorf	noun	een ijzeren mand waarin mensen in de openlucht houtblokken kunnen stoken om zo een sfeervol vuur te maken
vuurkorfje	=	vuurkorf
vuurkorven	=	vuurkorf
vuurkraagtangare	noun	Ramphocelus sanguinolentus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
vuurkraagtangaren	=	vuurkraagtangare
vuurkraagtangaretje	=	vuurkraagtangare
vuurkraagtangaretjes	=	vuurkraagtangare
vuurkracht	noun	totale vermogen van een aantal vuurwapens
vuurkrachten	=	vuurkracht
vuurkroonkolibrie	noun	Sephanoides sephaniodes een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vuurkroonkolibries	=	vuurkroonkolibrie
vuurkroonkolibrietje	=	vuurkroonkolibrie
vuurkroonkolibrietjes	=	vuurkroonkolibrie
vuurkruinboomtimalia	noun	Sterrhoptilus dennistouni een vogelsoort uit de familie van de Zosteropidae (brilvogels).
vuurkruinboomtimalia's	=	vuurkruinboomtimalia
vuurkruinboomtimaliaatje	=	vuurkruinboomtimalia
vuurkruinboomtimaliaatjes	=	vuurkruinboomtimalia
vuurkruinhoningvogel	noun	Dicaeum kampalili een vogelsoort uit de familie van de dicaeidae (bastaardhoningvogels).
vuurkruinhoningvogels	=	vuurkruinhoningvogel
vuurkruinhoningvogeltje	=	vuurkruinhoningvogel
vuurkruinhoningvogeltjes	=	vuurkruinhoningvogel
vuurkruinmees	noun	Cephalopyrus flammiceps een kleine zangvogel (lengte 10 cm, gewicht 7 g) uit de familie van de mezen (Paridae).
vuurkruinmeesje	=	vuurkruinmees
vuurkruinmeesjes	=	vuurkruinmees
vuurkruinmezen	=	vuurkruinmees
vuurkruinorganist	noun	Euphonia saturata een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
vuurkruinorganisten	=	vuurkruinorganist
vuurkruinorganistje	=	vuurkruinorganist
vuurkruinorganistjes	=	vuurkruinorganist
vuurkuifalethe	noun	Alethe castanea een vogelsoort uit de familie van de Muscicapidae (Vliegenvangers) die voorkomt in het westen en midden van Afrika, van Nigeria tot Oeganda.
vuurkuifalethes	=	vuurkuifalethe
vuurkuifalethetje	=	vuurkuifalethe
vuurkuifalethetjes	=	vuurkuifalethe
vuurkuifkoketkolibrie	noun	Lophornis delattrei een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vuurkuifkoketkolibries	=	vuurkuifkoketkolibrie
vuurkuifkoketkolibrietje	=	vuurkuifkoketkolibrie
vuurkuifkoketkolibrietjes	=	vuurkuifkoketkolibrie
vuurkuiftangare	noun	Loriotus cristatus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
vuurkuiftangaren	=	vuurkuiftangare
vuurkuiftangaretje	=	vuurkuiftangare
vuurkuiftangaretjes	=	vuurkuiftangare
vuurlak	noun	poederverf die uitvloeit bij hoge temperaturen en daarna bij afkoelen een harde, glanzende bedekking vormt
vuurlakken	=	vuurlak
vuurlandcanastero	noun	Asthenes anthoides een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
vuurlandcanastero's	=	vuurlandcanastero
vuurlandcanasterootje	=	vuurlandcanastero
vuurlandcanasterootjes	=	vuurlandcanastero
vuurlander	noun	een inwoner van Vuurland, of iemand afkomstig uit Vuurland
vuurlanders	=	vuurlander
vuurlands	adj	op Vuurland betrekking hebbend
vuurlandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Vuurland, of een vrouw afkomstig uit Vuurland
vuurlandsen	=	vuurlandse
vuurlandsnip	noun	Gallinago stricklandii een vogel uit de familie van strandlopers en snippen (Scolopacidae).
vuurlandsnipje	=	vuurlandsnip
vuurlandsnipjes	=	vuurlandsnip
vuurlandsnippen	=	vuurlandsnip
vuurleiding	noun	alles wat nodig is voor het uitbrengen van een gericht vuur
vuurleidingen	=	vuurleiding
vuurleidinkje	=	vuurleiding
vuurleidinkjes	=	vuurleiding
vuurlibel	noun	Crocothemis erythraea een felroodgekleurde middelgrote libel (36-45 mm), die veel in Zuid-Europa wordt gezien
vuurlibellen	noun	Crocothemis een geslacht (van 10 soorten) van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
vuurlibelletje	=	vuurlibel
vuurlibelletjes	=	vuurlibel
vuurlijn	noun	de (rechte) lijn waarin projectielen worden geschoten
vuurlijnen	=	vuurlijn
vuurlinie	noun	richting waarin projectielen worden weggeschoten
vuurlinies	=	vuurlinie
vuurmaker	noun	licht ontvlambare stof die men gebruikt voor het starten van een vuurtje
vuurmakers	=	vuurmaker
vuurmaskertangare	noun	Tangara parzudakii een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
vuurmaskertangaren	=	vuurmaskertangare
vuurmaskertangaretje	=	vuurmaskertangare
vuurmaskertangaretjes	=	vuurmaskertangare
vuurmelkzwam	noun	een melkzwam Lactarius pyrogalus (syn.: Lactarius hortensis) die ectomycorrhiza vormt bij de hazelaar.
vuurmelkzwammen	=	vuurmelkzwam
vuurmelkzwammetje	=	vuurmelkzwam
vuurmelkzwammetjes	=	vuurmelkzwam
vuurmier	noun	mier uit het geslacht Solenopsis die behoren tot de mieren en gevreesd zijn om hun pijnlijke steek, waaraan de Nederlandse naam te danken is
vuurmieren	noun	mieren uit het geslacht Solenopsis die behoren tot de mieren en gevreesd zijn om hun pijnlijke steek, waaraan de Nederlandse naam te danken is
vuurmiertje	=	vuurmier
vuurmiertjes	=	vuurmier
vuurmond	noun	een kanon waarmee grotere projectielen kunnen worden afgevuurd; stuk geschut
vuurmonden	=	vuurmond
vuurmondje	=	vuurmond
vuurmondjes	=	vuurmond
vuurmot	noun	Carcina quercana een vlinder uit de familie vuurmotten (Peleopodidae)
vuurmotje	=	vuurmot
vuurmotjes	=	vuurmot
vuurmotten	=	vuurmot
vuurneon	noun	Hemigrammus erythrozonus een vreedzame scholenvis die het uitstekend doen in een gezelschapsaquarium.
vuurneons	=	vuurneon
vuurneontje	=	vuurneon
vuurneontjes	=	vuurneon
vuuroogandespapegaai	noun	Hapalopsittaca pyrrhops een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
vuuroogandespapegaaien	=	vuuroogandespapegaai
vuuroogandespapegaaitje	=	vuuroogandespapegaai
vuuroogandespapegaaitjes	=	vuuroogandespapegaai
vuuroogmonjita	noun	Pyrope pyrope een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
vuuroogmonjita's	=	vuuroogmonjita
vuuroogmonjitaatje	=	vuuroogmonjita
vuuroogmonjitaatjes	=	vuuroogmonjita
vuurpad	noun	soort kikker uit het geslacht Bombina van de familie vuurbuikpadden waarvan het uiterlijk aan vuur doet denken
vuurpadden	=	vuurpad
vuurpadje	=	vuurpad
vuurpadjes	=	vuurpad
vuurpalpmot	noun	Mirificarma eburnella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
vuurpalpmotje	=	vuurpalpmot
vuurpalpmotjes	=	vuurpalpmot
vuurpalpmotten	=	vuurpalpmot
vuurpan	noun	een hol metalen voorwerp waarin men een vuur kan laten branden ter verlichting of als signaal
vuurpannen	=	vuurpan
vuurpeloton	noun	de voltrekking van een doodvonnis door een groep mensen (vaak soldaten) door ze tegelijkertijd op een of meer slachtoffers te laten schieten
vuurpelotonnetje	=	vuurpeloton
vuurpelotonnetjes	=	vuurpeloton
vuurpelotons	=	vuurpeloton
vuurpijl	noun	kleine raket die hoog in de lucht ontploft
vuurpijlen	=	vuurpijl
vuurpijltje	=	vuurpijl
vuurpijltjes	=	vuurpijl
vuurpijlvis	noun	Nemateleotris magnifica een straalvinnige vissensoort uit de familie van wormvissen (Microdesmidae).
vuurpijlvisje	=	vuurpijlvis
vuurpijlvisjes	=	vuurpijlvis
vuurpijlvissen	=	vuurpijlvis
vuurplaat	noun	een stenen plaat waarop men brandstoffen kan verbranden
vuurplaatje	=	vuurplaat
vuurplaatjes	=	vuurplaat
vuurplaats	noun	plaats waar, ruimte waarin gestookt wordt
vuurplaatsen	=	vuurplaats
vuurplaten	=	vuurplaat
vuurpluimbaardvogel	noun	Psilopogon pyrolophus een Aziatische baardvogel uit de familie Megalaimidae
vuurpluimbaardvogels	=	vuurpluimbaardvogel
vuurpluimbaardvogeltje	=	vuurpluimbaardvogel
vuurpluimbaardvogeltjes	=	vuurpluimbaardvogel
vuurpot	noun	een metalen of aardewerken voorwerp waarin men een vuur kan stoken
vuurpotje	=	vuurpot
vuurpotjes	=	vuurpot
vuurpotten	=	vuurpot
vuurproef	noun	soort godsoordeel, waarbij een beschuldigde zijn hand in een vlam moest houden, gloeiende kolen moest dragen of door het vuur moest lopen: indien hij ongedeerd bleef was hij onschuldig
vuurproefje	=	vuurproef
vuurproeven	=	vuurproef
vuurregenbogen	=	vuurregenboog
vuurregenboog	noun	zeldzaam optisch fenomeen dat ontstaat door zonlicht dat breekt op horizontale ijskristallen in hoge cirruswolken, waardoor een kleurrijke band ontstaat die eruitziet als een vlam die langs de horizon brandt
vuurregenboogje	=	vuurregenboog
vuurregenboogjes	=	vuurregenboog
vuurrode	=	vuurrood
vuurroden	=	vuurrood
vuurroder	=	vuurrood
vuurrodere	=	vuurrood
vuurroders	=	vuurrood
vuurrood	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3000 ( ).	noun	felle tint rood met RAL-nummer 3000 ( )#:*Kunt u die panelen ook leveren in vuurrood?
vuurroods	=	vuurrood
vuurroodst	=	vuurrood
vuurroodste	=	vuurrood
vuurrugfazant	noun	Lophura erythrophthalma een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
vuurrugfazanten	=	vuurrugfazant
vuurrugfazantje	=	vuurrugfazant
vuurrugfazantjes	=	vuurrugfazant
vuurrugtangare	noun	Ramphocelus flammigerus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
vuurrugtangaren	=	vuurrugtangare
vuurrugtangaretje	=	vuurrugtangare
vuurrugtangaretjes	=	vuurrugtangare
vuurs	=	vuur
vuursalamander	noun	Salamandra salamandra een vogel uit de familie echte salamanders (Salamandridae)
vuursalamanders	=	vuursalamander
vuursalamandertje	=	vuursalamander
vuursalamandertjes	=	vuursalamander
vuurscheepje	=	vuurschip
vuurschepen	=	vuurschip
vuurschip	noun	een lichtbaken op volle zee, soort van drijvende vuurtoren
vuursignaal	noun	als afgesproken teken materiaal in brand steken op een plaats die van verre te zien is
vuursignalen	=	vuursignaal
vuurslag	noun	instrumenten waarmee men vonken kan maken die men kan gebruiken voor het maken van een vuur
vuurslagen	=	vuurslag
vuursnavelarassari	noun	Pteroglossus frantzii een vogel uit de familie der toekans
vuursnavelarassari's	=	vuursnavelarassari
vuursnavelarassarietje	=	vuursnavelarassari
vuursnavelarassarietjes	=	vuursnavelarassari
vuursnelheden	=	vuursnelheid
vuursnelheid	noun	het aantal projectielen dat een vuurwapen per tijdseenheid kan afvoeren
vuurspinnendoder	noun	Eoferreola rhombica een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
vuurspinnendoders	=	vuurspinnendoder
vuurspinnendodertje	=	vuurspinnendoder
vuurspinnendodertjes	=	vuurspinnendoder
vuurspinspinnendoder	noun	Eoferreola rhombica een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
vuurspinspinnendoders	=	vuurspinspinnendoder
vuurspinspinnendodertje	=	vuurspinspinnendoder
vuurspinspinnendodertjes	=	vuurspinspinnendoder
vuurspringer	noun	Philaeus chrysops een spin uit de familie der springspinnen die voorkomt in het Middellandse Zeegebied en delen van Midden-Europa
vuurspringers	=	vuurspringer
vuurspringertje	=	vuurspringer
vuurspringertjes	=	vuurspringer
vuurspuw	=	vuurspuwen
vuurspuwde	=	vuurspuwen
vuurspuwden	=	vuurspuwen
vuurspuwe	=	vuurspuwen
vuurspuwen	verb	het sproeien van brandstof met de mond door een artiest, die vervolgens met een fakkel of andere vuurbron tot ontsteking wordt gebracht
vuurspuwend	adj	vlammen uitbrakend; lava uitbrakend
vuurspuwende	=	vuurspuwen
vuurspuwends	=	vuurspuwend
vuurspuwer	noun	artiest die vuur uit zijn mond laat komen, vaak ook iemand die brandende toortsen kan doven in zijn mond
vuurspuwers	=	vuurspuwer
vuurspuwertje	=	vuurspuwer
vuurspuwertjes	=	vuurspuwer
vuurspuwster	=	vuurspuwer
vuurspuwt	=	vuurspuwen
vuurstaartastrild	noun	Stagonopleura bella een in Australië voorkomende zangvogel uit de familie van de prachtvinken
vuurstaartastrilden	=	vuurstaartastrild
vuurstaartastrildje	=	vuurstaartastrild
vuurstaartastrildjes	=	vuurstaartastrild
vuurstaarthoningzuiger	noun	Aethopyga ignicauda een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
vuurstaarthoningzuigers	=	vuurstaarthoningzuiger
vuurstaarthoningzuigertje	=	vuurstaarthoningzuiger
vuurstaarthoningzuigertjes	=	vuurstaarthoningzuiger
vuurstaartje	noun	bepaald soort tropische vogel, Myzornis pyrrhoura uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen) die voorkomt in Zuid- en Zuidoost-Azië
vuurstaartjes	=	vuurstaartje
vuurstaartkluutkolibrie	noun	Avocettula recurvirostris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
vuurstaartkluutkolibries	=	vuurstaartkluutkolibrie
vuurstaartkluutkolibrietje	=	vuurstaartkluutkolibrie
vuurstaartkluutkolibrietjes	=	vuurstaartkluutkolibrie
vuurstaartlabeo	noun	Epalzeorhynchos bicolor een vis uit de familie eigenlijke karpers (Cyprinidae).
vuurstaartlabeo's	=	vuurstaartlabeo
vuurstaartshamalijster	noun	Copsychus pyrropygus een vogelsoort uit de familie van de vliegenvangers.
vuurstaartshamalijsters	=	vuurstaartshamalijster
vuurstaartshamalijstertje	=	vuurstaartshamalijster
vuurstaartshamalijstertjes	=	vuurstaartshamalijster
vuursteen	noun	een harde steensoort uit silica opgebouwd die in de prehistorie verwerkt werd tot werktuigen
vuursteengroeve	noun	een ondergrondse of bovengrondse groeve voor het winnen van vuursteen
vuursteengroeven	=	vuursteengroeve
vuursteengroeves	=	vuursteengroeve
vuursteenmijn	noun	een ondergrondse groeve voor het in gangen en kamers winnen van vuursteen
vuursteenmijnen	=	vuursteenmijn
vuursteenmijntje	=	vuursteenmijn
vuursteenmijntjes	=	vuursteenmijn
vuursteentje	=	vuursteen
vuursteentjes	=	vuursteen
vuursteenvlinder	noun	Habrosyne pyritoides een nachtvlinder uit de familie van de Drepanidae, de eenstaartjes.
vuursteenvlinders	=	vuursteenvlinder
vuursteenvlindertje	=	vuursteenvlinder
vuursteenvlindertjes	=	vuursteenvlinder
vuurstenen	=	vuursteen
vuurstorm	noun	een storm die kan ontstaan wanneer er zich in een bepaald gebied één of meerdere vuurhaarden bevinden
vuurstormen	=	vuurstorm
vuurstraal	noun	het lichtverschijnsel dat optreedt bij onweer
vuurstraaltje	=	vuurstraal
vuurstraaltjes	=	vuurstraal
vuurstralen	=	vuurstraal
vuurstuitheidesluiper	noun	Hylacola pyrrhopygia een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
vuurstuitheidesluipers	=	vuurstuitheidesluiper
vuurstuitheidesluipertje	=	vuurstuitheidesluiper
vuurstuitheidesluipertjes	=	vuurstuitheidesluiper
vuurstuitwaaierstaart	noun	Rhipidura rufifrons een waaierstaart.
vuurstuitwaaierstaarten	=	vuurstuitwaaierstaart
vuurstuitwaaierstaartje	=	vuurstuitwaaierstaart
vuurstuitwaaierstaartjes	=	vuurstuitwaaierstaart
vuurt	=	vuren
vuurtang	noun	een tang waarmee men hete voorwerpen kan manipuleren zonder zich te branden
vuurtangen	=	vuurtang
vuurtangetje	=	vuurtang
vuurtangetjes	=	vuurtang
vuurtempel	noun	heiligdom waarin een eeuwigbrandend vuur onderhouden wordt
vuurtempels	=	vuurtempel
vuurtempeltje	=	vuurtempel
vuurtempeltjes	=	vuurtempel
vuurtetra	noun	bepaald soort kleine rode vis, Hyphessobrycon amandae, die wel in aquaria gehouden wordt
vuurtetra's	=	vuurtetra
vuurtetraatje	=	vuurtetra
vuurtetraatjes	=	vuurtetra
vuurtje	=	vuur
vuurtjes	=	vuur
vuurtopaaskolibrie	noun	Topaza pyra een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
vuurtopaaskolibries	=	vuurtopaaskolibrie
vuurtopaaskolibrietje	=	vuurtopaaskolibrie
vuurtopaaskolibrietjes	=	vuurtopaaskolibrie
vuurtoren	noun	een hoog lichtbaken aan de kust
vuurtorens	=	vuurtoren
vuurtorentje	=	vuurtoren
vuurtorentjes	=	vuurtoren
vuurtorenwachter	noun	iemand die een vuurtoren bewoont en bedient
vuurtorenwachters	=	vuurtorenwachter
vuurtorenwachtertje	=	vuurtorenwachter
vuurtorenwachtertjes	=	vuurtorenwachter
vuurtornado	noun	het fenomeen waarbij de lucht in of bij een brand een verticale vorticiteit krijgt en aldus een opstijgende werveling vormt
vuurtornado's	=	vuurtornado
vuurtornadootje	=	vuurtornado
vuurtornadootjes	=	vuurtornado
vuurvast	adj	bestand tegen vuur zonder dat het materiaal daardoor degenereert
vuurvaste	=	vuurvast
vuurvaster	=	vuurvast
vuurvastere	=	vuurvast
vuurvasters	=	vuurvast
vuurvasts	=	vuurvast
vuurvastst	=	vuurvast
vuurvastste	=	vuurvast
vuurvink	noun	Lagonosticta senegala een dieprood gekleurd vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae) dat voorkomt in tropisch Afrika van Senegal tot de Rode Zee en in het zuiden tot in Transvaal.
vuurvinken	=	vuurvink
vuurvinkje	=	vuurvink
vuurvinkjes	=	vuurvink
vuurvleugelparkiet	noun	Brotogeris pyrrhoptera een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
vuurvleugelparkieten	=	vuurvleugelparkiet
vuurvleugelparkietje	=	vuurvleugelparkiet
vuurvleugelparkietjes	=	vuurvleugelparkiet
vuurvleugelphilentoma	noun	Philentoma pyrhoptera een zangvogel uit de familie Tephrodornithidae.
vuurvleugelphilentoma's	=	vuurvleugelphilentoma
vuurvleugelphilentomaatje	=	vuurvleugelphilentoma
vuurvleugelphilentomaatjes	=	vuurvleugelphilentoma
vuurvleugelspecht	noun	Picus puniceus een vogelsoort uit het geslacht Picus van de familie van de spechten (de Picidae).
vuurvleugelspechten	=	vuurvleugelspecht
vuurvleugelspechtje	=	vuurvleugelspecht
vuurvleugelspechtjes	=	vuurvleugelspecht
vuurvleugeltroepiaal	noun	Icterus pyrhopterus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
vuurvleugeltroepiaaltje	=	vuurvleugeltroepiaal
vuurvleugeltroepiaaltjes	=	vuurvleugeltroepiaal
vuurvleugeltroepialen	=	vuurvleugeltroepiaal
vuurvlieg	noun	benaming voor nachtelijk lichtgevend torretjes uit de familie Lampyridae
vuurvliegen	=	vuurvlieg
vuurvliegje	=	vuurvlieg
vuurvliegjes	=	vuurvlieg
vuurvlinder	noun	Lycaena geslacht van vlinders uit de familie van de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes (Lycaenidae)
vuurvlinders	=	vuurvlinder
vuurvlindertje	=	vuurvlinder
vuurvlindertjes	=	vuurvlinder
vuurvogel	noun	magische vogel uit een Russisch sprookje
vuurvogels	=	vuurvogel
vuurvogeltje	=	vuurvogel
vuurvreter	noun	iemand die ter vermaak van een publiek vlammen dooft met zijn mond
vuurvreters	=	vuurvreter
vuurvretertje	=	vuurvreter
vuurvretertjes	=	vuurvreter
vuurwants	noun	Pyrrhocoris apterus een insect uit de onderorde wantsen (Heteroptera) en de familie vuurwantsen (Pyrrhocoridae)
vuurwantsen	noun	een familie Pyrrhocoridae van insecten uit de orde Hemiptera en de onderorde wantsen (Heteroptera).
vuurwantsje	=	vuurwants
vuurwantsjes	=	vuurwants
vuurwapen	noun	een wapen dat een kogel schiet met behulp van een chemische ontploffing
vuurwapenbezit	noun	het al of niet onwettig in eigendom hebben van een of meer vuurwapens
vuurwapengevaarlijk	adj	van een persoon dat deze misschien een vuurwapen heeft en bereid is dat te gebruiken
vuurwapengevaarlijke	=	vuurwapengevaarlijk
vuurwapengevaarlijker	=	vuurwapengevaarlijk
vuurwapengevaarlijkere	=	vuurwapengevaarlijk
vuurwapengevaarlijkers	=	vuurwapengevaarlijk
vuurwapengevaarlijks	=	vuurwapengevaarlijk
vuurwapengevaarlijkst	=	vuurwapengevaarlijk
vuurwapengevaarlijkste	=	vuurwapengevaarlijk
vuurwapenmachtiging	noun	officieel document dat een persoon of bedrijf wettelijk toestaat om een vuurwapen aan te schaffen, in bezit te hebben en/of te dragen.
vuurwapenmachtigingen	=	vuurwapenmachtiging
vuurwapenmachtigingetje	=	vuurwapenmachtiging
vuurwapenmachtigingetjes	=	vuurwapenmachtiging
vuurwapenopleiding	noun	een gestructureerd trainingsprogramma dat gericht is op het veilig en effectief leren omgaan met vuurwapens.
vuurwapenopleidingen	=	vuurwapenopleiding
vuurwapenopleidinkje	=	vuurwapenopleiding
vuurwapenopleidinkjes	=	vuurwapenopleiding
vuurwapens	=	vuurwapen
vuurwapentje	=	vuurwapen
vuurwapentjes	=	vuurwapen
vuurwater	noun	sterkedrank.
vuurwaters	=	vuurwater
vuurwatertje	=	vuurwater
vuurwatertjes	=	vuurwater
vuurwerk	noun	één of meerdere voorwerpen die gevuld zijn met ontploffende, brandbare en lichtgevende stofmengsels.
vuurwerkbedrijf	noun	bedrijf dat siervuurwerk koopt en verkoopt
vuurwerkbedrijfje	=	vuurwerkbedrijf
vuurwerkbedrijfjes	=	vuurwerkbedrijf
vuurwerkbedrijven	=	vuurwerkbedrijf
vuurwerkbesluit	noun	een Nederlandse algemene maatregel van bestuur uit 1993 die regels stelt voor consumenten- en professioneel vuurwerk
vuurwerkbesluiten	=	vuurwerkbesluit
vuurwerkbom	noun	een zwaar explosief dat bestaat uit samengesteld vuurwerk
vuurwerkbommen	=	vuurwerkbom
vuurwerkbommetje	=	vuurwerkbom
vuurwerkbommetjes	=	vuurwerkbom
vuurwerkbranche	noun	de verzameling van alle bedrijven die hun geld verdienen met vuurwerk
vuurwerkbranches	=	vuurwerkbranche
vuurwerkbranchetje	=	vuurwerkbranche
vuurwerkbranchetjes	=	vuurwerkbranche
vuurwerkbrand	noun	vertering door vlammen van gebieden, gebouwen of grote voorwerpen veroorzaakt door als vermaak bedoelde lichte ontploffingen
vuurwerkbranden	=	vuurwerkbrand
vuurwerkbrandje	=	vuurwerkbrand
vuurwerkbrandjes	=	vuurwerkbrand
vuurwerkbril	noun	bescherming voor de ogen bij het afsteken van vuurwerk in de vorm van doorzichtig materiaal dat daarvoor rustend op de neus wordt bevestigd
vuurwerkbrillen	=	vuurwerkbril
vuurwerkbrilletje	=	vuurwerkbril
vuurwerkbrilletjes	=	vuurwerkbril
vuurwerkcontainer	noun	mobiele opslagplaats voor vuurwerk
vuurwerkcontainers	=	vuurwerkcontainer
vuurwerkcontainertje	=	vuurwerkcontainer
vuurwerkcontainertjes	=	vuurwerkcontainer
vuurwerkdode	noun	een persoon die is overleden door vuurwerk
vuurwerkdoden	=	vuurwerkdode
vuurwerken	=	vuurwerk
vuurwerkexplosie	noun	ontploffing veroorzaakt door vuurwerk
vuurwerkexplosies	=	vuurwerkexplosie
vuurwerkfabriek	noun	fabriek waar vuurwerk wordt gemaakt
vuurwerkfabrieken	=	vuurwerkfabriek
vuurwerkfabriekje	=	vuurwerkfabriek
vuurwerkfabriekjes	=	vuurwerkfabriek
vuurwerkfestijn	noun	evenement met vuurwerk, vaak georganiseerd voor speciale gelegenheden zoals Oud en Nieuw, om het nieuwe jaar in te luiden
vuurwerkfestijnen	=	vuurwerkfestijn
vuurwerkfestijntje	=	vuurwerkfestijn
vuurwerkfestijntjes	=	vuurwerkfestijn
vuurwerkfestival	noun	een evenement waarbij op spectaculaire wijze vuurwerk wordt afgestoken, vaak als een reeks van shows
vuurwerkfestivalletje	=	vuurwerkfestival
vuurwerkfestivalletjes	=	vuurwerkfestival
vuurwerkfestivals	=	vuurwerkfestival
vuurwerkhandel	noun	de inkoop en verkoop van vuurwerk
vuurwerkhandels	=	vuurwerkhandel
vuurwerkhinder	noun	hinder die mensen, dieren en de omgeving ondervinden van het afsteken van vuurwerk
vuurwerkje	=	vuurwerk
vuurwerkjes	=	vuurwerk
vuurwerkles	noun	een educatieve les, vaak bedoeld voor kinderen, over de gevaren van vuurwerk en hoe je veilig omgaat met de jaarwisseling
vuurwerklesje	=	vuurwerkles
vuurwerklesjes	=	vuurwerkles
vuurwerklessen	=	vuurwerkles
vuurwerkletsel	noun	verwonding veroorzaakt door explosieven gebruikt als vermaak om hun knal of lichteffect
vuurwerkletsels	=	vuurwerkletsel
vuurwerkmaker	noun	onderneming die voorstellingen met siervuurwerk verzorgt
vuurwerkmakers	=	vuurwerkmaker
vuurwerkmakertje	=	vuurwerkmaker
vuurwerkmakertjes	=	vuurwerkmaker
vuurwerkmist	noun	een dikke, vervuilde mist die ontstaat door de grote hoeveelheid fijnstof en kruitdampen die vrijkomen bij het afsteken van vuurwerk, vooral bij weinig wind
vuurwerkmisten	=	vuurwerkmist
vuurwerkongeluk	noun	een ongeluk dat plaatsvind met het afsteken van vuurwerk
vuurwerkongelukje	=	vuurwerkongeluk
vuurwerkongelukjes	=	vuurwerkongeluk
vuurwerkongelukken	=	vuurwerkongeluk
vuurwerkongeval	noun	een ongeluk dat plaatsvind met het afsteken van vuurwerk
vuurwerkongevallen	=	vuurwerkongeval
vuurwerkongevalletje	=	vuurwerkongeval
vuurwerkongevalletjes	=	vuurwerkongeval
vuurwerkopslag	noun	de tijdelijke plaatsing van vuurwerk in een bepaalde ruimte
vuurwerkopslagen	=	vuurwerkopslag
vuurwerkoverlast	noun	hinder die mensen, dieren en de omgeving ondervinden van het afsteken van vuurwerk
vuurwerkperiode	noun	de periode rond de jaarwisseling, meestal van begin november tot midden januari, waarin er veel vuurwerk wordt afgestoken
vuurwerkperioden	=	vuurwerkperiode
vuurwerkperiodes	=	vuurwerkperiode
vuurwerkpiek	noun	het moment waarop het meeste vuurwerk afgestoken wordt tijdens oudejaarsavond
vuurwerkpieken	=	vuurwerkpiek
vuurwerkpistolen	=	vuurwerkpistool
vuurwerkpistool	noun	een alarmpistool dat geen kogels afvuurt, maar alleen een zeer luide knal produceert met een knalpatroon
vuurwerkplant	noun	Dictamnus albus de enige soort uit het monotypische geslacht Dictamnus, die behoort tot de wijnruitfamilie (Rutaceae) en van nature voorkomt in het zuiden van Eurazië
vuurwerkplanten	=	vuurwerkplant
vuurwerkplantje	=	vuurwerkplant
vuurwerkplantjes	=	vuurwerkplant
vuurwerkproducten	noun	voorwerpen die gevuld zijn met ontploffende, brandbare en lichtgevende stofmengsels
vuurwerkramp	noun	groot ongeluk dat ontstaat door een ontploffing van vuurwerk
vuurwerkrampen	=	vuurwerkramp
vuurwerkrampje	=	vuurwerkramp
vuurwerkschade	noun	schade die ontstaan is als gevolg van het afsteken van vuurwerk
vuurwerkschaden	=	vuurwerkschade
vuurwerkschades	=	vuurwerkschade
vuurwerkshow	noun	een georganiseerde vertoning waarbij vuurwerk op professionele wijze wordt afgestoken om een spectaculaire visuele en geluidservaring te creëren, vaak tijdens feestdagen of evenementen
vuurwerkshows	=	vuurwerkshow
vuurwerkshowtje	=	vuurwerkshow
vuurwerkshowtjes	=	vuurwerkshow
vuurwerkslachtoffer	noun	een persoon of dier dat gewond raakt of overlijdt door het in aanraak komen met vuurwerk
vuurwerkslachtoffers	=	vuurwerkslachtoffer
vuurwerkslachtoffertje	=	vuurwerkslachtoffer
vuurwerkslachtoffertjes	=	vuurwerkslachtoffer
vuurwerkverbod	noun	het niet mogen afsteken van vuurwerk, in het algemeen of specifiek geldend voor een bepaald moment of bepaalde plaats
vuurwerkverboden	=	vuurwerkverbod
vuurwerkverkoop	noun	de verkoop van vuurwerk aan consumenten
vuurwerkverkopen	=	vuurwerkverkoop
vuurwerkvrij	adj	een plek waar geen vuurwerk afgestoken mag worden
vuurwerkvrije	=	vuurwerkvrij
vuurwerkvrijer	=	vuurwerkvrij
vuurwerkvrijere	=	vuurwerkvrij
vuurwerkvrijers	=	vuurwerkvrij
vuurwerkvrijpark	noun	een park waar het afsteken van vuurwerk tijdens de jaarwisseling streng verboden is
vuurwerkvrijparken	=	vuurwerkvrijpark
vuurwerkvrijparkje	=	vuurwerkvrijpark
vuurwerkvrijparkjes	=	vuurwerkvrijpark
vuurwerkvrijs	=	vuurwerkvrij
vuurwerkvrijst	=	vuurwerkvrij
vuurwerkvrijste	=	vuurwerkvrij
vuurzee	noun	een zeer grote en uitgebreide brand
vuurzeetje	=	vuurzee
vuurzeeën	=	vuurzee
vuurzuil	noun	een hoeveelheid vuur die als een hoge kolom de lucht in schiet
vuurzuilen	=	vuurzuil
vuurzuiltje	=	vuurzuil
vuurzuiltjes	=	vuurzuil
vuurzwam	noun	zwam uit een geslacht Phellinus van paddenstoelen uit de familie Hymenochaetaceae van de orde Hymenochaetales
vuurzwammen	noun	een geslacht Phellinus van paddenstoelen uit de familie Hymenochaetaceae van de orde Hymenochaetales
vuurzwammetje	noun	een schimmel van het geslacht Hygrocybe behorend tot de familie Hygrophoraceae
vuurzwammetjes	=	vuurzwam
vuurzwamveervleugelkever	noun	Baranowskiella ehnstromi een kever uit de veervleugelkevers.
vuurzwamveervleugelkevers	=	vuurzwamveervleugelkever
vuurzwamveervleugelkevertje	=	vuurzwamveervleugelkever
vuurzwamveervleugelkevertjes	=	vuurzwamveervleugelkever
vuvuzela	noun	een Zuid-Afrikaans blaasinstrument
vuvuzela's	=	vuvuzela
vuvuzelaatje	=	vuvuzela
vuvuzelaatjes	=	vuvuzela
vv	noun	sportclub waar men voetbal kan spelen
vv's	=	vv
vv'tje	=	vv
vv'tjes	=	vv
vvd-feest	noun	feestje voor typische VVD-stemmers
vvd-feesten	=	vvd-feest
vvd-feestje	=	vvd-feest
vvd-feestjes	=	vvd-feest
vvd-fractie	noun	volksvertegenwoordigers van de VVD in één volksvertegenwoordiging
vvd-fracties	=	vvd-fractie
vvd-leider	noun	persoon die leiding geeft aan de politieke partij de VVD
vvd-leiders	=	vvd-leider
vvv	noun	bureau waar toeristen en andere bezoekers informatie kunnen krijgen
vvv's	=	vvv
vvv-kantoor	noun	bureau waar toeristen en andere bezoekers informatie kunnen krijgen
vvv-kantoortje	=	vvv-kantoor
vvv-kantoortjes	=	vvv-kantoor
vvv-kantoren	=	vvv-kantoor
vwo	noun	de afkorting voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, een zesjarige opleiding ter voorbereiding op wetenschappelijk onderwijs
vwo'er	noun	scholier die op het vwo zit; iemand die het vwo heeft gevolgd
vwo'ers	=	vwo'er
vwo's	=	vwo
vwo-opleiding	noun	Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs en is de hoogste vorm van voortgezet onderwijs in Nederland, bedoeld voor leerlingen van 12 tot 18 jaar.
vwo-opleidingen	=	vwo-opleiding
vwo-opleidinkje	=	vwo-opleiding
vwo-opleidinkjes	=	vwo-opleiding
vziw	adv	op basis van de kennis die ik heb, bij mijn weten
vzviw	=	vziw
vzw	noun	vereniging zonder winstoogmerk
vzw's	=	vzw
vzw'tje	=	vzw
vzw'tjes	=	vzw
vzw-wetgeving	noun	wetgeving met betrekking tot de vzw
vzw-wetgevingen	=	vzw-wetgeving
vélo	=	velo
vélocipède	noun	aanduiding voor de vroege modellen van de fiets
vélocipèdes	=	vélocipède
vélocipèdetje	=	vélocipède
vélocipèdetjes	=	vélocipède
vérgaand	=	vergaand
vérkoop	=	verkoop
vérstrekkend	=	verstrekkend
vérwerpen	=	verwerpen
véteren	=	veteren
vólbouwen	=	volbouwen
vólgroeien	=	volgroeien
vóór	adv	voor, met nadruk op de tegenstelling met een ander zinsdeel of een eerdere uitspraak	prep	voor, met nadruk op de tegenstelling met een ander zinsdeel of een eerdere uitspraak
vóórkomen	verb	voorkomen, (om het onderscheid aan te geven met het niet-scheidbare werkwoord, dat de klemtoon op de tweede lettergreep heeft "voorkómen")	noun	voorkomen, hoe men eruitziet
vóórkomend	=	voorkomend
vóórnaam	=	voornaam
vóórspellen	=	voorspellen
vóórzeggen	=	voorzeggen
w	noun	de drieëntwintigste letter van het alfabet
w's	=	w
w'tje	=	w
w'tjes	=	w
w-uil	noun	Lacanobia thalassina een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
w-uilen	=	w-uil
w-uiltje	=	w-uil
w-uiltjes	=	w-uil
wa-dekking	noun	dekking van de schade die je met een voertuig aan een ander toebrengt, zoals schade aan iemands auto, spullen of verwondingen.
wa-dekkingen	=	wa-dekking
wa-dekkinkje	=	wa-dekking
wa-dekkinkjes	=	wa-dekking
waad	=	waden
waadbaar	adj	geschikt om doorheen te lopen
waadbaars	=	waadbaar
waadbare	=	waadbaar
waadbroek	noun	waterdichte broek waarmee men door het water kan lopen zonder nat te worden
waadbroeken	=	waadbroek
waadde	=	waden
waadden	=	waden
waadje	=	wade
waadpak	noun	een waterdicht pak waarmee men tot diep in het water kan lopen
waadpakken	=	waadpak
waadpoot	noun	poot van waadvogels met drie tenen naar voren en één teen naar achteren gericht
waadpoten	=	waadpoot
waadt	=	waden
waadvogel	noun	benaming voor vogels uit de onderorde Charadrii met lange snavel en waadpoten
waadvogels	=	waadvogel
waag	noun	plaats waar vroeger van overheidswege handelsgoederen gewogen werden, waaggebouw
waagde	=	wagen
waagden	=	wagen
waaghals	noun	iemand die veel durft
waaghalsje	=	waaghals
waaghalsjes	=	waaghals
waaghalzen	=	waaghals
waaghalzerig	adj	zoals past bij een durfal
waaghalzerige	=	waaghalzerig
waaghalzeriger	=	waaghalzerig
waaghalzerigere	=	waaghalzerig
waaghalzerigers	=	waaghalzerig
waaghalzerigs	=	waaghalzerig
waaghalzerigst	=	waaghalzerig
waaghalzerigste	=	waaghalzerig
waaghalzerij	noun	roekeloosheid
waaghalzerijen	=	waaghalzerij
waagje	=	waag
waagmeester	noun	iemand die namens de gemeente handelsgoederen weeg; leidinggevende van de stadswegers
waagmeesters	=	waagmeester
waagschaal	noun	de bak van een balans
waagschaaltje	=	waagschaal
waagschalen	=	waagschaal
waagstuk	noun	een activiteit waaraan een groot risico is verbonden en waarvoor enige durf nodig is
waagstukje	=	waagstuk
waagstukjes	=	waagstuk
waagstukken	=	waagstuk
waagt	=	wagen
waai	noun	windvlaag
waaibomen	=	waaiboom
waaibomenhout	noun	hout van inferieure kwaliteit, twijfelachtige herkomst en niet geschikt voor bouwdoeleinden
waaiboom	noun	populier
waaiboompje	=	waaiboom
waaiboompjes	=	waaiboom
waaide	=	waaien
waaiden	=	waaien
waaie	=	waaien
waaien	verb	het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer
waaiend	=	waaien
waaiende	=	waaien
waaier	noun	scherm in halve schijfvorm dat dient om te verkoelen door wind aan te waaien
waaierbuisjeszwam	noun	Cerioporus varius een paddenstoel uit de familie Polyporaceae.
waaierbuisjeszwammen	=	waaierbuisjeszwam
waaierbuisjeszwammetje	=	waaierbuisjeszwam
waaierbuisjeszwammetjes	=	waaierbuisjeszwam
waaierde	=	waaieren
waaierden	=	waaieren
waaierduif	noun	Goura victoria een blauwgrijze duif uit het geslacht Goura
waaierduifje	=	waaierduif
waaierduifjes	=	waaierduif
waaierduiven	=	waaierduif
waaiere	=	waaieren
waaieren	verb	een waaier gebruiken
waaierend	=	waaieren
waaierende	=	waaieren
waaiergroefbij	noun	Lasioglossum pallens een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
waaiergroefbijen	=	waaiergroefbij
waaiergroefbijtje	=	waaiergroefbij
waaiergroefbijtjes	=	waaiergroefbij
waaierhoen	noun	Centrocercus urophasianus een grote vogel uit de familie van ruigpoothoenders
waaierhoenderen	=	waaierhoen
waaierhoenders	=	waaierhoen
waaierhoendertje	=	waaierhoen
waaierhoendertjes	=	waaierhoen
waaierig	adj	weerstoestand waarbij er veel wind aanwezig is
waaierige	=	waaierig
waaieriger	=	waaierig
waaierigere	=	waaierig
waaierigers	=	waaierig
waaierigs	=	waaierig
waaierigst	=	waaierig
waaierigste	=	waaierig
waaierkever	noun	Metoecus paradoxus een keversoort uit de familie waaierkevers (Rhipiphoridae).
waaierkevers	noun	Ripiphoridae een familie van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
waaierkevertje	=	waaierkever
waaierkevertjes	=	waaierkever
waaierkorstzwam	noun	Stereum subtomentosum een schimmel uit de familie Stereaceae.
waaierkorstzwammen	=	waaierkorstzwam
waaierkorstzwammetje	=	waaierkorstzwam
waaierkorstzwammetjes	=	waaierkorstzwam
waaiermot	noun	Alucita hexadactyla een nachtvlinder uit de familie Alucitidae, de waaiervlinders.
waaiermotje	=	waaiermot
waaiermotjes	=	waaiermot
waaiermotten	noun	Alucitidae een familie van vlinders die samen met de familie Tineoididae de superfamilie Alucitoidea vormen.
waaierpalm	noun	palmboom met waaiervormige bladeren
waaierpalmen	=	waaierpalm
waaiers	=	waaier
waaierslakken	noun	Flabellinidae een familie van zeenaaktslakken.
waaierstaart	noun	een vogelsoort uit de familie van waaierstaarten (Rhipiduridae)
waaierstaarten	noun	Rhipiduridae een familie van vogels uit de orde zangvogels.
waaierstaartje	=	waaierstaart
waaierstaartjes	=	waaierstaart
waaierstaartkoekoek	noun	Cacomantis flabelliformis een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
waaierstaartkoekoeken	=	waaierstaartkoekoek
waaierstaartkoekoekje	=	waaierstaartkoekoek
waaierstaartkoekoekjes	=	waaierstaartkoekoek
waaierstaartraaf	noun	Corvus rhipidurus een vogel uit de familie van de kraaien.
waaierstaartraafje	=	waaierstaartraaf
waaierstaartraafjes	=	waaierstaartraaf
waaierstaartraven	=	waaierstaartraaf
waaierstaartstruikkoekoek	noun	Cacomantis flabelliformis een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
waaierstaartstruikkoekoeken	=	waaierstaartstruikkoekoek
waaierstaartstruikkoekoekje	=	waaierstaartstruikkoekoek
waaierstaartstruikkoekoekjes	=	waaierstaartstruikkoekoek
waaierstaartzanger	noun	Catriscus brevirostris een zangvogel uit de familie Locustellidae.
waaierstaartzangers	=	waaierstaartzanger
waaierstaartzangertje	=	waaierstaartzanger
waaierstaartzangertjes	=	waaierstaartzanger
waaiert	=	waaieren
waaierteengekko's	noun	een geslacht Ptyodactylus van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Phyllodactylidae
waaiertje	noun	alleen verkleinwoord een veel voorkomende soort paddenstoel Schizophyllum commune.
waaiertjes	=	waaier
waaiervleugelige	noun	benaming voor holometabole geleedpotigen met een sterke seksuele dimorfie uit de orde Strepsiptera met wereldwijd ongeveer 580 soorten die merendeels een zeer gespecialiseerde, parasitaire levenswijze kennen
waaiervleugeligen	noun	orde Strepsiptera, holometabole geleedpotigen met merendeels een zeer gespecialiseerde, parasitaire levenswijze en een sterke seksuele dimorfie; er zijn wereldwijd ongeveer 580 soorten bekend
waaiervormig	adj	vorm van een waaier hebbend
waaiervormige	=	waaiervormig
waaiervormiger	=	waaiervormig
waaiervormigere	=	waaiervormig
waaiervormigers	=	waaiervormig
waaiervormigs	=	waaiervormig
waaiervormigst	=	waaiervormig
waaiervormigste	=	waaiervormig
waaierwormen	noun	een familie Sabellidae uit de orde Sabellida van de klasse van borstelwormen (Polychaeta).
waaierzanger	noun	Basileuterus lachrymosus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
waaierzangers	=	waaierzanger
waaierzangertje	=	waaierzanger
waaierzangertjes	=	waaierzanger
waait	=	waaien
waak	=	waken
waakhond	noun	een hond die het huis of een erf bewaakt
waakhonden	=	waakhond
waakhondje	=	waakhond
waakhondjes	=	waakhond
waakhoogte	noun	De benodigde extra hoogte tussen het ontwerppeil en de daadwerkelijke hoogte van de waterkering ter voorkoming van overslag door golven en voor extra zekerheid tegen overstromen.
waakhoogten	=	waakhoogte
waakhoogtes	=	waakhoogte
waaks	adj	heel goed de wacht kunnen houden, met name gezegd van waakhonden
waakse	=	waaks
waakser	=	waaks
waaksere	=	waaks
waaksers	=	waaks
waakst	=	waaks
waakstand	noun	stand van iets waardoor een systeem actief is
waakstanden	=	waakstand
waakstandje	=	waakstand
waakstandjes	=	waakstand
waakste	=	waaks
waakster	noun|historical	vrouw die voortdurend past op iemand die ziek is
waaksters	=	waakster
waakstudent	noun	student die in de avond- en nachturen waakt (en studeert) bij onrustige patiënten als bijbaantje
waakstudenten	=	waakstudent
waakt	=	waken
waakte	=	waken
waakten	=	waken
waakvlam	noun	een klein vlammetje dat continu brandt in een geiser, gaskachel, gasfornuis of cv-ketel dat ervoor zorgt dat het gas vrijwel direct ontbrandt wanneer de gaskraan van een brander wordt geopend
waakvlammen	=	waakvlam
waakvlammetje	=	waakvlam
waakvlammetjes	=	waakvlam
waakzaam	adj	oplettend.	adv	oplettend.
waakzaamheid	noun	oplettendheid
waakzaamheidsfase	noun	een fase in een proces die gekenmerkt wordt door het hebben van waakzaamheid of oproep hiertoe
waakzaamheidsfases	=	waakzaamheidsfase
waakzaams	=	waakzaam
waakzaamst	=	waakzaam
waakzaamste	=	waakzaam
waakzame	=	waakzaam
waakzamer	=	waakzaam
waakzamere	=	waakzaam
waakzamers	=	waakzaam
waal	=	walen
waalde	=	walen
waalden	=	walen
waaliaduif	noun	Treron waalia een vogel uit de familie Columbidae (duiven)
waaliaduifje	=	waaliaduif
waaliaduifjes	=	waaliaduif
waaliaduiven	=	waaliaduif
waalklinker	noun	harde waalsteen
waalklinkers	=	waalklinker
waalklinkertje	=	waalklinker
waalklinkertjes	=	waalklinker
waalmop	noun	grote soort van waalsteen (baksteen)
waalmopje	=	waalmop
waalmopjes	=	waalmop
waalmoppen	=	waalmop
waals	adj	betrekking hebbend op Wallonië of de Walen
waals-brabander	noun	een inwoner van Waals-Brabant, of iemand afkomstig uit Waals-Brabant
waals-brabanders	=	waals-brabander
waals-brabants	adj	op Waals-Brabant betrekking hebbend
waals-brabantse	noun	een vrouwelijke inwoner van Waals-Brabant, of een vrouw afkomstig uit Waals-Brabant
waals-brabantsen	=	waals-brabantse
waalse	noun	een vrouwelijke inwoner van Wallonië, of een vrouw afkomstig uit Wallonië
waalsen	=	waalse
waalser	=	waals
waalsere	=	waals
waalsers	=	waals
waalst	=	waals
waalstalig	adj	de Waalse taal sprekend
waalstalige	=	waalstalig
waalstaligs	=	waalstalig
waalste	=	waals
waalt	=	walen
waaltje	=	walen
waaltjes	=	walen
waam	=	wamen
waamde	=	wamen
waamden	=	wamen
waamt	=	wamen
waan	noun	een min of meer van de werkelijkheid afgeleide droomwereld
waanbeeld	noun	beeld dat men voor werkelijk houdt maar het aantoonbaar (voor anderen) niet is
waanbeelden	=	waanbeeld
waanbeeldje	=	waanbeeld
waande	=	wanen
waanden	=	wanen
waandenkbeeld	noun	een gedachte of mening die niet overeenkomt met de werkelijkheid
waandenkbeelden	=	waandenkbeeld
waandenkbeeldje	=	waandenkbeeld
waandenkbeeldjes	=	waandenkbeeld
waanidee	noun	ongegronde gedachte
waanideetje	=	waanidee
waanideeën	=	waanidee
waanstoornis	noun	is een psychische aandoening waarbij een waan het op de voorgrond tredende symptoom is
waanstoornissen	=	waanstoornis
waant	=	wanen
waantje	=	waan
waantjes	=	waan
waanvoorstelling	noun	fantasiebeeld dat men voor werkelijk houdt
waanvoorstellingen	=	waanvoorstelling
waanwereld	noun	een uit waanbeelden of waanideeën opgebouwde voorstellingswereld
waanwerelden	=	waanwereld
waanwereldje	=	waanwereld
waanwereldjes	=	waanwereld
waanwijs	adj	zich ten onrechte wijs wanend, resp. uit die waan voortkomend
waanwijsheden	=	waanwijsheid
waanwijsheid	noun	een stommiteit, een domheid waarvan de verkondiger denkt dat het een wijsheid is; mallotige eigenwijsheid
waanwijst	=	waanwijs
waanwijste	=	waanwijs
waanwijze	=	waanwijs
waanwijzer	=	waanwijs
waanwijzere	=	waanwijs
waanwijzers	=	waanwijs
waanzin	noun	het lijden aan een geestesstoornis, krankzinnigheid
waanzinnen	=	waanzin
waanzinnig	adj	geestelijk gestoord	adv	heel erg, zeer
waanzinnige	noun	iemand die waanzinnig (geestelijk gestoord) is
waanzinnigen	=	waanzinnige
waanzinniger	=	waanzinnig
waanzinnigere	=	waanzinnig
waanzinnigers	=	waanzinnig
waanzinnigheden	=	waanzinnigheid
waanzinnigheid	noun	psychotische aandoening gekenmerkt door waandenkbeelden
waanzinnigs	=	waanzinnig
waanzinnigst	=	waanzinnig
waanzinnigste	=	waanzinnig
waar	adv	Vragend: op welke plaats?	noun	koopwaar, te verhandelen goederen
waaraan	adv	aan wat?, aan welk?
waarachter	adv	vervangt achter wat, achter welke
waarachteraan	=	achteraan
waarachtig	adj	echt, oorspronkelijk	adv	inderdaad, zowaar
waarachtige	=	waarachtig
waarachtiger	=	waarachtig
waarachtigere	=	waarachtig
waarachtigers	=	waarachtig
waarachtigheden	=	waarachtigheid
waarachtigheid	noun	het betrouwbaar, eerlijk en waar zijn
waarachtiglijk	adj	op een oprechte manier; in overeenstemming met de werkelijkheid
waarachtiglijke	=	waarachtiglijk
waarachtiglijker	=	waarachtiglijk
waarachtiglijkere	=	waarachtiglijk
waarachtiglijkers	=	waarachtiglijk
waarachtiglijks	=	waarachtiglijk
waarachtiglijkst	=	waarachtiglijk
waarachtiglijkste	=	waarachtiglijk
waarachtigs	=	waarachtig
waarachtigst	=	waarachtig
waarachtigste	=	waarachtig
waaraf	adv	vervangt *van wat af, *van welke af
waarbij	adv	vragend: bij wat?, bij welk?
waarbinnen	adv	binnen wat, binnen hetwelk
waarborg	noun	een geldbedrag of iets anders dat tijdelijk gegeven wordt als onderpand voor het geval men een verplichting niet na kan komen
waarborgde	=	waarborgen
waarborgden	=	waarborgen
waarborge	=	waarborgen
waarborgen	verb	instaan voor
waarborgend	=	waarborgen
waarborgende	=	waarborgen
waarborgfonds	noun	fonds tot dekking van bepaalde risico's die aan deelnemers een zekere waarborg kunnen geven
waarborgfondsen	=	waarborgfonds
waarborging	noun	garantie, verzekering
waarborgingen	=	waarborging
waarborginkje	=	waarborging
waarborginkjes	=	waarborging
waarborgje	=	waarborg
waarborgjes	=	waarborg
waarborgregeling	noun	een officiële regeling die zekerheid biedt dat een verplichting of financieel risico wordt nagekomen of opgevangen als het misgaat.
waarborgregelingen	=	waarborgregeling
waarborgregelingetje	=	waarborgregeling
waarborgregelingetjes	=	waarborgregeling
waarborgsom	noun	een geldbedrag dat tijdelijk gegeven wordt als onderpand voor het geval men een verplichting niet na kan komen
waarborgsommen	=	waarborgsom
waarborgt	=	waarborgen
waarboven	adv	vragend boven wat?, boven welk?
waarbovenop	=	bovenop
waarbovenuit	=	bovenuit
waarbuiten	adv	vervangt *buiten wat, buiten welke
waard	adj	predicatief: ~ zijn in geld uitdrukbaar zijn	noun	baas van een herberg, taveerne of café
waarde	noun	iets waar een persoon of een groep van personen belang aan hecht, dit leidt vaak tot het stellen van al dan niet geschreven normen; voorbeelden van waarden zijn: gezondheid, vrijheid, zekerheid, geluk
waardeaanbod	noun	duidelijke verklaring die uitlegt hoe een product of dienst een specifiek probleem oplost of een behoefte vervult voor een doelgroep, wat de unieke voordelen zijn, en waarom klanten voor deze aanbieding zouden moeten kiezen in plaats van alternatieven
waardeaanduiding	noun	is het aangegeven bedrag of de specifieke waarde die op een object, document of product staat om de economische waarde of geldigheid ervan aan te duiden.
waardeaanduidingen	=	waardeaanduiding
waardeaanduidinkje	=	waardeaanduiding
waardeaanduidinkjes	=	waardeaanduiding
waardebepaling	noun	de bepaling van de waarde van iets.
waardebepalingen	=	waardebepaling
waardebepalinkje	=	waardebepaling
waardebepalinkjes	=	waardebepaling
waardebeschikking	noun	een officieel besluit van de gemeente waarin de geschatte marktwaarde van een onroerende zaak (zoals een woning of bedrijfspand) is vastgesteld.
waardebeschikkingen	=	waardebeschikking
waardebeschikkinkje	=	waardebeschikking
waardebeschikkinkjes	=	waardebeschikking
waardebon	noun	een bon in de vorm van een stuk bedrukt papier of tegenwoordig ook in de vorm van een chipkaart die een bepaalde waarde vertegenwoordigt.
waardebonnen	=	waardebon
waardebonnetje	=	waardebon
waardebonnetjes	=	waardebon
waardebons	=	waardebon
waardecheque	noun	waardepapier dat recht geeft op een bepaald product
waardecheques	=	waardecheque
waardeconflict	noun	situatie waarbij twee waarden onverenigbaar met elkaar zijn ; ethisch dilemma
waardeconflicten	=	waardeconflict
waardecreatie	noun	het nuttig resultaat van een bedrijf of organisatie dat niet in geld kan worden uitgedrukt
waardecreaties	=	waardecreatie
waardedaling	noun	vermindering van de hoeveelheid geld die men krijgt bij verkoop van een product
waardedalingen	=	waardedaling
waardeel	noun	eenheid van aandelen in een boermarke, de gemeenschappelijke bezittingen van een buurschap
waardeeltje	=	waardeel
waardeeltjes	=	waardeel
waardeer	=	waarderen
waardeerbaar	adj	van iets dat het op waarde geschat kan worden, vaak in economische zin als 'op geld waardeerbaar'.
waardeerbaarder	=	waardeerbaar
waardeerbaardere	=	waardeerbaar
waardeerbaarders	=	waardeerbaar
waardeerbaars	=	waardeerbaar
waardeerbaarst	=	waardeerbaar
waardeerbaarste	=	waardeerbaar
waardeerbare	=	waardeerbaar
waardeerde	=	waarderen
waardeerden	=	waarderen
waardeeren	=	waarderen
waardeering	=	waardering
waardeert	=	waarderen
waardegebonden	adj	betrekking hebbend op moreel, ethische zaken
waardegebondener	=	waardegebonden
waardegebondeners	=	waardegebonden
waardegebondens	=	waardegebonden
waardegebondenst	=	waardegebonden
waardegebondenste	=	waardegebonden
waardegedreven	adj	geïnspireerd door deugden, waarden en normen
waardegedrevener	=	waardegedreven
waardegedreveners	=	waardegedreven
waardegedrevens	=	waardegedreven
waardegedrevenst	=	waardegedreven
waardegedrevenste	=	waardegedreven
waardegemeenschap	noun	groep die dezelfde principes deelt
waardegemeenschappen	=	waardegemeenschap
waardeketen	noun	een keten van activiteiten die leiden van grondstof naar verkocht product
waardeketens	=	waardeketen
waardelen	=	waardeel
waardelijst	noun	een lijst met zaken van grote waarde
waardelijsten	=	waardelijst
waardeloos	adj	geen waarde hebbend
waardeloosheid	noun	het waardeloos zijn
waardeloost	=	waardeloos
waardelooste	=	waardeloos
waardeloze	=	waardeloos
waardelozer	=	waardeloos
waardelozere	=	waardeloos
waardelozers	=	waardeloos
waarden	=	waarde
waardengemeenschap	=	waardegemeenschap
waardeontwikkeling	noun	verandering van de prijs die je voor iets moet betalen in de loop van de tijd
waardeontwikkelingen	=	waardeontwikkeling
waardeoordeel	noun	de mening over hoe goed of hoe slecht iets is
waardeoordelen	=	waardeoordeel
waardeopvoeding	noun	het aanleren van normen en waarden bij kinderen
waardeopvoedingen	=	waardeopvoeding
waardeopvoedinkje	=	waardeopvoeding
waardeopvoedinkjes	=	waardeopvoeding
waardeoriëntatie	noun	de manier waarop men financiële midden waardeert
waardeoriëntaties	=	waardeoriëntatie
waardeoverdracht	noun	de geldelijke waarde van een pensioen overdragen aan een ander pensioenfonds
waardeoverdrachten	=	waardeoverdracht
waardepapier	noun	document met geldswaarde, zoals bankbiljetten, cheques, fondsen, effecten, handelspapieren enz.
waardepapieren	=	waardepapier
waardepapiertje	=	waardepapier
waardepapiertjes	=	waardepapier
waardepatronen	=	waardepatroon
waardepatroon	noun	samenhangend geheel van waarden van een individu, groep of samenleving
waardepatroontje	=	waardepatroon
waardepatroontjes	=	waardepatroon
waardepunt	noun	bon, met een aantal punten aanwezig bij sommige consumptieartikelen ter binding van de klant door hem te laten sparen voor allerlei zaken
waardepunten	=	waardepunt
waardepuntje	=	waardepunt
waardepuntjes	=	waardepunt
waarder	noun	bewaarder, bewaker, wachter
waardere	=	waar
waarderen	verb	op waarde schatten
waarderend	adj	uiting gevend aan het respect dat iemand heeft voor iemand anders
waarderende	=	waarderen
waarderender	=	waarderend
waarderendere	=	waarderend
waarderenders	=	waarderend
waarderends	=	waarderend
waarderendst	=	waarderend
waarderendste	=	waarderend
waardering	noun	het hechten van een waarde aan iets of het tonen daarvan
waarderingen	=	waardering
waarderinkje	=	waardering
waarders	=	waarder
waardes	=	waarde
waardeschaal	noun	maatstaf waarmee men de waarde van iets of iemand bepaalt
waardeschaaltje	=	waardeschaal
waardeschaaltjes	=	waardeschaal
waardeschalen	=	waardeschaal
waardesom	noun	de waarde van alle bezittingen bij elkaar opgeteld en uitgedrukt in geld
waardesommen	=	waardesom
waardesommetje	=	waardesom
waardesommetjes	=	waardesom
waardestelsel	noun	samenhangend geheel van waarden van een individu, groep of samenleving
waardestelsels	=	waardestelsel
waardestijging	noun	de verhoging van de marktwaarde van een bezitting, zoals een woning of aandeel, over een bepaalde periode.
waardestijgingen	=	waardestijging
waardestijginkje	=	waardestijging
waardestijginkjes	=	waardestijging
waardesysteem	noun	samenhangend geheel van waarden van een individu, groep of samenleving
waardesysteempje	=	waardesysteem
waardesysteempjes	=	waardesysteem
waardesystemen	=	waardesysteem
waardetheorie	noun	een generieke term voor alle theorieën binnen de economie, die pogingen doen om de ruilwaarde of de prijs van een goed of dienst te verklaren
waardetheorietje	=	waardetheorie
waardetheorietjes	=	waardetheorie
waardetheorieën	=	waardetheorie
waardetje	=	waarde
waardetjes	=	waarde
waardetransport	noun	vervoer van waardevolle goederen zoals geld en goud
waardetransporten	=	waardetransport
waardevast	adj	een vaste waarde hebbend
waardevaste	=	waardevast
waardevaster	=	waardevast
waardevastere	=	waardevast
waardevasters	=	waardevast
waardevastheid	noun	het gelijk blijven of stijgen van de waarde van een bepaald object
waardevasts	=	waardevast
waardevastst	=	waardevast
waardevastste	=	waardevast
waardeverandering	noun	de stijging of daling van de economische waarde van een bezit (actief) over een bepaalde periode
waardeveranderingen	=	waardeverandering
waardeveranderingetje	=	waardeverandering
waardeveranderingetjes	=	waardeverandering
waardeverhoging	noun	stijging van de marktwaarde van een bezit, zoals een woning of bedrijfspand.
waardeverhogingen	=	waardeverhoging
waardeverhoginkje	=	waardeverhoging
waardeverhoginkjes	=	waardeverhoging
waardeverhouding	noun	de economische relatie of vergelijking tussen twee waarden, vaak uitgedrukt als een ratio of prijs.
waardeverhoudingen	=	waardeverhouding
waardeverhoudinkje	=	waardeverhouding
waardeverhoudinkjes	=	waardeverhouding
waardeverlies	noun	vermindering van de waarde van iets
waardeverliezen	=	waardeverlies
waardevermeerdering	noun	toename van de hoeveelheid geld die men bij verkoop van iets kan ontvangen
waardevermeerderingen	=	waardevermeerdering
waardevermindering	noun	het minder worden van de geldelijke waarde van iets
waardeverminderingen	=	waardevermindering
waardevernietiging	noun	het proces waarbij de economische, maatschappelijke of financiële waarde van een product, dienst of organisatie (structureel) afneemt.
waardevernietigingen	=	waardevernietiging
waardevernietigingetje	=	waardevernietiging
waardevernietigingetjes	=	waardevernietiging
waardeverschil	noun	de ongelijkheid in de prijs die men voor iets zou moeten betalen
waardeverschillen	=	waardeverschil
waardevol	adj	een grote waarde hebbend
waardevolle	=	waardevol
waardevoller	=	waardevol
waardevollere	=	waardevol
waardevollers	=	waardevol
waardevols	=	waardevol
waardevolst	=	waardevol
waardevolste	=	waardevol
waardevrij	adj	feitelijk, dus zonder een waardeoordeel te vellen over een zaak of persoon
waardevrije	=	waardevrij
waardevrijer	=	waardevrij
waardevrijere	=	waardevrij
waardevrijers	=	waardevrij
waardevrijs	=	waardevrij
waardevrijst	=	waardevrij
waardevrijste	=	waardevrij
waardewet	noun	formule waarmee men de waarde van een economisch goed zou kunnen berekenen
waardewetten	=	waardewet
waardig	adj	op een wijze die in overeenstemming met het eergevoel is
waardige	=	waardig
waardiger	=	waardig
waardigere	=	waardig
waardigers	=	waardig
waardigheden	=	waardigheid
waardigheid	noun	hoedanigheid van waardig te zijn
waardiglijk	adj	op een respectvolle, eervolle manier
waardiglijke	=	waardiglijk
waardiglijker	=	waardiglijk
waardiglijkere	=	waardiglijk
waardiglijkers	=	waardiglijk
waardiglijks	=	waardiglijk
waardiglijkst	=	waardiglijk
waardiglijkste	=	waardiglijk
waardigs	=	waardig
waardigst	=	waardig
waardigste	=	waardig
waardij	noun	de waarde van iets uitgedrukt in geld
waardijen	=	waardij
waardijk	noun	extra reservedijk aangelegd achter een andere dijk
waardijken	=	waardijk
waardijkje	=	waardijk
waardijkjes	=	waardijk
waardijn	noun	muntmeester, essayeur, keurmeester, taxateur
waardijnen	=	waardijn
waardijntje	=	waardijn
waardijntjes	=	waardijn
waardin	noun	vrouw van een waard of vrouwelijke waard
waardinnen	=	waardin
waardinnetje	=	waardin
waardinnetjes	=	waardin
waardje	=	waard
waardjes	=	waard
waardoor	=	door
waardoorheen	=	doorheen
waardplant	noun	plant waarop een parasiet groeit
waardplanten	=	waardplant
waardplantje	=	waardplant
waardplantjes	=	waardplant
waards	=	waard
waardst	=	waard
waardste	=	waard
waargebeurd	adj	iets wat in de werkelijkheid echt geschied is
waargebeurde	=	waargebeurd
waargebeurds	=	waargebeurd
waargeest	noun	ronddolende geest
waargeesten	=	waargeest
waargeestje	=	waargeest
waargeestjes	=	waargeest
waargemaakt	=	waarmaken
waargemaakte	=	waarmaken
waargenomen	=	waarnemen
waargezegd	=	waarzeggen
waargoed	noun	voorraad touwen en rondhouten op zeeschepen
waargoederen	=	waargoed
waargoedje	=	waargoed
waargoedjes	=	waargoed
waarheden	=	waarheid
waarheen	adv	vragend: in welke richting?
waarheid	noun	dat wat een waar feit is
waarheidje	=	waarheid
waarheidjes	=	waarheid
waarheidlievend	adj	gesteld op de waarheid
waarheidlievende	=	waarheidlievend
waarheidlievender	=	waarheidlievend
waarheidlievendere	=	waarheidlievend
waarheidlievenders	=	waarheidlievend
waarheidlievends	=	waarheidlievend
waarheidlievendst	=	waarheidlievend
waarheidlievendste	=	waarheidlievend
waarheidsclaim	noun	het beweren dat een bepaalde uitspraak overeenkomt met de werkelijkheid
waarheidsclaims	=	waarheidsclaim
waarheidscommissie	noun	commissie (van overheidswege aangesteld) die belast is met het aan het licht brengen van de waarheid met name wat betreft misstanden
waarheidscommissies	=	waarheidscommissie
waarheidsgehalte	noun	een schatting van wat er aan waarheid aanwezig is
waarheidsgehalten	=	waarheidsgehalte
waarheidsgehaltes	=	waarheidsgehalte
waarheidsgehaltetje	=	waarheidsgehalte
waarheidsgehaltetjes	=	waarheidsgehalte
waarheidsgetrouw	adj	met de waarheid in overeenstemming
waarheidsgetrouwe	=	waarheidsgetrouw
waarheidsgetrouwer	=	waarheidsgetrouw
waarheidsgetrouwere	=	waarheidsgetrouw
waarheidsgetrouwers	=	waarheidsgetrouw
waarheidsgetrouwheden	=	waarheidsgetrouwheid
waarheidsgetrouwheid	noun	de mate waarin iets overeenkomt met de werkelijkheid
waarheidsgetrouws	=	waarheidsgetrouw
waarheidsgetrouwst	=	waarheidsgetrouw
waarheidsgetrouwste	=	waarheidsgetrouw
waarheidsliefde	noun	sterke geneigdheid om zich aan de waarheid te houden
waarheidsliefdes	=	waarheidsliefde
waarheidslievend	adj	van een persoon dat deze oprecht, eerlijk en betrouwbaar is, en sterk geneigd is altijd de waarheid te spreken
waarheidslievende	=	waarheidslievend
waarheidslievender	=	waarheidslievend
waarheidslievendere	=	waarheidslievend
waarheidslievenders	=	waarheidslievend
waarheidslievends	=	waarheidslievend
waarheidslievendst	=	waarheidslievend
waarheidslievendste	=	waarheidslievend
waarheidssera	=	waarheidsserum
waarheidsserum	noun	chemische stof die geen serum is en na toediening de geest voor ondervraging makkelijker toegankelijk maakt
waarheidsserumpje	=	waarheidsserum
waarheidsserumpjes	=	waarheidsserum
waarheidsserums	=	waarheidsserum
waarheidstabel	noun	een tabel die voor elke combinatie van logische variabelen aangeeft of een bijbehorende functie hiervan 'waar' of 'onwaar' is
waarheidstabellen	=	waarheidstabel
waarheidstabelletje	=	waarheidstabel
waarheidstabelletjes	=	waarheidstabel
waarheidsvinding	noun	onderzoek, met name als onderdeel van een gerechtelijke procedure, gericht op het vinden van de waarheid in een zaak
waarheidsvindingen	=	waarheidsvinding
waarheidsvindinkje	=	waarheidsvinding
waarheidsvindinkjes	=	waarheidsvinding
waarheidswaarde	noun	een logische functiewaarde ('waar' of 'onwaar') (bij een aantal concrete waarden van logische variabelen in die functie)
waarheidswaarden	=	waarheidswaarde
waarheidswaardes	=	waarheidswaarde
waarheidswaardetje	=	waarheidswaarde
waarheidswaardetjes	=	waarheidswaarde
waarin	=	in
waarjegens	adv|obsolete	vervangt *jegens wat, jegens welke: ten aanzien van welke zaak
waarlangs	adv	langs wat, langs welke
waarlijk	adv	echt, volgens de waarheid
waarloos	adj	vervangend
waarloost	=	waarloos
waarlooste	=	waarloos
waarloze	=	waarloos
waarlozer	=	waarloos
waarlozere	=	waarloos
waarlozers	=	waarloos
waarlozes	=	waarloos
waarmaak	=	waarmaken
waarmaakt	=	waarmaken
waarmaakte	=	waarmaken
waarmaakten	=	waarmaken
waarmake	=	waarmaken
waarmaken	verb	tot een realiteit maken
waarmakend	=	waarmaken
waarmakende	=	waarmaken
waarmaking	noun	het realiseren, bewijzen of waarmaken van iets dat eerder is beloofd, verwacht of beweerd.
waarmakingen	=	waarmaking
waarmakinkje	=	waarmaking
waarmakinkjes	=	waarmaking
waarmede	adv	formeel en verouderd (zie: waarmee)
waarmee	adv	vragend met wat?, met welk?
waarmerk	noun	merk of teken als garantie van echtheid
waarmerke	=	waarmerken
waarmerken	verb	een teken aanbrengen dat de echtheid of geldigheid van iets aangeeft
waarmerkend	=	waarmerken
waarmerkende	=	waarmerken
waarmerkje	=	waarmerk
waarmerkjes	=	waarmerk
waarmerkt	=	waarmerken
waarmerkte	=	waarmerken
waarmerkten	=	waarmerken
waarna	=	na
waarnaamt	=	waarnemen
waarnaar	=	naar
waarnaartoe	adv	vragend in welke richting?
waarnaast	adv	vragend naast wat?, naast welk?
waarnam	=	waarnemen
waarname	=	waarnemen
waarnamen	=	waarnemen
waarneem	=	waarnemen
waarneembaar	adj	het waargenomen kunnen worden met de zintuigen
waarneembaarder	=	waarneembaar
waarneembaardere	=	waarneembaar
waarneembaarders	=	waarneembaar
waarneembaarheden	=	waarneembaarheid
waarneembaarheid	noun	de eigenschap en de mate van het waargenomen kunnen worden met de zintuigen
waarneembaars	=	waarneembaar
waarneembaarst	=	waarneembaar
waarneembaarste	=	waarneembaar
waarneembare	=	waarneembaar
waarneemster	noun	vrouw die waarneemt
waarneemsters	=	waarneemster
waarneemt	=	waarnemen
waarneme	=	waarnemen
waarnemen	verb	iets via de zintuigen in zich opnemen
waarnemend	adj	van iemand dat hij een functie tijdelijk uitoefent totdat deze functie weer vervult is
waarnemende	=	waarnemen
waarnemends	=	waarnemend
waarnemer	noun	iemand die iets waarneemt (werkwoord: waarnemen)
waarnemers	=	waarnemer
waarnemerschap	noun	het een tijdelijke vervanger zijn
waarnemerschappen	=	waarnemerschap
waarnemertje	=	waarnemer
waarnemertjes	=	waarnemer
waarneming	noun	iets via de zintuigen registreren
waarnemingen	=	waarneming
waarnemingscampagne	noun	een serie met elkaar samenhangende waarnemingen door meerdere organisaties
waarnemingscampagnes	=	waarnemingscampagne
waarnemingscampagnetje	=	waarnemingscampagne
waarnemingscampagnetjes	=	waarnemingscampagne
waarnemingsfout	noun	fout die gemaakt wordt tijdens het waarnemen
waarnemingsfouten	=	waarnemingsfout
waarnemingsgebied	noun	gebied waarbinnen er wordt waargenomen
waarnemingsgebieden	=	waarnemingsgebied
waarnemingshorizon	noun	kosmologische grens, bijv. rondom een zwart gat, waarachter licht, energie en materie niet langer kunnen worden waargenomen
waarnemingshorizonnen	=	waarnemingshorizon
waarnemingspost	noun	locatie waar vanaf men kan uitkijken over een bepaald gebied
waarnemingsposten	=	waarnemingspost
waarnemingsveld	noun	dat deel van de wereld dat kunnen waarnemen met onze zintuigen en of waarnemingsinstrumenten
waarnemingsvelden	=	waarnemingsveld
waarnemingsvermogen	noun	het in staat zijn om iets met de zintuigen waar te nemen
waarnemingsvermogens	=	waarnemingsvermogen
waarneminkje	=	waarneming
waarneminkjes	=	waarneming
waarnevens	adv	naast hetwelk
waarom	adv	door welke oorzaak?	noun	datgene wat als verklaring wordt beschouwd
waarom-vraag	noun	een vraag die begint met waarom
waarom-vragen	=	waarom-vraag
waaromheen	adv	om wat, om welke heen
waaroms	=	waarom
waaromtrent	adv	in welke buurt
waaronder	adv	*onder wat? onder welke?
waaronderdoor	=	onderdoor
waaronderuit	=	onderuit
waarop	adv	vragend op wat?, op welk?
waarover	adv	vragend over wat?, over welk?
waaroverheen	adv	vragend, vervangt *over wat heen, over welke heen?
waarrond	adv	vragend: om wat heen?, om wie heen?
waars	=	waar
waarschap	noun	dijkopzichter
waarschapje	=	waarschap
waarschapjes	=	waarschap
waarschappen	=	waarschap
waarschijnlijk	adj	aannemelijk, iets dat vermoedelijk zo is	adv	aannemelijk, iets dat vermoedelijk zo is
waarschijnlijke	=	waarschijnlijk
waarschijnlijker	=	waarschijnlijk
waarschijnlijkere	=	waarschijnlijk
waarschijnlijkers	=	waarschijnlijk
waarschijnlijkheden	=	waarschijnlijkheid
waarschijnlijkheid	noun	het vermoedelijk zo zijn
waarschijnlijkheidje	=	waarschijnlijkheid
waarschijnlijkheidsdichtheden	=	waarschijnlijkheidsdichtheid
waarschijnlijkheidsdichtheid	noun	de limietwaarde die de waarschijnlijkheid aanneemt in een infinitesimaal deel van het domein van een continue verdeling
waarschijnlijkheidsrekening	noun	een tak van de wiskunde die zich bezighoudt met situaties waarin het toeval een rol speelt
waarschijnlijkheidsrekeningen	=	waarschijnlijkheidsrekening
waarschijnlijkheidstheorie	noun	waarschijnlijkheidsrekening
waarschijnlijkheidstheorietje	=	waarschijnlijkheidstheorie
waarschijnlijkheidstheorietjes	=	waarschijnlijkheidstheorie
waarschijnlijkheidstheorieën	=	waarschijnlijkheidstheorie
waarschijnlijks	=	waarschijnlijk
waarschijnlijkst	=	waarschijnlijk
waarschijnlijkste	=	waarschijnlijk
waarschouwen	verb|obsolete	waarschuwen
waarschuw	=	waarschuwen
waarschuwde	=	waarschuwen
waarschuwden	=	waarschuwen
waarschuwe	=	waarschuwen
waarschuwen	verb	iemand verwittigen dat er mogelijke gevaren, problemen of gevolgen zijn
waarschuwend	adj	wijzend op een gevaar of nadeel
waarschuwende	=	waarschuwen
waarschuwender	=	waarschuwend
waarschuwendere	=	waarschuwend
waarschuwenders	=	waarschuwend
waarschuwends	=	waarschuwend
waarschuwendst	=	waarschuwend
waarschuwendste	=	waarschuwend
waarschuwing	noun	een mededeling dat er onaangename of gevaarlijke gevolgen op til zijn
waarschuwingen	=	waarschuwing
waarschuwingsactie	noun	een handeling of een reeks van handelingen die wordt ondernomen om mensen te waarschuwen voor een potentieel gevaar of om een bepaald doel te bereiken
waarschuwingsacties	=	waarschuwingsactie
waarschuwingsactietje	=	waarschuwingsactie
waarschuwingsactietjes	=	waarschuwingsactie
waarschuwingsbord	noun	dat mensen waarschuwt voor een potentieel gevaarlijke situatie
waarschuwingsborden	=	waarschuwingsbord
waarschuwingsbordje	=	waarschuwingsbord
waarschuwingsbordjes	=	waarschuwingsbord
waarschuwingsfase	noun	dat deel van een plan waarin nog slechts een waarschuwing gegeven wordt voor een mogelijke evacuatie
waarschuwingsfasen	=	waarschuwingsfase
waarschuwingsfases	=	waarschuwingsfase
waarschuwingsfasetje	=	waarschuwingsfase
waarschuwingsfasetjes	=	waarschuwingsfase
waarschuwingslicht	noun	een lamp die gaat branden als er gevaar dreigt
waarschuwingslichten	=	waarschuwingslicht
waarschuwingslichtje	=	waarschuwingslicht
waarschuwingslichtjes	=	waarschuwingslicht
waarschuwingsschot	noun	een schot door een politieagent, militair of (buitengewoon) opsporingsambtenaar, afkomstig van een vuurwapen, dat wordt afgevuurd in de lucht (niet gericht op een persoon) ter waarschuwing
waarschuwingsschoten	=	waarschuwingsschot
waarschuwingssignaal	noun	een auditief of visueel teken dat aangeeft dat er gevaar dreigt
waarschuwingssignalen	=	waarschuwingssignaal
waarschuwingsstaking	noun	een korte, vaak onaangekondigde werkonderbreking waarmee vakbonden of werknemers hun ongenoegen uiten.
waarschuwingsstakingen	=	waarschuwingsstaking
waarschuwingsstakinkje	=	waarschuwingsstaking
waarschuwingsstakinkjes	=	waarschuwingsstaking
waarschuwingssysteem	noun	samenstel van middelen, apparatuur, maatregelen en handelingen die nodig zijn om te waarschuwen
waarschuwingssysteempje	=	waarschuwingssysteem
waarschuwingssysteempjes	=	waarschuwingssysteem
waarschuwingssystemen	=	waarschuwingssysteem
waarschuwingstonen	=	waarschuwingstoon
waarschuwingstoon	noun	signaal dat voor iets waarschuwt
waarschuwingstoontje	=	waarschuwingstoon
waarschuwingstoontjes	=	waarschuwingstoon
waarschuwinkje	=	waarschuwing
waarschuwinkjes	=	waarschuwing
waarschuwt	=	waarschuwen
waarst	=	waar
waarste	=	waar
waart	=	waren
waartegen	adv	betrekkelijk: tegen+wie, tegen+die, tegen+dewelke
waartegenaan	=	tegenaan
waartegenin	=	tegenin
waartegenop	=	tegenop
waartegenover	adv	tegenover hetwelk
waartijdens	=	tijdens
waartoe	=	toe
waartussen	adv	vragend: tussen wat?, tussen welk?
waartussendoor	=	tussendoor
waartussenin	=	tussenin
waartussenuit	=	tussenuit
waaruit	adv	vragend: uit wat?
waarvan	adv	vragend van wat?, van welk?
waarvanaf	=	vanaf
waarvandaan	adv	vragend vervangt *van wat/welke vandaan
waarvandoor	=	ervandoor
waarvantussen	=	ervantussen
waarvolgens	=	volgens
waarvoor	adv	vragend: voor+wat?
waarvoorbij	=	voorbij
waarzeg	=	waarzeggen
waarzegde	=	waarzeggen
waarzegden	=	waarzeggen
waarzegge	=	waarzeggen
waarzeggen	verb	voorspellingen over de toekomst uiten op grond van intuïtie of bovennatuurlijke interventie
waarzeggend	=	waarzeggen
waarzeggende	=	waarzeggen
waarzegger	noun	iemand die pretendeert de toekomst te kunnen voorspellen
waarzeggerij	noun	het voorspellen van de toekomst langs magische weg
waarzeggerijen	=	waarzeggerij
waarzeggers	=	waarzegger
waarzeggertje	=	waarzegger
waarzeggertjes	=	waarzegger
waarzegging	noun	het (vermeend) voorspellen van toekomstige gebeurtenissen of het verkrijgen van inzicht in verborgen zaken via magische, occulte of bovennatuurlijke weg
waarzeggingen	=	waarzegging
waarzegginkje	=	waarzegging
waarzegginkjes	=	waarzegging
waarzegster	noun	een vrouw die toekomstvoorspellingen doet
waarzegsters	=	waarzegster
waarzegt	=	waarzeggen
waarzeil	noun	reservezeil
waarzeilen	=	waarzeil
waarzeiltje	=	waarzeil
waarzeiltjes	=	waarzeil
waarzonder	adv	zonder hetwelk
waas	noun	nevelsluier, laagje van damp of fijne druppels
waasje	=	waas
waasjes	=	waas
waasjesstippelmot	noun	Yponomeuta irrorella een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae).
waasjesstippelmotje	=	waasjesstippelmot
waasjesstippelmotjes	=	waasjesstippelmot
waasjesstippelmotten	=	waasjesstippelmot
waaslands	adj	betrekking hebbend op het Waasland
waaslandse	noun	een vrouw afkomstig uit het Waasland
waaslandsen	=	waaslandse
waaslandser	=	waaslands
waaslandsere	=	waaslands
waaslandsers	=	waaslands
waaslandst	=	waaslands
waaslandste	=	waaslands
waats	noun	tarwe
wabi	noun	bepaald soort boom, Vachellia tortuosa peuldragende acacia met een onaangename geur
wabi's	=	wabi
wabi-sabi	noun	kunstopvatting waarin imperfectie en vergankelijkheid centraal staan.
wablief	intj	uiting van onbegrip of verbazing: vraag om opheldering, (letterlijk:) vraag naar iemands wens
wachomer	adj	en zwaar
wacht	noun	iemand die tot taak heeft iets te bewaken
wachtbank	noun	meubel waarop meerdere mensen kunnen zitten die ergens op moeten wachten
wachtbanken	=	wachtbank
wachtbankje	=	wachtbank
wachtbankjes	=	wachtbank
wachtbed	noun	een bed in een tuin of kwekerij waar kleine plantjes tijdelijk staan voordat ze op hun definitieve plek worden geplant
wachtbedden	=	wachtbed
wachtbedje	=	wachtbed
wachtbedjes	=	wachtbed
wachtbekken	noun	een bekken waar water wordt opgevangen bij hoge waterstanden om overlast elders te voorkomen
wachtbekkens	=	wachtbekken
wachtbekkentje	=	wachtbekken
wachtbekkentjes	=	wachtbekken
wachtcirkel	noun	voorgeschreven route voor vliegtuigen die rondjes vliegen om een vliegveld tot het ogenblik waarop er een landingsbaan beschikbaar is waar ze kunnen landen
wachtcirkels	=	wachtcirkel
wachtcommandant	noun	rang bij de politie
wachtcommandanten	=	wachtcommandant
wachtdienst	noun	bij toerbeurt optreden als bewaker gedurende een bepaalde periode
wachtdiensten	=	wachtdienst
wachte	=	wachten
wachtel	noun	bepaald soort vogel, Coturnix coturnix uit de familie van de fazanten
wachtels	=	wachtel
wachteltje	=	wachtel
wachten	verb	op dezelfde plaats of in dezelfde situatie blijven tot iemand komt of iets gebeurt
wachtend	=	wachten
wachtende	noun	iemand die wacht
wachtenden	=	wachtende
wachtengel	noun	een hemels wezen dat je tegen onheil beschermt, engelbewaarder, beschermengel, bewaarengel
wachtengelen	=	wachtengel
wachtengeltje	=	wachtengel
wachtengeltjes	=	wachtengel
wachter	noun	iemand die op wacht staat
wachteres	noun	vrouw of instantie die over een bepaald belang waakt
wachteressen	=	wachteres
wachters	=	wachter
wachtertje	=	wachter
wachtertjes	=	wachter
wachtervlinder	noun	Eupsilia transversa krachtige, bruine en in verhouding langvleugelige uil.
wachtervlinders	=	wachtervlinder
wachtervlindertje	=	wachtervlinder
wachtervlindertjes	=	wachtervlinder
wachtgeld	noun	in Nederland de informele naam voor een toelage voor politici en bestuurders, die wordt uitgekeerd na al dan niet vrijwillig vertrek uit de functie, zoals door ontslag of na beëindiging van het (verkiezings-)mandaat, in afwachting van een andere functie, een baan of een pensioen
wachtgelden	=	wachtgeld
wachtgeldje	=	wachtgeld
wachtgeldregeling	noun	een regeling waarbij iemand die tijdelijk werkloos wordt recht heeft op een uitkering
wachtgeldregelingen	=	wachtgeldregeling
wachtgeldregelingetje	=	wachtgeldregeling
wachtgeldregelingetjes	=	wachtgeldregeling
wachtgelopen	=	wachtlopen
wachthok	noun	een overdekte ruimte waar men kan wachten op bijvoorbeeld tram of bus
wachthokje	=	wachthok
wachthokjes	=	wachthok
wachthokken	=	wachthok
wachthond	noun	hond die waakt en beschermt
wachthonden	=	wachthond
wachthuis	noun	gebouw waarin de bewakers of de wacht is gehuisvest of verblijft gedurende de wacht
wachthuisje	=	wachthuis
wachthuisjes	=	wachthuis
wachthuizen	=	wachthuis
wachtje	=	wacht
wachtjes	=	wacht
wachtkamer	noun	ruimte of vertrek voor wachtenden, bijvoorbeeld bij een arts of op een station
wachtkamers	=	wachtkamer
wachtkamertje	=	wachtkamer
wachtkamertjes	=	wachtkamer
wachtliep	=	wachtlopen
wachtliepen	=	wachtlopen
wachtlijst	noun	een lijst met wachtenden
wachtlijsten	=	wachtlijst
wachtlijstje	=	wachtlijst
wachtlijstjes	=	wachtlijst
wachtlijstpatiënt	noun	persoon die lijdt aan een aandoening en moet wachten voordat hij of zij geholpen kan worden
wachtlijstpatiënten	=	wachtlijstpatiënt
wachtlijstpatiëntje	=	wachtlijstpatiënt
wachtlijstpatiëntjes	=	wachtlijstpatiënt
wachtlokaal	noun	ruimte waar men tijdens het wachten kan verblijven
wachtlokaaltje	=	wachtlokaal
wachtlokaaltjes	=	wachtlokaal
wachtlokalen	=	wachtlokaal
wachtloop	=	wachtlopen
wachtloopt	=	wachtlopen
wachtlope	=	wachtlopen
wachtlopen	verb	voor een bepaalde periode een bewakingsrol vervullen
wachtlopend	=	wachtlopen
wachtlopende	=	wachtlopen
wachtmeester	noun	rang die gelijkwaardig is aan die van sergeant m.n. gebruikelijk bij de marechaussee
wachtmeesters	=	wachtmeester
wachtmuziek	noun	muziek die wordt gebruikt om het wachten aangenamer te maken
wachtmuziekje	=	wachtmuziek
wachtperiode	noun	tijd dat men ergens op wacht op moet wachten
wachtperioden	=	wachtperiode
wachtperiodes	=	wachtperiode
wachtplaats	noun	plaats waar gewacht, gewaakt wordt
wachtplaatsen	=	wachtplaats
wachtplaatsje	=	wachtplaats
wachtplaatsjes	=	wachtplaats
wachtpost	noun	een plaats waar men wacht houdt
wachtposten	=	wachtpost
wachtpostje	=	wachtpost
wachtpostjes	=	wachtpost
wachtrij	noun	een aantal elementen die in een bepaalde volgorde op een gebeurtenis wachten
wachtrijen	=	wachtrij
wachtrijtheorie	noun	discipline die de verschijnselen beschrijft, bestudeert en verklaart die zich voordoen in wachtrijsystemen, systemen waarin klanten moeten wachten op bediening met name de wachttijden
wachtrijtheorietje	=	wachtrijtheorie
wachtrijtheorietjes	=	wachtrijtheorie
wachtrijtheorieën	=	wachtrijtheorie
wachtrijtje	=	wachtrij
wachtrijtjes	=	wachtrij
wachtruimte	noun	deel van een gebouw waar men kan plaatsnemen totdat men aan de beurt is
wachtruimten	=	wachtruimte
wachtruimtes	=	wachtruimte
wachtstand	noun	een stand waarbij een elektrisch apparaat aanstaat, niets doet, weinig stroom verbruikt en snel in actie kan komen
wachtstanden	=	wachtstand
wachtte	=	wachten
wachtten	=	wachten
wachttijd	noun	tijd dat men wachten moet voordat iets gebeurt
wachttijden	=	wachttijd
wachttijdje	=	wachttijd
wachttijdjes	=	wachttijd
wachttoren	noun	toren waarop een persoon de omgeving in de gaten houd om alarm te kunnen slaan als er een ongewenste situtie ontstaat
wachttorens	=	wachttoren
wachttorentje	=	wachttoren
wachttorentjes	=	wachttoren
wachtverbod	noun	verbod om stil te staan met je voertuig (auto, fiets, bromfiets etc.) op een bepaalde plek, omdat dit het verkeer belemmert of onveilig maakt; het is een verbod om te wachten (stil te staan) voor laden/lossen of passagiers in/uitstappen
wachtverboden	=	wachtverbod
wachtverbodje	=	wachtverbod
wachtverbodjes	=	wachtverbod
wachtverzachter	noun	entertainment dat mensen vermaakt die in een wachtrij staan
wachtverzachters	=	wachtverzachter
wachtvuren	=	wachtvuur
wachtvuur	noun	vuur dat in de nacht bij een kampement brandt
wachtwoord	noun	een geheim woord dat men moet produceren om ergens toegelaten te worden
wachtwoordbeveiliging	noun	het instellen van een wachtwoord die er voor moet zorgen dat er niets verkeerds gebeurt
wachtwoordbeveiligingen	=	wachtwoordbeveiliging
wachtwoorden	=	wachtwoord
wachtwoordje	=	wachtwoord
wachtwoordjes	=	wachtwoord
wachtzaal	noun	grote ruimte in een gebouw waar mensen enige tijd kunnen verblijven voordat zij verder gaan naar hun eigenlijke bestemming
wachtzaaltje	=	wachtzaal
wachtzaaltjes	=	wachtzaal
wachtzalen	=	wachtzaal
wad	noun	een bij eb droogvallend buitendijks gebied
wadden	=	wad
waddeneiland	noun	een eiland in een waddengebied
waddeneilanden	=	waddeneiland
waddeneilandje	=	waddeneiland
waddeneilandjes	=	waddeneiland
waddengebied	noun	een stuk zee bij de kust met zandplaten die bij eb droogvallen
waddengebieden	=	waddengebied
waddengebiedje	=	waddengebied
waddengebiedjes	=	waddengebied
waddenhommel	noun	Bombus cullumanus een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
waddenhommels	=	waddenhommel
waddenhommeltje	=	waddenhommel
waddenhommeltjes	=	waddenhommel
waddenkaartmot	noun	Agonopterix curvipunctosa een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
waddenkaartmotje	=	waddenkaartmot
waddenkaartmotjes	=	waddenkaartmot
waddenkaartmotten	=	waddenkaartmot
waddenknoopjeskorst	noun	Bacidia scopulicola een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
waddenknoopjeskorsten	=	waddenknoopjeskorst
waddenknoopjeskorstje	=	waddenknoopjeskorst
waddenknoopjeskorstjes	=	waddenknoopjeskorst
waddenknoopvlekje	noun	Eucosma rubescana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
waddenknoopvlekjes	=	waddenknoopvlekje
waddenkust	noun	een kustgebied bestaande uit een ondiepe zee waar met eb modder- en zandplaten droog komen te liggen
waddenkusten	=	waddenkust
waddenkustje	=	waddenkust
waddenkustjes	=	waddenkust
waddenmetselbij	noun	Osmia maritima een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
waddenmetselbijen	=	waddenmetselbij
waddenmetselbijtje	=	waddenmetselbij
waddenmetselbijtjes	=	waddenmetselbij
waddenpalpmot	noun	Athrips pruinosella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
waddenpalpmotje	=	waddenpalpmot
waddenpalpmotjes	=	waddenpalpmot
waddenpalpmotten	=	waddenpalpmot
waddenviltbij	noun	vliesvleugelige Epeolus alpinus, die voorkomt in bergachtige gebieden en duinen in Europa
waddenviltbijen	=	waddenviltbij
waddenzee	noun	een deel van een zee die bij eb deels droogvalt
waddenzeeën	=	waddenzee
wade	noun	knieschijf
waden	verb	door ondiep water lopen
wadend	=	waden
wadende	=	waden
wades	=	wade
wadgelopen	=	wadlopen
wadi	noun	meestal droge rivierbedding
wadi's	=	wadi
wadjan	noun	een halfronde holle pan (vergelijkbaar met een gehalveerde bal) die in de oosterse keuken wordt gebruikt
wadjans	=	wadjan
wadje	=	wad
wadjes	=	wad
wadkreeftje	noun	Corophium volutator een vlokreeftensoort uit de familie van de Corophiidae.
wadkreeftjes	=	wadkreeftje
wadloop	noun	wandeltocht over terrein dat alleen bij eb toegankelijk is
wadlopen	verb	een tocht te voet maken door gebied dat alleen bij laagwater begaanbaar is
wadlopend	=	wadlopen
wadlopende	=	wadlopen
wadloper	noun	iemand die over de wadden loopt als het eb is
wadlopers	=	wadloper
wadlopertje	=	wadloper
wadlopertjes	=	wadloper
wadplaat	noun	een zandplaat in een waddengebied
wadplaatje	=	wadplaat
wadplaatjes	=	wadplaat
wadplaten	=	wadplaat
wadslakje	noun	Peringia ulvae een kleine in zee levende kieuwslak.
wadslakjes	=	wadslakje
wadvaarder	noun	schipper die veel in een waddengebied vaart
wadvaarders	=	wadvaarder
wadvaardertje	=	wadvaarder
wadvaardertjes	=	wadvaarder
wadvogel	noun	informele naam van vogels die veel in een waddengebied te vinden zijn
wadvogels	=	wadvogel
wadvogeltje	=	wadvogel
wadvogeltjes	=	wadvogel
waerschijnlick	=	waarschijnlijk
waerschijnlijk	=	waarschijnlijk
waerschynlyck	=	waarschijnlijk
waerschynlyk	=	waarschijnlijk
waf	intj	krachtig geluid met korte tussenpozen, zoals een hond dat kan uitstoten
wafel	noun	plat gebak dat vervaardigd wordt in een wafelijzer
wafelbak	noun	feest waarbij wafels worden gebakken
wafelbakken	=	wafelbak
wafelbakker	noun	iemand die wafels bakt en/of verkoopt
wafelbakkerij	noun	een werkplaats waar men wafels bakt
wafelbakkerijen	=	wafelbakkerij
wafelbakkerijtje	=	wafelbakkerij
wafelbakkerijtjes	=	wafelbakkerij
wafelbakkers	=	wafelbakker
wafelbakkertje	=	wafelbakker
wafelbakkertjes	=	wafelbakker
wafelbeker	noun	drinkgerei van glas met aan de buitenkant een regelmatig rooster van haaks op elkaar aangebrachte inkepingen
wafelbekers	=	wafelbeker
wafelbekertje	=	wafelbeker
wafelbekertjes	=	wafelbeker
wafelbeslag	noun	het vloeibare deeg dat gebruikt wordt om wafels van te bakken
wafelbeslagen	=	wafelbeslag
wafelbeslagje	=	wafelbeslag
wafelbeslagjes	=	wafelbeslag
wafelbiscuit	noun	dun, bros koekje vaak met een ruitvormig patroon
wafelbiscuitje	=	wafelbiscuit
wafelbiscuitjes	=	wafelbiscuit
wafelbiscuits	=	wafelbiscuit
wafelbloedbij	noun	Sphecodes scabricollis een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
wafelbloedbijen	=	wafelbloedbij
wafelbloedbijtje	=	wafelbloedbij
wafelbloedbijtjes	=	wafelbloedbij
wafeldoek	noun	vaatdoek of handdoek met wafelpatroon
wafeldoeken	=	wafeldoek
wafeldoekje	=	wafeldoek
wafeldoekjes	=	wafeldoek
wafelen	=	wafel
wafelenbak	noun	feest waarbij wafels worden gebakken
wafelenbakken	=	wafelenbak
wafelhuis	noun	een restaurant dat in de hoofdzaak wafels serveert
wafelhuisje	=	wafelhuis
wafelhuisjes	=	wafelhuis
wafelhuizen	=	wafelhuis
wafelijzer	noun	een toestel waarin wafels gebakken worden
wafelijzerpolitiek	noun	beleid in het communautair ingerichte België t.a.v. het gelijk verdelen van overheidsgeld over de verschillende taalgemeenschappen
wafelijzers	=	wafelijzer
wafelijzertje	=	wafelijzer
wafelijzertjes	=	wafelijzer
wafelkraam	noun	kraam waar wafels worden gemaakt en verkocht
wafelkraampje	=	wafelkraam
wafelkraampjes	=	wafelkraam
wafelkramen	=	wafelkraam
wafels	=	wafel
wafelstof	noun	weefsel met wafelmotief
wafelstoffen	=	wafelstof
wafelstofje	=	wafelstof
wafelstofjes	=	wafelstof
wafeltje	=	wafel
wafeltjes	=	wafel
wafelvormig	adj	vorm van een wafel hebbend
wafelvormige	=	wafelvormig
wafelvormiger	=	wafelvormig
wafelvormigere	=	wafelvormig
wafelvormigers	=	wafelvormig
wafelvormigs	=	wafelvormig
wafelvormigst	=	wafelvormig
wafelvormigste	=	wafelvormig
waffel	noun|informal	mond
waffels	=	waffel
waffeltje	=	waffel
waffeltjes	=	waffel
wage	=	wagen
wagen	verb	iets riskants ondernemen	noun	kar
wagenas	noun	de as van een voertuig
wagenasje	=	wagenas
wagenasjes	=	wagenas
wagenassen	=	wagenas
wagenbak	noun	laadruimte van of in een wagen
wagenbakken	=	wagenbak
wagend	=	wagen
wagende	=	wagen
wagenlading	noun	hoeveelheid goederen die een transportwagen of spoorwagon volledig vult
wagenladingen	=	wagenlading
wagenladinkje	=	wagenlading
wagenladinkjes	=	wagenlading
wagenmaker	noun	persoon die (paarden)wagens maakt
wagenmakerij	noun	bedrijf waar men wagens maakt en repareert
wagenmakerijen	=	wagenmakerij
wagenmakers	=	wagenmaker
wagenmenner	noun	iemand die een paard met wagen bestuurt
wagenmenners	=	wagenmenner
wagenmennertje	=	wagenmenner
wagenpark	noun	alle auto's van een organisatie of groep personen tezamen
wagenparken	=	wagenpark
wagenparkje	=	wagenpark
wagenparkjes	=	wagenpark
wagenplein	noun	een plein aan de poort van een stad, waar koetsen en wagens worden geladen en gelost
wagenpleinen	=	wagenplein
wagenpleintje	=	wagenplein
wagenpleintjes	=	wagenplein
wagenrennen	noun	snelheidssport waarbij een paard een wagen met berijder zo snel mogelijk over een baan moet trekken
wagens	=	wagen
wagenschot	noun	rechtdradige, gladde, dunne eiken planken
wagenschotje	=	wagenschot
wagenschotjes	=	wagenschot
wagenschotten	=	wagenschot
wagensmeer	noun	vettige stof die gebruikt wordt om bewegende mechanische delen te smeren
wagensmeren	=	wagensmeer
wagenspel	noun	middeleeuws toneelstuk dat men op een speciaal daarvoor ingerichte wagen speelde
wagenspelen	=	wagenspel
wagenspoor	noun	door wielen gemaakte verdieping in een weg
wagensporen	=	wagenspoor
wagentje	=	wagen
wagentjes	=	wagen
wagenwiel	noun	het houten wiel van een wagen of kar
wagenwielen	=	wagenwiel
wagenwijd	adj	bijzonder wijd, zo wijd dat een wagen er door kan
wagenwijde	=	wagenwijd
wagenwijds	=	wagenwijd
wagenziek	adj	ziek door het rijden in een auto, trein of wagen
wagenzieke	=	wagenziek
wagenzieker	=	wagenziek
wagenziekere	=	wagenziek
wagenziekers	=	wagenziek
wagenzieks	=	wagenziek
wagenziekst	=	wagenziek
wagenziekste	=	wagenziek
wagenziekte	noun	misselijkheid die ontstaat doordat de visuele informatie en de informatie uit het evenwichtsorgaan tijdens autorijden met elkaar in tegenspraak kunnen zijn
wagenziekten	=	wagenziekte
wagenziektes	=	wagenziekte
wager	noun	persoon die risico's durft te nemen
wagers	=	wager
wagertje	=	wager
wagertjes	=	wager
waggel	=	waggelen
waggelbeen	=	waggelbenen
waggelbeende	=	waggelbenen
waggelbeenden	=	waggelbenen
waggelbeent	=	waggelbenen
waggelbene	=	waggelbenen
waggelbenen	verb	onzeker, wankelend lopen
waggelbenend	=	waggelbenen
waggelbenende	=	waggelbenen
waggelde	=	waggelen
waggelden	=	waggelen
waggele	=	waggelen
waggelen	verb	zich zijdeling slingerend voortbewegen
waggelend	adj	op een onzekere, wiebelende manier lopend
waggelende	=	waggelen
waggelender	=	waggelend
waggelendere	=	waggelend
waggelenders	=	waggelend
waggelends	=	waggelend
waggelendst	=	waggelend
waggelendste	=	waggelend
waggelgang	noun	een onzekere, schommelende manier van lopen
waggelgangen	=	waggelgang
waggelt	=	waggelen
waggie	noun|slang	auto
waggies	=	waggie
waggon	=	wagon
wagler-chachalaca	noun	Ortalis wagleri een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
wagler-chachalaca's	=	wagler-chachalaca
wagler-chachalacaatje	=	wagler-chachalaca
wagler-chachalacaatjes	=	wagler-chachalaca
wagneriaans	adj	op de manier van Richard Wagner
wagneriaanse	=	wagneriaans
wagneriaanser	=	wagneriaans
wagneriaansere	=	wagneriaans
wagneriaansers	=	wagneriaans
wagneriaanst	=	wagneriaans
wagneriaanste	=	wagneriaans
wagon	noun	een spoorvoertuig voor het vervoer van goederen
wagonette	noun	open rijtuig met vier geveerde wielen, waarin de passagiers achter koetsier op twee banken met de rug naar de zijkant zitten
wagonettes	=	wagonette
wagonlading	noun	de totale hoeveelheid goederen die in één goederenwagon (spoorwagen) past
wagonladingen	=	wagonlading
wagonladinkje	=	wagonlading
wagonladinkjes	=	wagonlading
wagonnetje	=	wagon
wagonnetjes	=	wagon
wagons	=	wagon
wagyu	noun	Japanse runderrassen (verzamelnaam) én het vlees daarvan.
wagyu's	=	wagyu
wahabiet	noun	aanhanger van het wahabisme
wahabieten	=	wahabiet
wahabisme	noun	fundamentele conservatieve stroming binnen de islam, gebaseerd op de ideeën van Mohammed ibn Abd al-Wahhaab (1703 - 1792), met veel aanhangers in Saudi-Arabië.
wahabitisch	adj	als de wahabieten of het wahabisme
wahabitische	=	wahabitisch
wahabitischer	=	wahabitisch
wahabitischere	=	wahabitisch
wahabitischers	=	wahabitisch
wahlbergvleerhond	noun	Epomophorus wahlbergi vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
wahlbergvleerhonden	=	wahlbergvleerhond
wahlbergvleerhondje	=	wahlbergvleerhond
wahlbergvleerhondjes	=	wahlbergvleerhond
wahoo	noun	Acanthocybium solandri een straalvinnige vissoort uit de familie van de makrelen (Scombridae).
wahoo's	=	wahoo
waibertefille	noun	gebedenboek voor vrouwen
waibertefilles	=	waibertefille
waigeolijsterdikkop	noun	Colluricincla affinis een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters)
waigeolijsterdikkopje	=	waigeolijsterdikkop
waigeolijsterdikkopjes	=	waigeolijsterdikkop
waigeolijsterdikkoppen	=	waigeolijsterdikkop
waitaha-pinguïn	noun	Megadyptes waitaha een uitgestorven pinguïn-soort.
waitaha-pinguïnnetje	=	waitaha-pinguïn
waitaha-pinguïnnetjes	=	waitaha-pinguïn
waitaha-pinguïns	=	waitaha-pinguïn
waiwode	=	woiwode
wajang	noun	Javaans poppenspel
wajangetje	=	wajang
wajangetjes	=	wajang
wajangpop	noun	pop die bij wajang gebruikt wordt
wajangpoppen	=	wajangpop
wajangpoppetje	=	wajangpop
wajangpoppetjes	=	wajangpop
wajangs	=	wajang
wajo	intj	uitdrukking van teleurstelling of verbazing
wajong-gerechtigd	adj	recht hebbend op een een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
wajong-gerechtigde	noun	iemand met een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
wajong-gerechtigden	=	wajong-gerechtigde
wajonger	noun	iemand met een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
wajongere	noun	iemand met een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
wajongeren	=	wajongere
wajongers	=	wajonger
wajongertje	=	wajonger
wajongertjes	=	wajonger
wajow	=	wajo
wak	noun	een gat in het ijs	adj	slap, zacht, niet vast of knapperig
wakaman	noun	man die zonder vaste werkzaamheden op straat rondhangt
wakamans	=	wakaman
wakame	noun	bepaald soort eetbaar zeewier, Undaria pinnatifida
wakatobibrilvogel	noun	Zosterops flavissimus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
wakatobibrilvogels	=	wakatobibrilvogel
wakatobibrilvogeltje	=	wakatobibrilvogel
wakatobibrilvogeltjes	=	wakatobibrilvogel
wake	noun	een bijeenkomst om een overledene te herdenken
wake-upcall	noun|figurative	oproep om niet meer lijdzaam af te wachten maar om in actie te komen, roep ter opwekking, ter aansporing
wake-upcalls	=	wake-upcall
wakeboard	noun	korte, brede waterski, waarop men door een motorboot wordt voortgetrokken
wakeboardde	=	wakeboarden
wakeboardden	=	wakeboarden
wakeboarde	=	wakeboarden
wakeboarden	verb	met een wakeboard waterskiën
wakeboardend	=	wakeboarden
wakeboardende	=	wakeboarden
wakeboarding	noun	een actievolle watersport waarbij je op een korte, brede plank (wakeboard) over het water glijdt, voortgetrokken door een boot of kabelbaan.
wakeboardje	=	wakeboard
wakeboardjes	=	wakeboard
wakeboards	=	wakeboard
wakeboardt	=	wakeboarden
waken	verb	opzettelijk wakker zijn
wakend	adj	wakker zijnd
wakende	=	waken
wakends	=	wakend
waker	noun	iemand die waakt
wakeral	noun	Hypotaenidia wakensis een ral die het vliegvermogen verloren had en die endemisch was voor het eiland wake en een paar omliggende atollen
wakerallen	=	wakeral
wakeralletje	=	wakeral
wakeralletjes	=	wakeral
wakers	=	waker
wakertje	=	waker
wakertjes	=	waker
wakes	=	wake
waking	noun	het waken
wakingen	=	waking
wakje	=	wak
wakjes	=	wak
wakke	=	wak
wakken	=	wak
wakker	adj	niet in slaap, op
wakkerde	=	wakkeren
wakkerder	=	wakker
wakkerdere	=	wakker
wakkerders	=	wakker
wakkere	=	wakker
wakkeren	verb	sterker, krachtiger worden
wakkerend	=	wakkeren
wakkerende	=	wakkeren
wakkerheden	=	wakkerheid
wakkerheid	noun	het wakker en waakzaam zijn; de mate van waakzaam zijn
wakkers	=	wakker
wakkerst	=	wakker
wakkerste	=	wakker
waks	=	wak
wakst	=	wak
wakste	=	wak
wakvlakte	noun	groot ijsvrij gebied te midden van pakijs
wakvlakten	=	wakvlakte
wakvlaktes	=	wakvlakte
wakvlaktetje	=	wakvlakte
wakvlaktetjes	=	wakvlakte
wal	noun	aarden verhoging als verdediging tegen een vijand
walaba	noun	bepaald soort boom uit Zuid-Amerika Eperua falcata
walabapaal	noun	paal gemaakt van het hout van de walaba Eperua falcata
walabapaaltje	=	walabapaal
walabapaaltjes	=	walabapaal
walabapalen	=	walabapaal
waladres	noun	adres van een zeevarende aan de wal
waladresje	=	waladres
waladresjes	=	waladres
waladressen	=	waladres
walapa	noun	bepaald soort vis die onder andere in moerassen van Suriname leeft, Hoplerythrinus unitaeniatus
walapa's	=	walapa
walbaas	noun	iemand die het beladen van een schip regelt
walbazen	=	walbaas
walde	=	wallen
walden	=	wallen
waldenzen	noun	aanhangers van een christelijke armoedebeweging die in Frankrijk in de 12e eeuw is ontstaan die den bijbel als enige bron van het geloof beschouwde en vooral beoogde door vrijwillige armoede de oorspronkelijke zuiverheid van de kerk te herstellen
waldenzisch	adj	betreft een christelijke, evangelische beweging die in de 12e eeuw ontstond als volgelingen van Petrus Waldo (Pierre de Valdo).
waldenzische	=	waldenzisch
waldenzischer	=	waldenzisch
waldenzischere	=	waldenzisch
waldenzischers	=	waldenzisch
waldhoorn	noun	rond gebogen koperen muziekinstrument, dat oorspronkelijk gebruikte tijdens de jacht
waldhoornen	=	waldhoorn
waldhoornist	noun	musicus die een waldhoorn bespeelt
waldhoornisten	=	waldhoornist
waldhoornistje	=	waldhoornist
waldhoornistjes	=	waldhoornist
waldhoorns	=	waldhoorn
waldhoren	noun	koperen blaasinstrument
waldhorens	=	waldhoren
waldorfsalade	noun	salade van appels, selderie en walnoten in een friszure saus
waldorfsalades	=	waldorfsalade
wale	=	walen
walen	verb	rondstromen, kolken, woest bewegen, in beroering zijn
walend	=	walen
walende	=	walen
walfijn	noun	kruising tussen een dolfijn van het dolfijnengeslacht Tursiops en de zwarte zwaardwalvis
walfijnen	=	walfijn
walg	=	walgen
walgang	noun	wandelgang of rijweg gelegen achter de borstwerking van de hoofdwal
walgangen	=	walgang
walgde	=	walgen
walgden	=	walgen
walge	=	walgen
walgelijk	adj	weerzin opwekkend
walgelijke	=	walgelijk
walgelijker	=	walgelijk
walgelijkere	=	walgelijk
walgelijkers	=	walgelijk
walgelijkheden	=	walgelijkheid
walgelijkheid	noun	de mate waarin iets fysieke of morele walging en afkeer opwekt
walgelijks	=	walgelijk
walgelijkst	=	walgelijk
walgelijkste	=	walgelijk
walgen	verb	hevige afkeer voelen voor iets
walgend	=	walgen
walgende	=	walgen
walgens	noun	genitief van walgen
walging	noun	een sterke weerzin die fysiek gevoeld wordt
walgingen	=	walging
walginkje	=	walging
walginkjes	=	walging
walglijk	adj	een sterke, fysieke of zedelijke afkeer, weerzin of afschuw opwekend, vaak door iets wat vies, smerig, onaanvaardbaar of monsterlijk is
walglijke	=	walglijk
walglijker	=	walglijk
walglijkere	=	walglijk
walglijkers	=	walglijk
walglijks	=	walglijk
walglijkst	=	walglijk
walglijkste	=	walglijk
walgt	=	walgen
walhalla	noun	een ideale plek
walhalla's	=	walhalla
walhallaatje	=	walhalla
walhallaatjes	=	walhalla
waliasteenbok	noun	Capra walie evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
waliasteenbokje	=	waliasteenbok
waliasteenbokjes	=	waliasteenbok
waliasteenbokken	=	waliasteenbok
walin	noun	een vrouwelijke inwoner van Wallonië, of een vrouw afkomstig uit Wallonië
waling	noun	draaiing, kentering
walingen	=	waling
walinnen	=	walin
walinnetje	=	walin
walinnetjes	=	walin
walk	noun	aftreksel van fijngesneden lebmaag te gebruiken voor stremsel
walk-over	noun	gemakkelijke overwinning of onderneming
walk-overs	=	walk-over
walkant	noun	stuk land dat grenst aan een water, meestal gaat het om een door de mens gemaakt afgrenzing
walkanten	=	walkant
walke	=	walken
walken	verb	vilt bewerken door te kneden met een bijtmiddel
walkend	=	walken
walkende	=	walken
walker	noun	volder, lakenarbeider, voller zn
walkers	=	walker
walkertje	=	walker
walkertjes	=	walker
walkietalkie	noun	draagbaar (speelgoed)apparaat waarin men via een radioverbinding gesproken berichten kan zenden en ontvangen
walkietalkies	=	walkietalkie
walkietalkietje	=	walkietalkie
walkietalkietjes	=	walkietalkie
walkingdinner	noun	een dinerconcept waarbij gasten geen vaste zitplaatsen hebben, maar rondlopen in een ruimte en genieten van diverse kleine, gemakkelijk te eten gerechten
walkingdinners	=	walkingdinner
walkingdinnertje	=	walkingdinner
walkingdinnertjes	=	walkingdinner
walkingfootball	noun	voetbal waarbij men niet mag rennen, geen slidings maken en waarbij de buitenspel regel niet geldt
walkje	=	walk
walkjes	=	walk
walkman	noun	een draagbare radio en/of cd-speler met koptelefoon
walkmannetje	=	walkman
walkmannetjes	=	walkman
walkmans	=	walkman
walkt	=	walken
walkte	=	walken
walkten	=	walken
wallaby	noun	benaming voor bepaalde kleine kangoeroes
wallaby's	=	wallaby
wallaceadrongo	noun	Dicrurus densus een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's uit het geslacht Dicrurus.
wallaceadrongo's	=	wallaceadrongo
wallaceadrongootje	=	wallaceadrongo
wallaceadrongootjes	=	wallaceadrongo
wallaceamerel	noun	Turdus schlegelii een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
wallaceamerels	=	wallaceamerel
wallaceamereltje	=	wallaceamerel
wallaceamereltjes	=	wallaceamerel
wallacearupsvogel	noun	Coracina personata een vogel uit de familie van de rupsvogels.
wallacearupsvogels	=	wallacearupsvogel
wallacearupsvogeltje	=	wallacearupsvogel
wallacearupsvogeltjes	=	wallacearupsvogel
wallacelijn	noun	een denkbeeldige lijn die de zoögeografische regio's van Azië en Australazië van elkaar scheidt.
wallah	intj	heus! echt waar! ik zweer het je!
wallaroe	noun	Macropus robustus is een kangoeroe uit het geslacht Macropus.
wallaroes	noun	een geslacht Osphranter van buideldieren uit de familie der kangoeroes (Macropodidae) die wallaroes en grote kangoeroes omvat.
wallaroetje	=	wallaroe
wallaroetjes	=	wallaroe
walle	=	wallen
wallebak	noun	persoon die vaak aan de zwier is
wallebakje	=	wallebak
wallebakjes	=	wallebak
wallebakke	=	wallebakken
wallebakken	verb	uitgaan, feesten, boemelen, stappen
wallebakkend	=	wallebakken
wallebakkende	=	wallebakken
wallebakt	=	wallebakken
wallebakte	=	wallebakken
wallebakten	=	wallebakken
wallen	verb	een wal opwerpen
wallend	=	wallen
wallende	=	wallen
wallengebied	noun	deel van een stad waar de stadsmuren zijn of waren
wallengebieden	=	wallengebied
wallenkant	noun	de vaste grond naast een gracht of kanaal
wallenkanten	=	wallenkant
walletje	=	wal
walletjes	=	wal
wallingant	noun	voorvechter van Wallonië of de belangen van franstaligen
wallinganten	=	wallingant
walm	=	walmen
walmde	=	walmen
walmden	=	walmen
walme	=	walmen
walmen	verb	roet voortbrengen
walmend	adj	vieze dampen of rook uitstotend
walmende	=	walmen
walmends	=	walmend
walmt	=	walmen
walmuren	=	walmuur
walmuur	noun	muur die een aarden wal stut
walmuurtje	=	walmuur
walmuurtjes	=	walmuur
walnoot	noun	[A] een geslacht Juglans van bladverliezende bomen uit de okkernootfamilie (Juglandaceae).
walnootbladgast	noun	Pseudomicrostroma juglandis een schimmel behorend tot de orde Microstromatales.
walnootbladgasten	=	walnootbladgast
walnootbladgastje	=	walnootbladgast
walnootbladgastjes	=	walnootbladgast
walnootboorvlieg	noun	Rhagoletis completa een vlieg uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
walnootboorvliegen	=	walnootboorvlieg
walnootboorvliegje	=	walnootboorvlieg
walnootboorvliegjes	=	walnootboorvlieg
walnootje	=	walnoot
walnootjes	=	walnoot
walnootolie	noun	plantaardige olie (spijsolie) die wordt verkregen door het uitpersen van walnoten
walnootolies	=	walnootolie
walnootoliën	=	walnootolie
walnootsteltmot	noun	Caloptilia roscipennella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
walnootsteltmotje	=	walnootsteltmot
walnootsteltmotjes	=	walnootsteltmot
walnootsteltmotten	=	walnootsteltmot
walnoten	=	walnoot
walnotenbomen	=	walnotenboom
walnotenboom	noun	een boomsoort die walnoten als vruchten draagt
walnotenboompje	=	walnotenboom
walnotenboompjes	=	walnotenboom
walnotenhout	noun	het hout van een walnoten- of okkernotenboom
walnotenolie	noun	olie gemaakt van walnoten
walnotenolies	=	walnotenolie
walnotenoliën	=	walnotenolie
walrus	noun	bepaald soort zoogdier, Odobenus rosmarus, een lange zeehond met twee sterke en naar beneden gerichte hoektanden
walrusje	=	walrus
walrusjes	=	walrus
walrussen	noun	familie Odobenidae van zoogdieren uit de orde der roofdieren (Carnivora); waarvan nog één soort voortbestaat, de walrus (Odobenus rosmarus)
walrussnor	noun	hangsnor zoals die ook bij de walrus aanwezig is
walrussnorren	=	walrussnor
walrussnorretje	=	walrussnor
walrussnorretjes	=	walrussnor
wals	noun	zware rol om iets mee te pletten
walschot	noun	het zaad van een walvis
walschotten	=	walschot
walse	=	walsen
walsen	verb	dansen op de muziek van een wals
walsend	=	walsen
walsende	=	walsen
walser	noun	iemand die een wals bedient
walserij	noun	bedrijf waar men metaal met walsen bewerkt
walserijen	=	walserij
walsers	=	walser
walsje	=	wals
walsjes	=	wals
walst	=	walsen
walste	=	walsen
walsten	=	walsen
walstro	noun	een geslacht Galium uit de sterbladigenfamilie (Rubiaceae) met eenjarige of overblijvende kruidachtige planten.
walstro's	=	walstro
walstrobandspanner	noun	Epirrhoe galiata een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
walstrobandspanners	=	walstrobandspanner
walstrobandspannertje	=	walstrobandspanner
walstrobandspannertjes	=	walstrobandspanner
walstrobloemgalmug	noun	Schizomyia galiorum een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
walstrobloemgalmuggen	=	walstrobloemgalmug
walstrobloemgalmuggetjes	=	walstrobloemgalmug
walstrobloemgalmugje	=	walstrobloemgalmug
walstrobremraap	noun	Orobanche caryophyllacea een 10-60 cm hoge plant uit de bremraapfamilie (Orobanchaceae).
walstrobremraapje	=	walstrobremraap
walstrobremraapjes	=	walstrobremraap
walstrobremrapen	=	walstrobremraap
walstrofamilie	noun	familie Rubiaceae van tweezaadlobbige planten
walstrofamilietje	=	walstrofamilie
walstrofamilietjes	=	walstrofamilie
walstrograafwants	noun	Legnotus picipes een wants uit de familie graafwantsen (Cydnidae).
walstrograafwantsen	=	walstrograafwants
walstrograafwantsje	=	walstrograafwants
walstrograafwantsjes	=	walstrograafwants
walstrohaantje	noun	Sermylassa halensis een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
walstrohaantjes	=	walstrohaantje
walstroleeuwenbek	noun	Linaria purpurea een overblijvende plant die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
walstroleeuwenbekje	=	walstroleeuwenbek
walstroleeuwenbekjes	=	walstroleeuwenbek
walstroleeuwenbekken	=	walstroleeuwenbek
walstrootje	=	walstro
walstropijlstaart	noun	Hyles gallii een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae).
walstropijlstaarten	=	walstropijlstaart
walstropijlstaartje	=	walstropijlstaart
walstropijlstaartjes	=	walstropijlstaart
walstrospanner	noun	Costaconvexa polygrammata een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
walstrospanners	=	walstrospanner
walstrospannertje	=	walstrospanner
walstrospannertjes	=	walstrospanner
walstrostengelgalmug	noun	Geocrypta galii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
walstrostengelgalmuggen	=	walstrostengelgalmug
walstrostengelgalmuggetjes	=	walstrostengelgalmug
walstrostengelgalmugje	=	walstrostengelgalmug
walstrotopgalmug	noun	Dasineura galiicola een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
walstrotopgalmuggen	=	walstrotopgalmug
walstrotopgalmuggetjes	=	walstrotopgalmug
walstrotopgalmugje	=	walstrotopgalmug
walt	=	wallen
walvis	noun	benaming voor zoogdieren uit de onderorde Cetacea, de gemeenschappelijke naam voor een groep van circa 80 soorten geheel in het water levende zoogdieren
walvisachtig	adj	lijkend op een groot zoogdier dat in zee leeft, behorend tot de infraorde Cetacea
walvisachtige	noun	zeezoogdier dat behoort tot de infraorde Cetacea
walvisachtigen	noun	een infraorde Cetacea van grote, in het water levende zoogdieren.
walvisachtiger	=	walvisachtig
walvisachtigere	=	walvisachtig
walvisachtigers	=	walvisachtig
walvisachtigs	=	walvisachtig
walvisachtigst	=	walvisachtig
walvisachtigste	=	walvisachtig
walvisbaard	noun	het uit baleinen bestaande filter in de bek van een walvis
walvisbaarden	=	walvisbaard
walvischvaart	=	walvisvaart
walvischvaert	=	walvisvaart
walvishaai	noun	Rhincodon typus de grootste bestaande kraakbeenvis.
walvishaaien	noun	een familie Rhincodontidae van haaien.
walvishaaitje	=	walvishaai
walvishaaitjes	=	walvishaai
walvisjacht	noun	het jagen op en het doden van walvissen
walvisjachten	=	walvisjacht
walvisjager	noun	schip dat speciaal is uitgerust voor het jagen, vangen en doden van walvissen
walvisjagers	=	walvisjager
walvisjagertje	=	walvisjager
walvisjagertjes	=	walvisjager
walvisje	=	walvis
walvisjes	=	walvis
walviskopvissen	noun	een familie Cetomimidae van (Cetomimidae) van straalvinnige vissen binnen de orde van Walviskopvissen (Cetomimiformes) óf binnen de orde van doornvissen (Stephanoberyciformes), naargelang de wijze van classificatie
walvisluizen	noun	Cyamidae een familie van ectoparasitaire vlokreeften uit de onderorde Senticaudata.
walvismeervallen	noun	een familie Cetopsidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
walvisredder	noun	iemand die een walvis probeert te redden
walvisredders	=	walvisredder
walvisreddertje	=	walvisredder
walvisreddertjes	=	walvisredder
walvissen	=	walvis
walvisstaart	noun	de staart van een walvis
walvisstaarten	=	walvisstaart
walvisstaartje	=	walvisstaart
walvisstaartjes	=	walvisstaart
walvistraan	noun	olie gekookt uit (walvis)blubber dat werd gebruikt als lampolie en voor de bereiding van zeep
walvistraantje	=	walvistraan
walvistraantjes	=	walvistraan
walvistranen	=	walvistraan
walvisvaarder	noun	schip waarmee men op walvissen jaagt
walvisvaarders	=	walvisvaarder
walvisvaart	noun	het jagen op en het doden van walvissen
walvisvaarten	=	walvisvaart
walvisvangst	noun	resultaat van walvisvaart of walvisjacht, het vangen van walvissen
walvisvangsten	=	walvisvangst
walvisvangstje	=	walvisvangst
walvisvangstjes	=	walvisvangst
walvisvlees	noun	het vlees van een walvis
walvisvloot	noun	groep van schepen dat zich richt op de jacht op walvissen
walvisvlootje	=	walvisvloot
walvisvlootjes	=	walvisvloot
walvisvloten	=	walvisvloot
wam	noun	/ een huidplooi die afhangt van de hals van een rund of een ander dier
wambuis	noun|historical	vooral in vroeger tijden veel gedragen gewatteerd vest, vaak gemaakt van lagen linnen, in banen gestikt, met een opvulling van wol, katoen en haren, dat het lichaam van de hals tot op het middel bedekt
wambuisje	=	wambuis
wambuizen	=	wambuis
wamde	=	wammen
wamden	=	wammen
wame	=	wamen
wamen	verb|obsolete	modder in beroering brengen
wamend	=	wamen
wamende	=	wamen
wamme	=	wammen
wammen	verb	de ingewanden van een opengesneden vis verwijderen
wammend	=	wammen
wammende	=	wammen
wammes	noun	wambuis
wammesen	=	wammes
wammetje	=	wam
wammetjes	=	wam
wampi	noun	Clausena lansium een plant uit de wijnruitfamilie (Rutaceae).
wamt	=	wammen
wan	noun	minder bruikbare deel van een balk of plank dat bij het verzagen uit een stam niet glad en recht is gemaakt	adj|obsolete	gebrekkig, schadelijk, slecht, verkeerd
wan's	=	wan
wanbedrijf	noun	ernstig misdrijf
wanbedrijven	=	wanbedrijf
wanbegrip	noun	iets of iemand niet of verkeerd begrijpen
wanbegrippen	=	wanbegrip
wanbeheer	noun	heel slecht zorgen voor de bezittingen van een ander
wanbeleid	noun	slecht beleid
wanbesef	noun	een fout denkbeeld
wanbesturen	=	wanbestuur
wanbestuur	noun	waardeloos bestuur
wanbetaal	=	wanbetalen
wanbetaald	=	wanbetalen
wanbetaalde	=	wanbetalen
wanbetaalden	=	wanbetalen
wanbetaalt	=	wanbetalen
wanbetale	=	wanbetalen
wanbetalen	verb	een zeer slechte betalingsdiscipline hebben dus niet of niet op tijd betalen
wanbetalend	=	wanbetalen
wanbetalende	=	wanbetalen
wanbetaler	noun	persoon of organisatie die rekeningen niet of slecht betaalt
wanbetalers	=	wanbetaler
wanbetalertje	=	wanbetaler
wanbetalertjes	=	wanbetaler
wanbetaling	noun	het niet voldoen aan de betaalplicht
wanbetalingen	=	wanbetaling
wanbetalinkje	=	wanbetaling
wanbetalinkjes	=	wanbetaling
wanbof	noun	ongelukje, pech, tegenslag, tegenvaller
wanboffe	=	wanboffen
wanboffen	verb	geen geluk hebben, pech hebben
wanboffend	=	wanboffen
wanboffende	=	wanboffen
wanboffer	noun	iemand die pech heeft
wanboffers	=	wanboffer
wanboffertje	=	wanboffer
wanbofje	=	wanbof
wanboft	=	wanboffen
wanbofte	=	wanboffen
wanboften	=	wanboffen
wand	noun	een verticale afscheiding tussen twee vertrekken in een woonlaag van een gebouw
wandaad	noun	een misdaad, een slechte of gruwelijke handeling
wandaadje	=	wandaad
wandaadjes	=	wandaad
wandaal	=	vandaal
wandaden	=	wandaad
wandbedekking	noun	materiaal dat tegen een binnen- of buitenmuur wordt aangebracht.
wandbedekkingen	=	wandbedekking
wandbedekkinkje	=	wandbedekking
wandbedekkinkjes	=	wandbedekking
wandbeen	noun	een van de beenderen van de schedel
wandbeenderen	=	wandbeen
wandbeenkwab	noun	deel van de grote hersenen dat een rol speelt bij het in samenhang verwerken van de signalen van zintuigen
wandbeenkwabben	=	wandbeenkwab
wandbeenskwab	noun	deel van de grote hersenen dat een rol speelt bij het in samenhang verwerken van de signalen van zintuigen
wandbeenskwabben	=	wandbeenskwab
wandbeentje	=	wandbeen
wandbeentjes	=	wandbeen
wandbekleding	noun	materiaal dat binnen tegen muren wordt aangebracht als versiering, isolatie of bescherming
wandbekledingen	=	wandbekleding
wandbekledinkje	=	wandbekleding
wandbekledinkjes	=	wandbekleding
wandbenen	=	wandbeen
wandbetimmering	noun	de bekleding van een wand met houten panelen
wandbetimmeringen	=	wandbetimmering
wandbord	noun	een doorgaans houten paneel opgehangen aan de wand
wandborden	=	wandbord
wandbordje	=	wandbord
wandbordjes	=	wandbord
wandcontactdoos	noun	stopcontact aan of in een wand
wandcontactdoosje	=	wandcontactdoos
wandcontactdoosjes	=	wandcontactdoos
wandcontactdozen	=	wandcontactdoos
wanddecoratie	noun	versiering (voor) op de wand
wanddecoraties	=	wanddecoratie
wanddikte	noun	de (afmeting van de) dwarsdoorsnede van de wand
wanddiktes	=	wanddikte
wande	=	wannen
wandel	noun	gedrag, houding, levenswijze
wandelaar	noun	iemand die buitenshuis een stuk loopt
wandelaars	=	wandelaar
wandelaarsbeweging	noun	wandelvereniging die, soms met een bepaald politiek of sociaal doel, het wandelen stimuleert
wandelaarsbewegingen	=	wandelaarsbeweging
wandelaarster	noun	vrouw die voor haar genoegen in een rustig tempo loopt
wandelaarsters	=	wandelaarster
wandelaarstertje	=	wandelaarster
wandelaarstertjes	=	wandelaarster
wandelaartje	=	wandelaar
wandelaartjes	=	wandelaar
wandelafstand	noun	de lengte van de weg die men loopt
wandelafstanden	=	wandelafstand
wandelafstandje	=	wandelafstand
wandelafstandjes	=	wandelafstand
wandelboek	noun	een document dat wordt gebruikt bij georganiseerde wandeltochten om gelopen kilometers en data bij te houden
wandelboeken	=	wandelboek
wandelboekje	=	wandelboek
wandelboekjes	=	wandelboek
wandelbrug	noun	een brug waarover men kan lopen, maar die men niet met grotere voertuigen kan oversteken
wandelbruggen	=	wandelbrug
wandelbruggetje	=	wandelbrug
wandelbruggetjes	=	wandelbrug
wandelbrugje	=	wandelbrug
wandelbrugjes	=	wandelbrug
wandelclub	noun	club van mensen die samen wandelingen maken
wandelclubje	=	wandelclub
wandelclubjes	=	wandelclub
wandelclubs	=	wandelclub
wandeldag	noun	een dag dat men wandelt
wandeldagen	=	wandeldag
wandeldagje	=	wandeldag
wandeldagjes	=	wandeldag
wandelde	=	wandelen
wandeldek	noun	een dek op een schip waarop passagiers rond kunnen lopen
wandeldekje	=	wandeldek
wandeldekjes	=	wandeldek
wandeldekken	=	wandeldek
wandelden	=	wandelen
wandeldijk	noun	zee- of rivierdijk die voor wandelaars en wandeltoerisme is ingericht
wandeldijken	=	wandeldijk
wandeldijkje	=	wandeldijk
wandeldijkjes	=	wandeldijk
wandeldreef	noun	een bomenlaan aangelegd om te wandelen
wandeldreefje	=	wandeldreef
wandeldreefjes	=	wandeldreef
wandeldreven	=	wandeldreef
wandele	=	wandelen
wandelen	verb	gericht een wandeling maken
wandelend	adj	zich te voet voorbewegend, zich verplaatsend
wandelende	=	wandelend
wandelends	=	wandelend
wandeletappe	noun	een etappe van een wielerkoers waarin heel langzaam wordt gefietst
wandeletappen	=	wandeletappe
wandeletappes	=	wandeletappe
wandeletappetje	=	wandeletappe
wandeletappetjes	=	wandeletappe
wandelevenement	noun	een grote, belangrijke, georganiseerde gebeurtenis rond het wandelen
wandelevenementen	=	wandelevenement
wandelgang	noun	gang waar men door wandelen, reflectie en overleg tot inzicht kan komen wat vooral in de politiek heel nuttig is.
wandelgangen	=	wandelgang
wandelgangenakkoord	noun	een akkoord dat door overleg in de wandelgangen gesloten is tussen verschillende politieke partijen.
wandelgangenakkoorden	=	wandelgangenakkoord
wandelgangenakkoordje	=	wandelgangenakkoord
wandelgangenakkoordjes	=	wandelgangenakkoord
wandelgangetje	=	wandelgang
wandelgangetjes	=	wandelgang
wandelgebied	noun	een gebied waarin men kan wandelen
wandelgebieden	=	wandelgebied
wandelgebiedje	=	wandelgebied
wandelgebiedjes	=	wandelgebied
wandelgids	noun	een boekje waarin wandelingen worden beschreven, zowel de route als de omgeving worden beschreven
wandelgidsen	=	wandelgids
wandelgidsje	=	wandelgids
wandelgidsjes	=	wandelgids
wandelhoofd	noun	een in zee uitstekende pier of dam die gebruikt wordt om over te wandelen
wandelhoofden	=	wandelhoofd
wandelhoofdje	=	wandelhoofd
wandelhoofdjes	=	wandelhoofd
wandeling	noun	het lopend afleggen van een bepaalde afstand
wandelingen	=	wandeling
wandelingetje	=	wandeling
wandelingetjes	=	wandeling
wandelkaart	noun	een kaart waarop wandelpaden en wandelroutes staan aangegeven
wandelkaarten	=	wandelkaart
wandelkaartje	=	wandelkaart
wandelkaartjes	=	wandelkaart
wandelkleding	noun	functionele kleding die is ontworpen om comfort, bescherming en bewegingsvrijheid te bieden tijdens het wandelen, ongeacht de weersomstandigheden
wandelkostuum	noun	een kostuum voor overdag om in te wandelen
wandelkostuumpje	=	wandelkostuum
wandelkostuumpjes	=	wandelkostuum
wandelkostuums	=	wandelkostuum
wandellaars	noun	gesloten schoeisel dat ook een deel van het been boven de enkel omsluit, geschikt om op straat mee te lopen
wandellaarsje	=	wandellaars
wandellaarsjes	=	wandellaars
wandellaarzen	=	wandellaars
wandelmars	noun	een georganiseerde wandeltocht
wandelmarsen	=	wandelmars
wandelmarsje	=	wandelmars
wandelmarsjes	=	wandelmars
wandelmogelijkheden	=	wandelmogelijkheid
wandelmogelijkheid	noun	dat je ergens kunt wandelen
wandelmogelijkheidje	=	wandelmogelijkheid
wandelmogelijkheidjes	=	wandelmogelijkheid
wandelnetwerk	noun	een netvormig systeem van wandelroutes, waarbij van knooppunt naar knooppunt wordt gewandeld
wandelnetwerken	=	wandelnetwerk
wandelnetwerkje	=	wandelnetwerk
wandelnetwerkjes	=	wandelnetwerk
wandelpaadje	=	wandelpad
wandelpaadjes	=	wandelpad
wandelpad	noun	een pad waarover men kan wandelen
wandelpaden	=	wandelpad
wandelpadje	=	wandelpad
wandelpadjes	=	wandelpad
wandelpark	noun	een park waarin men kan wandelen, en dat doorgaans niet met voertuigen te bezichtigen is
wandelparken	=	wandelpark
wandelparkje	=	wandelpark
wandelparkjes	=	wandelpark
wandelpas	noun	een manier van lopen waarbij men behoorlijk, maar ongehaast, doorloopt
wandelpasje	=	wandelpas
wandelpasjes	=	wandelpas
wandelpassen	=	wandelpas
wandelpier	noun	een dam of palenconstructie waarover wandelaars kunnen lopen
wandelpieren	=	wandelpier
wandelpiertje	=	wandelpier
wandelpiertjes	=	wandelpier
wandelplaats	noun	een park, plantsoen of promenade waar men fijn kan wandelen
wandelplaatsen	=	wandelplaats
wandelplaatsje	=	wandelplaats
wandelplaatsjes	=	wandelplaats
wandelpromenade	noun	een brede, verhoogde wandelweg die vaak langs het water aangelegd is
wandelpromenades	=	wandelpromenade
wandelpromenadetje	=	wandelpromenade
wandelpromenadetjes	=	wandelpromenade
wandelreis	noun	vakantie waarin men wandelingen maakt
wandelreisje	=	wandelreis
wandelreisjes	=	wandelreis
wandelreizen	=	wandelreis
wandelrit	noun	een rondwandeling te paard
wandelritje	=	wandelrit
wandelritjes	=	wandelrit
wandelritten	=	wandelrit
wandelroute	noun	een route die is uitgezet om bewandeld te worden
wandelrouten	=	wandelroute
wandelroutenetwerk	noun	een netvormig systeem van wandelroutes, waarbij van knooppunt naar knooppunt wordt gewandeld
wandelroutenetwerken	=	wandelroutenetwerk
wandelroutenetwerkje	=	wandelroutenetwerk
wandelroutenetwerkjes	=	wandelroutenetwerk
wandelroutes	=	wandelroute
wandelroutetje	=	wandelroute
wandelroutetjes	=	wandelroute
wandelschoen	noun	schoeisel dat speciaal geschikt is om grote wandelingen mee te maken
wandelschoenen	=	wandelschoen
wandelschoentje	=	wandelschoen
wandelschoentjes	=	wandelschoen
wandelsport	noun	het wandelen als sport
wandelsporten	=	wandelsport
wandelsportvereniging	noun	een vereniging waarin men in georganiseerd verband kan wandelen
wandelsportverenigingen	=	wandelsportvereniging
wandelsportverenigingetje	=	wandelsportvereniging
wandelsportverenigingetjes	=	wandelsportvereniging
wandelstaf	noun	een mooie of bijzondere wandelstok
wandelstafje	=	wandelstaf
wandelstafjes	=	wandelstaf
wandelstaven	=	wandelstaf
wandelstok	noun	stok die dient als steun bij het wandelen en beschermt tegen vallen
wandelstokje	=	wandelstok
wandelstokjes	=	wandelstok
wandelstokken	=	wandelstok
wandelstraat	noun	een straat die alleen voor voetgangers en bestemmingsverkeer toegankelijk is
wandelstraatje	=	wandelstraat
wandelstraatjes	=	wandelstraat
wandelstraten	=	wandelstraat
wandelt	=	wandelen
wandeltempo	noun	de snelheid waarmee men wandelt
wandeltempo's	=	wandeltempo
wandeltempootje	=	wandeltempo
wandeltje	=	wandel
wandeltjes	=	wandel
wandeltocht	noun	een lange wandeling
wandeltochten	=	wandeltocht
wandeltochtje	=	wandeltocht
wandeltochtjes	=	wandeltocht
wandeltoerisme	noun	een vorm van toerisme toegelegd op wandelen
wandelvakantie	noun	een vakantie waarin men voornamelijk wandelt, waarschijnlijk om van de ene overnachtingsplek naar de volgende te komen
wandelvakanties	=	wandelvakantie
wandelvakantietje	=	wandelvakantie
wandelvakantietjes	=	wandelvakantie
wandelvereniging	noun	een vereniging die tot doel heeft de leden samen te laten wandelen
wandelverenigingen	=	wandelvereniging
wandelverenigingetje	=	wandelvereniging
wandelverenigingetjes	=	wandelvereniging
wandelvierdaagse	noun	een wandelevenement dat vier dagen duurt
wandelvierdaagsen	=	wandelvierdaagse
wandelvierdaagses	=	wandelvierdaagse
wandelvoetbal	noun	voetbal waarbij men niet mag rennen, geen slidings maken en waarbij de buitenspelregel niet geldt
wandelwagen	noun	een wagen waarin jonge kinderen rondgereden kunnen worden
wandelwagens	=	wandelwagen
wandelwagentje	=	wandelwagen
wandelwagentjes	=	wandelwagen
wandelweer	noun	weer waarbij het lekker is om te wandelen
wandelweertje	=	wandelweer
wandelweg	noun	trottoir, promenade
wandelwegen	=	wandelweg
wandelweggetje	=	wandelweg
wandelweggetjes	=	wandelweg
wandelwegje	=	wandelweg
wandelwegjes	=	wandelweg
wandelzoektocht	noun	een zoektocht met de auto
wandelzoektochten	=	wandelzoektocht
wandelzoektochtje	=	wandelzoektocht
wandelzoektochtjes	=	wandelzoektocht
wanden	=	wand
wanderoe	noun	Macaca silenus een enkel in India voorkomende soort makaak.
wanderoeaap	noun	Macaca silenus een enkel in India voorkomende soort makaak.
wanderoeaapje	=	wanderoeaap
wanderoeaapjes	=	wanderoeaap
wanderoeapen	=	wanderoeaap
wanderoes	=	wanderoe
wanderoetje	=	wanderoe
wanderoetjes	=	wanderoe
wandgedierte	noun	de verschillende dieren die in de wand leven
wandgediertes	=	wandgedierte
wandje	=	wand
wandjes	=	wand
wandkaardertje	noun	Brigittea civica een spinnensoort uit de familie van de kaardertjes (Dictynidae).
wandkaardertjes	=	wandkaardertje
wandkaart	noun	een grote landkaart die men aan de muur kan hangen
wandkaarten	=	wandkaart
wandkaartje	=	wandkaart
wandkalender	noun	een kalender om op te hangen aan de wand
wandkalenders	=	wandkalender
wandkalendertje	=	wandkalender
wandkalendertjes	=	wandkalender
wandkast	noun	een kast die gemonteerd is aan een muur
wandkasten	=	wandkast
wandkastje	=	wandkast
wandkastjes	=	wandkast
wandkleden	=	wandkleed
wandkleed	noun	een kleed dat gemaakt is om te worden opgehangen aan een wand
wandkleedje	=	wandkleed
wandkleedjes	=	wandkleed
wandklimmen	verb	een vorm van sportklimmen waarbij deelnemers kunstmatige wanden beklimmen die zijn voorzien van grepen en steunpunten
wandklok	noun	een uurwerk gemaakt om te worden opgehangen aan een muur
wandklokje	=	wandklok
wandklokjes	=	wandklok
wandklokken	=	wandklok
wandkluis	noun	een kluis die vastgemaakt zit aan een wand of in de wand is ingebouwd
wandkluisje	=	wandkluis
wandkluisjes	=	wandkluis
wandkluizen	=	wandkluis
wandlamp	noun	een lamp die bevestigd is aan een muur
wandlampen	=	wandlamp
wandlampje	=	wandlamp
wandlampjes	=	wandlamp
wandloper	noun	een Zweeds wandtapijt
wandlopers	=	wandloper
wandlopertje	=	wandloper
wandlopertjes	=	wandloper
wandluis	noun	Cimex lectularius is een parasitair bloedzuigend insect dat behoort tot de onderorde wantsen Heteroptera
wandluizen	=	wandluis
wandmeubel	noun	een bergmeubel met kastjes, laden en open vakken dat tegen een muur staat
wandmeubelen	=	wandmeubel
wandmeubels	=	wandmeubel
wandmeubeltje	=	wandmeubel
wandmeubeltjes	=	wandmeubel
wandmodel	noun	een object dat bestemd is om aan de wand geplaatst te worden
wandmodellen	=	wandmodel
wandmodelletje	=	wandmodel
wandmodelletjes	=	wandmodel
wandplaat	noun	plaat waarmee men een muur kan afwerken als bouwmateriaal
wandplaatje	=	wandplaat
wandplaatjes	=	wandplaat
wandplaten	=	wandplaat
wandrek	noun	een aan de want vast gemaakte eenvoudige open kast voor het opbergen van zaken
wandrekje	=	wandrek
wandrekjes	=	wandrek
wandrekken	=	wandrek
wandschildering	noun	een schildering op een wand, muurschildering
wandschilderingen	=	wandschildering
wandschilderingetje	=	wandschildering
wandschilderingetjes	=	wandschildering
wandtapijt	noun	een tapijt dat dient als wandversiering
wandtapijten	=	wandtapijt
wandtapijtje	=	wandtapijt
wandtapijtjes	=	wandtapijt
wandtegel	noun	een vierkant of rechthoekig stuk materiaal, dat tegen een wand kan worden gelijmd of gehangen
wandtegels	=	wandtegel
wandtegeltje	=	wandtegel
wandtegeltjes	=	wandtegel
wandtekst	noun	een tekst die aangebracht is op een wand
wandteksten	=	wandtekst
wandtekstje	=	wandtekst
wandtekstjes	=	wandtekst
wandversiering	noun	iets dat op de wand ter decoratie aangebracht is
wandversieringen	=	wandversiering
wandversierinkje	=	wandversiering
wandversierinkjes	=	wandversiering
wane	=	wanen
wanen	verb	(ten onrechte) veronderstellen met betrekking tot iets of iemand (m.b.t. personen hoofdzakelijk in de uitdrukking dood wanen)
wanend	=	wanen
wanende	=	wanen
wang	noun	zijkant van het gezicht onder het oog
wangeboorte	noun	mismaakt ter wereld komen van een kind
wangeboorten	=	wangeboorte
wangeboortes	=	wangeboorte
wangebruik	noun	verkeerde gewoonte
wangebruiken	=	wangebruik
wangedrag	noun	gedrag dat tegen de regels van het fatsoen ingaat
wangedraging	noun	ernstig afkeurenswaardige handeling, schandelijke daad
wangedragingen	=	wangedraging
wangedrocht	noun	een slecht en lelijk mens of dier
wangedrochte	=	wangedrocht
wangedrochten	=	wangedrocht
wangedrochtje	=	wangedrocht
wangedrochtjes	=	wangedrocht
wangedrogt	=	wangedrocht
wangedrogte	=	wangedrocht
wangelovig	adj	iets voor waar aannemen dat niet juist is
wangelovige	=	wangelovig
wangeloviger	=	wangelovig
wangelovigere	=	wangelovig
wangelovigers	=	wangelovig
wangelovigs	=	wangelovig
wangelovigst	=	wangelovig
wangelovigste	=	wangelovig
wangen	=	wang
wangetje	=	wang
wangetjes	=	wang
wanghedrochte	=	wangedrocht
wangiri	noun	fraude met bellen waarbij de fraudeur een nummer belt en de telefoon maar één keer laat overgaan en vraagt om terug te bellen (naar een duur betaalnummer)
wangirifraude	noun	telefoonfraude waarbij men mensen verleidt om een gemiste oproep van een duur buitenlandsnummer of betaalnummer te beantwoorden
wangiwangibrilvogel	noun	Zosterops paruhbesar een zangvogel uit de familie van brilvogels.
wangiwangibrilvogels	=	wangiwangibrilvogel
wangiwangibrilvogeltje	=	wangiwangibrilvogel
wangiwangibrilvogeltjes	=	wangiwangibrilvogel
wangslijm	noun	slijm aan de binnenkant van de wangen dat veel gebruikt wordt bij DNA-onderzoek
wangslijmen	=	wangslijm
wangunst	noun	jaloers zijn op wat een ander heeft
wangunsten	=	wangunst
wangunstig	adj	iemand niet gunnen dat die iets heeft wat men zelf wil hebben
wangunstige	=	wangunstig
wangunstiger	=	wangunstig
wangunstigere	=	wangunstig
wangunstigers	=	wangunstig
wangunstigs	=	wangunstig
wangunstigst	=	wangunstig
wangunstigste	=	wangunstig
wangzak	noun	flexibel deel van de huid aan de zijkanten van de kop dat door bepaalde zoogdieren wordt gebruikt om voedsel op te slaan
wangzakeekhoorn	noun	benaming voor knaagdieren uit het geslacht Tamias
wangzakeekhoorns	noun	Tamias een geslacht van eekhoornachtige knaagdieren.
wangzakje	=	wangzak
wangzakjes	=	wangzak
wangzakken	=	wangzak
wangzakmuis	noun	zoogdier uit de familie Heteromyidae knaagdieren.
wangzakmuisje	=	wangzakmuis
wangzakmuisjes	=	wangzakmuis
wangzakmuizen	noun	Heteromyidae een familie van knaagdieren.
wanhebbelijk	adj	afwijkend van de goede vormen
wanhebbelijke	=	wanhebbelijk
wanhebbelijker	=	wanhebbelijk
wanhebbelijkere	=	wanhebbelijk
wanhebbelijkers	=	wanhebbelijk
wanhebbelijks	=	wanhebbelijk
wanhebbelijkst	=	wanhebbelijk
wanhebbelijkste	=	wanhebbelijk
wanhoop	noun	een ellendige toestand waarin men geen uitkomst meer ziet
wanhoopsactie	noun	een handeling die met louter en alleen maar doet omdat men geen enkele andere uitweg ziet
wanhoopsacties	=	wanhoopsactie
wanhoopsactietje	=	wanhoopsactie
wanhoopsactietjes	=	wanhoopsactie
wanhoopsdaad	noun	een handeling die met louter en alleen maar doet omdat men geen enkele andere uitweg ziet
wanhoopsdaden	=	wanhoopsdaad
wanhoopsgebaar	noun	een lichaamsbeweging die angst en vrees uitdrukt
wanhoopsgebaartje	=	wanhoopsgebaar
wanhoopsgebaartjes	=	wanhoopsgebaar
wanhoopsgebaren	=	wanhoopsgebaar
wanhoopskreet	noun	kreet of uiting van wanhoop
wanhoopskreetje	=	wanhoopskreet
wanhoopskreetjes	=	wanhoopskreet
wanhoopskreten	=	wanhoopskreet
wanhoopspoging	noun	een uiterste daad waarmee men een bepaald resultaat probeert te behalen terwijl men zich realiseert dat er niet veel kans is op succes
wanhoopspogingen	=	wanhoopspoging
wanhoopspoginkje	=	wanhoopspoging
wanhoopspoginkjes	=	wanhoopspoging
wanhoopt	=	wanhopen
wanhoopte	=	wanhopen
wanhoopten	=	wanhopen
wanhope	=	wanhopen
wanhopen	verb	denken dat de zaken niet meer ten goede kunnen keren
wanhopend	=	wanhopen
wanhopende	=	wanhopen
wanhoper	noun	iemand die denkt dat de zaken niet meer ten goede kunnen keren
wanhopers	=	wanhoper
wanhopig	adj	zonder hoop op een positieve uitkomst of althans sterk daaraan twijfelend
wanhopige	=	wanhopig
wanhopiger	=	wanhopig
wanhopigere	=	wanhopig
wanhopigers	=	wanhopig
wanhopigs	=	wanhopig
wanhopigst	=	wanhopig
wanhopigste	=	wanhopig
wanhout	noun	ongeschaafd, ruw hout
wankant	noun	ongeschaafde, ruwe, niet gerechte zijde van een houten balk of plank
wankanten	=	wankant
wankel	adj	wat niet stevig staat	adv	in wankele wijze
wankelbaar	adj	in staat of geneigd te wankelen
wankelbaarder	=	wankelbaar
wankelbaardere	=	wankelbaar
wankelbaarders	=	wankelbaar
wankelbaarheden	=	wankelbaarheid
wankelbaarheid	noun	de mate waarin iemand uit zijn (emotionele) evenwicht te brengen is
wankelbaars	=	wankelbaar
wankelbaarst	=	wankelbaar
wankelbaarste	=	wankelbaar
wankelbare	=	wankelbaar
wankelde	=	wankelen
wankelden	=	wankelen
wankele	=	wankel
wankelen	verb	onvast op de voeten staan, dreigen te vallen
wankelend	adj	bijna vallend
wankelende	=	wankelen
wankelender	=	wankelend
wankelendere	=	wankelend
wankelenders	=	wankelend
wankelends	=	wankelend
wankelendst	=	wankelend
wankelendste	=	wankelend
wankeler	=	wankel
wankelere	=	wankel
wankelers	=	wankel
wankelheden	=	wankelheid
wankelheid	noun	makkelijk kunnen omvallen
wankeling	noun	het net niet vallen, het bijna maken van een vergissing
wankelingen	=	wankeling
wankelmoedig	adj	besluiteloos bij gebrek aan zelfvertrouwen
wankelmoedige	=	wankelmoedig
wankelmoediger	=	wankelmoedig
wankelmoedigere	=	wankelmoedig
wankelmoedigers	=	wankelmoedig
wankelmoedigheden	=	wankelmoedigheid
wankelmoedigheid	noun	het onzeker zijn, de mate van onzeker zijn
wankelmoedigs	=	wankelmoedig
wankelmoedigst	=	wankelmoedig
wankelmoedigste	=	wankelmoedig
wankelmotor	noun	een verbrandingsmotor die niet met cilindervormige, heen en weer gaande zuigers werkt, maar met een driehoekige, roterende zuiger die in een trommel zit
wankelmotoren	=	wankelmotor
wankelmotors	=	wankelmotor
wankelmotortje	=	wankelmotor
wankelmotortjes	=	wankelmotor
wankels	=	wankel
wankelst	=	wankel
wankelste	=	wankel
wankelt	=	wankelen
wanklank	noun	een geluid dat de muziek verstoort
wanklanken	=	wanklank
wanklankje	=	wanklank
wanklankjes	=	wanklank
wanklinkend	adj	vals klinkend
wanklinkende	=	wanklinkend
wanklinkender	=	wanklinkend
wanklinkendere	=	wanklinkend
wanklinkenders	=	wanklinkend
wanklinkends	=	wanklinkend
wanklinkendst	=	wanklinkend
wanklinkendste	=	wanklinkend
wanluidend	adj	slecht klinkend
wanluidende	=	wanluidend
wanluidender	=	wanluidend
wanluidendere	=	wanluidend
wanluidenders	=	wanluidend
wanluidends	=	wanluidend
wanluidendst	=	wanluidend
wanluidendste	=	wanluidend
wanlust	noun	tegenzin
wanlusten	=	wanlust
wanlustje	=	wanlust
wanlustjes	=	wanlust
wanmand	noun	gevlochten schaal bestemd om graan te zuiveren van kaf door het in de wind op te werpen en weer op te vangen
wanmanden	=	wanmand
wanmandje	=	wanmand
wanmandjes	=	wanmand
wanmolen	noun	Een wanmolen is een molen, waarmee graankorrels, kaf en onkruidzaden van elkaar gescheiden worden.
wanmolens	=	wanmolen
wanmolentje	=	wanmolen
wanmolentjes	=	wanmolen
wannabe	noun	iemand die erg graag iets wil worden, zonder veel kans op succes	adj	alleen nog maar als nagestreefd doel, aspirant-
wannabe's	=	wannabe
wannabee	noun	iemand die doet alsof hij een sociaal aantrekkelijke positie heeft
wannabees	=	wannabee
wannahave	noun	product dat men heel graag wil bezitten
wannahaves	=	wannahave
wanne	=	wan
wanneer	conj	op het moment dat	adv	op welke tijd, op welk moment
wannen	verb	graan zuiveren van kaf door het in de wind op te werpen of te laten vallen
wannend	=	wannen
wannende	=	wannen
wanner	noun	iemand die het kaf van het koren scheidt
wanners	=	wanner
wannetje	=	wan
wannetjes	=	wan
wanorde	noun	ontbreken van regelmaat
wanordelijk	adj	ongeordend of slecht geordend
wanordelijke	=	wanordelijk
wanordelijker	=	wanordelijk
wanordelijkere	=	wanordelijk
wanordelijkers	=	wanordelijk
wanordelijkheden	=	wanordelijkheid
wanordelijkheid	noun	verstoring van de openbare orde
wanordelijks	=	wanordelijk
wanordelijkst	=	wanordelijk
wanordelijkste	=	wanordelijk
wanordes	=	wanorde
wanoven	noun	smeltoven (voor glas) in de vorm van een met vuurvast materiaal beklede bak
wanovens	=	wanoven
wanoventje	=	wanoven
wanoventjes	=	wanoven
wanpraktijk	noun	ontoelaatbare manier van handelen
wanpraktijken	=	wanpraktijk
wanprestatie	noun	het niet behoorlijk of niet tijdig nakomen van een aanvaarde verplichting
wanprestaties	=	wanprestatie
wanprestatietje	=	wanprestatie
wanprestatietjes	=	wanprestatie
wanproduct	noun	zeer slecht gemaakt product; iets van zeer slechte kwaliteit
wanproducten	=	wanproduct
wanproductje	=	wanproduct
wanproductjes	=	wanproduct
wans	=	wan
wanschapen	adj	in strijd met de goede vormen en normen
wanschapener	=	wanschapen
wanschapeners	=	wanschapen
wanschapens	=	wanschapen
wanschapenst	=	wanschapen
wanschapenste	=	wanschapen
wansmaak	noun	met een slecht esthetisch gevoel; met een slechte, ordinaire weinig ontwikkelde smaak
wansmakelijk	adj	getuigend van een slechte smaak
wansmakelijke	=	wansmakelijk
wansmakelijker	=	wansmakelijk
wansmakelijkere	=	wansmakelijk
wansmakelijkers	=	wansmakelijk
wansmakelijks	=	wansmakelijk
wansmakelijkst	=	wansmakelijk
wansmakelijkste	=	wansmakelijk
wansmaken	=	wansmaak
wanspraak	noun	taal vol met fouten
wanspraken	=	wanspraak
wanstaltig	adj	bijzonder lelijk van gestalte, mismaakt, misvormd
wanstaltige	=	wanstaltig
wanstaltiger	=	wanstaltig
wanstaltigere	=	wanstaltig
wanstaltigers	=	wanstaltig
wanstaltigs	=	wanstaltig
wanstaltigst	=	wanstaltig
wanstaltigste	=	wanstaltig
want	conj	geeft nevenschikkend een reden aan.	noun	/: handschoen waarbij alle vingers, behalve de duim in één ruimte zitten
wantaal	noun	uitspraak of tekst met een of meer ernstige taalfouten of nodeloos gebruik van vreemde woorden
wantaaltje	=	wantaal
wantalen	=	wantaal
wanten	=	want
wantij	noun	plaats die van meer dan één zijde bereikt wordt door de opkomende vloed, zodat het water er stilstaat of gaat draaien
wantijen	=	wantij
wantje	=	want
wantjes	=	want
wantoestand	noun	onacceptabel slechte situatie
wantoestanden	=	wantoestand
wantoestandje	=	wantoestand
wantoestandjes	=	wantoestand
wantrouw	=	wantrouwen
wantrouwd	=	wantrouwen
wantrouwde	=	wantrouwen
wantrouwden	=	wantrouwen
wantrouwe	=	wantrouwen
wantrouwen	verb	niet vertrouwen, argwanend zijn tegen	noun	afwezigheid van vertrouwen
wantrouwend	adj	van een persoon dat deze geen vertrouwen heeft in anderen
wantrouwende	=	wantrouwen
wantrouwender	=	wantrouwend
wantrouwendere	=	wantrouwend
wantrouwenders	=	wantrouwend
wantrouwends	=	wantrouwend
wantrouwendst	=	wantrouwend
wantrouwendste	=	wantrouwend
wantrouwig	adj	met het gevoel misleid te zijn
wantrouwige	=	wantrouwig
wantrouwiger	=	wantrouwig
wantrouwigere	=	wantrouwig
wantrouwigers	=	wantrouwig
wantrouwigheden	=	wantrouwigheid
wantrouwigheid	noun	het andere mensen niet vertrouwen
wantrouwigs	=	wantrouwig
wantrouwigst	=	wantrouwig
wantrouwigste	=	wantrouwig
wantrouwt	=	wantrouwen
wantrust	noun	een stevige klamp of brede rand die buitenboord op dekhoogte van een zeilschip is aangebracht, om er het want aan te bevestigen
wantrusten	=	wantrust
wantrustje	=	wantrust
wantrustjes	=	wantrust
wants	noun	benaming voor insecten met een buisvormige monddeel, waarvan de voorste vleugels half hoornachtig, half vliezig en de achterste vliezig zijn, behorend tot de onderorde Heteroptera die, evenals de onderordes van respectievelijk cicaden en plantenluizen, deel uitmaakt van de overkoepelende orde der Hemiptera.
wantsen	noun	een onderorde Heteroptera van insecten die, evenals de onderordes van cicaden en plantenluizen, deel uitmaakt van de orde der Hemiptera.
wantsenorchis	noun	bepaald soort vaste plant, Anacamptis coriophora (syn.: Orchis coriophora), die behoort tot de orchideeënfamilie (Orchidaceae)
wantsenorchissen	=	wantsenorchis
wantsenwasplaat	noun	Hygrocybe obrussea een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae.
wantsenwasplaatje	=	wantsenwasplaat
wantsenwasplaatjes	=	wantsenwasplaat
wantsenwasplaten	=	wantsenwasplaat
wantsje	=	wants
wantspanner	noun	een spanner waarmee een stag van het want op een zeilboot, op de gewenste spanning wordt gebracht
wantspanners	=	wantspanner
wantspannertje	=	wantspanner
wantspannertjes	=	wantspanner
wantssluipvlieg	noun	Phasia hemiptera een vlieg uit de familie van de sluipvliegen (Tachinidae).
wantssluipvliegen	=	wantssluipvlieg
wantssluipvliegje	=	wantssluipvlieg
wantssluipvliegjes	=	wantssluipvlieg
wanttalie	noun	een takel tussen putting en want om het want te spannen
wanttalies	=	wanttalie
wanttalietje	=	wanttalie
wanttalietjes	=	wanttalie
wanverhouding	noun	situatie waarbij twee of meer zaken of personen niet goed in afmeting of kwaliteit bij elkaar passen
wanverhoudingen	=	wanverhouding
wanverhoudinkje	=	wanverhouding
wanverhoudinkjes	=	wanverhouding
wanvertoning	noun	zeer slecht optreden
wanvertoningen	=	wanvertoning
wanvertoninkje	=	wanvertoning
wanvertoninkjes	=	wanvertoning
wanvoegelijk	adj	niet gepast voor de geldende sociale normen en waarden
wanvoegelijke	=	wanvoegelijk
wanvoegelijker	=	wanvoegelijk
wanvoegelijkere	=	wanvoegelijk
wanvoegelijkers	=	wanvoegelijk
wanvoegelijks	=	wanvoegelijk
wanvoegelijkst	=	wanvoegelijk
wanvoegelijkste	=	wanvoegelijk
wanvoeglijk	adj	ongepast volgens de heersende moraal en sociale code
wanvoeglijke	=	wanvoeglijk
wanvoeglijker	=	wanvoeglijk
wanvoeglijkere	=	wanvoeglijk
wanvoeglijkers	=	wanvoeglijk
wanvoeglijks	=	wanvoeglijk
wanvoeglijkst	=	wanvoeglijk
wanvoeglijkste	=	wanvoeglijk
wao	noun	uitgekeerd bedrag
wao's	=	wao
wao'tje	=	wao
wao'tjes	=	wao
wapen	noun	een werktuig van geweld
wapenarsenaal	noun	voorraad wapens
wapenarsenalen	=	wapenarsenaal
wapenbeheersing	noun	het beperken of niet verder uitbreiden van de wapenvoorraden
wapenbeheersingen	=	wapenbeheersing
wapenbeheersingsbespreking	noun	internationale afspraken en beleidsmaatregelen om de ontwikkeling, productie, verspreiding en het gebruik van wapens te beperken.
wapenbeheersingsbesprekingen	=	wapenbeheersingsbespreking
wapenbeheersingsbesprekinkje	=	wapenbeheersingsbespreking
wapenbeheersingsbesprekinkjes	=	wapenbeheersingsbespreking
wapenbezit	noun	het in bezit hebben van (ilegale) (vuur)wapens
wapenboek	noun	boek of codex dat heraldische wapens afbeeldt en beschrijft, vaak van adellijke geslachten of personen, en kan ook genealogische en literaire teksten bevatten.
wapenboeken	=	wapenboek
wapenboekje	=	wapenboek
wapenboekjes	=	wapenboek
wapenbroeder	noun	maat in het leger
wapenbroeders	=	wapenbroeder
wapencontrole	noun	toezicht op het bezit van (vuur)wapens
wapencontroles	=	wapencontrole
wapende	=	wapenen
wapendeal	noun	overeenkomst over de verkoop van wapens
wapendeals	=	wapendeal
wapenden	=	wapenen
wapendepot	noun	plaats waar wapens zijn opgeslagen
wapendepots	=	wapendepot
wapendeskundige	noun	iemand die veel weet van wapens
wapendeskundigen	=	wapendeskundige
wapendicht	noun	heraldisch gedicht waarin een wapen wordt beschreven
wapendichten	=	wapendicht
wapendichtje	=	wapendicht
wapendichtjes	=	wapendicht
wapendief	noun	iemand die wapens steelt
wapendiefje	=	wapendief
wapendiefjes	=	wapendief
wapendiefstal	noun	de keer dat men wapens ontvreemdt
wapendiefstallen	=	wapendiefstal
wapendieven	=	wapendief
wapendracht	noun	het hebben en dragen van (vuur)wapens
wapendrachten	=	wapendracht
wapendrager	noun	Phalera bucephala een vlinder uit de familie van de tandvlinders die voorkomt in Midden-Europa en West-Europa.
wapendragers	=	wapendrager
wapendragertje	=	wapendrager
wapendragertjes	=	wapendrager
wapendropping	noun	met vliegtuigen en parachutes via de lucht aanvoeren van wapens
wapendroppingen	=	wapendropping
wapendroppings	=	wapendropping
wapene	=	wapenen
wapenembargo	noun	een internationale sanctie waarbij een partij geen wapens kan aankopen
wapenembargo's	=	wapenembargo
wapenen	verb	voor de strijd uitrusten
wapenend	=	wapenen
wapenende	=	wapenen
wapenexpert	noun	iemand die veel weet over wapens
wapenexperten	=	wapenexpert
wapenexperts	=	wapenexpert
wapenexporteur	noun	exporteur van wapens
wapenexporteurs	=	wapenexporteur
wapenexporteurtje	=	wapenexporteur
wapenexporteurtjes	=	wapenexporteur
wapenfabriek	noun	een fabriek of werkplaats waar men wapens maakt
wapenfabrieken	=	wapenfabriek
wapenfabriekje	=	wapenfabriek
wapenfabriekjes	=	wapenfabriek
wapenfabrikant	noun	persoon die wapens maakt
wapenfabrikanten	=	wapenfabrikant
wapenfeit	noun	oorlogshandeling
wapenfeiten	=	wapenfeit
wapenfeitje	=	wapenfeit
wapenfeitjes	=	wapenfeit
wapengekletter	noun	het lawaai dat wapens maken tijdens de strijd
wapenhandel	noun	handel in wapens
wapenhandelaar	noun	handelaar in wapens
wapenhandelaars	=	wapenhandelaar
wapenhandelaartje	=	wapenhandelaar
wapenhandelaartjes	=	wapenhandelaar
wapenhandelaren	=	wapenhandelaar
wapenhandels	=	wapenhandel
wapenhandeltje	=	wapenhandel
wapenhandeltjes	=	wapenhandel
wapenindustrie	noun	bedrijven die wapens produceren
wapenindustrieën	=	wapenindustrie
wapening	noun	een netwerk van stalen stangen dat zorgt voor de treksterkte van een betonnen constructie
wapeningen	=	wapening
wapenkamer	noun	een ruimte ingericht voor het bewaren van wapens
wapenkamers	=	wapenkamer
wapenkamertje	=	wapenkamer
wapenkamertjes	=	wapenkamer
wapenknecht	noun	gewapende dienaar in dienst van een leger of machthebber
wapenknechten	=	wapenknecht
wapenknuppel	noun	bot slagwapen van hardrubber, bedoeld voor pijnlijke klappen zonder ernstig letsel, gebruikt door ordehandhavers
wapenknuppels	=	wapenknuppel
wapenkoning	noun	heraut die het uiterlijk van de wapenschilden kan bepalen
wapenkoningen	=	wapenkoning
wapenkoninkje	=	wapenkoning
wapenkreet	noun	kreet om troepen op te roepen tot gewapend verweer, alarmkreet
wapenkreetje	=	wapenkreet
wapenkreetjes	=	wapenkreet
wapenkreten	=	wapenkreet
wapenleverancier	noun	iemand die wapens verkoopt
wapenleveranciers	=	wapenleverancier
wapenleverantie	noun	het leveren van wapens; de geleverde wapens
wapenleveranties	=	wapenleverantie
wapenlevering	noun	verstrekking van werktuigen voor geweld
wapenleveringen	=	wapenlevering
wapenlobby	noun	lobby die het bezit van wapens door privépersonen sterk promoot (met name van toepassing in de Verenigde Staten)
wapenlobby's	=	wapenlobby
wapenloos	adj	zonder wapen
wapenloost	=	wapenloos
wapenlooste	=	wapenloos
wapenloze	=	wapenloos
wapenlozer	=	wapenloos
wapenlozere	=	wapenloos
wapenlozers	=	wapenloos
wapenmagazijn	noun	opslagplaats voor wapens
wapenmagazijnen	=	wapenmagazijn
wapenmakker	noun	vriend waarmee men samen een strijd voert
wapenmakkers	=	wapenmakker
wapenmakkertje	=	wapenmakker
wapenmakkertjes	=	wapenmakker
wapenmarkt	noun	alles wat met vraag en aanbod van wapens te maken heeft
wapenmarkten	=	wapenmarkt
wapenmarktje	=	wapenmarkt
wapenmarktjes	=	wapenmarkt
wapenmeester	noun	iemand die van rechtswege verantwoordelijkheid voor kwaliteit, registratie, vernietiging en identificatie van wapens draagt
wapenmeesters	=	wapenmeester
wapenmeestertje	=	wapenmeester
wapenmeestertjes	=	wapenmeester
wapenopslag	noun	ruimte waarin men wapens herbergt
wapenopslagen	=	wapenopslag
wapenopslagje	=	wapenopslag
wapenopslagjes	=	wapenopslag
wapenopslagplaats	noun	opslagplaats voor wapens
wapenopslagplaatsen	=	wapenopslagplaats
wapenplaats	noun	ruimte voor de opstelling van geschut of verzamelplaats van militaire troepen binnen een vesting
wapenplaatsen	=	wapenplaats
wapenplaatsje	=	wapenplaats
wapenplaatsjes	=	wapenplaats
wapenprogramma	noun	alle plannen voor de ontwikkeling en productie van wapens
wapenprogramma's	=	wapenprogramma
wapenrok	noun	de kleding van een militair die dienen ter herkenning en ter bescherming
wapenrokje	=	wapenrok
wapenrokken	=	wapenrok
wapenrusting	noun	metalen of zwaar leren kleding die door soldaten werd gedragen als een soort pantser
wapenrustingen	=	wapenrusting
wapens	=	wapen
wapenschild	noun	een bord waarop een (adellijk) wapen geschilderd is
wapenschilden	=	wapenschild
wapenschildje	=	wapenschild
wapenschildjes	=	wapenschild
wapensmeden	=	wapensmid
wapensmid	noun	metaalbewerker die wapens maakt
wapensmidjes	=	wapensmid
wapenspreuk	noun	een korte tekst die de bedoeling van iets weergeeft
wapenspreuken	=	wapenspreuk
wapenspreukje	=	wapenspreuk
wapenspreukjes	=	wapenspreuk
wapenstilstand	noun	een overeenkomst met de vijand om de vijandelijkheden op te schorten
wapenstilstanden	=	wapenstilstand
wapenstilstandje	=	wapenstilstand
wapenstok	noun	slagwapen in gebruik bij de politie
wapenstokje	=	wapenstok
wapenstokjes	=	wapenstok
wapenstokken	=	wapenstok
wapensysteem	noun	groep apparaten die samen een gevechtsfunctie hebben
wapensysteempje	=	wapensysteem
wapensysteempjes	=	wapensysteem
wapensystemen	=	wapensysteem
wapent	=	wapenen
wapentje	=	wapen
wapentjes	=	wapen
wapentuig	noun	alles waarmee je kunt strijden
wapentuigen	=	wapentuig
wapenuitrusting	noun	wapens waar een soldaat over beschikt
wapenuitrustingen	=	wapenuitrusting
wapenverbod	noun	verbod om wapens te bezitten, te dragen, te vervoeren of ermee te handelen, maar de Wet wapens en munitie (WWM) maakt uitzonderingen voor bijvoorbeeld jagers, sportschutters en verzamelaars met de juiste vergunningen, die specifieke wapens mogen bezitten en gebruiken onder strikte regels
wapenverboden	=	wapenverbod
wapenverbodje	=	wapenverbod
wapenverbodjes	=	wapenverbod
wapenvergunning	noun	formele, wettelijke toestemming om een vuurwapen te bezitten
wapenvergunningen	=	wapenvergunning
wapenverkoop	noun	het verkopen van wapen en toebehoren
wapenverkopen	=	wapenverkoop
wapenvernietiging	noun	verwijst naar het proces waarbij wapens onklaar worden gemaakt, ontmanteld of fysiek worden vernietigd.
wapenvernietigingen	=	wapenvernietiging
wapenvernietigingetje	=	wapenvernietiging
wapenvernietigingetjes	=	wapenvernietiging
wapenvlieg	noun	insect uit de familie Stratiomyidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wapenvliegen	noun	Stratiomyidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wapenvliegje	=	wapenvlieg
wapenvliegjes	=	wapenvlieg
wapenvoorraad	noun	hoeveelheid opgeslagen wapens die men tot zijn beschikking heeft
wapenvoorraadje	=	wapenvoorraad
wapenvoorraadjes	=	wapenvoorraad
wapenvoorraden	=	wapenvoorraad
wapenwedloop	noun	een wedloop voor militaire suprematie tussen twee of meer landen of machten die elkaar proberen te overtreffen op het gebied van wapentechnologie of in aantallen wapens.
wapenwedloopje	=	wapenwedloop
wapenwedloopjes	=	wapenwedloop
wapenwedlopen	=	wapenwedloop
wapenwet	noun	wet die bepaalt wie welke wapens op welke plaats mag hebben of gebruiken
wapenwetten	=	wapenwet
wapenworm	noun	Scoloplos armiger een borstelworm uit de familie Orbiniidae.
wapenwormen	=	wapenworm
wapenwormpje	=	wapenworm
wapenwormpjes	=	wapenworm
wapenzaal	noun	ruimte in een gebouw waar men wapens herbergt
wapenzaaltje	=	wapenzaal
wapenzaaltjes	=	wapenzaal
wapenzalen	=	wapenzaal
wapenzending	noun	het verzenden en leveren van wapens
wapenzendingen	=	wapenzending
wapenzendinkje	=	wapenzending
wapenzendinkjes	=	wapenzending
wapiti	noun	Cervus canadensis een soort uit de familie der hertachtigen (Cervidae) voorkomend in delen van Noord-Amerika en Azië
wapiti's	=	wapiti
wapitihert	noun	Cervus canadensis een soort uit de familie der hertachtigen (Cervidae) voorkomend in delen van Noord-Amerika en Azië
wapitiherten	=	wapitihert
wapper	noun	een vrucht in trosvorm, bijv. sparrenwapper
wapperde	=	wapperen
wapperden	=	wapperen
wappere	=	wapperen
wapperen	verb	snel heen en weer bewegen
wapperend	adj	snel heen en weer bewegend zoals een vlag beweegt in de wint
wapperende	=	wapperen
wapperends	=	wapperend
wappermotie	noun	een motie die men indient in de volksvertegenwoordiging met als hoofddoel ophef te veroorzaken
wappermoties	=	wappermotie
wappers	=	wapper
wappert	=	wapperen
wappertje	=	wapper
wappertjes	=	wapper
wappervlieg	noun	insect uit de familie Sepsidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wappervliegen	noun	Sepsidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wappervliegje	=	wappervlieg
wappervliegjes	=	wappervlieg
wappie	noun	iemand die helemaal opgaat in een bepaald waandenkbeeld en daar anderen mee lastigvalt	adj	in een euforische roes verkerend
wappiegeluid	noun|figurative	de onjuiste en onzininformatie die wappies (complotdenkers) uiten
wappiegeluiden	=	wappiegeluid
wappies	=	wappie
war	noun	kwast, knoest in hout
warakoe	noun	Leporinus friderici een straalvinnige vissensoort uit de familie van de kopstaanders (Anostomidae).
warakoes	=	warakoe
warana	noun	Lepidochelys olivacea een reptiel uit de familie zeeschildpadden (Cheloniidae)
warana's	=	warana
waranaatje	=	warana
waranaatjes	=	warana
waranda	noun	overdekte, halfopen aanbouw aan een huis
waranda's	=	waranda
warandaatje	=	waranda
warandaatjes	=	waranda
warande	noun	een besloten jachtterrein, doorgaans eigendom van voorname families
waranden	=	warande
warandes	=	warande
warandetje	=	warande
waratje	adv	toch echt drukt een stellige bevestiging uit die tegen eerdere twijfel ingaat	intj	gebruikt als lichte krachtterm om een bewering in haar geheel te versterken
warau	noun	volk uit Zuid-Amerika
waraus	=	warau
warbak	noun	bak waarin gekaakte haring en zout met elkaar gemengd worden
warbakken	=	warbak
warboel	noun	slordige gerangschikte spullen
warboelen	=	warboel
warboeltje	=	warboel
warboeltjes	=	warboel
warde	=	warren
warden	=	warren
ware	=	waar
waregemmenaar	noun	Mannelijke bewoner van Waregem
waregemmenaartje	=	waregemmenaar
waregemmenaartjes	=	waregemmenaar
waregemmenaren	=	waregemmenaar
waregems	adj	op Waregem betrekking hebbend
waregemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Waregem, of een vrouw afkomstig uit Waregem
waregemser	=	waregems
waregemsere	=	waregems
waregemsers	=	waregems
waregemses	=	waregemse
waregemst	=	waregems
waregemste	=	waregems
warehouse	noun	pakhuis
warehouses	=	warehouse
wareloos	adj|obsolete	achteloos, zorgeloos
wareloze	=	wareloos
warempel	adv	opmerkelijk genoeg, zowaar	intj	reactie op iets onverwachts
waren	verb	doelloos en rusteloos ronddwalen
warend	=	waren
warende	=	waren
warenhuis	noun	een grote winkel, vaak met meerdere verdiepingen, die een uitgebreid assortiment aan goederen verkoopt
warenhuisconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse warenhuizen
warenhuisconcerns	=	warenhuisconcern
warenhuisje	=	warenhuis
warenhuisjes	=	warenhuis
warenhuisketen	noun	groep sterk op elkaar lijkende warenhuizen die eigendom zijn van één bedrijf
warenhuisketens	=	warenhuisketen
warenhuizen	=	warenhuis
warenwet	noun	een wet waarin staat aan welke eisen een product moet voldoen om te mogen worden verkocht
warenwetten	=	warenwet
warfarine	noun	een antistollingsmiddel
warfarinen	=	warfarine
warg	noun	marterachtig zoogdier, Gulo gulo, de grootste in de familie Mustelidae
wargaren	noun	garen dat in de war is
wargarens	=	wargaren
wargeest	noun	verward persoon
wargeesten	=	wargeest
wargeestje	=	wargeest
wargs	=	warg
warhoofd	noun	een chaotisch, verward persoon
warhoofden	=	warhoofd
warhoofdje	=	warhoofd
warhoop	noun	ongeregelde hoeveelheid dingen
warhopen	=	warhoop
warimbo	noun	repen van de warimbostengel die men gebruikt voor het maken van vlechtwerken
warimbo's	=	warimbo
waring	noun	planken van het gangboord
waringen	=	waring
waringin	noun	bepaald soort boom, Ficus benjamina
waringins	=	waringin
warings	=	waring
warinkje	=	waring
warinkjes	=	waring
warklomp	noun	wanordelijk geheel
warkop	noun	een verward persoon
warkopje	=	warkop
warkopjes	=	warkop
warkoppen	=	warkop
warkruid	noun	Cuscuta plantje dat als een parasiet zich om andere planten heen slingert
warlord	noun	krijgsheer
warlords	=	warlord
warm	adj	een hoge temperatuur hebbend	adv	op warme wijze
warmbloedig	adj	de eigen lichaamstemperatuur regulerend
warmbloedige	=	warmbloedig
warmbloediger	=	warmbloedig
warmbloedigere	=	warmbloedig
warmbloedigers	=	warmbloedig
warmbloedigheid	noun	het hebben van een constante lichaamstemperatuur
warmbloedigs	=	warmbloedig
warmbloedigst	=	warmbloedig
warmbloedigste	=	warmbloedig
warmde	=	warmen
warmden	=	warmen
warmdraai	=	warmdraaien
warmdraaide	=	warmdraaien
warmdraaiden	=	warmdraaien
warmdraaie	=	warmdraaien
warmdraaien	verb	van een motor dat deze door te draaien de goede temperatuur krijgt
warmdraaiend	=	warmdraaien
warmdraaiende	=	warmdraaien
warmdraait	=	warmdraaien
warme	=	warm
warmen	verb	warmte toevoegen
warmend	=	warmen
warmende	=	warmen
warmer	noun	een voorwerp waarmee men iets kan opwarmen of warm houden
warmere	=	warm
warmers	=	warm
warmetruiendag	noun	winterdag dat men speciaal een warmere trui aantrekt zodat de thermostaat een graad lager gezet kan worden om energie te besparen
warmetruiendagen	=	warmetruiendag
warmgedraaid	=	warmdraaien
warmgelopen	=	warmlopen
warmhartig	adj	iemand die veel liefdevolle gevoelens heeft
warmhartige	=	warmhartig
warmhartiger	=	warmhartig
warmhartigere	=	warmhartig
warmhartigers	=	warmhartig
warmhartigs	=	warmhartig
warmhartigst	=	warmhartig
warmhartigste	=	warmhartig
warming	noun	het warmen
warming-up	noun	wordt doorgaans gedaan voorafgaand aan een training of sportbeoefening.
warming-upje	=	warming-up
warming-upjes	=	warming-up
warming-ups	=	warming-up
warmliep	=	warmlopen
warmliepen	=	warmlopen
warmloop	=	warmlopen
warmloopt	=	warmlopen
warmlope	=	warmlopen
warmlopen	verb	door activiteit die warmte vrijmaakt een te hoge temperatuur bereiken
warmlopend	=	warmlopen
warmlopende	=	warmlopen
warmoes	noun	bladgewas waarvan de bladeren of de bladstelen als groente worden gegeten, Beta vulgaris var. cicla
warmoesje	=	warmoes
warmoesjes	=	warmoes
warmoezen	=	warmoes
warmoezenier	noun	groenteteler, hovenier
warmpjes	adv	lekker warm
warms	=	warm
warmst	=	warm
warmste	=	warm
warmt	=	warmen
warmte	noun	de mate waarin het weer warm is
warmte-eenheden	=	warmte-eenheid
warmte-eenheid	noun	eenheid waarin de warmtehoeveelheid uitgedrukt wordt
warmte-energie	noun	arbeidsvermogen dat ontstaat door temperatuurverschillen
warmte-equator	noun	isotherm die de plaatsen met de hoogste jaartemperatuur met elkaar verbindt
warmte-equivalent	noun	getal dat het aantal eenheden van (mechanisch) arbeidsvermogen uitdrukt, dat overeenkomt met het arbeidsvermogen van één warmte-eenheid
warmte-equivalenten	=	warmte-equivalent
warmte-isolatie	noun	een eigenschap van materialen en constructies om de overdracht van thermische energie (warmte) tussen twee zijden van het materiaal of de constructie tot een minimum te reduceren
warmte-isolaties	=	warmte-isolatie
warmte-isolerend	adj	uitwisseling van warmte met de omgeving voorkomend
warmte-isolerende	=	warmte-isolerend
warmte-isolerender	=	warmte-isolerend
warmte-isolerendere	=	warmte-isolerend
warmte-isolerenders	=	warmte-isolerend
warmte-isolerends	=	warmte-isolerend
warmte-isolerendst	=	warmte-isolerend
warmte-isolerendste	=	warmte-isolerend
warmte-isolering	noun	het isoleren van ruimtes door het aanbrengen van materiaal dat de geleiding of uitstraling van warmte verhindert of belemmert
warmte-isoleringen	=	warmte-isolering
warmte-koudeopslag	noun	een methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem
warmte-koudeopslagen	=	warmte-koudeopslag
warmte-krachtcentrale	noun	een thermische centrale waarbij de restwarmte ook wordt gebruikt.
warmte-krachtcentrales	=	warmte-krachtcentrale
warmte-krachtinstallatie	noun	installatie waarin mechanische (en daaruit mogelijk elektrische) energie wordt opgewekt en waarbij de restwarmte ook wordt gebruikt (voor verwarming oid)
warmte-krachtinstallaties	=	warmte-krachtinstallatie
warmte-krachtkoppeling	noun	gelijktijdig gebruik van energie voor verwarming en beweging, zodat er minder van verspild wordt
warmte-krachtkoppelingen	=	warmte-krachtkoppeling
warmte-uitstraling	noun	uitstraling van warmte (waarbij de warmte-overdracht niet door middel van geleiding of convectie, maar uitsluitend plaatsvindt door middel van straling)
warmte-uitstralingen	=	warmte-uitstraling
warmte-uitwisseling	noun	het uitwisselen van warmte
warmte-uitwisselingen	=	warmte-uitwisseling
warmteafgifte	noun	het afvoeren van warmte
warmteafgiften	=	warmteafgifte
warmteafgiftes	=	warmteafgifte
warmtebalans	noun	balans tussen opgenomen en afgestane hoeveelheden warmte
warmtebalansen	=	warmtebalans
warmtebehandeling	noun	behandeling met warmte
warmtebehandelingen	=	warmtebehandeling
warmtebehandelingetje	=	warmtebehandeling
warmtebehandelingetjes	=	warmtebehandeling
warmtebehoefte	noun	behoefte aan warmte
warmtebehoeften	=	warmtebehoefte
warmtebehoeftes	=	warmtebehoefte
warmtebestendig	adj	bestand tegen warmte
warmtebestendige	=	warmtebestendig
warmtebestendiger	=	warmtebestendig
warmtebestendigere	=	warmtebestendig
warmtebestendigers	=	warmtebestendig
warmtebestendigs	=	warmtebestendig
warmtebestendigst	=	warmtebestendig
warmtebestendigste	=	warmtebestendig
warmtebeweging	noun	beweging van de moleculen ten gevolge van de temperatuur van het lichaam waartoe zij behoren
warmtebewegingen	=	warmtebeweging
warmtebeweginkje	=	warmtebeweging
warmtebeweginkjes	=	warmtebeweging
warmtebron	noun	een voorwerp dat warmte afgeeft, bijvoorbeeld om op te koken.
warmtebronnen	=	warmtebron
warmtebronnetje	=	warmtebron
warmtebronnetjes	=	warmtebron
warmtebrug	noun	een deel van de buitenschil van een gebouw (muur, dak, vloer) waar de isolatielaag onderbroken is, waardoor warmte sneller naar buiten ontsnapt en kou naar binnen komt
warmtebruggen	=	warmtebrug
warmtebruggetje	=	warmtebrug
warmtebruggetjes	=	warmtebrug
warmtecamera	noun	infraroodcamera
warmtecamera's	=	warmtecamera
warmtecapaciteit	noun	vermogen om energie in de vorm van warmte op te slaan
warmtecapaciteiten	=	warmtecapaciteit
warmtecapaciteitje	=	warmtecapaciteit
warmtecapaciteitjes	=	warmtecapaciteit
warmtecentrale	noun	installatie voor centrale warmtevoorziening
warmtecentrales	=	warmtecentrale
warmtedistributie	noun	distributie van restwarmte van elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) voor verwarming van woningen
warmtedistributies	=	warmtedistributie
warmtedood	noun	een mogelijk 'einde' van het heelal dat wordt veroorzaakt door de toename van de entropie (de tweede wet van de thermodynamica) waardoor er niets meer mogelijk is
warmtefonds	noun	geld bijeengebracht en afgezonderd om uit te lenen voor investeringen in meer duurzame energievoorziening van huishoudens
warmtefondsen	=	warmtefonds
warmtefront	noun	een front waar een luchtmassa met relatief warme lucht over een gebied schuift waar koude lucht ligt
warmtefronten	=	warmtefront
warmtefunctie	noun	enthalpie
warmtefuncties	=	warmtefunctie
warmtefunctietje	=	warmtefunctie
warmtefunctietjes	=	warmtefunctie
warmtegeleider	noun	stof of apparaat dat warmte van de ene naar de andere plaats kan laten stromen
warmtegeleiders	=	warmtegeleider
warmtegeleiding	noun	stroming van warmte van locaties met een hogere naar locaties met een lagere temperatuur zonder beweging van de desbetreffende stof
warmtegeleidingen	=	warmtegeleiding
warmtegeleidinkje	=	warmtegeleiding
warmtegeleidinkjes	=	warmtegeleiding
warmtegraad	noun	de mate waarin iets warm of koud aanvoelt
warmtegraden	=	warmtegraad
warmtehuishouding	noun	het vermogen van een organisme, zoals de mens, om de lichaamstemperatuur binnen nauwe grenzen constant te houden, ongeacht de omgevingstemperatuur.
warmtehuishoudingen	=	warmtehuishouding
warmtehuishoudinkje	=	warmtehuishouding
warmtehuishoudinkjes	=	warmtehuishouding
warmtekracht	noun	systeem waarbij men bij verbranding zowel gebruik maakt van de ontstane warmte als van de mechanische energie die ermee kan worden opgewekt
warmtekrachten	=	warmtekracht
warmteleer	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de relatie tussen warmte en mechanische kracht
warmtemeter	noun	apparaat dat de productie van hitte meet of constateert
warmtemeters	=	warmtemeter
warmtemetertje	=	warmtemeter
warmtemetertjes	=	warmtemeter
warmteminnend	adj	van organismen—zoals planten, dieren of bacteriën— dat ze een sterke voorkeur hebben voor een warme omgeving om te groeien, te leven of zich voort te planten
warmteminnende	=	warmteminnend
warmteminnender	=	warmteminnend
warmteminnendere	=	warmteminnend
warmteminnenders	=	warmteminnend
warmteminnends	=	warmteminnend
warmteminnendst	=	warmteminnend
warmteminnendste	=	warmteminnend
warmtemotor	noun	iedere machine die mechanische arbeid levert door warmte van hoge temperatuur naar lage temperatuur te laten stromen
warmtemotoren	=	warmtemotor
warmtemotors	=	warmtemotor
warmtemotortje	=	warmtemotor
warmtemotortjes	=	warmtemotor
warmtenet	noun	een verwarmingssysteem, waarbij de woningen worden verwarmd via een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen
warmtenetten	=	warmtenet
warmteontwikkeling	noun	de productie van hitte; het warmer worden
warmteontwikkelingen	=	warmteontwikkeling
warmteoverdracht	noun	is de flux (stroming) van energie in de vorm van warmte van locaties met een hogere naar locaties met een lagere temperatuur.
warmteoverdrachten	=	warmteoverdracht
warmtepomp	noun	een verwarmingsinstallatie die via mechanische arbeid warmte onttrekt aan een koude omgeving en deze toevoert aan een warmere omgeving
warmtepompen	=	warmtepomp
warmtepompje	=	warmtepomp
warmtepompjes	=	warmtepomp
warmterecord	noun	de hoogst gemeten temperatuur bij de gegeven omstandigheden
warmterecords	=	warmterecord
warmteregelaar	noun	systeem om de temperatuur in te stellen en constant te houden op een gewenste waarde, een thermostaat
warmteregelaars	=	warmteregelaar
warmteregelaartje	=	warmteregelaar
warmteregelaartjes	=	warmteregelaar
warmtes	=	warmte
warmtestraling	noun	elektromagnetische straling die een object uitzendt als gevolg van de temperatuur van het object
warmtestralingen	=	warmtestraling
warmtestroming	noun	transport van warmteenergie van een warme naar een koude locatie door het verplaatsen van een warme of koude stof
warmtestromingen	=	warmtestroming
warmtestrominkje	=	warmtestroming
warmtestrominkjes	=	warmtestroming
warmtetheorie	noun	het onderdeel van de natuurkunde dat de interacties bestudeert tussen grote verzamelingen van deeltjes op een macroscopisch niveau
warmtetheorietje	=	warmtetheorie
warmtetheorietjes	=	warmtetheorie
warmtetheorieën	=	warmtetheorie
warmtewerend	adj	van een een materiaal, constructie of coating dat het in staat is om zonnewarmte tegen te houden, te reflecteren of te absorberen, waardoor de temperatuur in een binnenruimte niet te hoog oploopt
warmtewerende	=	warmtewerend
warmtewerender	=	warmtewerend
warmtewerendere	=	warmtewerend
warmtewerenders	=	warmtewerend
warmtewerends	=	warmtewerend
warmtewerendst	=	warmtewerend
warmtewerendste	=	warmtewerend
warmtewet	noun	wet die regels geeft omtrent zaken als stadsverwarming, blokverwarming en warmte-koude-opslag
warmtewetten	=	warmtewet
warmtewisselaar	noun	een apparaat dat warmte van het ene medium (vloeistof, gas) overbrengt naar het andere
warmtewisselaars	=	warmtewisselaar
warmtewisselaartje	=	warmtewisselaar
warmtezombie	noun	iemand die door de hoge omgevingstemperatuur minder helder is
warmtezombies	=	warmtezombie
warmtezuil	noun	zuil op een station die tijdelijk warmte uitstraalt
warmtezuilen	=	warmtezuil
warmvoelend	adj	vriendelijke, hartelijke gevoelens hebbend
warmvoelende	=	warmvoelend
warmvoelender	=	warmvoelend
warmvoelendere	=	warmvoelend
warmvoelenders	=	warmvoelend
warmvoelends	=	warmvoelend
warmvoelendst	=	warmvoelend
warmvoelendste	=	warmvoelend
warmwaterdouche	noun	een stortbad met verwarmd water
warmwaterdouches	=	warmwaterdouche
warmwaterkraan	noun	kraan waar heet water uitstroomt
warmwaterkraantje	=	warmwaterkraan
warmwaterkraantjes	=	warmwaterkraan
warmwaterkranen	=	warmwaterkraan
warmwaterleiding	noun	een buis die warm tapwater transporteert van een verwarmingsbron (zoals een cv-ketel, boiler of geiser) naar kranen in bijvoorbeeld de keuken of badkamer.
warmwaterleidingen	=	warmwaterleiding
warmwaterleidinkje	=	warmwaterleiding
warmwaterleidinkjes	=	warmwaterleiding
warmwaterzak	noun	rubber zak met warm water, afgesloten met een schroefdop, om de voeten warm te houden in een koud bed
warmwaterzakje	=	warmwaterzak
warmwaterzakjes	=	warmwaterzak
warmwaterzakken	=	warmwaterzak
warmwit	adj	minder fel, iets naar geel neigend lamplicht (kleurtemperatuur rond de 3000 kelvin)
warmwits	=	warmwit
warmwitst	=	warmwit
warmwitste	=	warmwit
warmwitte	=	warmwit
warmwitter	=	warmwit
warmwittere	=	warmwit
warmwitters	=	warmwit
warnest	noun	chaotische, onoverzichtelijke zaak
warnesten	=	warnest
warnestje	=	warnest
warnestjes	=	warnest
warnet	noun	net dat verward is
warnetje	=	warnet
warnetjes	=	warnet
warnetten	=	warnet
warnisjkes	noun	gerecht van gevulde deegwaar
waroebomen	=	waroeboom
waroeboom	noun	Hibiscus tiliaceus een brede struik met kromme, vaak op de bodem liggende takken of zelden een tot 10 m hoge boom.
waroeboompje	=	waroeboom
waroeboompjes	=	waroeboom
warong	noun	eenvoudige eettent of uitstalling met alledaagse koopwaar langs de weg
warongs	=	warong
waroom	=	waarom
warrant	noun	volmacht
warrants	=	warrant
warre	=	warren
warrel	noun	wanordelijk proces of toestand
warrelde	=	warrelen
warrelden	=	warrelen
warrele	=	warrelen
warrelen	verb	zich door elkaar bewegen
warrelend	=	warrelen
warrelende	=	warrelen
warrelig	adj	verward, verstrengeld door elkaar heen bewegend
warrelige	=	warrelig
warreliger	=	warrelig
warreligere	=	warrelig
warreligers	=	warrelig
warreligs	=	warrelig
warreligst	=	warrelig
warreligste	=	warrelig
warreling	noun	onregelmatige draaiing van water of lucht
warrelingen	=	warreling
warrels	=	warrel
warrelt	=	warrelen
warreltje	=	warrel
warreltjes	=	warrel
warren	verb	gekaakte haring in zout rondwentelen met een leutel in de warrebak
warrend	=	warren
warrende	=	warren
warretje	=	war
warretjes	=	war
warrig	adj	dat iemand niet meer helder kan denken zodat alles door elkaar loopt in zijn gedachten
warrige	=	warrig
warriger	=	warrig
warrigere	=	warrig
warrigers	=	warrig
warrigs	=	warrig
warrigst	=	warrig
warrigste	=	warrig
wars	adj	~ van: afkerig
warschauer	noun	een inwoner van Warschau, of iemand afkomstig uit Warschau
warschauers	=	warschauer
warschaus	adj	op Warschau betrekking hebbend
warschause	noun	een vrouwelijke inwoner van Warschau, of een vrouw afkomstig uit Warschau
warschausen	=	warschause
wart	=	warren
wartaal	noun	uitingen waaraan geen redelijke interpretatie te geven is
wartaaltje	=	wartaal
wartalen	=	wartaal
wartel	noun	oogbout met draaibare schalm
wartels	=	wartel
warteltje	=	wartel
warteltjes	=	wartel
warve	noun	een herkenbaar sedimentlaagje dat is gevormd in de loop van één jaar
warven	=	warve
warwinkel	noun	drukke, verwarrende chaos
warwinkels	=	warwinkel
was	=	zijn
wasabi	noun	een zeer scherpe specerij uit de Japanse keuken, die vaak gebruikt wordt bij sushi- en andere visgerechten
wasachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van was, glad en doods als van een wassenbeeld
wasachtige	=	wasachtig
wasachtiger	=	wasachtig
wasachtigere	=	wasachtig
wasachtigers	=	wasachtig
wasachtigs	=	wasachtig
wasachtigst	=	wasachtig
wasachtigste	=	wasachtig
wasautomaat	noun	apparaat dat het hele wasproces van kleding achterelkaar automatisch uitvoert
wasautomaatje	=	wasautomaat
wasautomaatjes	=	wasautomaat
wasautomaten	=	wasautomaat
wasbaar	adj	van een voorwerp dat je het kunt wassen zonder het kapot te maken
wasbaarder	=	wasbaar
wasbaardere	=	wasbaar
wasbaarders	=	wasbaar
wasbaars	=	wasbaar
wasbaarst	=	wasbaar
wasbaarste	=	wasbaar
wasbaas	noun	iemand die textiel schoonmaakt als beroep
wasbak	noun	een bassin waarin gewassen kan worden
wasbakje	=	wasbak
wasbakjes	=	wasbak
wasbakken	=	wasbak
wasbank	noun	gootsteen, aanrecht
wasbanken	=	wasbank
wasbankje	=	wasbank
wasbankjes	=	wasbank
wasbare	=	wasbaar
wasbazen	=	wasbaas
wasbeer	noun	klein Noord-Amerikaans zoogdier, Procyon lotor, uit de familie van de kleine beren, met zwart-wit gezichtsmasker en goed ontwikkelde staart
wasbeerachtige	noun	zoogdier uit de taxonomische familie Procyonidae
wasbeerachtigen	=	wasbeerachtige
wasbeerhond	noun	Nyctereutes procyonoides, een zoogdier en roofdier uit de familie Canidae
wasbeerhonden	noun	een geslacht Nyctereutes van zoogdieren uit de familie van de hondachtigen (Canidae).
wasbeerhondje	=	wasbeerhond
wasbeerhondjes	=	wasbeerhond
wasbeertje	=	wasbeer
wasbeertjes	=	wasbeer
wasbekertje	noun	een schimmel behorend tot de familie Orbiliaceae
wasbekertjes	=	wasbekertje
wasbekken	noun	schaal of bekken dat men kan gebruiken om zich te wassen
wasbekkens	=	wasbekken
wasbenzine	noun	helder, vloeibaar, makkelijk brandbaar aardolieproduct waarmee men zaken kan schoonmaken
wasbenzines	=	wasbenzine
wasberen	noun	Procyon een geslacht van de roofdieren (Carnivora) uit de familie kleine beren (Procyonidae).
wasbeurt	noun	de keer dat men iemand iets of iemand wast
wasbeurten	=	wasbeurt
wasbeurtje	=	wasbeurt
wasbeurtjes	=	wasbeurt
wasbleek	adj	heel erg wit; zo wit als was
wasbleeks	=	wasbleek
wasbleekst	=	wasbleek
wasbleekste	=	wasbleek
wasbleke	=	wasbleek
wasbleker	=	wasbleek
wasblekere	=	wasbleek
wasblekers	=	wasbleek
wasbloem	noun	Cerinthe minor plant met wasachtige bloemen
wasbloemen	=	wasbloem
wasbomen	=	wasboom
wasboom	noun	een positieve vorm van was die men gebruikt in een gietproces
wasbord	noun	een geribbeld bord waarop men de was kan doen
wasborden	=	wasbord
wasbordje	=	wasbord
wasbordjes	=	wasbord
wasbraam	noun	een sectie Rubus sect.
wasbraampje	=	wasbraam
wasbraampjes	=	wasbraam
wasbramen	=	wasbraam
wasbuiltje	noun	in water oplosbaar zakje waarin precies genoeg waspoeder zit voor één wasbeurt in een wasmachine
wasbuiltjes	=	wasbuiltje
wascapsule	noun	in water oplosbare capsule die voldoende wasmiddel bevat voor één wasbeurt in een wasmachine
wascapsules	=	wascapsule
wasch	=	zijn
waschautomaat	=	wasautomaat
waschbak	=	wasbak
waschknijper	=	wasknijper
waschkom	=	waskom
waschlijn	=	waslijn
waschmachine	=	wasmachine
waschmiddel	=	wasmiddel
waschpoeder	=	waspoeder
waschstel	=	wasstel
waschtafel	=	wastafel
wasco	noun	tekenmateriaal dat bestaat uit stiften in verschillende kleuren met was als bindmiddel
wasco's	=	wasco
wasda	=	wat
wasdag	noun	dag van de week dat men wast, vroeger was dit vaak de maandag
wasdagen	=	wasdag
wasdagje	=	wasdag
wasdagjes	=	wasdag
wasdoek	noun	weefsel van linnen, katoen of jute, dat aan één zijde met vernis uit lijnolie wordt bestreken
wasdoeken	=	wasdoek
wasdom	noun	ontwikkelen, proces van groeien
wasdraad	noun	waslijn, drooglijn
wasdraadje	=	wasdraad
wasdraadjes	=	wasdraad
wasdraden	=	wasdraad
wasdroger	noun	een toestel om de kleding die uit de wasmachine komt te drogen
wasdrogers	=	wasdroger
wasdrogertje	=	wasdroger
wasdrogertjes	=	wasdroger
wasecht	adj	van textiel dat men het kan wassen zonder het te beschadigen
wasechte	=	wasecht
wasechter	=	wasecht
wasechtere	=	wasecht
wasechters	=	wasecht
wasechts	=	wasecht
wasechtst	=	wasecht
wasechtste	=	wasecht
wasem	noun	damp die men ziet doordat er ook condensatie heeft plaatsgevonden
wasemde	=	wasemen
wasemden	=	wasemen
waseme	=	wasemen
wasemen	verb	condenserende stoom of vocht afgeven
wasemend	=	wasemen
wasemende	=	wasemen
wasemig	adj	dampig, vochtig, nevelig
wasemige	=	wasemig
wasemiger	=	wasemig
wasemigere	=	wasemig
wasemigers	=	wasemig
wasemigs	=	wasemig
wasemigst	=	wasemig
wasemigste	=	wasemig
wasemkap	noun	een huishoudelijk apparaat in de keuken dat de kookluchtjes moet afvoeren
wasemkapje	=	wasemkap
wasemkapjes	=	wasemkap
wasemkappen	=	wasemkap
wasempje	=	wasem
wasempjes	=	wasem
wasems	=	wasem
wasemt	=	wasemen
wasgagel	noun	Morella caroliniensis een bladverliezende struik die behoort tot de gagelfamilie (Myricaceae), van nature voorkomend van Noord-Amerika en van daaruit ook naar West-Europa verspreid
wasgagels	=	wasgagel
wasgeel	adj	geel als ongezuiverde bijenwas
wasgeels	=	wasgeel
wasgeelst	=	wasgeel
wasgeelste	=	wasgeel
wasgeld	noun	geld dat men moet betalen voor het laten doen van de was
wasgelden	=	wasgeld
wasgele	=	wasgeel
wasgelegenheden	=	wasgelegenheid
wasgelegenheid	noun	plaats waar men zich kan wassen
wasgelegenheidje	=	wasgelegenheid
wasgeler	=	wasgeel
wasgelere	=	wasgeel
wasgelers	=	wasgeel
wasgoed	noun	textiel dat net gewassen is of nog moet worden gewassen.
washand	noun	Meestal van badstof gemaakt zakje waarin de hand past waarmee men de rest van het lichaam kan wassen.
washanden	=	washand
washandje	=	washand
washandjes	=	washand
washi	noun	stevig, handgeschept, Japans papier
washi's	=	washi
washingtongrondeekhoorn	noun	Spermophilus washingtoni knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
washingtongrondeekhoorns	=	washingtongrondeekhoorn
washingtongrondeekhoorntje	=	washingtongrondeekhoorn
washingtongrondeekhoorntjes	=	washingtongrondeekhoorn
washingtonner	noun	een inwoner van Washington, of iemand afkomstig uit Washington
washingtonners	=	washingtonner
washingtons	adj	op Washington betrekking hebbend
washingtonse	noun	een vrouwelijke inwoner van Washington, of een vrouw afkomstig uit Washington
washingtonsen	=	washingtonse
washok	noun	ruimte in een gebouw of woning waar de was gedaan kan worden
washokje	=	washok
washokjes	=	washok
washokken	=	washok
washoku	noun	traditionele manier van koken in Japan
washuis	noun	een publieke gelegenheid waar mensen hun was kunnen doen
washuisje	=	washuis
washuisjes	=	washuis
washuizen	=	washuis
wasje	=	zijn
wasjes	=	zijn
waskaars	noun|obsolete	kaars gemaakt van bijenwas
waskaarsen	=	waskaars
waskaarsje	=	waskaars
waskaarsjes	=	waskaars
waskamer	noun	kamer waar men de was doet
waskamers	=	waskamer
waskan	noun	een kan waarin het water zit waarmee men zich kan wassen
waskannen	=	waskan
wasketel	noun	een vat met een inhoud van ongeveer 40 à 50 liter waarin het wasgoed en het sop aan de kook kon worden gebracht
wasketels	=	wasketel
waskeuken	noun	een wasruimte aangebouwd aan de eigenlijke keuken
waskeukens	=	waskeuken
waskeukentje	=	waskeuken
waskeukentjes	=	waskeuken
waskleurig	adj	een lichte, bleke, gele kleur hebbend
waskleurige	=	waskleurig
waskleuriger	=	waskleurig
waskleurigere	=	waskleurig
waskleurigers	=	waskleurig
waskleurigs	=	waskleurig
waskleurigst	=	waskleurig
waskleurigste	=	waskleurig
wasknijper	noun	een knijper die gemaakt is van hout of plastic om nat wasgoed aan een waslijn te klemmen
wasknijpers	=	wasknijper
wasknijpertje	=	wasknijper
wasknijpertjes	=	wasknijper
waskom	noun	ruime schaal waarin water zit dat men kan gebruiken om zich te wassen
waskommen	=	waskom
waskommetje	=	waskom
waskot	noun	plaats in een huis waar men de was doet
waskotje	=	waskot
waskotjes	=	waskot
waskotten	=	waskot
waskrijt	noun	vettig kleurkrijt
waskrijtje	=	waskrijt
waskrijtjes	=	waskrijt
waskuip	noun	een ton waarin men de was kan doen
waskuipen	=	waskuip
waslaag	noun	een dunne beschermende laag was
waslaagje	=	waslaag
waslaagjes	=	waslaag
waslagen	=	waslaag
waslap	noun	washandje
waslapje	=	waslap
waslapjes	=	waslap
waslappen	=	waslap
waslijn	noun	gespannen draad waaraan wasgoed te drogen hangt, dat handmatig of machinaal gewassen is
waslijnen	=	waslijn
waslijntje	=	waslijn
waslijntjes	=	waslijn
waslijst	noun	inventaris van alle textiel (die men moet wassen)
waslijsten	=	waslijst
waslijstje	=	waslijst
waslijstjes	=	waslijst
waslokaal	noun	gezamenlijke ruimte waar men zich kan wassen
waslokalen	=	waslokaal
wasluis	noun	benaming voor vettige aanslag in wasmachine en wasgoed die kan optreden als langere tijd niet is gewassen bij temperaturen van 60° C of hoger Deze aanslag kan een voedingsbodem vormen voor bacteriën en zo een vieze geur geven.
wasmachientje	=	wasmachine
wasmachientjes	=	wasmachine
wasmachine	noun	een apparaat dat op automatische wijze wasgoed reinigt
wasmachines	=	wasmachine
wasmachinetje	=	wasmachine
wasmachinetjes	=	wasmachine
wasmachineverhoger	noun	een stevige standaard of kast die je onder je wasmachine (of droger) plaatst om het apparaat hoger van de grond te zetten
wasmachineverhogers	=	wasmachineverhoger
wasmachineverhogertje	=	wasmachineverhoger
wasmachineverhogertjes	=	wasmachineverhoger
wasmalve	noun	Malvaviscus arboreus een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
wasmalven	=	wasmalve
wasmalves	=	wasmalve
wasmand	noun	mand gemaakt en gebruikt om de vuile kleding in te verzamelen voordat ze gewassen wordt
wasmanden	=	wasmand
wasmandje	=	wasmand
wasmandjes	=	wasmand
wasmeisje	noun	jonge vrouwelijke bediende die helpt bij het doen van de was (als hulpje van de wasvrouw)
wasmeisjes	=	wasmeisje
wasmerk	noun	label in kleding waarop staat hoe je iets moet wassen
wasmerken	=	wasmerk
wasmerkje	=	wasmerk
wasmerkjes	=	wasmerk
wasmiddel	noun	zeep in een vorm om kleding en ander textiel in water te reinigen
wasmiddelen	=	wasmiddel
wasmiddelenconcern	noun	grote producent van wasmiddelen
wasmiddelenconcerns	=	wasmiddelenconcern
wasmiddeltje	=	wasmiddel
wasmiddeltjes	=	wasmiddel
wasmisser	noun	fout bij het wassen van een kledingstuk waardoor dit kledingstuk krimpt of verkleurt
wasmissers	=	wasmisser
wasmissertje	=	wasmisser
wasmissertjes	=	wasmisser
wasmot	noun	bepaald soort nachtvlinder waarvan de rupsen zich met was voeden, Galleria mellonella
wasmotje	=	wasmot
wasmotjes	=	wasmot
wasmotten	=	wasmot
waspeen	noun	bospeen waarvan het loof is verwijderd
waspeentje	=	waspeen
waspeentjes	=	waspeen
waspenen	=	waspeen
waspit	noun	lucifer
waspitten	=	waspit
wasplaat	noun	een schimmel behorend tot de familie Hygrophoraceae die bekend staat om zijn glanzende, wasachtige hoed en lamellen, vaak in felle kleuren (rood, geel, oranje)
wasplaatje	=	wasplaat
wasplaatjes	=	wasplaat
wasplaats	noun	locatie waar je jezelf met water kan reinigen
wasplaatsen	=	wasplaats
wasplaten	=	wasplaat
waspod	noun	in water oplosbare capsule die voldoende wasmiddel bevat voor één wasbeurt in een wasmachine
waspods	=	waspod
waspoeder	noun	poedervormig wasmiddel voor de hand- of machinewas van kleding
waspoeders	=	waspoeder
waspoedertje	=	waspoeder
waspoedertjes	=	waspoeder
waspompoen	noun	Benincasa hispida een eenjarige, eenhuizige plant uit de komkommerfamilie (Cucurbitaceae).
waspompoenen	=	waspompoen
waspompoentje	=	waspompoen
waspompoentjes	=	waspompoen
wasprogramma	noun	serie van op elkaar afgestelde handelingen die er voor zorgen dat iets met water en zeep wordt schoongemaakt
wasprogramma's	=	wasprogramma
wasprogrammaatje	=	wasprogramma
wasprogrammaatjes	=	wasprogramma
wasrek	noun	rekje waaraan je de was kunt laten drogen
wasrekje	=	wasrek
wasrekjes	=	wasrek
wasrekken	=	wasrek
wasresultaat	noun	de mate waarin het te wassen textiel schoner is geworden
wasresultaatje	=	wasresultaat
wasresultaatjes	=	wasresultaat
wasresultaten	=	wasresultaat
wasrol	noun	cilinder met een bekleding van was waarop men geluidstrillingen kan vastleggen
wasrollen	=	wasrol
wasroos	noun	Anemonia viridis een zeeanemonensoort uit de familie Actiniidae.
wasroosje	=	wasroos
wasroosjes	=	wasroos
wasrozen	=	wasroos
wasruimte	noun	een ruimte waarin men zichzelf kan wassen
wasruimten	=	wasruimte
wasruimtes	=	wasruimte
wassalon	noun	ruimte met wasautomaten waar klanten tegen betaling hun textiel kunnen schoonmaken of laten schoonmaken
wassalons	=	wassalon
wasschen	=	wassen
wasse	=	wassen
wassen	verb	iets met water of een andere vloeistof zuiveren	adj	van was gemaakt
wassenaar	noun	bekend heraldisch symbool en is ook een belangrijk symbool van de islam
wassenaars	=	wassenaar
wassenaartje	=	wassenaar
wassenbeeldenmusea	=	wassenbeeldenmuseum
wassenbeeldenmuseum	noun	museum met uit was gemaakte beelden van bekende persoonlijkheden
wassenbeeldenmuseumpje	=	wassenbeeldenmuseum
wassenbeeldenmuseumpjes	=	wassenbeeldenmuseum
wassenbeeldenmuseums	=	wassenbeeldenmuseum
wassend	adj	van het water(peil) dat het hoger wordt
wassende	=	wassen
wassends	=	wassend
wasser	noun	iemand die wast
wasseretje	=	wasserette
wasseretjes	=	wasserette
wasserette	noun	een plaats waar men kleding en textiel kan (laten) wassen, personeelloze wassalon
wasserettes	=	wasserette
wasserettetje	=	wasserette
wasserettetjes	=	wasserette
wasserij	noun	bedrijf waar men de was kan laten doen
wasserijen	=	wasserij
wasserijtje	=	wasserij
wasserijtjes	=	wasserij
wassers	=	wasser
wassertje	=	wasser
wassertjes	=	wasser
wassing	noun	het wassen
wassingen	=	wassing
wasspeld	noun	klem waarmee men de was aan een waslijn vastmaakt bij het drogen van de was
wasspelden	=	wasspeld
wasstel	noun	bij elkaar horende verzameling voorwerpen met behulp waarvan mensen zich konden wassen in de tijd dat stromend water niet algemeen gangbaar was Het ging vaak om een waskom, een lampetkan, een zeepbakje, maar ook bakjes voor kammen en borstels of een los bidet konden tot een wasstel behoren; het werd vaak gemaakt van keramiek of (geëmailleerd) metaal.
wasstellen	=	wasstel
wasstelletje	=	wasstel
wasstelletjes	=	wasstel
wasster	noun	een vrouw die de was verzorgt
wassters	=	wasster
wasstertje	=	wasster
wasstertjes	=	wasster
wasstraat	noun	Een wasstraat of carwash is een mechanische, meestal computergestuurde, installatie om de buitenzijde van voertuigen, bijvoorbeeld personenwagens, vrachtwagens of treinen te reinigen.
wasstraatje	=	wasstraat
wasstraatjes	=	wasstraat
wasstraten	=	wasstraat
wast	=	wassen
wastafel	noun	een bak waarin men zich of iets wast
wastafelkast	noun	kast waarin een wastafel gemonteerd is
wastafelkasten	=	wastafelkast
wastafelkastje	=	wastafelkast
wastafelkastjes	=	wastafelkast
wastafels	=	wastafel
wastafeltje	=	wastafel
wastafeltjes	=	wastafel
wastandjeszwam	noun	Scopuloides hydnoides een schimmel behorend tot de familie Meruliaceae.
wastandjeszwammen	=	wastandjeszwam
wastandjeszwammetje	=	wastandjeszwam
wastandjeszwammetjes	=	wastandjeszwam
waste	=	wassen
wasteil	noun	bak met water waarmee je jezelf kunt wassen
wasteilen	=	wasteil
wasteiltje	=	wasteil
wasteiltjes	=	wasteil
wasten	=	wassen
wastijd	noun	de tijdsduur die nodig is voor het schoonmaken van weefsel
wastijden	=	wastijd
wastobbe	noun	een grote, ovale ouderwetse teil, van zink of hout, meestal rond, waarin veel water kan worden gedaan en die gebruikt wordt voor het schoonmaken van kleding en ander textiel of om te baden
wastobben	=	wastobbe
wastobbes	=	wastobbe
wastrog	noun	bak waarin men de was kan doen
wastroggen	=	wastrog
wasvat	noun	met water gevulde kom die dient om zich of iets te reinigen
wasvaten	=	wasvat
wasverzachter	noun	vloeistof toegevoegd bij het reinigen van textiel in een wasautomaat waardoor het wasgoed na afloop minder stug aanvoelt
wasverzachters	=	wasverzachter
wasverzachtertje	=	wasverzachter
wasvoorschrift	noun	Instructie hoe men een bepaald stuk textiel kan reinigen.
wasvoorschriften	=	wasvoorschrift
wasvoorschriftje	=	wasvoorschrift
wasvoorschriftjes	=	wasvoorschrift
wasvrouw	noun	vrouw die voor haar beroep de was doet
wasvrouwen	=	wasvrouw
wasvrouwtje	=	wasvrouw
wasvrouwtjes	=	wasvrouw
waswater	noun	water waarin is of wordt gewassen.
waswaters	=	waswater
waswatertje	=	waswater
waswatertjes	=	waswater
waszak	noun	een zak waarin men de vuile was kan doen
waszakje	=	waszak
waszakjes	=	waszak
waszakken	=	waszak
waszij	noun	kustzijde die zo geverfd is dat men de stof kan wassen zonder verlies van de kleur
waszijden	=	waszij
waszijdes	=	waszij
wat	pron	na alles, iets, niets, datgene.
watan	=	wat
watblief	intj	drukt -vaak geveinsde- opperste verbazing uit
water	noun	vloeistof die zelf helder is, zonder geur of smaak, maar waar veel andere stoffen gemakkelijk in opgaan
wateraansluiting	noun	de toevoerleiding van water, vaak naar een huis, aangesloten op een waterleidingnetwerk
wateraansluitingen	=	wateraansluiting
wateraanvoer	noun	toestroom of levering van water voor bepaalde doelen
wateraanvoeren	=	wateraanvoer
wateraardbei	noun	Comarum palustre een vaste plant uit de rozenfamilie (Rosaceae).
wateraardbeien	=	wateraardbei
wateraardbeitje	=	wateraardbei
wateraardbeitjes	=	wateraardbei
waterachtbaan	noun	een achtbaan die eindigt in een splash
waterachtbaantje	=	waterachtbaan
waterachtbaantjes	=	waterachtbaan
waterachtbanen	=	waterachtbaan
waterachtig	adj	gelijkend op water
waterachtige	=	waterachtig
waterachtiger	=	waterachtig
waterachtigere	=	waterachtig
waterachtigers	=	waterachtig
waterachtigs	=	waterachtig
waterachtigst	=	waterachtig
waterachtigste	=	waterachtig
waterader	noun	een ondergrondse waterstroom
wateraders	=	waterader
wateradertje	=	waterader
wateradertjes	=	waterader
waterafdunbaar	adj	betreft verf waarbij water wordt gebruikt als oplosmiddel of verdunningsmiddel in plaats van schadelijke organische oplosmiddelen
waterafdunbaarder	=	waterafdunbaar
waterafdunbaardere	=	waterafdunbaar
waterafdunbaarders	=	waterafdunbaar
waterafdunbaars	=	waterafdunbaar
waterafdunbaarst	=	waterafdunbaar
waterafdunbaarste	=	waterafdunbaar
waterafdunbare	=	waterafdunbaar
waterafstotend	adj	geen aantrekkingskracht vertonend ten opzichte van water
waterafstotende	=	waterafstotend
waterafstotender	=	waterafstotend
waterafstotendere	=	waterafstotend
waterafstotenders	=	waterafstotend
waterafstotends	=	waterafstotend
waterafstotendst	=	waterafstotend
waterafstotendste	=	waterafstotend
waterafvoer	noun	een constructie om water naar een bepaalde plek te geleiden
waterafvoeren	=	waterafvoer
waterafvoertje	=	waterafvoer
waterafvoertjes	=	waterafvoer
wateralarm	noun	alarmtoestel dat in werking treedt als er een lek is ontstaan.
wateralarmen	=	wateralarm
wateralarmpje	=	wateralarm
wateralarmpjes	=	wateralarm
waterappel	noun	bepaald soort struik of boom, Syzygium jambos met een De waterappel groeit aan kleine tot middelgrote bomen die nogal kronkelig zijn.
waterappels	=	waterappel
waterappeltje	=	waterappel
waterappeltjes	=	waterappel
waterarm	adj	weinig water bevattend of ontvangend
waterarme	=	waterarm
waterarmen	=	waterarm
waterarmer	=	waterarm
waterarmere	=	waterarm
waterarmers	=	waterarm
waterarmpje	=	waterarm
waterarms	=	waterarm
waterarmst	=	waterarm
waterarmste	=	waterarm
waterbaan	noun	attractie in een attractiepark die bestaat uit een waterweg met snel stromend water waarin je met een bootje kunt varen
waterbaars	noun	baars die gekookt en zonder saus gegeten wordt.
waterbaarsje	=	waterbaars
waterbaarsjes	=	waterbaars
waterbaarzen	=	waterbaars
waterbad	noun	inrichting om iets beneden 100° C gelijkmatig te verwarmen door het te plaatsen in of boven warm water.
waterbaden	=	waterbad
waterbadje	=	waterbad
waterbadjes	=	waterbad
waterbak	noun	bak waarin water wordt bewaard of opgevangen.
waterbakje	=	waterbak
waterbakjes	=	waterbak
waterbakken	=	waterbak
waterbalans	noun	de balans tussen de opname en afgifte van water
waterbalansen	=	waterbalans
waterbalansje	=	waterbalans
waterbalansjes	=	waterbalans
waterballast	noun	water dat in schepen wordt gebruikt om de diepgang, stabiliteit en sterkte van het schip te verbeteren wanneer het schip niet (volledig) geladen is
waterballet	noun	het in of op het water uitgevoerd ballet
waterballetje	=	waterballet
waterballetjes	=	waterballet
waterballetten	=	waterballet
waterballon	noun	een kleine, dunne latex ballon (meestal ca. 5 inch of 12 cm) die speciaal is ontworpen om met water te vullen voor spelletjes en gevechten
waterballonnen	=	waterballon
waterballonnetje	=	waterballon
waterballonnetjes	=	waterballon
waterballons	=	waterballon
waterbanen	=	waterbaan
waterbasis	noun	product waarin water het oplosmiddel is
waterbassin	noun	bak waarin men water opslaat
waterbassinnetje	=	waterbassin
waterbassinnetjes	=	waterbassin
waterbassins	=	waterbassin
waterbassintje	=	waterbassin
waterbassintjes	=	waterbassin
waterbed	noun	een bed waarvan het matras gevuld is met water
waterbedden	=	waterbed
waterbedeffect	noun	een ongewenste toestand die op een bepaalde plaats tegengegaan wordt, maar elders opnieuw opduikt
waterbedeffecten	=	waterbedeffect
waterbedeffectje	=	waterbedeffect
waterbedeffectjes	=	waterbedeffect
waterbedje	=	waterbed
waterbedjes	=	waterbed
waterbedrijf	noun	organisatie die water distribueert door een leidingnet
waterbedrijfje	=	waterbedrijf
waterbedrijfjes	=	waterbedrijf
waterbedrijven	=	waterbedrijf
waterbehandeling	noun	proces waarbij water wordt gezuiverd en verbeterd door het verwijderen van verontreinigingen, ziekteverwekkers en mineralen (zoals kalk).
waterbehandelingen	=	waterbehandeling
waterbehandelingetje	=	waterbehandeling
waterbehandelingetjes	=	waterbehandeling
waterbeheer	noun	beheer van alles wat met water te maken heeft, zoals waterbeheersing en watervoorziening
waterbeheersing	noun	regeling van het tekort of teveel aan water in een gebied
waterbeheersingen	=	waterbeheersing
waterbekken	noun	met water gevuld bekken
waterbekkens	=	waterbekken
waterbekkentje	=	waterbekken
waterbekkentjes	=	waterbekken
waterbel	noun	een bolvormige afgesloten ruimte die gevuld is met water
waterbellen	=	waterbel
waterberging	noun	het (tijdelijk) opslaan van (overtollig) water
waterbergingen	=	waterberging
waterberginkje	=	waterberging
waterberginkjes	=	waterberging
waterbes	noun	soort bosbes
waterbesje	=	waterbes
waterbesjes	=	waterbes
waterbesparend	adj	van een een product, techniek of gedrag dat het het verbruik van water aanzienlijk vermindert
waterbesparende	=	waterbesparend
waterbesparender	=	waterbesparend
waterbesparendere	=	waterbesparend
waterbesparenders	=	waterbesparend
waterbesparends	=	waterbesparend
waterbesparendst	=	waterbesparend
waterbesparendste	=	waterbesparend
waterbessen	=	waterbes
waterbestendig	adv	bestand tegen het contact met water, kleur / vorm verandert niet door nat worden
waterbestendige	=	waterbestendig
waterbestendiger	=	waterbestendig
waterbestendigere	=	waterbestendig
waterbestendigers	=	waterbestendig
waterbestendigheid	noun	het goed tegen water kunnen; het niet door water beschadigd raken
waterbestendigs	=	waterbestendig
waterbestendigst	=	waterbestendig
waterbestendigste	=	waterbestendig
waterbevoorrading	noun	het geheel van activiteiten en infrastructuren die ervoor zorgen dat water beschikbaar wordt gesteld voor menselijk gebruik, zoals drinkwater voor huishoudens, water voor de industrie of irrigatie voor de landbouw.
waterbevoorradingen	=	waterbevoorrading
waterbevoorradinkje	=	waterbevoorrading
waterbevoorradinkjes	=	waterbevoorrading
waterbeweging	noun	de natuurlijke of kunstmatige verplaatsing van water.
waterbewegingen	=	waterbeweging
waterbeweginkje	=	waterbeweging
waterbeweginkjes	=	waterbeweging
waterbewoner	noun	wezen, dier dat het water bewoont.
waterbewoners	=	waterbewoner
waterbezwaar	noun	water dat door diverse oorzaken de polder instroomt, en door spuien of bemaling verwijderd moet worden
waterbies	noun	een geslacht Eleocharis uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
waterbiesje	=	waterbies
waterbiesjes	=	waterbies
waterbiesmineermot	noun	Elachista eleochariella een nachtvlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
waterbiesmineermotje	=	waterbiesmineermot
waterbiesmineermotjes	=	waterbiesmineermot
waterbiesmineermotten	=	waterbiesmineermot
waterbiesstromakelkje	noun	Rutstroemia plana een paddenstoel uit de familie Rutstroemiaceae.
waterbiesstromakelkjes	=	waterbiesstromakelkje
waterbiezen	=	waterbies
waterbiologen	=	waterbioloog
waterbioloog	noun	bioloog die waterdieren en -planten bestudeert
waterbioloogje	=	waterbioloog
waterbioloogjes	=	waterbioloog
waterblaas	noun	een van de vruchtvliezen van o.a. het zoogdierembryo.
waterblaasje	=	waterblaas
waterblaasjes	=	waterblaas
waterblauw	noun	tint blauw met RAL-nummer 5021 ( ).	adj	in een tint blauw met RAL-nummer 5021 ( ).
waterblauwe	=	waterblauw
waterblauws	=	waterblauw
waterblazen	=	waterblaas
waterbloem	noun	in of dicht bij het water groeiende bloem.
waterbloemen	=	waterbloem
waterbloempje	=	waterbloem
waterbloempjes	=	waterbloem
waterboarding	noun	een omstreden en wrede ondervraagtechniek die wordt beschouwd als marteling.
waterbodem	noun	bodem van een waterweg.
waterbodempje	=	waterbodem
waterbodempjes	=	waterbodem
waterbodems	=	waterbodem
waterbok	noun	Kobus ellipsiprymnus een soort antilope die leeft in waterrijke gebieden in Afrika ten zuiden van de Sahara.
waterbokje	=	waterbok
waterbokjes	=	waterbok
waterbokken	=	waterbok
waterbouw	noun	het ontwerpen, bouwen en onderhouden van waterstaatkundige bouwwerken
waterbouwkunde	noun	wetenschap die zich richt op ontwerp en beheer van waterbouwkundige werken
waterbouwkundig	adj	betrekking hebbend op de waterbouwkunde
waterbouwkundige	=	waterbouwkundig
waterbouwkundiger	=	waterbouwkundig
waterbouwkundigere	=	waterbouwkundig
waterbouwkundigers	=	waterbouwkundig
waterbouwkundigs	=	waterbouwkundig
waterbouwkundigst	=	waterbouwkundig
waterbouwkundigste	=	waterbouwkundig
waterbouwwerk	noun	door mens gemaakte constructies die als doel hebben de loop van het water te beheersen
waterbouwwerken	=	waterbouwwerk
waterbouwwerkje	=	waterbouwwerk
waterbouwwerkjes	=	waterbouwwerk
waterbroden	=	waterbrood
waterbron	noun	Een bron of wel is een plaats waar water uit de grond komt.
waterbronnen	=	waterbron
waterbronnetje	=	waterbron
waterbronnetjes	=	waterbron
waterbrood	noun	brood gemaakt van met deeg gemaakt met water in plaats van melk
waterbuffel	noun	Bubalus arnee bubalis, een tot de runderen behorend trekdier dat veel gebruikt wordt op rijstvelden
waterbuffels	=	waterbuffel
waterbuffeltje	=	waterbuffel
waterbuffeltjes	=	waterbuffel
waterbuik	noun	buik ontstaan door waterzucht (oedeem)
waterbuiken	=	waterbuik
waterbuikje	=	waterbuik
waterbuikjes	=	waterbuik
waterburcht	noun	kasteel op een eiland of tussen grachten, waardoor het nog beter verdedigbaar is
waterburchten	=	waterburcht
watercacao	noun	Pachira aquatica een tot 20 m hoge boom met een gladde, grijsbruine bast en meestal een kleine kroon.
watercacao's	=	watercacao
watercarrousel	noun	een draaimolen in het water
watercarrouselletje	=	watercarrousel
watercarrouselletjes	=	watercarrousel
watercarrousels	=	watercarrousel
watercentrale	noun	centrale waarin de generator door waterkracht wordt aangedreven, waterkrachtcentrale
watercentrales	=	watercentrale
watercipres	noun	Metasequoia glyptostroboides een bladverliezende naaldboom die tegenwoordig meestal ingedeeld wordt in de cipresfamilie (Cupressaceae).
watercipresje	=	watercipres
watercipresjes	=	watercipres
watercipressen	=	watercipres
watercirculatie	noun	het rondlopen van water in een stelsel van buizen / vaten
watercirculaties	=	watercirculatie
watercivetkat	noun	Genetta piscivora roofdier uit de familie van de civetkatachtigen (Viverridae).
watercivetkatje	=	watercivetkat
watercivetkatjes	=	watercivetkat
watercivetkatten	=	watercivetkat
watercloset	noun	een toiletpot met waterspoeling
waterclosetje	=	watercloset
waterclosetjes	=	watercloset
waterclosets	=	watercloset
watercrassula	noun	Crassula helmsii een 5-25 cm hoge, vaste plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae).
watercrassula's	=	watercrassula
watercrematie	noun	liijkbezorg waarbij men een stoffelijk overschot oplost in water met behulp van kaliumhydroxide
watercrematies	=	watercrematie
watercrematoria	=	watercrematorium
watercrematorium	noun	uitvaartcentrum waar de mogelijkheid voor een resomatie met behulp van kaliumhydroxide mogelijk is
watercrematoriums	=	watercrematorium
watercremeer	=	watercremeren
watercremeerde	=	watercremeren
watercremeerden	=	watercremeren
watercremeert	=	watercremeren
watercremere	=	watercremeren
watercremeren	verb	manier van lijkbezorging waarbij men het stoffelijk overschot van de overledenen oplost in water met behulp van kaliumhydroxide
watercremerend	=	watercremeren
watercremerende	=	watercremeren
waterdaas	noun	insect uit de familie Athericidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
waterdaasje	=	waterdaas
waterdaasjes	=	waterdaas
waterdamp	noun	water in gasvorm
waterdampen	=	waterdamp
waterdazen	noun	Athericidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
waterde	=	wateren
waterden	=	wateren
waterdicht	adj	ondoordringbaar voor water
waterdichte	=	waterdicht
waterdichter	=	waterdicht
waterdichtere	=	waterdicht
waterdichters	=	waterdicht
waterdichtheden	=	waterdichtheid
waterdichtheid	noun	de mate waarin een materiaal of product water tegenhoudt
waterdichts	=	waterdicht
waterdichtst	=	waterdicht
waterdichtste	=	waterdicht
waterdiepte	noun	de afstand tussen waterspiegel en bodem van oppervlaktewater
waterdiepten	=	waterdiepte
waterdieptes	=	waterdiepte
waterdier	noun	dier dat in het water leeft
waterdieren	=	waterdier
waterdiertje	=	waterdier
waterdiertjes	=	waterdier
waterdoorlatend	adj	van iets dat water het kan passeren
waterdoorlatende	=	waterdoorlatend
waterdoorlatender	=	waterdoorlatend
waterdoorlatendere	=	waterdoorlatend
waterdoorlatenders	=	waterdoorlatend
waterdoorlatendheden	=	waterdoorlatendheid
waterdoorlatendheid	noun	de mate waarin iets water kan doorlaten
waterdoorlatends	=	waterdoorlatend
waterdoorlatendst	=	waterdoorlatend
waterdoorlatendste	=	waterdoorlatend
waterdoosschildpad	noun	Terrapene coahuila een schildpad uit de familie moerasschildpadden (Emydidae).
waterdoosschildpadden	=	waterdoosschildpad
waterdoosschildpadje	=	waterdoosschildpad
waterdoosschildpadjes	=	waterdoosschildpad
waterdraakje	noun	Stylaria lacustris een ringworm uit de familie Naididae.
waterdraakjes	=	waterdraakje
waterdrager	noun	knecht in een wielerploeg die tijdens de rit de bevoorrading verzorgt.
waterdragers	=	waterdrager
waterdragertje	=	waterdrager
waterdrieblad	noun	bepaald soort plant, Menyanthes trifoliata uit de watergentiaanfamilie (Menyanthaceae)
waterdrogadders	noun	een familie Homalopsidae van slangen
waterdroppel	noun	druppel water, een kleine hoeveelheid water die bolvormig is wanneer hij ergens ligt / vrij valt en die bolvormig met een staart is (druppelvormig) op het moment van loslaten
waterdroppels	=	waterdroppel
waterdroppeltje	=	waterdroppel
waterdroppeltjes	=	waterdroppel
waterdruk	noun	druk die water uitoefent of waaronder water staat.
waterdrukken	=	waterdruk
waterdrup	noun	druppel water, een kleine hoeveelheid water die bolvormig is wanneer hij ergens ligt / vrij valt en die bolvormig met een staart is (druppelvormig) op het moment van loslaten
waterdruppel	noun	kleine hoeveelheid water die bolvormig is wanneer hij ergens ligt of vrij valt en die bolvormig met een staart is (druppelvormig) op het moment van loslaten
waterdruppels	=	waterdruppel
waterdruppeltje	=	waterdruppel
waterdruppeltjes	=	waterdruppel
waterduivel	noun	kwaadwillig mythisch wezen dat zich zou ophouden in rivieren en/of drassige gebieden, waar het mensen lastigvalt
waterduivelen	=	waterduivel
waterduivels	=	waterduivel
waterduiveltje	=	waterduivel
waterduiveltjes	=	waterduivel
waterdwerghert	noun	Hyemoschus aquaticus een evenhoevige uit de familie van de dwergherten (Tragulidae), het is de enige soort uit het geslacht Hyemoschus.
waterdwergherten	=	waterdwerghert
waterdwerghertje	=	waterdwerghert
waterdwerghertjes	=	waterdwerghert
watere	=	wateren
waterecht	adv	bestand tegen het contact met water, kleur / vorm verandert niet door nat worden.
waterechte	=	waterecht
waterechter	=	waterecht
waterechtere	=	waterecht
waterechters	=	waterecht
waterechts	=	waterecht
waterechtst	=	waterecht
waterechtste	=	waterecht
wateremmer	noun	bak met een hengsel voor het bewaren en verplaatsen van water
wateremmers	=	wateremmer
wateremmertje	=	wateremmer
wateremmertjes	=	wateremmer
wateren	verb	urine uitscheiden
waterend	=	wateren
waterende	=	wateren
waterenergie	noun	energie die wordt ontleend aan water, hetzij door gebruik te maken van een hoogteverschil hetzij door gebruik te maken van de stroomsnelheid van water
waterenergiecentrale	noun	een elektriciteitscentrale die zijn energie haalt uit waterenergie
waterenergiecentrales	=	waterenergiecentrale
waterenergiecentraletje	=	waterenergiecentrale
waterenergiecentraletjes	=	waterenergiecentrale
watererebia	noun	Erebia pronoe een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders
watererebia's	=	watererebia
watererebiaatje	=	watererebia
watererebiaatjes	=	watererebia
waterfabriek	noun	fabriek die water maakt, bijvoorbeeld drinkwater uit brak water
waterfabrieken	=	waterfabriek
waterfacturen	=	waterfactuur
waterfactuur	noun	een overzicht van het verbruikte water en hoeveel dat kost
waterfactuurtje	=	waterfactuur
waterfactuurtjes	=	waterfactuur
waterfazant	noun	Hydrophasianus chirurgus een vogel uit de familie jacana's (Jacanidae)
waterfazanten	=	waterfazant
waterfazantje	=	waterfazant
waterfazantjes	=	waterfazant
waterfiets	noun	een vaartuig met een aandrijving zoals op fietsen waarmee men zich over het water kan voortbewegen door middel van het trappen op pedalen
waterfietse	=	waterfietsen
waterfietsen	verb	zich op een waterfiets voortbewegen
waterfietsend	=	waterfietsen
waterfietsende	=	waterfietsen
waterfietsje	=	waterfiets
waterfietsjes	=	waterfiets
waterfietst	=	waterfietsen
waterfietste	=	waterfietsen
waterfietsten	=	waterfietsen
waterfilter	noun	filter om water te zuiveren.
waterfiltering	noun	het zuiveren van water door het door een filter te laten passeren
waterfilters	=	waterfilter
waterfiltertje	=	waterfilter
waterfiltertjes	=	waterfilter
waterfiskaal	noun	Laniarius ferrugineus een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
waterfiskaaltje	=	waterfiskaal
waterfiskaaltjes	=	waterfiskaal
waterfiskalen	=	waterfiskaal
waterfitter	noun	loodgieter die waterleidingen aanlegt en herstelt.
waterfitters	=	waterfitter
waterfittertje	=	waterfitter
waterfittertjes	=	waterfitter
waterfles	noun	cilindervormig vat met een nauwe opening, om water in te doen
waterflesje	=	waterfles
waterflesjes	=	waterfles
waterflessen	=	waterfles
waterfront	noun	aanblik die een stad enz. vanaf het water biedt
waterfronten	=	waterfront
watergaasvlieg	noun	Osmylus fulvicephalus een insectensoort uit de familie van de watergaasvliegen (Osmylidae), orde netvleugeligen (Neuroptera)
watergaasvliegen	noun	Osmylidae een familie van gevleugelde insecten uit de orde van de netvleugeligen (Neuroptera).
watergaasvliegje	=	watergaasvlieg
watergaasvliegjes	=	watergaasvlieg
watergang	noun	natuurlijk of kunstmatig kanaal waarlangs water vervoerd kan worden
watergangen	=	watergang
watergangetje	=	watergang
watergangetjes	=	watergang
watergas	noun	brandbaar gas van koolmonoxide en waterstof, dat wordt bereid door oververhitte stoom over gloeiende cokes in ovens te leiden.
watergassen	=	watergas
watergebied	noun	gebied met veel water.
watergebieden	=	watergebied
watergebiedje	=	watergebied
watergebiedjes	=	watergebied
watergebrek	noun	het minder water hebben dan nodig is
watergebruik	noun	de hoeveelheid water die men ergens voor nodig heeft
watergeest	noun	geest die in of bij het water woont.
watergeesten	=	watergeest
watergeestje	=	watergeest
watergeestjes	=	watergeest
watergeil	noun	oude volksnaam voor spurrie (Spergula arvensis) net als: miere, sparre, strikkel en watergal
watergekoeld	adj	met waterkoeling
watergekoelde	=	watergekoeld
watergekoelds	=	watergekoeld
watergel	noun	gel gemaakt met polymeren die zeer veel water kunnen vasthouden in hun netwerk
watergeld	noun	geld dat men heft voor de waterschappen
watergels	=	watergel
watergentiaan	noun	Nymphoides peltata een plant uit de watergentiaanfamilie (Menyanthaceae).
watergentiaanfamilie	noun	een familie Menyanthaceae van tweezaadlobbige planten.
watergentiaanfamilies	=	watergentiaanfamilie
watergentiaanfamilietje	=	watergentiaanfamilie
watergentiaanfamilietjes	=	watergentiaanfamilie
watergentiaantje	=	watergentiaan
watergentiaantjes	=	watergentiaan
watergentianen	=	watergentiaan
watergetrappeld	=	watertrappelen
watergetrapt	verb|obsolete	watergetrapt # voltooid deelwoord van watertrappen, voor gewatertrapt
watergeus	noun	opstandeling in de tijd van de tachtige-jarige oorlog, gevlucht en van een kapersbrief voorzien gerechtigd om voor de Republiek als kaper tegen de Spanjaarden te vechten
watergeusje	=	watergeus
watergeusjes	=	watergeus
watergeuzen	=	watergeus
watergezwel	noun	met lichaamsvocht gevuld gezwel.
watergezwellen	=	watergezwel
watergezwelletje	=	watergezwel
watergezwelletjes	=	watergezwel
waterglaasje	=	waterglas
waterglaasjes	=	waterglas
waterglad	adj	snel en vloeiend bewegend
watergladde	=	waterglad
watergladder	=	waterglad
watergladdere	=	waterglad
watergladders	=	waterglad
watergladheid	noun	het verschijnsel waarbij een dunne waterfilm ontstaat tussen de band van een rijdend voertuig en het wegdek, waardoor dit voertuig (tijdelijk) onbestuurbaar wordt
waterglads	=	waterglad
watergladst	=	waterglad
watergladste	=	waterglad
waterglas	noun	een drinkglas voor water
waterglazen	=	waterglas
waterglijbaan	noun	een speeltoestel waarover men met water naar beneden glijdt, meestal te vinden in zwembaden en pretparken
waterglijbanen	=	waterglijbaan
watergod	noun	god van het water, god van de zee.
watergoden	=	watergod
watergodin	noun	nereïde, waternimf.
watergodinnen	=	watergodin
watergodinnetje	=	watergodin
watergodinnetjes	=	watergodin
watergolf	noun	een golf aan het wateroppervlak
watergolfde	=	watergolven
watergolfden	=	watergolven
watergolfje	=	watergolf
watergolfjes	=	watergolf
watergolft	=	watergolven
watergolve	=	watergolven
watergolven	verb	een golf aanbrengen in (het haar)
watergolvend	=	watergolven
watergolvende	=	watergolven
watergordijn	noun	verticaal vlak gevormd door vallend of opspuitend water
watergordijnen	=	watergordijn
watergraaf	noun	dijkgraaf
watergras	noun	Catabrosa aquatica een overblijvend kruid die behoort tot de grassenfamilie.
watergrasje	=	watergras
watergrasjes	=	watergras
watergrassen	=	watergras
watergraven	=	watergraaf
watergriel	noun	Burhinus vermiculatus een vogel uit de familie van grielen (Burhinidae).
watergrielen	=	watergriel
watergrieltje	=	watergriel
watergrieltjes	=	watergriel
watergroenhart	noun	bepaalde neotropische boomsoort, Acosmium nitens die ook in Suriname voorkomt
watergruwel	noun	nagerecht van gort, rozijnen of krenten en bessensap.
watergruwelen	=	watergruwel
waterhaan	noun	Gallicrex cinerea een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
waterhaantje	=	waterhaan
waterhaantjes	=	waterhaan
waterhaas	noun	Dasyproctidae een familie van Zuid-Amerikaanse knaagdieren
waterhalfrond	noun	het halfrond van het aardoppervlak met de grootste oppervlakte water, namelijk een groot deel van de Stille Oceaan, de Indische Oceaan en de Zuidelijke Oceanen
waterhalfronden	=	waterhalfrond
waterhalfrondje	=	waterhalfrond
waterhalfrondjes	=	waterhalfrond
waterhanen	=	waterhaan
waterhapper	noun	aangelegde plek waar leidingwater omhoog spuit en weer wordt opgevangen in een afvoerbak, op zodanige hoogte dat voorbijgangers door voorover te buigen slokjes van het opspuitende water kunnen nemen
waterhappers	=	waterhapper
waterhappertje	=	waterhapper
waterhappertjes	=	waterhapper
waterhazen	=	waterhaas
waterhennep	noun	bepaald soort plant, Eupatorium perfoliatum uit de composietenfamilie (Asteraceae)
waterhoen	noun	benaming voor watervogels uit het geslacht Gallinula uit de familie van rallen (Rallidae)
waterhoenderen	=	waterhoen
waterhoenders	noun	een geslacht Amaurornis van vogels uit de familie rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
waterhoendertje	=	waterhoen
waterhoendertjes	=	waterhoen
waterhoenen	=	waterhoen
waterhoentje	=	waterhoen
waterhoentjes	=	waterhoen
waterhol	noun	een halfronde groef aangebracht aan de onderzijde van uitstekende delen van een gevel bedoeld om regenwater druppelsgewijs af te voeren
waterholen	=	waterhol
waterhollen	=	waterhol
waterholletje	=	waterhol
waterholletjes	=	waterhol
waterhoofd	noun	een aandoening waarbij in de hersenventrikels te veel hersenvocht aanwezig is
waterhoofden	=	waterhoofd
waterhoofdje	=	waterhoofd
waterhoofdjes	=	waterhoofd
waterhoogte	noun	waterstand
waterhoogten	=	waterhoogte
waterhoogtes	=	waterhoogte
waterhoos	noun	een verzameling van water
waterhoosje	=	waterhoos
waterhoosjes	=	waterhoos
waterhoudend	adj	met water; met water verbonden; water bevattend
waterhoudende	=	waterhoudend
waterhoudender	=	waterhoudend
waterhoudendere	=	waterhoudend
waterhoudenders	=	waterhoudend
waterhoudends	=	waterhoudend
waterhoudendst	=	waterhoudend
waterhoudendste	=	waterhoudend
waterhousebladneusvleermuis	noun	Macrotus waterhousii De waterhousebladneusvleermuis (Macrotus waterhousii) is een zoogdier uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
waterhousebladneusvleermuisje	=	waterhousebladneusvleermuis
waterhousebladneusvleermuisjes	=	waterhousebladneusvleermuis
waterhousebladneusvleermuizen	=	waterhousebladneusvleermuis
waterhout	noun	Trichanthera gigantea een Neotropische boom.
waterhouten	=	waterhout
waterhoutje	=	waterhout
waterhoutjes	=	waterhout
waterhozen	=	waterhoos
waterhuishouding	noun	transport en gebruik van water in het plantenrijk
waterhuishoudingen	=	waterhuishouding
waterhuishoudinkje	=	waterhuishouding
waterhuishoudinkjes	=	waterhuishouding
waterhyacint	noun	bepaald soort waterplant, Eichhornia crassipes uit de pontederiafamilie (Pontederiaceae), afkomstig uit Zuid-Amerika
waterhyacinten	=	waterhyacint
waterhyacintje	=	waterhyacint
waterhyacintjes	=	waterhyacint
waterig	adj	met water als oplosmiddel
waterige	=	waterig
wateriger	=	waterig
waterigere	=	waterig
waterigers	=	waterig
waterigheden	=	waterigheid
waterigheid	noun	de mate waar in iets lijkt op water
waterigs	=	waterig
waterigst	=	waterig
waterigste	=	waterig
waterijs	noun	ijs gemaakt op basis van water / vruchtensap / stroop, niet op basis van melk / room
waterijsje	=	waterijs
waterijsjes	=	waterijs
waterijsvogel	noun	op en bij het water levende ijsvogel.
waterijsvogels	noun	een van de drie onderfamilies Cerylinae van ijsvogels (Alcedinidae).
waterijsvogeltje	=	waterijsvogel
waterijsvogeltjes	=	waterijsvogel
watering	noun	wetering
wateringen	=	watering
wateringetje	=	watering
wateringetjes	=	watering
waterinhoud	noun	de hoeveelheid water die in een reservoir zit
waterinhouden	=	waterinhoud
waterinkje	=	watering
waterinlaat	noun	toegang bestemd om water in een pomp of andere constructie te laten stromen
waterinlaten	=	waterinlaat
waterinsijpeling	noun	het druppelsgewijs binnendringen van water
waterinsijpelingen	=	waterinsijpeling
waterintoxicatie	noun	Waterintoxicatie, watervergiftiging of hyponatraemia ontstaat wanneer een teveel aan water en te weinig elektrolyten worden ingenomen.
waterintoxicaties	=	waterintoxicatie
waterjuffer	noun	Coenagrionidae een dier dat behoort tot een van honderden soorten van de Coenagrionidae
waterjuffers	noun	Coenagrionidae de soortenrijkste familie van de juffers (Zygoptera), een van de twee onderordes van de libellen (Odonata).
waterjuffertje	=	waterjuffer
waterjuffertjes	=	waterjuffer
waterkaardefamilie	noun	een wereldwijd voorkomende familie Hydrocharitaceae van merendeels kruidachtige, overblijvende, ondergedoken of drijvende waterplanten
waterkaardefamilies	=	waterkaardefamilie
waterkaardefamilietje	=	waterkaardefamilie
waterkaardefamilietjes	=	waterkaardefamilie
waterkaart	noun	geografische kaart van de wateren in een bepaald gebied.
waterkaarten	=	waterkaart
waterkan	noun	een kan waar men water mee kan inschenken in iets anders zoals glazen, bekers of koppen
waterkannen	=	waterkan
waterkanon	noun	apparaat dat een zeer sterke straal water kan produceren.
waterkanonnen	=	waterkanon
waterkanonnetje	=	waterkanon
waterkanonnetjes	=	waterkanon
waterkans	noun	uiterst kleine kans.
waterkansen	=	waterkans
waterkansje	=	waterkans
waterkansjes	=	waterkans
waterkant	noun	daar waar land ophoudt en een water, zoals beek, rivier, meer of kanaal begint
waterkanten	=	waterkant
waterkaraf	noun	tafelfles met wijde buik en smalle hals voor het schenken van drinkwater
waterkaraffen	=	waterkaraf
waterkastanje	noun	eenjarige waterplant, Trapa natans met eetbare knollen
waterkastanjes	=	waterkastanje
waterkasteel	noun	een kasteel dat omgeven is door een brede gracht of gebouwd is in een meer of ander water
waterkasteeltje	=	waterkasteel
waterkasteeltjes	=	waterkasteel
waterkastelen	=	waterkasteel
waterkeering	=	waterkering
waterkelder	noun	ruimte onder de grond of onder een gebouw die bestemd is voor het opslaan van water
waterkelders	=	waterkelder
waterkerend	adj	van een constructie of materiaal (zoals een dijk, folie, kit of muur) dat het voorkomt dat water doordringt in gebouwen of constructiedelen
waterkerende	=	waterkerend
waterkerender	=	waterkerend
waterkerendere	=	waterkerend
waterkerenders	=	waterkerend
waterkerends	=	waterkerend
waterkerendst	=	waterkerend
waterkerendste	=	waterkerend
waterkering	noun	een natuurlijke of kunstmatige massieve blokkade van binnen- of buitenwater (zee, meer, plas, rivier, kanaal enz.) die bescherming biedt tegen overstromingen, en op verschillende manieren wordt toegepast in de waterstaatkundige voorzieningen (waterbeheersing, landaanwinning, weg- en waterbouw enz.)
waterkeringen	=	waterkering
waterkerinkje	=	waterkering
waterkerinkjes	=	waterkering
waterkers	noun	benaming voor planten uit het geslacht Rorippa, eetbare kruidachtige planten
waterkersen	=	waterkers
waterkershaantje	noun	Phaedon cochleariae een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
waterkershaantjes	=	waterkershaantje
waterkersje	=	waterkers
waterkersjes	=	waterkers
waterketel	noun	ketel waarin men water kan warmen of koken.
waterketels	=	waterketel
waterketeltje	=	waterketel
waterketeltjes	=	waterketel
waterketenheffing	noun	een belasting die tot doel heeft de kosten voor de gehele waterketen – van drinkwater tot riolering en afvalwaterzuivering – te dekken en voor burgers inzichtelijker te maken.
waterketenheffingen	=	waterketenheffing
waterketenheffinkje	=	waterketenheffing
waterketenheffinkjes	=	waterketenheffing
waterkever	noun	Hydrophilidae elk van de in het water levende kevers van de geslachten Hydrous en Hydrophilus
waterkevers	=	waterkever
waterkevertje	=	waterkever
waterkevertjes	=	waterkever
waterkip	noun	vlees van een kip dat door injectie van water zwaarder is gemaakt
waterkipje	=	waterkip
waterkipjes	=	waterkip
waterkippen	=	waterkip
waterkippetje	=	waterkip
waterkippetjes	=	waterkip
waterklerk	noun	iemand die belast is met het in- en uitklaren van schepen.
waterklerken	=	waterklerk
waterkoeler	noun	een elektrisch apparaat dat gekoeld drinkwater kan verstrekken, veelal aanwezig op kantoren
waterkoelers	=	waterkoeler
waterkoelertje	=	waterkoeler
waterkoelertjes	=	waterkoeler
waterkoeling	noun	koeltechniek die gebruikt maakt van water als koelvloeistof.
waterkoelingen	=	waterkoeling
waterkoker	noun	een elektrisch apparaat waarin men water kan verhitten
waterkokers	=	waterkoker
waterkokertje	=	waterkoker
waterkokertjes	=	waterkoker
waterkolom	noun	kolom water in maatbepalingen van druk.
waterkolommen	=	waterkolom
waterkolommetje	=	waterkolom
waterkolommetjes	=	waterkolom
waterkom	noun	plaats waar men water kan opslaan
waterkommen	=	waterkom
waterkommetje	=	waterkom
waterkommetjes	=	waterkom
waterkonijn	noun|humorous	muskusrat
waterkonijnen	=	waterkonijn
waterkonijntje	=	waterkonijn
waterkonijntjes	=	waterkonijn
waterkoud	adj	vochtig en koud
waterkoude	=	waterkoud
waterkouder	=	waterkoud
waterkoudere	=	waterkoud
waterkouders	=	waterkoud
waterkouds	=	waterkoud
waterkoudst	=	waterkoud
waterkoudste	=	waterkoud
waterkraan	noun	kraan waarmee men water kan tappen, of de waterleiding kan afsluiten.
waterkraantje	=	waterkraan
waterkraantjes	=	waterkraan
waterkracht	noun	arbeidsvermogen dat door stromend of vallend water wordt ontwikkeld, hetzij door gebruik te maken van een hoogteverschil hetzij door gebruik te maken van de stroomsnelheid van water.
waterkrachtcentrale	noun	elektriciteitscentrale die door waterkracht wordt aangedreven
waterkrachtcentrales	=	waterkrachtcentrale
waterkrachten	=	waterkracht
waterkrachtpotentieel	noun	de mogelijkheid om door dalend water bruikbare energie op te wekken
waterkrachtpotentiëlen	=	waterkrachtpotentieel
waterkranen	=	waterkraan
waterkringloop	noun	het proces van verdamping, condensatie, neerslag en terugstroom van water vanuit oppervlaktewater zoals b.v. de zeeën
waterkringlopen	=	waterkringloop
waterkruik	noun	een kruik om water in te bewaren
waterkruiken	=	waterkruik
waterkruikje	=	waterkruik
waterkruikjes	=	waterkruik
waterkruiper	noun	kever uit de familie Hydraenidae uit de superfamilie Staphylinoidea
waterkruipers	noun	Hydraenidae een familie van kevers uit de superfamilie Staphylinoidea
waterkruipertje	=	waterkruiper
waterkruipertjes	=	waterkruiper
waterkruiskruid	noun	Jacobaea aquatica (voorheen Senecio aquaticus) een een- of tweejarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
waterkruiskruiden	=	waterkruiskruid
waterkuren	=	waterkuur
waterkussen	noun	laag water tussen laagveen en modderveen.
waterkussens	=	waterkussen
waterkussentje	=	waterkussen
waterkussentjes	=	waterkussen
waterkuur	noun	geneeswijze met gebruik van water.
waterkuurtje	=	waterkuur
waterkuurtjes	=	waterkuur
waterkwaliteit	noun	de samenstelling van het oppervlaktewater en grondwater
waterkwaliteiten	=	waterkwaliteit
waterkwast	noun	kwast waarmee water ergens op kan aanbrengen
waterkwasten	=	waterkwast
waterkwastje	=	waterkwast
waterkwastjes	=	waterkwast
waterlaars	noun	een waterdichte laars die tot aan de lies rijkt
waterlaarzen	=	waterlaars
waterland	noun	waterachtig land.
waterlanden	=	waterland
waterlander	noun	bewoner van drassig, waterig land
waterlanders	=	waterlander
waterlandertje	=	waterlander
waterlandertjes	=	waterlander
waterlandje	=	waterland
waterlandjes	=	waterland
waterleiding	noun	een leidingnetwerk om drinkwater vanuit een waterreservoir naar de verbruiker te vervoeren
waterleidingbedrijf	noun	een bedrijf voor de productie en distributie van drinkwater en industriewater binnen zijn afzetgebied
waterleidingbedrijfje	=	waterleidingbedrijf
waterleidingbedrijfjes	=	waterleidingbedrijf
waterleidingbedrijven	=	waterleidingbedrijf
waterleidingen	=	waterleiding
waterleidingmaatschappij	noun	waterleidingbedrijf
waterleidingmaatschappijen	=	waterleidingmaatschappij
waterleidingmeter	noun	apparaat dat metingen verricht aan het water dat door een waterleiding stroomt
waterleidingmeters	=	waterleidingmeter
waterleidingnetwerk	noun	het netwerk dat is aangelegd om (drink)water te transporteren
waterleidingnetwerken	=	waterleidingnetwerk
waterleidingnetwerkje	=	waterleidingnetwerk
waterleidingnetwerkjes	=	waterleidingnetwerk
waterleidingsbedrijf	noun	een bedrijf voor de productie en distributie van drinkwater en industriewater binnen zijn afzetgebied
waterleidingsbedrijfje	=	waterleidingsbedrijf
waterleidingsbedrijfjes	=	waterleidingsbedrijf
waterleidingsbedrijven	=	waterleidingsbedrijf
waterleidingsysteem	noun	een systeem of geheel van systemen voor de drinkwatervoorziening
waterleidingsysteempje	=	waterleidingsysteem
waterleidingsysteempjes	=	waterleidingsysteem
waterleidingsystemen	=	waterleidingsysteem
waterleidinkje	=	waterleiding
waterleidinkjes	=	waterleiding
waterlek	noun	de plaats waar water lekt uit een leiding of ergens anders uit dat eigenlijk waterdicht had moeten zijn
waterlekken	=	waterlek
waterlelie	noun	een geslacht Nymphaea van waterplanten uit de waterleliefamilie (Nymphaeaceae).
waterlelieblaadje	=	waterlelieblad
waterlelieblaadjes	=	waterlelieblad
waterlelieblad	noun	het drijvende blad van een waterlelieplant
waterleliebladeren	=	waterlelieblad
waterleliefamilie	noun	een familie Nymphaeaceae van bedektzadigen.
waterleliefamilietje	=	waterleliefamilie
waterleliehaantje	noun	Galerucella nymphaeae een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
waterleliehaantjes	=	waterleliehaantje
waterleliekever	noun	Donacia crassipes een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
waterleliekevers	=	waterleliekever
waterleliekevertje	=	waterleliekever
waterleliekevertjes	=	waterleliekever
waterlelies	=	waterlelie
waterlelietje	=	waterlelie
waterlelietjes	=	waterlelie
waterlelievlinder	noun	Elophila nymphaeata een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
waterlelievlinders	=	waterlelievlinder
waterlelievlindertje	=	waterlelievlinder
waterlelievlindertjes	=	waterlelievlinder
waterleliën	=	waterlelie
waterlepeltje	noun	Ludwigia palustris een vaste plant, die behoort tot de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
waterlepeltjes	=	waterlepeltje
waterlijm	noun	in water oplosbare lijm
waterlijmen	=	waterlijm
waterlijmpje	=	waterlijm
waterlijmpjes	=	waterlijm
waterlijn	noun	de grens tussen onder en boven water, of de grens tot waar het water komt (b.v. op het strand)
waterlijnen	=	waterlijn
waterlijntje	=	waterlijn
waterlijntjes	=	waterlijn
waterlinie	noun	door inundaties versterkte verdedigingslinie.
waterlinies	=	waterlinie
waterlobelia	noun	bepaald soort ondergedoken, vaste waterplant, Lobelia dortmanna uit de klokjesfamilie (Campanulaceae)
waterlobelia's	=	waterlobelia
waterloo	noun	beslissende nederlaag (naar de plaats in België, waar Napoleon Bonaparte in 1815 definitief verslagen werd)
waterloop	noun	een - min of meer - lijnvormig watervoerend object met vrij wateroppervlak
waterloopje	=	waterloop
waterloopjes	=	waterloop
waterloos	adj	zonder water
waterloost	=	waterloos
waterlooste	=	waterloos
waterloot	noun	dunne, snelgroeiende loot aan een oude tak of aan de stam van een boom
waterlootje	=	waterloot
waterlootjes	=	waterloot
waterlopen	=	waterloop
waterloper	noun	insect uit de familie Hydrometridae van de insecten die behoren tot de orde van de halfvleugeligen (Hemiptera).
waterlopers	noun	Hydrometridae een familie van de insecten die behoren tot de orde van de halfvleugeligen (Hemiptera).
waterlopertje	=	waterloper
waterlopertjes	=	waterloper
waterloten	=	waterloot
waterloze	=	waterloos
waterlozer	=	waterloos
waterlozere	=	waterloos
waterlozers	=	waterloos
waterlozing	noun	het verwijderen van overtollig water en wat daartoe dient.
waterlozingen	=	waterlozing
waterluis	noun	watervlo.Dit is incorrect.
waterluizen	=	waterluis
watermaal	noun	verder onbekend bij en in het water levend zoogdier, waarvan de pels als bont werd gebruikt
watermaaltje	=	watermaal
watermaaltjes	=	watermaal
watermaatschappij	noun	nutsbedrijf dat leidingwater aan huishoudens levert
watermaatschappijen	=	watermaatschappij
watermaker	noun	toestel dat zoetwater produceert uit zout water
watermakers	=	watermaker
watermalen	=	watermaal
waterman	noun	iemand die met enige gedrevenheid werkzaam is in het waterbeheer
watermanagement	noun	totaal aan activiteiten die tot doel hebben om het grond- en oppervlaktewater zo goed mogelijk te beheren
watermannen	=	waterman
watermannetje	=	waterman
watermannetjes	=	waterman
watermantel	noun	omhullende met water gevulde cilinder of een dergelijk buizenstelsel.
watermanteltje	=	watermantel
watermanteltjes	=	watermantel
watermassa	noun	een grote hoeveelheid water
watermassa's	=	watermassa
watermeetkunde	noun	hydrometrie.
watermeloen	noun	Citrullus lanatus (syn: Citrullus vulgaris) een eenjarige, eenhuizige plant uit de familie Cucurbitaceae met grote, grijs-groene gelobde bladeren.
watermeloenen	=	watermeloen
watermeloenschil	noun	schil van een watermeloen
watermeloenschillen	=	watermeloenschil
watermeloenschilletje	=	watermeloenschil
watermeloenschilletjes	=	watermeloenschil
watermeloentje	=	watermeloen
watermeloentjes	=	watermeloen
watermerk	noun	bij doorvallend licht helder afstekende figuur in papier.
watermerken	=	watermerk
watermerkje	=	watermerk
watermeter	noun	debietmeter die de verbruikte hoeveelheid leidingwater registreert.
watermeters	=	watermeter
watermetertje	=	watermeter
watermetertjes	=	watermeter
watermijn	noun	zeemijn, drijvende bom die bij contact met een schip ontploft
watermijnen	=	watermijn
watermijntje	=	watermijn
watermijntjes	=	watermijn
watermoccasinslang	noun	Agkistrodon piscivorus een slang uit de familie adders (Viperidae)
watermoccasinslangen	=	watermoccasinslang
watermoccasinslangetje	=	watermoccasinslang
watermoccasinslangetjes	=	watermoccasinslang
watermol	noun	De desmans of watermollen Desmaninae zijn een onderfamilie uit de familie der mollen Talpidae.
watermolecule	noun	de kleinste hoeveelheid water bestaande uit twee waterstof atomen gebonden aan een zuurstof atoom
watermoleculen	=	watermolecuul
watermolecules	=	watermolecule
watermolecuul	noun	de kleinste hoeveelheid water bestaande uit twee waterstof atomen gebonden aan een zuurstof atoom
watermolen	noun	een windmolen die tot doel heeft de waterstand in een polder te regelen
watermolens	=	watermolen
watermolentje	=	watermolen
watermolentjes	=	watermolen
watermollen	=	watermol
watermolletje	=	watermol
watermolletjes	=	watermol
watermonster	noun	monster (hoeveelheid) uit een bepaalde soort van water genomen.
watermonsters	=	watermonster
watermonstertje	=	watermonster
watermonstertjes	=	watermonster
watermot	noun	benaming voor insecten uit de orde Trichoptera
watermunt	noun	bepaald soort vaste plant, Mentha aquatica uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae), voorkomend langs en in het water en in natte weilanden van Europa, Noord-Amerika, Azië, Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland De plant groeit vooral en bloeit van juni tot eind oktober.
watermunten	=	watermunt
watermuren	=	watermuur
watermuur	noun	Stellaria aquatica een meerjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
watermuurtje	=	watermuur
watermuurtjes	=	watermuur
waternavel	noun	benaming voor planten uit het geslacht Hydrocotyle tegenwoordig ingedeeld in de klimopfamilie (Araliaceae)
waternavelroest	noun	Puccinia hydrocotyles een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
waternavelroesten	=	waternavelroest
waternavelroestje	=	waternavelroest
waternavelroestjes	=	waternavelroest
waternavels	=	waternavel
waternaveltje	=	waternavel
waternaveltjes	=	waternavel
waternet	noun	waterleidingnet
waternetten	=	waternet
waternevel	noun	een minder goed doorzichtig mengsel van zeer kleine waterdruppeltjes en lucht
waternevels	=	waternevel
waternimf	noun	nimf die in het water leeft
waternimfen	=	waternimf
waterniveau	noun	het niveau (de hoogte) van het water
waterniveaumeter	noun	toestel waarmee men de stand van het wateroppervlak kan bepalen
waterniveaumeters	=	waterniveaumeter
waterniveaumetertje	=	waterniveaumeter
waterniveaumetertjes	=	waterniveaumeter
waterniveaus	=	waterniveau
waternoden	=	waternood
waternood	noun	situatie waarbij er een tekort is aan (drink)water
waternoot	noun	bepaald soort eenjarige waterplant met eetbare knollen, Trapa natans, die groeit in langzaam stromend water van maximaal 5 meter diep in warme en gematigde delen van Eurazië en Afrika
waternoten	=	waternoot
waterontharder	noun	chemische stof die de hardheid van water vermindert
waterontharders	=	waterontharder
waterontharding	noun	het proces waarbij calcium- en magnesiumionen (kalk) uit leidingwater worden verwijderd, Waterontharder - Wikipedia.
wateronthardingen	=	waterontharding
wateronthardinkje	=	waterontharding
wateronthardinkjes	=	waterontharding
wateronttrekking	noun	het oppompen of onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam (zoals een sloot of beek) of een grondwaterlichaam.
wateronttrekkingen	=	wateronttrekking
wateronttrekkinkje	=	wateronttrekking
wateronttrekkinkjes	=	wateronttrekking
wateropaal	noun	een witte veldspaat, veelal schelpvormig
wateropaaltje	=	wateropaal
wateropaaltjes	=	wateropaal
wateropalen	=	wateropaal
wateropbrengst	noun	hoeveelheid door een gemaal opgepompt of opgemalen water in kubieke meters per tijdseenheid.
wateroplosbaar	adj	het vermogen bezittend om in water op te lossen
wateroplosbaarder	=	wateroplosbaar
wateroplosbaardere	=	wateroplosbaar
wateroplosbaarders	=	wateroplosbaar
wateroplosbaars	=	wateroplosbaar
wateroplosbaarst	=	wateroplosbaar
wateroplosbaarste	=	wateroplosbaar
wateroplosbare	=	wateroplosbaar
wateropnemend	adj	in staat om water op te nemen
wateropnemende	=	wateropnemend
wateropossum	noun	Chironectes minimus een Latijns-Amerikaans buideldier uit de familie der buidelratten (Didelphidae).
wateropossumpje	=	wateropossum
wateropossumpjes	=	wateropossum
wateropossums	=	wateropossum
wateroppervlak	noun	grensvlak tussen water en lucht.
wateroppervlakken	=	wateroppervlak
wateroppervlakte	noun	het grensvlak tussen water en lucht
wateroppervlakten	=	wateroppervlakte
wateroppervlaktes	=	wateroppervlakte
wateropslag	noun	het opslaan van water
wateropslagen	=	wateropslag
waterorgel	noun	orgel waarin waterdruk toegepast wordt voor regeling van de luchttoevoer.
waterorgels	=	waterorgel
waterorgeltje	=	waterorgel
waterorgeltjes	=	waterorgel
wateroverlast	noun	hinder en schade veroorzakende overstromingen of overmaat aan vochtigheid
waterpark	noun	park met vijvers waarin water wordt opgevangen, bv. om wateroverlast te voorkomen of achterliggende gebieden geleidelijk te kunnen bevloeien.
waterparken	=	waterpark
waterpartij	noun	vijver, vaak met fonteinen e.d.
waterpartijen	=	waterpartij
waterpartijtje	=	waterpartij
waterpartijtjes	=	waterpartij
waterpas	noun	een werktuig dat gebruikt wordt om zeker te stellen dat iets loodrecht op de richting van de zwaartekracht komt te staan	adj	horizontaal uitgericht (als) met een waterpas
waterpasbaak	noun	lat met een maatverdeling beschilderd en gebruikt bij het waterpassen
waterpasbaakje	=	waterpasbaak
waterpasbaakjes	=	waterpasbaak
waterpasbaken	=	waterpasbaak
waterpasinstrument	noun	Een waterpasinstrument of waterpastoestel is een optisch apparaat, verwant aan de theodoliet, waarmee met hoge precisie een horizontaal vlak gerealiseerd kan worden en hoogteverschillen ten opzichte van dit vlak kunnen worden ingemeten.
waterpasinstrumenten	=	waterpasinstrument
waterpasje	=	waterpas
waterpasjes	=	waterpas
waterpasse	=	waterpas
waterpassen	verb	het meten van hoogteverschillen en afstanden (weliswaar met lage nauwkeurigheid) tussen punten in het landschap met behulp van een waterpasinstrument
waterpassend	=	waterpassen
waterpassende	=	waterpassen
waterpasser	=	waterpas
waterpassere	=	waterpas
waterpassers	=	waterpas
waterpast	=	waterpassen
waterpaste	=	waterpassen
waterpasten	=	waterpassen
waterpastoestel	noun	Een waterpasinstrument of waterpastoestel is een optisch apparaat, verwant aan de theodoliet, waarmee met hoge precisie een horizontaal vlak gerealiseerd kan worden en hoogteverschillen ten opzichte van dit vlak kunnen worden ingemeten.
waterpastoestellen	=	waterpastoestel
waterpastoestelletje	=	waterpastoestel
waterpastoestelletjes	=	waterpastoestel
waterpasvlak	noun	waterpas liggend vlak (ten opzichte waarvan wordt gemeten)
waterpasvlakje	=	waterpasvlak
waterpasvlakjes	=	waterpasvlak
waterpasvlakken	=	waterpasvlak
waterpeil	noun	de hoogte van het water, de waterhoogte
waterpeilen	=	waterpeil
waterpeilglaasje	=	waterpeilglas
waterpeilglaasjes	=	waterpeilglas
waterpeilglas	noun	instrument om het peil van het water binnen een vat te meten.
waterpeilglazen	=	waterpeilglas
waterpeiltje	=	waterpeil
waterpeiltjes	=	waterpeil
waterpeper	noun	bepaald soort plant met knopige stengels en verspreid staande bladeren, waarvan vrijwel alle delen een brandende smaak hebben,Persicaria hydropiper (syn.: Polygonum hydropiper) uit de familie van de Duizendknoopplanten Vroeger gebruikt om maaltijden te kruiden.
waterpeperbrand	noun	Sphacelotheca hydropiperis een paddenstoel uit de familie Microbotryaceae.
waterpeperbranden	=	waterpeperbrand
waterpeperbrandje	=	waterpeperbrand
waterpeperbrandjes	=	waterpeperbrand
waterpepers	=	waterpeper
waterpepertje	=	waterpeper
waterpepertjes	=	waterpeper
waterpers	noun	hydraulische pers
waterpersen	=	waterpers
waterpersje	=	waterpers
waterpersjes	=	waterpers
waterpest	noun	benaming voor zoetwaterplanten uit het geslacht Elodea in de waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae)
waterpieper	noun	Anthus spinoletta een zangvogel uit de familie kwikstaarten en piepers (Motacillidae).
waterpiepers	=	waterpieper
waterpiepertje	=	waterpieper
waterpiepertjes	=	waterpieper
waterpijp	noun	leiding waardoor water loopt
waterpijpbar	noun	horecagelegenheid waar men een waterpijp kan roken
waterpijpbars	=	waterpijpbar
waterpijpcafeetje	=	waterpijpcafé
waterpijpcafeetjes	=	waterpijpcafé
waterpijpcafé	noun	uitgaansgelegenheid met waterpijpen voor het roken van hasj of hasjiesj
waterpijpcafés	=	waterpijpcafé
waterpijpen	=	waterpijp
waterpijpje	=	waterpijp
waterpijpjes	=	waterpijp
waterpijpketel	noun	een stoomketel waarbij de hete rookgassen over de met water gevulde pijpen geleid worden
waterpijpketels	=	waterpijpketel
waterpijpketeltje	=	waterpijpketel
waterpijpketeltjes	=	waterpijpketel
waterpissebedden	noun	een van de grootste families Asellidae van pissebedden die leven in zoetwater.
waterpistolen	=	waterpistool
waterpistool	noun	pistool waaruit een straal water kan spuiten
waterpistooltje	=	waterpistool
waterpistooltjes	=	waterpistool
waterplaats	noun	plaats waar men kan urineren
waterplaatsen	=	waterplaats
waterplaatsje	=	waterplaats
waterplant	noun	geheel of ten dele in het water groeiende plant.
waterplanten	=	waterplant
waterplantje	=	waterplant
waterplantjes	=	waterplant
waterplas	noun	natuurlijk, stilstaand waterbekken van niet te grote omvang, vijver, meertje
waterplasje	=	waterplas
waterplasjes	=	waterplas
waterplassen	=	waterplas
waterpoel	noun	ondiep, stilstaand waterbekken van geringe omvang.
waterpoelen	=	waterpoel
waterpoeltje	=	waterpoel
waterpoeltjes	=	waterpoel
waterpok	noun	rode vlek waarop een met een vocht gevuld blaasje ontstaat door infectie met het varicellazostervirus
waterpokken	noun	goedaardige infectieziekte die gepaard gaat met het verschijnen van rode vlekjes op de huid die daarna overgaan in jeukende blaasjes
waterpolitie	noun	politie die waakt voor de orde en veiligheid te water.
waterpolo	noun	een balsport waarbij twee ploegen van zeven spelers elkaar in het water bestrijden
waterpolode	=	waterpoloën
waterpoloden	=	waterpoloën
waterpoloot	=	waterpoloën
waterpoloteam	noun	een ploeg van bij elkaar horende waterpolospelers
waterpoloteams	=	waterpoloteam
waterpoloë	=	waterpoloën
waterpoloën	verb	het spelen van waterpolo
waterpoloënd	=	waterpoloën
waterpoloënde	=	waterpoloën
waterpoloër	noun	beoefenaar van waterpolo
waterpoloërs	=	waterpoloër
waterpomp	noun	werktuig om water te verplaatsen (veelal op te pompen).
waterpompen	=	waterpomp
waterpompje	=	waterpomp
waterpompjes	=	waterpomp
waterpomptang	noun	platte grijptang met verstelbaar scharnier voor het monteren van buisleidingen en afsluitingen met verschillende formaten
waterpomptangen	=	waterpomptang
waterpomptangetje	=	waterpomptang
waterpomptangetjes	=	waterpomptang
waterpoort	noun	stadspoort die als doorgang dient voor een gracht
waterpoorten	=	waterpoort
waterpoortje	=	waterpoort
waterpoortjes	=	waterpoort
waterpostelein	noun	Lythrum portula een eenjarige plant uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae).
waterpret	noun	plezier hebben met water, zoals spetteren, zwemmen, glijden, of varen, vooral bij warm weer of in waterparken
waterprobleem	noun	moeilijkheden met de hoeveelheid, kwaliteit of beschikbaarheid van water
waterproblemen	=	waterprobleem
waterproductie	noun	het maken van water, bijvoorbeeld drinkwater uit brak water of rivierwater
waterproductiecentra	=	waterproductiecentrum
waterproductiecentrum	noun	fabriek die water maakt, bijvoorbeeld drinkwater uit brak water of rivierwater
waterproductiecentrumpje	=	waterproductiecentrum
waterproductiecentrumpjes	=	waterproductiecentrum
waterproductiecentrums	=	waterproductiecentrum
waterproductiviteit	noun	de hoeveelheid gewas die men per hoeveelheid water kan oogsten
waterproef	noun	iemand vastgebonden in diep water gooien als onderzoek naar het beoefenen van duivelse tovenarij: blijven drijven is bewijs van schuld, verdrinken is bewijs van onschuld	adj	bestand tegen de inwerking van water
waterproefje	=	waterproef
waterproefjes	=	waterproef
waterproefs	=	waterproef
waterproeven	=	waterproef
waterproof	adj	geen water doorlatend	noun	soort textiel die geen water doorlaat, geschikt voor regenkleding
waterproofs	=	waterproof
waterpunge	noun	Samolus valerandi een vaste, wintergroene plant, die behoort tot de sleutelbloemfamilie Primulaceae, maar ook wel tot de Theophrastaceae wordt gerekend.
waterpunt	noun	plaats waar men (drink)water kan verkrijgen
waterpunten	=	waterpunt
waterput	noun	put waaruit men water haalt
waterputje	=	waterput
waterputjes	=	waterput
waterputten	=	waterput
waterraadje	=	waterrad
waterraadjes	=	waterrad
waterrad	noun	een schoepenrad dat draait door de stroming van het water
waterraderen	=	waterrad
waterradertje	=	waterrad
waterradertjes	=	waterrad
waterradje	=	waterrad
waterradjes	=	waterrad
waterral	noun	bepaald soort watervogel, Rallus aquaticus, een schuwe ral met rode snavel die in Europa vrij algemeen voorkomt in dichte rietvelden
waterrallen	=	waterral
waterralletje	=	waterral
waterralletjes	=	waterral
waterram	noun	waterpomp die wordt aangedreven door snel stromend water
waterrammen	=	waterram
waterranonkel	noun	benaming voor Ranunculus aquatilis
waterranonkels	=	waterranonkel
waterranonkeltje	=	waterranonkel
waterranonkeltjes	=	waterranonkel
waterrat	noun	Arvicola terrestris Arvicola amphibius, een grote halfaquatische woelmuis die zijn gangen in rivieroevers graaft en een goede zwemmer en duiker is
waterratje	=	waterrat
waterratjes	=	waterrat
waterratten	=	waterrat
waterrecreant	noun	iemand die zich in de vrije tijd vermaakt op of in meren, rivieren, kanalen of zee
waterrecreanten	=	waterrecreant
waterrecreatie	noun	vrijetijdsbesteding op of in meren, rivieren, kanalen of zee
waterrekening	noun	rekening van het waterbedrijf.
waterrekeningen	=	waterrekening
waterrekeningetje	=	waterrekening
waterrekeningetjes	=	waterrekening
waterremmend	adj	van een materiaal of constructie dat het een vertragende of beperkende werking heeft op de doorvoer van water
waterremmende	=	waterremmend
waterremmender	=	waterremmend
waterremmendere	=	waterremmend
waterremmenders	=	waterremmend
waterremmends	=	waterremmend
waterremmendst	=	waterremmend
waterremmendste	=	waterremmend
waterreservoir	noun	plaats waar water bewaard kan worden
waterreservoirs	=	waterreservoir
waterreservoirtje	=	waterreservoir
waterreservoirtjes	=	waterreservoir
waterrietzanger	noun	Acrocephalus paludicola een kwetsbare zangvogel uit de familie Acrocephalidae met vrij licht verenkleed
waterrietzangers	=	waterrietzanger
waterrietzangertje	=	waterrietzanger
waterrietzangertjes	=	waterrietzanger
waterrijk	adj	met veel water
waterrijke	=	waterrijk
waterrijker	=	waterrijk
waterrijkere	=	waterrijk
waterrijkers	=	waterrijk
waterrijks	=	waterrijk
waterrijkst	=	waterrijk
waterrijkste	=	waterrijk
waterroodstaart	noun	Phoenicurus fuliginosus een zangvogel uit de familie Muscicapidae
waterroodstaarten	=	waterroodstaart
waterroodstaartje	=	waterroodstaart
waterroodstaartjes	=	waterroodstaart
waterroofkever	noun	insect uit de familie Dytiscidae van insecten uit de orde der kevers (Coleoptera).
waterroofkevers	noun	Dytiscidae een familie van insecten uit de orde der kevers (Coleoptera).
waterroofkevertje	=	waterroofkever
waterroofkevertjes	=	waterroofkever
waterrot	noun	iemand die goed kan zwemmen
waterrotten	=	waterrot
waters	=	water
watersalamander	noun	Salamandridae salamanders die vooral tijdens de paartijd meer aan water zijn gebonden dan andere soorten salamanders
watersalamanders	noun	Triturus een geslacht van salamanders uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
waterschaarste	noun	tekort aan bruikbaar water
waterschaarsten	=	waterschaarste
waterschaarstes	=	waterschaarste
waterschade	noun	schade door water veroorzaakt, met name bij het blussen van brand en door het lekken van een schip.
waterschaden	=	waterschade
waterschades	=	waterschade
waterschap	noun	een organisatie verantwoordelijk voor de waterhuishouding in een gebied, waaronder de waterkering, waterlozing en dergelijke
waterschapje	=	waterschap
waterschapjes	=	waterschap
waterschappen	=	waterschap
waterschapsbelasting	noun	de belasting die betaald moet worden aan het waterschap voor het onderhoud van dijken en waterlopen
waterschapsbelastingen	=	waterschapsbelasting
waterschapsbesturen	=	waterschapsbestuur
waterschapsbestuur	noun	bestuur van een waterschap
waterschapsheffing	noun	de belasting die betaald moet worden aan het waterschap voor het onderhoud van dijken en waterlopen
waterschapsheffingen	=	waterschapsheffing
waterscheerling	noun	Cicuta virosa giftige schermbloemige moerasplant uit de schermbloemenfamilie Umbelliferae of Apiaceae.
waterscheerlingen	=	waterscheerling
waterscheerlingroest	noun	Puccinia cicutae een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae, een biotrofe parasiet die uitsluitend voorkomt op waterscheerling ((Cicuta virosa) als enig bekende roest op die soort Deze parasiet vormt spermogonia, aecia (beide zijden blad en stengels), uredinia en telia (meest onderzijde blad) op waterscheerling.
waterscheerlingroesten	=	waterscheerlingroest
waterscheerlingroestje	=	waterscheerlingroest
waterscheerlingroestjes	=	waterscheerlingroest
waterscheerlingsnuitkever	noun	Lixus paraplecticus een keversoort uit de familie van de snuitkevers (Curculionidae).
waterscheerlingsnuitkevers	=	waterscheerlingsnuitkever
waterscheerlingsnuitkevertje	=	waterscheerlingsnuitkever
waterscheerlingsnuitkevertjes	=	waterscheerlingsnuitkever
waterscheerlinkje	=	waterscheerling
waterscheerlinkjes	=	waterscheerling
waterscheiding	noun	grenslijn tussen twee stroomgebieden
waterscheidingen	=	waterscheiding
waterscheidingslijn	noun	een fysieke geografische lijn die de scheiding vormt tussen de stroomgebieden van 2 rivieren
waterscheidingslijnen	=	waterscheidingslijn
waterscheidinkje	=	waterscheiding
waterscheidinkjes	=	waterscheiding
waterschildpad	noun	een familie van waterminnende schildpadden Emydidae
waterschildpadden	=	waterschildpad
waterschildpadje	=	waterschildpad
waterschildpadjes	=	waterschildpad
waterschoen	noun	plastic sandaal, geschikt om in het water te dragen
waterschoenen	=	waterschoen
waterschoentje	=	waterschoen
waterschoentjes	=	waterschoen
waterschorpioen	noun	Nepa cinerea een insect uit de onderorde wantsen (Hemiptera) en de familie waterschorpioenen (Nepidae).
waterschorpioenen	noun	Nepidae een familie van insecten die behoren tot de wantsen (Heteroptera)
waterschorpioentje	=	waterschorpioen
waterschorpioentjes	=	waterschorpioen
waterschot	noun	wand om water tegen te houden
waterschoten	=	waterschot
waterschotten	=	waterschot
waterschout	noun	rijksambtenaar met opsporingsbevoegdheid, die o.a. belast is met het toezicht op de monstering van zeelieden.
waterschouten	=	waterschout
waterschouw	noun	onderzoek naar de toestand van de waterwegen.
waterschouwen	=	waterschouw
waterschouwtje	=	waterschouw
waterschouwtjes	=	waterschouw
waterscooter	noun	door een waterstraal voortbewogen scooterachtig vaartuigje
waterscooters	=	waterscooter
watersector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het (drink)waterbeheer
watersectoren	=	watersector
watersectors	=	watersector
waterski	noun	ski voor het waterskiën
waterski's	=	waterski
waterskiede	=	waterskiën
waterskieden	=	waterskiën
waterskiet	=	waterskiën
waterskietje	=	waterski
waterskietjes	=	waterski
waterskië	=	waterskiën
waterskiën	verb	zich op waterski's achter een snelle boot laten voorttrekken
waterskiënd	=	waterskiën
waterskiënde	=	waterskiën
waterskiër	noun	beoefenaar van de waterskisport, iemand die waterskiet
waterskiërs	=	waterskiër
watersla	noun	Pistia stratiotes een waterplant, die bestaat uit los drijvende bladrozetten en enige soort uit het geslacht Pistia.
watersla's	=	watersla
waterslak	noun	een in het water levende slak (Gastropoda)
waterslakje	=	waterslak
waterslakjes	=	waterslak
waterslakken	=	waterslak
waterslang	noun	sterrenbeeld aan de noordelijke en aan de zuidelijke hemel.
waterslangen	noun	een onderfamilie Natricinae van slangen
waterslangetje	=	waterslang
waterslangetjes	=	waterslang
waterslot	noun	gasdichte afsluiting door middel van water, zó dat bij toenemende druk in het vat gas kan ontsnappen.
watersloten	=	waterslot
watersnep	=	watersnip
watersnip	noun	Gallinago gallinago een vogel uit de familie van strandlopers en snippen Scolopacidae die voorkomt in vochtige gebieden in het binnenland
watersnipje	=	watersnip
watersnipjes	=	watersnip
watersnippen	=	watersnip
watersnoden	=	watersnood
watersnood	noun	een toestand van grote nood veroorzaakt door een overstroming met name de watersnood van 1953
watersnoodbaby	noun	een baby die geboren wordt tijdens een grote overstroming/watersnood
watersnoodbaby's	=	watersnoodbaby
watersnoodbaby'tje	=	watersnoodbaby
watersnoodbaby'tjes	=	watersnoodbaby
watersnoodje	=	watersnood
watersnoodmusea	=	watersnoodmuseum
watersnoodmuseum	noun	een van de museua die een ernstige overstroming als onderwerp heeft
watersnoodmuseums	=	watersnoodmuseum
watersnoodramp	noun	ramp, veroorzaakt door het buiten de oevers treden van een rivier enz.
watersnoodrampen	=	watersnoodramp
watersnoodrampje	=	watersnoodramp
watersnoodrampjes	=	watersnoodramp
watersnuffel	noun	in Nederland en Vlaanderen voorkomende soort waterjuffer, Enallagma cyathigerum
watersnuffels	noun	Enallagma een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae)
watersnuffeltje	=	watersnuffel
watersnuffeltjes	=	watersnuffel
watersoep	noun	waterige dunne soep met weinig smaak of voedingswaarde
watersoepen	=	watersoep
waterspaniël	noun	kleine hond, behorend tot een ras met lange haren en hangende oren, oorspronkelijk gefokt om te assisteren bij de jacht op watervogels
waterspaniëls	=	waterspaniël
waterspetterbal	noun	fel gekleurde poreuze bal met een doorsnede van ongeveer 6 cm die makkelijk water kan opnemen en waarmee men een ander nat kan spetteren
waterspetterballen	=	waterspetterbal
waterspetterballetje	=	waterspetterbal
waterspetterballetjes	=	waterspetterbal
waterspiegel	noun	wateroppervlak, bovenste grensvlak van het water
waterspiegels	=	waterspiegel
waterspiegeltje	=	waterspiegel
waterspiegeltjes	=	waterspiegel
waterspin	noun	Argyroneta aquatica, middelgrote spin die in stilstaande wateren leeft.
waterspinazie	noun	bepaald soort winde, Ipomoea aquatica, die met name in China al vele eeuwen als groente gekweekt wordt
waterspinnen	noun	Cybaeidae een familie van spinnen.
waterspinnetje	=	waterspin
waterspinnetjes	=	waterspin
waterspitsmuis	noun	Neomys fodiens zoogdier uit de familie der spitsmuizen (Soricidae).
waterspitsmuisje	=	waterspitsmuis
waterspitsmuisjes	=	waterspitsmuis
waterspitsmuizen	noun	een geslacht Neomys van zoogdieren uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae)
watersport	noun	die in of op het water uitgeoefend wordt
watersporte	=	watersporten
watersporten	verb	lichamelijke bezigheid op of in water met spel- of wedstrijdelement
watersportend	=	watersporten
watersportende	=	watersporten
watersporter	noun	beoefenaar van een watersport
watersporters	=	watersporter
watersportertje	=	watersporter
watersportertjes	=	watersporter
watersportgebied	noun	een gebied waar men watersport kan beoefenen
watersportgebieden	=	watersportgebied
watersportliefhebber	noun	iemand die de watersport beoefent
watersportliefhebbers	=	watersportliefhebber
watersportplaats	noun	geschikte plaats om watersport te bedrijven
watersportplaatsen	=	watersportplaats
watersportplaatsje	=	watersportplaats
watersportplaatsjes	=	watersportplaats
watersportster	noun	vrouwelijke beoefenaar van een watersport
watersportsters	=	watersportster
watersportstertje	=	watersportster
watersportstertjes	=	watersportster
watersportte	=	watersporten
watersportten	=	watersporten
watersportvereniging	noun	vereniging die zich bezig houdt met sporten die in of op het water beoefend worden
watersportverenigingen	=	watersportvereniging
watersportverenigingetje	=	watersportvereniging
watersportverenigingetjes	=	watersportvereniging
waterspreeuw	noun	bepaald soort bruine, bolle vogel met witte borst, Cinclus cinclus uit de familie van waterspreeuwen Cinclidae, die voorkomen bij stromend water
waterspreeuwen	noun	Cinclidae een kleine familie van zangvogels die uit slechts één geslacht (Cinclus) bestaat.
waterspreeuwtje	=	waterspreeuw
waterspreeuwtjes	=	waterspreeuw
waterspringstaarten	noun	een familie Poduridae van springstaarten die 4 soorten telt
waterspuit	noun	brandspuit.
waterspuiten	=	waterspuit
waterspuitje	=	waterspuit
waterspuitjes	=	waterspuit
waterspuwer	noun	korte buis aan het einde van de dakgoot voor het afvoeren van regenwater
waterspuwers	=	waterspuwer
waterspuwertje	=	waterspuwer
waterspuwertjes	=	waterspuwer
waterstaat	noun	de toestand van een gebied ten opzichte van het water dat zich erin bevindt en / of dat het omgeeft
waterstaatkerk	=	waterstaatskerk
waterstaatsingenieur	noun	ingenieur werkzaam bij Rijkswaterstaat
waterstaatsingenieurs	=	waterstaatsingenieur
waterstaatskerk	noun	een kerk gebouwd met staatssteun onder controle van het ministerie van Waterstaat
waterstaatskerken	=	waterstaatskerk
waterstaatskerkje	=	waterstaatskerk
waterstaatskerkjes	=	waterstaatskerk
waterstand	noun	hoogte van het water in een rivier, zee of ander water
waterstanden	=	waterstand
waterstandje	=	waterstand
waterstaten	=	waterstaat
waterstof	noun	een chemisch element en een kleur- en smaakloos niet-metaal dat bij kamertemperatuur een zeer brandbaar gas is, met symbool H en atoomnummer 1
waterstofatomen	=	waterstofatoom
waterstofatoom	noun	een atoom van het chemisch element waterstof.
waterstofatoompje	=	waterstofatoom
waterstofatoompjes	=	waterstofatoom
waterstofauto	noun	een auto die waterstof als brandstof gebruikt
waterstofauto's	=	waterstofauto
waterstofautootje	=	waterstofauto
waterstofautootjes	=	waterstofauto
waterstofazide	noun	waterstofazide is een anorganische verbinding van stikstof en waterstof.
waterstofbinding	noun	een relatief sterke, niet-covalente aantrekkingskracht tussen een positief geladen waterstofatoom (gebonden aan N, O of F) in het ene molecuul en een vrij elektronenpaar op een sterk elektronegatief atoom (N, O of F) in een naburig molecuul.
waterstofbindingen	=	waterstofbinding
waterstofbindinkje	=	waterstofbinding
waterstofbindinkjes	=	waterstofbinding
waterstofbom	noun	atoombom die berust op het vrijkomen van energie bij de kernfusie van waterstofatomen tot helium.
waterstofbommen	=	waterstofbom
waterstofbommetje	=	waterstofbom
waterstofbommetjes	=	waterstofbom
waterstofbrug	noun	een binding van middelmatige sterkte tussen drie atomen waarvan de middelste een waterstofatoom is
waterstofbruggen	=	waterstofbrug
waterstofbrugje	=	waterstofbrug
waterstofbrugjes	=	waterstofbrug
waterstofcyanide	noun	een molecule met de formule HCN en het giftige gas dat uit deze deeltjes bestaat
waterstofdioxide	noun	het radicaal HO₂^· dat in hogere lagen van de atmosfeer in geringe concentratie wordt aangetroffen
waterstofeconomie	noun	is een economie waarbij waterstofgas de belangrijkste energiedrager is.
waterstofeconomieën	=	waterstofeconomie
waterstofelektrode	noun	halfcel, gebaseerd op waterstof.
waterstofelektroden	=	waterstofelektrode
waterstofelektrodes	=	waterstofelektrode
waterstofelektrodetje	=	waterstofelektrode
waterstofelektrodetjes	=	waterstofelektrode
waterstoffen	=	waterstof
waterstoffluoride	noun	verbinding van waterstof en fluor (HF)
waterstoffluoriden	=	waterstoffluoride
waterstoffluorides	=	waterstoffluoride
waterstoffosfide	=	fosfine
waterstofgas	noun	gasvormige waterstof.
waterstofgassen	=	waterstofgas
waterstofje	=	waterstof
waterstofjes	=	waterstof
waterstofnitriet	noun	waterstofnitriet, (HNO2), is een zwak zuur dat onstabiel is en uitsluitend in een waterige oplossing kan bestaan.
waterstofnitrieten	=	waterstofnitriet
waterstofopslag	noun	methodologie om waterstofgas (H2) op te slaan om daarna weer vrij te laten komen en te gebruiken.
waterstofopslagen	=	waterstofopslag
waterstofperoxide	noun	diwaterstofdioxide (H₂O₂), middel dat gebruikt kan worden om te bleken, als desinfectiemiddel of als verbrandingshulp (in raketten)
waterstofperoxiden	=	waterstofperoxide
waterstofperoxideoplossing	noun	een mengsel van water en waterstofperoxide dat een sterk blekende invloed heeft op haren
waterstofperoxideoplossingen	=	waterstofperoxideoplossing
waterstofperoxides	=	waterstofperoxide
waterstofproductie	noun	waterstofproductie is een proces dat over het algemeen koolwaterstoffen via een chemische reactie omvormt tot waterstofgas.
waterstofproducties	=	waterstofproductie
waterstofsulfide	noun	verbinding van twee waterstofatomen en één zwavel atoom (H₂S).
waterstofsulfiden	=	waterstofsulfide
waterstofsulfides	=	waterstofsulfide
waterstofsuperoxide	noun	een neutraal radicaal met de formule HO₂ dat in lage concentraties in de atmosfeer van de aarde voorkomt
waterstofsuperoxiden	=	waterstofsuperoxide
waterstofsuperoxides	=	waterstofsuperoxide
waterstoftechniek	noun	verzamelnaam voor alle, voor waterstof specifieke, technische aspecten die aan de basis liggen van de waterstofeconomie.
waterstoftechnieken	=	waterstoftechniek
waterstraal	noun	Een dunne stroom water.
waterstraalpomp	noun	luchtpomp die onderdruk creëert door het venturi-effect en een snelle waterstraal
waterstraalpompen	=	waterstraalpomp
waterstraalpompje	=	waterstraalpomp
waterstraalpompjes	=	waterstraalpomp
waterstraaltje	=	waterstraal
waterstraaltjes	=	waterstraal
waterstralen	=	waterstraal
waterstromen	=	waterstroom
waterstroom	noun	een - min of meer - lijnvormig watervoerend object met vrij wateroppervlak.
waterstroompje	=	waterstroom
waterstroompjes	=	waterstroom
watersysteem	noun	alles wat direct of indirect betrekking heeft op het oppervlaktewater
watersysteempje	=	watersysteem
watersysteempjes	=	watersysteem
watersystemen	=	watersysteem
watert	=	wateren
watertaal	noun|figurative	berichtgeving waarin watermetaforen worden gebruikt om een zaak gevaarlijk en bedreigend voor te stellen.
watertand	=	watertanden
watertandde	=	watertanden
watertandden	=	watertanden
watertande	=	watertanden
watertanden	verb	met grote trek naar iets (eetbaars) uitzien, het water in de mond krijgen.
watertandend	=	watertanden
watertandende	=	watertanden
watertandt	=	watertanden
watertank	noun	groot vat van metaal of kunststof om water in op te slaan
watertanken	=	watertank
watertankje	=	watertank
watertankjes	=	watertank
watertanks	=	watertank
watertaxi	noun	bootje, ingericht voor het vervoer van personen in een stad.
watertaxi's	=	watertaxi
watertaxietje	=	watertaxi
watertaxietjes	=	watertaxi
waterteju's	noun	een geslacht Neusticurus van hagedissen uit de familie Gymnophthalmidae
watertekort	noun	het minder water hebben dan wenselijk geacht wordt
watertekorten	=	watertekort
watertekortje	=	watertekort
watertekortjes	=	watertekort
watertemperaturen	=	watertemperatuur
watertemperatuur	noun	de temperatuur van het (zwem)water
watertemperatuurtje	=	watertemperatuur
watertemperatuurtjes	=	watertemperatuur
watertenrek	noun	bepaald zoogdier, Limnogale mergulus De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Major in 1896.
watertenrekje	=	watertenrek
watertenrekjes	=	watertenrek
watertenreks	=	watertenrek
waterteunisbloem	noun	Ludwigia grandiflora een overblijvende waterplant die behoort tot de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
waterteunisbloemen	=	waterteunisbloem
waterteunisbloemetje	=	waterteunisbloem
waterteunisbloemetjes	=	waterteunisbloem
watertje	=	water
watertjes	=	water
watertoerisme	noun	een vorm van sporttoerisme waarbij gebruik wordt gemaakt van het water, meestal om erover heen te varen.
waterton	noun	vat waarin regen of ander zoetwater wordt opgeslagen
watertonnen	=	waterton
watertor	noun	Hydrophilidae in het water levende kevers uit de familie waterkevers (Hydrophilidae) of waterroofkevers (Dytiscidae)
watertoren	noun	een toren die zorgt voor een gelijkmatige waterdruk in het waterleidingnet
watertorens	=	watertoren
watertorentje	=	watertoren
watertorentjes	=	watertoren
watertorkruid	noun	Oenanthe aquatica een zwak giftige, twee- of driejarige plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
watertorkruiden	=	watertorkruid
watertorkruidje	=	watertorkruid
watertorkruidjes	=	watertorkruid
watertorren	=	watertor
watertorretje	=	watertor
watertorretjes	=	watertor
watertransport	noun	vervoer van water
watertransporten	=	watertransport
watertransportmaatschappij	noun	bedrijf dat (drink)water naar de afnemers vervoert
watertransportmaatschappijen	=	watertransportmaatschappij
watertransportmaatschappijtje	=	watertransportmaatschappij
watertransportmaatschappijtjes	=	watertransportmaatschappij
watertrap	=	watertrappen
watertrappe	=	watertrappen
watertrappel	=	watertrappelen
watertrappelde	=	watertrappelen
watertrappelden	=	watertrappelen
watertrappele	=	watertrappelen
watertrappelen	verb	een techniek om in het water het hoofd boven water te houden, door met de benen een trappende beweging te maken
watertrappelend	=	watertrappelen
watertrappelende	=	watertrappelen
watertrappelt	=	watertrappelen
watertrappen	verb	een techniek om in het water het hoofd boven water te houden, door met de benen een trappende beweging te maken
watertrappend	=	watertrappen
watertrappende	=	watertrappen
watertrapper	noun	Podica senegalensis een eend en een aalscholver uit de familie van fuutkoeten
watertrappers	=	watertrapper
watertrappertje	=	watertrapper
watertrappertjes	=	watertrapper
watertrapt	=	watertrappen
watertrapte	=	watertrappen
watertrapten	=	watertrappen
watertuin	noun	een tuin die voor een groot deel uit water en/of waterelementen bestaat
watertuinen	=	watertuin
watertuintje	=	watertuin
watertuintjes	=	watertuin
wateruurwerk	noun	uurwerk dat door middel van uitlopend water de uren aanwijst.
wateruurwerken	=	wateruurwerk
waterval	noun	plaats waar stromend water bij een hoogteverschil zijn weg al vallend voortzet
watervalkikker	noun	Meristogenys amoropalamus een kikker uit de familie echte kikkers (Ranidae).
watervalkikkers	=	watervalkikker
watervalkikkertje	=	watervalkikker
watervalkikkertjes	=	watervalkikker
watervallen	=	waterval
watervalletje	=	waterval
watervalletjes	=	waterval
watervallibel	noun	Zygonyx torridus een libellensoort uit de familie van de korenbouten (Libellulidae), onderorde echte libellen (Anisoptera).
watervallibellen	noun	Zygonyx een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
watervallibelletje	=	watervallibel
watervallibelletjes	=	watervallibel
watervalmethode	noun	methode voor het uitvoeren van projecten waarbij de processtappen gebaseerd zijn op het beeld van een waterval en die van origine veel wordt toegepast bij softwareontwikkeling
watervalmethoden	=	watervalmethode
watervalmethodes	=	watervalmethode
watervalmethodetje	=	watervalmethode
watervalmethodetjes	=	watervalmethode
watervalmos	noun	Rhynchostegium riparioides een mossoort uit het geslacht Rhynchostegium.
watervalmosje	=	watervalmos
watervalmosjes	=	watervalmos
watervalmossen	=	watervalmos
watervang	noun	waterwinning uit oppervlaktewater
watervangen	=	watervang
watervaren	noun	bepaald soort plant, Osmunda regalis
watervarens	noun	een orde Salviniales uit de klasse van de 'echte' varens (Polypodiopsida).
watervarentje	=	watervaren
watervarentjes	=	watervaren
watervast	adv	bestand tegen water, niet oplossend in water
watervaste	=	watervast
watervaster	=	watervast
watervastere	=	watervast
watervasters	=	watervast
watervasts	=	watervast
watervastst	=	watervast
watervastste	=	watervast
waterveenmos	noun	Sphagnum cuspidatum een bladmos uit de familie Sphagnaceae
waterveenmosje	=	waterveenmos
waterveenmosjes	=	waterveenmos
waterveenmossen	=	waterveenmos
waterveiligheid	noun	het vertrouwen dat men kan hebben dat men niet getroffen zal worden door een overstroming
waterverbinding	noun	een fysieke verbinding tussen twee waterlichamen (zoals rivieren, kanalen of meren), vaak gebruikt om waterstromen te regelen, of een doorgaande route voor scheepvaart
waterverbindingen	=	waterverbinding
waterverbindinkje	=	waterverbinding
waterverbindinkjes	=	waterverbinding
waterverbruik	noun	de hoeveelheid water die in een bepaalde periode wordt gebruikt.
waterverf	noun	een verfsoort oplosbaar in water
waterverfje	=	waterverf
waterverfjes	=	waterverf
waterverfschilderij	noun	schilderij in waterverf.
waterverfschilderijen	=	waterverfschilderij
waterverfschilderijtje	=	waterverfschilderij
waterverfschilderijtjes	=	waterverfschilderij
waterverftekening	noun	een tekening waarbij waterwerf gebruikt is
waterverftekeningen	=	waterverftekening
waterverftekeningetje	=	waterverftekening
waterverftekeningetjes	=	waterverftekening
watervergiftiging	noun	geheel van verschijnselen als misselijkheid, spierkramp en zelfs de dood wanneer een teveel aan water en te weinig elektrolyten worden ingenomen.
watervergiftigingen	=	watervergiftiging
watervergiftigingetje	=	watervergiftiging
watervergiftigingetjes	=	watervergiftiging
waterverontreiniging	noun	watervervuiling omvat alle menselijke of natuurlijke activiteiten die de kwaliteit van oppervlaktewater of grondwater in negatieve zin aantasten.
waterverontreinigingen	=	waterverontreiniging
waterverontreinigingetje	=	waterverontreiniging
waterverontreinigingetjes	=	waterverontreiniging
waterverplaatsing	noun	het gewicht van de hoeveelheid water die door een ondergedompeld lichaam verplaatst wordt.
waterverplaatsingen	=	waterverplaatsing
waterverval	noun	verschil in waterstand, bij hoog of laag water.
watervervallen	=	waterverval
watervervalletje	=	waterverval
watervervalletjes	=	waterverval
waterverven	verb	met waterverf verven, aquarelleren
watervervuiling	noun	verontreiniging van water.
watervervuilingen	=	watervervuiling
waterverzachter	noun	stof die toegevoegd aan water het kalk (en magnesium) verwijdert
waterverzachters	=	waterverzachter
waterviolen	=	waterviool
waterviolier	noun	Hottonia palustris een plant met ondergedoken bladeren die voorkomt in ondiepe wateren.
waterviolieren	=	waterviolier
watervioliertje	=	waterviolier
watervioliertjes	=	waterviolier
waterviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola palustris uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
waterviooltje	noun	bepaald soort vaste plant, Viola palustris
waterviooltjes	=	waterviooltje
watervlak	noun	waterspiegel.
watervlakken	=	watervlak
watervlakte	noun	een groot oppervlak water zoals bijv. een meer of een zee
watervlakten	=	watervlakte
watervlaktes	=	watervlakte
watervlaktetje	=	watervlakte
watervleermuis	noun	Myotis daubentonii een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae)
watervleermuisje	=	watervleermuis
watervleermuisjes	=	watervleermuis
watervleermuizen	=	watervleermuis
watervlek	noun	een vlek die is ontstaan doordat iets nat is geworden
watervlekje	=	watervlek
watervlekjes	=	watervlek
watervlekken	=	watervlek
watervliegenval	noun	Aldrovanda vesiculosa een vleesetende plant uit de zonnedauwfamilie (Droseraceae).
watervliegenvallen	=	watervliegenval
watervliegenvalletje	=	watervliegenval
watervliegenvalletjes	=	watervliegenval
watervliegtuig	noun	een vliegtuig dat kan opstijgen en landen op het water
watervliegtuigen	=	watervliegtuig
watervliegtuigje	=	watervliegtuig
watervliegtuigjes	=	watervliegtuig
watervlo	noun	bepaald bladpotig schaaldiertje van de orde Cladocera, een orde van kleine kreeftachtigen uit de klasse van de Branchiopoda (blad- of kieuwpootkreeftjes).
watervloed	noun	grote hoeveelheid van overstromend water.
watervloeden	=	watervloed
watervlooien	noun	een superorde Diplostraca van kleine kreeftachtigen uit de klasse van de Branchiopoda, dat zijn blad- of kieuwpootkreeftjes.
watervlooitje	=	watervlo
watervlootje	=	watervlo
watervlootjes	=	watervlo
watervlug	adj	heel snel en wendbaar
watervlugge	=	watervlug
watervlugger	=	watervlug
watervluggere	=	watervlug
watervluggers	=	watervlug
watervlugs	=	watervlug
watervlugst	=	watervlug
watervlugste	=	watervlug
watervogel	noun	langs het water levende vogel
watervogels	noun	groepen van vogelsoorten die een bepaalde binding aan wetlands (moerassen en wateren) hebben
watervogeltje	=	watervogel
watervogeltjes	=	watervogel
watervoor	noun	geul in een akker of een stuk grasland aangebracht om overtollig water te laten afvloeien
watervoorraad	noun	voorraad aan drinkwater.
watervoorraadje	=	watervoorraad
watervoorraadjes	=	watervoorraad
watervoorraden	=	watervoorraad
watervoortje	=	watervoor
watervoortjes	=	watervoor
watervoorziening	noun	het voorzien in de behoefte aan water, m.n. aan drinkwater
watervoorzieningen	=	watervoorziening
watervoren	=	watervoor
watervrees	noun	vrees voor water
watervrij	adj	waaraan alle water onttrokken is
watervrije	=	watervrij
watervrijer	=	watervrij
watervrijere	=	watervrij
watervrijers	=	watervrij
watervrijs	=	watervrij
watervrijst	=	watervrij
watervrijste	=	watervrij
waterwaaier	noun	Cabomba aquatica een plant uit de familie Cabombaceae.
waterwaaiers	=	waterwaaier
waterwaaiertje	=	waterwaaier
waterwaaiertjes	=	waterwaaier
waterwants	noun	Nepomorpha een groep van insecten, die in het water leven en zich met dierlijke sappen voeden, die behoren tot de onderorde van de wantsen (Heteroptera)
waterwantsen	noun	een infraorde Nepomorpha een groep van insecten die behoren tot de onderorde van de wantsen (Heteroptera)
waterwantsje	=	waterwants
waterwantsjes	=	waterwants
waterwappie	noun	iemand die onwaarheden over zaken rond waterbeheer, hoogwater en overstromingen verspreidt met name in het kader van klimaatverandering
waterwappies	=	waterwappie
waterweegbree	noun	benaming voor kruidachtige waterplanten uit het geslacht Alisma in de waterweegbreefamilie (Alismataceae)
waterweegbreefamilie	noun	een familie Alismataceae van merendeels overblijvende, kruidachtige water- en moerasplanten.
waterweegbreefamilies	=	waterweegbreefamilie
waterweegbreefamilietje	=	waterweegbreefamilie
waterweegbreefamilietjes	=	waterweegbreefamilie
waterweegbrees	=	waterweegbree
waterweegbreeën	=	waterweegbree
waterweg	noun	een water dat kan worden bevaren.
waterwegen	=	waterweg
waterweggetje	=	waterweg
waterwegje	=	waterweg
waterwegjes	=	waterweg
waterwereld	noun	het leven op het water
waterwerelden	=	waterwereld
waterwereldje	=	waterwereld
waterwereldjes	=	waterwereld
waterwerend	adj	van een materiaal of product dat het water afstoot en bescherming biedt tegen vocht, waardoor waterdruppels op het oppervlak blijven liggen in plaats van in te trekken
waterwerende	=	waterwerend
waterwerender	=	waterwerend
waterwerendere	=	waterwerend
waterwerenders	=	waterwerend
waterwerends	=	waterwerend
waterwerendst	=	waterwerend
waterwerendste	=	waterwerend
waterwerk	noun	in het water opgetrokken bouwwerk.
waterwerken	=	waterwerk
waterwerkje	=	waterwerk
waterwerkjes	=	waterwerk
waterwerper	noun	apparaat dat een zeer sterke straal water kan produceren.
waterwerpers	=	waterwerper
waterwerpertje	=	waterwerper
waterwerpertjes	=	waterwerper
waterwild	noun	wild dat in of rond het water leeft.
waterwilg	noun	bepaald soort loofboom Salix caprea, die inheems is in de Benelux en tot 14 meter hoog kan worden en behoort tot de wilgenfamilie Salicaceae
waterwilgen	=	waterwilg
waterwingebied	noun	gebied waar water gewonnen wordt.
waterwingebieden	=	waterwingebied
waterwinning	noun	Met waterwinning wordt het onttrekken van water aan het milieu bedoeld, over het algemeen met als doel dit water nuttig toe te passen als drinkwater of in de industrie.
waterwinningen	=	waterwinning
waterwinplaats	noun	plaats waar water afgetapt wordt.
waterwinplaatsen	=	waterwinplaats
waterwolf	noun|figurative	overstroming die tot verlies van land leidt
waterwolfje	=	waterwolf
waterwolven	=	waterwolf
waterwoning	noun	een volwaardige woning die (deels) in of op het water is gebouwd.
waterwoningen	=	waterwoning
waterwoninkje	=	waterwoning
waterwoninkjes	=	waterwoning
waterwormsalamander	noun	Typhlonectes compressicauda een amfibie uit de familie waterbewonende wormsalamanders (Typhlonectidae).
waterwormsalamanders	=	waterwormsalamander
waterwormsalamandertje	=	waterwormsalamander
waterwormsalamandertjes	=	waterwormsalamander
waterwrat	noun	bolvormig wratje (molluscum contagiosum) met een glad oppervlak, gevuld met een witte substantie, vooral bij jonge kinderen.
waterwratten	=	waterwrat
waterzak	noun	een zak waarin men water kan bewaren
waterzakje	=	waterzak
waterzakjes	=	waterzak
waterzakken	=	waterzak
waterzakmosdiertje	noun	Pectinatella magnifica een mosdiertjessoort uit de familie van de Pectinatellidae.
waterzakmosdiertjes	=	waterzakmosdiertje
waterzeil	noun	zeil gevoerd door langsgetuigde zeilschepen bij ruime en voordewindse koersen, bevestigd met het bovenlijk onder aan de giek
waterzeilen	=	waterzeil
waterzeiltje	=	waterzeil
waterzeiltjes	=	waterzeil
waterzo	noun	in water gekookte vis
waterzon	noun	zwak schijnende zon bij regenachtig weer
waterzonnen	=	waterzon
waterzonnetje	=	waterzon
waterzonnetjes	=	waterzon
waterzooi	noun	een gerecht van vis of kip met aardappelen, groenten, room en water
waterzooien	=	waterzooi
waterzooitje	=	waterzooi
waterzooitjes	=	waterzooi
waterzucht	noun	oedeem is een opeenhoping van extracellulair vocht in weefsel, leidend tot een zwelling zonder toename van het aantal cellen.
waterzuchten	=	waterzucht
waterzuil	noun	een pilaar, van water dat omhoog wordt gespoten
waterzuilen	=	waterzuil
waterzuiltje	=	waterzuil
waterzuiltjes	=	waterzuil
waterzuiverend	adj	betreffende het proces waarbij verontreinigingen, zoals chemische stoffen, bacteriën en zwevende deeltjes, uit water worden verwijderd om het schoon en veilig te maken voor consumptie, hergebruik of lozing in de natuur
waterzuiverende	=	waterzuiverend
waterzuiverender	=	waterzuiverend
waterzuiverendere	=	waterzuiverend
waterzuiverenders	=	waterzuiverend
waterzuiverends	=	waterzuiverend
waterzuiverendst	=	waterzuiverend
waterzuiverendste	=	waterzuiverend
waterzuivering	noun	het zuiveren, reinigen van water (van organische en chemische stoffen)
waterzuiveringen	=	waterzuivering
waterzuiveringsinstallatie	noun	zuivert het afvalwater van huishoudens en bedrijven.
waterzuiveringsinstallaties	=	waterzuiveringsinstallatie
waterzuiveringsmethode	noun	een manier om water te zuiveren
waterzuiveringsmethoden	=	waterzuiveringsmethode
waterzuiveringsmethodes	=	waterzuiveringsmethode
waterzuiveringsstation	noun	installatie waar men water ontdoet van verontreinigingen
waterzuiveringsstations	=	waterzuiveringsstation
waterzuring	noun	bepaald soort zuring die langs de waterkant groeit, Rumex hydrolapathum in de duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
waterzuringen	=	waterzuring
waterzurinkje	=	waterzuring
waterzwelmos	noun	Scytinium plicatile een korstmossoort uit de familie Collemataceae.
waterzwelmosje	=	waterzwelmos
waterzwelmosjes	=	waterzwelmos
waterzwelmossen	=	waterzwelmos
waterzwijn	noun	de capibara of waterzwijn Hydrochoerus hydrochaeris is een knaagdier dat voorkomt in het waterrijke gebied van Brazilië en Noord-Argentinië in Zuid-Amerika.
waterzwijnen	=	waterzwijn
waterzwijntje	=	waterzwijn
waterzwijntjes	=	waterzwijn
watje	noun	een stukje ongesponnen katoen of synthetische vervanging daarvan
watjekouw	noun	harde vuistslag, vooral als die gericht is op iemands gezicht
watjekouwen	=	watjekouw
watjes	=	watje
watrabebe	noun	Pterocarpus officinalis een boomsoort die 20 en soms tot 30 meter lang wordt.
watskeburt	intj	wat is er gebeurd
watt	noun	SI-eenheid van arbeidsvermogen of vermogen, weergegeven met symbool W
wattage	noun	vermogen uitgedrukt in de eenheid watt
wattages	=	wattage
watteer	=	watteren
watteerde	=	watteren
watteerden	=	watteren
watteert	=	watteren
watten	adj	van ongesponnen katoen of een synthetische vervanging daarvan vervaardigd	noun	ongesponnen katoen of een synthetische vervanging daarvan bedoeld voor het aanbrengen op wonden
wattengalwesp	noun	Andricus quercusramuli een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
wattengalwespen	=	wattengalwesp
wattengalwespje	=	wattengalwesp
wattengalwespjes	=	wattengalwesp
wattenschijfjeshouder	noun	een hygiënisch en decoratief opbergbakje, vaak van acryl, glas of marmer, bedoeld om wattenschijfjes netjes en stofvrij te bewaren in de badkamer of op de make-uptafel
wattenschijfjeshouders	=	wattenschijfjeshouder
wattenschijfjeshoudertje	=	wattenschijfjeshouder
wattenschijfjeshoudertjes	=	wattenschijfjeshouder
wattenstaafje	noun	plukje watten bevestigd op een houten of plastic stokje, gebruikt voor bepaalde medische doeleinden, zoals het inwendig reinigen van de oren
wattenstaafjes	=	wattenstaafje
wattenstaafjeshouder	noun	een kleine opbergbak of dispenser die speciaal is ontworpen om wattenstaafjes netjes, georganiseerd en hygiënisch te bewaren in de badkamer of op een make-uptafel
wattenstaafjeshouders	=	wattenstaafjeshouder
wattenstaafjeshoudertje	=	wattenstaafjeshouder
wattenstaafjeshoudertjes	=	wattenstaafjeshouder
wattenstokje	noun	klein staafje met aan één of beide uiteinden een watje
wattenstokjes	=	wattenstokje
wattere	=	watteren
watteren	verb	opvullen met watten
watterend	=	watteren
watterende	=	watteren
wattig	adj	met eigenschappen die lijken op die van watten
wattige	=	wattig
wattiger	=	wattig
wattigere	=	wattig
wattigers	=	wattig
wattigs	=	wattig
wattigst	=	wattig
wattigste	=	wattig
wattje	=	watt
wattmeter	noun	een instrument om het elektrisch vermogen, uitgedrukt in watt, te bepalen
wattmeters	=	wattmeter
wattmetertje	=	wattmeter
wattmetertjes	=	wattmeter
watts	=	watt
wattseconde	noun	joule
wattseconden	=	wattseconde
wattsecondes	=	wattseconde
wattsecondetje	=	wattseconde
wattsecondetjes	=	wattseconde
watturen	=	wattuur
wattuur	noun	een eenheid van arbeid of elektrische energie, weergegeven met symbool Wh
watusirund	noun	Bos taurus een rund afkomstig uit Afrika.
watusirunderen	=	watusirund
watusirundje	=	watusirund
watusirundjes	=	watusirund
waus	=	wous
wauw	intj	uitroep van verbazing
wauwel	=	wauwelen
wauwelaar	noun	iemand die wauwelt
wauwelaars	=	wauwelaar
wauwelde	=	wauwelen
wauwelden	=	wauwelen
wauwele	=	wauwelen
wauwelen	verb	langdurig zinloos praten
wauwelend	=	wauwelen
wauwelende	=	wauwelen
wauwelt	=	wauwelen
wav	noun	zesde letter van het alfabet
wave	noun	gebruik waarbij toeschouwers in een stadion zijdelings na elkaar opstaan met geheven handen, zodat er voor het oog een golfbeweging op de tribune ontstaat
wavede	=	waven
waveden	=	waven
waven	verb	als leden van een groep het beeld van een golfbeweging creëren door stelselmatig na elkaar met geheven handen op te staan
wavend	=	waven
wavende	=	waven
waves	=	wave
wavet	=	waven
wavje	=	wav
wavjes	=	wav
wavs	=	wav
wax	noun	was
waxcoat	noun	regenjas van linnen of katoen dat door een waslaagje geen water meer doorlaat
waxcoats	=	waxcoat
waxe	=	waxen
waxen	verb	onharen met behulp van gesmolten was die na afkoelen vast is geworden; de haren worden met wortel en al verwijderd
waxend	=	waxen
waxende	=	waxen
waxine	noun	paraffine, een mengsel van alkanen.
waxinelicht	noun	kleine kaars, veelal met een diameter van iets minder dan 4 centimeter en hoogte van 1 tot 2,5 centimeter die tijdens de brandtijd van ongeveer 4 tot 8 uur helemaal vloeibaar wordt en daarom in een onbrandbaar kuipje zit met een lontje dat dankzij een metalen voetje niet gaat drijven, geschikt als warmtebron in een theekomfoor
waxinelichten	=	waxinelicht
waxinelichthouder	noun	een houder voor waxinelichtjes
waxinelichthoudergooier	noun	iemand die een waxinelichthouder gooit
waxinelichthoudergooiers	=	waxinelichthoudergooier
waxinelichthouders	=	waxinelichthouder
waxinelichthoudertje	=	waxinelichthouder
waxinelichthoudertjes	=	waxinelichthouder
waxinelichtje	=	waxinelicht
waxinelichtjes	=	waxinelicht
waxines	=	waxine
waxinewerper	noun	iemand die een waxinelichthouder gooit
waxinewerpers	=	waxinewerper
waxt	=	waxen
waxte	=	waxen
waxten	=	waxen
wazen	=	waas
wazig	adj	als door een waas bedekt of omgeven
wazige	=	wazig
waziger	=	wazig
wazigere	=	wazig
wazigers	=	wazig
wazigheden	=	wazigheid
wazigheid	noun	slecht zichtbaarheid alsof er een nevel voor hangt
wazigs	=	wazig
wazigst	=	wazig
wazigste	=	wazig
waäd	noun	comité, bestuur
waädot	=	waäd
waëem	noun	en moeder
wc	noun	toilet [1]
wc's	=	wc
wc'tje	=	wc
wc'tjes	=	wc
wc-borstel	noun	borstel die je kunt gebruiken voor het reinigen van het toilet
wc-borstelhouder	noun	de houder (vaak een potje) waarin je een toiletborstel bewaart om deze hygiënisch op te bergen
wc-borstelhouders	=	wc-borstelhouder
wc-borstelhoudertje	=	wc-borstelhouder
wc-borstelhoudertjes	=	wc-borstelhouder
wc-borstels	=	wc-borstel
wc-borsteltje	=	wc-borstel
wc-borsteltjes	=	wc-borstel
wc-bril	noun	een met scharnieren aan de toiletpot bevestigde ovale plaat met een gat erin, waar men op zit tijdens het gebruikmaken van het toilet
wc-brillen	=	wc-bril
wc-brilletje	=	wc-bril
wc-brilletjes	=	wc-bril
wc-chloor	noun	chloot bevattend schoonmaakmiddel voor de toilet
wc-deur	noun	de deur van een wc
wc-deuren	=	wc-deur
wc-deurtje	=	wc-deur
wc-deurtjes	=	wc-deur
wc-eend	noun	toiletreinigingsproduct in een fles waarvan de hals lijkt op een zwanenhals
wc-eenden	=	wc-eend
wc-eendje	=	wc-eend
wc-eendjes	=	wc-eend
wc-motmug	noun	Clogmia albipunctata een muggensoort uit de familie van de motmuggen (Psychodidae).
wc-motmuggen	=	wc-motmug
wc-motmuggetje	=	wc-motmug
wc-motmuggetjes	=	wc-motmug
wc-papier	noun	toiletpapier.
wc-papieren	=	wc-papier
wc-papiertje	=	wc-papier
wc-papiertjes	=	wc-papier
wc-pot	noun	een pot waarin je kunt plassen en poepen
wc-potgooien	verb	het zo ver mogelijk proberen te werpen van een closetpot
wc-potje	=	wc-pot
wc-potjes	=	wc-pot
wc-potten	=	wc-pot
wc-rol	noun	een opgerolde hoeveelheid wc-papier
wc-rollen	=	wc-rol
wc-rolletje	=	wc-rol
wc-rolletjes	=	wc-rol
wc-stoel	noun	stoel met een ingebouwde po, een verplaatsbaar medisch hulpmiddel dat functioneert als een toilet
wc-stoelen	=	wc-stoel
wc-stoeltje	=	wc-stoel
wc-stoeltjes	=	wc-stoel
we	pron	onbeklemtoonde vorm van de eerste persoon meervoud nominatief
wearable	noun	toestel dat men aan het lichaam kan dragen zoals bijvoorbeeld een smartwatch	adj	eigenschap van een elektronisch toestel: dat men aan het lichaam kan dragen
wearables	=	wearable
wearablest	=	wearable
wearableste	=	wearable
weaverhouding	noun	een specifieke, klassieke schiethouding die wordt gebruikt bij het schieten met een vuurwapen, met name een pistool.
weaverhoudingen	=	weaverhouding
weaverhoudinkje	=	weaverhouding
weaverhoudinkjes	=	weaverhouding
web	noun	spinnenweb
webadres	noun	internetadres, websiteadres
webadresje	=	webadres
webadresjes	=	webadres
webadressen	=	webadres
webapplicatie	noun	een programma dat op een webserver draait en via de webbrowser kan worden benaderd
webapplicaties	=	webapplicatie
webbased	adj	van een dienst dat deze voor opslag en verwerking van data gebruik maakt van servers en een internetverbinding
webbaseds	=	webbased
webbe	noun	web
webben	=	web
webbesteding	noun	geld dat online wordt uitgegeven, zoals bij e-commerce of het betalen van abonnementsdiensten
webbestedingen	=	webbesteding
webbestedinkje	=	webbesteding
webbestedinkjes	=	webbesteding
webbetje	=	web
webbetjes	=	web
webbrowser	noun	computerprogramma voor het bezoeken van het internet
webbrowsers	=	webbrowser
webbrowsertje	=	webbrowser
webbrowsertjes	=	webbrowser
webcam	noun	een digitale videocamera die via het internet beelden en geluid verstuurt
webcammetje	=	webcam
webcammetjes	=	webcam
webcams	=	webcam
webcamvos	noun	een vos die door middel van een webcam door mensen gevolgd wordt via het internet.
webcamvosje	=	webcamvos
webcamvosjes	=	webcamvos
webcamvossen	=	webcamvos
webcast	noun	een uitzending die - in tegenstelling tot een webvideo - live wordt uitgezonden via het internet
webcasts	=	webcast
webdagboek	noun	een persoonlijk online dagboek of verslag op een website
webdagboeken	=	webdagboek
webdagboekje	=	webdagboek
webdagboekjes	=	webdagboek
webdesign	noun	het ontwerp van een internetpagina of groep van internetpagina's
webdesigner	noun	vormgever en ontwikkelaar van websites
webdesigners	=	webdesigner
webdesignertje	=	webdesigner
webdesignertjes	=	webdesigner
webdesigns	=	webdesign
webdetective	noun	iemand die door speurwerk misdaden op internet opheldert
webdetectives	=	webdetective
webdeveloper	noun	iemand websites ontwikkelt en beheert
webdevelopers	=	webdeveloper
webdevelopment	noun	het realiseren van websites
webdevelopments	=	webdevelopment
weber	noun	een eenheid voor magnetische flux, weergegeven met symbool Wb gelijk aan voltseconde
webers	=	weber
webgebaseerd	adj	van een dienst dat deze voor opslag en verwerking van data gebruik maakt van servers en een internetverbinding
webgebaseerde	=	webgebaseerd
webgebaseerds	=	webgebaseerd
webhosting	noun	een dienst die particulieren of bedrijven ruimte aanbiedt voor het opslaan van informatie, afbeeldingen, of andere inhoud die toegankelijk is via een website
webhostings	=	webhosting
webinar	noun	een lezing, workshop, college of soortgelijke presentatie of vorm van kennisoverdracht die plaatsvindt via het internet
webinars	=	webinar
webindex	noun	een website met als voornaamste doel het verwijzen via hyperlinks naar andere websites en die dus een catalogus is
webindexen	=	webindex
webje	=	web
webjes	=	web
weblink	noun	een verwijzing op een webpagina naar een andere webpagina
weblinks	=	weblink
weblocatie	noun	adres op internet van een informatiesysteem
weblocaties	=	weblocatie
weblocatietje	=	weblocatie
weblocatietjes	=	weblocatie
weblog	noun	een dagboek op een website dat regelmatig, soms meermalen per dag, wordt bijgehouden
weblogde	=	webloggen
weblogden	=	webloggen
weblogge	=	webloggen
webloggen	verb	het bijhouden van een kroniek of dagboek op het internet
webloggend	=	webloggen
webloggende	=	webloggen
weblogger	noun	iemand die dagelijks een persoonlijk dagboek op een website bijhoudt
webloggers	=	weblogger
webloggertje	=	weblogger
webloggertjes	=	weblogger
weblogje	=	weblog
weblogjes	=	weblog
weblogs	=	weblog
weblogt	=	webloggen
webmagazine	noun	website waarop regelmatig artikelen van verschillende auteurs worden gepubliceerd
webmagazines	=	webmagazine
webmail	noun	e-mail via een website (i.p.v. via een e-mailprogramma)
webmails	=	webmail
webmailtje	=	webmail
webmailtjes	=	webmail
webmaster	noun	iemand die een website ontwerpt en/of beheert
webmasters	=	webmaster
webmastertje	=	webmaster
webmastertjes	=	webmaster
webpagina	noun	een pagina op een website#:▸ Het ministerie van Volksgezondheid zegt dat er in de publieksvoorlichting altijd op is gewezen dat het vaccin pas na twee weken optimaal zou werken.
webpagina's	=	webpagina
webpaginaatje	=	webpagina
webpaginaatjes	=	webpagina
webpesten	verb	iemand via het internet en socialmediasites pesten, plagen en treiteren; digitaal pesten
webpestend	=	webpesten
webpestende	=	webpesten
webportaal	noun	een website die vooral links bevat naar andere websites
webportalen	=	webportaal
webradio	noun	radio via internet
webradio's	=	webradio
webradiootje	=	webradio
webradiootjes	=	webradio
webredacteur	noun	iemand die publiceert op het internet
webredacteuren	=	webredacteur
webredacteurs	=	webredacteur
webredactie	noun	groep mensen die de inhoud van een website beheren
webredacties	=	webredactie
webring	noun	een collectie van websites die aan elkaar gelinkt worden
webringen	=	webring
webserver	noun	computerprogramma dat via het netwerk HTTP-verzoeken ontvangt en beantwoordt met documenten, als bijvoorbeeld een webpagina
webservers	=	webserver
webservice	noun	een dienst die zonder tussenkomst van mensen via het internet wordt geleverd
webservices	=	webservice
webshop	noun	een website die functioneert als een winkel
webshops	=	webshop
website	noun	plaats waar zich informatie bevindt op het internet, aangeduid met een URL
websiteadres	noun	de naam van een website die men kan intypen in de zoekbalk van een internetbrowser als men die site wil bezoeken
websiteadressen	=	websiteadres
websitebouwer	noun	iemand die een website voor het internet bouwt
websitebouwers	=	websitebouwer
websiteje	=	website
websitejes	=	website
websites	=	website
webspinner	noun	geleedpotige uit de orde Embioptera met ruim 400 tropische of subtropische soorten, verdeeld over elf families De soorten lijken qua uiterlijk sterk op elkaar.
webspinners	noun	orde Embioptera van meer dan 400 tropische of subtropische soorten, verdeeld over elf families De soorten lijken qua uiterlijk sterk op elkaar.
webspinnertje	=	webspinner
webspinnertjes	=	webspinner
webstandaard	noun	bepaalde norm voor het internet
webstandaarden	=	webstandaard
webstandaardje	=	webstandaard
webstandaardjes	=	webstandaard
webstandaards	=	webstandaard
webstek	noun	website, elektronische thuispagina
webstekje	=	webstek
webstekjes	=	webstek
webstekken	=	webstek
websteks	=	webstek
websurf	=	websurfen
websurfde	=	websurfen
websurfden	=	websurfen
websurfe	=	websurfen
websurfen	verb	wat (doelloos) dingen opzoeken op het internet
websurfend	=	websurfen
websurfende	=	websurfen
websurft	=	websurfen
websurfte	=	websurfen
websurften	=	websurfen
webvertising	noun	adverteren op het internet
webwinkel	noun	winkel waar men via het web (internet) producten of diensten kan kopen
webwinkels	=	webwinkel
webwinkeltje	=	webwinkel
webwinkeltjes	=	webwinkel
webwolfspinnen	noun	Sosippus een geslacht van spinnen uit de familie wolfspinnen (Lycosidae)
webzine	noun	tijdschrift gepubliceerd op internet; elektronisch tijdschrift
webzines	=	webzine
wechesjbon	noun	en rekening
wechoma	noun	en muur
weck	=	wecken
wecke	=	wecken
wecken	verb	levensmiddelen conserveren door na kokend te steriliseren luchtdicht af te sluiten
weckend	=	wecken
weckende	=	wecken
weckfles	noun	glazen pot waarin levensmiddelen (zoals groente, vruchten en vlees) geweckt en bewaard worden
weckflesje	=	weckfles
weckflesjes	=	weckfles
weckflessen	=	weckfles
weckpot	noun	glazen bokaal met rubber sluitring om groenten of fruit in te maken door te steriliseren
weckpotje	=	weckpot
weckpotjes	=	weckpot
weckpotten	=	weckpot
weckt	=	wecken
weckte	=	wecken
weckten	=	wecken
wed	noun	doorwaadbare plaats, voorde
wedde	noun	bezoldiging, loon, salaris
weddellzeehond	noun	bepaald soort zoogdier, Leptonychotes weddellii, een van de meest voorkomende zeehonden in Antarctica, staalgrijs van kleur met over het hele lichaam lichte, witte of gelige vlekken In de zomer verbleken de kleuren en om in de winter weer intensiever te worden.
weddellzeehonden	=	weddellzeehond
weddellzeehondje	=	weddellzeehond
weddellzeehondjes	=	weddellzeehond
weddeloop	=	wedloop
wedden	verb	geld inzetten op een toekomstige gebeurtenis
weddend	=	wedden
weddende	=	wedden
weddenschap	noun	een wederzijdse overeenkomst de ander te zullen betalen naar gelang de uitkomst van een gebeurtenis in de toekomst
weddenschapje	=	weddenschap
weddenschapjes	=	weddenschap
weddenschappen	=	weddenschap
wedder	noun	iemand die een weddenschap aangaat
wedders	=	wedder
weddertje	=	wedder
weddes	=	wedde
weddeschaal	noun	loonschaal een bandbreedte waarbij het arbeidsloon ligt tussen een minimum- en maximumbedrag
weddeschaaltje	=	weddeschaal
weddeschalen	=	weddeschaal
weddetje	=	wedde
weddetrekkende	noun	militair (Nederland), ambtenaar of leraar (België) die een loon ontvangt dat wedde wordt genoemd
weddetrekkenden	=	weddetrekkende
weddeverhoging	noun	verhoging van het loon van militairen (in Nederland) of, ambtenaren en leraren (in België)
weddeverhogingen	=	weddeverhoging
weddeverhoginkje	=	weddeverhoging
weddeverhoginkjes	=	weddeverhoging
wedding	noun	het wedden
weddingen	=	wedding
weddingschap	noun	weddenschap
weddingschappen	=	weddingschap
weddinkje	=	wedding
weddinkjes	=	wedding
wede	noun	bepaald soort kruisbloemige plant met langwerpige bladeren en kleine gele trosbloemen, Isatis tinctoria
wedeblauw	noun	blauwe kleurstof gewonnen uit de wedeplant Isatis tinctoria, een minder geconcentreerde vorm van indigo	adj	met een donker blauwe kleur
wedeblauwe	=	wedeblauw
wedeblauwer	=	wedeblauw
wedeblauwere	=	wedeblauw
wedeblauwers	=	wedeblauw
wedeblauws	=	wedeblauw
wedeblauwst	=	wedeblauw
wedeblauwste	=	wedeblauw
weden	=	wede
weder	adv	nog een keer, wederom, van voren af aan	noun|obsolete	weer (de atmosferische omstandigheden)
wederbelegging	noun	het opnieuw investeren van vrijgekomen vermogen.
wederbeleggingen	=	wederbelegging
wederbeleggingsvergoeding	noun	een schadevergoeding die een bank in rekening brengt wanneer u een lening, zoals een hypotheek, vervroegd (gedeeltelijk) terugbetaalt.
wederbeleggingsvergoedingen	=	wederbeleggingsvergoeding
wederbeleggingsvergoedinkje	=	wederbeleggingsvergoeding
wederbeleggingsvergoedinkjes	=	wederbeleggingsvergoeding
wederbelegginkje	=	wederbelegging
wederbelegginkjes	=	wederbelegging
wederdienst	noun	hulp die je iemand geeft of vraagt in antwoord op eerder gegeven of ontvangen hulp
wederdiensten	=	wederdienst
wederdoper	noun	aanhanger van radicale godsdiensthervormers, hoogtepunt rond 1534, die o.a. de doop van de volwassenen voorstonden
wederdopers	=	wederdoper
wederga	noun	weerga, gelijke, evenbeeld
wedergaf	=	wedergeven
wedergalm	=	weergalm
wedergaye	=	weerga
wedergeboorte	noun	het in sommige godsdiensten gangbare idee van het lichamelijk opnieuw geboren worden na de dood
wedergeboorten	=	wedergeboorte
wedergeboortes	=	wedergeboorte
wedergeboren	adj	na de dood opnieuw geboren worden
wedergeborens	=	wedergeboren
wedergeef	=	wedergeven
wedergeeft	=	wedergeven
wedergegeven	=	wedergeven
wedergekeerd	=	wederkeren
wedergekomen	=	wederkomen
wedergeve	=	wedergeven
wedergeven	verb	teruggeven van wat men eerst ontvangen of gestolen heeft
wedergevend	=	wedergeven
wedergevende	=	wedergeven
wedergevoerd	=	wedervaren
wedergevonden	=	wedervinden
wedergezien	=	wederzien
wederglans	=	weerglans
wederhaak	=	weerhaak
wederhelft	noun	de persoon waarmee iemand getrouwd is
wederhelften	=	wederhelft
wederhelftje	=	wederhelft
wederhelftjes	=	wederhelft
wederhoor	noun	luisteren naar de tegenpartij
wederhoorde	=	wederhoren
wederhoorden	=	wederhoren
wederhoort	=	wederhoren
wederhoortje	=	wederhoor
wederhore	=	wederhoren
wederhoren	verb|formal	de tegenpartij horen
wederhorend	=	wederhoren
wederhorende	=	wederhoren
wederik	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lysimachia
wederikbladroller	noun	Phalonidia udana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
wederikbladrollers	=	wederikbladroller
wederikbladrollertje	=	wederikbladroller
wederikbladrollertjes	=	wederikbladroller
wederikdwergspanner	noun	Anticollix sparsata een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
wederikdwergspanners	=	wederikdwergspanner
wederikdwergspannertje	=	wederikdwergspanner
wederikdwergspannertjes	=	wederikdwergspanner
wederiken	=	wederik
wederikje	=	wederik
wederikjes	=	wederik
wederinvoering	noun	het opnieuw invoeren
wederinvoeringen	=	wederinvoering
wederkeer	=	wederkeren
wederkeerde	=	wederkeren
wederkeerden	=	wederkeren
wederkeerlijk	adj	van beide kanten
wederkeerlijke	=	wederkeerlijk
wederkeerlijker	=	wederkeerlijk
wederkeerlijkere	=	wederkeerlijk
wederkeerlijkers	=	wederkeerlijk
wederkeerlijks	=	wederkeerlijk
wederkeerlijkst	=	wederkeerlijk
wederkeerlijkste	=	wederkeerlijk
wederkeert	=	wederkeren
wederkere	=	wederkeren
wederkeren	verb	weer terugkomen na eerst weggegaan te zijn
wederkerend	adj	steeds terugkomende
wederkerende	=	wederkerend
wederkerends	=	wederkerend
wederkerig	adj	van beide kanten
wederkerige	=	wederkerig
wederkeriger	=	wederkerig
wederkerigere	=	wederkerig
wederkerigers	=	wederkerig
wederkerigheden	=	wederkerigheid
wederkerigheid	noun	de mate waarin mensen iets voor elkaar doen, waarbij beide kanten zowel hulp geven als ontvangen
wederkerigs	=	wederkerig
wederkerigst	=	wederkerig
wederkerigste	=	wederkerig
wederklank	=	weerklank
wederkom	=	wederkomen
wederkome	=	wederkomen
wederkomen	verb	weerkomen
wederkomend	=	wederkomen
wederkomende	=	wederkomen
wederkomst	noun	het weer terugkomen na een eerder vertrek
wederkomsten	=	wederkomst
wederkomt	=	wederkomen
wederkwaamt	=	wederkomen
wederkwam	=	wederkomen
wederkwamen	=	wederkomen
wederleg	=	wederleggen
wederlegd	=	wederleggen
wederlegde	=	wederleggen
wederlegden	=	wederleggen
wederlegge	=	wederleggen
wederleggen	verb	de ongeldigheid van een gemaakte bewering aantonen
wederleggend	=	wederleggen
wederleggende	=	wederleggen
wederlegt	=	wederleggen
wederlicht	=	weerlicht
wederliefde	noun	de beantwoorde liefde
wederliefden	=	wederliefde
wederliefdes	=	wederliefde
wederom	adv	opnieuw, weer eens
wederopbloei	noun	het opnieuw tot ontwikkeling komen van iets of iemand
wederopbouw	noun	periode waarin de oorlogsschade door de Tweede Wereldoorlog werd hersteld
wederopbouwen	=	wederopbouw
wederopleving	noun	het weer tot bloei komen van iets dat eigenlijk al als verloren was beschouwd
wederoplevingen	=	wederopleving
wederopstanding	noun	het opnieuw opstaan
wederopstandingen	=	wederopstanding
wederopstandingetje	=	wederopstanding
wederopstandingetjes	=	wederopstanding
wederopstandinkje	=	wederopstanding
wederoptreden	noun|formal	niet vanzelfsprekende verschijning na een periode van afwezigheid
wederoptredens	=	wederoptreden
wederopzegging	noun	tot wederopzegging: een overeenkomst of abonnement dat doorloopt totdat een van de partijen deze zelf opzegt.
wederopzeggingen	=	wederopzegging
wederopzegginkje	=	wederopzegging
wederopzegginkjes	=	wederopzegging
wederpartij	noun	de andere partij in een conflict
wederpartijen	=	wederpartij
wederrechtelijk	adj	in strijd met het recht
wederrechtelijke	=	wederrechtelijk
wederrechtelijker	=	wederrechtelijk
wederrechtelijkere	=	wederrechtelijk
wederrechtelijkers	=	wederrechtelijk
wederrechtelijks	=	wederrechtelijk
wederrechtelijkst	=	wederrechtelijk
wederrechtelijkste	=	wederrechtelijk
wederroepelijk	adj	van beide kanten
wederroepelijke	=	wederroepelijk
wederroepelijker	=	wederroepelijk
wederroepelijkere	=	wederroepelijk
wederroepelijkers	=	wederroepelijk
wederroepelijks	=	wederroepelijk
wederroepelijkst	=	wederroepelijk
wederroepelijkste	=	wederroepelijk
weders	=	weder
wedersamenstelling	noun	voorstelling waardoor men feiten of handelingen uit het verleden weer tot leven tracht te wekken
wedersamenstellingen	=	wedersamenstelling
wederspoed	noun|obsolete	ernstige pech, toestand met belangrijke tegenslag
wederspoeden	=	wederspoed
wederstreven	=	weerstreven
wedertje	=	weder
wederuitzending	noun	het opnieuw uitzenden of herhalen van een radio- of televisieprogramma
wederuitzendingen	=	wederuitzending
wederuitzendinkje	=	wederuitzending
wederuitzendinkjes	=	wederuitzending
wedervaar	=	wedervaren
wedervaart	=	wedervaren
wedervare	=	wedervaren
wedervaren	noun	dat wat is meegemaakt, belevenissen
wedervarend	=	wedervaren
wedervarende	=	wedervaren
wederverkoop	noun	de inkoop van waren in het groot en de verkoop van deze waren in het klein
wederverkoopster	=	wederverkoper
wederverkopen	=	wederverkoop
wederverkoper	noun	verkoper van elders ingekochte diensten en producten, bijvoorbeeld op het vlak van software of webhosting
wederverkopers	=	wederverkoper
wedervind	=	wedervinden
wedervinde	=	wedervinden
wedervinden	verb	opnieuw terugvinden en herkennen
wedervindend	=	wedervinden
wedervindende	=	wedervinden
wedervindt	=	wedervinden
wedervoer	=	wedervaren
wedervoerde	=	wedervaren
wedervoerden	=	wedervaren
wedervoere	=	wedervaren
wedervoeren	=	wedervaren
wedervoerend	=	wedervaren
wedervoerende	=	wedervaren
wedervoert	=	wedervaren
wedervond	=	wedervinden
wedervonden	=	wedervinden
wedervoorspelling	=	weersvoorspelling
wedervraag	noun	een vraag die moet dienen als antwoord op een vraag die iemand heeft gesteld
wedervraagje	=	wedervraag
wedervraagjes	=	wedervraag
wedervragen	=	wedervraag
wederwaardigheden	noun	avonturen, lotgevallen, belevenissen
wederwaardigheid	noun	het zich tegen iets of iemand keren
wederwoord	noun	weerwoord.
wederwoorden	=	wederwoord
wederwoordje	=	wederwoord
wederwoordjes	=	wederwoord
wederwraak	=	weerwraak
wederzag	=	wederzien
wederzagen	=	wederzien
wederzie	=	wederzien
wederzien	verb	opnieuw iemand zien na een tijd van elkaar gescheiden te zijn geweest
wederziend	=	wederzien
wederziende	=	wederzien
wederziet	=	wederzien
wederzijde	noun	de andere kant
wederzijden	=	wederzijde
wederzijdes	=	wederzijde
wederzijdetje	=	wederzijde
wederzijdetjes	=	wederzijde
wederzijds	adj	van beide kanten komend	adv	van beide kanten, aan beide kanten
wederzijdsch	=	wederzijds
wederzijdse	=	wederzijds
wederzijdser	=	wederzijds
wederzijdsere	=	wederzijds
wederzijdsers	=	wederzijds
wederzijdst	=	wederzijds
wederzijdste	=	wederzijds
wederzin	=	weerzin
wedes	=	wede
wedetje	=	wede
wedewitje	noun	Pieris ergane een dagvlinder uit de familie Pieridae, de witjes
wedewitjes	=	wedewitje
wedge	noun	langwerpig segment uit een aardappel (vergelijkbaar met een grote friet, maar dan met een meer driehoekige in plaats van een vierkante doorsnede)
wedges	=	wedge
wedgwood	noun	Engels aardewerk in het algemeen
wedijver	=	wedijveren
wedijverde	=	wedijveren
wedijverden	=	wedijveren
wedijvere	=	wedijveren
wedijveren	verb	een competitie aangaan
wedijverend	=	wedijveren
wedijverende	=	wedijveren
wedijvert	=	wedijveren
wedje	=	wed
wedjes	=	wed
wedkamp	noun	een evenement, waarin meerdere partijen trachten een of meer tegenstanders te overwinnen, of trachten te bewijzen dat zij beter zijn in een discipline dan de andere partij of partijen
wedkampen	=	wedkamp
wedkantoor	noun	een bureau waar weddenschappen op wedrennen tegen betaling afgesloten worden en uitbetaald worden aan personen die op de winnaar hebben ingezet.
wedkantoortje	=	wedkantoor
wedkantoortjes	=	wedkantoor
wedkantoren	=	wedkantoor
wedloop	noun	wedstrijd waarbij het erom gaat een bepaald traject of parcours zo snel mogelijk af te leggen
wedloopje	=	wedloop
wedloopjes	=	wedloop
wedlopen	=	wedloop
wedren	noun	wedstrijd waarbij men als eerste de eindstreep probeert te halen
wedrennen	=	wedren
wedstrijd	noun	een strijd van twee of meer personen om uit te maken wie op een bepaald gebied de beste is
wedstrijdbaan	noun	speciaal aangelegde baan, circuit of parcours waarop sportwedstrijden worden gehouden
wedstrijdbaantje	=	wedstrijdbaan
wedstrijdbaantjes	=	wedstrijdbaan
wedstrijdbanen	=	wedstrijdbaan
wedstrijdbeeld	noun	verloop van een wedstrijd; de krachtsverhouding in een wedstrijd
wedstrijdbeelden	=	wedstrijdbeeld
wedstrijdbeker	noun	een soort prijs of trofee die wordt uitgereikt aan de winnaar(s) van een wedstrijd of toernooi, vaak in sport
wedstrijdbekers	=	wedstrijdbeker
wedstrijdbespreking	noun	het moment voorafgaand aan een sportwedstrijd waarin de trainer of coach het team voorbereidt.
wedstrijdbesprekingen	=	wedstrijdbespreking
wedstrijdbesprekinkje	=	wedstrijdbespreking
wedstrijdbesprekinkjes	=	wedstrijdbespreking
wedstrijdcircuit	noun	speciaal aangelegde baan, circuit of parcours waarop sportwedstrijden worden gehouden
wedstrijdcircuitje	=	wedstrijdcircuit
wedstrijdcircuitjes	=	wedstrijdcircuit
wedstrijdcircuits	=	wedstrijdcircuit
wedstrijdcomiteetje	=	wedstrijdcomité
wedstrijdcomiteetjes	=	wedstrijdcomité
wedstrijdcomité	noun	groep mensen die een wedstrijd organiseert
wedstrijdcomités	=	wedstrijdcomité
wedstrijdcommissaris	noun	iemand die namens de organisatie een taak vervult tijdens een wedstrijd
wedstrijdcommissarissen	=	wedstrijdcommissaris
wedstrijdcommissie	noun	groep mensen die toeziet op een ordentelijk verloop van een wedstrijd
wedstrijdcommissies	=	wedstrijdcommissie
wedstrijddag	noun	de dag dat een wedstrijd gehouden wordt
wedstrijddagen	=	wedstrijddag
wedstrijddagje	=	wedstrijddag
wedstrijddagjes	=	wedstrijddag
wedstrijden	=	wedstrijd
wedstrijdfit	adj	het weer fit (genoeg) zijn om (weer) aan wedstrijden mee te doen
wedstrijdfits	=	wedstrijdfit
wedstrijdfitst	=	wedstrijdfit
wedstrijdfitste	=	wedstrijdfit
wedstrijdfitte	=	wedstrijdfit
wedstrijdfitter	=	wedstrijdfit
wedstrijdfittere	=	wedstrijdfit
wedstrijdfitters	=	wedstrijdfit
wedstrijdformulier	noun	formulier dat een deelnemer invult om mee te kunnen doen met een wedstrijd
wedstrijdformulieren	=	wedstrijdformulier
wedstrijdformuliertje	=	wedstrijdformulier
wedstrijdformuliertjes	=	wedstrijdformulier
wedstrijdje	=	wedstrijd
wedstrijdjes	=	wedstrijd
wedstrijdkalender	noun	lijst met wedstrijden die in een bepaald seizoen worden gehouden
wedstrijdkalenders	=	wedstrijdkalender
wedstrijdklok	noun	een apparaat waarbij in één behuizing twee uurwerken zijn aangebracht zodanig dat er slechts één tegelijk kan lopen.
wedstrijdklokje	=	wedstrijdklok
wedstrijdklokjes	=	wedstrijdklok
wedstrijdklokken	=	wedstrijdklok
wedstrijdleider	noun	iemand die toeziet op een ordelijk verloop van een wedstrijd waarbij men zich houdt aan de spelregels
wedstrijdleiders	=	wedstrijdleider
wedstrijdleiding	noun	leiding van de wedstrijd of het sportevenement alsmede de personen bij wie die berust
wedstrijdleidingen	=	wedstrijdleiding
wedstrijdleidinkje	=	wedstrijdleiding
wedstrijdleidinkjes	=	wedstrijdleiding
wedstrijdloper	noun	een sporter die aan een wedstrijdmarathon.
wedstrijdlopers	=	wedstrijdloper
wedstrijdlopertje	=	wedstrijdloper
wedstrijdlopertjes	=	wedstrijdloper
wedstrijdparcours	noun	speciaal aangelegde baan, circuit of parcours waarop sportwedstrijden worden gehouden
wedstrijdparcoursen	=	wedstrijdparcours
wedstrijdparcoursje	=	wedstrijdparcours
wedstrijdparcoursjes	=	wedstrijdparcours
wedstrijdprogramma	noun	overzicht van alle wedstrijden in een bepaalde sport
wedstrijdprogramma's	=	wedstrijdprogramma
wedstrijdprogrammaatje	=	wedstrijdprogramma
wedstrijdprogrammaatjes	=	wedstrijdprogramma
wedstrijdpunt	noun	punt behaalt in een wedstrijd
wedstrijdpunten	=	wedstrijdpunt
wedstrijdpuntje	=	wedstrijdpunt
wedstrijdpuntjes	=	wedstrijdpunt
wedstrijdregel	noun	onderdeel van een wedstrijdreglement
wedstrijdregels	=	wedstrijdregel
wedstrijdrijder	noun	rijder die meedoet aan een snelheidswedstrijd
wedstrijdrijders	=	wedstrijdrijder
wedstrijdschema	noun	lijst met alle wedstrijden die gehouden worden
wedstrijdschema's	=	wedstrijdschema
wedstrijdsport	noun	sport waarbij men zich meet met andere sporters
wedstrijdsporten	=	wedstrijdsport
wedstrijdterrein	noun	veld waarop een wedstrijd gehouden wordt
wedstrijdterreinen	=	wedstrijdterrein
wedstrijdterreintje	=	wedstrijdterrein
wedstrijdterreintjes	=	wedstrijdterrein
wedstrijdverband	noun	in de situatie van een sportieve wedstrijd
wedstrijdverbanden	=	wedstrijdverband
wedstrijdverslag	noun	beschrijving van het beloop van een wedstrijd
wedstrijdverslagen	=	wedstrijdverslag
wedstrijdverslagje	=	wedstrijdverslag
wedstrijdverslagjes	=	wedstrijdverslag
wedstrijdvogel	noun	vogel die vergelijkbare vogels bij een evenement in een bepaald opzicht moet overtreffen om zijn eigenaar een overwinning te bezorgen
wedstrijdvogels	=	wedstrijdvogel
wedstrijdvogeltje	=	wedstrijdvogel
wedstrijdvogeltjes	=	wedstrijdvogel
wedstrijdvoorbereiding	noun	het proces waarbij een sporter zich zowel fysiek als mentaal voorbereidt op een sportevenement, met als doel om op het moment van de wedstrijd in topvorm te zijn.
wedstrijdvoorbereidingen	=	wedstrijdvoorbereiding
wedstrijdvoorbereidinkje	=	wedstrijdvoorbereiding
wedstrijdvoorbereidinkjes	=	wedstrijdvoorbereiding
wedstrijdwater	noun	een vaarwater waarop je een wedstrijd kunt houden (met name voor zeilen en roeien)
wedstrijdzeilen	noun	competitief varen in een zeilboot
wedstrijdzeilende	=	wedstrijdzeilen
wedstrijdzwemmen	noun	het zo snel mogelijk zwemmen in competitie met andere zwemmers; het zwemmen als wedstrijdsport
wedstrijdzwemmend	adj	van een persoon dat deze meedoet aan zwemwedstrijden
wedstrijdzwemmende	=	wedstrijdzwemmend
wedstrijdzwemmends	=	wedstrijdzwemmend
wedstrijdzwemmer	noun	iemand die meedoet aan zwemwwedstrijden
wedstrijdzwemmers	=	wedstrijdzwemmer
wedstrijdzwemmertje	=	wedstrijdzwemmer
wedstrijdzwemmertjes	=	wedstrijdzwemmer
wedt	=	wedden
weduwaapje	noun	Cheracebus torquatus primaat uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae).
weduwaapjes	=	weduwaapje
weduwe	noun	vrouw wier huwelijkspartner overleden is
weduwefonds	noun	fonds tot uitkering van geld aan weduwen en wezen
weduwefondsen	=	weduwefonds
weduwen	noun	Latrodectus een geslacht van spinnen uit de familie kogelspinnen (Theridiidae).
weduwen-en-wezenfonds	noun	fonds (effect) dat geschikt is voor risicomijdende beleggers
weduwen-en-wezenfondsen	=	weduwen-en-wezenfonds
weduwepensioen	noun	nabestaandenpensioen die wordt uitgekeerd aan de weduwe van een mannelijke deelnemer aan de pensioenregeling
weduwepensioenen	=	weduwepensioen
weduwepensioentje	=	weduwepensioen
weduwepensioentjes	=	weduwepensioen
weduweroodbaars	noun	Sebastes entomelas een straalvinnige vis uit het geslacht Sebastes en behoort daarom tot de orde schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes), die voorkomt in het noordoosten en het oosten van de Grote Oceaan
weduweroodbaarsje	=	weduweroodbaars
weduweroodbaarsjes	=	weduweroodbaars
weduweroodbaarzen	=	weduweroodbaars
weduweroos	noun	Cylista undata een zeeanemonensoort uit de familie Sagartiidae.
weduweroosje	=	weduweroos
weduweroosjes	=	weduweroos
weduwerozen	=	weduweroos
weduwes	=	weduwe
weduwetje	=	weduwe
weduwetjes	=	weduwe
weduweverbranding	noun	was een vroeger in India en Indonesië regelmatig voorkomende praktijk waarbij een weduwe om het leven werd gebracht doordat zij - al dan niet in verdoofde toestand - samen met het lichaam van haar echtgenoot werd verbrand
weduweverbrandingen	=	weduweverbranding
weduweverbrandinkje	=	weduweverbranding
weduweverbrandinkjes	=	weduweverbranding
weduwgift	noun	erfenis van een overleden man aan zijn echtgenote
weduwgiften	=	weduwgift
weduwgiftje	=	weduwgift
weduwgiftjes	=	weduwgift
weduwjaar	noun	eerste jaar na het overlijden van een echtgenoot
weduwjaartje	=	weduwjaar
weduwjaartjes	=	weduwjaar
weduwjaren	=	weduwjaar
weduwlijk	adj	van of als een vrouw waarvan de huwelijkspartner is overleden
weduwlijke	=	weduwlijk
weduwlijker	=	weduwlijk
weduwlijkere	=	weduwlijk
weduwlijkers	=	weduwlijk
weduwlijks	=	weduwlijk
weduwlijkst	=	weduwlijk
weduwlijkste	=	weduwlijk
weduwnaar	noun	man wiens huwelijkspartner overleden is
weduwnaars	=	weduwnaar
weduwnaarsbotje	noun|informal	de plaats aan de binnenzijde van de elleboog waar de ulnariszenuw vlak langs het bot loopt.
weduwnaarsbotjes	=	weduwnaarsbotje
weduwnaartje	=	weduwnaar
weduwnaartjes	=	weduwnaar
weduwnaren	=	weduwnaar
weduwschap	noun	het weduwe of weduwnaar zijn
weduwtje	=	weduwe
weduwtjes	=	weduwe
wedvaart	noun	wedstrijd tussen schepen
wedvaarten	=	wedvaart
wedvaartje	=	wedvaart
wedvaartjes	=	wedvaart
wedvlucht	noun	wedstrijd onder deelneming van vliegtuigen (of vogels)
wedvluchten	=	wedvlucht
wedvluchtje	=	wedvlucht
wedvluchtjes	=	wedvlucht
wee	noun	pijnlijke samentrekking die het barensproces inleidt	intj	uitroep van groot verdriet
weed	noun	benaming voor de als roesmiddel gebruikte gedroogde toppen van de vrouwelijke hennepplant Cannabis sativa
weedas	noun	potas van wede
weedassen	=	weedas
weedje	=	weed
weedjes	=	weed
weedom	noun	onprettige, pijnlijke bedroevende zaak
weef	=	weven
weefde	=	weven
weefden	=	weven
weeffout	noun	fout in een weefsel die gemaakt is tijdens het weven
weeffouten	=	weeffout
weeffoutje	=	weeffout
weeffoutjes	=	weeffout
weefgaren	noun	draad dat geschikt is om stoffen mee te maken op een weefgetouw
weefgarens	=	weefgaren
weefgetouw	noun	een machinaal of met de hand of voet aangedreven apparaat waarin garen tot weefsel wordt geweven door vervlechting van verticale tussen horizontale draden, die schering respectievelijk inslag heten
weefgetouwen	=	weefgetouw
weefgetouwtje	=	weefgetouw
weefgetouwtjes	=	weefgetouw
weefkam	noun	een inrichting om de kettingdraden strak te trekken bij het weven
weefkamer	noun	ruimte waarin één of meer weefgetouwen staan opgesteld
weefkamers	=	weefkamer
weefkamertje	=	weefkamer
weefkamertjes	=	weefkamer
weefkammen	=	weefkam
weefkammetje	=	weefkam
weefkammetjes	=	weefkam
weefkunst	noun	het ambacht en de kunst van het met draden stoffen weven
weefkunsten	=	weefkunst
weeflijn	noun	elk van de horizontaal tussen de wanten van een zeilschip gespannen touwen, die samen een ladder vormen om in het want te klimmen
weeflijnen	=	weeflijn
weeflijntje	=	weeflijn
weeflijntjes	=	weeflijn
weefraam	noun	meest eenvoudige weeftoestel dat er is en bestaat uit een rechthoekig houden raamwerk
weefraampje	=	weefraam
weefraampjes	=	weefraam
weeframen	=	weefraam
weefsel	noun	een dunne geweven stof of textiel
weefselbeschadiging	noun	schade aan lichaamsweefsel
weefselbeschadigingen	=	weefselbeschadiging
weefselbeschadigingetje	=	weefselbeschadiging
weefselbeschadigingetjes	=	weefselbeschadiging
weefseldonatie	noun	het beschikbaar stellen van weefsel
weefseldonaties	=	weefseldonatie
weefselen	=	weefsel
weefselkweek	noun	de kweek van cellen uit bepaalde weefsels buiten het lichaam
weefselkweekje	=	weefselkweek
weefselkweekjes	=	weefselkweek
weefselkweken	=	weefselkweek
weefselleer	noun	de studie van groepen van gelijkaardige lichaamscellen
weefselonderzoek	noun	onderzoek naar een groep van gelijkaardige lichaamscellen
weefselonderzoeken	=	weefselonderzoek
weefsels	=	weefsel
weefselschade	noun	schade aan lichaamsweefsel
weefselschaden	=	weefselschade
weefselschades	=	weefselschade
weefselstructuren	=	weefselstructuur
weefselstructuur	noun	de structuur van bepaald weefsel
weefseltje	=	weefsel
weefseltjes	=	weefsel
weefselvocht	noun	het vocht dat in weefsel aanwezig is
weefselvochten	=	weefselvocht
weefspoel	noun	schietspoel die heen en weer gaat in een weefgetouw
weefspoelen	=	weefspoel
weefster	noun	vrouw die lappen textiel maakt door te weven
weefsters	=	weefster
weefstertje	=	weefster
weefstoel	noun	handweefgetouw waaraan de wever zit als hij weeft
weefstoelen	=	weefstoel
weefstoeltje	=	weefstoel
weefstoeltjes	=	weefstoel
weefstroken	=	weefstrook
weefstrook	noun	een combinatie van een invoegstrook en een uitvoegstrook
weefstrookje	=	weefstrook
weefstrookjes	=	weefstrook
weeft	=	weven
weefvak	noun	een combinatie van een invoegstrook en uitvoegstrook, meestal bij een klaverbladknooppunt op autosnelwegen
weefvakje	=	weefvak
weefvakjes	=	weefvak
weefvakken	=	weefvak
weefwerk	noun	lap stof die gemaakt is door draden met elkaar te weven
weefwerken	=	weefwerk
weeg	noun	dunne buitenwand van hout of steen
weegapparatuur	noun	apparatuur om te wegen hoe zwaar iets is
weegbaar	adj	van een voorwerp dat het een gewicht heeft en dat je dat gewicht kunt meten
weegbaarder	=	weegbaar
weegbaardere	=	weegbaar
weegbaarders	=	weegbaar
weegbaars	=	weegbaar
weegbaarst	=	weegbaar
weegbaarste	=	weegbaar
weegbare	=	weegbaar
weegbreden	=	weegbree
weegbree	noun	een geslacht Plantago uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae).
weegbree-uitbreekkommetje	noun	een schimmel Mollisia plantaginis uit de familie Mollisiaceae.
weegbree-uitbreekkommetjes	=	weegbree-uitbreekkommetje
weegbreebeer	noun	Parasemia plantaginis een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae)
weegbreebeertje	=	weegbreebeer
weegbreebeertjes	=	weegbreebeer
weegbreeberen	=	weegbreebeer
weegbreefamilie	noun	een familie Plantaginaceae van tweezaadlobbige planten.
weegbreefamilies	=	weegbreefamilie
weegbreefamilietje	=	weegbreefamilie
weegbreefamilietjes	=	weegbreefamilie
weegbreefonteinkruid	noun	Potamogeton coloratus een vaste plant, die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae).
weegbreefonteinkruiden	=	weegbreefonteinkruid
weegbreefonteinkruidje	=	weegbreefonteinkruid
weegbreefonteinkruidjes	=	weegbreefonteinkruid
weegbreegalmug	noun	Jaapiella schmidti een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
weegbreegalmuggen	=	weegbreegalmug
weegbreegalmugje	=	weegbreegalmug
weegbreegalmugjes	=	weegbreegalmug
weegbreegitje	noun	Cheilosia lasiopa een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
weegbreegitjes	=	weegbreegitje
weegbreemot	noun	Pyrausta despicata een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
weegbreemotje	=	weegbreemot
weegbreemotjes	=	weegbreemot
weegbreemotten	=	weegbreemot
weegbrees	=	weegbree
weegbreeschildwants	noun	Eysarcoris aeneus een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
weegbreeschildwantsen	=	weegbreeschildwants
weegbreeschildwantsje	=	weegbreeschildwants
weegbreeschildwantsjes	=	weegbreeschildwants
weegbreeslangenkruid	noun	Echium plantagineum een plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
weegbreeslangenkruiden	=	weegbreeslangenkruid
weegbreeslangenkruidje	=	weegbreeslangenkruid
weegbreeslangenkruidjes	=	weegbreeslangenkruid
weegbreesteltmot	noun	Aspilapteryx tringipennella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
weegbreesteltmotje	=	weegbreesteltmot
weegbreesteltmotjes	=	weegbreesteltmot
weegbreesteltmotten	=	weegbreesteltmot
weegbreetje	=	weegbree
weegbreetjes	=	weegbree
weegbreezonnebloem	noun	bepaald soort plant, Doronicum plantagineum
weegbreezonnebloemen	=	weegbreezonnebloem
weegbreezonnebloempje	=	weegbreezonnebloem
weegbreezonnebloempjes	=	weegbreezonnebloem
weegbreeën	=	weegbree
weegbrug	noun	een inrichting waarmee het gewicht van de lading van voertuigen kan worden bepaald
weegbruggen	=	weegbrug
weegbruggetje	=	weegbrug
weegbruggetjes	=	weegbrug
weegbrugje	=	weegbrug
weegbrugjes	=	weegbrug
weeghaak	noun	deel van een weegtoestel waaraan men het te wegen object kan hangen
weeghaken	=	weeghaak
weegje	=	weeg
weegkamer	noun	ruimte met weegschalen waar men iets of iemand kan wegen
weegkamers	=	weegkamer
weegkamertje	=	weegkamer
weegkamertjes	=	weegkamer
weegkunde	noun	de kennis en vaardigheid die nodig is voor het bepalen van de massa van een voorwerp
weeglonen	=	weegloon
weegloon	noun	kosten die men moet betalen voor een officiële weging van handelsgoederen
weegluis	noun	bepaald soort insect dat zich met name in bedsteden ophield, Cimex lectularius
weegluizen	=	weegluis
weegs	=	weg
weegschaal	noun	een meetinstrument waarmee het gewicht kan worden bepaald
weegschaaltje	=	weegschaal
weegschaaltjes	=	weegschaal
weegschalen	=	weegschaal
weegsensor	noun	een sensor om te meten hoe zwaar iets weegt
weegsensoren	=	weegsensor
weegstoel	noun	personenweegschaal waarop men de te wegen persoon zittend weegt
weegstoelen	=	weegstoel
weegstoeltje	=	weegstoel
weegstoeltjes	=	weegstoel
weegt	=	wegen
weeheden	=	weeheid
weeheid	noun	verdriet, pijn
week	adj	met weinig weerstandsvermogen of veerkracht	noun	tijdseenheid van 7 dagen, meestal beginnend op maandag of zondag
weekabonnement	noun	abonnement met een loopduur van 1 week
weekabonnementen	=	weekabonnement
weekabonnementje	=	weekabonnement
weekabonnementjes	=	weekabonnement
weekarrangement	noun	verblijf gedurende zeven dagen in een accommodatie met daarbij passende voorzieningen compleet voor één prijs aangeboden
weekarrangementen	=	weekarrangement
weekbak	noun	bak waarin men iets te weken kan leggen
weekbakje	=	weekbak
weekbakjes	=	weekbak
weekbakken	=	weekbak
weekblaadje	=	weekblad
weekblaadjes	=	weekblad
weekblad	noun	een publicatie die wekelijks verschijnt
weekbladen	=	weekblad
weekboek	noun	boek of schrift waarin men elke week bepaalde dingen optekent, zoals persoonlijke gebeurtenissen of een boodschappenlijstje
weekboeken	=	weekboek
weekboekje	=	weekboek
weekboekjes	=	weekboek
weekdag	noun	een doordeweekse dag en kan betreffen maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag
weekdagen	=	weekdag
weekdagje	=	weekdag
weekdier	noun	ongewerveld dier zonder innerlijk skelet, wetenschappelijke naam Mollusca
weekdieren	noun	een stam van ongewervelde dieren Mollusca, met een week lichaam en in de regel een uitwendig kalkskelet (schelp)
weekdiertje	=	weekdier
weekdiertjes	=	weekdier
weekeind	noun	periode van vrijdagavond tot en met zondagnacht
weekeinde	noun	periode van vrijdagavond tot en met zondagnacht
weekeinden	=	weekeinde
weekeindes	=	weekeinde
weekeindje	=	weekeinde
weekeindjes	=	weekeinde
weekend	noun	periode van vrijdagavond tot en met zondagnacht
weekendarrangement	noun	een aantal diensten die iemand in één keer kan afnemen en een weekend in beslag nemen, met name een aantal overnachtingen in een hotel
weekendarrangementen	=	weekendarrangement
weekendbestemming	noun	waar mensen in het weekend naar toegaan als vrijetijdsbesteding
weekendbestemmingen	=	weekendbestemming
weekenddag	noun	een dag op het weekend.
weekenddagen	=	weekenddag
weekenddagje	=	weekenddag
weekenddagjes	=	weekenddag
weekendeditie	noun	de uitgave van een krant die op zaterdag wordt gepubliceerd
weekendedities	=	weekendeditie
weekendeditietje	=	weekendeditie
weekendeditietjes	=	weekendeditie
weekenden	=	weekend
weekender	noun	iets dat geschikt is om in het weekend te gebruiken, iets dat geschikt is om een weekend te gebruiken
weekenders	=	weekender
weekendformat	noun	een bepaalde vorm of opzet die in het weekend wordt toegepast
weekendformats	=	weekendformat
weekendhuisje	noun	buitenhuisje waar men het weekend kan doorbrengen
weekendhuisjes	=	weekendhuisje
weekendhuwelijk	noun	een huwelijk waarin het koppel door werkomstandigheden elkaar alleen in het weekend ziet
weekendhuwelijken	=	weekendhuwelijk
weekendhuwelijkje	=	weekendhuwelijk
weekendhuwelijkjes	=	weekendhuwelijk
weekendje	=	weekend
weekendjes	=	weekend
weekendmodi	=	weekendmodus
weekendmodus	noun	de ontspannen geestelijke toestand die karakteristiek is voor het weekend
weekendretour	noun	treinkaartje voor heen- en terugreis dat geldig is voor de periode van vrijdagavond tot en met zondagavond
weekendretours	=	weekendretour
weekendretourtje	=	weekendretour
weekendretourtjes	=	weekendretour
weekendrijverbod	noun	gunstmaatregel waarbij een opgelegd rijverbod (na een verkeersovertreding) niet doorlopend geldt, maar beperkt is tot het weekend (vrijdag 20u tot zondag 20u) en feestdagen (20u de dag ervoor tot 20u de feestdag zelf), zodat men doordeweeks nog kan rijden voor werk
weekendrijverboden	=	weekendrijverbod
weekendrijverbodje	=	weekendrijverbod
weekendrijverbodjes	=	weekendrijverbod
weekends	=	weekend
weekendtas	noun	grote handtas waarin men de spullen voor een weekendvakantie kan bergen
weekendtasje	=	weekendtas
weekendtasjes	=	weekendtas
weekendtassen	=	weekendtas
weekgeld	noun	het geld dat je per week kunt of mag besteden
weekgelden	=	weekgeld
weekgeldje	=	weekgeld
weekgeldjes	=	weekgeld
weekhartig	adj	sentimenteel, snel ontroerd
weekhartige	=	weekhartig
weekhartiger	=	weekhartig
weekhartigere	=	weekhartig
weekhartigers	=	weekhartig
weekhartigheden	=	weekhartigheid
weekhartigheid	noun	het al te teerhartig zijn; slapheid
weekhartigs	=	weekhartig
weekhartigst	=	weekhartig
weekhartigste	=	weekhartig
weekheden	=	weekheid
weekheid	noun	het week zijn
weekhoevig	adj	met weke, zachte hoeven
weekhoevige	=	weekhoevig
weekhoeviger	=	weekhoevig
weekhoevigere	=	weekhoevig
weekhoevigers	=	weekhoevig
weekhoevigs	=	weekhoevig
weekhoevigst	=	weekhoevig
weekhoevigste	=	weekhoevig
weekje	=	week
weekjes	=	week
weekkaart	noun	kaart die een week geldig is
weekkaarten	=	weekkaart
weeklaag	=	weeklagen
weeklaagde	=	weeklagen
weeklaagden	=	weeklagen
weeklaagt	=	weeklagen
weeklacht	noun	uiting van pijn en verdriet
weeklachten	=	weeklacht
weeklage	=	weeklagen
weeklagen	verb	een jammerklacht aanheffen
weeklagend	=	weeklagen
weeklagende	=	weeklagen
weeklonen	=	weekloon
weekloon	noun	het salaris dat men per werkweek verdient
weekloontje	=	weekloon
weekloontjes	=	weekloon
weekmaker	noun	een stof met een lage molecuulmassa die toegvoegd wordt aan een amorfe kunststof om het glaspunt ervan te verlagen
weekmakers	=	weekmaker
weekmakertje	=	weekmaker
weekmakertjes	=	weekmaker
weekmarkt	noun	markt die eens in de week gehouden wordt
weekmarkten	=	weekmarkt
weekmarktje	=	weekmarkt
weekmarktjes	=	weekmarkt
weeknummer	noun	een aanduiding van een week met een getal
weeknummers	=	weeknummer
weeknummertje	=	weeknummer
weeknummertjes	=	weeknummer
weekoverzicht	noun	een samenvattend overzicht van wat er is gebeurd in een week (, bijv. gegeven in de media zoals televisieprogramma's)
weekoverzichten	=	weekoverzicht
weekoverzichtje	=	weekoverzicht
weekoverzichtjes	=	weekoverzicht
weekpas	noun	een pas die een geldigheidsduur heeft van één week; een pas die toegang tot iets verleent voor de duur van één week
weekpasje	=	weekpas
weekpasjes	=	weekpas
weekpassen	=	weekpas
weekplaats	noun	plaats waar iets (bijv. hennep of vlas) geweekt wordt
weekplaatsen	=	weekplaats
weekplaatsje	=	weekplaats
weekplaatsjes	=	weekplaats
weekrantsoen	noun	de hoeveelheid goederen die men per week mag kopen of gebruiken
weekrantsoenen	=	weekrantsoen
weekrantsoentje	=	weekrantsoen
weekrantsoentjes	=	weekrantsoen
weekritme	noun	een vast ritme voor mensen hoe een week ingedeeld is
weekritmes	=	weekritme
weeks	=	week
weekschildkever	noun	kever met een week schild mogelijk van de familie moerasweekschilden
weekschildkevers	=	weekschildkever
weekschildpadden	noun	een familie Trionychidae van schildpadden.
weekst	=	week
weekstaat	noun	lijst van de op een week betrekking hebbende gebeurtenissen
weekstaatje	=	weekstaat
weekstaatjes	=	weekstaat
weekstaten	=	weekstaat
weekste	=	week
weekt	=	weken
weektaak	noun	werkzaamheden die men in een week moet doen
weektaken	=	weektaak
weekte	=	weken
weekten	=	weken
weekwater	noun	water waarin iets geweekt is, bv. bonen.
weekwaters	=	weekwater
weekwatertje	=	weekwater
weekwatertjes	=	weekwater
weekwisseling	noun	de overgang van de werkweek naar de volgende, vaak aangeduid als de periode van vrijdagavond tot maandagmorgen
weekwisselingen	=	weekwisseling
weekwisselingetje	=	weekwisseling
weekwisselingetjes	=	weekwisseling
weel	noun	water dat in een ronddraaiend omlaag stroomt
weelde	noun	omstandigheden van overvloed waar men in leeft
weelderig	adj	uitbundig (groeiend)
weelderige	=	weelderig
weelderiger	=	weelderig
weelderigere	=	weelderig
weelderigers	=	weelderig
weelderigheden	=	weelderigheid
weelderigheid	noun	overdadige weelde
weelderigs	=	weelderig
weelderigst	=	weelderig
weelderigste	=	weelderig
weeltje	=	weel
weeltjes	=	weel
weemakend	adj	van iets dat je er ziek, zwak of misselijk van wordt
weemakende	=	weemakend
weemakends	=	weemakend
weemoed	noun	gevoel van treurnis, verdriet, nostalgie
weemoedig	adj	licht droevig gestemd
weemoedige	=	weemoedig
weemoediger	=	weemoedig
weemoedigere	=	weemoedig
weemoedigers	=	weemoedig
weemoedigheden	=	weemoedigheid
weemoedigheid	noun	droefenis
weemoedigs	=	weemoedig
weemoedigst	=	weemoedig
weemoedigste	=	weemoedig
ween	=	wenen
weende	=	wenen
weenden	=	wenen
weenen	=	wenen
weens	adj	op Wenen betrekking hebbend
weensch	=	weens
weense	noun	een vrouwelijke inwoner van Wenen, of een vrouw afkomstig uit Wenen
weensen	=	weense
weenser	=	weens
weensere	=	weens
weensers	=	weens
weenst	=	weens
weenste	=	weens
weent	=	wenen
weeps	adj	met een flauwe smaak
weepse	=	weeps
weepser	=	weeps
weepsere	=	weeps
weepsers	=	weeps
weepst	=	weeps
weepste	=	weeps
weer	noun	het afweren, tegenstand, verwering, weerstand	adv	nog een keer
weeraal	noun	bepaald soort langgerekte spoelvormige vis met een donkerbruine grondkleur, een geeloranje buik en zwarte lengtestrepen, Misgurnus fossilis
weeraaltje	=	weeraal
weeraaltjes	=	weeraal
weerachtig	adj	walgelijk
weerachtige	=	weerachtig
weerachtiger	=	weerachtig
weerachtigere	=	weerachtig
weerachtigers	=	weerachtig
weerachtigs	=	weerachtig
weerachtigst	=	weerachtig
weerachtigste	=	weerachtig
weerafhankelijk	adj	van iets dat het sterk beïnvloed wordt door de weersomstandigheden
weerafhankelijke	=	weerafhankelijk
weerafhankelijker	=	weerafhankelijk
weerafhankelijkere	=	weerafhankelijk
weerafhankelijkers	=	weerafhankelijk
weerafhankelijks	=	weerafhankelijk
weerafhankelijkst	=	weerafhankelijk
weerafhankelijkste	=	weerafhankelijk
weeral	adv	voor de zoveelste keer, bij herhaling
weeralarm	noun	waarschuwing van een meteorologisch instituut bij extreme weersomstandigheden
weeralarmen	=	weeralarm
weeralarmpje	=	weeralarm
weeralarmpjes	=	weeralarm
weeralen	=	weeraal
weerbaar	adj	in staat tegenstand te bieden
weerbaarder	=	weerbaar
weerbaardere	=	weerbaar
weerbaarders	=	weerbaar
weerbaarheden	=	weerbaarheid
weerbaarheid	noun	vermogen om zich tegen aanvallen te verdedigen of verzet te bieden tegen bedreigingen
weerbaarheidstraining	noun	een training die er op gericht is om de weerbaarheid van iemand te vergroten
weerbaarheidstrainingen	=	weerbaarheidstraining
weerbaarheidstraininkje	=	weerbaarheidstraining
weerbaarheidstraininkjes	=	weerbaarheidstraining
weerbaars	=	weerbaar
weerbaarst	=	weerbaar
weerbaarste	=	weerbaar
weerballon	noun	een ballon die wordt opgelaten om onder andere luchtdruk en temperatuur op grotere hoogten vast te stellen
weerballonnen	=	weerballon
weerballonnetje	=	weerballon
weerballonnetjes	=	weerballon
weerballons	=	weerballon
weerbare	=	weerbaar
weerbarstig	adj	hardnekkig weerstand biedend aan een behandeling
weerbarstige	=	weerbarstig
weerbarstiger	=	weerbarstig
weerbarstigere	=	weerbarstig
weerbarstigers	=	weerbarstig
weerbarstigheden	=	weerbarstigheid
weerbarstigheid	noun	het weerstand kunnen bieden aan tegenslagen
weerbarstigheidje	=	weerbarstigheid
weerbarstigs	=	weerbarstig
weerbarstigst	=	weerbarstig
weerbarstigste	=	weerbarstig
weerbeeld	noun	wat de actuele toestand is van het weer
weerbeelden	=	weerbeeld
weerbericht	noun	bericht of mededeling over de toestand van het weer en de te verwachten weersgesteldheid
weerberichten	=	weerbericht
weerberichtje	=	weerbericht
weerberichtjes	=	weerbericht
weerbestendig	adj	bestand zijn tegen weersinvloeden
weerbestendige	=	weerbestendig
weerbestendiger	=	weerbestendig
weerbestendigere	=	weerbestendig
weerbestendigers	=	weerbestendig
weerbestendigs	=	weerbestendig
weerbestendigst	=	weerbestendig
weerbestendigste	=	weerbestendig
weerbeïnvloeding	noun	het doelbewust manipuleren of veranderen van het milieu met als doel het weer (eigenlijk het klimaat) te veranderen
weerbeïnvloedingen	=	weerbeïnvloeding
weerbloem	noun	bloem van een weer (heg)
weerbloemen	=	weerbloem
weerbloempje	=	weerbloem
weerbloempjes	=	weerbloem
weerborstel	noun	tegen de vleug in staand haar
weerborstels	=	weerborstel
weerborsteltje	=	weerborstel
weerborsteltjes	=	weerborstel
weerbots	noun	tegenovergesteld effect van wat men wenst en tijdelijk ook bereikt
weerbotsen	=	weerbots
weerbureau	noun	organisatie die zich bezig houdt met het weer en de weersverwachting en hierover informatie verstrekt
weerbureaus	=	weerbureau
weerd	=	waard
weerdag	noun	geheel van meteorologische verschijnselen dat zich in een bepaald etmaal voordoen
weerdagen	=	weerdag
weerde	=	weren
weerden	=	weren
weerdienst	noun	organisatie die zich bezig houdt met het weer en de weersverwachting en hierover informatie verstrekt
weerdiensten	=	weerdienst
weerdruk	noun	de bedrukking van de achterzijde van een vel papier
weerdrukken	=	weerdruk
weerfenomeen	noun	een bepaald verschijnsel in de atmosfeer
weerfenomeentje	=	weerfenomeen
weerfenomeentjes	=	weerfenomeen
weerfenomenen	=	weerfenomeen
weerga	noun	gelijke, evenbeeld
weerga's	=	weerga
weergaaf	noun	weergave, het opnieuw afbeelden
weergaafje	=	weergaaf
weergaaft	=	weergeven
weergaas	intj	drommels
weergaatje	=	weerga
weergadeloos	=	weergaloos
weergadetje	=	weerga
weergaf	=	weergeven
weergal	noun	rode wolkjes buiig weer aankondigend
weergallen	=	weergal
weergalletje	=	weergal
weergalletjes	=	weergal
weergalm	noun	teruggekaatste galm
weergalmd	=	weergalmen
weergalmde	=	weergalmen
weergalmden	=	weergalmen
weergalme	=	weergalmen
weergalmen	verb	door terugkaatsing bij herhaling hoorbaar zijn
weergalmend	=	weergalmen
weergalmende	=	weergalmen
weergalmpje	=	weergalm
weergalmt	=	weergalmen
weergaloos	adj	zonder weerga
weergaloost	=	weergaloos
weergalooste	=	weergaloos
weergaloze	=	weergaloos
weergalozer	=	weergaloos
weergalozere	=	weergaloos
weergalozers	=	weergaloos
weergave	noun	het opnieuw afbeelden, weergeven van iets dat eerder is opgenomen
weergaven	=	weergave
weergaves	=	weergave
weergeef	=	weergeven
weergeeft	=	weergeven
weergegeven	adj	beschreven, afgebeelde
weergegevens	=	weergegeven
weergekeerd	=	weerkeren
weergekomen	=	weerkomen
weergeld	noun	de vergoeding die door een dader of zijn familie na doodslag aan de familie van het slachtoffer werd betaald
weergelden	=	weergeld
weergeldje	=	weergeld
weergeldjes	=	weergeld
weergesproken	=	weerspreken
weergevaren	=	weervaren
weergeve	=	weergeven
weergeven	verb	zichtbaar maken, laten zien, tonen
weergevend	=	weergeven
weergevende	=	weergeven
weergevonden	=	weervinden
weergezien	=	weerzien
weergeziene	=	weerzien
weerglans	noun	weerschijn
weerglansen	=	weerglans
weerglansje	=	weerglans
weerglansjes	=	weerglans
weerglanzen	=	weerglans
weerglas	noun	peilglas waarmee men op een ruwe manier de luchtdruk en luchtdrukveranderingen kan meten
weerglazen	=	weerglas
weergod	noun	een god die een personificatie is van een bepaald weerfenomeen (meetstal storm of donder)
weergoden	=	weergod
weerhaak	noun	scherpe haak met een punt in tegengestelde richting van de ingaande beweging die dus ergens moeilijk is uit te trekken
weerhaakje	=	weerhaak
weerhaakjes	=	weerhaak
weerhaan	noun	windwijzer in de gedaante van een haan
weerhaantje	=	weerhaan
weerhaantjes	=	weerhaan
weerhaken	=	weerhaak
weerhanen	=	weerhaan
weerhield	=	weerhouden
weerhielde	=	weerhouden
weerhielden	=	weerhouden
weerhieldt	=	weerhouden
weerhobbyist	noun	iemand die zich uit liefhebberij in atmosferische omstandigheden als temperatuur en neerslag verdiept
weerhobbyisten	=	weerhobbyist
weerhou	=	weerhouden
weerhoud	=	weerhouden
weerhoude	=	weerhouden
weerhouden	verb	beletten om iets te doen
weerhoudend	=	weerhouden
weerhoudende	=	weerhouden
weerhoudens	=	weerhouden
weerhoudt	=	weerhouden
weerhuisje	noun	hygrometer (vochtigheidsmeter) in de vorm van een huisje met twee beweegbare poppetjes die mogelijk een indicatie over het weer zou kunnen geven
weerhuisjes	=	weerhuisje
weerhut	noun	een klein wit kastje waarmee onder andere de temperatuur van de lucht gemeten kan worden
weerhutten	=	weerhut
weerinformatie	noun	informatie over welk weer het is en/of welk weer het gaat worden
weerinstituten	=	weerinstituut
weerinstituut	noun	een organisatie die zich bezig houdt met het weer en de weersverwachting
weerinstituutje	=	weerinstituut
weerinstituutjes	=	weerinstituut
weerinvloed	noun	gevolgen van het weer voor andere processen zoals de landbouw of toerisme
weerinvloeden	=	weerinvloed
weerkaart	noun	kaart van een bepaald gebied waarop de weerssituatie is weergegeven
weerkaarten	=	weerkaart
weerkaartje	=	weerkaart
weerkaartjes	=	weerkaart
weerkaats	=	weerkaatsen
weerkaatse	=	weerkaatsen
weerkaatsen	verb	door elastische botsing van richting veranderen
weerkaatsend	=	weerkaatsen
weerkaatsende	=	weerkaatsen
weerkaatsing	noun	het weerkaatsen
weerkaatsingen	=	weerkaatsing
weerkaatsinkje	=	weerkaatsing
weerkaatsinkjes	=	weerkaatsing
weerkaatst	=	weerkaatsen
weerkaatste	=	weerkaatsen
weerkaatsten	=	weerkaatsen
weerkeer	=	weerkeren
weerkeerde	=	weerkeren
weerkeerden	=	weerkeren
weerkeert	=	weerkeren
weerkenner	noun	iemand die veel verstand heeft van het weer
weerkenners	=	weerkenner
weerkennertje	=	weerkenner
weerkennertjes	=	weerkenner
weerkere	=	weerkeren
weerkeren	verb	terug gaan naar de plaats waar men vandaan komt, terugkomen van eerst weggeweest te zijn
weerkerend	adj	van iets dat het steeds weer terugkomt
weerkerende	=	weerkeren
weerkerends	=	weerkerend
weerklank	noun	weerkaatst geluid
weerklanken	=	weerklank
weerklankje	=	weerklank
weerklink	=	weerklinken
weerklinke	=	weerklinken
weerklinken	verb	luid klinken, zó dat een ruimte geheel van het geluid vervuld wordt
weerklinkend	=	weerklinken
weerklinkende	=	weerklinken
weerklinkt	=	weerklinken
weerklonk	=	weerklinken
weerklonke	=	weerklinken
weerklonken	=	weerklinken
weerklonkt	=	weerklinken
weerkom	=	weerkomen
weerkome	=	weerkomen
weerkomen	verb	terugkeren
weerkomend	=	weerkomen
weerkomende	=	weerkomen
weerkomt	=	weerkomen
weerkorps	noun	team van burgers die, in plaats van de politie of het leger, iets doen op het gebied van de openbare orde en veiligheid
weerkorpsen	=	weerkorps
weerkorpsje	=	weerkorps
weerkorpsjes	=	weerkorps
weerkracht	noun	fysieke of psychische kracht waarmee men zich kan verweren
weerkrachten	=	weerkracht
weerkrachtje	=	weerkracht
weerkrachtjes	=	weerkracht
weerkunde	noun	de studie van het weer en het klimaat
weerkundig	adj	betrekking hebbend op de weerkunde
weerkundige	noun	iemand die beroepsmatig het weer bestudeert
weerkundigen	=	weerkundige
weerkundiger	=	weerkundig
weerkundigere	=	weerkundig
weerkundigers	=	weerkundig
weerkundigs	=	weerkundig
weerkundigst	=	weerkundig
weerkundigste	=	weerkundig
weerkwaamt	=	weerkomen
weerkwam	=	weerkomen
weerkwamen	=	weerkomen
weerleg	=	weerleggen
weerlegbaar	adj	weerlegd kunnende worden
weerlegbaarder	=	weerlegbaar
weerlegbaardere	=	weerlegbaar
weerlegbaarders	=	weerlegbaar
weerlegbaars	=	weerlegbaar
weerlegbaarst	=	weerlegbaar
weerlegbaarste	=	weerlegbaar
weerlegbare	=	weerlegbaar
weerlegd	=	weerleggen
weerlegde	=	weerleggen
weerlegden	=	weerleggen
weerlegge	=	weerleggen
weerleggen	verb	een eerdere bewering ontkrachten
weerleggend	=	weerleggen
weerleggende	=	weerleggen
weerlegging	noun	een betoog waarmee men iets weerlegt
weerleggingen	=	weerlegging
weerlegginkje	=	weerlegging
weerlegginkjes	=	weerlegging
weerlegt	=	weerleggen
weerlicht	noun	lichtverschijnsel door elektrische ontlading (bliksem) bij onweer op afstand, waarbij de donder niet hoorbaar is.
weerlichte	=	weerlichten
weerlichten	verb	optreden van elektrische ontladingen
weerlichtend	=	weerlichten
weerlichtende	=	weerlichten
weerlichtje	=	weerlicht
weerlichtjes	=	weerlicht
weerlichtte	=	weerlichten
weerlichtten	=	weerlichten
weerlieden	=	weerman
weerloos	adj	niet in staat zich te verweren
weerloosheden	=	weerloosheid
weerloosheid	noun	het weerloos zijn
weerloost	=	weerloos
weerlooste	=	weerloos
weerloze	=	weerloos
weerlozer	=	weerloos
weerlozere	=	weerloos
weerlozers	=	weerloos
weerlui	=	weerman
weermacht	noun	organisatie van soldaten die voor de verdediging van een territorium moet zorgen maar zich ook nogal eens offensief opstelt
weermachten	=	weermacht
weermachtje	=	weermacht
weermachtjes	=	weermacht
weermagt	=	weermacht
weerman	noun	iemand die op televisie/radio in een weerbericht vertelt wat voor weer het gaat worden in de komende dagen
weermannen	=	weerman
weermannetje	=	weerman
weermannetjes	=	weerman
weermelding	noun	melding dat bepaalde beroepsgroepen door slechte weersomstandigheden niet kunnen werken en in aanmerking komen voor een uitkering
weermeldingen	=	weermelding
weermeldinkje	=	weermelding
weermeldinkjes	=	weermelding
weermens	noun	iemand die op televisie/radio in een weerbericht vertelt wat voor weer het gaat worden in de komende dagen
weermensen	=	weermens
weermensje	=	weermens
weermensjes	=	weermens
weermeting	noun	het bepalen van eigenschappen van het weer met instrumenten
weermetingen	=	weermeting
weermiddel	noun	elk middel waarmee men zich kan (ver)weren, een wapen
weermiddelen	=	weermiddel
weermiddeltje	=	weermiddel
weermiddeltjes	=	weermiddel
weerobservatie	noun	stelselmatig waarnemen van de atmosferische omstandigheden
weerobservaties	=	weerobservatie
weerom	adv	nog een keer, opnieuw
weeromgekeerd	=	weeromkeren
weeromgekomen	=	weeromkomen
weeromkeer	=	weeromkeren
weeromkeerde	=	weeromkeren
weeromkeerden	=	weeromkeren
weeromkeert	=	weeromkeren
weeromkere	=	weeromkeren
weeromkeren	verb	terugkomen, gewoonlijk op cyclische wijze
weeromkerend	=	weeromkeren
weeromkerende	=	weeromkeren
weeromkom	=	weeromkomen
weeromkome	=	weeromkomen
weeromkomen	verb	terugkomen
weeromkomend	=	weeromkomen
weeromkomende	=	weeromkomen
weeromkomt	=	weeromkomen
weeromkwaamt	=	weeromkomen
weeromkwam	=	weeromkomen
weeromkwamen	=	weeromkomen
weeromstuit	noun	teruɡkaatsing nadat iets met vaart geraakt is
weeroverzicht	noun	een overzicht van welk weer het is en/of welk weer het gaat worden in de (komende) dagen
weeroverzichten	=	weeroverzicht
weeroverzichtje	=	weeroverzicht
weeroverzichtjes	=	weeroverzicht
weerpijn	noun	pijn die op een andere plaats wordt gevoeld dan waar de prikkel optreedt
weerpijnen	=	weerpijn
weerpijntje	=	weerpijn
weerpijntjes	=	weerpijn
weerplicht	noun	plicht om in geval van conflicten aan een weermacht deel te nemen
weerplichten	=	weerplicht
weerplichtje	=	weerplicht
weerplichtjes	=	weerplicht
weerpraatje	noun	het vertellen door de weerman wat voor weer het gaat worden
weerpraatjes	=	weerpraatje
weerpresentator	noun	iemand die op televisie/radio in een weerbericht vertelt wat voor weer het gaat worden in de komende dagen
weerpresentatoren	=	weerpresentator
weerpresentators	=	weerpresentator
weerpresentatrice	noun	een vrouw die op televisie/radio in een weerbericht verteld wat voor weer het gaat worden in de komende dagen
weerpresentatrices	=	weerpresentatrice
weerprofeet	noun	iemand die het weer tracht te voorspellen zonder hiervoor een computer te gebruiken of naar het KNMI te luisteren
weerprofeten	=	weerprofeet
weerrapport	noun	rapportage van wat voor weer het is
weerrapporten	=	weerrapport
weerrapportje	=	weerrapport
weerrapportjes	=	weerrapport
weerrecord	noun	hoogste of laagste waarde van een maatstaf die informatie geeft over de toestand van de atmosfeer: absoluut, of binnen een bepaald gebied of een bepaalde periode
weerrecords	=	weerrecord
weersafhankelijk	adj	van iets dat het sterk beïnvloed wordt door de weersomstandigheden
weersafhankelijke	=	weersafhankelijk
weersafhankelijker	=	weersafhankelijk
weersafhankelijkere	=	weersafhankelijk
weersafhankelijkers	=	weersafhankelijk
weersafhankelijks	=	weersafhankelijk
weersafhankelijkst	=	weersafhankelijk
weersafhankelijkste	=	weersafhankelijk
weersatelliet	noun	kunstmaan die gelanceerd wordt om meteorologische gegevens te verkrijgen
weersatellieten	=	weersatelliet
weerscheen	=	weerschijnen
weerschenen	=	weerschijnen
weerschepen	=	weerschip
weerschijn	noun	teruggekaatst schijnsel
weerschijne	=	weerschijnen
weerschijnen	verb	schijnsel (licht) terugkaatsen
weerschijnend	=	weerschijnen
weerschijnende	=	weerschijnen
weerschijnsel	noun	weerschijn
weerschijnsels	=	weerschijnsel
weerschijnt	=	weerschijnen
weerschijnzwamdwergelfenbankje	noun	Antrodiella faginea een schimmel behorend tot de familie Steccherinaceae.
weerschijnzwamdwergelfenbankjes	=	weerschijnzwamdwergelfenbankje
weerschip	noun	zeeschip voor het doen van meteorologische waarnemingen
weersextreem	noun	een zeer uitzonderlijke meteorologische gebeurtenis
weersextremen	=	weersextreem
weersgesteldheden	=	weersgesteldheid
weersgesteldheid	noun	de gesteldheid van het weer, het soort weer
weersinformatie	noun	informatie over wat voor weer het is en wat de weersverwachting is
weersinvloed	noun	gevolgen van het weer voor andere processen zoals landbouw en toerisme
weersinvloeden	=	weersinvloed
weersituatie	noun	toestand van atmosfeer, neerslag, wind en zonneschijn
weersituaties	=	weersituatie
weerskanten	noun	aan ~: flankerend aan beide zijden
weerslag	noun	onprettig gevolg van iets
weerslagen	=	weerslag
weersomstandigheden	noun	toestand van atmosfeer, neerslag, wind en zonneschijn
weersomstandigheid	noun	toestand van atmosfeer, neerslag, wind en zonneschijn
weerspannig	adj	onwillig, recalcitrant, zich verzettend
weerspannige	=	weerspannig
weerspanniger	=	weerspannig
weerspannigere	=	weerspannig
weerspannigers	=	weerspannig
weerspannigheden	=	weerspannigheid
weerspannigheid	noun	het zich verzetten, recalcitrant gedrag
weerspannigs	=	weerspannig
weerspannigst	=	weerspannig
weerspannigste	=	weerspannig
weerspiegel	=	weerspiegelen
weerspiegeld	=	weerspiegelen
weerspiegelde	=	weerspiegelen
weerspiegelden	=	weerspiegelen
weerspiegele	=	weerspiegelen
weerspiegelen	verb	als beeld terugkaatsen
weerspiegelend	=	weerspiegelen
weerspiegelende	=	weerspiegelen
weerspiegeling	noun	de weerkaatsing van licht aan een spiegelend oppervlak
weerspiegelingen	=	weerspiegeling
weerspiegelingetje	=	weerspiegeling
weerspiegelingetjes	=	weerspiegeling
weerspiegelt	=	weerspiegelen
weerspoed	noun|obsolete	ernstige pech, toestand met belangrijke tegenslag
weerspraakt	=	weerspreken
weersprak	=	weerspreken
weersprake	=	weerspreken
weerspraken	=	weerspreken
weerspreek	=	weerspreken
weerspreekt	=	weerspreken
weerspreke	=	weerspreken
weerspreken	verb	tegenspreken (indien het om een persoon gaat)
weersprekend	=	weerspreken
weersprekende	=	weerspreken
weersproken	=	weerspreken
weersta	=	weerstaan
weerstaan	verb	stand houden, weerstand bieden aan
weerstaand	=	weerstaan
weerstaande	=	weerstaan
weerstaans	=	weerstaan
weerstaat	=	weerstaan
weerstand	noun	een reactie die poogt een bepaalde actie tegen te werken, tegenstand
weerstanden	=	weerstand
weerstander	noun	tegenstander
weerstanders	=	weerstander
weerstandertje	=	weerstander
weerstandertjes	=	weerstander
weerstandje	=	weerstand
weerstandjes	=	weerstand
weerstandloos	adj	zonder weerstand
weerstandloost	=	weerstandloos
weerstandlooste	=	weerstandloos
weerstandloze	=	weerstandloos
weerstandlozer	=	weerstandloos
weerstandlozere	=	weerstandloos
weerstandlozers	=	weerstandloos
weerstandpyrometer	noun	een pyrometer gebaseerd op de verandering in elektrische weerstand van een metalen of halfgeleidend voorwerp afhankelijk van de temperatuur
weerstandpyrometers	=	weerstandpyrometer
weerstandpyrometertje	=	weerstandpyrometer
weerstandpyrometertjes	=	weerstandpyrometer
weerstandsbeweging	noun	een georganiseerde groep mensen die in het geheim strijdt tegen een bezetter, een onderdrukkend regime of bepaalde ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen.
weerstandsbewegingen	=	weerstandsbeweging
weerstandsbeweginkje	=	weerstandsbeweging
weerstandsbeweginkjes	=	weerstandsbeweging
weerstandsdraad	noun	min of meer geleidend draad wat gebruikt kan worden voor de constructie van weerstanden
weerstandsdraden	=	weerstandsdraad
weerstandsloos	adj	zonder weerstand
weerstandsloost	=	weerstandsloos
weerstandslooste	=	weerstandsloos
weerstandsloze	=	weerstandsloos
weerstandslozer	=	weerstandsloos
weerstandslozere	=	weerstandsloos
weerstandslozers	=	weerstandsloos
weerstandsvermogen	noun	de mate waarin een mens of dier een besmetting met een ziekte of virus kan opvangen
weerstandsvermogens	=	weerstandsvermogen
weerstane	=	weerstaan
weerstation	noun	gestandaardiseerd instrument dat de weersomstandigheden meet
weerstationnetje	=	weerstation
weerstations	=	weerstation
weerstond	=	weerstaan
weerstonde	=	weerstaan
weerstonden	=	weerstaan
weerstondt	=	weerstaan
weerstreef	=	weerstreven
weerstreefd	=	weerstreven
weerstreefde	=	weerstreven
weerstreefden	=	weerstreven
weerstreeft	=	weerstreven
weerstreve	=	weerstreven
weerstreven	verb	tegenstreven, tegenwerken
weerstrevend	=	weerstreven
weerstrevende	=	weerstreven
weerstrijd	noun	tegenstrijdigheid, tegenspraak
weerstrijden	=	weerstrijd
weerstrijdig	adj	tegenstrijdig
weerstrijdige	=	weerstrijdig
weerstrijdiger	=	weerstrijdig
weerstrijdigere	=	weerstrijdig
weerstrijdigers	=	weerstrijdig
weerstrijdigs	=	weerstrijdig
weerstrijdigst	=	weerstrijdig
weerstrijdigste	=	weerstrijdig
weerstrijdje	=	weerstrijd
weerstrijdjes	=	weerstrijd
weersverandering	noun	verandering in de weersomstandigheden
weersveranderingen	=	weersverandering
weersveranderingetje	=	weersverandering
weersveranderingetjes	=	weersverandering
weersverbetering	noun	het droger, warmer, zonniger en minder winderig worden van het weer
weersverbeteringen	=	weersverbetering
weersverschijnsel	noun	een meteorologische gebeurtenis die zich manifesteert
weersverschijnselen	=	weersverschijnsel
weersverschijnsels	=	weersverschijnsel
weersverwachting	noun	het weer dat voor de komende dagen verwacht wordt
weersverwachtingen	=	weersverwachting
weersverwachtinkje	=	weersverwachting
weersvoorspelling	noun	het weer dat voor de komende dagen verwacht wordt
weersvoorspellingen	=	weersvoorspelling
weersvoorspellinkje	=	weersvoorspelling
weersvooruitzichten	noun	het weer dat verwacht wordt
weerszij	noun	tegenover elkaar liggende kanten
weerszijde	noun	zowel de ene als de andere zijde
weerszijden	=	weerszijde
weerszijdetje	=	weerszijde
weerszijdetjes	=	weerszijde
weert	=	weren
weertafel	noun	tabel met meteorologische waarnemingen
weertafels	=	weertafel
weertje	=	weer
weertjes	=	weer
weertype	noun	het soort weer
weertypen	=	weertype
weertypes	=	weertype
weervaar	=	weervaren
weervaart	=	weervaren
weervare	=	weervaren
weervaren	verb	gebeuren, overkomen
weervarend	=	weervaren
weervarende	=	weervaren
weerverlet	noun	werkonderbreking door vorst met name bij werk dat in de buitenlucht moet worden verricht
weervind	=	weervinden
weervinde	=	weervinden
weervinden	verb	terugvinden
weervindend	=	weervinden
weervindende	=	weervinden
weervindt	=	weervinden
weervisserij	noun	visserijtechniek waarbij de vis in ondiepe zeearmen of riviermondingen met behulp van houten of stenen visweren in een fuik wordt geleid
weervisserijen	=	weervisserij
weervoer	=	weervaren
weervoeren	=	weervaren
weervond	=	weervinden
weervonden	=	weervinden
weervoorspelling	noun	het weer dat voor de komende dagen verwacht wordt
weervoorspellingen	=	weervoorspelling
weervrouw	noun	een vrouw die op televisie/radio in een weerbericht verteld wat voor weer het gaat worden in de komende dagen
weervrouwen	=	weervrouw
weervrouwtje	=	weervrouw
weervrouwtjes	=	weervrouw
weerváren	=	weervaren
weerwaarschuwing	noun	officiële aankondiging dat atmosferische omstandigheden worden verwacht die tot schade en gevaar kunnen leiden
weerwaarschuwingen	=	weerwaarschuwing
weerwerk	noun	antwoord, reactie, respons, weerklank
weerwerken	=	weerwerk
weerwerking	noun	reactie
weerwerkingen	=	weerwerking
weerwerkinkje	=	weerwerking
weerwerkinkjes	=	weerwerking
weerwerkje	=	weerwerk
weerwerkjes	=	weerwerk
weerwil	noun	ondanks iets gebeurt het toch
weerwolf	noun	een mythisch wezen dat van mens in wolf verandert
weerwolfje	=	weerwolf
weerwolfjes	=	weerwolf
weerwolven	=	weerwolf
weerwolvin	=	weerwolf
weerwoord	noun	antwoord op een beschuldiging.
weerwoorden	=	weerwoord
weerwoordje	=	weerwoord
weerwoordjes	=	weerwoord
weerwraak	noun	wraak (als antwoord op een eerdere wraakneming)
weerwraken	=	weerwraak
weerzaagt	=	weerzien
weerzag	=	weerzien
weerzage	=	weerzien
weerzagen	=	weerzien
weerzeggen	verb	loochenen, ontkennen
weerzie	=	weerzien
weerzien	verb|formal	na geruime tijd opnieuw zien	noun	ontmoeting lang na de voorgaande ontmoeting met dezelfde persoon
weerziend	=	weerzien
weerziende	=	weerzien
weerziet	=	weerzien
weerzin	noun	sterke afkeer, tegenzin
weerzinnetje	=	weerzin
weerzinnetjes	=	weerzin
weerzinwekkend	adj	waar je een weerzin tegen hebt
weerzinwekkende	=	weerzinwekkend
weerzinwekkender	=	weerzinwekkend
weerzinwekkendere	=	weerzinwekkend
weerzinwekkenders	=	weerzinwekkend
weerzinwekkendheden	=	weerzinwekkendheid
weerzinwekkendheid	noun	de mate waarin iets weerzin of afschuw op wekt
weerzinwekkends	=	weerzinwekkend
weerzinwekkendst	=	weerzinwekkend
weerzinwekkendste	=	weerzinwekkend
wees	verb	gebiedende wijs van zijn	noun	persoon wiens vader en/of moeder is gestorven
weesblad	noun	enkel blad zonder dat geen omgevouwen strook aan de zijkant heeft om in een katern mee te naaien
weesbladen	=	weesblad
weesbomen	=	weesboom
weesboom	noun	een lange houten paal dat bovenop een lading hooi geplaatst wordt om het hooi van boven in te drukken en vast te binden
weesboompje	=	weesboom
weesboompjes	=	weesboom
weesembryo	noun	diepvriesembryo waarvan de ouders overleden zijn
weesembryo's	=	weesembryo
weesembryootje	=	weesembryo
weesembryootjes	=	weesembryo
weesfiets	noun	een fiets die is achtergelaten en die de eigenaar niet van plan is weer op te halen
weesfietsen	=	weesfiets
weesfietsje	=	weesfiets
weesfietsjes	=	weesfiets
weesgegroet	noun	de keer dat je het Weesgegroet bidt
weesgegroeten	=	weesgegroet
weesgegroetje	=	weesgegroet
weesgegroetjes	=	weesgegroet
weesgeneesmiddel	noun	geneesmiddel dat gebruikt wordt bij zeer zeldzame ziekten en daarom weinig rendabel is voor een farmaceutisch bedrijf om te ontwikkelen en te produceren
weesgeneesmiddelen	=	weesgeneesmiddel
weeshuis	noun	een opvanghuis voor wezen
weeshuisje	=	weeshuis
weeshuisjes	=	weeshuis
weeshuistoerisme	noun	het op vakantie gaan naar een ontwikkelingsland om daar te werken in een weeshuis
weeshuizen	=	weeshuis
weesje	=	wees
weesjes	=	wees
weesjongen	noun	een jongen van wie beide ouders overleden zijn
weesjongens	=	weesjongen
weesjongetje	=	weesjongen
weesjongetjes	=	weesjongen
weeskamer	noun	organisatie belast met het overheidstoezicht op het beheer van de bezittingen van weeskinderen
weeskamers	=	weeskamer
weeskamertje	=	weeskamer
weeskamertjes	=	weeskamer
weeskind	noun	kind wiens ouders overleden zijn
weeskinderen	=	weeskind
weeskindertjes	=	weeskind
weeskindje	=	weeskind
weeskindjes	=	weeskind
weesmedicijn	noun	geneesmiddel dat gebruikt wordt bij zeer zeldzame ziekten en daarom weinig rendabel is voor een farmaceutisch bedrijf om te ontwikkelen en te produceren
weesmedicijnen	=	weesmedicijn
weesmeester	noun	de directeur van een weeshuis
weesmeesters	=	weesmeester
weesmeestertje	=	weesmeester
weesmeestertjes	=	weesmeester
weesmeisje	noun	een meisje van wie beide ouders overleden zijn
weesmeisjes	=	weesmeisje
weesmoeder	noun	bestuurder van een weeshuis
weesmoeders	=	weesmoeder
weesmoedertje	=	weesmoeder
weesmoedertjes	=	weesmoeder
weespijp	noun	afvoerbuis voor overtollig vocht, bijvoorbeeld uit een condensator
weespijpen	=	weespijp
weespijpje	=	weespijp
weespijpjes	=	weespijp
weest	verb	gebiedende wijs meervoud van zijn
weeste	=	wee
weesvader	noun	bestuurder van een weeshuis
weesvaders	=	weesvader
weesvadertje	=	weesvader
weesvadertjes	=	weesvader
weeswarmte	noun	waste heat, overtollige warmte
weeswarmtetje	=	weeswarmte
weeswarmtetjes	=	weeswarmte
weesweg	noun	een weg die voorheen onder het beheer stond van een overheid, maar na afstoting beheer geen overheid heeft die de weg onderhouden wil
weeswegen	=	weesweg
weesweggetje	=	weesweg
weesweggetjes	=	weesweg
weesziekte	noun	een zeldzame, vaak levensbedreigende of chronisch invaliderende aandoening
weesziekten	=	weesziekte
weesziektes	=	weesziekte
weeszondag	adv	zondag tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren
weeszondagen	=	weeszondag
weet	noun	daad van het weten, wetenschap, kennis
weetal	noun	iemand die veel weet
weetallen	=	weetal
weetalletje	=	weetal
weetalletjes	=	weetal
weetals	=	weetal
weetgierig	adj	geneigd alles te willen weten
weetgierige	=	weetgierig
weetgieriger	=	weetgierig
weetgierigere	=	weetgierig
weetgierigers	=	weetgierig
weetgierigheden	=	weetgierigheid
weetgierigheid	noun	het verlangen naar kennis
weetgierigs	=	weetgierig
weetgierigst	=	weetgierig
weetgierigste	=	weetgierig
weetgraag	adj	erg verlangend om kennis op te doen
weetgraags	=	weetgraag
weetgraagst	=	weetgraag
weetgraagste	=	weetgraag
weetgrage	=	weetgraag
weetgrager	=	weetgraag
weetgragere	=	weetgraag
weetgragers	=	weetgraag
weetje	=	wee
weetjes	=	weet
weetlust	noun	behoefte om meer te weten; verlangen naar nuttige kennis, wetenschap of inzichten
weetniet	noun	iemand die niet veel weet, niet slim is
weetnieten	=	weetniet
weetnietje	=	weetniet
weetnietjes	=	weetniet
weetwoord	noun	woord in de Nederlandse spelling waarvoor geen duidelijke, eenduidige spellingregel bestaat die je kunt horen of toepassen op basis van klank
weetwoorden	=	weetwoord
weetwoordje	=	weetwoord
weetwoordjes	=	weetwoord
weeuw	=	weduwe
weeë	=	wee
weeën	=	wee
weeënremmer	noun	een methode of middel dat gebruikt wordt om de bevalling uit te stellen
weeënremmers	=	weeënremmer
weeër	=	wee
weeëre	=	wee
weeërs	=	wee
weeïg	adj	overmatig teerhartig
weeïge	=	weeïg
weeïger	=	weeïg
weeïgere	=	weeïg
weeïgers	=	weeïg
weeïgheid	noun	de mate waarin iets (al te) zoet is
weeïgs	=	weeïg
weeïgst	=	weeïg
weeïgste	=	weeïg
wefie	noun	selfie van een moslim samen met iemand die geen moslim is
wefies	=	wefie
weg	noun	smalle strook grond voor het verkeer	adv	verwijderd van de huidige plaats
wegaanduiding	noun	aanduiding van de richting van een te volgen weg of route
wegaanduidingen	=	wegaanduiding
wegaanduidinkje	=	wegaanduiding
wegaanduidinkjes	=	wegaanduiding
wegaanleg	noun	het bouwen van een verkeersader
wegaansluiting	noun	de mogelijkheid om vanaf de ene weg op een andere weg te geraken
wegaansluitingen	=	wegaansluiting
wegafzetting	noun	tijdelijke afsluiting van een weg
wegafzettingen	=	wegafzetting
wegbarricade	noun	een barricade die op de weg [1] aangebracht is, om te voorkomen dat mensen en/of voertuigen erlangs kunnen
wegbarricaden	=	wegbarricade
wegbarricades	=	wegbarricade
wegbebakening	noun	de verkeersborden, palen en andere objecten die gebruikt worden langs de weg
wegbebakeningen	=	wegbebakening
wegbedekking	noun	het materiaal dat gebruikt is om een weg te verharden
wegbedekkingen	=	wegbedekking
wegbedekkinkje	=	wegbedekking
wegbedekkinkjes	=	wegbedekking
wegbeheer	noun	de taak om de weg te inspecteren en te onderhouden
wegbeheerder	noun	iemand die de taak heeft om de weg te inspecteren en te onderhouden
wegbeheerders	=	wegbeheerder
wegbeheerdertje	=	wegbeheerder
wegbeheerdertjes	=	wegbeheerder
wegbent	=	wegwezen
wegbeplanting	noun	de beplanting die naast de weg in de berm groeit
wegbeplantingen	=	wegbeplanting
wegbereider	noun	iemand die de weg tot iets opent of effent, een initiator
wegbereiders	=	wegbereider
wegbereidertje	=	wegbereider
wegbereidertjes	=	wegbereider
wegberg	=	wegbergen
wegberge	=	wegbergen
wegbergen	verb	opbergen, verstoppen, verbergen
wegbergend	=	wegbergen
wegbergende	=	wegbergen
wegbergt	=	wegbergen
wegberm	noun	de strook grond vlak naast een (verharde) weg
wegbermen	=	wegberm
wegbeschrijving	noun	weergave in woorden van de weg die moet worden afgelegd om op de bestemming te komen
wegbeschrijvingen	=	wegbeschrijving
wegbezuinig	=	wegbezuinigen
wegbezuinigd	=	wegbezuinigen
wegbezuinigde	=	wegbezuinigen
wegbezuinigden	=	wegbezuinigen
wegbezuinige	=	wegbezuinigen
wegbezuinigen	verb	reduceren van de kosten door een kostenpost in het geheel op te heffen
wegbezuinigend	=	wegbezuinigen
wegbezuinigende	=	wegbezuinigen
wegbezuinigt	=	wegbezuinigen
wegblaas	=	wegblazen
wegblaast	=	wegblazen
wegblaze	=	wegblazen
wegblazen	verb	met een sterke luchtstroom verwijderen
wegblazend	=	wegblazen
wegblazende	=	wegblazen
wegbleef	=	wegblijven
wegbleven	=	wegblijven
wegblies	=	wegblazen
wegbliezen	=	wegblazen
wegblijf	=	wegblijven
wegblijft	=	wegblijven
wegblijve	=	wegblijven
wegblijven	verb	niet daar zijn waar je verwacht wordt
wegblijvend	=	wegblijven
wegblijvende	=	wegblijven
wegblijver	noun	iemand die niet komt
wegblijvers	=	wegblijver
wegblijvertje	=	wegblijver
wegblijvertjes	=	wegblijver
wegblokkade	noun	een versperring van de weg, vaak door mensen aangebracht met een bepaald doel
wegblokkades	=	wegblokkade
wegboek	noun	boek met landkaarten waarop de wegen duidelijk zijn aangegeven
wegboeken	=	wegboek
wegboekje	=	wegboek
wegboekjes	=	wegboek
wegbombardeer	=	wegbombarderen
wegbombardeerde	=	wegbombarderen
wegbombardeerden	=	wegbombarderen
wegbombardeert	=	wegbombarderen
wegbombardere	=	wegbombarderen
wegbombarderen	verb	door bestoken met explosieven geheel wegvagen
wegbombarderend	=	wegbombarderen
wegbombarderende	=	wegbombarderen
wegbonjour	=	wegbonjouren
wegbonjourde	=	wegbonjouren
wegbonjourden	=	wegbonjouren
wegbonjoure	=	wegbonjouren
wegbonjouren	verb	iemand op een onvriendelijke manier wegsturen
wegbonjourend	=	wegbonjouren
wegbonjourende	=	wegbonjouren
wegbonjourt	=	wegbonjouren
wegborg	=	wegbergen
wegborgen	=	wegbergen
wegbraakt	=	wegbreken
wegbracht	=	wegbrengen
wegbrachte	=	wegbrengen
wegbrachten	=	wegbrengen
wegbrak	=	wegbreken
wegbraken	=	wegbreken
wegbrand	=	wegbranden
wegbrandde	=	wegbranden
wegbrandden	=	wegbranden
wegbrande	=	wegbranden
wegbranden	verb	met vuur verwijderen
wegbrandend	=	wegbranden
wegbrandende	=	wegbranden
wegbrandt	=	wegbranden
wegbreek	=	wegbreken
wegbreekt	=	wegbreken
wegbreke	=	wegbreken
wegbreken	verb	door breken verwijderen
wegbrekend	=	wegbreken
wegbrekende	=	wegbreken
wegbreng	=	wegbrengen
wegbrenge	=	wegbrengen
wegbrengen	verb	iemand begeleiden bij het gaan van de ene naar de andere plaats
wegbrengend	=	wegbrengen
wegbrengende	=	wegbrengen
wegbrengt	=	wegbrengen
wegbuizerd	noun	Rupornis magnirostris een buizerdachtige roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae) en het monotypische geslacht Rupornis.
wegbuizerdje	=	wegbuizerd
wegbuizerdjes	=	wegbuizerd
wegbuizerds	=	wegbuizerd
wegcafeetje	=	wegcafé
wegcafeetjes	=	wegcafé
wegcafé	noun	café voor vrachtwagenchauffeurs en andere weggebruikers
wegcafés	=	wegcafé
wegcapaciteit	noun	de hoeveelheid verkeer dat van een weg gebruik kan maken
wegcapaciteiten	=	wegcapaciteit
wegcijfer	=	wegcijferen
wegcijferde	=	wegcijferen
wegcijferden	=	wegcijferen
wegcijfere	=	wegcijferen
wegcijferen	verb	door rekenen doen verdwijnen
wegcijferend	=	wegcijferen
wegcijferende	=	wegcijferen
wegcijfering	noun	het wegcijferen
wegcijferingen	=	wegcijfering
wegcijfert	=	wegcijferen
wegcircuit	noun	een circuit dat op de openbare weg gereden wordt
wegcircuitje	=	wegcircuit
wegcircuitjes	=	wegcircuit
wegcircuits	=	wegcircuit
wegcode	noun	verkeersreglement in België stammend uit 1975, "Reglement verkeersregels en verkeerstekens" uit 1990 is de Nederlandse variant
wegcodes	=	wegcode
wegcommissaris	noun	persoon die het toezicht heeft bij wegwedstrijden
wegcommissarissen	=	wegcommissaris
wegconcurreer	=	wegconcurreren
wegconcurreerde	=	wegconcurreren
wegconcurreerden	=	wegconcurreren
wegconcurreert	=	wegconcurreren
wegconcurrere	=	wegconcurreren
wegconcurreren	verb	een andere aanbieder zijn marktaandeel laten verliezen door een product veel aantrekkelijker aan te bieden
wegconcurrerend	=	wegconcurreren
wegconcurrerende	=	wegconcurreren
wegdacht	=	wegdenken
wegdachten	=	wegdenken
wegdede	=	wegdoen
wegdeden	=	wegdoen
wegdeed	=	wegdoen
wegdeedt	=	wegdoen
wegdeel	noun	een gedeelte van een weg
wegdeemster	=	wegdeemsteren
wegdeemsterde	=	wegdeemsteren
wegdeemsterden	=	wegdeemsteren
wegdeemstere	=	wegdeemsteren
wegdeemsteren	verb	langzaamaan uitdoven of verdwijnen
wegdeemsterend	=	wegdeemsteren
wegdeemsterende	=	wegdeemsteren
wegdeemstert	=	wegdeemsteren
wegdek	noun	deklaag van een verharde weg
wegdekje	=	wegdek
wegdekjes	=	wegdek
wegdekken	=	wegdek
wegdelen	=	wegdeel
wegdemp	=	wegdempen
wegdempen	verb	geluid of ander signaal zo goed tegenhouden dat het niet of nauwelijks meer is waar te nemen
wegdempend	=	wegdempen
wegdempt	=	wegdempen
wegdempte	=	wegdempen
wegdempten	=	wegdempen
wegdenk	=	wegdenken
wegdenke	=	wegdenken
wegdenken	verb	bij het denken achterwege laten
wegdenkend	=	wegdenken
wegdenkende	=	wegdenken
wegdenkt	=	wegdenken
wegdistel	noun	Onopordum acanthium plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
wegdistels	=	wegdistel
wegdisteltje	=	wegdistel
wegdisteltjes	=	wegdistel
wegdoe	=	wegdoen
wegdoen	verb	niet langer behouden
wegdoend	=	wegdoen
wegdoende	=	wegdoen
wegdoet	=	wegdoen
wegdoezel	=	wegdoezelen
wegdoezelde	=	wegdoezelen
wegdoezelden	=	wegdoezelen
wegdoezele	=	wegdoezelen
wegdoezelen	verb	in slaap dreigen te vallen
wegdoezelend	=	wegdoezelen
wegdoezelende	=	wegdoezelen
wegdoezelt	=	wegdoezelen
wegdoken	=	wegduiken
wegdommel	=	wegdommelen
wegdommelde	=	wegdommelen
wegdommelden	=	wegdommelen
wegdommele	=	wegdommelen
wegdommelen	verb	ongemerkt in slaap vallen
wegdommelend	=	wegdommelen
wegdommelende	=	wegdommelen
wegdommelt	=	wegdommelen
wegdook	=	wegduiken
wegdraag	=	wegdragen
wegdraagt	=	wegdragen
wegdraai	=	wegdraaien
wegdraaide	=	wegdraaien
wegdraaiden	=	wegdraaien
wegdraaie	=	wegdraaien
wegdraaien	verb	zich draaiend ergens van afwenden
wegdraaiend	=	wegdraaien
wegdraaiende	=	wegdraaien
wegdraait	=	wegdraaien
wegdrage	=	wegdragen
wegdragen	verb	dragend van de huidige locatie verwijderen
wegdragend	=	wegdragen
wegdragende	=	wegdragen
wegdreef	=	wegdrijven
wegdreven	=	wegdrijven
wegdrijf	=	wegdrijven
wegdrijft	=	wegdrijven
wegdrijve	=	wegdrijven
wegdrijven	verb	dwingen naar een andere plaats te gaan
wegdrijvend	=	wegdrijven
wegdrijvende	=	wegdrijven
wegdring	=	wegdringen
wegdringe	=	wegdringen
wegdringen	verb	van zijn plaats dringen, verdringen, verdrijven
wegdringend	=	wegdringen
wegdringende	=	wegdringen
wegdringt	=	wegdringen
wegdroeg	=	wegdragen
wegdroegen	=	wegdragen
wegdrome	=	wegdromen
wegdromen	verb	afstand nemen van de de realiteit door zich te laten meeslepen door prettige fantasieën
wegdromend	=	wegdromen
wegdromende	=	wegdromen
wegdrong	=	wegdringen
wegdrongen	=	wegdringen
wegdroom	=	wegdromen
wegdroomde	=	wegdromen
wegdroomden	=	wegdromen
wegdroomt	=	wegdromen
wegdruk	=	wegdrukken
wegdrukke	=	wegdrukken
wegdrukken	verb	door duwen verplaatsen of samenpersen om ruimte te maken voor iets ander
wegdrukkend	=	wegdrukken
wegdrukkende	=	wegdrukken
wegdrukt	=	wegdrukken
wegdrukte	=	wegdrukken
wegdrukten	=	wegdrukken
wegdrum	=	wegdrummen
wegdrumde	=	wegdrummen
wegdrumden	=	wegdrummen
wegdrumme	=	wegdrummen
wegdrummen	verb|figurative	ontvangen aandacht ontnemen door zelf alle aandacht op te eisen
wegdrummend	=	wegdrummen
wegdrummende	=	wegdrummen
wegdrumt	=	wegdrummen
wegduik	=	wegduiken
wegduike	=	wegduiken
wegduiken	verb	door te duiken zich aan iets onttrekken, zich in veiligheid brengen
wegduikend	=	wegduiken
wegduikende	=	wegduiken
wegduikt	=	wegduiken
wegduw	=	wegduwen
wegduwde	=	wegduwen
wegduwden	=	wegduwen
wegduwe	=	wegduwen
wegduwen	verb	door duwen iets of iemand van je af bewegen
wegduwend	=	wegduwen
wegduwende	=	wegduwen
wegduwt	=	wegduwen
wege	=	weg
wegeb	=	wegebben
wegebbe	=	wegebben
wegebben	verb	geleidelijk afnemen, verdwijnen
wegebbend	=	wegebben
wegebbende	=	wegebben
wegebde	=	wegebben
wegebden	=	wegebben
wegebt	=	wegebben
wegedoorn	noun	bepaald soort loofboom, Rhamnus cathartica, die inheems is in de Benelux, daar vrij zeldzaam in bossen en in struikgewas voorkomt, tot 6 meter hoog kan worden en behoort tot de wegedoornfamilie Rhamnaceae
wegedoornfamilie	noun	een familie Rhamnaceae van tweezaadlobbige planten.
wegedoornfamilies	=	wegedoornfamilie
wegedoornfamilietje	=	wegedoornfamilie
wegedoornfamilietjes	=	wegedoornfamilie
wegedoornknopmot	noun	Sorhagenia rhamniella een vlinder uit de familie prachtmotten (Cosmopterigidae).
wegedoornknopmotje	=	wegedoornknopmot
wegedoornknopmotjes	=	wegedoornknopmot
wegedoornknopmotten	=	wegedoornknopmot
wegedoornluis	noun	Aphis nasturtii een halfvleugelig insect uit de bladluizenfamilie van de Aphididae.
wegedoornluisje	=	wegedoornluis
wegedoornluisjes	=	wegedoornluis
wegedoornluizen	=	wegedoornluis
wegedoornmineermot	noun	Stigmella catharticella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
wegedoornmineermotje	=	wegedoornmineermot
wegedoornmineermotjes	=	wegedoornmineermot
wegedoornmineermotten	=	wegedoornmineermot
wegedoornooglapmot	noun	Bucculatrix rhamniella een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
wegedoornooglapmotje	=	wegedoornooglapmot
wegedoornooglapmotjes	=	wegedoornooglapmot
wegedoornooglapmotten	=	wegedoornooglapmot
wegedoornpage	noun	Satyrium spini een vlinder uit de familie van de Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
wegedoornpages	=	wegedoornpage
wegedoorns	=	wegedoorn
wegedoornspanner	noun	Philereme transversata een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
wegedoornspanners	=	wegedoornspanner
wegedoornspannertje	=	wegedoornspanner
wegedoornspannertjes	=	wegedoornspanner
wegedoorntwijgmot	noun	Sorhagenia janiszewskae een vlinder uit de familie prachtmotten (Cosmopterigidae).
wegedoorntwijgmotje	=	wegedoorntwijgmot
wegedoorntwijgmotjes	=	wegedoorntwijgmot
wegedoorntwijgmotten	=	wegedoorntwijgmot
wegedoren	noun	Rhamnus cathartica vrij zeldzame heesterachtige struik uit de wegedoornfamilie, die in bossen en in struikgewas voorkomt
wegedorens	=	wegedoren
wegel	noun|obsolete	pad, weggetje
wegelen	=	wegel
wegeling	noun|obsolete	wegel, pad, weggetje
wegelingen	=	wegeling
wegels	=	wegel
wegeltje	=	wegel
wegeltjes	=	wegel
wegen	verb	het gewicht/de massa bepalen
wegenaanleg	noun	de constructie van wegen
wegenatlas	noun	een boekwerk met landkaarten waarop wegen aangeduid staan
wegenatlasje	=	wegenatlas
wegenatlasjes	=	wegenatlas
wegenatlassen	=	wegenatlas
wegenbelasting	noun	de belasting die geheven wordt op het bezit van een motorvoertuig jonger dan 40 jaar
wegenbelastingen	=	wegenbelasting
wegenbouw	noun	het vakgebied dat zich bezighoudt met het bouwen van wegen.
wegenbouwbedrijf	noun	een bedrijf dat zich gespecialiseerd heeft in de aanleg van wegen en bestrating
wegenbouwbedrijfje	=	wegenbouwbedrijf
wegenbouwbedrijfjes	=	wegenbouwbedrijf
wegenbouwbedrijven	=	wegenbouwbedrijf
wegenbouwer	noun	iemand die wegen aanlegt
wegenbouwers	=	wegenbouwer
wegenbouwertje	=	wegenbouwer
wegenbouwertjes	=	wegenbouwer
wegenbouwkunde	noun	wetenschap die zich richt op ontwerp en beheer van constructies waarover voetgangers en rijdend verkeer zich kunnen verplaatsen
wegenbouwkundige	noun	iemand die zich bezig houdt met het bouwen van wegen
wegenbouwkundigen	=	wegenbouwkundige
wegenbouwmachine	noun	een apparaat dat gebruikt wordt om wegen aan te leggen
wegenbouwmachines	=	wegenbouwmachine
wegenbouwpoot	noun	een deel van een bedrijf of organisatie dat zich bezig houdt met de aanleg van wegen
wegenbouwpootje	=	wegenbouwpoot
wegenbouwpootjes	=	wegenbouwpoot
wegenbouwpoten	=	wegenbouwpoot
wegenbouwproject	noun	een project waarbinnen men wegen aanlegt
wegenbouwprojecten	=	wegenbouwproject
wegenbouwprojectje	=	wegenbouwproject
wegenbouwprojectjes	=	wegenbouwproject
wegend	=	wegen
wegende	=	wegen
wegenfonds	noun	fonds ter financiering van de wegenbouw
wegenfondsen	=	wegenfonds
wegenfondsje	=	wegenfonds
wegenfondsjes	=	wegenfonds
wegenhulp	noun	de hulp die men krijgt wanneer het voertuig pech gekregen heeft
wegenhulpen	=	wegenhulp
wegenhulpje	=	wegenhulp
wegenhulpjes	=	wegenhulp
wegeninfrastructuren	=	wegeninfrastructuur
wegeninfrastructuur	noun	het geheel aan bouwwerken en voorzieningen die aangelegd zijn voor het wegverkeer
wegenis	noun	geheel van wegen onder beheer van een instantie
wegenissen	=	wegenis
wegeniswerken	noun	werkzaamheden die worden uitgevoerd aan wegen
wegenkaart	noun	Een landkaart waarop de wegen nadrukkelijk staan aangegeven.
wegenkaarten	=	wegenkaart
wegenkaartje	=	wegenkaart
wegenkaartjes	=	wegenkaart
wegennet	noun	een samenhangend geheel van wegen in een bepaald gebied
wegennetje	=	wegennet
wegennetten	=	wegennet
wegenonderhoud	noun	het geheel aan handelingen dat verricht verricht wordt om wegen in goede staat te houden
wegenplan	noun	een ontwerp van hoe de wegen in een bepaald gebied ingericht zijn of worden
wegenplannen	=	wegenplan
wegenplannetje	=	wegenplan
wegenplannetjes	=	wegenplan
wegenplans	=	wegenplan
wegens	prep	een reden inleidend
wegenschaaf	noun	rijdend apparaat dat een onverhard wegdek vlak maakt
wegenschaven	=	wegenschaaf
wegenstelsel	noun	het geheel van alle wegen samen
wegenstelsels	=	wegenstelsel
wegenstelseltje	=	wegenstelsel
wegenstelseltjes	=	wegenstelsel
wegenstructuren	=	wegenstructuur
wegenstructuur	noun	de wijze waarop een het geheel van wegen opgebouwd is
wegenstructuurtje	=	wegenstructuur
wegenstructuurtjes	=	wegenstructuur
wegenverkeersreglement	noun	document waarin de verkeersregels zijn vastgelegd
wegenverkeersreglementen	=	wegenverkeersreglement
wegenverkeersreglementje	=	wegenverkeersreglement
wegenverkeersreglementjes	=	wegenverkeersreglement
wegenverkeerswet	noun	wet die de regelgeving van het wegverkeer beschrijft
wegenverkeerswetje	=	wegenverkeerswet
wegenverkeerswetjes	=	wegenverkeerswet
wegenverkeerswetten	=	wegenverkeerswet
wegenwacht	noun	dienst voor technische hulpverlening aan automobilisten
wegenwachten	=	wegenwacht
wegenwachtje	=	wegenwacht
wegenwachtjes	=	wegenwacht
wegenwerken	noun	uitvoering van de aanleg van of het ingrijpend onderhoud aan rijbanen en alles wat daarbij hoort
wegenzout	noun	zout om ter bestrijding van gladheid op de wegen te strooien
wegenzouten	=	wegenzout
weger	noun	iemand wiens beroep het is te wegen
wegerde	=	wegeren
wegerden	=	wegeren
wegere	=	wegeren
wegeren	verb	met beplanking betimmeren
wegerend	=	wegeren
wegerende	=	wegeren
wegers	=	weger
wegert	=	wegeren
wegertje	=	weger
wegertjes	=	weger
wegervaring	noun	het hebben van ervaring in het berijden van wegen
wegervaringen	=	wegervaring
wegervarinkje	=	wegervaring
wegervarinkjes	=	wegervaring
wegfiets	noun	fiets geschikt voor wegwedstrijden
wegfietse	=	wegfietsen
wegfietsen	verb	zich op de fiets verwijderen
wegfietsend	=	wegfietsen
wegfietsende	=	wegfietsen
wegfietsje	=	wegfiets
wegfietsjes	=	wegfiets
wegfietst	=	wegfietsen
wegfietste	=	wegfietsen
wegfietsten	=	wegfietsen
wegfilter	=	wegfilteren
wegfilterde	=	wegfilteren
wegfilterden	=	wegfilteren
wegfiltere	=	wegfilteren
wegfilteren	verb	selectief iets wegnemen uit een groter geheel; iets zuiveren
wegfilterend	=	wegfilteren
wegfilterende	=	wegfilteren
wegfiltert	=	wegfilteren
wegfladderen	verb	met klappende vleugels wegvliegen
wegfladderend	=	wegfladderen
wegfladderende	=	wegfladderen
wegga	=	weggaan
weggaaft	=	weggeven
weggaan	verb	zich ergens vandaan begeven
weggaand	=	weggaan
weggaande	=	weggaan
weggaat	=	weggaan
weggaf	=	weggeven
weggave	=	weggeven
weggaven	=	weggeven
wegge	noun	groot aan beide zijden spits toelopend (wigvormig) brood
weggeblazen	=	wegblazen
weggebleven	=	wegblijven
weggebombardeerd	=	wegbombarderen
weggebonjourd	=	wegbonjouren
weggebonjourde	=	wegbonjouren
weggeborgen	=	wegbergen
weggebracht	=	wegbrengen
weggebrachte	=	wegbrengen
weggebrand	=	wegbranden
weggebrande	=	wegbranden
weggebroken	=	wegbreken
weggebruik	noun	het gebruiken van een weg
weggebruiker	noun	iedereen die deelneemt aan het verkeer
weggebruikers	=	weggebruiker
weggebruikertje	=	weggebruiker
weggebruikertjes	=	weggebruiker
weggebruikster	noun	vrouwelijk persoon die deelneemt aan het verkeer
weggebruiksters	=	weggebruikster
weggecijferd	=	wegcijferen
weggecijferde	=	wegcijferen
weggeconcurreerd	=	wegconcurreren
weggeconcurreerde	=	wegconcurreren
weggedaan	=	wegdoen
weggedacht	=	wegdenken
weggedachte	=	wegdenken
weggedane	=	wegdoen
weggedeelte	noun	een bepaald stuk van een weg
weggedeelten	=	weggedeelte
weggedeeltes	=	weggedeelte
weggedeemsterd	=	wegdeemsteren
weggedempt	=	wegdempen
weggedempte	=	wegdempen
weggedoezeld	=	wegdoezelen
weggedoezelde	=	wegdoezelen
weggedoken	=	wegduiken
weggedommeld	=	wegdommelen
weggedommelde	=	wegdommelen
weggedraaid	=	wegdraaien
weggedraaide	=	wegdraaien
weggedrag	noun	gedrag op de weg van een verkeersdeelnemer
weggedragen	=	wegdragen
weggedreven	=	wegdrijven
weggedrongen	=	wegdringen
weggedroomd	=	wegdromen
weggedrukt	=	wegdrukken
weggedrukte	=	wegdrukken
weggedrumd	=	wegdrummen
weggedrumde	=	wegdrummen
weggeduwd	=	wegduwen
weggeduwde	=	wegduwen
weggeef	=	weggeven
weggeeft	=	weggeven
weggeefwinkel	noun	een winkel waar alle goederen gratis te verkrijgen zijn voor alle mensen
weggeefwinkels	=	weggeefwinkel
weggeefwinkeltje	=	weggeefwinkel
weggeefwinkeltjes	=	weggeefwinkel
weggefietst	=	wegfietsen
weggefilterd	=	wegfilteren
weggefladderd	=	wegfladderen
weggegaan	=	weggaan
weggegeven	=	weggeven
weggegleden	=	wegglijden
weggeglipt	=	wegglippen
weggegooid	=	weggooien
weggegooide	=	weggooien
weggegoten	=	weggieten
weggegraven	=	weggraven
weggegrist	=	weggrissen
weggegriste	=	weggrissen
weggehaald	=	weghalen
weggehaalde	=	weghalen
weggehaast	=	weghaasten
weggehangen	=	weghangen
weggehold	=	weghollen
weggeholde	=	weghollen
weggeholpen	=	weghelpen
weggehoond	=	weghonen
weggehoonde	=	weghonen
weggehouden	=	weghouden
weggehuppeld	=	weghuppelen
weggeijld	=	wegijlen
weggeijlde	=	wegijlen
weggejaagd	=	wegjagen
weggejaagde	=	wegjagen
weggejorist	=	wegjorissen
weggejoriste	=	wegjorissen
weggekaapt	=	wegkapen
weggekaapte	=	wegkapen
weggekeild	=	wegkeilen
weggekeilde	=	wegkeilen
weggekeken	=	wegkijken
weggekieperd	=	wegkieperen
weggekieperde	=	wegkieperen
weggeknipt	=	wegknippen
weggeknipte	=	wegknippen
weggekocht	=	wegkopen
weggekochte	=	wegkopen
weggekomen	=	wegkomen
weggekopt	=	wegkoppen
weggekopte	=	wegkoppen
weggekropen	=	wegkruipen
weggekwijnd	=	wegkwijnen
weggekwijnde	=	wegkwijnen
weggelachen	=	weglachen
weggelaten	=	weglaten
weggeld	noun	geld dat men moet betalen om van een weg gebruik te mogen maken
weggelegd	adj	dat iets op een andere plaats is gelegd
weggelegde	=	weggelegd
weggelegds	=	weggelegd
weggeleid	=	wegleiden
weggeleide	=	wegleiden
weggelekt	=	weglekken
weggelokt	=	weglokken
weggelopen	=	weglopen
weggemaaid	=	wegmaaien
weggemaaide	=	wegmaaien
weggemaakt	=	wegmaken
weggemaakte	=	wegmaken
weggemieterd	=	wegmieteren
weggemieterde	=	wegmieteren
weggemoffeld	=	wegmoffelen
weggemoffelde	=	wegmoffelen
weggen	=	weg
weggenomen	=	wegnemen
weggepakt	=	wegpakken
weggepakte	=	wegpakken
weggepest	=	wegpesten
weggepeste	=	wegpesten
weggepikt	=	wegpikken
weggepinkt	=	wegpinken
weggepinkte	=	wegpinken
weggepoetst	=	wegpoetsen
weggepoetste	=	wegpoetsen
weggepompt	=	wegpompen
weggepraat	=	wegpraten
weggepromoveerd	=	wegpromoveren
weggepromoveerde	=	wegpromoveren
weggeraakt	=	wegraken
weggeraakte	=	wegraken
weggereageerd	=	wegreageren
weggereden	=	wegrijden
weggeredeneerd	=	wegredeneren
weggeredeneerde	=	wegredeneren
weggeregend	=	wegregenen
weggerend	=	wegrennen
weggerende	=	wegrennen
weggeretoucheerd	=	wegretoucheren
weggeretoucheerde	=	wegretoucheren
weggeroepen	=	wegroepen
weggeroest	=	wegroesten
weggerold	=	wegrollen
weggerot	=	wegrotten
weggerotte	=	wegrotten
weggeruimd	=	wegruimen
weggeruimde	=	wegruimen
weggerukt	=	wegrukken
weggerukte	=	wegrukken
weggescheerd	=	wegscheren
weggescheerde	=	wegscheren
weggeschept	=	wegscheppen
weggeschepte	=	wegscheppen
weggescheurd	=	wegscheuren
weggescheurde	=	wegscheuren
weggescholen	=	wegschuilen
weggeschonken	=	wegschenken
weggeschoren	=	wegscheren
weggeschoten	=	wegschieten
weggeschoven	=	wegschuiven
weggeschraapt	=	wegschrapen
weggeschrapt	=	wegschrappen
weggeschreven	=	wegschrijven
weggeschrobd	=	wegschrobben
weggeschrobde	=	wegschrobben
weggeschuild	=	wegschuilen
weggesijpeld	=	wegsijpelen
weggeslagen	=	wegslaan
weggesleept	=	wegslepen
weggesleepte	=	wegslepen
weggesleurd	=	wegsleuren
weggeslikt	=	wegslikken
weggeslikte	=	wegslikken
weggeslingerd	=	wegslingeren
weggeslingerde	=	wegslingeren
weggeslonken	=	wegslinken
weggeslopen	=	wegsluipen
weggesloten	=	wegsluiten
weggesluisd	=	wegsluizen
weggesluisde	=	wegsluizen
weggesmeten	=	wegsmijten
weggesmokkeld	=	wegsmokkelen
weggesmolten	=	wegsmelten
weggesneden	=	wegsnijden
weggesneld	=	wegsnellen
weggesnoeid	=	wegsnoeien
weggespeeld	=	wegspelen
weggespeelde	=	wegspelen
weggespoeld	=	wegspoelen
weggespoelde	=	wegspoelen
weggespoten	=	wegspuiten
weggesprongen	=	wegspringen
weggestaakt	=	wegstaken
weggestapt	=	wegstappen
weggestemd	=	wegstemmen
weggestemde	=	wegstemmen
weggestoken	=	wegsteken
weggestopt	=	wegstoppen
weggestopte	=	wegstoppen
weggestormd	=	wegstormen
weggestormde	=	wegstormen
weggestorven	=	wegsterven
weggestoten	=	wegstoten
weggestoven	=	wegstuiven
weggestreept	=	wegstrepen
weggestreepte	=	wegstrepen
weggestreken	=	wegstrijken
weggestroomd	=	wegstromen
weggestuft	=	wegstuffen
weggestufte	=	wegstuffen
weggestuurd	=	wegsturen
weggestuurde	=	wegsturen
weggesuft	=	wegsuffen
weggeteerd	=	wegteren
weggeteerde	=	wegteren
weggetikt	=	wegtikken
weggetikte	=	wegtikken
weggetje	=	weg
weggetjes	=	weg
weggetoverd	=	wegtoveren
weggetoverde	=	wegtoveren
weggetrapt	=	wegtrappen
weggetrapte	=	wegtrappen
weggetrokken	=	wegtrekken
weggevaagd	=	wegvagen
weggevaagde	=	wegvagen
weggevallen	=	wegvallen
weggevangen	=	wegvangen
weggevaren	=	wegvaren
weggeve	=	weggeven
weggeveegd	=	wegvegen
weggeveegde	=	wegvegen
weggeven	verb	afstand nemen van iets door het aan iemand te geven
weggevend	=	weggeven
weggevende	=	weggeven
weggever	noun	niet erg waardevol cadeau of presentje om iemand gunstig over de gever te laten denken
weggevers	=	weggever
weggevertje	=	weggever
weggevertjes	=	weggever
weggevloeid	=	wegvloeien
weggevloeide	=	wegvloeien
weggevlogen	=	wegvliegen
weggevlucht	=	wegvluchten
weggevoerd	=	wegvoeren
weggevoerde	=	wegvoeren
weggevreten	=	wegvreten
weggewaaid	=	wegwaaien
weggewaasd	=	wegwazen
weggewandeld	=	wegwandelen
weggewassen	=	wegwassen
weggeweest	=	wegwezen
weggewerkt	=	wegwerken
weggewerkte	=	wegwerken
weggewimpeld	=	wegwimpelen
weggewimpelde	=	wegwimpelen
weggewist	=	wegwissen
weggewiste	=	wegwissen
weggeworpen	=	wegwerpen
weggewuifd	=	wegwuiven
weggewuifde	=	wegwuiven
weggezakt	=	wegzakken
weggezeild	=	wegzeilen
weggezet	=	wegzetten
weggezette	=	wegzetten
weggezogen	=	wegzuigen
weggezonden	=	wegzenden
weggezonken	=	wegzinken
weggezwommen	=	wegzwemmen
weggeëbd	=	wegebben
weggeëbde	=	wegebben
weggiet	=	weggieten
weggiete	=	weggieten
weggieten	verb	gietend verwijderen
weggietend	=	weggieten
weggietende	=	weggieten
wegging	=	weggaan
wegginge	=	weggaan
weggingen	=	weggaan
weggingt	=	weggaan
wegglede	=	wegglijden
weggleden	=	wegglijden
weggleed	=	wegglijden
weggleedt	=	wegglijden
wegglij	=	wegglijden
wegglijd	=	wegglijden
wegglijde	=	wegglijden
wegglijden	verb	zich in een onbedoelde richting gaan verplaatsen
wegglijdend	=	wegglijden
wegglijdende	=	wegglijden
wegglijdt	=	wegglijden
wegglip	=	wegglippen
wegglippe	=	wegglippen
wegglippen	verb	stiekem weggaan
wegglippend	=	wegglippen
wegglippende	=	wegglippen
wegglipt	=	wegglippen
wegglipte	=	wegglippen
wegglipten	=	wegglippen
weggooi	=	weggooien
weggooide	=	weggooien
weggooiden	=	weggooien
weggooie	=	weggooien
weggooien	verb	iets met de hand in beweging brengen zodat het zich snel vrij door de lucht verwijdert
weggooiend	=	weggooien
weggooiende	=	weggooien
weggooierig	adj	geneigd tot weggooien
weggooierige	=	weggooierig
weggooieriger	=	weggooierig
weggooierigere	=	weggooierig
weggooierigers	=	weggooierig
weggooierigs	=	weggooierig
weggooierigst	=	weggooierig
weggooierigste	=	weggooierig
weggooit	=	weggooien
weggooizakdoek	noun	een zakdoek om slechts één keer te gebruiken en daarna weg te gooien
weggooizakdoeken	=	weggooizakdoek
weggooizakdoekje	=	weggooizakdoek
weggooizakdoekjes	=	weggooizakdoek
weggoot	=	weggieten
weggoten	=	weggieten
weggraaf	=	weggraven
weggraaft	=	weggraven
weggrave	=	weggraven
weggraven	verb	door graven verwijderen
weggravend	=	weggraven
weggravende	=	weggraven
weggris	=	weggrissen
weggrisse	=	weggrissen
weggrissen	verb	snel en inhalig iets weghalen
weggrissend	=	weggrissen
weggrissende	=	weggrissen
weggrist	=	weggrissen
weggriste	=	weggrissen
weggristen	=	weggrissen
weggroef	=	weggraven
weggroeft	=	weggraven
weggroeven	=	weggraven
weghaal	=	weghalen
weghaalde	=	weghalen
weghaalden	=	weghalen
weghaalt	=	weghalen
weghaast	=	weghaasten
weghaaste	=	weghaasten
weghaasten	verb	zich met grote haast verwijderen
weghaastend	=	weghaasten
weghaastende	=	weghaasten
weghaastte	=	weghaasten
weghaastten	=	weghaasten
weghale	=	weghalen
weghalen	verb	van zijn plaats halen
weghalend	=	weghalen
weghalende	=	weghalen
weghang	=	weghangen
weghange	=	weghangen
weghangen	verb	uit het zicht hangen
weghangend	=	weghangen
weghangende	=	weghangen
weghangt	=	weghangen
weghelft	noun	een van de twee helften van de weg waar de weggebruikers allemaal in dezelfde richting rijden
weghelften	=	weghelft
weghelftje	=	weghelft
weghelp	=	weghelpen
weghelpe	=	weghelpen
weghelpen	verb	iets of iemand helpen bij het weggaan van een zekere plaats
weghelpend	=	weghelpen
weghelpende	=	weghelpen
weghelpt	=	weghelpen
weghield	=	weghouden
weghielden	=	weghouden
weghielp	=	weghelpen
weghielpe	=	weghelpen
weghielpen	=	weghelpen
weghielpt	=	weghelpen
weghing	=	weghangen
weghingen	=	weghangen
weghol	=	weghollen
wegholde	=	weghollen
wegholden	=	weghollen
wegholle	=	weghollen
weghollen	verb	zich snel te voet verwijderen
weghollend	=	weghollen
weghollende	=	weghollen
wegholt	=	weghollen
weghone	=	weghonen
weghonen	verb	met smaad overladend van het toneel doen verdwijnen
weghonend	=	weghonen
weghonende	=	weghonen
weghoon	=	weghonen
weghoonde	=	weghonen
weghoonden	=	weghonen
weghoont	=	weghonen
weghou	=	weghouden
weghoud	=	weghouden
weghoude	=	weghouden
weghouden	verb	verwijderd houden
weghoudend	=	weghouden
weghoudende	=	weghouden
weghoudt	=	weghouden
weghuppel	=	weghuppelen
weghuppelde	=	weghuppelen
weghuppelden	=	weghuppelen
weghuppele	=	weghuppelen
weghuppelen	verb	zich huppelend verwijderen
weghuppelend	=	weghuppelen
weghuppelende	=	weghuppelen
weghuppelt	=	weghuppelen
wegijl	=	wegijlen
wegijlde	=	wegijlen
wegijlden	=	wegijlen
wegijle	=	wegijlen
wegijlen	verb	zich haastig uit de voeten maken
wegijlend	=	wegijlen
wegijlende	=	wegijlen
wegijlt	=	wegijlen
weginfrastructuren	=	weginfrastructuur
weginfrastructuur	noun	het geheel aan bouwwerken en voorzieningen die aangelegd is voor het wegverkeer
weging	noun	de keer dat men weegt
wegingen	=	weging
weginkje	=	weging
weginkjes	=	weging
wegjaag	=	wegjagen
wegjaagde	=	wegjagen
wegjaagden	=	wegjagen
wegjaagt	=	wegjagen
wegjage	=	wegjagen
wegjagen	verb	jagend verdrijven
wegjagend	=	wegjagen
wegjagende	=	wegjagen
wegje	=	weg
wegjes	=	weg
wegjoeg	=	wegjagen
wegjoege	=	wegjagen
wegjoegen	=	wegjagen
wegjoegt	=	wegjagen
wegjoris	=	wegjorissen
wegjorisse	=	wegjorissen
wegjorissen	verb	verwijderen als commentaar dat niet aan de regels van een site voldoet
wegjorissend	=	wegjorissen
wegjorissende	=	wegjorissen
wegjorist	=	wegjorissen
wegjoriste	=	wegjorissen
wegjoristen	=	wegjorissen
wegkaap	=	wegkapen
wegkaapt	=	wegkapen
wegkaapte	=	wegkapen
wegkaapten	=	wegkapen
wegkant	noun	de grond vlak naast een weg
wegkanten	=	wegkant
wegkape	=	wegkapen
wegkapen	verb	geweldadig wegnemen, ontstelen
wegkapend	=	wegkapen
wegkapende	=	wegkapen
wegkapitein	noun	ervaren wielrenner die de kopman of de ploegleider helpt door onderweg leiding te geven aan de andere leden van een wielerploeg
wegkapiteinen	=	wegkapitein
wegkapiteins	=	wegkapitein
wegkeek	=	wegkijken
wegkeekt	=	wegkijken
wegkeil	=	wegkeilen
wegkeilde	=	wegkeilen
wegkeilden	=	wegkeilen
wegkeile	=	wegkeilen
wegkeilen	verb	zich van iets ontdoen op een onzorgvuldige manier
wegkeilend	=	wegkeilen
wegkeilende	=	wegkeilen
wegkeilt	=	wegkeilen
wegkeke	=	wegkijken
wegkeken	=	wegkijken
wegkieper	=	wegkieperen
wegkieperde	=	wegkieperen
wegkieperden	=	wegkieperen
wegkiepere	=	wegkieperen
wegkieperen	verb	zich van afval ontdoen, met name door een bak om te keren
wegkieperend	=	wegkieperen
wegkieperende	=	wegkieperen
wegkiepert	=	wegkieperen
wegkijk	=	wegkijken
wegkijke	=	wegkijken
wegkijken	verb	de blik afwenden, de blik van iemand anders vermijden
wegkijkend	=	wegkijken
wegkijkende	=	wegkijken
wegkijkstaat	noun	overheid die zich niet solidair opstelt naar de minder bedeelden
wegkijkstaten	=	wegkijkstaat
wegkijkt	=	wegkijken
wegklapbaar	adj	van een voorwerp, onderdeel of constructie dat het gemakkelijk opzij, omhoog of omlaag gevouwen/gedraaid kan worden om ruimte te besparen, de doorgang vrij te maken of het gebruik te vergemakkelijken
wegklapbaarder	=	wegklapbaar
wegklapbaardere	=	wegklapbaar
wegklapbaarders	=	wegklapbaar
wegklapbaars	=	wegklapbaar
wegklapbaarst	=	wegklapbaar
wegklapbaarste	=	wegklapbaar
wegklapbare	=	wegklapbaar
wegknip	=	wegknippen
wegknippe	=	wegknippen
wegknippen	verb	met een schaar verwijderen
wegknippend	=	wegknippen
wegknippende	=	wegknippen
wegknipt	=	wegknippen
wegknipte	=	wegknippen
wegknipten	=	wegknippen
wegkocht	=	wegkopen
wegkochten	=	wegkopen
wegkom	=	wegkomen
wegkome	=	wegkomen
wegkomen	verb	op gelukkige wijze ontsnappen
wegkomend	=	wegkomen
wegkomende	=	wegkomen
wegkomt	=	wegkomen
wegkoop	=	wegkopen
wegkoopt	=	wegkopen
wegkop	=	wegkoppen
wegkope	=	wegkopen
wegkopen	verb	alles opkopen
wegkopend	=	wegkopen
wegkopende	=	wegkopen
wegkoppe	=	wegkoppen
wegkoppen	verb	met het hoofd wegspelen
wegkoppende	=	wegkoppen
wegkopt	=	wegkoppen
wegkopte	=	wegkoppen
wegkopten	=	wegkoppen
wegkroop	=	wegkruipen
wegkropen	=	wegkruipen
wegkruip	=	wegkruipen
wegkruipe	=	wegkruipen
wegkruipen	verb	zich kruipend verwijderen
wegkruipend	=	wegkruipen
wegkruipende	=	wegkruipen
wegkruipt	=	wegkruipen
wegkwaamt	=	wegkomen
wegkwam	=	wegkomen
wegkwame	=	wegkomen
wegkwamen	=	wegkomen
wegkwijn	=	wegkwijnen
wegkwijnde	=	wegkwijnen
wegkwijnden	=	wegkwijnen
wegkwijne	=	wegkwijnen
wegkwijnen	verb	fysiek in steeds minder goede staat komen te verkeren
wegkwijnend	=	wegkwijnen
wegkwijnende	=	wegkwijnen
wegkwijnt	=	wegkwijnen
wegkwijnziekte	noun	ziekte bij jonge varkens waarbij de biggen langzaam wegkwijnen
wegkwijnziekten	=	wegkwijnziekte
wegkwijnziektes	=	wegkwijnziekte
weglaat	=	weglaten
weglach	=	weglachen
weglache	=	weglachen
weglachen	verb	iets of iemand met honend gelach terzijde schuiven
weglachend	=	weglachen
weglachende	=	weglachen
weglacht	=	weglachen
weglachte	=	weglachen
weglachten	=	weglachen
weglate	=	weglaten
weglaten	verb	te midden van andere informatie iets niet insluiten
weglatend	=	weglaten
weglatende	=	weglaten
weglating	noun	de handeling van iets weglaten
weglatingen	=	weglating
weglatingsstreep	noun	een streepje is een woordteken om aan te geven dat een deel van het woord weggelaten is
weglatingsstreepje	=	weglatingsstreep
weglatingsstreepjes	=	weglatingsstreep
weglatingsstrepen	=	weglatingsstreep
weglatingsteken	noun	een woordteken om aan te geven dat er letters of cijfers in een woord of getal zijn weggelaten
weglatingstekens	=	weglatingsteken
weglatingstekentje	=	weglatingsteken
weglatingstekentjes	=	weglatingsteken
wegleg	=	wegleggen
weglegde	=	wegleggen
weglegden	=	wegleggen
weglegge	=	wegleggen
wegleggen	verb	terzijde leggen
wegleggend	=	wegleggen
wegleggende	=	wegleggen
weglegt	=	wegleggen
wegleid	=	wegleiden
wegleidde	=	wegleiden
wegleidden	=	wegleiden
wegleide	=	wegleiden
wegleiden	verb	mensen of dieren onder geleide naar een andere plaats brengen
wegleidend	=	wegleiden
wegleidende	=	wegleiden
wegleidt	=	wegleiden
weglek	=	weglekken
weglekke	=	weglekken
weglekken	verb	zodanig lekken van een vloeistof dat je deze niet meer terug kunt winnen en de vloeistof dus verloren is gegaan
weglekkend	=	weglekken
weglekkende	=	weglekken
weglekt	=	weglekken
weglekte	=	weglekken
weglekten	=	weglekken
weglengte	noun	de afstand van het beginpunt van een weg tot aan het eindpunt
weglengten	=	weglengte
weglengtes	=	weglengte
weglichaam	noun	lichaam van zand onder een weg of spoorweg
weglichaampje	=	weglichaam
weglichaampjes	=	weglichaam
weglichamen	=	weglichaam
wegliep	=	weglopen
wegliepe	=	weglopen
wegliepen	=	weglopen
wegliept	=	weglopen
wegliet	=	weglaten
wegliete	=	weglaten
weglieten	=	weglaten
wegligging	noun	de mate waarin een voertuig contact heeft en houdt met de weg met name bij remmen, optrekken en het maken van bochten en dan in het bijzonder als de wegkwaliteit minder goed is en bij hoge snelheden
wegliggingen	=	wegligging
wegligginkje	=	wegligging
wegligginkjes	=	wegligging
weglok	=	weglokken
weglokke	=	weglokken
weglokken	verb	een persoon of dier een bepaalde plaats of persoon doen verlaten door hem resp. het (naar zich toe) te lokken
weglokkend	=	weglokken
weglokkende	=	weglokken
weglokt	=	weglokken
weglokte	=	weglokken
weglokten	=	weglokken
wegloop	noun	hardloopwedstrijd over verharde wegen
wegloopen	=	weglopen
wegloopt	=	weglopen
weglope	=	weglopen
weglopen	verb	een plaats verlaten
weglopend	=	weglopen
weglopende	=	weglopen
wegloper	noun	iemand die weggaat terwijl dat eigenlijk niet mag of niet de bedoeling is
weglopers	=	wegloper
weglopertje	=	wegloper
weglopertjes	=	wegloper
wegmaai	=	wegmaaien
wegmaaide	=	wegmaaien
wegmaaiden	=	wegmaaien
wegmaaie	=	wegmaaien
wegmaaien	verb	door maaien verwijderen
wegmaaiend	=	wegmaaien
wegmaaiende	=	wegmaaien
wegmaait	=	wegmaaien
wegmaak	=	wegmaken
wegmaakt	=	wegmaken
wegmaakte	=	wegmaken
wegmaakten	=	wegmaken
wegmake	=	wegmaken
wegmaken	verb	expres er voor zorgen dat iets verdwijnt
wegmakend	=	wegmaken
wegmakende	=	wegmaken
wegmarkering	noun	tekens die op het wegdek staan aangegeven en het verkeer door middel van de visuele informatie geleiden
wegmarkeringen	=	wegmarkering
wegmier	noun	Lasius niger een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae)
wegmieren	=	wegmier
wegmiertje	=	wegmier
wegmiertjes	=	wegmier
wegmieter	=	wegmieteren
wegmieterde	=	wegmieteren
wegmieterden	=	wegmieteren
wegmieteren	verb|informal	zich er op een weinig zorgzame manier van ontdoen
wegmieterend	=	wegmieteren
wegmieterende	=	wegmieteren
wegmietert	=	wegmieteren
wegmoffel	=	wegmoffelen
wegmoffelde	=	wegmoffelen
wegmoffelden	=	wegmoffelen
wegmoffele	=	wegmoffelen
wegmoffelen	verb	stiekem verbergen, doen verdwijnen
wegmoffelend	=	wegmoffelen
wegmoffelende	=	wegmoffelen
wegmoffelt	=	wegmoffelen
wegnaamt	=	wegnemen
wegnam	=	wegnemen
wegname	noun|obsolete	het niet langer aanwezig doen zijn
wegnamen	=	wegnemen
wegnames	=	wegname
wegneem	=	wegnemen
wegneemt	=	wegnemen
wegneme	=	wegnemen
wegnemen	verb	iets niet langer aanwezig doen zijn
wegnemend	=	wegnemen
wegnemende	=	wegnemen
wegneming	noun	het weghalen/verwijderen van iets
wegnemingen	=	wegneming
wegomlegging	noun	tijdelijke verplaatsing van een weg of route in verband met werkzaamheden, evenementen of andere redenen
wegomleggingen	=	wegomlegging
wegomlegginkje	=	wegomlegging
wegomlegginkjes	=	wegomlegging
wegomleiding	noun	tijdelijke, alternatieve route die het verkeer moet volgen wanneer een weg (gedeeltelijk) is afgesloten, vaak door wegwerkzaamheden, evenementen of ongevallen.
wegomleidingen	=	wegomleiding
wegomleidinkje	=	wegomleiding
wegomleidinkjes	=	wegomleiding
wegonderhoud	noun	geheel van werkzaamheden die nodig zijn om een weg in goede staat te houden
wegopbreking	noun	een fysieke onderbreking van de openbare weg.
wegopbrekingen	=	wegopbreking
wegopbrekinkje	=	wegopbreking
wegopbrekinkjes	=	wegopbreking
wegopzichter	noun	iemand die toezicht houdt op een weg
wegopzichters	=	wegopzichter
wegopzichtertje	=	wegopzichter
wegopzichtertjes	=	wegopzichter
wegpak	=	wegpakken
wegpakke	=	wegpakken
wegpakken	verb	iets op een niet helemaal nette manier wegnemen
wegpakkend	=	wegpakken
wegpakkende	=	wegpakken
wegpakt	=	wegpakken
wegpakte	=	wegpakken
wegpakten	=	wegpakken
wegpest	=	wegpesten
wegpeste	=	wegpesten
wegpesten	verb	iemand dusdanig pesten dat deze besluit ergens te vertrekken
wegpestend	=	wegpesten
wegpestende	=	wegpesten
wegpestte	=	wegpesten
wegpestten	=	wegpesten
wegpik	=	wegpikken
wegpikke	=	wegpikken
wegpikken	verb	iets wegpakken dat niet van jou is
wegpikkend	=	wegpikken
wegpikkende	=	wegpikken
wegpikt	=	wegpikken
wegpikte	=	wegpikken
wegpikten	=	wegpikken
wegpink	=	wegpinken
wegpinke	=	wegpinken
wegpinken	verb	een traantje wegpinken: door ontroering op een voorzichtige, heimelijke manier huilen
wegpinkend	=	wegpinken
wegpinkende	=	wegpinken
wegpinkt	=	wegpinken
wegpinkte	=	wegpinken
wegpinkten	=	wegpinken
wegpiraat	noun|figurative	iemand die op de openbare weg gevaarlijk weggedrag vertoont
wegpiraatje	=	wegpiraat
wegpiraatjes	=	wegpiraat
wegpiraten	=	wegpiraat
wegpiraterij	noun	roekeloos rijgedrag in het wegverkeer
wegpiraterijen	=	wegpiraterij
wegpoets	=	wegpoetsen
wegpoetse	=	wegpoetsen
wegpoetsen	verb	door te wrijven iets verwijderen; schoonmaken door te wrijven
wegpoetsend	=	wegpoetsen
wegpoetsende	=	wegpoetsen
wegpoetst	=	wegpoetsen
wegpoetste	=	wegpoetsen
wegpoetsten	=	wegpoetsen
wegpomp	=	wegpompen
wegpompe	=	wegpompen
wegpompen	verb	door pompen zorgen dat een vloeistof ergens anders naartoe gaat
wegpompend	=	wegpompen
wegpompende	=	wegpompen
wegpompt	=	wegpompen
wegpompte	=	wegpompen
wegpompten	=	wegpompen
wegpraat	=	wegpraten
wegpraatte	=	wegpraten
wegpraatten	=	wegpraten
wegprate	=	wegpraten
wegpraten	verb	met veel woorden een indruk of opvatting weerleggen
wegpratend	=	wegpraten
wegpratende	=	wegpraten
wegprofiel	noun	een doorsnede van de opbouw van een weg
wegprofielen	=	wegprofiel
wegprofieltje	=	wegprofiel
wegprofieltjes	=	wegprofiel
wegpromoveer	=	wegpromoveren
wegpromoveerde	=	wegpromoveren
wegpromoveerden	=	wegpromoveren
wegpromoveert	=	wegpromoveren
wegpromovere	=	wegpromoveren
wegpromoveren	verb	iemand uit een functie ontslaan door hem een hogere functie te geven
wegpromoverend	=	wegpromoveren
wegpromoverende	=	wegpromoveren
wegraak	=	wegraken
wegraakt	=	wegraken
wegraakte	=	wegraken
wegraakten	=	wegraken
wegrace	noun	race op de openbare weg met fiets of motorvoertuig
wegracer	noun	iemand die op de weg met een voertuig racet
wegracers	=	wegracer
wegracertje	=	wegracer
wegracertjes	=	wegracer
wegraces	=	wegrace
wegrake	=	wegraken
wegraken	verb	onvindbaar worden
wegrakend	=	wegraken
wegrakende	=	wegraken
wegraking	noun	kortdurende bewusteloosheid door een kortdurende verminderde bloedtoevoer naar de hersenen
wegrakingen	=	wegraking
wegreageer	=	wegreageren
wegreageerde	=	wegreageren
wegreageerden	=	wegreageren
wegreageert	=	wegreageren
wegreagere	=	wegreageren
wegreageren	verb	verdwijnen door volledige omzetting in een chemische reactie
wegreagerend	=	wegreageren
wegreagerende	=	wegreageren
wegreconstructie	noun	een bestaande weg afbreken en helemaal opnieuw aanleggen
wegreconstructies	=	wegreconstructie
wegrede	=	wegrijden
wegreden	=	wegrijden
wegredeneer	=	wegredeneren
wegredeneerde	=	wegredeneren
wegredeneerden	=	wegredeneren
wegredeneert	=	wegredeneren
wegredenere	=	wegredeneren
wegredeneren	verb	door quasi logisch praten doen alsof iets niet bestaat
wegredenerend	=	wegredeneren
wegredenerende	=	wegredeneren
wegreed	=	wegrijden
wegreedt	=	wegrijden
wegregenen	verb	door de regen weggejaagd worden
wegregenend	=	wegregenen
wegren	=	wegrennen
wegrende	=	wegrennen
wegrenden	=	wegrennen
wegrenne	=	wegrennen
wegrennen	verb	zich snel te voet verwijderen
wegrennend	=	wegrennen
wegrennende	=	wegrennen
wegrenner	noun	wielrenner die wedstrijden op de verharde, openbare weg rijdt
wegrenners	=	wegrenner
wegrent	=	wegrennen
wegrestaurant	noun	een eetgelegenheid in de buurt van een weg, vooral gericht op automobilisten en truckers
wegrestauranten	=	wegrestaurant
wegrestaurantje	=	wegrestaurant
wegrestaurantjes	=	wegrestaurant
wegrestaurants	=	wegrestaurant
wegretoucheer	=	wegretoucheren
wegretoucheerde	=	wegretoucheren
wegretoucheerden	=	wegretoucheren
wegretoucheert	=	wegretoucheren
wegretouchere	=	wegretoucheren
wegretoucheren	verb	geheel uit een afbeelding verwijderen door die zo te bewerken dat de verwijdering niet meer zichtbaar is
wegretoucherend	=	wegretoucheren
wegretoucherende	=	wegretoucheren
wegreus	noun	moderne vrachtauto
wegreuzen	=	wegreus
wegriep	=	wegroepen
wegriepen	=	wegroepen
wegrij	=	wegrijden
wegrijd	=	wegrijden
wegrijde	=	wegrijden
wegrijden	verb	zich rijdend verwijderen
wegrijdend	=	wegrijden
wegrijdende	=	wegrijden
wegrijdt	=	wegrijden
wegrit	noun	snelheidswedstrijd, met name van wielrenners op de weg
wegritje	=	wegrit
wegritjes	=	wegrit
wegritten	=	wegrit
wegroep	=	wegroepen
wegroepe	=	wegroepen
wegroepen	verb	door roepen bereiken dat iemand vertrekt
wegroepend	=	wegroepen
wegroepende	=	wegroepen
wegroept	=	wegroepen
wegroest	=	wegroesten
wegroeste	=	wegroesten
wegroesten	verb	door oxideren verdwijnen; roestend vergaan
wegroestend	=	wegroesten
wegroestende	=	wegroesten
wegroestte	=	wegroesten
wegroestten	=	wegroesten
wegrol	=	wegrollen
wegrolde	=	wegrollen
wegrolden	=	wegrollen
wegrolle	=	wegrollen
wegrollen	verb	door een draaiende beweging over een oppervlakte ergens anders naartoe bewegen
wegrollend	=	wegrollen
wegrollende	=	wegrollen
wegrolt	=	wegrollen
wegrot	=	wegrotten
wegrotte	=	wegrotten
wegrotten	verb	als gevolg van een rottingsproces verdwijnen
wegrottend	=	wegrotten
wegrottende	=	wegrotten
wegruim	=	wegruimen
wegruimde	=	wegruimen
wegruimden	=	wegruimen
wegruime	=	wegruimen
wegruimen	verb	opruimen door zaken te verwijderen
wegruimend	=	wegruimen
wegruimende	=	wegruimen
wegruimt	=	wegruimen
wegruk	=	wegrukken
wegrukke	=	wegrukken
wegrukken	verb	rukkend wegnemen
wegrukkend	=	wegrukken
wegrukkende	=	wegrukken
wegrukt	=	wegrukken
wegrukte	=	wegrukken
wegrukten	=	wegrukken
wegscheer	=	wegscheren
wegscheerde	=	wegscheren
wegscheerden	=	wegscheren
wegscheert	=	wegscheren
wegschenk	=	wegschenken
wegschenke	=	wegschenken
wegschenken	verb	afstand doen van iets door het aan iemand te schenken, weggeven
wegschenkend	=	wegschenken
wegschenkende	=	wegschenken
wegschenkt	=	wegschenken
wegschep	=	wegscheppen
wegscheppe	=	wegscheppen
wegscheppen	verb	door scheppen verwijderen
wegscheppend	=	wegscheppen
wegscheppende	=	wegscheppen
wegschept	=	wegscheppen
wegschepte	=	wegscheppen
wegschepten	=	wegscheppen
wegschere	=	wegscheren
wegscheren	verb	door te scheren verwijderen
wegscherend	=	wegscheren
wegscherende	=	wegscheren
wegscheur	=	wegscheuren
wegscheurde	=	wegscheuren
wegscheurden	=	wegscheuren
wegscheure	=	wegscheuren
wegscheuren	verb	heel erg snel wegrijden
wegscheurend	=	wegscheuren
wegscheurende	=	wegscheuren
wegscheurt	=	wegscheuren
wegschiet	=	wegschieten
wegschiete	=	wegschieten
wegschieten	verb	zich plotseling verplaatsen
wegschietend	=	wegschieten
wegschietende	=	wegschieten
wegscholen	=	wegschuilen
wegschonk	=	wegschenken
wegschonken	=	wegschenken
wegschoof	=	wegschuiven
wegschool	=	wegschuilen
wegschoor	=	wegscheren
wegschoort	=	wegscheren
wegschoot	=	wegschieten
wegschore	=	wegscheren
wegschoren	=	wegscheren
wegschoten	=	wegschieten
wegschoven	=	wegschuiven
wegschraap	=	wegschrapen
wegschraapt	=	wegschrapen
wegschraapte	=	wegschrapen
wegschraapten	=	wegschrapen
wegschrap	=	wegschrappen
wegschrape	=	wegschrapen
wegschrapen	verb	door krabben iets verwijderen
wegschrapend	=	wegschrapen
wegschrapende	=	wegschrapen
wegschrappe	=	wegschrappen
wegschrappen	verb	wegnemen door iets door te halen of weg te krassen
wegschrappend	=	wegschrappen
wegschrappende	=	wegschrappen
wegschrapt	=	wegschrappen
wegschrapte	=	wegschrappen
wegschrapten	=	wegschrappen
wegschreef	=	wegschrijven
wegschreeft	=	wegschrijven
wegschreve	=	wegschrijven
wegschreven	=	wegschrijven
wegschrijf	=	wegschrijven
wegschrijft	=	wegschrijven
wegschrijve	=	wegschrijven
wegschrijven	verb	in een bestand zetten
wegschrijvend	=	wegschrijven
wegschrijvende	=	wegschrijven
wegschrobben	verb	door herhaald bewerken met water en borstel verwijderen
wegschuif	=	wegschuiven
wegschuift	=	wegschuiven
wegschuil	=	wegschuilen
wegschuilde	=	wegschuilen
wegschuilden	=	wegschuilen
wegschuile	=	wegschuilen
wegschuilen	verb	zich ergens achter of onder verbergen
wegschuilend	=	wegschuilen
wegschuilende	=	wegschuilen
wegschuilt	=	wegschuilen
wegschuive	=	wegschuiven
wegschuiven	verb	door schuiven van zijn plaats brengen
wegschuivend	=	wegschuiven
wegschuivende	=	wegschuiven
wegsijpel	=	wegsijpelen
wegsijpelde	=	wegsijpelen
wegsijpelden	=	wegsijpelen
wegsijpele	=	wegsijpelen
wegsijpelen	verb	verliezen van een vloeistof door een proces waarbij die vloeistof zich door de kieren en poriën van een vaste massa heen begeeft
wegsijpelend	=	wegsijpelen
wegsijpelende	=	wegsijpelen
wegsijpelt	=	wegsijpelen
wegsla	=	wegslaan
wegslaan	verb	door geweld van zijn plaats gerukt worden
wegslaand	=	wegslaan
wegslaande	=	wegslaan
wegslaat	=	wegslaan
wegslak	noun	Arion rufus een soms knalrode naaktslak uit de familie wegslakken
wegslakje	=	wegslak
wegslakjes	=	wegslak
wegslakken	noun	Arionidae een familie van slakken
wegsleep	=	wegslepen
wegsleepregeling	noun	de regeling dat voertuigen weggesleept kunnen worden als ze op een verkeerde plek geparkeerd staan
wegsleepregelingen	=	wegsleepregeling
wegsleepregelingetje	=	wegsleepregeling
wegsleepregelingetjes	=	wegsleepregeling
wegsleept	=	wegslepen
wegsleepte	=	wegslepen
wegsleepten	=	wegslepen
wegslepe	=	wegslepen
wegslepen	verb	door slepen iets of iemand van een plaats verwijderen
wegslepend	=	wegslepen
wegslepende	=	wegslepen
wegsleur	=	wegsleuren
wegsleurde	=	wegsleuren
wegsleurden	=	wegsleuren
wegsleure	=	wegsleuren
wegsleuren	verb	op ruwe wijze wegtrekken; op ruwe wijze wegslepen
wegsleurend	=	wegsleuren
wegsleurende	=	wegsleuren
wegsleurt	=	wegsleuren
wegslik	=	wegslikken
wegslikke	=	wegslikken
wegslikken	verb	iets helemaal uit mond in de slokdarm laten afdalen
wegslikkend	=	wegslikken
wegslikkende	=	wegslikken
wegslikt	=	wegslikken
wegslikte	=	wegslikken
wegslikten	=	wegslikken
wegslinger	=	wegslingeren
wegslingerde	=	wegslingeren
wegslingerden	=	wegslingeren
wegslingere	=	wegslingeren
wegslingeren	verb	met een tollende beweging van zich af werpen
wegslingerend	=	wegslingeren
wegslingerende	=	wegslingeren
wegslingert	=	wegslingeren
wegslink	=	wegslinken
wegslinke	=	wegslinken
wegslinken	verb	geleidelijk aan omvang verliezen tot er niets overblijft
wegslinkend	=	wegslinken
wegslinkende	=	wegslinken
wegslinkt	=	wegslinken
wegsloeg	=	wegslaan
wegsloegen	=	wegslaan
wegslonk	=	wegslinken
wegslonken	=	wegslinken
wegsloop	=	wegsluipen
wegsloopt	=	wegsluipen
wegsloot	=	wegsluiten
wegslope	=	wegsluipen
wegslopen	=	wegsluipen
wegsloten	=	wegsluiten
wegsluip	=	wegsluipen
wegsluipe	=	wegsluipen
wegsluipen	verb	ongemerkt en behoedzaam weggaan
wegsluipend	=	wegsluipen
wegsluipende	=	wegsluipen
wegsluipt	=	wegsluipen
wegsluis	=	wegsluizen
wegsluisde	=	wegsluizen
wegsluisden	=	wegsluizen
wegsluist	=	wegsluizen
wegsluit	=	wegsluiten
wegsluite	=	wegsluiten
wegsluiten	verb	veilig opbergen achter slot en grendel
wegsluitend	=	wegsluiten
wegsluitende	=	wegsluiten
wegsluize	=	wegsluizen
wegsluizen	verb	laten verdwijnen, overmaken (naar belastingparadijzen)
wegsluizend	=	wegsluizen
wegsluizende	=	wegsluizen
wegsmeet	=	wegsmijten
wegsmelt	=	wegsmelten
wegsmelte	=	wegsmelten
wegsmelten	verb	verdwijnen door te smelten
wegsmeltend	=	wegsmelten
wegsmeltende	=	wegsmelten
wegsmeten	=	wegsmijten
wegsmijt	=	wegsmijten
wegsmijte	=	wegsmijten
wegsmijten	verb	met kracht of onachtzaam wegwerpen
wegsmijtend	=	wegsmijten
wegsmijtende	=	wegsmijten
wegsmokkelen	verb	stiekem iets verstoppen of verwijderen
wegsmokkelend	=	wegsmokkelen
wegsmolt	=	wegsmelten
wegsmolten	=	wegsmelten
wegsneden	=	wegsnijden
wegsneed	=	wegsnijden
wegsnel	=	wegsnellen
wegsnelde	=	wegsnellen
wegsnelden	=	wegsnellen
wegsnelle	=	wegsnellen
wegsnellen	verb	met grote snelheid ergens vandaan gaan
wegsnellend	=	wegsnellen
wegsnellende	=	wegsnellen
wegsnelt	=	wegsnellen
wegsnij	=	wegsnijden
wegsnijd	=	wegsnijden
wegsnijde	=	wegsnijden
wegsnijden	verb	met een mes verwijderen
wegsnijdend	=	wegsnijden
wegsnijdende	=	wegsnijden
wegsnijding	noun	weghaling door middel van snijden
wegsnijdingen	=	wegsnijding
wegsnijdt	=	wegsnijden
wegsnoei	=	wegsnoeien
wegsnoeide	=	wegsnoeien
wegsnoeiden	=	wegsnoeien
wegsnoeie	=	wegsnoeien
wegsnoeien	verb	verwijderen van takken en uitlopers van bomen en planten met behulp van een snoeimes of snoeischaar
wegsnoeiend	=	wegsnoeien
wegsnoeiende	=	wegsnoeien
wegsnoeit	=	wegsnoeien
wegspeel	=	wegspelen
wegspeelde	=	wegspelen
wegspeelden	=	wegspelen
wegspeelt	=	wegspelen
wegspele	=	wegspelen
wegspelen	verb	in het spel verre overtreffen, van het bord of van het veld spelen
wegspelend	=	wegspelen
wegspelende	=	wegspelen
wegsplitsing	noun	een plaats waar een weg zich in twee of meer richtingen vertakt
wegsplitsingen	=	wegsplitsing
wegspoel	=	wegspoelen
wegspoelde	=	wegspoelen
wegspoelden	=	wegspoelen
wegspoele	=	wegspoelen
wegspoelen	verb	met een krachtige stroming laten verdwijnen
wegspoelend	=	wegspoelen
wegspoelende	=	wegspoelen
wegspoelt	=	wegspoelen
wegspoot	=	wegspuiten
wegspoten	=	wegspuiten
wegspring	=	wegspringen
wegspringe	=	wegspringen
wegspringen	verb	zich springend verwijderen
wegspringend	=	wegspringen
wegspringende	=	wegspringen
wegspringt	=	wegspringen
wegsprong	=	wegspringen
wegsprongen	=	wegspringen
wegspuit	=	wegspuiten
wegspuite	=	wegspuiten
wegspuiten	verb	spuitend wegvloeien
wegspuitend	=	wegspuiten
wegspuitende	=	wegspuiten
wegstaak	=	wegstaken
wegstaakt	=	wegstaken
wegstaakte	=	wegstaken
wegstaakten	=	wegstaken
wegstak	=	wegsteken
wegstake	=	wegstaken
wegstaken	verb	iets wat werknemers ongewenst vinden laten verdwijnen door op grote schaal het werk neer te leggen
wegstakend	=	wegstaken
wegstakende	=	wegstaken
wegstap	=	wegstappen
wegstappe	=	wegstappen
wegstappen	verb	stapende vertrekken
wegstappend	=	wegstappen
wegstappende	=	wegstappen
wegstapt	=	wegstappen
wegstapte	=	wegstappen
wegstapten	=	wegstappen
wegsteek	=	wegsteken
wegsteekt	=	wegsteken
wegsteke	=	wegsteken
wegsteken	verb	opbergen, in zijn zak steken
wegstekend	=	wegsteken
wegstekende	=	wegsteken
wegstem	=	wegstemmen
wegstemde	=	wegstemmen
wegstemden	=	wegstemmen
wegstemme	=	wegstemmen
wegstemmen	verb	bij een verkiezing tegen een voorstel of persoon stemmen, tegenstemmen
wegstemmend	=	wegstemmen
wegstemmende	=	wegstemmen
wegstemt	=	wegstemmen
wegsterf	=	wegsterven
wegsterft	=	wegsterven
wegsterve	=	wegsterven
wegsterven	verb	geleidelijk onhoorbaar worden
wegstervend	=	wegsterven
wegstervende	=	wegsterven
wegstierf	=	wegsterven
wegstierft	=	wegsterven
wegstierve	=	wegsterven
wegstierven	=	wegsterven
wegstiet	=	wegstoten
wegstieten	=	wegstoten
wegstoof	=	wegstuiven
wegstoot	=	wegstoten
wegstootte	=	wegstoten
wegstootten	=	wegstoten
wegstop	=	wegstoppen
wegstoppe	=	wegstoppen
wegstoppen	verb	iets opbergen
wegstoppend	=	wegstoppen
wegstoppende	=	wegstoppen
wegstopt	=	wegstoppen
wegstopte	=	wegstoppen
wegstopten	=	wegstoppen
wegstorm	=	wegstormen
wegstormde	=	wegstormen
wegstormden	=	wegstormen
wegstorme	=	wegstormen
wegstormen	verb	zich energiek uit de voeten maken
wegstormend	=	wegstormen
wegstormende	=	wegstormen
wegstormt	=	wegstormen
wegstote	=	wegstoten
wegstoten	verb	door stoten verwijderen
wegstotend	=	wegstoten
wegstotende	=	wegstoten
wegstoven	=	wegstuiven
wegstreek	=	wegstrijken
wegstreep	=	wegstrepen
wegstreept	=	wegstrepen
wegstreepte	=	wegstrepen
wegstreepten	=	wegstrepen
wegstreken	=	wegstrijken
wegstrepe	=	wegstrepen
wegstrepen	verb	iets elimineren door er een streep door te zetten
wegstrepend	=	wegstrepen
wegstrepende	=	wegstrepen
wegstrijk	=	wegstrijken
wegstrijke	=	wegstrijken
wegstrijken	verb	doen verdwijnen (door strijken); glad maken
wegstrijkend	=	wegstrijken
wegstrijkende	=	wegstrijken
wegstrijkt	=	wegstrijken
wegstrome	=	wegstromen
wegstromen	verb	door stromen ergens anders naartoe gaan
wegstromend	=	wegstromen
wegstromende	=	wegstromen
wegstroom	=	wegstromen
wegstroomde	=	wegstromen
wegstroomden	=	wegstromen
wegstroomt	=	wegstromen
wegstuf	=	wegstuffen
wegstuffe	=	wegstuffen
wegstuffen	verb	met een vlakgom iets in potlood geschrevens verwijderen
wegstuffend	=	wegstuffen
wegstuffende	=	wegstuffen
wegstuft	=	wegstuffen
wegstufte	=	wegstuffen
wegstuften	=	wegstuffen
wegstuif	=	wegstuiven
wegstuift	=	wegstuiven
wegstuive	=	wegstuiven
wegstuiven	verb	zich (al dan niet door stuiven) razendsnel verwijderen
wegstuivend	=	wegstuiven
wegstuivende	=	wegstuiven
wegsture	=	wegsturen
wegsturen	verb	doen weggaan
wegsturend	=	wegsturen
wegsturende	=	wegsturen
wegstuur	=	wegsturen
wegstuurde	=	wegsturen
wegstuurden	=	wegsturen
wegstuurt	=	wegsturen
wegsuf	=	wegsuffen
wegsuffe	=	wegsuffen
wegsuffen	verb	langzaam in slaap vallen
wegsuffend	=	wegsuffen
wegsuffende	=	wegsuffen
wegsuft	=	wegsuffen
wegsufte	=	wegsuffen
wegsuften	=	wegsuffen
wegteer	=	wegteren
wegteerde	=	wegteren
wegteerden	=	wegteren
wegteert	=	wegteren
wegteken	noun	steen of bord langs een weg waarop aangegeven is in welke richting een bepaalde plaats ligt en vaak hoe ver het is
wegtekens	=	wegteken
wegtekentje	=	wegteken
wegtekentjes	=	wegteken
wegtere	=	wegteren
wegteren	verb	geleidelijk vergaan, wegkwijnen
wegterend	=	wegteren
wegterende	=	wegteren
wegtik	=	wegtikken
wegtikke	=	wegtikken
wegtikken	verb	door tikken verwijderen
wegtikkend	=	wegtikken
wegtikkende	=	wegtikken
wegtikt	=	wegtikken
wegtikte	=	wegtikken
wegtikten	=	wegtikken
wegtover	=	wegtoveren
wegtoverde	=	wegtoveren
wegtoverden	=	wegtoveren
wegtovere	=	wegtoveren
wegtoveren	verb	op magische wijze doen verdwijnen
wegtoverend	=	wegtoveren
wegtoverende	=	wegtoveren
wegtovert	=	wegtoveren
wegtracé	noun	het verloop van een weg
wegtracés	=	wegtracé
wegtransport	noun	het vervoer van goederen over de weg
wegtransporten	=	wegtransport
wegtrap	=	wegtrappen
wegtrappe	=	wegtrappen
wegtrappen	verb	met een schop verwijderen
wegtrappend	=	wegtrappen
wegtrappende	=	wegtrappen
wegtrapt	=	wegtrappen
wegtrapte	=	wegtrappen
wegtrapten	=	wegtrappen
wegtreintje	noun	een motorvoertuig dat rijdt op een weg met een of meer aanhangwagens, ingericht voor het vervoer van personen (vaak toeristen of kinderen)
wegtreintjes	=	wegtreintje
wegtrek	=	wegtrekken
wegtrekke	=	wegtrekken
wegtrekken	verb	~ uit: een bepaald gebied verlaten
wegtrekkend	=	wegtrekken
wegtrekkende	=	wegtrekken
wegtrekker	noun	iets of iemand die naar elders vertrekt
wegtrekkers	=	wegtrekker
wegtrekkertje	=	wegtrekker
wegtrekkertjes	=	wegtrekker
wegtrekt	=	wegtrekken
wegtrok	=	wegtrekken
wegtrokken	=	wegtrekken
wegvaag	=	wegvagen
wegvaagde	=	wegvagen
wegvaagden	=	wegvagen
wegvaagt	=	wegvagen
wegvaar	=	wegvaren
wegvaart	=	wegvaren
wegvage	=	wegvagen
wegvagen	verb	zodanig vernietigen dat er vrijwel niets overblijft
wegvagend	=	wegvagen
wegvagende	=	wegvagen
wegvak	noun	gedeelte van een weg of route met een welomschreven begin- en eindpunt
wegvakken	=	wegvak
wegval	noun	het feit dat iets opeens niet meer tegenwoordig is
wegvalle	=	wegvallen
wegvallen	verb	opeens niet meer tegenwoordig zijn
wegvallend	=	wegvallen
wegvallende	=	wegvallen
wegvalt	=	wegvallen
wegvang	=	wegvangen
wegvange	=	wegvangen
wegvangen	verb	door vangen verwijderen of wegnemen
wegvangend	=	wegvangen
wegvangende	=	wegvangen
wegvangt	=	wegvangen
wegvare	=	wegvaren
wegvaren	verb	met een vaartuig weggaan
wegvarend	=	wegvaren
wegvarende	=	wegvaren
wegvast	adj	van een voertuig: met een goede wegligging
wegvaste	=	wegvast
wegvaster	=	wegvast
wegvastere	=	wegvast
wegvasters	=	wegvast
wegvasts	=	wegvast
wegveeg	=	wegvegen
wegveegde	=	wegvegen
wegveegden	=	wegvegen
wegveegt	=	wegvegen
wegvege	=	wegvegen
wegvegen	verb	vegend verwijderen
wegvegend	=	wegvegen
wegvegende	=	wegvegen
wegverbinding	noun	traject om van A naar B te komen
wegverbindingen	=	wegverbinding
wegverbindinkje	=	wegverbinding
wegverbindinkjes	=	wegverbinding
wegverbreding	noun	het breder maken van bestaande wegen; bij autosnelwegen gaat het vaak over het aanleggen van meer rijstroken
wegverbredingen	=	wegverbreding
wegverbredinkje	=	wegverbreding
wegverbredinkjes	=	wegverbreding
wegverharding	noun	de aanbrenging van stenen, beton, asfalt of ander hard materiaal zodat een weg beter berijdbaar is
wegverhardingen	=	wegverharding
wegverhardinkje	=	wegverharding
wegverhardinkjes	=	wegverharding
wegverkeer	noun	alle verkeer met voertuigen over de weg
wegverkeersleider	noun	iemand die toezicht houdt op het wegverkeer en zo nodig de verkeersstromen kan beïnvloeden
wegverkeersleiders	=	wegverkeersleider
wegverlegging	noun	het verplaatsen van een weg naar een andere plek
wegverleggingen	=	wegverlegging
wegverlichting	noun	de verlichting die aangebracht is langs wegen om het verkeer goed zicht te geven
wegverlichtingen	=	wegverlichting
wegversmalling	noun	de plaats waar een weg smaller wordt
wegversmallingen	=	wegversmalling
wegversperring	noun	iets wat wordt gebruikt om de doorgang op een weg te belemmeren
wegversperringen	=	wegversperring
wegversperrinkje	=	wegversperring
wegvervoer	noun	vervoer over de weg
wegvervoerder	noun	een persoon of organisatie die over de weg goederen vervoert
wegvervoerders	=	wegvervoerder
wegvervoerdertje	=	wegvervoerder
wegvervoerdertjes	=	wegvervoerder
wegviel	=	wegvallen
wegviele	=	wegvallen
wegvielen	=	wegvallen
wegvielt	=	wegvallen
wegving	=	wegvangen
wegvingen	=	wegvangen
wegvlieg	=	wegvliegen
wegvliege	=	wegvliegen
wegvliegen	verb	een plaats vliegend verlaten
wegvliegend	=	wegvliegen
wegvliegende	=	wegvliegen
wegvliegt	=	wegvliegen
wegvloei	=	wegvloeien
wegvloeide	=	wegvloeien
wegvloeiden	=	wegvloeien
wegvloeie	=	wegvloeien
wegvloeien	verb	naar een andere plaats vloeien
wegvloeiend	=	wegvloeien
wegvloeiende	=	wegvloeien
wegvloeit	=	wegvloeien
wegvloge	=	wegvliegen
wegvlogen	=	wegvliegen
wegvloog	=	wegvliegen
wegvloogt	=	wegvliegen
wegvlucht	=	wegvluchten
wegvluchte	=	wegvluchten
wegvluchten	verb	uit angst ergens weggaan om in veiligheid te komen
wegvluchtend	=	wegvluchten
wegvluchtende	=	wegvluchten
wegvluchtte	=	wegvluchten
wegvluchtten	=	wegvluchten
wegvoer	=	wegvoeren
wegvoerde	=	wegvoeren
wegvoerden	=	wegvoeren
wegvoere	=	wegvoeren
wegvoeren	verb	op geleide wijze iets of iemand weg doen gaan
wegvoerend	=	wegvoeren
wegvoerende	=	wegvoeren
wegvoert	=	wegvoeren
wegvrat	=	wegvreten
wegvraten	=	wegvreten
wegvreet	=	wegvreten
wegvrete	=	wegvreten
wegvreten	verb	door uitbijten of aanvreten laten verdwijnen, doen vergaan
wegvretend	=	wegvreten
wegvretende	=	wegvreten
wegwaai	=	wegwaaien
wegwaaide	=	wegwaaien
wegwaaiden	=	wegwaaien
wegwaaie	=	wegwaaien
wegwaaien	verb	door de wind worden weggevoerd
wegwaaiend	=	wegwaaien
wegwaaiende	=	wegwaaien
wegwaait	=	wegwaaien
wegwandel	=	wegwandelen
wegwandelde	=	wegwandelen
wegwandelden	=	wegwandelen
wegwandele	=	wegwandelen
wegwandelen	verb	weglopen
wegwandelend	=	wegwandelen
wegwandelende	=	wegwandelen
wegwandelt	=	wegwandelen
wegwaren	=	wegwezen
wegwas	=	wegwezen
wegwasse	=	wegwassen
wegwassen	verb	door wassen schoonmaken; door wassen iets verwijderen
wegwassend	=	wegwassen
wegwassende	=	wegwassen
wegwast	=	wegwassen
wegwaste	=	wegwassen
wegwasten	=	wegwassen
wegwazen	verb	in mist opgaan, vervagen
wegwazend	=	wegwazen
wegwazende	=	wegwazen
wegwedstrijd	noun	wielerwedstrijd die gereden wordt over de (tijdelijk afgesloten) openbare weg
wegwedstrijden	=	wegwedstrijd
wegwedstrijdje	=	wegwedstrijd
wegwedstrijdjes	=	wegwedstrijd
wegwees	=	wegwezen
wegwerk	noun	onderhoudswerkzaamheden aan een weg
wegwerke	=	wegwerken
wegwerken	verb	met enige inspanning laten verdwijnen
wegwerkend	=	wegwerken
wegwerkende	=	wegwerken
wegwerker	noun	arbeider die werkzaam is bij het onderhoud van wegen
wegwerkers	=	wegwerker
wegwerkertje	=	wegwerker
wegwerkertjes	=	wegwerker
wegwerkje	=	wegwerk
wegwerkjes	=	wegwerk
wegwerkt	=	wegwerken
wegwerkte	=	wegwerken
wegwerkten	=	wegwerken
wegwerkzaamheden	noun	werkzaamheden die worden uitgevoerd aan wegen
wegwerp	=	wegwerpen
wegwerp-bbq	noun	wegwerpbarbecue
wegwerpaansteker	noun	sigarettenaansteker op gas, die niet opnieuw kan worden gevuld
wegwerpaanstekers	=	wegwerpaansteker
wegwerpaanstekertje	=	wegwerpaansteker
wegwerpartikel	noun	is een verbruiksartikel, dat niet geschikt is voor hergebruik, maar bedoeld is om slechts eenmalig of gedurende één gebruiksperiode te gebruiken waarna het weggeworpen of gerecycled wordt
wegwerpartikelen	=	wegwerpartikel
wegwerpartikels	=	wegwerpartikel
wegwerpartikeltje	=	wegwerpartikel
wegwerpartikeltjes	=	wegwerpartikel
wegwerpbaar	adj	van producten dat ze zijn ontworpen voor eenmalig gebruik en daarna worden weggegooid, zoals servies, verpakkingen en hygiëneartikelen
wegwerpbaarder	=	wegwerpbaar
wegwerpbaardere	=	wegwerpbaar
wegwerpbaarders	=	wegwerpbaar
wegwerpbaars	=	wegwerpbaar
wegwerpbaarst	=	wegwerpbaar
wegwerpbaarste	=	wegwerpbaar
wegwerpbarbecue	noun	eenmalig te gebruiken bakje met brandstof en rooster om vlees op te bereiden
wegwerpbarbecues	=	wegwerpbarbecue
wegwerpbarbecuetje	=	wegwerpbarbecue
wegwerpbarbecuetjes	=	wegwerpbarbecue
wegwerpbare	=	wegwerpbaar
wegwerpbeker	noun	een beker die slechts één keer gebruikt wordt en daarna weggegooid wordt
wegwerpbekers	=	wegwerpbeker
wegwerpbekertje	=	wegwerpbeker
wegwerpbekertjes	=	wegwerpbeker
wegwerpbestek	noun	voor eenmalig gebruik ontworpen bestek dat in het bijzonder wordt gebruikt voor afhaalmaaltijden, bepaalde evenementen, picknicks en in de catering
wegwerpcamera	noun	fototoestel voor eenmalig gebruik
wegwerpcamera's	=	wegwerpcamera
wegwerpcameraatje	=	wegwerpcamera
wegwerpcameraatjes	=	wegwerpcamera
wegwerpculturen	=	wegwerpcultuur
wegwerpcultuur	noun	manier van leven die gespitst is op een snelle consumptie van telkens andere zaken en waarin duurzaamheid een ondergeschikte rol speelt
wegwerpcultuurtje	=	wegwerpcultuur
wegwerpcultuurtjes	=	wegwerpcultuur
wegwerpe	=	wegwerpen
wegwerpeconomie	noun	economie gekenmerkt door de productie en het gebruik van wegwerpartikelen waarin duurzaamheid een ondergeschikte rol speelt
wegwerpeconomietje	=	wegwerpeconomie
wegwerpeconomietjes	=	wegwerpeconomie
wegwerpeconomieën	=	wegwerpeconomie
wegwerpen	verb	van zich af werpen
wegwerpend	=	wegwerpen
wegwerpende	=	wegwerpen
wegwerpfles	noun	fles voor eenmalig gebruik waarop geen statiegeld geheven wordt
wegwerpflesje	=	wegwerpfles
wegwerpflesjes	=	wegwerpfles
wegwerpflessen	=	wegwerpfles
wegwerpgebaar	noun	een beweging waarbij men aangeeft dat men iets niet wil of het ergens niet mee eens is
wegwerpgebaartje	=	wegwerpgebaar
wegwerpgebaartjes	=	wegwerpgebaar
wegwerpgebaren	=	wegwerpgebaar
wegwerpluier	noun	luier voor eenmalig gebruik
wegwerpluiers	=	wegwerpluier
wegwerpluiertje	=	wegwerpluier
wegwerpluiertjes	=	wegwerpluier
wegwerpmaatschappij	noun	een samenleving waarin steeds meer producten worden geproduceerd die zijn bedoeld om tijdelijk te worden gebruikt om vervolgens te worden weggegooid en waarin verkwistend met grondstoffen, energie en producten wordt omgesprongen
wegwerpmaatschappijen	=	wegwerpmaatschappij
wegwerpsamenleving	noun	samenleving waar het éénmalig gebruik van artikelen als gewoon wordt ervaren terwijl er ook het alternatief van hergebruik voor zou bestaan
wegwerpsamenlevingen	=	wegwerpsamenleving
wegwerpsamenlevinkje	=	wegwerpsamenleving
wegwerpsamenlevinkjes	=	wegwerpsamenleving
wegwerpservies	noun	servies voor eenmalig gebruik
wegwerpserviesje	=	wegwerpservies
wegwerpserviesjes	=	wegwerpservies
wegwerpserviezen	=	wegwerpservies
wegwerpt	=	wegwerpen
wegwerptelefoon	noun	telefoon voor kortdurend gebruik, vaak om redenen van privacy, populair bij illegalen
wegwerptelefoons	=	wegwerptelefoon
wegwerpverpakking	noun	verpakking voor eenmalig gebruik
wegwerpverpakkingen	=	wegwerpverpakking
wegwerpverpakkinkje	=	wegwerpverpakking
wegwerpverpakkinkjes	=	wegwerpverpakking
wegwezen	verb	niet aanwezig zijn
wegwezend	=	wegwezen
wegwezende	=	wegwezen
wegwierp	=	wegwerpen
wegwierpe	=	wegwerpen
wegwierpen	=	wegwerpen
wegwierpt	=	wegwerpen
wegwijs	adj	iemand wegwijs maken = iemand laten zien hoe iets nieuws gaat of werkt
wegwijsbord	noun	een bord dat aangeeft in welke richting een bepaald iets te vinden is
wegwijsborden	=	wegwijsbord
wegwijsbordje	=	wegwijsbord
wegwijsbordjes	=	wegwijsbord
wegwijst	=	wegwijs
wegwijste	=	wegwijs
wegwijze	=	wegwijs
wegwijzer	noun	Bord langs de weg dat de richting aangeeft waarheen je moet rijden.
wegwijzere	=	wegwijs
wegwijzers	=	wegwijzer
wegwijzertje	=	wegwijzer
wegwijzertjes	=	wegwijzer
wegwimpel	=	wegwimpelen
wegwimpelde	=	wegwimpelen
wegwimpelden	=	wegwimpelen
wegwimpele	=	wegwimpelen
wegwimpelen	verb	wegwuiven
wegwimpelend	=	wegwimpelen
wegwimpelende	=	wegwimpelen
wegwimpelt	=	wegwimpelen
wegwis	=	wegwissen
wegwisse	=	wegwissen
wegwissen	verb	met een vegende beweging iets verwijderen
wegwissend	=	wegwissen
wegwissende	=	wegwissen
wegwist	=	wegwissen
wegwiste	=	wegwissen
wegwisten	=	wegwissen
wegwoei	=	wegwaaien
wegwoeie	=	wegwaaien
wegwoeien	=	wegwaaien
wegwoeit	=	wegwaaien
wegwuif	=	wegwuiven
wegwuifde	=	wegwuiven
wegwuifden	=	wegwuiven
wegwuift	=	wegwuiven
wegwuive	=	wegwuiven
wegwuiven	verb	met een handgebaar iets doen wegwaaien
wegwuivend	=	wegwuiven
wegwuivende	=	wegwuiven
wegzak	=	wegzakken
wegzakke	=	wegzakken
wegzakken	verb	door te zakken geheel verdwijnen
wegzakkend	=	wegzakken
wegzakkende	=	wegzakken
wegzakt	=	wegzakken
wegzakte	=	wegzakken
wegzakten	=	wegzakken
wegzeil	=	wegzeilen
wegzeilde	=	wegzeilen
wegzeilden	=	wegzeilen
wegzeile	=	wegzeilen
wegzeilen	verb	een plek verlaten in een zeilboot of -schip
wegzeilend	=	wegzeilen
wegzeilende	=	wegzeilen
wegzeilt	=	wegzeilen
wegzend	=	wegzenden
wegzende	=	wegzenden
wegzenden	verb	wegsturen
wegzendend	=	wegzenden
wegzendende	=	wegzenden
wegzending	noun	het formele slot van een kerkdienst, waarbij de gelovigen worden gezonden om hun geloof in de wereld te brengen.
wegzendingen	=	wegzending
wegzendinkje	=	wegzending
wegzendinkjes	=	wegzending
wegzendt	=	wegzenden
wegzet	=	wegzetten
wegzette	=	wegzetten
wegzetten	verb	ter zijde zetten
wegzettend	=	wegzetten
wegzettende	=	wegzetten
wegzink	=	wegzinken
wegzinke	=	wegzinken
wegzinken	verb	zinkend verdwijnen
wegzinkend	=	wegzinken
wegzinkende	=	wegzinken
wegzinkt	=	wegzinken
wegzogen	=	wegzuigen
wegzond	=	wegzenden
wegzonden	=	wegzenden
wegzonk	=	wegzinken
wegzonken	=	wegzinken
wegzoog	=	wegzuigen
wegzuig	=	wegzuigen
wegzuige	=	wegzuigen
wegzuigen	verb	door onderdruk aan te leggen een (vloei)stof verwijderen
wegzuigend	=	wegzuigen
wegzuigende	=	wegzuigen
wegzuigt	=	wegzuigen
wegzwem	=	wegzwemmen
wegzwemme	=	wegzwemmen
wegzwemmen	verb	zich zwemmend verwijderen
wegzwemmend	=	wegzwemmen
wegzwemmende	=	wegzwemmen
wegzwemt	=	wegzwemmen
wegzwom	=	wegzwemmen
wegzwommen	=	wegzwemmen
wehachnasa	noun	en binnenbrengen
wehakabala	noun	en het ontvangene
wei	noun	een stuk grasland voor begrazing door vee
weiboter	noun	boter verkregen uit de bij kaasbereiding verkregen wei
weiboters	=	weiboter
weichsel	noun	smakelijke zure kers waarvan men jam maakt, vrucht van Prunus mahaleb
weichselbomen	=	weichselboom
weichselboom	noun	Prunus mahaleb een boom, die behoort tot de rozenfamilie.
weichselboompje	=	weichselboom
weichselboompjes	=	weichselboom
weichselen	=	weichsel
weichselien	noun	tweede en laatste deel van het laatpleistoceen in Noordwest-Europa, van 116.000 tot 11.700 jaar geleden, met de laatste ijstijd
weichseltje	=	weichsel
weichseltjes	=	weichsel
weid	=	weiden
weidde	=	weiden
weidden	=	weiden
weide	noun	een stuk grasland, gewoonlijk bedoeld voor het begrazen door vee of als maaiveld
weidebeekjuffer	noun	Calopteryx splendens een 45 à 48 mm grote juffer uit de familie van de beekjuffers (Calopterygidae), die in Nederland en België vrij algemeen voorkomt bij stromend water van redelijke kwaliteit.
weidebeekjuffers	=	weidebeekjuffer
weidebeekjuffertje	=	weidebeekjuffer
weidebeekjuffertjes	=	weidebeekjuffer
weidebergvlas	noun	Thesium pyrenaicum een vaste plant die behoort tot de sandelhoutfamilie (Santalaceae).
weidebergvlasje	=	weidebergvlas
weidebergvlasjes	=	weidebergvlas
weidebij	noun	Andrena gravida een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
weidebijen	=	weidebij
weidebijtje	=	weidebij
weidebijtjes	=	weidebij
weidebladwesp	noun	Nematus miliaris een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
weidebladwespen	=	weidebladwesp
weidebladwespje	=	weidebladwesp
weidebladwespjes	=	weidebladwesp
weidedoflijfje	noun	Melanogaster hirtella een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
weidedoflijfjes	=	weidedoflijfje
weidegang	noun	dieren in de wei laten grazen
weidegangen	=	weidegang
weidegeelster	noun	bepaald soort vrij zeldzaam bolgewas, Gagea pratensis uit de leliefamilie (Liliaceae)
weidegeelsterren	=	weidegeelster
weidegeelsterretje	=	weidegeelster
weidegeelsterretjes	=	weidegeelster
weidegors	noun	Emberiza cioides een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
weidegorsje	=	weidegors
weidegorsjes	=	weidegors
weidegorzen	=	weidegors
weidegrond	noun	gebied dat met gras is begroeid en waar vee kan grazen
weidegronden	=	weidegrond
weidehagedis	noun	Darevskia praticola een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
weidehagedisje	=	weidehagedis
weidehagedisjes	=	weidehagedis
weidehagedissen	=	weidehagedis
weidehalmuiltje	noun	Mesapamea secalella een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
weidehalmuiltjes	=	weidehalmuiltje
weidehavikskruid	noun	Pilosella caespitosa een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
weidehavikskruiden	=	weidehavikskruid
weidehavikskruidje	=	weidehavikskruid
weidehavikskruidjes	=	weidehavikskruid
weidehommel	noun	Bombus pratorum een kleine soort hommel, die veel in Nederland voorkomt.
weidehommels	=	weidehommel
weidehommeltje	=	weidehommel
weidehommeltjes	=	weidehommel
weidekervel	noun	Silaum silaus een plant die behoort tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae).
weidekervel-torkruid	noun	Oenanthe silaifolia een overblijvende kruid, dat behoort tot de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
weidekervel-torkruiden	=	weidekervel-torkruid
weidekervel-torkruidje	=	weidekervel-torkruid
weidekervel-torkruidjes	=	weidekervel-torkruid
weidekervels	=	weidekervel
weideklauwtjesmos	noun	Hypnum pratense een soort mos van de klasse Bryopsida (bladmossen).
weideklauwtjesmosje	=	weideklauwtjesmos
weideklauwtjesmosjes	=	weideklauwtjesmos
weideklauwtjesmossen	=	weideklauwtjesmos
weideklokje	noun	Campanula patula een vaste plant uit klokjesfamilie (Campanulaceae).
weideklokjes	=	weideklokje
weidekringzwam	noun	Marasmius oreades een paddenstoel uit de familie Marasmiaceae.
weidekringzwammen	=	weidekringzwam
weidekringzwammetje	=	weidekringzwam
weidekringzwammetjes	=	weidekringzwam
weideland	noun	gebied met veel grasvelden waarop dieren kunnen grazen
weidelanden	=	weideland
weidelandje	=	weideland
weidelandjes	=	weideland
weidelangpootmug	noun	Tipula paludosa mug die behoort tot de familie van de langpootmuggen (Tupilidae).
weidelangpootmuggen	=	weidelangpootmug
weidelangpootmuggetje	=	weidelangpootmug
weidelangpootmuggetjes	=	weidelangpootmug
weidelijk	adj	met betrekking tot de jacht
weidelijke	=	weidelijk
weidelijker	=	weidelijk
weidelijkere	=	weidelijk
weidelijkers	=	weidelijk
weidelijks	=	weidelijk
weidelijkst	=	weidelijk
weidelijkste	=	weidelijk
weideman	=	weidman
weidemaskerbij	noun	Hylaeus gibbus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
weidemaskerbijen	=	weidemaskerbij
weidemaskerbijtje	=	weidemaskerbij
weidemaskerbijtjes	=	weidemaskerbij
weidemaskerzanger	noun	Geothlypis poliocephala een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
weidemaskerzangers	=	weidemaskerzanger
weidemaskerzangertje	=	weidemaskerzanger
weidemaskerzangertjes	=	weidemaskerzanger
weidemosklokje	noun	Galerina unicolor een schimmel uit de familie Hymenogastraceae.
weidemosklokjes	=	weidemosklokje
weidemot	noun	Phycitodes binaevella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
weidemotje	=	weidemot
weidemotjes	=	weidemot
weidemotten	=	weidemot
weiden	verb	vee op een stuk grond laten grazen
weidend	=	weiden
weidende	=	weiden
weidepaardenbloem	noun	een sectie Taraxacum sect.
weidepaardenbloemen	=	weidepaardenbloem
weidepaardenbloemetje	=	weidepaardenbloem
weidepaardenbloemetjes	=	weidepaardenbloem
weidepaardenbloempje	=	weidepaardenbloem
weidepaardenbloempjes	=	weidepaardenbloem
weideplatkopje	noun	Styloctetor stativus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
weideplatkopjes	=	weideplatkopje
weidepriemkever	noun	Bembidion guttula een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
weidepriemkevers	=	weidepriemkever
weidepriemkevertje	=	weidepriemkever
weidepriemkevertjes	=	weidepriemkever
weideputkopje	noun	Baryphyma pratense een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
weideputkopjes	=	weideputkopje
weider	noun	iemand die vee in de wei laat lopen
weiders	=	weider
weidertje	=	weider
weidertjes	=	weider
weides	=	weide
weidesafari	noun	natuurexcursie door een weidegebied
weidesafari's	=	weidesafari
weidescabiosa	noun	een ondersoort Scabiosa columbaria subsp. pratensis een vaste plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
weidescabiosa's	=	weidescabiosa
weideschorpioenvlieg	noun	Panorpa vulgaris een insect uit de familie van de schorpioenvliegen (Panorpidae).
weideschorpioenvliegen	=	weideschorpioenvlieg
weideschorpioenvliegje	=	weideschorpioenvlieg
weideschorpioenvliegjes	=	weideschorpioenvlieg
weidesprinkhaan	noun	Chorthippus dorsatus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae
weidesprinkhaantje	=	weidesprinkhaan
weidesprinkhaantjes	=	weidesprinkhaan
weidesprinkhanen	=	weidesprinkhaan
weidestekelpoot	noun	Zora nemoralis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de stekelpootspinnen (Zoridae)
weidestekelpootje	=	weidestekelpoot
weidestekelpootjes	=	weidestekelpoot
weidestekelpoten	=	weidestekelpoot
weidetje	=	weide
weidetjes	=	weide
weideveld	noun	vlak, met gras begroeid terrein
weidevelden	=	weideveld
weidevergeet-mij-nietje	noun	Myosotis scorpioides subsp. nemorosa een overblijvende plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae).
weidevergeet-mij-nietjes	=	weidevergeet-mij-nietje
weidevlekogen	=	weidevlekoog
weidevlekoog	noun	Eristalinus sepulchralis een vlieg uit de familie zweefvliegen die veel voorkomt op weilanden met veel bloemen
weidevlekoogje	=	weidevlekoog
weidevlekoogjes	=	weidevlekoog
weidevogel	noun	vogel die zijn broedplaats heeft in uitgestrekte graslanden
weidevogels	=	weidevogel
weidevogeltje	=	weidevogel
weidevogeltjes	=	weidevogel
weidevogelvriendelijk	adj	geschikt voor (het beschermen van) weidevogels
weidevogelvriendelijke	=	weidevogelvriendelijk
weidevogelvriendelijker	=	weidevogelvriendelijk
weidevogelvriendelijkere	=	weidevogelvriendelijk
weidevogelvriendelijkers	=	weidevogelvriendelijk
weidevogelvriendelijks	=	weidevogelvriendelijk
weidevogelvriendelijkst	=	weidevogelvriendelijk
weidevogelvriendelijkste	=	weidevogelvriendelijk
weidewasplaat	noun	Cuphophyllus pratensis een plaatjeszwam uit de familie Hygrophoraceae.
weidewasplaatje	=	weidewasplaat
weidewasplaatjes	=	weidewasplaat
weidewasplaten	=	weidewasplaat
weidezakspin	noun	Clubiona frutetorum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
weidezakspinnen	=	weidezakspin
weidezakspinnetje	=	weidezakspin
weidezakspinnetjes	=	weidezakspin
weidlieden	=	weidman
weidlui	=	weidman
weidman	noun	jager
weidmannen	=	weidman
weidmannetje	=	weidman
weidmannetjes	=	weidman
weidmes	noun	jachtmes
weidmessen	=	weidmes
weids	adj	ruim (van uitzicht); luisterrijk, groots
weidsch	=	weids
weidse	=	weids
weidser	=	weids
weidsere	=	weids
weidsers	=	weids
weidsheid	noun	het weids zijn
weidspel	noun	de jacht voor het vermaak
weidspelen	=	weidspel
weidspellen	=	weidspel
weidst	=	weids
weidste	=	weids
weidt	=	weiden
weidvrouw	=	weidman
weien	=	wei
weif	=	weiven
weifde	=	weiven
weifden	=	weiven
weifel	=	weifelen
weifelaar	noun	iemand die veel twijfelt, geen beslissingen kan nemen, makkelijk beïnvloedbaar is en vaak van mening veranderd
weifelaars	=	weifelaar
weifelachtig	adj	besluiteloos, aarzelend, onzeker
weifelachtige	=	weifelachtig
weifelachtiger	=	weifelachtig
weifelachtigere	=	weifelachtig
weifelachtigers	=	weifelachtig
weifelachtigheden	=	weifelachtigheid
weifelachtigheid	noun	het weifelachtig zijn, de besluiteloosheid
weifelachtigs	=	weifelachtig
weifelachtigst	=	weifelachtig
weifelachtigste	=	weifelachtig
weifelde	=	weifelen
weifelden	=	weifelen
weifele	=	weifelen
weifelen	verb	in besluiteloosheid niet tot handelen overgaan
weifelend	adj	van een persoon dat deze aarzelt of twijfelt
weifelende	=	weifelen
weifelender	=	weifelend
weifelendere	=	weifelend
weifelenders	=	weifelend
weifelends	=	weifelend
weifelendst	=	weifelend
weifelendste	=	weifelend
weifeling	noun	aarzeling
weifelingen	=	weifeling
weifelmoedig	adj	gekenmerkt door veel voorzichtig getwijfel
weifelmoedige	=	weifelmoedig
weifelmoediger	=	weifelmoedig
weifelmoedigere	=	weifelmoedig
weifelmoedigers	=	weifelmoedig
weifelmoedigs	=	weifelmoedig
weifelmoedigst	=	weifelmoedig
weifelmoedigste	=	weifelmoedig
weifelt	=	weifelen
weift	=	weiven
weigelia	noun	benaming voor sierplanten uit het geslacht Weigela, dat van nature voorkomt in Oost-Azië
weigelia's	=	weigelia
weiger	=	weigeren
weigeraar	noun	iemand die weigert iets te doen
weigeraars	=	weigeraar
weigeraartje	=	weigeraar
weigeraartjes	=	weigeraar
weigerachtig	adj	geneigd tot weigeren
weigerachtige	=	weigerachtig
weigerachtiger	=	weigerachtig
weigerachtigere	=	weigerachtig
weigerachtigers	=	weigerachtig
weigerachtigheden	=	weigerachtigheid
weigerachtigheid	noun	het niet bereid zijn om tot handelen over te gaan
weigerachtigs	=	weigerachtig
weigerachtigst	=	weigerachtig
weigerachtigste	=	weigerachtig
weigerambtenaar	noun	een trouwambtenaar die weigert homohuwelijken te sluiten
weigerambtenaars	=	weigerambtenaar
weigerambtenaartje	=	weigerambtenaar
weigerambtenaartjes	=	weigerambtenaar
weigerambtenaren	=	weigerambtenaar
weigerarts	noun	arts die geen euthanasie of abortus kan uitvoeren op basis van ethische overwegingen
weigerartsen	=	weigerarts
weigerartsje	=	weigerarts
weigerartsjes	=	weigerarts
weigerburgemeester	noun	burgemeester die door ethische bezwaren geen huwelijk kan bekrachtigen tussen mensen van gelijk geslacht
weigerburgemeesters	=	weigerburgemeester
weigerde	=	weigeren
weigerden	=	weigeren
weigere	=	weigeren
weigeren	verb	niet voldoen aan een verzoek of opdracht
weigerend	=	weigeren
weigerende	=	weigeren
weigerig	adj	niet bereid om aan een verzoek te voldoen
weigerige	=	weigerig
weigeriger	=	weigerig
weigerigere	=	weigerig
weigerigers	=	weigerig
weigerigs	=	weigerig
weigerigst	=	weigerig
weigerigste	=	weigerig
weigering	noun	het niet voldoen aan een verzoek of opdracht.
weigeringen	=	weigering
weigeringetje	=	weigering
weigeringetjes	=	weigering
weigeringsbeschikking	noun	een beschikking waarin een verzoek wordt geweigerd.
weigeringsbeschikkingen	=	weigeringsbeschikking
weigeringsbeschikkinkje	=	weigeringsbeschikking
weigeringsbeschikkinkjes	=	weigeringsbeschikking
weigerinkje	=	weigering
weigerinkjes	=	weigering
weigerlijk	adj	niet bereid om iets te doen, te accepteren of toe te staan
weigerlijke	=	weigerlijk
weigerlijker	=	weigerlijk
weigerlijkere	=	weigerlijk
weigerlijkers	=	weigerlijk
weigerlijks	=	weigerlijk
weigerlijkst	=	weigerlijk
weigerlijkste	=	weigerlijk
weigeroma	noun	een oma die (grotendeels) weigert op de kinderen te passen
weigeroma's	=	weigeroma
weigeromaatje	=	weigeroma
weigeromaatjes	=	weigeroma
weigerondernemer	noun	ondernemer die op basis van ethische argumenten homoseksuele klanten weigert te helpen
weigerondernemers	=	weigerondernemer
weigerondernemertje	=	weigerondernemer
weigerondernemertjes	=	weigerondernemer
weigerparlementariër	noun	kamerlid dat weigert om bepaalde handelingen te verrichten (omdat deze niet overeenkomen met zijn of haar geweten)
weigerparlementariërs	=	weigerparlementariër
weigerparlementariërtje	=	weigerparlementariër
weigerparlementariërtjes	=	weigerparlementariër
weigerpastoor	noun	rooms-katholieke geestelijke die bepaalde handelingen weigert te verrichten omdat die in strijd zouden zijn met het geloof
weigerpastoors	=	weigerpastoor
weigert	=	weigeren
weigerurologe	noun	vrouwelijke vorm van weigeruroloog
weigerurologen	=	weigeruroloog
weigerurologes	=	weigerurologe
weigeruroloog	noun	een uroloog die weigert besnijdenissen uit te voeren
weigeruroloogje	=	weigeruroloog
weigeruroloogjes	=	weigeruroloog
weigervrij	adj	zonder dat er weigerambtenaren in dienst zijn bij de burgerlijke stand van een gemeente
weigervrije	=	weigervrij
weigervrijer	=	weigervrij
weigervrijere	=	weigervrij
weigervrijers	=	weigervrij
weigervrijs	=	weigervrij
weigervrijst	=	weigervrij
weigervrijste	=	weigervrij
weigeryup	noun|historical	goed opgeleide jongeman die liever veel geld wil gaan verdienen en daarom regelingen voor gewetensbezwaarden gebruikt om zijn dienstplicht zoveel mogelijk te ontlopen
weigeryuppen	=	weigeryup
weigeryuppie	noun|historical	goed opgeleide jongeman die liever veel geld wil gaan verdienen en daarom regelingen voor gewetensbezwaarden gebruikt om zijn dienstplicht zoveel mogelijk te ontlopen
weigeryuppies	=	weigeryuppie
weigeryups	=	weigeryup
weigrond	noun	grasland waarop men vee kan laten grazen
weigronden	=	weigrond
weikaas	noun	zuivelproduct gemaakt uit de eiwitrijke en vetarme vloeistof ("wei" of "hui") die bij de bereiding van kaas uit de meer vaste bestanddelen van gestremde melk ("wrongel") overblijft
weikazen	=	weikaas
weiland	noun	een stuk grasland in gebruik voor de begrazing door vee
weilanden	=	weiland
weilandje	=	weiland
weilandjes	=	weiland
weilieden	=	weiman
weilui	=	weiman
weiman	noun	iemand die voor zijn beroep of voor zijn plezier gaat jagen
weimannen	=	weiman
weimannetje	=	weiman
weimannetjes	=	weiman
weimes	noun	mes dat men tijdens de jacht gebruikt
weimessen	=	weimes
weinig	num	in een kleine hoeveelheid, niet veel	noun	kleine hoeveelheid
weinige	pron	iets met een gering aantal of een geringe omvang
weinigen	num	zelfstandig gebruikt onbepaald hoofdtelwoord voor personen
weinigje	=	weinig
weinigjes	=	weinig
weinigpoten	noun	een klasse Pauropoda van kleine, geleedpotige dieren uit de onderstam duizendpotigen (Myriapoda).
weinigs	=	weinig
weipoeder	noun	een voedingssupplement dat bestaat uit poedervormig geconcentreerd eiwit geproduceerd uit wei
weipoeders	=	weipoeder
weirdo	noun	raar iemand
weirdo's	=	weirdo
weisoep	noun	soep gemaakt met wei-eiwit
weisoepen	=	weisoep
weisoepje	=	weisoep
weisoepjes	=	weisoep
weispel	noun	de jacht als vermaak
weispelen	=	weispel
weispellen	=	weispel
weit	noun	boekweit
weitas	noun	tas waarin een jager zijn buit stopt
weitassen	=	weitas
weitje	=	wei
weitjes	=	wei
weive	=	weiven
weiven	verb	heen en weer bewegen
weivend	=	weiven
weivende	=	weiven
weivlies	noun	uit twee vliezen bestaand membraan dat inwendige organen bekleedt
weivliezen	=	weivlies
weiwode	=	woiwode
wejievrech	adj	in 'zich wejievrech maken': zich uit de voeten maken, de plaat poetsen
wek	=	wekken
weka	noun	Gallirallus australis een grote bruine loopvogel met als verspreidingsgebied diverse eilanden van Nieuw-Zeeland inclusief de Chathameilanden
weka's	=	weka
wekaatje	=	weka
wekaatjes	=	weka
wekamine	noun|obsolete	een amine met een stimulerende (opwekkende) werking op het centrale zenuwstelsel.
wekaminen	=	wekamine
wekamines	=	wekamine
wekas	=	weka
wekdienst	noun	een service die een klant op een gewenst tijdstip wakker maakt
wekdiensten	=	wekdienst
weke	=	weken
wekelijk	adj	pafferig
wekelijke	=	wekelijk
wekelijker	=	wekelijk
wekelijkere	=	wekelijk
wekelijkers	=	wekelijk
wekelijks	adj	eenmaal per week, elke week terugkerend	adv	eenmaal per week, elke week terugkerend
wekelijksch	=	wekelijks
wekelijkse	=	wekelijks
wekelijkst	=	wekelijk
wekelijkste	=	wekelijk
wekeling	noun	iemand die te zeer verwend en vertroeteld is en daardoor niet meer krachtig kan handelen
wekelingen	=	wekeling
weken	verb	door langdurig in een vloeistof te leggen zacht, plooibaar of beter wasbaar maken
wekend	=	weken
wekende	=	weken
wekeneis	noun	voorwaarde om in aanmerking te komen voor een werkeloosheidsuitkering
wekeneisen	=	wekeneis
wekenfeest	noun	feest op 6 en 7 sivan, genoemd naar de zeven weken die worden geteld vanaf Pesach (Lev. 23:15-16) Dit offerfeest, zeven weken na het joodse paasfeest, valt van half mei tot half juni, de tijd van de graanoogst in Israël.
wekenlang	adj	Iets met een tijdsduur van weken.
wekenlange	=	wekenlang
wekenlangs	=	wekenlang
weker	=	week
wekere	=	week
wekers	=	week
wekke	=	wekken
wekken	verb	wakker maken
wekkend	=	wekken
wekkende	=	wekken
wekker	noun	een apparaat dat gebruikt wordt om de tijd bij te houden en een functie heeft die veel geluid produceert op een ingestelde tijd
wekkerradio	noun	radio met een uurwerk dat als wekker gebruikt kan worden in de slaapkamer
wekkerradio's	=	wekkerradio
wekkerradiootje	=	wekkerradio
wekkers	=	wekker
wekkertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort sprinkhaan, Omocestus viridulus uit de onderfamilie Gomphocerinae van de familie veldsprinkhanen (Acrididae)
wekkertjes	=	wekker
wekroep	noun	dringende oproep om niet meer lijdzaam af te wachten maar om in actie te komen, roep ter opwekking, ter aansporing
wekroepen	=	wekroep
wekt	=	wekken
wekte	=	wekken
wekten	=	wekken
wektonen	=	wektoon
wektoon	noun	toon die men hoort als een telefoonverbinding met het opgeroepen nummer tot stand is gekomen
wektoontje	=	wektoon
wektoontjes	=	wektoon
wel	adv	een ontkenning weerleggend, vaak geschreven met accentteken	intj	uitdrukking van verbazing
welaan	intj	uitroep waarmee men zichzelf of anderen opwekt of aanmoedigt
welbegrepen	adj	op een goede manier opgevat, waarbij je er op meer manieren naar kijkt
welbegrepens	=	welbegrepen
welbehaaglijk	adj	met welbehagen
welbehaaglijke	=	welbehaaglijk
welbehaaglijker	=	welbehaaglijk
welbehaaglijkere	=	welbehaaglijk
welbehaaglijkers	=	welbehaaglijk
welbehaaglijks	=	welbehaaglijk
welbehaaglijkst	=	welbehaaglijk
welbehaaglijkste	=	welbehaaglijk
welbehagelijk	adj	met veel genoegen
welbehagelijke	=	welbehagelijk
welbehagelijker	=	welbehagelijk
welbehagelijkere	=	welbehagelijk
welbehagelijkers	=	welbehagelijk
welbehagelijks	=	welbehagelijk
welbehagelijkst	=	welbehagelijk
welbehagelijkste	=	welbehagelijk
welbehagen	noun	de vreugde die veroorzaakt wordt door iets wat je als aangenaam ervaart
welbekend	adj	van zaken en personen: algemeen als goed bekend staan
welbekende	=	welbekend
welbekends	=	welbekend
welbemind	adj	heel erg geliefd vaak gebruikt als epitheton
welbeminde	=	welbemind
welbeminder	=	welbemind
welbemindere	=	welbemind
welbeminders	=	welbemind
welbeminds	=	welbemind
welbemindst	=	welbemind
welbemindste	=	welbemind
welbereid	adj	goed klaargemaakt met name van voedsel
welbereide	=	welbereid
welbereids	=	welbereid
welbeschouwd	adj	als we het goed bekeken en overdacht hebben, als we het goed onderzocht hebben, bij nadere beschouwing
welbeschouwde	=	welbeschouwd
welbeschouwds	=	welbeschouwd
welbespraakt	adj	met goede vermogens zich sprekend uit te drukken
welbespraakte	=	welbespraakt
welbespraakter	=	welbespraakt
welbespraaktere	=	welbespraakt
welbespraakters	=	welbespraakt
welbespraaktheden	=	welbespraaktheid
welbespraaktheid	noun	de kunst om iets goed te kunnen verwoorden
welbespraakts	=	welbespraakt
welbespraaktst	=	welbespraakt
welbespraaktste	=	welbespraakt
welbestede	=	welbesteed
welbesteed	adj	tijd, geld en moeite die je voor iets hebt gebruikt waar je tevreden over bent
welbesteeds	=	welbesteed
welbevinden	noun	een staat van goede lichamelijke en geestelijke gezondheid
welbewust	adj	met opzet en na goed nadenken
welbewuste	=	welbewust
welbewusts	=	welbewust
weldaad	noun	een goede daad voor iemand doen
weldaadje	=	weldaad
weldaadjes	=	weldaad
weldaden	=	weldaad
weldadig	adj	een goed gevoel veroorzakend
weldadige	=	weldadig
weldadiger	=	weldadig
weldadigere	=	weldadig
weldadigers	=	weldadig
weldadigheden	=	weldadigheid
weldadigheid	noun	een daad die iemand iets goeds doet
weldadigs	=	weldadig
weldadigst	=	weldadig
weldadigste	=	weldadig
welde	=	wellen
weldeden	=	weldoen
weldeed	=	weldoen
welden	=	wellen
weldenkend	adj	die er de fatsoenlijke meningen op na houdt
weldenkende	=	weldenkend
weldenkender	=	weldenkend
weldenkendere	=	weldenkend
weldenkenders	=	weldenkend
weldenkendheid	noun	het redelijke denken
weldenkends	=	weldenkend
weldenkendst	=	weldenkend
weldenkendste	=	weldenkend
weldoe	=	weldoen
weldoen	verb	gunstige, bevorderende handelingen verrichten
weldoend	=	weldoen
weldoende	=	weldoen
weldoener	noun	iemand die een goede daad doet door iemand vooral financieël te helpen
weldoeners	=	weldoener
weldoenertje	=	weldoener
weldoenertjes	=	weldoener
weldoenster	noun	vrouw die andere mensen helpt
weldoensters	=	weldoenster
weldoenstertje	=	weldoenster
weldoet	=	weldoen
weldoordacht	adj	van iets dat er goed over is nagedacht
weldoordachte	=	weldoordacht
weldoordachts	=	weldoordacht
weldoorvoed	adj	goed te eten hebben gehad
weldoorvoede	=	weldoorvoed
weldoorvoeder	=	weldoorvoed
weldoorvoedere	=	weldoorvoed
weldoorvoeders	=	weldoorvoed
weldoorvoeds	=	weldoorvoed
weldoorvoedst	=	weldoorvoed
weldoorvoedste	=	weldoorvoed
weldorpel	noun	een dorpel met ingeschaafd waterhol, om afdruipend regenwater te keren die wordt aangebracht op een naar binnendraaiende buitendeur of raam.
weldorpels	=	weldorpel
weldorpeltje	=	weldorpel
weldorpeltjes	=	weldorpel
weldra	adv	niet ver in de toekomst, spoedig
weledel	adj|formal	aanspreekvorm ter aanduiding dat iemand door afkomst of functie een hoog maatschappelijk aanzien geniet
weledele	=	weledel
weledeler	=	weledel
weledelere	=	weledel
weledelers	=	weledel
weledelgeboren	adj|formal	aanspreektitel voor iemand die van adel is of van zeer gegoede komaf is
weledelgeborens	=	weledelgeboren
weledelgeleerd	adj|formal	aanspreek titel voor mensen de aan de universiteit zijn afgestudeerd als master of doctorandus
weledelgeleerde	=	weledelgeleerd
weledelgeleerds	=	weledelgeleerd
weledelgestreng	adj|formal	titel voor o.a. hogere ambtenaren
weledelgestrenge	=	weledelgestreng
weledelgestrengs	=	weledelgestreng
weledels	=	weledel
weledelst	=	weledel
weledelste	=	weledel
weledelzeergeleerd	adj|formal	aanspreektitel voor iemand die de doctorstitel mag voeren
weledelzeergeleerde	=	weledelzeergeleerd
weledelzeergeleerds	=	weledelzeergeleerd
weleens	adv	drukt een lage frequentie uit
weleer	adv	in lang vervlogen dagen
weleerwaard	adj|formal	predicaat van dominees, kapelaans, rabbijnen
weleerwaarde	=	weleerwaard
weleerwaards	=	weleerwaard
welen	=	weel
welf	=	welven
welfare	noun	toestand van sociaal- en psychische welbevinden
welfde	=	welven
welfden	=	welven
welfsel	noun	hol gebogen overkapping
welfsels	=	welfsel
welft	=	welven
welgaatje	=	welgat
welgaatjes	=	welgat
welgat	noun	gat (in het ijs) waarin water opwelt
welgaten	=	welgat
welgeaard	adj	van een persoon dat deze iets echt is
welgeaarde	=	welgeaard
welgeaarder	=	welgeaard
welgeaardere	=	welgeaard
welgeaarders	=	welgeaard
welgeaards	=	welgeaard
welgeaardst	=	welgeaard
welgeaardste	=	welgeaard
welgeboren	adj	aanspreektitel: eerbiedwaardig; respect verdienend
welgeborens	=	welgeboren
welgedaan	=	weldoen
welgekend	adj	heel bekend, heel beroemd
welgekende	=	welgekend
welgekends	=	welgekend
welgekomen	adj	heel erg welkom
welgekomener	=	welgekomen
welgekomeners	=	welgekomen
welgekomens	=	welgekomen
welgekomenst	=	welgekomen
welgekomenste	=	welgekomen
welgekozen	adj	goed en overdacht gekozen
welgekozener	=	welgekozen
welgekozeners	=	welgekozen
welgekozens	=	welgekozen
welgelegen	adj	van iets dat het een goede, mooie ligging heeft
welgelegener	=	welgelegen
welgelegeners	=	welgelegen
welgelegens	=	welgelegen
welgelegenst	=	welgelegen
welgelegenste	=	welgelegen
welgemaakt	adj	zeer goed gemaakt
welgemaakte	=	welgemaakt
welgemaakts	=	welgemaakt
welgemanierd	adj	met goede manieren, getuigend van een goede opvoeding
welgemanierde	=	welgemanierd
welgemanierder	=	welgemanierd
welgemanierdere	=	welgemanierd
welgemanierders	=	welgemanierd
welgemanierdheid	noun	het netjes en keurig zijn
welgemanierds	=	welgemanierd
welgemanierdst	=	welgemanierd
welgemanierdste	=	welgemanierd
welgemeend	adj	goedbedoeld, eerlijk, echt
welgemeende	=	welgemeend
welgemeender	=	welgemeend
welgemeendere	=	welgemeend
welgemeenders	=	welgemeend
welgemeends	=	welgemeend
welgemeendst	=	welgemeend
welgemeendste	=	welgemeend
welgemikt	adj	van een schot dat het goed gericht is, zodat het doel treft
welgemikte	=	welgemikt
welgemikts	=	welgemikt
welgemoed	adj	opgeruimd, opgewekt
welgemoede	=	welgemoed
welgemoeder	=	welgemoed
welgemoedere	=	welgemoed
welgemoeders	=	welgemoed
welgemoeds	=	welgemoed
welgemoedst	=	welgemoed
welgemoedste	=	welgemoed
welgemutst	adj	in een goede stemming
welgemutste	=	welgemutst
welgemutsts	=	welgemutst
welgeordend	adj	van iets dat het op een zeer gestructureerde, ordelijke en systematische wijze is ingericht of georganiseerd.
welgeordende	=	welgeordend
welgeordender	=	welgeordend
welgeordendere	=	welgeordend
welgeordenders	=	welgeordend
welgeordends	=	welgeordend
welgeordendst	=	welgeordend
welgeordendste	=	welgeordend
welgeschapen	adj	van een persoon dat deze goed gezond en mooi gevormd is
welgeschapener	=	welgeschapen
welgeschapeners	=	welgeschapen
welgeschapens	=	welgeschapen
welgeschapenst	=	welgeschapen
welgeschapenste	=	welgeschapen
welgesteld	adj	financieel goed gesitueerd
welgestelde	=	welgesteld
welgestelden	=	welgesteld
welgestelder	=	welgesteld
welgesteldere	=	welgesteld
welgestelders	=	welgesteld
welgesteldheden	=	welgesteldheid
welgesteldheid	noun	de mate waarin men is voorzien van ruime financiële middelen, de mate van in goede doen zijn
welgestelds	=	welgesteld
welgesteldst	=	welgesteld
welgesteldste	=	welgesteld
welgeteld	adv	volgens nauwkeurige telling
welgevallen	verb	iets laten welgevallen: iets (op een passieve manier) goedkeuren of toelaten	noun	naar iemands welgevallen: zoals iemand het verkiest, zoals iemand het wil, zoals iemand het goedvindt
welgevallend	=	welgevallen
welgevallende	=	welgevallen
welgevallig	adj	dat hij iets heel goed vindt, dat iets je goed bevalt
welgevallige	=	welgevallig
welgevalliger	=	welgevallig
welgevalligere	=	welgevallig
welgevalligers	=	welgevallig
welgevalligs	=	welgevallig
welgevalligst	=	welgevallig
welgevalligste	=	welgevallig
welgevaren	=	welvaren
welgevormd	adj	vooral van mensen dieren en hun lichaamsdelen: een mooie vorm hebbende
welgevormde	=	welgevormd
welgevormder	=	welgevormd
welgevormdere	=	welgevormd
welgevormders	=	welgevormd
welgevormds	=	welgevormd
welgevormdst	=	welgevormd
welgevormdste	=	welgevormd
welgevuld	adj	rijkelijk voorzien zijn van iets
welgevulde	=	welgevuld
welgevulds	=	welgevuld
welgezind	adj	vrolijke bui hebbend
welgezinde	=	welgezind
welgezinder	=	welgezind
welgezindere	=	welgezind
welgezinders	=	welgezind
welgezindheid	noun	de mate van gunstig gestemd zijn over iets of iemand; er vertrouwen in hebben
welgezinds	=	welgezind
welgezindst	=	welgezind
welgezindste	=	welgezind
welhaast	adv	bijna; niet feitelijk maar iets overdreven en in essentie wel
welig	adj	heel overvloedig
welige	=	welig
weliger	=	welig
weligere	=	welig
weligers	=	welig
weligheden	=	weligheid
weligheid	noun	de mate dat iets in grote hoeveelheden voorkomt; de mate waarin iets in grote hoeveelheden groeit en bloeit
weligs	=	welig
weligst	=	welig
weligste	=	welig
welijzer	noun	ijzer dat uit erts verkregen werd via een procedé waarbij het ijzer niet vloeibaar werd, doch veeleer een deegachtige massa vormde
welijzers	=	welijzer
welingelicht	adj	veel kennis van iets hebben, goed geïnformeerd zijn
welingelichte	=	welingelicht
welingelichts	=	welingelicht
weliswaar	adv	geeft een toegeving aan
welja	intj	op weinig enthousiaste wijze ergens mee instemmend
welk	pron	verouderd en vervangen door die, dat
welke	pron	verbogen vorm van welk
welken	verb	slap worden van bloemen en planten
welkend	=	welken
welkende	=	welken
welker	pron	van wie; waarvan
welklinkend	adj	met een geluid dat mooi of prettig is om te horen
welklinkende	=	welklinkend
welklinkender	=	welklinkend
welklinkendere	=	welklinkend
welklinkenders	=	welklinkend
welklinkends	=	welklinkend
welklinkendst	=	welklinkend
welklinkendste	=	welklinkend
welkom	noun	begroeting, verwelkoming	adj	gewenst zijn te blijven
welkome	=	welkom
welkomer	=	welkom
welkomere	=	welkom
welkomers	=	welkom
welkoms	=	welkom
welkomst	noun	iemand een goede komst wensen, iemand verwelkomen
welkomstactie	noun	voordeel dat men aan nieuwe leden, abonnees of werknemers geeft
welkomstacties	=	welkomstactie
welkomstactietje	=	welkomstactie
welkomstactietjes	=	welkomstactie
welkomstbericht	noun	een bericht dat de functie heeft om iemand welkom te heten
welkomstberichten	=	welkomstbericht
welkomstberichtje	=	welkomstbericht
welkomstberichtjes	=	welkomstbericht
welkomstbonus	noun	de bonus die iemand eerst moet worden gegeven voordat hij of zij ergens aan begint
welkomstbonussen	=	welkomstbonus
welkomstbrief	noun	schrijven dat men stuurt naar nieuwe klanten
welkomstbriefje	=	welkomstbrief
welkomstbriefjes	=	welkomstbrief
welkomstbrieven	=	welkomstbrief
welkomstcadeau	noun	geschenk dat een gast krijgt bij binnenkomst
welkomstcadeaus	=	welkomstcadeau
welkomstcadeautje	=	welkomstcadeau
welkomstcadeautjes	=	welkomstcadeau
welkomstceremonie	noun	officiële handelingen om iemand gastvrij te ontvangen
welkomstceremonies	=	welkomstceremonie
welkomstceremonieën	=	welkomstceremonie
welkomstceremoniën	=	welkomstceremonie
welkomstcomiteetje	=	welkomstcomité
welkomstcomiteetjes	=	welkomstcomité
welkomstcomité	noun	groep mensen die een ontvangst organiseren of hebben georganiseerd
welkomstcomités	=	welkomstcomité
welkomstdrank	noun	een drankje dat een gast ontvangt bij aankomst
welkomstdranken	=	welkomstdrank
welkomstdrankje	=	welkomstdrank
welkomstdrankjes	=	welkomstdrank
welkomstdrink	noun	glaasje drank waarmee een gast wordt ontvangen
welkomstdrinks	=	welkomstdrink
welkomste	=	welkom
welkomsten	=	welkomst
welkomstfeest	noun	feest dat men organiseert om iemand te verwelkomen
welkomstfeesten	=	welkomstfeest
welkomstfeestje	=	welkomstfeest
welkomstfeestjes	=	welkomstfeest
welkomstgeschenk	noun	cadeau dat een gast ontvangt bij binnenkomst
welkomstgeschenken	=	welkomstgeschenk
welkomstgeschenkje	=	welkomstgeschenk
welkomstgeschenkjes	=	welkomstgeschenk
welkomstgroet	noun	groet waarmee men iemand welkom heet
welkomstgroeten	=	welkomstgroet
welkomstgroetje	=	welkomstgroet
welkomstgroetjes	=	welkomstgroet
welkomstkreet	noun	luide uitroep waarmee men iemand welkom heet
welkomstkreten	=	welkomstkreet
welkomstlied	noun	een lied ter verwelkoming
welkomstliederen	=	welkomstlied
welkomstliedje	=	welkomstlied
welkomstliedjes	=	welkomstlied
welkomstpagina	noun	start- of hoofdpagina van een website, die nieuwe bezoekers verwelkomt, een introductie geeft van de inhoud en het doel van de site, en hen informatie en een overzicht van de aangeboden diensten biedt
welkomstpagina's	=	welkomstpagina
welkomstpaginaatje	=	welkomstpagina
welkomstpaginaatjes	=	welkomstpagina
welkomstpakket	noun	een verzameling voorwerpen die iemand die nieuw is krijgt bij aankomst
welkomstpakketje	=	welkomstpakket
welkomstpakketjes	=	welkomstpakket
welkomstpakketten	=	welkomstpakket
welkomstpremie	noun	een premie die ter verwelkoming bij het begin van iets wordt verkregen
welkomstpremies	=	welkomstpremie
welkomstpremietje	=	welkomstpremie
welkomstpremietjes	=	welkomstpremie
welkomsttekst	noun	een schrijven waarmee bezoekers als eerste worden begroet
welkomstteksten	=	welkomsttekst
welkomstwoord	noun	praatje ter verwelkoming
welkomstwoorden	=	welkomstwoord
welkomstwoordje	=	welkomstwoord
welkomstwoordjes	=	welkomstwoord
welkomstzoen	noun	zoen ter verwelkoming
welkomstzoenen	=	welkomstzoen
welkomstzoentje	=	welkomstzoen
welkomstzoentjes	=	welkomstzoen
welkomwinkel	noun	winkel waar hulpgoederen worden aangeboden aan vluchtelingen
welkomwinkels	=	welkomwinkel
welkomzwaluw	noun	Hirundo neoxena een zwaluw uit het geslacht Hirundo.
welkomzwaluwen	=	welkomzwaluw
welkomzwaluwtje	=	welkomzwaluw
welkomzwaluwtjes	=	welkomzwaluw
welks	pron	van wie; waarvan
welkt	=	welken
welkte	=	welken
welkten	=	welken
wellbeing	noun	een complete toestand van fysieke, mentale en sociale gezondheid, en is meer dan alleen de afwezigheid van ziekte.
welle	=	wellen
wellen	verb	iets in water leggen om het zachter te maken
wellend	=	wellen
wellende	=	wellen
weller	noun	een apparaat om nietjes uit papier te verwijderen
wellers	=	weller
wellertje	=	weller
wellertjes	=	weller
welles	intj	een algemene ontkenning van een ontkenning
welletje	=	wel
welletjes	adj	genoeg
wellevend	adj	goede, nette omgangsvormen hebbend
wellevende	=	wellevend
wellevender	=	wellevend
wellevendere	=	wellevend
wellevenders	=	wellevend
wellevendheden	=	wellevendheid
wellevendheid	noun	een stelsel van manieren en gedragingen die waarborgen dat mensen met elkaar omgaan op een manier die maatschappelijk aanvaard is en die positief wordt gewaardeerd
wellevends	=	wellevend
wellevendst	=	wellevend
wellevendste	=	wellevend
wellicht	adv	misschien, mogelijk, mogelijkerwijs
welling	noun	het opborrelen uit een bron
wellingen	=	welling
wellington	noun	waterdichte rubberlaars
wellingtonner	noun	een inwoner van Wellington, of iemand afkomstig uit Wellington
wellingtonners	=	wellingtonner
wellingtons	=	wellington
wellingtonse	noun	een vrouwelijke inwoner van Wellington, of een vrouw afkomstig uit Wellington
wellingtonsen	=	wellingtonse
wellness	noun	het lichamelijk welbevinden
wellnesscentra	=	wellnesscentrum
wellnesscentrum	noun	onderneming met voorzieningen die gericht zijn op het geestelijke en lichamelijk welzijn van de klanten zoals een sauna, beautysalon en een gym
wellnesscentrums	=	wellnesscentrum
welluidend	adj	aangenaam voor het gehoor
welluidende	=	welluidend
welluidender	=	welluidend
welluidendere	=	welluidend
welluidenders	=	welluidend
welluidendheid	noun	het mooi van klank zijn; de mate waarin iets een goede klank heeft
welluidends	=	welluidend
welluidendst	=	welluidend
welluidendste	=	welluidend
wellust	noun	zingenot, seksueel genot
wellusteling	noun	iemand die zich aan de wellust overgeeft
wellustelingen	=	wellusteling
wellusten	=	wellust
wellustig	adj	naar (seksueel) genot verlangend of daarvan getuigend
wellustige	=	wellustig
wellustiger	=	wellustig
wellustigere	=	wellustig
wellustigers	=	wellustig
wellustigheden	=	wellustigheid
wellustigheid	noun	het wellustig zijn, het zingenot, de genotzucht
wellustigs	=	wellustig
wellustigst	=	wellustig
wellustigste	=	wellustig
welmenend	adj	met de beste intenties
welmenende	=	welmenend
welmenender	=	welmenend
welmenendere	=	welmenend
welmenenders	=	welmenend
welmenends	=	welmenend
welmenendst	=	welmenend
welmenendste	=	welmenend
welnee	intj	drukt uit dat men het volledig bij het verkeerde einde heeft
welnemen	noun|formal	omstandigheid dat iemand ergens mee akkoord gaat
welnu	intj	kondigt iets aan wat wel te verwachten was of een precisering daarvan
welomlijnd	adj	helder en duidelijk beschreven
welomlijnde	=	welomlijnd
welomlijnder	=	welomlijnd
welomlijndere	=	welomlijnd
welomlijnders	=	welomlijnd
welomlijnds	=	welomlijnd
welomlijndst	=	welomlijnd
welomlijndste	=	welomlijnd
welomschreven	adj	helder en duidelijk beschreven
welomschrevener	=	welomschreven
welomschreveners	=	welomschreven
welomschrevens	=	welomschreven
welopgevoed	adj	een goede opvoeding genoten hebbend; netjes opgevoed zijn
welopgevoede	=	welopgevoed
welopgevoeder	=	welopgevoed
welopgevoedere	=	welopgevoed
welopgevoeders	=	welopgevoed
welopgevoeds	=	welopgevoed
welopgevoedst	=	welopgevoed
welopgevoedste	=	welopgevoed
welordeningsprincipe	noun	principe dat stelt dat elke verzameling welgeordend kan zijn
welordeningsprincipes	=	welordeningsprincipe
welordeningsprincipetje	=	welordeningsprincipe
welordeningsprincipetjes	=	welordeningsprincipe
weloverwogen	adj	van iets: waar goed over is nagedacht, waar de voors en tegens tegen elkaar zijn afgewogen
weloverwogens	=	weloverwogen
welp	noun	/ jong van bepaalde zoogdieren, met name grote kat- en hondachtigen
welpen	=	welp
welpie	noun	een oranje knuffelmascotte, een leeuwtje dat door Albert Heijn werd uitgedeeld tijdens het EK voetbal in 2008
welpje	=	welp
welpjes	=	welp
welpomp	noun	pomp om welwater omhoog te pompen
welpompen	=	welpomp
welpompje	=	welpomp
welpompjes	=	welpomp
welput	noun	put waarin water opwelt
welputje	=	welput
welputjes	=	welput
welputten	=	welput
welriekend	adj	een prettige geur hebbend en verspreidend
welriekende	=	welriekend
welriekender	=	welriekend
welriekendere	=	welriekend
welriekenders	=	welriekend
welriekends	=	welriekend
welriekendst	=	welriekend
welriekendste	=	welriekend
wels	adj|obsolete	met betrekking tot Wales.
welsch	=	welsh
welsh	adj	met betrekking tot Wales
welshe	noun	een vrouwelijke inwoner van Wales, of een vrouw afkomstig uit Wales.
welshen	=	welshe
welsher	=	welsh
welshere	=	welsh
welshers	=	welsh
welshman	noun	iemand uit Wales
welshmen	=	welshman
welsht	=	welsh
welshtalig	adj	het Welsh sprekend
welshtalige	=	welshtalig
welshtaligs	=	welshtalig
welshte	=	welsh
welslagen	noun	met een goede afloop, met een goede uitslag
welsprekend	adj	goed, overtuigend en meeslepend (in het openbaar) kunnen spreken
welsprekende	=	welsprekend
welsprekender	=	welsprekend
welsprekendere	=	welsprekend
welsprekenders	=	welsprekend
welsprekendheid	noun	vermogen om als spreker overtuigend over te komen
welsprekends	=	welsprekend
welsprekendst	=	welsprekend
welsprekendste	=	welsprekend
welstand	noun	een toestand van algeheel welbevinden waarin er geen sprake is van lichamelijk letsel of ziekte
welstanden	=	welstand
welstandsbepaling	noun	een regel in het gemeentelijke omgevingsplan die voorschrijft dat het uiterlijk, de kleur en de plaatsing van een (nieuw) gebouw moeten voldoen aan 'redelijke eisen van welstand'.
welstandsbepalingen	=	welstandsbepaling
welstandsbepalinkje	=	welstandsbepaling
welstandsbepalinkjes	=	welstandsbepaling
welstellend	adj	voorzien zijn van ruime financiële middelen
welstellende	=	welstellend
welstellender	=	welstellend
welstellendere	=	welstellend
welstellenders	=	welstellend
welstellends	=	welstellend
welstellendst	=	welstellend
welstellendste	=	welstellend
welt	=	wellen
welter	noun	kluit
welterde	=	welteren
welterden	=	welteren
weltere	=	welteren
welteren	verb	rollen, zich wentelen
welterend	=	welteren
welterende	=	welteren
weltergewicht	noun	een gewichtsklasse bij verschillende vechtsporten
welters	=	welter
weltert	=	welteren
welterusten	intj	een wens uitgesproken wanneer iemand zich te rusten begeeft
welteverstaan	adv	dat moet je goed begrijpen
welton	noun	ton zonder een bodem met daarop een pijp voor het bedwingen van een wel
weltonnen	=	welton
weltonnetje	=	welton
weltonnetjes	=	welton
weltschmerz	noun	smart om het leven zoals het is
welvaar	=	welvaren
welvaarde	=	welvaren
welvaarden	=	welvaren
welvaart	noun	de mate waarin de behoeften met de beschikbare middelen kunnen worden bevredigd
welvaartseconomie	noun	leer van de optimale maatschappelijke welvaart
welvaartseconomieën	=	welvaartseconomie
welvaartsgroei	noun	het in de loop van de tijd steeds rijker worden
welvaartsmaatschappij	noun	maatschappij met een hoog welvaartspeil, wat zich uit in een sterk gestegen consumptie, collectieve voorzieningen en veel sociale zekerheden
welvaartsmaatschappijen	=	welvaartsmaatschappij
welvaartsniveau	noun	de hoogte van het inkomen
welvaartsniveaus	=	welvaartsniveau
welvaartspeil	noun	relatieve hoogte van de bereikte welvaart
welvaartspeilen	=	welvaartspeil
welvaartsstaat	noun	een staat die veiligheid, rust en het materieel- en geestelijk welbevinden van haar burgers als haar verantwoordelijkheid stelt
welvaartsstaatje	=	welvaartsstaat
welvaartsstaten	=	welvaartsstaat
welvaartsstijging	noun	de toename van de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien met behulp van schaarse middelen.
welvaartsstijgingen	=	welvaartsstijging
welvaartsstijginkje	=	welvaartsstijging
welvaartsstijginkjes	=	welvaartsstijging
welvaartstheorie	noun	een tak van de economische wetenschap waarin het evalueren en maximaliseren van de welvaart centraal staat
welvaartstheorieën	=	welvaartstheorie
welvaartsvast	adj	van uitkeringen en pensioenen dat deze stijgen en dalen afhankelijk van de lonen in een land
welvaartsvaste	=	welvaartsvast
welvaartsvaster	=	welvaartsvast
welvaartsvastere	=	welvaartsvast
welvaartsvasters	=	welvaartsvast
welvaartsvasts	=	welvaartsvast
welvaartsvastst	=	welvaartsvast
welvaartsvastste	=	welvaartsvast
welvaartsverhoging	noun	verwijst naar de stijging van de algemene welvaart in een land.
welvaartsverhogingen	=	welvaartsverhoging
welvaartsverhoginkje	=	welvaartsverhoging
welvaartsverhoginkjes	=	welvaartsverhoging
welvaartsverlies	noun	situatie waarbij minder behoeften met de beschikbare middelen kunnen worden bevredigd
welvaartsverliezen	=	welvaartsverlies
welvaartsverschijnsel	noun	typisch verschijnsel in een maatschappij dat voortvloeit uit een grote welvaart
welvaartsverschijnselen	=	welvaartsverschijnsel
welvaartsverschijnsels	=	welvaartsverschijnsel
welvaartsziekte	noun	ziekten die meer voorkomen als een maatschappij rijker wordt
welvaartsziekten	=	welvaartsziekte
welvaartsziektes	=	welvaartsziekte
welvare	=	welvaren
welvaren	verb	~ bij voorspoed beleven	noun	welstand, goede gezondheid
welvarend	adj	over ruime financiële middelen beschikkend
welvarende	=	welvarend
welvarender	=	welvarend
welvarendere	=	welvarend
welvarenders	=	welvarend
welvarendheden	=	welvarendheid
welvarendheid	noun	de mate waarin iets of iemand in voorspoed verkeert
welvarends	=	welvarend
welvarendst	=	welvarend
welvarendste	=	welvarend
welve	=	welven
welven	verb	het geleidelijk buigen van een gebogen oppervlak
welvend	=	welven
welvende	=	welven
welverdiend	adj	die iemand zeker toekomt, dat iemand er echt recht op heeft omdat hij er hard voor gewerkt heeft
welverdiende	=	welverdiend
welverdiends	=	welverdiend
welverzorgd	adj	waar veel aandacht aan besteed is
welverzorgde	=	welverzorgd
welverzorgds	=	welverzorgd
welving	noun	lichte boogvorm
welvingen	=	welving
welvinkje	=	welving
welvinkjes	=	welving
welvoeglijk	adj	met de goede zeden in overeenstemming zijnd
welvoeglijke	=	welvoeglijk
welvoeglijker	=	welvoeglijk
welvoeglijkere	=	welvoeglijk
welvoeglijkers	=	welvoeglijk
welvoeglijkheden	=	welvoeglijkheid
welvoeglijkheid	noun	het handelen dat overeenkomt met de goede zeden
welvoeglijks	=	welvoeglijk
welvoeglijkst	=	welvoeglijk
welvoeglijkste	=	welvoeglijk
welvoer	=	welvaren
welvoere	=	welvaren
welvoeren	=	welvaren
welvoert	=	welvaren
welvoorzien	adj	ruim bedeeld met het nodige, goed gevuld
welvoorziene	=	welvoorzien
welvoorziens	=	welvoorzien
welwater	noun	water dat uit de grond welt.
welwaters	=	welwater
welwatertje	=	welwater
welwatertjes	=	welwater
welwezen	noun	gunstige toestand, wenselijke situatie
welwijs	adj|obsolete	heel verstandig
welwijst	=	welwijs
welwijste	=	welwijs
welwijze	=	welwijs
welwijzer	=	welwijs
welwijzere	=	welwijs
welwijzers	=	welwijs
welwillend	adj	geneigd tot vriendelijkheid en hulpvaardigheid
welwillende	=	welwillend
welwillender	=	welwillend
welwillendere	=	welwillend
welwillenders	=	welwillend
welwillendheden	=	welwillendheid
welwillendheid	noun	het welwillend zijn
welwillends	=	welwillend
welwillendst	=	welwillend
welwillendste	=	welwillend
welwitschvleermuis	noun	Myotis welwitschii vleermuis uit de familie van de gladneuzen (Vespertilionidae).
welwitschvleermuisje	=	welwitschvleermuis
welwitschvleermuisjes	=	welwitschvleermuis
welwitschvleermuizen	=	welwitschvleermuis
welzalig	adj	zeer gelukkig vooral in religieus opzicht
welzalige	=	welzalig
welzaligs	=	welzalig
welzand	noun	opwellend drijfzand
welzeker	adv	sterke bevestiging van iets
welzijn	noun	wanneer een individu of maatschappij zich in een goede toestand bevindt op het gebied van gezondheid, geluk en/of voorspoed
welzijnsakkoord	noun	Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), is een landelijke overeenkomst tussen zorg- en welzijnsorganisaties en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) waarin afspraken worden gemaakt om de zorg en ondersteuning in Nederland toekomstbestendig te maken
welzijnsbehartiging	noun	het actief opkomen voor of zorgen voor het welzijn van individuen of groepen.
welzijnsbehartigingen	=	welzijnsbehartiging
welzijnsbehartigingetje	=	welzijnsbehartiging
welzijnsbehartigingetjes	=	welzijnsbehartiging
welzijnscoach	noun	iemand die patiënten met psycho-sociale klachten adviseert over deelname aan welzijnsactiviteiten
welzijnscoaches	=	welzijnscoach
welzijnscoördinator	noun	iemand die ervoor zorgt beroepskrachten en vrijwilligers aan mensen de aandacht geven die deze nodig hebben om zich prettig te voelen
welzijnscoördinatoren	=	welzijnscoördinator
welzijnscoördinators	=	welzijnscoördinator
welzijnsdagboek	noun	een document dat gebruikt wordt om het welzijn van een persoon of dier te monitoren en te beoordelen
welzijnsdagboeken	=	welzijnsdagboek
welzijnsdagboekje	=	welzijnsdagboek
welzijnsdagboekjes	=	welzijnsdagboek
welzijnsorganisatie	noun	organisatie voor sociale hulpverlening
welzijnsorganisaties	=	welzijnsorganisatie
welzijnsprobleem	noun	moeilijkheden op het gebied van gezondheid, geluk en/of voorspoed
welzijnsproblemen	=	welzijnsprobleem
welzijnswerk	noun	maatschappelijke activiteiten gericht op het geestelijk en sociaal welbevinden
welzijnswerken	=	welzijnswerk
welzijnswerker	noun	iemand die in de welzijnszorg werkt
welzijnswerkers	=	welzijnswerker
welzijnswerkertje	=	welzijnswerker
welzijnswerkertjes	=	welzijnswerker
welzijnszorg	noun	geheel van voorzieningen gericht op het geestelijk en sociaal welbevinden van mensen
welzijnszorgen	=	welzijnszorg
wem	noun	verbreed en dan spits toelopend plat uiteinde aan de arm van een anker
wemel	=	wemelen
wemelde	=	wemelen
wemelden	=	wemelen
wemele	=	wemelen
wemelen	verb	door elkaar heen bewegen
wemelend	=	wemelen
wemelende	=	wemelen
wemeling	noun	het door elkaar bewegen
wemelingen	=	wemeling
wemelt	=	wemelen
wemmen	=	wem
wen	noun	onderhuids gezwel veroorzaakt door verstopping van een talgklier	conj|obsolete	wanneer
wend	=	wenden
wendakker	noun	deel van een akker waar men met de ploeg kan keren tijdens het ploegen
wendakkers	=	wendakker
wendakkertje	=	wendakker
wendakkertjes	=	wendakker
wendbaar	adj	dat het makkelijk van richting kan veranderen
wendbaarder	=	wendbaar
wendbaardere	=	wendbaar
wendbaarders	=	wendbaar
wendbaarheden	=	wendbaarheid
wendbaarheid	noun	het gemak waarin iets of iemand van richting kan veranderen
wendbaars	=	wendbaar
wendbaarst	=	wendbaar
wendbaarste	=	wendbaar
wendbare	=	wendbaar
wendde	=	wenden
wendden	=	wenden
wende	noun	overgang naar een nieuwe periode
wendeltrap	=	wenteltrap
wenden	verb	een andere richting inslaan
wendend	=	wenden
wendende	=	wenden
wendes	=	wende
wendetje	=	wende
wendetjes	=	wende
wending	noun	verandering, ommekeer
wendingen	=	wending
wendingetje	=	wending
wendinkje	=	wending
wendinkjes	=	wending
wendt	=	wenden
wene	=	wenen
wenen	verb	traanvocht uitscheiden door emotie
wenend	=	wenen
wenende	=	wenen
wener	noun	iemand die veel huilt
wenerastrild	noun	Pytilia afra een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken)
wenerastrilden	=	wenerastrild
wenerastrildje	=	wenerastrild
wenerastrildjes	=	wenerastrild
wenerin	noun	een vrouwelijke inwoner van Wenen, of een vrouw afkomstig uit Wenen
wenerinnen	=	wenerin
weners	=	wener
wenertje	=	wener
wenertjes	=	wener
wengé	noun	bruinzwart, Afrikaans hardhout
wenisjma	verb	en we zullen horen
wenk	noun	een teken met de hand gegeven
wenkbrauw	noun	knokige rand boven het oog, meestal begroeid met haar
wenkbrauwalbatros	noun	Thalassarche melanophris een soort die gevoelig is (voor uitsterven) volgens de criteria van de IUCN. Tevens is het de meest algemene albatros
wenkbrauwalbatrosje	=	wenkbrauwalbatros
wenkbrauwalbatrosjes	=	wenkbrauwalbatros
wenkbrauwalbatrossen	=	wenkbrauwalbatros
wenkbrauwboomjager	noun	Cichlocolaptes leucophrus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels)
wenkbrauwboomjagers	=	wenkbrauwboomjager
wenkbrauwboomjagertje	=	wenkbrauwboomjager
wenkbrauwboomjagertjes	=	wenkbrauwboomjager
wenkbrauwbreedbek	noun	Serilophus lunatus een zangvogel uit de familie Eurylaimidae (breedbekken en hapvogels).
wenkbrauwbreedbekje	=	wenkbrauwbreedbek
wenkbrauwbreedbekjes	=	wenkbrauwbreedbek
wenkbrauwbreedbekken	=	wenkbrauwbreedbek
wenkbrauwbreedbektiran	noun	Ramphotrigon megacephalum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
wenkbrauwbreedbektirannen	=	wenkbrauwbreedbektiran
wenkbrauwbreedbektirannetje	=	wenkbrauwbreedbektiran
wenkbrauwbreedbektirannetjes	=	wenkbrauwbreedbektiran
wenkbrauwbuulbuul	noun	Pycnonotus goiavier een algemene zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
wenkbrauwbuulbuuls	=	wenkbrauwbuulbuul
wenkbrauwbuulbuultje	=	wenkbrauwbuulbuul
wenkbrauwbuulbuultjes	=	wenkbrauwbuulbuul
wenkbrauweend	noun	Anas superciliosa een vogel uit de familie Anatidae.
wenkbrauweenden	=	wenkbrauweend
wenkbrauweendje	=	wenkbrauweend
wenkbrauweendjes	=	wenkbrauweend
wenkbrauwen	=	wenkbrauw
wenkbrauwgeelsnavelgors	noun	Arremon dorbignii een zangvogel uit de familie Amerikaanse gorzen (Passerellidae).
wenkbrauwgeelsnavelgorsje	=	wenkbrauwgeelsnavelgors
wenkbrauwgeelsnavelgorsjes	=	wenkbrauwgeelsnavelgors
wenkbrauwgeelsnavelgorzen	=	wenkbrauwgeelsnavelgors
wenkbrauwheremietkolibrie	noun	Phaethornis stuarti een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
wenkbrauwheremietkolibries	=	wenkbrauwheremietkolibrie
wenkbrauwheremietkolibrietje	=	wenkbrauwheremietkolibrie
wenkbrauwheremietkolibrietjes	=	wenkbrauwheremietkolibrie
wenkbrauwkameleon	noun	Brookesia superciliaris een dagactieve hagedis uit de familie van de kameleons (Chamaeleonidae).
wenkbrauwkameleonnetje	=	wenkbrauwkameleon
wenkbrauwkameleonnetjes	=	wenkbrauwkameleon
wenkbrauwkameleons	=	wenkbrauwkameleon
wenkbrauwkuiftangare	noun	Heterospingus xanthopygius een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
wenkbrauwkuiftangaren	=	wenkbrauwkuiftangare
wenkbrauwkuiftangaretje	=	wenkbrauwkuiftangare
wenkbrauwkuiftangaretjes	=	wenkbrauwkuiftangare
wenkbrauwmotmot	noun	Eumomota superciliosa een vogel uit de familie motmots (Momotidae).
wenkbrauwmotmotje	=	wenkbrauwmotmot
wenkbrauwmotmotjes	=	wenkbrauwmotmot
wenkbrauwmotmots	=	wenkbrauwmotmot
wenkbrauwmotmotten	=	wenkbrauwmotmot
wenkbrauwmuisspecht	noun	Lepidocolaptes angustirostris een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
wenkbrauwmuisspechten	=	wenkbrauwmuisspecht
wenkbrauwmuisspechtje	=	wenkbrauwmuisspecht
wenkbrauwmuisspechtjes	=	wenkbrauwmuisspecht
wenkbrauwpiercing	noun	een populaire oppervlaktepiercing (surface piercing) die doorgaans verticaal door de huid aan het buitenste deel van de wenkbrauw wordt geplaatst.
wenkbrauwpiercings	=	wenkbrauwpiercing
wenkbrauwpiercinkje	=	wenkbrauwpiercing
wenkbrauwpiercinkjes	=	wenkbrauwpiercing
wenkbrauwpotloden	=	wenkbrauwpotlood
wenkbrauwpotlood	noun	potlood om de wenkbrauwen bij te tekenen
wenkbrauwpotloodje	=	wenkbrauwpotlood
wenkbrauwpotloodjes	=	wenkbrauwpotlood
wenkbrauwral	noun	Poliolimnas cinereus een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
wenkbrauwrallen	=	wenkbrauwral
wenkbrauwralletje	=	wenkbrauwral
wenkbrauwralletjes	=	wenkbrauwral
wenkbrauwroodmus	noun	Carpodacus rodochroa een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
wenkbrauwroodmusje	=	wenkbrauwroodmus
wenkbrauwroodmusjes	=	wenkbrauwroodmus
wenkbrauwroodmussen	=	wenkbrauwroodmus
wenkbrauwspitsvogel	noun	Artamus superciliosus een zangvogel uit de familie Artamidae (spitsvogels).
wenkbrauwspitsvogels	=	wenkbrauwspitsvogel
wenkbrauwspitsvogeltje	=	wenkbrauwspitsvogel
wenkbrauwspitsvogeltjes	=	wenkbrauwspitsvogel
wenkbrauwspoorkoekoek	noun	Centropus superciliosus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
wenkbrauwspoorkoekoeken	=	wenkbrauwspoorkoekoek
wenkbrauwspoorkoekoekje	=	wenkbrauwspoorkoekoek
wenkbrauwspoorkoekoekjes	=	wenkbrauwspoorkoekoek
wenkbrauwstaartmees	noun	Aegithalos bonvaloti een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae).
wenkbrauwstaartmeesje	=	wenkbrauwstaartmees
wenkbrauwstaartmeesjes	=	wenkbrauwstaartmees
wenkbrauwstaartmezen	=	wenkbrauwstaartmees
wenkbrauwtangare	noun	Thlypopsis superciliaris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
wenkbrauwtangaren	=	wenkbrauwtangare
wenkbrauwtangaretje	=	wenkbrauwtangare
wenkbrauwtangaretjes	=	wenkbrauwtangare
wenkbrauwtinamoe	noun	Crypturellus transfasciatus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
wenkbrauwtinamoes	=	wenkbrauwtinamoe
wenkbrauwtinamoetje	=	wenkbrauwtinamoe
wenkbrauwtinamoetjes	=	wenkbrauwtinamoe
wenkbrauwtje	=	wenkbrauw
wenkbrauwtjes	=	wenkbrauw
wenkbrauwvliegenpikker	noun	Phaeomyias murina een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
wenkbrauwvliegenpikkers	=	wenkbrauwvliegenpikker
wenkbrauwvliegenpikkertje	=	wenkbrauwvliegenpikker
wenkbrauwvliegenpikkertjes	=	wenkbrauwvliegenpikker
wenkbrauwwinterkoning	noun	Pheugopedius euophrys een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
wenkbrauwwinterkoningen	=	wenkbrauwwinterkoning
wenkbrauwwinterkoninkje	=	wenkbrauwwinterkoning
wenkbrauwwinterkoninkjes	=	wenkbrauwwinterkoning
wenke	=	wenken
wenken	verb	met de hand een teken geven
wenkend	=	wenken
wenkende	=	wenken
wenkje	=	wenk
wenkjes	=	wenk
wenkkrabben	noun	Uca een geslacht van circa 97 verschillende krabben in de familie Ocypodidae.
wenkpootje	noun	Cnemidophorus lemniscatus een hagedis uit de familie tejuhagedissen (Teiidae)
wenkpootjes	=	wenkpootje
wenkt	=	wenken
wenkte	=	wenken
wenkten	=	wenken
wenne	=	wennen
wennen	verb	gewoon worden, vertrouwd raken
wennend	=	wennen
wennende	=	wennen
wennetje	=	wen
wennetjes	=	wen
wens	noun	verlangen, iets waar men naar uitziet
wensbaar	adj	wat men zou wensen, wat men zou willen
wensbaarder	=	wensbaar
wensbaardere	=	wensbaar
wensbaarders	=	wensbaar
wensbaars	=	wensbaar
wensbaarst	=	wensbaar
wensbaarste	=	wensbaar
wensbare	=	wensbaar
wensbrief	noun	felicitatie of toegewenste voorspoed in de vorm van een geschreven bericht op papier waarop een fraaie sierrand is voorgedrukt
wensbrieven	=	wensbrief
wensbron	noun	een bron die een wens kan vervullen
wensbronnen	=	wensbron
wensbronnetje	=	wensbron
wensbronnetjes	=	wensbron
wensch	=	wens
wenschen	=	wensen
wensdenken	verb	iets verwachten gebaseerd op wat men hoopt dat zal gebeuren, niet op wat waarschijnlijk zal gebeuren	noun	verwachting gebaseerd op wat men hoopt dat zal gebeuren, niet op wat waarschijnlijk zal gebeuren
wensdenkende	=	wensdenken
wensdromen	=	wensdroom
wensdroom	noun	een droom waarvan je hoopt dat ze ooit werkelijkheid wordt, maar waarvan je weet dat het waarschijnlijk nooit zal gebeuren
wensdroompje	=	wensdroom
wensdroompjes	=	wensdroom
wense	=	wensen
wenselijk	adj	wat men zou wensen
wenselijke	=	wenselijk
wenselijker	=	wenselijk
wenselijkere	=	wenselijk
wenselijkers	=	wenselijk
wenselijkheden	=	wenselijkheid
wenselijkheid	noun	het wenselijk zijn
wenselijks	=	wenselijk
wenselijkst	=	wenselijk
wenselijkste	=	wenselijk
wensen	verb	verlangen, op iets hopen
wensend	=	wensen
wensende	=	wensen
wensenlijst	noun	een opsomming van zaken men graag zou willen hebben of zou willen doen
wensenlijsten	=	wensenlijst
wensenlijstje	=	wensenlijst
wensenlijstjes	=	wensenlijst
wensgedachte	noun	gedachte gewijd aan wat men hoopt dat zal gebeuren, niet noodzakelijkerwijs op wat waarschijnlijk zal gebeuren
wensgedachten	=	wensgedachte
wensgedachtes	=	wensgedachte
wensgedachtetje	=	wensgedachte
wensgedachtetjes	=	wensgedachte
wensje	=	wens
wensjes	=	wens
wenskaart	noun	kaart, traditioneel van karton en meestal met een of meer prenten, waarop een heilwens wordt overgebracht voor een verjaardag of andere feestelijke gelegenheid
wenskaarten	=	wenskaart
wenskaartje	=	wenskaart
wenskaartjes	=	wenskaart
wensouder	noun	een ouder die een (wens)kind van een draagmoeder krijgt
wensouders	=	wensouder
wensput	noun	put waaraan men een verlangen kan toevertrouwen, in de hoop dat dit helpt bij de vervulling van dat verlangen
wensputje	=	wensput
wensputjes	=	wensput
wensputten	=	wensput
wenst	=	wensen
wenste	=	wensen
wensten	=	wensen
wenswachtende	noun	persoon met een zorgindicatie voor een verpleeghuis die op eigen verzoek wacht op opname in één specifieke zorginstelling
wenswachtenden	=	wenswachtende
wenswoning	noun	woning die tijdens het bouwen aan de wensen van de toekomstige bewoners kan worden aangepast
wenswoningen	=	wenswoning
wenswoninkje	=	wenswoning
wenswoninkjes	=	wenswoning
went	=	wennen
wentel	=	wentelen
wentelaar	noun	benaming voor vissen uit de familie Siluridae
wentelaars	=	wentelaar
wentelaartje	=	wentelaar
wentelaartjes	=	wentelaar
wentelde	=	wentelen
wentelden	=	wentelen
wentele	=	wentelen
wentelen	verb	om een as of steunpunt draaien
wentelend	=	wentelen
wentelende	=	wentelen
wenteling	noun	draaiing naar een omgekeerde positie
wentelingen	=	wenteling
wentelt	=	wentelen
wentelteefje	noun	boterham geweekt in melk en eieren en daarna gebakken die men meestal bij het ontbijt eet
wentelteefjes	=	wentelteefje
wenteltrap	noun	trap die spiraalvormig omhooggaat
wenteltrapje	=	wenteltrap
wenteltrapjes	=	wenteltrap
wenteltrappen	noun	een familie Epitoniidae een familie van predatoriale zeeslakken
wentelwiek	noun	een luchtvaartuig dat door middel van een hefschroef verticaal kan opstijgen en landen
wentelwieken	=	wentelwiek
wentelwiekje	=	wentelwiek
wentelwiekjes	=	wentelwiek
wepel	adj|obsolete	beweeglijk
wepeldoorn	noun	benaming voor Rosa canina
wepeldoorns	=	wepeldoorn
wepeldoorntje	=	wepeldoorn
wepeldoorntjes	=	wepeldoorn
wepele	=	wepel
wepsisch	adj	betreffende het Wepsische volk
wepsische	=	wepsisch
wepsischtalig	adj	de Wepsische taal sprekend
wepsischtalige	=	wepsischtalig
wepsischtaligs	=	wepsischtalig
werd	=	worden
werde	=	worden
werdel	noun	stuk hout dat als onderdeel van een constructie een draaiende beweging maakt
werdels	=	werdel
werdeltje	=	werdel
werdeltjes	=	werdel
werden	=	worden
werdt	=	worden
were	=	weren
wereld	noun	de aarde
wereldbeeld	noun	voorstelling die men heeft omtrent de werkelijke wereld
wereldbeelden	=	wereldbeeld
wereldbeeldje	=	wereldbeeld
wereldbekend	adj	overal beroemd of berucht
wereldbekende	=	wereldbekend
wereldbekends	=	wereldbekend
wereldbeker	noun	de trofee die vergeven wordt aan de winnaar van het wereldkampioenschap
wereldbekercircuit	noun	alle wedstrijden die meetellen voor het behalen van de wereldbeker
wereldbekercircuits	=	wereldbekercircuit
wereldbekerfinale	noun	laatste wedstrijd in de strijd om een wereldbeker
wereldbekerfinales	=	wereldbekerfinale
wereldbekerklassement	noun	ranglijst van sporters die strijden om de wereldbeker
wereldbekerklassementen	=	wereldbekerklassement
wereldbekers	=	wereldbeker
wereldbekerseizoen	noun	deel van het jaar dat er wedstrijden om de wereldbeker worden gehouden
wereldbekerseizoenen	=	wereldbekerseizoen
wereldbekerstand	noun	het puntenklassement van de strijd om de wereldbeker
wereldbekerstanden	=	wereldbekerstand
wereldbekertoernooi	noun	een serie wedstrijden waarvan de winnaar de wereldbeker ontvangt
wereldbekertoernooien	=	wereldbekertoernooi
wereldbekerwedstrijd	noun	elk van de wedstrijden die meetellen in de strijd om de wereldbeker
wereldbekerwedstrijden	=	wereldbekerwedstrijd
wereldbekerwedstrijdje	=	wereldbekerwedstrijd
wereldbekerwedstrijdjes	=	wereldbekerwedstrijd
wereldberoemd	adj	bekend over de hele wereld
wereldberoemde	=	wereldberoemd
wereldberoemdheden	=	wereldberoemdheid
wereldberoemdheid	noun	iets of iemand die over de hele wereld bekend is
wereldberoemds	=	wereldberoemd
wereldbeschouwelijk	adj	betrekking hebbend op de algemene opvattingen, ideeën, overtuigingen of filosofie die iemand heeft over het leven, de wereld, de mensheid en het universum
wereldbeschouwelijke	=	wereldbeschouwelijk
wereldbeschouwelijker	=	wereldbeschouwelijk
wereldbeschouwelijkere	=	wereldbeschouwelijk
wereldbeschouwelijkers	=	wereldbeschouwelijk
wereldbeschouwelijks	=	wereldbeschouwelijk
wereldbeschouwelijkst	=	wereldbeschouwelijk
wereldbeschouwelijkste	=	wereldbeschouwelijk
wereldbeschouwing	noun	het algemene idee, dat bepaalde mensen hebben over hun wereld.
wereldbeschouwingen	=	wereldbeschouwing
wereldbevolking	noun	het totaal aantal mensen dat leeft op de hele aarde
wereldbevolkingen	=	wereldbevolking
wereldbevolkinkje	=	wereldbevolking
wereldbevolkinkjes	=	wereldbevolking
wereldbeweging	noun	een internationale, wereldomvattende beweging of organisatie
wereldbewegingen	=	wereldbeweging
wereldbeweginkje	=	wereldbeweging
wereldbeweginkjes	=	wereldbeweging
wereldbladroller	noun	Crocidosema plebejana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
wereldbladrollers	=	wereldbladroller
wereldbladrollertje	=	wereldbladroller
wereldbladrollertjes	=	wereldbladroller
wereldboek	noun	'wereldliteratuur' werk dat culturele grenzen overstijgt
wereldboeken	=	wereldboek
wereldboekje	=	wereldboek
wereldboekjes	=	wereldboek
wereldbol	noun	een kaart van het oppervlak van de aarde in de vorm van een bol
wereldbollen	=	wereldbol
wereldbolletje	=	wereldbol
wereldbolletjes	=	wereldbol
wereldbrand	noun	vuur dat de hele aarde vernietigt
wereldbranden	=	wereldbrand
wereldbrandje	=	wereldbrand
wereldburger	noun	mens
wereldburgeres	=	wereldburger
wereldburgers	=	wereldburger
wereldburgertje	=	wereldburger
wereldburgertjes	=	wereldburger
wereldconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse, over de hele wereld verspreide bedrijven
wereldconcerns	=	wereldconcern
wereldconferentie	noun	internationale bijeenkomst met vertegenwoordigers uit meerdere werelddelen
wereldconferenties	=	wereldconferentie
wereldconjuncturen	=	wereldconjunctuur
wereldconjunctuur	noun	de gemiddelde economische groei in de wereld
wereldcrises	=	wereldcrisis
wereldcrisis	noun	conjunctuuromslag die van invloed is op de economieën van nagenoeg de hele wereld
wereldcrisissen	=	wereldcrisis
wereldcup	noun	de trofee die vergeven wordt aan de winnaar van het wereldkampioenschap
wereldcups	=	wereldcup
werelddeel	noun	een zeer groot boven de zee uitstekend stuk droog land en de omringende eilanden die op hetzelfde continentale plat liggen
werelddeeltje	=	werelddeel
werelddeeltjes	=	werelddeel
werelddekking	noun	dat een verzekering (zoals een reis- of zorgverzekering) of een dienst (zoals mobiele telefonie of internet) wereldwijd geldig is.
werelddekkingen	=	werelddekking
werelddekkinkje	=	werelddekking
werelddekkinkjes	=	werelddekking
werelddelen	=	werelddeel
wereldduitstalig	adj	de Wereldduitse taal sprekend
wereldduitstalige	=	wereldduitstalig
wereldduitstaligs	=	wereldduitstalig
wereldeconomie	noun	geheel van activiteiten die de mensheid onderneemt om schaarste op te heffen
wereldeconomietje	=	wereldeconomie
wereldeconomietjes	=	wereldeconomie
wereldeconomieën	=	wereldeconomie
wereldeconomisch	adj	betreffende het totale, onderling verbonden systeem van economische relaties, handel, productie en consumptie tussen landen
wereldeconomische	=	wereldeconomisch
wereldeconomischer	=	wereldeconomisch
wereldeconomischere	=	wereldeconomisch
wereldeconomischers	=	wereldeconomisch
werelden	=	wereld
werelderfgoed	noun	uniek en als collectief bezit beschouwd cultureel of natuurlijk erfgoed
werelderfgoederen	=	werelderfgoed
werelderfgoedlijst	noun	een lijst met werelderfgoed samengesteld door de Commissie voor het Werelderfgoed van de UNESCO op voordracht van de aangesloten landen
werelderfgoedlijsten	=	werelderfgoedlijst
werelderfgoedlijstje	=	werelderfgoedlijst
werelderfgoedlijstjes	=	werelderfgoedlijst
wereldfaam	noun	het beroemd zijn over de hele wereld
wereldfietser	noun	iemand die per fiets door grote delen van de wereld reist
wereldfietsers	=	wereldfietser
wereldfietsertje	=	wereldfietser
wereldfietsertjes	=	wereldfietser
wereldformaat	noun	van wereldformaat: van wereldbelang
wereldformaten	=	wereldformaat
wereldgebeuren	noun	wat er zoal in de wereld omgaat
wereldgemeenschap	noun	alle mensen op aarde
wereldgemeenschappen	=	wereldgemeenschap
wereldgericht	noun|formal	het laatste oordeel
wereldgerichten	=	wereldgericht
wereldgeschiedenis	noun	de geschiedenis van de hele mensheid over alle tijden
wereldgeschiedenissen	=	wereldgeschiedenis
wereldgroep	noun	tennistoernooi met landenteams dat deel uitmaakte van het Davis Cup toernooi
wereldgroepen	=	wereldgroep
wereldgroepje	=	wereldgroep
wereldgroepjes	=	wereldgroep
wereldhandel	noun	de handel tussen verschillende landen
wereldhandelsakkoord	noun	afspraak tussen een groot aantal landen uit verscheidene continenten die internationale transacties tussen bedrijven bevordert
wereldhandelsakkoorden	=	wereldhandelsakkoord
wereldhandelsbespreking	noun	internationaal overleg (of onderhandelingsronde) tussen landen of handelsblokken, zoals de EU of de VS. Het hoofddoel is om afspraken te maken over het bevorderen van vrijhandel, het verlagen van importheffingen en het wegnemen van andere handelsbelemmeringen.
wereldhandelsbesprekingen	=	wereldhandelsbespreking
wereldhandelsbesprekinkje	=	wereldhandelsbespreking
wereldhandelsbesprekinkjes	=	wereldhandelsbespreking
wereldhandelssysteem	noun	een systeem en of systematiek voor de wereldhandel
wereldhandelssysteempje	=	wereldhandelssysteem
wereldhandelssysteempjes	=	wereldhandelssysteem
wereldhandelssystemen	=	wereldhandelssysteem
wereldheerschappij	noun	het heersen over een groot gedeelte van de wereld
wereldheerschappijen	=	wereldheerschappij
wereldhistorisch	adj	betrekking hebbend op de studie van het ontstaan, de groei en de veranderingen van menselijke beschavingen over de hele wereld
wereldhistorische	=	wereldhistorisch
wereldhistorischer	=	wereldhistorisch
wereldhistorischere	=	wereldhistorisch
wereldhistorischers	=	wereldhistorisch
wereldhuishouding	noun	het wereldwijde economische systeem: het geheel van economische activiteiten, productie, consumptie en handel tussen alle landen.
wereldhuishoudingen	=	wereldhuishouding
wereldhuishoudinkje	=	wereldhuishouding
wereldhuishoudinkjes	=	wereldhuishouding
wereldje	=	wereld
wereldjes	=	wereld
wereldkaart	noun	kaart waarop de hele aardse wereld is afgebeeld
wereldkaarten	=	wereldkaart
wereldkaartje	=	wereldkaart
wereldkaartjes	=	wereldkaart
wereldkampioen	noun	persoon die of team dat tijdens een toernooi of competitie om de wereldtitel in een bepaalde tak van sport winnaar is
wereldkampioene	noun	vrouwelijke winnaar van een wedstrijd om het wereldkampioenschap
wereldkampioenen	=	wereldkampioen
wereldkampioenes	=	wereldkampioene
wereldkampioenschap	noun	een kampioenschap waarin de besten van de wereld het tegen elkaar opnemen
wereldkampioenschapje	=	wereldkampioenschap
wereldkampioenschapjes	=	wereldkampioenschap
wereldkampioenschappen	=	wereldkampioenschap
wereldkampioentje	=	wereldkampioen
wereldkennis	noun	kennis over de wereld
wereldkennisje	=	wereldkennis
wereldkennisjes	=	wereldkennis
wereldkennissen	=	wereldkennis
wereldkerk	noun	een kerk die wereldwijd actie is
wereldkerken	=	wereldkerk
wereldkerkje	=	wereldkerk
wereldkerkjes	=	wereldkerk
wereldkind	noun	geadopteerd kind uit een andere (niet-westerse) cultuur
wereldkinderen	=	wereldkind
wereldkindje	=	wereldkind
wereldkindjes	=	wereldkind
wereldklasse	noun	de groep van de besten van de hele wereld
wereldklassen	=	wereldklasse
wereldkunde	noun	algemene kennis over de wereld
wereldkundig	adj	dat je iets openbaar maakt
wereldland	noun	een land dat (zich bewust) deel uitmaakt van de wereld
wereldlanden	=	wereldland
wereldlandje	=	wereldland
wereldlandjes	=	wereldland
wereldleider	noun	een leider (meestal een staatshoofd) die van groter belang is dan alleen als leider van zijn land
wereldleiders	=	wereldleider
wereldleidertje	=	wereldleider
wereldleidertjes	=	wereldleider
wereldlijk	adj	betrekking hebbend op deze wereld, in tegenstelling tot met name het hiernamaals of de kerk
wereldlijke	=	wereldlijk
wereldlijker	=	wereldlijk
wereldlijkere	=	wereldlijk
wereldlijkers	=	wereldlijk
wereldlijks	=	wereldlijk
wereldlijkst	=	wereldlijk
wereldlijkste	=	wereldlijk
wereldling	noun	zwakke, nietige bewoner van de planeet aarde
wereldlingen	=	wereldling
wereldliteratuur	noun	benaming voor de literaire werken die erin zijn geslaagd om de eigen nationale en taalkundige grenzen te overstijgen
wereldluchtvaart	noun	luchtvaart rond de hele wereld
wereldluchtvaarten	=	wereldluchtvaart
wereldmacht	noun	een staat die machtig genoeg is zijn invloed over de hele wereld te doen gelden
wereldmachten	=	wereldmacht
wereldmachtje	=	wereldmacht
wereldmachtjes	=	wereldmacht
wereldmarkt	noun	markt waar de uitwisseling van vraag en aanbod uit alle delen van de wereld plaats heeft
wereldmarkten	=	wereldmarkt
wereldmarktprijs	noun	de prijs van goederen en grondstoffen die over de heel wereld worden verkocht en verhandeld
wereldmarktprijzen	=	wereldmarktprijs
wereldmijding	noun	een levenshouding, vaak met een religieuze (orthodox-christelijke) achtergrond, waarbij men zich bewust afkeert van de normen, waarden en genoegens van de moderne maatschappij om niet beïnvloed te worden door 'de wereld'.
wereldmijdingen	=	wereldmijding
wereldmijdinkje	=	wereldmijding
wereldmijdinkjes	=	wereldmijding
wereldmunt	noun	een valuta die in de hele wereld als betaalmiddel wordt geaccepteerd
wereldmunten	=	wereldmunt
wereldmuziek	noun	niet-westerse muziek
wereldmuziekje	=	wereldmuziek
wereldnieuws	noun	nieuws uit de hele wereld
wereldniveau	noun	behorend tot de besten van de hele wereld
wereldniveaus	=	wereldniveau
wereldomspannend	adj	over de hele wereld zich uitstrekkend
wereldomspannende	=	wereldomspannend
wereldomspannends	=	wereldomspannend
wereldomvattend	adj	over de hele wereld heen
wereldomvattende	=	wereldomvattend
wereldomvattender	=	wereldomvattend
wereldomvattendere	=	wereldomvattend
wereldomvattenders	=	wereldomvattend
wereldomvattends	=	wereldomvattend
wereldomvattendst	=	wereldomvattend
wereldomvattendste	=	wereldomvattend
wereldoorlog	noun	een gewapende strijd tussen een zeer groot aantal landen, met name gebruikt voor de Eerste en de Tweede Wereldoorlog
wereldoorlogen	=	wereldoorlog
wereldoorlogje	=	wereldoorlog
wereldoorlogjes	=	wereldoorlog
wereldopinie	noun	de algemeen geldende mening over de hele wereld over iets of iemand
wereldopinies	=	wereldopinie
wereldorde	noun	onveranderlijk geheel waarin elk onderdeel van het universum zijn plaats heeft
wereldorden	=	wereldorde
wereldordes	=	wereldorde
wereldpers	noun	de invloedrijkste journalistieke media van de wereld
wereldpolitiek	noun	datgene wat gerelateerd is aan het besturen van de wereld
wereldpremière	noun	de feestelijke, eerste keer (op de hele wereld) dat men een voorstelling opvoert of een film vertoont
wereldpremières	=	wereldpremière
wereldprestatie	noun	uiterst goede prestatie
wereldprestaties	=	wereldprestatie
wereldprestatietje	=	wereldprestatie
wereldprestatietjes	=	wereldprestatie
wereldprobleem	noun	een moeilijkheid die de hele wereld betreft
wereldproblemen	=	wereldprobleem
wereldranglijst	noun	lijst waarop de besten van de wereld staan op volgorde van hun kwaliteit
wereldranglijsten	=	wereldranglijst
wereldrecord	noun	record dat door niets of niemand anders in de hele wereld is geëvenaard
wereldrecordhouder	noun	iets of iemand die een of meer wereldrecords bezit
wereldrecordhouders	=	wereldrecordhouder
wereldrecordhoudster	noun	vrouw die op een bepaald sportnummer de beste prestatie ooit heeft geleverd
wereldrecordhoudsters	=	wereldrecordhoudster
wereldrecordje	=	wereldrecord
wereldrecordjes	=	wereldrecord
wereldrecordpoging	noun	de georganiseerde, formele poging om een prestatie te leveren die wereldwijd de allerbeste, grootste of langste in zijn soort is.
wereldrecordpogingen	=	wereldrecordpoging
wereldrecordpoginkje	=	wereldrecordpoging
wereldrecordpoginkjes	=	wereldrecordpoging
wereldrecords	=	wereldrecord
wereldregering	noun	een overheid die gezag over de hele wereld heeft
wereldregeringen	=	wereldregering
wereldreis	noun	een hele lange, intercontinentale reis ook in de figuurlijke, spottende zin
wereldreisje	=	wereldreis
wereldreisjes	=	wereldreis
wereldreizen	=	wereldreis
wereldreiziger	noun	iemand die een groot gedeelte van de wereld heeft bereisd of gaat bereizen; iemand die een wereldreis maakt
wereldreizigers	=	wereldreiziger
wereldreizigertje	=	wereldreiziger
wereldreizigertjes	=	wereldreiziger
wereldrevolutie	noun	revolutie die de toestand in de hele wereld zou moeten betreffen
wereldrevoluties	=	wereldrevolutie
wereldrevolutietje	=	wereldrevolutie
wereldrevolutietjes	=	wereldrevolutie
wereldrijk	noun	een rijk dat een groot deel van de bekende wereld omvat en daarbij een invloed op cultureel, geografisch, politiek, technologisch en/of sociaal vlak heeft
wereldrijken	=	wereldrijk
wereldrijkje	=	wereldrijk
wereldrond	noun	de aardbol
wereldronden	=	wereldrond
werelds	adj	niet op het geestelijke, maar op de wereld gericht
wereldsch	=	werelds
wereldschaal	noun	op wereldschaal: waarbij de hele wereld betrokken is
wereldschalen	=	wereldschaal
wereldschokkend	adj	iets waar alle mensen op de wereld van opkijken
wereldschokkende	=	wereldschokkend
wereldschokkender	=	wereldschokkend
wereldschokkendere	=	wereldschokkend
wereldschokkenders	=	wereldschokkend
wereldschokkends	=	wereldschokkend
wereldschokkendst	=	wereldschokkend
wereldschokkendste	=	wereldschokkend
wereldse	=	werelds
wereldser	=	werelds
wereldsere	=	werelds
wereldsers	=	werelds
wereldsheden	=	wereldsheid
wereldsheid	noun	de mate waarin iets of iemand gericht is op het aardse, niet religieuze leven
wereldspelen	noun	groot evenement met sporttoernooien voor deelnemers uit meerdere continenten die hun land vertegenwoordigen
wereldspeler	noun	bedrijf dat op de wereldmarkt van zeer groot belang is
wereldspelers	=	wereldspeler
wereldspelertje	=	wereldspeler
wereldspelertjes	=	wereldspeler
wereldst	=	werelds
wereldstad	noun	is een stad die een directe en wezenlijke invloed op de wereldpolitiek heeft door sociaal-economische, culturele en/of politieke middelen
wereldstadje	=	wereldstad
wereldstadjes	=	wereldstad
wereldste	=	werelds
wereldsteden	=	wereldstad
wereldster	noun	iemand die tot de besten van de wereld behoort; iemand die beroemd is over de hele wereld
wereldsterren	=	wereldster
wereldtaal	noun	een taal die je over de hele wereld kunt gebruiken als communicatie middel
wereldtaaltje	=	wereldtaal
wereldtaaltjes	=	wereldtaal
wereldtalen	=	wereldtaal
wereldtemperaturen	=	wereldtemperatuur
wereldtemperatuur	noun	gemiddelde temperatuur over de hele wereld
wereldtentoonstelling	noun	een tentoonstelling waaraan allerlei landen kunnen deelnemen
wereldtentoonstellingen	=	wereldtentoonstelling
wereldtentoonstellinkje	=	wereldtentoonstelling
wereldtentoonstellinkjes	=	wereldtentoonstelling
wereldterrorisme	noun	internationaal terrorisme, met name terrorisme gericht tegen de door sommigen wereldwijd dominant geachte westerse cultuur
wereldtitel	noun	het recht zich wereldkampioen te noemen
wereldtitels	=	wereldtitel
wereldtitelstrijd	noun	wedstrijd waarvan de winnaar zich wereldkampioen mag noemen
wereldtitelstrijden	=	wereldtitelstrijd
wereldtiteltje	=	wereldtitel
wereldtiteltjes	=	wereldtitel
wereldtoneel	noun|figurative	iets waarbij veel of alle landen van de planeet aarde betrokken zijn; iets wat zichtbaar is voor alle mensen op de planeet aarde
wereldtonelen	=	wereldtoneel
wereldtop	noun	alle uitblinkers op een bepaald gebied van over de hele aarde
wereldtoppen	=	wereldtop
wereldtopper	noun	sporter die hoort bij de besten van de wereld
wereldtoppers	=	wereldtopper
wereldtournee	noun	een rondreireis met optredens over de hele wereld
wereldtournees	=	wereldtournee
wereldtuinbouwtentoonstelling	noun	grote tentoonstelling over de tuinbouw
wereldtuinbouwtentoonstellingen	=	wereldtuinbouwtentoonstelling
werelduurrecord	noun	een prestatie die een uur duurt en beter is dan ooit in de wereld door iemand is verricht
werelduurrecordje	=	werelduurrecord
werelduurrecordjes	=	werelduurrecord
werelduurrecords	=	werelduurrecord
wereldverbeteraar	noun	iemand die de wereld drastisch op de schop wil nemen.
wereldverbeteraars	=	wereldverbeteraar
wereldverbeteraartje	=	wereldverbeteraar
wereldverzaking	noun	het doelbewust en radicaal afzien van wereldse zaken, zoals rijkdom, aanzien en lichamelijke genoegens.
wereldverzakingen	=	wereldverzaking
wereldverzakinkje	=	wereldverzaking
wereldverzakinkjes	=	wereldverzaking
wereldvlak	noun	mondiaal niveau, wereldwijde schaal
wereldvlakken	=	wereldvlak
wereldvloot	noun	alle schepen van de wereld
wereldvloten	=	wereldvloot
wereldvoorraad	noun	de hoeveelheid van een bepaalde stof die op de aarde beschikbaar is
wereldvoorraden	=	wereldvoorraad
wereldvrede	noun	in positieve termen gedefinieerd als een heilzame toestand van rust en harmonie, of in negatieve toestand als afwezigheid van stoornis, twist of strijd over de hele wereld
wereldvreemd	adj	onbekend met het leven dat zich buiten de directe eigen levenssfeer afspeelt
wereldvreemde	=	wereldvreemd
wereldvreemder	=	wereldvreemd
wereldvreemdere	=	wereldvreemd
wereldvreemders	=	wereldvreemd
wereldvreemdheden	=	wereldvreemdheid
wereldvreemdheid	noun	het niet bekend zijn met wat er in de wereld omgaat
wereldvreemds	=	wereldvreemd
wereldvreemdst	=	wereldvreemd
wereldvreemdste	=	wereldvreemd
wereldwijd	adj	op globale schaal
wereldwijde	=	wereldwijd
wereldwijder	=	wereldwijd
wereldwijdere	=	wereldwijd
wereldwijders	=	wereldwijd
wereldwijds	=	wereldwijd
wereldwijdst	=	wereldwijd
wereldwijdste	=	wereldwijd
wereldwijs	adj	door levenservaring wijs, ervaren geworden
wereldwijser	=	wereldwijs
wereldwijsheden	=	wereldwijsheid
wereldwijsheid	noun	het wereldwijs zijn
wereldwijst	=	wereldwijs
wereldwijste	=	wereldwijs
wereldwijze	=	wereldwijs
wereldwijzer	=	wereldwijs
wereldwijzere	=	wereldwijs
wereldwijzers	=	wereldwijs
wereldwinkel	noun	een winkel waarin producten uit de derdewereld worden verkocht waarbij de producent een eerlijke vergoeding krijgt
wereldwinkels	=	wereldwinkel
wereldwinkeltje	=	wereldwinkel
wereldwinkeltjes	=	wereldwinkel
wereldwonder	noun	uniek bouwwerk of kunstwerk dat internationaal als een uitzonderlijke prestatie wordt bewonderd
wereldwonderen	=	wereldwonder
wereldwondertje	=	wereldwonder
wereldwondertjes	=	wereldwonder
wereldzee	noun	elk van de grootste zeeën van de aarde
wereldzeetje	=	wereldzee
wereldzeeën	=	wereldzee
wereldzwerver	noun	Pantala flavescens een veelvoorkomende libel die de langst bekende migratieroute heeft van alle insecten
wereldzwervers	noun	Pantala een geslacht (van 2 soorten) van insecten dat behoort tot de orde libellen (Odonata) en de familie korenbouten (Libellulidae)
wereldzwervertje	=	wereldzwerver
wereldzwervertjes	=	wereldzwerver
werelts	=	werelds
wereltsch	=	werelds
weren	verb	de toegang ontzeggen
werend	=	weren
werende	=	weren
werevlees	noun	vlees van een weer (gesneden ram)
werevlezen	=	werevlees
werf	noun	een scheepswerf
werfbrief	noun	het schriftelijk bewijs van het in dienst genomen zijn als matroos
werfbriefje	=	werfbrief
werfbriefjes	=	werfbrief
werfbrieven	=	werfbrief
werfbureau	noun	een organisatie met de hoofdzakelijke bezigheid om mensen te vinden, aan te trekken en aan te stellen voor vast of tijdelijk werk
werfbureaus	=	werfbureau
werfbureautje	=	werfbureau
werfbureautjes	=	werfbureau
werfdepot	noun	een legeronderdeel waar mensen opgeleid werden voor militaire taken
werfdepotje	=	werfdepot
werfdepotjes	=	werfdepot
werfdepots	=	werfdepot
werfgeld	noun	het geld dat gegeven wordt als soort van onderpand bij aangaan van een overeenkomst
werfgelden	=	werfgeld
werfje	=	werf
werfjes	=	werf
werfkantoor	noun	een kantoor dat tijdelijk op een bouwwerf wordt geplaatst om het bouwproject te kunnen coördineren
werfkantoortje	=	werfkantoor
werfkantoortjes	=	werfkantoor
werfkantoren	=	werfkantoor
werfkracht	noun	iets dat men ziet als een aantrekkelijk voorbeeld dat men wil volgen en waaraan men wil deelnemen
werfkrachten	=	werfkracht
werfleider	noun	iemand die de leiding heeft op een bouwwerf
werfleiders	=	werfleider
werfleidertje	=	werfleider
werfleidertjes	=	werfleider
werfofficier	noun	iemand die opvarenden aanwierf voor de VOC
werfofficieren	=	werfofficier
werfofficiertje	=	werfofficier
werfofficiertjes	=	werfofficier
werfreserve	noun	groep van mensen die bepaalde werkzaamheden kunnen verrichten maar nog niet aan het werk zijn
werfreserves	=	werfreserve
werft	=	werven
wering	noun	het weren
weringen	=	wering
werinkje	=	wering
werinkjes	=	wering
werk	noun	dat wat gedaan moet worden, klus, arbeid, karwei
werk-privébalans	noun	het evenwicht tussen het leven op het werk en het leven thuis
werk-privébalansen	=	werk-privébalans
werkaanbieding	noun	het aanbieden van vacatures of ander werk
werkaanbiedingen	=	werkaanbieding
werkaanbiedinkje	=	werkaanbieding
werkaanbiedinkjes	=	werkaanbieding
werkaanbod	noun	de hoeveelheid betaald werk dat door werkgevers wordt aangeboden
werkaanvaarding	noun	het accepteren en starten van een nieuwe baan, vaak gebruikt in de context van het uitstromen uit een uitkering (zoals bijstand of WW) naar betaald werk.
werkaanvaardingen	=	werkaanvaarding
werkaanvaardinkje	=	werkaanvaarding
werkaanvaardinkjes	=	werkaanvaarding
werkadres	noun	het adres waarop iemand de werkzaamheden van diens baan of opdracht verricht
werkadresje	=	werkadres
werkadresjes	=	werkadres
werkadressen	=	werkadres
werkafspraak	noun	een bijeenkomst van twee of meer personen om te praten over het werk
werkafspraakje	=	werkafspraak
werkafspraakjes	=	werkafspraak
werkafspraken	=	werkafspraak
werkarm	noun	ondersteunende organisatie	adj	weinig of geen betaald werk hebbend
werkarme	=	werkarm
werkarmen	=	werkarm
werkarms	=	werkarm
werkbaar	adj	de mogelijkheid hebbend om mee te kunnen arbeiden
werkbaarder	=	werkbaar
werkbaardere	=	werkbaar
werkbaarders	=	werkbaar
werkbaarheden	=	werkbaarheid
werkbaarheid	noun	mate waarin het mogelijk is om het werk te doen wat gedaan moet worden
werkbaars	=	werkbaar
werkbaarst	=	werkbaar
werkbaarste	=	werkbaar
werkbaas	noun	degene die functioneel aanstuurt en verantwoordelijk ervoor is dat het afgesproken resultaat wordt behaald
werkbaasje	=	werkbaas
werkbaasjes	=	werkbaas
werkbak	noun	omheinde metalen bak vanwaaruit men werkzaamheden op grote hoogte veilig kan verrichten
werkbakje	=	werkbak
werkbakjes	=	werkbak
werkbakken	=	werkbak
werkbalk	noun	een balk met knoppen en pictogrammen in het venster van een computerprogramma, meestal direct onder de menubalk gelokaliseerd
werkbalken	=	werkbalk
werkbalkje	=	werkbalk
werkbalkjes	=	werkbalk
werkbank	noun	een bank waaraan het werk verricht wordt
werkbanken	=	werkbank
werkbankje	=	werkbank
werkbankjes	=	werkbank
werkbare	=	werkbaar
werkbazen	=	werkbaas
werkbedrijf	noun	onderneming die met overheidssteun vooral medewerkers aanneemt die door een beperking niet gemakkelijk een baan krijgen
werkbedrijven	=	werkbedrijf
werkbeest	noun	iemand die (alleen maar) hard kan werken
werkbeesten	=	werkbeest
werkbeestje	=	werkbeest
werkbeestjes	=	werkbeest
werkbegeleiding	noun	de structurele begeleiding die men van iemand krijgt bij het doen van het werk
werkbegeleidingen	=	werkbegeleiding
werkbegeleidinkje	=	werkbegeleiding
werkbegeleidinkjes	=	werkbegeleiding
werkbelasting	noun	de lichamelijke of geestelijke impact van het ter verrichten werk
werkbelastingen	=	werkbelasting
werkbeleving	noun	de manier waarop het werk ervaren wordt
werkbelevingen	=	werkbeleving
werkbemiddeling	noun	het tussen werkgevers en werkzoekenden bemiddelen om werkzoekenden aan een baan te helpen
werkbemiddelingen	=	werkbemiddeling
werkbemiddelingsbureau	noun	een organisatie die tussen werkgevers en werkzoekenden bemiddelt om werkzoekenden aan een baan te helpen
werkbemiddelingsbureaus	=	werkbemiddelingsbureau
werkbenadering	noun	de manier waarop het werk aangepakt wordt
werkbenaderingen	=	werkbenadering
werkbesparend	adj	iets waardoor voor hetzelfde resultaat minder werk verricht hoeft te worden
werkbesparende	=	werkbesparend
werkbespreking	noun	overleg over het werk tussen medewerkers, eventueel ook met leidinggevende
werkbesprekingen	=	werkbespreking
werkbesprekinkje	=	werkbespreking
werkbesprekinkjes	=	werkbespreking
werkbestand	noun	een computerbestand waarin gewerkt wordt
werkbestanden	=	werkbestand
werkbestandje	=	werkbestand
werkbestandjes	=	werkbestand
werkbeurs	noun	een hoeveelheid geld die iemand ontvangt om werk te doen dat geen geld (althans niet direct) oplevert
werkbeurzen	=	werkbeurs
werkbezoek	noun	een bezoek van een staatshoofd aan een ander land op uitnodiging van de ministers van dat land (en dus niet door het staatshoofd van dat ontvangende land)
werkbezoeken	=	werkbezoek
werkbezoekje	=	werkbezoek
werkbezoekjes	=	werkbezoek
werkbij	noun	niet vruchtbare vrouwelijke bij
werkbijeenkomst	noun	een activiteit men veelal op een locatie buiten de eigen organisatie met elkaar werken om een resultaat te bereiken
werkbijeenkomsten	=	werkbijeenkomst
werkbijen	=	werkbij
werkbijtje	=	werkbij
werkbijtjes	=	werkbij
werkblaadje	=	werkblad
werkblaadjes	=	werkblad
werkblad	noun	Het bovenblad van een aanrecht of werkbank geschikt om aan te werken
werkbladen	=	werkblad
werkboek	noun	Boek waarin onderwijsopgaven gemaakt kunnen worden.
werkboeken	=	werkboek
werkboekje	=	werkboek
werkboekjes	=	werkboek
werkbon	noun	een papier waarop staat welke werkzaamheden verricht moeten worden
werkbonnen	=	werkbon
werkbons	=	werkbon
werkboot	noun	een boot voor het verrichten van werkzaamheden
werkbootje	=	werkboot
werkbootjes	=	werkboot
werkboten	=	werkboot
werkbrief	noun	een papier waarop ingevuld staat hoeveel uur iemand gewerkt heeft
werkbriefje	=	werkbrief
werkbriefjes	=	werkbrief
werkbrieven	=	werkbrief
werkbroek	noun	een stevige broek die je draagt als je zwaar en vuil werk moet doen
werkbroeken	=	werkbroek
werkbroekje	=	werkbroek
werkbroekjes	=	werkbroek
werkclassificatie	noun	methode om door het vergelijken en indelen van de functies binnen een organisatie zo een rangorde vast te stellen ten behoeve van de salariëring
werkclassificaties	=	werkclassificatie
werkcollege	noun	een lesvorm op de hogeschool en de universiteit, waarbij de student onder begeleiding aan opdrachten werkt, meestal in groepsverband
werkcolleges	=	werkcollege
werkcomiteetje	=	werkcomité
werkcomiteetjes	=	werkcomité
werkcomité	noun	een groep mensen die samen werken om een bepaald karwei te klaren
werkcomités	=	werkcomité
werkconferentie	noun	een bijeenkomst waarbij men praat over bepaalde werkthema's die anders bijna niet aan bod komen
werkconferenties	=	werkconferentie
werkcoupé	noun	een coupé in een trein waarin men niet hardop mag praten of op andere manier hinderlijk geluid maken
werkcoupés	=	werkcoupé
werkcreatie	noun	de creatie van nieuwe banen
werkcreaties	=	werkcreatie
werkculturen	=	werkcultuur
werkcultuur	noun	de manier waarop medewerkers tijdens het werk met elkaar en met derden omgaan
werkcultuurtje	=	werkcultuur
werkcultuurtjes	=	werkcultuur
werkdadig	adj	een gewenst resultaat veroorzakend
werkdadige	=	werkdadig
werkdadigs	=	werkdadig
werkdag	noun	elk van de weekdagen waarop men arbeid behoort te verrichten
werkdagen	=	werkdag
werkdagje	=	werkdag
werkdagjes	=	werkdag
werkdefinitie	noun	een tijdelijke definitie van iets
werkdefinities	=	werkdefinitie
werkdek	noun	vrij stuk dek op een schip waar men werkzaamheden kan verrichten
werkdekje	=	werkdek
werkdekjes	=	werkdek
werkdekken	=	werkdek
werkdiner	noun	diner om werk te bespreken
werkdiners	=	werkdiner
werkdinertje	=	werkdiner
werkdinertjes	=	werkdiner
werkdiscipline	noun	de mate waarin men zich inzet voor de (betaalde) arbeid die men verricht
werkdisciplines	=	werkdiscipline
werkdiskette	noun	een diskette waarop (werk)bestanden staan om mee te werken
werkdiskettes	=	werkdiskette
werkdocument	noun	een document waarin gewerkt wordt voordat de definitieve versie klaar is
werkdocumenten	=	werkdocument
werkdocumentje	=	werkdocument
werkdocumentjes	=	werkdocument
werkdoos	noun	een doos waarin werkmaterialen zitten
werkdoosje	=	werkdoos
werkdoosjes	=	werkdoos
werkdozen	=	werkdoos
werkdrift	noun	de onbedwingbare lust om te werken
werkdriften	=	werkdrift
werkdruk	noun	druk die wordt ervaren wanneer men (te) hard moet werken
werkduur	noun	de hoeveelheid tijd dat het werk kost of duurt
werke	=	werken
werkeenheden	=	werkeenheid
werkeenheid	noun	de eenheid waarin prestaties van een productiemiddel gemeten worden
werkeiland	noun	kunstmatig eiland waarop werkzaamheden worden verricht.
werkeilanden	=	werkeiland
werkeilandje	=	werkeiland
werkeilandjes	=	werkeiland
werkelijk	adj	niet verbeeld
werkelijke	=	werkelijk
werkelijker	=	werkelijk
werkelijkere	=	werkelijk
werkelijkers	=	werkelijk
werkelijkheden	=	werkelijkheid
werkelijkheid	noun	de omstandigheden zoals deze daadwerkelijk bestaan
werkelijkheidje	=	werkelijkheid
werkelijkheidsbesef	noun	de mate van besef van de omgeving waarin men zich bevindt en deze ook als realiteit ervaart
werkelijkheidsgehalte	noun	de mate waarin iets overeenkomt met de werkelijkheid
werkelijkheidsgehalten	=	werkelijkheidsgehalte
werkelijkheidsgehaltes	=	werkelijkheidsgehalte
werkelijkheidswaarde	noun	de waarde die iets realistisch gezien heeft
werkelijkheidswaarden	=	werkelijkheidswaarde
werkelijkheidswaardes	=	werkelijkheidswaarde
werkelijkheidszin	noun	de mate waarin men de omgeving waarin men zich bevindt ook als realiteit ervaart
werkelijks	=	werkelijk
werkelijkst	=	werkelijk
werkelijkste	=	werkelijk
werkeloos	adj	niets doend, niets verrichtend, niet werkend
werkeloosheid	noun	niet actief zijn, niks doen
werkeloosheidcijfer	noun	een percentage dat weergeeft welk deel van de beroepsbevolking werkloos is, wat wil zeggen: zonder betaald werk, maar wel recent naar werk gezocht hebben en direct beschikbaar zijn voor werk
werkeloosheidcijfers	=	werkeloosheidcijfer
werkeloosheidsbestrijding	noun	het geheel van maatregelen en beleid dat gericht is op het verminderen van het aantal werklozen en het bevorderen van arbeidsparticipatie.
werkeloosheidsbestrijdingen	=	werkeloosheidsbestrijding
werkeloosheidsbestrijdinkje	=	werkeloosheidsbestrijding
werkeloosheidsbestrijdinkjes	=	werkeloosheidsbestrijding
werkeloosheidscijfer	noun	een percentage dat weergeeft welk deel van de beroepsbevolking werkloos is, wat wil zeggen: zonder betaald werk, maar wel recent naar werk gezocht hebben en direct beschikbaar zijn voor werk
werkeloosheidscijfers	=	werkeloosheidscijfer
werkeloosheidsprobleem	noun	vraagstuk van (langdurig) geen betaald werk hebben
werkeloosheidsproblemen	=	werkeloosheidsprobleem
werkeloosheidsuitkering	noun	de financiële ondersteuning als iemand zijn/haar baan is kwijtgeraakt
werkeloosheidsuitkeringen	=	werkeloosheidsuitkering
werkeloosheidsvergoeding	noun	een tijdelijk inkomen dat u ontvangt van het UWV wanneer u geheel of gedeeltelijk werkloos wordt.
werkeloosheidsvergoedingen	=	werkeloosheidsvergoeding
werkeloosheidsvergoedinkje	=	werkeloosheidsvergoeding
werkeloosheidsvergoedinkjes	=	werkeloosheidsvergoeding
werkeloosheidsverzekering	noun	de verzekering die men afsluit om het risico af te dekken dat iemand werkloos wordt en dan de rekeningen niet meer betalen kan
werkeloosheidsverzekeringen	=	werkeloosheidsverzekering
werkeloosheidswet	noun	wettelijke regeling met betrekking tot werkloosheid
werkeloosheidswetje	=	werkeloosheidswet
werkeloosheidswetjes	=	werkeloosheidswet
werkeloosheidswetten	=	werkeloosheidswet
werkeloost	=	werkeloos
werkelooste	=	werkeloos
werkeloze	=	werkeloos
werkelozensteun	noun	de financiële ondersteuning als iemand zijn/haar baan is kwijtgeraakt
werkelozer	=	werkeloos
werkelozere	=	werkeloos
werkelozers	=	werkeloos
werken	verb	arbeid verrichten, lichte vorm van zwoegen en daarmee een resultaat proberen te bewerkstelligen en geld verdienen
werkend	adj	bezig met werken
werkendag	noun	elk van de weekdagen waarop men arbeid behoort te verrichten
werkendagen	=	werkendag
werkende	noun	iemand die betaalde arbeid verricht
werkenden	=	werkende
werkends	=	werkend
werker	noun	iemand die werkt
werkers	=	werker
werkertje	=	werker
werkertjes	=	werker
werkervaring	noun	kennis en vaardigheden opgedaan door te werken
werkervaringen	=	werkervaring
werkervaringsplaats	noun	een tijdelijke werkplek die bedoeld is om ervaring op te doen in het werken (vaak en zo later makkelijker werk te vinden)
werkervaringsplaatsen	=	werkervaringsplaats
werkervaringsplek	noun	een tijdelijke werkplek die bedoeld is om ervaring op te doen in het werken (vaak en zo later makkelijker werk te vinden)
werkervaringsplekken	=	werkervaringsplek
werkervaringsproject	noun	een project dat bedoeld is om ervaring op te doen in het werken (en zo vaak later makkelijker werk te vinden)
werkervaringsprojecten	=	werkervaringsproject
werkervaringsprojectje	=	werkervaringsproject
werkervaringsprojectjes	=	werkervaringsproject
werkervarinkje	=	werkervaring
werkervarinkjes	=	werkervaring
werkethiek	noun	de innerlijke houding tegenover werk
werkethos	noun	bereidheid om arbeid te verrichten
werkezel	noun	een ezel die als lastdier of rijdier wordt gebruikt
werkezels	=	werkezel
werkezeltje	=	werkezel
werkezeltjes	=	werkezel
werkformulier	noun	een papier waarop ingevuld staat hoeveel uur iemand gewerkt heeft
werkformulieren	=	werkformulier
werkformuliertje	=	werkformulier
werkformuliertjes	=	werkformulier
werkfront	noun	de locatie in een groeve waar men de delfstoffen aan het ontginnen is
werkfronten	=	werkfront
werkfrontje	=	werkfront
werkfrontjes	=	werkfront
werkfruit	noun	gratis fruit dat bedrijven aan hun personeel geven
werkgarantie	noun	dat het zeer zeker is en men er op kan vertrouwen werk te vinden
werkgaranties	=	werkgarantie
werkgebied	noun	alles waar het werk over gaat
werkgebieden	=	werkgebied
werkgebiedje	=	werkgebied
werkgeefster	noun	een vrouwelijke werkgever.
werkgeefsters	=	werkgeefster
werkgeefstertje	=	werkgeefster
werkgeefstertjes	=	werkgeefster
werkgeheugen	noun	snel (en vluchtig) computergeheugen dat door een programma wordt gebruikt om tijdelijk gegevens op te slaan
werkgeheugens	=	werkgeheugen
werkgelegenheden	=	werkgelegenheid
werkgelegenheid	noun	totaal aantal arbeidsplaatsen
werkgelegenheidsafspraak	noun	een afspraak gemaakt rond het thema werkgelegenheid
werkgelegenheidsafspraken	=	werkgelegenheidsafspraak
werkgelegenheidsakkoord	noun	akkoord ten aanzien van de werkgelegenheid
werkgelegenheidsakkoorden	=	werkgelegenheidsakkoord
werkgelegenheidsaspect	noun	een aspect dat komt kijken bij werkgelegenheid
werkgelegenheidsaspecten	=	werkgelegenheidsaspect
werkgelegenheidsbeleid	noun	het beleid dat gevoerd wordt rond het thema werkgelegenheid met als doel deze te vergroten of in stand te houden
werkgelegenheidsbevorderend	adj	toename van werkgelegenheid stimulerend
werkgelegenheidsbevorderende	=	werkgelegenheidsbevorderend
werkgelegenheidsbevorderender	=	werkgelegenheidsbevorderend
werkgelegenheidsbevorderendere	=	werkgelegenheidsbevorderend
werkgelegenheidsbevorderenders	=	werkgelegenheidsbevorderend
werkgelegenheidsbevorderends	=	werkgelegenheidsbevorderend
werkgelegenheidsbevorderendst	=	werkgelegenheidsbevorderend
werkgelegenheidsbevorderendste	=	werkgelegenheidsbevorderend
werkgelegenheidscreatie	noun	de creatie van nieuwe banen
werkgelegenheidscreaties	=	werkgelegenheidscreatie
werkgelegenheidseffect	noun	een effect dat ontstaat als gevolg van de werkgelegenheid
werkgelegenheidseffecten	=	werkgelegenheidseffect
werkgelegenheidsfonds	noun	fonds ter bevordering van de werkgelegenheid
werkgelegenheidsfondsen	=	werkgelegenheidsfonds
werkgelegenheidsgarantie	noun	de belofte dat de werkgelegenheid minstens zo blijft
werkgelegenheidsgaranties	=	werkgelegenheidsgarantie
werkgelegenheidsgraad	noun	de mate waarin mensen een baan hebben
werkgelegenheidsgraden	=	werkgelegenheidsgraad
werkgelegenheidsgroei	noun	een toename van de werkgelegenheid
werkgelegenheidsontwikkeling	noun	de veranderingen door de tijd ten aanzien van de werkgelegenheid
werkgelegenheidsontwikkelingen	=	werkgelegenheidsontwikkeling
werkgelegenheidspact	noun	een pact dat gesloten wordt om de werkgelegenheid te vergroten
werkgelegenheidspacten	=	werkgelegenheidspact
werkgelegenheidsplan	noun	plan (van een bedrijf etc.) met als doel om de werkgelegenheid te vergroten
werkgelegenheidsplannen	=	werkgelegenheidsplan
werkgelegenheidsplannetje	=	werkgelegenheidsplan
werkgelegenheidsplannetjes	=	werkgelegenheidsplan
werkgelegenheidspolitiek	noun	de politiek die gevoerd wordt rond het thema werkgelegenheid, doorgaans met als doel om de werkgelegenheid te vergroten
werkgelegenheidsprobleem	noun	kwestie dat er onvoldoende betaalde banen zijn
werkgelegenheidsproblemen	=	werkgelegenheidsprobleem
werkgelegenheidsprogramma	noun	het geheel aan activiteiten dat gedaan wordt om de werkgelegenheid te vergroten
werkgelegenheidsprogramma's	=	werkgelegenheidsprogramma
werkgelegenheidsproject	noun	een project om de werkgelegenheid te vergroten
werkgelegenheidsprojecten	=	werkgelegenheidsproject
werkgelegenheidsprojectje	=	werkgelegenheidsproject
werkgelegenheidsprojectjes	=	werkgelegenheidsproject
werkgelegenheidssituatie	noun	de toestand van de werkgelegenheid
werkgelegenheidssituaties	=	werkgelegenheidssituatie
werkgelegenheidstop	noun	een topontmoeting om te praten over de werkgelegenheid
werkgelegenheidstoppen	=	werkgelegenheidstop
werkgemeenschap	noun	groep van personen die gezamenlijk werken aan een project of met een gemeenschappelijk doel
werkgemeenschappen	=	werkgemeenschap
werkgemeente	noun	de gemeente waarin iemand zijn/haar baan of werk heeft
werkgemeenten	=	werkgemeente
werkgemeentes	=	werkgemeente
werkgerelateerd	adj	betrekking hebbend op de arbeid die men verricht
werkgerelateerde	=	werkgerelateerd
werkgerelateerder	=	werkgerelateerd
werkgerelateerdere	=	werkgerelateerd
werkgerelateerders	=	werkgerelateerd
werkgerelateerds	=	werkgerelateerd
werkgerelateerdst	=	werkgerelateerd
werkgerelateerdste	=	werkgerelateerd
werkgeven	noun	het werkgever-zijn
werkgever	noun	persoon die of bedrijf dat werk verschaft aan anderen
werkgevers	=	werkgever
werkgeversaanbod	noun	het voorstel van een werkgever om een medewerker in dienst te nemen, vaak in de vorm van een baan of een vast aantal uren, en bevat essentiële arbeidsvoorwaarden zoals loon en werktijden
werkgeverschap	noun	het mensen in loondienst hebben
werkgeverschappen	=	werkgeverschap
werkgeverslasten	noun	premies werknemersverzekeringen die de werkgever moet bijdragen
werkgeversorganisatie	noun	organisatie die opkomt voor de belangen van ondernemers die personeel in dienst hebben
werkgeversorganisaties	=	werkgeversorganisatie
werkgeversvereniging	noun	is een organisatie die doet aan belangenbehartiging voor en dienstverlening aan de aangesloten werkgevers
werkgeversverenigingen	=	werkgeversvereniging
werkgeversverenigingetje	=	werkgeversvereniging
werkgeversverenigingetjes	=	werkgeversvereniging
werkgeversverklaring	noun	schriftelijk bewijsstuk waarin een werkgever aangeeft dat iemand bij hem of haar in (vaste) dienst is (en welk salaris iemand verdient)
werkgeversverklaringen	=	werkgeversverklaring
werkgeversverklarinkje	=	werkgeversverklaring
werkgeversverklarinkjes	=	werkgeversverklaring
werkgeversvoorzitter	noun	bestuurder van een werkgeversorganisatie
werkgeversvoorzitters	=	werkgeversvoorzitter
werkgevertje	=	werkgever
werkgroep	noun	een groep mensen die gezamenlijk een bepaald probleem te lijf gaat
werkgroepen	=	werkgroep
werkgroepje	=	werkgroep
werkgroepjes	=	werkgroep
werkhanden	noun	de ruwe handen van iemand die veel handenarbeid verricht of heeft verricht
werkhandschoen	noun	een specifiek type handbescherming gemaakt van stevig materiaal (zoals leer, nylon of nitril) dat de handen beschermt tegen verwondingen, irritatie of vuil tijdens fysieke arbeid
werkhandschoenen	=	werkhandschoen
werkhandschoentje	=	werkhandschoen
werkhandschoentjes	=	werkhandschoen
werkhervatting	noun	na een onderbreking weer gaan werken
werkhervattingen	=	werkhervatting
werkhok	noun	kleine ongezellige ruimte waarin iemand zijn hobby kan uitoefenen
werkhokje	=	werkhok
werkhokjes	=	werkhok
werkhokken	=	werkhok
werkhond	noun	een hond die men gebruikt bij de jacht, het hoeden van een kudde, het speuren naar mensen of drugs etc.
werkhonden	=	werkhond
werkhouding	noun	motivatie t.a.v. te verrichten werk
werkhoudingen	=	werkhouding
werkhoudingsprobleem	noun	moeilijkheid om met de juiste concentratie en ijver te kunnen werken
werkhoudingsproblemen	=	werkhoudingsprobleem
werkhoudinkje	=	werkhouding
werkhoudinkjes	=	werkhouding
werkhuis	noun	instelling waarin armen en bedelaars min of meer vrijwillig aan het werk gezet werden
werkhuisje	=	werkhuis
werkhuisjes	=	werkhuis
werkhuizen	=	werkhuis
werkhypothese	noun	voorlopig uitgangspunt van een onderzoek
werkhypothesen	=	werkhypothese
werkhypotheses	=	werkhypothese
werking	noun	manier waarop iets functioneert
werkingen	=	werking
werkingskost	noun	algemene onkosten, uitgaven die niet direct kunnen worden toegerekend aan een bepaald product
werkingskosten	noun	algemene onkosten, kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan een bepaald product
werkingspunt	noun	het punt (in een grafiek) waarin een werking optreedt
werkingspunten	=	werkingspunt
werkingspuntje	=	werkingspunt
werkingspuntjes	=	werkingspunt
werkingssfeer	noun	gebied waarop een bepaalde regeling betrekking heeft
werkingssferen	=	werkingssfeer
werkingsverslag	noun	overzicht van de activiteiten van een vereniging of instelling
werkingsverslagen	=	werkingsverslag
werkingsverslagje	=	werkingsverslag
werkingsverslagjes	=	werkingsverslag
werkinkje	=	werking
werkinstructie	noun	instructie die nodig is om werk uit te kunnen voeren
werkinstructies	=	werkinstructie
werkinstructietje	=	werkinstructie
werkinstructietjes	=	werkinstructie
werkjaar	noun	periode van 1 jaar waarin werkzaamheden zijn georganiseerd, vaak wordt een werkjaar ná de zomervakantie geopend en vóór de zomervakantie gesloten.
werkjaartje	=	werkjaar
werkjaartjes	=	werkjaar
werkjaren	=	werkjaar
werkje	=	werk
werkjes	=	werk
werkkamer	noun	kamer waar je (vooral aan een bureau) kunt werken
werkkamers	=	werkkamer
werkkamertje	=	werkkamer
werkkamertjes	=	werkkamer
werkkamp	noun	kamp waar schoolleerlingen een taak verrichten
werkkampen	=	werkkamp
werkkapitaal	noun	hoeveelheid geld waarmee een bedrijf activiteiten kan ondernemen zonder een nieuw beroep op financiers te doen
werkkapitaaltje	=	werkkapitaal
werkkapitaaltjes	=	werkkapitaal
werkkapitalen	=	werkkapitaal
werkkast	noun	een kast voor het opbergen van schoonmaakmateriaal
werkkasten	=	werkkast
werkkastje	=	werkkast
werkkastjes	=	werkkast
werkkat	noun	ondernemende kat die gehouden wordt als muizenvanger; kat die muizen vangt als een soort van werk
werkkatje	=	werkkat
werkkatjes	=	werkkat
werkkatten	=	werkkat
werkkledij	noun	speciale kleren die men draagt tijdens het uitoefenen van iemands beroep
werkkleding	noun	speciale kleding die het werken veiliger of gemakkelijker maakt, of door de overheid verplicht is, of bij een bedrijf wordt gedragen voor een representatief uiterlijk
werkkleren	noun	kleding waarmee men kan werken
werkklimaat	noun	fysieke en sociale omgeving waarin men arbeid verricht
werkklimaatje	=	werkklimaat
werkklimaatjes	=	werkklimaat
werkklimaten	=	werkklimaat
werkkopie	noun	kopie van een film die nog bewerkt moet worden
werkkopieën	=	werkkopie
werkkracht	noun	een persoon die gewoonlijk tegen betaling werk verricht
werkkrachten	=	werkkracht
werkkrachtje	=	werkkracht
werkkrachtjes	=	werkkracht
werkkring	noun	de plaats waar men werkt
werkkringen	=	werkkring
werkkringetje	=	werkkring
werkkringetjes	=	werkkring
werkland	noun	land waarin men werkt of gewerkt heeft
werklandbeginsel	noun	het beginsel dat een buitenlandse werknemer in Nederland in aanmerking komt voor bepaalde overheidsgelden volgens Nederlands recht
werklanden	=	werkland
werklast	noun	het werk dat gedaan moet worden en de belasting die dat oplevert
werklasten	=	werklast
werkles	noun	activiteit op school waarbij de leerlingen zelfstandig met hun 'huiswerk' bezig zijn
werklesje	=	werkles
werklesjes	=	werkles
werklessen	=	werkles
werklieden	=	werkman
werklocatie	noun	de plek waar men werkt
werklocaties	=	werklocatie
werklonen	=	werkloon
werkloon	noun	het salaris dat men ontvangt voor zijn arbeid
werkloos	adj	geen baan hebbend
werkloosheden	=	werkloosheid
werkloosheid	noun|formal	geen baan hebben, betaald werk missen
werkloosheidcijfer	noun	het totaal aantal geregistreerde werklozen
werkloosheidcijfers	=	werkloosheidcijfer
werkloosheidsbestrijding	noun	het geheel van maatregelen en beleid dat gericht is op het verminderen van het aantal werklozen en het bevorderen van arbeidsparticipatie.
werkloosheidsbestrijdingen	=	werkloosheidsbestrijding
werkloosheidsbestrijdinkje	=	werkloosheidsbestrijding
werkloosheidsbestrijdinkjes	=	werkloosheidsbestrijding
werkloosheidscijfer	noun	het totaal aantal geregistreerde werklozen
werkloosheidscijfers	=	werkloosheidscijfer
werkloosheidsgraad	noun	het procentuele aandeel van werklozen binnen de beroepsbevolking
werkloosheidsgraden	=	werkloosheidsgraad
werkloosheidspercentage	noun	het percentage van de beroepsbevolking dat werkloos is
werkloosheidspercentages	=	werkloosheidspercentage
werkloosheidsprobleem	noun	het vraagstuk van (langdurig) geen betaald werk hebben
werkloosheidsproblemen	=	werkloosheidsprobleem
werkloosheidsregeling	noun	wettelijke regeling met betrekking tot werkloosheid
werkloosheidsregelingen	=	werkloosheidsregeling
werkloosheidsuitkering	noun	uitkering voor iemand die buiten zijn of haar schuld om werkloos is
werkloosheidsuitkeringen	=	werkloosheidsuitkering
werkloosheidsuitkerinkje	=	werkloosheidsuitkering
werkloosheidsuitkerinkjes	=	werkloosheidsuitkering
werkloosheidsval	noun	geheel van opvattingen en afspraken met het onbedoelde gevolg dat mensen die hun baan verliezen minder snel een nieuwe baan vinden
werkloosheidsvallen	=	werkloosheidsval
werkloosheidsvalletje	=	werkloosheidsval
werkloosheidsvergoeding	noun	een tijdelijk inkomen dat u ontvangt van het UWV wanneer u geheel of gedeeltelijk werkloos wordt.
werkloosheidsvergoedingen	=	werkloosheidsvergoeding
werkloosheidsvergoedinkje	=	werkloosheidsvergoeding
werkloosheidsvergoedinkjes	=	werkloosheidsvergoeding
werkloosheidsverzekering	noun	verzekering die in geval van werkloosheid wordt uitgekeerd
werkloosheidsverzekeringen	=	werkloosheidsverzekering
werkloosheidswet	noun	wettelijke regeling met betrekking tot werkloosheid
werkloosheidswetje	=	werkloosheidswet
werkloosheidswetjes	=	werkloosheidswet
werkloosheidswetten	=	werkloosheidswet
werkloost	=	werkloos
werklooste	=	werkloos
werkloze	noun	iemand die geen betaald werk doet terwijl die persoon dat wel kan en wil doen.
werklozen	=	werkloze
werklozensteun	noun	gelden bestemt voor mensen die geen betaald werk kunnen krijgen, maar wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt
werklozer	=	werkloos
werklozere	=	werkloos
werklozers	=	werkloos
werklui	=	werkman
werklunch	noun	een bespreking of vergadering tijdens het eten van de middagmaaltijd
werklunchen	=	werklunch
werklunches	=	werklunch
werklust	noun	zin om te werken
werklusten	=	werklust
werklustig	adj	een grote neiging hebbend om te werken, graag werkend
werklustige	=	werklustig
werklustiger	=	werklustig
werklustigere	=	werklustig
werklustigers	=	werklustig
werklustigs	=	werklustig
werklustigst	=	werklustig
werklustigste	=	werklustig
werkmaatschappij	noun	min of mee zelfstandig functionerend bedrijf waarvan de aandelen in bezit zijn van een holding of moedermaatschappij
werkmaatschappijen	=	werkmaatschappij
werkmakker	noun	mensen waarmee je samenwerkt
werkmakkers	=	werkmakker
werkman	noun	arbeider
werkmannen	=	werkman
werkmannetje	=	werkman
werkmannetjes	=	werkman
werkmansbroek	noun	zeer stevige en beschermende broek gedragen tijdens het werk op de bouw of in een fabriek
werkmansbroeken	=	werkmansbroek
werkmanskleding	noun	speciale kleding die wordt gedragen tijdens het uitoefenen van een beroep.
werkmanswoning	noun	een woning die specifiek is ontworpen voor de arbeidende klasse.
werkmanswoningen	=	werkmanswoning
werkmanswoninkje	=	werkmanswoning
werkmanswoninkjes	=	werkmanswoning
werkmap	noun	map met spullen die op het werk betrekking hebben
werkmappen	=	werkmap
werkmateriaal	noun	materiaal waarmee men werkt
werkmaterialen	=	werkmateriaal
werkmeester	noun	toezichthouder, leidinggevende bij bepaalde werkzaakheden
werkmeesters	=	werkmeester
werkmeid	noun	vrouwelijk personeelslid van lage rang of stand die eenvoudige maar vaak zware huishoudelijke taken verricht
werkmeiden	=	werkmeid
werkmeidje	=	werkmeid
werkmeidjes	=	werkmeid
werkmens	noun	iemand die zijn (lage) inkomen krijgt door het verrichten van betaalde arbeid
werkmensen	=	werkmens
werkmensje	=	werkmens
werkmensjes	=	werkmens
werkmethode	noun	een manier een karwei, klus of taak te volbrengen
werkmethoden	=	werkmethode
werkmethodes	=	werkmethode
werkmiddelen	noun	gereedschappen en grondstoffen waarmee men zijn arbeid kan verrichten
werkmier	noun	ongevleugelde mier die o.a. het nest bouwt en de larven verzorgt
werkmieren	=	werkmier
werkmiertje	=	werkmier
werkmiertjes	=	werkmier
werkmigratie	noun	verhuizen naar een ander land omdat daar betaald werk gevonden kan worden
werkmigraties	=	werkmigratie
werkmodi	=	werkmodus
werkmodus	noun	de geestelijke toestand van het vol geconcentreerd aan het werk zijn, karakteristiek voor een werkweek
werkneemster	noun	Een vrouwelijke werknemer.
werkneemsters	=	werkneemster
werkneemstertje	=	werkneemster
werkneemstertjes	=	werkneemster
werkneerlegging	noun	het tijdelijk stoppen met het leveren van arbeid om een sociaal-politiek doel te bewerkstelligen
werkneerleggingen	=	werkneerlegging
werkneerlegginkje	=	werkneerlegging
werkneerlegginkjes	=	werkneerlegging
werknemen	noun	het werknemer-zijn
werknemer	noun	iemand die voor een ander werkt en daarvoor betaald wordt
werknemers	=	werknemer
werknemersarts	noun	'bedrijfsarts' die meer opkomt voor de belangen van de werknemer
werknemersartsen	=	werknemersarts
werknemersbetrokkenheid	noun	de mate waarin een werknemer zich betrokken voelt bij de organisatie waar hij werkzaam is en/of bij het succes van die organisatie
werknemersbijdrage	noun	het aandeel van het bedrijfsresultaat dat door werknemers geleverd wordt
werknemersbijdragen	=	werknemersbijdrage
werknemersbijdrages	=	werknemersbijdrage
werknemersbond	noun	vereniging die de belangen van mensen die werken in loondienst behartigt
werknemersbonden	=	werknemersbond
werknemerschap	noun	de toestand van in loondienst zijn
werknemerschappen	=	werknemerschap
werknemersfonds	noun	kapitaal dat is bijeengebracht door werknemers
werknemersfondsen	=	werknemersfonds
werknemersfondsje	=	werknemersfonds
werknemersfondsjes	=	werknemersfonds
werknemerspremie	noun	deel van de sociale verzekeringspremies die door de werkenden wordt betaald
werknemerspremies	=	werknemerspremie
werknemersvereniging	noun	vereniging van werknemers
werknemersverenigingen	=	werknemersvereniging
werknemersverenigingetje	=	werknemersvereniging
werknemersverenigingetjes	=	werknemersvereniging
werknemersverklaring	noun	een officieel document waarin je werkgever je huidige inkomen en de details van je arbeidscontract schriftelijk bevestigt
werknemersverklaringen	=	werknemersverklaring
werknemersverklarinkje	=	werknemersverklaring
werknemersverklarinkjes	=	werknemersverklaring
werknemersvertegenwoordiging	noun	het recht van werknemers om zich te laten vertegenwoordigen om collectief te onderhandelen en mee te praten over zaken als lonen, arbeidsomstandigheden en personeelsbeleid.
werknemersvertegenwoordigingen	=	werknemersvertegenwoordiging
werknemersvertegenwoordigingetje	=	werknemersvertegenwoordiging
werknemersvertegenwoordigingetjes	=	werknemersvertegenwoordiging
werknemersverzekering	noun	verzekering voor een werknemer
werknemersverzekeringen	=	werknemersverzekering
werknemertje	=	werknemer
werknemertjes	=	werknemer
werkomgeving	noun	de omstandigheden waaronder het werk plaats heeft
werkomgevingen	=	werkomgeving
werkomstandigheden	noun	fysieke en sociale omgeving waarin men arbeid verricht
werkonbekwaam	adj	arbeidsongeschikt
werkonbekwaamheden	=	werkonbekwaamheid
werkonbekwaamheid	noun	het niet in staat zijn om de voor iemand normale arbeid te verrichten
werkonbekwaams	=	werkonbekwaam
werkonbekwaamst	=	werkonbekwaam
werkonbekwaamste	=	werkonbekwaam
werkonbekwame	=	werkonbekwaam
werkonbekwamer	=	werkonbekwaam
werkonbekwamere	=	werkonbekwaam
werkonbekwamers	=	werkonbekwaam
werkonderbreking	noun	korte staking met als doel om te waarschuwen voor een langere staking
werkonderbrekingen	=	werkonderbreking
werkonderbrekinkje	=	werkonderbreking
werkonderbrekinkjes	=	werkonderbreking
werkongeval	noun	een ongeluk gedurende het werk
werkongevallen	=	werkongeval
werkongevalletje	=	werkongeval
werkongevalletjes	=	werkongeval
werkontbijt	noun	ontbijt waaronder men werkbesprekingen voert wat nooit goed kan zijn voor de spijsvertering
werkontbijten	=	werkontbijt
werkonwillige	noun	mensen die niet willen werken terwijl ze dat wel kunnen
werkonwilligen	=	werkonwillige
werkorder	noun	briefje waarop staat wat men moet doen op zijn werk
werkorders	=	werkorder
werkos	noun	os die men gebruikt als trekdier
werkossen	=	werkos
werkoverleg	noun	bespreking over hoe het werk gedaan moet worden en de sfeer op het werk
werkoverleggen	=	werkoverleg
werkoverlegje	=	werkoverleg
werkoverlegjes	=	werkoverleg
werkpaard	noun	een paard dat gehouden wordt om arbeid te verrichten
werkpaarden	=	werkpaard
werkpaardje	=	werkpaard
werkpaardjes	=	werkpaard
werkpak	noun	pak waarin men het werk verricht
werkpakje	=	werkpak
werkpakjes	=	werkpak
werkpakken	=	werkpak
werkpakket	noun	beschrijving van alle plichten die een persoon heeft tijdens zijn werk
werkpakketten	=	werkpakket
werkplaats	noun	een plaats of gebouw ingericht voor het verrichten van bepaald werk
werkplaatsen	=	werkplaats
werkplaatsje	=	werkplaats
werkplaatsjes	=	werkplaats
werkplan	noun	schematisch plan voor uit te voeren werkzaamheden
werkplannen	=	werkplan
werkplannetje	=	werkplan
werkplannetjes	=	werkplan
werkplek	noun	de plaats waar iemand zijn beroep uitoefend, werkvloer
werkplekje	=	werkplek
werkplekjes	=	werkplek
werkplekken	=	werkplek
werkplezier	noun	het genoegen dat je tijdens het werken hebt en de voldoening die je uit je werk haalt
werkplicht	noun	het moeten verrichten van arbeid
werkplichten	=	werkplicht
werkploeg	noun	een groep van werklieden die samenwerkt
werkploegen	=	werkploeg
werkplunje	noun	plunje voor het (vuile) werk
werkplunjes	=	werkplunje
werkpost	noun	plaats waar men werkt
werkposten	=	werkpost
werkproces	noun	het proces van het werken
werkprocessen	=	werkproces
werkprogramma	noun	beschrijving van welke werkzaamheden in welke volgorde verricht dienen te worden
werkprogramma's	=	werkprogramma
werkprogrammaatje	=	werkprogramma
werkprogrammaatjes	=	werkprogramma
werkpunt	noun	detail waar men nog aandacht aan moet besteden; detail dat nog verbeterd moet worden
werkpunten	=	werkpunt
werkput	noun	laag gelegen plaats waar men bouwt
werkputje	=	werkput
werkputjes	=	werkput
werkputten	=	werkput
werkritme	noun	de snelheid en de regelmaat van het werk
werkritmen	=	werkritme
werkritmes	=	werkritme
werkrooster	noun	schema waarin staat wie, wat, waar en wanneer doet als arbeid
werkroosters	=	werkrooster
werkruimte	noun	deel van een gebouw waarin men arbeid kan verrichten
werkruimten	=	werkruimte
werkruimtes	=	werkruimte
werkschema	noun	tabel waarin staat wanneer, wie, wat, waar doet in een arbeidsproces
werkschema's	=	werkschema
werkschemaatje	=	werkschema
werkschoen	noun	stevige schoenen die men gebruikt bij de arbeid; speciaal vervaardigd schoeisel dat gedragen wordt ter bescherming van de voeten
werkschoenen	=	werkschoen
werkschrift	noun	boek waarin men lesopdrachten kan maken
werkschriften	=	werkschrift
werkschriftje	=	werkschrift
werkschriftjes	=	werkschrift
werkschuw	adj	het werken zoveel mogelijk mijdend
werkschuwe	=	werkschuw
werkschuwer	=	werkschuw
werkschuwere	=	werkschuw
werkschuwers	=	werkschuw
werkschuws	=	werkschuw
werkschuwst	=	werkschuw
werkschuwste	=	werkschuw
werkset	noun	verzameling materialen en gereedschappen die je nodig hebt voor een bepaalde taak
werksetje	=	werkset
werksetjes	=	werkset
werksets	=	werkset
werksfeer	noun	de gedachten en gevoelens die er op het werk zijn
werksfeertje	=	werksfeer
werksfeertjes	=	werksfeer
werksferen	=	werksfeer
werksituatie	noun	de omgeving waarin men het werk moet doen
werksituaties	=	werksituatie
werksituatietje	=	werksituatie
werksituatietjes	=	werksituatie
werkslaaf	noun	iemand die heel hard moet werken
werkslaafje	=	werkslaaf
werkslaafjes	=	werkslaaf
werkslaven	=	werkslaaf
werkspoor	noun	tijdelijk (smal)spoor dat is aangelegd in verband met bepaalde werkzaamheden
werkspoortje	=	werkspoor
werkspoortjes	=	werkspoor
werksporen	=	werkspoor
werkstaat	noun	het land waarin iemand werkt
werkstaatheffing	noun	dat het land waar een werknemer fysiek de werkzaamheden verricht (de werkstaat) het recht heeft om belasting te heffen over het verdiende salaris.
werkstaatheffingen	=	werkstaatheffing
werkstaatheffinkje	=	werkstaatheffing
werkstaatheffinkjes	=	werkstaatheffing
werkstad	noun	een stad waar veel mensen hun werk hebben
werkstadje	=	werkstad
werkstadjes	=	werkstad
werkstaking	noun	het tijdelijk stoppen met het leveren van arbeid om een sociaal-politiek doel te bewerkstelligen
werkstakingen	=	werkstaking
werkstakinkje	=	werkstaking
werkstakinkjes	=	werkstaking
werkstaten	=	werkstaat
werkstation	noun	plaats waar men een serie handelingen verricht
werkstations	=	werkstation
werksteden	=	werkstad
werkster	noun	schoonmaakster
werksters	=	werkster
werkstertje	=	werkster
werkstertjes	=	werkster
werkstijl	noun	een van de manieren waarop de arbeid gedaan kan worden
werkstijlen	=	werkstijl
werkstraf	noun	straf die inhoudt dat de veroordeelde tijdens zijn vrije tijd kosteloze arbeid uitvoert bij openbare diensten en vzw's
werkstraffen	=	werkstraf
werkstrafje	=	werkstraf
werkstrafjes	=	werkstraf
werkstress	noun	spanning door het werk
werkstromen	=	werkstroom
werkstroom	noun	een voortgaande vraag naar arbeid en de producten van die arbeid
werkstudent	noun	iemand die studeert en een betaald bijbaantje heeft, om (een deel van) zijn studie en levensonderhoud te betalen
werkstudenten	=	werkstudent
werkstudentje	=	werkstudent
werkstudentjes	=	werkstudent
werkstuk	noun	stoffelijk product van arbeid, hobby, of studie
werkstukje	=	werkstuk
werkstukjes	=	werkstuk
werkstukken	=	werkstuk
werkt	=	werken
werktaal	noun	een taal die binnen een supranationaal bedrijf, gemeenschap, staat of andersoortig orgaan of organisatie als primair middel voor communicatie wordt gebruikt
werktafel	noun	tafel waaraan men werkt, met name die daarvoor ingericht is.
werktafels	=	werktafel
werktafeltje	=	werktafel
werktafeltjes	=	werktafel
werktalen	=	werktaal
werkte	=	werken
werktekening	noun	een tekening waarop men kan zien wat men dient te maken en hoe dit te doen
werktekeningen	=	werktekening
werktekeningetje	=	werktekening
werktekeningetjes	=	werktekening
werktempo	noun	de snelheid waarmee arbeid wordt verricht
werktempo's	=	werktempo
werkten	=	werken
werkterrein	noun	terrein waar wordt gewerkt
werkterreinen	=	werkterrein
werkterreintje	=	werkterrein
werkterreintjes	=	werkterrein
werktijd	noun	tijd die aan het werk wordt besteed
werktijden	=	werktijd
werktijdregeling	noun	een officieel document met alle regels en afspraken over de werktijden binnen een bedrijf.
werktijdregelingen	=	werktijdregeling
werktijdregelingetje	=	werktijdregeling
werktijdregelingetjes	=	werktijdregeling
werktijdverkorting	noun	het in bijzondere situaties het personeel van een bedrijf korter laten werken met ondersteuning van de overheid
werktijdverkortingen	=	werktijdverkorting
werktijdverlenging	noun	dat een lopend tijdelijk arbeidscontract wordt voortgezet voor een nieuwe, afgesproken periode.
werktijdverlengingen	=	werktijdverlenging
werktijdverlenginkje	=	werktijdverlenging
werktijdverlenginkjes	=	werktijdverlenging
werktitel	noun	titel die men gebruikt tijdens het maken van iets, maar dat niet de definitieve titel is of hoeft te zijn; voorlopige titel of naam
werktitels	=	werktitel
werktop	noun	overleg over werkgelegenheid en werkloosheid door de hoogste bestuurders
werktoppen	=	werktop
werktuig	noun	een stuk gereedschap om een taak eenvoudiger en/of lichter te maken
werktuigbouw	noun	het ontwerpen, vervaardigen en in bedrijf houden van machines
werktuigbouwkunde	noun	leer van het ontwerpen, vervaardigen en in bedrijf houden van machines (machinebouw, scheepsbouw, energie- en aandrijftechniek) en staal- en constructiebouw (b.v. offshore, olie- en gaswinning).
werktuigbouwkundig	adj	deskundig zijn op het gebied van de werktuigbouwkunde
werktuigbouwkundige	=	werktuigbouwkundig
werktuigbouwkundiger	=	werktuigbouwkundig
werktuigbouwkundigere	=	werktuigbouwkundig
werktuigbouwkundigers	=	werktuigbouwkundig
werktuigbouwkundigs	=	werktuigbouwkundig
werktuigbouwkundigst	=	werktuigbouwkundig
werktuigbouwkundigste	=	werktuigbouwkundig
werktuigelijk	adj	op een manier die past bij een automatische machine; zonder nadenken
werktuigelijke	=	werktuigelijk
werktuigelijker	=	werktuigelijk
werktuigelijkere	=	werktuigelijk
werktuigelijkers	=	werktuigelijk
werktuigelijks	=	werktuigelijk
werktuigelijkst	=	werktuigelijk
werktuigelijkste	=	werktuigelijk
werktuigen	=	werktuig
werktuigje	=	werktuig
werktuigjes	=	werktuig
werktuigkunde	noun	leer van het ontwerpen, vervaardigen en in bedrijf houden van machines (machinebouw, scheepsbouw, energie- en aandrijftechniek) en staal- en constructiebouw (b.v. offshore, olie- en gaswinning).
werktuigkundig	adj	met betrekking tot de werktuigkunde of werktuigbouwkunde
werktuigkundige	noun	iemand met verstand van werktuigkundige constructies en machines
werktuigkundigen	=	werktuigkundige
werktuigkundiger	=	werktuigkundig
werktuigkundigere	=	werktuigkundig
werktuigkundigers	=	werktuigkundig
werktuigkundigs	=	werktuigkundig
werktuigkundigst	=	werktuigkundig
werktuigkundigste	=	werktuigkundig
werktuiglijk	adj	als een werktuig, dus automatisch, zonder nadenken, als een reflex, als vanzelf maar daardoor wel voorspelbaar en betrouwbaar
werktuiglijke	=	werktuiglijk
werktuiglijker	=	werktuiglijk
werktuiglijkere	=	werktuiglijk
werktuiglijkers	=	werktuiglijk
werktuiglijks	=	werktuiglijk
werktuiglijkst	=	werktuiglijk
werktuiglijkste	=	werktuiglijk
werktuigmachine	noun	machine voor het mechanisch bewerken van materialen
werktuigmachines	=	werktuigmachine
werkuren	=	werkuur
werkuur	noun	60 minuten verrichte arbeid
werkuurtje	=	werkuur
werkuurtjes	=	werkuur
werkvak	noun	deel van een weg dat in verband met wegwerkzaamheden helemaal of gedeeltelijk is afgesloten
werkvakantie	noun	Vakantie waarin je ook werkt of om je vakantie te verdienen, of om vrijwilligers werk te doen voor een charitatieve instelling.
werkvakanties	=	werkvakantie
werkvakantietje	=	werkvakantie
werkvakantietjes	=	werkvakantie
werkvakje	=	werkvak
werkvakjes	=	werkvak
werkvakken	=	werkvak
werkveld	noun	de onderwerpen waar iemand zich bij zijn werk mee bezighoudt
werkvelden	=	werkveld
werkverband	noun	een -vaak landelijke- vereniging die de belangen tracht te behartigen van een bepaalde beroepsgroep
werkverbanden	=	werkverband
werkverbandje	=	werkverband
werkverbandjes	=	werkverband
werkverbod	noun	een situatie waarin een werkgever een werknemer tijdelijk verbiedt om te werken, vaak door middel van non-actiefstelling of vrijstelling van werkzaamheden, om redenen als onderzoek, een verstoorde arbeidsrelatie, of een reorganisatie, waarbij loon doorgaans doorbetaald moet worden
werkverboden	=	werkverbod
werkverbodje	=	werkverbod
werkverbodjes	=	werkverbod
werkverdeling	noun	het resultaat van in stukken knippen van een taak of proces en het distribueren van die taken over verschillende personen, instanties of zaken
werkverdelingen	=	werkverdeling
werkverdringing	noun	betaalde arbeid die wordt vervangen door onbetaalde arbeid
werkverdringingen	=	werkverdringing
werkverdringinkje	=	werkverdringing
werkverdringinkjes	=	werkverdringing
werkvergadering	noun	bijeenkomst waarbij collega's overleggen over de voortgang, planning of uitvoering van werkzaamheden
werkvergaderingen	=	werkvergadering
werkvergunning	noun	een officiële verklaring dat men in een bepaald land mag werken
werkvergunningen	=	werkvergunning
werkvergunninkje	=	werkvergunning
werkvergunninkjes	=	werkvergunning
werkverhouding	noun	Een werkverhouding is de juridische en feitelijke relatie tussen een werkgever en werknemer, waarbij de werknemer arbeid verricht onder gezag van de werkgever in ruil voor loon.
werkverhoudingen	=	werkverhouding
werkverhoudinkje	=	werkverhouding
werkverhoudinkjes	=	werkverhouding
werkverlet	noun	het niet kunnen werken
werkverschaffing	noun	organiseren van projecten om werklozen een nuttige tijdsbesteding te geven
werkverschaffingen	=	werkverschaffing
werkverschaffingsproject	noun	een activiteit die als voornaamste doel heeft werkelozen een nuttige tijdsbesteding te geven
werkverschaffingsprojecten	=	werkverschaffingsproject
werkverschaffinkje	=	werkverschaffing
werkverschaffinkjes	=	werkverschaffing
werkverslaafde	noun	een aan werk verslaafde persoon
werkverslaafden	=	werkverslaafde
werkverslaafdes	=	werkverslaafde
werkvertrek	noun	ruimte (in een gebouw) waarin men arbeidt
werkvertrekje	=	werkvertrek
werkvertrekjes	=	werkvertrek
werkvertrekken	=	werkvertrek
werkverzuim	noun	niet werken terwijl je dat normaliter wel zou doen
werkvisa	=	werkvisum
werkvisum	noun	document dat een buitenlander het recht geeft in een land te zijn en daar te werken
werkvisums	=	werkvisum
werkvloer	noun	de plaats waar gewerkt wordt
werkvloeren	=	werkvloer
werkvloertje	=	werkvloer
werkvolk	noun	de klasse van arbeiders
werkvolkje	=	werkvolk
werkvolkjes	=	werkvolk
werkvoorbereiding	noun	alle technische en logistieke voorbereidingen—zoals planning, materiaalinkoop en tekenwerk—die nodig zijn om een project (in bouw, techniek of industrie) soepel en binnen budget uit te voeren.
werkvoorbereidingen	=	werkvoorbereiding
werkvoorbereidinkje	=	werkvoorbereiding
werkvoorbereidinkjes	=	werkvoorbereiding
werkvoorraad	noun	een hoeveelheid opdrachten die nog moet worden uitgevoerd
werkvoorraadje	=	werkvoorraad
werkvoorraadjes	=	werkvoorraad
werkvoorraden	=	werkvoorraad
werkvoorziening	noun	instelling die er voor zorgt dat mensen aan het werk zijn ook als dit economisch van minder belang is
werkvoorzieningen	=	werkvoorziening
werkvoorzieningschap	noun	organisatie waar mensen met een verminderde arbeidsproductiviteit betaald werk kunnen verrichten
werkvoorzieningschappen	=	werkvoorzieningschap
werkvoorzieningsschap	noun	organisatie waar mensen met een verminderde arbeidsproductiviteit betaald werk kunnen verrichten
werkvoorzieningsschappen	=	werkvoorzieningsschap
werkvorm	noun	manier van werken
werkvormen	=	werkvorm
werkvormpje	=	werkvorm
werkvormpjes	=	werkvorm
werkvrouw	noun	hulp in de huishouding die voor een gering loon het zware werk doet
werkvrouwen	=	werkvrouw
werkvrouwtje	=	werkvrouw
werkvrouwtjes	=	werkvrouw
werkweek	noun	week waarin er gewerkt wordt
werkweekje	=	werkweek
werkweekjes	=	werkweek
werkweg	noun	weg speciaal voor werkverkeer
werkwegen	=	werkweg
werkwegje	=	werkweg
werkwegjes	=	werkweg
werkweigering	noun	de keer dat een werknemer opgedragen werk weigert uit te voeren
werkweigeringen	=	werkweigering
werkweken	=	werkweek
werkwijze	noun	de manier waarop men te werk gaat
werkwijzen	=	werkwijze
werkwillig	adj	tot werken bereid
werkwillige	noun	iemand die bereid is te werken
werkwilligen	=	werkwillige
werkwilliger	=	werkwillig
werkwilligere	=	werkwillig
werkwilligers	=	werkwillig
werkwilligs	=	werkwillig
werkwilligst	=	werkwillig
werkwilligste	=	werkwillig
werkwinkel	noun	Vlaamse instantie die mensen die moeilijk zelf aan werk kunnen komen helpt om toch werk te vinden
werkwinkels	=	werkwinkel
werkwoord	noun	woordsoort die in de eerste plaats een handeling of toestand uitdrukt
werkwoordelijk	adj	betrekking hebben op een werkwoord, (alleen maar) werkwoorden bevattend
werkwoordelijke	=	werkwoordelijk
werkwoordelijker	=	werkwoordelijk
werkwoordelijkere	=	werkwoordelijk
werkwoordelijkers	=	werkwoordelijk
werkwoordelijks	=	werkwoordelijk
werkwoordelijkst	=	werkwoordelijk
werkwoordelijkste	=	werkwoordelijk
werkwoorden	=	werkwoord
werkwoordfout	noun	een vergissing in het gebruik of de spelling van werkwoorden
werkwoordfouten	=	werkwoordfout
werkwoordje	=	werkwoord
werkwoordjes	=	werkwoord
werkwoordschema	noun	visueel overzicht dat alle mogelijke tijden en wijzen van een werkwoord weergeeft, zoals de tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord en verschillende toekomende tijden, met voorbeelden voor elke vorm
werkwoordschema's	=	werkwoordschema
werkwoordschemaatje	=	werkwoordschema
werkwoordschemaatjes	=	werkwoordschema
werkwoordsfout	noun	een vergissing in het gebruik of de spelling van werkwoorden
werkwoordsfouten	=	werkwoordsfout
werkwoordsschema	noun	visueel overzicht dat alle mogelijke tijden en wijzen van een werkwoord weergeeft, zoals de tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord en verschillende toekomende tijden, met voorbeelden voor elke vorm
werkwoordsschema's	=	werkwoordsschema
werkwoordsschemaatje	=	werkwoordsschema
werkwoordsschemaatjes	=	werkwoordsschema
werkwoordsstam	noun	het werkwoord zonder de laatste -en
werkwoordsstammen	=	werkwoordsstam
werkwoordstam	noun	deel van een werkwoord dat verschilt van andere werkwoorden, de vorm zonder een uitgang: in principe de onbepaalde wijs zonder de afsluitende /ən/-klank, die in de regel overeenkomt met de eerste persoon enkelvoud in de onvoltooid tegenwoordige tijd
werkwoordstammen	=	werkwoordstam
werkwoordstijd	noun	in het Nederlands kennen we 8 verschillende werkwoordstijden
werkwoordstijden	=	werkwoordstijd
werkwoordsvervoeging	noun	een manier hoe een werkwoord vervoegt wordt
werkwoordsvervoegingen	=	werkwoordsvervoeging
werkwoordsvervoeginkje	=	werkwoordsvervoeging
werkwoordsvervoeginkjes	=	werkwoordsvervoeging
werkwoordsvorm	noun	een vervoegingsvorm van een werkwoord.
werkwoordsvormen	=	werkwoordsvorm
werkwoordsvormpje	=	werkwoordsvorm
werkwoordsvormpjes	=	werkwoordsvorm
werkwoordtijd	noun	in het Nederlands kennen we 8 verschillende werkwoordtijden
werkwoordtijden	=	werkwoordtijd
werkwoordvervoeging	noun	een manier hoe een werkwoord vervoegt wordt
werkwoordvervoegingen	=	werkwoordvervoeging
werkwoordvervoeginkje	=	werkwoordvervoeging
werkwoordvervoeginkjes	=	werkwoordvervoeging
werkwoordvorm	noun	een van de vormen die het werkwoord kan aannemen
werkwoordvormen	=	werkwoordvorm
werkzaam	adj	als werknemer bezig
werkzaamheden	=	werkzaamheid
werkzaamheid	noun	vlijt, ijver
werkzaamheidje	=	werkzaamheid
werkzaams	=	werkzaam
werkzaamst	=	werkzaam
werkzaamste	=	werkzaam
werkzame	=	werkzaam
werkzamer	=	werkzaam
werkzamere	=	werkzaam
werkzamers	=	werkzaam
werkzoekende	noun	iemand die werk zoekt
werkzoekenden	=	werkzoekende
werp	=	werpen
werpanker	noun	licht anker dat gemakkelijk kan worden uitgebracht
werpankers	=	werpanker
werpankertje	=	werpanker
werpankertjes	=	werpanker
werparm	noun	de arm die men gebruikt bij het werpen
werparmen	=	werparm
werpe	=	werpen
werpen	verb	met een krachtige zwaai van de arm iets uit de hand naar iets of iemand heen laten gaan
werpend	=	werpen
werpende	=	werpen
werper	noun	iemand die werpt
werpers	=	werper
werpertje	=	werper
werpertjes	=	werper
werpgoud	noun	cadeau voor een vrouw na het ter wereld brengen van een kind
werphengel	noun	een hengel met als doel het aas te werpen
werphengels	=	werphengel
werphengeltje	=	werphengel
werphengeltjes	=	werphengel
werping	noun	het met de hand gooien
werpingen	=	werping
werpkist	noun	omheinde, houten ruimte die geschikt is voor een zwanger wijfjesdier om haar jongen te baren en ze na de geboorte te verzorgen
werpkisten	=	werpkist
werpkistje	=	werpkist
werpkistjes	=	werpkist
werplans	noun	speer of spies die men met de hand werpt
werplansen	=	werplans
werplijn	noun	lijn vanwaar men iets werpt
werplijnen	=	werplijn
werploden	=	werplood
werplood	noun|obsolete	staafvormig gewicht aan een touw (de loodlijn) om de waterdiepte te peilen, en tevens kan in de vetgemaakte holle onderkant een monster van de bodem worden genomen
werploodje	=	werplood
werploodjes	=	werplood
werpmolen	noun	de molen waarmee men de visdraad binnenhaalt bij een werphengel
werpmolens	=	werpmolen
werpnet	noun	een met kogels verzwaard net dat, op het water geworpen, snel zinkt en alle vissen insluit
werpnetje	=	werpnet
werpnetjes	=	werpnet
werpnetten	=	werpnet
werpnummer	noun	elk van de onderdelen van atletiek waarbij men een voorwerp zo ver mogelijk probeert te gooien
werpnummers	=	werpnummer
werpplaat	noun	plaat van waar de werper de bal naar de slagman gooit bij honkbal en softbal
werpplaatje	=	werpplaat
werpplaatjes	=	werpplaat
werpplaten	=	werpplaat
werpschotel	noun	frisbee
werpschotels	=	werpschotel
werpschoteltje	=	werpschotel
werpschoteltjes	=	werpschotel
werpspeer	noun	lang puntig wapen dat men naar het te bejagen dier of de vijand kan gooien
werpspeertje	=	werpspeer
werpspeertjes	=	werpspeer
werpspel	noun	spel waarbij men een voorwerp gooit
werpspelen	=	werpspel
werpspellen	=	werpspel
werpsperen	=	werpspeer
werpspies	noun	speer die men naar de vijand kan werpen
werpspiesen	=	werpspies
werpspiesje	=	werpspies
werpspiesjes	=	werpspies
werpspiezen	=	werpspies
werpster	noun	vrouw die gooit
werpsterren	=	werpster
werpsterretje	=	werpster
werpsters	=	werpster
werpstertje	=	werpster
werpt	=	werpen
werptol	noun	tol met ijzeren punt die men met een eromheen gewonden touwtje laat draaien en op de grond gooit
werptollen	=	werptol
werptolletje	=	werptol
werptolletjes	=	werptol
werptuig	noun	apparaat waarmee men voorwerpen met kracht over grote afstanden kan gooien
werptuigen	=	werptuig
werpwapen	noun	wapen waarmee men door gooien een vijand op afstand kan treffen
werpwapens	=	werpwapen
werst	noun	oude Russische lengtemaat uit tsaristische tijden.
wersten	=	werst
werstje	=	werst
werve	=	werven
wervel	noun	een bot van de wervelkolom
wervelbed	noun	hoeveelheid relatief fijne vaste deeltjes die door een (hete) luchtstroom in een wervelende beweging wordt gebracht
wervelbedcentrale	noun	elektriciteitscentrale die energie produceert door verbranding met wervelbedtechniek
wervelbedcentrales	=	wervelbedcentrale
wervelbedden	=	wervelbed
wervelbedje	=	wervelbed
wervelbedjes	=	wervelbed
wervelde	=	wervelen
wervelden	=	wervelen
wervele	=	wervelen
wervelen	verb	zich al draaiend ergens heen bewegen
wervelend	adj	snel ronddraaiend
wervelende	=	wervelen
wervelender	=	wervelend
wervelendere	=	wervelend
wervelenders	=	wervelend
wervelends	=	wervelend
wervelendst	=	wervelend
wervelendste	=	wervelend
werveling	noun	wervelende beweging op een bepaalde plaats
wervelingen	=	werveling
wervelkanaal	noun	kanaal, gevormd door de opeenvolgende wervelholten waardoor het ruggenmerg loopt
wervelkanaaltje	=	wervelkanaal
wervelkanaaltjes	=	wervelkanaal
wervelkanalen	=	wervelkanaal
wervelkolom	noun	zuil gevormd door de wervels gelegen in de rug, die de enige steun van het hoofd en de romp uitmaakt en waarin het ruggenmerg zit
wervelkolommen	=	wervelkolom
wervelkolommetje	=	wervelkolom
wervelkolommetjes	=	wervelkolom
wervels	=	wervel
wervelstorm	noun	zeer krachtige ronddraaiende storm
wervelstormen	=	wervelstorm
wervelstormpje	=	wervelstorm
wervelstromen	=	wervelstroom
wervelstroom	noun	door een veranderend magnetisch veld in een stuk metaal geïnduceerde stroom
wervelstroompje	=	wervelstroom
wervelstroompjes	=	wervelstroom
wervelt	=	wervelen
werveltje	=	wervel
werveltjes	=	wervel
wervelwind	noun	de omhoog wervelende vochtige lucht die kan ontstaan in een onweersbui
wervelwinden	=	wervelwind
wervelwindje	=	wervelwind
wervelwindjes	=	wervelwind
werven	verb	mensen zien te verkrijgen als lid of voor een bepaalde taak
wervend	=	werven
wervende	=	werven
werver	noun	iemand die werft
wervers	=	werver
wervertje	=	werver
werving	noun	het verkrijgen van nieuwe klanten, leden of vrijwilligers
wervingen	=	werving
wervingsactie	noun	activiteit om nieuwe medewerkers of leden te werven en aan te trekken voor een organisatie of een goed doel
wervingsacties	=	wervingsactie
wervingsactietje	=	wervingsactie
wervingsactietjes	=	wervingsactie
wervingsbureau	noun	een organisatie met de hoofdzakelijke bezigheid om mensen te vinden, aan te trekken en aan te stellen voor vast of tijdelijk werk
wervingsbureaus	=	wervingsbureau
wervingsbureautje	=	wervingsbureau
wervingsbureautjes	=	wervingsbureau
wervingscampagne	noun	een actie om mensen als lid of voor een bepaalde taak te verkrijgen
wervingscampagnes	=	wervingscampagne
wervingskosten	noun	geld dat gemoeid is bij het werven van personeel
wervingsstop	noun	het niet meer op zoek gaan naar nieuw personeel voor een bedrijf o
wervingsstops	=	wervingsstop
weshalve	conj	om welke reden; om die reden
weshalven	=	weshalve
wesp	noun	Apocrita een zwart-geel gestreept vliesvleugelig insect dat geen mier of bij is
wespachtige	noun	insect uit de superfamilie Vespoidea van de onderorde Apocrita.
wespachtigen	noun	Vespoidea een superfamilie van de onderorde Apocrita.
wespbij	noun	Nomada een geslacht van vliesvleugelige insecten uit de familie bijen en hommels (Apidae)
wespbijen	=	wespbij
wespbijtje	=	wespbij
wespbijtjes	=	wespbij
wespen	=	wesp
wespenbastvlieg	noun	Xylomya maculata een vliegensoort uit de familie van de Xylomyidae.
wespenbastvliegen	=	wespenbastvlieg
wespenbastvliegje	=	wespenbastvlieg
wespenbastvliegjes	=	wespenbastvlieg
wespendief	noun	Pernis apivorus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
wespendiefje	=	wespendief
wespendiefjes	=	wespendief
wespendieven	=	wespendief
wespendoder	noun	Ophiocordyceps sphecocephala een schimmel behorend tot de familie Ophiocordycipitaceae.
wespendoders	=	wespendoder
wespendodertje	=	wespendoder
wespendodertjes	=	wespendoder
wespeninvasie	noun	plotselinge sterke toenamen van het aantal wespen (Vespidae) op een bepaalde plaats
wespennest	noun	door wespen gebouwd nest waar zij hun broed verzorgen
wespennesten	=	wespennest
wespennestje	=	wespennest
wespennestjes	=	wespennest
wespenorchis	noun	een geslacht Epipactis van ongeveer zeventig soorten uit de orchideeënfamilie (Orchidaceae)
wespenorchisje	=	wespenorchis
wespenorchissen	=	wespenorchis
wespenspin	=	wespspin
wespensteek	noun	een prik door een gewone wesp
wespensteekje	=	wespensteek
wespensteekjes	=	wespensteek
wespensteken	=	wespensteek
wespentaille	noun	een zeer smalle taille, een sterk geaccentueerde taille
wespentailles	=	wespentaille
wespentailletje	=	wespentaille
wespentailletjes	=	wespentaille
wespje	=	wesp
wespjes	=	wesp
wespreus	noun	Volucella inanis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wespreusje	=	wespreus
wespreusjes	=	wespreus
wespreuzen	=	wespreus
wespspin	noun	Argiope bruennichi een spin uit de familie Araneidae, ook wel echte spinnen genoemd.
wespspinnen	=	wespspin
wespspinnetje	=	wespspin
wespspinnetjes	=	wespspin
wespvlinder	noun	insect uit de familie Sesiidae van vlinders in de superfamilie Cossoidea.
wespvlinders	noun	een familie Sesiidae van vlinders in de superfamilie Cossoidea.
wespvlindertje	=	wespvlinder
wespvlindertjes	=	wespvlinder
wessi	noun|informal	Duitser uit de voormalige Bondsrepubliek Duitsland
wessi's	=	wessi
west	adv	de richting waarin de zon ondergaat
west-andessmaragdkolibrie	noun	Chlorostilbon melanorhynchus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
west-andessmaragdkolibries	=	west-andessmaragdkolibrie
west-andessmaragdkolibrietje	=	west-andessmaragdkolibrie
west-andessmaragdkolibrietjes	=	west-andessmaragdkolibrie
west-duits	adj	op West-Duitsland betrekking hebbend
west-duitse	noun	een vrouwelijke inwoner van West-Duitsland, of iemand afkomstig hiervan
west-duitser	noun	een inwoner van West-Duitsland, of iemand afkomstig hiervan
west-duitsere	=	west-duits
west-duitsers	=	west-duitser
west-duitst	=	west-duits
west-duitste	=	west-duits
west-europeaan	noun	een inwoner van West-Europa, of iemand afkomstig uit West-Europa
west-europeanen	=	west-europeaan
west-europees	adj	op West-Europa betrekking hebbend
west-europeest	=	west-europees
west-europeeste	=	west-europees
west-europese	noun	een vrouwelijke inwoner van West-Europa, of een vrouw afkomstig uit West-Europa
west-europesen	=	west-europese
west-europeser	=	west-europees
west-europesere	=	west-europees
west-europesers	=	west-europees
west-fries	adj	verwant aan of met betrekking tot de de streek West-Friesland	noun	iemand die in West-Friesland woont of daaruit afkomstig is
west-friese	=	west-fries
west-frieser	=	west-fries
west-friesere	=	west-fries
west-friesers	=	west-fries
west-friest	=	west-fries
west-frieste	=	west-fries
west-friezen	=	west-fries
west-genootschapskarekiet	noun	Acrocephalus musae een zangvogel uit de familie Acrocephalidae.
west-genootschapskarekieten	=	west-genootschapskarekiet
west-genootschapskarekietje	=	west-genootschapskarekiet
west-genootschapskarekietjes	=	west-genootschapskarekiet
west-germaans	adj	betrekking hebbend op dat deel van de Germaanse taalfamilie waar het Nederlands, Fries en Duits toe horen, maar niet het Gotisch of het Noors
west-germaanse	=	west-germaans
west-germaanser	=	west-germaans
west-germaansere	=	west-germaans
west-germaansers	=	west-germaans
west-germaanst	=	west-germaans
west-germaanste	=	west-germaans
west-indisch	adj	betreft het Caraïbisch gebied, met name de eilanden (Antillen) en de omringende kustgebieden van Midden- en Zuid-Amerika, oorspronkelijk zo genoemd omdat Columbus dacht dat hij via het westen Indië had bereikt
west-indische	=	west-indisch
west-indischer	=	west-indisch
west-indischere	=	west-indisch
west-indischers	=	west-indisch
west-salomonsvalkuil	noun	Athene jacquinoti een vogel uit de familie Strigidae (Echte uilen).
west-salomonsvalkuilen	=	west-salomonsvalkuil
west-salomonsvalkuiltje	=	west-salomonsvalkuil
west-salomonsvalkuiltjes	=	west-salomonsvalkuil
west-vlaams	adj	verwant aan of met betrekking tot de provincie West-Vlaanderen
west-vlaamse	noun	een vrouwelijke inwoner van West-Vlaanderen, of een vrouw afkomstig uit West-Vlaanderen
west-vlaamsen	=	west-vlaamse
west-vlaamser	=	west-vlaams
west-vlaamsere	=	west-vlaams
west-vlaamsers	=	west-vlaams
west-vlaamst	=	west-vlaams
west-vlaamste	=	west-vlaams
west-vlaming	noun	een inwoner van West-Vlaanderen, of iemand afkomstig uit West-Vlaanderen
west-vlamingen	=	west-vlaming
westelijk	adj	aan de kant van het westen
westelijke	=	westelijk
westelijken	verb	gaan waaien vanuit de richting waar de zon ondergaat, naar het westen draaien
westelijkend	=	westelijken
westelijkende	=	westelijken
westelijker	=	westelijk
westelijkere	=	westelijk
westelijkers	=	westelijk
westelijks	=	westelijk
westelijkst	=	westelijk
westelijkste	=	westelijk
westelijkt	=	westelijken
westelijkte	verb	enkelvoud verleden tijd van westelijken
westelijkten	=	westelijken
westen	noun	een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de linkerkant
westenwind	noun	wind die uit het westen komt.
westenwinddrift	noun	op gematigde breedten (35°-55° n.br. of z.br.) optredende oostelijk gerichte zeestroming die door de heersende westenwinden wordt aangedreven
westenwinden	=	westenwind
westenwindje	=	westenwind
westenwindjes	=	westenwind
wester	adj	geeft als eerste lid in samenstellingen aan dat het door het tweede lid genoemde westelijk ligt of daarvandaan komt
westerlengte	noun	coördinaat, uit gedrukt in graden, van een punt op de aarde dat ten westen van Greenwich ligt
westerling	noun	iemand uit het westen van het land
westerlingen	=	westerling
westerlingetje	=	westerling
westerlingetjes	=	westerling
western	noun	een film die speelt in het Wilde Westen, de westelijke staten van de VS in de 19e eeuw
westernklassieker	noun	een verhaal of film van het genre western die als een iconisch verhaal of film wordt gezien
westernklassiekers	=	westernklassieker
westerns	=	western
westerntje	=	western
westerntjes	=	western
westers	adj	met betrekking tot of gelegen in het Westen
westerse	=	westers
westerser	=	westers
westersere	=	westers
westersers	=	westers
westerst	=	westers
westerste	=	westers
westerstorm	noun	een zeer krachtige wind uit het westen
westerstormen	=	westerstorm
westfaals	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit de Duitse streek Westfalen
westfaalsch	=	westfaals
westfaalse	=	westfaals
westfaalser	=	westfaals
westfaalsere	=	westfaals
westfaalsers	=	westfaals
westfaalst	=	westfaals
westfaalste	=	westfaals
westflank	noun	de flank die in het westen gelegen is.
westflanken	=	westflank
westflankje	=	westflank
westflankjes	=	westflank
westfries	=	west-fries
westgevel	noun	de gevel aan de westzijde van het gebouw.
westgevels	=	westgevel
westgeveltje	=	westgevel
westgeveltjes	=	westgevel
westgrens	noun	de uiterste westerse rand van een gebied
westgrenzen	=	westgrens
westhoek	noun	deelgebied dat zich vanuit een plaats van meer betekenis vooral uitstrekt in de richting van de ondergaande zon
westhoeken	=	westhoek
westhoekje	=	westhoek
westhoekjes	=	westhoek
westkant	noun	de kant die in het westen gelegen is.
westkanten	=	westkant
westkantje	=	westkant
westkantjes	=	westkant
westkust	noun	de westelijke zeeoever/kustgebied, de kust die in het westen gelegen is.
westkusten	=	westkust
westkustje	=	westkust
westkustjes	=	westkust
westlandstormvogel	noun	Procellaria westlandica een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
westlandstormvogels	=	westlandstormvogel
westlandstormvogeltje	=	westlandstormvogel
westlandstormvogeltjes	=	westlandstormvogel
westnijlkoorts	noun	een door muggen overgebrachte virusziekte die vooral onder vogels slachtoffers maakt, maar die ook zoogdieren als de mens en het paard kan treffen die voor het eerst in 1937 in Oeganda werd beschreven
westnijlvirus	noun	door muggensteken overgedragen flavivirus dat de tropenziekte westnijlkoorts veroorzaakt
westnijlvirussen	=	westnijlvirus
westnoordwest	adv	tussen noordwest en west
westnoordwestelijk	adj	tussen het westen en het noordwesten in
westnoordwestelijke	=	westnoordwestelijk
westnoordwestelijker	=	westnoordwestelijk
westnoordwestelijkere	=	westnoordwestelijk
westnoordwestelijkers	=	westnoordwestelijk
westnoordwestelijks	=	westnoordwestelijk
westnoordwestelijkst	=	westnoordwestelijk
westnoordwestelijkste	=	westnoordwestelijk
westnoordwesten	noun	precies tussen het westen en het noordwesten
westoever	noun	de westelijke oever van een water, rivier, meer, zee of kanaal
westoevers	=	westoever
westplaining	noun	het bekijken en beoordelen van politieke, culturele of andere fenomenen vanuit een westers perspectief
westpunt	noun	punt aan de horizon waar de zon op 21 maart en 22 september ondergaat
westpunten	=	westpunt
westpuntje	=	westpunt
westpuntjes	=	westpunt
westrand	noun	de rand die in het westen gelegen is.
westranden	=	westrand
westrandje	=	westrand
westrandjes	=	westrand
weststation	noun	het station dat in het westen van een stad gelegen is en soms ook een kopstation met sporen enkel in westelijke richting
weststationnetje	=	weststation
weststationnetjes	=	weststation
weststations	=	weststation
westtak	noun	de tak van een tracé dat richting het westen gelegen is.
westtakje	=	westtak
westtakjes	=	westtak
westtakken	=	westtak
westvleugel	noun	de vleugel die in het westen gelegen is.
westvleugels	=	westvleugel
westvleugeltje	=	westvleugel
westvleugeltjes	=	westvleugel
westwaarts	adv	in een westelijke richting, naar het westen
westwaartse	=	westwaarts
westwaartser	=	westwaarts
westwaartsere	=	westwaarts
westwaartsers	=	westwaarts
westwaartst	=	westwaarts
westwaartste	=	westwaarts
westzij	noun	de zijde die in het westen ligt.
westzijde	noun	de zijde die in het westen ligt.
westzijden	=	westzijde
westzijdes	=	westzijde
westzijdetje	=	westzijde
westzijdetjes	=	westzijde
westzuidwest	adv	tussen zuidwest en west
westzuidwestelijk	adj	tussen het westen en het zuidwesten in
westzuidwestelijke	=	westzuidwestelijk
westzuidwestelijker	=	westzuidwestelijk
westzuidwestelijkere	=	westzuidwestelijk
westzuidwestelijkers	=	westzuidwestelijk
westzuidwestelijks	=	westzuidwestelijk
westzuidwestelijkst	=	westzuidwestelijk
westzuidwestelijkste	=	westzuidwestelijk
westzuidwesten	noun	precies tussen het westen en het zuidwesten
weswege	adv|obsolete	om genoemde reden
wet	noun	een door de overheid opgestelde regel
weta	noun	rechtvleugelige uit de groep van verschillende families (Anostostomatidae, Rhaphidophoridae) van insecten die behoren tot de rechtvleugeligen, meer specifiek tot de krekels (Ensifera).
weta's	noun	een groep van verschillende families (Anostostomatidae, Rhaphidophoridae) van insecten die behoren tot de rechtvleugeligen, meer specifiek tot de krekels (Ensifera).
wetaatje	=	weta
wetaatjes	=	weta
wetardwerghoningeter	noun	Myzomela kuehni een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
wetardwerghoningeters	=	wetardwerghoningeter
wetardwerghoningetertje	=	wetardwerghoningeter
wetardwerghoningetertjes	=	wetardwerghoningeter
wetardwergooruil	noun	Otus tempestatis een vogelsoort uit de familie van de strigidae (uilen).
wetardwergooruilen	=	wetardwergooruil
wetardwergooruiltje	=	wetardwergooruil
wetardwergooruiltjes	=	wetardwergooruil
wetarhoningeter	noun	Lichmera notabilis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
wetarhoningeters	=	wetarhoningeter
wetarhoningetertje	=	wetarhoningeter
wetarhoningetertjes	=	wetarhoningeter
wetarvijgvogel	noun	Sphecotheres hypoleucus een endemische vogelsoort die alleen voorkomt op Wetar (Zuid-Molukken, Indonesië).
wetarvijgvogels	=	wetarvijgvogel
wetarvijgvogeltje	=	wetarvijgvogel
wetarvijgvogeltjes	=	wetarvijgvogel
wetarwielewaal	noun	Oriolus finschi een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
wetarwielewaaltje	=	wetarwielewaal
wetarwielewaaltjes	=	wetarwielewaal
wetarwielewalen	=	wetarwielewaal
wetboek	noun	door de wetgevende macht ondersteunde verzameling rechtsbepalingen voor een bepaald gebied
wetboeken	=	wetboek
wetboekje	=	wetboek
wetboekjes	=	wetboek
wete	=	weten
weten	verb	ergens kennis van hebben
wetend	adj	blijk gevend van kennis, inzicht of wijsheid
wetende	=	wetend
wetender	=	wetend
wetendere	=	wetend
wetenders	=	wetend
wetends	=	wetend
wetendst	=	wetend
wetendste	=	wetend
wetens	noun	van de bewuste kennis	adv	met volledig besef van wat je doet
wetenschap	noun	het weten van de mens; georganiseerde kennis in de samenleving
wetenschapje	=	wetenschap
wetenschapjes	=	wetenschap
wetenschappelijk	adj	met betrekking tot of volgens de wetenschap
wetenschappelijk-technisch	adj	betrekking hebbend op het snijvlak van wetenschap (kennis vergaren over de natuur) en techniek (toepassen van die kennis voor praktische doelen)
wetenschappelijk-technische	=	wetenschappelijk-technisch
wetenschappelijk-technischer	=	wetenschappelijk-technisch
wetenschappelijk-technischere	=	wetenschappelijk-technisch
wetenschappelijk-technischers	=	wetenschappelijk-technisch
wetenschappelijke	=	wetenschappelijk
wetenschappelijker	=	wetenschappelijk
wetenschappelijkere	=	wetenschappelijk
wetenschappelijkers	=	wetenschappelijk
wetenschappelijkheden	=	wetenschappelijkheid
wetenschappelijkheid	noun	de mate waarin iets voldoet aan de eisen van de wetenschappelijke methode
wetenschappelijks	=	wetenschappelijk
wetenschappelijkst	=	wetenschappelijk
wetenschappelijkste	=	wetenschappelijk
wetenschappen	=	wetenschap
wetenschapper	noun	iemand die de wetenschap beoefent
wetenschappers	=	wetenschapper
wetenschappertje	=	wetenschapper
wetenschappertjes	=	wetenschapper
wetenschapsagenda	noun	samenhangende reeks activiteiten om op bepaalde gebieden universitair onderzoek en de maatschappelijke effecten daarvan te versterken
wetenschapsagenda's	=	wetenschapsagenda
wetenschapsbedrijf	noun	het geheel van de wetenschappelijke bedrijvigheid en de organisatie van de wetenschap.
wetenschapsbedrijfje	=	wetenschapsbedrijf
wetenschapsbedrijfjes	=	wetenschapsbedrijf
wetenschapsbedrijven	=	wetenschapsbedrijf
wetenschapsbeleid	noun	wetenschapspolitiek d.w.z. beleid ten aanzien van de betrekkingen tussen wetenschap en samenleving of welvaart
wetenschapsbeoefening	noun	beoefening van één of meer takken van wetenschap
wetenschapsbeoefeningen	=	wetenschapsbeoefening
wetenschapscommunicatie	noun	het communiceren van (bèta-)wetenschappen met niet-wetenschappers
wetenschapscommunicaties	=	wetenschapscommunicatie
wetenschapsdynamica	noun	onderzoek naar factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van de wetenschap
wetenschapsfilosofie	noun	het deel van de filosofie dat zich bezighoudt met de wetenschap
wetenschapsfilosofietje	=	wetenschapsfilosofie
wetenschapsfilosofieën	=	wetenschapsfilosofie
wetenschapsfilosofisch	adj	betreft de tak van de filosofie die kritisch onderzoek doet naar de fundamenten, methoden, implicaties en betrouwbaarheid van wetenschappelijke kennis
wetenschapsfilosofische	=	wetenschapsfilosofisch
wetenschapsfilosofischer	=	wetenschapsfilosofisch
wetenschapsfilosofischere	=	wetenschapsfilosofisch
wetenschapsfilosofischers	=	wetenschapsfilosofisch
wetenschapsgebied	noun	een specifiek domein binnen de wetenschap
wetenschapsgebieden	=	wetenschapsgebied
wetenschapsgeschiedenis	noun	het verschijnsel van de afgelopen ontwikkeling van de wetenschap
wetenschapsgeschiedenissen	=	wetenschapsgeschiedenis
wetenschapshaat	noun	een sterke afkeer van alles wat wetenschap is, haar conclusies, haar resultaten, haar instituties, haar beoefenaars
wetenschapshistorisch	adj	betrekking hebbend op de studie naar (het belang van) de wetenschap in de loop van de geschiedenis
wetenschapshistorische	=	wetenschapshistorisch
wetenschapshistorischer	=	wetenschapshistorisch
wetenschapshistorischere	=	wetenschapshistorisch
wetenschapshistorischers	=	wetenschapshistorisch
wetenschapsjournalist	noun	verslaggever van wetenschapsnieuws
wetenschapsjournalisten	=	wetenschapsjournalist
wetenschapsjournalistiek	noun	verslaggeving van wetenschappelijk onderzoek voor een niet-wetenschappelijk onderlegd publiek
wetenschapsleer	noun	wetenschapstheorie
wetenschapsleertje	=	wetenschapsleer
wetenschapsleertjes	=	wetenschapsleer
wetenschapslieden	=	wetenschapsman
wetenschapslui	=	wetenschapsman
wetenschapsman	noun	man die zich beijvert stelselmatige kennis en begrip op academisch niveau te vergroten
wetenschapsmannen	=	wetenschapsman
wetenschapsmannetje	=	wetenschapsman
wetenschapsmannetjes	=	wetenschapsman
wetenschapsmusea	=	wetenschapsmuseum
wetenschapsmuseum	noun	gebouw met een tentoonstelling waarin de ontwikkeling van een wetenschap getoond wordt
wetenschapsmuseums	=	wetenschapsmuseum
wetenschapsnieuws	noun	de actuele ontwikkelingen op het gebied van de wetenschap
wetenschapsorganisatie	noun	organisatie die de samenwerking tussen verschillende wetenschappers en kennisinstituten bevordert
wetenschapsorganisaties	=	wetenschapsorganisatie
wetenschapsorganisatietje	=	wetenschapsorganisatie
wetenschapsorganisatietjes	=	wetenschapsorganisatie
wetenschapspolitiek	noun	beleid ten aanzien van de betrekkingen tussen wetenschap en samenleving of welvaart
wetenschapspsychologie	noun	de studie vanuit de psychologie naar de wetenschap en gerelateerde zaken
wetenschapssector	noun	de bedrijfstak van alle producten en diensten op het gebied van onderzoek en wetenschap
wetenschapssectoren	=	wetenschapssector
wetenschapssectors	=	wetenschapssector
wetenschapssubsidie	noun	geld dat men aan wetenschappers geeft om wetenschappelijk onderzoek te doen
wetenschapssubsidies	=	wetenschapssubsidie
wetenschapster	noun	vrouwelijke vorm van wetenschapper
wetenschapsters	=	wetenschapster
wetenschapstertje	=	wetenschapster
wetenschapstertjes	=	wetenschapster
wetenschapstheoretisch	adj	betreft het systematisch ontwikkelen van modellen, hypothesen en conceptuele kaders om natuurlijke of sociale verschijnselen te verklaren en voorspellen
wetenschapstheoretische	=	wetenschapstheoretisch
wetenschapstheoretischer	=	wetenschapstheoretisch
wetenschapstheoretischere	=	wetenschapstheoretisch
wetenschapstheoretischers	=	wetenschapstheoretisch
wetenschapstheorie	noun	theorie van de wetenschappen
wetenschapstheorieën	=	wetenschapstheorie
wetenschapsvrouw	noun	vrouw die zich beijvert stelselmatige kennis en begrip op academisch niveau te vergroten
wetenschapsvrouwen	=	wetenschapsvrouw
wetenswaardig	adj	van iets dat het de moeite waard is om te weten
wetenswaardige	=	wetenswaardig
wetenswaardiger	=	wetenswaardig
wetenswaardigere	=	wetenswaardig
wetenswaardigers	=	wetenswaardig
wetenswaardigheden	=	wetenswaardigheid
wetenswaardigheid	noun	iets wat interessant genoeg is om geweten te worden, of vooral leuk genoeg om geweten te worden
wetenswaardigheidje	=	wetenswaardigheid
wetenswaardigheidjes	=	wetenswaardigheid
wetenswaardigs	=	wetenswaardig
wetenswaardigst	=	wetenswaardig
wetenswaardigste	=	wetenswaardig
weter	noun	iemand die iets weet
wetering	noun	een gegraven watergang, vooral in laagveengebieden; brede sloot
weteringen	=	wetering
weterinkje	=	wetering
weters	=	weter
wetgeef	=	wetgeven
wetgegeven	=	wetgeven
wetgeleerde	noun	iemand die de religieuze wet heeft bestudeerd
wetgeleerden	=	wetgeleerde
wetgeve	=	wetgeven
wetgeven	verb	voorbereiden en vaststellen van nieuwe wetten
wetgevend	adj	het recht hebbend om wetten te maken en uit te vaardigen
wetgevende	=	wetgeven
wetgevends	=	wetgevend
wetgever	noun	wetgevende macht (in Nederland de combinatie van regering en beide kamers van de Staten-Generaal)
wetgeveren	=	wetgever
wetgevers	=	wetgever
wetgevertje	=	wetgever
wetgeving	noun	het geheel aan wetten die in een land gelden
wetgevingen	=	wetgeving
wetgevingsproces	noun	alle handelingen die leiden tot een nieuwe wet of wetsaanpassing
wetgevingsprocessen	=	wetgevingsproces
wetgevinkje	=	wetgeving
wetgevinkjes	=	wetgeving
wethouder	noun	een lid van het dagelijkse uitvoerende bestuur van een Nederlandse gemeente
wethouderlijk	adj	van een door de gemeenteraad gekozen lid van het dagelijks bestuur van een gemeente
wethouderlijke	=	wethouderlijk
wethouderlijker	=	wethouderlijk
wethouderlijkere	=	wethouderlijk
wethouderlijkers	=	wethouderlijk
wethouderlijks	=	wethouderlijk
wethouderlijkst	=	wethouderlijk
wethouderlijkste	=	wethouderlijk
wethouders	=	wethouder
wethouderschap	noun	het wethouder zijn
wethouderschapje	=	wethouderschap
wethouderschapjes	=	wethouderschap
wethouderschappen	=	wethouderschap
wethouderskandidaat	noun	iemand die in aanmerking komt voor de functie van wethouder
wethouderskandidaten	=	wethouderskandidaat
wethouderszetel	noun	de functie als wethouder
wethouderszetels	=	wethouderszetel
wethoudertje	=	wethouder
wethoudertjes	=	wethouder
wetje	=	wet
wetjes	=	wet
wetland	noun	waterrijk natuurgebied waar de afwisseling tussen droge en natte perioden een grote rol speelt
wetlands	=	wetland
wetlook	noun	een Engelse term die betrekking heeft op activiteiten waarbij mensen nat worden terwijl ze kleding dragen en daaraan plezier beleven
wetmatig	adj	overeenkomstig de regels en eisen van de juridische wetgeving
wetmatige	=	wetmatig
wetmatiger	=	wetmatig
wetmatigere	=	wetmatig
wetmatigers	=	wetmatig
wetmatigheden	=	wetmatigheid
wetmatigheid	noun	een samenhang die overal en altijd aanwezig is omdat ze gebaseerd is op natuurwetenschappelijke wetten
wetmatigs	=	wetmatig
wetmatigst	=	wetmatig
wetmatigste	=	wetmatig
wetplank	noun	plank waarop men messen kan scherpen (wetten)
wetplanken	=	wetplank
wetplankje	=	wetplank
wetplankjes	=	wetplank
wetsartikel	noun	artikel van een wet
wetsartikelen	=	wetsartikel
wetsartikels	=	wetsartikel
wetsartikeltje	=	wetsartikel
wetsartikeltjes	=	wetsartikel
wetsbepaling	noun	een specifiek voorschrift, artikel of regel binnen een wet.
wetsbepalingen	=	wetsbepaling
wetsbepalinkje	=	wetsbepaling
wetsbepalinkjes	=	wetsbepaling
wetschending	noun	betekent het overtreden of schenden van een wettelijke bepaling of regel.
wetschendingen	=	wetschending
wetschendinkje	=	wetschending
wetschendinkjes	=	wetschending
wetsdelict	noun	wettelijk strafbaar feit
wetsdelicten	=	wetsdelict
wetsdelictje	=	wetsdelict
wetsdelictjes	=	wetsdelict
wetsdienaar	noun	handhaver van de wet
wetsdienaars	=	wetsdienaar
wetsdienaartje	=	wetsdienaar
wetsdienaren	=	wetsdienaar
wetsdokter	noun	arts die belast is met medisch onderzoek dat gedaan wordt in het kader van de wetshandhaving
wetsdokters	=	wetsdokter
wetsgrond	noun	wettelijke ondersteuning voor een bepaalde handeling
wetsgronden	=	wetsgrond
wetsmatiging	noun	een term die vooral door de Vlaamse overheid wordt gebruikt voor beleid dat erop is gericht om de hoeveelheid wet- en regelgeving te verminderen, te vereenvoudigen en de administratieve overlast voor burgers en bedrijven te beperken
wetsmatigingen	=	wetsmatiging
wetsmatigingetje	=	wetsmatiging
wetsmatigingetjes	=	wetsmatiging
wetsontduiker	noun	iemand die de wet ontduikt
wetsontduikers	=	wetsontduiker
wetsontduikertje	=	wetsontduiker
wetsontduikertjes	=	wetsontduiker
wetsontduiking	noun	handeling die erop is gericht een wet te omzeilen
wetsontduikingen	=	wetsontduiking
wetsontduikinkje	=	wetsontduiking
wetsontduikinkjes	=	wetsontduiking
wetsontwerp	noun	een tekstvoorstel voor een nieuwe wet vervaardigd en ingediend door de regering
wetsontwerpen	=	wetsontwerp
wetsontwerpje	=	wetsontwerp
wetsontwerpjes	=	wetsontwerp
wetsovertreder	noun	iemand die een wet overtreedt
wetsovertreders	=	wetsovertreder
wetsovertreding	noun	een illegale handeling; een handeling die in strijd is met de wet
wetsovertredingen	=	wetsovertreding
wetsovertredinkje	=	wetsovertreding
wetsovertredinkjes	=	wetsovertreding
wetsrol	noun	rol waarop de Joodse wet is geschreven
wetsrollen	=	wetsrol
wetsschennis	noun	een illegale handeling; een handeling die in strijd is met de wet
wetsschennissen	=	wetsschennis
wetstaal	noun	het idioom waarin de wetten zijn geschreven
wetstalen	=	wetstaal
wetstechnisch	adj	verwijst naar de betekenis of interpretatie van een wet vanuit een juridisch, formeel of technisch-juridisch perspectief
wetstechnische	=	wetstechnisch
wetstechnischer	=	wetstechnisch
wetstechnischere	=	wetstechnisch
wetstechnischers	=	wetstechnisch
wetsteen	noun	blok uit een hard mineraal met een vlak oppervlak, dat uit zeer fijne korrels bestaat, waarmee je scherp gereedschap van kleine braampjes kan ontdoen, bijvoorbeeld na het slijpen
wetsteentje	=	wetsteen
wetsteentjes	=	wetsteen
wetstekst	noun	de letterlijke, schriftelijke inhoud van een wet
wetsteksten	=	wetstekst
wetstenen	=	wetsteen
wetstraatjournalist	noun	verslaggever die vanuit Brussel schrijft over Belgische politiek
wetstraatjournalisten	=	wetstraatjournalist
wetstraatjournalistje	=	wetstraatjournalist
wetstraatjournalistjes	=	wetstraatjournalist
wetsuit	noun	pak gemaakt van neopreen, waarbij tussen het pak en het lichaam van de drager een dun laagje water aanwezig is en zo de drager beschermt tegen onderkoeling
wetsuitje	=	wetsuit
wetsuitjes	=	wetsuit
wetsuits	=	wetsuit
wetsverandering	noun	een verandering in de wetgeving
wetsveranderingen	=	wetsverandering
wetsveranderingetje	=	wetsverandering
wetsveranderingetjes	=	wetsverandering
wetsverzetting	noun	ontzetten of ontbinden van een magistraat of een bestuur, van stad, van provincie, of van staat
wetsverzettingen	=	wetsverzetting
wetsverzettinkje	=	wetsverzetting
wetsverzettinkjes	=	wetsverzetting
wetsvoorstel	noun	een tekstvoorstel voor een nieuwe wet vervaardigd en ingediend door een of meer leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers / Tweede Kamer of de Senaat (Eerste Kamer)
wetsvoorstellen	=	wetsvoorstel
wetsvoorstelletje	=	wetsvoorstel
wetsvoorstelletjes	=	wetsvoorstel
wetswijziging	noun	verandering van regels die de wetgever vaststelt
wetswijzigingen	=	wetswijziging
wetswijzigingetje	=	wetswijziging
wetswijzigingetjes	=	wetswijziging
wetswinkel	noun	organisatie waar men gratis of tegen geringe vergoeding rechtshulp kan krijgen, juridisch adviesbureau
wetswinkels	=	wetswinkel
wette	=	wetten
wettekst	noun	de geschreven inhoud van een wet zoals deze in het wetboek is opgenomen
wetteksten	=	wettekst
wettelijk	adj	in overeenstemming met de wet
wettelijke	=	wettelijk
wettelijker	=	wettelijk
wettelijkere	=	wettelijk
wettelijkers	=	wettelijk
wettelijkheden	=	wettelijkheid
wettelijkheid	noun	de mate waarin iets of iemand zich kan baseren op de geldende wetgeving
wettelijks	=	wettelijk
wettelijkst	=	wettelijk
wettelijkste	=	wettelijk
wetteloos	adj	zonder wet
wetteloosheden	=	wetteloosheid
wetteloosheid	noun	het wetteloos zijn
wetteloost	=	wetteloos
wettelooste	=	wetteloos
wetteloze	=	wetteloos
wettelozer	=	wetteloos
wettelozere	=	wetteloos
wettelozers	=	wetteloos
wetten	verb	het aanscherpen [1] van een mes op een wetsteen
wettend	=	wetten
wettende	=	wetten
wettig	adj	in overeenstemming met de wet
wettigde	=	wettigen
wettigden	=	wettigen
wettige	=	wettig
wettigen	verb	wettig maken
wettigend	=	wettigen
wettigende	=	wettigen
wettiger	=	wettig
wettigere	=	wettig
wettigers	=	wettig
wettigheden	=	wettigheid
wettigheid	noun	het in overeenkomst met de wet zijn
wettiging	noun	het wettigen
wettigingen	=	wettiging
wettigingetje	=	wettiging
wettigingetjes	=	wettiging
wettigs	=	wettig
wettigst	=	wettig
wettigste	=	wettig
wettigt	=	wettigen
wettisch	adj	overdreven gericht op het strikt naleven van voorschriften met verwaarlozing van de bedoelingen daarachter
wettische	=	wettisch
wettischer	=	wettisch
wettischere	=	wettisch
wettischers	=	wettisch
wetvoorstel	=	wetsvoorstel
weur	=	weer
weure	=	weer
weve	=	weven
weven	verb	een weefsel vervaardigen door lengte- en dwarsdraden in elkaar rechthoekig te vlechten
wevend	=	weven
wevende	=	weven
wever	noun	iemand die voor zijn beroep stoffen weeft
weverbok	noun	Lamia textor een keversoort uit de familie boktorren (Cerambycidae).
weverbokje	=	weverbok
weverbokjes	=	weverbok
weverbokken	=	weverbok
weverij	noun	een bedrijf dat met behulp van weefgetouwen textiel vervaardigt
weverijen	=	weverij
weverijtje	=	weverij
weverijtjes	=	weverij
wevermier	noun	insect uit de geslacht Oecophylla van mieren uit de onderfamilie schubmieren (Formicinae).
wevermieren	noun	Oecophylla een geslacht van mieren uit de onderfamilie schubmieren (Formicinae).
wevermiertje	=	wevermier
wevermiertjes	=	wevermier
wevers	=	wever
weversbomen	=	weversboom
weversboom	noun	onderdeel van een weefgetouw
weversboompje	=	weversboom
weversboompjes	=	weversboom
wevershuis	noun	klein vaak monumentaal huisje, waarin vroeger een wever woonde
wevershuisje	=	wevershuis
wevershuisjes	=	wevershuis
wevershuizen	=	wevershuis
weverskaarde	noun	bepaald soort plant, Dipsacus fullonum (syn.: Dipsacus sylvestris) uit de kaardenbolfamilie (Dipsacaceae)
weverskaarden	=	weverskaarde
weverskam	noun	een inrichting om de kettingdraden strak te trekken bij het weven
weverskammen	=	weverskam
weverskammetje	=	weverskam
weverskammetjes	=	weverskam
weversknoop	noun	bepaald soort verbinding van twee draden door lussen aan de uiteinden te vervlechten en aan te trekken
weversknopen	=	weversknoop
weversspoel	noun	schietspoel
weversspoelen	=	weversspoel
wevertje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor sommige hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae)
wevertjes	=	wever
wevervogel	noun	vaak in grote groepen levende zangvogel uit de familie wevers en verwanten (Ploceidae).
wevervogels	=	wevervogel
wevervogeltje	=	wevervogel
wevervogeltjes	=	wevervogel
weymouth-dennenblaasroest	noun	Cronartium ribicola een roestschimmel, die Ribes-soorten en pinus-soorten waarvan de naalden in bosjes van vijf bij elkaar staan aantast: bijvoorbeeld de weymouthden en de suikerden.
weymouth-dennenblaasroesten	=	weymouth-dennenblaasroest
weymouth-dennenblaasroestje	=	weymouth-dennenblaasroest
weymouth-dennenblaasroestjes	=	weymouth-dennenblaasroest
weymouthden	noun	Pinus strobus een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae).
weymouthdennen	=	weymouthden
weymouthdennetje	=	weymouthden
weymouthdennetjes	=	weymouthden
weywode	=	woiwode
weze	=	zijn
wezel	noun	bepaald soort zoogdier, Mustela nivales zeer klein en schuw dier uit de familie der marterachtigen (Mustelidae
wezelachtigen	noun	een onderfamilie Mustelinae van roofdieren uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae).
wezelcavia	noun	Galea musteloides knaagdier uit de familie van de cavia-achtigen (Caviidae).
wezelcavia's	=	wezelcavia
wezelcaviaatje	=	wezelcavia
wezelcaviaatjes	=	wezelcavia
wezelhaai	noun	Hemipristis elongata een vissensoort uit de familie van de wezelhaaien (Hemigaleidae).
wezelhaaien	noun	een familie Hemigaleidae van grondhaaien die bestaat uit 4 geslachten en 8 soorten.
wezelhaaitje	=	wezelhaai
wezelhaaitjes	=	wezelhaai
wezelmaki	noun	zoogdier uit het geslacht Lepilemur van halfapen die voorkomen op het eiland Madagaskar
wezelmaki's	noun	een geslacht Lepilemur van halfapen die voorkomen op het eiland Madagaskar
wezelmakietje	=	wezelmaki
wezelmakietjes	=	wezelmaki
wezels	=	wezel
wezeltje	=	wezel
wezeltjes	=	wezel
wezen	noun	bestaand individu, inzonderlijk een persoon of dier	verb	alternatieve onbepaalde wijs vanzijn.
wezend	=	wezen
wezende	=	wezen
wezenheden	=	wezenheid
wezenheid	noun	wezen, essentie
wezenheidje	=	wezenheid
wezenheidjes	=	wezenheid
wezenlijk	adj	fundamenteel
wezenlijke	=	wezenlijk
wezenlijker	=	wezenlijk
wezenlijkere	=	wezenlijk
wezenlijkers	=	wezenlijk
wezenlijkheden	=	wezenlijkheid
wezenlijkheid	noun	het wezenlijk zijn
wezenlijks	=	wezenlijk
wezenlijkst	=	wezenlijk
wezenlijkste	=	wezenlijk
wezenloos	adj	gedachteloos, versteend, nog net niet bewusteloos
wezenloosheden	=	wezenloosheid
wezenloosheid	noun	het wezenloos zijn
wezenloost	=	wezenloos
wezenlooste	=	wezenloos
wezenloze	=	wezenloos
wezenlozer	=	wezenloos
wezenlozere	=	wezenloos
wezenlozers	=	wezenloos
wezens	=	wezen
wezensvreemd	adj	niet overeenkomstig met de ware aard van iets of iemand
wezensvreemde	=	wezensvreemd
wezensvreemder	=	wezensvreemd
wezensvreemdere	=	wezensvreemd
wezensvreemders	=	wezensvreemd
wezensvreemds	=	wezensvreemd
wezensvreemdst	=	wezensvreemd
wezensvreemdste	=	wezensvreemd
wezentje	=	wezen
wezentjes	=	wezen
wezenwet	noun	wet die een uitkering regelt voor kinderen waarvan beide ouders overleden zijn
wezenwetten	=	wezenwet
wezenzondag	noun	zondag tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren
weêrgaê	=	weerga
weêrlicht	=	weerlicht
weësriem	num	en twintig
whapp	=	whappen
whappe	=	whappen
whappen	verb|informal	berichten versturen met een smartphone
whappend	=	whappen
whappende	=	whappen
whappt	=	whappen
whappte	=	whappen
whappten	=	whappen
whataboutisme	noun	het is een verwijt van schijnheiligheid: je ontzegt de ander recht van spreken door er een onverwant onderwerp of een buitenproportioneel grotere versie van hetzelfde onderwerp bij te halen
whataboutismen	=	whataboutisme
whatever	pron|informal	wat dan ook, maakt niet uit wat	intj|informal	ter uitdrukking van onverschilligheid: wat maakt het uit
whatsapp	noun	bericht verstuurd met de internet berichtendienst WhatsApp
whatsappbericht	noun	een bericht verstuurd via het internet met WhatsApp
whatsappberichten	=	whatsappbericht
whatsappe	=	whatsappen
whatsappen	verb	berichten versturen met WhatsApp
whatsappend	=	whatsappen
whatsappende	=	whatsappen
whatsapper	noun	iemand die het communicatieplatform WhatsApp gebruikt
whatsappers	=	whatsapper
whatsappgroep	noun	speciaal gecreëerde groep van gebruikers van de berichtendienst Whats App waarbinnen men makkelijk berichten kan sturen naar alle leden van die groep
whatsappgroepen	=	whatsappgroep
whatsappgroepje	=	whatsappgroep
whatsappgroepjes	=	whatsappgroep
whatsappje	=	whatsapp
whatsappjes	=	whatsapp
whatsapps	=	whatsapp
whatsappt	=	whatsappen
whatsappte	=	whatsappen
whatsappten	=	whatsappen
wheelerdealer	noun	ritselaar, scharrelaar
wheelerdealers	=	wheelerdealer
wheelie	noun	het op één wiel rijden van een motor
wheelies	=	wheelie
wheelietje	=	wheelie
wheelietjes	=	wheelie
whereabouts	noun	gegevens die aanduiden waar een sporter zich bevindt, zodat een onaangekondigde controle op doping mogelijk is
wherry	noun	lichte roeiboot met plaats voor een of twee roeiers en een stuurman
wherry's	=	wherry
whiplash	noun	letsel aan de nek en/of rug ten gevolge van een ongeval of andere plotselinge gebeurtenis waarbij het hoofd krachtig voor en achteruit bewogen wordt
whiplashes	=	whiplash
whippoorwill	noun	Antrostomus vociferus een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
whippoorwilletje	=	whippoorwill
whippoorwilletjes	=	whippoorwill
whippoorwills	=	whippoorwill
whirlpool	noun	een rond bad waarin men kan zitten, met water van rond de 37 ᵒC waardoorheen luchtbellen worden geperst
whirlpools	=	whirlpool
whirlpooltje	=	whirlpool
whirlpooltjes	=	whirlpool
whiskey	noun	sterke drank
whiskeys	=	whiskey
whiskeytje	=	whiskey
whiskeytjes	=	whiskey
whiskeywalm	noun	naar whiskey riekende damp
whiskeywalmen	=	whiskeywalm
whisky	noun	een sterke drank die uit gerst of uit maïs en rogge gestookt is
whisky's	=	whisky
whisky'tje	=	whisky
whisky'tjes	=	whisky
whiskyfles	noun	een fles waarin whisky zit of zat
whiskyflesje	=	whiskyfles
whiskyflesjes	=	whiskyfles
whiskyflessen	=	whiskyfles
whiskyglaasje	=	whiskyglas
whiskyglaasjes	=	whiskyglas
whiskyglas	noun	een glas dat men gebruikt om whisky uit te drinken
whiskyglazen	=	whiskyglas
whiskywalm	noun	naar whisky riekende damp
whiskywalmen	=	whiskywalm
whist	=	whisten
whiste	=	whisten
whisten	verb	het kaartspel whist spelen
whistend	=	whisten
whistende	=	whisten
whister	noun	iemand die whist speelt
whisters	=	whister
whistleblowing	noun	het openbaar maken van verborgen misstanden
whistspeler	noun	iemand die whist speelt
whistspelers	=	whistspeler
whistspelertje	=	whistspeler
whistspelertjes	=	whistspeler
whistte	=	whisten
whistten	=	whisten
whiteboard	noun	een glad, wit gekleurd metalen bord waarop men met behulp van een viltstift met uitwisbare inkt kan schrijven of tekenen en waarop men met een magneet voorwerpen kan klemmen
whiteboardje	=	whiteboard
whiteboards	=	whiteboard
whitelisten	verb	op een lijst zetten met veilige e-mailadressen en IP-adressen
whitemanhoningeter	noun	Vosea whitemanensis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
whitemanhoningeters	=	whitemanhoningeter
whitemanhoningetertje	=	whitemanhoningeter
whitemanhoningetertjes	=	whitemanhoningeter
whizzkid	noun	een kind dat erg gedreven is in het werken met de computer
whizzkids	=	whizzkid
who	noun	World Health Organization, een organisatie van de Verenigde Naties gevestigd in Genève met als doel de gezondheid van de wereldbevolking te bevorderen
whodunit	noun	een subgenre van detectiveverhalen, waarin de nadruk geheel ligt op het proberen te achterhalen wie de dader is van een moord of ander misdrijf
whodunits	=	whodunit
whyte-baardvogel	noun	Stactolaema whytii een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
whyte-baardvogels	=	whyte-baardvogel
whyte-baardvogeltje	=	whyte-baardvogel
whyte-baardvogeltjes	=	whyte-baardvogel
wia-uitkering	noun	een uitkering van het UWV voor werknemers die na 2 jaar ziekte nog niet of niet meer volledig kunnen werken
wia-uitkeringen	=	wia-uitkering
wia-uitkerinkje	=	wia-uitkering
wia-uitkerinkjes	=	wia-uitkering
wibo	noun	een klasse van stalen zeiljachten, variërend in lengte van 6 tot 13 meter
wibo's	=	wibo
wic	abbrev	West-Indische Compagnie
wicca	noun	een neoheidense natuurreligie die in 1954 werd gepopulariseerd door Gerald Gardner
wicca's	=	wicca
wichel	=	wichelen
wichelaar	noun	iemand die voorspellingen doet uit bepaalde voortekenen
wichelaars	=	wichelaar
wichelaarster	noun	vrouw die wichelt met een wichelroede dan wel voorspellingen doet uit bepaalde voortekenen
wichelaarsters	=	wichelaarster
wichelares	=	wichelaar
wichelarij	noun	het verkrijgen van informatie door middel van bovennatuurlijke of niet wetenschappelijk aangetoonde middelen
wichelarijen	=	wichelarij
wichelarijtje	=	wichelarij
wichelarijtjes	=	wichelarij
wichelde	=	wichelen
wichelden	=	wichelen
wichele	=	wichelen
wichelen	verb	voorspellingen proberen te doen uit bepaalde tekens (ingewanden van dieren, stand der sterren etc...)
wichelend	=	wichelen
wichelende	=	wichelen
wichelroede	noun	Y- of L-vormig stuk hout gebruikt voor het vinden van o.a. water en edele metalen in de grond
wichelroeden	=	wichelroede
wichelroedes	=	wichelroede
wichelroedetje	=	wichelroede
wichelroedetjes	=	wichelroede
wichelt	=	wichelen
wicht	noun	meisje
wichten	=	wicht
wichtig	adj|figurative	van belang zijn, van grote betekenis
wichtige	=	wichtig
wichtiger	=	wichtig
wichtigere	=	wichtig
wichtigers	=	wichtig
wichtigs	=	wichtig
wichtigst	=	wichtig
wichtigste	=	wichtig
wichtje	=	wicht
wichtjes	=	wicht
wicket	noun	doel bij een wedstrijd
wickets	=	wicket
wida	noun	een zangvogel uit het geslacht Vidua van de familie Viduidae
wida's	noun	een familie Viduidae van vogels uit de orde zangvogels.
widaatje	=	wida
widaatjes	=	wida
widavink	noun	een zangvogelsoort van het geslacht Euplectes uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten)
widavinken	=	widavink
widavinkje	=	widavink
widavinkjes	=	widavink
widget	noun	een app die kan worden gebruikt zonder dat deze eerste hoeft te worden geopend
widgets	=	widget
widi	noun	techniek waarmee men draadloos het beeld van een draagbare computer op een televisie kan tonen
widia	noun	merknaam van een buitengewoon hard materiaal dat o.a. wordt toegepast voor snij-, boor-, frees- en zaaggereedschap
widoei	noun	gemeenschappelijke schuldbelijdenis tijdens de synagogedienst op Jom Kipoer, aansluitend aan de Amida
widoejiem	=	widoei
wie	pron	vragend voornaamwoord dat vraagt naar een persoon
wiebel	=	wiebelen
wiebelde	=	wiebelen
wiebelden	=	wiebelen
wiebele	=	wiebelen
wiebelen	verb	heen en weer bewegen bij staan of zitten
wiebelend	adj	snel en onregelmatig heel en weer bewegend
wiebelende	=	wiebelen
wiebelender	=	wiebelend
wiebelendere	=	wiebelend
wiebelenders	=	wiebelend
wiebelends	=	wiebelend
wiebelendst	=	wiebelend
wiebelendste	=	wiebelend
wiebelig	adj	zonder een goed gevoel van evenwicht
wiebelige	=	wiebelig
wiebeliger	=	wiebelig
wiebeligere	=	wiebelig
wiebeligers	=	wiebelig
wiebeligs	=	wiebelig
wiebeligst	=	wiebelig
wiebeligste	=	wiebelig
wiebelkont	noun	draaier, draaikont
wiebelkonten	=	wiebelkont
wiebelkontje	=	wiebelkont
wiebelkontjes	=	wiebelkont
wiebelpensioen	noun	een pensioen dat niet waardevast is, maar afhankelijk is van de hoogte van rendementen op de beleggingen en investeringen van pensioenfondsen
wiebelpensioenen	=	wiebelpensioen
wiebelpensioentje	=	wiebelpensioen
wiebelpensioentjes	=	wiebelpensioen
wiebelsteen	noun	bootvormige draaitol die een voorkeursdraairichting heeft
wiebelsteentje	=	wiebelsteen
wiebelsteentjes	=	wiebelsteen
wiebelstenen	=	wiebelsteen
wiebelt	=	wiebelen
wieber	=	wieberen
wieberde	=	wieberen
wieberden	=	wieberen
wiebere	=	wieberen
wieberen	verb	weggaan
wieberend	=	wieberen
wieberende	=	wieberen
wieberig	adj	in 'zich wieberig maken': zich uit de voeten maken, de plaat poetsen
wiebert	=	wieberen
wied	=	wieden
wiedde	=	wieden
wiedden	=	wieden
wiede	=	wieden
wieden	verb	onkruid verwijderen
wiedend	=	wieden
wiedende	=	wieden
wieder	noun	iemand die onkruid verwijdert
wieders	=	wieder
wiedertje	=	wieder
wiedertjes	=	wieder
wiedes	adj	zo vanzelfsprekend en logisch, dat er niet over gediscussieerd kan of hoeft te worden
wiedese	=	wiedes
wiedeser	=	wiedes
wiedest	=	wiedes
wiedewaal	=	wielewaal
wiedeweerga	noun	iets dat zich onmiddellijk en bijzonder snel beweegt
wiedt	=	wieden
wieg	noun	een bedje voor een pasgeboren zuigeling, vaak met een hemel van fijn gaas en soms met de mogelijkheid het kind zachtjes heen en weer te bewegen
wiegde	=	wiegen
wiegden	=	wiegen
wiege	=	wiegen
wiegedood	=	wiegendood
wiegedruk	=	wiegendruk
wiegel	=	wiegelen
wiegelde	=	wiegelen
wiegelden	=	wiegelen
wiegele	=	wiegelen
wiegelen	verb	heen en weer bewegen
wiegelend	=	wiegelen
wiegelende	=	wiegelen
wiegelied	noun	liedje bij het wiegen gezongen, om een kind in slaap te sussen
wiegeliederen	=	wiegelied
wiegeliedje	=	wiegelied
wiegeliedjes	=	wiegelied
wiegeling	noun	jong kind dat nog in de wieg ligt
wiegelingen	=	wiegeling
wiegelt	=	wiegelen
wiegemes	noun	mes, bestaande uit twee handgrepen en een of meerdere gebogen lemmets bedoeld om etenswaren heel fijn te snijden
wiegemessen	=	wiegemes
wiegen	verb	zachtjes heen en weer bewegen, gewoonlijk om een zuigeling in slaap te brengen
wiegend	adj	zachtjes, soepel, regelmatig heen en weer bewegend
wiegende	=	wiegen
wiegendoden	=	wiegendood
wiegendood	noun	het plotseling zonder duidelijke oorzaak overlijden van een zuigeling
wiegendruk	noun	een boek of geschrift dat gezet is met losse letters en gedrukt vóór 1 januari 1501 (in Europa)
wiegendrukje	=	wiegendruk
wiegendrukken	=	wiegendruk
wiegends	=	wiegend
wiegenkind	noun	kind dat nog in de wieg ligt
wiegenkinderen	=	wiegenkind
wiegenkindje	=	wiegenkind
wiegenkindjes	=	wiegenkind
wiegenlied	=	wiegelied
wiegje	=	wieg
wiegjes	=	wieg
wiegt	=	wiegen
wiek	noun	molenarm, windvanger op het gevlucht van een windmolen
wieke	=	wieken
wieken	verb	aanpassen van de zeilvoering op een windmolen
wiekend	=	wieken
wiekende	=	wieken
wiekje	=	wiek
wiekjes	=	wiek
wiekslag	noun	de op-en-neergaande beweging van de vleugels van een vogel
wiekslagen	=	wiekslag
wiekt	=	wieken
wiekte	=	wieken
wiekten	=	wieken
wiel	noun	ronddraaiende schijf voor voortbeweging met minimale weerstand
wielas	noun	as waarom een wiel draait
wielasje	=	wielas
wielasjes	=	wielas
wielassen	=	wielas
wielband	noun	de band die om de velg van een wiel heen zit
wielbanden	=	wielband
wielbandje	=	wielband
wielbandjes	=	wielband
wielbases	=	wielbasis
wielbasis	noun	de afstand tussen de twee middelpunten van de voor- en achteras
wielbasissen	=	wielbasis
wielboor	noun	boor om de naaf van een wiel uit te boren
wielboortje	=	wielboor
wielboortjes	=	wielboor
wielboren	=	wielboor
wieldop	noun	deksel dat de naaf van een wiel afsluit
wieldopje	=	wieldop
wieldopjes	=	wieldop
wieldoppen	=	wieldop
wieldruk	noun	deel van het gewicht van een voertuig dat door een wiel daarvan op de weg wordt overgebracht
wieldrukken	=	wieldruk
wielen	=	wiel
wielerbaan	noun	baan waarover wielerwedstrijden gehouden kunnen worden
wielerbaantje	=	wielerbaan
wielerbaantjes	=	wielerbaan
wielerbanen	=	wielerbaan
wielerbond	noun	vereniging van wielrenclubs
wielerbonden	=	wielerbond
wielerclub	noun	sportvereniging waar wielrijders en wielrenners lid van zijn
wielerclubje	=	wielerclub
wielerclubjes	=	wielerclub
wielerclubs	=	wielerclub
wielercomiteetje	=	wielercomité
wielercomiteetjes	=	wielercomité
wielercomité	noun	groep mensen die wielerwedstrijden organiseert
wielercomités	=	wielercomité
wielerfan	noun	iemand die graag naar wielerwedstrijden kijkt
wielerfans	=	wielerfan
wielergek	noun	iemand die veel houdt van het wielrennen (als sporter maar ook als volger)	adj	heel erg veel houden van wielrennen
wielergekke	=	wielergek
wielergekken	=	wielergek
wielergekker	=	wielergek
wielergekkere	=	wielergek
wielergekkers	=	wielergek
wielergeks	=	wielergek
wielergekst	=	wielergek
wielergekste	=	wielergek
wielergeschiedenis	noun	het verleden van de wielersport
wielergeschiedenissen	=	wielergeschiedenis
wielerjournalist	noun	journalist die artikelen schrijft over het wielrennen
wielerjournalisten	=	wielerjournalist
wielerklassieker	noun	een wielerwedstrijd die al vele jaren wordt georganiseerd; een wielerwedstrijd die die titel heeft gekregen van de sporters, de pers en het publiek
wielerklassiekers	=	wielerklassieker
wielerkoers	noun	een wielerwedstrijd op de weg
wielerkoersen	=	wielerkoers
wielerkoersje	=	wielerkoers
wielerkoersjes	=	wielerkoers
wielerland	noun	een land dat een betekenis in de wielersport heeft
wielerlanden	=	wielerland
wielerlandje	=	wielerland
wielerlandjes	=	wielerland
wielerliefhebber	noun	iemand die geniet van de wielersport
wielerliefhebbers	=	wielerliefhebber
wielerloopbaan	noun	de carrière als wielrenner; de periode in iemands leven als wielrenner
wielerloopbanen	=	wielerloopbaan
wielermilieu	noun	de wereld van de wielersport
wielermilieus	=	wielermilieu
wielerpeloton	noun	alle wielrenners die meedoen aan een wielerwedstrijd op de weg
wielerpelotonnetje	=	wielerpeloton
wielerpelotonnetjes	=	wielerpeloton
wielerpelotons	=	wielerpeloton
wielerploeg	noun	een groep wielrenners die onder een gezamenlijke omkadering deelnemen aan wielerwedstrijden
wielerploegen	=	wielerploeg
wielerploegje	=	wielerploeg
wielerploegjes	=	wielerploeg
wielerronde	noun	een meerdaagse wielerwedstrijd
wielerronden	=	wielerronde
wielerrondes	=	wielerronde
wielerseizoen	noun	de periode van het jaar waarin wielerwedstrijden verreden worden
wielerseizoenen	=	wielerseizoen
wielersponsor	noun	bedrijf of organisatie die wielrenners met geld ondersteunt in ruil voor naamsbekendheid
wielersponsoren	=	wielersponsor
wielersponsoring	noun	het financieel ondersteunen van een wielrenner of wielrenploeg in ruil voor naamsbekendheid
wielersponsoringen	=	wielersponsoring
wielersponsors	=	wielersponsor
wielersport	noun	is een verzamelnaam voor alle sporten waarbij gebruik wordt gemaakt van een fiets
wielersporten	=	wielersport
wielersportje	=	wielersport
wielersportjes	=	wielersport
wielerteam	noun	een groep wielrenners die onder een gezamenlijke omkadering deelnemen aan wielerwedstrijden
wielerteams	=	wielerteam
wielertoerist	noun	iemand die voor zijn plezier op de fiets lange tochten maakt
wielertoeristen	=	wielertoerist
wielertoeristje	=	wielertoerist
wielertoeristjes	=	wielertoerist
wielertoertocht	noun	een georganiseerde sportieve fietstocht die men maakt voor het plezier in het fietsen zelf en voor de gezelligheid
wielertoertochten	=	wielertoertocht
wielertoertochtje	=	wielertoertocht
wielertoertochtjes	=	wielertoertocht
wielerunie	noun	internationale bond waar nationale wielerbonden lid van zijn
wielerunies	=	wielerunie
wielervereniging	noun	sportclub voor wielrijders en wielrenners
wielerverenigingen	=	wielervereniging
wielerverenigingetje	=	wielervereniging
wielerverenigingetjes	=	wielervereniging
wielerverslaggever	noun	journalist die wielrenwedstrijden verslaat
wielerverslaggevers	=	wielerverslaggever
wielerwedstrijd	noun	snelheidswedstrijd op een racefiets
wielerwedstrijden	=	wielerwedstrijd
wielerwedstrijdje	=	wielerwedstrijd
wielerwedstrijdjes	=	wielerwedstrijd
wielerwereld	noun	alle mensen en organisaties de betrokken zijn bij het wielrennen
wielerwerelden	=	wielerwereld
wielerwereldje	=	wielerwereld
wielerwereldjes	=	wielerwereld
wieletje	=	wiel
wielewaal	noun	zwart-gele zangvogel, m.n. de Europese Oriolus oriolus van de familie van Wielewalen en vijgvogels (Oriolidae)
wielewaalfluiter	noun	Pachycephala orioloides een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
wielewaalfluiters	=	wielewaalfluiter
wielewaalfluitertje	=	wielewaalfluiter
wielewaalfluitertjes	=	wielewaalfluiter
wielewaalhoningeter	noun	Gavicalis versicolor een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
wielewaalhoningeters	=	wielewaalhoningeter
wielewaalhoningetertje	=	wielewaalhoningeter
wielewaalhoningetertjes	=	wielewaalhoningeter
wielewaaltje	=	wielewaal
wielewaaltjes	=	wielewaal
wielewaaltroepiaal	noun	Gymnomystax mexicanus een zangvogel uit de familie van de troepialen (Icteridae).
wielewaaltroepiaaltje	=	wielewaaltroepiaal
wielewaaltroepiaaltjes	=	wielewaaltroepiaal
wielewaaltroepialen	=	wielewaaltroepiaal
wielewaalvink	noun	Linurgus olivaceus een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
wielewaalvinken	=	wielewaalvink
wielewaalvinkje	=	wielewaalvink
wielewaalvinkjes	=	wielewaalvink
wielewaalzanger	noun	Hypergerus atriceps een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
wielewaalzangers	=	wielewaalzanger
wielewaalzangertje	=	wielewaalzanger
wielewaalzangertjes	=	wielewaalzanger
wielewalen	noun	een geslacht Oriolus van zangvogels uit de familie Oriolidae (wielewalen en vijgvogels).
wieling	noun	draaikolk, kolk, maalstroom
wielingen	=	wieling
wielkast	noun	behuizing waarin een wiel is ondergebracht
wielkasten	=	wielkast
wielkastje	=	wielkast
wielkastjes	=	wielkast
wielklem	noun	toestel waarmee foutief of te lang geparkeerde motorvoertuigen het wegrijden onmogelijk wordt gemaakt
wielklemmen	=	wielklem
wielklemmer	noun	persoon die wielklemmen aanbrengt en verwijdert
wielklemmers	=	wielklemmer
wielklemmetje	=	wielklem
wielklemmetjes	=	wielklem
wielkruis	noun	een symbool dat bestaat uit een gelijkzijdig kruis in een cirkel
wielmaker	noun	persoon die wielen in elkaar zet
wielmakers	=	wielmaker
wielmoer	noun	een stevige moer zoals gebruikt om een wiel aan een auto te bevestigen
wielmoeren	=	wielmoer
wielmoertje	=	wielmoer
wielmoertjes	=	wielmoer
wielnaaf	noun	naaf
wielnaven	=	wielnaaf
wielophanging	noun	de constructie die de wielen van een voertuig verbindt met het chassis.
wielophangingen	=	wielophanging
wielophanginkje	=	wielophanging
wielophanginkjes	=	wielophanging
wielren	=	wielrennen
wielrenbroek	noun	broek die gedragen wordt tijdens wielerwedstrijden
wielrenbroeken	=	wielrenbroek
wielrenbroekje	=	wielrenbroek
wielrenbroekjes	=	wielrenbroek
wielrende	=	wielrennen
wielrenden	=	wielrennen
wielrenne	=	wielrennen
wielrennen	verb	hardrijden op de fiets.
wielrennend	=	wielrennen
wielrennende	=	wielrennen
wielrenner	noun	iemand die op hoge snelheid fietst in wedstrijdverband
wielrennerij	noun	de wielersport; het beoefenen van de wielersport
wielrennerijen	=	wielrennerij
wielrenners	=	wielrenner
wielrennertje	=	wielrenner
wielrennertjes	=	wielrenner
wielrensport	noun	de sport waarbij het de bedoeling is zo snel mogelijk te fietsen
wielrensporten	=	wielrensport
wielrenster	noun	vrouwelijke vorm van wielrenner
wielrensters	=	wielrenster
wielrenstertje	=	wielrenster
wielrenstertjes	=	wielrenster
wielrent	=	wielrennen
wielrenunie	noun	organisatie voor het wielrennen; organisatie die wielerwedstrijden organiseert
wielrenvereniging	noun	sportclub voor beoefenaren van de wielrensport
wielrenverenigingen	=	wielrenvereniging
wielrenverenigingetje	=	wielrenvereniging
wielrenverenigingetjes	=	wielrenvereniging
wielrij	=	wielrijden
wielrijd	=	wielrijden
wielrijden	verb	het rijden op een fiets als sport of recreatie, fietsen
wielrijdend	=	wielrijden
wielrijdende	=	wielrijden
wielrijder	noun	iemand die fietst
wielrijders	=	wielrijder
wielrijdertje	=	wielrijder
wielrijdertjes	=	wielrijder
wielrijdster	noun	vrouw die op een fiets rijdt
wielrijdsters	=	wielrijdster
wielrijdstertje	=	wielrijdster
wielrijdstertjes	=	wielrijdster
wielstel	noun	aantal wielen die met elkaar verbonden zijn door een as
wielstellen	=	wielstel
wieltje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort paddenstoel Marasmius rotula uit de familie Marasmiaceae, die voorkomt op dode takjes, twijgen en wortels van loofbomen en zelden ook naaldbomen in bossen, parken en lanen met een voorkeur voor een vochtige bodem
wieltjes	=	wiel
wieltjesplakker	noun	wielrenner die alleen maar profiteert van het kopwerk van een ander door aan diens achterwiel te blijven hangen
wieltjesplakkers	=	wieltjesplakker
wieltjesplakkertje	=	wieltjesplakker
wieltjesplakkertjes	=	wieltjesplakker
wielvoertuig	noun	militair voertuig dat op wielen rijdt (dus niet op rupsbanden)
wielvoertuigen	=	wielvoertuig
wielvoertuigje	=	wielvoertuig
wielvoertuigjes	=	wielvoertuig
wielvormig	adj	vorm van een wiel hebbend
wielvormige	=	wielvormig
wielvormiger	=	wielvormig
wielvormigere	=	wielvormig
wielvormigers	=	wielvormig
wielvormigs	=	wielvormig
wielvormigst	=	wielvormig
wielvormigste	=	wielvormig
wielwebkaardespin	noun	Uloborus walckenaerius een spinnensoort uit de familie wielwebkaardespinnen
wielwebkaardespinnen	noun	Uloboridae een familie van spinnen.
wielwebkaardespinnetje	=	wielwebkaardespin
wielwebkaardespinnetjes	=	wielwebkaardespin
wielwebspin	noun	spin uit de familie Araneidae
wielwebspinnen	noun	Araneidae een familie van spinnen die wereldwijd tegen de drieduizend soorten telt.
wielwebspinnetje	=	wielwebspin
wieme	noun	plaats op de zolder van een boerderij waar men het vlees hangt om het te laten roken
wiemen	=	wieme
wienerschnitzel	noun	gepaneerde, platte lap kalfsvlees gebraden in reuzel of olie en geserveerd met citroen
wienerschnitzels	=	wienerschnitzel
wiens	pron	genitief van wie: van wie, waarvan
wiep	noun	bundel stro
wiepen	=	wiep
wier	noun	benaming voor in water voorkomende vaatloze, plantachtige organismen	pron|obsolete	genitief vrouwelijk enkelvoud van wie: van wie
wierd	=	worden
wierde	noun	kunstmatige heuvel die bij vloed of overstromingen diende als toevluchtsoord voor inwoners in Groningen
wierden	=	wierde
wierdetje	=	wierde
wierdijk	noun	dijk met een wieriem
wierdijken	=	wierdijk
wierdijkje	=	wierdijk
wierdijkjes	=	wierdijk
wieren	=	wier
wierf	=	werven
wierft	=	werven
wierig	adj	opgewekt, levendig, vrolijk, beweeglijk
wierige	=	wierig
wieriger	=	wierig
wierigere	=	wierig
wierigers	=	wierig
wierigs	=	wierig
wierigst	=	wierig
wierigste	=	wierig
wieroke	=	wieroken
wieroken	verb	geur verspreiden door het branden van gomhars
wierokend	=	wieroken
wierokende	=	wieroken
wierook	noun	een mengsel van aromatische organische stoffen, dat aangestoken kan worden en dan een als aangenaam beoordeelde geur verspreidt, oorspronkelijk met name de hars (olibanum) van de wierookboom Boswellia
wierookceder	noun	Calocedrus decurrens een groenblijvende conifeer uit de cipresfamilie (Cupressaceae).
wierookceders	=	wierookceder
wierookcedertje	=	wierookceder
wierookcedertjes	=	wierookceder
wierookdrager	noun	persoon, inz. misdienaar, die het wierookvat bedient.
wierookdragers	=	wierookdrager
wierookdragertje	=	wierookdrager
wierookdragertjes	=	wierookdrager
wierookje	=	wierook
wierookjes	=	wierook
wierookt	=	wieroken
wierookte	=	wieroken
wierookten	=	wieroken
wierookvaatje	=	wierookvat
wierookvaatjes	=	wierookvat
wierookvat	noun	vat waarin men wierook kan verbranden en waarmee men de welriekende rook kan verspreiden
wierookvaten	=	wierookvat
wierp	=	werpen
wierpe	=	werpen
wierpen	=	werpen
wierpot	noun	een filter in het koelwatersysteem van vaartuigen, dat ervoor moet zorgen dat het systeem geen waterplanten en ander materiaal binnen krijgt
wierpotje	=	wierpot
wierpotjes	=	wierpot
wierpotten	=	wierpot
wierpt	=	werpen
wierriem	noun	muur of wal van zeegras, vroeger gebruikt als glooiingsverdediging
wierriemen	=	wierriem
wierriemetje	=	wierriem
wierriemetjes	=	wierriem
wierriemretje	=	wierriem
wierriemtjes	=	wierriem
wiers	noun	ophoping van gedroogd gras
wierschorpioenvis	noun	Rhinopias aphanes een straalvinnige vissensoort uit de familie van schorpioenvissen (Scorpaenidae).
wierschorpioenvisje	=	wierschorpioenvis
wierschorpioenvisjes	=	wierschorpioenvis
wierschorpioenvissen	=	wierschorpioenvis
wiersen	=	wiers
wierslakken	noun	Plakobranchidae een familie van weekdieren uit de klasse van de Gastropoda (slakken)
wiertje	=	wier
wiertjes	=	wier
wierve	=	werven
wierven	=	werven
wiervis	noun	Phyllopteryx taeniolatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van zeenaalden en zeepaardjes (Syngnathidae).
wiervisje	=	wiervis
wiervisjes	=	wiervis
wiervissen	=	wiervis
wiervlieg	noun	insect uit de familie Coelopidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wiervliegen	noun	Coelopidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wiervliegje	=	wiervlieg
wiervliegjes	=	wiervlieg
wierzeevinger	noun	Alcyonidium polyoum een mosdiertjessoort uit de familie van de Alcyonidiidae.
wierzeevingers	=	wierzeevinger
wierzeevingertje	=	wierzeevinger
wierzeevingertjes	=	wierzeevinger
wierzwammen	noun	een stam Mucoromycota van schimmels die voorheen werd geclassificeerd als een onderstam van de stam Zygomycota
wies	=	wassen
wiesde	=	wiezen
wiesden	=	wiezen
wiese	=	wassen
wiesen	=	wassen
wiest	=	wassen
wiet	noun	benaming voor de als roesmiddel gebruikte gedroogde toppen van de vrouwelijke hennepplant, Cannabis sativa
wietboter	noun	boter waarin de psychoactieve stof THC (die voorkomt in marihuana) is opgelost en die o.a. wordt gebruikt in spacecake of wietpannenkoeken
wietboters	=	wietboter
wietbotertje	=	wietboter
wietbotertjes	=	wietboter
wietburger	noun	een plantaardige (veganistische) burger gemaakt van zeewier
wietburgers	=	wietburger
wietexperiment	noun	proefneming rond productie, verkoop en gebruikt van marihuana
wietexperimenten	=	wietexperiment
wietexperimentje	=	wietexperiment
wietexperimentjes	=	wietexperiment
wiethuwelijk	noun	een bruiloft waar de gasten cannabis gebruiken in plaats van alcohol
wiethuwelijken	=	wiethuwelijk
wieting	=	wijting
wietkwekerij	noun	hennepkwekerij waarin men de grondstof voor wiet produceert
wietkwekerijen	=	wietkwekerij
wietkwekerijtje	=	wietkwekerij
wietkwekerijtjes	=	wietkwekerij
wietpas	noun	een pas die in bepaalde plaatsen in Nederland verplicht is om wiet (drugs) te kunnen kopen.
wietpasje	=	wietpas
wietpasjes	=	wietpas
wietpassen	=	wietpas
wietpil	noun	pil met medicinale cannabis
wietpillen	=	wietpil
wietpilletje	=	wietpil
wietpilletjes	=	wietpil
wietplant	noun	Cannabis sativa marihuanaplant
wietplantage	noun	kwekerij van hennep ten behoeve van de wietproductie
wietplantages	=	wietplantage
wietplanten	=	wietplant
wietplantje	=	wietplant
wietplantjes	=	wietplant
wietstok	noun	domme onnozele jongen
wietstokje	=	wietstok
wietstokjes	=	wietstok
wietstokken	=	wietstok
wietteelt	noun	verbouw van hennep om marihuana te maken
wietteelten	=	wietteelt
wietteler	noun	iemand die hennep kweekt voor de cannabis productie
wiettelers	=	wietteler
wiettelertje	=	wietteler
wiettelertjes	=	wietteler
wiewauw	=	wiewauwen
wiewauwde	=	wiewauwen
wiewauwden	=	wiewauwen
wiewauwe	=	wiewauwen
wiewauwen	verb	onrustig bewegen, slingeren, wiebelen
wiewauwend	=	wiewauwen
wiewauwende	=	wiewauwen
wiewauwt	=	wiewauwen
wiewouter	=	vijfwouter
wieze	=	wiezen
wiezen	verb	Het gelijknamig kaartspel spelen	noun	Een populair kaartspel, whist
wiezend	=	wiezen
wiezende	=	wiezen
wifi	noun	draadloze internet verbinding voor korte afstanden.
wifi's	=	wifi
wificode	noun	code die nodig is om in te kunnen loggen op een beveiligd wifinetwerk
wificodes	=	wificode
wificodetje	=	wificode
wificodetjes	=	wificode
wifietje	=	wifi
wifinetwerk	noun	een draadloos netwerk voor computers en het internet over korte afstanden
wifinetwerken	=	wifinetwerk
wifitracking	noun	volgen van personen met behulp van de wifisignalen die hun smartphones uitzenden
wifiverbinding	noun	draadloze internetverbinding
wifiverbindingen	=	wifiverbinding
wifiverbindinkje	=	wifiverbinding
wifiverbindinkjes	=	wifiverbinding
wig	noun	een metalen of houten blok, met twee schuine kanten onder een scherpe hoek, waarmee men iets kan vastklemmen of kan kloven
wigge	noun	een metalen of houten blok, met twee schuine kanten onder een scherpe hoek, waarmee men iets kan vastklemmen of kan kloven
wiggebeen	=	wiggenbeen
wiggen	=	wig
wiggenbeen	noun	een van de beenderen van de schedel dat als een wig tussen de schedelbeenderen geplaatst is
wiggenbeenderen	=	wiggenbeen
wiggenbeentje	=	wiggenbeen
wiggenbeentjes	=	wiggenbeen
wiggenbenen	=	wiggenbeen
wiggetje	=	wig
wiggetjes	=	wig
wigje	=	wig
wigjes	=	wig
wigsnavel	noun	dier (vogel) met een wigvormige snavel
wigsnavelgors	noun	Acanthidops bairdii een vogel in de familie van de Thraupidae (tangaren)
wigsnavelgorsje	=	wigsnavelgors
wigsnavelgorsjes	=	wigsnavelgors
wigsnavelgorzen	=	wigsnavelgors
wigsnavelmuisspecht	noun	Glyphorynchus spirurus een vogel uit de onderfamilie muisspechten (Dendrocolaptinae) en de familie van de ovenvogels.
wigsnavelmuisspechten	=	wigsnavelmuisspecht
wigsnavelmuisspechtje	=	wigsnavelmuisspecht
wigsnavelmuisspechtjes	=	wigsnavelmuisspecht
wigsnavels	=	wigsnavel
wigsnaveltje	=	wigsnavel
wigsnaveltjes	=	wigsnavel
wigspons	noun	Suberites virgultosus een dier uit de familie Suberitidae.
wigsponsen	=	wigspons
wigsponsje	=	wigspons
wigsponsjes	=	wigspons
wigsponzen	=	wigspons
wigstaart	noun	zwarte zee-eend
wigstaartarend	noun	Aquila audax een roofvogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae).
wigstaartarenden	=	wigstaartarend
wigstaartarendje	=	wigstaartarend
wigstaartarendjes	=	wigstaartarend
wigstaartbergnimf	noun	Oreotrochilus adela een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
wigstaartbergnimfen	=	wigstaartbergnimf
wigstaartbergnimfje	=	wigstaartbergnimf
wigstaartbergnimfjes	=	wigstaartbergnimf
wigstaarten	=	wigstaart
wigstaartgrasgors	noun	Emberizoides herbicola een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
wigstaartgrasgorsje	=	wigstaartgrasgors
wigstaartgrasgorsjes	=	wigstaartgrasgors
wigstaartgrasgorzen	=	wigstaartgrasgors
wigstaartje	=	wigstaart
wigstaartjery	noun	Hartertula flavoviridis een zangvogel uit de familie Bernieridae.
wigstaartjery's	=	wigstaartjery
wigstaartjery'tje	=	wigstaartjery
wigstaartjery'tjes	=	wigstaartjery
wigstaartjes	=	wigstaart
wigstaartmiervogel	noun	Cercomacra brasiliana een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
wigstaartmiervogels	=	wigstaartmiervogel
wigstaartmiervogeltje	=	wigstaartmiervogel
wigstaartmiervogeltjes	=	wigstaartmiervogel
wigstaartmonarch	noun	Symposiachrus axillaris een zangvogel uit de familie monarchen (Monarchidae).
wigstaartmonarchen	=	wigstaartmonarch
wigstaartmonarchje	=	wigstaartmonarch
wigstaartmonarchjes	=	wigstaartmonarch
wigstaartpapegaaiduif	noun	Treron sphenurus een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
wigstaartpapegaaiduifje	=	wigstaartpapegaaiduif
wigstaartpapegaaiduifjes	=	wigstaartpapegaaiduif
wigstaartpapegaaiduiven	=	wigstaartpapegaaiduif
wigstaartpijlstormvogel	noun	Ardenna pacifica een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
wigstaartpijlstormvogels	=	wigstaartpijlstormvogel
wigstaartpijlstormvogeltje	=	wigstaartpijlstormvogel
wigstaartpijlstormvogeltjes	=	wigstaartpijlstormvogel
wigstaartreuzennachtzwaluw	noun	Nyctibius aethereus een vogel uit de familie Nyctibiidae (reuzennachtzwaluwen).
wigstaartreuzennachtzwaluwen	=	wigstaartreuzennachtzwaluw
wigstaartreuzennachtzwaluwtje	=	wigstaartreuzennachtzwaluw
wigstaartreuzennachtzwaluwtjes	=	wigstaartreuzennachtzwaluw
wigstaartsabelvleugel	noun	Pampa curvipennis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
wigstaartsabelvleugelen	=	wigstaartsabelvleugel
wigstaartsabelvleugels	=	wigstaartsabelvleugel
wigstaartsabelvleugeltje	=	wigstaartsabelvleugel
wigstaartsabelvleugeltjes	=	wigstaartsabelvleugel
wigstaarttok	noun	Ocyceros birostris een neushoornvogel die voorkomt in India
wigstaarttokje	=	wigstaarttok
wigstaarttokjes	=	wigstaarttok
wigstaarttokken	=	wigstaarttok
wigstaartwouw	noun	Haliastur sphenurus een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae).
wigstaartwouwen	=	wigstaartwouw
wigstaartwouwtje	=	wigstaartwouw
wigstaartwouwtjes	=	wigstaartwouw
wigvormig	adj	vorm van een wig hebbend
wigvormige	=	wigvormig
wigvormiger	=	wigvormig
wigvormigere	=	wigvormig
wigvormigers	=	wigvormig
wigvormigs	=	wigvormig
wigvormigst	=	wigvormig
wigvormigste	=	wigvormig
wigwam	noun	koepelvormig huis gebruikt door de Noord-Amerikaanse indianen
wigwams	=	wigwam
wii	=	wiiën
wiide	=	wiiën
wiiden	=	wiiën
wiit	=	wiiën
wiië	=	wiiën
wiiën	verb	met een Wii-spelcomputer gamen
wiiënd	=	wiiën
wiiënde	=	wiiën
wij	pron	nominatief (onderwerp), verwijst naar de groep mensen waar de spreker of schrijver bij hoort
wij-gevoel	noun	het gevoel met zijn allen bij een bepaalde groep te horen
wij-vorm	noun	een manier van vertellen waarbij de verteller als 'wij' optreedt
wij-vormen	=	wij-vorm
wij-zij-denken	noun	denken in tegenstellingen
wijbroden	=	wijbrood
wijbrood	noun	gewijd brood
wijchenaar	noun	een inwoner van Wijchen, of iemand afkomstig uit Wijchen
wijchenaars	=	wijchenaar
wijchenaartje	=	wijchenaar
wijchenaartjes	=	wijchenaar
wijchenaren	=	wijchenaar
wijchens	adj	op Wijchen betrekking hebbend
wijchense	noun	een vrouwelijke inwoner van Wijchen, of een vrouw afkomstig uit Wijchen
wijchensen	=	wijchense
wijchenser	=	wijchens
wijchensere	=	wijchens
wijchensers	=	wijchens
wijchenst	=	wijchens
wijchenste	=	wijchens
wijd	adj	met een brede lip
wijdbal	noun	bij het honkbal of softbal een door de pitcher (werper) geworpen bal die niet binnen de slagzone valt en waar door de slagman niet op wordt geslagen
wijdballen	=	wijdbal
wijdbeens	adv	met de benen gespreid
wijdde	=	wijden
wijdden	=	wijden
wijde	=	wijd
wijdeling	noun	iemand die de priesterwijding ontvangt
wijdelingen	=	wijdeling
wijden	verb	iets ~ aan: geheel voor een bepaald doel bestemmen
wijdend	=	wijden
wijdende	=	wijden
wijder	=	wijd
wijdere	=	wijd
wijders	=	wijd
wijdheid	noun	de mate waarin iets wijd is
wijding	noun	gebeurtenis of rituele handeling waardoor personen, plaatsen of zaken aan een godheid of hogere macht worden toegeheiligd
wijdingen	=	wijding
wijdinkje	=	wijding
wijdinkjes	=	wijding
wijdlopig	adj	te veel woorden gebruiken voor een mededeling en daardoor saai, vervelend en slaapverwekkend worden
wijdlopige	=	wijdlopig
wijdlopiger	=	wijdlopig
wijdlopigere	=	wijdlopig
wijdlopigers	=	wijdlopig
wijdlopigs	=	wijdlopig
wijdlopigst	=	wijdlopig
wijdlopigste	=	wijdlopig
wijdmazig	adj	van een net dat het grote gaten heeft
wijdmazige	=	wijdmazig
wijdmaziger	=	wijdmazig
wijdmazigere	=	wijdmazig
wijdmazigers	=	wijdmazig
wijdmazigs	=	wijdmazig
wijdmazigst	=	wijdmazig
wijdmazigste	=	wijdmazig
wijdporiekurkzwam	noun	Datronia mollis een schimmel behorend tot de familie Polyporaceae.
wijdporiekurkzwammen	=	wijdporiekurkzwam
wijdporiekurkzwammetje	=	wijdporiekurkzwam
wijdporiekurkzwammetjes	=	wijdporiekurkzwam
wijds	=	wijd
wijdst	=	wijd
wijdste	=	wijd
wijdt	=	wijden
wijdte	noun	de mate waarin iets wijd is
wijdten	=	wijdte
wijdtes	=	wijdte
wijduit	adj	ver uit elkaar
wijdverbreid	adj	op veel plaatsen voorhandig en daardoor bij veel mensen bekend
wijdverbreide	=	wijdverbreid
wijdverbreids	=	wijdverbreid
wijdvermaard	adj	zeer beroemd in de wijde omtrek en bij veel mensen
wijdvermaarde	=	wijdvermaard
wijdvermaards	=	wijdvermaard
wijdverspreid	adj	overal aanwezig, vindbaar
wijdverspreide	=	wijdverspreid
wijdverspreider	=	wijdverspreid
wijdverspreidere	=	wijdverspreid
wijdverspreiders	=	wijdverspreid
wijdverspreids	=	wijdverspreid
wijdverspreidst	=	wijdverspreid
wijdverspreidste	=	wijdverspreid
wijdvertakt	adj	bestaand uit een groot aantal onderdelen die zijn verspreid over een uitgestrekt geheel
wijdvertakte	=	wijdvertakt
wijdvertakts	=	wijdvertakt
wijen	verb|obsolete	wijden (de gangbare vorm waarin door hypercorrectie een -d- is tussengevoegd)
wijf	noun|informal	vrouw (vaak ook )
wijfachtig	adj	lijkend of of eigenschappen hebbend van een wijf
wijfachtige	=	wijfachtig
wijfachtiger	=	wijfachtig
wijfachtigere	=	wijfachtig
wijfachtigers	=	wijfachtig
wijfachtigs	=	wijfachtig
wijfachtigst	=	wijfachtig
wijfachtigste	=	wijfachtig
wijfie	noun	persoonsbenaming van een vrouw
wijfies	=	wijfie
wijfietje	=	wijfie
wijfietjes	=	wijfie
wijfje	noun	alleen verkleinwoord exemplaar van het vrouwelijk geslacht
wijfjes	=	wijf
wijfjesaap	noun	vrouwelijk dier uit de orde van de primaten Primates
wijfjesaapje	=	wijfjesaap
wijfjesaapjes	=	wijfjesaap
wijfjesapen	=	wijfjesaap
wijfjesdier	noun	een wijfje van de diersoort
wijfjesdieren	=	wijfjesdier
wijfjesdiertje	=	wijfjesdier
wijfjesdiertjes	=	wijfjesdier
wijfjesfazant	noun	wijfje van een fazant
wijfjesfazanten	=	wijfjesfazant
wijfjesvaren	noun	Athyrium filix-femina een varen uit de wijfjesvarenfamilie (Athyriaceae).
wijfjesvarenfamilie	noun	een familie Athyriaceae van varens met vijf geslachten.
wijfjesvarenfamilies	=	wijfjesvarenfamilie
wijfjesvarenfamilietje	=	wijfjesvarenfamilie
wijfjesvarenfamilietjes	=	wijfjesvarenfamilie
wijfjesvarens	=	wijfjesvaren
wijfjesvarentje	=	wijfjesvaren
wijfjesvarentjes	=	wijfjesvaren
wijfjesvos	noun	vrouwelijke vos
wijfjesvossen	=	wijfjesvos
wijgeschenk	noun	gave aan de goden
wijgeschenken	=	wijgeschenk
wijgeschenkje	=	wijgeschenk
wijgeschenkjes	=	wijgeschenk
wijgoochem	noun	betweter, wijsneus
wijgoochems	=	wijgoochem
wijk	noun	een bewoond deel van een stad of een gemeente
wijk-ggz'er	noun	medewerker van een psychiatrische dienst die actief is in een bepaald buurt van een stad of dorp en met name gericht is op het beperken van de overlast die door psychiatrische patiënten veroorzaakt kan worden
wijk-ggz'ers	=	wijk-ggz'er
wijkaanpak	noun	de manier van werken die zich specifiek op een wijk richt
wijkaanpakken	=	wijkaanpak
wijkagent	noun	politiebeambte die in een buurt of wijk het basis-politiewerk verricht
wijkagente	noun	vrouwelijke wijkagent
wijkagenten	=	wijkagent
wijkagentes	=	wijkagente
wijkagentetje	=	wijkagente
wijkagentetjes	=	wijkagente
wijkagentje	=	wijkagent
wijkagentjes	=	wijkagent
wijkbeheer	noun	het totaal aan werkzaamheden dat nodig is om een wijk te beheren
wijkbewoner	noun	iemand die in een bepaalde wijk woonachtig is
wijkbewoners	=	wijkbewoner
wijkbewonertje	=	wijkbewoner
wijkbewonertjes	=	wijkbewoner
wijkblaadje	=	wijkblad
wijkblaadjes	=	wijkblad
wijkblad	noun	een tijdschrift dat verspreid wordt binnen één wijk van een stad
wijkbladen	=	wijkblad
wijkblog	noun	kroniek op het internet met berichten over een bepaalde wijk
wijkblogde	=	wijkbloggen
wijkblogden	=	wijkbloggen
wijkblogge	=	wijkbloggen
wijkbloggen	verb	het bijhouden op het internet van een kroniek over een deel van een stad
wijkbloggend	=	wijkbloggen
wijkbloggende	=	wijkbloggen
wijkblogger	noun	persoon die op het internet een kroniek bijhoudt over een wijk in een stad
wijkbloggers	=	wijkblogger
wijkblogs	=	wijkblog
wijkblogt	=	wijkbloggen
wijkbureau	noun	een bureau dat in een wijk als aanspreekpunt dient
wijkbureaus	=	wijkbureau
wijkbureautje	=	wijkbureau
wijkbureautjes	=	wijkbureau
wijkbus	noun	een in 1977 ingevoerde vorm van openbaar vervoer, waarmee dunbevolkte gebieden of wijken volgens vaste route en dienstregeling verbonden worden meestal via een uurs- of twee-uursdienst
wijkbussen	=	wijkbus
wijkcentra	=	wijkcentrum
wijkcentrum	noun	een sociaal-culturele instelling in een stadswijk
wijkcentrumpje	=	wijkcentrum
wijkcentrumpjes	=	wijkcentrum
wijkcentrums	=	wijkcentrum
wijkcomiteetje	=	wijkcomité
wijkcomiteetjes	=	wijkcomité
wijkcomité	noun	een comité specifiek opgericht voor een bepaalde wijk
wijkcomités	=	wijkcomité
wijkconcentratie	noun	de concentratie van iets in een bepaalde wijk
wijkconcentraties	=	wijkconcentratie
wijkcoördinator	noun	een coördinator die specifiek aangesteld is voor een bepaalde wijk
wijkcoördinatoren	=	wijkcoördinator
wijkcoördinators	=	wijkcoördinator
wijkdiploma	noun	een diploma dat men krijgt na de opleiding tot wijkzuster
wijkdiploma's	=	wijkdiploma
wijke	=	wijken
wijken	verb	voor iets uit de weg gaan
wijkend	adj	van elkaar weggaan
wijkende	=	wijken
wijkends	=	wijkend
wijkgebonden	adj	specifiek betrekking hebbende op een wijk
wijkgebondener	=	wijkgebonden
wijkgebondenere	=	wijkgebonden
wijkgebondeners	=	wijkgebonden
wijkgebondens	=	wijkgebonden
wijkgebondenst	=	wijkgebonden
wijkgebondenste	=	wijkgebonden
wijkgebouw	noun	gebouw van een wijkvereniging
wijkgebouwen	=	wijkgebouw
wijkgebouwtje	=	wijkgebouw
wijkgebouwtjes	=	wijkgebouw
wijkgedachte	noun	het idee dat een stad moet worden opgedeeld in eenheden die zo groot zijn als een dorp van ongeveer 20.000 inwoners
wijkgedachten	=	wijkgedachte
wijkgedachtes	=	wijkgedachte
wijkgemeente	noun	een religieuze gemeente van een wijk
wijkgemeenten	=	wijkgemeente
wijkgemeentes	=	wijkgemeente
wijkgericht	adj	van een organisatie of dienst dat deze werkt binnen één wijk
wijkgerichte	=	wijkgericht
wijkgerichter	=	wijkgericht
wijkgerichtere	=	wijkgericht
wijkgerichters	=	wijkgericht
wijkgerichts	=	wijkgericht
wijkgerichtst	=	wijkgericht
wijkgerichtste	=	wijkgericht
wijkhoofd	noun	voorzitter van een organisatie op wijk niveau
wijkhoofden	=	wijkhoofd
wijkhulp	noun	iemand die in een wijk zorg aan huis levert
wijkhulpen	=	wijkhulp
wijkhulpje	=	wijkhulp
wijkhulpjes	=	wijkhulp
wijking	noun	het van zijn plaats geschoven zijn
wijkingen	=	wijking
wijkinkje	=	wijking
wijkinkjes	=	wijking
wijkje	=	wijk
wijkjes	=	wijk
wijkkantoor	noun	een lokale vestiging van een organisatie in een wijk
wijkkantoortje	=	wijkkantoor
wijkkantoortjes	=	wijkkantoor
wijkkantoren	=	wijkkantoor
wijkkrant	noun	een periodieke uitgave speciaal voor een wijk van een stad
wijkkranten	=	wijkkrant
wijkkrantje	=	wijkkrant
wijkkrantjes	=	wijkkrant
wijkmeester	noun	een opzichter die aangesteld is om in een bepaalde wijk te dienen als aanspreekpunt en toezicht te houden
wijkmeesters	=	wijkmeester
wijkniveau	noun	per wijk naar iets kijken
wijkniveaus	=	wijkniveau
wijkondersteunend	adj	de bewoners van een wijk ondersteunend
wijkondersteunende	=	wijkondersteunend
wijkondersteunends	=	wijkondersteunend
wijkopbouworgaan	noun	een organisatie die zich bezig houdt met het opbouwen van een nieuwe wijk
wijkopbouworganen	=	wijkopbouworgaan
wijkpark	noun	het park van een wijk
wijkparken	=	wijkpark
wijkparkje	=	wijkpark
wijkparkjes	=	wijkpark
wijkplaats	noun	een plek waar je bij gevaar naartoe kunt vluchten
wijkplaatsen	=	wijkplaats
wijkplan	noun	een plan dat specifiek zich richt op een wijk
wijkplannen	=	wijkplan
wijkplatform	noun	een website die zich specifiek op een wijk richt
wijkplatformen	=	wijkplatform
wijkplatforms	=	wijkplatform
wijkpolitie	noun	het deel van de politie dat zich specifiek richt op een wijk
wijkpost	noun	post die bestemd is voor een wijk
wijkposten	=	wijkpost
wijkpostje	=	wijkpost
wijkpostjes	=	wijkpost
wijkpredikant	noun	een predikant die ingesteld is om in een bepaalde werk zijn werk te doen
wijkpredikanten	=	wijkpredikant
wijkpredikantje	=	wijkpredikant
wijkpredikantjes	=	wijkpredikant
wijkraad	noun	zelfstandig adviesorgaan op wijkniveau dat met name adviseert over zaken die de leefomgeving van een wijk betreffen
wijkraden	=	wijkraad
wijkscholen	=	wijkschool
wijkschool	noun	een school die specifiek bestemd is voor de kinderen in die wijk
wijkschooltje	=	wijkschool
wijkschooltjes	=	wijkschool
wijkt	=	wijken
wijkteam	noun	een team dat specifiek zich richt op een bepaalde wijk
wijkteams	=	wijkteam
wijkverband	noun	verzameling van alle relaties en verbindingen die bestaan tussen de bewoners van een stadswijk
wijkverbanden	=	wijkverband
wijkverbod	noun	een officiële maatregel opgelegd door de burgemeester, officier van justitie, of rechter, die een persoon verbiedt zich in een specifieke wijk te bevinden om ernstige overlast, verstoring van de openbare orde, of strafbare feiten te voorkomen
wijkverboden	=	wijkverbod
wijkverbodje	=	wijkverbod
wijkverbodjes	=	wijkverbod
wijkvereniging	noun	vereniging van en voor de wijkbewoners van een bepaalde wijk
wijkverenigingen	=	wijkvereniging
wijkverenigingetje	=	wijkvereniging
wijkverenigingetjes	=	wijkvereniging
wijkvergadering	noun	een vergadering bestemd voor de inwoners van een bepaalde wijk
wijkvergaderingen	=	wijkvergadering
wijkvernieuwing	noun	aanpassingen in de wijk om de leefbaarheid te vergroten
wijkvernieuwingen	=	wijkvernieuwing
wijkverpleegkundige	noun	verpleegkundige die patiënten in hun eigen huis verzorgt; thuiszorg medewerker
wijkverpleegkundigen	=	wijkverpleegkundige
wijkverpleegster	noun	verpleegkundige van de thuiszorg die mensen in hun eigen huis verzorgt
wijkverpleegsters	=	wijkverpleegster
wijkverpleger	=	wijkverpleegster
wijkverpleging	noun	verpleegkundige zorg die mensen in hun eigen woonomgeving ontvangen
wijkverplegingen	=	wijkverpleging
wijkverpleginkje	=	wijkverpleging
wijkverpleginkjes	=	wijkverpleging
wijkverwarming	noun	verwarming die vanuit een centraal punt in de wijk gedistribueerd wordt om de huizen in de wijk te verwarmen
wijkverwarmingen	=	wijkverwarming
wijkwast	noun	steel met een sprenkelaar waarmee eerder door een priester gewijd water als zegening kan worden verspreid
wijkwasten	=	wijkwast
wijkwastje	=	wijkwast
wijkwastjes	=	wijkwast
wijkwerk	noun	werk in een wijk
wijkwerken	=	wijkwerk
wijkwerker	noun	een (vaak langdurig) werkloze die met kleine klusjes enkele uren per week werkervaring opdoet
wijkwerkers	=	wijkwerker
wijkwinkel	noun	een centraal in de wijk gelegen winkel bestemd voor de wijkbewoners
wijkwinkelcentra	=	wijkwinkelcentrum
wijkwinkelcentrum	noun	een winkelcentrum die zich niet in het stadscentrum van een stad bevindt, maar in een wijk daarbuiten
wijkwinkelcentrums	=	wijkwinkelcentrum
wijkwinkels	=	wijkwinkel
wijkwinkeltje	=	wijkwinkel
wijkwinkeltjes	=	wijkwinkel
wijkzuster	noun	een aanspreekpunt voor zorg en welzijn in een wijk
wijkzusters	=	wijkzuster
wijkzustertje	=	wijkzuster
wijkzustertjes	=	wijkzuster
wijl	noun	een poosje	conj|obsolete	geeft onderschikkend een reden aan
wijlde	=	wijlen
wijlden	=	wijlen
wijle	noun	een korte tijdsperiode
wijlen	verb	aanwezig zijn, ronddwalen	adj	die inmiddels overleden is
wijlend	=	wijlen
wijlende	=	wijlen
wijlt	=	wijlen
wijltje	=	wijl
wijltjes	=	wijl
wijn	noun	sterke drank met alcoholgehalte van 10 tot 15 procent die verkregen wordt door de gisting van druivensap.
wijnachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van wijn
wijnachtige	=	wijnachtig
wijnachtiger	=	wijnachtig
wijnachtigere	=	wijnachtig
wijnachtigers	=	wijnachtig
wijnachtigs	=	wijnachtig
wijnachtigst	=	wijnachtig
wijnachtigste	=	wijnachtig
wijnarrangement	noun	een verzameling wijnen die passen bij de verschillende gerechten van een maaltijd
wijnarrangementen	=	wijnarrangement
wijnautomaat	noun	een onbemande automaat waaruit je direct (gekoelde) flessen wijn of glazen wijn kunt kopen
wijnautomaatje	=	wijnautomaat
wijnautomaatjes	=	wijnautomaat
wijnautomaten	=	wijnautomaat
wijnavond	noun	gezellige avondbijeenkomst waar men met meerdere mensen (kaas en) wijn proeft
wijnavonden	=	wijnavond
wijnavondje	=	wijnavond
wijnavondjes	=	wijnavond
wijnazijn	noun	azijn uit wijn bereid
wijnazijnen	=	wijnazijn
wijnazijntje	=	wijnazijn
wijnazijntjes	=	wijnazijn
wijnbak	noun	bak waarin het druivensap uit een wijnpers wordt opgevangen
wijnbakje	=	wijnbak
wijnbakjes	=	wijnbak
wijnbakken	=	wijnbak
wijnbal	noun	niet ongevaarlijke rode suikerbal met een zure smaak en rode kleur
wijnballen	=	wijnbal
wijnballetje	=	wijnbal
wijnballetjes	=	wijnbal
wijnbar	noun	een café waar men vooral wijn kan drinken
wijnbarretje	=	wijnbar
wijnbarretjes	=	wijnbar
wijnbars	=	wijnbar
wijnbeker	noun	een beker waaruit wijn gedronken kan worden
wijnbekers	=	wijnbeker
wijnbekertje	=	wijnbeker
wijnbekertjes	=	wijnbeker
wijnbereiding	noun	het proces waarbij druivenmost door alcoholische gisting wordt omgezet in wijn.
wijnbereidingen	=	wijnbereiding
wijnbereidinkje	=	wijnbereiding
wijnbereidinkjes	=	wijnbereiding
wijnberg	noun	berg waarop wijngaarden gelegen zijn
wijnbergen	=	wijnberg
wijnbergje	=	wijnberg
wijnbes	noun	Rubus phoenicolasius soort struik met vruchten die veel op bramen lijken
wijnbesje	=	wijnbes
wijnbesjes	=	wijnbes
wijnbessen	=	wijnbes
wijnblog	noun	een op het internet bijgehouden kroniek over wijnen
wijnblogde	=	wijnbloggen
wijnblogden	=	wijnbloggen
wijnblogge	=	wijnbloggen
wijnbloggen	verb	het bijhouden op het internet van een logboek over wijnen
wijnbloggend	=	wijnbloggen
wijnbloggende	=	wijnbloggen
wijnblogger	noun	iemand op het internet een kroniek over wijnen bijhoudt
wijnbloggers	=	wijnblogger
wijnblogs	=	wijnblog
wijnblogt	=	wijnbloggen
wijnboek	noun	boek over wijn dat dient als naslagwerk, handleiding of studieboek voor wijnliefhebbers van alle niveaus
wijnboeken	=	wijnboek
wijnboekje	=	wijnboek
wijnboekjes	=	wijnboek
wijnboer	noun	boer die zich gespecialiseerd heeft in het cultiveren van de wijnstok en van de druiven wijn maakt
wijnboeren	=	wijnboer
wijnboertje	=	wijnboer
wijnboertjes	=	wijnboer
wijnborstamazone	noun	Amazona vinacea een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
wijnborstamazonen	=	wijnborstamazone
wijnborstamazones	=	wijnborstamazone
wijnborstamazonetje	=	wijnborstamazone
wijnborstamazonetjes	=	wijnborstamazone
wijnborstmaina	noun	Acridotheres leucocephalus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
wijnborstmaina's	=	wijnborstmaina
wijnborstmainaatje	=	wijnborstmaina
wijnborstmainaatjes	=	wijnborstmaina
wijnborstpieper	noun	Anthus roseatus een zangvogelsoort uit het geslacht Anthus van de familie piepers en kwikstaarten.
wijnborstpiepers	=	wijnborstpieper
wijnborstpiepertje	=	wijnborstpieper
wijnborstpiepertjes	=	wijnborstpieper
wijnborstsperwer	noun	Accipiter rhodogaster een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae)
wijnborstsperwers	=	wijnborstsperwer
wijnborstsperwertje	=	wijnborstsperwer
wijnborstsperwertjes	=	wijnborstsperwer
wijnbouw	noun	het verbouwen van druiven voor de productie van wijn
wijnbouwer	noun	iemand die druiven teelt om wijn van te maken
wijnbouwers	=	wijnbouwer
wijncursus	noun	een educatieve opleiding of training waarin deelnemers theoretische kennis opdoen over wijn en leren hoe ze wijn moeten proeven en beoordelen
wijncursusje	=	wijncursus
wijncursusjes	=	wijncursus
wijncursussen	=	wijncursus
wijnde	=	wijnen
wijndegustatie	noun	een drinkfestijn waarbij veel verschillende wijnen kunnen worden gekeurd en ervaren
wijndegustaties	=	wijndegustatie
wijnden	=	wijnen
wijndomein	noun	landgoed waar men wijn produceert
wijndomeinen	=	wijndomein
wijndruif	noun	een druif die wordt gebruikt om wijn van te maken
wijndruifje	=	wijndruif
wijndruifjes	=	wijndruif
wijndruiven	=	wijndruif
wijne	=	wijnen
wijnen	verb	gezamenlijk voor de gezelligheid wijn drinken
wijnend	=	wijnen
wijnende	=	wijnen
wijnfles	noun	fles die bestemd is wijn te bevatten
wijnfleshouder	noun	een hulpmiddel of decoratief voorwerp om een fles wijn stabiel vast te houden, te bewaren of op een mooie manier te presenteren
wijnfleshouders	=	wijnfleshouder
wijnfleshoudertje	=	wijnfleshouder
wijnfleshoudertjes	=	wijnfleshouder
wijnflesje	=	wijnfles
wijnflesjes	=	wijnfles
wijnflessen	=	wijnfles
wijngaard	noun	een met druivenplanten, ook wel druivenstokken of wingerds genoemd, door wijnboeren in cultuur gebracht stuk landbouwgrond ten behoeve van wijnbouw.
wijngaarden	=	wijngaard
wijngaardje	=	wijngaard
wijngaardjes	=	wijngaard
wijngaardslak	noun	Helix pomatia eetbare slak
wijngaardslakken	=	wijngaardslak
wijngebied	noun	gebied waar men wijn verbouwt
wijngebieden	=	wijngebied
wijngebiedje	=	wijngebied
wijngebiedjes	=	wijngebied
wijngilde	noun	een vereniging van wijnliefhebbers
wijngilden	=	wijngilde
wijngildes	=	wijngilde
wijnglaasje	=	wijnglas
wijnglaasjes	=	wijnglas
wijnglas	noun	een glas dat speciaal ontworpen is om wijn uit te drinken
wijnglashouder	noun	een praktisch en decoratief rek, vaak van metaal (RVS) of hout, waarmee je wijnglazen ondersteboven aan hun voet kunt ophangen
wijnglashouders	=	wijnglashouder
wijnglashoudertje	=	wijnglashouder
wijnglashoudertjes	=	wijnglashouder
wijnglazen	=	wijnglas
wijnglazenhouder	noun	een praktisch en decoratief rek, vaak van metaal (RVS) of hout, om wijnglazen ondersteboven aan hun voet op te kunnen hangen
wijnglazenhouders	=	wijnglazenhouder
wijnglazenhoudertje	=	wijnglazenhouder
wijnglazenhoudertjes	=	wijnglazenhouder
wijnglazenrek	noun	een praktisch en decoratief rek, vaak van metaal (RVS) of hout, om wijnglazen ondersteboven aan hun voet op te kunnen hangen
wijnglazenrekje	=	wijnglazenrek
wijnglazenrekjes	=	wijnglazenrek
wijnglazenrekken	=	wijnglazenrek
wijnglazzen	=	wijnglas
wijngod	noun	de god van de wijn en de wijnproductie
wijngoden	=	wijngod
wijngoed	noun	landgoed waar men wijn produceert
wijngoederen	=	wijngoed
wijngoedje	=	wijngoed
wijngoedjes	=	wijngoed
wijnhandel	noun	de handel in wijn
wijnhandelaar	noun	iemand die wijn koopt en verkoopt
wijnhandelaars	=	wijnhandelaar
wijnhandelaartje	=	wijnhandelaar
wijnhandelaartjes	=	wijnhandelaar
wijnhandelaren	=	wijnhandelaar
wijnhandels	=	wijnhandel
wijnhandeltje	=	wijnhandel
wijnhandeltjes	=	wijnhandel
wijnhelling	noun	een berghelling waarop wijngaarden geplant zijn
wijnhellingen	=	wijnhelling
wijnhellinkje	=	wijnhelling
wijnhellinkjes	=	wijnhelling
wijnhuis	noun	een huis of locatie waar wijn wordt geproduceerd
wijnhuisje	=	wijnhuis
wijnhuisjes	=	wijnhuis
wijnhuizen	=	wijnhuis
wijnindustrie	noun	de tak van industrie die zich toelegt op het maken van wijn en wijnproducten
wijnindustrieën	=	wijnindustrie
wijnjaar	noun	het oogstjaar van de druiven die voor de wijn gebruikt werden, het is een belangrijk kenmerk van een wijn
wijnjaartje	=	wijnjaar
wijnjaren	=	wijnjaar
wijnkaart	noun	een lijst waarop men de wijnen die te verkrijgen zijn in een restaurant, wijnhuis, enz... vermeldt in soorten, jaartallen en prijzen
wijnkaarten	=	wijnkaart
wijnkaartje	=	wijnkaart
wijnkan	noun	een klein vat van waaruit men wijn kan schenken in glazen vanwaaruit men de wijn kan drinken
wijnkannen	=	wijnkan
wijnkannetje	=	wijnkan
wijnkannetjes	=	wijnkan
wijnkaraf	noun	schenkkan waarin wijn zit; schenkkan waarmee men wijn in glazen kan schenken
wijnkaraffen	=	wijnkaraf
wijnkarafje	=	wijnkaraf
wijnkarafjes	=	wijnkaraf
wijnkast	noun	geklimatiseerde (koel)kast waarin men wijn goed kan bewaren; vervanger van een wijnkelder
wijnkasteel	noun	kasteel met de daarbij horende wijngaarden
wijnkasteeltje	=	wijnkasteel
wijnkasteeltjes	=	wijnkasteel
wijnkastelen	=	wijnkasteel
wijnkasten	=	wijnkast
wijnkastje	=	wijnkast
wijnkastjes	=	wijnkast
wijnkelder	noun	ondergrondse ruimte waarin men wijn gekoeld en op constante temperatuur kan bewaren om te laten rijpen
wijnkeldermot	noun	Oinophila v-flava een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
wijnkeldermotje	=	wijnkeldermot
wijnkeldermotjes	=	wijnkeldermot
wijnkeldermotten	=	wijnkeldermot
wijnkelders	=	wijnkelder
wijnkeldertje	=	wijnkelder
wijnkeldertjes	=	wijnkelder
wijnkenner	noun	iemand die veel verstand heeft van wijnen en ze daarom kan keuren
wijnkenners	=	wijnkenner
wijnkeuze	noun	het kiezen van de wijn die men gaat gebruiken; de wijn die men heeft gekozen
wijnkeuzen	=	wijnkeuze
wijnkeuzes	=	wijnkeuze
wijnkist	noun	een stevige kist of doos die is gemaakt om flessen wijn in te bewaren, te vervoeren of cadeau te geven
wijnkisten	=	wijnkist
wijnkistje	=	wijnkist
wijnkistjes	=	wijnkist
wijnkleur	noun	de kleur van rode wijn
wijnkleuren	=	wijnkleur
wijnkleurtje	=	wijnkleur
wijnkleurtjes	=	wijnkleur
wijnkoeler	noun	een hulpmiddel voor het (af)koelen dan wel koel houden van wijn
wijnkoelers	=	wijnkoeler
wijnland	noun	land waar men veel wijngaarden heeft
wijnlanden	=	wijnland
wijnlandje	=	wijnland
wijnlandjes	=	wijnland
wijnmaand	noun	tiende maand van het kalenderjaar
wijnmaanden	=	wijnmaand
wijnmaandje	=	wijnmaand
wijnmaandjes	=	wijnmaand
wijnmaker	noun	persoon die wijn maakt
wijnmakerij	noun	het maken van wijn
wijnmakerijen	=	wijnmakerij
wijnmakerijtje	=	wijnmakerij
wijnmakers	=	wijnmaker
wijnmoer	noun	drabbig bezinksel dat ontstaan bij de vervaardiging van wijn
wijnoogst	noun	het inzamelen van de druiven voor het maken van wijn
wijnoogsten	=	wijnoogst
wijnoogstje	=	wijnoogst
wijnoogstjes	=	wijnoogst
wijnpers	noun	apparaat waarmee sap uit druiven geperst kan worden, als een van de eerste stappen in de wijnproductie
wijnpersen	=	wijnpers
wijnpersje	=	wijnpers
wijnpok	noun	rode vlek waarop een met een vocht gevuld blaasje ontstaat door infectie met het varicellazostervirus
wijnpokken	noun	infectie met het varicellazostervirus die gepaard gaat met het verschijnen van rode vlekjes op de huid die daarna overgaan in jeukende blaasjes, komt vooral voor als kinderziekte
wijnproductie	noun	totale hoeveelheid geproduceerde wijn
wijnproducties	=	wijnproductie
wijnproeven	verb	drinken van wijn om er de kwaliteit van te beoordelen
wijnproevende	=	wijnproeven
wijnproever	noun	iemand die zorgvuldig de smaak van wijn beoordeelt
wijnproeverij	noun	drinkfestijn waarbij veel verschillende wijnen kunnen worden gekeurd en ervaren
wijnproeverijen	=	wijnproeverij
wijnproeverijtje	=	wijnproeverij
wijnproeverijtjes	=	wijnproeverij
wijnproevers	=	wijnproever
wijnrank	noun	kronkelige tak van een wijnstok waaraan de druiventrossen hangen
wijnranken	=	wijnrank
wijnrankje	=	wijnrank
wijnrankjes	=	wijnrank
wijnrek	noun	rek dat speciaal geschikt is voor het bewaren van wijn
wijnrekje	=	wijnrek
wijnrekjes	=	wijnrek
wijnrekken	=	wijnrek
wijnrode	=	wijnrood
wijnroden	=	wijnrood
wijnroder	=	wijnrood
wijnrodere	=	wijnrood
wijnroders	=	wijnrood
wijnroeier	noun	iemand die met een speciale peilstok (de wijnroede) de hoeveelheid wijn in een vat kon meten, om de verschuldigde accijns te berekenen
wijnroeiers	=	wijnroeier
wijnroeiertje	=	wijnroeier
wijnroeiertjes	=	wijnroeier
wijnrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3005 ( ), een rode kleur zoals die van wijn.	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3005 ( ).
wijnroodje	=	wijnrood
wijnroodmus	noun	Carpodacus vinaceus een zangvogel uit de familie van de Fringillidae (Vinkachtigen).
wijnroodmusje	=	wijnroodmus
wijnroodmusjes	=	wijnroodmus
wijnroodmussen	=	wijnroodmus
wijnroods	=	wijnrood
wijnroodst	=	wijnrood
wijnroodste	=	wijnrood
wijnroute	noun	uitgestippeld, toeristisch reisje langs wijngaarden
wijnroutes	=	wijnroute
wijnruit	noun	bepaald soort halfheester, Ruta graveolens, een ruit uit Zuid-Europa
wijnruiten	=	wijnruit
wijnruitfamilie	noun	een familie Rutaceae van tweezaadlobbige planten waarvan vooral het geslacht citrus bekend is, door de citrusvruchten en als sierplant.
wijnruitfamilies	=	wijnruitfamilie
wijnruitfamilietje	=	wijnruitfamilie
wijnruitfamilietjes	=	wijnruitfamilie
wijnruyt	=	wijnruit
wijnruyte	=	wijnruit
wijnsaus	noun	saus gemaakt van wijn en met een wijnsmaak
wijnsausen	=	wijnsaus
wijnsausje	=	wijnsaus
wijnsausjes	=	wijnsaus
wijnsauzen	=	wijnsaus
wijnslushie	noun	drankje gemaakt met ingevroren wijn en fruit
wijnslushies	=	wijnslushie
wijnsoep	noun	soep gemaakt met wijn
wijnsoepen	=	wijnsoep
wijnsoepje	=	wijnsoep
wijnsoepjes	=	wijnsoep
wijnsoort	noun	soort wijn
wijnsoorten	=	wijnsoort
wijnspeciaalzaak	noun	winkel waar men uitsluitend wijn verkoopt
wijnspeciaalzaakje	=	wijnspeciaalzaak
wijnspeciaalzaakjes	=	wijnspeciaalzaak
wijnspeciaalzaken	=	wijnspeciaalzaak
wijnsteen	noun	een kaliumzout van wijnsteenzuur met brutoformule KHC₄H₄O₆ en E-nummer: E336
wijnsteentje	=	wijnsteen
wijnsteenzuren	=	wijnsteenzuur
wijnsteenzuur	noun	een dicarbonzuur met als formule C₄H₆O₆, dat in de meeste zure vruchten opgelost voorkomt
wijnstenen	=	wijnsteen
wijnstok	noun	Vitis vinifera klimplant uit de wijnstokfamilie met handvormige bladeren en geel-groenachtige bloemen, die de druif als vrucht voortbrengt
wijnstokfamilie	noun	een middelgrote plantenfamilie van honderden soorten Vitaceae van meestal lianen, maar ook kruidachtige planten en struiken.
wijnstokfamilietje	=	wijnstokfamilie
wijnstokfamilietjes	=	wijnstokfamilie
wijnstokje	=	wijnstok
wijnstokjes	=	wijnstok
wijnstokken	=	wijnstok
wijnstreek	noun	landstreek met veel wijngaarden
wijnstreekje	=	wijnstreek
wijnstreekjes	=	wijnstreek
wijnstreken	=	wijnstreek
wijnt	=	wijnen
wijnteelt	noun	de aanbouw van druiven om er wijn van te maken, wijnbouw
wijnteelten	=	wijnteelt
wijntje	=	wijn
wijntjes	=	wijn
wijntortel	noun	Streptopelia vinacea een tortelduif die algemeen voorkomt in grote delen van West- en Oost-Afrika
wijntortels	=	wijntortel
wijntorteltje	=	wijntortel
wijntorteltjes	=	wijntortel
wijnvaatje	=	wijnvat
wijnvaatjes	=	wijnvat
wijnvat	noun	grote, wat bolle cilinder van hout voor het bewaren van gistend druivensap
wijnvaten	=	wijnvat
wijnveld	noun	is een met druivenplanten, ook wel druivenstokken of wingerds genoemd, door wijnboeren in cultuur gebracht stuk landbouwgrond ten behoeve van wijnbouw
wijnvelden	=	wijnveld
wijnveldje	=	wijnveld
wijnveldjes	=	wijnveld
wijnvlek	noun	een vlek ontstaan door het morsen van wijn
wijnvlekje	=	wijnvlek
wijnvlekjes	=	wijnvlek
wijnvlekken	=	wijnvlek
wijnwinkel	noun	winkel waar men wijn en andere alcoholische dranken verkoopt
wijnwinkels	=	wijnwinkel
wijnwinkeltje	=	wijnwinkel
wijnwinkeltjes	=	wijnwinkel
wijnzaak	noun	een bedrijf dat partijen wijn inkoopt en deze dan weer in kleinere hoeveelheden door verkoopt aan horeca, particulieren en bedrijven
wijnzaakje	=	wijnzaak
wijnzaakjes	=	wijnzaak
wijnzak	noun	een leren zak waar wijn in bewaard wordt en die vaak voorzien is van een kraantje
wijnzaken	=	wijnzaak
wijnzakje	=	wijnzak
wijnzakken	=	wijnzak
wijnzuiper	noun	iemand die veel wijn drinkt
wijnzuipers	=	wijnzuiper
wijnzuipertje	=	wijnzuiper
wijnzuipertjes	=	wijnzuiper
wijs	noun	een melodie	adj	van groot inzicht getuigend
wijsbegeerte	noun	de oudste wetenschap, die de wereld en het menselijk bestaan tracht te doorgronden
wijsbegeerten	=	wijsbegeerte
wijsbegeertes	=	wijsbegeerte
wijsdom	noun	wijsheid, oordeelsvermogen
wijsdommen	=	wijsdom
wijselijk	adv	op een wijze die van verstandig, praktisch handelen blijk geeft
wijsgeer	noun	een beoefenaar van de filosofie, al dan niet met een academische titel
wijsgeertje	=	wijsgeer
wijsgeertjes	=	wijsgeer
wijsgemaakt	=	wijsmaken
wijsgemaakte	=	wijsmaken
wijsgere	=	wijsgeer
wijsgeren	=	wijsgeer
wijsgerig	adj	betrekking hebbend op het denken en de filosofie
wijsgerige	=	wijsgerig
wijsgeriger	=	wijsgerig
wijsgerigere	=	wijsgerig
wijsgerigers	=	wijsgerig
wijsgerigs	=	wijsgerig
wijsgerigst	=	wijsgerig
wijsgerigste	=	wijsgerig
wijsheden	=	wijsheid
wijsheid	noun	gerijpt inzicht; de waarheid
wijsheidje	=	wijsheid
wijsheidjes	=	wijsheid
wijsheidstand	noun	achterste kies van iedere kaakhelft van het volwassen gebit van een mens
wijsheidstanden	=	wijsheidstand
wijsheidstandje	=	wijsheidstand
wijsje	=	wijs
wijsjes	=	wijs
wijsmaak	=	wijsmaken
wijsmaakt	=	wijsmaken
wijsmaakte	=	wijsmaken
wijsmaakten	=	wijsmaken
wijsmake	=	wijsmaken
wijsmaken	verb	iemand iets ~ in de waan brengen, een onwaarheid doen geloven
wijsmakend	=	wijsmaken
wijsmakende	=	wijsmaken
wijsneus	noun	iemand die meent dat hij veel weet
wijsneusje	=	wijsneus
wijsneusjes	=	wijsneus
wijsneuzen	=	wijsneus
wijsneuzerig	adj	als een wijsneus
wijsneuzerige	=	wijsneuzerig
wijsneuzeriger	=	wijsneuzerig
wijsneuzerigere	=	wijsneuzerig
wijsneuzerigers	=	wijsneuzerig
wijsneuzerigs	=	wijsneuzerig
wijsneuzerigst	=	wijsneuzerig
wijsneuzerigste	=	wijsneuzerig
wijsneuzerij	noun	doen alsof men alles beter weet dan anderen
wijsneuzerijen	=	wijsneuzerij
wijsneuzerijtje	=	wijsneuzerij
wijsneuzerijtjes	=	wijsneuzerij
wijsneuzig	adj	het alles (vaak ten onrechte) beter denken te weten
wijsneuzige	=	wijsneuzig
wijsneuziger	=	wijsneuzig
wijsneuzigere	=	wijsneuzig
wijsneuzigers	=	wijsneuzig
wijsneuzigs	=	wijsneuzig
wijsneuzigst	=	wijsneuzig
wijsneuzigste	=	wijsneuzig
wijst	=	wijzen
wijste	=	wijs
wijsvinger	noun	tweede vinger, gelegen tussen de middelvinger en de duim
wijsvingers	=	wijsvinger
wijsvingertje	=	wijsvinger
wijsvingertjes	=	wijsvinger
wijt	=	wijten
wijte	=	wijten
wijten	verb	~ aan: in negatieve zin toeschrijven aan
wijtend	=	wijten
wijtende	=	wijten
wijtewagen	noun	huifkar
wijting	noun	bepaald soort straalvinnige vis, Merlangius merlangus, uit de familie van schelvissen (Gadidae), orde schelvisachtigen (Gadiformes), die voorkomt in het noordoosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
wijtingen	=	wijting
wijtinkje	=	wijting
wijtinkjes	=	wijting
wijven	verb	schrijfwijze voor weiven "heen en weer bewegen, zwaaien"
wijwater	noun	door een priester gewijd water
wijwaterbak	noun	vat met gezegend water waarin men de vingers kan dopen voordat men een kruisteken maakt
wijwaterbakje	=	wijwaterbak
wijwaterbakjes	=	wijwaterbak
wijwaterbakken	=	wijwaterbak
wijwaterkwast	noun	steel met slappe borstel waarmee in de liturgie van de Rooms-Katholieke Kerk de priester wijwater over de gelovigen heen sprenkelt
wijwaterkwasten	=	wijwaterkwast
wijwaters	=	wijwater
wijwatertje	=	wijwater
wijwatertjes	=	wijwater
wijwatervaatje	=	wijwatervat
wijwatervaatjes	=	wijwatervat
wijwatervat	noun	een meestal aan de muur van een kerk bevestigd vat met water waarmee gelovigen zich besprenkelen
wijwatervaten	=	wijwatervat
wijze	noun	manier
wijzelf	pron	versterkte vorm van wij
wijzen	verb	met de (wijs)vinger, hand of arm in een richting duiden
wijzend	adj	naar iets of iemand gericht
wijzende	=	wijzen
wijzender	=	wijzend
wijzendere	=	wijzend
wijzenders	=	wijzend
wijzends	=	wijzend
wijzendst	=	wijzend
wijzendste	=	wijzend
wijzer	noun	iets dat naar iets anders wijst
wijzere	=	wijs
wijzerplaat	noun	de plaat van een klok waarop de wijzers de tijd aangeven
wijzerplaatje	=	wijzerplaat
wijzerplaatjes	=	wijzerplaat
wijzerplaten	=	wijzerplaat
wijzers	=	wijzer
wijzertje	=	wijzer
wijzertjes	=	wijzer
wijzervinger	noun	de vinger direct naast de duim
wijzervingers	=	wijzervinger
wijzervingertje	=	wijzervinger
wijzervingertjes	=	wijzervinger
wijzerzin	noun	de richting waarin de klok draait	adv	met de klok mee, rechtsom draaiend
wijzerzinnen	=	wijzerzin
wijzetje	=	wijze
wijzig	=	wijzigen
wijzigbaar	adj	van iets dat het te veranderen is
wijzigbaarder	=	wijzigbaar
wijzigbaardere	=	wijzigbaar
wijzigbaarders	=	wijzigbaar
wijzigbaars	=	wijzigbaar
wijzigbaarst	=	wijzigbaar
wijzigbaarste	=	wijzigbaar
wijzigbare	=	wijzigbaar
wijzigde	=	wijzigen
wijzigden	=	wijzigen
wijzige	=	wijzigen
wijzigen	verb	zodanig aan iets werken dat het anders wordt
wijzigend	=	wijzigen
wijzigende	=	wijzigen
wijziging	noun	verandering in een regel, document, wikipagina enz
wijzigingen	=	wijziging
wijzigingetje	=	wijziging
wijzigingetjes	=	wijziging
wijziginkje	=	wijziging
wijzigt	=	wijzigen
wijzing	noun	uitspraak (van een vonnis)
wijzingen	=	wijzing
wijzinkje	=	wijzing
wijzinkjes	=	wijzing
wik	noun	een doodlopend stuk sloot dat als haventje kan fungeren
wiki	noun	een constructiesysteem voor internetpagina's waar, in het algemeen, iedereen alle pagina's kan wijzigen
wiki's	=	wiki
wiki-jargon	noun	het geheel aan termen waarvan de gebruikers van het wikisysteem zich bedienen
wikiaan	noun	een gebruiker op een wiki.
wikiaantje	=	wikiaan
wikiaantjes	=	wikiaan
wikianen	=	wikiaan
wikietje	=	wiki
wikietjes	=	wiki
wikificeer	=	wikificeren
wikificeerde	=	wikificeren
wikificeerden	=	wikificeren
wikificeert	=	wikificeren
wikificere	=	wikificeren
wikificeren	verb	een tekst aanpassen aan het wikisysteem, bijvoorbeeld door het aanbrengen van dubbele rechte [[haken]]
wikificerend	=	wikificeren
wikificerende	=	wikificeren
wikigeneratie	noun	generatie die is opgegroeid met Wikipedia en andere kennisbronnen op het internet en niets meer zelf grondig hoeft te onderzoeken
wikigeneraties	=	wikigeneratie
wikimediagemeenschap	noun	de gemeenschap van gebruikers[2] die actief zijn op een of meerdere van de verschillende Wikimediaprojecten
wikimediagemeenschapje	=	wikimediagemeenschap
wikimediagemeenschapjes	=	wikimediagemeenschap
wikimediagemeenschappen	=	wikimediagemeenschap
wikimediaproject	noun	een project dat door Wikimedia is opgezet
wikimediaprojecten	=	wikimediaproject
wikimediaprojectje	=	wikimediaproject
wikimediaprojectjes	=	wikimediaproject
wikipagina	noun	pagina van de wikipedia online-encyclopedie over een bepaald onderwerp
wikipagina's	=	wikipagina
wikipaginaatje	=	wikipagina
wikipaginaatjes	=	wikipagina
wikipedia-artikel	noun	pagina met informatie over een onderwerp in de online encyclopedie Wikipedia
wikipedia-artikelen	=	wikipedia-artikel
wikipedia-artikels	=	wikipedia-artikel
wikipedia-artikeltje	=	wikipedia-artikel
wikipedia-artikeltjes	=	wikipedia-artikel
wikipediaan	noun	een gebruiker [2] op Wikipedia.
wikipediaantje	=	wikipediaan
wikipediaantjes	=	wikipediaan
wikipediagemeenschap	noun	de gemeenschap van alle gebruikers die op Wikipedia actief zijn.
wikipediagemeenschapje	=	wikipediagemeenschap
wikipediagemeenschapjes	=	wikipediagemeenschap
wikipediagemeenschappen	=	wikipediagemeenschap
wikipedianen	=	wikipediaan
wikisyntax	noun	een opmaaktaal die gebruikt wordt om pagina's te schrijven in wikiwebsites zoals Wikipedia.
wikitaal	noun	het geheel aan termen waarvan de gebruikers van een wikisysteem, zoals projecten van Wikimedia Foundation, zich bedienen
wikitaaltje	=	wikitaal
wikitekst	noun	een opmaaktaal die gebruikt wordt om pagina's te schrijven in wikiwebsites zoals Wikipedia
wikiwoordenboek	noun	handig systeem (vertaalwoordenboek) gebouwd in meerdere talen waar een ieder iets aan toe kan voegen
wikiwoordenboeken	=	wikiwoordenboek
wikiwoordenboekje	=	wikiwoordenboek
wikiwoordenboekjes	=	wikiwoordenboek
wikje	=	wik
wikjes	=	wik
wikke	=	wikken
wikke-uil	noun	Lygephila pastinum een vlinder uit de familie spinneruilen (Erebidae).
wikke-uilen	=	wikke-uil
wikke-uiltje	=	wikke-uil
wikke-uiltjes	=	wikke-uil
wikkebij	noun	Andrena lathyri een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
wikkebijen	=	wikkebij
wikkebijtje	=	wikkebij
wikkebijtjes	=	wikkebij
wikkeblauwtje	noun	Polyommatus amandus een vlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes.
wikkeblauwtjes	=	wikkeblauwtje
wikkebloemgalmug	noun	Anabremia viciae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wikkebloemgalmuggen	=	wikkebloemgalmug
wikkebloemgalmuggetjes	=	wikkebloemgalmug
wikkebloemgalmugje	=	wikkebloemgalmug
wikkehaantje	noun	Derocrepis rufipes een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
wikkehaantjes	=	wikkehaantje
wikkekever	noun	Bruchus atomarius een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
wikkekevers	=	wikkekever
wikkekevertje	=	wikkekever
wikkekevertjes	=	wikkekever
wikkel	noun	datgene waarin iets wordt gewikkeld, of datgene dat (op)gerold is
wikkelde	=	wikkelen
wikkelden	=	wikkelen
wikkele	=	wikkelen
wikkelen	verb	draaiend iets buigzaams rond een voorwerp aanbrengen
wikkelend	=	wikkelen
wikkelende	=	wikkelen
wikkeling	noun	elk van de slagen waarmee men wikkelt of iets gewikkeld is
wikkelingen	=	wikkeling
wikkelingetje	=	wikkeling
wikkelingetjes	=	wikkeling
wikkels	=	wikkel
wikkelt	=	wikkelen
wikkeltje	=	wikkel
wikkeltjes	=	wikkel
wikkemineervlieg	noun	Agromyza erythrocephala een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae).
wikkemineervliegen	=	wikkemineervlieg
wikkemineervliegje	=	wikkemineervlieg
wikkemineervliegjes	=	wikkemineervlieg
wikken	verb	afwegen in de zin van tobben, overdenken
wikkend	=	wikken
wikkende	=	wikken
wikkepeulgalmug	noun	Asphondylia ervi een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wikkepeulgalmuggen	=	wikkepeulgalmug
wikkepeulgalmuggetjes	=	wikkepeulgalmug
wikkepeulgalmugje	=	wikkepeulgalmug
wikkespitssnuitkever	noun	Oxystoma pomonae een keversoort behorend tot de spitsmuisjes.
wikkespitssnuitkevers	=	wikkespitssnuitkever
wikkespitssnuitkevertje	=	wikkespitssnuitkever
wikkespitssnuitkevertjes	=	wikkespitssnuitkever
wikt	=	wikken
wikte	=	wikken
wikten	=	wikken
wil	noun	de bereidheid of zin om iets te doen
wild	noun	dieren die niet onder menselijke beheersing zijn opgegroeid	adj	in de vrije natuur levend
wildachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van wild
wildachtige	=	wildachtig
wildachtiger	=	wildachtig
wildachtigere	=	wildachtig
wildachtigers	=	wildachtig
wildachtigs	=	wildachtig
wildachtigst	=	wildachtig
wildachtigste	=	wildachtig
wildbebost	adj	op een ongeordende manier begroeid met bomen
wildbeboste	=	wildbebost
wildbebosts	=	wildbebost
wildbedost	adj	met een wilde haardos; met een ongekamd kapsel
wildbedoste	=	wildbedost
wildbedosts	=	wildbedost
wildbestand	noun	omvang en variatie van het wild in een gebied
wildbestanden	=	wildbestand
wildbestandje	=	wildbestand
wildbestandjes	=	wildbestand
wildbraad	noun	gebraden vlees van wilde dieren
wildbraken	verb	overgeven op de openbare weg
wildbrakend	=	wildbraken
wildbrakende	=	wildbraken
wildbreien	verb	breien waarmee men voorwerpen in de openbare ruimte kan versieren
wildbreiend	=	wildbreien
wildbreiende	=	wildbreien
wildcard	noun	toegangskaart voor een speler voor een toernooi die daarvoor niet 'geplaatst' is
wildcardje	=	wildcard
wildcardjes	=	wildcard
wildcards	=	wildcard
wilde	noun	iemand zonder beschaving
wildebeest	noun	blauwe gnoe, Connochaetes taurinus
wildebeesten	=	wildebeest
wildebeestje	=	wildebeest
wildebeestjes	=	wildebeest
wildebras	noun	een wild kind, kan een jongen of meisje zijn
wildebrasje	=	wildebras
wildebrasjes	=	wildebras
wildebrassen	=	wildebras
wildeman	noun	een sterke, slecht verzorgde, ongeciviliseerde man
wildemannen	=	wildeman
wildemannetje	=	wildeman
wildemannetjes	=	wildeman
wildemans	=	wildeman
wildemanskruid	noun	Pulsatilla vulgaris een vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
wildemanskruiden	=	wildemanskruid
wildemanskruidje	=	wildemanskruid
wildemanskruidjes	=	wildemanskruid
wildemansmot	noun	Aphelia ferugana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
wildemansmotje	=	wildemansmot
wildemansmotjes	=	wildemansmot
wildemansmotten	=	wildemansmot
wilden	=	willen
wildenthousiast	adj	met veel geestdrift; zeer hartstochtelijk; zeer uitbundig
wildenthousiaste	=	wildenthousiast
wildenthousiasts	=	wildenthousiast
wilder	=	wild
wildere	=	wild
wildernis	noun	een bosachtig gebied dat weinig door de mens geregeld is
wildernisje	=	wildernis
wildernisjes	=	wildernis
wildernissen	=	wildernis
wilders	=	wild
wildgekakt	=	wildkakken
wildgeparkeerd	=	wildparkeren
wildgeplakt	=	wildplakken
wildgeplakte	=	wildplakken
wildgeplast	=	wildplassen
wildgepoept	=	wildpoepen
wildgraaf	noun	adellijke titel afkomstig uit Duitsland
wildgraafje	=	wildgraaf
wildgraafjes	=	wildgraaf
wildgraven	=	wildgraaf
wildgroei	noun	onstuimige, ongebreidelde groei
wildheden	=	wildheid
wildheid	noun	het onrustig en ongetemd zijn
wildkakken	verb	poepen op een plek waar dat niet is toegestaan
wildkakker	noun	iemand die poept op een plek waar dat niet is toegestaan
wildkakkers	=	wildkakker
wildkakkertje	=	wildkakker
wildkakkertjes	=	wildkakker
wildkampeer	=	wildkamperen
wildkamperen	verb	kamperen in de vrije natuur en dus niet op een camping
wildkamperend	=	wildkamperen
wildkamperende	=	wildkamperen
wildpark	noun	een dierentuin waar inheems en/of jachtwild wordt gehouden in betrekkelijke vrijheid, en waar bezoekers te voet of per auto het leefgebied van de dieren doorkruisen
wildparkeer	=	wildparkeren
wildparkeerde	=	wildparkeren
wildparkeerden	=	wildparkeren
wildparkeerder	noun	iemand die zijn vervoermiddel tijdelijk achterlaat op een plaats die daar niet voor bestemd is (meestal om kosten of inspanning te vermijden)
wildparkeerders	=	wildparkeerder
wildparkeert	=	wildparkeren
wildparken	=	wildpark
wildparkere	=	wildparkeren
wildparkeren	verb	je vervoermiddel tijdelijk achterlaten op een plaats die daar niet voor bestemd is (meestal om kosten of inspanning te vermijden)
wildparkerend	=	wildparkeren
wildparkerende	=	wildparkeren
wildpastei	noun	een mengsel van wild, groenten of andere hartige ingrediënten in een omhulsel van korstdeeg of brooddeeg, gegaard in de oven of boven open vuur
wildpasteien	=	wildpastei
wildpaté	noun	smeuige, smeerbare, gemalen lever van wilde dieren
wildpatés	=	wildpaté
wildplak	=	wildplakken
wildplakken	verb	het illegaal plakken van aanplakbiljetten, affiches of stickers op niet daarvoor bestemde plaatsen (in de openbare ruimte)
wildplakkend	=	wildplakken
wildplakkende	=	wildplakken
wildplakt	=	wildplakken
wildplakte	=	wildplakken
wildplakten	=	wildplakken
wildplas	=	wildplassen
wildplasse	=	wildplassen
wildplassen	verb	het illegaal urineren in de openbare ruimte, zonder gebruik te maken van een toilet, urinoir of andere daartoe uitgevonden voorziening
wildplassend	=	wildplassen
wildplassende	=	wildplassen
wildplasser	noun	iemand die urineert in de openbare ruimte zonder gebruik te maken van daartoe bestemde voorzieningen
wildplassers	=	wildplasser
wildplassertje	=	wildplasser
wildplassertjes	=	wildplasser
wildplast	=	wildplassen
wildplaste	=	wildplassen
wildplasten	=	wildplassen
wildpoep	=	wildpoepen
wildpoepen	verb	poepen op een plek waar dat niet is toegestaan
wildpoepend	=	wildpoepen
wildpoepende	=	wildpoepen
wildpoeper	noun	iemand die poept op een plek waar dat niet is toegestaan
wildpoepers	=	wildpoeper
wildpoepertje	=	wildpoeper
wildpoepertjes	=	wildpoeper
wildpoept	=	wildpoepen
wildpoepte	=	wildpoepen
wildpoepten	=	wildpoepen
wildreservaat	noun	afgeschermd gebied waarin wilde dieren worden beschermd tegen jagers en andere mensen
wildreservaten	=	wildreservaat
wildroker	noun	persoon die in de buitenlucht rookt
wildrokers	=	wildroker
wildrooster	noun	samenstel van staven of balkjes boven een kuil, dat dient om te voorkomen dat het wild een terrein verlaat
wildroosters	=	wildrooster
wilds	=	wild
wildschaar	noun	schaar om wildbraad (eventueel inclusief botten) mee in stukken te knippen
wildschaartje	=	wildschaar
wildschaartjes	=	wildschaar
wildscharen	=	wildschaar
wildschommel	noun	vrolijk versierde schommel die illegaal in de openbare ruimte is geplaatst
wildschommelaar	noun	persoon die gebruikmaakt van een vrolijk gekleurde schommel die illegaal in de openbare ruimte is opgehangen
wildschommelaars	=	wildschommelaar
wildschommelen	verb	gebruikmaken van een vrolijk gekleurde schommel die illegaal is opgehangen in de openbare ruimte
wildschommelend	=	wildschommelen
wildschommelende	=	wildschommelen
wildschommels	=	wildschommel
wildschotel	noun	in de oven bereide warme schotel van wildbraad
wildschotels	=	wildschotel
wildschoteltje	=	wildschotel
wildschoteltjes	=	wildschotel
wildst	=	wild
wildstand	noun	de omvang, variatie en kwaliteit van de populatie wilde dieren in een bepaald gebied
wildstanden	=	wildstand
wildste	=	wild
wildstroper	noun	misdadiger die zonder vergunning op wilde dieren jaagt
wildstropers	=	wildstroper
wildtunnel	noun	een tunnel waardoor wilde dieren een weg kunnen passeren
wildtunnels	=	wildtunnel
wildtunneltje	=	wildtunnel
wildtunneltjes	=	wildtunnel
wildtype	noun	het fenotype van een soort zoals het in de natuur voorkomt
wildtypen	=	wildtype
wildtypes	=	wildtype
wildviaduct	noun	een kunstwerk waar wilde dieren een drukke verkeersweg kunnen kruisen
wildviaducten	=	wildviaduct
wildvreemd	adj	helemaal onbekend
wildvreemde	=	wildvreemd
wildvreemds	=	wildvreemd
wildwater	noun	waterweg waarin de laminaire stroming is verstoord zodat turbulentie, vortices, snelle stromingen en tegenstromingen ontstaan en het water veel lucht gaat bevatten
wildwaterbaan	noun	geleide vaarroute met hindernissen voor bemande boten (of houtvlot, boomstam, prauw etc.), o.a. in pretparken
wildwaterbaantje	=	wildwaterbaan
wildwaterbaantjes	=	wildwaterbaan
wildwaterbanen	=	wildwaterbaan
wildwaterkano	noun	met peddels voortbewogen bootje om over onstuimig stromend water te varen
wildwaterkano's	=	wildwaterkano
wildwaterkanootje	=	wildwaterkano
wildwaterkanootjes	=	wildwaterkano
wildwaterkanoën	verb	varen op snelstromend water in kano´s of rubberboten
wildwaterkanoënd	=	wildwaterkanoën
wildwaterkanoënde	=	wildwaterkanoën
wildwatervaar	=	wildwatervaren
wildwatervaren	verb	varen op snelstromend water in kano´s of rubberboten
wildwatervarend	=	wildwatervaren
wildwatervarende	=	wildwatervaren
wildwestfilm	noun	film die zich afspeelt in het wilde westen van Amerika gedurende de 19de eeuw en waarin cowboys en indianen de hoofdrol spelen
wildwestfilms	=	wildwestfilm
wildwestsituatie	noun	een toestand van wetteloosheid
wildwestsituaties	=	wildwestsituatie
wildwestverhaal	noun|figurative	een spannend verhaal waarin men alle wettelijke, burgerlijke en religieuze regels aan zijn laars lapt
wildwestverhalen	=	wildwestverhaal
wildwissel	noun	viaduct voor wild dat daardoor een weg of rivier kan oversteken
wildwissels	=	wildwissel
wildzang	noun	het natuurlijke gezang van vogels
wildzangen	=	wildzang
wildzangetje	=	wildzang
wilf	=	wilfen
wilfe	=	wilfen
wilfen	verb	doelloos rondklikken op het internet
wilfend	=	wilfen
wilfende	=	wilfen
wilfer	noun	iemand die zo lang op het internet aan het zoeken is dat hij of zij na een tijdje niet meer weer waarna hij of zij aan het zoeken was
wilfers	=	wilfer
wilft	=	wilfen
wilfte	=	wilfen
wilften	=	wilfen
wilg	noun	een geslacht Salix van tweehuizige bomen en struiken uit de wilgenfamilie (Salicaceae).
wilgachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een wilg
wilgachtige	=	wilgachtig
wilgachtiger	=	wilgachtig
wilgachtigere	=	wilgachtig
wilgachtigers	=	wilgachtig
wilgachtigs	=	wilgachtig
wilgachtigst	=	wilgachtig
wilgachtigste	=	wilgachtig
wilgalant	noun	Inula salicina een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae).
wilgalanten	=	wilgalant
wilgalantje	=	wilgalant
wilgalantjes	=	wilgalant
wilgbladrandknobbelmijt	noun	Aculus craspedobius een dier uit de familie van de Eriophyidae en werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Nalepa in 1925.
wilgbladrandknobbelmijten	=	wilgbladrandknobbelmijt
wilgbladrandknobbelmijtje	=	wilgbladrandknobbelmijt
wilgbladrandknobbelmijtjes	=	wilgbladrandknobbelmijt
wilgen	adj	van wilgenhout vervaardigd
wilgenbast	noun	bast van van een wilg (waaruit vroeger o.a. salicyl werd gewonnen)
wilgenbasten	=	wilgenbast
wilgenbastgalmug	noun	Rabdophaga saliciperda een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wilgenbastgalmuggen	=	wilgenbastgalmug
wilgenbastgalmugje	=	wilgenbastgalmug
wilgenbastgalmugjes	=	wilgenbastgalmug
wilgenbladsteelwesp	noun	Euura venusta een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
wilgenbladsteelwespen	=	wilgenbladsteelwesp
wilgenbladsteelwespje	=	wilgenbladsteelwesp
wilgenbladsteelwespjes	=	wilgenbladsteelwesp
wilgenbladwesp	noun	Nematus salicis een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
wilgenbladwespen	=	wilgenbladwesp
wilgenbladwespje	=	wilgenbladwesp
wilgenbladwespjes	=	wilgenbladwesp
wilgenbos	noun	groep wilgenbomen die dicht bij elkaar groeien
wilgenbosje	=	wilgenbos
wilgenbosjes	=	wilgenbos
wilgenbossen	=	wilgenbos
wilgenbundelzwam	noun	Pholiota cerifera een paddenstoel uit de familie Strophariaceae.
wilgenbundelzwammen	=	wilgenbundelzwam
wilgenbundelzwammetje	=	wilgenbundelzwam
wilgenbundelzwammetjes	=	wilgenbundelzwam
wilgendansvlieg	noun	Empis borealis een vliegensoort uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
wilgendansvliegen	=	wilgendansvlieg
wilgendansvliegje	=	wilgendansvlieg
wilgendansvliegjes	=	wilgendansvlieg
wilgendwergbladroller	noun	een vlinder Pammene populana uit de familie bladrollers (Tortricidae).
wilgendwergbladrollers	=	wilgendwergbladroller
wilgendwergbladrollertje	=	wilgendwergbladroller
wilgendwergbladrollertjes	=	wilgendwergbladroller
wilgendwergspanner	noun	Eupithecia tenuiata een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
wilgendwergspanners	=	wilgendwergspanner
wilgendwergspannertje	=	wilgendwergspanner
wilgendwergspannertjes	=	wilgendwergspanner
wilgenelfje	noun	Melangyna lasiophthalma een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wilgenelfjes	=	wilgenelfje
wilgenfamilie	noun	een familie Salicaceae van tweezaadlobbige planten.
wilgenfamilies	=	wilgenfamilie
wilgenfamilietje	=	wilgenfamilie
wilgenfamilietjes	=	wilgenfamilie
wilgenfeetiran	noun	Empidonax traillii een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen)
wilgenfeetirannen	=	wilgenfeetiran
wilgenfeetirannetje	=	wilgenfeetiran
wilgenfeetirannetjes	=	wilgenfeetiran
wilgenfranjekelkje	noun	Lachnum pudibundum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
wilgenfranjekelkjes	=	wilgenfranjekelkje
wilgengalboorvlieg	noun	Euphranta toxoneura een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
wilgengalboorvliegen	=	wilgengalboorvlieg
wilgengalboorvliegje	=	wilgengalboorvlieg
wilgengalboorvliegjes	=	wilgengalboorvlieg
wilgengitje	noun	Cheilosia grossa een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wilgengitjes	=	wilgengitje
wilgengors	noun	Emberiza aureola een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
wilgengorsje	=	wilgengors
wilgengorsjes	=	wilgengors
wilgengorzen	=	wilgengors
wilgengouduil	noun	Xanthia togata een vlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
wilgengouduilen	=	wilgengouduil
wilgengouduiltje	=	wilgengouduil
wilgengouduiltjes	=	wilgengouduil
wilgenhermelijnvlinder	noun	Furcula bifida een nachtvlinder uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae), die verspreid over Europa en Noord-Afrika voorkomt.
wilgenhermelijnvlinders	=	wilgenhermelijnvlinder
wilgenhermelijnvlindertje	=	wilgenhermelijnvlinder
wilgenhermelijnvlindertjes	=	wilgenhermelijnvlinder
wilgenhommel	noun	Bombus cryptarum een soort van de aardhommel-groep, een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae)
wilgenhommels	=	wilgenhommel
wilgenhommeltje	=	wilgenhommel
wilgenhommeltjes	=	wilgenhommel
wilgenhout	noun	Salix hout van een geslacht van tweehuizige bomen en struiken uit de wilgenfamilie (Salicaceae)
wilgenhoutrups	noun	Cossus cossus rups van de wilgenhoutvlinder, een nachtvlinder uit de familie Cossidae, de houtboorders.
wilgenhoutrupsen	=	wilgenhoutrups
wilgenhoutrupsje	=	wilgenhoutrups
wilgenhoutrupsjes	=	wilgenhoutrups
wilgenhoutvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus salicinus een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
wilgenhoutvlieskelkjes	=	wilgenhoutvlieskelkje
wilgenhoutvlinder	noun	Cossus cossus een nachtvlinder uit de familie Cossidae, de houtboorders
wilgenhoutvlinders	=	wilgenhoutvlinder
wilgenhoutvlindertje	=	wilgenhoutvlinder
wilgenhoutvlindertjes	=	wilgenhoutvlinder
wilgenhoutwesp	noun	Xiphydria camelus een vliesvleugelig insect uit de familie van de Xiphydriidae.
wilgenhoutwespen	=	wilgenhoutwesp
wilgenhoutwespje	=	wilgenhoutwesp
wilgenhoutwespjes	=	wilgenhoutwesp
wilgenkaartmot	noun	Agonopterix conterminella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
wilgenkaartmotje	=	wilgenkaartmot
wilgenkaartmotjes	=	wilgenkaartmot
wilgenkaartmotten	=	wilgenkaartmot
wilgenkarafjeszwam	noun	Valsa salicina een schimmel behorend tot de Valsaceae.
wilgenkarafjeszwammen	=	wilgenkarafjeszwam
wilgenkarafjeszwammetje	=	wilgenkarafjeszwam
wilgenkarafjeszwammetjes	=	wilgenkarafjeszwam
wilgenkatje	noun	manier van bloeien van een wilg
wilgenkatjes	=	wilgenkatje
wilgenkorstkogelzwam	noun	Eutypa laevata een schimmel behorend tot de familie Diatrypaceae.
wilgenkorstkogelzwammen	=	wilgenkorstkogelzwam
wilgenkorstkogelzwammetje	=	wilgenkorstkogelzwam
wilgenkorstkogelzwammetjes	=	wilgenkorstkogelzwam
wilgenlangsprietmot	noun	Adela cuprella een vlinder uit de familie van de langsprietmotten (Adelidae).
wilgenlangsprietmotje	=	wilgenlangsprietmot
wilgenlangsprietmotjes	=	wilgenlangsprietmot
wilgenlangsprietmotten	=	wilgenlangsprietmot
wilgenmarmerbladroller	noun	Apotomis capreana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
wilgenmarmerbladrollers	=	wilgenmarmerbladroller
wilgenmarmerbladrollertje	=	wilgenmarmerbladroller
wilgenmarmerbladrollertjes	=	wilgenmarmerbladroller
wilgennerfbladwesp	noun	Euura testaceipes een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
wilgennerfbladwespen	=	wilgennerfbladwesp
wilgennerfbladwespje	=	wilgennerfbladwesp
wilgennerfbladwespjes	=	wilgennerfbladwesp
wilgennerfhoekgalmug	noun	Dasineura pseudococcus een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wilgennerfhoekgalmuggen	=	wilgennerfhoekgalmug
wilgennerfhoekgalmuggetjes	=	wilgennerfhoekgalmug
wilgennerfhoekgalmugje	=	wilgennerfhoekgalmug
wilgennerfmineermot	noun	Ectoedemia intimella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
wilgennerfmineermotje	=	wilgennerfmineermot
wilgennerfmineermotjes	=	wilgennerfmineermot
wilgennerfmineermotten	=	wilgennerfmineermot
wilgenoogbladroller	noun	Epinotia subocellana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
wilgenoogbladrollers	=	wilgenoogbladroller
wilgenoogbladrollertje	=	wilgenoogbladroller
wilgenoogbladrollertjes	=	wilgenoogbladroller
wilgenplatbek	noun	Heringia verrucula een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wilgenplatbekje	=	wilgenplatbek
wilgenplatbekjes	=	wilgenplatbek
wilgenplatbekken	=	wilgenplatbek
wilgenplatvoetje	noun	Platycheirus discimanus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wilgenplatvoetjes	=	wilgenplatvoetje
wilgenprachtkevertje	noun	Trachys minutus een kever uit de familie prachtkevers (Buprestidae)
wilgenprachtkevertjes	=	wilgenprachtkevertje
wilgenroos	noun	Chamerion angustifolium plant met roze bloemen die vooral groeit in een waterrijke omgeving
wilgenroosje	noun	bepaald soort plant met roze bloemen die vooral groeit in een waterrijke omgeving, Chamerion angustifolium
wilgenroosjeroest	noun	Pucciniastrum epilobii een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
wilgenroosjeroesten	=	wilgenroosjeroest
wilgenroosjeroestje	=	wilgenroosjeroest
wilgenroosjeroestjes	=	wilgenroosjeroest
wilgenroosjes	=	wilgenroosje
wilgenroosjesbladgalmug	noun	Dasineura kiefferiana een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wilgenroosjesbladgalmuggen	=	wilgenroosjesbladgalmug
wilgenroosjesbladgalmuggetjes	=	wilgenroosjesbladgalmug
wilgenroosjesbladgalmugje	=	wilgenroosjesbladgalmug
wilgenroosjesbloemgalmug	noun	Dasineura epilobii een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wilgenroosjesbloemgalmuggen	=	wilgenroosjesbloemgalmug
wilgenroosjesbloemgalmuggetjes	=	wilgenroosjesbloemgalmug
wilgenroosjesbloemgalmugje	=	wilgenroosjesbloemgalmug
wilgenroosjesboorder	noun	Mompha jurassicella een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
wilgenroosjesboorders	=	wilgenroosjesboorder
wilgenroosjesboordertje	=	wilgenroosjesboorder
wilgenroosjesboordertjes	=	wilgenroosjesboorder
wilgenroosjesdikkopmot	noun	Scythris inspersella een vlinder uit de familie dikkopmotten (Scythrididae).
wilgenroosjesdikkopmotje	=	wilgenroosjesdikkopmot
wilgenroosjesdikkopmotjes	=	wilgenroosjesdikkopmot
wilgenroosjesdikkopmotten	=	wilgenroosjesdikkopmot
wilgenroosjesgalmot	noun	Mompha sturnipennella een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
wilgenroosjesgalmotje	=	wilgenroosjesgalmot
wilgenroosjesgalmotjes	=	wilgenroosjesgalmot
wilgenroosjesgalmotten	=	wilgenroosjesgalmot
wilgenroosjesmot	noun	insect uit de familie Momphidae van vlinders uit de superfamilie Gelechioidea.
wilgenroosjesmotje	=	wilgenroosjesmot
wilgenroosjesmotjes	=	wilgenroosjesmot
wilgenroosjesmotten	noun	Momphidae een familie van vlinders uit de superfamilie Gelechioidea.
wilgenroosjesscheutmot	noun	Mompha conturbatella een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
wilgenroosjesscheutmotje	=	wilgenroosjesscheutmot
wilgenroosjesscheutmotjes	=	wilgenroosjesscheutmot
wilgenroosjesscheutmotten	=	wilgenroosjesscheutmot
wilgenroosjeswortelmot	noun	Mompha idaei een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
wilgenroosjeswortelmotje	=	wilgenroosjeswortelmot
wilgenroosjeswortelmotjes	=	wilgenroosjeswortelmot
wilgenroosjeswortelmotten	=	wilgenroosjeswortelmot
wilgenrooskelkje	noun	Allophylaria macrospora een schimmel behorend tot de familie Pezizellaceae.
wilgenrooskelkjes	=	wilgenrooskelkje
wilgenroosuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza chamaenerii een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
wilgenroosuitbreekkommetjes	=	wilgenroosuitbreekkommetje
wilgenrozen	=	wilgenroos
wilgenschorsschijfje	noun	Diatrype bullata een schimmel behorend tot de familie Diatrypaceae.
wilgenschorsschijfjes	=	wilgenschorsschijfje
wilgenschorsvlinder	noun	Apterogenum ypsillon een vlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
wilgenschorsvlinders	=	wilgenschorsvlinder
wilgenschorsvlindertje	=	wilgenschorsvlinder
wilgenschorsvlindertjes	=	wilgenschorsvlinder
wilgenslakkenspoormot	noun	Phyllocnistis saligna een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
wilgenslakkenspoormotje	=	wilgenslakkenspoormot
wilgenslakkenspoormotjes	=	wilgenslakkenspoormot
wilgenslakkenspoormotten	=	wilgenslakkenspoormot
wilgenspanner	noun	Macaria artesiaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
wilgenspanners	=	wilgenspanner
wilgenspannertje	=	wilgenspanner
wilgenspannertjes	=	wilgenspanner
wilgenspiegelmot	noun	Cydia servillana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
wilgenspiegelmotje	=	wilgenspiegelmot
wilgenspiegelmotjes	=	wilgenspiegelmot
wilgenspiegelmotten	=	wilgenspiegelmot
wilgensteltmot	noun	Caloptilia stigmatella een nachtvlinder uit de familie Gracillariidae, de mineermotten.
wilgensteltmotje	=	wilgensteltmot
wilgensteltmotjes	=	wilgensteltmot
wilgensteltmotten	=	wilgensteltmot
wilgenstippelmot	noun	Yponomeuta rorrella een vlinder uit de familie van de stippelmotten (Yponomeutidae).
wilgenstippelmotje	=	wilgenstippelmot
wilgenstippelmotjes	=	wilgenstippelmot
wilgenstippelmotten	=	wilgenstippelmot
wilgentak	noun	tak van een wilg
wilgentakgalmug	noun	Rabdophaga salicis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wilgentakgalmuggen	=	wilgentakgalmug
wilgentakgalmugje	=	wilgentakgalmug
wilgentakgalmugjes	=	wilgentakgalmug
wilgentakje	=	wilgentak
wilgentakjes	=	wilgentak
wilgentakken	=	wilgentak
wilgentakmineervlieg	noun	Hexomyza simplicoides een vliegensoort uit de familie van de mineervliegen (Agromyzidae).
wilgentakmineervliegen	=	wilgentakmineervlieg
wilgentakmineervliegje	=	wilgentakmineervlieg
wilgentakmineervliegjes	=	wilgentakmineervlieg
wilgentandvlinder	noun	Notodonta tritophus een vlinder uit de familie van de tandvlinders, de Notodontidae
wilgentandvlinders	=	wilgentandvlinder
wilgentandvlindertje	=	wilgentandvlinder
wilgentandvlindertjes	=	wilgentandvlinder
wilgentopgalmug	noun	Rabdophaga terminalis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wilgentopgalmuggen	=	wilgentopgalmug
wilgentopgalmuggetjes	=	wilgentopgalmug
wilgentopgalmugje	=	wilgentopgalmug
wilgentwijgvlieskelkje	noun	Hymenoscyphus salicellus een schimmel behorend tot de familie Helotiaceae.
wilgentwijgvlieskelkjes	=	wilgentwijgvlieskelkje
wilgenuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza fuckelii een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
wilgenuitbreekkommetjes	=	wilgenuitbreekkommetje
wilgenvaalhoed	noun	Hebeloma salicicola een schimmel uit de familie Hymenogastraceae.
wilgenvaalhoeden	=	wilgenvaalhoed
wilgenvaalhoedje	=	wilgenvaalhoed
wilgenvaalhoedjes	=	wilgenvaalhoed
wilgenvezelkop	noun	Inocybe salicis een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
wilgenvezelkopje	=	wilgenvezelkop
wilgenvezelkopjes	=	wilgenvezelkop
wilgenvezelkoppen	=	wilgenvezelkop
wilgenvezelkoppie	=	wilgenvezelkop
wilgenvezelkoppies	=	wilgenvezelkop
wilgenvlekkenzwam	noun	Rhytisma salicinum een schimmel wat een biotrofe parasiet is die voorkomt die voorkomt op wilgenbladeren en zich kenmerkt door de vorming van een zwarte vlek (0,2-0,5 cm) op de bovenzijde van de bladeren.
wilgenvlekkenzwammen	=	wilgenvlekkenzwam
wilgenvlekkenzwammetje	=	wilgenvlekkenzwam
wilgenvlekkenzwammetjes	=	wilgenvlekkenzwam
wilgenvlosnuitkever	noun	Tachyerges salicis een keversoort een lengte van 2,2 tot 2,8 mm behorend tot de snuitkevers
wilgenvlosnuitkevers	=	wilgenvlosnuitkever
wilgenvlosnuitkevertje	=	wilgenvlosnuitkever
wilgenvlosnuitkevertjes	=	wilgenvlosnuitkever
wilgenvouwmot	noun	Phyllonorycter salicicolella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
wilgenvouwmotje	=	wilgenvouwmot
wilgenvouwmotjes	=	wilgenvouwmot
wilgenvouwmotten	=	wilgenvouwmot
wilgenweeskind	noun	Catocala electa een nachtvlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae).
wilgenweeskinderen	=	wilgenweeskind
wilgenweeskindje	=	wilgenweeskind
wilgenweeskindjes	=	wilgenweeskind
wilgenwespvlinder	noun	Synanthedon formicaeformis een vlinder uit de familie sesiidae, de wespvlinders.
wilgenwespvlinders	=	wilgenwespvlinder
wilgenwespvlindertje	=	wilgenwespvlinder
wilgenwespvlindertjes	=	wilgenwespvlinder
wilgenworstjesbladwesp	noun	Pontania virilis een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
wilgenworstjesbladwespen	=	wilgenworstjesbladwesp
wilgenworstjesbladwespje	=	wilgenworstjesbladwesp
wilgenworstjesbladwespjes	=	wilgenworstjesbladwesp
wilgfonteinkruid	noun	Potamogeton × salicifolius een vaste plant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae).
wilgfonteinkruiden	=	wilgfonteinkruid
wilgfonteinkruidje	=	wilgfonteinkruid
wilgfonteinkruidjes	=	wilgfonteinkruid
wilgje	=	wilg
wilgjes	=	wilg
wilgkoeienogen	=	wilgkoeienoog
wilgkoeienoog	noun	Buphthalmum salicifolium een overblijvende plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
wilgsla	noun	Lactuca saligna een eenjarige of tweejarige plant, die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
wilgsla's	=	wilgsla
wilgspikkelpalpmot	noun	Anacampsis temerella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
wilgspikkelpalpmotje	=	wilgspikkelpalpmot
wilgspikkelpalpmotjes	=	wilgspikkelpalpmot
wilgspikkelpalpmotten	=	wilgspikkelpalpmot
wilgzuring	noun	Rumex triangulivalvis een vaste plant die behoort tot de duizendknoopfamilie (Polygonaceae), de plant komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten en Canada.
wilgzurinkje	=	wilgzuring
wilgzurinkjes	=	wilgzuring
wilhelminaparadijsvogel	noun	Lophorina superba x een paradijsvogel waarvan verondersteld wordt dat het een bastaard is tussen de prachtparadijsvogel (Diphyllodes magnificus of Cicinnurus magnificus) en de kraagparadijsvogel (Lophorina superba)
wilhelminaparadijsvogels	=	wilhelminaparadijsvogel
wilhelminaparadijsvogeltje	=	wilhelminaparadijsvogel
wilhelminaparadijsvogeltjes	=	wilhelminaparadijsvogel
wille	=	wil
willekeur	noun	handeling die zich niet aan enige regel buiten de voorkeur van de handelaar stoort, vrije verkiezing
willekeuren	=	willekeur
willekeurig	adj	naar de wil van degene die beslist dus niet volgens een bepaalde regel of dwingende noodzaak
willekeurige	=	willekeurig
willekeuriger	=	willekeurig
willekeurigere	=	willekeurig
willekeurigers	=	willekeurig
willekeurigheden	=	willekeurigheid
willekeurigheid	noun	de mate waarin iets gebaseerd is op willekeur
willekeurigs	=	willekeurig
willekeurigst	=	willekeurig
willekeurigste	=	willekeurig
willemsorde	noun	onderscheiding die door de koning van Nederland wordt verleend voor daden waaruit uitzonderlijke moed, beleid en trouw blijkt
willemsorden	=	willemsorde
willemsordes	=	willemsorde
willemstads	adj	op Willemstad betrekking hebbend
willemstadse	noun	een vrouwelijke inwoner van Willemstad, of een vrouw afkomstig uit Willemstad
willemstadsen	=	willemstadse
willemstadter	noun	een inwoner van Willemstad, of iemand afkomstig uit Willemstad
willemstadters	=	willemstadter
willen	verb	iets als verlangen of voorkeur hebben
willend	=	willen
willende	=	willen
willens	adv	met opzet, met voorbedachten rade
willet	noun	Tringa semipalmata een vogel uit de steltloperfamilie Scolopacidae
willetje	=	wil
willetjes	=	wil
willets	=	willet
willig	adj	volgzaam, bereid, gehoorzaam
willigde	=	willigen
willigden	=	willigen
willige	=	willig
willigen	verb	zich gewillig schikken in
willigend	=	willigen
willigende	=	willigen
williger	=	willig
willigere	=	willig
willigers	=	willig
willigheden	=	willigheid
willigheid	noun	het willig zijn
williglijk	adj	zonder tegenstribbelen, vaak gebruikt in de betekenis van vrijwillig instemmen of meewerken
williglijke	=	williglijk
williglijker	=	williglijk
williglijkere	=	williglijk
williglijkers	=	williglijk
williglijks	=	williglijk
williglijkst	=	williglijk
williglijkste	=	williglijk
willigs	=	willig
willigst	=	willig
willigste	=	willig
willigt	=	willigen
willoos	adj	zonder willoos
willoosheden	=	willoosheid
willoosheid	noun	onvermogen om te handelen, ook al weet je wat je moet doen
willoost	=	willoos
willooste	=	willoos
willoze	=	willoos
willozer	=	willoos
willozere	=	willoos
willozers	=	willoos
wills	noun	genitief van Will
wils	=	wil
wilsbekwaam	adj	in staat zijn wil kenbaar te maken
wilsbekwaamheden	=	wilsbekwaamheid
wilsbekwaamheid	noun	het vermogen van een individu om zelfstandig beslissingen te nemen
wilsbekwaams	=	wilsbekwaam
wilsbekwaamst	=	wilsbekwaam
wilsbekwaamste	=	wilsbekwaam
wilsbekwame	=	wilsbekwaam
wilsbekwamer	=	wilsbekwaam
wilsbekwamere	=	wilsbekwaam
wilsbekwamers	=	wilsbekwaam
wilsbepaling	noun	een document waarin een persoon schriftelijk vastlegt welke medische behandelingen hij of zij in de toekomst wel of niet wil ondergaan.
wilsbepalingen	=	wilsbepaling
wilsbepalinkje	=	wilsbepaling
wilsbepalinkjes	=	wilsbepaling
wilsbeschikking	noun	uiterste ~: ongerichte eenzijdige herroepelijke rechtshandeling gemaakt bij leven met werking na overlijden, voornamelijk om te beschikken over de eigen nalatenschap, maar ook om wensen omtrent de uitvaart vast te leggen of om voogdij in te stellen.
wilsbeschikkingen	=	wilsbeschikking
wilsbeschikkinkje	=	wilsbeschikking
wilsbeschikkinkjes	=	wilsbeschikking
wilsdaad	noun	iets wat iemand doet uit eigen vrije wil
wilsdaden	=	wilsdaad
wilsgebrek	noun	onvoldoende de wil kunnen omzetten in daden
wilsgebreken	=	wilsgebrek
wilsgebrekje	=	wilsgebrek
wilsgebrekjes	=	wilsgebrek
wilskracht	noun	het vermogen om wat je wilt ook te doen ondanks allerlei verleidingen om het anders te doen
wilskrachten	=	wilskracht
wilskrachtig	adj	met het vermogen om wat je wilt ook uit te voeren, met doorzettingskracht
wilskrachtige	=	wilskrachtig
wilskrachtiger	=	wilskrachtig
wilskrachtigere	=	wilskrachtig
wilskrachtigers	=	wilskrachtig
wilskrachtigs	=	wilskrachtig
wilskrachtigst	=	wilskrachtig
wilskrachtigste	=	wilskrachtig
wilsonbekwaam	adj	niet in staat zijn wil te bepalen en te uiten
wilsonbekwaams	=	wilsonbekwaam
wilsonbekwaamst	=	wilsonbekwaam
wilsonbekwaamste	=	wilsonbekwaam
wilsonbekwame	=	wilsonbekwaam
wilsonbekwamer	=	wilsonbekwaam
wilsonbekwamere	=	wilsonbekwaam
wilsonbekwamers	=	wilsonbekwaam
wilsonpopulier	noun	Populus wilsonii een plant uit de wilgenfamilie (Salicaceae).
wilsonpopulieren	=	wilsonpopulier
wilsonpopuliertje	=	wilsonpopulier
wilsonpopuliertjes	=	wilsonpopulier
wilsuiting	noun	het kenbaar maken van de eigen wil door iets te zeggen of te doen
wilsuitingen	=	wilsuiting
wilsuitinkje	=	wilsuiting
wilsuitinkjes	=	wilsuiting
wilsverklaring	noun	eenzijdige wilsuiting die gericht is of lijkt te zijn gericht op het tot stand brengen van rechtsgevolgen
wilsverklaringen	=	wilsverklaring
wilsverklarinkje	=	wilsverklaring
wilsverklarinkjes	=	wilsverklaring
wilsvrijheden	=	wilsvrijheid
wilsvrijheid	noun	het vrij-zijn van het vermogen om te beslissen of men iets al of niet nastreeft
wilt	verb	tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van willen
wimber	noun	karperachtige soort riviervis Vimba vimba
wimberg	noun	een driehoekig gevelelement boven vensters, deuropeningen en grafnissen vooral in de gotische bouwstijl
wimbergen	=	wimberg
wimbers	=	wimber
wimpel	noun	een smalle strook stof, die aan een vlaggenmast wordt bevestigd en die geheel zelfstandig boven in de mast, of anders direct boven de vlag komt te hangen
wimpelaal	noun	Erpetoichthys calabaricus een zoetwatervis uit de familie kwastsnoeken (Polypteridae) en orde Polypteriformes.
wimpelaaltje	=	wimpelaal
wimpelaaltjes	=	wimpelaal
wimpelalen	=	wimpelaal
wimpelde	=	wimpelen
wimpelden	=	wimpelen
wimpeldrager	noun	Pteridophora alberti een endemische vogelsoort uit Nieuw-Guinea.
wimpeldragers	=	wimpeldrager
wimpeldragertje	=	wimpeldrager
wimpeldragertjes	=	wimpeldrager
wimpele	=	wimpelen
wimpelen	verb	heen en weer waaien, wapperen, fladderen
wimpelend	=	wimpelen
wimpelende	=	wimpelen
wimpelnachtzwaluw	noun	Caprimulgus vexillarius een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
wimpelnachtzwaluwen	=	wimpelnachtzwaluw
wimpelnachtzwaluwtje	=	wimpelnachtzwaluw
wimpelnachtzwaluwtjes	=	wimpelnachtzwaluw
wimpelpalpje	noun	Tallusia experta een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
wimpelpalpjes	=	wimpelpalpje
wimpelpedaalmot	noun	Argyresthia dilectella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
wimpelpedaalmotje	=	wimpelpedaalmot
wimpelpedaalmotjes	=	wimpelpedaalmot
wimpelpedaalmotten	=	wimpelpedaalmot
wimpels	=	wimpel
wimpelstaartkolibrie	noun	Trochilus polytmus een vogel uit de familie van de kolibries (Trochilidae).
wimpelstaartkolibries	noun	een geslacht Trochilus van vogels uit de familie van de kolibries (Trochilidae).
wimpelstaartkolibrietje	=	wimpelstaartkolibrie
wimpelstaartkolibrietjes	=	wimpelstaartkolibrie
wimpelstaarttiran	noun	Alectrurus risora een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
wimpelstaarttirannen	=	wimpelstaarttiran
wimpelstaarttirannetje	=	wimpelstaarttiran
wimpelstaarttirannetjes	=	wimpelstaarttiran
wimpelt	=	wimpelen
wimpeltje	=	wimpel
wimpeltjes	=	wimpel
wimpelvissen	noun	een familie Zanclidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
wimper	noun	haartje langs de rand van het ooglid
wimpercitroenzweefvlieg	noun	Xanthogramma laetum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wimpercitroenzweefvliegen	=	wimpercitroenzweefvlieg
wimpercitroenzweefvliegje	=	wimpercitroenzweefvlieg
wimpercitroenzweefvliegjes	=	wimpercitroenzweefvlieg
wimperflankzandbij	noun	Andrena dorsata een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
wimperflankzandbijen	=	wimperflankzandbij
wimperflankzandbijtje	=	wimperflankzandbij
wimperflankzandbijtjes	=	wimperflankzandbij
wimpergekko	noun	Correlophus ciliatus een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Diplodactylidae
wimpergekko's	=	wimpergekko
wimpergekkootje	=	wimpergekko
wimpergekkootjes	=	wimpergekko
wimperkransbolletje	noun	Capronia pilosella een schimmel behorend tot de familie Herpotrichiellaceae.
wimperkransbolletjes	=	wimperkransbolletje
wimperkruller	noun	klein, tangachtig voorwerp om de bovenste wimpers mee om te buigen zodat ze gaan krullen
wimperkrullers	=	wimperkruller
wimperkrullertje	=	wimperkruller
wimperkrullertjes	=	wimperkruller
wimpermos	noun	Anaptychia ciliaris een korstmossoort uit de familie Physciaceae.
wimpermosdiertje	noun	Bicellariella ciliata een mosdiertjessoort uit de familie Bugulidae.
wimpermosdiertjes	=	wimpermosdiertje
wimpermosje	=	wimpermos
wimpermosjes	=	wimpermos
wimpermossen	=	wimpermos
wimperparelgras	noun	Melica ciliata een overblijvende plant die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
wimperparelgrasje	=	wimperparelgras
wimperparelgrasjes	=	wimperparelgras
wimperparelgrassen	=	wimperparelgras
wimpers	=	wimper
wimperspitsmuis	noun	Suncus etruscus insecteneter in de familie van spitsmuizen
wimperspitsmuisje	=	wimperspitsmuis
wimperspitsmuisjes	=	wimperspitsmuis
wimperspitsmuizen	=	wimperspitsmuis
wimpertje	=	wimper
wimpertjes	=	wimper
wimpertransplantatie	noun	transplantatie van haartjes naar het wimpergebied
wimpertransplantaties	=	wimpertransplantatie
wimperverf	noun	een speciale verf die wordt aangebracht op wimpers om ze een donkerdere kleur te geven, waardoor ze voller en zichtbaarder lijken
wimperverven	=	wimperverf
wimperwesp	noun	Entomognathus brevis een vliesvleugelig insect uit de familie van de graafwespen (Crabronidae).
wimperwespen	=	wimperwesp
wimperwespje	=	wimperwesp
wimperwespjes	=	wimperwesp
wimperzomerelfje	noun	Melangyna labiatarum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wimperzomerelfjes	=	wimperzomerelfje
wimperzwam	noun	een geslacht Scutellinia van schimmels
wimperzwammen	=	wimperzwam
wimperzwammetje	=	wimperzwam
wimperzwammetjes	=	wimperzwam
win	=	winnen
winbaar	adj	van een delfstof dat men deze op een economisch rendabele manier kan opdelven
winbaarder	=	winbaar
winbaardere	=	winbaar
winbaarders	=	winbaar
winbaars	=	winbaar
winbaarst	=	winbaar
winbaarste	=	winbaar
winbare	=	winbaar
winch	noun	lier, windas
winchen	=	winch
winches	=	winch
winchester	noun	Amerikaans automatisch repeteergeweer
winchesters	=	winchester
wind	noun	de stroming van lucht veroorzaakt door luchtdrukverschillen
windaandrijving	noun	het gebruik maken van windkracht om een vaartuig of machine aan te drijven, hetzij volledig, hetzij hybride waarbij er ook gebruik gemaakt wordt van andere vormen van aandrijving
windaandrijvingen	=	windaandrijving
windas	noun	een werktuig met een horizontaal opgestelde spil waaromheen een touw wordt opgewikkeld om lasten te heffen of te verschuiven
windasje	=	windas
windasjes	=	windas
windassen	=	windas
windbuil	noun	een opschepper
windbuilen	=	windbuil
windbuiltje	=	windbuil
windbuiltjes	=	windbuil
windbuks	noun	een geweer waarbij de kogel door expansie van een gecomprimeerd gas naar buiten wordt geduwd
windbuksen	=	windbuks
windbuksje	=	windbuks
windbuksjes	=	windbuks
winddeflector	noun	installatie om wind af te buigen
winddeflectoren	=	winddeflector
winddeflectors	=	winddeflector
winddicht	adj	ondoordringbaar voor wind
winddichte	=	winddicht
winddichter	=	winddicht
winddichtere	=	winddicht
winddichters	=	winddicht
winddichts	=	winddicht
winddichtst	=	winddicht
winddichtste	=	winddicht
winddrift	noun	een (zee)stroom die veroorzaakt wordt door wind die het water meesleept, driftstroom
winddriftje	=	winddrift
winddriftjes	=	winddrift
winde	noun	as waarom een kabel wordt op- of afgerold
windefamilie	noun	een familie Convolvulaceae uit de orde Solanales.
windefamilies	=	windefamilie
windefamilietje	=	windefamilie
windefamilietjes	=	windefamilie
windei	noun	een mislukt ei van een vogel dat geen kalkschaal heeft
windeieren	=	windei
windeitje	=	windei
windel	noun	waarmee iets omwonden kan worden
windelen	=	windel
windeloos	adj	zonder wind
windeloost	=	windeloos
windelooste	=	windeloos
windeloze	=	windeloos
windelozer	=	windeloos
windelozere	=	windeloos
windelozers	=	windeloos
windels	=	windel
windeltje	=	windel
windeltjes	=	windel
windemineermot	noun	Stigmella freyella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
windemineermotje	=	windemineermot
windemineermotjes	=	windemineermot
windemineermotten	=	windemineermot
winden	verb	een draad of kabel draaiend op een as of klos aanbrengen
windend	=	winden
windende	=	winden
windenergie	noun	in de meest algemene betekenis is windenergie de energie die gewonnen wordt door de bewegingsenergie van de wind om te zetten in een bruikbare vorm
windenergieproject	noun	project waarbij men energie produceert met behulp van windmolens
windenergieprojecten	=	windenergieproject
windenergieprojectje	=	windenergieproject
windenergieprojectjes	=	windenergieproject
windepijlstaart	noun	Agrius convolvuli een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae)
windepijlstaarten	=	windepijlstaart
windepijlstaartje	=	windepijlstaart
windepijlstaartjes	=	windepijlstaart
winderig	adj	weerstoestand waarbij er veel wind aanwezig is
winderige	=	winderig
winderiger	=	winderig
winderigere	=	winderig
winderigers	=	winderig
winderigheden	=	winderigheid
winderigheid	noun	neiging hebbend om overmatig veel winden te laten
winderigs	=	winderig
winderigst	=	winderig
winderigste	=	winderig
winderoest	noun	Puccinia convolvuli een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
winderoesten	=	winderoest
winderoestje	=	winderoest
winderoestjes	=	winderoest
winderosie	noun	erosie (in het bijzonder van zandgronden zonder veel begroeiing) door de kracht van (met materiaal gewapende) wind
winderosies	=	winderosie
windes	=	winde
windeschildpadtor	noun	Hypocassida subferruginea een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
windeschildpadtorren	=	windeschildpadtor
windeschildpadtorretje	=	windeschildpadtor
windeschildpadtorretjes	=	windeschildpadtor
windetje	=	winde
windetjes	=	winde
windevedermot	noun	Emmelina monodactyla een vlinder uit de familie Pterophoridae, de vedermotten.
windevedermotje	=	windevedermot
windevedermotjes	=	windevedermot
windevedermotten	=	windevedermot
windeweeskind	noun	Aedia leucomelas een vlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae).
windeweeskinderen	=	windeweeskind
windeweeskindje	=	windeweeskind
windeweeskindjes	=	windeweeskind
windgat	noun	een grote lege plaats waar het altijd waait
windgaten	=	windgat
windgong	noun	constructie van hangende buizen, staven, bellen of andere voorwerpen die, eventueel via een klepel, door de wind klanken voortbrengen
windgongen	=	windgong
windgongetje	=	windgong
windgongetjes	=	windgong
windgongs	=	windgong
windhaak	noun	een haak waarmee men een raam of deur in open stand kan vastzetten
windhaakje	=	windhaak
windhaan	noun	windwijzer in de gedaante van een haan
windhaantje	=	windhaan
windhaantjes	=	windhaan
windhaken	=	windhaak
windhalm	noun	benaming voor planten uit het geslacht Apera
windhalmen	=	windhalm
windhalmpje	=	windhalm
windhalmpjes	=	windhalm
windhandel	noun	zuiver speculatieve handel waarbij men zaken alleen maar koopt omdat men denkt dat ze later meer waar worden zonder dat de zaken nut of intrinsieke waarde hebben die de hoge prijs rechtvaardigen
windhanen	=	windhaan
windhapper	noun	apparaat dat wind 'hapt' ten behoeve van ventilatie
windhappers	=	windhapper
windhappertje	=	windhapper
windhappertjes	=	windhapper
windharp	noun	kist waarover snaren zijn gespannen die geluid produceren als ze onder invloed van de wind gaan trillen
windharpen	=	windharp
windhoeker	noun	een inwoner van Windhoek, of iemand afkomstig uit Windhoek
windhoekers	=	windhoeker
windhoeks	adj	op Windhoek betrekking hebbend
windhoekse	noun	een vrouwelijke inwoner van Windhoek, of een vrouw afkomstig uit Windhoek
windhoeksen	=	windhoekse
windhond	noun	hond uit een ras gefokt voor de jacht en hondenrennen
windhonden	=	windhond
windhondenrennen	noun	wedstrijd waarbij honden een kunsthaas moeten achtervolgen op een baan
windhondenteef	noun	wijfje van een hondensoort die geschikt is voor jacht en hondenrennen
windhondenteefje	=	windhondenteef
windhondenteefjes	=	windhondenteef
windhondenteven	=	windhondenteef
windhondje	=	windhond
windhondjes	=	windhond
windhoos	noun	heftige wervelwind die maar kort duurt, maar veel schade kan aanrichten
windhoosje	=	windhoos
windhoosjes	=	windhoos
windhozen	=	windhoos
windig	adj	met veel wind
windige	=	windig
windiger	=	windig
windigere	=	windig
windigers	=	windig
windigs	=	windig
windigst	=	windig
windigste	=	windig
winding	noun	omwikkeling rond een voorwerp, wikkeling
windingen	=	winding
windinkje	=	winding
windinkjes	=	winding
windjack	noun	een korte jas die beschermt tegen de wind
windjackje	=	windjack
windjackjes	=	windjack
windjacks	=	windjack
windjammer	noun	een, meestal dwarsgetuigd, groot zeilschip (een tallship) dat in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw werd gebruikt voor de handel
windjammers	=	windjammer
windje	=	wind
windjekker	noun	winddichte jekker
windjekkers	=	windjekker
windjekkertje	=	windjekker
windjekkertjes	=	windjekker
windjes	=	wind
windkanaal	noun	kanaal dat de lucht van de blaasbalg naar de windkast van een orgel overbrengt
windkanaaltje	=	windkanaal
windkanaaltjes	=	windkanaal
windkanalen	=	windkanaal
windkant	noun	de zijde waar de wind vandaan komt; de kant die is blootgesteld aan de wind
windkanten	=	windkant
windkas	noun	deel van een orgel waarin luchtdruk wordt opgebouwd om de pijpen aan te sturen
windkasje	=	windkas
windkasjes	=	windkas
windkassen	=	windkas
windkast	noun	windkas
windkasten	=	windkast
windkastje	=	windkast
windkastjes	=	windkast
windketel	noun	luchtdichte ketel bij zuig- en perspompen waar de pulserende waterhoeveelheid van de pomp wordt omgezet in een meer gelijkmatige straal of stroom
windketels	=	windketel
windketeltje	=	windketel
windketeltjes	=	windketel
windkracht	noun	kracht van de wind (uitgedrukt in cijfers op de schaal van Beaufort)
windkrachtcentrale	noun	elektrische centrale die met windkracht werkt
windkrachtcentrales	=	windkrachtcentrale
windkrachten	=	windkracht
windkrachtje	=	windkracht
windkrachtjes	=	windkracht
windkrachtmeter	noun	meter om de windkracht te bepalen
windkrachtmeters	=	windkrachtmeter
windkrachtmetertje	=	windkrachtmeter
windkrachtmetertjes	=	windkrachtmeter
windlak	noun	glans die een gesteente onder invloed van de polijstende invloed van wind kan krijgen
windlicht	noun	doorzichtig omhulsel waarin een kaars kan branden en tevens beschermd is tegen de wind
windlichten	=	windlicht
windlichtje	=	windlicht
windlichtjes	=	windlicht
windmachine	noun	een toestel dat als doel heeft het suizende geluid van de wind te imiteren
windmachines	=	windmachine
windmachinetje	=	windmachine
windmachinetjes	=	windmachine
windmaker	noun	iemand die met veel lawaai opschept
windmakerij	noun	druktemakerij
windmakers	=	windmaker
windmeter	noun	een meetinstrument dat de windsnelheid kan meten
windmeters	=	windmeter
windmetertje	=	windmeter
windmetertjes	=	windmeter
windmolen	noun	molen die door de wind gedreven wordt
windmolenknooppunt	noun	een type snelwegknooppunt met onevenwijdige boogstralen, waardoor het verkeer linksaf minder breed kan draaien dan bij een turbineknooppunt
windmolenknooppunten	=	windmolenknooppunt
windmolenpark	noun	een gebied waar windenergie gewonnen wordt met behulp van een aantal molens
windmolenparken	=	windmolenpark
windmolenparkje	=	windmolenpark
windmolenparkjes	=	windmolenpark
windmolens	=	windmolen
windmolentje	=	windmolen
windmolentjes	=	windmolen
windmotor	noun	motor aangedreven door windkracht (windmolen), veel gebruikt voor polderbemaling en voor het opwekken van elektriciteit
windmotoren	=	windmotor
windmotors	=	windmotor
windmotortje	=	windmotor
windmotortjes	=	windmotor
windom	noun	benaming voor bepaalde soorten slingerplanten
windommetje	=	windom
windommetjes	=	windom
windorgel	noun	installatie die geluid maakt doordat de wind er doorheen blaast
windorgels	=	windorgel
windorgeltje	=	windorgel
windorgeltjes	=	windorgel
windowdressing	noun	iets mooier voorstellen dan het eigenlijk is
windpark	noun	een groep bij elkaar geplaatste windturbines
windparken	=	windpark
windparkje	=	windpark
windpok	noun	rode vlek waarop een met een vocht gevuld blaasje ontstaat door infectie met het varicellazostervirus
windpokken	noun	infectie met het varicellazostervirus die gepaard gaat met het verschijnen van rode vlekjes op de huid die daarna overgaan in jeukende blaasjes, komt vooral voor als kinderziekte
windrichting	noun	de richting waaruit de wind waait
windrichtingen	=	windrichting
windrichtinkje	=	windrichting
windrichtinkjes	=	windrichting
windroos	noun	stervormige afbeelding die de windrichtingen aangeeft
windroosje	=	windroos
windroosjes	=	windroos
windrozen	=	windroos
windschade	noun	door harde wind ontstane beschadigingen
windschaden	=	windschade
windschades	=	windschade
windschering	noun	het zeer lokale, plotselinge veranderen van de wind qua windsnelheid of windrichting
windscheringen	=	windschering
windscherinkje	=	windschering
windscherinkjes	=	windschering
windscherm	noun	een scherm zn [1] dat de wind (gedeeltelijk) tegenhoudt, voornamelijk gebruikt in het verkeer zodat automobilisten geen hinder hebben van rijwind
windschermen	=	windscherm
windschermpje	=	windscherm
windschermpjes	=	windscherm
windsel	noun	een lap stof die men ergens omheen kan winden
windselen	=	windsel
windsels	=	windsel
windseltje	=	windsel
windseltjes	=	windsel
windsnelheden	=	windsnelheid
windsnelheid	noun	de snelheid waarmee de wind waait.
windsnelheidje	=	windsnelheid
windsnelheidjes	=	windsnelheid
windspaak	noun	handspaak die in de spil van een windas wordt gestoken om deze rond te draaien
windspaken	=	windspaak
windspil	noun	windas
windspillen	=	windspil
windspilletje	=	windspil
windspilletjes	=	windspil
windstil	adj	als de wind niet waait en je dus de wind niet hoort of voelt waaien
windstille	=	windstil
windstiller	=	windstil
windstillere	=	windstil
windstillers	=	windstil
windstils	=	windstil
windstilst	=	windstil
windstilste	=	windstil
windstilte	noun	periode met geen of weinig wind
windstilten	=	windstilte
windstiltes	=	windstilte
windstoot	noun	een plotselinge harde wind
windstootje	=	windstoot
windstootjes	=	windstoot
windstoten	=	windstoot
windstreek	noun	een van de richtingen van het kompas
windstreekje	=	windstreek
windstreekjes	=	windstreek
windstreken	=	windstreek
windstromen	=	windstroom
windstroom	noun	elektriciteit opgewekt d.m.v. een windturbine
windstroompje	=	windstroom
windstroompjes	=	windstroom
windsurf	=	windsurfen
windsurfde	=	windsurfen
windsurfden	=	windsurfen
windsurfe	=	windsurfen
windsurfen	verb	een watersport waarbij men met een surfplank met daarop een zeil bevestigd gaat surfen op golven
windsurfend	=	windsurfen
windsurfende	=	windsurfen
windsurfer	noun	een sporter die op een surfplank met daarop een zeil de branding trotseert.
windsurfers	=	windsurfer
windsurfertje	=	windsurfer
windsurfertjes	=	windsurfer
windsurft	=	windsurfen
windsurfte	=	windsurfen
windsurften	=	windsurfen
windt	=	winden
windterreur	noun	het extreem verzetten tegen de bouw van windmolens waarbij zelfs medewerkers van bouwbedrijven bedreigd worden
windtunnel	noun	een laboratoriumfaciliteit waarmee onderzoek gedaan kan worden naar de aerodynamische eigenschappen van een voorwerp; door lucht onder gecontroleerde omstandigheden langs deze voorwerpen te laten stromen kan men het effect van de lucht op het voorwerp, en omgekeerd van het voorwerp op de luchtstroom, bepalen
windtunnels	=	windtunnel
windtunneltje	=	windtunnel
windtunneltjes	=	windtunnel
windturbine	noun	door de wind aangedreven toestel waarmee energie wordt opgewekt
windturbines	=	windturbine
windturbinetje	=	windturbine
windvaan	noun	een fraaie windwijzer die de windrichting aangeeft vaak in de vorm van een (metalen) vlag
windvaantje	noun	bepaald soort libel Selysiothemis nigra uit de familie van de korenbouten (Libellulidae), onderorde echte libellen (Anisoptera); de soort staat op de Rode Lijst van de IUCN als niet bedreigd, beoordelingsjaar 2010, de trend van de populatie is volgens de IUCN stijgend
windvaantjes	noun	Selysiothemis een geslacht mrt 1 soort van libellen (Odonata) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
windvanen	=	windvaan
windvang	noun	het blootgesteld zijn aan de wind
windvangen	=	windvang
windveer	noun	plank langs de dakrand
windveren	noun	vederwolken
windvlaag	noun	een plotselinge harde wind
windvlaagje	=	windvlaag
windvlaagjes	=	windvlaag
windvlagen	=	windvlaag
windwaarts	adj	naar de windzijde, aan de windzijde	adv	naar de windzijde, aan de windzijde
windwaartse	=	windwaarts
windwijzer	noun	apparaat dat de windrichting aangeeft
windwijzers	=	windwijzer
windwijzertje	=	windwijzer
windzak	noun	ronde open zak, meestal in het rood en wit, die de richting en de sterkte van de wind aangeeft
windzakje	=	windzak
windzakjes	=	windzak
windzakken	=	windzak
winegum	noun	zachte, zoete snoepjes, winegums worden gemaakt van gelatine, gemengd met zoet-, kleur- en smaakstoffen of vruchtenconcentraten
winegums	=	winegum
wing	noun	schouderversiersel van een 19de-eeuwse uniformjas
wingebied	noun	gebied waar men natuurlijke grondstoffen uit de grond haalt
wingebieden	=	wingebied
wingerd	noun	Parthenocissus is een geslacht van houtige klimplanten uit de wijnstokfamilie Vitaceae
wingerden	=	wingerd
wingerdje	=	wingerd
wingerdjes	=	wingerd
wingerdmetaalvlinder	noun	Theresimima ampelophaga een vlinder uit de familie bloeddrupjes (Zygaenidae).
wingerdmetaalvlinders	=	wingerdmetaalvlinder
wingerdmetaalvlindertje	=	wingerdmetaalvlinder
wingerdmetaalvlindertjes	=	wingerdmetaalvlinder
wingerdpijlstaart	noun	Hippotion celerio een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae).
wingerdpijlstaarten	=	wingerdpijlstaart
wingerdpijlstaartje	=	wingerdpijlstaart
wingerdpijlstaartjes	=	wingerdpijlstaart
wingerds	=	wingerd
wingewest	noun	veroverde landstreek die door het koloniserende land werd geëxploiteerd
wingewesten	=	wingewest
wingewestje	=	wingewest
wingewestjes	=	wingewest
wings	=	wing
winkans	noun	waarschijnlijkheid dat deelname aan een kansspel voordeel oplevert
winkansen	=	winkans
winkansje	=	winkans
winkansjes	=	winkans
winkel	noun	een plaats waar koopwaar wordt verkocht
winkelaanbod	noun	de winkels die in een bepaald gebied beschikbaar zijn
winkelaar	noun	iemand die detailhandel bezoekt om op een ontspannen manier inkopen te doen
winkelaars	=	winkelaar
winkelbediende	noun	verkoper of verkoopster in een winkel
winkelbedienden	=	winkelbediende
winkelbediendes	=	winkelbediende
winkelbedrijf	noun	een bedrijf dat winkels heeft in meerdere plaatsen.
winkelbedrijfje	=	winkelbedrijf
winkelbedrijfjes	=	winkelbedrijf
winkelbedrijven	=	winkelbedrijf
winkelbel	noun	apparaat dat met een geluidssignaal aangeeft dat er een klant de winkel binnenkomt of verlaat
winkelbellen	=	winkelbel
winkelbelletje	=	winkelbel
winkelbelletjes	=	winkelbel
winkelcafeetje	=	winkelcafé
winkelcafeetjes	=	winkelcafé
winkelcafé	noun	plaats in een winkel waar klanten een kopje koffie kunnen gebruiken
winkelcafés	=	winkelcafé
winkelcentra	=	winkelcentrum
winkelcentrum	noun	gebied of overdekte galerij waar meerdere winkels en horecazaken zijn gevestigd
winkelcentrumpje	=	winkelcentrum
winkelcentrumpjes	=	winkelcentrum
winkelcentrums	=	winkelcentrum
winkelconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse winkels
winkelconcerns	=	winkelconcern
winkelcriminaliteit	noun	criminaliteit in winkels, bijvoorbeeld diefstal, overvallen, afpersing en geweld
winkeldag	noun	een dag dat de winkels open zijn; een dag dat men kan winkelen
winkeldagen	=	winkeldag
winkelde	=	winkelen
winkelden	=	winkelen
winkeldetective	noun	iemand die in dienst van een detailhandelsbedrijf speurwerk doet naar misdaden waar dat bedrijf schade van heeft
winkeldetectives	=	winkeldetective
winkeldeur	noun	deur waarmee klanten een winkel kunnen binnengaan
winkeldeuren	=	winkeldeur
winkeldeurtje	=	winkeldeur
winkeldeurtjes	=	winkeldeur
winkeldief	noun	iemand die iets steelt in een winkel
winkeldiefje	=	winkeldief
winkeldiefjes	=	winkeldief
winkeldiefstal	noun	de daad van het stelen van goederen uit een winkel
winkeldiefstallen	=	winkeldiefstal
winkeldiefstalletje	=	winkeldiefstal
winkeldiefstalletjes	=	winkeldiefstal
winkeldievegge	noun	vrouwelijk persoon die iets steelt uit een winkel
winkeldievegges	=	winkeldievegge
winkeldieveggetje	=	winkeldievegge
winkeldieveggetjes	=	winkeldievegge
winkeldieven	=	winkeldief
winkeldochter	noun|figurative	onverkoopbaar product
winkeldochters	=	winkeldochter
winkeldochtertje	=	winkeldochter
winkeldochtertjes	=	winkeldochter
winkele	=	winkelen
winkeleigenaar	noun	een ondernemer die een winkel bezit
winkeleigenaars	=	winkeleigenaar
winkeleigenaren	=	winkeleigenaar
winkelen	verb	van winkel tot winkel gaan en inkopen doen
winkelend	=	winkelen
winkelende	=	winkelen
winkelervaring	noun	beleving van een klant tijdens het winkelen
winkelervaringen	=	winkelervaring
winkelervarinkje	=	winkelervaring
winkelervarinkjes	=	winkelervaring
winkelfunctie	noun	gebouw die de gebruikersfunctie heeft om gebruikt te worden voor winkels
winkelfuncties	=	winkelfunctie
winkelgalerij	noun	een overdekte gang met winkels aan alle kanten
winkelgalerijen	=	winkelgalerij
winkelgalerijtje	=	winkelgalerij
winkelgalerijtjes	=	winkelgalerij
winkelgebied	noun	deel van een stad of dorp met veel winkels
winkelgebieden	=	winkelgebied
winkelgoed	noun	de voorraad artikelen die in een winkel aanwezig is om te verkopen
winkelhaak	noun	een werktuig bedoeld om rechte hoeken mee uit te zetten
winkelhaakje	=	winkelhaak
winkelhaakjes	=	winkelhaak
winkelhaken	=	winkelhaak
winkelhier	=	winkelhieren
winkelhierde	=	winkelhieren
winkelhierden	=	winkelhieren
winkelhiere	=	winkelhieren
winkelhieren	verb	producten bewust bij lokaal gevestigde winkels en bedrijven kopen
winkelhierend	=	winkelhieren
winkelhiert	=	winkelhieren
winkelier	noun	een detailhandelaar die een winkel houdt of heeft
winkeliers	=	winkelier
winkelierster	noun	vrouwelijke eigenaar van een winkel
winkeliersters	=	winkelierster
winkeliersvereniging	noun	vereniging van winkeliers die samenwerken om een winkelgebied aantrekkelijker te maken voor het winkelende publiek
winkeliersverenigingen	=	winkeliersvereniging
winkeliersverenigingetje	=	winkeliersvereniging
winkeliersverenigingetjes	=	winkeliersvereniging
winkeliertje	=	winkelier
winkeliertjes	=	winkelier
winkeljuffrouw	noun	een vrouw die beroepsmatig in een winkel, een supermarkt, een warenhuis of buiten werkt, met name klanten bedient, waren verkoopt of achter de kassa zit
winkeljuffrouwen	=	winkeljuffrouw
winkeljuffrouwtje	=	winkeljuffrouw
winkeljuffrouwtjes	=	winkeljuffrouw
winkelkar	noun	wagentje gemaakt van ijzerdraad waarin je tijdens het winkelen in een supermarkt de producten kunt leggen
winkelkarren	=	winkelkar
winkelkarretje	=	winkelkar
winkelkarretjes	=	winkelkar
winkelkast	noun	kast of etalage in een winkel waarin de te verkopen waren uitgestald liggen
winkelkasten	=	winkelkast
winkelkastje	=	winkelkast
winkelkastjes	=	winkelkast
winkelketen	noun	een winkelbedrijf met meerdere vestigingen.
winkelketens	=	winkelketen
winkelketentje	=	winkelketen
winkelketentjes	=	winkelketen
winkella	noun	la waarin men het geld bergt in een winkel
winkella's	=	winkella
winkellade	noun	een lade die zich in de toonbank van een winkel bevindt en wordt gebruikt om geld en andere waardevolle spullen in op te bergen
winkelladen	=	winkellade
winkellades	=	winkellade
winkelmanager	noun	diegene die de leiding heeft over een filiaal van een winkelketen of van een grootwinkelbedrijf.
winkelmanagers	=	winkelmanager
winkelmanagertje	=	winkelmanager
winkelmanagertjes	=	winkelmanager
winkelmand	noun	een mand waarin de klanten van een supermarkt enkele lichte artikelen kunnen dragen.
winkelmanden	=	winkelmand
winkelmandje	=	winkelmand
winkelmandjes	=	winkelmand
winkelmeisje	noun	jonge vrouw die klanten bedient in een winkel
winkelmeisjes	=	winkelmeisje
winkelnering	noun	een nering die (slechts) uit een winkel bestaat
winkelneringen	=	winkelnering
winkelnerinkje	=	winkelnering
winkelnerinkjes	=	winkelnering
winkelontzegging	noun	een maatregel waarbij een ondernemer een persoon voor een bepaalde periode de toegang tot zijn winkel ontzegt.
winkelontzeggingen	=	winkelontzegging
winkelontzegginkje	=	winkelontzegging
winkelontzegginkjes	=	winkelontzegging
winkelpand	noun	gebouw geschikt voor het vestigen van een winkel
winkelpanden	=	winkelpand
winkelpandje	=	winkelpand
winkelpandjes	=	winkelpand
winkelpersoneel	noun	de personen die in loondienst in een winkel werkzaam zijn
winkelprijs	noun	de prijs die de consument in de winkel moet betalen voor een product
winkelprijsje	=	winkelprijs
winkelprijsjes	=	winkelprijs
winkelprijzen	=	winkelprijs
winkelpui	noun	de gevel van een winkel vaak met grote etalage ramen en een ruime ingang
winkelpuien	=	winkelpui
winkelpuitje	=	winkelpui
winkelraam	noun	het grote raam van een winkel waarachter de te verkopen producten zijn geëtaleerd
winkelraampje	=	winkelraam
winkelraampjes	=	winkelraam
winkelramen	=	winkelraam
winkelruimte	noun	deel van een gebouw waarin een winkel is gevestigd
winkelruimten	=	winkelruimte
winkelruimtes	=	winkelruimte
winkelruit	noun	het raam van een winkel
winkelruiten	=	winkelruit
winkelruitje	=	winkelruit
winkelruitjes	=	winkelruit
winkels	=	winkel
winkelsafari	noun	uitstapje waarbij men gaan winkelen
winkelsafari's	=	winkelsafari
winkelschap	noun	schap waarop artikelen in een winkel worden uitgestald
winkelschapje	=	winkelschap
winkelschapjes	=	winkelschap
winkelschappen	=	winkelschap
winkelstraat	noun	een straat met veel winkels
winkelstraatje	=	winkelstraat
winkelstraatjes	=	winkelstraat
winkelstraten	=	winkelstraat
winkelt	=	winkelen
winkeltje	=	winkel
winkeltjes	=	winkel
winkelverbod	noun	verbod voor een persoon om een bepaalde winkel, of meerdere winkels in een gebied, te betreden vanwege overlast, agressie, of winkeldiefstal, opgelegd door de ondernemer(s) voor een bepaalde periode (meestal 1 jaar, oplopend tot 2 jaar bij geweld).
winkelverboden	=	winkelverbod
winkelverbodje	=	winkelverbod
winkelverbodjes	=	winkelverbod
winkelvereniging	noun	een samenwerkingsverband van ondernemers in een specifiek winkelgebied of een bepaalde branche.
winkelverenigingen	=	winkelvereniging
winkelverenigingetje	=	winkelvereniging
winkelverenigingetjes	=	winkelvereniging
winkelvestiging	noun	een fysieke locatie van een onderneming waar goederen of diensten rechtstreeks aan consumenten worden verkocht.
winkelvestigingen	=	winkelvestiging
winkelvestigingetje	=	winkelvestiging
winkelvestigingetjes	=	winkelvestiging
winkelvoorraad	noun	de goederen die men in een winkel als handelsvoorraad heeft om aan de klanten te kunnen verkopen
winkelvoorraadje	=	winkelvoorraad
winkelvoorraadjes	=	winkelvoorraad
winkelvoorraden	=	winkelvoorraad
winkelwaar	noun	goederen die je als consument in een winkel kunt kopen
winkelwaarde	noun	de waarde van goederen of diensten uitgedrukt in de prijs die de consument ervoor moet betalen
winkelwaarden	=	winkelwaarde
winkelwaardes	=	winkelwaarde
winkelwagen	noun	een wagentje dat in winkels wordt gebruikt om tijdens het winkelen producten in te verzamelen
winkelwagens	=	winkelwagen
winkelwagentje	=	winkelwagen
winkelwagentjes	=	winkelwagen
winkelwaren	=	winkelwaar
winkelwijk	noun	deel van een stad met veel winkels zijn
winkelwijken	=	winkelwijk
winket	noun	een kleine deur in of naast een grote deur
winketje	=	winket
winketjes	=	winket
winketten	=	winket
winnaar	noun	degene die een strijd of wedstrijd in zijn voordeel beslist
winnaarmentaliteit	noun	de instelling of houding van iemand die wint; de houding waarmee je winnaar kunt worden
winnaars	=	winnaar
winnaarsmentaliteit	noun	de instelling of houding van iemand die wint; de houding waarmee je winnaar kunt worden
winnaarstrofee	noun	symbolisch voorwerp dat men krijgt als men winnaar wordt
winnaarstrofees	=	winnaarstrofee
winnaarstrofeeën	=	winnaarstrofee
winnaartje	=	winnaar
winnaartjes	=	winnaar
winnares	noun	een vrouwelijk persoon die een (wed)strijd in haar voordeel beslist
winnaresje	=	winnares
winnaresjes	=	winnares
winnaressen	=	winnares
winne	=	winnen
winnen	verb	als beste partij uit een wedstrijd komen
winnend	adj	een overwinning opleverend
winnende	=	winnen
winnends	=	winnend
winner	noun	iemand die iets wint, een winnaar of iemand die een goed verwerft
winners	=	winner
winnersmentaliteit	noun	de instelling of houding van iemand die wint; de houding waarmee je winnaar kunt worden
winnertje	=	winner
winnertjes	=	winner
winning	noun	het winnen (van delfstoffen) of de vervaardiging
winningen	=	winning
winningmood	noun	de verwachting hebben dat men kan gaan winnen
winninkje	=	winning
winninkjes	=	winning
winplaats	noun	plaats waar men een bepaalde delfstof, water, zand of grint als grondstof uit de natuur kan halen
winplaatsen	=	winplaats
winput	noun	plaats waar men iets kan oppompen of opdelven
winputje	=	winput
winputjes	=	winput
winputten	=	winput
winst	noun	het verschil tussen de verkoopsprijs en alle kosten die men heeft gemaakt
winst-en-verliesrekening	=	verlies-en-winstrekening
winstaandeel	noun	het bedrag van de ondernemerswinst dat in een jaar wordt uitgekeerd aan een aandeelhouder
winstaandeeltje	=	winstaandeel
winstaandeeltjes	=	winstaandeel
winstaandelen	=	winstaandeel
winstafhankelijk	adj	van iets dat het direct beïnvloed wordt door de hoeveelheid winst die gemaakt wordt
winstafhankelijke	=	winstafhankelijk
winstafhankelijker	=	winstafhankelijk
winstafhankelijkere	=	winstafhankelijk
winstafhankelijkers	=	winstafhankelijk
winstafhankelijks	=	winstafhankelijk
winstafhankelijkst	=	winstafhankelijk
winstafhankelijkste	=	winstafhankelijk
winstbejag	noun	het streven naar winst in situaties of op manieren die ongepast zijn, ('zakkenvullen')
winstbelasting	noun	belasting die wordt geheven over de winst die een bedrijf heeft behaald
winstbelastingen	=	winstbelasting
winstbepaling	noun	Winstbepaling is het proces van het vaststellen van de netto winst of het verlies van een onderneming over een specifieke periode, meestal via de winst-en-verliesrekening of balansvergelijking.
winstbepalingen	=	winstbepaling
winstbepalinkje	=	winstbepaling
winstbepalinkjes	=	winstbepaling
winstcalculatie	noun	berekening van de te verwachten of van de behaalde winst
winstcalculaties	=	winstcalculatie
winstcijfer	noun	getal dat betrekking heeft op de hoogte van winst die een bedrijf heeft gemaakt
winstcijfers	=	winstcijfer
winstdaling	noun	vermindering van de winst
winstdalingen	=	winstdaling
winstdeling	noun	het mee laten delen in de winst van een onderneming door de werknemers
winstdelingen	=	winstdeling
winstderving	noun	het mislopen van winst
winstdervingen	=	winstderving
winsten	=	winst
winsterosie	noun	het verminderen of zelfs verdwijnen van het rendement
winstgevend	adj	als een bezigheid meer opbrengsten oplevert dan kosten
winstgevende	=	winstgevend
winstgevender	=	winstgevend
winstgevendere	=	winstgevend
winstgevenders	=	winstgevend
winstgevendheid	noun	van een economische activiteit dat deze meer geld oplevert dan dat ze kost
winstgevends	=	winstgevend
winstgevendst	=	winstgevend
winstgevendste	=	winstgevend
winstgroei	noun	de toename van de winst
winstinhouding	noun	het deel van de nettowinst dat een onderneming niet uitkeert aan aandeelhouders als dividend, maar binnen het bedrijf houdt.
winstinhoudingen	=	winstinhouding
winstinhoudinkje	=	winstinhouding
winstinhoudinkjes	=	winstinhouding
winstje	=	winst
winstjes	=	winst
winstkans	noun	de kans om te winnen
winstkansen	=	winstkans
winstkansje	=	winstkans
winstkansjes	=	winstkans
winstmakend	adj	van een onderneming, product of activiteit dat het meer inkomsten oplevert dan dat het aan kosten met zich meebrengt.
winstmakende	=	winstmakend
winstmakender	=	winstmakend
winstmakendere	=	winstmakend
winstmakenders	=	winstmakend
winstmakends	=	winstmakend
winstmakendst	=	winstmakend
winstmakendste	=	winstmakend
winstmaker	noun	product of bedrijf waarmee men veel geld verdient
winstmakers	=	winstmaker
winstmakertje	=	winstmaker
winstmakertjes	=	winstmaker
winstmarge	noun	de verhouding tussen de omzet en de winst, anders gezegd: hoeveel procent van de omzet overblijft als winst voor de onderneming
winstmarges	=	winstmarge
winstmaximalisatie	noun	het zo groot mogelijk maken van de winst
winstmaximalisaties	=	winstmaximalisatie
winstoogmerk	noun	bedoeling om ergens geld aan over te houden
winstoogmerken	=	winstoogmerk
winstoogmerkje	=	winstoogmerk
winstpoging	noun	de bewuste actie in de schaken- of denksport om een partij actief te winnen in plaats van genoegen te nemen met een gelijkspel.
winstpogingen	=	winstpoging
winstpoginkje	=	winstpoging
winstpoginkjes	=	winstpoging
winstpunt	noun	wedstrijdpunt
winstpunten	=	winstpunt
winstpuntje	=	winstpunt
winstpuntjes	=	winstpunt
winststijging	noun	toename van de winst
winststijgingen	=	winststijging
winststijginkje	=	winststijging
winststijginkjes	=	winststijging
winststreven	noun	het streven naar winst
winstuitkering	noun	deel van de winst dat (aan de aandeelhouders) wordt uitgekeerd
winstuitkeringen	=	winstuitkering
winstuitkerinkje	=	winstuitkering
winstuitkerinkjes	=	winstuitkering
winstverdeling	noun	verdeling van de winst
winstverdelingen	=	winstverdeling
winstverhouding	noun	is een financiële maatstaf die aangeeft wat je betaalt voor één euro winst van een bedrijf.
winstverhoudingen	=	winstverhouding
winstverhoudinkje	=	winstverhouding
winstverhoudinkjes	=	winstverhouding
winstverwachting	noun	de winst die een bedrijf denkt te gaan maken
winstverwachtingen	=	winstverwachting
winstvoet	noun	de hoeveelheid winst die men maakt per hoeveelheid geïnvesteerd kapitaal
winstvoeten	=	winstvoet
winstwaarschuwing	noun	waarschuwing voor een tegenvallende winstverwachting
winstwaarschuwingen	=	winstwaarschuwing
winstwaarschuwinkje	=	winstwaarschuwing
winstwaarschuwinkjes	=	winstwaarschuwing
wint	=	winnen
winter	noun	het vierde van de vier seizoenen: op het noordelijk halfrond van 21 december tot 20 maart, op het zuidelijk halfrond van 21 juni tot 20 september
winterachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van winter
winterachtige	=	winterachtig
winterachtiger	=	winterachtig
winterachtigere	=	winterachtig
winterachtigers	=	winterachtig
winterachtigs	=	winterachtig
winterachtigst	=	winterachtig
winterachtigste	=	winterachtig
winterakoniet	noun	Eranthis hyemalis een plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).
winterakonieten	=	winterakoniet
winterakonietje	=	winterakoniet
winterakonietjes	=	winterakoniet
winteravond	noun	de uren tussen de middag en de nachtelijke uren van een dag in de winter.
winteravonden	=	winteravond
winteravondje	=	winteravond
winteravondjes	=	winteravond
winteravondvertelling	noun	een sfeervol verhaal dat traditioneel tijdens de lange, donkere winteravonden wordt verteld.
winteravondvertellingen	=	winteravondvertelling
winterband	noun	een autoband die in de winter gebruikt wordt, vanwege betere grip met het profiel en afgestemd is op wintertemperaturen.
winterbanden	=	winterband
winterbandje	=	winterband
winterbandjes	=	winterband
winterbed	noun	de bedding van een rivier, die doorgaans door de rivier wordt gebruikt in de winter
winterbedden	=	winterbed
winterbedding	noun	de gebied waar de rivier in de winter kan stromen
winterbeddingen	=	winterbedding
winterbeddinkje	=	winterbedding
winterbeddinkjes	=	winterbedding
winterberging	noun	tijdelijke stalling of opslag van voertuigen, boten of goederen tijdens de wintermaanden om ze te beschermen tegen vorst, vocht en storm.
winterbergingen	=	winterberging
winterberginkje	=	winterberging
winterberginkjes	=	winterberging
winterbladroller	noun	Exapate congelatella een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
winterbladrollers	=	winterbladroller
winterbladrollertje	=	winterbladroller
winterbladrollertjes	=	winterbladroller
winterblues	noun	verlaagd stemmingsniveau in de winter als de dagen kort zijn
winterboek	noun	boek met winterlectuur zijn, een publicatie die specifiek voor het winterseizoen is bedoeld, of een thema-specifiek boek dat zich richt op onderwerpen zoals rituelen rond de winterzonnewende
winterboeken	=	winterboek
winterboekje	=	winterboek
winterboekjes	=	winterboek
wintercliffhanger	noun	het creëren van suspense (spanning) vlak voor de winterstop, door aan het slot van een aflevering van een TV-serie op een kritiek moment af te breken, waardoor men nieuwsgierig wordt naar het vervolg
wintercliffhangers	=	wintercliffhanger
wintercollectie	noun	geheel van nieuw ontworpen kleding voor de komende koude tijd van een bepaald jaar zoals dat door een modehuis of kledingzaak wordt aangeboden
wintercollecties	=	wintercollectie
winterdag	noun	een dag in december, januari of februari
winterdagen	=	winterdag
winterdagje	=	winterdag
winterdagjes	=	winterdag
winterde	=	winteren
winterden	=	winteren
winterdepressie	noun	depressie die zich alleen voordoet tijdens de wintermaanden en mogelijk veroorzaakt wordt door een gebrek aan zonlicht
winterdepressies	=	winterdepressie
winterdepressietje	=	winterdepressie
winterdienst	noun	dienstregeling gedurende de wintermaanden
winterdiensten	=	winterdienst
winterdienstregeling	noun	regeling van de vertrek- en aankomsttijden van openbaar vervoer in de wintermaanden
winterdienstregelingen	=	winterdienstregeling
winterdiesel	noun	dieselolie zoals die in de koude jaargetijden wordt verkocht, met toevoegingen tegen stroperigheid bij lage temperaturen
winterdijk	noun	is de dijk langs een rivier die bij hoge afvoeren overstroming van omliggende gebieden voorkomt en de rivier in het stroomprofiel houdt.
winterdijken	=	winterdijk
winterdijkje	=	winterdijk
winterdijkjes	=	winterdijk
wintere	=	winteren
wintereik	noun	bepaald soort loofboom, Quercus petraea, die inheems is in de Benelux en tot 30 meter hoog kan worden
wintereiken	=	wintereik
winterelfendoekje	noun	Granulobasidium vellereum een schimmel uit de familie Cyphellaceae.
winterelfendoekjes	=	winterelfendoekje
winteren	verb	typisch winterweer vertonen
winterend	=	winteren
winterende	=	winteren
wintergoed	noun	warme kleren die geschikt zijn voor het koude seizoen
wintergouduil	noun	Jodia croceago een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
wintergouduilen	=	wintergouduil
wintergouduiltje	=	wintergouduil
wintergouduiltjes	=	wintergouduil
wintergraan	noun	graan dat men in de late zomer of herfst zaait en de winter kan doorstaan
wintergranen	=	wintergraan
wintergrasmus	noun	bastaardnachtegaal
wintergrasmusje	=	wintergrasmus
wintergrasmusjes	=	wintergrasmus
wintergrasmussen	=	wintergrasmus
wintergroen	noun	benaming voor kruidachtige, groenblijvende planten uit het geslacht Pyrola in de heidefamilie	adj	groen loof dragend dat niet afvalt
wintergroene	=	wintergroen
wintergroenen	=	wintergroen
wintergroens	=	wintergroen
wintergroentje	=	wintergroen
wintergroentjes	=	wintergroen
winterhaar	noun	lang, pluizig haar dat dieren warm houdt in de winter
winterhand	noun	blauwrode, pijnlijke, hevig jeukende zwelling van vingers of ander deel van de hand na blootstelling aan hevige kou
winterhanden	=	winterhand
winterhandje	=	winterhand
winterhandjes	=	winterhand
winterhard	adj	zonder extra bescherming bestand tegen de koude van de winter
winterharde	=	winterhard
winterharder	=	winterhard
winterhardere	=	winterhard
winterharders	=	winterhard
winterhards	=	winterhard
winterhardst	=	winterhard
winterhardste	=	winterhard
winterharen	=	winterhaar
winterheliotroop	noun	Petasites pyrenaicus een overblijvende plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
winterheliotropen	=	winterheliotroop
winterhoutzwam	noun	Lentinus brumalis een winterpaddenstoel uit de familie Polyporaceae die van november tot april kan worden aangetroffen op dode takken en stronken van loofbomen.
winterhoutzwammen	=	winterhoutzwam
winterhoutzwammetje	=	winterhoutzwam
winterhoutzwammetjes	=	winterhoutzwam
winterjan	noun	Pyrus communis 'Winterjan' een perenras dat zeer geschikt is als stoofpeer.
winterjannen	=	winterjan
winterjantje	=	winterjan
winterjantjes	=	winterjan
winterjas	noun	warme jas voor de winter
winterjasje	=	winterjas
winterjasjes	=	winterjas
winterjasmijn	noun	Jasminum nudiflorum een klimplant uit de olijffamilie (Oleaceae
winterjasmijnen	=	winterjasmijn
winterjasmijntje	=	winterjasmijn
winterjasmijntjes	=	winterjasmijn
winterjassen	=	winterjas
winterjuffer	noun	insect uit de geslacht Sympecma van libellen (Odonata) uit de familie van de pantserjuffers (Lestidae)
winterjuffers	noun	Sympecma een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de pantserjuffers (Lestidae)
winterjuffertje	=	winterjuffer
winterjuffertjes	=	winterjuffer
winterkamstaartje	noun	Hahnia ononidum een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kamstaartjes (Hahniidae)
winterkamstaartjes	=	winterkamstaartje
winterkever	noun	insect uit de familie Tetratomidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
winterkevers	noun	Tetratomidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde van de Polyphaga. ;Externe links
winterkevertje	=	winterkever
winterkevertjes	=	winterkever
winterkleden	=	winterkleed
winterklederen	=	winterkleed
winterkleding	noun	dikke, warme kleding die men gebruikt als het koud is
winterkleed	noun	laag witte sneeuw die in de winter over het land kan liggen
winterkleedje	=	winterkleed
winterkleedjes	=	winterkleed
winterkleren	=	winterkleed
winterkoning	noun	klein gedrongen vogeltje met opgewipt staartje, Troglodytes troglodytes
winterkoningen	noun	Troglodytidae een familie van de zangvogels.
winterkoningmees	noun	Chamaea fasciata een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
winterkoningmeesje	=	winterkoningmees
winterkoningmeesjes	=	winterkoningmees
winterkoningmezen	=	winterkoningmees
winterkoninkje	=	winterkoning
winterkoninkjes	=	winterkoning
winterkoren	noun	graan dat laat in de zomer of vroeg in de herfst wordt gezaaid en dat de winter kan doorstaan
winterkorrelhoed	noun	Cystoderma simulatum een paddenstoel uit de familie Agaricaceae.
winterkorrelhoeden	=	winterkorrelhoed
winterkorrelhoedje	=	winterkorrelhoed
winterkorrelhoedjes	=	winterkorrelhoed
winterkost	noun	stevig, voedzaam voedsel dat men 's winters eet
winterkosten	noun	uitgaven die bij de koudste deel van het jaar horen
winterkou	noun	kou die bij de winter hoort
winterkouderegeling	noun	een tijdelijke noodopvang voor dak- en thuislozen die ingaat zodra het 's nachts vriest of extreem guur is.
winterkouderegelingen	=	winterkouderegeling
winterkouderegelingetje	=	winterkouderegeling
winterkouderegelingetjes	=	winterkouderegeling
winterkwartier	noun	plaats waar een leger verblijft in de wintertijd
winterkwartieren	=	winterkwartier
winterkwartiertje	=	winterkwartier
winterkwartiertjes	=	winterkwartier
winterlandschap	noun	het landschap zoals dat er in de winter uitziet
winterlandschapje	=	winterlandschap
winterlandschapjes	=	winterlandschap
winterlandschappen	=	winterlandschap
winterlicht	noun	het zonlicht dat kenmerkend is voor de winter
winterlinde	noun	bepaald soort loofboom, Tilia cordata, die inheems is in de Benelux en tot 30 meter hoog kan worden
winterlinden	=	winterlinde
winterlindes	=	winterlinde
winterlucht	noun	het uitspansel zoals dat voorkomt in de winter
winterluchten	=	winterlucht
wintermaand	noun	de eerste, tweede of de twaalfde maand van het jaar
wintermaanden	=	wintermaand
wintermaandje	=	wintermaand
wintermaandjes	=	wintermaand
wintermantel	noun	een dikke, warme overjas voor de wintermaanden
wintermantels	=	wintermantel
wintermanteltje	=	wintermantel
wintermanteltjes	=	wintermantel
wintermiddag	noun	de uren tussen de ochtend en de avond van een dag in de winter.
wintermiddagen	=	wintermiddag
wintermiddagje	=	wintermiddag
wintermiddagjes	=	wintermiddag
wintermier	noun	Lasius mixtus een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
wintermieren	=	wintermier
wintermiertje	=	wintermier
wintermiertjes	=	wintermier
wintermorgen	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in de winter.
wintermorgens	=	wintermorgen
wintermorgentje	=	wintermorgen
wintermorgentjes	=	wintermorgen
wintermug	noun	insect uit de familie Trichoceridae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
wintermuggen	noun	Trichoceridae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde muggen (Nematocera).
wintermuggetje	=	wintermug
wintermuggetjes	=	wintermug
wintermycena	noun	Mycena tintinnabulum een klein paddenstoeltje uit de familie Mycenaceae.
wintermycena's	=	wintermycena
wintermycenaatje	=	wintermycena
wintermycenaatjes	=	wintermycena
winternacht	noun	de uren tussen de avond en de ochtend van een dag in de winter.
winternachten	=	winternacht
winternachtje	=	winternacht
winternachtjes	=	winternacht
winterochtend	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in de winter.
winterochtenden	=	winterochtend
winterochtendje	=	winterochtend
winterochtendjes	=	winterochtend
winteroffensief	noun	aanval gedurende de wintermaanden
winteroffensieven	=	winteroffensief
winterpeen	noun	een grote dikke oranje wortel die men in de winter eet
winterpeentje	=	winterpeen
winterpeentjes	=	winterpeen
winterpeil	noun	de gewenste stand van het polder- of boezemwater in de wintermaanden
winterpeilen	=	winterpeil
winterpenen	=	winterpeen
winterperiode	noun	deel van het jaar dat het winter is; deel van het jaar met koud weer
winterperioden	=	winterperiode
winterperiodes	=	winterperiode
winterpostelein	noun	Claytonia perfoliata een eenjarige plant uit de familie Montiaceae, van nature voorkomend in Noord-Amerika en via Cuba ook naar West-Europa gekomen
winterprogramma	noun	een specifieke reeks activiteiten, trainingen of doelen gericht op zelfverbetering, conditiebehoud of recreatie tijdens de koudere maanden
winterprogramma's	=	winterprogramma
winterprogrammaatje	=	winterprogramma
winterprogrammaatjes	=	winterprogramma
winterpunt	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest zuidelijke positie (de Steenbokskeerkring) bereikt
winterpunten	=	winterpunt
winterrog	noun	Leucoraja ocellata een rog uit de familie Rajidae.
winterroggen	=	winterrog
winterroggetje	=	winterrog
winterroggetjes	=	winterrog
winterrogje	=	winterrog
winterrogjes	=	winterrog
winters	adj	typerend voor de winter
wintersch	=	winters
winterse	=	winters
winterseizoen	noun	e periode van het jaar dat het heel koud is
winterseizoenen	=	winterseizoen
winterser	=	winters
wintersere	=	winters
wintersers	=	winters
winterslaap	noun	een toestand van hypothermie en inactiviteit bij sommige warmbloedige dieren in de winter
winterslaapje	=	winterslaap
winterslaapjes	=	winterslaap
winterslapen	=	winterslaap
winterspel	noun	spel dat men in de winter beoefent
winterspelen	noun	internationaal toernooi met verschillende sporten die men in de winter doet
winterspellen	=	winterspel
winterspelt	noun	in het najaar gezaaide spelt
wintersport	noun	sport die in de winter beoefend wordt
wintersporten	=	wintersport
wintersporter	noun	beoefenaar van een typische wintersport zoals schaatsen, skiën of ijshockey
wintersporters	=	wintersporter
wintersportertje	=	wintersporter
wintersportgebied	noun	Een wintersportgebied of skigebied is een gebied dat is vrijgegeven voor de wintersport.
wintersportgebieden	=	wintersportgebied
wintersportje	=	wintersport
wintersportoord	noun	plaats waar men kan skien
wintersportoorden	=	wintersportoord
wintersportplaats	noun	geschikte plaats om wintersport te bedrijven
wintersportplaatsen	=	wintersportplaats
wintersportplaatsje	=	wintersportplaats
wintersportplaatsjes	=	wintersportplaats
wintersportseizoen	noun	koude jaarlijkse periode die geschikt is voor het beoefenen van wintersporten
wintersportseizoenen	=	wintersportseizoen
wintersporttrein	noun	railvervoer om toeristen naar gebieden te brengen waar ze kunnen skiën (en terug)
wintersporttreinen	=	wintersporttrein
wintersportvakantie	noun	Vakantie waarbij skiën de belangrijkste activiteit is.
wintersportvakanties	=	wintersportvakantie
wintersportvakantietje	=	wintersportvakantie
wintersportvakantietjes	=	wintersportvakantie
winterst	=	winters
winterstalling	noun	plaats waar men zaken die men vooral in de zomer gebruikt, veilig kan opbergen tijdens de koude periode van het jaar
winterstallingen	=	winterstalling
winterste	=	winters
winterstop	noun	periode in de winter wanneer een bepaalde activiteit onderbroken wordt met name bij bepaalde sporten zoals voetballen
winterstopje	=	winterstop
winterstopjes	=	winterstop
winterstops	=	winterstop
winterstorm	noun	een storm die in het jaargetijde van de winter woedt
winterstormen	=	winterstorm
winterstormpje	=	winterstorm
winterstormpjes	=	winterstorm
winterstrooiselspin	noun	Macrargus rufus een spinnensoort uit de familie hangmatspinnen (Linyphiidae).
winterstrooiselspinnen	=	winterstrooiselspin
winterstrooiselspinnetje	=	winterstrooiselspin
winterstrooiselspinnetjes	=	winterstrooiselspin
wintert	=	winteren
wintertaling	noun	Anas crecca, een vogel uit de familie van Anatidae (zwanen, ganzen, grondel- en zwemeenden) met bruine kop die vooral in het winterhalfjaar talrijk voorkomt
wintertalingen	=	wintertaling
wintertalinkje	=	wintertaling
wintertalinkjes	=	wintertaling
wintertarwe	noun	tarwe die in de late zomer of vroege herfst wordt gezaaid en de winter kan doorstaan
wintertarwes	=	wintertarwe
wintertenen	noun	jeukende zwelling van tenen en-of vingers in de winter
wintertijd	noun	de tijd zoals die geldt in de herfst- en wintermaanden, zonder dat de klok een uur vooruit is gezet
wintertijden	=	wintertijd
wintertje	=	winter
wintertjes	=	winter
wintertruffel	noun	een zwarte truffel, Tuber brumale, dooraderd met lichtgekleurde aders.
wintertruffels	=	wintertruffel
wintertruffeltje	=	wintertruffel
wintertruffeltjes	=	wintertruffel
wintertuin	noun	overdekte tuin aangelegd in een kas of serre waar het in de winter warmer is dan in de omgeving
wintertuinen	=	wintertuin
wintertuintje	=	wintertuin
wintertuintjes	=	wintertuin
winteruitverkoop	noun	een gelegenheid in de winter waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
winteruitverkopen	=	winteruitverkoop
winteruren	=	winteruur
winteruur	noun	de standaardtijd / wintertijd / die in het najaar weer ingaat na de zomertijd
wintervacht	noun	de behaarde huid van een zoogdier in de winter
wintervachten	=	wintervacht
wintervachtje	=	wintervacht
wintervachtjes	=	wintervacht
wintervakantie	noun	Vakantie in de winterperiode.
wintervakanties	=	wintervakantie
wintervakantietje	=	wintervakantie
wintervakantietjes	=	wintervakantie
wintervast	adj	bestand tegen winterse weersomstandigheden
wintervaste	=	wintervast
wintervaster	=	wintervast
wintervastere	=	wintervast
wintervasters	=	wintervast
wintervasts	=	wintervast
wintervastst	=	wintervast
wintervastste	=	wintervast
winterviolier	noun	Matthiola incana naam voor een overwinterende violier
winterviolieren	=	winterviolier
wintervioliertje	=	winterviolier
wintervioliertjes	=	winterviolier
wintervlinder	noun	benaming voor vlindervariëteiten die in het najaar (November-December) vliegen
wintervlinders	=	wintervlinder
wintervlucht	noun	het in koude periode vertrekken naar een warme bestemming
wintervluchten	=	wintervlucht
wintervoet	noun	blauwrode, pijnlijke, hevig jeukende zwelling van tenen of ander deel van de voet na blootstelling aan hevige kou
wintervoeten	=	wintervoet
wintervoetje	=	wintervoet
wintervoetjes	=	wintervoet
wintervogel	noun	vogel die gedurende de wintermaanden in ons land verblijft
wintervogels	=	wintervogel
wintervogeltje	=	wintervogel
wintervogeltjes	=	wintervogel
wintervoorraad	noun	goederen die voor gebruik in de winter worden opgeslagen
wintervoorraadje	=	wintervoorraad
wintervoorraadjes	=	wintervoorraad
wintervoorraden	=	wintervoorraad
winterweekschild	noun	insect uit de familie Phloiophilidae van kevers (Coleoptera) in de onderorde Polyphaga. ;Externe links
winterweekschilden	noun	Phloiophilidae een familie van kevers (Coleoptera) in de onderorde Polyphaga. ;Externe links
winterweekschildje	=	winterweekschild
winterweekschildjes	=	winterweekschild
winterweer	noun	koud weer zoals dat in de winter voorkomt.
winterweertje	=	winterweer
winterweertjes	=	winterweer
winterwende	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest zuidelijke positie (de Steenbokskeerkring) bereikt
winterwenden	=	winterwende
winterwendes	=	winterwende
winterzon	noun	bleek zonnetje zoals die in de winter aanwezig is
winterzonnen	=	winterzon
winterzonnestilstand	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest zuidelijke positie (de Steenbokskeerkring) bereikt
winterzonnestilstanden	=	winterzonnestilstand
winterzonnetje	=	winterzon
winterzonnetjes	=	winterzon
winterzonnewende	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest zuidelijke positie (de Steenbokskeerkring) bereikt
winterzonnewenden	=	winterzonnewende
winterzonnewendes	=	winterzonnewende
winti	noun	bovennatuurlijk wezen dat zich snel als de wind kan verplaatsen
winti's	=	winti
winticultuur	noun	cultuur die hoort bij een traditionele Afro-Surinaamse religie
wintongoudmol	noun	bepaald soort zoogdier, Cryptochloris wintoni, dat voorkomt in Zuid-Afrika De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Broom in 1907.
wintongoudmollen	=	wintongoudmol
wintongoudmolletje	=	wintongoudmol
wintongoudmolletjes	=	wintongoudmol
winwiel	noun	wiel in de supermarkt waaraan mensen mogen draaien die zojuist aan een steekproef zijn onderworpen bij de zelfscankassa, om daarmee kans te maken een gratis product te winnen
winzucht	noun	een te sterke behoefte aan geld verdienen
wip	noun	/ een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
wipbrug	noun	brug waarvan de vloer draait om een horizontale als en waarvan het korte deel verzwaard is
wipbruggen	=	wipbrug
wipbruggetje	=	wipbrug
wipbruggetjes	=	wipbrug
wipbrugje	=	wipbrug
wipbrugjes	=	wipbrug
wipgalg	noun|historical	soort galg waarbij de veroordeelde wordt opgehesen aan de op de rug gebonden armen
wipgalgen	=	wipgalg
wiphout	noun	hefboom die gebruikt wordt voor het opwippen van zware voorwerpen
wipje	=	wip
wipjes	=	wip
wipkar	noun	kar met drie wielen waarvan men de laadbak kan laten kantelen bij het leegmaken
wipkarren	=	wipkar
wipkarretje	=	wipkar
wipkarretjes	=	wipkar
wipkip	noun	een speeltoestel dat bestaat uit een springveer met daarbovenop één tot vier zitplaatsen
wipkipje	=	wipkip
wipkipjes	=	wipkip
wipkippen	=	wipkip
wipmolen	noun	een type windmolen
wipmolens	=	wipmolen
wipmolentje	=	wipmolen
wipmolentjes	=	wipmolen
wipnagel	noun	ook wel een ski jump nagel genoemd, is een nagel die omhoog groeit
wipnagels	=	wipnagel
wipnageltje	=	wipnagel
wipnageltjes	=	wipnagel
wipneus	noun	neus waarbij de neusrug enigszins hol is waardoor de neuspunt omhoog wipt.
wipneusadder	noun	Vipera latastei een slang uit de familie adders (Viperidae)
wipneusadders	=	wipneusadder
wipneusaddertje	=	wipneusadder
wipneusaddertjes	=	wipneusadder
wipneusgitje	noun	Cheilosia vicina een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wipneusgitjes	=	wipneusgitje
wipneusje	=	wipneus
wipneusjes	=	wipneus
wipneuzen	noun	een familie Gigantactinidae van straalvinnige vissen uit de orde van vinarmigen (Lophiiformes)
wippe	=	wippen
wippelgemnaar	noun	een inwoner van Wippelgem, of iemand afkomstig uit Wippelgem
wippelgemnaren	=	wippelgemnaar
wippelgems	adj	op Wippelgem betrekking hebbend
wippelgemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Wippelgem, of een vrouw afkomstig uit Wippelgem
wippelgemsen	=	wippelgemse
wippen	verb	op en neer bewegen
wippend	=	wippen
wippende	=	wippen
wipper	noun	snoepje van karamel omgeven met vanillesuiker
wipperig	adj	de neiging hebbend snel op en neer te gaan
wipperige	=	wipperig
wipperiger	=	wipperig
wipperigere	=	wipperig
wipperigers	=	wipperig
wipperigs	=	wipperig
wipperigst	=	wipperig
wipperigste	=	wipperig
wippers	=	wipper
wippertje	=	wipper
wippertjes	=	wipper
wipplank	noun	een speeltoestel dat bestaat uit een plank die om een horizontale as kan draaien zodat de spelers die op de uiteinden zitten omstebeurt naar boven en naar beneden gaan
wipplanken	=	wipplank
wipplankje	=	wipplank
wipplankjes	=	wipplank
wipsnavelkolibrie	noun	Opisthoprora euryptera een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
wipsnavelkolibries	=	wipsnavelkolibrie
wipsnavelkolibrietje	=	wipsnavelkolibrie
wipsnavelkolibrietjes	=	wipsnavelkolibrie
wipsnavelkraai	noun	Corvus moneduloides een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
wipsnavelkraaien	=	wipsnavelkraai
wipsnavelkraaitje	=	wipsnavelkraai
wipsnavelkraaitjes	=	wipsnavelkraai
wipstaart	noun	kleine en intrekbare staart
wipstaarten	noun	een geslacht Cinclodes van zangvogels uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
wipstaartje	=	wipstaart
wipstaartjes	=	wipstaart
wipstoel	noun	zetel waarin je comfortabel voor- en achterover kunt schommelen
wipstoelen	=	wipstoel
wipstoeltje	=	wipstoel
wipstoeltjes	=	wipstoel
wipt	=	wippen
wipte	=	wippen
wipten	=	wippen
wipwap	noun	een speeltuig bestaande uit een balk die in het midden op een verhoogde steun rust
wipwapje	=	wipwap
wipwapjes	=	wipwap
wipwappe	=	wipwappen
wipwappen	verb	spelen met een wip, ook wel een wipwap genoemd
wipwappend	=	wipwappen
wipwappende	=	wipwappen
wipwapt	=	wipwappen
wipwapte	=	wipwappen
wipwapten	=	wipwappen
wireless	noun	draadloos internet	adj	verbonden via een antenne, niet via een kabel
wirwar	noun	ordeloos, chaotisch onontwarbaar geheel
wirwarren	=	wirwar
wis	noun	twijg	adj	stellig, zeker
wisbaar	adj	wat men kan of mag wissen
wisbaarder	=	wisbaar
wisbaardere	=	wisbaar
wisbaarders	=	wisbaar
wisbaars	=	wisbaar
wisbaarst	=	wisbaar
wisbaarste	=	wisbaar
wisbare	=	wisbaar
wisdoek	noun	lap stof waarmee men iets kan af- of wegvegen
wisdoeken	=	wisdoek
wisdoekje	=	wisdoek
wisdoekjes	=	wisdoek
wisecrack	noun	kwinkslag
wisecracks	=	wisecrack
wisent	noun	bepaald soort zooɡdier, Bison bonasus, aan het eind van de 15e eeuw al zo zeldzaam geworden dat er maatregelen genomen moesten worden in de vorm van jachtrestricties; door fokprogramma's, opgezet in het begin van de 20e eeuw voor uitsterven behoed: er zijn vrijlevende populaties in Polen, Wit-Rusland, Oekraïne, Rusland, Litouwen, Slowakije, Duitsland en Roemenië, maar het blijft een kwetsbare soort
wisenten	=	wisent
wisentje	=	wisent
wisentjes	=	wisent
wisheid	noun	zekerheid
wishlist	noun	een lijst met cadeautjes of geschenken die men wenst in verband met een gebeurtenis, bijvoorbeeld een verjaardag, met Kerstmis, een huwelijk of doop
wishlists	=	wishlist
wisi	noun	zwarte magie, begrip uit de wintigodsdienst
wisiman	noun	kwaadaardige tovenaar; bedrijver van zwarte magie
wisimans	=	wisiman
wisje	=	wis
wisjes	=	wis
wiskop	noun	kop in een bandrecorder die bij opname vroegere opnamen uitwist
wiskopje	=	wiskop
wiskopjes	=	wiskop
wiskoppen	=	wiskop
wiskunde	noun	de formele studie van patronen en structuren
wiskundeboek	noun	een schoolboek waarin rekenen, wiskunde, meetkunde en algebra wordt behandeld.
wiskundeboeken	=	wiskundeboek
wiskundeboekje	=	wiskundeboek
wiskundeboekjes	=	wiskundeboek
wiskundedocent	noun	een leraar die les geeft in het vak wiskunde
wiskundedocenten	=	wiskundedocent
wiskundedocentje	=	wiskundedocent
wiskundedocentjes	=	wiskundedocent
wiskundeknobbel	noun	zeer groot talent voor wiskunde
wiskundeknobbels	=	wiskundeknobbel
wiskundeknobbeltje	=	wiskundeknobbel
wiskundeknobbeltjes	=	wiskundeknobbel
wiskundeleraar	noun	een leraar die les geeft in het schoolvak waarin rekenen, wiskunde en algebra wordt behandeld.
wiskundeleraars	=	wiskundeleraar
wiskundeleraartje	=	wiskundeleraar
wiskundeleraartjes	=	wiskundeleraar
wiskundeleraren	=	wiskundeleraar
wiskundelerares	noun	een lerares die les geeft in het schoolvak waarin rekenen, wiskunde en algebra wordt behandeld.
wiskundeleraresje	=	wiskundelerares
wiskundeleraresjes	=	wiskundelerares
wiskundeleraressen	=	wiskundelerares
wiskundeles	noun	een schoolvak waarin rekenen, wiskunde en algebra wordt behandeld.
wiskundelesje	=	wiskundeles
wiskundelesjes	=	wiskundeles
wiskundelessen	=	wiskundeles
wiskundelokaal	noun	een klaslokaal dat ingericht is op en waarin men les geeft in het schoolvak waarin rekenen, wiskunde en algebra wordt behandeld.
wiskundelokaaltje	=	wiskundelokaal
wiskundelokaaltjes	=	wiskundelokaal
wiskundelokalen	=	wiskundelokaal
wiskundemeisje	noun	een vrouw die zich verdiept in de wiskunde en het bestudeert
wiskundemeisjes	=	wiskundemeisje
wiskundeonderwijs	noun	het onderwijs in het schoolvak wiskunde.
wiskundestudent	noun	een student die wiskunde studeert
wiskundestudente	noun	vrouw die wiskunde studeert aan een universiteit
wiskundestudenten	=	wiskundestudent
wiskundestudentes	=	wiskundestudente
wiskundestudentje	=	wiskundestudent
wiskundestudentjes	=	wiskundestudent
wiskundestudie	noun	de studie van wiskunde
wiskundestudies	=	wiskundestudie
wiskundig	adj	op wiskunde betrekking hebbend of er gebruik van makend
wiskundige	noun	een wetenschapper die de wiskunde beoefent
wiskundigen	=	wiskundige
wiskundiger	=	wiskundig
wiskundigere	=	wiskundig
wiskundigers	=	wiskundig
wiskundigs	=	wiskundig
wiskundigst	=	wiskundig
wiskundigste	=	wiskundig
wispel	=	wispelen
wispelde	=	wispelen
wispelden	=	wispelen
wispele	=	wispelen
wispelen	verb	schudden, kwispelen
wispelend	=	wispelen
wispelende	=	wispelen
wispelt	=	wispelen
wispelturig	adj	veranderlijk in gedrag en gedachten
wispelturige	=	wispelturig
wispelturiger	=	wispelturig
wispelturigere	=	wispelturig
wispelturigers	=	wispelturig
wispelturigheden	=	wispelturigheid
wispelturigheid	noun	het op een onvoorspelbare manier steeds weer veranderen
wispelturigs	=	wispelturig
wispelturigst	=	wispelturig
wispelturigste	=	wispelturig
wisschen	=	wissen
wisse	noun	kubieke meter brandhout
wissel	noun	speciale constructie in een spoorweg om een trein, metro of tram naar een ander spoor te leiden
wisselaar	noun	apparaat waarmee men iets kan wisselen
wisselaars	=	wisselaar
wisselaartje	=	wisselaar
wisselaartjes	=	wisselaar
wisselagent	noun	iemand die handelt in wissels en andere waardepapieren; iemand die mag handelen op de effectenbeurs
wisselagenten	=	wisselagent
wisselaren	=	wisselaar
wisselautomaat	noun	automaat die geld wisselt
wisselautomaatje	=	wisselautomaat
wisselautomaatjes	=	wisselautomaat
wisselautomaten	=	wisselautomaat
wisselbad	noun	het afwisselend baden of douchen in warm en koud water als behandelingsmethode voor bepaalde ziekten en aandoeningen
wisselbaden	=	wisselbad
wisselbank	noun	bank waarop de wisselspelers zitten (bij voetbal of andere teamsporten)
wisselbanken	=	wisselbank
wisselbeker	noun	beker die van eigenaar wisselt als er een nieuwe winnaar is
wisselbekers	=	wisselbeker
wisselbloem	noun	Lantana camara een plant uit de ijzerhardfamilie (Verbenaceae)
wisselbloemen	=	wisselbloem
wisselbloemetje	=	wisselbloem
wisselbloemetjes	=	wisselbloem
wisselbloempje	=	wisselbloem
wisselbloempjes	=	wisselbloem
wisselbouw	noun	in verschillende jaren/perioden verschillende gewassen verbouwen
wisselde	=	wisselen
wisselden	=	wisselen
wisseldieet	noun	een dieet waar je verschillende diëten afwisselend volgt
wisseldieetje	=	wisseldieet
wisseldieetjes	=	wisseldieet
wisseldiëten	=	wisseldieet
wissele	=	wisselen
wisselen	verb	veranderen
wisselend	adj	aan wisseling onderhevig.
wisselende	=	wisselend
wisselender	=	wisselend
wisselendere	=	wisselend
wisselenders	=	wisselend
wisselends	=	wisselend
wisselendst	=	wisselend
wisselendste	=	wisselend
wisselgeld	noun	geld dat men terugontvangt bij het inwisselen van groot geld of na een betaling met een groter bedrag dan men verschuldigd is, meestal in de vorm van kleingeld
wisselijk	adj	zonder twijfel
wisselijke	=	wisselijk
wisselijker	=	wisselijk
wisselijkere	=	wisselijk
wisselijkers	=	wisselijk
wisselijks	=	wisselijk
wisselijkst	=	wisselijk
wisselijkste	=	wisselijk
wisseling	noun	het wisselen, de ruil, verruiling
wisselingen	=	wisseling
wisselingetje	=	wisseling
wisselingetjes	=	wisseling
wisselkantoor	noun	kantoor waar men geld kan wisselen
wisselkantoortje	=	wisselkantoor
wisselkantoortjes	=	wisselkantoor
wisselkantoren	=	wisselkantoor
wisselkind	noun	kind dat in de plaats gelegd wordt van een door feeën of trollen geroofd mensenkind
wisselkinderen	=	wisselkind
wisselkindertjes	=	wisselkind
wisselkindje	=	wisselkind
wisselkindjes	=	wisselkind
wisselkoers	noun	de verhouding waarmee de ene muntsoort in de andere gewisseld kan worden
wisselkoersen	=	wisselkoers
wisselkoersje	=	wisselkoers
wisselkoersjes	=	wisselkoers
wisselkoersmechanisme	noun	verzameling afspraken over de manier waarop en de mate waarin wisselkoersen onderling kunnen fluctueren
wisselkoersmechanismen	=	wisselkoersmechanisme
wisselkoersmechanismes	=	wisselkoersmechanisme
wisselkoersstelsel	noun	een stelsel en systematiek voor de regulering van wisselkoersen
wisselkoersstelsels	=	wisselkoersstelsel
wisselkoersstelseltje	=	wisselkoersstelsel
wisselkoersstelseltjes	=	wisselkoersstelsel
wisselkoerssysteem	noun	een systeem en of systematiek voor de regulering van wisselkoersen
wisselkoerssysteempje	=	wisselkoerssysteem
wisselkoerssysteempjes	=	wisselkoerssysteem
wisselkoerssystemen	=	wisselkoerssysteem
wisselkoersverandering	noun	Een wisselkoersverandering is de wijziging in de prijs van de ene valuta uitgedrukt in een andere.
wisselkoersveranderingen	=	wisselkoersverandering
wisselkoersveranderingetje	=	wisselkoersverandering
wisselkoersveranderingetjes	=	wisselkoersverandering
wisselkoersverhouding	noun	de prijs van een valuta uitgedrukt in een andere valuta.
wisselkoersverhoudingen	=	wisselkoersverhouding
wisselkoersverhoudinkje	=	wisselkoersverhouding
wisselkoersverhoudinkjes	=	wisselkoersverhouding
wisselkost	noun|obsolete	geld dat men verliest bij het omwisselen van geld van de ene naar de andere valuta
wisselkosten	noun	geld dat men verliest bij het omwisselen van geld van de ene naar de andere valuta
wisselmarkt	noun	markt waar de ene valuta verhandelt wordt tegen een andere valuta
wisselmarkten	=	wisselmarkt
wisselmeerderheden	=	wisselmeerderheid
wisselmeerderheid	noun	alternatieve parlementaire meerderheid, die tijdens een bepaalde regeerperiode een wetsvoorstel goedkeurt waar de regerende meerderheid als zodanig niet achter staat
wisseloplossing	noun	andere mogelijkheid of methode om een meer gewenste situatie te bereiken
wisseloplossingen	=	wisseloplossing
wisselplaats	noun	een plek waar een wissel plaatsvindt, zoals vroeger het verwisselen van de paarden van een postkoets voor nieuwe, het wisselen van stokje bij een estafette en voor het passeren van twee treinen
wisselplaatsen	=	wisselplaats
wisselpunt	noun	punt waar gewisseld wordt (bijv. bij estafette)
wisselpunten	=	wisselpunt
wisselpuntje	=	wisselpunt
wisselpuntjes	=	wisselpunt
wisselruiterij	noun	Het met oneerlijke bedoelingen trekken en doen accepteren van wissels waaraan geen reële transactie ten grondslag ligt.
wisselruiterijen	=	wisselruiterij
wissels	=	wissel
wisselschakelaar	noun	een schakelaar met drie contacten
wisselschakelaars	=	wisselschakelaar
wisselschakelaartje	=	wisselschakelaar
wisselschakelaartjes	=	wisselschakelaar
wisselslag	noun	de zwemslag is een combinatie van de vier bestaande zwemslagen en wordt uitgevoerd in de volgende vaststaande volgorde: vlinder-, rug-, school- en vrije slag over een afstand van 100 (in een 25 meter bad), 200 of 400 meter als individueel nummer of als estafette
wisselslagen	=	wisselslag
wisselspanning	noun	een elektrische spanning die afhankelijk van de tijd van richting/polariteit wisselt
wisselspanningen	=	wisselspanning
wisselspanninkje	=	wisselspanning
wisselspanninkjes	=	wisselspanning
wisselspeler	noun	een speler die gedurende de wedstrijd een andere speler vervangt
wisselspelers	=	wisselspeler
wisselspelertje	=	wisselspeler
wisselspelertjes	=	wisselspeler
wisselsprong	noun	een sprong, gebruikt bij diepe slagen, waarbij je tijdens de slag je racketvoet voor je andere voet plaatst om snel terug een voorwaartse beweging te kunnen maken
wisselsprongen	=	wisselsprong
wisselstroken	=	wisselstrook
wisselstromen	=	wisselstroom
wisselstrook	noun	een rijstrook die afhankelijk van de drukte geopend wordt voor een bepaalde rijrichting
wisselstroom	noun	elektrische stroom die periodiek van richting en van sterkte verandert
wisselstroomdynamo	noun	machine die energie omzet van beweging, binnenkomend via een draaiende as, in elektrische stroom die periodiek van richting wisselt
wisselstroomdynamo's	=	wisselstroomdynamo
wisselstroomgenerator	noun	is een machine waarin mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omgezet wordt in elektrische wisselstroom
wisselstroomgenerators	=	wisselstroomgenerator
wisselstroommotor	noun	is een elektrische motor die uitsluitend op wisselstroom loopt
wisselstroommotoren	=	wisselstroommotor
wisselstroommotortje	=	wisselstroommotor
wisselstroommotortjes	=	wisselstroommotor
wisselstroompje	=	wisselstroom
wisselstroompjes	=	wisselstroom
wisselstuk	noun	onderdeel ter vervanging van een kapot onderdeel
wisselstukje	=	wisselstuk
wisselstukken	=	wisselstuk
wisselt	=	wisselen
wisseltand	noun	een melktand of -kies die losgaat zitten en uiteindelijk uitvalt om plaats te maken voor een blijvende tand of kies
wisseltanden	=	wisseltand
wisseltandje	=	wisseltand
wisseltandjes	=	wisseltand
wisseltentoonstelling	noun	tijdelijke tentoonstelling die vaak naast de vaste collectie te zien is
wisseltentoonstellingen	=	wisseltentoonstelling
wisseltje	=	wissel
wisseltjes	=	wissel
wisseltonig	adj	een andere toon voortbrengend bij in- en uitblazen
wisseltonige	=	wisseltonig
wisseltonigs	=	wisseltonig
wisseltrofee	noun	trofee die van eigenaar wisselt als er een nieuwe winnaar is
wisseltrofees	=	wisseltrofee
wisseltrofeeën	=	wisseltrofee
wisseltruc	noun	door snel en chaotisch geld te wisselen iemand benadelen
wisseltrucs	=	wisseltruc
wisseltruken	=	wisseltruc
wisselvallig	adj	veranderlijk
wisselvallige	=	wisselvallig
wisselvalliger	=	wisselvallig
wisselvalligere	=	wisselvallig
wisselvalligers	=	wisselvallig
wisselvalligheden	=	wisselvalligheid
wisselvalligheid	noun	het wisselvallig zijn
wisselvalligs	=	wisselvallig
wisselvalligst	=	wisselvallig
wisselvalligste	=	wisselvallig
wisselwachter	noun	een persoon die voor één of meer wissels zorgt
wisselwachters	=	wisselwachter
wisselwachtertje	=	wisselwachter
wisselwachtertjes	=	wisselwachter
wisselwerking	noun	wederkerige werking
wisselwerkingen	=	wisselwerking
wisselwerkinkje	=	wisselwerking
wisselwoning	noun	is een tijdelijk huis of appartement waar je in woont.
wisselwoningen	=	wisselwoning
wisselwoninkje	=	wisselwoning
wisselwoninkjes	=	wisselwoning
wissen	verb	het niet meer laten bestaan van
wissend	=	wissen
wissende	=	wissen
wisser	noun	voorwerp om mee te wissen
wisserarm	noun	deel van de ruitenwisser waaraan de wisser is bevestigd
wisserarmen	=	wisserarm
wisserarmpje	=	wisserarm
wisserarmpjes	=	wisserarm
wissere	=	wis
wissers	=	wisser
wissertje	=	wisser
wissertjes	=	wisser
wissewasje	noun	iets van weinig betekenis, kwestie die eenvoudig op te lossen is
wissewasjes	=	wissewasje
wist	=	weten
wist-je-datje	noun	een kleine wetenswaardigheid
wist-je-datjes	=	wist-je-datje
wiste	=	wissen
wisten	=	weten
wit	noun	lichtst mogelijke kleur, kleur die wordt waargenomen bij een gelijkmatige vermenging van alle zichtbare kleurtinten in het spectrum	adj	de kleur wit hebbend
wit-geel	noun	een erg lichte kleur geel die dicht tegen wit aan zit	adj	een erg lichte kleur geel die dicht tegen wit aan zit
wit-geels	=	wit-geel
wit-gele	=	wit-geel
wit-rus	noun	een inwoner van Wit-Rusland, of iemand afkomstig uit Wit-Rusland
wit-rusje	=	wit-rus
wit-rusjes	=	wit-rus
wit-russen	=	wit-rus
wit-russisch	adj	gerelateerd aan Wit-Rusland of het Wit-Russisch
wit-russische	noun	een inwoonster van Wit-Rusland, of een vrouw afkomstig uit Wit-Rusland
wit-russischen	=	wit-russische
wit-russischer	=	wit-russisch
wit-russischere	=	wit-russisch
wit-russischers	=	wit-russisch
wit-russischtalig	adj	de Wit-Russische taal sprekend
wit-russischtalige	=	wit-russischtalig
wit-russischtaligs	=	wit-russischtalig
witachtig	adj	bijna wit
witachtige	=	witachtig
witachtiger	=	witachtig
witachtigere	=	witachtig
witachtigers	=	witachtig
witachtigs	=	witachtig
witachtigst	=	witachtig
witachtigste	=	witachtig
witbaard	noun	dier met een witte baard
witbaardberghoningkruiper	noun	Diglossa mystacalis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbaardberghoningkruipers	=	witbaardberghoningkruiper
witbaardberghoningkruipertje	=	witbaardberghoningkruiper
witbaardberghoningkruipertjes	=	witbaardberghoningkruiper
witbaarddikbekje	noun	Sporophila caerulescens een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbaarddikbekjes	=	witbaarddikbekje
witbaarden	=	witbaard
witbaardfranjeaap	noun	Colobus vellerosus is een soort uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
witbaardfranjeaapje	=	witbaardfranjeaap
witbaardfranjeaapjes	=	witbaardfranjeaap
witbaardfranjeapen	=	witbaardfranjeaap
witbaardgibbon	noun	Hylobates albibarbis Hylobates albibarbis of witbaardgibbon behoort tot de superfamilie van de mensapen (Hominoidea) en de familie van de gibbons (Hylobatidae).
witbaardgibbonnetje	=	witbaardgibbon
witbaardgibbonnetjes	=	witbaardgibbon
witbaardgibbons	=	witbaardgibbon
witbaardhelmkolibrie	noun	Oxypogon lindenii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witbaardhelmkolibries	=	witbaardhelmkolibrie
witbaardhelmkolibrietje	=	witbaardhelmkolibrie
witbaardhelmkolibrietjes	=	witbaardhelmkolibrie
witbaardheremietkolibrie	noun	Phaethornis hispidus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witbaardheremietkolibries	=	witbaardheremietkolibrie
witbaardheremietkolibrietje	=	witbaardheremietkolibrie
witbaardheremietkolibrietjes	=	witbaardheremietkolibrie
witbaardhoningeter	noun	Territornis albilineata een endemische vogel uit het noorden van Australië
witbaardhoningeters	=	witbaardhoningeter
witbaardhoningetertje	=	witbaardhoningeter
witbaardhoningetertjes	=	witbaardhoningeter
witbaardje	=	witbaard
witbaardjes	=	witbaard
witbaardlangoer	noun	Trachypithecus vetulus een zoogdier uit de familie van de apen van de oude wereld (Cercopithecidae).
witbaardlangoeren	=	witbaardlangoer
witbaardlangoertje	=	witbaardlangoer
witbaardlangoertjes	=	witbaardlangoer
witbaardmierklauwier	noun	Biatas nigropectus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witbaardmierklauwieren	=	witbaardmierklauwier
witbaardmierklauwiertje	=	witbaardmierklauwier
witbaardmierklauwiertjes	=	witbaardmierklauwier
witbaardmiervogel	noun	Myrmorchilus strigilatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witbaardmiervogels	=	witbaardmiervogel
witbaardmiervogeltje	=	witbaardmiervogel
witbaardmiervogeltjes	=	witbaardmiervogel
witbaardmonarch	noun	Symposiachrus barbatus een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
witbaardmonarchen	=	witbaardmonarch
witbaardmonarchje	=	witbaardmonarch
witbaardmonarchjes	=	witbaardmonarch
witbaardstruikgors	noun	Atlapetes albofrenatus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
witbaardstruikgorsje	=	witbaardstruikgors
witbaardstruikgorsjes	=	witbaardstruikgors
witbaardstruikgorzen	=	witbaardstruikgors
witbaardtiran	noun	Phelpsia inornata een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witbaardtirannen	=	witbaardtiran
witbaardtirannetje	=	witbaardtiran
witbaardtirannetjes	=	witbaardtiran
witbaardzandbij	noun	Andrena barbilabris een bij uit het geslacht van de zandbijen (Andrena)
witbaardzandbijen	=	witbaardzandbij
witbaardzandbijtje	=	witbaardzandbij
witbaardzandbijtjes	=	witbaardzandbij
witband	noun	dier met een witte band
witband-silene-uil	noun	Hadena compta een nachtvlinder uit de familie van de Noctuidae, de uilen.
witband-silene-uilen	=	witband-silene-uil
witband-silene-uiltje	=	witband-silene-uil
witband-silene-uiltjes	=	witband-silene-uil
witbandberkenlichtmot	noun	Euzophera fuliginosella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
witbandberkenlichtmotje	=	witbandberkenlichtmot
witbandberkenlichtmotjes	=	witbandberkenlichtmot
witbandberkenlichtmotten	=	witbandberkenlichtmot
witbanden	=	witband
witbandgierzwaluw	noun	Chaetura spinicaudus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
witbandgierzwaluwen	=	witbandgierzwaluw
witbandgierzwaluwtje	=	witbandgierzwaluw
witbandgierzwaluwtjes	=	witbandgierzwaluw
witbandheremiet	noun	Pseudochazara anthelea een vlinder uit de onderfamilie Satyrinae van de familie Nymphalidae (aurelia's).
witbandheremieten	=	witbandheremiet
witbandheremietje	=	witbandheremiet
witbandheremietjes	=	witbandheremiet
witbandje	=	witband
witbandjes	=	witband
witbandkanarie	noun	Crithagra leucoptera een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
witbandkanaries	=	witbandkanarie
witbandkanarietje	=	witbandkanarie
witbandkanarietjes	=	witbandkanarie
witbandkogelspin	noun	Neottiura bimaculata een spin behorend tot de kogelspinnen
witbandkogelspinnen	=	witbandkogelspin
witbandkogelspinnetje	=	witbandkogelspin
witbandkogelspinnetjes	=	witbandkogelspin
witbandkruisbek	noun	Loxia leucoptera een vogel uit de familie der vinkachtigen (Fringillidae).
witbandkruisbekje	=	witbandkruisbek
witbandkruisbekjes	=	witbandkruisbek
witbandkruisbekken	=	witbandkruisbek
witbandleeuwerik	noun	Alaemon alaudipes een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae)
witbandleeuweriken	noun	een geslacht Alaemon van zangvogels uit de familie leeuweriken (Alaudidae).
witbandleeuwerikje	=	witbandleeuwerik
witbandleeuwerikjes	=	witbandleeuwerik
witbandovenvogel	noun	Furnarius figulus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witbandovenvogels	=	witbandovenvogel
witbandovenvogeltje	=	witbandovenvogel
witbandovenvogeltjes	=	witbandovenvogel
witbands	=	witband
witbandsijs	noun	Spinus psaltria een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
witbandsijsje	=	witbandsijs
witbandsijsjes	=	witbandsijs
witbandsijzen	=	witbandsijs
witbandspanner	noun	Spargania luctuata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
witbandspanners	=	witbandspanner
witbandspannertje	=	witbandspanner
witbandspannertjes	=	witbandspanner
witbandspotlijster	noun	Mimus triurus een vogelsoort uit de familie mimidae.
witbandspotlijsters	=	witbandspotlijster
witbandspotlijstertje	=	witbandspotlijster
witbandspotlijstertjes	=	witbandspotlijster
witbandtachuri	noun	Mecocerculus stictopterus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witbandtachuri's	=	witbandtachuri
witbandtachurietje	=	witbandtachuri
witbandtachurietjes	=	witbandtachuri
witbandtangare	noun	Neothraupis fasciata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbandtangaren	=	witbandtangare
witbandtangaretje	=	witbandtangare
witbandtangaretjes	=	witbandtangare
witbandtroepiaal	noun	Icterus maculialatus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
witbandtroepiaaltje	=	witbandtroepiaal
witbandtroepiaaltjes	=	witbandtroepiaal
witbandtroepialen	=	witbandtroepiaal
witbandwinterkoning	noun	Microcerculus bambla een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen), die wijdverbreid is in Colombia, Venezuela, Guyana, Suriname, Frans-Guyana, Brazilië, Ecuador en Peru.
witbandwinterkoningen	=	witbandwinterkoning
witbandwinterkoninkje	=	witbandwinterkoning
witbandwinterkoninkjes	=	witbandwinterkoning
witbandzandogen	=	witbandzandoog
witbandzandoog	noun	Brintesia circe een dagvlinder uit de subfamilie Satyrinae, bestaande uit de zandoogjes en erebia's.
witbandzandoogje	=	witbandzandoog
witbandzandoogjes	=	witbandzandoog
witbandzeearend	noun	Haliaeetus leucoryphus een vogel uit de familie der havikachtigen.
witbandzeearenden	=	witbandzeearend
witbandzeearendje	=	witbandzeearend
witbandzeearendjes	=	witbandzeearend
witbandzwaluw	noun	Atticora fasciata een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
witbandzwaluwen	=	witbandzwaluw
witbandzwaluwtje	=	witbandzwaluw
witbandzwaluwtjes	=	witbandzwaluw
witbefjufferduif	noun	Ptilinopus rivoli een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witbefjufferduifje	=	witbefjufferduif
witbefjufferduifjes	=	witbefjufferduif
witbefjufferduiven	=	witbefjufferduif
witbefjunglevliegenvanger	noun	Cyornis brunneatus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witbefjunglevliegenvangers	=	witbefjunglevliegenvanger
witbefjunglevliegenvangertje	=	witbefjunglevliegenvanger
witbefjunglevliegenvangertjes	=	witbefjunglevliegenvanger
witbeflijstergaai	noun	Garrulax monileger een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witbeflijstergaaien	=	witbeflijstergaai
witbeflijstergaaitje	=	witbeflijstergaai
witbeflijstergaaitjes	=	witbeflijstergaai
witbefmiervogel	noun	Myrmoderus loricatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witbefmiervogels	=	witbefmiervogel
witbefmiervogeltje	=	witbefmiervogel
witbefmiervogeltjes	=	witbefmiervogel
witbefvliegenvanger	noun	Anthipes monileger een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witbefvliegenvangers	=	witbefvliegenvanger
witbefvliegenvangertje	=	witbefvliegenvanger
witbefvliegenvangertjes	=	witbefvliegenvanger
witbefwaaierstaart	noun	Rhipidura coultasi een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
witbefwaaierstaarten	=	witbefwaaierstaart
witbefwaaierstaartje	=	witbefwaaierstaart
witbefwaaierstaartjes	=	witbefwaaierstaart
witbekstruiksluiper	noun	Aethomyias spilodera een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
witbekstruiksluipers	=	witbekstruiksluiper
witbekstruiksluipertje	=	witbekstruiksluiper
witbekstruiksluipertjes	=	witbekstruiksluiper
witbier	noun	bier van hoge gisting dat niet alleen met gerstemout, maar ook met tarwemout en soms ook met haver wordt gebrouwen
witbieren	=	witbier
witbiertje	=	witbier
witbiertjes	=	witbier
witblond	adj	heel erg lichte blonde haarkleur
witblonde	=	witblond
witblonder	=	witblond
witblondere	=	witblond
witblonders	=	witblond
witblonds	=	witblond
witblondst	=	witblond
witblondste	=	witblond
witboek	noun	boek met optimistische inhoud over alle goede dingen die al gebeuren of in de toekomst zullen gaan gebeuren
witboeken	=	witboek
witboekje	=	witboek
witboekjes	=	witboek
witbol	noun	benaming voor planten uit het geslacht Holcus die zacht aanvoelen doordat ze bedekt zijn met witte haren
witbollen	=	witbol
witbolstengelgalmug	noun	Mayetiola holci een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
witbolstengelgalmuggen	=	witbolstengelgalmug
witbolstengelgalmuggetjes	=	witbolstengelgalmug
witbolstengelgalmugje	=	witbolstengelgalmug
witbont	adj	van dieren en planten: witte en zwarte vlekken hebbend
witbonte	=	witbont
witbonter	=	witbont
witbontere	=	witbont
witbonters	=	witbont
witbonts	=	witbont
witbontst	=	witbont
witbontste	=	witbont
witborst	noun	dier met een witte borst
witborstaalscholver	noun	Phalacrocorax lucidus een zeevogel uit de familie Phalacrocoracidae (aalscholvers).
witborstaalscholvers	=	witborstaalscholver
witborstaalscholvertje	=	witborstaalscholver
witborstaalscholvertjes	=	witborstaalscholver
witborstalethe	noun	Chamaetylas fuelleborni een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witborstalethes	=	witborstalethe
witborstalethetje	=	witborstalethe
witborstalethetjes	=	witborstalethe
witborstamazilia	noun	Chrysuronia brevirostris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witborstamazilia's	=	witborstamazilia
witborstamaziliaatje	=	witborstamazilia
witborstamaziliaatjes	=	witborstamazilia
witborstbaardkoekoek	noun	Malacoptila fusca een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
witborstbaardkoekoeken	=	witborstbaardkoekoek
witborstbaardkoekoekje	=	witborstbaardkoekoek
witborstbaardkoekoekjes	=	witborstbaardkoekoek
witborstboomklever	noun	Sitta carolinensis een zangvogel uit het geslacht sitta.
witborstboomklevers	=	witborstboomklever
witborstboomklevertje	=	witborstboomklever
witborstboomklevertjes	=	witborstboomklever
witborstboomtimalia	noun	Stachyris thoracica een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
witborstboomtimalia's	=	witborstboomtimalia
witborstboomtimaliaatje	=	witborstboomtimalia
witborstboomtimaliaatjes	=	witborstboomtimalia
witborstdoktersvis	noun	Acanthurus leucosternon een baarsachtige vis uit de familie van de doktersvissen (Acanthuridae)
witborstdoktersvisje	=	witborstdoktersvis
witborstdoktersvisjes	=	witborstdoktersvis
witborstdoktersvissen	=	witborstdoktersvis
witborstdoosschildpad	noun	Pelusios adansonii een schildpad uit de familie pelomedusa's (Pelomedusidae)
witborstdoosschildpadden	=	witborstdoosschildpad
witborstdoosschildpadje	=	witborstdoosschildpad
witborstdoosschildpadjes	=	witborstdoosschildpad
witborstdwergtiran	noun	Myiornis albiventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witborstdwergtirannen	=	witborstdwergtiran
witborstdwergtirannetje	=	witborstdwergtiran
witborstdwergtirannetjes	=	witborstdwergtiran
witborstegel	noun	Erinaceus concolor een egelsoort die voorkomt in Turkije, Transkaukasië en de omringende streken." De witborstegel is nauw verwant aan de Oost-Europese egel (E. roumanicus), en de twee werden tot voor kort tot dezelfde soort gerekend.
witborstegels	=	witborstegel
witborstegeltje	=	witborstegel
witborstegeltjes	=	witborstegel
witborsten	=	witborst
witborstfranjemonarch	noun	Arses lorealis een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
witborstfranjemonarchen	=	witborstfranjemonarch
witborstfranjemonarchje	=	witborstfranjemonarch
witborstfranjemonarchjes	=	witborstfranjemonarch
witborstje	=	witborst
witborstjes	=	witborst
witborstketellapper	noun	Pogoniulus makawai een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
witborstketellappers	=	witborstketellapper
witborstketellappertje	=	witborstketellapper
witborstketellappertjes	=	witborstketellapper
witborstmiervogel	noun	Rhegmatorhina hoffmannsi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witborstmiervogels	=	witborstmiervogel
witborstmiervogeltje	=	witborstmiervogel
witborstmiervogeltjes	=	witborstmiervogel
witborstnegervink	noun	Nigrita fusconotus een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
witborstnegervinken	=	witborstnegervink
witborstnegervinkje	=	witborstnegervink
witborstnegervinkjes	=	witborstnegervink
witborstnigrita	noun	Nigrita fusconotus een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
witborstnigrita's	=	witborstnigrita
witborstpatrijsduif	noun	Pampusana jobiensis een vogel uit de familie van de duiven van het geslacht Pampusana (eerder ook wel: Alopecoenas).
witborstpatrijsduifje	=	witborstpatrijsduif
witborstpatrijsduifjes	=	witborstpatrijsduif
witborstpatrijsduiven	=	witborstpatrijsduif
witborstprinia	noun	Prinia superciliaris een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
witborstprinia's	=	witborstprinia
witborstpriniaatje	=	witborstprinia
witborstpriniaatjes	=	witborstprinia
witborstrietvink	noun	Heteromunia pectoralis een vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
witborstrietvinken	=	witborstrietvink
witborstrietvinkje	=	witborstrietvink
witborstrietvinkjes	=	witborstrietvink
witborstrupsvogel	noun	Ceblepyris pectoralis een vogel uit de familie van de rupsvogels.
witborstrupsvogels	=	witborstrupsvogel
witborstrupsvogeltje	=	witborstrupsvogel
witborstrupsvogeltjes	=	witborstrupsvogel
witborstsperwer	noun	Accipiter chionogaster een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
witborstsperwers	=	witborstsperwer
witborstsperwertje	=	witborstsperwer
witborstsperwertjes	=	witborstsperwer
witborstspitsvogel	noun	Artamus leucorynchus een zangvogel.
witborstspitsvogels	=	witborstspitsvogel
witborstspitsvogeltje	=	witborstspitsvogel
witborstspitsvogeltjes	=	witborstspitsvogel
witborstspotlijster	noun	Ramphocinclus brachyurus een vogelsoort uit de familie Mimidae.
witborstspotlijsters	=	witborstspotlijster
witborstspotlijstertje	=	witborstspotlijster
witborstspotlijstertjes	=	witborstspotlijster
witborststeltral	noun	Mesitornis variegata een vogel uit de familie steltrallen.
witborststeltrallen	=	witborststeltral
witborststeltralletje	=	witborststeltral
witborststeltralletjes	=	witborststeltral
witborsttapaculo	noun	Eleoscytalopus indigoticus een zangvogel uit de familie der tapaculo's (Rhinocryptidae)
witborsttapaculo's	=	witborsttapaculo
witborsttapaculootje	=	witborsttapaculo
witborsttapaculootjes	=	witborsttapaculo
witborsttodietiran	noun	Hemitriccus griseipectus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witborsttodietirannen	=	witborsttodietiran
witborsttodietirannetje	=	witborsttodietiran
witborsttodietirannetjes	=	witborsttodietiran
witborstwaaierstaart	noun	Rhipidura leucothorax een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
witborstwaaierstaarten	=	witborstwaaierstaart
witborstwaaierstaartje	=	witborstwaaierstaart
witborstwaaierstaartjes	=	witborstwaaierstaart
witborstwaterhoen	noun	Amaurornis phoenicurus een ral die voorkomt in het groot gebied dat zich uitstrekt over India en Zuidoost-Azië
witborstwaterhoenderen	=	witborstwaterhoen
witborstwaterhoenders	=	witborstwaterhoen
witborstwaterhoentje	=	witborstwaterhoen
witborstwaterhoentjes	=	witborstwaterhoen
witbrauw	noun	dier met een witte wenkbrauw
witbrauwbabbelaar	noun	Pomatostomus superciliosus een vogel uit de familie Pomatostomidae.
witbrauwbabbelaars	=	witbrauwbabbelaar
witbrauwbabbelaartje	=	witbrauwbabbelaar
witbrauwbabbelaartjes	=	witbrauwbabbelaar
witbrauwbladspeurder	noun	Anabacerthia amaurotis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witbrauwbladspeurders	=	witbrauwbladspeurder
witbrauwbladspeurdertje	=	witbrauwbladspeurder
witbrauwbladspeurdertjes	=	witbrauwbladspeurder
witbrauwboomklever	noun	Sitta victoriae een zangvogel uit het geslacht sitta.
witbrauwboomklevers	=	witbrauwboomklever
witbrauwboomklevertje	=	witbrauwboomklever
witbrauwboomklevertjes	=	witbrauwboomklever
witbrauwbosvliegenvanger	noun	Fraseria cinerascens een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
witbrauwbosvliegenvangers	=	witbrauwbosvliegenvanger
witbrauwbosvliegenvangertje	=	witbrauwbosvliegenvanger
witbrauwbosvliegenvangertjes	=	witbrauwbosvliegenvanger
witbrauwbuulbuul	noun	Pycnonotus luteolus een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
witbrauwbuulbuuls	=	witbrauwbuulbuul
witbrauwbuulbuultje	=	witbrauwbuulbuul
witbrauwbuulbuultjes	=	witbrauwbuulbuul
witbrauwen	=	witbrauw
witbrauwfulvetta	noun	Fulvetta vinipectus een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
witbrauwfulvetta's	=	witbrauwfulvetta
witbrauwfulvettaatje	=	witbrauwfulvetta
witbrauwfulvettaatjes	=	witbrauwfulvetta
witbrauwgrasgors	noun	Donacospiza albifrons een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbrauwgrasgorsje	=	witbrauwgrasgors
witbrauwgrasgorsjes	=	witbrauwgrasgors
witbrauwgrasgorzen	=	witbrauwgrasgors
witbrauwgraszanger	noun	Cisticola cantans een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
witbrauwgraszangers	=	witbrauwgraszanger
witbrauwgraszangertje	=	witbrauwgraszanger
witbrauwgraszangertjes	=	witbrauwgraszanger
witbrauwgrondtiran	noun	Muscisaxicola albilora een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witbrauwgrondtirannen	=	witbrauwgrondtiran
witbrauwgrondtirannetje	=	witbrauwgrondtiran
witbrauwgrondtirannetjes	=	witbrauwgrondtiran
witbrauwklauwiertimalia	noun	Pteruthius flaviscapis een soort uit een geslacht van zangvogels uit de familie vireo's (Vireonidae).
witbrauwklauwiertimalia's	=	witbrauwklauwiertimalia
witbrauwklauwiertimaliaatje	=	witbrauwklauwiertimalia
witbrauwklauwiertimaliaatjes	=	witbrauwklauwiertimalia
witbrauwkrombek	noun	Sylvietta leucophrys een zangvogel uit de familie Macrosphenidae.
witbrauwkrombekje	=	witbrauwkrombek
witbrauwkrombekjes	=	witbrauwkrombek
witbrauwkrombekken	=	witbrauwkrombek
witbrauwkruiper	noun	Climacteris affinis een zangvogel uit de in Australië inheemse familie Climacteridae (Australische kruipers).
witbrauwkruipers	=	witbrauwkruiper
witbrauwkruipertje	=	witbrauwkruiper
witbrauwkruipertjes	=	witbrauwkruiper
witbrauwkruiplijster	noun	Pomatorhinus schisticeps een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
witbrauwkruiplijsters	=	witbrauwkruiplijster
witbrauwkruiplijstertje	=	witbrauwkruiplijster
witbrauwkruiplijstertjes	=	witbrauwkruiplijster
witbrauwlangoer	noun	Trachypithecus laotum primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
witbrauwlangoeren	=	witbrauwlangoer
witbrauwlangoertje	=	witbrauwlangoer
witbrauwlangoertjes	=	witbrauwlangoer
witbrauwlawaaimaker	noun	Cossypha heuglini een kleine insectenetende vogel die voorkomt in Afrika.
witbrauwlawaaimakers	=	witbrauwlawaaimaker
witbrauwlawaaimakertje	=	witbrauwlawaaimaker
witbrauwlawaaimakertjes	=	witbrauwlawaaimaker
witbrauwlelvliegenvanger	noun	Platysteira tonsa een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
witbrauwlelvliegenvangers	=	witbrauwlelvliegenvanger
witbrauwlelvliegenvangertje	=	witbrauwlelvliegenvanger
witbrauwlelvliegenvangertjes	=	witbrauwlelvliegenvanger
witbrauwlijstergaai	noun	Garrulax canorus een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witbrauwlijstergaaien	=	witbrauwlijstergaai
witbrauwlijstergaaitje	=	witbrauwlijstergaai
witbrauwlijstergaaitjes	=	witbrauwlijstergaai
witbrauwmangrovezanger	noun	Gerygone levigaster een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
witbrauwmangrovezangers	=	witbrauwmangrovezanger
witbrauwmangrovezangertje	=	witbrauwmangrovezanger
witbrauwmangrovezangertjes	=	witbrauwmangrovezanger
witbrauwmees	noun	Poecile superciliosus een zangvogel uit de familie van de Paridae (mezen).
witbrauwmeesje	=	witbrauwmees
witbrauwmeesjes	=	witbrauwmees
witbrauwmeesstekelstaart	noun	Leptasthenura xenothorax een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witbrauwmeesstekelstaarten	=	witbrauwmeesstekelstaart
witbrauwmeesstekelstaartje	=	witbrauwmeesstekelstaart
witbrauwmeesstekelstaartjes	=	witbrauwmeesstekelstaart
witbrauwmezen	=	witbrauwmees
witbrauwmierkruiper	noun	Myrmoborus leucophrys een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witbrauwmierkruipers	=	witbrauwmierkruiper
witbrauwmierkruipertje	=	witbrauwmierkruiper
witbrauwmierkruipertjes	=	witbrauwmierkruiper
witbrauwmiervogel	noun	Drymophila ferruginea een zangvogel uit de familie Thamnophilidae
witbrauwmiervogels	=	witbrauwmiervogel
witbrauwmiervogeltje	=	witbrauwmiervogel
witbrauwmiervogeltjes	=	witbrauwmiervogel
witbrauwmuggenvanger	noun	Polioptila bilineata een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
witbrauwmuggenvangers	=	witbrauwmuggenvanger
witbrauwmuggenvangertje	=	witbrauwmuggenvanger
witbrauwmuggenvangertjes	=	witbrauwmuggenvanger
witbrauwshamalijster	noun	Copsychus luzoniensis een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
witbrauwshamalijsters	=	witbrauwshamalijster
witbrauwshamalijstertje	=	witbrauwshamalijster
witbrauwshamalijstertjes	=	witbrauwshamalijster
witbrauwsjakohoen	noun	Penelope jacucaca een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
witbrauwsjakohoenderen	=	witbrauwsjakohoen
witbrauwsjakohoenders	=	witbrauwsjakohoen
witbrauwsjakohoendertje	=	witbrauwsjakohoen
witbrauwsjakohoendertjes	=	witbrauwsjakohoen
witbrauwslingeraap	noun	Ateles marginatus primaat uit de familie van de grijpstaartapen (Atelidae).
witbrauwslingeraapje	=	witbrauwslingeraap
witbrauwslingeraapjes	=	witbrauwslingeraap
witbrauwslingerapen	=	witbrauwslingeraap
witbrauwsoldatenspreeuw	noun	Leistes superciliaris een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
witbrauwsoldatenspreeuwen	=	witbrauwsoldatenspreeuw
witbrauwsoldatenspreeuwtje	=	witbrauwsoldatenspreeuw
witbrauwsoldatenspreeuwtjes	=	witbrauwsoldatenspreeuw
witbrauwspecht	noun	Piculus aurulentus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
witbrauwspechten	=	witbrauwspecht
witbrauwspechtje	=	witbrauwspecht
witbrauwspechtjes	=	witbrauwspecht
witbrauwspitssnavel	noun	Conirostrum ferrugineiventre een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbrauwspitssnavels	=	witbrauwspitssnavel
witbrauwspitssnaveltje	=	witbrauwspitssnavel
witbrauwspitssnaveltjes	=	witbrauwspitssnavel
witbrauwstekelstaart	noun	Hellmayrea gularis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witbrauwstekelstaarten	=	witbrauwstekelstaart
witbrauwstekelstaartje	=	witbrauwstekelstaart
witbrauwstekelstaartjes	=	witbrauwstekelstaart
witbrauwtangare	noun	Chlorospingus pileatus een zangvogel uit de familie Emberizidae (Gorzen).
witbrauwtangaren	=	witbrauwtangare
witbrauwtangaretje	=	witbrauwtangare
witbrauwtangaretjes	=	witbrauwtangare
witbrauwtapaculo	noun	Scytalopus superciliaris een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
witbrauwtapaculo's	=	witbrauwtapaculo
witbrauwtapaculootje	=	witbrauwtapaculo
witbrauwtapaculootjes	=	witbrauwtapaculo
witbrauwtapuittiran	noun	Ochthoeca leucophrys een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witbrauwtapuittirannen	=	witbrauwtapuittiran
witbrauwtapuittirannetje	=	witbrauwtapuittiran
witbrauwtapuittirannetjes	=	witbrauwtapuittiran
witbrauwthraupis	noun	Kleinothraupis auricularis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbrauwthraupisje	=	witbrauwthraupis
witbrauwthraupisjes	=	witbrauwthraupis
witbrauwthraupissen	=	witbrauwthraupis
witbrauwtriller	noun	Lalage leucomela een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
witbrauwtrillers	=	witbrauwtriller
witbrauwtrillertje	=	witbrauwtriller
witbrauwtrillertjes	=	witbrauwtriller
witbrauwvireo	noun	Vireo leucophrys een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
witbrauwvireo's	=	witbrauwvireo
witbrauwvireootje	=	witbrauwvireo
witbrauwvireootjes	=	witbrauwvireo
witbrauwvliegenvanger	noun	Ficedula hyperythra een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
witbrauwvliegenvangers	=	witbrauwvliegenvanger
witbrauwvliegenvangertje	=	witbrauwvliegenvanger
witbrauwvliegenvangertjes	=	witbrauwvliegenvanger
witbrauwwaaierstaart	noun	Cercotrichas leucophrys een vogelsoort uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witbrauwwaaierstaarten	=	witbrauwwaaierstaart
witbrauwwaaierstaartje	=	witbrauwwaaierstaart
witbrauwwaaierstaartjes	=	witbrauwwaaierstaart
witbrauwzanger	noun	Myiothlypis leucoblephara een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
witbrauwzangers	=	witbrauwzanger
witbrauwzangertje	=	witbrauwzanger
witbrauwzangertjes	=	witbrauwzanger
witbrauwzwaluw	noun	Neophedina cincta een zangvogel uit de familie Hirundinidae (Zwaluwen).
witbrauwzwaluwen	=	witbrauwzwaluw
witbrauwzwaluwtje	=	witbrauwzwaluw
witbrauwzwaluwtjes	=	witbrauwzwaluw
witbroden	=	witbrood
witbroekbosuil	noun	Strix albitarsis een lid van de familie van de 'echte' uilen (Strigidae).
witbroekbosuilen	=	witbroekbosuil
witbroekbosuiltje	=	witbroekbosuil
witbroekbosuiltjes	=	witbroekbosuil
witbrood	noun	brood van fijn gebuild meel, waarin geen zemelen aanwezig zijn
witbroodje	=	witbrood
witbroodjes	=	witbrood
witbuik	noun	dier met een witte buik
witbuikakalat	noun	Cossyphicula roberti een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witbuikakalatje	=	witbuikakalat
witbuikakalatjes	=	witbuikakalat
witbuikakalats	=	witbuikakalat
witbuikamazilia	noun	Chlorestes candida een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witbuikamazilia's	=	witbuikamazilia
witbuikamaziliaatje	=	witbuikamazilia
witbuikamaziliaatjes	=	witbuikamazilia
witbuikboomekster	noun	Dendrocitta leucogastra een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
witbuikboomeksters	=	witbuikboomekster
witbuikboomekstertje	=	witbuikboomekster
witbuikboomekstertjes	=	witbuikboomekster
witbuikboself	noun	Chaetocercus mulsanti een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witbuikboselfen	=	witbuikboself
witbuikboselfje	=	witbuikboself
witbuikboselfjes	=	witbuikboself
witbuikboselven	=	witbuikboself
witbuikbosral	noun	Aramides albiventris een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
witbuikbosrallen	=	witbuikbosral
witbuikbosralletje	=	witbuikbosral
witbuikbosralletjes	=	witbuikbosral
witbuikbronzemannetje	noun	Lonchura leucogastra een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
witbuikbronzemannetjes	=	witbuikbronzemannetje
witbuikcaique	noun	Pionites leucogaster een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
witbuikcaiqueje	=	witbuikcaique
witbuikcaiquejes	=	witbuikcaique
witbuikcaiques	=	witbuikcaique
witbuikchachalaca	noun	Ortalis leucogastra een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
witbuikchachalaca's	=	witbuikchachalaca
witbuikchachalacaatje	=	witbuikchachalaca
witbuikchachalacaatjes	=	witbuikchachalaca
witbuikdikbekje	noun	Sporophila leucoptera een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbuikdikbekjes	=	witbuikdikbekje
witbuikdolfijn	noun	Cephalorhynchus eutropia een Zuid-Amerikaanse soort dolfijn uit het geslacht Cephalorhynchus
witbuikdolfijnen	=	witbuikdolfijn
witbuikdolfijntje	=	witbuikdolfijn
witbuikdolfijntjes	=	witbuikdolfijn
witbuikdrongo	noun	Dicrurus caerulescens een zangvogelsoort uit de familie van de drongo's (Dicruridae).
witbuikdrongo's	=	witbuikdrongo
witbuikdrongootje	=	witbuikdrongo
witbuikdrongootjes	=	witbuikdrongo
witbuikduif	noun	Leptotila jamaicensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witbuikduifje	=	witbuikduif
witbuikduifjes	=	witbuikduif
witbuikduiker	noun	Cephalophus leucogaster evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
witbuikduikers	=	witbuikduiker
witbuikduikertje	=	witbuikduiker
witbuikduikertjes	=	witbuikduiker
witbuikduiven	=	witbuikduif
witbuikdwergsalangaan	noun	Collocalia esculenta een gierzwaluw
witbuikdwergsalangaantje	=	witbuikdwergsalangaan
witbuikdwergsalangaantjes	=	witbuikdwergsalangaan
witbuikdwergsalanganen	=	witbuikdwergsalangaan
witbuikdwergspecht	noun	Picumnus spilogaster een vogel uit de familie Picidae (spechten).
witbuikdwergspechten	=	witbuikdwergspecht
witbuikdwergspechtje	=	witbuikdwergspecht
witbuikdwergspechtjes	=	witbuikdwergspecht
witbuikdwergtiran	noun	Euscarthmus meloryphus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witbuikdwergtirannen	=	witbuikdwergtiran
witbuikdwergtirannetje	=	witbuikdwergtiran
witbuikdwergtirannetjes	=	witbuikdwergtiran
witbuikegel	noun	Atelerix albiventris een Afrikaanse egelsoort.
witbuikegels	=	witbuikegel
witbuikegeltje	=	witbuikegel
witbuikegeltjes	=	witbuikegel
witbuikelenia	noun	Elaenia martinica een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witbuikelenia's	=	witbuikelenia
witbuikeleniaatje	=	witbuikelenia
witbuikeleniaatjes	=	witbuikelenia
witbuiken	=	witbuik
witbuikfluiter	noun	Pachycephala leucogastra een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
witbuikfluiters	=	witbuikfluiter
witbuikfluitertje	=	witbuikfluiter
witbuikfluitertjes	=	witbuikfluiter
witbuikfranjemonarch	noun	Arses telescophthalmus een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
witbuikfranjemonarchen	=	witbuikfranjemonarch
witbuikfranjemonarchje	=	witbuikfranjemonarch
witbuikfranjemonarchjes	=	witbuikfranjemonarch
witbuikfregatvogel	noun	Fregata andrewsi een zeevogel uit de familie van de fregatvogels (Fregatidae).
witbuikfregatvogels	=	witbuikfregatvogel
witbuikfregatvogeltje	=	witbuikfregatvogel
witbuikfregatvogeltjes	=	witbuikfregatvogel
witbuikgraszanger	noun	Cisticola erythrops lepe een ondersoort van de roodmaskergraszanger die alleen in Angola voorkomt en ook wel als aparte soort wordt beschouwd
witbuikgraszangers	=	witbuikgraszanger
witbuikgraszangertje	=	witbuikgraszanger
witbuikgraszangertjes	=	witbuikgraszanger
witbuikhoningeter	noun	Glycifohia notabilis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
witbuikhoningeters	=	witbuikhoningeter
witbuikhoningetertje	=	witbuikhoningeter
witbuikhoningetertjes	=	witbuikhoningeter
witbuikhoningvogel	noun	Dicaeum hypoleucum een vogelsoort uit de familie van de dicaeidae (bastaardhoningvogels).
witbuikhoningvogels	=	witbuikhoningvogel
witbuikhoningvogeltje	=	witbuikhoningvogel
witbuikhoningvogeltjes	=	witbuikhoningvogel
witbuikhoningzuiger	noun	Cinnyris talatala een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
witbuikhoningzuigers	=	witbuikhoningzuiger
witbuikhoningzuigertje	=	witbuikhoningzuiger
witbuikhoningzuigertjes	=	witbuikhoningzuiger
witbuikijsvogel	noun	Corythornis leucogaster een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
witbuikijsvogels	=	witbuikijsvogel
witbuikijsvogeltje	=	witbuikijsvogel
witbuikijsvogeltjes	=	witbuikijsvogel
witbuikje	=	witbuik
witbuikjes	=	witbuik
witbuikjungletimalia	noun	Pellorneum albiventre een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
witbuikjungletimalia's	=	witbuikjungletimalia
witbuikjungletimaliaatje	=	witbuikjungletimalia
witbuikjungletimaliaatjes	=	witbuikjungletimalia
witbuikjuweelkolibrie	noun	Lampornis hemileucus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witbuikjuweelkolibries	=	witbuikjuweelkolibrie
witbuikjuweelkolibrietje	=	witbuikjuweelkolibrie
witbuikjuweelkolibrietjes	=	witbuikjuweelkolibrie
witbuikkanarie	noun	Crithagra dorsostriata een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
witbuikkanaries	=	witbuikkanarie
witbuikkanarietje	=	witbuikkanarie
witbuikkanarietjes	=	witbuikkanarie
witbuikkoekoek	noun	Coccyzus euleri een vogel uit de familie van de koekoeken.
witbuikkoekoeken	=	witbuikkoekoek
witbuikkoekoekje	=	witbuikkoekoek
witbuikkoekoekjes	=	witbuikkoekoek
witbuikkortvleugel	noun	Sholicola albiventris een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witbuikkortvleugelen	=	witbuikkortvleugel
witbuikkortvleugels	=	witbuikkortvleugel
witbuikkortvleugeltje	=	witbuikkortvleugel
witbuikkortvleugeltjes	=	witbuikkortvleugel
witbuikkuifvliegenvanger	noun	Elminia albiventris een zangvogel uit de familie Stenostiridae.
witbuikkuifvliegenvangers	=	witbuikkuifvliegenvanger
witbuikkuifvliegenvangertje	=	witbuikkuifvliegenvanger
witbuikkuifvliegenvangertjes	=	witbuikkuifvliegenvanger
witbuikkwartelsnip	noun	Attagis malouinus een vogel die deel uitmaakt van de kwartelsnippen.
witbuikkwartelsnipje	=	witbuikkwartelsnip
witbuikkwartelsnipjes	=	witbuikkwartelsnip
witbuikkwartelsnippen	=	witbuikkwartelsnip
witbuiklijstergaai	noun	Garrulax caerulatus een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witbuiklijstergaaien	=	witbuiklijstergaai
witbuiklijstergaaitje	=	witbuiklijstergaai
witbuiklijstergaaitjes	=	witbuiklijstergaai
witbuiklijstertimalia	noun	Illadopsis turdina een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
witbuiklijstertimalia's	=	witbuiklijstertimalia
witbuiklijstertimaliaatje	=	witbuiklijstertimalia
witbuiklijstertimaliaatjes	=	witbuiklijstertimalia
witbuikmangrovezanger	noun	Gerygone chloronota een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
witbuikmangrovezangers	=	witbuikmangrovezanger
witbuikmangrovezangertje	=	witbuikmangrovezanger
witbuikmangrovezangertjes	=	witbuikmangrovezanger
witbuikmees	noun	Melaniparus albiventris een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
witbuikmeesje	=	witbuikmees
witbuikmeesjes	=	witbuikmees
witbuikmeestiran	noun	Uromyias agraphia een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
witbuikmeestirannen	=	witbuikmeestiran
witbuikmeestirannetje	=	witbuikmeestiran
witbuikmeestirannetjes	=	witbuikmeestiran
witbuikmenievogel	noun	Pericrocotus erythropygius een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
witbuikmenievogels	=	witbuikmenievogel
witbuikmenievogeltje	=	witbuikmenievogel
witbuikmenievogeltjes	=	witbuikmenievogel
witbuikmezen	=	witbuikmees
witbuikmiervogel	noun	Myrmeciza longipes een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witbuikmiervogels	=	witbuikmiervogel
witbuikmiervogeltje	=	witbuikmiervogel
witbuikmiervogeltjes	=	witbuikmiervogel
witbuikmonarch	noun	Myiagra albiventris een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
witbuikmonarchen	=	witbuikmonarch
witbuikmonarchje	=	witbuikmonarch
witbuikmonarchjes	=	witbuikmonarch
witbuikmuisspecht	noun	Lepidocolaptes leucogaster een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witbuikmuisspechten	=	witbuikmuisspecht
witbuikmuisspechtje	=	witbuikmuisspecht
witbuikmuisspechtjes	=	witbuikmuisspecht
witbuiknon	noun	Lonchura spectabilis een zangvogeltje behorend tot de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
witbuiknonnen	=	witbuiknon
witbuiknonnetje	=	witbuiknon
witbuiknonnetjes	=	witbuiknon
witbuiknothura	noun	Nothura boraquira een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
witbuiknothura's	=	witbuiknothura
witbuiknothuraatje	=	witbuiknothura
witbuiknothuraatjes	=	witbuiknothura
witbuikorganist	noun	Euphonia minuta een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
witbuikorganisten	=	witbuikorganist
witbuikorganistje	=	witbuikorganist
witbuikorganistjes	=	witbuikorganist
witbuikpieper	noun	Anthus furcatus een soort zangvogel uit de familie piepers en kwikstaarten van het geslacht Anthus.
witbuikpiepers	=	witbuikpieper
witbuikpiepertje	=	witbuikpieper
witbuikpiepertjes	=	witbuikpieper
witbuikpitpit	noun	Dacnis albiventris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbuikpitpitje	=	witbuikpitpit
witbuikpitpitjes	=	witbuikpitpit
witbuikpitpits	=	witbuikpitpit
witbuikreiger	noun	Egretta tricolor een middelgrote reiger met een verenpak dat in de broedtijd een drietal schakeringen blauw vertoont.
witbuikreigers	=	witbuikreiger
witbuikreigertje	=	witbuikreiger
witbuikreigertjes	=	witbuikreiger
witbuikroodmus	noun	Carpodacus trifasciatus een zangvogel uit de familie Fringillidae (Vinkachtigen).
witbuikroodmusje	=	witbuikroodmus
witbuikroodmusjes	=	witbuikroodmus
witbuikroodmussen	=	witbuikroodmus
witbuikroodstaart	noun	Luscinia phaenicuroides een vogel uit de familie van de vliegenvangers (Muscicapidae).
witbuikroodstaarten	=	witbuikroodstaart
witbuikroodstaartje	=	witbuikroodstaart
witbuikroodstaartjes	=	witbuikroodstaart
witbuikslingeraap	noun	Ateles belzebuth is een zoogdier uit de familie van de grijpstaartapen (Atelidae).
witbuikslingeraapje	=	witbuikslingeraap
witbuikslingeraapjes	=	witbuikslingeraap
witbuikslingerapen	=	witbuikslingeraap
witbuikspecht	noun	Dryocopus javensis een specht uit het geslacht Dryocopus die voorkomt van India via China en Korea tot op de Filipijnen en Indonesië.
witbuikspechten	=	witbuikspecht
witbuikspechtje	=	witbuikspecht
witbuikspechtjes	=	witbuikspecht
witbuikspoorkoekoek	noun	Centropus leucogaster een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
witbuikspoorkoekoeken	=	witbuikspoorkoekoek
witbuikspoorkoekoekje	=	witbuikspoorkoekoek
witbuikspoorkoekoekjes	=	witbuikspoorkoekoek
witbuikstekelstaart	noun	Mazaria propinqua een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witbuikstekelstaarten	=	witbuikstekelstaart
witbuikstekelstaartgierzwaluw	noun	Hirundapus cochinchinensis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
witbuikstekelstaartgierzwaluwen	=	witbuikstekelstaartgierzwaluw
witbuikstekelstaartgierzwaluwtje	=	witbuikstekelstaartgierzwaluw
witbuikstekelstaartgierzwaluwtjes	=	witbuikstekelstaartgierzwaluw
witbuikstekelstaartje	=	witbuikstekelstaart
witbuikstekelstaartjes	=	witbuikstekelstaart
witbuikstormvogeltje	noun	Fregetta grallaria een vogel uit de familie van de zuidelijke stormvogeltjes.
witbuikstormvogeltjes	=	witbuikstormvogeltje
witbuiktachuri	noun	Serpophaga munda een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witbuiktachuri's	=	witbuiktachuri
witbuiktachurietje	=	witbuiktachuri
witbuiktachurietjes	=	witbuiktachuri
witbuiktangare	noun	Tangara brasiliensis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witbuiktangaren	=	witbuiktangare
witbuiktangaretje	=	witbuiktangare
witbuiktangaretjes	=	witbuiktangare
witbuiktiranmanakin	noun	Neopelma pallescens een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
witbuiktiranmanakinnetje	=	witbuiktiranmanakin
witbuiktiranmanakinnetjes	=	witbuiktiranmanakin
witbuiktiranmanakins	=	witbuiktiranmanakin
witbuiktodietiran	noun	Hemitriccus margaritaceiventer een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witbuiktodietirannen	=	witbuiktodietiran
witbuiktodietirannetje	=	witbuiktodietiran
witbuiktodietirannetjes	=	witbuiktodietiran
witbuiktoerako	noun	Crinifer leucogaster een veel voorkomende vogel in Afrika uit de toerakofamilie
witbuiktoerako's	=	witbuiktoerako
witbuiktoerakootje	=	witbuiktoerako
witbuiktoerakootjes	=	witbuiktoerako
witbuikvioletoorkolibrie	noun	Colibri serrirostris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witbuikvioletoorkolibries	=	witbuikvioletoorkolibrie
witbuikvioletoorkolibrietje	=	witbuikvioletoorkolibrie
witbuikvioletoorkolibrietjes	=	witbuikvioletoorkolibrie
witbuikwinterkoning	noun	Uropsila leucogastra een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
witbuikwinterkoningen	=	witbuikwinterkoning
witbuikwinterkoninkje	=	witbuikwinterkoning
witbuikwinterkoninkjes	=	witbuikwinterkoning
witbuikwipstaart	noun	Cinclodes palliatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witbuikwipstaarten	=	witbuikwipstaart
witbuikwipstaartje	=	witbuikwipstaart
witbuikwipstaartjes	=	witbuikwipstaart
witbuikzandhoen	noun	Pterocles alchata een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae).
witbuikzandhoenderen	=	witbuikzandhoen
witbuikzandhoenders	=	witbuikzandhoen
witbuikzandhoendertje	=	witbuikzandhoen
witbuikzandhoendertjes	=	witbuikzandhoen
witbuikzandhoenen	=	witbuikzandhoen
witbuikzandhoentje	=	witbuikzandhoen
witbuikzandhoentjes	=	witbuikzandhoen
witbuikzanger	noun	Basileuterus culicivorus hypoleucus een ondersoort van de Basileuterus culicivorus uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
witbuikzangers	=	witbuikzanger
witbuikzangertje	=	witbuikzanger
witbuikzangertjes	=	witbuikzanger
witbuikzeearend	noun	Haliaeetus leucogaster een roofvogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae).
witbuikzeearenden	=	witbuikzeearend
witbuikzeearendje	=	witbuikzeearend
witbuikzeearendjes	=	witbuikzeearend
witbuikzwaluw	noun	Tachycineta albiventer een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
witbuikzwaluwen	=	witbuikzwaluw
witbuikzwaluwtje	=	witbuikzwaluw
witbuikzwaluwtjes	=	witbuikzwaluw
witflankberghoningkruiper	noun	Diglossa albilatera een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witflankberghoningkruipers	=	witflankberghoningkruiper
witflankberghoningkruipertje	=	witflankberghoningkruiper
witflankberghoningkruipertjes	=	witflankberghoningkruiper
witflankbergnimf	noun	Oreotrochilus leucopleurus een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
witflankbergnimfen	=	witflankbergnimf
witflankbergnimfje	=	witflankbergnimf
witflankbergnimfjes	=	witflankbergnimf
witflankdolfijn	noun	bepaald soort zeezoogdier, Lagenorhynchus acutus uit de familie dolfijnachtigen (Delphinidae), dat maximaal 5 minuten kan duiken, maar meestal om de 20 seconden adem komt halen Ze zwemmen ook weleens in groepen met andere dolfijnen en worden vaak verward met de witsnuitdolfijn.
witflankdolfijnen	=	witflankdolfijn
witflankdolfijntje	=	witflankdolfijn
witflankdolfijntjes	=	witflankdolfijn
witflankhaas	noun	Lepus callotis haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
witflankhaasje	=	witflankhaas
witflankhaasjes	=	witflankhaas
witflankhazen	=	witflankhaas
witflankmiersluiper	noun	Myrmotherula axillaris een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witflankmiersluipers	=	witflankmiersluiper
witflankmiersluipertje	=	witflankmiersluiper
witflankmiersluipertjes	=	witflankmiersluiper
witflankvliegenvanger	noun	Batis molitor een zangvogel uit de familie Platysteiridae.
witflankvliegenvangers	=	witflankvliegenvanger
witflankvliegenvangertje	=	witflankvliegenvanger
witflankvliegenvangertjes	=	witflankvliegenvanger
witflankzwaluw	noun	Atticora tibialis een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
witflankzwaluwen	=	witflankzwaluw
witflankzwaluwtje	=	witflankzwaluw
witflankzwaluwtjes	=	witflankzwaluw
witgat	noun	Tringa ochropus een kleine steltloper van de oude wereld.
witgatje	=	witgat
witgatjes	=	witgat
witgatten	=	witgat
witgeel	noun	een erg lichte kleur geel die dicht tegen wit aan zit	adj	witgeel hebbend als kleur
witgeels	=	witgeel
witgeelst	=	witgeel
witgeelste	=	witgeel
witgehandschoend	adj	witte handschoenen dragend
witgehandschoende	=	witgehandschoend
witgehandschoends	=	witgehandschoend
witgekalkt	adj	met kalk wit gemaakt
witgekalkte	=	witgekalkt
witgekalkts	=	witgekalkt
witgelakt	adj	met witte verf witgemaakt
witgelakte	=	witgelakt
witgelakts	=	witgelakt
witgeld	noun	geld gemaakt van zilver
witgele	=	witgeel
witgeler	=	witgeel
witgelere	=	witgeel
witgelers	=	witgeel
witgepleisterd	adj	met kalk wit gemaakt
witgepleisterde	=	witgepleisterd
witgepleisterds	=	witgepleisterd
witgeschilderd	adj	met witte verf wit bedekt
witgeschilderde	=	witgeschilderd
witgeschilderds	=	witgeschilderd
witgeverfd	adj	met verf witgemaakt
witgeverfde	=	witgeverfd
witgeverfds	=	witgeverfd
witgewassen	=	witwassen
witgezichtoeistiti	noun	Callithrix geoffroyi of Geoffroy-pinché is een zoogdier uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
witgezichtoeistiti's	=	witgezichtoeistiti
witgezichtoeistitietje	=	witgezichtoeistiti
witgezichtoeistitietjes	=	witgezichtoeistiti
witgezichtsaki	noun	Pithecia pithecia een apensoort die voorkomt in het noorden van Zuid-Amerika.
witgezichtsaki's	=	witgezichtsaki
witgezichtsakietje	=	witgezichtsaki
witgezichtsakietjes	=	witgezichtsaki
witglas	noun	ondoorzichtig, wit gekleurd glas
witgloeiend	adj	van een metaal dat het zo heet is dat het een wit licht uitstraalt
witgloeiende	=	witgloeiend
witgloeiends	=	witgloeiend
witgoed	noun	wit gekleurde kleding
witgoedbezorger	noun	iemand die witgoed bezorgd bij kopers
witgoedbezorgers	=	witgoedbezorger
witgoedbezorgertje	=	witgoedbezorger
witgoedbezorgertjes	=	witgoedbezorger
witgoedfabrikant	noun	iemand die witgoed maakt
witgoedfabrikanten	=	witgoedfabrikant
witgoedfabrikantje	=	witgoedfabrikant
witgoedfabrikantjes	=	witgoedfabrikant
witgoedsector	noun	het geheel aan bedrijven dat witgoed produceert en verkoopt
witgoedsectoren	=	witgoedsector
witgoedsectors	=	witgoedsector
witgoedwarenhuis	noun	een warenhuis dat zich richt op het verkopen van witgoed
witgoedwarenhuizen	=	witgoedwarenhuis
witgoedwinkel	noun	een winkel die witgoed verkoopt
witgoedwinkels	=	witgoedwinkel
witgoedwinkeltje	=	witgoedwinkel
witgoedwinkeltjes	=	witgoedwinkel
witgoud	noun	een legering van goud en palladium
witgouden	adj	gemaakt van een legering van goud en palladium of nikkel
witgrijs	adj	kleurtint tussen wit en grijs
witgrijst	=	witgrijs
witgrijste	=	witgrijs
witgrijze	=	witgrijs
witgrijzer	=	witgrijs
witgrijzere	=	witgrijs
witgrijzers	=	witgrijs
witgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6019 ( ).	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6019 ( ).
witgroene	=	witgroen
witgroens	=	witgroen
withaarblindwants	noun	Asciodema obsoleta een wants uit de familie blindwantsen (Miridae).
withaarblindwantsen	=	withaarblindwants
withaarblindwantsje	=	withaarblindwants
withaarblindwantsjes	=	withaarblindwants
withaarkever	noun	insect uit de familie Dascillidae van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
withaarkevers	noun	Dascillidae een familie van insecten in de orde der kevers (Coleoptera)
withaarkevertje	=	withaarkever
withaarkevertjes	=	withaarkever
withaarmelkzweefvlieg	noun	Leucozona lucorum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
withaarmelkzweefvliegen	=	withaarmelkzweefvlieg
withaarmelkzweefvliegje	=	withaarmelkzweefvlieg
withaarmelkzweefvliegjes	=	withaarmelkzweefvlieg
withalsfluiter	noun	Pachycephala arctitorquis een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
withalsfluiters	=	withalsfluiter
withalsfluitertje	=	withalsfluiter
withalsfluitertjes	=	withalsfluiter
withalshoningeter	noun	Phylidonyris niger een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
withalshoningeters	=	withalshoningeter
withalshoningetertje	=	withalshoningeter
withalshoningetertjes	=	withalshoningeter
withalsmierklauwier	noun	Thamnophilus bernardi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
withalsmierklauwieren	=	withalsmierklauwier
withalsmierklauwiertje	=	withalsmierklauwier
withalsmierklauwiertjes	=	withalsmierklauwier
withalsreiger	noun	Ardea pacifica een vogel uit de familie der reigers die voorkomt in Australië
withalsreigers	=	withalsreiger
withalsreigertje	=	withalsreiger
withalsreigertjes	=	withalsreiger
withalsvliegenvanger	noun	Ficedula albicollis een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae)
withalsvliegenvangers	=	withalsvliegenvanger
withalsvliegenvangertje	=	withalsvliegenvanger
withalsvliegenvangertjes	=	withalsvliegenvanger
withandgibbon	noun	Hylobates lar de bekendste soort van de familie gibbons (Hylobatidae), die in dierentuinen vaak te zien is.
withandgibbonnetje	=	withandgibbon
withandgibbonnetjes	=	withandgibbon
withandgibbons	=	withandgibbon
withandje	noun	Aulonia albimana een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
withandjes	=	withandje
witharig	adj	haar hebbend dat een witte- of zeer blonde kleur heeft
witharige	=	witharig
withariger	=	witharig
witharigere	=	witharig
witharigers	=	witharig
witharigs	=	witharig
witharigst	=	witharig
witharigste	=	witharig
withdrawal	noun	terugtrekking, daling van gehalte van hormoon,drug of geneesmiddel in bloed, soms met ontwennings of afkickverschijnselen
withdrawals	=	withdrawal
witheden	=	witheid
witheer	noun	kloosterling van de in 1121 door de Heilige Norbertus gestichte orde van Prémontré
witheet	adj	heel erg warm wordt ook wel van woede gezegd
witheets	=	witheet
witheid	noun	de mate waarin iets een witte kleur heeft; de mate waarin een oppervlak wit licht reflecteert of uitstraalt
witheren	=	witheer
withete	=	witheet
without	noun	benaming voor hout met een lichte, heldere kleur
withouten	adj	van onbeschilderd hout
witjas	noun|humorous	iemand die een witte jas draagt bij het uitoefenen van zijn functie bijv. een verpleegkundige
witjasje	=	witjas
witjasjes	=	witjas
witjassen	=	witjas
witje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor insecten uit de familie Pieridae
witjes	noun	Pieridae een familie van meer dan 1000 soorten van vlinders.
witkaakweidespreeuw	noun	Sturnella magna een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
witkaakweidespreeuwen	=	witkaakweidespreeuw
witkaakweidespreeuwtje	=	witkaakweidespreeuw
witkaakweidespreeuwtjes	=	witkaakweidespreeuw
witkalk	noun	kalk waarmee men muren wit kan maken
witkapalbatros	noun	Thalassarche cauta een vogel uit de familie van de albatrossen (Diomedeidae).
witkapalbatrosje	=	witkapalbatros
witkapalbatrosjes	=	witkapalbatros
witkapalbatrossen	=	witkapalbatros
witkapbijeneter	noun	Merops bullockoides een bijeneter die voorkomt in sub-equatoriaal Afrika.
witkapbijeneters	=	witkapbijeneter
witkapbijenetertje	=	witkapbijeneter
witkapbijenetertjes	=	witkapbijeneter
witkapduif	noun	Patagioenas leucocephala een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witkapduifje	=	witkapduif
witkapduifjes	=	witkapduif
witkapduiven	=	witkapduif
witkapjufferduif	noun	Ptilinopus dupetithouarsii een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witkapjufferduifje	=	witkapjufferduif
witkapjufferduifjes	=	witkapjufferduif
witkapjufferduiven	=	witkapjufferduif
witkapkoekoek	noun	Cacomantis leucolophus een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
witkapkoekoeken	=	witkapkoekoek
witkapkoekoekje	=	witkapkoekoek
witkapkoekoekjes	=	witkapkoekoek
witkapmiertapuit	noun	Oenanthe albifrons een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
witkapmiertapuiten	=	witkapmiertapuit
witkapmiertapuitje	=	witkapmiertapuit
witkapmiertapuitjes	=	witkapmiertapuit
witkapnoddy	noun	Anous minutus een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns Sternini.
witkapnoddy's	=	witkapnoddy
witkapnoddy'tje	=	witkapnoddy
witkapnoddy'tjes	=	witkapnoddy
witkapnon	noun	Lonchura ferruginosa een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
witkapnonnen	=	witkapnon
witkapnonnetje	=	witkapnon
witkapnonnetjes	=	witkapnon
witkaptangare	noun	Sericossypha albocristata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witkaptangaren	=	witkaptangare
witkaptangaretje	=	witkaptangare
witkaptangaretjes	=	witkaptangare
witkar	noun	één auto die verschillende mensen uit verschillende huishoudens met elkaar delen
witkarren	=	witkar
witkarretje	=	witkar
witkarretjes	=	witkar
witkeel	noun	dier met een witte keel
witkeelaardkruiper	noun	Upucerthia albigula een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkeelaardkruipers	=	witkeelaardkruiper
witkeelaardkruipertje	=	witkeelaardkruiper
witkeelaardkruipertjes	=	witkeelaardkruiper
witkeelbaardbuulbuul	noun	Alophoixus flaveolus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
witkeelbaardbuulbuuls	=	witkeelbaardbuulbuul
witkeelbaardbuulbuultje	=	witkeelbaardbuulbuul
witkeelbaardbuulbuultjes	=	witkeelbaardbuulbuul
witkeelbabbelaar	noun	Argya gularis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witkeelbabbelaars	=	witkeelbabbelaar
witkeelbabbelaartje	=	witkeelbabbelaar
witkeelbabbelaartjes	=	witkeelbabbelaar
witkeelbijeneter	noun	Merops albicollis een bijeneter die broedt in de zuiden van de Sahara, Afrika.
witkeelbijeneters	=	witkeelbijeneter
witkeelbijenetertje	=	witkeelbijeneter
witkeelbijenetertjes	=	witkeelbijeneter
witkeelbladspeurder	noun	Syndactyla roraimae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkeelbladspeurders	=	witkeelbladspeurder
witkeelbladspeurdertje	=	witkeelbladspeurder
witkeelbladspeurdertjes	=	witkeelbladspeurder
witkeelboomjager	noun	Pygarrhichas albogularis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkeelboomjagers	=	witkeelboomjager
witkeelboomjagertje	=	witkeelboomjager
witkeelboomjagertjes	=	witkeelboomjager
witkeelboomloper	noun	Premnoplex tatei een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkeelboomlopers	=	witkeelboomloper
witkeelboomlopertje	=	witkeelboomloper
witkeelboomlopertjes	=	witkeelboomloper
witkeelboomtimalia	noun	Stachyris oglei een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
witkeelboomtimalia's	=	witkeelboomtimalia
witkeelboomtimaliaatje	=	witkeelboomtimalia
witkeelboomtimaliaatjes	=	witkeelboomtimalia
witkeelbospatrijs	noun	Dendrortyx leucophrys een vogel uit de familie Odontophoridae.
witkeelbospatrijsje	=	witkeelbospatrijs
witkeelbospatrijsjes	=	witkeelbospatrijs
witkeelbospatrijzen	=	witkeelbospatrijs
witkeelbreedbektiran	noun	Platyrinchus mystaceus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkeelbreedbektirannen	=	witkeelbreedbektiran
witkeelbreedbektirannetje	=	witkeelbreedbektiran
witkeelbreedbektirannetjes	=	witkeelbreedbektiran
witkeelbuizerd	noun	Buteo albigula een roofvogel uit de familie van de Accipitridae.
witkeelbuizerdje	=	witkeelbuizerd
witkeelbuizerdjes	=	witkeelbuizerd
witkeelbuizerds	=	witkeelbuizerd
witkeelcachalote	noun	Pseudoseisura gutturalis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkeelcachalotes	=	witkeelcachalote
witkeelcachalotetje	=	witkeelcachalote
witkeelcachalotetjes	=	witkeelcachalote
witkeelcaracara	noun	Phalcoboenus albogularis een roofvogel uit de familie van de Falconidae (Valkachtigen).
witkeelcaracara's	=	witkeelcaracara
witkeelcaracaraatje	=	witkeelcaracara
witkeelcaracaraatjes	=	witkeelcaracara
witkeeldaggekko	noun	Gonatodes albogularis een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Sphaerodactylidae
witkeeldaggekko's	=	witkeeldaggekko
witkeeldaggekkootje	=	witkeeldaggekko
witkeeldaggekkootjes	=	witkeeldaggekko
witkeeldikbekje	noun	Sporophila albogularis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witkeeldikbekjes	=	witkeeldikbekje
witkeeldiksnavelmees	noun	Chleuasicus atrosuperciliaris een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
witkeeldiksnavelmeesje	=	witkeeldiksnavelmees
witkeeldiksnavelmeesjes	=	witkeeldiksnavelmees
witkeeldiksnavelmezen	=	witkeeldiksnavelmees
witkeelduif	noun	Columba vitiensis een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
witkeelduifje	=	witkeelduif
witkeelduifjes	=	witkeelduif
witkeelduiven	=	witkeelduif
witkeeldwergcotinga	noun	Iodopleura isabellae een zangvogel uit de familie Tityridae.
witkeeldwergcotinga's	=	witkeeldwergcotinga
witkeeldwergcotingaatje	=	witkeeldwergcotinga
witkeeldwergcotingaatjes	=	witkeeldwergcotinga
witkeeldwerggaai	noun	Cyanolyca nanus een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
witkeeldwerggaaien	=	witkeeldwerggaai
witkeeldwerggaaitje	=	witkeeldwerggaai
witkeeldwerggaaitjes	=	witkeeldwerggaai
witkeeldwergral	noun	Laterallus albigularis een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
witkeeldwergrallen	=	witkeeldwergral
witkeeldwergralletje	=	witkeeldwergral
witkeeldwergralletjes	=	witkeeldwergral
witkeelfeetiran	noun	Empidonax albigularis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkeelfeetirannen	=	witkeelfeetiran
witkeelfeetirannetje	=	witkeelfeetiran
witkeelfeetirannetjes	=	witkeelfeetiran
witkeelfijifluiter	noun	Pachycephala vitiensis een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
witkeelfijifluiters	=	witkeelfijifluiter
witkeelfijifluitertje	=	witkeelfijifluiter
witkeelfijifluitertjes	=	witkeelfijifluiter
witkeelfrankolijn	noun	Campocolinus albogularis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
witkeelfrankolijnen	=	witkeelfrankolijn
witkeelfrankolijntje	=	witkeelfrankolijn
witkeelfrankolijntjes	=	witkeelfrankolijn
witkeelglansvogel	noun	Brachygalba albogularis een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
witkeelglansvogels	=	witkeelglansvogel
witkeelglansvogeltje	=	witkeelglansvogel
witkeelglansvogeltjes	=	witkeelglansvogel
witkeelgoean	noun	Pipile grayi een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
witkeelgoeannetje	=	witkeelgoean
witkeelgoeannetjes	=	witkeelgoean
witkeelgoeans	=	witkeelgoean
witkeelgors	noun	Zonotrichia albicollis een vogel uit de familie gorzen
witkeelgorsje	=	witkeelgors
witkeelgorsjes	=	witkeelgors
witkeelgorzen	=	witkeelgors
witkeelgrassluiper	noun	Amytornis striatus een zangvogel uit de familie der elfjes (Maluridae).
witkeelgrassluipers	=	witkeelgrassluiper
witkeelgrassluipertje	=	witkeelgrassluiper
witkeelgrassluipertjes	=	witkeelgrassluiper
witkeelijsvogel	noun	Halcyon badia een vogel uit de familie Alcedinidae (IJsvogels).
witkeelijsvogels	=	witkeelijsvogel
witkeelijsvogeltje	=	witkeelijsvogel
witkeelijsvogeltjes	=	witkeelijsvogel
witkeeljunglevliegenvanger	noun	Cyornis umbratilis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witkeeljunglevliegenvangers	=	witkeeljunglevliegenvanger
witkeeljunglevliegenvangertje	=	witkeeljunglevliegenvanger
witkeeljunglevliegenvangertjes	=	witkeeljunglevliegenvanger
witkeelkanarie	noun	Crithagra albogularis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
witkeelkanaries	=	witkeelkanarie
witkeelkanarietje	=	witkeelkanarie
witkeelkanarietjes	=	witkeelkanarie
witkeelklauwiertangare	noun	Lanio leucothorax een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witkeelklauwiertangaren	=	witkeelklauwiertangare
witkeelklauwiertangaretje	=	witkeelklauwiertangare
witkeelklauwiertangaretjes	=	witkeelklauwiertangare
witkeelkolibrie	noun	Leucochloris albicollis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witkeelkolibries	=	witkeelkolibrie
witkeelkolibrietje	=	witkeelkolibrie
witkeelkolibrietjes	=	witkeelkolibrie
witkeelkoningstiran	noun	Tyrannus albogularis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen).
witkeelkoningstirannen	=	witkeelkoningstiran
witkeelkoningstirannetje	=	witkeelkoningstiran
witkeelkoningstirannetjes	=	witkeelkoningstiran
witkeelkruiper	noun	Cormobates leucophaea een zangvogel uit de in Australië inheemse familie Climacteridae (Australische kruipers).
witkeelkruipers	=	witkeelkruiper
witkeelkruipertje	=	witkeelkruiper
witkeelkruipertjes	=	witkeelkruiper
witkeellawaaimaker	noun	Cossypha humeralis een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witkeellawaaimakers	=	witkeellawaaimaker
witkeellawaaimakertje	=	witkeellawaaimaker
witkeellawaaimakertjes	=	witkeellawaaimaker
witkeellijstergaai	noun	Garrulax albogularis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witkeellijstergaaien	=	witkeellijstergaai
witkeellijstergaaitje	=	witkeellijstergaai
witkeellijstergaaitjes	=	witkeellijstergaai
witkeelloofbuulbuul	noun	Phyllastrephus albigularis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
witkeelloofbuulbuuls	=	witkeelloofbuulbuul
witkeelloofbuulbuultje	=	witkeelloofbuulbuul
witkeelloofbuulbuultjes	=	witkeelloofbuulbuul
witkeelmanakin	noun	Corapipo gutturalis een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
witkeelmanakinnetje	=	witkeelmanakin
witkeelmanakinnetjes	=	witkeelmanakin
witkeelmanakins	=	witkeelmanakin
witkeelmangrovezanger	noun	Gerygone olivacea een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
witkeelmangrovezangers	=	witkeelmangrovezanger
witkeelmangrovezangertje	=	witkeelmangrovezanger
witkeelmangrovezangertjes	=	witkeelmangrovezanger
witkeelmeerkat	noun	Cercopithecus albogularis een soort uit het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
witkeelmeerkatje	=	witkeelmeerkat
witkeelmeerkatjes	=	witkeelmeerkat
witkeelmeerkatten	=	witkeelmeerkat
witkeelmierpitta	noun	Grallaria eludens een zangvogel uit de familie Grallariidae.
witkeelmierpitta's	=	witkeelmierpitta
witkeelmierpittaatje	=	witkeelmierpitta
witkeelmierpittaatjes	=	witkeelmierpitta
witkeelmuisspecht	noun	Xiphocolaptes albicollis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkeelmuisspechten	=	witkeelmuisspecht
witkeelmuisspechtje	=	witkeelmuisspecht
witkeelmuisspechtjes	=	witkeelmuisspecht
witkeelmuistimalia	noun	Pellorneum celebense een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
witkeelmuistimalia's	=	witkeelmuistimalia
witkeelmuistimaliaatje	=	witkeelmuistimalia
witkeelmuistimaliaatjes	=	witkeelmuistimalia
witkeeloxylabes	noun	Oxylabes madagascariensis een zangvogel uit de familie Bernieridae.
witkeeloxylabesje	=	witkeeloxylabes
witkeeloxylabesjes	=	witkeeloxylabes
witkeeloxylabessen	=	witkeeloxylabes
witkeelpiewie	noun	Contopus albogularis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkeelpiewies	=	witkeelpiewie
witkeelpiewietje	=	witkeelpiewie
witkeelpiewietjes	=	witkeelpiewie
witkeelporseleinhoen	noun	Mustelirallus albicollis een vogel uit de familie van rallen (Rallidae).
witkeelporseleinhoenderen	=	witkeelporseleinhoen
witkeelporseleinhoenders	=	witkeelporseleinhoen
witkeelporseleinhoentje	=	witkeelporseleinhoen
witkeelporseleinhoentjes	=	witkeelporseleinhoen
witkeelprinia	noun	Schistolais leucopogon een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
witkeelprinia's	=	witkeelprinia
witkeelpriniaatje	=	witkeelprinia
witkeelpriniaatjes	=	witkeelprinia
witkeelral	noun	Dryolimnas cuvieri een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
witkeelrallen	=	witkeelral
witkeelralletje	=	witkeelral
witkeelralletjes	=	witkeelral
witkeelroodstaart	noun	Phoenicurus schisticeps een zangvogel uit de familie Muscicapidae.
witkeelroodstaarten	=	witkeelroodstaart
witkeelroodstaartje	=	witkeelroodstaart
witkeelroodstaartjes	=	witkeelroodstaart
witkeelsaltator	noun	Saltator grossus een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
witkeelsaltators	=	witkeelsaltator
witkeelsaltatortje	=	witkeelsaltator
witkeelsaltatortjes	=	witkeelsaltator
witkeelschoffelsnavel	noun	Todirostrum pictum een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkeelschoffelsnavels	=	witkeelschoffelsnavel
witkeelschoffelsnaveltje	=	witkeelschoffelsnavel
witkeelschoffelsnaveltjes	=	witkeelschoffelsnavel
witkeelschreeuwuil	noun	Megascops albogularis een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
witkeelschreeuwuilen	=	witkeelschreeuwuil
witkeelschreeuwuiltje	=	witkeelschreeuwuil
witkeelschreeuwuiltjes	=	witkeelschreeuwuil
witkeelsierragors	noun	Idiopsar erythronotus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witkeelsierragorsje	=	witkeelsierragors
witkeelsierragorsjes	=	witkeelsierragors
witkeelsierragorzen	=	witkeelsierragors
witkeelspecht	noun	Piculus leucolaemus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
witkeelspechten	=	witkeelspecht
witkeelspechtje	=	witkeelspecht
witkeelspechtjes	=	witkeelspecht
witkeelstaartmees	noun	Aegithalos niveogularis een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae).
witkeelstaartmeesje	=	witkeelstaartmees
witkeelstaartmeesjes	=	witkeelstaartmees
witkeelstaartmezen	=	witkeelstaartmees
witkeelstekelstaart	noun	Synallaxis albigularis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkeelstekelstaarten	=	witkeelstekelstaart
witkeelstekelstaartje	=	witkeelstekelstaart
witkeelstekelstaartjes	=	witkeelstekelstaart
witkeelstormvogeltje	noun	Nesofregetta fuliginosa een vogel uit de familie van de zuidelijke stormvogeltjes.
witkeelstormvogeltjes	=	witkeelstormvogeltje
witkeeltachuri	noun	Mecocerculus leucophrys een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkeeltachuri's	=	witkeeltachuri
witkeeltachurietje	=	witkeeltachuri
witkeeltachurietjes	=	witkeeltachuri
witkeeltandkwartel	noun	Odontophorus strophium een vogel uit de familie Odontophoridae.
witkeeltandkwartels	=	witkeeltandkwartel
witkeeltandkwarteltje	=	witkeeltandkwartel
witkeeltandkwarteltjes	=	witkeeltandkwartel
witkeeltapaculo	noun	Scelorchilus albicollis een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo’s).
witkeeltapaculo's	=	witkeeltapaculo
witkeeltapaculootje	=	witkeeltapaculo
witkeeltapaculootjes	=	witkeeltapaculo
witkeeltinamoe	noun	Tinamus guttatus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
witkeeltinamoes	=	witkeeltinamoe
witkeeltinamoetje	=	witkeeltinamoe
witkeeltinamoetjes	=	witkeeltinamoe
witkeeltje	=	witkeel
witkeeltjes	=	witkeel
witkeeltodietiran	noun	Hemitriccus minimus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkeeltodietirannen	=	witkeeltodietiran
witkeeltodietirannetje	=	witkeeltodietiran
witkeeltodietirannetjes	=	witkeeltodietiran
witkeeltowie	noun	Melozone albicollis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
witkeeltowies	=	witkeeltowie
witkeeltowietje	=	witkeeltowie
witkeeltowietjes	=	witkeeltowie
witkeelvaraan	noun	Varanus albigularis een reptiel uit de familie varanen (Varanidae)
witkeelvaraantje	=	witkeelvaraan
witkeelvaraantjes	=	witkeelvaraan
witkeelvaranen	=	witkeelvaraan
witkeelvliegenvanger	noun	Ficedula superciliaris een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
witkeelvliegenvangers	=	witkeelvliegenvanger
witkeelvliegenvangertje	=	witkeelvliegenvanger
witkeelvliegenvangertjes	=	witkeelvliegenvanger
witkeelwaaierstaart	noun	Rhipidura albicollis een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
witkeelwaaierstaarten	=	witkeelwaaierstaart
witkeelwaaierstaartje	=	witkeelwaaierstaart
witkeelwaaierstaartjes	=	witkeelwaaierstaart
witkeelzwaluw	noun	Hirundo albigularis een zwaluw uit het geslacht Hirundo.
witkeelzwaluwen	=	witkeelzwaluw
witkeelzwaluwtje	=	witkeelzwaluw
witkeelzwaluwtjes	=	witkeelzwaluw
witkelen	=	witkeel
witkiel	noun	iemand die de bagage voor iemand vervoert op een station
witkielen	=	witkiel
witkin	noun	dier met een witte kin
witkindistelstaart	noun	Asthenes fuliginosa een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkindistelstaarten	=	witkindistelstaart
witkindistelstaartje	=	witkindistelstaart
witkindistelstaartjes	=	witkindistelstaart
witkindwerghoningeter	noun	Myzomela albigula een endemische vogel van de eilandgroepen zuidoostelijk van het hoofdeiland Nieuw-Guinea.
witkindwerghoningeters	=	witkindwerghoningeter
witkindwerghoningetertje	=	witkindwerghoningeter
witkindwerghoningetertjes	=	witkindwerghoningeter
witkingierzwaluw	noun	Cypseloides cryptus een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
witkingierzwaluwen	=	witkingierzwaluw
witkingierzwaluwtje	=	witkingierzwaluw
witkingierzwaluwtjes	=	witkingierzwaluw
witkinglansvogel	noun	Galbula tombacea een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
witkinglansvogels	=	witkinglansvogel
witkinglansvogeltje	=	witkinglansvogel
witkinglansvogeltjes	=	witkinglansvogel
witkinhoningeter	noun	Melithreptus albogularis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
witkinhoningeters	=	witkinhoningeter
witkinhoningetertje	=	witkinhoningeter
witkinhoningetertjes	=	witkinhoningeter
witkinlijster	noun	Turdus aurantius een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
witkinlijsters	=	witkinlijster
witkinlijstertje	=	witkinlijster
witkinlijstertjes	=	witkinlijster
witkinmuisspecht	noun	Dendrocincla merula een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkinmuisspechten	=	witkinmuisspecht
witkinmuisspechtje	=	witkinmuisspecht
witkinmuisspechtjes	=	witkinmuisspecht
witkinnen	=	witkin
witkinnetje	=	witkin
witkinnetjes	=	witkin
witkinornaatpitta	noun	Pitta vigorsii een vogelsoort die lang is beschouwd als ondersoort van de elegante pitta (P. elegans).
witkinornaatpitta's	=	witkinornaatpitta
witkinornaatpittaatje	=	witkinornaatpitta
witkinornaatpittaatjes	=	witkinornaatpitta
witkinsaffierkolibrie	noun	Chlorestes cyanus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witkinsaffierkolibries	=	witkinsaffierkolibrie
witkinsaffierkolibrietje	=	witkinsaffierkolibrie
witkinsaffierkolibrietjes	=	witkinsaffierkolibrie
witkinstormvogel	noun	Procellaria aequinoctialis een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
witkinstormvogels	=	witkinstormvogel
witkinstormvogeltje	=	witkinstormvogel
witkinstormvogeltjes	=	witkinstormvogel
witkop	noun	dier met een witte kop
witkopaap	noun	Surinaamse pluimstaartaap die een witte vacht heeft op de kop en het gelaat
witkopapen	=	witkopaap
witkopbaardvogel	noun	Lybius leucocephalus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
witkopbaardvogels	=	witkopbaardvogel
witkopbaardvogeltje	=	witkopbaardvogel
witkopbaardvogeltjes	=	witkopbaardvogel
witkopbabbelaar	noun	Turdoides leucocephala een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witkopbabbelaars	=	witkopbabbelaar
witkopbabbelaartje	=	witkopbabbelaar
witkopbabbelaartjes	=	witkopbabbelaar
witkopbooteend	noun	Tachyeres leucocephalus een vogel uit de familie eendachtigen (Anatidae).
witkopbooteenden	=	witkopbooteend
witkopbooteendje	=	witkopbooteend
witkopbooteendjes	=	witkopbooteend
witkopbuffelwever	noun	Dinemellia dinemelli een grote, krachtige zangvogel uit de familie van de wevers en verwanten (Ploceidae) met een totale lengte van ongeveer 22 centimeter.
witkopbuffelwevers	=	witkopbuffelwever
witkopbuffelwevertje	=	witkopbuffelwever
witkopbuffelwevertjes	=	witkopbuffelwever
witkopduif	noun	Columba leucomela een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
witkopduifje	=	witkopduif
witkopduifjes	=	witkopduif
witkopduiven	=	witkopduif
witkopdwergzandbij	noun	Andrena subopaca een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
witkopdwergzandbijen	=	witkopdwergzandbij
witkopdwergzandbijtje	=	witkopdwergzandbij
witkopdwergzandbijtjes	=	witkopdwergzandbij
witkopeend	noun	Oxyura leucocephala een vogel uit de familie Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden)
witkopeenden	=	witkopeend
witkopeendje	=	witkopeend
witkopeendjes	=	witkopeend
witkoper	noun	legering van nikkel en koper en zink
witkopgier	noun	Trigonoceps occipitalis een roofvogel uit de familie Accipitridae (Havikachtigen) en de groep van de gieren van de Oude Wereld.
witkopgieren	=	witkopgier
witkopgiertje	=	witkopgier
witkopgiertjes	=	witkopgier
witkopgoean	noun	Pipile cumanensis een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
witkopgoeannetje	=	witkopgoean
witkopgoeannetjes	=	witkopgoean
witkopgoeans	=	witkopgoean
witkopgors	noun	Emberiza leucocephalos een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
witkopgorsje	=	witkopgors
witkopgorsjes	=	witkopgors
witkopgorzen	=	witkopgors
witkopgrasmineermot	noun	Elachista albifrontella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
witkopgrasmineermotje	=	witkopgrasmineermot
witkopgrasmineermotjes	=	witkopgrasmineermot
witkopgrasmineermotten	=	witkopgrasmineermot
witkopje	=	witkop
witkopjes	=	witkop
witkopjufferduif	noun	Ptilinopus eugeniae een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witkopjufferduifje	=	witkopjufferduif
witkopjufferduifjes	=	witkopjufferduif
witkopjufferduiven	=	witkopjufferduif
witkopkakelaar	noun	Phoeniculus bollei een vogel uit de familie boomhoppen (Phoeniculidae).
witkopkakelaars	=	witkopkakelaar
witkopkakelaartje	=	witkopkakelaar
witkopkakelaartjes	=	witkopkakelaar
witkopkamzwaluw	noun	Psalidoprocne albiceps een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
witkopkamzwaluwen	=	witkopkamzwaluw
witkopkamzwaluwtje	=	witkopkamzwaluw
witkopkamzwaluwtjes	=	witkopkamzwaluw
witkoplangoer	noun	Trachypithecus poliocephalus primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
witkoplangoeren	=	witkoplangoer
witkoplangoertje	=	witkoplangoer
witkoplangoertjes	=	witkoplangoer
witkopmaki	noun	Eulemur albifrons een echte maki uit de familie der maki's (Lemuridae).
witkopmaki's	=	witkopmaki
witkopmakietje	=	witkopmaki
witkopmakietjes	=	witkopmaki
witkopmargrietje	noun	Pionus senilis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
witkopmargrietjes	=	witkopmargrietje
witkopmeeuw	noun	Chroicocephalus novaehollandiae een vogel uit de familie meeuwen (Laridae).
witkopmeeuwen	=	witkopmeeuw
witkopmeeuwtje	=	witkopmeeuw
witkopmeeuwtjes	=	witkopmeeuw
witkopmohoua	noun	Mohoua albicilla een endemische zangvogel uit Nieuw-Zeeland.
witkopmohoua's	=	witkopmohoua
witkopmohouaatje	=	witkopmohoua
witkopmohouaatjes	=	witkopmohoua
witkopmot	noun	Endrosis sarcitrella een vlinder uit de familie van de sikkelmotten (Oecophoridae)
witkopmotje	=	witkopmot
witkopmotjes	=	witkopmot
witkopmotten	=	witkopmot
witkopmuisvogel	noun	Colius leucocephalus een vogel uit de familie Coliidae (muisvogels).
witkopmuisvogels	=	witkopmuisvogel
witkopmuisvogeltje	=	witkopmuisvogel
witkopmuisvogeltjes	=	witkopmuisvogel
witkopnon	noun	Lonchura maja een klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
witkopnonnen	=	witkopnon
witkopnonnetje	=	witkopnon
witkopnonnetjes	=	witkopnon
witkoppalpmot	noun	Chionodes continuella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
witkoppalpmotje	=	witkoppalpmot
witkoppalpmotjes	=	witkoppalpmot
witkoppalpmotten	=	witkoppalpmot
witkoppen	=	witkop
witkoppissebed	noun	Jaera albifrons een pissebeddensoort uit de familie Janiridae.
witkoppissebedden	=	witkoppissebed
witkoppissebedje	=	witkoppissebed
witkoppissebedjes	=	witkoppissebed
witkopschorsmos	noun	een korstmossoort Hypogymnia tubulosa (basioniem: Parmelia ceratophylla var. tubulosa) uit de familie Parmeliaceae.
witkopschorsmosje	=	witkopschorsmos
witkopschorsmosjes	=	witkopschorsmos
witkopschorsmossen	=	witkopschorsmos
witkopspecht	noun	Leuconotopicus albolarvatus een soort specht uit de onderfamilie echte spechten en het geslacht Leuconotopicus De vogel is 23 cm lang.
witkopspechten	=	witkopspecht
witkopspechtje	=	witkopspecht
witkopspechtjes	=	witkopspecht
witkopspitssnavel	noun	Conirostrum albifrons een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witkopspitssnavels	=	witkopspitssnavel
witkopspitssnaveltje	=	witkopspitssnavel
witkopspitssnaveltjes	=	witkopspitssnavel
witkopspreeuw	noun	Sturnia blythii een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
witkopspreeuwen	=	witkopspreeuw
witkopspreeuwtje	=	witkopspreeuw
witkopspreeuwtjes	=	witkopspreeuw
witkopstormvogel	noun	Pterodroma lessonii een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
witkopstormvogels	=	witkopstormvogel
witkopstormvogeltje	=	witkopstormvogel
witkopstormvogeltjes	=	witkopstormvogel
witkopstruikgors	noun	Atlapetes albiceps een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
witkopstruikgorsje	=	witkopstruikgors
witkopstruikgorsjes	=	witkopstruikgors
witkopstruikgorzen	=	witkopstruikgors
witkoptimalia	noun	Gampsorhynchus rufulus een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
witkoptimalia's	=	witkoptimalia
witkoptimaliaatje	=	witkoptimalia
witkoptimaliaatjes	=	witkoptimalia
witkopvanga	noun	Artamella viridis een endemische vogelsoort uit de familie vanga's (Vangidae), een familie van zangvogels die alleen op Madagaskar voorkomt
witkopvanga's	=	witkopvanga
witkopvangaatje	=	witkopvanga
witkopvangaatjes	=	witkopvanga
witkopvingermos	noun	Physcia tribacioides een korstmos uit de familie Physciaceae.
witkopvingermosje	=	witkopvingermos
witkopvingermosjes	=	witkopvingermos
witkopvingermossen	=	witkopvingermos
witkopvleermuisvlinder	noun	Atrophaneura priapus een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae).
witkopvleermuisvlinders	=	witkopvleermuisvlinder
witkopvleermuisvlindertje	=	witkopvleermuisvlinder
witkopvleermuisvlindertjes	=	witkopvleermuisvlinder
witkopwaterspreeuw	noun	Cinclus leucocephalus een zangvogel uit de familie Cinclidae (waterspreeuwen).
witkopwaterspreeuwen	=	witkopwaterspreeuw
witkopwaterspreeuwtje	=	witkopwaterspreeuw
witkopwaterspreeuwtjes	=	witkopwaterspreeuw
witkopwatertiran	noun	Arundinicola leucocephala een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkopwatertirannen	=	witkopwatertiran
witkopwatertirannetje	=	witkopwatertiran
witkopwatertirannetjes	=	witkopwatertiran
witkopwinterkoning	noun	Campylorhynchus albobrunneus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
witkopwinterkoningen	=	witkopwinterkoning
witkopwinterkoninkje	=	witkopwinterkoning
witkopwinterkoninkjes	=	witkopwinterkoning
witkraag	noun	dier met een witte kraag
witkraagbladspeurder	noun	Anabazenops fuscus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkraagbladspeurders	=	witkraagbladspeurder
witkraagbladspeurdertje	=	witkraagbladspeurder
witkraagbladspeurdertjes	=	witkraagbladspeurder
witkraagduif	noun	Columba albitorques een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
witkraagduifje	=	witkraagduif
witkraagduifjes	=	witkraagduif
witkraagduifmot	noun	Paraswammerdamia albicapitella een vlinder uit de familie stippelmotten (Yponomeutidae).
witkraagduifmotje	=	witkraagduifmot
witkraagduifmotjes	=	witkraagduifmot
witkraagduifmotten	=	witkraagduifmot
witkraagduiven	=	witkraagduif
witkraagelzenmineermot	noun	Stigmella glutinosae een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
witkraagelzenmineermotje	=	witkraagelzenmineermot
witkraagelzenmineermotjes	=	witkraagelzenmineermot
witkraagelzenmineermotten	=	witkraagelzenmineermot
witkraaggaai	noun	Cyanolyca viridicyanus een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
witkraaggaaien	=	witkraaggaai
witkraaggaaitje	=	witkraaggaai
witkraaggaaitjes	=	witkraaggaai
witkraaggierzwaluw	noun	Streptoprocne zonaris een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
witkraaggierzwaluwen	=	witkraaggierzwaluw
witkraaggierzwaluwtje	=	witkraaggierzwaluw
witkraaggierzwaluwtjes	=	witkraaggierzwaluw
witkraagijsvogel	noun	Todiramphus chloris een wijdverspreide ijsvogelsoort die voorkomt in een enorm groot verspreidingsgebied dat reikt van Noordoost-Afrika tot in Vanuatu (Oceanië)
witkraagijsvogels	=	witkraagijsvogel
witkraagijsvogeltje	=	witkraagijsvogel
witkraagijsvogeltjes	=	witkraagijsvogel
witkraagje	=	witkraag
witkraagjes	=	witkraag
witkraagkoraalvlinder	noun	Chaetodon collare een straalvinnige vissensoort uit de familie van koraalvlinders (Chaetodontidae).
witkraagkoraalvlinders	=	witkraagkoraalvlinder
witkraagkoraalvlindertje	=	witkraagkoraalvlinder
witkraagkoraalvlindertjes	=	witkraagkoraalvlinder
witkraaglijster	noun	Turdus albocinctus een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
witkraaglijsters	=	witkraaglijster
witkraaglijstertje	=	witkraaglijster
witkraaglijstertjes	=	witkraaglijster
witkraagmaina	noun	Acridotheres albocinctus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
witkraagmaina's	=	witkraagmaina
witkraagmainaatje	=	witkraagmaina
witkraagmainaatjes	=	witkraagmaina
witkraagmanakin	noun	Manacus candei een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
witkraagmanakinnetje	=	witkraagmanakin
witkraagmanakinnetjes	=	witkraagmanakin
witkraagmanakins	=	witkraagmanakin
witkraagrietboorder	noun	Archanara neurica een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
witkraagrietboorders	=	witkraagrietboorder
witkraagrietboordertje	=	witkraagrietboorder
witkraagrietboordertjes	=	witkraagrietboorder
witkraagspreeuw	noun	Grafisia torquata een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
witkraagspreeuwen	=	witkraagspreeuw
witkraagspreeuwtje	=	witkraagspreeuw
witkraagspreeuwtjes	=	witkraagspreeuw
witkraagwouw	noun	Leptodon forbesi een vogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
witkraagwouwen	=	witkraagwouw
witkraagwouwtje	=	witkraagwouw
witkraagwouwtjes	=	witkraagwouw
witkragen	=	witkraag
witkruin	noun	dier met een witte kruin
witkruinbuidelmees	noun	Remiz coronatus een zangvogel uit de familie van de buidelmezen (Remizidae).
witkruinbuidelmeesje	=	witkruinbuidelmees
witkruinbuidelmeesjes	=	witkruinbuidelmees
witkruinbuidelmezen	=	witkruinbuidelmees
witkruinen	=	witkruin
witkruinglansspreeuw	noun	Lamprotornis albicapillus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
witkruinglansspreeuwen	=	witkruinglansspreeuw
witkruinglansspreeuwtje	=	witkruinglansspreeuw
witkruinglansspreeuwtjes	=	witkruinglansspreeuw
witkruingors	noun	Zonotrichia leucophrys een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
witkruingorsje	=	witkruingors
witkruingorsjes	=	witkruingors
witkruingorzen	=	witkruingors
witkruinkievietje	=	witkruinkievit
witkruinkievietjes	=	witkruinkievit
witkruinkievit	noun	Vanellus albiceps een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
witkruinkieviten	=	witkruinkievit
witkruinkievitje	=	witkruinkievit
witkruinkievitjes	=	witkruinkievit
witkruinklauwier	noun	Eurocephalus anguitimens een klauwier uit het geslacht Eurocephalus.
witkruinklauwieren	=	witkruinklauwier
witkruinklauwiertje	=	witkruinklauwier
witkruinklauwiertjes	=	witkruinklauwier
witkruinkolibrie	noun	Microchera albocoronata een uiterst kleine vogel (6½ cm, 2½ g) toegeschreven als enige soort aan een geslacht uit de familie der kolibries (Trochilidae).
witkruinkolibries	=	witkruinkolibrie
witkruinkolibrietje	=	witkruinkolibrie
witkruinkolibrietjes	=	witkruinkolibrie
witkruinlawaaimaker	noun	Cossypha niveicapilla een kleine insectenetende vogel die voorkomt in Afrika
witkruinlawaaimakers	=	witkruinlawaaimaker
witkruinlawaaimakertje	=	witkruinlawaaimaker
witkruinlawaaimakertjes	=	witkruinlawaaimaker
witkruinlederkop	noun	Philemon argenticeps een endemische zangvogelsoort uit de familie van de honingeters die in Australië voorkomt
witkruinlederkopje	=	witkruinlederkop
witkruinlederkopjes	=	witkruinlederkop
witkruinlederkoppen	=	witkruinlederkop
witkruinmanakin	noun	Pseudopipra pipra een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
witkruinmanakinnetje	=	witkruinmanakin
witkruinmanakinnetjes	=	witkruinmanakin
witkruinmanakins	=	witkruinmanakin
witkruinmangabey	noun	Cercocebus lunulatus een zoogdier uit de familie van de apen van de oude wereld (Cercopithecidae).
witkruinmangabeys	=	witkruinmangabey
witkruinmangabeytje	=	witkruinmangabey
witkruinmangabeytjes	=	witkruinmangabey
witkruinnon	noun	Lonchura nevermanni een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
witkruinnonnen	=	witkruinnon
witkruinnonnetje	=	witkruinnon
witkruinnonnetjes	=	witkruinnon
witkruinroodstaart	noun	Phoenicurus erythrogastrus een zangvogel uit de familie Muscicapidae.
witkruinroodstaarten	=	witkruinroodstaart
witkruinroodstaartje	=	witkruinroodstaart
witkruinroodstaartjes	=	witkruinroodstaart
witkruinshamalijster	noun	Copsychus stricklandii een vogelsoort uit de familie van de vliegenvangers.
witkruinshamalijsters	=	witkruinshamalijster
witkruinshamalijstertje	=	witkruinshamalijster
witkruinshamalijstertjes	=	witkruinshamalijster
witkruinstekelstaart	noun	Cranioleuca albiceps een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witkruinstekelstaarten	=	witkruinstekelstaart
witkruinstekelstaartje	=	witkruinstekelstaart
witkruinstekelstaartjes	=	witkruinstekelstaart
witkruintapaculo	noun	Scytalopus atratus een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
witkruintapaculo's	=	witkruintapaculo
witkruintapaculootje	=	witkruintapaculo
witkruintapaculootjes	=	witkruintapaculo
witkruintapuit	noun	Oenanthe leucopyga een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
witkruintapuiten	=	witkruintapuit
witkruintapuitje	=	witkruintapuit
witkruintapuitjes	=	witkruintapuit
witkruintje	=	witkruin
witkruintjes	=	witkruin
witkruinvorkstaart	noun	Enicurus leschenaulti een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers die voorkomt van India tot in Zuidoost-Azië en de grote Soenda-eilanden.
witkruinvorkstaarten	=	witkruinvorkstaart
witkruinvorkstaartje	=	witkruinvorkstaart
witkruinvorkstaartjes	=	witkruinvorkstaart
witkuifbreedbektiran	noun	Platyrinchus platyrhynchos een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkuifbreedbektirannen	=	witkuifbreedbektiran
witkuifbreedbektirannetje	=	witkuifbreedbektiran
witkuifbreedbektirannetjes	=	witkuifbreedbektiran
witkuifelenia	noun	Elaenia albiceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkuifelenia's	=	witkuifelenia
witkuifeleniaatje	=	witkuifelenia
witkuifeleniaatjes	=	witkuifelenia
witkuifkoketkolibrie	noun	Lophornis adorabilis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witkuifkoketkolibries	=	witkuifkoketkolibrie
witkuifkoketkolibrietje	=	witkuifkoketkolibrie
witkuifkoketkolibrietjes	=	witkuifkoketkolibrie
witkuiflijstergaai	noun	Garrulax leucolophus een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witkuiflijstergaaien	=	witkuiflijstergaai
witkuiflijstergaaitje	=	witkuiflijstergaai
witkuiflijstergaaitjes	=	witkuiflijstergaai
witkuifsjakohoen	noun	Penelope pileata een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
witkuifsjakohoenderen	=	witkuifsjakohoen
witkuifsjakohoenders	=	witkuifsjakohoen
witkuifsjakohoendertje	=	witkuifsjakohoen
witkuifsjakohoendertjes	=	witkuifsjakohoen
witkuiftachuri	noun	Serpophaga subcristata een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witkuiftachuri's	=	witkuiftachuri
witkuiftachurietje	=	witkuiftachuri
witkuiftachurietjes	=	witkuiftachuri
witkuiftoerako	noun	Tauraco leucolophus een vogel uit de familie van de toerako's (Musophagidae).
witkuiftoerako's	=	witkuiftoerako
witkuiftoerakootje	=	witkuiftoerako
witkuiftoerakootjes	=	witkuiftoerako
witkuiftok	noun	Horizocerus albocristatus een neushoornvogel die voorkomt in West- en Midden-Afrika
witkuiftokje	=	witkuiftok
witkuiftokjes	=	witkuiftok
witkuiftokken	=	witkuiftok
witleren	adj	met wit leer bekleed
witlijngrasmot	noun	Agriphila latistria een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
witlijngrasmotje	=	witlijngrasmot
witlijngrasmotjes	=	witlijngrasmot
witlijngrasmotten	=	witlijngrasmot
witlijnprachtuil	noun	Grammodes stolida een nachtvlinder uit de familie spinneruilen (Erebidae).
witlijnprachtuilen	=	witlijnprachtuil
witlijnprachtuiltje	=	witlijnprachtuil
witlijnprachtuiltjes	=	witlijnprachtuil
witlijntandvlinder	noun	Drymonia querna een vlinder uit de familie Notodontidae, de tandvlinders
witlijntandvlinders	=	witlijntandvlinder
witlijntandvlindertje	=	witlijntandvlinder
witlijntandvlindertjes	=	witlijntandvlinder
witlipbamboeadder	noun	Trimeresurus albolabris een giftige slang uit de familie adders (Viperidae) en de onderfamilie groefkopadders (Crotalinae)
witlipbamboeadders	=	witlipbamboeadder
witlipbamboeaddertje	=	witlipbamboeadder
witlipbamboeaddertjes	=	witlipbamboeadder
witlipdolfijn	noun	Peponocephala electra De witlipdolfijn (Peponocephala electra), ook wel witlipgriend, veeltandgriend of elektradolfijn genoemd, is een dolfijnensoort, meestal geplaatst in de onderfamilie der zwartvissen (Globicephalinae).
witlipdolfijnen	=	witlipdolfijn
witlipdolfijntje	=	witlipdolfijn
witlipdolfijntjes	=	witlipdolfijn
witliphert	noun	Cervus albirostris een groot hert uit de familie van de Cervidae (herten).
witlipherten	=	witliphert
witliphertje	=	witliphert
witliphertjes	=	witliphert
witlipkikker	noun	Amnirana albolabris een kikker uit de familie Ranidae (echte kikkers).
witlipkikkers	=	witlipkikker
witlipkikkertje	=	witlipkikker
witlipkikkertjes	=	witlipkikker
witlippekari	noun	Tayassu pecari een hoefdier van de familie Tayassuidae.
witlippekari's	=	witlippekari
witlippekarietje	=	witlippekari
witlippekarietjes	=	witlippekari
witlof	noun	loof van met dat doel in het donker geteelde varianten van cichorei, Cichorium intybus var. foliosum #:▸ Maar met groente is het weer opletten: paprika en mais vinden ze lekker, witlof of spruiten niet.
witlofbier	noun	drank die bereid is uit gefermenteerde mout met toevoeging van cichoreiwortel en kruiden
witlofbieren	=	witlofbier
witlofboer	noun	agrariër die cichorei (Cichorium intybus var. foliosum) teelt op een manier waarbij er geen licht bij de krop komt
witlofboeren	=	witlofboer
witlofje	=	witlof
witlofjes	=	witlof
witlofroomsoep	noun	warm vloeibaar gerecht bereid door bladeren van in het donker geteelde cichorei met bouillon, het vette deel van melk en andere ingrediënten te koken
witlofroomsoepen	=	witlofroomsoep
witlofsalade	noun	salade van witlof (en appel)
witlofsalades	=	witlofsalade
witlofsoep	noun	warm vloeibaar gerecht bereid door bladeren van in het donker geteelde cichorei met bouillon en andere ingrediënten te koken
witlofsoepen	=	witlofsoep
witlofwortel	noun	wortelstok van cichorei Cichorium intybus var. foliosum, die kan worden gebruikt bij de teelt van kroppen, die als er geen licht bij komt als witlof kunnen worden gegeten
witlofwortels	=	witlofwortel
witlogen	=	witloog
witloof	noun	bladeren van met dat doel in het donker geteelde geteelde varianten van cichorei, Cichorium intybus var. foliosum
witloofbier	noun	drank die bereid is uit gefermenteerde mout met toevoeging van cichoreiwortel en kruiden
witloofbieren	=	witloofbier
witloofboer	noun	agrariër die cichorei (Cichorium intybus var. foliosum) teelt op een manier waarbij er geen licht bij de krop komt
witloofboeren	=	witloofboer
witloofje	=	witloof
witloofjes	=	witloof
witloofroomsoep	noun	warm vloeibaar gerecht bereid door bladeren van in het donker geteelde cichorei met bouillon, het vette deel van melk en andere ingrediënten te koken
witloofroomsoepen	=	witloofroomsoep
witloofsalade	noun	salade met als hoofdingrediënt witlof, aangevuld met bijv. stukjes appel
witloofsalades	=	witloofsalade
witloofsoep	noun	warm vloeibaar gerecht bereid door bladeren van in het donker geteelde cichorei met bouillon en andere ingrediënten te koken
witloofsoepen	=	witloofsoep
witloofwortel	noun	wortelstok van cichorei Cichorium intybus var. foliosum, die kan worden gebruikt bij de teelt van kroppen, die als er geen licht bij komt als witloof kunnen worden gegeten
witloofwortels	=	witloofwortel
witloog	noun	verdund zwavelzuur
witloven	=	witlof
witmaker	noun	fluorescerende chemische stof en wordt gebruikt om materialen witter te maken
witmakers	=	witmaker
witmantelstompneusaap	noun	een zoogdier Rhinopithecus brelichi uit de familie van de apen van de oude wereld (Cercopithecidae).
witmantelstompneusaapje	=	witmantelstompneusaap
witmantelstompneusaapjes	=	witmantelstompneusaap
witmantelstompneusapen	=	witmantelstompneusaap
witmarmeren	adj	gemaakt van zeer licht gekleurd marmer
witmarmerens	=	witmarmeren
witmaskerhoningeter	noun	Melidectes leucostephes een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
witmaskerhoningeters	=	witmaskerhoningeter
witmaskerhoningetertje	=	witmaskerhoningeter
witmaskerhoningetertjes	=	witmaskerhoningeter
witmaskeribis	noun	Plegadis chihi een vogel uit de familie Threskiornithidae (Ibissen en Lepelaars).
witmaskeribisje	=	witmaskeribis
witmaskeribisjes	=	witmaskeribis
witmaskeribissen	=	witmaskeribis
witmaskerkoekoeksduif	noun	Turacoena manadensis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witmaskerkoekoeksduifje	=	witmaskerkoekoeksduif
witmaskerkoekoeksduifjes	=	witmaskerkoekoeksduif
witmaskerkoekoeksduiven	=	witmaskerkoekoeksduif
witmaskermiervogel	noun	Pithys castaneus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witmaskermiervogels	=	witmaskermiervogel
witmaskermiervogeltje	=	witmaskermiervogel
witmaskermiervogeltjes	=	witmaskermiervogel
witnek	noun	dier met een witte nek
witnekbaardkoekoek	noun	Notharchus hyperrhynchus een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
witnekbaardkoekoeken	=	witnekbaardkoekoek
witnekbaardkoekoekje	=	witnekbaardkoekoek
witnekbaardkoekoekjes	=	witnekbaardkoekoek
witnekboomtimalia	noun	Stachyris leucotis een boomtimalia uit het geslacht Stachyris en de familie timalia's (Timaliidae).
witnekboomtimalia's	=	witnekboomtimalia
witnekboomtimaliaatje	=	witnekboomtimalia
witnekboomtimaliaatjes	=	witnekboomtimalia
witnekdikbekje	noun	Sporophila fringilloides een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witnekdikbekjes	=	witnekdikbekje
witnekduif	noun	Columba albinucha een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
witnekduifje	=	witnekduif
witnekduifjes	=	witnekduif
witnekduiven	=	witnekduif
witnekgaai	noun	Cyanocorax cyanopogon een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
witnekgaaien	=	witnekgaai
witnekgaaitje	=	witnekgaai
witnekgaaitjes	=	witnekgaai
witnekgierzwaluw	noun	Streptoprocne semicollaris een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
witnekgierzwaluwen	=	witnekgierzwaluw
witnekgierzwaluwtje	=	witnekgierzwaluw
witnekgierzwaluwtjes	=	witnekgierzwaluw
witnekje	=	witnek
witnekjes	=	witnek
witnekkaalkopkraai	noun	Picathartes gymnocephalus een soort uit de monotypische familie Picathartidae en het geslacht kaalkopkraaien.
witnekkaalkopkraaien	=	witnekkaalkopkraai
witnekkaalkopkraaitje	=	witnekkaalkopkraai
witnekkaalkopkraaitjes	=	witnekkaalkopkraai
witnekken	=	witnek
witnekkliftapuit	noun	Thamnolaea coronata een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witnekkliftapuiten	=	witnekkliftapuit
witnekkliftapuitje	=	witnekkliftapuit
witnekkliftapuitjes	=	witnekkliftapuit
witnekkolibrie	noun	Florisuga mellivora een vogel uit de familie van de kolibries (Trochilidae).
witnekkolibries	=	witnekkolibrie
witnekkolibrietje	=	witnekkolibrie
witnekkolibrietjes	=	witnekkolibrie
witnekkraai	noun	Corvus leucognaphalus een vogel uit de familie van de kraaien.
witnekkraaien	=	witnekkraai
witnekkraaitje	=	witnekkraai
witnekkraaitjes	=	witnekkraai
witnekkraanvogel	noun	Antigone vipio een vogel uit de familie van de kraanvogels (Gruidae).
witnekkraanvogels	=	witnekkraanvogel
witnekkraanvogeltje	=	witnekkraanvogel
witnekkraanvogeltjes	=	witnekkraanvogel
witneklelvliegenvanger	noun	Platysteira hormophora een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
witneklelvliegenvangers	=	witneklelvliegenvanger
witneklelvliegenvangertje	=	witneklelvliegenvanger
witneklelvliegenvangertjes	=	witneklelvliegenvanger
witneklijster	noun	Turdus albicollis een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
witneklijstergaai	noun	Garrulax strepitans een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witneklijstergaaien	=	witneklijstergaai
witneklijstergaaitje	=	witneklijstergaai
witneklijstergaaitjes	=	witneklijstergaai
witneklijsters	=	witneklijster
witneklijstertje	=	witneklijster
witneklijstertjes	=	witneklijster
witneklori	noun	Lorius albidinucha een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
witneklori's	=	witneklori
witneklorietje	=	witneklori
witneklorietjes	=	witneklori
witnekmaina	noun	Streptocitta albicollis een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
witnekmaina's	=	witnekmaina
witnekmainaatje	=	witnekmaina
witnekmainaatjes	=	witnekmaina
witnekparkiet	noun	Pyrrhura albipectus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
witnekparkieten	=	witnekparkiet
witnekparkietje	=	witnekparkiet
witnekparkietjes	=	witnekparkiet
witnekraaf	noun	Corvus albicollis een zangvogel uit de familie van de kraaiachtigen (Corvidae).
witnekraafje	=	witnekraaf
witnekraafjes	=	witnekraaf
witnekraven	=	witnekraaf
witnekspecht	noun	Chrysocolaptes festivus een soort uit de familie van de spechten die voorkomt op de op in India en Sri-Lanka
witnekspechten	=	witnekspecht
witnekspechtje	=	witnekspecht
witnekspechtjes	=	witnekspecht
witnekstormvogel	noun	Pterodroma externa een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
witnekstormvogels	=	witnekstormvogel
witnekstormvogeltje	=	witnekstormvogel
witnekstormvogeltjes	=	witnekstormvogel
witnekstruikgors	noun	Atlapetes albinucha een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
witnekstruikgorsje	=	witnekstruikgors
witnekstruikgorsjes	=	witnekstruikgors
witnekstruikgorzen	=	witnekstruikgors
witnektiran	noun	Xenopsaris albinucha een zangvogel uit de familie Tityridae.
witnektirannen	=	witnektiran
witnektirannetje	=	witnektiran
witnektirannetjes	=	witnektiran
witnekwezel	noun	bepaald soort zoogdier, Poecilogale albinucha, uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Gray in 1864
witnekwezels	=	witnekwezel
witnekwezeltje	=	witnekwezel
witnekwezeltjes	=	witnekwezel
witneushaai	noun	Nasolamia velox een vis uit de familie van roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in het oosten en het zuidoosten van de Grote Oceaan.
witneushaaien	=	witneushaai
witneushaaitje	=	witneushaai
witneushaaitjes	=	witneushaai
witneussaki	noun	Chiropotes albinasus primaat uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae).
witneussaki's	=	witneussaki
witneussakietje	=	witneussaki
witneussakietjes	=	witneussaki
witogen	=	witoog
witoksellijster	noun	Turdus nigriceps een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
witoksellijsters	=	witoksellijster
witoksellijstertje	=	witoksellijster
witoksellijstertjes	=	witoksellijster
witoog	noun	soort nachtvlinder met witte vlekken
witoog-strandvlo	noun	Pseudorchestoidea brito een vlokreeftensoort uit de familie van de Talitridae.
witoog-strandvlooien	=	witoog-strandvlo
witoog-strandvlooitje	=	witoog-strandvlo
witoog-strandvlooitjes	=	witoog-strandvlo
witoogaratinga	noun	Psittacara leucophthalmus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
witoogaratinga's	=	witoogaratinga
witoogaratingaatje	=	witoogaratinga
witoogaratingaatjes	=	witoogaratinga
witoogbladspeurder	noun	Automolus leucophthalmus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witoogbladspeurders	=	witoogbladspeurder
witoogbladspeurdertje	=	witoogbladspeurder
witoogbladspeurdertjes	=	witoogbladspeurder
witoogbuizerd	noun	Butastur teesa een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (havikachtigen).
witoogbuizerdje	=	witoogbuizerd
witoogbuizerdjes	=	witoogbuizerd
witoogbuizerds	=	witoogbuizerd
witoogbuulbuul	noun	Pycnonotus simplex een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae) die voorkomt in de Indische Archipel
witoogbuulbuuls	=	witoogbuulbuul
witoogbuulbuultje	=	witoogbuulbuul
witoogbuulbuultjes	=	witoogbuulbuul
witoogeend	noun	Aythya nyroca een vogel uit de familie van Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden)
witoogeenden	=	witoogeend
witoogeendje	=	witoogeend
witoogeendjes	=	witoogeend
witooghoningeter	noun	Phylidonyris novaehollandiae een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
witooghoningeters	=	witooghoningeter
witooghoningetertje	=	witooghoningeter
witooghoningetertjes	=	witooghoningeter
witooglijster	noun	Turdus jamaicensis een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
witooglijsters	=	witooglijster
witooglijstertje	=	witooglijster
witooglijstertjes	=	witooglijster
witooglooftiran	noun	Phylloscartes difficilis een zangvogel uit de familie tirannen (Tyrannidae)
witooglooftirannen	=	witooglooftiran
witooglooftirannetje	=	witooglooftiran
witooglooftirannetjes	=	witooglooftiran
witoogmangrovezanger	noun	Gerygone tenebrosa een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
witoogmangrovezangers	=	witoogmangrovezanger
witoogmangrovezangertje	=	witoogmangrovezanger
witoogmangrovezangertjes	=	witoogmangrovezanger
witoogmeeuw	noun	Ichthyaetus leucophthalmus een vogel uit de familie Laridae (meeuwen)
witoogmeeuwen	=	witoogmeeuw
witoogmeeuwtje	=	witoogmeeuw
witoogmeeuwtjes	=	witoogmeeuw
witoogmiersluiper	noun	Epinecrophylla leucophthalma een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witoogmiersluipers	=	witoogmiersluiper
witoogmiersluipertje	=	witoogmiersluiper
witoogmiersluipertjes	=	witoogmiersluiper
witoogprinia	noun	Schistolais leontica een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
witoogprinia's	=	witoogprinia
witoogpriniaatje	=	witoogprinia
witoogpriniaatjes	=	witoogprinia
witoogpurperspreeuw	noun	Aplonis brunneicapillus een zeldzame spreeuwensoort
witoogpurperspreeuwen	=	witoogpurperspreeuw
witoogpurperspreeuwtje	=	witoogpurperspreeuw
witoogpurperspreeuwtjes	=	witoogpurperspreeuw
witoogspotlijster	noun	Margarops fuscatus een vogelsoort uit de familie van de spotlijsters (Mimidae).
witoogspotlijsters	=	witoogspotlijster
witoogspotlijstertje	=	witoogspotlijster
witoogspotlijstertjes	=	witoogspotlijster
witoogstruikvliegenvanger	noun	Pachycephalopsis poliosoma een vogel uit het geslacht Pachycephalopsis en de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae).
witoogstruikvliegenvangers	=	witoogstruikvliegenvanger
witoogstruikvliegenvangertje	=	witoogstruikvliegenvanger
witoogstruikvliegenvangertjes	=	witoogstruikvliegenvanger
witoogtodietiran	noun	Hemitriccus zosterops een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witoogtodietirannen	=	witoogtodietiran
witoogtodietirannetje	=	witoogtodietiran
witoogtodietirannetjes	=	witoogtodietiran
witoogvireo	noun	Vireo griseus een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
witoogvireo's	=	witoogvireo
witoogvireootje	=	witoogvireo
witoogvireootjes	=	witoogvireo
witoor	noun	dier met een wit oor
witoorbaardkoekoek	noun	Nystalus chacuru een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
witoorbaardkoekoeken	=	witoorbaardkoekoek
witoorbaardkoekoekje	=	witoorbaardkoekoek
witoorbaardkoekoekjes	=	witoorbaardkoekoek
witoorbaardvogel	noun	Stactolaema leucotis een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
witoorbaardvogels	=	witoorbaardvogel
witoorbaardvogeltje	=	witoorbaardvogel
witoorbaardvogeltjes	=	witoorbaardvogel
witoorbuulbuul	noun	Pycnonotus leucotis een zangvogel uit de familie van de buulbuuls
witoorbuulbuuls	=	witoorbuulbuul
witoorbuulbuultje	=	witoorbuulbuul
witoorbuulbuultjes	=	witoorbuulbuul
witoorgrondgors	noun	Melozone leucotis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
witoorgrondgorsje	=	witoorgrondgors
witoorgrondgorsjes	=	witoorgrondgors
witoorgrondgorzen	=	witoorgrondgors
witoorhoningeter	noun	Nesoptilotis leucotis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
witoorhoningeters	=	witoorhoningeter
witoorhoningetertje	=	witoorhoningeter
witoorhoningetertjes	=	witoorhoningeter
witoorkatvogel	noun	Ailuroedus buccoides een vogel uit de familie der prieelvogels (Ptilonorhynchidae).
witoorkatvogels	=	witoorkatvogel
witoorkatvogeltje	=	witoorkatvogel
witoorkatvogeltjes	=	witoorkatvogel
witoormaskeramadine	noun	Poephila personata leucotis een ondersoort van de maskeramadine
witoormaskeramadines	=	witoormaskeramadine
witoormaskeramadinetje	=	witoormaskeramadine
witoormaskeramadinetjes	=	witoormaskeramadine
witoormiervogel	noun	Gymnopithys leucaspis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witoormiervogels	=	witoormiervogel
witoormiervogeltje	=	witoormiervogel
witoormiervogeltjes	=	witoormiervogel
witoormonarch	noun	Carterornis leucotis een endemische zangvogel uit Australië van het geslacht Carterornis en de familie monarchen (Monarchidae).
witoormonarchen	=	witoormonarch
witoormonarchje	=	witoormonarch
witoormonarchjes	=	witoormonarch
witoorparkiet	noun	Pyrrhura leucotis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
witoorparkieten	=	witoorparkiet
witoorparkietje	=	witoorparkiet
witoorparkietjes	=	witoorparkiet
witoorpluimbroekje	noun	Eriocnemis mirabilis een endemische vogelsoort uit de familie Trochilidae (kolibries) uit de nevelwouden in de Andes.
witoorpluimbroekjes	=	witoorpluimbroekje
witoorsaffierkolibrie	noun	Basilinna leucotis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witoorsaffierkolibries	=	witoorsaffierkolibrie
witoorsaffierkolibrietje	=	witoorsaffierkolibrie
witoorsaffierkolibrietjes	=	witoorsaffierkolibrie
witoorsibia	noun	Heterophasia auricularis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
witoorsibia's	=	witoorsibia
witoorsibiaatje	=	witoorsibia
witoorsibiaatjes	=	witoorsibia
witoorsolitaire	noun	Entomodestes leucotis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
witoorsolitaires	=	witoorsolitaire
witoorsolitairetje	=	witoorsolitaire
witoorsolitairetjes	=	witoorsolitaire
witoorspitssnavel	noun	Conirostrum leucogenys een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witoorspitssnavels	=	witoorspitssnavel
witoorspitssnaveltje	=	witoorspitssnavel
witoorspitssnaveltjes	=	witoorspitssnavel
witoortandkwartel	noun	Odontophorus hyperythrus een vogel uit de familie Odontophoridae.
witoortandkwartels	=	witoortandkwartel
witoortandkwarteltje	=	witoortandkwartel
witoortandkwarteltjes	=	witoortandkwartel
witoortje	=	witoor
witoortjes	=	witoor
witoorvliegenvanger	noun	Poecilodryas superciliosa een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae)
witoorvliegenvangers	=	witoorvliegenvanger
witoorvliegenvangertje	=	witoorvliegenvanger
witoorvliegenvangertjes	=	witoorvliegenvanger
witoorwinterkoning	noun	Cantorchilus leucotis een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
witoorwinterkoningen	=	witoorwinterkoning
witoorwinterkoninkje	=	witoorwinterkoning
witoorwinterkoninkjes	=	witoorwinterkoning
witoorzijdeaapje	noun	Callithrix aurita is een soort uit het geslacht Atlantische oeistiti's (Callithrix).
witoorzijdeaapjes	=	witoorzijdeaapje
witoren	=	witoor
witpluimglanskolibrie	noun	Aglaeactis castelnaudi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witpluimglanskolibries	=	witpluimglanskolibrie
witpluimglanskolibrietje	=	witpluimglanskolibrie
witpluimglanskolibrietjes	=	witpluimglanskolibrie
witpluimhoningeter	noun	Ptilotula penicillata een zangvogel uit de familie der honingeters (Meliphagidae).
witpluimhoningeters	=	witpluimhoningeter
witpluimhoningetertje	=	witpluimhoningeter
witpluimhoningetertjes	=	witpluimhoningeter
witpluimmiervogel	noun	Pithys albifrons een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witpluimmiervogels	=	witpluimmiervogel
witpluimmiervogeltje	=	witpluimmiervogel
witpluimmiervogeltjes	=	witpluimmiervogel
witpluimstaarteilandrat	noun	Eliurus penicillatus knaagdier uit de familie van de Nesomyidae.
witpluimstaarteilandratje	=	witpluimstaarteilandrat
witpluimstaarteilandratjes	=	witpluimstaarteilandrat
witpluimstaarteilandratten	=	witpluimstaarteilandrat
witpoot	noun	paard met één of meerdere witte poten
witpootje	=	witpoot
witpootjes	=	witpoot
witpootkronkel	noun	Tachypodoiulus niger een dier uit de familie der echte miljoenpoten (Julidae).
witpootkronkels	=	witpootkronkel
witpootkronkeltje	=	witpootkronkel
witpootkronkeltjes	=	witpootkronkel
witpootneushoornvogel	noun	Bycanistes albotibialis een neushoornvogel die voorkomt Midden- en West-Afrika.
witpootneushoornvogels	=	witpootneushoornvogel
witpootneushoornvogeltje	=	witpootneushoornvogel
witpootneushoornvogeltjes	=	witpootneushoornvogel
witpootpalpmot	noun	Mirificarma lentiginosella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
witpootpalpmotje	=	witpootpalpmot
witpootpalpmotjes	=	witpootpalpmot
witpootpalpmotten	=	witpootpalpmot
witpootrog	noun	Amblyraja taaf een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
witpootroggen	=	witpootrog
witpootroggetje	=	witpootrog
witpootroggetjes	=	witpootrog
witpootrogje	=	witpootrog
witpootrogjes	=	witpootrog
witpoten	=	witpoot
witpuntbladsnijdermot	noun	Alloclemensia mesospilella een nachtvlinder uit de familie witvlekmotten (Incurvariidae).
witpuntbladsnijdermotje	=	witpuntbladsnijdermot
witpuntbladsnijdermotjes	=	witpuntbladsnijdermot
witpuntbladsnijdermotten	=	witpuntbladsnijdermot
witpuntoeverlibel	noun	Orthetrum albistylum een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
witpuntoeverlibellen	=	witpuntoeverlibel
witpuntoeverlibelletje	=	witpuntoeverlibel
witpuntoeverlibelletjes	=	witpuntoeverlibel
witpuntrifhaai	noun	Triaenodon obesus een vis uit de familie van de roofhaaien (Carcharhinidae), orde grondhaaien (Carcharhiniformes), die voorkomt in de Grote Oceaan en Indische Oceaan
witpuntrifhaaien	=	witpuntrifhaai
witpuntrifhaaitje	=	witpuntrifhaai
witpuntrifhaaitjes	=	witpuntrifhaai
witrandmollisia	noun	Mollisia ligni een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
witrandmollisia's	=	witrandmollisia
witrandmollisiaatje	=	witrandmollisia
witrandmollisiaatjes	=	witrandmollisia
witrandschotelkorst	noun	Lecanora semipallida een korstmossoort uit de familie Lecanoraceae.
witrandschotelkorsten	=	witrandschotelkorst
witrandschotelkorstje	=	witrandschotelkorst
witrandschotelkorstjes	=	witrandschotelkorst
witregel	noun	in computertermen ook wel lege regel genoemd, is een regel in een tekst waar niet is geschreven of gedrukt.
witregels	=	witregel
witregeltje	=	witregel
witregeltjes	=	witregel
witringtiran	noun	Conopias albovittatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witringtirannen	=	witringtiran
witringtirannetje	=	witringtiran
witringtirannetjes	=	witringtiran
witringuil	noun	Cerastis leucographa een vlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
witringuilen	=	witringuil
witringuiltje	=	witringuil
witringuiltjes	=	witringuil
witromplangoer	noun	Trachypithecus delacouri primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
witromplangoeren	=	witromplangoer
witromplangoertje	=	witromplangoer
witromplangoertjes	=	witromplangoer
witrug	noun	dier met een witte rug
witrugaasgarnaal	noun	Leptomysis lingvura een aasgarnalensoort uit de familie van de Mysidae.
witrugaasgarnaaltje	=	witrugaasgarnaal
witrugaasgarnaaltjes	=	witrugaasgarnaal
witrugaasgarnalen	=	witrugaasgarnaal
witrugbaardvogel	noun	Capito hypoleucus een vogel uit de familie Capitonidae (Amerikaanse baardvogels).
witrugbaardvogels	=	witrugbaardvogel
witrugbaardvogeltje	=	witrugbaardvogel
witrugbaardvogeltjes	=	witrugbaardvogel
witrugbodemkrabspin	noun	Ozyptila brevipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de krabspinnen (Thomisidae)
witrugbodemkrabspinnen	=	witrugbodemkrabspin
witrugbodemkrabspinnetje	=	witrugbodemkrabspin
witrugbodemkrabspinnetjes	=	witrugbodemkrabspin
witrugeend	noun	Thalassornis leuconotus een vogel uit de familie Anatidae.
witrugeenden	=	witrugeend
witrugeendje	=	witrugeend
witrugeendjes	=	witrugeend
witruggen	=	witrug
witruggetje	=	witrug
witruggetjes	=	witrug
witruggier	noun	Gyps africanus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
witruggieren	=	witruggier
witruggiertje	=	witruggier
witruggiertjes	=	witruggier
witrugkwak	noun	Gorsachius leuconotus een vogel uit de familie der reigers (Ardeidae)
witrugkwakje	=	witrugkwak
witrugkwakjes	=	witrugkwak
witrugkwakken	=	witrugkwak
witruglori	noun	Pseudeos fuscata een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld) en de onderfamilie Loriinae (lori's).
witruglori's	=	witruglori
witruglorietje	=	witruglori
witruglorietjes	=	witruglori
witrugmees	noun	Melaniparus leuconotus een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
witrugmeesje	=	witrugmees
witrugmeesjes	=	witrugmees
witrugmezen	=	witrugmees
witrugmonarch	noun	Symposiachrus menckei een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
witrugmonarchen	=	witrugmonarch
witrugmonarchje	=	witrugmonarch
witrugmonarchjes	=	witrugmonarch
witrugmuisvogel	noun	Colius colius een vogel uit de familie Coliidae (muisvogels).
witrugmuisvogels	=	witrugmuisvogel
witrugmuisvogeltje	=	witrugmuisvogel
witrugmuisvogeltjes	=	witrugmuisvogel
witrugplatlijfje	noun	Depressaria emeritella een vlinder uit de familie van de grasmineermotten (Elachistidae).
witrugplatlijfjes	=	witrugplatlijfje
witrugspecht	noun	Dendrocopos leucotos een vogel uit de familie Picidae.
witrugspechten	=	witrugspecht
witrugspechtje	=	witrugspecht
witrugspechtjes	=	witrugspecht
witrugspitsvogel	noun	Artamus monachus een zangvogel uit de familie Artamidae (spitsvogels).
witrugspitsvogels	=	witrugspitsvogel
witrugspitsvogeltje	=	witrugspitsvogel
witrugspitsvogeltjes	=	witrugspitsvogel
witrugzwaluw	noun	Cheramoeca leucosterna een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
witrugzwaluwen	=	witrugzwaluw
witrugzwaluwtje	=	witrugzwaluw
witrugzwaluwtjes	=	witrugzwaluw
witruitwielwebspin	noun	Araneus sturmi een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wielwebspinnen (Araneidae)
witruitwielwebspinnen	=	witruitwielwebspin
witruitwielwebspinnetje	=	witruitwielwebspin
witruitwielwebspinnetjes	=	witruitwielwebspin
wits	=	wit
witschildgierzwaluw	noun	Streptoprocne biscutata een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
witschildgierzwaluwen	=	witschildgierzwaluw
witschildgierzwaluwtje	=	witschildgierzwaluw
witschildgierzwaluwtjes	=	witschildgierzwaluw
witschouder	noun	dier met een witte schouder
witschouderbladroller	noun	Acleris variegana een vlinder uit de familie van de bladrollers (Tortricidae).
witschouderbladrollers	=	witschouderbladroller
witschouderbladrollertje	=	witschouderbladroller
witschouderbladrollertjes	=	witschouderbladroller
witschouderdikbek	noun	Hesperiphona abeillei een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
witschouderdikbekje	=	witschouderdikbek
witschouderdikbekjes	=	witschouderdikbek
witschouderdikbekken	=	witschouderdikbek
witschouderelfje	noun	Malurus alboscapulatus een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
witschouderelfjes	=	witschouderelfje
witschouderibis	noun	Pseudibis davisoni een vogel uit de familie Threskiornithidae (Ibissen en lepelaars).
witschouderibisje	=	witschouderibis
witschouderibisjes	=	witschouderibis
witschouderibissen	=	witschouderibis
witschouderkapucijnaap	noun	Cebus capucinus een algemene Latijns-Amerikaanse apensoort, behorende tot het geslacht der kapucijnapen (Cebus).
witschouderkapucijnaapje	=	witschouderkapucijnaap
witschouderkapucijnaapjes	=	witschouderkapucijnaap
witschouderkapucijnapen	=	witschouderkapucijnaap
witschoudermierklauwier	noun	Thamnophilus aethiops een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witschoudermierklauwieren	=	witschoudermierklauwier
witschoudermierklauwiertje	=	witschoudermierklauwier
witschoudermierklauwiertjes	=	witschoudermierklauwier
witschoudermiervogel	noun	Akletos melanoceps een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witschoudermiervogels	=	witschoudermiervogel
witschoudermiervogeltje	=	witschoudermiervogel
witschoudermiervogeltjes	=	witschoudermiervogel
witschoudermonjita	noun	Neoxolmis rufiventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witschoudermonjita's	=	witschoudermonjita
witschoudermonjitaatje	=	witschoudermonjita
witschoudermonjitaatjes	=	witschoudermonjita
witschouders	=	witschouder
witschoudertangare	noun	Loriotus luctuosus een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
witschoudertangaren	=	witschoudertangare
witschoudertangaretje	=	witschoudertangare
witschoudertangaretjes	=	witschoudertangare
witschoudertje	=	witschouder
witschoudertjes	=	witschouder
witschoudervuurogen	=	witschoudervuuroog
witschoudervuuroog	noun	Pyriglena leucoptera een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witschoudervuuroogje	=	witschoudervuuroog
witschoudervuuroogjes	=	witschoudervuuroog
witschouderzijdeaapje	noun	Mico humeralifer een soort van het geslacht Amazone-oeistiti's (Mico).
witschouderzijdeaapjes	=	witschouderzijdeaapje
witschubdwergspecht	noun	Picumnus albosquamatus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
witschubdwergspechten	=	witschubdwergspecht
witschubdwergspechtje	=	witschubdwergspecht
witschubdwergspechtjes	=	witschubdwergspecht
witsel	noun	stof waarmee men iets wit kan maken
witsels	=	witsel
witsnavelbuffelwever	noun	Bubalornis albirostris een zangvogel uit de familie wevers en verwanten (Ploceidae) die voorkomt in Sub-Saharisch Afrika
witsnavelbuffelwevers	=	witsnavelbuffelwever
witsnavelbuffelwevertje	=	witsnavelbuffelwever
witsnavelbuffelwevertjes	=	witsnavelbuffelwever
witsnavelhoningeter	noun	Stomiopera unicolor een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
witsnavelhoningeters	=	witsnavelhoningeter
witsnavelhoningetertje	=	witsnavelhoningeter
witsnavelhoningetertjes	=	witsnavelhoningeter
witsnavelkraai	noun	Corvus woodfordi een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
witsnavelkraaien	=	witsnavelkraai
witsnavelkraaitje	=	witsnavelkraai
witsnavelkraaitjes	=	witsnavelkraai
witsnavelspreeuw	noun	Onychognathus albirostris een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
witsnavelspreeuwen	=	witsnavelspreeuw
witsnavelspreeuwtje	=	witsnavelspreeuw
witsnavelspreeuwtjes	=	witsnavelspreeuw
witsnor	noun	Euophrys herbigrada een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
witsnorbaardkoekoek	noun	Malacoptila panamensis een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
witsnorbaardkoekoeken	=	witsnorbaardkoekoek
witsnorbaardkoekoekje	=	witsnorbaardkoekoek
witsnorbaardkoekoekjes	=	witsnorbaardkoekoek
witsnorboomgierzwaluw	noun	Hemiprocne mystacea een soort boomgierzwaluw.
witsnorboomgierzwaluwen	=	witsnorboomgierzwaluw
witsnorboomgierzwaluwtje	=	witsnorboomgierzwaluw
witsnorboomgierzwaluwtjes	=	witsnorboomgierzwaluw
witsnorheremietkolibrie	noun	Phaethornis yaruqui een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witsnorheremietkolibries	=	witsnorheremietkolibrie
witsnorheremietkolibrietje	=	witsnorheremietkolibrie
witsnorheremietkolibrietjes	=	witsnorheremietkolibrie
witsnorketellapper	noun	Pogoniulus leucomystax een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
witsnorketellappers	=	witsnorketellapper
witsnorketellappertje	=	witsnorketellapper
witsnorketellappertjes	=	witsnorketellapper
witsnorpalmroller	noun	Paguma larvata roofdier uit de familie civetkatachtigen (Viverridae).
witsnorpalmrollers	=	witsnorpalmroller
witsnorpalmrollertje	=	witsnorpalmroller
witsnorpalmrollertjes	=	witsnorpalmroller
witsnorren	=	witsnor
witsnorretje	=	witsnor
witsnorretjes	=	witsnor
witsnuitbladroller	noun	Pandemis cinnamomeana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
witsnuitbladrollers	=	witsnuitbladroller
witsnuitbladrollertje	=	witsnuitbladroller
witsnuitbladrollertjes	=	witsnuitbladroller
witsnuitdolfijn	noun	Lagenorhynchus albirostris een soort dolfijn
witsnuitdolfijnen	=	witsnuitdolfijn
witsnuitdolfijntje	=	witsnuitdolfijn
witsnuitdolfijntjes	=	witsnuitdolfijn
witsnuitlibelle	noun	insect uit de geslacht Leucorrhinia van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
witsnuitlibellen	noun	Leucorrhinia een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
witsnuitlibelletje	=	witsnuitlibelle
witsnuitlibelletjes	=	witsnuitlibelle
witsnuitneusbeer	noun	Nasua narica een neusbeer die voorkomt van de zuidelijke Verenigde Staten tot noordelijk Zuid-Amerika.
witsnuitneusbeertje	=	witsnuitneusbeer
witsnuitneusbeertjes	=	witsnuitneusbeer
witsnuitneusberen	=	witsnuitneusbeer
witsnuitpopulierenbladroller	noun	Gypsonoma sociana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
witsnuitpopulierenbladrollers	=	witsnuitpopulierenbladroller
witsnuitpopulierenbladrollertje	=	witsnuitpopulierenbladroller
witsnuitpopulierenbladrollertjes	=	witsnuitpopulierenbladroller
witsprietkokermot	noun	Coleophora violacea een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
witsprietkokermotje	=	witsprietkokermot
witsprietkokermotjes	=	witsprietkokermot
witsprietkokermotten	=	witsprietkokermot
witsprietmeldekokermot	noun	Coleophora adspersella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
witsprietmeldekokermotje	=	witsprietmeldekokermot
witsprietmeldekokermotjes	=	witsprietmeldekokermot
witsprietmeldekokermotten	=	witsprietmeldekokermot
witst	=	wit
witstaart	noun	dier met een witte staart
witstaartboomklever	noun	Sitta himalayensis een zangvogel uit het geslacht sitta.
witstaartboomklevers	=	witstaartboomklever
witstaartboomklevertje	=	witstaartboomklever
witstaartboomklevertjes	=	witstaartboomklever
witstaartboszanger	noun	Phylloscopus intensior een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
witstaartboszangers	=	witstaartboszanger
witstaartboszangertje	=	witstaartboszanger
witstaartboszangertjes	=	witstaartboszanger
witstaartbuizerd	noun	Geranoaetus albicaudatus een roofvogel uit de familie havikachtigen (Accipitridae) en het geslacht Geranoaetus.
witstaartbuizerdje	=	witstaartbuizerd
witstaartbuizerdjes	=	witstaartbuizerd
witstaartbuizerds	=	witstaartbuizerd
witstaartbuulbuul	noun	Baeopogon indicator een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
witstaartbuulbuuls	=	witstaartbuulbuul
witstaartbuulbuultje	=	witstaartbuulbuul
witstaartbuulbuultjes	=	witstaartbuulbuul
witstaartcallene	noun	Myiomela leucura een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
witstaartcallenen	=	witstaartcallene
witstaartcallenetje	=	witstaartcallene
witstaartcallenetjes	=	witstaartcallene
witstaartcatamenia	noun	Catamenia analis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witstaartcatamenia's	=	witstaartcatamenia
witstaartcatameniaatje	=	witstaartcatamenia
witstaartcatameniaatjes	=	witstaartcatamenia
witstaartcotinga	noun	Xipholena lamellipennis een zangvogel uit de familie der cotinga's (Cotingidae).
witstaartcotinga's	=	witstaartcotinga
witstaartcotingaatje	=	witstaartcotinga
witstaartcotingaatjes	=	witstaartcotinga
witstaarteekhoorn	noun	Sciurus aberti knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
witstaarteekhoorns	=	witstaarteekhoorn
witstaarteekhoorntje	=	witstaarteekhoorn
witstaarteekhoorntjes	=	witstaarteekhoorn
witstaarten	=	witstaart
witstaartgaai	noun	Cyanocorax mystacalis een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
witstaartgaaien	=	witstaartgaai
witstaartgaaitje	=	witstaartgaai
witstaartgaaitjes	=	witstaartgaai
witstaartgnoe	noun	Connochaetes gnou een gnoe die inheems is in het zuiden van Afrika met een schofthoogte van circa 120 cm.
witstaartgnoes	=	witstaartgnoe
witstaartgnoetje	=	witstaartgnoe
witstaartgnoetjes	=	witstaartgnoe
witstaartgoudkeelkolibrie	noun	Polytmus guainumbi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witstaartgoudkeelkolibries	=	witstaartgoudkeelkolibrie
witstaartgoudkeelkolibrietje	=	witstaartgoudkeelkolibrie
witstaartgoudkeelkolibrietjes	=	witstaartgoudkeelkolibrie
witstaartgraszanger	noun	Cisticola anderseni een vogel uit de familie Cisticolidae die endemisch is in Tanzania.
witstaartgraszangers	=	witstaartgraszanger
witstaartgraszangertje	=	witstaartgraszanger
witstaartgraszangertjes	=	witstaartgraszanger
witstaarthamster	noun	Mystromys albicaudatus knaagdier uit de familie van de Nesomyidae.
witstaarthamsters	=	witstaarthamster
witstaarthamstertje	=	witstaarthamster
witstaarthamstertjes	=	witstaarthamster
witstaarthert	noun	bepaald zoogdier, Odocoileus virginianus, een Amerikaans hert dat voorkomt in Zuid-Canada, de gehele VS behalve het zuidwesten, en geheel Midden-Amerika zuidwaarts tot Brazilië en Peru; het kent een groot aantal habitats: van bossen tot woestijnen, van bergen tot moerassen en zelfs buitenwijken De soort is ingevoerd in Nieuw-Zeeland, Finland, Tsjechië en Slowakije
witstaartherten	=	witstaarthert
witstaarthertje	=	witstaarthert
witstaarthertjes	=	witstaarthert
witstaarthoornkolibrie	noun	Boissonneaua jardini een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witstaarthoornkolibries	=	witstaarthoornkolibrie
witstaarthoornkolibrietje	=	witstaarthoornkolibrie
witstaarthoornkolibrietjes	=	witstaarthoornkolibrie
witstaartincakolibrie	noun	Coeligena phalerata een vogel uit de familie der kolibries (Trochilidae).
witstaartincakolibries	=	witstaartincakolibrie
witstaartincakolibrietje	=	witstaartincakolibrie
witstaartincakolibrietjes	=	witstaartincakolibrie
witstaartje	=	witstaart
witstaartjes	=	witstaart
witstaartkeerkringvogel	noun	Phaethon lepturus een zeevogel uit de familie van de keerkringvogels (Phaethontidae).
witstaartkeerkringvogels	=	witstaartkeerkringvogel
witstaartkeerkringvogeltje	=	witstaartkeerkringvogel
witstaartkeerkringvogeltjes	=	witstaartkeerkringvogel
witstaartkievietje	=	witstaartkievit
witstaartkievietjes	=	witstaartkievit
witstaartkievit	noun	Vanellus leucurus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae)
witstaartkieviten	=	witstaartkievit
witstaartkievitje	=	witstaartkievit
witstaartkievitjes	=	witstaartkievit
witstaartklauwiertiran	noun	Agriornis albicauda een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witstaartklauwiertirannen	=	witstaartklauwiertiran
witstaartklauwiertirannetje	=	witstaartklauwiertiran
witstaartklauwiertirannetjes	=	witstaartklauwiertiran
witstaartkolibrie	noun	Eupherusa poliocerca een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witstaartkolibries	=	witstaartkolibrie
witstaartkolibrietje	=	witstaartkolibrie
witstaartkolibrietjes	=	witstaartkolibrie
witstaartkuifvliegenvanger	noun	Elminia albicauda een zangvogel uit de familie Stenostiridae.
witstaartkuifvliegenvangers	=	witstaartkuifvliegenvanger
witstaartkuifvliegenvangertje	=	witstaartkuifvliegenvanger
witstaartkuifvliegenvangertjes	=	witstaartkuifvliegenvanger
witstaartleeuwerik	noun	Mirafra albicauda een leeuwerik behorend tot het genus mirafra.
witstaartleeuweriken	=	witstaartleeuwerik
witstaartleeuwerikje	=	witstaartleeuwerik
witstaartleeuwerikjes	=	witstaartleeuwerik
witstaartlijster	noun	Neocossyphus poensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
witstaartlijsters	=	witstaartlijster
witstaartlijstertje	=	witstaartlijster
witstaartlijstertjes	=	witstaartlijster
witstaartmangoeste	noun	Ichneumia albicauda een roofdier uit de familie van mangoesten (Herpestidae).
witstaartmangoesten	=	witstaartmangoeste
witstaartmangoestje	=	witstaartmangoeste
witstaartmangoestjes	=	witstaartmangoeste
witstaartmangrovezanger	noun	Gerygone fusca een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
witstaartmangrovezangers	=	witstaartmangrovezanger
witstaartmangrovezangertje	=	witstaartmangrovezanger
witstaartmangrovezangertjes	=	witstaartmangrovezanger
witstaartmiersluiper	noun	Myrmotherula urosticta een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witstaartmiersluipers	=	witstaartmiersluiper
witstaartmiersluipertje	=	witstaartmiersluiper
witstaartmiersluipertjes	=	witstaartmiersluiper
witstaartnachtzwaluw	noun	Hydropsalis cayennensis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
witstaartnachtzwaluwen	=	witstaartnachtzwaluw
witstaartnachtzwaluwtje	=	witstaartnachtzwaluw
witstaartnachtzwaluwtjes	=	witstaartnachtzwaluw
witstaartniltava	noun	Leucoptilon concretum een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers)
witstaartniltava's	=	witstaartniltava
witstaartniltavaatje	=	witstaartniltava
witstaartniltavaatjes	=	witstaartniltava
witstaartprairiehond	noun	Cynomys leucurus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
witstaartprairiehonden	=	witstaartprairiehond
witstaartprairiehondje	=	witstaartprairiehond
witstaartprairiehondjes	=	witstaartprairiehond
witstaartroodborsttapuit	noun	Saxicola leucurus een vogel uit de familie vliegenvangers.
witstaartroodborsttapuiten	=	witstaartroodborsttapuit
witstaartroodborsttapuitje	=	witstaartroodborsttapuit
witstaartroodborsttapuitjes	=	witstaartroodborsttapuit
witstaartsabelvleugel	noun	Campylopterus ensipennis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witstaartsabelvleugelen	=	witstaartsabelvleugel
witstaartsabelvleugels	=	witstaartsabelvleugel
witstaartsabelvleugeltje	=	witstaartsabelvleugel
witstaartsabelvleugeltjes	=	witstaartsabelvleugel
witstaartsaffraangors	noun	Sicalis citrina een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witstaartsaffraangorsje	=	witstaartsaffraangors
witstaartsaffraangorsjes	=	witstaartsaffraangors
witstaartsaffraangorzen	=	witstaartsaffraangors
witstaartsmaragdkolibrie	noun	Microchera chionura een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries) en de geslachtengroep Trochilini.
witstaartsmaragdkolibries	=	witstaartsmaragdkolibrie
witstaartsmaragdkolibrietje	=	witstaartsmaragdkolibrie
witstaartsmaragdkolibrietjes	=	witstaartsmaragdkolibrie
witstaartsneeuwhoen	noun	Lagopus leucura een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
witstaartsneeuwhoenderen	=	witstaartsneeuwhoen
witstaartsneeuwhoenders	=	witstaartsneeuwhoen
witstaartsneeuwhoentje	=	witstaartsneeuwhoen
witstaartsneeuwhoentjes	=	witstaartsneeuwhoen
witstaartstekelvarken	noun	Hystrix indica knaagdier uit de familie van de stekelvarkens van de Oude Wereld (Hystricidae).
witstaartstekelvarkens	=	witstaartstekelvarken
witstaartstekelvarkentje	=	witstaartstekelvarken
witstaartstekelvarkentjes	=	witstaartstekelvarken
witstaarttachuri	noun	Mecocerculus poecilocercus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witstaarttachuri's	=	witstaarttachuri
witstaarttachurietje	=	witstaarttachuri
witstaarttachurietjes	=	witstaarttachuri
witstaarttityra	noun	Tityra leucura een zangvogel uit de familie Tityridae.
witstaarttityra's	=	witstaarttityra
witstaarttityraatje	=	witstaarttityra
witstaarttityraatjes	=	witstaarttityra
witstaarttrogon	noun	Trogon chionurus een vogel uit de familie Trogonidae.
witstaarttrogonnetje	=	witstaarttrogon
witstaarttrogonnetjes	=	witstaarttrogon
witstaarttrogons	=	witstaarttrogon
witstaartvliegenvanger	noun	Microeca fascinans een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae)
witstaartvliegenvangers	=	witstaartvliegenvanger
witstaartvliegenvangertje	=	witstaartvliegenvanger
witstaartvliegenvangertjes	=	witstaartvliegenvanger
witstaartzanger	noun	Poliolais lopezi een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
witstaartzangers	=	witstaartzanger
witstaartzangertje	=	witstaartzanger
witstaartzangertjes	=	witstaartzanger
witstaartzwaluw	noun	Hirundo megaensis een zwaluw uit het geslacht Hirundo.
witstaartzwaluwen	=	witstaartzwaluw
witstaartzwaluwtje	=	witstaartzwaluw
witstaartzwaluwtjes	=	witstaartzwaluw
witste	=	wit
witsteelfranjehoed	noun	Psathyrella piluliformis een schimmel behorend tot de familie Psathyrellaceae.
witsteelfranjehoeden	=	witsteelfranjehoed
witsteelfranjehoedje	=	witsteelfranjehoed
witsteelfranjehoedjes	=	witsteelfranjehoed
witsteelstropharia	noun	een schimmel Stropharia inuncta (syn.: Psilocybe inuncta) behorend tot de familie Strophariaceae.
witsteelstropharia's	=	witsteelstropharia
witsteelstrophariaatje	=	witsteelstropharia
witsteelstrophariaatjes	=	witsteelstropharia
witsterdikbekje	noun	Sporophila lineola een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witsterdikbekjes	=	witsterdikbekje
witstipgrasuil	noun	Mythimna albipuncta een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
witstipgrasuilen	=	witstipgrasuil
witstipgrasuiltje	=	witstipgrasuil
witstipgrasuiltjes	=	witstipgrasuil
witstippelschildmos	noun	Punctelia borreri een korstmossoort uit de familie Parmeliaceae.
witstippelschildmosje	=	witstippelschildmos
witstippelschildmosjes	=	witstippelschildmos
witstippelschildmossen	=	witstippelschildmos
witstipplatlijfje	noun	Depressaria albipunctella een vlinder uit de familie van de grasmineermotten (Elachistidae).
witstipplatlijfjes	=	witstipplatlijfje
witstok	noun|historical	houten staaf waarmee een dunne laag kalkspecie op een gemetselde muur wordt aangebracht om de poriën daarin op te vullen voordat het eigenlijke pleisterwerk wordt aangebracht
witstokje	=	witstok
witstokjes	=	witstok
witstokken	=	witstok
witstreepblauwtje	noun	Polyommatus damon een vlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes
witstreepblauwtjes	=	witstreepblauwtje
witstreepgaasvlieg	noun	Cunctochrysa albolineata een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
witstreepgaasvliegen	=	witstreepgaasvlieg
witstreepgaasvliegje	=	witstreepgaasvlieg
witstreepgaasvliegjes	=	witstreepgaasvlieg
witstreepmiervireo	noun	Dysithamnus leucostictus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
witstreepmiervireo's	=	witstreepmiervireo
witstreepmiervireootje	=	witstreepmiervireo
witstreepmiervireootjes	=	witstreepmiervireo
witstreepwigsnavel	noun	Schistes geoffroyi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
witstreepwigsnavels	=	witstreepwigsnavel
witstreepwigsnaveltje	=	witstreepwigsnavel
witstreepwigsnaveltjes	=	witstreepwigsnavel
witstreepwilgenvouwmot	noun	Phyllonorycter salictella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
witstreepwilgenvouwmotje	=	witstreepwilgenvouwmot
witstreepwilgenvouwmotjes	=	witstreepwilgenvouwmot
witstreepwilgenvouwmotten	=	witstreepwilgenvouwmot
witstuit	noun	dier met een witte stuit
witstuitbarmsijs	noun	Acanthis hornemanni een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen (Fringillidae).
witstuitbarmsijsje	=	witstuitbarmsijs
witstuitbarmsijsjes	=	witstuitbarmsijs
witstuitbarmsijzen	=	witstuitbarmsijs
witstuitbuizerd	noun	Parabuteo leucorrhous een roofvogel behorend tot de familie acciptridae uit het geslacht Parabuteo
witstuitbuizerdje	=	witstuitbuizerd
witstuitbuizerdjes	=	witstuitbuizerd
witstuitbuizerds	=	witstuitbuizerd
witstuiten	=	witstuit
witstuithoningeter	noun	Manorina flavigula een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
witstuithoningeters	=	witstuithoningeter
witstuithoningetertje	=	witstuithoningeter
witstuithoningetertjes	=	witstuithoningeter
witstuitje	=	witstuit
witstuitjes	=	witstuit
witstuitlelvliegenvanger	noun	Platysteira castanea een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
witstuitlelvliegenvangers	=	witstuitlelvliegenvanger
witstuitlelvliegenvangertje	=	witstuitlelvliegenvanger
witstuitlelvliegenvangertjes	=	witstuitlelvliegenvanger
witstuitmonjita	noun	Xolmis velatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witstuitmonjita's	=	witstuitmonjita
witstuitmonjitaatje	=	witstuitmonjita
witstuitmonjitaatjes	=	witstuitmonjita
witstuitmuisvogel	noun	Colius colius een vogel uit de familie Coliidae (muisvogels).
witstuitmuisvogels	=	witstuitmuisvogel
witstuitmuisvogeltje	=	witstuitmuisvogel
witstuitmuisvogeltjes	=	witstuitmuisvogel
witstuitrupsvogel	noun	Coracina leucopygia een vogel uit de familie van de rupsvogels.
witstuitrupsvogels	=	witstuitrupsvogel
witstuitrupsvogeltje	=	witstuitrupsvogel
witstuitrupsvogeltjes	=	witstuitrupsvogel
witstuitsalangaan	noun	Aerodramus spodiopygius een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen) die voorkomt in Australazië en Polynesië.
witstuitsalangaantje	=	witstuitsalangaan
witstuitsalangaantjes	=	witstuitsalangaan
witstuitsalanganen	=	witstuitsalangaan
witstuitsirystestiran	noun	Sirystes albocinereus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witstuitsirystestirannen	=	witstuitsirystestiran
witstuitsirystestirannetje	=	witstuitsirystestiran
witstuitsirystestirannetjes	=	witstuitsirystestiran
witstuitstruikvliegenvanger	noun	Peneothello bimaculata een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
witstuitstruikvliegenvangers	=	witstuitstruikvliegenvanger
witstuitstruikvliegenvangertje	=	witstuitstruikvliegenvanger
witstuitstruikvliegenvangertjes	=	witstuitstruikvliegenvanger
witstuittangare	noun	Cypsnagra hirundinacea een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witstuittangaren	=	witstuittangare
witstuittangaretje	=	witstuittangare
witstuittangaretjes	=	witstuittangare
witstuittriller	noun	Lalage leucopygialis een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
witstuittrillers	=	witstuittriller
witstuittrillertje	=	witstuittriller
witstuittrillertjes	=	witstuittriller
witstuitvalk	noun	Spiziapteryx circumcincta een roofvogel uit de familie caracara's en valken (Falconidae).
witstuitvalken	=	witstuitvalk
witstuitvalkje	=	witstuitvalk
witstuitvalkjes	=	witstuitvalk
witstuitzwaluw	noun	Tachycineta leucorrhoa een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
witstuitzwaluwen	=	witstuitzwaluw
witstuitzwaluwtje	=	witstuitzwaluw
witstuitzwaluwtjes	=	witstuitzwaluw
witte	=	wit
witte-l-uil	noun	Mythimna l-album een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
witte-l-uilen	=	witte-l-uil
witte-l-uiltje	=	witte-l-uil
witte-l-uiltjes	=	witte-l-uil
wittebonensoep	noun	soep op basis van witte bonen
wittebonensoepen	=	wittebonensoep
witteboordencriminaliteit	noun	criminaliteit die gepleegd wordt door personen uit hogere milieus (zoals advocaten, bankiers, managers en notarissen)
witteboordencrimineel	noun	beoefenaar van witteboordencriminaliteit
witteboordencrimineeltje	=	witteboordencrimineel
witteboordencrimineeltjes	=	witteboordencrimineel
witteboordencriminelen	=	witteboordencrimineel
wittebroden	=	wittebrood
wittebrood	noun	brood gebakken van wit meel waaraan alle vezelstoffen onttrokken zijn
wittebroodje	=	wittebrood
wittebroodjes	=	wittebrood
wittebroodsweken	noun	eerste weken na de voltrekking van een huwelijk
wittejasseneffect	noun	het fenomeen dat de bloeddruk stijgt als er een dokter of een andere gezondheidsprofessional in de buurt is
wittejasseneffecten	=	wittejasseneffect
wittekaasdiplomatie	noun	verbetering van de relatie tussen de Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische bevolking door de erkenning dat halloumi een streekproduct van Cyprus is en niet van slechts één deel van het eiland
witteke	noun	glas jenever
wittekes	=	witteke
wittekolen	=	wittekool
wittekool	noun	sluitkoolgewas Brassica oleracea var. capitata dat lichtgroen tot wit van kleur is
wittekop	noun	iemand met hoogblond haar
wittekoppen	=	wittekop
witten	verb	een muur wit maken met kalk
wittend	=	witten
wittende	=	witten
witter	noun	iemand die wit
wittere	=	wit
witterookmoment	noun	moment waarop men bekend maakt dat er een nieuwe paus gekozen is door witte rook te laten komen uit een schoorsteen van het Vaticaan
witterookmomenten	=	witterookmoment
witters	=	witter
wittetandenbehandeling	noun	een cosmetische tandheelkundige ingreep die tot doel heeft verkleuringen op of in het tandglazuur te verminderen, waardoor de tanden er lichter en witter uitzien
wittetandenbehandelingen	=	wittetandenbehandeling
wittetandenbehandelingetje	=	wittetandenbehandeling
wittetandenbehandelingetjes	=	wittetandenbehandeling
witteugelmuggenvanger	noun	Polioptila albiloris een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
witteugelmuggenvangers	=	witteugelmuggenvanger
witteugelmuggenvangertje	=	witteugelmuggenvanger
witteugelmuggenvangertjes	=	witteugelmuggenvanger
witteugelprinia	noun	Prinia inornata een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
witteugelprinia's	=	witteugelprinia
witteugelpriniaatje	=	witteugelprinia
witteugelpriniaatjes	=	witteugelprinia
witteugelrupsvogel	noun	Coracina boyeri een vogel uit de familie van de rupsvogels.
witteugelrupsvogels	=	witteugelrupsvogel
witteugelrupsvogeltje	=	witteugelrupsvogel
witteugelrupsvogeltjes	=	witteugelrupsvogel
witteugelvliegenpikker	noun	Ornithion inerme een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witteugelvliegenpikkers	=	witteugelvliegenpikker
witteugelvliegenpikkertje	=	witteugelvliegenpikker
witteugelvliegenpikkertjes	=	witteugelvliegenpikker
witteugelvliegenvanger	noun	Tregellasia leucops een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
witteugelvliegenvangers	=	witteugelvliegenvanger
witteugelvliegenvangertje	=	witteugelvliegenvanger
witteugelvliegenvangertjes	=	witteugelvliegenvanger
witteugelwielewaal	noun	Oriolus albiloris een endemische soort wielewaal die voorkomt in de Filipijnen.
witteugelwielewaaltje	=	witteugelwielewaal
witteugelwielewaaltjes	=	witteugelwielewaal
witteugelwielewalen	=	witteugelwielewaal
witteugelzanger	noun	Myiothlypis conspicillata een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
witteugelzangers	=	witteugelzanger
witteugelzangertje	=	witteugelzanger
witteugelzangertjes	=	witteugelzanger
wittewijnazijn	noun	azijn ontstaan uit witte wijn
wittewijnazijnen	=	wittewijnazijn
wittewijnglas	noun	een glas ontworpen om witte wijn te drinken
wittewijnglazen	=	wittewijnglas
wittewijnsaus	noun	een saus waarin witte wijn is verwerkt
wittewijnsausen	=	wittewijnsaus
wittewijnsauzen	=	wittewijnsaus
wittig	adj	met een lichte of witte kleur
wittige	=	wittig
wittiger	=	wittig
wittigere	=	wittig
wittigers	=	wittig
wittigs	=	wittig
wittigst	=	wittig
wittigste	=	wittig
witting	=	wijting
wittipkolibrie	noun	Urosticte benjamini een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
wittipkolibries	noun	een geslacht Urosticte van vogels uit de familie kolibries (Trochilidae) en de geslachtengroep Heliantheini (briljantkolibries).
wittipkolibrietje	=	wittipkolibrie
wittipkolibrietjes	=	wittipkolibrie
wittipwezelhaai	noun	Paragaleus leucolomatus een vissensoort uit de familie van de wezelhaaien (Hemigaleidae).
wittipwezelhaaien	=	wittipwezelhaai
wittipwezelhaaitje	=	wittipwezelhaai
wittipwezelhaaitjes	=	wittipwezelhaai
witvingrondel	noun	Romanogobio belingi een straalvinnige vissensoort uit de familie van de eigenlijke karpers (Cyprinidae).
witvingrondels	=	witvingrondel
witvingrondeltje	=	witvingrondel
witvingrondeltjes	=	witvingrondel
witvinlantaarnhaai	noun	Centroscyllium ritteri een vis uit de familie Etmopteridae (volgens oudere inzichten de familie Dalatiidae) en behoort in elk geval tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
witvinlantaarnhaaien	=	witvinlantaarnhaai
witvinlantaarnhaaitje	=	witvinlantaarnhaai
witvinlantaarnhaaitjes	=	witvinlantaarnhaai
witvinvaalhaai	noun	Hemitriakis leucoperiptera een haai uit de familie van de gladde haaien
witvinvaalhaaien	=	witvinvaalhaai
witvinvaalhaaitje	=	witvinvaalhaai
witvinvaalhaaitjes	=	witvinvaalhaai
witvis	noun|informal	verzamelnaam voor verschillende licht gekleurde karperachtigen, ongeveer overeenkomend met de karperachtigen die in de Benelux voorkomen
witvisje	=	witvis
witvisjes	=	witvis
witvissen	=	witvis
witvlakdwergspanner	noun	Eupithecia succenturiata een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
witvlakdwergspanners	=	witvlakdwergspanner
witvlakdwergspannertje	=	witvlakdwergspanner
witvlakdwergspannertjes	=	witvlakdwergspanner
witvlakvlinder	noun	Orgyia antiqua is een vlinder uit de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie donsvlinders (Lymantriinae).
witvlakvlinders	=	witvlakvlinder
witvlakvlindertje	=	witvlakvlinder
witvlakvlindertjes	=	witvlakvlinder
witvlek	noun	dier met een witte vlek
witvlek-silene-uil	noun	Hadena albimacula een nachtvlinder uit de familie van de nachtuiltjes.
witvlek-silene-uilen	=	witvlek-silene-uil
witvlek-silene-uiltje	=	witvlek-silene-uil
witvlek-silene-uiltjes	=	witvlek-silene-uil
witvlekboegsprietmot	noun	Monochroa conspersella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
witvlekboegsprietmotje	=	witvlekboegsprietmot
witvlekboegsprietmotjes	=	witvlekboegsprietmot
witvlekboegsprietmotten	=	witvlekboegsprietmot
witvlekbosrankspanner	noun	Melanthia procellata een nachtvlinder uit de familie van de spanners.
witvlekbosrankspanners	=	witvlekbosrankspanner
witvlekbosrankspannertje	=	witvlekbosrankspanner
witvlekbosrankspannertjes	=	witvlekbosrankspanner
witvlekheidekogelspin	noun	Simitidion simile een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
witvlekheidekogelspinnen	=	witvlekheidekogelspin
witvlekheidekogelspinnetje	=	witvlekheidekogelspin
witvlekheidekogelspinnetjes	=	witvlekheidekogelspin
witvlekhommelmot	noun	Lamoria anella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
witvlekhommelmotje	=	witvlekhommelmot
witvlekhommelmotjes	=	witvlekhommelmot
witvlekhommelmotten	=	witvlekhommelmot
witvlekje	=	witvlek
witvlekjes	=	witvlek
witvlekken	=	witvlek
witvlekkijkgaatje	noun	Monopis weaverella een vlinder uit de familie Tineidae, de echte motten.
witvlekkijkgaatjes	=	witvlekkijkgaatje
witvlekkruidenmot	noun	Udea olivalis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
witvlekkruidenmotje	=	witvlekkruidenmot
witvlekkruidenmotjes	=	witvlekkruidenmot
witvlekkruidenmotten	=	witvlekkruidenmot
witvleklepelmot	noun	Tinagma balteolella een vlinder uit de familie lepelmotten (Douglasiidae).
witvleklepelmotje	=	witvleklepelmot
witvleklepelmotjes	=	witvleklepelmot
witvleklepelmotten	=	witvleklepelmot
witvlekmot	noun	insect uit de familie Incurvariidae van vlinders in de superfamilie Adeloidea, vrij primitieve vlinders waarbij de paring en de eileg bij het vrouwtje via één geslachtsopening verloopt, en die daarom voorheen wel werden gerekend tot de Monotrysia, een niet langer geaccepteerde taxonomische groep.
witvlekmotje	=	witvlekmot
witvlekmotjes	=	witvlekmot
witvlekmotten	noun	Incurvariidae een familie van vlinders in de superfamilie Adeloidea, vrij primitieve vlinders waarbij de paring en de eileg bij het vrouwtje via één geslachtsopening verloopt, en die daarom voorheen wel werden gerekend tot de Monotrysia, een niet langer geaccepteerde taxonomische groep.
witvlekoogbladroller	noun	Epinotia brunnichana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
witvlekoogbladrollers	=	witvlekoogbladroller
witvlekoogbladrollertje	=	witvlekoogbladroller
witvlekoogbladrollertjes	=	witvlekoogbladroller
witvlekpyjamaspin	noun	Hypsosinga albovittata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wielwebspinnen (Araneidae)
witvlekpyjamaspinnen	=	witvlekpyjamaspin
witvlekpyjamaspinnetje	=	witvlekpyjamaspin
witvlekpyjamaspinnetjes	=	witvlekpyjamaspin
witvlekspikkelspanner	noun	Parectropis similaria een vlinder uit de familie van de spanners (Geometridae).
witvlekspikkelspanners	=	witvlekspikkelspanner
witvlekspikkelspannertje	=	witvlekspikkelspanner
witvlekspikkelspannertjes	=	witvlekspikkelspanner
witvlekspitskopmot	noun	Ypsolopha parenthesella een vlinder uit de familie spitskopmotten (Ypsolophidae).
witvlekspitskopmotje	=	witvlekspitskopmot
witvlekspitskopmotjes	=	witvlekspitskopmot
witvlekspitskopmotten	=	witvlekspitskopmot
witvlektoonhaai	noun	Mustelus palumbes een haai uit de familie van de gladde haaien
witvlektoonhaaien	=	witvlektoonhaai
witvlektoonhaaitje	=	witvlektoonhaai
witvlektoonhaaitjes	=	witvlektoonhaai
witvlekwaaierstaart	noun	Rhipidura albogularis een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
witvlekwaaierstaarten	=	witvlekwaaierstaart
witvlekwaaierstaartje	=	witvlekwaaierstaart
witvlekwaaierstaartjes	=	witvlekwaaierstaart
witvlekwigsnavel	noun	Schistes albogularis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries) en de onderfamilie Polytminae.
witvlekwigsnavels	=	witvlekwigsnavel
witvlekwigsnaveltje	=	witvlekwigsnavel
witvlekwigsnaveltjes	=	witvlekwigsnavel
witvlekworteluil	noun	Euxoa lidia een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
witvlekworteluilen	=	witvlekworteluil
witvlekworteluiltje	=	witvlekworteluil
witvlekworteluiltjes	=	witvlekworteluil
witvleugel	noun	dier (vogel, vlinder etc.) met een witte vleugel
witvleugelapalis	noun	Apalis chariessa een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
witvleugelapalisje	=	witvleugelapalis
witvleugelapalisjes	=	witvleugelapalis
witvleugelapalissen	=	witvleugelapalis
witvleugelbekarde	noun	Pachyramphus polychopterus een zangvogel uit de familie Tityridae.
witvleugelbekardes	=	witvleugelbekarde
witvleugelbekardetje	=	witvleugelbekarde
witvleugelbekardetjes	=	witvleugelbekarde
witvleugelboseend	noun	Asarcornis scutulata een eend die leeft in rivieren die door ongestoord, tropisch bos lopen in Zuid- en Zuidoost-Azië.
witvleugelboseenden	=	witvleugelboseend
witvleugelboseendje	=	witvleugelboseend
witvleugelboseendjes	=	witvleugelboseend
witvleugelcotinga	noun	Xipholena atropurpurea een zangvogel uit de familie der cotinga's (Cotingidae).
witvleugelcotinga's	=	witvleugelcotinga
witvleugelcotingaatje	=	witvleugelcotinga
witvleugelcotingaatjes	=	witvleugelcotinga
witvleugeldikbek	noun	Eophona migratoria een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen) met een dikke snavel.
witvleugeldikbekje	=	witvleugeldikbek
witvleugeldikbekjes	=	witvleugeldikbek
witvleugeldikbekken	=	witvleugeldikbek
witvleugelelfje	noun	Malurus leucopterus een vogel uit de familie van de elfjes (Maluridae).
witvleugelelfjes	=	witvleugelelfje
witvleugelen	=	witvleugel
witvleugelgrasvogel	noun	Poodytes albolimbatus een zangvogel uit de familie Locustellidae.
witvleugelgrasvogels	=	witvleugelgrasvogel
witvleugelgrasvogeltje	=	witvleugelgrasvogel
witvleugelgrasvogeltjes	=	witvleugelgrasvogel
witvleugelklauwiertangare	noun	Lanio versicolor een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
witvleugelklauwiertangaren	=	witvleugelklauwiertangare
witvleugelklauwiertangaretje	=	witvleugelklauwiertangare
witvleugelklauwiertangaretjes	=	witvleugelklauwiertangare
witvleugelkliftapuit	noun	Monticola semirufus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers).
witvleugelkliftapuiten	=	witvleugelkliftapuit
witvleugelkliftapuitje	=	witvleugelkliftapuit
witvleugelkliftapuitjes	=	witvleugelkliftapuit
witvleugelkoet	noun	Fulica leucoptera een vogel uit de familie van de rallen en het geslacht koeten (Fulica).
witvleugelkoeten	=	witvleugelkoet
witvleugelkoetje	=	witvleugelkoet
witvleugelkoetjes	=	witvleugelkoet
witvleugelkwartelduif	noun	Petrophassa albipennis een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witvleugelkwartelduifje	=	witvleugelkwartelduif
witvleugelkwartelduifjes	=	witvleugelkwartelduif
witvleugelkwartelduiven	=	witvleugelkwartelduif
witvleugelleeuwerik	noun	Alauda leucoptera een vogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae)
witvleugelleeuweriken	=	witvleugelleeuwerik
witvleugelleeuwerikje	=	witvleugelleeuwerik
witvleugelleeuwerikjes	=	witvleugelleeuwerik
witvleugelmees	noun	Machlolophus nuchalis een zangvogel uit de familie Paridae (mezen).
witvleugelmeesje	=	witvleugelmees
witvleugelmeesjes	=	witvleugelmees
witvleugelmezen	=	witvleugelmees
witvleugelmoortiran	noun	Knipolegus aterrimus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witvleugelmoortirannen	=	witvleugelmoortiran
witvleugelmoortirannetje	=	witvleugelmoortiran
witvleugelmoortirannetjes	=	witvleugelmoortiran
witvleugelnachtzwaluw	noun	Eleothreptus candicans een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
witvleugelnachtzwaluwen	=	witvleugelnachtzwaluw
witvleugelnachtzwaluwtje	=	witvleugelnachtzwaluw
witvleugelnachtzwaluwtjes	=	witvleugelnachtzwaluw
witvleugeloogbladroller	noun	Epinotia pygmaeana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
witvleugeloogbladrollers	=	witvleugeloogbladroller
witvleugeloogbladrollertje	=	witvleugeloogbladroller
witvleugeloogbladrollertjes	=	witvleugeloogbladroller
witvleugelparkiet	noun	Brotogeris versicolurus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
witvleugelparkieten	=	witvleugelparkiet
witvleugelparkietje	=	witvleugelparkiet
witvleugelparkietjes	=	witvleugelparkiet
witvleugelpinguïn	noun	Eudyptula albosignata een kleine pinguïn uit de familie Spheniscidae.
witvleugelpinguïnnetje	=	witvleugelpinguïn
witvleugelpinguïnnetjes	=	witvleugelpinguïn
witvleugelpinguïns	=	witvleugelpinguïn
witvleugelral	noun	Sarothrura ayresi een vogel uit de familie Sarothruridae.
witvleugelrallen	=	witvleugelral
witvleugelralletje	=	witvleugelral
witvleugelralletjes	=	witvleugelral
witvleugelreuzennachtzwaluw	noun	Nyctibius leucopterus een vogel uit de familie Nyctibiidae (reuzennachtzwaluwen).
witvleugelreuzennachtzwaluwen	=	witvleugelreuzennachtzwaluw
witvleugelreuzennachtzwaluwtje	=	witvleugelreuzennachtzwaluw
witvleugelreuzennachtzwaluwtjes	=	witvleugelreuzennachtzwaluw
witvleugelrupsvogel	noun	Edolisoma ostentum een rupsvogel die endemisch is op de Filipijnen
witvleugelrupsvogels	=	witvleugelrupsvogel
witvleugelrupsvogeltje	=	witvleugelrupsvogel
witvleugelrupsvogeltjes	=	witvleugelrupsvogel
witvleugels	=	witvleugel
witvleugelsjakohoen	noun	Penelope albipennis een vogel in de familie Cracidae.
witvleugelsjakohoenderen	=	witvleugelsjakohoen
witvleugelsjakohoenders	=	witvleugelsjakohoen
witvleugelsjakohoendertje	=	witvleugelsjakohoen
witvleugelsjakohoendertjes	=	witvleugelsjakohoen
witvleugelspecht	noun	Dendrocopos leucopterus een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
witvleugelspechten	=	witvleugelspecht
witvleugelspechtje	=	witvleugelspecht
witvleugelspechtjes	=	witvleugelspecht
witvleugelspreeuw	noun	Neocichla gutturalis een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
witvleugelspreeuwen	=	witvleugelspreeuw
witvleugelspreeuwtje	=	witvleugelspreeuw
witvleugelspreeuwtjes	=	witvleugelspreeuw
witvleugelstern	noun	Chlidonias leucopterus een vogel uit de geslachtengroep van de sterns (Sternini)
witvleugelsternen	=	witvleugelstern
witvleugelsterns	=	witvleugelstern
witvleugelsterntje	=	witvleugelstern
witvleugelsterntjes	=	witvleugelstern
witvleugelstruikgors	noun	Atlapetes leucopterus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
witvleugelstruikgorsje	=	witvleugelstruikgors
witvleugelstruikgorsjes	=	witvleugelstruikgors
witvleugelstruikgorzen	=	witvleugelstruikgors
witvleugelstruikvliegenvanger	noun	Peneothello sigillata een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
witvleugelstruikvliegenvangers	=	witvleugelstruikvliegenvanger
witvleugelstruikvliegenvangertje	=	witvleugelstruikvliegenvanger
witvleugelstruikvliegenvangertjes	=	witvleugelstruikvliegenvanger
witvleugelstruikzanger	noun	Bradypterus carpalis een zangvogel uit de familie Locustellidae.
witvleugelstruikzangers	=	witvleugelstruikzanger
witvleugelstruikzangertje	=	witvleugelstruikzanger
witvleugelstruikzangertjes	=	witvleugelstruikzanger
witvleugeltangare	noun	Piranga leucoptera een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
witvleugeltangaren	=	witvleugeltangare
witvleugeltangaretje	=	witvleugeltangare
witvleugeltangaretjes	=	witvleugeltangare
witvleugeltapaculo	noun	Scytalopus krabbei een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
witvleugeltapaculo's	=	witvleugeltapaculo
witvleugeltapaculootje	=	witvleugeltapaculo
witvleugeltapaculootjes	=	witvleugeltapaculo
witvleugeltje	=	witvleugel
witvleugeltjes	=	witvleugel
witvleugeltortel	noun	Streptopelia reichenowi een vogel uit de familie van duiven (Columbidae).
witvleugeltortels	=	witvleugeltortel
witvleugeltorteltje	=	witvleugeltortel
witvleugeltorteltjes	=	witvleugeltortel
witvleugeltreurduif	noun	Zenaida asiatica vogel die leeft in het woestijnachtige zuidwesten van de Verenigde Staten tot in het noorden van Chili
witvleugeltreurduifje	=	witvleugeltreurduif
witvleugeltreurduifjes	=	witvleugeltreurduif
witvleugeltreurduiven	=	witvleugeltreurduif
witvleugeltriller	noun	Lalage sueurii een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels).
witvleugeltrillers	=	witvleugeltriller
witvleugeltrillertje	=	witvleugeltriller
witvleugeltrillertjes	=	witvleugeltriller
witvleugeltroepiaal	noun	Icterus leucopteryx een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
witvleugeltroepiaaltje	=	witvleugeltroepiaal
witvleugeltroepiaaltjes	=	witvleugeltroepiaal
witvleugeltroepialen	=	witvleugeltroepiaal
witvleugeltrompetvogel	noun	Psophia leucoptera een vogel uit de familie van de trompetvogels.
witvleugeltrompetvogels	=	witvleugeltrompetvogel
witvleugeltrompetvogeltje	=	witvleugeltrompetvogel
witvleugeltrompetvogeltjes	=	witvleugeltrompetvogel
witvleugeluil	noun	uil met een witte vleugel
witvleugeluilen	=	witvleugeluil
witvleugeluiltje	=	witvleugeluil
witvleugeluiltjes	=	witvleugeluil
witvleugelvampier	noun	Diaemus youngi vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
witvleugelvampiers	=	witvleugelvampier
witvleugelvampiertje	=	witvleugelvampier
witvleugelvampiertjes	=	witvleugelvampier
witvleugelwipstaart	noun	Cinclodes atacamensis een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witvleugelwipstaarten	=	witvleugelwipstaart
witvleugelwipstaartje	=	witvleugelwipstaart
witvleugelwipstaartjes	=	witvleugelwipstaart
witvleugelzanger	noun	Xenoligea montana een kleine zangvogel en de enige vertegenwoordiger van het geslacht Xenoligea.
witvleugelzangers	=	witvleugelzanger
witvleugelzangertje	=	witvleugelzanger
witvleugelzangertjes	=	witvleugelzanger
witvoermier	noun	Technomyrmex vitiensis een mierensoort uit de onderfamilie geurmieren (Dolichoderinae).
witvoermieren	=	witvoermier
witvoermiertje	=	witvoermier
witvoermiertjes	=	witvoermier
witvoet	noun	witte poten of benen hebbend met name van paarden en runderen
witvoetboomrat	noun	Conilurus albipes knaagdier uit het geslacht Conilurus dat voorkwam in Australië.
witvoetboomratje	=	witvoetboomrat
witvoetboomratjes	=	witvoetboomrat
witvoetboomratten	=	witvoetboomrat
witvoeten	=	witvoet
witvoetgalgspin	noun	Dipoena coracina een spinnensoort in de taxonomische indeling van de kogelspinnen (Theridiidae)
witvoetgalgspinnen	=	witvoetgalgspin
witvoetgalgspinnetje	=	witvoetgalgspin
witvoetgalgspinnetjes	=	witvoetgalgspin
witvoetmier	noun	Technomyrmex albipes een mierensoort uit de onderfamilie van de Dolichoderinae.
witvoetmieren	=	witvoetmier
witvoetmiertje	=	witvoetmier
witvoetmiertjes	=	witvoetmier
witvoetmuis	noun	Peromyscus leucopus knaagdier uit de onderfamilie Neotominae.
witvoetmuisje	=	witvoetmuis
witvoetmuisjes	=	witvoetmuis
witvoetmuizen	noun	een geslacht Peromyscus van zoogdieren uit de familie van de Cricetidae
witvoettamarin	noun	Saguinus leucopus primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
witvoettamarinnetje	=	witvoettamarin
witvoettamarinnetjes	=	witvoettamarin
witvoettamarins	=	witvoettamarin
witvoetwezelmaki	noun	Lepilemur leucopus primaat uit de familie van de wezelmaki's (Lepilemuridae).
witvoetwezelmaki's	=	witvoetwezelmaki
witvoetwezelmakietje	=	witvoetwezelmaki
witvoetwezelmakietjes	=	witvoetwezelmaki
witvoorhoofd	noun	dier met een wit voorhoofd
witvoorhoofdamazone	noun	Amazona albifrons een amazonepapegaai uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld)
witvoorhoofdamazonen	=	witvoorhoofdamazone
witvoorhoofdamazones	=	witvoorhoofdamazone
witvoorhoofdamazonetje	=	witvoorhoofdamazone
witvoorhoofdamazonetjes	=	witvoorhoofdamazone
witvoorhoofden	=	witvoorhoofd
witvoorhoofdgierzwaluw	noun	Cypseloides storeri een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
witvoorhoofdgierzwaluwen	=	witvoorhoofdgierzwaluw
witvoorhoofdgierzwaluwtje	=	witvoorhoofdgierzwaluw
witvoorhoofdgierzwaluwtjes	=	witvoorhoofdgierzwaluw
witvoorhoofdhoningeter	noun	Purnella albifrons een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
witvoorhoofdhoningeters	=	witvoorhoofdhoningeter
witvoorhoofdhoningetertje	=	witvoorhoofdhoningeter
witvoorhoofdhoningetertjes	=	witvoorhoofdhoningeter
witvoorhoofdje	=	witvoorhoofd
witvoorhoofdjes	=	witvoorhoofd
witvoorhoofdkapucijnaap	noun	Cebus albifrons primaat uit de familie van de Cebidae.
witvoorhoofdkapucijnaapje	=	witvoorhoofdkapucijnaap
witvoorhoofdkapucijnaapjes	=	witvoorhoofdkapucijnaap
witvoorhoofdkapucijnapen	=	witvoorhoofdkapucijnaap
witvoorhoofdkwartelduif	noun	Geotrygon leucometopia een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witvoorhoofdkwartelduifje	=	witvoorhoofdkwartelduif
witvoorhoofdkwartelduifjes	=	witvoorhoofdkwartelduif
witvoorhoofdkwartelduiven	=	witvoorhoofdkwartelduif
witvoorhoofdlangoer	noun	Presbytis frontata primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
witvoorhoofdlangoeren	=	witvoorhoofdlangoer
witvoorhoofdlangoertje	=	witvoorhoofdlangoer
witvoorhoofdlangoertjes	=	witvoorhoofdlangoer
witvoorhoofdmanakin	noun	Lepidothrix serena een zangvogel uit de familie Pipridae (manakins).
witvoorhoofdmanakinnetje	=	witvoorhoofdmanakin
witvoorhoofdmanakinnetjes	=	witvoorhoofdmanakin
witvoorhoofdmanakins	=	witvoorhoofdmanakin
witvoorhoofdmees	noun	Sittiparus semilarvatus een zangvogel uit familie van de Echte mezen.
witvoorhoofdmeesje	=	witvoorhoofdmees
witvoorhoofdmeesjes	=	witvoorhoofdmees
witvoorhoofdmezen	=	witvoorhoofdmees
witvoorhoofdsjakohoen	noun	Penelope superciliaris een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
witvoorhoofdsjakohoenderen	=	witvoorhoofdsjakohoen
witvoorhoofdsjakohoenders	=	witvoorhoofdsjakohoen
witvoorhoofdsjakohoendertje	=	witvoorhoofdsjakohoen
witvoorhoofdsjakohoendertjes	=	witvoorhoofdsjakohoen
witvoorhoofdtiran	noun	Myiodynastes luteiventris een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witvoorhoofdtirannen	=	witvoorhoofdtiran
witvoorhoofdtirannetje	=	witvoorhoofdtiran
witvoorhoofdtirannetjes	=	witvoorhoofdtiran
witvoorhoofdtrappist	noun	Monasa morphoeus een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
witvoorhoofdtrappisten	=	witvoorhoofdtrappist
witvoorhoofdtrappistje	=	witvoorhoofdtrappist
witvoorhoofdtrappistjes	=	witvoorhoofdtrappist
witvoorhoofdzanger	noun	Myioborus albifrons een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
witvoorhoofdzangers	=	witvoorhoofdzanger
witvoorhoofdzangertje	=	witvoorhoofdzanger
witvoorhoofdzangertjes	=	witvoorhoofdzanger
witwang	noun	dier met een witte wang
witwangastrild	noun	Delacourella capistrata een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
witwangastrilden	=	witwangastrild
witwangastrildje	=	witwangastrild
witwangastrildjes	=	witwangastrild
witwangbergtoekan	noun	Andigena nigrirostris een vogel uit de familie Ramphastidae (Toekans).
witwangbergtoekannetje	=	witwangbergtoekan
witwangbergtoekannetjes	=	witwangbergtoekan
witwangbergtoekans	=	witwangbergtoekan
witwangboomklever	noun	Sitta leucopsis een zangvogel uit het geslacht sitta.
witwangboomklevers	=	witwangboomklever
witwangboomklevertje	=	witwangboomklever
witwangboomklevertjes	=	witwangboomklever
witwangbospatrijs	noun	Arborophila atrogularis een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
witwangbospatrijsje	=	witwangbospatrijs
witwangbospatrijsjes	=	witwangbospatrijs
witwangbospatrijzen	=	witwangbospatrijs
witwangbuulbuul	noun	Pycnonotus leucogenys een zangvogel uit de familie van de buulbuuls (Pycnonotidae).
witwangbuulbuuls	=	witwangbuulbuul
witwangbuulbuultje	=	witwangbuulbuul
witwangbuulbuultjes	=	witwangbuulbuul
witwangcotinga	noun	Zaratornis stresemanni een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
witwangcotinga's	=	witwangcotinga
witwangcotingaatje	=	witwangcotinga
witwangcotingaatjes	=	witwangcotinga
witwangduif	noun	Leptotila megalura een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
witwangduifje	=	witwangduif
witwangduifjes	=	witwangduif
witwangduiven	=	witwangduif
witwangen	=	witwang
witwangetje	=	witwang
witwangetjes	=	witwang
witwangfluiteend	noun	Dendrocygna viduata vogel die voorkomt in Afrika en Zuid-Amerika
witwangfluiteenden	=	witwangfluiteend
witwangfluiteendje	=	witwangfluiteend
witwangfluiteendjes	=	witwangfluiteend
witwangfuten	=	witwangfuut
witwangfuut	noun	Rollandia rolland een vogelsoort uit de familie van de futen.
witwangfuutje	=	witwangfuut
witwangfuutjes	=	witwangfuut
witwanggibbon	noun	Nomascus leucogenys een soort van de familie gibbons (Hylobatidae) en de superfamilie van de mensapen.
witwanggibbonnetje	=	witwanggibbon
witwanggibbonnetjes	=	witwanggibbon
witwanggibbons	=	witwanggibbon
witwanggrondgors	noun	Melozone biarcuata een zangvogel uit de familie van de Amerikaanse gorzen.
witwanggrondgorsje	=	witwanggrondgors
witwanggrondgorsjes	=	witwanggrondgors
witwanggrondgorzen	=	witwanggrondgors
witwanghaai	noun	Carcharhinus dussumieri een haai uit de familie van de requiemhaaien
witwanghaaien	=	witwanghaai
witwanghaaitje	=	witwanghaai
witwanghaaitjes	=	witwanghaai
witwanghoenderkoet	noun	Chauna chavaria een vogel uit de familie hoenderkoeten (Anhimidae).
witwanghoenderkoeten	=	witwanghoenderkoet
witwanghoenderkoetje	=	witwanghoenderkoet
witwanghoenderkoetjes	=	witwanghoenderkoet
witwangmiervogel	noun	Gymnopithys leucaspis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae (miervogels).
witwangmiervogels	=	witwangmiervogel
witwangmiervogeltje	=	witwangmiervogel
witwangmiervogeltjes	=	witwangmiervogel
witwangmuistimalia	noun	Pellorneum bicolor een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
witwangmuistimalia's	=	witwangmuistimalia
witwangmuistimaliaatje	=	witwangmuistimalia
witwangmuistimaliaatjes	=	witwangmuistimalia
witwangreiger	noun	Egretta novaehollandiae een vogel uit de familie der reigers (Ardeidae)
witwangreigers	=	witwangreiger
witwangreigertje	=	witwangreiger
witwangreigertjes	=	witwangreiger
witwangstaartmees	noun	Aegithalos leucogenys een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae).
witwangstaartmeesje	=	witwangstaartmees
witwangstaartmeesjes	=	witwangstaartmees
witwangstaartmezen	=	witwangstaartmees
witwangstekelstaart	noun	Schoeniophylax phryganophilus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
witwangstekelstaarten	=	witwangstekelstaart
witwangstekelstaartje	=	witwangstekelstaart
witwangstekelstaartjes	=	witwangstekelstaart
witwangstern	noun	Chlidonias hybrida een vogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini)
witwangsternen	=	witwangstern
witwangsterns	=	witwangstern
witwangsterntje	=	witwangstern
witwangsterntjes	=	witwangstern
witwangstrandplevier	noun	Charadrius dealbatus een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae).
witwangstrandplevieren	=	witwangstrandplevier
witwangstrandpleviertje	=	witwangstrandplevier
witwangstrandpleviertjes	=	witwangstrandplevier
witwangtodietiran	noun	Poecilotriccus albifacies een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
witwangtodietirannen	=	witwangtodietiran
witwangtodietirannetje	=	witwangtodietiran
witwangtodietirannetjes	=	witwangtodietiran
witwangtoerako	noun	Menelikornis leucotis een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's).
witwangtoerako's	=	witwangtoerako
witwangtoerakootje	=	witwangtoerako
witwangtoerakootjes	=	witwangtoerako
witwangwallaby	noun	Macropus parryi een wallaby uit het geslacht Macropus.
witwangwallaby's	=	witwangwallaby
witwangwallaby'tje	=	witwangwallaby
witwangwallaby'tjes	=	witwangwallaby
witwangzanger	noun	Myioborus albifacies een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
witwangzangers	=	witwangzanger
witwangzangertje	=	witwangzanger
witwangzangertjes	=	witwangzanger
witwas	=	witwassen
witwasmiddel	noun	zeep met bleekmiddel in een vorm om kleding en ander textiel in water te reinigen
witwasmiddelen	=	witwasmiddel
witwaspraktijk	noun	geheel van activiteiten die zijn bedoeld om onwettig verkregen geld een schijnbaar legale herkomst te geven
witwaspraktijken	noun	geheel van activiteiten die zijn bedoeld om onwettig verkregen geld een schijnbaar legale herkomst te geven
witwasschen	=	witwassen
witwasse	=	witwassen
witwassen	verb	een kwalijke zaak vergoelijkend trachten voor te stellen
witwassend	=	witwassen
witwassende	=	witwassen
witwasser	noun	iemand die ervoor zorgt dat crimineel geld gebruikt kan worden in de niet criminele wereld
witwassers	=	witwasser
witwast	=	witwassen
witwaste	=	witwassen
witwasten	=	witwassen
witwaswet	noun	Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme
witwerk	noun	meubelen die van wit hout of gewit hout zijn gemaakt
witwerken	=	witwerk
witwerker	noun	iemand die op legale wijze werk verricht
witwerkers	=	witwerker
witwerkertje	=	witwerker
witwerkertjes	=	witwerker
witwortelbreeksteeltje	noun	Conocybe cettoiana een schimmel behorend tot de familie Bolbitiaceae.
witwortelbreeksteeltjes	=	witwortelbreeksteeltje
witz	noun	grappige opmerking
witzadelkathaai	noun	Scyliorhinus hesperius een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
witzadelkathaaien	=	witzadelkathaai
witzadelkathaaitje	=	witzadelkathaai
witzadelkathaaitjes	=	witzadelkathaai
witzen	=	witz
witzijden	adj	gemaakt van zijde met een witte kleur
wjw	=	wajo
wk	noun	een kampioenschap waarin de besten van de wereld het tegen elkaar opnemen
wk's	=	wk
wk'tje	=	wk
wk'tjes	=	wk
wk-loting	noun	het loten hoe de wedstrijden gespeeld gaan worden voorafgaand aan een wereldkampioenschap
wk-lotingen	=	wk-loting
wk-lotinkje	=	wk-loting
wk-lotinkjes	=	wk-loting
wk-shirt	noun	shirt horend bij een wereldkampioenschap
wk-shirts	=	wk-shirt
wk-wedstrijd	noun	een wedstrijd die deel uitmaakt van het wereldkampioenschap
wk-wedstrijden	=	wk-wedstrijd
wk-wedstrijdje	=	wk-wedstrijd
wk-wedstrijdjes	=	wk-wedstrijd
wnr	=	wanneer
wnw	adv	richting tussen west en noordwest
wo	noun	woensdag, de derde dag van de werkweek, na dinsdag en vóór donderdag
wo's	=	wo
wo-opleiding	noun	afkorting van Wetenschappelijk Onderwijs en is een universitaire studie gericht op theorie, diepgaande kennis, kritisch denken en zelfstandig onderzoek.
wo-opleidingen	=	wo-opleiding
wo-opleidinkje	=	wo-opleiding
wo-opleidinkjes	=	wo-opleiding
wob	=	wobben
wobbe	=	wobben
wobbegongs	noun	een familie Orectolobidae van haaien die herkend kunnen worden aan de huidkleppen rond de snuit en het distinctieve kleurenpatroon van donkere zadels en witte ringen op een geel aan groenachtig-bruine ondergrond.
wobben	verb	het indienen van een verzoek om overheidsinformatie openbaar te maken op basis van de voormalige Wet openbaarheid van bestuur (Wob), nu wet Woo
wobbend	=	wobben
wobbende	=	wobben
wobde	=	wobben
wobden	=	wobben
wobt	=	wobben
woch	noun	week
wodka	noun	een heldere, kleurloze en nagenoeg geurloze sterkedrank, gestookt uit uiteenlopende plantaardige grondstoffen
wodka's	=	wodka
wodkaatje	=	wodka
wodkaatjes	=	wodka
wodkafles	noun	een fles waarin wodka zit of daarvoor gemaakt is
wodkaflesje	=	wodkafles
wodkaflesjes	=	wodkafles
wodkaflessen	=	wodkafles
woe	noun	woensdag, de derde dag van de werkweek
woed	=	woeden
woedde	=	woeden
woedden	=	woeden
woede	noun	gevoel van erge kwaadheid
woede-uitbarsting	noun	plotselinge uiting van grote woede
woede-uitbarstingen	=	woede-uitbarsting
woedeaanval	noun	plotselinge heftige kwaadheid
woedeaanvallen	=	woedeaanval
woedeaanvalletje	=	woedeaanval
woedeaanvalletjes	=	woedeaanval
woedebeheersing	noun	de controle van iemands eigen woede
woeden	verb	met veel geweld gepaard gaan
woedend	adj	bijzonder boos, heel erg kwaad
woedende	=	woedend
woedender	=	woedend
woedendere	=	woedend
woedenders	=	woedend
woedends	=	woedend
woedendst	=	woedend
woedendste	=	woedend
woedes	=	woede
woedt	=	woeden
woef	intj	krachtig geluid met korte tussenpozen, zoals een hond dat kan uitstoten
woei	=	waaien
woeie	=	waaien
woeien	=	waaien
woeit	=	waaien
woeker	noun	onwettige of onevenredige hoge winst door misbruik van (de nood van) een ander
woekeraar	noun	iemand die geld uitleent tegen een hoge vergoeding
woekeraars	=	woekeraar
woekeraarster	noun	een vrouwelijke woekeraar
woekeraarsters	=	woekeraarster
woekeraarstertje	=	woekeraarster
woekeraarstertjes	=	woekeraarster
woekeraartje	=	woekeraar
woekeraartjes	=	woekeraar
woekerachtig	adj	lijkend op woeker, de kenmerken van woeker vertonend
woekerachtige	=	woekerachtig
woekerachtigs	=	woekerachtig
woekerde	=	woekeren
woekerden	=	woekeren
woekere	=	woekeren
woekeren	verb	het uiterste voordeel trekken van
woekerend	adj	geneigd om de hard te groeien en uit te breiden
woekerende	=	woekeren
woekerends	=	woekerend
woekergeld	noun	door woeker verkregen geld
woekergelden	=	woekergeld
woekerhandel	noun	handel waarbij overdreven woekerwinsten gemaakt worden
woekerhandeltje	=	woekerhandel
woekerhandeltjes	=	woekerhandel
woekering	noun	iets wat veel te heftig, ongewenst en ongecontroleerd is gegroeid
woekeringen	=	woekering
woekermier	noun	Tetramorium atratulum een mierensoort uit de onderfamilie van de knoopmieren (Myrmicinae).
woekermieren	=	woekermier
woekermiertje	=	woekermier
woekermiertjes	=	woekermier
woekerpensioen	noun	pensioen waar weinig geld overblijft voor de verzekerden omdat de tussenpersonen een veel te hoge beloning ontvangen
woekerpensioenen	=	woekerpensioen
woekerpensioentje	=	woekerpensioen
woekerpensioentjes	=	woekerpensioen
woekerplant	noun	plant die voedsel onttrekt aan een andere plant en groeit ten koste van deze
woekerplanten	=	woekerplant
woekerplantje	=	woekerplant
woekerplantjes	=	woekerplant
woekerpolis	noun	ondoorzichtige levensverzekeringsconstructie waarmee de verzekeringsnemer wordt afgezet voor het bekomen van woekerwinsten
woekerpolisaffaire	noun	affaire die speelt sinds 2006 (en anno 2014 nog steeds niet geheel is afgerond) over gebrekkige voorlichting t.a.v. de kosten bij het afsluiten van beleggingsverzekeringen.
woekerpolisaffaires	=	woekerpolisaffaire
woekerpolisaffairetje	=	woekerpolisaffaire
woekerpolisaffairetjes	=	woekerpolisaffaire
woekerpolisje	=	woekerpolis
woekerpolisjes	=	woekerpolis
woekerpolissen	=	woekerpolis
woekerprijs	noun	onredelijk hoge prijs door woekerwinst
woekerprijsje	=	woekerprijs
woekerprijsjes	=	woekerprijs
woekerprijzen	=	woekerprijs
woekerrente	noun	onbehoorlijk (ongeoorloofd, onwettig) hoge rente
woekerrenten	=	woekerrente
woekerrentes	=	woekerrente
woekert	=	woekeren
woekervlees	noun	wild vlees
woekerwijn	noun	een minderwaardige wijn die verkocht wordt voor een hoge prijs
woekerwijnen	=	woekerwijn
woekerwijntje	=	woekerwijn
woekerwijntjes	=	woekerwijn
woekerwinst	noun	overmatige, ongeoorloofde winst
woekerwinsten	=	woekerwinst
woekerwinstje	=	woekerwinst
woekerwinstjes	=	woekerwinst
woekerzucht	noun	sterke geneigdheid om woekerpraktijken te bedrijven
woel	=	woelen
woela	intj	uitroep ter bekrachtiging van iets
woelachtig	adj	onrustig beweeglijk
woelachtige	=	woelachtig
woelachtiger	=	woelachtig
woelachtigere	=	woelachtig
woelachtigers	=	woelachtig
woelachtigs	=	woelachtig
woelachtigst	=	woelachtig
woelachtigste	=	woelachtig
woelde	=	woelen
woelden	=	woelen
woele	=	woelen
woelen	verb	onrustig bewegen
woelend	=	woelen
woelende	=	woelen
woeler	noun	landbouwwerktuig voor het uitvoeren van een diepe grondbewerking
woelers	=	woeler
woelertje	=	woeler
woelertjes	=	woeler
woelgaren	noun	schiemansgaren
woelgarens	=	woelgaren
woelgeest	noun	onruststoker, oproermaker
woelgeesten	=	woelgeest
woelgeestje	=	woelgeest
woelgeestjes	=	woelgeest
woelhout	noun	knevel
woelhouten	=	woelhout
woelhoutje	=	woelhout
woelhoutjes	=	woelhout
woelig	adj	in onrustige beweging
woelige	=	woelig
woeliger	=	woelig
woeligere	=	woelig
woeligers	=	woelig
woeligheden	=	woeligheid
woeligheid	noun	het woelig zijn.
woeligheidje	=	woeligheid
woeligheidjes	=	woeligheid
woeligs	=	woelig
woeligst	=	woelig
woeligste	=	woelig
woeling	noun	beweging
woelingen	=	woeling
woelinkje	=	woeling
woelinkjes	=	woeling
woelmuis	noun	klein, gravend, muisachtig knaagdier uit de onderfamilie Arvicolinae, met een dikke kop, stompe snuit, korte staart, poten en oren en een stevig lichaam, en dat van plantewortels leeft, zowel vochtige weiden als droge hooglanden bewoont en veel schade aanricht aan gewassen
woelmuisje	=	woelmuis
woelmuizen	noun	Arvicolinae (of soms Microtinae) een onderfamilie van de Cricetidae (hamsters, woelmuizen en muizen en ratten van de Nieuwe Wereld) die voorkomt op het noordelijk halfrond, in het Palearctisch en Nearctisch gebied, in Amerika zuidelijk tot Guatemala, in Azië tot Noord-Myanmar.
woelpoot	noun	ijzeren gereedschap waarmee men de grond kan omwoelen
woelpootje	=	woelpoot
woelpootjes	=	woelpoot
woelpoten	=	woelpoot
woelrat	noun	Arvicola amphibius, een grote halfaquatische woelmuis die zijn gangen in rivieroevers graaft en een goede zwemmer en duiker is
woelratje	=	woelrat
woelratten	noun	een geslacht Arvicola van knaagdieren, dat fossiel bekend is vanaf het pleistoceen.
woelslangen	noun	een familie Aniliidae van slangen
woelt	=	woelen
woelwater	noun	een onrustig, beweeglijk persoon en met name een onrustig kind
woelwaters	=	woelwater
woelwatertje	=	woelwater
woelwatertjes	=	woelwater
woelziek	adj	onrustig, oproerig
woelzieke	=	woelziek
woelzieker	=	woelziek
woelziekere	=	woelziek
woelziekers	=	woelziek
woelzieks	=	woelziek
woelziekst	=	woelziek
woelziekste	=	woelziek
woelzucht	noun	onrustige aard, oproerigheid
woensdag	noun	een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt
woensdagavond	noun	de latere uren van de woensdag	adv	op de avond van de woensdag
woensdagavonden	=	woensdagavond
woensdagavondje	=	woensdagavond
woensdagavondjes	=	woensdagavond
woensdagen	=	woensdag
woensdagje	=	woensdag
woensdagjes	=	woensdag
woensdagmarkt	noun	op woensdag gehouden markt
woensdagmarkten	=	woensdagmarkt
woensdagmiddag	noun	de uren van een woensdag tussen het middaguur en de avond	adv	op de middag van de woensdag
woensdagmiddagen	=	woensdagmiddag
woensdagmiddagje	=	woensdagmiddag
woensdagmiddagjes	=	woensdagmiddag
woensdagmorgen	noun	de uren van een woensdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de morgen van woensdag	adv	in de morgen van de woensdag
woensdagmorgens	=	woensdagmorgen
woensdagmorgentje	=	woensdagmorgen
woensdagmorgentjes	=	woensdagmorgen
woensdagnacht	noun	de nacht van woensdag op donderdag.	adv	in de nacht van de woensdag
woensdagnachten	=	woensdagnacht
woensdagnachtje	=	woensdagnacht
woensdagnachtjes	=	woensdagnacht
woensdagnamiddag	noun	op woensdag de tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de woensdagmiddag
woensdagnamiddagen	=	woensdagnamiddag
woensdagnamiddagje	=	woensdagnamiddag
woensdagnamiddagjes	=	woensdagnamiddag
woensdagochtend	noun	de uren van een woensdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van woensdag	adv	in de ochtend van de woensdag
woensdagochtenden	=	woensdagochtend
woensdagochtendje	=	woensdagochtend
woensdagochtendjes	=	woensdagochtend
woensdags	adj	op de woensdag betrekking hebbend	adv	op woensdagen
woensdagsavonds	adv	geregeld op de avonden van de woensdagen
woensdagsch	=	woensdags
woensdagse	=	woensdags
woensdagsmiddags	adv	geregeld op de middagen van de woensdagen
woensdagsmorgens	adv	geregeld op de ochtenden van de woensdagen
woensdagsnachts	adv	geregeld in de nachten van de woensdagen
woensdagsochtends	adv	geregeld op de ochtenden van de woensdagen
woensdagvoormiddag	noun	op woensdag de tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de woensdagmiddag
woensdagvoormiddagen	=	woensdagvoormiddag
woensdagvoormiddagje	=	woensdagvoormiddag
woensdagvoormiddagjes	=	woensdagvoormiddag
woerd	noun	het mannetje van een eendensoort
woerden	=	woerd
woerdje	=	woerd
woerdjes	=	woerd
woerhaan	noun	mannelijke fazant
woerhaantje	=	woerhaan
woerhaantjes	=	woerhaan
woerhanen	=	woerhaan
woerhen	noun	wijfje van een fazant
woerhennen	=	woerhen
woerhennetje	=	woerhen
woerhennetjes	=	woerhen
woest	adj	onbebouwd, braakliggend	adv	heel ruw en onvoorzichtig
woestaard	noun	iemand zonder enig gevoel voor beschaving of fatsoensnormen
woestaarden	=	woestaard
woestaardje	=	woestaard
woestaardjes	=	woestaard
woeste	=	woest
woesteling	noun	iemand die zich woest en onbehouwen gedraagt
woestelingen	=	woesteling
woestelingetje	=	woesteling
woestelingetjes	=	woesteling
woestenij	noun	een onherbergzaam gebied dat door niemand verzorgd wordt
woestenijen	=	woestenij
woestenijtje	=	woestenij
woestenijtjes	=	woestenij
woester	=	woest
woestere	=	woest
woesters	=	woest
woestheden	=	woestheid
woestheid	noun	van een persoon: het op een ongecontroleerde, wilde manier boos zijn
woestijn	noun	grote dorre vlakte, met weinig neerslag (relatief t.a.v. de daar heersende temperatuur) en weinig vegetatie
woestijnachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van een woestijn
woestijnachtige	=	woestijnachtig
woestijnachtiger	=	woestijnachtig
woestijnachtigere	=	woestijnachtig
woestijnachtigers	=	woestijnachtig
woestijnachtigs	=	woestijnachtig
woestijnachtigst	=	woestijnachtig
woestijnachtigste	=	woestijnachtig
woestijnbewoner	noun	mens, dier of plant die woonachtig is in de woestijn
woestijnbewoners	=	woestijnbewoner
woestijnbewonertje	=	woestijnbewoner
woestijnbewonertjes	=	woestijnbewoner
woestijnbomen	=	woestijnboom
woestijnboom	noun	een boom die zo goed tegen de droogte kan dat hij ook in zeer droge gebieden kan groeien
woestijnboompje	=	woestijnboom
woestijnboompjes	=	woestijnboom
woestijnbraamsluiper	noun	Curruca minula een zangvogel uit de familie van Sylviidae.
woestijnbraamsluipers	=	woestijnbraamsluiper
woestijnbraamsluipertje	=	woestijnbraamsluiper
woestijnbraamsluipertjes	=	woestijnbraamsluiper
woestijnbuideldas	noun	Perameles eremiana een waarschijnlijk uitgestorven buideldas uit het geslacht der spitsneusbuideldassen (Perameles)
woestijnbuideldasje	=	woestijnbuideldas
woestijnbuideldasjes	=	woestijnbuideldas
woestijnbuideldassen	=	woestijnbuideldas
woestijnbuizerd	noun	Parabuteo unicinctus een roofvogel behorend tot de familie acciptridae uit het geslacht Parabuteo.
woestijnbuizerdje	=	woestijnbuizerd
woestijnbuizerdjes	=	woestijnbuizerd
woestijnbuizerds	=	woestijnbuizerd
woestijndal	noun	een lage plaats in een zeer droog gebied
woestijndalen	=	woestijndal
woestijndalletje	=	woestijndal
woestijndalletjes	=	woestijndal
woestijndikhoornschaap	noun	Ovis canadensis nelsoni een ondersoort van het dikhoornschaap (Ovis canadensis).
woestijndikhoornschaapje	=	woestijndikhoornschaap
woestijndikhoornschaapjes	=	woestijndikhoornschaap
woestijndikhoornschapen	=	woestijndikhoornschaap
woestijndikkopje	noun	Muschampia stauderi een vlinder uit de familie van de dikkopjes (Hesperiidae).
woestijndikkopjes	=	woestijndikkopje
woestijndorp	noun	een kleine nederzetting in een zeer droog gebied
woestijndorpen	=	woestijndorp
woestijndorpje	=	woestijndorp
woestijndorpjes	=	woestijndorp
woestijndwerghamster	noun	Phodopus roborovskii knaagdier worden gehouden
woestijndwerghamsters	=	woestijndwerghamster
woestijndwerghamstertje	=	woestijndwerghamster
woestijndwerghamstertjes	=	woestijndwerghamster
woestijnen	=	woestijn
woestijngebied	noun	een gebied met relatief zeer weinig neerslag en daardoor weinig of geen vegetatie
woestijngebieden	=	woestijngebied
woestijngebiedje	=	woestijngebied
woestijngebiedjes	=	woestijngebied
woestijngekko	noun	Pachydactylus rangei een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Gekkonidae
woestijngekko's	=	woestijngekko
woestijngekkootje	=	woestijngekko
woestijngekkootjes	=	woestijngekko
woestijngod	noun	Seth, de Egyptische god van de woestijn
woestijngoden	=	woestijngod
woestijngodje	=	woestijngod
woestijngodjes	=	woestijngod
woestijngoendi	noun	Ctenodactylus vali knaagdier uit de familie van de goendi's (Ctenodactylidae).
woestijngoendi's	=	woestijngoendi
woestijngoendietje	=	woestijngoendi
woestijngoendietjes	=	woestijngoendi
woestijngoudmol	noun	bepaald soort zoogdier, Eremitalpa granti De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Broom in 1907.
woestijngoudmollen	=	woestijngoudmol
woestijngoudmolletje	=	woestijngoudmol
woestijngoudmolletjes	=	woestijngoudmol
woestijngrasmus	noun	Curruca nana een zangvogel uit de familie van Sylviidae.
woestijngrasmusje	=	woestijngrasmus
woestijngrasmusjes	=	woestijngrasmus
woestijngrasmussen	=	woestijngrasmus
woestijnhagedissen	noun	een geslacht Eremias van hagedissen uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
woestijnheidelibel	noun	Sympetrum sinaiticum een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
woestijnheidelibellen	=	woestijnheidelibel
woestijnheidelibelletje	=	woestijnheidelibel
woestijnheidelibelletjes	=	woestijnheidelibel
woestijnheuvel	noun	een hoger gelegen plaats in een zeer droog gebied
woestijnheuvelen	=	woestijnheuvel
woestijnheuvels	=	woestijnheuvel
woestijnheuveltje	=	woestijnheuvel
woestijnheuveltjes	=	woestijnheuvel
woestijnkakkerlak	noun	Arenivaga investigata een insect uit de orde kakkerlakken en de familie Corydiidae.
woestijnkakkerlakje	=	woestijnkakkerlak
woestijnkakkerlakjes	=	woestijnkakkerlak
woestijnkakkerlakken	=	woestijnkakkerlak
woestijnkameleon	noun	Chamaeleo namaquensis een reptiel uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
woestijnkameleonnetje	=	woestijnkameleon
woestijnkameleonnetjes	=	woestijnkameleon
woestijnkameleons	=	woestijnkameleon
woestijnkangoeroegoffer	noun	Dipodomys deserti knaagdier uit de familie van de wangzakmuizen (Heteromyidae).
woestijnkangoeroegoffers	=	woestijnkangoeroegoffer
woestijnkangoeroegoffertje	=	woestijnkangoeroegoffer
woestijnkangoeroegoffertjes	=	woestijnkangoeroegoffer
woestijnkangoeroerat	noun	Caloprymnus campestris een uitgestorven buideldier van de familie van kangoeroeratten (Potoroidae).
woestijnkangoeroeratje	=	woestijnkangoeroerat
woestijnkangoeroeratjes	=	woestijnkangoeroerat
woestijnkangoeroeratten	=	woestijnkangoeroerat
woestijnkat	noun	bepaald soort zoogdier, Felis margarita, een klein roofdier uit de familie der katachtigen (Felidae), dat voorkomt in de woestijngebieden van Noord-Afrika en Zuidwest-Azië, van de Sahara tot Beloetsjistan, Pakistan
woestijnkatje	=	woestijnkat
woestijnkatjes	=	woestijnkat
woestijnkatoenstaartkonijn	noun	Sylvilagus audubonii een zoogdier uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
woestijnkatoenstaartkonijnen	=	woestijnkatoenstaartkonijn
woestijnkatoenstaartkonijntje	=	woestijnkatoenstaartkonijn
woestijnkatoenstaartkonijntjes	=	woestijnkatoenstaartkonijn
woestijnkatten	=	woestijnkat
woestijnklimaat	noun	Zeer droog klimaat
woestijnklimaatje	=	woestijnklimaat
woestijnklimaatjes	=	woestijnklimaat
woestijnklimaten	=	woestijnklimaat
woestijnknobbelzwijn	noun	Phacochoerus aethiopicus een zwijn uit de familie der varkens (Suidae)
woestijnknobbelzwijnen	=	woestijnknobbelzwijn
woestijnknobbelzwijntje	=	woestijnknobbelzwijn
woestijnknobbelzwijntjes	=	woestijnknobbelzwijn
woestijnland	noun	een soevereine staat [A] die geheel of gedeeltelijk in een woestijn gelegen is
woestijnlanden	=	woestijnland
woestijnlandje	=	woestijnland
woestijnlandjes	=	woestijnland
woestijnlandschap	noun	een landschap waar een woestijn is gelegen of wat hier op lijkt
woestijnlandschapje	=	woestijnlandschap
woestijnlandschapjes	=	woestijnlandschap
woestijnlandschappen	=	woestijnlandschap
woestijnleeuwerik	noun	Ammomanes deserti een vogel van stenige woestijnen
woestijnleeuweriken	noun	een geslacht Ammomanes van zangvogels uit de familie Alaudidae (leeuweriken)
woestijnleeuwerikje	=	woestijnleeuwerik
woestijnleeuwerikjes	=	woestijnleeuwerik
woestijnleguaan	noun	Dipsosaurus dorsalis een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae)
woestijnleguaantje	=	woestijnleguaan
woestijnleguaantjes	=	woestijnleguaan
woestijnleguanen	=	woestijnleguaan
woestijnmus	noun	Passer simplex een zangvogel uit de familie van mussen (Passeridae).
woestijnmusje	=	woestijnmus
woestijnmusjes	=	woestijnmus
woestijnmussen	=	woestijnmus
woestijnnacht	noun	het koude donkere deel van de dag in een zeer droog gebied
woestijnnachten	=	woestijnnacht
woestijnnachthagedis	noun	Xantusia vigilis een hagedis uit de familie nachthagedissen (Xantusiidae)
woestijnnachthagedisje	=	woestijnnachthagedis
woestijnnachthagedisjes	=	woestijnnachthagedis
woestijnnachthagedissen	=	woestijnnachthagedis
woestijnnachtje	=	woestijnnacht
woestijnnachtjes	=	woestijnnacht
woestijnoehoe	noun	Bubo ascalaphus een oehoe uit de familie Strigidae.
woestijnoehoes	=	woestijnoehoe
woestijnoehoetje	=	woestijnoehoe
woestijnoehoetjes	=	woestijnoehoe
woestijnoeverlibel	noun	Orthetrum ransonnetii een echte libel uit de familie van de korenbouten (Libellulidae).
woestijnoeverlibellen	=	woestijnoeverlibel
woestijnoeverlibelletje	=	woestijnoeverlibel
woestijnoeverlibelletjes	=	woestijnoeverlibel
woestijnpaapje	noun	Saxicola macrorhynchus een vogel uit de familie vliegenvangers.
woestijnpaapjes	=	woestijnpaapje
woestijnpas	noun	een lange wandelpas
woestijnpassen	=	woestijnpas
woestijnplevier	noun	Charadrius leschenaultii een waadvogel uit de familie van plevieren (Charadriidae)
woestijnplevieren	=	woestijnplevier
woestijnpleviertje	=	woestijnplevier
woestijnpleviertjes	=	woestijnplevier
woestijnraaf	noun	Corvus cryptoleucus een vogel uit de familie van de kraaiachtigen.
woestijnraafje	=	woestijnraaf
woestijnraafjes	=	woestijnraaf
woestijnrally	noun	rally die gehouden wordt in een woestijn
woestijnrally's	=	woestijnrally
woestijnrat	noun	zoogdier uit de onderfamilie Gerbillinae van de knaagdierenfamilie Muridae, die daarnaast ook onder andere de muizen en ratten van de Oude Wereld (Murinae) omvat.
woestijnratje	=	woestijnrat
woestijnratjes	=	woestijnrat
woestijnratten	noun	Gerbillinae onderfamilie van de knaagdierenfamilie Muridae, die daarnaast ook onder andere de muizen en ratten van de Oude Wereld (Murinae) omvat.
woestijnraven	=	woestijnraaf
woestijnreiziger	noun	iemand die door hete, dorre, droge gebieden trekt
woestijnreizigers	=	woestijnreiziger
woestijnrenhagedis	noun	Aspidoscelis uniparens een reptiel uit de familie tejuhagedissen (Teiidae)
woestijnrenhagedisje	=	woestijnrenhagedis
woestijnrenhagedisjes	=	woestijnrenhagedis
woestijnrenhagedissen	=	woestijnrenhagedis
woestijnroos	noun	Adenium obesum een plant uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae).
woestijnroosje	=	woestijnroos
woestijnroosjes	=	woestijnroos
woestijnrozen	=	woestijnroos
woestijnschijnpaapje	noun	Ashbyia lovensis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
woestijnschijnpaapjes	=	woestijnschijnpaapje
woestijnschildpad	noun	Gopherus agassizii een schildpad uit de familie landschildpadden (Testudinidae).
woestijnschildpadden	=	woestijnschildpad
woestijnschildpadje	=	woestijnschildpad
woestijnschildpadjes	=	woestijnschildpad
woestijnslaapmuis	noun	Selevinia betpakdalaensis een zoogdier uit de familie van de slaapmuizen (Gliridae).
woestijnslaapmuisje	=	woestijnslaapmuis
woestijnslaapmuisjes	=	woestijnslaapmuis
woestijnslaapmuizen	=	woestijnslaapmuis
woestijnsnuffel	noun	Enallagma deserti een libellensoort uit de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae).
woestijnsnuffels	=	woestijnsnuffel
woestijnsnuffeltje	=	woestijnsnuffel
woestijnsnuffeltjes	=	woestijnsnuffel
woestijnspekvreter	noun	Emarginata tractrac een kleine zangvogel uit de familie van de vliegenvangers (Muscicapidae) en de onderfamilie saxicolinae (tapuiten)
woestijnspekvreters	=	woestijnspekvreter
woestijnspekvretertje	=	woestijnspekvreter
woestijnspekvretertjes	=	woestijnspekvreter
woestijnspotlijster	noun	Toxostoma lecontei een vogelsoort uit de familie mimidae.
woestijnspotlijsters	=	woestijnspotlijster
woestijnspotlijstertje	=	woestijnspotlijster
woestijnspotlijstertjes	=	woestijnspotlijster
woestijnsprinkhaan	noun	Schistocerca gregaria een insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae).
woestijnsprinkhaantje	=	woestijnsprinkhaan
woestijnsprinkhaantjes	=	woestijnsprinkhaan
woestijnsprinkhanen	=	woestijnsprinkhaan
woestijnstad	noun	stad die gelegen is in de woestijn
woestijnstadje	=	woestijnstad
woestijnstadjes	=	woestijnstad
woestijnsteden	=	woestijnstad
woestijntapuit	noun	Oenanthe deserti een zangvogel uit de familie Muscicapidae (Vliegenvangers)
woestijntapuiten	=	woestijntapuit
woestijntapuitje	=	woestijntapuit
woestijntapuitjes	=	woestijntapuit
woestijnteju's	noun	een geslacht Dicrodon van hagedissen die behoren tot de familie tejuhagedissen (Teiidae)
woestijntje	=	woestijn
woestijntjes	=	woestijn
woestijnvalk	noun	Falco concolor een middelgrote valk die broedt van Noordoost-Afrika tot Pakistan en overwintert in zuidelijk Afrika.
woestijnvalken	=	woestijnvalk
woestijnvalkje	=	woestijnvalk
woestijnvalkjes	=	woestijnvalk
woestijnvaraan	noun	Varanus griseus een hagedis uit de familie varanen (Varanidae).
woestijnvaraantje	=	woestijnvaraan
woestijnvaraantjes	=	woestijnvaraan
woestijnvaranen	=	woestijnvaraan
woestijnvink	noun	Bucanetes githagineus een kleine zangvogel in de familie der vinkachtigen
woestijnvinken	noun	een geslacht Bucanetes van zangvogels uit de vinkachtigen (Fringillidae)
woestijnvinkje	=	woestijnvink
woestijnvinkjes	=	woestijnvink
woestijnvorming	noun	het uitbreiden van bestaande of ontstaan van nieuwe woestijngebieden
woestijnvormingen	=	woestijnvorming
woestijnvos	noun	Fennecus zerda (Vulpes zerda) een vos die voorkomt in de woestijnen van Afrika en het Arabisch Schiereiland.
woestijnvosje	=	woestijnvos
woestijnvosjes	=	woestijnvos
woestijnvossen	=	woestijnvos
woestijnwimperspitsmuis	noun	Crocidura smithii insecteneter uit de familie van de spitsmuizen (Soricidae).
woestijnwimperspitsmuisje	=	woestijnwimperspitsmuis
woestijnwimperspitsmuisjes	=	woestijnwimperspitsmuis
woestijnwimperspitsmuizen	=	woestijnwimperspitsmuis
woestijnwind	noun	de wind die waait in een woestijn
woestijnwinden	=	woestijnwind
woestijnwindje	=	woestijnwind
woestijnwindjes	=	woestijnwind
woestijnzand	noun	zand in of afkomstig van een woestijn
woestijnzanden	=	woestijnzand
woestijnzon	noun	de felle zon die schijnt in een woestijn
woestijnzonnen	=	woestijnzon
woestijnzonnetje	=	woestijnzon
woestijnzonnetjes	=	woestijnzon
woests	=	woest
woestst	=	woest
woestste	=	woest
woge	=	wegen
wogen	=	wegen
woiwod	=	woiwode
woiwode	noun	titel voor bestuurder of legeraanvoerder in Slavische gebieden
woiwoden	=	woiwode
woiwodschap	noun	naam voor bepaalde bestuurlijke gebieden in Polen en vroeger ook in andere delen van Oost-Europa
woiwodschapje	=	woiwodschap
woiwodschapjes	=	woiwodschap
woiwodschappen	=	woiwodschap
wojewoda	=	woiwode
wojewode	=	woiwode
wok	noun	ronde pan die wordt gebruikt in de oosterse keuken, vooral om te roerbakken
wokakkoord	noun	akkoord tussen de overheid en Aziatische horecaondernemingen waarbij veel Aziatische koks een werkvergunning krijgen en de Aziatische restaurant veel Nederlandse koks gaan opleiden
wokakkoorden	=	wokakkoord
wokakkoordje	=	wokakkoord
wokakkoordjes	=	wokakkoord
wokborstel	noun	keukengerei dat wordt gebruikt om een wok schoon te maken
wokborstels	=	wokborstel
wokborsteltje	=	wokborstel
wokborsteltjes	=	wokborstel
woke	noun	beweging van mensen die zich bewust zijn van maatschappelijk onrecht	adj	bewust van maatschappelijk onrecht
woker	=	woke
wokere	=	woke
wokers	=	woke
wokes	=	woke
wokest	=	woke
wokeste	=	woke
wokewashing	noun	het zich meer maatschappelijk betrokken voordoen dan men werkelijk is
wokie	noun	iemand die al te alert is op maatschappelijke misstanden zoals discriminatie en racisme
wokies	=	wokie
wokisme	noun	neiging om maatschappelijke problemen vooral te zien als tegenstelling tussen (vooral blanke, heteronormatieve en/of mannelijke) onderdrukkers en hun (zwarte, gekleurde, lhbti+ en/of vrouwelijke) slachtoffers en liefst op te lossen door mensen vanuit die invalshoek een etiket te geven
wokje	=	wok
wokjes	=	wok
wokke	=	wokken
wokkel	noun	spiraal vormig zoutje
wokkels	=	wokkel
wokken	verb	roerbakken in een komvormige metalen pan
wokkend	=	wokken
wokkende	=	wokken
wokpit	noun	grote pit op een gasfornuis waarop een wok kan staan
wokpitje	=	wokpit
wokpitjes	=	wokpit
wokpitten	=	wokpit
wokrestaurant	noun	restaurant met een Aziatische keuken waarin veel gerechten in het bijzijn van de gasten worden klaargemaakt in een wok of wadjan
wokrestaurantje	=	wokrestaurant
wokrestaurantjes	=	wokrestaurant
wokrestaurants	=	wokrestaurant
woks	=	wok
wokt	=	wokken
wokte	=	wokken
wokten	=	wokken
wol	noun	weefsel van wollen garens
wolaap	noun	Lagothrix soort uit een geslacht van de grote boombewonende familie grijpstaartapen (Atelidae).
wolaapje	=	wolaap
wolaapjes	=	wolaap
wolachtig	adj	een materiaal dat lijkt op wol maar het niet per se hoeft te zijn
wolachtige	=	wolachtig
wolachtiger	=	wolachtig
wolachtigere	=	wolachtig
wolachtigers	=	wolachtig
wolachtigs	=	wolachtig
wolachtigst	=	wolachtig
wolachtigste	=	wolachtig
wolapen	noun	Lagothrix een geslacht van de grote boombewonende familie grijpstaartapen (Atelidae).
wolbaal	noun	stapel los of bijeengebonden wol
wolbaaltje	=	wolbaal
wolbaaltjes	=	wolbaal
wolbalen	=	wolbaal
wolbij	noun	Anthidium geslacht van langtongige bijen waarvan het wijfje haar cellen met bladwol bekleedt
wolbijen	noun	een geslacht Anthidium van vliesvleugelige insecten uit de familie Megachilidae
wolbijtje	=	wolbij
wolbijtjes	=	wolbij
wolboer	noun	schapenhouder die de schapen voor de wol houdt
wolboeren	=	wolboer
wolboertje	=	wolboer
wolboertjes	=	wolboer
wolbomen	=	wolboom
wolboom	noun	boom waarvan men het zaadpluis tot een wolachtige stof verwerkt
wolboompje	=	wolboom
wolboompjes	=	wolboom
woldragend	adj	een dier of dierensoort dat een wollen vacht heeft
woldragende	=	woldragend
woldragends	=	woldragend
wolf	noun	bepaald zoogdier, Canis lupus, dat in groepen jaagt en voorkomt op het noordelijk halfrond
wolfabriek	noun	een fabriek waarin wol en/of wollen kleding geproduceerd wordt
wolfabrieken	=	wolfabriek
wolfabriekje	=	wolfabriek
wolfabriekjes	=	wolfabriek
wolfachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een wolf
wolfachtige	=	wolfachtig
wolfachtiger	=	wolfachtig
wolfachtigere	=	wolfachtig
wolfachtigers	=	wolfachtig
wolfachtigs	=	wolfachtig
wolfachtigst	=	wolfachtig
wolfachtigste	=	wolfachtig
wolfdak	noun	een zadeldak met aan de korte zijden afgeschuinde vlakken
wolfdaken	=	wolfdak
wolfdakje	=	wolfdak
wolfdakjes	=	wolfdak
wolfharing	noun	Chirocentrus dorab een straalvinnige vissensoort uit de familie van de wolfsharingen (Chirocentridae).
wolfharingen	=	wolfharing
wolfharinkje	=	wolfharing
wolfharinkjes	=	wolfharing
wolfijzer	noun	klem voor het vangen van een wolf
wolfijzers	=	wolfijzer
wolfje	=	wolf
wolfjes	=	wolf
wolfraam	noun	scheikundig element met symbool W en atoomnummer 74. Het is een grijswit overgangsmetaal
wolfraamatomen	=	wolfraamatoom
wolfraamatoom	noun	een atoom van het chemisch element wolfraam.
wolfraamatoompje	=	wolfraamatoom
wolfraamatoompjes	=	wolfraamatoom
wolfraamstaal	noun	staal met een kleine hoeveelheid wolfraam waardoor het staal harder is dan gewoon staal
wolfram	noun	wolfraam
wolframiet	noun	wolfraamerts
wolframstaal	noun	staal met een kleine hoeveelheid wolfraam waardoor het staal harder is dan gewoon staal
wolframstalen	=	wolframstaal
wolfsangel	noun	een val om wolven te vangen
wolfsangels	=	wolfsangel
wolfsbalk	noun	de bovenste regel van het trapbint van de kop van een wipmolen
wolfsbalken	=	wolfsbalk
wolfsboleet	noun	Rubroboletus lupinus een paddenstoel uit de familie Boletaceae.
wolfsboleetje	=	wolfsboleet
wolfsboleetjes	=	wolfsboleet
wolfsboleten	=	wolfsboleet
wolfsdak	noun	een zadeldak met aan de korte zijden afgeschuinde vlakken
wolfsdaken	=	wolfsdak
wolfsdakje	=	wolfsdak
wolfsdakjes	=	wolfsdak
wolfseind	noun	afgeschuinde uiteinde van een zadeldak
wolfseinde	noun	het afgeschuinde uiteinde van een zadeldak
wolfseinden	=	wolfseind
wolfsharingen	noun	een familie Chirocentridae van straalvinnige vissen uit de orde van haringachtigen (Clupeiformes)
wolfshond	noun	honden die gefokt zijn om op wolven te jagen
wolfshonden	=	wolfshond
wolfshondje	=	wolfshond
wolfshondjes	=	wolfshond
wolfshonger	noun	een zeer grote honger hebben
wolfshuid	noun	de huid van een wolf die o.a. in de bontindustrie wordt gebruikt
wolfshuiden	=	wolfshuid
wolfskardinaalbaars	noun	Cheilodipterus artus een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
wolfskardinaalbaarsje	=	wolfskardinaalbaars
wolfskardinaalbaarsjes	=	wolfskardinaalbaars
wolfskardinaalbaarzen	=	wolfskardinaalbaars
wolfskers	noun	Atropa belladonna plant waarvan vooral de bessen zeer giftig zijn die echter in geringe dosering medische toepassingen heeft
wolfskersaardvlo	noun	Epitrix atropae een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
wolfskersaardvlooien	=	wolfskersaardvlo
wolfskersaardvlooitje	=	wolfskersaardvlo
wolfskersaardvlooitjes	=	wolfskersaardvlo
wolfskersen	=	wolfskers
wolfskersje	=	wolfskers
wolfskind	noun	mensenkind dat in de wildernis door wolven opgevoed wordt
wolfskinderen	=	wolfskind
wolfskindertjes	=	wolfskind
wolfskindje	=	wolfskind
wolfskindjes	=	wolfskind
wolfsklauw	noun	sporenplant van het geslacht Lycopodium
wolfsklauwachtig	adj	behorend tot de klasse Lycopodiopsida, die wolfsklauwen en biesvarens omvat
wolfsklauwachtige	noun	benaming voor planten uit de klasse Lycopodiopsida
wolfsklauwachtigen	noun	klasse Lycopodiopsida die wolfsklauwen en biesvarens omvat
wolfsklauwachtigs	=	wolfsklauwachtig
wolfsklauwen	=	wolfsklauw
wolfsklauwfamilie	noun	een plantenfamilie Lycopodiaceae uit de orde Lycopodiales
wolfsklauwfamilietje	=	wolfsklauwfamilie
wolfsklauwfamilietjes	=	wolfsklauwfamilie
wolfsklauwpoeder	noun	bestaat uit de sporen van de wolfsklauw.
wolfsklauwtje	=	wolfsklauw
wolfsklauwtjes	=	wolfsklauw
wolfsklem	noun	een klem waarmee men wolven, beren, bevers en pelsdieren kan vangen, de klem houdt een poot vast maar doodt het dier niet direct
wolfsklemmen	=	wolfsklem
wolfskuil	noun	kuil die men gebruikt voor het vangen van wolven
wolfskuilen	=	wolfskuil
wolfsmaand	noun|obsolete	deel van het jaar met scherpe kou, in het bijzonder december, ook wel gebruikt voor november of januari
wolfsmaanden	=	wolfsmaand
wolfsmelk	noun	benaming voor planten met saprijke stengels uit het geslacht Euphorbia, een groot en divers plantengeslacht in de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae)
wolfsmelk-anjerroest	noun	Uromyces dianthi een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae.
wolfsmelk-anjerroesten	=	wolfsmelk-anjerroest
wolfsmelk-anjerroestje	=	wolfsmelk-anjerroest
wolfsmelk-anjerroestjes	=	wolfsmelk-anjerroest
wolfsmelkachtig	adj	behorend tot de familie van de wolfsmelkachtigen
wolfsmelkachtige	=	wolfsmelkachtig
wolfsmelkachtiger	=	wolfsmelkachtig
wolfsmelkachtigere	=	wolfsmelkachtig
wolfsmelkachtigers	=	wolfsmelkachtig
wolfsmelkachtigs	=	wolfsmelkachtig
wolfsmelkachtigst	=	wolfsmelkachtig
wolfsmelkachtigste	=	wolfsmelkachtig
wolfsmelkbladroller	noun	Lobesia euphorbiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
wolfsmelkbladrollers	=	wolfsmelkbladroller
wolfsmelkbladrollertje	=	wolfsmelkbladroller
wolfsmelkbladrollertjes	=	wolfsmelkbladroller
wolfsmelkfamilie	noun	een familie Euphorbiaceae van tweezaadlobbige planten.
wolfsmelkfamilies	=	wolfsmelkfamilie
wolfsmelkfamilietje	=	wolfsmelkfamilie
wolfsmelkfamilietjes	=	wolfsmelkfamilie
wolfsmelkgraafwants	noun	Cydnus aterrimus een wants uit de familie graafwantsen (Cydnidae).
wolfsmelkgraafwantsen	=	wolfsmelkgraafwants
wolfsmelkgraafwantsje	=	wolfsmelkgraafwants
wolfsmelkgraafwantsjes	=	wolfsmelkgraafwants
wolfsmelkkapselgalmug	noun	Dasineura capsulae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wolfsmelkkapselgalmuggen	=	wolfsmelkkapselgalmug
wolfsmelkkapselgalmuggetjes	=	wolfsmelkkapselgalmug
wolfsmelkkapselgalmugje	=	wolfsmelkkapselgalmug
wolfsmelknetwants	noun	Oncochila simplex een wants die behorend tot netwantsen.
wolfsmelknetwantsen	=	wolfsmelknetwants
wolfsmelknetwantsje	=	wolfsmelknetwants
wolfsmelknetwantsjes	=	wolfsmelknetwants
wolfsmelkpijlstaart	noun	Hyles euphorbiae een vlinder uit de familie pijlstaarten (Sphingidae).
wolfsmelkpijlstaarten	=	wolfsmelkpijlstaart
wolfsmelkpijlstaartje	=	wolfsmelkpijlstaart
wolfsmelkpijlstaartjes	=	wolfsmelkpijlstaart
wolfsmelkroest	noun	Melampsora euphorbiae een paddenstoel uit de familie Melampsoraceae.
wolfsmelkroesten	=	wolfsmelkroest
wolfsmelkroestje	=	wolfsmelkroest
wolfsmelkroestjes	=	wolfsmelkroest
wolfsmelkrozetgalmug	noun	Spurgia euphorbiae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
wolfsmelkrozetgalmuggen	=	wolfsmelkrozetgalmug
wolfsmelkrozetgalmuggetjes	=	wolfsmelkrozetgalmug
wolfsmelkrozetgalmugje	=	wolfsmelkrozetgalmug
wolfsmelkuil	noun	Acronicta euphorbiae een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
wolfsmelkuilen	=	wolfsmelkuil
wolfsmelkuiltje	=	wolfsmelkuil
wolfsmelkuiltjes	=	wolfsmelkuil
wolfsmelkwespvlinder	noun	Chamaesphecia tenthrediniformis een vlinder uit de familie wespvlinders (Sesiidae).
wolfsmelkwespvlinders	=	wolfsmelkwespvlinder
wolfsmelkwespvlindertje	=	wolfsmelkwespvlinder
wolfsmelkwespvlindertjes	=	wolfsmelkwespvlinder
wolfsmond	noun	kaakafwijking
wolfsmonden	=	wolfsmond
wolfsmuil	noun	de bek van een wolf
wolfsmuilen	=	wolfsmuil
wolfspin	noun	Pardosa amentata een spinnensoort die behoort tot de familie wolfspinnen (Lycosidae)
wolfspinnen	noun	een familie Lycosidae van spinnen.
wolfspinnetje	=	wolfspin
wolfspinnetjes	=	wolfspin
wolfspoot	noun	Lycopus europaeus een overblijvende, waterminnende plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
wolfspootje	=	wolfspoot
wolfspootjes	=	wolfspoot
wolfspootlichtmot	noun	Psammotis pulveralis een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae)
wolfspootlichtmotje	=	wolfspootlichtmot
wolfspootlichtmotjes	=	wolfspootlichtmot
wolfspootlichtmotten	=	wolfspootlichtmot
wolfspootoogklepmot	noun	Pseudopostega auritella een vlinder uit de familie oogklepmotten (Opostegidae).
wolfspootoogklepmotje	=	wolfspootoogklepmot
wolfspootoogklepmotjes	=	wolfspootoogklepmot
wolfspootoogklepmotten	=	wolfspootoogklepmot
wolfspootuitbreekkommetje	noun	Pyrenopeziza lycopincola een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae.
wolfspootuitbreekkommetjes	=	wolfspootuitbreekkommetje
wolfspoten	=	wolfspoot
wolfsslangen	noun	een geslacht Lycophidion van slangen uit de familie Lamprophiidae
wolfstand	noun	de tand van een wolf
wolfstanden	=	wolfstand
wolfstandje	=	wolfstand
wolfstandjes	=	wolfstand
wolfstandslangen	noun	een geslacht Lycodon van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae
wolfsuur	noun	het uur voor de dageraad, waarin droom en realiteit zich met elkaar vermengen
wolfsvel	noun	vacht van een wolf
wolfsvellen	=	wolfsvel
wolfwerend	adj	van een afrastering, hekwerk of andere maatregel dat het zo is ontworpen dat het wolven effectief buitenhoudt en voorkomt dat zij vee (zoals schapen) aanvallen
wolfwerende	=	wolfwerend
wolfwerender	=	wolfwerend
wolfwerendere	=	wolfwerend
wolfwerenders	=	wolfwerend
wolfwerends	=	wolfwerend
wolfwerendst	=	wolfwerend
wolfwerendste	=	wolfwerend
wolgazander	noun	Sander volgensis een straalvinnige vissensoort uit de familie der echte baarzen (Percidae).
wolgazanders	=	wolgazander
wolgazandertje	=	wolgazander
wolgazandertjes	=	wolgazander
wolgoed	noun	het geheel van wollen kleding en andere wollen materialen
wolgras	noun	een grassengeslacht uit de cypergrassenfamilie
wolgrassen	=	wolgras
wolhaar	noun	haar waarvan wol gemaakt is; haar waarvan men wol kan maken
wolhandel	noun	het geheel van de aankoop en verkoop van wol en wollen producten
wolhandelaar	noun	handelaar in wol
wolhandelaars	=	wolhandelaar
wolhandelaartje	=	wolhandelaar
wolhandelaartjes	=	wolhandelaar
wolhandelaren	=	wolhandelaar
wolhandkrab	noun	een krabbensoort die zich kenmerkt door behaarde klauwen die op wollen handschoenen lijken
wolhandkrabben	=	wolhandkrab
wolhandkrabbetje	=	wolhandkrab
wolhandkrabbetjes	=	wolhandkrab
wolhandkrabje	=	wolhandkrab
wolhandkrabjes	=	wolhandkrab
wolharen	=	wolhaar
wolharig	adj	met wollig haar
wolharige	=	wolharig
wolhariger	=	wolharig
wolharigere	=	wolharig
wolharigers	=	wolharig
wolharigs	=	wolharig
wolharigst	=	wolharig
wolharigste	=	wolharig
wolhyniakoorts	noun	middelmatig gevaarlijke infectieziekte door besmetting met de bacterie Bartonella quintana die wordt overgedragen door kleerluizen Pediculus humanus humanus
wolhyniakoortsen	=	wolhyniakoorts
wolhyniakoortsje	=	wolhyniakoorts
wolhyniakoortsjes	=	wolhyniakoorts
wolindustrie	noun	tak van de industrie die wol en wolproducten fabriceert
wolindustrieën	=	wolindustrie
wolk	noun	samenhangende verzameling van merendeels zwevende waterdruppeltjes
wolkaarde	noun	een kam waarmee wolwevers de vezels van de wol ontrafelen en evenwijdig leggen
wolkaarden	=	wolkaarde
wolkaarder	noun	iemand die wol kamt
wolkaarders	=	wolkaarder
wolkaardertje	=	wolkaarder
wolkaardertjes	=	wolkaarder
wolkaardes	=	wolkaarde
wolkachtig	adj	lijkend op of eigenschappen hebbend van een wolk
wolkachtige	=	wolkachtig
wolkachtiger	=	wolkachtig
wolkachtigere	=	wolkachtig
wolkachtigers	=	wolkachtig
wolkachtigs	=	wolkachtig
wolkachtigst	=	wolkachtig
wolkachtigste	=	wolkachtig
wolkam	noun	een kam waarmee wolwevers de vezels van de wol ontrafelen en evenwijdig leggen
wolkammen	=	wolkam
wolkammer	noun	iemand die wol kamt
wolkammers	=	wolkammer
wolkammertje	=	wolkammer
wolkammertjes	=	wolkammer
wolkammetje	=	wolkam
wolkammetjes	=	wolkam
wolkbreuk	noun	zeer heftige stortbui die tot overstroming leidt
wolkbreuken	=	wolkbreuk
wolkbreukje	=	wolkbreuk
wolkeloos	adj	zonder wolken, helder (van de hemel)
wolkeloost	=	wolkeloos
wolkelooste	=	wolkeloos
wolkeloze	=	wolkeloos
wolkelozer	=	wolkeloos
wolkelozere	=	wolkeloos
wolkelozers	=	wolkeloos
wolken	=	wolk
wolkenbank	noun	een brede en platte laag wolken
wolkenbanken	=	wolkenbank
wolkenbasis	noun	de onderzijde van de wolken
wolkendek	noun	aaneengesloten bewolking over de gehele hemel
wolkendeken	noun	een aaneengesloten laag wolken
wolkendekje	=	wolkendek
wolkendekjes	=	wolkendek
wolkendekken	=	wolkendek
wolkenformatie	noun	het geheel van verschillende wolken samen
wolkenformaties	=	wolkenformatie
wolkengeslacht	noun	onderdeel van een internationaal systeem om wolken te classificeren naar eigenschap volgens de internationale wolkenclassificatie
wolkengeslachten	=	wolkengeslacht
wolkenhemel	noun	hemel waaraan zich wolken bevinden
wolkenhemels	=	wolkenhemel
wolkenhemeltje	=	wolkenhemel
wolkenhemeltjes	=	wolkenhemel
wolkenkrabber	noun	een zeer hoog gebouw dat met bewolkt weer zichtbaar in de wolken kan steken
wolkenkrabbers	=	wolkenkrabber
wolkenkrabbertje	=	wolkenkrabber
wolkenkrabbertjes	=	wolkenkrabber
wolkenlaag	noun	aaneengesloten bewolking over de gehele hemel
wolkenlaagje	=	wolkenlaag
wolkenlaagjes	=	wolkenlaag
wolkenlagen	=	wolkenlaag
wolkenloos	=	wolkeloos
wolkenlucht	noun	een lucht waarin meerdere wolken te zien zijn
wolkenluchten	=	wolkenlucht
wolkenluchtje	=	wolkenlucht
wolkenluchtjes	=	wolkenlucht
wolkenpak	noun	aaneengesloten laag wolken
wolkenpakje	=	wolkenpak
wolkenpakjes	=	wolkenpak
wolkenpakken	=	wolkenpak
wolkenpartij	noun	een groep wolken die samen een homogeen geheel vormen
wolkenpartijen	=	wolkenpartij
wolkenpartijtje	=	wolkenpartij
wolkenpartijtjes	=	wolkenpartij
wolkenpatronen	=	wolkenpatroon
wolkenpatroon	noun	verdeling van wolken in de atmosfeer
wolkenveld	noun	afwisselend volledige bewolking en volledige zonneschijn gemiddeld zonneschijnpercentage is 20-60%, er wordt ook wel gesproken van perioden met zon
wolkenvelden	=	wolkenveld
wolkenveldje	=	wolkenveld
wolkenveldjes	=	wolkenveld
wolkever	noun	Lagria hirta een kever die behoort tot de onderfamilie wolkevers (Lagriinae) in de familie zwartlijven (Tenebrionidae)
wolkevers	=	wolkever
wolkevertje	=	wolkever
wolkevertjes	=	wolkever
wolkgevaarte	noun	een zeer grote wolk
wolkgevaarten	=	wolkgevaarte
wolkgevaartes	=	wolkgevaarte
wolkig	adj	lijkend op wolken; de wattige structuur van wolken hebbend
wolkige	=	wolkig
wolkiger	=	wolkig
wolkigere	=	wolkig
wolkigers	=	wolkig
wolkigs	=	wolkig
wolkigst	=	wolkig
wolkigste	=	wolkig
wolkje	=	wolk
wolkjes	=	wolk
wolkkolom	noun	een pilaar van wolken of rook (als teken van Gods aanwezigheid)
wolkkolommen	=	wolkkolom
wolkloos	adj|poetic	met een blauwe hemel, zonder wolken
wolkloze	=	wolkloos
wolkrab	noun	Dromia personata een krab uit de familie Dromiidae (wolkrabben).
wolkrabben	noun	Dromiidae een familie uit de infraorde krabben (Brachyura).
wolkrabbetje	=	wolkrab
wolkrabbetjes	=	wolkrab
wolla	=	wollah
wollah	intj	bij Allah, echt waar! ik zweer het je!
wollegras	noun	een geslacht Eriophorum uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae) met circa 25 soorten
wollegrasje	=	wollegras
wollegrasjes	=	wollegras
wollegrasmineermot	noun	Elachista kilmunella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
wollegrasmineermotje	=	wollegrasmineermot
wollegrasmineermotjes	=	wollegrasmineermot
wollegrasmineermotten	=	wollegrasmineermot
wollegrassen	=	wollegras
wollegrasuil	noun	Celaena haworthii een vlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae)
wollegrasuilen	=	wollegrasuil
wollegrasuiltje	=	wollegrasuil
wollegrasuiltjes	=	wollegrasuil
wollemipijnbomen	=	wollemipijnboom
wollemipijnboom	noun	Wollemia nobilis een in 1994 ontdekte boom uit de slangendenfamilie (Araucariaceae).
wollemipijnboompje	=	wollemipijnboom
wollemipijnboompjes	=	wollemipijnboom
wollen	adj	gemaakt van wol
wolletje	=	wol
wolletjes	=	wol
wollig	adj	aanvoelend als wol
wollige	=	wollig
wolliger	=	wollig
wolligere	=	wollig
wolligers	=	wollig
wolligheden	=	wolligheid
wolligheid	noun	de mate waarin men omfloerst spreekt
wolligs	=	wollig
wolligst	=	wollig
wolligste	=	wollig
wolluis	noun	Pseudococcidae bladluis zonder gepantserde rug, die een wollig geheel van wasdraden uit kunnen scheiden
wolluizen	noun	Pseudococcidae een familie van kleine, halfvleugelige insecten die voornamelijk leven in warme, vochtige omgevingen.
wolmaki	noun	zoogdier uit het geslacht Avahi uit de familie indriachtigen (Indriidae).
wolmaki's	noun	een geslacht Avahi uit de familie indriachtigen (Indriidae).
wolmakietje	=	wolmaki
wolmakietjes	=	wolmaki
wolmaniseer	=	wolmaniseren
wolmaniseerde	=	wolmaniseren
wolmaniseerden	=	wolmaniseren
wolmaniseert	=	wolmaniseren
wolmanisere	=	wolmaniseren
wolmaniseren	verb	hout inpregneren met een oplossing die koper, arseen en chroom gevat
wolmaniserend	=	wolmaniseren
wolmaniserende	=	wolmaniseren
wolmarkt	noun	een markt waarop wol verhandeld wordt
wolmarkten	=	wolmarkt
wolmarktje	=	wolmarkt
wolmarktjes	=	wolmarkt
wolmuis	noun	zoogdier uit de familie Chinchillidae van Zuid-Amerikaanse knaagdieren.
wolmuisje	=	wolmuis
wolmuisjes	=	wolmuis
wolmuizen	noun	Chinchillidae een familie van Zuid-Amerikaanse knaagdieren.
wolplukker	noun	iemand die wol plukt
wolplukkers	=	wolplukker
wolplukkertje	=	wolplukker
wolplukkertjes	=	wolplukker
wolproduct	noun	een product dat gemaakt is van wol
wolproducten	=	wolproduct
wolspinner	noun	iemand die wol spint
wolspinnerij	noun	een spinnerij die wol spint
wolspinnerijen	=	wolspinnerij
wolspinnerijtje	=	wolspinnerij
wolspinnerijtjes	=	wolspinnerij
wolspinners	=	wolspinner
wolspinnertje	=	wolspinner
wolspinnertjes	=	wolspinner
wolspinster	noun	vrouwelijk iemand die wol spint
wolspinsters	=	wolspinster
wolspinstertje	=	wolspinster
wolspinstertjes	=	wolspinster
wolvarken	noun	oud Oostenrijks-Hongaars varkensras met in de winter een lang krullend haarkleed dat op wol lijkt, maar te hard is om op die manier te gebruiken, beschreven sinds 1833 en vroeger vooral gehouden vanwege de uitzonderlijke hoeveelheid vet, later meer gefokt voor het smakelijke rode vlees
wolvarkens	=	wolvarken
wolvarkentje	=	wolvarken
wolvarkentjes	=	wolvarken
wolvee	noun	vee dat gehouden wordt om wol te geven
wolven	=	wolf
wolvenbeet	noun	de beet van een wolf
wolvenbeetje	=	wolvenbeet
wolvenbeetjes	=	wolvenbeet
wolvenbeten	=	wolvenbeet
wolvengehuil	noun	het jankende geluid dat wolven maken
wolvenjacht	noun	de jacht op wolven
wolvenjachten	=	wolvenjacht
wolvenklem	noun	een werktuig bedoeld om onder andere een wolf mee te vangen, waarbij het dier op een pedaal gaat staan met een poot, waarna de klem dichtklapt met de poot vast in de klem en het dier niet weg kan
wolvenklemmen	=	wolvenklem
wolvenkuil	noun|historical	uitgegraven gecamoufleerde holte voor het vangen van wolven (Canis lupus
wolvenkuilen	=	wolvenkuil
wolvenmuil	noun	de bek van een wolf
wolvenmuilen	=	wolvenmuil
wolvenmuiltje	=	wolvenmuil
wolvenmuiltjes	=	wolvenmuil
wolvenpoep	noun	uitwerpselen van wolven
wolvenpoepen	=	wolvenpoep
wolvenpoepje	=	wolvenpoep
wolvenpoepjes	=	wolvenpoep
wolvenspoor	noun	het spoor van pootafdrukken dat een wolf achtergelaten heeft
wolvenspoortje	=	wolvenspoor
wolvenspoortjes	=	wolvenspoor
wolvensporen	=	wolvenspoor
wolventand	noun	de tand van een wolf
wolventanden	=	wolventand
wolventandje	=	wolventand
wolventandjes	=	wolventand
wolvenvel	noun	de vacht van een wolf
wolvenvellen	=	wolvenvel
wolvenwelp	noun	het jong van een wolf
wolvenwelpen	=	wolvenwelp
wolvenwelpje	=	wolvenwelp
wolvenwelpjes	=	wolvenwelp
wolverkoper	noun	handelaar in wol
wolverkopers	=	wolverkoper
wolverkopertje	=	wolverkoper
wolverkopertjes	=	wolverkoper
wolverver	noun	iemand die wol verft
wolververij	noun	een ververij waar wol geverfd wordt en een kleur krijgt
wolververijen	=	wolververij
wolververijtje	=	wolververij
wolververijtjes	=	wolververij
wolververs	=	wolverver
wolververtje	=	wolverver
wolververtjes	=	wolverver
wolvet	noun	vette substantie in ruwe wol, lanoline
wolvetten	=	wolvet
wolvilt	noun	vilt gemaakt van wol
wolvin	noun	vrouwelijke wolf
wolvinnen	=	wolvin
wolvinnetje	=	wolvin
wolvinnetjes	=	wolvin
wolwever	noun	iemand die wol weeft
wolweverij	noun	een weverij die wol weeft
wolweverijen	=	wolweverij
wolweverijtje	=	wolweverij
wolweverijtjes	=	wolweverij
wolwevers	=	wolwever
wolwevertje	=	wolwever
wolwevertjes	=	wolwever
wolzak	noun	een met wol gevulde (linnen) zak, gebruikt als borstwering
wolzakje	=	wolzak
wolzakjes	=	wolzak
wolzakken	=	wolzak
wolzwever	noun	insect uit de familie Bombyliidae uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wolzwevers	noun	Bombyliidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wolzwevertje	=	wolzwever
wolzwevertjes	=	wolzwever
womanizer	noun	een man die van vele vrouwen houdt en korte relaties met hen heeft.
womanizers	=	womanizer
womanizertje	=	womanizer
womanizertjes	=	womanizer
wombat	noun	Vombatus ursinus buideldier uit de familie wombats (Vombatidae) dat in 1800 door George Shaw voor het eerst werd beschreven onder de naam: Didelphis ursina (Type localiteit: Cape Barren Island, Bass Strait, Tasmanië, Australië).
wombatje	=	wombat
wombatjes	=	wombat
wombats	noun	Vombatidae een familie van buideldieren uit de orde der klimbuideldieren (Diprotodontia).
wompoejufferduif	noun	Ptilinopus magnificus een duif uit het geslacht Ptilinopus.
wompoejufferduifje	=	wompoejufferduif
wompoejufferduifjes	=	wompoejufferduif
wompoejufferduiven	=	wompoejufferduif
won	noun	benaming voor verschillende munteenheden uit Korea
wond	noun	een beschadiging in of aan het lichaam	adj	gewond
wondbed	noun	de bodem van een huidwond
wondbedden	=	wondbed
wondbedje	=	wondbed
wondbedjes	=	wondbed
wondbehandeling	noun	een handeling van een wond om verdere problemen te voorkomen en om te genezen
wondbehandelingen	=	wondbehandeling
wondbehandelingetje	=	wondbehandeling
wondbehandelingetjes	=	wondbehandeling
wondde	=	wonden
wondden	=	wonden
wonde	noun	een beschadiging in of aan het lichaam
wonden	verb	een wond toebrengen, verwonden
wondend	=	wonden
wondende	=	wonden
wonder	noun	een gebeurtenis waaraan een bovennatuurlijke oorsprong toegeschreven wordt en die men niet anderszins logisch kan verklaren	adj	verwondering en verbazing veroorzakend
wonderbaar	adj	niet te geloven, als met een wonder
wonderbaarder	=	wonderbaar
wonderbaardere	=	wonderbaar
wonderbaarders	=	wonderbaar
wonderbaarlijk	adj	iets wat bijna niet te geloven is, iets wat lijkt op een wonder
wonderbaarlijke	=	wonderbaarlijk
wonderbaarlijker	=	wonderbaarlijk
wonderbaarlijkere	=	wonderbaarlijk
wonderbaarlijkers	=	wonderbaarlijk
wonderbaarlijkheden	=	wonderbaarlijkheid
wonderbaarlijkheid	noun	iets dat niet mogelijk is; iets heel bijzonders
wonderbaarlijks	=	wonderbaarlijk
wonderbaarlijkst	=	wonderbaarlijk
wonderbaarlijkste	=	wonderbaarlijk
wonderbaars	=	wonderbaar
wonderbaarst	=	wonderbaar
wonderbaarste	=	wonderbaar
wonderbare	=	wonderbaar
wonderbloem	noun	een bloem of plant die als bijzonder wordt gezien
wonderbloemen	=	wonderbloem
wonderbloemetje	=	wonderbloem
wonderbloemetjes	=	wonderbloem
wonderbloempje	=	wonderbloem
wonderbloempjes	=	wonderbloem
wonderboek	noun	een coöperatief bordspel van 999 Games, waarbij het spelbord een uitklapbaar boek is dat dient als speelveld
wonderboeken	=	wonderboek
wonderboekje	=	wonderboek
wonderboekjes	=	wonderboek
wonderbomen	=	wonderboom
wonderboom	noun	Ricinus communis, een snelgroeiende boom van tropische oorsprong uit de wolfsmelkachtigen
wonderboompje	=	wonderboom
wonderboompjes	=	wonderboom
wonderboy	noun	een uitzonderlijk getalenteerde jongeman
wonderboys	=	wonderboy
wonderdaad	noun	een handeling (van iemand/iets) die men niet logisch verklaren kan
wonderdaadje	=	wonderdaad
wonderdaadjes	=	wonderdaad
wonderdaden	=	wonderdaad
wonderdadig	adj	als door een wonder
wonderdadige	=	wonderdadig
wonderdadiger	=	wonderdadig
wonderdadigere	=	wonderdadig
wonderdadigers	=	wonderdadig
wonderdadigheden	=	wonderdadigheid
wonderdadigheid	noun	als door een wonder gebeurt
wonderdadigs	=	wonderdadig
wonderdadigst	=	wonderdadig
wonderdadigste	=	wonderdadig
wonderde	=	wonder
wonderden	=	wonder
wonderdier	noun	een uitzonderlijk buitengewoon dier
wonderdieren	=	wonderdier
wonderdiertje	=	wonderdier
wonderdiertjes	=	wonderdier
wonderdoener	noun	iemand die een 'wonder' laat gebeuren
wonderdoeners	=	wonderdoener
wonderdoenertje	=	wonderdoener
wonderdoenertjes	=	wonderdoener
wonderdoenster	noun	vrouwelijk iemand die een wonder laat gebeuren
wonderdoensters	=	wonderdoenster
wonderdoenstertje	=	wonderdoenster
wonderdoenstertjes	=	wonderdoenster
wonderdokter	noun	iemand die zichzelf dokter noemt of dokter wordt genoemd die wonderen zou kunnen verrichten, meestal een kwakzalver of bedrieger
wonderdokters	=	wonderdokter
wonderdoktertje	=	wonderdokter
wonderdoktertjes	=	wonderdokter
wondere	=	wonder
wonderen	=	wonder
wonderend	=	wonder
wonderende	=	wonder
wonderformule	noun	formule (meestal figuurlijk) die miraculeus werkt en/of die men niet logisch verklaren kan
wonderformules	=	wonderformule
wonderformuletje	=	wonderformule
wonderformuletjes	=	wonderformule
wondergekko	noun	Teratoscincus scincus een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie Sphaerodactylidae.
wondergekko's	noun	een geslacht Teratoscincus van hagedissen die behoren tot de gekko's en de familie Sphaerodactylidae.
wondergekkootje	=	wondergekko
wondergekkootjes	=	wondergekko
wondergoed	adj	van een bovennatuurlijke, goddelijke, voor het menselijk begripsvermogen onvatbare aard zijnde
wondergoede	=	wondergoed
wondergoeds	=	wondergoed
wonderjaar	noun	een jaar dat om een bepaalde reden als uitzonderlijk of bijzonder wordt gezien
wonderjaartje	=	wonderjaar
wonderjaartjes	=	wonderjaar
wonderjaren	=	wonderjaar
wonderkind	noun	kind dat al heel jong over een bijzondere begaafdheid beschikt
wonderkinderen	=	wonderkind
wonderkindje	=	wonderkind
wonderkindjes	=	wonderkind
wonderkracht	noun	de kracht om wonderen of mirakels te laten gebeuren
wonderkrachten	=	wonderkracht
wonderkrachtje	=	wonderkracht
wonderkrachtjes	=	wonderkracht
wonderkruid	noun	kruid of andere plant waaraan men een bepaalde wonderbaarlijke geneeskracht toekent
wonderkruiden	=	wonderkruid
wonderkruidje	=	wonderkruid
wonderkruidjes	=	wonderkruid
wonderkuil	noun	lang sleepnet (een kuilnet) die gebruikt wordt in de spanvisserij, voortgesleept door twee botters
wonderkuilen	=	wonderkuil
wonderkuiltje	=	wonderkuil
wonderkuiltjes	=	wonderkuil
wonderlamp	noun	een lamp waar een djinn in huist
wonderlampen	=	wonderlamp
wonderlampje	=	wonderlamp
wonderlampjes	=	wonderlamp
wonderland	noun	magisch land
wonderlanden	=	wonderland
wonderlieden	=	wonderman
wonderlijk	adj	opmerkelijk, ongewoon
wonderlijke	=	wonderlijk
wonderlijker	=	wonderlijk
wonderlijkere	=	wonderlijk
wonderlijkers	=	wonderlijk
wonderlijkheden	=	wonderlijkheid
wonderlijkheid	noun	iets vreemds, iets raars
wonderlijks	=	wonderlijk
wonderlijkst	=	wonderlijk
wonderlijkste	=	wonderlijk
wonderlui	=	wonderman
wondermacht	noun	de macht om wonderen te doen
wondermachten	=	wondermacht
wonderman	noun	een man die een wonder verricht(en kan)
wondermannen	=	wonderman
wondermannetje	=	wonderman
wondermannetjes	=	wonderman
wondermiddel	noun	geneesmiddel met een heel krachtige werking
wondermiddelen	=	wondermiddel
wondermiddeltje	=	wondermiddel
wondermiddeltjes	=	wondermiddel
wondermooi	adj	heel erg mooi
wondermooie	=	wondermooi
wondermooier	=	wondermooi
wondermoois	=	wondermooi
wondermooist	=	wondermooi
wonderolie	noun	een plantaardige olie en sterk laxeermiddel die wordt verkregen door het uitpersen van de zaden van de wonderboom
wonderolies	=	wonderolie
wonderolietje	=	wonderolie
wonderoliën	=	wonderolie
wonderpil	noun	een pil die als een wonder iets kan doen of oplossen
wonderpillen	=	wonderpil
wonderpilletje	=	wonderpil
wonderpilletjes	=	wonderpil
wonders	=	wonder
wonderschone	=	wonderschoon
wonderschoon	adj	heel erg mooi
wonderschooner	=	wonderschoon
wonderschoons	=	wonderschoon
wonderschoonst	=	wonderschoon
wonderspreuk	noun	een (tover)spreuk die zorgt voor een wonderbaarlijke gebeurtenis
wonderspreuken	=	wonderspreuk
wonderspreukig	adj	met een wonderspreuk ontstaan of gebeurd
wonderspreukige	=	wonderspreukig
wonderspreukiger	=	wonderspreukig
wonderspreukigere	=	wonderspreukig
wonderspreukigers	=	wonderspreukig
wonderspreukigs	=	wonderspreukig
wonderspreukigst	=	wonderspreukig
wonderspreukigste	=	wonderspreukig
wonderspreukje	=	wonderspreuk
wonderspreukjes	=	wonderspreuk
wondert	=	wonder
wonderteken	noun	blijk dat iemand in staat is een wonder te verrichten
wondertekenen	=	wonderteken
wondertekens	=	wonderteken
wondertekentje	=	wonderteken
wondertekentjes	=	wonderteken
wondertje	=	wonder
wondertjes	=	wonder
wondertrainer	noun	iemand die op wonderbaarlijke wijze een sporter weet te trainen en die (onverwacht) een hoog niveau laat bereiken
wondertrainers	=	wondertrainer
wondertrainertje	=	wondertrainer
wondertrainertjes	=	wondertrainer
wonderverhaal	noun	een verhaal waarin over een wonderbaarlijke gebeurtenis wordt verteld
wonderverhaaltje	=	wonderverhaal
wonderverhaaltjes	=	wonderverhaal
wonderverhalen	=	wonderverhaal
wondervinnigen	noun	een familie Mirapinnidae van straalvinnige vissen uit de orde van walviskopvissen (Cetomimiformes)
wonderviooltje	noun	Viola mirabilis een vaste plant die behoort tot de viooltjesfamilie (Violaceae).
wonderviooltjes	=	wonderviooltje
wondervol	adj	met veel wonder
wondervoler	=	wondervol
wondervolle	=	wondervol
wondervoller	=	wondervol
wondervollere	=	wondervol
wondervollers	=	wondervol
wondervols	=	wondervol
wondervolst	=	wondervol
wondervolste	=	wondervol
wonderwel	adv	op een verbazingwekkend goede manier
wonderwereld	noun	een wereld die als wonderbaarlijk wordt beschouwd
wonderwerelden	=	wonderwereld
wonderwereldje	=	wonderwereld
wonderwereldjes	=	wonderwereld
wonderwerk	noun	mirakel
wonderwerken	=	wonderwerk
wonderwerkje	=	wonderwerk
wonderwerkjes	=	wonderwerk
wondes	=	wonde
wondhaak	noun	chirurgisch instrument in de vorm van een hark om tijdens een operatie wondranden uit elkaar te houden
wondhaken	=	wondhaak
wondhelend	adj	van iets (zoals een zalf, crème, gel of pleister) dat het het natuurlijke proces van huidherstel na een beschadiging bevordert, versnelt of ondersteunt.
wondhelende	=	wondhelend
wondhelender	=	wondhelend
wondhelendere	=	wondhelend
wondhelenders	=	wondhelend
wondhelends	=	wondhelend
wondhelendst	=	wondhelend
wondhelendste	=	wondhelend
wondheler	noun|obsolete	chirurg, heelmeester
wondhelers	=	wondheler
wondijzer	noun	chirurgisch instrument
wondijzers	=	wondijzer
wondinfectie	noun	infectie van een wond
wondinfecties	=	wondinfectie
wondje	=	wond
wondjes	=	wond
wondklaver	noun	bepaald soort overblijvend kruid, dat zich vaak als eenjarige plant gedraagt, Anthyllis vulneraria uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae)
wondklaverpalpmot	noun	Aproaerema anthyllidella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
wondklaverpalpmotje	=	wondklaverpalpmot
wondklaverpalpmotjes	=	wondklaverpalpmot
wondklaverpalpmotten	=	wondklaverpalpmot
wondklavers	=	wondklaver
wondklavertje	=	wondklaver
wondklavertjes	=	wondklaver
wondkoorts	noun	koorts ontstaan door een wondinfectie
wondroos	noun	bacteriële infectie van de huid die gepaard gaat met hoge koorts en algemeen ziektegevoel
wonds	=	wond
wondt	=	wonden
wondteken	noun	het lidteken dat achterblijft op de plek waar een wond heeft gezeten
wondtekens	=	wondteken
wondtekentje	=	wondteken
wondtekentjes	=	wondteken
wondverzorging	noun	het goed verzorgen van een wond om wondinfectie te voorkomen
wondverzorgingen	=	wondverzorging
wondverzorginkje	=	wondverzorging
wondverzorginkjes	=	wondverzorging
wondvocht	noun	vocht dat in een wond aanwezig is
wondzorg	noun	het goed verzorgen van een wond om wondinfectie te voorkomen
wone	=	wonen
wonen	verb	een permanente behuizing hebben
wonend	=	wonen
wonende	=	wonen
wongaduif	noun	Leucosarcia melanoleuca een vogel uit de familie Columbidae (duiven).
wongaduifje	=	wongaduif
wongaduifjes	=	wongaduif
wongaduiven	=	wongaduif
wongainingaui	noun	Ningaui ridei een buidelmuis uit het geslacht Ningaui die voorkomt in de droge binnenlanden van Australië (oostelijk West-Australië, de zuidelijke helft van het Noordelijk Territorium en de zuidelijke van Zuid-Australië en Zuidwest-Queensland).
wongainingaui's	=	wongainingaui
wongainingauietje	=	wongainingaui
wongainingauietjes	=	wongainingaui
woning	noun	een doorgaans afgesloten constructie waarin men kan leven
woningaanbod	noun	het totaal aan beschikbare woningen
woningaanpassing	noun	het geschikt maken van een woning voor iemand met een handicap of ouderdomskwalen
woningaanpassingen	=	woningaanpassing
woningaanpassinkje	=	woningaanpassing
woningaanpassinkjes	=	woningaanpassing
woningbedrijf	noun	organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van woningen
woningbedrijfje	=	woningbedrijf
woningbedrijfjes	=	woningbedrijf
woningbedrijven	=	woningbedrijf
woningbeheer	noun	het geheel aan werkzaamheden een woning te exploiteren
woningbehoefte	noun	het aantal woningen dat nodig is om te voldoen aan de vraag naar woningen
woningbehoeften	=	woningbehoefte
woningbehoeftes	=	woningbehoefte
woningbeleid	noun	beleid dat er is ten aanzien van woningen
woningbestand	noun	geheel van huizen en andere woningen dat op een bepaald moment aanwezig is
woningbestanden	=	woningbestand
woningbezetting	noun	indicator van het aantal personen (gemiddeld) per woning
woningbezettingen	=	woningbezetting
woningbezit	noun	het in eigendom hebben van een woning
woningbezitter	noun	iemand die een woning in eigendom heeft
woningbezitters	=	woningbezitter
woningbezittertje	=	woningbezitter
woningbezittertjes	=	woningbezitter
woningblok	noun	een groep huizen dat aan elkaar vast gebouwd is als een blok
woningblokken	=	woningblok
woningbouw	noun	het bouwen van woningen
woningbouwbeleid	noun	het beleid rond het bouwen van woningen
woningbouwcomplex	noun	geheel van bij elkaar gebouwd wordende woningen
woningbouwcomplexen	=	woningbouwcomplex
woningbouwcontingent	noun	het aantal woningen dat er binnen een gemeente gebouwd mogen worden
woningbouwcontingenten	=	woningbouwcontingent
woningbouwcorporatie	noun	een organisatie die ooit werd opgericht om zich zonder winstoogmerk te richten op het bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte (sociale woningbouw) (inmiddels in Nederland geprivatiseerd dus...)
woningbouwcorporaties	=	woningbouwcorporatie
woningbouwcoöperatie	noun	organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van woningen
woningbouwcoöperaties	=	woningbouwcoöperatie
woningbouwcoöperatietje	=	woningbouwcoöperatie
woningbouwcoöperatietjes	=	woningbouwcoöperatie
woningbouwer	noun	iemand die woningen bouwt
woningbouwers	=	woningbouwer
woningbouwertje	=	woningbouwer
woningbouwertjes	=	woningbouwer
woningbouwimpuls	noun	maatregel die ertoe leidt dat er tijdelijk veel meer woningen worden gebouwd
woningbouwimpulsen	=	woningbouwimpuls
woningbouwlocatie	noun	de plek waar nieuwe woningen gebouwd (mogen/gaan) worden
woningbouwlocaties	=	woningbouwlocatie
woningbouwmarkt	noun	het geel van vraag en aanbod van woningen
woningbouwmarkten	=	woningbouwmarkt
woningbouwplan	noun	het geheel aan ideeën en specificaties voor de bouw van een of meerdere woningen
woningbouwplannen	=	woningbouwplan
woningbouwplannetje	=	woningbouwplan
woningbouwplannetjes	=	woningbouwplan
woningbouwproductie	noun	de hoeveelheid nieuwbouwwoningen die er gebouwd worden
woningbouwproducties	=	woningbouwproductie
woningbouwprogramma	noun	het geheel van plannen en activiteiten ten aanzien van de bouw van woningen
woningbouwprogramma's	=	woningbouwprogramma
woningbouwproject	noun	een project dat ten doel heeft een of meerdere woningen te bouwen
woningbouwprojecten	=	woningbouwproject
woningbouwprojectje	=	woningbouwproject
woningbouwprojectjes	=	woningbouwproject
woningbouwstichting	noun	organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van woningen
woningbouwstichtingen	=	woningbouwstichting
woningbouwsubsidie	noun	de subsidie die verstrekt wordt met als doel om een woning te bouwen
woningbouwsubsidies	=	woningbouwsubsidie
woningbouwvereniging	noun	instelling belast met (gesubsidieerde) woningbouw en met de exploitatie (verhuur) en het onderhoud van woningen
woningbouwverenigingen	=	woningbouwvereniging
woningbouwverenigingetje	=	woningbouwvereniging
woningbouwverenigingetjes	=	woningbouwvereniging
woningbrand	noun	vuur dat delen van een huis of woongebouw verteert
woningbranden	=	woningbrand
woningbrandje	=	woningbrand
woningbureau	noun	organisatie die bemiddelt tussen woningzoekenden en aanbieders van woonruimte
woningbureaus	=	woningbureau
woningcomplex	noun	geheel van bij elkaar liggende woningen
woningcomplexen	=	woningcomplex
woningcorporatie	noun	een organisatie die zich zonder winstoogmerk richt op het bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte (sociale woningbouw)
woningcorporaties	=	woningcorporatie
woningcoöperatie	noun	organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van woningen
woningcoöperaties	=	woningcoöperatie
woningcoöperatietje	=	woningcoöperatie
woningcoöperatietjes	=	woningcoöperatie
woningdeler	noun	iemand die zijn/haar huis deelt met iemand anders
woningdelers	=	woningdeler
woningdienst	noun	onderdeel van de gemeentelijke organisatie dat is belast met volkshuisvesting
woningdiensten	=	woningdienst
woningeigenaar	noun	iemand die een woning bezit
woningeigenaars	=	woningeigenaar
woningeigenaartje	=	woningeigenaar
woningeigenaartjes	=	woningeigenaar
woningeigenaren	=	woningeigenaar
woningen	=	woning
woningencomplex	noun	een groep van woningen die samen een geheel vormen
woningencomplexen	=	woningencomplex
woningfonds	noun	overheidsinstantie voor gesubsidieerde woningbouw en -renovatie
woningfondsen	=	woningfonds
woninggids	noun	een gids, krantje of brochure over het (ver)huren of (ver)kopen van huizen
woninggidsen	=	woninggids
woninggidsje	=	woninggids
woninggidsjes	=	woninggids
woninghypotheek	noun	een hypothecaire lening die afgesloten wordt met de woning als onderpand
woninghypotheken	=	woninghypotheek
woninginbraak	noun	het oneigenlijk toegang verschaffen tot een woning van een ander waarbij er doorgaans waardevolle materialen uit de woning worden weggenomen
woninginbraakje	=	woninginbraak
woninginbraakjes	=	woninginbraak
woninginbraken	=	woninginbraak
woninginrichter	noun	iemand die een woning inricht, meestal voor iemand anders
woninginrichters	=	woninginrichter
woninginrichtertje	=	woninginrichter
woninginrichtertjes	=	woninginrichter
woninginrichting	noun	het aanbrengen van meubelen en andere materialen in een woning
woninginrichtingen	=	woninginrichting
woningisolatie	noun	het aanbrengen van materialen om een woning te isoleren
woningisolaties	=	woningisolatie
woningkrant	noun	publicatie waarin het aanbod van huur- en koopwoningen in een bepaalde regio vermeld staat
woningkranten	=	woningkrant
woningkrantje	=	woningkrant
woningkrantjes	=	woningkrant
woningmarkt	noun	vraag en aanbod in woonruimte en de handel in woonruimte
woningmarkten	=	woningmarkt
woningmarktonderzoek	noun	een onderzoek dat kijkt naar het functioneren van aankopen en verkopen van woningen
woningmarktonderzoeken	=	woningmarktonderzoek
woningnoden	=	woningnood
woningnood	noun	een kwantitatief of kwalitatief tekort aan woonruimte
woningonderhoud	noun	het geheel aan werkzaamheden dat nodig is om een woning in goede staat te houden
woningprijs	noun	het bedrag dat betaald moet worden om een woning te kunnen kopen
woningprijzen	=	woningprijs
woningprobleem	noun	het tekort aan woningen
woningproblemen	=	woningprobleem
woningproductie	noun	de vervaardiging van een woning
woningproducties	=	woningproductie
woningraad	noun	adviesorgaan dat een overheid adviseert over volkshuisvesting
woningraden	=	woningraad
woningruil	noun	het ruilen van een woning waarbij de beide partijen gaan verhuizen
woningruilen	=	woningruil
woningsamenvoeging	noun	het samenvoegen van twee of meerdere aparte woonruimtes tot één woning
woningsamenvoegingen	=	woningsamenvoeging
woningsector	noun	het geheel van organisaties dat zich bezig houdt met de nieuwbouw, verbouwing en beheer van woningen
woningsectoren	=	woningsector
woningsectors	=	woningsector
woningsplitsing	noun	het opdelen van een woning in twee of meerdere aparte woonruimtes
woningsplitsingen	=	woningsplitsing
woningsplitsinkje	=	woningsplitsing
woningsplitsinkjes	=	woningsplitsing
woningstichting	noun	organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van woningen
woningstichtingen	=	woningstichting
woningstichtinkje	=	woningstichting
woningstichtinkjes	=	woningstichting
woningtekort	noun	de situatie waarin er minder woningen beschikbaar zijn dan waar er behoefte aan is
woningtekorten	=	woningtekort
woningtextiel	noun	textiel dat gebruikt wordt om een woning mee in te richten, zoals gordijnen, tapijten en vloerkleden, tafelkleden, kussens, dekbedden, matrashoezen
woningtoewijzing	noun	het bepalen wie een bepaalde woning mag gaan bewonen
woningtoewijzingen	=	woningtoewijzing
woningtoewijzingsbeleid	noun	het beleid rond het toewijzen van woningen aan particulieren
woningtoezicht	noun	het toezicht houden op een of meerdere woningen
woningtype	noun	woningstoort
woningtypen	=	woningtype
woningtypes	=	woningtype
woninguitbreiding	noun	het vergroten van de bestaande woonruimte door een nieuwe constructie toe te voegen aan, op of in een bestaand pand.
woninguitbreidingen	=	woninguitbreiding
woninguitbreidinkje	=	woninguitbreiding
woninguitbreidinkjes	=	woninguitbreiding
woningverbetering	noun	het opwaarderen van de kwaliteit van wonen en/of het verhogen van de waarde van een woning
woningverbeteringen	=	woningverbetering
woningvereniging	noun	een vereniging die opgericht is om zorg te dragen voor het beheer van een groep woningen
woningverenigingen	=	woningvereniging
woningverenigingetje	=	woningvereniging
woningverenigingetjes	=	woningvereniging
woningverhuurder	noun	iemand die een woning verhuurt of ter huur aanbied
woningverhuurders	=	woningverhuurder
woningverhuurdertje	=	woningverhuurder
woningverhuurdertjes	=	woningverhuurder
woningvoorraad	noun	alle gebouwen geschikt voor bewoning in een bepaald gebied
woningvoorraadje	=	woningvoorraad
woningvoorraadjes	=	woningvoorraad
woningvoorraden	=	woningvoorraad
woningvraagstuk	noun	een situatie rond een woning, meerdere woningen of woningen in het algemeen waarbij er (nog) onduidelijk is hoe deze situatie opgelost zal gaan worden
woningvraagstukken	=	woningvraagstuk
woningwaarde	noun	het bedrag dat een woning zou opleveren als deze verkocht zou worden
woningwaarden	=	woningwaarde
woningwaardes	=	woningwaarde
woningwet	noun	wet betreffende de steun die de overheid geeft voor woningbouw
woningwetbouw	noun	de bouw van woningen in het kader van de woningwet
woningwetlening	noun	een lening die is uitgegeven in het kader van de woningwet
woningwetleningen	=	woningwetlening
woningwetten	=	woningwet
woningwetwoning	noun	een woning die gebouwd is in het kader van de woningwet
woningwetwoningen	=	woningwetwoning
woningwetwoninkje	=	woningwetwoning
woningwetwoninkjes	=	woningwetwoning
woningzoekend	adj	het op zoek zijn naar een woning
woningzoekende	noun	iemand die op zoek is naar een woning
woningzoekenden	=	woningzoekende
woninkje	=	woning
woninkjes	=	woning
wonne	=	winnen
wonnen	=	winnen
wons	=	won
wont	=	winnen
wonton	noun	dun, vierkant deegvelletje gevuld met vlees (vaak varkensvlees) of garnalen en groenten
wontons	=	wonton
wontonsoep	noun	Chinese soep bestaande uit een smaakvolle bouillon, groenten en kleine deegpakketjes genaamd wontons, gevuld met vlees, garnalen of groenten
wontonsoepen	=	wontonsoep
wontonsoepje	=	wontonsoep
wontonsoepjes	=	wontonsoep
woodcraft	noun	het maken van producten van hout
woodlarkkoeskoes	noun	Phalanger lullulae een koeskoes uit het geslacht Phalanger
woodlarkkoeskoesje	=	woodlarkkoeskoes
woodlarkkoeskoesjes	=	woodlarkkoeskoes
woodlarkkoeskoezen	=	woodlarkkoeskoes
woodsmetaal	noun	legering van bismut, cadmium, lood, tin, met een smeltpunt rond 68°C
woodsmetaaltje	=	woodsmetaal
woodsmetaaltjes	=	woodsmetaal
woodsmetalen	=	woodsmetaal
woof	=	wuiven
wooft	=	wuiven
wooftª	=	wuiven
woofª	=	wuiven
woog	=	wegen
woogt	=	wegen
woon	noun	woonplaats
woon-werkkilometer	noun	de afstand in kilometer(s) voor iemand van huis naar het werk te komen
woon-werkkilometers	=	woon-werkkilometer
woon-werkverkeer	noun	het proces van het heen en weer reizen tussen de plaats waar mensen wonen en de plaats waar mensen werken
woon-zorgappartement	noun	woning voor mensen die min of meer zelfstandig kunnen wonen maar ook een zorgindicatie hebben
woon-zorgappartementen	=	woon-zorgappartement
woon-zorgcentra	=	woon-zorgcentrum
woon-zorgcentrum	noun	geheel van voor ouderen bestemde afzonderlijke woningen en meer gezamenlijke huisvesting die zo op korte afstand van dezelfde dienst- en zorgverlening gebruik kunnen maken
woon-zorgcentrums	=	woon-zorgcentrum
woon-zorgcomplex	noun	geheel van voor ouderen bestemde afzonderlijke woningen en meer gezamenlijke huisvesting die zo op korte afstand van dezelfde dienst- en zorgverlening gebruik kunnen maken
woon-zorgcomplexen	=	woon-zorgcomplex
woon-zorgcomplexje	=	woon-zorgcomplex
woon-zorgcomplexjes	=	woon-zorgcomplex
woon-zorgpark	noun	locatie waar mensen die zorg nodig hebben min of meer zelfstandig kunnen wonen en waar diverse faciliteiten aanwezig zijn die het leven makkelijker maken
woon-zorgparken	=	woon-zorgpark
woon-zorgzone	noun	locatie waar mensen die zorg nodig hebben min of meer zelfstandig kunnen wonen en waar diverse faciliteit aanwezig zijn die het leven makkelijker maken
woon-zorgzonen	=	woon-zorgzone
woon-zorgzones	=	woon-zorgzone
woonachtig	adj	wonende
woonachtige	=	woonachtig
woonachtigs	=	woonachtig
woonadres	noun	huisadres
woonadresje	=	woonadres
woonadresjes	=	woonadres
woonadressen	=	woonadres
woonakkoord	noun	een overeenstemming tussen verschillende partijen over de woningmarkt
woonakkoorden	=	woonakkoord
woonakkoordje	=	woonakkoord
woonakkoordjes	=	woonakkoord
woonark	noun	een drijvende (betonnen) bak waarop een woning gebouwd is
woonarken	=	woonark
woonarkje	=	woonark
woonarkjes	=	woonark
woonbebouwing	noun	gebouwen die gebruikt worden voor bewoning
woonbebouwingen	=	woonbebouwing
woonbegeleiding	noun	begeleiding bij het zelfstandig wonen
woonbegeleidingen	=	woonbegeleiding
woonbegeleidinkje	=	woonbegeleiding
woonbegeleidinkjes	=	woonbegeleiding
woonbeleid	noun	het beleid van de overheid of woningcorporatie rond woningen
woonbestemming	noun	dat een gebouw/terrein volgens het bestemmingsplan (enkel) gebruikt mag worden voor bewoning
woonbestemmingen	=	woonbestemming
woonbeurs	noun	tentoonstelling waar bedrijven producten en diensten tentoonstellen en demonstreren rond het thema wonen
woonbeurzen	=	woonbeurs
woonblog	noun	een kroniek op het internet betreffende woningen en wonen
woonblogde	=	woonbloggen
woonblogden	=	woonbloggen
woonblogge	=	woonbloggen
woonbloggen	verb	het bijhouden op het internet van een kroniek over woningen en wonen
woonbloggend	=	woonbloggen
woonbloggende	=	woonbloggen
woonblogger	noun	persoon die een kroniek op het internet bijhoudt over wonen en woningen
woonbloggers	=	woonblogger
woonblogs	=	woonblog
woonblogt	=	woonbloggen
woonblok	noun	een groep aan elkaar vast gebouwde woningen
woonblokje	=	woonblok
woonblokjes	=	woonblok
woonblokken	=	woonblok
woonboerderij	noun	een boerderijgebouw die thans in gebruik is als woning en geen functie meer heeft als boerenbedrijf
woonboerderijen	=	woonboerderij
woonboerderijtje	=	woonboerderij
woonboerderijtjes	=	woonboerderij
woonbond	noun	landelijke belangenorganisatie voor huurders
woonbonden	=	woonbond
woonbonus	noun	een belastingvoordeel voor de bezitters van een eigen huis die hypotheekrente betalen
woonbonussen	=	woonbonus
woonboot	noun	boot die uitsluitend wordt gebruikt om te wonen en waarmee nooit wordt gevaren
woonbootje	=	woonboot
woonbootjes	=	woonboot
woonboten	=	woonboot
woonboulevard	noun	een boulevard waar meerdere meubelwinkels en winkels voor de inrichting van huizen gevestigd zijn.
woonboulevardje	=	woonboulevard
woonboulevardjes	=	woonboulevard
woonboulevards	=	woonboulevard
woonbuurt	noun	omgeving binnen een stad of dorp bedoeld voor huisvesting van mensen en met een omvang dat inwoners elkaar gewoonlijk vaker zien dan inwoners uit de rest van stad of dorp
woonbuurten	=	woonbuurt
woonbuurtje	=	woonbuurt
woonbuurtjes	=	woonbuurt
wooncarrière	noun	de ontwikkeling van opeenvolgende woningen waarin iemand gedurende diens leven woont
wooncarrières	=	wooncarrière
wooncentra	=	wooncentrum
wooncentrum	noun	een complex van appartementen met verschillende faciliteiten
wooncentrumpje	=	wooncentrum
wooncentrumpjes	=	wooncentrum
wooncentrums	=	wooncentrum
wooncomfort	noun	de aangenaamheid om ergens te wonen
wooncomplex	noun	in compacte eenheden gebouwde woonblokken
wooncomplexen	=	wooncomplex
wooncomplexje	=	wooncomplex
wooncomplexjes	=	wooncomplex
woonconcentratie	noun	de dichtheid waarop mensen wonen
woonconcentraties	=	woonconcentratie
woonconsument	noun	leden van een woningbouwvereniging die zich als consument gedragen
woonconsumenten	=	woonconsument
wooncontainer	noun	een container die gebruikt wordt om in te wonen
wooncontainers	=	wooncontainer
wooncontainertje	=	wooncontainer
wooncontainertjes	=	wooncontainer
wooncorporatie	noun	organisatie die zonder winstoogmerk aan mensen met lage inkomens huisvesting verhuurt
wooncorporaties	=	wooncorporatie
wooncrises	=	wooncrisis
wooncrisis	noun	noodsituatie rond het kunnen krijgen van een woning of woonruimte
wooncrisisje	=	wooncrisis
wooncrisisjes	=	wooncrisis
wooncrisissen	=	wooncrisis
woonculturen	=	wooncultuur
wooncultuur	noun	cultureel bepaalde manier waarop er gewoond wordt
woonde	=	wonen
woonden	=	wonen
woondoos	noun	kartonnen doos die een dakloze zou moeten beschutten tegen regen en wind
woondozen	=	woondoos
woonduur	noun	de lengte in tijd dat iemand ergens woont
wooneenheden	=	wooneenheid
wooneenheid	noun	woning waarin geen toilet of kookgelegenheid hoeft te zitten
wooneenheidje	=	wooneenheid
wooneenheidjes	=	wooneenheid
woonerf	noun	straat waar voetgangers en spelende kinderen voorrang hebben boven fietsers en automobilisten
woonerfje	=	woonerf
woonerfjes	=	woonerf
woonerven	=	woonerf
woonflat	noun	een hoog gebouw met appartementen
woonflats	=	woonflat
woonfunctie	noun	gebouwen die de bestemming hebben om in gewoond te worden, de gebruikersfunctie is om in te wonen
woonfuncties	=	woonfunctie
woongebied	noun	stuk land dat bestemd is voor de huisvesting van mensen en de daarbij horende voorzieningen
woongebieden	=	woongebied
woongebiedje	=	woongebied
woongebiedjes	=	woongebied
woongebouw	noun	het gebouw dat gebruikt wordt om in te wonen
woongebouwen	=	woongebouw
woongebouwtje	=	woongebouw
woongebouwtjes	=	woongebouw
woongedeelte	noun	het gedeelte van een gebouw of gebied dat gebruikt wordt voor wonen
woongedeelten	=	woongedeelte
woongedeeltes	=	woongedeelte
woongedrag	noun	de manier waarop mensen wonen en de gedragingen van mensen
woongelegenheden	=	woongelegenheid
woongelegenheid	noun	de faciliteit ergens te kunnen wonen
woongemeenschap	noun	groep mensen die een gezamenlijke huishouding voeren of over gemeenschappelijke ruimten beschikken (huiskamer etc.)
woongemeenschapje	=	woongemeenschap
woongemeenschapjes	=	woongemeenschap
woongemeenschappen	=	woongemeenschap
woongemeente	noun	de gemeente waarin iemand woonachtig is
woongemeenten	=	woongemeente
woongemeentes	=	woongemeente
woongenot	noun	het plezier dat men kan beleven door het wonen in een bepaald gebouw
woongroep	noun	een groep van samenwonenden die gezamenlijk allerlei dagelijkse, huishoudelijke aangelegenheden verrichten zonder dat er sprake is van een gezinsverband of liefdesrelaties
woongroepen	=	woongroep
woongroepje	=	woongroep
woongroepjes	=	woongroep
woonhuis	noun	bouwwerk waarin mensen kunnen wonen
woonhuisaansluiting	noun	de nutsaansluiting van een huis, zoals een telefoonlijn, kabelaansluiting, wateraansluiting, gasaansluiting, elektriciteitskabel
woonhuisaansluitingen	=	woonhuisaansluiting
woonhuisje	=	woonhuis
woonhuisjes	=	woonhuis
woonhuizen	=	woonhuis
woonidee	noun	inspiratie om je huis leuker, gezelliger of aangenamer te maken
woonideetje	=	woonidee
woonideetjes	=	woonidee
woonideeën	=	woonidee
woonkamer	noun	een kamer die primair is ingericht om in te wonen en gasten te ontvangen
woonkamerpoolen	verb	de woonkamer van één persoon of gezin bij toerbeurt gebruiken om energiekosten te besparen
woonkamers	=	woonkamer
woonkamertje	=	woonkamer
woonkamertjes	=	woonkamer
woonkazerne	noun	kazerne die dient als woning van soldaten
woonkazernen	=	woonkazerne
woonkazernes	=	woonkazerne
woonkern	noun	deel van een dorp, stad of gemeente dat een woonfunctie heeft; bebouwde kom
woonkernen	=	woonkern
woonketen	noun	winkelketen die zich richt op het verkopen van materialen en meubelen voor de inrichting van woningen
woonketens	=	woonketen
woonkeuken	noun	ruimte die zowel als keuken als woonkamer dient
woonkeukens	=	woonkeuken
woonkeukentje	=	woonkeuken
woonkeukentjes	=	woonkeuken
woonklimaat	noun	de beleving of het ergens prettig wonen is
woonklimaten	=	woonklimaat
woonkloof	noun	de ongelijke kansen die mensen hebben op de woonmarkt
woonkloven	=	woonkloof
woonkost	noun	geld dat je uitgeeft aan een vaste verblijfplaats
woonkosten	noun	geld dat je uitgeeft aan een vaste verblijfplaats
woonkostentoeslag	noun	een tijdelijke bijdrage van de gemeente om de huur of hypotheek te kunnen betalen
woonkostentoeslagen	=	woonkostentoeslag
woonkrant	noun	een krant of krantenbijlage die uitgebracht wordt over het (ver)huren of (ver)kopen van huizen
woonkranten	=	woonkrant
woonkrantje	=	woonkrant
woonkrantjes	=	woonkrant
woonkrediet	noun	geleend geld bestemd de financiering voor (de uitbreiding van) de woning
woonkredieten	=	woonkrediet
woonkredietje	=	woonkrediet
woonkredietjes	=	woonkrediet
woonkwaliteit	noun	kwaliteit van het wonen
woonkwaliteiten	=	woonkwaliteit
woonkwaliteitseis	noun	voorschrift bij het bouwen van huisvesting waardoor mensen daar later goed in kunnen leven
woonkwaliteitseisen	=	woonkwaliteitseis
woonlaag	noun	iedere laag van een gebouw bestemd om in te wonen
woonlagen	=	woonlaag
woonland	noun	land waar men woont
woonlandbeginsel	noun	het beginsel dat een buitenlandse werknemer in Nederland in aanmerking komt voor bepaalde overheidsgelden volgens het stelsel dat geldt in het land waar hij vandaan komt
woonlandbeginselen	=	woonlandbeginsel
woonlandbeginsels	=	woonlandbeginsel
woonlanden	=	woonland
woonlasten	noun	kosten nodig om (ergens) te wonen
woonlening	noun	hypothecaire lening, een lening met een huis als onderpand
woonleningen	=	woonlening
woonleninkje	=	woonlening
woonleninkjes	=	woonlening
woonlocatie	noun	de plek waar men woont of kan wonen
woonlocaties	=	woonlocatie
woonmilieu	noun	de sociale, culturele en fysieke kenmerken van de omgeving waarin gewoond wordt
woonmilieus	=	woonmilieu
woonomgeving	noun	omgeving waarin men woont
woonomgevingen	=	woonomgeving
woonomstandigheden	noun	kwaliteit van de manier waarop mensen gehuisvest zijn
woonomstandigheid	noun	de situatie en omstandigheden van het wonen
woonoord	noun	de plek waar men woont
woonoorden	=	woonoord
woonoppervlak	noun	de hoeveelheid vierkante meter die beschikbaar is in een woning
woonoppervlakken	=	woonoppervlak
woonpark	noun	een groene wijk met woningen
woonparken	=	woonpark
woonparkje	=	woonpark
woonparkjes	=	woonpark
woonperceel	noun	stuk grond dat gebruikt wordt voor woonactiviteiten
woonperceeltje	=	woonperceel
woonperceeltjes	=	woonperceel
woonpercelen	=	woonperceel
woonplaats	noun	plaats waar men woont, waar men ingeschreven is in het bevolkingsregister
woonplaatsen	=	woonplaats
woonplaatsje	=	woonplaats
woonplaatsjes	=	woonplaats
woonplatform	noun	grote stellage met de verblijfsruimten voor de bemanning van een booreiland op zee
woonplatformen	=	woonplatform
woonplatforms	=	woonplatform
woonplek	noun	plaats waar men kan wonen
woonplekje	=	woonplek
woonplekjes	=	woonplek
woonplekken	=	woonplek
woonplezier	noun	de aangenaamheid om ergens te wonen
woonplicht	noun	plicht om te wonen (in een aangekocht stuk onroerend goed)
woonplichten	=	woonplicht
woonplichtje	=	woonplicht
woonplichtjes	=	woonplicht
woonprobleem	noun	moeilijkheden met de woning waarin iemand woont
woonproblemen	=	woonprobleem
woonproject	noun	uit te voeren of uitgevoerd plan om huisvesting voor mensen te bouwen
woonprojecten	=	woonproject
woonprojectje	=	woonproject
woonprojectjes	=	woonproject
woonprotest	noun	demonstratie of protest tegen de slechte situatie op de woningmarkt
woonprotesten	=	woonprotest
woonprotestje	=	woonprotest
woonprotestjes	=	woonprotest
woonquote	noun	deel van het inkomen dat men besteed aan woonlasten of hypotheeklasten
woonquotes	=	woonquote
woonrecht	noun	officiele toestemming om ergens te mogen wonen
woonrechten	=	woonrecht
woonruimte	noun	kamer of huis waarin je kunt wonen
woonruimten	=	woonruimte
woonruimtes	=	woonruimte
woonruimteverdeling	noun	een stelsel van regels om huurwoningen te verdelen
woonruimteverdelingen	=	woonruimteverdeling
woonruimtewet	noun	een wet bedoeld om de beschikbare woonruimte doelmatig te verdelen
woonruimtewetten	=	woonruimtewet
woonschaamte	noun	het lastige gevoel dat mensen kunnen voelen als ze zeer gunstige woonomstandigheden hebben terwijl andere mensen geen woning kunnen vinden
woonscheepje	=	woonschip
woonscheepjes	=	woonschip
woonschepen	=	woonschip
woonschip	noun	schip dat speciaal gebouwd en uitgerust is om in te wonen en niet zozeer om mee te varen
woonscholen	=	woonschool
woonschool	noun	geplande woonbuurt waar probleemgezinnen onder toezicht werden gehuisvest en heropgevoed tot modelburgers
woonschooltje	=	woonschool
woonschooltjes	=	woonschool
woonsfeer	noun	de sfeer in een woning
woonsfeertje	=	woonsfeer
woonsfeertjes	=	woonsfeer
woonsferen	=	woonsfeer
woonsituatie	noun	de manier waarop iemand woont
woonsituaties	=	woonsituatie
woonsparen	noun	het sparen van geld om daarmee later een eigen woning of verbouwing te kunnen financieren
woonsparende	=	woonsparen
woonst	noun	woning
woonstaat	noun	het land waarin iemand woont
woonstaatheffing	noun	de belasting die een land heft over het wereldinkomen van een natuurlijk persoon, gebaseerd op het feit dat deze persoon in dat land woont.
woonstaatheffingen	=	woonstaatheffing
woonstaatheffinkje	=	woonstaatheffing
woonstaatheffinkjes	=	woonstaatheffing
woonstad	noun	de stad waarin men woont
woonstadje	=	woonstad
woonstadjes	=	woonstad
woonstaten	=	woonstaat
woonstbetreding	noun	een woning binnengaan door de politie
woonstbetredingen	=	woonstbetreding
woonstede	noun	het gebouw waarin men woont
woonsteden	=	woonstad
woonstedes	=	woonstede
woonstee	noun	het gebouw waarin men woont
woonsteeën	=	woonstee
woonsten	=	woonst
woonstichting	noun	organisatie die zich richt op het bouwen, beheren en verhuren van woningen
woonstichtingen	=	woonstichting
woonstijl	noun	kenmerken van een woonomgeving die samen een geheel vormen
woonstijlen	=	woonstijl
woonstraat	noun	straat met luw verkeer waardoor het prettig voor mensen is om er te wonen
woonstraatje	=	woonstraat
woonstraatjes	=	woonstraat
woonstraten	=	woonstraat
woonstschennis	noun	zonder toestemming binnendringen of aanwezig zijn in iemands woning
woonstschennissen	=	woonstschennis
woont	=	wonen
woontop	noun	bijeenkomst van de belangrijkste organisaties die betrokken zijn bij wonen en woningbouw
woontopje	=	woontop
woontopjes	=	woontop
woontoppen	=	woontop
woontoren	noun	middeleeuwse toren waarin men kan wonen (tijdens een belegering)
woontorens	=	woontoren
woontorentje	=	woontoren
woontorentjes	=	woontoren
woonunit	noun	wooneenheid
woonunits	=	woonunit
woonuniversiteit	noun	instelling waar studenten kunnen wonen en studeren
woonuniversiteiten	=	woonuniversiteit
woonverblijf	noun	een gebouw dat in gebruik is als woning
woonverblijfje	=	woonverblijf
woonverblijfjes	=	woonverblijf
woonverblijven	=	woonverblijf
woonvergunning	noun	officiële toestemming om ergens te wonen
woonvergunningen	=	woonvergunning
woonvertrek	noun	een kamer die primair is ingericht om in te wonen en bezoek te ontvangen
woonvertrekje	=	woonvertrek
woonvertrekjes	=	woonvertrek
woonvertrekken	=	woonvertrek
woonvoorziening	noun	een vorm van wonen waarbij mensen me een beperking samen wonen en begeleiding aanwezig is
woonvoorzieningen	=	woonvoorziening
woonvorm	noun	een type huishouding
woonvormen	=	woonvorm
woonwagen	noun	Een woning op wielen.
woonwagenbeleid	noun	beleid rondom het wonen in en de plaatsing van woonwagens
woonwagenbewoner	noun	iemand die woonachtig is in een woonwagen
woonwagenbewoners	=	woonwagenbewoner
woonwagenbewonertje	=	woonwagenbewoner
woonwagenbewonertjes	=	woonwagenbewoner
woonwagencentra	=	woonwagencentrum
woonwagencentrum	noun	de woonplaats waar woonwagenbewoners in woonwagens wonen
woonwagencentrumpje	=	woonwagencentrum
woonwagencentrumpjes	=	woonwagencentrum
woonwagencentrums	=	woonwagencentrum
woonwagengezin	noun	een gezin dat in een woonwagen woont
woonwagengezinnen	=	woonwagengezin
woonwagengezinnetje	=	woonwagengezin
woonwagengezinnetjes	=	woonwagengezin
woonwagenkamp	noun	plaats waar meerdere woonwagens bij elkaar (mogen) staan
woonwagenkampen	=	woonwagenkamp
woonwagenkampje	=	woonwagenkamp
woonwagenkampjes	=	woonwagenkamp
woonwagens	=	woonwagen
woonwagenstandplaats	noun	de standplaats van een woonwagen
woonwagenstandplaatsen	=	woonwagenstandplaats
woonwagenterrein	noun	het terrein waarom een of meerdere woonwagens staan
woonwagenterreinen	=	woonwagenterrein
woonwagenterreintje	=	woonwagenterrein
woonwagenterreintjes	=	woonwagenterrein
woonwagentje	=	woonwagen
woonwagentjes	=	woonwagen
woonwagenwerk	noun	welzijnszorg voor woonwagenbewoners
woonwagenwerken	=	woonwagenwerk
woonwagenwet	noun	de wetgeving rondom de bewoning en plaatsen van woonwagens
woonwagenwetten	=	woonwagenwet
woonwarenhuis	noun	een warenhuis dat zich richt op het verkopen van materialen en meubelen voor de inrichting van woningen
woonwarenhuizen	=	woonwarenhuis
woonwijk	noun	een deel van een plaats dat voor het overgrote deel uit woonhuizen bestaat
woonwijken	=	woonwijk
woonwijkje	=	woonwijk
woonwijkjes	=	woonwijk
woonwinkel	noun	winkel die zich richt op het verkopen van materialen en meubelen voor de inrichting van woningen
woonwinkelketen	noun	winkelketen die zich richt op het verkopen van materialen en meubelen voor de inrichting van woningen
woonwinkelketens	=	woonwinkelketen
woonwinkels	=	woonwinkel
woonwinkeltje	=	woonwinkel
woonwinkeltjes	=	woonwinkel
woonzone	noun	gebied bestemd voor woningen
woonzones	=	woonzone
woonzorg	noun	het voorzien in zorg en huisvesting als een geheel beschouwd
woonzorgcentra	=	woonzorgcentrum
woonzorgcentrum	noun	plaats waar ouderen zowel huisvesting als zorg wordt geboden
woonzorgcentrums	=	woonzorgcentrum
woord	noun	spraakklank of betekeniseenheid die bestaat uit minimaal één vrij morfeem en minimaal nul gebonden morfemen
woordaccent	noun	klemtoon, de lettergreep waar de nadruk op gelegd wordt bij spreken
woordaccenten	=	woordaccent
woordafbreking	noun	een afbreking van een woord op de daartoe geëigende plaats (bijvoorbeeld aan het einde van een regel)
woordafbrekingen	=	woordafbreking
woordafbrekinkje	=	woordafbreking
woordafbrekinkjes	=	woordafbreking
woordafleiding	noun	de manier waarop nieuwe woorden worden afgeleid uit andere talige elementen
woordafleidingen	=	woordafleiding
woordafleidinkje	=	woordafleiding
woordafleidinkjes	=	woordafleiding
woordafleidkunde	noun	de studie naar de oorsprong en de verandering van vorm en betekenis van woorden
woordarm	adj	weinig woorden gebruikend
woordarme	=	woordarm
woordarmer	=	woordarm
woordarmere	=	woordarm
woordarmers	=	woordarm
woordarms	=	woordarm
woordarmst	=	woordarm
woordarmste	=	woordarm
woordassociatie	noun	de associatie die een bepaald woord bij iemand oproept
woordassociaties	=	woordassociatie
woordbeeld	noun	de visuele weergave die een bepaald woord oproept bij een lezer of toehoorder
woordbeelden	=	woordbeeld
woordbetekenis	noun	de semantische inhoud van een woord
woordbetekenissen	=	woordbetekenis
woordblind	adj	lijdend aan woordblindheid
woordblinde	=	woordblind
woordblinder	=	woordblind
woordblindere	=	woordblind
woordblinders	=	woordblind
woordblindheid	noun	iemand die alle letters kan lezen maar geen woorden kan herkennen
woordblinds	=	woordblind
woordblindst	=	woordblind
woordblindste	=	woordblind
woordboeck	=	woordenboek
woordboek	=	woordenboek
woordbouw	noun	het verbuigen en vervoegen van woorden
woordbreker	noun	iemand die een belofte niet nakomt
woordbrekers	=	woordbreker
woordbrekertje	=	woordbreker
woordbrekertjes	=	woordbreker
woordbreuk	noun	het niet nakomen van wat men beloofd heeft
woordbreuken	=	woordbreuk
woordcombinatie	noun	de combinatie van twee (of meer) woorden
woordcombinaties	=	woordcombinatie
woorddeel	noun	een bepaald gedeelte van een woord.
woorddeeltje	=	woorddeel
woorddeeltjes	=	woorddeel
woorddelen	=	woorddeel
woorddienst	noun	het eerste deel van de eucharistieviering waarin gebeden en voorgelezen wordt
woorddiensten	=	woorddienst
woorddienstje	=	woorddienst
woorddienstjes	=	woorddienst
woorddoofheid	noun	auditieve verbale agnosie, is een aandoening waarbij een persoon wel hoort dat er gesproken wordt en menselijke taal herkent, maar de betekenis van de gesproken woorden niet meer kan begrijpen
woordeboek	noun	woordeboek # verouderde spelling of vorm van woordenboek
woordeinde	noun	het laatste deel van een woord
woordeinden	=	woordeinde
woordeindes	=	woordeinde
woordelijk	adj	bestaande uit woorden
woordelijke	=	woordelijk
woordelijker	=	woordelijk
woordelijkere	=	woordelijk
woordelijkers	=	woordelijk
woordelijks	=	woordelijk
woordelijkst	=	woordelijk
woordelijkste	=	woordelijk
woordeloos	adj	zonder te spreken, zwijgend
woordeloost	=	woordeloos
woordelooste	=	woordeloos
woordeloze	=	woordeloos
woordelozer	=	woordeloos
woordelozere	=	woordeloos
woordelozers	=	woordeloos
woorden	=	woord
woordenaar	noun	maker van woordenboeken
woordenaars	=	woordenaar
woordenaarster	noun	een vrouw die woordenboeken maakt
woordenaarsters	=	woordenaarster
woordenaarstertje	=	woordenaarster
woordenaarstertjes	=	woordenaarster
woordenaartje	=	woordenaar
woordenaartjes	=	woordenaar
woordenaren	=	woordenaar
woordenbestand	noun	het totale bestand aan woorden die een woordenboek omvat.
woordenbestanden	=	woordenbestand
woordenbestandje	=	woordenbestand
woordenbestandjes	=	woordenbestand
woordenboek	noun	een boek waarin de woorden en uitdrukkingen van een taal zijn gerangschikt met hun grammatische eigenschappen, gebruiksmogelijkheden, betekenissen of vertalingen
woordenboekartikel	noun	een artikel in een woordenboek
woordenboekartikelen	=	woordenboekartikel
woordenboekartikels	=	woordenboekartikel
woordenboekartikeltje	=	woordenboekartikel
woordenboekartikeltjes	=	woordenboekartikel
woordenboeken	=	woordenboek
woordenboekenmaker	noun	maker van woordenboeken
woordenboekenmakers	=	woordenboekenmaker
woordenboekingang	noun	een item in een woordenboek.
woordenboekingangen	=	woordenboekingang
woordenboekingangetje	=	woordenboekingang
woordenboekingangetjes	=	woordenboekingang
woordenboekje	=	woordenboek
woordenboekjes	=	woordenboek
woordenboekmaker	noun	iemand die werkt aan de vervaardiging van een woordenboek
woordenboekmakers	=	woordenboekmaker
woordenboekmakertje	=	woordenboekmaker
woordenboekmakertjes	=	woordenboekmaker
woordenbrij	noun	onbegrijpelijk of verwarrend geheel van woorden
woordenbrijen	=	woordenbrij
woordenbrijtje	=	woordenbrij
woordenbrijtjes	=	woordenbrij
woordenkennis	noun	het totaal aan woorden dat iemand kent
woordenkeus	noun	de selectie van woorden die gebruikt worden om zich uit te drukken
woordenkeuzen	=	woordenkeus
woordenkeuzes	=	woordenkeus
woordenkraam	noun	een zinloze stroom woorden
woordenkramen	=	woordenkraam
woordenkramerij	noun	met zeer veel woorden weinig tot niets zeggen
woordenkramerijen	=	woordenkramerij
woordenlijst	noun	een lijst bestaande uit woorden
woordenlijstaanval	noun	een methode om te proberen versleutelingstechnieken te breken door middel van het doorzoeken van een samengestelde (en daardoor beperkte) lijst van mogelijkheden.
woordenlijstaanvallen	=	woordenlijstaanval
woordenlijstaanvalletje	=	woordenlijstaanval
woordenlijstaanvalletjes	=	woordenlijstaanval
woordenlijsten	=	woordenlijst
woordenlijstje	=	woordenlijst
woordenlijstjes	=	woordenlijst
woordenloos	=	woordeloos
woordenoorlog	noun	een situatie waarbij verschillende partijen elkaar aanvallen met woorden
woordenoorlogen	=	woordenoorlog
woordenpraal	noun	bombast
woordenpralen	=	woordenpraal
woordenrij	noun	een rij van woorden
woordenrijen	=	woordenrij
woordenrijk	adj	een grote hoeveelheid en/of verscheidenheid aan woorden hebbende
woordenrijkdom	noun	een grote hoeveelheid en/of verscheidenheid aan woorden
woordenrijkdommen	=	woordenrijkdom
woordenrijke	=	woordenrijk
woordenrijker	=	woordenrijk
woordenrijkere	=	woordenrijk
woordenrijkers	=	woordenrijk
woordenrijkheid	noun	een grote hoeveelheid en/of verscheidenheid aan woorden
woordenrijks	=	woordenrijk
woordenrijkst	=	woordenrijk
woordenrijkste	=	woordenrijk
woordenrijtje	=	woordenrij
woordenrijtjes	=	woordenrij
woordenschat	noun	verzameling woorden die een taal of persoon rijk is of die deel uitmaken van een bepaald jargon
woordenschatje	=	woordenschat
woordenschatjes	=	woordenschat
woordenschatten	=	woordenschat
woordenschrift	noun	een lijst met woorden, hun betekenis en één of meer voorbeeldzinnen die mensen kunnen maken als ze een taal leren
woordenschriften	=	woordenschrift
woordenschriftje	=	woordenschrift
woordenschriftjes	=	woordenschrift
woordenspel	noun	taalgebruik waarbij gespeeld wordt met de vorm van woorden (klank, contaminatie, spelling e.d.) en/of met de betekenis ervan
woordenspelen	=	woordenspel
woordenspellen	=	woordenspel
woordenspelletje	=	woordenspel
woordenspelletjes	=	woordenspel
woordenstrijd	noun	strijd die met woorden wordt gevoerd
woordenstrijden	=	woordenstrijd
woordenstrijdje	=	woordenstrijd
woordenstromen	=	woordenstroom
woordenstroom	noun	stortvloed van woorden
woordenstroompje	=	woordenstroom
woordenstroompjes	=	woordenstroom
woordentest	noun	onderzoek waarbij proefpersonen woorden moeten herkennen
woordentests	=	woordentest
woordentolk	noun	iemand die vreemde woorden vertaalt
woordentolken	=	woordentolk
woordentwist	noun	meningsverschil
woordentwisten	=	woordentwist
woordenvloed	noun	een stroom woorden
woordenvloeden	=	woordenvloed
woordenwisseling	noun	onaangenaam twistgesprek.
woordenwisselingen	=	woordenwisseling
woordenwisselingetje	=	woordenwisseling
woordenwisselingetjes	=	woordenwisseling
woordenwisselinkje	=	woordenwisseling
woordfamilie	noun	groep woorden die eenzelfde stam hebben
woordfamilies	=	woordfamilie
woordfamilietje	=	woordfamilie
woordfamilietjes	=	woordfamilie
woordfrequentie	noun	het aantal keer dat een woord voorkomt
woordfrequenties	=	woordfrequentie
woordgebruik	noun	woordkeus
woordgeheugen	noun	deel van het lange-termijngeheugen dat met name wordt gebruikt als opslagplaats van woorden
woordgeheugens	=	woordgeheugen
woordgeslacht	noun	klasse van een naamwoord, bepalend voor de keuze van het lidwoord, de verbuiging van toegevoegde bijvoeglijke naamwoorden en de vervanging door voornaamwoorden
woordgeslachten	=	woordgeslacht
woordgeslachtje	=	woordgeslacht
woordgeslachtjes	=	woordgeslacht
woordgrap	noun	een woordencombinatie die een komisch effect veroorzaakt.
woordgrapje	=	woordgrap
woordgrapjes	=	woordgrap
woordgrappen	=	woordgrap
woordgroep	noun	een deel van een zin (vaak een zinsdeel of anders een deel hiervan) dat zich in syntactisch opzicht als eenheid manifesteert.
woordgroepen	=	woordgroep
woordgroepje	=	woordgroep
woordgroepjes	=	woordgroep
woordherkomst	noun	de oorsprong en ontwikkeling van een woord
woordherkomsten	=	woordherkomst
woordhouder	noun	iemand die zich aan zijn/haar woord houdt
woordhouders	=	woordhouder
woordhoudertje	=	woordhouder
woordhoudertjes	=	woordhouder
woordinvulling	noun	een functie in software om woorden aan of in te vullen
woordinvullingen	=	woordinvulling
woordje	=	woord
woordjes	=	woord
woordkeus	noun	keuze van woorden, hun volgorde en de kracht, nauwkeurigheid en het onderscheid waarmee ze worden gebruikt
woordkeuze	noun	keuze van woorden, hun volgorde en de kracht, nauwkeurigheid en het onderscheid waarmee ze worden gebruikt
woordkeuzen	=	woordkeuze
woordkeuzes	=	woordkeuze
woordkunst	noun|formal	literaire kunst d.w.z. het gearticuleerd, gevoelvol voordragen van poëzie of monologen
woordkunsten	=	woordkunst
woordkunstenaar	noun	iemand die speelt met woorden, zoals een dichter of literator
woordkunstenaars	=	woordkunstenaar
woordkunstenaartje	=	woordkunstenaar
woordkunstenaartjes	=	woordkunstenaar
woordkunstje	=	woordkunst
woordkunstjes	=	woordkunst
woordlengte	noun	het aantal letters, klanken, morfemen of lettergrepen van een woord
woordlengten	=	woordlengte
woordlengtes	=	woordlengte
woordloos	adj	zonder te spreken, zwijgend
woordloost	=	woordloos
woordlooste	=	woordloos
woordloze	=	woordloos
woordlozer	=	woordloos
woordlozere	=	woordloos
woordlozers	=	woordloos
woordmerk	noun	dat deel van een merkteken dat de benaming (van een organisatie of haar product) vertegenwoordigt
woordmerken	=	woordmerk
woordonderscheidend	adj	van iets (een klank, kenmerk of eigenschap) dat het in staat is om het verschil tussen twee woorden aan te duiden.
woordonderscheidende	=	woordonderscheidend
woordonderscheidender	=	woordonderscheidend
woordonderscheidendere	=	woordonderscheidend
woordonderscheidenders	=	woordonderscheidend
woordonderscheidends	=	woordonderscheidend
woordonderscheidendst	=	woordonderscheidend
woordonderscheidendste	=	woordonderscheidend
woordontleding	noun	de analyse van woorden en de opdeling ervan in woordsoorten
woordontledingen	=	woordontleding
woordontledinkje	=	woordontleding
woordontledinkjes	=	woordontleding
woordorde	noun	woordschikking, de manier waarop woorden geplaatst worden
woordorden	=	woordorde
woordordes	=	woordorde
woordpaar	noun	twee woorden die op een of andere manier bij elkaar horen of op elkaar lijken
woordpaartje	=	woordpaar
woordpaartjes	=	woordpaar
woordpakket	noun	een verzameling woorden, vaak specifiek gericht op kinderen in het onderwijs, die dagelijks worden aangeboden en geoefend om het visuele woordbeeld ervan eigen te maken
woordpakketten	=	woordpakket
woordparen	=	woordpaar
woordraadsel	noun	raadsel waarbij men een woord moet vormen uit de afzonderlijk gegeven delen.
woordraadsels	=	woordraadsel
woordraadseltje	=	woordraadsel
woordraadseltjes	=	woordraadsel
woordreeks	noun	een serie woorden
woordreeksen	=	woordreeks
woordreeksje	=	woordreeks
woordreeksjes	=	woordreeks
woordschikking	noun	de ordening van de woorden in een zin
woordschikkingen	=	woordschikking
woordschikkinkje	=	woordschikking
woordschikkinkjes	=	woordschikking
woordsoort	noun	categorie waarin bepaalde woorden naar gelang het grammaticale gebruik in onderverdeeld worden
woordsoorten	=	woordsoort
woordsoortje	=	woordsoort
woordsoortjes	=	woordsoort
woordspel	noun	taalgebruik niet bedoeld voor het overbrengen van een betekenis, maar om de eigenaardigheden van de taal te laten zien of een humoristisch effect te bereiken
woordspelen	=	woordspel
woordspelig	adj	met woordspelingen
woordspelige	=	woordspelig
woordspeliger	=	woordspelig
woordspeligere	=	woordspelig
woordspeligers	=	woordspelig
woordspeligs	=	woordspelig
woordspeligst	=	woordspelig
woordspeligste	=	woordspelig
woordspeling	noun	het gebruik van woorden met verschillende betekenissen, om een bepaald effect te bereiken.
woordspelingen	=	woordspeling
woordspelinkje	=	woordspeling
woordspelinkjes	=	woordspeling
woordspellen	=	woordspel
woordspelletje	=	woordspel
woordspelletjes	=	woordspel
woordtarief	noun	het bedrag dat betaald moet worden per woord om een geleverde dienst te verkrijgen
woordtariefje	=	woordtarief
woordtariefjes	=	woordtarief
woordtarieven	=	woordtarief
woordteken	noun	een leesteken binnen een woord
woordtekens	=	woordteken
woordtekentje	=	woordteken
woordtekentjes	=	woordteken
woordtonen	=	woordtoon
woordtoon	noun	de manier waarop een word uitgesproken wordt
woordtoontje	=	woordtoon
woordtoontjes	=	woordtoon
woordvariatie	noun	het gebruik van verschillende woorden
woordvariaties	=	woordvariatie
woordveld	noun	schematische weergave van bij elkaar horende woorden, vaak gecentreerd rond een thema of begrip
woordvelden	=	woordveld
woordverbinding	noun	de wijze waarop woorden aan elkaar geschreven worden, aaneengeschreven, eventueel met tussenletter (-s-, -en-, etc), of met liggend streepje
woordverbindingen	=	woordverbinding
woordverbindinkje	=	woordverbinding
woordverbindinkjes	=	woordverbinding
woordverklaring	noun	beschrijving van de betekenis van een woord
woordverklaringen	=	woordverklaring
woordverklarinkje	=	woordverklaring
woordverklarinkjes	=	woordverklaring
woordverkondiging	noun	prediking uit de Bijbel
woordverkondigingen	=	woordverkondiging
woordverzinsel	noun	niet gangbare, bedachte term
woordverzinsels	=	woordverzinsel
woordvoerder	noun	een persoon die namens anderen spreekt
woordvoerders	=	woordvoerder
woordvoerderschap	noun	het woordvoerder zijn en alles wat daarbij komt kijken
woordvoerderschappen	=	woordvoerderschap
woordvoerdertje	=	woordvoerder
woordvoerdertjes	=	woordvoerder
woordvoering	noun	de activiteit van het woordvoerder zijn en het woord voeren voor een organisatie of andere mensen
woordvoeringen	=	woordvoering
woordvoerster	noun	vrouwelijke vorm van woordvoerder
woordvoersters	=	woordvoerster
woordvoerstertje	=	woordvoerster
woordvoerstertjes	=	woordvoerster
woordvolgorde	noun	volgorde van woorden in een zin
woordvolgorden	=	woordvolgorde
woordvolgordes	=	woordvolgorde
woordvoorraad	noun	het totaal van alle beschikbare woorden
woordvoorraadje	=	woordvoorraad
woordvoorraadjes	=	woordvoorraad
woordvoorraden	=	woordvoorraad
woordvorm	noun	de flexie van een woord
woordvormen	=	woordvorm
woordvorming	noun	de vorming van nieuwe woorden en de verandering in de structuur van bestaande woorden, in het bijzonder in de manier waarop ze zijn opgebouwd uit morfemen.
woordvormingen	=	woordvorming
woordvormingsregel	noun	patronen waarlangs in een taal nieuwe termen kunnen ontstaan
woordvormingsregels	=	woordvormingsregel
woordweb	noun	grafsiche weergave van alle associaties die men bij een bepaald woord kan maken
woordwebben	=	woordweb
woordwebbetje	=	woordweb
woordwebbetjes	=	woordweb
woordwebje	=	woordweb
woordwebjes	=	woordweb
woordwebs	=	woordweb
woordwolk	noun	een grafisch attractief geordende groep woorden waarbij de meest frequente woorden een groter lettertype hebben dan minder frequente woorden.
woordwolken	=	woordwolk
woordwolkje	=	woordwolk
woordwolkjes	=	woordwolk
woordzoeker	noun	een puzzel waarin in een letterbrij woorden gevonden moeten worden.
woordzoekers	=	woordzoeker
woordzoekertje	=	woordzoeker
woordzoekertjes	=	woordzoeker
woosnamborstelhaarmuis	noun	Lophuromys woosnami knaagdier uit het geslacht Lophuromys dat voorkomt in de bergen van westelijk Oeganda, Rwanda, Burundi en het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC).
woosnamborstelhaarmuisje	=	woosnamborstelhaarmuis
woosnamborstelhaarmuisjes	=	woosnamborstelhaarmuis
woosnamborstelhaarmuizen	=	woosnamborstelhaarmuis
woot	noun	iemand die behoort tot een Oostzeefinse taal sprekend volk uit een gebied zuidwestelijk van Sint Petersburg in Rusland
woprelatie	noun	relatie die alleen seksueel is en waarbij de partners niet samenwonen
woprelaties	=	woprelatie
worcesterbes	noun	Ribes divaricatum plant uit de ribesfamilie (Grossulariaceae) die groeit in het wild in het noordwesten van Noord-Amerika, van Brits-Columbia tot Californië.
worcesterbesje	=	worcesterbes
worcesterbesjes	=	worcesterbes
worcesterbessen	=	worcesterbes
worcestersaus	noun	pikante saus gemaakt van azijn, suikerstroop, suiker, uitjes, ansjovis, tamarinde, knoflook, zout en kruiden
worcestersausen	=	worcestersaus
worcestersauzen	=	worcestersaus
word	=	worden
worde	=	worden
worden	verb	vormt de lijdende vorm
wordend	adj	een ontwikkeling doormakend
wordende	=	wordend
wordends	=	wordend
wordens	noun	genitief van worden
wordfeud	=	wordfeuden
wordfeudde	=	wordfeuden
wordfeudden	=	wordfeuden
wordfeude	=	wordfeuden
wordfeuden	verb	spelen van Wordfeud, waarbij op een beeldscherm uit letters woorden gevormd moeten worden
wordfeudend	=	wordfeuden
wordfeudende	=	wordfeuden
wordfeudt	=	wordfeuden
wording	noun	het worden
wordingen	=	wording
wordingsgeschiedenis	noun	geschiedenis van het ontstaan en de groei van iets
wordingsgeschiedenisje	=	wordingsgeschiedenis
wordingsgeschiedenisjes	=	wordingsgeschiedenis
wordingsgeschiedenissen	=	wordingsgeschiedenis
wordingsleer	noun	leer van het ontstaan van de dingen
wordingsleertje	=	wordingsleer
wordingsleertjes	=	wordingsleer
wordingsleren	=	wordingsleer
wordinkje	=	wording
wordinkjes	=	wording
wordprocessor	noun	tekstverwerker
wordprocessoren	=	wordprocessor
wordprocessors	=	wordprocessor
wordt	=	worden
worg	=	worgen
worgde	=	worgen
worgden	=	worgen
worge	=	worgen
worgen	verb	door dichtknijpen van de hals dood trachten te maken
worgend	=	worgen
worgende	=	worgen
worgengel	noun	engel die dood en verderf brengt; engel des verderfs
worgengelen	=	worgengel
worggreep	noun	het iemand verstikken door de hals met de handen dicht te knijpen
worggrepen	=	worggreep
worging	noun	het dichtknijpen van de hals
worgingen	=	worging
worginkje	=	worging
worginkjes	=	worging
worgpaal	noun	een instrument voor de voltrekking van de doodstraf, waarbij de veroordeelde aan een paal vastgebonden wordt
worgpalen	=	worgpaal
worgslang	=	wurgslang
worgt	=	worgen
work-out	noun	intensieve training vaak in een sportschool onder leiding van een coach
work-outs	=	work-out
workaholic	noun	iemand die verslaafd is aan hard werken en daardoor zichzelf of anderen schaadt
workaholics	=	workaholic
workaholisme	noun	verslaving aan werken
workshop	noun	gelegenheid waarbij men gezamenlijk creatief bezig is
workshopje	=	workshop
workshopjes	=	workshop
workshoppe	=	workshoppen
workshoppen	verb	het volgen van een workshop
workshoppend	=	workshoppen
workshoppende	=	workshoppen
workshops	=	workshop
workshopt	=	workshoppen
workshopte	=	workshoppen
workshopten	=	workshoppen
workstation	noun	een krachtige computer voor professioneel gebruik, die over gespecialiseerde hardware of software beschikt
workstations	=	workstation
worm	noun	een betrekkelijk klein, lang, ongewerveld dier met een zacht lichaam
wormachtig	adj	gelijkend of of eigenschappen hebbend van een worm
wormachtige	=	wormachtig
wormachtiger	=	wormachtig
wormachtigere	=	wormachtig
wormachtigers	=	wormachtig
wormachtigs	=	wormachtig
wormachtigst	=	wormachtig
wormachtigste	=	wormachtig
wormen	noun	een informele groep van ongewervelde dieren die niet tot de geleedpotigen behoren en die meer dan 25.000 soorten telt.
wormenbak	noun	een bak waar een hengelaar wormen vangt en bewaart die hij als aas gebruikt
wormenbakje	=	wormenbak
wormenbakjes	=	wormenbak
wormenbakken	=	wormenbak
wormenburger	noun	hamburger gemaakt van buffalowormen
wormenburgers	=	wormenburger
wormenburgertje	=	wormenburger
wormenburgertjes	=	wormenburger
wormensteker	noun	prikstok om pieren [1] uit de grond te halen
wormenstekers	=	wormensteker
wormgaatje	=	wormgat
wormgaatjes	=	wormgat
wormgat	noun	is een hypothetische mogelijkheid binnen de ruimte-tijd.
wormgaten	=	wormgat
wormhagedissen	noun	een onderorde (Amphisbaenia) van reptielen
wormig	adj	vol met wormen, aangetast door wormen (of rupsen)
wormige	=	wormig
wormiger	=	wormig
wormigere	=	wormig
wormigers	=	wormig
wormigs	=	wormig
wormigst	=	wormig
wormigste	=	wormig
wormkruid	noun	benaming voor verschillende planten van uit het geslacht Artemisia maar ook welriekende ganzenvoet (Chenopodium ambrosioides) die als middel tegen wormen gebruikt kunnen worden
wormkruidbij	noun	Colletes daviesanus een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
wormkruidbijen	=	wormkruidbij
wormkruidbijtje	=	wormkruidbij
wormkruidbijtjes	=	wormkruidbij
wormkruiden	=	wormkruid
wormkruidhaantje	noun	Galeruca tanaceti een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae) en behoort tot het geslacht Galeruca.
wormkruidhaantjes	=	wormkruidhaantje
wormkruidje	=	wormkruid
wormkruidjes	=	wormkruid
wormkruidkokermot	noun	Coleophora tanaceti een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
wormkruidkokermotje	=	wormkruidkokermot
wormkruidkokermotjes	=	wormkruidkokermot
wormkruidkokermotten	=	wormkruidkokermot
wormpje	=	worm
wormpjes	=	worm
wormsalamander	noun	benaming voor amfibieën uit de orde Gymnophiona
wormsalamanders	noun	een orde Gymnophiona van amfibieën (Amphibia) Wormsalamanders worden vertegenwoordigd door 205 verschillende soorten en is hiermee de kleinste orde van amfibieën.
wormschroef	noun	schroef van Archimedes
wormschroeven	=	wormschroef
wormslak	noun	benaming voor weekdieren uit de klasse Solenogastres
wormslakken	noun	een klasse Solenogastres
wormslangen	noun	een familie Typhlopidae van slangen (Serpentes)
wormsteek	noun	gat in fruit en groente gemaakt door een worm
wormsteken	=	wormsteek
wormstekig	adj	door wormen aangevreten en bedorven (met name van hout en vruchten)
wormstekige	=	wormstekig
wormstekiger	=	wormstekig
wormstekigere	=	wormstekig
wormstekigers	=	wormstekig
wormstekigs	=	wormstekig
wormstekigst	=	wormstekig
wormstekigste	=	wormstekig
wormvissen	noun	een familie Microdesmidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
wormvormig	adj	de vorm van een worm hebbend
wormvormige	=	wormvormig
wormvormiger	=	wormvormig
wormvormigere	=	wormvormig
wormvormigers	=	wormvormig
wormvormigs	=	wormvormig
wormvormigst	=	wormvormig
wormvormigste	=	wormvormig
wormwiel	noun	tandwiel waarin de gang van een schroef zonder eind grijpt (de worm), die dit in beweging brengt of erdoor wordt aangedreven.
wormwielen	=	wormwiel
wormwieltje	=	wormwiel
wormwieltjes	=	wormwiel
wormziekte	noun	ziekte veroorzaakt door wormen
wormziekten	=	wormziekte
wormziektes	=	wormziekte
worp	noun	de handeling van het werpen van iets
worpen	=	worp
worpje	=	worp
worpjes	=	worp
worst	noun	een toegebonden eind darm of vlies dat gevuld is met vleeswaar
worstangst	noun	angst voor kankerverwekkende stoffen in vlees
worstangsten	=	worstangst
worstangstje	=	worstangst
worstangstjes	=	worstangst
worstcasescenario	noun	scenario dat de afloop van een project of actie schetst onder de slechts mogelijke omstandigheden
worstcasescenario's	=	worstcasescenario
worstdubbeltandmos	noun	Didymodon tomaculosus een mossoort in de kleimosfamilie (Pottiaceae).
worstdubbeltandmosje	=	worstdubbeltandmos
worstdubbeltandmosjes	=	worstdubbeltandmos
worstdubbeltandmossen	=	worstdubbeltandmos
worstel	=	worstelen
worstelaar	noun	iemand die aan de vechtsport worstelen doet
worstelaars	=	worstelaar
worstelaartje	=	worstelaar
worstelde	=	worstelen
worstelden	=	worstelen
worstele	=	worstelen
worstelen	verb	een vorm van lichamelijke strijd waarbij men de tegenstander op de rug tracht te leggen
worstelend	=	worstelen
worstelende	=	worstelen
worsteling	noun	het worstelen
worstelingen	=	worsteling
worstelingetje	=	worsteling
worstelsport	noun	vermaak met wedstrijdelement dat bestaat uit het volgens bepaalde regels vechten, zonder slaan, schoppen of wapens
worstelsporten	=	worstelsport
worstelt	=	worstelen
worsten	=	worst
worstenbar	noun	cafetaria waar men (knak)worst en patat kan nuttigen
worstenbarren	=	worstenbar
worstenbarretje	=	worstenbar
worstenbarretjes	=	worstenbar
worstenbroden	=	worstenbrood
worstenbrood	noun	langwerpige lekkernij van gerezen en gebakken brooddeeg of bladerdeeg waar een worst in zit
worstenbroodje	noun	alleen verkleinwoord broodje waarin een worstje is gebakken
worstenbroodjes	=	worstenbrood
worstgerecht	noun	een gerecht waarbij worst de hoofdrol speelt
worstgerechten	=	worstgerecht
worstje	=	worst
worstjes	=	worst
worstkaasscenario	noun|humorous	worstcasescenario
worstkaasscenario's	=	worstkaasscenario
worstsoep	noun	soep gemaakt met worst
worstsoepen	=	worstsoep
worstsoepje	=	worstsoep
worstsoepjes	=	worstsoep
worstvinger	noun|humorous	korte, dikke vingers
worstvingers	=	worstvinger
worstvingertje	=	worstvinger
worstvingertjes	=	worstvinger
worstvormig	adj	vorm van een worst hebbend
worstvormige	=	worstvormig
worstvormiger	=	worstvormig
worstvormigere	=	worstvormig
worstvormigers	=	worstvormig
worstvormigs	=	worstvormig
worstvormigst	=	worstvormig
worstvormigste	=	worstvormig
wort	noun	aftreksel van mout, gezoet en gehopt beslag voor de bereiding van bier
wortel	noun	de eetbare wortel van de peen Daucus carota
wortelboktor	noun	Spondylis buprestoides een kever uit de familie boktorren (Cerambycidae)
wortelboktorren	=	wortelboktor
wortelboktorretje	=	wortelboktor
wortelboktorretjes	=	wortelboktor
wortelboorder	noun	insect uit de familie Hepialidae van primitieve vlinders in de superfamilie Hepialoidea.
wortelboorders	noun	Hepialidae een familie van primitieve vlinders in de superfamilie Hepialoidea.
wortelboordertje	=	wortelboorder
wortelboordertjes	=	wortelboorder
wortelbrand	noun	een schimmelziekte, Neocamarosporium beta, (anam.
wortelbranden	=	wortelbrand
wortelbrandje	=	wortelbrand
wortelbrandjes	=	wortelbrand
wortelde	=	wortelen
wortelden	=	wortelen
wortelduizendpoten	noun	Symphyla een klasse van kleine, witte geleedpotigen uit de onderstam duizendpotigen (Myriapoda).
wortele	=	wortelen
worteleinde	noun	landwaartse einde van een krib of dam
worteleinden	=	worteleinde
wortelen	verb	wortel schieten
wortelend	=	wortelen
wortelende	=	wortelen
wortelgemiddelde	noun	Het wortelgemiddelde met macht p van een rijtje getallen wordt als volgt berekend: verhef alle getallen tot de macht p, bepaal het gemiddelde van deze p-de machten en trek uit dit gemiddelde de p-de-machtswortel.
wortelgemiddelden	=	wortelgemiddelde
wortelgemiddeldes	=	wortelgemiddelde
wortelgetal	noun	getal dat de wortel is van een ander getal
wortelgetallen	=	wortelgetal
wortelgetalletje	=	wortelgetal
wortelgetalletjes	=	wortelgetal
wortelgetrokken	=	worteltrekken
wortelgewas	noun	plant die men kweekt om de vlezige dikke wortel
wortelgewasje	=	wortelgewas
wortelgewasjes	=	wortelgewas
wortelgewassen	=	wortelgewas
wortelhout	noun	het knoestige hout van boomwortels
wortelhoutspanner	noun	Eulithis prunata een vlinder uit de familie van de spanners.
wortelhoutspanners	=	wortelhoutspanner
wortelhoutspannertje	=	wortelhoutspanner
wortelhoutspannertjes	=	wortelhoutspanner
wortelig	adj	lijkend op een wortel
wortelige	=	wortelig
worteliger	=	wortelig
worteligere	=	wortelig
worteligers	=	wortelig
worteligs	=	wortelig
worteligst	=	wortelig
worteligste	=	wortelig
worteling	noun	het deel worden van een land of organisatie
wortelingen	=	worteling
wortelkanaal	noun	kanaal dat van de tandwortel naar de tandholte loopt, waardoor bloedvaten en zenuwen lopen
wortelkanaalbehandeling	noun	een tandheelkundige ingreep waarbij ontstoken of dood weefsel (pulpa) uit de tand of kies wordt verwijderd.
wortelkanaalbehandelingen	=	wortelkanaalbehandeling
wortelkanaalbehandelingetje	=	wortelkanaalbehandeling
wortelkanaalbehandelingetjes	=	wortelkanaalbehandeling
wortelkanaaltje	=	wortelkanaal
wortelkanaaltjes	=	wortelkanaal
wortelkanalen	=	wortelkanaal
wortelkluit	noun	een door de wortels van een plant bijeengehouden bal grond
wortelkluiten	=	wortelkluit
wortelkluitje	=	wortelkluit
wortelkluitjes	=	wortelkluit
wortelknobbel	noun	zwelling aan het ondergrondse deel van een plant
wortelknobbelaaltje	noun	benaming voor rondwormen uit het geslacht Meloidogyne dat soorten omvat die in de grond leven en parasiteren op wortels van planten
wortelknobbelaaltjes	noun	een geslacht Meloidogyne plantenparasitaire aaltjes die tot het geslacht Meloidogyne behoren.
wortelknobbels	=	wortelknobbel
wortelknobbeltje	=	wortelknobbel
wortelknobbeltjes	=	wortelknobbel
wortellesieaaltjes	noun	een geslacht Pratylenchus van rondwormen (nematoden).
wortelloos	adj	zonder wortel
wortelloost	=	wortelloos
wortellooste	=	wortelloos
wortelloze	=	wortelloos
wortellozer	=	wortelloos
wortellozere	=	wortelloos
wortellozers	=	wortelloos
wortelmutsje	noun	bescherming rond het tere worteluiteinde
wortelmutsjes	=	wortelmutsje
wortelnomen	noun	een zelfstandig naamwoord dat geen wortelvocaal bezit en waarbij de naamvalsuitgangen daarom onmiddellijk op de wortel volgen
wortelnomina	=	wortelnomen
wortelnoot	noun	een heel mooie en dure houtsoort afkomstig van de gewone walnoot of okkernoot.
wortelnootje	=	wortelnoot
wortelnootjes	=	wortelnoot
wortelnoten	adj	van wortelnoot
wortelpeterselie	noun	bepaalde variëteit van de peterselie, Petroselinum crispum var. tuberosum, vooral geteeld om de wortel
wortels	=	wortel
wortelsap	noun	het sap van wortelen dat gedronken kan worden
wortelsapje	=	wortelsap
wortelsapjes	=	wortelsap
wortelsappen	=	wortelsap
wortelsoep	noun	soep op basis van wortels
wortelsoepen	=	wortelsoep
wortelstok	noun	een ondergrondse, meestal horizontaal lopende, al of niet opgezwollen stengel, het is dus geen wortel
wortelstokfranjekelkje	noun	Lachnum pygmaeum een schimmel behorend tot de familie Lachnaceae.
wortelstokfranjekelkjes	=	wortelstokfranjekelkje
wortelstokje	=	wortelstok
wortelstokjes	=	wortelstok
wortelstokken	=	wortelstok
wortelstreepgrasuil	noun	Mythimna sicula een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
wortelstreepgrasuilen	=	wortelstreepgrasuil
wortelstreepgrasuiltje	=	wortelstreepgrasuil
wortelstreepgrasuiltjes	=	wortelstreepgrasuil
wortelt	=	wortelen
worteltaart	noun	een taart waarbij wortelen worden vermengd in het beslag
worteltaarten	=	worteltaart
worteltaartje	=	worteltaart
worteltaartjes	=	worteltaart
wortelteken	noun	√ een teken dat aangeeft dat men van het volgende getal de wortel moet trekken
worteltekens	=	wortelteken
worteltekentje	=	wortelteken
worteltje	=	wortel
worteltjes	=	wortel
worteltrek	=	worteltrekken
worteltrekke	=	worteltrekken
worteltrekken	verb	berekenen van een getal (wortel) dat een bepaald aantal keren met zichzelf vermenigvuldigd even groot is als een opgegeven waarde (een inverse operatie van machtsverheffen)
worteltrekkend	=	worteltrekken
worteltrekkende	=	worteltrekken
worteltrekt	=	worteltrekken
worteltrok	=	worteltrekken
worteltrokke	=	worteltrekken
worteltrokken	=	worteltrekken
worteltrokt	=	worteltrekken
wortelverbranding	noun	het afsterven van plantenwortels door overbemesting (zoutschade)
wortelverbrandingen	=	wortelverbranding
wortelverbrandinkje	=	wortelverbranding
wortelverbrandinkjes	=	wortelverbranding
wortelvlieg	noun	Chamaepsila rosae (syn: Musca rosae, Psila rosae en Chamaepsila henngi) een in Nederland en aangrenzend Duitsland en België vaak voorkomend insect dat peen, selderij, peterselie, maar ook uien en prei beschadigt.
wortelvliegen	noun	Psilidae een familie uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera), onderorde vliegen (Brachycera).
wortelvliegje	=	wortelvlieg
wortelvliegjes	=	wortelvlieg
wortelvormig	adj	vorm van een wortel hebbend
wortelvormige	=	wortelvormig
wortelvormiger	=	wortelvormig
wortelvormigere	=	wortelvormig
wortelvormigers	=	wortelvormig
wortelvormigs	=	wortelvormig
wortelvormigst	=	wortelvormig
wortelvormigste	=	wortelvormig
woten	=	woot
wotischtalig	adj	de Wotische taal sprekend
wotischtalige	=	wotischtalig
wotischtaligs	=	wotischtalig
wou	=	willen
woud	noun	groot bos [1]
woudaap	noun	Ixobrychus minutus kleinste reigersoort die in Nederland voorkomt
woudaapje	=	woudaap
woudaapjes	=	woudaap
woudapen	=	woudaap
woudbladroller	noun	Orthotaenia undulana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
woudbladrollers	=	woudbladroller
woudbladrollertje	=	woudbladroller
woudbladrollertjes	=	woudbladroller
woudduif	noun	een soort duif, een bosduif
woudduifje	=	woudduif
woudduifjes	=	woudduif
woudduivel	noun	een mandril
woudduivels	=	woudduivel
woudduiveltje	=	woudduivel
woudduiveltjes	=	woudduivel
woudduiven	=	woudduif
woude	=	willen
wouden	=	woud
woudezel	noun	een ezel die leeft in een woud
woudezels	=	woudezel
woudezeltje	=	woudezel
woudezeltjes	=	woudezel
woudgebergte	noun	een groot bos dat in een gebergte gelegen is
woudgebergten	=	woudgebergte
woudgebergtes	=	woudgebergte
woudje	=	woud
woudjes	=	woud
woudkrabspin	noun	Xysticus luctuosus een spinnensoort uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
woudkrabspinnen	=	woudkrabspin
woudkrabspinnetje	=	woudkrabspin
woudkrabspinnetjes	=	woudkrabspin
woudloper	noun	iemand die door de bossen wandelt voor zijn plezier
woudlopers	=	woudloper
woudparelmoervlinder	noun	bepaalde soort vlinder, Melitaea diamina, uit de onderfamilie Melitaeinae, die vroeger in Nederland voorkwam.
woudparelmoervlinders	=	woudparelmoervlinder
woudplatvoetje	noun	Platycheirus sticticus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
woudplatvoetjes	=	woudplatvoetje
woudreus	noun	zeer grote boom die in het bos staat
woudreuzen	=	woudreus
woudt	=	willen
woudvliegenvanger	noun	Petroica bivittata een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
woudvliegenvangers	=	woudvliegenvanger
woudvliegenvangertje	=	woudvliegenvanger
woudvliegenvangertjes	=	woudvliegenvanger
woudvogel	noun	een vogel die in een woud leeft
woudvogels	=	woudvogel
woudvogeltje	=	woudvogel
woudvogeltjes	=	woudvogel
woudwever	noun	Ploceus bicolor een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
woudwevers	=	woudwever
woudwevertje	=	woudwever
woudwevertjes	=	woudwever
would-be	adj	niet succesvol
would-beacteur	noun	niet succesvolle acteur
would-beacteurs	=	would-beacteur
would-beactrice	noun	niet succesvolle actrice
would-beactrices	=	would-beactrice
would-beschrijfster	noun	niet succesvolle schrijfster
would-beschrijfsters	=	would-beschrijfster
would-beschrijver	noun	niet succesvolle schrijver
would-beschrijvers	=	would-beschrijver
wous	noun	iemand met ondoordacht en onaangepast gedrag	adj|informal	lachwekkend om te zien, ongeremd gedrag vertonend
wout	noun|slang	politieagent
wouten	=	wout
wouter	noun	een waterpas latje bevestigd aan muur of beschot, om er het uiteinde van een plank op te leggen
wouterman	noun	een waterpas latje bevestigd aan muur of beschot, om er het uiteinde van een plank op te leggen
woutermannen	=	wouterman
woutermannetje	=	wouterman
woutermannetjes	=	wouterman
wouters	=	wouter
woutertje	=	wouter
woutertjes	=	wouter
woutje	=	wout
woutjes	=	wout
wouw	noun	benaming voor roofvogels uit het geslacht Milvus of het geslacht Haliastur
wouwaap	=	woudaap
wouwen	=	wouw
wouwtje	=	wouw
wouwtjes	=	wouw
wouze	=	wous
wouzen	=	wous
wov	noun	zesde letter van het alfabet
wove	=	wuiven
woven	=	wuiven
wovenª	=	wuiven
wovs	=	wov
wovven	=	wov
wow	intj	uitroep van verbazing
woz-beschikking	noun	een officieel besluit van de gemeente waarin de geschatte marktwaarde van een onroerende zaak (zoals een woning of bedrijfspand) is vastgesteld.
woz-beschikkingen	=	woz-beschikking
woz-beschikkinkje	=	woz-beschikking
woz-beschikkinkjes	=	woz-beschikking
woz-schade	noun	schade die men lijdt door een te lage WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken)
woz-schaden	=	woz-schade
woz-schades	=	woz-schade
woz-waarde	noun	de waarde van een woning of gebouw volgens de Wet waardering onroerende zaken
woz-waarden	=	woz-waarde
woz-waardes	=	woz-waarde
wraack	=	wraak
wraak	noun	het vergelden van doorgemaakt lijden #:▸ Maar dan, op een dag, wordt er een steen geworpen - en of het nu per ongeluk of expres is, die steen raakt de voorruit van de auto van een of andere machtige idioot die wraak wil, of die indruk op zijn minnares wil maken en - zoef - daar komen de voetsoldaten al binnenmarcheren.
wraakactie	noun	actie bedoeld om wraak te nemen
wraakacties	=	wraakactie
wraakactietje	=	wraakactie
wraakactietjes	=	wraakactie
wraakbaar	adj	afkeurenswaard, verwerpelijk, laakbaar
wraakbaarder	=	wraakbaar
wraakbaardere	=	wraakbaar
wraakbaarders	=	wraakbaar
wraakbaars	=	wraakbaar
wraakbaarst	=	wraakbaar
wraakbaarste	=	wraakbaar
wraakbare	=	wraakbaar
wraakengel	noun	engel die Gods straf uitvoert
wraakengelen	=	wraakengel
wraakexpeditie	noun	tocht die men maakt om wraak te nemen op mensen die kwaad hebben berokkend
wraakexpedities	=	wraakexpeditie
wraakexpeditietje	=	wraakexpeditie
wraakexpeditietjes	=	wraakexpeditie
wraakfilm	noun	verhaal over iemand die vergelding zoekt, verteld in bewegende beelden
wraakfilms	=	wraakfilm
wraakgevoel	noun	emotie die je kunt voelen als je iemand kwaad wilt doen die jou kwaad heeft gedaan
wraakgevoelen	noun	de emotionele mening dat men zoveel leed of onrecht is aangedaan dat men het recht of zelfs de plicht heeft de ander te moeten straffen
wraakgevoelens	=	wraakgevoelen
wraakgierig	adj	vol haat en lust om wraak te nemen
wraakgierige	=	wraakgierig
wraakgieriger	=	wraakgierig
wraakgierigere	=	wraakgierig
wraakgierigers	=	wraakgierig
wraakgierigs	=	wraakgierig
wraakgierigst	=	wraakgierig
wraakgierigste	=	wraakgierig
wraakgodin	noun	vrouwelijke godheid die de wraak der goden uitvoert; godinnen die mensen kwellen die iets misdaad hebben
wraakgodinnen	=	wraakgodin
wraakgoed	noun	uitschot
wraakharing	noun	afgekeurde haring
wraakharingen	=	wraakharing
wraakharinkje	=	wraakharing
wraakharinkjes	=	wraakharing
wraaklust	noun	zin om zich te wreken
wraaklusten	=	wraaklust
wraaklustig	adj	de neiging hebben om iemand iets te vergelden
wraaklustige	=	wraaklustig
wraaklustiger	=	wraaklustig
wraaklustigere	=	wraaklustig
wraaklustigers	=	wraaklustig
wraaklustigs	=	wraaklustig
wraaklustigst	=	wraaklustig
wraaklustigste	=	wraaklustig
wraaknemer	noun	iemand die zich wreekt, wraak neemt
wraaknemers	=	wraaknemer
wraaknemertje	=	wraaknemer
wraaknemertjes	=	wraaknemer
wraakneming	noun	iets wat men doet als vergelding voor een (ervaren) kwaad dat men is aangedaan
wraaknemingen	=	wraakneming
wraakoefening	noun	de keer dat men een persoon bestraft die kwaad heeft aangericht
wraakoefeningen	=	wraakoefening
wraakporno	noun	pornografische foto's of filmpjes die voor privédoeleinden gemaakt zijn publiceren uit wraak jegens de ex-geliefde
wraakroepend	adj	van iets dat het zo slecht, gemeen of misdadig is dat het uitnodigt tot wraak
wraakroepende	=	wraakroepend
wraakroepends	=	wraakroepend
wraaksein	noun	teken dat vergelding van een wandaad zal plaatsvinden
wraakt	=	wraken
wraakte	=	wraken
wraakten	=	wraken
wraakzucht	noun	een ziekelijke behoefte aan vergelding wegens een echt of vermeend onrecht dat iemand is aangedaan
wraakzuchtig	adj	met een niet te bedwingen wens om wraak te willen nemen
wraakzuchtige	=	wraakzuchtig
wraakzuchtiger	=	wraakzuchtig
wraakzuchtigere	=	wraakzuchtig
wraakzuchtigers	=	wraakzuchtig
wraakzuchtigs	=	wraakzuchtig
wraakzuchtigst	=	wraakzuchtig
wraakzuchtigste	=	wraakzuchtig
wrack	=	vrek
wraeck	=	wraak
wraek	=	wraak
wrak	noun	overblijfsel van een verongelukt of gestrand vaar-, voer- of vliegtuig	adj	met gebreken, niet sterk, niet gaaf
wrakbaars	noun	Polyprion americanus een straalvinnige vis uit het geslacht van Polyprionidae, orde van baarsachtigen (Perciformes).
wrakbaarsje	=	wrakbaars
wrakbaarsjes	=	wrakbaars
wrakbaarzen	=	wrakbaars
wrake	=	wraken
wraken	verb	afkeuren, verwerpen
wrakend	=	wraken
wrakende	=	wraken
wrakgoed	noun	aangespoelde goederen van een vergaan schip
wrakgoederen	=	wrakgoed
wrakhout	noun	hout van een scheepswrak
wraking	noun	een procedure bij de rechtbank, die bedoeld is om de objectiviteit van een rechter te beoordelen
wrakingen	=	wraking
wrakingskamer	noun	groep rechters die beoordeelt of een collega-rechter objectief een oordeel in een bepaalde rechtszaak kan vellen
wrakingskamers	=	wrakingskamer
wrakingsverzoek	noun	verzoek om een nieuwe rechter in een rechtszaak omdat de huidige rechter mogelijk partijdig zou kunnen zijn
wrakingsverzoeken	=	wrakingsverzoek
wrakinkje	=	wraking
wrakinkjes	=	wraking
wrakje	=	wrak
wrakjes	=	wrak
wrakke	=	wrak
wrakken	=	wrak
wrakker	=	wrak
wrakkere	=	wrak
wrakkers	=	wrak
wrakkig	adj	met veel gebreken; in zeer slechte toestand; lijkend op een wrak
wrakkige	=	wrakkig
wrakkiger	=	wrakkig
wrakkigere	=	wrakkig
wrakkigers	=	wrakkig
wrakkigs	=	wrakkig
wrakkigst	=	wrakkig
wrakkigste	=	wrakkig
wraks	=	wrak
wrakst	=	wrak
wrakste	=	wrak
wrakstuk	noun	restanten van zaken die bij een ongeval kapot zijn gegaan
wrakstukje	=	wrakstuk
wrakstukjes	=	wrakstuk
wrakstukken	=	wrakstuk
wrakvissen	noun	een familie Polyprionidae van vissen die tot de orde van baarsachtigen (Perciformes) behoren.
wrang	noun	benaming voor plantjes uit het geslacht Cuscuta, die zich als een parasiet om andere planten heen slingeren	adj	zuur (en bitter)
wrange	=	wrang
wrangen	=	wrang
wranger	=	wrang
wrangere	=	wrang
wrangers	=	wrang
wrangheden	=	wrangheid
wrangheid	noun	heteem zure, bittere, scherpe smaak hebben
wrangs	=	wrang
wrangst	=	wrang
wrangste	=	wrang
wrangwortel	noun	Helleborus viridis een giftige, reukloze, overblijvende plant, die behoort tot de ranonkelfamilie
wrangwortels	=	wrangwortel
wrap	noun	soort dunne en opgerolde pannenkoek gemaakt van maïs of tarwe, die wordt gevuld met vlees en groenten
wrappe	=	wrappen
wrappen	verb	met folie beplakken
wrappend	=	wrappen
wrappende	=	wrappen
wraps	=	wrap
wrapt	=	wrappen
wrapte	=	wrappen
wrapten	=	wrappen
wrat	noun	hard, ruw knobbeltje op de huid veroorzaakt door virussen, vaak voorkomend op handen en voeten
wratachtig	adj	lijkend op een wrat
wratachtige	=	wratachtig
wratachtiger	=	wratachtig
wratachtigere	=	wratachtig
wratachtigers	=	wratachtig
wratachtigs	=	wratachtig
wratachtigst	=	wratachtig
wratachtigste	=	wratachtig
wratje	=	wrat
wratjes	=	wrat
wratjesplatbek	noun	Heringia brevidens een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
wratjesplatbekje	=	wratjesplatbek
wratjesplatbekjes	=	wratjesplatbek
wratjesplatbekken	=	wratjesplatbek
wratoogkrab	noun	Achaeus cranchii een krab uit de familie Inachidae, die waarschijnlijk niet voorkomt voor de Nederlandse en Belgische kust.
wratoogkrabben	=	wratoogkrab
wratoogkrabbetje	=	wratoogkrab
wratoogkrabbetjes	=	wratoogkrab
wratsierkopje	noun	Walckenaeria dysderoides een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
wratsierkopjes	=	wratsierkopje
wratten	=	wrat
wrattenaalscholver	noun	Leucocarbo carunculatus een vogel uit de familie Phalacrocoracidae (Aalscholvers)
wrattenaalscholvers	=	wrattenaalscholver
wrattenaalscholvertje	=	wrattenaalscholver
wrattenaalscholvertjes	=	wrattenaalscholver
wrattenbijter	noun	Decticus verrucivorus een insect uit de sprinkhanenfamilie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae)
wrattenbijters	=	wrattenbijter
wrattenbijtertje	=	wrattenbijter
wrattenbijtertjes	=	wrattenbijter
wrattenibis	noun	Pseudibis papillosa een vogel uit de familie Threskiornithidae (Ibissen en lepelaars).
wrattenibisje	=	wrattenibis
wrattenibisjes	=	wrattenibis
wrattenibissen	=	wrattenibis
wrattenkaakje	noun	Tmeticus affinis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
wrattenkaakjes	=	wrattenkaakje
wrattenkameleon	noun	Furcifer verrucosus een hagedis uit de familie kameleons (Chamaeleonidae)
wrattenkameleonnetje	=	wrattenkameleon
wrattenkameleonnetjes	=	wrattenkameleon
wrattenkameleons	=	wrattenkameleon
wrattenslangen	noun	een geslacht Acrochordus en een familie Acrochordidae van slangen
wrattensteenvis	noun	Synanceia horrida een straalvinnige vissensoort uit de familie van de steenvissen (Synanceiidae).
wrattensteenvisje	=	wrattensteenvis
wrattensteenvisjes	=	wrattensteenvis
wrattensteenvissen	=	wrattensteenvis
wrattenzwijn	noun	benaming voor Afrikaanse wilde varkens uit het geslacht Phacochoerus
wrattenzwijnen	=	wrattenzwijn
wrattenzwijntje	=	wrattenzwijn
wrattenzwijntjes	=	wrattenzwijn
wrattig	adj	bedekt met veel wratten
wrattige	=	wrattig
wrattiger	=	wrattig
wrattigere	=	wrattig
wrattigers	=	wrattig
wrattigs	=	wrattig
wrattigst	=	wrattig
wrattigste	=	wrattig
wratvoetgalwesp	noun	Andricus clementinae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
wratvoetgalwespen	=	wratvoetgalwesp
wratvoetgalwespje	=	wratvoetgalwesp
wratvoetgalwespjes	=	wratvoetgalwesp
wratziekte	noun	schimmelziekte die voorkomt bij aardappelen, veroorzaakt door Synchytridium endobioticum
wratziekten	=	wratziekte
wratziektes	=	wratziekte
wratzwijn	noun	benaming voor Afrikaanse wilde varkens uit het geslacht Phacochoerus
wratzwijnen	=	wratzwijn
wreck	=	vrek
wreckig	=	vrekkig
wrede	=	wreed
wredelijk	adv	op een wrede manier
wreder	=	wreed
wredere	=	wreed
wreders	=	wreed
wreed	adj	meedogenloos
wreedaard	noun	iemand die wreed van aard is
wreedaardig	adj	een gewelddadig karakter hebbend waardoor zo iemand anderen graag pijn doet
wreedaardige	=	wreedaardig
wreedaardiger	=	wreedaardig
wreedaardigere	=	wreedaardig
wreedaardigers	=	wreedaardig
wreedaardigheden	=	wreedaardigheid
wreedaardigheid	noun	het wreed zijn als karakter eigenschap; handeling die pijnlijk is
wreedaardiglijk	adj	met plezier anderen kwellen; zonder spijt anderen pijn doen; op wrede wijze
wreedaardiglijke	=	wreedaardiglijk
wreedaardiglijker	=	wreedaardiglijk
wreedaardiglijkere	=	wreedaardiglijk
wreedaardiglijkers	=	wreedaardiglijk
wreedaardiglijks	=	wreedaardiglijk
wreedaardiglijkst	=	wreedaardiglijk
wreedaardiglijkste	=	wreedaardiglijk
wreedaardigs	=	wreedaardig
wreedaardigst	=	wreedaardig
wreedaardigste	=	wreedaardig
wreedaardje	=	wreedaard
wreedaards	=	wreedaard
wreedheden	=	wreedheid
wreedheid	noun	nietsontziendheid in het aandoen van leed aan anderen
wreedheidje	=	wreedheid
wreeds	=	wreed
wreedst	=	wreed
wreedste	=	wreed
wreef	noun	bovenkant van de voet tussen tenen en enkel
wreefje	=	wreef
wreefjes	=	wreef
wreeft	=	wrijven
wreek	=	wreken
wreekt	=	wreken
wreekte	=	wreken
wreekten	=	wreken
wreke	=	wreken
wreken	verb	een bepaald soort onrecht vergelden door zelf iets vergelijkbaars te doen
wrekend	=	wreken
wrekende	=	wreken
wreker	noun	iemand die zich wreekt, wraak neemt
wrekers	=	wreker
wrekertje	=	wreker
wrekertjes	=	wreker
wreking	noun	het op een krachtige manier afkeuren van iets of iemand
wrekingen	=	wreking
wrekinkje	=	wreking
wrekinkjes	=	wreking
wrens	=	wrensen
wrenschen	=	wrensen
wrense	=	wrensen
wrensen	verb	een typerend geluid voortbrengen (door een hengst naar een merrie)
wrensend	=	wrensen
wrensende	=	wrensen
wrenst	=	wrensen
wrenste	=	wrensen
wrensten	=	wrensen
wreve	=	wrijven
wrevel	noun	het boos, geprikkeld en geërgerd zijn	adj	boosaardig, misdadig
wrevele	=	wrevel
wreveler	=	wrevel
wrevelere	=	wrevel
wrevelers	=	wrevel
wrevelig	adj	geïrriteerd, bitter
wrevelige	=	wrevelig
wreveliger	=	wrevelig
wreveligere	=	wrevelig
wreveligers	=	wrevelig
wreveligs	=	wrevelig
wreveligst	=	wrevelig
wreveligste	=	wrevelig
wrevels	=	wrevel
wrevelst	=	wrevel
wrevelste	=	wrevel
wreveltje	=	wrevel
wreven	=	wreef
wriemel	=	wriemelen
wriemelde	=	wriemelen
wriemelden	=	wriemelen
wriemele	=	wriemelen
wriemelen	verb	onrustig door elkaar bewegen of doen bewegen
wriemelend	=	wriemelen
wriemelende	=	wriemelen
wriemelt	=	wriemelen
wriggel	=	wriggelen
wriggelde	=	wriggelen
wriggelden	=	wriggelen
wriggele	=	wriggelen
wriggelen	verb	wriemelen, kronkelen
wriggelend	=	wriggelen
wriggelende	=	wriggelen
wriggelt	=	wriggelen
wrijf	noun	wreef
wrijfdoek	noun	doekje dat je kunt gebruiken om iets op een glad oppervlakte te wrijven
wrijfdoeken	=	wrijfdoek
wrijfdoekje	=	wrijfdoek
wrijfdoekjes	=	wrijfdoek
wrijfhout	noun	een stuk hout van pakweg 15 x 15 x 100 centimeter dat aan de zijkant van een schip gehangen kan worden om schade aan een schip te voorkomen
wrijfhouten	=	wrijfhout
wrijfhoutje	=	wrijfhout
wrijfhoutjes	=	wrijfhout
wrijfje	=	wrijf
wrijfjes	=	wrijf
wrijfklank	noun	een medeklinker die geproduceerd wordt met een gedeeltelijke obstructie ergens in het spraakkanaal
wrijfklanken	=	wrijfklank
wrijfklankje	=	wrijfklank
wrijfklankjes	=	wrijfklank
wrijflap	noun	een doek waarmee men hout kan opwrijven zodat het weer glimt
wrijflapje	=	wrijflap
wrijflapjes	=	wrijflap
wrijflappen	=	wrijflap
wrijfpaal	noun	zware lostaande meerpaal die op de hoek van een kunstwerk staat om dit kunstwerk te beschermen bij de doorvaart van schepen
wrijfpaaltje	=	wrijfpaal
wrijfpaaltjes	=	wrijfpaal
wrijfpalen	=	wrijfpaal
wrijfsteen	noun	een enigszins holle, iets ruwe steen om Oost-Indische inkt te maken.
wrijfsteentje	=	wrijfsteen
wrijfsteentjes	=	wrijfsteen
wrijfstenen	=	wrijfsteen
wrijft	=	wrijven
wrijfwas	noun	was die men wrijvend aanbrengt op hout
wrijfwassen	=	wrijfwas
wrijve	=	wrijven
wrijven	verb	hard tegen een voorwerp aan bewegen
wrijvend	=	wrijven
wrijvende	=	wrijven
wrijving	noun	is in de natuurkunde het verschijnsel waarbij een weerstandskracht kan ontstaan wanneer twee oppervlakken langs elkaar schuiven, terwijl ze tegen elkaar aan gedrukt worden.
wrijvingen	=	wrijving
wrijvingscoëfficiënt	noun	getal dat de mate van wrijving tussen twee oppervlakken aangeeft
wrijvingscoëfficiënten	=	wrijvingscoëfficiënt
wrijvingscoëfficiëntje	=	wrijvingscoëfficiënt
wrijvingscoëfficiëntjes	=	wrijvingscoëfficiënt
wrijvingselektriciteit	noun	elektriciteit die door wrijving wordt opgewekt
wrijvingshoek	noun	de hoek van een hellend vlak die een daarop geplaatst object er vanaf doet glijden
wrijvingshoeken	=	wrijvingshoek
wrijvingshoekje	=	wrijvingshoek
wrijvingshoekjes	=	wrijvingshoek
wrijvingskracht	noun	de oorzaak van de vertraging van een bewegend voorwerp wanneer het met zijn oppervlak langs iets anders schuift, opgevat als een kracht
wrijvingskrachten	=	wrijvingskracht
wrijvingsloos	adj	zonder wrijving
wrijvingsloost	=	wrijvingsloos
wrijvingslooste	=	wrijvingsloos
wrijvingsloze	=	wrijvingsloos
wrijvingslozer	=	wrijvingsloos
wrijvingslozere	=	wrijvingsloos
wrijvingslozers	=	wrijvingsloos
wrijvingsmeter	noun	apparaat om te bepalen van hoeveel wrijvingskracht er sprake is
wrijvingsmeters	=	wrijvingsmeter
wrijvingsmetertje	=	wrijvingsmeter
wrijvingsmetertjes	=	wrijvingsmeter
wrijvingspunt	noun	onderwerp waarover een meningsverschil bestaat
wrijvingspunten	=	wrijvingspunt
wrijvingsverlies	noun	bewegingsenergie die wordt omgezet in warmte wanneer twee oppervlakken langs elkaar bewegen en die leidt tot een afnemende snelheid als er geen krachtbron is de de beweging aandrijft
wrijvingsverliezen	=	wrijvingsverlies
wrijvingsvlak	noun	vlak waar wrijving optreedt als twee voorwerpen tegen elkaar bewegen
wrijvingsvlakje	=	wrijvingsvlak
wrijvingsvlakjes	=	wrijvingsvlak
wrijvingsvlakken	=	wrijvingsvlak
wrijvingswarmte	noun	warmte die ontstaat met de wrijving
wrijvingswarmtes	=	wrijvingswarmte
wrijvingsweerstand	noun	weerstand die ontstaat als gevolg van wrijving met de ondergrond
wrijvingsweerstanden	=	wrijvingsweerstand
wrijvinkje	=	wrijving
wrijvinkjes	=	wrijving
wrik	noun	een wrikkende beweging
wrikke	=	wrikken
wrikkel	=	wrikkelen
wrikkelde	=	wrikkelen
wrikkelden	=	wrikkelen
wrikkele	=	wrikkelen
wrikkelen	verb	het lichaam heen en weer bewegen, wurmen
wrikkelend	=	wrikkelen
wrikkelende	=	wrikkelen
wrikkelt	=	wrikkelen
wrikken	verb	een vaartuig voortbewegen door aan de achterzijde ervan een roeispaan heen en weer te bewegen
wrikkend	=	wrikken
wrikkende	=	wrikken
wrikriem	noun	roeispaan waarmee men een bootje voort kan wrikken zoals gondeliers doen
wrikriemen	=	wrikriem
wrikt	=	wrikken
wrikte	=	wrikken
wrikten	=	wrikken
wring	=	wringen
wringe	=	wringen
wringen	verb	met een draaiende beweging iets vervormen
wringend	=	wringen
wringende	=	wringen
wringer	noun	apparaat om het water uit het wasgoed te persen en bestaat uit twee dicht bij elkaar staande, rubberen rollen
wringers	=	wringer
wringertje	=	wringer
wringertjes	=	wringer
wringijzer	noun	een houder waarin een draadtap voor het draadtappen wordt vastgeklemd
wringijzers	=	wringijzer
wringijzertje	=	wringijzer
wringijzertjes	=	wringijzer
wringing	noun	het wringen
wringingen	=	wringing
wringinkje	=	wringing
wringinkjes	=	wringing
wringt	=	wringen
wrm	=	waarom
wrocht	=	werken
wrochte	=	wrochten
wrochten	verb	op een zelfverzonnen manier in elkaar zetten
wrochtend	=	wrochten
wrochtende	=	wrochten
wrochtte	=	wrochten
wrochtten	=	wrochten
wroeg	=	wroegen
wroegde	=	wroegen
wroegden	=	wroegen
wroege	=	wroegen
wroegen	verb|obsolete	verwijten, meedelen, aanwijzen, beschuldigen, aanklagen
wroegend	=	wroegen
wroegende	=	wroegen
wroeging	noun	spijt, gewetensnood, berouw
wroegingen	=	wroeging
wroeginkje	=	wroeging
wroeginkjes	=	wroeging
wroegt	=	wroegen
wroet	=	wroeten
wroete	=	wroeten
wroetel	=	wroetelen
wroetelde	=	wroetelen
wroetelden	=	wroetelen
wroetele	=	wroetelen
wroetelen	verb|obsolete	blijven woelen
wroetelend	=	wroetelen
wroetelende	=	wroetelen
wroetelt	=	wroetelen
wroeten	verb	de grond omwoelen op zoek naar iets
wroetend	=	wroeten
wroetende	=	wroeten
wroeter	noun	een harde werker
wroeters	=	wroeter
wroette	=	wroeten
wroetten	=	wroeten
wrok	noun	blijvend gevoel van onvrede over geleden of vermeend onrecht
wroke	=	wreken
wroken	=	wreken
wrokje	=	wrok
wrokjes	=	wrok
wrokke	=	wrokken
wrokken	verb	een verongelijkt gevoel koesteren
wrokkend	=	wrokken
wrokkende	=	wrokken
wrokkig	adj	blijvend boos
wrokkige	=	wrokkig
wrokkiger	=	wrokkig
wrokkigere	=	wrokkig
wrokkigers	=	wrokkig
wrokkigs	=	wrokkig
wrokkigst	=	wrokkig
wrokkigste	=	wrokkig
wrokt	=	wrokken
wrokte	=	wrokken
wrokten	=	wrokken
wrong	noun	oorspronkelijk een rol van twee ineengedraaide repen stof, gevuld met haar of wol, aangebracht boven op de helm om vijandelijke slagen te breken
wronge	=	wringen
wrongel	noun	neerslag van gestremde melk
wrongelde	=	wrongelen
wrongelden	=	wrongelen
wrongele	=	wrongelen
wrongelen	verb	stremmen van melk
wrongelend	=	wrongelen
wrongelende	=	wrongelen
wrongels	=	wrongel
wrongelt	=	wrongelen
wrongeltje	=	wrongel
wrongeltjes	=	wrongel
wrongen	=	wringen
wrongetje	=	wrong
wrongetjes	=	wrong
wrongt	=	wringen
wrook	=	wreken
wrookt	=	wreken
wrs	=	waarschijnlijk
wrsch	=	waarschijnlijk
wrslk	=	waarschijnlijk
wrymouten	noun	een familie Cryptacanthodidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
ws	=	waarschijnlijk
wsl	=	waarschijnlijk
wss	=	waarschijnlijk
wsw'er	noun	iemand die via de wet sociale werkplek een indicatie heeft
wsw'ers	=	wsw'er
wsw'ertje	=	wsw'er
wsw'ertjes	=	wsw'er
wtf	intj|vulgar	gebruikt om verbazing of onbegrip uit te drukken
wubbe	noun	toenemende irritatie, grote ergernis
wubbes	=	wubbe
wuft	adj|figurative	licht en oppervlakkig in overtuigingen en gedragingen, wispelturig
wufte	=	wuft
wuftelijk	adj	met gebrek aan diepgang en vastberadenheid
wuftelijke	=	wuftelijk
wuftelijker	=	wuftelijk
wuftelijkere	=	wuftelijk
wuftelijkers	=	wuftelijk
wuftelijks	=	wuftelijk
wuftelijkst	=	wuftelijk
wuftelijkste	=	wuftelijk
wufter	=	wuft
wuftere	=	wuft
wufters	=	wuft
wuftheden	=	wuftheid
wuftheid	noun	het wuft zijn
wufts	=	wuft
wuftst	=	wuft
wuftste	=	wuft
wuhanvirus	noun	een besmettelijk type coronavirus dat een ontsteking van de luchtwegen kan veroorzaken, in december 2019 voor het eerst opgedoken in China
wuhanvirussen	=	wuhanvirus
wui	noun	werktuig voor het spinnen van schiemansgaren
wuien	=	wui
wuif	=	wuiven
wuifde	=	wuiven
wuifden	=	wuiven
wuifgebaar	noun	een beweging met de handen die lijkt op zwaaien
wuifgebaartje	=	wuifgebaar
wuifgebaartjes	=	wuifgebaar
wuifgebaren	=	wuifgebaar
wuifmoment	noun	gelegenheid waarin publiek en beroemdheden naar elkaar kunnen zwaaien
wuifmomenten	=	wuifmoment
wuift	=	wuiven
wuive	=	wuiven
wuiven	verb	een groet brengen door met de handen te zwaaien
wuivend	adj	heen en weer zwaaiend
wuivende	=	wuiven
wuivends	=	wuivend
wulf	noun	gebogen, gemetselde zoldering, koepel of boog
wulk	noun	Buccinum undatum (of enige verwante soorten), een vrij grote zeeslak uit de Noordzee die eetbaar is en tot de Buccinidae behoort
wulken	=	wulk
wulkje	=	wulk
wulkjes	=	wulk
wulp	noun	Numenius arquata, een vogel uit de familie van de snipachtigen (Scolopacidae)
wulpbekmuisspecht	noun	Drymotoxeres pucheranii een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
wulpbekmuisspechten	=	wulpbekmuisspecht
wulpbekmuisspechtje	=	wulpbekmuisspecht
wulpbekmuisspechtjes	=	wulpbekmuisspecht
wulpen	=	wulp
wulpennest	noun	een nest van een vogel uit het vogelgeslacht van de wulpen
wulpennesten	=	wulpennest
wulpennestje	=	wulpennest
wulpennestjes	=	wulpennest
wulpje	=	wulp
wulpjes	=	wulp
wulps	adj	dartel, onbezonnen
wulpse	=	wulps
wulpser	=	wulps
wulpsere	=	wulps
wulpsers	=	wulps
wulpsheden	=	wulpsheid
wulpsheid	noun	het wulps zijn, de zinnelijkheid
wulpsheidje	=	wulpsheid
wulpsheidjes	=	wulpsheid
wulpst	=	wulps
wulpste	=	wulps
wulven	=	wulf
wuppie	noun	een klein, pluizig knuffelbeestje dat voornamelijk wordt gebruikt als promotiemateriaal
wuppierage	noun	plotseling modeverschijnsel om wuppies te verzamelen rond het WK-voetballen in 2006
wuppierages	=	wuppierage
wuppies	=	wuppie
wurg	=	wurgen
wurgarend	noun	Morphnus guianensis een roofvogel uit Latijns-Amerika.
wurgarenden	=	wurgarend
wurgarendje	=	wurgarend
wurgarendjes	=	wurgarend
wurgcontract	noun	contract met voor een van beide partijen zeer ongunstige voorwaarden waarbij bij voorbeeld sprake is van gedwongen winkelnering, koppelverkoop, woekerrente of woekerkosten
wurgcontracten	=	wurgcontract
wurgcontractje	=	wurgcontract
wurgcontractjes	=	wurgcontract
wurgde	=	wurgen
wurgden	=	wurgen
wurge	=	wurgen
wurgen	verb	iets of iemand vermoorden door het dichtknijpen van de keel
wurgend	adj	van iets dat het zo erg of angstig is dat doorgaan onmogelijk is
wurgende	=	wurgen
wurgender	=	wurgend
wurgendere	=	wurgend
wurgenders	=	wurgend
wurgends	=	wurgend
wurgendst	=	wurgend
wurgendste	=	wurgend
wurgengel	=	worgengel
wurger	noun	iemand die iemand anders probeert te doden door de hals af te klemmen
wurgers	=	wurger
wurggreep	noun	een greep die iemand zou kunnen verstikt bij doorzetten
wurggrepen	=	wurggreep
wurging	noun	methode om een lucht-ademend organisme te doden
wurgingen	=	wurging
wurginkje	=	wurging
wurginkjes	=	wurging
wurgkoord	noun	een touw met twee handvatten waarmee iemand door wurgen vermoord kan worden
wurgkoorden	=	wurgkoord
wurgkoordje	=	wurgkoord
wurgkoordjes	=	wurgkoord
wurgnet	noun	net gemaakt van zeer sterke vezels waarmee men een inkomend projectiel kan vangen en onschadelijk maken
wurgnetten	=	wurgnet
wurgpaal	noun	een instrument voor de voltrekking van de doodstraf, waarbij de veroordeelde aan een paal vastgebonden wordt
wurgpaaltje	=	wurgpaal
wurgpalen	=	wurgpaal
wurgseks	noun	een uiterst riskante vorm van seks waarbij de eigen keel of die van de partner wordt dichtgeknepen
wurgslang	noun	een grote slang die zijn prooi doodt door de ademhaling van de prooi te belemmeren
wurgslangen	=	wurgslang
wurgslangetje	=	wurgslang
wurgt	=	wurgen
wurgtang	noun	een tang waarmee de hulsjes van kabelschoenen aan elektriciteitssnoeren en kabels worden vastgeknepen
wurgtangen	=	wurgtang
wurgtangetje	=	wurgtang
wurgtangetjes	=	wurgtang
wurgtouw	noun	een koord waarmee men iemand kan verstikken door het om zijn hals aan te trekken
wurgtouwen	=	wurgtouw
wurgtouwtje	=	wurgtouw
wurgtouwtjes	=	wurgtouw
wurm	=	wurmen
wurmde	=	wurmen
wurmden	=	wurmen
wurmdet	=	wurmen
wurme	=	wurmen
wurmen	verb	zich bewegen als een worm
wurmend	=	wurmen
wurmende	=	wurmen
wurmpje	=	wurmen
wurmpjes	=	wurmen
wurmt	=	wurmen
wvs	abbrev	Wetboek van Strafrecht
ww	noun	wettelijk geregelde tijdelijke uitkering voor werknemers die hun baan verliezen
ww's	=	ww
ww'tje	=	ww
ww'tjes	=	ww
ww-toerisme	noun	speciaal naar een bepaald land gaan om daar na een tijdje gewerkt te hebben een WW-uitkering aan te vragen
ww-uitkering	noun	een uitkering in Nederland die men krijgt als men gewerkt heeft en geen inkomen meer heeft
ww-uitkeringen	=	ww-uitkering
ww-uitkerinkje	=	ww-uitkering
ww-uitkerinkjes	=	ww-uitkering
www	noun	alle informatie op internet die via de standaard voor hypertext toegankelijk is
wyandotte	noun	een in de Verenigde Staten gefokt kippenras
wyandottes	=	wyandotte
wybert	noun	wybertje
wybertje	noun	een bepaald soort hoestdropje in de vorm van een ruit
wybertjes	=	wybertje
wyberts	=	wybert
wyck	=	wijk
wynrank	=	wijnrank
wynruyt	=	wijnruit
wynruyte	=	wijnruit
wyomingmuisgoffer	noun	Perognathus fasciatus knaagdier uit de familie van de wangzakmuizen (Heteromyidae).
wyomingmuisgoffers	=	wyomingmuisgoffer
wyomingmuisgoffertje	=	wyomingmuisgoffer
wyomingmuisgoffertjes	=	wyomingmuisgoffer
wys	=	wijs
wysiwyg	adj	term om aan te geven dat het beeldscherm precies laat zien wat kan worden geprint of hoe het online (website) verschijnt
wzw	adv	richting tussen west en zuidwest
wèl	=	wel
wél	=	wel
wów	=	wouw
x	noun	de vierentwintigste letter van het alfabet
x'e	=	x'en
x'en	verb	actief gebruik maken van de internetdienst X
x'end	=	x'en
x'je	=	x
x'jes	=	x
x't	=	x'en
x'te	=	x'en
x'ten	=	x'en
x-aantal	noun	een onbekend aantal
x-aantallen	=	x-aantal
x-aantalletje	=	x-aantal
x-aantalletjes	=	x-aantal
x-as	noun	de horizontale as in een assenstelsel
x-asje	=	x-as
x-asjes	=	x-as
x-assen	=	x-as
x-chromosomen	=	x-chromosoom
x-chromosoom	noun	een van de beide geslachtschromosomen die in de helft van de zaadcellen voorkomt
x-chromosoompje	=	x-chromosoom
x-chromosoompjes	=	x-chromosoom
x-coördinaat	noun	coördinaat op de x-as
x-coördinaten	=	x-coördinaat
x-factor	noun	nog niet of nauwelijks bekende oorzaak voor aantrekkelijkheid
x-factors	=	x-factor
x-majeur	=	eïs-majeur
x-mos	=	chrysostomos
x-ray	noun|obsolete	röntgenstraling
x-straaltjes	=	x-stralen
x-stralen	noun	röntgenstraling.
xanthicus	noun	voorjaarsmaand (rond maart) in de Macedonische kalender die eeuwenlang in de Hellenistische wereld gebruikt is De Macedonische kalender was net als de Hebreeuwse lunisolair en kende om de paar jaar een schrikkelmaand, de maanden vallen daarom niet samen met de solaire Gregoriaanse kalender die we tegenwoordig gebruiken.
xanthine	noun	een organische stof die in vlees, urine en andere dierlijke stoffen voorkomt
xanthinen	=	xanthine
xanthines	=	xanthine
xanthofyl	noun	een bepaalde fotosynthetische bladkleurstof
xanthomen	=	xanthoom
xanthoom	noun	een gezwelvorming in de vorm van gelige bulten op de huid
xanthoompje	=	xanthoom
xanthoompjes	=	xanthoom
xanthopsie	noun	Geelzien (niet te verwarren met geelzucht), aandoening van het gezichtsvermogen, waarbij alles wat men ziet een gele kleur lijkt te hebben
xantikus	noun	voorjaarsmaand (rond maart) in de Macedonische kalender die eeuwenlang in de Hellenistische wereld gebruikt is De Macedonische kalender was net als de Hebreeuwse lunisolair en kende om de paar jaar een schrikkelmaand, de maanden vallen daarom niet samen met de solaire Gregoriaanse kalender die we tegenwoordig gebruiken.
xantippe	noun	boosaardige en kijfachtige vrouw
xantippes	=	xantippe
xantippetje	=	xantippe
xantippetjes	=	xantippe
xc	=	negentig
xci	=	eenennegentig
xcii	=	tweeënnegentig
xciii	=	drieënnegentig
xciv	=	vierennegentig
xcix	=	negenennegentig
xcv	=	vijfennegentig
xcvi	=	zesennegentig
xcvii	=	zevenennegentig
xcviii	=	achtennegentig
xenobiotisch	adj	niet van nature in een organisme voorkomend
xenobiotische	=	xenobiotisch
xenocratie	noun	een heerschappij van vreemdelingen
xenocratietje	=	xenocratie
xenocratietjes	=	xenocratie
xenocratieën	=	xenocratie
xenofiel	noun	iemand met een voorliefde voor uit het buitenland afkomstige mensen en culturen	adj	welgezind jegens vreemdelingen en/of buitenlanders
xenofiele	=	xenofiel
xenofielen	=	xenofiel
xenofieler	=	xenofiel
xenofielere	=	xenofiel
xenofielers	=	xenofiel
xenofiels	=	xenofiel
xenofielst	=	xenofiel
xenofielste	=	xenofiel
xenofilie	noun	het welgezind zijn jegens vreemdelingen of buitenlanders
xenofobe	=	xenofoob
xenofoben	=	xenofoob
xenofober	=	xenofoob
xenofobere	=	xenofoob
xenofobers	=	xenofoob
xenofobie	noun	een afkeer van alles wat vreemd of buitenlands is
xenofobietje	=	xenofobie
xenofobietjes	=	xenofobie
xenofobieën	=	xenofobie
xenofobisch	adj	met een sterke afkeer voor vreemdelingen
xenofobische	=	xenofobisch
xenofobischer	=	xenofobisch
xenofobischere	=	xenofobisch
xenofobischers	=	xenofobisch
xenofoob	noun	iemand die een sterke angst voor vreemdelingen heeft	adj	een sterke afkeer van vreemdelingen hebbend
xenofoobje	=	xenofoob
xenofoobjes	=	xenofoob
xenofoobs	=	xenofoob
xenofoobst	=	xenofoob
xenofoobste	=	xenofoob
xenogamie	noun	het leveren van stuifmeel door een plant aan een bloem van een andere plant
xenoglossie	noun	het verschijnsel dat iemand zich uit in een taal die hij niet heeft aangeleerd, maar die begrijpelijk is voor degenen die die taal beheersen
xenograaf	noun	een deskundige betreft het schrift van vreemde talen
xenograafje	=	xenograaf
xenograafjes	=	xenograaf
xenografen	=	xenograaf
xenohormonen	=	xenohormoon
xenohormoon	noun	een verbinding die hormoonachtige eigenschappen vertoont
xenohormoontje	=	xenohormoon
xenohormoontjes	=	xenohormoon
xenolalie	noun	het onwaarschijnlijke verschijnsel dat iemand zich uit in een taal die hij niet heeft aangeleerd, maar die begrijpelijk is voor degenen die die taal beheersen
xenolavabofobie	noun	overdreven grote angst om gebruik te maken van een vreemde toilet
xenomanie	noun	een ziekelijke voorkeur voor alles wat vreemd of buitenlands is
xenomorf	adj	niet de voor hun mineraal gebruikelijke vorm hebbend
xenomorfe	=	xenomorf
xenomorfs	=	xenomorf
xenon	noun	een scheikundig element en kleurloos edelgas met het symbool Xe en het atoomnummer 54
xenonatomen	=	xenonatoom
xenonatoom	noun	een atoom van het chemisch element xenon.
xenonatoompje	=	xenonatoom
xenonatoompjes	=	xenonatoom
xenonlamp	noun	helderpaars licht gevende gasontladingslamp die gebruik maakt van gasontladingen in het edelgas xenon
xenonlampen	=	xenonlamp
xenonlampje	=	xenonlamp
xenonlampjes	=	xenonlamp
xenophobie	=	xenofobie
xenophobisch	=	xenofobisch
xenophoob	=	xenofoob
xenops	noun	Xenops een geslacht van zangvogels uit de familie ovenvogels (Furnariidae)
xenopsen	noun	een geslacht Heliobletus van zangvogels uit de familie van de ovenvogels (Furnariidae).
xenopsje	=	xenops
xenopsjes	=	xenops
xenosboeddhisme	noun	oppervlakkige navolging van Boeddha, waarbij men zich vooral richt op de uiterlijke kenmerken zoals het kopen van Boeddhabeelden
xenotransplantatie	noun	een transplantatie van dierlijke organen bij de mens
xenotransplantaties	=	xenotransplantatie
xenotransplantatietje	=	xenotransplantatie
xenotransplantatietjes	=	xenotransplantatie
xeres	noun	sherry, een witte Spaanse wijn uit Jerez de la Frontera
xereswijn	noun	sherry, een witte Spaanse wijn uit Jerez de la Frontera
xereswijnen	=	xereswijn
xereswijntje	=	xereswijn
xereswijntjes	=	xereswijn
xeroderma	noun	een verharde en verdikte huid
xeroderma's	=	xeroderma
xerodermaatje	=	xeroderma
xerodermaatjes	=	xeroderma
xerofiel	adj	gedijend in een droge omgeving
xerofiele	=	xerofiel
xerofiels	=	xerofiel
xerofyt	noun	plant die kan leven in een zeer droge omgeving
xerofyten	=	xerofyt
xerofytje	=	xerofyt
xerofytjes	=	xerofyt
xerografie	noun	een droge, niet-chemische en fotografische methode die gebaseerd is op elektrostatische aantrekkingsverschijnselen
xerografieën	=	xerografie
xerografisch	adj	betrekking hebbend op de xerografie
xerografische	=	xerografisch
xerophyt	=	xerofyt
xerox	noun	een fotokopie die gemaakt is door middel van xerografie
xeroxapparaat	noun	een fotokopieerapparaat om xeroxen te maken
xeroxapparaatje	=	xeroxapparaat
xeroxapparaatjes	=	xeroxapparaat
xeroxapparaten	=	xeroxapparaat
xeroxe	=	xeroxen
xeroxen	verb	kopieën maken volgens het systeem van de xerografie
xeroxend	=	xeroxen
xeroxende	=	xeroxen
xeroxt	=	xeroxen
xeroxte	=	xeroxen
xeroxten	=	xeroxen
xhosa	noun	een volk in Zuid-Afrika
xhosa's	=	xhosa
xhosatalig	adj	Xhosa sprekend
xhosatalige	=	xhosatalig
xhosataligs	=	xhosatalig
xi	noun	14e letter van het Griekse alfabet: Ξ (bovenkast) / ξ (onderkast)
xi's	=	xi
xi'tje	=	xi
xi'tjes	=	xi
xii	=	twaalf
xiii	=	dertien
xingukromsnavelmuisspecht	noun	Campylorhamphus multostriatus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
xingukromsnavelmuisspechten	=	xingukromsnavelmuisspecht
xingukromsnavelmuisspechtje	=	xingukromsnavelmuisspecht
xingukromsnavelmuisspechtjes	=	xingukromsnavelmuisspecht
xingumiervogel	noun	Willisornis vidua een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
xingumiervogels	=	xingumiervogel
xingumiervogeltje	=	xingumiervogel
xingumiervogeltjes	=	xingumiervogel
xiv	=	veertien
xivariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter xi
xivarianten	=	xivariant
xix	=	negentien
xl	=	veertig
xli	=	eenenveertig
xlii	=	tweeënveertig
xliii	=	drieënveertig
xliv	=	vierenveertig
xlix	=	negenenveertig
xlr	noun	een plug voor het gebalanceerd aansluiten van professionele audio-apparatuur, met name microfoons.
xlv	=	vijfenveertig
xlvi	=	zesenveertig
xlvii	=	zevenenveertig
xlviii	=	achtenveertig
xml	noun	een coderingssysteem voor bewerking van informatie voor/op het internet zoals met HTML mogelijk is
xquery	noun	een computertaal voor het verwerken van documenten met een XML-structuur
xtc	noun	de afkorting voor ecstasy, een hallucinogene drug
xtc-bende	noun	een criminele organisatie met als doel het produceren, maken en eventueel verkopen van xtc
xtc-bendes	=	xtc-bende
xtc-bendetje	=	xtc-bende
xtc-bendetjes	=	xtc-bende
xtc-gebruik	noun	het gebruiken van xtc
xtc-handel	noun	het kopen en verkopen van xtc
xtc-handels	=	xtc-handel
xtc-handeltje	=	xtc-handel
xtc-handeltjes	=	xtc-handel
xtc-lab	noun	een laboratorium waar xtc gemaakt wordt
xtc-laboratoria	=	xtc-laboratorium
xtc-laboratorium	noun	een laboratorium waar xtc gemaakt wordt
xtc-laboratoriumpje	=	xtc-laboratorium
xtc-laboratoriumpjes	=	xtc-laboratorium
xtc-laboratoriums	=	xtc-laboratorium
xtc-labs	=	xtc-lab
xtc-pil	noun	een 'pil' echter normaal een tablet met de werkzame stof xtc
xtc-pillen	=	xtc-pil
xtc-pilletje	=	xtc-pil
xtc-pilletjes	=	xtc-pil
xtc-productie	noun	het produceren van xtc
xtc-producties	=	xtc-productie
xtc-productietje	=	xtc-productie
xtc-productietjes	=	xtc-productie
xtc-smokkel	noun	het smokkelen van xtc
xtc-smokkels	=	xtc-smokkel
xtc-smokkeltje	=	xtc-smokkel
xtc-smokkeltjes	=	xtc-smokkel
xtc-tablet	noun	pil met 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA) vaak geslikt als opwekkend roesmiddel
xtc-tabletje	=	xtc-tablet
xtc-tabletjes	=	xtc-tablet
xtc-tabletten	=	xtc-tablet
xtc-zaak	noun	een rechtszaak omtrent de handel of productie van xtc
xtc-zaakje	=	xtc-zaak
xtc-zaakjes	=	xtc-zaak
xtc-zaken	=	xtc-zaak
xv	=	vijftien
xvi	=	zestien
xvii	=	zeventien
xviii	=	achttien
xx	=	twintig
xxi	=	eenentwintig
xxii	=	tweeëntwintig
xxiii	=	drieëntwintig
xxiv	=	vierentwintig
xxix	=	negenentwintig
xxv	=	vijfentwintig
xxvi	=	zesentwintig
xxvii	=	zevenentwintig
xxviii	=	achtentwintig
xxx	=	dertig
xxxi	=	eenendertig
xxxii	=	tweeëndertig
xxxiii	=	drieëndertig
xxxiv	=	vierendertig
xxxix	=	negenendertig
xxxv	=	vijfendertig
xxxvi	=	zesendertig
xxxvii	=	zevenendertig
xxxviii	=	achtendertig
xyleem	noun	het houtgedeelte van de vaatbundels in houtige gewassen
xyleempje	=	xyleem
xyleempjes	=	xyleem
xyleen	noun	een oplosmiddel voor stoffen als lak en rubber
xyleentje	=	xyleen
xyleentjes	=	xyleen
xylemen	=	xyleem
xylenen	=	xyleen
xylitol	noun	een zoetstof die bereid is door hydrogenatie van xylose
xylofaag	noun	organisme dat zich voedt met hout
xylofaagje	=	xylofaag
xylofaagjes	=	xylofaag
xylofagen	=	xylofaag
xylofonen	=	xylofoon
xylofonist	noun	een bespeler van een xylofoon
xylofonisten	=	xylofonist
xylofonistje	=	xylofonist
xylofonistjes	=	xylofonist
xylofoon	noun	melodisch slaginstrument dat bestaat uit een reeks op toon gestemde hardhouten staafjes waar met kleine hamertjes op geslagen wordt
xylofoons	=	xylofoon
xylofoontje	=	xylofoon
xylofoontjes	=	xylofoon
xylograaf	noun	een houtsnijder of houtgraveur
xylograafje	=	xylograaf
xylograafjes	=	xylograaf
xylografen	=	xylograaf
xylografie	noun	houtsnijkunst.
xylografietje	=	xylografie
xylografietjes	=	xylografie
xylografieën	=	xylografie
xylographie	=	xylografie
xyloliet	noun	versteend hout
xylolieten	=	xyloliet
xylolietje	=	xyloliet
xylolietjes	=	xyloliet
xylologen	=	xyloloog
xylologie	noun	studie naar en kennis van hout en de eigenschappen van verschillende houtsoorten
xyloloog	noun	deskundige op het gebied van hout en houtsoorten
xylotheek	noun	tentoongestelde verzameling van houtsoorten van verschillende bomen
xylotheken	=	xylotheek
y	noun	de vijfentwintigste letter van het alfabet
y's	=	y
y'tje	=	y
y'tjes	=	y
y-achtig	adj	lijkend op een y; met de vorm van een y
y-achtige	=	y-achtig
y-achtiger	=	y-achtig
y-achtigere	=	y-achtig
y-achtigers	=	y-achtig
y-achtigs	=	y-achtig
y-achtigst	=	y-achtig
y-achtigste	=	y-achtig
y-as	noun	de verticale as in een assenstelsel
y-asje	=	y-as
y-asjes	=	y-as
y-assen	=	y-as
y-chromosomen	=	y-chromosoom
y-chromosoom	noun	een van de beide geslachtschromosomen dat in de helft van de zaadcellen voorkomt
y-chromosoompje	=	y-chromosoom
y-chromosoompjes	=	y-chromosoom
y-coördinaat	noun	coördinaat op de y-as
y-coördinaten	=	y-coördinaat
y-maskerrotsspringer	noun	Lepismachilis y-signata een insect dat behoort tot de orde rotsspringers en de familie Machilidae
y-maskerrotsspringers	=	y-maskerrotsspringer
y-maskerrotsspringertje	=	y-maskerrotsspringer
y-maskerrotsspringertjes	=	y-maskerrotsspringer
yacarekaaiman	noun	Caiman yacare een krokodilachtige uit de familie alligators en kaaimannen (Alligatoridae) en de onderfamilie kaaimannen (Caimaninae)
yacarekaaimannen	=	yacarekaaiman
yacarekaaimannetje	=	yacarekaaiman
yacarekaaimannetjes	=	yacarekaaiman
yacarekaaimans	=	yacarekaaiman
yack	=	jak
yacon	noun	Smallanthus sonchifolius een plant die oorspronkelijk uit de Andes komt.
yacons	=	yacon
yag	noun	yttriumaluminiumgranaat, een kristallijn materiaal dat in gedoopte vorm als lasermateriaal gebruikt wordt
yagi-antenne	noun	een antenne die, naast de actieve dipool, om een richtwerking te verkrijgen nog is voorzien van twee soorten passieve stralende elementen: de reflector en de director waarvan er meestal meerdere in cascade staan.
yagi-antennes	=	yagi-antenne
yagi-antennetje	=	yagi-antenne
yagi-antennetjes	=	yagi-antenne
yagi-uda-antenne	noun	een antenne die, om een richtwerking te verkrijgen, naast de actieve dipool nog is voorzien van passieve elementen: een reflector en meestal meerdere, directoren
yagi-uda-antennes	=	yagi-uda-antenne
yagi-uda-antennetje	=	yagi-uda-antenne
yagi-uda-antennetjes	=	yagi-uda-antenne
yagiantenne	noun	een antenne die, naast de actieve dipool, om een richtwerking te verkrijgen nog is voorzien van twee soorten passieve stralende elementen: de reflector en de director waarvan er meestal meerdere in cascade staan.
yagiantennes	=	yagiantenne
yagiantennetje	=	yagiantenne
yagiantennetjes	=	yagiantenne
yahooboy	noun	iemand die fraudeert via het internet meestal via een datingsite of e-mail contacten
yahooboys	=	yahooboy
yahtze	=	yahtzee
yahtzee	noun	spel met vijf dobbelstenen en een kaart met de geëiste worpen
yahtzeede	=	yahtzeeën
yahtzeeden	=	yahtzeeën
yahtzees	=	yahtzee
yahtzeet	=	yahtzeeën
yahtzeetje	=	yahtzee
yahtzeetjes	=	yahtzee
yahtzeeë	=	yahtzeeën
yahtzeeën	verb	het spelen van yahtzee een spel met 5 dobbelstenen
yahtzeeënd	=	yahtzeeën
yahtzeeënde	=	yahtzeeën
yak	=	jak
yakuza	noun	misdaadorganisatie in Japan
yalesleutel	noun	greep met daaraan een getand staafje om een cilinderslot te openen
yalesleutels	=	yalesleutel
yalesleuteltje	=	yalesleutel
yalesleuteltjes	=	yalesleutel
yaleslot	noun	cilinderslot met een platte sleutel
yalesloten	=	yaleslot
yaleslotje	=	yaleslot
yaleslotjes	=	yaleslot
yam	noun	een tropisch voedselgewas
yambonen	=	yamboon
yamboon	noun	Pachyrhizus erosus een snel groeiende, 3-5 m hoge klimplant uit de vlinderbloemenfamilie.
yamboontje	=	yamboon
yamboontjes	=	yamboon
yamdenastruikzanger	noun	Horornis carolinae een vogel uit de familie van de cettiidae.
yamdenastruikzangers	=	yamdenastruikzanger
yamdenastruikzangertje	=	yamdenastruikzanger
yamdenastruikzangertjes	=	yamdenastruikzanger
yamdenavliegenvanger	noun	Ficedula riedeli een zangvogel uit de familie van vliegenvangers (Muscicapidae).
yamdenavliegenvangers	=	yamdenavliegenvanger
yamdenavliegenvangertje	=	yamdenavliegenvanger
yamdenavliegenvangertjes	=	yamdenavliegenvanger
yammen	=	yam
yammer	=	yammeren
yammeraar	noun	iemand die gebruik maakt en communiceert via het programma Yammer
yammeraars	=	yammeraar
yammerde	=	yammeren
yammerden	=	yammeren
yammere	=	yammeren
yammeren	verb	gebruikmaken van de Yammer berichtendienst die lijkt op Twitter maar dan voor intern gebruik binnen een bedrijf of organisatie
yammerend	=	yammeren
yammerende	=	yammeren
yammergebruiker	noun	iemand die gebruik maakt en communiceert via het programma Yammer
yammergebruikers	=	yammergebruiker
yammert	=	yammeren
yammetje	=	yam
yammetjes	=	yam
yams	=	yam
yamswortel	noun	een tropisch voedselgewas
yamswortels	=	yamswortel
yamsworteltje	=	yamswortel
yamsworteltjes	=	yamswortel
yang	noun	actieve, mannelijke beginsel in de kosmos (volgens de Chinese filosofie), een van beide principes die samen de tao vormen
yangtzeweekschildpad	noun	Rafetus swinhoei een schildpad uit de familie weekschildpadden (Trionychidae)
yangtzeweekschildpadden	=	yangtzeweekschildpad
yangtzeweekschildpadje	=	yangtzeweekschildpad
yangtzeweekschildpadjes	=	yangtzeweekschildpad
yank	noun	een Amerikaan uit het noordelijke deel van de Verenigde Staten
yankee	noun	Amerikaan uit het noordelijke deel van de Verenigde Staten
yankees	=	yankee
yankeetje	=	yankee
yankeetjes	=	yankee
yankje	=	yank
yankjes	=	yank
yanks	=	yank
yaoi	noun	narratief in de Japanse fictie over een romantische of seksuele relatie tussen twee of meerdere mannelijke personages, met een vrouwelijke doelgroep
yapacanamiervogel	noun	Aprositornis disjuncta een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
yapacanamiervogels	=	yapacanamiervogel
yapacanamiervogeltje	=	yapacanamiervogel
yapacanamiervogeltjes	=	yapacanamiervogel
yapbrilvogel	noun	Zosterops oleagineus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
yapbrilvogels	=	yapbrilvogel
yapbrilvogeltje	=	yapbrilvogel
yapbrilvogeltjes	=	yapbrilvogel
yapmonarch	noun	Monarcha godeffroyi een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
yapmonarchen	=	yapmonarch
yapmonarchje	=	yapmonarch
yapmonarchjes	=	yapmonarch
yapok	noun	Amerikaans buideldier uit de familie van de buidelratten (Didelphidae)
yapoks	=	yapok
yaprupsvogel	noun	Edolisoma nesiotis een rupsvogel.
yaprupsvogels	=	yaprupsvogel
yaprupsvogeltje	=	yaprupsvogel
yaprupsvogeltjes	=	yaprupsvogel
yard	noun	een Angelsaksische lengtemaat (3 voet is 0,9144 m)
yardje	=	yard
yardjes	=	yard
yards	=	yard
yareta	noun	een soort Azorella compacta uit het geslacht Azorella.
yatagan	=	jatagan
yawl	noun	een zeiljacht met twee langsgetuigde masten, de achterste (bezaan)mast is klein en ver naar achteren geplaatst, achter de positie van het roer.
yawls	=	yawl
yawltje	=	yawl
yawltjes	=	yawl
yeet	intj	uitroep wanneer je plotseling iets gooit
yel	=	yellen
yelde	=	yellen
yelden	=	yellen
yelkouanpijlstormvogel	noun	Puffinus yelkouan een vogel uit de familie van de stormvogels.
yelkouanpijlstormvogels	=	yelkouanpijlstormvogel
yelkouanpijlstormvogeltje	=	yelkouanpijlstormvogel
yelkouanpijlstormvogeltjes	=	yelkouanpijlstormvogel
yell	noun	een geschreeuwde leuze
yelle	=	yellen
yellen	verb	het schreeuwen van een leuze
yellend	=	yellen
yellende	=	yellen
yelletje	=	yell
yelletjes	=	yell
yells	=	yell
yelt	=	yellen
yen	noun	munteenheid officieel bekend als Japanse yen en die alleen daarom uniek naar Japan verwijst omdat de naam 'yen' bij geen enkele andere valuta in de wereld gebruikt wordt
yenbiljet	noun	bankbiljet waarvan de waarde is uitgedrukt in de Japanse munteenheid yen
yenbiljetten	=	yenbiljet
yenkoers	noun	de waarde van de Japanse munt uitgedrukt in die van een standaard valuta zoals de Amerikaanse Dollar of de Europese Euro
yenkoersen	=	yenkoers
yennetje	=	yen
yennetjes	=	yen
yens	=	yen
yep	adv|informal	ja, nadrukkelijk bevestigend antwoord	intj|informal	versterking van een bevestigend antwoord
yes	intj	absoluut.
yeti	noun	een legendarisch monster met de bijnaam 'de verschrikkelijke sneeuwman' die voor zou komen in de Himalaya
yeti's	=	yeti
yetietje	=	yeti
yetietjes	=	yeti
yieldcurve	noun	een grafiek die het verband weergeeft tussen het rendement op gelijke of vergelijkbare leningen met diverse looptijden
yieldcurves	=	yieldcurve
yieldcurvetje	=	yieldcurve
yieldcurvetjes	=	yieldcurve
yin	noun	het passieve vrouwelijke beginsel in de kosmos volgens de Chinese filosofie, een van beide principes die samen de tao vormen
ynghels	=	engels
yo-app	noun	een app waarmee men alleen het woord yo kan versturen
yo-apps	=	yo-app
yobibyte	noun	1024⁸ bytes, oftewel 2⁸⁰ bytes, weergegeven met symbool YiB
yobibyteje	=	yobibyte
yobibytejes	=	yobibyte
yobibytes	=	yobibyte
yocto-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10⁻²⁴ ohm of 0,000.000.000.000.000.000.001 milliohm, weergegeven met symbool yΩ
yocto-ohmpje	=	yocto-ohm
yocto-ohmpjes	=	yocto-ohm
yocto-ohms	=	yocto-ohm
yoctoampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10⁻²⁴ ampère of 0,000.000.000.000.000.000.001 milliampère, weergegeven met symbool yA
yoctoampères	=	yoctoampère
yoctoampèretje	=	yoctoampère
yoctoampèretjes	=	yoctoampère
yoctobecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10⁻²⁴ becquerel of 0,000.000.000.000.000.000.001 millibecquerel, weergegeven met symbool yBq
yoctobecquerels	=	yoctobecquerel
yoctocandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10⁻²⁴ candela of 0,000.000.000.000.000.000.001 millicandela, weergegeven met symbool ycd
yoctocandela's	=	yoctocandela
yoctocoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10⁻²⁴ coulomb of 0,000.000.000.000.000.000.001 millicoulomb, weergegeven met symbool yC
yoctocoulombs	=	yoctocoulomb
yoctocoulombtje	=	yoctocoulomb
yoctocoulombtjes	=	yoctocoulomb
yoctofarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10⁻²⁴ farad of 0,000.000.000.000.000.000.001 millifarad, weergegeven met symbool yF
yoctofaradje	=	yoctofarad
yoctofaradjes	=	yoctofarad
yoctofarads	=	yoctofarad
yoctogram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10⁻²⁴ gram of 0,000.000.000.000.000.000.001 milligram, weergegeven met symbool yg
yoctogrammen	=	yoctogram
yoctogrammetje	=	yoctogram
yoctogrammetjes	=	yoctogram
yoctogray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10⁻²⁴ gray of 0,000.000.000.000.000.000.001 milligray, weergegeven met symbool yGy
yoctograys	=	yoctogray
yoctograytje	=	yoctogray
yoctograytjes	=	yoctogray
yoctohenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10⁻²⁴ henry of 0,000.000.000.000.000.000.001 millihenry, weergegeven met symbool yH
yoctohenry's	=	yoctohenry
yoctohenry'tje	=	yoctohenry
yoctohenry'tjes	=	yoctohenry
yoctohertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10⁻²⁴ hertz of 0,000.000.000.000.000.000.001 millihertz, weergegeven met symbool yHz
yoctojoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10⁻²⁴ joule of 0,000.000.000.000.000.000.001 millijoule, weergegeven met symbool yJ
yoctojoules	=	yoctojoule
yoctokatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10⁻²⁴ katal of 0,000.000.000.000.000.000.001 millikatal, weergegeven met symbool ykat
yoctokatals	=	yoctokatal
yoctokelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10⁻²⁴ kelvin of 0,000.000.000.000.000.000.001 millikelvin, weergegeven met symbool yK
yoctoliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,000.000.000.000.000.000.000.001 liter, weergegeven met symbool yl, yL of yℓ
yoctoliters	=	yoctoliter
yoctolitertje	=	yoctoliter
yoctolitertjes	=	yoctoliter
yoctolumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10⁻²⁴ lumen of 0,000.000.000.000.000.000.001 millilumen, weergegeven met symbool ylm
yoctolumens	=	yoctolumen
yoctolux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10⁻²⁴ lux of 0,000.000.000.000.000.000.001 millilux, weergegeven met symbool ylx
yoctometer	noun	een lengtemaat met een waarde van 10⁻²⁴ meter of 0,000.000.000.000.000.000.001 millimeter, weergegeven met symbool ym
yoctometers	=	yoctometer
yoctometertje	=	yoctometer
yoctometertjes	=	yoctometer
yoctomol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10⁻²⁴ mol of 0,000.000.000.000.000.000.001 millimol, weergegeven met symbool ymol
yoctomolen	=	yoctomol
yoctonewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10⁻²⁴ newton of 0,000.000.000.000.000.000.001 millinewton, weergegeven met symbool yN
yoctonewtons	=	yoctonewton
yoctopascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10⁻²⁴ pascal of 0,000.000.000.000.000.000.001 millipascal, weergegeven met symbool yPa
yoctoseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10⁻²⁴ seconde of 0,000.000.000.000.000.000.001 milliseconde, weergegeven met symbool ys
yoctoseconden	=	yoctoseconde
yoctosecondes	=	yoctoseconde
yoctosiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10⁻²⁴ siemens of 0,000.000.000.000.000.000.001 millisiemens, weergegeven met symbool yS
yoctosiemensen	=	yoctosiemens
yoctosiemensje	=	yoctosiemens
yoctosiemensjes	=	yoctosiemens
yoctosievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10⁻²⁴ sievert of 0,000.000.000.000.000.000.001 millisievert, weergegeven met symbool ySv
yoctotesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10⁻²⁴ tesla of 0,000.000.000.000.000.000.001 millitesla, weergegeven met symbool yT
yoctovolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10⁻²⁴ volt of 0,000.000.000.000.000.000.001 millivolt, weergegeven met symbool yV
yoctovoltje	=	yoctovolt
yoctovoltjes	=	yoctovolt
yoctovolts	=	yoctovolt
yoctowatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10⁻²⁴ watt of 0,000.000.000.000.000.000.001 milliwatt, weergegeven met symbool yW
yoctowatts	=	yoctowatt
yoctoweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10⁻²⁴ weber of 0,000.000.000.000.000.000.001 milliweber, weergegeven met symbool yWb
yoctowebers	=	yoctoweber
yoga	noun	het streven om door lichamelijke en geestelijke methoden van concentratie tot hogere bewustzijnstoestanden te geraken
yogaat	=	yogaën
yogade	=	yogaën
yogaden	=	yogaën
yogadocent	noun	docent die yoga geeft, mannelijke vorm van yogadocente
yogadocenten	=	yogadocent
yogajes	noun	iemand met 'linkse' hobby's zoals yoga en andere 'linkse' kenmerken maar met extreem rechts ideeën
yogaleraar	noun	persoon die mensen yoga leert
yogaleraars	=	yogaleraar
yogaleraren	=	yogaleraar
yogales	noun	het onderricht van yoga voor een bepaalde tijd
yogalesje	=	yogales
yogalesjes	=	yogales
yogalessen	=	yogales
yogaoefening	noun	het geregeld herhalen om vaardigheid en/of kennis op te doen
yogaoefeningen	=	yogaoefening
yogaoefeningetje	=	yogaoefening
yogaoefeningetjes	=	yogaoefening
yogasnuiver	noun	iemand die doordeweeks gezond leeft, maar met het uitgaan partydrugs of cocaïne tot zich neemt
yogasnuivers	=	yogasnuiver
yogaë	=	yogaën
yogaën	verb	beoefenen van yoga, een Indiaas systeem van lichaamsoefeningen
yogaënd	=	yogaën
yogaënde	=	yogaën
yoghurt	noun	lichtzuur en enigszins lobbig zuivelproduct, gemaakt door het toevoegen van melkzuurbacteriën aan gewone melk
yoghurtbacterie	noun	verzamelnaam voor Streptococcus thermophilus en Lactobacillus bulgaricus, de melkzuurbacteriën die worden gebruikt om een lichtzuur, lobbig zuivelproduct te maken
yoghurtbacteriën	=	yoghurtbacterie
yoghurtbeker	noun	beker waaruit men yoghurt kan eten
yoghurtbekers	=	yoghurtbeker
yoghurtbekertje	=	yoghurtbeker
yoghurtbekertjes	=	yoghurtbeker
yoghurtdrank	noun	een drank gemaakt van dunne yoghurt waar vaak ook een smaak aan is toegevoegd
yoghurtdranken	=	yoghurtdrank
yoghurtdrankje	=	yoghurtdrank
yoghurtdrankjes	=	yoghurtdrank
yoghurtijs	noun	een bevroren fris nagerecht dat weinig calorieën en vet bevat gemaakt van yoghurt
yoghurtijsje	=	yoghurtijs
yoghurtijsjes	=	yoghurtijs
yoghurtje	=	yoghurt
yoghurtjes	=	yoghurt
yoghurtplant	noun	naam voor een cultuur van melkzuurbacteriën en gisten
yoghurtplanten	=	yoghurtplant
yoghurtplantje	noun	kefirkorrels waarmee kefir, een soort van gegiste melk die op yoghurt lijkt, bereid wordt
yoghurtplantjes	=	yoghurtplant
yoghurtpotje	noun	potje voor yoghurt
yoghurtpotjes	=	yoghurtpotje
yoghurts	=	yoghurt
yoghurtsaus	noun	saus waarin yoghurt verwerkt is
yoghurtsausen	=	yoghurtsaus
yoghurtsauzen	=	yoghurtsaus
yoghurtstrip	noun	stuk gebak met yoghurtproduct erop
yoghurtstrips	=	yoghurtstrip
yogi	noun	een beoefenaar van de yoga
yogi's	=	yogi
yogietje	=	yogi
yogietjes	=	yogi
yogini	=	yogi
yogonaise	noun	een saus die lijkt op mayonaise, maar op yoghurtbasis is
yogonaises	=	yogonaise
yokohamahoen	noun	bepaald ras sierkippen, met een lange sierlijk gebogen staart en een wit verenkleed met rode patronen; aan het eind van de 19e eeuw in Duitsland gekweekt uit Japanse voorouders
yokohamahoenderen	=	yokohamahoen
yokohamahoenders	=	yokohamahoen
yolo	intj	je leeft maar één keer
yoni	noun	vrouwelijk geslachtsdeel
yoni's	=	yoni
yorka	noun	bovennatuurlijke geest
yorka's	=	yorka
yorkatori	noun	verhaal over bovennatuurlijke geesten
yorkatori's	=	yorkatori
yorkshireterriër	noun	Engels hondenras oorspronkelijk gefokt voor het jagen op ratten
yorkshireterriërs	=	yorkshireterriër
yoruba	noun	lid van een inheems volk dat leeft in Nigeria, Benin, Togo en Sierra Leone
yoruba's	=	yoruba
yorubatalig	adj	Yoruba sprekend
yorubatalige	=	yorubatalig
yorubataligs	=	yorubatalig
yotta-ampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10²⁴ ampère of 1.000.000.000.000.000.000.000 kiloampère, weergegeven met symbool YA
yotta-ampères	=	yotta-ampère
yotta-ampèretje	=	yotta-ampère
yotta-ampèretjes	=	yotta-ampère
yottabecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10²⁴ becquerel of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilobecquerel, weergegeven met symbool YBq
yottabecquerels	=	yottabecquerel
yottabyte	noun	1.000.000.000.000.000.000.000.000 bytes ofwel 1000 zettabyte, weergegeven met symbool YB
yottabyteje	=	yottabyte
yottabytejes	=	yottabyte
yottabytes	=	yottabyte
yottacandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10²⁴ candela of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilocandela, weergegeven met symbool Ycd
yottacandela's	=	yottacandela
yottacoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10²⁴ coulomb of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilocoulomb, weergegeven met symbool YC
yottacoulombs	=	yottacoulomb
yottacoulombtje	=	yottacoulomb
yottacoulombtjes	=	yottacoulomb
yottafarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10²⁴ farad of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilofarad, weergegeven met symbool YF
yottafaradje	=	yottafarad
yottafaradjes	=	yottafarad
yottafarads	=	yottafarad
yottagram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10²⁴ gram of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilogram, weergegeven met symbool Yg
yottagrammen	=	yottagram
yottagrammetje	=	yottagram
yottagrammetjes	=	yottagram
yottagray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10²⁴ gray of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilogray, weergegeven met symbool YGy
yottagrays	=	yottagray
yottagraytje	=	yottagray
yottagraytjes	=	yottagray
yottahenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10²⁴ henry of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilohenry, weergegeven met symbool YH
yottahenry's	=	yottahenry
yottahenry'tje	=	yottahenry
yottahenry'tjes	=	yottahenry
yottahertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10²⁴ hertz of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilohertz, weergegeven met symbool YHz
yottajoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10²⁴ joule of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilojoule, weergegeven met symbool YJ
yottajoules	=	yottajoule
yottakatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10²⁴ katal of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilokatal, weergegeven met symbool Ykat
yottakatals	=	yottakatal
yottakelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10²⁴ kelvin of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilokelvin, weergegeven met symbool YK
yottaliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 1.000.000.000.000.000.000.000.000 liter, weergegeven met symbool Yl, YL of Yℓ
yottaliters	=	yottaliter
yottalitertje	=	yottaliter
yottalitertjes	=	yottaliter
yottalumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10²⁴ lumen of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilolumen, weergegeven met symbool Ylm
yottalumens	=	yottalumen
yottalux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10²⁴ lux of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilolux, weergegeven met symbool Ylx
yottameter	noun	een lengtemaat met een waarde van 10²⁴ meter of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilometer, weergegeven met symbool Ym
yottameters	=	yottameter
yottametertje	=	yottameter
yottametertjes	=	yottameter
yottamol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10²⁴ mol of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilomol, weergegeven met symbool Ymol
yottamolen	=	yottamol
yottanewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10²⁴ newton of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilonewton, weergegeven met symbool YN
yottanewtons	=	yottanewton
yottaohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10²⁴ ohm of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilo-ohm, weergegeven met symbool YΩ
yottaohmpje	=	yottaohm
yottaohmpjes	=	yottaohm
yottaohms	=	yottaohm
yottapascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10²⁴ pascal of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilopascal, weergegeven met symbool YPa
yottaseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10²⁴ seconde of 1.000.000.000.000.000.000.000 kiloseconden, weergegeven met symbool Ys
yottaseconden	=	yottaseconde
yottasecondes	=	yottaseconde
yottasiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10²⁴ siemens of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilosiemens, weergegeven met symbool YS
yottasiemensen	=	yottasiemens
yottasiemensje	=	yottasiemens
yottasiemensjes	=	yottasiemens
yottasievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10²⁴ sievert of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilosievert, weergegeven met symbool YSv
yottatesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10²⁴ tesla of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilotesla, weergegeven met symbool YT
yottavolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10²⁴ volt of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilovolt, weergegeven met symbool YV
yottavoltje	=	yottavolt
yottavoltjes	=	yottavolt
yottavolts	=	yottavolt
yottawatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10²⁴ watt of 1.000.000.000.000.000.000.000 kilowatt, weergegeven met symbool YW
yottawatts	=	yottawatt
yottaweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10²⁴ weber of 1.000.000.000.000.000.000.000 kiloweber, weergegeven met symbool YWb
yottawebers	=	yottaweber
youngadultboek	noun	roman die gericht is op lezers van ongeveer 12 tot 18 jaar, maar ook door volwassenen worden gelezen
youngadultboeken	=	youngadultboek
youngadultboekje	=	youngadultboek
youngadultboekjes	=	youngadultboek
youtube	=	youtuben
youtubede	=	youtuben
youtubeden	=	youtuben
youtubefilm	noun	opgenomen en vastgelegd bewegend beeld dat men via de website YouTube kan bekijken
youtubefilmpje	=	youtubefilm
youtubefilmpjes	=	youtubefilm
youtubefilms	=	youtubefilm
youtubegebruiker	noun	iemand die video's maakt en deze uploadt naar YouTube
youtubegebruikers	=	youtubegebruiker
youtubegebruikertje	=	youtubegebruiker
youtubegebruikertjes	=	youtubegebruiker
youtubekanaal	noun	alle video's die door één gebruiker worden gepubliceerd op YouTube
youtubekanaaltje	=	youtubekanaal
youtubekanaaltjes	=	youtubekanaal
youtubekanalen	=	youtubekanaal
youtuben	verb	naar video's op de website YouTube kijken
youtubend	=	youtuben
youtubende	=	youtuben
youtuber	noun	iemand die regelmatig zelfgemaakte filmpjes op YouTube plaatst
youtubers	=	youtuber
youtubertje	=	youtuber
youtubertjes	=	youtuber
youtubet	=	youtuben
yperiet	noun	mosterdgas
ypresien	noun	eerste tijdsnede van het tijdvak eoceen, van 56,0 tot 47,8 miljoen jaar geleden
ypsilon	noun	de Griekse naam voor de vijfentwintigste letter van het alfabet "Y"
ypsilonnetje	=	ypsilon
ypsilonnetjes	=	ypsilon
ypsilons	=	ypsilon
ypsilonvariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter ypsilon
ypsilonvarianten	=	ypsilonvariant
ysschots	=	ijsschots
ytterbium	noun	scheikundig element met symbool Yb en atoomnummer 70. Het is een zilverwit lanthanide
ytterbiumatomen	=	ytterbiumatoom
ytterbiumatoom	noun	een atoom van het chemisch element ytterbium.
ytterbiumatoompje	=	ytterbiumatoom
ytterbiumatoompjes	=	ytterbiumatoom
yttrium	noun	een element en zilverwit overgangsmetaal met het symbool Y en het atoomnummer 39
yttrium-barium-koperoxide	noun	een stof die supergeleidende eigenschappen vertoont bij relatief hoge temperaturen boven het kookpunt van stikstof (93 kelvin)
yttriumatomen	=	yttriumatoom
yttriumatoom	noun	een atoom van het chemisch element yttrium.
yttriumatoompje	=	yttriumatoom
yttriumatoompjes	=	yttriumatoom
yuan	noun	de Chinese munteenheid
yuannetje	=	yuan
yuannetjes	=	yuan
yuans	=	yuan
yuc	noun	jong persoon die in de stad woont en werkt in de creatieve sector
yuca	=	yucca
yucatanamazilia	noun	Amazilia yucatanensis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
yucatanamazilia's	=	yucatanamazilia
yucatanamaziliaatje	=	yucatanamazilia
yucatanamaziliaatjes	=	yucatanamazilia
yucatangaai	noun	Cyanocorax yucatanicus een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
yucatangaaien	=	yucatangaai
yucatangaaitje	=	yucatangaai
yucatangaaitjes	=	yucatangaai
yucatanmuggenvanger	noun	Polioptila albiventris een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
yucatanmuggenvangers	=	yucatanmuggenvanger
yucatanmuggenvangertje	=	yucatanmuggenvanger
yucatanmuggenvangertjes	=	yucatanmuggenvanger
yucatannachtzwaluw	noun	Antrostomus badius een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
yucatannachtzwaluwen	=	yucatannachtzwaluw
yucatannachtzwaluwtje	=	yucatannachtzwaluw
yucatannachtzwaluwtjes	=	yucatannachtzwaluw
yucatanpoorwill	noun	Nyctiphrynus yucatanicus een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
yucatanpoorwilletje	=	yucatanpoorwill
yucatanpoorwilletjes	=	yucatanpoorwill
yucatanpoorwills	=	yucatanpoorwill
yucatanrog	noun	Leucoraja yucatanensis een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
yucatanroggen	=	yucatanrog
yucatanroggetje	=	yucatanrog
yucatanroggetjes	=	yucatanrog
yucatanrogje	=	yucatanrog
yucatanrogjes	=	yucatanrog
yucatansabelvleugel	noun	Pampa pampa een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
yucatansabelvleugelen	=	yucatansabelvleugel
yucatansabelvleugels	=	yucatansabelvleugel
yucatansabelvleugeltje	=	yucatansabelvleugel
yucatansabelvleugeltjes	=	yucatansabelvleugel
yucatanspecht	noun	Melanerpes pygmaeus een vogel uit de familie Picidae.
yucatanspechten	=	yucatanspecht
yucatanspechtje	=	yucatanspecht
yucatanspechtjes	=	yucatanspecht
yucatantiran	noun	Myiarchus yucatanensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
yucatantirannen	=	yucatantiran
yucatantirannetje	=	yucatantiran
yucatantirannetjes	=	yucatantiran
yucatantroepiaal	noun	Icterus auratus een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
yucatantroepiaaltje	=	yucatantroepiaal
yucatantroepiaaltjes	=	yucatantroepiaal
yucatantroepialen	=	yucatantroepiaal
yucatanvesperrat	noun	Otonyctomys hatti knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
yucatanvesperratje	=	yucatanvesperrat
yucatanvesperratjes	=	yucatanvesperrat
yucatanvesperratten	=	yucatanvesperrat
yucatanvireo	noun	Vireo magister een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
yucatanvireo's	=	yucatanvireo
yucatanvireootje	=	yucatanvireo
yucatanvireootjes	=	yucatanvireo
yucatanwinterkoning	noun	Campylorhynchus yucatanicus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
yucatanwinterkoningen	=	yucatanwinterkoning
yucatanwinterkoninkje	=	yucatanwinterkoning
yucatanwinterkoninkjes	=	yucatanwinterkoning
yucca	noun	geslacht Yucca van succulente, meerjarige planten, die van nature voorkomen in Amerika.
yucca's	=	yucca
yuccamot	noun	insect uit de familie Prodoxidae van vlinders
yuccamotje	=	yuccamot
yuccamotjes	=	yuccamot
yuccamotten	noun	Prodoxidae een familie van vlinders
yuccie	noun	jong persoon die in de stad woont en werkt in de creative sector
yuccies	=	yuccie
yucs	=	yuc
yuk	intj|vulgar	uitroep van afkeer of lichte walging
yungasgors	noun	Rhynchospiza dabbenei een vogelsoort uit de familie Amerikaanse gorzen (Passerellidae).
yungasgorsje	=	yungasgors
yungasgorsjes	=	yungasgors
yungasgorzen	=	yungasgors
yungasmanakin	noun	Chiroxiphia boliviana een vogel uit de familie der manakins (Pipridae).
yungasmanakinnetje	=	yungasmanakin
yungasmanakinnetjes	=	yungasmanakin
yungasmanakins	=	yungasmanakin
yungassjakohoen	noun	Penelope bridgesi een vogel in de familie Cracidae.
yungassjakohoenderen	=	yungassjakohoen
yungassjakohoenders	=	yungassjakohoen
yungassjakohoendertje	=	yungassjakohoen
yungassjakohoendertjes	=	yungassjakohoen
yungastiran	noun	Mitrephanes olivaceus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
yungastirannen	=	yungastiran
yungastirannetje	=	yungastiran
yungastirannetjes	=	yungastiran
yungasvliegenpikker	noun	Phyllomyias weedeni een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
yungasvliegenpikkers	=	yungasvliegenpikker
yungasvliegenpikkertje	=	yungasvliegenpikker
yungasvliegenpikkertjes	=	yungasvliegenpikker
yungaszanger	noun	Basileuterus punctipectus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
yungaszangers	=	yungaszanger
yungaszangertje	=	yungaszanger
yungaszangertjes	=	yungaszanger
yunnanalcippe	noun	Alcippe fratercula een zangvogel uit de familie Alcippeidae
yunnanalcippes	=	yunnanalcippe
yunnanalcippetje	=	yunnanalcippe
yunnanalcippetjes	=	yunnanalcippe
yunnanboomklever	noun	Sitta yunnanensis een zangvogel uit het geslacht sitta.
yunnanboomklevers	=	yunnanboomklever
yunnanboomklevertje	=	yunnanboomklever
yunnanboomklevertjes	=	yunnanboomklever
yunnanboszanger	noun	Phylloscopus forresti een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
yunnanboszangers	=	yunnanboszanger
yunnanboszangertje	=	yunnanboszanger
yunnanboszangertjes	=	yunnanboszanger
yunnandiksnavelmees	noun	Suthora ricketti (syn.: Sinosuthora brunnea ricketti, Paradoxornis webbiana ricketti) een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
yunnandiksnavelmeesje	=	yunnandiksnavelmees
yunnandiksnavelmeesjes	=	yunnandiksnavelmees
yunnandiksnavelmezen	=	yunnandiksnavelmees
yunnangroenling	noun	Chloris ambigua een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
yunnangroenlingen	=	yunnangroenling
yunnangroenlinkje	=	yunnangroenling
yunnangroenlinkjes	=	yunnangroenling
yunnanhaas	noun	Lepus comus haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
yunnanhaasje	=	yunnanhaas
yunnanhaasjes	=	yunnanhaas
yunnanhazen	=	yunnanhaas
yunnanmuntjak	noun	Muntiacus rooseveltorum een zoogdier uit de familie van de hertachtigen (Cervidae).
yunnanmuntjakje	=	yunnanmuntjak
yunnanmuntjakjes	=	yunnanmuntjak
yunnanmuntjaks	=	yunnanmuntjak
yunnanstreepvleugel	noun	Actinodura waldeni een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
yunnanstreepvleugelen	=	yunnanstreepvleugel
yunnanstreepvleugels	=	yunnanstreepvleugel
yunnanstreepvleugeltje	=	yunnanstreepvleugel
yunnanstreepvleugeltjes	=	yunnanstreepvleugel
yup	noun	een jong, kindloos persoon die snel carrière gemaakt heeft en een exclusieve, trendgevoelige levensstijl heeft
yupje	=	yup
yuppen	=	yup
yuppenstel	noun	een tweetal jonge, kinderloze personen die snel carrière gemaakt hebben en een exclusieve, trendgevoelige levensstijl hebben
yuppenstellen	=	yuppenstel
yuppenstelletje	=	yuppenstel
yuppenstelletjes	=	yuppenstel
yuppie	noun	jong, kindloos persoon die snel carrière gemaakt heeft en een exclusieve, trendgevoelige levensstijl heeft
yuppieachtig	adj	op een yuppie lijkend
yuppieachtige	=	yuppieachtig
yuppieachtiger	=	yuppieachtig
yuppieachtigere	=	yuppieachtig
yuppieachtigers	=	yuppieachtig
yuppieachtigs	=	yuppieachtig
yuppieachtigst	=	yuppieachtig
yuppieachtigste	=	yuppieachtig
yuppieplek	noun	plaats waar jonge, rijke, hoogopgeleide professionals samenkomen
yuppieplekje	=	yuppieplek
yuppieplekjes	=	yuppieplek
yuppieplekken	=	yuppieplek
yuppies	=	yup
yuppificatie	noun	verandering waarbij iets vooral aantrekkelijk wordt gemaakt voor jonge welgestelden met een theoretische opleiding
yups	=	yup
yuri	noun	narratief, vooral in de Japanse fictie, over een romantische of seksuele relatie tussen twee of meerdere vrouwelijke personages, meestal met een mannelijke doelgroep
yurt	noun	een ronde nomadentent
yurta	noun	ronde tent van nomaden
yurta's	=	yurta
yurts	=	yurt
yuv	noun	kleurruimte waarbij de kleuren worden omschreven door een helderheidssignaal en twee kleur-verschil signalen (Y-B en Y-R)
yuzu	noun	Citrus ×junos een citrusvrucht uit het Verre Oosten, die voorkomt in China, Korea en Japan.
yuzu's	=	yuzu
yzervarken	=	ijzervarken
z	noun	de zesentwintigste letter van het alfabet
z'en	=	z
z'je	=	z
z'jes	=	z
z'n	pron	de clitische, onbenadrukte vorm van 'zijn'
z's	=	z
z-as	noun	derde as in een driedimensionaal assenstelsel
z-assen	=	z-as
z-coördinaat	noun	coördinaat op de z-as
z-coördinaten	=	z-coördinaat
z-motief	noun	het streven naar zelfbevestiging
z-opleiding	noun	voormalige, praktijkgerichte 'in-service' verpleegkundige opleiding (mbo-niveau 4) gericht op de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
z-opleidingen	=	z-opleiding
z-opleidinkje	=	z-opleiding
z-opleidinkjes	=	z-opleiding
z-verpleegkundige	noun	iemand die zwakzinnigen en verstandelijk gehandicapten verpleegt of verzorgt
z-verpleegkundigen	=	z-verpleegkundige
z-vormig	adj	vorm van een Z hebbend
z-vormige	=	z-vormig
z-vormiger	=	z-vormig
z-vormigere	=	z-vormig
z-vormigers	=	z-vormig
z-vormigs	=	z-vormig
z-vormigst	=	z-vormig
z-vormigste	=	z-vormig
za	noun	zaterdag, de eerste dag van het weekeinde
zaad	noun	bevruchte kiem waaruit een nieuwe plant van dezelfde soort groeit
zaadbak	noun	meestal als verkleinwoord zaadbakje: stevige, holle houder voor vogelvoer met een open kant waardoor een vogel of een ander dier eruit kan eten
zaadbakje	noun	klein bakje dat gevuld met zaad of ander vogelvoer in een vogelkooi gezet wordt, ook wel gebruikt voor vergelijkbare bakjes voor knaagdieren of voor het bijvoeren van wilde vogels
zaadbakjes	=	zaadbak
zaadbakken	=	zaadbak
zaadbal	noun	het mannelijke orgaan waar de spermacellen gemaakt worden
zaadbalkanker	noun	een vorm van kanker die ontstaat in de zaadbal
zaadballen	=	zaadbal
zaadballetje	=	zaadbal
zaadballetjes	=	zaadbal
zaadbank	noun	een zandbank met mosselzaad
zaadbanken	=	zaadbank
zaadbankje	=	zaadbank
zaadbankjes	=	zaadbank
zaadbed	noun	kweekbed, bed waarin zaadjes kunnen ontkiemen
zaadbedden	=	zaadbed
zaadbeginsel	noun	dit is de nog onbevruchte eicel bij planten
zaadbeginsels	=	zaadbeginsel
zaadbeginseltje	=	zaadbeginsel
zaadbeginseltjes	=	zaadbeginsel
zaadbol	noun	het bolvormige deel van een plant waar zaden op bevestigd zijn
zaadbollen	=	zaadbol
zaadbolletje	=	zaadbol
zaadbolletjes	=	zaadbol
zaadcel	noun	mannelijke geslachtscel
zaadcellen	=	zaadcel
zaadcelletje	=	zaadcel
zaadcelletjes	=	zaadcel
zaaddodend	adj	de spermacellen dodend
zaaddodende	=	zaaddodend
zaaddodender	=	zaaddodend
zaaddodendere	=	zaaddodend
zaaddodenders	=	zaaddodend
zaaddodends	=	zaaddodend
zaaddodendst	=	zaaddodend
zaaddodendste	=	zaaddodend
zaaddonor	noun	een man die zijn sperma ter beschikking stelt van mensen die langs kunstmatige weg een zwangerschap tot stand willen brengen
zaaddonoren	=	zaaddonor
zaaddonors	=	zaaddonor
zaaddoos	noun	een doosvrucht die gevormd is uit meerdere vruchtbladen
zaaddoosje	=	zaaddoos
zaaddoosjes	=	zaaddoos
zaaddozen	=	zaaddoos
zaaddragend	adj	zaad voortbrengend
zaaddragende	=	zaaddragend
zaaddragends	=	zaaddragend
zaaddrager	noun	plant die speciaal vanwege het zaad wordt gekweekt
zaaddragers	=	zaaddrager
zaaddragertje	=	zaaddrager
zaaddragertjes	=	zaaddrager
zaadgalwesp	noun	Andricus legitimus een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
zaadgalwespen	=	zaadgalwesp
zaadgalwespje	=	zaadgalwesp
zaadgalwespjes	=	zaadgalwesp
zaadgoed	noun	zaden die men kan gebruiken voor het telen van cultuurgewassen
zaadgoederen	=	zaadgoed
zaadhandel	noun	een onderneming die handelt drijft in zaden
zaadhandels	=	zaadhandel
zaadhandeltje	=	zaadhandel
zaadhandeltjes	=	zaadhandel
zaadhout	=	zaathout
zaadhuisje	noun	het omhulsel van het zaad van een plant
zaadhuisjes	=	zaadhuisje
zaadje	=	zaad
zaadjes	=	zaad
zaadkind	noun	kind dat verwekt is met het zaad van een zaaddonor
zaadkinderen	=	zaadkind
zaadknop	noun	een klein knopje in het vruchtbeginsel waaruit na bevruchting een zaadje groeit
zaadknopje	=	zaadknop
zaadknopjes	=	zaadknop
zaadknoppen	=	zaadknop
zaadkorrel	noun	een zaadje van graangewassen
zaadkorrels	=	zaadkorrel
zaadkorreltje	=	zaadkorrel
zaadkorreltjes	=	zaadkorrel
zaadkwekerij	noun	een onderneming waar zaaizaad gekweekt wordt
zaadkwekerijen	=	zaadkwekerij
zaadkwekerijtje	=	zaadkwekerij
zaadkwekerijtjes	=	zaadkwekerij
zaadleider	noun	een buis waardoor het zaad van de bijballen naar de penis vervoerd wordt
zaadleiders	=	zaadleider
zaadleidertje	=	zaadleider
zaadleidertjes	=	zaadleider
zaadlijst	noun	het deel van het vruchtbeginsel van een plant waarop de zaden of zaadknoppen bevestigd zijn
zaadlijsten	=	zaadlijst
zaadlijstje	=	zaadlijst
zaadlijstjes	=	zaadlijst
zaadlob	noun	het eerste bladachtige deel van een plantenkiem
zaadlobben	=	zaadlob
zaadlobje	=	zaadlob
zaadlobjes	=	zaadlob
zaadloos	adj	zonder zaad
zaadloost	=	zaadloos
zaadlooste	=	zaadloos
zaadloze	=	zaadloos
zaadlozer	=	zaadloos
zaadlozere	=	zaadloos
zaadlozers	=	zaadloos
zaadlozing	noun	de lozing van zaad
zaadlozingen	=	zaadlozing
zaadlozinkje	=	zaadlozing
zaadlozinkjes	=	zaadlozing
zaadnerf	noun	uitstekende rand aan sommige zaden
zaadnerfje	=	zaadnerf
zaadnerfjes	=	zaadnerf
zaadnerven	=	zaadnerf
zaadolie	noun	olie gewonnen uit zaden
zaadolies	=	zaadolie
zaadolietje	=	zaadolie
zaadolietjes	=	zaadolie
zaadoliën	=	zaadolie
zaadpacht	noun	het pachten van een stuk land waarbij de pacht moet worden voldaan in een bepaald deel van de oogst
zaadpachten	=	zaadpacht
zaadparel	noun	een kleine, onregelmatig gevormde parel die als bijproduct ontstaat tijdens het parelkweekproces.
zaadparels	=	zaadparel
zaadpareltje	=	zaadparel
zaadpareltjes	=	zaadparel
zaadplant	noun	benaming voor vaatplanten uit de Spermatophyta die zich voortplanten met zaden die ontstaan uit bevruchte zaadknoppen
zaadplanten	noun	onderstam of onderafdeling Spermatophyta, vaatplanten die gekenmerkt worden door het bezit van zaadknoppen.
zaadplantje	=	zaadplant
zaadpluis	noun	dunne haartjes aanwezig op zaden van veel planten
zaadproductie	noun	de productie van zaad door levende organismen
zaadproducties	=	zaadproductie
zaadrok	noun	vlezig (vruchtachtig) omhulsel of aanhangsel van een zaad
zaadrokken	=	zaadrok
zaadstreng	noun	een streng met bindweefsel, bloedvaten, zenuwen en de zaadleider die van de zaadbal tot aan de buikwand loopt
zaadstrengen	=	zaadstreng
zaadstrengetje	=	zaadstreng
zaadstrengetjes	=	zaadstreng
zaadteelt	noun	het verbouwen van gewassen voornamelijk voor het winnen van zaad
zaadteelten	=	zaadteelt
zaaduitstorting	noun	het uitstorten van zaad
zaaduitstortingen	=	zaaduitstorting
zaadval	noun	het laten vallen van zaden door bomen en planten
zaadvarens	noun	Pteridospermopsida een polyfyletische groep, een vormtaxon van op het eerste gezicht veel op varens gelijkende, uitgestorven planten.
zaadvast	adj	het hebben van dezelfde eigenschappen als de moederplant
zaadvaste	=	zaadvast
zaadvaster	=	zaadvast
zaadvastere	=	zaadvast
zaadvastheid	noun	de mate van zaadvast zijn
zaadveredeling	noun	het veredelen van zaden om hiermee bepaalde eigenschappen te beïnvloeden
zaadveredelingen	=	zaadveredeling
zaadveredelingsbedrijf	noun	een onderneming die zich toelegt op het veredelen van zaden
zaadveredelingsbedrijfje	=	zaadveredelingsbedrijf
zaadveredelingsbedrijfjes	=	zaadveredelingsbedrijf
zaadveredelingsbedrijven	=	zaadveredelingsbedrijf
zaadvocht	noun	vloeistof die door mannen en mannelijke dieren uitscheiden en samen met de zaadcellen het sperma vormt
zaadvochten	=	zaadvocht
zaadwinkel	noun	een onderneming waar zaad aan de consument wordt verkocht
zaadwinkels	=	zaadwinkel
zaadwinkeltje	=	zaadwinkel
zaadwinkeltjes	=	zaadwinkel
zaadzolder	noun	een verdieping in een pakhuis die gebruikt wordt voor het opslaan van zaad
zaadzolders	=	zaadzolder
zaadzoldertje	=	zaadzolder
zaadzoldertjes	=	zaadzolder
zaag	noun	een stuk gereedschap met een scherp getand metalen blad om voorwerpen in stukken te verdelen
zaagbaars	noun	Serranus cabrilla een straalvinnige vis uit de familie van de zaag- of zeebaarzen (Serranidae).
zaagbaarsje	=	zaagbaars
zaagbaarsjes	=	zaagbaars
zaagbaarzen	=	zaagbaars
zaagbank	noun	een bank waarop het hout ligt tijdens het doorzagen
zaagbanken	=	zaagbank
zaagbankje	=	zaagbank
zaagbankjes	=	zaagbank
zaagbek	noun	Mergus benaming voor eendensoorten uit het geslacht Mergus die voornamelijk vis eten en een gekartelde snavelrand bezitten.
zaagbekje	=	zaagbek
zaagbekjes	=	zaagbek
zaagbekken	=	zaagbek
zaagbeugel	noun	een beugel voor het inspannen van zaagjes (blad) van een beugelzaag
zaagbeugels	=	zaagbeugel
zaagbeugeltje	=	zaagbeugel
zaagbeugeltjes	=	zaagbeugel
zaagblaadje	=	zaagblad
zaagblaadjes	=	zaagblad
zaagblad	noun	plat stuk metaal met een lange kartelrand om hard materiaal door te snijden, het onderdeel van een zaag waarop de tanden zijn aangebracht
zaagbladen	=	zaagblad
zaagbok	noun	een meestal houten constructie waarop men een te zagen voorwerp kan plaatsen
zaagbokje	=	zaagbok
zaagbokjes	=	zaagbok
zaagbokken	=	zaagbok
zaagbuikvissen	noun	een familie Trachichthyidae van van, over het algemeen, kleine, uitzonderlijk lang-levende diepzeevissen uit de orde van de slijmkopvissen (Beryciformes).
zaagdak	noun	een dak met een of twee schuine vlakken, waarbij de een korter is dan de ander
zaagdaken	=	zaagdak
zaagdakje	=	zaagdak
zaagdakjes	=	zaagdak
zaagde	=	zagen
zaagden	=	zagen
zaaghaaien	noun	een orde Pristiophoriformes van de klasse kraakbeenvissen met een kenmerkende, lange en zaag-achtige snuit.
zaagje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort schelpdier, Donax vittatus, uit het geslacht Donax
zaagjes	noun	een familie Donacidae van kleine, tweekleppige schelpdieren.
zaagmachientje	=	zaagmachine
zaagmachientjes	=	zaagmachine
zaagmachine	noun	een elektrische machine waarmee met een bewegende zaag gezaagd wordt
zaagmachines	=	zaagmachine
zaagmachinetje	=	zaagmachine
zaagmachinetjes	=	zaagmachine
zaagmeel	noun	fijn zaagsel
zaagmolen	noun	een door wind- of waterkracht aangedreven installatie voor het zagen van hout
zaagmolens	=	zaagmolen
zaagmolentje	=	zaagmolen
zaagmolentjes	=	zaagmolen
zaagraam	noun	een raamwerk waarin het blad van een spanzaag is aangebracht
zaagraampje	=	zaagraam
zaagraampjes	=	zaagraam
zaagramen	=	zaagraam
zaagrugschildpadden	noun	een geslacht Graptemys van schildpadden uit de familie moerasschildpadden.
zaagschubadder	noun	Echis carinatus een zeer giftige slang uit de familie adders (Viperidae)
zaagschubadders	noun	een geslacht Echis van zeer giftige slangen uit de familie adders
zaagschubaddertje	=	zaagschubadder
zaagschubaddertjes	=	zaagschubadder
zaagsel	noun	een uit houtvezels bestaande stof die ontstaat bij het zagen van hout
zaagselhertenzwam	noun	Pluteus petasatus een schimmel uit de familie Pluteaceae.
zaagselhertenzwammen	=	zaagselhertenzwam
zaagselhertenzwammetje	=	zaagselhertenzwam
zaagselhertenzwammetjes	=	zaagselhertenzwam
zaagselkop	noun	benaming voor iemand die weinig onthoudt, niet goed nadenkt of niet slim is
zaagselkopje	=	zaagselkop
zaagselkopjes	=	zaagselkop
zaagselkoppen	=	zaagselkop
zaagsnavelheremietkolibrie	noun	Ramphodon naevius een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zaagsnavelheremietkolibries	=	zaagsnavelheremietkolibrie
zaagsnavelheremietkolibrietje	=	zaagsnavelheremietkolibrie
zaagsnavelheremietkolibrietjes	=	zaagsnavelheremietkolibrie
zaagsnede	noun	de snede die een zaag maakt in het materiaal
zaagsneden	=	zaagsnede
zaagsnedetje	=	zaagsnede
zaagsnedetjes	=	zaagsnede
zaagsprinkhaan	noun	Barbitistes serricauda een insect uit de sprinkhanenfamilie Tettigoniidae, onderfamilie Phaneropterinae
zaagsprinkhaantje	=	zaagsprinkhaan
zaagsprinkhaantjes	=	zaagsprinkhaan
zaagsprinkhanen	=	zaagsprinkhaan
zaagstoel	noun	het onderstel dat bij het zagen wordt gebruikt
zaagstoelen	=	zaagstoel
zaagstoeltje	=	zaagstoel
zaagstoeltjes	=	zaagstoel
zaagt	=	zagen
zaagtand	noun	een scherpe tandvormige karteling aangebracht op de rand van een zaagblad
zaagtandalen	noun	een familie Serrivomeridae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes)
zaagtanden	=	zaagtand
zaagtandje	=	zaagtand
zaagtandjes	=	zaagtand
zaagtandpluim	noun	grafische voorstelling van een temperatuurvoorspelling inclusief de onzekerheidsmarges als er een groot verschil is tussen de hoogste en laagste temperatuur in een etmaal
zaagtandpluimen	=	zaagtandpluim
zaagtandpluimpje	=	zaagtandpluim
zaagtandpluimpjes	=	zaagtandpluim
zaaguil	noun	Aegolius acadicus een uil die behoort tot het geslacht Aegolius.
zaaguilen	=	zaaguil
zaaguiltje	=	zaaguil
zaaguiltjes	=	zaaguil
zaagvijl	noun	een vijl om de tanden van een zaag scherper te maken
zaagvijlen	=	zaagvijl
zaagvijltje	=	zaagvijl
zaagvijltjes	=	zaagvijl
zaagvinken	noun	Phytotomidae een voormalige familie van vogels uit de orde zangvogels.
zaagvis	noun	benaming voor haaiachtige vissen met aan de kop een zaagvormig uitsteeksel uit de familie Pristidae
zaagvisje	=	zaagvis
zaagvisjes	=	zaagvis
zaagvissen	noun	een familie Pristidae uit de orde Rhinopristiformes.
zaagvormig	adj	in de vorm van een zaag
zaagvormige	=	zaagvormig
zaagvormigs	=	zaagvormig
zaagwerk	noun	inspanning waarbij een of meer harde voorwerpen door het heen en weer bewegen van een scherp getand blad in stukken worden verdeeld
zaagwerken	=	zaagwerk
zaai	=	zaaien
zaaibed	noun	een afgeperkt deel van een tuin waarop gezaaid wordt
zaaibedden	=	zaaibed
zaaibedje	=	zaaibed
zaaibedjes	=	zaaibed
zaaide	=	zaaien
zaaiden	=	zaaien
zaaie	=	zaaien
zaaien	verb	zaad strooien
zaaiend	=	zaaien
zaaiende	=	zaaien
zaaier	noun	persoon die het land inzaait
zaaiers	=	zaaier
zaaiertje	=	zaaier
zaaiertjes	=	zaaier
zaaigoed	noun	het zaad dat nog gezaaid dient te worden
zaaigraan	noun	graan dat bedoeld is om te zaaien
zaaigraantje	=	zaaigraan
zaaigraantjes	=	zaaigraan
zaaigranen	=	zaaigraan
zaaiing	noun	het resultaat van het zaaien: een jong plantje dat net uit een zaadje is ontkiemd of het uitgestrooide zaaigoed.
zaaiingen	=	zaaiing
zaaiinkje	=	zaaiing
zaaiinkjes	=	zaaiing
zaaiklaar	adj	grond gereed om in te zaaien
zaaiklaars	=	zaaiklaar
zaaiklare	=	zaaiklaar
zaaikoren	noun	het koren dat bestemd en/of gebruikt wordt voor het zaaien
zaaikorf	noun	een korf waarin het te zaaien zaad ligt tijdens het zaaien
zaaikorfje	=	zaaikorf
zaaikorfjes	=	zaaikorf
zaaikorven	=	zaaikorf
zaailand	noun	een stuk grond dat geschikt is om bezaaid te worden
zaailanden	=	zaailand
zaailandje	=	zaailand
zaailandjes	=	zaailand
zaailing	noun	uit zaad opgekweekte plant, het stadium volgend op de kiemplant, waarin de eerste blaadjes verschijnen
zaailingen	=	zaailing
zaailingetje	=	zaailing
zaailingetjes	=	zaailing
zaaimachientje	=	zaaimachine
zaaimachientjes	=	zaaimachine
zaaimachine	noun	een machine die gebruikt wordt voor het zaaien
zaaimachines	=	zaaimachine
zaaimachinetje	=	zaaimachine
zaaimachinetjes	=	zaaimachine
zaaisel	noun	het reeds gezaaide zaad
zaaisels	=	zaaisel
zaaiseltje	=	zaaisel
zaaiseltjes	=	zaaisel
zaait	=	zaaien
zaaitijd	noun	de periode waarin gezaaid kan worden
zaaitijden	=	zaaitijd
zaaiui	noun	uit zaad verkregen ui
zaaiuien	=	zaaiui
zaaiuitje	=	zaaiui
zaaiuitjes	=	zaaiui
zaaiveld	noun	het veld dat is gezaaid
zaaivelden	=	zaaiveld
zaaiveldje	=	zaaiveld
zaaiveldjes	=	zaaiveld
zaaiwerktuig	noun	werktuig te gebruiken bij het zaaien
zaaiwerktuigen	=	zaaiwerktuig
zaaizaad	noun	het zaad dat nog gezaaid moet worden
zaaizaadje	=	zaaizaad
zaaizaadjes	=	zaaizaad
zaaizaadproductie	noun	het kweken van zaad dat men op de akkers kan zaaien
zaaizaadproducties	=	zaaizaadproductie
zaaizaden	=	zaaizaad
zaaizak	noun	een zak die gebruikt wordt om te zaaien
zaaizakje	=	zaaizak
zaaizakjes	=	zaaizak
zaaizakken	=	zaaizak
zaak	noun	iets stoffelijks (een ding) of een abstracte voorstelling van de geest, geen betrekking hebbend op een persoon of ander levend wezen
zaakbelasting	noun	de belasting die geheven wordt over roerende en/of onroerende zaken
zaakbelastingen	=	zaakbelasting
zaakbelastinkje	=	zaakbelasting
zaakbelastinkjes	=	zaakbelasting
zaakbeschadiging	noun	beschadiging van goederen
zaakbeschadigingen	=	zaakbeschadiging
zaakbezorger	noun	iemand die de een zaak of meerdere zaken van een ander waarneemt en de belangen hiervoor behartigt
zaakbezorgers	=	zaakbezorger
zaakbezorgertje	=	zaakbezorger
zaakbezorgertjes	=	zaakbezorger
zaakgelastigd	adj	met volmacht bekleed
zaakgelastigde	noun	een persoon die de volmacht gekregen heeft in naam van een ander een zaak te behartigen
zaakgelastigden	=	zaakgelastigde
zaakgelastigds	=	zaakgelastigd
zaakje	noun	alleen verkleinwoord , mannelijke geslachtsdeel
zaakjes	=	zaak
zaakkennis	noun	kennis van een zaak
zaakkundig	adj	met kennis van zaken
zaakkundige	noun	iemand met verstand van zaken
zaakkundigen	=	zaakkundige
zaakkundiger	=	zaakkundig
zaakkundigere	=	zaakkundig
zaakkundigers	=	zaakkundig
zaakkundigs	=	zaakkundig
zaakkundigst	=	zaakkundig
zaakkundigste	=	zaakkundig
zaaknaam	noun	een zelfstandig naamwoord dat de zaak aanduidt
zaaknaampje	=	zaaknaam
zaaknaampjes	=	zaaknaam
zaaknamen	=	zaaknaam
zaakpapieren	noun	zakelijke documenten, waarvoor de post een lager tarief in rekening bracht
zaakregister	noun	een lijst van zaken die behandeld zijn in een bepaald boek
zaakregisters	=	zaakregister
zaakrijk	adj	inhoudelijk rijk zijnde
zaakrijke	=	zaakrijk
zaakrijker	=	zaakrijk
zaakrijkere	=	zaakrijk
zaakrijkers	=	zaakrijk
zaakrijks	=	zaakrijk
zaakrijkst	=	zaakrijk
zaakrijkste	=	zaakrijk
zaakschade	noun	een schade aan bezittingen
zaakschaden	=	zaakschade
zaakschades	=	zaakschade
zaaksgevolg	noun	recht waarover de titularis van een zakelijk recht beschikt, om het daaraan onderworpen goed te volgen ongeacht in wiens handen het goed overgaat
zaaksgevolgen	=	zaaksgevolg
zaaksgevolgje	=	zaaksgevolg
zaaksgevolgjes	=	zaaksgevolg
zaaksofficier	noun	de reguliere officier van justitie die de leiding heeft over de zaak en het onderzoek nadat het vooronderzoek afgelopen is
zaaksofficieren	=	zaaksofficier
zaaksofficiers	=	zaaksofficier
zaaksofficiertje	=	zaaksofficier
zaaksofficiertjes	=	zaaksofficier
zaakvak	noun	elk van de volgende vakken: maatschappijleer, economie, geschiedenis, godsdienst, levensbeschouwing, filosofie en aardrijkskunde. (soms ook biologie)
zaakvakje	=	zaakvak
zaakvakjes	=	zaakvak
zaakvakken	=	zaakvak
zaakvoerder	noun	een persoon die in opdracht van een ander een economische activiteit uitoefent
zaakvoerders	=	zaakvoerder
zaakvoerdertje	=	zaakvoerder
zaakvoerdertjes	=	zaakvoerder
zaakvoerster	noun	een vrouwelijk persoon die in opdracht van een ander een economische activiteit uitoefent
zaakvoersters	=	zaakvoerster
zaakvoerstertje	=	zaakvoerster
zaakvoerstertjes	=	zaakvoerster
zaakvorming	noun	een wijze van eigendomsverkrijging waarbij iemand een voorwerp maakt, waarna hij de stof van het voorwerp tegen betaling zijn eigendom kan maken
zaakvormingen	=	zaakvorming
zaakvorminkje	=	zaakvorming
zaakvorminkjes	=	zaakvorming
zaakwaarneemster	noun	een vrouwelijk iemand die de een zaak of meerdere zaken van een ander waarneemt en de belangen hiervoor behartigt
zaakwaarneemsters	=	zaakwaarneemster
zaakwaarneemstertje	=	zaakwaarneemster
zaakwaarneemstertjes	=	zaakwaarneemster
zaakwaarnemer	noun	iemand die voor een ander optreedt en de belangen van die ander behartigt
zaakwaarnemers	=	zaakwaarnemer
zaakwaarnemertje	=	zaakwaarnemer
zaakwaarnemertjes	=	zaakwaarnemer
zaakwaarneming	noun	het optreden als een zaakwaarnemer of zaakwaarneemster
zaakwaarnemingen	=	zaakwaarneming
zaakwaarneminkje	=	zaakwaarneming
zaakwaarneminkjes	=	zaakwaarneming
zaakwoordenboek	noun	encyclopedie
zaakwoordenboeken	=	zaakwoordenboek
zaakwoordenboekje	=	zaakwoordenboek
zaakwoordenboekjes	=	zaakwoordenboek
zaal	noun	een grote ruimte in een gebouw
zaalarts	noun	een geneeskundige met de bevoegdheid een praktijk te voeren en die werkzaam is op een zaal
zaalartsen	=	zaalarts
zaalartsje	=	zaalarts
zaalartsjes	=	zaalarts
zaalbezetting	noun	vulling van een theater- of bioscoopzaal met publiek
zaalbezettingen	=	zaalbezetting
zaalcompetitie	noun	een competitie die binnen wordt gespeeld
zaalcompetities	=	zaalcompetitie
zaalcompetitietje	=	zaalcompetitie
zaalcompetitietjes	=	zaalcompetitie
zaaleigenaar	noun	iemand die een zaal als eigendom heeft
zaaleigenaars	=	zaaleigenaar
zaaleigenaartje	=	zaaleigenaar
zaaleigenaartjes	=	zaaleigenaar
zaaleigenaren	=	zaaleigenaar
zaalgeluid	noun	het geluid van een zaal
zaalgeluiden	=	zaalgeluid
zaalgeluidje	=	zaalgeluid
zaalgeluidjes	=	zaalgeluid
zaalhandbal	noun	handbal dat gespeeld wordt in een zaal
zaalhockey	noun	hockey dat wordt gespeeld in een zaal
zaalhouder	noun	iemand die een zaal in beheer houdt
zaalhouders	=	zaalhouder
zaalhoudertje	=	zaalhouder
zaalhoudertjes	=	zaalhouder
zaalhuren	=	zaalhuur
zaalhuur	noun	de huur die betaald moet worden voor een zaal
zaalkorfbal	noun	korfbal dat men binnen in een sportzaal speelt
zaallicht	noun	het lichtvoorziening in een zaal
zaallichten	=	zaallicht
zaallichtje	=	zaallicht
zaallichtjes	=	zaallicht
zaals	=	zaal
zaalsport	noun	een in een zaal beoefende sport
zaalsporten	=	zaalsport
zaalsportje	=	zaalsport
zaalsportjes	=	zaalsport
zaaltje	=	zaal
zaaltjes	=	zaal
zaalvoetbal	noun	voetbal dat met eigen regels gespeeld wordt in een zaal
zaalvoetbalclub	noun	een club voor het onderling beoefenen van voetbal in een zaal
zaalvoetbalclubje	=	zaalvoetbalclub
zaalvoetbalclubjes	=	zaalvoetbalclub
zaalvoetbalclubs	=	zaalvoetbalclub
zaalvoetbalcompetitie	noun	reeks zaalvoetbalwedstrijden tussen verschillende clubs
zaalvoetbalcompetities	=	zaalvoetbalcompetitie
zaalvoetballer	noun	iemand die zaalvoetbal speelt
zaalvoetballers	=	zaalvoetballer
zaalvoetballertje	=	zaalvoetballer
zaalvoetballertjes	=	zaalvoetballer
zaalvoetbalspeler	noun	iemand die zaalvoetbal speelt
zaalvoetbalspelers	=	zaalvoetbalspeler
zaalvoetbalspelertje	=	zaalvoetbalspeler
zaalvoetbalspelertjes	=	zaalvoetbalspeler
zaalvoetbaltoernooi	noun	een toernooi voor voetbal dat gespeeld wordt met eigen regels in een zaal
zaalvoetbaltoernooien	=	zaalvoetbaltoernooi
zaalvoetbaltoernooitje	=	zaalvoetbaltoernooi
zaalvoetbaltoernooitjes	=	zaalvoetbaltoernooi
zaalvoetbaltornooi	noun	een georganiseerde reeks zaalvoetbalwedstrijden waarin ploegen het tegen elkaar opnemen, met als doel achteraf een winnaar te kunnen aanduiden
zaalvoetbaltornooien	=	zaalvoetbaltornooi
zaalwacht	noun	een bewaker van een zaal
zaalwachten	=	zaalwacht
zaalwachter	noun	een bewaker van een zaal
zaalwachters	=	zaalwachter
zaalwachtertje	=	zaalwachter
zaalwachtertjes	=	zaalwachter
zaalwachtje	=	zaalwacht
zaalwachtjes	=	zaalwacht
zaalzuster	noun	een verpleegster die werkzaam is op een zaal
zaalzusters	=	zaalzuster
zaalzustertje	=	zaalzuster
zaalzustertjes	=	zaalzuster
zaamenspraak	=	samenspraak
zaandammer	noun	iemand afkomstig uit of woonachtig in Zaandam	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Zaandam
zaandammers	=	zaandammer
zaandammertje	=	zaandammer
zaandammertjes	=	zaandammer
zaandams	adj	uit Zaandam
zaandamse	noun	vrouwelijke vorm van Zaandammer
zaandamsen	=	zaandamse
zaandamser	=	zaandams
zaandamsere	=	zaandams
zaandamsers	=	zaandams
zaandamst	=	zaandams
zaandamste	=	zaandams
zaankanter	noun	iemand afkomstig uit de Zaanstreek
zaankanters	=	zaankanter
zaankantertje	=	zaankanter
zaankantertjes	=	zaankanter
zaans	noun	Nederlands dialect voortkomend in Zaanstad en omstreken	adj	gerelateerd aan of afkomstig uit Zaan
zaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van de Zaan, de Zaankant, of een vrouw afkomstig uit de Zaan, de Zaankant
zaansen	=	zaanse
zaanser	=	zaans
zaansere	=	zaans
zaansers	=	zaans
zaanst	=	zaans
zaanste	=	zaans
zaat	noun	droogvallende zandplaat, waar schepen op het droge kunnen liggen voor lossen en laden of voor het werken aan de onderkant
zaathout	noun	een versterking in de bodem van het schip waarop de mast staat
zaathouten	=	zaathout
zaatje	=	zaat
zaatjes	=	zaat
zab	=	zabben
zabaglione	noun	sabayon, een crème van wijn, eidooiers, suiker en aromaten
zabaglione's	=	zabaglione
zabagliones	=	zabaglione
zabaione	noun	Italiaans dessert gemaakt van eigeel, suiker en wijn
zabaione's	=	zabaione
zabaiones	=	zabaione
zabaobab	noun	Adansonia za een boom uit de kaasjeskruidfamilie.
zabaobabje	=	zabaobab
zabaobabjes	=	zabaobab
zabaobabs	=	zabaobab
zabbe	=	zabben
zabbel	=	zabbelen
zabbelaar	noun	iemand die likt en zuigt aan iets
zabbelaars	=	zabbelaar
zabbelaartje	=	zabbelaar
zabbelaartjes	=	zabbelaar
zabbelde	=	zabbelen
zabbelden	=	zabbelen
zabbele	=	zabbelen
zabbelen	verb	likken en zuigen aan iets
zabbelend	=	zabbelen
zabbelende	=	zabbelen
zabbelt	=	zabbelen
zabben	verb|obsolete	vochtig zoenen
zabbend	=	zabben
zabbende	=	zabben
zabber	=	zabberen
zabberaar	noun	iemand die sabbert
zabberaars	=	zabberaar
zabberaartje	=	zabberaar
zabberaartjes	=	zabberaar
zabberde	=	zabberen
zabberden	=	zabberen
zabberdoek	noun	een doek om op te knoeien
zabberdoeken	=	zabberdoek
zabberdoekje	=	zabberdoek
zabberdoekjes	=	zabberdoek
zabbere	=	zabberen
zabberen	verb	knoeien of kliederen
zabberend	=	zabberen
zabberende	=	zabberen
zabbert	=	zabberen
zabde	=	zabben
zabden	=	zabben
zabt	=	zabben
zachor	noun	als beginwoord van Ex. 20:8: verplichting tot het onderhouden van de sjabbatgeboden
zacht	adj	gemakkelijk samen te drukken en/of te buigen	adv	met weinig geluidsvolume
zachtaardig	adj	niet al te streng
zachtaardige	=	zachtaardig
zachtaardiger	=	zachtaardig
zachtaardigere	=	zachtaardig
zachtaardigers	=	zachtaardig
zachtaardigheden	=	zachtaardigheid
zachtaardigheid	noun	de mate van zachtaardig zijn
zachtaardiglijk	adj	op een zachtaardige, vriendelijke, mildere, goedhartige en niet-agressieve manier
zachtaardiglijke	=	zachtaardiglijk
zachtaardiglijker	=	zachtaardiglijk
zachtaardiglijkere	=	zachtaardiglijk
zachtaardiglijkers	=	zachtaardiglijk
zachtaardiglijks	=	zachtaardiglijk
zachtaardiglijkst	=	zachtaardiglijk
zachtaardiglijkste	=	zachtaardiglijk
zachtaardigs	=	zachtaardig
zachtaardigst	=	zachtaardig
zachtaardigste	=	zachtaardig
zachtboard	noun	een vezelplaat (board) met geringe hardheid
zachte	=	zacht
zachtelijk	adj	een inschikkelijke houding hebbend
zachtelijke	=	zachtelijk
zachtelijks	=	zachtelijk
zachter	=	zacht
zachtere	=	zacht
zachters	=	zacht
zachtgeaard	adj	zacht van karakter, zachtmoedig
zachtgeaarde	=	zachtgeaard
zachtgeaards	=	zachtgeaard
zachtgeel	noun	een lichte gele kleur	adj	een lichtgele kleur hebbend
zachtgeels	=	zachtgeel
zachtgeelst	=	zachtgeel
zachtgeelste	=	zachtgeel
zachtgekookt	adj	ongestold eigeel bevattend
zachtgekookte	=	zachtgekookt
zachtgekookts	=	zachtgekookt
zachtgele	=	zachtgeel
zachtgelen	=	zachtgeel
zachtgeler	=	zachtgeel
zachtgelere	=	zachtgeel
zachtgelers	=	zachtgeel
zachtgroen	noun	een lichte groene kleur	adj	een lichtgroene kleur hebbend
zachtgroene	=	zachtgroen
zachtgroenen	=	zachtgroen
zachtgroener	=	zachtgroen
zachtgroenere	=	zachtgroen
zachtgroeners	=	zachtgroen
zachtgroens	=	zachtgroen
zachtgroenst	=	zachtgroen
zachtgroenste	=	zachtgroen
zachthaarboomstekelrat	noun	Diplomys caniceps knaagdier uit de familie van de stekelratten (Echimyidae).
zachthaarboomstekelratje	=	zachthaarboomstekelrat
zachthaarboomstekelratjes	=	zachthaarboomstekelrat
zachthaarboomstekelratten	=	zachthaarboomstekelrat
zachtharig	adj	met zachte haren
zachtharige	=	zachtharig
zachthariger	=	zachtharig
zachtharigere	=	zachtharig
zachtharigers	=	zachtharig
zachtharigs	=	zachtharig
zachtharigst	=	zachtharig
zachtharigste	=	zachtharig
zachtheid	noun	de mate van zacht zijn
zachthout	noun	hout zonder houtvaten waar tracheïden voor het transport van water in de boom zorgen, hout van naaldbomen
zachthouten	=	zachthout
zachthoutje	=	zachthout
zachthoutjes	=	zachthout
zachtjes	adv	stilletjes, met een laag geluidniveau
zachtjesaan	adv	langzamerhand.
zachtkens	=	zachtjes
zachtleren	adj	gemaakt van een zachte soepele leersoort
zachtmoedig	adj	zachtaardig.
zachtmoedige	=	zachtmoedig
zachtmoediger	=	zachtmoedig
zachtmoedigere	=	zachtmoedig
zachtmoedigers	=	zachtmoedig
zachtmoedigheden	=	zachtmoedigheid
zachtmoedigheid	noun	de mate van zachtaardig zijn
zachtmoedigs	=	zachtmoedig
zachtmoedigst	=	zachtmoedig
zachtmoedigste	=	zachtmoedig
zachtroze	noun	een lichte roze kleur	adj	een lichtroze kleur hebbend
zachtrozen	=	zachtroze
zachtrozes	=	zachtroze
zachts	adv	niet moeilijk, gemakkelijk
zachtsoldeer	noun	soldeer, gebruikt om licht smeltbare metalen te solderen met een smeltpunt rond 300 graden Celsius (tin)
zachtst	=	zacht
zachtste	=	zacht
zachtzinnig	adj	niet al te ruw, de dingen ontziend
zachtzinnige	=	zachtzinnig
zachtzinniger	=	zachtzinnig
zachtzinnigere	=	zachtzinnig
zachtzinnigers	=	zachtzinnig
zachtzinnigheden	=	zachtzinnigheid
zachtzinnigheid	noun	de mate van zachtzinnig zijn
zachtzinnigs	=	zachtzinnig
zachtzinnigst	=	zachtzinnig
zachtzinnigste	=	zachtzinnig
zachtzure	=	zachtzuur
zachtzuur	adj	enigszins zuur, lichtzuur
zachtzuurs	=	zachtzuur
zadel	noun	zitplaats op de rug van een (rij)dier
zadelbekooievaar	noun	Ephippiorhynchus senegalensis met zijn gekleurde snavel een van de kleurrijkste ooievaarachtigen
zadelbekooievaars	=	zadelbekooievaar
zadelbekooievaartje	=	zadelbekooievaar
zadelbekooievaartjes	=	zadelbekooievaar
zadelbekooievaren	=	zadelbekooievaar
zadelbogen	=	zadelboog
zadelboog	noun	de verstevigde boog aan de voorzijde van een zadel
zadelboogje	=	zadelboog
zadelboogjes	=	zadelboog
zadeldak	noun	een dak met twee tegen elkaar geplaatste gelijkhellende dakschilden
zadeldaken	=	zadeldak
zadeldakje	=	zadeldak
zadeldakjes	=	zadeldak
zadeldaktoren	noun	een toren met een eenvoudige dakconstructie in de vorm van twee schuin tegen elkaar opstaande met pannen gedekte vlakken die samen wel wat op een zadel gelijken
zadeldaktorens	=	zadeldaktoren
zadeldaktorentje	=	zadeldaktoren
zadeldaktorentjes	=	zadeldaktoren
zadelde	=	zadelen
zadeldek	noun	een meest katoenen dek dat op de rug van een paard gelegd wordt om er een zadel overheen te leggen
zadeldekje	=	zadeldek
zadeldekjes	=	zadeldek
zadeldekken	=	zadeldek
zadelden	=	zadelen
zadeldwergzandbij	noun	Andrena falsifica een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
zadeldwergzandbijen	=	zadeldwergzandbij
zadeldwergzandbijtje	=	zadeldwergzandbij
zadeldwergzandbijtjes	=	zadeldwergzandbij
zadele	=	zadelen
zadelen	verb	een zadel plaatsen op een rijdier
zadelend	=	zadelen
zadelende	=	zadelen
zadelgarnaal	noun	Pandalina brevirostris een garnalensoort uit de familie van de Pandalidae.
zadelgarnaaltje	=	zadelgarnaal
zadelgarnaaltjes	=	zadelgarnaal
zadelgarnalen	=	zadelgarnaal
zadelgewricht	noun	een gewricht dat bestaat uit twee op elkaar gelegen zadelachtige elementen die langs twee vlakken kunnen bewegen
zadelgewrichten	=	zadelgewricht
zadelgewrichtje	=	zadelgewricht
zadelgewrichtjes	=	zadelgewricht
zadelgroefbij	noun	Lasioglossum rufitarse een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
zadelgroefbijen	=	zadelgroefbij
zadelgroefbijtje	=	zadelgroefbij
zadelgroefbijtjes	=	zadelgroefbij
zadelhoogte	noun	bij een fiets is dat de afstand tussen het zadel en de trapas, bij een motorfiets is het de afstand van het zadel tot de grond
zadelhoogtes	=	zadelhoogte
zadeljakhals	noun	Canis mesomelas een van de drie soorten jakhalzen.
zadeljakhalsje	=	zadeljakhals
zadeljakhalsjes	=	zadeljakhals
zadeljakhalzen	=	zadeljakhals
zadelknop	noun	de voorpunt van een zadel
zadelknopje	=	zadelknop
zadelknopjes	=	zadelknop
zadelknoppen	=	zadelknop
zadelkussen	noun	een groep veren aan het beneden uiteinde van de rug van een hen
zadelkussens	=	zadelkussen
zadelkussentje	=	zadelkussen
zadelkussentjes	=	zadelkussen
zadelleen	noun	een leen waarvoor oorspronkelijk door de leenman aan de leenheer jaarlijks een gezadeld paard ten dienste moest worden aangeboden.
zadelleermos	noun	Peltigera horizontalis een korstmos uit de familie Peltigeraceae.
zadelleermosje	=	zadelleermos
zadelleermosjes	=	zadelleermos
zadelleermossen	=	zadelleermos
zadellibel	noun	Anax ephippiger een echte libel (Anisoptera) uit het geslacht keizerlibellen van de familie van de glazenmakers (Aeshnidae).
zadellibellen	=	zadellibel
zadellibelletje	=	zadellibel
zadellibelletjes	=	zadellibel
zadelmak	adj	een paard dat vlot bereidbaar is
zadelmaker	noun	een persoon die zadels maakt.
zadelmakerij	noun	een werkplaats waar zadels worden maakt
zadelmakerijen	=	zadelmakerij
zadelmakerijtje	=	zadelmakerij
zadelmakerijtjes	=	zadelmakerij
zadelmakers	=	zadelmaker
zadelmakertje	=	zadelmaker
zadelmakertjes	=	zadelmaker
zadeloogbladroller	noun	Epinotia solandriana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
zadeloogbladrollers	=	zadeloogbladroller
zadeloogbladrollertje	=	zadeloogbladroller
zadeloogbladrollertjes	=	zadeloogbladroller
zadelpaard	noun	een paard dat geschikt is met een zadel bereden te worden
zadelpaarden	=	zadelpaard
zadelpaardje	=	zadelpaard
zadelpaardjes	=	zadelpaard
zadelpad	noun	Brachycephalus ephippium een kikker uit de familie Brachycephalidae.
zadelpadden	noun	een familie Brachycephalidae van kikkers.
zadelpadje	=	zadelpad
zadelpadjes	=	zadelpad
zadelpen	noun	pen waarmee het zadel aan het fietsframe is bevestigd
zadelpennen	=	zadelpen
zadelpennetje	=	zadelpen
zadelpennetjes	=	zadelpen
zadelpijn	noun	de pijnlijke gevolgen van het langdurig in het zadel zitten wanneer men daaraan niet gewend is
zadelpijnen	=	zadelpijn
zadelpunt	noun	een punt op een gekromd vlak dat in de ene richting een maximum en in de andere een minimum is
zadelpunten	=	zadelpunt
zadelpuntje	=	zadelpunt
zadelpuntjes	=	zadelpunt
zadelriem	noun	een riem waarmee een zadel bevestigd kan worden
zadelriemen	=	zadelriem
zadelriempje	=	zadelriem
zadelriempjes	=	zadelriem
zadelrob	noun	bepaald soort zoogdier, Pagophilus groenlandicus, een voornamelijk in de Noordelijke IJszee, rond de Noordpool levende zeehond
zadelrobben	=	zadelrob
zadelrobje	=	zadelrob
zadelrobjes	=	zadelrob
zadelrug	noun	een holle rug in de vorm van een zadel
zadelruggen	noun	een geslacht Philesturnus van zangvogels uit de familie Nieuw-Zeelandse lelvogels (Callaeidae)
zadelruggetje	=	zadelrug
zadelrugje	=	zadelrug
zadelrugjes	=	zadelrug
zadelrugtamarin	noun	zoogdier uit het geslacht Leontocebus van de familie klauwaapjes (Callitrichidae).
zadelrugtamarins	noun	Leontocebus een geslacht van de familie klauwaapjes (Callitrichidae).
zadelrugtamarintje	=	zadelrugtamarin
zadelrugtamarintjes	=	zadelrugtamarin
zadels	=	zadel
zadelsprinkhaan	noun	Ephippiger ephippiger een rechtvleugelig insect uit de familie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae), onderfamilie Ephippigerinae
zadelsprinkhaantje	=	zadelsprinkhaan
zadelsprinkhaantjes	=	zadelsprinkhaan
zadelsprinkhanen	=	zadelsprinkhaan
zadelt	=	zadelen
zadeltas	noun	een tas die aan het zadel van een paard aangehangen wordt
zadeltasje	=	zadeltas
zadeltasjes	=	zadeltas
zadeltassen	=	zadeltas
zadeltje	=	zadel
zadeltjes	=	zadel
zadelvast	adj	niet snel uit het zadel geworpen, niet snel van zijn stuk gebracht
zadelvaste	=	zadelvast
zadelvaster	=	zadelvast
zadelvastere	=	zadelvast
zadelvasters	=	zadelvast
zadelvasts	=	zadelvast
zadelvastst	=	zadelvast
zadelvastste	=	zadelvast
zadelzeebrasem	noun	Oblada melanura een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zeebrasems (Sparidae).
zadelzeebrasempje	=	zadelzeebrasem
zadelzeebrasempjes	=	zadelzeebrasem
zadelzeebrasems	=	zadelzeebrasem
zadelzwam	noun	Polyporus squamosus een paddenstoel uit de familie Polyporaceae.
zadelzwammen	=	zadelzwam
zadelzwammetje	=	zadelzwam
zadelzwammetjes	=	zadelzwam
zaden	=	zaad
zadenbank	noun	bewaarplaats voor zaden van veel verschillende planten om een grote verscheidenheid aan erfelijke eigenschappen in de toekomst voor onderzoekers en kwekers beschikbaar te houden
zadenbanken	=	zadenbank
zadenbankje	=	zadenbank
zadenbankjes	=	zadenbank
zag	=	zien
zage	=	zagen
zageman	noun	iemand die tot vervelens toe doorpraat
zagemannen	=	zageman
zagemannetje	=	zageman
zagemannetjes	=	zageman
zagemeel	noun	fijn zaagsel
zagemie	=	zageman
zagen	verb	in stukken delen door middel van een zaag
zagend	=	zagen
zagende	=	zagen
zager	noun	verzamelnaam voor een aantal soorten borstelwormen (Nereis virens, Eunereis longissima), die geliefd zijn als aas bij zeevissers
zagerij	noun	een bedrijf dat materialen, meestal bomen, verzaagt tot bijvoorbeeld planken
zagerijen	=	zagerij
zagerijtje	=	zagerij
zagerijtjes	=	zagerij
zagers	=	zager
zagertje	=	zager
zagertjes	=	zager
zagevent	noun	iemand die veel klaagt, zeurt of flauwe grappen maakt
zageventen	=	zagevent
zageventje	=	zagevent
zageventjes	=	zagevent
zagevrouw	=	zageman
zagewijf	=	zageman
zagoeti	noun	Plagiodontia ipnaeum knaagdier uit de familie van de hutia's (Capromyidae).
zagoeti's	=	zagoeti
zagoetietje	=	zagoeti
zagoetietjes	=	zagoeti
zagrebber	noun	iemand afkomstig uit of woonachtig in Zagreb
zagrebbers	=	zagrebber
zagrebbertje	=	zagrebber
zagrebbertjes	=	zagrebber
zagrebs	adj	op Zagreb betrekking hebbend
zagrebse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zagreb, of een vrouw afkomstig uit Zagreb
zagrebsen	=	zagrebse
zain	verb	zijn
zajen	noun	zevende letter van het alfabet
zajens	=	zajen
zajin	noun	zevende letter van het alfabet
zajins	=	zajin
zak	noun	slap omhulsel dat aan een kant een (soms afsluitbare) opening heeft om er iets in te stoppen of uit te halen
zak-formaat	=	zakformaat
zakagenda	noun	een klein formaat agenda
zakagenda's	=	zakagenda
zakagendaatje	=	zakagenda
zakagendaatjes	=	zakagenda
zakat	noun	een van de vijf zuilen van de islam: het geven van aalmoezen
zakatlas	noun	een klein formaat atlas
zakatlasje	=	zakatlas
zakatlasjes	=	zakatlas
zakatlassen	=	zakatlas
zakats	=	zakat
zakband	noun	touw of koord waarmee een zak bijeengehaald wordt
zakbanden	=	zakband
zakbandje	=	zakband
zakbandjes	=	zakband
zakbijbel	noun	een klein formaat bijbel om bij zich te dragen
zakbijbels	=	zakbijbel
zakbijbeltje	=	zakbijbel
zakbijbeltjes	=	zakbijbel
zakboek	noun	boek dat klein genoeg is om in de zak te dragen, zoals een aantekenboekje of notitieboekje.
zakboeken	=	zakboek
zakboekje	noun	voldoende klein boekje om op zak te dragen
zakboekjes	=	zakboekje
zakbreuk	noun	een vorm van liesbreuk waarbij de inhoud van de buikholte afdaalt tot in het scrotum
zakbreuken	=	zakbreuk
zakbreukje	=	zakbreuk
zakbreukjes	=	zakbreuk
zakcent	noun	geld om op zak te hebben voor kleine uitgaven
zakcenten	=	zakcent
zakcentje	=	zakcent
zakcentjes	=	zakcent
zakcomputer	noun	een klein formaat computer die met een hand vast te houden is
zakcomputers	=	zakcomputer
zakcomputertje	=	zakcomputer
zakcomputertjes	=	zakcomputer
zakdoek	noun	een doek om de neus in te snuiten
zakdoeken	=	zakdoek
zakdoekje	=	zakdoek
zakdoekjes	=	zakdoek
zakdrager	noun	iemand die een zak draagt
zakdragers	=	zakdrager
zakdragertje	=	zakdrager
zakdragertjes	=	zakdrager
zakduit	noun	een vrij kleine hoeveelheid geld, bedoeld op zak te hebben voor kleine uitgaven
zakduiten	=	zakduit
zakduitje	=	zakduit
zakduitjes	=	zakduit
zake	=	zaak
zakeditie	noun	een gedrukte uitgave van een boek in klein formaat, bedoeld om gemakkelijk op zak meegedragen te worden
zakedities	=	zakeditie
zakeditietje	=	zakeditie
zakeditietjes	=	zakeditie
zakeef	noun	iets wat overeind staat
zakelijk	adj	zoals dat onder zakenlieden gebruikelijk is
zakelijke	=	zakelijk
zakelijker	=	zakelijk
zakelijkere	=	zakelijk
zakelijkers	=	zakelijk
zakelijkheden	=	zakelijkheid
zakelijkheid	noun	het zich gedragen zoals dat onder zakenlieden gebruikelijk is, gericht op de zaak ter hand en niet op persoonlijke interactie
zakelijks	=	zakelijk
zakelijkst	=	zakelijk
zakelijkste	=	zakelijk
zaken	noun	commerciële activiteiten	adv	bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
zakenadres	noun	adres waar men zijn bedrijf uitoefent
zakenadresje	=	zakenadres
zakenadresjes	=	zakenadres
zakenadressen	=	zakenadres
zakenauto	noun	een auto die door het bedrijf ter beschikking wordt gesteld aan de werknemer
zakenauto's	=	zakenauto
zakenautootje	=	zakenauto
zakenautootjes	=	zakenauto
zakenbank	noun	een bankbedrijf dat zich toelegt op het verlenen van diensten aan het bedrijfsleven
zakenbanken	=	zakenbank
zakenbankier	noun	een bankier die zich richt op financiële diensten aan het bedrijfsleven
zakenbankiers	=	zakenbankier
zakenbankiertje	=	zakenbankier
zakenbankiertjes	=	zakenbankier
zakenbankje	=	zakenbank
zakenbankjes	=	zakenbank
zakenbelang	noun	al datgene waarvan men verwacht financieel gewin te zullen hebben
zakenbelangen	=	zakenbelang
zakenbelangetje	=	zakenbelang
zakenbelangetjes	=	zakenbelang
zakenblaadje	=	zakenblad
zakenblaadjes	=	zakenblad
zakenblad	noun	een tijdschrift dat zich richt op de zakenwereld
zakenbladen	=	zakenblad
zakenbrief	noun	een schriftelijke communicatie met zakelijke inhoud
zakenbriefje	=	zakenbrief
zakenbriefjes	=	zakenbrief
zakenbrieven	=	zakenbrief
zakencentra	=	zakencentrum
zakencentrum	noun	een deel van het centrum van een stad waar een hoge concentratie aan bedrijven en kantoren gevestigd is
zakencentrumpje	=	zakencentrum
zakencentrumpjes	=	zakencentrum
zakencentrums	=	zakencentrum
zakencijfer	noun	de totale hoeveelheid geld die bij koop en verkoop van een bedrijf betrokken is
zakencijfers	=	zakencijfer
zakencijfertje	=	zakencijfer
zakencijfertjes	=	zakencijfer
zakendede	=	zakendoen
zakendeden	=	zakendoen
zakendeed	=	zakendoen
zakendeedt	=	zakendoen
zakendiner	noun	een bezoek aan een goed restaurant met zakelijke bedoelingen
zakendiners	=	zakendiner
zakendinertje	=	zakendiner
zakendinertjes	=	zakendiner
zakendistrict	noun	gebied in een stad waar een hoge concentratie van bedrijven en commercie is gevestigd
zakendistricten	=	zakendistrict
zakendoe	=	zakendoen
zakendoen	verb	commerciële activiteiten ontplooien
zakendoend	=	zakendoen
zakendoende	=	zakendoen
zakendoet	=	zakendoen
zakengedaan	=	zakendoen
zakengeheim	noun	zakelijke aangelegenheid die geheim moet blijven
zakengeheimen	=	zakengeheim
zakengeheimpje	=	zakengeheim
zakengeheimpjes	=	zakengeheim
zakengesprek	noun	een overleg met zakelijke inhoud
zakengesprekje	=	zakengesprek
zakengesprekjes	=	zakengesprek
zakengesprekken	=	zakengesprek
zakenhotel	noun	een hotel dat zich vooral richt op een publiek van zakenlieden
zakenhotelletje	=	zakenhotel
zakenhotelletjes	=	zakenhotel
zakenhotels	=	zakenhotel
zakenimperia	=	zakenimperium
zakenimperium	noun	een aanzienlijk netwerk van zakelijke belangen
zakenimperiumpje	=	zakenimperium
zakenimperiumpjes	=	zakenimperium
zakenimperiums	=	zakenimperium
zakeninstinct	noun	een goede neus voor wat zakelijk verstandig is en wat niet
zakeninstincten	=	zakeninstinct
zakenjet	noun	een straalvliegtuig in eigendom van een bedrijf
zakenjetje	=	zakenjet
zakenjetjes	=	zakenjet
zakenjets	=	zakenjet
zakenkabinet	noun	een kabinet van bewindslieden wier doel is eerder de lopende zaken te behartigen dan om een bepaald politiek programma uit te voeren
zakenkabinetje	=	zakenkabinet
zakenkabinetjes	=	zakenkabinet
zakenkabinetten	=	zakenkabinet
zakenkantoor	noun	een gebouw dat bedoeld is om een organisatie te huisvesten, die diensten verleent in verzekeringen of bankzaken
zakenkantoortje	=	zakenkantoor
zakenkantoortjes	=	zakenkantoor
zakenkantoren	=	zakenkantoor
zakenklimaat	noun	het geheel van omstandigheden waaronder ondernemers hun zaken moeten doen
zakenklimaten	=	zakenklimaat
zakenkrant	noun	een dagblad dat zich vooral richt op nieuws uit de zakenwereld
zakenkranten	=	zakenkrant
zakenkrantje	=	zakenkrant
zakenkrantjes	=	zakenkrant
zakenleven	noun	de groep mensen die zich met zakendoen bezighoudt en hun activiteiten
zakenlieden	=	zakenman
zakenluchthaven	noun	een luchthaven die zich toelegt op de zakenreiziger
zakenluchthavens	=	zakenluchthaven
zakenluchthaventje	=	zakenluchthaven
zakenluchthaventjes	=	zakenluchthaven
zakenlui	=	zakenman
zakenlunch	noun	een gezamelijk bezoek aan een restaurant om er zaken te bespreken
zakenlunchen	=	zakenlunch
zakenlunches	=	zakenlunch
zakenlunchje	=	zakenlunch
zakenlunchjes	=	zakenlunch
zakenmagazine	noun	een tijdschrift dat zich op ondernemers en zakenmensen richt
zakenmagazines	=	zakenmagazine
zakenman	noun	iemand die met zakendoen zijn brood verdient
zakenmannen	=	zakenman
zakenmannetje	=	zakenman
zakenmannetjes	=	zakenman
zakenmarkt	noun	de potentiële kopers onder de bedrijven, zakelijke markt, BtoB, B2B
zakenmarkten	=	zakenmarkt
zakenmens	noun	iemand die goed thuis is in het zakenleven
zakenmensen	=	zakenmens
zakenmensje	=	zakenmens
zakenmensjes	=	zakenmens
zakenmilieu	noun	die kringen van een gemeenschap die betrokken zijn bij het zakendoen
zakenmilieus	=	zakenmilieu
zakenpand	noun	pand waarin één of meer zaken gevestigd zijn
zakenpanden	=	zakenpand
zakenpandje	=	zakenpand
zakenpandjes	=	zakenpand
zakenpartner	noun	iemand met wie men gezamenlijk zaken onderneemt
zakenpartners	=	zakenpartner
zakenpartnertje	=	zakenpartner
zakenpartnertjes	=	zakenpartner
zakenplan	noun	een formeel document met bedrijfsdoelstellingen, methoden, hoe en wanneer deze doelstellingen kunnen en moeten worden bereikt
zakenplannen	=	zakenplan
zakenrecht	noun	civielrechtelijk rechtsgebied met betrekking tot de rechtsverhouding van personen tot een bepaalde goed
zakenrechtelijk	adj	betrekking hebbend op een zaak of goed; betreffende het zakenrecht
zakenrechtelijke	=	zakenrechtelijk
zakenrechtelijker	=	zakenrechtelijk
zakenrechtelijkere	=	zakenrechtelijk
zakenrechtelijkers	=	zakenrechtelijk
zakenrechtelijks	=	zakenrechtelijk
zakenrechtelijkst	=	zakenrechtelijk
zakenrechtelijkste	=	zakenrechtelijk
zakenrechten	=	zakenrecht
zakenrechtje	=	zakenrecht
zakenrechtjes	=	zakenrecht
zakenregister	noun	een opgave die het terugvinden van belangrijke zaken in een document mogelijk maakt
zakenregisters	=	zakenregister
zakenregistertje	=	zakenregister
zakenregistertjes	=	zakenregister
zakenreis	noun	een reis die bedoeld is om het zakendoen te bevorderen
zakenreisje	=	zakenreis
zakenreisjes	=	zakenreis
zakenreizen	=	zakenreis
zakenreiziger	noun	iemand die voor zijn werkgever regelmatig reist
zakenreizigers	=	zakenreiziger
zakenreizigertje	=	zakenreiziger
zakenreizigertjes	=	zakenreiziger
zakenrelatie	noun	iemand die men kent omdat men er zaken mee gedaan heeft
zakenrelaties	=	zakenrelatie
zakenrelatietje	=	zakenrelatie
zakenrelatietjes	=	zakenrelatie
zakenstad	noun	een stad waar het goed zaken doen is
zakenstadje	=	zakenstad
zakenstadjes	=	zakenstad
zakensteden	=	zakenstad
zakentijdschrift	noun	een regelmatig verschijnende publicatie die zich op het zakenleven richt
zakentijdschriften	=	zakentijdschrift
zakentijdschriftje	=	zakentijdschrift
zakentijdschriftjes	=	zakentijdschrift
zakenverkeer	noun	verkeer dat een zakelijke reden heeft om te reizen
zakenvliegtuig	noun	een vliegtuig dat in eigen bezit van een commerciële organisatie is
zakenvliegtuigen	=	zakenvliegtuig
zakenvliegtuigje	=	zakenvliegtuig
zakenvliegtuigjes	=	zakenvliegtuig
zakenvriend	noun	iemand waarmee men zaken doet en met wie men vriendschappelijke betrekkingen heeft ontwikkeld
zakenvrienden	=	zakenvriend
zakenvriendje	=	zakenvriend
zakenvriendjes	=	zakenvriend
zakenvrouw	noun	een vrouwspersoon die zich richt op commerciële activiteiten
zakenvrouwen	=	zakenvrouw
zakenvrouwtje	=	zakenvrouw
zakenvrouwtjes	=	zakenvrouw
zakenwereld	noun	de kringen van diegenen die zaken doen
zakenwerelden	=	zakenwereld
zakenwereldje	=	zakenwereld
zakenwereldjes	=	zakenwereld
zakenwijk	noun	een deel van een stad waarin veel van het zakenleven zich concentreert
zakenwijken	=	zakenwijk
zakenwijkje	=	zakenwijk
zakenwijkjes	=	zakenwijk
zakenzender	noun	een radio- of televisiestation dat zich toelegt op nieuws en actualiteit aangaande het zakenleven
zakenzenders	=	zakenzender
zakenzendertje	=	zakenzender
zakenzendertjes	=	zakenzender
zaketui	noun	klein etui dat men in een zak kan dragen om iets in te bewaren
zaketuis	=	zaketui
zakflacon	noun	een wat afgeplat, gewoonlijk metalen flesje bedoeld om een drank op het lijf dragen te kunnen
zakflaconnetje	=	zakflacon
zakflaconnetjes	=	zakflacon
zakflacons	=	zakflacon
zakformaat	noun	dusdanige afmetingen dat het gemakkelijk op zak gedragen kan worden
zakformaatje	=	zakformaat
zakformaatjes	=	zakformaat
zakformaten	=	zakformaat
zakgeld	noun	een hoeveelheid geld die een jongere per week of maand van zijn of haar ouders ontvangt om vrij te besteden
zakgeldfederalisme	noun	vorm van federalisme waarbij maar één of enkele partners de financiële verantwoordelijkheid dragen
zakgeldje	=	zakgeld
zakgeldjes	=	zakgeld
zakhorloge	noun	een uurwerk bedoeld om op zak te dragen
zakhorloges	=	zakhorloge
zakhorlogetje	=	zakhorloge
zakhorlogetjes	=	zakhorloge
zakjapanner	noun	een digitale rekenmachine die men op zak kan dragen
zakjapanners	=	zakjapanner
zakjapannertje	=	zakjapanner
zakjapannertjes	=	zakjapanner
zakje	=	zak
zakjes	=	zak
zakjesdrager	noun	insect uit de familie Psychidae van vlinders in de superfamilie Tineoidea.
zakjesdragers	noun	Psychidae een familie van vlinders in de superfamilie Tineoidea.
zakjesdragertje	=	zakjesdrager
zakjesdragertjes	=	zakjesdrager
zakjeszwammen	noun	grote stam Ascomycota in het rijk der schimmels met meer dan 64.000 beschreven soorten.
zakkam	noun	een klein formaat haarkam dat men gemakkelijk op zak kan hebben
zakkammen	=	zakkam
zakkammetje	=	zakkam
zakkammetjes	=	zakkam
zakke	=	zakken
zakken	verb	naar beneden gaan
zakkend	=	zakken
zakkende	=	zakken
zakkendrager	noun	iemand die, met name in een haven, zakken meel, graan, turf droeg
zakkendragers	=	zakkendrager
zakkendragertje	=	zakkendrager
zakkendragertjes	=	zakkendrager
zakkengerold	=	zakkenrollen
zakkengoed	noun	cement, zand, gips en ander los materiaal dat in grote zakken verkocht wordt
zakkenlinnen	noun	grof linnen dat voor zakken en balen gebruikt wordt
zakkenlopen	verb	gekend Vlaams volksspel; om ter eerst springen in jute zakken
zakkenrol	=	zakkenrollen
zakkenrolde	=	zakkenrollen
zakkenrolden	=	zakkenrollen
zakkenrolle	=	zakkenrollen
zakkenrollen	verb	iemand bestelen door ongemerkt iets uit zijn zak of tas te halen
zakkenrollend	=	zakkenrollen
zakkenrollende	=	zakkenrollen
zakkenroller	noun	iemand die ongemerkt waardevolle zaken steelt die mensen bij zich dragen zoals een portemonnee, geld of telefoon
zakkenrollerij	noun	ongemerkt mensen zaken die zij bij zich dragen ontstelen
zakkenrollerijen	=	zakkenrollerij
zakkenrollerijtje	=	zakkenrollerij
zakkenrollers	=	zakkenroller
zakkenrollertje	=	zakkenroller
zakkenrollertjes	=	zakkenroller
zakkenrolster	=	zakkenroller
zakkenrolt	=	zakkenrollen
zakkenvul	=	zakkenvullen
zakkenvullen	verb	zich op oneigenlijke wijze verrijken
zakkenvullend	adj	te veel geld verdienend
zakkenvullende	=	zakkenvullen
zakkenvullender	=	zakkenvullend
zakkenvullendere	=	zakkenvullend
zakkenvullenders	=	zakkenvullend
zakkenvullends	=	zakkenvullend
zakkenvullendst	=	zakkenvullend
zakkenvullendste	=	zakkenvullend
zakkenvuller	noun	iemand die zich op oneigenlijke wijze verrijkt
zakkenvullerij	noun	het zich op oneigenlijke wijze verrijken
zakkenvullerijen	=	zakkenvullerij
zakkenvullers	=	zakkenvuller
zakkenvullertje	=	zakkenvuller
zakkenvullertjes	=	zakkenvuller
zakkenwasser	noun	iemand die (juten) zakken schoonwast en weer voor gebruik gereed maakt
zakkenwassers	=	zakkenwasser
zakkenwassertje	=	zakkenwasser
zakkenwassertjes	=	zakkenwasser
zakker	noun|historical	iemand die bepaalde handelswaar in zakken te doen
zakkerig	adj	weinig aantrekkelijk, sullig, beroerd
zakkerige	=	zakkerig
zakkeriger	=	zakkerig
zakkerigere	=	zakkerig
zakkerigers	=	zakkerig
zakkerigs	=	zakkerig
zakkerigst	=	zakkerig
zakkerigste	=	zakkerig
zakkers	=	zakker
zakkertje	=	zakker
zakkertjes	=	zakker
zakkieuwigen	noun	een familie Heteropneustidae van straalvinnige vissen uit de orde van meervalachtigen (Siluriformes)
zakkig	adj	zich sullig, zonder pit gedragend
zakkige	=	zakkig
zakkiger	=	zakkig
zakkigere	=	zakkig
zakkigers	=	zakkig
zakkigs	=	zakkig
zakkigst	=	zakkig
zakkigste	=	zakkig
zakking	noun	de mate waarmee iets afdaalt tot een verlaagd niveau
zakkingen	=	zakking
zakkinkje	=	zakking
zakkinkjes	=	zakking
zaklamp	noun	kleine, draagbare lamp die op batterijen werkt
zaklampen	=	zaklamp
zaklampje	=	zaklamp
zaklampjes	=	zaklamp
zaklantaarn	noun	een draagbare bron van licht, gewoonlijk van energie voorzien middels batterijen
zaklantaarns	=	zaklantaarn
zaklantaarntje	=	zaklantaarn
zaklantaarntjes	=	zaklantaarn
zaklantaren	noun	een draagbare bron van licht, gewoonlijk van energie voorzien middels batterijen
zaklantarens	=	zaklantaren
zaklantarentje	=	zaklantaren
zaklantarentjes	=	zaklantaren
zakloop	noun	wedstrijd waarbij deelnemers een bepaald traject zo snel mogelijk moeten afleggen met hun benen en voeten in een zak
zaklopen	verb	een spel waarbij men zich tracht voor te bewegen met de benen in een baalzak
zaklopend	=	zaklopen
zaklopende	=	zaklopen
zakmes	noun	een klein invouwbaar mes, vaak met extra gereedschappen
zakmesje	=	zakmes
zakmesjes	=	zakmes
zakmessen	=	zakmes
zakmuis	noun	een muisachtig lid van de Amerikaanse familie Heteromyidae met wangzakken
zakmuisje	=	zakmuis
zakmuisjes	=	zakmuis
zakmuizen	=	zakmuis
zakoeski	noun	hapjes zoals die in de Russische keuken bij het aperitief worden geserveerd
zakpaal	noun	een verkeerspaal die in de grond kan zakken of omhoog kan komen, vaak met behulp van een hydraulisch of elektrisch mechanisme.
zakpaaltje	=	zakpaal
zakpaaltjes	=	zakpaal
zakpalen	=	zakpaal
zakpat	noun	klepje om een zak af te sluiten
zakpatje	=	zakpat
zakpatjes	=	zakpat
zakpatten	=	zakpat
zakpijp	noun	een rietinstrument aangeblazen via een zak
zakpijpen	noun	een klasse Ascidiacea van in zee levende chordadieren.
zakpijpje	=	zakpijp
zakpijpjes	=	zakpijp
zakpluis	noun	samengeklitte textielvezeltjes die ontstaan onderin bergplaatsen in kleren, zoals jaszakken en broekzakken
zakpluisje	=	zakpluis
zakpluisjes	=	zakpluis
zakpluizen	=	zakpluis
zakrekenmachientje	=	zakrekenmachine
zakrekenmachientjes	=	zakrekenmachine
zakrekenmachine	noun	een draagbaar toestel voor het uitvoeren van berekeningen
zakrekenmachines	=	zakrekenmachine
zakrekenmachinetje	=	zakrekenmachine
zakrekenmachinetjes	=	zakrekenmachine
zakschaakspel	noun	een schaakspel in zakformaat waarop men de stukken op het bord kan vastzetten
zakschaakspelen	=	zakschaakspel
zakschaakspellen	=	zakschaakspel
zakschaakspelletje	=	zakschaakspel
zakschaakspelletjes	=	zakschaakspel
zakschaartje	noun	een klein formaat schaar die op zak gedragen kan worden
zakschaartjes	=	zakschaartje
zaksel	noun	datgene wat bezinkt uit een staande suspensie
zaksels	=	zaksel
zakseltje	=	zaksel
zakseltjes	=	zaksel
zaksikkelmot	noun	vlinder uit de familie Lypusidae en de superfamilie Gelechioidea
zaksikkelmotje	=	zaksikkelmot
zaksikkelmotjes	=	zaksikkelmot
zaksikkelmotten	noun	Lypusidae een familie van vlinders in de superfamilie Gelechioidea
zakspiegel	noun	een klein formaat spiegel dat men met zich meedragen kan
zakspiegels	=	zakspiegel
zakspiegeltje	=	zakspiegel
zakspiegeltjes	=	zakspiegel
zakspin	noun	spin behorende tot de familie struikzakspinnen (Clubionidae) of bodemzakspinnen (Liocranidae)
zakspinnen	noun	een superfamilie Clubionoidea van spinnen
zakspinnetje	=	zakspin
zakspinnetjes	=	zakspin
zakspringen	verb	een spel waarbij men zich tracht voor te bewegen met de benen in een baalzak
zakspringende	=	zakspringen
zakt	=	zakken
zakte	=	zakken
zaktelefoon	noun	een op zak draagbaar toestel voor draadloze communicatie
zaktelefoons	=	zaktelefoon
zaktelefoontje	=	zaktelefoon
zaktelefoontjes	=	zaktelefoon
zakten	=	zakken
zakuitgave	noun	een versie van een boek in klein formaat zodat het gemakkelijk meegedragen kan worden
zakuitgaven	=	zakuitgave
zakuitgaves	=	zakuitgave
zakuitgavetje	=	zakuitgave
zakuitgavetjes	=	zakuitgave
zakuurwerk	noun	een tijdaangevend instrument dat op zak gedragen kan worden
zakuurwerken	=	zakuurwerk
zakuurwerkje	=	zakuurwerk
zakuurwerkjes	=	zakuurwerk
zakvormig	adj	de vorm van een zak hebbend
zakvormige	=	zakvormig
zakvormigs	=	zakvormig
zakwater	noun	water dat in muren of andere delen van een gebouw naar beneden zakt
zakwoordenboek	noun	een woordenboek in klein formaat
zakwoordenboeken	=	zakwoordenboek
zakwoordenboekje	=	zakwoordenboek
zakwoordenboekjes	=	zakwoordenboek
zal	=	zullen
zalen	=	zaal
zalencentra	=	zalencentrum
zalencentrum	noun	een gebouw dat zalen te huur aanbiedt
zalencentrumpje	=	zalencentrum
zalencentrumpjes	=	zalencentrum
zalencentrums	=	zalencentrum
zalencircuit	noun	de wereld van de zaalverhuur en de zalencentra
zalencomplex	noun	een geheel van gebouwen waar zalen tehuur aangeboden worden
zalencomplexen	=	zalencomplex
zalencomplexje	=	zalencomplex
zalencomplexjes	=	zalencomplex
zalet	=	salet
zalf	noun	smeerbare massa om op de huid aan te brengen verkrijgbaar bij drogisterij of apotheek
zalfachtig	adj	lijkend op zalf of met de eigenschappen van zalf
zalfachtige	=	zalfachtig
zalfachtiger	=	zalfachtig
zalfachtigere	=	zalfachtig
zalfachtigers	=	zalfachtig
zalfachtigs	=	zalfachtig
zalfachtigst	=	zalfachtig
zalfachtigste	=	zalfachtig
zalfde	=	zalven
zalfden	=	zalven
zalfje	=	zalf
zalfjes	=	zalf
zalfolie	noun	een olie die gebruikt wordt voor het zalven van een wereldlijk of geestelijk heerser
zalfoliën	=	zalfolie
zalfpot	noun	een vaatje waarin zalf bewaard wordt
zalfpotje	=	zalfpot
zalfpotjes	=	zalfpot
zalfpotten	=	zalfpot
zalft	=	zalven
zalig	adj	gerechtvaardigd tegenover God, doordat men van zonde bevrijd is
zaligde	=	zaligen
zaligden	=	zaligen
zalige	noun	iemand die bevrijd is van zijn zonden tegenover God
zaligen	verb	rechtvaardigen tegenover God
zaligend	=	zaligen
zaligende	=	zaligen
zaliger	adj	genitief achtergeplaatst: wijlen, overleden
zaligere	=	zalig
zaligers	=	zalig
zaligheden	=	zaligheid
zaligheid	noun	een toestand waarin men gerechtvaardigd is tegenover God
zaligheidje	=	zaligheid
zaligheidjes	=	zaligheid
zaligmakend	adj	tegenover God rechtvaardig makend
zaligmakende	=	zaligmakend
zaligmakender	=	zaligmakend
zaligmakendere	=	zaligmakend
zaligmakenders	=	zaligmakend
zaligmakends	=	zaligmakend
zaligmakendst	=	zaligmakend
zaligmakendste	=	zaligmakend
zaligmaking	noun	het rechtvaardigen van een persoon ten overstaan van de schepper
zaligmakingen	=	zaligmaking
zaligmakinkje	=	zaligmaking
zaligmakinkjes	=	zaligmaking
zaligs	=	zalig
zaligspreking	noun	een van de uitspraken van Jezus zoals weergegeven in Mattheüs 5
zaligsprekingen	=	zaligspreking
zaligsprekinkje	=	zaligspreking
zaligsprekinkjes	=	zaligspreking
zaligst	=	zalig
zaligste	=	zalig
zaligt	=	zaligen
zaligverklaring	noun	een gebruik in het rooms-katholicisme waarbij de paus verklaart dat iemand zalig is
zaligverklaringen	=	zaligverklaring
zaligverklarinkje	=	zaligverklaring
zaligverklarinkjes	=	zaligverklaring
zaling	noun	een dwarshout (mogelijk van metaal of kunststof) in de mast dat dient om het staand want te spreiden
zalingen	=	zaling
zalingetje	=	zaling
zalings	=	zaling
zalinkje	=	zaling
zalinkjes	=	zaling
zalm	noun	benaming voor een aantal vissoorten uit de familie Salmonidae (zalmen)
zalmachtig	adj	op een zalm gelijkend
zalmachtige	=	zalmachtig
zalmachtigen	noun	een superorde Protacanthopterygii van straalvinnige vissen
zalmachtigs	=	zalmachtig
zalmen	noun	familie Salmonidae, waartoe onder andere de zalm behoort
zalmfilet	noun	een stuk zalm dat door zorgvuldig snijden ontdaan is van alle minderwaardige bestanddelen
zalmfiletje	=	zalmfilet
zalmfiletjes	=	zalmfilet
zalmfilets	=	zalmfilet
zalmforel	noun	consumptievis, meestal regenboogforel (Oncorhynchus mykiss), met zalmkleurig vlees
zalmforellen	=	zalmforel
zalmforelletje	=	zalmforel
zalmforelletjes	=	zalmforel
zalmhaai	noun	Lamna ditropis een vis uit de familie van haringhaaien (Lamnidae) en behoort derhalve tot de orde van makreelhaaien (Lamniformes).
zalmhaaien	=	zalmhaai
zalmhaaitje	=	zalmhaai
zalmhaaitjes	=	zalmhaai
zalmkan	noun	blik waar zalm in zat
zalmkannen	=	zalmkan
zalmkannetje	=	zalmkan
zalmkannetjes	=	zalmkan
zalmkleur	noun	een roze kleur zoals die van een zalm
zalmkleuren	=	zalmkleur
zalmkleurig	adj	een lichtroze kleur zoals die van zalm
zalmkleurige	=	zalmkleurig
zalmkleuriger	=	zalmkleurig
zalmkleurigere	=	zalmkleurig
zalmkleurigers	=	zalmkleurig
zalmkleurigs	=	zalmkleurig
zalmkleurigst	=	zalmkleurig
zalmkleurigste	=	zalmkleurig
zalmkleurtje	=	zalmkleur
zalmkleurtjes	=	zalmkleur
zalmkweker	noun	iemand die zalm grootbrengt voor de consumptie
zalmkwekerij	noun	een bedrijf dat zich op het kweken van zalm voor de consumptie
zalmkwekerijen	=	zalmkwekerij
zalmkwekerijtje	=	zalmkwekerij
zalmkwekerijtjes	=	zalmkwekerij
zalmkwekers	=	zalmkweker
zalmkwekertje	=	zalmkweker
zalmkwekertjes	=	zalmkweker
zalmmousse	noun	een gerecht vervaardigd van zalm, geklopte room en gelatine
zalmmousses	=	zalmmousse
zalmnorm	noun	door Nederlandse kabinetten gehanteerde norm om financiële inkomstenmeevallers van de rijksoverheid niet te gebruiken voor extra uitgaven, maar aan te wenden voor het aflossen van de staatsschuld
zalmnormen	=	zalmnorm
zalmnormpje	=	zalmnorm
zalmnormpjes	=	zalmnorm
zalmoranje	noun	tint oranje met RAL-nummer 2012 ( ); een zalmachtige kleur oranje.	adj	in een tint oranje met RAL-nummer 2012 ( ).
zalmpje	=	zalm
zalmpjes	=	zalm
zalmplaat	noun	een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae
zalmplaatje	=	zalmplaat
zalmplaatjes	=	zalmplaat
zalmplaten	=	zalmplaat
zalmrode	=	zalmrood
zalmroden	=	zalmrood
zalmrokerij	noun	een bedrijf dat zalm preserveert door het te roken
zalmrokerijen	=	zalmrokerij
zalmrokerijtje	=	zalmrokerij
zalmrokerijtjes	=	zalmrokerij
zalmrood	noun	tint rood met RAL-nummer 3022 ( )	adj	in een tint rood met RAL-nummer 3022 ( )
zalmroods	=	zalmrood
zalmroze	noun	licht oranjeroze kleur zoals die van zalm	adj	meteen licht oranjeroze kleur zoals die van zalm
zalmrozes	=	zalmroze
zalmsalade	noun	een salade waarin zalm verwerkt is
zalmsalades	=	zalmsalade
zalmsaladetje	=	zalmsalade
zalmsaladetjes	=	zalmsalade
zalmsnip	noun	benaming voor de op 1 januari 1998 door het Nederlandse Kabinet-Kok II ingevoerde lastenverlichting van 100 gulden (omgerekend € 45,38) per huishouden per jaar
zalmsnippen	=	zalmsnip
zalmteelt	noun	het beroepsmatig kweken van zalm
zalmvisser	noun	iemand die beroepsmatig op zalm vist
zalmvisserij	noun	het beroepsmatig vangen van zalm
zalmvisserijen	=	zalmvisserij
zalmvisserijtje	=	zalmvisserij
zalmvisserijtjes	=	zalmvisserij
zalmvissers	=	zalmvisser
zalmvissertje	=	zalmvisser
zalmvissertjes	=	zalmvisser
zalmzwam	noun	Rhodotus palmatus een schimmel behorend tot de familie Physalacriaceae.
zalmzwammen	=	zalmzwam
zalmzwammetje	=	zalmzwam
zalmzwammetjes	=	zalmzwam
zalve	=	zalven
zalven	verb	met zalf bestrijken
zalvend	adj	te vriendelijk en te onderdanig
zalvende	=	zalven
zalvender	=	zalvend
zalvendere	=	zalvend
zalvenders	=	zalvend
zalvends	=	zalvend
zalvendst	=	zalvend
zalvendste	=	zalvend
zalving	noun	het aanbrengen van olie, zalf of andere stoffen op personen of voorwerpen, meestal als onderdeel van een religieuze ceremonie of kroning
zalvingen	=	zalving
zambesipalmlijster	noun	Cichladusa arquata een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
zambesipalmlijsters	=	zambesipalmlijster
zambesipalmlijstertje	=	zambesipalmlijster
zambesipalmlijstertjes	=	zambesipalmlijster
zambiaan	noun	een inwoner van Zambia, of iemand afkomstig uit Zambia
zambiaans	adj	op Zambia betrekking hebbend
zambiaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zambia, of een vrouw afkomstig uit Zambia
zambiaansen	=	zambiaanse
zambiaanser	=	zambiaans
zambiaansere	=	zambiaans
zambiaansers	=	zambiaans
zambiaanst	=	zambiaans
zambiaanste	=	zambiaans
zambianen	=	zambiaan
zambo	noun	een persoon van gemengd negroïde en indiaanse afkomst
zambo's	=	zambo
zamboangabuulbuul	noun	Hypsipetes rufigularis een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
zamboangabuulbuuls	=	zamboangabuulbuul
zamboangabuulbuultje	=	zamboangabuulbuul
zamboangabuulbuultjes	=	zamboangabuulbuul
zamboek	noun	vrachtschip
zamboeken	=	zamboek
zamboekje	=	zamboek
zamboekjes	=	zamboek
zamel	=	zamelen
zamelde	=	zamelen
zamelden	=	zamelen
zamele	=	zamelen
zamelen	verb	beetje bij beetje bijeenbrengen
zamelend	=	zamelen
zamelende	=	zamelen
zamelt	=	zamelen
zamenkomst	=	samenkomst
zamenspraak	=	samenspraak
zamenstelling	=	samenstelling
zamenzwering	=	samenzwering
zand	noun	losse massa die bestaat uit miljoenen stukjes steen, schelpen [1], kwarts en glimmer [1]
zandaal	noun	bepaald soort vis, Hypoptychus dybowskii, uit de familie zandalen (Hypoptychidae) van de orde stekelbaarsachtigen (Gasterosteiformes)
zandaaltje	=	zandaal
zandaaltjes	=	zandaal
zandaardappel	noun	een aardappel die op zandgrond verbouwd wordt
zandaardappelen	=	zandaardappel
zandaardappels	=	zandaardappel
zandaardappeltje	=	zandaardappel
zandaardappeltjes	=	zandaardappel
zandaardtong	noun	Sabuloglossum arenarium een schimmel behorend tot de familie Geoglossaceae.
zandaardtongen	=	zandaardtong
zandaardtongetje	=	zandaardtong
zandaardtongetjes	=	zandaardtong
zandachtig	adj	op zand gelijkend
zandachtige	=	zandachtig
zandachtiger	=	zandachtig
zandachtigere	=	zandachtig
zandachtigers	=	zandachtig
zandachtigs	=	zandachtig
zandachtigst	=	zandachtig
zandachtigste	=	zandachtig
zandadder	noun	Vipera ammodytes een giftige slang uit de familie adders (Viperidae).
zandadders	=	zandadder
zandaddertje	=	zandadder
zandaddertjes	=	zandadder
zandafgraving	noun	plaats waar door afgraving zand gewonnen wordt
zandafgravingen	=	zandafgraving
zandafgravinkje	=	zandafgraving
zandafgravinkjes	=	zandafgraving
zandalen	noun	een familie Hypoptychidae die behoort tot de orde der stekelbaarsachtigen (Gasterosteiformes).
zandambrosia	noun	Ambrosia psilostachya een overblijvende samengesteldbloemige plant uit het geslacht ambrosia.
zandambrosia's	=	zandambrosia
zandauto	noun	een vrachtwagen bedoeld voor het vervoer van ladingen zand
zandauto's	=	zandauto
zandautootje	=	zandauto
zandautootjes	=	zandauto
zandbaars	noun	Diplectrum formosum een straalvinnige vissensoort uit de familie van de zaag- en zeebaarzen (Serranidae).
zandbaarsje	=	zandbaars
zandbaarsjes	=	zandbaars
zandbaarzen	=	zandbaars
zandbad	noun	het zich wentelen in zand door vogels, paarden enz. om zich te ontdoen van parasieten
zandbaden	=	zandbad
zandbadje	=	zandbad
zandbadjes	=	zandbad
zandbak	noun	een bak gevuld met zand om in te spelen
zandbakje	=	zandbak
zandbakjes	=	zandbak
zandbakken	=	zandbak
zandbakworm	noun	een kleine, maar onschadelijke, parasitaire rondworm (van ca. 5–10 mm lengte) die voorkomt in de darmen van de mens
zandbakwormen	=	zandbakworm
zandbakwormpje	=	zandbakworm
zandbakwormpjes	=	zandbakworm
zandbank	noun	een ophoping van zand op de bodem van een zee of meer
zandbanken	=	zandbank
zandbankhaai	noun	Carcharhinus plumbeus een haai uit de familie van de requiemhaaien
zandbankhaaien	=	zandbankhaai
zandbankhaaitje	=	zandbankhaai
zandbankhaaitjes	=	zandbankhaai
zandbankje	=	zandbank
zandbankjes	=	zandbank
zandbed	noun	een laag aangestampt zand die als ondergrond voor iets dient, gewoonlijk een bouwwerk
zandbedden	=	zandbed
zandbedje	=	zandbed
zandbedjes	=	zandbed
zandberg	noun	een grote stapel zand
zandbergen	=	zandberg
zandbergje	=	zandberg
zandbergjes	=	zandberg
zandbij	noun	Andrena bij uit een geslacht van solitaire bijen, de zandbijen, uit de familie van de Andrenidae die holen in de grond graaft.
zandbijen	noun	Andrena een geslacht van solitaire bijen uit de familie van de Andrenidae.
zandbijtje	=	zandbij
zandbijtjes	=	zandbij
zandbijwaaiertje	noun	bepaald soort insect, Stylops ater dat voorkomt in Europa (Nederland, Zweden, Belgie, Poland, Estland, Duitsland, Rusland en Denemarken)
zandbijwaaiertjes	=	zandbijwaaiertje
zandblad	noun	het onderste en kostbaarste blad van de tabaksplant
zandbladen	=	zandblad
zandblauwbladroller	noun	Cochylis pallidana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zandblauwbladrollers	=	zandblauwbladroller
zandblauwbladrollertje	=	zandblauwbladroller
zandblauwbladrollertjes	=	zandblauwbladroller
zandblauwmot	noun	Homoeosoma nimbella een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten
zandblauwmotje	=	zandblauwmot
zandblauwmotjes	=	zandblauwmot
zandblauwmotten	=	zandblauwmot
zandblauwtje	noun	een eenjarige, overwinterende of tweejarige plant, Jasione montana uit de klokjesfamilie (Campanulaceae), een plant van droge, kalkarme zandgrond: tussen het gras of op open plekken De plant wordt 10-45 cm hoog.
zandblauwtjes	=	zandblauwtje
zandblauwtjesglansbij	noun	Dufourea halictula een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
zandblauwtjesglansbijen	=	zandblauwtjesglansbij
zandblauwtjesglansbijtje	=	zandblauwtjesglansbij
zandblauwtjesglansbijtjes	=	zandblauwtjesglansbij
zandboa's	noun	een geslacht Eryx van slangen uit de familie reuzenslangen (Boidae)
zandbodem	noun	een plaats waar de grondsoort voornamelijk uit zand bestaat
zandbodempje	=	zandbodem
zandbodempjes	=	zandbodem
zandbodems	=	zandbodem
zandboer	noun	iemand die op zandige grond boert
zandboeren	=	zandboer
zandboertje	=	zandboer
zandboertjes	=	zandboer
zandbot	noun	Scophthalmus aquosus een straalvinnige vis uit de familie van tarbotachtigen (Scophthalmidae) en behoort derhalve tot de orde van platvissen (Pleuronectiformes).
zandbotje	=	zandbot
zandbotjes	=	zandbot
zandbotten	=	zandbot
zandcementvloer	noun	een dekvloer van zand, cement en water, die wordt aangebracht op een onderliggende dragende vloer om oneffenheden glad te strijken, niveauverschillen te overbruggen of om een vloer als geheel op het gewenste peil te brengen
zandcementvloeren	=	zandcementvloer
zandde	=	zanden
zandden	=	zanden
zanddepot	noun	een plaats waar (opgebaggerd) zand tijdelijk opgeslagen wordt
zanddepotje	=	zanddepot
zanddepotjes	=	zanddepot
zanddepots	=	zanddepot
zanddoddegras	noun	Phleum arenarium een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
zanddoddegrasje	=	zanddoddegras
zanddoddegrasjes	=	zanddoddegras
zanddoddegrassen	=	zanddoddegras
zanddoorn	noun	benaming voor een bepaalde soort in de duinen groeiende heester Hippophae rhamnoides
zanddoorns	=	zanddoorn
zanddoorntje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort sprinkhaan, Tetrix ceperoi uit de onderfamilie Tetriginae van de familie doornsprinkhanen (Tetrigidae)
zanddoorntjes	=	zanddoorntje
zandduikers	noun	een familie Creediidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
zandduin	noun	een door de wind gevormde ophoping van zandkorrels
zandduinen	=	zandduin
zandduintje	=	zandduin
zandduintjes	=	zandduin
zandduivel	noun	Squatina dumeril een vis uit de familie van zee-engelen (Squatinidae) en behoort tot de superorde van haaien.
zandduivelen	=	zandduivel
zandduivels	=	zandduivel
zandduiveltje	=	zandduivel
zandduiveltjes	=	zandduivel
zande	=	zanden
zanden	verb	een laag zand op iets strooien
zandend	=	zanden
zandende	=	zanden
zander	noun|obsolete	benaming voor de zoetwatervis Sander lucioperca, een roofvis die ook in de Benelux voorkomt
zanderig	adj	aan zand herinnerend, weinig samenhangend, met een korrelige structuur
zanderige	=	zanderig
zanderiger	=	zanderig
zanderigere	=	zanderig
zanderigers	=	zanderig
zanderigs	=	zanderig
zanderigst	=	zanderig
zanderigste	=	zanderig
zanderij	noun	een plaats waar zand afgegraven wordt
zanderijen	=	zanderij
zanderijtje	=	zanderij
zanderijtjes	=	zanderij
zanders	=	zander
zandfilter	noun	filtreerinstallatie voor water die met zand werkt
zandfilters	=	zandfilter
zandfiltertje	=	zandfilter
zandfiltertjes	=	zandfilter
zandgaasvlieg	noun	Chrysopa abbreviata een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
zandgaasvliegen	=	zandgaasvlieg
zandgaasvliegje	=	zandgaasvlieg
zandgaasvliegjes	=	zandgaasvlieg
zandgaatje	=	zandgat
zandgaatjes	=	zandgat
zandgat	noun	een door zandwinning ontstaan water
zandgaten	=	zandgat
zandgebak	noun	een baksel gemaakt van zand- of boterdeeg (meel, boter, suiker en room) dat er een korrelige structuur aan geeft
zandgebakje	noun	een gebakje waarvan de bodem uit zandgebak bestaat
zandgebakjes	=	zandgebak
zandgebied	noun	een streek waar de bodem uit zand bestaat
zandgebieden	=	zandgebied
zandgebiedje	=	zandgebied
zandgebiedjes	=	zandgebied
zandgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1002 ( ); een geelachtige kleur als die van zand.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1002 ( ).
zandgeels	=	zandgeel
zandgeelst	=	zandgeel
zandgeelste	=	zandgeel
zandgele	=	zandgeel
zandgeler	=	zandgeel
zandgelere	=	zandgeel
zandgelers	=	zandgeel
zandglaasje	=	zandglas
zandglaasjes	=	zandglas
zandglas	noun	een glazen vat met een wespentaille gebruikt om tijd mee te meten
zandglazen	=	zandglas
zandgoed	noun	de onderste bladeren van de tabaksplant die een inferieur soort tabak opleveren
zandgolf	noun	een golf in het zand op de bodem van een rivier or zee
zandgolfje	=	zandgolf
zandgolfjes	=	zandgolf
zandgolven	=	zandgolf
zandgootschild	noun	Gonianotus marginepunctatus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
zandgootschilden	=	zandgootschild
zandgootschildje	=	zandgootschild
zandgootschildjes	=	zandgootschild
zandgraver	noun	iemand die zand afgraaft, zodat dat op een andere plaats kan worden gebruikt
zandgraverij	noun	een bedrijf dat zand afgraaft of de plaats waar dat gebeurt
zandgraverijen	=	zandgraverij
zandgraverijtje	=	zandgraverij
zandgraverijtjes	=	zandgraverij
zandgravers	=	zandgraver
zandgravertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort tor, Dyschirius thoracicus uit de familie van de loopkevers (Carabidae); de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1790 gepubliceerd door Pietro Rossi
zandgravertjes	=	zandgravertje
zandgroeve	noun	een plaats waar door uitgraving zand gewonnen wordt
zandgroeven	=	zandgroeve
zandgroeves	=	zandgroeve
zandgroevetje	=	zandgroeve
zandgrond	noun	grondsoort: bodem voornamelijk bestaande uit zand
zandgronden	=	zandgrond
zandgrondje	=	zandgrond
zandgrootoogkever	noun	Asaphidion pallipes een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zandgrootoogkevers	=	zandgrootoogkever
zandgrootoogkevertje	=	zandgrootoogkever
zandgrootoogkevertjes	=	zandgrootoogkever
zandgrootrug	noun	Megalonotus sabulicola een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
zandgrootruggen	=	zandgrootrug
zandgrootruggetje	=	zandgrootrug
zandgrootruggetjes	=	zandgrootrug
zandgrootrugje	=	zandgrootrug
zandgrootrugjes	=	zandgrootrug
zandhaagbraam	noun	Rubus nemoralis een plantensoort uit het geslacht braam (Rubus).
zandhaagbraampje	=	zandhaagbraam
zandhaagbraampjes	=	zandhaagbraam
zandhaagbramen	=	zandhaagbraam
zandhaas	noun	een spotnaam voor een soldaat in het landleger (iemand die als een haas in het zand rondspringt)
zandhaasje	=	zandhaas
zandhaasjes	=	zandhaas
zandhagedis	noun	Lacerta agilis een hagedis uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
zandhagedisje	=	zandhagedis
zandhagedisjes	=	zandhagedis
zandhagedissen	=	zandhagedis
zandhalmuiltje	noun	Mesoligia furuncula een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
zandhalmuiltjes	=	zandhalmuiltje
zandhaver	noun	bepaalde vaste plant die van nature in Noord-Europa en aan de West-Europese kusten voorkomt, Leymus arenarius met 2n = 56 chromosomen, behorende tot de grassenfamilie
zandhaverboorder	noun	Longalatedes elymi een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
zandhaverboorders	=	zandhaverboorder
zandhaverboordertje	=	zandhaverboorder
zandhaverboordertjes	=	zandhaverboorder
zandhavers	=	zandhaver
zandhazen	=	zandhaas
zandheuvel	noun	een heuvel van zand
zandheuvels	=	zandheuvel
zandheuveltje	=	zandheuvel
zandheuveltjes	=	zandheuvel
zandhoen	noun	een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae).
zandhoenderachtigen	noun	een orde Pterocliformes met één familie, de zandhoenders (Pteroclidae)
zandhoenderen	=	zandhoen
zandhoenders	noun	Pteroclididae een familie van vogels van 16 soorten.
zandhoendertje	=	zandhoen
zandhoendertjes	=	zandhoen
zandhommel	noun	Bombus veteranus een zeldzame hommel die in de Lage Landen sterk achteruit gaat.
zandhommels	=	zandhommel
zandhommeltje	=	zandhommel
zandhommeltjes	=	zandhommel
zandhoop	noun	een grote stapel los zand
zandhoopje	=	zandhoop
zandhoopjes	=	zandhoop
zandhoornbloem	noun	Cerastium semidecandrum een lage, eenjarige plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae)
zandhoornbloemen	=	zandhoornbloem
zandhoornbloemetje	=	zandhoornbloem
zandhoornbloemetjes	=	zandhoornbloem
zandhoornbloempje	=	zandhoornbloem
zandhoornbloempjes	=	zandhoornbloem
zandhoos	noun	een doorgaans verticale wervelwind die zand en ander materiaal de lucht in meeneemt
zandhoosje	=	zandhoos
zandhoosjes	=	zandhoos
zandhopen	=	zandhoop
zandhozen	=	zandhoos
zandig	adj	goeddeels uit zand bestaand
zandige	=	zandig
zandiger	=	zandig
zandigere	=	zandig
zandigers	=	zandig
zandigs	=	zandig
zandigst	=	zandig
zandigste	=	zandig
zandje	=	zand
zandjes	=	zand
zandkaalkopje	noun	Deconica montana een soort paddenstoel die voorkomt over de hele wereld.
zandkaalkopjes	=	zandkaalkopje
zandkasteel	noun	een van zand gebouwd miniatuurkasteel
zandkasteeleffect	noun	dijkverzwakking die ontstaat door uitdroging van dijken
zandkasteeleffecten	=	zandkasteeleffect
zandkasteeltje	=	zandkasteel
zandkasteeltjes	=	zandkasteel
zandkastelen	=	zandkasteel
zandkever	noun	benaming voor insecten behorend tot de onderfamilie Cicindelinae
zandkevers	=	zandkever
zandkevertje	=	zandkever
zandkevertjes	=	zandkever
zandkleur	noun	de lichtgelige kleur van zand
zandkleuren	=	zandkleur
zandkleurig	adj	een gelige kleur zoals die van zand bezittend
zandkleurige	=	zandkleurig
zandkleuriger	=	zandkleurig
zandkleurigere	=	zandkleurig
zandkleurigers	=	zandkleurig
zandkleurigs	=	zandkleurig
zandkleurigst	=	zandkleurig
zandkleurigste	=	zandkleurig
zandkleurtje	=	zandkleur
zandkleurtjes	=	zandkleur
zandkoekje	noun	een koekje van zanddeeg
zandkoekjes	=	zandkoekje
zandkolen	=	zandkool
zandkool	noun	een geslacht Diplotaxis van eenjarige en overblijvende kruiden uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae oftewel Brassicaceae).
zandkooltje	=	zandkool
zandkooltjes	=	zandkool
zandkop	noun	een verhoging in het landschap ontstaan door opgestoven zand
zandkopje	=	zandkop
zandkopjes	=	zandkop
zandkoppen	=	zandkop
zandkorrel	noun	een korreltje zand
zandkorrels	=	zandkorrel
zandkorreltje	=	zandkorrel
zandkorreltjes	=	zandkorrel
zandkrab	noun	Ocypode arenaria een krab die aan de kusten van Caribisch Nederland te vinden is
zandkrabben	=	zandkrab
zandkrabspin	noun	Psammitis sabulosus een spinnensoort uit de familie van de krabspinnen (Thomisidae)
zandkrabspinnen	=	zandkrabspin
zandkrabspinnetje	=	zandkrabspin
zandkrabspinnetjes	=	zandkrabspin
zandkroeskopje	noun	Infurcitinea ignicomella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
zandkroeskopjes	=	zandkroeskopje
zandkronkel	noun	Cylindroiulus latestriatus een miljoenpotensoort uit de familie van de Julidae.
zandkronkels	=	zandkronkel
zandkronkeltje	=	zandkronkel
zandkronkeltjes	=	zandkronkel
zandkruiper	noun	Harpalus tardus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zandkruipers	=	zandkruiper
zandkruipertje	=	zandkruiper
zandkruipertjes	=	zandkruiper
zandkuil	noun	een gat gegraven in een zandbodem
zandkuilen	=	zandkuil
zandkuiltje	=	zandkuil
zandkuiltjes	=	zandkuil
zandkustworm	noun	Aktedrilus monospermathecus een ringworm uit de familie van de Naididae.
zandkustwormen	=	zandkustworm
zandkustwormpje	=	zandkustworm
zandkustwormpjes	=	zandkustworm
zandkweek	noun	Elymus repens subsp. arenosus een overblijvende plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
zandkweekje	=	zandkweek
zandkweekjes	=	zandkweek
zandkweken	=	zandkweek
zandlaag	noun	een horizontaal uitgespreide hoeveelheid zand
zandlaagje	=	zandlaag
zandlaagjes	=	zandlaag
zandlagen	=	zandlaag
zandland	noun	een land met veel zand
zandlanden	=	zandland
zandlandschap	noun	Landschap dat gekenmerkt wordt door aan de oppervlakte liggende zandgronden
zandlandschapje	=	zandlandschap
zandlandschapjes	=	zandlandschap
zandlandschappen	=	zandlandschap
zandlangbaardgras	noun	Vulpia membranacea een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
zandlangbaardgrasje	=	zandlangbaardgras
zandlangbaardgrasjes	=	zandlangbaardgras
zandlangbaardgrassen	=	zandlangbaardgras
zandlanglijf	noun	Sphaerophoria batava een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zandlanglijfje	=	zandlanglijf
zandlanglijfjes	=	zandlanglijf
zandlanglijven	=	zandlanglijf
zandlichaam	noun	een uit zand bestaand volume dat als basis dient voor een weg, dam of ander bouwwerk
zandlichaampje	=	zandlichaam
zandlichaampjes	=	zandlichaam
zandlichamen	=	zandlichaam
zandlieden	=	zandman
zandlooper	=	zandloper
zandloopkever	noun	een kever behorend tot de onderfamilie Cicindelinae
zandloopkevers	noun	Cicindelinae een groep van kevers die als onderfamilie in de familie van de loopkevers (Carabidae) is geplaatst.
zandloopkevertje	=	zandloopkever
zandloopkevertjes	=	zandloopkever
zandloper	noun	toestel waarmee de tijd wordt gemeten door zand uit het bovenste reservoir via een smalle doorgang naar het onderste reservoir te laten lopen
zandloperbij	noun	Ammobates punctatus een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
zandloperbijen	=	zandloperbij
zandloperbijtje	=	zandloperbij
zandloperbijtjes	=	zandloperbij
zandloperdolfijn	noun	Lagenorhynchus cruciger een zeldzame dolfijn die voorkomt in de zeeën rond Antarctica, bij een watertemperatuur van 1 tot 10 °C. Deze soort is zeer slecht bekend; er zijn maar weinig exemplaren bekend en ook foto's zijn zeldzaam.
zandloperdolfijnen	=	zandloperdolfijn
zandloperdolfijntje	=	zandloperdolfijn
zandloperdolfijntjes	=	zandloperdolfijn
zandloperfiguren	=	zandloperfiguur
zandloperfiguur	noun	het lichaam hebbende met de vorm van een zandloper, waarbij men een duidelijk smalle taille heeft en men breder is rond de heupen en de schouders
zandloperfiguurtje	=	zandloperfiguur
zandloperfiguurtjes	=	zandloperfiguur
zandlopermodel	noun	een modetrend in het begin van de 19e eeuw waarbij de taille van de vrouw bijzonder nauw moest zijn
zandlopermodellen	=	zandlopermodel
zandlopermodelletje	=	zandlopermodel
zandlopermodelletjes	=	zandlopermodel
zandlopermot	noun	Hypatima rhomboidella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zandlopermotje	=	zandlopermot
zandlopermotjes	=	zandlopermot
zandlopermotten	=	zandlopermot
zandlopers	noun	een geslacht Psammodromus van hagedissen uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
zandlopertje	=	zandloper
zandlopertjes	=	zandloper
zandlopervormig	adj	vorm van een zandloper hebbend
zandlopervormige	=	zandlopervormig
zandlopervormiger	=	zandlopervormig
zandlopervormigere	=	zandlopervormig
zandlopervormigers	=	zandlopervormig
zandlopervormigs	=	zandlopervormig
zandlopervormigst	=	zandlopervormig
zandlopervormigste	=	zandlopervormig
zandlui	=	zandman
zandman	noun	een wezen dat zand in de ogen van kinderen zou strooien
zandmannen	=	zandman
zandmannetje	noun	een wezen dat zand in de ogen van kinderen zou strooien
zandmannetjes	=	zandman
zandmeldekokermot	noun	Coleophora vestianella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
zandmeldekokermotje	=	zandmeldekokermot
zandmeldekokermotjes	=	zandmeldekokermot
zandmeldekokermotten	=	zandmeldekokermot
zandmuisspin	noun	Haplodrassus umbratilis een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
zandmuisspinnen	=	zandmuisspin
zandmuisspinnetje	=	zandmuisspin
zandmuisspinnetjes	=	zandmuisspin
zandmuren	=	zandmuur
zandmuur	noun	een geslacht Arenaria uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae), vooral voorkomend in de gematigde en koudere gebieden van het noordelijk halfrond
zandmuurtje	=	zandmuur
zandmuurtjes	=	zandmuur
zandogen	=	zandoog
zandoog	noun	een dagvlinder uit de subfamilie Satyrinae, bestaande uit de zandoogjes en erebia's
zandoogje	noun	benaming voor een aantal vlindersoorten uit de onderfamilie Satyrinae
zandoogjes	=	zandoogje
zandoorworm	noun	Labidura riparia een insect dat behoort tot de orde oorwormen (Dermaptera)
zandoorwormen	=	zandoorworm
zandoorwormpje	=	zandoorworm
zandoorwormpjes	=	zandoorworm
zandopspuiting	noun	een stuk land dat opgehoogd wordt door er een stroom in water gesuspendeerd zand op te spuiten
zandopspuitingen	=	zandopspuiting
zandopspuitinkje	=	zandopspuiting
zandopspuitinkjes	=	zandopspuiting
zandpaadje	=	zandpad
zandpaadjes	=	zandpad
zandpaardenbloem	noun	een sectie Taraxacum sect.
zandpaardenbloemen	=	zandpaardenbloem
zandpaardenbloemetje	=	zandpaardenbloem
zandpaardenbloemetjes	=	zandpaardenbloem
zandpaardenbloempje	=	zandpaardenbloem
zandpaardenbloempjes	=	zandpaardenbloem
zandpad	noun	een onverhard pad waarbij het wegdek uit zand bestaat
zandpaden	=	zandpad
zandpadje	=	zandpad
zandpadjes	=	zandpad
zandpadvezelkop	noun	Inocybe lacera een schimmel behorend tot de familie Inocybaceae.
zandpadvezelkopje	=	zandpadvezelkop
zandpadvezelkopjes	=	zandpadvezelkop
zandpadvezelkoppen	=	zandpadvezelkop
zandpadvezelkoppie	=	zandpadvezelkop
zandpadvezelkoppies	=	zandpadvezelkop
zandpakket	noun	een dikke laag zand
zandpakketje	=	zandpakket
zandpakketjes	=	zandpakket
zandpakketten	=	zandpakket
zandpanterspin	noun	Alopecosa cursor een spinnensoort uit de familie van de wolfspinnen (Lycosidae).
zandpanterspinnen	=	zandpanterspin
zandpanterspinnetje	=	zandpanterspin
zandpanterspinnetjes	=	zandpanterspin
zandparasolzwam	noun	Lepiota brunneolilacea een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
zandparasolzwammen	=	zandparasolzwam
zandparasolzwammetje	=	zandparasolzwam
zandparasolzwammetjes	=	zandparasolzwam
zandpiekhaartonnetje	noun	Cercophora arenicola een schimmel uit de familie Neoschizotheciaceae.
zandpiekhaartonnetjes	=	zandpiekhaartonnetje
zandpijp	noun	Pygospio elegans een borstelwormensoort uit de familie Spionidae.
zandpijpen	=	zandpijp
zandpijpje	=	zandpijp
zandpijpjes	=	zandpijp
zandplaat	noun	een ondiepe plek van zand op de bodem van een water
zandplaatboegsprietmot	noun	Monochroa elongella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zandplaatboegsprietmotje	=	zandplaatboegsprietmot
zandplaatboegsprietmotjes	=	zandplaatboegsprietmot
zandplaatboegsprietmotten	=	zandplaatboegsprietmot
zandplaatje	=	zandplaat
zandplaatjes	=	zandplaat
zandplaten	=	zandplaat
zandplevier	noun	Calidris alba, een strandvogel met drie tenen in plaats van de gebruikelijke vier, drieteenzandloper, drietenige strandloper, strandje, zaandjer, grijze zandplevier, grauwe zandplevier
zandplevieren	=	zandplevier
zandpleviertje	=	zandplevier
zandpleviertjes	=	zandplevier
zandput	noun	een put waar zand vergraven wordt
zandputduikerwants	noun	Arctocorisa germari een wants uit de familie van de Corixidae (Duikerwantsen).
zandputduikerwantsen	=	zandputduikerwants
zandputduikerwantsje	=	zandputduikerwants
zandputduikerwantsjes	=	zandputduikerwants
zandputje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort schimmel, Geopora arenicola behorend tot de familie Pyronemataceae die voorkomt in de kustduinen en groeit op humusarme zandgrond
zandputjes	=	zandput
zandputten	=	zandput
zandraap	noun	een oude, nog weinig gegeten knolgewas met een bitterzoete smaak
zandraapje	=	zandraap
zandraapjes	=	zandraap
zandraket	noun	Arabidopsis thaliana een kleine eenjarige plant uit de kruisbloemenfamilie.
zandraketje	=	zandraket
zandraketjes	=	zandraket
zandraketten	=	zandraket
zandrapen	=	zandraap
zandrenslangen	noun	een geslacht Psammophis van slangen uit de familie Psammophiidae
zandrits	noun	zandrug die evenwijdig loopt aan de kustlijn
zandritsen	=	zandrits
zandrog	noun	Leucoraja circularis een vissensoort uit de familie van de Rajidae.
zandroggen	=	zandrog
zandroggetje	=	zandrog
zandroggetjes	=	zandrog
zandrogje	=	zandrog
zandrogjes	=	zandrog
zandroofkever	noun	benaming voor insecten behorend tot de onderfamilie Cicindelinae
zandroofkevers	=	zandroofkever
zandroofkevertje	=	zandroofkever
zandroofkevertjes	=	zandroofkever
zandroofvlieg	noun	Philonicus albiceps een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
zandroofvliegen	=	zandroofvlieg
zandroofvliegje	=	zandroofvlieg
zandroofvliegjes	=	zandroofvlieg
zandrug	noun	een strook wat hoger gelgen zandgrond in een moerasgebied
zandruggen	=	zandrug
zandruggetje	=	zandrug
zandruggetjes	=	zandrug
zandruiter	noun	een ruiter die van zijn paard valt en op de grond belandt
zandruiters	=	zandruiter
zandruitertje	=	zandruiter
zandruitertjes	=	zandruiter
zandschar	noun	Limanda ferruginea een straalvinnige vis uit de familie van schollen (Pleuronectidae) en behoort derhalve tot de orde van platvissen (Pleuronectiformes).
zandscharren	=	zandschar
zandscharretje	=	zandschar
zandscharretjes	=	zandschar
zandscheepje	=	zandschip
zandscheepjes	=	zandschip
zandschelp	noun	Mysia undata een tweekleppigensoort uit de familie van de Veneridae.
zandschelpen	=	zandschelp
zandschelpje	=	zandschelp
zandschelpjes	=	zandschelp
zandschepen	=	zandschip
zandschilder	=	zandschilderen
zandschilderde	=	zandschilderen
zandschilderden	=	zandschilderen
zandschildere	=	zandschilderen
zandschilderen	verb	een kunstvorm waarbij men beelden vormt door zand van verschillende kleuren te strooien
zandschilderend	=	zandschilderen
zandschilderende	=	zandschilderen
zandschildert	=	zandschilderen
zandschildhagedis	noun	Gerrhosaurus skoogi een hagedis uit de familie schildhagedissen (Gerrhosauridae)
zandschildhagedisje	=	zandschildhagedis
zandschildhagedisjes	=	zandschildhagedis
zandschildhagedissen	=	zandschildhagedis
zandschildwants	noun	Sciocoris cursitans een wants uit de familie schildwantsen (Pentatomidae)
zandschildwantsen	=	zandschildwants
zandschildwantsje	=	zandschildwants
zandschildwantsjes	=	zandschildwants
zandschip	noun	een binnenvaartschip dat zand kan vervoeren
zandschoffelmos	noun	Scapania irrigua een levermossoort behorend tot de familie Scapaniaceae.
zandschoffelmosje	=	zandschoffelmos
zandschoffelmosjes	=	zandschoffelmos
zandschoffelmossen	=	zandschoffelmos
zandschuinschild	noun	Trapezonotus arenarius een wants uit de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae).
zandschuinschilden	=	zandschuinschild
zandschuinschildje	=	zandschuinschild
zandschuinschildjes	=	zandschuinschild
zandschuit	noun	een vaartuig bedoeld voor het vervoer van zand
zandschuiten	=	zandschuit
zandschuitje	=	zandschuit
zandschuitjes	=	zandschuit
zandsculpturen	=	zandsculptuur
zandsculptuur	noun	een beeldhouwwerk gemaakt van zand en water
zandsculptuurtje	=	zandsculptuur
zandsculptuurtjes	=	zandsculptuur
zandskinken	noun	een geslacht Scincus van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae)
zandslak	noun	Theba pisana een slakkensoort uit de familie van de Hygromiidae.
zandslakje	=	zandslak
zandslakjes	=	zandslak
zandslakken	=	zandslak
zandspiering	noun	benaming voor langgerekte vissen uit de familie Ammodytidae die vooral bij riviermondingen voorkomen
zandspieringen	noun	een familie Ammodytidae van baarsachtige vissen
zandspierinkje	=	zandspiering
zandspierinkjes	=	zandspiering
zandspinnendoder	noun	een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae) en het geslacht Arachnospila
zandspinnendoders	=	zandspinnendoder
zandspinnendodertje	=	zandspinnendoder
zandspinnendodertjes	=	zandspinnendoder
zandspringspin	noun	Attulus saltator een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).. Het dier komt uit het geslacht Attulus.
zandspringspinnen	=	zandspringspin
zandspringspinnetje	=	zandspringspin
zandspringspinnetjes	=	zandspringspin
zandsteekmier	noun	Myrmica sabuleti een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
zandsteekmieren	=	zandsteekmier
zandsteekmiertje	=	zandsteekmier
zandsteekmiertjes	=	zandsteekmier
zandsteen	noun	een sedimentair- of afzettingsgesteente dat voornamelijk bestaat uit zandkorrels
zandsteenbaars	noun	Lithognathus mormyrus een straalvinnige vis uit de familie van zeebrasems (Sparidae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
zandsteenbaarsje	=	zandsteenbaars
zandsteenbaarsjes	=	zandsteenbaars
zandsteenbaarzen	=	zandsteenbaars
zandsteengroeve	noun	een locatie waar zandsteen gewonnen wordt
zandsteengroeven	=	zandsteengroeve
zandsteengroeves	=	zandsteengroeve
zandsteenlaag	noun	laag van zeer stevig samengedrukt zand
zandsteenlagen	=	zandsteenlaag
zandstenen	adj	van zandsteen gemaakt
zandstenens	=	zandstenen
zandsterrenkijkers	noun	een familie Dactyloscopidae van baarsachtige vissen.
zandstofuil	noun	Caradrina selini een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
zandstofuilen	=	zandstofuil
zandstofuiltje	=	zandstofuil
zandstofuiltjes	=	zandstofuil
zandstoppelwants	noun	Pionosomus varius een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
zandstoppelwantsen	=	zandstoppelwants
zandstoppelwantsje	=	zandstoppelwants
zandstoppelwantsjes	=	zandstoppelwants
zandstorm	noun	een harde, droge wind die boven een woestijngebied een grote hoeveelheid zand en stof doet opwaaien
zandstormen	=	zandstorm
zandstormpje	=	zandstorm
zandstormpjes	=	zandstorm
zandstraal	=	zandstralen
zandstraalde	=	zandstralen
zandstraalden	=	zandstralen
zandstraalt	=	zandstralen
zandstrale	=	zandstralen
zandstralen	verb	schoonmaken met behulp van een straal tot hoge snelheid versnelde zandkorrels, nu -om gezondheidsredenen- vervangen door grit
zandstralend	=	zandstralen
zandstralende	=	zandstralen
zandstraler	noun	een toestel dat een met behulp van een compressor grit tegen voorwerpen aanspuit
zandstralers	=	zandstraler
zandstralertje	=	zandstraler
zandstralertjes	=	zandstraler
zandstrand	noun	een vlakke kuststrook die vrijwel geheel uit zand bestaat
zandstranden	=	zandstrand
zandstrandje	=	zandstrand
zandstrandjes	=	zandstrand
zandstreek	noun	een gebied met een zanderige bodem
zandstreken	=	zandstreek
zandstroken	=	zandstrook
zandstrooier	noun	een voertuig dat zand strooit ter bestrijding van de gladheid
zandstrooiers	=	zandstrooier
zandstrooiertje	=	zandstrooier
zandstrooiertjes	=	zandstrooier
zandstrook	noun	de meestal verbrede eerste gangplank naast de kiel
zandstrookje	=	zandstrook
zandstrookjes	=	zandstrook
zandstruisgras	noun	Agrostis vinealis een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie.
zandstruisgrasje	=	zandstruisgras
zandstruisgrasjes	=	zandstruisgras
zandstruisgrassen	=	zandstruisgras
zandsuppletie	noun	aanvulling van zand op plaatsen waar dit gewenst is Dit is een manier om de kust te beschermen op plaatsen waar duinzand door kustafslag is verdwenen.
zandsuppleties	=	zandsuppletie
zandt	=	zanden
zandtaart	noun	een taart op basis van een zoet gebak met een korrelige structuur
zandtaarten	=	zandtaart
zandtaartje	noun	alleen verkleinwoord met een zandvormpje nagemaakt gebakje uit zand
zandtaartjes	=	zandtaart
zandtandklauw	noun	Calathus erratus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zandtandklauwen	=	zandtandklauw
zandtandklauwtje	=	zandtandklauw
zandtandklauwtjes	=	zandtandklauw
zandteunisbloem	noun	Oenothera deflexa een tweejarige plant uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae).
zandteunisbloemen	=	zandteunisbloem
zandteunisbloemetje	=	zandteunisbloem
zandteunisbloemetjes	=	zandteunisbloem
zandtijger	noun	Nephrotoma submaculosa een tweevleugelige uit de familie van de langpootmuggen (Tipulidae).
zandtijgerhaai	noun	Carcharias taurus een vis uit de familie van de tijgerhaaien (Odontaspididae) en behoort tot de orde van makreelhaaien (Lamniformes).
zandtijgerhaaien	=	zandtijgerhaai
zandtijgerhaaitje	=	zandtijgerhaai
zandtijgerhaaitjes	=	zandtijgerhaai
zandtijgers	=	zandtijger
zandtijgertje	=	zandtijger
zandtijgertjes	=	zandtijger
zandtorpedobaars	noun	Malacanthus plumieri een straalvinnige vissensoort uit de familie van tegelvissen (Malacanthidae).
zandtorpedobaarsje	=	zandtorpedobaars
zandtorpedobaarsjes	=	zandtorpedobaars
zandtorpedobaarzen	=	zandtorpedobaars
zandtransport	noun	het vervoeren van ladingen zand
zandtransporten	=	zandtransport
zandtrein	noun	een trein die zand vervoert
zandtreinen	=	zandtrein
zandtreintje	=	zandtrein
zandtreintjes	=	zandtrein
zandtruck	noun	open vrachtwagen geschikt voor het vervoer van zand met een bak die aan één kant omhoog kan voor het lossen van het zand
zandtrucks	=	zandtruck
zandtulpje	noun	Peziza ammophila een bekervormige schimmel in het geslacht Peziza.
zandtulpjes	=	zandtulpje
zandvarkensgras	noun	Polygonum oxyspermum subsp. raii een eenjarige of soms tweejarige plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae)
zandvarkensgrasje	=	zandvarkensgras
zandvarkensgrasjes	=	zandvarkensgras
zandvarkensgrassen	=	zandvarkensgras
zandvedermot	noun	Gillmeria ochrodactyla een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
zandvedermotje	=	zandvedermot
zandvedermotjes	=	zandvedermot
zandvedermotten	=	zandvedermot
zandveldhagedissen	noun	een geslacht Nucras van hagedissen uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
zandverstuiving	noun	een open plek in de heide of de duinen waar geen enkele begroeiing optreedt en waar het zand door wind en regen verstoven wordt.
zandverstuivingen	=	zandverstuiving
zandverstuivinkje	=	zandverstuiving
zandverstuivinkjes	=	zandverstuiving
zandviltvlieg	noun	Acrosathe annulata een vliegensoort uit de familie van de viltvliegen (Therevidae).
zandviltvliegen	=	zandviltvlieg
zandviltvliegje	=	zandviltvlieg
zandviltvliegjes	=	zandviltvlieg
zandviolen	=	zandviool
zandviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola rupestris uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
zandviooltje	noun	bepaald soort overblijvende plant, Viola rupestris uit de viooltjesfamilie (Violaceae), die op de Nederlandse Rode Lijst van planten staat als zeldzaam en stabiel of iets toegenomen en van nature voorkomt in Noord- en Midden-Europa, vooral in de bergstreken, en in Noord- en Midden-Azië
zandviooltjes	=	zandviooltje
zandvis	noun	Anoplopoma fimbria een straalvinnige vis uit de familie van de koolvissen (Anoplopomatidae) en derhalve behorend tot de orde van schorpioenvisachtigen (Scorpaeniformes)
zandvisachtigen	noun	een orde Gonorynchiformes van straalvinnige vissen.
zandvisje	=	zandvis
zandvisjes	=	zandvis
zandvissen	=	zandvis
zandvlakte	noun	een vlak, onbegroeid gebied waarvan de bodem uit zand bestaat
zandvlakten	=	zandvlakte
zandvlaktes	=	zandvlakte
zandvlaktetje	=	zandvlakte
zandvlaktetjes	=	zandvlakte
zandvlieg	noun	insect uit de onderfamilie Phlebotominae van bloedetende vliegen.
zandvliegen	noun	Phlebotominae een onderfamilie van bloedetende vliegen.
zandvliegje	=	zandvlieg
zandvliegjes	=	zandvlieg
zandvlo	noun	Tunga penetrans een parasitaire vlooiensoort op op tropische zandgronden voorkomt en zich in de huid van de mens boort
zandvlooien	=	zandvlo
zandvlooitje	=	zandvlo
zandvorm	noun	een gietvorm of mal uit zand vervaardigd voor het gieten van metalen voorwerpen
zandvormen	=	zandvorm
zandvormpje	=	zandvorm
zandvormpjes	=	zandvorm
zandvos	noun	Vulpes rueppellii roofdier uit de familie van de hondachtigen (Canidae).
zandvosje	=	zandvos
zandvosjes	=	zandvos
zandvossen	=	zandvos
zandwal	noun	een verhoging gemaakt van zand
zandwallaby	noun	Macropus agilis een wallaby uit het geslacht Macropus.
zandwallaby's	=	zandwallaby
zandwallaby'tje	=	zandwallaby
zandwallaby'tjes	=	zandwallaby
zandwallen	=	zandwal
zandweegbree	noun	Plantago arenaria een eenjarige plant die behoort tot de weegbreefamilie (Plantaginaceae)
zandweegbrees	=	zandweegbree
zandweegbreetje	=	zandweegbree
zandweegbreetjes	=	zandweegbree
zandweegbreeën	=	zandweegbree
zandweg	noun	een onverharde weg die vooral uit zand bestaat
zandwegen	=	zandweg
zandweggetje	=	zandweg
zandweggetjes	=	zandweg
zandwegje	=	zandweg
zandwegjes	=	zandweg
zandwesp	noun	een wesp behorende tot de tribus Bembicini uit de familie graafwespen.
zandwespen	noun	Bembicini een tribus uit de familie graafwespen die 20 geslachten omvat.
zandwespje	=	zandwesp
zandwespjes	=	zandwesp
zandwinlocatie	noun	de locatie waar zand gewonnen wordt.
zandwinlocaties	=	zandwinlocatie
zandwinning	noun	een vorm van mijnbouw die bedoelt zand te verkrijgen
zandwinningen	=	zandwinning
zandwinput	noun	een gegraven diepte in de bodem waaruit zand gewonnen wordt.
zandwinputje	=	zandwinput
zandwinputjes	=	zandwinput
zandwinputten	=	zandwinput
zandwoestijn	noun	een woestijn die grotendeels uit zand bestaat.
zandwoestijnen	=	zandwoestijn
zandwoestijntje	=	zandwoestijn
zandwoestijntjes	=	zandwoestijn
zandwolfsmelk	noun	Euphorbia seguieriana een vaste plant die behoort tot de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
zandwolfsmelkje	=	zandwolfsmelk
zandwolfsmelkjes	=	zandwolfsmelk
zandworm	noun	Echiurus echiurus een lepelworm uit de familie Echiuridae.
zandwormen	=	zandworm
zandwormpje	=	zandworm
zandwormpjes	=	zandworm
zandzager	noun	Nephtys hombergii een in zee levende, carnivore worm, die behoort tot de borstelwormen.
zandzagers	=	zandzager
zandzagertje	=	zandzager
zandzagertjes	=	zandzager
zandzak	noun	een zak gevuld met zand
zandzakdrager	noun	Dahlica triquetrella een vlinder uit de familie zakjesdragers (Psychidae).
zandzakdragers	=	zandzakdrager
zandzakdragertje	=	zandzakdrager
zandzakdragertjes	=	zandzakdrager
zandzakje	=	zandzak
zandzakjes	=	zandzak
zandzakken	=	zandzak
zandzee	noun	een (woestijn)gebied dat geheel uit zand bestaat
zandzeetje	=	zandzee
zandzeetjes	=	zandzee
zandzeeën	=	zandzee
zandzegge	noun	Carex arenaria een vaste plant uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
zandzeggegalmug	noun	Planetella arenariae een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
zandzeggegalmuggen	=	zandzeggegalmug
zandzeggegalmugje	=	zandzeggegalmug
zandzeggegalmugjes	=	zandzeggegalmug
zandzeggen	=	zandzegge
zandzeggepantserwants	noun	Phimodera humeralis een wants uit de familie Scutelleridae, pantserwantsen, juweelwantsen
zandzeggepantserwantsen	=	zandzeggepantserwants
zandzeggepantserwantsje	=	zandzeggepantserwants
zandzeggepantserwantsjes	=	zandzeggepantserwants
zandzegges	=	zandzegge
zandzeggetje	=	zandzegge
zandzeggetjes	=	zandzegge
zandzuiger	noun	een schip uitgerust om zand van de bodem op te zuigen
zandzuigers	=	zandzuiger
zandzuigertje	=	zandzuiger
zandzuigertjes	=	zandzuiger
zanft	=	zacht
zang	noun	de kunst van het zingen
zangavond	noun	een avond waar men zelf zingt, of waar men luistert naar een zanger
zangavonden	=	zangavond
zangavondje	=	zangavond
zangavondjes	=	zangavond
zangbalk	noun	een balk in de lengterichting bevestigd onder het bovenblad van de klankkast van een snaarinstrument
zangbalken	=	zangbalk
zangbalkje	=	zangbalk
zangbalkjes	=	zangbalk
zangberg	noun	de mythologische berg Helikon waar de Muzen vertoefden, overdrachtelijk voor de wereld van de kunsten
zangbodem	noun	de bodem van bijvoorbeeld een vleugel die resoneert en de klank versterkt
zangbodempje	=	zangbodem
zangbodempjes	=	zangbodem
zangbodems	=	zangbodem
zangboek	noun	een boek met een verzameling vokale muziek, gewoonlijk voor een koor of gemeente.
zangboeken	=	zangboek
zangboekje	=	zangboek
zangboekjes	=	zangboek
zangbrilvogel	noun	Zosterops japonicus een zangvogel uit de familie van brilvogels.
zangbrilvogels	=	zangbrilvogel
zangbrilvogeltje	=	zangbrilvogel
zangbrilvogeltjes	=	zangbrilvogel
zangbundel	noun	boekje met liedteksten
zangbundels	=	zangbundel
zangbundeltje	=	zangbundel
zangbundeltjes	=	zangbundel
zangcarrière	noun	een loopbaan als zanger of zangeres.
zangcarrières	=	zangcarrière
zangcarrièretje	=	zangcarrière
zangcarrièretjes	=	zangcarrière
zangcicade	noun	insect uit de familie Cicadidae van insecten die behoort tot de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha)
zangcicaden	noun	Cicadidae een familie van insecten die behoort tot de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha)
zangcicades	=	zangcicade
zangcicadetje	=	zangcicade
zangcicadetjes	=	zangcicade
zangcoach	noun	iemand die iemand leert goed te zingen
zangcoaches	=	zangcoach
zangconcours	noun	een zangwedstrijd.
zangconcoursen	=	zangconcours
zangconcoursje	=	zangconcours
zangconcoursjes	=	zangconcours
zangcontest	noun	wedstrijd tussen verschillende zangers en zangeressen
zangcontesten	=	zangcontest
zangcontests	=	zangcontest
zangcursus	noun	een reeks van zanglessen.
zangcursusje	=	zangcursus
zangcursusjes	=	zangcursus
zangcursussen	=	zangcursus
zangdocent	noun	persoon die onderwijs in de zangkunst geeft
zangdocente	noun	vrouw die onderwijs in de zangkunst geeft
zangdocenten	=	zangdocent
zangdocentes	=	zangdocente
zangdocentje	=	zangdocent
zangdocentjes	=	zangdocent
zangduo	noun	twee mensen die samen zingen
zangduo's	=	zangduo
zangen	=	zang
zanger	noun	iemand die zingt.
zanger-componist	noun	een zanger die zijn eigen liederen schrijft
zanger-componisten	=	zanger-componist
zanger-componistje	=	zanger-componist
zanger-componistjes	=	zanger-componist
zanger-dichter	noun	iemand die liederen zingt waar hij zelf de tekst van heeft geschreven
zanger-dichters	=	zanger-dichter
zanger-gitarist	noun	een zanger die zichzelf begeleidt op de gitaar
zanger-gitaristen	=	zanger-gitarist
zanger-gitaristje	=	zanger-gitarist
zanger-gitaristjes	=	zanger-gitarist
zanger-liedjesschrijver	noun	een zanger(es) die zelf zijn eigen liedteksten schrijft en/of componeert
zanger-liedjesschrijvers	=	zanger-liedjesschrijver
zanger-liedjesschrijvertje	=	zanger-liedjesschrijver
zanger-liedjesschrijvertjes	=	zanger-liedjesschrijver
zanger-liedschrijver	noun	een zanger(es) die zelf zijn eigen liedteksten schrijft en/of componeert
zanger-liedschrijvers	=	zanger-liedschrijver
zanger-liedschrijvertje	=	zanger-liedschrijver
zanger-liedschrijvertjes	=	zanger-liedschrijver
zangeres	noun	vrouwelijke vorm van zanger
zangeresje	=	zangeres
zangeresjes	=	zangeres
zangeressen	=	zangeres
zangerig	adj	alsof er gezongen wordt (in plaats van gesproken)
zangerige	=	zangerig
zangeriger	=	zangerig
zangerigere	=	zangerig
zangerigers	=	zangerig
zangerigheid	noun	de mate waarin iets zangerig is
zangerigs	=	zangerig
zangerigst	=	zangerig
zangerigste	=	zangerig
zangers	=	zanger
zangers-componisten	=	zanger-componist
zangers-dichters	=	zanger-dichter
zangers-gitaristen	=	zanger-gitarist
zangerscast	noun	het geheel van zangers dat bijdraagt tot een productie
zangerscasts	=	zangerscast
zangersfeest	noun	een manifestatie waaraan een groot aantal zangkoren meedoen
zangersfeesten	=	zangersfeest
zangersfeestje	=	zangersfeest
zangersfeestjes	=	zangersfeest
zangertje	=	zanger
zangertjes	=	zanger
zangetje	=	zang
zangfeest	noun	een groot evenement of festival waarbij veel mensen samenkomen om samen te zingen, zoals het Estisch Zangfeest of het Vlaams Nationaal Zangfeest.
zangfeesten	=	zangfeest
zangfeestje	=	zangfeest
zangfeestjes	=	zangfeest
zangfietspad	noun	fietspad waarop fietsers uit volle borst hun favoriete nummers mogen meebrullen
zangfietspaden	=	zangfietspad
zanggezelschap	noun	een groep personen die zich toelegt op de zangkunst
zanggezelschapje	=	zanggezelschap
zanggezelschapjes	=	zanggezelschap
zanggezelschappen	=	zanggezelschap
zanggodin	noun	een godin die de zangkunst beheerst, met name een van de negen muzen van de Griekse mythologie
zanggodinnen	=	zanggodin
zanggors	noun	Melospiza melodia een van de vele (meer dan 130) leden van de Amerikaanse gorzen.
zanggorsje	=	zanggors
zanggorsjes	=	zanggors
zanggorzen	=	zanggors
zanggroep	noun	een groep zangers of zangeressen die gewoonlijk, in de populaire of volksmuziek, op muzikale arrangementen zingen
zanggroepen	=	zanggroep
zanggroepje	=	zanggroep
zanggroepjes	=	zanggroep
zanghavik	noun	Melierax canorus een roofvogel uit de familie van de Accipitridae (Havikachtigen).
zanghaviken	noun	een geslacht Melierax van vogels uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
zanghavikje	=	zanghavik
zanghavikjes	=	zanghavik
zanghulde	noun	huldiging door zang.
zangkoor	noun	een groep vocalisten die tezamen een stuk muziek zingen, al of niet met instrumentale begeleiding
zangkoortje	=	zangkoor
zangkoortjes	=	zangkoor
zangkoren	=	zangkoor
zangkunst	noun	de kunst van het zingen.
zangkunsten	=	zangkunst
zangkwartel	noun	Dactylortyx thoracicus een vogel uit de familie Odontophoridae.
zangkwartels	=	zangkwartel
zangkwarteltje	=	zangkwartel
zangkwarteltjes	=	zangkwartel
zangleraar	noun	een persoon die zangles geeft.
zangleraars	=	zangleraar
zangleraartje	=	zangleraar
zangleraartjes	=	zangleraar
zangleraren	=	zangleraar
zanglerares	noun	een vrouwelijk persoon die zangles geeft.
zangleraresje	=	zanglerares
zangleraresjes	=	zanglerares
zangleraressen	=	zanglerares
zangles	noun	les in zingen
zanglesje	=	zangles
zanglesjes	=	zangles
zanglessen	=	zangles
zanglijn	noun	de vocale stem in een anderszins instrumentaal stuk
zanglijnen	=	zanglijn
zanglijntje	=	zanglijn
zanglijntjes	=	zanglijn
zanglijster	noun	Turdus philomelos, een lijstersoort die algemeen is in Nederland en Vlaanderen
zanglijsters	=	zanglijster
zanglijstertje	=	zanglijster
zanglijstertjes	=	zanglijster
zangmaatschappij	noun	een vereniging voor zang
zangmaatschappijen	=	zangmaatschappij
zangmaatschappijtje	=	zangmaatschappij
zangmaatschappijtjes	=	zangmaatschappij
zangnoot	noun	muzieknoot.
zangnootje	=	zangnoot
zangnootjes	=	zangnoot
zangnoten	=	zangnoot
zangnummer	noun	een nummer waarin gezongen wordt.
zangnummers	=	zangnummer
zangnummertje	=	zangnummer
zangnummertjes	=	zangnummer
zangoefening	noun	oefenen met het zingen.
zangoefeningen	=	zangoefening
zangoefeningetje	=	zangoefening
zangoefeningetjes	=	zangoefening
zangonderwijs	noun	het onderwijs in het zingen
zangpapegaai	noun	Geoffroyus heteroclitus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
zangpapegaaien	=	zangpapegaai
zangpapegaaitje	=	zangpapegaai
zangpapegaaitjes	=	zangpapegaai
zangpartij	noun	een deel in een muziekstuk dat betrekking heeft op één zangstem.
zangpartijen	=	zangpartij
zangpartijtje	=	zangpartij
zangpartijtjes	=	zangpartij
zangpedagoge	noun	een onderwijzeres in het zingen.
zangpedagogen	=	zangpedagoog
zangpedagoges	=	zangpedagoge
zangpedagogetje	=	zangpedagoge
zangpedagogetjes	=	zangpedagoge
zangpedagoog	noun	een onderwijzer in het zingen.
zangpedagoogje	=	zangpedagoog
zangpedagoogjes	=	zangpedagoog
zangscholen	=	zangschool
zangschool	noun	een school waar men leert zingen.
zangschooltje	=	zangschool
zangschooltjes	=	zangschool
zangsessie	noun	de activiteit van het zingen
zangsessies	=	zangsessie
zangsessietje	=	zangsessie
zangsessietjes	=	zangsessie
zangspel	noun	een verhaal dat verteld wordt door een verteller, waarbij de scènes door zangers worden gezongen.
zangspelen	=	zangspel
zangspelletje	=	zangspel
zangspelletjes	=	zangspel
zangstem	noun	een stem die voor zingen geschikt is.
zangstemmen	=	zangstem
zangstemmetje	=	zangstem
zangstemmetjes	=	zangstem
zangster	noun|obsolete	vrouw die zingt
zangsters	=	zangster
zangstijl	noun	de stijl waarin gezongen wordt.
zangstijlen	=	zangstijl
zangstijltje	=	zangstijl
zangstijltjes	=	zangstijl
zangstuk	noun	een lied.
zangstukje	=	zangstuk
zangstukjes	=	zangstuk
zangstukken	=	zangstuk
zangtalent	noun	talent hebben voor het zingen.
zangtalenten	=	zangtalent
zangtalentje	=	zangtalent
zangtalentjes	=	zangtalent
zangtekst	noun	de tekst om te zingen.
zangteksten	=	zangtekst
zangtekstje	=	zangtekst
zangtekstjes	=	zangtekst
zanguitvoering	noun	een optreden waarin hoofdzakelijk gezongen wordt.
zanguitvoeringen	=	zanguitvoering
zanguitvoerinkje	=	zanguitvoering
zanguitvoerinkjes	=	zanguitvoering
zangvereniging	noun	een vereniging opgericht om samen te zingen.
zangverenigingen	=	zangvereniging
zangverenigingetje	=	zangvereniging
zangverenigingetjes	=	zangvereniging
zangvogel	noun	vogel behorende tot de talrijke orde Passeriformes
zangvogels	noun	een grote orde Passeriformes van de moderne vogels (Aves).
zangvogelsport	noun	vrijetijdsbesteding waarbij zangvogelhouders met elkaar wedijveren wie de mooiste vogels bezit
zangvogeltje	=	zangvogel
zangvogeltjes	=	zangvogel
zangvogelwedstrijd	noun	een wedstrijd waar vogels om het mooist zingen
zangvogelwedstrijden	=	zangvogelwedstrijd
zangwedstrijd	noun	een wedstrijd waarin gezongen wordt.
zangwedstrijden	=	zangwedstrijd
zangwedstrijdje	=	zangwedstrijd
zangwedstrijdjes	=	zangwedstrijd
zangwijs	noun	de manier waarop er gezongen wordt.
zangwijsje	=	zangwijs
zangwijsjes	=	zangwijs
zangwijzen	=	zangwijs
zangzaad	noun	een mengsel zaden, bedoeld als voer om kanaries in conditie te houden waarin zij zingen
zangzaden	=	zangzaad
zanik	noun	iemand die hinderlijk ergens over blijft klagen.
zanike	=	zaniken
zaniken	verb	hinderlijk ergens over blijven klagen
zanikend	=	zaniken
zanikende	=	zaniken
zaniker	noun	iemand die hinderlijk ergens over blijft klagen.
zanikerd	noun	iemand die steeds zeurt
zanikerds	=	zanikerd
zanikers	=	zaniker
zanikertje	=	zaniker
zanikertjes	=	zaniker
zanikster	=	zaniker
zanikt	=	zaniken
zanikte	=	zaniken
zanikten	=	zaniken
zant	=	zanten
zante	=	zanten
zanten	verb	bijeenrapen, verzamelen
zantend	=	zanten
zantende	=	zanten
zantje	noun	kaartje met een stichtelijke afbeelding en tekst
zantjes	=	zantje
zantte	=	zanten
zantten	=	zanten
zanzibarfranjeaap	noun	Piliocolobus kirkii De Zanzibarfranjeaap (Piliocolobus kirkii), ook wel de Kirks rode franjeaap genoemd, is een zoogdier uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae), behorend tot de franjeapen.
zanzibarfranjeaapje	=	zanzibarfranjeaap
zanzibarfranjeaapjes	=	zanzibarfranjeaap
zanzibarfranjeapen	=	zanzibarfranjeaap
zanzibargalago	noun	Galagoides zanzibaricus een soort van het geslacht dwerggalago's (Galagoides).
zanzibargalago's	=	zanzibargalago
zanzibargalagootje	=	zanzibargalago
zanzibargalagootjes	=	zanzibargalago
zanzibarluipaard	noun	Panthera pardus adersi een bijna uitgestorven ondersoort van de/het luipaard.
zanzibarluipaarden	=	zanzibarluipaard
zanzibarluipaardje	=	zanzibarluipaard
zanzibarluipaardjes	=	zanzibarluipaard
zap	=	zappen
zapatagors	noun	Torreornis inexpectata een endemische vogelsoort die alleen voorkomt in Cuba
zapatagorsje	=	zapatagors
zapatagorsjes	=	zapatagors
zapatagorzen	=	zapatagors
zapataral	noun	Cyanolimnas cerverai een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
zapatarallen	=	zapataral
zapataralletje	=	zapataral
zapataralletjes	=	zapataral
zapatawinterkoning	noun	Ferminia cerverai een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
zapatawinterkoningen	=	zapatawinterkoning
zapatawinterkoninkje	=	zapatawinterkoning
zapatawinterkoninkjes	=	zapatawinterkoning
zapculturen	=	zapcultuur
zapcultuur	noun	een cultuur waar het gebruikelijk is steeds weer te wisselen van item waar de aandacht op wordt gelegd.
zapcultuurtje	=	zapcultuur
zapcultuurtjes	=	zapcultuur
zape	=	zappen
zapen	=	zappen
zapend	=	zappen
zaponlak	noun	een dunvloeibare transparante lak, meest op basis van nitrocellulose, opgelost in een ester of alcohol
zaponlakken	=	zaponlak
zappe	=	zappen
zappen	verb	met de afstandsbediening alsmaar naar andere tv-kanalen schakelen
zappend	=	zappen
zappende	=	zappen
zapper	noun	een persoon die aan het zappen is, meestal betrekking hebbend op het televisiekijken.
zappers	=	zapper
zappertje	=	zapper
zappertjes	=	zapper
zaproman	noun	een roman waarin snel wordt overgesprongen van de ene naar de andere hoofdpersoon en verhaallijn
zapromannetje	=	zaproman
zapromannetjes	=	zaproman
zapromans	=	zaproman
zapt	=	zappen
zapte	=	zappen
zapten	=	zappen
zara	adj	vreemd als onderdeel van avoda zara letterlijk "vreemde dienst", "afgoderij"
zarchiet	noun	nakomeling van Zerach-4 (Num. 26:13)
zarchieten	=	zarchiet
zarzuela	noun	een Spaans muziekgenre dat vergeleken kan worden met opera of operette
zarzuela's	=	zarzuela
zat	adj|informal	verzadigd, vol, met name van alcoholische drank	noun	zaterdag, de eerste dag van het weekeinde
zate	noun	landgoed
zaten	=	zitten
zaterdag	noun	een dag van de week die na vrijdag en voor zondag komt
zaterdagamateur	noun	een voetballer die speelt in de op zaterdag gespeelde amateurcompetitie
zaterdagamateurs	=	zaterdagamateur
zaterdagamateurtje	=	zaterdagamateur
zaterdagamateurtjes	=	zaterdagamateur
zaterdagavond	noun	de latere uren van de zaterdag	adv	op de avond van de zaterdag
zaterdagavonden	=	zaterdagavond
zaterdagavondgezelschap	noun	mensen die je op een zaterdagavond ontmoet
zaterdagavondgezelschappen	=	zaterdagavondgezelschap
zaterdagavondje	=	zaterdagavond
zaterdagavondjes	=	zaterdagavond
zaterdagclub	noun	voetbalclub die op zaterdag wedstrijden speelt
zaterdagclubje	=	zaterdagclub
zaterdagclubjes	=	zaterdagclub
zaterdagclubs	=	zaterdagclub
zaterdagcompetitie	noun	de voetbalcompetitie voor amateurs die op zaterdag gespeeld wordt
zaterdagcompetities	=	zaterdagcompetitie
zaterdagcryptogram	noun	een cryptogram die op zaterdag in een dagblad verschijnt
zaterdagcryptogrammen	=	zaterdagcryptogram
zaterdagcryptogrammetje	=	zaterdagcryptogram
zaterdagcryptogrammetjes	=	zaterdagcryptogram
zaterdageditie	noun	een speciale aflevering van een dagblad of programma voor de zaterdag
zaterdagedities	=	zaterdageditie
zaterdageditietje	=	zaterdageditie
zaterdageditietjes	=	zaterdageditie
zaterdagen	=	zaterdag
zaterdagje	=	zaterdag
zaterdagjes	=	zaterdag
zaterdagkrant	noun	een op zaterdag uitgegeven krant
zaterdagkranten	=	zaterdagkrant
zaterdagkrantje	=	zaterdagkrant
zaterdagkrantjes	=	zaterdagkrant
zaterdagmarkt	noun	een markt die op zaterdag wordt gehouden.
zaterdagmarkten	=	zaterdagmarkt
zaterdagmarktje	=	zaterdagmarkt
zaterdagmarktjes	=	zaterdagmarkt
zaterdagmiddag	noun	de uren van een zaterdag tussen het middaguur en de avond	adv	op de middag van de zaterdag
zaterdagmiddagen	=	zaterdagmiddag
zaterdagmiddagje	=	zaterdagmiddag
zaterdagmiddagjes	=	zaterdagmiddag
zaterdagmorgen	noun	de uren van een zaterdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de morgen van zaterdag	adv	in de morgen van de zaterdag
zaterdagmorgens	=	zaterdagmorgen
zaterdagmorgentje	=	zaterdagmorgen
zaterdagmorgentjes	=	zaterdagmorgen
zaterdagnacht	noun	de nacht van zaterdag op zondag.	adv	in de nacht van de zaterdag
zaterdagnachten	=	zaterdagnacht
zaterdagnachtje	=	zaterdagnacht
zaterdagnachtjes	=	zaterdagnacht
zaterdagnamiddag	noun	op zaterdag de tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de zaterdagmiddag
zaterdagnamiddagen	=	zaterdagnamiddag
zaterdagnamiddagje	=	zaterdagnamiddag
zaterdagnamiddagjes	=	zaterdagnamiddag
zaterdagochtend	noun	de uren van een zaterdag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van zaterdag	adv	in de ochtend van de zaterdag
zaterdagochtenden	=	zaterdagochtend
zaterdagochtendje	=	zaterdagochtend
zaterdagochtendjes	=	zaterdagochtend
zaterdags	adj	op de zaterdag betrekking hebbend	adv	op zaterdagen
zaterdagsavonds	adv	geregeld op de avonden van de zaterdagen
zaterdagsch	=	zaterdags
zaterdagse	=	zaterdags
zaterdagsmiddags	adv	geregeld op de middagen van de zaterdagen
zaterdagsmorgens	adv	geregeld op de ochtenden van de zaterdagen
zaterdagsnachts	adv	geregeld in de nachten van de zaterdagen
zaterdagsochtends	adv	geregeld op de ochtenden van de zaterdagen
zaterdagvoetbal	noun	het voetbal dat op zaterdag wordt gespeeld.
zaterdagvoormiddag	noun	op zaterdag de tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de zaterdagmiddag
zaterdagvoormiddagen	=	zaterdagvoormiddag
zaterdagvoormiddagje	=	zaterdagvoormiddag
zaterdagvoormiddagjes	=	zaterdagvoormiddag
zatheid	noun	algehele dronkenschap
zatladder	noun	iemand die regelmatig te veel alcohol drinkt
zatladders	=	zatladder
zatladdertje	=	zatladder
zatladdertjes	=	zatladder
zatlap	noun	iemand die regelmatig te veel alcohol drinkt
zatlapje	=	zatlap
zatlapjes	=	zatlap
zatlappen	=	zatlap
zatlapperij	noun	het bij regelmaat dronken zijn
zatlapperijen	=	zatlapperij
zatlapperijtje	=	zatlapperij
zatlapperijtjes	=	zatlapperij
zats	=	zat
zatst	=	zat
zatste	=	zat
zatte	=	zat
zatter	=	zat
zattere	=	zat
zatterik	noun	iemand die verslaafd is aan alcohol
zatteriken	=	zatterik
zatters	=	zat
zaturdag	=	zaterdag
zavel	noun	grondsoort die merendeels uit zand bestaat met tussen 8 en 25% kleideeltjes
zavelachtig	adj	op zavel gelijkend
zavelachtige	=	zavelachtig
zavelachtigs	=	zavelachtig
zavelbomen	=	zavelboom
zavelboom	noun	soort struik, Juniperus sabina, een verwant van de jeneverbes die in Europa op wat grotere hoogte voorkomt
zavelboompje	=	zavelboom
zavelboompjes	=	zavelboom
zavelgrond	noun	grondsoort die merendeels uit zand bestaat met tussen 8 en 25% kleideeltjes
zavelgronden	=	zavelgrond
zavelig	adj	op zavel gelijkend, zanderig
zavelige	=	zavelig
zaveliger	=	zavelig
zaveligere	=	zavelig
zaveligers	=	zavelig
zaveligs	=	zavelig
zaveligst	=	zavelig
zaveligste	=	zavelig
zavels	=	zavel
zaveltje	=	zavel
zaïre	noun	de munteenheid van de Republiek Zaïre (het huidige Congo-Kinshasa) van 1967 tot 1993, toen hij vervangen werd door de nieuwe zaïre
zaïrees	noun	een inwoner van Zaïre, of iemand afkomstig uit Zaïre	adj	op Zaïre betrekking hebbend
zaïreesje	=	zaïrees
zaïreesjes	=	zaïrees
zaïreest	=	zaïrees
zaïreeste	=	zaïrees
zaïres	=	zaïre
zaïrese	noun	een vrouwelijke inwoner van Zaïre, of een vrouw afkomstig uit Zaïre
zaïresen	=	zaïrese
zaïreser	=	zaïrees
zaïresere	=	zaïrees
zaïresers	=	zaïrees
zaïrezen	=	zaïrees
ze	pron	clitische vorm van zij; derde persoon vrouwelijk enkelvoud, onderwerp
zebibyte	noun	1024⁷ bytes, oftewel 2⁷⁰ bytes, weergegeven met symbool ZiB
zebibyteje	=	zebibyte
zebibytejes	=	zebibyte
zebibytes	=	zebibyte
zeboe	noun	Bos primigenius indicus een zoogdier uit de familie van de holhoornigen (Bovidae) dat voornamelijk in gebieden met een tropisch en subtropisch klimaat in Zuid-Azië en Afrika wordt gehouden.
zeboes	=	zeboe
zeboetje	=	zeboe
zeboetjes	=	zeboe
zebra	noun	Equus (Hippotigris) snel, paardachtig kuddedier van de Afrikaanse steppen, gekenmerkt door zijn witte of lichtgele huid met zwarte of donkerbruine strepen, opstaande manen, tamelijk lange oren en zijn niet tot de wortel behaarde staart
zebra's	=	zebra
zebra-achtig	adj	op een zebra gelijkend
zebra-achtige	=	zebra-achtig
zebra-achtiger	=	zebra-achtig
zebra-achtigere	=	zebra-achtig
zebra-achtigers	=	zebra-achtig
zebra-achtigs	=	zebra-achtig
zebra-achtigst	=	zebra-achtig
zebra-achtigste	=	zebra-achtig
zebra-anemonen	=	zebra-anemoon
zebra-anemoon	noun	Actinia striata een zeeanemoon uit de familie Actiniidae.
zebra-anemoontje	=	zebra-anemoon
zebra-anemoontjes	=	zebra-anemoon
zebra-ijsvogel	noun	Lacedo pulchella een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
zebra-ijsvogels	=	zebra-ijsvogel
zebra-ijsvogeltje	=	zebra-ijsvogel
zebra-ijsvogeltjes	=	zebra-ijsvogel
zebraatje	=	zebra
zebraatjes	=	zebra
zebracichlide	noun	Amatitlania nigrofasciata een van de vissoorten van de familie cichliden die inheems is in Midden-Amerika.
zebracichliden	=	zebracichlide
zebracode	noun	een code van met een laser afleesbare, dunne en dikke, verticale strepen ter identificatie aangebracht op een voorwerp
zebracodes	=	zebracode
zebracodetje	=	zebracode
zebracodetjes	=	zebracode
zebradrempel	noun	verkeersdrempel met een zebrapad; verkeersdrempel met een voetgangersoversteekplaats
zebradrempels	=	zebradrempel
zebradrempeltje	=	zebradrempel
zebradrempeltjes	=	zebradrempel
zebraduif	noun	Geopelia striata een oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië, maar is elders op de wereld uitgezet en verwilderd en wordt ook veel als kooivogel gehouden
zebraduifje	=	zebraduif
zebraduifjes	=	zebraduif
zebraduiker	noun	Cephalophus zebra een evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
zebraduikers	=	zebraduiker
zebraduikertje	=	zebraduiker
zebraduikertjes	=	zebraduiker
zebraduiven	=	zebraduif
zebradwergspecht	noun	Picumnus cirratus een vogel uit de familie spechten (Picidae).
zebradwergspechten	=	zebradwergspecht
zebradwergspechtje	=	zebradwergspecht
zebradwergspechtjes	=	zebradwergspecht
zebragrasmuis	noun	Lemniscomys barbarus knaagdier uit het geslacht Lemniscomys dat voorkomt langs de kust van Marokko, Algerije en Tunesië.
zebragrasmuisje	=	zebragrasmuis
zebragrasmuisjes	=	zebragrasmuis
zebragrasmuizen	=	zebragrasmuis
zebrahaai	noun	Stegostoma fasciatum een vis uit de familie van de zebrahaaien (Stegostomatidae), orde bakerhaaien (Orectolobiformes), die voorkomt in de Grote Oceaan en Indische Oceaan in een tropisch klimaat.
zebrahaaien	noun	een familie Stegostomatidae van haaien uit de orde van de bakerhaaien (Orectolobiformes).
zebrahaaitje	=	zebrahaai
zebrahaaitjes	=	zebrahaai
zebrahout	noun	een van een aantal tropische houtsoorten van o.a.
zebraklok	noun	indicator die voetgangers bij een oversteekplaats na een druk op de knop laat zien hoe lang het nog duurt voordat het licht groen wordt
zebraklokken	=	zebraklok
zebramangoeste	noun	Mungos mungo een mangoeste die voorkomt op de Afrikaanse savanne.
zebramangoesten	noun	een geslacht Mungos van mangoesten uit de klasse van de Mammalia (zoogdieren)
zebramangoestje	=	zebramangoeste
zebramangoestjes	=	zebramangoeste
zebramierklauwier	noun	Cymbilaimus lineatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zebramierklauwieren	=	zebramierklauwier
zebramierklauwiertje	=	zebramierklauwier
zebramierklauwiertjes	=	zebramierklauwier
zebramot	noun	Parachronistis albiceps een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zebramotje	=	zebramot
zebramotjes	=	zebramot
zebramotten	=	zebramot
zebramurene	noun	Gymnomuraena zebra een zoutwateraal en de enige soort van het geslacht Gymnomuraena uit de familie van de murenen (Muraenidae)
zebramurenen	=	zebramurene
zebrapaadje	=	zebrapad
zebrapaadjes	=	zebrapad
zebrapad	noun	een patroon van witte strepen aangebracht op het wegdek ter aanduiding van een beschermde voetgangersoversteekplaats
zebrapaden	=	zebrapad
zebrapadje	=	zebrapad
zebrapadjes	=	zebrapad
zebrapak	noun	een kledingstuk met een zwart-wit gestreept zebrapatroon, meestal gebruikt als feestkleding of voor wetenschappelijk onderzoek
zebrapakje	=	zebrapak
zebrapakjes	=	zebrapak
zebrapakken	=	zebrapak
zebrapoep	noun	ontlasting van zebra's
zebrapoot	noun	ledemaat van een zebra
zebrapootje	=	zebrapoot
zebrapootjes	=	zebrapoot
zebrapoten	=	zebrapoot
zebraprinia	noun	Prinia bairdii een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zebraprinia's	=	zebraprinia
zebrapriniaatje	=	zebraprinia
zebrapriniaatjes	=	zebraprinia
zebraral	noun	Hypotaenidia torquata een vogel uit de familie Rallidae (Rallen).
zebrarallen	=	zebraral
zebraralletje	=	zebraral
zebraralletjes	=	zebraral
zebraspecht	noun	Meiglyptes tristis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
zebraspechten	=	zebraspecht
zebraspechtje	=	zebraspecht
zebraspechtjes	=	zebraspecht
zebraspinnen	noun	Salticus een geslacht van spinnen behorend tot de familie springspinnen (Salticidae)
zebraspringstaart	noun	Fasciosminthurus quinquefasciatus een springstaartensoort uit de familie van de Bourletiellidae.
zebraspringstaarten	=	zebraspringstaart
zebraspringstaartje	=	zebraspringstaart
zebraspringstaartjes	=	zebraspringstaart
zebrastreep	noun	een zwart en wit streeppatroon zoals dat van een zebra
zebrastreepje	=	zebrastreep
zebrastreepjes	=	zebrastreep
zebrastrepen	=	zebrastreep
zebravink	noun	Taeniopygia castanotis een kleine vogel uit de familie Estrildidae die veel in kooien gehouden wordt
zebravinken	=	zebravink
zebravinkje	=	zebravink
zebravinkjes	=	zebravink
zebravis	noun	Danio rerio een kleine tropische vis die veel in aquaria gehouden wordt.
zebravisje	=	zebravis
zebravisjes	=	zebravis
zebravissen	=	zebravis
zebravlinder	noun	Heliconius charitonia een vlinder uit de onderfamilie Heliconiinae, de passiebloemvlinders.
zebravlinders	=	zebravlinder
zebravlindertje	=	zebravlinder
zebravlindertjes	=	zebravlinder
zebravogelspin	noun	Aphonopelma seemanni een spin, die behoort tot de vogelspinnen.
zebravogelspinnen	=	zebravogelspin
zebravogelspinnetje	=	zebravogelspin
zebravogelspinnetjes	=	zebravogelspin
zebrawinterkoning	noun	Campylorhynchus fasciatus een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
zebrawinterkoningen	=	zebrawinterkoning
zebrawinterkoninkje	=	zebrawinterkoning
zebrawinterkoninkjes	=	zebrawinterkoning
zebrazeespin	noun	Ammothea hilgendorfi een zeespin uit de familie Ammotheidae.
zebrazeespinnen	=	zebrazeespin
zebrazeespinnetje	=	zebrazeespin
zebrazeespinnetjes	=	zebrazeespin
zechmolrat	noun	Cryptomys zechi knaagdier uit de familie van de Bathyergidae.
zechmolratje	=	zechmolrat
zechmolratjes	=	zechmolrat
zechmolratten	=	zechmolrat
zechoejot	=	zechoet
zechoet	noun	verdienste, verworven recht
zede	noun	een van de verzameling gebruiken en normen die een bepaalde groep mensen als juist en wenselijk aanvaardt, vaak op seksueel gebied
zedeleer	=	zedenleer
zedeles	=	zedenles
zedelijk	adj	zoals het volgens normen en waarden behoort
zedelijke	=	zedelijk
zedelijker	=	zedelijk
zedelijkere	=	zedelijk
zedelijkers	=	zedelijk
zedelijkheden	=	zedelijkheid
zedelijkheid	noun	gedrag volgens geldende normen en waarden
zedelijkheidsgevoel	noun	gevoel dat gerelateerd is aan wat wel en wat niet als eerbaar handelen gezien wordt
zedelijkheidsmotief	noun	het argument dat men de goede zeden wil bevorderen
zedelijkheidsmotieven	=	zedelijkheidsmotief
zedelijkheidswetgeving	noun	juridische maatregelen op het gebied van normen en waarden, met name op seksueel gebied
zedelijkheidswetgevingen	=	zedelijkheidswetgeving
zedelijks	=	zedelijk
zedelijkst	=	zedelijk
zedelijkste	=	zedelijk
zedeloos	adj	zonder normen en waarden met name wat betreft de seksualiteit
zedeloosheden	=	zedeloosheid
zedeloosheid	noun	zonder normen en waarden zijn, met name wat betreft de seksualiteit
zedeloost	=	zedeloos
zedelooste	=	zedeloos
zedeloze	=	zedeloos
zedelozer	=	zedeloos
zedelozere	=	zedeloos
zedelozers	=	zedeloos
zeden	=	zede
zedenadvocaat	noun	advocaat gespecialiseerd in rechtszaken rond zedendelicten
zedenadvocaten	=	zedenadvocaat
zedenbederf	noun	al of niet vermeende achteruitgang in de heersende normen en waarden
zedenbedervend	adj	verval van normen en waarden teweegbrengend
zedenbedervende	=	zedenbedervend
zedenbedervender	=	zedenbedervend
zedenbedervendere	=	zedenbedervend
zedenbedervenders	=	zedenbedervend
zedenbedervends	=	zedenbedervend
zedenbedervendst	=	zedenbedervend
zedenbedervendste	=	zedenbedervend
zedenbederver	noun	iemand die verval van normen en waarden veroorzaakt, met name op seksueel gebied
zedenbedervers	=	zedenbederver
zedendelict	noun	een vergrijp tegen de zedenwetgeving zoals verkrachting, aanranding, kinderpornografie en openbare schennis
zedendelicten	=	zedendelict
zedendelictje	=	zedendelict
zedendelinquent	noun	iemand die de wetten op het gebied van de zedelijkheid geschonden heeft
zedendelinquenten	=	zedendelinquent
zedendelinquentje	=	zedendelinquent
zedendelinquentjes	=	zedendelinquent
zedendicht	noun	gedicht met een moraliserende strekking
zedendichten	=	zedendicht
zedendichtje	=	zedendicht
zedendichtjes	=	zedendicht
zedenhond	noun	politiehond die gespecialiseerd is in het vinden van spermasporen zoals soms nodig is bij het oplossen van zedenzaken
zedenhonden	=	zedenhond
zedenkomedie	noun	een blijspel waarin de deftige goede manieren van de elite op koddige wijze ontmaskerd worden
zedenkomedies	=	zedenkomedie
zedenkomedietje	=	zedenkomedie
zedenkomedietjes	=	zedenkomedie
zedenkunde	noun	de studie van welk gedrag aanvaardbaar of niet aanvaardbaar geacht wordt
zedenkundig	adj	met zedenkunde in verband staand
zedenkundige	noun	iemand die zich met zedenkunde bezighoudt
zedenkundigen	=	zedenkundige
zedenkundiger	=	zedenkundig
zedenkundigere	=	zedenkundig
zedenkundigers	=	zedenkundig
zedenkundigs	=	zedenkundig
zedenkundigst	=	zedenkundig
zedenkundigste	=	zedenkundig
zedenkwestie	noun	een zaak die gaat over (seksuele) waarden en normen
zedenkwesties	=	zedenkwestie
zedenkwestietje	=	zedenkwestie
zedenkwestietjes	=	zedenkwestie
zedenkwetsend	adj	aanstoot gevend tegen het gevoel van zedelijkheid
zedenkwetsende	=	zedenkwetsend
zedenkwetsender	=	zedenkwetsend
zedenkwetsendere	=	zedenkwetsend
zedenkwetsenders	=	zedenkwetsend
zedenkwetsends	=	zedenkwetsend
zedenkwetsendst	=	zedenkwetsend
zedenkwetsendste	=	zedenkwetsend
zedenleer	noun	samenhangend geheel van opvattingen bij een persoon of groep over hoe mensen zich horen te gedragen
zedenleren	=	zedenleer
zedenles	noun	betoog of preek die het publiek tot meer behoorlijke opvattingen of gedrag moet brengen
zedenlesje	=	zedenles
zedenlesjes	=	zedenles
zedenlessen	=	zedenles
zedenmeester	noun	iemand die regelmatig/voortdurend zegt wat wel en niet zou mogen op zedelijk gebied.
zedenmeesterij	noun	het regelmatig/voortdurend zeggen wat wel en niet zou mogen op zedelijk gebied.
zedenmeesterijen	=	zedenmeesterij
zedenmeesterijtje	=	zedenmeesterij
zedenmeesterijtjes	=	zedenmeesterij
zedenmeesters	=	zedenmeester
zedenmeestertje	=	zedenmeester
zedenmeestertjes	=	zedenmeester
zedenmisdrijf	noun	een misdrijf of een overtreding tegen de zeden, met name op seksueel gebied
zedenmisdrijfje	=	zedenmisdrijf
zedenmisdrijfjes	=	zedenmisdrijf
zedenmisdrijven	=	zedenmisdrijf
zedenpleger	noun	iemand die een zedendelict heeft gepleegd
zedenplegers	=	zedenpleger
zedenplegertje	=	zedenpleger
zedenplegertjes	=	zedenpleger
zedenpolitie	noun	de politie die als taak heeft zedenmisdrijven op te sporen
zedenprediker	noun	iemand die regelmatig/voortdurend zegt wat wel en niet zou mogen op zedelijk gebied.
zedenpredikers	=	zedenprediker
zedenpredikertje	=	zedenprediker
zedenpredikertjes	=	zedenprediker
zedenpreek	noun	een vermanende toespraak -al dan niet van de kansel- over welk gedrag ten aanzien van met name de seksualiteit onaanvaardbaar is
zedenpreekje	=	zedenpreek
zedenpreekjes	=	zedenpreek
zedenpreken	=	zedenpreek
zedenpreker	noun	iemand die zedenpreken houdt
zedenprekers	=	zedenpreker
zedenprekertje	=	zedenpreker
zedenprekertjes	=	zedenpreker
zedenroman	noun	een boek dat een schildering van de leefgewoonten van een tijd of land als onderwerp heeft
zedenromannetje	=	zedenroman
zedenromannetjes	=	zedenroman
zedenromans	=	zedenroman
zedenschandaal	noun	beroering omtrent inbreuk tegen de goede zeden, gewoonlijk door een aanzienlijk persoon
zedenschandaaltje	=	zedenschandaal
zedenschandaaltjes	=	zedenschandaal
zedenschandalen	=	zedenschandaal
zedenschets	noun	een literair genre.
zedenschetsen	=	zedenschets
zedenschetsje	=	zedenschets
zedenschetsjes	=	zedenschets
zedenschildering	noun	een schets van de geldende zeden in een bepaald gebied of bepaalde tijd
zedenschilderingen	=	zedenschildering
zedenschilderingetje	=	zedenschildering
zedenschilderingetjes	=	zedenschildering
zedenslachtoffer	noun	slachtoffer van een zedendelict
zedenslachtoffers	=	zedenslachtoffer
zedenslachtoffertje	=	zedenslachtoffer
zedenslachtoffertjes	=	zedenslachtoffer
zedenspel	noun	toneelstuk waarin heersende zeden uitgebeeld en veelal gehekeld worden
zedenspelen	=	zedenspel
zedenspelletje	=	zedenspel
zedenspelletjes	=	zedenspel
zedenspreuk	noun	spreuk die een vermaning bevat en wijst op de gewenstheid van goede zeden.
zedenspreuken	=	zedenspreuk
zedenspreukje	=	zedenspreuk
zedenspreukjes	=	zedenspreuk
zedenverdachte	noun	iemand die verdacht wordt van het hebben gepleegd van een zedenmisdrijf
zedenverdachten	=	zedenverdachte
zedenverwildering	noun	de teloorgang van algemeen aanvaarde normen en waarden, met name op seksueel gebied
zedenverwilderingen	=	zedenverwildering
zedenwet	noun	een wet met betrekking tot de zeden in een land, zoals op seksueel gebied.
zedenwetgeving	noun	wetgeving met betrekking tot de zeden
zedenwetgevingen	=	zedenwetgeving
zedenwetje	=	zedenwet
zedenwetjes	=	zedenwet
zedenwetten	=	zedenwet
zedenzaak	noun	een rechtszaak die draait om de zedenwetgeving
zedenzaakje	=	zedenzaak
zedenzaakjes	=	zedenzaak
zedenzaken	=	zedenzaak
zedig	adj	zich volgens de morele zeden gedragend
zedige	=	zedig
zediger	=	zedig
zedigere	=	zedig
zedigers	=	zedig
zedigheden	=	zedigheid
zedigheid	noun	het zich zedig gedragen
zediglijk	adj	gepast qua gedrag of kleding
zediglijke	=	zediglijk
zediglijker	=	zediglijk
zediglijkere	=	zediglijk
zediglijkers	=	zediglijk
zediglijks	=	zediglijk
zediglijkst	=	zediglijk
zediglijkste	=	zediglijk
zedigs	=	zedig
zedigst	=	zedig
zedigste	=	zedig
zee	noun	een uitgestrekt oppervlak zoutwater dat het grootste deel van de aarde bedekt
zee-abrikoos	noun	Polycarpa scuba een zakpijpensoort uit de familie van de Styelidae.
zee-abrikoosje	=	zee-abrikoos
zee-abrikoosjes	=	zee-abrikoos
zee-abrikozen	=	zee-abrikoos
zee-eend	noun	grote zwarte zwemvogel, onderfamilie van de eend, gans, zwaan, die leeft aan de kusten en op zee
zee-eenden	=	zee-eend
zee-eendje	=	zee-eend
zee-egel	noun	op de zeebodem levend bol-, hart- of schijfvormig stekelig ongewerveld diertje dat behoort tot het fylum stekelhuidigen (Echinodermata)
zee-egels	noun	een klasse Echinoidea stekelige, ongewervelde dieren die behoren tot de stam stekelhuidigen (Echinodermata)
zee-egeltje	=	zee-egel
zee-egeltjes	=	zee-egel
zee-engel	noun	Squatina squatina een vis uit de familie van zee-engelen (Squatinidae) en behoort derhalve tot de orde van de zee-engelen (Squatiniformes).
zee-engelen	noun	een orde Squatiniformes van haaien.
zee-engeltje	=	zee-engel
zee-engeltjes	=	zee-engel
zee-engte	noun	smalle doorgang tussen twee zeeën en daarmee tevens de scheiding tussen twee landmassa's
zee-engten	=	zee-engte
zee-engtes	=	zee-engte
zee-ijs	noun	op zeeën en oceanen drijvende stukken ijs
zee-invloed	noun	de invloed van de zee op andere dingen zoals bij voorbeeld het klimaat
zee-invloeden	=	zee-invloed
zeeaal	noun	zeevis (Conger conger), kan 3 m lang en 65 kg zwaar worden
zeeaardkruiper	noun	Geophilus pusillifrater een duizendpotensoort uit de familie van de Geophilidae.
zeeaardkruipers	=	zeeaardkruiper
zeeaardkruipertje	=	zeeaardkruiper
zeeaardkruipertjes	=	zeeaardkruiper
zeeaas	noun	aas dat met gebruikt in de zeevisserij
zeeachterlichtmos	noun	Schistidium maritimum een soort mos uit het geslacht Schistidium (achterlichtmos).
zeeachterlichtmosje	=	zeeachterlichtmos
zeeachterlichtmosjes	=	zeeachterlichtmos
zeeachterlichtmossen	=	zeeachterlichtmos
zeealen	=	zeeaal
zeealsem	noun	Artemisia maritimum een vaste plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
zeealsems	=	zeealsem
zeeamandel	noun	bepaald soort tropische boom, Terminalia catappa
zeeamandelen	=	zeeamandel
zeeamandels	=	zeeamandel
zeeamandeltje	=	zeeamandel
zeeamandeltjes	=	zeeamandel
zeeanemonen	noun	een orde Actiniaria genoemd naar de bloem anemoon.
zeeanemoon	noun	benaming voor dieren uit de orde Actiniaria, in zoutwater levende bloemdieren
zeeanemoongalwesp	noun	Neuroterus saliens een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
zeeanemoongalwespen	=	zeeanemoongalwesp
zeeanemoongalwespje	=	zeeanemoongalwesp
zeeanemoongalwespjes	=	zeeanemoongalwesp
zeeanemoontje	=	zeeanemoon
zeeanjelier	noun	Metridum senile een zeeanemonensoort uit de familie Metridiidae, die voorkomt in de Grote Oceaan en de Atlantische Oceaan.
zeeanjelieren	=	zeeanjelier
zeeanjeliertje	=	zeeanjelier
zeeanjeliertjes	=	zeeanjelier
zeeappel	noun	Echinus esculentus rode zee-egel
zeeappelen	=	zeeappel
zeeappels	=	zeeappel
zeeappeltje	=	zeeappel
zeeappeltjes	=	zeeappel
zeeaquaria	=	zeeaquarium
zeeaquarium	noun	zoutwateraquarium voor zeevissen
zeeaquariumpje	=	zeeaquarium
zeeaquariumpjes	=	zeeaquarium
zeeaquariums	=	zeeaquarium
zeearend	noun	bepaald soort roofvogel die in kustgebieden leeft, Haliaeetus albicilla, de grootste Europese arend
zeearenden	noun	Haliaeetus een geslacht van vogels uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
zeearendje	=	zeearend
zeearendjes	=	zeearend
zeearm	noun	inham van een zee
zeearmen	=	zeearm
zeeassurantie	noun	het tegen betaling van een premie afdekken van de risico's van de zeevaart
zeeassuranties	=	zeeassurantie
zeeassurantiën	=	zeeassurantie
zeeaster	noun	Limonium vulgare syn.
zeeasterknoopvlekje	noun	Eucosma tripoliana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zeeasterknoopvlekjes	=	zeeasterknoopvlekje
zeeasterooglapmot	noun	Bucculatrix maritima een vlinder uit de familie ooglapmotten (Bucculatricidae).
zeeasterooglapmotje	=	zeeasterooglapmot
zeeasterooglapmotjes	=	zeeasterooglapmot
zeeasterooglapmotten	=	zeeasterooglapmot
zeeasters	=	zeeaster
zeeastertje	=	zeeaster
zeeastertjes	=	zeeaster
zeeatlas	noun	een atlas met zeekaarten
zeeatlasje	=	zeeatlas
zeeatlasjes	=	zeeatlas
zeeatlassen	=	zeeatlas
zeebaak	noun	een merkteken aangebracht om de navigatie ter zee te vergemakkelijken
zeebaakje	=	zeebaak
zeebaakjes	=	zeebaak
zeebaars	noun	baarsachtige zeevis, Dicentrarchus labrax, die tot 1 m lang kan worden
zeebaarsje	=	zeebaars
zeebaarsjes	=	zeebaars
zeebaarzen	noun	een familie Callanthiidae van straalvinnige vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
zeebad	noun	het zich baden in zee
zeebaden	=	zeebad
zeebadje	=	zeebad
zeebadjes	=	zeebad
zeebadplaats	noun	een badplaats aan de zeekust
zeebadplaatsen	=	zeebadplaats
zeebadplaatsje	=	zeebadplaats
zeebadplaatsjes	=	zeebadplaats
zeebaken	noun	een markering aangebracht ter beveiliging van de scheepvaart
zeebakens	=	zeebaken
zeebakentje	=	zeebaken
zeebakentjes	=	zeebaken
zeebanket	noun	gevarieerde vismaaltijd
zeebanketten	=	zeebanket
zeebarbelen	noun	een familie Mullidae van baarsachtige vissen.
zeebeer	noun	roofdier uit een onderfamilie Arctocephalinae van zeezoogdieren uit de familie der oorrobben dat voornamelijk van vis en inktvis leeft.
zeebeertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort beerdiertje, Echiniscoides sigismundi uit de familie Echiniscoididae; de wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Ludwig Hermann Plate in 1889
zeebeertjes	=	zeebeer
zeebenen	noun	het vermogen om ondanks het rollen en het stampen van een schip op zee vast te staan en zeker te bewegen
zeeberen	noun	Arctocephalinae zeezoogdieren uit de familie der oorrobben.
zeebes	noun	Dendrodoa grossularia een zakpijpensoort uit de familie van de Styelidae.
zeebesje	=	zeebes
zeebesjes	=	zeebes
zeebessen	=	zeebes
zeebestendig	adj	bestand tegen het zeewater
zeebestendige	=	zeebestendig
zeebestendiger	=	zeebestendig
zeebestendigere	=	zeebestendig
zeebestendigers	=	zeebestendig
zeebestendigs	=	zeebestendig
zeebestendigst	=	zeebestendig
zeebestendigste	=	zeebestendig
zeebeving	noun	aardbeving waarvan het epicentrum op de bodem van de zee ligt
zeebevingen	=	zeebeving
zeebevinkje	=	zeebeving
zeebiesbladroller	noun	Bactra robustana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zeebiesbladrollers	=	zeebiesbladroller
zeebiesbladrollertje	=	zeebiesbladroller
zeebiesbladrollertjes	=	zeebiesbladroller
zeebiologen	=	zeebioloog
zeebiologie	noun	de wetenschap van de levende wezens, levensvormen en levensverschijnselen in zee
zeebioloog	noun	iemand die zich toelegt op de studie van het leven in zee
zeeblauw	noun	groenblauwe tint zoals die van uitgestrekte oppervlakten van zoutwater	adj	met groenblauwe tint zoals die van uitgestrekte oppervlakten van zoutwater
zeeblauwe	=	zeeblauw
zeeblauwen	=	zeeblauw
zeeblauwer	=	zeeblauw
zeeblauwere	=	zeeblauw
zeeblauwers	=	zeeblauw
zeeblauws	=	zeeblauw
zeeblauwst	=	zeeblauw
zeeblauwste	=	zeeblauw
zeebodem	noun	het grondvlak van een zee
zeebodempje	=	zeebodem
zeebodempjes	=	zeebodem
zeebodems	=	zeebodem
zeeboek	noun	boek met zeekaarten
zeeboeken	=	zeeboek
zeeboer	noun	persoon die werkt op een zeeboerderij waar men vissen, schelpdieren of zeegroentes kweekt
zeeboeren	=	zeeboer
zeeboezem	noun	een stuk zeewater zich in zekere mate landinwaarts uitstrekt
zeeboezempje	=	zeeboezem
zeeboezempjes	=	zeeboezem
zeeboezems	=	zeeboezem
zeebonen	=	zeeboon
zeebonk	noun	ervaren zeeman
zeebonken	=	zeebonk
zeebonkje	=	zeebonk
zeebonkjes	=	zeebonk
zeeboompje	noun	Eudendrium arbuscula een hydroïdpoliep uit de familie Eudendriidae.
zeeboompjes	=	zeeboompje
zeeboon	noun	benaming voor Vicia faba en de peulvruchten daarvan
zeeboontje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort zee-egel, Echinocyamus pusillus uit de familie Fibulariidae, in de orde van de zanddollars (Clypeasteroida); de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1776 voor het eerst geldig gepubliceerd door Otto Friedrich Müller als Spatagus pusillus
zeeboontjes	=	zeeboontje
zeeboot	noun	een zeewaardig vaartuig, met name een beurtschip dat op zee kon varen
zeebootje	=	zeeboot
zeebootjes	=	zeeboot
zeeboring	noun	een boring, gewoonlijk naar olie of gas, op de open zee
zeeboringen	=	zeeboring
zeeborinkje	=	zeeboring
zeeborinkjes	=	zeeboring
zeeborstel	noun	Plumularia setacea een hydroïdpoliep uit de familie Plumulariidae.
zeeborstel-kroonslak	noun	Doto hydrallmaniae een slakkensoort uit de familie van de kroonslakken (Dotidae).
zeeborstel-kroonslakje	=	zeeborstel-kroonslak
zeeborstel-kroonslakjes	=	zeeborstel-kroonslak
zeeborstel-kroonslakken	=	zeeborstel-kroonslak
zeeborstels	=	zeeborstel
zeeborsteltje	=	zeeborstel
zeeborsteltjes	=	zeeborstel
zeeboten	=	zeeboot
zeebrak	noun	brak zeewater aan de kust .
zeebrakken	=	zeebrak
zeebrasem	noun	benaming voor baarsachtige vissen uit de familie Sparidae
zeebrasems	noun	een familie Sparidae binnen de baarsachtige vissen.
zeebreker	noun	stenen strekdam dienend om de kracht van de golven te breken
zeebrekers	=	zeebreker
zeebrems	noun	Paragnathia formica een pissebed uit de familie Gnathiidae.
zeebremzen	=	zeebrems
zeebrief	noun	het nationaliteitsbewijs van een zeeschip
zeebriefje	=	zeebrief
zeebriefjes	=	zeebrief
zeebries	noun	een volledig gesloten circulatiecel met onderin een wind van zee naar land en op enige hoogte omgekeerd
zeebriesje	=	zeebries
zeebriesjes	=	zeebries
zeebrieven	=	zeebrief
zeebriezen	=	zeebries
zeecadet	noun	een zeeofficier in opleiding bij de marine
zeecadetje	=	zeecadet
zeecadetjes	=	zeecadet
zeecadets	=	zeecadet
zeecadetten	=	zeecadet
zeecipres	noun	Sertularia cupressina een hydroïdpoliep uit de familie Sertulariidae.
zeecipresje	=	zeecipres
zeecipresjes	=	zeecipres
zeecipressen	=	zeecipres
zeecontainer	noun	een container gebruikt of bedoeld voor het vervoer van goederen over zee
zeecontainers	=	zeecontainer
zeecontainertje	=	zeecontainer
zeecontainertjes	=	zeecontainer
zeecypres	=	zeecipres
zeedag	noun	al dan niet aaneengesloten tijdvak van in totaal 24 uur, waarin een vissersvaartuig niet in een Nederlandse haven ligt
zeedagen	=	zeedag
zeedagenregeling	noun	een wettelijk regeling voor vissersschepen die het aantal dagen dat men op zee mag zijn beperkt
zeedagenregelingen	=	zeedagenregeling
zeedahlia	noun	Urticina felina een zeeanemonensoort uit de familie Actiniidae.
zeedahlia's	=	zeedahlia
zeedahliaatje	=	zeedahlia
zeedahliaatjes	=	zeedahlia
zeedakpanmos	noun	Kurokawia runcinata een korstmos behorend tot de familie Physciaceae.
zeedakpanmosje	=	zeedakpanmos
zeedakpanmosjes	=	zeedakpanmos
zeedakpanmossen	=	zeedakpanmos
zeedambordje	noun	Circinaria leprosescens een korstmos uit de familie Megasporaceae.
zeedambordjes	=	zeedambordje
zeedamp	noun	van zee opstijgende mist
zeedampen	=	zeedamp
zeedelta	noun	een gebied waar een grote rivier in zee uitmondt door zich te vertakken in armen
zeedelta's	=	zeedelta
zeeden	noun	bepaald soort naaldboom, Pinus pinaster uit de dennenfamilie (Pinaceae), die afkomstig is uit het Middellandse Zeegebied
zeedenmycena	noun	Mycena seynesii een schimmel behorend tot de familie Mycenaceae.
zeedenmycena's	=	zeedenmycena
zeedenmycenaatje	=	zeedenmycena
zeedenmycenaatjes	=	zeedenmycena
zeedennen	=	zeeden
zeedennetje	noun	alleen verkleinwoord soort hydroïdpoliep Abietinaria abietina die voorkomt in zeeën op het Noordelijk Halfrond
zeedennetjes	=	zeeden
zeedienst	noun	dienst aan boord van de vloot
zeediensten	=	zeedienst
zeediepte	noun	de afstand van een punt op de zeebodem tot het oppervlak
zeediepten	=	zeediepte
zeedieptes	=	zeediepte
zeedier	noun	een dier dat zijn leven geheel of voor het merendeel in zee doorbrengt
zeedieren	=	zeedier
zeediertje	=	zeedier
zeediertjes	=	zeedier
zeedijk	noun	opgeworpen bescherming tegen de zee, langs de kust of langs de monding van een rivier
zeedijken	=	zeedijk
zeedijkje	=	zeedijk
zeedistel	noun	benaming voor verschillende soorten planten
zeedistels	=	zeedistel
zeedisteltje	=	zeedistel
zeedisteltjes	=	zeedistel
zeedonderpad	noun	een vis uit de familie van de donderpadden
zeedonderpadden	=	zeedonderpad
zeedonderpadje	=	zeedonderpad
zeedonderpadjes	=	zeedonderpad
zeedorp	noun	een nederzetting die aan zee ligt
zeedorpen	=	zeedorp
zeedorpje	=	zeedorp
zeedorpjes	=	zeedorp
zeedraken	noun	een familie Pegasidae van straalvinnige vissen uit de orde van stekelbaarsachtigen (Gasterosteiformes)
zeedrift	noun	wat op de zee aangedreven komt
zeedriften	=	zeedrift
zeedrone	noun	drone die zelfstandig, mogelijk op afstand bestuurd, op zee opereert
zeedrones	=	zeedrone
zeedronetje	=	zeedrone
zeedronetjes	=	zeedrone
zeedruif	noun	Pleurobrachia pileus een ribkwal die vooral in noordelijke oceanen en zeeën voorkomt.
zeedruifje	=	zeedruif
zeedruifjes	=	zeedruif
zeedruiven	=	zeedruif
zeeduiker	noun	benaming voor vogels behorend tot de familie Gaviidae, watervogels van het open water van het hoge noorden
zeeduikers	=	zeeduiker
zeeduikertje	=	zeeduiker
zeeduikertjes	=	zeeduiker
zeeduinchampignon	noun	Agaricus devoniensis een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae.
zeeduinchampignonnetje	=	zeeduinchampignon
zeeduinchampignonnetjes	=	zeeduinchampignon
zeeduinchampignons	=	zeeduinchampignon
zeeduivel	noun	bepaald soort grote zeevis, Lophius piscatorius uit de familie der Lophiidae, die er door een grote kop met priemvormige aanhangsels griezelig uitziet
zeeduivels	noun	een familie Lophiidae van vissen uit de orde van de vinarmigen (Lophiiformes).
zeeduiveltje	=	zeeduivel
zeeduizendpoot	noun	Alitta virens een borstelworm uit de familie Nereididae.
zeeduizendpootje	=	zeeduizendpoot
zeeduizendpootjes	=	zeeduizendpoot
zeeduizendpoten	noun	een familie Nereididae van borstelwormen (Polychaeta) uit de orde van de Phyllodocida
zeef	noun	een werktuig met veel gaatjes voor het scheiden van een vloeistof of fijn poeder van de zich de daarin bevindende grotere vaste delen
zeefauna	noun	het dierlijk leven in de zee
zeefauna's	=	zeefauna
zeefbeen	noun	een van de beenderen van de schedel dat van zeer veel openingen voorzien is
zeefbeenderen	=	zeefbeen
zeefbeentje	=	zeefbeen
zeefbeentjes	=	zeefbeen
zeefde	=	zeven
zeefden	=	zeven
zeefdoek	noun	en een vrij los weefsel dat water goed doorlaat en gebruikt kan worden als zeef
zeefdoeken	=	zeefdoek
zeefdoekje	=	zeefdoek
zeefdoekjes	=	zeefdoek
zeefdruk	noun	een bepaalde techniek voor het vervaardigen van afbeeldingen waarbij inkt door een zeef geperst wordt
zeefdrukje	=	zeefdruk
zeefdrukjes	=	zeefdruk
zeefdrukke	=	zeefdrukken
zeefdrukken	verb	in zeefdruk (d.w.z. met behulp van een op zijde of gaas aangebrachte sjabloon) drukken op papier, metaal, weefsel, steen etc.
zeefdrukkend	=	zeefdrukken
zeefdrukkende	=	zeefdrukken
zeefdrukker	noun	iemand die de techniek van het zeefdrukken beoefent
zeefdrukkers	=	zeefdrukker
zeefdrukkertje	=	zeefdrukker
zeefdrukkertjes	=	zeefdrukker
zeefdruksjablonen	=	zeefdruksjabloon
zeefdruksjabloon	noun	sjabloon dat wordt gebruikt bij het zeefdrukken
zeefdrukt	=	zeefdrukken
zeefdrukte	=	zeefdrukken
zeefdrukten	=	zeefdrukken
zeefje	=	zeef
zeefjes	=	zeef
zeefkromme	noun	kromme die de zeefrest van een droge stof met verschillende zeven aangeeft uitgevoerd met de zeefproef
zeefkrommen	=	zeefkromme
zeefkrommetje	=	zeefkromme
zeefkrommetjes	=	zeefkromme
zeeforel	noun	vorm van de forel, Salmo trutta (var. trutta), die vanuit de zee de rivieren optrekt om te paaien
zeeforellen	=	zeeforel
zeeforelletje	=	zeeforel
zeeforelletjes	=	zeeforel
zeefplaat	noun	structuur op het achterlijf van een aantal spinnen die deze in staat stelt zeer fijne draadjes te produceren
zeefplaatje	=	zeefplaat
zeefplaatjes	=	zeefplaat
zeefplaten	=	zeefplaat
zeefproef	noun	proef om de korrelverdeling van mineralen te bepalen waarvan het resultaat wordt weergegeven in de zeefkromme
zeefproefje	=	zeefproef
zeefproefjes	=	zeefproef
zeefproeven	=	zeefproef
zeeft	=	zeven
zeefvormig	adj	vorm van een zeef hebbend
zeefvormige	=	zeefvormig
zeefvormiger	=	zeefvormig
zeefvormigere	=	zeefvormig
zeefvormigers	=	zeefvormig
zeefvormigs	=	zeefvormig
zeefvormigst	=	zeefvormig
zeefvormigste	=	zeefvormig
zeefzand	noun	zand afkomstig uit bouw- en sloopafval, dat wordt hergebruikt
zeeg	noun	bolling van een oppervlak of lijn	adj	aan mensen en de omstandigheden van de jacht gewend zijn van een vogel
zeegaand	adj	zich in volle zee begeven
zeegaande	=	zeegaand
zeegaands	=	zeegaand
zeegaatje	=	zeegat
zeegang	noun	de deining van de zee
zeegangen	=	zeegang
zeegat	noun	uiteinde van een rivier of zeearm dat toegang biedt tot de open zee
zeegaten	=	zeegat
zeegebied	noun	deel van een zee
zeegebieden	=	zeegebied
zeegerst	noun	Hordeum marinum een eenjarige plant, die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
zeegevecht	noun	een zeeslag
zeegevechten	=	zeegevecht
zeegevechtje	=	zeegevecht
zeegevechtjes	=	zeegevecht
zeegezicht	noun	zicht op de zee
zeegezichten	=	zeegezicht
zeegezichtje	=	zeegezicht
zeegezichtjes	=	zeegezicht
zeegod	noun	een godheid die woont in zee en erover heerst
zeegoden	=	zeegod
zeegodin	noun	vrouwelijke godheid die woont en heerst over de zee, ofwel de vrouw van een zeegod
zeegodinnen	=	zeegodin
zeegodje	=	zeegod
zeegolf	noun	een periodieke verstoring van het wateroppervlak van de zee
zeegolfje	=	zeegolf
zeegolfjes	=	zeegolf
zeegolven	=	zeegolf
zeegras	noun	benaming voor planten aangepast aan het leven in zout water uit het geslacht Zostera
zeegrasfamilie	noun	een familie Zosteraceae van ondergedoken zeewaterplanten.
zeegrasfamilies	=	zeegrasfamilie
zeegrasfamilietje	=	zeegrasfamilie
zeegrasfamilietjes	=	zeegrasfamilie
zeegrasje	=	zeegras
zeegrassen	=	zeegras
zeegrasveld	noun	een ondiep stuk zeebodem bedekt met zeegras
zeegrasvelden	=	zeegrasveld
zeegrasveldje	=	zeegrasveld
zeegrasveldjes	=	zeegrasveld
zeegrasvijlvis	noun	een straalvinnige vissensoort Acreichthys tomentosus uit de familie van de vijlvissen (Monacanthidae).
zeegrasvijlvisje	=	zeegrasvijlvis
zeegrasvijlvisjes	=	zeegrasvijlvis
zeegrasvijlvissen	=	zeegrasvijlvis
zeegrens	noun	de afbakening ter zee van het souvereiniteitsgebied van twee aangrenzende staten
zeegrensje	=	zeegrens
zeegrensjes	=	zeegrens
zeegrenzen	=	zeegrens
zeegrind	noun	een vorm van grind, veelal van glaciale oorsprong, dat uit zee gebaggerd wordt
zeegroen	noun	blauwachtig groen, kleur van de zee	adj	de kleur zeegroen hebbend
zeegroene	=	zeegroen
zeegroenen	=	zeegroen
zeegroener	=	zeegroen
zeegroenere	=	zeegroen
zeegroeners	=	zeegroen
zeegroens	=	zeegroen
zeegroenst	=	zeegroen
zeegroenste	=	zeegroen
zeegrondels	noun	een familie Odontobutidae van straalvinnige vissen uit de orde van de baarsachtigen (Perciformes)
zeegst	=	zeeg
zeegste	=	zeeg
zeegt	=	zijgen
zeehaan	noun	bepaalde consumptievis Chelidonichthys lucerna
zeehaantje	=	zeehaan
zeehaantjes	=	zeehaan
zeehandel	noun	economische uitwisseling via scheepvaart overzee
zeehanen	=	zeehaan
zeehaven	noun	haven die in verbinding staat met de zee
zeehavens	=	zeehaven
zeehaventje	=	zeehaven
zeehaventjes	=	zeehaven
zeehazen	noun	clade Aplysiomorpha van weekdieren die behoren tot de slakken (Gastropoda)
zeeheld	noun	een van de gezagvoerders ter zee in de Gouden Eeuw van de Republiek
zeehelden	=	zeeheld
zeeheldin	=	zeeheld
zeeheldje	=	zeeheld
zeeheldjes	=	zeeheld
zeehond	noun	benaming voor zeezoogdieren uit de familie Phocidae
zeehonden	noun	familie van zeezoogdieren Phocidae
zeehondenbaby	noun	een jong zeehondje
zeehondenbaby's	=	zeehondenbaby
zeehondenbaby'tje	=	zeehondenbaby
zeehondenbaby'tjes	=	zeehondenbaby
zeehondenbont	noun	de pels van de zeehond
zeehondencentra	=	zeehondencentrum
zeehondencentrum	noun	een centrum gewijd aan de zeehonden waar zeehonden worden opgevangen, informatie wordt verzameld en/of het publiek wordt voorgelicht.
zeehondencentrumpje	=	zeehondencentrum
zeehondencentrumpjes	=	zeehondencentrum
zeehondencentrums	=	zeehondencentrum
zeehondencrèche	noun	plaats waar huilers worden opgenomen en verzorgd tot ze zelfstandig kunnen leven
zeehondencrècheje	=	zeehondencrèche
zeehondencrèchejes	=	zeehondencrèche
zeehondencrèches	=	zeehondencrèche
zeehondeneiland	noun	een eiland waar regelmatig zeehonden op het strand liggen
zeehondeneilanden	=	zeehondeneiland
zeehondeneilandje	=	zeehondeneiland
zeehondeneilandjes	=	zeehondeneiland
zeehondenjacht	noun	de jacht op jonge zeehondjes voor hun pels
zeehondenjachten	=	zeehondenjacht
zeehondenjager	noun	jager op zeehonden
zeehondenjagers	=	zeehondenjager
zeehondenmoord	noun	het doden van jonge zeehondjes voor hun pels
zeehondenogen	=	zeehondenoog
zeehondenoog	noun	het gezichtsorgaan van een bepaald soort zeezoogdier Phocidae
zeehondenoogje	=	zeehondenoog
zeehondenoogjes	=	zeehondenoog
zeehondenopvangcentra	=	zeehondenopvangcentrum
zeehondenopvangcentrum	noun	instelling die zich bezig houdt met het weer gezond genoeg maken van zieke of gewonde zeehonden om ze weer in de vrije wildbaan te kunnen brengen
zeehondenopvangcentrumpje	=	zeehondenopvangcentrum
zeehondenopvangcentrumpjes	=	zeehondenopvangcentrum
zeehondenopvangcentrums	=	zeehondenopvangcentrum
zeehondenpoep	noun	ontlasting van een zeehond
zeehondenpopulatie	noun	de gehele bevolking aan zeehonden in een bepaald gebied
zeehondenpopulaties	=	zeehondenpopulatie
zeehondenpopulatietje	=	zeehondenpopulatie
zeehondenpopulatietjes	=	zeehondenpopulatie
zeehondenstand	noun	de grootte van de populatie aan zeehonden in een bepaald gebied
zeehondenstanden	=	zeehondenstand
zeehondensterfte	noun	het (hoge) aantal doodgegane zeehonden in een bepaald tijdsbestek
zeehondensterften	=	zeehondensterfte
zeehondensterftes	=	zeehondensterfte
zeehondenvirus	noun	ziekteverwekker die met name zeehonden treft, Phocine morbillivirus
zeehondenvirussen	=	zeehondenvirus
zeehondje	=	zeehond
zeehondjes	=	zeehond
zeehondsalamander	noun	Desmognathus monticola een amfibie die behoort tot de salamanders en de familie longloze salamanders.
zeehondsalamanders	=	zeehondsalamander
zeehondsalamandertje	=	zeehondsalamander
zeehondsalamandertjes	=	zeehondsalamander
zeehoofd	noun	pier of dijk die in zee uitsteekt
zeehoofden	=	zeehoofd
zeek	noun	vloeibare ontlasting
zeekaart	noun	een geografische kaart waarmee men zijn positie op zee kan bepalen
zeekaarten	=	zeekaart
zeekaartje	=	zeekaart
zeekaartjes	=	zeekaart
zeekabel	noun	een over de zeebodem gelegde kabel ter voorziening van overzeese communicatie
zeekabels	=	zeekabel
zeekabeltje	=	zeekabel
zeekabeltjes	=	zeekabel
zeekanaal	noun	een kanaal dat aan minstens één zijde op zee uitkomt
zeekanaaltje	=	zeekanaal
zeekanaaltjes	=	zeekanaal
zeekanalen	=	zeekanaal
zeekant	noun	de zijde die naar de zee gericht is
zeekanten	=	zeekant
zeekantwerk	noun	Conopeum reticulum een mosdiertjessoort uit de familie van de Electridae.
zeekantwerken	=	zeekantwerk
zeekantwerkje	=	zeekantwerk
zeekantwerkjes	=	zeekantwerk
zeekapitein	noun	iemand die bevel voert over een zeevarend schip
zeekapiteinen	=	zeekapitein
zeekapiteins	=	zeekapitein
zeekapiteintje	=	zeekapitein
zeekapiteintjes	=	zeekapitein
zeekarper	noun	Spondyliosoma cantharus een vis uit de familie Sparidae (Zeebrasems) en de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
zeekarpers	=	zeekarper
zeekarpertje	=	zeekarper
zeekarpertjes	=	zeekarper
zeekasteel	noun	een onwaarschijnlijk groot schip
zeekasteeltje	=	zeekasteel
zeekasteeltjes	=	zeekasteel
zeekastelen	=	zeekasteel
zeekat	noun	benaming voor tienarmige inktvissen uit de orde Sepiida
zeekatje	=	zeekat
zeekatjes	=	zeekat
zeekatten	noun	Sepiida een orde van weekdieren die behoort tot de inktvissen.
zeekatvis	noun	Bagre marinus een straalvinnige vis uit de familie van zeemeervallen (Ariidae), orde meervalachtigen (Siluriformes)
zeekatvisje	=	zeekatvis
zeekatvisjes	=	zeekatvis
zeekatvissen	=	zeekatvis
zeeklas	noun	een schoolklas tijdens het verblijf van een groep schoolkinderen aan zee
zeeklasje	=	zeeklas
zeeklasjes	=	zeeklas
zeeklassen	=	zeeklas
zeeklei	noun	klei die is afgezet door de zee
zeekleien	=	zeeklei
zeekleigebied	noun	een streek waarvan de bodem voornamelijk uit zeeklei bestaat
zeekleigebieden	=	zeekleigebied
zeekleigebiedje	=	zeekleigebied
zeekleigebiedjes	=	zeekleigebied
zeekleilandschap	noun	landschap dat gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van zeeklei aan het oppervlak
zeekleilandschapje	=	zeekleilandschap
zeekleilandschapjes	=	zeekleilandschap
zeekleilandschappen	=	zeekleilandschap
zeekleipissebedje	noun	Trichoniscoides sarsi een pissebed uit de familie Trichoniscidae.
zeekleipissebedjes	=	zeekleipissebedje
zeeklimaat	noun	klimaat dat veel invloed van een meestal nabijgelegen zee of oceaan ondergaat, onder meer gekenmerkt door koele zomers en zachte winters
zeeklimaten	=	zeeklimaat
zeeklit	noun	Echinocardium cordatum een zee-egel die ingegraven in het zand leeft
zeeklitje	=	zeeklit
zeeklitjes	=	zeeklit
zeeklitten	=	zeeklit
zeeknikmos	noun	Bryum salinum een bladmos behorend tot de familie Bryaceae.
zeeknikmosje	=	zeeknikmos
zeeknikmosjes	=	zeeknikmos
zeeknikmossen	=	zeeknikmos
zeekoe	noun	plantenetend zoogdier uit de orde Sirenia dat zowel in zoet- als zoutwater leeft
zeekoeien	noun	een orde Sirenia van aan de olifanten verwante zeedieren met een gespleten bovenlip en behaarde, gerimpelde kop en relatief kale huid.
zeekoet	noun	zwart-witte zeevogel, Uria aalge, uit de familie van de Alcidae
zeekoeten	=	zeekoet
zeekoetje	=	zeekoe
zeekoetjes	=	zeekoe
zeekolen	=	zeekool
zeekomkommer	noun	benaming voor op de op komkommers lijkende zeedieren uit de klasse Holothuroidea
zeekomkommers	noun	een klasse Holothuroidea van ongewervelde dieren die behoren tot de stekelhuidigen.
zeekomkommerschelpje	noun	Devonia perrieri een tweekleppigensoort uit de familie van de Montacutidae.
zeekomkommerschelpjes	=	zeekomkommerschelpje
zeekomkommertje	=	zeekomkommer
zeekomkommertjes	=	zeekomkommer
zeekomma's	noun	Cumacea een orde van kleine, in zee levende kreeftachtigen.
zeekompas	noun	stevig kompas, gebruikt bij de zeescheepvaart met een schokvrije ophanging
zeekompasje	=	zeekompas
zeekompasjes	=	zeekompas
zeekompassen	=	zeekompas
zeekool	noun	bepaald soort op de kusten van centraal Europa voorkomende plant, Crambe maritima, verwant aan de koolfamilie, gekweekt als groente
zeekooltje	=	zeekool
zeekooltjes	=	zeekool
zeekoraal	=	zeekraal
zeekotter	noun	een zeewaardige kotter
zeekotters	=	zeekotter
zeekraal	noun	benaming voor planten uit het geslacht Salicornia, die op de kwelders groeien
zeekraalkokermot	noun	Coleophora salicorniae een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
zeekraalkokermotje	=	zeekraalkokermot
zeekraalkokermotjes	=	zeekraalkokermot
zeekraalkokermotten	=	zeekraalkokermot
zeekraalroest	noun	Uromyces salicorniae een schimmel behorend tot de familie Pucciniaceae.
zeekraalroesten	=	zeekraalroest
zeekraalroestje	=	zeekraalroest
zeekraalroestjes	=	zeekraalroest
zeekraalzandvleugeltje	noun	Scrobipalpa salinella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zeekraalzandvleugeltjes	=	zeekraalzandvleugeltje
zeekrab	noun	Cancer pagurus; kreeftachtige, leeft in zee en kustgebieden, noordzeekrab
zeekrabben	=	zeekrab
zeekrabbetje	=	zeekrab
zeekrabbetjes	=	zeekrab
zeekralen	=	zeekraal
zeekreeft	noun	in zee levende kreeft Nephropidae
zeekreeften	noun	een familie Nephropidae van kreeftachtigen, die behoort tot de stam van geleedpotigen (Arthropoda).
zeekreeftje	=	zeekreeft
zeekreeftjes	=	zeekreeft
zeekrokodil	noun	Crocodylus porosus een krokodilachtige uit de familie echte krokodillen (Crocodylidae) en de onderfamilie Crocodylinae
zeekrokodillen	noun	een familie Metriorhynchidae van uitgestorven gespecialiseerde, aquatische metriorhynchoïde krokodilachtigen uit het Midden-Jura tot het Vroeg-Krijt (Bajocien tot Vroeg-Aptien) die leefden in het huidige Europa en Noord- en Zuid-Amerika
zeekrokodilletje	=	zeekrokodil
zeekrokodilletjes	=	zeekrokodil
zeekrul	noun	Hydrallmania falcata een hydroïdpoliep uit de familie Sertulariidae.
zeekrullen	=	zeekrul
zeekrulletje	=	zeekrul
zeekrulletjes	=	zeekrul
zeekt	=	zeiken
zeekunde	noun	een aardkunde die gericht is op de bestudering de hydrosfeer zoals de meteorologie de atmosfeer.
zeekust	noun	de begrenzing van land door de zee
zeekusten	=	zeekust
zeekustje	=	zeekust
zeekustjes	=	zeekust
zeekwal	noun	neteldier in de vorm waarin het vrij in het water zwemt, met een geleiachtig lichaam in de vorm van een klok of paraplu
zeekwallen	=	zeekwal
zeekwalletje	=	zeekwal
zeekwalletjes	=	zeekwal
zeel	noun	sterke brede band waarmee men iets voorttrekt of vastbindt.
zeelandschap	noun	een landschap dat veroorzaakt wordt door de zee
zeelandschapje	=	zeelandschap
zeelandschapjes	=	zeelandschap
zeelandschappen	=	zeelandschap
zeelathyrus	noun	Lathyrus japonicus een vaste plant, die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).
zeelathyrusje	=	zeelathyrus
zeelathyrusjes	=	zeelathyrus
zeelathyrussen	=	zeelathyrus
zeeldraaier	noun|obsolete	iemand die zelen vervaardigt
zeeldraaiers	=	zeeldraaier
zeeldraaiertje	=	zeeldraaier
zeeldraaiertjes	=	zeeldraaier
zeeleeuw	noun	grote oorrob, benaming voor dieren uit de onderfamilie Otariinae
zeeleeuwen	noun	groep van zeeroofdieren (meestal beschouwd als onderfamilie Otariinae) uit de familie der oorrobben Otariidae
zeeleeuwtje	=	zeeleeuw
zeeleeuwtjes	=	zeeleeuw
zeeleguaan	noun	Amblyrhynchus cristatus een hagedis uit de familie leguanen (Iguanidae)
zeeleguaantje	=	zeeleguaan
zeeleguaantjes	=	zeeleguaan
zeeleguanen	=	zeeleguaan
zeelelie	noun	benaming voor de sessiele zeedieren uit de klasse Crinoidea die op aanzienlijke diepte in de oceaan leven
zeelelies	noun	een klasse Crinoidea van stekelhuidigen die in zee leven.
zeelelietje	=	zeelelie
zeelelietjes	=	zeelelie
zeelepelachtigen	noun	een onderstam Homalozoa van uitgestorven stekelhuidigen.
zeeleven	noun	de levensgemeenschap in zee en oceaan
zeelieden	noun	een groep van personen die voor hun beroep de zee bevaren
zeeloods	noun	loods die schepen van en naar de open zee loodst
zeeloodsen	=	zeeloods
zeeloodsje	=	zeeloods
zeeloodsjes	=	zeeloods
zeelt	noun	bepaald soort karperachtiɡe zoetwatervis, Tinca tinca
zeelten	=	zeelt
zeeltje	=	zeel
zeeltjes	=	zeel
zeelucht	noun	lucht aan of op zee
zeeluchten	=	zeelucht
zeelui	noun	personen die voor hun beroep de zee bevaren
zeeluipaard	noun	bepaald soort zoogdier, Hydrurga leptonyx, gezien als het meest roofachtige dier in Antarctica; behoort tot de familie zeehonden (Phocidae)
zeeluipaarden	=	zeeluipaard
zeeluipaardje	=	zeeluipaard
zeeluipaardjes	=	zeeluipaard
zeem	noun	en een stuk zeemleer waarmee men een glazen ruit droog kan wrijven.
zeemacht	noun	krijgsmacht ter zee
zeemachtbases	=	zeemachtbasis
zeemachtbasis	noun	een haven die gereserveerd is voor militair gebruik
zeemachtbasisje	=	zeemachtbasis
zeemachtbasisjes	=	zeemachtbasis
zeemachtbasissen	=	zeemachtbasis
zeemachten	=	zeemacht
zeemachtje	=	zeemacht
zeemadeliefjes	noun	een infraklasse Concentricycloidea van stekelhuidigen die behoren tot de klasse van de zeesterren (Asteroidea).
zeeman	noun	iemand die voor zijn beroep de zee bevaart
zeemaneffect	noun	het verschuiven van de energie van absorptiepieken onder de invloed van een sterk magnetisch veld
zeemaneffecten	=	zeemaneffect
zeemaneffectje	=	zeemaneffect
zeemaneffectjes	=	zeemaneffect
zeemannen	=	zeeman
zeemannetje	=	zeeman
zeemannetjes	=	zeeman
zeemanschap	noun	vaardigheid in het bedienen, onderhouden en het besturen van een schip
zeemansgids	noun	een boekwerk dat de zaken beschrijft die nodig zijn voor een veilige navigatie van een bepaald gebied als aanvulling op de zeekaart en andere nautische publicaties.
zeemansgidsen	=	zeemansgids
zeemansgidsje	=	zeemansgids
zeemansgidsjes	=	zeemansgids
zeemansgraf	noun	begrafenis waarbij het lichaam van de overledene aan de zee wordt toevertrouwd, graf in de golven
zeemansgrafje	=	zeemansgraf
zeemansgraven	=	zeemansgraf
zeemansgravven	=	zeemansgraf
zeemanshuis	noun	onthaaltehuis voor zeelieden aan de wal
zeemanshuisje	=	zeemanshuis
zeemanshuisjes	=	zeemanshuis
zeemanshuizen	=	zeemanshuis
zeemansknoop	noun	een door zeelieden gebruikte knoop om een touw vast te maken
zeemansknoopje	=	zeemansknoop
zeemansknoopjes	=	zeemansknoop
zeemansknopen	=	zeemansknoop
zeemanskunst	noun	kunst die het leven als zeeman als onderwerp heeft
zeemanskunsten	=	zeemanskunst
zeemansleven	noun	een leven zoals zeelieden dat plegen te leiden
zeemansleventje	=	zeemansleven
zeemanslied	noun	volksmuziek ontstaan onder zeelieden
zeemansliederen	=	zeemanslied
zeemansliedje	=	zeemanslied
zeemansliedjes	=	zeemanslied
zeemanstaal	noun	het taaleigen dat verbonden is aan het leven op zee
zeemanstaaltje	=	zeemanstaal
zeemanstaaltjes	=	zeemanstaal
zeemanstalen	=	zeemanstaal
zeemde	=	zemen
zeemden	=	zemen
zeemeerman	noun	wezen uit de zee, half man en half vis.
zeemeermannen	=	zeemeerman
zeemeermannetje	=	zeemeerman
zeemeermannetjes	=	zeemeerman
zeemeermin	noun	wezen uit de zee, met het bovenlichaam van een meisje of jonge vrouw en het onderlichaam van een vis
zeemeerminnen	=	zeemeermin
zeemeerminnetje	=	zeemeermin
zeemeerminnetjes	=	zeemeermin
zeemeervallen	noun	een familie Ariidae van vissen uit de orde van de meervalachtigen (Siluriformes).
zeemeeuw	noun	benaming voor zeevogels uit de familie meeuwen, Laridae, die vooral op zee en langs de kust te vinden zijn
zeemeeuwen	=	zeemeeuw
zeemeeuwtje	=	zeemeeuw
zeemeeuwtjes	=	zeemeeuw
zeemijl	noun	afstandsmaat, in gebruik op zee, 1852 meter
zeemijlen	=	zeemijl
zeemijltje	=	zeemijl
zeemijltjes	=	zeemijl
zeemijn	noun	in zee geplaatste onder water drijvende bom, bedoeld om vijandelijke vaartuigen te vernietigen
zeemijnen	=	zeemijn
zeemijntje	=	zeemijn
zeemijntjes	=	zeemijn
zeemilieu	noun	de levensgemeenschappen en hun omgeving in de open zee
zeemilieus	=	zeemilieu
zeemink	noun	bepaald soort zoogdier, Neovison macrodon uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae) De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Prentis in 1903.
zeeminkje	=	zeemink
zeeminkjes	=	zeemink
zeeminks	=	zeemink
zeemist	noun	plotseling van zee opkomende mist die ontstaat bij een groot verschil in temperatuur tussen het zeewater en de lucht
zeemisten	=	zeemist
zeemlap	noun	een zachte lap van zeemleer gemaakt of imitatie, dat wordt gebruikt om gladde voorwerpen schoon te maken of droog te maken.
zeemlapje	=	zeemlap
zeemlapjes	=	zeemlap
zeemlappen	=	zeemlap
zeemleder	noun	een fijn soort zacht leer oorspronkelijk vervaardigd van gemzenhuid, later van een bepaald deel van de huid van een schaap of lam
zeemleer	noun	een fijn soort zacht leer oorspronkelijk vervaardigd van gemzenhuid, later van een bepaald deel van de huid van een schaap of lam
zeemleren	adj	van zeemleer vervaardigd
zeemogendheden	=	zeemogendheid
zeemogendheid	noun	een mogendheid met een oorlogsvloot, zeemacht
zeemolen	noun	zeewaardige baggermolen
zeemolens	=	zeemolen
zeemolentje	=	zeemolen
zeemolentjes	=	zeemolen
zeemonding	noun	is de plaats waar een rivier of ander waterlichaam uitmondt in de zee
zeemondingen	=	zeemonding
zeemondinkje	=	zeemonding
zeemondinkjes	=	zeemonding
zeemonster	noun	gedrocht dat in de zee zou leven
zeemonsters	=	zeemonster
zeemonstertje	=	zeemonster
zeemonstertjes	=	zeemonster
zeemos	noun	holtedieren die boomachtig vertakte kolonies op de zeebodem vormen, Sertularia argentea
zeemossen	=	zeemos
zeempje	=	zeem
zeempjes	=	zeem
zeemsleder	=	zeemleer
zeemsleer	=	zeemleer
zeemstuitzanger	noun	Myiothlypis fulvicauda een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
zeemstuitzangers	=	zeemstuitzanger
zeemstuitzangertje	=	zeemstuitzanger
zeemstuitzangertjes	=	zeemstuitzanger
zeemt	=	zemen
zeemtouwerij	noun	een bedrijf waar uit huiden zeemleer bereid wordt
zeemtouwerijen	=	zeemtouwerij
zeemtouwerijtje	=	zeemtouwerij
zeemtouwerijtjes	=	zeemtouwerij
zeemuis	noun	Aphrodita aculeata een in zee levende worm uit de klasse van de borstelwormen (Polychaeta)
zeemuisje	=	zeemuis
zeemuisjes	=	zeemuis
zeemuizen	=	zeemuis
zeemvel	noun	een zachte lap van zeemleer gemaakt die wordt gebruikt om gladde voorwerpen schoon te maken of droog te maken.
zeemvellen	=	zeemvel
zeemvelletje	=	zeemvel
zeemvelletjes	=	zeemvel
zeemzoet	adj	overdreven zoet, overdreven lief
zeemzoete	=	zeemzoet
zeemzoeter	=	zeemzoet
zeemzoetere	=	zeemzoet
zeemzoeters	=	zeemzoet
zeemzoets	=	zeemzoet
zeemzoetst	=	zeemzoet
zeemzoetste	=	zeemzoet
zeen	noun	stofnaam voor stevig maar buigzaam weefsel aangehecht aan een spier die de kracht ervan overbrengt op het skelet
zeenaaktslak	noun	benaming voor zeeslakken uit de orde Nudibranchia
zeenaaktslakje	=	zeenaaktslak
zeenaaktslakjes	=	zeenaaktslak
zeenaaktslakken	noun	Nudibranchia een orde van vlinders uit de superorde Nudipleura
zeenaaldachtigen	noun	een orde Syngnathiformes van straalvinnige vissen.
zeenat	noun|poetic	het water van de zee
zeenatie	noun	een natie met een zeevloot
zeenaties	=	zeenatie
zeenatietje	=	zeenatie
zeenatietjes	=	zeenatie
zeenetel	noun	Cnidaria holtedier dat bij aanraking een brandende of jeukende pijn op de huid veroorzaakt.
zeenetels	=	zeenetel
zeeneteltje	=	zeenetel
zeeneteltjes	=	zeenetel
zeenimf	noun	een waternimf die in zee woont, voorgesteld als een jong bevallig meisje
zeenimfen	=	zeenimf
zeenimfje	=	zeenimf
zeenimfjes	=	zeenimf
zeeniveau	noun	hoogte van de zeespiegel
zeeniveaus	=	zeeniveau
zeeniveautje	=	zeeniveau
zeeniveautjes	=	zeeniveau
zeentje	=	zeen
zeentjes	=	zeen
zeeoester	noun	een in zee levend tweekleppig plaatkiewig weekdier (Ostrea edulis)
zeeoesters	=	zeeoester
zeeoestertje	=	zeeoester
zeeoestertjes	=	zeeoester
zeeoever	noun	de waterkant/oever van een zee.
zeeoevers	=	zeeoever
zeeoevertje	=	zeeoever
zeeoevertjes	=	zeeoever
zeeofficier	noun	officier bij de zeevaardij
zeeofficieren	=	zeeofficier
zeeofficiers	=	zeeofficier
zeeofficiertje	=	zeeofficier
zeeofficiertjes	=	zeeofficier
zeeolifant	noun	rob uit het geslacht Mirounga, robben waarvan de mannetjes een neus hebben die op een slurf lijkt
zeeolifanten	noun	geslacht van zeer grote zeehonden Mirounga die behoren tot de grotere levende zeeroofdieren
zeeolifantje	=	zeeolifant
zeeolifantjes	=	zeeolifant
zeeoorlog	noun	een oorlog die wordt uitgevochten op zee
zeeoorlogen	=	zeeoorlog
zeeoorlogje	=	zeeoorlog
zeeoorlogjes	=	zeeoorlog
zeeoppervlak	noun	het scheidingsvlak tussen de wateren van de zee en de atmosfeer
zeeoppervlakken	=	zeeoppervlak
zeeoren	noun	Haliotidae een familie van slakken (Gastropoda).
zeeotter	noun	bepaald soort zoogdier, Enhydra lutris een marterachtig zeezoogdier dat voorkomt aan de Amerikaanse Westkust en rond de noor­de­lij­ke kus­ten van Azië; hoewel ze zich over land kunnen verplaatsen, leven zeeotters uitsluitend in zee Volwassen zeeotters wegen tussen de 14 en 45 kg en behoren daarmee tot de zwaarste marterachtigen.
zeeotters	=	zeeotter
zeeottertje	=	zeeotter
zeeottertjes	=	zeeotter
zeep	noun	substantie met een desinfecterende werking, gebruikt als schoonmaakmiddel of voor de persoonlijke hygiëne
zeepaard	noun	paard van de zeegod Neptunus
zeepaarden	=	zeepaard
zeepaardje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor zeevisjes waarvan de kop op een paardenkop lijkt en die rechtopstaand zwemmen, uit het geslacht Hippocampus
zeepaardjes	noun	een geslacht Hippocampus van vissen uit de familie Syngnathidae van de orde zeenaaldachtigen (Syngnathiformes).
zeepachtig	adj	op zeep gelijkend
zeepachtige	=	zeepachtig
zeepachtiger	=	zeepachtig
zeepachtigere	=	zeepachtig
zeepachtigers	=	zeepachtig
zeepachtigs	=	zeepachtig
zeepachtigst	=	zeepachtig
zeepachtigste	=	zeepachtig
zeepaling	noun	in zee levende kongeraal, Conger conger
zeepalingen	noun	een familie Congridae van straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes).
zeepalinkje	=	zeepaling
zeepalinkjes	=	zeepaling
zeepbak	noun	bak om zeep in te bewaren
zeepbakje	noun	alleen verkleinwoord aan de bovenkant open doosje bij een wasgelegenheid, bestemd voor een stukje zeep
zeepbakjes	=	zeepbakje
zeepbakken	=	zeepbak
zeepbekken	noun	een bak om zeep te bevatten bij een barbier.
zeepbekkens	=	zeepbekken
zeepbekkentje	=	zeepbekken
zeepbekkentjes	=	zeepbekken
zeepbel	noun	bolvormig vlies van water en zeep dat een hoeveelheid gas (meestal lucht) omringt
zeepbeleconomie	noun	een economie gekenmerkt door afwisseling van sterke groei gevolgd door een snelle ineenstorting
zeepbeleconomietje	=	zeepbeleconomie
zeepbeleconomietjes	=	zeepbeleconomie
zeepbeleconomieën	=	zeepbeleconomie
zeepbellen	=	zeepbel
zeepbelletje	=	zeepbel
zeepbelletjes	=	zeepbel
zeepbereiding	noun	het vervaardigen van zeep
zeepbereidingen	=	zeepbereiding
zeepbomen	=	zeepboom
zeepboom	noun	bepaald soort boom, Koelreuteria paniculata die wel in tuinen gehouden wordt
zeepboomfamilie	noun	een wereldwijd voorkomende familie Sapindaceae van houtige planten: bomen en lianen.
zeepboomfamilies	=	zeepboomfamilie
zeepboomfamilietje	=	zeepboomfamilie
zeepboomfamilietjes	=	zeepboomfamilie
zeepboompje	=	zeepboom
zeepboompjes	=	zeepboom
zeepdispenser	noun	een apparaat of houder waarmee je op een schone en handige manier vloeibare zeep kunt doseren
zeepdispensers	=	zeepdispenser
zeepdispensertje	=	zeepdispenser
zeepdispensertjes	=	zeepdispenser
zeepdoos	noun	een kartonnen doos waarin zeeppoeder bewaard wordt
zeepdoosje	=	zeepdoos
zeepdoosjes	=	zeepdoos
zeepdozen	=	zeepdoos
zeepeil	noun	de (gemiddelde) hoogte van het wateroppervlak van een zee
zeepeilen	=	zeepeil
zeepen	noun	soort koraal Pennatula phosphorea die leeft in de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee
zeepennen	=	zeepen
zeepfabricage	noun	het maken van zeep in een fabriek
zeepfabriek	noun	een fabriek waar zeep vervaardigd wordt
zeepfabrieken	=	zeepfabriek
zeepfabriekje	=	zeepfabriek
zeepfabriekjes	=	zeepfabriek
zeephouder	noun	een object bedoeld om zeep te bevatten.
zeephouders	=	zeephouder
zeephoudertje	=	zeephouder
zeephoudertjes	=	zeephouder
zeepier	noun	Arenicola marina een worm die leeft in een graafgang op kleiig zandige wadbodems die bij eb droogvallen
zeepieren	=	zeepier
zeepijl	noun	benaming voor zeedieren uit het geslacht Sagitta in de stam pijlwormen (Chaetognatha)
zeepijlen	=	zeepijl
zeepijltje	=	zeepijl
zeepijltjes	=	zeepijl
zeepindustrie	noun	de industrie die zeep en verwante producten vervaardigd.
zeepindustrietje	=	zeepindustrie
zeepindustrietjes	=	zeepindustrie
zeepindustrieën	=	zeepindustrie
zeepje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort vlindertje, Caryocolum fischerella uit de familie tastermotten (Gelechiidae); de wetenschappelijke naam is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1833 door Treitschke
zeepjes	=	zeep
zeepkist	noun	een kist waarin zeep bewaard of vervoerd wordt
zeepkisten	=	zeepkist
zeepkistenrace	noun	een wedstrijd verreden in zelfgemaakte voortuigen
zeepkistenraces	=	zeepkistenrace
zeepkistje	=	zeepkist
zeepkistjes	=	zeepkist
zeepkruid	noun	Saponaria officinalis een overblijvende, tot 70 cm hoge plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
zeepkruidkokermot	noun	Coleophora saponariella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
zeepkruidkokermotje	=	zeepkruidkokermot
zeepkruidkokermotjes	=	zeepkruidkokermot
zeepkruidkokermotten	=	zeepkruidkokermot
zeepkruidmeeldraadbrand	noun	Microbotryum saponariae een paddenstoel uit de familie Microbotryaceae.
zeepkruidmeeldraadbrandje	=	zeepkruidmeeldraadbrand
zeepkruidmeeldraadbrandjes	=	zeepkruidmeeldraadbrand
zeepkruidmeeldraadbrands	=	zeepkruidmeeldraadbrand
zeeplaats	noun	een plaats aan zee gelegen.
zeeplaatsen	=	zeeplaats
zeeplaatsje	=	zeeplaats
zeeplaatsjes	=	zeeplaats
zeepluim	noun	Aglaophenia pluma een hydroïdpoliep uit de familie Aglaopheniidae.
zeepluimen	=	zeepluim
zeepluimpje	=	zeepluim
zeepluimpjes	=	zeepluim
zeepluis	noun	benaming voor vettige aanslag in wasmachine en wasgoed die kan optreden als langere tijd niet is gewassen bij temperaturen van 60° C of hoger.
zeepmerk	noun	een merk van zeepartikelen.
zeepmerken	=	zeepmerk
zeepmerkje	=	zeepmerk
zeepmerkjes	=	zeepmerk
zeepnotenbomen	=	zeepnotenboom
zeepnotenboom	noun	een geslacht Sapindus van bomen uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae).
zeepnotenboompje	=	zeepnotenboom
zeepnotenboompjes	=	zeepnotenboom
zeepok	noun	een dier behorende tot de orde Sessilia zoals de gewone zeepok Semibalanus balanoides dat zich als volwassen dieren vastzet op een vaste ondergrond of een ander dier
zeepokje	=	zeepok
zeepokjes	=	zeepok
zeepokken	noun	een orde Sessilia van kreeftachtigen.
zeepolder	noun	polder die ontstaat langs de kust, door bedijking van kwelders, als deze hoog genoeg zijn aangeslibd
zeepolders	=	zeepolder
zeepoldertje	=	zeepolder
zeepoldertjes	=	zeepolder
zeepost	noun	brieven en verzendingen over zee
zeepostelein	noun	Honckenya peploides een halofyte plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae).
zeeposten	=	zeepost
zeeposthorentje	noun	Skeneopsis planorbis een slakkensoort uit de familie van de Skeneopsidae.
zeeposthorentjes	=	zeeposthorentje
zeepostje	=	zeepost
zeepostjes	=	zeepost
zeeppoeder	noun	een detergens in fijnverdeelde vaste vorm
zeeppoeders	=	zeeppoeder
zeeppoedertje	=	zeeppoeder
zeeppoedertjes	=	zeeppoeder
zeeppoeier	noun	een detergens in fijnverdeelde vaste vorm
zeeppoeiers	=	zeeppoeier
zeeppoeiertje	=	zeeppoeier
zeeppoeiertjes	=	zeeppoeier
zeeppomp	noun	een apparaat dat voorziet in vloeibare zeep om je handen mee te wassen
zeeppompen	=	zeeppomp
zeeppompje	=	zeeppomp
zeeppompjes	=	zeeppomp
zeeprik	noun	bepaald soort langerekte parasitaire vis, Petromyzon marinus, die voorkomt in de Atlantische Oceaan
zeeprikje	=	zeeprik
zeeprikken	=	zeeprik
zeepschuim	noun	schuim dat ontstaat door het kloppen van water met zeep
zeepsop	noun	een schuimende oplossing van zeep in water
zeepsopje	=	zeepsop
zeepsopjes	=	zeepsop
zeepspetter	noun	druppel van een zeepoplossing die ergens tegenaan gespat is
zeepspetters	=	zeepspetter
zeepspettertje	=	zeepspetter
zeepspettertjes	=	zeepspetter
zeepsteen	noun	een gehydrateerd calcium-natrium-magnesium-ijzer-aluminium-silicaat met de chemische formule (Ca,Na)_(0,2)Mg₂Fe²⁺Si₃AlO₁₀(OH)₂·4(H₂O), een fylosilicaat dat binnen de kleimineralen tot de smectiet-groep behoort
zeepsteentje	=	zeepsteen
zeepstenen	=	zeepsteen
zeeptuimelaar	noun	een kogelvormig vaatje voor vloeibare zeep dat in een tuimelende houder is opgehangen
zeeptuimelaars	=	zeeptuimelaar
zeeptuimelaartje	=	zeeptuimelaar
zeeptuimelaartjes	=	zeeptuimelaar
zeepvlokken	noun	zeep in de vorm van losse schilfers
zeepvrij	adj	zonder zeep
zeepvrije	=	zeepvrij
zeepvrijer	=	zeepvrij
zeepvrijere	=	zeepvrij
zeepvrijers	=	zeepvrij
zeepvrijs	=	zeepvrij
zeepvrijst	=	zeepvrij
zeepvrijste	=	zeepvrij
zeepwater	noun	water waarin zeep is opgelost
zeepzieder	noun|obsolete	het beroep van iemand die uit vet of olie en loog zeep bereidt
zeepziederij	noun	een bedrijf waar uit oliën en loog zeep bereid wordt
zeepziederijen	=	zeepziederij
zeepzieders	=	zeepzieder
zeepziedertje	=	zeepzieder
zeepziedertjes	=	zeepzieder
zeepzwam	noun	het vruchtlichaam van een schimmel Tricholoma saponaceum die voorkomt in loof- en naaldbossen op zandgrond.
zeepzwammen	=	zeepzwam
zeepzwammetje	=	zeepzwam
zeepzwammetjes	=	zeepzwam
zeer	noun	pijn	adj	pijnlijk
zeeraaf	noun	Sciaena umbra een baarsachtige vis uit de familie ombervissen (Sciaenidae).
zeeraafje	=	zeeraaf
zeeraafjes	=	zeeraaf
zeeraket	noun	Cakile maritima een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
zeeraketje	=	zeeraket
zeeraketjes	=	zeeraket
zeeraketten	=	zeeraket
zeeramp	noun	zwaar ongeluk op zee, schipbreuk
zeerampen	=	zeeramp
zeerampje	=	zeeramp
zeerampjes	=	zeeramp
zeeraspknotsslak	noun	Cuthona nana een slakkensoort uit de familie van de Cuthonidae.
zeeraspknotsslakje	=	zeeraspknotsslak
zeeraspknotsslakjes	=	zeeraspknotsslak
zeeraspknotsslakken	=	zeeraspknotsslak
zeeraven	=	zeeraaf
zeerder	=	zeer
zeerdere	=	zeer
zeerders	=	zeer
zeerecht	noun	wettelijke bepaling met betrekking tot de zeevaart, zeerecht omvat een groot aantal verdragen die in de afgelopen eeuwen tot stand zijn gekomen
zeerechtelijk	adj	betrekking hebbend op het zeerecht
zeerechtelijke	=	zeerechtelijk
zeerechtelijker	=	zeerechtelijk
zeerechtelijkere	=	zeerechtelijk
zeerechtelijkers	=	zeerechtelijk
zeerechtelijks	=	zeerechtelijk
zeerechtelijkst	=	zeerechtelijk
zeerechtelijkste	=	zeerechtelijk
zeerechten	=	zeerecht
zeerechtje	=	zeerecht
zeerechtjes	=	zeerecht
zeereep	noun	de strook duinen die aan het strand grenst
zeereerwaard	adj	een aanspreekvorm die met name voor roomskatholieke geestelijken als dekens, rectoren en pastoren gebruikt wordt
zeereerwaarde	=	zeereerwaard
zeereerwaards	=	zeereerwaard
zeereis	noun	reis per schip over de zee
zeereisje	=	zeereis
zeereisjes	=	zeereis
zeereizen	=	zeereis
zeerepen	=	zeereep
zeereservaat	noun	wateren waarin visvangst en ander commercieel gebruik aan banden gelegd is om het leven erin te beschermen
zeereservaatje	=	zeereservaat
zeereservaatjes	=	zeereservaat
zeereservaten	=	zeereservaat
zeergeleerd	adj	deel van de titel van iemand met een doctorstitel.
zeergeleerde	=	zeergeleerd
zeergeleerds	=	zeergeleerd
zeerob	noun	ervaren zeeman
zeerobben	=	zeerob
zeerobbetje	=	zeerob
zeerobbetjes	=	zeerob
zeeroof	noun	geweldpleging gevolgd door roof tegen een schip op volle zee, dit zonder machtiging van een oorlogvoerende natie
zeeroofdier	noun	een roofdier dat in zee leeft
zeeroofdieren	noun	Pinnipedia vroeger een nu niet meer erkende orde, nu een informele groep binnen de roofdieren die de robben, walrussen en zeeleeuwen omvat
zeeroofdiertje	=	zeeroofdier
zeeroofdiertjes	=	zeeroofdier
zeeroofje	=	zeeroof
zeeroofjes	=	zeeroof
zeerooverij	=	zeeroverij
zeerot	noun	ervaren zeeman
zeerotje	=	zeerot
zeerotjes	=	zeerot
zeerotten	=	zeerot
zeeroute	noun	te volgen weg over zee onder de meest gunstige omstandigheden, rekening houdend met gegevens als stromingen, weersomstandigheden, vaargeulen en klippen
zeerouten	=	zeeroute
zeeroutes	=	zeeroute
zeeroutetje	=	zeeroute
zeeroutetjes	=	zeeroute
zeeroven	=	zeeroof
zeerover	noun	iemand die op zee een schip berooft
zeeroverij	noun	het uitvoeren van een zeeroof
zeeroverijen	=	zeeroverij
zeerovers	=	zeerover
zeeroversnest	noun	een verzamelplaats van zeerovers
zeeroversnesten	=	zeeroversnest
zeeroversnestje	=	zeeroversnest
zeeroversnestjes	=	zeeroversnest
zeerovertje	=	zeerover
zeerovertjes	=	zeerover
zeerovery	=	zeeroverij
zeers	=	zeer
zeerst	=	zeer
zeerste	=	zeer
zeertje	=	zeer
zeertjes	=	zeer
zeerus	noun	Juncus maritimus een overblijvend kruid uit de russenfamilie (Juncaceae).
zeerusje	=	zeerus
zeerusjes	=	zeerus
zeeruskokermot	noun	Coleophora maritimella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
zeeruskokermotje	=	zeeruskokermot
zeeruskokermotjes	=	zeeruskokermot
zeeruskokermotten	=	zeeruskokermot
zeerussen	=	zeerus
zeeschade	noun	schade aan schip of vracht ontstaan op zee.
zeeschaden	=	zeeschade
zeeschades	=	zeeschade
zeescheepje	=	zeeschip
zeescheepjes	=	zeeschip
zeescheepvaart	noun	de scheepvaart op zeeën en oceanen.
zeescheepvaarten	=	zeescheepvaart
zeeschelp	noun	het uitwendig skelet van zeeweekdieren
zeeschelpen	=	zeeschelp
zeeschelpje	=	zeeschelp
zeeschelpjes	=	zeeschelp
zeeschepen	=	zeeschip
zeeschilder	noun	een kunstenaar die zich toelegt op het schilderen van de zee en de zeevaart
zeeschilders	=	zeeschilder
zeeschildertje	=	zeeschilder
zeeschildertjes	=	zeeschilder
zeeschildpad	noun	benaming voor zeedieren uit de familie Cheloniidae, waarvan het grootste gedeelte van het lichaam bedekt een met een lederachtig schild
zeeschildpadden	noun	een familie Cheloniidae van grote schildpadden die in alle tropische en in sommige subtropische en gematigde zeeën voorkomen.
zeeschildpaddenseizoen	noun	tijd van het jaar dat ergens veel zeeschildpadden voorkomen
zeeschildpaddenseizoenen	=	zeeschildpaddenseizoen
zeeschildpadei	noun	een ei van een zeeschildpad
zeeschildpadeieren	=	zeeschildpadei
zeeschildpadje	=	zeeschildpad
zeeschildpadjes	=	zeeschildpad
zeeschip	noun	een zeewaardig schip gebouwd om de zee te kunnen trotseren
zeeschorpioenen	noun	een groep Eurypterida van uitgestorven geleedpotigen, behorend tot de gifkaakdragers (Chelicerata), die leefden van 500 tot 245 miljoen jaar geleden
zeeschotelkorst	noun	Lecanora helicopis een maritiem korstmos van het geslacht Lecanora uit de familie Lecanoraceae.
zeeschotelkorsten	=	zeeschotelkorst
zeeschotelkorstje	=	zeeschotelkorst
zeeschotelkorstjes	=	zeeschotelkorst
zeeschuim	noun	luchtige massa die bij heftige beweging van golven in zeewater ontstaat
zeeschuimen	verb	de bezigheid van een zeeschuimer
zeeschuimer	noun	iemand die de zeeën bevaart om andere schepen te beroven
zeeschuimerij	noun	het zich wederrechtelijk toe-eigenen van schepen op zee
zeeschuimers	=	zeeschuimer
zeeschuimertje	=	zeeschuimer
zeesla	noun	een geslacht Ulva van meercellige groenwieren, dat uit 385 soorten bestaat.
zeeslag	noun	militair treffen tussen vijandelijke schepen op zee
zeeslagen	=	zeeslag
zeeslagje	=	zeeslag
zeeslagjes	=	zeeslag
zeeslak	noun	in zee levende slak
zeeslakje	=	zeeslak
zeeslakjes	=	zeeslak
zeeslakken	=	zeeslak
zeeslang	noun	lid van het geslacht Hydrophiinae; giftig reptiel dat leeft in ondiepe zeegebieden en riviermondingen
zeeslangen	noun	een onderfamilie Hydrophiinae van slangen die behoren tot de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
zeeslangetje	=	zeeslang
zeeslangetjes	=	zeeslang
zeesleepvaart	noun	sleepvaart op zee
zeesleepvaarten	=	zeesleepvaart
zeesleper	noun	relatief kleine, maar zeer zeewaardige sterke boot die gebouwd is om schepen in nood te helpen, te bergen, drijvende vrachten over zee te slepen en olieplatforms te bevoorraden
zeeslepers	=	zeesleper
zeesluis	noun	een sluis, voor het schutten van schepen, van de getijde onderhevige zee, naar een getijde vrije haven en omgekeerd
zeesluizen	=	zeesluis
zeesnoek	noun	Sphyraena sphyraena een straalvinnige vissensoort uit de familie van de barracuda's (Sphyraenidae).
zeesnoeken	=	zeesnoek
zeesnoekje	=	zeesnoek
zeesnoekjes	=	zeesnoek
zeesoldaat	noun	een soldaat op de oorlogsvloot.
zeesoldaatje	=	zeesoldaat
zeesoldaatjes	=	zeesoldaat
zeesoldaten	=	zeesoldaat
zeespiegel	noun	de oppervlakte van de zee, het zeeoppervlak
zeespiegelrijzing	noun	een verhoging van het gemiddeld peil van de zee
zeespiegelrijzingen	=	zeespiegelrijzing
zeespiegelrijzinkje	=	zeespiegelrijzing
zeespiegelrijzinkjes	=	zeespiegelrijzing
zeespiegels	=	zeespiegel
zeespiegelstijging	noun	het wassen van de waterstand van de zee
zeespiegelstijgingen	=	zeespiegelstijging
zeespiegelstijginkje	=	zeespiegelstijging
zeespiegelstijginkjes	=	zeespiegelstijging
zeespinnen	noun	een klasse Pycnogonida van kleine geleedpotige dieren uit de onderstam Chelicerata.
zeespons	noun	benaming voor de meercellige dieren uit de stam Porifera die zich vastzetten op de zeebodem
zeesponsen	=	zeespons
zeesponzen	=	zeespons
zeespriet-kroonslak	noun	Doto pinnatifida een slakkensoort uit de familie van de kroonslakken (Dotidae).
zeespriet-kroonslakje	=	zeespriet-kroonslak
zeespriet-kroonslakjes	=	zeespriet-kroonslak
zeespriet-kroonslakken	=	zeespriet-kroonslak
zeestad	noun	een stad die gelegen is aan zee.
zeestadje	=	zeestad
zeestadjes	=	zeestad
zeesteden	=	zeestad
zeestekelbaars	noun	Spinachia spinachia een uitsluitend in zoutwater voorkomende vertegenwoordiger van de stekelbaarsfamilie.
zeestekelbaarsje	=	zeestekelbaars
zeestekelbaarsjes	=	zeestekelbaars
zeestekelbaarzen	=	zeestekelbaars
zeester	noun	benaming voor schijfvormige zeedieren met vijf armen uit de klasse Asteroidea die vooral schaaldieren eten
zeesterren	noun	een klasse Asteroidea van ongewervelde dieren die behoren tot de stekelhuidigen.
zeesterretje	=	zeester
zeesterretjes	=	zeester
zeestopcontact	noun	offshore installatie die de wisselstroom van windmolens omzet in gelijkstroom van zeer hoge spanning
zeestopcontacten	=	zeestopcontact
zeestorm	noun	stormachtige wind over de zee
zeestormen	=	zeestorm
zeestraat	noun	een smalle doorgang tussen twee zeeën en daarmee tevens de scheiding tussen twee landmassa's
zeestraatje	=	zeestraat
zeestraatjes	=	zeestraat
zeestrand	noun	een aan de rand van de zee gelegen zandige strook
zeestranden	=	zeestrand
zeestrandje	=	zeestrand
zeestrandjes	=	zeestrand
zeestraten	=	zeestraat
zeestreepvaren	noun	Asplenium marinum een varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae) die voorkomt langs de Europese kusten van de Atlantische Oceaan en het Middellandse Zeegebied
zeestreepvarens	=	zeestreepvaren
zeestreepvarentje	=	zeestreepvaren
zeestreepvarentjes	=	zeestreepvaren
zeestrijd	noun	een gevecht of strijd die op zee geleverd wordt.
zeestrijden	=	zeestrijd
zeestrijdkrachten	noun	de tak van de strijdkrachten van een land die zich met de strijd ter zee bezighoudt
zeestromen	=	zeestroom
zeestroming	noun	een grote constante beweging van het zeewater
zeestromingen	=	zeestroming
zeestrominkje	=	zeestroming
zeestrominkjes	=	zeestroming
zeestroom	noun	zie: zeestroming
zeestroompje	=	zeestroom
zeestroompjes	=	zeestroom
zeestuk	noun	een schilderij dat de zee en haar bevaring als onderwerp heeft
zeestukje	=	zeestuk
zeestukjes	=	zeestuk
zeestukken	=	zeestuk
zeet	noun|obsolete	handeling van het zitten of plaats waar men dit doet
zeeterm	noun	een woord of uitdrukking in zwang onder zeelieden
zeetermen	=	zeeterm
zeetermpje	=	zeeterm
zeetermpjes	=	zeeterm
zeetijding	noun	berichtgeving ten aanzien van de scheepvaart
zeetijdingen	=	zeetijding
zeetijdinkje	=	zeetijding
zeetijdinkjes	=	zeetijding
zeetje	=	zee
zeetjes	=	zee
zeetocht	noun	de tocht die men onderneemt met het reizen over zee.
zeetochten	=	zeetocht
zeetochtje	=	zeetocht
zeetochtjes	=	zeetocht
zeetong	noun	bepaald soort platvis, Solea solea
zeetongen	=	zeetong
zeetongetje	=	zeetong
zeetongetjes	=	zeetong
zeetransport	noun	transport over zee, voornamelijk goederen.
zeetransporten	=	zeetransport
zeetrein	noun	een trein die mensen vanuit het binnenland naar zee brengt en weer terug
zeetreinen	=	zeetrein
zeetreintje	=	zeetrein
zeetreintjes	=	zeetrein
zeetulp	noun	Megabalanus tintinnabulum een zeepokkensoort uit de familie van de Balanidae.
zeetulpen	=	zeetulp
zeetulpje	=	zeetulp
zeetulpjes	=	zeetulp
zeeuw	noun	inwoner van Zeeland, of iemand afkomstig uit Zeeland
zeeuwen	=	zeeuw
zeeuws	adj	verwant aan of met betrekking tot Zeeland of het Zeeuws
zeeuwsch	=	zeeuws
zeeuwse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zeeland, of een vrouw afkomstig uit Zeeland
zeeuwsen	=	zeeuwse
zeeuwser	=	zeeuws
zeeuwsere	=	zeeuws
zeeuwsers	=	zeeuws
zeeuwst	=	zeeuws
zeeuwstalig	adj	de Zeeuwse taal sprekend
zeeuwstalige	=	zeeuwstalig
zeeuwstaligs	=	zeeuwstalig
zeeuwste	=	zeeuws
zeeuwtje	=	zeeuw
zeevaarder	noun	iemand die voor zijn beroep de zee bevaart
zeevaarders	=	zeevaarder
zeevaardertje	=	zeevaarder
zeevaardig	adj	klaar om de zee op te gaan
zeevaardige	=	zeevaardig
zeevaardiger	=	zeevaardig
zeevaardigere	=	zeevaardig
zeevaardigers	=	zeevaardig
zeevaardigs	=	zeevaardig
zeevaardigst	=	zeevaardig
zeevaardigste	=	zeevaardig
zeevaardij	noun|formal	zeevaart
zeevaart	noun	scheepvaart over de zee
zeevaarten	=	zeevaart
zeevaartkunde	noun	stuurmanskunst, de kennis om een schip over zee te brengen
zeevaartkundig	adj	betreffende de zeevaartkunde
zeevaartkundige	=	zeevaartkundig
zeevaartkundiger	=	zeevaartkundig
zeevaartkundigere	=	zeevaartkundig
zeevaartkundigers	=	zeevaartkundig
zeevaartkundigs	=	zeevaartkundig
zeevaartkundigst	=	zeevaartkundig
zeevaartkundigste	=	zeevaartkundig
zeevaartpolitie	noun	een overheidsdienst die belast is met de handhaving van de openbare orde en veiligheid en met het opsporen van wetsovertreders op zee
zeevaartscholen	=	zeevaartschool
zeevaartschool	noun	school waar de leerlingen een opleiding krijgen voor een beroep op een zeeschip
zeevakantie	noun	een vakantie die gevierd wordt aan/op zee.
zeevakanties	=	zeevakantie
zeevakantietje	=	zeevakantie
zeevakantietjes	=	zeevakantie
zeevarend	adj	een varende functie op een zeeschip uitoefenen
zeevarende	=	zeevarend
zeevarends	=	zeevarend
zeevarken	noun	bepaald soort kleine tandwalvis, Phocoena phocoena, die algemeen in de Noordzee voorkomt
zeevarkens	=	zeevarken
zeevarkentje	=	zeevarken
zeevarkentjes	=	zeevarken
zeevast	adj	zo geconstrueerd of bevestigd dat de bewegingen van een schip op zee geen schade kunnen doen	adv	op zeevaste wijze
zeevaste	=	zeevast
zeevaster	=	zeevast
zeevastere	=	zeevast
zeevasters	=	zeevast
zeevasts	=	zeevast
zeevastst	=	zeevast
zeevastste	=	zeevast
zeevenkel	noun	Crithmum maritimum een vaste plant, die behoort tot de schermbloemenfamilie (Umbelliferae oftewel Apiaceae).
zeevenkels	=	zeevenkel
zeevenkeltje	=	zeevenkel
zeevenkeltjes	=	zeevenkel
zeeverbinding	noun	vaste zeeroute tussen twee of meer plaatsen
zeeverbindingen	=	zeeverbinding
zeeverbranding	noun	het op zee verbranden van gevaarlijke chemische afvalstoffen in speciale schepen, een praktijk die eind jaren '80 werd stopgezet.
zeeverbrandingen	=	zeeverbranding
zeeverbrandinkje	=	zeeverbranding
zeeverbrandinkjes	=	zeeverbranding
zeeveren	=	zeveren
zeeverkenner	noun	zeescout
zeeverkenners	=	zeeverkenner
zeeverkennertje	=	zeeverkenner
zeeverkennertjes	=	zeeverkenner
zeevers	adj	vers product recht uit de zee
zeeverse	=	zeevers
zeeverser	=	zeevers
zeeversere	=	zeevers
zeeverst	=	zeevers
zeeverste	=	zeevers
zeevervoer	noun	het vervoer over zee.
zeevervuiling	noun	vervuiling van zeeën en oceanen.
zeevervuilingen	=	zeevervuiling
zeeverzekering	noun	een soort transportverzekering voor vervoer over zee om zich in te dekken tegen de risico's die men daarbij loopt.
zeeverzekeringen	=	zeeverzekering
zeeverzekeringetje	=	zeeverzekering
zeeverzekeringetjes	=	zeeverzekering
zeeverzekeringsmaatschappij	noun	een bedrijf dat zich toelegt op het afdekken van risico's bij de zeevaart
zeeverzekeringsmaatschappijen	=	zeeverzekeringsmaatschappij
zeeverzekeringsmaatschappijtje	=	zeeverzekeringsmaatschappij
zeeverzekeringsmaatschappijtjes	=	zeeverzekeringsmaatschappij
zeevetmuren	=	zeevetmuur
zeevetmuur	noun	Sagina maritima een eenjarige plant, die behoort tot de anjerfamilie.
zeevetmuurtje	=	zeevetmuur
zeevetmuurtjes	=	zeevetmuur
zeevis	noun	vis die in de zee leeft
zeevisje	=	zeevis
zeevisjes	=	zeevis
zeevissen	=	zeevis
zeevisser	noun	een visser die op zee vissen tracht te vangen.
zeevisserij	noun	visvangst vanuit de zee, per schip of van het strand
zeevisserijen	=	zeevisserij
zeevissers	=	zeevisser
zeevissertje	=	zeevisser
zeevissertjes	=	zeevisser
zeevlakte	noun	een relatief vlakke zee.
zeevlakten	=	zeevlakte
zeevlaktes	=	zeevlakte
zeevlinder	noun	Blennius ocellaris een straalvinnige vis uit het (type-)geslacht Blennius van de familie van naakte slijmvissen (Blenniidae) die behoort tot de orde van baarsachtigen (Perciformes)
zeevlinders	=	zeevlinder
zeevlindertje	=	zeevlinder
zeevlindertjes	=	zeevlinder
zeevogel	noun	vogel die vooral in de directe omgeving van de zee leeft
zeevogels	=	zeevogel
zeevogeltje	=	zeevogel
zeevogeltjes	=	zeevogel
zeevolk	noun	een volk dat leeft op zee.
zeevolken	=	zeevolk
zeevolkeren	=	zeevolk
zeevolkje	=	zeevolk
zeevolkjes	=	zeevolk
zeevonk	noun	soort eencellige van 0.5 tot 1 millimeter groot, Noctiluca scintillans, die voorkomt in zeewater en in het voorjaar en het begin van de zomer door bioluminescentie licht geeft bij beweging
zeevonken	=	zeevonk
zeevonkje	=	zeevonk
zeevonkjes	=	zeevonk
zeevracht	noun	vracht die over zee met zeetransport vervoerd wordt.
zeevrachtbrief	=	connossement
zeevrachten	=	zeevracht
zeevrachtje	=	zeevracht
zeevrachtjes	=	zeevracht
zeevrouw	noun	Vrouwelijke zeeman.
zeevrouwen	=	zeevrouw
zeevrouwtje	=	zeevrouw
zeevrouwtjes	=	zeevrouw
zeevrucht	noun	iets eetbaars uit de zee
zeevruchten	noun	allerlei eetbare schaal- en schelpdieren
zeevruchtje	=	zeevrucht
zeevruchtjes	=	zeevrucht
zeewaardig	adj	geschikt om veilig op zee te varen
zeewaardige	=	zeewaardig
zeewaardiger	=	zeewaardig
zeewaardigere	=	zeewaardig
zeewaardigers	=	zeewaardig
zeewaardigheden	=	zeewaardigheid
zeewaardigheid	noun	de mate waarin een schip of bemanning zeewaardig is
zeewaardigs	=	zeewaardig
zeewaardigst	=	zeewaardig
zeewaardigste	=	zeewaardig
zeewaart	=	zeewaarts
zeewaarts	adj	naar zee gericht, in de richting van de zee
zeewaartse	=	zeewaarts
zeewants	noun	Aega psora een pissebeddensoort uit de familie Aegidae.
zeewantsen	=	zeewants
zeewantsje	=	zeewants
zeewantsjes	=	zeewants
zeewater	noun	water waarin diverse zouten zijn opgelost en waarmee de zeeën gevuld zijn
zeewaterbestendig	adj	de eigenschap hebben niet door zeewater aangetast te worden
zeewaterbestendige	=	zeewaterbestendig
zeewaterbestendiger	=	zeewaterbestendig
zeewaterbestendigere	=	zeewaterbestendig
zeewaterbestendigers	=	zeewaterbestendig
zeewaterbestendigs	=	zeewaterbestendig
zeewaterbestendigst	=	zeewaterbestendig
zeewaterbestendigste	=	zeewaterbestendig
zeewateren	=	zeewater
zeewaters	=	zeewater
zeewatertemperaturen	=	zeewatertemperatuur
zeewatertemperatuur	noun	de temperatuur van het zeewater.
zeewatertemperatuurtje	=	zeewatertemperatuur
zeewatertemperatuurtjes	=	zeewatertemperatuur
zeewatertje	=	zeewater
zeeweegbree	noun	bepaald soort plant die groeit in schorren en kwelders, strandvlaktes achter de zeereep, langs zeedijken, in zilte gras- en rietlanden en in wegbermen, Plantago maritima
zeeweegbreeën	=	zeeweegbree
zeeweg	noun	zie: zeeroute
zeewegen	=	zeeweg
zeewering	noun	waterkering tegen de zee
zeeweringen	=	zeewering
zeewezen	noun	al de maritieme zaken
zeewezens	=	zeewezen
zeewezentje	=	zeewezen
zeewier	noun	in zee levend wier
zeewierboerderij	noun	een vorm van aquacultuur waarin op gecontroleerde wijze zeewier wordt gekweekt en geoogst in zee of in speciale watersystemen.
zeewierboerderijen	=	zeewierboerderij
zeewierboerderijtje	=	zeewierboerderij
zeewierboerderijtjes	=	zeewierboerderij
zeewieren	=	zeewier
zeewiertje	=	zeewier
zeewiertjes	=	zeewier
zeewijding	noun	jaarlijkse traditie in Vlaamse vissersplaatsen waarbij een priester de zee zegent om bescherming voor de vissers te vragen
zeewijdingen	=	zeewijding
zeewijdinkje	=	zeewijding
zeewijdinkjes	=	zeewijding
zeewijf	noun	een persoonsbenaming voor een gehaaide en/of met de zee verbonden vrouw.
zeewijfje	=	zeewijf
zeewijfjes	=	zeewijf
zeewijven	=	zeewijf
zeewind	noun	wind vanuit de zee, die landinwaarts waait
zeewinde	noun	Convolvulus soldanella een kruipende, overblijvende plant uit de windefamilie (Convolvulaceae) die voornamelijk in een zout milieu voorkomt.
zeewinden	=	zeewind
zeewindes	=	zeewinde
zeewindetje	=	zeewinde
zeewindetjes	=	zeewinde
zeewindje	=	zeewind
zeewindjes	=	zeewind
zeewolf	noun	bepaald soort roofvis, Anarhichas lupus
zeewolfje	=	zeewolf
zeewolfjes	=	zeewolf
zeewolfsmelk	noun	Euphorbia paralias een vaste plant die behoort tot de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae).
zeewolfsmelkbladroller	noun	Acroclita subsequana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zeewolfsmelkbladrollers	=	zeewolfsmelkbladroller
zeewolfsmelkbladrollertje	=	zeewolfsmelkbladroller
zeewolfsmelkbladrollertjes	=	zeewolfsmelkbladroller
zeewolfsmelkje	=	zeewolfsmelk
zeewolfsmelkjes	=	zeewolfsmelk
zeewolven	noun	een familie Anarhichadidae van baarsachtige, straalvinnige zeevissen waartoe onder andere de zeewolf (Anarhichas lupus) behoort.
zeezalm	noun	bepaald soort zeevis, Pollachius virens
zeezalmen	=	zeezalm
zeezalmpje	=	zeezalm
zeezalmpjes	=	zeezalm
zeezand	noun	zand afkomstig van of gewonnen uit de zee.
zeezanden	=	zeezand
zeezeil	=	zeezeilen
zeezeilde	=	zeezeilen
zeezeilden	=	zeezeilen
zeezeile	=	zeezeilen
zeezeilen	verb	zeilen op zee
zeezeilend	=	zeezeilen
zeezeilende	=	zeezeilen
zeezeiler	noun	een persoon die met zijn zeilboot zeeën bezeilt.
zeezeilers	=	zeezeiler
zeezeilertje	=	zeezeiler
zeezeilertjes	=	zeezeiler
zeezeilreis	noun	een reis over zee met een zeilboot
zeezeilreizen	=	zeezeilreis
zeezeilt	=	zeezeilen
zeezender	noun	een vanuit internationale wateren opererende radiozender op een schip, fort of kunstmatig eiland.
zeezenders	=	zeezender
zeezendertje	=	zeezender
zeezendertjes	=	zeezender
zeezicht	noun	een uitzicht op zee.
zeezichten	=	zeezicht
zeezichtje	=	zeezicht
zeezichtjes	=	zeezicht
zeeziek	adj	een misselijk en beroerd gevoel hebbend door ongerelmatige beweging van een schip
zeezieke	=	zeeziek
zeezieker	=	zeeziek
zeeziekere	=	zeeziek
zeeziekers	=	zeeziek
zeezieks	=	zeeziek
zeeziekst	=	zeeziek
zeeziekste	=	zeeziek
zeeziekte	noun	misselijkheid als gevolg van de onregelmatige beweging van een schip
zeeziekten	=	zeeziekte
zeeziektes	=	zeeziekte
zeezijde	noun	aan de zijde van zee.
zeezijden	=	zeezijde
zeezijdes	=	zeezijde
zeezoogdier	noun	een in zee of oceaan levende zoogdiersoort
zeezoogdieren	=	zeezoogdier
zeezoogdiertje	=	zeezoogdier
zeezoogdiertjes	=	zeezoogdier
zeezout	noun	zout, uit zeewater gewonnen
zeezouten	=	zeezout
zeezwaluw	noun	benaming voor slanke meeuwachtige zeevogels met gevorkte staart uit de familie Sternidae
zeezwaluwen	=	zeezwaluw
zeezwaluwtje	=	zeezwaluw
zeeëend	=	zee-eend
zeeëgel	=	zee-egel
zeeëgels	=	zee-egels
zeeën	=	zee
zeeëngte	=	zee-engte
zefier	noun	de (gunstige) westenwind
zefieren	=	zefier
zefiers	=	zefier
zefiertje	=	zefier
zefiertjes	=	zefier
zeg	verb	een aankondiging van een voorbeeld	intj	inhoudsloze toevoeging om de rest van de mededeling extra te benadrukken, meestal helemaal aan het begin of juist helemaal aan het eind van de zin of uiting geplaatst
zegde	=	zeggen
zegden	=	zeggen
zegdet	=	zeggen
zege	noun	keer dat je wint
zegebogen	=	zegeboog
zegeboog	noun	een boog opgericht om de zege te vieren.
zegeboogje	=	zegeboog
zegeboogjes	=	zegeboog
zegedicht	noun	gedicht gemaakt ter huldiging van een overwinnaar na een behaalde zege
zegedichten	=	zegedicht
zegedichtje	=	zegedicht
zegedichtjes	=	zegedicht
zegekar	noun	een wagen waarop in triomf de overwinnaar reed.
zegekarren	=	zegekar
zegekarretje	=	zegekar
zegekarretjes	=	zegekar
zegekrans	noun	een lauwerkrans zoals deze in de Romeinse tijd aan de overwinnende krijgsheer van een oorlog gegeven werd
zegekransen	=	zegekrans
zegekransje	=	zegekrans
zegekransjes	=	zegekrans
zegekreet	noun	een uitroep geslaakt bij het behalen van de overwinning
zegekreten	=	zegekreet
zegekruid	noun	bepaald soort eenjarige, 1-1,2 m hoge plant, Nicandra physalodes uit de nachtschadefamilie (Solanaceae)
zegekruiden	=	zegekruid
zegekruidje	=	zegekruid
zegekruidjes	=	zegekruid
zegel	noun	een middel om een voorwerp zodanig af te sluiten dat er later nagegaan kan worden of het geopend is
zegelafdruk	noun	een stuk was of klei waarin met een zegelsteen een afdruk gemaakt is
zegelafdrukje	=	zegelafdruk
zegelafdrukjes	=	zegelafdruk
zegelafdrukken	=	zegelafdruk
zegelbelasting	noun	belasting die geheven wordt door het betalen voor/met zegels.
zegelbelastingen	=	zegelbelasting
zegelbelastinkje	=	zegelbelasting
zegelbelastinkjes	=	zegelbelasting
zegelbewaarder	noun	een hoog ambt aan het koninklijk hof
zegelbewaarders	=	zegelbewaarder
zegelboek	noun	boekje met een verzameling zegels, vaak spaarzegels, die gespaard worden om een bepaald voordeel te krijgen, zoals een korting of een cadeau
zegelboeken	=	zegelboek
zegelboekje	=	zegelboek
zegelboekjes	=	zegelboek
zegelde	=	zegelen
zegelden	=	zegelen
zegele	=	zegelen
zegelen	verb	van een zegel of stempel voorzien
zegelend	=	zegelen
zegelende	=	zegelen
zegelgeld	noun	geld betaald om een document te voorzien van een zegel
zegelgelden	=	zegelgeld
zegelied	noun	een lied dat een overwinning bezingt
zegeliederen	=	zegelied
zegeliedje	=	zegelied
zegeliedjes	=	zegelied
zegelkost	noun	vergoeding voor een overheidsdienst waarbij officiële zegels worden gebruikt als betalingsbewijs
zegelkosten	noun	vergoeding voor een overheidsdienst waarbij officiële zegels worden gebruikt als betalingsbewijs
zegelkunde	noun	studie van de historische zegels
zegelkundig	adj	met betrekking tot de zegelkunde
zegelkundige	=	zegelkundig
zegelkundigs	=	zegelkundig
zegellak	noun	een mengsel van schellak en terpentine dat gebruikt wordt om er zegels van te maken
zegellakken	=	zegellak
zegellegging	noun	een gerechtelijke maatregel waarbij de overheid of deurwaarder fysieke zegels of verzegelingen aanbrengt op deuren, kasten of kisten.
zegelleggingen	=	zegellegging
zegellegginkje	=	zegellegging
zegellegginkjes	=	zegellegging
zegelmerk	noun	zegelafdruk, stempel.
zegelmerken	=	zegelmerk
zegelmerkje	=	zegelmerk
zegelmerkjes	=	zegelmerk
zegeloos	adj	zonder overwinning
zegeloze	=	zegeloos
zegelrecht	noun	het recht om zegels uit te geven.
zegelrechten	=	zegelrecht
zegelrechtje	=	zegelrecht
zegelrechtjes	=	zegelrecht
zegelring	noun	een ring die aan de rugzijde voorzien is van een gravure, waarmee een zegel kan worden gestempeld
zegelringen	=	zegelring
zegelringetje	=	zegelring
zegelringetjes	=	zegelring
zegels	=	zegel
zegelslang	noun	Nerodia sipedon een niet-giftige slang uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie waterslangen (Natricinae)
zegelslangen	=	zegelslang
zegelslangetje	=	zegelslang
zegelslangetjes	=	zegelslang
zegelsnijder	noun	iemand die stenen snijdt voor zegelringen e.d
zegelsnijders	=	zegelsnijder
zegelsnijdertje	=	zegelsnijder
zegelsnijdertjes	=	zegelsnijder
zegelt	=	zegelen
zegeltje	=	zegel
zegeltjes	=	zegel
zegelverkoop	noun	de handel in postzegels en andere waardebonnen
zegelverkopen	=	zegelverkoop
zegelwas	noun	een gemakkelijk smeltbaar materiaal gebuikt om er zegelafdrukken mee te maken
zegelwassen	=	zegelwas
zegelwet	noun	een wet die de verplichting oplegde een zegel te plakken op iedere kwitantie en op deze wijze belasting te betalen
zegelwetten	=	zegelwet
zegen	noun	verlening van goddelijke of bovennatuurlijke bijstand
zegenbede	noun	gebed om zegen.
zegenbeden	=	zegenbede
zegenbedes	=	zegenbede
zegenbedetje	=	zegenbede
zegenbedetjes	=	zegenbede
zegende	=	zegenen
zegenden	=	zegenen
zegene	=	zegenen
zegenen	verb	de zegen geven; goedkeuring geven
zegenend	adj	bezig met anderen de zegen te geven
zegenende	=	zegenen
zegenends	=	zegenend
zegening	noun	weldaad, gunst
zegeningen	=	zegening
zegeningetje	=	zegening
zegeningetjes	=	zegening
zegenrijk	adj	voorspoed veroorzakend
zegenrijke	=	zegenrijk
zegenrijker	=	zegenrijk
zegenrijkere	=	zegenrijk
zegenrijkers	=	zegenrijk
zegenrijks	=	zegenrijk
zegenrijkst	=	zegenrijk
zegenrijkste	=	zegenrijk
zegens	=	zegen
zegent	=	zegenen
zegentje	=	zegen
zegentjes	=	zegen
zegenvisser	noun	iemand die vis vangt met behulp van een sleepnet dat zeer breed, maar in verhouding niet erg hoog is
zegenvisserij	noun	visserij met sleepnet
zegenvisserijen	=	zegenvisserij
zegenvissers	=	zegenvisser
zegenwens	noun	gelukwens, heilwens.
zegenwensen	=	zegenwens
zegenwensje	=	zegenwens
zegenwensjes	=	zegenwens
zegepalm	noun	decoratie vervaardigd van palmbladen ten teken van een behaalde overwinning
zegepalmen	=	zegepalm
zegepalmpje	=	zegepalm
zegepalmpjes	=	zegepalm
zegepoort	noun	een zegeboog, triomfboog, erepoort.
zegepoorten	=	zegepoort
zegepoortje	=	zegepoort
zegepoortjes	=	zegepoort
zegepraal	noun	triomf
zegepraalde	=	zegepralen
zegepraalden	=	zegepralen
zegepraalt	=	zegepralen
zegepraaltje	=	zegepraal
zegepraaltjes	=	zegepraal
zegeprale	=	zegepralen
zegepralen	verb	met groot vertoon een overwinning vieren
zegepralend	=	zegepralen
zegepralende	=	zegepralen
zeger	=	zeeg
zegere	=	zeeg
zegereeks	noun	een reeks zeges.
zegereeksen	=	zegereeks
zegereeksje	=	zegereeks
zegereeksjes	=	zegereeks
zegerijk	adj	veel overwinningen behaald hebbend
zegerijke	=	zegerijk
zegerijker	=	zegerijk
zegerijkere	=	zegerijk
zegerijkers	=	zegerijk
zegerijks	=	zegerijk
zegerijkst	=	zegerijk
zegerijkste	=	zegerijk
zeges	=	zege
zegeteken	noun	teken van overwinning, overwinningsteken
zegetekenen	=	zegeteken
zegetekens	=	zegeteken
zegetekentje	=	zegeteken
zegetekentjes	=	zegeteken
zegetje	=	zege
zegetjes	=	zege
zegetocht	noun	een triomftocht, overwinningsronde, ereronde.
zegetochten	=	zegetocht
zegetochtje	=	zegetocht
zegetochtjes	=	zegetocht
zegevier	=	zegevieren
zegevierde	=	zegevieren
zegevierden	=	zegevieren
zegeviere	=	zegevieren
zegevieren	verb	de overwinning behalen
zegevierend	adj	de overwinning behalend
zegevierende	=	zegevieren
zegevierends	=	zegevierend
zegeviert	=	zegevieren
zegevlag	noun	de vlag gehesen als teken van de overwinning.
zegevlaggen	=	zegevlag
zegevlaggetje	=	zegevlag
zegevlaggetjes	=	zegevlag
zegewagen	noun	triomfwagen, zegekar, de wagen waarop in de zegetocht de overwinnaar reed.
zegewagens	=	zegewagen
zegewagentje	=	zegewagen
zegewagentjes	=	zegewagen
zegezang	noun	lied ter ere van de overwinning.
zegezangen	=	zegezang
zegezangetje	=	zegezang
zegezangetjes	=	zegezang
zegge	adv	om precies te zijn	noun	een geslacht Carex van zowel bladverliezende als groenblijvende overblijvende kruiden met een grasachtige groeivorm, behorend tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
zegge-urntjesgalmug	noun	Wachtliella caricis een muggensoort uit de familie van de galmuggen (Cecidomyiidae).
zegge-urntjesgalmuggen	=	zegge-urntjesgalmug
zegge-urntjesgalmuggetjes	=	zegge-urntjesgalmug
zegge-urntjesgalmugje	=	zegge-urntjesgalmug
zeggeboorder	noun	bepaalde soort vlinder, Denticucullus pygmina, uit de familie Noctuidae, die in Nederland voorkomt
zeggeboorders	=	zeggeboorder
zeggekratertje	noun	Stictis pusilla een schimmel behorend tot de familie Stictidaceae.
zeggekratertjes	=	zeggekratertje
zeggemeelwaasje	noun	Acanthobasidium delicatum een schimmel uit de familie Stereaceae.
zeggemeelwaasjes	=	zeggemeelwaasje
zeggemollisia	noun	Mollisia humidicola een schimmel behorend tot de familie Mollisiaceae.
zeggemollisia's	=	zeggemollisia
zeggemollisiaatje	=	zeggemollisia
zeggemollisiaatjes	=	zeggemollisia
zeggen	verb	mededelen, zich met gesproken taal uiten
zeggenboorder	noun	Denticucullus pygmina een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae
zeggenboorders	=	zeggenboorder
zeggenboordertje	=	zeggenboorder
zeggenboordertjes	=	zeggenboorder
zeggend	=	zeggen
zeggende	=	zeggen
zeggendoorntje	noun	Tetrix subulata een rechtvleugelig insect uit de familie doornsprinkhanen (Tetrigidae), onderfamilie Tetriginae.
zeggendoorntjes	=	zeggendoorntje
zeggenkorfslak	noun	Vertigo (Vertigo) moulinsiana een op het land levende kleine longslak uit de familie van de Vertiginidae
zeggenkorfslakje	=	zeggenkorfslak
zeggenkorfslakjes	=	zeggenkorfslak
zeggenkorfslakken	=	zeggenkorfslak
zeggenoermot	noun	Micropterix mansuetella een vlinder uit de familie van de oermotten (Micropterigidae).
zeggenoermotje	=	zeggenoermot
zeggenoermotjes	=	zeggenoermot
zeggenoermotten	=	zeggenoermot
zeggenparelmot	noun	Glyphipterix forsterella een vlinder uit de familie parelmotten (Glyphipterigidae).
zeggenparelmotje	=	zeggenparelmot
zeggenparelmotjes	=	zeggenparelmot
zeggenparelmotten	=	zeggenparelmot
zeggenschap	noun	het recht om over iets te beslissen
zeggenschapsrecht	noun	het recht van zeggenschap hebben.
zeggenschapsrechten	=	zeggenschapsrecht
zeggenschapsrechtje	=	zeggenschapsrecht
zeggenschapsrechtjes	=	zeggenschapsrecht
zeggenschapsverhouding	noun	de verhouding van het zeggenschap in het totaal.
zeggenschapsverhoudingen	=	zeggenschapsverhouding
zeggenschapsverhoudinkje	=	zeggenschapsverhouding
zeggenschapsverhoudinkjes	=	zeggenschapsverhouding
zeggensnuitmot	noun	Donacaula mucronella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
zeggensnuitmotje	=	zeggensnuitmot
zeggensnuitmotjes	=	zeggensnuitmot
zeggensnuitmotten	=	zeggensnuitmot
zeggensteekmier	noun	Myrmica gallienii een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
zeggensteekmieren	=	zeggensteekmier
zeggensteekmiertje	=	zeggensteekmier
zeggensteekmiertjes	=	zeggensteekmier
zeggenzakspin	noun	Clubiona juvenis een spinnensoort uit de familie van de struikzakspinnen (Clubionidae)
zeggenzakspinnen	=	zeggenzakspin
zeggenzakspinnetje	=	zeggenzakspin
zeggenzakspinnetjes	=	zeggenzakspin
zeggeporiebultje	noun	Didymella proximella een schimmel behorend tot de Didymellaceae.
zeggeporiebultjes	=	zeggeporiebultje
zegger	noun	de persoon die iets zegt.
zeggers	=	zegger
zeggertje	=	zegger
zeggertjes	=	zegger
zeggesatijnzwam	noun	Entoloma albotomentosum een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
zeggesatijnzwammen	=	zeggesatijnzwam
zeggesatijnzwammetje	=	zeggesatijnzwam
zeggesatijnzwammetjes	=	zeggesatijnzwam
zeggeschoorsteentje	noun	Anthostomella tomicoides een schimmel behorend tot de familie Xylariaceae.
zeggeschoorsteentjes	=	zeggeschoorsteentje
zeggetje	=	zegge
zeggetjes	=	zegge
zeggeviltmollisia	noun	Mollisia asteroma een schimmel uit de familie Mollisiaceae.
zeggeviltmollisia's	=	zeggeviltmollisia
zeggeviltmollisiaatje	=	zeggeviltmollisia
zeggeviltmollisiaatjes	=	zeggeviltmollisia
zeggewinterkoning	noun	Cistothorus stellaris een zangvogel uit de familie Troglodytidae (winterkoningen).
zeggewinterkoningen	=	zeggewinterkoning
zeggewinterkoninkje	=	zeggewinterkoning
zeggewinterkoninkjes	=	zeggewinterkoning
zegging	noun	het zeggen.
zeggingen	=	zegging
zeggingskracht	noun	welsprekendheid, overtuigingskracht bij het spreken.
zeggingskrachten	=	zeggingskracht
zeggingskrachtje	=	zeggingskracht
zeggingskrachtjes	=	zeggingskracht
zegginkje	=	zegging
zegginkjes	=	zegging
zegje	=	zeg
zegjes	=	zeg
zegslieden	=	zegsman
zegslui	=	zegsman
zegsman	noun	persoon die in naam van een organisatie of een persoon het woord voert
zegsmannen	=	zegsman
zegsmannetje	=	zegsman
zegsmannetjes	=	zegsman
zegsmens	noun	persoon die in naam van een organisatie of een persoon het woord voert
zegsmensen	=	zegsmens
zegster	noun	een vrouwlijke zegger.
zegsters	=	zegster
zegstertje	=	zegster
zegstertjes	=	zegster
zegsvrouw	noun	een vrouwspersoon die in naam van een organisatie het woord voert
zegsvrouwe	noun	een vrouwspersoon die in naam van een organisatie het woord voert
zegsvrouwen	=	zegsvrouwe
zegsvrouwtje	=	zegsvrouw
zegswijs	noun	spreekwijs, spreuk, uitdrukking.
zegswijze	noun	een vaste idiomatische verbinding met een figuurlijke betekenis, waarvan de persoonsvorm en het onderwerp veranderlijk zijn (itt spreekwoorden)
zegswijzen	=	zegswijs
zegswijzetje	=	zegswijs
zegswijzetjes	=	zegswijs
zegt	=	zeggen
zei	=	zeggen
zeide	=	zeggen
zeiden	=	zeggen
zeidt	=	zeggen
zeik	=	zeiken
zeikbeer	noun	zeikerd, zeurpiet, zeikstraal, zeikhannes
zeikbeertje	=	zeikbeer
zeikbeertjes	=	zeikbeer
zeikberen	=	zeikbeer
zeike	=	zeiken
zeiken	verb|informal	veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken
zeikend	=	zeiken
zeikende	=	zeiken
zeiker	noun	een zeurkous
zeikerd	noun	een zeurkous
zeikerdje	=	zeikerd
zeikerdjes	=	zeikerd
zeikerds	=	zeikerd
zeikerig	adj	vervelend, zeurderig
zeikerige	=	zeikerig
zeikeriger	=	zeikerig
zeikerigere	=	zeikerig
zeikerigers	=	zeikerig
zeikerigs	=	zeikerig
zeikerigst	=	zeikerig
zeikerigste	=	zeikerig
zeikers	=	zeiker
zeikertje	=	zeiker
zeikertjes	=	zeiker
zeikesnat	=	zeiknat
zeikhannes	noun	zeurpiet
zeikhannesen	=	zeikhannes
zeikhannesje	=	zeikhannes
zeikhannesjes	=	zeikhannes
zeiklijster	noun	lafaard, bangerik
zeiklijsters	=	zeiklijster
zeiklijstertje	=	zeiklijster
zeiklijstertjes	=	zeiklijster
zeiknat	adj	volledig nat
zeiknats	=	zeiknat
zeiknatte	=	zeiknat
zeiksnor	noun	een afhangende, weinig aantrekkelijke snor
zeiksnorren	=	zeiksnor
zeiksnorretje	=	zeiksnor
zeiksnorretjes	=	zeiksnor
zeikstraal	noun	zeurpiet
zeikstraaltje	=	zeikstraal
zeikstraaltjes	=	zeikstraal
zeikstralen	=	zeikstraal
zeikt	=	zeiken
zeikte	=	zeiken
zeikten	=	zeiken
zeikweer	noun	rotweer
zeikweertje	=	zeikweer
zeikwijf	noun	vrouw die veel klaagt en zeurt
zeikwijfje	=	zeikwijf
zeikwijfjes	=	zeikwijf
zeikwijven	=	zeikwijf
zeil	noun	doek dat in een mast gehesen is om wind te vangen en die het schip voortbeweegt
zeilaanwijzing	noun	een boekwerk dat de zaken beschrijft die nodig zijn voor een veilige navigatie van een bepaald gebied als aanvulling op de zeekaart en andere nautische publicaties.
zeilaanwijzingen	=	zeilaanwijzing
zeilaanwijzinkje	=	zeilaanwijzing
zeilaanwijzinkjes	=	zeilaanwijzing
zeilberging	noun	een bergplaats voor zeilen van een schip, aan boord of aan de wal
zeilbergingen	=	zeilberging
zeilberginkje	=	zeilberging
zeilberginkjes	=	zeilberging
zeilbewijs	noun	een bewijs van een bepaald niveau van vaardigheid in het zeilen
zeilbewijsje	=	zeilbewijs
zeilbewijsjes	=	zeilbewijs
zeilbewijzen	=	zeilbewijs
zeilboot	noun	een boot waarmee gezeild kan worden
zeilbootje	=	zeilboot
zeilbootjes	=	zeilboot
zeilboten	=	zeilboot
zeilcanadees	noun	zeilkano, Canadese kano met een stuurinrichting, een mastje, zijzwaardjes en loggerzeil tuigage
zeilcanadeesje	=	zeilcanadees
zeilcanadeesjes	=	zeilcanadees
zeilcanadezen	=	zeilcanadees
zeilclub	noun	vereniging van zeilers
zeilclubje	=	zeilclub
zeilclubjes	=	zeilclub
zeilclubs	=	zeilclub
zeilcursus	noun	een reeks lessen die gericht zijn op het leren zeilen
zeilcursusje	=	zeilcursus
zeilcursusjes	=	zeilcursus
zeilcursussen	=	zeilcursus
zeildag	noun	een dag dat men (uit)zeilt
zeildagen	=	zeildag
zeilde	=	zeilen
zeilden	=	zeilen
zeilder	=	zeilderen
zeilderde	=	zeilderen
zeilderden	=	zeilderen
zeildere	=	zeilderen
zeilderen	verb	ketsen, een steentje met een afgeplatte vorm scherend over een wateroppervlak gooien zodat het zo vaak mogelijk stuitert
zeilderend	=	zeilderen
zeilderende	=	zeilderen
zeildert	=	zeilderen
zeildoek	noun	een grof, stevig weefsel waarvan zeilen gemaakt worden
zeildoeken	=	zeildoek
zeildoekgrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7010 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7010 ( ).
zeildoekgrijze	=	zeildoekgrijs
zeildoekje	=	zeildoek
zeildoekjes	=	zeildoek
zeildoeks	adv	van zeildoek gemaakt.
zeildoekse	=	zeildoeks
zeildoft	noun	in een sloep de doft waartegen de mast bevestigd kan worden
zeildoften	=	zeildoft
zeildoftje	=	zeildoft
zeildoftjes	=	zeildoft
zeildragers	noun	een familie Veliferidae van straalvinnige vissen uit de orde van koningsvissen (Lampriformes)
zeile	=	zeilen
zeileigenschap	noun	hoe een schip reageert op de stand van de tuigage - in het bijzonder de zeilen - en veranderingen in die stand
zeileigenschappen	=	zeileigenschap
zeilelger	noun	een zeilend en door de modder getrokken ijzeren kam met scherpe tanden die gebruikt wordt om paling te vangen
zeilelgers	=	zeilelger
zeilelgertje	=	zeilelger
zeilelgertjes	=	zeilelger
zeilen	verb	voortgestuwd worden door de druk van de wind tegen een opgehouden zeil	noun	wedstrijdsport met zeilvaartuigen
zeilend	=	zeilen
zeilende	=	zeilen
zeilenmaker	noun	persoon of die de zeilen voor een zeilboot of zeilschip maakt
zeilenmakers	=	zeilenmaker
zeilensnijder	noun	misdadiger die zeildoek van vrachtwagens kapotsnijdt in de hoop de lading te kunnen stelen
zeilensnijders	=	zeilensnijder
zeiler	noun	iemand die het zeilen beoefent
zeilers	=	zeiler
zeilertje	=	zeiler
zeilertjes	=	zeiler
zeilervaring	noun	de mate waarin men het zeilen in praktijk gebracht heeft
zeilervaringen	=	zeilervaring
zeilervarinkje	=	zeilervaring
zeilervarinkjes	=	zeilervaring
zeilfamilie	noun	familie waarvan veel leden zeilen
zeilfamilies	=	zeilfamilie
zeilfamilietje	=	zeilfamilie
zeilfamilietjes	=	zeilfamilie
zeilgaren	noun	al of niet gewast stevig garen bestaande uit meerdere strengen hennep, vlas of kunststof
zeilgesprek	noun	een conversatie waarbij het varen in zeilboten het onderwerp is
zeilgesprekje	=	zeilgesprek
zeilgesprekjes	=	zeilgesprek
zeilgesprekken	=	zeilgesprek
zeilhagedissen	noun	een geslacht Hydrosaurus van hagedissen uit de familie agamen (Agamidae)
zeiljacht	noun	een snelzeilend klein vaartuig.
zeiljachten	=	zeiljacht
zeiljachtje	=	zeiljacht
zeiljachtjes	=	zeiljacht
zeiljagt	=	zeiljacht
zeilkamp	noun	een kamp van zeilers, met name gebruikt voor jongeren die willen leren zeilen
zeilkampen	=	zeilkamp
zeilkampje	=	zeilkamp
zeilkampjes	=	zeilkamp
zeilkar	noun	een in een rail passend systeem om het zeil bij hijsen aan de mast te bevestigen
zeilkarren	=	zeilkar
zeilkarretje	=	zeilkar
zeilkarretjes	=	zeilkar
zeilklaar	adj	gereed om te gaan zeilen
zeilklaarder	=	zeilklaar
zeilklaardere	=	zeilklaar
zeilklaarders	=	zeilklaar
zeilklaars	=	zeilklaar
zeilklaarst	=	zeilklaar
zeilklaarste	=	zeilklaar
zeilklare	=	zeilklaar
zeillat	noun	lat die in het grootzeil zit om dat in vorm te houden
zeillatje	=	zeillat
zeillatjes	=	zeillat
zeillatten	=	zeillat
zeilles	noun	onderwijs in het varen op windkracht
zeillessen	=	zeilles
zeilletter	noun	de letter(s) in het grootzeil waarmee de nationaliteit van een zeilschip aangegeven wordt
zeilletters	=	zeilletter
zeillettertje	=	zeilletter
zeillettertjes	=	zeilletter
zeilmaker	noun	iemand die zeilen vervaardigt
zeilmakerij	noun	werkplaats waar zeilen gemaakt worden
zeilmakerijen	=	zeilmakerij
zeilmakerijtje	=	zeilmakerij
zeilmakerijtjes	=	zeilmakerij
zeilmakers	=	zeilmaker
zeilmakersplaat	noun	plaatje met kleine putjes dat door middel van een bandje op de muis van de hand is bevestigd om daarmee een zeilnaald door zwaar zeildoek te duwen
zeilmakersplaatje	=	zeilmakersplaat
zeilmakersplaatjes	=	zeilmakersplaat
zeilmakersplaten	=	zeilmakersplaat
zeilmakerspriem	noun	handgreep met ronde, scherpgepunte staaf om kleine gaten in zeil te steken als het naaiwerk met naalden te stroef gaat
zeilmakerspriemen	=	zeilmakerspriem
zeilmakerspriempje	=	zeilmakerspriem
zeilmakerspriempjes	=	zeilmakerspriem
zeilmakertje	=	zeilmaker
zeilmakertjes	=	zeilmaker
zeilmiljonair	noun	een rijk persoon die in zijn vrijetijd of tijdens napensioenering zeilt
zeilmiljonairs	=	zeilmiljonair
zeilnummer	noun	een registratienummer in het zeil
zeilnummers	=	zeilnummer
zeilnummertje	=	zeilnummer
zeilnummertjes	=	zeilnummer
zeiloom	noun	een broer van iemands vader of moeder die vaak vaart of voer in een zeilboot
zeiloompje	=	zeiloom
zeiloompjes	=	zeiloom
zeilooms	=	zeiloom
zeiloppervlak	noun	het totale oppervlak van de zeilen die door een schip gevoerd worden.
zeiloppervlakken	=	zeiloppervlak
zeilpak	noun	een glad en waterdicht pak dat je beschermt tegen weer en wind
zeilpakken	=	zeilpak
zeilplaat	noun	plaatje met kleine putjes dat door middel van een bandje op de muis van de hand is bevestigd om daarmee een zeilnaald door zwaar zeildoek te duwen
zeilplaatje	=	zeilplaat
zeilplaatjes	=	zeilplaat
zeilplan	noun	gedetailleerde tekening van de zeilen van een zeilboot, inclusief het oppervlak per zeil
zeilplank	noun	een plank waarop men surft
zeilplanken	=	zeilplank
zeilplankje	=	zeilplank
zeilplankjes	=	zeilplank
zeilplannen	=	zeilplan
zeilplannetje	=	zeilplan
zeilplannetjes	=	zeilplan
zeilplaten	=	zeilplaat
zeilpriem	noun	handgreep met ronde, scherpgepunte staaf om kleine gaten in zeil te steken als het naaiwerk met naalden te stroef gaat
zeilpriemen	=	zeilpriem
zeilpriempje	=	zeilpriem
zeilpriempjes	=	zeilpriem
zeilpunt	noun	zwaartpunt van het zeil, aangrijpingspunt voor de windkracht
zeilpunten	=	zeilpunt
zeilpuntje	=	zeilpunt
zeilpuntjes	=	zeilpunt
zeilrace	noun	een snelheidswedstrijd in zeilboten
zeilraceje	=	zeilrace
zeilracejes	=	zeilrace
zeilraces	=	zeilrace
zeilree	adj	gereed om te gaan zeilen
zeilreis	noun	een reis per zeilboot
zeilreisje	=	zeilreis
zeilreisjes	=	zeilreis
zeilreizen	=	zeilreis
zeilring	noun	een metalen verstevigingsring om gaten waar touw of koord doorheen loopt, tegen slijtage en uitscheuren te beschermen
zeilringen	=	zeilring
zeilringetje	=	zeilring
zeilringetjes	=	zeilring
zeilrugvaalhaai	noun	Gogolia filewoodi een haai uit de familie van de gladde haaien.
zeilrugvaalhaaien	=	zeilrugvaalhaai
zeilrugvaalhaaitje	=	zeilrugvaalhaai
zeilrugvaalhaaitjes	=	zeilrugvaalhaai
zeilscheepje	=	zeilschip
zeilscheepjes	=	zeilschip
zeilschepen	=	zeilschip
zeilschip	noun	een schip waarmee gezeild kan worden
zeilscholen	=	zeilschool
zeilschool	noun	een instituut met als doel het opleiden in de kunst van het zeilen
zeilschooltje	=	zeilschool
zeilschooltjes	=	zeilschool
zeilschuit	noun	verzamelnaam voor diverse zeilende schuiten.
zeilschuiten	=	zeilschuit
zeilschuitje	=	zeilschuit
zeilschuitjes	=	zeilschuit
zeilsport	noun	de sport van het zeilen
zeilsporten	=	zeilsport
zeilsportje	=	zeilsport
zeilsportjes	=	zeilsport
zeilsteen	noun	en ijzererts, voornamelijk bestaande uit geoxideerd magnetiet (Fe₃O₄)
zeilsteentje	=	zeilsteen
zeilsteentjes	=	zeilsteen
zeilstenen	=	zeilsteen
zeilster	noun	vrouwelijke zeiler
zeilsters	=	zeilster
zeilstertje	=	zeilster
zeilstertjes	=	zeilster
zeilt	=	zeilen
zeilteam	noun	het team van mensen dat met een zeilboot zeilt.
zeilteampje	=	zeilteam
zeilteampjes	=	zeilteam
zeilteams	=	zeilteam
zeiltje	=	zeil
zeiltjes	=	zeil
zeiltocht	noun	een reis aan boord van een zeilschip
zeiltochten	=	zeiltocht
zeiltochtje	=	zeiltocht
zeiltochtjes	=	zeiltocht
zeilvaardig	adj	geschikt en uitgerust om te gaan zeilen
zeilvaardige	=	zeilvaardig
zeilvaardiger	=	zeilvaardig
zeilvaardigere	=	zeilvaardig
zeilvaardigers	=	zeilvaardig
zeilvaardigs	=	zeilvaardig
zeilvaardigst	=	zeilvaardig
zeilvaardigste	=	zeilvaardig
zeilvaart	noun	het deel van de scheepvaart dat zich middels zeilen voorbeweegt
zeilvaarten	=	zeilvaart
zeilvaartuig	noun	een zeilboot of zeilschip
zeilvaartuigen	=	zeilvaartuig
zeilvaartuigje	=	zeilvaartuig
zeilvaartuigjes	=	zeilvaartuig
zeilvakantie	noun	Vakantie waarbij zeilen de belangrijkste activiteit is
zeilvakanties	=	zeilvakantie
zeilvakantietje	=	zeilvakantie
zeilvakantietjes	=	zeilvakantie
zeilval	noun	lijn om een zeil mee te hijsen
zeilvallen	=	zeilval
zeilvalletje	=	zeilval
zeilvalletjes	=	zeilval
zeilvereniging	noun	een organisatie die zeilenthousiasten bundelt
zeilverenigingen	=	zeilvereniging
zeilverenigingetje	=	zeilvereniging
zeilverenigingetjes	=	zeilvereniging
zeilvermogen	noun	het totale vermogen van te voeren zeilen, zeilcapaciteit
zeilvermogens	=	zeilvermogen
zeilvermogentje	=	zeilvermogen
zeilvermogentjes	=	zeilvermogen
zeilvindoktersvis	noun	Zebrasoma velifer een straalvinnige vissensoort uit de familie van de doktersvissen (Acanthuridae).
zeilvindoktersvisje	=	zeilvindoktersvis
zeilvindoktersvisjes	=	zeilvindoktersvis
zeilvindoktersvissen	=	zeilvindoktersvis
zeilvinruwhaai	noun	Oxynotus paradoxus een vis uit de familie van ruwhaaien (Oxynotidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
zeilvinruwhaaien	=	zeilvinruwhaai
zeilvinruwhaaitje	=	zeilvinruwhaai
zeilvinruwhaaitjes	=	zeilvinruwhaai
zeilvissen	noun	een familie Istiophoridae van grote vissen uit de orde van baarsachtigen (Perciformes)
zeilvloot	noun	het geheel van zeilschepen waarover men beschikt
zeilvlootje	=	zeilvloot
zeilvlootjes	=	zeilvloot
zeilvloten	=	zeilvloot
zeilvolk	noun	alle mensen tesamen die zeilen
zeilvriend	noun	vriend waarmee je zeilt
zeilvrienden	=	zeilvriend
zeilvriendje	=	zeilvriend
zeilvriendjes	=	zeilvriend
zeilwagen	noun	een voertuig, gewoonlijk op een strand of bijvoorbeeld een zoutvlakte, voortgedreven met een zeil
zeilwagens	=	zeilwagen
zeilwagentje	=	zeilwagen
zeilwagentjes	=	zeilwagen
zeilwedstrijd	noun	een wedstrijd voor zeilschepen
zeilwedstrijden	=	zeilwedstrijd
zeilwedstrijdje	=	zeilwedstrijd
zeilwedstrijdjes	=	zeilwedstrijd
zeilweer	noun	weersomstandigheden die zich lenen tot het zeilen
zeilwereld	noun	iedereen die wat te maken heeft met het zeilen en de zeilsport
zeilwerelden	=	zeilwereld
zeilwereldje	=	zeilwereld
zeilwereldjes	=	zeilwereld
zeilwind	noun	een geschikte wind voor het zeilen
zeilwinden	=	zeilwind
zeilwindje	=	zeilwind
zeilwindjes	=	zeilwind
zeis	noun	landbouwwerktuig bestaande uit een lang gebogen mes dat bevestigd is aan een steel met twee handvatten, dienende om lang gras of graan te maaien
zeise	=	zeisen
zeisen	verb	met een zeis grassen of granen maaien	noun|obsolete	zeis zn
zeisend	=	zeisen
zeisende	=	zeisen
zeisenen	=	zeisen
zeisenman	noun	een man met een zeis als verpersoonlijking van de dood
zeisens	=	zeisen
zeisje	=	zeis
zeisjes	=	zeis
zeispreuk	noun	een apologisch gezegde met zelfspot, vaak in de vorm van een bekend gezegde met een ironische toevoeging waarin het woord zei voorkomt
zeispreuken	=	zeispreuk
zeispreukje	=	zeispreuk
zeispreukjes	=	zeispreuk
zeist	=	zeisen
zeiste	=	zeisen
zeisten	=	zeisen
zeistenaar	noun	een inwoner van Zeist, of iemand afkomstig uit Zeist
zeistenaars	=	zeistenaar
zeistenaartje	=	zeistenaar
zeistenaartjes	=	zeistenaar
zeistenaren	=	zeistenaar
zeister	adj	op Zeist betrekking hebbend
zeisters	=	zeister
zeists	adj	op Zeist betrekking hebbend
zeistse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zeist, of een vrouw afkomstig uit Zeist
zeistsen	=	zeistse
zeistser	=	zeists
zeistsere	=	zeists
zeistsers	=	zeists
zeistst	=	zeists
zeistste	=	zeists
zeisvormig	adj	de vorm van een zeis hebbende.
zeisvormige	=	zeisvormig
zeisvormiger	=	zeisvormig
zeisvormigere	=	zeisvormig
zeisvormigers	=	zeisvormig
zeisvormigs	=	zeisvormig
zeisvormigst	=	zeisvormig
zeisvormigste	=	zeisvormig
zeitgeist	noun	de kenmerkende manier van denken en handelen van het merendeel van de bevolking in een bepaalde tijd
zeke	=	zeiken
zeken	=	zeiken
zeker	adj	waaraan niet getwijfeld hoeft te worden
zekerapparaat	noun	toestelletje dat helpt het touw te remmen bij het zekeren van een klimmer
zekerapparaatje	=	zekerapparaat
zekerapparaatjes	=	zekerapparaat
zekerapparaten	=	zekerapparaat
zekerde	=	zekeren
zekerden	=	zekeren
zekerder	=	zeker
zekerdere	=	zeker
zekerders	=	zeker
zekere	noun	iets waaraan men niet hoeft te twijfelen
zekeren	verb	het touw waarmee iemand klimt op een veilige manier vasthouden
zekerend	=	zekeren
zekerende	=	zekeren
zekerheden	=	zekerheid
zekerheid	noun	het uitgesloten zijn van andere mogelijkheden
zekerheidje	=	zekerheid
zekerheidjes	=	zekerheid
zekerheidshalve	adv	voor de zekerheid
zekerheidsmaatregel	noun	een maatregel die genomen wordt om meer zekerheid te krijgen en minder risico.
zekerheidsmaatregels	=	zekerheidsmaatregel
zekerheidsmaatregeltje	=	zekerheidsmaatregel
zekerheidsmaatregeltjes	=	zekerheidsmaatregel
zekerheidsrecht	noun	het recht om het voldoen van een schuld te verzekeren.
zekerheidsrechten	=	zekerheidsrecht
zekerheidsregeling	noun	een regeling bedoeld om de zekerheid van iets te vergroten.
zekerheidsregelingen	=	zekerheidsregeling
zekerheidsregelingetje	=	zekerheidsregeling
zekerheidsregelingetjes	=	zekerheidsregeling
zekerheidsstelsel	noun	het stelsel dat is opgezet om zekerheid te verschaffen.
zekerheidsstelsels	=	zekerheidsstelsel
zekerheidsstelseltje	=	zekerheidsstelsel
zekerheidsstelseltjes	=	zekerheidsstelsel
zekerheidssysteem	noun	een kwaliteitsborgingssysteem om een bepaalde veiligheid te waarborgen
zekerheidssysteempje	=	zekerheidssysteem
zekerheidssysteempjes	=	zekerheidssysteem
zekerheidssystemen	=	zekerheidssysteem
zekerheidstelling	noun	het in zekerheid stellen van een bepaalde partij.
zekerheidstellingen	=	zekerheidstelling
zekerheidstellinkje	=	zekerheidstelling
zekerheidstellinkjes	=	zekerheidstelling
zekerheidstelsel	noun	het stelsel dat is opgezet om zekerheid te verschaffen.
zekerheidstelsels	=	zekerheidstelsel
zekerheidstelseltje	=	zekerheidstelsel
zekerheidstelseltjes	=	zekerheidstelsel
zekerheidsuitgave	noun	uitgaven die gedaan worden om zekerheid verkrijgen.
zekerheidsuitgaven	=	zekerheidsuitgave
zekerheidsuitgavetje	=	zekerheidsuitgave
zekerheidsuitgavetjes	=	zekerheidsuitgave
zekerheidswetgeving	noun	wetgeving die bedoeld is om mensen zekerheid van bestaan te geven.
zekerheidswetgevingen	=	zekerheidswetgeving
zekerheidswetgevinkje	=	zekerheidswetgeving
zekerheidswetgevinkjes	=	zekerheidswetgeving
zekering	noun	een element van een stroomkring dat doorbrandt of op andere wijze een te grote stroombelasting verhindert
zekeringautomaat	noun	een automaat die het elektrische circuit onderbreekt als door kortsluiting of overbelasting een te hoge stroomsterkte in een groep van de installatie ontstaat
zekeringautomaatje	=	zekeringautomaat
zekeringautomaatjes	=	zekeringautomaat
zekeringautomaten	=	zekeringautomaat
zekeringen	=	zekering
zekeringenkast	noun	ruimte waarin de stoppen zijn aangelegd die een elektriciteitsnetwerk beschermen tegen overbelasting en kortsluiting
zekeringenkasten	=	zekeringenkast
zekeringetje	=	zekering
zekeringetjes	=	zekering
zekeringhouder	noun	het object dat de zekering vasthoudt.
zekeringhouders	=	zekeringhouder
zekeringhoudertje	=	zekeringhouder
zekeringhoudertjes	=	zekeringhouder
zekeringkast	noun	een kast waarin de zekeringen zich bevinden.
zekeringkasten	=	zekeringkast
zekeringkastje	=	zekeringkast
zekeringkastjes	=	zekeringkast
zekeringsapparaat	noun	toestelletje dat helpt het touw te remmen bij het zekeren van een klimmer
zekeringsapparaatje	=	zekeringsapparaat
zekeringsapparaatjes	=	zekeringsapparaat
zekeringsapparaten	=	zekeringsapparaat
zekeringskast	noun	een kast of doos waarin de zekeringen gemonteerd zijn van de verschillende elektrische groepen in een huis of bedrijf
zekeringskasten	=	zekeringskast
zekeringskastje	=	zekeringskast
zekeringskastjes	=	zekeringskast
zekeringstoestel	noun	toestelletje dat helpt het touw te remmen bij het zekeren van een klimmer
zekeringstoestellen	=	zekeringstoestel
zekeringstoestelletje	=	zekeringstoestel
zekeringstoestelletjes	=	zekeringstoestel
zekerlijk	adv	het uitkomen verzekerend
zekers	adv	een veronderstelling makend waar men vrij zeker van is
zekerst	=	zeker
zekerste	=	zeker
zekerstelling	noun	het nemen van maatregelen die iets tot een zekerheid maken
zekerstellingen	=	zekerstelling
zekert	=	zekeren
zekertoestel	noun	toestelletje dat helpt het touw te remmen bij het zekeren van een klimmer
zekertoestellen	=	zekertoestel
zekertoestelletje	=	zekertoestel
zekertoestelletjes	=	zekertoestel
zelateur	noun	iemand die vurig een bepaald doel nastreeft
zelateurs	=	zelateur
zelateurtje	=	zelateur
zelateurtjes	=	zelateur
zelatrice	noun	een vrouw die vurig een bepaald doel nastreeft
zelatrices	=	zelatrice
zelden	adv	bijzonder weinig voorkomend
zeldredzame	=	zelfredzaam
zeldredzamer	=	zelfredzaam
zeldredzamere	=	zelfredzaam
zeldredzamers	=	zelfredzaam
zeldwerkzame	=	zelfwerkzaam
zeldwerkzamer	=	zelfwerkzaam
zeldwerkzamere	=	zelfwerkzaam
zeldwerkzamers	=	zelfwerkzaam
zeldzaam	adj	naar verhouding gering in aantal
zeldzaamheden	=	zeldzaamheid
zeldzaamheid	noun	iets dat weinig aangetroffen wordt
zeldzaamheidje	=	zeldzaamheid
zeldzaamheidjes	=	zeldzaamheid
zeldzaamheidswaarde	noun	de waarde die iets heeft door zijn zelfdzaamheid.
zeldzaamheidswaarden	=	zeldzaamheidswaarde
zeldzaamheidswaardes	=	zeldzaamheidswaarde
zeldzaamheidswaardetje	=	zeldzaamheidswaarde
zeldzaamheidswaardetjes	=	zeldzaamheidswaarde
zeldzaams	=	zeldzaam
zeldzaamst	=	zeldzaam
zeldzaamste	=	zeldzaam
zeldzame	=	zeldzaam
zeldzamer	=	zeldzaam
zeldzamere	=	zeldzaam
zeldzamers	=	zeldzaam
zelen	=	zeel
zeleren	verb|obsolete	zich geheel voor de belangen van iemand of iets inzettend
zelf	pron	in eigen persoon, niet een ander	noun	salie, benaming voor planten uit het geslacht Salvia
zelfaanvaarding	noun	aanvaarding van jezelf, tevreden zijn met wie je bent
zelfaanvaardingen	=	zelfaanvaarding
zelfaanvaardinkje	=	zelfaanvaarding
zelfaanvaardinkjes	=	zelfaanvaarding
zelfacceptatie	noun	acceptatie van zichzelf
zelfacceptaties	=	zelfacceptatie
zelfachting	noun	een positief zelfbeeld, de achting van zichzelf
zelfactualisatie	noun	het zich verder ontwikkelen in psychisch, sociaal en lichamelijk opzicht
zelfactualisaties	=	zelfactualisatie
zelfactualisering	noun	een term uit de humanistische psychologie die erop neerkomt dat de behoefte bij mensen bestaat hun mogelijkheden optimaal te benutten en het beste uit henzelf te halen
zelfactualiseringen	=	zelfactualisering
zelfadministrerend	adj	van een pensioenfonds dat dit zelf de werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van de pensioenovereenkomst uitvoert en dit dus niet uitbesteedt aan gespecialiseerde bedrijven
zelfadministrerende	=	zelfadministrerend
zelfadministrerends	=	zelfadministrerend
zelfanalyse	noun	de analyse van zichzelf
zelfanalysen	=	zelfanalyse
zelfanalyses	=	zelfanalyse
zelfbecijfering	noun	het continu getalsmatig bijhouden van de eigen lichaamsfuncties met behulp van een smartwatch en smartphone
zelfbecijferingen	=	zelfbecijfering
zelfbedacht	adj	product van iemands eigen gedachte
zelfbedachte	=	zelfbedacht
zelfbedachts	=	zelfbedacht
zelfbediening	noun	het zichzelf helpen in een winkel of restaurant
zelfbedieningen	=	zelfbediening
zelfbedieningsapparatuur	noun	apparatuur waarmee iemand zichzelf kan bedienen
zelfbedieningsgroothandel	noun	een groothandel waarbij de klanten zelf de door hen gewenste producten uitkiezen en afrekenen
zelfbedieningsgroothandels	=	zelfbedieningsgroothandel
zelfbedieningsgroothandeltje	=	zelfbedieningsgroothandel
zelfbedieningsgroothandeltjes	=	zelfbedieningsgroothandel
zelfbedieningskapitalisme	noun	praktijk waarbij bestuurders van grote organisaties zichzelf vrij gemakkelijk een hoge beloning voor hun werkzaamheden toekennen
zelfbedieningskassa	noun	plaats waar een klant zonder hulp van personeel kan afrekenen
zelfbedieningskassa's	=	zelfbedieningskassa
zelfbedieningspomp	noun	onbemand tankstation waarbij de klant zelf de brandstof in de auto tankt en zelf afrekent
zelfbedieningspompen	=	zelfbedieningspomp
zelfbedieningspompje	=	zelfbedieningspomp
zelfbedieningspompjes	=	zelfbedieningspomp
zelfbedieningsprincipe	noun	een principe volgens hetwelk de klant zichzelf kan bedienen
zelfbedieningsprincipes	=	zelfbedieningsprincipe
zelfbedieningsprincipetje	=	zelfbedieningsprincipe
zelfbedieningsprincipetjes	=	zelfbedieningsprincipe
zelfbedieningsrestaurant	noun	een eetgelegenheid waar de gast zelf zijn voedsel gaat halen
zelfbedieningsrestaurantje	=	zelfbedieningsrestaurant
zelfbedieningsrestaurantjes	=	zelfbedieningsrestaurant
zelfbedieningsrestaurants	=	zelfbedieningsrestaurant
zelfbedieningswinkel	noun	een winkel waarin de klanten zelf de door hen gewenste producten uitkiezen en afrekenen
zelfbedieningswinkels	=	zelfbedieningswinkel
zelfbedieningswinkeltje	=	zelfbedieningswinkel
zelfbedieningswinkeltjes	=	zelfbedieningswinkel
zelfbedieningszaak	noun	winkel waar de klanten zelf (zonder hulp van een verkoper) de door hen gewenste producten verzamelen en daarna afrekenen
zelfbedieningszaakje	=	zelfbedieningszaak
zelfbedieningszaakjes	=	zelfbedieningszaak
zelfbedieningszaken	=	zelfbedieningszaak
zelfbedrog	noun	voorkeur voor een opvatting ondanks het besef dat die in strijd is met de werkelijkheid
zelfbedruipend	adj	in het eigen onderhoud kunnen voorzien zonder externe hulp
zelfbedruipende	=	zelfbedruipend
zelfbedruipender	=	zelfbedruipend
zelfbedruipendere	=	zelfbedruipend
zelfbedruipenders	=	zelfbedruipend
zelfbedruipends	=	zelfbedruipend
zelfbedruipendst	=	zelfbedruipend
zelfbedruipendste	=	zelfbedruipend
zelfbedwang	noun	beheersing van je eigen gedrag door je gevoelens in te houden
zelfbeeld	noun	de dunk die men van zichzelf heeft
zelfbeelden	=	zelfbeeld
zelfbegoocheling	noun	het zichzelf voor de gek houden
zelfbegoochelingen	=	zelfbegoocheling
zelfbehaaglijk	adj	zichzelf een goed of aangenaam gevoel gevend
zelfbehaaglijke	=	zelfbehaaglijk
zelfbehaaglijker	=	zelfbehaaglijk
zelfbehaaglijkere	=	zelfbehaaglijk
zelfbehaaglijkers	=	zelfbehaaglijk
zelfbehaaglijks	=	zelfbehaaglijk
zelfbehaaglijkst	=	zelfbehaaglijk
zelfbehaaglijkste	=	zelfbehaaglijk
zelfbehagelijk	adj	tevreden zijn met jezelf
zelfbehagelijke	=	zelfbehagelijk
zelfbehagelijker	=	zelfbehagelijk
zelfbehagelijkere	=	zelfbehagelijk
zelfbehagelijkers	=	zelfbehagelijk
zelfbehagelijks	=	zelfbehagelijk
zelfbehagelijkst	=	zelfbehagelijk
zelfbehagelijkste	=	zelfbehagelijk
zelfbehagen	noun	goed of aangenaam gevoel dat je jezelf bezorgt
zelfbeheer	noun	zeggenschap over eigen zaken, gebruik naar eigen inzicht van benodigdheden voor eigen taken
zelfbeheersching	=	zelfbeheersing
zelfbeheersing	noun	het in bedwang houden van eigen gevoelens, zoals emoties of kwaadheid.
zelfbeheersingen	=	zelfbeheersing
zelfbehoud	noun	de zorg om het eigen leven te bewaren
zelfbeklag	noun	het bejammeren van de eigen omstandigheden
zelfbeklagend	adj	vol zelfbeklag of medelijden voor zichzelf
zelfbeklagende	=	zelfbeklagend
zelfbeklagends	=	zelfbeklagend
zelfbelang	noun	eigen voordeel dat degene die een handeling verricht daar zelf bij heeft
zelfbelangen	=	zelfbelang
zelfbenoemd	adj	van iemand die zichzelf een (openbare) functie of titel heeft gegeven
zelfbenoemde	=	zelfbenoemd
zelfbenoemds	=	zelfbenoemd
zelfbeoordeling	noun	een verklaring waarin men het eigen functioneren aan een oordeel onderwerpt
zelfbeoordelingen	=	zelfbeoordeling
zelfbepaling	noun	zelf doen wat je zelf wilt
zelfbepalingen	=	zelfbepaling
zelfbepalinkje	=	zelfbepaling
zelfbepalinkjes	=	zelfbepaling
zelfbeperking	noun	een beperking die iemand zichzelf oplegt
zelfbeperkingen	=	zelfbeperking
zelfbeschadiging	noun	medische term voor het zichzelf verwonden of het zichzelf pijnigen zonder daarbij zichzelf te willen doden
zelfbeschadigingen	=	zelfbeschadiging
zelfbeschadigingetje	=	zelfbeschadiging
zelfbeschadigingetjes	=	zelfbeschadiging
zelfbescherming	noun	de bescherming van zichzelf
zelfbeschermingen	=	zelfbescherming
zelfbeschikking	noun	de vrijheid van een individu om zonder (instinctieve, sociale of statelijke) dwang tot een besluit te komen
zelfbeschikkingen	=	zelfbeschikking
zelfbeschikkingsrecht	noun	het grondrecht van een burger om als enige over het eigen lichaam en lot te mogen beschikken
zelfbeschikkingsrechten	=	zelfbeschikkingsrecht
zelfbeschikkingsrechtje	=	zelfbeschikkingsrecht
zelfbeschikkinkje	=	zelfbeschikking
zelfbeschikkinkjes	=	zelfbeschikking
zelfbeschouwing	noun	de beschouwing van zichzelf
zelfbeschouwingen	=	zelfbeschouwing
zelfbeschuldiging	noun	een uiting waarin men zichzelf de schuld geeft
zelfbeschuldigingen	=	zelfbeschuldiging
zelfbeschuldigingetje	=	zelfbeschuldiging
zelfbeschuldigingetjes	=	zelfbeschuldiging
zelfbesef	noun	weten dat je er bent; ergo sum
zelfbespiegeling	noun	beschouwing van zichzelf, bezinning op zichzelf
zelfbespiegelingen	=	zelfbespiegeling
zelfbestemming	noun	het zichzelf mogen en kunnen regeren
zelfbestemmingen	=	zelfbestemming
zelfbestraffing	noun	zichzelf een straf opleggen als teken van berouw
zelfbestraffingen	=	zelfbestraffing
zelfbestraffinkje	=	zelfbestraffing
zelfbestraffinkjes	=	zelfbestraffing
zelfbestuiving	noun	een proces waarbij het stuifmeel wordt overgebracht naar de stempel van dezelfde bloem
zelfbestuivingen	=	zelfbestuiving
zelfbesturen	=	zelfbestuur
zelfbesturend	adj	in hoge mate voor de eigen wetgeving verantwoordelijk
zelfbesturende	=	zelfbesturend
zelfbesturender	=	zelfbesturend
zelfbesturendere	=	zelfbesturend
zelfbesturenders	=	zelfbesturend
zelfbesturends	=	zelfbesturend
zelfbesturendst	=	zelfbesturend
zelfbesturendste	=	zelfbesturend
zelfbestuur	noun	systeem waarin men zelf het beleid bepaalt en zelf de eigen wet- en regelgeving maakt
zelfbestuurder	noun	aanduiding voor de vier Javaanse vorsten die, onder streng toezicht van een Nederlandse gouverneur, regeerden over een keizerrijk, koninkrijk of prinsdom op Java. (tot 1945)
zelfbestuurders	=	zelfbestuurder
zelfbestuurdertje	=	zelfbestuurder
zelfbestuurdertjes	=	zelfbestuurder
zelfbetalingskassa	noun	plaats waar de klanten zelf afrekenen zonder hulp van het personeel
zelfbetalingskassa's	=	zelfbetalingskassa
zelfbevestiging	noun	bevestiging van eigenwaarde en trots door succes of erkenning
zelfbevestigingen	=	zelfbevestiging
zelfbevestigingetje	=	zelfbevestiging
zelfbevestigingetjes	=	zelfbevestiging
zelfbevlekking	noun|figurative	overmatige tevredenheid met zichzelf
zelfbevlekkingen	=	zelfbevlekking
zelfbevlekkinkje	=	zelfbevlekking
zelfbevlekkinkjes	=	zelfbevlekking
zelfbevrediging	noun	seks waarbij iemand zichzelf een orgasme bezorgt
zelfbevredigingen	=	zelfbevrediging
zelfbevredigingetje	=	zelfbevrediging
zelfbevredigingetjes	=	zelfbevrediging
zelfbevrijding	noun	een bevrijding die door jezelf gebeurt
zelfbevrijdingen	=	zelfbevrijding
zelfbevrijdinkje	=	zelfbevrijding
zelfbevrijdinkjes	=	zelfbevrijding
zelfbevruchting	noun	het zichtzelf bevruchten bij bloemen
zelfbevruchtingen	=	zelfbevruchting
zelfbeweging	noun	beweging die zonder hulp van buitenaf wordt uitgevoerd
zelfbewegingen	=	zelfbeweging
zelfbeweginkje	=	zelfbeweging
zelfbeweginkjes	=	zelfbeweging
zelfbewoning	noun	het zelf gaan wonen in de gekochte woning
zelfbewoningen	=	zelfbewoning
zelfbewoningsplicht	noun	de verplichting om zelf in een gekochte woning te gaan wonen en deze woning dus niet te gebruiken als beleggingsobject
zelfbewoningsplichten	=	zelfbewoningsplicht
zelfbewoninkje	=	zelfbewoning
zelfbewoninkjes	=	zelfbewoning
zelfbewust	adj	demonstrerend het vermogen te hebben om zijn eigen bestaan, mentale toestanden, identiteit en relatie tot de buitenwereld te vatten.
zelfbewuste	=	zelfbewust
zelfbewuster	=	zelfbewust
zelfbewustere	=	zelfbewust
zelfbewusters	=	zelfbewust
zelfbewustheden	=	zelfbewustheid
zelfbewustheid	noun	een realistische vorm van zelfvertrouwen
zelfbewusts	=	zelfbewust
zelfbewustst	=	zelfbewust
zelfbewustste	=	zelfbewust
zelfbewustzijn	noun	de beleving van de eigen identiteit, dus van wie wij zijn en wat wij doen, denken, voelen of hebben meegemaakt
zelfbezinning	noun	het de tijd nemen om eens goed na te denken over zichzelf en het eigen handelen
zelfbezinningen	=	zelfbezinning
zelfbinder	noun	een maaimachine die het graan tevens schoven bindt
zelfbinders	=	zelfbinder
zelfbommer	noun	iemand die zichzelf opblaast bij een bomaanslag
zelfbommers	=	zelfbommer
zelfbouw	noun	het door een particulier zelf (en dus niet door een extern bedrijf) bouwen van een woning, apparaat of iets anders
zelfbouwer	noun	iemand die zelf de leiding neemt bij de bouw van zijn huis
zelfbouwers	=	zelfbouwer
zelfbouwgroep	noun	groep die in collectief particulier opdrachtgeverschap bouwt, dus zonder tussenkomst van een projectontwikkelaar
zelfbouwgroepen	=	zelfbouwgroep
zelfcensuren	=	zelfcensuur
zelfcensuur	noun	jezelf beperkingen opleggen in het geven van je mening
zelfconcept	noun	het geheel van al de gedachten, ideeën en oordelen die je over jezelf hebt
zelfconcepten	=	zelfconcept
zelfconstructie	noun	proces waarbij individuen in sociale interacties bewust hun eigen mentale modellen construeren
zelfconstructies	=	zelfconstructie
zelfcontrole	noun	jezelf in de hand kunnen houden
zelfcontroles	=	zelfcontrole
zelfcorrectie	noun	het zelf ingrijpen als je iets verkeerds doet of dreigt te doen
zelfcorrecties	=	zelfcorrectie
zelfcorrigerend	adj	zonder inmenging van buitenaf de eigen fouten of misstanden verbeterend
zelfcorrigerende	=	zelfcorrigerend
zelfcorrigerends	=	zelfcorrigerend
zelfde	pron	duidt identiteit aan
zelfdefinitie	noun	het beeld dat men van zichzelf heeft, hoe men zichzelf definieert
zelfdefinities	=	zelfdefinitie
zelfdefiniëring	noun	het bepalen van het zelfbeeld; het zelf bepalen hoe men zichzelf definieert
zelfdefiniëringen	=	zelfdefiniëring
zelfdenkend	adj	onafhankelijk beslissingen nemend; zonder inmenging van buitenaf gedachten vormend
zelfdenkende	=	zelfdenkend
zelfdenkender	=	zelfdenkend
zelfdenkendere	=	zelfdenkend
zelfdenkenders	=	zelfdenkend
zelfdenkends	=	zelfdenkend
zelfdenkendst	=	zelfdenkend
zelfdenkendste	=	zelfdenkend
zelfder	=	zelfde
zelfdestructie	noun	zichzelf vernietigend
zelfdestructief	adj	gericht op het beschadigen van zichzelf
zelfdestructiefs	=	zelfdestructief
zelfdestructiefst	=	zelfdestructief
zelfdestructiefste	=	zelfdestructief
zelfdestructieve	=	zelfdestructief
zelfdestructiever	=	zelfdestructief
zelfdestructievere	=	zelfdestructief
zelfdestructievers	=	zelfdestructief
zelfdiscipline	noun	sterke zelfbeheersing bij het regelen van zijn verplichtingen
zelfdisciplines	=	zelfdiscipline
zelfdiscriminatie	noun	het internaliseren van discriminatie; zelf geloven dat vooroordelen over de eigen groep ook op jezelf van toepassing zijn
zelfdiscriminaties	=	zelfdiscriminatie
zelfdoder	noun	iemand die suïcide wil plegen
zelfdoders	=	zelfdoder
zelfdoding	noun	Het zich benemen van het leven
zelfdodingconsulent	noun	iemand die een ander adviseert bij het plegen van zelfmoord
zelfdodingconsulenten	=	zelfdodingconsulent
zelfdodingen	=	zelfdoding
zelfdodingsconsulent	noun	iemand die een ander adviseert bij het plegen van zelfmoord
zelfdodingsconsulente	noun	vrouwelijke zelfdodingsconsulent; vrouw die een ander adviseert bij het plegen van zelfmoord
zelfdodingsconsulenten	=	zelfdodingsconsulent
zelfdodingsconsulentes	=	zelfdodingsconsulente
zelfdodingsmiddel	noun	middel waarmee men zichzelf het leven kan benemen
zelfdodingsmiddelen	=	zelfdodingsmiddel
zelfdodingsmiddeltje	=	zelfdodingsmiddel
zelfdodingsmiddeltjes	=	zelfdodingsmiddel
zelfdodingspil	noun	pil waarmee men zelfmoord kan plegen
zelfdodingspillen	=	zelfdodingspil
zelfdodinkje	=	zelfdoding
zelfdodinkjes	=	zelfdoding
zelfdoeadoptie	noun	het aannemen van een kind als eigen kind zonder inmenging van een adoptieorganisatie
zelfdoeadopties	=	zelfdoeadoptie
zelfdoener	noun	iemand die zaken zelf aanpakt die meestal door professionals gedaan worden
zelfdoeners	=	zelfdoener
zelfdomesticatie	noun	verschijnsel dat dieren zichzelf hebben 'getemd'; dat ze zonder bewust ingrijpen van mensen minder agressief zijn geworden en langer kinderlijke eigenschappen zijn blijven houden
zelfdomesticatiehypothese	noun	hypothese dat dieren en mensen zichzelf hebben 'getemd' zonder bewust ingrijpen van mensen
zelfdragend	adj	geen extra steunende constructies nodig hebbend
zelfdragende	=	zelfdragend
zelfdragends	=	zelfdragend
zelfdunk	noun	een te goed zelfbeeld
zelfdwang	noun	jezelf ergens toe dwingen
zelfeuthanasie	noun	een vorm van zelfdoding waarbij een persoon niet geholpen wordt bij het uitvoeren daarvan, maar waarbij wel, vergelijkbaar met euthanasie, voordat de persoon overlijdt gesprekken gevoerd worden met naasten of andere personen die bij het overlijden betrokken of ook aanwezig kunnen zijn
zelfevaluatie	noun	het beoordelen van het eigen handelen
zelfevaluatiemodel	noun	methode om zelfevaluatie in goede banen te leiden
zelfevaluatiemodellen	=	zelfevaluatiemodel
zelfevaluaties	=	zelfevaluatie
zelfevident	adj	geen uitleg nodig hebbend
zelfevidente	=	zelfevident
zelfevidenter	=	zelfevident
zelfevidentere	=	zelfevident
zelfevidenters	=	zelfevident
zelfevidents	=	zelfevident
zelfevidentst	=	zelfevident
zelfevidentste	=	zelfevident
zelfexpressie	noun	uiting geven aan de eigen gevoelens en gedachten
zelfexpressies	=	zelfexpressie
zelffinanciering	noun	voldoende kapitaal hebben zodat lenen van geld niet noodzakelijk is voor het doen van investeringen
zelffinancieringen	=	zelffinanciering
zelfgave	noun	zichzelf geven aan een ander
zelfgaven	=	zelfgave
zelfgebakken	adj	door bakken in eigen keuken vervaardigd
zelfgebakkens	=	zelfgebakken
zelfgebouwd	adj	door iemand zelf in elkaar gezet uit losse onderdelen
zelfgebouwde	=	zelfgebouwd
zelfgebouwds	=	zelfgebouwd
zelfgebreid	adj	zelf gemaakt van wol door te breien, dus niet kant-en-klaar in de winkel gekocht
zelfgebreide	=	zelfgebreid
zelfgebreids	=	zelfgebreid
zelfgebrouwen	adj	van een (alcoholische) drank dat men deze zelf gemaakt heeft en niet kant-en-klaar in de winkel heeft gekocht
zelfgebrouwens	=	zelfgebrouwen
zelfgecreëerd	adj	zelf bedacht en gemaakt
zelfgecreëerde	=	zelfgecreëerd
zelfgecreëerds	=	zelfgecreëerd
zelfgedraaid	adj	zelf gemaakt door draaien m.n. van sigaretten die men draait van tabak en vloeipapier
zelfgedraaide	=	zelfgedraaid
zelfgedraaids	=	zelfgedraaid
zelfgefabriceerd	adj	in het bedrijf of de fabriek zelf gemaakt, dus niet ingekocht
zelfgefabriceerde	=	zelfgefabriceerd
zelfgefabriceerds	=	zelfgefabriceerd
zelfgegenereerd	adj	zelf geproduceerd, dus niet ingekocht, met name van elektriciteit
zelfgegenereerde	=	zelfgegenereerd
zelfgegenereerds	=	zelfgegenereerd
zelfgegevenheden	=	zelfgegevenheid
zelfgegevenheid	noun	evidentie, vanzelfsprekendheid
zelfgegraven	adj	van iets dat men zelf door graven heeft gemaakt
zelfgegravens	=	zelfgegraven
zelfgekozen	adj	door iemand zelf geselecteerd en dus niet door iets of iemand anders opgedrongen
zelfgekozens	=	zelfgekozen
zelfgekweekt	adj	van planten: door iemand zelf bevrucht, geplant en verzorgd
zelfgekweekte	=	zelfgekweekt
zelfgekweekts	=	zelfgekweekt
zelfgemaakt	adj	niet door een fabriek of professional gemaakt maar door iemand zelf (die vaak ook zelf de gebruiker is).
zelfgemaakte	=	zelfgemaakt
zelfgemaakts	=	zelfgemaakt
zelfgenererend	adj	zelfmakend, zelfproducerend, zelfontwikkelend
zelfgenererende	=	zelfgenererend
zelfgenererends	=	zelfgenererend
zelfgenezend	adj	zonder tussenkomst van een arts of hulpverlener herstellend
zelfgenezende	=	zelfgenezend
zelfgenezends	=	zelfgenezend
zelfgenezing	noun	het jezelf gezond maken zonder tussenkomst van arts of hulpverlener
zelfgenezingen	=	zelfgenezing
zelfgenoegzaam	adj	zelfingenomen
zelfgenoegzaamheden	=	zelfgenoegzaamheid
zelfgenoegzaamheid	noun	meestal tevreden zijn over zichzelf en diens handelingen
zelfgenoegzaams	=	zelfgenoegzaam
zelfgenoegzaamst	=	zelfgenoegzaam
zelfgenoegzaamste	=	zelfgenoegzaam
zelfgenoegzame	=	zelfgenoegzaam
zelfgenoegzamer	=	zelfgenoegzaam
zelfgenoegzamere	=	zelfgenoegzaam
zelfgenoegzamers	=	zelfgenoegzaam
zelfgeproduceerd	adj	door eigen handelen gemaakt, dus niet kant-en-klaar gekocht
zelfgeproduceerde	=	zelfgeproduceerd
zelfgeproduceerds	=	zelfgeproduceerd
zelfgerichtheid	noun	het vooral bezig zijn met het eigenbelang
zelfgeschapen	adj	door iemand zelf gemaakt
zelfgeschapens	=	zelfgeschapen
zelfgeschilderd	adj	door iemand zelf geverfd
zelfgeschilderde	=	zelfgeschilderd
zelfgeschilderds	=	zelfgeschilderd
zelfgeschreven	adj	zelfbedacht en opgeschreven
zelfgeschrevens	=	zelfgeschreven
zelfgesprek	noun	monoloog zonder toehoorders
zelfgesprekken	=	zelfgesprek
zelfgestookt	adj	van sterke drank dat men deze zelf gedestilleerd heeft
zelfgestookte	=	zelfgestookt
zelfgestookts	=	zelfgestookt
zelfgeteeld	adj	van planten: door iemand zelf bevrucht, geplant en verzorgd
zelfgeteelde	=	zelfgeteeld
zelfgeteelds	=	zelfgeteeld
zelfgevangen	adj	zonder hulp van anderen gevangen, met name van vis
zelfgevangens	=	zelfgevangen
zelfgevoel	noun	het respect dat men heeft voor zichzelf
zelfgevonden	adj	op eigen kracht vergaard
zelfgevondens	=	zelfgevonden
zelfgezocht	adj	door iemand zelf veroorzaakt of nagestreefd
zelfgezochte	=	zelfgezocht
zelfgezochts	=	zelfgezocht
zelfhaat	noun	haat van een individu tegen zichzelf
zelfhandhaving	noun	het zichzelf in stand houden
zelfhandhavingen	=	zelfhandhaving
zelfheid	noun	onze persoonlijke identiteit
zelfhelp	noun	het oplossen of verzachten van problemen zonder tussenkomst van professionele hulpverleners
zelfherkenning	noun	het proces van herkenning van de eigen identiteit, bijvoorbeeld door waarneming van een foto, spiegelbeeld of andere gedragskenmerken zoals het eigen stemgeluid, de eigen manier van bewegen etc
zelfherkenningen	=	zelfherkenning
zelfherstellend	adj	automatisch zichzelf weer kunnen herstellen na een beschadiging
zelfherstellende	=	zelfherstellend
zelfherstellender	=	zelfherstellend
zelfherstellendere	=	zelfherstellend
zelfherstellenders	=	zelfherstellend
zelfherstellends	=	zelfherstellend
zelfherstellendst	=	zelfherstellend
zelfherstellendste	=	zelfherstellend
zelfhulp	noun	het oplossen of verzachten van problemen zonder tussenkomst van professionele hulpverleners
zelfhulpboek	noun	een boek dat gebruikt wordt om problemen op te lossen of te verzachten zonder tussenkomst van anderen
zelfhulpboeken	=	zelfhulpboek
zelfhulpboekje	=	zelfhulpboek
zelfhulpboekjes	=	zelfhulpboek
zelfhulpgroep	noun	bijeenkomst van mensen die elkaar leren om problemen te verhelpen of verzachten zonder tussenkomst van een professionele hulpverlener
zelfhulpgroepen	=	zelfhulpgroep
zelfhulpgroepje	=	zelfhulpgroep
zelfhulpgroepjes	=	zelfhulpgroep
zelfhulpprogramma	noun	training die erop gericht is dat patiënten zichzelf, zonder inmenging van hulpverleners, kunnen helpen of behandelen; een vorm van zorg waarbij de betrokkene(n) een problematiek probeert/proberen op te lossen of hanteerbaar te maken, zonder tussenkomst van professionele hulpverleners
zelfhulpprogramma's	=	zelfhulpprogramma
zelfhulpprogrammaatje	=	zelfhulpprogramma
zelfhulpprogrammaatjes	=	zelfhulpprogramma
zelfhulptechniek	noun	een bepaalde manier waarop iemand problemen kan verhelpen of verzachten zonder tussenkomst van anderen
zelfhulptechnieken	=	zelfhulptechniek
zelfhulptechniekje	=	zelfhulptechniek
zelfhulptechniekjes	=	zelfhulptechniek
zelfhuwelijk	noun	bewust alleenstaand blijven; bewust geen liefdesrelatie met een ander dan jezelf aangaan
zelfhygiëne	noun	het zorgen dat het eigen lichaam schoon en gezond is en blijft
zelfhypnose	noun	het hypnotiseren van zichzelf
zelfhypnoses	=	zelfhypnose
zelfidentificatie	noun	het zelf bepalen tot welke groep men behoort
zelfidentificaties	=	zelfidentificatie
zelfinductie	noun	de mate waarin de groei van een stroom in een geleider vertraagd wordt door het erdoor opgebouwde magneetveld
zelfinducties	=	zelfinductie
zelfinductietje	=	zelfinductie
zelfinductietjes	=	zelfinductie
zelfingenomen	adj	van een persoon dat hij of zij te tevreden met zichzelf is
zelfingenomener	=	zelfingenomen
zelfingenomeners	=	zelfingenomen
zelfingenomenheden	=	zelfingenomenheid
zelfingenomenheid	noun	op een onkritische manier tevreden met jezelf zijn
zelfingenomens	=	zelfingenomen
zelfingenomenst	=	zelfingenomen
zelfingenomenste	=	zelfingenomen
zelfinitiatief	noun	het zelf iets nieuws ter hand nemen zonder sturing door iets of iemand anders
zelfinitiatieven	=	zelfinitiatief
zelfinterpretatie	noun	de eigen uitleg die men geeft aan iets of iemand; de eigen opvatting over iets of iemand
zelfinterpretaties	=	zelfinterpretatie
zelfinzicht	noun	begrip dat iemand zelf heeft over wie hij is en hoe hij is
zelfinzichten	=	zelfinzicht
zelfironie	noun	het bedrijven van spot met zichzelf
zelfisolatie	noun	iemand die (mogelijk) ziek is en/of een ziekteverwekker (mogelijk) bij zich draagt en zelf besluit om zich in eigen huis af te zonderen van andere mensen (zowel huisgenoten als mensen buiten) om verspreiding van een ziekte te voorkomen
zelfisolaties	=	zelfisolatie
zelfje	=	zelf
zelfjes	=	zelf
zelfkant	noun	elk van de meestal versterkt geweven zijkanten van een weefsel in de lengterichting van het doek
zelfkanten	=	zelfkant
zelfkantje	=	zelfkant
zelfkastijding	noun	het zichzelf bestraffen
zelfkastijdingen	=	zelfkastijding
zelfkastijdinkje	=	zelfkastijding
zelfkastijdinkjes	=	zelfkastijding
zelfkazend	adj	zelf kaas maken van de melk die men produceert op de eigen boerderij
zelfkazende	=	zelfkazend
zelfkazends	=	zelfkazend
zelfkennis	noun	kennis van het eigen ik
zelfkiek	noun	foto die iemand van zichzelf maakt
zelfkieken	=	zelfkiek
zelfkiekje	=	zelfkiek
zelfkiekjes	=	zelfkiek
zelfklevend	adj	voorzien van een plaklaag die geen bevochtiging behoeft
zelfklevende	=	zelfklevend
zelfklevends	=	zelfklevend
zelfklever	noun	een plakker met een zelfklevende laag
zelfklevers	=	zelfklever
zelfklevertje	=	zelfklever
zelfklevertjes	=	zelfklever
zelfklinker	noun	een verzamelnaam voor muziekinstrumenten die toon/geluid voortbrengen door trillend materiaal
zelfklinkers	=	zelfklinker
zelfklinkertje	=	zelfklinker
zelfklinkertjes	=	zelfklinker
zelfkoelend	adj	zichzelf koud makend zonder hulp van buitenaf
zelfkoelende	=	zelfkoelend
zelfkoelends	=	zelfkoelend
zelfkritiek	noun	beoordeling van het zelf, meestal gericht op dat wat verbeterd zou moeten worden
zelfkritieken	=	zelfkritiek
zelfkritiekje	=	zelfkritiek
zelfkritisch	adj	zichzelf beoordelend, meestal gericht op dat wat verbeterd zou moeten worden
zelfkritische	=	zelfkritisch
zelfkritischer	=	zelfkritisch
zelfkritischere	=	zelfkritisch
zelfkritischers	=	zelfkritisch
zelfkweller	noun	iemand die zichzelf pijn doet
zelfkwellers	=	zelfkweller
zelfkwelling	noun	iets waardoor je jezelf pijn doet
zelfkwellingen	=	zelfkwelling
zelflader	noun	halfautomatisch vuurwapen waarbij de verrichtingen als uitwerpen en laden verricht worden door de energie die bij het afgaan van het schot vrijkomt
zelfladers	=	zelflader
zelfleren	noun	proces waarin je zelf uitmaakt welke kennis en vaardigheden je wil opdoen en hoe je dat aanpakt, zodat je ook meer ontdekt over jezelf en wat daarbij voor jou het beste werkt
zelflerend	adj	verworven informatie gebruikend om taken beter te vervullen
zelflerende	=	zelflerend
zelflerender	=	zelflerend
zelflerendere	=	zelflerend
zelflerenders	=	zelflerend
zelflerends	=	zelflerend
zelflerendst	=	zelflerend
zelflerendste	=	zelflerend
zelfliefde	noun	het tevreden zijn met jezelf; het houden van jezelf
zelfliefdes	=	zelfliefde
zelflimiterend	adj	op een bepaald moment of bij een bepaalde waarde automatisch stoppend
zelflimiterende	=	zelflimiterend
zelflimiterender	=	zelflimiterend
zelflimiterendere	=	zelflimiterend
zelflimiterenders	=	zelflimiterend
zelflimiterends	=	zelflimiterend
zelflimiterendst	=	zelflimiterend
zelflimiterendste	=	zelflimiterend
zelfloos	adj	zonder aandacht voor eigen voorkeuren en belangen
zelfloosheid	noun	houding waarin je niet denkt aan je eigen voorkeuren en belangen
zelfloost	=	zelfloos
zelflooste	=	zelfloos
zelfloze	=	zelfloos
zelflozer	noun	opening in de romp van een boot waardoor binnengestroomd water weer wordt weggezogen als de boot vaart maakt en die zichzelf daarna weer als een ventiel afsluit, zodat er geen water door naar binnen kan stromen
zelflozere	=	zelfloos
zelflozers	=	zelflozer
zelfmanagement	noun	zelf je eigen zaken regelen en gedaan krijgen
zelfmedelijden	noun	dat je het jammer vindt voor jezelf
zelfmedicatie	noun	het gebruik van medicijnen die vrij verkrijgbaar (d.w.z., zonder recept) zijn
zelfmedicaties	=	zelfmedicatie
zelfmelder	noun	iemand die zichzelf aangeeft bij de politie als pleger van een misdaad
zelfmelders	=	zelfmelder
zelfmisleiding	noun	het zichzelf voorliegen; het zichzelf bedriegen
zelfmisleidingen	=	zelfmisleiding
zelfmisleidinkje	=	zelfmisleiding
zelfmisleidinkjes	=	zelfmisleiding
zelfmonitoring	noun	zichzelf controleren en op grond daarvan acties te ondernemen
zelfmoord	noun	handeling waarbij men een einde maakt aan zijn eigen leven
zelfmoordaanslag	noun	een terroristische daad waarbij de dader de bedoeling heeft zelf de aanslag niet te overleven
zelfmoordaanslagen	=	zelfmoordaanslag
zelfmoordaanslagje	=	zelfmoordaanslag
zelfmoordaanslagjes	=	zelfmoordaanslag
zelfmoordaanval	noun	een terroristische actie waarbij de dader (ook) zichzelf van het leven berooft
zelfmoordaanvallen	=	zelfmoordaanval
zelfmoordaanvaller	noun	een pleger van een zelfmoordaanval
zelfmoordaanvallers	=	zelfmoordaanvaller
zelfmoordaanvallertje	=	zelfmoordaanvaller
zelfmoordaanvallertjes	=	zelfmoordaanvaller
zelfmoordaanvalletje	=	zelfmoordaanval
zelfmoordaanvalletjes	=	zelfmoordaanval
zelfmoordactie	noun	een actie (aanslag) waarbij de dader weet dat hij zelf ook omkomt
zelfmoordacties	=	zelfmoordactie
zelfmoordadviseur	noun	iemand die anderen adviseert bij begaan van zelfdoding
zelfmoordadviseurs	=	zelfmoordadviseur
zelfmoordbom	noun	bom gebruikt in een zelfmoordaanslag vaak in de vorm van een bomgordel
zelfmoordbommen	=	zelfmoordbom
zelfmoordbommetje	=	zelfmoordbom
zelfmoordbommetjes	=	zelfmoordbom
zelfmoordbrief	noun	brief die als verklaring of afscheid achtergelaten wordt door iemand die zelfmoord pleegt
zelfmoordbriefje	=	zelfmoordbrief
zelfmoordbriefjes	=	zelfmoordbrief
zelfmoordbrieven	=	zelfmoordbrief
zelfmoordbrigade	noun	brigade militairen die levensgevaarlijke opdrachten uitvoert waarbij ze overigens liever niet het loodje leggen
zelfmoordbrigades	=	zelfmoordbrigade
zelfmoordcijfer	noun	aantal mensen dat zelfmoord pleegt
zelfmoordcijfers	=	zelfmoordcijfer
zelfmoordcommando	noun	een groep strijders die een opdracht uitvoeren waarbij zij zelf om zullen komen
zelfmoordcommando's	=	zelfmoordcommando
zelfmoordconsulent	noun	iemand die een ander adviseert bij het begaan van een zelfdoding
zelfmoordconsulente	noun	vrouwelijke zelfmoordconsulent; vrouw die anderen adviseert bij het plegen van zelfmoord
zelfmoordconsulenten	=	zelfmoordconsulent
zelfmoordconsulentes	=	zelfmoordconsulente
zelfmoorddader	noun	iemand die een terreurdaad pleegt en daarbij zichzelf doodt
zelfmoorddaders	=	zelfmoorddader
zelfmoorddrama	noun	tragische of schokkende gebeurtenis waarbij een of meerdere mensen zelfmoord plegen vaak binnen één gezin
zelfmoorddrama's	=	zelfmoorddrama
zelfmoorddramaatje	=	zelfmoorddrama
zelfmoorddramaatjes	=	zelfmoorddrama
zelfmoordeenheden	=	zelfmoordeenheid
zelfmoordeenheid	noun	een groep fanatici die een opdracht uitvoeren waarbij zij zelf om zullen komen
zelfmoorden	=	zelfmoord
zelfmoordenaar	noun	iemand die zichzelf om het leven brengt
zelfmoordenaars	=	zelfmoordenaar
zelfmoordenares	noun	vrouw die zichzelf van het leven berooft
zelfmoordenaresje	=	zelfmoordenares
zelfmoordenaresjes	=	zelfmoordenares
zelfmoordenaressen	=	zelfmoordenares
zelfmoordfundamentalist	noun	iemand die op een fundamentalistische manier een geloof aanhangt én een zelfmoordaanslag pleegt of heeft gepleegd
zelfmoordfundamentalisten	=	zelfmoordfundamentalist
zelfmoordgedachte	noun	overweging van zelfmoord
zelfmoordgedachten	=	zelfmoordgedachte
zelfmoordgedachtes	=	zelfmoordgedachte
zelfmoordgedachtetje	=	zelfmoordgedachte
zelfmoordgedachtetjes	=	zelfmoordgedachte
zelfmoordgeval	noun	een keer dat iemand zichzelf heeft gedood
zelfmoordgevallen	=	zelfmoordgeval
zelfmoordgordel	noun	als een gordel om het lijf gedragen explosieven, waarmee men een zelfmoordaanslag kan plegen
zelfmoordgordels	=	zelfmoordgordel
zelfmoordje	=	zelfmoord
zelfmoordjes	=	zelfmoord
zelfmoordkaper	noun	iemand die een vliegtuig of ander voertuig kaapt en bereid is te sterven tijdens deze actie
zelfmoordkapers	=	zelfmoordkaper
zelfmoordlijn	noun	telefoonhulplijn waarnaar men kan bellen als men zelfmoord dreigt te plegen of bij andere psychische problemen
zelfmoordlijnen	=	zelfmoordlijn
zelfmoordmissie	noun	een (militaire) expeditie waarbij de kans heel groot is dat de deelnemers het niet overleven
zelfmoordmissies	=	zelfmoordmissie
zelfmoordneiging	noun	de overweging om zichzelf het leven te ontnemen
zelfmoordneigingen	=	zelfmoordneiging
zelfmoordneiginkje	=	zelfmoordneiging
zelfmoordneiginkjes	=	zelfmoordneiging
zelfmoordpact	noun	afspraak tussen een aantal personen om samen zelfmoord te plegen
zelfmoordpacten	=	zelfmoordpact
zelfmoordpercentage	noun	aantal zelfmoorden per 100 mensen die deel uitmaken van een groep
zelfmoordpercentages	=	zelfmoordpercentage
zelfmoordpil	noun	pil die men inslikt om een einde te maken aan het eigen leven
zelfmoordpillen	=	zelfmoordpil
zelfmoordpilletje	=	zelfmoordpil
zelfmoordpilletjes	=	zelfmoordpil
zelfmoordpiloot	noun	piloot die een vijand aanvalt door expres met zijn vliegtuig neer te storten en zo zelfmoord te plegen
zelfmoordpilootje	=	zelfmoordpiloot
zelfmoordpilootjes	=	zelfmoordpiloot
zelfmoordpiloten	=	zelfmoordpiloot
zelfmoordplan	noun	het voornemen om zelfmoord te plegen
zelfmoordplannen	=	zelfmoordplan
zelfmoordplannetje	=	zelfmoordplan
zelfmoordplannetjes	=	zelfmoordplan
zelfmoordpoging	noun	poging om zichzelf het leven te benemen
zelfmoordpogingen	=	zelfmoordpoging
zelfmoordpoginkje	=	zelfmoordpoging
zelfmoordpoginkjes	=	zelfmoordpoging
zelfmoordpreventie	noun	alle handelingen die erop gericht zijn om zelfdodingen te voorkomen
zelfmoordpreventies	=	zelfmoordpreventie
zelfmoordprogramma	noun	samenhangend geheel van maatregelen dat erop gericht is een zelfdoding te voorkomen bij mensen die een verhoogd risico lopen
zelfmoordprogramma's	=	zelfmoordprogramma
zelfmoordriem	noun	riem met explosieven waarmee men een zelfmoordaanslag kan plegen
zelfmoordriemen	=	zelfmoordriem
zelfmoordschepen	=	zelfmoordschip
zelfmoordschip	noun	schip waarmee men een aanval pleegt waarbij ook de aanvallers zelf zullen overlijden
zelfmoordstrijder	noun	strijder die ervan uitgaat dat hij sowieso gedood zal worden
zelfmoordtas	noun	plastic tas waarmee men zelfmoord kan plegen
zelfmoordtassen	=	zelfmoordtas
zelfmoordterreur	noun	terrorisme door terroristen die overlijden tijdens de aanslag
zelfmoordterrorisme	noun	terrorisme door mensen die daarbij ook zichzelf doden
zelfmoordterrorist	noun	iemand die bereid is terreur te zaaien ook als dat tot de eigen dood leidt
zelfmoordterroriste	noun	vrouw die ook zichzelf doodt bij het plegen van een terreuraanslag
zelfmoordterroristen	=	zelfmoordterrorist
zelfmoordterroristes	=	zelfmoordterroriste
zelfmoordterroristje	=	zelfmoordterrorist
zelfmoordterroristjes	=	zelfmoordterrorist
zelfmoordtoerisme	noun	niet-Zwitsers die naar Zwitserland gaan om daar gebruik te maken van begeleide zelfdoding
zelfmoordtoezicht	noun	strenge controle op iemand waarvan men denkt dat er sprake is van een verhoogd risico op het plegen van zelfmoord
zelfmoordvest	noun	op het lichaam gedragen explosieven waarmee men zichzelf en mensen in de omgeving kan doden
zelfmoordvesten	=	zelfmoordvest
zelfmoordzak	noun	luchtdichte zak waarmee men zelfmoord kan plegen
zelfmoordzakken	=	zelfmoordzak
zelfmutilatie	noun	zichzelf beschadigen
zelfmutilaties	=	zelfmutilatie
zelfmutilatietje	=	zelfmutilatie
zelfnoemfunctie	noun	gebruik van een woord als subject, object of bepaling in een uitspraak omtrent dit woord zelf
zelfnoemfuncties	=	zelfnoemfunctie
zelfobservatie	noun	naar zichzelf kijken en zichzelf evalueren om zo te komen tot zelfinzicht
zelfobservaties	=	zelfobservatie
zelfonderhoud	noun	zichzelf in stand houden; zorgen dat men niet ten onder gaat
zelfonderricht	noun	het zichzelf iets aanleren
zelfonderschatting	noun	zichzelf minder achten dan men eigenlijk is
zelfonderschattingen	=	zelfonderschatting
zelfonderzoek	noun	zich zelf kritisch bekijken en evalueren
zelfonderzoeken	=	zelfonderzoek
zelfonderzoekje	=	zelfonderzoek
zelfonderzoekjes	=	zelfonderzoek
zelfontbrander	noun	iets dat uit zichzelf tot ontbranding komt
zelfontbranders	=	zelfontbrander
zelfontbranding	noun	het spontaan in brand schieten van een substantie
zelfontbrandingen	=	zelfontbranding
zelfontbrandinkje	=	zelfontbranding
zelfontbrandinkjes	=	zelfontbranding
zelfontdekking	noun	het zichzelf beter leren kennen
zelfontdekkingen	=	zelfontdekking
zelfontdekkinkje	=	zelfontdekking
zelfontdekkinkjes	=	zelfontdekking
zelfonthulling	noun	iets over zichzelf bekend maken wat eerst verborgen was
zelfonthullingen	=	zelfonthulling
zelfontkenning	noun	het gedachte dat je niets waard bent
zelfontkenningen	=	zelfontkenning
zelfontlading	noun	het verlies van elektrische lading van een accu tijdens opslag
zelfontladingen	=	zelfontlading
zelfontladinkje	=	zelfontlading
zelfontladinkjes	=	zelfontlading
zelfontleding	noun	onderzoek naar de eigen persoonlijkheid en psyche
zelfontledingen	=	zelfontleding
zelfontledinkje	=	zelfontleding
zelfontledinkjes	=	zelfontleding
zelfontplooiing	noun	op eigen houtje de eigen vermogens verder ontwikkelen
zelfontplooiingen	=	zelfontplooiing
zelfontplooiinkje	=	zelfontplooiing
zelfontplooiinkjes	=	zelfontplooiing
zelfontspanner	noun	functie op een fotocamera die een vertraging creëert tussen het indrukken van de ontspanknop (ontspanner) en het maken van de foto
zelfontspanners	=	zelfontspanner
zelfontsteking	noun	van explosieven dat deze automatisch, vanzelf tot ontploffing komen
zelfontstekingen	=	zelfontsteking
zelfontstekinkje	=	zelfontsteking
zelfontstekinkjes	=	zelfontsteking
zelfontwikkeld	adj	zelf ontworpen en verbeterd
zelfontwikkelde	=	zelfontwikkeld
zelfontwikkelds	=	zelfontwikkeld
zelfontwikkeling	noun	het zichzelf verbeteren
zelfontwikkelingen	=	zelfontwikkeling
zelfontworpen	adj	door iemand zelf bedacht en vormgegeven
zelfontworpens	=	zelfontworpen
zelfopblaasbaar	adj	iets dat zichzelf kan vullen met een gas
zelfopblaasbaars	=	zelfopblaasbaar
zelfopblaasbare	=	zelfopblaasbaar
zelfopenbaring	noun	zichzelf zichtbaar maken voor anderen
zelfopenbaringen	=	zelfopenbaring
zelfopgelegd	adj	wat men zichzelf heeft opgedragen, waartoe men zichzelf verplicht heeft
zelfopgelegde	=	zelfopgelegd
zelfopgelegds	=	zelfopgelegd
zelfopheffing	noun	het zichzelf vernietigen; het bestaan van zichzelf beëindigen
zelfopheffingen	=	zelfopheffing
zelfopheffinkje	=	zelfopheffing
zelfopheffinkjes	=	zelfopheffing
zelfoplossend	adj	automatisch zonder hulp van buitenaf overgaan in een vloeistof
zelfoplossende	=	zelfoplossend
zelfoplossender	=	zelfoplossend
zelfoplossendere	=	zelfoplossend
zelfoplossenders	=	zelfoplossend
zelfoplossends	=	zelfoplossend
zelfoplossendst	=	zelfoplossend
zelfoplossendste	=	zelfoplossend
zelfopofferend	adj	het eigenbelang opzijzettend met als doel iets of iemand te helpen
zelfopofferende	=	zelfopofferend
zelfopofferends	=	zelfopofferend
zelfopoffering	noun	het opzij zetten van het eigenbelang ten gunste van een ander
zelfopofferingen	=	zelfopoffering
zelfoprichtend	adj	na omslaan weer overeind komend zonder hulp van buitenaf
zelfoprichtende	=	zelfoprichtend
zelfoprichtends	=	zelfoprichtend
zelfordening	noun	proces waarbij iets vanzelf overgaat van chaos naar regelmaat zonder sturing van buitenaf
zelfordeningen	=	zelfordening
zelforganisatie	noun	proces waarbij in een chaotisch systeem spontaan structuren ontstaan
zelforganisaties	=	zelforganisatie
zelforganiserend	adj	iets dat zichzelf regelt zonder dat externe sturing nodig is
zelforganiserende	=	zelforganiserend
zelforganiserender	=	zelforganiserend
zelforganiserendere	=	zelforganiserend
zelforganiserenders	=	zelforganiserend
zelforganiserends	=	zelforganiserend
zelforganiserendst	=	zelforganiserend
zelforganiserendste	=	zelforganiserend
zelfoverschattend	adj	van iets of iemand: van zichzelf denkend dat men beter is dan men werkelijk is
zelfoverschattende	=	zelfoverschattend
zelfoverschattender	=	zelfoverschattend
zelfoverschattendere	=	zelfoverschattend
zelfoverschattenders	=	zelfoverschattend
zelfoverschattends	=	zelfoverschattend
zelfoverschattendst	=	zelfoverschattend
zelfoverschattendste	=	zelfoverschattend
zelfoverschatting	noun	jezelf belangrijker, kundiger, vaardiger en groter inschatten dan je eigenlijk bent
zelfoverschattingen	=	zelfoverschatting
zelfoverstijgend	adj	beter wordend dan men was, de eigen beperkingen overschrijdend
zelfoverstijgende	=	zelfoverstijgend
zelfoverstijgends	=	zelfoverstijgend
zelfoverstijging	noun	het beter worden dan men was; het de grenzen van het eigen kunnen overschrijden
zelfoverstijgingen	=	zelfoverstijging
zelfoverstijginkje	=	zelfoverstijging
zelfoverstijginkjes	=	zelfoverstijging
zelfovertuiging	noun	zonder druk vanuit de buitenwereld zelfstandig tot een conclusie komen
zelfovertuigingen	=	zelfovertuiging
zelfoverwinning	noun	de keer dat men wint van zijn eigen tekortkomingen
zelfoverwinningen	=	zelfoverwinning
zelfparodie	noun	zichzelf op een grappige, spottende manier nadoet
zelfparodies	=	zelfparodie
zelfparodieën	=	zelfparodie
zelfpijniging	noun	gedragingen met de bedoeling jezelf pijn te doen
zelfpijnigingen	=	zelfpijniging
zelfpijnigingetje	=	zelfpijniging
zelfpijnigingetjes	=	zelfpijniging
zelfplagiaat	noun	uit eigen werk citeren zonder bronvermelding
zelfplagiaten	=	zelfplagiaat
zelfportret	noun	een kunstwerk gebaseerd op de afbeelding van het eigen gezicht
zelfportretje	=	zelfportret
zelfportretjes	=	zelfportret
zelfportretten	=	zelfportret
zelfpresentatie	noun	de manier waarop iemand zichzelf publiek voorstelt of uitbeeldt
zelfpresentaties	=	zelfpresentatie
zelfpromotie	noun	reclame voor de eigen persoon
zelfpromoties	=	zelfpromotie
zelfquarantaine	noun	het zichzelf afzonderen en afschermen van andere mensen zodat men niet besmet kan raken met ziektekiemen en virussen
zelfquarantaines	=	zelfquarantaine
zelfrapportage	noun	het uitbrengen van een verslag over zichzelf
zelfrapportages	=	zelfrapportage
zelfrealisatie	noun	het beste van zichzelf werkelijkheid laten worden
zelfrealisaties	=	zelfrealisatie
zelfrechtvaardiging	noun	het aangeven waarom het eigen handelen goed of moreel aanvaardbaar is
zelfrechtvaardigingen	=	zelfrechtvaardiging
zelfrechtvaardigingetje	=	zelfrechtvaardiging
zelfrechtvaardigingetjes	=	zelfrechtvaardiging
zelfredzaam	adj	van een persoon dat hij of zij in staat is zichzelf te verzorgen zonder hulp van buiten
zelfredzaamheid	noun	het vermogen om het leven in te richten zonder hulp van anderen
zelfredzaams	=	zelfredzaam
zelfredzaamst	=	zelfredzaam
zelfredzaamste	=	zelfredzaam
zelfredzame	=	zelfredzaam
zelfredzamer	=	zelfredzaam
zelfredzamere	=	zelfredzaam
zelfredzamers	=	zelfredzaam
zelfreflectie	noun	het nadenken over het eigen doen en laten
zelfreflecties	=	zelfreflectie
zelfreflectietje	=	zelfreflectie
zelfreflexief	adj	zichzelf bekijkend en beoordelend
zelfreflexiefs	=	zelfreflexief
zelfreflexiefst	=	zelfreflexief
zelfreflexiefste	=	zelfreflexief
zelfreflexieve	=	zelfreflexief
zelfreflexiever	=	zelfreflexief
zelfreflexievere	=	zelfreflexief
zelfreflexievers	=	zelfreflexief
zelfregelend	adj	zichzelf sturend
zelfregelende	=	zelfregelend
zelfregelends	=	zelfregelend
zelfregulatie	noun	het zichzelf sturen en controleren
zelfregulaties	=	zelfregulatie
zelfregulerend	adj	zichzelf bijsturend
zelfregulerende	=	zelfregulerend
zelfregulerender	=	zelfregulerend
zelfregulerendere	=	zelfregulerend
zelfregulerenders	=	zelfregulerend
zelfregulerends	=	zelfregulerend
zelfregulerendst	=	zelfregulerend
zelfregulerendste	=	zelfregulerend
zelfregulering	noun	het bestaan van onderling op elkaar afgestemde processen, die de voor het systeem noodzakelijke omstandigheden om in stand te blijven redelijk constant houden
zelfreguleringen	=	zelfregulering
zelfreinigend	adj	zichzelf automatisch schoonmakend
zelfreinigende	=	zelfreinigend
zelfreinigender	=	zelfreinigend
zelfreinigendere	=	zelfreinigend
zelfreinigenders	=	zelfreinigend
zelfreinigends	=	zelfreinigend
zelfreinigendst	=	zelfreinigend
zelfreinigendste	=	zelfreinigend
zelfreiniging	noun	het zichzelf schoonmaken, het zichzelf ontdoen van ongewenste elementen of eigenschappen
zelfreinigingen	=	zelfreiniging
zelfreinigingetje	=	zelfreiniging
zelfreinigingetjes	=	zelfreiniging
zelfrelativering	noun	het zichzelf niet al te serieus nemen
zelfrelativeringen	=	zelfrelativering
zelfrespect	noun	het is het beeld dat een mens of groep op emotioneel niveau van zichzelf heeft, zonder daarbij redelijk of logisch te zijn
zelfrijdend	adj	met de eigenschap zelfstandig te kunnen rijden (dus zonder andere krachtbron) waarmee overigens vaak tegenwoordig wordt bedoeld dat er automatische besturing optreedt
zelfrijdende	=	zelfrijdend
zelfrijdends	=	zelfrijdend
zelfrijzend	adj	de eigenschap hebbend een baksel luchtig te maken zonder het deeg eerst met gist te laten rijzen
zelfrijzende	=	zelfrijzend
zelfrijzends	=	zelfrijzend
zelfroosteren	verb	zelf het eigen werkrooster maken
zelfroosterend	=	zelfroosteren
zelfroosterende	=	zelfroosteren
zelfs	adv	kondigt een uitspraak aan die een bewering onderstreept
zelfsbeheersching	=	zelfbeheersing
zelfscan	noun	apparaat waarbij klanten hun eigen boodschappen kunnen scannen en afrekenen
zelfscande	=	zelfscannen
zelfscanden	=	zelfscannen
zelfscankassa	noun	plaats waar klanten zelf afrekenen door zelf de producten te scannen
zelfscankassa's	=	zelfscankassa
zelfscanne	=	zelfscannen
zelfscannen	verb	het scannen en afrekenen van boodschappen door de klant zelf bij een zelfscankassa
zelfscannend	=	zelfscannen
zelfscannende	=	zelfscannen
zelfscanner	noun	apparaat waarbij een klant zelf zijn boodschappen kan scannen bij een zelfscankassa
zelfscanners	=	zelfscanner
zelfscannertje	=	zelfscanner
zelfscannetje	=	zelfscan
zelfscans	=	zelfscan
zelfscansysteem	noun	alle apparaten die noodzakelijk zijn om het een klant mogelijk te maken zelf de boodschappen te scannen in een supermarkt en zelf te kunnen afrekenen zonder tussenkomst van een kassier
zelfscansysteempje	=	zelfscansysteem
zelfscansystemen	=	zelfscansysteem
zelfscant	=	zelfscannen
zelfscheppend	adj	zichzelf (automatisch) ontwikkelend en vormgevend
zelfscheppende	=	zelfscheppend
zelfscheppends	=	zelfscheppend
zelfschepping	noun	zelf ontwerpen, ontwikkelen en produceren
zelfscheppingen	=	zelfschepping
zelfscholing	noun	zichzelf iets aanleren; zichzelf opleiden in een bepaald gebied, vak of beroep
zelfscholingen	=	zelfscholing
zelfselectie	noun	automatisch, door zichzelf onderscheid maken tussen verschillende leden van een groep
zelfselecties	=	zelfselectie
zelfskennis	=	zelfkennis
zelfsmerend	adj	automatisch zichzelf voorzien van voldoende smeermiddelen
zelfsmerende	=	zelfsmerend
zelfsmerends	=	zelfsmerend
zelfsondage	noun	bij zichzelf een urinekatheter inbrengen om de urine af te laten lopen
zelfspiritualiteit	noun	het persoonlijk beleefde geestelijk leven in tegenstelling tot de spiritualiteit die zich in kerkelijk verband afspeelt
zelfspot	noun	jezelf belachelijk maken met humoristische intentie
zelfstandig	adj	op zichzelf staand
zelfstandig-naamwoordsvorm	noun	een verbogen vorm van een zelfstandig naamwoord.
zelfstandig-naamwoordsvormen	=	zelfstandig-naamwoordsvorm
zelfstandig-naamwoordsvormpje	=	zelfstandig-naamwoordsvorm
zelfstandig-naamwoordsvormpjes	=	zelfstandig-naamwoordsvorm
zelfstandige	noun	iemand die zelfstandig arbeid verricht en niet in dienst van een werkgever
zelfstandigen	=	zelfstandige
zelfstandigenaftrek	noun	verlaging van de belasting voor een zelfstandig ondernemer bijv. een zzp'er
zelfstandigenaftrekken	=	zelfstandigenaftrek
zelfstandigenhypotheek	noun	woninghypotheek voor een ondernemer
zelfstandigenhypotheken	=	zelfstandigenhypotheek
zelfstandigenorganisatie	noun	organisatie waar ondernemers lid van kunnen zijn
zelfstandigenorganisaties	=	zelfstandigenorganisatie
zelfstandigenregeling	noun	een wettelijke regeling voor kleine ondernemers
zelfstandigenregelingen	=	zelfstandigenregeling
zelfstandigenstatuten	=	zelfstandigenstatuut
zelfstandigenstatuut	noun	Belgische financieel-juridische status als zelfstandig ondernemer
zelfstandiger	=	zelfstandig
zelfstandigere	=	zelfstandig
zelfstandigers	=	zelfstandig
zelfstandigheden	=	zelfstandigheid
zelfstandigheid	noun	het zelfstandig zijn
zelfstandigheidsdrang	noun	de wens om zelfstandigheid te bereiken
zelfstandigheidsstreven	noun	inzet om onafhankelijk te worden en te blijven
zelfstandignaamwoordgroep	noun	woordgroep die als een substantief functioneert
zelfstandignaamwoordgroepen	=	zelfstandignaamwoordgroep
zelfstandigs	=	zelfstandig
zelfstandigst	=	zelfstandig
zelfstandigste	=	zelfstandig
zelfstarter	noun	iemand die heel goed op eigen initiatief iets zelfstandig kan doen zonder begeleiding
zelfstarters	=	zelfstarter
zelfstartertje	=	zelfstarter
zelfstartertjes	=	zelfstarter
zelfstigmatisering	noun	zichzelf voorzien van een negatief kenmerk
zelfstigmatiseringen	=	zelfstigmatisering
zelfstrijd	noun	een innerlijk conflict tussen verschillende opvattingen en meningen
zelfstrijden	=	zelfstrijd
zelfstrijkend	adj	textiel dat glad blijft zonder dat men het hoeft te strijken
zelfstrijkende	=	zelfstrijkend
zelfstrijkends	=	zelfstrijkend
zelfstudie	noun	onafhankelijk van een leraar studeren
zelfstudies	=	zelfstudie
zelfsturend	adj	zelfstandig werken zonder leidinggevenden
zelfsturende	=	zelfsturend
zelfsturender	=	zelfsturend
zelfsturendere	=	zelfsturend
zelfsturenders	=	zelfsturend
zelfsturends	=	zelfsturend
zelfsturendst	=	zelfsturend
zelfsturendste	=	zelfsturend
zelfsturing	noun	een eigen koers kiezen met grote mate van beslissingsvrijheid
zelfsturingen	=	zelfsturing
zelfsuggestie	noun	zichzelf een (valse) voorstelling maken van iets en die voorstelling dan als waarheid ervaren
zelfsuggesties	=	zelfsuggestie
zelfsusser	noun	iemand die iets doet om zichzelf af te leiden van vervelende gevoelens of om deze te vermijden
zelfsussers	=	zelfsusser
zelfsussertje	=	zelfsusser
zelfsussertjes	=	zelfsusser
zelftankstation	noun	tankstation waar de klant zelf brandstof kan tanken en betalen zonder hulp van personeel
zelftankstations	=	zelftankstation
zelftest	noun	een test waarmee men zonder tussenkomst van iemand anders kan onderzoeken of men aan een ziekte lijdt
zelftesten	=	zelftest
zelftestje	=	zelftest
zelftestjes	=	zelftest
zelftests	=	zelftest
zelftherapie	noun	het toepassen van therapeutische technieken op zichzelf, onder toezicht van een therapeut, als onderscheid van zelfhulp die zonder professioneel toezicht wordt uitgevoerd.
zelftherapietje	=	zelftherapie
zelftherapietjes	=	zelftherapie
zelftherapieën	=	zelftherapie
zelftucht	noun	vermogen om je zelf te houden aan vooraf gemaakte afspraken met jezelf zonder druk van iemand anders
zelftwijfel	noun	gebrek aan zelfvertrouwen
zelftwijfels	=	zelftwijfel
zelfverachting	noun	het jezelf als een minderwaardig persoon zien
zelfverantwoordelijkheden	=	zelfverantwoordelijkheid
zelfverantwoordelijkheid	noun	aanspreekbaar zijn op behaalde resultaten (ook als deze minder goed zijn)
zelfverbetering	noun	het zichzelf in een goede richting ontwikkelen
zelfverbeteringen	=	zelfverbetering
zelfverblinding	noun	het niet kunnen of willen zien van de eigen fouten en beperkingen; het te sterk geloven in het eigen gelijk
zelfverblindingen	=	zelfverblinding
zelfverblindinkje	=	zelfverblinding
zelfverblindinkjes	=	zelfverblinding
zelfverbranding	noun	verbranding ofwel het in de brand steken van zichzelf, als zelfmoordpoging of als maatschappelijk of politiek protest
zelfverbrandingen	=	zelfverbranding
zelfverbrandinkje	=	zelfverbranding
zelfverbrandinkjes	=	zelfverbranding
zelfverdediging	noun	verdediging van zichzelf
zelfverdedigingen	=	zelfverdediging
zelfverdedigingetje	=	zelfverdediging
zelfverdedigingetjes	=	zelfverdediging
zelfverdedigingscursus	noun	reeks lessen waarin men leert een aanval af te weren
zelfverdedigingscursusje	=	zelfverdedigingscursus
zelfverdedigingscursusjes	=	zelfverdedigingscursus
zelfverdedigingscursussen	=	zelfverdedigingscursus
zelfverdedigingseenheden	=	zelfverdedigingseenheid
zelfverdedigingseenheid	noun	paramilitaire organisatie die is opgericht door een bevolkingsgroep met als doel zichzelf te beschermen tegen aanvallen
zelfverdedigingsgroep	noun	paramilitaire organisatie georganiseerd door en voor de bevolking zelf met als doel zich te beschermen tegen aanvallen
zelfverdedigingsgroepen	=	zelfverdedigingsgroep
zelfverdedigingsmacht	noun	leger dat alleen maar het grondgebied van een land mag beschermen tegen een aanval maar niet buiten de eigen landsgrenzen mag opereren
zelfverdedigingsmachten	=	zelfverdedigingsmacht
zelfverdedigingssport	noun	vechtsport die voortkomt uit technieken waarmee men zich tegen een aanvalllen kan verweren
zelfverdedigingssporten	=	zelfverdedigingssport
zelfverdedigingsspray	noun	een aerosol met peperdeeltjes waarmee men zich kan verdedigen tegen een aanval, maar waarmee men ook kan aanvallen
zelfverdedigingssprays	=	zelfverdedigingsspray
zelfvergoding	noun	het overmatig zichzelf of de eigen groep verheerlijken
zelfvergodingen	=	zelfvergoding
zelfvergodinkje	=	zelfvergoding
zelfvergodinkjes	=	zelfvergoding
zelfvergroting	noun	het zichzelf belangrijker maken of vinden dan men werkelijk is
zelfvergrotingen	=	zelfvergroting
zelfverheerlijking	noun	het roemen op eigen daden
zelfverheerlijkingen	=	zelfverheerlijking
zelfverheerlijkingetje	=	zelfverheerlijking
zelfverheerlijkingetjes	=	zelfverheerlijking
zelfverheffing	noun	zelfverheerlijking
zelfverheffingen	=	zelfverheffing
zelfverheffinkje	=	zelfverheffing
zelfverheffinkjes	=	zelfverheffing
zelfverklaard	adj	door zichzelf aangesteld in een ambt, door zichzelf zo genoemd
zelfverklaarde	=	zelfverklaard
zelfverklaards	=	zelfverklaard
zelfverkozen	adj	van iets dat men het bewust en vrijwillig doet
zelfverkozens	=	zelfverkozen
zelfverlaging	noun	zichzelf minderwaardig maken of zichzelf minderwaardig achten
zelfverlagingen	=	zelfverlaging
zelfverlaginkje	=	zelfverlaging
zelfverlaginkjes	=	zelfverlaging
zelfverlies	noun	kwijtraken van verstandelijke remmingen
zelfverliezen	=	zelfverlies
zelfverloochening	noun	de opoffering van de eigenbelangen ten gunste van een ander
zelfverloocheningen	=	zelfverloochening
zelfverlossing	noun	zichzelf bevrijden van de gebondenheid aan het materiële, het aardse
zelfverlossingen	=	zelfverlossing
zelfverminking	noun	het aan zichzelf toebrengen van blijvend lichamelijk letsel
zelfverminkingen	=	zelfverminking
zelfvernedering	noun	het zichzelf in een oneervolle, schaamte veroorzakende positie brengen
zelfvernederingen	=	zelfvernedering
zelfvernietigend	adj	tot eigen ondergang leidend
zelfvernietigende	=	zelfvernietigend
zelfvernietigends	=	zelfvernietigend
zelfvernietiging	noun	het zichzelf kapotmaken, vernietiging of opoffering van het zelf
zelfvernietigingen	=	zelfvernietiging
zelfvernietigingetje	=	zelfvernietiging
zelfvernietigingetjes	=	zelfvernietiging
zelfvernieuwing	noun	het automatisch, zichzelf herstellen of opnieuw maken
zelfvernieuwingen	=	zelfvernieuwing
zelfverrijking	noun	persoonlijke verrijking van m.n. bestuurders door het aan zichzelf verstrekken van hoge salarissen, vergoedingen, bonussen en wat ze verder nog als 'incentives' nodig denken te hebben
zelfverrijkingen	=	zelfverrijking
zelfverrijkinkje	=	zelfverrijking
zelfverrijkinkjes	=	zelfverrijking
zelfvertedering	noun	het zichzelf in een tedere, zachte, romantische stemming brengen
zelfvertederingen	=	zelfvertedering
zelfvertrouwen	noun	geloof in eigen vermogen, kunde of kracht
zelfvervreemding	noun	het zichzelf beleven als een vreemd wezen dat niet meer lijkt op het wezenlijke ik
zelfvervreemdingen	=	zelfvervreemding
zelfvervreemdinkje	=	zelfvervreemding
zelfvervreemdinkjes	=	zelfvervreemding
zelfvervuller	noun	een woord dat zelf de eigenschap bezit die het benoemt
zelfvervullers	=	zelfvervuller
zelfvervullertje	=	zelfvervuller
zelfvervullertjes	=	zelfvervuller
zelfvervulling	noun	de complete ontplooiing van de eigen persoonlijkheid
zelfvervullingen	=	zelfvervulling
zelfverwerkelijking	noun	de ontwikkeling van een mens tot een individu of een zelfstandige persoonlijkheid.
zelfverwerkelijkingen	=	zelfverwerkelijking
zelfverwerkelijkingetje	=	zelfverwerkelijking
zelfverwerkelijkingetjes	=	zelfverwerkelijking
zelfverwezenlijking	noun	de verwezenlijking van het eigen doel/ideaal.
zelfverwezenlijkingen	=	zelfverwezenlijking
zelfverwezenlijkingetje	=	zelfverwezenlijking
zelfverwezenlijkingetjes	=	zelfverwezenlijking
zelfverwijt	noun	een verwijt gericht op zichzelf.
zelfverwijten	=	zelfverwijt
zelfverwijtje	=	zelfverwijt
zelfverwijtjes	=	zelfverwijt
zelfverwijzing	noun	het zich beroepen op zichzelf
zelfverwijzingen	=	zelfverwijzing
zelfverwonding	noun	een wond die door de persoon zelf aangebracht is.
zelfverwondingen	=	zelfverwonding
zelfverwondinkje	=	zelfverwonding
zelfverwondinkjes	=	zelfverwonding
zelfverzekerd	adj	vol zelfvertrouwen
zelfverzekerde	=	zelfverzekerd
zelfverzekerder	=	zelfverzekerd
zelfverzekerdere	=	zelfverzekerd
zelfverzekerders	=	zelfverzekerd
zelfverzekerdheden	=	zelfverzekerdheid
zelfverzekerdheid	noun	de mate waarin iemand zelfverzekerd is
zelfverzekerdheidje	=	zelfverzekerdheid
zelfverzekerdheidjes	=	zelfverzekerdheid
zelfverzekerds	=	zelfverzekerd
zelfverzekerdst	=	zelfverzekerd
zelfverzekerdste	=	zelfverzekerd
zelfverzonnen	adj	niet door anderen bedacht en meestal ook niet algemeen aanvaard, maar verzonnen door iemand zelf
zelfverzonnens	=	zelfverzonnen
zelfverzorgend	adj	het zelf kunnen voorzien in alles wat men nodig heeft
zelfverzorgende	=	zelfverzorgend
zelfverzorgender	=	zelfverzorgend
zelfverzorgendere	=	zelfverzorgend
zelfverzorgenders	=	zelfverzorgend
zelfverzorgends	=	zelfverzorgend
zelfverzorgendst	=	zelfverzorgend
zelfverzorgendste	=	zelfverzorgend
zelfverzorging	noun	het zichzelf in orde maken en houden zonder hulp van anderen
zelfverzorgingen	=	zelfverzorging
zelfverzorgingsstaat	noun	samenleving waarin iedereen voor zichzelf dient te zorgen.
zelfverzorgingsstaatje	=	zelfverzorgingsstaat
zelfverzorgingsstaatjes	=	zelfverzorgingsstaat
zelfverzorgingsstaten	=	zelfverzorgingsstaat
zelfverzorginkje	=	zelfverzorging
zelfverzorginkjes	=	zelfverzorging
zelfvoldaan	adj	wel heel erg tevreden zijn over jezelf
zelfvoldaane	=	zelfvoldaan
zelfvoldaaner	=	zelfvoldaan
zelfvoldaanere	=	zelfvoldaan
zelfvoldaaners	=	zelfvoldaan
zelfvoldaanheden	=	zelfvoldaanheid
zelfvoldaanheid	noun	al te grote tevredenheid met zichzelf
zelfvoldaans	=	zelfvoldaan
zelfvoldaanst	=	zelfvoldaan
zelfvoldaanste	=	zelfvoldaan
zelfvoldane	=	zelfvoldaan
zelfvoldaner	=	zelfvoldaan
zelfvoldanere	=	zelfvoldaan
zelfvoldaners	=	zelfvoldaan
zelfvoldoening	noun	het tevreden zijn over zichzelf en zijn eigen handelen
zelfvoldoeningen	=	zelfvoldoening
zelfvoorzienend	adj	helemaal jezelf kunnen onderhouden zonder hulp van anderen
zelfvoorzienende	=	zelfvoorzienend
zelfvoorzienender	=	zelfvoorzienend
zelfvoorzienendere	=	zelfvoorzienend
zelfvoorzienenders	=	zelfvoorzienend
zelfvoorzienendheid	noun	het kunnen voorzien in de eigen behoeften
zelfvoorzienends	=	zelfvoorzienend
zelfvoorzienendst	=	zelfvoorzienend
zelfvoorzienendste	=	zelfvoorzienend
zelfvoorziening	noun	het streven om zo min mogelijk afhankelijk te zijn van anderen
zelfvoorzieningen	=	zelfvoorziening
zelfvoorzieningsgraad	noun	de mate waarin men in een land zelf kan zorgen voor de eigen behoeften
zelfvoorzieningsgraden	=	zelfvoorzieningsgraad
zelfwaarde	noun	het belang dat men toekent aan zichzelf
zelfwaardegevoel	noun	het beeld dat een mens op emotioneel niveau van zichzelf heeft, zonder daarbij redelijk of logisch te zijn
zelfwaarden	=	zelfwaarde
zelfwaardering	noun	de mate waarin men zichzelf belangrijk en waardevol vindt
zelfwaarderingen	=	zelfwaardering
zelfwaardes	=	zelfwaarde
zelfwaarneming	noun	het zichzelf observeren
zelfwaarnemingen	=	zelfwaarneming
zelfwarmend	adj	vanzelf warm wordend zonder dat een externe warmtebron nodig is
zelfwarmende	=	zelfwarmend
zelfwarmends	=	zelfwarmend
zelfwegcijfering	noun	geen rekening houden met het eigenbelang
zelfwegcijferingen	=	zelfwegcijfering
zelfwerkend	adj	automatisch, zonder sturing van bovenaf
zelfwerkende	=	zelfwerkend
zelfwerkends	=	zelfwerkend
zelfwerkzaam	adj	uit eigen innerlijke oorzaak of kracht handelend of werkend
zelfwerkzaamheden	=	zelfwerkzaamheid
zelfwerkzaamheid	noun	zonder leiding of sturing je eigen werk kunnen invullen en doen
zelfwerkzaams	=	zelfwerkzaam
zelfwerkzaamst	=	zelfwerkzaam
zelfwerkzaamste	=	zelfwerkzaam
zelfwerkzame	=	zelfwerkzaam
zelfwerkzamer	=	zelfwerkzaam
zelfwerkzamere	=	zelfwerkzaam
zelfwerkzamers	=	zelfwerkzaam
zelfwording	noun	het ontstaan van levende uit niet-levende substantie, spontane generatie
zelfwordingen	=	zelfwording
zelfwordinkje	=	zelfwording
zelfwordinkjes	=	zelfwording
zelfzeker	adj	vol zelfvertrouwen
zelfzekerder	=	zelfzeker
zelfzekerdere	=	zelfzeker
zelfzekerders	=	zelfzeker
zelfzekere	=	zelfzeker
zelfzekerheden	=	zelfzekerheid
zelfzekerheid	noun	zelfvertrouwen
zelfzekers	=	zelfzeker
zelfzekerst	=	zelfzeker
zelfzekerste	=	zelfzeker
zelfzorg	noun	alle zorg die een persoon besteedt aan het opheffen van eigen noden en het voldoen aan eigen behoeften
zelfzorgbalie	noun	plaats waar mensen zelf informatie kunnen verkrijgen zonder tussenkomst van personeel
zelfzorgbalies	=	zelfzorgbalie
zelfzorggeneesmiddel	noun	eenvoudig medicijn dat zonder recept verkocht mag worden
zelfzorggeneesmiddelen	=	zelfzorggeneesmiddel
zelfzorgmarkt	noun	afzetgebied voor zelfzorgmedicijnen
zelfzorgmarkten	=	zelfzorgmarkt
zelfzorgmedicijn	noun	eenvoudig medicijn dat zonder recept verkocht mag worden
zelfzorgmedicijnen	=	zelfzorgmedicijn
zelfzorgmiddel	noun	eenvoudig medicijn dat zonder recept verkocht mag worden
zelfzorgmiddelen	=	zelfzorgmiddel
zelfzorgmiddeltje	=	zelfzorgmiddel
zelfzorgmiddeltjes	=	zelfzorgmiddel
zelfzucht	noun	sterke zucht om naar het naar eigen gewin te streven
zelfzuchtig	adj	gericht op het eigen voordeel
zelfzuchtige	=	zelfzuchtig
zelfzuchtiger	=	zelfzuchtig
zelfzuchtigere	=	zelfzuchtig
zelfzuchtigers	=	zelfzuchtig
zelfzuchtigheden	=	zelfzuchtigheid
zelfzuchtigheid	noun	egoïsme; alleen gericht op het eigenbelang
zelfzuchtigs	=	zelfzuchtig
zelfzuchtigst	=	zelfzuchtig
zelfzuchtigste	=	zelfzuchtig
zelfzuchtje	=	zelfzucht
zelfzwichting	noun	een stelsel kantelbare kleppen op een molenwiek die het handmatig zwichten overbodig maakt
zellef	=	zelf
zelling	noun	ondiepe plek aan de oever van een rivier waar zich slib afzet
zellingen	=	zelling
zelluf	=	zelf
zeloot	noun	iemand die zich met enig fanatisme voor een bepaalde, vaak religieuze, zaak inzet
zelootje	=	zeloot
zelootjes	=	zeloot
zeloten	=	zeloot
zelotisch	adj	met het fanatisme van zeloten
zelotische	=	zelotisch
zelotischer	=	zelotisch
zelotischere	=	zelotisch
zelotischers	=	zelotisch
zelotischt	=	zelotisch
zelotischte	=	zelotisch
zelve	pron	vorm van zelf die gewoonlijk in uitdrukkingen gebruikt wordt die een toonbeeld aangeven
zelveloos	=	zelfloos
zelven	=	zelf
zemariem	=	zemer
zeme	=	zemen
zemel	noun	huls en kiem van een graankorrel die bij het malen daarvan worden afgescheiden en fijngemaakt
zemelaar	noun	zeur, zemel
zemelaarke	=	zemelaar
zemelaars	=	zemelaar
zemelaartje	=	zemelaar
zemelachtig	adj	geneigd zijn tot zemelen
zemelachtige	=	zemelachtig
zemelachtiger	=	zemelachtig
zemelachtigere	=	zemelachtig
zemelachtigers	=	zemelachtig
zemelachtigs	=	zemelachtig
zemelachtigst	=	zemelachtig
zemelachtigste	=	zemelachtig
zemelaren	=	zemelaar
zemelde	=	zemelen
zemelden	=	zemelen
zemele	=	zemelen
zemelen	verb	de vulling met hulsjes van graankorrels geleidelijk verliezen	noun	ingrediënt dat bestaat uit met de zaadhuiden vergroeide vruchtwanden en kiemen, die overblijven bij het tot meel malen van graankorrels
zemelend	=	zemelen
zemelende	=	zemelen
zemelenuitslag	noun	met een sterke afschilfering van de opperhuid gepaard gaande huidziekte
zemelig	adj	vervelend, zeurderig, klagend, zanikend
zemelige	=	zemelig
zemeliger	=	zemelig
zemeligere	=	zemelig
zemeligers	=	zemelig
zemeligs	=	zemelig
zemeligst	=	zemelig
zemeligste	=	zemelig
zemelknoop	=	zemelknopen
zemelknoopt	=	zemelknopen
zemelknoopte	=	zemelknopen
zemelknoopten	=	zemelknopen
zemelknope	=	zemelknopen
zemelknopen	verb	eindeloos zeurend en zanikend doorpraten
zemelknopend	=	zemelknopen
zemelknopende	=	zemelknopen
zemelknoper	noun	zeur, zemel, zemelaar
zemelknopers	=	zemelknoper
zemels	=	zemel
zemelt	=	zemelen
zemeltje	=	zemel
zemeltjes	=	zemel
zemeluitslag	noun	met een sterke afschilfering van de opperhuid gepaard gaande huidziekte
zemelwater	noun	aftreksel van zemelen
zemen	verb	het droogwrijven van een pas gewassen glazen oppervlak met een stuk zeemleer	adj	van zeemleer vervaardigd
zemend	=	zemen
zemende	=	zemen
zemer	noun	lied
zemiere	noun	gezang voor sjabbat
zemieres	=	zemiere
zemig	adj	op een zeem gelijkend
zemige	=	zemig
zemiger	=	zemig
zemigere	=	zemig
zemigers	=	zemig
zemigs	=	zemig
zemigst	=	zemig
zemigste	=	zemig
zemira	noun	gezang voor sjabbat
zemirot	noun	sjabbatliederen
zen	noun	vorm van boeddhisme die sterk de nadruk legt op concentratie-meditatie
zenboeddhisme	noun	boeddhisme met veel nadruk op meditatie als middel tot verlichting
zenboeddhist	noun	iemand die het zenboeddhisme aanhangt
zenboeddhisten	=	zenboeddhist
zend	=	zenden
zendamateur	noun	iemand met een zendinstallatie die uit liefhebberij met andere liefhebbers in contact treedt
zendamateurs	=	zendamateur
zendamateurtje	=	zendamateur
zendamateurtjes	=	zendamateur
zendantenne	noun	een vrij opgestelde elektrische geleider, de straler, voor het uitzenden van elektromagnetische straling in het radiofrequentie gedeelte van het elektromagnetische spectrum.
zendantennen	=	zendantenne
zendantennes	=	zendantenne
zendantennetje	=	zendantenne
zendantennetjes	=	zendantenne
zendapparatuur	noun	apparaten waarmee radio- of televisieprogramma's uitgezonden kunnen worden
zendbereik	noun	de straal van het gebied rond een zender waar deze goed te ontvangen is
zendbode	noun	iemand die gezonden werd met een boodschap of als afgevaardigde
zendboden	=	zendbode
zendbodes	=	zendbode
zendbrief	noun	brief van een apostel of een geestelijke aan de gelovigen
zendbriefje	=	zendbrief
zendbrieven	=	zendbrief
zende	=	zenden
zendeling	noun	persoon die uitgezonden wordt om mensen tot het geloof in het protestantse christendom te bekeren
zendelinge	noun	vrouwelijke vorm van zendeling
zendelingen	=	zendeling
zendelingengenootschap	noun	vereniging van zendelingen
zendelingengenootschapje	=	zendelingengenootschap
zendelingengenootschapjes	=	zendelingengenootschap
zendelingengenootschappen	=	zendelingengenootschap
zendelinges	=	zendelinge
zendelingetje	=	zendeling
zendelingetjes	=	zendeling
zendelingswerk	noun	de arbeid van een zendeling die erop is gericht om mensen te bekeren
zendelingswerken	=	zendelingswerk
zendelingswerkje	=	zendelingswerk
zendelingswerkjes	=	zendelingswerk
zenden	verb	sturen
zendend	=	zenden
zendende	=	zenden
zender	noun	iemand die iets zendt, verstuurt of doet toekomen
zenderaanbod	noun	het geheel aan zenders die via de televisie of radio kunnen worden ontvangen
zendercoördinator	noun	iemand die beroepsmatig bepaalt wanneer welke programma's worden uitgezonden of wanneer welke omroep mag uitzenden op een bepaalde televisie- of radiozender
zendercoördinatoren	=	zendercoördinator
zendercoördinators	=	zendercoördinator
zendercoördinatortje	=	zendercoördinator
zendercoördinatortjes	=	zendercoördinator
zenderde	=	zenderen
zenderden	=	zenderen
zendere	=	zenderen
zenderen	verb	het volgen van de gangen van een mens, dier, voer- of vaartuig waaraan een radiopeilzender is bevestigd
zenderend	=	zenderen
zenderende	=	zenderen
zenderindeling	noun	verdeling van radio- of televisiezenders over de diverse beschikbare frequenties
zenderindelingen	=	zenderindeling
zenderkleuring	noun	kenmerkende aard en doelgroep van programma's die te zien en te beluisteren zijn op een bepaalde radio- of televisiezender
zenderkleuringen	=	zenderkleuring
zendermanager	noun	leidinggevende van een bedrijf dat radio- of televisieprogramma's maakt en uitzendt
zendermanagers	=	zendermanager
zendernet	noun	netwerk van radio- en televisiezenders
zendernetten	=	zendernet
zenderpakket	noun	groep tv-zenders die men met een bepaald abonnement via de kabel kan ontvangen
zenderpakketten	=	zenderpakket
zenderpark	noun	een groep dicht bij elkaar staande zenders van elektromagnetische straling
zenderparken	=	zenderpark
zenderprofiel	noun	kenmerkende identiteit van een zendstation
zenderprofielen	=	zenderprofiel
zenderredactie	noun	groep mensen die bepaalt welke programma's op een radio- of televisiezender worden uitgezonden
zenderredacties	=	zenderredactie
zenders	=	zender
zendert	=	zenderen
zendertje	=	zender
zendertjes	=	zender
zendfrequentie	noun	de nominale frequentie van de draaggolf waarop een signaal wordt uitgezonden
zendfrequenties	=	zendfrequentie
zendfrequentietje	=	zendfrequentie
zendfrequentietjes	=	zendfrequentie
zendgemachtigde	noun	organisatie die radio- of televisieprogramma's mag uitzenden via de ether
zendgemachtigden	=	zendgemachtigde
zendgolf	noun	elektromagnetische straling met een gekozen frequentie tussen 30 Hz en 300 GHz die een radiozender gebruikt voor het uitzenden van informatie
zendgolven	=	zendgolf
zending	noun	materiaal dat gezamenlijk verzonden wordt
zendingen	=	zending
zendingsarbeid	noun	het verkondigen van het christelijke geloof in een niet christelijke omgeving
zendingsarts	noun	arts die is uitgezonden door een zendingsorganisatie
zendingsartsen	=	zendingsarts
zendingsdrang	noun	de hinderlijke neiging hebben om andere mensen te overtuigen van je eigen mening, standpunt of geloof
zendingsdrift	noun	een neiging om anderen voortdurend van bepaalde standpunten, geloof enz. te willen overtuigen die meestal als buitengewoon hinderlijk wordt ervaren
zendingsdriften	=	zendingsdrift
zendingsgenootschap	noun	een organisatie die erop gericht is het evangelie te brengen is streken waar dit niet bekend is
zendingsgenootschapje	=	zendingsgenootschap
zendingsgenootschapjes	=	zendingsgenootschap
zendingsgenootschappen	=	zendingsgenootschap
zendingskalender	noun	een kalender waarvan de aanschafprijs ten dele het werk van de zending ten goede komt
zendingskalenders	=	zendingskalender
zendingskalendertje	=	zendingskalender
zendingskalendertjes	=	zendingskalender
zendingsleiding	noun	verwijst naar het leidinggevende orgaan, de organisatie of de centrale directie die verantwoordelijk is voor het aansturen, coördineren en ondersteunen van zendingswerkers en zendingsprojecten.
zendingsleidingen	=	zendingsleiding
zendingsleidinkje	=	zendingsleiding
zendingsleidinkjes	=	zendingsleiding
zendingsorganisatie	noun	organisatie die zichzelf tot doel stelt het christelijke geloof in een niet christelijke omgeving te verkondigen
zendingsorganisaties	=	zendingsorganisatie
zendingspost	noun	plaats vanwaaruit zendelingen het christelijke geloof verkondigen in een niet-christelijke omgeving
zendingsposten	=	zendingspost
zendingsscholen	=	zendingsschool
zendingsschool	noun	school waar mensen worden opgeleid om het christelijke geloof in niet christelijke landen te verkondigen
zendingsschooltje	=	zendingsschool
zendingsschooltjes	=	zendingsschool
zendingswerk	noun	het werk dat een protestantse zendeling doet in het buitenland om het geloof te verspreiden: onderwijs geven, medische verzorging en evangelisatie
zendingswerken	=	zendingswerk
zendingsziekenhuis	noun	ziekenhuis dat werd opgericht vanuit een zendingsorganisatie met het doel om christelijk geloof te verspreiden, vaak gecombineerd met medische zorg
zendingsziekenhuisje	=	zendingsziekenhuis
zendingsziekenhuisjes	=	zendingsziekenhuis
zendingsziekenhuizen	=	zendingsziekenhuis
zendinkje	=	zending
zendinkjes	=	zending
zendinstallatie	noun	geheel van apparaten dat men nodig heeft voor het verzenden van radiografische signalen
zendinstallaties	=	zendinstallatie
zendmachtiging	noun	een vergunning voor het uitzenden van radio- of televisieprogramma's
zendmachtigingen	=	zendmachtiging
zendmachtigingetje	=	zendmachtiging
zendmachtigingetjes	=	zendmachtiging
zendmast	noun	een hoge ondersteuningsconstructie die een zendantenne draagt
zendmasten	=	zendmast
zendmastje	=	zendmast
zendmastjes	=	zendmast
zendo	noun	boeddhistische meditatieruimte
zendo's	=	zendo
zendpiraat	noun	een radio- of televisiezender die zonder zendvergunning of toestemming uitzendt
zendpiraatje	=	zendpiraat
zendpiraatjes	=	zendpiraat
zendpiraten	=	zendpiraat
zendpost	noun	plaats met een radiozender
zendposten	=	zendpost
zendschema	noun	tabel waarin staat welk programma op welke tijd wordt uitgezonden op radio of tv
zendschema's	=	zendschema
zendschepen	=	zendschip
zendschip	noun	schip met een (illegale) radio- of tv-zender
zendstation	noun	plaats vanwaar radio- of televisieprogramma's worden uitgezonden
zendstations	=	zendstation
zendster	noun	vrouw die iets zendt of verstuurt
zendsters	=	zendster
zendstertje	=	zendster
zendstertjes	=	zendster
zendt	=	zenden
zendtijd	noun	de tijdsduur van een uitzending van een radio- of televisieprogramma
zendtijden	=	zendtijd
zendtijdindeling	noun	de indeling van zendtijd, de toekenning van bepaalde hoeveelheden zendtijd aan radio- of televisieomroepen
zendtijdindelingen	=	zendtijdindeling
zendtijduitbreiding	noun	een vergroting van de hoeveelheid toebedeelde zendtijd
zendtijduitbreidingen	=	zendtijduitbreiding
zendtijduitbreidinkje	=	zendtijduitbreiding
zendtijduitbreidinkjes	=	zendtijduitbreiding
zendtijdverdeling	noun	de verdeling van zendtijd over radio- of televisieomroepen
zendtijdverdelingen	=	zendtijdverdeling
zendtoestel	noun	apparaat waarmee radioberichten kunnen worden uitgezonden
zendtoestellen	=	zendtoestel
zendtoren	noun	een smal en hoog gebouw van waaruit electromagnetische golven worden uitgezonden
zendtorens	=	zendtoren
zendtorentje	=	zendtoren
zendtorentjes	=	zendtoren
zenduren	=	zenduur
zenduur	noun	een uur waarin men een uitzending verzorgt
zenduurtje	=	zenduur
zenduurtjes	=	zenduur
zendvergunning	noun	schriftelijke toestemming van of vanwege de overheid om radio- of televisieprogramma's te mogen uitzenden
zendvergunningen	=	zendvergunning
zendvergunninkje	=	zendvergunning
zendvergunninkjes	=	zendvergunning
zendvermogen	noun	energie die een zender per tijdseenheid uitstralen kan
zendvermogens	=	zendvermogen
zenegroen	noun	benaming voor vaste planten uit het geslacht Ajuga uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
zenegroenbladroller	noun	Endothenia ustulana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zenegroenbladrollers	=	zenegroenbladroller
zenegroenbladrollertje	=	zenegroenbladroller
zenegroenbladrollertjes	=	zenegroenbladroller
zenegroennetwants	noun	Tingis reticulata een wants uit de familie van de Tingidae (Netwantsen).
zenegroennetwantsen	=	zenegroennetwants
zenegroennetwantsje	=	zenegroennetwants
zenegroennetwantsjes	=	zenegroennetwants
zenen	=	zeen
zeng	=	zengen
zengde	=	zengen
zengden	=	zengen
zenge	=	zengen
zengen	verb	beschadigen door blootstelling aan hitte zonder vuurverschijnselen
zengend	=	zengen
zengende	=	zengen
zengt	=	zengen
zenig	adj	gekenmerkt door taaie pezen
zenige	=	zenig
zeniger	=	zenig
zenigere	=	zenig
zenigers	=	zenig
zenigs	=	zenig
zenigst	=	zenig
zenigste	=	zenig
zenit	noun	het denkbeeldige punt loodrecht omhoog aan de hemelkoepel
zenitbogen	=	zenitboog
zenitboog	noun	omgekeerde regenboog
zenitboogje	=	zenitboog
zenitboogjes	=	zenitboog
zenkervleerhond	noun	Scotonycteris zenkeri vleermuis uit de familie van de vleerhonden (Pteropodidae).
zenkervleerhonden	=	zenkervleerhond
zenkervleerhondje	=	zenkervleerhond
zenkervleerhondjes	=	zenkervleerhond
zenmeditatie	noun	meditatie met verlichting als doel
zenmeditaties	=	zenmeditatie
zenmeditatiën	=	zenmeditatie
zenmeester	noun	geestelijk leidsman in het zenboeddhisme, die anderen onderricht geeft en geestelijk begeleidt
zenmeesters	=	zenmeester
zenmeestertje	=	zenmeester
zenmeestertjes	=	zenmeester
zentuin	noun	een sobere tuin in de vorm van een ondiepe put gevuld met zand, grind, stenen en soms gras of andere natuurlijke elementen en met weinig planten
zentuinen	=	zentuin
zenuw	noun	een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel, bestaande uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen
zenuwaandoening	noun	een aandoening aan de zenuwen of het gehele zenuwstelsel
zenuwaandoeningen	=	zenuwaandoening
zenuwaandoeninkje	=	zenuwaandoening
zenuwaandoeninkjes	=	zenuwaandoening
zenuwaanval	noun	plotseling ontstane, kortdurende en heftige emotionele gespannenheid
zenuwaanvallen	=	zenuwaanval
zenuwachtig	adj	onrustig, bezorgd en gespannen over iets wat gaat gebeuren
zenuwachtige	=	zenuwachtig
zenuwachtiger	=	zenuwachtig
zenuwachtigere	=	zenuwachtig
zenuwachtigers	=	zenuwachtig
zenuwachtigheden	=	zenuwachtigheid
zenuwachtigheid	noun	nerveuze stemming
zenuwachtigs	=	zenuwachtig
zenuwachtigst	=	zenuwachtig
zenuwachtigste	=	zenuwachtig
zenuwarts	noun	iemand die zich beroepsmatig heeft toegelegd op het verhelpen van zenuwaandoeningen
zenuwartsen	=	zenuwarts
zenuwartsje	=	zenuwarts
zenuwartsjes	=	zenuwarts
zenuwbaan	noun	een onderdeel van het perifere zenuwstelsel en bestaat uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen
zenuwbaantje	=	zenuwbaan
zenuwbaantjes	=	zenuwbaan
zenuwbanen	=	zenuwbaan
zenuwbehandeling	noun	een tandheelkundige bewerking, waarbij de pulpa van het wortelkanaal van een tand of kies verwijderd wordt en de ontstane ruimte wordt opgevuld
zenuwbehandelingen	=	zenuwbehandeling
zenuwbehandelingetje	=	zenuwbehandeling
zenuwbehandelingetjes	=	zenuwbehandeling
zenuwberoerte	noun	zenuwinzinking, zenuwverlamming
zenuwberoerten	=	zenuwberoerte
zenuwberoertes	=	zenuwberoerte
zenuwbeschadiging	noun	schade aan de zenuwen die de communicatie tussen uw hersenen en de rest van uw lichaam verstoort.
zenuwbeschadigingen	=	zenuwbeschadiging
zenuwbeschadigingetje	=	zenuwbeschadiging
zenuwbeschadigingetjes	=	zenuwbeschadiging
zenuwblokkade	noun	onderbreking van de impulsgeleiding in een zenuw
zenuwblokkades	=	zenuwblokkade
zenuwcel	noun	een zeer belangrijke cel in het zenuwstelsel die prikkels en impulsen opvangt, geleidt en doorgeeft
zenuwcellen	=	zenuwcel
zenuwcelletje	=	zenuwcel
zenuwcelletjes	=	zenuwcel
zenuwcentra	=	zenuwcentrum
zenuwcentrum	noun	knooppunt binnen het orgaan dat de signalen voor gewaarwordingen en bewegingen verwerkt
zenuwcentrums	=	zenuwcentrum
zenuwcrises	=	zenuwcrisis
zenuwcrisis	noun	algemene benaming voor een aantal acute psychische aandoeningen die optreden bij mensen die eerder geen klachten hadden
zenuwcrisissen	=	zenuwcrisis
zenuwen	=	zenuw
zenuwenlijer	noun|informal	iemand die zeer nerveus aangelegd is, zenuwenlijder
zenuwenlijers	=	zenuwenlijer
zenuwenlijertje	=	zenuwenlijer
zenuwenlijertjes	=	zenuwenlijer
zenuwenoorlog	noun	strijd die — zonder fysiek geweld — gevoerd wordt met als doel om de moraal van de vijand aan te tasten
zenuwenoorlogen	=	zenuwenoorlog
zenuwenoorlogje	=	zenuwenoorlog
zenuwenoorlogjes	=	zenuwenoorlog
zenuwgas	noun	een strijdgas dat de werking van het zenuwstelsel blokkeert
zenuwgasje	=	zenuwgas
zenuwgasjes	=	zenuwgas
zenuwgassen	=	zenuwgas
zenuwgestel	noun	zenuwstelsel
zenuwgestellen	=	zenuwgestel
zenuwgestelletje	=	zenuwgestel
zenuwinrichting	noun	psychiatrisch ziekenhuis
zenuwinrichtingen	=	zenuwinrichting
zenuwinstorting	noun	een informele benaming voor een aantal acute psychische symptomen die optreden bij mensen die eerder geen klachten hadden.
zenuwinstortingen	=	zenuwinstorting
zenuwinstortinkje	=	zenuwinstorting
zenuwinzinking	noun	aanval van psychische verwardheid of depressie
zenuwinzinkingen	=	zenuwinzinking
zenuwinzinkinkje	=	zenuwinzinking
zenuwknoop	noun	een buiten het centraal zenuwstelsel (CZS) gelegen groep zenuwcellen (neuronen) met een onderling overeenkomende functie
zenuwknoopje	=	zenuwknoop
zenuwknoopjes	=	zenuwknoop
zenuwknopen	=	zenuwknoop
zenuwkoorts	noun	een psycho-organische stoornis met koorts, onrust en een wisselend verlaagd bewustzijn
zenuwkwaal	noun	aandoening van het zenuwstelsel
zenuwkwaaltje	=	zenuwkwaal
zenuwkwaaltjes	=	zenuwkwaal
zenuwkwalen	=	zenuwkwaal
zenuwleer	noun	kennis van de loop van de zenuwbanen
zenuwlijden	noun	psychiatrische aandoening
zenuwlijder	noun	iemand die aan overdreven zenuwachtigheid lijdt
zenuwlijders	=	zenuwlijder
zenuwlijdertje	=	zenuwlijder
zenuwlijdertjes	=	zenuwlijder
zenuwlijdster	=	zenuwlijder
zenuwlijer	noun|informal	zenuwachtig persoon, zenuwlijder
zenuwlijers	=	zenuwlijer
zenuwlijertje	=	zenuwlijer
zenuwlijertjes	=	zenuwlijer
zenuwloos	adj	zonder kracht
zenuwloost	=	zenuwloos
zenuwlooste	=	zenuwloos
zenuwloze	=	zenuwloos
zenuwlozer	=	zenuwloos
zenuwlozere	=	zenuwloos
zenuwlozers	=	zenuwloos
zenuwontsteking	noun	ontsteking van een zenuw
zenuwontstekingen	=	zenuwontsteking
zenuwontstekinkje	=	zenuwontsteking
zenuwontstekinkjes	=	zenuwontsteking
zenuwoorlog	noun	strijd die — zonder fysiek geweld — gevoerd wordt met als doel om de moraal van de vijand aan te tasten
zenuwoorlogen	=	zenuwoorlog
zenuwoorlogje	=	zenuwoorlog
zenuwoorlogjes	=	zenuwoorlog
zenuwpatiënt	noun	iemand die lijdt aan een zenuwaandoening
zenuwpatiënte	noun	iemand die lijdt aan een zenuwaandoening
zenuwpatiënten	=	zenuwpatiënt
zenuwpatiëntes	=	zenuwpatiënte
zenuwpatiëntetje	=	zenuwpatiënte
zenuwpatiëntetjes	=	zenuwpatiënte
zenuwpatiëntje	=	zenuwpatiënt
zenuwpatiëntjes	=	zenuwpatiënt
zenuwpees	noun	iemand die bij regelmaat gehinderd wordt door nervositeit
zenuwpeesje	=	zenuwpees
zenuwpeesjes	=	zenuwpees
zenuwpeeske	=	zenuwpees
zenuwpezen	=	zenuwpees
zenuwpijn	noun	een pijnlijke aandoening van een deel van het zenuwstelsel
zenuwpijnen	=	zenuwpijn
zenuwpijntje	=	zenuwpijn
zenuwpijntjes	=	zenuwpijn
zenuwpil	noun	een geneesmiddel met een kalmerend effect
zenuwpillen	=	zenuwpil
zenuwpilletje	=	zenuwpil
zenuwpilletjes	=	zenuwpil
zenuwreflex	noun	een onwillekeurige reactie op bepaalde prikkels
zenuwreflexen	=	zenuwreflex
zenuwreflexje	=	zenuwreflex
zenuwreflexjes	=	zenuwreflex
zenuwschok	noun	iets waardoor men emotioneel geraakt wordt
zenuwschokje	=	zenuwschok
zenuwschokjes	=	zenuwschok
zenuwschokken	=	zenuwschok
zenuwslopend	adj	spannend, leidend tot veel zenuwachtigheid
zenuwslopende	=	zenuwslopend
zenuwslopender	=	zenuwslopend
zenuwslopendere	=	zenuwslopend
zenuwslopenders	=	zenuwslopend
zenuwslopends	=	zenuwslopend
zenuwslopendst	=	zenuwslopend
zenuwslopendste	=	zenuwslopend
zenuwspiraal	noun	behendigheidsspel waarin een ring langs een draad van het ene uiteinde naar het andere uiteinde moet worden gebracht zonder die draad aan te raken
zenuwspiralen	=	zenuwspiraal
zenuwstelsel	noun	het orgaansysteem dat bij dieren een coördinerende rol speelt bij alle handelingen, zoals het aansturen van de spieren, het verwerken van zintuiglijke prikkels en bij hogere diersoorten de emotionele en cognitieve processen
zenuwstelsels	=	zenuwstelsel
zenuwstelseltje	=	zenuwstelsel
zenuwstelseltjes	=	zenuwstelsel
zenuwstillend	adj	van iets dat het een persoon rustig en kalm maakt
zenuwstillende	=	zenuwstillend
zenuwstillender	=	zenuwstillend
zenuwstillendere	=	zenuwstillend
zenuwstillenders	=	zenuwstillend
zenuwstillends	=	zenuwstillend
zenuwstillendst	=	zenuwstillend
zenuwstillendste	=	zenuwstillend
zenuwstoornis	noun	psychische stoornis
zenuwstoornissen	=	zenuwstoornis
zenuwtablet	noun	medicijn in de vorm van een tablet gericht op het zenuwstelsel
zenuwtabletje	=	zenuwtablet
zenuwtabletjes	=	zenuwtablet
zenuwtabletten	=	zenuwtablet
zenuwtergend	adj	van iets dat het van heel slechte kwaliteit is
zenuwtergende	=	zenuwtergend
zenuwtergender	=	zenuwtergend
zenuwtergendere	=	zenuwtergend
zenuwtergenders	=	zenuwtergend
zenuwtergends	=	zenuwtergend
zenuwtergendst	=	zenuwtergend
zenuwtergendste	=	zenuwtergend
zenuwtic	noun	onwillekeurige spiertrekking die ontstaat door emotionele spanning
zenuwtics	=	zenuwtic
zenuwtje	=	zenuw
zenuwtjes	=	zenuw
zenuwtoeval	noun	plotselinge angstaanval soms met bewustzijnsverlies
zenuwtoevallen	=	zenuwtoeval
zenuwtrek	noun	abnormale zich herhalende beweging ontstaan door zenuwachtigheid
zenuwtrekje	=	zenuwtrek
zenuwtrekjes	=	zenuwtrek
zenuwtrekken	=	zenuwtrek
zenuwtrekking	noun	onwillekeurige spiertrekking die men maakt bij psychische spanning, uit gewoonte of door een neurologische aandoening
zenuwtrekkingen	=	zenuwtrekking
zenuwtrekkinkje	=	zenuwtrekking
zenuwtrekkinkjes	=	zenuwtrekking
zenuwuitloper	noun	lange uitlopers van zenuwcellen waar langs de zenuwprikkels worden vervoerd
zenuwuitlopers	=	zenuwuitloper
zenuwverlamming	noun	niet functioneren van spieren door een stoornis in het zenuwstelsel
zenuwverlammingen	=	zenuwverlamming
zenuwvezel	noun	uitloper van een zenuwcel
zenuwvezels	=	zenuwvezel
zenuwvezeltje	=	zenuwvezel
zenuwvezeltjes	=	zenuwvezel
zenuwweefsel	noun	het weefsel waaruit het zenuwstelsel is samengesteld
zenuwweefsels	=	zenuwweefsel
zenuwziek	adj	lijdend aan een zenuwziekte (waarmee veelal eerder een psychisch probleem wordt bedoeld)
zenuwzieke	=	zenuwziek
zenuwzieker	=	zenuwziek
zenuwziekere	=	zenuwziek
zenuwziekers	=	zenuwziek
zenuwzieks	=	zenuwziek
zenuwziekst	=	zenuwziek
zenuwziekste	=	zenuwziek
zenuwziekte	noun	aandoening van het zenuwstelsel
zenuwziekten	=	zenuwziekte
zenuwziektes	=	zenuwziekte
zenuwzwakte	noun	toestand van geestelijke en lichamelijke uitputting
zenuwzwakten	=	zenuwzwakte
zenuwzwaktes	=	zenuwzwakte
zeoliet	noun	klasse silicaat-mineralen met een kristalstructuur die kanalen en holtes bevat in de grootteorde van nanometers
zeolieten	=	zeoliet
zeolietje	=	zeoliet
zeolietjes	=	zeoliet
zep	noun	een ondiepe greppel tussen de straat en de stoep bedoeld voor het afvoeren van regenwater
zepen	=	zeep
zeper	noun	iemand die zeep maakt
zeperd	noun	tegenslag of mislukking, gewoonlijk in financieel opzicht, strop, nadeel, soms door bedrog
zeperdje	=	zeperd
zeperdjes	=	zeperd
zeperds	=	zeperd
zeperig	adj	lijkend op zeep
zeperige	=	zeperig
zeperiger	=	zeperig
zeperigere	=	zeperig
zeperigers	=	zeperig
zeperigs	=	zeperig
zeperigst	=	zeperig
zeperigste	=	zeperig
zepers	=	zeper
zepig	adj	eigenschappen van zeep hebbend
zepige	=	zepig
zepiger	=	zepig
zepigere	=	zepig
zepigers	=	zepig
zepigs	=	zepig
zepigst	=	zepig
zepigste	=	zepig
zeppelin	noun	luchtschip in de lucht gehouden door een groot volume waterstof of helium
zeppelinnetje	=	zeppelin
zeppelinnetjes	=	zeppelin
zeppelins	=	zeppelin
zeppen	=	zep
zepto-ohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10⁻²¹ ohm of 0,000.000.000.000.000.001 milliohm, weergegeven met symbool zΩ
zepto-ohmpje	=	zepto-ohm
zepto-ohmpjes	=	zepto-ohm
zepto-ohms	=	zepto-ohm
zeptoampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10⁻²¹ ampère of 0,000.000.000.000.000.001 milliampère, weergegeven met symbool zA
zeptoampères	=	zeptoampère
zeptoampèretje	=	zeptoampère
zeptoampèretjes	=	zeptoampère
zeptobecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10⁻²¹ becquerel of 0,000.000.000.000.000.001 millibecquerel, weergegeven met symbool zBq
zeptobecquerels	=	zeptobecquerel
zeptocandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10⁻²¹ candela of 0,000.000.000.000.000.001 millicandela, weergegeven met symbool zcd
zeptocandela's	=	zeptocandela
zeptocoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10⁻²¹ coulomb of 0,000.000.000.000.000.001 millicoulomb, weergegeven met symbool zC
zeptocoulombs	=	zeptocoulomb
zeptocoulombtje	=	zeptocoulomb
zeptocoulombtjes	=	zeptocoulomb
zeptofarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10⁻²¹ farad of 0,000.000.000.000.000.001 millifarad, weergegeven met symbool zF
zeptofaradje	=	zeptofarad
zeptofaradjes	=	zeptofarad
zeptofarads	=	zeptofarad
zeptogram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10⁻²¹ gram of 0,000.000.000.000.000.001 milligram, weergegeven met symbool zg
zeptogrammen	=	zeptogram
zeptogrammetje	=	zeptogram
zeptogrammetjes	=	zeptogram
zeptogray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10⁻²¹ gray of 0,000.000.000.000.000.001 milligray, weergegeven met symbool zGy
zeptograys	=	zeptogray
zeptograytje	=	zeptogray
zeptograytjes	=	zeptogray
zeptohenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10⁻²¹ henry of 0,000.000.000.000.000.001 millihenry, weergegeven met symbool zH
zeptohenry's	=	zeptohenry
zeptohenry'tje	=	zeptohenry
zeptohenry'tjes	=	zeptohenry
zeptohertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10⁻²¹ hertz of 0,000.000.000.000.000.001 millihertz, weergegeven met symbool zHz
zeptojoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10⁻²¹ joule of 0,000.000.000.000.000.001 millijoule, weergegeven met symbool zJ
zeptojoules	=	zeptojoule
zeptokatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10⁻²¹ katal of 0,000.000.000.000.000.001 millikatal, weergegeven met symbool zkat
zeptokatals	=	zeptokatal
zeptokelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10⁻²¹ kelvin of 0,000.000.000.000.000.001 millikelvin, weergegeven met symbool zK
zeptoliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 0,000.000.000.000.000.000.001 liter, weergegeven met symbool zl, zL of zℓ
zeptoliters	=	zeptoliter
zeptolitertje	=	zeptoliter
zeptolitertjes	=	zeptoliter
zeptolumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10⁻²¹ lumen of 0,000.000.000.000.000.001 millilumen, weergegeven met symbool zlm
zeptolumens	=	zeptolumen
zeptolux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10⁻²¹ lux of 0,000.000.000.000.000.001 millilux, weergegeven met symbool zlx
zeptometer	noun	een lengtemaat met een waarde van 10⁻²¹ meter of 0,000.000.000.000.000.001 millimeter, weergegeven met symbool zm
zeptometers	=	zeptometer
zeptometertje	=	zeptometer
zeptometertjes	=	zeptometer
zeptomol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10⁻²¹ mol of 0,000.000.000.000.000.001 millimol, weergegeven met symbool zmol
zeptomolen	=	zeptomol
zeptonewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10⁻²¹ newton of 0,000.000.000.000.000.001 millinewton, weergegeven met symbool zN
zeptonewtons	=	zeptonewton
zeptopascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10⁻²¹ pascal of 0,000.000.000.000.000.001 millipascal, weergegeven met symbool zPa
zeptoseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10⁻²¹ seconde of 0,000.000.000.000.000.001 milliseconde, weergegeven met symbool zs
zeptoseconden	=	zeptoseconde
zeptosecondes	=	zeptoseconde
zeptosiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10⁻²¹ siemens of 0,000.000.000.000.000.001 millisiemens, weergegeven met symbool zS
zeptosiemensen	=	zeptosiemens
zeptosiemensje	=	zeptosiemens
zeptosiemensjes	=	zeptosiemens
zeptosievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10⁻²¹ sievert of 0,000.000.000.000.000.001 millisievert, weergegeven met symbool zSv
zeptotesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10⁻²¹ tesla of 0,000.000.000.000.000.001 millitesla, weergegeven met symbool zT
zeptovolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10⁻²¹ volt of 0,000.000.000.000.000.001 millivolt, weergegeven met symbool zV
zeptovoltje	=	zeptovolt
zeptovoltjes	=	zeptovolt
zeptovolts	=	zeptovolt
zeptowatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10⁻²¹ watt of 0,000.000.000.000.000.001 milliwatt, weergegeven met symbool zW
zeptowatts	=	zeptowatt
zeptoweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10⁻²¹ weber of 0,000.000.000.000.000.001 milliweber, weergegeven met symbool zWb
zeptowebers	=	zeptoweber
zere	=	zeer
zeren	=	zeer
zerk	noun	een bewerkte steen waarmee een graf bedekt wordt
zerken	=	zerk
zerkje	=	zerk
zerkjes	=	zerk
zero	noun	iemand die niets te betekenen heeft	num	niets, nul ht
zero's	=	zero
zerobond	noun	obligatie die geen rente uitkeert en die wordt gekocht op een uitgiftekoers onder de nominale waarde (<100%).
zerobondje	=	zerobond
zerobondjes	=	zerobond
zerobonds	=	zerobond
zerootje	=	zero
zerootjes	=	zero
zerotoleranceaanpak	noun	beleid waarbij direct wordt opgetreden tegen iedere afwijking van een norm
zerotoleranceaanpakken	=	zerotoleranceaanpak
zerotolerancebeleid	noun	beleid waarbij elke overtreding van regels leidt tot (straf)maatregelen of ander ingrijpen
zerotolerancebeleidje	=	zerotolerancebeleid
zerp	adj	grofkorrelig
zerpe	=	zerp
zerper	=	zerp
zerpere	=	zerp
zerpers	=	zerp
zerpheden	=	zerpheid
zerpheid	noun	de mate waarin iets zerp (scherp of zuur) is
zerpheidje	=	zerpheid
zerpheidjes	=	zerpheid
zerps	=	zerp
zerpst	=	zerp
zerpste	=	zerp
zerpzoet	adj|obsolete	zuurzoet
zerpzoete	=	zerpzoet
zerpzoets	=	zerpzoet
zes	num	"6", het getal tussen vijf en zeven	noun	het cijfer 6
zes-en-een-half	noun	cijfer voor het getal halverwege tussen zes en zeven: 6½ (of 6,5)
zes-en-een-halfje	=	zes-en-een-half
zes-en-een-halfjes	=	zes-en-een-half
zes-en-een-halven	=	zes-en-een-half
zesaderig	adj	met zes aders (stroomdraden)
zesaderige	=	zesaderig
zesaderigs	=	zesaderig
zesbaans	adj	bestaande uit zes banen
zesbak	noun	een versnellingsbak met zes versnellingen
zesbakken	=	zesbak
zesbandgordeldier	noun	Euphractus sexcinctus buideldier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
zesbandgordeldieren	=	zesbandgordeldier
zesbandgordeldiertje	=	zesbandgordeldier
zesbandgordeldiertjes	=	zesbandgordeldier
zesbandgroefbij	noun	Halictus sexcinctus een vliesvleugelig insect uit de familie Halictidae.
zesbandgroefbijen	=	zesbandgroefbij
zesbandgroefbijtje	=	zesbandgroefbij
zesbandgroefbijtjes	=	zesbandgroefbij
zescilinder	noun	een auto waarvan de motor zes cilinders bevat
zescilindermotor	noun	verbrandingsmotor met 6 cilinders
zescilindermotoren	=	zescilindermotor
zescilindermotors	=	zescilindermotor
zescilinders	=	zescilinder
zesdaags	adj	iets wat zes dagen lang duurt
zesdaagse	=	zesdaags
zesde	adj	nummer zes in een rij
zesde-eeuwer	noun	iemand die in de zesde eeuw heeft geleefd
zesde-eeuwers	=	zesde-eeuwer
zesde-eeuwertje	=	zesde-eeuwer
zesde-eeuwertjes	=	zesde-eeuwer
zesde-eeuws	adj	betrekking hebbend op de zesde eeuw, gewoonlijk ná, maar ook vóór Christus
zesde-eeuwse	=	zesde-eeuws
zesdejaars	noun	persoon die het zesde jaar van iets volgt	adj	betrekking hebbend op zes jaar
zesdejaarsje	=	zesdejaars
zesdejaarsjes	=	zesdejaars
zesdeklas	adj	met betrekking tot de zesde klasse
zesdeklasser	noun	een leerling van de zesde klas
zesdeklassers	=	zesdeklasser
zesdeklassertje	=	zesdeklasser
zesdeklassertjes	=	zesdeklasser
zesdelig	adj	uit zes delen bestaand
zesdelige	=	zesdelig
zesdeligs	=	zesdelig
zesdraads	adj	van touw dat het bestaat uit zes draden + een kern
zesdraadse	=	zesdraads
zesduizendste	adj	nummer zesduizend in een rij
zesendertig	num	"36", het getal tussen vijfendertig en zevenendertig, dertig plus zes of zes maal zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 36 is aangeduid
zesendertigjarig	adj	36 jaren durend
zesendertigjarige	noun	levend wezen dat 36 jaar oud is of iets dat 36 jaar bestaat
zesendertigjarigen	=	zesendertigjarige
zesendertigjarigs	=	zesendertigjarig
zesendertigje	=	zesendertig
zesendertigjes	=	zesendertig
zesendertigs	=	zesendertig
zesendertigste	adj	nummer zesendertig in een rij.
zesenhalf	num	de breuk 6½; zes en een half
zesenhalfs	=	zesenhalf
zesenhalve	=	zesenhalf
zesennegentig	num	"96", het getal tussen vijfennegentig en zevenennegentig, negentig plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 96 is aangeduid
zesennegentighoek	noun	meetkundige figuur met zesennegentig hoeken
zesennegentighoeken	=	zesennegentighoek
zesennegentigjarig	adj	96 jaren durend
zesennegentigjarige	noun	levend wezen dat 96 jaar oud is of iets dat 96 jaar bestaat
zesennegentigjarigen	=	zesennegentigjarige
zesennegentigjarigs	=	zesennegentigjarig
zesennegentigje	=	zesennegentig
zesennegentigjes	=	zesennegentig
zesennegentigs	=	zesennegentig
zesennegentigste	adj	nummer zesennegentig in een rij.
zesentachtig	num	"86", het getal tussen vijfentachtig en zevenentachtig, tachtig plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 86 is aangeduid
zesentachtigjarig	adj	86 jaren durend
zesentachtigjarige	noun	levend wezen dat 86 jaar oud is of iets dat 86 jaar bestaat
zesentachtigjarigen	=	zesentachtigjarige
zesentachtigjarigs	=	zesentachtigjarig
zesentachtigje	=	zesentachtig
zesentachtigjes	=	zesentachtig
zesentachtigs	=	zesentachtig
zesentachtigste	adj	nummer zesentachtig in een rij.
zesentwintig	num	"26", het getal tussen vijfentwintig en zevenentwintig, twintig plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 26 is aangeduid
zesentwintigduizend	num	het getal 26.000
zesentwintighoek	noun	meetkundige figuur met zesentwintig zijden en hoeken
zesentwintighoeken	=	zesentwintighoek
zesentwintigjarig	adj	26 jaren durend
zesentwintigjarige	noun	levend wezen dat 26 jaar oud is of iets dat 26 jaar bestaat
zesentwintigjarigen	=	zesentwintigjarige
zesentwintigjarigs	=	zesentwintigjarig
zesentwintigje	=	zesentwintig
zesentwintigjes	=	zesentwintig
zesentwintigs	=	zesentwintig
zesentwintigste	adj	nummer zesentwintig in een rij.
zesenveertig	num	"46", het getal tussen vijfenveertig en zevenenveertig, veertig plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 46 is aangeduid
zesenveertigjarig	adj	46 jaren durend
zesenveertigjarige	noun	levend wezen dat 46 jaar oud is of iets dat 46 jaar bestaat
zesenveertigjarigen	=	zesenveertigjarige
zesenveertigjarigs	=	zesenveertigjarig
zesenveertigje	=	zesenveertig
zesenveertigjes	=	zesenveertig
zesenveertigs	=	zesenveertig
zesenveertigste	adj	nummer zesenveertig in een rij.
zesenvijftig	num	"56", het getal tussen vijfenvijftig en zevenenvijftig, vijftig plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 56 is aangeduid
zesenvijftigjarig	adj	56 jaren durend
zesenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 56 jaar oud is of iets dat 56 jaar bestaat
zesenvijftigjarigen	=	zesenvijftigjarige
zesenvijftigjarigs	=	zesenvijftigjarig
zesenvijftigje	=	zesenvijftig
zesenvijftigjes	=	zesenvijftig
zesenvijftigs	=	zesenvijftig
zesenvijftigste	adj	nummer zesenvijftig in een rij.
zesenzestig	num	"66", het getal tussen vijfenzestig en zevenenzestig, zestig plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 66 is aangeduid
zesenzestigjarig	adj	66 jaren durend
zesenzestigjarige	noun	levend wezen dat 66 jaar oud is of iets dat 66 jaar bestaat
zesenzestigjarigen	=	zesenzestigjarige
zesenzestigjarigs	=	zesenzestigjarig
zesenzestigje	=	zesenzestig
zesenzestigjes	=	zesenzestig
zesenzestigs	=	zesenzestig
zesenzestigste	adj	nummer zesenzestig in een rij.
zesenzeventig	num	"76", het getal tussen vijfenzeventig en zevenenzeventig, zeventig plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 76 is aangeduid
zesenzeventigjarig	adj	76 jaren durend
zesenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 76 jaar oud is of iets dat 76 jaar bestaat
zesenzeventigjarigen	=	zesenzeventigjarige
zesenzeventigjarigs	=	zesenzeventigjarig
zesenzeventigje	=	zesenzeventig
zesenzeventigjes	=	zesenzeventig
zesenzeventigs	=	zesenzeventig
zesenzeventigste	adj	nummer zesenzeventig in een rij.
zesgeslacht	noun	zes levende personen die van hetzelfde geslacht zijn en in rechte lijn van elkaar afstammen, en daarmee van zes generaties zijn
zesgeslachten	=	zesgeslacht
zeshoek	noun	een geometrische tweedimensionale vorm, bestaande uit zes hoeken en derhalve ook zes zijden
zeshoeken	=	zeshoek
zeshoekig	adj	vorm met zes hoeken
zeshoekige	=	zeshoekig
zeshoekigs	=	zeshoekig
zeshoekje	=	zeshoek
zeshoekjes	=	zeshoek
zeshonderd	num	"600", het getal tussen vijfhonderdnegenennegentig en zeshonderdeen, zes maal honderd	noun	dat wat in een (rang)ordening met 600 is aangeduid
zeshonderdacht	num	"608", het getal tussen zeshonderdzeven en zeshonderdnegen, zeshonderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 608 is aangeduid
zeshonderdachten	=	zeshonderdacht
zeshonderdachtendertig	num	"638", het getal tussen zeshonderdzevenendertig en zeshonderdnegenendertig, zeshonderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 638 is aangeduid
zeshonderdachtendertigje	=	zeshonderdachtendertig
zeshonderdachtendertigjes	=	zeshonderdachtendertig
zeshonderdachtendertigs	=	zeshonderdachtendertig
zeshonderdachtennegentig	num	"698", het getal tussen zeshonderdzevenennegentig en zeshonderdnegenennegentig, zeshonderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 698 is aangeduid
zeshonderdachtennegentigje	=	zeshonderdachtennegentig
zeshonderdachtennegentigjes	=	zeshonderdachtennegentig
zeshonderdachtennegentigs	=	zeshonderdachtennegentig
zeshonderdachtentachtig	num	"688", het getal tussen zeshonderdzevenentachtig en zeshonderdnegenentachtig, zeshonderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 688 is aangeduid
zeshonderdachtentachtigje	=	zeshonderdachtentachtig
zeshonderdachtentachtigjes	=	zeshonderdachtentachtig
zeshonderdachtentachtigs	=	zeshonderdachtentachtig
zeshonderdachtentwintig	num	"628", het getal tussen zeshonderdzevenentwintig en zeshonderdnegenentwintig, zeshonderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 628 is aangeduid
zeshonderdachtentwintigje	=	zeshonderdachtentwintig
zeshonderdachtentwintigjes	=	zeshonderdachtentwintig
zeshonderdachtentwintigs	=	zeshonderdachtentwintig
zeshonderdachtenveertig	num	"648", het getal tussen zeshonderdzevenenveertig en zeshonderdnegenenveertig, zeshonderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 648 is aangeduid
zeshonderdachtenveertigje	=	zeshonderdachtenveertig
zeshonderdachtenveertigjes	=	zeshonderdachtenveertig
zeshonderdachtenveertigs	=	zeshonderdachtenveertig
zeshonderdachtenvijftig	num	"658", het getal tussen zeshonderdzevenenvijftig en zeshonderdnegenenvijftig, zeshonderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 658 is aangeduid
zeshonderdachtenvijftigje	=	zeshonderdachtenvijftig
zeshonderdachtenvijftigjes	=	zeshonderdachtenvijftig
zeshonderdachtenvijftigs	=	zeshonderdachtenvijftig
zeshonderdachtenzestig	num	"668", het getal tussen zeshonderdzevenenzestig en zeshonderdnegenenzestig, zeshonderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 668 is aangeduid
zeshonderdachtenzestigje	=	zeshonderdachtenzestig
zeshonderdachtenzestigjes	=	zeshonderdachtenzestig
zeshonderdachtenzestigs	=	zeshonderdachtenzestig
zeshonderdachtenzeventig	num	"678", het getal tussen zeshonderdzevenenzeventig en zeshonderdnegenenzeventig, zeshonderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 678 is aangeduid
zeshonderdachtenzeventigje	=	zeshonderdachtenzeventig
zeshonderdachtenzeventigjes	=	zeshonderdachtenzeventig
zeshonderdachtenzeventigs	=	zeshonderdachtenzeventig
zeshonderdachtje	=	zeshonderdacht
zeshonderdachtjes	=	zeshonderdacht
zeshonderdachttien	num	"618", het getal tussen zeshonderdzeventien en zeshonderdnegentien, zeshonderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 618 is aangeduid
zeshonderdachttiens	=	zeshonderdachttien
zeshonderdachttientje	=	zeshonderdachttien
zeshonderdachttientjes	=	zeshonderdachttien
zeshonderddertien	num	"613", het getal tussen zeshonderdtwaalf en zeshonderdveertien, zeshonderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 613 is aangeduid
zeshonderddertiens	=	zeshonderddertien
zeshonderddertientje	=	zeshonderddertien
zeshonderddertientjes	=	zeshonderddertien
zeshonderddertig	num	"630", het getal tussen zeshonderdnegenentwintig en zeshonderdeenendertig, zeshonderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 630 is aangeduid
zeshonderddertigje	=	zeshonderddertig
zeshonderddertigjes	=	zeshonderddertig
zeshonderddertigs	=	zeshonderddertig
zeshonderddrie	num	"603", het getal tussen zeshonderdtwee en zeshonderdvier, zeshonderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 603 is aangeduid
zeshonderddries	=	zeshonderddrie
zeshonderddrietje	=	zeshonderddrie
zeshonderddrietjes	=	zeshonderddrie
zeshonderddrieëndertig	num	"633", het getal tussen zeshonderdtweeëndertig en zeshonderdvierendertig, zeshonderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 633 is aangeduid
zeshonderddrieëndertigje	=	zeshonderddrieëndertig
zeshonderddrieëndertigjes	=	zeshonderddrieëndertig
zeshonderddrieëndertigs	=	zeshonderddrieëndertig
zeshonderddrieënnegentig	num	"693", het getal tussen zeshonderdtweeënnegentig en zeshonderdvierennegentig, zeshonderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 693 is aangeduid
zeshonderddrieënnegentigje	=	zeshonderddrieënnegentig
zeshonderddrieënnegentigjes	=	zeshonderddrieënnegentig
zeshonderddrieënnegentigs	=	zeshonderddrieënnegentig
zeshonderddrieëntachtig	num	"683", het getal tussen zeshonderdtweeëntachtig en zeshonderdvierentachtig, zeshonderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 683 is aangeduid
zeshonderddrieëntachtigje	=	zeshonderddrieëntachtig
zeshonderddrieëntachtigjes	=	zeshonderddrieëntachtig
zeshonderddrieëntachtigs	=	zeshonderddrieëntachtig
zeshonderddrieëntwintig	num	"623", het getal tussen zeshonderdtweeëntwintig en zeshonderdvierentwintig, zeshonderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 623 is aangeduid
zeshonderddrieëntwintigje	=	zeshonderddrieëntwintig
zeshonderddrieëntwintigjes	=	zeshonderddrieëntwintig
zeshonderddrieëntwintigs	=	zeshonderddrieëntwintig
zeshonderddrieënveertig	num	"643", het getal tussen zeshonderdtweeënveertig en zeshonderdvierenveertig, zeshonderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 643 is aangeduid
zeshonderddrieënveertigje	=	zeshonderddrieënveertig
zeshonderddrieënveertigjes	=	zeshonderddrieënveertig
zeshonderddrieënveertigs	=	zeshonderddrieënveertig
zeshonderddrieënvijftig	num	"653", het getal tussen zeshonderdtweeënvijftig en zeshonderdvierenvijftig, zeshonderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 653 is aangeduid
zeshonderddrieënvijftigje	=	zeshonderddrieënvijftig
zeshonderddrieënvijftigjes	=	zeshonderddrieënvijftig
zeshonderddrieënvijftigs	=	zeshonderddrieënvijftig
zeshonderddrieënzestig	num	"663", het getal tussen zeshonderdtweeënzestig en zeshonderdvierenzestig, zeshonderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 663 is aangeduid
zeshonderddrieënzestigje	=	zeshonderddrieënzestig
zeshonderddrieënzestigjes	=	zeshonderddrieënzestig
zeshonderddrieënzestigs	=	zeshonderddrieënzestig
zeshonderddrieënzeventig	num	"673", het getal tussen zeshonderdtweeënzeventig en zeshonderdvierenzeventig, zeshonderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 673 is aangeduid
zeshonderddrieënzeventigje	=	zeshonderddrieënzeventig
zeshonderddrieënzeventigjes	=	zeshonderddrieënzeventig
zeshonderddrieënzeventigs	=	zeshonderddrieënzeventig
zeshonderdduizend	num	het getal 600.000
zeshonderdduizendste	adj	nummer zeshonderdduizend in een rij
zeshonderdeen	num	"601", het getal tussen zeshonderd en zeshonderdtwee, zeshonderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 601 is aangeduid
zeshonderdeenendertig	num	"631", het getal tussen zeshonderddertig en zeshonderdtweeëndertig, zeshonderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 631 is aangeduid
zeshonderdeenendertigje	=	zeshonderdeenendertig
zeshonderdeenendertigjes	=	zeshonderdeenendertig
zeshonderdeenendertigs	=	zeshonderdeenendertig
zeshonderdeenennegentig	num	"691", het getal tussen zeshonderdnegentig en zeshonderdtweeënnegentig, zeshonderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 691 is aangeduid
zeshonderdeenennegentigje	=	zeshonderdeenennegentig
zeshonderdeenennegentigjes	=	zeshonderdeenennegentig
zeshonderdeenennegentigs	=	zeshonderdeenennegentig
zeshonderdeenentachtig	num	"681", het getal tussen zeshonderdtachtig en zeshonderdtweeëntachtig, zeshonderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 681 is aangeduid
zeshonderdeenentachtigje	=	zeshonderdeenentachtig
zeshonderdeenentachtigjes	=	zeshonderdeenentachtig
zeshonderdeenentachtigs	=	zeshonderdeenentachtig
zeshonderdeenentwintig	num	"621", het getal tussen zeshonderdtwintig en zeshonderdtweeëntwintig, zeshonderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 621 is aangeduid
zeshonderdeenentwintigje	=	zeshonderdeenentwintig
zeshonderdeenentwintigjes	=	zeshonderdeenentwintig
zeshonderdeenentwintigs	=	zeshonderdeenentwintig
zeshonderdeenenveertig	num	"641", het getal tussen zeshonderdveertig en zeshonderdtweeënveertig, zeshonderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 641 is aangeduid
zeshonderdeenenveertigje	=	zeshonderdeenenveertig
zeshonderdeenenveertigjes	=	zeshonderdeenenveertig
zeshonderdeenenveertigs	=	zeshonderdeenenveertig
zeshonderdeenenvijftig	num	"651", het getal tussen zeshonderdvijftig en zeshonderdtweeënvijftig, zeshonderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 651 is aangeduid
zeshonderdeenenvijftigje	=	zeshonderdeenenvijftig
zeshonderdeenenvijftigjes	=	zeshonderdeenenvijftig
zeshonderdeenenvijftigs	=	zeshonderdeenenvijftig
zeshonderdeenenzestig	num	"661", het getal tussen zeshonderdzestig en zeshonderdtweeënzestig, zeshonderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 661 is aangeduid
zeshonderdeenenzestigje	=	zeshonderdeenenzestig
zeshonderdeenenzestigjes	=	zeshonderdeenenzestig
zeshonderdeenenzestigs	=	zeshonderdeenenzestig
zeshonderdeenenzeventig	num	"671", het getal tussen zeshonderdzeventig en zeshonderdtweeënzeventig, zeshonderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 671 is aangeduid
zeshonderdeenenzeventigje	=	zeshonderdeenenzeventig
zeshonderdeenenzeventigjes	=	zeshonderdeenenzeventig
zeshonderdeenenzeventigs	=	zeshonderdeenenzeventig
zeshonderdeens	=	zeshonderdeen
zeshonderdeentje	=	zeshonderdeen
zeshonderdeentjes	=	zeshonderdeen
zeshonderdeerste	adj	nummer zeshonderdeen in een rij.
zeshonderdelf	num	"611", het getal tussen zeshonderdtien en zeshonderdtwaalf, zeshonderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 611 is aangeduid
zeshonderdelfje	=	zeshonderdelf
zeshonderdelfjes	=	zeshonderdelf
zeshonderdelfs	=	zeshonderdelf
zeshonderdenacht	num	"608", langere vorm van zeshonderdacht, zeshonderd plus acht
zeshonderdenachtendertig	num	"638", langere vorm van zeshonderdachtendertig, zeshonderd plus achtendertig
zeshonderdenachtennegentig	num	"698", langere vorm van zeshonderdachtennegentig, zeshonderd plus achtennegentig
zeshonderdenachtentachtig	num	"688", langere vorm van zeshonderdachtentachtig, zeshonderd plus achtentachtig
zeshonderdenachtentwintig	num	"628", langere vorm van zeshonderdachtentwintig, zeshonderd plus achtentwintig
zeshonderdenachtenveertig	num	"648", langere vorm van zeshonderdachtenveertig, zeshonderd plus achtenveertig
zeshonderdenachtenvijftig	num	"658", langere vorm van zeshonderdachtenvijftig, zeshonderd plus achtenvijftig
zeshonderdenachtenzestig	num	"668", langere vorm van zeshonderdachtenzestig, zeshonderd plus achtenzestig
zeshonderdenachtenzeventig	num	"678", langere vorm van zeshonderdachtenzeventig, zeshonderd plus achtenzeventig
zeshonderdenachttien	num	"618", langere vorm van zeshonderdachttien, zeshonderd plus achttien
zeshonderdendertien	num	"613", langere vorm van zeshonderddertien, zeshonderd plus dertien
zeshonderdendertig	num	"630", langere vorm van zeshonderddertig, zeshonderd plus dertig
zeshonderdendrie	num	"603", langere vorm van zeshonderddrie, zeshonderd plus drie
zeshonderdendrieëndertig	num	"633", langere vorm van zeshonderddrieëndertig, zeshonderd plus drieëndertig
zeshonderdendrieënnegentig	num	"693", langere vorm van zeshonderddrieënnegentig, zeshonderd plus drieënnegentig
zeshonderdendrieëntachtig	num	"683", langere vorm van zeshonderddrieëntachtig, zeshonderd plus drieëntachtig
zeshonderdendrieëntwintig	num	"623", langere vorm van zeshonderddrieëntwintig, zeshonderd plus drieëntwintig
zeshonderdendrieënveertig	num	"643", langere vorm van zeshonderddrieënveertig, zeshonderd plus drieënveertig
zeshonderdendrieënvijftig	num	"653", langere vorm van zeshonderddrieënvijftig, zeshonderd plus drieënvijftig
zeshonderdendrieënzestig	num	"663", langere vorm van zeshonderddrieënzestig, zeshonderd plus drieënzestig
zeshonderdendrieënzeventig	num	"673", langere vorm van zeshonderddrieënzeventig, zeshonderd plus drieënzeventig
zeshonderdeneen	num	"601", langere vorm van zeshonderdeen, zeshonderd plus een
zeshonderdeneenendertig	num	"631", langere vorm van zeshonderdeenendertig, zeshonderd plus eenendertig
zeshonderdeneenennegentig	num	"691", langere vorm van zeshonderdeenennegentig, zeshonderd plus eenennegentig
zeshonderdeneenentachtig	num	"681", langere vorm van zeshonderdeenentachtig, zeshonderd plus eenentachtig
zeshonderdeneenentwintig	num	"621", langere vorm van zeshonderdeenentwintig, zeshonderd plus eenentwintig
zeshonderdeneenenveertig	num	"641", langere vorm van zeshonderdeenenveertig, zeshonderd plus eenenveertig
zeshonderdeneenenvijftig	num	"651", langere vorm van zeshonderdeenenvijftig, zeshonderd plus eenenvijftig
zeshonderdeneenenzestig	num	"661", langere vorm van zeshonderdeenenzestig, zeshonderd plus eenenzestig
zeshonderdeneenenzeventig	num	"671", langere vorm van zeshonderdeenenzeventig, zeshonderd plus eenenzeventig
zeshonderdeneerste	adj	nummer zeshonderdeen in een rij.
zeshonderdenelf	num	"611", langere vorm van zeshonderdelf, zeshonderd plus elf
zeshonderdennegen	num	"609", langere vorm van zeshonderdnegen, zeshonderd plus negen
zeshonderdennegenendertig	num	"639", langere vorm van zeshonderdnegenendertig, zeshonderd plus negenendertig
zeshonderdennegenennegentig	num	"699", langere vorm van zeshonderdnegenennegentig, zeshonderd plus negenennegentig
zeshonderdennegenentachtig	num	"689", langere vorm van zeshonderdnegenentachtig, zeshonderd plus negenentachtig
zeshonderdennegenentwintig	num	"629", langere vorm van zeshonderdnegenentwintig, zeshonderd plus negenentwintig
zeshonderdennegenenveertig	num	"649", langere vorm van zeshonderdnegenenveertig, zeshonderd plus negenenveertig
zeshonderdennegenenvijftig	num	"659", langere vorm van zeshonderdnegenenvijftig, zeshonderd plus negenenvijftig
zeshonderdennegenenzestig	num	"669", langere vorm van zeshonderdnegenenzestig, zeshonderd plus negenenzestig
zeshonderdennegenenzeventig	num	"679", langere vorm van zeshonderdnegenenzeventig, zeshonderd plus negenenzeventig
zeshonderdennegentien	num	"619", langere vorm van zeshonderdnegentien, zeshonderd plus negentien
zeshonderdennegentig	num	"690", langere vorm van zeshonderdnegentig, zeshonderd plus negentig
zeshonderdentachtig	num	"680", langere vorm van zeshonderdtachtig, zeshonderd plus tachtig
zeshonderdentien	num	"610", langere vorm van zeshonderdtien, zeshonderd plus tien
zeshonderdentwaalf	num	"612", langere vorm van zeshonderdtwaalf, zeshonderd plus twaalf
zeshonderdentwee	num	"602", langere vorm van zeshonderdtwee, zeshonderd plus twee
zeshonderdentweede	adj	nummer zeshonderdtwee in een rij.
zeshonderdentweeëndertig	num	"632", langere vorm van zeshonderdtweeëndertig, zeshonderd plus tweeëndertig
zeshonderdentweeënnegentig	num	"692", langere vorm van zeshonderdtweeënnegentig, zeshonderd plus tweeënnegentig
zeshonderdentweeëntachtig	num	"682", langere vorm van zeshonderdtweeëntachtig, zeshonderd plus tweeëntachtig
zeshonderdentweeëntwintig	num	"622", langere vorm van zeshonderdtweeëntwintig, zeshonderd plus tweeëntwintig
zeshonderdentweeënveertig	num	"642", langere vorm van zeshonderdtweeënveertig, zeshonderd plus tweeënveertig
zeshonderdentweeënvijftig	num	"652", langere vorm van zeshonderdtweeënvijftig, zeshonderd plus tweeënvijftig
zeshonderdentweeënzestig	num	"662", langere vorm van zeshonderdtweeënzestig, zeshonderd plus tweeënzestig
zeshonderdentweeënzeventig	num	"672", langere vorm van zeshonderdtweeënzeventig, zeshonderd plus tweeënzeventig
zeshonderdentwintig	num	"620", langere vorm van zeshonderdtwintig, zeshonderd plus twintig
zeshonderdenveertien	num	"614", langere vorm van zeshonderdveertien, zeshonderd plus veertien
zeshonderdenveertig	num	"640", langere vorm van zeshonderdveertig, zeshonderd plus veertig
zeshonderdenvier	num	"604", langere vorm van zeshonderdvier, zeshonderd plus vier
zeshonderdenvierendertig	num	"634", langere vorm van zeshonderdvierendertig, zeshonderd plus vierendertig
zeshonderdenvierennegentig	num	"694", langere vorm van zeshonderdvierennegentig, zeshonderd plus vierennegentig
zeshonderdenvierentachtig	num	"684", langere vorm van zeshonderdvierentachtig, zeshonderd plus vierentachtig
zeshonderdenvierentwintig	num	"624", langere vorm van zeshonderdvierentwintig, zeshonderd plus vierentwintig
zeshonderdenvierenveertig	num	"644", langere vorm van zeshonderdvierenveertig, zeshonderd plus vierenveertig
zeshonderdenvierenvijftig	num	"654", langere vorm van zeshonderdvierenvijftig, zeshonderd plus vierenvijftig
zeshonderdenvierenzestig	num	"664", langere vorm van zeshonderdvierenzestig, zeshonderd plus vierenzestig
zeshonderdenvierenzeventig	num	"674", langere vorm van zeshonderdvierenzeventig, zeshonderd plus vierenzeventig
zeshonderdenvijf	num	"605", langere vorm van zeshonderdvijf, zeshonderd plus vijf
zeshonderdenvijfendertig	num	"635", langere vorm van zeshonderdvijfendertig, zeshonderd plus vijfendertig
zeshonderdenvijfennegentig	num	"695", langere vorm van zeshonderdvijfennegentig, zeshonderd plus vijfennegentig
zeshonderdenvijfentachtig	num	"685", langere vorm van zeshonderdvijfentachtig, zeshonderd plus vijfentachtig
zeshonderdenvijfentwintig	num	"625", langere vorm van zeshonderdvijfentwintig, zeshonderd plus vijfentwintig
zeshonderdenvijfenveertig	num	"645", langere vorm van zeshonderdvijfenveertig, zeshonderd plus vijfenveertig
zeshonderdenvijfenvijftig	num	"655", langere vorm van zeshonderdvijfenvijftig, zeshonderd plus vijfenvijftig
zeshonderdenvijfenzestig	num	"665", langere vorm van zeshonderdvijfenzestig, zeshonderd plus vijfenzestig
zeshonderdenvijfenzeventig	num	"675", langere vorm van zeshonderdvijfenzeventig, zeshonderd plus vijfenzeventig
zeshonderdenvijftien	num	"615", langere vorm van zeshonderdvijftien, zeshonderd plus vijftien
zeshonderdenvijftig	num	"650", langere vorm van zeshonderdvijftig, zeshonderd plus vijftig
zeshonderdenzes	num	"606", langere vorm van zeshonderdzes, zeshonderd plus zes
zeshonderdenzesendertig	num	"636", langere vorm van zeshonderdzesendertig, zeshonderd plus zesendertig
zeshonderdenzesennegentig	num	"696", langere vorm van zeshonderdzesennegentig, zeshonderd plus zesennegentig
zeshonderdenzesentachtig	num	"686", langere vorm van zeshonderdzesentachtig, zeshonderd plus zesentachtig
zeshonderdenzesentwintig	num	"626", langere vorm van zeshonderdzesentwintig, zeshonderd plus zesentwintig
zeshonderdenzesenveertig	num	"646", langere vorm van zeshonderdzesenveertig, zeshonderd plus zesenveertig
zeshonderdenzesenvijftig	num	"656", langere vorm van zeshonderdzesenvijftig, zeshonderd plus zesenvijftig
zeshonderdenzesenzestig	num	"666", langere vorm van zeshonderdzesenzestig, zeshonderd plus zesenzestig
zeshonderdenzesenzeventig	num	"676", langere vorm van zeshonderdzesenzeventig, zeshonderd plus zesenzeventig
zeshonderdenzestien	num	"616", langere vorm van zeshonderdzestien, zeshonderd plus zestien
zeshonderdenzestig	num	"660", langere vorm van zeshonderdzestig, zeshonderd plus zestig
zeshonderdenzeven	num	"607", langere vorm van zeshonderdzeven, zeshonderd plus zeven
zeshonderdenzevenendertig	num	"637", langere vorm van zeshonderdzevenendertig, zeshonderd plus zevenendertig
zeshonderdenzevenennegentig	num	"697", langere vorm van zeshonderdzevenennegentig, zeshonderd plus zevenennegentig
zeshonderdenzevenentachtig	num	"687", langere vorm van zeshonderdzevenentachtig, zeshonderd plus zevenentachtig
zeshonderdenzevenentwintig	num	"627", langere vorm van zeshonderdzevenentwintig, zeshonderd plus zevenentwintig
zeshonderdenzevenenveertig	num	"647", langere vorm van zeshonderdzevenenveertig, zeshonderd plus zevenenveertig
zeshonderdenzevenenvijftig	num	"657", langere vorm van zeshonderdzevenenvijftig, zeshonderd plus zevenenvijftig
zeshonderdenzevenenzestig	num	"667", langere vorm van zeshonderdzevenenzestig, zeshonderd plus zevenenzestig
zeshonderdenzevenenzeventig	num	"677", langere vorm van zeshonderdzevenenzeventig, zeshonderd plus zevenenzeventig
zeshonderdenzeventien	num	"617", langere vorm van zeshonderdzeventien, zeshonderd plus zeventien
zeshonderdenzeventig	num	"670", langere vorm van zeshonderdzeventig, zeshonderd plus zeventig
zeshonderdje	=	zeshonderd
zeshonderdjes	=	zeshonderd
zeshonderdnegen	num	"609", het getal tussen zeshonderdacht en zeshonderdtien, zeshonderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 609 is aangeduid
zeshonderdnegenendertig	num	"639", het getal tussen zeshonderdachtendertig en zeshonderdveertig, zeshonderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 639 is aangeduid
zeshonderdnegenendertigje	=	zeshonderdnegenendertig
zeshonderdnegenendertigjes	=	zeshonderdnegenendertig
zeshonderdnegenendertigs	=	zeshonderdnegenendertig
zeshonderdnegenennegentig	num	"699", het getal tussen zeshonderdachtennegentig en zevenhonderd, zeshonderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 699 is aangeduid
zeshonderdnegenennegentigje	=	zeshonderdnegenennegentig
zeshonderdnegenennegentigjes	=	zeshonderdnegenennegentig
zeshonderdnegenennegentigs	=	zeshonderdnegenennegentig
zeshonderdnegenentachtig	num	"689", het getal tussen zeshonderdachtentachtig en zeshonderdnegentig, zeshonderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 689 is aangeduid
zeshonderdnegenentachtigje	=	zeshonderdnegenentachtig
zeshonderdnegenentachtigjes	=	zeshonderdnegenentachtig
zeshonderdnegenentachtigs	=	zeshonderdnegenentachtig
zeshonderdnegenentwintig	num	"629", het getal tussen zeshonderdachtentwintig en zeshonderddertig, zeshonderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 629 is aangeduid
zeshonderdnegenentwintigje	=	zeshonderdnegenentwintig
zeshonderdnegenentwintigjes	=	zeshonderdnegenentwintig
zeshonderdnegenentwintigs	=	zeshonderdnegenentwintig
zeshonderdnegenenveertig	num	"649", het getal tussen zeshonderdachtenveertig en zeshonderdvijftig, zeshonderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 649 is aangeduid
zeshonderdnegenenveertigje	=	zeshonderdnegenenveertig
zeshonderdnegenenveertigjes	=	zeshonderdnegenenveertig
zeshonderdnegenenveertigs	=	zeshonderdnegenenveertig
zeshonderdnegenenvijftig	num	"659", het getal tussen zeshonderdachtenvijftig en zeshonderdzestig, zeshonderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 659 is aangeduid
zeshonderdnegenenvijftigje	=	zeshonderdnegenenvijftig
zeshonderdnegenenvijftigjes	=	zeshonderdnegenenvijftig
zeshonderdnegenenvijftigs	=	zeshonderdnegenenvijftig
zeshonderdnegenenzestig	num	"669", het getal tussen zeshonderdachtenzestig en zeshonderdzeventig, zeshonderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 669 is aangeduid
zeshonderdnegenenzestigje	=	zeshonderdnegenenzestig
zeshonderdnegenenzestigjes	=	zeshonderdnegenenzestig
zeshonderdnegenenzestigs	=	zeshonderdnegenenzestig
zeshonderdnegenenzeventig	num	"679", het getal tussen zeshonderdachtenzeventig en zeshonderdtachtig, zeshonderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 679 is aangeduid
zeshonderdnegenenzeventigje	=	zeshonderdnegenenzeventig
zeshonderdnegenenzeventigjes	=	zeshonderdnegenenzeventig
zeshonderdnegenenzeventigs	=	zeshonderdnegenenzeventig
zeshonderdnegens	=	zeshonderdnegen
zeshonderdnegentien	num	"619", het getal tussen zeshonderdachttien en zeshonderdtwintig, zeshonderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 619 is aangeduid
zeshonderdnegentiens	=	zeshonderdnegentien
zeshonderdnegentientje	=	zeshonderdnegentien
zeshonderdnegentientjes	=	zeshonderdnegentien
zeshonderdnegentig	num	"690", het getal tussen zeshonderdnegenentachtig en zeshonderdeenennegentig, zeshonderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 690 is aangeduid
zeshonderdnegentigje	=	zeshonderdnegentig
zeshonderdnegentigjes	=	zeshonderdnegentig
zeshonderdnegentigs	=	zeshonderdnegentig
zeshonderdnegentje	=	zeshonderdnegen
zeshonderdnegentjes	=	zeshonderdnegen
zeshonderds	=	zeshonderd
zeshonderdste	adj	nummer zeshonderd in een rij
zeshonderdtachtig	num	"680", het getal tussen zeshonderdnegenenzeventig en zeshonderdeenentachtig, zeshonderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 680 is aangeduid
zeshonderdtachtigje	=	zeshonderdtachtig
zeshonderdtachtigjes	=	zeshonderdtachtig
zeshonderdtachtigs	=	zeshonderdtachtig
zeshonderdtien	num	"610", het getal tussen zeshonderdnegen en zeshonderdelf, zeshonderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 610 is aangeduid
zeshonderdtiens	=	zeshonderdtien
zeshonderdtientje	=	zeshonderdtien
zeshonderdtientjes	=	zeshonderdtien
zeshonderdtwaalf	num	"612", het getal tussen zeshonderdelf en zeshonderddertien, zeshonderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 612 is aangeduid
zeshonderdtwaalfje	=	zeshonderdtwaalf
zeshonderdtwaalfjes	=	zeshonderdtwaalf
zeshonderdtwaalfs	=	zeshonderdtwaalf
zeshonderdtwee	num	"602", het getal tussen zeshonderdeen en zeshonderddrie, zeshonderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 602 is aangeduid
zeshonderdtweede	adj	nummer zeshonderdtwee in een rij.
zeshonderdtwees	=	zeshonderdtwee
zeshonderdtweetje	=	zeshonderdtwee
zeshonderdtweetjes	=	zeshonderdtwee
zeshonderdtweeëndertig	num	"632", het getal tussen zeshonderdeenendertig en zeshonderddrieëndertig, zeshonderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 632 is aangeduid
zeshonderdtweeëndertigje	=	zeshonderdtweeëndertig
zeshonderdtweeëndertigjes	=	zeshonderdtweeëndertig
zeshonderdtweeëndertigs	=	zeshonderdtweeëndertig
zeshonderdtweeënnegentig	num	"692", het getal tussen zeshonderdeenennegentig en zeshonderddrieënnegentig, zeshonderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 692 is aangeduid
zeshonderdtweeënnegentigje	=	zeshonderdtweeënnegentig
zeshonderdtweeënnegentigjes	=	zeshonderdtweeënnegentig
zeshonderdtweeënnegentigs	=	zeshonderdtweeënnegentig
zeshonderdtweeëntachtig	num	"682", het getal tussen zeshonderdeenentachtig en zeshonderddrieëntachtig, zeshonderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 682 is aangeduid
zeshonderdtweeëntachtigje	=	zeshonderdtweeëntachtig
zeshonderdtweeëntachtigjes	=	zeshonderdtweeëntachtig
zeshonderdtweeëntachtigs	=	zeshonderdtweeëntachtig
zeshonderdtweeëntwintig	num	"622", het getal tussen zeshonderdeenentwintig en zeshonderddrieëntwintig, zeshonderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 622 is aangeduid
zeshonderdtweeëntwintigje	=	zeshonderdtweeëntwintig
zeshonderdtweeëntwintigjes	=	zeshonderdtweeëntwintig
zeshonderdtweeëntwintigs	=	zeshonderdtweeëntwintig
zeshonderdtweeënveertig	num	"642", het getal tussen zeshonderdeenenveertig en zeshonderddrieënveertig, zeshonderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 642 is aangeduid
zeshonderdtweeënveertigje	=	zeshonderdtweeënveertig
zeshonderdtweeënveertigjes	=	zeshonderdtweeënveertig
zeshonderdtweeënveertigs	=	zeshonderdtweeënveertig
zeshonderdtweeënvijftig	num	"652", het getal tussen zeshonderdeenenvijftig en zeshonderddrieënvijftig, zeshonderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 652 is aangeduid
zeshonderdtweeënvijftigje	=	zeshonderdtweeënvijftig
zeshonderdtweeënvijftigjes	=	zeshonderdtweeënvijftig
zeshonderdtweeënvijftigs	=	zeshonderdtweeënvijftig
zeshonderdtweeënzestig	num	"662", het getal tussen zeshonderdeenenzestig en zeshonderddrieënzestig, zeshonderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 662 is aangeduid
zeshonderdtweeënzestigje	=	zeshonderdtweeënzestig
zeshonderdtweeënzestigjes	=	zeshonderdtweeënzestig
zeshonderdtweeënzestigs	=	zeshonderdtweeënzestig
zeshonderdtweeënzeventig	num	"672", het getal tussen zeshonderdeenenzeventig en zeshonderddrieënzeventig, zeshonderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 672 is aangeduid
zeshonderdtweeënzeventigje	=	zeshonderdtweeënzeventig
zeshonderdtweeënzeventigjes	=	zeshonderdtweeënzeventig
zeshonderdtweeënzeventigs	=	zeshonderdtweeënzeventig
zeshonderdtwintig	num	"620", het getal tussen zeshonderdnegentien en zeshonderdeenentwintig, zeshonderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 620 is aangeduid
zeshonderdtwintigje	=	zeshonderdtwintig
zeshonderdtwintigjes	=	zeshonderdtwintig
zeshonderdtwintigs	=	zeshonderdtwintig
zeshonderdveertien	num	"614", het getal tussen zeshonderddertien en zeshonderdvijftien, zeshonderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 614 is aangeduid
zeshonderdveertiens	=	zeshonderdveertien
zeshonderdveertientje	=	zeshonderdveertien
zeshonderdveertientjes	=	zeshonderdveertien
zeshonderdveertig	num	"640", het getal tussen zeshonderdnegenendertig en zeshonderdeenenveertig, zeshonderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 640 is aangeduid
zeshonderdveertigje	=	zeshonderdveertig
zeshonderdveertigjes	=	zeshonderdveertig
zeshonderdveertigs	=	zeshonderdveertig
zeshonderdvier	num	"604", het getal tussen zeshonderddrie en zeshonderdvijf, zeshonderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 604 is aangeduid
zeshonderdvierendertig	num	"634", het getal tussen zeshonderddrieëndertig en zeshonderdvijfendertig, zeshonderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 634 is aangeduid
zeshonderdvierendertigje	=	zeshonderdvierendertig
zeshonderdvierendertigjes	=	zeshonderdvierendertig
zeshonderdvierendertigs	=	zeshonderdvierendertig
zeshonderdvierennegentig	num	"694", het getal tussen zeshonderddrieënnegentig en zeshonderdvijfennegentig, zeshonderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 694 is aangeduid
zeshonderdvierennegentigje	=	zeshonderdvierennegentig
zeshonderdvierennegentigjes	=	zeshonderdvierennegentig
zeshonderdvierennegentigs	=	zeshonderdvierennegentig
zeshonderdvierentachtig	num	"684", het getal tussen zeshonderddrieëntachtig en zeshonderdvijfentachtig, zeshonderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 684 is aangeduid
zeshonderdvierentachtigje	=	zeshonderdvierentachtig
zeshonderdvierentachtigjes	=	zeshonderdvierentachtig
zeshonderdvierentachtigs	=	zeshonderdvierentachtig
zeshonderdvierentwintig	num	"624", het getal tussen zeshonderddrieëntwintig en zeshonderdvijfentwintig, zeshonderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 624 is aangeduid
zeshonderdvierentwintigje	=	zeshonderdvierentwintig
zeshonderdvierentwintigjes	=	zeshonderdvierentwintig
zeshonderdvierentwintigs	=	zeshonderdvierentwintig
zeshonderdvierenveertig	num	"644", het getal tussen zeshonderddrieënveertig en zeshonderdvijfenveertig, zeshonderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 644 is aangeduid
zeshonderdvierenveertigje	=	zeshonderdvierenveertig
zeshonderdvierenveertigjes	=	zeshonderdvierenveertig
zeshonderdvierenveertigs	=	zeshonderdvierenveertig
zeshonderdvierenvijftig	num	"654", het getal tussen zeshonderddrieënvijftig en zeshonderdvijfenvijftig, zeshonderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 654 is aangeduid
zeshonderdvierenvijftigje	=	zeshonderdvierenvijftig
zeshonderdvierenvijftigjes	=	zeshonderdvierenvijftig
zeshonderdvierenvijftigs	=	zeshonderdvierenvijftig
zeshonderdvierenzestig	num	"664", het getal tussen zeshonderddrieënzestig en zeshonderdvijfenzestig, zeshonderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 664 is aangeduid
zeshonderdvierenzestigje	=	zeshonderdvierenzestig
zeshonderdvierenzestigjes	=	zeshonderdvierenzestig
zeshonderdvierenzestigs	=	zeshonderdvierenzestig
zeshonderdvierenzeventig	num	"674", het getal tussen zeshonderddrieënzeventig en zeshonderdvijfenzeventig, zeshonderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 674 is aangeduid
zeshonderdvierenzeventigje	=	zeshonderdvierenzeventig
zeshonderdvierenzeventigjes	=	zeshonderdvierenzeventig
zeshonderdvierenzeventigs	=	zeshonderdvierenzeventig
zeshonderdviers	=	zeshonderdvier
zeshonderdviertje	=	zeshonderdvier
zeshonderdviertjes	=	zeshonderdvier
zeshonderdvijf	num	"605", het getal tussen zeshonderdvier en zeshonderdzes, zeshonderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 605 is aangeduid
zeshonderdvijfendertig	num	"635", het getal tussen zeshonderdvierendertig en zeshonderdzesendertig, zeshonderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 635 is aangeduid
zeshonderdvijfendertigje	=	zeshonderdvijfendertig
zeshonderdvijfendertigjes	=	zeshonderdvijfendertig
zeshonderdvijfendertigs	=	zeshonderdvijfendertig
zeshonderdvijfennegentig	num	"695", het getal tussen zeshonderdvierennegentig en zeshonderdzesennegentig, zeshonderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 695 is aangeduid
zeshonderdvijfennegentigje	=	zeshonderdvijfennegentig
zeshonderdvijfennegentigjes	=	zeshonderdvijfennegentig
zeshonderdvijfennegentigs	=	zeshonderdvijfennegentig
zeshonderdvijfentachtig	num	"685", het getal tussen zeshonderdvierentachtig en zeshonderdzesentachtig, zeshonderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 685 is aangeduid
zeshonderdvijfentachtigje	=	zeshonderdvijfentachtig
zeshonderdvijfentachtigjes	=	zeshonderdvijfentachtig
zeshonderdvijfentachtigs	=	zeshonderdvijfentachtig
zeshonderdvijfentwintig	num	"625", het getal tussen zeshonderdvierentwintig en zeshonderdzesentwintig, zeshonderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 625 is aangeduid
zeshonderdvijfentwintigje	=	zeshonderdvijfentwintig
zeshonderdvijfentwintigjes	=	zeshonderdvijfentwintig
zeshonderdvijfentwintigs	=	zeshonderdvijfentwintig
zeshonderdvijfenveertig	num	"645", het getal tussen zeshonderdvierenveertig en zeshonderdzesenveertig, zeshonderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 645 is aangeduid
zeshonderdvijfenveertigje	=	zeshonderdvijfenveertig
zeshonderdvijfenveertigjes	=	zeshonderdvijfenveertig
zeshonderdvijfenveertigs	=	zeshonderdvijfenveertig
zeshonderdvijfenvijftig	num	"655", het getal tussen zeshonderdvierenvijftig en zeshonderdzesenvijftig, zeshonderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 655 is aangeduid
zeshonderdvijfenvijftigje	=	zeshonderdvijfenvijftig
zeshonderdvijfenvijftigjes	=	zeshonderdvijfenvijftig
zeshonderdvijfenvijftigs	=	zeshonderdvijfenvijftig
zeshonderdvijfenzestig	num	"665", het getal tussen zeshonderdvierenzestig en zeshonderdzesenzestig, zeshonderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 665 is aangeduid
zeshonderdvijfenzestigje	=	zeshonderdvijfenzestig
zeshonderdvijfenzestigjes	=	zeshonderdvijfenzestig
zeshonderdvijfenzestigs	=	zeshonderdvijfenzestig
zeshonderdvijfenzeventig	num	"675", het getal tussen zeshonderdvierenzeventig en zeshonderdzesenzeventig, zeshonderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 675 is aangeduid
zeshonderdvijfenzeventigje	=	zeshonderdvijfenzeventig
zeshonderdvijfenzeventigjes	=	zeshonderdvijfenzeventig
zeshonderdvijfenzeventigs	=	zeshonderdvijfenzeventig
zeshonderdvijfje	=	zeshonderdvijf
zeshonderdvijfjes	=	zeshonderdvijf
zeshonderdvijfs	=	zeshonderdvijf
zeshonderdvijftien	num	"615", het getal tussen zeshonderdveertien en zeshonderdzestien, zeshonderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 615 is aangeduid
zeshonderdvijftiens	=	zeshonderdvijftien
zeshonderdvijftientje	=	zeshonderdvijftien
zeshonderdvijftientjes	=	zeshonderdvijftien
zeshonderdvijftig	num	"650", het getal tussen zeshonderdnegenenveertig en zeshonderdeenenvijftig, zeshonderd plus vijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 650 is aangeduid
zeshonderdvijftigje	=	zeshonderdvijftig
zeshonderdvijftigjes	=	zeshonderdvijftig
zeshonderdvijftigs	=	zeshonderdvijftig
zeshonderdzes	num	"606", het getal tussen zeshonderdvijf en zeshonderdzeven, zeshonderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 606 is aangeduid
zeshonderdzesendertig	num	"636", het getal tussen zeshonderdvijfendertig en zeshonderdzevenendertig, zeshonderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 636 is aangeduid
zeshonderdzesendertigje	=	zeshonderdzesendertig
zeshonderdzesendertigjes	=	zeshonderdzesendertig
zeshonderdzesendertigs	=	zeshonderdzesendertig
zeshonderdzesennegentig	num	"696", het getal tussen zeshonderdvijfennegentig en zeshonderdzevenennegentig, zeshonderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 696 is aangeduid
zeshonderdzesennegentigje	=	zeshonderdzesennegentig
zeshonderdzesennegentigjes	=	zeshonderdzesennegentig
zeshonderdzesennegentigs	=	zeshonderdzesennegentig
zeshonderdzesentachtig	num	"686", het getal tussen zeshonderdvijfentachtig en zeshonderdzevenentachtig, zeshonderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 686 is aangeduid
zeshonderdzesentachtigje	=	zeshonderdzesentachtig
zeshonderdzesentachtigjes	=	zeshonderdzesentachtig
zeshonderdzesentachtigs	=	zeshonderdzesentachtig
zeshonderdzesentwintig	num	"626", het getal tussen zeshonderdvijfentwintig en zeshonderdzevenentwintig, zeshonderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 626 is aangeduid
zeshonderdzesentwintigje	=	zeshonderdzesentwintig
zeshonderdzesentwintigjes	=	zeshonderdzesentwintig
zeshonderdzesentwintigs	=	zeshonderdzesentwintig
zeshonderdzesenveertig	num	"646", het getal tussen zeshonderdvijfenveertig en zeshonderdzevenenveertig, zeshonderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 646 is aangeduid
zeshonderdzesenveertigje	=	zeshonderdzesenveertig
zeshonderdzesenveertigjes	=	zeshonderdzesenveertig
zeshonderdzesenveertigs	=	zeshonderdzesenveertig
zeshonderdzesenvijftig	num	"656", het getal tussen zeshonderdvijfenvijftig en zeshonderdzevenenvijftig, zeshonderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 656 is aangeduid
zeshonderdzesenvijftigje	=	zeshonderdzesenvijftig
zeshonderdzesenvijftigjes	=	zeshonderdzesenvijftig
zeshonderdzesenvijftigs	=	zeshonderdzesenvijftig
zeshonderdzesenzestig	num	"666", het getal tussen zeshonderdvijfenzestig en zeshonderdzevenenzestig, zeshonderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 666 is aangeduid
zeshonderdzesenzestigje	=	zeshonderdzesenzestig
zeshonderdzesenzestigjes	=	zeshonderdzesenzestig
zeshonderdzesenzestigs	=	zeshonderdzesenzestig
zeshonderdzesenzeventig	num	"676", het getal tussen zeshonderdvijfenzeventig en zeshonderdzevenenzeventig, zeshonderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 676 is aangeduid
zeshonderdzesenzeventigje	=	zeshonderdzesenzeventig
zeshonderdzesenzeventigjes	=	zeshonderdzesenzeventig
zeshonderdzesenzeventigs	=	zeshonderdzesenzeventig
zeshonderdzesje	=	zeshonderdzes
zeshonderdzesjes	=	zeshonderdzes
zeshonderdzessen	=	zeshonderdzes
zeshonderdzestien	num	"616", het getal tussen zeshonderdvijftien en zeshonderdzeventien, zeshonderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 616 is aangeduid
zeshonderdzestiens	=	zeshonderdzestien
zeshonderdzestientje	=	zeshonderdzestien
zeshonderdzestientjes	=	zeshonderdzestien
zeshonderdzestig	num	"660", het getal tussen zeshonderdnegenenvijftig en zeshonderdeenenzestig, zeshonderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 660 is aangeduid
zeshonderdzestigje	=	zeshonderdzestig
zeshonderdzestigjes	=	zeshonderdzestig
zeshonderdzestigs	=	zeshonderdzestig
zeshonderdzeven	num	"607", het getal tussen zeshonderdzes en zeshonderdacht, zeshonderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 607 is aangeduid
zeshonderdzevenendertig	num	"637", het getal tussen zeshonderdzesendertig en zeshonderdachtendertig, zeshonderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 637 is aangeduid
zeshonderdzevenendertigje	=	zeshonderdzevenendertig
zeshonderdzevenendertigjes	=	zeshonderdzevenendertig
zeshonderdzevenendertigs	=	zeshonderdzevenendertig
zeshonderdzevenennegentig	num	"697", het getal tussen zeshonderdzesennegentig en zeshonderdachtennegentig, zeshonderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 697 is aangeduid
zeshonderdzevenennegentigje	=	zeshonderdzevenennegentig
zeshonderdzevenennegentigjes	=	zeshonderdzevenennegentig
zeshonderdzevenennegentigs	=	zeshonderdzevenennegentig
zeshonderdzevenentachtig	num	"687", het getal tussen zeshonderdzesentachtig en zeshonderdachtentachtig, zeshonderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 687 is aangeduid
zeshonderdzevenentachtigje	=	zeshonderdzevenentachtig
zeshonderdzevenentachtigjes	=	zeshonderdzevenentachtig
zeshonderdzevenentachtigs	=	zeshonderdzevenentachtig
zeshonderdzevenentwintig	num	"627", het getal tussen zeshonderdzesentwintig en zeshonderdachtentwintig, zeshonderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 627 is aangeduid
zeshonderdzevenentwintigje	=	zeshonderdzevenentwintig
zeshonderdzevenentwintigjes	=	zeshonderdzevenentwintig
zeshonderdzevenentwintigs	=	zeshonderdzevenentwintig
zeshonderdzevenenveertig	num	"647", het getal tussen zeshonderdzesenveertig en zeshonderdachtenveertig, zeshonderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 647 is aangeduid
zeshonderdzevenenveertigje	=	zeshonderdzevenenveertig
zeshonderdzevenenveertigjes	=	zeshonderdzevenenveertig
zeshonderdzevenenveertigs	=	zeshonderdzevenenveertig
zeshonderdzevenenvijftig	num	"657", het getal tussen zeshonderdzesenvijftig en zeshonderdachtenvijftig, zeshonderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 657 is aangeduid
zeshonderdzevenenvijftigje	=	zeshonderdzevenenvijftig
zeshonderdzevenenvijftigjes	=	zeshonderdzevenenvijftig
zeshonderdzevenenvijftigs	=	zeshonderdzevenenvijftig
zeshonderdzevenenzestig	num	"667", het getal tussen zeshonderdzesenzestig en zeshonderdachtenzestig, zeshonderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 667 is aangeduid
zeshonderdzevenenzestigje	=	zeshonderdzevenenzestig
zeshonderdzevenenzestigjes	=	zeshonderdzevenenzestig
zeshonderdzevenenzestigs	=	zeshonderdzevenenzestig
zeshonderdzevenenzeventig	num	"677", het getal tussen zeshonderdzesenzeventig en zeshonderdachtenzeventig, zeshonderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 677 is aangeduid
zeshonderdzevenenzeventigje	=	zeshonderdzevenenzeventig
zeshonderdzevenenzeventigjes	=	zeshonderdzevenenzeventig
zeshonderdzevenenzeventigs	=	zeshonderdzevenenzeventig
zeshonderdzevens	=	zeshonderdzeven
zeshonderdzeventien	num	"617", het getal tussen zeshonderdzestien en zeshonderdachttien, zeshonderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 617 is aangeduid
zeshonderdzeventiens	=	zeshonderdzeventien
zeshonderdzeventientje	=	zeshonderdzeventien
zeshonderdzeventientjes	=	zeshonderdzeventien
zeshonderdzeventig	num	"670", het getal tussen zeshonderdnegenenzestig en zeshonderdeenenzeventig, zeshonderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 670 is aangeduid
zeshonderdzeventigje	=	zeshonderdzeventig
zeshonderdzeventigjes	=	zeshonderdzeventig
zeshonderdzeventigs	=	zeshonderdzeventig
zeshonderdzeventje	=	zeshonderdzeven
zeshonderdzeventjes	=	zeshonderdzeven
zesjaarlijks	adj	eens in de 6 jaar plaatsvindend
zesjaarlijkse	=	zesjaarlijks
zesjarig	adj	6 jaren durend
zesjarige	noun	levend wezen dat 6 jaar oud is of iets dat 6 jaar bestaat
zesjarigen	=	zesjarige
zesjarigs	=	zesjarig
zesje	=	zes
zesjes	=	zes
zesjesculturen	=	zesjescultuur
zesjescultuur	noun	werkhouding bij een groep waar men al tevreden is met een resultaat dat maar net voldoet
zesjescultuurtje	=	zesjescultuur
zesjescultuurtjes	=	zesjescultuur
zeskamp	noun	wedstrijd of spel met zes onderdelen
zeskampen	=	zeskamp
zeskampje	=	zeskamp
zeskampjes	=	zeskamp
zeskant	noun	een vorm met zes zijden
zeskanten	=	zeskant
zeskantig	adj	in de vorm van een zeskant
zeskantige	=	zeskantig
zeskantigs	=	zeskantig
zeskantje	=	zeskant
zeskantjes	=	zeskant
zeskieuwszaaghaai	noun	Pliotrema warreni een vis uit de familie van zaaghaaien (Pristiophoridae) en behoort tot de orde van zaaghaaien (Pristiophoriformes).
zeskieuwszaaghaaien	=	zeskieuwszaaghaai
zeskieuwszaaghaaitje	=	zeskieuwszaaghaai
zeskieuwszaaghaaitjes	=	zeskieuwszaaghaai
zesknobbelspin	noun	Cyclosa oculata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wielwebspinnen (Araneidae)
zesknobbelspinnen	=	zesknobbelspin
zesknobbelspinnetje	=	zesknobbelspin
zesknobbelspinnetjes	=	zesknobbelspin
zeskoppig	adj	met 6 personen
zeskoppige	=	zeskoppig
zeskoppigs	=	zeskoppig
zeslandentoernooi	noun	serie wedstrijden waaraan 6 landen meedoen
zeslandentoernooien	=	zeslandentoernooi
zesling	noun	zes uit één zwangerschap of dracht geboren kinderen of jongen
zeslingen	=	zesling
zeslingetje	=	zesling
zeslingetjes	=	zesling
zesmaal	adv	in zes gevallen
zesmaandelijks	adj	elke zes maanden
zesmaandelijkse	=	zesmaandelijks
zesoogspinnen	noun	Segestriidae een familie van spinnen die iets meer dan 100 soorten telt, verdeeld over vier geslachten.
zespersoons	adj	bedoeld voor zes personen
zespijper	noun	arrestantenwagen
zespijpers	=	zespijper
zespijpertje	=	zespijper
zespijpertjes	=	zespijper
zesponder	noun	soort kanon dat kogels van 3 kg afvuurt
zesponders	=	zesponder
zespotigen	noun	een grote onderstam Hexapoda uit de geleedpotigen (Arthropoda).
zespuntsnelloper	noun	Agonum sexpunctatum een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zespuntsnellopers	=	zespuntsnelloper
zespuntsnellopertje	=	zespuntsnelloper
zespuntsnellopertjes	=	zespuntsnelloper
zessen	=	zes
zesstippelvalkever	noun	Cryptocephalus sexpunctatus een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
zesstippelvalkevers	=	zesstippelvalkever
zesstippelvalkevertje	=	zesstippelvalkever
zesstippelvalkevertjes	=	zesstippelvalkever
zesstreeplangstaarthagedis	noun	Takydromus sexlineatus een kleine hagedis met een zeer lange staart uit de familie echte hagedissen (Lacertidae)
zesstreeplangstaarthagedisje	=	zesstreeplangstaarthagedis
zesstreeplangstaarthagedisjes	=	zesstreeplangstaarthagedis
zesstreeplangstaarthagedissen	=	zesstreeplangstaarthagedis
zesstreepuil	noun	Xestia sexstrigata een vlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
zesstreepuilen	=	zesstreepuil
zesstreepuiltje	=	zesstreepuil
zesstreepuiltjes	=	zesstreepuil
zest	intj|vulgar	een vloek van ergernis
zestal	noun	welgeteld zes
zestallen	=	zestal
zestalletje	=	zestal
zestalletjes	=	zestal
zestallig	adj	in zes stappen een volledige verandering doormakend
zestallige	=	zestallig
zestalligs	=	zestallig
zestandgoudwesp	noun	Chrysis sexdentata een vliesvleugelig insect uit de familie van de goudwespen (Chrysididae).
zestandgoudwespen	=	zestandgoudwesp
zestandgoudwespje	=	zestandgoudwesp
zestandgoudwespjes	=	zestandgoudwesp
zeste	noun	geraspte schil van een citrusvrucht
zestes	=	zeste
zesteur	noun	keukengerei om reepjes uit de schil van citrusvruchten te snijden
zesteuren	=	zesteur
zesteurtje	=	zesteur
zesteurtjes	=	zesteur
zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 16 is aangeduid	num	natuurlijk getal tussen vijftien en zeventien, tien plus zes, in cijfers uitgeschreven als "16"
zestiende	adj	nummer zestien in een rij
zestiende-eeuwer	noun	iemand die in de zestiende eeuw heeft geleefd
zestiende-eeuwers	=	zestiende-eeuwer
zestiende-eeuwertje	=	zestiende-eeuwer
zestiende-eeuwertjes	=	zestiende-eeuwer
zestiende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1501-1600
zestiende-eeuwse	=	zestiende-eeuws
zestienduizend	num	16.000
zestienduizendste	adj	nummer zestiebduizend in een rij
zestienhoek	noun	meetkundige figuur met zestien hoeken
zestienhoeken	=	zestienhoek
zestienhoekje	=	zestienhoek
zestienhoekjes	=	zestienhoek
zestienhonderdste	adj	nummer zestienhonderd in een rij.
zestienjaarlijks	adj	eens in de 16 jaar plaatsvindend
zestienjaarlijkse	=	zestienjaarlijks
zestienjarig	adj	16 jaren durend
zestienjarige	noun	levend wezen dat 16 jaar oud is of iets dat 16 jaar bestaat
zestienjarigen	=	zestienjarige
zestienjarigs	=	zestienjarig
zestienkoppig	adj	bestaande uit 16 personen
zestienkoppige	=	zestienkoppig
zestienkoppigs	=	zestienkoppig
zestienmaal	adv	met zestien herhalingen, in zestien gevallen
zestienmetergebied	noun	gedeelte van het voetbalveld, tot zestien en een halve meter van het doel
zestienmetergebieden	=	zestienmetergebied
zestienmetergebiedje	=	zestienmetergebied
zestienmetergebiedjes	=	zestienmetergebied
zestiens	=	zestien
zestiental	noun	een groep van 16 exemplaren of personen
zestientallen	=	zestiental
zestientallig	adj	betrekking hebbend op een talstelsel met grondtal zestien
zestientallige	=	zestientallig
zestientalligs	=	zestientallig
zestientje	=	zestien
zestientjes	=	zestien
zestienvlak	noun	ruimtelijke figuur met zestien vlakken
zestienvlakken	=	zestienvlak
zestig	num	"60", het getal tussen negenenvijftig en eenenzestig, zes maal tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 60 is aangeduid
zestigdaags	adj	om de zestig dagen
zestigdaagse	=	zestigdaags
zestigduizend	num	60.000
zestigduizendste	adj	nummer zestigduizend in een rij
zestiger	noun	iemand met een leeftijd tussen de 60 en 70 jaar
zestigers	=	zestiger
zestigertje	=	zestiger
zestigertjes	=	zestiger
zestighoek	noun	meetkundige figuur met zestig zijden en hoeken
zestighoeken	=	zestighoek
zestigjarig	adj	60 jaren durend
zestigjarige	noun	levend wezen dat 60 jaar oud is of iets dat 60 jaar bestaat
zestigjarigen	=	zestigjarige
zestigjarigs	=	zestigjarig
zestigje	=	zestig
zestigjes	=	zestig
zestigminner	noun	iemand met een leeftijd onder de 60 jaar
zestigminners	=	zestigminner
zestigminnertje	=	zestigminner
zestigminnertjes	=	zestigminner
zestigplusser	noun	iemand van zestig jaar of ouder
zestigplussers	=	zestigplusser
zestigplussertje	=	zestigplusser
zestigplussertjes	=	zestigplusser
zestigs	=	zestig
zestigste	adj	nummer zestig in een rij
zestigtal	noun	60 exemplaren
zestigtallen	=	zestigtal
zestigtallig	adj	in zestig stuks voorkomend of uit zestigtallen bestaand
zestigtallige	=	zestigtallig
zestigtalligs	=	zestigtallig
zestigvoudig	adj	zestig keer zoveel, zestig keer zo groot
zestigvoudige	=	zestigvoudig
zestigvoudigs	=	zestigvoudig
zesuurjournaal	noun	een journaal dat om zes uur 's avonds wordt uitgezonden
zesuurjournaals	=	zesuurjournaal
zesuurjournaaltje	=	zesuurjournaal
zesuurjournaaltjes	=	zesuurjournaal
zesuurjournalen	=	zesuurjournaal
zesvingerigheid	noun	lichamelijke afwijking waarbij er zes vingers aan een hand voorkomen, of zes tenen aan een voet
zesvlak	noun	een lichaam begrensd door zes vlakken
zesvlakje	=	zesvlak
zesvlakjes	=	zesvlak
zesvlakken	=	zesvlak
zesvlek-smalboktor	noun	Anoplodera sexguttata een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
zesvlek-smalboktorren	=	zesvlek-smalboktor
zesvlek-smalboktorretje	=	zesvlek-smalboktor
zesvlek-smalboktorretjes	=	zesvlek-smalboktor
zesvlekmuisspin	noun	Phaeocedus braccatus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
zesvlekmuisspinnen	=	zesvlekmuisspin
zesvlekmuisspinnetje	=	zesvlekmuisspin
zesvlekmuisspinnetjes	=	zesvlekmuisspin
zesvlekpalpmot	noun	Prolita solutella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zesvlekpalpmotje	=	zesvlekpalpmot
zesvlekpalpmotjes	=	zesvlekpalpmot
zesvlekpalpmotten	=	zesvlekpalpmot
zesvleksmot	noun	Chrysoesthia sexguttella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zesvleksmotje	=	zesvleksmot
zesvleksmotjes	=	zesvleksmot
zesvleksmotten	=	zesvleksmot
zesvormig	adj	vorm van een zeshoek hebbend
zesvormige	=	zesvormig
zesvormiger	=	zesvormig
zesvormigere	=	zesvormig
zesvormigers	=	zesvormig
zesvormigs	=	zesvormig
zesvormigst	=	zesvormig
zesvormigste	=	zesvormig
zesvoud	noun	zesmaal zo grote hoeveelheid	adv	zesmaal, op zes manieren, in zes opzichten, in zes onderdelen
zesvouden	=	zesvoud
zesvoudig	adj	voor de zesde keer
zesvoudige	=	zesvoudig
zesvoudigs	=	zesvoudig
zeswerf	adv	met zes herhalingen, in zes gevallen
zet	noun	een beweging waarbij iets verplaatst wordt, een duw of stoot
zetangel	noun	gereedschap dat men gebruikt voor de paling- en snoekvangst
zetangels	=	zetangel
zetbaas	noun	iemand die voor rekening van een ander een zaak beheert
zetbaasje	=	zetbaas
zetbaasjes	=	zetbaas
zetbank	noun	een werktuig waarmee men metalen plaatmateriaal in een bepaalde hoek kan buigen
zetbanken	=	zetbank
zetbankje	=	zetbank
zetbankjes	=	zetbank
zetbazen	=	zetbaas
zetboer	noun	iemand die voor de eigenlijke eigenaar een boerderij beheert De zetboer voert beheer over het land, de behuizingen, de levende have (vee) en de goederen; hijzelf heeft geen eigendommen in het bedrijf.
zetboeren	=	zetboer
zetboertje	=	zetboer
zetboertjes	=	zetboer
zetbok	noun	de schuine werktafel waaraan zetters in een drukkerij plachten te werken en waarin de kasten werden opgeborgen
zetbokje	=	zetbok
zetbokjes	=	zetbok
zetbokken	=	zetbok
zetboord	noun	een losse plank waarmee de rand van iets verhoogd wordt
zetboorden	=	zetboord
zetboordje	=	zetboord
zetboordjes	=	zetboord
zetcomputer	noun	computer die het aanmaken van zetsel verzorgt
zetcomputers	=	zetcomputer
zetcomputertje	=	zetcomputer
zetcomputertjes	=	zetcomputer
zetduivel	noun	verondersteld duiveltje dat de schuld krijgt van toevallig gemaakte spellingfouten die tot vervelende misverstanden voeren
zetduivels	=	zetduivel
zetduiveltje	=	zetduivel
zetduiveltjes	=	zetduivel
zetdwang	noun	een situatie waarin men geen andere keus heeft dan een zet te doen die de opponent wenst
zetel	noun	constructie bestemd om prettig op te zitten
zetelaantal	noun	hoeveelheid zetels in het parlement
zetelaantallen	=	zetelaantal
zetelde	=	zetelen
zetelden	=	zetelen
zetele	=	zetelen
zetelen	verb	zitten
zetelend	=	zetelen
zetelende	=	zetelen
zetellift	noun	een soort skilift of een kabelbaan met één lange, continu draaiende kabel waar de stoelen of banken aan hangen en die door skiërs wordt gebruikt om naar hoger gelegen gebieden te gaan
zetelliften	=	zetellift
zetelliftje	=	zetellift
zetelliftjes	=	zetellift
zetelmeerderheden	=	zetelmeerderheid
zetelmeerderheid	noun	meer dan de helft van het aantal zetels in het parlement
zetelmeerderheidje	=	zetelmeerderheid
zetelmeerderheidjes	=	zetelmeerderheid
zetelplaats	noun	plaats waar een persoon, of een groep personen, zijn zetel heeft
zetelplaatsen	=	zetelplaats
zetelplaatsje	=	zetelplaats
zetelplaatsjes	=	zetelplaats
zetelroof	noun	het behoud van de eigen zetel in een parlement na het verlaten van de fractie
zetelroofje	=	zetelroof
zetelroofjes	=	zetelroof
zetelroven	=	zetelroof
zetels	=	zetel
zetelt	=	zetelen
zeteltal	noun	het aantal zetels in een vertegenwoordigend lichaam dat een partij weet te veroveren
zeteltallen	=	zeteltal
zeteltje	=	zetel
zeteltjes	=	zetel
zetelverdeling	noun	de wijze waarop de beschikbare zetels in een vertegenwoordigend lichaam over de verschillende partijen verdeeld zijn
zetelverdelingen	=	zetelverdeling
zetelverdelinkje	=	zetelverdeling
zetelverdelinkjes	=	zetelverdeling
zetelverlies	noun	een vermindering in het aantal zetels dat een partij heeft in een raad of parlement
zetelverliesje	=	zetelverlies
zetelverliesjes	=	zetelverlies
zetelverliezen	=	zetelverlies
zetelwinst	noun	een toename van het zetelaantal van een partij bij (eventuele) verkiezingen
zetelwinsten	=	zetelwinst
zetelwinstje	=	zetelwinst
zetelwinstjes	=	zetelwinst
zeten	=	zeet
zetfout	noun	een fout in drukwerk begaan tijdens het zetten
zetfouten	=	zetfout
zetfoutje	=	zetfout
zetfoutjes	=	zetfout
zetgang	noun	zware plank die in de lengte richting van een schip loopt aan de binnenkant van de romp
zetgangen	=	zetgang
zethaak	noun	letterzettersgereedschap waarin bij het handzetten de letterstaafjes tot de te zetten regels verzameld worden
zethaken	=	zethaak
zetherhaling	noun	steeds weer opnieuw dezelfde zetten doen bij een bordspel als schaken en go
zetherhalingen	=	zetherhaling
zetinstructie	noun	aanwijzingen aan de drukker hoe een tekst gedrukt moet worden
zetinstructies	=	zetinstructie
zetje	=	zet
zetjes	=	zet
zetlijn	noun	lijn waaraan de haken zitten waarmee de (paling)visser vist
zetlijnen	=	zetlijn
zetlijntje	=	zetlijn
zetlijntjes	=	zetlijn
zetmachine	noun	machine waarmee men tekst kan zetten
zetmachines	=	zetmachine
zetmachinetje	=	zetmachine
zetmachinetjes	=	zetmachine
zetmeel	noun	verzamelnaam voor complexe polymere koolhydraten die in de natuur dienen als voedselreserve voor planten
zetmelen	=	zetmeel
zetpil	noun	medicament in de vorm van een pil die via de anus toegediend wordt
zetpillen	=	zetpil
zetpilletje	=	zetpil
zetpilletjes	=	zetpil
zetschipper	noun	zetbaas op een schip
zetschippers	=	zetschipper
zetschippertje	=	zetschipper
zetschippertjes	=	zetschipper
zetsel	noun	tot woorden en regels gezette letters
zetselproef	noun	de eerste afdruk van een drukwerk dat nog gecontroleerd kan worden voordat het definitieve drukproces begint
zetselproeven	=	zetselproef
zetsels	=	zetsel
zetseltje	=	zetsel
zetseltjes	=	zetsel
zetspiegel	noun	het bedrukte gedeelte van de pagina waarin men tekst en beeld plaatst
zetspiegels	=	zetspiegel
zetstuk	noun	een los, verplaatsbaar decorstuk
zetstukje	=	zetstuk
zetstukjes	=	zetstuk
zetstukken	=	zetstuk
zetta-ampère	noun	een eenheid voor elektrische stroom, gelijk aan 10²¹ ampère of 1.000.000.000.000.000.000 kiloampère, weergegeven met symbool ZA
zetta-ampères	=	zetta-ampère
zetta-ampèretje	=	zetta-ampère
zetta-ampèretjes	=	zetta-ampère
zettabecquerel	noun	een eenheid voor radioactiviteit, gelijk aan 10²¹ becquerel of 1.000.000.000.000.000.000 kilobecquerel, weergegeven met symbool ZBq
zettabecquerels	=	zettabecquerel
zettabyte	noun	1.000.000.000.000.000.000.000 bytes ofwel 1000 exabyte, weergegeven met symbool ZB
zettabyteje	=	zettabyte
zettabytejes	=	zettabyte
zettabytes	=	zettabyte
zettacandela	noun	een eenheid voor lichtsterkte, gelijk aan 10²¹ candela of 1.000.000.000.000.000.000 kilocandela, weergegeven met symbool Zcd
zettacandela's	=	zettacandela
zettacoulomb	noun	een eenheid voor elektrische lading, gelijk aan 10²¹ coulomb of 1.000.000.000.000.000.000 kilocoulomb, weergegeven met symbool ZC
zettacoulombs	=	zettacoulomb
zettacoulombtje	=	zettacoulomb
zettacoulombtjes	=	zettacoulomb
zettafarad	noun	een eenheid voor elektrische capaciteit, gelijk aan 10²¹ farad of 1.000.000.000.000.000.000 kilofarad, weergegeven met symbool ZF
zettafaradje	=	zettafarad
zettafaradjes	=	zettafarad
zettafarads	=	zettafarad
zettagram	noun	een massa (gewicht) met een waarde van 10²¹ gram of 1.000.000.000.000.000.000 kilogram, weergegeven met symbool Zg
zettagrammen	=	zettagram
zettagrammetje	=	zettagram
zettagrammetjes	=	zettagram
zettagray	noun	een eenheid voor de hoeveelheid geabsorbeerde ioniserende straling, gelijk aan 10²¹ gray of 1.000.000.000.000.000.000 kilogray, weergegeven met symbool ZGy
zettagrays	=	zettagray
zettagraytje	=	zettagray
zettagraytjes	=	zettagray
zettahenry	noun	een eenheid voor zelfinductie, gelijk aan 10²¹ henry of 1.000.000.000.000.000.000 kilohenry, weergegeven met symbool ZH
zettahenry's	=	zettahenry
zettahenry'tje	=	zettahenry
zettahenry'tjes	=	zettahenry
zettahertz	noun	een eenheid voor frequentie, gelijk aan 10²¹ hertz of 1.000.000.000.000.000.000 kilohertz, weergegeven met symbool ZHz
zettajoule	noun	een eenheid voor energie, gelijk aan 10²¹ joule of 1.000.000.000.000.000.000 kilojoule, weergegeven met symbool ZJ
zettajoules	=	zettajoule
zettakatal	noun	een eenheid voor katalytische activiteit, gelijk aan 10²¹ katal of 1.000.000.000.000.000.000 kilokatal, weergegeven met symbool Zkat
zettakatals	=	zettakatal
zettakelvin	noun	een eenheid voor absolute temperatuur, gelijk aan 10²¹ kelvin of 1.000.000.000.000.000.000 kilokelvin, weergegeven met symbool ZK
zettaliter	noun	een inhoudsmaat ter grootte van 1.000.000.000.000.000.000.000 liter, weergegeven met symbool Zl, ZL of Zℓ
zettaliters	=	zettaliter
zettalitertje	=	zettaliter
zettalitertjes	=	zettaliter
zettalumen	noun	een eenheid voor lichtstroom, gelijk aan 10²¹ lumen of 1.000.000.000.000.000.000 kilolumen, weergegeven met symbool Zlm
zettalumens	=	zettalumen
zettalux	noun	een eenheid voor verlichtingssterkte, gelijk aan 10²¹ lux of 1.000.000.000.000.000.000 kilolux, weergegeven met symbool Zlx
zettameter	noun	een lengtemaat met een waarde van 10²¹ meter of 1.000.000.000.000.000.000 kilometer, weergegeven met symbool Zm
zettameters	=	zettameter
zettametertje	=	zettameter
zettametertjes	=	zettameter
zettamol	noun	een eenheid voor stofhoeveelheid, gelijk aan 10²¹ mol of 1.000.000.000.000.000.000 kilomol, weergegeven met symbool Zmol
zettamolen	=	zettamol
zettanewton	noun	een eenheid voor kracht, gelijk aan 10²¹ newton of 1.000.000.000.000.000.000 kilonewton, weergegeven met symbool ZN
zettanewtons	=	zettanewton
zettaohm	noun	een eenheid voor elektrische weerstand, gelijk aan 10²¹ ohm of 1.000.000.000.000.000.000 kilo-ohm, weergegeven met symbool ZΩ
zettaohmpje	=	zettaohm
zettaohmpjes	=	zettaohm
zettaohms	=	zettaohm
zettapascal	noun	een eenheid voor druk, gelijk aan 10²¹ pascal of 1.000.000.000.000.000.000 kilopascal, weergegeven met symbool ZPa
zettaseconde	noun	een tijdseenheid met een duur van 10²¹ seconde of 1.000.000.000.000.000.000 kiloseconden, weergegeven met symbool Zs
zettaseconden	=	zettaseconde
zettasecondes	=	zettaseconde
zettasiemens	noun	een eenheid voor elektrisch geleidingsvermogen of geleidbaarheid, gelijk aan 10²¹ siemens of 1.000.000.000.000.000.000 kilosiemens, weergegeven met symbool ZS
zettasiemensen	=	zettasiemens
zettasiemensje	=	zettasiemens
zettasiemensjes	=	zettasiemens
zettasievert	noun	een eenheid voor de equivalente dosis ioniserende straling, gelijk aan 10²¹ sievert of 1.000.000.000.000.000.000 kilosievert, weergegeven met symbool ZSv
zettatesla	noun	een eenheid voor magnetische fluxdichtheid en magnetische polarisatie, gelijk aan 10²¹ tesla of 1.000.000.000.000.000.000 kilotesla, weergegeven met symbool ZT
zettavolt	noun	een eenheid voor elektrische spanning, gelijk aan 10²¹ volt of 1.000.000.000.000.000.000 kilovolt, weergegeven met symbool ZV
zettavoltje	=	zettavolt
zettavoltjes	=	zettavolt
zettavolts	=	zettavolt
zettawatt	noun	een eenheid voor arbeidsvermogen, gelijk aan 10²¹ watt of 1.000.000.000.000.000.000 kilowatt, weergegeven met symbool ZW
zettawatts	=	zettawatt
zettaweber	noun	een eenheid voor magnetische flux, gelijk aan 10²¹ weber of 1.000.000.000.000.000.000 kiloweber, weergegeven met symbool ZWb
zettawebers	=	zettaweber
zette	=	zetten
zetten	verb	op een bepaalde wijze schikken, geplaatst
zettend	=	zetten
zettende	=	zetten
zettenreeks	noun	serie opeenvolgende (ver)plaatsingen van speelstukken in een bordspel als dammen, schaken of go
zettenreeksen	=	zettenreeks
zettenverloop	noun	opeenvolging van zetten in één wedstrijd
zettenverlopen	=	zettenverloop
zetter	noun	iemand die of iets dat zet, vaak een letterzetter
zetterij	noun	werkplaats van de (letter)zetters
zetterijen	=	zetterij
zetters	=	zetter
zettertje	=	zetter
zettertjes	=	zetter
zetting	noun	wijze waarop edelstenen zijn vastgezet
zettingen	=	zetting
zettingsvloeiing	noun	verschijnsel waarbij poriënwateroverspanningen ontstaan in een losgepakt zandpakket, waardoor het zijn draagvermogen verliest en als drijfzand kan wegstromen.
zettingsvloeiingen	=	zettingsvloeiing
zettinkje	=	zetting
zettinkjes	=	zetting
zetwerk	noun	alle arbeid die verricht moet worden om kopij gereed te maken voor het drukproces
zetwerken	=	zetwerk
zeug	noun	vrouwelijk varken of everzwijn
zeugen	=	zeug
zeugenhouderij	noun	een bedrijf dat vrouwtjesvarkens houdt
zeugenhouderijen	=	zeugenhouderij
zeugenstal	noun	stal waar zeugen kunnen werpen en waar de biggen kunnen worden verzorgd
zeugenstallen	=	zeugenstal
zeugje	=	zeug
zeugjes	=	zeug
zeugma	noun	een stilistisch onjuiste verbinding van twee verschillende toepassingen van hetzelfde werkwoord
zeugma's	=	zeugma
zeugmaatje	=	zeugma
zeugmata	=	zeugma
zeul	=	zeulen
zeulde	=	zeulen
zeulden	=	zeulen
zeule	=	zeulen
zeulen	verb	~ met: met inzet van grote inspanning iets dragend rondlopen
zeulend	=	zeulen
zeulende	=	zeulen
zeult	=	zeulen
zeum	=	zeven
zeumerdoik	=	zomerdijk
zeun	=	zoon
zeuntje	noun	jonge matroos belast met corvee, zoals het rondbrengen van voedsel en het doen van de vaat
zeuntjes	=	zeuntje
zeur	noun	iemand die zeurt
zeurbrok	noun	iemand die valsspeelt
zeurbrokken	=	zeurbrok
zeurde	=	zeuren
zeurden	=	zeuren
zeurder	noun	een persoon die zeurt.
zeurderig	adj	geneigd tot zeuren, zeurend.
zeurderige	=	zeurderig
zeurderiger	=	zeurderig
zeurderigere	=	zeurderig
zeurderigers	=	zeurderig
zeurderigheden	=	zeurderigheid
zeurderigheid	noun	de mate van zeurderig zijn
zeurderigs	=	zeurderig
zeurderigst	=	zeurderig
zeurderigste	=	zeurderig
zeurders	=	zeurder
zeurdertje	=	zeurder
zeurdertjes	=	zeurder
zeure	=	zeuren
zeuren	verb	veelvuldig en langdurig klagen over weinig belangrijke zaken en zonder het probleem aan te pakken
zeurend	adj	langdurig vervelend
zeurende	=	zeuren
zeurender	=	zeurend
zeurendere	=	zeurend
zeurenders	=	zeurend
zeurends	=	zeurend
zeurendst	=	zeurend
zeurendste	=	zeurend
zeurig	adj	geneigd tot zeuren en klagen
zeurige	=	zeurig
zeuriger	=	zeurig
zeurigere	=	zeurig
zeurigers	=	zeurig
zeurigs	=	zeurig
zeurigst	=	zeurig
zeurigste	=	zeurig
zeurkassa	noun	kassa met duidelijk zichtbaar opgesteld snoepgoed met de bedoeling dat ouders snoep kopen voor de daarom zeurende kinderen
zeurkassa's	=	zeurkassa
zeurkont	noun	iemand die veel zanikt
zeurkonten	=	zeurkont
zeurkous	noun|informal	iemand die veel zanikt
zeurkousen	=	zeurkous
zeurkousje	=	zeurkous
zeurkousjes	=	zeurkous
zeuroor	noun	iemand die veel zanikt
zeuroren	=	zeuroor
zeurpiet	noun	iemand die veel zanikt
zeurpieten	=	zeurpiet
zeurpietje	=	zeurpiet
zeurpietjes	=	zeurpiet
zeurpot	noun	iemand die veel zanikt
zeurpotten	=	zeurpot
zeurprobleem	noun	een lang bestaande moeilijkheid waar maar geen oplossing voor wordt gevonden
zeurprobleempje	=	zeurprobleem
zeurprobleempjes	=	zeurprobleem
zeurproblemen	=	zeurprobleem
zeurt	=	zeuren
zeurterreur	noun	dwingelandij door gezeur, b.v. van kinderen daartoe aangezet door op hen gerichte reclame
zeurtje	=	zeur
zeurtjes	=	zeur
zeurvrij	adj	gevrijwaard zijn van (vrouwelijk) gezeur; zonder gezeur en geneuzel
zeurvrije	=	zeurvrij
zeurvrijer	=	zeurvrij
zeurvrijere	=	zeurvrij
zeurvrijers	=	zeurvrij
zeurvrijs	=	zeurvrij
zeurvrijst	=	zeurvrij
zeurvrijste	=	zeurvrij
zeurzak	noun|informal	iemand die steeds zeurt
zeurzakken	=	zeurzak
zeurzakske	=	zeurzak
zeurzakskes	=	zeurzak
zeuv'm	=	zeven
zeuv'n	=	zeven
zeuven	=	zeven
zeuvm	=	zeven
zeve	=	zeven
zeven	num	"7", het getal tussen zes en acht	noun	het cijfer "7"
zevenarmig	adj	met zeven armen
zevenarmige	=	zevenarmig
zevenarmigs	=	zevenarmig
zevenbandgordeldier	noun	Dasypus septemcinctus buideldier uit de familie van de gordeldieren (Dasypodidae).
zevenbandgordeldieren	=	zevenbandgordeldier
zevenbandgordeldiertje	=	zevenbandgordeldier
zevenbandgordeldiertjes	=	zevenbandgordeldier
zevenblaadje	=	zevenblad
zevenblaadjes	=	zevenblad
zevenblad	noun	Aegopodium podagraria een vaste plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
zevenbladdansvlieg	noun	Empis grisea een vlieg uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
zevenbladdansvliegen	=	zevenbladdansvlieg
zevenbladdansvliegje	=	zevenbladdansvlieg
zevenbladdansvliegjes	=	zevenbladdansvlieg
zevenbladen	=	zevenblad
zevenbladgist	noun	een schimmel Protomyces macrosporus uit de familie Taphrinaceae.
zevenbladgisten	=	zevenbladgist
zevenbladig	adj	zeven bladen of bladeren hebbend
zevenbladige	=	zevenbladig
zevenbladigs	=	zevenbladig
zevenbladpuntkogeltje	noun	Mycosphaerella podagrariae een schimmel behorend tot de familie Mycosphaerellaceae.
zevenbladpuntkogeltjes	=	zevenbladpuntkogeltje
zevenbladroest	noun	Puccinia aegopodii een schimmel op de bladeren en stengels van de plant zevenblad (Aegopodium podagraria).
zevenbladroesten	=	zevenbladroest
zevenbladroestje	=	zevenbladroest
zevenbladroestjes	=	zevenbladroest
zevenbomen	=	zevenboom
zevenboom	noun	soort struik, Juniperus sabina, een verwant van de jeneverbes die in Europa op wat grotere hoogte voorkomt
zevenboompje	=	zevenboom
zevenboompjes	=	zevenboom
zevend	=	zeven
zevendaags	adj	zeven dagen in beslag nemend
zevendaagse	=	zevendaags
zevende	adj	nummer zeven in een rij
zevende-eeuwer	noun	iemand die in de zevende eeuw heeft geleefd
zevende-eeuwers	=	zevende-eeuwer
zevende-eeuwertje	=	zevende-eeuwer
zevende-eeuwertjes	=	zevende-eeuwer
zevende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 601-700
zevende-eeuwse	=	zevende-eeuws
zevendeklas	adj	met betrekking tot de zevende klasse
zevendelig	adj	uit zeven delen bestaand
zevendelige	=	zevendelig
zevendeligs	=	zevendelig
zevenduizendste	adj	nummer zevenduizend in een rij
zevenen	=	zeven
zevenendertig	num	"37", het getal tussen zesendertig en achtendertig, dertig plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 37 is aangeduid
zevenendertigjarig	adj	37 jaren durend
zevenendertigjarige	noun	levend wezen dat 37 jaar oud is of iets dat 37 jaar bestaat
zevenendertigjarigen	=	zevenendertigjarige
zevenendertigjarigs	=	zevenendertigjarig
zevenendertigje	=	zevenendertig
zevenendertigjes	=	zevenendertig
zevenendertigs	=	zevenendertig
zevenendertigste	adj	nummer zevenendertig in een rij.
zevenenhalf	num	de breuk 7½ of 7,5; het getal halverwege 7 en 8
zevenenhalfs	=	zevenenhalf
zevenenhalve	=	zevenenhalf
zevenennegentig	num	"97", het getal tussen zesennegentig en achtennegentig, negentig plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 97 is aangeduid
zevenennegentigjarig	adj	97 jaren durend
zevenennegentigjarige	noun	levend wezen dat 97 jaar oud is of iets dat 97 jaar bestaat
zevenennegentigjarigen	=	zevenennegentigjarige
zevenennegentigjarigs	=	zevenennegentigjarig
zevenennegentigje	=	zevenennegentig
zevenennegentigjes	=	zevenennegentig
zevenennegentigs	=	zevenennegentig
zevenennegentigste	adj	nummer zevenennegentig in een rij.
zevenentachtig	num	"87", het getal tussen zesentachtig en achtentachtig, tachtig plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 87 is aangeduid
zevenentachtigjarig	adj	87 jaren durend
zevenentachtigjarige	noun	levend wezen dat 87 jaar oud is of iets dat 87 jaar bestaat
zevenentachtigjarigen	=	zevenentachtigjarige
zevenentachtigjarigs	=	zevenentachtigjarig
zevenentachtigje	=	zevenentachtig
zevenentachtigjes	=	zevenentachtig
zevenentachtigs	=	zevenentachtig
zevenentachtigste	adj	nummer zevenentachtig in een rij.
zevenentwintig	num	"27", het getal tussen zesentwintig en achtentwintig, twintig plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 27 is aangeduid
zevenentwintigduizend	num	27.000
zevenentwintighoek	noun	meetkundige figuur met zevenentwintig zijden en hoeken
zevenentwintighoeken	=	zevenentwintighoek
zevenentwintigjarig	adj	27 jaren durend
zevenentwintigjarige	noun	levend wezen dat 27 jaar oud is of iets dat 27 jaar bestaat
zevenentwintigjarigen	=	zevenentwintigjarige
zevenentwintigjarigs	=	zevenentwintigjarig
zevenentwintigje	=	zevenentwintig
zevenentwintigjes	=	zevenentwintig
zevenentwintigs	=	zevenentwintig
zevenentwintigste	adj	nummer zevenentwintig in een rij.
zevenenveertig	num	"47", het getal tussen zesenveertig en achtenveertig, veertig plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 47 is aangeduid
zevenenveertigjarig	adj	47 jaren durend
zevenenveertigjarige	noun	levend wezen dat 47 jaar oud is of iets dat 47 jaar bestaat
zevenenveertigjarigen	=	zevenenveertigjarige
zevenenveertigjarigs	=	zevenenveertigjarig
zevenenveertigje	=	zevenenveertig
zevenenveertigjes	=	zevenenveertig
zevenenveertigs	=	zevenenveertig
zevenenveertigste	adj	nummer zevenenveertig in een rij.
zevenenvijftig	num	"57", het getal tussen zesenvijftig en achtenvijftig, vijftig plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 57 is aangeduid
zevenenvijftigjarig	adj	57 jaren durend
zevenenvijftigjarige	noun	levend wezen dat 57 jaar oud is of iets dat 57 jaar bestaat
zevenenvijftigjarigen	=	zevenenvijftigjarige
zevenenvijftigjarigs	=	zevenenvijftigjarig
zevenenvijftigje	=	zevenenvijftig
zevenenvijftigjes	=	zevenenvijftig
zevenenvijftigs	=	zevenenvijftig
zevenenvijftigste	adj	nummer zevenenvijftig in een rij.
zevenenzestig	num	"67", het getal tussen zesenzestig en achtenzestig, zestig plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 67 is aangeduid
zevenenzestigjarig	adj	67 jaren durend
zevenenzestigjarige	noun	levend wezen dat 67 jaar oud is of iets dat 67 jaar bestaat
zevenenzestigjarigen	=	zevenenzestigjarige
zevenenzestigjarigs	=	zevenenzestigjarig
zevenenzestigje	=	zevenenzestig
zevenenzestigjes	=	zevenenzestig
zevenenzestigs	=	zevenenzestig
zevenenzestigste	adj	nummer zevenenzestig in een rij.
zevenenzeventig	num	"77", het getal tussen zesenzeventig en achtenzeventig, zeventig plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 77 is aangeduid
zevenenzeventigjarig	adj	77 jaren durend
zevenenzeventigjarige	noun	levend wezen dat 77 jaar oud is of iets dat 77 jaar bestaat
zevenenzeventigjarigen	=	zevenenzeventigjarige
zevenenzeventigjarigs	=	zevenenzeventigjarig
zevenenzeventigje	=	zevenenzeventig
zevenenzeventigjes	=	zevenenzeventig
zevenenzeventigs	=	zevenenzeventig
zevenenzeventigste	adj	nummer zevenenzeventig in een rij.
zevengeslacht	noun	zeven levende personen die van hetzelfde geslacht zijn en in rechte lijn van elkaar afstammen, en daarmee van zeven generaties zijn
zevengeslachten	=	zevengeslacht
zevengesternte	noun	zeven personen die door hun prestaties als groep worden gezien
zevengesterntes	=	zevengesternte
zevengetijdenklaver	noun	bepaald soort plant, Trigonella caerulea uit de familie der vlinderbloemigen Leguminosae
zevengetijdenklavers	=	zevengetijdenklaver
zevengetijdenklavertje	=	zevengetijdenklaver
zevengetijdenklavertjes	=	zevengetijdenklaver
zevenhoek	noun	figuur met zeven hoeken en zeven zijden
zevenhoeken	=	zevenhoek
zevenhoekig	adj	in de vorm van een zevenhoek, met zeven hoeken
zevenhoekige	=	zevenhoekig
zevenhoekigs	=	zevenhoekig
zevenhoekje	=	zevenhoek
zevenhoekjes	=	zevenhoek
zevenhonderd	num	"700", het getal tussen zeshonderdnegenennegentig en zevenhonderdeen, zeven maal honderd	noun	dat wat in een (rang)ordening met 700 is aangeduid
zevenhonderdacht	num	"708", het getal tussen zevenhonderdzeven en zevenhonderdnegen, zevenhonderd plus acht	noun	dat wat in een (rang)ordening met 708 is aangeduid
zevenhonderdachten	=	zevenhonderdacht
zevenhonderdachtendertig	num	"738", het getal tussen zevenhonderdzevenendertig en zevenhonderdnegenendertig, zevenhonderd plus achtendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 738 is aangeduid
zevenhonderdachtendertigje	=	zevenhonderdachtendertig
zevenhonderdachtendertigjes	=	zevenhonderdachtendertig
zevenhonderdachtendertigs	=	zevenhonderdachtendertig
zevenhonderdachtennegentig	num	"798", het getal tussen zevenhonderdzevenennegentig en zevenhonderdnegenennegentig, zevenhonderd plus achtennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 798 is aangeduid
zevenhonderdachtennegentigje	=	zevenhonderdachtennegentig
zevenhonderdachtennegentigjes	=	zevenhonderdachtennegentig
zevenhonderdachtennegentigs	=	zevenhonderdachtennegentig
zevenhonderdachtentachtig	num	"788", het getal tussen zevenhonderdzevenentachtig en zevenhonderdnegenentachtig, zevenhonderd plus achtentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 788 is aangeduid
zevenhonderdachtentachtigje	=	zevenhonderdachtentachtig
zevenhonderdachtentachtigjes	=	zevenhonderdachtentachtig
zevenhonderdachtentachtigs	=	zevenhonderdachtentachtig
zevenhonderdachtentwintig	num	"728", het getal tussen zevenhonderdzevenentwintig en zevenhonderdnegenentwintig, zevenhonderd plus achtentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 728 is aangeduid
zevenhonderdachtentwintigje	=	zevenhonderdachtentwintig
zevenhonderdachtentwintigjes	=	zevenhonderdachtentwintig
zevenhonderdachtentwintigs	=	zevenhonderdachtentwintig
zevenhonderdachtenveertig	num	"748", het getal tussen zevenhonderdzevenenveertig en zevenhonderdnegenenveertig, zevenhonderd plus achtenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 748 is aangeduid
zevenhonderdachtenveertigje	=	zevenhonderdachtenveertig
zevenhonderdachtenveertigjes	=	zevenhonderdachtenveertig
zevenhonderdachtenveertigs	=	zevenhonderdachtenveertig
zevenhonderdachtenvijftig	num	"758", het getal tussen zevenhonderdzevenenvijftig en zevenhonderdnegenenvijftig, zevenhonderd plus achtenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 758 is aangeduid
zevenhonderdachtenvijftigje	=	zevenhonderdachtenvijftig
zevenhonderdachtenvijftigjes	=	zevenhonderdachtenvijftig
zevenhonderdachtenvijftigs	=	zevenhonderdachtenvijftig
zevenhonderdachtenzestig	num	"768", het getal tussen zevenhonderdzevenenzestig en zevenhonderdnegenenzestig, zevenhonderd plus achtenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 768 is aangeduid
zevenhonderdachtenzestigje	=	zevenhonderdachtenzestig
zevenhonderdachtenzestigjes	=	zevenhonderdachtenzestig
zevenhonderdachtenzestigs	=	zevenhonderdachtenzestig
zevenhonderdachtenzeventig	num	"778", het getal tussen zevenhonderdzevenenzeventig en zevenhonderdnegenenzeventig, zevenhonderd plus achtenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 778 is aangeduid
zevenhonderdachtenzeventigje	=	zevenhonderdachtenzeventig
zevenhonderdachtenzeventigjes	=	zevenhonderdachtenzeventig
zevenhonderdachtenzeventigs	=	zevenhonderdachtenzeventig
zevenhonderdachtje	=	zevenhonderdacht
zevenhonderdachtjes	=	zevenhonderdacht
zevenhonderdachttien	num	"718", het getal tussen zevenhonderdzeventien en zevenhonderdnegentien, zevenhonderd plus achttien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 718 is aangeduid
zevenhonderdachttiens	=	zevenhonderdachttien
zevenhonderdachttientje	=	zevenhonderdachttien
zevenhonderdachttientjes	=	zevenhonderdachttien
zevenhonderddertien	num	"713", het getal tussen zevenhonderdtwaalf en zevenhonderdveertien, zevenhonderd plus dertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 713 is aangeduid
zevenhonderddertiens	=	zevenhonderddertien
zevenhonderddertientje	=	zevenhonderddertien
zevenhonderddertientjes	=	zevenhonderddertien
zevenhonderddertig	num	"730", het getal tussen zevenhonderdnegenentwintig en zevenhonderdeenendertig, zevenhonderd plus dertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 730 is aangeduid
zevenhonderddertigje	=	zevenhonderddertig
zevenhonderddertigjes	=	zevenhonderddertig
zevenhonderddertigs	=	zevenhonderddertig
zevenhonderddrie	num	"703", het getal tussen zevenhonderdtwee en zevenhonderdvier, zevenhonderd plus drie	noun	dat wat in een (rang)ordening met 703 is aangeduid
zevenhonderddries	=	zevenhonderddrie
zevenhonderddrietje	=	zevenhonderddrie
zevenhonderddrietjes	=	zevenhonderddrie
zevenhonderddrieëndertig	num	"733", het getal tussen zevenhonderdtweeëndertig en zevenhonderdvierendertig, zevenhonderd plus drieëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 733 is aangeduid
zevenhonderddrieëndertigje	=	zevenhonderddrieëndertig
zevenhonderddrieëndertigjes	=	zevenhonderddrieëndertig
zevenhonderddrieëndertigs	=	zevenhonderddrieëndertig
zevenhonderddrieënnegentig	num	"793", het getal tussen zevenhonderdtweeënnegentig en zevenhonderdvierennegentig, zevenhonderd plus drieënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 793 is aangeduid
zevenhonderddrieënnegentigje	=	zevenhonderddrieënnegentig
zevenhonderddrieënnegentigjes	=	zevenhonderddrieënnegentig
zevenhonderddrieënnegentigs	=	zevenhonderddrieënnegentig
zevenhonderddrieëntachtig	num	"783", het getal tussen zevenhonderdtweeëntachtig en zevenhonderdvierentachtig, zevenhonderd plus drieëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 783 is aangeduid
zevenhonderddrieëntachtigje	=	zevenhonderddrieëntachtig
zevenhonderddrieëntachtigjes	=	zevenhonderddrieëntachtig
zevenhonderddrieëntachtigs	=	zevenhonderddrieëntachtig
zevenhonderddrieëntwintig	num	"723", het getal tussen zevenhonderdtweeëntwintig en zevenhonderdvierentwintig, zevenhonderd plus drieëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 723 is aangeduid
zevenhonderddrieëntwintigje	=	zevenhonderddrieëntwintig
zevenhonderddrieëntwintigjes	=	zevenhonderddrieëntwintig
zevenhonderddrieëntwintigs	=	zevenhonderddrieëntwintig
zevenhonderddrieënveertig	num	"743", het getal tussen zevenhonderdtweeënveertig en zevenhonderdvierenveertig, zevenhonderd plus drieënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 743 is aangeduid
zevenhonderddrieënveertigje	=	zevenhonderddrieënveertig
zevenhonderddrieënveertigjes	=	zevenhonderddrieënveertig
zevenhonderddrieënveertigs	=	zevenhonderddrieënveertig
zevenhonderddrieënvijftig	num	"753", het getal tussen zevenhonderdtweeënvijftig en zevenhonderdvierenvijftig, zevenhonderd plus drieënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 753 is aangeduid
zevenhonderddrieënvijftigje	=	zevenhonderddrieënvijftig
zevenhonderddrieënvijftigjes	=	zevenhonderddrieënvijftig
zevenhonderddrieënvijftigs	=	zevenhonderddrieënvijftig
zevenhonderddrieënzestig	num	"763", het getal tussen zevenhonderdtweeënzestig en zevenhonderdvierenzestig, zevenhonderd plus drieënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 763 is aangeduid
zevenhonderddrieënzestigje	=	zevenhonderddrieënzestig
zevenhonderddrieënzestigjes	=	zevenhonderddrieënzestig
zevenhonderddrieënzestigs	=	zevenhonderddrieënzestig
zevenhonderddrieënzeventig	num	"773", het getal tussen zevenhonderdtweeënzeventig en zevenhonderdvierenzeventig, zevenhonderd plus drieënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 773 is aangeduid
zevenhonderddrieënzeventigje	=	zevenhonderddrieënzeventig
zevenhonderddrieënzeventigjes	=	zevenhonderddrieënzeventig
zevenhonderddrieënzeventigs	=	zevenhonderddrieënzeventig
zevenhonderdduizend	num	700.000
zevenhonderdduizendste	adj	nummer zevenhonderdduizend in een rij
zevenhonderdeen	num	"701", het getal tussen zevenhonderd en zevenhonderdtwee, zevenhonderd plus een	noun	dat wat in een (rang)ordening met 701 is aangeduid
zevenhonderdeenendertig	num	"731", het getal tussen zevenhonderddertig en zevenhonderdtweeëndertig, zevenhonderd plus eenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 731 is aangeduid
zevenhonderdeenendertigje	=	zevenhonderdeenendertig
zevenhonderdeenendertigjes	=	zevenhonderdeenendertig
zevenhonderdeenendertigs	=	zevenhonderdeenendertig
zevenhonderdeenennegentig	num	"791", het getal tussen zevenhonderdnegentig en zevenhonderdtweeënnegentig, zevenhonderd plus eenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 791 is aangeduid
zevenhonderdeenennegentigje	=	zevenhonderdeenennegentig
zevenhonderdeenennegentigjes	=	zevenhonderdeenennegentig
zevenhonderdeenennegentigs	=	zevenhonderdeenennegentig
zevenhonderdeenentachtig	num	"781", het getal tussen zevenhonderdtachtig en zevenhonderdtweeëntachtig, zevenhonderd plus eenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 781 is aangeduid
zevenhonderdeenentachtigje	=	zevenhonderdeenentachtig
zevenhonderdeenentachtigjes	=	zevenhonderdeenentachtig
zevenhonderdeenentachtigs	=	zevenhonderdeenentachtig
zevenhonderdeenentwintig	num	"721", het getal tussen zevenhonderdtwintig en zevenhonderdtweeëntwintig, zevenhonderd plus eenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 721 is aangeduid
zevenhonderdeenentwintigje	=	zevenhonderdeenentwintig
zevenhonderdeenentwintigjes	=	zevenhonderdeenentwintig
zevenhonderdeenentwintigs	=	zevenhonderdeenentwintig
zevenhonderdeenenveertig	num	"741", het getal tussen zevenhonderdveertig en zevenhonderdtweeënveertig, zevenhonderd plus eenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 741 is aangeduid
zevenhonderdeenenveertigje	=	zevenhonderdeenenveertig
zevenhonderdeenenveertigjes	=	zevenhonderdeenenveertig
zevenhonderdeenenveertigs	=	zevenhonderdeenenveertig
zevenhonderdeenenvijftig	num	"751", het getal tussen zevenhonderdvijftig en zevenhonderdtweeënvijftig, zevenhonderd plus eenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 751 is aangeduid
zevenhonderdeenenvijftigje	=	zevenhonderdeenenvijftig
zevenhonderdeenenvijftigjes	=	zevenhonderdeenenvijftig
zevenhonderdeenenvijftigs	=	zevenhonderdeenenvijftig
zevenhonderdeenenzestig	num	"761", het getal tussen zevenhonderdzestig en zevenhonderdtweeënzestig, zevenhonderd plus eenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 761 is aangeduid
zevenhonderdeenenzestigje	=	zevenhonderdeenenzestig
zevenhonderdeenenzestigjes	=	zevenhonderdeenenzestig
zevenhonderdeenenzestigs	=	zevenhonderdeenenzestig
zevenhonderdeenenzeventig	num	"771", het getal tussen zevenhonderdzeventig en zevenhonderdtweeënzeventig, zevenhonderd plus eenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 771 is aangeduid
zevenhonderdeenenzeventigje	=	zevenhonderdeenenzeventig
zevenhonderdeenenzeventigjes	=	zevenhonderdeenenzeventig
zevenhonderdeenenzeventigs	=	zevenhonderdeenenzeventig
zevenhonderdeens	=	zevenhonderdeen
zevenhonderdeentje	=	zevenhonderdeen
zevenhonderdeentjes	=	zevenhonderdeen
zevenhonderdeerste	adj	nummer zevenhonderdeen in een rij.
zevenhonderdelf	num	"711", het getal tussen zevenhonderdtien en zevenhonderdtwaalf, zevenhonderd plus elf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 711 is aangeduid
zevenhonderdelfje	=	zevenhonderdelf
zevenhonderdelfjes	=	zevenhonderdelf
zevenhonderdelfs	=	zevenhonderdelf
zevenhonderdenacht	num	"708", langere vorm van zevenhonderdacht, zevenhonderd plus acht
zevenhonderdenachtendertig	num	"738", langere vorm van zevenhonderdachtendertig, zevenhonderd plus achtendertig
zevenhonderdenachtennegentig	num	"798", langere vorm van zevenhonderdachtennegentig, zevenhonderd plus achtennegentig
zevenhonderdenachtentachtig	num	"788", langere vorm van zevenhonderdachtentachtig, zevenhonderd plus achtentachtig
zevenhonderdenachtentwintig	num	"728", langere vorm van zevenhonderdachtentwintig, zevenhonderd plus achtentwintig
zevenhonderdenachtenveertig	num	"748", langere vorm van zevenhonderdachtenveertig, zevenhonderd plus achtenveertig
zevenhonderdenachtenvijftig	num	"758", langere vorm van zevenhonderdachtenvijftig, zevenhonderd plus achtenvijftig
zevenhonderdenachtenzestig	num	"768", langere vorm van zevenhonderdachtenzestig, zevenhonderd plus achtenzestig
zevenhonderdenachtenzeventig	num	"778", langere vorm van zevenhonderdachtenzeventig, zevenhonderd plus achtenzeventig
zevenhonderdenachttien	num	"718", langere vorm van zevenhonderdachttien, zevenhonderd plus achttien
zevenhonderdendertien	num	"713", langere vorm van zevenhonderddertien, zevenhonderd plus dertien
zevenhonderdendertig	num	"730", langere vorm van zevenhonderddertig, zevenhonderd plus dertig
zevenhonderdendrie	num	"703", langere vorm van zevenhonderddrie, zevenhonderd plus drie
zevenhonderdendrieëndertig	num	"733", langere vorm van zevenhonderddrieëndertig, zevenhonderd plus drieëndertig
zevenhonderdendrieënnegentig	num	"793", langere vorm van zevenhonderddrieënnegentig, zevenhonderd plus drieënnegentig
zevenhonderdendrieëntachtig	num	"783", langere vorm van zevenhonderddrieëntachtig, zevenhonderd plus drieëntachtig
zevenhonderdendrieëntwintig	num	"723", langere vorm van zevenhonderddrieëntwintig, zevenhonderd plus drieëntwintig
zevenhonderdendrieënveertig	num	"743", langere vorm van zevenhonderddrieënveertig, zevenhonderd plus drieënveertig
zevenhonderdendrieënvijftig	num	"753", langere vorm van zevenhonderddrieënvijftig, zevenhonderd plus drieënvijftig
zevenhonderdendrieënzestig	num	"763", langere vorm van zevenhonderddrieënzestig, zevenhonderd plus drieënzestig
zevenhonderdendrieënzeventig	num	"773", langere vorm van zevenhonderddrieënzeventig, zevenhonderd plus drieënzeventig
zevenhonderdeneen	num	"701", langere vorm van zevenhonderdeen, zevenhonderd plus een
zevenhonderdeneenendertig	num	"731", langere vorm van zevenhonderdeenendertig, zevenhonderd plus eenendertig
zevenhonderdeneenennegentig	num	"791", langere vorm van zevenhonderdeenennegentig, zevenhonderd plus eenennegentig
zevenhonderdeneenentachtig	num	"781", langere vorm van zevenhonderdeenentachtig, zevenhonderd plus eenentachtig
zevenhonderdeneenentwintig	num	"721", langere vorm van zevenhonderdeenentwintig, zevenhonderd plus eenentwintig
zevenhonderdeneenenveertig	num	"741", langere vorm van zevenhonderdeenenveertig, zevenhonderd plus eenenveertig
zevenhonderdeneenenvijftig	num	"751", langere vorm van zevenhonderdeenenvijftig, zevenhonderd plus eenenvijftig
zevenhonderdeneenenzestig	num	"761", langere vorm van zevenhonderdeenenzestig, zevenhonderd plus eenenzestig
zevenhonderdeneenenzeventig	num	"771", langere vorm van zevenhonderdeenenzeventig, zevenhonderd plus eenenzeventig
zevenhonderdeneerste	adj	nummer zevenhonderdeen in een rij.
zevenhonderdenelf	num	"711", langere vorm van zevenhonderdelf, zevenhonderd plus elf
zevenhonderdennegen	num	"709", langere vorm van zevenhonderdnegen, zevenhonderd plus negen
zevenhonderdennegenendertig	num	"739", langere vorm van zevenhonderdnegenendertig, zevenhonderd plus negenendertig
zevenhonderdennegenennegentig	num	"799", langere vorm van zevenhonderdnegenennegentig, zevenhonderd plus negenennegentig
zevenhonderdennegenentachtig	num	"789", langere vorm van zevenhonderdnegenentachtig, zevenhonderd plus negenentachtig
zevenhonderdennegenentwintig	num	"729", langere vorm van zevenhonderdnegenentwintig, zevenhonderd plus negenentwintig
zevenhonderdennegenenveertig	num	"749", langere vorm van zevenhonderdnegenenveertig, zevenhonderd plus negenenveertig
zevenhonderdennegenenvijftig	num	"759", langere vorm van zevenhonderdnegenenvijftig, zevenhonderd plus negenenvijftig
zevenhonderdennegenenzestig	num	"769", langere vorm van zevenhonderdnegenenzestig, zevenhonderd plus negenenzestig
zevenhonderdennegenenzeventig	num	"779", langere vorm van zevenhonderdnegenenzeventig, zevenhonderd plus negenenzeventig
zevenhonderdennegentien	num	"719", langere vorm van zevenhonderdnegentien, zevenhonderd plus negentien
zevenhonderdennegentig	num	"790", langere vorm van zevenhonderdnegentig, zevenhonderd plus negentig
zevenhonderdentachtig	num	"780", langere vorm van zevenhonderdtachtig, zevenhonderd plus tachtig
zevenhonderdentien	num	"710", langere vorm van zevenhonderdtien, zevenhonderd plus tien
zevenhonderdentwaalf	num	"712", langere vorm van zevenhonderdtwaalf, zevenhonderd plus twaalf
zevenhonderdentwee	num	"702", langere vorm van zevenhonderdtwee, zevenhonderd plus twee
zevenhonderdentweede	adj	nummer zevenhonderdtwee in een rij.
zevenhonderdentweeëndertig	num	"732", langere vorm van zevenhonderdtweeëndertig, zevenhonderd plus tweeëndertig
zevenhonderdentweeënnegentig	num	"792", langere vorm van zevenhonderdtweeënnegentig, zevenhonderd plus tweeënnegentig
zevenhonderdentweeëntachtig	num	"782", langere vorm van zevenhonderdtweeëntachtig, zevenhonderd plus tweeëntachtig
zevenhonderdentweeëntwintig	num	"722", langere vorm van zevenhonderdtweeëntwintig, zevenhonderd plus tweeëntwintig
zevenhonderdentweeënveertig	num	"742", langere vorm van zevenhonderdtweeënveertig, zevenhonderd plus tweeënveertig
zevenhonderdentweeënvijftig	num	"752", langere vorm van zevenhonderdtweeënvijftig, zevenhonderd plus tweeënvijftig
zevenhonderdentweeënzestig	num	"762", langere vorm van zevenhonderdtweeënzestig, zevenhonderd plus tweeënzestig
zevenhonderdentweeënzeventig	num	"772", langere vorm van zevenhonderdtweeënzeventig, zevenhonderd plus tweeënzeventig
zevenhonderdentwintig	num	"720", langere vorm van zevenhonderdtwintig, zevenhonderd plus twintig
zevenhonderdenveertien	num	"714", langere vorm van zevenhonderdveertien, zevenhonderd plus veertien
zevenhonderdenveertig	num	"740", langere vorm van zevenhonderdveertig, zevenhonderd plus veertig
zevenhonderdenvier	num	"704", langere vorm van zevenhonderdvier, zevenhonderd plus vier
zevenhonderdenvierendertig	num	"734", langere vorm van zevenhonderdvierendertig, zevenhonderd plus vierendertig
zevenhonderdenvierennegentig	num	"794", langere vorm van zevenhonderdvierennegentig, zevenhonderd plus vierennegentig
zevenhonderdenvierentachtig	num	"784", langere vorm van zevenhonderdvierentachtig, zevenhonderd plus vierentachtig
zevenhonderdenvierentwintig	num	"724", langere vorm van zevenhonderdvierentwintig, zevenhonderd plus vierentwintig
zevenhonderdenvierenveertig	num	"744", langere vorm van zevenhonderdvierenveertig, zevenhonderd plus vierenveertig
zevenhonderdenvierenvijftig	num	"754", langere vorm van zevenhonderdvierenvijftig, zevenhonderd plus vierenvijftig
zevenhonderdenvierenzestig	num	"764", langere vorm van zevenhonderdvierenzestig, zevenhonderd plus vierenzestig
zevenhonderdenvierenzeventig	num	"774", langere vorm van zevenhonderdvierenzeventig, zevenhonderd plus vierenzeventig
zevenhonderdenvijf	num	"705", langere vorm van zevenhonderdvijf, zevenhonderd plus vijf
zevenhonderdenvijfendertig	num	"735", langere vorm van zevenhonderdvijfendertig, zevenhonderd plus vijfendertig
zevenhonderdenvijfennegentig	num	"795", langere vorm van zevenhonderdvijfennegentig, zevenhonderd plus vijfennegentig
zevenhonderdenvijfentachtig	num	"785", langere vorm van zevenhonderdvijfentachtig, zevenhonderd plus vijfentachtig
zevenhonderdenvijfentwintig	num	"725", langere vorm van zevenhonderdvijfentwintig, zevenhonderd plus vijfentwintig
zevenhonderdenvijfenveertig	num	"745", langere vorm van zevenhonderdvijfenveertig, zevenhonderd plus vijfenveertig
zevenhonderdenvijfenvijftig	num	"755", langere vorm van zevenhonderdvijfenvijftig, zevenhonderd plus vijfenvijftig
zevenhonderdenvijfenzestig	num	"765", langere vorm van zevenhonderdvijfenzestig, zevenhonderd plus vijfenzestig
zevenhonderdenvijfenzeventig	num	"775", langere vorm van zevenhonderdvijfenzeventig, zevenhonderd plus vijfenzeventig
zevenhonderdenvijftien	num	"715", langere vorm van zevenhonderdvijftien, zevenhonderd plus vijftien
zevenhonderdenvijftig	num	"750", langere vorm van zevenhonderdvijftig, zevenhonderd plus vijftig
zevenhonderdenzes	num	"706", langere vorm van zevenhonderdzes, zevenhonderd plus zes
zevenhonderdenzesendertig	num	"736", langere vorm van zevenhonderdzesendertig, zevenhonderd plus zesendertig
zevenhonderdenzesennegentig	num	"796", langere vorm van zevenhonderdzesennegentig, zevenhonderd plus zesennegentig
zevenhonderdenzesentachtig	num	"786", langere vorm van zevenhonderdzesentachtig, zevenhonderd plus zesentachtig
zevenhonderdenzesentwintig	num	"726", langere vorm van zevenhonderdzesentwintig, zevenhonderd plus zesentwintig
zevenhonderdenzesenveertig	num	"746", langere vorm van zevenhonderdzesenveertig, zevenhonderd plus zesenveertig
zevenhonderdenzesenvijftig	num	"756", langere vorm van zevenhonderdzesenvijftig, zevenhonderd plus zesenvijftig
zevenhonderdenzesenzestig	num	"766", langere vorm van zevenhonderdzesenzestig, zevenhonderd plus zesenzestig
zevenhonderdenzesenzeventig	num	"776", langere vorm van zevenhonderdzesenzeventig, zevenhonderd plus zesenzeventig
zevenhonderdenzestien	num	"716", langere vorm van zevenhonderdzestien, zevenhonderd plus zestien
zevenhonderdenzestig	num	"760", langere vorm van zevenhonderdzestig, zevenhonderd plus zestig
zevenhonderdenzeven	num	"707", langere vorm van zevenhonderdzeven, zevenhonderd plus zeven
zevenhonderdenzevenendertig	num	"737", langere vorm van zevenhonderdzevenendertig, zevenhonderd plus zevenendertig
zevenhonderdenzevenennegentig	num	"797", langere vorm van zevenhonderdzevenennegentig, zevenhonderd plus zevenennegentig
zevenhonderdenzevenentachtig	num	"787", langere vorm van zevenhonderdzevenentachtig, zevenhonderd plus zevenentachtig
zevenhonderdenzevenentwintig	num	"727", langere vorm van zevenhonderdzevenentwintig, zevenhonderd plus zevenentwintig
zevenhonderdenzevenenveertig	num	"747", langere vorm van zevenhonderdzevenenveertig, zevenhonderd plus zevenenveertig
zevenhonderdenzevenenvijftig	num	"757", langere vorm van zevenhonderdzevenenvijftig, zevenhonderd plus zevenenvijftig
zevenhonderdenzevenenzestig	num	"767", langere vorm van zevenhonderdzevenenzestig, zevenhonderd plus zevenenzestig
zevenhonderdenzevenenzeventig	num	"777", langere vorm van zevenhonderdzevenenzeventig, zevenhonderd plus zevenenzeventig
zevenhonderdenzeventien	num	"717", langere vorm van zevenhonderdzeventien, zevenhonderd plus zeventien
zevenhonderdenzeventig	num	"770", langere vorm van zevenhonderdzeventig, zevenhonderd plus zeventig
zevenhonderdje	=	zevenhonderd
zevenhonderdjes	=	zevenhonderd
zevenhonderdnegen	num	"709", het getal tussen zevenhonderdacht en zevenhonderdtien, zevenhonderd plus negen	noun	dat wat in een (rang)ordening met 709 is aangeduid
zevenhonderdnegenendertig	num	"739", het getal tussen zevenhonderdachtendertig en zevenhonderdveertig, zevenhonderd plus negenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 739 is aangeduid
zevenhonderdnegenendertigje	=	zevenhonderdnegenendertig
zevenhonderdnegenendertigjes	=	zevenhonderdnegenendertig
zevenhonderdnegenendertigs	=	zevenhonderdnegenendertig
zevenhonderdnegenennegentig	num	"799", het getal tussen zevenhonderdachtennegentig en achthonderd, zevenhonderd plus negenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 799 is aangeduid
zevenhonderdnegenennegentigje	=	zevenhonderdnegenennegentig
zevenhonderdnegenennegentigjes	=	zevenhonderdnegenennegentig
zevenhonderdnegenennegentigs	=	zevenhonderdnegenennegentig
zevenhonderdnegenentachtig	num	"789", het getal tussen zevenhonderdachtentachtig en zevenhonderdnegentig, zevenhonderd plus negenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 789 is aangeduid
zevenhonderdnegenentachtigje	=	zevenhonderdnegenentachtig
zevenhonderdnegenentachtigjes	=	zevenhonderdnegenentachtig
zevenhonderdnegenentachtigs	=	zevenhonderdnegenentachtig
zevenhonderdnegenentwintig	num	"729", het getal tussen zevenhonderdachtentwintig en zevenhonderddertig, zevenhonderd plus negenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 729 is aangeduid
zevenhonderdnegenentwintigje	=	zevenhonderdnegenentwintig
zevenhonderdnegenentwintigjes	=	zevenhonderdnegenentwintig
zevenhonderdnegenentwintigs	=	zevenhonderdnegenentwintig
zevenhonderdnegenenveertig	num	"749", het getal tussen zevenhonderdachtenveertig en zevenhonderdvijftig, zevenhonderd plus negenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 749 is aangeduid
zevenhonderdnegenenveertigje	=	zevenhonderdnegenenveertig
zevenhonderdnegenenveertigjes	=	zevenhonderdnegenenveertig
zevenhonderdnegenenveertigs	=	zevenhonderdnegenenveertig
zevenhonderdnegenenvijftig	num	"759", het getal tussen zevenhonderdachtenvijftig en zevenhonderdzestig, zevenhonderd plus negenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 759 is aangeduid
zevenhonderdnegenenvijftigje	=	zevenhonderdnegenenvijftig
zevenhonderdnegenenvijftigjes	=	zevenhonderdnegenenvijftig
zevenhonderdnegenenvijftigs	=	zevenhonderdnegenenvijftig
zevenhonderdnegenenzestig	num	"769", het getal tussen zevenhonderdachtenzestig en zevenhonderdzeventig, zevenhonderd plus negenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 769 is aangeduid
zevenhonderdnegenenzestigje	=	zevenhonderdnegenenzestig
zevenhonderdnegenenzestigjes	=	zevenhonderdnegenenzestig
zevenhonderdnegenenzestigs	=	zevenhonderdnegenenzestig
zevenhonderdnegenenzeventig	num	"779", het getal tussen zevenhonderdachtenzeventig en zevenhonderdtachtig, zevenhonderd plus negenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 779 is aangeduid
zevenhonderdnegenenzeventigje	=	zevenhonderdnegenenzeventig
zevenhonderdnegenenzeventigjes	=	zevenhonderdnegenenzeventig
zevenhonderdnegenenzeventigs	=	zevenhonderdnegenenzeventig
zevenhonderdnegens	=	zevenhonderdnegen
zevenhonderdnegentien	num	"719", het getal tussen zevenhonderdachttien en zevenhonderdtwintig, zevenhonderd plus negentien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 719 is aangeduid
zevenhonderdnegentiens	=	zevenhonderdnegentien
zevenhonderdnegentientje	=	zevenhonderdnegentien
zevenhonderdnegentientjes	=	zevenhonderdnegentien
zevenhonderdnegentig	num	"790", het getal tussen zevenhonderdnegenentachtig en zevenhonderdeenennegentig, zevenhonderd plus negentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 790 is aangeduid
zevenhonderdnegentigje	=	zevenhonderdnegentig
zevenhonderdnegentigjes	=	zevenhonderdnegentig
zevenhonderdnegentigs	=	zevenhonderdnegentig
zevenhonderdnegentje	=	zevenhonderdnegen
zevenhonderdnegentjes	=	zevenhonderdnegen
zevenhonderds	=	zevenhonderd
zevenhonderdste	adj	nummer zevenhonderd in een rij
zevenhonderdtachtig	num	"780", het getal tussen zevenhonderdnegenenzeventig en zevenhonderdeenentachtig, zevenhonderd plus tachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 780 is aangeduid
zevenhonderdtachtigje	=	zevenhonderdtachtig
zevenhonderdtachtigjes	=	zevenhonderdtachtig
zevenhonderdtachtigs	=	zevenhonderdtachtig
zevenhonderdtien	num	"710", het getal tussen zevenhonderdnegen en zevenhonderdelf, zevenhonderd plus tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 710 is aangeduid
zevenhonderdtiens	=	zevenhonderdtien
zevenhonderdtientje	=	zevenhonderdtien
zevenhonderdtientjes	=	zevenhonderdtien
zevenhonderdtwaalf	num	"712", het getal tussen zevenhonderdelf en zevenhonderddertien, zevenhonderd plus twaalf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 712 is aangeduid
zevenhonderdtwaalfje	=	zevenhonderdtwaalf
zevenhonderdtwaalfjes	=	zevenhonderdtwaalf
zevenhonderdtwaalfs	=	zevenhonderdtwaalf
zevenhonderdtwee	num	"702", het getal tussen zevenhonderdeen en zevenhonderddrie, zevenhonderd plus twee	noun	dat wat in een (rang)ordening met 702 is aangeduid
zevenhonderdtweede	adj	nummer zevenhonderdtwee in een rij.
zevenhonderdtwees	=	zevenhonderdtwee
zevenhonderdtweetje	=	zevenhonderdtwee
zevenhonderdtweetjes	=	zevenhonderdtwee
zevenhonderdtweeëndertig	num	"732", het getal tussen zevenhonderdeenendertig en zevenhonderddrieëndertig, zevenhonderd plus tweeëndertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 732 is aangeduid
zevenhonderdtweeëndertigje	=	zevenhonderdtweeëndertig
zevenhonderdtweeëndertigjes	=	zevenhonderdtweeëndertig
zevenhonderdtweeëndertigs	=	zevenhonderdtweeëndertig
zevenhonderdtweeënnegentig	num	"792", het getal tussen zevenhonderdeenennegentig en zevenhonderddrieënnegentig, zevenhonderd plus tweeënnegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 792 is aangeduid
zevenhonderdtweeënnegentigje	=	zevenhonderdtweeënnegentig
zevenhonderdtweeënnegentigjes	=	zevenhonderdtweeënnegentig
zevenhonderdtweeënnegentigs	=	zevenhonderdtweeënnegentig
zevenhonderdtweeëntachtig	num	"782", het getal tussen zevenhonderdeenentachtig en zevenhonderddrieëntachtig, zevenhonderd plus tweeëntachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 782 is aangeduid
zevenhonderdtweeëntachtigje	=	zevenhonderdtweeëntachtig
zevenhonderdtweeëntachtigjes	=	zevenhonderdtweeëntachtig
zevenhonderdtweeëntachtigs	=	zevenhonderdtweeëntachtig
zevenhonderdtweeëntwintig	num	"722", het getal tussen zevenhonderdeenentwintig en zevenhonderddrieëntwintig, zevenhonderd plus tweeëntwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 722 is aangeduid
zevenhonderdtweeëntwintigje	=	zevenhonderdtweeëntwintig
zevenhonderdtweeëntwintigjes	=	zevenhonderdtweeëntwintig
zevenhonderdtweeëntwintigs	=	zevenhonderdtweeëntwintig
zevenhonderdtweeënveertig	num	"742", het getal tussen zevenhonderdeenenveertig en zevenhonderddrieënveertig, zevenhonderd plus tweeënveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 742 is aangeduid
zevenhonderdtweeënveertigje	=	zevenhonderdtweeënveertig
zevenhonderdtweeënveertigjes	=	zevenhonderdtweeënveertig
zevenhonderdtweeënveertigs	=	zevenhonderdtweeënveertig
zevenhonderdtweeënvijftig	num	"752", het getal tussen zevenhonderdeenenvijftig en zevenhonderddrieënvijftig, zevenhonderd plus tweeënvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 752 is aangeduid
zevenhonderdtweeënvijftigje	=	zevenhonderdtweeënvijftig
zevenhonderdtweeënvijftigjes	=	zevenhonderdtweeënvijftig
zevenhonderdtweeënvijftigs	=	zevenhonderdtweeënvijftig
zevenhonderdtweeënzestig	num	"762", het getal tussen zevenhonderdeenenzestig en zevenhonderddrieënzestig, zevenhonderd plus tweeënzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 762 is aangeduid
zevenhonderdtweeënzestigje	=	zevenhonderdtweeënzestig
zevenhonderdtweeënzestigjes	=	zevenhonderdtweeënzestig
zevenhonderdtweeënzestigs	=	zevenhonderdtweeënzestig
zevenhonderdtweeënzeventig	num	"772", het getal tussen zevenhonderdeenenzeventig en zevenhonderddrieënzeventig, zevenhonderd plus tweeënzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 772 is aangeduid
zevenhonderdtweeënzeventigje	=	zevenhonderdtweeënzeventig
zevenhonderdtweeënzeventigjes	=	zevenhonderdtweeënzeventig
zevenhonderdtweeënzeventigs	=	zevenhonderdtweeënzeventig
zevenhonderdtwintig	num	"720", het getal tussen zevenhonderdnegentien en zevenhonderdeenentwintig, zevenhonderd plus twintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 720 is aangeduid
zevenhonderdtwintigje	=	zevenhonderdtwintig
zevenhonderdtwintigjes	=	zevenhonderdtwintig
zevenhonderdtwintigs	=	zevenhonderdtwintig
zevenhonderdveertien	num	"714", het getal tussen zevenhonderddertien en zevenhonderdvijftien, zevenhonderd plus veertien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 714 is aangeduid
zevenhonderdveertiens	=	zevenhonderdveertien
zevenhonderdveertientje	=	zevenhonderdveertien
zevenhonderdveertientjes	=	zevenhonderdveertien
zevenhonderdveertig	num	"740", het getal tussen zevenhonderdnegenendertig en zevenhonderdeenenveertig, zevenhonderd plus veertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 740 is aangeduid
zevenhonderdveertigje	=	zevenhonderdveertig
zevenhonderdveertigjes	=	zevenhonderdveertig
zevenhonderdveertigs	=	zevenhonderdveertig
zevenhonderdvier	num	"704", het getal tussen zevenhonderddrie en zevenhonderdvijf, zevenhonderd plus vier	noun	dat wat in een (rang)ordening met 704 is aangeduid
zevenhonderdvierendertig	num	"734", het getal tussen zevenhonderddrieëndertig en zevenhonderdvijfendertig, zevenhonderd plus vierendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 734 is aangeduid
zevenhonderdvierendertigje	=	zevenhonderdvierendertig
zevenhonderdvierendertigjes	=	zevenhonderdvierendertig
zevenhonderdvierendertigs	=	zevenhonderdvierendertig
zevenhonderdvierennegentig	num	"794", het getal tussen zevenhonderddrieënnegentig en zevenhonderdvijfennegentig, zevenhonderd plus vierennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 794 is aangeduid
zevenhonderdvierennegentigje	=	zevenhonderdvierennegentig
zevenhonderdvierennegentigjes	=	zevenhonderdvierennegentig
zevenhonderdvierennegentigs	=	zevenhonderdvierennegentig
zevenhonderdvierentachtig	num	"784", het getal tussen zevenhonderddrieëntachtig en zevenhonderdvijfentachtig, zevenhonderd plus vierentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 784 is aangeduid
zevenhonderdvierentachtigje	=	zevenhonderdvierentachtig
zevenhonderdvierentachtigjes	=	zevenhonderdvierentachtig
zevenhonderdvierentachtigs	=	zevenhonderdvierentachtig
zevenhonderdvierentwintig	num	"724", het getal tussen zevenhonderddrieëntwintig en zevenhonderdvijfentwintig, zevenhonderd plus vierentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 724 is aangeduid
zevenhonderdvierentwintigje	=	zevenhonderdvierentwintig
zevenhonderdvierentwintigjes	=	zevenhonderdvierentwintig
zevenhonderdvierentwintigs	=	zevenhonderdvierentwintig
zevenhonderdvierenveertig	num	"744", het getal tussen zevenhonderddrieënveertig en zevenhonderdvijfenveertig, zevenhonderd plus vierenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 744 is aangeduid
zevenhonderdvierenveertigje	=	zevenhonderdvierenveertig
zevenhonderdvierenveertigjes	=	zevenhonderdvierenveertig
zevenhonderdvierenveertigs	=	zevenhonderdvierenveertig
zevenhonderdvierenvijftig	num	"754", het getal tussen zevenhonderddrieënvijftig en zevenhonderdvijfenvijftig, zevenhonderd plus vierenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 754 is aangeduid
zevenhonderdvierenvijftigje	=	zevenhonderdvierenvijftig
zevenhonderdvierenvijftigjes	=	zevenhonderdvierenvijftig
zevenhonderdvierenvijftigs	=	zevenhonderdvierenvijftig
zevenhonderdvierenzestig	num	"764", het getal tussen zevenhonderddrieënzestig en zevenhonderdvijfenzestig, zevenhonderd plus vierenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 764 is aangeduid
zevenhonderdvierenzestigje	=	zevenhonderdvierenzestig
zevenhonderdvierenzestigjes	=	zevenhonderdvierenzestig
zevenhonderdvierenzestigs	=	zevenhonderdvierenzestig
zevenhonderdvierenzeventig	num	"774", het getal tussen zevenhonderddrieënzeventig en zevenhonderdvijfenzeventig, zevenhonderd plus vierenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 774 is aangeduid
zevenhonderdvierenzeventigje	=	zevenhonderdvierenzeventig
zevenhonderdvierenzeventigjes	=	zevenhonderdvierenzeventig
zevenhonderdvierenzeventigs	=	zevenhonderdvierenzeventig
zevenhonderdviers	=	zevenhonderdvier
zevenhonderdviertje	=	zevenhonderdvier
zevenhonderdviertjes	=	zevenhonderdvier
zevenhonderdvijf	num	"705", het getal tussen zevenhonderdvier en zevenhonderdzes, zevenhonderd plus vijf	noun	dat wat in een (rang)ordening met 705 is aangeduid
zevenhonderdvijfendertig	num	"735", het getal tussen zevenhonderdvierendertig en zevenhonderdzesendertig, zevenhonderd plus vijfendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 735 is aangeduid
zevenhonderdvijfendertigje	=	zevenhonderdvijfendertig
zevenhonderdvijfendertigjes	=	zevenhonderdvijfendertig
zevenhonderdvijfendertigs	=	zevenhonderdvijfendertig
zevenhonderdvijfennegentig	num	"795", het getal tussen zevenhonderdvierennegentig en zevenhonderdzesennegentig, zevenhonderd plus vijfennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 795 is aangeduid
zevenhonderdvijfennegentigje	=	zevenhonderdvijfennegentig
zevenhonderdvijfennegentigjes	=	zevenhonderdvijfennegentig
zevenhonderdvijfennegentigs	=	zevenhonderdvijfennegentig
zevenhonderdvijfentachtig	num	"785", het getal tussen zevenhonderdvierentachtig en zevenhonderdzesentachtig, zevenhonderd plus vijfentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 785 is aangeduid
zevenhonderdvijfentachtigje	=	zevenhonderdvijfentachtig
zevenhonderdvijfentachtigjes	=	zevenhonderdvijfentachtig
zevenhonderdvijfentachtigs	=	zevenhonderdvijfentachtig
zevenhonderdvijfentwintig	num	"725", het getal tussen zevenhonderdvierentwintig en zevenhonderdzesentwintig, zevenhonderd plus vijfentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 725 is aangeduid
zevenhonderdvijfentwintigje	=	zevenhonderdvijfentwintig
zevenhonderdvijfentwintigjes	=	zevenhonderdvijfentwintig
zevenhonderdvijfentwintigs	=	zevenhonderdvijfentwintig
zevenhonderdvijfenveertig	num	"745", het getal tussen zevenhonderdvierenveertig en zevenhonderdzesenveertig, zevenhonderd plus vijfenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 745 is aangeduid
zevenhonderdvijfenveertigje	=	zevenhonderdvijfenveertig
zevenhonderdvijfenveertigjes	=	zevenhonderdvijfenveertig
zevenhonderdvijfenveertigs	=	zevenhonderdvijfenveertig
zevenhonderdvijfenvijftig	num	"755", het getal tussen zevenhonderdvierenvijftig en zevenhonderdzesenvijftig, zevenhonderd plus vijfenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 755 is aangeduid
zevenhonderdvijfenvijftigje	=	zevenhonderdvijfenvijftig
zevenhonderdvijfenvijftigjes	=	zevenhonderdvijfenvijftig
zevenhonderdvijfenvijftigs	=	zevenhonderdvijfenvijftig
zevenhonderdvijfenzestig	num	"765", het getal tussen zevenhonderdvierenzestig en zevenhonderdzesenzestig, zevenhonderd plus vijfenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 765 is aangeduid
zevenhonderdvijfenzestigje	=	zevenhonderdvijfenzestig
zevenhonderdvijfenzestigjes	=	zevenhonderdvijfenzestig
zevenhonderdvijfenzestigs	=	zevenhonderdvijfenzestig
zevenhonderdvijfenzeventig	num	"775", het getal tussen zevenhonderdvierenzeventig en zevenhonderdzesenzeventig, zevenhonderd plus vijfenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 775 is aangeduid
zevenhonderdvijfenzeventigje	=	zevenhonderdvijfenzeventig
zevenhonderdvijfenzeventigjes	=	zevenhonderdvijfenzeventig
zevenhonderdvijfenzeventigs	=	zevenhonderdvijfenzeventig
zevenhonderdvijfje	=	zevenhonderdvijf
zevenhonderdvijfjes	=	zevenhonderdvijf
zevenhonderdvijfs	=	zevenhonderdvijf
zevenhonderdvijftien	num	"715", het getal tussen zevenhonderdveertien en zevenhonderdzestien, zevenhonderd plus vijftien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 715 is aangeduid
zevenhonderdvijftiens	=	zevenhonderdvijftien
zevenhonderdvijftientje	=	zevenhonderdvijftien
zevenhonderdvijftientjes	=	zevenhonderdvijftien
zevenhonderdvijftig	num	"750", het getal tussen zevenhonderdnegenenveertig en zevenhonderdeenenvijftig, zevenhonderd plus vijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 750 is aangeduid
zevenhonderdvijftigje	=	zevenhonderdvijftig
zevenhonderdvijftigjes	=	zevenhonderdvijftig
zevenhonderdvijftigs	=	zevenhonderdvijftig
zevenhonderdzes	num	"706", het getal tussen zevenhonderdvijf en zevenhonderdzeven, zevenhonderd plus zes	noun	dat wat in een (rang)ordening met 706 is aangeduid
zevenhonderdzesendertig	num	"736", het getal tussen zevenhonderdvijfendertig en zevenhonderdzevenendertig, zevenhonderd plus zesendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 736 is aangeduid
zevenhonderdzesendertigje	=	zevenhonderdzesendertig
zevenhonderdzesendertigjes	=	zevenhonderdzesendertig
zevenhonderdzesendertigs	=	zevenhonderdzesendertig
zevenhonderdzesennegentig	num	"796", het getal tussen zevenhonderdvijfennegentig en zevenhonderdzevenennegentig, zevenhonderd plus zesennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 796 is aangeduid
zevenhonderdzesennegentigje	=	zevenhonderdzesennegentig
zevenhonderdzesennegentigjes	=	zevenhonderdzesennegentig
zevenhonderdzesennegentigs	=	zevenhonderdzesennegentig
zevenhonderdzesentachtig	num	"786", het getal tussen zevenhonderdvijfentachtig en zevenhonderdzevenentachtig, zevenhonderd plus zesentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 786 is aangeduid
zevenhonderdzesentachtigje	=	zevenhonderdzesentachtig
zevenhonderdzesentachtigjes	=	zevenhonderdzesentachtig
zevenhonderdzesentachtigs	=	zevenhonderdzesentachtig
zevenhonderdzesentwintig	num	"726", het getal tussen zevenhonderdvijfentwintig en zevenhonderdzevenentwintig, zevenhonderd plus zesentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 726 is aangeduid
zevenhonderdzesentwintigje	=	zevenhonderdzesentwintig
zevenhonderdzesentwintigjes	=	zevenhonderdzesentwintig
zevenhonderdzesentwintigs	=	zevenhonderdzesentwintig
zevenhonderdzesenveertig	num	"746", het getal tussen zevenhonderdvijfenveertig en zevenhonderdzevenenveertig, zevenhonderd plus zesenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 746 is aangeduid
zevenhonderdzesenveertigje	=	zevenhonderdzesenveertig
zevenhonderdzesenveertigjes	=	zevenhonderdzesenveertig
zevenhonderdzesenveertigs	=	zevenhonderdzesenveertig
zevenhonderdzesenvijftig	num	"756", het getal tussen zevenhonderdvijfenvijftig en zevenhonderdzevenenvijftig, zevenhonderd plus zesenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 756 is aangeduid
zevenhonderdzesenvijftigje	=	zevenhonderdzesenvijftig
zevenhonderdzesenvijftigjes	=	zevenhonderdzesenvijftig
zevenhonderdzesenvijftigs	=	zevenhonderdzesenvijftig
zevenhonderdzesenzestig	num	"766", het getal tussen zevenhonderdvijfenzestig en zevenhonderdzevenenzestig, zevenhonderd plus zesenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 766 is aangeduid
zevenhonderdzesenzestigje	=	zevenhonderdzesenzestig
zevenhonderdzesenzestigjes	=	zevenhonderdzesenzestig
zevenhonderdzesenzestigs	=	zevenhonderdzesenzestig
zevenhonderdzesenzeventig	num	"776", het getal tussen zevenhonderdvijfenzeventig en zevenhonderdzevenenzeventig, zevenhonderd plus zesenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 776 is aangeduid
zevenhonderdzesenzeventigje	=	zevenhonderdzesenzeventig
zevenhonderdzesenzeventigjes	=	zevenhonderdzesenzeventig
zevenhonderdzesenzeventigs	=	zevenhonderdzesenzeventig
zevenhonderdzesje	=	zevenhonderdzes
zevenhonderdzesjes	=	zevenhonderdzes
zevenhonderdzessen	=	zevenhonderdzes
zevenhonderdzestien	num	"716", het getal tussen zevenhonderdvijftien en zevenhonderdzeventien, zevenhonderd plus zestien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 716 is aangeduid
zevenhonderdzestiens	=	zevenhonderdzestien
zevenhonderdzestientje	=	zevenhonderdzestien
zevenhonderdzestientjes	=	zevenhonderdzestien
zevenhonderdzestig	num	"760", het getal tussen zevenhonderdnegenenvijftig en zevenhonderdeenenzestig, zevenhonderd plus zestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 760 is aangeduid
zevenhonderdzestigje	=	zevenhonderdzestig
zevenhonderdzestigjes	=	zevenhonderdzestig
zevenhonderdzestigs	=	zevenhonderdzestig
zevenhonderdzeven	num	"707", het getal tussen zevenhonderdzes en zevenhonderdacht, zevenhonderd plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 707 is aangeduid
zevenhonderdzevenendertig	num	"737", het getal tussen zevenhonderdzesendertig en zevenhonderdachtendertig, zevenhonderd plus zevenendertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 737 is aangeduid
zevenhonderdzevenendertigje	=	zevenhonderdzevenendertig
zevenhonderdzevenendertigjes	=	zevenhonderdzevenendertig
zevenhonderdzevenendertigs	=	zevenhonderdzevenendertig
zevenhonderdzevenennegentig	num	"797", het getal tussen zevenhonderdzesennegentig en zevenhonderdachtennegentig, zevenhonderd plus zevenennegentig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 797 is aangeduid
zevenhonderdzevenennegentigje	=	zevenhonderdzevenennegentig
zevenhonderdzevenennegentigjes	=	zevenhonderdzevenennegentig
zevenhonderdzevenennegentigs	=	zevenhonderdzevenennegentig
zevenhonderdzevenentachtig	num	"787", het getal tussen zevenhonderdzesentachtig en zevenhonderdachtentachtig, zevenhonderd plus zevenentachtig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 787 is aangeduid
zevenhonderdzevenentachtigje	=	zevenhonderdzevenentachtig
zevenhonderdzevenentachtigjes	=	zevenhonderdzevenentachtig
zevenhonderdzevenentachtigs	=	zevenhonderdzevenentachtig
zevenhonderdzevenentwintig	num	"727", het getal tussen zevenhonderdzesentwintig en zevenhonderdachtentwintig, zevenhonderd plus zevenentwintig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 727 is aangeduid
zevenhonderdzevenentwintigje	=	zevenhonderdzevenentwintig
zevenhonderdzevenentwintigjes	=	zevenhonderdzevenentwintig
zevenhonderdzevenentwintigs	=	zevenhonderdzevenentwintig
zevenhonderdzevenenveertig	num	"747", het getal tussen zevenhonderdzesenveertig en zevenhonderdachtenveertig, zevenhonderd plus zevenenveertig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 747 is aangeduid
zevenhonderdzevenenveertigje	=	zevenhonderdzevenenveertig
zevenhonderdzevenenveertigjes	=	zevenhonderdzevenenveertig
zevenhonderdzevenenveertigs	=	zevenhonderdzevenenveertig
zevenhonderdzevenenvijftig	num	"757", het getal tussen zevenhonderdzesenvijftig en zevenhonderdachtenvijftig, zevenhonderd plus zevenenvijftig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 757 is aangeduid
zevenhonderdzevenenvijftigje	=	zevenhonderdzevenenvijftig
zevenhonderdzevenenvijftigjes	=	zevenhonderdzevenenvijftig
zevenhonderdzevenenvijftigs	=	zevenhonderdzevenenvijftig
zevenhonderdzevenenzestig	num	"767", het getal tussen zevenhonderdzesenzestig en zevenhonderdachtenzestig, zevenhonderd plus zevenenzestig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 767 is aangeduid
zevenhonderdzevenenzestigje	=	zevenhonderdzevenenzestig
zevenhonderdzevenenzestigjes	=	zevenhonderdzevenenzestig
zevenhonderdzevenenzestigs	=	zevenhonderdzevenenzestig
zevenhonderdzevenenzeventig	num	"777", het getal tussen zevenhonderdzesenzeventig en zevenhonderdachtenzeventig, zevenhonderd plus zevenenzeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 777 is aangeduid
zevenhonderdzevenenzeventigje	=	zevenhonderdzevenenzeventig
zevenhonderdzevenenzeventigjes	=	zevenhonderdzevenenzeventig
zevenhonderdzevenenzeventigs	=	zevenhonderdzevenenzeventig
zevenhonderdzevens	=	zevenhonderdzeven
zevenhonderdzeventien	num	"717", het getal tussen zevenhonderdzestien en zevenhonderdachttien, zevenhonderd plus zeventien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 717 is aangeduid
zevenhonderdzeventiens	=	zevenhonderdzeventien
zevenhonderdzeventientje	=	zevenhonderdzeventien
zevenhonderdzeventientjes	=	zevenhonderdzeventien
zevenhonderdzeventig	num	"770", het getal tussen zevenhonderdnegenenzestig en zevenhonderdeenenzeventig, zevenhonderd plus zeventig	noun	dat wat in een (rang)ordening met 770 is aangeduid
zevenhonderdzeventigje	=	zevenhonderdzeventig
zevenhonderdzeventigjes	=	zevenhonderdzeventig
zevenhonderdzeventigs	=	zevenhonderdzeventig
zevenhonderdzeventje	=	zevenhonderdzeven
zevenhonderdzeventjes	=	zevenhonderdzeven
zevenjaarlijks	adj	eens in de 7 jaar plaatsvindend
zevenjaarlijkse	=	zevenjaarlijks
zevenjarig	adj	7 jaren durend
zevenjarige	noun	levend wezen dat 7 jaar oud is of iets dat 7 jaar bestaat
zevenjarigen	=	zevenjarige
zevenjarigs	=	zevenjarig
zevenkamp	noun	atletiekwedstrijd waarbij zeven verschillende atletiekonderdelen worden afgewerkt
zevenkampen	=	zevenkamp
zevenklapper	noun	knalvuurwerk dat zeven knallen veroorzaakt
zevenklappers	=	zevenklapper
zevenkleurenpapegaai	noun	Touit batavicus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
zevenkleurenpapegaaien	=	zevenkleurenpapegaai
zevenkleurenpapegaaitje	=	zevenkleurenpapegaai
zevenkleurenpapegaaitjes	=	zevenkleurenpapegaai
zevenkleurig	adj	met zeven kleuren
zevenkleurige	=	zevenkleurig
zevenkleurigs	=	zevenkleurig
zevenkleurs	adj|poetic	bestaande uit de zeven kleuren van de regenboog
zevenkleurse	=	zevenkleurs
zevenkoppig	adj	met zeven koppen
zevenkoppige	=	zevenkoppig
zevenkoppigs	=	zevenkoppig
zevenmaal	adv	met zeven herhalingen, in zeven gevallen
zevenmaands	adj	zeven maanden oud
zevenmaandse	=	zevenmaands
zevenmeter	noun	strafbal bij hockey en zaalhandbal
zevenmetertje	=	zevenmeter
zevenmetertjes	=	zevenmeter
zevenmijlslaarzen	noun	uit sprookjes: een paar laarzen waarmee men zich zeer snel zou kunnen voortbewegen
zevenogen	=	zevenoog
zevenoog	noun	karbonkel, een groep samenvloeiende steenpuisten
zevenoogje	=	zevenoog
zevenoogjes	=	zevenoog
zevens	=	zeven
zevenslaper	noun	Glis glis de grootste slaapmuis van West-Europa
zevenslapers	=	zevenslaper
zevenslapertje	=	zevenslaper
zevenslapertjes	=	zevenslaper
zevensprong	noun	kruispunt waar 7 wegen bij elkaar komen
zevensprongen	=	zevensprong
zevenster	noun	Trientalis europaea een plant uit de sleutelbloemfamilie
zevensters	=	zevenster
zevenstrepengors	noun	Emberiza tahapisi een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
zevenstrepengorsje	=	zevenstrepengors
zevenstrepengorsjes	=	zevenstrepengors
zevenstrepengorzen	=	zevenstrepengors
zevental	noun	welgeteld zeven
zeventallen	=	zevental
zeventalletje	=	zevental
zeventalletjes	=	zevental
zeventien	num	"17", het getal tussen zestien en achttien, tien plus zeven	noun	dat wat in een (rang)ordening met 17 is aangeduid
zeventiende	adj	nummer zeventien in een rij
zeventiende-eeuwer	noun	iemand die in de 17de eeuw heeft geleefd
zeventiende-eeuwers	=	zeventiende-eeuwer
zeventiende-eeuwertje	=	zeventiende-eeuwer
zeventiende-eeuwertjes	=	zeventiende-eeuwer
zeventiende-eeuws	adj	betrekking hebbend op de jaren 1601-1700
zeventiende-eeuwse	=	zeventiende-eeuws
zeventienduizend	num	17.000
zeventienduizendste	adj	nummer zeventienduizend in een rij
zeventienhoek	noun	figuur met zeventien hoeken
zeventienhoeken	=	zeventienhoek
zeventienhoekje	=	zeventienhoek
zeventienhoekjes	=	zeventienhoek
zeventienhonderdste	adj	nummer zeventienhonderd in een rij.
zeventienjaarlijks	adj	eens in de 17 jaar plaatsvindend
zeventienjaarlijkse	=	zeventienjaarlijks
zeventienjarig	adj	17 jaren durend
zeventienjarige	noun	levend wezen dat 17 jaar oud is of iets dat 17 jaar bestaat
zeventienjarigen	=	zeventienjarige
zeventienjarigs	=	zeventienjarig
zeventienmaal	adv	bij zeventien gelegenheden
zeventiens	=	zeventien
zeventientje	=	zeventien
zeventientjes	=	zeventien
zeventig	num	"70", het getal tussen negenenzestig en eenenzeventig, zeven maal tien	noun	dat wat in een (rang)ordening met 70 is aangeduid
zeventigduizend	num	70.000
zeventigduizendste	adj	nummer zeventigduizend in een rij
zeventiger	noun	iets of iemand met een leeftijd tussen de 70 en 80 jaar
zeventigers	=	zeventiger
zeventigertje	=	zeventiger
zeventigertjes	=	zeventiger
zeventigjarig	adj	70 jaren durend
zeventigjarige	noun	levend wezen dat 70 jaar oud is of iets dat 70 jaar bestaat
zeventigjarigen	=	zeventigjarige
zeventigjarigs	=	zeventigjarig
zeventigje	=	zeventig
zeventigjes	=	zeventig
zeventigplusser	noun	Iemand die ouder is dan zeventig jaar
zeventigplussers	=	zeventigplusser
zeventigplussertje	=	zeventigplusser
zeventigplussertjes	=	zeventigplusser
zeventigs	=	zeventig
zeventigste	adj	nummer zeventig in een rij
zeventigtal	noun	70 exemplaren
zeventigtallen	=	zeventigtal
zeventigvoudig	adj	zeventig keer zoveel, zeventig keer zo groot
zeventigvoudige	=	zeventigvoudig
zeventigvoudigs	=	zeventigvoudig
zeventje	=	zeven
zeventjes	=	zeven
zeventuig	noun	rechtsprocedure uit de late middeleeuwen waar bij sommige lokale geschillen zeven naaste buren uitspraak moesten doen
zeventuigen	=	zeventuig
zeventuigje	=	zeventuig
zeventuigjes	=	zeventuig
zevenuurjournaal	noun	een journaal dat om zeven uur wordt uitgezonden
zevenuurjournaals	=	zevenuurjournaal
zevenuurjournaaltje	=	zevenuurjournaal
zevenuurjournaaltjes	=	zevenuurjournaal
zevenuurjournalen	=	zevenuurjournaal
zevenvinker	noun	iemand die automatisch maatschappelijk bevoorrecht is doordat diegene zeven kenmerken kan afvinken op de denkbeeldige lijst van man, blank, hetero, afgerond vwo, universitaire opleiding, autochtone vader of moeder, rijke of hoogopgeleide ouders
zevenvinkers	=	zevenvinker
zevenvinkertje	=	zevenvinker
zevenvinkertjes	=	zevenvinker
zevenvlak	noun	ruimtelijke figuur met zeven vlakken
zevenvlakken	=	zevenvlak
zevenvoud	noun	aantal dat zevenmaal zo groot is als het genoemde of bedoelde aantal
zevenvouden	=	zevenvoud
zevenvoudig	adj	voor de zevende keer
zevenvoudige	=	zevenvoudig
zevenvoudigs	=	zevenvoudig
zevenwerf	adv	met zeven herhalingen, in zeven gevallen
zevenzaad	noun	bepaald soort plant Artemisia cina
zevenzaadje	=	zevenzaad
zevenzaadjes	=	zevenzaad
zevenzaden	=	zevenzaad
zevenzitter	noun	een auto met zeven zitplaatsen
zevenzitters	=	zevenzitter
zevenzonenbomen	=	zevenzonenboom
zevenzonenboom	noun	een bloeiende plantensoort Heptacodium miconioides.
zevenzonenboompje	=	zevenzonenboom
zevenzonenboompjes	=	zevenzonenboom
zevenzot	noun	een spel waarbij met een kaart en twee gewone dobbelstenen wordt gespeeld.
zever	=	zeveren
zeveraar	noun	iemand die zevert
zeveraarke	=	zeveraar
zeveraars	=	zeveraar
zeveraarster	noun	vrouwelijke vorm van zeveraar
zeveraarsters	=	zeveraarster
zeveraarstertje	=	zeveraarster
zeveraarstertjes	=	zeveraarster
zeveraartje	=	zeveraar
zeveraartjes	=	zeveraar
zeverde	=	zeveren
zeverden	=	zeveren
zevere	=	zeveren
zeveren	verb	speeksel uit de mond verliezen, kwijlen
zeverend	=	zeveren
zeverende	=	zeveren
zeverlap	noun	slab
zeverlapje	=	zeverlap
zeverlapjes	=	zeverlap
zeverlappen	=	zeverlap
zevers	=	zeveren
zevert	=	zeveren
zevertje	=	zeveren
zevertjes	=	zeveren
zezel	noun	kruising tussen een zebra en een ezel
zezels	=	zezel
zezeltje	=	zezel
zezeltjes	=	zezel
zh	abbrev	ziekenhuis
zibbe	=	sibbe
zich	pron	derde persoon enkelvoud en meervoud
zichrona	noun	haar nagedachtenis
zichronam	noun	hun nagedachtenis
zichrono	noun	zijn nagedachtenis
zichronot	noun	memoires
zichroune	noun	haar of zijn nagedachtenis
zichrounem	noun	hun nagedachtenis
zicht	noun	de afstand die je kunt kijken door de lucht
zichtas	noun	het vanaf een bepaald standpunt langs een lijn geboden vrije uitzicht naar een karakteristiek punt
zichtasje	=	zichtas
zichtasjes	=	zichtas
zichtassen	=	zichtas
zichtbaar	adj	waarneembaar voor het oog
zichtbaarder	=	zichtbaar
zichtbaardere	=	zichtbaar
zichtbaarders	=	zichtbaar
zichtbaarheden	=	zichtbaarheid
zichtbaarheid	noun	het zichtbaar zijn
zichtbaars	=	zichtbaar
zichtbaarst	=	zichtbaar
zichtbaarste	=	zichtbaar
zichtbare	=	zichtbaar
zichte	=	zichten
zichten	verb	iets maaien met een zicht, een klein formaat zeis
zichtend	=	zichten
zichtende	=	zichten
zichter	noun	iemand die met de zicht gras maait
zichters	=	zichter
zichtje	=	zicht
zichtjes	=	zicht
zichtkaart	noun	een vervoersbewijs voor het openbaar vervoer
zichtkaarten	=	zichtkaart
zichtlijn	noun	Een zichtlijn is een denkbeeldige lijn die getrokken kan worden tussen wat het publiek wel en niet te zien krijgt.
zichtlijnen	=	zichtlijn
zichtlijntje	=	zichtlijn
zichtlijntjes	=	zichtlijn
zichtlocatie	noun	een goed bereikbare plaats waar het gunstig voor bedrijven en winkels is om zich te vestigen
zichtlocaties	=	zichtlocatie
zichtrekening	noun	rekening waarop men geld kan plaatsen dat op elk ogenblik beschikbaar is
zichtrekeningen	=	zichtrekening
zichtrekeningetje	=	zichtrekening
zichtte	=	zichten
zichtten	=	zichten
zichtvermogen	noun	eigenschap dat je kunt zien
zichtvermogens	=	zichtvermogen
zichtzending	noun	koopwaar die enige tijd gratis ter inzage ter beschikking gesteld wordt
zichtzendingen	=	zichtzending
zichtzendinkje	=	zichtzending
zichtzendinkjes	=	zichtzending
zichtzone	noun	het schap in een supermarkt tussen de 140 en 180 centimeter hoogte, vaak met veel A-merken
zichtzones	=	zichtzone
zichzelf	pron	derde persoon enkelvoud en meervoud, versterkte vorm van zich
zie	=	zien
zied	=	zieden
ziedaar	intj	drukt verbazing uit over het verschijnen of aanwezig zijn van iets op enige afstand
ziedde	=	zieden
ziedden	=	zieden
ziede	=	zieden
zieden	verb	droogkoken, [grondstoffen] zuiveren of raffineren door ze aan de kook te brengen; met name van pekel of suiker of zeep
ziedend	adj	witheet van woede
ziedende	=	ziedend
ziedender	=	ziedend
ziedendere	=	ziedend
ziedenders	=	ziedend
ziedends	=	ziedend
ziedendst	=	ziedend
ziedendste	=	ziedend
ziedens	noun	genitief van zieden
ziederij	noun	werkplaats waar producten worden gemaakt door een vloeistof te koken
ziederijen	=	ziederij
ziederijtje	=	ziederij
ziederijtjes	=	ziederij
ziedt	=	zieden
ziege	noun	Pelecus cultratus een straalvinnige vis uit de familie van de karpers (Cyprinidae) die behoort tot de orde van de karperachtigen (Cypriniformes).
ziegen	=	ziege
ziegezaag	=	ziegezagen
ziegezaagde	=	ziegezagen
ziegezaagden	=	ziegezagen
ziegezaagt	=	ziegezagen
ziegezage	=	ziegezagen
ziegezagen	verb	lallen, tot vervelens toe lelijk zingen
ziegezagend	=	ziegezagen
ziegezagende	=	ziegezagen
ziehier	intj	drukt verbazing uit over het verschijnen of aanwezig zijn van iets in de nabijheid van de spreker
ziek	adj	verkerend in een toestand waarbij sommige lichamelijke processen niet goed werken, niet gezond zijnd; gezegd van mensen en dieren
ziek-zijn	noun	het feit dat men aan een ziekte lijdt
ziekbed	noun	het bedlegerig zijn ten gevolge van ziekte
ziekbedden	=	ziekbed
ziekbedje	=	ziekbed
ziekdag	noun	dag dat iemand door ziekte niet kan werken
ziekdagen	=	ziekdag
zieke	noun	iemand die ziek is
ziekelijk	adj	geneigd om vaak ziek te zijn	adv	op geestelijk ongezonde wijze
ziekelijke	=	ziekelijk
ziekelijker	=	ziekelijk
ziekelijkere	=	ziekelijk
ziekelijkers	=	ziekelijk
ziekelijkheden	=	ziekelijkheid
ziekelijkheid	noun	de geneigdheid vaak ziek te zijn
ziekelijks	=	ziekelijk
ziekelijkst	=	ziekelijk
ziekelijkste	=	ziekelijk
ziekeling	noun	iemand die ziek is
ziekelingen	=	ziekeling
zieken	=	zieke
ziekenafdeling	noun	de afdeling waar zieken worden verzorgd
ziekenafdelingen	=	ziekenafdeling
ziekenafdelinkje	=	ziekenafdeling
ziekenafdelinkjes	=	ziekenafdeling
ziekenappel	noun	het zich melden wanneer men ziek is ter beoordeling door de meerderen
ziekenappels	=	ziekenappel
ziekenauto	noun	een voertuig ingericht voor het vervoer van zieken of gewonden
ziekenauto's	=	ziekenauto
ziekenautootje	=	ziekenauto
ziekenautootjes	=	ziekenauto
ziekenbarak	noun	deel van een concentratiekamp of legerkamp waar zieken 'verzorgd' worden
ziekenbarakken	=	ziekenbarak
ziekenbed	noun	bed waarin men een zieke verpleegt; bed waarin een zieke ligt
ziekenbedden	=	ziekenbed
ziekenbezoek	noun	het bezoeken van een zieke
ziekenbezoeken	=	ziekenbezoek
ziekenbezoekje	=	ziekenbezoek
ziekenbezoekjes	=	ziekenbezoek
ziekenboeg	noun	een deel van een schip in gebruik voor de opvang van zieken
ziekenboegen	=	ziekenboeg
ziekenboegje	=	ziekenboeg
ziekenboegjes	=	ziekenboeg
ziekenboek	noun	logboek waarin de zieken staan geregistreerd
ziekenboeken	=	ziekenboek
ziekenboekje	=	ziekenboek
ziekenboekjes	=	ziekenboek
ziekenbrief	noun	officieel bewijs, voor school of werkgever, dat men ziek verklaard is door een arts
ziekenbriefje	=	ziekenbrief
ziekenbriefjes	=	ziekenbrief
ziekenbrieven	=	ziekenbrief
ziekenbroeder	noun	iemand die beroepsmatig zieken verzorgt
ziekenbroeders	=	ziekenbroeder
ziekenbroedertje	=	ziekenbroeder
ziekenbroedertjes	=	ziekenbroeder
ziekendag	noun	dag waarop iemand ziek is en vrij heeft genomen van zijn of haar werk
ziekendagen	=	ziekendag
ziekendagje	=	ziekendag
ziekendagjes	=	ziekendag
ziekenfonds	noun	instelling die tot doel had de leden te verzekeren tegen kosten in geval van ziekte
ziekenfondsbijdrage	noun	premie die een verzekerde moet betalen aan het ziekenfonds
ziekenfondsbijdragen	=	ziekenfondsbijdrage
ziekenfondsbijdrages	=	ziekenfondsbijdrage
ziekenfondsbril	noun	een bril met een eenvoudig geheel rond montuur zoals deze eertijds door het ziekenfonds verstrekt werd
ziekenfondsbrillen	=	ziekenfondsbril
ziekenfondsbrilletje	=	ziekenfondsbril
ziekenfondsbrilletjes	=	ziekenfondsbril
ziekenfondsbudget	noun	hoeveelheid geld die een ziekenfonds kan besteden
ziekenfondsbudgetje	=	ziekenfondsbudget
ziekenfondsbudgetjes	=	ziekenfondsbudget
ziekenfondsbudgets	=	ziekenfondsbudget
ziekenfondsbudgetten	=	ziekenfondsbudget
ziekenfondsen	=	ziekenfonds
ziekenfondsgrens	noun	het brutoloon in Nederland waaronder een werknemer verplicht verzekerd was voor het ziekenfonds
ziekenfondsgrenzen	=	ziekenfondsgrens
ziekenfondskaart	noun|historical	bewijs dat men via een ziekenfonds verzekerd was voor ziektekosten
ziekenfondskaarten	=	ziekenfondskaart
ziekenfondskantoor	noun	het bureau waar de werkzaamheden van het ziekenfonds worden verricht
ziekenfondskantoren	=	ziekenfondskantoor
ziekenfondskas	noun	het kapitaal dat een ziekenfonds tot haar beschikking heeft om ziektekosten te betalen
ziekenfondskassen	=	ziekenfondskas
ziekenfondspakket	noun	de verzameling gezondheidsrisico's die door het ziekenfonds gedekt werd
ziekenfondspakketten	=	ziekenfondspakket
ziekenfondspatiënt	noun	iemand die bij het ziekenfonds verzekerd was
ziekenfondspatiënten	=	ziekenfondspatiënt
ziekenfondspatiëntje	=	ziekenfondspatiënt
ziekenfondspatiëntjes	=	ziekenfondspatiënt
ziekenfondspremie	noun	hoeveelheid geld die men moet betalen om verzekerd te zijn voor de ziektekosten
ziekenfondspremies	=	ziekenfondspremie
ziekenfondsraad	noun	instelling die toezicht houdt op de ziekenfondsen
ziekenfondsraden	=	ziekenfondsraad
ziekenfondsrekening	noun	op kosten van het ziekenfonds
ziekenfondsrekeningen	=	ziekenfondsrekening
ziekenfondssector	noun	alle organisaties die betrokken zijn (waren) bij de uitvoering van de ziekenfondswet
ziekenfondssectoren	=	ziekenfondssector
ziekenfondssectors	=	ziekenfondssector
ziekenfondssysteem	noun	manier om via ziekenfondsen de zorgkosten te financieren
ziekenfondssystemen	=	ziekenfondssysteem
ziekenfondsuitkering	noun	vergoeding die men ontvangt van een ziekenfonds
ziekenfondsuitkeringen	=	ziekenfondsuitkering
ziekenfondsverzekerd	adj	gedekt voor ziektekosten middels het ziekenfonds
ziekenfondsverzekerde	noun	iemand die tegen ziektekosten gedekt is middels het ziekenfonds
ziekenfondsverzekerden	=	ziekenfondsverzekerde
ziekenfondsverzekerds	=	ziekenfondsverzekerd
ziekenfondsverzekering	noun	ziektekostenverzekering via het ziekenfonds
ziekenfondsverzekeringen	=	ziekenfondsverzekering
ziekenfondswet	noun	de codificatie van het eerdere ziekenfondsbesluit van het bezette Nederland van 1941 onder minister G.M.J. Veldkamp in 1965
ziekenfondswetten	=	ziekenfondswet
ziekengasthuis	noun|obsolete	ziekenhuis
ziekengasthuizen	=	ziekengasthuis
ziekengeld	noun	compensatie voor loon gederfd door ziekte
ziekengelden	=	ziekengeld
ziekengeldje	=	ziekengeld
ziekengeldjes	=	ziekengeld
ziekengeldkas	noun	hoeveelheid geld dat dient om zieke mensen een inkomen te verschaffen
ziekengeldkassen	=	ziekengeldkas
ziekenhuis	noun	instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken
ziekenhuisafdeling	noun	een onderdeel van een ziekenhuis dat ergens in gespecialiseerd is.
ziekenhuisafdelingen	=	ziekenhuisafdeling
ziekenhuisafdelinkje	=	ziekenhuisafdeling
ziekenhuisafdelinkjes	=	ziekenhuisafdeling
ziekenhuisafval	noun	het afval van een ziekenhuis.
ziekenhuisapotheek	noun	een apotheek in een ziekenhuis die zorg draagt voor de geneesmiddelverstrekking in een ziekenhuis.
ziekenhuisapotheekje	=	ziekenhuisapotheek
ziekenhuisapotheekjes	=	ziekenhuisapotheek
ziekenhuisapotheken	=	ziekenhuisapotheek
ziekenhuisapotheker	noun	een apotheker in een ziekenhuis die zorg draagt voor de geneesmiddelverstrekking in een ziekenhuis.
ziekenhuisapothekers	=	ziekenhuisapotheker
ziekenhuisapothekertje	=	ziekenhuisapotheker
ziekenhuisapothekertjes	=	ziekenhuisapotheker
ziekenhuisarts	noun	een medicus die verbonden is aan een ziekenhuis
ziekenhuisartsen	=	ziekenhuisarts
ziekenhuisassociatie	noun	groep met elkaar samenwerkende ziekenhuizen
ziekenhuisassociaties	=	ziekenhuisassociatie
ziekenhuisassociatietje	=	ziekenhuisassociatie
ziekenhuisassociatietjes	=	ziekenhuisassociatie
ziekenhuisbacterie	noun	een resistente ziektekiem die vooral in en door ziekenhuizen verspreid wordt
ziekenhuisbacteriën	=	ziekenhuisbacterie
ziekenhuisbal	noun|humorous	een bal die zo slecht gespeeld wordt dat een tegenstander deze onderscheppen kan.
ziekenhuisballen	=	ziekenhuisbal
ziekenhuisballetje	=	ziekenhuisbal
ziekenhuisballetjes	=	ziekenhuisbal
ziekenhuisbed	noun	een bed in een ziekenhuis, een behandelplaats van een ziekenhuis
ziekenhuisbedden	=	ziekenhuisbed
ziekenhuisbedje	=	ziekenhuisbed
ziekenhuisbedjes	=	ziekenhuisbed
ziekenhuisbehandeling	noun	een behandeling die men krijgt in een ziekenhuis.
ziekenhuisbehandelingen	=	ziekenhuisbehandeling
ziekenhuisbehandelingetje	=	ziekenhuisbehandeling
ziekenhuisbehandelingetjes	=	ziekenhuisbehandeling
ziekenhuisbeleid	noun	het beleid dat door het bestuur van een ziekenhuis gevoerd wordt.
ziekenhuisbesturen	=	ziekenhuisbestuur
ziekenhuisbestuur	noun	het bestuur van een ziekenhuis.
ziekenhuisbestuurtje	=	ziekenhuisbestuur
ziekenhuisbestuurtjes	=	ziekenhuisbestuur
ziekenhuisbevalling	noun	een geboorte waarbij de moeder in het ziekehuis in opgenomen
ziekenhuisbevallingen	=	ziekenhuisbevalling
ziekenhuisbezoek	noun	het bezoek dat de zieke verblijvende in het ziekenhuis komt opzoeken.
ziekenhuisbezoeken	=	ziekenhuisbezoek
ziekenhuisbezoekje	=	ziekenhuisbezoek
ziekenhuisbezoekjes	=	ziekenhuisbezoek
ziekenhuisbloedbank	noun	afdeling in een ziekenhuis die zorgdraagt voor bloedtransfusies
ziekenhuisbloedbanken	=	ziekenhuisbloedbank
ziekenhuisbloedbankje	=	ziekenhuisbloedbank
ziekenhuisbloedbankjes	=	ziekenhuisbloedbank
ziekenhuisboerka	noun	het hele lichaam bedekkende ziekenhuiskleding voor islamitische vrouwen
ziekenhuisboerka's	=	ziekenhuisboerka
ziekenhuisboomzwam	noun	Radulomyces confluens een plaatjeszwam uit de familie Pterulaceae.
ziekenhuisboomzwammen	=	ziekenhuisboomzwam
ziekenhuisboomzwammetje	=	ziekenhuisboomzwam
ziekenhuisboomzwammetjes	=	ziekenhuisboomzwam
ziekenhuisbouw	noun	bedrijfstak die ziekenhuizen bouwt
ziekenhuisbrede	=	ziekenhuisbreed
ziekenhuisbreed	adj	door het hele ziekenhuis, door de hele ziekenhuisorganisatie
ziekenhuisbreeds	=	ziekenhuisbreed
ziekenhuisbudget	noun	het budget dat een ziekenhuis ter beschikking heeft gekregen.
ziekenhuisbudgetje	=	ziekenhuisbudget
ziekenhuisbudgetjes	=	ziekenhuisbudget
ziekenhuisbudgets	=	ziekenhuisbudget
ziekenhuisbudgetten	=	ziekenhuisbudget
ziekenhuiscomplex	noun	het totaal van alle gebouwen en terreinen van een ziekenhuis.
ziekenhuiscomplexen	=	ziekenhuiscomplex
ziekenhuiscomplexje	=	ziekenhuiscomplex
ziekenhuiscomplexjes	=	ziekenhuiscomplex
ziekenhuisdirecteur	noun	de directeur van het ziekenhuis.
ziekenhuisdirecteuren	=	ziekenhuisdirecteur
ziekenhuisdirecteurs	=	ziekenhuisdirecteur
ziekenhuisdirecteurtje	=	ziekenhuisdirecteur
ziekenhuisdirecteurtjes	=	ziekenhuisdirecteur
ziekenhuisdirectie	noun	de groep personen die de dagelijkse gang van zaken in een ziekenhuis onder zijn beheer heeft
ziekenhuisdirecties	=	ziekenhuisdirectie
ziekenhuisepidemie	noun	besmettelijke ziekte die zich snel verspreidt in een ziekenhuis
ziekenhuisepidemies	=	ziekenhuisepidemie
ziekenhuisepidemieën	=	ziekenhuisepidemie
ziekenhuisfacturen	=	ziekenhuisfactuur
ziekenhuisfactuur	noun	rekening die men ontvangt van een ziekenhuis na een ziekenhuis behandeling
ziekenhuisfinanciering	noun	financiering van het ziekenhuis
ziekenhuisfinancieringen	=	ziekenhuisfinanciering
ziekenhuisfinancierinkje	=	ziekenhuisfinanciering
ziekenhuisfinancierinkjes	=	ziekenhuisfinanciering
ziekenhuisgebouw	noun	gebouw waarin zieke mensen behandeld worden
ziekenhuisgebouwen	=	ziekenhuisgebouw
ziekenhuisgroep	noun	een aantal ziekenhuizen die werken onder een gemeenschappelijke leiding
ziekenhuisgroepen	=	ziekenhuisgroep
ziekenhuishelikopter	noun	helikopter gebruikt voor vervoer van patiënten en medisch personeel
ziekenhuishelikopters	=	ziekenhuishelikopter
ziekenhuishoppen	verb	steeds in een ander ziekenhuis vragen om medische hulp, vaak voor één en dezelfde aandoening
ziekenhuishoppende	=	ziekenhuishoppen
ziekenhuishulp	noun	de zorg die een zieke in een ziekenhuis ontvangt
ziekenhuishulpen	=	ziekenhuishulp
ziekenhuisinfectie	noun	een infectie ontstaan in het ziekenhuis.
ziekenhuisinfecties	=	ziekenhuisinfectie
ziekenhuisinstituten	=	ziekenhuisinstituut
ziekenhuisinstituut	noun	overkoepelende organisatie van alle ziekenhuizen in Nederland
ziekenhuisje	=	ziekenhuis
ziekenhuisjes	=	ziekenhuis
ziekenhuiskamer	noun	een kamer in een ziekenhuis
ziekenhuiskamers	=	ziekenhuiskamer
ziekenhuiskamertje	=	ziekenhuiskamer
ziekenhuiskamertjes	=	ziekenhuiskamer
ziekenhuiskost	noun	eten dat patiënten in een ziekenhuis krijgen
ziekenhuiskosten	noun	kosten gemaakt doordat je naar een hospitaal gaat, zoals een ziekenhuisopname en een behandeling.
ziekenhuislaboratoria	=	ziekenhuislaboratorium
ziekenhuislaboratorium	noun	een laboratorium in een ziekenhuis.
ziekenhuislaboratoriumpje	=	ziekenhuislaboratorium
ziekenhuislaboratoriumpjes	=	ziekenhuislaboratorium
ziekenhuislaboratoriums	=	ziekenhuislaboratorium
ziekenhuislinnen	noun	bedden- en ander linnengoed bedoeld voor gebruik in een ziekenhuis
ziekenhuislucht	noun	de typische geur van ontsmettingsmiddelen die binnen een ziekenhuis heerst
ziekenhuisluchten	=	ziekenhuislucht
ziekenhuismakelaar	noun	iemand die zorgt dat een patiënt sneller geholpen kan worden in een ziekenhuis
ziekenhuismakelaars	=	ziekenhuismakelaar
ziekenhuismakelaren	=	ziekenhuismakelaar
ziekenhuismedewerker	noun	iemand die werkt in een ziekenhuis
ziekenhuismedewerkers	=	ziekenhuismedewerker
ziekenhuisopname	noun	het verblijf als patiënt in een ziekenhuis, hospitalisatie
ziekenhuisopnamen	=	ziekenhuisopname
ziekenhuisopnames	=	ziekenhuisopname
ziekenhuisopnametje	=	ziekenhuisopname
ziekenhuisorganisatie	noun	de organisatie van een ziekenhuis of meerdere ziekenhuizen samen.
ziekenhuisorganisaties	=	ziekenhuisorganisatie
ziekenhuisorganisatietje	=	ziekenhuisorganisatie
ziekenhuisorganisatietjes	=	ziekenhuisorganisatie
ziekenhuispastor	noun	geestelijke die bijstand verleent aan zieken in een ziekenhuis
ziekenhuispastores	=	ziekenhuispastor
ziekenhuispastors	=	ziekenhuispastor
ziekenhuispatiënt	noun	een patiënt opgenomen in een ziekenhuis.
ziekenhuispatiënten	=	ziekenhuispatiënt
ziekenhuispatiëntje	=	ziekenhuispatiënt
ziekenhuispatiëntjes	=	ziekenhuispatiënt
ziekenhuispersoneel	noun	het personeel dat werkzaam is in het ziekenhuis, zoals artsen, chirurgen, anesthesisten en verplegers.
ziekenhuispredikant	noun	een predikant die zich toelegt op pastoraal werk in een ziekenhuis
ziekenhuispredikanten	=	ziekenhuispredikant
ziekenhuispredikantje	=	ziekenhuispredikant
ziekenhuispredikantjes	=	ziekenhuispredikant
ziekenhuisprotocol	noun	een protocol dat in een ziekenhuis gevolgd wordt.
ziekenhuisprotocollen	=	ziekenhuisprotocol
ziekenhuisprotocolletje	=	ziekenhuisprotocol
ziekenhuisprotocolletjes	=	ziekenhuisprotocol
ziekenhuispsychiater	noun	een psychiater werkzaam in een ziekenhuis.
ziekenhuispsychiaters	=	ziekenhuispsychiater
ziekenhuispsychiatertje	=	ziekenhuispsychiater
ziekenhuispsychiatertjes	=	ziekenhuispsychiater
ziekenhuispsychiatrie	noun	de geneeskunde van psychische ziekten binnen een ziekenhuis.
ziekenhuisrekening	noun	rekening die men ontvangt van een ziekenhuis na een ziekenhuis behandeling
ziekenhuisrekeningen	=	ziekenhuisrekening
ziekenhuisscholen	=	ziekenhuisschool
ziekenhuisschool	noun	een school voor kinderen die in het ziekenhuis verblijven.
ziekenhuisschooltje	=	ziekenhuisschool
ziekenhuisschooltjes	=	ziekenhuisschool
ziekenhuissector	noun	in de economische wereld de sector van alle ziekenhuizen samen.
ziekenhuissectoren	=	ziekenhuissector
ziekenhuissectors	=	ziekenhuissector
ziekenhuissectortje	=	ziekenhuissector
ziekenhuissectortjes	=	ziekenhuissector
ziekenhuisserie	noun	een medische dramaserie; een gedramatiseerde fictiereeks voor op televisie met als onderwerp het reilen en zeilen in een ziekenhuis of afdeling hiervan.
ziekenhuisseries	=	ziekenhuisserie
ziekenhuisserietje	=	ziekenhuisserie
ziekenhuisserietjes	=	ziekenhuisserie
ziekenhuissfeer	noun	een stemming die helemaal gedomineerd wordt door ziekte en medische behandeling
ziekenhuissferen	=	ziekenhuissfeer
ziekenhuissjoel	noun	Joods gebedshuis binnen een ziekenhuis
ziekenhuissjoels	=	ziekenhuissjoel
ziekenhuistarief	noun	de prijs die een ziekenhuis rekent voor een behandeling
ziekenhuistarieven	=	ziekenhuistarief
ziekenhuisterrein	noun	het totale terrein waar een ziekenhuis op staat.
ziekenhuisterreinen	=	ziekenhuisterrein
ziekenhuisterreintje	=	ziekenhuisterrein
ziekenhuisterreintjes	=	ziekenhuisterrein
ziekenhuisverblijf	noun	de periode waarin iemand in een ziekenhuis opgenomen is.
ziekenhuisverblijven	=	ziekenhuisverblijf
ziekenhuisverpleegkunde	noun	ziekenzorg zoals deze door verpleegkundigen wordt geleverd aan ziekenhuispatiënten
ziekenhuisverpleging	noun	de gegeven verpleging in een ziekenhuis
ziekenhuisverplegingen	=	ziekenhuisverpleging
ziekenhuisverpleginkje	=	ziekenhuisverpleging
ziekenhuisverpleginkjes	=	ziekenhuisverpleging
ziekenhuisvoeding	noun	voedsel dat een patiënt tijdens zijn verblijf in het ziekenhuis te eten krijgt aangeboden
ziekenhuisvoedingen	=	ziekenhuisvoeding
ziekenhuisvoedinkje	=	ziekenhuisvoeding
ziekenhuisvoedinkjes	=	ziekenhuisvoeding
ziekenhuisvoorziening	noun	iets dat de functie van een ziekenhuis heeft
ziekenhuisvoorzieningen	=	ziekenhuisvoorziening
ziekenhuiswereld	noun	de totale sector van alle ziekenhuizen samen.
ziekenhuiswerelden	=	ziekenhuiswereld
ziekenhuiswereldje	=	ziekenhuiswereld
ziekenhuiswereldjes	=	ziekenhuiswereld
ziekenhuiswezen	noun	de ziekenhuizen als bedrijfstak
ziekenhuiszorg	noun	de zorg die geleverd wordt in een ziekenhuis.
ziekenhuiszorgen	=	ziekenhuiszorg
ziekenhuizen	=	ziekenhuis
ziekeninrichting	noun	plaats waar men zieken verpleegt en behandelt
ziekeninrichtingen	=	ziekeninrichting
ziekenkamer	noun	ruimte waarin een ziek persoon verblijft
ziekenkamers	=	ziekenkamer
ziekenkamertje	=	ziekenkamer
ziekenkamertjes	=	ziekenkamer
ziekenkamp	noun	een specifieke locatie, afdeling of apart kampement waar zieke of gewonde personen gecentraliseerd worden opgevangen en verzorgd.
ziekenkampen	=	ziekenkamp
ziekenkampje	=	ziekenkamp
ziekenkampjes	=	ziekenkamp
ziekenkas	noun	fonds waaruit men een uitkering betaalt aan werknemers die ziek zijn en dus niet kunnen werken
ziekenkassen	=	ziekenkas
ziekenkost	noun	eten dat een speciale versterkende en genezende werking zou hebben op zieke mensen
ziekenkosten	=	ziekenkost
ziekenkostje	=	ziekenkost
ziekenkostjes	=	ziekenkost
ziekenmoeder	noun	hoofd van een ziekenzaal of hospitaal die leiding geeft aan de ziekenoppassers en verpleegsters
ziekenmoeders	=	ziekenmoeder
ziekenomroep	noun	een omroepinstelling die zich richt op de patiënten van een ziekenhuis of verpleeginrichting waar deze gevestigd is
ziekenomroepen	=	ziekenomroep
ziekenoppasser	noun	man die zieke mensen verzorgt
ziekenoppassers	=	ziekenoppasser
ziekenoppasster	noun	vrouw die zieke mensen verzorgt
ziekenoppassters	=	ziekenoppasster
ziekenrapport	noun	lijst met zieken
ziekenrapporten	=	ziekenrapport
ziekenstal	noun	stal voor zieke paarden
ziekenstallen	=	ziekenstal
ziekenstoel	noun	stoel die geschikt is voor een zieke om makkelijk in te zitten of te liggen
ziekenstoelen	=	ziekenstoel
ziekentransport	noun	het vervoer van zieken of gewonden
ziekentransporten	=	ziekentransport
ziekentransportje	=	ziekentransport
ziekentransportjes	=	ziekentransport
ziekentroost	noun	een bemoediging voor een ziek persoon; geestelijke ondersteuning voor een zieke
ziekentrooster	noun|obsolete	geestelijk verzorger van zieke mensen en hun naasten
ziekentroosters	=	ziekentrooster
ziekenvader	noun	hoofd van een ziekenzaal of hospitaal die leiding geeft aan de ziekenoppassers en verplegers
ziekenvaders	=	ziekenvader
ziekenverblijf	noun	ruimte die geschikt (gemaakt) is voor patiënten
ziekenverblijfje	=	ziekenverblijf
ziekenverblijfjes	=	ziekenverblijf
ziekenverblijven	=	ziekenverblijf
ziekenverlof	noun	toestemming om niet te hoeven werken of naar school te gaan in verband met ziekte
ziekenverloven	=	ziekenverlof
ziekenverpleegster	noun	vrouw die voor haar beroep zieke mensen verzorgt
ziekenverpleegsters	=	ziekenverpleegster
ziekenverpleger	noun	iemand die zieke of gewonde mensen verpleegt
ziekenverplegers	=	ziekenverpleger
ziekenverpleging	noun	het zorgen voor zieken of gewonden
ziekenverplegingen	=	ziekenverpleging
ziekenverpleginkje	=	ziekenverpleging
ziekenverpleginkjes	=	ziekenverpleging
ziekenvervoer	noun	het transport van patiënten
ziekenverzorgende	noun|obsolete	iemand die zorg verleent aan zieken in verzorgingstehuizen, verpleeghuizen en in de kraamzorg; verzorgende individuele gezondheidszorg (VIG)
ziekenverzorgenden	=	ziekenverzorgende
ziekenverzorger	noun	iemand die zorgt voor zieke mensen, iemand die een verpleegkundige helpt bij de verpleging
ziekenverzorgers	=	ziekenverzorger
ziekenverzorging	noun	de verzorging van mensen die ziek zijn
ziekenverzorgingen	=	ziekenverzorging
ziekenverzorginkje	=	ziekenverzorging
ziekenverzorginkjes	=	ziekenverzorging
ziekenverzorgster	noun	vrouw die zorgt voor zieke mensen, iemand die een verpleegkundige helpt bij de verpleging
ziekenverzorgsters	=	ziekenverzorgster
ziekenwagen	noun	een voertuig ingericht voor het vervoer van patiënten, gewoonlijk naar een ziekenhuis toe
ziekenwagens	=	ziekenwagen
ziekenwagentje	=	ziekenwagen
ziekenwagentjes	=	ziekenwagen
ziekenzaal	noun	zaal (in een ziekenhuis) waarin de zieken verblijven
ziekenzaaltje	=	ziekenzaal
ziekenzaaltjes	=	ziekenzaal
ziekenzalen	=	ziekenzaal
ziekenzalving	noun	sacrament dat door een priester wordt toegediend aan zieken die in doodsgevaar verkeren, om ze op te dragen aan Jezus zodat hij ze redt
ziekenzalvingen	=	ziekenzalving
ziekenzegen	noun	binnen de rooms-katholieke kerk: zegen die men de zieken geeft door handoplegging binnen de rooms-katholieke kerk
ziekenzegens	=	ziekenzegen
ziekenzorg	noun	verzorging van mensen die ziek zijn
ziekenzuster	noun	religieuze die zorgt voor zieken
ziekenzusters	=	ziekenzuster
ziekenzustertje	=	ziekenzuster
zieker	=	ziek
ziekere	=	ziek
ziekers	=	ziek
ziekhuis	=	ziekenhuis
ziekjes	adj	in enige mate ziek	adv	in enige mate ziek
ziekkantoorsyndromen	=	ziekkantoorsyndroom
ziekkantoorsyndroom	noun	aanduiding voor het geheel van gezondheidsklachten die de gebruikers van een gebouw zeggen te ervaren en aan het gebouw zelf toeschrijven
ziekmakend	adj	van iets dat het ongezond is, dat je er ziek van kunt worden
ziekmakende	=	ziekmakend
ziekmakender	=	ziekmakend
ziekmakendere	=	ziekmakend
ziekmakenders	=	ziekmakend
ziekmakends	=	ziekmakend
ziekmakendst	=	ziekmakend
ziekmakendste	=	ziekmakend
ziekmaker	noun	iets of iemand die een ziekte veroorzaakt
ziekmakers	=	ziekmaker
ziekmelding	noun	het bericht dat iemand ziek is en daarom niet zal komen
ziekmeldingen	=	ziekmelding
ziekmeldinkje	=	ziekmelding
ziekmeldinkjes	=	ziekmelding
zieks	=	ziek
ziekst	=	ziek
ziekste	=	ziek
ziekte	noun	een gezondheidsprobleem
ziekte-cv	noun	medische voorgeschiedenis van iemand
ziekte-cv's	=	ziekte-cv
ziekte-inzicht	noun	het besef van iemand die een ziekte heeft, dat hij of zij deze ziekte heeft
ziekte-inzichten	=	ziekte-inzicht
ziekte-uitbraak	noun	het plotseling optreden van een ziekte
ziekte-uitbraken	=	ziekte-uitbraak
ziekte-uitkering	noun	geld dat iemand in loondienst ontvangt bij ziekte
ziekte-uitkeringen	=	ziekte-uitkering
ziekte-uitval	noun	het niet kunnen functioneren door ziekte
ziekte-uren	noun	uur dat men door ziekte niet kan werken
ziekteactiviteit	noun	de mate waarin een ziekteproces actief is
ziekteactiviteiten	=	ziekteactiviteit
ziekteattest	noun	officiële verklaring van een arts waarin staat dat iemand zo ziek is dat hij of zij niet kan werken of naar school gaan
ziekteattesten	=	ziekteattest
ziektebed	noun	bed waarin een zieke ligt
ziektebedden	=	ziektebed
ziektebeeld	noun	het geheel van de waarneembare verschijnselen die iemand heeft en die worden beschouwd als een ziekte
ziektebeelden	=	ziektebeeld
ziektebegrip	noun	de definitie van het woord 'ziekte'
ziektebegrippen	=	ziektebegrip
ziektebeloop	noun	wijze waarop een ziekteproces zich ontvouwt
ziektebelopen	=	ziektebeloop
ziektebeschrijving	noun	opsomming van alle verschijnselen en symptomen van een ziektebeeld en het beloop van de aandoening
ziektebeschrijvingen	=	ziektebeschrijving
ziektebesef	noun	het weten en dat men ziek is; het inzicht hebben dat men ziek is
ziektebestrijding	noun	het terugdringen van een bepaalde aandoening of groep van aandoeningen
ziektebestrijdingen	=	ziektebestrijding
ziektebestrijdinkje	=	ziektebestrijding
ziektebestrijdinkjes	=	ziektebestrijding
ziektebezoek	noun	visite bij een patiënt
ziektebezoeken	=	ziektebezoek
ziektebrief	noun	briefje waarin staat dat iemand door ziekte niet of maar gedeeltelijk kan werken of het onderwijs volgen
ziektebriefje	=	ziektebrief
ziektebriefjes	=	ziektebrief
ziektebrieven	=	ziektebrief
ziektebron	noun	plaats waar ziekteverwekkers vandaan komen
ziektebronnen	=	ziektebron
ziektecijfer	noun	getallen waarmee men het voorkomen van een ziekte kan beschrijven
ziektecijfers	=	ziektecijfer
ziektecontrole	noun	het beperken van de omvang van een ziekte of aandoening in een bevolking
ziektecontroles	=	ziektecontrole
ziektedag	noun	een dag dat men ziek is
ziektedagen	=	ziektedag
ziektedruk	noun	de invloed die een ziekte heeft op een populatie
ziekteduur	noun	de tijd dat men aan een ziekte lijdt
ziektefobie	noun	een extreme, irrationele angst om een ernstige ziekte op te lopen
ziektegedrag	noun	het gedrag dat een patiënt vertoont en dat niet direct door de ziekte wordt veroorzaakt
ziektegeld	noun	uitkering die een zieke werknemer ontvangt die, omdat hij ziek is, geen arbeid kan verrichten
ziektegelden	=	ziektegeld
ziektegeschiedenis	noun	het beloop van een aandoening bij één patiënt
ziektegeschiedenissen	=	ziektegeschiedenis
ziektegeval	noun	het daadwerkelijk lijden aan een bepaalde ziekte door een persoon
ziektegevallen	=	ziektegeval
ziektegevalletje	=	ziektegeval
ziektegevalletjes	=	ziektegeval
ziektegevoel	noun	benaming voor een gevoel van algeheel ongemak, vermoeidheid en je niet lekker voelen.
ziektegevoelig	adj	de mate waarin een organisme vatbaar is voor een aandoening
ziektegevoelige	=	ziektegevoelig
ziektegevoeliger	=	ziektegevoelig
ziektegevoeligere	=	ziektegevoelig
ziektegevoeligers	=	ziektegevoelig
ziektegevoeligs	=	ziektegevoelig
ziektegevoeligst	=	ziektegevoelig
ziektegevoeligste	=	ziektegevoelig
ziektejaar	noun	een periode van een jaar dat men lijdt aan een aandoening (en daardoor niet kan werken)
ziektejaren	=	ziektejaar
ziektekiem	noun	een micro-organisme dat ziekte veroorzaakt
ziektekiemdodend	adj	de eigenschap bezittend ziektekiemen te doden
ziektekiemdodende	=	ziektekiemdodend
ziektekiemdodends	=	ziektekiemdodend
ziektekiemen	=	ziektekiem
ziektekiempje	=	ziektekiem
ziektekiempjes	=	ziektekiem
ziektekost	noun	geheel van uitgaven aan medische behandelingen en medicijnen
ziektekosten	noun	geheel van uitgaven aan medische behandelingen en medicijnen
ziektekostenfonds	noun	fonds voor de bekostiging van ziektekosten
ziektekostenfondsen	=	ziektekostenfonds
ziektekostenfondsje	=	ziektekostenfonds
ziektekostenfondsjes	=	ziektekostenfonds
ziektekostenplan	noun	voorstel voor een ziektekostenverzekering
ziektekostenplannen	=	ziektekostenplan
ziektekostenpolis	noun	schriftelijke vastlegging van de overeenkomst tot een ziektekostenverzekering
ziektekostenpolisje	=	ziektekostenpolis
ziektekostenpolisjes	=	ziektekostenpolis
ziektekostenpolissen	=	ziektekostenpolis
ziektekostenportefeuille	noun	verzameling ziektekostenverzekeringspolissen in bezit van een verzekeringsmaatschappij
ziektekostenportefeuilles	=	ziektekostenportefeuille
ziektekostenpremie	noun	het aan de verzekeringsmaatschappij verschuldigde bedrag voor een ziektekostenverzekering
ziektekostenpremies	=	ziektekostenpremie
ziektekostenpremietje	=	ziektekostenpremie
ziektekostenpremietjes	=	ziektekostenpremie
ziektekostenregeling	noun	manier waarop de ziektekosten vergoed worden met een ziektekostenverzekering
ziektekostenregelingen	=	ziektekostenregeling
ziektekostenstelsel	noun	de manier waarop men de ziektekosten bepaalt en betaalt
ziektekostenstelsels	=	ziektekostenstelsel
ziektekostensysteem	noun	manier waarop de gezondheidszorg wordt bekostigd
ziektekostensysteempje	=	ziektekostensysteem
ziektekostensysteempjes	=	ziektekostensysteem
ziektekostensystemen	=	ziektekostensysteem
ziektekostenverzekeraar	noun	verzekeringsmaatschappij die verzekeringen verkoopt voor de betaling van medische kosten
ziektekostenverzekeraars	=	ziektekostenverzekeraar
ziektekostenverzekering	noun	een verzekering die de kosten van een medische behandeling geheel of gedeeltelijk vergoedt
ziektekostenverzekeringen	=	ziektekostenverzekering
ziektekostenverzekeringetje	=	ziektekostenverzekering
ziektekostenverzekeringsmaatschappij	noun	een bedrijf die ziektekostenverzekeringen aabiedt
ziektekostenverzekeringsmaatschappijen	=	ziektekostenverzekeringsmaatschappij
ziektekostenverzekeringsmaatschappijtje	=	ziektekostenverzekeringsmaatschappij
ziektekostenverzekeringsmaatschappijtjes	=	ziektekostenverzekeringsmaatschappij
ziektekostenvoorziening	noun	fonds voor de vergoeding van de kosten van de behandeling en verzorging van zieken
ziektekostenvoorzieningen	=	ziektekostenvoorziening
ziektekunde	noun	de studie van het ontstaan en verloop van ziekten
ziektekundig	adj	betrekking hebbend op de kennis over ziekten
ziektekundige	noun	iemand die deskundig en werkzaam is op het gebied van de ziekteleer
ziektekundigen	=	ziektekundige
ziektekundigs	=	ziektekundig
ziektelast	noun	de hoeveelheid lijden die een ziekte veroorzaakt bij een patiënt en zijn omgeving
ziektelasten	=	ziektelast
ziekteleer	noun	tak van de geneeskunde die het ontstaan en verloop van ziektes bestudeert
ziektemelding	noun	het bericht dat iemand ziek is en daarom niet zal komen
ziektemeldingen	=	ziektemelding
ziektemeldinkje	=	ziektemelding
ziektemeldinkjes	=	ziektemelding
ziekten	=	ziekte
ziekteoorzaak	noun	factor die ervoor zorgt dat een organisme ziek wordt
ziekteoorzaken	=	ziekteoorzaak
ziektepatronen	=	ziektepatroon
ziektepatroon	noun	de verdeling van aandoeningen en groepen aandoeningen in een bevolking
ziektepatroontje	=	ziektepatroon
ziektepatroontjes	=	ziektepatroon
ziektepercentage	noun	het percentage werkdagen dat (binnen een organisatie) verloren gaat door ziekteverzuim
ziektepercentages	=	ziektepercentage
ziekteperiode	noun	tijdsbestek dat iemand ziek is
ziekteperioden	=	ziekteperiode
ziekteperiodes	=	ziekteperiode
ziektepremie	noun	geld dat men moet betalen voor een ziektekostenverzekering
ziektepremies	=	ziektepremie
ziektepreventie	noun	alle activiteiten die erop gericht zijn om te zorgen dat mensen, planten of dieren niet ziek worden
ziektepreventies	=	ziektepreventie
ziekteproces	noun	het verloop van een ziekte in de tijd; de ontwikkeling van een ziekte in de tijd
ziekteprocessen	=	ziekteproces
ziekteregeling	noun	alle voorzieningen die er voor een zieke werknemer zijn
ziekteregelingen	=	ziekteregeling
ziekteresistentie	noun	de mate waarin een organisme bestand is tegen mogelijk ziekmakende factoren
ziekteresistenties	=	ziekteresistentie
ziekterisico	noun	gevaar dat men (door iets) ziek wordt
ziekterisico's	=	ziekterisico
ziektes	=	ziekte
ziektespecifiek	adj	iets wat altijd voorkomt bij een bepaalde ziekte en nooit voorkomt bij andere aandoeningen; iets wat kenmerkend is voor een bepaalde ziekte
ziektespecifieke	=	ziektespecifiek
ziektespecifieker	=	ziektespecifiek
ziektespecifiekere	=	ziektespecifiek
ziektespecifiekers	=	ziektespecifiek
ziektespecifieks	=	ziektespecifiek
ziektespecifiekst	=	ziektespecifiek
ziektespecifiekste	=	ziektespecifiek
ziektestof	noun	iets waar men ziek van kan worden
ziektestoffen	=	ziektestof
ziektesymptomen	=	ziektesymptoom
ziektesymptoom	noun	een verschijnsel dat vaak gepaard gaat met de ontwikkeling van een bepaalde ziekte
ziektetje	=	ziekte
ziektetjes	=	ziekte
ziektetoestand	noun	de conditie van één patiënt op één bepaald moment
ziektetoestanden	=	ziektetoestand
ziekteverlof	noun	vrijgesteld zijn van een verplichting (meestal gaat het om betaald werk) omdat men ziek is
ziekteverlofje	=	ziekteverlof
ziekteverlofjes	=	ziekteverlof
ziekteverloop	noun	manier waarop en tempo waarin een ziekte verloopt
ziekteverlopen	=	ziekteverloop
ziekteverloven	=	ziekteverlof
ziekteverschijnsel	noun	teken dat erop wijst dat iemand lijdt aan een bepaalde aandoening
ziekteverschijnselen	=	ziekteverschijnsel
ziekteverschijnsels	=	ziekteverschijnsel
ziekteverwekkend	adj	van iets dat het de oorzaak is van een ziekte
ziekteverwekkende	=	ziekteverwekkend
ziekteverwekkender	=	ziekteverwekkend
ziekteverwekkendere	=	ziekteverwekkend
ziekteverwekkenders	=	ziekteverwekkend
ziekteverwekkends	=	ziekteverwekkend
ziekteverwekkendst	=	ziekteverwekkend
ziekteverwekkendste	=	ziekteverwekkend
ziekteverwekker	noun	organisme dat een ziekte veroorzaakt, meestal maar niet altijd gaat het om micro-organismen zoals bacteriën, virussen en eencellige organismen
ziekteverwekkers	=	ziekteverwekker
ziekteverwekkertje	=	ziekteverwekker
ziekteverzekeraar	noun	bedrijf dat ziektekostenverzekeringen verkoopt
ziekteverzekeraars	=	ziekteverzekeraar
ziekteverzekering	noun	verzekering die de meeste kosten van medisch advies, behandelingen, medicijnen, het gebruik van hulpmiddelen of andere voorzieningen op grond van een medische noodzaak vergoedt
ziekteverzekeringen	=	ziekteverzekering
ziekteverzekeringswet	noun	wet die ziektekostenverzekeringen regelt
ziekteverzekeringswetten	=	ziekteverzekeringswet
ziekteverzuim	noun	de mate waarin werknemers van een bedrijf niet op het werk verschijnen op grond van hun gezondheidstoestand
ziekteverzuimbeleid	noun	systematische maatregelen die men neemt om het ziekteverzuim in een organisatie te verminderen
ziekteverzuimen	=	ziekteverzuim
ziekteverzuimpercentage	noun	deel van arbeidstijd die verloren gaat door ziekteverzuim
ziekteverzuimpercentages	=	ziekteverzuimpercentage
ziektevrees	noun	de overdreven grote angst om ziek te worden of te zijn
ziektevrij	adj	zonder ziekte, zonder kans om ziek te worden
ziektevrije	=	ziektevrij
ziektevrijer	=	ziektevrij
ziektevrijere	=	ziektevrij
ziektevrijers	=	ziektevrij
ziektevrijs	=	ziektevrij
ziektevrijst	=	ziektevrij
ziektevrijste	=	ziektevrij
ziekteweek	noun	periode van 7 dagen dat men ziek is en niet kan werken
ziekteweken	=	ziekteweek
ziektewet	noun	een Nederlandse wet die zieke werknemers een recht op een uitkering geeft als er geen loondoorbetalingsverplichting meer is
ziektewetje	=	ziektewet
ziektewetjes	=	ziektewet
ziektewetmaatregel	noun	verandering van beleid m.b.t. de ziektewet
ziektewetmaatregelen	=	ziektewetmaatregel
ziektewetmaatregels	=	ziektewetmaatregel
ziektewetplan	noun	voorstel om een ziektewet in te voeren dan wel te veranderen
ziektewetplannen	=	ziektewetplan
ziektewetpremie	noun	geld dat betaald moet worden als premie voor de wettelijk verplichte ziektegeldverzekering
ziektewetpremies	=	ziektewetpremie
ziektewetten	=	ziektewet
ziektewetuitkering	noun	geld dat iemand krijgt bij arbeidsongeschiktheid door ziekte als compensatie voor verlies van arbeidsinkomen
ziektewetuitkeringen	=	ziektewetuitkering
ziektewetvoorstel	noun	suggestie die betrekking heeft op (veranderingen van) de ziektewet
ziektewetvoorstellen	=	ziektewetvoorstel
ziekzoeken	verb	zoeken naar door virussen aangetaste bloembollen
ziekzoeker	noun	iemand die speurt naar door virussen aangetaste bloembollen en deze verwijdert
ziekzoekers	=	ziekzoeker
ziel	noun	het veronderstelde wezen van het niet-stoffelijke van de mens
ziele	=	ziel
zieleheil	=	zielenheil
zieleknijper	=	zielenknijper
zielen	=	ziel
zielenadel	noun	morele moed; een edel karakter
zielenboek	noun	een register met de namen van overleden leden van een parochie of een religieuze vereniging
zielenboeken	=	zielenboek
zielenboekje	=	zielenboek
zielenboekjes	=	zielenboek
zielenbroden	=	zielenbrood
zielenbrood	noun	baksel van gerezen meeldeeg, vaak in de vorm van een vlecht en gevuld met rozijnen, dat wordt aangeboden bij bijzondere gelegenheden die met overledenen te maken hebben
zielenbroodje	=	zielenbrood
zielenbroodjes	=	zielenbrood
zielengrootheid	noun	grootheid van karakter
zielenheil	noun	het geluk en de rust die je hebt als je leeft als een goed mens
zielenherder	noun|informal	iemand die zorg draagt voor het zielenheil van gelovigen
zielenherders	=	zielenherder
zielenknijper	noun	psycholoog, psychiater
zielenknijpers	=	zielenknijper
zielenknijpertje	=	zielenknijper
zielenknijpertjes	=	zielenknijper
zielenleed	noun	psychische of geestelijke pijn vaak ontstaan door teleurstelling of gewetenswroeging
zielenleven	noun	het geestelijke of psychische bestaan van een persoon
zielenlevens	=	zielenleven
zielenleventje	=	zielenleven
zielenlijden	noun	geestelijk en psychisch lijden
zielenmaat	noun	iemand waarmee je goed kan omgaan, omdat hij of zij emotioneel veel op je lijkt
zielenmaatje	=	zielenmaat
zielenmaatjes	=	zielenmaat
zielenmaten	=	zielenmaat
zielenmis	noun	een mis opgedragen voor een overledene
zielenmisje	=	zielenmis
zielenmisjes	=	zielenmis
zielenmissen	=	zielenmis
zielennoden	=	zielennood
zielennood	noun	psychische of geestelijke nood
zielenpiet	noun	iemand waarmee men medelijden kan hebben
zielenpieten	=	zielenpiet
zielenpietje	=	zielenpiet
zielenpietjes	=	zielenpiet
zielenpijn	noun	verdriet en ellende; geestelijke en psychische nood; geestelijk lijden
zielenpijnen	=	zielenpijn
zielenpoot	noun	iemand die heel zielig is
zielenpootje	=	zielenpoot
zielenpoten	=	zielenpoot
zielenroersel	noun|poetic	dat wat iemands gevoelens en gedachten sterk in beweging brengt
zielenroerselen	noun	dat wat iemands gevoelens en gedachten sterk in beweging brengt
zielenroerseltje	=	zielenroersel
zielenroerseltjes	=	zielenroersel
zielenrust	noun	de rust en het geluk dat je ervaart als je leeft als een goed mens
zielensmart	noun	geestelijke of psychische nood
zielensmarten	=	zielensmart
zielenstrijd	noun	innerlijke strijd van het geweten
zielental	noun	het totaal aantal personen, de bevolking, met name het aantal personen dat tot een kerkelijke gemeenschap behoort
zielenvreugde	noun	innerlijke voldoening ontstaan door werkzaam religieus leven
zielenvreugden	=	zielenvreugde
zielenvreugdes	=	zielenvreugde
zielenzorg	noun	de zorg voor het religieuze welbevinden van gelovigen; pastorale, herderlijke zorg
zieleroersel	=	zielenroersel
zielig	adj	compassie/medelijden oproepend
zielige	=	zielig
zieliger	=	zielig
zieligere	=	zielig
zieligers	=	zielig
zieligheden	=	zieligheid
zieligheid	noun	het zielig zijn
zieligheidsdenken	noun	bij aandacht voor mensen en problemen te veel uitgaan van medelijden en te weinig uitgaan van de mogelijkheid dat mensen zelf problemen oplossen
zieligjes	adv	heel erg verdrietig, heel erg zielig
zieligs	=	zielig
zieligst	=	zielig
zieligste	=	zielig
zielknijper	noun|humorous	psychotherapeut
zielknijpers	=	zielknijper
zielknijpertje	=	zielknijper
zielknijpertjes	=	zielknijper
zielkunde	noun	psychologie
zielkundig	adj	met betrekking tot de wetenschap van de ziel
zielkundige	=	zielkundig
zielkundiger	=	zielkundig
zielkundigere	=	zielkundig
zielkundigers	=	zielkundig
zielkundigs	=	zielkundig
zielkundigst	=	zielkundig
zielkundigste	=	zielkundig
zielloos	adj	niet langer bezield, dood
zielloost	=	zielloos
ziellooste	=	zielloos
zielloze	=	zielloos
ziellozer	=	zielloos
ziellozere	=	zielloos
ziellozers	=	zielloos
zielmis	noun	mis voor een overledene
zielmissen	=	zielmis
zielroerend	adj	wat de ziel beroert, wat iemand emotioneel diep treft
zielroerende	=	zielroerend
zielroerends	=	zielroerend
zielsaandoening	noun	religieuze emotie
zielsaandoeningen	=	zielsaandoening
zielsalleen	adj	helemaal alleen, in alle eenzaamheid
zielsalleens	=	zielsalleen
zielsangst	noun	angst tot diep in de ziel, de persoonlijkheid diep aangrijpende angst
zielsangsten	=	zielsangst
zielsbedroefd	adj	heel erg verdrietig
zielsbedroefde	=	zielsbedroefd
zielsbedroefds	=	zielsbedroefd
zielsblij	adj	bijzonder verheugd
zielsblije	=	zielsblij
zielsblijs	=	zielsblij
zielsgelukkig	adj	heel erg gelukkig
zielsgelukkige	=	zielsgelukkig
zielsgelukkiger	=	zielsgelukkig
zielsgelukkigere	=	zielsgelukkig
zielsgelukkigers	=	zielsgelukkig
zielsgelukkigs	=	zielsgelukkig
zielsgelukkigst	=	zielsgelukkig
zielsgelukkigste	=	zielsgelukkig
zielsgesteldheden	=	zielsgesteldheid
zielsgesteldheid	noun	de geestelijke toestand van iemand; de psychische toestand van iemand
zielsgraag	adv	met veel enthousiasme
zielskracht	noun	psychische, mentale, geestelijke weerbaarheid
zielskrachten	=	zielskracht
zielskunde	=	zielkunde
zielsleven	=	zielenleven
zielslief	adv	iemand zielslief hebben: iemand innig liefhebben
zielsrust	noun	de kalmte die iemand heeft die een deugdzaam leven leidt
zielstevreden	adj	helemaal gelukkig
zielstevredens	=	zielstevreden
zielstoestand	noun	de mentale stemming van een persoon of groep personen; psychische gesteldheid
zielstoestanden	=	zielstoestand
zielsveel	adv	bijzonder veel, met name in emotionele zin
zielsverheffend	adj	de geest op een hoger moreel of esthetisch plan brengend
zielsverheffende	=	zielsverheffend
zielsverheffender	=	zielsverheffend
zielsverheffendere	=	zielsverheffend
zielsverheffenders	=	zielsverheffend
zielsverheffends	=	zielsverheffend
zielsverheffendst	=	zielsverheffend
zielsverheffendste	=	zielsverheffend
zielsverhuizing	noun	de theorie dat een geest bij het sterven naar een ander mens of ander dier overgaat zonder herinnering aan het vorige leven
zielsverhuizingen	=	zielsverhuizing
zielsverrukking	noun	een overweldigend gevoel van geluk of vervoering waarbij men de dagelijkse werkelijkheid even lijkt te ontstijgen en intens wordt gegrepen door schoonheid, liefde of inspiratie.
zielsverrukkingen	=	zielsverrukking
zielsverrukkinkje	=	zielsverrukking
zielsverrukkinkjes	=	zielsverrukking
zielsvervoering	noun	een veranderde, veelal euforische, toestand van het bewustzijn waarbij men geheel opgaat in één bepaald -vaak religieus- onderwerp
zielsvervoeringen	=	zielsvervoering
zielsverwant	adj	van een persoon dat die in het diepste wezen gelijk is aan iemand anders
zielsverwante	=	zielsverwant
zielsverwanten	=	zielsverwant
zielsverwants	=	zielsverwant
zielsverwantschap	noun	het hebben van gelijke gedachten en gevoelens; elkaar helemaal begrijpen en aanvoelen
zielsverwantschappen	=	zielsverwantschap
zielsziek	adj	een psychiatrische ziekte hebbend
zielszieke	=	zielsziek
zielszieker	=	zielsziek
zielsziekere	=	zielsziek
zielsziekers	=	zielsziek
zielszieks	=	zielsziek
zielsziekst	=	zielsziek
zielsziekste	=	zielsziek
zielsziekte	noun	psychiatrische aandoening
zielsziekten	=	zielsziekte
zielsziektes	=	zielsziekte
zielszorg	noun	de geestelijke en religieuze zorg die iemand krijgt van een geestelijke
zielszorger	=	zielzorger
zieltje	=	ziel
zieltjes	=	ziel
zieltjeswinnerij	noun	een poging om een of meer mensen enthousiast te maken voor een bepaalde doelstelling
zieltjeswinnerijen	=	zieltjeswinnerij
zieltoge	=	zieltogen
zieltogen	verb	op sterven liggen
zieltogend	adj	in een zeer slechte conditie verkerend
zieltogende	=	zieltogen
zieltogender	=	zieltogend
zieltogendere	=	zieltogend
zieltogenders	=	zieltogend
zieltogends	=	zieltogend
zieltogendst	=	zieltogend
zieltogendste	=	zieltogend
zieltoog	=	zieltogen
zieltoogde	=	zieltogen
zieltoogden	=	zieltogen
zieltoogt	=	zieltogen
zielverheffend	adj	de geest op een hoger moreel of esthetisch niveau brengend
zielverheffende	=	zielverheffend
zielverheffender	=	zielverheffend
zielverheffendere	=	zielverheffend
zielverheffenders	=	zielverheffend
zielverheffends	=	zielverheffend
zielverheffendst	=	zielverheffend
zielverheffendste	=	zielverheffend
zielzorg	noun	zorg van de geestelijkheid voor het heil van de gelovigen
zielzorger	noun	geestelijke die zich bezighoudt met het zielenheil van gelovigen
zielzorgers	=	zielzorger
zielzorgertje	=	zielzorger
zien	verb	waarnemen met het oog
ziend	adj	met de ogen waarnemend, bezig met zien
ziende	noun	iemand die ziet of kan zien
zienden	=	ziende
zienderogen	adv	op dusdanig snelle wijze dat het proces zichtbaar is.
ziends	=	ziend
ziener	noun	iemand die visioenen heeft, iemand die zegt in de toekomst te kunnen kijken
zieneres	noun	vrouw die door een godheid ingegeven vermaningen of toekomstvoorspellingen verkondigt
zieneresje	=	zieneres
zieneresjes	=	zieneres
zieneressen	=	zieneres
zieners	=	ziener
zienersblik	noun	een profetische, voorspellende blik
zienersblikken	=	zienersblik
zienertje	=	ziener
zienertjes	=	ziener
zienlijk	adj	tot de zichtbare wereld behorend
zienlijke	=	zienlijk
zienlijker	=	zienlijk
zienlijkere	=	zienlijk
zienlijkers	=	zienlijk
zienlijks	=	zienlijk
zienlijkst	=	zienlijk
zienlijkste	=	zienlijk
ziens	verb	genitief (partitief) van zien
zienswijze	noun	manier waarop men tegen de zaken aankijkt
zienswijzen	=	zienswijze
zienswijzetje	=	zienswijze
zienswijzetjes	=	zienswijze
zier	noun	geringe hoeveelheid: ik snap er geen zier van
zieren	=	zier
ziertje	=	zier
ziertjes	=	zier
ziet	=	zien
ziev	noun	tweede maand van het jaar, in april-mei; oude benaming, later: iar (1 Kon. 6:1, 6:37)
ziezo	intj	uitroep van opluchting
zift	=	ziften
zifte	=	ziften
ziften	verb	de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef
ziftend	=	ziften
ziftende	=	ziften
zifter	noun	iemand die over kleinigheden zeurt
zifterij	noun	een aantal boven elkaar geplaatste zeven
zifterijen	=	zifterij
zifterijtje	=	zifterij
zifterijtjes	=	zifterij
zifters	=	zifter
ziftertje	=	zifter
ziftertjes	=	zifter
zifting	noun	het electief verwijderen van iets; iets in verschillende componenten verdelen
ziftingen	=	zifting
ziftsel	noun	datgene dat bij het zeven door de zeef valt
ziftsels	=	ziftsel
ziftte	=	ziften
ziftten	=	ziften
zigeuner	noun	iemand die behoort tot de Sinti of Roma
zigeunerachtig	adj	op een zigeuner gelijkend
zigeunerachtige	=	zigeunerachtig
zigeunerachtigs	=	zigeunerachtig
zigeunerdans	noun	sierlijke ritmische bewegingen op muziek, karakteristiek voor of geïnspireerd door de cultuur van de Roma en Sinti
zigeunerdansen	=	zigeunerdans
zigeunerfamilie	noun	een familie bestaande uit zigeuners
zigeunerfamilies	=	zigeunerfamilie
zigeunerfamilietje	=	zigeunerfamilie
zigeunerfamilietjes	=	zigeunerfamilie
zigeunerhoenders	noun	een orde Opisthocomiformes bestaand uit 1 familie, 1 geslacht en 1 soort vogel
zigeunerin	noun	vrouw die behoort tot de Sinti of Roma
zigeunerinnen	=	zigeunerin
zigeunerinnetje	=	zigeunerin
zigeunerinnetjes	=	zigeunerin
zigeunerkamp	noun	een door zigeuners opgezet en bewoond kamp
zigeunerkampen	=	zigeunerkamp
zigeunerkampje	=	zigeunerkamp
zigeunerkampjes	=	zigeunerkamp
zigeunerleven	noun	de wijze van leven van zigeuners'
zigeunerlevens	=	zigeunerleven
zigeunerlook	noun	kledingstijl gekenmerkt door kleurige, wijde rokken, gehaakte hesjes en grote sieraden
zigeunerlookje	=	zigeunerlook
zigeunerlookjes	=	zigeunerlook
zigeunermeisje	noun	een meisje dat tot een zigeunerfamilie behoort
zigeunermeisjes	=	zigeunermeisje
zigeunermuziek	noun	muziek in zigeunerstijl
zigeunerorkest	noun	een orkest dat zich toelegt op zigeunermuziek
zigeunerorkesten	=	zigeunerorkest
zigeunerorkestje	=	zigeunerorkest
zigeunerorkestjes	=	zigeunerorkest
zigeuners	=	zigeuner
zigeunertaal	noun	elk van de talen gesproken door Roma en Sinti
zigeunertaaltje	=	zigeunertaal
zigeunertaaltjes	=	zigeunertaal
zigeunertalen	=	zigeunertaal
zigeunertango	noun	danstijl met invloeden van de Roma-cultuur en de traditionele tango
zigeunertango's	=	zigeunertango
zigeunertangootje	=	zigeunertango
zigeunertangootjes	=	zigeunertango
zigeunertje	=	zigeuner
zigeunertjes	=	zigeuner
zigeunertoonladder	noun	toonladder waar tweemaal een interval van 1½ toonafstand in voorkomt
zigeunertoonladders	=	zigeunertoonladder
zigeunertoonladdertje	=	zigeunertoonladder
zigeunertoonladdertjes	=	zigeunertoonladder
zigeunervervolging	noun	vervolging van zigeuners op grond van het behoren tot een z.g. ongewenste etnische groep
zigeunervervolgingen	=	zigeunervervolging
zigeunervolk	noun	volkeren van rondtrekkende personen; nomadenvolk
zigeunervolken	=	zigeunervolk
zigeunervolkeren	=	zigeunervolk
zigeunervrouw	noun	een vrouw die deel uitmaakt van een zigeunerfamilie
zigeunervrouwen	=	zigeunervrouw
zigeunervrouwtje	=	zigeunervrouw
zigeunervrouwtjes	=	zigeunervrouw
zigeunerwagen	noun	een wagen van een zigeuner, een zigeunerachtige wagen
zigeunerwagens	=	zigeunerwagen
zigeunerwagentje	=	zigeunerwagen
zigeunerwagentjes	=	zigeunerwagen
ziggoerat	noun	piramidevormige tempel met terrassen in Mesopotamië (van de Assyriërs en Babyloniërs)
ziggoerats	=	ziggoerat
zigzag	noun	een beweging of lijn die plotseling één of meer scherpe koersveranderingen ondergaat	adv	met scherpe koersveranderingen
zigzagbeleid	noun	beleid dat steeds van richting verandert
zigzagbeukenmineermot	noun	Stigmella tityrella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
zigzagbeukenmineermotje	=	zigzagbeukenmineermot
zigzagbeukenmineermotjes	=	zigzagbeukenmineermot
zigzagbeukenmineermotten	=	zigzagbeukenmineermot
zigzagbeweging	noun	verplaatsing of lijn die bestaat uit korte, elkaar afwisselende scherpe hoeken en richtingsveranderingen (een Z-vorm of bliksemschichtpatroon).
zigzagbewegingen	=	zigzagbeweging
zigzagbeweginkje	=	zigzagbeweging
zigzagbeweginkjes	=	zigzagbeweging
zigzagboek	noun	boek dat bestaat uit één lange strook papier die in een zigzag- of harmoniemodel is gevouwen, vaak met harde kaften aan de uiteinden
zigzagboeken	=	zigzagboek
zigzagboekje	=	zigzagboek
zigzagboekjes	=	zigzagboek
zigzagde	=	zigzaggen
zigzagden	=	zigzaggen
zigzagge	=	zigzaggen
zigzaggen	verb	een koers volgen die dan weer de ene kant dan weer de andere kant heengaat
zigzaggend	adj	zich via een zigzaglijn verplaatsend; de vorm hebbend van een lijn met zaagtanden
zigzaggende	=	zigzaggen
zigzaggends	=	zigzaggend
zigzagje	=	zigzag
zigzagkoers	noun	een steeds wisselend beleid
zigzagkoersen	=	zigzagkoers
zigzaglijn	noun	zigzagvormige lijn
zigzaglijnen	=	zigzaglijn
zigzaglijntje	=	zigzaglijn
zigzaglijntjes	=	zigzaglijn
zigzagreiger	noun	Zebrilus undulatus een vogel uit de familie Ardeidae (Reigers).
zigzagreigers	=	zigzagreiger
zigzagreigertje	=	zigzagreiger
zigzagreigertjes	=	zigzagreiger
zigzags	=	zigzag
zigzagschaar	noun	werktuig om te knippen met snijranden die van hoekige tanden zijn voorzien
zigzagschaartje	=	zigzagschaar
zigzagschaartjes	=	zigzagschaar
zigzagscharen	=	zigzagschaar
zigzagsgewijs	adj	van links naar rechts gaan tijdens het vooruitgaan
zigzagsgewijze	=	zigzagsgewijs
zigzagsteek	noun	naaisteek waarbij men afwisselend links en rechts van de naad in de stof steekt met als doel rafelen tegen te gaan
zigzagsteken	=	zigzagsteek
zigzagstoel	noun	wereldberoemd meubelontwerp van de Nederlandse architect en ontwerper Gerrit Rietveld, ontworpen tussen 1932 en 1934
zigzagstoelen	=	zigzagstoel
zigzagstoeltje	=	zigzagstoel
zigzagstoeltjes	=	zigzagstoel
zigzagt	=	zigzaggen
zigzagtijger	noun	Nephrotoma quadrifaria een tweevleugelige uit de familie langpootmuggen (Tipulidae).
zigzagtijgers	=	zigzagtijger
zigzagtijgertje	=	zigzagtijger
zigzagtijgertjes	=	zigzagtijger
zij	pron	3e persoon enkelvoud vrouwelijk, nominatief	noun	een van beide kanten van een lichaam.
zij's	=	zij
zijaanrijding	noun	botsing aan de zijkant van een voertuig
zijaanrijdingen	=	zijaanrijding
zijaanrijdinkje	=	zijaanrijding
zijaanrijdinkjes	=	zijaanrijding
zijaanzicht	noun	iets zoals het er van opzij uitziet
zijaanzichten	=	zijaanzicht
zijaanzichtje	=	zijaanzicht
zijaltaar	noun	een nevenaltaar, in een katholieke kathedraal, basiliek, kerk of kapel
zijaltaars	=	zijaltaar
zijaltaren	=	zijaltaar
zijanker	noun	dwars uitstaand anker van een emmermolen of soortgelijke inrichting.
zijankers	=	zijanker
zijarm	noun	een rivier die uitkomt in de hoofdrivier
zijarmen	=	zijarm
zijarmpje	=	zijarm
zijarmpjes	=	zijarm
zijbalk	noun	een vertikale kolom aan de linker- of rechterkant van een computervenster
zijbalken	=	zijbalk
zijbalkje	=	zijbalk
zijbalkjes	=	zijbalk
zijbalkon	noun	balkon aan de zijkant van een toneelzaal
zijbalkonnetje	=	zijbalkon
zijbalkonnetjes	=	zijbalkon
zijbalkons	=	zijbalkon
zijbeuk	noun	een ruimte die evenwijdig loopt aan het middenschip van een kerk
zijbeuken	=	zijbeuk
zijbeukje	=	zijbeuk
zijbeukjes	=	zijbeuk
zijde	noun	grenslijn van een tweedimensionale figuur of het grensvlak van een lichaam
zijde-erebia	noun	een vlinder uit het geslacht Erebia van de onderfamilie Satyrinae, de zandoogjes en erebia's
zijde-erebia's	=	zijde-erebia
zijde-erebiaatje	=	zijde-erebia
zijde-erebiaatjes	=	zijde-erebia
zijde-industrie	noun	de bedrijfstak die zijde produceert
zijde-industrietje	=	zijde-industrie
zijde-industrietjes	=	zijde-industrie
zijde-industrieën	=	zijde-industrie
zijdeaap	noun	benaming voor kleine Zuid-Amerikaanse aapjes uit het geslacht Mico
zijdeaapje	noun	benaming voor klein Zuid-Amerikaanse aapjes uit het geslacht Mico
zijdeaapjes	=	zijdeaap
zijdeachtig	adj	aan zijde herinnerend
zijdeachtige	=	zijdeachtig
zijdeachtiger	=	zijdeachtig
zijdeachtigere	=	zijdeachtig
zijdeachtigers	=	zijdeachtig
zijdeachtigs	=	zijdeachtig
zijdeachtigst	=	zijdeachtig
zijdeachtigste	=	zijdeachtig
zijdeapen	=	zijdeaap
zijdebij	noun	Colletes Bij uit een geslacht van op de grond wonende bijen uit de bijenfamilie Colletidae.
zijdebijen	noun	Colletes een geslacht van op de grond wonende bijen uit de bijenfamilie Colletidae.
zijdebijtje	=	zijdebij
zijdebijtjes	=	zijdebij
zijdecocon	noun	een uit zijde bestaande huls zoals deze door de zijderups gesponnen wordt
zijdecoconnetje	=	zijdecocon
zijdecoconnetjes	=	zijdecocon
zijdecocons	=	zijdecocon
zijdecolleté	noun	uitsnijding aan de zijkant van een jurk die een deel van de borsten aan de onderkant en zijkant zichtbaar houden
zijdecolletés	=	zijdecolleté
zijdeculturen	=	zijdecultuur
zijdecultuur	noun	de kweek van zijderupsen voor het verkrijgen van zijde
zijdefabriek	noun	fabriek waar men zijde verwerkt
zijdefabrieken	=	zijdefabriek
zijdefabriekje	=	zijdefabriek
zijdefabriekjes	=	zijdefabriek
zijdeglans	noun	gedeeltelijke weerschijn zoals die van zijde
zijdeglansbladsnuitkever	noun	Polydrusus formosus een keversoort uit de familie snuitkevers (Curculionidae)
zijdeglansbladsnuitkevers	=	zijdeglansbladsnuitkever
zijdeglansbladsnuitkevertje	=	zijdeglansbladsnuitkever
zijdeglansbladsnuitkevertjes	=	zijdeglansbladsnuitkever
zijdeglansen	=	zijdeglans
zijdeglanzen	=	zijdeglans
zijdegrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7044 ( ).	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7044 ( ).
zijdegrijze	=	zijdegrijs
zijdehaai	noun	Carcharhinus falciformis een haai uit de familie van de requiemhaaien
zijdehaaien	=	zijdehaai
zijdehaaitje	=	zijdehaai
zijdehaaitjes	=	zijdehaai
zijdehoen	noun	bepaald ras van sierkippen Gallus gallus domesticus Brisson
zijdehoenderen	=	zijdehoen
zijdehoenders	=	zijdehoen
zijdehoentje	=	zijdehoen
zijdehoentjes	=	zijdehoen
zijdekoeskoes	noun	Phalanger sericeus buideldier uit de familie van de koeskoezen (Phalangeridae).
zijdekoeskoesje	=	zijdekoeskoes
zijdekoeskoesjes	=	zijdekoeskoes
zijdekoeskoezen	=	zijdekoeskoes
zijdelings	adj	indirect
zijdelingse	=	zijdelings
zijdelingser	=	zijdelings
zijdelingsere	=	zijdelings
zijdelingsers	=	zijdelings
zijdelingst	=	zijdelings
zijdelingste	=	zijdelings
zijdemosdiertje	noun	Vesicularia spinosa een mosdiertjessoort uit de familie van de Vesiculariidae.
zijdemosdiertjes	=	zijdemosdiertje
zijden	adj	van zijde, van zijdegaren vervaardigd
zijdens	prep	van de kant van
zijdepapier	noun	dun, glad, stevig, luxe papier
zijdepapieren	=	zijdepapier
zijdepapiertje	=	zijdepapier
zijdepapiertjes	=	zijdepapier
zijdeplant	noun	Asclepias syriaca een plant die behoort tot de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae).
zijdeplanten	=	zijdeplant
zijdeplantgentiaan	noun	Gentiana asclepiadea een plant uit de gentiaanfamilie.
zijdeplantgentiaantje	=	zijdeplantgentiaan
zijdeplantgentiaantjes	=	zijdeplantgentiaan
zijdeplantgentianen	=	zijdeplantgentiaan
zijdeplantje	=	zijdeplant
zijdeplantjes	=	zijdeplant
zijderoute	noun	een aantal routes door en rond Centraal-Azië, waarlangs de zijde het westen bereikte
zijderouten	=	zijderoute
zijderoutes	=	zijderoute
zijderups	noun	Bombyx mori de larve van de zijdevlinder
zijderupsen	=	zijderups
zijderupsje	=	zijderups
zijderupsjes	=	zijderups
zijdes	=	zijde
zijdesifaka	noun	Propithecus candidus een dagactieve lemuur uit het geslacht van de sifaka's (Propithecus).
zijdesifaka's	=	zijdesifaka
zijdesifakaatje	=	zijdesifaka
zijdesifakaatjes	=	zijdesifaka
zijdespinnerij	noun	bedrijf waar men draden van zijde ophaspelt
zijdespinnerijen	=	zijdespinnerij
zijdespreeuw	noun	Spodiopsar sericeus een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
zijdespreeuwen	=	zijdespreeuw
zijdespreeuwtje	=	zijdespreeuw
zijdespreeuwtjes	=	zijdespreeuw
zijdestaart	noun	Hypocolius ampelinus een soort oscine zangvogel uit de monotypische familie Hypocoliidae.
zijdestaarten	=	zijdestaart
zijdestaartje	=	zijdestaart
zijdestaartjes	=	zijdestaart
zijdestaartlijstervliegenvanger	noun	Amalocichla sclateriana een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
zijdestaartlijstervliegenvangers	=	zijdestaartlijstervliegenvanger
zijdestaartlijstervliegenvangertje	=	zijdestaartlijstervliegenvanger
zijdestaartlijstervliegenvangertjes	=	zijdestaartlijstervliegenvanger
zijdestaartnachtzwaluw	noun	Antrostomus sericocaudatus een vogel uit de familie Caprimulgidae (nachtzwaluwen).
zijdestaartnachtzwaluwen	=	zijdestaartnachtzwaluw
zijdestaartnachtzwaluwtje	=	zijdestaartnachtzwaluw
zijdestaartnachtzwaluwtjes	=	zijdestaartnachtzwaluw
zijdestreep	noun	een orgaan op de zijde van een groot aantal vissen dat verandering in waterdruk waarneemt
zijdestrepen	=	zijdestreep
zijdeteelt	noun	de productie van natuurzijde middels zijderupsen en moerbeibomen
zijdeteelten	=	zijdeteelt
zijdetje	=	zijde
zijdetjes	=	zijde
zijdeur	noun	deur aan de zijkant van een gebouw of andere ruimte ook van toepassing op auto's, een andere deur dan de voordeur of hoofdingang
zijdeuren	=	zijdeur
zijdeurtje	=	zijdeur
zijdeurtjes	=	zijdeur
zijdevliegenvangers	noun	Ptiliogonatidae een familie van de zangvogels.
zijdevlinder	noun	Bombyx mori een vlinder uit de familie van de echte spinners (Bombycidae).
zijdevlinders	=	zijdevlinder
zijdevlindertje	=	zijdevlinder
zijdevlindertjes	=	zijdevlinder
zijdewende	noun	dijk bij een onbedijkte rivier (bijv. bij onbedijkte Maas) loodrecht op de rivier om stroming in het overstroomde hoogwaterbed te voorkomen
zijdewendes	=	zijdewende
zijdewever	noun	iemand die een weefsel weeft van zijde
zijdeweverij	noun	nijverheid die zich bezighoudt met het weven van zijde
zijdeweverijen	=	zijdeweverij
zijdewevers	=	zijdewever
zijdeworm	noun	rups van de zijdevlinder, Bombyx mori De dunne, sterke draad die deze rups produceert om zijn cocon te maken, is de grondstof voor een glanzend weefsel voor luxe kleding.
zijdewormen	=	zijdeworm
zijdewormpje	=	zijdeworm
zijdewormpjes	=	zijdeworm
zijdezacht	adj	heel erg zacht; zo zacht als zijde
zijdezachte	=	zijdezacht
zijdezachts	=	zijdezacht
zijen	=	zij
zijflap	noun	lap textiel dat aan de zijkant van iets zit
zijflapje	=	zijflap
zijflapjes	=	zijflap
zijflappen	=	zijflap
zijg	=	zijgen
zijgalerij	noun	galerij aan de zijkant
zijgalerijen	=	zijgalerij
zijgalerijtje	=	zijgalerij
zijgalerijtjes	=	zijgalerij
zijgang	noun	aftakking van een hoofdgang
zijgangen	=	zijgang
zijge	=	zijgen
zijgebouw	noun	bijgebouw dat aan de zijkant van een hoofdgebouw is geplaatst
zijgebouwen	=	zijgebouw
zijgebouwtje	=	zijgebouw
zijgebouwtjes	=	zijgebouw
zijgen	verb	naar beneden zakken, zich laten vallen
zijgend	=	zijgen
zijgende	=	zijgen
zijgevel	noun	buitenmuur aan de linker- of rechterzijkant van een gebouw
zijgevels	=	zijgevel
zijgeveltje	=	zijgevel
zijgeveltjes	=	zijgevel
zijgt	=	zijgen
zijig	adj	al te zoetsappig; al te lieflijk
zijige	=	zijig
zijiger	=	zijig
zijigere	=	zijig
zijigers	=	zijig
zijigs	=	zijig
zijigst	=	zijig
zijigste	=	zijig
zijingang	noun	toegang aan de zijkant
zijingangen	=	zijingang
zijinstromen	verb	een beroep gaan uitoefenen of een opleiding gaan volgen met een andere opleiding of ervaring dan gewoonlijk vereist is
zijinstromend	=	zijinstromen
zijinstromende	=	zijinstromen
zijinstromer	noun	iemand die een vak (in het onderwijs) uitoefent zonder de officiële opleiding voor dat vak gevolgd te hebben, maar door voldoende werk- en levenservaring wel bekwaam is
zijinstromers	=	zijinstromer
zijinstroom	noun	aanstelling als leerkracht van mensen die daarvoor niet volledig zijn opgeleid, maar daarvoor om andere redenen wel bekwaam worden geacht
zijkamer	noun	een kamer naast het hoofdvertrek
zijkamers	=	zijkamer
zijkamertje	=	zijkamer
zijkamertjes	=	zijkamer
zijkanaal	noun	een kanaal dat een aftakking is van het hoofdkanaal
zijkanaaltje	=	zijkanaal
zijkanaaltjes	=	zijkanaal
zijkanalen	=	zijkanaal
zijkant	noun	datgene dat de zijde vormt
zijkanten	=	zijkant
zijkantje	=	zijkant
zijkantjes	=	zijkant
zijkapel	noun	een kleine gebedsruimte aan de zijkant van een kerkgebouw
zijkapellen	=	zijkapel
zijklep	noun	klep in een verbrandingsmotor die naast de cilinder staat
zijklepje	=	zijklep
zijklepjes	=	zijklep
zijklepmotor	noun|obsolete	viertaktmotor met onderliggende nokkenas waarbij de in- en uitlaatkleppen naast de cilinder staan
zijklepmotoren	=	zijklepmotor
zijklepmotors	=	zijklepmotor
zijklepmotortje	=	zijklepmotor
zijklepmotortjes	=	zijklepmotor
zijkleppen	=	zijklep
zijkniptang	noun	tang voor het doorknippen van draad
zijkniptangen	=	zijkniptang
zijl	noun	sluis ter afwatering aangebracht in een dijk
zijlaan	noun	kleinere straat met groen langs de kant, die een kruispunt met een grotere heeft
zijlaantje	=	zijlaan
zijlaantjes	=	zijlaan
zijlanen	=	zijlaan
zijlen	=	zijl
zijlicht	noun	een licht bevestigd aan de zijkant van een vaar- of voertuig
zijlichten	=	zijlicht
zijlichtje	=	zijlicht
zijlichtjes	=	zijlicht
zijligging	noun	het op de zijkant van het lichaam liggen
zijliggingen	=	zijligging
zijligginkje	=	zijligging
zijligginkjes	=	zijligging
zijlijn	noun	een orgaan op de zijde van een groot aantal vissen dat verandering in waterdruk waarneemt
zijlijnen	=	zijlijn
zijlijntje	=	zijlijn
zijlijntjes	=	zijlijn
zijlijnvirologen	=	zijlijnviroloog
zijlijnviroloog	noun	persoon die geen opleiding tot viroloog heeft gehad maar het desalniettemin beter weet dan de echte deskundigen en vanaf de zijlijn veel kritiek heeft op die echte deskundigen
zijlings	adj	van opzij, in de richting van een van beide zijden
zijlingse	=	zijlings
zijlingser	=	zijlings
zijlingsere	=	zijlings
zijlingsers	=	zijlings
zijlingst	=	zijlings
zijlingste	=	zijlings
zijlinie	noun	niet direct van elkaar afstammen maar wel een gemeenschappelijke voorvader hebben
zijlinies	=	zijlinie
zijloge	noun	plaatsen in de zijkant van de zaal of de zijbalkons van een schouwburg met een beperkt zicht op het toneel
zijloges	=	zijloge
zijlrechter	noun	rechter in een waterschap in Friesland en de Groninger Ommelanden; lid van een waterschapsbestuur
zijlrechters	=	zijlrechter
zijlrechtertje	=	zijlrechter
zijlrechtertjes	=	zijlrechter
zijltje	=	zijl
zijltjes	=	zijl
zijluik	noun	een van de twee zijpanelen van een drieluik
zijluiken	=	zijluik
zijlvest	noun	Het geheel van gronden dat een gemeenschappelijke afwatering heeft door middel van een zijl of uitwateringssluis
zijlvesten	=	zijlvest
zijlvestje	=	zijlvest
zijlvestjes	=	zijlvest
zijmuren	=	zijmuur
zijmuur	noun	een muur aan de zijkant van een gebouw
zijmuurtje	=	zijmuur
zijmuurtjes	=	zijmuur
zijn	verb	bestaan, existeren	noun	gegeven dat iets of iemand bestaat
zijnd	=	zijn
zijnde	=	zijn
zijne	pron	zelfstandige vorm van zijn, derde persoon enkelvoud mannelijk	noun	zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot hem behoort
zijnen	pron|obsolete	datief / en accusatief van zijn
zijnentwege	adv	vanwege hem, wat hem betreft
zijnentwil	adv	voor wat zijn belang of genoegen is
zijnentwille	adv	voor wat zijn belang of genoegen is
zijner	pron|obsolete	genitief (van) zijn
zijnerzijds	adv	van zijn kant
zijnet	noun	het net dat aan de zijkant van een goal hangt
zijnetten	=	zijnet
zijns	pron|obsolete	genitief (van) zijn
zijnsleer	noun	leer van het zijn, van de algemene eigenschappen van de dingen
zijp	noun	plaats waar water sijpelt, bron, kwel, goot, wetering
zijpaadje	=	zijpad
zijpaadjes	=	zijpad
zijpad	noun	aftakking van een groter pad of weg
zijpaden	=	zijpad
zijpadje	=	zijpad
zijpaneel	noun	een rechthoekige vlakke plaat aan de zijkant
zijpaneeltje	=	zijpaneel
zijpaneeltjes	=	zijpaneel
zijpanelen	=	zijpaneel
zijpe	noun	afwatering, wetering, plaats waar water uitstroomt
zijpel	=	zijpelen
zijpelde	=	zijpelen
zijpelden	=	zijpelen
zijpele	=	zijpelen
zijpelen	verb	een proces waarbij een vloeistof zich door de kieren en poriën van een vaste massa heen begeeft
zijpelend	=	zijpelen
zijpelende	=	zijpelen
zijpelt	=	zijpelen
zijpen	verb	druipen, druppelen
zijpend	=	zijpen
zijpende	=	zijpen
zijpje	=	zijp
zijpjes	=	zijp
zijpnat	adj|obsolete	erg vochtig, helemaal doorweekt
zijpnats	=	zijpnat
zijpnatte	=	zijpnat
zijpoort	noun	toegang tot een gebouw of terrein aan de linker- of rechterkant daarvan, vaak als aanvulling op de hoofdingang
zijpoorten	=	zijpoort
zijpoortje	=	zijpoort
zijpoortjes	=	zijpoort
zijportaal	noun	nis met een zijdeur
zijportalen	=	zijportaal
zijpt	=	zijpen
zijraam	noun	raam aan de zijkant van een gebouw of voertuig
zijraampje	=	zijraam
zijraampjes	=	zijraam
zijramen	=	zijraam
zijrand	noun	de rand aan de zijkant
zijranden	=	zijrand
zijrandje	=	zijrand
zijrandjes	=	zijrand
zijrandwaterroofkever	noun	Hydaticus seminiger een keversoort uit de familie waterroofkevers (Dytiscidae).
zijrandwaterroofkevers	=	zijrandwaterroofkever
zijrandwaterroofkevertje	=	zijrandwaterroofkever
zijrandwaterroofkevertjes	=	zijrandwaterroofkever
zijrivier	noun	een rivier die niet in zee maar in een andere rivier uitmondt
zijrivieren	=	zijrivier
zijriviertje	=	zijrivier
zijriviertjes	=	zijrivier
zijruit	noun	venster aan de zijkant van een voertuig
zijruiten	=	zijruit
zijruitje	=	zijruit
zijruitjes	=	zijruit
zijs	=	zij
zijschepen	=	zijschip
zijschip	noun	een ruimte aan de zijkant van een kerk door een rij pilaren gescheiden van de hoofdruimte
zijsluiting	noun	sluiting aan de zijkant
zijsluitingen	=	zijsluiting
zijsnijtang	noun	tang voor het doorknippen van draad
zijsnijtangen	=	zijsnijtang
zijsnijtangetje	=	zijsnijtang
zijsnijtangetjes	=	zijsnijtang
zijspan	noun	karretje dat naast een motorfiets bevestigd is voor het vervoer van een passagier
zijspancross	noun	snelheidswedstrijd over een onverhard parcours met een motor met een zijspan
zijspancrossen	=	zijspancross
zijspancrosses	=	zijspancross
zijspannen	=	zijspan
zijspannetje	=	zijspan
zijspannetjes	=	zijspan
zijspans	=	zijspan
zijspanwagen	noun	een wagen die als zijspan aan een motorfiets is gemonteerd.
zijspanwagens	=	zijspanwagen
zijspanwagentje	=	zijspanwagen
zijspanwagentjes	=	zijspanwagen
zijspiegel	noun	een spiegel aan zijkant van een voertuig waarin de chauffeur het zijdelings achteropkomende verkeer kan waarnemen
zijspiegels	=	zijspiegel
zijspiegeltje	=	zijspiegel
zijspiegeltjes	=	zijspiegel
zijspoor	noun	een spoor opzij of naast het hoofdspoor
zijspoortje	=	zijspoor
zijspoortjes	=	zijspoor
zijsporen	=	zijspoor
zijsprong	noun	een plotseling uitwijking van de rechte lijn die men volgde
zijsprongen	=	zijsprong
zijsprongetje	=	zijsprong
zijsprongetjes	=	zijsprong
zijstap	noun	een actie die je doet als een bijkomstigheid naast de hoofdactiviteit
zijstapje	=	zijstap
zijstapjes	=	zijstap
zijstappen	=	zijstap
zijsteeg	noun	kleine, onbeduidende, achteraf gelegen zijstraat
zijsteegje	=	zijsteeg
zijsteegjes	=	zijsteeg
zijstegen	=	zijsteeg
zijstraat	noun	Verharde weg die uitkomt op de hoofdstraat.
zijstraatje	=	zijstraat
zijstraatjes	=	zijstraat
zijstraten	=	zijstraat
zijstuk	noun	deel van een voorwerp dat de zijkant vormt
zijstukje	=	zijstuk
zijstukjes	=	zijstuk
zijstukken	=	zijstuk
zijt	verb	gij-vorm van tegenwoordige tijd van zijn
zijtak	noun	een deel van een plant of boom: een tak die ontspringt van de stam of een tak
zijtakje	=	zijtak
zijtakjes	=	zijtak
zijtakken	=	zijtak
zijtas	noun	een tas die aan de zijkant van een fiets of motor hangt
zijtasje	=	zijtas
zijtasjes	=	zijtas
zijtassen	=	zijtas
zijtje	=	zij
zijtjes	=	zij
zijtocht	noun	sloot die aan de zijkant van een hoofdvaart uitmondt
zijtochten	=	zijtocht
zijtochtje	=	zijtocht
zijtochtjes	=	zijtocht
zijuitgang	noun	uitgang aan de zijkant van een gebouw
zijuitgangen	=	zijuitgang
zijvak	noun	ruimte om iets op te bergen naast het hoofdvak van een tas of jas
zijvakje	=	zijvak
zijvakjes	=	zijvak
zijvakken	=	zijvak
zijvertrek	noun	een vertrek aan de zijkant van een gebouw
zijvertrekje	=	zijvertrek
zijvertrekjes	=	zijvertrek
zijvertrekken	=	zijvertrek
zijvin	noun	een vin die verbonden is met spieren en de bekkengordel en daardoor minder bewegelijk dan de borstvinnen.
zijvinnen	=	zijvin
zijvinnetje	=	zijvin
zijvinnetjes	=	zijvin
zijvlak	noun	vlak dat iets naar de zijkant begrenst
zijvlakje	=	zijvlak
zijvlakjes	=	zijvlak
zijvlakken	=	zijvlak
zijvleugel	noun	een deel van een gebouw dat aan de zijkant staat van het centraal gelegen hoofdgebouw
zijvleugels	=	zijvleugel
zijvleugeltje	=	zijvleugel
zijvleugeltjes	=	zijvleugel
zijwaarts	adj	naar opzij, gericht naar een zijde	adv	naar de zijde, aan de zijde
zijwaartse	=	zijwaarts
zijwand	noun	een van de rechtop staande wanden van de zijkant van een ruimte in een gebouw
zijwanden	=	zijwand
zijwandje	=	zijwand
zijwandjes	=	zijwand
zijweg	noun	weg die van de hoofdweg aftakt
zijwegen	=	zijweg
zijweggetje	=	zijweg
zijweggetjes	=	zijweg
zijwegje	=	zijweg
zijwegjes	=	zijweg
zijwiel	noun	een van de twee wielen die naast het achterwiel van een fiets gemoteerd kan zijn met name voor kinderen, ouderen en invaliden
zijwielen	=	zijwiel
zijwieltje	=	zijwiel
zijwieltjes	=	zijwiel
zijwind	noun	een wind die haaks staat op de rij- of vaarrichting
zijwinden	=	zijwind
zijwindje	=	zijwind
zijwindjes	=	zijwind
zijzak	noun	een opbergvak aan de zijkant van iets
zijzakje	=	zijzak
zijzakjes	=	zijzak
zijzakken	=	zijzak
zijzelf	pron	versterkte vorm van zij
zijzwaard	noun	zwaard aan de zijkant van een zeilschip
zijzwaarden	=	zijzwaard
zijzwaardje	=	zijzwaard
zijzwaardjes	=	zijzwaard
zika	noun	een flavivirus en arbovirus dat de ziekte zikakoorts veroorzaakt
zikaron	noun	herinnering, herdenking
zikavirus	noun	door de gelekoortsmug verspreide verwekker van de zikakoorts, Zika virus
zikavirussen	=	zikavirus
zikini	noun	een badpak dat met een rits kan worden omgevormd tot een bikini
zikini's	=	zikini
zikinietje	=	zikini
zikinietjes	=	zikini
zikkoerat	=	ziggoerat
zilch	intj	niets
ziljoen	noun	buitengewoon groot aantal
ziljoenen	=	ziljoen
ziljoenste	adj	ordinaal getal van een overvloedig groot aantal
ziljoentje	=	ziljoen
ziljoentjes	=	ziljoen
ziljonair	noun	iemand die extreem rijk is
ziljonairs	=	ziljonair
zilt	adj	met een relatief hoog zoutpercentage
zilte	=	zilt
zilter	=	zilt
ziltere	=	zilt
zilters	=	zilt
ziltheden	=	ziltheid
ziltheid	noun	hoe zout iets is; het zout zijn van iets
ziltig	adj	met een zoute smaak
ziltige	=	ziltig
ziltiger	=	ziltig
ziltigere	=	ziltig
ziltigers	=	ziltig
ziltigheden	=	ziltigheid
ziltigheid	noun	het zout zijn; het een zoute smaak hebben
ziltigs	=	ziltig
ziltigst	=	ziltig
ziltigste	=	ziltig
zilts	=	zilt
ziltst	=	zilt
ziltste	=	zilt
ziltwaterhaantje	noun	Macroplea mutica een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
ziltwaterhaantjes	=	ziltwaterhaantje
ziltwaterknoopwier	noun	Agarophyton vermiculophyllum een roodwier uit de klasse Florideophyceae.
ziltwaterknoopwieren	=	ziltwaterknoopwier
ziltwaterknoopwiertje	=	ziltwaterknoopwier
ziltwaterknoopwiertjes	=	ziltwaterknoopwier
zilver	noun	scheikundig element met symbool Ag en atoomnummer 47. Het is een zilverkleurig overgangsmetaal	adj	zilverkleurig
zilverachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van zilver
zilverachtige	=	zilverachtig
zilverachtiger	=	zilverachtig
zilverachtigere	=	zilverachtig
zilverachtigers	=	zilverachtig
zilverachtigs	=	zilverachtig
zilverachtigst	=	zilverachtig
zilverachtigste	=	zilverachtig
zilverader	noun	grondlaag met een hoog zilvergehalte
zilveraders	=	zilverader
zilveralk	noun	Synthliboramphus antiquus een vogel uit de familie Alcidae (alken).
zilveralken	=	zilveralk
zilveralkje	=	zilveralk
zilveralkjes	=	zilveralk
zilverapalis	noun	Apalis argentea een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zilverapalisje	=	zilverapalis
zilverapalisjes	=	zilverapalis
zilverapalissen	=	zilverapalis
zilveratomen	=	zilveratoom
zilveratoom	noun	een atoom van het chemisch element zilver.
zilveratoompje	=	zilveratoom
zilveratoompjes	=	zilveratoom
zilverbaar	noun	een staaf gemaakt van zilver
zilverbaars	noun	Bidyanus bidyanus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de tijgerbaarzen (Terapontidae).
zilverbaarsje	=	zilverbaars
zilverbaarsjes	=	zilverbaars
zilverbaartje	=	zilverbaar
zilverbaartjes	=	zilverbaar
zilverbaarzen	=	zilverbaars
zilverbandbeukenmineermot	noun	Stigmella hemargyrella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
zilverbandbeukenmineermotje	=	zilverbandbeukenmineermot
zilverbandbeukenmineermotjes	=	zilverbandbeukenmineermot
zilverbandbeukenmineermotten	=	zilverbandbeukenmineermot
zilverbandpalpmot	noun	Eulamprotes wilkella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zilverbandpalpmotje	=	zilverbandpalpmot
zilverbandpalpmotjes	=	zilverbandpalpmot
zilverbandpalpmotten	=	zilverbandpalpmot
zilverbaren	=	zilverbaar
zilverbekje	noun	Euodice cantans een zangvogeltje behorend tot de familie van de prachtvinken.
zilverbekjes	=	zilverbekje
zilverberk	noun	Betula pendula berk met een zilvergrijze bast
zilverberken	=	zilverberk
zilverberkje	=	zilverberk
zilverberkjes	=	zilverberk
zilverblad	noun	ganzerik, zilverschoon Argentina anserina
zilverbladroller	noun	Eana argentana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zilverbladrollers	=	zilverbladroller
zilverbladrollertje	=	zilverbladroller
zilverbladrollertjes	=	zilverbladroller
zilverbladvis	noun	Monodactylus argenteus een baarsachtige vis die wordt aangetroffen in onder andere de Rode Zee, in Oost-Afrika bij Samoa, in het Noorden van Yaeyamas, in het Zuiden van Nieuw-Caledonië en in Australië
zilverbladvisje	=	zilverbladvis
zilverbladvisjes	=	zilverbladvis
zilverbladvissen	noun	een familie Monodactylidae van baarsachtige vissen.
zilverblank	adj	kleur: blank als zilver
zilverblanke	=	zilverblank
zilverblanker	=	zilverblank
zilverblankere	=	zilverblank
zilverblankers	=	zilverblank
zilverblanks	=	zilverblank
zilverblankst	=	zilverblank
zilverblankste	=	zilverblank
zilverbon	noun	papieren biljetten die in plaats van munten door de staat worden uitgegeven als wettig betaalmiddel
zilverbonnen	=	zilverbon
zilverbons	=	zilverbon
zilverbraam	noun	Pterycombus brama een braam uit de familie Bramidae, die voorkomt in de Atlantische Oceaan van de evenaar tot ongeveer Newfoundland, IJsland en Noorwegen, op een diepte van 25 tot 400 meter
zilverbraampje	=	zilverbraam
zilverbraampjes	=	zilverbraam
zilverbramen	=	zilverbraam
zilverbrauwbergtangare	noun	Dubusia teaniata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zilverbrauwbergtangaren	=	zilverbrauwbergtangare
zilverbrauwbergtangaretje	=	zilverbrauwbergtangare
zilverbrauwbergtangaretjes	=	zilverbrauwbergtangare
zilverbrauwtangare	noun	Tangara cyanotis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zilverbrauwtangaren	=	zilverbrauwtangare
zilverbrauwtangaretje	=	zilverbrauwtangare
zilverbrauwtangaretjes	=	zilverbrauwtangare
zilverbrauwtiran	noun	Polystictus superciliaris een zangvogel uit de familie der tirannen (Tyrannidae)
zilverbrauwtirannen	=	zilverbrauwtiran
zilverbrauwtirannetje	=	zilverbrauwtiran
zilverbrauwtirannetjes	=	zilverbrauwtiran
zilverbrilvogel	noun	Zosterops leucophaeus een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels)
zilverbrilvogels	=	zilverbrilvogel
zilverbrilvogeltje	=	zilverbrilvogel
zilverbrilvogeltjes	=	zilverbrilvogel
zilverbromide	noun	een verbinding van zilver en broom met de formule AgBr
zilverbromiden	=	zilverbromide
zilverbromides	=	zilverbromide
zilverdas	noun	bepaald soort zoogdier, Taxidea taxus, een Noord-Amerikaanse marterachtige, de enige in de Nieuwe Wereld voorkomende soort das en ook de enige vertegenwoordiger van het geslacht Taxidea
zilverdasje	=	zilverdas
zilverdasjes	=	zilverdas
zilverdassen	=	zilverdas
zilverden	noun	bepaald soort naaldboom Abies pectinata
zilverdennen	=	zilverden
zilverder	=	zilver
zilverdere	=	zilver
zilverders	=	zilver
zilverdikdik	noun	Madoqua piacentinii evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
zilverdikdikje	=	zilverdikdik
zilverdikdikjes	=	zilverdikdik
zilverdikdiks	=	zilverdikdik
zilverdistel	noun	Carlina acaulis een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
zilverdistels	=	zilverdistel
zilverdisteltje	=	zilverdistel
zilverdisteltjes	=	zilverdistel
zilverdraad	noun	een draad gemaakt van zilver
zilverdraadje	=	zilverdraad
zilverdraadjes	=	zilverdraad
zilverdraakvis	noun	Chimaera phantasma een vis uit de familie van draakvissen (Chimaeridae), die voorkomt in het noordwesten en het westen van de Grote Oceaan en met name de open wateren rondom Australië, China, Japan, Noord-Korea, Zuid-Korea, Nieuw-Caledonië, de Filipijnen, Taiwan, en Vietnam
zilverdraakvisje	=	zilverdraakvis
zilverdraakvisjes	=	zilverdraakvis
zilverdraakvissen	=	zilverdraakvis
zilverdraden	=	zilverdraad
zilverduif	noun	Columba argentina een ernstig bedreigde endemische vogelsoort uit de familie van duiven (Columbidae).
zilverduifje	=	zilverduif
zilverduifjes	=	zilverduif
zilverduiven	=	zilverduif
zilverdwergijsvogel	noun	Ceyx bepaald soort kleine ijsvogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels)
zilverdwergijsvogels	=	zilverdwergijsvogel
zilverdwergijsvogeltje	=	zilverdwergijsvogel
zilverdwergijsvogeltjes	=	zilverdwergijsvogel
zilveren	adj	van zilver gemaakt
zilverenmedaillewinnaar	noun	iemand die bij een sportwedstrijd als tweede eindigt en geëerd wordt met een zilveren medaille
zilverenmedaillewinnaars	=	zilverenmedaillewinnaar
zilverenmedaillewinnaartje	=	zilverenmedaillewinnaar
zilverenmedaillewinnaartjes	=	zilverenmedaillewinnaar
zilverenmedaillewinnares	=	zilverenmedaillewinnaar
zilvererts	noun	een aardlaag die een hoog en winbaar zilvergehalte vertoont
zilverertsen	=	zilvererts
zilveresdoorn	noun	Acer saccharinum een plant uit de zeepboomfamilie (Sapindaceae), van nature voorkomend in het oosten van de Verenigde Staten
zilveresdoorns	=	zilveresdoorn
zilveresdoorntje	=	zilveresdoorn
zilveresdoorntjes	=	zilveresdoorn
zilverfabriek	noun	bedrijf waar op grote schaal producten uit het edelmetaal zilver (Ag) worden gemaakt
zilverfabrieken	=	zilverfabriek
zilverfazant	noun	Lophura nycthemera een vogel uit de familie fazanten (Phasianidae).
zilverfazanten	=	zilverfazant
zilverfazantje	=	zilverfazant
zilverfazantjes	=	zilverfazant
zilverflanken	noun	een familie Dentatherinidae van straalvinnige vissen uit de orde van koornaarvisachtigen (Atheriniformes)
zilverflankmiersluiper	noun	Myrmotherula luctuosa een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zilverflankmiersluipers	=	zilverflankmiersluiper
zilverflankmiersluipertje	=	zilverflankmiersluiper
zilverflankmiersluipertjes	=	zilverflankmiersluiper
zilverfolie	noun	heel dunne folie gemaakt van aluminium
zilverfolies	=	zilverfolie
zilverfolietje	=	zilverfolie
zilverfolietjes	=	zilverfolie
zilverfonds	noun	Belgisch overheidsfonds dat een buffer moest zijn om de pensioenen te kunnen betalen bij een toenemende vergrijzing.
zilverfondsen	=	zilverfonds
zilverfuten	=	zilverfuut
zilverfuut	noun	Podiceps occipitalis een Zuid-Amerikaanse fuut.
zilverfuutje	=	zilverfuut
zilverfuutjes	=	zilverfuut
zilvergehalte	noun	de hoeveelheid zuiver zilver die in een legering aanwezig is uitgedrukt in duizendste delen
zilvergehalten	=	zilvergehalte
zilvergehaltes	=	zilvergehalte
zilvergeld	noun	munten gemaakt van een zilverlegering
zilvergelden	=	zilvergeld
zilvergibbon	noun	Hylobates moloch De zilvergibbon (Hylobates moloch), ook wel grijze gibbon, Javaanse gibbon of wau-wau genoemd, is een bedreigde soort gibbon uit de superfamilie van de mensapen.
zilvergibbonnetje	=	zilvergibbon
zilvergibbonnetjes	=	zilvergibbon
zilvergibbons	=	zilvergibbon
zilverglans	noun	grijswitte glans zoals van zilver
zilverglanzen	=	zilverglans
zilvergoed	noun	verzamelterm voor bestek of andere voorwerpen die uit het edelmetaal zilver (Ag) zijn gemaakt
zilvergrijs	noun	tint grijs met RAL-nummer 7001 ( ); lijkend op zilver.	adj	in een tint grijs met RAL-nummer 7001 ( ).
zilvergrijst	=	zilvergrijs
zilvergrijste	=	zilvergrijs
zilvergrijze	=	zilvergrijs
zilvergrijzen	=	zilvergrijs
zilvergrijzer	=	zilvergrijs
zilvergrijzere	=	zilvergrijs
zilvergrijzers	=	zilvergrijs
zilverhaak	noun	Lithacodia uncula een vlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
zilverhaakje	=	zilverhaak
zilverhaakjes	=	zilverhaak
zilverhaken	=	zilverhaak
zilverhaver	noun	Aira caryophyllea een eenjarige plant uit de grassenfamilie.
zilverhavers	=	zilverhaver
zilverhavertje	=	zilverhaver
zilverhavertjes	=	zilverhaver
zilverhoudend	adj	met zilver; zilver bevattend
zilverhoudende	=	zilverhoudend
zilverhoudender	=	zilverhoudend
zilverhoudendere	=	zilverhoudend
zilverhoudenders	=	zilverhoudend
zilverhoudends	=	zilverhoudend
zilverhoudendst	=	zilverhoudend
zilverhoudendste	=	zilverhoudend
zilverig	adj	lijkend op zilver
zilverige	=	zilverig
zilveriger	=	zilverig
zilverigere	=	zilverig
zilverigers	=	zilverig
zilverigs	=	zilverig
zilverigst	=	zilverig
zilverigste	=	zilverig
zilverkarper	noun	Hypophthalmichthys molitrix een exoot die incidenteel in de zoete wateren van de Benelux voorkomt
zilverkarpers	=	zilverkarper
zilverkarpertje	=	zilverkarper
zilverkarpertjes	=	zilverkarper
zilverkeelgaai	noun	Cyanolyca argentigula een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
zilverkeelgaaien	=	zilverkeelgaai
zilverkeelgaaitje	=	zilverkeelgaai
zilverkeelgaaitjes	=	zilverkeelgaai
zilverkeelstaartmees	noun	Aegithalos glaucogularis een zangvogel uit de familie staartmezen (Aegithalidae).
zilverkeelstaartmeesje	=	zilverkeelstaartmees
zilverkeelstaartmeesjes	=	zilverkeelstaartmees
zilverkeelstaartmezen	=	zilverkeelstaartmees
zilverkeelstekelstaart	noun	Synallaxis subpudica een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zilverkeelstekelstaarten	=	zilverkeelstekelstaart
zilverkeelstekelstaartje	=	zilverkeelstekelstaart
zilverkeelstekelstaartjes	=	zilverkeelstekelstaart
zilverkeeltangare	noun	Tangara icterocephala een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zilverkeeltangaren	=	zilverkeeltangare
zilverkeeltangaretje	=	zilverkeeltangare
zilverkeeltangaretjes	=	zilverkeeltangare
zilverkleurig	adj	op zilver lijkende grijze kleur
zilverkleurige	=	zilverkleurig
zilverkleuriger	=	zilverkleurig
zilverkleurigere	=	zilverkleurig
zilverkleurigers	=	zilverkleurig
zilverkleurigs	=	zilverkleurig
zilverkleurigst	=	zilverkleurig
zilverkleurigste	=	zilverkleurig
zilverkopgitje	noun	Cheilosia uviformis een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zilverkopgitjes	=	zilverkopgitje
zilverkopstaanders	noun	een familie Chilodontidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperzalmachtigen (Characiformes)
zilverkopvissen	noun	een familie Diretmidae van straalvinnige vissen uit de orde van slijmkopvissen (Beryciformes)
zilverkruid	noun	Dryas octopetala een alpiene bloeiende plant in de rozenfamilie (Rosaceae).
zilverkruiden	=	zilverkruid
zilverkruidje	=	zilverkruid
zilverkruidjes	=	zilverkruid
zilverkruiskruid	noun	Jacobaea maritima een vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
zilverkruiskruiden	=	zilverkruiskruid
zilverkruiskruidje	=	zilverkruiskruid
zilverkruiskruidjes	=	zilverkruiskruid
zilverleeuw	noun	Puma concolor katachtig roofdier dat voorkomt in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika
zilverleeuwen	=	zilverleeuw
zilverleeuwtje	=	zilverleeuw
zilverleeuwtjes	=	zilverleeuw
zilverlegering	noun	legering waarin zilver de belangrijkste component is
zilverlegeringen	=	zilverlegering
zilverlegerinkje	=	zilverlegering
zilverlegerinkjes	=	zilverlegering
zilverlinde	noun	Tilia tomentosa een plant uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
zilverlinden	=	zilverlinde
zilverlindes	=	zilverlinde
zilverlindetje	=	zilverlinde
zilverlindetjes	=	zilverlinde
zilverling	noun|obsolete	een zilveren munt, vooral bekend uit de bijbel, waarin Judas 30 zilverlingen krijgt voor het verraden van Jezus
zilverlingen	=	zilverling
zilverlingetje	=	zilverling
zilvermeeuw	noun	Larus argentatus een grote meeuwensoort van het Noord-Altantische gebied
zilvermeeuwen	=	zilvermeeuw
zilvermeeuwtje	=	zilvermeeuw
zilvermeeuwtjes	=	zilvermeeuw
zilvermijn	noun	plaats waar men zilvererts wint
zilvermijnen	=	zilvermijn
zilvermijnmot	noun	Acrocercops brongniardella een vlinder uit de familie mineermotten (Gracillariidae).
zilvermijnmotje	=	zilvermijnmot
zilvermijnmotjes	=	zilvermijnmot
zilvermijnmotten	=	zilvermijnmot
zilvermijntje	=	zilvermijn
zilvermijntjes	=	zilvermijn
zilvermonarch	noun	Myiagra rubecula een zangvogel uit de familie monarchen die voorkomt in Australië en Nieuw-Guinea
zilvermonarchen	=	zilvermonarch
zilvermonarchje	=	zilvermonarch
zilvermonarchjes	=	zilvermonarch
zilvermos	noun	Bryum argenteum een mossoort uit de familie Bryaceae.
zilvermosje	=	zilvermos
zilvermosjes	=	zilvermos
zilvermosschijfje	noun	Octospora leucoloma een kleine oranje paddenstoel uit de familie Pyronemataceae.
zilvermosschijfjes	=	zilvermosschijfje
zilvermossen	=	zilvermos
zilvernitraat	noun	het zilverzout van salpeterzuur AgNO₃
zilvernitraten	=	zilvernitraat
zilveroogboszanger	noun	Phylloscopus intermedius een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
zilveroogboszangers	=	zilveroogboszanger
zilveroogboszangertje	=	zilveroogboszanger
zilveroogboszangertjes	=	zilveroogboszanger
zilveroogje	noun	Tebenna micalis een vlinder uit de familie van de glittermotten (Choreutidae).
zilveroogjes	=	zilveroogje
zilveroorhoningeter	noun	Lichmera argentauris een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
zilveroorhoningeters	=	zilveroorhoningeter
zilveroorhoningetertje	=	zilveroorhoningeter
zilveroorhoningetertjes	=	zilveroorhoningeter
zilveroorlijstergaai	noun	Trochalopteron melanostigma een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
zilveroorlijstergaaien	=	zilveroorlijstergaai
zilveroorlijstergaaitje	=	zilveroorlijstergaai
zilveroorlijstergaaitjes	=	zilveroorlijstergaai
zilveroorneushoornvogel	noun	Bycanistes brevis een neushoornvogel die voorkomt in Midden- en Oost-Afrika
zilveroorneushoornvogels	=	zilveroorneushoornvogel
zilveroorneushoornvogeltje	=	zilveroorneushoornvogel
zilveroorneushoornvogeltjes	=	zilveroorneushoornvogel
zilveroortimalia	noun	Leiothrix argentauris een vogel behorend tot de familie van de Leiothrichidae
zilveroortimalia's	=	zilveroortimalia
zilveroortimaliaatje	=	zilveroortimalia
zilveroortimaliaatjes	=	zilveroortimalia
zilverpapier	noun	papier dat aan een kant verzilverd of zilverkleurig is (gebruikt voor natuurkundige experimenten, als verpakkingsmateriaal en voor versieringen)
zilverpapieren	adj	gemaakt uit aluminiumfolie of iets wat daarop lijkt
zilverpapiertje	=	zilverpapier
zilverpapiertjes	=	zilverpapier
zilverpareltapaculo	noun	Acropternis orthonyx een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
zilverpareltapaculo's	=	zilverpareltapaculo
zilverpareltapaculootje	=	zilverpareltapaculo
zilverpareltapaculootjes	=	zilverpareltapaculo
zilverpedaalmot	noun	Argyresthia praecocella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
zilverpedaalmotje	=	zilverpedaalmot
zilverpedaalmotjes	=	zilverpedaalmot
zilverpedaalmotten	=	zilverpedaalmot
zilverplevier	noun	Pluvialis squatarola een vogel uit de familie Charadriidae
zilverplevieren	=	zilverplevier
zilverpleviertje	=	zilverplevier
zilverpleviertjes	=	zilverplevier
zilverpoets	noun	schoonmaakmiddel waarmee men zilveroxide van een zilveren voorwerp kan verwijderen
zilverpomfret	noun	Peprilus argenteus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de grootbekken (Stromateidae).
zilverpomfretten	=	zilverpomfret
zilverpopulier	noun	witte abeel, Populus alba, een boom van het populierengeslacht
zilverpopulieren	=	zilverpopulier
zilverpopuliertje	=	zilverpopulier
zilverpopuliertjes	=	zilverpopulier
zilverprijs	noun	de gangbare prijs bij de handel in zilver
zilverprijzen	=	zilverprijs
zilverpuntgrasmineermot	noun	Elachista apicipunctella een nachtvlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
zilverpuntgrasmineermotje	=	zilverpuntgrasmineermot
zilverpuntgrasmineermotjes	=	zilverpuntgrasmineermot
zilverpuntgrasmineermotten	=	zilverpuntgrasmineermot
zilverpunthaai	noun	Carcharhinus albimarginatus een haai uit de familie van de requiemhaaien
zilverpunthaaien	=	zilverpunthaai
zilverpunthaaitje	=	zilverpunthaai
zilverpunthaaitjes	=	zilverpunthaai
zilverreiger	noun	benaming voor bepaalde soorten vogels uit het geslachten Ardea en Egretta met een helemaal wit verenkleed
zilverreigers	=	zilverreiger
zilverreigertje	=	zilverreiger
zilverreigertjes	=	zilverreiger
zilverrug	noun	dominante, volwassen mannelijke gorilla
zilverruggen	=	zilverrug
zilverrugorgelvogel	noun	Cracticus argenteus een vogel uit de familie van de orgelvogels.
zilverrugorgelvogels	=	zilverrugorgelvogel
zilverrugorgelvogeltje	=	zilverrugorgelvogel
zilverrugorgelvogeltjes	=	zilverrugorgelvogel
zilvers	=	zilver
zilverschat	noun	een waardevolle hoeveelheid zilver of zilveren voorwerpen
zilverschatten	=	zilverschat
zilverschildzaad	noun	Lobularia maritima een soort van laagblijvende bloeiende plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
zilverschildzaadje	=	zilverschildzaad
zilverschildzaadjes	=	zilverschildzaad
zilverschildzaden	=	zilverschildzaad
zilverschoon	noun	bepaald soort plant, Potentilla anserina uit de rozenfamilie (Rosaceae)
zilverschoonbolletjesgalwesp	noun	Xestophanes potentillae een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
zilverschoonbolletjesgalwespen	=	zilverschoonbolletjesgalwesp
zilverschoonbolletjesgalwespje	=	zilverschoonbolletjesgalwesp
zilverschoonbolletjesgalwespjes	=	zilverschoonbolletjesgalwesp
zilverschoonkortvoetgalwesp	noun	Xestophanes brevitarsis een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
zilverschoonkortvoetgalwespen	=	zilverschoonkortvoetgalwesp
zilverschoonkortvoetgalwespje	=	zilverschoonkortvoetgalwesp
zilverschoonkortvoetgalwespjes	=	zilverschoonkortvoetgalwesp
zilverschoonspoelgalwesp	noun	Diastrophus mayri een vliesvleugelig insect uit de familie van de echte galwespen (Cynipidae).
zilverschoonspoelgalwespen	=	zilverschoonspoelgalwesp
zilverschoonspoelgalwespje	=	zilverschoonspoelgalwesp
zilverschoonspoelgalwespjes	=	zilverschoonspoelgalwesp
zilversillago	noun	Sillago sihama een straalvinnige vissensoort uit de familie van witte baarzen (Sillaginidae).
zilversillago's	=	zilversillago
zilversmeden	=	zilversmid
zilversmelt	noun	Argentina sphyraena een straalvinnige vis uit de familie van zilversmelten (Argentinidae), orde spieringachtigen (Osmeriformes), die voorkomt in het noordoosten en het oosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.
zilversmelten	noun	een familie Argentinidae van de vissen uit de orde Argentiniformes (Zilversmelten).
zilversmeltje	=	zilversmelt
zilversmeltjes	=	zilversmelt
zilversmid	noun	iemand die de kundigheid bezit om zilveren voorwerpen te vervaardigen
zilversmidje	=	zilversmid
zilverspar	noun	benaming voor naaldbomen uit het geslacht Abies
zilversparpedaalmot	noun	Argyresthia illuminatella een vlinder uit de familie van de pedaalmotten (Argyresthiidae).
zilversparpedaalmotje	=	zilversparpedaalmot
zilversparpedaalmotjes	=	zilversparpedaalmot
zilversparpedaalmotten	=	zilversparpedaalmot
zilversparren	=	zilverspar
zilversparretje	=	zilverspar
zilversparretjes	=	zilverspar
zilverspiegel	noun	een laag op glas afgezet elementair zilver dat een spiegel vormt
zilverspiegels	=	zilverspiegel
zilverspiegeltje	=	zilverspiegel
zilverspiegeltjes	=	zilverspiegel
zilverst	=	zilver
zilverstaartmonarch	noun	Symposiachrus infelix een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
zilverstaartmonarchen	=	zilverstaartmonarch
zilverstaartmonarchje	=	zilverstaartmonarch
zilverstaartmonarchjes	=	zilverstaartmonarch
zilverste	=	zilver
zilversteelvezelkop	noun	Inocybe curvipes een paddenstoel uit de familie Inocybaceae.
zilversteelvezelkopje	=	zilversteelvezelkop
zilversteelvezelkopjes	=	zilversteelvezelkop
zilversteelvezelkoppen	=	zilversteelvezelkop
zilversteelvezelkoppie	=	zilversteelvezelkop
zilversteelvezelkoppies	=	zilversteelvezelkop
zilverstik	=	zilverstuk
zilverstraalmot	noun	Schiffermuelleria schaefferella een vlinder uit de familie sikkelmotten (Oecophoridae).
zilverstraalmotje	=	zilverstraalmot
zilverstraalmotjes	=	zilverstraalmot
zilverstraalmotten	=	zilverstraalmot
zilverstreep	noun	Deltote bankiana een vlinder uit de familie van de Noctuidae, de uilen.
zilverstreepgrasmot	noun	Crambus pascuella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
zilverstreepgrasmotje	=	zilverstreepgrasmot
zilverstreepgrasmotjes	=	zilverstreepgrasmot
zilverstreepgrasmotten	=	zilverstreepgrasmot
zilverstreephooibeestje	noun	Coenonympha hero een vlinder uit de onderfamilie van de zandoogjes en erebia's (Satyrinae) van de familie Nymphalidae
zilverstreephooibeestjes	=	zilverstreephooibeestje
zilverstreepje	=	zilverstreep
zilverstreepjes	=	zilverstreep
zilverstrepen	=	zilverstreep
zilverstuitgierzwaluw	noun	Rhaphidura leucopygialis een vogel uit de familie Apodidae (gierzwaluwen).
zilverstuitgierzwaluwen	=	zilverstuitgierzwaluw
zilverstuitgierzwaluwtje	=	zilverstuitgierzwaluw
zilverstuitgierzwaluwtjes	=	zilverstuitgierzwaluw
zilverstuk	noun	voorwerp gemaakt van zilver
zilverstukje	=	zilverstuk
zilverstukjes	=	zilverstuk
zilverstukken	=	zilverstuk
zilvertaling	noun	Spatula versicolor een eend die voor komt op de pampa
zilvertalingen	=	zilvertaling
zilvertalinkje	=	zilvertaling
zilvertalinkjes	=	zilvertaling
zilvertangare	noun	Stilpnia viridicollis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zilvertangaren	=	zilvertangare
zilvertangaretje	=	zilvertangare
zilvertangaretjes	=	zilvertangare
zilverui	noun	kleine in zuur ingelegde bol van Allium cepa
zilveruien	=	zilverui
zilveruitje	=	zilverui
zilvervenster	noun	Autographa bractea een vlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
zilvervensters	=	zilvervenster
zilvervenstertje	=	zilvervenster
zilvervenstertjes	=	zilvervenster
zilvervis	noun	vissen uit de orde Argentiniformes
zilvervisje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor insecten uit de orde Zygentoma
zilvervisjes	noun	orde Zygentoma
zilvervissen	noun	een familie Bramidae van vissen, niet te verwarren met de zilvervisjes, die behoren tot de insecten
zilvervlek	noun	Boloria euphrosyne een vlinder uit de familie Nymphalidae, de vossen, parelmoervlinders en weerschijnvlinders.
zilvervlekbladroller	noun	Pseudargyrotoza conwagana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
zilvervlekbladrollers	=	zilvervlekbladroller
zilvervlekbladrollertje	=	zilvervlekbladroller
zilvervlekbladrollertjes	=	zilvervlekbladroller
zilvervlekdansvlieg	noun	Empis opaca een vlieg, die onder andere leeft van andere vliegen en behoort tot de familie dansvliegen (Empididae).
zilvervlekdansvliegen	=	zilvervlekdansvlieg
zilvervlekdansvliegje	=	zilvervlekdansvlieg
zilvervlekdansvliegjes	=	zilvervlekdansvlieg
zilvervlekje	=	zilvervlek
zilvervlekjes	=	zilvervlek
zilvervlekken	=	zilvervlek
zilvervlekmiervogel	noun	Hylophylax punctulatus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zilvervlekmiervogels	=	zilvervlekmiervogel
zilvervlekmiervogeltje	=	zilvervlekmiervogel
zilvervlekmiervogeltjes	=	zilvervlekmiervogel
zilvervlekmot	noun	insect uit de familie Heliozelidae uit de orde Lepidoptera (Vlinders)
zilvervlekmotje	=	zilvervlekmot
zilvervlekmotjes	=	zilvervlekmot
zilvervlekmotten	noun	Heliozelidae een familie uit de orde Lepidoptera (Vlinders)
zilvervlekpurpermot	noun	Heringocrania unimaculella een vlinder uit de familie purpermotten (Eriocraniidae).
zilvervlekpurpermotje	=	zilvervlekpurpermot
zilvervlekpurpermotjes	=	zilvervlekpurpermot
zilvervlekpurpermotten	=	zilvervlekpurpermot
zilvervlekspeldenknopje	noun	Neopachygaster meromelas een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
zilvervlekspeldenknopjes	=	zilvervlekspeldenknopje
zilvervlektangare	noun	Tangara nigroviridis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zilvervlektangaren	=	zilvervlektangare
zilvervlektangaretje	=	zilvervlektangare
zilvervlektangaretjes	=	zilvervlektangare
zilvervliegenvanger	noun	Empidornis semipartitus een zangvogel uit de familie Muscicapidae (vliegenvangers).
zilvervliegenvangers	=	zilvervliegenvanger
zilvervliegenvangertje	=	zilvervliegenvanger
zilvervliegenvangertjes	=	zilvervliegenvanger
zilvervlies	noun	vliesje dat om ongepelde rijstkorrels zit
zilvervliesrijst	noun	rijst waarvan de zemelen en de kiem niet verwijderd zijn
zilvervliezen	=	zilvervlies
zilvervloot	noun	een jaarlijks konvooi van schepen, waarin kostbaarheden van de Spaanse koloniën in Amerika werden verscheept naar Spanje.
zilvervlootje	=	zilvervloot
zilvervlootjes	=	zilvervloot
zilvervloten	=	zilvervloot
zilvervos	noun	Vulpus vulpus staalzwart kleurige vos met witte haarpunten die men fokt voor de pels
zilvervosje	=	zilvervos
zilvervosjes	=	zilvervos
zilvervossen	=	zilvervos
zilverwaar	noun	producten gemaakt van zilver die te koop worden aangeboden
zilverwaren	=	zilverwaar
zilverwerk	noun	alle voorwerpen die van zilver zijn gemaakt
zilverwerken	=	zilverwerk
zilverwerkje	=	zilverwerk
zilverwerkjes	=	zilverwerk
zilverwijting	noun	Sillago japonica een straalvinnige vissensoort uit de familie van witte baarzen (Sillaginidae).
zilverwijtingen	=	zilverwijting
zilverwijtinkje	=	zilverwijting
zilverwijtinkjes	=	zilverwijting
zilverwit	adj	lichtgrijs met een metaalglans
zilverwits	=	zilverwit
zilverwitst	=	zilverwit
zilverwitste	=	zilverwit
zilverwitte	=	zilverwit
zilverwitter	=	zilverwit
zilverwittere	=	zilverwit
zilverwitters	=	zilverwit
zilverwortelmot	noun	Dichrorampha consortana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zilverwortelmotje	=	zilverwortelmot
zilverwortelmotjes	=	zilverwortelmot
zilverwortelmotten	=	zilverwortelmot
zilverzand	noun	een fijne witte zandsoort met een laag ijzergehalte die vrijwel geheel uit kwarts bestaat
zilverzanden	=	zilverzand
zilverzandgroeve	noun	een groeve waar zilverzand uit de grond wordt gehaald
zilverzandgroeven	=	zilverzandgroeve
zilverzandgroeves	=	zilverzandgroeve
zimbabwaan	noun	een inwoner van Zimbabwe, of iemand afkomstig uit Zimbabwe
zimbabwaans	adj	op Zimbabwe betrekking hebbend
zimbabwaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zimbabwe, of een vrouw afkomstig uit Zimbabwe
zimbabwaansen	=	zimbabwaanse
zimbabwaanser	=	zimbabwaans
zimbabwaansere	=	zimbabwaans
zimbabwaansers	=	zimbabwaans
zimbabwaanst	=	zimbabwaans
zimbabwaanste	=	zimbabwaans
zimbabwaantje	=	zimbabwaan
zimbabwaantjes	=	zimbabwaan
zimbabwanen	=	zimbabwaan
zimbabwegordelstaarthagedis	noun	Cordylus rhodesianus een hagedis uit de familie gordelstaarthagedissen (Cordylidae)
zimbabwegordelstaarthagedisje	=	zimbabwegordelstaarthagedis
zimbabwegordelstaarthagedisjes	=	zimbabwegordelstaarthagedis
zimbabwegordelstaarthagedissen	=	zimbabwegordelstaarthagedis
zimmermanntelegram	noun	een telegram dat op 16 januari 1917 door de Duitse minister van buitenlandse zaken Arthur Zimmermann naar de ambassadeur in Mexico werd gestuurd, met het verzoek om Mexico over te halen aan de kant van Duitsland deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog
zimmermanntelegrammen	=	zimmermanntelegram
zimmermanntelegrammetje	=	zimmermanntelegram
zimmermanntelegrammetjes	=	zimmermanntelegram
zimoen	noun	inleiding tot het dankgebed na de maaltijd, waartoe minstens drie godsdienstig meerderjarige, mannelijke personen bij elkaar moeten zijn
zimoeniem	=	zimoen
zin	noun	een serie woorden die gezamenlijk in syntactisch verband een afgerond geheel vormen
zinde	=	zinnen
zindeel	noun	syntactische eenheid van een volzin
zindeeltje	=	zindeel
zindeeltjes	=	zindeel
zindelen	=	zindeel
zindelijk	adj	de natuurlijke behoeften beheersend en uitoefenend op een aangewezen plaats
zindelijke	=	zindelijk
zindelijker	=	zindelijk
zindelijkere	=	zindelijk
zindelijkers	=	zindelijk
zindelijkheden	=	zindelijkheid
zindelijkheid	noun	van kinderen dat ze continent zijn voor urine en faeces; van kinderen dat ze niet meer in de broek plassen of poepen
zindelijkheidstraining	noun	een jong kind leren om de natuurlijke behoeften te beheersen en ze alleen op een aangewezen plek (zoals de toiletpot) uit te oefenen
zindelijkheidstrainingen	=	zindelijkheidstraining
zindelijks	=	zindelijk
zindelijkst	=	zindelijk
zindelijkste	=	zindelijk
zinden	=	zinnen
zinder	=	zinderen
zinderde	=	zinderen
zinderden	=	zinderen
zindere	=	zinderen
zinderen	verb	trillingen in de lucht vertonen van de warmte
zinderend	adj	op een prettige manier spannend
zinderende	=	zinderen
zinderender	=	zinderend
zinderendere	=	zinderend
zinderenders	=	zinderend
zinderends	=	zinderend
zinderendst	=	zinderend
zinderendste	=	zinderend
zindering	noun	golf van heftige spanning en emotionele beroering
zinderingen	=	zindering
zindert	=	zinderen
zindictee	noun	een oefening in het onderwijs waarbij een volledige zin wordt voorgezegd en de leerling deze vervolgens correct opschrijft
zindictees	=	zindictee
zindicteetje	=	zindictee
zindicteetjes	=	zindictee
zine	noun	tijdschrift, magazine
zing	=	zingen
zingbaar	adj	van een liedje of melodie dat het makkelijk te zingen is
zingbaarder	=	zingbaar
zingbaardere	=	zingbaar
zingbaarders	=	zingbaar
zingbaars	=	zingbaar
zingbaarst	=	zingbaar
zingbaarste	=	zingbaar
zingbare	=	zingbaar
zingcicadeachtige	noun	halfvleugelige uit de infraorde Cicadomorpha van insecten die behoren tot de orde halfvleugelige insecten (Hemiptera) en de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha)
zingcicadeachtigen	noun	Cicadomorpha een infraorde van insecten die behoren tot de orde halfvleugeligen (Hemiptera) en de onderorde cicaden (Auchenorrhyncha)
zinge	=	zingen
zingen	verb	met de eigen stem als muziek laten horen
zingend	adj	bezig zijn met te zingen
zingende	=	zingend
zingends	=	zingend
zingenot	noun	genot dat door het prikkelen van de zinnen wordt verschaft, met name seksueel genot
zinger	noun	iemand die zingt
zingers	=	zinger
zingevend	adj	van iets dat het nuttig en goed is om te doen
zingevende	=	zingevend
zingevender	=	zingevend
zingevendere	=	zingevend
zingevenders	=	zingevend
zingevends	=	zingevend
zingevendst	=	zingevend
zingevendste	=	zingevend
zingeving	noun	het zoeken naar de zin, de bedoeling of het doel van het leven, of het trachten dit doel zelf te scheppen
zingevingen	=	zingeving
zingevingsvraag	noun	de vraag waartoe men hier op aarde is
zingevingsvragen	=	zingevingsvraag
zingt	=	zingen
zingtrant	noun	manier van zingen
zingtranten	=	zingtrant
zingzeg	=	zingzeggen
zingzegde	=	zingzeggen
zingzegden	=	zingzeggen
zingzegge	=	zingzeggen
zingzeggen	verb	voordragen op muziek
zingzeggend	=	zingzeggen
zingzeggende	=	zingzeggen
zingzegt	=	zingzeggen
zink	noun	een meestal krom uitgevoerd koperblaasinstrument met vingergaten zoals bij een blokfluit
zinkafval	noun	zink bevattend afval
zinkatomen	=	zinkatoom
zinkatoom	noun	een atoom van het chemisch element zink.
zinkatoompje	=	zinkatoom
zinkatoompjes	=	zinkatoom
zinkbaar	adj	het kunnen zinken.
zinkbaarder	=	zinkbaar
zinkbaardere	=	zinkbaar
zinkbaarders	=	zinkbaar
zinkbaars	=	zinkbaar
zinkbaarst	=	zinkbaar
zinkbaarste	=	zinkbaar
zinkbad	noun	een bad vloeibaar zink waarin een metalen voorwerp kan worden gedoopt om er een laagje zink om te laten vormen
zinkbaden	=	zinkbad
zinkbak	noun	bak waarin mest kan bezinken en waarvan het mestvocht kan afvloeien
zinkbakje	=	zinkbak
zinkbakjes	=	zinkbak
zinkbakken	=	zinkbak
zinkbare	=	zinkbaar
zinkbedekking	noun	van zinkplaten gemaakte dakbedekking van een gebouw
zinkbedekkingen	=	zinkbedekking
zinkbedekkinkje	=	zinkbedekking
zinkbedekkinkjes	=	zinkbedekking
zinkblende	noun	een mineraal dat uit zinksulfide bestaat
zinkboerenkers	noun	Thlaspi caerulescens var. calaminare een plant uit de kruisbloemenfamilie (Cruciferae oftewel Brassicaceae).
zinkboerenkersen	=	zinkboerenkers
zinkboerenkersje	=	zinkboerenkers
zinkboerenkersjes	=	zinkboerenkers
zinke	=	zinken
zinken	verb	in een vloeistof, meestal water, traag naar beneden zakken	adj	van zink vervaardigd
zinkend	=	zinken
zinkende	=	zinken
zinker	noun|obsolete	een leiding die een watergang kruist en aangelegd is door afzinken
zinkers	=	zinker
zinkertje	=	zinker
zinkertjes	=	zinker
zinkerts	noun	een delfstof waaruit het metaal zink gewonnen kan worden
zinkertsen	=	zinkerts
zinkfabriek	noun	een fabriek waarin zink wordt gewonnen uit zinkerts
zinkfabrieken	=	zinkfabriek
zinkfosfaat	noun	een verbinding van zink en fosfaat die standaard als tetrahydraat op de markt wordt gebracht met formule Zn₃(PO₄)₂.₄H₂O
zinkfosfaten	=	zinkfosfaat
zinkgaatje	=	zinkgat
zinkgat	noun	verzakking in de grond doordat een eronder gelegen holte instort
zinkgaten	=	zinkgat
zinkgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1018 ( ); een wat donkere kleur geel.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1018 ( ).
zinkgeels	=	zinkgeel
zinkgele	=	zinkgeel
zinkhoudend	adj	zink bevattend
zinkhoudende	=	zinkhoudend
zinkhoudender	=	zinkhoudend
zinkhoudendere	=	zinkhoudend
zinkhoudenders	=	zinkhoudend
zinkhoudends	=	zinkhoudend
zinkhoudendst	=	zinkhoudend
zinkhoudendste	=	zinkhoudend
zinking	noun	ziekelijke aandoening
zinkingen	=	zinking
zinkings	=	zinking
zinkje	=	zink
zinkjes	=	zink
zinklaag	noun	beschermende zinkbedekking
zinklaagje	=	zinklaag
zinklaagjes	=	zinklaag
zinklagen	=	zinklaag
zinklegering	noun	legering waarin zink de belangrijkste component is
zinklegeringen	=	zinklegering
zinklegerinkje	=	zinklegering
zinklegerinkjes	=	zinklegering
zinklepelblaadje	=	zinklepelblad
zinklepelblaadjes	=	zinklepelblad
zinklepelblad	noun	Cochlearia pyrenaica een overblijvende plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae).
zinklepelbladen	=	zinklepelblad
zinkloden	=	zinklood
zinklood	noun	zwaar metalen voorwerp waarmee men de diepte van een water kan meten
zinkloodje	=	zinklood
zinkmijn	noun	plaats waar men zinkerts opdelft
zinkmijnen	=	zinkmijn
zinkografie	noun	druktechniek waarbij men gebruik maakt van gegraveerde zinkplanten
zinkografieën	=	zinkografie
zinkolie	noun	zinkhoudende olie die wordt gebruikt bij huidaandoeningen
zinkolies	=	zinkolie
zinkolietje	=	zinkolie
zinkolietjes	=	zinkolie
zinkoliën	=	zinkolie
zinkoxide	noun	een verbinding van zink en zuurstof met de samenstelling ZnO
zinkoxiden	=	zinkoxide
zinkoxidepil	noun	medicament dat zinkoxide bevat meestal in de vorm van een zetpil
zinkoxidepillen	=	zinkoxidepil
zinkoxidepilletje	=	zinkoxidepil
zinkoxidepilletjes	=	zinkoxidepil
zinkoxides	=	zinkoxide
zinkoxidezetpil	noun	pillen die in de anus worden ingebracht als men last heeft van aambeien
zinkoxidezetpillen	=	zinkoxidezetpil
zinkplaat	noun	dakbedekking gemaakt van gegolfde platen van zink
zinkplaatje	=	zinkplaat
zinkplaatjes	=	zinkplaat
zinkplaten	=	zinkplaat
zinkplatenfabriek	noun	bedrijf waar men gegolfde zinkplaten maakt die gebruikt worden als dakbedekking
zinkplatenfabrieken	=	zinkplatenfabriek
zinkprijs	noun	de waarde van een standaard hoeveelheid zink uitgedrukt in geld
zinkprijzen	=	zinkprijs
zinkproducent	noun	bedrijf dat zink of producten gemaakt van zink maakt
zinkproducenten	=	zinkproducent
zinkput	noun	put van een riool waar vuil in kan bezinken
zinkputje	=	zinkput
zinkputjes	=	zinkput
zinkputten	=	zinkput
zinkschapengras	noun	Festuca ovina subsp. guestphalica een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae) en voorkomt in continentaal Noordwest-Europa
zinkschapengrasje	=	zinkschapengras
zinkschapengrasjes	=	zinkschapengras
zinkschapengrassen	=	zinkschapengras
zinksnijder	noun	een mes van verschillende vorm waarmee bladzink gesneden kan worden
zinksnijders	=	zinksnijder
zinksnijdertje	=	zinksnijder
zinksnijdertjes	=	zinksnijder
zinkspaat	noun	een zink-carbonaat met de chemische formule ZnCO₃
zinkstuk	noun	drijvende mat van wilgentenen die met stenen verzwaard wordt om als basis voor een nieuwe dam te dienen of om de bodem tegen uitschuring te beschermen
zinkstukken	=	zinkstuk
zinksulfaat	noun	verbinding tussen zink en sulfaat (SO₄)
zinksulfaten	=	zinksulfaat
zinkt	=	zinken
zinkveldmuren	=	zinkveldmuur
zinkveldmuur	noun	Sabulina verna een overblijvende plant, die tot de anjerfamilie behoort.
zinkveldmuurtje	=	zinkveldmuur
zinkveldmuurtjes	=	zinkveldmuur
zinkviolen	=	zinkviool
zinkviool	noun	bepaald soort vaste plant, Viola lutea subsp. calaminaria uit de viooltjesfamilie (Violaceae)
zinkviooltje	noun	bepaald ondersoort van het viooltje, Viola lutea subsp. calaminaria
zinkviooltjes	=	zinkviooltje
zinkwit	noun	wit pigment bestaande uit zinkoxide	adj	de kleur van zinkwit hebbend
zinkwits	=	zinkwit
zinkwitst	=	zinkwit
zinkwitste	=	zinkwit
zinkwitte	=	zinkwit
zinkwitten	=	zinkwit
zinkwitter	=	zinkwit
zinkwittere	=	zinkwit
zinkwitters	=	zinkwit
zinkzalf	noun	witte zalf bestaande uit zinkoxide en vaseline vooral handig ter voorkoming van geïrriteerde babybilletjes
zinkzalven	=	zinkzalf
zinkzout	noun	een zout waarin het element zink de baserest vormt
zinkzouten	=	zinkzout
zinledig	adj	zonder zin, nut of betekenis
zinledige	=	zinledig
zinlediger	=	zinledig
zinledigere	=	zinledig
zinledigers	=	zinledig
zinledigs	=	zinledig
zinledigst	=	zinledig
zinledigste	=	zinledig
zinlijk	adj	heel mooi en aangenaam; de zinnen prikkelend
zinlijke	=	zinlijk
zinlijker	=	zinlijk
zinlijkere	=	zinlijk
zinlijkers	=	zinlijk
zinlijkheden	=	zinlijkheid
zinlijkheid	noun	het prikkelen van de zinnen
zinlijks	=	zinlijk
zinlijkst	=	zinlijk
zinlijkste	=	zinlijk
zinloos	adj	iets dat geen zin (nut) heeft
zinloosheden	=	zinloosheid
zinloosheid	noun	mate waarin iets zinloos is
zinloost	=	zinloos
zinlooste	=	zinloos
zinloze	=	zinloos
zinlozer	=	zinloos
zinlozere	=	zinloos
zinlozers	=	zinloos
zinne	=	zinnen
zinnebeeld	noun	een concrete figuur waarmee een abstract begrip zoals een natie, een ideaal, een gevoel enz. wordt verbeeld
zinnebeelden	=	zinnebeeld
zinnebeeldig	adj	met name van een betekenis van taalgebruik: dat er een beeld wordt gebruikt dat verhelderend kan zijn maar niet letterlijk genomen moet worden
zinnebeeldige	=	zinnebeeldig
zinnebeeldiger	=	zinnebeeldig
zinnebeeldigere	=	zinnebeeldig
zinnebeeldigers	=	zinnebeeldig
zinnebeeldigs	=	zinnebeeldig
zinnebeeldigst	=	zinnebeeldig
zinnebeeldigste	=	zinnebeeldig
zinnebeeldje	=	zinnebeeld
zinnebeeldjes	=	zinnebeeld
zinnelijk	adj	van de zintuigen
zinnelijke	=	zinnelijk
zinnelijker	=	zinnelijk
zinnelijkere	=	zinnelijk
zinnelijkers	=	zinnelijk
zinnelijkheden	=	zinnelijkheid
zinnelijkheid	noun	het zinnelijk zijn
zinnelijks	=	zinnelijk
zinnelijkst	=	zinnelijk
zinnelijkste	=	zinnelijk
zinneloos	adj	zonder verstand
zinneloosheden	=	zinneloosheid
zinneloosheid	noun	het zinneloos zijn
zinneloost	=	zinneloos
zinnelooste	=	zinneloos
zinneloze	=	zinneloos
zinnelozer	=	zinneloos
zinnelozere	=	zinneloos
zinnelozers	=	zinneloos
zinnen	verb	de gedachten ergens over laten gaan
zinnend	=	zinnen
zinnende	=	zinnen
zinnendictee	noun	een oefening in het onderwijs waarbij een volledige zin wordt voorgezegd en de leerling deze vervolgens correct opschrijft
zinnendictees	=	zinnendictee
zinnendicteetje	=	zinnendictee
zinnendicteetjes	=	zinnendictee
zinnenprikkelend	adj	een inhoud hebbend die de seksuele lust opwekt
zinnenprikkelende	=	zinnenprikkelend
zinnenprikkelender	=	zinnenprikkelend
zinnenprikkelendere	=	zinnenprikkelend
zinnenprikkelenders	=	zinnenprikkelend
zinnenprikkelends	=	zinnenprikkelend
zinnenprikkelendst	=	zinnenprikkelend
zinnenprikkelendste	=	zinnenprikkelend
zinnenstrelend	adj	van iets dat het heel aangenaam is om te zien, ruiken, voelen, horen of te proeven
zinnenstrelende	=	zinnenstrelend
zinnenstrelender	=	zinnenstrelend
zinnenstrelendere	=	zinnenstrelend
zinnenstrelenders	=	zinnenstrelend
zinnenstrelends	=	zinnenstrelend
zinnenstrelendst	=	zinnenstrelend
zinnenstrelendste	=	zinnenstrelend
zinnespel	noun	moraliserend toneelstuk waarbij abstracte begrippen als persoon optreden
zinnespelen	=	zinnespel
zinnespelletje	=	zinnespel
zinnetje	=	zin
zinnetjes	=	zin
zinnia	noun	benaming voor bloeiende planten uit het geslacht Zinnia
zinnia's	=	zinnia
zinniaatje	=	zinnia
zinniaatjes	=	zinnia
zinnig	adj	dat wat zin heeft, een toekomstig nut dient
zinnige	=	zinnig
zinniger	=	zinnig
zinnigere	=	zinnig
zinnigers	=	zinnig
zinnigheden	=	zinnigheid
zinnigheid	noun	nuttigheid, noodzakelijkheid, doordachtheid
zinnigheidje	=	zinnigheid
zinnigs	=	zinnig
zinnigst	=	zinnig
zinnigste	=	zinnig
zinrijk	adj	van iets dat het nuttig en betekenisvol is
zinrijke	=	zinrijk
zinrijker	=	zinrijk
zinrijkere	=	zinrijk
zinrijkers	=	zinrijk
zinrijks	=	zinrijk
zinrijkst	=	zinrijk
zinrijkste	=	zinrijk
zins	=	zin
zinsaccent	noun	het woord van een zin waar de nadruk op gelegd wordt bij spreken
zinsaccenten	=	zinsaccent
zinsbedrog	noun	valse waarneming
zinsbegoochelend	adj	van iets dat het de zintuigen misleidt of bedriegt, waardoor men dingen waarneemt die niet met de werkelijkheid overeenkomen
zinsbegoochelende	=	zinsbegoochelend
zinsbegoochelender	=	zinsbegoochelend
zinsbegoochelendere	=	zinsbegoochelend
zinsbegoochelenders	=	zinsbegoochelend
zinsbegoochelends	=	zinsbegoochelend
zinsbegoochelendst	=	zinsbegoochelend
zinsbegoochelendste	=	zinsbegoochelend
zinsbegoocheling	noun	zintuigelijke waarnemingen doen die niet met de werkelijkheid overeenkomen
zinsbegoochelingen	=	zinsbegoocheling
zinsbouw	noun	de wijze waarop woorden samengevoegd worden tot zinnen
zinsbouwen	=	zinsbouw
zinsconstructie	noun	syntactische samenstelling van een volzin
zinsconstructies	=	zinsconstructie
zinsdeel	noun	syntactische eenheid binnen een zin
zinsdeeltje	=	zinsdeel
zinsdeeltjes	=	zinsdeel
zinsdeelvolgorde	noun	volgorde van zinsdelen in een zin
zinsdeelvolgorden	=	zinsdeelvolgorde
zinsdeelvolgordes	=	zinsdeelvolgorde
zinsdelen	=	zinsdeel
zinsdictee	noun	een oefening in het onderwijs waarbij een volledige zin wordt voorgezegd en de leerling deze vervolgens correct opschrijft
zinsdictees	=	zinsdictee
zinsdicteetje	=	zinsdictee
zinsdicteetjes	=	zinsdictee
zinskern	noun	de benaming voor de grammaticale basis van de zin, die uit het onderwerp en het volledige gezegde bestaat
zinskernen	=	zinskern
zinskerntje	=	zinskern
zinskerntjes	=	zinskern
zinsleer	noun	de wetenschap die zich bezighoudt met de opbouw van zinnen [1]
zinsmelodie	noun	verloop van de toonhoogte bij het uitspreken van een zin
zinsmelodieën	=	zinsmelodie
zinsnede	noun	samenhangend deel van een betoog, tekst of zin
zinsneden	=	zinsnede
zinsnedes	=	zinsnede
zinsnedetje	=	zinsnede
zinsontleding	noun	verdeling van een volzin in woorden of groepen van woorden volgens de rol die ze taalkundig in de opbouw daarvan hebben
zinsontledingen	=	zinsontleding
zinsontledinkje	=	zinsontleding
zinsontledinkjes	=	zinsontleding
zinsopbouw	noun	de volgorde waarin woorden en woordgroepen (behoren te) staan in een zin
zinsopbouwen	=	zinsopbouw
zinspeel	=	zinspelen
zinspeelde	=	zinspelen
zinspeelden	=	zinspelen
zinspeelt	=	zinspelen
zinspele	=	zinspelen
zinspelen	verb	~ op op minder duidelijke wijze aan iets refereren
zinspelend	=	zinspelen
zinspelende	=	zinspelen
zinspeling	noun	een voorzichtige, omwonden, indirecte mededeling die iedereen begrijpt
zinspelingen	=	zinspeling
zinspelinkje	=	zinspeling
zinspelinkjes	=	zinspeling
zinspreuk	noun	kernachtige spreuk
zinspreuken	=	zinspreuk
zinspreukje	=	zinspreuk
zinsritme	noun	het muzikale ritme van een uitgesproken zin
zinsritmen	=	zinsritme
zinsritmes	=	zinsritme
zinsstructuren	=	zinsstructuur
zinsstructuur	noun	de opbouw van een zin uit woorden en woordgroepen
zinstructuren	=	zinstructuur
zinstructuur	noun	de opbouw van een zin uit woorden en woordgroepen
zinstype	noun	soort zin waarbij de plaats van de persoonsvorm bepalend is
zinstypen	=	zinstype
zinsverband	noun	de woorden rondom een bepaald woord in een zin
zinsverbanden	=	zinsverband
zinsverbandje	=	zinsverband
zinsverbijstering	noun	tijdelijke periode van waanzin
zinsverbijsteringen	=	zinsverbijstering
zinsvervoering	noun	buiten zichzelf raken van ontroering
zinsvervoeringen	=	zinsvervoering
zinsvolgorde	noun	de volgorde van de woorden binnen een zin
zinsvolgorden	=	zinsvolgorde
zinsvolgordes	=	zinsvolgorde
zinswending	noun	een vaste manier om iets te zeggen
zinswendingen	=	zinswending
zinswendinkje	=	zinswending
zinswendinkjes	=	zinswending
zint	=	zinnen
zintuig	noun	een orgaan dat prikkels uit de buitenwereld in elektrische signalen voor de hersenen omzet
zintuigelijk	adj	betrekking hebbend op de waarneming door de zintuigen; de zinnen prikkelend
zintuigelijke	=	zintuigelijk
zintuigelijker	=	zintuigelijk
zintuigelijkere	=	zintuigelijk
zintuigelijkers	=	zintuigelijk
zintuigelijks	=	zintuigelijk
zintuigelijkst	=	zintuigelijk
zintuigelijkste	=	zintuigelijk
zintuigen	=	zintuig
zintuigje	=	zintuig
zintuigjes	=	zintuig
zintuiglijk	adj	betrekking hebben op de zintuigen
zintuiglijke	=	zintuiglijk
zintuiglijker	=	zintuiglijk
zintuiglijkere	=	zintuiglijk
zintuiglijkers	=	zintuiglijk
zintuiglijkheden	=	zintuiglijkheid
zintuiglijkheid	noun	de mate waarin iets de zintuigen prikkelt
zintuiglijks	=	zintuiglijk
zintuiglijkst	=	zintuiglijk
zintuiglijkste	=	zintuiglijk
zinverwant	adj	met een bijna gelijke betekenis zonder synoniem te zijn
zinverwante	=	zinverwant
zinverwanter	=	zinverwant
zinverwantere	=	zinverwant
zinverwanters	=	zinverwant
zinverwants	=	zinverwant
zinverwantst	=	zinverwant
zinverwantste	=	zinverwant
zinvol	adj	een bepaald nuttig doel dienend
zinvolheden	=	zinvolheid
zinvolheid	noun	de mate waarin iets als nuttig en waardevol wordt ervaren
zinvolle	=	zinvol
zinvoller	=	zinvol
zinvollere	=	zinvol
zinvollers	=	zinvol
zinvols	=	zinvol
zinvolst	=	zinvol
zinvolste	=	zinvol
zinvraag	noun	de vraag naar het nut van iets of iemand
zinvragen	=	zinvraag
zionazi	noun	iemand voor wie het voortbestaan van de staat Israël voldoende rechtvaardiging vormt om de mensenrechten van Palestijnen ernstig te schenden
zionazi's	=	zionazi
zionisme	noun	joodse beweging voor terugkeer naar Zion
zionismen	=	zionisme
zionismes	=	zionisme
zionist	noun	aanhanger van het zionisme
zionisten	=	zionist
zionistisch	adj	van of volgens het zionisme
zionistische	=	zionistisch
zionistischer	=	zionistisch
zionistischere	=	zionistisch
zionistischers	=	zionistisch
zionistje	=	zionist
zip	=	zippen
zipbestand	noun	gezipt bestand d.w.z. in een speciaal compact formaat opgeslagen
zipbestanden	=	zipbestand
zipbestandje	=	zipbestand
zipbestandjes	=	zipbestand
zipdisk	noun|historical	opslagmedium voor computerbestanden in de vorm van een plat doosje van hard kunststof als bescherming van een daarin ronddraaiend schijfje van slappe kunststof met een magnetiseerbaar laagje waarin honderden megabytes aan gegevens kunnen worden vastgelegd en uitgelezen in de bijbehorende diskdrives Deze vorm van opslag kwam vanaf 1995 op de markt als een opvolger van de floppydisk, maar is door de opkomst van cd-rom en USB-stick nooit zo'n grote rol gaan spelen.
zipdisks	=	zipdisk
zipfile	noun	computerbestand waarin één of meerdere gecomprimeerde bestanden verpakt zitten
zipfiles	=	zipfile
zippe	=	zippen
zippen	verb	een bestand comprimeren
zippend	=	zippen
zippende	=	zippen
zippo	noun	soort benzineaansteker
zippo's	=	zippo
zipt	=	zippen
zipte	=	zippen
zipten	=	zippen
zirkonen	adj	bestaande uit zirkoon
zirkonium	noun	scheikundig element met symbool Zr en atoomnummer 40. Het is een goudkleurig overgangsmetaal
zirkoniumatomen	=	zirkoniumatoom
zirkoniumatoom	noun	een atoom van het chemisch element zirkonium.
zirkoniumatoompje	=	zirkoniumatoom
zirkoniumatoompjes	=	zirkoniumatoom
zirkoon	noun	edelsteen, bestaand uit het gelijknamige mineraal
zirkoontje	=	zirkoon
zirkoontjes	=	zirkoon
zit	noun	daad die bestaat uit zitten
zit-slaapbank	noun	zitbank die tot slaapbank uitgeklapt kan worden
zit-slaapbanken	=	zit-slaapbank
zit-slaapkamer	noun	een vertrek dat zowel als zitkamer als als slaapkamer dienstdoet
zit-slaapkamers	=	zit-slaapkamer
zit-slaapkamertje	=	zit-slaapkamer
zit-slaapkamertjes	=	zit-slaapkamer
zit-stawerkplek	noun	werkplek waar men zowel zittend als staand kan werken
zit-stawerkplekje	=	zit-stawerkplek
zit-stawerkplekjes	=	zit-stawerkplek
zit-stawerkplekken	=	zit-stawerkplek
zitbad	noun	korte badkuip waarin men zittend plaatsneemt
zitbaden	=	zitbad
zitbadje	=	zitbad
zitbadjes	=	zitbad
zitbank	noun	een meubel waarop men met meerdere personen kan zitten
zitbanken	=	zitbank
zitbankje	=	zitbank
zitbankjes	=	zitbank
zitblokkade	noun	een staking waarbij mensen protesteren door (meestal massaal) te gaan zitten en zo de doorgang te blokkeren
zitblokkades	=	zitblokkade
zitblokkadetje	=	zitblokkade
zitblokkadetjes	=	zitblokkade
zitcomfort	noun	de mate waarin het prettig is ergens in- of op iets te zitten
zitdag	noun	de dag dat de rechter aanwezig is bij een rechtszaak
zitdagen	=	zitdag
zitelement	noun	voorwerp waarop men kan zitten
zitelementen	=	zitelement
zitfiets	noun	fiets waarop het zadel is vervangen door iets dat lijkt op een stoel
zitfietsen	=	zitfiets
zitfietsje	=	zitfiets
zitfietsjes	=	zitfiets
zitgedeelte	noun	deel van een ruimte waarin men kan zitten
zitgedeelten	=	zitgedeelte
zitgedeeltes	=	zitgedeelte
zitgelegenheden	=	zitgelegenheid
zitgelegenheid	noun	plaats waar mensen de mogelijkheid wordt gegeven om te gaan zitten
zithoek	noun	deel van een kamer geschikt om gezellig bij elkaar te zitten en de meubels die in dat deel van de kamer staan
zithoeken	=	zithoek
zithoekje	=	zithoek
zithoekjes	=	zithoek
zithoogte	noun	de afstand van de vloer tot zitting van een stoel of bank
zithoogten	=	zithoogte
zithoogtes	=	zithoogte
zithouding	noun	de manier waarop je zit
zithoudingen	=	zithouding
zithoudinkje	=	zithouding
zithoudinkjes	=	zithouding
zitje	noun	alleen verkleinwoord tafel met enkele stoelen als zitgelegenheid in op plaatsen als een kantoor, wachtkamer, tuin of terras
zitjes	=	zitje
zitkamer	noun	kamer in een huis met gemakkelijke stoelen.
zitkamerameublement	noun	set meubels die in een zitkamer kan staan
zitkamerameublementen	=	zitkamerameublement
zitkamers	=	zitkamer
zitkamertje	=	zitkamer
zitkamertjes	=	zitkamer
zitkubus	noun	kubusvormige poef of kruk
zitkubusje	=	zitkubus
zitkubusjes	=	zitkubus
zitkubussen	=	zitkubus
zitkuil	noun	verlaagd gedeelte in een huis of tuin waar gezeten kan worden
zitkuilen	=	zitkuil
zitkuiltje	=	zitkuil
zitkuiltjes	=	zitkuil
zitkussen	noun	kussen in stoel of bank dat speciaal geschikt is om op te zitten
zitkussens	=	zitkussen
zitkussentje	=	zitkussen
zitkussentjes	=	zitkussen
zitmeditatie	noun	zenboeddhistische meditatie waarbij men zit en zich concentreert op zichzelf
zitmeditaties	=	zitmeditatie
zitmeditatietje	=	zitmeditatie
zitmeditatietjes	=	zitmeditatie
zitmeubel	noun	meubel dat gemaakt is om op te gaan zitten
zitmeubelen	=	zitmeubel
zitmeubels	=	zitmeubel
zitmeubeltje	=	zitmeubel
zitmeubeltjes	=	zitmeubel
zitpenning	noun	vergoeding die iemand ontvangt om bij vergaderingen e.d. aanwezig te zijn
zitpenningen	=	zitpenning
zitpenningetje	=	zitpenning
zitplaats	noun	een plaats waar men kan zitten
zitplaatsen	=	zitplaats
zitplaatsje	=	zitplaats
zitplaatsjes	=	zitplaats
zitpositie	noun	de plaats waar men zit; de houding waarin men zit
zitposities	=	zitpositie
zitruimte	noun	een deel van een gebouw waar men kan zitten
zitruimten	=	zitruimte
zitruimtes	=	zitruimte
zitstaking	noun	een staking waarbij mensen protesteren door (meestal massaal) te gaan zitten en zo de doorgang te blokkeren
zitstakingen	=	zitstaking
zitstakinkje	=	zitstaking
zitstakinkjes	=	zitstaking
zitstep	noun	step met een verhoogd zitje zodat de berijder niet hoeft te blijven staan bij het voortbewegen
zitstepje	=	zitstep
zitstepjes	=	zitstep
zitsteppen	=	zitstep
zitsteps	=	zitstep
zitstok	noun	een wandelstok met een zitje, die bedoeld is als ondersteuning tijdens het lopen en als zitplek om te rusten
zitstokje	=	zitstok
zitstokjes	=	zitstok
zitstokken	=	zitstok
zitte	=	zitten
zitten	verb	op het zitvlak rusten
zittenblijven	noun	het overdoen van een leerjaar of cursus bij onvoldoende vordering
zittenblijvende	=	zittenblijven
zittenblijver	noun	leerling die er niet ingeslaagd is over te gaan naar de volgende klas en die de klas over moet doen
zittenblijvers	=	zittenblijver
zittenblijvertje	=	zittenblijver
zittenblijvertjes	=	zittenblijver
zittend	adj	op het achterste rustend met het bovenlichaam rechtop
zittende	=	zittend
zittends	=	zittend
zitter	noun	iemand die liever zit dan loopt; iemand met een zittend beroep
zitters	=	zitter
zittijd	noun	examenperiode
zittijden	=	zittijd
zitting	noun	het gevoerde deel van een stoel waarop men zit
zittingen	=	zitting
zittingsdag	noun	dag dat een rechtbank een bepaalde zaak behandelt
zittingsdagen	=	zittingsdag
zittingsdata	=	zittingsdatum
zittingsdatum	noun	de datum waarop een rechtbank een zaak behandelt
zittingsdatums	=	zittingsdatum
zittingsduur	noun	de tijd dat iets of iemand een bepaalde functie vervult
zittingsjaar	noun	jaar dat iemand deel uitmaakt van een college of raad
zittingsjaartje	=	zittingsjaar
zittingsjaartjes	=	zittingsjaar
zittingsjaren	=	zittingsjaar
zittingsperiode	noun	tijd dat iets of iemand een bepaalde functie vervult
zittingsperioden	=	zittingsperiode
zittingsperiodes	=	zittingsperiode
zittingstermijn	noun	tijd dat iets of iemand een bepaalde functie vervult
zittingstermijnen	=	zittingstermijn
zittingszaal	noun	ruimte waarin een rechtszitting wordt gehouden
zittingszaaltje	=	zittingszaal
zittingszaaltjes	=	zittingszaal
zittingszalen	=	zittingszaal
zittingzaal	noun	rechtszaal
zittingzaaltje	=	zittingzaal
zittingzaaltjes	=	zittingzaal
zittingzalen	=	zittingzaal
zittinkje	=	zitting
zittinkjes	=	zitting
zittribune	noun	een tribune met uitsluitend zitplaatsen voor het publiek.
zittribunes	=	zittribune
zittribunetje	=	zittribune
zittribunetjes	=	zittribune
zituren	=	zituur
zituur	noun	de tijd dat men vergadert of zitting houdt
zituurtje	=	zituur
zituurtjes	=	zituur
zitverhoger	noun	een autostoeltje zonder rugleuning dat ervoor zorgt dat kinderen hoger zitten, waardoor de autogordel veilig over het sleutelbeen loopt in plaats van in de hals snijdt
zitverhogers	=	zitverhoger
zitverhogertje	=	zitverhoger
zitverhogertjes	=	zitverhoger
zitvlak	noun	achterste, achterwerk
zitvlakje	=	zitvlak
zitvlakjes	=	zitvlak
zitvlakken	=	zitvlak
zitvlees	noun|figurative	een lichamelijke en geestelijke gesteldheid die het mogelijk maakt dat je kan blijven stilzitten
zitwerkplek	noun	plaats waar men zijn werk zittend kan verrichten
zitwerkplekje	=	zitwerkplek
zitwerkplekjes	=	zitwerkplek
zitwerkplekken	=	zitwerkplek
zitzak	noun	zitmeubel in de vorm van een grote zak gevuld met piepschuimen balletjes
zitzakje	=	zitzak
zitzakjes	=	zitzak
zitzakken	=	zitzak
ziw	noun	tweede maand van het jaar, in april-mei; oude benaming, later: iar (1 Kon. 6:1, 6:37)
zjanol	=	janet
zkr	=	zeker
zkv	noun	zeer kort verhaal
zkv's	=	zkv
zloty	noun	munteenheid van Polen
zloty's	=	zloty
zmlk	noun	vorm van onderricht speciaal bedoeld voor kinderen met grote leerproblemen
zmlk-scholen	=	zmlk-school
zmlk-school	noun	een school voor zeer moeilijk lerende kinderen
zmlk-schooltje	=	zmlk-school
zmlk-schooltjes	=	zmlk-school
zmok-scholen	=	zmok-school
zmok-school	noun	onderwijsinstelling voor kinderen waarvan de opvoeding problemen oplevert
zmok-schooltje	=	zmok-school
zmok-schooltjes	=	zmok-school
zmokscholen	=	zmokschool
zmokschool	noun	onderwijsinstelling voor kinderen waarvan de opvoeding problemen oplevert
zmokschooltje	=	zmokschool
zmokschooltjes	=	zmokschool
zn	=	z'n
zo	adv	op die manier	noun	zondag, de tweede dag van het weekeinde
zo'n	pron	van deze soort
zo-even	adv	net, even tevoren
zoa	noun	zeer open asfalt, een type bedekking van het wegdek
zoab	noun	zeer open asfaltbeton, een type bedekking van het wegdek
zoal	adv	nodigt uit een beknopt overzicht te geven
zoals	conj	op dezelfde manier
zocht	=	zoeken
zochte	=	zoeken
zochten	=	zoeken
zodanig	adv	als antecedent: in die mate dat	pron	als antecedent: met die eigenschappen dat
zodanige	pron	verbogen vorm van zodanig: met die hoedanigheid
zodanigs	=	zodanig
zodat	conj	en daardoor
zodde	noun	drassig, moerassig, op water drijvend land; uit modder en vergane plantendelen bestaande grond, ondiep water; oppervlakte van een moeras; drijvend eilandje; drijfland, moeras, poel
zodden	=	zodde
zode	noun	lap gras met een kluit aarde eraan, plag zn
zodeknikmos	noun	Bryum caespiticium een mos uit de familie Bryaceae.
zodeknikmosje	=	zodeknikmos
zodeknikmosjes	=	zodeknikmos
zodeknikmossen	=	zodeknikmos
zoden	=	zode
zodenbank	noun	een van wilgentenen en of hout geconstrueerde zitplaats met zoden of kruiden in de openlucht
zodenbanken	=	zodenbank
zodenbankje	=	zodenbank
zodenbankjes	=	zodenbank
zodenbemester	noun	werktuig dat smalle sleuven in de grond maakt, daar drijfmest in spuit en ze daarna weer dichtdrukt, zodat de mest vooral bij de plantenwortels terechtkomt en niet in de omgeving belandt
zodenbemesters	=	zodenbemester
zodensnijder	noun	landbouwmachine die rechthoekige stukken met gras begroeide grond afsteekt
zodensnijders	=	zodensnijder
zodensnijdertje	=	zodensnijder
zodensnijdertjes	=	zodensnijder
zodetje	=	zode
zodiac	noun	een tot soortnaam geworden merknaam voor een professioneel type opblaasboot
zodiacs	=	zodiac
zodiak	noun	het vlak waarin de aarde om de zon draait of -van de aarde gezien- het vlak waarin de zon aan de hemel schijnt voort te bewegen
zodiakaal	adj	op het vlak van de zodiak betrekking hebbens
zodiakaals	=	zodiakaal
zodiakaalst	=	zodiakaal
zodiakaalste	=	zodiakaal
zodiakale	=	zodiakaal
zodiakaler	=	zodiakaal
zodiakalere	=	zodiakaal
zodiakalers	=	zodiakaal
zodiakje	=	zodiak
zodiakken	=	zodiak
zodoende	adv	op die wijze; op die manier
zodra	conj	geeft aan welke gebeurtenis eerst moe(s)t plaatsvinden
zoeaaf	noun	soldaat van een historisch legeronderdeel van Frankrijk dat oorspronkelijk uit Algerijnse Berbers bestond
zoeaafje	=	zoeaaf
zoeaafjes	=	zoeaaf
zoeaven	=	zoeaaf
zoef	intj	geeft het geluid aan van iets snel voorbijgaat
zoefde	=	zoeven
zoefden	=	zoeven
zoeft	=	zoeven
zoeg	noun	paar
zoegot	noun	gebruikt als benaming voor de schriftgeleerden in een tijdperk beginnend in de 2e eeuw v.
zoek	noun	toestand waarin men iets probeert te vinden	adj	alleen predicatief: niet terug te vinden
zoekactie	noun	een georganiseerde poging een verloren persoon of zaak terug te vinden
zoekacties	=	zoekactie
zoekactietje	=	zoekactie
zoekactietjes	=	zoekactie
zoekalgoritme	noun	een verzameling opdrachten die bepaalde informatie in een bestand weet te localiseren
zoekalgoritmen	=	zoekalgoritme
zoekalgoritmes	=	zoekalgoritme
zoekalgoritmetje	=	zoekalgoritme
zoekalgoritmetjes	=	zoekalgoritme
zoekbalk	noun	regel in een webbrowser, computerprogramma of website waarin men een zoekopdracht kan intypen
zoekbalken	=	zoekbalk
zoekbalkje	=	zoekbalk
zoekbalkjes	=	zoekbalk
zoekboek	noun	een boek met illustraties waarin de lezer verborgen voorwerpen of dieren moet vinden.
zoekboeken	=	zoekboek
zoekboekje	=	zoekboek
zoekboekjes	=	zoekboek
zoekbot	noun	programma dat gegevens van een website voor een zoekmachine verzamelt
zoekbots	=	zoekbot
zoekbox	noun	rechthoekig vlak op een computerscherm waarin men een zoekterm kan invullen
zoekboxen	=	zoekbox
zoekboxje	=	zoekbox
zoekboxjes	=	zoekbox
zoekbracht	=	zoekbrengen
zoekbrachten	=	zoekbrengen
zoekbreng	=	zoekbrengen
zoekbrenge	=	zoekbrengen
zoekbrengen	verb	tijd besteden zonder specifiek doel
zoekbrengend	=	zoekbrengen
zoekbrengende	=	zoekbrengen
zoekbrengt	=	zoekbrengen
zoekdienst	noun	een webstek die het vergemakkelijkt om op trefwoord informatie te zoeken
zoekdiensten	=	zoekdienst
zoekdienstje	=	zoekdienst
zoekdienstjes	=	zoekdienst
zoeke	=	zoeken
zoeken	verb	proberen te vinden
zoekend	=	zoeken
zoekende	noun	een persoon die op zoek is naar bijvoorbeeld een huis of iets dat te koop is
zoekenden	=	zoekende
zoekengine	noun	een programma dat met behulp van sleutelwoorden webstekken opzoekt
zoekengines	=	zoekengine
zoeker	noun	iemand die zoekt
zoekers	=	zoeker
zoekertje	=	zoeker
zoekertjes	=	zoeker
zoekfunctie	noun	een deel van een programma dat het zoeken naar gegevens in een gegevensbestand mogelijk maakt
zoekfuncties	=	zoekfunctie
zoekfunctietje	=	zoekfunctie
zoekfunctietjes	=	zoekfunctie
zoekgebied	noun	een gebied waarbinnen men zijn zoekacties concentreert
zoekgebieden	=	zoekgebied
zoekgebiedje	=	zoekgebied
zoekgebiedjes	=	zoekgebied
zoekgebracht	=	zoekbrengen
zoekgebrachte	=	zoekbrengen
zoekgedrag	noun	de manier waarop er gezocht wordt
zoekgemaakt	=	zoekmaken
zoekgemaakte	=	zoekmaken
zoekgeraakt	=	zoekraken
zoekgeraakte	=	zoekraken
zoekgigant	noun	zeer groot bedrijf dat een internetzoekmachine beheert
zoekgiganten	=	zoekgigant
zoeking	noun	het trachten iets te vinden
zoekingen	=	zoeking
zoekinkje	=	zoeking
zoekinkjes	=	zoeking
zoekinstructie	noun	geheel van in te geven parameters die een zoekopdracht mogelijk maken
zoekinstructies	=	zoekinstructie
zoekknop	noun	icoontje waarmee de zoekfunctie kunt activeren in een computerprogramma, website of app vaak weergegeven als een vergrootglas
zoekknopje	=	zoekknop
zoekknopjes	=	zoekknop
zoekknoppen	=	zoekknop
zoeklamp	noun	een sterke lamp met gerichte lichtbundel waarmee men in het donker iets op kan sporen
zoeklampen	=	zoeklamp
zoeklicht	noun	een sterke gerichte lichtbundel waarmee men in het donker iets op tracht te sporen
zoeklichten	=	zoeklicht
zoeklichtje	=	zoeklicht
zoeklichtjes	=	zoeklicht
zoekmaak	=	zoekmaken
zoekmaakt	=	zoekmaken
zoekmaakte	=	zoekmaken
zoekmaakten	=	zoekmaken
zoekmachientje	=	zoekmachine
zoekmachientjes	=	zoekmachine
zoekmachine	noun	een instrument waarmee men informatie kan zoeken in een bepaalde collectie; dit kan een bibliotheek, het internet, of een persoonlijke verzameling zijn
zoekmachineoptimalisatie	noun	beïnvloeding van de plaats van een bepaalde website in de zoekresultaten van een zoekmachine
zoekmachineoptimalisaties	=	zoekmachineoptimalisatie
zoekmachines	=	zoekmachine
zoekmachinetje	=	zoekmachine
zoekmachinetjes	=	zoekmachine
zoekmake	=	zoekmaken
zoekmaken	verb	zo behandelen dat iets niet meer terug te vinden is
zoekmakend	=	zoekmaken
zoekmakende	=	zoekmaken
zoekmogelijkheden	=	zoekmogelijkheid
zoekmogelijkheid	noun	van een internetapplicatie dat deze een zoekopdracht kan verwerken
zoekmotor	noun	programmatuur die een zoekopdracht kan verwerken
zoekmotoren	=	zoekmotor
zoekmotors	=	zoekmotor
zoekmotortje	=	zoekmotor
zoekopdracht	noun	een verzoek van iemand aan een organisatie om iets voor hem of haar te zoeken
zoekopdrachten	=	zoekopdracht
zoekopdrachtje	=	zoekopdracht
zoekopdrachtjes	=	zoekopdracht
zoekoperatie	noun	groep samenhangende handelingen die erop gericht is om iets of iemand te vinden
zoekoperaties	=	zoekoperatie
zoekpagina	noun	webpagina van een programma waarmee je op het internet informatie kunt vinden door zoekwoorden in te typen
zoekpagina's	=	zoekpagina
zoekpaginaatje	=	zoekpagina
zoekpaginaatjes	=	zoekpagina
zoekplaatje	noun	een afbeelding waarin bepaalde verschillen met enig zoeken te onderkennen zijn
zoekplaatjes	=	zoekplaatje
zoekprocedure	noun	werkwijze, methodiek die men gebruikt om iets te vinden
zoekprocedures	=	zoekprocedure
zoekproces	noun	stroom van handelingen die gericht is op het vinden van iets dat men zoekt
zoekprocessen	=	zoekproces
zoekprogramma	noun	computerprogramma dat men kan gebruiken om iets of iemand te vinden
zoekprogramma's	=	zoekprogramma
zoekprogrammaatje	=	zoekprogramma
zoekprogrammaatjes	=	zoekprogramma
zoekraak	=	zoekraken
zoekraakt	=	zoekraken
zoekraakte	=	zoekraken
zoekraakten	=	zoekraken
zoekrake	=	zoekraken
zoekraken	verb	in een toestand geraken dat iets niet langer terug te vinden is
zoekrakend	=	zoekraken
zoekrakende	=	zoekraken
zoekreflex	noun	de automatische reactie waarbij een zuigeling zijn mond opent bij aanraking van de lippen of wangen
zoekresultaat	noun	de conclusie van een zoektocht
zoekresultaatje	=	zoekresultaat
zoekresultaatjes	=	zoekresultaat
zoekresultaten	=	zoekresultaat
zoekrobot	noun	programma dat actief het internet afspeurt naar informatie en de gevonden gegevens opslaat in een database
zoekrobotje	=	zoekrobot
zoekrobotjes	=	zoekrobot
zoekrobots	=	zoekrobot
zoekrobotten	=	zoekrobot
zoeksite	noun	internetsite waar men naar iets kan zoeken (op het internet)
zoeksites	=	zoeksite
zoeksnelheden	=	zoeksnelheid
zoeksnelheid	noun	de snelheid waarmee een zoekprogramma een gegeven opdracht uit kan voeren
zoeksysteem	noun	een veelal geautomatiseerd systeem om zoekopdrachten uit te voeren
zoeksysteempje	=	zoeksysteem
zoeksysteempjes	=	zoeksysteem
zoeksystemen	=	zoeksysteem
zoekt	=	zoeken
zoekterm	noun	een woord dat gebruikt als sleutel voor het zoeken naar informatie, met name intern in een bepaalde westek
zoektermen	=	zoekterm
zoekterrein	noun	gebied waarbinnen men naar iets op zoek gaat
zoekterreinen	=	zoekterrein
zoekterreintje	=	zoekterrein
zoekterreintjes	=	zoekterrein
zoektijd	noun	de tijd die het vergt om iets te vinden
zoektijden	=	zoektijd
zoektijdje	=	zoektijd
zoektijdjes	=	zoektijd
zoektocht	noun	een reis die men onderneemt op zoek naar iets
zoektochten	=	zoektocht
zoektochtje	=	zoektocht
zoektochtjes	=	zoektocht
zoekvak	noun	deel van een computerscherm waar je een zoekopdracht kunt invullen
zoekvakje	=	zoekvak
zoekvakjes	=	zoekvak
zoekvakken	=	zoekvak
zoekveld	noun	gebied waarbinnen gezocht wordt
zoekvelden	=	zoekveld
zoekverkeer	noun	autoverkeer dat veroorzaakt wordt door automobilisten die zoeken naar een parkeerplaats
zoekvraag	noun	een zoekopdracht die de vorm heeft van een vraag
zoekvragen	=	zoekvraag
zoekwerk	noun	het trachten te vinden van iets als voornaamste taak
zoekwerken	=	zoekwerk
zoekwoord	noun	sleutelwoord gebruikt bij een zoekopdracht
zoekwoorden	=	zoekwoord
zoekwoordje	=	zoekwoord
zoekwoordjes	=	zoekwoord
zoel	adj	aangenaam warm
zoelde	=	zoelen
zoelden	=	zoelen
zoele	=	zoel
zoelen	verb	een modderbad nemen
zoelend	=	zoelen
zoelende	=	zoelen
zoeler	=	zoel
zoelere	=	zoel
zoelers	=	zoel
zoeloetalig	adj	Zoeloe sprekend
zoeloetalige	=	zoeloetalig
zoeloetaligs	=	zoeloetalig
zoels	=	zoel
zoelst	=	zoel
zoelste	=	zoel
zoelt	=	zoelen
zoelte	noun	een aangename warmte
zoelten	=	zoelte
zoeltes	=	zoelte
zoem	intj	een zoemend geluid
zoemde	=	zoemen
zoemden	=	zoemen
zoeme	=	zoemen
zoemen	verb	een vrij zacht continu geluid voortbrengen dat op de z-klank lijkt
zoemend	adj	continu, zacht geluid dat op de z-klank lijkt makend
zoemende	=	zoemen
zoemends	=	zoemend
zoemer	noun	een apparaatje dat een signaal afgeeft in de vorm van een zoemend geluid
zoemers	=	zoemer
zoemertje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort sprinkhaan, Stenobothrus lineatus uit de onderfamilie Gomphocerinae van de familie veldsprinkhanen (Acrididae)
zoemertjes	=	zoemer
zoemertonen	=	zoemertoon
zoemertoon	noun	een geluid dat een zoemer voortbrengt
zoemertoontje	=	zoemertoon
zoemertoontjes	=	zoemertoon
zoempje	=	zoem
zoempjes	=	zoem
zoemt	=	zoemen
zoemtonen	=	zoemtoon
zoemtoon	noun	een geluid van een bepaalde toonhoogte met een zoemende kwaliteit
zoemtoontje	=	zoemtoon
zoemtoontjes	=	zoemtoon
zoen	noun	het met de lippen aanraken van een persoon of een voorwerp
zoenaltaar	noun	het altaar waarop een zoenoffer gebracht wordt
zoenaltaren	=	zoenaltaar
zoenbloed	noun	bloed dat vergoten wordt om verzoening van de zonde te bewerkstelligen
zoende	=	zoenen
zoenden	=	zoenen
zoendoden	=	zoendood
zoendood	noun	de dood van Jezus als noodzakelijkheid voor de verzoening van de zonden der gelovigen
zoene	=	zoenen
zoenen	verb	met de mond liefkozen
zoenend	=	zoenen
zoenende	=	zoenen
zoener	noun	mensen die andere mensen vaak zoenen
zoenerig	adj	geneigd veel te zoenen
zoenerige	=	zoenerig
zoeneriger	=	zoenerig
zoenerigere	=	zoenerig
zoenerigers	=	zoenerig
zoenerigs	=	zoenerig
zoenerigst	=	zoenerig
zoenerigste	=	zoenerig
zoeners	=	zoener
zoenertje	=	zoener
zoenertjes	=	zoener
zoengeld	noun	geld betaald om een verzoening tot stand te brengen
zoengelden	=	zoengeld
zoengoerami's	noun	een familie Helostomatidae van straalvinnige vissen uit de orde van de Perciformes (Baarsachtigen)
zoenkruis	noun	een monument voor een slachtoffer van een gewelddaad geplaatst door de dader of diens familie als aandenken en blijk van respect van de dader voor de slachtoffers
zoenkruisen	=	zoenkruis
zoenkruisje	=	zoenkruis
zoenkruisjes	=	zoenkruis
zoenkruizen	=	zoenkruis
zoenlippen	noun|informal	dikke vooruitstekende lippen
zoenoffer	noun	een offer dat gebracht wordt om verzoening (van zonden) te bewerkstelligen
zoenoffers	=	zoenoffer
zoenoffertje	=	zoenoffer
zoenoffertjes	=	zoenoffer
zoent	=	zoenen
zoentje	=	zoen
zoentjes	=	zoen
zoenvis	noun	bepaald soort vis, Helostoma temminckii uit de familie van zoengoerami's (Helostomatidae) in de orde baarsachtigen (Perciformes)
zoenvisje	=	zoenvis
zoenvisjes	=	zoenvis
zoenvissen	=	zoenvis
zoenwater	noun	sterke drank
zoenwatertje	=	zoenwater
zoenwatertjes	=	zoenwater
zoenwaterzweefvlieg	noun	Anasimyia lunulata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zoenwaterzweefvliegen	=	zoenwaterzweefvlieg
zoenwaterzweefvliegje	=	zoenwaterzweefvlieg
zoenwaterzweefvliegjes	=	zoenwaterzweefvlieg
zoet	adj	ter omschrijving van een vaak als aangename ervaren smaak zoals die van suiker	noun	snoepgoed, voornamelijk zuigbaar
zoet-zout	adj	zowel een zoete als zoute smaak hebbend
zoet-zoute	=	zoet-zout
zoet-zouter	=	zoet-zout
zoet-zoutere	=	zoet-zout
zoet-zouters	=	zoet-zout
zoet-zouts	=	zoet-zout
zoet-zoutst	=	zoet-zout
zoet-zoutste	=	zoet-zout
zoetaardig	adv	vriendelijk
zoetaardige	=	zoetaardig
zoetaardiger	=	zoetaardig
zoetaardigere	=	zoetaardig
zoetaardigers	=	zoetaardig
zoetaardigs	=	zoetaardig
zoetaardigst	=	zoetaardig
zoetaardigste	=	zoetaardig
zoete	=	zoeten
zoetebek	noun	liefhebber van suiker en andere zoetstoffen
zoetebekje	=	zoetebek
zoetebekjes	=	zoetebek
zoetebekken	=	zoetebek
zoetekauw	noun	iemand met een grote voorliefde voor zoete waar
zoetekauwen	=	zoetekauw
zoetekauwtje	=	zoetekauw
zoetekauwtjes	=	zoetekauw
zoetekoek	noun	honingkoek
zoetekoeken	=	zoetekoek
zoetekoekje	=	zoetekoek
zoetekoekjes	=	zoetekoek
zoetelaar	noun	iemand die levensmiddelen aan de soldaten van een leger levert
zoetelaars	=	zoetelaar
zoetelaarster	noun	een vrouw die goederen aan legerpersoneel verhandelt
zoetelaarsters	=	zoetelaarster
zoetelaarstertje	=	zoetelaarster
zoetelaarstertjes	=	zoetelaarster
zoetelaartje	=	zoetelaar
zoetelaartjes	=	zoetelaar
zoetelaren	=	zoetelaar
zoetelief	noun	iemand met wie men een liefdesband heeft
zoeteliefje	=	zoetelief
zoeteliefjes	=	zoetelief
zoetelieven	=	zoetelief
zoetelijk	adj	overdreven zoet van aard, flemend, ergerlijk	adv|obsolete	op aangename, zoete wijze
zoetelijke	=	zoetelijk
zoetelijker	=	zoetelijk
zoetelijkere	=	zoetelijk
zoetelijkers	=	zoetelijk
zoetelijks	=	zoetelijk
zoetelijkst	=	zoetelijk
zoetelijkste	=	zoetelijk
zoetemelk	noun	melk waarvan de melksuiker nog niet door fermentatie verbruikt is
zoetemelks	adj	met zoetemelk vervaardigd
zoetemelkse	=	zoetemelks
zoetemelkser	=	zoetemelks
zoetemelksere	=	zoetemelks
zoetemelksers	=	zoetemelks
zoetemelkst	=	zoetemelks
zoetemelkste	=	zoetemelks
zoetemond	noun	iemand die graag zoete dingen eet
zoetemonden	=	zoetemond
zoetemondtje	=	zoetemond
zoetemondtjes	=	zoetemond
zoeten	verb	zoet maken
zoetend	=	zoeten
zoetende	=	zoeten
zoeter	=	zoet
zoeterd	noun	iemand die je heel lief vindt
zoeterds	=	zoeterd
zoetere	=	zoet
zoeterig	adj	al te sentimenteel
zoeterige	=	zoeterig
zoeteriger	=	zoeterig
zoeterigere	=	zoeterig
zoeterigers	=	zoeterig
zoeterigs	=	zoeterig
zoeterigst	=	zoeterig
zoeterigste	=	zoeterig
zoeters	=	zoet
zoetertje	=	zoeterd
zoetertjes	=	zoeterd
zoetgeurend	adj	een aangename, zoete geur verspreidend
zoetgeurende	=	zoetgeurend
zoetgeurender	=	zoetgeurend
zoetgeurendere	=	zoetgeurend
zoetgeurenders	=	zoetgeurend
zoetgeurends	=	zoetgeurend
zoetgeurendst	=	zoetgeurend
zoetgeurendste	=	zoetgeurend
zoetgevooisd	adj	met een prachtig, oorstrelend stemgeluid
zoetgevooisde	=	zoetgevooisd
zoetgevooisder	=	zoetgevooisd
zoetgevooisdere	=	zoetgevooisd
zoetgevooisders	=	zoetgevooisd
zoetgevooisds	=	zoetgevooisd
zoetgevooisdst	=	zoetgevooisd
zoetgevooisdste	=	zoetgevooisd
zoethart	noun|humorous	aanspreekvorm voor iemand die je dierbaar is
zoetheden	=	zoetheid
zoetheid	noun	de mate waarin iets zoet is
zoethouder	noun	speen met zoetigheid voor kleine kinderen
zoethouders	=	zoethouder
zoethoudertje	=	zoethouder
zoethoudertjes	=	zoethouder
zoethout	noun	Glycyrrhiza glabra, een plant die tot de vlinderbloemigen behoort
zoethoutje	=	zoethout
zoetig	adj	qua smaak of geur op zoet gelijkend
zoetige	=	zoetig
zoetiger	=	zoetig
zoetigere	=	zoetig
zoetigers	=	zoetig
zoetigheden	=	zoetigheid
zoetigheid	noun	etenswaar met een zoete smaak
zoetigheidje	=	zoetigheid
zoetigheidjes	=	zoetigheid
zoetigs	=	zoetig
zoetigst	=	zoetig
zoetigste	=	zoetig
zoetje	noun	alleen verkleinwoord dosis kunstmatige zoetstof, meest in de vorm van een klein pilletje
zoetjes	=	zoetje
zoetjesaan	adv	duidt het min of meer ongemerkt verstrijken van de tijd aan
zoetjesdispenser	noun	handig houdertje waarmee je met één druk op de knop automatisch één zoetstoftabletje (zoetje) in je koffie of thee laat vallen
zoetjesdispensers	=	zoetjesdispenser
zoetjesdispensertje	=	zoetjesdispenser
zoetjesdispensertjes	=	zoetjesdispenser
zoetklinkend	adj	welklinkend, welluidend, zoetvloeiend, schoonklinkend
zoetklinkende	=	zoetklinkend
zoetklinkender	=	zoetklinkend
zoetklinkendere	=	zoetklinkend
zoetklinkenders	=	zoetklinkend
zoetklinkends	=	zoetklinkend
zoetklinkendst	=	zoetklinkend
zoetklinkendste	=	zoetklinkend
zoetmiddel	noun	een stof die aan voedsel toegevoegd wordt om een zoete smaak eraan te geven
zoetmiddelen	=	zoetmiddel
zoetmiddeltje	=	zoetmiddel
zoetmiddeltjes	=	zoetmiddel
zoets	=	zoet
zoetsappig	adj	overdreven (onecht) vriendelijk
zoetsappige	=	zoetsappig
zoetsappiger	=	zoetsappig
zoetsappigere	=	zoetsappig
zoetsappigers	=	zoetsappig
zoetsappigheden	=	zoetsappigheid
zoetsappigheid	noun	het al te liefelijk of klef zijn
zoetsappigs	=	zoetsappig
zoetsappigst	=	zoetsappig
zoetsappigste	=	zoetsappig
zoetschaaf	noun	een fijne schaaf bedoeld om een oppervlak glad te maken
zoetschaafje	=	zoetschaaf
zoetschaafjes	=	zoetschaaf
zoetschaven	verb	met een zoetschaaf glad maken
zoetst	=	zoet
zoetste	=	zoet
zoetstof	noun	een stof die een zoete smaak veroorzaakt
zoetstoffen	=	zoetstof
zoetstofje	=	zoetstof
zoetstofjes	=	zoetstof
zoetstoftablet	noun	een tablet dat een zoetstof bevat
zoetstoftabletje	=	zoetstoftablet
zoetstoftabletjes	=	zoetstoftablet
zoetstoftabletten	=	zoetstoftablet
zoette	=	zoeten
zoetten	=	zoeten
zoetvijl	noun	een bijzonder fijne vijl die gebruikt wordt om voorwerpen glad te maken
zoetvijlde	=	zoetvijlen
zoetvijlden	=	zoetvijlen
zoetvijle	=	zoetvijlen
zoetvijlen	verb	met een zoetvijl bewerken, glad maken
zoetvijlend	=	zoetvijlen
zoetvijlende	=	zoetvijlen
zoetvijlt	=	zoetvijlen
zoetvijltje	=	zoetvijl
zoetvijltjes	=	zoetvijl
zoetvloeiend	adj	welluidend, zoetklinkend, schoonklinkend, welklinkend, elegant, melodieus
zoetvloeiende	=	zoetvloeiend
zoetvloeiender	=	zoetvloeiend
zoetvloeiendere	=	zoetvloeiend
zoetvloeienders	=	zoetvloeiend
zoetvloeiends	=	zoetvloeiend
zoetvloeiendst	=	zoetvloeiend
zoetvloeiendste	=	zoetvloeiend
zoetwaar	noun	categorie producten die waarvan de smaak door suiker wordt bepaald
zoetwaren	noun	categorie producten die waarvan de smaak door suiker wordt bepaald
zoetwarenautomaat	noun	een vendingmachine voor de verkoop van tussendoortjes, snoep en vaak ook frisdrank
zoetwarenautomaatje	=	zoetwarenautomaat
zoetwarenautomaatjes	=	zoetwarenautomaat
zoetwarenautomaten	=	zoetwarenautomaat
zoetwater	noun	water dat minimale hoeveelheden zout bevat
zoetwaterbeheer	noun	alle maatregelen die genomen worden om de kwaliteit en de hoeveelheid beschikbaar zoet water te reguleren
zoetwaterbron	noun	plaats waar men zoet water kan winnen
zoetwaterbronnen	=	zoetwaterbron
zoetwaterfauna	noun	het dierenleven in zoete wateren
zoetwaterfauna's	=	zoetwaterfauna
zoetwaterfaunaatje	=	zoetwaterfauna
zoetwaterfaunaatjes	=	zoetwaterfauna
zoetwaterkwal	noun	Craspedacusta sowerbii een poliep uit de klasse Hydrozoa.
zoetwaterkwallen	=	zoetwaterkwal
zoetwaterkwalletje	=	zoetwaterkwal
zoetwaterkwalletjes	=	zoetwaterkwal
zoetwatermeer	noun	een staande watervlakte met een laag zoutgehalte
zoetwatermeertje	=	zoetwatermeer
zoetwatermeertjes	=	zoetwatermeer
zoetwatermeren	=	zoetwatermeer
zoetwaterneriet	noun	Theodoxus fluviatilis een slakkensoort uit de familie van de Neritidae.
zoetwaternerieten	=	zoetwaterneriet
zoetwaternerietje	=	zoetwaterneriet
zoetwaternerietjes	=	zoetwaterneriet
zoetwaterparel	noun	een parel die wordt gevormd in zoetwaterschelpen
zoetwaterparelen	=	zoetwaterparel
zoetwaterparellen	=	zoetwaterparel
zoetwaterparels	=	zoetwaterparel
zoetwaterpissebed	noun	Asellus aquaticus een kreeftachtige uit de familie Asellidae (waterpissebedden)
zoetwaterpissebedden	=	zoetwaterpissebed
zoetwaterpissebedje	=	zoetwaterpissebed
zoetwaterpissebedjes	=	zoetwaterpissebed
zoetwaterplant	noun	een plant die thuis is in water met een laag zoutgehalte
zoetwaterplanten	=	zoetwaterplant
zoetwaterplantje	=	zoetwaterplant
zoetwaterplantjes	=	zoetwaterplant
zoetwaterpoliepen	noun	een groep behorend tot de klasse Hydrozoa van de stam Cnidaria.
zoetwaterroggen	noun	een familie Potamotrygonidae van roggen uit de orde Myliobatiformes.
zoetwatertank	noun	een watertank of aquarium dat zoetwater bevat
zoetwatertankje	=	zoetwatertank
zoetwatertankjes	=	zoetwatertank
zoetwatertanks	=	zoetwatertank
zoetwatertje	=	zoetwater
zoetwatertjes	=	zoetwater
zoetwatervis	noun	een vis die in zoet water leeft
zoetwatervisje	=	zoetwatervis
zoetwatervisjes	=	zoetwatervis
zoetwatervissen	=	zoetwatervis
zoetwatervisserij	noun	het vissen in de zoete binnenwateren
zoetwatervisserijen	=	zoetwatervisserij
zoetwatervlokreeft	noun	Gammarus pulex een vlokreeftensoort uit de familie van de Gammaridae.
zoetwatervlokreeften	=	zoetwatervlokreeft
zoetwatervlokreeftje	=	zoetwatervlokreeft
zoetwatervlokreeftjes	=	zoetwatervlokreeft
zoetwatervoorraad	noun	totale hoeveelheid zoet water die men nu en in de toekomst kan gebruiken
zoetwatervoorraadje	=	zoetwatervoorraad
zoetwatervoorraadjes	=	zoetwatervoorraad
zoetwatervoorraden	=	zoetwatervoorraad
zoetzak	noun	Annona squamosa een in droge tijden bladverliezende, tot zeven meter hoge boom.
zoetzakje	=	zoetzak
zoetzakjes	=	zoetzak
zoetzakken	=	zoetzak
zoetzure	=	zoetzuur
zoetzuur	noun	een gerecht waaraan zowel een zuur zoals azijn als een zoetstof zoals suiker is toegevoegd	adj	waaraan zowel een zuur als een zoetstof zoals suiker is toegevoegd
zoetzuurder	=	zoetzuur
zoetzuurdere	=	zoetzuur
zoetzuurders	=	zoetzuur
zoetzuurs	=	zoetzuur
zoetzuurst	=	zoetzuur
zoetzuurste	=	zoetzuur
zoeve	=	zoeven
zoeven	verb	hoorbaar snel zich ergens heenbewegen
zoevend	=	zoeven
zoevende	=	zoeven
zog	noun	dat wat een zuigeling zuigt
zogauw	conj	vanaf het moment dat
zoge	=	zogen
zogeheten	adj	zoals dit genoemd wordt
zogehetens	=	zogeheten
zogen	verb	het te drinken geven van moedermelk
zogenaamd	adj	door anderen zo genoemd (waarmee de gebruiker afstand neemt van de naam of het begrip zelf), niet echt	adv	naar (betwijfelde) bewering
zogenaamde	=	zogenaamd
zogenaamds	=	zogenaamd
zogend	=	zogen
zogende	=	zogen
zogenoemd	adj	zoals dit door anderen genoemd wordt, zoals het bekend staat
zogenoemde	=	zogenoemd
zogenoemds	=	zogenoemd
zogezegd	adj	om het zo uit te drukken
zogezegde	=	zogezegd
zogezegds	=	zogezegd
zogezeid	=	zogezegd
zogturbulentie	noun	turbulentie die ontstaat in het zog van een vliegtuig
zogturbulenties	=	zogturbulentie
zogwater	noun	de waterstromen die een varend schip achterlaat
zohaast	conj	op het moment dat aan de gestelde voorwaarde voldaan is
zoiets	pron	een dergelijke zaak
zojuist	adv	korte tijd geleden
zolang	conj	gedurende de tijd dat iets blijft gelden
zolder	noun	een houten vloer over een balklaag
zolderbak	noun	eenvoudige doosvormige bak, gebruikt als ponton voor diverse werkzaamheden
zolderbakje	=	zolderbak
zolderbakjes	=	zolderbak
zolderbakken	=	zolderbak
zolderbalk	noun	balk die zichtbaar is op zolder en waarop de dakbedekking rust
zolderbalken	=	zolderbalk
zolderde	=	zolderen
zolderden	=	zolderen
zolderdeur	noun	een deur binnenshuis die toegang geeft tot de zolder
zolderdeuren	=	zolderdeur
zolderdeurtje	=	zolderdeur
zolderdeurtjes	=	zolderdeur
zoldere	=	zolderen
zolderen	verb	een zoldering aanbrengen
zolderend	=	zolderen
zolderende	=	zolderen
zolderetage	noun	hoogste woonlaag die direct onder het dak is gelegen
zolderetages	=	zolderetage
zoldergat	noun	gat in de vloer van een zolder waardoor men de zolder met een trap of ladder kan betreden
zoldergaten	=	zoldergat
zoldering	noun	de bovenkant van een ruimte in een gebouw
zolderingen	=	zoldering
zolderingetje	=	zoldering
zolderkamer	noun	een kamer op zolder
zolderkamers	=	zolderkamer
zolderkamertje	=	zolderkamer
zolderkamertjes	=	zolderkamer
zolderluik	noun	een luik dat toegang biedt naar een zolder
zolderluiken	=	zolderluik
zolderluikje	=	zolderluik
zolderluikjes	=	zolderluik
zolderraam	noun	een raam op een zolder
zolderraampje	=	zolderraam
zolderraampjes	=	zolderraam
zolderramen	=	zolderraam
zolderruimte	noun	vertrek dat direct onder het dak is gelegen
zolderruimten	=	zolderruimte
zolderruimtes	=	zolderruimte
zolders	=	zolder
zolderschuit	noun	een houten vaartuig zonder motor of zeil met een plat dek vrijwel ter hoogte van het bovenboord, bedoeld voor het erop vervoeren van goederen in grachten en kanalen
zolderschuiten	=	zolderschuit
zolderschuitje	=	zolderschuit
zolderschuitjes	=	zolderschuit
zoldert	=	zolderen
zoldertje	=	zolder
zoldertjes	=	zolder
zoldertrap	noun	een trap naar de zolder
zoldertrapje	=	zoldertrap
zoldertrapjes	=	zoldertrap
zoldertrappen	=	zoldertrap
zoldervenster	noun	een venster op een zolder
zoldervensters	=	zoldervenster
zoldervenstertje	=	zoldervenster
zoldervenstertjes	=	zoldervenster
zolderverdieping	noun	deel van een gebouw dat direct onder het dak ligt
zolderverdiepingen	=	zolderverdieping
zoldervloer	noun	de vloer van een zolder
zoldervloeren	=	zoldervloer
zoldervloertje	=	zoldervloer
zoldervloertjes	=	zoldervloer
zole	=	zolen
zolen	verb	het aanbrengen van een zool onder een schoen
zolend	=	zolen
zolende	=	zolen
zomaar	adv	op willekeurige wijze, zonder nadenken of voorbereiden
zombie	noun	door magie uit de dood teruggebracht persoon
zombiebaan	noun	een baan of functie die gaan verdwijnen; uitstervende baan of beroep
zombiebaantje	=	zombiebaan
zombiebaantjes	=	zombiebaan
zombiebanen	=	zombiebaan
zombiebank	noun	een noodlijdende bank die in feite failliet is, maar door overheidssteun of garanties van centrale banken overeind wordt gehouden
zombiebanken	=	zombiebank
zombiebedrijf	noun	bedrijf dat niet failliet is maar al meer dan 10 jaar niet levensvatbaar is
zombiebedrijven	=	zombiebedrijf
zombiecomputer	noun	computer met internetverbinding die is besmet doordat de besturing van buitenaf - bijv. door een virus - is overgenomen
zombiecomputers	=	zombiecomputer
zombiecomputertje	=	zombiecomputer
zombiecomputertjes	=	zombiecomputer
zombiedrug	noun	een drug waarbij het effect is dat verslaafden in een roes geraken waarbij ze als een soort zombies op straat stil staan
zombiedrugs	=	zombiedrug
zombiefilm	noun	film over zombies
zombiefilms	=	zombiefilm
zombienetwerk	noun	groep computers die samen een bepaalde taak verrichten zonder dat de eigenaren van die computers zich daar bewust van zijn
zombienetwerken	=	zombienetwerk
zombies	=	zombie
zombietje	=	zombie
zombieziekte	noun	een aandoening die in Afrika voorkomt waarbij bij kinderen tussen de 5 en 15 jaar zowel de lichamelijke als mentale ontwikkeling stopt
zombieziekten	=	zombieziekte
zombieziektes	=	zombieziekte
zome	=	zomen
zomede	conj	en ook
zomen	verb	van zomen voorzien
zomend	=	zomen
zomende	=	zomen
zomer	noun	jaargetijde tussen lente en herfst
zomeraanbieding	noun	een door de consument aan te schaffen product met een in de zomer verlaagde prijs
zomeraanbiedingen	=	zomeraanbieding
zomeraanbiedinkje	=	zomeraanbieding
zomeraanbiedinkjes	=	zomeraanbieding
zomeraardappel	noun	vroege aardappel die men in de zomer eet
zomeraardappelen	=	zomeraardappel
zomeraardappels	=	zomeraardappel
zomeraardappeltje	=	zomeraardappel
zomeraardappeltjes	=	zomeraardappel
zomerachtig	adj	aan de zomer herinnerend, op de zomer gelijkend
zomerachtige	=	zomerachtig
zomerachtiger	=	zomerachtig
zomerachtigere	=	zomerachtig
zomerachtigers	=	zomerachtig
zomerachtigs	=	zomerachtig
zomerachtigst	=	zomerachtig
zomerachtigste	=	zomerachtig
zomeractie	noun	aanbieding die geldig is tijdens de zomermaanten
zomeracties	=	zomeractie
zomeractietje	=	zomeractie
zomeractietjes	=	zomeractie
zomeradonis	noun	Adonis aestivalis een eenjarige plant die behoort tot de ranonkelfamilie (Ranunculaceae)
zomeradonisje	=	zomeradonis
zomeradonisjes	=	zomeradonis
zomeradonissen	=	zomeradonis
zomeralsem	noun	Artemisia annua een plant die wereldwijd voorkomt.
zomerandoorn	noun	Stachys annua een eenjarige plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
zomerandoorns	=	zomerandoorn
zomerandoorntje	=	zomerandoorn
zomerandoorntjes	=	zomerandoorn
zomeravond	noun	de uren tussen de middag en de nachtelijke uren van een dag in de zomer.
zomeravonden	=	zomeravond
zomeravondje	=	zomeravond
zomeravondjes	=	zomeravond
zomerband	noun	een autoband die in de zomer gebruikt wordt, een doorsnee gewone gebruiksband.
zomerbanden	=	zomerband
zomerbandje	=	zomerband
zomerbandjes	=	zomerband
zomerbar	noun	drinkgelegenheid die alleen tijdens de zomermaanden open is
zomerbarretje	=	zomerbar
zomerbarretjes	=	zomerbar
zomerbars	=	zomerbar
zomerbed	noun	de bedding van een rivier, die doorgaans door de rivier wordt gebruikt in de zomer
zomerbedden	=	zomerbed
zomerbedding	noun	is het bed van een rivier, die doorgaans door de rivier wordt gebruikt in de zomer
zomerbeddingen	=	zomerbedding
zomerbeddinkje	=	zomerbedding
zomerbeddinkjes	=	zomerbedding
zomerbedje	=	zomerbed
zomerbedjes	=	zomerbed
zomerbitterling	noun	Blackstonia perfoliata subsp. perfoliata een plant uit de gentiaanfamilie die vooral gevonden wordt in het Middellandse Zeegebied, maar ook voorkomt in Noordwestelijk Europa
zomerbitterlingen	=	zomerbitterling
zomerbladroller	noun	Ditula angustiorana een nachtvlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
zomerbladrollers	=	zomerbladroller
zomerbladrollertje	=	zomerbladroller
zomerbladrollertjes	=	zomerbladroller
zomerbloem	noun	kleurrijke en geurige bloeiwijze van een plant die typisch in het warmste deel van het jaar bloeit
zomerbloemen	=	zomerbloem
zomerbot	noun	Paralichthys dentatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van de schijnbotten (Paralichthyidae).
zomerbotje	=	zomerbot
zomerbotjes	=	zomerbot
zomerbotten	=	zomerbot
zomerbremspanner	noun	Chesias rufata een vlinder uit de familie spanners (Geometridae).
zomerbremspanners	=	zomerbremspanner
zomerbremspannertje	=	zomerbremspanner
zomerbremspannertjes	=	zomerbremspanner
zomerbroek	noun	een broek die geschikt is om te dragen als het warm is
zomerbroeken	=	zomerbroek
zomerbroekje	=	zomerbroek
zomerbroekjes	=	zomerbroek
zomercampagne	noun	actie die plaatsvindt in de zomer
zomercampagnes	=	zomercampagne
zomercarnaval	noun	carnaval dat in de zomer plaatsvindt, met name Caraïbisch carnaval
zomercarnavals	=	zomercarnaval
zomercliffhanger	noun	het creëren van suspense (spanning) vlak voor de zomerstop, door aan het slot van een aflevering van een TV-serie op een kritiek moment af te breken, waardoor men nieuwsgierig wordt naar het vervolg
zomercliffhangers	=	zomercliffhanger
zomercollectie	noun	verzameling zomerkleding van een winkel of modeontwerper
zomercollecties	=	zomercollectie
zomercursus	noun	een cursus die in de zomer wordt aangeboden
zomercursusje	=	zomercursus
zomercursusjes	=	zomercursus
zomercursussen	=	zomercursus
zomerdag	noun	een dag in juni, juli of augustus
zomerdagen	=	zomerdag
zomerdagje	=	zomerdag
zomerdagjes	=	zomerdag
zomerde	=	zomeren
zomerden	=	zomeren
zomerdienst	noun	dienstregeling gedurende de zomermaanden
zomerdiensten	=	zomerdienst
zomerdienstregeling	noun	regeling van de vertrek- en aankomsttijden van openbaar vervoer in de zomermaanden
zomerdienstregelingen	=	zomerdienstregeling
zomerdiesel	noun	dieselolie zoals die in de warme jaargetijden wordt verkocht, zonder toevoegingen tegen stroperigheid bij lage temperaturen
zomerdijk	noun	een dijk die een uiterwaarde tegen de relatief lage waterstand van de zomer beschermt
zomerdijken	=	zomerdijk
zomerdijkje	=	zomerdijk
zomerdijkjes	=	zomerdijk
zomerdracht	noun	kledij die vooral voor de zomertijd bedoeld is
zomerdrachten	=	zomerdracht
zomerdrachtje	=	zomerdracht
zomerdrachtjes	=	zomerdracht
zomerdriehoek	noun	Wega, Deneb en Altair als opvallend drietal sterren aan de nachtelijke hemel op het noordelijk halfrond in het warme deel van het jaar
zomerdriehoeken	=	zomerdriehoek
zomerduinmot	noun	Nyctegretis lineana een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten
zomerduinmotje	=	zomerduinmot
zomerduinmotjes	=	zomerduinmot
zomerduinmotten	=	zomerduinmot
zomere	=	zomeren
zomereendagsvlieg	noun	insect uit de familie Siphlonuridae van haften (Ephemeroptera).
zomereendagsvliegen	noun	Siphlonuridae een familie van haften (Ephemeroptera).
zomereendagsvliegje	=	zomereendagsvlieg
zomereendagsvliegjes	=	zomereendagsvlieg
zomereik	noun	bepaald soort loofboom, Quercus robur, die inheems is in de Benelux en tot 35 meter hoog kan worden
zomereiken	=	zomereik
zomereikje	=	zomereik
zomerelfje	noun	Melangyna compositarum een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zomerelfjes	=	zomerelfje
zomeren	verb	typisch zomerweer vertonen
zomerend	=	zomeren
zomerende	=	zomeren
zomererebia	noun	bepaalde soort vlinder, Erebia aethiops, uit de familie Nymphalidae, die in België voorkomt
zomererebia's	=	zomererebia
zomerfeest	noun	een feest dat in de zomer gehouden wordt
zomerfeesten	=	zomerfeest
zomerfeestje	=	zomerfeest
zomerfeestjes	=	zomerfeest
zomerfestival	noun	een groot evenement in de zomer met zang en dans en muzikale optredens
zomerfestivalletje	=	zomerfestival
zomerfestivalletjes	=	zomerfestival
zomerfestivals	=	zomerfestival
zomerfijnstraal	noun	Erigeron annuus een eenjarige plant die behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae).
zomerfijnstraaltje	=	zomerfijnstraal
zomerfijnstraaltjes	=	zomerfijnstraal
zomerfijnstralen	=	zomerfijnstraal
zomerfluweelpootje	noun	Flammulina fennae een schimmel behorend tot de familie Physalacriaceae.
zomerfluweelpootjes	=	zomerfluweelpootje
zomergast	noun	een diersoort, gewoonlijk een vogel, die de slechts de zomer in een bepaald gebied doorbrengt
zomergasten	=	zomergast
zomergastje	=	zomergast
zomergastjes	=	zomergast
zomergoed	noun	meest eenjarige, bloeiende planten die voor de zomer in de tuin geplant worden
zomergoederen	=	zomergoed
zomergraan	noun	graan dat men in het voorjaar plant en in de zomermaanden kan oogsten
zomergranen	=	zomergraan
zomergroente	noun	een groentesoort die alleen gedurende een beperkte tijd in de zomer beschikbaar is
zomergroenten	=	zomergroente
zomergroentes	=	zomergroente
zomergroentetje	=	zomergroente
zomergroentetjes	=	zomergroente
zomerhalfjaar	noun	halfjaar waarin de zomer valt
zomerhalfjaren	=	zomerhalfjaar
zomerhangmatspin	noun	Neriene radiata een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
zomerhangmatspinnen	=	zomerhangmatspin
zomerhangmatspinnetje	=	zomerhangmatspin
zomerhangmatspinnetjes	=	zomerhangmatspin
zomerhit	noun	lied dat populair tijdens de zomermaanden
zomerhitje	=	zomerhit
zomerhitjes	=	zomerhit
zomerhits	=	zomerhit
zomerhitte	noun	de warmte in de zomer
zomerhoed	noun	lichte hoed die beschermt tegen de zon en zo zeer geschikt is om te dragen in de zomer
zomerhoeden	=	zomerhoed
zomerhoedje	=	zomerhoed
zomerhoedjes	=	zomerhoed
zomerhuis	noun	huis om de zomer en de vakanties door te brengen
zomerhuisje	=	zomerhuis
zomerhuisjes	=	zomerhuis
zomerhuizen	=	zomerhuis
zomerijs	noun	kunstijsbaan waar men ook op kan schaatsen als het warm weer is
zomerjapon	noun	jurk die geschikt is om te dragen als het warm weer is
zomerjaponnen	=	zomerjapon
zomerjaponnetje	=	zomerjapon
zomerjaponnetjes	=	zomerjapon
zomerjas	noun	dunne jas voor de zomer
zomerjasje	=	zomerjas
zomerjasjes	=	zomerjas
zomerjassen	=	zomerjas
zomerjurk	noun	een luchtige jurk bedoeld om in de warmte van de zomer gedragen te worden
zomerjurken	=	zomerjurk
zomerjurkje	=	zomerjurk
zomerjurkjes	=	zomerjurk
zomerkade	noun	de dijk die bij lage afvoeren een rivier in zijn stroomprofiel houdt, hierbij geholpen door kribben
zomerkaden	=	zomerkade
zomerkades	=	zomerkade
zomerkadetje	=	zomerkade
zomerkadetjes	=	zomerkade
zomerkamp	noun	vakantiekamp waar kinderen in de zomervakantie verblijven
zomerkampen	=	zomerkamp
zomerklederen	=	zomerkleed
zomerkleding	noun	kleding die geschikt is voor warm en zonnig weer
zomerkleed	noun	verenkleed bij vogels gedurende de voortplantingsperiode Vooral de mannetjes hebben dan een mooiere versie van het gewone verenpak om indruk te maken op de vrouwtjes.
zomerkleedje	=	zomerkleed
zomerkleedjes	=	zomerkleed
zomerkleren	noun	kleren die vooral geschikt zijn om in de zomer en bij warm weer te dragen
zomerklokje	noun	Leucojum aestivum een vaste plant die behoort tot de narcisfamilie (Amaryllidaceae).
zomerklokjes	=	zomerklokje
zomerkoninkje	noun	aardbei
zomerkoninkjes	=	zomerkoninkje
zomerkoren	noun	graan dat in het voorjaar wordt gezaaid en wat men hetzelfde jaar oogst
zomerkost	noun	voedsel dat men zomers eet
zomerkostje	=	zomerkost
zomerkostjes	=	zomerkost
zomerkostuum	noun	pak dat geschikt is om bij warm weer te dragen
zomerkostuums	=	zomerkostuum
zomerlek	noun	leerlingen die na het behalen van een vmbo-diploma niet meer aan een mbo-studie beginnen
zomerlekken	=	zomerlek
zomerlinde	noun	Tilia platyphyllos een lindesoort die in Europa in het wild voorkomt, echter niet zo ver noordelijk als de winterlinde (Tilia cordata).
zomerlinden	=	zomerlinde
zomerlindes	=	zomerlinde
zomerlindetje	=	zomerlinde
zomerlindetjes	=	zomerlinde
zomerlucht	noun	de blauwe hemel met weinig wolken die men bij mooi zomerweer kan zien
zomerluchten	=	zomerlucht
zomermaand	noun	de zesde, de zevende of de achtste maand van het jaar
zomermaanden	=	zomermaand
zomermaandje	=	zomermaand
zomermaandjes	=	zomermaand
zomermantel	noun	lange overjas die geschikt is om in de zomer te dragen
zomermantels	=	zomermantel
zomermiddag	noun	de uren tussen de ochtend en de avond van een dag in de zomer.
zomermiddagen	=	zomermiddag
zomermiddagje	=	zomermiddag
zomermiddagjes	=	zomermiddag
zomermode	noun	modieuze kleding voor een bepaalde zomer
zomermodes	=	zomermode
zomermodetje	=	zomermode
zomermodetjes	=	zomermode
zomermorgen	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in de zomer.
zomermorgens	=	zomermorgen
zomermorgentje	=	zomermorgen
zomermorgentjes	=	zomermorgen
zomernacht	noun	de uren van een dag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van een dag in de zomer.
zomernachten	=	zomernacht
zomernachtje	=	zomernacht
zomernachtjes	=	zomernacht
zomernummer	noun	liedje dat speciaal voor de zomer is gemaakt
zomernummers	=	zomernummer
zomerochtend	noun	de uren tussen de nacht en de middag van een dag in de zomer.
zomerochtenden	=	zomerochtend
zomerochtendje	=	zomerochtend
zomerochtendjes	=	zomerochtend
zomeroffensief	noun	een aanvallende campagne die gebruik maakt van de omstandigheden van de zomer
zomeroffensiefje	=	zomeroffensief
zomeroffensiefjes	=	zomeroffensief
zomeroffensieven	=	zomeroffensief
zomeronderbreking	noun	rustperiode tijdens de zomermaanden
zomeronderbrekingen	=	zomeronderbreking
zomeronderbrekinkje	=	zomeronderbreking
zomeronderbrekinkjes	=	zomeronderbreking
zomeropruiming	noun	verkoop tegen verlaagde prijzen vanaf eind juni van kleding en andere modegevoelige artikelen om plaats te maken voor een nieuwe collectie voor het komend seizoen
zomeropruimingen	=	zomeropruiming
zomerpak	noun	pak geschikt om te dragen in de zomer
zomerpakje	=	zomerpak
zomerpakjes	=	zomerpak
zomerpakken	=	zomerpak
zomerpaleis	noun	paleis geschikt om in de warme zomermaanden te bewonen
zomerpaleisje	=	zomerpaleis
zomerpaleisjes	=	zomerpaleis
zomerpaleizen	=	zomerpaleis
zomerpanterspin	noun	Alopecosa aculeata een spinnensoort uit de familie van de wolfspinnen (Lycosidae).
zomerpanterspinnen	=	zomerpanterspin
zomerpanterspinnetje	=	zomerpanterspin
zomerpanterspinnetjes	=	zomerpanterspin
zomerpeil	noun	niveau van een water in de zomer
zomerpeilen	=	zomerpeil
zomerperiode	noun	warmste deel van het jaar
zomerperioden	=	zomerperiode
zomerperiodes	=	zomerperiode
zomerpiek	noun	een kortstondige, sterke toename in de zomerperiode
zomerpieken	=	zomerpiek
zomerpiekje	=	zomerpiek
zomerpiekjes	=	zomerpiek
zomerpolder	noun	polder die soms volloopt met water; polder buiten de zeewering
zomerpolders	=	zomerpolder
zomerpoldertje	=	zomerpolder
zomerpoldertjes	=	zomerpolder
zomerpostzegel	noun	elk uit een serie bijzondere zegels met toeslag voor een goed doel die jaarlijks door de Nederlandse posterijen wordt uitgegeven.
zomerpostzegels	=	zomerpostzegel
zomerprogramma	noun	geheel van activiteiten die plaatsvinden in de zomermaanden
zomerprogramma's	=	zomerprogramma
zomerprogrammering	noun	planning van de programma's die op radio- of televisiezender in de zomermaanden worden uitgezonden
zomerprogrammeringen	=	zomerprogrammering
zomerpunt	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke positie (de Kreeftskeerkring) bereikt
zomerpunten	=	zomerpunt
zomerreces	noun	schorsing van de zitting van een raad of parlement gedurende de zomermaanden
zomerrecesje	=	zomerreces
zomerrecesjes	=	zomerreces
zomerrecessen	=	zomerreces
zomerreeks	noun	een verzameling programma's die men in de zomermaanden uitzendt
zomerreeksen	=	zomerreeks
zomerregeling	noun	het geheel van voorschriften die van toepassing zijn in de zomerperiode
zomerregelingen	=	zomerregeling
zomerregen	noun	een regen de plaatsvindt in de zomermaanden
zomerregens	=	zomerregen
zomerregentje	=	zomerregen
zomerregentjes	=	zomerregen
zomerresidentie	noun	deftige verblijfplaats voor de zomermaanden meestal buiten de stad gelegen
zomerresidenties	=	zomerresidentie
zomerrogge	noun	variëteit van Secale cereale, soort graan dat men in het voorjaar zaait en in de zomer kan oogsten
zomers	adj	typerend voor de zomer	noun|obsolete	genitief van zomer
zomersch	=	zomers
zomerscholen	=	zomerschool
zomerschool	noun	school waar cursussen plaatsvinden in de zomer
zomerschooltje	=	zomerschool
zomerschooltjes	=	zomerschool
zomerschroeforchis	noun	bepaald soort orchidee, Spiranthes aestivalis
zomerschroeforchissen	=	zomerschroeforchis
zomerse	=	zomers
zomerseizoen	noun	warmste deel van het jaar
zomerseizoenen	=	zomerseizoen
zomerser	=	zomers
zomersere	=	zomers
zomerserie	noun	een verzameling programma's die men in de zomermaanden uitzendt
zomerseries	=	zomerserie
zomersers	=	zomers
zomerslaap	noun	periode van inactiviteit in de zomermaanden
zomerslaapje	=	zomerslaap
zomerslaapjes	=	zomerslaap
zomerslapen	=	zomerslaap
zomersmering	noun	smering van motoren met een olie die voor hogere temperaturen geschikt is.
zomersmeringen	=	zomersmering
zomersmerinkje	=	zomersmering
zomersmerinkjes	=	zomersmering
zomersmog	noun	ernstige luchtverontreiniging in de zomermaanden
zomersneeuw	noun	een korstmos Cladonia foliacea uit de familie Cladoniaceae.
zomerspel	noun	een spel dat men vooral speelt in de zomer
zomerspelen	noun	zomers evenement met sport wedstrijden
zomerspellen	=	zomerspel
zomerspikkelbladroller	noun	Cnephasia stephensiana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zomerspikkelbladrollers	=	zomerspikkelbladroller
zomerspikkelbladrollertje	=	zomerspikkelbladroller
zomerspikkelbladrollertjes	=	zomerspikkelbladroller
zomersport	noun	buitensport die men vooral tijdens het warme seizoen beoefent
zomersporten	=	zomersport
zomersproet	noun	kleine pigmentvlekken op de gelaatshuid die vooral zichtbaar zijn in de zomer
zomersproeten	=	zomersproet
zomersproetje	=	zomersproet
zomersproetjes	=	zomersproet
zomerst	=	zomers
zomerstage	noun	periode tijdens de zomer gedurende welke een leerling of student onder begeleiding in de praktijk werkt als onderdeel van de opleiding
zomerstages	=	zomerstage
zomerste	=	zomers
zomerstop	noun	rustperiode in de zomer waarin een bepaalde (sport)activiteit niet wordt uitgevoerd
zomerstopje	=	zomerstop
zomerstopjes	=	zomerstop
zomerstops	=	zomerstop
zomerstorm	noun	een storm die in het jaargetijde van de zomer woedt
zomerstormen	=	zomerstorm
zomerstormpje	=	zomerstorm
zomerstormpjes	=	zomerstorm
zomert	=	zomeren
zomertaling	noun	Anas querquedula een kleine soort eend
zomertalingen	=	zomertaling
zomertalinkje	=	zomertaling
zomertalinkjes	=	zomertaling
zomertangare	noun	Piranga rubra een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
zomertangaren	=	zomertangare
zomertangaretje	=	zomertangare
zomertangaretjes	=	zomertangare
zomertarwe	noun	tarweras dat de zomer als groeiseizoen heeft
zomertarwes	=	zomertarwe
zomertemperaturen	=	zomertemperatuur
zomertemperatuur	noun	buitentemperatuur op een bepaalde plaats en tijd tijdens de zomer
zomertemperatuurtje	=	zomertemperatuur
zomertemperatuurtjes	=	zomertemperatuur
zomertentoonstelling	noun	publiekelijke uitstalling van voorwerpen gedurende de zomermaanden
zomertentoonstellingen	=	zomertentoonstelling
zomertijd	noun	regeling waarbij de klok vanaf een moment in de lente tot een moment in de herfst een uur vooruit wordt gezet, met als hoofddoel meer van het daglicht te profiteren
zomertijden	=	zomertijd
zomertje	=	zomer
zomertjes	=	zomer
zomertortel	noun	bepaald soort lichtbeige vogel, Streptopelia turtur
zomertortels	=	zomertortel
zomertorteltje	=	zomertortel
zomertournee	noun	een rondreis in de zomer bedoeld om op diverse plaatsen een concert of uitvoering te verzorgen
zomertournees	=	zomertournee
zomertruffel	noun	truffel Tuber aestivum die in de zomer rijp is
zomertruffels	=	zomertruffel
zomertruffeltje	=	zomertruffel
zomertruffeltjes	=	zomertruffel
zomeruitverkoop	noun	een gelegenheid in de zomer waarbij tegen gereduceerde prijzen de oude voorraad aan de man gebracht wordt
zomeruitverkopen	=	zomeruitverkoop
zomeruniversiteit	noun	cursussen en colleges die in de zomer, buiten het reguliere studiejaar worden gegeven op een universiteit of hogeschool
zomeruniversiteiten	=	zomeruniversiteit
zomeruren	=	zomeruur
zomeruur	noun	de tijd die gedurende de zomermaanden wordt aangehouden door de klok een uur vooruit te zetten
zomervaalhoed	noun	Hebeloma aestivale een paddenstoel uit de familie Hymenogastraceae.
zomervaalhoeden	=	zomervaalhoed
zomervaalhoedje	=	zomervaalhoed
zomervaalhoedjes	=	zomervaalhoed
zomervacantie	=	zomervakantie
zomervacht	noun	haarkleed van dieren in de zomer
zomervachten	=	zomervacht
zomervachtje	=	zomervacht
zomervachtjes	=	zomervacht
zomervakantie	noun	een lange vakantie in de zomer
zomervakanties	=	zomervakantie
zomervakantietje	=	zomervakantie
zomervakantietjes	=	zomervakantie
zomerverblijf	noun	woning om tijdens de zomermaanden (in de vakantie) in te wonen, meestal gelegen buiten de stad
zomerverblijven	=	zomerverblijf
zomervlinder	noun	Geometra papilionaria is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
zomervlinders	=	zomervlinder
zomervlindertje	=	zomervlinder
zomervlindertjes	=	zomervlinder
zomervlucht	noun	een reis met een vliegtuig in de zomer
zomervluchten	=	zomervlucht
zomervogel	noun	benaming voor trekvogels die alleen in de warme periode van het jaar te zien zijn
zomervogels	=	zomervogel
zomerwarmte	noun	hitte die normaal is voor de zomermaanden
zomerweer	noun	warm, mooi weer zoals het in de zomer zelfs in Nederland van tijd tot tijd zou moeten zijn
zomerweertje	=	zomerweer
zomerweertjes	=	zomerweer
zomerwende	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke positie (de Kreeftskeerkring) bereikt
zomerwenden	=	zomerwende
zomerwendes	=	zomerwende
zomerwielwebspin	noun	Metellina mengei een spin uit de familie strekspinnen (Tetragnathidae) die in heel Europa tot Georgië wordt gevonden
zomerwielwebspinnen	=	zomerwielwebspin
zomerwielwebspinnetje	=	zomerwielwebspin
zomerwielwebspinnetjes	=	zomerwielwebspin
zomerwind	noun	de meestal zachte, warme wind die in de zomermaanden waait
zomerwinden	=	zomerwind
zomerwindje	=	zomerwind
zomerwindjes	=	zomerwind
zomerzaksikkelmot	noun	Pseudatemelia josephinae een vlinder uit de familie van de sikkelmotten (Oecophoridae).
zomerzaksikkelmotje	=	zomerzaksikkelmot
zomerzaksikkelmotjes	=	zomerzaksikkelmot
zomerzaksikkelmotten	=	zomerzaksikkelmot
zomerzegel	noun|obsolete	tot 2011: in Nederland een jaarlijkse uitgifte van een serie bijzondere postzegels met een toeslag die bestemd is voor "sociaal en cultureel werk"
zomerzegels	=	zomerzegel
zomerzon	noun	zon zoals die in de lichtste en warmste periode van het jaar wordt gezien en gevoeld
zomerzonnen	=	zomerzon
zomerzonnestilstand	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke positie (de Kreeftskeerkring) bereikt
zomerzonnestilstanden	=	zomerzonnestilstand
zomerzonnetje	=	zomerzon
zomerzonnetjes	=	zomerzon
zomerzonnewende	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke positie (de Kreeftskeerkring) bereikt
zomerzonnewenden	=	zomerzonnewende
zomerzonnewendes	=	zomerzonnewende
zomerzotheden	=	zomerzotheid
zomerzotheid	noun	dwaasheid, tropenkolder
zomin	conj	verklaart een ontkenning met een andere, meer bekende
zomp	noun	moeras
zompen	=	zomp
zompig	adj	op een moeras gelijkend, nat en modderig
zompige	=	zompig
zompiger	=	zompig
zompigere	=	zompig
zompigers	=	zompig
zompigs	=	zompig
zompigst	=	zompig
zompigste	=	zompig
zompje	=	zomp
zompmaskerbij	noun	Hylaeus gredleri een vliesvleugelig insect uit de familie Colletidae.
zompmaskerbijen	=	zompmaskerbij
zompmaskerbijtje	=	zompmaskerbij
zompmaskerbijtjes	=	zompmaskerbij
zomprus	noun	Juncus articulatus een overblijvend kruid uit de russenfamilie (Juncaceae).
zomprusje	=	zomprus
zomprusjes	=	zomprus
zompruskokermot	noun	Coleophora tamesis een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
zompruskokermotje	=	zompruskokermot
zompruskokermotjes	=	zompruskokermot
zompruskokermotten	=	zompruskokermot
zomprussen	=	zomprus
zompsprinkhaan	noun	Chorthippus montanus een rechtvleugelig insect uit de familie veldsprinkhanen (Acrididae), onderfamilie Gomphocerinae
zompsprinkhaantje	=	zompsprinkhaan
zompsprinkhaantjes	=	zompsprinkhaan
zompsprinkhanen	=	zompsprinkhaan
zompvergeet-mij-nietje	noun	Myosotis laxa subsp. cespitosa een plant uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae), die bloeit bloeit van mei tot september.
zompvergeet-mij-nietjes	=	zompvergeet-mij-nietje
zompzakspin	noun	Clubiona reclusa een spinnensoort in de taxonomische indeling van de struikzakspinnen (Clubionidae)
zompzakspinnen	=	zompzakspin
zompzakspinnetje	=	zompzakspin
zompzakspinnetjes	=	zompzakspin
zompzegge	noun	Carex curta een vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
zompzeggen	=	zompzegge
zompzeggetje	=	zompzegge
zompzeggetjes	=	zompzegge
zon	noun	de ster waar de planeet aarde omheen draait, hemellichaam dat o.a. de aarde het daglicht schenkt
zona	noun	gordelroos (herpes zoster)
zonaal	adj	met betrekking tot zones
zonaals	=	zonaal
zonaalst	=	zonaal
zonaalste	=	zonaal
zonaanbidder	noun	iemand die graag zont
zonaanbidders	=	zonaanbidder
zonaanbiddertje	=	zonaanbidder
zonaanbiddertjes	=	zonaanbidder
zonaanbidster	noun	vrouwelijke vorm van zonaanbidder
zonaanbidsters	=	zonaanbidster
zonaanbidstertje	=	zonaanbidster
zonaanbidstertjes	=	zonaanbidster
zonachtig	adj	lijkend op de zon
zonachtige	=	zonachtig
zonachtiger	=	zonachtig
zonachtigere	=	zonachtig
zonachtigers	=	zonachtig
zonachtigs	=	zonachtig
zonachtigst	=	zonachtig
zonachtigste	=	zonachtig
zonale	=	zonaal
zonaler	=	zonaal
zonalere	=	zonaal
zonalers	=	zonaal
zonastrild	noun	Neochmia phaeton een klein vogeltje uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae), oorspronkelijk afkomstig uit het noordelijk deel van Australië en Nieuw-Guinea
zonastrilden	=	zonastrild
zonastrildje	=	zonastrild
zonastrildjes	=	zonastrild
zonbeschenen	adj	blootgesteld aan de (felle) zon
zonbeschenens	=	zonbeschenen
zonbestraling	noun	het bestraald worden door de zon
zonbestralingen	=	zonbestraling
zond	=	zenden
zond'loos	=	zondloos
zondaar	noun	iemand die ongehoorzaam is aan Gods geboden
zondaars	=	zondaar
zondaartje	=	zondaar
zondaartjes	=	zondaar
zondag	noun	een dag van de week die na zaterdag en voor maandag komt
zondagactie	noun	speciale aanbieding die alleen geldig is op zondag
zondagacties	=	zondagactie
zondagactietje	=	zondagactie
zondagactietjes	=	zondagactie
zondagamateur	noun	amateurspeler bij een zondagclub
zondagamateurs	=	zondagamateur
zondagamateurtje	=	zondagamateur
zondagamateurtjes	=	zondagamateur
zondagavond	noun	de latere uren van de zondag	adv	op de avond van de zondag
zondagavonden	=	zondagavond
zondagavondje	=	zondagavond
zondagavondjes	=	zondagavond
zondagclub	noun	voetbalclub die op zondag wedstrijden speelt
zondagclubje	=	zondagclub
zondagclubjes	=	zondagclub
zondagclubs	=	zondagclub
zondagcompetitie	noun	reeks wedstrijden tussen verschillende sporters of clubs die op zondag gespeeld worden
zondagcompetities	=	zondagcompetitie
zondagen	=	zondag
zondagflaneur	noun	iemand die op zondag op een elegante manier loopt of slentert
zondagflaneurs	=	zondagflaneur
zondagje	=	zondag
zondagjes	=	zondag
zondagkrant	noun	een krant die op zondag verschijnt
zondagkranten	=	zondagkrant
zondagkrantje	=	zondagkrant
zondagkrantjes	=	zondagkrant
zondagmiddag	noun	de uren van een zondag tussen het middaguur en de avond	adv	op de middag van de zondag
zondagmiddagarmpje	noun	partiële ontwrichting van de elleboog van een kind ten gevolge van het krachtig meetrekken aan een uitgestoken arm
zondagmiddagarmpjes	=	zondagmiddagarmpje
zondagmiddagen	=	zondagmiddag
zondagmiddagje	=	zondagmiddag
zondagmiddagjes	=	zondagmiddag
zondagmorgen	noun	de uren van een zondag tussen de nachtelijke uren en de middag, de morgen van zondag	adv	in de morgen van de zondag
zondagmorgens	=	zondagmorgen
zondagmorgentje	=	zondagmorgen
zondagmorgentjes	=	zondagmorgen
zondagnacht	noun	de nacht van zondag op maandag.	adv	in de nacht van de zondag
zondagnachten	=	zondagnacht
zondagnachtje	=	zondagnacht
zondagnachtjes	=	zondagnacht
zondagnamiddag	noun	op zondag de tijd aan het einde van de middag of in het tweede deel van de zondagmiddag
zondagnamiddagen	=	zondagnamiddag
zondagnamiddagje	=	zondagnamiddag
zondagnamiddagjes	=	zondagnamiddag
zondagochtend	noun	de uren van een zondag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van zondag	adv	in de ochtend van de zondag
zondagochtenden	=	zondagochtend
zondagochtendje	=	zondagochtend
zondagochtendjes	=	zondagochtend
zondagochtendlijk	adj	betrekking hebbend op de zondagochtend; uitgevoerd gedurende de zondagochtend
zondagochtendlijke	=	zondagochtendlijk
zondagochtendlijks	=	zondagochtendlijk
zondagopenstelling	noun	het geopend zijn van winkels op zondag
zondagopenstellingen	=	zondagopenstelling
zondagrust	noun	het zich (om religieuze redenen) onthouden van de wekelijkse bezigheden op zondag
zondags	adj	op de zondag betrekking hebbend	adv	op zondagen
zondagsarbeid	noun	betaalde arbeid die men op zondag verricht
zondagsarmpje	noun	partiële ontwrichting van de elleboog van een kind ten gevolge van het krachtig meetrekken aan een uitgestoken arm
zondagsarmpjes	=	zondagsarmpje
zondagsavonds	adv	geregeld op de avonden van de zondagen.
zondagsblaadje	=	zondagsblad
zondagsblaadjes	=	zondagsblad
zondagsblad	noun	krant die op zondag verschijnt of wordt gemaakt om zondags gelezen te worden, zondagskrant
zondagsbladen	=	zondagsblad
zondagsch	=	zondags
zondagsdichter	noun	iemand die in zijn vrije tijd dicht
zondagsdichters	=	zondagsdichter
zondagsdienst	noun	kerkdienst op zondag
zondagsdiensten	=	zondagsdienst
zondagse	=	zondags
zondagseditie	noun	de uitgave van de zondag van een krant, tijdschrift of ander medium
zondagsedities	=	zondagseditie
zondagsgezicht	noun	vrolijke, opgewekte, vriendelijke gelaatsuitdrukking
zondagsgezichten	=	zondagsgezicht
zondagsheiliging	noun	het handhaven van de zondagsrust (om religieuze redenen)
zondagsheiligingen	=	zondagsheiliging
zondagsheiligingetje	=	zondagsheiliging
zondagsheiligingetjes	=	zondagsheiliging
zondagshoppen	verb	winkelen op zondag
zondagshoppend	=	zondagshoppen
zondagshoppende	=	zondagshoppen
zondagskind	noun	iemand die voor het geluk geboren is, een gelukskind
zondagskinderen	=	zondagskind
zondagskindje	=	zondagskind
zondagskindjes	=	zondagskind
zondagsklederen	=	zondagskleed
zondagskleed	noun	nette kleren voor de zondag
zondagskleedje	=	zondagskleed
zondagskleedjes	=	zondagskleed
zondagskleren	=	zondagskleed
zondagskrant	noun	een krant die op zondag verschijnt
zondagskranten	=	zondagskrant
zondagskrantje	=	zondagskrant
zondagskrantjes	=	zondagskrant
zondagsletter	noun	is de letter van de eerste zondag van dat jaar als de dagen van de week cyclisch aangeduid worden met de letters A, B, C, D, E, F en G, beginnend met A voor 1 januari
zondagsletters	=	zondagsletter
zondagslettertje	=	zondagsletter
zondagslettertjes	=	zondagsletter
zondagsmaal	noun	extra lekker eten
zondagsmaaltje	=	zondagsmaal
zondagsmaaltjes	=	zondagsmaal
zondagsmalen	=	zondagsmaal
zondagsmiddags	adv	geregeld op de middagen van de zondagen
zondagsmis	noun	religieuze bijeenkomst op zondag
zondagsmissen	=	zondagsmis
zondagsmorgens	adv	geregeld op de ochtenden van de zondagen
zondagsnachts	adv	geregeld in de nachten van de zondagen
zondagsochtends	adv	geregeld op de ochtenden van de zondagen
zondagsopening	noun	het geopend zijn van winkels en andere voorzieningen op zondag
zondagsopeningen	=	zondagsopening
zondagsopenstelling	noun	het open zijn van winkels op zondag
zondagsopenstellingen	=	zondagsopenstelling
zondagspak	noun	net pak voor de zondag en soortgelijke gelegenheden
zondagspakje	=	zondagspak
zondagspakjes	=	zondagspak
zondagspakken	=	zondagspak
zondagsplicht	noun	plicht tot het vervullen van religieuze handelingen (het in acht nemen van de zondagsrust, bijwonen van de mis etc.)
zondagsplichten	=	zondagsplicht
zondagspubliek	noun	groep bezoekers die op zondag naar een evenement gaan
zondagspublieken	=	zondagspubliek
zondagsrijder	noun	weggebruiker die een vervoermiddel (voornamelijk auto, maar ook bijvoorbeeld paard, bromfiets) met een kennelijk zo gebrekkige rijtechniek gebruikt, dat het erop lijkt alsof hij/zij alleen op vrije dagen voor het plezier wel eens een rustig ritje maakt en verder geen rijervaring in het wegverkeer opbouwt
zondagsrijders	=	zondagsrijder
zondagsrijdertje	=	zondagsrijder
zondagsrijdertjes	=	zondagsrijder
zondagsrust	noun	het zich (om religieuze redenen) onthouden van de wekelijkse bezigheden op zondag
zondagsschilder	noun	iemand die alleen in z'n vrije tijd schildert, amateurschilder, hobbyist
zondagsschilders	=	zondagsschilder
zondagsscholen	=	zondagsschool
zondagsschool	noun	school waar op zondag godsdienstig onderwijs gegeven wordt aan kinderen
zondagsschooltje	=	zondagsschool
zondagsschooltjes	=	zondagsschool
zondagsschot	noun	een wild schot dat gelukkigerwijze in het doel belandt
zondagsschoten	=	zondagsschot
zondagsschotje	=	zondagsschot
zondagsschotjes	=	zondagsschot
zondagssluiting	noun	verplichte winkelsluiting op zondag (die vooral vroeger door diverse overheden werd opgelegd)
zondagssluitingen	=	zondagssluiting
zondagsviering	noun	het vieren van de zondag (als de dag des Heren)
zondagsvieringen	=	zondagsviering
zondagswerk	noun	werk dat ondanks de zondagsrust toch doet op zondag, uit liefhebberij of uit de aard van het werk
zondagswerken	=	zondagswerk
zondagswet	noun	wetten en regelingen waarin een speciale plaats is toegekend aan de zondag en de zondagsrust
zondagswetten	=	zondagswet
zondagvoetbal	noun	voetbal in competitieverband op de zondagen, vroeger veelal verboden
zondagvoormiddag	noun	op zondag de tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de zondagmiddag
zondagvoormiddagen	=	zondagvoormiddag
zondagvoormiddagje	=	zondagvoormiddag
zondagvoormiddagjes	=	zondagvoormiddag
zondaren	=	zondaar
zondares	noun	vrouw die ongehoorzaam is aan Gods geboden
zondaresje	=	zondares
zondaressen	=	zondares
zonde	noun	overtreding van een goddelijke wet of regel	adj	te betreuren, een gevoel van spijt of teleurstelling oproepend
zondebesef	noun	het bewustzijn dat men niet alles heeft gedaan zoals het volgens de kerkelijke leer zou moeten
zondebok	noun	een te offeren dier, gewoonlijk een bokje, waarop alle zonden geworpen worden
zondebokje	=	zondebok
zondebokjes	=	zondebok
zondebokken	=	zondebok
zondelast	noun	het berouw en zelfverwijt dat zondaars voelen voor de zonden die ze begaan hebben
zondelasten	=	zondelast
zondeloos	adj	niets verkeerds gedaan hebbend, zonder zonden
zondeloosheden	=	zondeloosheid
zondeloosheid	noun	het zondeloos zijn
zondeloost	=	zondeloos
zondelooste	=	zondeloos
zondeloze	=	zondeloos
zondelozer	=	zondeloos
zondelozere	=	zondeloos
zondelozers	=	zondeloos
zonden	=	zonde
zondenbok	=	zondebok
zondenloos	=	zondeloos
zonder	prep	in afwezigheid van.
zonderde	=	zonderen
zonderden	=	zonderen
zondere	=	zonderen
zonderegister	noun	lijst met handelingen die verboden zijn volgens de leer van een godsdienst
zonderegisters	=	zonderegister
zonderen	verb	afscheiden, scheiden, apart zetten
zonderend	=	zonderen
zonderende	=	zonderen
zonderling	noun	iemand die los van de samenleving leeft en bevreemding opwekt	adj	bij alle anderen bevreemding opwekkend
zonderlinge	=	zonderling
zonderlingen	=	zonderling
zonderlinger	=	zonderling
zonderlingere	=	zonderling
zonderlingers	=	zonderling
zonderlingetje	=	zonderling
zonderlingheden	=	zonderlingheid
zonderlingheid	noun	het vreemd, raar of excentriek zijn; de mate waarin men vreemd, raar of excentriek is
zonderlings	=	zonderling
zonderlingst	=	zonderling
zonderlingste	=	zonderling
zondert	=	zonderen
zondes	=	zonde
zondeschuld	noun	de schuld van iemand door het begaan van zonden
zondetje	=	zonde
zondetjes	=	zonde
zondeval	noun	daad waardoor men uit een staat van paradijselijke onschuld tot schuld vervalt
zondevallen	=	zondeval
zondevalletje	=	zondeval
zondevalletjes	=	zondeval
zondig	adj	goddelijke voorschriften of verboden schendend
zondigde	=	zondigen
zondigden	=	zondigen
zondige	=	zondig
zondigen	verb	het overtreden van een religieuze wet
zondigend	=	zondigen
zondigende	=	zondigen
zondiger	noun	iemand die zondigt, een zondaar
zondigere	=	zondig
zondigers	=	zondig
zondigheden	=	zondigheid
zondigheid	noun	het zondig zijn; de mate waarin men zondig is; de zondige aard
zondigs	=	zondig
zondigst	=	zondig
zondigste	=	zondig
zondigt	=	zondigen
zondloos	adj|poetic	niets verkeerds gedaan hebbend, zonder zonde
zondloze	=	zondloos
zondoorstoofd	adj	veel zonnestraling ontvangen hebbend
zondoorstoofde	=	zondoorstoofd
zondoorstoofder	=	zondoorstoofd
zondoorstoofdere	=	zondoorstoofd
zondoorstoofders	=	zondoorstoofd
zondoorstoofds	=	zondoorstoofd
zondoorstoofdst	=	zondoorstoofd
zondoorstoofdste	=	zondoorstoofd
zondt	=	zenden
zondubbeltandmos	noun	Didymodon sicculus een mossoort in de familie Pottiaceae.
zondubbeltandmosje	=	zondubbeltandmos
zondubbeltandmosjes	=	zondubbeltandmos
zondubbeltandmossen	=	zondubbeltandmos
zondvloed	noun	een belangrijk mythologisch thema, waarin een grote overstroming, meestal gezonden door een god of goden, een beschaving of de hele wereldbevolking - met uitzondering van een enkeling en zijn gezin - vernietigde, veelal als straf (in het Bijbelverhaal vergaat de wereld met al wat erop was, behalve de ark van Noach)
zondvloeden	=	zondvloed
zondvloedgeloof	noun	geloof dat de opwarming van de aarde zal leiden tot rampzalige wolkbreuken en een catastrofale zeespiegelstijging
zondvloedje	=	zondvloed
zondvloedjes	=	zondvloed
zone	noun	bepaald gebied dat is afgebakend van aangrenzend gebied
zone-eigen	adj	van een gebouw dat het staat in een gebied waar het past bij de bestemming van dat gebied
zone-eigener	=	zone-eigen
zone-eigeners	=	zone-eigen
zone-eigens	=	zone-eigen
zone-eigenst	=	zone-eigen
zone-eigenste	=	zone-eigen
zonecht	adj	bestand tegen de blekende werking van zonlicht
zonechte	=	zonecht
zonechter	=	zonecht
zonechtere	=	zonecht
zonechters	=	zonecht
zonechts	=	zonecht
zonechtst	=	zonecht
zonechtste	=	zonecht
zoneclips	noun	het verschijnsel dat de maan of een ander hemellichaam voor de zon langstrekt, waardoor het zonlicht geblokkeerd wordt
zoneclipsen	=	zoneclips
zoneclipsje	=	zoneclips
zoneclipsjes	=	zoneclips
zonedekking	noun	een tactiek in teamsporten (zoals voetbal, hockey en basketbal) waarbij verdedigers niet één vaste tegenstander volgen, maar een specifiek gebied in het veld bewaken.
zonedekkingen	=	zonedekking
zonedekkinkje	=	zonedekking
zonedekkinkjes	=	zonedekking
zoneer	=	zoneren
zoneerde	=	zoneren
zoneerden	=	zoneren
zoneert	=	zoneren
zonen	=	zoon
zonenergie	noun	straling van de zon die is omgezet in een vorm waarmee de snelheid of temperatuur van zaken naar wens kan worden veranderd
zoneparc	noun	schoolplein met drie zones: een gele zone voor praten en uitrusten, een blauwe zone voor activiteiten en een rode zone voor sporten
zoneparcs	=	zoneparc
zonere	=	zoneren
zoneren	verb	in zones verdelen
zonerend	=	zoneren
zonerende	=	zoneren
zonering	noun	een verdeling van een gebied in verschillende deelgebieden met verschillende functies
zoneringen	=	zonering
zonerinkje	=	zonering
zones	=	zone
zonet	adv	hiervoor, een ogenblik geleden
zonetje	=	zone
zonetjes	=	zone
zoneverdediging	noun	vorm van verdedigen waarbij iedere verdedigende speler een deel van het veld krijgt aangewezen om daar de acties van de tegenstander te hinderen
zoneverdedigingen	=	zoneverdediging
zoneverdedigingetje	=	zoneverdediging
zoneverdedigingetjes	=	zoneverdediging
zonevreemd	adj	in strijd met de voor het betreffende gebied door een overheid vastgestelde bestemming
zonevreemde	=	zonevreemd
zonevreemder	=	zonevreemd
zonevreemdere	=	zonevreemd
zonevreemders	=	zonevreemd
zonevreemds	=	zonevreemd
zonevreemdst	=	zonevreemd
zonevreemdste	=	zonevreemd
zong	=	zingen
zonge	=	zingen
zongebruind	adj	van de huid van mensen: dat deze door de zon is gepigmenteerd
zongebruinde	=	zongebruind
zongebruinder	=	zongebruind
zongebruindere	=	zongebruind
zongebruinders	=	zongebruind
zongebruinds	=	zongebruind
zongebruindst	=	zongebruind
zongebruindste	=	zongebruind
zongen	=	zingen
zongerijpt	adj	door de zon gerijpt, niet op kunstmatige wijze
zongerijpte	=	zongerijpt
zongerijpter	=	zongerijpt
zongerijptere	=	zongerijpt
zongerijpters	=	zongerijpt
zongerijpts	=	zongerijpt
zongerijptst	=	zongerijpt
zongerijptste	=	zongerijpt
zongt	=	zingen
zonhoed	noun	hoed met een rand die de drager beschermt tegen de zon
zonhoeden	=	zonhoed
zonhoedje	=	zonhoed
zonhoedjes	=	zonhoed
zoniet	adv	als dit niet het geval zou zijn
zonk	=	zinken
zonkant	noun	kant waar de zon op schijnt
zonkanten	=	zonkant
zonke	=	zinken
zonken	=	zinken
zonkracht	noun	getal dat de sterkte van de zonnestraling uitdrukt.
zonkrachten	=	zonkracht
zonkt	=	zinken
zonlibelle	noun	libel uit het geslacht Urothemis van libellen (Odonata) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
zonlibellen	noun	Urothemis een geslacht van libellen (Odonata) uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
zonlibelletje	=	zonlibelle
zonlibelletjes	=	zonlibelle
zonlicht	noun	de zichtbare elektromagnetische straling van de ster waarrond onze aarde draait
zonloos	adj	somber, kil, zonder vrolijkheid
zonloost	=	zonloos
zonlooste	=	zonloos
zonloze	=	zonloos
zonlozer	=	zonloos
zonlozere	=	zonloos
zonlozers	=	zonloos
zonne	=	zonnen
zonne-energie	noun	energie die gewonnen wordt uit de straling van de zon
zonneactiviteit	noun	het uitstoten van zonnevlammen door de zon; de aanwezigheid van zonnevlekken op het zonoppervlak
zonneactiviteiten	=	zonneactiviteit
zonneallergie	noun	overgevoeligheid van de huid voor zonlicht
zonneallergieën	=	zonneallergie
zonneauto	noun	een auto die op zonne-energie rijdt
zonneauto's	=	zonneauto
zonneautootje	=	zonneauto
zonneautootjes	=	zonneauto
zonnebaad	=	zonnebaden
zonnebaadde	=	zonnebaden
zonnebaadden	=	zonnebaden
zonnebaadt	=	zonnebaden
zonnebaan	noun	de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen, in werkelijkheid dus de aardbaan
zonnebaantje	=	zonnebaan
zonnebaantjes	=	zonnebaan
zonnebaars	noun	Lepomis gibbosus een vis uit Noord-Amerika die is uitgezet in het zoetwater van de Benelux.
zonnebaarsje	=	zonnebaars
zonnebaarsjes	=	zonnebaars
zonnebaarzen	noun	een familie Centrarchidae van straalvinnige zoetwatervissen die tot de orde van baarsachtigen (Perciformes) behoren.
zonnebad	noun	het doelbewust de huid aan de stralen van de zon blootstellen om bruin te worden
zonnebade	=	zonnebaden
zonnebaden	verb	zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling
zonnebadend	adj	bezig met het nemen van een zonnebad
zonnebadende	=	zonnebadend
zonnebadends	=	zonnebadend
zonnebader	noun	iemand die in het zonlicht plaatsneemt om daarvan te genieten en meestal ook om een bruine huid te krijgen
zonnebaders	=	zonnebader
zonnebadertje	=	zonnebader
zonnebadertjes	=	zonnebader
zonnebadje	=	zonnebad
zonnebadjes	=	zonnebad
zonnebanen	=	zonnebaan
zonnebank	noun	ligbank met lampen die ultraviolette stralen uitzenden waardoor de huid bruin wordt
zonnebanken	=	zonnebank
zonnebankje	=	zonnebank
zonnebankjes	=	zonnebank
zonneblind	noun	vensterluik met horizontale latjes, om de zonnestralen buiten te houden
zonneblinde	=	zonneblind
zonneblinden	=	zonneblind
zonneblinder	=	zonneblind
zonneblindere	=	zonneblind
zonneblinders	=	zonneblind
zonneblinds	=	zonneblind
zonneblindst	=	zonneblind
zonneblindste	=	zonneblind
zonnebloem	noun	bepaald soort tot 3 meter hoge plant met een grote gele bloem, Helianthus annuus
zonnebloemen	=	zonnebloem
zonnebloemetje	=	zonnebloem
zonnebloemkapitalisme	noun	vorm van kapitalisme waar bedrijven zich teveel richten op de overheid en vooral ook op de overheidssteun
zonnebloemmeeldauw	noun	een echte meeldauw, Sphaerotheca fusca, die onder droge omstandigheden bij een temperatuur boven de 20 °C komkommer, courgette en andijvie kan aantasten
zonnebloemmeeldauwtje	=	zonnebloemmeeldauw
zonnebloemmeeldauwtjes	=	zonnebloemmeeldauw
zonnebloemolie	noun	een plantaardige spijsolie geperst uit zonnebloempitten
zonnebloemolies	=	zonnebloemolie
zonnebloemolietje	=	zonnebloemolie
zonnebloemolietjes	=	zonnebloemolie
zonnebloemoliën	=	zonnebloemolie
zonnebloempit	noun	de pit van een zonnebloem
zonnebloempitje	=	zonnebloempit
zonnebloempitjes	=	zonnebloempit
zonnebloempitten	=	zonnebloempit
zonnebloempje	=	zonnebloem
zonnebloempjes	=	zonnebloem
zonnebloemster	noun	Pycnopodia helianthoides een zeester die voorkomt aan de westkust van Noord-Amerika
zonnebloemsterren	=	zonnebloemster
zonnebloemsterretje	=	zonnebloemster
zonnebloemsterretjes	=	zonnebloemster
zonneboiler	noun	groot vat waarin water dat (in de collector) werd verwarmd door zonne-energie wordt opgeslagen
zonneboilers	=	zonneboiler
zonneboilertje	=	zonneboiler
zonneboilertjes	=	zonneboiler
zonneboself	noun	Chaetocercus heliodor een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zonneboselfen	=	zonneboself
zonneboselfje	=	zonneboself
zonneboselfjes	=	zonneboself
zonneboselven	=	zonneboself
zonnebrand	noun	de vaak pijnlijke gevolgen van een blootstelling van de huid aan een te grote dosis ultraviolet licht
zonnebrandcrème	noun	vettige substantie die op de huid wordt gesmeerd om verbranding ervan tegen te gaan
zonnebrandcrèmepje	=	zonnebrandcrème
zonnebrandcrèmepjes	=	zonnebrandcrème
zonnebrandcrèmes	=	zonnebrandcrème
zonnebril	noun	een bril met speciale glazen (dikwijls polaroid) om de ogen tegen het zonlicht te beschermen
zonnebrillen	=	zonnebril
zonnebrilletje	=	zonnebril
zonnebrilletjes	=	zonnebril
zonnecel	noun	toestel dat de elektromagnetische energie van zonlicht langs fotovoltaïsche of foto-elektrochemische weg direct omzet in elektrische of chemische energie (zonder deze eerst tot warmte te dissiperen)
zonnecellen	=	zonnecel
zonnecelletje	=	zonnecel
zonnecelletjes	=	zonnecel
zonnecentrale	noun	elektriciteitscentrale op zonne-energie
zonnecentrales	=	zonnecentrale
zonnecollector	noun	apparaat dat zonnewarmte opvangt (en daarmee meestal water verwarmt)
zonnecollectoren	=	zonnecollector
zonnecollectors	=	zonnecollector
zonneconstante	noun	stralingsenergie die de aarde aan de buitenzijde van de atmosfeer per vierkante centimeter van de zon ontvangt
zonneconstanten	=	zonneconstante
zonnecrème	noun	een smeersel voor op de huid ter bescherming tegen zonnestraling
zonnecrèmes	=	zonnecrème
zonneculten	=	zonnecultus
zonnecultus	noun	religie waarin men de zon vereert
zonnecultussen	=	zonnecultus
zonnedag	noun	een dag met zonnig weer
zonnedagen	=	zonnedag
zonnedagje	=	zonnedag
zonnedagjes	=	zonnedag
zonnedak	noun	dak van een auto met een raam dat zonlicht kan doorlaten
zonnedaken	=	zonnedak
zonnedakje	=	zonnedak
zonnedakjes	=	zonnedak
zonnedassen	noun	een geslacht Melogale van zoogdieren uit de familie van de marterachtigen (Mustelidae).
zonnedauw	noun	benaming voor vleesetende planten uit het geslacht Drosera in de zonnedauwfamilie (Droseraceae)
zonnedauwfamilie	noun	een familie Droseraceae van vleesetende planten.
zonnedauwfamilies	=	zonnedauwfamilie
zonnedauwfamilietje	=	zonnedauwfamilie
zonnedauwfamilietjes	=	zonnedauwfamilie
zonnedauwvedermot	noun	Buckleria paludum een vlinder uit de familie vedermotten (Pterophoridae).
zonnedauwvedermotje	=	zonnedauwvedermot
zonnedauwvedermotjes	=	zonnedauwvedermot
zonnedauwvedermotten	=	zonnedauwvedermot
zonnedek	noun	deel van het bovenste dek van een boot waarop gezond kan worden of dat juist een dak heeft dat beschermt tegen de zon
zonnedekje	=	zonnedek
zonnedekken	=	zonnedek
zonnedienst	noun	religie waarin men de zon vereert
zonnediensten	=	zonnedienst
zonnegeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1037 ( ).	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1037 ( ).
zonnegeels	=	zonnegeel
zonnegeelst	=	zonnegeel
zonnegeelste	=	zonnegeel
zonnegele	=	zonnegeel
zonnegelen	=	zonnegeel
zonnegeler	=	zonnegeel
zonnegelere	=	zonnegeel
zonnegelers	=	zonnegeel
zonnegloed	noun	de warmte en straling van de zon
zonnegloedbladroller	noun	Cydia interscindana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zonnegloedbladrollers	=	zonnegloedbladroller
zonnegloedbladrollertje	=	zonnegloedbladroller
zonnegloedbladrollertjes	=	zonnegloedbladroller
zonnegloedknotszwam	noun	Clavaria incarnata een schimmel behorend tot de familie Clavariaceae.
zonnegloedknotszwammen	=	zonnegloedknotszwam
zonnegloedknotszwammetje	=	zonnegloedknotszwam
zonnegloedknotszwammetjes	=	zonnegloedknotszwam
zonnegloren	noun	het lichtschijnsel aan de einder die de zonsopgang aankondigt
zonnegod	noun	god van de zon
zonnegoden	=	zonnegod
zonnegroet	noun	ochtendlijke begroeting van de zon, m.n. als vorm van warming-up voor de ochtendgymnastiek en bij yoga
zonnegroeten	=	zonnegroet
zonnegroetje	=	zonnegroet
zonnegroetjes	=	zonnegroet
zonnehemel	noun	hemel met zon (tamelijk zeldzaam in Nederland)
zonnehemels	=	zonnehemel
zonnehemeltje	=	zonnehemel
zonnehemeltjes	=	zonnehemel
zonnehoed	noun	Echinacea purpurea Rudbeckia purpurea is een vaste plant afkomstig uit Noord-Amerika en behoort tot de familie Asteraceae
zonnehoeden	=	zonnehoed
zonnehoedje	=	zonnehoed
zonnehoedjes	=	zonnehoed
zonnehoningzuiger	noun	Cinnyris solaris een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
zonnehoningzuigers	=	zonnehoningzuiger
zonnehoningzuigertje	=	zonnehoningzuiger
zonnehoningzuigertjes	=	zonnehoningzuiger
zonnejaar	noun	de tijd die het de aarde kost één keer rond de zon te draaien
zonnejaartje	=	zonnejaar
zonnejaartjes	=	zonnejaar
zonnejaren	=	zonnejaar
zonnejurk	noun	een luchtige jurk bedoeld om in de warmte van de zomer gedragen te worden
zonnejurken	=	zonnejurk
zonnejurkje	=	zonnejurk
zonnejurkjes	=	zonnejurk
zonnekampoot	noun	Drassyllus praeficus een spinnensoort in de taxonomische indeling van de bodemjachtspinnen (Gnaphosidae).
zonnekampootje	=	zonnekampoot
zonnekampootjes	=	zonnekampoot
zonnekampoten	=	zonnekampoot
zonnekanon	noun	apparaat met sterke uv-lampen dat men kan gebruiken om snel bruin te worden, ook als de zon niet schijnt
zonnekanonnen	=	zonnekanon
zonnekap	noun	als of niet neerklapbare bescherming tegen zonnestraling
zonnekappen	=	zonnekap
zonnekijker	noun	telescoop geschikt om mee naar de zon te kijken
zonnekijkers	=	zonnekijker
zonnekind	noun	iemand die op een makkelijke, onschuldige manier een prettig leven leidt
zonnekinderen	=	zonnekind
zonnekindje	=	zonnekind
zonnekindjes	=	zonnekind
zonneklaar	adj	heel duidelijk
zonneklaars	=	zonneklaar
zonneklare	=	zonneklaar
zonneklep	noun	klep, die met een soort haarband op het hoofd wordt gedragen, zodat de zon niet in de ogen kan schijnen
zonneklepje	=	zonneklep
zonneklepjes	=	zonneklep
zonneklepjesmos	noun	Physciella chloantha een korstmos uit de familie Physciaceae.
zonneklepjesmosje	=	zonneklepjesmos
zonneklepjesmosjes	=	zonneklepjesmos
zonneklepjesmossen	=	zonneklepjesmos
zonnekleppen	=	zonneklep
zonneklopper	noun	iemand die graag en veel in de zon ligt
zonnekloppers	=	zonneklopper
zonnekloppertje	=	zonneklopper
zonnekloppertjes	=	zonneklopper
zonneknikmos	noun	Bryum torquescens een mossoort behorend tot de familie Bryaceae.
zonneknikmosje	=	zonneknikmos
zonneknikmosjes	=	zonneknikmos
zonneknikmossen	=	zonneknikmos
zonnekoning	noun	in pracht en praal schitterende alleenheerser
zonnekoningen	=	zonnekoning
zonnekronen	=	zonnekroon
zonnekroon	noun	Silphium perfoliatum een vaste plant uit de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae).
zonnekroon-rusroest	noun	Uromyces silphii een paddenstoel uit de familie Pucciniaceae. variëteit: Uromyces geranii var. kabatianus.
zonnekroon-rusroesten	=	zonnekroon-rusroest
zonnekroon-rusroestje	=	zonnekroon-rusroest
zonnekroon-rusroestjes	=	zonnekroon-rusroest
zonnekroontje	=	zonnekroon
zonnekroontjes	=	zonnekroon
zonnekruis	noun	een symbool dat bestaat uit een gelijkzijdig kruis in een cirkel
zonneleeuwerik	noun	Galerida modesta een vogel uit de familie van leeuweriken (Alaudidae).
zonneleeuweriken	=	zonneleeuwerik
zonneleeuwerikje	=	zonneleeuwerik
zonneleeuwerikjes	=	zonneleeuwerik
zonnelicht	=	zonlicht
zonnelichte	=	zonlicht
zonnelichts	=	zonlicht
zonnelied	noun	gebed uit de rooms-katholieke traditie geschreven door de heilige Franciscus van Assisi
zonneliederen	=	zonnelied
zonneliedje	=	zonnelied
zonneliedjes	=	zonnelied
zonneloos	=	zonloos
zonnemaand	noun	tijd die gemiddeld verloopt terwijl de zon in één sterrenbeeld lijkt te staan, dus een twaalfde deel van het zonnejaar, ongeveer 30 dagen, 10 uur, 29 minuten en 5 seconden
zonnemaanden	=	zonnemaand
zonnemelk	noun	een crème die op de huid aangebracht kan worden ter bescherming tegen zonlicht
zonnen	verb	zich gedurende een zekere tijd blootstellen aan zonnestraling
zonnend	=	zonnen
zonnende	=	zonnen
zonnenroosjesmeeldauw	noun	een echte meeldauw Leveillula taurica uit de familie Erysiphaceae.
zonnenroosjesmeeldauwtje	=	zonnenroosjesmeeldauw
zonnenroosjesmeeldauwtjes	=	zonnenroosjesmeeldauw
zonneoven	noun	oven die door zonlicht via lenzen of spiegels verhit wordt
zonneovens	=	zonneoven
zonneoventje	=	zonneoven
zonneoventjes	=	zonneoven
zonnepaneel	noun	een paneel dat stralingsenergie van de zon omzet in elektriciteit
zonnepaneeltje	=	zonnepaneel
zonnepaneeltjes	=	zonnepaneel
zonnepanelen	=	zonnepaneel
zonnepit	noun	eetbare pit van de zonnebloem
zonnepitje	=	zonnepit
zonnepitjes	=	zonnepit
zonnepitten	=	zonnepit
zonneraceauto	noun	raceauto die aangedreven wordt door zonne-energie
zonneraceauto's	=	zonneraceauto
zonnerad	noun	verbeelding van de schijnbaar in een cirkel draaiende zon; symbool van leven en geluk
zonneraderen	=	zonnerad
zonneral	noun	Eurypyga helias een vogelsoort uit de monotypische familie die tot de orde Eurypygiformes gerekend wordt.
zonnerallen	noun	vogelfamilie Eurypygidae uit de orde Eurypygiformes met één soort, de zonneral
zonneralletje	=	zonneral
zonneralletjes	=	zonneral
zonneregen	noun	regen terwijl gelijktijdig de zon schijnt Dit gaat vaak gepaard met een regenboog.
zonneregens	=	zonneregen
zonneregentje	=	zonneregen
zonneroos	noun	Cereus pedunculatus een zeeanemonensoort uit de familie Sagartiidae.
zonneroosje	noun	alleen verkleinwoord benaming voor struiken, dwergstruiken en kruidachtige planten uit het geslacht Helianthemum in de zonneroosjesfamilie (Cistaceae), dat ongeveer 110 soorten kent, waarvan twee in België en Nederland, het geel en het wit zonneroosje
zonneroosjes	=	zonneroos
zonneroosjesfamilie	noun	een familie Cistaceae van kruidachtige planten en kleine struikjes tot redelijk forse struiken.
zonneroosjesfamilies	=	zonneroosjesfamilie
zonneroosjesfamilietje	=	zonneroosjesfamilie
zonneroosjesfamilietjes	=	zonneroosjesfamilie
zonneroosjeskokermot	noun	Coleophora ochrea een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
zonneroosjeskokermotje	=	zonneroosjeskokermot
zonneroosjeskokermotjes	=	zonneroosjeskokermot
zonneroosjeskokermotten	=	zonneroosjeskokermot
zonneroosjesmot	noun	Mompha miscella een vlinder uit de familie wilgenroosjesmotten (Momphidae).
zonneroosjesmotje	=	zonneroosjesmot
zonneroosjesmotjes	=	zonneroosjesmot
zonneroosjesmotten	=	zonneroosjesmot
zonnerozen	=	zonneroos
zonnerussula	noun	Russula solaris een schimmel behorend tot de familie Russulaceae.
zonnerussula's	=	zonnerussula
zonnerussulaatje	=	zonnerussula
zonnerussulaatjes	=	zonnerussula
zonnescherm	noun	een scherm (voor een venster) om de zon buiten te sluiten
zonneschermen	=	zonnescherm
zonneschermpje	=	zonnescherm
zonneschermpjes	=	zonnescherm
zonneschijf	noun	de schijnende zon die eruit ziet als een platte, gele cirkel
zonneschijfje	=	zonneschijf
zonneschijfjes	=	zonneschijf
zonneschijn	noun	het licht dat van de zon afkomstig is
zonneschijnpolitiek	noun	politiek beleid om met vriendelijkheid en goede daden toenadering te zoeken tot een tegenstander, m.n. de politiek van Zuid-Korea jegens Noord-Korea
zonneschijntje	=	zonneschijn
zonneschijven	=	zonneschijf
zonneslag	noun	ziekteverschijnselen die optreden door overmatige verhitting van hoofd en nek als de zon fel schijnt
zonneslagen	=	zonneslag
zonneslagje	=	zonneslag
zonneslagjes	=	zonneslag
zonnesproetbladroller	noun	Aleimma loeflingiana een vlinder uit de familie Tortricidae, de bladrollers.
zonnesproetbladrollers	=	zonnesproetbladroller
zonnesproetbladrollertje	=	zonnesproetbladroller
zonnesproetbladrollertjes	=	zonnesproetbladroller
zonnestaartmeerkat	noun	Cercopithecus solatus is een soort van het geslacht echte meerkatten (Cercopithecus).
zonnestaartmeerkatje	=	zonnestaartmeerkat
zonnestaartmeerkatjes	=	zonnestaartmeerkat
zonnestaartmeerkatten	=	zonnestaartmeerkat
zonnestand	noun	de plaats van de zon aan de hemel
zonnestanden	=	zonnestand
zonnesteek	noun	plotselinge aandoening van de hersenen ten gevolge van te felle zonneschijn of te grote hitte
zonnesteekje	=	zonnesteek
zonnesteekjes	=	zonnesteek
zonnesteken	=	zonnesteek
zonnestelsel	noun	het stelsel dat bestaat uit onze zon en alle planeten die eromheen draaien; bij uitbreiding ook dergelijke stelsels om andere sterren
zonnestelsels	=	zonnestelsel
zonnestelseltje	=	zonnestelsel
zonnestelseltjes	=	zonnestelsel
zonnestilstand	noun	de gebeurtenis waarbij het dagelijks toenemen van de zonshoogte bij het bereiken van een keerkring stopt, en overgaat in een dagelijkse afname de zonshoogte
zonnestilstanden	=	zonnestilstand
zonnestilstandje	=	zonnestilstand
zonnestilstandjes	=	zonnestilstand
zonnestraal	noun	lichtstraal van de zon
zonnestraalkolibrie	noun	Heliactin bilophus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zonnestraalkolibries	=	zonnestraalkolibrie
zonnestraalkolibrietje	=	zonnestraalkolibrie
zonnestraalkolibrietjes	=	zonnestraalkolibrie
zonnestraaltje	=	zonnestraal
zonnestraaltjes	=	zonnestraal
zonnestralen	=	zonnestraal
zonnestraling	noun	het totale spectrum van elektromagnetische straling dat door de zon wordt verspreid
zonnestralingen	=	zonnestraling
zonnestromen	=	zonnestroom
zonnestroom	noun	door zonnecellen geleverde elektrische stroom
zonnetempel	noun	een tempel gewijd aan de verering van de zon als godheid
zonnetempels	=	zonnetempel
zonnetempeltje	=	zonnetempel
zonnetempeltjes	=	zonnetempel
zonnetent	noun	stoffen overkapping die beschermt tegen de zonnestralen
zonnetenten	=	zonnetent
zonnetentje	=	zonnetent
zonnetentjes	=	zonnetent
zonneterras	noun	plaats met verharde vloer waar men kan zitten om van de zon te genieten
zonneterrasje	=	zonneterras
zonneterrasjes	=	zonneterras
zonneterrassen	=	zonneterras
zonnetijd	noun	de plaatselijke tijd gemeten met een zonnewijzer; de ware tijd; de plaatselijke tijd die bepaald wordt door de stand van de zon
zonnetijden	=	zonnetijd
zonnetje	noun	bijnaam voor een dievenlantaarn
zonnetjes	=	zon
zonnetoren	noun	een zeer hoge toren waar door het schoorsteeneffect een opwaartse luchtstroom in ontstaat die gebruikt wordt voor energieopwekking
zonnetorens	=	zonnetoren
zonnetorentje	=	zonnetoren
zonnetorentjes	=	zonnetoren
zonnetornado	noun	een tornado op het oppervlak van de zon
zonnetornado's	=	zonnetornado
zonnevis	noun	bepaald soort eetbare vis, Zeus faber
zonnevisachtigen	noun	een kleine orde Zeiformes van straalvinnige vissen.
zonnevisje	=	zonnevis
zonnevisjes	=	zonnevis
zonnevissen	=	zonnevis
zonnevlam	noun	gasexplosie op het oppervlak van de zon, die elektrische schokgolven door het zonnestelsel zendt
zonnevlammen	=	zonnevlam
zonnevlammetje	=	zonnevlam
zonnevlammetjes	=	zonnevlam
zonnevlek	noun	magnetische onregelmatigheid aan de oppervlakte van de zon die vanaf de aarde te zien is als een wat donkere vlek
zonnevlekje	=	zonnevlek
zonnevlekjes	=	zonnevlek
zonnevlekken	=	zonnevlek
zonnevuren	=	zonnevuur
zonnevuur	noun	het felle zonlicht; de warmte van het felle zonlicht
zonnewagen	noun	wagen van de zonnegod
zonnewagens	=	zonnewagen
zonnewagentje	=	zonnewagen
zonnewagentjes	=	zonnewagen
zonnewarmte	noun	de warmte die door de zon wordt veroorzaakt
zonnewarmtes	=	zonnewarmte
zonneweg	noun	de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar schijnt te doorlopen, in werkelijkheid dus de aardbaan
zonnewegen	=	zonneweg
zonnewegje	=	zonneweg
zonnewegjes	=	zonneweg
zonnewei	noun	een grasveld waarop mensen kunnen genieten van de zon
zonneweide	noun	groot grasveld om te zonnen
zonneweiden	=	zonneweide
zonneweides	=	zonneweide
zonneweien	=	zonnewei
zonnewende	noun	de gebeurtenis waarbij de zon, vanuit de aarde gezien, de meest noordelijke of zuidelijke positie (de keerkringen) bereikt
zonnewenden	=	zonnewende
zonnewendes	=	zonnewende
zonnewerend	adj	beschermend tegen al te fel direct zonlicht
zonnewerende	=	zonnewerend
zonnewerender	=	zonnewerend
zonnewerendere	=	zonnewerend
zonnewerenders	=	zonnewerend
zonnewerends	=	zonnewerend
zonnewerendst	=	zonnewerend
zonnewerendste	=	zonnewerend
zonnewering	noun	is iets dat tegen de zonnestraling beschermt en is de verzamelnaam voor allerlei constructies die de overlast van zonlicht en warmte ten gevolge van zonlicht moeten tegengaan.
zonneweringen	=	zonnewering
zonnewerinkje	=	zonnewering
zonnewerinkjes	=	zonnewering
zonnewiel	noun	wiel dat in een planeetwielmechanisme de centrale positie inneemt
zonnewielen	=	zonnewiel
zonnewieltje	=	zonnewiel
zonnewieltjes	=	zonnewiel
zonnewijzer	noun	instrument om de tijd aan te wijzen op basis van de schaduw van een voorwerp, meestal een staaf, die door de zon wordt gegeven.
zonnewijzers	noun	Trithemis een geslacht van echte libellen uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
zonnewijzertje	=	zonnewijzer
zonnewijzertjes	=	zonnewijzer
zonnewind	noun	de stroom deeltjes die de zon uitstraalt
zonnewinden	=	zonnewind
zonnewindje	=	zonnewind
zonnewindjes	=	zonnewind
zonnewoning	noun	een energiezuinige woning die optimaal gebruikmaakt van zonne-energie.
zonnewoningen	=	zonnewoning
zonnewoninkje	=	zonnewoning
zonnewoninkjes	=	zonnewoning
zonnewortel	noun	Helianthus strumosus een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae).
zonnewortelen	=	zonnewortel
zonnewortels	=	zonnewortel
zonneworteltje	=	zonnewortel
zonneworteltjes	=	zonnewortel
zonnewyzer	=	zonnewijzer
zonnezout	noun	zout dat gewonnen wordt met behulp van zonneschijn uit zout water.
zonnig	adj	zonovergoten, met veel zonneschijn
zonnige	=	zonnig
zonniger	=	zonnig
zonnigere	=	zonnig
zonnigers	=	zonnig
zonnigs	=	zonnig
zonnigst	=	zonnig
zonnigste	=	zonnig
zonovergoten	adj	blootgesteld aan overvloedig zonlicht
zonovergotens	=	zonovergoten
zonparkiet	noun	Aratinga solstitialis een papegaaiachtige uit de familie van de papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
zonparkieten	=	zonparkiet
zonparkietje	=	zonparkiet
zonparkietjes	=	zonparkiet
zonrecord	noun	een grootste hoeveelheid zonuren die in een bepaalde periode is geregistreerd
zonrecords	=	zonrecord
zonshoogte	noun	de hoogte van de zon boven de horizon
zonshoogten	=	zonshoogte
zonshoogtes	=	zonshoogte
zonshoogtetje	=	zonshoogte
zonshoogtetjes	=	zonshoogte
zonsondergang	noun	het schijnbaar verdwijnen van de zon onder de horizon als de avond valt
zonsondergangen	=	zonsondergang
zonsondergangetje	=	zonsondergang
zonsondergangetjes	=	zonsondergang
zonsopgang	noun	het verschijnen van de zon boven de horizon bij het begin van de dag
zonsopgangen	=	zonsopgang
zonsopgangetje	=	zonsopgang
zonsopgangetjes	=	zonsopgang
zonsopkomst	noun	het 's morgens boven de horizon uitkomen van de zon
zonsopkomsten	=	zonsopkomst
zonsopkomstje	=	zonsopkomst
zonsoppervlak	noun	zichtbare, koelste laag van een ster van waaruit het meeste licht en warmte wordt uitgezonden
zonsoppervlakken	=	zonsoppervlak
zonspinnen	noun	een familie Solpugidae binnen de orde van de rolspinnen (Solifugae)
zonsverduistering	noun	het verschijnsel dat de maan voor de zon langstrekt, waardoor het zonlicht geblokkeerd wordt
zonsverduisteringen	=	zonsverduistering
zonsverduisterinkje	=	zonsverduistering
zonsverduisterinkjes	=	zonsverduistering
zont	=	zonnen
zonuren	=	zonuur
zonuur	noun	de tijdspanne van één uur dat de zon schijnt zonder bewolking
zonvakantie	noun	vakantie waarbij men naar die gebieden gaat waar veel zonneschijn is te verwachten vaak in combinatie met strand en zee
zonvakanties	=	zonvakantie
zonvakantietje	=	zonvakantie
zonvakantietjes	=	zonvakantie
zonvormig	adj	vorm van een zon hebbend
zonvormige	=	zonvormig
zonvormiger	=	zonvormig
zonvormigere	=	zonvormig
zonvormigers	=	zonvormig
zonvormigs	=	zonvormig
zonvormigst	=	zonvormig
zonvormigste	=	zonvormig
zonvriendelijk	adj	geschikt om in de (felle) zon te gebruiken
zonvriendelijke	=	zonvriendelijk
zonvriendelijker	=	zonvriendelijk
zonvriendelijkere	=	zonvriendelijk
zonvriendelijkers	=	zonvriendelijk
zonvriendelijks	=	zonvriendelijk
zonvriendelijkst	=	zonvriendelijk
zonvriendelijkste	=	zonvriendelijk
zonwerend	adj	de straling van de zon tegenhoudend
zonwerende	=	zonwerend
zonwerender	=	zonwerend
zonwerendere	=	zonwerend
zonwerenders	=	zonwerend
zonwerends	=	zonwerend
zonwerendst	=	zonwerend
zonwerendste	=	zonwerend
zonwering	noun	is iets dat tegen de zonnestraling beschermt en is de verzamelnaam voor allerlei constructies die de overlast van zonlicht en warmte ten gevolge van zonlicht moeten tegengaan.
zonweringen	=	zonwering
zonwerinkje	=	zonwering
zonwerinkjes	=	zonwering
zony	noun	een kruising tussen zebra en een pony
zony's	=	zony
zonzij	noun	aan de zijde van de zon.
zonzijde	noun	aan de zijde van de zon.
zonzijden	=	zonzijde
zonzijdes	=	zonzijde
zonzijdetje	=	zonzijde
zonzijdetjes	=	zonzijde
zoo	=	zo
zoo-iets	=	zoiets
zooals	=	zoals
zood	=	zieden
zoodanig	=	zodanig
zoodat	=	zodat
zoodra	=	zodra
zoodt	=	zieden
zooeven	=	zo-even
zoof	noun	gulden
zoofje	=	zoof
zoog	=	zogen
zoogauw	=	zogauw
zoogbroeder	noun	een andere mannelijke zuigeling die door dezelfde voedster gezoogd wordt
zoogbroeders	=	zoogbroeder
zoogde	=	zogen
zoogden	=	zogen
zoogdier	noun	warmbloedig, behaard gewerveld dier dat zijn (meestal) levend geboren jongen met melk voedt, behorend tot de biologische klasse Mammalia
zoogdieren	noun	klasse Mammalia van warmbloedige, meestal levendbarende chordadieren die hun jongen zogen met borstvoeding
zoogdiersoort	noun	een soort van de klasse der zoogdieren.
zoogdiersoorten	=	zoogdiersoort
zoogdiersoortje	=	zoogdiersoort
zoogdiersoortjes	=	zoogdiersoort
zoogdiertje	=	zoogdier
zoogdiertjes	=	zoogdier
zoogezegd	=	zogezegd
zoogezeid	=	zogezegd
zoogkoe	noun	een rund waarvan het kalf door de moeder wordt gevoed
zoogkoeien	=	zoogkoe
zooglam	noun	jong schaap dat nog moedermelk krijgt
zooglammeren	=	zooglam
zooglammetje	=	zooglam
zooglammetjes	=	zooglam
zoogperiode	noun	de periode waarin een jong dier door de moeder gezoogd wordt.
zoogperioden	=	zoogperiode
zoogperiodes	=	zoogperiode
zoogperiodetje	=	zoogperiode
zoogperiodetjes	=	zoogperiode
zoogster	noun	vrouw die een kind van een ander borstvoeding geeft
zoogsters	=	zoogster
zoogt	=	zogen
zooi	noun	warboel, puinhoop
zooide	=	zooien
zooiden	=	zooien
zooie	=	zooien
zooien	verb	rommelen, klooien
zooiend	=	zooien
zooiende	=	zooien
zooiets	=	zoiets
zooikoorts	noun	een fictieve ziekte, danwel benaming voor het overmatig streven naar bezit en bezigheden
zooit	=	zooien
zooitje	=	zooi
zooitjes	=	zooi
zoojuist	=	zojuist
zool	noun	onderkant van de voet
zoolang	=	zolang
zoolde	=	zolen
zoolden	=	zolen
zoolganger	noun	een dier dat bij het lopen de hele voetzool op de grond zet
zoolgangers	=	zoolganger
zoolgangertje	=	zoolganger
zoolgangertjes	=	zoolganger
zoolt	=	zolen
zooltje	=	zool
zooltjes	=	zool
zoom	noun	rand aan de buitenkant
zoomaar	=	zomaar
zoomde	=	zomen
zoomden	=	zomen
zoome	=	zoomen
zoomen	verb	de mate van vergroting van een beeld veranderen
zoomend	=	zoomen
zoomende	=	zoomen
zoomfunctie	noun	de mogelijkheid om iets te vergroten, de mogelijkheid om iets van heel dichtbij te bekijken in een computerprogramma voor beeldbewerking
zoomfuncties	=	zoomfunctie
zoomlens	noun	een lens waarmee kan worden ingezoomd op iets ver wegs.
zoomlensje	=	zoomlens
zoomlensjes	=	zoomlens
zoomlenzen	=	zoomlens
zoommeeting	noun	virtuele online bijeenkomst met het programma Zoom
zoommeetings	=	zoommeeting
zoomobjectief	noun	objectief waarvan men de brandpuntsafstand continu kan variëren waardoor men het beeld steeds dichterbij of verder weg kan brengen
zoomobjectieven	=	zoomobjectief
zoompje	=	zoom
zoompjes	=	zoom
zooms	=	zoom
zoomspanner	noun	Epione vespertaria een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae)
zoomspanners	=	zoomspanner
zoomspannertje	=	zoomspanner
zoomspannertjes	=	zoomspanner
zoomstaarttiran	noun	Myiarchus apicalis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zoomstaarttirannen	=	zoomstaarttiran
zoomstaarttirannetje	=	zoomstaarttiran
zoomstaarttirannetjes	=	zoomstaarttiran
zoomstipspanner	noun	Scopula umbelaria een vlinder uit de familie spanners (Geometridae).
zoomstipspanners	=	zoomstipspanner
zoomstipspannertje	=	zoomstipspanner
zoomstipspannertjes	=	zoomstipspanner
zoomt	=	zomen
zoomvlekspanner	noun	Stegania cararia een vlinder uit de familie spanners (Geometridae).
zoomvlekspanners	=	zoomvlekspanner
zoomvlekspannertje	=	zoomvlekspanner
zoomvlekspannertjes	=	zoomvlekspanner
zoomzombie	noun	iemand die moe, ongeconcentreerd en afwezig is na te lang videovergaderen
zoomzombies	=	zoomzombie
zoon	noun	een mannelijk kind
zoonlief	noun|humorous	zoon
zoons	=	zoon
zoontje	=	zoon
zoontjes	=	zoon
zoop	=	zuipen
zoopje	noun	drankje
zoopt	=	zuipen
zoor	adj	uitgedroogd, opgebrand, afgeleefd
zoorder	=	zoor
zoordere	=	zoor
zoorders	=	zoor
zoors	=	zoor
zoorst	=	zoor
zoorste	=	zoor
zoos	=	zo
zootje	=	zo
zootjes	=	zo
zooveel	=	zoveel
zoover	=	zover
zooverre	=	zoverre
zoowaar	=	zowaar
zoowat	=	zowat
zoowel	=	zowel
zoowiezoo	=	sowieso
zoozeer	=	zozeer
zopas	adv	een korte tijd geleden, daarnet, daarstraks, juist, net, zo-even, zojuist, zonet.
zope	=	zuipen
zopen	=	zuipen
zopie	noun	drankje dat zou beschermen tegen de kou
zopies	=	zopie
zorb	=	zorben
zorbde	=	zorben
zorbden	=	zorben
zorbe	=	zorben
zorben	verb	zich in een grote plastic bal van een heuvel of helling laten rollen
zorbend	=	zorben
zorbende	=	zorben
zorbt	=	zorben
zore	=	zoor
zorg	noun	ongeruste overweging
zorgaanbieder	noun	een organisatie die zorg levert.
zorgaanbieders	=	zorgaanbieder
zorgaanbiedertje	=	zorgaanbieder
zorgaanbiedertjes	=	zorgaanbieder
zorgaanbod	noun	het aanbod van zorgproducten.
zorgaanvrager	noun	een persoon die zorgverlening aanvraagt.
zorgaanvragers	=	zorgaanvrager
zorgaanvragertje	=	zorgaanvrager
zorgaanvragertjes	=	zorgaanvrager
zorgadministratie	noun	de gegevens die geregistreerd worden om de zorg goed te kunnen leveren.
zorgadministraties	=	zorgadministratie
zorgadministratietje	=	zorgadministratie
zorgadministratietjes	=	zorgadministratie
zorgakkoord	noun	een overeenstemming tussen verschillende partijen over de gezondheidszorgsector
zorgakkoorden	=	zorgakkoord
zorgakkoordje	=	zorgakkoord
zorgakkoordjes	=	zorgakkoord
zorgapplaus	noun	waardering en applaus voor zorgmedewerkers
zorgarbeid	noun	de arbeid die geleverd wordt binnen een zorgproduct.
zorgautoriteit	noun	organisatie die toezicht houdt op de zorgaanbieders en zorgverzekeraars
zorgautoriteiten	=	zorgautoriteit
zorgbarend	adj	alarmerend zijn, verontrustend zijn of zorg veroorzakend
zorgbarende	=	zorgbarend
zorgbarender	=	zorgbarend
zorgbarendere	=	zorgbarend
zorgbarenders	=	zorgbarend
zorgbarends	=	zorgbarend
zorgbarendst	=	zorgbarend
zorgbarendste	=	zorgbarend
zorgbehoefte	noun	de behoefte van mensen zorg te kunnen krijgen.
zorgbehoeften	=	zorgbehoefte
zorgbehoeftes	=	zorgbehoefte
zorgbehoeftetje	=	zorgbehoefte
zorgbehoeftetjes	=	zorgbehoefte
zorgbehoevend	adj	de noodzakelijkheid om zorg te krijgen.
zorgbehoevende	noun	iemand die zorg nodig heeft.
zorgbehoevenden	=	zorgbehoevende
zorgbehoevender	=	zorgbehoevend
zorgbehoevendere	=	zorgbehoevend
zorgbehoevenders	=	zorgbehoevend
zorgbehoevends	=	zorgbehoevend
zorgbehoevendst	=	zorgbehoevend
zorgbehoevendste	=	zorgbehoevend
zorgbeleid	noun	het beleid dat een zorgaanbieder of een overheid met betrekking tot de zorg heeft.
zorgbestuurder	noun	iemand met een leidinggevende functie in de zorg
zorgbestuurders	=	zorgbestuurder
zorgbestuurdertje	=	zorgbestuurder
zorgbestuurdertjes	=	zorgbestuurder
zorgboerderij	noun	een landbouwbedrijf waar mensen met een integratieproblematiek omwille van ziekte, handicap, problematische opvoedingssituatie, (licht) delinquent verleden in staat te zijn geacht aan een aangepaste dagbesteding geholpen worden om zich voor zover mogelijk te (re-)integreren in de samenleving.
zorgboerderijen	=	zorgboerderij
zorgboerderijtje	=	zorgboerderij
zorgboerderijtjes	=	zorgboerderij
zorgbonus	noun	een bonus voor het zorgpersoneel ten tijde van de coronapandemie als bedankje voor hun bijzondere inzet in deze moeilijke periode
zorgbonussen	=	zorgbonus
zorgboulevard	noun	locatie waar meerdere instellingen voor de gezondheidszorg zijn gevestigd
zorgboulevards	=	zorgboulevard
zorgbreedte	noun	de mate waarin zorg benodigd wordt geacht.
zorgbreedten	=	zorgbreedte
zorgbreedtes	=	zorgbreedte
zorgbudget	noun	het budget om de zorg mee te kunnen betalen.
zorgbudgetje	=	zorgbudget
zorgbudgetjes	=	zorgbudget
zorgbudgets	=	zorgbudget
zorgbudgetten	=	zorgbudget
zorgcentra	=	zorgcentrum
zorgcentrum	noun	het centrum waar zorg geleverd wordt.
zorgcentrumpje	=	zorgcentrum
zorgcentrumpjes	=	zorgcentrum
zorgcentrums	=	zorgcentrum
zorgcircuit	noun	het geheel aan zaken betreffende de zorg.
zorgcircuitje	=	zorgcircuit
zorgcircuitjes	=	zorgcircuit
zorgcircuits	=	zorgcircuit
zorgconsulent	noun	consulent op het terrein van de zorgvoorziening
zorgconsulenten	=	zorgconsulent
zorgconsulentje	=	zorgconsulent
zorgconsulentjes	=	zorgconsulent
zorgcoördinator	noun	een coördinator die de zorg coördineert.
zorgcoördinatoren	=	zorgcoördinator
zorgcoördinators	=	zorgcoördinator
zorgcoördinatortje	=	zorgcoördinator
zorgcoördinatortjes	=	zorgcoördinator
zorgcrisis	noun	een crisissituatie over een onderwerp van de gezondheidszorg
zorgcrisisje	=	zorgcrisis
zorgcrisisjes	=	zorgcrisis
zorgcrisissen	=	zorgcrisis
zorgde	=	zorgen
zorgden	=	zorgen
zorgdifferentiatie	noun	de diversiteit en verscheidenheid waarin zorg behoeftigd is en de uitbreidende ontwikkeling van zorg.
zorgdifferentiaties	=	zorgdifferentiatie
zorgdragend	adj	goed passend op wat aan iemands zorg toevertrouwd is.
zorgdragende	=	zorgdragend
zorgdragends	=	zorgdragend
zorge	=	zorgen
zorgelijk	adj	zorg veroorzakend of zorg uitdrukkend.
zorgelijke	=	zorgelijk
zorgelijker	=	zorgelijk
zorgelijkere	=	zorgelijk
zorgelijkers	=	zorgelijk
zorgelijkheden	=	zorgelijkheid
zorgelijkheid	noun	bekommerdheid, bezorgdheid.
zorgelijkheidje	=	zorgelijkheid
zorgelijkheidjes	=	zorgelijkheid
zorgelijks	=	zorgelijk
zorgelijkst	=	zorgelijk
zorgelijkste	=	zorgelijk
zorgeloos	adj	onbekommerd, zonder zorgen
zorgeloosheden	=	zorgeloosheid
zorgeloosheid	noun	onbekommerdheid, onbezorgdheid.
zorgeloosheidje	=	zorgeloosheid
zorgeloosheidjes	=	zorgeloosheid
zorgeloost	=	zorgeloos
zorgelooste	=	zorgeloos
zorgeloze	=	zorgeloos
zorgelozer	=	zorgeloos
zorgelozere	=	zorgeloos
zorgelozers	=	zorgeloos
zorgen	verb	zorg dragen
zorgend	=	zorgen
zorgende	=	zorgen
zorgenkind	noun	een kind dat extra zorg nodig heeft.
zorgenkinderen	=	zorgenkind
zorgenkindje	=	zorgenkind
zorgenkindjes	=	zorgenkind
zorgenverstrekker	noun	een verstrekker van zorg.
zorgenverstrekkers	=	zorgenverstrekker
zorgenverstrekkertje	=	zorgenverstrekker
zorgenverstrekkertjes	=	zorgenverstrekker
zorger	noun	iemand die ergens voor zorgt
zorgers	=	zorger
zorgfraude	noun	fraude in de zorg
zorgfraudes	=	zorgfraude
zorgfunctie	noun	een samenhangend geheel van taken en activiteiten gericht op het voldoen aan (een deel van de) individuele zorgvragen.
zorgfuncties	=	zorgfunctie
zorgfunctietje	=	zorgfunctie
zorgfunctietjes	=	zorgfunctie
zorggerelateerd	adj	van iets dat het te maken heeft met de directe zorg voor (zieke) mensen
zorggerelateerde	=	zorggerelateerd
zorggerelateerder	=	zorggerelateerd
zorggerelateerdere	=	zorggerelateerd
zorggerelateerders	=	zorggerelateerd
zorggerelateerds	=	zorggerelateerd
zorggerelateerdst	=	zorggerelateerd
zorggerelateerdste	=	zorggerelateerd
zorggevangenis	noun	gevangenis waarin men het gedrag van veelplegers probeert te wijzigen zodanig dat ze minder strafbare feiten plegen
zorggevangenissen	=	zorggevangenis
zorggras	noun	benaming voor grassoorten uit het geslacht Holcus
zorggrassen	=	zorggras
zorggroep	noun	een groep van zorgaanbieders en/of zorgproducten.
zorggroepen	=	zorggroep
zorggroepje	=	zorggroep
zorggroepjes	=	zorggroep
zorghorloge	noun	toestel dat een patiënt om de pols draag waarop een knop zit die men in een noodsituatie kan indrukken als men medische zorg nodig heeft
zorghorloges	=	zorghorloge
zorghotel	noun	een hotel waar zorgbehoevende mensen op vakantie kunnen gaan.
zorghotelletje	=	zorghotel
zorghotelletjes	=	zorghotel
zorghotels	=	zorghotel
zorghuis	noun	en huis waar zorgbehoevende mensen kunnen wonen.
zorghuisje	=	zorghuis
zorghuisjes	=	zorghuis
zorghuizen	=	zorghuis
zorghulp	noun	persoon die hulpbehoevenden helpt bij de dagelijkse verzorging
zorghulpen	=	zorghulp
zorgidentificatienummer	noun	identificatienummer voor patiënten dat gebruikt wordt bij het uitwisselen van medische gegevens
zorgidentificatienummers	=	zorgidentificatienummer
zorginhoud	noun	de inhoud waar een zorgpakket uit bestaat.
zorginhoudelijk	adj	betreffende de daadwerkelijke handelingen en resultaten van de zorgverlening, zoals beschreven in een zorgplan.
zorginhoudelijke	=	zorginhoudelijk
zorginhoudelijker	=	zorginhoudelijk
zorginhoudelijkere	=	zorginhoudelijk
zorginhoudelijkers	=	zorginhoudelijk
zorginhoudelijks	=	zorginhoudelijk
zorginhoudelijkst	=	zorginhoudelijk
zorginhoudelijkste	=	zorginhoudelijk
zorginhouden	=	zorginhoud
zorginnovatie	noun	innovatie in of van de zorg
zorginnovaties	=	zorginnovatie
zorginstelling	noun	een organisatie die zich richt op zorgverlening.
zorginstellingen	=	zorginstelling
zorginstellinkje	=	zorginstelling
zorginstellinkjes	=	zorginstelling
zorginventarisatie	noun	de inventarisatie welke zorg benodigd is.
zorginventarisaties	=	zorginventarisatie
zorgje	=	zorg
zorgjes	=	zorg
zorgkantoor	noun	de plaats waar mensen kunnen aangeven dat ze zorg nodig hebben.
zorgkantoortje	=	zorgkantoor
zorgkantoortjes	=	zorgkantoor
zorgkantoren	=	zorgkantoor
zorgkas	noun	een soort zorgverzekering, waaraan iemand bijdraagt en daardoor recht heeft op financiële tegemoetkoming wanneer iemand zorgbehoevend wordt.
zorgkasje	=	zorgkas
zorgkasjes	=	zorgkas
zorgkassen	=	zorgkas
zorgketen	noun	de keten van hulpverlening in de zorg.
zorgketens	=	zorgketen
zorgketentje	=	zorgketen
zorgketentjes	=	zorgketen
zorgkost	noun	uitgaven aan beroepsmatige aandacht voor lichamelijke en geestelijke problemen
zorgkosten	noun	uitgaven aan beroepsmatige aandacht voor lichamelijke en geestelijke problemen
zorgkunde	noun	de kennis en kunde die nodig is om iemand te helpen met het uitvoeren van zijn of haar dagelijkse taken
zorgkundige	noun	persoon die mensen beroepsmatig helpt met het uitvoeren van de dagelijkse taken
zorgkundigen	=	zorgkundige
zorgleerling	noun	een leerling die extra zorg nodig heeft om mee te komen.
zorgleerlingen	=	zorgleerling
zorgleerlingetje	=	zorgleerling
zorgleerlingetjes	=	zorgleerling
zorglijk	adj	zorg veroorzakend of zorg uitdrukkend.
zorglijke	=	zorglijk
zorglijker	=	zorglijk
zorglijkere	=	zorglijk
zorglijkers	=	zorglijk
zorglijks	=	zorglijk
zorglijkst	=	zorglijk
zorglijkste	=	zorglijk
zorglijn	noun	de lijn waarlangs hulpverlening in de zorg plaatsvindt.
zorglijnen	=	zorglijn
zorglijntje	=	zorglijn
zorglijntjes	=	zorglijn
zorgloket	noun	het loket waar mensen terecht kunnen bij zorgvragen.
zorgloketje	=	zorgloket
zorgloketjes	=	zorgloket
zorgloketten	=	zorgloket
zorglonen	=	zorgloon
zorgloon	noun	een (fictief) inkomen voor mensen die onbetaalde zorgtaken uitvoeren zoals jonge ouders, mantelzorgers en vrijwilligers.
zorgloontje	=	zorgloon
zorgloontjes	=	zorgloon
zorgmakelaar	noun	iemand die namens een patiënt, diens verzekeraar of werkgever enz. bemiddelt om geneeskundige zorg, een ziekenhuisopname enz. te regelen
zorgmakelaars	=	zorgmakelaar
zorgmakelaren	=	zorgmakelaar
zorgmanager	noun	een manager die moet zorgen dat zorg adequaat aan zorgbehoevenden verleend wordt.
zorgmanagers	=	zorgmanager
zorgmanagertje	=	zorgmanager
zorgmanagertjes	=	zorgmanager
zorgmarkt	noun	de markt van vraag naar en aanbod van zorg.
zorgmarkten	=	zorgmarkt
zorgmarktje	=	zorgmarkt
zorgmarktjes	=	zorgmarkt
zorgmedewerker	noun	iemand die beroepsmatig zieke mensen helpt
zorgmedewerkers	=	zorgmedewerker
zorgnummer	noun	een uniek nummer van een patiënt, dat toegang geeft tot zijn elektronisch patiëntendossier.
zorgnummers	=	zorgnummer
zorgnummertje	=	zorgnummer
zorgnummertjes	=	zorgnummer
zorgonvriendelijk	adj	vervelend of onaangenaam voor zorgvragers
zorgonvriendelijke	=	zorgonvriendelijk
zorgonvriendelijker	=	zorgonvriendelijk
zorgonvriendelijkere	=	zorgonvriendelijk
zorgonvriendelijkers	=	zorgonvriendelijk
zorgonvriendelijks	=	zorgonvriendelijk
zorgonvriendelijkst	=	zorgonvriendelijk
zorgonvriendelijkste	=	zorgonvriendelijk
zorgorganisatie	noun	een organisatie die zich bezig houdt met zorgverlening.
zorgorganisaties	=	zorgorganisatie
zorgorganisatietje	=	zorgorganisatie
zorgorganisatietjes	=	zorgorganisatie
zorgouder	noun	iemand die de zorg draagt voor een kind dat niet de biologische dochter of zoon van diegene is
zorgouders	=	zorgouder
zorgpaadje	=	zorgpad
zorgpaadjes	=	zorgpad
zorgpad	noun	een complexe interventie om de gemeenschappelijke besluitvorming en organisatie van zorgprocessen te verwezenlijken voor een specifiekegroep van patiënten gedurende een gedefinieerd tijdskader
zorgpaden	=	zorgpad
zorgpakket	noun	een pakket van behandelingen in de zorg die vergoed worden worden door een zorgverzekering.
zorgpakketje	=	zorgpakket
zorgpakketjes	=	zorgpakket
zorgpakketten	=	zorgpakket
zorgpark	noun	locatie met meerdere zorginstelling
zorgparken	=	zorgpark
zorgpas	noun	een pas die dient als verzekeringsbewijs van een zorgverzekering.
zorgpasje	=	zorgpas
zorgpasjes	=	zorgpas
zorgpassen	=	zorgpas
zorgperiode	noun	de periode waarin iemand zorg krijgt.
zorgperioden	=	zorgperiode
zorgperiodes	=	zorgperiode
zorgperiodetje	=	zorgperiode
zorgperiodetjes	=	zorgperiode
zorgpersoneel	noun	het personeel dat in de zorg werkt.
zorgplafond	noun	maximumbedrag dat een zorgaanbieder mag declareren bij een zorgverzekeraar
zorgplafonds	=	zorgplafond
zorgplan	noun	een plan waarin een beschrijving en het doel van de behandeling staan samen met de algemene gegevens van een patiënt.
zorgplannen	=	zorgplan
zorgplannetje	=	zorgplan
zorgplannetjes	=	zorgplan
zorgplek	noun	locatie waar mensen die dat nodig hebben zorg kunnen ontvangen
zorgplekken	=	zorgplek
zorgplicht	noun	de verplichting om zorgvuldig om te gaan met de belangen van anderen.
zorgplichten	=	zorgplicht
zorgplichtig	adj	de plicht hebben zorg te dragen.
zorgplichtige	noun	de persoon of organisatie die zorgplicht heeft.
zorgplichtigen	=	zorgplichtige
zorgplichtiger	=	zorgplichtig
zorgplichtigere	=	zorgplichtig
zorgplichtigers	=	zorgplichtig
zorgplichtigs	=	zorgplichtig
zorgplichtigst	=	zorgplichtig
zorgplichtigste	=	zorgplichtig
zorgpolis	noun	een verzekering voor de kosten van een medische- of paramedische behandeling
zorgpolissen	=	zorgpolis
zorgpremie	noun	periodiek bedrag dat men moet betalen voor een zorgverzekering
zorgpremies	=	zorgpremie
zorgproduct	noun	een declarabele prestatie binnen de medisch specialistische zorg.
zorgproducten	=	zorgproduct
zorgproductje	=	zorgproduct
zorgproductjes	=	zorgproduct
zorgprofessional	noun	iemand met een medische of paramedische opleiding die werkzaam is in de zorg
zorgprofessionals	=	zorgprofessional
zorgprogramma	noun	een samenhangend en gebundeld aanbod van zorgvoor een afgebakende groep cliënten.
zorgprogramma's	=	zorgprogramma
zorgprogrammaatje	=	zorgprogramma
zorgprogrammaatjes	=	zorgprogramma
zorgpunt	noun	zaak waarover men bezorgd is; punt van zorg
zorgpunten	=	zorgpunt
zorgpuntje	=	zorgpunt
zorgpuntjes	=	zorgpunt
zorgrecreatiewoning	noun	een vakantiehuisje dat specifiek is ingericht voor mensen met een zorgbehoefte, of naar een recreatiewoning op een vakantiepark die tijdelijk of permanent wordt ingezet als mantelzorgwoning.
zorgrecreatiewoningen	=	zorgrecreatiewoning
zorgrecreatiewoninkje	=	zorgrecreatiewoning
zorgrecreatiewoninkjes	=	zorgrecreatiewoning
zorgsector	noun	de economische sector van zorgverlening.
zorgsectoren	=	zorgsector
zorgsectors	=	zorgsector
zorgsectortje	=	zorgsector
zorgsectortjes	=	zorgsector
zorgsoort	noun	een bepaald type van zorg dat aangeboden wordt door een zorgverlener.
zorgsoorten	=	zorgsoort
zorgsoortje	=	zorgsoort
zorgsoortjes	=	zorgsoort
zorgstandaard	noun	omschrijving van de standaarden waaraan de zorgvoorziening die hoort bij een bepaalde aandoening minimaal dient te voldoen
zorgstandaarden	=	zorgstandaard
zorgstandaards	=	zorgstandaard
zorgstelsel	noun	een stelsel en systematiek voor de regulering van de zorgvoorziening
zorgstelsels	=	zorgstelsel
zorgstelseltje	=	zorgstelsel
zorgstelseltjes	=	zorgstelsel
zorgster	noun	vrouw die ergens voor zorgt
zorgsters	=	zorgster
zorgstoel	noun	een speciale leunstoel.
zorgstoelen	=	zorgstoel
zorgstoeltje	=	zorgstoel
zorgstoeltjes	=	zorgstoel
zorgsysteem	noun	een systeem en of systematiek voor de regulering van zorgvoorziening
zorgsysteempje	=	zorgsysteem
zorgsysteempjes	=	zorgsysteem
zorgsystemen	=	zorgsysteem
zorgt	=	zorgen
zorgtaak	noun	de taak om zorg te geven.
zorgtaakje	=	zorgtaak
zorgtaakjes	=	zorgtaak
zorgtaken	=	zorgtaak
zorgtarief	noun	de tarieven die in de zorgsector gehanteerd worden.
zorgtariefje	=	zorgtarief
zorgtariefjes	=	zorgtarief
zorgtarieven	=	zorgtarief
zorgteam	noun	groep van mensen die gezamelijk voor één of meer mensen zorgt
zorgteampje	=	zorgteam
zorgteampjes	=	zorgteam
zorgteams	=	zorgteam
zorgtehuis	noun	verzamelnaam voor een instelling waar mensen (meestal ouderen) wonen die zorg, verpleging en begeleiding nodig hebben omdat ze niet meer zelfstandig thuis kunnen wonen
zorgtehuisje	=	zorgtehuis
zorgtehuisjes	=	zorgtehuis
zorgtehuizen	=	zorgtehuis
zorgtijd	noun	gedeelte van de werkduur dat personeel in de medische en sociale sector dat bestemd is voor aandacht aan cliënten
zorgtijden	=	zorgtijd
zorgtoerisme	noun	reizen naar een andere plaats of ander land om daar een medische behandeling te ondergaan
zorgtoerist	noun	persoon die een reismaakt naar een ander land om daar een medische behandeling te krijgen
zorgtoeristen	=	zorgtoerist
zorgtoeslag	noun	een soort subsidie voor de meest lage inkomens om toch de kosten van een zorgverzekering te kunnen betalen.
zorgtoeslagen	=	zorgtoeslag
zorgtoeslagje	=	zorgtoeslag
zorgtoeslagjes	=	zorgtoeslag
zorgtoewijzing	noun	de toewijzing van zorg aan zorgbehoevenden.
zorgtoewijzingen	=	zorgtoewijzing
zorgtoewijzingsbeleid	noun	het beleid waarop basis de zorg wordt toebedeeld aan zorgbehoevenden.
zorgtoewijzingssysteem	noun	stelsel van procedures en afspraken om mensen de aandacht van hulpverleners te ɡeven waar ze recht op hebben
zorgtoewijzingssysteempje	=	zorgtoewijzingssysteem
zorgtoewijzingssysteempjes	=	zorgtoewijzingssysteem
zorgtoewijzingssystemen	=	zorgtoewijzingssysteem
zorgtoewijzinkje	=	zorgtoewijzing
zorgtoewijzinkjes	=	zorgtoewijzing
zorgtype	noun	het type zorg dat een zorgverlener geeft.
zorgtypen	=	zorgtype
zorgtypes	=	zorgtype
zorgtypetje	=	zorgtype
zorgtypetjes	=	zorgtype
zorguitgave	noun	een uitgave aan zorg
zorguitgaven	noun	uitgaven gedaan aan zorg
zorgvakantie	noun	vakantie waarbij iemand die zorg nodig heeft ook zorg kan krijgen
zorgvakanties	=	zorgvakantie
zorgvakantietje	=	zorgvakantie
zorgvakantietjes	=	zorgvakantie
zorgverbreding	noun	zorg afstemmen op de individuele behoeften en mogelijkheden van de personen, zoals met betrekking van onderwijs voor kinderen.
zorgverbredingen	=	zorgverbreding
zorgverbredinkje	=	zorgverbreding
zorgverbredinkjes	=	zorgverbreding
zorgverlener	noun	persoon of organisatie die bepaalde zorg levert aan cliënten
zorgverleners	=	zorgverlener
zorgverlenertje	=	zorgverlener
zorgverlenertjes	=	zorgverlener
zorgverlening	noun	het geven van zorg
zorgverleningen	=	zorgverlening
zorgverlof	noun	het verlof dat men kan krijgen/opneemt om de zorg voor een ziek kind, partner of ouders op zich te nemen.
zorgverloven	=	zorgverlof
zorgvernieuwing	noun	vernieuwing/innovatie in de zorg.
zorgvernieuwingen	=	zorgvernieuwing
zorgvernieuwinkje	=	zorgvernieuwing
zorgvernieuwinkjes	=	zorgvernieuwing
zorgverplichting	noun	de verplichting ergens zorg voor te dragen.
zorgverplichtingen	=	zorgverplichting
zorgverplichtinkje	=	zorgverplichting
zorgverplichtinkjes	=	zorgverplichting
zorgverstrekker	noun	de beroepsbeoefenaar die zorg verleent.
zorgverstrekkers	=	zorgverstrekker
zorgverstrekkertje	=	zorgverstrekker
zorgverstrekkertjes	=	zorgverstrekker
zorgverstrekking	noun	het geven van zorg aan de zorgbehoevende.
zorgverstrekkingen	=	zorgverstrekking
zorgverstrekkinkje	=	zorgverstrekking
zorgverstrekkinkjes	=	zorgverstrekking
zorgverzekeraar	noun	een bedrijf dat tegen betaling van een premie een bepaald risico in ziektezaken voor een klant dekt
zorgverzekeraars	=	zorgverzekeraar
zorgverzekeraartje	=	zorgverzekeraar
zorgverzekeraartjes	=	zorgverzekeraar
zorgverzekering	noun	een verzekering die de zorgkosten van het zorgpakket vergoed.
zorgverzekeringen	=	zorgverzekering
zorgverzekeringetje	=	zorgverzekering
zorgverzekeringetjes	=	zorgverzekering
zorgvol	adj	met veel zorg.
zorgvolle	=	zorgvol
zorgvoller	=	zorgvol
zorgvollere	=	zorgvol
zorgvollers	=	zorgvol
zorgvolmacht	noun	een schriftelijke verklaring opgesteld door de notaris, waarbij iemand wegens (latere) mentale problemen een ander de bevoegdheid geeft om namens hem of haar bepaalde (financiële) handelingen uit te voeren
zorgvolmachten	=	zorgvolmacht
zorgvols	=	zorgvol
zorgvolst	=	zorgvol
zorgvolste	=	zorgvol
zorgvoorziening	noun	organisatie die iemand zorg kan bieden
zorgvoorzieningen	=	zorgvoorziening
zorgvoorzieninkje	=	zorgvoorziening
zorgvoorzieninkjes	=	zorgvoorziening
zorgvraag	noun	de vraag of aanvraag naar zorg.
zorgvraagje	=	zorgvraag
zorgvraagjes	=	zorgvraag
zorgvragen	=	zorgvraag
zorgvrager	noun	een persoon die vraagt om zorg.
zorgvragers	=	zorgvrager
zorgvragertje	=	zorgvrager
zorgvragertjes	=	zorgvrager
zorgvuldig	adv	met zorg voor alle details
zorgvuldige	=	zorgvuldig
zorgvuldiger	=	zorgvuldig
zorgvuldigere	=	zorgvuldig
zorgvuldigers	=	zorgvuldig
zorgvuldigheden	=	zorgvuldigheid
zorgvuldigheid	noun	het aandacht besteden aan alle mogelijke details
zorgvuldigheidje	=	zorgvuldigheid
zorgvuldigheidsbeginsel	noun	algemene norm dat besluiten van de overheid aandachtig moeten worden voorbereid door het onderzoeken van al de informatie en opvattingen die daarbij van belang zijn In Nederland is dit beginsel vastgelegd in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
zorgvuldigheidsbeginselen	=	zorgvuldigheidsbeginsel
zorgvuldigheidsbeginsels	=	zorgvuldigheidsbeginsel
zorgvuldigheidsbeginseltje	=	zorgvuldigheidsbeginsel
zorgvuldigheidsbeginseltjes	=	zorgvuldigheidsbeginsel
zorgvuldigs	=	zorgvuldig
zorgvuldigst	=	zorgvuldig
zorgvuldigste	=	zorgvuldig
zorgwekkend	adj	oorzaak van zorgen/bezorgdheid
zorgwekkende	=	zorgwekkend
zorgwekkender	=	zorgwekkend
zorgwekkendere	=	zorgwekkend
zorgwekkenders	=	zorgwekkend
zorgwekkendheid	noun	het zorgwekkend zijn
zorgwekkends	=	zorgwekkend
zorgwekkendst	=	zorgwekkend
zorgwekkendste	=	zorgwekkend
zorgwerker	noun	persoon die voor hulpbehoevende of zieke mensen zorgt in zijn of haar werktijd
zorgwerkers	=	zorgwerker
zorgwerkertje	=	zorgwerker
zorgwerkertjes	=	zorgwerker
zorgwet	noun	een wet die regelt hoe mensen verzekerd zijn voor de kosten van geneeskundige zorg
zorgwetten	=	zorgwet
zorgwoning	noun	woning geschikt om zorg te geven aan ouderen of zorgbehoevenden
zorgwoningen	=	zorgwoning
zorgwoninkje	=	zorgwoning
zorgwoninkjes	=	zorgwoning
zorgzaam	adj	met de nodige zorg	adv	met veel liefdevolle aandacht
zorgzaamheid	noun	het zorgzaam zijn; de mate waarin men zorgzaam is
zorgzaams	=	zorgzaam
zorgzaamst	=	zorgzaam
zorgzaamste	=	zorgzaam
zorgzame	=	zorgzaam
zorgzamer	=	zorgzaam
zorgzamere	=	zorgzaam
zorgzamers	=	zorgzaam
zoroastrisch	adj	met betrekking tot of volgens het geloof dat door de profeet Zoroaster werd verkondigd of de aanhangers daarvan
zoroastrische	=	zoroastrisch
zoroastrischer	=	zoroastrisch
zoroastrischere	=	zoroastrisch
zoroastrischers	=	zoroastrisch
zoroastrisme	noun	religie die oorspronkelijk afkomstig is uit Perzië gesticht door de mythische profeet Zarathustra of Zoroaster
zorroplatvoetje	noun	Platycheirus europaeus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zorroplatvoetjes	=	zorroplatvoetje
zot	noun	iemand die zich dwaas gedraagt	adj	het verstand niet gebruikend, blijk geven van domheid
zotheden	=	zotheid
zotheid	noun	iets wat voortkomt uit een gekke manier van denken, soms vooral als een slechte domheid, soms als iets wat ook wel grappig is
zothuis	noun	psychiatrisch ziekenhuis
zothuisje	=	zothuis
zothuizen	=	zothuis
zothuys	=	zothuis
zotisch	adj|obsolete	met betrekking tot (dierlijk) leven, in of bij levende dieren
zotische	=	zotisch
zotischer	=	zotisch
zotischere	=	zotisch
zotischers	=	zotisch
zotje	=	zot
zotjes	=	zot
zots	=	zot
zotskap	noun	hoofddeksel van een nar
zotskappen	=	zotskap
zotskolf	noun	de staf of scepter van een nar
zotskolven	=	zotskolf
zotsstok	noun	de staf of scepter van een nar
zotsstokje	=	zotsstok
zotsstokjes	=	zotsstok
zotsstokken	=	zotsstok
zotst	=	zot
zotste	=	zot
zotte	=	zot
zottebol	noun	iemand die dwaas of grappig is of doet
zottebolde	=	zottebollen
zottebolden	=	zottebollen
zottebolle	=	zottebollen
zottebollen	verb	een spel spelen waarbij een bol over een vloer gespeeld wordt voorzien van kegels in een bepaalde volgorde
zottebollend	=	zottebollen
zottebollende	=	zottebollen
zottebolletje	=	zottebol
zottebolletjes	=	zottebol
zottebolt	=	zottebollen
zottekensspel	noun	situatie waarin men zich dwaas gedraagt
zotteklap	noun	mal gepraat, onzin
zotten	=	zot
zottenbol	noun	dwaas of onverstandig persoon
zottenbolleke	=	zottenbol
zottenbollekes	=	zottenbol
zottenbollen	=	zottenbol
zottenhuis	=	zothuis
zottenkot	noun	instelling voor de verpleging van psychiatrische patiënten
zottenkoten	=	zottenkot
zottenkotten	=	zottenkot
zottenpraat	noun	dwaasheid, onzin of onzinnige praat, oftewel iets dat in geen enkel opzicht zinvol is of van nut is.
zotter	=	zot
zottere	=	zot
zotternij	noun	iets dwaas
zotternijen	=	zotternij
zotternijtje	=	zotternij
zotternijtjes	=	zotternij
zotters	=	zot
zottin	noun	een vrouw die gek is
zottinnen	=	zottin
zottinnetje	=	zottin
zottinnetjes	=	zottin
zou	=	zullen
zouaaf	=	zoeaaf
zoude	=	zullen
zouden	=	zullen
zoudt	=	zullen
zouk	noun	feestelijke, snelle, ritmische Caraïbische dansmuziek
zoukdanser	noun	iemand die danst op zekere snelle Antilliaanse muziek
zoukdansers	=	zoukdanser
zoukfestival	noun	feest waar men zekere snelle Antilliaanse muziek speelt
zoukfestivals	=	zoukfestival
zoukles	noun	onderwijs in zekere snelle Antilliaanse muziek
zouklessen	=	zoukles
zoukliefhebber	noun	iemand die houdt van zekere snelle ritmische Antilliaanse muziek
zoukliefhebbers	=	zoukliefhebber
zouknummer	noun	muzieknummer in de zouk stijl uit de Franse Antillen
zouknummers	=	zouknummer
zout	noun	alledaagse naam voor keukenzout bedoeld (natriumchloride)	adj	zout bevattend of zout smakend
zoutachtig	adj	op zout gelijkend
zoutachtige	=	zoutachtig
zoutachtiger	=	zoutachtig
zoutachtigere	=	zoutachtig
zoutachtigers	=	zoutachtig
zoutachtigs	=	zoutachtig
zoutachtigst	=	zoutachtig
zoutachtigste	=	zoutachtig
zoutactie	noun	een protestmars van Mahatma Gandhi tegen het Britse zoutmonopolie
zoutacties	=	zoutactie
zoutactietje	=	zoutactie
zoutactietjes	=	zoutactie
zoutarm	adj	met weinig zout
zoutarme	=	zoutarm
zoutarmer	=	zoutarm
zoutarmere	=	zoutarm
zoutarmers	=	zoutarm
zoutarms	=	zoutarm
zoutarmst	=	zoutarm
zoutarmste	=	zoutarm
zoutbad	noun	onderdompeling in zout water als deel van een productieproces
zoutbaden	=	zoutbad
zoutbak	noun	een bak waarin met zout kan bewaren
zoutbakje	=	zoutbak
zoutbakjes	=	zoutbak
zoutbakken	=	zoutbak
zoutberg	noun	een berg zout.
zoutbergen	=	zoutberg
zoutbergje	=	zoutberg
zoutbergjes	=	zoutberg
zoute	=	zout
zouteloos	adj	overdrachtelijk: waar alle belangwekkendheid aan ontbreekt
zouteloosheden	=	zouteloosheid
zouteloosheid	noun	het zouteloos zijn
zouteloost	=	zouteloos
zoutelooste	=	zouteloos
zouteloze	=	zouteloos
zoutelozer	=	zouteloos
zoutelozere	=	zouteloos
zoutelozers	=	zouteloos
zouten	verb	met zout conserveren
zoutend	=	zouten
zoutende	=	zouten
zouter	noun	iemand die in zout inlegt
zoutere	=	zout
zouters	=	zout
zoutertje	=	zouter
zoutertjes	=	zouter
zoutgebruik	noun	de hoeveelheid zout die men gebruikt
zoutgehalte	noun	de concentratie zout die een stof bevat
zoutgehalten	=	zoutgehalte
zoutgehaltes	=	zoutgehalte
zoutgras	noun	een geslacht Triglochin uit de zoutgrasfamilie (Juncaginaceae).
zoutgrasfamilie	noun	een familie Juncaginaceae van eenzaadlobbige planten.
zoutgrasfamilies	=	zoutgrasfamilie
zoutgrasfamilietje	=	zoutgrasfamilie
zoutgrasfamilietjes	=	zoutgrasfamilie
zoutgrasje	=	zoutgras
zoutgrasjes	=	zoutgras
zoutgrassen	=	zoutgras
zoutgravertje	noun	Dyschirius salinus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zoutgravertjes	=	zoutgravertje
zoutheden	=	zoutheid
zoutheid	noun	het zilt zijn van iets; hoe zout iets is
zouthoudend	adj	zout bevattend
zouthoudende	=	zouthoudend
zouthoudender	=	zouthoudend
zouthoudendere	=	zouthoudend
zouthoudenders	=	zouthoudend
zouthoudends	=	zouthoudend
zouthoudendst	=	zouthoudend
zouthoudendste	=	zouthoudend
zoutig	adj	naar zout smakend
zoutige	=	zoutig
zoutiger	=	zoutig
zoutigere	=	zoutig
zoutigers	=	zoutig
zoutigs	=	zoutig
zoutigst	=	zoutig
zoutigste	=	zoutig
zoutje	noun	alleen verkleinwoord klein zoutig baksel dat als borrelhapje of versnapering genuttigd wordt
zoutjes	=	zoutje
zoutkaartje	noun	treinkaartje waarmee men men korting buiten de spits kan reizen als door strenge vorst een extra drukke spits wordt verwacht
zoutkaartjes	=	zoutkaartje
zoutkeet	noun	een werkplaats (ook wel een zoutziederij genoemd) waar zout wordt bereid of opgeslagen
zoutkeetje	=	zoutkeet
zoutkeetjes	=	zoutkeet
zoutketen	=	zoutkeet
zoutkorrel	noun	een stukje Natrium Chloride kristal
zoutkorrels	=	zoutkorrel
zoutkorreltje	=	zoutkorrel
zoutkorreltjes	=	zoutkorrel
zoutkruid	noun	een geslacht Bassia van bloeiende planten uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae).
zoutkruiden	=	zoutkruid
zoutkruidje	=	zoutkruid
zoutkruidjes	=	zoutkruid
zoutlaag	noun	een laag die uit zout bestaat
zoutlaagje	=	zoutlaag
zoutlaagjes	=	zoutlaag
zoutlagen	=	zoutlaag
zoutlepeltje	noun	speciaal lepeltje dat het mogelijk maakt een kleine hoeveelheid zout aan het eten toe te voegen
zoutlepeltjes	=	zoutlepeltje
zoutloket	noun	samenwerkingsverband tussen verschillende wegbeheerders waarbij iedereen de strooizoutvoorraad inbrengt bij Rijkswaterstaat die het strooizout dan weer herverdeelt zodanig dat de belangrijkste wegen toegankelijk blijven
zoutloketten	=	zoutloket
zoutloos	adj	geen zout bevattend
zoutloost	=	zoutloos
zoutlooste	=	zoutloos
zoutloze	=	zoutloos
zoutlozer	=	zoutloos
zoutlozere	=	zoutloos
zoutlozers	=	zoutloos
zoutlozing	noun	het in het oppervlaktewater uitstoten van afvalstoffen waarin zouten aanwezig zijn
zoutlozingen	=	zoutlozing
zoutlozinkje	=	zoutlozing
zoutlozinkjes	=	zoutlozing
zoutmeer	noun	een zoutmeer is een binnenmeer, zonder uitstroomdebiet waarin zich door verdamping hoog zoutgehalte kan opbouwen
zoutmeertje	=	zoutmeer
zoutmeertjes	=	zoutmeer
zoutmeren	=	zoutmeer
zoutmeter	noun	een tool om de hoeveelheid zout die je eet, te meten of inzichtelijk te maken
zoutmeters	=	zoutmeter
zoutmijn	noun	een mijn of open groeve waar zout gewonnen wordt.
zoutmijnen	=	zoutmijn
zoutmijntje	=	zoutmijn
zoutmijntjes	=	zoutmijn
zoutminnend	adj	van een organisme (plant, bacterie of dier) dat het een sterke voorkeur heeft voor een omgeving met een hoog zoutgehalte
zoutminnende	=	zoutminnend
zoutminnender	=	zoutminnend
zoutminnendere	=	zoutminnend
zoutminnenders	=	zoutminnend
zoutminnends	=	zoutminnend
zoutminnendst	=	zoutminnend
zoutminnendste	=	zoutminnend
zoutmolen	noun	een keukengereedschap dat speciaal is ontworpen om grof zout, zoals zeezout of steenzout, fijn te malen voor een intensere smaakbeleving in gerechten
zoutmolens	=	zoutmolen
zoutmolentje	=	zoutmolen
zoutmolentjes	=	zoutmolen
zoutoplossing	noun	een homogeen mengsel van een zout en een oplosmiddel, gewoonlijk water
zoutoplossingen	=	zoutoplossing
zoutoplossinkje	=	zoutoplossing
zoutoplossinkjes	=	zoutoplossing
zoutoven	noun	oven voor het glazuren met zout van keramische producten
zoutovens	=	zoutoven
zoutoventje	=	zoutoven
zoutoventjes	=	zoutoven
zoutpan	noun	uitgedroogde bedding van een meer of zeearm die bedekt is met zout
zoutpannen	=	zoutpan
zoutpannetje	=	zoutpan
zoutpannetjes	=	zoutpan
zoutpilaar	noun	een zuil gemaakt van zout
zoutpilaartje	=	zoutpilaar
zoutpilaartjes	=	zoutpilaar
zoutpilaren	=	zoutpilaar
zoutpot	noun	een vat waarin men zout bewaart
zoutpotje	=	zoutpot
zoutpotjes	=	zoutpot
zoutpotten	=	zoutpot
zouts	=	zout
zoutst	=	zout
zoutste	=	zout
zoutte	=	zouten
zoutten	=	zouten
zoutvaatje	noun	alleen verkleinwoord bakje met een geperforeerde bovenkant voor het strooien en bevatten van keukenzout
zoutvaatjes	=	zoutvaatje
zoutvat	noun	een sierlijke of ouderwetse dekselloze pot waarin keukenzout bewaard wordt zodat het gemakkelijk toegankelijk is om het zout uit te knijpen of uit te lepelen.
zoutvaten	=	zoutvat
zoutvlag	noun	historische vlag in de scheepvaart met het woord zout erop die aangaf dat een schip zout vervoerde
zoutvlaggen	=	zoutvlag
zoutvlaggetje	=	zoutvlag
zoutvlaggetjes	=	zoutvlag
zoutvlakte	noun	vlakte bedekt met zout ontstaan door uitdrogen van een meer of zee
zoutvlakten	=	zoutvlakte
zoutvlaktes	=	zoutvlakte
zoutvlees	noun	Surinaams gezouten rundvlees
zoutvleesemmer	noun	emmer geschikt voor het bewaren van zoutvlees
zoutvleesemmers	=	zoutvleesemmer
zoutvleesemmertje	=	zoutvleesemmer
zoutvleesemmertjes	=	zoutvleesemmer
zoutwater	noun|obsolete	iemand die uit Afrika als slaaf is aangevoerd (als tegenstelling met zwarten die buiten Afrika in slavernij waren geboren)
zoutwateraccu	noun	een accu met een kathode van mangaanoxide en een anode van koolstoftitaanfosfaat die zich bevinden in een goed geleidende zoutoplossing
zoutwateraccu's	=	zoutwateraccu
zoutwateraccuutje	=	zoutwateraccu
zoutwateraccuutjes	=	zoutwateraccu
zoutwatermeer	noun	een staande watervlakte met een hoog zoutgehalte
zoutwatermeertje	=	zoutwatermeer
zoutwatermeertjes	=	zoutwatermeer
zoutwatermeren	=	zoutwatermeer
zoutwatermilieu	noun	een omgeving met zout water
zoutwatermilieus	=	zoutwatermilieu
zoutwatermilieutje	=	zoutwatermilieu
zoutwatermilieutjes	=	zoutwatermilieu
zoutwaterneger	noun|historical	iemand die in slavernij uit Sub-Saharaans Afrika over de Atlantische Oceaan was gebracht
zoutwaternegers	=	zoutwaterneger
zoutwaters	=	zoutwater
zoutwatertank	noun	een watertank of aquarium dat zoutwater bevat
zoutwatertankje	=	zoutwatertank
zoutwatertankjes	=	zoutwatertank
zoutwatertanks	=	zoutwatertank
zoutwinning	noun	het delven van zout uit de ondergrond
zoutwinningen	=	zoutwinning
zoutwoestijn	noun	een woestijn die bestaat uit een zoutvlakte.
zoutwoestijnen	=	zoutwoestijn
zoutwoestijntje	=	zoutwoestijn
zoutwoestijntjes	=	zoutwoestijn
zoutzak	noun	een vormeloze zak met zout
zoutzakje	=	zoutzak
zoutzakjes	=	zoutzak
zoutzakken	=	zoutzak
zoutziederij	noun	een werkplaats voorzien van een kookinrichting om een geconcentreerde zoutoplossing in te dampen en het zout, bij wijze van productie- en raffinagetechniek, te laten kristalliseren
zoutziederijen	=	zoutziederij
zoutziederijtje	=	zoutziederij
zoutziederijtjes	=	zoutziederij
zoutzure	=	zoutzuur
zoutzuren	=	zoutzuur
zoutzuur	adj	op zoutzuur betrekking hebbend	noun	een oplossing van waterstofchloride (HCl)
zoutzuurder	=	zoutzuur
zoutzuurdere	=	zoutzuur
zoutzuurders	=	zoutzuur
zoutzuurs	=	zoutzuur
zoutzuurst	=	zoutzuur
zoutzuurste	=	zoutzuur
zoveel	num	een bepaalde hoeveelheid
zoveelste	adj	in een reeks een onbekende plek
zovele	num	zoals ~ een onbepaald groot aantal andere zaken
zovelen	num	zoals ~ een onbepaald groot aantal andere personen
zoven	=	zoof
zover	adv	tot het genoemde of bedoelde punt
zoverre	adv	in ~: luidt een beperkende voorwaarde in
zovéélste	=	zoveelste
zowaar	adv	warempel, inderdaad
zowat	adv	bij benadering
zowel	adv	evenzeer.
zowiezo	=	sowieso
zowizo	=	sowieso
zozeer	adv	in zo'n hoge mate (met als gevolg dat)
zozo	adj	van matige kwaliteit
zoëven	=	zo-even
zoöfaag	noun	organisme dat zich voedt met dierlijk vlees
zoöfagen	=	zoöfaag
zoöfiel	noun	dierenliefhebber	adj	van dieren houdend
zoöfiele	=	zoöfiel
zoöfielen	=	zoöfiel
zoöfiels	=	zoöfiel
zoöfilie	noun	verlangen bij mensen naar seksueel contact met dieren
zoöfobie	noun	pathologische angst voor dieren
zoöfyt	noun	bloemdier of vastzittend dier, bv. zeeanemoon
zoöfyten	=	zoöfyt
zoögeografie	noun	zich bezighoudend met de verspreiding van diersoorten over de aarde
zoöloge	noun	vrouwelijke vorm van zoöloog
zoölogen	=	zoöloog
zoöloges	=	zoöloge
zoölogie	noun	de wetenschap die de dieren bestudeert
zoölogietje	=	zoölogie
zoölogieën	=	zoölogie
zoölogisch	adj	op de zoölogie betrekking hebbend
zoölogische	=	zoölogisch
zoölogischer	=	zoölogisch
zoölogischere	=	zoölogisch
zoölogischers	=	zoölogisch
zoöloog	noun	een wetenschapper die zich bezig houdt met de studie van dieren
zoöloogje	=	zoöloog
zoöloogjes	=	zoöloog
zoömorf	adj	gevormd als een dier
zoömorfe	=	zoömorf
zoömorfer	=	zoömorf
zoömorfere	=	zoömorf
zoömorfers	=	zoömorf
zoömorfs	=	zoömorf
zoömorfst	=	zoömorf
zoömorfste	=	zoömorf
zoön	noun	levend wezen
zoönose	noun	een infectieziekte die kan worden overgedragen van dieren op mensen
zoönosen	=	zoönose
zoönoses	=	zoönose
zoöp	noun	samenwerkingsverband tussen mensen en dieren waarbij het belang van de dieren vertegenwoordigd wordt door een mens
zoöperatie	noun	samenwerkingsverband tussen mensen en dieren waarbij het belang van de dieren vertegenwoordigd wordt door een mens
zoöperaties	=	zoöperatie
zoöplankton	noun	dierlijk plankton
zoöps	=	zoöp
zoöspermie	noun	aanwezigheid van levende zaadcellen in het sperma
zoöstuprum	noun	seks van mensen met dieren
zoötomie	noun	de zoölogische discipline die zich op dierlijke anatomie en dan met name de ontleding van dieren toelegt
zoötomietje	=	zoötomie
zoötomieën	=	zoötomie
zucchetto	noun	eenvoudig rond kapje dat geestelijken op het hoofd dragen in een kleur die hun rang aangeeft
zucchetto's	=	zucchetto
zucht	noun	ziekelijke of overmatige zwelling door opeenhoping van vocht in het menselijk of dierlijk lichaam, waterzucht
zuchte	=	zuchten
zuchten	verb	hoorbaar diep uitademen, meestal als uiting van frustratie
zuchtend	adj	met luide, diepe uitademingen uitend dat men vermoeid, of teleurgesteld is
zuchtende	=	zuchten
zuchtends	=	zuchtend
zuchter	noun	iemand die uit verdriet, verlangen of hevige emotie een of meer keren de adem diep uitstoot
zuchters	=	zuchter
zuchtig	adj	een onbedwingbaar verlangen naar iets koesterend
zuchtige	=	zuchtig
zuchtiger	=	zuchtig
zuchtigere	=	zuchtig
zuchtigers	=	zuchtig
zuchtigheden	=	zuchtigheid
zuchtigheid	noun	het lijden aan een abnormale zucht naar iets
zuchtigheidje	=	zuchtigheid
zuchtigheidjes	=	zuchtigheid
zuchtigs	=	zuchtig
zuchtigst	=	zuchtig
zuchtigste	=	zuchtig
zuchtje	=	zucht
zuchtjes	=	zucht
zuchtte	=	zuchten
zuchtten	=	zuchten
zuid	adv	in de richting van de pool die op Antarctica ligt
zuid-afrikaan	noun	een inwoner van Zuid-Afrika, of iemand afkomstig uit Zuid-Afrika
zuid-afrikaans	adj	op Zuid-Afrika betrekking hebbend
zuid-afrikaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zuid-Afrika, of een vrouw afkomstig uit Zuid-Afrika
zuid-afrikaansen	=	zuid-afrikaanse
zuid-afrikaanser	=	zuid-afrikaans
zuid-afrikaansere	=	zuid-afrikaans
zuid-afrikaansers	=	zuid-afrikaans
zuid-afrikaanst	=	zuid-afrikaans
zuid-afrikaanste	=	zuid-afrikaans
zuid-afrikanen	=	zuid-afrikaan
zuid-amerikaan	noun	een inwoner van Zuid-Amerika, of iemand afkomstig uit Zuid-Amerika
zuid-amerikaans	adj	op Zuid-Amerika betrekking hebbend
zuid-amerikaanse	noun	vrouwelijke inwoner van Zuid-Amerika, of vrouw afkomstig uit Zuid-Amerika
zuid-amerikaansen	=	zuid-amerikaanse
zuid-amerikaanser	=	zuid-amerikaans
zuid-amerikaansere	=	zuid-amerikaans
zuid-amerikaansers	=	zuid-amerikaans
zuid-amerikaanst	=	zuid-amerikaans
zuid-amerikaanste	=	zuid-amerikaans
zuid-amerikanen	=	zuid-amerikaan
zuid-duitsland	noun	gebied bestaand uit de Duitse deelstaten Beieren en Baden-Württemberg, ook gebruikt voor gebieden die hoofdzakelijk uit het gebied van deze deelstaten bestaat
zuid-europeaan	noun	een inwoner van Zuid-Europa, of iemand afkomstig uit Zuid-Europa
zuid-europeanen	=	zuid-europeaan
zuid-europees	adj	op Zuid-Europa betrekking hebbend
zuid-europeest	=	zuid-europees
zuid-europeeste	=	zuid-europees
zuid-europese	noun	een vrouwelijke inwoner van Zuid-Europa, of een vrouw afkomstig uit Zuid-Europa
zuid-europesen	=	zuid-europese
zuid-europeser	=	zuid-europees
zuid-europesere	=	zuid-europees
zuid-europesers	=	zuid-europees
zuid-koreaan	noun	een inwoner van Zuid-Korea, of iemand afkomstig uit Zuid-Korea
zuid-koreaans	adj	op Zuid-Korea betrekking hebbend
zuid-koreaanse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zuid-Korea, of een vrouw afkomstig uit Zuid-Korea
zuid-koreaansen	=	zuid-koreaanse
zuid-koreaanser	=	zuid-koreaans
zuid-koreaansere	=	zuid-koreaans
zuid-koreaansers	=	zuid-koreaans
zuid-koreaanst	=	zuid-koreaans
zuid-koreaanste	=	zuid-koreaans
zuid-koreaantje	=	zuid-koreaan
zuid-koreaantjes	=	zuid-koreaan
zuid-koreanen	=	zuid-koreaan
zuid-luzonniltava	noun	Cyornis camarinensis een vogelsoort uit de familie van de muscicapidae (vliegenvangers).
zuid-luzonniltava's	=	zuid-luzonniltava
zuid-luzonniltavaatje	=	zuid-luzonniltava
zuid-luzonniltavaatjes	=	zuid-luzonniltava
zuid-nederland	noun	benaming voor het landsdeel dat bestaat uit de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg
zuid-parebrilvogel	noun	Zosterops winifredae een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
zuid-parebrilvogels	=	zuid-parebrilvogel
zuid-parebrilvogeltje	=	zuid-parebrilvogel
zuid-parebrilvogeltjes	=	zuid-parebrilvogel
zuid-soedanees	noun	een inwoner van Zuid-Soedan (ook Zuid-Sudan)	adj	op Zuid-Soedan (ook Zuid-Sudan) betrekking hebbend
zuid-soedaneesje	=	zuid-soedanees
zuid-soedaneest	=	zuid-soedanees
zuid-soedaneeste	=	zuid-soedanees
zuid-soedanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Zuid-Soedan (ook Zuid-Sudan)
zuid-soedanesen	=	zuid-soedanees
zuid-soedaneser	=	zuid-soedanees
zuid-soedanesere	=	zuid-soedanees
zuid-soedanesers	=	zuid-soedanees
zuid-soedanezen	=	zuid-soedanees
zuid-sudanees	noun	een inwoner van Zuid-Soedan (ook Zuid-Sudan)	adj	op Zuid-Soedan (ook Zuid-Sudan) betrekking hebbend
zuid-sudanese	noun	een vrouwelijke inwoner van Zuid-Soedan (ook Zuid-Sudan)
zuid-sudanesen	=	zuid-sudanese
zuid-sudanezen	=	zuid-sudanees
zuidas	noun	de zuidpool
zuidassen	=	zuidas
zuidelijk	adj	wat betreft het zuiden, in het zuiden gelegen
zuidelijke	=	zuidelijk
zuidelijken	verb	door draaien meer uit het zuiden gaan waaien	noun	degenen die afkomstig waren uit de slavenhoudende staten, vooral degenen die het streven tot afscheiding van de VS steunden
zuidelijkend	=	zuidelijken
zuidelijkende	=	zuidelijken
zuidelijker	=	zuidelijk
zuidelijkere	=	zuidelijk
zuidelijkers	=	zuidelijk
zuidelijks	=	zuidelijk
zuidelijkst	=	zuidelijk
zuidelijkste	=	zuidelijk
zuidelijkt	=	zuidelijken
zuidelijkte	=	zuidelijken
zuidelijkten	=	zuidelijken
zuiden	noun	een van de windstreken, die op landkaarten overeenkomt met de onderkant
zuidenwind	noun	wind die uit het zuiden komt.
zuidenwinden	=	zuidenwind
zuidenwindje	=	zuidenwind
zuidenwindjes	=	zuidenwind
zuider	adj	geeft als eerste lid in samenstellingen aan dat het door het tweede lid genoemde zuidelijk ligt of daarvandaan komt
zuiderbreedte	noun	de hoek die de verbindingslijn tussen een plek op het zuidelijk halfrond en het middelpunt van de planet met het vlak van de evenaar maakt
zuiderbreedtes	=	zuiderbreedte
zuiderburen	=	zuiderbuur
zuiderbuur	noun	degene die men ter zuiderzijde als buur heeft
zuiderbuurtje	=	zuiderbuur
zuiderbuurtjes	=	zuiderbuur
zuidereilandkiwi	noun	Apteryx australis vogel die net als de andere soorten kiwi's tot de zogenaamde Paleognathae behoort met vier andere ordes (tinamoes, struisvogels, nandoes en kasuarissen en emoes).
zuidereilandkiwi's	=	zuidereilandkiwi
zuidereilandkiwietje	=	zuidereilandkiwi
zuidereilandkiwietjes	=	zuidereilandkiwi
zuidereilandpiopio	noun	Turnagra capensis een uitgestorven zangvogel uit de familie Oriolidae (wielewalen en vijgvogels).
zuidereilandpiopio's	=	zuidereilandpiopio
zuidereilandpiopiootje	=	zuidereilandpiopio
zuidereilandpiopiootjes	=	zuidereilandpiopio
zuidereilandsnip	noun	Coenocorypha iredalei een uitgestorven vogelsoort uit de familie Scolopacidae (strandlopers en snippen).
zuidereilandsnipje	=	zuidereilandsnip
zuidereilandsnipjes	=	zuidereilandsnip
zuidereilandsnippen	=	zuidereilandsnip
zuidereilandtakahe	noun	Porphyrio hochstetteri een niet-vliegende ral die tot hetzelfde geslacht behoort als de in Europa voorkomende purperkoet (P. Porphyrio).
zuidereilandtakahe's	=	zuidereilandtakahe
zuidereilandtakahes	=	zuidereilandtakahe
zuidereilandtakahetje	=	zuidereilandtakahe
zuidereilandtakahetjes	=	zuidereilandtakahe
zuidereilandvliegenvanger	noun	Petroica australis een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae) die endemisch is op Nieuw-Zeeland.
zuidereilandvliegenvangers	=	zuidereilandvliegenvanger
zuidereilandvliegenvangertje	=	zuidereilandvliegenvanger
zuidereilandvliegenvangertjes	=	zuidereilandvliegenvanger
zuiderkeerkring	noun	de denkbeeldige cirkel op 23,439 graden zuiderbreedte waar tijdens de zonnewende in december de zon in het zenit staat
zuiderkeerkringen	=	zuiderkeerkring
zuiderlicht	noun	een lichtverschijnsel in de atmosfeer in het zuidpoolgebied veroorzaakt door het binnendringen van kosmische straling
zuiderling	noun	iemand uit het zuiden
zuiderlingen	=	zuiderling
zuiderlingetje	=	zuiderling
zuiderlingetjes	=	zuiderling
zuiders	adj	in het zuiden gelegen
zuiderse	=	zuiders
zuiderser	=	zuiders
zuidersere	=	zuiders
zuidersers	=	zuiders
zuiderst	=	zuiders
zuiderste	=	zuiders
zuiderzeekrabbetje	noun	Rhithropanopeus harrisii een kleine krab uit de familie Panopeidae die plaatselijk voorkomt in Belgische en Nederlandse brakke wateren
zuiderzeekrabbetjes	=	zuiderzeekrabbetje
zuiderzeepolder	noun	polder aan/in de Zuiderzee
zuiderzeepolders	=	zuiderzeepolder
zuiderzeeschijfslak	noun	Corambe obscura een slakkensoort uit de familie van de sterslakken (Onchidorididae).
zuiderzeeschijfslakje	=	zuiderzeeschijfslak
zuiderzeeschijfslakjes	=	zuiderzeeschijfslak
zuiderzeeschijfslakken	=	zuiderzeeschijfslak
zuiderzeevisser	noun	iemand die beroepsmatig op de Zuiderzee viste
zuiderzeevissers	=	zuiderzeevisser
zuiderzeewerken	noun	project dat de voormalige Zuiderzee veranderd heeft in het IJsselmeer en geleid heeft tot het ontstaan van de Wieringermeer en de provincie Flevoland
zuiderzon	noun	de zon die op het noordelijk halfrond op het middaguur vanuit zuidelijke richting straalt
zuiderzonnen	=	zuiderzon
zuidflank	noun	de flank die in het zuiden gelegen is.
zuidflanken	=	zuidflank
zuidflankje	=	zuidflank
zuidflankjes	=	zuidflank
zuidgericht	adj	naar het zuiden
zuidgerichte	=	zuidgericht
zuidgerichter	=	zuidgericht
zuidgerichtere	=	zuidgericht
zuidgerichters	=	zuidgericht
zuidgerichts	=	zuidgericht
zuidgerichtst	=	zuidgericht
zuidgerichtste	=	zuidgericht
zuidgevel	noun	de gevel aan de zuidzijde van het gebouw.
zuidgevels	=	zuidgevel
zuidgeveltje	=	zuidgevel
zuidgeveltjes	=	zuidgevel
zuidgrens	noun	begrenzing van een gebied aan de zuidelijke zijde
zuidgrenzen	=	zuidgrens
zuidhoek	noun	de hoek die in het zuiden gelegen is.
zuidhoeken	=	zuidhoek
zuidhoekje	=	zuidhoek
zuidhoekjes	=	zuidhoek
zuidkant	noun	de kant die in het zuiden gelegen is.
zuidkanten	=	zuidkant
zuidkantje	=	zuidkant
zuidkantjes	=	zuidkant
zuidkaper	noun	Eubalaena australis een walvis uit de familie der echte walvissen (Balaenidae), een van de drie soorten uit het geslacht der noordkapers (Eubalaena).
zuidkapers	=	zuidkaper
zuidkapertje	=	zuidkaper
zuidkapertjes	=	zuidkaper
zuidkust	noun	de zuidelijke zeeoever/kustgebied, de kust die in het zuiden gelegen is.
zuidkusten	=	zuidkust
zuidkustje	=	zuidkust
zuidkustjes	=	zuidkust
zuidoever	noun	de waterkant die ten zuiden ligt
zuidoevers	=	zuidoever
zuidoevertje	=	zuidoever
zuidoevertjes	=	zuidoever
zuidoost	adv	tussen zuid en oost
zuidoost-noord-brabants	adj	van, uit, betreffende of als in Zuidoost-Noord-Brabant
zuidoost-noord-brabantse	=	zuidoost-noord-brabants
zuidoostelijk	adj	op het zuidoosten betrekking hebbend
zuidoostelijke	=	zuidoostelijk
zuidoostelijker	=	zuidoostelijk
zuidoostelijkere	=	zuidoostelijk
zuidoostelijkers	=	zuidoostelijk
zuidoostelijks	=	zuidoostelijk
zuidoostelijkst	=	zuidoostelijk
zuidoostelijkste	=	zuidoostelijk
zuidoosten	noun	de windstreek die 45° ten oosten van het zuiden ligt
zuidoostenwind	noun	wind die uit het zuiden en het oosten komt
zuidoostenwinden	=	zuidoostenwind
zuidoostenwindje	=	zuidoostenwind
zuidoostenwindjes	=	zuidoostenwind
zuidoostflank	noun	de flank die in het zuidoosten gelegen is.
zuidoostflanken	=	zuidoostflank
zuidoostflankje	=	zuidoostflank
zuidoostflankjes	=	zuidoostflank
zuidoostgevel	noun	de gevel aan de zuidoostzijde van het gebouw.
zuidoostgevels	=	zuidoostgevel
zuidoostgeveltje	=	zuidoostgevel
zuidoostgeveltjes	=	zuidoostgevel
zuidoosthoek	noun	de hoek die in het zuidoosten gelegen is.
zuidoosthoeken	=	zuidoosthoek
zuidoosthoekje	=	zuidoosthoek
zuidoosthoekjes	=	zuidoosthoek
zuidoostkant	noun	de kant die in het zuidoosten gelegen is.
zuidoostkanten	=	zuidoostkant
zuidoostkantje	=	zuidoostkant
zuidoostkantjes	=	zuidoostkant
zuidoostkust	noun	de zuidoostelijke zeeoever/kustgebied, de kust die in het zuidoosten gelegen is.
zuidoostkusten	=	zuidoostkust
zuidoostkustje	=	zuidoostkust
zuidoostkustjes	=	zuidoostkust
zuidoostrand	noun	de rand die in het zuidoosten gelegen is.
zuidoostranden	=	zuidoostrand
zuidoostrandje	=	zuidoostrand
zuidoostrandjes	=	zuidoostrand
zuidoosttak	noun	de tak van een tracé dat richting het zuidoosten gelegen is.
zuidoosttakje	=	zuidoosttak
zuidoosttakjes	=	zuidoosttak
zuidoosttakken	=	zuidoosttak
zuidoostvleugel	noun	de vleugel die in het zuidoosten gelegen is.
zuidoostvleugels	=	zuidoostvleugel
zuidoostvleugeltje	=	zuidoostvleugel
zuidoostvleugeltjes	=	zuidoostvleugel
zuidoostwaarts	adj	in de richting van het zuidoosten
zuidoostwaartse	=	zuidoostwaarts
zuidoostzij	noun	de zijde die in het zuidoosten ligt.
zuidoostzijde	noun	de zijde die in het zuidoosten ligt.
zuidoostzijden	=	zuidoostzijde
zuidoostzijdes	=	zuidoostzijde
zuidoostzijdetje	=	zuidoostzijde
zuidoostzijdetjes	=	zuidoostzijde
zuidpolen	=	zuidpool
zuidpool	noun	het uiteinde van de aardas op 90 graden zuiderbreedte
zuidpoolcirkel	noun	de bijzondere parallel op 66½° ZB
zuidpoolexpeditie	noun	een wetenschappelijke ontdekkingstocht, onderzoekingstocht naar de Zuidpool
zuidpoolexpedities	=	zuidpoolexpeditie
zuidpoolgebied	noun	in de buurt van de zuidpool (van een magneet)
zuidpoolgebieden	=	zuidpoolgebied
zuidpooljager	noun	Stercorarius maccormicki een vogel uit de familie Stercorariidae.
zuidpooljagers	=	zuidpooljager
zuidpooljagertje	=	zuidpooljager
zuidpooljagertjes	=	zuidpooljager
zuidpoolkip	noun	Chionis alba een verwant van de kieviten en plevieren, vogels uit de orde steltloperachtigen.
zuidpoolkipje	=	zuidpoolkip
zuidpoolkipjes	=	zuidpoolkip
zuidpoolkippen	=	zuidpoolkip
zuidpoollicht	noun	lichtverschijnsel in de atmosfeer in het zuidpoolgebied veroorzaakt door het binnendringen van kosmische straling
zuidpoolstern	noun	Sterna vittata een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
zuidpoolsternen	=	zuidpoolstern
zuidpoolsterns	=	zuidpoolstern
zuidpoolsterntje	=	zuidpoolstern
zuidpoolsterntjes	=	zuidpoolstern
zuidpooltje	=	zuidpool
zuidpooltjes	=	zuidpool
zuidpunt	noun	dat deel van een gebied of eiland dat het zuidelijkste gelegen is
zuidpunten	=	zuidpunt
zuidpuntje	=	zuidpunt
zuidpuntjes	=	zuidpunt
zuidrand	noun	de rand die in het zuiden gelegen is.
zuidranden	=	zuidrand
zuidrandje	=	zuidrand
zuidrandjes	=	zuidrand
zuidstation	noun	het station dat in het zuiden van een stad gelegen is en soms ook een kopstation met sporen enkel in zuidelijke richting
zuidstationnetje	=	zuidstation
zuidstationnetjes	=	zuidstation
zuidstations	=	zuidstation
zuidtak	noun	de tak van een tracé dat richting het zuiden gelegen is.
zuidtakje	=	zuidtak
zuidtakjes	=	zuidtak
zuidtakken	=	zuidtak
zuidvleugel	noun	de vleugel die in het zuiden gelegen is.
zuidvleugels	=	zuidvleugel
zuidvleugeltje	=	zuidvleugel
zuidvleugeltjes	=	zuidvleugel
zuidvrucht	noun	een fruitsoort die in de Benelux vanuit het zuiden gewoonlijk in gedroogde vorm ingevoerd wordt
zuidvruchten	=	zuidvrucht
zuidvruchtje	=	zuidvrucht
zuidvruchtjes	=	zuidvrucht
zuidwaarts	adv	in een zuidelijke richting, naar het zuiden
zuidwaartse	=	zuidwaarts
zuidwaartser	=	zuidwaarts
zuidwaartsere	=	zuidwaarts
zuidwaartsers	=	zuidwaarts
zuidwaartst	=	zuidwaarts
zuidwaartste	=	zuidwaarts
zuidwest	adv	tussen zuid en west
zuidwestelijk	adj	op het zuidwesten betrekking hebbend
zuidwestelijke	=	zuidwestelijk
zuidwestelijker	=	zuidwestelijk
zuidwestelijkere	=	zuidwestelijk
zuidwestelijkers	=	zuidwestelijk
zuidwestelijks	=	zuidwestelijk
zuidwestelijkst	=	zuidwestelijk
zuidwestelijkste	=	zuidwestelijk
zuidwesten	noun	de windstreek die 45° ten westen van het zuiden ligt
zuidwestenwind	noun	wind die uit het zuiden en het westen komt, de meest voorkomende wind in Nederland
zuidwestenwinden	=	zuidwestenwind
zuidwestenwindje	=	zuidwestenwind
zuidwestenwindjes	=	zuidwestenwind
zuidwester	noun	bij regen- en stormweer gedragen hoofddeksel bij zeelieden	adj	gelegen in of komend van het zuidwesten
zuidwesters	=	zuidwester
zuidwestertje	=	zuidwester
zuidwestertjes	=	zuidwester
zuidwestflank	noun	de flank die in het zuidwesten gelegen is.
zuidwestflanken	=	zuidwestflank
zuidwestflankje	=	zuidwestflank
zuidwestflankjes	=	zuidwestflank
zuidwestgevel	noun	de gevel aan de zuidwestzijde van het gebouw.
zuidwestgevels	=	zuidwestgevel
zuidwestgeveltje	=	zuidwestgevel
zuidwestgeveltjes	=	zuidwestgevel
zuidwesthoek	noun	de hoek die in het zuidwesten gelegen is.
zuidwesthoeken	=	zuidwesthoek
zuidwesthoekje	=	zuidwesthoek
zuidwesthoekjes	=	zuidwesthoek
zuidwestkant	noun	de kant die in het zuidwesten gelegen is.
zuidwestkanten	=	zuidwestkant
zuidwestkantje	=	zuidwestkant
zuidwestkantjes	=	zuidwestkant
zuidwestkust	noun	de zuidwestelijke zeeoever/kustgebied, de kust die in het zuidwesten gelegen is.
zuidwestkusten	=	zuidwestkust
zuidwestkustje	=	zuidwestkust
zuidwestkustjes	=	zuidwestkust
zuidwestrand	noun	de rand die in het zuidwesten gelegen is.
zuidwestranden	=	zuidwestrand
zuidwestrandje	=	zuidwestrand
zuidwestrandjes	=	zuidwestrand
zuidwesttak	noun	de tak van een tracé dat richting het zuidwesten gelegen is.
zuidwesttakje	=	zuidwesttak
zuidwesttakjes	=	zuidwesttak
zuidwesttakken	=	zuidwesttak
zuidwestvleugel	noun	de vleugel die in het zuidwesten gelegen is.
zuidwestvleugels	=	zuidwestvleugel
zuidwestvleugeltje	=	zuidwestvleugel
zuidwestvleugeltjes	=	zuidwestvleugel
zuidwestzij	noun	de zijde die in het zuidwesten ligt.
zuidwestzijde	noun	de zijde die in het zuidwesten ligt.
zuidwestzijden	=	zuidwestzijde
zuidwestzijdes	=	zuidwestzijde
zuidwestzijdetje	=	zuidwestzijde
zuidwestzijdetjes	=	zuidwestzijde
zuidzeewulp	noun	Numenius tahitiensis een vogel uit de familie van de strandlopers en snippen (Scolopacidae).
zuidzeewulpen	=	zuidzeewulp
zuidzeewulpje	=	zuidzeewulp
zuidzeewulpjes	=	zuidzeewulp
zuidzeezwaluw	noun	Hirundo tahitica een soort zwaluw.
zuidzeezwaluwen	=	zuidzeezwaluw
zuidzeezwaluwtje	=	zuidzeezwaluw
zuidzeezwaluwtjes	=	zuidzeezwaluw
zuidzij	noun	de zijde die in het zuiden ligt.
zuidzijde	noun	de zijde die in het zuiden ligt.
zuidzijden	=	zuidzijde
zuidzijdes	=	zuidzijde
zuidzijdetje	=	zuidzijde
zuidzijdetjes	=	zuidzijde
zuidzuidoost	adv	tussen zuid en zuidoost
zuidzuidoostelijk	adj	betreffende de richting tussen zuid en zuidoost
zuidzuidoostelijke	=	zuidzuidoostelijk
zuidzuidoostelijker	=	zuidzuidoostelijk
zuidzuidoostelijkere	=	zuidzuidoostelijk
zuidzuidoostelijkers	=	zuidzuidoostelijk
zuidzuidoostelijks	=	zuidzuidoostelijk
zuidzuidoostelijkst	=	zuidzuidoostelijk
zuidzuidoostelijkste	=	zuidzuidoostelijk
zuidzuidoosten	noun	precies tussen het zuiden en het zuidoosten
zuidzuidwest	adv	tussen zuid en zuidwest
zuidzuidwestelijk	adj	betreffende de richting tussen zuid en zuidwest
zuidzuidwestelijke	=	zuidzuidwestelijk
zuidzuidwestelijker	=	zuidzuidwestelijk
zuidzuidwestelijkere	=	zuidzuidwestelijk
zuidzuidwestelijkers	=	zuidzuidwestelijk
zuidzuidwestelijks	=	zuidzuidwestelijk
zuidzuidwestelijkst	=	zuidzuidwestelijk
zuidzuidwestelijkste	=	zuidzuidwestelijk
zuidzuidwesten	noun	precies tussen het zuiden en het zuidwesten
zuig	=	zuigen
zuigbuis	noun	buis waarmee men door onderdruk iets kan wegzuigen of opzuigen
zuigbuizen	=	zuigbuis
zuigdot	noun	speen
zuigdotje	=	zuigdot
zuigdotjes	=	zuigdot
zuigdotten	=	zuigdot
zuige	=	zuigen
zuigeling	noun	een kind dat nog gezoogd wordt
zuigelingen	=	zuigeling
zuigelingensterfte	noun	sterftecijfer van zuigelingen
zuigelingensterften	=	zuigelingensterfte
zuigelingensterftes	=	zuigelingensterfte
zuigelingenvoeding	noun	flesvoeding of kunstvoeding voor baby's jonger dan 12 maanden
zuigelingenvoedingen	=	zuigelingenvoeding
zuigelingenvoedinkje	=	zuigelingenvoeding
zuigelingenvoedinkjes	=	zuigelingenvoeding
zuigelingenzorg	noun	instelling die waakt over de gezondheid van zuigelingen
zuigelingetje	=	zuigeling
zuigelingetjes	=	zuigeling
zuigen	verb	een verlaagde druk aanleggen met de mond of met een apparaat
zuigend	adj	water of ander vloeistof aantrekkend
zuigende	=	zuigen
zuigender	=	zuigend
zuigendere	=	zuigend
zuigenders	=	zuigend
zuigends	=	zuigend
zuigendst	=	zuigend
zuigendste	=	zuigend
zuiger	noun	iets of iemand dat of die zuigt
zuigermotor	noun	verbrandingsmotor die geconstrueerd is met één of meer zuigers en cilinders.
zuigermotoren	=	zuigermotor
zuigermotors	=	zuigermotor
zuigermotortje	=	zuigermotor
zuigermotortjes	=	zuigermotor
zuigerpen	noun	pen waarmee de zuiger wordt verbonden met het bovenste (kleinste/small-end) oog van de drijfstang
zuigerpennen	=	zuigerpen
zuigerpennetje	=	zuigerpen
zuigerpennetjes	=	zuigerpen
zuigerpomp	noun	Een zuigerpomp is een pomp waarbij de te transporteren vloeistof of het te transporteren gas door middel van een zuiger wordt verplaatst
zuigerpompen	=	zuigerpomp
zuigerring	noun	een open ring die verend in de groeven van de zuiger geplaatst is en voor de dichting zorgt tussen cilinderwand en zuiger
zuigerringen	=	zuigerring
zuigerringetje	=	zuigerring
zuigerringetjes	=	zuigerring
zuigers	=	zuiger
zuigerslag	noun	afstand waarover een zuiger op en neer of heen en weer gaat
zuigerslagen	=	zuigerslag
zuigerslagje	=	zuigerslag
zuigerslagjes	=	zuigerslag
zuigersnelheden	=	zuigersnelheid
zuigersnelheid	noun	de maximumsnelheid waarmee de zuiger in de cilinder beweegt tijdens een cyclus
zuigerstang	noun	een onderdeel in een machine dat de rechtlijnige beweging van de zuiger omzet naar de draaiende beweging van de krukas
zuigerstangen	=	zuigerstang
zuigerstangetje	=	zuigerstang
zuigerstangetjes	=	zuigerstang
zuigertje	=	zuiger
zuigertjes	=	zuiger
zuigerveer	noun	een open ring die verend in de groeven van de zuiger geplaatst is en voor de dichting zorgt tussen cilinderwand en zuiger
zuigerveertje	=	zuigerveer
zuigerveertjes	=	zuigerveer
zuigerveren	=	zuigerveer
zuigfles	noun	een fles afgedekt met een kunstspeen, gewoonlijk voor het voeden van zuigelingen of jonge dieren
zuigflesje	=	zuigfles
zuigflesjes	=	zuigfles
zuigflessen	=	zuigfles
zuiggas	noun	gas dat wordt geproduceerd door oververhitte stoom over gloeiende cokes (of steenkool, hout of turf) te leiden, waarbij watergas ontstaat
zuiggasje	=	zuiggas
zuiggasjes	=	zuiggas
zuiggasmotor	noun	viertaktmotor met een installatie die steenkool, hout of andere brandbare materialen zoals turf omzet in een brandbaar gas, waarop de motor loopt
zuiggasmotoren	=	zuiggasmotor
zuiggasmotors	=	zuiggasmotor
zuiggasmotortje	=	zuiggasmotor
zuiggasmotortjes	=	zuiggasmotor
zuiggassen	=	zuiggas
zuiging	noun	stroming van lucht of water in de richting van een bewegend object
zuigingen	=	zuiging
zuiginkje	=	zuiging
zuiginkjes	=	zuiging
zuigkalf	noun	een kalf dat nog bij de moeder melk drinkt
zuigkalfje	=	zuigkalf
zuigkalfjes	=	zuigkalf
zuigkalveren	=	zuigkalf
zuigkap	noun	een huishoudelijk apparaat in de keuken dat de kookluchtjes moet afvoeren
zuigkapje	=	zuigkap
zuigkapjes	=	zuigkap
zuigkappen	=	zuigkap
zuigkarpers	noun	een familie Catostomidae van straalvinnige vissen uit de orde van karperachtigen (Cypriniformes)
zuigklep	noun	inlaatklep van een benzine- of dieselmotor
zuigklepje	=	zuigklep
zuigklepjes	=	zuigklep
zuigkleppen	=	zuigklep
zuigkorf	noun	een vaak metalen, trechter- of cilindervormige zeef voor de monding van een zuigpomp
zuigkorfje	=	zuigkorf
zuigkorfjes	=	zuigkorf
zuigkorven	=	zuigkorf
zuigkracht	noun	vermogen om te zuigen van bijvoorbeeld een stofzuiger
zuigkrachten	=	zuigkracht
zuiglam	noun	een lam dat nog bij zijn moeder zoogt
zuiglammeren	=	zuiglam
zuiglammetje	=	zuiglam
zuiglammetjes	=	zuiglam
zuigmond	noun	plaats waar iets naar binnen wordt gezogen; met name het uiteinde van een stofzuigerslang
zuigmonden	=	zuigmond
zuignap	noun	schotel- of komvormig zuigorgaan waarmee dieren zich vasthechten
zuignapje	=	zuignap
zuignapjes	=	zuignap
zuignappen	=	zuignap
zuigpijp	noun	pijp waarin men door onderdruk zaken kan opzuigen
zuigpijpen	=	zuigpijp
zuigpijpje	=	zuigpijp
zuigpijpjes	=	zuigpijp
zuigplek	noun	kenmerkende rode verkleuring van de menselijke huid op een plaats waar die hevig is gezoend of waar lang gezogen is
zuigplekje	=	zuigplek
zuigplekjes	=	zuigplek
zuigplekken	=	zuigplek
zuigpomp	noun	een pomp die de te pompen vloeistof aanzuigt
zuigpompen	=	zuigpomp
zuigpompje	=	zuigpomp
zuigpompjes	=	zuigpomp
zuigritme	noun	het ritme waarin een baby zuigt tijdens de voeding
zuigritmes	=	zuigritme
zuigritmetje	=	zuigritme
zuigritmetjes	=	zuigritme
zuigschijfvleermuis	noun	Myzopoda aurita een vleermuissoort uit Madagaskar.
zuigschijfvleermuisje	=	zuigschijfvleermuis
zuigschijfvleermuisjes	=	zuigschijfvleermuis
zuigschijfvleermuizen	noun	Myzopoda een kleine groep vleermuizen uit Madagaskar.
zuigslang	noun	een slang waardoor zaken naar binnengezogen of opgezogen kunnen worden
zuigslangen	=	zuigslang
zuigslangetje	=	zuigslang
zuigslangetjes	=	zuigslang
zuigsnuit	noun	een verlengde structuur op de kop van verscheidene diergroepen
zuigsnuiten	=	zuigsnuit
zuigt	=	zuigen
zuigtablet	noun	een tablet dat door middel van langzaam zuigen in de mond kan worden geconsumeerd, vaak met een lokale werking in de mond- keelholte
zuigtabletje	=	zuigtablet
zuigtabletjes	=	zuigtablet
zuigtabletten	=	zuigtablet
zuigvis	noun	Remora remora vissen met een zuignap waarmee ze zich aan andere vissen of voorwerpen kunnen vastzuigen
zuigvisje	=	zuigvis
zuigvisjes	=	zuigvis
zuigvissen	=	zuigvis
zuigvoet	noun	zuigorgaan van dieren waarmee ze zich ergens aan vast kunnen houden
zuigvoeten	=	zuigvoet
zuigvoetje	=	zuigvoet
zuigvoetjes	=	zuigvoet
zuigworm	noun	Trematoda platworm met zuignappen waarmee hij zich aan zijn gastheer kan vastzuigen
zuigwormen	noun	een klasse Trematoda van veelvoorkomende parasitaire zuigwormen die behoren tot de stam van de platwormen (Platyhelminthes)
zuigzijde	noun	kant waarop men zuigt of waarop een zuigende werking van invloed is
zuigzijden	=	zuigzijde
zuigzijdes	=	zuigzijde
zuigzoen	noun	een plek die ontstaat doordat iemand hard zuigt aan op een plekje huid
zuigzoenen	=	zuigzoen
zuigzoentje	=	zuigzoen
zuigzoentjes	=	zuigzoen
zuiker	=	suiker
zuil	noun	vrijstaand dragend bouwkundig object met grote lengte en beperkte ronde doorsnede
zuilcactus	noun	Cereus (Cactaceae) geslacht van cactussen die hoge met doornen bedekte zuilen vormen
zuilcactussen	=	zuilcactus
zuilcactussoort	noun	Cereus (Cactaceae) soort behorend tot het geslacht der zuilcatussen
zuilcactussoorten	=	zuilcactussoort
zuilcactussoortje	=	zuilcactussoort
zuilcactussoortjes	=	zuilcactussoort
zuilen	=	zuil
zuilenbestel	noun	organisatie bijv. tav de publieke omroep, gegrond op het bestaan van verschillende levens- en wereldbeschouwelijke groeperingen
zuilenbestellen	=	zuilenbestel
zuilenbestelletje	=	zuilenbestel
zuilenbestelletjes	=	zuilenbestel
zuilengalerij	noun	galerij met zuilen
zuilengalerijen	=	zuilengalerij
zuilengalerijtje	=	zuilengalerij
zuilengalerijtjes	=	zuilengalerij
zuilengang	noun	een rij zuilen die een overdekking draagt
zuilengangen	=	zuilengang
zuilenhal	noun	een overdekte ruimte waarbij het dak door zuilen wordt gedragen
zuilenhallen	=	zuilenhal
zuilenmaatschappij	noun	verzuilde maatschappij
zuilenmaatschappijen	=	zuilenmaatschappij
zuilenrij	noun	rij pilaren
zuilenrijen	=	zuilenrij
zuilenstelsel	noun	politiek stelsel zoals dat in het Nederland van voor de jaren stelsel bestond en waarin de bevolking sterk opgedeeld en georganiseerd was langs levenbeschouwelijke lijnen
zuilenstelsels	=	zuilenstelsel
zuilenzaal	noun	een grote, open zaal die ondersteund wordt door zuilen of pilaren en vaak gebruikt wordt voor evenementen zoals diners of congressen
zuilenzaaltje	=	zuilenzaal
zuilenzaaltjes	=	zuilenzaal
zuilenzalen	=	zuilenzaal
zuilheilige	noun	iemand die bij wijze van terugtrekking uit de wereld boven op een zuil woont
zuilheiligen	=	zuilheilige
zuilschacht	noun	het verticale deel van een zuil dat zich tussen het basement en het kapiteel bevindt
zuilschachten	=	zuilschacht
zuilschachtje	=	zuilschacht
zuilschachtjes	=	zuilschacht
zuiltje	=	zuil
zuiltjes	=	zuil
zuilvormig	adj	vorm van een zuil hebbend
zuilvormige	=	zuilvormig
zuilvormiger	=	zuilvormig
zuilvormigere	=	zuilvormig
zuilvormigers	=	zuilvormig
zuilvormigs	=	zuilvormig
zuilvormigst	=	zuilvormig
zuilvormigste	=	zuilvormig
zuim	=	zuimen
zuimde	=	zuimen
zuimden	=	zuimen
zuime	=	zuimen
zuimen	verb	dralen, talmen
zuimend	=	zuimen
zuimende	=	zuimen
zuimt	=	zuimen
zuinig	adj	voorzichtig met het uitgeven van geld of andere kostbare zaken
zuinige	=	zuinig
zuiniger	=	zuinig
zuinigere	=	zuinig
zuinigers	=	zuinig
zuinigheden	=	zuinigheid
zuinigheid	noun	het zuinig zijn
zuinigje	noun	voorwerp dat men op een kandelaar zet om ook het laatste stukje kaars te kunnen laten branden
zuinigjes	adv	op een spaarzame, duurzame manier
zuinigs	=	zuinig
zuinigst	=	zuinig
zuinigste	=	zuinig
zuip	=	zuipen
zuipbalg	noun	persoon die teveel alcohol drinkt
zuipbalgen	=	zuipbalg
zuipbalgje	=	zuipbalg
zuipbalgjes	=	zuipbalg
zuipbus	noun	bus waarmee jongeren naar Belgische discotheken vervoerd kunnen waar men ook als men jonger is dan 18 jaar alcohol mag gebruiken
zuipbusje	=	zuipbus
zuipbusjes	=	zuipbus
zuipbussen	=	zuipbus
zuipe	=	zuipen
zuipen	verb	zwaar of gulzig drinken
zuipend	=	zuipen
zuipende	=	zuipen
zuiper	noun|informal	iemand die te veel alcohol drinkt
zuipers	=	zuiper
zuipertje	=	zuiper
zuipfeest	noun	een feest waarbij veel alcohol drinken de hoofdactiviteit is
zuipfeesten	=	zuipfeest
zuipfeestje	=	zuipfeest
zuipfeestjes	=	zuipfeest
zuipkeet	noun	eenvoudige ruimte waar jongeren zichzelf goedkoop kunnen indrinken voordat ze naar een horecagelegenheid gaan
zuipkeetje	=	zuipkeet
zuipketen	=	zuipkeet
zuiplap	noun	iemand die voortdurend dronken is
zuiplapje	=	zuiplap
zuiplapjes	=	zuiplap
zuiplappen	=	zuiplap
zuippartij	noun|informal	gelegenheid waarbij veel sterkedrank gebruikt wordt
zuippartijen	=	zuippartij
zuipschuit	noun|informal	iemand die te vaak te veel alcohol gebruikt
zuipschuiten	=	zuipschuit
zuipschuitje	=	zuipschuit
zuipster	noun	vrouw die teveel alcoholische dranken drinkt
zuipsters	=	zuipster
zuipstertje	=	zuipster
zuipstertjes	=	zuipster
zuipt	=	zuipen
zuiptoerisme	noun	toerisme waarbij de consumptie van grote hoeveelheden alcohol de centrale bezigheid is
zuipzak	noun	iemand die verslaafd is aan alcohol
zuipzakje	=	zuipzak
zuipzakjes	=	zuipzak
zuipzakken	=	zuipzak
zuivel	noun	verzamelnaam voor melkproducten en eieren
zuivelbedrijf	noun	bedrijf dat melk verwerkt en melkproducten zoals kaas en boter maakt
zuivelbedrijfje	=	zuivelbedrijf
zuivelbedrijfjes	=	zuivelbedrijf
zuivelbedrijven	=	zuivelbedrijf
zuivelbereiding	noun	het proces waarbij rauwe melk wordt verwerkt tot consumptiemelk en zuivelproducten, zoals boter, kaas, yoghurt en melkpoeder.
zuivelbereidingen	=	zuivelbereiding
zuivelbereidinkje	=	zuivelbereiding
zuivelbereidinkjes	=	zuivelbereiding
zuivelconcern	noun	bedrijf dat bestaat uit een aantal losse melkverwerkende fabrieken
zuivelconcerns	=	zuivelconcern
zuivelfabriek	noun	een bedrijf waar zuivelproducten worden gemaakt uit ruwe melk
zuivelfabrieken	=	zuivelfabriek
zuivelfabriekje	=	zuivelfabriek
zuivelfabriekjes	=	zuivelfabriek
zuivelproduct	noun	voedingsmiddel op basis van melk
zuivelproducten	=	zuivelproduct
zuivelproductje	=	zuivelproduct
zuivelprodukt	=	zuivelproduct
zuivels	=	zuivel
zuivelsector	noun	alle bedrijven die betrokken zijn bij het produceren, verwerken en verkopen van melk en melkproducten
zuivelsectoren	=	zuivelsector
zuivelsectors	=	zuivelsector
zuiveltje	=	zuivel
zuiver	adj	onbezoedeld, zonder verontreiniging
zuiveraar	noun	iemand die iets schoonmaakt
zuiveraars	=	zuiveraar
zuiveraartje	=	zuiveraar
zuiveraartjes	=	zuiveraar
zuiverde	=	zuiveren
zuiverden	=	zuiveren
zuiverder	=	zuiver
zuiverdere	=	zuiver
zuiverders	=	zuiver
zuivere	=	zuiver
zuiveren	verb	van verontreinigingen ontdoen
zuiverend	adj	reinigend, louterend of het ontdoen van onzuiverheden en schadelijke stoffen
zuiverende	=	zuiverend
zuiverender	=	zuiverend
zuiverendere	=	zuiverend
zuiverenders	=	zuiverend
zuiverends	=	zuiverend
zuiverendst	=	zuiverend
zuiverendste	=	zuiverend
zuiverheden	=	zuiverheid
zuiverheid	noun	helemaal vrij zijn van verontreinigingen, reinheid, properheid
zuivering	noun	het zuiveren of het gezuiverd worden
zuiveringen	=	zuivering
zuiveringetje	=	zuivering
zuiveringsactie	noun	actie tot het elimineren van andersdenkenden
zuiveringsacties	=	zuiveringsactie
zuiveringsactietje	=	zuiveringsactie
zuiveringsactietjes	=	zuiveringsactie
zuiveringschap	noun	publiekrechtelijk lichaam voor de zuivering van afvalwater
zuiveringschappen	=	zuiveringschap
zuiveringsheffing	noun	belasting die huishoudens en bedrijven betalen aan het waterschap voor het zuiveren van afvalwater.
zuiveringsheffingen	=	zuiveringsheffing
zuiveringsheffinkje	=	zuiveringsheffing
zuiveringsheffinkjes	=	zuiveringsheffing
zuiveringsinstallatie	noun	apparatuur voor het zuiveren van met name water
zuiveringsinstallaties	=	zuiveringsinstallatie
zuiveringskost	noun|obsolete	geld dat men betaalt voor het schoonmaken van vervuild water
zuiveringskosten	noun	geld dat men betaalt voor het schoonmaken van vervuild water
zuiveringsstation	noun	installatie die verontreinigingen uit, met name, water haalt
zuiveringsstations	=	zuiveringsstation
zuiveringstablet	noun	tablet waarmee verontreinigd drinkwater gezuiverd kan worden
zuiveringstabletten	=	zuiveringstablet
zuiveringszout	noun	middel tegen te veel maagzuur, natriumbicarbonaat
zuiveringszouten	=	zuiveringszout
zuiveringszoutje	=	zuiveringszout
zuiveringszoutjes	=	zuiveringszout
zuiverinkje	=	zuivering
zuivers	=	zuiver
zuiverst	=	zuiver
zuiverste	=	zuiver
zuivert	=	zuiveren
zuiverwit	adj|poetic	helder, vlekkeloos blank
zuiverwits	=	zuiverwit
zuiverwitte	=	zuiverwit
zul	verb	tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zullen
zulk	pron	zodanig, dit soort: bij ontelbare begrippen en meervouden.
zulke	pron	verbogen vorm (meervoud) van zulk
zulks	pron	dat soort zaken, zoiets
zulle	intj	hè, nietwaar
zullen	verb	hulpwerkwoord van de toekomende tijd
zullend	=	zullen
zullende	=	zullen
zulletje	=	zulle
zult	noun	van de kop van het varken vervaardigd gerecht, meestal enigszins zuur	adj	zout smakend, met zout geconserveerd
zulte	noun	bepaald soort plant, Aster tripolium, met de bladvorm van een spinazieblad, ook lijkend op het oor van een lam
zultebladroller	noun	Phalonidia affinitana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zultebladrollers	=	zultebladroller
zultebladrollertje	=	zultebladroller
zultebladrollertjes	=	zultebladroller
zulteboorvlieg	noun	Campiglossa plantaginis een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
zulteboorvliegen	=	zulteboorvlieg
zulteboorvliegje	=	zulteboorvlieg
zulteboorvliegjes	=	zulteboorvlieg
zulten	verb	inleggen in azijn, al of niet met zout
zultend	=	zulten
zultende	=	zulten
zultes	=	zulte
zultetje	=	zulte
zultkop	noun	zeer dom persoon
zultkoppen	=	zultkop
zultkoppetje	=	zultkop
zultkoppetjes	=	zultkop
zultte	=	zulten
zultten	=	zulten
zumba	noun	soort aerobics op Latijns-Amerikaanse dansmuziek
zumba-instructeur	noun	iemand die zumbalessen geeft
zumba-instructeurs	=	zumba-instructeur
zumbaat	=	zumbaën
zumbacursus	noun	reeks lessen in fitnessoefeningen op Latijns-Amerikaanse muziek die een samenhangend geheel vormt
zumbacursussen	=	zumbacursus
zumbade	=	zumbaën
zumbaden	=	zumbaën
zumbales	noun	groepsbijeenkomst waar men fitnessoefeningen op Latijns-Amerikaanse muziek doet onder leiding van een zumba-instructeur
zumbalessen	=	zumbales
zumbaë	=	zumbaën
zumbaën	verb	ritmisch bewegen op Latijns-Amerikaanse dansmuziek
zumbaënd	=	zumbaën
zumbaënde	=	zumbaën
zun	=	zon
zundernaar	noun	een inwoner van Zundert, of iemand afkomstig uit Zundert
zundernaren	=	zundernaar
zundertenaar	noun	iemand afkomstig uit de Nederlandse plaats Zundert en/of iemand die in die plaats woont
zundertenaartje	=	zundertenaar
zundertenaartjes	=	zundertenaar
zundertenaren	=	zundertenaar
zunderts	adj	op Zundert betrekking hebbend
zundertse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zundert, of een vrouw afkomstig uit Zundert
zundertses	=	zundertse
zundgat	noun	opening aan de achterkant van een stuk geschut voor de ontsteking van de springstof achter de kogel
zundgaten	=	zundgat
zunen	=	zonnen
zunig	=	zonnig
zure	=	zuur
zuren	verb	zuur (doen) worden
zurend	=	zuren
zurende	=	zuren
zurig	adj	een beetje zure smaak of geur hebbend
zurige	=	zurig
zuriger	=	zurig
zurigere	=	zurig
zurigers	=	zurig
zurigheden	=	zurigheid
zurigheid	noun	hoe zuur iets is
zurigs	=	zurig
zurigst	=	zurig
zurigste	=	zurig
zuring	noun	benaming voor meest overblijvende, kruidachtige planten uit het geslacht Rumex in de duizendknoopfamilie waarvan sommige soorten eetbare bladeren hebben
zuring-rietroest	noun	Puccinia phragmitis een roestschimmel in de familie Pucciniaceae.
zuring-rietroesten	=	zuring-rietroest
zuring-rietroestje	=	zuring-rietroest
zuring-rietroestjes	=	zuring-rietroest
zuringaardvlo	noun	Mantura chrysanthemi een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae), die tot de tribus Alticini behoort.
zuringaardvlooien	=	zuringaardvlo
zuringaardvlooitje	=	zuringaardvlo
zuringaardvlooitjes	=	zuringaardvlo
zuringbladwesp	noun	Ametastegia glabrata een vliesvleugelig insect uit de familie van de bladwespen (Tenthredinidae).
zuringbladwespen	=	zuringbladwesp
zuringbladwespje	=	zuringbladwesp
zuringbladwespjes	=	zuringbladwesp
zuringen	=	zuring
zuringpalpmot	noun	Aroga velocella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zuringpalpmotje	=	zuringpalpmot
zuringpalpmotjes	=	zuringpalpmot
zuringpalpmotten	=	zuringpalpmot
zuringrandwants	noun	Coreus marginatus een wants uit de familie van de randwantsen (Coreidae)
zuringrandwantsen	=	zuringrandwants
zuringrandwantsje	=	zuringrandwants
zuringrandwantsjes	=	zuringrandwants
zuringsnuitkever	noun	Rhinoncus pericarpius een keversoort uit de familie snuitkevers (Curculionidae).
zuringsnuitkevers	=	zuringsnuitkever
zuringsnuitkevertje	=	zuringsnuitkever
zuringsnuitkevertjes	=	zuringsnuitkever
zuringspanner	noun	Lythria cruentaria een vlinder (een zogenaamde dagactieve nachtvlinder) uit de familie Geometridae, de spanners.
zuringspanners	=	zuringspanner
zuringspannertje	=	zuringspanner
zuringspannertjes	=	zuringspanner
zuringuil	noun	Acronicta rumicis een nachtvlinder uit de familie van de nachtuiltjes.
zuringuilen	=	zuringuil
zuringuiltje	=	zuringuil
zuringuiltjes	=	zuringuil
zuringvlieg	noun	Pegomya solennis een vliegensoort uit de familie van de bloemvliegen (Anthomyiidae).
zuringvliegen	=	zuringvlieg
zuringvliegje	=	zuringvlieg
zuringvliegjes	=	zuringvlieg
zuringwants	noun	Coreus marginatus een wants uit de familie randwantsen (Coreidae)
zuringwantsen	=	zuringwants
zuringwantsje	=	zuringwants
zuringwantsjes	=	zuringwants
zuringwespvlinder	noun	Pyropteron (Pyropteron) chrysidiforme een vlinder uit de familie wespvlinders (Sesiidae), onderfamilie Sesiinae.
zuringwespvlinders	=	zuringwespvlinder
zuringwespvlindertje	=	zuringwespvlinder
zuringwespvlindertjes	=	zuringwespvlinder
zuringzout	noun	het kaliumzout van zuringzuur
zuringzouten	=	zuringzout
zuringzuur	noun	het zuur dat aan zuring zijn zure smaak verleent
zurinkje	=	zuring
zurkel	noun	benaming voor bepaald soort overblijvende plant, Rumex acetosa uit het geslacht van de zuring, die meer dan een halve meter hoog kan worden waarvan de bladeren in salades worden gebruikt
zurkels	=	zurkel
zurkeltrut	noun	een wat dommig vrouwmens dat eindeloos zeurt
zurkeltrutje	=	zurkeltrut
zurkeltrutjes	=	zurkeltrut
zurkeltrutten	=	zurkeltrut
zus	noun	een ander kind van dezelfde ouders van het vrouwelijk geslacht	adv	zo, op zulke wijze
zusje	=	zus
zusjes	=	zus
zussen	=	zus
zussendag	noun	een dag dat zussen (en schoonzussen) iets gezelligs met elkaar gaan doen
zussendagen	=	zussendag
zussendagje	=	zussendag
zussendagjes	=	zussendag
zuster	noun	vrouwelijk kind van dezelfde ouders, zus
zusterbedrijf	noun	bedrijf waarmee een bedrijf een innige samenwerkingsrelatie heeft
zusterbedrijfje	=	zusterbedrijf
zusterbedrijfjes	=	zusterbedrijf
zusterbedrijven	=	zusterbedrijf
zusterdruif	noun	bepaald soort lage tropische boom met ronde groene vruchten, Coccoloba uvifera
zusterdruiven	=	zusterdruif
zustergoudoogboszanger	noun	Phylloscopus soror een zangvogel uit de familie Phylloscopidae.
zustergoudoogboszangers	=	zustergoudoogboszanger
zustergoudoogboszangertje	=	zustergoudoogboszanger
zustergoudoogboszangertjes	=	zustergoudoogboszanger
zusterhuis	noun	huis bij een ziekenhuis waar verpleegsters wonen
zusterhuizen	=	zusterhuis
zusterlijk	adj	zoals hoort bij zussen, gelijkwaardig en nauw verwant
zusterlijke	=	zusterlijk
zusterlijker	=	zusterlijk
zusterlijkere	=	zusterlijk
zusterlijkers	=	zusterlijk
zusterlijks	=	zusterlijk
zusterlijkst	=	zusterlijk
zusterlijkste	=	zusterlijk
zusterloos	adj	zonder zuster
zusterloost	=	zusterloos
zusterlooste	=	zusterloos
zusterloze	=	zusterloos
zusterlozer	=	zusterloos
zusterlozere	=	zusterloos
zusterlozers	=	zusterloos
zustermot	noun	Monopis monachella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
zustermotje	=	zustermot
zustermotjes	=	zustermot
zustermotten	=	zustermot
zusterpartij	noun	politiekepartij met een vergelijkbaar partijprogramma
zusterpartijen	=	zusterpartij
zusterpartijtje	=	zusterpartij
zusterpartijtjes	=	zusterpartij
zusterplaneet	noun	een planeet die heel erg lijkt op een bepaalde andere planeet.
zusterplaneetje	=	zusterplaneet
zusterplaneetjes	=	zusterplaneet
zusterplaneten	=	zusterplaneet
zusters	=	zuster
zusterschap	noun	het zuster (non) zijn
zusterschappen	=	zusterschap
zusterscheepje	=	zusterschip
zusterscheepjes	=	zusterschip
zusterschepen	=	zusterschip
zusterschip	noun	identiek schip of ander voertuig
zusterscholen	=	zusterschool
zusterschool	noun	school waarmee een andere school verbonden is
zusterskind	noun	neef of nicht
zusterskinderen	=	zusterskind
zusterskindje	=	zusterskind
zusterskindjes	=	zusterskind
zustersscholen	=	zustersschool
zustersschool	noun	school waar nonnen lesgeven
zusterstad	noun	een plaats (vaak een stad, ook wel een dorp), meestal in een ander land, waar een gemeente vriendschappelijke contacten mee onderhoudt
zusterstadje	=	zusterstad
zusterstadjes	=	zusterstad
zustersteden	=	zusterstad
zustertje	=	zuster
zustertjes	=	zuster
zustervereniging	noun	een vereniging die hetzelfde doel nastreeft of in dezelfde branche actief is als een andere vereniging.
zusterverenigingen	=	zustervereniging
zusterverenigingetje	=	zustervereniging
zusterverenigingetjes	=	zustervereniging
zutphenaar	noun	iemand die in de Nederlandse stad of gemeente Zutphen woont of uit Zutphen afkomstig is
zutphenaartje	=	zutphenaar
zutphenaartjes	=	zutphenaar
zutphenaren	=	zutphenaar
zutphens	adj	op Zutphen betrekking hebbend
zutphense	noun	een vrouwelijke inwoner van Zutphen, of een vrouw afkomstig uit Zutphen
zutphensen	=	zutphense
zutphenser	=	zutphens
zutphensere	=	zutphens
zutphensers	=	zutphens
zutphenst	=	zutphens
zutphenste	=	zutphens
zuur	noun	vloeistof, die een verhoogde concentratie waterstofionen bevat	adj	een smaak hebbend zoals van citroensap of azijn
zuurachtig	adj	gelijkend op, of eigenschappen hebbend van zuur, zurig
zuurachtige	=	zuurachtig
zuurachtiger	=	zuurachtig
zuurachtigere	=	zuurachtig
zuurachtigers	=	zuurachtig
zuurachtigs	=	zuurachtig
zuurachtigst	=	zuurachtig
zuurachtigste	=	zuurachtig
zuurbad	noun	vat met een zure vloeistof
zuurbaden	=	zuurbad
zuurbadje	=	zuurbad
zuurbadjes	=	zuurbad
zuurbal	noun	geel gekleurd, zuursmakend, bolvormig snoepje waarop men kan zuigen
zuurballen	=	zuurbal
zuurbes	noun	Berberis vulgaris een struik die behoort tot de berberisfamilie (Berberidaceae).
zuurbesje	=	zuurbes
zuurbesjes	=	zuurbes
zuurbessen	=	zuurbes
zuurbestendig	adj	goed tegen de invloed van zuren kunnend
zuurbestendige	=	zuurbestendig
zuurbestendiger	=	zuurbestendig
zuurbestendigere	=	zuurbestendig
zuurbestendigers	=	zuurbestendig
zuurbestendigs	=	zuurbestendig
zuurbestendigst	=	zuurbestendig
zuurbestendigste	=	zuurbestendig
zuurbeswasbekertje	noun	een schimmel Hyalorbilia berberidis behorend tot de familie Arthrobotryaceae.
zuurbeswasbekertjes	=	zuurbeswasbekertje
zuurbrand	noun	bijtend warm gevoel dat vanuit de maag door de slokdarm naar de keel trekt door te veel maagzuur
zuurbranden	noun	bijtend warm gevoel dat vanuit de maag door de slokdarm naar de keel trekt door te veel maagzuur
zuurconstante	noun	een kwantitatieve maat voor de sterkte van een zuur
zuurde	=	zuren
zuurdeeg	noun	zuurdesem
zuurdegen	=	zuurdeeg
zuurden	=	zuren
zuurder	=	zuur
zuurdere	=	zuur
zuurders	=	zuur
zuurdesem	noun	gistend deeg
zuurdesembibliotheek	noun	een 'bibliotheek' (eigenlijk verzameling) van zuurdesems
zuurdesembibliotheken	=	zuurdesembibliotheek
zuurdesembroden	=	zuurdesembrood
zuurdesembrood	noun	brood gebakken zonder toevoeging van bakkersgist
zuurdesembroodje	=	zuurdesembrood
zuurdesembroodjes	=	zuurdesembrood
zuurdesems	=	zuurdesem
zuurgetal	noun	het aantal milligram kaliumhydroxide (KOH) dat nodig is om de veresterde vetzuren in 1 gram van een vet volledig te verzepen en de aanwezige vrije vetzuren te neutraliseren
zuurgoed	noun	in azijn gelegde groenten
zuurgraad	noun	de mate waarin iets zuur is, gewoonlijk gemeten als de negatieve logaritme (-log) van de concentratie waterstofionen
zuurgraadje	=	zuurgraad
zuurgraden	=	zuurgraad
zuurgras	noun	een grassoort die weinig door het vee op prijs gesteld wordt
zuurgrassen	=	zuurgras
zuurheden	=	zuurheid
zuurheid	noun	de hoeveelheid base die door een vloeistof kan worden geneutraliseerd
zuurhoudend	adj	zuur bevattend
zuurhoudende	=	zuurhoudend
zuurhoudender	=	zuurhoudend
zuurhoudendere	=	zuurhoudend
zuurhoudenders	=	zuurhoudend
zuurhoudends	=	zuurhoudend
zuurhoudendst	=	zuurhoudend
zuurhoudendste	=	zuurhoudend
zuurkast	noun	een betegelde of anderszins zuurvast gemaakte werkruimte ingericht voor het werken met chemische stoffen, voorzien met een schuifraam en een afzuiginstallatie
zuurkasten	=	zuurkast
zuurkastje	=	zuurkast
zuurkastjes	=	zuurkast
zuurkijker	noun	iemand die een boze gelaatsexpressie heeft
zuurkijkers	=	zuurkijker
zuurkijkertje	=	zuurkijker
zuurkijkertjes	=	zuurkijker
zuurkolen	=	zuurkool
zuurkool	noun	fijngesneden en licht gezouten kool die enige tijd gefermenteerd is
zuurkoolschaaf	noun	toestel met meerdere messen om wittekool in reepjes te snijden voordat die wordt ingemaakt
zuurkoolschaven	=	zuurkoolschaaf
zuurkoolschotel	noun	gerecht met als hoofdbestanddeel zuurkool
zuurkoolschotels	=	zuurkoolschotel
zuurkoolschoteltje	=	zuurkoolschotel
zuurkoolschoteltjes	=	zuurkoolschotel
zuurkoolsoep	noun	soep gemaakt van zuurkool
zuurkoolsoepen	=	zuurkoolsoep
zuurkooltje	=	zuurkool
zuurkraam	noun	marktkraam waar in zuur gelegde producten worden verkocht zoals augurken en haringen
zuurkraampje	=	zuurkraam
zuurkraampjes	=	zuurkraam
zuurkramen	=	zuurkraam
zuurkruid	noun	een geslacht Rhus van ongeveer 250 soorten struiken en kleine bomen uit de pruikenboomfamilie (Anacardiaceae).
zuurkruiden	=	zuurkruid
zuurkruidje	=	zuurkruid
zuurkruidjes	=	zuurkruid
zuurmuil	noun	onvriendelijk, nors mens
zuurmuilen	=	zuurmuil
zuurpruim	noun	onvriendelijk, nors persoon die vooral de negatieve kant van situaties ziet
zuurpruimen	=	zuurpruim
zuurpruimpje	=	zuurpruim
zuurpruimpjes	=	zuurpruim
zuurremmer	noun	middel dat zorgt voor een verlaging van de maagzuurconcentratie
zuurremmers	=	zuurremmer
zuurrest	noun	het ion dat ontstaat wanneer een Arrheniuszuur één of meer van zijn waterstofionen verliest
zuurresten	=	zuurrest
zuurs	=	zuur
zuursel	noun	middel dat nodig is bij de bereiding van kaas, yoghurt en boter bestaande uit melkzuurbacteriën
zuurst	=	zuur
zuurste	=	zuur
zuurstel	noun	een gewoonlijk glazen of kristallen stel vaatjes voor olie en azijn voor op tafel
zuurstellen	=	zuurstel
zuurstelletje	=	zuurstel
zuurstelletjes	=	zuurstel
zuurstof	noun	een scheikundig element met symbool O en atoomnummer 8, en een bij kamertemperatuur kleurloos twee-atomig gas O₂ en bij lage temperaturen een blauwige vloeistof
zuurstofapparaat	noun	een apparaat dat zuurstof maakt of zuurstof aanlevert.
zuurstofapparaatje	=	zuurstofapparaat
zuurstofapparaatjes	=	zuurstofapparaat
zuurstofapparaten	=	zuurstofapparaat
zuurstofapparatuur	noun	de apparatuur waarmee gezorgd wordt voor of gewerkt wordt met zuurstof.
zuurstofarm	adj	een laag gehalte aan zuurstof bevattend
zuurstofarme	=	zuurstofarm
zuurstofarmer	=	zuurstofarm
zuurstofarmere	=	zuurstofarm
zuurstofarmers	=	zuurstofarm
zuurstofarms	=	zuurstofarm
zuurstofarmst	=	zuurstofarm
zuurstofarmste	=	zuurstofarm
zuurstofatomen	=	zuurstofatoom
zuurstofatoom	noun	een atoom van het chemisch element zuurstof.
zuurstofatoompje	=	zuurstofatoom
zuurstofatoompjes	=	zuurstofatoom
zuurstofbom	noun	apparaat waarmee men men de verbrandingswaarde van materialen kan bepalen
zuurstofbommen	=	zuurstofbom
zuurstoffen	=	zuurstof
zuurstoffles	noun	metalen buis om onder hoge druk samengeperste en daardoor vloeibare zuurstof (O₂) op te slaan
zuurstofflesje	=	zuurstoffles
zuurstofflesjes	=	zuurstoffles
zuurstofflessen	=	zuurstoffles
zuurstofgebrek	noun	een ernstig tekort aan zuurstof hebben.
zuurstofgebreken	=	zuurstofgebrek
zuurstofgebrekje	=	zuurstofgebrek
zuurstofgebrekjes	=	zuurstofgebrek
zuurstofgehalte	noun	de hoeveelheid zuurstof in iets.
zuurstofgehalten	=	zuurstofgehalte
zuurstofgehaltes	=	zuurstofgehalte
zuurstofhuishouding	noun	het evenwicht en de dynamiek van zuurstof binnen een bepaald systeem, zoals een waterlichaam (ecologie) of het menselijk lichaam (fysiologie).
zuurstofhuishoudingen	=	zuurstofhuishouding
zuurstofhuishoudinkje	=	zuurstofhuishouding
zuurstofhuishoudinkjes	=	zuurstofhuishouding
zuurstofloos	adj	zonder zuurstof
zuurstofloost	=	zuurstofloos
zuurstoflooste	=	zuurstofloos
zuurstofloze	=	zuurstofloos
zuurstoflozer	=	zuurstofloos
zuurstoflozere	=	zuurstofloos
zuurstoflozers	=	zuurstofloos
zuurstofmasker	noun	een masker om bij iemand zuurstof toe te dienen.
zuurstofmaskers	=	zuurstofmasker
zuurstofmaskertje	=	zuurstofmasker
zuurstofmaskertjes	=	zuurstofmasker
zuurstofopname	noun	de opname van zuurstof.
zuurstofopnamen	=	zuurstofopname
zuurstofopnames	=	zuurstofopname
zuurstofoverschot	noun	een hoger dan noodzakelijk zuurstofgehalte
zuurstofoverschotje	=	zuurstofoverschot
zuurstofoverschotjes	=	zuurstofoverschot
zuurstofoverschotten	=	zuurstofoverschot
zuurstofpomp	noun	een pomp waarmee zuurstof wordt aangevoerd.
zuurstofpompen	=	zuurstofpomp
zuurstofpompje	=	zuurstofpomp
zuurstofpompjes	=	zuurstofpomp
zuurstofrijk	adj	met een hoog zuurstofgehalte
zuurstofrijke	=	zuurstofrijk
zuurstofrijker	=	zuurstofrijk
zuurstofrijkere	=	zuurstofrijk
zuurstofrijkers	=	zuurstofrijk
zuurstofrijks	=	zuurstofrijk
zuurstofrijkst	=	zuurstofrijk
zuurstofrijkste	=	zuurstofrijk
zuurstoftank	noun	Metalen vat voor de opslag van vloeibare zuurstof.
zuurstoftankje	=	zuurstoftank
zuurstoftankjes	=	zuurstoftank
zuurstoftanks	=	zuurstoftank
zuurstoftekort	noun	het hebben van te weinig zuurstof om te blijven bestaan.
zuurstoftekorten	=	zuurstoftekort
zuurstoftekortje	=	zuurstoftekort
zuurstoftekortjes	=	zuurstoftekort
zuurstoftent	noun	een hulpmiddel dat artsen gebruiken voor patiënten met zuurstoftekort
zuurstoftenten	=	zuurstoftent
zuurstoftentje	=	zuurstoftent
zuurstoftentjes	=	zuurstoftent
zuurstoftherapie	noun	behandeling door toediening van zuivere zuurstof, met name bij chronische longaandoeningen en hartfalen
zuurstoftherapieën	=	zuurstoftherapie
zuurstoftoevoer	noun	de aanvoer van zuurstof.
zuurstoftoevoeren	=	zuurstoftoevoer
zuurstofverbruik	noun	het verbruik van zuurstof.
zuurstofvoorziening	noun	de voorziening waardoor zuurstof wordt aangevoerd.
zuurstofvoorzieningen	=	zuurstofvoorziening
zuurstofvoorzieninkje	=	zuurstofvoorziening
zuurstofvoorzieninkjes	=	zuurstofvoorziening
zuurstok	noun	snoep in de vorm van een gekleurde staaf met een zoetzure smaak
zuurstokje	=	zuurstok
zuurstokjes	=	zuurstok
zuurstokken	=	zuurstok
zuurstokkenbedrijf	noun	een organisatie die (vooral) zuurstokken produceert of daarom bekend staat
zuurstokkenbedrijven	=	zuurstokkenbedrijf
zuurstokkleur	noun	een vaak felle kleur, meestal roze, gelijk aan die van een zuurstok.
zuurstokkleuren	=	zuurstokkleur
zuurstokkleurtje	=	zuurstokkleur
zuurstokkleurtjes	=	zuurstokkleur
zuurstokroze	noun	bepaalde felle, lichtrode, iets naar blauw neigende kleur	adj	in een bepaalde felle, lichtrode, iets naar blauw neigende kleur
zuurstokrozer	=	zuurstokroze
zuurstokrozere	=	zuurstokroze
zuurstokrozers	=	zuurstokroze
zuurstokrozes	=	zuurstokroze
zuurt	=	zuren
zuurte	noun	mate waarin iets zuur is, de zuurgraad of zuurtegraad
zuurtegraad	noun	de mate waarin iets zuur is, gewoonlijk gemeten als de negatieve logaritme (-log) van de concentratie waterstofionen
zuurtegraadje	=	zuurtegraad
zuurtegraadjes	=	zuurtegraad
zuurtegraden	=	zuurtegraad
zuurten	=	zuurte
zuurteregelaar	noun	een waterige oplossing van twee stoffen die zich in een bepaald evenwicht bevinden en een bepaalde pH aannemen
zuurteregelaars	=	zuurteregelaar
zuurteregelaartje	=	zuurteregelaar
zuurteregelaartjes	=	zuurteregelaar
zuurtes	=	zuurte
zuurtje	noun	alleen verkleinwoord licht zuur smakend zoet snoepje om op te zuigen
zuurtjes	=	zuur
zuurverdiend	adj	door hard werken verkregen
zuurverdiende	=	zuurverdiend
zuurverdiends	=	zuurverdiend
zuurvrij	adj	zonder zuur of andere bijtende stoffen
zuurvrije	=	zuurvrij
zuurvrijer	=	zuurvrij
zuurvrijere	=	zuurvrij
zuurvrijers	=	zuurvrij
zuurvrijs	=	zuurvrij
zuurvrijst	=	zuurvrij
zuurvrijste	=	zuurvrij
zuurwater	noun	citroenlimonade of limoenlimonade vergelijk met zuurtje
zuurzak	noun	bepaald soort boom die grote sappige vruchten voortbrengt, Annona muricata uit de familie Annonaceae
zuurzakbomen	=	zuurzakboom
zuurzakboom	noun	bepaald soort boom die grote sappige vruchten voortbrengt, Annona muricata uit de familie Annonaceae
zuurzakboompje	=	zuurzakboom
zuurzakboompjes	=	zuurzakboom
zuurzakfamilie	noun	een familie houtige planten Annonaceae van bedektzadigen, met pantropische verspreiding
zuurzakfamilies	=	zuurzakfamilie
zuurzakfamilietje	=	zuurzakfamilie
zuurzakfamilietjes	=	zuurzakfamilie
zuurzakje	=	zuurzak
zuurzakken	=	zuurzak
zuurzoet	adj	van voeding dat het een zure en een zoet smaak heeft
zuurzoete	=	zuurzoet
zuurzoeter	=	zuurzoet
zuurzoetere	=	zuurzoet
zuurzoeters	=	zuurzoet
zuurzoets	=	zuurzoet
zuurzoetst	=	zuurzoet
zuurzoetste	=	zuurzoet
zw	abbrev	ziektewet
zwaai	noun	zwaaiende beweging
zwaaiarm	noun	de draaiende arm van een hijskraan of soortgelijke machine
zwaaiarmen	=	zwaaiarm
zwaaiarmpje	=	zwaaiarm
zwaaiarmpjes	=	zwaaiarm
zwaaibaan	noun	de baan die een golfstok beschrijft bij het slaan van de golfbal
zwaaibanen	=	zwaaibaan
zwaaibeweging	noun	een beweging in de vorm van een zwaai.
zwaaibewegingen	=	zwaaibeweging
zwaaibeweginkje	=	zwaaibeweging
zwaaibeweginkjes	=	zwaaibeweging
zwaaide	=	zwaaien
zwaaiden	=	zwaaien
zwaaideur	noun	een deur die zowel naar voren als naar achteren kan worden geopend, omdat hij in twee richtingen kan zwaaien
zwaaideuren	=	zwaaideur
zwaaideurtje	=	zwaaideur
zwaaideurtjes	=	zwaaideur
zwaaie	=	zwaaien
zwaaien	verb	begroeten door met de hand heen en weer te bewegen
zwaaiend	adj	van een persoon dat deze de arm heen en weer beweegt als groet
zwaaiende	=	zwaaien
zwaaiends	=	zwaaiend
zwaaigaatje	=	zwaaigat
zwaaigaatjes	=	zwaaigat
zwaaigat	noun	verbreding van een haven of kanaal die schepen in staat stelt te keren
zwaaigaten	=	zwaaigat
zwaaihaak	noun	een instrument voor het nauwkeurig afmeten van hoeken
zwaaihaakje	=	zwaaihaak
zwaaihaakjes	=	zwaaihaak
zwaaihaken	=	zwaaihaak
zwaaiing	noun	een zwaai.
zwaaiingen	=	zwaaiing
zwaaiinkje	=	zwaaiing
zwaaiinkjes	=	zwaaiing
zwaaikom	noun	een plaatselijke verbreding van een rivier, kanaal of gracht, waar schepen die langer zijn dan de breedte van de vaart kunnen keren
zwaaikommen	=	zwaaikom
zwaaikommetje	=	zwaaikom
zwaaikommetjes	=	zwaaikom
zwaailamp	noun	een lamp die een ronddraaiende lichtbundel verspreidt en dient als waarschuwing
zwaailampen	=	zwaailamp
zwaailampje	=	zwaailamp
zwaailampjes	=	zwaailamp
zwaailicht	noun	een ronddraaiend licht dat gemonteerd staat op politieauto's, brandweerauto’s, ambulances
zwaailichten	=	zwaailicht
zwaailichtje	=	zwaailicht
zwaailichtjes	=	zwaailicht
zwaailichtjournalistiek	noun	het verzamelen en verstrekken van nieuws over het werk van de politie, de brandweer en de ambulancedienst
zwaailichttelevisie	noun	reality-tv waarbij men kan zien wat de politie, de brandweer en de ambulancedienst doen
zwaaimoment	noun	gelegenheid om te zwaaien of toegezwaaid te worden
zwaaimomenten	=	zwaaimoment
zwaaimomentje	=	zwaaimoment
zwaaimomentjes	=	zwaaimoment
zwaaiplaats	noun	plaats waar een schip kan keren
zwaaiplaatsen	=	zwaaiplaats
zwaait	=	zwaaien
zwaaitje	=	zwaai
zwaaitjes	=	zwaai
zwaaivlak	noun	het oppervlak van de cirkel die de tippen van de wieken van een windmolen bestrijden
zwaaivlakken	=	zwaaivlak
zwaan	noun	benaming voor watervogels met lange sierlijke hals uit het geslacht Cygnus
zwaan-kleef-aan	noun	het volgen van een voorbeeld
zwaan-kleef-aaneffect	noun	het door het volgen van een voorbeeld groeien van een bepaald verschijnsel
zwaan-kleef-aaneffecten	=	zwaan-kleef-aaneffect
zwaan-kleef-aanmethode	noun	management techniek waarbij men veranderingen probeert te introduceren door het inzetten van invloedrijke collega's die anderen weer aanzetten tot de gewenste verandering
zwaan-kleef-aanmethoden	=	zwaan-kleef-aanmethode
zwaan-kleef-aanmethodes	=	zwaan-kleef-aanmethode
zwaangans	noun	Anser cygnoides een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
zwaangansje	=	zwaangans
zwaangansjes	=	zwaangans
zwaanganzen	=	zwaangans
zwaanridder	noun	edel krijgsman die met een door een zwaan getrokken boot de Rijn afvaart
zwaanridders	=	zwaanridder
zwaanshals	noun	lange, gebogen verbinding tussen de romp en het hoofd
zwaanshalsje	=	zwaanshals
zwaanshalsjes	=	zwaanshals
zwaanshalzen	=	zwaanshals
zwaantje	noun	alleen verkleinwoord gebakje van bladerdeeg en room in de vorm van een zwaan
zwaantjes	=	zwaan
zwaar	adj	van groot gewicht	adv	in hoge/verregaande mate, erg bw, heel bw, zeer bw
zwaarbeladen	adj	een zware vracht vervoerend
zwaarbeladens	=	zwaarbeladen
zwaarbelast	adj	waarvan grote inspanning gevergd wordt
zwaarbelaste	=	zwaarbelast
zwaarbelasts	=	zwaarbelast
zwaarbepakt	adj	voorzien van een zware bepakking
zwaarbepakte	=	zwaarbepakt
zwaarbepakts	=	zwaarbepakt
zwaarbeproefd	adj	in sterke mate aan moeilijkheden blootgesteld
zwaarbeproefde	=	zwaarbeproefd
zwaarbeproefds	=	zwaarbeproefd
zwaarbeschonken	adj	heel erg dronken
zwaarbeschonkene	noun	iemand die zwaarbeschonken is
zwaarbeschonkenen	=	zwaarbeschonkene
zwaarbeschonkens	=	zwaarbeschonken
zwaarbeveiligd	adj	door veel veiligheidsmaatregelen afgeschermd
zwaarbeveiligde	=	zwaarbeveiligd
zwaarbeveiligds	=	zwaarbeveiligd
zwaarbevochten	adj	waar sterk om gestreden is
zwaarbevochtens	=	zwaarbevochten
zwaarbewaakt	adj	voorzien van uitgebreide bewaking
zwaarbewaakte	=	zwaarbewaakt
zwaarbewaakts	=	zwaarbewaakt
zwaarbewapend	adj	voorzien van krachtige wapens
zwaarbewapende	=	zwaarbewapend
zwaarbewapends	=	zwaarbewapend
zwaarbewolkt	adj	een zeer dichte bewolking, met een bedekkingsgraad van zeven achtste of meer en een zonneschijnpercentage van 0 tot 20%
zwaarbewolkte	=	zwaarbewolkt
zwaarbewolkter	=	zwaarbewolkt
zwaarbewolktere	=	zwaarbewolkt
zwaarbewolkts	=	zwaarbewolkt
zwaard	noun	een lang en scherp voorwerp, vaak van ijzer gemaakt, dat vooral vroeger vaak werd gebruikt als wapen; tegenwoordig voornamelijk iets met een symbolische waarde
zwaardboot	noun	een zeilboot met zwaarden aan de zijkant i.p.v. een kiel
zwaardbootje	=	zwaardboot
zwaardbootjes	=	zwaardboot
zwaardboten	=	zwaardboot
zwaarddans	noun	een vorm van volksdans waarin zwaarden een belangrijke rol spelen
zwaarddansen	=	zwaarddans
zwaarddrager	noun	Xiphophorus helleri een subtropische aquariumvis, afkomstig uit Guatemala en zuid Mexico.
zwaarddragers	=	zwaarddrager
zwaarddragertje	=	zwaarddrager
zwaarddragertjes	=	zwaarddrager
zwaarden	=	zwaard
zwaardenfilm	noun	film met zwaardgevechten
zwaardenfilms	=	zwaardenfilm
zwaarder	=	zwaar
zwaardere	=	zwaar
zwaarders	=	zwaar
zwaardfonteinkruid	noun	een vaste plant die behoort tot de fonteinkruidfamilie (Potamogetonaceae), als soortskruising van ongelijkbladig fonteinkruid met drijvend fonteinkruid, en voorkomend in Noord-Amerika, Europa en Azië
zwaardfonteinkruiden	=	zwaardfonteinkruid
zwaardfonteinkruidje	=	zwaardfonteinkruid
zwaardfonteinkruidjes	=	zwaardfonteinkruid
zwaardgevecht	noun	gevecht waarbij de tegenstanders zwaarden als wapen gebruiken
zwaardgevechten	=	zwaardgevecht
zwaardherik	noun	Eruca sativa een eenjarige plant die behoort tot de kruisbloemenfamilie (Cruciferae oftewel Brassicaceae)
zwaardheriken	=	zwaardherik
zwaardje	=	zwaard
zwaardjes	=	zwaard
zwaardkast	noun	kast in het midden van een zeilschip met of een opening bovenin waardoor het zwaard gestoken kan worden of afgeslotenkast met er in het zwaard dat met een hulpmiddel (zwaardtalie) gestoken kan worden
zwaardkasten	=	zwaardkast
zwaardkastje	=	zwaardkast
zwaardkastjes	=	zwaardkast
zwaardkolibrie	noun	Ensifera ensifera een vogel uit de familie Trochilidae en de geslachtengroep Heliantheini (briljantkolibries)
zwaardkolibries	=	zwaardkolibrie
zwaardkolibrietje	=	zwaardkolibrie
zwaardkolibrietjes	=	zwaardkolibrie
zwaardleen	noun	een leen waarvan de heer alleen een mannelijke persoon kon zijn
zwaardleentje	=	zwaardleen
zwaardleentjes	=	zwaardleen
zwaardlelie	noun	benaming voor planten uit het geslacht Gladiolus, bolgewassen uit de irisfamilie
zwaardlelies	=	zwaardlelie
zwaardlelietje	=	zwaardlelie
zwaardlelietjes	=	zwaardlelie
zwaardleliën	=	zwaardlelie
zwaardlenen	=	zwaardleen
zwaardneusvleermuis	noun	Lonchorhina aurita vleermuis uit de familie van de bladneusvleermuizen van de Nieuwe Wereld (Phyllostomidae).
zwaardneusvleermuisje	=	zwaardneusvleermuis
zwaardneusvleermuisjes	=	zwaardneusvleermuis
zwaardneusvleermuizen	=	zwaardneusvleermuis
zwaardrecht	noun	het recht van een staat om zich gewapenderhand te verdedigen.
zwaardridder	noun	lid van een militaire monnikenorde in Polen
zwaardridders	=	zwaardridder
zwaardrus	noun	Juncus ensifolius een overblijvend kruid uit de russenfamilie (Juncaceae).
zwaardrusje	=	zwaardrus
zwaardrusjes	=	zwaardrus
zwaardrussen	=	zwaardrus
zwaardschede	noun	houder waarin men een zwaard kan dragen
zwaardscheden	=	zwaardschede
zwaardschedes	=	zwaardschede
zwaardslag	noun	een houw met een zwaard
zwaardslagen	=	zwaardslag
zwaardstaarten	noun	een orde Xiphosura van geleedpotige dieren die nauw verwant zijn aan de arachniden (spinachtigen).
zwaardstaartsalamander	noun	Cynops ensicauda een salamander uit de familie echte salamanders (Salamandridae).
zwaardstaartsalamanders	=	zwaardstaartsalamander
zwaardstaartsalamandertje	=	zwaardstaartsalamander
zwaardstaartsalamandertjes	=	zwaardstaartsalamander
zwaardvaren	noun	Polystichum munitum een varen uit de niervarenfamilie (Dryopteridaceae).
zwaardvarens	=	zwaardvaren
zwaardvarentje	=	zwaardvaren
zwaardvarentjes	=	zwaardvaren
zwaardvecht	=	zwaardvechten
zwaardvechten	verb	strijd leveren met een zwaard als wapen
zwaardvechtend	=	zwaardvechten
zwaardvechtende	=	zwaardvechten
zwaardvechter	noun	iemand die de kunst van het vechten met een zwaard beoefent
zwaardvechters	=	zwaardvechter
zwaardvechtertje	=	zwaardvechter
zwaardvechtertjes	=	zwaardvechter
zwaardvis	noun	benaming voor vissen uit de familie Xiphiidae in de orde van baarsachtigen Perciformes
zwaardvisje	=	zwaardvis
zwaardvisjes	=	zwaardvis
zwaardvissen	=	zwaardvis
zwaardvormig	adj	vorm van een zwaard hebbend
zwaardvormige	=	zwaardvormig
zwaardvormiger	=	zwaardvormig
zwaardvormigere	=	zwaardvormig
zwaardvormigers	=	zwaardvormig
zwaardvormigs	=	zwaardvormig
zwaardvormigst	=	zwaardvormig
zwaardvormigste	=	zwaardvormig
zwaardwalvis	noun	Orcinus orca de grootste vertegenwoordiger van de familie der dolfijnen (Delphinidae).
zwaardwalvisje	=	zwaardwalvis
zwaardwalvisjes	=	zwaardwalvis
zwaardwalvissen	=	zwaardwalvis
zwaargebouwd	adj	van een persoon dat deze een fors overgewicht heeft
zwaargebouwde	=	zwaargebouwd
zwaargebouwds	=	zwaargebouwd
zwaargeschapen	adj	van een persoon dat deze dik is
zwaargeschapener	=	zwaargeschapen
zwaargeschapeners	=	zwaargeschapen
zwaargeschapens	=	zwaargeschapen
zwaargewapend	adj	voorzien van veel of zware wapens
zwaargewapende	=	zwaargewapend
zwaargewapends	=	zwaargewapend
zwaargewicht	noun	een belangrijk persoon; persoon met uitzonderlijke kwaliteiten
zwaargewichten	=	zwaargewicht
zwaargewichtje	=	zwaargewicht
zwaargewichtjes	=	zwaargewicht
zwaargewichtkampioen	noun	winnaar van een krachtsportwedstrijd in de hoogste gewichtsklasse
zwaargewichtkampioenen	=	zwaargewichtkampioen
zwaargewond	adj	ernstig gewond
zwaargewonde	=	zwaargewond
zwaargewonds	=	zwaargewond
zwaarheden	=	zwaarheid
zwaarheid	noun	het zwaar zijn
zwaarhoofd	noun	somber, pessimistisch, zwaartillend persoon
zwaarhoofdig	adj	al te nauwgezet
zwaarhoofdige	=	zwaarhoofdig
zwaarhoofdiger	=	zwaarhoofdig
zwaarhoofdigere	=	zwaarhoofdig
zwaarhoofdigers	=	zwaarhoofdig
zwaarhoofdigheden	=	zwaarhoofdigheid
zwaarhoofdigheid	noun	het somber of depressief zijn
zwaarhoofdigs	=	zwaarhoofdig
zwaarhoofdigst	=	zwaarhoofdig
zwaarhoofdigste	=	zwaarhoofdig
zwaarlijvig	adj	van groot lichaamsgewicht
zwaarlijvige	=	zwaarlijvig
zwaarlijviger	=	zwaarlijvig
zwaarlijvigere	=	zwaarlijvig
zwaarlijvigers	=	zwaarlijvig
zwaarlijvigheden	=	zwaarlijvigheid
zwaarlijvigheid	noun	het hebben van overgewicht
zwaarlijvigs	=	zwaarlijvig
zwaarlijvigst	=	zwaarlijvig
zwaarlijvigste	=	zwaarlijvig
zwaarmoedig	adj	met neiging tot somberheid	adv	met neiging tot somberheid
zwaarmoedige	=	zwaarmoedig
zwaarmoediger	=	zwaarmoedig
zwaarmoedigere	=	zwaarmoedig
zwaarmoedigers	=	zwaarmoedig
zwaarmoedigheden	=	zwaarmoedigheid
zwaarmoedigheid	noun	het zwaarmoedig zijn, de mate waarin iets of iemand zwaarmoedig is
zwaarmoedigheidje	=	zwaarmoedigheid
zwaarmoedigheidjes	=	zwaarmoedigheid
zwaarmoedigs	=	zwaarmoedig
zwaarmoedigst	=	zwaarmoedig
zwaarmoedigste	=	zwaarmoedig
zwaars	=	zwaar
zwaarst	=	zwaar
zwaarste	=	zwaar
zwaarstwegend	adj	wat het belangrijkste is
zwaarstwegende	=	zwaarstwegend
zwaarstwegends	=	zwaarstwegend
zwaarte	noun	het gewicht
zwaartekracht	noun	de kracht die de wederzijdse aantrekking van massa veroorzaakt
zwaartekrachtbom	noun	kernwapen dat ondergronds tot ontploffing gebracht kan worden
zwaartekrachtbommen	=	zwaartekrachtbom
zwaartekrachten	=	zwaartekracht
zwaartekrachtgolf	noun	een fluctuatie in de kromming van de ruimtetijd, die zich van de bron af naar buiten voortplant als een golf
zwaartekrachtgolven	=	zwaartekrachtgolf
zwaartekrachtlens	noun	een zeer sterk zwaartekrachtveld, zoals dat van een sterrenstelsel of een zwart gat, dat het licht van een daarachterliggend voorwerp afbuigt
zwaartekrachtlenzen	=	zwaartekrachtlens
zwaartekrachtsgolf	noun	in de algemene relativiteitstheorie: een fluctuatie in de kromming van de ruimtetijd, die zich van de bron af naar buiten voortplant als een golf
zwaartekrachtsgolfje	=	zwaartekrachtsgolf
zwaartekrachtsgolfjes	=	zwaartekrachtsgolf
zwaartekrachtsgolven	=	zwaartekrachtsgolf
zwaartekrachtsveld	noun	is een natuurkundig krachtveld dat van invloed is op de beweging van alles wat zich in dat veld bevindt.
zwaartekrachtsvelden	=	zwaartekrachtsveld
zwaartekrachttheorie	noun	formele wiskundige beschrijving van de zwaartekracht
zwaartekrachttheorietje	=	zwaartekrachttheorie
zwaartekrachttheorietjes	=	zwaartekrachttheorie
zwaartekrachttheorieën	=	zwaartekrachttheorie
zwaartekrachtveld	noun	een natuurkundig krachtveld dat van invloed is op de beweging van alles wat zich in dat veld bevindt.
zwaartekrachtvelden	=	zwaartekrachtveld
zwaartelijn	noun	een rechte in een driehoek die een hoekpunt met het midden van de overstaande zijde verbindt
zwaartelijnen	=	zwaartelijn
zwaartelijntje	=	zwaartelijn
zwaartelijntjes	=	zwaartelijn
zwaarteloos	adj	zonder gewicht lijkend
zwaarteloze	=	zwaarteloos
zwaartelozer	=	zwaarteloos
zwaartelozere	=	zwaarteloos
zwaartelozers	=	zwaarteloos
zwaarten	=	zwaarte
zwaartepunt	noun	het punt ten opzichte waarvan de massa van dat object in evenwicht is
zwaartepunten	=	zwaartepunt
zwaartepuntje	=	zwaartepunt
zwaartepuntjes	=	zwaartepunt
zwaartes	=	zwaarte
zwaartillend	adj	geneigd overal problemen te zien
zwaartillende	=	zwaartillend
zwaartillender	=	zwaartillend
zwaartillendere	=	zwaartillend
zwaartillenders	=	zwaartillend
zwaartillends	=	zwaartillend
zwaartillendst	=	zwaartillend
zwaartillendste	=	zwaartillend
zwaartransportspecialist	noun	persoon of bedrijf gespecialiseerd in het vervoer van zeer zware voorwerpen
zwaartransportspecialisten	=	zwaartransportspecialist
zwaarvedergewicht	noun	gewichtsklasse bij het boksen
zwaarwaterreactor	noun	een kernreactor die zwaar water onder hoge druk (155 bar) gebruikt als koeling en als moderator
zwaarwaterreactoren	=	zwaarwaterreactor
zwaarwaterreactors	=	zwaarwaterreactor
zwaarwegend	adj	met een groot gewicht meewegend	adv	met een groot gewicht meewegend
zwaarwegende	=	zwaarwegend
zwaarwegender	=	zwaarwegend
zwaarwegendere	=	zwaarwegend
zwaarwegenders	=	zwaarwegend
zwaarwegends	=	zwaarwegend
zwaarwegendst	=	zwaarwegend
zwaarwegendste	=	zwaarwegend
zwaarweltergewicht	noun	gewichtsklasse bij het boksen: boksers met een gewicht van minder dan 71kg
zwaarwichtig	adj	zwaar van gewicht	adv	gewichtig wordend
zwaarwichtige	=	zwaarwichtig
zwaarwichtiger	=	zwaarwichtig
zwaarwichtigere	=	zwaarwichtig
zwaarwichtigers	=	zwaarwichtig
zwaarwichtigheden	=	zwaarwichtigheid
zwaarwichtigheid	noun	het van groot belang zijn; de mate belangrijkheid van iets
zwaarwichtigs	=	zwaarwichtig
zwaarwichtigst	=	zwaarwichtig
zwaarwichtigste	=	zwaarwichtig
zwab	=	zwabben
zwabbe	=	zwabben
zwabbel	=	zwabbelen
zwabbelde	=	zwabbelen
zwabbelden	=	zwabbelen
zwabbele	=	zwabbelen
zwabbelen	verb	spartelen in het water
zwabbelend	=	zwabbelen
zwabbelende	=	zwabbelen
zwabbelt	=	zwabbelen
zwabben	verb|obsolete	heen en weer bewegen in water, spoelen
zwabbend	=	zwabben
zwabbende	=	zwabben
zwabber	noun	uit draden bestaande schoonmaakhulpmiddel op een steel
zwabberaar	noun	iemand met een onvaste gang of beleid
zwabberaars	=	zwabberaar
zwabberde	=	zwabberen
zwabberden	=	zwabberen
zwabbere	=	zwabberen
zwabberen	verb	heen en weer bewegen, zwalken
zwabberend	verb	heen en weer bewegend
zwabberende	=	zwabberen
zwabberends	=	zwabberend
zwabberig	adj	niet goed koers kunnen houden, lijkend op de gang van een dronken persoon
zwabberige	=	zwabberig
zwabberiger	=	zwabberig
zwabberigere	=	zwabberig
zwabberigers	=	zwabberig
zwabberigs	=	zwabberig
zwabberigst	=	zwabberig
zwabberigste	=	zwabberig
zwabberjanus	noun	dronkenlap
zwabberjanusje	=	zwabberjanus
zwabberjanusjes	=	zwabberjanus
zwabberjanussen	=	zwabberjanus
zwabberkoers	noun	sterk veranderlijk, inconsequent beleid
zwabberkoersen	=	zwabberkoers
zwabbers	=	zwabber
zwabbert	=	zwabberen
zwabbertje	=	zwabber
zwabbertjes	=	zwabber
zwabde	=	zwabben
zwabden	=	zwabben
zwabisch	adj	van, uit of met betrekking tot de landstreek Zwaben in Duitsland
zwabische	=	zwabisch
zwabt	=	zwabben
zwachtel	noun	een lange, smalle strook dun textiel voor het verbinden van een wond
zwachtelde	=	zwachtelen
zwachtelden	=	zwachtelen
zwachtele	=	zwachtelen
zwachtelen	verb	omwinden met een zwachtel
zwachtelend	=	zwachtelen
zwachtelende	=	zwachtelen
zwachtels	=	zwachtel
zwachtelt	=	zwachtelen
zwachteltje	=	zwachtel
zwachteltjes	=	zwachtel
zwacri	noun	zware criminaliteit
zwacriregister	noun	lijst met zware criminelen
zwacriregisters	=	zwacriregister
zwacriteam	noun	team dat de zware criminaliteit bestrijdt
zwacriteams	=	zwacriteam
zwad	noun	gemaaid gras
zwadder	noun	spog van een slang, gespuwd gif
zwadderde	=	zwadderen
zwadderden	=	zwadderen
zwaddere	=	zwadderen
zwadderen	verb	doen klotsen, morsen
zwadderend	=	zwadderen
zwadderende	=	zwadderen
zwadderig	adj	onrein, troebel, vuil
zwadderige	=	zwadderig
zwadderiger	=	zwadderig
zwadderigere	=	zwadderig
zwadderigers	=	zwadderig
zwadderigs	=	zwadderig
zwadderigst	=	zwadderig
zwadderigste	=	zwadderig
zwadders	=	zwadder
zwaddert	=	zwadderen
zwade	noun	een regel gemaaid gras
zwaden	=	zwade
zwadetje	=	zwade
zwadje	=	zwad
zwaffel	=	zwaffelen
zwaffelde	=	zwaffelen
zwaffelden	=	zwaffelen
zwaffele	=	zwaffelen
zwaffelen	verb	onvast heen en weer bewegen
zwaffelend	=	zwaffelen
zwaffelt	=	zwaffelen
zwager	noun	de echtgenoot van een broer of zus of de broer van een echtgenote
zwageres	noun	de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote
zwageresje	=	zwageres
zwageresjes	=	zwageres
zwageressen	=	zwageres
zwagerin	noun	de echtgenote van iemands broer of zus, of de zus van iemands echtgenoot of echtgenote
zwagerinnen	=	zwagerin
zwagerinnetje	=	zwagerin
zwagerinnetjes	=	zwagerin
zwagers	=	zwager
zwagerschap	noun	/ familierelatie ontstaan door huwelijk van broer of zus
zwagerschappen	=	zwagerschap
zwagertje	=	zwager
zwagertjes	=	zwager
zwak	adj	tekortkomend in kracht of vaardigheid	noun	een zwakke plek, neiging tot
zwakalcoholisch	adj	met een laag alcoholpercentage
zwakalcoholische	=	zwakalcoholisch
zwakbegaafd	adj	met weinig verstandelijke vermogens
zwakbegaafde	noun	iemand die zwakbegaafd is
zwakbegaafden	=	zwakbegaafde
zwakbegaafder	=	zwakbegaafd
zwakbegaafdere	=	zwakbegaafd
zwakbegaafders	=	zwakbegaafd
zwakbegaafdheid	noun	het intellectueel minder begaafd zijn; een IQ tussen de 71 en 84 hebbend
zwakbegaafds	=	zwakbegaafd
zwakbegaafdst	=	zwakbegaafd
zwakbegaafdste	=	zwakbegaafd
zwakheden	=	zwakheid
zwakheid	noun	het zwak-zijn
zwakheidje	=	zwakheid
zwakheidjes	=	zwakheid
zwakhoofd	noun	dom persoon
zwakhoofdig	adj	weinig verstand hebbend
zwakhoofdige	=	zwakhoofdig
zwakhoofdiger	=	zwakhoofdig
zwakhoofdigere	=	zwakhoofdig
zwakhoofdigers	=	zwakhoofdig
zwakhoofdigs	=	zwakhoofdig
zwakhoofdigst	=	zwakhoofdig
zwakhoofdigste	=	zwakhoofdig
zwakje	=	zwak
zwakjes	adv	op een krachteloze manier
zwakke	noun	iemand die in een positie van zwakte is
zwakkelijk	adj	zwak zijn, niet sterk zijn
zwakkelijke	=	zwakkelijk
zwakkelijker	=	zwakkelijk
zwakkelijkere	=	zwakkelijk
zwakkelijkers	=	zwakkelijk
zwakkelijks	=	zwakkelijk
zwakkelijkst	=	zwakkelijk
zwakkelijkste	=	zwakkelijk
zwakkeling	noun	iemand met een zwakke wil
zwakkelingen	=	zwakkeling
zwakkelingetje	=	zwakkeling
zwakkelingetjes	=	zwakkeling
zwakkelinkje	=	zwakkeling
zwakkelinkjes	=	zwakkeling
zwakken	=	zwakke
zwakker	=	zwak
zwakkere	noun	iemand die in een zwakke positie verkeerd
zwakkeren	=	zwakkere
zwakkers	=	zwak
zwaks	=	zwak
zwakst	=	zwak
zwakste	noun	iemand in een zeer zwakke positie
zwaksten	=	zwakste
zwakstromen	=	zwakstroom
zwakstroom	noun	elektriciteit van lage spanning (minder dan 24 volt)
zwakstroominstallatie	noun	elektrisch netwerk met een nominale spanning van lager dan 24 volt
zwakstroominstallaties	=	zwakstroominstallatie
zwakstroompje	=	zwakstroom
zwakstroompjes	=	zwakstroom
zwakte	noun	het zwak-zijn
zwakteanalyse	noun	onderzoek naar de gebreken van iets of iemand
zwakteanalysen	=	zwakteanalyse
zwakteanalyses	=	zwakteanalyse
zwaktebod	noun	voorstel dat verraadt dat men niets beter te bieden heeft
zwakten	=	zwakte
zwaktes	=	zwakte
zwaktetje	=	zwakte
zwaktetjes	=	zwakte
zwakzinnig	adj	niet goed bij het verstand, minderbegaafd
zwakzinnige	noun	geestelijk gehandicapte
zwakzinnigen	=	zwakzinnige
zwakzinnigeninrichting	noun	instituut waar men mensen met beperkte verstandelijke vermogens verzorgt
zwakzinnigeninrichtingen	=	zwakzinnigeninrichting
zwakzinnigenzorg	noun	alle organisaties en personen die betrokken zijn bij de verzorging van mensen met verminderde verstandelijke vermogens
zwakzinniger	=	zwakzinnig
zwakzinnigere	=	zwakzinnig
zwakzinnigers	=	zwakzinnig
zwakzinnigheden	=	zwakzinnigheid
zwakzinnigheid	noun	het zeer weinig verstandelijke capaciteiten hebben
zwakzinnigs	=	zwakzinnig
zwakzinnigst	=	zwakzinnig
zwakzinnigste	=	zwakzinnig
zwalf	=	zwaluw
zwalk	=	zwalken
zwalke	=	zwalken
zwalken	verb	op zee ronddolen, dobberen
zwalkend	verb	ronddolend, zich doelloos op zee voortbewegend, ronddobberend (op een schip)
zwalkende	=	zwalken
zwalker	noun	iemand zonder vaste woon of verblijfplaats
zwalkers	=	zwalker
zwalkt	=	zwalken
zwalkte	=	zwalken
zwalkten	=	zwalken
zwalm	=	zwaluw
zwalp	noun	overslaande golf, golvende hoeveelheid water
zwalpe	=	zwalpen
zwalpen	verb	heen en weer golven, doelloos en ongericht bewegen
zwalpend	=	zwalpen
zwalpende	=	zwalpen
zwalpje	=	zwalp
zwalpjes	=	zwalp
zwalpt	=	zwalpen
zwalpte	=	zwalpen
zwalpten	=	zwalpen
zwaluw	noun	benaming voor trekvogels uit de familie Hirundinidae, die van insecten leven
zwaluwbaardkoekoek	noun	Chelidoptera tenebrosa een vogel uit de familie baardkoekoeken (Bucconidae).
zwaluwbaardkoekoeken	=	zwaluwbaardkoekoek
zwaluwbaardkoekoekje	=	zwaluwbaardkoekoek
zwaluwbaardkoekoekjes	=	zwaluwbaardkoekoek
zwaluwbij	noun	Hoplitis anthocopoides een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
zwaluwbijen	=	zwaluwbij
zwaluwbijtje	=	zwaluwbij
zwaluwbijtjes	=	zwaluwbij
zwaluwen	noun	een familie Hirundinidae uit de orde van zangvogels.
zwaluwennest	noun	een door zwaluwen gebouwde nestelplaats
zwaluwennesten	=	zwaluwennest
zwaluwennestje	=	zwaluwennest
zwaluwennestjes	=	zwaluwennest
zwaluwhoningzuiger	noun	Anthreptes orientalis een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
zwaluwhoningzuigers	=	zwaluwhoningzuiger
zwaluwhoningzuigertje	=	zwaluwhoningzuiger
zwaluwhoningzuigertjes	=	zwaluwhoningzuiger
zwaluwluisvlieg	noun	Stenepteryx hirundinis een vliegensoort uit de familie van de luisvliegen (Hippoboscidae).
zwaluwluisvliegen	=	zwaluwluisvlieg
zwaluwluisvliegje	=	zwaluwluisvlieg
zwaluwluisvliegjes	=	zwaluwluisvlieg
zwaluwnest	noun	door zwaluwen gebouwde nestelplaats
zwaluwnesten	=	zwaluwnest
zwaluwnestje	=	zwaluwnest
zwaluwnestjes	=	zwaluwnest
zwaluwpapegaai	noun	Lathamus discolor een vogel uit de familie van Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
zwaluwpapegaaien	=	zwaluwpapegaai
zwaluwpapegaaitje	=	zwaluwpapegaai
zwaluwpapegaaitjes	=	zwaluwpapegaai
zwaluwstaart	noun	een diepgevorkte relatief lange vogelstaart zoals van een zwaluw
zwaluwstaartbijeneter	noun	Merops hirundineus een bijeneter die voorkomt in de savannes van Afrika.
zwaluwstaartbijeneters	=	zwaluwstaartbijeneter
zwaluwstaartbijenetertje	=	zwaluwstaartbijeneter
zwaluwstaartbijenetertjes	=	zwaluwstaartbijeneter
zwaluwstaartcotinga	noun	Phibalura flavirostris een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
zwaluwstaartcotinga's	=	zwaluwstaartcotinga
zwaluwstaartcotingaatje	=	zwaluwstaartcotinga
zwaluwstaartcotingaatjes	=	zwaluwstaartcotinga
zwaluwstaarte	=	zwaluwstaarten
zwaluwstaarten	verb	via een zwaluwstaart met elkaar verbinden
zwaluwstaartend	=	zwaluwstaarten
zwaluwstaartende	=	zwaluwstaarten
zwaluwstaartje	=	zwaluwstaart
zwaluwstaartjes	=	zwaluwstaart
zwaluwstaartkolibrie	noun	Eupetomena macroura een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwaluwstaartkolibries	=	zwaluwstaartkolibrie
zwaluwstaartkolibrietje	=	zwaluwstaartkolibrie
zwaluwstaartkolibrietjes	=	zwaluwstaartkolibrie
zwaluwstaartkoningstiran	noun	Tyrannus forficatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (Tirannen)
zwaluwstaartkoningstirannen	=	zwaluwstaartkoningstiran
zwaluwstaartkoningstirannetje	=	zwaluwstaartkoningstiran
zwaluwstaartkoningstirannetjes	=	zwaluwstaartkoningstiran
zwaluwstaartmanakin	noun	Chiroxiphia caudata een vogel uit de familie der manakins (Pipridae).
zwaluwstaartmanakinnetje	=	zwaluwstaartmanakin
zwaluwstaartmanakinnetjes	=	zwaluwstaartmanakin
zwaluwstaartmanakins	=	zwaluwstaartmanakin
zwaluwstaartmeeuw	noun	Creagrus furcatus een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae).
zwaluwstaartmeeuwen	=	zwaluwstaartmeeuw
zwaluwstaartmeeuwtje	=	zwaluwstaartmeeuw
zwaluwstaartmeeuwtjes	=	zwaluwstaartmeeuw
zwaluwstaartte	=	zwaluwstaarten
zwaluwstaartten	=	zwaluwstaarten
zwaluwstaartvis	noun	Chromis chromis een straalvinnige vis uit de familie van de rifbaarzen en koraaljuffertjes (Pomacentridae).
zwaluwstaartvisje	=	zwaluwstaartvis
zwaluwstaartvisjes	=	zwaluwstaartvis
zwaluwstaartvissen	=	zwaluwstaartvis
zwaluwstaartvormig	adj	vorm van een zwaluwstaart hebbend
zwaluwstaartvormige	=	zwaluwstaartvormig
zwaluwstaartvormiger	=	zwaluwstaartvormig
zwaluwstaartvormigere	=	zwaluwstaartvormig
zwaluwstaartvormigers	=	zwaluwstaartvormig
zwaluwstaartvormigs	=	zwaluwstaartvormig
zwaluwstaartvormigst	=	zwaluwstaartvormig
zwaluwstaartvormigste	=	zwaluwstaartvormig
zwaluwstaartwouw	noun	Elanoides forficatus een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
zwaluwstaartwouwen	=	zwaluwstaartwouw
zwaluwstaartwouwtje	=	zwaluwstaartwouw
zwaluwstaartwouwtjes	=	zwaluwstaartwouw
zwaluwtangare	noun	Tersina viridis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwaluwtangaren	=	zwaluwtangare
zwaluwtangaretje	=	zwaluwtangare
zwaluwtangaretjes	=	zwaluwtangare
zwaluwtiran	noun	Hirundinea ferruginea een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwaluwtirannen	=	zwaluwtiran
zwaluwtirannetje	=	zwaluwtiran
zwaluwtirannetjes	=	zwaluwtiran
zwaluwtje	=	zwaluw
zwaluwtjes	=	zwaluw
zwaluwtong	noun	bepaald soort duizendknoop Polygonum convolvulus
zwaluwtongen	=	zwaluwtong
zwaluwtongetje	=	zwaluwtong
zwaluwtongetjes	=	zwaluwtong
zwaluwtongkokermot	noun	Coleophora therinella een vlinder uit de familie kokermotten (Coleophoridae).
zwaluwtongkokermotje	=	zwaluwtongkokermot
zwaluwtongkokermotjes	=	zwaluwtongkokermot
zwaluwtongkokermotten	=	zwaluwtongkokermot
zwaluwvleugel	noun	Pteria hirundo een schelpdier dat voorkomt van Zuid-Engeland tot in de Middellandse Zee
zwaluwvleugels	=	zwaluwvleugel
zwaluwvleugeltje	=	zwaluwvleugel
zwaluwvleugeltjes	=	zwaluwvleugel
zwaluwwants	noun	Oeciacus hirundinis een wants uit de familie van de Cimicidae (Bedwantsen).
zwaluwwantsen	=	zwaluwwants
zwaluwwantsje	=	zwaluwwants
zwaluwwantsjes	=	zwaluwwants
zwalver	=	zwaluw
zwam	noun	organisme dat bestaat uit een netwerk van draadjes dat op andere organismen groeit, soms zichtbaar in de vorm van een verkleuring, vlokken of paddenstoelen
zwamboorder	noun	Crassa unitella een nachtvlinder uit de familie Oecophoridae, de sikkelmotten.
zwamboorders	=	zwamboorder
zwamboordertje	=	zwamboorder
zwamboordertjes	=	zwamboorder
zwamde	=	zwammen
zwamden	=	zwammen
zwamkever	noun	kever uit de familie Endomychidae
zwamkevers	noun	Endomychidae een familie van kevers.
zwamkevertje	=	zwamkever
zwamkevertjes	=	zwamkever
zwamme	=	zwammen
zwammen	verb	doelloos en onzinnig praten
zwammend	=	zwammen
zwammende	=	zwammen
zwammenmot	noun	Triaxomera parasitella een vlinder uit de familie Tineidae, de echte motten.
zwammenmotje	=	zwammenmot
zwammenmotjes	=	zwammenmot
zwammenmotten	=	zwammenmot
zwammer	noun	persoon die (te) veel praat
zwammerig	adj	breedsprakige onzin uitkramend zoals past bij een praatjesmaker
zwammerige	=	zwammerig
zwammeriger	=	zwammerig
zwammerigere	=	zwammerig
zwammerigers	=	zwammerig
zwammerigs	=	zwammerig
zwammerigst	=	zwammerig
zwammerigste	=	zwammerig
zwammers	=	zwammer
zwammertje	=	zwammer
zwammertjes	=	zwammer
zwammetje	=	zwam
zwammetjes	=	zwam
zwamneus	noun	iemand die zwamt
zwamneusje	=	zwamneus
zwamneusjes	=	zwamneus
zwamneuzen	=	zwamneus
zwamp	noun	moeras, drasland
zwampaal	noun	Synbranchus marmoratus een straalvinnige vissensoort uit de familie van kieuwspleetalen (Synbranchidae).
zwampaaltje	=	zwampaal
zwampaaltjes	=	zwampaal
zwampalen	=	zwampaal
zwampen	=	zwamp
zwampje	=	zwamp
zwampjes	=	zwamp
zwampkikkers	noun	Limnodynastes een geslacht van kikkers uit de familie Limnodynastidae.
zwamplatkopwesp	noun	Cephalonomia formiciformis een vliesvleugelig insect uit de familie van de platkopwespen (Bethylidae).
zwamplatkopwespen	=	zwamplatkopwesp
zwamplatkopwespje	=	zwamplatkopwesp
zwamplatkopwespjes	=	zwamplatkopwesp
zwampvis	noun	vis uit de Surinaamse moerasgebieden
zwampvisje	=	zwampvis
zwampvisjes	=	zwampvis
zwampvissen	=	zwampvis
zwampzuurzak	noun	Annona glabra een boomsoort uit tropisch Amerika en West-Afrika.
zwampzuurzakje	=	zwampzuurzak
zwampzuurzakjes	=	zwampzuurzak
zwampzuurzakken	=	zwampzuurzak
zwamspartelkever	noun	insect uit de familie Melandryidae van kevers in de superfamilie Tenebrionoidea.
zwamspartelkevers	noun	Melandryidae een familie van kevers in de superfamilie Tenebrionoidea.
zwamspartelkevertje	=	zwamspartelkever
zwamspartelkevertjes	=	zwamspartelkever
zwamt	=	zwammen
zwamvlok	noun	netwerk van schimmeldraden
zwamvlokken	=	zwamvlok
zwanebloem	=	zwanenbloem
zwanebloemkever	noun	Donacia tomentosa een keversoort uit de familie bladkevers (Chrysomelidae).
zwanebloemkevers	=	zwanebloemkever
zwanebloemkevertje	=	zwanebloemkever
zwanebloemkevertjes	=	zwanebloemkever
zwanen	noun	Cygnini een geslachtengroep van watervogels waarvan op één na alle soorten in het geslacht Cygnus zijn ingedeeld.
zwanenbloem	noun	bepaald soort moerasplant met roze bloemen, Butomus umbellatus uit de zwanenbloemfamilie (Butomaceae); dit is de enige soort in deze familie
zwanenbloemen	=	zwanenbloem
zwanenbloemetje	=	zwanenbloem
zwanenbloemetjes	=	zwanenbloem
zwanenbloempje	=	zwanenbloem
zwanenbloempjes	=	zwanenbloem
zwanenbrood	noun	Acorus calamus een vaste moerasplant van Aziatische oorsprong
zwanendons	noun	materiaal dat gemaakt is van de donsveren van een zwaan
zwanendrift	noun	groep zwanen die bij elkaar zwemmen
zwanenei	noun	het ei van een zwaan
zwaneneieren	=	zwanenei
zwaneneitje	=	zwanenei
zwaneneitjes	=	zwanenei
zwanenhals	noun	lange, gebogen hals
zwanenhalsfuten	=	zwanenhalsfuut
zwanenhalsfuut	noun	Aechmophorus occidentalis een watervogel uit de familie van de Podicipedidae.
zwanenhalsfuutje	=	zwanenhalsfuut
zwanenhalsfuutjes	=	zwanenhalsfuut
zwanenhalsje	=	zwanenhals
zwanenhalsjes	=	zwanenhals
zwanenhalsmossel	noun	Panopea generosa een in zee levend tweekleppig schelpdier met grijze schelp
zwanenhalsmossels	=	zwanenhalsmossel
zwanenhalsmosseltje	=	zwanenhalsmossel
zwanenhalsmosseltjes	=	zwanenhalsmossel
zwanenhalzen	=	zwanenhals
zwanenjong	noun	jonge onvolwassen zwaan die bij zijn ouders leeft
zwanenjongen	=	zwanenjong
zwanenkolonie	noun	plaats waar veel zwanen wonen
zwanenkolonies	=	zwanenkolonie
zwanenkolonietje	=	zwanenkolonie
zwanenkolonietjes	=	zwanenkolonie
zwanenkoloniën	=	zwanenkolonie
zwanenkop	noun	de kop van een zwaan
zwanenkopje	=	zwanenkop
zwanenkopjes	=	zwanenkop
zwanenkoppen	=	zwanenkop
zwanenlint	noun	een voorziening die bestaat uit palen met daar tussenin gespannen linten en die ervoor zorgt dat opstijgende en dalende vogels (met name zwanen) niet tegen de bovenleiding van een treinbaan aanvliegen
zwanenlinten	=	zwanenlint
zwanenmossel	noun	in zoetwater levend schelpdier, Anodonta cygnea, behorend tot de familie Unionidae
zwanenmossels	=	zwanenmossel
zwanenmosseltje	=	zwanenmossel
zwanenmosseltjes	=	zwanenmossel
zwanennest	noun	broedplaats van zwanen
zwanennesten	=	zwanennest
zwanenpaar	noun	2 zwanen die samen een koppel vormen
zwanenparen	=	zwanenpaar
zwanenveer	noun	veer van een zwaan
zwanenveertje	=	zwanenveer
zwanenveertjes	=	zwanenveer
zwanenveren	=	zwanenveer
zwanenzang	noun	laatste daad, laatste beweging
zwanenzangen	=	zwanenzang
zwanenzangetje	=	zwanenzang
zwanezang	=	zwanenzang
zwang	noun	in ~: populair, in algemeen gebruik
zwanger	adj	in de toestand van een vrouw wanneer er in haar baarmoeder een bevruchting heeft plaatsgevonden
zwangerde	=	zwangeren
zwangerden	=	zwangeren
zwangerder	=	zwanger
zwangerdere	=	zwanger
zwangerders	=	zwanger
zwangere	noun	iemand die zwanger is
zwangeren	verb	zwanger maken, impregneren
zwangerend	=	zwangeren
zwangerende	=	zwangeren
zwangers	=	zwanger
zwangerschap	noun	de tijd dat een vrouw een ongeboren kind met zich draagt
zwangerschapje	=	zwangerschap
zwangerschapjes	=	zwangerschap
zwangerschappen	=	zwangerschap
zwangerschapsafbreking	noun	een voortijdige en kunstmatige beëindiging van een zwangerschap
zwangerschapsafbrekingen	=	zwangerschapsafbreking
zwangerschapsafbrekinkje	=	zwangerschapsafbreking
zwangerschapsafbrekinkjes	=	zwangerschapsafbreking
zwangerschapsband	noun	brede band door hoogzwangere vrouwen om de buik gedragen ter voorkoming van buik- en rugklachten
zwangerschapsbanden	=	zwangerschapsband
zwangerschapsbandje	=	zwangerschapsband
zwangerschapsbandjes	=	zwangerschapsband
zwangerschapsbands	=	zwangerschapsband
zwangerschapsbegeleider	noun	iemand die een vrouw op haptonomische wijze begeleidt en ondersteunt tijdens de zwangerschap (het beroep is niet BIG geregistreerd)
zwangerschapsbegeleiders	=	zwangerschapsbegeleider
zwangerschapsbegeleiding	noun	het een vrouw ondersteunen en begeleiden tijdens de zwangerschap
zwangerschapsbegeleidingen	=	zwangerschapsbegeleiding
zwangerschapsbegeleidinkje	=	zwangerschapsbegeleiding
zwangerschapsbegeleidinkjes	=	zwangerschapsbegeleiding
zwangerschapscontrole	noun	onderzoek van de zwangere en het ongeboren kind tijdens de zwangerschap
zwangerschapscontroles	=	zwangerschapscontrole
zwangerschapscursus	noun	een educatief programma of een reeks bijeenkomsten voor aanstaande moeders (en vaak ook hun partners).
zwangerschapscursusje	=	zwangerschapscursus
zwangerschapscursusjes	=	zwangerschapscursus
zwangerschapscursussen	=	zwangerschapscursus
zwangerschapsdiabetes	noun	een aandoening waarbij zich tijdens de zwangerschap een hoge bloedsuikerspiegel ontwikkelt bij vrouwen die voor die tijd geen diabetes mellitus hadden
zwangerschapsdiscriminatie	noun	het weigeren iemand in dienst te nemen omdat die zwanger is of wil worden
zwangerschapsdiscriminaties	=	zwangerschapsdiscriminatie
zwangerschapsduur	noun	duur van de zwangerschap gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie
zwangerschapsgymnastiek	noun	oefeningen die gericht zijn op het behouden van een goede conditie tijdens de zwangerschap
zwangerschapshormonen	=	zwangerschapshormoon
zwangerschapshormoon	noun	een stof die tijdens de zwangerschap aangemaakt wordt om specifieke processen te regelen
zwangerschapsklacht	noun	lichamelijke klachten zoals misselijkheid en braken die een zwangere vrouw vooral in het begin van een zwangerschap, kan hebben
zwangerschapsklachten	=	zwangerschapsklacht
zwangerschapskleding	noun	kleding die speciaal is ontworpen voor het veranderende lichaam tijdens de zwangerschap.
zwangerschapsmaand	noun	fase in de zwangerschap die één maand duurt
zwangerschapsmaanden	=	zwangerschapsmaand
zwangerschapsmaandje	=	zwangerschapsmaand
zwangerschapsmaandjes	=	zwangerschapsmaand
zwangerschapsmasker	noun	toegenomen pigmentatie in het gelaat van een zwangere vrouw
zwangerschapsmaskers	=	zwangerschapsmasker
zwangerschapsmisselijkheden	=	zwangerschapsmisselijkheid
zwangerschapsmisselijkheid	noun	misselijkheid als gevolg van de zwangerschap
zwangerschapsonderbreking	noun	een voortijdige en kunstmatige beëindiging van een zwangerschap
zwangerschapsonderbrekingen	=	zwangerschapsonderbreking
zwangerschapsonderbrekinkje	=	zwangerschapsonderbreking
zwangerschapsonderbrekinkjes	=	zwangerschapsonderbreking
zwangerschapsperiode	noun	tijdsbestek dat een vrouw zwanger is
zwangerschapsperiodes	=	zwangerschapsperiode
zwangerschapsstriemen	noun	striemen die na een zwangerschap op de buik van een vrouw kunnen achterblijven als gevolg van het opgerekt zijn geweest van de huid
zwangerschapstest	noun	onderzoek om te bepalen of een vrouw of vrouwelijk dier zwanger is of niet
zwangerschapstesten	=	zwangerschapstest
zwangerschapstestje	=	zwangerschapstest
zwangerschapstestjes	=	zwangerschapstest
zwangerschapstests	=	zwangerschapstest
zwangerschapsuitkering	noun	geld dat werkende vrouwen ontvangen tijdens hun zwangerschapsverlof
zwangerschapsuitkeringen	=	zwangerschapsuitkering
zwangerschapsvergiftiging	noun	hoge bloeddruk en eiwitverlies in de urine op het einde van de zwangerschap
zwangerschapsvergiftigingen	=	zwangerschapsvergiftiging
zwangerschapsvergiftigingetje	=	zwangerschapsvergiftiging
zwangerschapsvergiftigingetjes	=	zwangerschapsvergiftiging
zwangerschapsvergiftiginkje	=	zwangerschapsvergiftiging
zwangerschapsverlof	noun	betaald verlof voor werkende vrouwen die gaan bevallen en een korte periode daarna
zwangerschapsverlofje	=	zwangerschapsverlof
zwangerschapsverlofjes	=	zwangerschapsverlof
zwangerschapsverloven	=	zwangerschapsverlof
zwangerschapsverslaving	noun	het zo prettig vinden dat men zwanger is dat men meer kinderen krijgt dan men kan onderhouden
zwangerschapsverslavingen	=	zwangerschapsverslaving
zwangerschapsweefsel	noun	placenta en foetaal weefsel dat ontstaat bij een zwangerschap
zwangerschapsweek	noun	een periode in de zwangerschap die één week duurt
zwangerschapsweken	=	zwangerschapsweek
zwangerschapswens	noun	het verlangen om een kind te krijgen
zwangerschapswensen	=	zwangerschapswens
zwangerschapverlof	noun	periode vóór de vermoedelijke datum van de bevalling dat een zwangere niet hoeft te werken
zwangerschapverloven	=	zwangerschapverlof
zwangerst	=	zwanger
zwangerste	=	zwanger
zwangert	=	zwangeren
zwans	noun	staart
zwansde	=	zwanzen
zwansden	=	zwanzen
zwansen	=	zwans
zwansje	=	zwans
zwanst	=	zwanzen
zwanze	=	zwanzen
zwanzen	verb	leuteren, grappen maken, lollig zijn
zwanzend	=	zwanzen
zwanzende	=	zwanzen
zwanzer	noun	grappenmaker die onzin of flauwekul verkoopt
zwanzers	=	zwanzer
zwanzertje	=	zwanzer
zwanzertjes	=	zwanzer
zware	=	zwaar
zwarig	adj	zwanger
zwarige	=	zwarig
zwariger	=	zwarig
zwarigere	=	zwarig
zwarigers	=	zwarig
zwarigheden	=	zwarigheid
zwarigheid	noun	moeilijkheid, moeite
zwarigs	=	zwarig
zwarigst	=	zwarig
zwarigste	=	zwarig
zwart	adj	de kleur zwart hebbend	noun	kleur die wordt waargenomen als iets helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
zwart-amerikaans	adj	behorend tot de zwarte bevolkingsgroep van de (Noord-)Amerikaanse samenleving
zwart-amerikaanse	=	zwart-amerikaans
zwart-amerikaanser	=	zwart-amerikaans
zwart-amerikaansere	=	zwart-amerikaans
zwart-amerikaansers	=	zwart-amerikaans
zwart-amerikaanst	=	zwart-amerikaans
zwart-amerikaanste	=	zwart-amerikaans
zwart-geel	adj	met de kleuren zwart en geel
zwart-geels	=	zwart-geel
zwart-gele	=	zwart-geel
zwart-op-wit	noun	op drop gelijkend snoep in poedervorm op basis van o.a. salmiak, zoethoutwortel, zetmeel en suiker	adv	in geschreven vorm
zwart-op-wit-korst	noun	Verrucaria muralis een algemeen voorkomende korstmos van het geslacht Verrucaria uit de familie Verrucariaceae.
zwart-op-wit-korsten	=	zwart-op-wit-korst
zwart-op-wit-korstje	=	zwart-op-wit-korst
zwart-op-wit-korstjes	=	zwart-op-wit-korst
zwart-w-vlindertje	=	zwarte-w-vlinder
zwart-wit	adj	zonder andere kleuren dan zwart en wit	noun	een vorm van drop die in poedervorm genuttigd wordt, salmiakdrop
zwart-wit-tv	noun|obsolete	monochrome televisie met een beeld dat bestaat uit grijstinten
zwart-wit-tv's	=	zwart-wit-tv
zwart-witbeeld	noun	een foto of tekening in grijstinten zonder kleuren
zwart-witbeelden	=	zwart-witbeeld
zwart-witdenken	noun	een drogreden of denkfout waarbij twee alternatieven voorgesteld worden als de enige mogelijkheden, terwijl er in werkelijkheid nog andere zijn
zwart-witfilm	noun	filmrolletje voor zwart-witopnames
zwart-witfilmpje	=	zwart-witfilm
zwart-witfilmpjes	=	zwart-witfilm
zwart-witfilms	=	zwart-witfilm
zwart-witfoto	noun	een fotoafdruk in zwart-wit
zwart-witfoto's	=	zwart-witfoto
zwart-witfotografie	noun	het maken van foto's waarbij in de afbeelding alleen grijstinten bevat
zwart-witfotografieën	=	zwart-witfotografie
zwart-witfotootje	=	zwart-witfoto
zwart-witfotootjes	=	zwart-witfoto
zwart-witillustratie	noun	een illustratie in zwart-wit d.w.z. ook met grijstinten maar zonder kleur
zwart-witillustraties	=	zwart-witillustratie
zwart-witje	=	zwart-wit
zwart-witjes	=	zwart-wit
zwart-wits	=	zwart-wit
zwart-witte	=	zwart-wit
zwart-wittegenstelling	noun|figurative	een tegenstelling zonder tussenvormen
zwart-wittegenstellingen	=	zwart-wittegenstelling
zwart-wittekening	noun	tekening van zwarte lijnen op een witte achtergrond (met soms grijstinten ertussen) zonder kleur
zwart-wittekeningen	=	zwart-wittekening
zwart-wittelevisie	noun	ouderwetse televisie zonder kleuren
zwart-wittelevisies	=	zwart-wittelevisie
zwartachtig	adj	zo donker dat het op zwart lijkt
zwartachtige	=	zwartachtig
zwartachtiger	=	zwartachtig
zwartachtigere	=	zwartachtig
zwartachtigers	=	zwartachtig
zwartachtigs	=	zwartachtig
zwartachtigst	=	zwartachtig
zwartachtigste	=	zwartachtig
zwartaderbodemwants	noun	Metopoplax ditomoides een wants uit de onderfamilie Oxycareninae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae).
zwartaderbodemwantsen	=	zwartaderbodemwants
zwartaderbodemwantsje	=	zwartaderbodemwants
zwartaderbodemwantsjes	=	zwartaderbodemwants
zwartbaardstruikgors	noun	Atlapetes citrinellus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
zwartbaardstruikgorsje	=	zwartbaardstruikgors
zwartbaardstruikgorsjes	=	zwartbaardstruikgors
zwartbaardstruikgorzen	=	zwartbaardstruikgors
zwartbandbaardvogel	noun	Lybius dubius vogel die algemeen voorkomt in West-Afrika
zwartbandbaardvogels	=	zwartbandbaardvogel
zwartbandbaardvogeltje	=	zwartbandbaardvogel
zwartbandbaardvogeltjes	=	zwartbandbaardvogel
zwartbandboomgors	noun	Microspingus torquatus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartbandboomgorsje	=	zwartbandboomgors
zwartbandboomgorsjes	=	zwartbandboomgors
zwartbandboomgorzen	=	zwartbandboomgors
zwartbandhoningeter	noun	Cissomela pectoralis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
zwartbandhoningeters	=	zwartbandhoningeter
zwartbandhoningetertje	=	zwartbandhoningeter
zwartbandhoningetertjes	=	zwartbandhoningeter
zwartbandkardinaalbaars	noun	Apogon nigrofasciatus een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
zwartbandkardinaalbaarsje	=	zwartbandkardinaalbaars
zwartbandkardinaalbaarsjes	=	zwartbandkardinaalbaars
zwartbandkardinaalbaarzen	=	zwartbandkardinaalbaars
zwartbandlichtmot	noun	Glyptoteles leucacrinella een vlinder uit de familie snuitmotten (Pyralidae).
zwartbandlichtmotje	=	zwartbandlichtmot
zwartbandlichtmotjes	=	zwartbandlichtmot
zwartbandlichtmotten	=	zwartbandlichtmot
zwartbandral	noun	Laterallus fasciatus een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
zwartbandrallen	=	zwartbandral
zwartbandralletje	=	zwartbandral
zwartbandralletjes	=	zwartbandral
zwartbandschijfzalm	noun	Myleus schomburgkii een straalvinnige vissensoort uit de familie van de echte piranha's (Serrasalmidae).
zwartbandschijfzalmen	=	zwartbandschijfzalm
zwartbandschijfzalmpje	=	zwartbandschijfzalm
zwartbandschijfzalmpjes	=	zwartbandschijfzalm
zwartbandslankmier	noun	Temnothorax unifasciatus een mierensoort uit de onderfamilie van de Myrmicinae.
zwartbandslankmieren	=	zwartbandslankmier
zwartbandslankmiertje	=	zwartbandslankmier
zwartbandslankmiertjes	=	zwartbandslankmier
zwartbandslijmvis	noun	Parablennius rouxi een straalvinnige vissensoort uit de familie van naakte slijmvissen (Blenniidae).
zwartbandslijmvisje	=	zwartbandslijmvis
zwartbandslijmvisjes	=	zwartbandslijmvis
zwartbandslijmvissen	=	zwartbandslijmvis
zwartbandspanner	noun	Xanthorhoe fluctuata een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
zwartbandspanners	=	zwartbandspanner
zwartbandspannertje	=	zwartbandspanner
zwartbandspannertjes	=	zwartbandspanner
zwartbek-bandzweefvlieg	noun	Epistrophe melanostoma een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zwartbek-bandzweefvliegen	=	zwartbek-bandzweefvlieg
zwartbek-bandzweefvliegje	=	zwartbek-bandzweefvlieg
zwartbek-bandzweefvliegjes	=	zwartbek-bandzweefvlieg
zwartbekgrondel	noun	Neogobius melanostomus een straalvinnige vissensoort uit de familie van grondels (Gobiidae).
zwartbekgrondels	=	zwartbekgrondel
zwartbekgrondeltje	=	zwartbekgrondel
zwartbekgrondeltjes	=	zwartbekgrondel
zwartbekklauwiertiran	noun	Agriornis montanus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartbekklauwiertirannen	=	zwartbekklauwiertiran
zwartbekklauwiertirannetje	=	zwartbekklauwiertiran
zwartbekklauwiertirannetjes	=	zwartbekklauwiertiran
zwartblaar	noun	zwart runderras met witte plekken op de kop
zwartblaartje	=	zwartblaar
zwartblaartjes	=	zwartblaar
zwartblaren	=	zwartblaar
zwartblauw	noun	tint tussen zwart en blauw met RAL-nummer 5004 ( ).	adj	in een tint tussen zwart en blauw met RAL-nummer 5004 ( ).
zwartblauwe	=	zwartblauw
zwartblauws	=	zwartblauw
zwartboek	noun	een publicatie van gegevens over een misstand
zwartboeken	=	zwartboek
zwartboekje	=	zwartboek
zwartboekjes	=	zwartboek
zwartbont	adj	kleur: wit met zwarte vlekken
zwartbonte	=	zwartbont
zwartbonter	=	zwartbont
zwartbontere	=	zwartbont
zwartbonters	=	zwartbont
zwartbonts	=	zwartbont
zwartbontst	=	zwartbont
zwartbontste	=	zwartbont
zwartborst	noun	dier met een zwarte borst
zwartborstbaardkoekoek	noun	Notharchus pectoralis een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
zwartborstbaardkoekoeken	=	zwartborstbaardkoekoek
zwartborstbaardkoekoekje	=	zwartborstbaardkoekoek
zwartborstbaardkoekoekjes	=	zwartborstbaardkoekoek
zwartborstbaardvogel	noun	Lybius rolleti een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
zwartborstbaardvogels	=	zwartborstbaardvogel
zwartborstbaardvogeltje	=	zwartborstbaardvogel
zwartborstbaardvogeltjes	=	zwartborstbaardvogel
zwartborstbergnimf	noun	Oreotrochilus melanogaster een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
zwartborstbergnimfen	=	zwartborstbergnimf
zwartborstbergnimfje	=	zwartborstbergnimf
zwartborstbergnimfjes	=	zwartborstbergnimf
zwartborstbergtangare	noun	Cnemathraupis eximia een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartborstbergtangaren	=	zwartborstbergtangare
zwartborstbergtangaretje	=	zwartborstbergtangare
zwartborstbergtangaretjes	=	zwartborstbergtangare
zwartborstbootsnavel	noun	Machaerirhynchus nigripectus een zangvogel uit de familie Machaerirhynchidae.
zwartborstbootsnavels	=	zwartborstbootsnavel
zwartborstbootsnaveltje	=	zwartborstbootsnavel
zwartborstbootsnaveltjes	=	zwartborstbootsnavel
zwartborstcotinga	noun	Pipreola lubomirskii een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
zwartborstcotinga's	=	zwartborstcotinga
zwartborstcotingaatje	=	zwartborstcotinga
zwartborstcotingaatjes	=	zwartborstcotinga
zwartborstel-bandzweefvlieg	noun	Epistrophe obscuripes een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zwartborstel-bandzweefvliegen	=	zwartborstel-bandzweefvlieg
zwartborstel-bandzweefvliegje	=	zwartborstel-bandzweefvlieg
zwartborstel-bandzweefvliegjes	=	zwartborstel-bandzweefvlieg
zwartborstelwolzwever	noun	Bombylius venosus een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
zwartborstelwolzwevers	=	zwartborstelwolzwever
zwartborstelwolzwevertje	=	zwartborstelwolzwever
zwartborstelwolzwevertjes	=	zwartborstelwolzwever
zwartborsten	=	zwartborst
zwartborstfranjemonarch	noun	Arses kaupi een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
zwartborstfranjemonarchen	=	zwartborstfranjemonarch
zwartborstfranjemonarchje	=	zwartborstfranjemonarch
zwartborstfranjemonarchjes	=	zwartborstfranjemonarch
zwartborstgaai	noun	Cyanocorax affinis een vogel uit de familie der kraaien (Corvidae).
zwartborstgaaien	=	zwartborstgaai
zwartborstgaaitje	=	zwartborstgaai
zwartborstgaaitjes	=	zwartborstgaai
zwartborstgors	noun	Peucaea humeralis een vogelsoort uit de familie emberizidae.
zwartborstgorsje	=	zwartborstgors
zwartborstgorsjes	=	zwartborstgors
zwartborstgorzen	=	zwartborstgors
zwartborstgrondvink	noun	Asemospiza fuliginosa een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartborstgrondvinken	=	zwartborstgrondvink
zwartborstgrondvinkje	=	zwartborstgrondvink
zwartborstgrondvinkjes	=	zwartborstgrondvink
zwartborsthazelhoen	noun	Tetrastes sewerzowi een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
zwartborsthazelhoenderen	=	zwartborsthazelhoen
zwartborsthazelhoenders	=	zwartborsthazelhoen
zwartborsthazelhoendertje	=	zwartborsthazelhoen
zwartborsthazelhoendertjes	=	zwartborsthazelhoen
zwartborstje	=	zwartborst
zwartborstjes	=	zwartborst
zwartborstlijster	noun	Turdus dissimilis een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
zwartborstlijsters	=	zwartborstlijster
zwartborstlijstertje	=	zwartborstlijster
zwartborstlijstertjes	=	zwartborstlijster
zwartborstmuggeneter	noun	Conopophaga snethlageae een zangvogel uit de familie Conopophagidae (muggeneters).
zwartborstmuggeneters	=	zwartborstmuggeneter
zwartborstmuggenetertje	=	zwartborstmuggeneter
zwartborstmuggenetertjes	=	zwartborstmuggeneter
zwartborstmuggensluiper	noun	Microbates collaris een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
zwartborstmuggensluipers	=	zwartborstmuggensluiper
zwartborstmuggensluipertje	=	zwartborstmuggensluiper
zwartborstmuggensluipertjes	=	zwartborstmuggensluiper
zwartborstpluimbroekje	noun	Eriocnemis nigrivestis een endemische vogelsoort uit de familie Trochilidae (kolibries) die alleen in bergbossen van Ecuador voorkomt.
zwartborstpluimbroekjes	=	zwartborstpluimbroekje
zwartborstprinia	noun	Prinia flavicans een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zwartborstprinia's	=	zwartborstprinia
zwartborstpriniaatje	=	zwartborstprinia
zwartborstpriniaatjes	=	zwartborstprinia
zwartborstslangenarend	noun	Circaetus pectoralis een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae).
zwartborstslangenarenden	=	zwartborstslangenarend
zwartborstslangenarendje	=	zwartborstslangenarend
zwartborstslangenarendjes	=	zwartborstslangenarend
zwartborstspecht	noun	Celeus torquatus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
zwartborstspechten	=	zwartborstspecht
zwartborstspechtje	=	zwartborstspecht
zwartborstspechtjes	=	zwartborstspecht
zwartborsttandkwartel	noun	Odontophorus leucolaemus een vogel uit de familie Odontophoridae.
zwartborsttandkwartels	=	zwartborsttandkwartel
zwartborsttandkwarteltje	=	zwartborsttandkwartel
zwartborsttandkwarteltjes	=	zwartborsttandkwartel
zwartborsttangare	noun	Stilpnia nigrocincta een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartborsttangaren	=	zwartborsttangare
zwartborsttangaretje	=	zwartborsttangare
zwartborsttangaretjes	=	zwartborsttangare
zwartborsttroepiaal	noun	Icterus prosthemelas een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
zwartborsttroepiaaltje	=	zwartborsttroepiaal
zwartborsttroepiaaltjes	=	zwartborsttroepiaal
zwartborsttroepialen	=	zwartborsttroepiaal
zwartborstvechtkwartel	noun	Turnix melanogaster een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
zwartborstvechtkwartels	=	zwartborstvechtkwartel
zwartborstvechtkwarteltje	=	zwartborstvechtkwartel
zwartborstvechtkwarteltjes	=	zwartborstvechtkwartel
zwartborstvliegenvanger	noun	Plesiodryas albonotata een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
zwartborstvliegenvangers	=	zwartborstvliegenvanger
zwartborstvliegenvangertje	=	zwartborstvliegenvanger
zwartborstvliegenvangertjes	=	zwartborstvliegenvanger
zwartborstwaaierstaart	noun	Rhipidura matthiae een zangvogel uit de familie Rhipiduridae (waaierstaarten).
zwartborstwaaierstaarten	=	zwartborstwaaierstaart
zwartborstwaaierstaartje	=	zwartborstwaaierstaart
zwartborstwaaierstaartjes	=	zwartborstwaaierstaart
zwartbrauwalcippe	noun	Alcippe grotei een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
zwartbrauwalcippes	=	zwartbrauwalcippe
zwartbrauwalcippetje	=	zwartbrauwalcippe
zwartbrauwalcippetjes	=	zwartbrauwalcippe
zwartbrauwbaardvogel	noun	Psilopogon oorti een Aziatische baardvogel die voorkomt in tropisch bos van Zuid-China tot op Sumatra.
zwartbrauwbaardvogels	=	zwartbrauwbaardvogel
zwartbrauwbaardvogeltje	=	zwartbrauwbaardvogel
zwartbrauwbaardvogeltjes	=	zwartbrauwbaardvogel
zwartbrauwbuulbuul	noun	Arizelocichla fusciceps een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
zwartbrauwbuulbuuls	=	zwartbrauwbuulbuul
zwartbrauwbuulbuultje	=	zwartbrauwbuulbuul
zwartbrauwbuulbuultjes	=	zwartbrauwbuulbuul
zwartbrauwmuistimalia	noun	Malacocincla perspicillata een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
zwartbrauwmuistimalia's	=	zwartbrauwmuistimalia
zwartbrauwmuistimaliaatje	=	zwartbrauwmuistimalia
zwartbrauwmuistimaliaatjes	=	zwartbrauwmuistimalia
zwartbrauworganist	noun	Chlorophonia pyrrhophrys een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
zwartbrauworganisten	=	zwartbrauworganist
zwartbrauworganistje	=	zwartbrauworganist
zwartbrauworganistjes	=	zwartbrauworganist
zwartbrauwrietzanger	noun	Acrocephalus bistrigiceps een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
zwartbrauwrietzangers	=	zwartbrauwrietzanger
zwartbrauwrietzangertje	=	zwartbrauwrietzanger
zwartbrauwrietzangertjes	=	zwartbrauwrietzanger
zwartbrauwtriller	noun	Lalage atrovirens een zangvogel uit de familie Campephagidae (rupsvogels)
zwartbrauwtrillers	=	zwartbrauwtriller
zwartbrauwtrillertje	=	zwartbrauwtriller
zwartbrauwtrillertjes	=	zwartbrauwtriller
zwartbrilstruikgors	noun	Atlapetes melanopsis een zangvogel uit de familie Amerikaanse gorzen.
zwartbrilstruikgorsje	=	zwartbrilstruikgors
zwartbrilstruikgorsjes	=	zwartbrilstruikgors
zwartbrilstruikgorzen	=	zwartbrilstruikgors
zwartbriltangare	noun	Trichothraupis melanops een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartbriltangaren	=	zwartbriltangare
zwartbriltangaretje	=	zwartbriltangare
zwartbriltangaretjes	=	zwartbriltangare
zwartbruin	noun	tint tussen zwart en bruin met RAL-nummer 8022 ( ); een zeer donkere bruine kleur die bijna zwart lijkt.	adj	in een tint tussen zwart en bruin met RAL-nummer 8022 ( ).
zwartbruine	=	zwartbruin
zwartbruinen	=	zwartbruin
zwartbruiner	=	zwartbruin
zwartbruinere	=	zwartbruin
zwartbruiners	=	zwartbruin
zwartbruins	=	zwartbruin
zwartbruinst	=	zwartbruin
zwartbruinste	=	zwartbruin
zwartbuik	noun	dier met een zwarte buik
zwartbuikaardschildpad	noun	Melanochelys trijuga een schildpad uit de familie Geoemydidae
zwartbuikaardschildpadden	=	zwartbuikaardschildpad
zwartbuikaardschildpadje	=	zwartbuikaardschildpad
zwartbuikaardschildpadjes	=	zwartbuikaardschildpad
zwartbuikagoeti	noun	Dasyprocta prymnolopha knaagdier uit de familie van de agoeti's en acouchy's (Dasyproctidae).
zwartbuikagoeti's	=	zwartbuikagoeti
zwartbuikagoetietje	=	zwartbuikagoeti
zwartbuikagoetietjes	=	zwartbuikagoeti
zwartbuikamarant	noun	Lagonosticta rara een zangvogel uit de familie Estrildidae (prachtvinken).
zwartbuikamaranten	=	zwartbuikamarant
zwartbuikamarantje	=	zwartbuikamarant
zwartbuikamarantjes	=	zwartbuikamarant
zwartbuikboomklever	noun	Sitta azurea een zangvogel uit het geslacht sitta.
zwartbuikboomklevers	=	zwartbuikboomklever
zwartbuikboomklevertje	=	zwartbuikboomklever
zwartbuikboomklevertjes	=	zwartbuikboomklever
zwartbuikcotinga	noun	Cotinga nattererii een zangvogel uit de familie van de cotinga's (Cotingidae).
zwartbuikcotinga's	=	zwartbuikcotinga
zwartbuikcotingaatje	=	zwartbuikcotinga
zwartbuikcotingaatjes	=	zwartbuikcotinga
zwartbuikdikbekje	noun	Sporophila melanogaster een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartbuikdikbekjes	=	zwartbuikdikbekje
zwartbuikdraadkolibrie	noun	Discosura langsdorffi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartbuikdraadkolibries	=	zwartbuikdraadkolibrie
zwartbuikdraadkolibrietje	=	zwartbuikdraadkolibrie
zwartbuikdraadkolibrietjes	=	zwartbuikdraadkolibrie
zwartbuiken	=	zwartbuik
zwartbuikfeeënhoningzuiger	noun	Cinnyris melanogastrus een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
zwartbuikfeeënhoningzuigers	=	zwartbuikfeeënhoningzuiger
zwartbuikfeeënhoningzuigertje	=	zwartbuikfeeënhoningzuiger
zwartbuikfeeënhoningzuigertjes	=	zwartbuikfeeënhoningzuiger
zwartbuikfluiteend	noun	Dendrocygna autumnalis een vogel uit de familie van de eendachtigen (Anatidae).
zwartbuikfluiteenden	=	zwartbuikfluiteend
zwartbuikfluiteendje	=	zwartbuikfluiteend
zwartbuikfluiteendjes	=	zwartbuikfluiteend
zwartbuikgaasvlieg	noun	Pseudomallada ventralis een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
zwartbuikgaasvliegen	=	zwartbuikgaasvlieg
zwartbuikgaasvliegje	=	zwartbuikgaasvlieg
zwartbuikgaasvliegjes	=	zwartbuikgaasvlieg
zwartbuikglansspreeuw	noun	Notopholia corusca een vogelsoort uit de familie Sturnidae.
zwartbuikglansspreeuwen	=	zwartbuikglansspreeuw
zwartbuikglansspreeuwtje	=	zwartbuikglansspreeuw
zwartbuikglansspreeuwtjes	=	zwartbuikglansspreeuw
zwartbuikhamster	noun	Cricetus cricetus wilde hamster
zwartbuikhamsters	=	zwartbuikhamster
zwartbuikhelmspecht	noun	Dryocopus schulzi een vogel uit de familie der Picidae (Spechten).
zwartbuikhelmspechten	=	zwartbuikhelmspecht
zwartbuikhelmspechtje	=	zwartbuikhelmspecht
zwartbuikhelmspechtjes	=	zwartbuikhelmspecht
zwartbuikje	=	zwartbuik
zwartbuikjes	=	zwartbuik
zwartbuikkoekoek	noun	Piaya melanogaster een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
zwartbuikkoekoeken	=	zwartbuikkoekoek
zwartbuikkoekoekje	=	zwartbuikkoekoek
zwartbuikkoekoekjes	=	zwartbuikkoekoek
zwartbuikkolibrie	noun	Eupherusa nigriventris een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartbuikkolibries	=	zwartbuikkolibrie
zwartbuikkolibrietje	=	zwartbuikkolibrie
zwartbuikkolibrietjes	=	zwartbuikkolibrie
zwartbuikmalkoha	noun	Phaenicophaeus diardi een koekoekssoort uit het geslacht Phaenicophaeus.
zwartbuikmalkoha's	=	zwartbuikmalkoha
zwartbuikmalkohaatje	=	zwartbuikmalkoha
zwartbuikmalkohaatjes	=	zwartbuikmalkoha
zwartbuikmiersluiper	noun	Formicivora melanogaster een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartbuikmiersluipers	=	zwartbuikmiersluiper
zwartbuikmiersluipertje	=	zwartbuikmiersluiper
zwartbuikmiersluipertjes	=	zwartbuikmiersluiper
zwartbuikmuggeneter	noun	Conopophaga melanogaster een zangvogel uit de familie Conopophagidae (muggeneters).
zwartbuikmuggeneters	=	zwartbuikmuggeneter
zwartbuikmuggenetertje	=	zwartbuikmuggeneter
zwartbuikmuggenetertjes	=	zwartbuikmuggeneter
zwartbuikpijlstormvogel	noun	Puffinus opisthomelas een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
zwartbuikpijlstormvogels	=	zwartbuikpijlstormvogel
zwartbuikpijlstormvogeltje	=	zwartbuikpijlstormvogel
zwartbuikpijlstormvogeltjes	=	zwartbuikpijlstormvogel
zwartbuikrupsvogel	noun	Edolisoma holopolium een rupsvogel die endemisch is op de Salomonseilanden
zwartbuikrupsvogels	=	zwartbuikrupsvogel
zwartbuikrupsvogeltje	=	zwartbuikrupsvogel
zwartbuikrupsvogeltjes	=	zwartbuikrupsvogel
zwartbuikstern	noun	Sterna acuticauda een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
zwartbuiksternen	=	zwartbuikstern
zwartbuiksterns	=	zwartbuikstern
zwartbuiksterntje	=	zwartbuikstern
zwartbuiksterntjes	=	zwartbuikstern
zwartbuikstormvogeltje	noun	Fregetta tropica een vogel uit de familie van de zuidelijke stormvogeltjes.
zwartbuikstormvogeltjes	=	zwartbuikstormvogeltje
zwartbuiktangare	noun	Ramphocelus melanogaster een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartbuiktangaren	=	zwartbuiktangare
zwartbuiktangaretje	=	zwartbuiktangare
zwartbuiktangaretjes	=	zwartbuiktangare
zwartbuiktrap	noun	Lissotis melanogaster een vogel uit de familie van de trappen (Otididae).
zwartbuiktrapje	=	zwartbuiktrap
zwartbuiktrapjes	=	zwartbuiktrap
zwartbuiktrappen	=	zwartbuiktrap
zwartbuikwespbij	noun	Nomada errans een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
zwartbuikwespbijen	=	zwartbuikwespbij
zwartbuikwespbijtje	=	zwartbuikwespbij
zwartbuikwespbijtjes	=	zwartbuikwespbij
zwartbuikwever	noun	Euplectes nigroventris een zangvogel uit de familie Ploceidae (Wevers).
zwartbuikwevers	=	zwartbuikwever
zwartbuikwevertje	=	zwartbuikwever
zwartbuikwevertjes	=	zwartbuikwever
zwartbuikwinterkoning	noun	Pheugopedius fasciatoventris een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
zwartbuikwinterkoningen	=	zwartbuikwinterkoning
zwartbuikwinterkoninkje	=	zwartbuikwinterkoning
zwartbuikwinterkoninkjes	=	zwartbuikwinterkoning
zwartbuikwoelmuis	noun	Eothenomys melanogaster knaagdier uit de familie van de Cricetidae.
zwartbuikwoelmuisje	=	zwartbuikwoelmuis
zwartbuikwoelmuisjes	=	zwartbuikwoelmuis
zwartbuikwoelmuizen	=	zwartbuikwoelmuis
zwartbuikzandhoen	noun	Pterocles orientalis een vogel uit de familie van de zandhoenders (Pteroclididae)
zwartbuikzandhoenderen	=	zwartbuikzandhoen
zwartbuikzandhoenders	=	zwartbuikzandhoen
zwartbuikzandhoendertje	=	zwartbuikzandhoen
zwartbuikzandhoendertjes	=	zwartbuikzandhoen
zwartbuikzandhoenen	=	zwartbuikzandhoen
zwartbuikzandhoentje	=	zwartbuikzandhoen
zwartbuikzandhoentjes	=	zwartbuikzandhoen
zwartdag	noun	dag dat katholieken geen vlees, zuivel of eieren mogen gebruiken
zwartdagen	=	zwartdag
zwartdijkardinaal	noun	Pheucticus tibialis een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
zwartdijkardinaaltje	=	zwartdijkardinaal
zwartdijkardinaaltjes	=	zwartdijkardinaal
zwartdijkardinalen	=	zwartdijkardinaal
zwartdijroofvlieg	noun	Neomochtherus geniculatus een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
zwartdijroofvliegen	=	zwartdijroofvlieg
zwartdijroofvliegje	=	zwartdijroofvlieg
zwartdijroofvliegjes	=	zwartdijroofvlieg
zwartdruk	noun	drukwerk gemaakt met zwarte inkt
zwartdrukken	=	zwartdruk
zwarte	noun	persoon van volledige of gedeeltelijke Sub-Saharaans Afrikaanse afkomst
zwarte-c-uil	noun	bepaalde soort vlinder, Xestia c-nigrum, uit de familie Noctuidae, een middelgrote (ca. 1,5 cm) uil, die nachtactief is en algemeen in Nederland en België voorkomt De achtervleugels zijn gelig wit.
zwarte-c-uilen	=	zwarte-c-uil
zwarte-plekkenziekte	noun	een schimmelziekte (anam.
zwarte-plekkenziektes	=	zwarte-plekkenziekte
zwarte-plekkenziektetje	=	zwarte-plekkenziekte
zwarte-plekkenziektetjes	=	zwarte-plekkenziekte
zwarte-w-vlinder	noun	Macaria wauaria een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners.
zwarte-w-vlinders	=	zwarte-w-vlinder
zwarte-w-vlindertjes	=	zwarte-w-vlinder
zwartekoppenziekte	noun	door een parasiet veroorzaakte kalkoenziekte
zwartekoppenziekten	=	zwartekoppenziekte
zwartekoppenziektes	=	zwartekoppenziekte
zwartekoppenziektetje	=	zwartekoppenziekte
zwartekoppenziektetjes	=	zwartekoppenziekte
zwartekousenkerk	noun	een gangbare benaming voor bepaalde zeer orthodoxe kerken
zwartekousenkerken	=	zwartekousenkerk
zwartekousenkerkje	=	zwartekousenkerk
zwartekousenkerkjes	=	zwartekousenkerk
zwartemarkthandelaar	noun	iemand die door illegale handel enorme winsten maakt; handelaar die misbruik maakt van een situatie
zwartemarkthandelaars	=	zwartemarkthandelaar
zwartemarkthandelaartje	=	zwartemarkthandelaar
zwartemarkthandelaartjes	=	zwartemarkthandelaar
zwartemarkthandelaren	=	zwartemarkthandelaar
zwartemarktprijs	noun	de prijs die men voor een dienst of product betaalt op een illegale of informele markt
zwartemarktprijzen	=	zwartemarktprijs
zwarten	=	zwarte
zwartepiet	noun	de speelkaart schoppenboer in het kaartspel zwartepieten
zwartepietdiscussie	noun	een discussie of debat over een of meerdere aspecten van Zwarte Piet
zwartepietdiscussies	=	zwartepietdiscussie
zwartepiete	=	zwartepieten
zwartepieten	verb	het kaartspel spelen waarbij schoppenboer zwartepiet heet en de meeste strafpunten oplevert
zwartepietenbeleid	noun	beleid t.a.v. de presentatie, die nog politiek haalbaar is, van de kindervriend
zwartepietend	=	zwartepieten
zwartepietende	=	zwartepieten
zwartepietendebat	noun	een discussie of debat over een of meerdere aspecten van Zwarte Piet
zwartepietendebatten	=	zwartepietendebat
zwartepietendiscussie	noun	een discussie of debat over een of meerdere aspecten van Zwarte Piet
zwartepietendiscussies	=	zwartepietendiscussie
zwartepietenpak	noun	kostuum dat iemand draagt als iemand zich als Zwarte Piet verkleedt
zwartepietenpakje	=	zwartepietenpak
zwartepietenpakken	=	zwartepietenpak
zwartepietenspel	noun	een spel waarbij degene verliest die aan het eind de kaart met de zwarte piet heeft
zwartepietenspelen	=	zwartepietenspel
zwartepietenspellen	=	zwartepietenspel
zwartepietenspelletje	=	zwartepietenspel
zwartepietenspelletjes	=	zwartepietenspel
zwartepietje	=	zwartepiet
zwartepietjes	=	zwartepiet
zwartepiette	=	zwartepieten
zwartepietten	=	zwartepieten
zwarter	=	zwart
zwartere	=	zwart
zwarters	=	zwart
zwartewoudham	noun	een beenloze, gerookte rauwe varkensham uit het Duitse Zwarte Woud
zwartewoudhammen	=	zwartewoudham
zwartflankdwerggifkikker	noun	Allobates granti een kikkersoort uit de familie van de Aromobatidae.
zwartflankdwerggifkikkers	=	zwartflankdwerggifkikker
zwartflankdwerggifkikkertje	=	zwartflankdwerggifkikker
zwartflankdwerggifkikkertjes	=	zwartflankdwerggifkikker
zwartflankhoningvogel	noun	Dicaeum celebicum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
zwartflankhoningvogels	=	zwartflankhoningvogel
zwartflankhoningvogeltje	=	zwartflankhoningvogel
zwartflankhoningvogeltjes	=	zwartflankhoningvogel
zwartflankpluimbroekje	noun	Eriocnemis derbyi een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartflankpluimbroekjes	=	zwartflankpluimbroekje
zwartflankvliegenvanger	noun	Poecilodryas hypoleuca een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
zwartflankvliegenvangers	=	zwartflankvliegenvanger
zwartflankvliegenvangertje	=	zwartflankvliegenvanger
zwartflankvliegenvangertjes	=	zwartflankvliegenvanger
zwartflankzandbij	noun	Andrena thoracica een vliesvleugelig insect uit de familie Andrenidae.
zwartflankzandbijen	=	zwartflankzandbij
zwartflankzandbijtje	=	zwartflankzandbij
zwartflankzandbijtjes	=	zwartflankzandbij
zwartfluwelen	adj	van zwart fluweel vervaardigd
zwartgallig	adj	melancholisch, somber
zwartgallige	=	zwartgallig
zwartgalliger	=	zwartgallig
zwartgalligere	=	zwartgallig
zwartgalligers	=	zwartgallig
zwartgalligheden	=	zwartgalligheid
zwartgalligheid	noun	het somber en cynisch zijn als stemming of persoonlijkheidskenmerk
zwartgalligs	=	zwartgallig
zwartgalligst	=	zwartgallig
zwartgalligste	=	zwartgallig
zwartgatje	noun	Ostearius melanopygius een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
zwartgatjes	=	zwartgatje
zwartgeblakerd	adj	zwart geworden door het vuur
zwartgeblakerde	=	zwartgeblakerd
zwartgeblakerder	=	zwartgeblakerd
zwartgeblakerdere	=	zwartgeblakerd
zwartgeblakerders	=	zwartgeblakerd
zwartgeblakerds	=	zwartgeblakerd
zwartgeblakerdst	=	zwartgeblakerd
zwartgeblakerdste	=	zwartgeblakerd
zwartgekeken	=	zwartkijken
zwartgeklede	=	zwartgekleed
zwartgekleed	adj	volledig zwarte kleren aan hebbend.
zwartgekleeds	=	zwartgekleed
zwartgelakt	adj	met zwarte verf bestreken
zwartgelakte	=	zwartgelakt
zwartgelakts	=	zwartgelakt
zwartgeldaffaire	noun	kwestie die betrekking heeft op illegale financiële transacties
zwartgeldaffaires	=	zwartgeldaffaire
zwartgeldaffairetje	=	zwartgeldaffaire
zwartgeldaffairetjes	=	zwartgeldaffaire
zwartgeldcircuit	noun	illegaal deel van de economie waar de overheid geen vat op heeft
zwartgeldcircuits	=	zwartgeldcircuit
zwartgeldpraktijken	noun	illegale financiële transacties
zwartgemaakt	=	zwartmaken
zwartgemaakte	=	zwartmaken
zwartgereden	=	zwartrijden
zwartgerokt	adj	een zwarte rok dragend
zwartgerokte	=	zwartgerokt
zwartgerokts	=	zwartgerokt
zwartgeverfd	adj	met zwarte verf gekleurd
zwartgeverfde	=	zwartgeverfd
zwartgeverfds	=	zwartgeverfd
zwartgevist	=	zwartvissen
zwartgevlekt	adj	met zwart gekleurde vlekken
zwartgevlekte	=	zwartgevlekt
zwartgevlekts	=	zwartgevlekt
zwartgewerkt	=	zwartwerken
zwartgezichtimpala	noun	soort antiloop
zwartgezichtimpala's	=	zwartgezichtimpala
zwartgezichtslingeraap	noun	Ateles chamek of zwarte spinaap is een zoogdier uit de familie van de grijpstaartapen (Atelidae).
zwartgezichtslingeraapje	=	zwartgezichtslingeraap
zwartgezichtslingeraapjes	=	zwartgezichtslingeraap
zwartgezichtslingerapen	=	zwartgezichtslingeraap
zwartgordelhoningvogel	noun	Dicaeum haematostictum een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels).
zwartgordelhoningvogels	=	zwartgordelhoningvogel
zwartgordelhoningvogeltje	=	zwartgordelhoningvogel
zwartgordelhoningvogeltjes	=	zwartgordelhoningvogel
zwartgordelkardinaalbaars	noun	Archamia zosterophora een straalvinnige vissensoort uit de familie van kardinaalbaarzen (Apogonidae).
zwartgordelkardinaalbaarsje	=	zwartgordelkardinaalbaars
zwartgordelkardinaalbaarsjes	=	zwartgordelkardinaalbaars
zwartgordelkardinaalbaarzen	=	zwartgordelkardinaalbaars
zwartgrijs	noun	tint tussen grijs en zwart met RAL-nummer 7021 ( ).	adj	in een tint tussen grijs en zwart met RAL-nummer 7021 ( ).
zwartgrijse	=	zwartgrijs
zwartgrijser	=	zwartgrijs
zwartgrijsere	=	zwartgrijs
zwartgrijsers	=	zwartgrijs
zwartgrijst	=	zwartgrijs
zwartgrijste	=	zwartgrijs
zwartgrijze	=	zwartgrijs
zwartgrijzen	=	zwartgrijs
zwartgrijzer	=	zwartgrijs
zwartgrijzere	=	zwartgrijs
zwartgrijzers	=	zwartgrijs
zwartgroen	noun	tint tussen zwart en groen met RAL-nummer 6012 ( ).	adj	in een tint tussen zwart en groen met RAL-nummer 6012 ( ).
zwartgroene	=	zwartgroen
zwartgroens	=	zwartgroen
zwarthaar-bandzweefvlieg	noun	Epistrophe nitidicollis een insect uit de familie zweefvliegen (Syrphidae).
zwarthaar-bandzweefvliegen	=	zwarthaar-bandzweefvlieg
zwarthaar-bandzweefvliegje	=	zwarthaar-bandzweefvlieg
zwarthaar-bandzweefvliegjes	=	zwarthaar-bandzweefvlieg
zwarthaarhalmklimmer	noun	Ophonus stictus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zwarthaarhalmklimmers	=	zwarthaarhalmklimmer
zwarthaarhalmklimmertje	=	zwarthaarhalmklimmer
zwarthaarhalmklimmertjes	=	zwarthaarhalmklimmer
zwarthaarmelkzweefvlieg	noun	Leucozona inopinata een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zwarthaarmelkzweefvliegen	=	zwarthaarmelkzweefvlieg
zwarthaarmelkzweefvliegje	=	zwarthaarmelkzweefvlieg
zwarthaarmelkzweefvliegjes	=	zwarthaarmelkzweefvlieg
zwarthalsbaardvogel	noun	Lybius torquatus een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
zwarthalsbaardvogels	=	zwarthalsbaardvogel
zwarthalsbaardvogeltje	=	zwarthalsbaardvogel
zwarthalsbaardvogeltjes	=	zwarthalsbaardvogel
zwarthalscobra	noun	Naja nigricollis een reptiel uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae)
zwarthalscobra's	=	zwarthalscobra
zwarthalscobraatje	=	zwarthalscobra
zwarthalscobraatjes	=	zwarthalscobra
zwarthalseremomela	noun	Eremomela atricollis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zwarthalseremomela's	=	zwarthalseremomela
zwarthalseremomelaatje	=	zwarthalseremomela
zwarthalseremomelaatjes	=	zwarthalseremomela
zwarthalsglansloper	noun	Stenolophus mixtus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zwarthalsglanslopers	=	zwarthalsglansloper
zwarthalsglanslopertje	=	zwarthalsglansloper
zwarthalsglanslopertjes	=	zwarthalsglansloper
zwarthalshoningvogel	noun	Acanthorhynchus tenuirostris een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
zwarthalshoningvogels	=	zwarthalshoningvogel
zwarthalshoningvogeltje	=	zwarthalshoningvogel
zwarthalshoningvogeltjes	=	zwarthalshoningvogel
zwarthalskraanvogel	noun	Grus nigricollis een vogel uit de familie van de kraanvogels (Gruidae).
zwarthalskraanvogels	=	zwarthalskraanvogel
zwarthalskraanvogeltje	=	zwarthalskraanvogel
zwarthalskraanvogeltjes	=	zwarthalskraanvogel
zwarthalsooievaar	noun	Ephippiorhynchus asiaticus een vogelsoort uit de familie ooievaars (Ciconiidae).
zwarthalsooievaars	=	zwarthalsooievaar
zwarthalsooievaartje	=	zwarthalsooievaar
zwarthalsooievaartjes	=	zwarthalsooievaar
zwarthalsooievaren	=	zwarthalsooievaar
zwarthalszwaan	noun	Cygnus melanocoryphus vogel die inheems is in het zuiden van Zuid-Amerika, onder andere op Vuurland en de Falklandeilanden.
zwarthalszwaantje	=	zwarthalszwaan
zwarthalszwaantjes	=	zwarthalszwaan
zwarthalszwanen	=	zwarthalszwaan
zwarthandboswolfspin	noun	Pardosa saltans een spinnensoort in de taxonomische indeling van de wolfspinnen (Lycosidae).
zwarthandboswolfspinnen	=	zwarthandboswolfspin
zwarthandboswolfspinnetje	=	zwarthandboswolfspin
zwarthandboswolfspinnetjes	=	zwarthandboswolfspin
zwarthandel	noun	illegale handel
zwarthandelaar	noun	iemand die door illegale handel enorme winsten maakt; handelaar die misbruik maakt van een situatie
zwarthandelaars	=	zwarthandelaar
zwarthandelaren	=	zwarthandelaar
zwarthandslingeraap	noun	Ateles geoffroyi De zwarthandslingeraap (Ateles geoffroyi), ook wel geoffroy's slingeraap of geoffroy-slingeraap genoemd, is een primaat die behoort tot de familie der Grijpstaartapen (Atelidae)
zwarthandslingeraapje	=	zwarthandslingeraap
zwarthandslingeraapjes	=	zwarthandslingeraap
zwarthandslingerapen	=	zwarthandslingeraap
zwarthandtamarin	noun	Saguinus niger primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
zwarthandtamarinnetje	=	zwarthandtamarin
zwarthandtamarinnetjes	=	zwarthandtamarin
zwarthandtamarins	=	zwarthandtamarin
zwartharig	adj	zwart haar hebbend
zwartharige	=	zwartharig
zwarthariger	=	zwartharig
zwartharigere	=	zwartharig
zwartharigers	=	zwartharig
zwartharigs	=	zwartharig
zwartharigst	=	zwartharig
zwartharigste	=	zwartharig
zwartheden	=	zwartheid
zwartheid	noun	donkerheid
zwarthemd	noun	lid van de (fascistische) Zwarthemden in het Italië van Mussolini, lid van de SA of SS in Nazi-Duitsland, of lid van de British Union of Fascists
zwarthemden	=	zwarthemd
zwarthoekbladroller	noun	Cochylidia richteriana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zwarthoekbladrollers	=	zwarthoekbladroller
zwarthoekbladrollertje	=	zwarthoekbladroller
zwarthoekbladrollertjes	=	zwarthoekbladroller
zwartig	adj	min of meer zwart
zwartige	=	zwartig
zwartiger	=	zwartig
zwartigere	=	zwartig
zwartigers	=	zwartig
zwartigheden	=	zwartigheid
zwartigheid	noun	iets dat een zwarte kleur heeft
zwartigs	=	zwartig
zwartigst	=	zwartig
zwartigste	=	zwartig
zwarting	noun	de mate waarin iets zwart is of is gemaakt
zwartingen	=	zwarting
zwartjan	noun	iemand met en donkere huidskleur #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
zwartjannen	=	zwartjan
zwartje	=	zwart
zwartjes	=	zwart
zwartjoekel	noun	iemand met een donkere huidskleur #:⚠️ Dit gebruik van het woord roept twijfels op over de gebruiker.
zwartjoekels	=	zwartjoekel
zwartkamdwergspanner	noun	Gymnoscelis rufifasciata een nachtvlinder uit de familie van de spanners.
zwartkamdwergspanners	=	zwartkamdwergspanner
zwartkamdwergspannertje	=	zwartkamdwergspanner
zwartkamdwergspannertjes	=	zwartkamdwergspanner
zwartkap	noun	dier met een zwarte kap
zwartkapapalis	noun	Apalis nigriceps een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zwartkapapalisje	=	zwartkapapalis
zwartkapapalisjes	=	zwartkapapalis
zwartkapapalissen	=	zwartkapapalis
zwartkapastrild	noun	Estrilda atricapilla een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae)
zwartkapastrilden	=	zwartkapastrild
zwartkapastrildje	=	zwartkapastrild
zwartkapastrildjes	=	zwartkapastrild
zwartkapbabbelaar	noun	Turdoides reinwardtii een zangvogel uit de familie Leiothrichidae die voorkomt in Afrika ten zuiden van de Sahara
zwartkapbabbelaars	=	zwartkapbabbelaar
zwartkapbabbelaartje	=	zwartkapbabbelaar
zwartkapbabbelaartjes	=	zwartkapbabbelaar
zwartkapbekarde	noun	Pachyramphus marginatus een zangvogel uit de familie Tityridae.
zwartkapbekardes	=	zwartkapbekarde
zwartkapbekardetje	=	zwartkapbekarde
zwartkapbekardetjes	=	zwartkapbekarde
zwartkapbladspeurder	noun	Philydor atricapillus een zangvogel uit de familie ovenvogels (Furnariidae).
zwartkapbladspeurders	=	zwartkapbladspeurder
zwartkapbladspeurdertje	=	zwartkapbladspeurder
zwartkapbladspeurdertjes	=	zwartkapbladspeurder
zwartkapborstelvogel	noun	Dasyornis longirostris een zangvogel uit de familie Dasyornithidae.
zwartkapborstelvogels	=	zwartkapborstelvogel
zwartkapborstelvogeltje	=	zwartkapborstelvogel
zwartkapborstelvogeltjes	=	zwartkapborstelvogel
zwartkapbrilvogel	noun	Zosterops atricapilla een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
zwartkapbrilvogels	=	zwartkapbrilvogel
zwartkapbrilvogeltje	=	zwartkapbrilvogel
zwartkapbrilvogeltjes	=	zwartkapbrilvogel
zwartkapdonacobius	noun	Donacobius atricapilla een tamelijk grote zangvogel uit de familie Donacobiidae.
zwartkapdonacobiusje	=	zwartkapdonacobius
zwartkapdonacobiusjes	=	zwartkapdonacobius
zwartkapdonacobiussen	=	zwartkapdonacobius
zwartkapdwergcotinga	noun	Iodopleura fusca een zangvogel uit de familie Tityridae.
zwartkapdwergcotinga's	=	zwartkapdwergcotinga
zwartkapdwergcotingaatje	=	zwartkapdwergcotinga
zwartkapdwergcotingaatjes	=	zwartkapdwergcotinga
zwartkapdwergtiran	noun	Myiornis atricapillus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkapdwergtirannen	=	zwartkapdwergtiran
zwartkapdwergtirannetje	=	zwartkapdwergtiran
zwartkapdwergtirannetjes	=	zwartkapdwergtiran
zwartkapfeetiran	noun	Empidonax atriceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkapfeetirannen	=	zwartkapfeetiran
zwartkapfeetirannetje	=	zwartkapfeetiran
zwartkapfeetirannetjes	=	zwartkapfeetiran
zwartkapijsvogel	noun	Halcyon pileata een ijsvogel die voorkomt in India en China en overwintert in de Indische Archipel
zwartkapijsvogels	=	zwartkapijsvogel
zwartkapijsvogeltje	=	zwartkapijsvogel
zwartkapijsvogeltjes	=	zwartkapijsvogel
zwartkapiora	noun	Aegithina nigrolutea een zangvogel uit de familie Aegithinidae (iora's).
zwartkapiora's	=	zwartkapiora
zwartkapioraatje	=	zwartkapiora
zwartkapioraatjes	=	zwartkapiora
zwartkapje	=	zwartkap
zwartkapjes	=	zwartkap
zwartkapkatvogel	noun	Ailuroedus melanocephalus een van de meer dan twintig soorten prieelvogels.
zwartkapkatvogels	=	zwartkapkatvogel
zwartkapkatvogeltje	=	zwartkapkatvogel
zwartkapkatvogeltjes	=	zwartkapkatvogel
zwartkapkruiplijster	noun	Pomatorhinus ferruginosus een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s)
zwartkapkruiplijsters	=	zwartkapkruiplijster
zwartkapkruiplijstertje	=	zwartkapkruiplijster
zwartkapkruiplijstertjes	=	zwartkapkruiplijster
zwartkaplijster	noun	Turdus cardis een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
zwartkaplijsters	=	zwartkaplijster
zwartkaplijstertimalia	noun	Illadopsis cleaveri een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
zwartkaplijstertimalia's	=	zwartkaplijstertimalia
zwartkaplijstertimaliaatje	=	zwartkaplijstertimalia
zwartkaplijstertimaliaatjes	=	zwartkaplijstertimalia
zwartkaplijstertje	=	zwartkaplijster
zwartkaplijstertjes	=	zwartkaplijster
zwartkaplori	noun	Lorius lory een papegaaiachtige uit de familie van de papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae).
zwartkaplori's	=	zwartkaplori
zwartkaplorietje	=	zwartkaplori
zwartkaplorietjes	=	zwartkaplori
zwartkapmanakin	noun	Piprites pileata een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkapmanakinnetje	=	zwartkapmanakin
zwartkapmanakinnetjes	=	zwartkapmanakin
zwartkapmanakins	=	zwartkapmanakin
zwartkapmierklauwier	noun	Thamnophilus bridgesi een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartkapmierklauwieren	=	zwartkapmierklauwier
zwartkapmierklauwiertje	=	zwartkapmierklauwier
zwartkapmierklauwiertjes	=	zwartkapmierklauwier
zwartkapmierpitta	noun	Hylopezus fulviventris een zangvogel uit de familie Grallariidae.
zwartkapmierpitta's	=	zwartkapmierpitta
zwartkapmierpittaatje	=	zwartkapmierpitta
zwartkapmierpittaatjes	=	zwartkapmierpitta
zwartkapmuggenvanger	noun	Polioptila nigriceps een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
zwartkapmuggenvangers	=	zwartkapmuggenvanger
zwartkapmuggenvangertje	=	zwartkapmuggenvanger
zwartkapmuggenvangertjes	=	zwartkapmuggenvanger
zwartkappen	=	zwartkap
zwartkapsaterhoen	noun	Tragopan melanocephalus een fazantachtige hoendervogel uit het zuiden van Azië.
zwartkapsaterhoenderen	=	zwartkapsaterhoen
zwartkapsaterhoenders	=	zwartkapsaterhoen
zwartkapsaterhoendertje	=	zwartkapsaterhoen
zwartkapsaterhoendertjes	=	zwartkapsaterhoen
zwartkapschreeuwuil	noun	Megascops atricapilla een vogel uit de familie Strigidae (uilen).
zwartkapschreeuwuilen	=	zwartkapschreeuwuil
zwartkapschreeuwuiltje	=	zwartkapschreeuwuil
zwartkapschreeuwuiltjes	=	zwartkapschreeuwuil
zwartkapsibia	noun	Heterophasia capistrata een vogel uit de familie der Leiothrichidae.
zwartkapsibia's	=	zwartkapsibia
zwartkapsibiaatje	=	zwartkapsibia
zwartkapsibiaatjes	=	zwartkapsibia
zwartkapsierragors	noun	Phrygilus atriceps een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkapsierragorsje	=	zwartkapsierragors
zwartkapsierragorsjes	=	zwartkapsierragors
zwartkapsierragorzen	=	zwartkapsierragors
zwartkapstormvogel	noun	Pterodroma hasitata een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae).
zwartkapstormvogels	=	zwartkapstormvogel
zwartkapstormvogeltje	=	zwartkapstormvogel
zwartkapstormvogeltjes	=	zwartkapstormvogel
zwartkapstruikvliegenvanger	noun	Heteromyias armiti een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
zwartkapstruikvliegenvangers	=	zwartkapstruikvliegenvanger
zwartkapstruikvliegenvangertje	=	zwartkapstruikvliegenvanger
zwartkapstruikvliegenvangertjes	=	zwartkapstruikvliegenvanger
zwartkaptangare	noun	Stilpnia whitelyi (synoniem Stilpnia cyanoptera whitelyi of Tangara cyanoptera) een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkaptangaren	=	zwartkaptangare
zwartkaptangaretje	=	zwartkaptangare
zwartkaptangaretjes	=	zwartkaptangare
zwartkaptinamoe	noun	Nothocercus nigrocapillus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
zwartkaptinamoes	=	zwartkaptinamoe
zwartkaptinamoetje	=	zwartkaptinamoe
zwartkaptinamoetjes	=	zwartkaptinamoe
zwartkaptwijgtimalia	noun	Malacopteron affine een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
zwartkaptwijgtimalia's	=	zwartkaptwijgtimalia
zwartkaptwijgtimaliaatje	=	zwartkaptwijgtimalia
zwartkaptwijgtimaliaatjes	=	zwartkaptwijgtimalia
zwartkapvireo	noun	Vireo atricapilla een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
zwartkapvireo's	=	zwartkapvireo
zwartkapvireootje	=	zwartkapvireo
zwartkapvireootjes	=	zwartkapvireo
zwartkapvoszanger	noun	Bathmocercus cerviniventris een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zwartkapvoszangers	=	zwartkapvoszanger
zwartkapvoszangertje	=	zwartkapvoszanger
zwartkapvoszangertjes	=	zwartkapvoszanger
zwartkapwever	noun	Pseudonigrita cabanisi een zangvogel uit de familie Passeridae (Mussen).
zwartkapwevers	=	zwartkapwever
zwartkapwevertje	=	zwartkapwever
zwartkapwevertjes	=	zwartkapwever
zwartkapzwaluw	noun	Atticora pileata een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
zwartkapzwaluwen	=	zwartkapzwaluw
zwartkapzwaluwtje	=	zwartkapzwaluw
zwartkapzwaluwtjes	=	zwartkapzwaluw
zwartkeek	=	zwartkijken
zwartkeel	noun	dier met een zwarte keel
zwartkeelapalis	noun	Apalis jacksoni een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zwartkeelapalisje	=	zwartkeelapalis
zwartkeelapalisjes	=	zwartkeelapalis
zwartkeelapalissen	=	zwartkeelapalis
zwartkeelarassari	noun	Aulacorhynchus atrogularis een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
zwartkeelarassari's	=	zwartkeelarassari
zwartkeelarassarietje	=	zwartkeelarassari
zwartkeelarassarietjes	=	zwartkeelarassari
zwartkeelbaardkolibrie	noun	Threnetes leucurus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartkeelbaardkolibries	=	zwartkeelbaardkolibrie
zwartkeelbaardkolibrietje	=	zwartkeelbaardkolibrie
zwartkeelbaardkolibrietjes	=	zwartkeelbaardkolibrie
zwartkeelbaardvogel	noun	Psilopogon eximius een endemische soort Aziatische baardvogel die alleen voorkomt op Borneo
zwartkeelbaardvogels	=	zwartkeelbaardvogel
zwartkeelbaardvogeltje	=	zwartkeelbaardvogel
zwartkeelbaardvogeltjes	=	zwartkeelbaardvogel
zwartkeelberghoningkruiper	noun	Diglossa brunneiventris een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkeelberghoningkruipers	=	zwartkeelberghoningkruiper
zwartkeelberghoningkruipertje	=	zwartkeelberghoningkruiper
zwartkeelberghoningkruipertjes	=	zwartkeelberghoningkruiper
zwartkeelbobwhite	noun	Colinus nigrogularis een vogel uit de familie Odontophoridae.
zwartkeelbobwhiteje	=	zwartkeelbobwhite
zwartkeelbobwhitejes	=	zwartkeelbobwhite
zwartkeelbobwhites	=	zwartkeelbobwhite
zwartkeelboomtimalia	noun	Stachyris nigricollis een boomtimalia uit het geslacht Stachyris en de familie timalia's (Timaliidae).
zwartkeelboomtimalia's	=	zwartkeelboomtimalia
zwartkeelboomtimaliaatje	=	zwartkeelboomtimalia
zwartkeelboomtimaliaatjes	=	zwartkeelboomtimalia
zwartkeelbriljantkolibrie	noun	Heliodoxa schreibersii een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartkeelbriljantkolibries	=	zwartkeelbriljantkolibrie
zwartkeelbriljantkolibrietje	=	zwartkeelbriljantkolibrie
zwartkeelbriljantkolibrietjes	=	zwartkeelbriljantkolibrie
zwartkeelbronzemannetje	noun	Lonchura kelaarti een zangvogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
zwartkeelbronzemannetjes	=	zwartkeelbronzemannetje
zwartkeeldikbekje	noun	Sporophila ruficollis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkeeldikbekjes	=	zwartkeeldikbekje
zwartkeeldiksnavelmees	noun	Paradoxornis flavirostris een zangvogel uit de familie van de Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
zwartkeeldiksnavelmeesje	=	zwartkeeldiksnavelmees
zwartkeeldiksnavelmeesjes	=	zwartkeeldiksnavelmees
zwartkeeldiksnavelmezen	=	zwartkeeldiksnavelmees
zwartkeeldistelstaart	noun	Asthenes harterti een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwartkeeldistelstaarten	=	zwartkeeldistelstaart
zwartkeeldistelstaartje	=	zwartkeeldistelstaart
zwartkeeldistelstaartjes	=	zwartkeeldistelstaart
zwartkeeldwerggaai	noun	Cyanolyca pumilo een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
zwartkeeldwerggaaien	=	zwartkeeldwerggaai
zwartkeeldwerggaaitje	=	zwartkeeldwerggaai
zwartkeeldwerggaaitjes	=	zwartkeeldwerggaai
zwartkeelgors	noun	Amphispiza bilineata een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
zwartkeelgorsje	=	zwartkeelgors
zwartkeelgorsjes	=	zwartkeelgors
zwartkeelgorzen	=	zwartkeelgors
zwartkeelheggenmus	noun	Prunella atrogularis een zangvogel uit de familie van heggenmussen (Prunellidae).
zwartkeelheggenmusje	=	zwartkeelheggenmus
zwartkeelheggenmusjes	=	zwartkeelheggenmus
zwartkeelheggenmussen	=	zwartkeelheggenmus
zwartkeelheremietkolibrie	noun	Phaethornis atrimentalis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartkeelheremietkolibries	=	zwartkeelheremietkolibrie
zwartkeelheremietkolibrietje	=	zwartkeelheremietkolibrie
zwartkeelheremietkolibrietjes	=	zwartkeelheremietkolibrie
zwartkeelhoningeter	noun	Caligavis subfrenata een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
zwartkeelhoningeters	=	zwartkeelhoningeter
zwartkeelhoningetertje	=	zwartkeelhoningeter
zwartkeelhoningetertjes	=	zwartkeelhoningeter
zwartkeelhoningzuiger	noun	Aethopyga saturata een zangvogel uit de familie Nectariniidae (honingzuigers).
zwartkeelhoningzuigers	=	zwartkeelhoningzuiger
zwartkeelhoningzuigertje	=	zwartkeelhoningzuiger
zwartkeelhoningzuigertjes	=	zwartkeelhoningzuiger
zwartkeelkanarie	noun	Crithagra atrogularis een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
zwartkeelkanaries	=	zwartkeelkanarie
zwartkeelkanarietje	=	zwartkeelkanarie
zwartkeelkanarietjes	=	zwartkeelkanarie
zwartkeelkardinaal	noun	Paroaria gularis een zangvogel uit de familie van de Thraupidae.
zwartkeelkardinaaltje	=	zwartkeelkardinaal
zwartkeelkardinaaltjes	=	zwartkeelkardinaal
zwartkeelkardinalen	=	zwartkeelkardinaal
zwartkeelklauwiermonarch	noun	Clytorhynchus nigrogularis een zangvogel uit de familie Monarchidae (Monarchen).
zwartkeelklauwiermonarchen	=	zwartkeelklauwiermonarch
zwartkeelklauwiermonarchje	=	zwartkeelklauwiermonarch
zwartkeelklauwiermonarchjes	=	zwartkeelklauwiermonarch
zwartkeelklauwiertangare	noun	Lanio aurantius een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkeelklauwiertangaren	=	zwartkeelklauwiertangare
zwartkeelklauwiertangaretje	=	zwartkeelklauwiertangare
zwartkeelklauwiertangaretjes	=	zwartkeelklauwiertangare
zwartkeellelvliegenvanger	noun	Platysteira peltata een zangvogel uit de familie Platysteiridae (lelvliegenvangers).
zwartkeellelvliegenvangers	=	zwartkeellelvliegenvanger
zwartkeellelvliegenvangertje	=	zwartkeellelvliegenvanger
zwartkeellelvliegenvangertjes	=	zwartkeellelvliegenvanger
zwartkeellijster	noun	Turdus atrogularis een vogelsoort in de familie Turdidae.
zwartkeellijstergaai	noun	Garrulax chinensis een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
zwartkeellijstergaaien	=	zwartkeellijstergaai
zwartkeellijstergaaitje	=	zwartkeellijstergaai
zwartkeellijstergaaitjes	=	zwartkeellijstergaai
zwartkeellijsters	=	zwartkeellijster
zwartkeellijstertje	=	zwartkeellijster
zwartkeellijstertjes	=	zwartkeellijster
zwartkeelmango	noun	Anthracothorax nigricollis een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartkeelmango's	=	zwartkeelmango
zwartkeelmangootje	=	zwartkeelmango
zwartkeelmangootjes	=	zwartkeelmango
zwartkeelmangrovezanger	noun	Gerygone palpebrosa een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
zwartkeelmangrovezangers	=	zwartkeelmangrovezanger
zwartkeelmangrovezangertje	=	zwartkeelmangrovezanger
zwartkeelmangrovezangertjes	=	zwartkeelmangrovezanger
zwartkeelmierklauwier	noun	Frederickena viridis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartkeelmierklauwieren	=	zwartkeelmierklauwier
zwartkeelmierklauwiertje	=	zwartkeelmierklauwier
zwartkeelmierklauwiertjes	=	zwartkeelmierklauwier
zwartkeelmierlijster	noun	Formicarius analis een zangvogel uit de familie Formicariidae (miervogels).
zwartkeelmierlijsters	=	zwartkeelmierlijster
zwartkeelmierlijstertje	=	zwartkeelmierlijster
zwartkeelmierlijstertjes	=	zwartkeelmierlijster
zwartkeelmiersluiper	noun	Epinecrophylla ornata een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartkeelmiersluipers	=	zwartkeelmiersluiper
zwartkeelmiersluipertje	=	zwartkeelmiersluiper
zwartkeelmiersluipertjes	=	zwartkeelmiersluiper
zwartkeelmiervogel	noun	Myrmophylax atrothorax een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartkeelmiervogels	=	zwartkeelmiervogel
zwartkeelmiervogeltje	=	zwartkeelmiervogel
zwartkeelmiervogeltjes	=	zwartkeelmiervogel
zwartkeelnachtegaal	noun	Calliope obscura een zangvogel uit de familie der Muscicapidae (vliegenvangers).
zwartkeelnachtegaaltje	=	zwartkeelnachtegaal
zwartkeelnachtegaaltjes	=	zwartkeelnachtegaal
zwartkeelnachtegalen	=	zwartkeelnachtegaal
zwartkeelorgelvogel	noun	Cracticus nigrogularis een vogel uit de familie van de orgelvogels.
zwartkeelorgelvogels	=	zwartkeelorgelvogel
zwartkeelorgelvogeltje	=	zwartkeelorgelvogel
zwartkeelorgelvogeltjes	=	zwartkeelorgelvogel
zwartkeelprachtwever	noun	Malimbus cassini een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
zwartkeelprachtwevers	=	zwartkeelprachtwever
zwartkeelprachtwevertje	=	zwartkeelprachtwever
zwartkeelprachtwevertjes	=	zwartkeelprachtwever
zwartkeelprinia	noun	Prinia atrogularis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zwartkeelprinia's	=	zwartkeelprinia
zwartkeelpriniaatje	=	zwartkeelprinia
zwartkeelpriniaatjes	=	zwartkeelprinia
zwartkeelsaltator	noun	Saltatricula atricollis een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
zwartkeelsaltators	=	zwartkeelsaltator
zwartkeelsaltatortje	=	zwartkeelsaltator
zwartkeelsaltatortjes	=	zwartkeelsaltator
zwartkeelsluiptimalia	noun	Turdinus atrigularis een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
zwartkeelsluiptimalia's	=	zwartkeelsluiptimalia
zwartkeelsluiptimaliaatje	=	zwartkeelsluiptimalia
zwartkeelsluiptimaliaatjes	=	zwartkeelsluiptimalia
zwartkeelsmaragdbreedbek	noun	Calyptomena whiteheadi een endemische zangvogelsoort uit de familie breedbekken en hapvogels (Eurylaimidae).
zwartkeelsmaragdbreedbekje	=	zwartkeelsmaragdbreedbek
zwartkeelsmaragdbreedbekjes	=	zwartkeelsmaragdbreedbek
zwartkeelsmaragdbreedbekken	=	zwartkeelsmaragdbreedbek
zwartkeelspecht	noun	Campephilus melanoleucos een vogel uit de familie Picidae (Spechten).
zwartkeelspechten	=	zwartkeelspecht
zwartkeelspechtje	=	zwartkeelspecht
zwartkeelspechtjes	=	zwartkeelspecht
zwartkeelstruikgors	noun	Atlapetes melanolaemus een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
zwartkeelstruikgorsje	=	zwartkeelstruikgors
zwartkeelstruikgorsjes	=	zwartkeelstruikgors
zwartkeelstruikgorzen	=	zwartkeelstruikgors
zwartkeelstruiksluiper	noun	Oreoscopus gutturalis een zangvogel uit de familie Acanthizidae (Australische zangers).
zwartkeelstruiksluipers	=	zwartkeelstruiksluiper
zwartkeelstruiksluipertje	=	zwartkeelstruiksluiper
zwartkeelstruiksluipertjes	=	zwartkeelstruiksluiper
zwartkeeltandkwartel	noun	Odontophorus dialeucos een vogel uit de familie Odontophoridae.
zwartkeeltandkwartels	=	zwartkeeltandkwartel
zwartkeeltandkwarteltje	=	zwartkeeltandkwartel
zwartkeeltandkwarteltjes	=	zwartkeeltandkwartel
zwartkeeltje	=	zwartkeel
zwartkeeltjes	=	zwartkeel
zwartkeeltodietiran	noun	Hemitriccus granadensis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkeeltodietirannen	=	zwartkeeltodietiran
zwartkeeltodietirannetje	=	zwartkeeltodietiran
zwartkeeltodietirannetjes	=	zwartkeeltodietiran
zwartkeeltrogon	noun	Trogon rufus een vogel uit de familie Trogonidae.
zwartkeeltrogonnetje	=	zwartkeeltrogon
zwartkeeltrogonnetjes	=	zwartkeeltrogon
zwartkeeltrogons	=	zwartkeeltrogon
zwartkeelturco	noun	Pteroptochos tarnii een zangvogel uit de familie Rhinocryptidae (tapaculo's).
zwartkeelturco's	=	zwartkeelturco
zwartkeelturcootje	=	zwartkeelturco
zwartkeelturcootjes	=	zwartkeelturco
zwartkeelvechtkwartel	noun	Turnix suscitator een vogel uit de familie Turnicidae (Vechtkwartels).
zwartkeelvechtkwartels	=	zwartkeelvechtkwartel
zwartkeelvechtkwarteltje	=	zwartkeelvechtkwartel
zwartkeelvechtkwarteltjes	=	zwartkeelvechtkwartel
zwartkeelwinterkoning	noun	Pheugopedius atrogularis een zangvogel uit de familie winterkoningen (Troglodytidae).
zwartkeelwinterkoningen	=	zwartkeelwinterkoning
zwartkeelwinterkoninkje	=	zwartkeelwinterkoning
zwartkeelwinterkoninkjes	=	zwartkeelwinterkoning
zwartkeken	=	zwartkijken
zwartkelen	=	zwartkeel
zwartkieuwkathaai	noun	Parmaturus melanobranchus een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
zwartkieuwkathaaien	=	zwartkieuwkathaai
zwartkieuwkathaaitje	=	zwartkieuwkathaai
zwartkieuwkathaaitjes	=	zwartkieuwkathaai
zwartkijk	=	zwartkijken
zwartkijke	=	zwartkijken
zwartkijken	verb	televisiekijken zonder de omroepbijdrage te betalen
zwartkijkend	=	zwartkijken
zwartkijkende	=	zwartkijken
zwartkijker	noun	een pessimist
zwartkijkerij	noun	het al te somber zijn
zwartkijkerijen	=	zwartkijkerij
zwartkijkers	=	zwartkijker
zwartkijkertje	=	zwartkijker
zwartkijkertjes	=	zwartkijker
zwartkijkster	=	zwartkijker
zwartkijkt	=	zwartkijken
zwartkin	noun	dier met een zwarte kin
zwartkinbergtangare	noun	Anisognathus notabilis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkinbergtangaren	=	zwartkinbergtangare
zwartkinbergtangaretje	=	zwartkinbergtangare
zwartkinbergtangaretjes	=	zwartkinbergtangare
zwartkinboomtimalia	noun	Cyanoderma pyrrhops een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
zwartkinboomtimalia's	=	zwartkinboomtimalia
zwartkinboomtimaliaatje	=	zwartkinboomtimalia
zwartkinboomtimaliaatjes	=	zwartkinboomtimalia
zwartkinfluiter	noun	Pachycephala mentalis een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
zwartkinfluiters	=	zwartkinfluiter
zwartkinfluitertje	=	zwartkinfluiter
zwartkinfluitertjes	=	zwartkinfluiter
zwartkingors	noun	Spizella atrogularis een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
zwartkingorsje	=	zwartkingors
zwartkingorsjes	=	zwartkingors
zwartkingorzen	=	zwartkingors
zwartkinhoningeter	noun	Melithreptus gularis een zangvogel uit de familie der honingeters (Meliphagidae).
zwartkinhoningeters	=	zwartkinhoningeter
zwartkinhoningetertje	=	zwartkinhoningeter
zwartkinhoningetertjes	=	zwartkinhoningeter
zwartkinkolibrie	noun	Archilochus alexandri een vogel uit de familie Trochilidae (Kolibries).
zwartkinkolibries	=	zwartkinkolibrie
zwartkinkolibrietje	=	zwartkinkolibrie
zwartkinkolibrietjes	=	zwartkinkolibrie
zwartkinmierkruiper	noun	Hypocnemoides melanopogon een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartkinmierkruipers	=	zwartkinmierkruiper
zwartkinmierkruipertje	=	zwartkinmierkruiper
zwartkinmierkruipertjes	=	zwartkinmierkruiper
zwartkinnen	=	zwartkin
zwartkinnetje	=	zwartkin
zwartkinnetjes	=	zwartkin
zwartkinsijs	noun	Spinus barbatus een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae)
zwartkinsijsje	=	zwartkinsijs
zwartkinsijsjes	=	zwartkinsijs
zwartkinsijzen	=	zwartkinsijs
zwartkintowie	noun	Melozone aberti een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
zwartkintowies	=	zwartkintowie
zwartkintowietje	=	zwartkintowie
zwartkintowietjes	=	zwartkintowie
zwartkintrap	noun	Eupodotis vigorsii een vogel uit de familie van de trappen (Otididae).
zwartkintrapje	=	zwartkintrap
zwartkintrapjes	=	zwartkintrap
zwartkintrappen	=	zwartkintrap
zwartkinvliegenvanger	noun	Poecilodryas brachyura een zangvogel uit de familie Petroicidae (Australische vliegenvangers).
zwartkinvliegenvangers	=	zwartkinvliegenvanger
zwartkinvliegenvangertje	=	zwartkinvliegenvanger
zwartkinvliegenvangertjes	=	zwartkinvliegenvanger
zwartkinwever	noun	Ploceus nigrimentus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
zwartkinwevers	=	zwartkinwever
zwartkinwevertje	=	zwartkinwever
zwartkinwevertjes	=	zwartkinwever
zwartknieblindwants	noun	Blepharidopterus angulatus een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
zwartknieblindwantsen	=	zwartknieblindwants
zwartknieblindwantsje	=	zwartknieblindwants
zwartknieblindwantsjes	=	zwartknieblindwants
zwartknobbelmuskaatduif	noun	Ducula myristicivora een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
zwartknobbelmuskaatduifje	=	zwartknobbelmuskaatduif
zwartknobbelmuskaatduifjes	=	zwartknobbelmuskaatduif
zwartknobbelmuskaatduiven	=	zwartknobbelmuskaatduif
zwartknopwolzwever	noun	Bombylius cinerascens een vliegensoort uit de familie van de wolzwevers (Bombyliidae).
zwartknopwolzwevers	=	zwartknopwolzwever
zwartknopwolzwevertje	=	zwartknopwolzwever
zwartknopwolzwevertjes	=	zwartknopwolzwever
zwartkop	noun	bepaald soort vogel, Sylvia atricapilla, uit de familie van zangers Sylviidae, van deze grasmus heeft het mannetje een zwarte kop en het vrouwtje een bruine.
zwartkopbaardloper	noun	Leistus terminatus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zwartkopbaardlopers	=	zwartkopbaardloper
zwartkopbaardlopertje	=	zwartkopbaardloper
zwartkopbaardlopertjes	=	zwartkopbaardloper
zwartkopbaardvogel	noun	Tricholaema melanocephala een vogel uit de familie Lybiidae (Afrikaanse baardvogels).
zwartkopbaardvogels	=	zwartkopbaardvogel
zwartkopbaardvogeltje	=	zwartkopbaardvogel
zwartkopbaardvogeltjes	=	zwartkopbaardvogel
zwartkopbergtoekan	noun	Andigena cucullata een vogel uit de familie Ramphastidae (Toekans).
zwartkopbergtoekannetje	=	zwartkopbergtoekan
zwartkopbergtoekannetjes	=	zwartkopbergtoekan
zwartkopbergtoekans	=	zwartkopbergtoekan
zwartkopbijeneter	noun	Merops breweri een vogel uit de familie Meropidae (Bijeneters).
zwartkopbijeneters	=	zwartkopbijeneter
zwartkopbijenetertje	=	zwartkopbijeneter
zwartkopbijenetertjes	=	zwartkopbijeneter
zwartkopblaasmijnmot	noun	Ectoedemia atricollis een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
zwartkopblaasmijnmotje	=	zwartkopblaasmijnmot
zwartkopblaasmijnmotjes	=	zwartkopblaasmijnmot
zwartkopblaasmijnmotten	=	zwartkopblaasmijnmot
zwartkopbosrandwants	noun	Mecomma ambulans een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
zwartkopbosrandwantsen	=	zwartkopbosrandwants
zwartkopbosrandwantsje	=	zwartkopbosrandwants
zwartkopbosrandwantsjes	=	zwartkopbosrandwants
zwartkopbuidelmees	noun	Remiz macronyx een zangvogel uit de familie van de buidelmezen (Remizidae).
zwartkopbuidelmeesje	=	zwartkopbuidelmees
zwartkopbuidelmeesjes	=	zwartkopbuidelmees
zwartkopbuidelmezen	=	zwartkopbuidelmees
zwartkopbuulbuul	noun	Brachypodius atriceps een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
zwartkopbuulbuuls	=	zwartkopbuulbuul
zwartkopbuulbuultje	=	zwartkopbuulbuul
zwartkopbuulbuultjes	=	zwartkopbuulbuul
zwartkopcaique	noun	Pionites melanocephalus een papegaaiachtige uit de familie papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld (Psittacidae).
zwartkopcaiqueje	=	zwartkopcaique
zwartkopcaiquejes	=	zwartkopcaique
zwartkopcaiques	=	zwartkopcaique
zwartkopcotinga	noun	Pipreola intermedia een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
zwartkopcotinga's	=	zwartkopcotinga
zwartkopcotingaatje	=	zwartkopcotinga
zwartkopcotingaatjes	=	zwartkopcotinga
zwartkopcymus	noun	Cymus melanocephalus een wants uit de onderfamilie Cyminae en de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
zwartkopcymussen	=	zwartkopcymus
zwartkopdonacobius	noun	Donacobius atricapilla een tamelijk grote zangvogel uit de familie Donacobiidae.
zwartkopdonacobiusje	=	zwartkopdonacobius
zwartkopdonacobiusjes	=	zwartkopdonacobius
zwartkopdonacobiussen	=	zwartkopdonacobius
zwartkopdwerghoningeter	noun	Myzomela rosenbergii een endemische vogel uit de nevelwouden van Nieuw-Guinea.
zwartkopdwerghoningeters	=	zwartkopdwerghoningeter
zwartkopdwerghoningetertje	=	zwartkopdwerghoningeter
zwartkopdwerghoningetertjes	=	zwartkopdwerghoningeter
zwartkopdwerglijster	noun	Catharus mexicanus een vogelsoort uit de familie lijsters (Turdidae).
zwartkopdwerglijsters	=	zwartkopdwerglijster
zwartkopdwerglijstertje	=	zwartkopdwerglijster
zwartkopdwerglijstertjes	=	zwartkopdwerglijster
zwartkopeikenmineermot	noun	Stigmella atricapitella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
zwartkopeikenmineermotje	=	zwartkopeikenmineermot
zwartkopeikenmineermotjes	=	zwartkopeikenmineermot
zwartkopeikenmineermotten	=	zwartkopeikenmineermot
zwartkopfiskaal	noun	Laniarius erythrogaster een zangvogel uit de familie Malaconotidae.
zwartkopfiskaaltje	=	zwartkopfiskaal
zwartkopfiskaaltjes	=	zwartkopfiskaal
zwartkopfiskalen	=	zwartkopfiskaal
zwartkopgors	noun	Emberiza melanocephala een vogel uit de orde der zangvogels (Passeriformes).
zwartkopgorsje	=	zwartkopgors
zwartkopgorsjes	=	zwartkopgors
zwartkopgorzen	=	zwartkopgors
zwartkophoningeter	noun	Melithreptus affinis een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
zwartkophoningeters	=	zwartkophoningeter
zwartkophoningetertje	=	zwartkophoningeter
zwartkophoningetertjes	=	zwartkophoningeter
zwartkophoningvogel	noun	Prionochilus thoracicus een zangvogel uit de familie Dicaeidae (bastaardhoningvogels)
zwartkophoningvogels	=	zwartkophoningvogel
zwartkophoningvogeltje	=	zwartkophoningvogel
zwartkophoningvogeltjes	=	zwartkophoningvogel
zwartkopje	=	zwartkop
zwartkopjes	=	zwartkop
zwartkopkanarie	noun	Serinus nigriceps een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
zwartkopkanaries	=	zwartkopkanarie
zwartkopkanarietje	=	zwartkopkanarie
zwartkopkanarietjes	=	zwartkopkanarie
zwartkopkardinaal	noun	Pheucticus melanocephalus een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
zwartkopkardinaaltje	=	zwartkopkardinaal
zwartkopkardinaaltjes	=	zwartkopkardinaal
zwartkopkardinalen	=	zwartkopkardinaal
zwartkopkievietje	=	zwartkopkievit
zwartkopkievietjes	=	zwartkopkievit
zwartkopkievit	noun	Vanellus tectus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
zwartkopkieviten	=	zwartkopkievit
zwartkopkievitje	=	zwartkopkievit
zwartkopkievitjes	=	zwartkopkievit
zwartkopklauwiertimalia	noun	Pteruthius rufiventer een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
zwartkopklauwiertimalia's	=	zwartkopklauwiertimalia
zwartkopklauwiertimaliaatje	=	zwartkopklauwiertimalia
zwartkopklauwiertimaliaatjes	=	zwartkopklauwiertimalia
zwartkoplar	noun	Hylobates pileatus behoort tot de superfamilie van de mensapen (Hominoidea) uit de familie van de gibbons (Hylobatidae).
zwartkoplars	=	zwartkoplar
zwartkoplartje	=	zwartkoplar
zwartkoplartjes	=	zwartkoplar
zwartkopleeuwaapje	noun	Leontopithecus caissara primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
zwartkopleeuwaapjes	=	zwartkopleeuwaapje
zwartkoplijstergaai	noun	Garrulax milleti een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
zwartkoplijstergaaien	=	zwartkoplijstergaai
zwartkoplijstergaaitje	=	zwartkoplijstergaai
zwartkoplijstergaaitjes	=	zwartkoplijstergaai
zwartkopmeeuw	noun	Ichthyaetus melanocephalus een vogel uit de familie van de meeuwen (Laridae).
zwartkopmeeuwen	=	zwartkopmeeuw
zwartkopmeeuwtje	=	zwartkopmeeuw
zwartkopmeeuwtjes	=	zwartkopmeeuw
zwartkopmierenleeuw	noun	Myrmeleon (Myrmeleon) formicarius een insect uit de familie mierenleeuwen (Myrmeleontidae).
zwartkopmierenleeuwen	=	zwartkopmierenleeuw
zwartkopmierenleeuwtje	=	zwartkopmierenleeuw
zwartkopmierenleeuwtjes	=	zwartkopmierenleeuw
zwartkopmierlijster	noun	Formicarius nigricapillus een zangvogel uit de familie Formicariidae (miervogels).
zwartkopmierlijsters	=	zwartkopmierlijster
zwartkopmierlijstertje	=	zwartkopmierlijster
zwartkopmierlijstertjes	=	zwartkopmierlijster
zwartkopmiersluiper	noun	Herpsilochmus atricapillus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartkopmiersluipers	=	zwartkopmiersluiper
zwartkopmiersluipertje	=	zwartkopmiersluiper
zwartkopmiersluipertjes	=	zwartkopmiersluiper
zwartkopmuggeneter	noun	Conopophaga roberti een zangvogel uit de familie der muggeneters (Conopophagidae).
zwartkopmuggeneters	=	zwartkopmuggeneter
zwartkopmuggenetertje	=	zwartkopmuggeneter
zwartkopmuggenetertjes	=	zwartkopmuggeneter
zwartkopoeakari	noun	Cacajao melanocephalus primaat uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae).
zwartkopoeakari's	=	zwartkopoeakari
zwartkopoeakarietje	=	zwartkopoeakari
zwartkopoeakarietjes	=	zwartkopoeakari
zwartkopparkiet	noun	Pyrrhura rupicola een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
zwartkopparkieten	=	zwartkopparkiet
zwartkopparkietje	=	zwartkopparkiet
zwartkopparkietjes	=	zwartkopparkiet
zwartkoppen	=	zwartkop
zwartkoppissebed	noun	Porcellio spinicornis een pissebed uit de familie Porcellionidae.
zwartkoppissebedden	=	zwartkoppissebed
zwartkoppissebedje	=	zwartkoppissebed
zwartkoppissebedjes	=	zwartkoppissebed
zwartkopplevier	noun	Thinornis cucullatus een vogel uit de familie van de kieviten en plevieren (Charadriidae).
zwartkopplevieren	=	zwartkopplevier
zwartkoppleviertje	=	zwartkopplevier
zwartkoppleviertjes	=	zwartkopplevier
zwartkopprinia	noun	Prinia melanops een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zwartkopprinia's	=	zwartkopprinia
zwartkoppriniaatje	=	zwartkopprinia
zwartkoppriniaatjes	=	zwartkopprinia
zwartkoppseudospingus	noun	Pseudospingus verticalis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkoppseudospingusje	=	zwartkoppseudospingus
zwartkoppseudospingusjes	=	zwartkoppseudospingus
zwartkoppseudospingussen	=	zwartkoppseudospingus
zwartkoppython	noun	Aspidites melanocephalus een slang uit de familie pythons (Pythonidae)
zwartkoppythons	noun	een geslacht Aspidites van slangen uit de familie pythons (Pythonidae)
zwartkoppythontje	=	zwartkoppython
zwartkoppythontjes	=	zwartkoppython
zwartkopreiger	noun	Ardea melanocephala een vogel uit de familie der reigers die voorkomt in heel Afrika ten zuiden van de Sahara, behalve op Madagaskar
zwartkopreigers	=	zwartkopreiger
zwartkopreigertje	=	zwartkopreiger
zwartkopreigertjes	=	zwartkopreiger
zwartkoprietzanger	noun	Acrocephalus melanopogon een zangvogel uit de familie van Acrocephalidae.
zwartkoprietzangers	=	zwartkoprietzanger
zwartkoprietzangertje	=	zwartkoprietzanger
zwartkoprietzangertjes	=	zwartkoprietzanger
zwartkoproofvlieg	noun	Rhadiurgus variabilis een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
zwartkoproofvliegen	=	zwartkoproofvlieg
zwartkoproofvliegje	=	zwartkoproofvlieg
zwartkoproofvliegjes	=	zwartkoproofvlieg
zwartkoprosella	noun	Platycercus venustus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
zwartkoprosella's	=	zwartkoprosella
zwartkoprosellaatje	=	zwartkoprosella
zwartkoprosellaatjes	=	zwartkoprosella
zwartkoprupsvogel	noun	Lalage melanoptera een vogel uit de familie van de rupsvogels
zwartkoprupsvogels	=	zwartkoprupsvogel
zwartkoprupsvogeltje	=	zwartkoprupsvogel
zwartkoprupsvogeltjes	=	zwartkoprupsvogel
zwartkopsaltator	noun	Saltator atriceps een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
zwartkopsaltators	=	zwartkopsaltator
zwartkopsaltatortje	=	zwartkopsaltator
zwartkopsaltatortjes	=	zwartkopsaltator
zwartkopscheutboorder	noun	Lampronia luzella een vlinder uit de familie yuccamotten (Prodoxidae).
zwartkopscheutboorders	=	zwartkopscheutboorder
zwartkopscheutboordertje	=	zwartkopscheutboorder
zwartkopscheutboordertjes	=	zwartkopscheutboorder
zwartkopschoffelsnavel	noun	Todirostrum nigriceps een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkopschoffelsnavels	=	zwartkopschoffelsnavel
zwartkopschoffelsnaveltje	=	zwartkopschoffelsnavel
zwartkopschoffelsnaveltjes	=	zwartkopschoffelsnavel
zwartkopschorsloper	noun	Philorhizus melanocephalus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zwartkopschorslopers	=	zwartkopschorsloper
zwartkopschorslopertje	=	zwartkopschorsloper
zwartkopschorslopertjes	=	zwartkopschorsloper
zwartkopschubpoothagedis	noun	Pygopus nigriceps een hagedis die behoort tot de gekko's en de familie heuppotigen (Pygopodidae)
zwartkopschubpoothagedisje	=	zwartkopschubpoothagedis
zwartkopschubpoothagedisjes	=	zwartkopschubpoothagedis
zwartkopschubpoothagedissen	=	zwartkopschubpoothagedis
zwartkopsibia	noun	Heterophasia desgodinsi een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
zwartkopsibia's	=	zwartkopsibia
zwartkopsibiaatje	=	zwartkopsibia
zwartkopsibiaatjes	=	zwartkopsibia
zwartkopsijs	noun	Spinus notatus een zangvogel uit de familie van vinkachtigen (Fringillidae).
zwartkopsijsje	=	zwartkopsijs
zwartkopsijsjes	=	zwartkopsijs
zwartkopsijzen	=	zwartkopsijs
zwartkopsnijdervogel	noun	Orthotomus nigriceps een vogelsoort uit de familie van de Cisticolidae.
zwartkopsnijdervogels	=	zwartkopsnijdervogel
zwartkopsnijdervogeltje	=	zwartkopsnijdervogel
zwartkopsnijdervogeltjes	=	zwartkopsnijdervogel
zwartkopsoldatenspreeuw	noun	Leistes militaris een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
zwartkopsoldatenspreeuwen	=	zwartkopsoldatenspreeuw
zwartkopsoldatenspreeuwtje	=	zwartkopsoldatenspreeuw
zwartkopsoldatenspreeuwtjes	=	zwartkopsoldatenspreeuw
zwartkopsparrenboswants	noun	Pinalitus atomarius een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
zwartkopsparrenboswantsen	=	zwartkopsparrenboswants
zwartkopsparrenboswantsje	=	zwartkopsparrenboswants
zwartkopsparrenboswantsjes	=	zwartkopsparrenboswants
zwartkopspecht	noun	Picus erythropygius een vogelsoort uit het geslacht Picus van de familie van de spechten (de Picidae).
zwartkopspechten	=	zwartkopspecht
zwartkopspechtje	=	zwartkopspecht
zwartkopspechtjes	=	zwartkopspecht
zwartkopspringaap	noun	Callicebus personatus primaat uit de familie van de sakiachtigen (Pitheciidae) dat uitsluiten in het oosten van Brazilië voorkomt.
zwartkopspringaapje	=	zwartkopspringaap
zwartkopspringaapjes	=	zwartkopspringaap
zwartkopspringapen	=	zwartkopspringaap
zwartkopstekelstaart	noun	Synallaxis tithys een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwartkopstekelstaarten	=	zwartkopstekelstaart
zwartkopstekelstaartje	=	zwartkopstekelstaart
zwartkopstekelstaartjes	=	zwartkopstekelstaart
zwartkopstronkloper	noun	Orthonyx spaldingii een zangvogel uit de familie Orthonychidae.
zwartkopstronklopers	=	zwartkopstronkloper
zwartkopstronklopertje	=	zwartkopstronkloper
zwartkopstronklopertjes	=	zwartkopstronkloper
zwartkopstruikgors	noun	Arremon atricapillus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
zwartkopstruikgorsje	=	zwartkopstruikgors
zwartkopstruikgorsjes	=	zwartkopstruikgors
zwartkopstruikgorzen	=	zwartkopstruikgors
zwartkoptandklauw	noun	Calathus melanocephalus een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zwartkoptandklauwen	=	zwartkoptandklauw
zwartkoptandklauwtje	=	zwartkoptandklauw
zwartkoptandklauwtjes	=	zwartkoptandklauw
zwartkoptangare	noun	Stilpnia cyanoptera een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkoptangaren	=	zwartkoptangare
zwartkoptangaretje	=	zwartkoptangare
zwartkoptangaretjes	=	zwartkoptangare
zwartkoptenrek	noun	bepaald zoogdier, Hemicentetes nigriceps, die voorkomt in het oosten van Madagaskar De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Günther in 1875.
zwartkoptenrekje	=	zwartkoptenrek
zwartkoptenrekjes	=	zwartkoptenrek
zwartkoptenreks	=	zwartkoptenrek
zwartkoptinamoe	noun	Crypturellus atrocapillus een vogel uit de familie tinamoes (Tinamidae).
zwartkoptinamoes	=	zwartkoptinamoe
zwartkoptinamoetje	=	zwartkoptinamoe
zwartkoptinamoetjes	=	zwartkoptinamoe
zwartkoptroepiaal	noun	Icterus graduacauda een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
zwartkoptroepiaaltje	=	zwartkoptroepiaal
zwartkoptroepiaaltjes	=	zwartkoptroepiaal
zwartkoptroepialen	=	zwartkoptroepiaal
zwartkoptrogon	noun	Trogon melanocephalus een vogel uit de familie Trogonidae.
zwartkoptrogonnetje	=	zwartkoptrogon
zwartkoptrogonnetjes	=	zwartkoptrogon
zwartkoptrogons	=	zwartkoptrogon
zwartkopvlagstaartijsvogel	noun	Tanysiptera nigriceps een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
zwartkopvlagstaartijsvogels	=	zwartkopvlagstaartijsvogel
zwartkopvlagstaartijsvogeltje	=	zwartkopvlagstaartijsvogel
zwartkopvlagstaartijsvogeltjes	=	zwartkopvlagstaartijsvogel
zwartkopvliegenvanger	noun	Melanodryas cucullata een vogel uit de familie van de Australische vliegenvangers (Petroicidae) en het geslacht Melanodryas.
zwartkopvliegenvangers	=	zwartkopvliegenvanger
zwartkopvliegenvangertje	=	zwartkopvliegenvanger
zwartkopvliegenvangertjes	=	zwartkopvliegenvanger
zwartkopvlowants	noun	Halticus apterus een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
zwartkopvlowantsen	=	zwartkopvlowants
zwartkopvlowantsje	=	zwartkopvlowants
zwartkopvlowantsjes	=	zwartkopvlowants
zwartkopvuurkever	noun	Pyrochroa coccinea soort kever uit de familie vuurkevers (Pyrochroidae) die in Nederland voorkomt
zwartkopvuurkevers	=	zwartkopvuurkever
zwartkopwaterhoen	noun	Porphyriops melanops een vogel uit de familie van de rallen (Rallidae).
zwartkopwaterhoenderen	=	zwartkopwaterhoen
zwartkopwaterhoenders	=	zwartkopwaterhoen
zwartkopwaterhoentje	=	zwartkopwaterhoen
zwartkopwaterhoentjes	=	zwartkopwaterhoen
zwartkopwever	noun	Ploceus melanocephalus een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten).
zwartkopwevers	=	zwartkopwever
zwartkopwevertje	=	zwartkopwever
zwartkopwevertjes	=	zwartkopwever
zwartkopwielewaal	noun	Oriolus xanthornus een zangvogel uit de familie van de wielewalen en vijgvogels (Oriolidae).
zwartkopwielewaaltje	=	zwartkopwielewaal
zwartkopwielewaaltjes	=	zwartkopwielewaal
zwartkopwielewalen	=	zwartkopwielewaal
zwartkopzaadkraker	noun	Sporophila angolensis een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkopzaadkrakers	=	zwartkopzaadkraker
zwartkopzaadkrakertje	=	zwartkopzaadkraker
zwartkopzaadkrakertjes	=	zwartkopzaadkraker
zwartkopzanger	noun	Setophaga striata een zangvogel uit de familie der Parulidae (Amerikaanse zangers)
zwartkopzangers	=	zwartkopzanger
zwartkopzangertje	=	zwartkopzanger
zwartkopzangertjes	=	zwartkopzanger
zwartkopzeebrasem	noun	Diplodus vulgaris een straalvinnige vissensoort uit de familie van zeebrasems (Sparidae).
zwartkopzeebrasempje	=	zwartkopzeebrasem
zwartkopzeebrasempjes	=	zwartkopzeebrasem
zwartkopzeebrasems	=	zwartkopzeebrasem
zwartkopzijdeaapje	noun	Mico nigriceps een soort van het geslacht Amazone-oeistiti's (Mico).
zwartkopzijdeaapjes	=	zwartkopzijdeaapje
zwartkopzwiepfluiter	noun	Psophodes olivaceus een zangvogel uit de familie Psophodidae (zwiepfluiters).
zwartkopzwiepfluiters	=	zwartkopzwiepfluiter
zwartkopzwiepfluitertje	=	zwartkopzwiepfluiter
zwartkopzwiepfluitertjes	=	zwartkopzwiepfluiter
zwartkoren	noun	benaming voor planten uit het geslacht Melampyrum in de bremraapfamilie (Orobanchaceae)
zwartkraagagaporniden	=	zwartkraagagapornis
zwartkraagagapornis	noun	Agapornis swindernianus een papegaai uit het geslacht van de dwergpapegaaien.
zwartkraagagapornisje	=	zwartkraagagapornis
zwartkraagagapornisjes	=	zwartkraagagapornis
zwartkraagagapornissen	=	zwartkraagagapornis
zwartkraagbuulbuul	noun	Neolestes torquatus een zangvogel uit de familie Pycnonotidae (buulbuuls).
zwartkraagbuulbuuls	=	zwartkraagbuulbuul
zwartkraagbuulbuultje	=	zwartkraagbuulbuul
zwartkraagbuulbuultjes	=	zwartkraagbuulbuul
zwartkraagelzenmineermot	noun	Stigmella alnetella een vlinder uit de familie dwergmineermotten (Nepticulidae).
zwartkraagelzenmineermotje	=	zwartkraagelzenmineermot
zwartkraagelzenmineermotjes	=	zwartkraagelzenmineermot
zwartkraagelzenmineermotten	=	zwartkraagelzenmineermot
zwartkraaggaai	noun	Cyanolyca armillata een zangvogel uit de familie Corvidae (kraaien).
zwartkraaggaaien	=	zwartkraaggaai
zwartkraaggaaitje	=	zwartkraaggaai
zwartkraaggaaitjes	=	zwartkraaggaai
zwartkraagmuskaatduif	noun	Ducula mullerii een vogel uit de familie der Columbidae (Duiven en tortelduiven).
zwartkraagmuskaatduifje	=	zwartkraagmuskaatduif
zwartkraagmuskaatduifjes	=	zwartkraagmuskaatduif
zwartkraagmuskaatduiven	=	zwartkraagmuskaatduif
zwartkraagspreeuw	noun	Gracupica nigricollis een vogel uit de familie van de spreeuwachtigen (Sturnidae) uit de orde van de zangvogels (Passeriformes).
zwartkraagspreeuwen	=	zwartkraagspreeuw
zwartkraagspreeuwtje	=	zwartkraagspreeuw
zwartkraagspreeuwtjes	=	zwartkraagspreeuw
zwartkraagzaagpootspinnendoder	noun	Priocnemis pusilla een vliesvleugelig insect uit de familie van de spinnendoders (Pompilidae).
zwartkraagzaagpootspinnendoders	=	zwartkraagzaagpootspinnendoder
zwartkraagzaagpootspinnendodertje	=	zwartkraagzaagpootspinnendoder
zwartkraagzaagpootspinnendodertjes	=	zwartkraagzaagpootspinnendoder
zwartkraagzwaluw	noun	Pygochelidon melanoleuca een zangvogel uit de familie Hirundinidae (zwaluwen).
zwartkraagzwaluwen	=	zwartkraagzwaluw
zwartkraagzwaluwtje	=	zwartkraagzwaluw
zwartkraagzwaluwtjes	=	zwartkraagzwaluw
zwartkrijt	noun	tekenkrijt gewoonlijk van zachte zwarte leisteen vervaardigd
zwartkrijttekening	noun	een tekening vervaardigd met zwartkrijt
zwartkrijttekeningen	=	zwartkrijttekening
zwartkrijttekeningetje	=	zwartkrijttekening
zwartkrijttekeningetjes	=	zwartkrijttekening
zwartkruin	noun	dier met een zwarte kruin
zwartkruin-borstelboktor	noun	Pogonocherus fasciculatus een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
zwartkruin-borstelboktorren	=	zwartkruin-borstelboktor
zwartkruin-borstelboktorretje	=	zwartkruin-borstelboktor
zwartkruin-borstelboktorretjes	=	zwartkruin-borstelboktor
zwartkruinbergtoekan	noun	Andigena laminirostris een vogel uit de familie Ramphastidae (Toekans).
zwartkruinbergtoekannetje	=	zwartkruinbergtoekan
zwartkruinbergtoekannetjes	=	zwartkruinbergtoekan
zwartkruinbergtoekans	=	zwartkruinbergtoekan
zwartkruindiksnavelmees	noun	Psittiparus margaritae een zangvogel uit de familie Paradoxornithidae (diksnavelmezen).
zwartkruindiksnavelmeesje	=	zwartkruindiksnavelmees
zwartkruindiksnavelmeesjes	=	zwartkruindiksnavelmees
zwartkruindiksnavelmezen	=	zwartkruindiksnavelmees
zwartkruinen	=	zwartkruin
zwartkruinglanskolibrie	noun	Aglaeactis pamela een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartkruinglanskolibries	=	zwartkruinglanskolibrie
zwartkruinglanskolibrietje	=	zwartkruinglanskolibrie
zwartkruinglanskolibrietjes	=	zwartkruinglanskolibrie
zwartkruingors	noun	Zonotrichia querula een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
zwartkruingorsje	=	zwartkruingors
zwartkruingorsjes	=	zwartkruingors
zwartkruingorzen	=	zwartkruingors
zwartkruingrondtiran	noun	Muscisaxicola frontalis een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkruingrondtirannen	=	zwartkruingrondtiran
zwartkruingrondtirannetje	=	zwartkruingrondtiran
zwartkruingrondtirannetjes	=	zwartkruingrondtiran
zwartkruinmaskerzanger	noun	Geothlypis speciosa een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
zwartkruinmaskerzangers	=	zwartkruinmaskerzanger
zwartkruinmaskerzangertje	=	zwartkruinmaskerzanger
zwartkruinmaskerzangertjes	=	zwartkruinmaskerzanger
zwartkruinmees	noun	Baeolophus atricristatus een zangvogel uit de familie Paridae (echte mezen).
zwartkruinmeesje	=	zwartkruinmees
zwartkruinmeesjes	=	zwartkruinmees
zwartkruinmezen	=	zwartkruinmees
zwartkruinmierpitta	noun	Pittasoma michleri een zangvogel uit de familie Conopophagidae (muggeneters).
zwartkruinmierpitta's	=	zwartkruinmierpitta
zwartkruinmierpittaatje	=	zwartkruinmierpitta
zwartkruinmierpittaatjes	=	zwartkruinmierpitta
zwartkruinmonjita	noun	Neoxolmis coronatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkruinmonjita's	=	zwartkruinmonjita
zwartkruinmonjitaatje	=	zwartkruinmonjita
zwartkruinmonjitaatjes	=	zwartkruinmonjita
zwartkruinnontimalia	noun	Schoeniparus klossi een zangvogel uit de familie Pellorneidae.
zwartkruinnontimalia's	=	zwartkruinnontimalia
zwartkruinnontimaliaatje	=	zwartkruinnontimalia
zwartkruinnontimaliaatjes	=	zwartkruinnontimalia
zwartkruinpalmtangare	noun	Phaenicophilus palmarum een zangvogel uit de familie Phaenicophilidae.
zwartkruinpalmtangaren	=	zwartkruinpalmtangare
zwartkruinpalmtangaretje	=	zwartkruinpalmtangare
zwartkruinpalmtangaretjes	=	zwartkruinpalmtangare
zwartkruinpitta	noun	Erythropitta venusta een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae)
zwartkruinpitta's	=	zwartkruinpitta
zwartkruinpittaatje	=	zwartkruinpitta
zwartkruinpittaatjes	=	zwartkruinpitta
zwartkruinstreepvleugel	noun	Actinodura sodangorum een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
zwartkruinstreepvleugelen	=	zwartkruinstreepvleugel
zwartkruinstreepvleugels	=	zwartkruinstreepvleugel
zwartkruinstreepvleugeltje	=	zwartkruinstreepvleugel
zwartkruinstreepvleugeltjes	=	zwartkruinstreepvleugel
zwartkruinthraupis	noun	Kleinothraupis atropileus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartkruinthraupisje	=	zwartkruinthraupis
zwartkruinthraupisjes	=	zwartkruinthraupis
zwartkruinthraupissen	=	zwartkruinthraupis
zwartkruintityra	noun	Tityra inquisitor een zangvogel uit de familie Tityridae.
zwartkruintityra's	=	zwartkruintityra
zwartkruintityraatje	=	zwartkruintityra
zwartkruintityraatjes	=	zwartkruintityra
zwartkruintje	=	zwartkruin
zwartkruintjes	=	zwartkruin
zwartkruintsjagra	noun	Tchagra senegalus een vogel uit de familie der Malaconotidae
zwartkruintsjagra's	=	zwartkruintsjagra
zwartkruintsjagraatje	=	zwartkruintsjagra
zwartkruintsjagraatjes	=	zwartkruintsjagra
zwartkruinvinkleeuwerik	noun	Eremopterix nigriceps een vogel uit de familie van de leeuweriken (Alaudidae) die voorkomt in Afrika en Zuidwest-Azië
zwartkruinvinkleeuweriken	=	zwartkruinvinkleeuwerik
zwartkruinvinkleeuwerikje	=	zwartkruinvinkleeuwerik
zwartkruinvinkleeuwerikjes	=	zwartkruinvinkleeuwerik
zwartkuifbuulbuul	noun	Rubigula flaviventris een zangvogel uit de familie van de buulbuuls.
zwartkuifbuulbuuls	=	zwartkuifbuulbuul
zwartkuifbuulbuultje	=	zwartkuifbuulbuul
zwartkuifbuulbuultjes	=	zwartkuifbuulbuul
zwartkuifkoketkolibrie	noun	Lophornis helenae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartkuifkoketkolibries	=	zwartkuifkoketkolibrie
zwartkuifkoketkolibrietje	=	zwartkuifkoketkolibrie
zwartkuifkoketkolibrietjes	=	zwartkuifkoketkolibrie
zwartkuiflangoer	noun	Presbytis melalophos primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
zwartkuiflangoeren	=	zwartkuiflangoer
zwartkuiflangoertje	=	zwartkuiflangoer
zwartkuiflangoertjes	=	zwartkuiflangoer
zwartkuifmeestiran	noun	Anairetes nigrocristatus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkuifmeestirannen	=	zwartkuifmeestiran
zwartkuifmeestirannetje	=	zwartkuifmeestiran
zwartkuifmeestirannetjes	=	zwartkuifmeestiran
zwartkuifmierklauwier	noun	Sakesphorus canadensis een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartkuifmierklauwieren	=	zwartkuifmierklauwier
zwartkuifmierklauwiertje	=	zwartkuifmierklauwier
zwartkuifmierklauwiertjes	=	zwartkuifmierklauwier
zwartkuifneushoornvogel	noun	Anorrhinus galeritus een neushoornvogel die voorkomt in Zuidoost-Azië
zwartkuifneushoornvogels	=	zwartkuifneushoornvogel
zwartkuifneushoornvogeltje	=	zwartkuifneushoornvogel
zwartkuifneushoornvogeltjes	=	zwartkuifneushoornvogel
zwartkuiftodietiran	noun	Taeniotriccus andrei een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartkuiftodietirannen	=	zwartkuiftodietiran
zwartkuiftodietirannetje	=	zwartkuiftodietiran
zwartkuiftodietirannetjes	=	zwartkuiftodietiran
zwartkuifzanger	noun	Myiothlypis nigrocristata een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
zwartkuifzangers	=	zwartkuifzanger
zwartkuifzangertje	=	zwartkuifzanger
zwartkuifzangertjes	=	zwartkuifzanger
zwartlakens	adj	vervaardigd uit zwart laken
zwartlakense	=	zwartlakens
zwartlapmot	noun	Gelechia rhombella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zwartlapmotje	=	zwartlapmot
zwartlapmotjes	=	zwartlapmot
zwartlapmotten	=	zwartlapmot
zwartleren	adj	gemaakt van zwart leer
zwartlijf	noun	insect uit de familie Tenebrionidae uit de orde kevers.
zwartlijfje	=	zwartlijf
zwartlijfjes	=	zwartlijf
zwartlijfzwartkop	noun	Talavera aperta een spinnensoort in de taxonomische indeling van de springspinnen (Salticidae).
zwartlijfzwartkopje	=	zwartlijfzwartkop
zwartlijfzwartkopjes	=	zwartlijfzwartkop
zwartlijfzwartkoppen	=	zwartlijfzwartkop
zwartlijnvisstaartje	noun	Meganola togatulalis een nachtvlinder uit de familie van de visstaartjes (Nolidae).
zwartlijnvisstaartjes	=	zwartlijnvisstaartje
zwartlijven	noun	Tenebrionidae een familie uit de orde kevers.
zwartlinie-uitbreekkogeltje	noun	Apiognomonia hystrix een schimmel behorend tot de familie Gnomoniaceae.
zwartlinie-uitbreekkogeltjes	=	zwartlinie-uitbreekkogeltje
zwartlipfluithaas	noun	Ochotona curzoniae haasachtige uit de familie van de fluithazen (Ochotonidae).
zwartlipfluithaasje	=	zwartlipfluithaas
zwartlipfluithaasjes	=	zwartlipfluithaas
zwartlipfluithazen	=	zwartlipfluithaas
zwartlippig	adj	met zwarte lippen
zwartlippige	=	zwartlippig
zwartlippiger	=	zwartlippig
zwartlippigere	=	zwartlippig
zwartlippigers	=	zwartlippig
zwartlippigs	=	zwartlippig
zwartlippigst	=	zwartlippig
zwartlippigste	=	zwartlippig
zwartmaak	=	zwartmaken
zwartmaakt	=	zwartmaken
zwartmaakte	=	zwartmaken
zwartmaakten	=	zwartmaken
zwartmake	=	zwartmaken
zwartmaken	verb	iemand van laakbare daden beschuldigen
zwartmakend	=	zwartmaken
zwartmakende	=	zwartmaken
zwartmakerij	noun	het belasteren van iemand met de bedoeling dat deze persoon bekend komt te staan als een slecht persoon
zwartmakerijen	=	zwartmakerij
zwartmaking	noun	de keer dat men iets een zwarte kleur geeft
zwartmakingen	=	zwartmaking
zwartmarmeren	adj	gemaakt van zwart marmer
zwartmasker	noun	dier met een zwart masker
zwartmaskeragaporniden	=	zwartmaskeragapornis
zwartmaskeragapornis	noun	Agapornis personatus een dwergpapegaai die omstreeks 1885 werd ontdekt in Noordoost-Tanzania
zwartmaskeragapornisje	=	zwartmaskeragapornis
zwartmaskeragapornisjes	=	zwartmaskeragapornis
zwartmaskeragapornissen	=	zwartmaskeragapornis
zwartmaskerastrild	noun	Estrilda nigriloris een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
zwartmaskerastrilden	=	zwartmaskerastrild
zwartmaskerastrildje	=	zwartmaskerastrild
zwartmaskerastrildjes	=	zwartmaskerastrild
zwartmaskerbergtoekan	noun	Andigena hypoglauca een vogel uit de familie Ramphastidae (Toekans).
zwartmaskerbergtoekannetje	=	zwartmaskerbergtoekan
zwartmaskerbergtoekannetjes	=	zwartmaskerbergtoekan
zwartmaskerbergtoekans	=	zwartmaskerbergtoekan
zwartmaskerboszanger	noun	Abroscopus schisticeps een vogel in de familie van de Cettiidae.
zwartmaskerboszangers	=	zwartmaskerboszanger
zwartmaskerboszangertje	=	zwartmaskerboszanger
zwartmaskerboszangertjes	=	zwartmaskerboszanger
zwartmaskerbuizerd	noun	Leucopternis melanops een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
zwartmaskerbuizerdje	=	zwartmaskerbuizerd
zwartmaskerbuizerdjes	=	zwartmaskerbuizerd
zwartmaskerbuizerds	=	zwartmaskerbuizerd
zwartmaskercotinga	noun	Conioptilon mcilhennyi een zangvogel uit de familie Cotingidae (cotinga's).
zwartmaskercotinga's	=	zwartmaskercotinga
zwartmaskercotingaatje	=	zwartmaskercotinga
zwartmaskercotingaatjes	=	zwartmaskercotinga
zwartmaskerfrankolijn	noun	Pternistis atrifrons een vogel uit de familie fazantachtigen (Phasianidae).
zwartmaskerfrankolijnen	=	zwartmaskerfrankolijn
zwartmaskerfrankolijntje	=	zwartmaskerfrankolijn
zwartmaskerfrankolijntjes	=	zwartmaskerfrankolijn
zwartmaskergoean	noun	Pipile jacutinga een vogel uit de familie sjakohoenders en hokko's (Cracidae).
zwartmaskergoeannetje	=	zwartmaskergoean
zwartmaskergoeannetjes	=	zwartmaskergoean
zwartmaskergoeans	=	zwartmaskergoean
zwartmaskeribis	noun	Theristicus melanopis een vogel uit de familie van ibissen en lepelaars.
zwartmaskeribisje	=	zwartmaskeribis
zwartmaskeribisjes	=	zwartmaskeribis
zwartmaskeribissen	=	zwartmaskeribis
zwartmaskerlijstergaai	noun	Trochalopteron affine een zangvogel uit de familie (Leiothrichidae).
zwartmaskerlijstergaaien	=	zwartmaskerlijstergaai
zwartmaskerlijstergaaitje	=	zwartmaskerlijstergaai
zwartmaskerlijstergaaitjes	=	zwartmaskerlijstergaai
zwartmaskermierkruiper	noun	Myrmoborus myotherinus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartmaskermierkruipers	=	zwartmaskermierkruiper
zwartmaskermierkruipertje	=	zwartmaskermierkruiper
zwartmaskermierkruipertjes	=	zwartmaskermierkruiper
zwartmaskerpitpit	noun	Dacnis lineata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartmaskerpitpitje	=	zwartmaskerpitpit
zwartmaskerpitpitjes	=	zwartmaskerpitpit
zwartmaskerpitpits	=	zwartmaskerpitpit
zwartmaskerpitta	noun	Pitta anerythra een vogelsoort uit de familie van pitta's (Pittidae).
zwartmaskerpitta's	=	zwartmaskerpitta
zwartmaskerpittaatje	=	zwartmaskerpitta
zwartmaskerpittaatjes	=	zwartmaskerpitta
zwartmaskerprieelvogel	noun	Sericulus aureus een zangvogel uit de familie van de prieelvogels (Ptilonorhynchidae).
zwartmaskerprieelvogels	=	zwartmaskerprieelvogel
zwartmaskerprieelvogeltje	=	zwartmaskerprieelvogel
zwartmaskerprieelvogeltjes	=	zwartmaskerprieelvogel
zwartmaskerrupsvogel	noun	Coracina larvata een vogel uit de familie van de rupsvogels.
zwartmaskerrupsvogels	=	zwartmaskerrupsvogel
zwartmaskerrupsvogeltje	=	zwartmaskerrupsvogel
zwartmaskerrupsvogeltjes	=	zwartmaskerrupsvogel
zwartmaskers	=	zwartmasker
zwartmaskersolitaire	noun	Myadestes melanops een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
zwartmaskersolitaires	=	zwartmaskersolitaire
zwartmaskersolitairetje	=	zwartmaskersolitaire
zwartmaskersolitairetjes	=	zwartmaskersolitaire
zwartmaskertandkwartel	noun	Odontophorus atrifrons een vogel uit de familie Odontophoridae.
zwartmaskertandkwartels	=	zwartmaskertandkwartel
zwartmaskertandkwarteltje	=	zwartmaskertandkwartel
zwartmaskertandkwarteltjes	=	zwartmaskertandkwartel
zwartmaskertangare	noun	Ramphocelus nigrogularis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartmaskertangaren	=	zwartmaskertangare
zwartmaskertangaretje	=	zwartmaskertangare
zwartmaskertangaretjes	=	zwartmaskertangare
zwartmaskertje	=	zwartmasker
zwartmaskertjes	=	zwartmasker
zwartmoeskervel	noun	bepaald soort plant, Smyrnium olusatrum uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae)
zwartmoeskervels	=	zwartmoeskervel
zwartnekarassari	noun	Pteroglossus aracari een vogel uit de familie van de toekans (Ramphastidae).
zwartnekarassari's	=	zwartnekarassari
zwartnekarassarietje	=	zwartnekarassari
zwartnekarassarietjes	=	zwartnekarassari
zwartnekbergtangare	noun	Dubusia teaniata een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartnekbergtangaren	=	zwartnekbergtangare
zwartnekbergtangaretje	=	zwartnekbergtangare
zwartnekbergtangaretjes	=	zwartnekbergtangare
zwartnekboogbladroller	noun	Acleris scabrana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zwartnekboogbladrollers	=	zwartnekboogbladroller
zwartnekboogbladrollertje	=	zwartnekboogbladroller
zwartnekboogbladrollertjes	=	zwartnekboogbladroller
zwartnekgrondspecht	noun	Colaptes atricollis een vogel uit de familie Picidae (spechten).
zwartnekgrondspechten	=	zwartnekgrondspecht
zwartnekgrondspechtje	=	zwartnekgrondspecht
zwartnekgrondspechtjes	=	zwartnekgrondspecht
zwartnekhaas	noun	Lepus nigricollis haasachtige uit de familie van de hazen en konijnen (Leporidae).
zwartnekhaasje	=	zwartnekhaas
zwartnekhaasjes	=	zwartnekhaas
zwartnekhazen	=	zwartnekhaas
zwartnekjufferduif	noun	Ptilinopus melanospilus een duif die voorkomt in Indonesië, Maleisië en de Filipijnen
zwartnekjufferduifje	=	zwartnekjufferduif
zwartnekjufferduifjes	=	zwartnekjufferduif
zwartnekjufferduiven	=	zwartnekjufferduif
zwartnekmonarch	noun	Hypothymis azurea een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
zwartnekmonarchen	=	zwartnekmonarch
zwartnekmonarchje	=	zwartnekmonarch
zwartnekmonarchjes	=	zwartnekmonarch
zwartnekstern	noun	Sterna sumatrana een zeevogel uit de familie van de meeuwen (Laridae) en de geslachtengroep sterns (Sternini).
zwartneksternen	=	zwartnekstern
zwartneksterns	=	zwartnekstern
zwartneksterntje	=	zwartnekstern
zwartneksterntjes	=	zwartnekstern
zwartnektangare	noun	Tangara labradorides een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartnektangaren	=	zwartnektangare
zwartnektangaretje	=	zwartnektangare
zwartnektangaretjes	=	zwartnektangare
zwartnekwever	noun	Ploceus nigricollis een zangvogel uit de familie Ploceidae (wevers en verwanten) die voorkomt in grote delen van Afrika
zwartnekwevers	=	zwartnekwever
zwartnekwevertje	=	zwartnekwever
zwartnekwevertjes	=	zwartnekwever
zwartnestsalangaan	noun	Aerodramus maximus een gierzwaluw van het geslacht salanganen.
zwartnestsalangaantje	=	zwartnestsalangaan
zwartnestsalangaantjes	=	zwartnestsalangaan
zwartnestsalanganen	=	zwartnestsalangaan
zwartneusklappereekhoorn	noun	Callosciurus notatus knaagdier uit de familie van de eekhoorns (Sciuridae).
zwartneusklappereekhoorns	=	zwartneusklappereekhoorn
zwartneusklappereekhoorntje	=	zwartneusklappereekhoorn
zwartneusklappereekhoorntjes	=	zwartneusklappereekhoorn
zwartneusrunderdaas	noun	Tabanus glaucopis een vliegensoort uit de familie van de dazen (Tabanidae).
zwartneusrunderdaasje	=	zwartneusrunderdaas
zwartneusrunderdaasjes	=	zwartneusrunderdaas
zwartneusrunderdazen	=	zwartneusrunderdaas
zwartogen	=	zwartoog
zwartogig	adj	met zwarte ogen
zwartogige	=	zwartogig
zwartogigs	=	zwartogig
zwartolijfgroen	noun	tint groen met RAL-nummer 6015 ( )	adj	in een tint groen met RAL-nummer 6015 ( )
zwartolijfgroene	=	zwartolijfgroen
zwartolijfgroens	=	zwartolijfgroen
zwartoog	noun	iemand met donkerkleurige ogen
zwartoogbrilvogel	noun	Zosterops tetiparius een zangvogel uit de familie Zosteropidae (brilvogels).
zwartoogbrilvogels	=	zwartoogbrilvogel
zwartoogbrilvogeltje	=	zwartoogbrilvogel
zwartoogbrilvogeltjes	=	zwartoogbrilvogel
zwartoogje	noun	Miktoniscus patiencei een pissebed uit de familie Trichoniscidae.
zwartoogjes	=	zwartoogje
zwartoogkonijnvis	noun	Siganus puelloides een straalvinnige vissensoort uit de familie van konijnvissen (Siganidae).
zwartoogkonijnvisje	=	zwartoogkonijnvis
zwartoogkonijnvisjes	=	zwartoogkonijnvis
zwartoogkonijnvissen	=	zwartoogkonijnvis
zwartooglipvis	noun	Symphodus melops een straalvinnige vis uit de familie van de lipvissen (Labridae) en behoort tot de orde van de baarsachtigen (Perciformes)
zwartooglipvisje	=	zwartooglipvis
zwartooglipvisjes	=	zwartooglipvis
zwartooglipvissen	=	zwartooglipvis
zwartoor	noun	dier met een zwart oor
zwartoorbaardvogel	noun	Psilopogon duvauceli (syn.: Megalaima australis duvaucelii) een Aziatische baardvogel die voorkomt in een Maleisië en Indonesië.
zwartoorbaardvogels	=	zwartoorbaardvogel
zwartoorbaardvogeltje	=	zwartoorbaardvogel
zwartoorbaardvogeltjes	=	zwartoorbaardvogel
zwartoorbriltimalia	noun	Pteruthius melanotis een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's).
zwartoorbriltimalia's	=	zwartoorbriltimalia
zwartoorbriltimaliaatje	=	zwartoorbriltimalia
zwartoorbriltimaliaatjes	=	zwartoorbriltimalia
zwartoorfeeënkolibrie	noun	Heliothryx auritus een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartoorfeeënkolibries	=	zwartoorfeeënkolibrie
zwartoorfeeënkolibrietje	=	zwartoorfeeënkolibrie
zwartoorfeeënkolibrietjes	=	zwartoorfeeënkolibrie
zwartoorhoningeter	noun	Manorina melanotis een zangvogel uit de familie der honingeters (Meliphagidae).
zwartoorhoningeters	=	zwartoorhoningeter
zwartoorhoningetertje	=	zwartoorhoningeter
zwartoorhoningetertjes	=	zwartoorhoningeter
zwartoorkatvogel	noun	Ailuroedus melanotis een van de meer dan twintig soorten prieelvogels.
zwartoorkatvogels	=	zwartoorkatvogel
zwartoorkatvogeltje	=	zwartoorkatvogel
zwartoorkatvogeltjes	=	zwartoorkatvogel
zwartoorkoekoek	noun	Chrysococcyx osculans een vogel uit de familie Cuculidae (koekoeken).
zwartoorkoekoeken	=	zwartoorkoekoek
zwartoorkoekoekje	=	zwartoorkoekoek
zwartoorkoekoekjes	=	zwartoorkoekoek
zwartoorkolibrie	noun	Adelomyia melanogenys een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartoorkolibries	=	zwartoorkolibrie
zwartoorkolibrietje	=	zwartoorkolibrie
zwartoorkolibrietjes	=	zwartoorkolibrie
zwartoorleeuwerik	noun	Eremopterix australis een zangvogel uit de familie Alaudidae (leeuweriken).
zwartoorleeuweriken	=	zwartoorleeuwerik
zwartoorleeuwerikje	=	zwartoorleeuwerik
zwartoorleeuwerikjes	=	zwartoorleeuwerik
zwartoorlijster	noun	Geokichla camaronensis een zangvogel uit de familie Turdidae (lijsters).
zwartoorlijstergaai	noun	Garrulax vassali een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
zwartoorlijstergaaien	=	zwartoorlijstergaai
zwartoorlijstergaaitje	=	zwartoorlijstergaai
zwartoorlijstergaaitjes	=	zwartoorlijstergaai
zwartoorlijsters	=	zwartoorlijster
zwartoorlijstertje	=	zwartoorlijster
zwartoorlijstertjes	=	zwartoorlijster
zwartoorlooftiran	noun	Pogonotriccus ophthalmicus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartoorlooftirannen	=	zwartoorlooftiran
zwartoorlooftirannetje	=	zwartoorlooftiran
zwartoorlooftirannetjes	=	zwartoorlooftiran
zwartoormargrietje	noun	Pionus menstruus een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
zwartoormargrietjes	=	zwartoormargrietje
zwartoorpenseelaapje	noun	Callithrix penicillata een klauwaapje, behorende tot het geslacht der de oeistiti's of penseelaapjes (Callithrix).
zwartoorpenseelaapjes	=	zwartoorpenseelaapje
zwartoorsfenops	noun	Sphenopsis melanotis een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartoorsfenopsen	=	zwartoorsfenops
zwartoorsfenopsje	=	zwartoorsfenops
zwartoorsfenopsjes	=	zwartoorsfenops
zwartoorstekelstaart	noun	Synallaxis candei een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwartoorstekelstaarten	=	zwartoorstekelstaart
zwartoorstekelstaartje	=	zwartoorstekelstaart
zwartoorstekelstaartjes	=	zwartoorstekelstaart
zwartoortandkwartel	noun	Odontophorus melanotis een vogel uit de familie Odontophoridae.
zwartoortandkwartels	=	zwartoortandkwartel
zwartoortandkwarteltje	=	zwartoortandkwartel
zwartoortandkwarteltjes	=	zwartoortandkwartel
zwartoortje	=	zwartoor
zwartoortjes	=	zwartoor
zwartoorwielewaal	noun	Oriolus bouroensis een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
zwartoorwielewaaltje	=	zwartoorwielewaal
zwartoorwielewaaltjes	=	zwartoorwielewaal
zwartoorwielewalen	=	zwartoorwielewaal
zwartoorzanger	noun	Myioborus ornatus een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
zwartoorzangers	=	zwartoorzanger
zwartoorzangertje	=	zwartoorzanger
zwartoorzangertjes	=	zwartoorzanger
zwartoren	=	zwartoor
zwartpoot-stekelwapenvlieg	noun	Beris fuscipes een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
zwartpoot-stekelwapenvliegen	=	zwartpoot-stekelwapenvlieg
zwartpoot-stekelwapenvliegje	=	zwartpoot-stekelwapenvlieg
zwartpoot-stekelwapenvliegjes	=	zwartpoot-stekelwapenvlieg
zwartpootgitje	noun	Cheilosia nigripes een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zwartpootgitjes	=	zwartpootgitje
zwartpootheidebodemwants	noun	Macrodema microptera een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en de familie van de bodemwantsen (Lygaeidae)
zwartpootheidebodemwantsen	=	zwartpootheidebodemwants
zwartpootheidebodemwantsje	=	zwartpootheidebodemwants
zwartpootheidebodemwantsjes	=	zwartpootheidebodemwants
zwartpootmot	noun	Nothris verbascella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zwartpootmotje	=	zwartpootmot
zwartpootmotjes	=	zwartpootmot
zwartpootmotten	=	zwartpootmot
zwartpootpitpit	noun	Dacnis nigripes een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartpootpitpitje	=	zwartpootpitpit
zwartpootpitpitjes	=	zwartpootpitpit
zwartpootpitpits	=	zwartpootpitpit
zwartpootral	noun	Rallina eurizonoides een vogel uit de familie van de rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).
zwartpootrallen	=	zwartpootral
zwartpootralletje	=	zwartpootral
zwartpootralletjes	=	zwartpootral
zwartpootroetneusje	noun	Parasyrphus lineolus een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zwartpootroetneusjes	=	zwartpootroetneusje
zwartpootwolbij	noun	Anthidium septemspinosum een vliesvleugelig insect uit de familie Megachilidae.
zwartpootwolbijen	=	zwartpootwolbij
zwartpootwolbijtje	=	zwartpootwolbij
zwartpootwolbijtjes	=	zwartpootwolbij
zwartpunt	noun	donkerste plek van een beeld dat zwart afgedrukt moet worden
zwartpunt-boorvlieg	noun	Heringina guttata een vliegensoort uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae).
zwartpunt-boorvliegen	=	zwartpunt-boorvlieg
zwartpunt-boorvliegje	=	zwartpunt-boorvlieg
zwartpunt-boorvliegjes	=	zwartpunt-boorvlieg
zwartpunten	=	zwartpunt
zwartpunthaai	noun	Carcharhinus limbatus een grote grijskleurige haai met zwarte punten op de vinnen.
zwartpunthaaien	=	zwartpunthaai
zwartpunthaaitje	=	zwartpunthaai
zwartpunthaaitjes	=	zwartpunthaai
zwartpuntkniptor	noun	Ampedus praeustus een keversoort uit de familie kniptorren (Elateridae).
zwartpuntkniptorren	=	zwartpuntkniptor
zwartpuntkniptorretje	=	zwartpuntkniptor
zwartpuntkniptorretjes	=	zwartpuntkniptor
zwartpuntrifhaai	noun	Carcharhinus melanopterus een haai uit de familie van de requiemhaaien (Carcharhinidae), die tot de orde van de grondhaaien (Carcharhiniformes) behoort.
zwartpuntrifhaaien	=	zwartpuntrifhaai
zwartpuntrifhaaitje	=	zwartpuntrifhaai
zwartpuntrifhaaitjes	=	zwartpuntrifhaai
zwartpuntvolgeling	noun	Noctua orbona een vlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
zwartpuntvolgelingen	=	zwartpuntvolgeling
zwartpuntvolgelingetje	=	zwartpuntvolgeling
zwartpuntvolgelingetjes	=	zwartpuntvolgeling
zwartrandgrasuil	noun	Apamea epomidion een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
zwartrandgrasuilen	=	zwartrandgrasuil
zwartrandgrasuiltje	=	zwartrandgrasuil
zwartrandgrasuiltjes	=	zwartrandgrasuil
zwartrede	=	zwartrijden
zwartreden	=	zwartrijden
zwartreed	=	zwartrijden
zwartreedt	=	zwartrijden
zwartrij	=	zwartrijden
zwartrijd	=	zwartrijden
zwartrijde	=	zwartrijden
zwartrijden	verb	van het openbaar vervoer gebruik maken zonder te betalen
zwartrijdend	=	zwartrijden
zwartrijdende	=	zwartrijden
zwartrijder	noun	iemand die zwartrijdt, iemand die van het openbaar vervoer gebruikmaakt zonder te betalen
zwartrijders	=	zwartrijder
zwartrijdertje	=	zwartrijder
zwartrijdertjes	=	zwartrijder
zwartrijdster	=	zwartrijder
zwartrijdt	=	zwartrijden
zwartringbrilvogel	noun	Zosterops emiliae een vogel uit de familie van de brilvogels.
zwartringbrilvogels	=	zwartringbrilvogel
zwartringbrilvogeltje	=	zwartringbrilvogel
zwartringbrilvogeltjes	=	zwartringbrilvogel
zwartringkogelspin	noun	Platnickina tincta een spinnensoort uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae).
zwartringkogelspinnen	=	zwartringkogelspin
zwartringkogelspinnetje	=	zwartringkogelspin
zwartringkogelspinnetjes	=	zwartringkogelspin
zwartrode	=	zwartrood
zwartrok	noun	priesters en paters uit de rooms-katholieke kerk
zwartrokken	=	zwartrok
zwartrood	noun	tint tussen zwart en rood met RAL-nummer 3007 ( ).	adj	in een tint tussen zwart en rood met RAL-nummer 3007 ( ).
zwartroods	=	zwartrood
zwartrug	noun	dier met een zwarte rug
zwartrugapalis	noun	Apalis rufogularis een zangvogel uit de familie Cisticolidae.
zwartrugapalisje	=	zwartrugapalis
zwartrugapalisjes	=	zwartrugapalis
zwartrugapalissen	=	zwartrugapalis
zwartrugbosmier	noun	Formica pratensis een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).
zwartrugbosmieren	=	zwartrugbosmier
zwartrugbosmiertje	=	zwartrugbosmier
zwartrugbosmiertjes	=	zwartrugbosmier
zwartrugdoornsnavel	noun	Ramphomicron dorsale een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartrugdoornsnavels	=	zwartrugdoornsnavel
zwartrugdoornsnaveltje	=	zwartrugdoornsnavel
zwartrugdoornsnaveltjes	=	zwartrugdoornsnavel
zwartrugduiker	noun	Cephalophus dorsalis evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
zwartrugduikers	=	zwartrugduiker
zwartrugduikertje	=	zwartrugduiker
zwartrugduikertjes	=	zwartrugduiker
zwartrugdwergijsvogel	noun	Ceyx erithaca een vogel uit de familie van de ijsvogels (Alcedinidae).
zwartrugdwergijsvogels	=	zwartrugdwergijsvogel
zwartrugdwergijsvogeltje	=	zwartrugdwergijsvogel
zwartrugdwergijsvogeltjes	=	zwartrugdwergijsvogel
zwartrugekster	noun	Pica bottanensis een zangvogel uit de familie van de kraaien en het geslacht eksters (Pica).
zwartrugeksters	=	zwartrugekster
zwartrugekstertje	=	zwartrugekster
zwartrugekstertjes	=	zwartrugekster
zwartrugfluitvogel	noun	Gymnorhina tibicen een vogelsoort uit de familie orgelvogels.
zwartrugfluitvogels	=	zwartrugfluitvogel
zwartrugfluitvogeltje	=	zwartrugfluitvogel
zwartrugfluitvogeltjes	=	zwartrugfluitvogel
zwartruggen	=	zwartrug
zwartruggetje	=	zwartrug
zwartruggetjes	=	zwartrug
zwartruggierzwaluw	noun	Apus acuticauda een vogel uit de familie van de gierzwaluwen (Apodidae).
zwartruggierzwaluwen	=	zwartruggierzwaluw
zwartruggierzwaluwtje	=	zwartruggierzwaluw
zwartruggierzwaluwtjes	=	zwartruggierzwaluw
zwartrugglansvogel	noun	Brachygalba salmoni een vogel uit de familie Galbulidae (glansvogels).
zwartrugglansvogels	=	zwartrugglansvogel
zwartrugglansvogeltje	=	zwartrugglansvogel
zwartrugglansvogeltjes	=	zwartrugglansvogel
zwartruggraszanger	noun	Cisticola galactotes een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
zwartruggraszangers	=	zwartruggraszanger
zwartruggraszangertje	=	zwartruggraszanger
zwartruggraszangertjes	=	zwartruggraszanger
zwartrughavik	noun	Accipiter melanochlamys een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae).
zwartrughaviken	=	zwartrughavik
zwartrughavikje	=	zwartrughavik
zwartrughavikjes	=	zwartrughavik
zwartrughoningeter	noun	Ptiloprora perstriata een zangvogel uit de familie Meliphagidae (honingeters).
zwartrughoningeters	=	zwartrughoningeter
zwartrughoningetertje	=	zwartrughoningeter
zwartrughoningetertjes	=	zwartrughoningeter
zwartrugkardinaal	noun	Pheucticus aureoventris een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
zwartrugkardinaaltje	=	zwartrugkardinaal
zwartrugkardinaaltjes	=	zwartrugkardinaal
zwartrugkardinalen	=	zwartrugkardinaal
zwartrugmierklauwier	noun	Thamnophilus melanonotus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartrugmierklauwieren	=	zwartrugmierklauwier
zwartrugmierklauwiertje	=	zwartrugmierklauwier
zwartrugmierklauwiertjes	=	zwartrugmierklauwier
zwartrugorgelvogel	noun	Cracticus mentalis een vogel uit de familie van de orgelvogels.
zwartrugorgelvogels	=	zwartrugorgelvogel
zwartrugorgelvogeltje	=	zwartrugorgelvogel
zwartrugorgelvogeltjes	=	zwartrugorgelvogel
zwartrugrenspin	noun	Philodromus dispar een spin uit de familie renspinnen (Philodromidae) . Het vrouwtje is zeer variabel in grootte en kleur.
zwartrugrenspinnen	=	zwartrugrenspin
zwartrugrenspinnetje	=	zwartrugrenspin
zwartrugrenspinnetjes	=	zwartrugrenspin
zwartrugschoffelsnavel	noun	Poecilotriccus pulchellus een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartrugschoffelsnavels	=	zwartrugschoffelsnavel
zwartrugschoffelsnaveltje	=	zwartrugschoffelsnavel
zwartrugschoffelsnaveltjes	=	zwartrugschoffelsnavel
zwartrugspecht	noun	Picoides arcticus een vogel uit de familie van de spechten (Picidae).
zwartrugspechten	=	zwartrugspecht
zwartrugspechtje	=	zwartrugspecht
zwartrugspechtjes	=	zwartrugspecht
zwartrugtamarin	noun	Leontocebus nigricollis primaat uit de familie van de klauwaapjes (Callitrichidae).
zwartrugtamarinnetje	=	zwartrugtamarin
zwartrugtamarinnetjes	=	zwartrugtamarin
zwartrugtamarins	=	zwartrugtamarin
zwartrugtandkwartel	noun	Odontophorus melanonotus een vogel uit de familie Odontophoridae.
zwartrugtandkwartels	=	zwartrugtandkwartel
zwartrugtandkwarteltje	=	zwartrugtandkwartel
zwartrugtandkwarteltjes	=	zwartrugtandkwartel
zwartrugvinktangare	noun	Urothraupis stolzmanni een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartrugvinktangaren	=	zwartrugvinktangare
zwartrugvinktangaretje	=	zwartrugvinktangare
zwartrugvinktangaretjes	=	zwartrugvinktangare
zwartrugvorkstaart	noun	Enicurus immaculatus een zangvogel uit de familie van de vliegenvangers die voorkomt van het Himalayagebied tot in Noordwest-Thailand.
zwartrugvorkstaarten	=	zwartrugvorkstaart
zwartrugvorkstaartje	=	zwartrugvorkstaart
zwartrugvorkstaartjes	=	zwartrugvorkstaart
zwartrugwatertiran	noun	Fluvicola albiventer een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartrugwatertirannen	=	zwartrugwatertiran
zwartrugwatertirannetje	=	zwartrugwatertiran
zwartrugwatertirannetjes	=	zwartrugwatertiran
zwartrugwoudaap	noun	Ixobrychus dubius een vogel uit de familie der Ardeidae (Reigers en roerdompen).
zwartrugwoudaapje	=	zwartrugwoudaap
zwartrugwoudaapjes	=	zwartrugwoudaap
zwartrugwoudapen	=	zwartrugwoudaap
zwarts	=	zwart
zwartscheendoek	noun	Pygathrix nigripes primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
zwartscheendoeken	=	zwartscheendoek
zwartscheendoekje	=	zwartscheendoek
zwartscheendoekjes	=	zwartscheendoek
zwartscheenspringwants	noun	Orthocephalus coriaceus een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
zwartscheenspringwantsen	=	zwartscheenspringwants
zwartscheenspringwantsje	=	zwartscheenspringwants
zwartscheenspringwantsjes	=	zwartscheenspringwants
zwartschild	noun	dier met een zwart schild
zwartschilden	=	zwartschild
zwartschildje	=	zwartschild
zwartschildjes	=	zwartschild
zwartschoudernachtzwaluw	noun	Caprimulgus nigriscapularis een vogel uit de familie van de nachtzwaluwen (Caprimulgidae)
zwartschoudernachtzwaluwen	=	zwartschoudernachtzwaluw
zwartschoudernachtzwaluwtje	=	zwartschoudernachtzwaluw
zwartschoudernachtzwaluwtjes	=	zwartschoudernachtzwaluw
zwartschubmot	noun	Haplotinea insectella een vlinder uit de familie echte motten (Tineidae).
zwartschubmotje	=	zwartschubmot
zwartschubmotjes	=	zwartschubmot
zwartschubmotten	=	zwartschubmot
zwartsel	noun	zwarte kleurstof of verf
zwartselen	=	zwartsel
zwartsels	=	zwartsel
zwartseltje	=	zwartsel
zwartseltjes	=	zwartsel
zwartsnavel	noun	dier met een zwarte snavel
zwartsnavelboomjager	noun	Thripadectes melanorhynchus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwartsnavelboomjagers	=	zwartsnavelboomjager
zwartsnavelboomjagertje	=	zwartsnavelboomjager
zwartsnavelboomjagertjes	=	zwartsnavelboomjager
zwartsnavelboskalkoen	noun	Talegalla fuscirostris een vogel uit de familie grootpoothoenders (Megapodiidae).
zwartsnavelboskalkoenen	=	zwartsnavelboskalkoen
zwartsnavelboskalkoentje	=	zwartsnavelboskalkoen
zwartsnavelboskalkoentjes	=	zwartsnavelboskalkoen
zwartsnavelduif	noun	Turtur abyssinicus een vogel uit de familie Columbidae
zwartsnavelduifje	=	zwartsnavelduif
zwartsnavelduifjes	=	zwartsnavelduif
zwartsnavelduiven	=	zwartsnavelduif
zwartsnavelijsvogel	noun	Corythornis vintsioides een vogel uit de familie Alcedinidae (ijsvogels).
zwartsnavelijsvogels	=	zwartsnavelijsvogel
zwartsnavelijsvogeltje	=	zwartsnavelijsvogel
zwartsnavelijsvogeltjes	=	zwartsnavelijsvogel
zwartsnavelkakelaar	noun	Phoeniculus somaliensis een vogel uit de familie boomhoppen (Phoeniculidae).
zwartsnavelkakelaars	=	zwartsnavelkakelaar
zwartsnavelkakelaartje	=	zwartsnavelkakelaar
zwartsnavelkakelaartjes	=	zwartsnavelkakelaar
zwartsnavelkoekoek	noun	Coccyzus erythropthalmus een lid van de familie van de koekoeken.
zwartsnavelkoekoeken	=	zwartsnavelkoekoek
zwartsnavelkoekoekje	=	zwartsnavelkoekoek
zwartsnavelkoekoekjes	=	zwartsnavelkoekoek
zwartsnavellijster	noun	Turdus ignobilis een zangvogel uit de familie lijsters (Turdidae).
zwartsnavellijsters	=	zwartsnavellijster
zwartsnavellijstertje	=	zwartsnavellijster
zwartsnavellijstertjes	=	zwartsnavellijster
zwartsnavelmeeuw	noun	Chroicocephalus bulleri een vogel uit de familie Laridae (meeuwen).
zwartsnavelmeeuwen	=	zwartsnavelmeeuw
zwartsnavelmeeuwtje	=	zwartsnavelmeeuw
zwartsnavelmeeuwtjes	=	zwartsnavelmeeuw
zwartsnavelmuisspecht	noun	Campylorhamphus falcularius een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwartsnavelmuisspechten	=	zwartsnavelmuisspecht
zwartsnavelmuisspechtje	=	zwartsnavelmuisspecht
zwartsnavelmuisspechtjes	=	zwartsnavelmuisspecht
zwartsnavelooievaar	noun	Ciconia boyciana een grote ooievaar uit het geslacht ciconia.
zwartsnavelooievaars	=	zwartsnavelooievaar
zwartsnavelooievaartje	=	zwartsnavelooievaar
zwartsnavelooievaartjes	=	zwartsnavelooievaar
zwartsnavelooievaren	=	zwartsnavelooievaar
zwartsnavelpeperklauwier	noun	Cyclarhis nigrirostris een zangvogel uit de familie Vireonidae (vireo's)
zwartsnavelpeperklauwieren	=	zwartsnavelpeperklauwier
zwartsnavelpeperklauwiertje	=	zwartsnavelpeperklauwier
zwartsnavelpeperklauwiertjes	=	zwartsnavelpeperklauwier
zwartsnavels	=	zwartsnavel
zwartsnaveltje	=	zwartsnavel
zwartsnaveltjes	=	zwartsnavel
zwartsnaveltoekan	noun	Ramphastos ambiguus een vogel uit de familie Ramphastidae (toekans).
zwartsnaveltoekannetje	=	zwartsnaveltoekan
zwartsnaveltoekannetjes	=	zwartsnaveltoekan
zwartsnaveltoekans	=	zwartsnaveltoekan
zwartsnaveltoerako	noun	Tauraco schuettii een vogel uit de familie Musophagidae (toerako's).
zwartsnaveltoerako's	=	zwartsnaveltoerako
zwartsnaveltoerakootje	=	zwartsnaveltoerako
zwartsnaveltoerakootjes	=	zwartsnaveltoerako
zwartsnavelzaadkraker	noun	Sporophila atrirostris een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartsnavelzaadkrakers	=	zwartsnavelzaadkraker
zwartsnavelzaadkrakertje	=	zwartsnavelzaadkraker
zwartsnavelzaadkrakertjes	=	zwartsnavelzaadkraker
zwartsnedehertenzwam	noun	Pluteus atromarginatus een schimmel uit de familie Pluteaceae.
zwartsnedehertenzwammen	=	zwartsnedehertenzwam
zwartsnedehertenzwammetje	=	zwartsnedehertenzwam
zwartsnedehertenzwammetjes	=	zwartsnedehertenzwam
zwartsneesatijnzwam	noun	Entoloma serrulatum een schimmel behorend tot de familie Entolomataceae.
zwartsneesatijnzwammen	=	zwartsneesatijnzwam
zwartsneesatijnzwammetje	=	zwartsneesatijnzwam
zwartsneesatijnzwammetjes	=	zwartsneesatijnzwam
zwartsnuithaai	noun	Carcharhinus acronotus een haai uit de familie van de requiemhaaien
zwartsnuithaaien	=	zwartsnuithaai
zwartsnuithaaitje	=	zwartsnuithaai
zwartsnuithaaitjes	=	zwartsnuithaai
zwartspaarder	noun	iemand die zijn vermogen niet heeft opgegeven bij de belastingdienst
zwartspaarders	=	zwartspaarder
zwartspeler	noun	bij een bordspel als dammen, schaken en go: de speler die met de zwarte stukken speelt
zwartspelers	=	zwartspeler
zwartspriet-bandzweefvlieg	noun	Epistrophe grossulariae een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zwartspriet-bandzweefvliegen	=	zwartspriet-bandzweefvlieg
zwartspriet-bandzweefvliegje	=	zwartspriet-bandzweefvlieg
zwartspriet-bandzweefvliegjes	=	zwartspriet-bandzweefvlieg
zwartsprietborsthaartje	noun	Pherbellia dubia een vliegensoort uit de familie van de slakkendoders (Sciomyzidae).
zwartsprietborsthaartjes	=	zwartsprietborsthaartje
zwartsprietboswitje	noun	Leptidea duponcheli een vlindersoort uit de familie van de Pieridae (witjes), onderfamilie Dismorphiinae.
zwartsprietboswitjes	=	zwartsprietboswitje
zwartsprietdikkopje	noun	Thymelicus lineola een dagvlinder uit de familie Hesperiidae, de dikkopjes.
zwartsprietdikkopjes	=	zwartsprietdikkopje
zwartsprietfluweelloper	noun	Chlaenius nigricornis een keversoort uit de familie van de loopkevers (Carabidae).
zwartsprietfluweellopers	=	zwartsprietfluweelloper
zwartsprietfluweellopertje	=	zwartsprietfluweelloper
zwartsprietfluweellopertjes	=	zwartsprietfluweelloper
zwartspriethommelkevertje	noun	Antherophagus pallens een keversoort uit de familie harige schimmelkevers (Cryptophagidae).
zwartspriethommelkevertjes	=	zwartspriethommelkevertje
zwartsprietwespbij	noun	Nomada flavopicta een vliesvleugelig insect uit de familie bijen en hommels (Apidae).
zwartsprietwespbijen	=	zwartsprietwespbij
zwartsprietwespbijtje	=	zwartsprietwespbij
zwartsprietwespbijtjes	=	zwartsprietwespbij
zwartsprietwimperzweefvlieg	noun	Dasysyrphus pinastri een vliegensoort uit de familie van de zweefvliegen (Syrphidae).
zwartsprietwimperzweefvliegen	=	zwartsprietwimperzweefvlieg
zwartsprietwimperzweefvliegje	=	zwartsprietwimperzweefvlieg
zwartsprietwimperzweefvliegjes	=	zwartsprietwimperzweefvlieg
zwartst	=	zwart
zwartstaart	noun	dier met een zwarte staart
zwartstaartastrild	noun	Glaucestrilda perreini een vogel uit de familie van de prachtvinken (Estrildidae).
zwartstaartastrilden	=	zwartstaartastrild
zwartstaartastrildje	=	zwartstaartastrild
zwartstaartastrildjes	=	zwartstaartastrild
zwartstaartbladkrabber	noun	Sclerurus caudacutus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwartstaartbladkrabbers	=	zwartstaartbladkrabber
zwartstaartbladkrabbertje	=	zwartstaartbladkrabber
zwartstaartbladkrabbertjes	=	zwartstaartbladkrabber
zwartstaartboswolfspin	noun	Pardosa lugubris een spinnensoort, die behoort tot de wolfspinnen (Lycosidae).
zwartstaartboswolfspinnen	=	zwartstaartboswolfspin
zwartstaartboswolfspinnetje	=	zwartstaartboswolfspin
zwartstaartboswolfspinnetjes	=	zwartstaartboswolfspin
zwartstaartbuidelmarter	noun	Dasyurus geoffroii De zwartstaartbuidelmarter (Dasyurus geoffroii), ook wel westelijke buidelmarter of chuditch genoemd, is een roofbuideldier uit het geslacht der buidelmarters (Dasyurus)
zwartstaartbuidelmarters	=	zwartstaartbuidelmarter
zwartstaartbuidelmartertje	=	zwartstaartbuidelmarter
zwartstaartbuidelmartertjes	=	zwartstaartbuidelmarter
zwartstaartdoornhaai	noun	Squalus melanurus een vis uit de familie van doornhaaien (Squalidae) en behoort derhalve tot de orde van doornhaaiachtigen (Squaliformes).
zwartstaartdoornhaaien	=	zwartstaartdoornhaai
zwartstaartdoornhaaitje	=	zwartstaartdoornhaai
zwartstaartdoornhaaitjes	=	zwartstaartdoornhaai
zwartstaarten	=	zwartstaart
zwartstaartfluiter	noun	Pachycephala melanura een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
zwartstaartfluiters	=	zwartstaartfluiter
zwartstaartfluitertje	=	zwartstaartfluiter
zwartstaartfluitertjes	=	zwartstaartfluiter
zwartstaartgraszanger	noun	Cisticola melanurus een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
zwartstaartgraszangers	=	zwartstaartgraszanger
zwartstaartgraszangertje	=	zwartstaartgraszanger
zwartstaartgraszangertjes	=	zwartstaartgraszanger
zwartstaarthaas	noun	Lepus californicus De zwartstaarthaas of zwartstaartezelhaas (Lepus californicus) is een hazensoort uit het zuidwesten van de Verenigde Staten en Noord-Mexico.
zwartstaarthaasje	=	zwartstaarthaas
zwartstaarthaasjes	=	zwartstaarthaas
zwartstaarthazen	=	zwartstaarthaas
zwartstaartje	=	zwartstaart
zwartstaartjes	=	zwartstaart
zwartstaartkomeetkolibrie	noun	Lesbia victoriae een vogel uit de familie Trochilidae (kolibries).
zwartstaartkomeetkolibries	=	zwartstaartkomeetkolibrie
zwartstaartkomeetkolibrietje	=	zwartstaartkomeetkolibrie
zwartstaartkomeetkolibrietjes	=	zwartstaartkomeetkolibrie
zwartstaartkruiper	noun	Climacteris melanurus een zangvogel uit de familie der Australische kruipers (Climacteridae).
zwartstaartkruipers	=	zwartstaartkruiper
zwartstaartkruipertje	=	zwartstaartkruiper
zwartstaartkruipertjes	=	zwartstaartkruiper
zwartstaartmierkruiper	noun	Myrmoborus melanurus een zangvogel uit de familie Thamnophilidae.
zwartstaartmierkruipers	=	zwartstaartmierkruiper
zwartstaartmierkruipertje	=	zwartstaartmierkruiper
zwartstaartmierkruipertjes	=	zwartstaartmierkruiper
zwartstaartmonarch	noun	Mayrornis lessoni een zangvogel uit de familie Monarchidae (monarchen).
zwartstaartmonarchen	=	zwartstaartmonarch
zwartstaartmonarchje	=	zwartstaartmonarch
zwartstaartmonarchjes	=	zwartstaartmonarch
zwartstaartmuggenvanger	noun	Polioptila melanura een zangvogel uit de familie Polioptilidae (muggenvangers).
zwartstaartmuggenvangers	=	zwartstaartmuggenvanger
zwartstaartmuggenvangertje	=	zwartstaartmuggenvanger
zwartstaartmuggenvangertjes	=	zwartstaartmuggenvanger
zwartstaartparkiet	noun	Pyrrhura melanura een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
zwartstaartparkieten	=	zwartstaartparkiet
zwartstaartparkietje	=	zwartstaartparkiet
zwartstaartparkietjes	=	zwartstaartparkiet
zwartstaartprairiehond	noun	Cynomys ludovicianus knaagdier uit het geslacht der prairiehonden (Cynomys).
zwartstaartprairiehonden	=	zwartstaartprairiehond
zwartstaartprairiehondje	=	zwartstaartprairiehond
zwartstaartprairiehondjes	=	zwartstaartprairiehond
zwartstaarttiran	noun	Myiobius atricaudus een zangvogel uit de familie Tityridae.
zwartstaarttirannen	=	zwartstaarttiran
zwartstaarttirannetje	=	zwartstaarttiran
zwartstaarttirannetjes	=	zwartstaarttiran
zwartstaarttityra	noun	Tityra cayana een zangvogel uit de familie Tityridae.
zwartstaarttityra's	=	zwartstaarttityra
zwartstaarttityraatje	=	zwartstaarttityra
zwartstaarttityraatjes	=	zwartstaarttityra
zwartstaarttrogon	noun	Trogon melanurus een vogel uit de familie Trogonidae.
zwartstaarttrogonnetje	=	zwartstaarttrogon
zwartstaarttrogonnetjes	=	zwartstaarttrogon
zwartstaarttrogons	=	zwartstaarttrogon
zwartstaartzijdeaapje	noun	Mico melanurus Het zwartstaartzijdeaapje (Mico melanurus, vaak ook Callithrix (Mico) melanura) is een klauwaapje van het geslacht Amazone-oeistiti's (Mico).
zwartstaartzijdeaapjes	=	zwartstaartzijdeaapje
zwartstaartzilveraapje	noun	Mico argentatus (ook vaak als Callithrix (Mico) argentata) een soort uit het geslacht van de amazone-oeistiti's (Mico).
zwartstaartzilveraapjes	=	zwartstaartzilveraapje
zwartstaartzilverzijdeaapje	noun	Mico argentatus een soort uit het geslacht van de amazone-oeistiti's (Mico)
zwartstaartzilverzijdeaapjes	=	zwartstaartzilverzijdeaapje
zwartste	=	zwart
zwartsteel	noun	Asplenium adiantum-nigrum een wereldwijd voorkomende varen uit de streepvarenfamilie (Aspleniaceae)
zwartsteeltje	=	zwartsteel
zwartsteeltjes	=	zwartsteel
zwartsteelvaalhoed	noun	Hebeloma sordescens een schimmel in de familie Hymenogastraceae.
zwartsteelvaalhoeden	=	zwartsteelvaalhoed
zwartsteelvaalhoedje	=	zwartsteelvaalhoed
zwartsteelvaalhoedjes	=	zwartsteelvaalhoed
zwartstelen	=	zwartsteel
zwartstipbladroller	noun	Gynnidomorpha vectisana een vlinder uit de familie bladrollers (Tortricidae).
zwartstipbladrollers	=	zwartstipbladroller
zwartstipbladrollertje	=	zwartstipbladroller
zwartstipbladrollertjes	=	zwartstipbladroller
zwartstipfluweelpalpmot	noun	een nachtvlinder Acompsia schmidtiellus uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
zwartstipfluweelpalpmotje	=	zwartstipfluweelpalpmot
zwartstipfluweelpalpmotjes	=	zwartstipfluweelpalpmot
zwartstipfluweelpalpmotten	=	zwartstipfluweelpalpmot
zwartstiphaai	noun	Carcharhinus sealei een haai uit de familie van de requiemhaaien
zwartstiphaaien	=	zwartstiphaai
zwartstiphaaitje	=	zwartstiphaai
zwartstiphaaitjes	=	zwartstiphaai
zwartstipspanner	noun	Scopula nigropunctata een vlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae.
zwartstipspanners	=	zwartstipspanner
zwartstipspannertje	=	zwartstipspanner
zwartstipspannertjes	=	zwartstipspanner
zwartstipvlinder	noun	Agrochola lota een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen.
zwartstipvlinders	=	zwartstipvlinder
zwartstipvlindertje	=	zwartstipvlinder
zwartstipvlindertjes	=	zwartstipvlinder
zwartstreepblindwants	noun	Cyrtorhinus caricis een wants uit de familie van de blindwantsen (Miridae).
zwartstreepblindwantsen	=	zwartstreepblindwants
zwartstreepblindwantsje	=	zwartstreepblindwants
zwartstreepblindwantsjes	=	zwartstreepblindwants
zwartstreepgaasvlieg	noun	Chrysopa nigricostata een insect uit de familie van de gaasvliegen (Chrysopidae), die tot de orde netvleugeligen (Neuroptera) behoort.
zwartstreepgaasvliegen	=	zwartstreepgaasvlieg
zwartstreepgaasvliegje	=	zwartstreepgaasvlieg
zwartstreepgaasvliegjes	=	zwartstreepgaasvlieg
zwartstreepgrasmot	noun	Agriphila deliella een nachtvlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae).
zwartstreepgrasmotje	=	zwartstreepgrasmot
zwartstreepgrasmotjes	=	zwartstreepgrasmot
zwartstreepgrasmotten	=	zwartstreepgrasmot
zwartstreepkaartmot	noun	Agonopterix pallorella een vlinder uit de familie grasmineermotten (Elachistidae).
zwartstreepkaartmotje	=	zwartstreepkaartmot
zwartstreepkaartmotjes	=	zwartstreepkaartmot
zwartstreepkaartmotten	=	zwartstreepkaartmot
zwartstreepkruiplijster	noun	Erythrogenys gravivox een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia’s).
zwartstreepkruiplijsters	=	zwartstreepkruiplijster
zwartstreepkruiplijstertje	=	zwartstreepkruiplijster
zwartstreepkruiplijstertjes	=	zwartstreepkruiplijster
zwartstreeplieveheersbeestje	noun	Adalia conglomerata een keversoort uit de familie lieveheersbeestjes (Coccinellidae).
zwartstreeplieveheersbeestjes	=	zwartstreeplieveheersbeestje
zwartstreepsmalbok	noun	Stenurella melanura een insect uit de familie boktorren (Cerambycidae).
zwartstreepsmalbokje	=	zwartstreepsmalbok
zwartstreepsmalbokjes	=	zwartstreepsmalbok
zwartstreepsmalbokken	=	zwartstreepsmalbok
zwartstreepuil	noun	Hyppa rectilinea een vlinder uit de familie uilen (Noctuidae).
zwartstreepuilen	=	zwartstreepuil
zwartstreepuiltje	=	zwartstreepuil
zwartstreepuiltjes	=	zwartstreepuil
zwartstuithangmatspin	noun	Neriene emphana een spinnensoort uit de familie hangmat- en dwergspinnen (Linyphiidae) die voorkomt in het westelijke palearctisch gebied
zwartstuithangmatspinnen	=	zwartstuithangmatspin
zwartstuithangmatspinnetje	=	zwartstuithangmatspin
zwartstuithangmatspinnetjes	=	zwartstuithangmatspin
zwartstuitlori	noun	Charmosynopsis pulchella een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
zwartstuitlori's	=	zwartstuitlori
zwartstuitlorietje	=	zwartstuitlori
zwartstuitlorietjes	=	zwartstuitlori
zwartstuittroepiaal	noun	Icterus abeillei een zangvogel uit de familie Icteridae (troepialen).
zwartstuittroepiaaltje	=	zwartstuittroepiaal
zwartstuittroepiaaltjes	=	zwartstuittroepiaal
zwartstuittroepialen	=	zwartstuittroepiaal
zwarttanker	noun	iemand die de zakelijke tankpas van zijn werkgever gebruikt om de eigen privéauto van brandstof te voorzien
zwarttankers	=	zwarttanker
zwartteugelbabbelaar	noun	Turdoides melanops een zangvogel uit de familie Leiothrichidae.
zwartteugelbabbelaars	=	zwartteugelbabbelaar
zwartteugelbabbelaartje	=	zwartteugelbabbelaar
zwartteugelbabbelaartjes	=	zwartteugelbabbelaar
zwartteugelfluiter	noun	Pachycephala inornata een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
zwartteugelfluiters	=	zwartteugelfluiter
zwartteugelfluitertje	=	zwartteugelfluiter
zwartteugelfluitertjes	=	zwartteugelfluiter
zwartteugelgors	noun	Xenospingus concolor een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren)
zwartteugelgorsje	=	zwartteugelgors
zwartteugelgorsjes	=	zwartteugelgors
zwartteugelgorzen	=	zwartteugelgors
zwartteugelgraszanger	noun	Cisticola nigriloris een vogel uit de familie Cisticolidae, een recent afgesplitste familie binnen de zangers van de Oude Wereld.
zwartteugelgraszangers	=	zwartteugelgraszanger
zwartteugelgraszangertje	=	zwartteugelgraszanger
zwartteugelgraszangertjes	=	zwartteugelgraszanger
zwartteugelmaskerzanger	noun	Geothlypis auricularis een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
zwartteugelmaskerzangers	=	zwartteugelmaskerzanger
zwartteugelmaskerzangertje	=	zwartteugelmaskerzanger
zwartteugelmaskerzangertjes	=	zwartteugelmaskerzanger
zwartteugelpapegaai	noun	Tanygnathus gramineus een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
zwartteugelpapegaaien	=	zwartteugelpapegaai
zwartteugelpapegaaitje	=	zwartteugelpapegaai
zwartteugelpapegaaitjes	=	zwartteugelpapegaai
zwartteugelspitsvogel	noun	Artamus cinereus een zangvogel die voornamelijk voorkomt in Australië.
zwartteugelspitsvogels	=	zwartteugelspitsvogel
zwartteugelspitsvogeltje	=	zwartteugelspitsvogel
zwartteugelspitsvogeltjes	=	zwartteugelspitsvogel
zwarttip-smalboktor	noun	Stictoleptura fulva een keversoort uit de familie van de boktorren (Cerambycidae).
zwarttip-smalboktorren	=	zwarttip-smalboktor
zwarttip-smalboktorretje	=	zwarttip-smalboktor
zwarttip-smalboktorretjes	=	zwarttip-smalboktor
zwarttipvaalhaai	noun	Hypogaleus hyugaensis een haai uit de familie van de gladde haaien
zwarttipvaalhaaien	=	zwarttipvaalhaai
zwarttipvaalhaaitje	=	zwarttipvaalhaai
zwarttipvaalhaaitjes	=	zwarttipvaalhaai
zwarttipzaagstaartkathaai	noun	Galeus sauteri een vissensoort uit de familie van de Pentanchidae.
zwarttipzaagstaartkathaaien	=	zwarttipzaagstaartkathaai
zwarttipzaagstaartkathaaitje	=	zwarttipzaagstaartkathaai
zwarttipzaagstaartkathaaitjes	=	zwarttipzaagstaartkathaai
zwartvinanemoonvis	noun	Amphiprion nigripes een straalvinnige vissensoort uit de familie van rifbaarzen of koraaljuffertjes (Pomacentridae).
zwartvinanemoonvisje	=	zwartvinanemoonvis
zwartvinanemoonvisjes	=	zwartvinanemoonvis
zwartvinanemoonvissen	=	zwartvinanemoonvis
zwartvindraakvis	noun	Hydrolagus lemures een vis uit de familie kortneusdraakvissen (Chimaeridae).
zwartvindraakvisje	=	zwartvindraakvis
zwartvindraakvisjes	=	zwartvindraakvis
zwartvindraakvissen	=	zwartvindraakvis
zwartvinijsvis	noun	Chaenocephalus aceratus een straalvinnige vis uit de familie van Channichthyidae en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
zwartvinijsvisje	=	zwartvinijsvis
zwartvinijsvisjes	=	zwartvinijsvis
zwartvinijsvissen	=	zwartvinijsvis
zwartvintonijn	noun	Thunnus atlanticus een straalvinnige vis uit de familie van makrelen (Scombridae) en behoort derhalve tot de orde van baarsachtigen (Perciformes).
zwartvintonijnen	=	zwartvintonijn
zwartvintonijntje	=	zwartvintonijn
zwartvintonijntjes	=	zwartvintonijn
zwartvinzwelghaai	noun	Centrophorus isodon een vissensoort uit de familie van de zwelghaaien en snavelhaaien (Centrophoridae).
zwartvinzwelghaaien	=	zwartvinzwelghaai
zwartvinzwelghaaitje	=	zwartvinzwelghaai
zwartvinzwelghaaitjes	=	zwartvinzwelghaai
zwartvis	=	zwartvissen
zwartvisse	=	zwartvissen
zwartvissen	verb	vissen zonder sportvisakte	noun	familie Centrolophidae, uit de orde van de baarsachtigen (Perciformes).
zwartvissend	=	zwartvissen
zwartvissende	=	zwartvissen
zwartvisser	noun	sportvisser die vist zonder in het bezit te zijn van een geldige visakte
zwartvisserij	noun	vissen zonder dat men in het bezit is van een geldige visvergunning
zwartvissers	=	zwartvisser
zwartvist	=	zwartvissen
zwartviste	=	zwartvissen
zwartvisten	=	zwartvissen
zwartvlakworteluil	noun	Euxoa obelisca een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
zwartvlakworteluilen	=	zwartvlakworteluil
zwartvlakworteluiltje	=	zwartvlakworteluil
zwartvlakworteluiltjes	=	zwartvlakworteluil
zwartvlekboegsprietmot	noun	Monochroa tetragonella een vlinder uit de familie tastermotten (Gelechiidae).
zwartvlekboegsprietmotje	=	zwartvlekboegsprietmot
zwartvlekboegsprietmotjes	=	zwartvlekboegsprietmot
zwartvlekboegsprietmotten	=	zwartvlekboegsprietmot
zwartvlekdwergspanner	noun	Eupithecia centaureata een nachtvlinder uit de familie van de spanners.
zwartvlekdwergspanners	=	zwartvlekdwergspanner
zwartvlekdwergspannertje	=	zwartvlekdwergspanner
zwartvlekdwergspannertjes	=	zwartvlekdwergspanner
zwartvlekdwergspecht	noun	Picumnus nigropunctatus een vogel uit de familie Picidae (spechten).
zwartvlekdwergspechten	=	zwartvlekdwergspecht
zwartvlekdwergspechtje	=	zwartvlekdwergspecht
zwartvlekdwergspechtjes	=	zwartvlekdwergspecht
zwartvlekgranietmot	noun	Eudonia delunella een vlinder uit de familie grasmotten (Crambidae).
zwartvlekgranietmotje	=	zwartvlekgranietmot
zwartvlekgranietmotjes	=	zwartvlekgranietmot
zwartvlekgranietmotten	=	zwartvlekgranietmot
zwartvlekgrasmot	noun	een vlinder Agriphila inquinatella uit de familie grasmotten (Crambidae).
zwartvlekgrasmotje	=	zwartvlekgrasmot
zwartvlekgrasmotjes	=	zwartvlekgrasmot
zwartvlekgrasmotten	=	zwartvlekgrasmot
zwartvlekkaartmot	noun	Agonopterix propinquella een nachtvlinder uit de familie Oecophoridae, de sikkelmotten.
zwartvlekkaartmotje	=	zwartvlekkaartmot
zwartvlekkaartmotjes	=	zwartvlekkaartmot
zwartvlekkaartmotten	=	zwartvlekkaartmot
zwartvlekrookwants	noun	Xanthochilus quadratus een wants uit de onderfamilie Rhyparochrominae en uit de familie bodemwantsen (Lygaeidae)
zwartvlekrookwantsen	=	zwartvlekrookwants
zwartvlekrookwantsje	=	zwartvlekrookwants
zwartvlekrookwantsjes	=	zwartvlekrookwants
zwartvlekspikkelspanner	noun	Menophra abruptaria een vlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae
zwartvlekspikkelspanners	=	zwartvlekspikkelspanner
zwartvlekspikkelspannertje	=	zwartvlekspikkelspanner
zwartvlekspikkelspannertjes	=	zwartvlekspikkelspanner
zwartvlekspitskopmot	noun	Ypsolopha vittella een vlinder uit de familie spitskopmotten (Ypsolophidae).
zwartvlekspitskopmotje	=	zwartvlekspitskopmot
zwartvlekspitskopmotjes	=	zwartvlekspitskopmot
zwartvlekspitskopmotten	=	zwartvlekspitskopmot
zwartvlektoonhaai	noun	Mustelus punctulatus een haai uit de familie van de gladde haaien
zwartvlektoonhaaien	=	zwartvlektoonhaai
zwartvlektoonhaaitje	=	zwartvlektoonhaai
zwartvlektoonhaaitjes	=	zwartvlektoonhaai
zwartvlekwinteruil	noun	Conistra rubiginosa een vlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae.
zwartvlekwinteruilen	=	zwartvlekwinteruil
zwartvlekwinteruiltje	=	zwartvlekwinteruil
zwartvlekwinteruiltjes	=	zwartvlekwinteruil
zwartvlerkbladjager	noun	Dioctria oelandica een vliegensoort uit de familie van de roofvliegen (Asilidae).
zwartvlerkbladjagers	=	zwartvlerkbladjager
zwartvlerkbladjagertje	=	zwartvlerkbladjager
zwartvlerkbladjagertjes	=	zwartvlerkbladjager
zwartvlerkwapenvlieg	noun	Beris clavipes een vliegensoort uit de familie van de wapenvliegen (Stratiomyidae).
zwartvlerkwapenvliegen	=	zwartvlerkwapenvlieg
zwartvlerkwapenvliegje	=	zwartvlerkwapenvlieg
zwartvlerkwapenvliegjes	=	zwartvlerkwapenvlieg
zwartvleugel	noun	dier met een zwarte vleugel
zwartvleugelagaporniden	=	zwartvleugelagapornis
zwartvleugelagapornis	noun	Agapornis taranta vogel die vooral voorkomt in Ethiopië
zwartvleugelagapornisje	=	zwartvleugelagapornis
zwartvleugelagapornisjes	=	zwartvleugelagapornis
zwartvleugelagapornissen	=	zwartvleugelagapornis
zwartvleugelcanastero	noun	Asthenes arequipae een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwartvleugelcanastero's	=	zwartvleugelcanastero
zwartvleugelcanasterootje	=	zwartvleugelcanastero
zwartvleugelcanasterootjes	=	zwartvleugelcanastero
zwartvleugeldwergtriller	noun	Hemipus hirundinaceus een soort vogel die vroeger behoorde tot de familie van de rupsvogels (Campephagidae).
zwartvleugeldwergtrillers	=	zwartvleugeldwergtriller
zwartvleugeldwergtrillertje	=	zwartvleugeldwergtriller
zwartvleugeldwergtrillertjes	=	zwartvleugeldwergtriller
zwartvleugelen	=	zwartvleugel
zwartvleugelkievietje	=	zwartvleugelkievit
zwartvleugelkievietjes	=	zwartvleugelkievit
zwartvleugelkievit	noun	Vanellus melanopterus een vogel uit de familie van kieviten en plevieren (Charadriidae).
zwartvleugelkieviten	=	zwartvleugelkievit
zwartvleugelkievitje	=	zwartvleugelkievit
zwartvleugelkievitjes	=	zwartvleugelkievit
zwartvleugellori	noun	Eos cyanogenia een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
zwartvleugellori's	=	zwartvleugellori
zwartvleugellorietje	=	zwartvleugellori
zwartvleugellorietjes	=	zwartvleugellori
zwartvleugelmaina	noun	Acridotheres melanopterus een spreeuwachtige die endemisch is op Java, Bali en misschien ook Lombok
zwartvleugelmaina's	=	zwartvleugelmaina
zwartvleugelmainaatje	=	zwartvleugelmaina
zwartvleugelmainaatjes	=	zwartvleugelmaina
zwartvleugelmonarch	noun	Monarcha frater een zangvogel uit de familie Monarchidae
zwartvleugelmonarchen	=	zwartvleugelmonarch
zwartvleugelpapegaai	noun	Hapalopsittaca melanotis een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
zwartvleugelpapegaaien	=	zwartvleugelpapegaai
zwartvleugelpapegaaitje	=	zwartvleugelpapegaai
zwartvleugelpapegaaitjes	=	zwartvleugelpapegaai
zwartvleugels	=	zwartvleugel
zwartvleugelsaltator	noun	Saltator atripennis een zangvogel uit de familie Thraupidae (Tangaren).
zwartvleugelsaltators	=	zwartvleugelsaltator
zwartvleugelsaltatortje	=	zwartvleugelsaltator
zwartvleugelsaltatortjes	=	zwartvleugelsaltator
zwartvleugelspreeuw	noun	Acridotheres melanopterus een spreeuwachtige die endemisch is op Java, Bali en misschien ook Lombok
zwartvleugelspreeuwen	=	zwartvleugelspreeuw
zwartvleugelspreeuwtje	=	zwartvleugelspreeuw
zwartvleugelspreeuwtjes	=	zwartvleugelspreeuw
zwartvleugelstormvogel	noun	Pterodroma nigripennis een vogel uit de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae)
zwartvleugelstormvogels	=	zwartvleugelstormvogel
zwartvleugelstormvogeltje	=	zwartvleugelstormvogel
zwartvleugelstormvogeltjes	=	zwartvleugelstormvogel
zwartvleugeltangare	noun	Piranga olivacea een zangvogel uit de familie van de kardinaalachtigen (Cardinalidae).
zwartvleugeltangaren	=	zwartvleugeltangare
zwartvleugeltangaretje	=	zwartvleugeltangare
zwartvleugeltangaretjes	=	zwartvleugeltangare
zwartvleugeltje	=	zwartvleugel
zwartvleugeltjes	=	zwartvleugel
zwartvleugelwielewaal	noun	Oriolus nigripennis een zangvogel uit de familie Oriolidae (Wielewalen en vijgvogels).
zwartvleugelwielewaaltje	=	zwartvleugelwielewaal
zwartvleugelwielewaaltjes	=	zwartvleugelwielewaal
zwartvleugelwielewalen	=	zwartvleugelwielewaal
zwartvoet	noun	bepaald soort tropische zeevis, Atropus atropos uit de familie van de horsmakrelen (Carangidae)
zwartvoetalbatros	noun	Phoebastria nigripes een grote zeevogel die voorkomt in de Grote Oceaan.
zwartvoetalbatrosje	=	zwartvoetalbatros
zwartvoetalbatrosjes	=	zwartvoetalbatros
zwartvoetalbatrossen	=	zwartvoetalbatros
zwartvoetboomkikker	noun	Rhacophorus nigropalmatus een kikker uit de familie schuimnestboomkikkers (Rhacophoridae).
zwartvoetboomkikkers	=	zwartvoetboomkikker
zwartvoetboomkikkertje	=	zwartvoetboomkikker
zwartvoetboomkikkertjes	=	zwartvoetboomkikker
zwartvoetbunzing	noun	bepaald soort zoogdier, Mustela nigripes marterachtige uit Noord-Amerika die ooit overal op de Noord-Amerikaanse prairies voorkwam maar in de 20ste eeuw nagenoeg was uitgestorven en sinds 1991 met succes wordt geherintroduceerd
zwartvoetbunzings	=	zwartvoetbunzing
zwartvoetbunzinkje	=	zwartvoetbunzing
zwartvoetbunzinkjes	=	zwartvoetbunzing
zwartvoetdansvlieg	noun	Empis nigritarsis een vlieg uit de familie van de dansvliegen (Empididae).
zwartvoetdansvliegen	=	zwartvoetdansvlieg
zwartvoetdansvliegje	=	zwartvoetdansvlieg
zwartvoetdansvliegjes	=	zwartvoetdansvlieg
zwartvoeten	noun	benaming voor mensen van Franse afkomst die tot de dekolonisatie in Noord-Afrika (vooral: Algerije) leefden
zwartvoethoelman	noun	Semnopithecus hypoleucos primaat uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae).
zwartvoethoelmannetje	=	zwartvoethoelman
zwartvoethoelmannetjes	=	zwartvoethoelman
zwartvoethoelmans	=	zwartvoethoelman
zwartvoetindiaan	noun	inheemse Amerikaan
zwartvoetindianen	=	zwartvoetindiaan
zwartvoetje	noun	alleen verkleinwoord bepaald soort wants, Sigara lateralis uit de familie van de duikerwantsen (Corixidae); de soort werd het eerst wetenschappelijk beschreven door William Elford Leach in 1817
zwartvoetjes	=	zwartvoetje
zwartvoetkat	noun	bepaald soort zoogdier, Felis nigripes, een katachtige uit de drogere streken van zuidelijk Afrika De zwartvoetkat is de op één na kleinste kattensoort en is waarschijnlijk nauw verwant aan de woestijnkat.
zwartvoetkatten	=	zwartvoetkat
zwartvoetkrulzomen	=	zwartvoetkrulzoom
zwartvoetkrulzoom	noun	Tapinella atrotomentosa een schimmel behorend tot de familie Tapinellaceae.
zwartvoetkrulzoompje	=	zwartvoetkrulzoom
zwartvoetkrulzoompjes	=	zwartvoetkrulzoom
zwartvoetpinguïn	noun	Spheniscus demersus een vogel uit de familie van de pinguïns (Spheniscidae).
zwartvoetpinguïnnetje	=	zwartvoetpinguïn
zwartvoetpinguïnnetjes	=	zwartvoetpinguïn
zwartvoetpinguïns	=	zwartvoetpinguïn
zwartvoetsigaargalvlieg	noun	Lipara pullitarsis een vliegensoort uit de familie van de halmvliegen (Chloropidae).
zwartvoetsigaargalvliegen	=	zwartvoetsigaargalvlieg
zwartvoetsigaargalvliegje	=	zwartvoetsigaargalvlieg
zwartvoetsigaargalvliegjes	=	zwartvoetsigaargalvlieg
zwartvoetvezelkop	noun	een paddenstoel Inocybe tenebrosa (syn.: Inocybe atripes) uit de familie Inocybaceae.
zwartvoetvezelkopje	=	zwartvoetvezelkop
zwartvoetvezelkopjes	=	zwartvoetvezelkop
zwartvoetvezelkoppen	=	zwartvoetvezelkop
zwartvoorhoofdbabbelaar	noun	Dumetia atriceps een zangvogel uit de familie Timaliidae (timalia's).
zwartvoorhoofdbabbelaars	=	zwartvoorhoofdbabbelaar
zwartvoorhoofdbabbelaartje	=	zwartvoorhoofdbabbelaar
zwartvoorhoofdbabbelaartjes	=	zwartvoorhoofdbabbelaar
zwartvoorhoofdbrilvogel	noun	Zosterops atrifrons een brilvogel.
zwartvoorhoofdbrilvogels	=	zwartvoorhoofdbrilvogel
zwartvoorhoofdbrilvogeltje	=	zwartvoorhoofdbrilvogel
zwartvoorhoofdbrilvogeltjes	=	zwartvoorhoofdbrilvogel
zwartvoorhoofdduiker	noun	Cephalophus nigrifrons evenhoevige uit de familie van de holhoornigen (Bovidae).
zwartvoorhoofdduikers	=	zwartvoorhoofdduiker
zwartvoorhoofdduikertje	=	zwartvoorhoofdduiker
zwartvoorhoofdduikertjes	=	zwartvoorhoofdduiker
zwartvoorhoofdlooftiran	noun	Phylloscartes nigrifrons een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwartvoorhoofdlooftirannen	=	zwartvoorhoofdlooftiran
zwartvoorhoofdlooftirannetje	=	zwartvoorhoofdlooftiran
zwartvoorhoofdlooftirannetjes	=	zwartvoorhoofdlooftiran
zwartvoorhoofdstruikgors	noun	Atlapetes nigrifrons een zangvogel uit de familie Passerellidae (Amerikaanse gorzen).
zwartvoorhoofdstruikgorsje	=	zwartvoorhoofdstruikgors
zwartvoorhoofdstruikgorsjes	=	zwartvoorhoofdstruikgors
zwartvoorhoofdstruikgorzen	=	zwartvoorhoofdstruikgors
zwartvoorhoofdtangare	noun	Bangsia flavovirens een zangvogel uit de familie tangaren.
zwartvoorhoofdtangaren	=	zwartvoorhoofdtangare
zwartvoorhoofdtangaretje	=	zwartvoorhoofdtangare
zwartvoorhoofdtangaretjes	=	zwartvoorhoofdtangare
zwartvoorhoofdtrappist	noun	Monasa nigrifrons een vogel uit de familie Bucconidae (baardkoekoeken).
zwartvoorhoofdtrappisten	=	zwartvoorhoofdtrappist
zwartvoorhoofdtrappistje	=	zwartvoorhoofdtrappist
zwartvoorhoofdtrappistjes	=	zwartvoorhoofdtrappist
zwartvoorhoofdvijgpapegaai	noun	Cyclopsitta nigrifrons een vogel uit de familie Psittaculidae (papegaaien van de Oude Wereld).
zwartvoorhoofdvijgpapegaaien	=	zwartvoorhoofdvijgpapegaai
zwartvoorhoofdvijgpapegaaitje	=	zwartvoorhoofdvijgpapegaai
zwartvoorhoofdvijgpapegaaitjes	=	zwartvoorhoofdvijgpapegaai
zwartvruchtrot	noun	Stemphylium vesicarium een plantenziekte, die vele soorten planten kan infecteren, waaronder ui, knoflook, asperge en peer
zwartvruchtrotje	=	zwartvruchtrot
zwartvruchtrotjes	=	zwartvruchtrot
zwartvruchtrotten	=	zwartvruchtrot
zwartwang	noun	dier met een zwarte wang
zwartwangagaporniden	=	zwartwangagapornis
zwartwangagapornis	noun	Agapornis nigrigenis een dwergpapegaai uit de familie van de papegaaien van de Oude Wereld.
zwartwangagapornisje	=	zwartwangagapornis
zwartwangagapornisjes	=	zwartwangagapornis
zwartwangagapornissen	=	zwartwangagapornis
zwartwangbergtangare	noun	Anisognathus melanogenys een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartwangbergtangaren	=	zwartwangbergtangare
zwartwangbergtangaretje	=	zwartwangbergtangare
zwartwangbergtangaretjes	=	zwartwangbergtangare
zwartwangboomgors	noun	Microspingus melanoleucus een zangvogel uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwartwangboomgorsje	=	zwartwangboomgors
zwartwangboomgorsjes	=	zwartwangboomgors
zwartwangboomgorzen	=	zwartwangboomgors
zwartwangen	=	zwartwang
zwartwangetje	=	zwartwang
zwartwangetjes	=	zwartwang
zwartwanggors	noun	Oriturus superciliosus een zangvogel uit de familie Emberizidae (gorzen).
zwartwanggorsje	=	zwartwanggors
zwartwanggorsjes	=	zwartwanggors
zwartwanggorzen	=	zwartwanggors
zwartwangkanarie	noun	Crithagra mennelli een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
zwartwangkanaries	=	zwartwangkanarie
zwartwangkanarietje	=	zwartwangkanarie
zwartwangkanarietjes	=	zwartwangkanarie
zwartwangmiertangare	noun	Habia atrimaxillaris een zangvogel uit de familie Cardinalidae (kardinaalachtigen).
zwartwangmiertangaren	=	zwartwangmiertangare
zwartwangmiertangaretje	=	zwartwangmiertangare
zwartwangmiertangaretjes	=	zwartwangmiertangare
zwartwangmuggeneter	noun	Conopophaga melanops een zangvogel uit de familie der muggeneters (Conopophagidae)
zwartwangmuggeneters	=	zwartwangmuggeneter
zwartwangmuggenetertje	=	zwartwangmuggeneter
zwartwangmuggenetertjes	=	zwartwangmuggeneter
zwartwangspecht	noun	Melanerpes pucherani een kleine, actieve spechtensoort die leeft van allerlei insecten en hun larven
zwartwangspechten	=	zwartwangspecht
zwartwangspechtje	=	zwartwangspecht
zwartwangspechtjes	=	zwartwangspecht
zwartwangspoorkoekoek	noun	Centropus melanops een spoorkoekoek uit de familie van de koekoeken die alleen voorkomt in de Filipijnen.
zwartwangspoorkoekoeken	=	zwartwangspoorkoekoek
zwartwangspoorkoekoekje	=	zwartwangspoorkoekoek
zwartwangspoorkoekoekjes	=	zwartwangspoorkoekoek
zwartwangzanger	noun	Basileuterus melanogenys een zangvogel uit de familie Parulidae (Amerikaanse zangers).
zwartwangzangers	=	zwartwangzanger
zwartwangzangertje	=	zwartwangzanger
zwartwangzangertjes	=	zwartwangzanger
zwartwerk	=	zwartwerken
zwartwerke	=	zwartwerken
zwartwerken	verb	betaald werk verrichten zonder daar belasting of sociale premie over te betalen, of betaald werken bij een uitkering
zwartwerkend	=	zwartwerken
zwartwerkende	=	zwartwerken
zwartwerker	noun	iemand die betaald werk verricht doch bewust nalaat dit bij zijn of haar belastingaangifte te vermelden
zwartwerkers	=	zwartwerker
zwartwerkertje	=	zwartwerker
zwartwerkertjes	=	zwartwerker
zwartwerkster	=	zwartwerker
zwartwerkt	=	zwartwerken
zwartwerkte	=	zwartwerken
zwartwerkten	=	zwartwerken
zwartwisselaar	noun	iemand die illegaal de ene valuta omwisselt in de andere valuta
zwartwisselaars	=	zwartwisselaar
zwartwisselaartje	=	zwartwisselaar
zwartwisselaartjes	=	zwartwisselaar
zwartwit	noun	een soort drop in poedervorm, waarvan de ingrediënten zwart en wit van kleur zijn gemaakt van onder andere droppoeder, salmiakzout, zetmeel en (poeder)suiker	adj	de kleuren zwart en wit hebbend
zwartwitje	=	zwartwit
zwartwitjes	=	zwartwit
zwartwitte	=	zwartwit
zwartwitten	=	zwartwit
zwartzadelvijlvis	noun	Paraluteres prionurus een vijlvis van het geslacht Paraluteres en wordt aangetroffen in riffen in de Grote Oceaan en Indische Oceaan.
zwartzadelvijlvisje	=	zwartzadelvijlvis
zwartzadelvijlvisjes	=	zwartzadelvijlvis
zwartzadelvijlvissen	=	zwartzadelvijlvis
zwartzijden	adj	van zwarte zijde vervaardigd
zwartzoompalpmot	noun	Dichomeris picrocarpa een vlinder uit de familie van de tastermotten (Gelechiidae).
zwartzoompalpmotje	=	zwartzoompalpmot
zwartzoompalpmotjes	=	zwartzoompalpmot
zwartzoompalpmotten	=	zwartzoompalpmot
zwatel	=	zwatelen
zwatelde	=	zwatelen
zwatelden	=	zwatelen
zwatele	=	zwatelen
zwatelen	verb	een lispelend, ruisend geluid maken
zwatelend	=	zwatelen
zwatelende	=	zwatelen
zwatelt	=	zwatelen
zwavel	noun	scheikundig element met symbool S en atoomnummer 16. Het is een geel niet-metaal
zwavelachtig	adj	lijkend op zwavel, met de eigenschappen van zwavel of zwavelverbindingen
zwavelachtige	=	zwavelachtig
zwavelachtiger	=	zwavelachtig
zwavelachtigere	=	zwavelachtig
zwavelachtigers	=	zwavelachtig
zwavelachtigs	=	zwavelachtig
zwavelachtigst	=	zwavelachtig
zwavelachtigste	=	zwavelachtig
zwavelarm	adj	een laag gehalte aan zwavel bevattend
zwavelarme	=	zwavelarm
zwavelarmer	=	zwavelarm
zwavelarmere	=	zwavelarm
zwavelarmers	=	zwavelarm
zwavelarms	=	zwavelarm
zwavelarmst	=	zwavelarm
zwavelarmste	=	zwavelarm
zwavelatomen	=	zwavelatoom
zwavelatoom	noun	een atoom van het chemisch element zwavel.
zwavelatoompje	=	zwavelatoom
zwavelatoompjes	=	zwavelatoom
zwavelbad	noun	plaats waar men kan baden in zwavelhoudend water
zwavelbaden	=	zwavelbad
zwavelbloem	noun	zwavelpoeder
zwavelbloemen	=	zwavelbloem
zwavelborstparkiet	noun	Aratinga maculata een vogel uit de familie Psittacidae (papegaaien van Afrika en de Nieuwe Wereld).
zwavelborstparkieten	=	zwavelborstparkiet
zwavelborstparkietje	=	zwavelborstparkiet
zwavelborstparkietjes	=	zwavelborstparkiet
zwavelborsttoekan	noun	Ramphastos sulfuratus een opvallende gekleurde vogel uit de familie van de toekans (Ramphastidae) die leeft van Venezuela en Colombia tot Zuid-Mexico.
zwavelborsttoekannetje	=	zwavelborsttoekan
zwavelborsttoekannetjes	=	zwavelborsttoekan
zwavelborsttoekans	=	zwavelborsttoekan
zwavelbron	noun	waterbron waar water aan het oppervlak komt dat zwavelwaterstof bevat
zwavelbronnen	=	zwavelbron
zwavelbuikfluiter	noun	Pachycephala sulfuriventer een zangvogel uit de familie Pachycephalidae (dikkoppen en fluiters).
zwavelbuikfluiters	=	zwavelbuikfluiter
zwavelbuikfluitertje	=	zwavelbuikfluiter
zwavelbuikfluitertjes	=	zwavelbuikfluiter
zwaveldamp	noun	gas dat zwavelverbindingen bevat
zwaveldampen	=	zwaveldamp
zwavelde	=	zwavelen
zwavelden	=	zwavelen
zwaveldioxide	noun	SO₂ is een kleurloos gas met verstikkende reuk
zwaveldioxiden	=	zwaveldioxide
zwaveldioxides	=	zwaveldioxide
zwaveldominomot	noun	Oegoconia caradjai een vlinder uit de familie dominomotten (Autostichidae).
zwaveldominomotje	=	zwaveldominomot
zwaveldominomotjes	=	zwaveldominomot
zwaveldominomotten	=	zwaveldominomot
zwavele	=	zwavelen
zwavelen	verb	met zwaveldamp desinfecteren
zwavelend	=	zwavelen
zwavelende	=	zwavelen
zwavelerts	noun	zwavel bevattend gesteente
zwavelertsen	=	zwavelerts
zwavelgeel	noun	tint geel met RAL-nummer 1016 ( ); gele kleur zoals die van zwavel.	adj	in een tint geel met RAL-nummer 1016 ( ).
zwavelgeels	=	zwavelgeel
zwavelgeelst	=	zwavelgeel
zwavelgeelste	=	zwavelgeel
zwavelgehalte	noun	de hoeveelheid zwavel per gewichtseenheid
zwavelgehalten	=	zwavelgehalte
zwavelgehaltes	=	zwavelgehalte
zwavelgele	=	zwavelgeel
zwavelgelen	=	zwavelgeel
zwavelgeler	=	zwavelgeel
zwavelgelere	=	zwavelgeel
zwavelgelers	=	zwavelgeel
zwavelgeur	noun	de geur van zwavel.
zwavelgeuren	=	zwavelgeur
zwavelgeurtje	=	zwavelgeur
zwavelgeurtjes	=	zwavelgeur
zwavelgors	noun	Emberiza sulphurata een zangvogel uit de familie van gorzen (Emberizidae).
zwavelgorsje	=	zwavelgors
zwavelgorsjes	=	zwavelgors
zwavelgorzen	=	zwavelgors
zwavelhoudend	adj	zwavel of zwavelverbindingen bevattend
zwavelhoudende	=	zwavelhoudend
zwavelhoudender	=	zwavelhoudend
zwavelhoudendere	=	zwavelhoudend
zwavelhoudenders	=	zwavelhoudend
zwavelhoudends	=	zwavelhoudend
zwavelhoudendst	=	zwavelhoudend
zwavelhoudendste	=	zwavelhoudend
zwavelig	adj	op zwavel gelijkend, zwavelachtig
zwavelige	=	zwavelig
zwaveliger	=	zwavelig
zwaveligere	=	zwavelig
zwaveligers	=	zwavelig
zwaveligs	=	zwavelig
zwaveligst	=	zwavelig
zwaveligste	=	zwavelig
zwaveligzuur	noun	het weinig stabiele zuur met de formule H₂SO₃ dat ontstaat bij oplossing van zwaveldioxide in water en dat de basis vormt van de sulfieten
zwavelijzer	noun	een verbinding van zwavel en ijzer
zwavelisotoop	noun	isotoop van het element zwavel
zwavelisotopen	=	zwavelisotoop
zwaveljuffertje	noun	Pomacentrus sulfureus een straalvinnige vissensoort uit de familie van rifbaarzen en koraaljuffertjes (Pomacentridae).
zwaveljuffertjes	=	zwaveljuffertje
zwavelkanarie	noun	Crithagra sulphurata een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen).
zwavelkanaries	=	zwavelkanarie
zwavelkanarietje	=	zwavelkanarie
zwavelkanarietjes	=	zwavelkanarie
zwavelkeelrietkruiper	noun	Limnoctites sulphuriferus een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwavelkeelrietkruipers	=	zwavelkeelrietkruiper
zwavelkeelrietkruipertje	=	zwavelkeelrietkruiper
zwavelkeelrietkruipertjes	=	zwavelkeelrietkruiper
zwavelkeelstekelstaart	noun	Cranioleuca sulphurifera een zangvogel uit de familie Furnariidae (ovenvogels).
zwavelkeelstekelstaarten	=	zwavelkeelstekelstaart
zwavelkeelstekelstaartje	=	zwavelkeelstekelstaart
zwavelkeelstekelstaartjes	=	zwavelkeelstekelstaart
zwavelkoolstof	noun	een onaangenaam riekende, uiterst vluchtige en brandbrare vloeistof die een verbinding is van zwavel en koolstof is met de formule CS₂
zwavelkoolstoffen	=	zwavelkoolstof
zwavelkop	noun	Hypholoma fasciculare zeer giftige paddestoel met een gele hoed en steel
zwavelkoper	noun	een verbinding van de twee elementen zwavel en koper
zwavelkopje	=	zwavelkop
zwavelkopjes	=	zwavelkop
zwavelkoppen	=	zwavelkop
zwavellucht	noun	een lucht die een (sterke) zwavelgeur heeft.
zwavelluchten	=	zwavellucht
zwavelluchtje	=	zwavellucht
zwavelluchtjes	=	zwavellucht
zwavelmelkbekerzwam	noun	Paragalactinia michelii een schimmels behorend tot de familie Pezizaceae.
zwavelmelkbekerzwammen	=	zwavelmelkbekerzwam
zwavelmelkbekerzwammetje	=	zwavelmelkbekerzwam
zwavelmelkbekerzwammetjes	=	zwavelmelkbekerzwam
zwavelmelkzwam	noun	Lactarius chrysorrheus een schimmel uit de familie Russulaceae.
zwavelmelkzwammen	=	zwavelmelkzwam
zwavelmelkzwammetje	=	zwavelmelkzwam
zwavelmelkzwammetjes	=	zwavelmelkzwam
zwaveloxide	noun	verbinding die bestaat uit zwavel en zuurstof
zwaveloxiden	=	zwaveloxide
zwaveloxides	=	zwaveloxide
zwavelpasta	noun	zink zwavelpasta: huidverzorgingsproduct voor honden, paarden en pony's
zwavelpasta's	=	zwavelpasta
zwavelpoeder	noun	een zwavelhoudende vaste stof die in hele kleine korrels is verdeeld
zwavelpoeders	=	zwavelpoeder
zwavelregen	noun	het neerkomen van regen met sterke concentraties zwavel.
zwavelregens	=	zwavelregen
zwavelregentje	=	zwavelregen
zwavelregentjes	=	zwavelregen
zwavelrijk	adj	met een hoog gehalte aan zwavel of zwavelverbindingen
zwavelrijke	=	zwavelrijk
zwavelrijker	=	zwavelrijk
zwavelrijkere	=	zwavelrijk
zwavelrijkers	=	zwavelrijk
zwavelrijks	=	zwavelrijk
zwavelrijkst	=	zwavelrijk
zwavelrijkste	=	zwavelrijk
zwavelschorszwam	noun	Xenasmatella vaga een schimmel behorend tot de familie Xenasmataceae.
zwavelschorszwammen	=	zwavelschorszwam
zwavelschorszwammetje	=	zwavelschorszwam
zwavelschorszwammetjes	=	zwavelschorszwam
zwavelstok	noun	een houtje dat gedoopt is in gesmolten zwavel, de voorloper van de lucifer.
zwavelstokje	noun	dun houtje gedoopt in gesmolten zwavel, de voorloper van de lucifer
zwavelstokjes	=	zwavelstokje
zwavelstokken	=	zwavelstok
zwavelstuitkuiftangare	noun	Heterospingus rubrifrons een vogelsoort uit de familie Thraupidae (tangaren).
zwavelstuitkuiftangaren	=	zwavelstuitkuiftangare
zwavelstuitkuiftangaretje	=	zwavelstuitkuiftangare
zwavelstuitkuiftangaretjes	=	zwavelstuitkuiftangare
zwavelstuittiran	noun	Myiobius sulphureipygius een zangvogel uit de familie Tityridae.
zwavelstuittirannen	=	zwavelstuittiran
zwavelstuittirannetje	=	zwavelstuittiran
zwavelstuittirannetjes	=	zwavelstuittiran
zwavelt	=	zwavelen
zwaveltiran	noun	Tyrannopsis sulphurea een zangvogel uit de familie Tyrannidae (tirannen).
zwaveltirannen	=	zwaveltiran
zwaveltirannetje	=	zwaveltiran
zwaveltirannetjes	=	zwaveltiran
zwaveluitstoot	noun	de uitstoot van zwavel, meestal in de atmosfeer bedoeld.
zwavelverbinding	noun	chemische verbinding waarin het element zwavel voorkomt
zwavelverbindingen	=	zwavelverbinding
zwavelverbindinkje	=	zwavelverbinding
zwavelverbindinkjes	=	zwavelverbinding
zwavelvrij	adj	van een brandstof dat er geen zwavelverbindingen in voorkomen
zwavelvrije	=	zwavelvrij
zwavelvrijer	=	zwavelvrij
zwavelvrijere	=	zwavelvrij
zwavelvrijers	=	zwavelvrij
zwavelvrijs	=	zwavelvrij
zwavelvrijst	=	zwavelvrij
zwavelvrijste	=	zwavelvrij
zwavelwaterstof	noun	een verbinding van waterstof en zwavel met de formule H₂S
zwavelwaterstoffen	=	zwavelwaterstof
zwavelzuren	=	zwavelzuur
zwavelzuur	noun	een sterk zuur bestaande uit zwavel, waterstof en zuurstof met een wateronttrekende en bijtende werking
zwavelzuurfabriek	noun	fabriek waar men zwavelzuur produceert
zwavelzuurfabrieken	=	zwavelzuurfabriek
zwavelzuurtje	=	zwavelzuur
zwavelzwam	noun	Laetiporus sulphureus een zwam uit de familie Fomitopsidaceae.
zwavelzwammen	=	zwavelzwam
zwavelzwammetje	=	zwavelzwam
zwavelzwammetjes	=	zwavelzwam
zwede	=	zweden
zweden	verb	een huid prepareren met een kalkhoudend product om het haar te kunnen verwijderen
zwedend	=	zweden
zwedende	=	zweden
zweed	=	zweden
zweedde	=	zweden
zweedden	=	zweden
zweeds	adj	betreffende Zweden of het Zweeds
zweedse	noun	een vrouw uit Zweden
zweedser	=	zweeds
zweedsere	=	zweeds
zweedsers	=	zweeds
zweedst	=	zweeds
zweedstalig	adj	de Zweedse taal sprekend
zweedstalige	=	zweedstalig
zweedstaligs	=	zweedstalig
zweedste	=	zweeds
zweedt	=	zweden
zweef	noun	zweefmolen
zweef-tv	noun	tv-genre waarin aandacht wordt besteed aan zweverige onderwerpen zoals paranormale verschijnselen
zweefbaan	noun	kabelbaan
zweefbaantje	=	zweefbaan
zweefbaantjes	=	zweefbaan
zweefbanen	=	zweefbaan
zweefbij	noun	Syrphidae vlieg die op een bij of wesp lijkt en enige tijd in de lucht kan zweven
zweefbijen	=	zweefbij
zweefbijtje	=	zweefbij
zweefbijtjes	=	zweefbij
zweefbrug	noun	een bewegende brug, waarbij een deel van het wegdek in horizontale richting heen en weer beweegt.
zweefbruggen	=	zweefbrug
zweefbruggetje	=	zweefbrug
zweefbruggetjes	=	zweefbrug
zweefbrugje	=	zweefbrug
zweefbrugjes	=	zweefbrug
zweefclub	noun	een vereniging die zich toelegt op het zweefvliegen.
zweefclubje	=	zweefclub
zweefclubjes	=	zweefclub
zweefclubs	=	zweefclub
zweefde	=	zweven
zweefden	=	zweven
zweefduik	noun	snoekduik
zweefduiken	=	zweefduik
zweefduikje	=	zweefduik
zweefduikjes	=	zweefduik
zweeffase	noun	periode dat iets of iemand helemaal los is van de grond zonder dat er sprake is van actief vliegen
zweeffasen	=	zweeffase
zweeffases	=	zweeffase
zweefkees	noun	warrig persoon; zweverig iemand
zweefkeesje	=	zweefkees
zweefkeesjes	=	zweefkees
zweefkezen	=	zweefkees
zweefklant	noun	passagier van een kabelbaan
zweefklanten	=	zweefklant
zweefmolen	noun	draaimolen met aan ketting hangende, zwevende bakjes
zweefmolens	=	zweefmolen
zweefmolentje	=	zweefmolen
zweefmolentjes	=	zweefmolen
zweefmoment	noun	korte periode dat iets of iemand vrij door de lucht beweegt
zweefmomenten	=	zweefmoment
zweefmuziek	noun	zweverige new-age muziek, die bv. wordt gebruikt bij meditaties en mystieke handelingen
zweefmuziekje	=	zweefmuziek
zweefmuziekjes	=	zweefmuziek
zweefpont	noun	een bewegende brug, waarbij een deel van het wegdek in horizontale richting heen en weer beweegt.
zweefponten	=	zweefpont
zweefpontje	=	zweefpont
zweefpontjes	=	zweefpont
zweefrek	noun	trapeze van acrobaten
zweefrekje	=	zweefrek
zweefrekjes	=	zweefrek
zweefrekken	=	zweefrek
zweefspoor	noun	een tramrails waaraan de tram hangt
zweefspoortje	=	zweefspoor
zweefspoortjes	=	zweefspoor
zweefsporen	=	zweefspoor
zweefsport	noun	zweefvliegen
zweefsporten	=	zweefsport
zweefsprong	noun	schoonspringen met gestrekt lichaam
zweefsprongen	=	zweefsprong
zweefsprongetje	=	zweefsprong
zweefsprongetjes	=	zweefsprong
zweeft	=	zweven
zweefteef	noun	vrouw met zweverige denkbeelden of interesses
zweefteefje	=	zweefteef
zweefteefjes	=	zweefteef
zweefteven	=	zweefteef
zweeftoestel	noun	zweefvliegtuig
zweeftoestellen	=	zweeftoestel
zweeftoestelletje	=	zweeftoestel
zweeftoestelletjes	=	zweeftoestel
zweeftrein	noun	trein die vlak boven de baan zweeft, en dus in beweging geen contact heeft met de baan
zweeftreinbaan	noun	monorail waar een zweeftrein overheen kan gaan
zweeftreinbanen	=	zweeftreinbaan
zweeftreinen	=	zweeftrein
zweeftreintje	=	zweeftrein
zweeftreintjes	=	zweeftrein
zweefveer	noun	een bewegende brug, waarbij een deel van het wegdek in horizontale richting heen en weer beweegt.
zweefveertje	=	zweefveer
zweefveertjes	=	zweefveer
zweefverbinding	noun	verbinding tussen twee of meer plaatsen met een zweeftrein
zweefverbindingen	=	zweefverbinding
zweefverbindinkje	=	zweefverbinding
zweefverbindinkjes	=	zweefverbinding
zweefveren	=	zweefveer
zweefvlieg	noun	een vlieg uit de familie Syrphidae van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera).
zweefvliegcentra	=	zweefvliegcentrum
zweefvliegcentrum	noun	plaats waar allerlei activiteiten rond het zweefvliegen geconcentreerd zijn
zweefvliegcentrums	=	zweefvliegcentrum
zweefvliegclub	noun	vereniging van mensen die vliegen met een zweefvliegtuig
zweefvliegclubs	=	zweefvliegclub
zweefvliegde	=	zweefvliegen
zweefvliegden	=	zweefvliegen
zweefvliege	=	zweefvliegen
zweefvliegen	noun	Syrphidae een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen of tweevleugeligen (Diptera).	verb	vliegen en besturen van een zweefvliegtuig
zweefvliegend	=	zweefvliegen
zweefvliegende	=	zweefvliegen
zweefvlieger	noun	een piloot die een zweefvliegtuig bestuurt en/of die de sport zweefvliegen beoefent
zweefvliegers	=	zweefvlieger
zweefvliegertje	=	zweefvlieger
zweefvliegertjes	=	zweefvlieger
zweefvliegje	=	zweefvlieg
zweefvliegjes	=	zweefvlieg
zweefvliegsport	noun	het vliegen in een vliegtuig zonder motor, als vrijetijdsbesteding
zweefvliegt	=	zweefvliegen
zweefvliegtuig	noun	toestel met vleugels dat zich ongemotoriseerd door de lucht verplaatst door gebruik te maken van opstijgende luchtstromingen
zweefvliegtuigen	=	zweefvliegtuig
zweefvliegtuigje	=	zweefvliegtuig
zweefvliegtuigjes	=	zweefvliegtuig
zweefvliegveld	noun	vliegveld waar men zweefvliegen beoefend
zweefvliegvelden	=	zweefvliegveld
zweefvliegveldje	=	zweefvliegveld
zweefvliegveldjes	=	zweefvliegveld
zweefvlucht	noun	vlucht met een zweefvliegtuig of in een vliegtuig zonder werkende motor
zweefvluchten	=	zweefvlucht
zweefvuil	noun	vuil dat in het water zweeft (en dus niet aan de oppervlakte drijft of naar de bodem zinkt)
zweefzadel	noun	een zadel voor een (gemotoriseerde) voertuig, dat aan de voorzijde scharnierend aan een voertuig is bevestigd en aan de achterzijde wordt gedragen door vrij grote spiraalveren
zweefzadels	=	zweefzadel
zweefzadeltje	=	zweefzadel
zweefzadeltjes	=	zweefzadel
zweeg	=	zwijgen
zweegt	=	zwijgen
zweel	=	zwelen
zweelde	=	zwelen
zweelden	=	zwelen
zweelt	=	zwelen
zweem	noun	spoor
zweemde	=	zwemen
zweemden	=	zwemen
zweempje	=	zweem
zweempjes	=	zweem
zweemt	=	zwemen
zweep	noun	een handwapen in de vorm van een lang ineengedraaid stuk leer dat met een zwiepende beweging pijnlijke slagen uit kan delen
zweepdiertje	noun	Zoomastigophorea eencellig organisme dat zich met een zweephaar voortbeweegt
zweepdiertjes	=	zweepdiertje
zweepdraad	noun	een organel dat dient voor de voortbeweging van een eencellig organisme of van een voorplantingscel, zoals zaadcel
zweepdraadje	=	zweepdraad
zweepdraadjes	=	zweepdraad
zweepdraden	=	zweepdraad
zweephagedissen	noun	een geslacht Tetradactylus van hagedissen uit de familie schildhagedissen (Gerrhosauridae)
zweephangmatspin	noun	Microlinyphia impigra een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
zweephangmatspinnen	=	zweephangmatspin
zweephangmatspinnetje	=	zweephangmatspin
zweephangmatspinnetjes	=	zweephangmatspin
zweepje	=	zweep
zweepjes	=	zweep
zweepkoker	noun	koker op de bok van een rijtuig waar de koetsier zijn zweep kan neerzetten
zweepkokers	=	zweepkoker
zweepkokertje	=	zweepkoker
zweepkokertjes	=	zweepkoker
zweeppartij	noun	een oppositie partij die de gevestigde partijen wakker schudt
zweeppartijen	=	zweeppartij
zweeppartijtje	=	zweeppartij
zweeppartijtjes	=	zweeppartij
zweepslag	noun	slag met een zweep
zweepslagen	=	zweepslag
zweepslagje	=	zweepslag
zweepslagjes	=	zweepslag
zweepspinnen	noun	Amblypygi een orde in de klasse van de spinachtigen (Arachnida).
zweepstaart	noun	staart waarmee eencellige organismen, bacteriën en spermacellen zich kunnen voortbewegen
zweepstaarten	=	zweepstaart
zweepstaartje	=	zweepstaart
zweepstaartschorpioenen	noun	Thelyphonida een orde van spinachtigen.
zweept	=	zwepen
zweepte	=	zwepen
zweepten	=	zwepen
zweepthujamos	noun	Thuidium assimile een soort mos van het geslacht Thuidium (thujamossen).
zweepthujamosje	=	zweepthujamos
zweepthujamosjes	=	zweepthujamos
zweepthujamossen	=	zweepthujamos
zweeptol	noun	een tol, meest in de vorm van een paddestoel, die door kinderen als spel met een zweep draaiend gehouden wordt
zweeptollen	=	zweeptol
zweeptolletje	=	zweeptol
zweeptolletjes	=	zweeptol
zweeptouw	noun	touwtje dat vast zit aan het einde van een zweep(snoer)
zweeptouwen	=	zweeptouw
zweepworm	noun	Trichuris trichiura worm die in de darmen leeft en een lang draadvorming vooreinde heeft
zweepwormen	noun	een geslacht Trichuris wormen uit de familie Trichinellidae van de rondwormen.
zweepwormpje	=	zweepworm
zweepwormpjes	=	zweepworm
zweer	noun	ontstoken plek, infectie
zweerde	=	zweren
zweerden	=	zweren
zweert	=	zweren
zweertje	=	zweer
zweertjes	=	zweer
zweet	noun	vocht dat door de huid wordt uitgescheiden als koeling en middel om sommige afvalstoffen kwijt te raken Omdat de uitscheiding toeneemt je het warm krijgt, wordt "zweet" vaak met hitte, inspanning of angst in verband gebracht.
zweetafscheiding	noun	het produceren van transpiratievocht
zweetafscheidingen	=	zweetafscheiding
zweetbad	noun	een inrichting die als doel heeft de gebruiker heftig te laten zweten
zweetbaden	=	zweetbad
zweetband	noun	band om pols of voorhoofd waarmee men zich het zweet kan afdeppen
zweetbanden	=	zweetband
zweetbandje	=	zweetband
zweetbandjes	=	zweetband
zweetdeken	noun	paardendeken die het zweet opvangt van een paard
zweetdekens	=	zweetdeken
zweetdekentje	=	zweetdeken
zweetdekentjes	=	zweetdeken
zweetdoek	noun	doek waarmee men het zweet van het gelaat kan deppen
zweetdoeken	=	zweetdoek
zweetdoekje	=	zweetdoek
zweetdoekjes	=	zweetdoek
zweetdrank	noun	vloeistof die het transpireren doet toenemen
zweetdranken	=	zweetdrank
zweetdrankje	=	zweetdrank
zweetdrankjes	=	zweetdrank
zweetdrijvend	adj	het transpireren bevorderend; het zweet uitdrijvend
zweetdrijvende	=	zweetdrijvend
zweetdrijvender	=	zweetdrijvend
zweetdrijvendere	=	zweetdrijvend
zweetdrijvenders	=	zweetdrijvend
zweetdrijvends	=	zweetdrijvend
zweetdrijvendst	=	zweetdrijvend
zweetdrijvendste	=	zweetdrijvend
zweetdruppel	noun	een druppel door zeetklieren uitgescheiden vocht
zweetdruppels	=	zweetdruppel
zweetdruppeltje	=	zweetdruppel
zweetdruppeltjes	=	zweetdruppel
zweeten	=	zweten
zweetgeur	noun	geur van zweet
zweetgeuren	=	zweetgeur
zweetgeurtje	=	zweetgeur
zweetgeurtjes	=	zweetgeur
zweethand	noun	een handpalm die vochtig en klam is van het zweet, meestal is het een teken van angst
zweethanden	=	zweethand
zweethok	noun	sauna
zweethokken	=	zweethok
zweethond	noun	hond uit een ras gefokt om het spoor van aangeschoten wild te volgen; hond die zweetwerk verricht
zweethonden	=	zweethond
zweethut	noun	een tent of hut waarin gezweet wordt door een of meerdere personen wanneer in de tent hete stenen liggen en de tent of hut is afgesloten, een werkingsprincipe waarop ook de sauna is gebaseerd
zweethutje	=	zweethut
zweethutjes	=	zweethut
zweethutten	=	zweethut
zweetkakkies	noun|informal	stinkendende, zwetende voeten
zweetkamer	noun	ruimte in een sauna
zweetkamers	=	zweetkamer
zweetkamertje	noun	alleen verkleinwoord wachtkamer voor studenten die een examen moeten afleggen of de uitslag daarvan afwachten
zweetkamertjes	=	zweetkamer
zweetklier	noun	een klier in het lichaam dat zweet produceert.
zweetklieren	=	zweetklier
zweetkliertje	=	zweetklier
zweetkliertjes	=	zweetklier
zweetkoorts	noun	een meestal dodelijke infectueuze ziekte, vermoedelijk veroorzaakt door een hantavirus
zweetkoortsen	=	zweetkoorts
zweetkuren	=	zweetkuur
zweetkuur	noun	medische behandeling waarbij men door het bevorderen van het zweten de ziekte zou genezen
zweetkuurtje	=	zweetkuur
zweetkuurtjes	=	zweetkuur
zweetlucht	noun	geur van zweet
zweetluchten	=	zweetlucht
zweetluchtje	=	zweetlucht
zweetluchtjes	=	zweetlucht
zweetmiddel	noun	middel dat men moet innemen om het transpireren te bevorderen
zweetmiddelen	=	zweetmiddel
zweetpak	noun	gemakkelijke sportkleding waarin je mag zweten
zweetpakken	=	zweetpak
zweetparel	noun	druppel zweet
zweetparels	=	zweetparel
zweetpareltje	=	zweetparel
zweetpareltjes	=	zweetparel
zweetplek	noun	verkleurde of natte plek door zweten
zweetplekje	=	zweetplek
zweetplekjes	=	zweetplek
zweetplekken	=	zweetplek
zweetpoeder	noun	poeder dat de zweetproductie stimuleert
zweetpoeders	=	zweetpoeder
zweetpoeier	noun	poeder dat de zweetproductie stimuleert
zweetpoeiers	=	zweetpoeier
zweetproductie	noun	de productie van zweet.
zweetproducties	=	zweetproductie
zweetproductietje	=	zweetproductie
zweetproductietjes	=	zweetproductie
zweetsecretie	noun	het zweten; het afscheiden van zweet
zweetsecreties	=	zweetsecretie
zweetsok	noun	een naar zweet stinkende sok
zweetsokje	=	zweetsok
zweetsokjes	=	zweetsok
zweetsokken	=	zweetsok
zweetspoor	noun	reukspoor dat een aangeschoten stuk wild achterlaat
zweetsporen	=	zweetspoor
zweette	=	zweten
zweetten	=	zweten
zweettest	noun	onderzoek van zweet waardoor men drugsgebruik kan vaststellen
zweettesten	=	zweettest
zweettests	=	zweettest
zweetverlies	noun	het vocht en zout dat men kwijtraakt door te transpireren
zweetverliezen	=	zweetverlies
zweetvoeten	noun	overmatig zwetende voeten
zweetvoetjes	=	zweetvoeten
zweetvos	noun	een vos met blonde manen en staart
zweetvosje	=	zweetvos
zweetvosjes	=	zweetvos
zweetvossen	=	zweetvos
zweetwerk	noun	het speuren naar aangeschoten of aangereden wild door een hond en zijn baas
zweetziekte	noun	een meestal dodelijke infectueuze ziekte, vermoedelijk veroorzaakt door een hantavirus
zweetziekten	=	zweetziekte
zweetziektes	=	zweetziekte
zwege	=	zwijgen
zwegel	noun	een (riet-)fluit
zwegeler	noun	een muzikant die gelijktijdig op een zwegel, een eenhandsfluit, en een kleine trom (tambourin) speelt
zwegelers	=	zwegeler
zwegelertje	=	zwegeler
zwegelertjes	=	zwegeler
zwegels	=	zwegel
zwegeltje	=	zwegel
zwegeltjes	=	zwegel
zwegen	=	zwijgen
zwei	noun	een verstelbare winkelhaak
zweien	=	zwei
zweitje	=	zwei
zweitjes	=	zwei
zwel	=	zwellen
zwele	=	zwelen
zwelen	verb	het gedroogde hooi in regels bijeenharken
zwelend	=	zwelen
zwelende	=	zwelen
zwelg	=	zwelgen
zwelgde	=	zwelgen
zwelgden	=	zwelgen
zwelge	=	zwelgen
zwelgen	verb	gulzig, onmatig opeten of -drinken
zwelgend	=	zwelgen
zwelgende	=	zwelgen
zwelger	noun	iemand die veel eet en drinkt
zwelgerij	noun	een overmatig gebruik van eten en drinken
zwelgerijen	=	zwelgerij
zwelgers	=	zwelger
zwelgpartij	noun	brasserij, drinkgelag, zwelgerij, zuippartij
zwelgpartijen	=	zwelgpartij
zwelgpartijtje	=	zwelgpartij
zwelgt	=	zwelgen
zwelhaai	noun	Cephaloscyllium ventriosum een vissensoort uit de familie van de kathaaien (Scyliorhinidae).
zwelhaaien	=	zwelhaai
zwelhaaitje	=	zwelhaai
zwelhaaitjes	=	zwelhaai
zwelkast	noun	een kast rond een orgel die met jaloezieën geopend en gesloten kan worden om dynamische wijzigingen mogelijk te maken
zwelkasten	=	zwelkast
zwelkastje	=	zwelkast
zwelkastjes	=	zwelkast
zwelklei	noun	een bodemsoort (klei) met het vermogen om relatief veel water op te nemen
zwelle	=	zwellen
zwellen	verb	in volume toenemen
zwellend	=	zwellen
zwellende	=	zwellen
zwellichaam	noun	ruimte in de penis die zorgt voor een erectie als ze gevuld is met bloed
zwellichaampje	=	zwellichaam
zwellichaampjes	=	zwellichaam
zwellichamen	=	zwellichaam
zwelling	noun	het zwellen
zwellingen	=	zwelling
zwellinkje	=	zwelling
zwellinkjes	=	zwelling
zwelpootje	noun	Erigonoplus globipes een spinnensoort in de taxonomische indeling van de hangmatspinnen (Linyphiidae).
zwelpootjes	=	zwelpootje
zwelt	=	zwellen
zwem	=	zwemmen
zwemabonnement	noun	overeenkomst om meerdere keren ergens te mogen zwemmen
zwemabonnementen	=	zwemabonnement
zwemabonnementje	=	zwemabonnement
zwemabonnementjes	=	zwemabonnement
zwemadvies	noun	raad of je ergens wel of niet veilig kunt zwemmen
zwemadviezen	=	zwemadvies
zwembaan	noun	een meestal afgebakende strook in een zwembad
zwembaantje	=	zwembaan
zwembaantjes	=	zwembaan
zwembad	noun	een bassin om in te zwemmen
zwembadbar	noun	een bar in of bij een zwembad
zwembadbarretje	=	zwembadbar
zwembadbarretjes	=	zwembadbar
zwembadbars	=	zwembadbar
zwembadbesturen	=	zwembadbestuur
zwembadbestuur	noun	groep mensen die leiding geeft aan een organisatie die een zwembad beheert
zwembadcomplex	noun	een zwembad met alle daarbij behorende faciliteiten
zwembadcomplexen	=	zwembadcomplex
zwembadcomplexje	=	zwembadcomplex
zwembadcomplexjes	=	zwembadcomplex
zwembaden	=	zwembad
zwembadje	=	zwembad
zwembadjes	=	zwembad
zwembadmedewerker	noun	iemand die werkzaam is binnen een zwembadorganisatie
zwembadmedewerkers	=	zwembadmedewerker
zwembadpas	noun	manier van lopen waarmee Kees de Jongen (zie Theo Thijssen) naar het zwembad liep
zwembadpasje	=	zwembadpas
zwembadpasjes	=	zwembadpas
zwembadpassen	=	zwembadpas
zwembadpersoneel	noun	het personeel dat werkzaam is in een zwembad
zwembadprotocol	noun	geheel van regels en afspraken hoe men zich in een zwembad dient te gedragen
zwembadprotocollen	=	zwembadprotocol
zwembadprotocols	=	zwembadprotocol
zwembadverbod	noun	straf die inhoudt dat men geen toegang meer krijgt tot een zwembad
zwembadverboden	=	zwembadverbod
zwembadwater	noun	het water van een zwembad
zwemband	noun	een ronde donutvormige band gevuld met lucht en in gebruik als speelgoed bij het zwemmen
zwembanden	=	zwemband
zwembandje	=	zwemband
zwembandjes	noun	ongewenste vetplooien aan de zijkant van iemands buik, heupen of dijen
zwembanen	=	zwembaan
zwembassin	noun	een bak met water waarin men kan zwemmen
zwembassins	=	zwembassin
zwembeurt	noun	een keer dat men zwemt
zwembeurten	=	zwembeurt
zwembeurtje	=	zwembeurt
zwembeurtjes	=	zwembeurt
zwembeweging	noun	bewegingen die men met armen en benen maakt tijdens het zwemmen
zwembewegingen	=	zwembeweging
zwembeweginkje	=	zwembeweging
zwembeweginkjes	=	zwembeweging
zwemblaas	noun	interne zak bij vissen van de superklasse der beenvissen Osteichthyes waarvan de vulling met gas het drijfvermogen van het dier bepaalt
zwemblaasje	=	zwemblaas
zwemblaasjes	=	zwemblaas
zwemblaasworm	noun	Anguillicoloides crassus een bloedzuigende parasiet uit de familie Anguillicolidae en de orde Spirurida (vroeger Camallanida) die leeft in de zwemblaas van echte palingen (het geslacht Anguilla).
zwemblaaswormen	=	zwemblaasworm
zwemblaaswormpje	=	zwemblaasworm
zwemblaaswormpjes	=	zwemblaasworm
zwemblazen	=	zwemblaas
zwemboei	noun	iets gemaakt is om te blijven drijven op het water
zwemboeien	=	zwemboei
zwemboeitje	=	zwemboei
zwemboeitjes	=	zwemboei
zwemboerka	noun	zwempak voor vrouwen dat bijna het hele lichaam bedekt
zwemboerka's	=	zwemboerka
zwembond	noun	een overkoepelende vereniging ten behoeve van het zwemmen
zwembonden	=	zwembond
zwembondje	=	zwembond
zwembondjes	=	zwembond
zwembrevet	noun	een bewijs dat iemand de vaardigheden beheerst om te zwemmen
zwembrevetje	=	zwembrevet
zwembrevetjes	=	zwembrevet
zwembrevetten	=	zwembrevet
zwembril	noun	een bril gebruikt bij het zwemmen
zwembrillen	=	zwembril
zwembrilletje	=	zwembril
zwembrilletjes	=	zwembril
zwembroek	noun	kledingstuk voor mannen dat gebruikt wordt om in te zwemmen
zwembroekangst	noun	de vrees dat je lichaam er niet goed genoeg uitziet om je in een zwembroek in het openbaar te vertonen
zwembroeken	=	zwembroek
zwembroekfobie	noun	ziekelijke angst dat het lichaam er niet goed genoeg uitziet om in het openbaar in een zwembroek rond te lopen
zwembroekje	=	zwembroek
zwembroekjes	=	zwembroek
zwemcarrière	noun	de carrière van een zwemmer of zwemster.
zwemcarrières	=	zwemcarrière
zwemclub	noun	een (lokale) vereniging ten behoeve van het zwemmen
zwemclubje	=	zwemclub
zwemclubjes	=	zwemclub
zwemclubs	=	zwemclub
zwemcoach	noun	coach die zwemmers begeleidt
zwemcoaches	=	zwemcoach
zwemcomplex	noun	zwembad en al de bijbehorende ruimtes en gebouwen
zwemcomplexen	=	zwemcomplex
zwemdag	noun	een dag dat men zwemt
zwemdagen	=	zwemdag
zwemdiploma	noun	document dat dient als bewijs dat iemand een zwemtest met goed gevolg heeft afgelegd
zwemdiploma's	=	zwemdiploma
zwemdiplomaatje	=	zwemdiploma
zwemdiplomaatjes	=	zwemdiploma
zwemdocent	noun	iemand die zwemles geeft
zwemdocenten	=	zwemdocent
zwemdocentje	=	zwemdocent
zwemdocentjes	=	zwemdocent
zwemdok	noun	afgesloten ruimte waar men kan zwemmen
zwemdokje	=	zwemdok
zwemdokjes	=	zwemdok
zwemdokken	=	zwemdok
zweme	=	zwemen
zwemeend	noun	eend die niet duikt, maar grondelt om voedsel te bemachtigen
zwemeenden	=	zwemeend
zwemeendje	=	zwemeend
zwemen	verb	~ naar: min of meer lijken op
zwemend	=	zwemen
zwemende	=	zwemen
zwemfederatie	noun	organisatie waarbij zwemclubs zijn aangesloten
zwemfederaties	=	zwemfederatie
zwemfeest	noun	feestelijke zwemsport bijeenkomst
zwemfeesten	=	zwemfeest
zwemgebeuren	noun	alle activiteiten die betrekking hebben op een zwemactiviteit
zwemgedeelte	noun	deel van een wedstrijd dat bestaat uit zwemmen
zwemgedeeltes	=	zwemgedeelte
zwemgelegenheden	=	zwemgelegenheid
zwemgelegenheid	noun	plaats waar men kan en mag zwemmen
zwemgerei	noun	zaken die men nodig heeft bij het zwemmen
zwemgerief	noun	zwemkleding, zwemgerei
zwemgordel	noun	een bij de zwemles om het middel gedragen hulpmiddel met groot drijfvermogen
zwemgordels	=	zwemgordel
zwemgordeltje	=	zwemgordel
zwemgordeltjes	=	zwemgordel
zwemhal	noun	rondom afgesloten gebouw met overdekt zwembad
zwemhallen	=	zwemhal
zwemhalletje	=	zwemhal
zwemhalletjes	=	zwemhal
zwemhanddoek	noun	doek die men gebruikt om zich af te drogen na het zwemmen
zwemhanddoeken	=	zwemhanddoek
zwemhanddoekje	=	zwemhanddoek
zwemhanddoekjes	=	zwemhanddoek
zweminrichting	noun	inrichting waar men kan zwemmen
zweminrichtingen	=	zweminrichting
zweminstructeur	noun	iemand die mensen leert zwemmen, de officiële term is zwemonderwijzer
zweminstructeurs	=	zweminstructeur
zwemjuf	noun	vrouw die zwemonderricht geeft
zwemjuffen	=	zwemjuf
zwemjuffie	=	zwemjuf
zwemjuffies	=	zwemjuf
zwemjufje	=	zwemjuf
zwemjufjes	=	zwemjuf
zwemjufs	=	zwemjuf
zwemkaart	noun	toegangsbewijs voor een zwembad
zwemkaarten	=	zwemkaart
zwemkaartje	=	zwemkaart
zwemkaartjes	=	zwemkaart
zwemkampioen	noun	iemand die een hoogste prijs behaalt in de zwemsport
zwemkampioene	noun	vrouw die een hoogste prijs behaalt in de zwemsport
zwemkampioenen	=	zwemkampioen
zwemkampioenes	=	zwemkampioene
zwemkampioenetje	=	zwemkampioene
zwemkampioenetjes	=	zwemkampioene
zwemkampioenschap	noun	zwemwedstrijd waarbij de winnaar zich kampioen mag noemen
zwemkampioenschappen	=	zwemkampioenschap
zwemkampioentje	=	zwemkampioen
zwemkampioentjes	=	zwemkampioen
zwemkelle	noun	een meertje dat op het strand achterblijft als het eb wordt en waarin men kan zwemmen
zwemkellen	=	zwemkelle
zwemkelletje	=	zwemkelle
zwemkledij	noun	kleding die geschikt is om mee te zwemmen
zwemkleding	noun	kledij bedoeld voor het baden en zwemmen
zwemkom	noun	vijver die geschikt is om in te zwemmen
zwemkommen	=	zwemkom
zwemkommetje	=	zwemkom
zwemkommetjes	=	zwemkom
zwemkostuum	noun	kleding die tijdens het zwemmen kan worden gedragen
zwemkostuumpje	=	zwemkostuum
zwemkostuumpjes	=	zwemkostuum
zwemkostuums	=	zwemkostuum
zwemkrab	noun	Liocarcinus holsatus een van de meest algemene krabben van de Belgisch-Nederlandse kustgebied
zwemkrabben	noun	een familie Portunidae uit de infraorde krabben (Brachyura).
zwemkunst	noun	het vermogen te kunnen zwemmen
zwemkunsten	=	zwemkunst
zwemleraar	noun	iemand die zwemles geeft, iemand die anderen beroepsmatig leert zwemmen
zwemleraars	=	zwemleraar
zwemleraartje	=	zwemleraar
zwemleraartjes	=	zwemleraar
zwemleraren	=	zwemleraar
zwemlerares	noun	iemand die zwemles geeft, iemand die anderen beroepsmatig leert zwemmen
zwemleraresje	=	zwemlerares
zwemleraresjes	=	zwemlerares
zwemleraressen	=	zwemlerares
zwemles	noun	gelegenheid waarbij iemand beroepsmatig anderen leert zwemmen
zwemlesje	=	zwemles
zwemlesjes	=	zwemles
zwemlessen	=	zwemles
zwemlip	noun	een lipvormig uitsteeksel aan de voorkant van kunstaas
zwemlippen	=	zwemlip
zwemloop	noun	wedstrijd die bestaat uit zwemmen én hardlopen
zwemloopje	=	zwemloop
zwemloopjes	=	zwemloop
zwemlopen	=	zwemloop
zwemluier	noun	incontinentie materiaal dat geschikt is om mee te zwemmen
zwemluiers	=	zwemluier
zwemluiertje	=	zwemluier
zwemluiertjes	=	zwemluier
zwemmarathon	noun	zwemwedstrijd of zwemtocht over een lange afstand
zwemmarathons	=	zwemmarathon
zwemme	=	zwemmen
zwemmeer	noun	een meer dat geschikt is om in te zwemmen
zwemmeertje	=	zwemmeer
zwemmeertjes	=	zwemmeer
zwemmeester	noun	man die zwemles geeft
zwemmeesters	=	zwemmeester
zwemmeestertje	=	zwemmeester
zwemmeestertjes	=	zwemmeester
zwemmen	verb	zich gecoördineerd door het water voortbewegen
zwemmend	=	zwemmen
zwemmende	=	zwemmen
zwemmer	noun	iemand die zwemt
zwemmeren	=	zwemmeer
zwemmerig	adj	een voorliefde voor zwemmen koesterend
zwemmerige	=	zwemmerig
zwemmeriger	=	zwemmerig
zwemmerigere	=	zwemmerig
zwemmerigers	=	zwemmerig
zwemmerigs	=	zwemmerig
zwemmerigst	=	zwemmerig
zwemmerigste	=	zwemmerig
zwemmers	=	zwemmer
zwemmerseczeem	noun	een schimmelinfectie van (meestal) een of beide voeten, veroorzaakt door een schimmel uit de groep van de dermatofyten
zwemmerseczemen	=	zwemmerseczeem
zwemmersjeuk	noun	huiduitslag veroorzaakt door waterlarven van een platworm, die de huid binnen kunnen dringen en ontstekingsreacties veroorzaken
zwemmertje	=	zwemmer
zwemmertjes	=	zwemmer
zwemmodel	noun	fotomodel in badpak
zwemmodellen	=	zwemmodel
zwemmuts	noun	kap op het hoofd dat de haren bedekt tijdens het zwemmen
zwemmutsen	=	zwemmuts
zwemoefening	noun	lichamelijke oefening door te zwemmen; het trainen van het zwemmen
zwemoefeningen	=	zwemoefening
zwemonderdeel	noun	deel van een sportevenement dat bestaat uit zwemwedstrijden
zwemonderdelen	=	zwemonderdeel
zwemonderwijs	noun	het door leraren overbrengen van vaardigheid in het zwemmen
zwemonderwijzer	noun	iemand die anderen leert zwemmen
zwemonderwijzers	=	zwemonderwijzer
zwemongeluk	noun	een ongeval gedurende het zwemmen
zwemongelukje	=	zwemongeluk
zwemongelukjes	=	zwemongeluk
zwemongelukken	=	zwemongeluk
zwempak	noun	kleding die tijdens het zwemmen kan worden gedragen
zwempakje	=	zwempak
zwempakjes	=	zwempak
zwempakken	=	zwempak
zwemparadijs	noun	groot, luxueus, overdekt zwembad
zwemparadijsje	=	zwemparadijs
zwemparadijsjes	=	zwemparadijs
zwemparadijzen	=	zwemparadijs
zwempartij	noun	een keer dat men met één of meer mensen gaat zwemmen
zwempartijen	=	zwempartij
zwempartijtje	=	zwempartij
zwempartijtjes	=	zwempartij
zwemplaats	noun	plek waar men kan en mag zwemmen
zwemplaatsen	=	zwemplaats
zwemplas	noun	meer waarin mensen zwemmen
zwemplassen	=	zwemplas
zwemplateau	noun	plat deel aan de achterkant van een plezierboot vanwaar men kan zwemmen
zwemplateaus	=	zwemplateau
zwemplateautje	=	zwemplateau
zwemplateautjes	=	zwemplateau
zwemplatform	noun	overleg van organisaties die betrokken zijn bij het zwemmen
zwemplatforms	=	zwemplatform
zwemplezier	noun	het genoegen dat men kan beleven aan het zwemmen
zwemploeg	noun	zwemmers die als groep aan wedstrijden meedoen
zwemploegen	=	zwemploeg
zwemploegje	=	zwemploeg
zwemploegjes	=	zwemploeg
zwempoot	noun	poot met zwemvliezen tussen de tenen zodat een watervogel goed kan zwemmen
zwempootje	=	zwempoot
zwempootjes	=	zwempoot
zwempoten	=	zwempoot
zwemprestatie	noun	door zwemmen behaalt resultaat
zwemprestaties	=	zwemprestatie
zwemproef	noun	zwemmen als test voor de fysieke fitheid
zwemproeven	=	zwemproef
zwemrecord	noun	een prestatie bij het zwemmen die beter is dan alle voorafgaande prestaties
zwemrecords	=	zwemrecord
zwemruimte	noun	de beschikbare uitgestrektheid die men heeft om te zwemmen
zwemruimtes	=	zwemruimte
zwemschimmel	noun	een schimmelinfectie van (meestal) een of beide voeten, veroorzaakt door een schimmel uit de groep van de dermatofyten
zwemschimmels	=	zwemschimmel
zwemschimmeltje	=	zwemschimmel
zwemschimmeltjes	=	zwemschimmel
zwemscholen	=	zwemschool
zwemschool	noun	school waar men kan leren zwemmen
zwemschooltje	=	zwemschool
zwemschooltjes	=	zwemschool
zwemseizoen	noun	periode van het jaar dat men kan zwemmen
zwemseizoenen	=	zwemseizoen
zwemselectie	noun	een groep geslecteerde zwemmers of zwemsters die speciale training ondergaan
zwemselecties	=	zwemselectie
zwemsessie	noun	de keer dat men zwemt
zwemsessies	=	zwemsessie
zwemshort	noun	zwembroek voor mannen en jongens
zwemshorts	=	zwemshort
zwemslag	noun	de manier waarop een zwemmer zich door het water voortbeweegt
zwemslagen	=	zwemslag
zwemslagje	=	zwemslag
zwemslagjes	=	zwemslag
zwemslip	noun	strakke, korte zwembroek voor heren zonder pijpjes, gekenmerkt door een hoge uitsnede bij de heupen
zwemslipje	=	zwemslip
zwemslipjes	=	zwemslip
zwemslippen	=	zwemslip
zwemslips	=	zwemslip
zwemsport	noun	zwemmen is een watersport waarbij de zwemmer zich door middel van arm- en beenbewegingen voortbeweegt in het water.
zwemsporten	=	zwemsport
zwemstadion	noun	locatie met zwembad en tribunes waar zwemwedstrijden gehouden kunnen worden
zwemstadions	=	zwemstadion
zwemster	noun	vrouwelijk persoon die zwemt
zwemsterren	=	zwemster
zwemsterretje	=	zwemster
zwemsters	=	zwemster
zwemstertje	=	zwemster
zwemstertjes	=	zwemster
zwemt	=	zwemmen
zwemtalent	noun	het hebben van aanleg een goed zwemmer te worden
zwemtalenten	=	zwemtalent
zwemtalentje	=	zwemtalent
zwemtalentjes	=	zwemtalent
zwemtas	noun	zak waarin men zwemspullen kan meenemen
zwemtassen	=	zwemtas
zwemteam	noun	zwemmers die als groep aan een wedstrijd meedoen
zwemteampje	=	zwemteam
zwemteampjes	=	zwemteam
zwemteams	=	zwemteam
zwemtechniek	noun	de manier waarop men de zwemslagen maakt
zwemtechnieken	=	zwemtechniek
zwemtest	noun	onderzoek hoe goed een mens of dier op eigen kracht in het water vooruit kan komen
zwemtesten	=	zwemtest
zwemtests	=	zwemtest
zwemtherapie	noun	een regelmatige bewegingsoefening voor zieken en ouderen die plaats vindt onder begeleiding van (sport)instructeurs of fysiotherapeuten voor mensen die lijden aan een chronische ziekte zoals reumatoïde artritis, een spierziekte, of zij die min of meer ernstige ouderdomsverschijnselen vertonen
zwemtherapietje	=	zwemtherapie
zwemtherapietjes	=	zwemtherapie
zwemtherapieën	=	zwemtherapie
zwemtijd	noun	de tijd die men erover doet om een bepaalde afstand te zwemmen
zwemtijden	=	zwemtijd
zwemtikkertje	noun	spel waarbij de deelnemers zwemmend met de hand aangeraakt moeten worden
zwemtocht	noun	een reis die je al zwemmend maakt
zwemtochten	=	zwemtocht
zwemtochtje	=	zwemtocht
zwemtochtjes	=	zwemtocht
zwemtoernooi	noun	een gelegenheid waarbij meerdere zwemwedstrijden worden gehouden
zwemtoernooien	=	zwemtoernooi
zwemtoernooitje	=	zwemtoernooi
zwemtoernooitjes	=	zwemtoernooi
zwemtop	noun	groep van allerbeste zwemmers
zwemtoppen	=	zwemtop
zwemtops	=	zwemtop
zwemtrainer	noun	iemand die beroepsmatig zwemmers of zwemsters begeleidt teneinde hun sportieve prestaties te verbeteren
zwemtrainers	=	zwemtrainer
zwemtrainertje	=	zwemtrainer
zwemtrainertjes	=	zwemtrainer
zwemtraining	noun	lichamelijke oefening door te zwemmen
zwemtrainingen	=	zwemtraining
zwemtrap	noun	trap of ladder waarmee een zwemmer in of uit het water kan gaan
zwemtrapje	=	zwemtrap
zwemtrapjes	=	zwemtrap
zwemtrappen	=	zwemtrap
zwemtrappetje	=	zwemtrap
zwemtrappetjes	=	zwemtrap
zwemvaardigheden	=	zwemvaardigheid
zwemvaardigheid	noun	de vaardigheid hebben om op een veilige manier in water te kunnen zwemmen
zwemvaardigheidsdiploma	noun	een document dat dient als bewijs dat iemand een zwemtest met goed gevolg heeft afgelegd
zwemvaardigheidsdiploma's	=	zwemvaardigheidsdiploma
zwemverbod	noun	regel waardoor het strafbaar is te zwemmen (vaak geldend voor een bepaalde plaats en tijd)
zwemverboden	=	zwemverbod
zwemverbodje	=	zwemverbod
zwemverbodjes	=	zwemverbod
zwemvereniging	noun	een groepering van mensen om samen te zwemmen en/of het houden van zwemwedstrijden
zwemverenigingen	=	zwemvereniging
zwemverenigingetje	=	zwemvereniging
zwemverenigingetjes	=	zwemvereniging
zwemvest	noun	een in het water om het lijf gedragen vest met hoog drijfvermogen om verdrinken te voorkomen
zwemvesten	=	zwemvest
zwemvestje	=	zwemvest
zwemvestjes	=	zwemvest
zwemvierdaagse	noun	zwemfestijn waarbij de deelnemers 4 dagen achtereen een bepaalde afstand zwemmend afleggen
zwemvierdaagsen	=	zwemvierdaagse
zwemvierdaagses	=	zwemvierdaagse
zwemvijver	noun	door de mensen aangelegd meer waarin men kan zwemmen; vijver waarin men ook kan zwemmen
zwemvijvers	=	zwemvijver
zwemvijvertje	=	zwemvijver
zwemvin	noun	een aan de voet bevestigde zwemvlies om makkelijker en sneller door het water te kunnen zwemmen bij het snorkelen en duiken, onderdeel van snorkeluitrusting en duikuitrusting.
zwemvinnen	=	zwemvin
zwemvinnetje	=	zwemvin
zwemvinnetjes	=	zwemvin
zwemvleugel	noun	opblaasbaar bandje dat kleine kinderen die nog niet kunnen zwemmen om de bovenarm dragen
zwemvleugels	=	zwemvleugel
zwemvleugeltje	=	zwemvleugel
zwemvleugeltjes	=	zwemvleugel
zwemvlies	noun	huidplooi tussen vingers of tenen die het vergemakkelijkt zich bij het zwemmen tegen het water af te zetten
zwemvliesje	=	zwemvlies
zwemvliesjes	=	zwemvlies
zwemvliezen	=	zwemvlies
zwemvoet	noun	aan zwemmen aangepaste voet van watervogels, kikkers etc.
zwemvoeten	=	zwemvoet
zwemvoetje	=	zwemvoet
zwemvoetjes	=	zwemvoet
zwemvogel	noun	een vogel die op en nabij het water leeft
zwemvogels	=	zwemvogel
zwemvogeltje	=	zwemvogel
zwemvogeltjes	=	zwemvogel
zwemwants	noun	bepaald soort insect, Ilyocoris cimicoides uit de familie van de zwemwantsen (Naucoridae)
zwemwantsen	=	zwemwants
zwemwater	noun	een water dat geschikt is om in te zwemmen
zwemwateren	=	zwemwater
zwemwaterkwaliteit	noun	kwaliteit van het zwemwater
zwemwaterkwaliteiten	=	zwemwaterkwaliteit
zwemwaterren	=	zwemwater
zwemwaters	=	zwemwater
zwemwatertje	=	zwemwater
zwemwatertjes	=	zwemwater
zwemwedstrijd	noun	een wedstrijd waarin de deelnemers zo snel mogelijk een bepaalde afstand zwemmend proberen af te leggen
zwemwedstrijden	=	zwemwedstrijd
zwemwedstrijdje	=	zwemwedstrijd
zwemwedstrijdjes	=	zwemwedstrijd
zwemweek	noun	week met zwemactiviteiten, week met zwemwedstrijden
zwemweer	noun	weer dat geschikt is om in de openlucht te zwemmen
zwemweken	=	zwemweek
zwemwereld	noun	de groep van mensen die betrokken is bij de zwemsport
zwemwerelden	=	zwemwereld
zwemzaal	noun	ruimte met een zwembad
zwemzak	noun	tas waarin men zwemspullen kan meenemen
zwemzakje	=	zwemzak
zwemzakjes	=	zwemzak
zwemzakken	=	zwemzak
zwemzalen	=	zwemzaal
zwemzone	noun	gebied waar je veilig kunt zwemmen; gebied waar zwemmen is toegestaan
zwemzones	=	zwemzone
zwendel	noun	bedrog, fraude, oplichting, flessentrekkerij, geknoei
zwendelaar	noun	bedrieger, oplichter (die op frauduleuze wijze geld of goederen verkrijgt)
zwendelaars	=	zwendelaar
zwendelaarster	noun	vrouw die iemand bedriegt
zwendelaarsters	=	zwendelaarster
zwendelaarstertje	=	zwendelaarster
zwendelaarstertjes	=	zwendelaarster
zwendelaartje	=	zwendelaar
zwendelaartjes	=	zwendelaar
zwendelarij	noun	zwendel, bedrog, oplichterij
zwendelarijen	=	zwendelarij
zwendelarijtje	=	zwendelarij
zwendelarijtjes	=	zwendelarij
zwendelde	=	zwendelen
zwendelden	=	zwendelen
zwendele	=	zwendelen
zwendelen	verb	oneerlijk zijn, bedriegen, oplichten, frauderen
zwendelend	=	zwendelen
zwendelende	=	zwendelen
zwendelpraktijk	noun	de uitoefening van een zwendel
zwendelpraktijken	=	zwendelpraktijk
zwendelpraktijkje	=	zwendelpraktijk
zwendelpraktijkjes	=	zwendelpraktijk
zwendels	=	zwendel
zwendelt	=	zwendelen
zwendeltje	=	zwendel
zwendeltjes	=	zwendel
zwendelzaak	noun	geval waarbij iemand bewust wordt bedrogen en benadeeld
zwendelzaken	=	zwendelzaak
zwengel	noun	arm van een hefboom die op en neer of in het rond wordt bewogen, bijv. bij een pomp
zwengelboor	noun	handboor die men met de ene hand op zijn plaats houdt terwijl men met de andere hand een draaiende beweging maakt
zwengelboortje	=	zwengelboor
zwengelboortjes	=	zwengelboor
zwengelboren	=	zwengelboor
zwengelde	=	zwengelen
zwengelden	=	zwengelen
zwengele	=	zwengelen
zwengelen	verb	slingeren
zwengelend	=	zwengelen
zwengelende	=	zwengelen
zwengelpomp	noun	handpomp waarbij men de trekstang met behulp van een hefboom in beweging brengt
zwengelpompen	=	zwengelpomp
zwengelpompje	=	zwengelpomp
zwengelpompjes	=	zwengelpomp
zwengels	=	zwengel
zwengelt	=	zwengelen
zwengeltje	=	zwengel
zwengeltjes	=	zwengel
zwenghout	noun	dwarshout aan de voorzijde van een kar waaraan de paarden vastgemaakt worden
zwenghouten	=	zwenghout
zwenghoutje	=	zwenghout
zwenghoutjes	=	zwenghout
zwenk	noun	plotselinge verandering van de bewegingsrichting
zwenkarm	noun	beweegbare mechanische arm
zwenkarmen	=	zwenkarm
zwenkas	noun	een as die middels een gewricht in zijdelingse richting zwenken kan
zwenkasje	=	zwenkas
zwenkasjes	=	zwenkas
zwenkassen	=	zwenkas
zwenkbaar	adj	draaibaar om een verticale as
zwenkbaarder	=	zwenkbaar
zwenkbaardere	=	zwenkbaar
zwenkbaarders	=	zwenkbaar
zwenkbaars	=	zwenkbaar
zwenkbaarst	=	zwenkbaar
zwenkbaarste	=	zwenkbaar
zwenkbare	=	zwenkbaar
zwenkdravik	noun	Anisantha tectorum een een- tot tweejarige plant die behoort tot de grassenfamilie
zwenkdraviken	=	zwenkdravik
zwenkdravikje	=	zwenkdravik
zwenkdravikjes	=	zwenkdravik
zwenke	=	zwenken
zwenken	verb	wenden, keren
zwenkend	=	zwenken
zwenkende	=	zwenken
zwenkgras	noun	een geslacht Festuca van planten uit de grassenfamilie (Poaceae of Gramineae).
zwenkgrasje	=	zwenkgras
zwenkgrasjes	=	zwenkgras
zwenkgrasroest	noun	Puccinia festucae een heteroecische roest die tot de Basidiomycota behoort.
zwenkgrasroesten	=	zwenkgrasroest
zwenkgrasroestje	=	zwenkgrasroest
zwenkgrasroestjes	=	zwenkgrasroest
zwenkgrassen	=	zwenkgras
zwenking	noun	zijdelingse draaiing om een as
zwenkingen	=	zwenking
zwenkinkje	=	zwenking
zwenkinkjes	=	zwenking
zwenkt	=	zwenken
zwenkte	=	zwenken
zwenkten	=	zwenken
zwenkwiel	noun	een wiel dat middels een vertikale as een willkeurige richting aan kan nemen
zwenkwielen	=	zwenkwiel
zwenkwieltje	=	zwenkwiel
zwenkwieltjes	=	zwenkwiel
zwepe	=	zwepen
zwepen	verb	aansporen, aanvuren, aanwakkeren, opwekken
zwepenbomen	=	zwepenboom
zwepenboom	noun	Celtis occidentalis een uit Noord-Amerika afkomstige boom die tegenwoordig wordt ingedeeld bij de hennepfamilie (Cannabaceae).
zwepenboompje	=	zwepenboom
zwepenboompjes	=	zwepenboom
zwepend	=	zwepen
zwepende	=	zwepen
zwere	=	zweren
zweren	verb	met een eed bekrachtigen
zwerend	=	zweren
zwerende	=	zweren
zwerf	=	zwerven
zwerfafval	noun	het afval dat buiten op straat, in het landschap, in de natuur rondzwerft en het milieu vervuilt, achtergelaten door de mens.
zwerfauto	noun	een auto met een ruimte waarin men kan overnachten en/of leven
zwerfauto's	=	zwerfauto
zwerfautootje	=	zwerfauto
zwerfautootjes	=	zwerfauto
zwerfblok	noun	groot rotsblok dat in de ijstijd door de gletsjers vervoerd is naar een ander gebied
zwerfblokje	=	zwerfblok
zwerfblokjes	=	zwerfblok
zwerfblokken	=	zwerfblok
zwerfbus	noun	busdienst zonder vaste dienstregeling
zwerfbussen	=	zwerfbus
zwerfdier	noun	vrij rondlopende dieren die gewoonlijk als huisdier gehouden worden met name honden en katten
zwerfdieren	=	zwerfdier
zwerffiets	noun	een fiets die door de eigenaar is achtergelaten zonder weer te worden opgehaald
zwerffietsen	=	zwerffiets
zwerffonds	noun	een financiële organisatie die snel aandelen of belangen in een bedrijf koopt en verkoopt
zwerffondsen	=	zwerffonds
zwerfgedrag	noun	het zich zonder duidelijk doel over grotere afstand verplaatsen
zwerfhond	noun	een hond die geen vast thuis heeft en op straat rondzwerft
zwerfhonden	=	zwerfhond
zwerfhondenprobleem	noun	moeilijkheden met honden zonder eigenaar die in de bebouwde kom rondzwerven
zwerfhondenproblemen	=	zwerfhondenprobleem
zwerfhondje	=	zwerfhond
zwerfhondjes	=	zwerfhond
zwerfinvalide	noun	een dakloze invalide
zwerfinvaliden	=	zwerfinvalide
zwerfjongere	noun	een jongere die een zwervend bestaan heeft.
zwerfjongeren	=	zwerfjongere
zwerfkaart	noun	kaart waarmee men een hele dag gratis mag reizen in het openbaar vervoer
zwerfkaarten	=	zwerfkaart
zwerfkapitaal	noun	kapitaal dat slechts voor een korte tijd in een project geïnvesteerd wordt
zwerfkapitalen	=	zwerfkapitaal
zwerfkapitalist	noun	iemand die bedrijven opkoopt om er snel winst mee te maken en ze dan weer snel verkoopt
zwerfkapitalisten	=	zwerfkapitalist
zwerfkat	noun	een zwervende en verwilderde kat
zwerfkatje	=	zwerfkat
zwerfkatjes	=	zwerfkat
zwerfkatten	=	zwerfkat
zwerfkei	noun	een stuk rots dat in de ijstijd door de gletsjers vervoerd is naar een ander gebied
zwerfkeien	=	zwerfkei
zwerfkeitje	=	zwerfkei
zwerfkeitjes	=	zwerfkei
zwerfkind	noun	een kind dat rondzwerft zonder vaste woonplaats.
zwerfkinderen	=	zwerfkind
zwerfkindje	=	zwerfkind
zwerfkindjes	=	zwerfkind
zwerfklas	noun	schoolklas zonder vast lokaal
zwerfklasje	=	zwerfklas
zwerfklasjes	=	zwerfklas
zwerfklassen	=	zwerfklas
zwerfkunst	noun	kunst waarvan het de bedoeling is snel van plaats en eigenaar te verwisselen
zwerflandbouw	noun	landbouw die zich van tijd tot tijd verplaatst (doorgaans om vruchtbare grond te blijven garanderen).
zwerflawaai	noun	plotseling, onverwacht lawaai waarvan je de herkomst niet kunt achterhalen
zwerflust	noun	de neiging om naar een andere plaats te willen reizen; de neiging om een ongeregeld leven te leiden
zwerflusten	=	zwerflust
zwerfmeisje	noun	jonge dakloze vrouw
zwerfmeisjes	=	zwerfmeisje
zwerfpension	noun	opvang voor dak- en thuislozen
zwerfpensions	=	zwerfpension
zwerfplaneet	noun	een planeet die niet (meer) ingevangen is in een baan rond een ster
zwerfplaneetje	=	zwerfplaneet
zwerfplaneetjes	=	zwerfplaneet
zwerfplaneten	=	zwerfplaneet
zwerfsnuitmot	noun	Diplopseustis perieresalis een vlinder uit de familie van de grasmotten (Crambidae), uit de onderfamilie van de Lathrotelinae.
zwerfsnuitmotje	=	zwerfsnuitmot
zwerfsnuitmotjes	=	zwerfsnuitmot
zwerfsnuitmotten	=	zwerfsnuitmot
zwerfstaat	noun	staat van VS waar lang ongewis is wie de presidentsverkiezing wint
zwerfstaten	=	zwerfstaat
zwerfsteen	noun	een steen die niet in de streek waar hij gevonden wordt thuis hoort
zwerfsteentje	=	zwerfsteen
zwerfsteentjes	=	zwerfsteen
zwerfstenen	=	zwerfsteen
zwerfster	noun	een vrouwelijke zwerver
zwerfsters	=	zwerfster
zwerfstertje	=	zwerfster
zwerfstertjes	=	zwerfster
zwerfstreepmot	noun	Diasemia reticularis een vlinder uit de familie Crambidae, de grasmotten.
zwerfstreepmotje	=	zwerfstreepmot
zwerfstreepmotjes	=	zwerfstreepmot
zwerfstreepmotten	=	zwerfstreepmot
zwerft	=	zwerven
zwerftocht	noun	een tocht zonder een vastgesteld reisplan
zwerftochten	=	zwerftocht
zwerftochtje	=	zwerftocht
zwerftochtjes	=	zwerftocht
zwerfvogel	noun	een vogel die rondzwerft buiten het broedseizoen
zwerfvogels	=	zwerfvogel
zwerfvogeltje	=	zwerfvogel
zwerfvogeltjes	=	zwerfvogel
zwerfvuil	noun	afval, achtergelaten op daarvoor niet bestemde plekken
zwerfvuilactie	noun	een schoonmaakactie om zwerfafval op te ruimen.
zwerfvuilacties	=	zwerfvuilactie
zwerfvuilactietje	=	zwerfvuilactie
zwerfvuilactietjes	=	zwerfvuilactie
zwerfvuilprobleem	noun	het probleem van het afval dat in de openbare ruimte terechtkomt
zwerfvuilproblemen	=	zwerfvuilprobleem
zwerfwagen	noun	kampeerauto, camper
zwerfwagens	=	zwerfwagen
zwerfwagentje	=	zwerfwagen
zwerfwagentjes	=	zwerfwagen
zwerfwoord	noun	een woord dat uit één bepaalde taal afkomstig is en vervolgens in zeer veel andere talen belandt als leenwoord
zwerfwoorden	=	zwerfwoord
zwerfziek	adj	de wens hebbende om te zwerven
zwerfzieke	=	zwerfziek
zwerfzwangere	noun	een zwangere die door gebrek aan verloskundige zorg in de thuissituatie op zoek moet gaan naar een ziekenhuis of te bevallen
zwerfzwangeren	=	zwerfzwangere
zwering	noun|obsolete	eed
zweringen	=	zwering
zwerk	noun	geheel van grote drijvende wolken
zwerkbal	noun	sport voor tovenaars uit de Harry Potterboeken van J.K. Rowling
zwerken	=	zwerk
zwerkje	=	zwerk
zwerm	noun	een grote groep gezamenlijk op- en rondtrekkende personen, dieren of zaken, gewoonlijk vogels of insecten
zwermde	=	zwermen
zwermden	=	zwermen
zwerme	=	zwermen
zwermen	verb	in een zwerm vliegen
zwermend	=	zwermen
zwermende	=	zwermen
zwermer	noun	iemand die schijnbaar doelloos rondloopt
zwermers	noun	Tramea een geslacht van echte libellen uit de familie van de korenbouten (Libellulidae)
zwermertje	=	zwermer
zwermertjes	=	zwermer
zwerminktzwam	noun	een schimmel Coprinellus disseminatus (syn.: Coprinus disseminatus) uit de familie Psathyrellaceae.
zwerminktzwammen	=	zwerminktzwam
zwerminktzwammetje	=	zwerminktzwam
zwerminktzwammetjes	=	zwerminktzwam
zwermintelligentie	noun	'intelligent' gedrag dat ontstaat door automatische, collectieve zelforganisatie van onafhankelijke 'simpele' individuen
zwermintelligenties	=	zwermintelligentie
zwermpje	=	zwerm
zwermpjes	=	zwerm
zwermpot	noun	een stuk vuurwerp dat een zwerm vuurpijlen af doet schieten
zwermpotje	=	zwermpot
zwermpotjes	=	zwermpot
zwermpotten	=	zwermpot
zwermt	=	zwermen
zwermtijd	noun	de tijd dat de moer het eigen nest verlaat omdat het volk te groot geworden is
zwermwaterkelkje	noun	Hyalopeziza millepunctata een schimmel behorend tot de familie Hyaloscyphaceae.
zwermwaterkelkjes	=	zwermwaterkelkje
zwerve	=	zwerven
zwerveling	noun	iemand die zwerft
zwervelinge	noun	iemand die zwerft
zwervelingen	=	zwerveling
zwervelinges	=	zwervelinge
zwervelingetje	=	zwervelinge
zwervelingetjes	=	zwervelinge
zwervelinkje	=	zwerveling
zwervelinkjes	=	zwerveling
zwerven	verb	doelloos of nomadisch heen en weer reizen
zwervend	adj	zonder duidelijk doel reizend
zwervende	=	zwerven
zwervends	=	zwervend
zwerver	noun	iemand die geen vast verblijf heeft; landloper
zwerverij	noun	landloperij
zwerverijen	=	zwerverij
zwervers	=	zwerver
zwerversbestaan	noun	leven als iemand die zonder vaste woning van plaats naar plaats trekt
zwerverskapper	noun	kapper die gratis of voor een kleine vergoeding de haren van dak- en thuislozen knipt
zwerverskappers	=	zwerverskapper
zwerversleven	noun	het leven dat door een zwerver geleefd wordt.
zwerverslevens	=	zwerversleven
zwerversleventje	=	zwerversleven
zwerversleventjes	=	zwerversleven
zwervertje	=	zwerver
zwervertjes	=	zwerver
zwet	noun|obsolete	een toponiem met de betekenis grens.
zwete	=	zweten
zweten	verb	vocht uitscheiden uit de zweetklieren in de huid
zwetend	adj	transpirerend
zwetende	=	zweten
zwetends	=	zwetend
zweter	noun	iemand die zweet
zweterig	adj	klam of vochtig van zweet
zweterige	=	zweterig
zweteriger	=	zweterig
zweterigere	=	zweterig
zweterigers	=	zweterig
zweterigheid	noun	eigenschap van snel of veel te transpireren
zweterigs	=	zweterig
zweterigst	=	zweterig
zweterigste	=	zweterig
zweters	=	zweter
zwets	=	zwetsen
zwetse	=	zwetsen
zwetsen	verb	zwammen, kletsen
zwetsend	=	zwetsen
zwetsende	=	zwetsen
zwetser	noun	iemand die zwetst
zwetserij	noun	het gedrag van een zwetser
zwetserijen	=	zwetserij
zwetsers	=	zwetser
zwetsertje	=	zwetser
zwetsertjes	=	zwetser
zwetst	=	zwetsen
zwetste	=	zwetsen
zwetsten	=	zwetsen
zwette	noun	Het toponiem zwet (of zwette) betekent grens.
zweve	=	zweven
zwevegemmenaar	noun	iemand afkomstig uit de Belgische plaats Zwevegem en/of iemand die in die plaats woont
zwevegemmenaartje	=	zwevegemmenaar
zwevegemmenaartjes	=	zwevegemmenaar
zwevegemmenaren	=	zwevegemmenaar
zwevegems	adj	op Zwevegem betrekking hebbend
zwevegemse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zwevegem, of een vrouw afkomstig uit Zwevegem
zwevegemsen	=	zwevegemse
zweven	verb	vliegen zonder energie te gebruiken
zwevend	adj	schommelend, hangend, verend
zwevende	=	zwevend
zwevender	=	zwevend
zwevendere	=	zwevend
zwevenders	=	zwevend
zwevends	=	zwevend
zwevendst	=	zwevend
zwevendste	=	zwevend
zwever	noun	een obstakel in een rivier dat water doorlaat
zweverig	adj	onduidelijk, vaag
zweverige	=	zweverig
zweveriger	=	zweverig
zweverigere	=	zweverig
zweverigers	=	zweverig
zweverigheden	=	zweverigheid
zweverigheid	noun	gebrek aan concrete zaken in een betoog
zweverigs	=	zweverig
zweverigst	=	zweverig
zweverigste	=	zweverig
zweverij	noun	onduidelijk, vaag gedoe
zweverijen	=	zweverij
zwevers	=	zwever
zwevertje	=	zwever
zwevertjes	=	zwever
zweving	noun	een geluidsverschijnsel dat veroorzaakt wordt door de interferentie van twee tonen met een gering verschil in toonhoogte
zwevingen	=	zweving
zwevinkje	=	zweving
zwevinkjes	=	zweving
zwexit	noun	eventuele verbreking van de banden tussen Zwitserland en de EU
zwezerik	noun	klierachtig, hormoonvormend orgaan
zwezeriken	=	zwezerik
zwezerikje	=	zwezerik
zwezerikjes	=	zwezerik
zwicht	noun	stand waarin een zeil opgerold wordt bij het zwichten
zwichte	=	zwichten
zwichten	verb	toegeven, wijken; het moeten afleggen
zwichtend	=	zwichten
zwichtende	=	zwichten
zwichtens	noun	genitief van zwichten
zwichting	noun	het zwichten
zwichtstelling	noun	omloop rond een molen die het mogelijk maakt de zeilen op de wieken aan te passen aan de sterkte van de wind
zwichtstellingen	=	zwichtstelling
zwichtstellinkje	=	zwichtstelling
zwichtstellinkjes	=	zwichtstelling
zwichtte	=	zwichten
zwichtten	=	zwichten
zwiep	noun	zwaai, draai
zwiepe	=	zwiepen
zwiepen	verb	veerkrachtig doorbuigen en weer terugspringen
zwiepend	adj	ongecontroleerde zwaaiende bewegingen makend
zwiepende	=	zwiepen
zwiepends	=	zwiepend
zwieper	noun	een snelle en ongecontroleerde beweging
zwieperd	noun	forse zwaai, zwieper
zwieperds	=	zwieperd
zwiepers	=	zwieper
zwiepertje	=	zwieper
zwiepertjes	=	zwieper
zwieping	noun	een schuingeplaatste lat die twee onderdelen in onderling loodrechte stand houdt
zwiepingen	=	zwieping
zwiepinkje	=	zwieping
zwiepinkjes	=	zwieping
zwiepje	=	zwiep
zwiepjes	=	zwiep
zwiepplank	noun	een doorbuigende plank die aan de uiteinden ondersteund wordt als toestel voor gymnastische oefeningen
zwiepplanken	=	zwiepplank
zwiepplankje	=	zwiepplank
zwiepplankjes	=	zwiepplank
zwiept	=	zwiepen
zwiepte	=	zwiepen
zwiepten	=	zwiepen
zwier	noun	draai, zwaai
zwierbol	noun	een aan een touw opgehangen bol waarmee men kegels tracht om te doel vallen
zwierbolde	=	zwierbollen
zwierbolden	=	zwierbollen
zwierbolle	=	zwierbollen
zwierbollen	verb	het zwierbolspel spelen
zwierbollend	=	zwierbollen
zwierbollende	=	zwierbollen
zwierbolt	=	zwierbollen
zwierde	=	zwieren
zwierden	=	zwieren
zwierder	noun	apparaat iets droger maakt door het zo hard rond te laten draaien dat veel water eruit wordt geslingerd
zwierders	=	zwierder
zwiere	=	zwieren
zwieren	verb	opvallend heen en weer bewegen
zwierend	=	zwieren
zwierende	=	zwieren
zwierf	=	zwerven
zwierft	=	zwerven
zwierig	adv	met zwier; elegant, bevallig.
zwierige	=	zwierig
zwieriger	=	zwierig
zwierigere	=	zwierig
zwierigers	=	zwierig
zwierigheden	=	zwierigheid
zwierigheid	noun	het zich elegant voorbewegen
zwierigs	=	zwierig
zwierigst	=	zwierig
zwierigste	=	zwierig
zwiert	=	zwieren
zwierve	=	zwerven
zwierven	=	zwerven
zwijg	=	zwijgen
zwijgdemonstratie	noun	demonstratie waarbij de deelnemers zwijgen
zwijgdemonstraties	=	zwijgdemonstratie
zwijge	=	zwijgen
zwijgen	verb	ervan afzien te spreken
zwijgend	adj	niet spreken, stil zijn
zwijgende	=	zwijgend
zwijgender	=	zwijgend
zwijgendere	=	zwijgend
zwijgenders	=	zwijgend
zwijgends	=	zwijgend
zwijgendst	=	zwijgend
zwijgendste	=	zwijgend
zwijger	noun	iemand die geneigd is weinig woorden te gebruiken
zwijgers	=	zwijger
zwijgertje	=	zwijger
zwijgertjes	=	zwijger
zwijggeld	noun	omkoopsom bedoeld om iemand zijn mond te laten houden over een zaak die niet in orde is
zwijggelden	=	zwijggeld
zwijgplicht	noun	de verplichting tot zwijgen
zwijgplichten	=	zwijgplicht
zwijgprotest	noun	weigeren om een verklaring af te leggen
zwijgprotesten	=	zwijgprotest
zwijgrecht	noun	het recht om geen verklaring af te hoeven leggen, m.n. van een verdachte
zwijgrechten	=	zwijgrecht
zwijgschikking	noun	financiële afspraak waarbij één of beide partijen zich verplichten om de details niet openbaar te maken
zwijgschikkingen	=	zwijgschikking
zwijgschikkinkje	=	zwijgschikking
zwijgschikkinkjes	=	zwijgschikking
zwijgt	=	zwijgen
zwijgverbod	noun	het verplicht zijn om te spreken over een bepaalde zaak
zwijgverboden	=	zwijgverbod
zwijgzaam	adj	weinig sprekend
zwijgzaamheid	noun	de geneigdheid of gewoonte om te zwijgen
zwijgzaams	=	zwijgzaam
zwijgzaamst	=	zwijgzaam
zwijgzaamste	=	zwijgzaam
zwijgzame	=	zwijgzaam
zwijgzamer	=	zwijgzaam
zwijgzamere	=	zwijgzaam
zwijgzamers	=	zwijgzaam
zwijm	noun	flauwte, bewusteloosheid
zwijmde	=	zwijmen
zwijmden	=	zwijmen
zwijme	=	zwijmen
zwijmel	noun	duizeligheid
zwijmelbeker	noun	een glas met alcoholische drank
zwijmelbekers	=	zwijmelbeker
zwijmelbekertje	=	zwijmelbeker
zwijmelbekertjes	=	zwijmelbeker
zwijmelde	=	zwijmelen
zwijmelden	=	zwijmelen
zwijmeldronken	adj	zodanig dronken dat men het bewustzijn dreigt te verliezen
zwijmeldronkener	=	zwijmeldronken
zwijmeldronkeners	=	zwijmeldronken
zwijmeldronkens	=	zwijmeldronken
zwijmeldronkenst	=	zwijmeldronken
zwijmeldronkenste	=	zwijmeldronken
zwijmele	=	zwijmelen
zwijmelen	verb	in extase zijn of geraken
zwijmelend	=	zwijmelen
zwijmelende	=	zwijmelen
zwijmeling	noun	een vermindering of verlies van het bewustzijn, meest door dronkenschap
zwijmelingen	=	zwijmeling
zwijmelingetje	=	zwijmeling
zwijmelingetjes	=	zwijmeling
zwijmelroes	noun	een toestand van bedwelming, gewoonlijk door alcohol, waarbij men niet meer bij bewustzijn is
zwijmelroesje	=	zwijmelroes
zwijmelroesjes	=	zwijmelroes
zwijmelroezen	=	zwijmelroes
zwijmels	=	zwijmel
zwijmelt	=	zwijmelen
zwijmen	verb	het bewustzijn geheel of gedeeltelijk verliezen
zwijmend	=	zwijmen
zwijmende	=	zwijmen
zwijmer	=	zwijmeren
zwijmerde	=	zwijmeren
zwijmerden	=	zwijmeren
zwijmere	=	zwijmeren
zwijmeren	verb|obsolete	rondzwerven
zwijmerend	=	zwijmeren
zwijmerende	=	zwijmeren
zwijmert	=	zwijmeren
zwijmt	=	zwijmen
zwijn	noun	benaming voor zoogdieren uit de familie Suidae, waarvan de mannetjes slagtanden hebben
zwijnachtig	adj	op een zwijn gelijkend
zwijnachtige	=	zwijnachtig
zwijnachtiger	=	zwijnachtig
zwijnachtigere	=	zwijnachtig
zwijnachtigers	=	zwijnachtig
zwijnachtigs	=	zwijnachtig
zwijnachtigst	=	zwijnachtig
zwijnachtigste	=	zwijnachtig
zwijnborstel	noun	bundel van gelijk afgesneden varkenshaar in een houder, vaak gebruikt om hoofdhaar of kleding netjes te maken
zwijnborstels	=	zwijnborstel
zwijnde	=	zwijnen
zwijnden	=	zwijnen
zwijndrechtenaar	noun	iemand afkomstig uit de Nederlandse stad Zwijndrecht en/of inwoner van die stad
zwijndrechtenaars	=	zwijndrechtenaar
zwijndrechtenaartje	=	zwijndrechtenaar
zwijndrechtenaartjes	=	zwijndrechtenaar
zwijndrechtenaren	=	zwijndrechtenaar
zwijndrechts	adj	op Zwijndrecht betrekking hebbend
zwijndrechtse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zwijndrecht, of een vrouw afkomstig uit Zwijndrecht
zwijndrechtsen	=	zwijndrechtse
zwijndrechtser	=	zwijndrechts
zwijndrechtsere	=	zwijndrechts
zwijndrechtsers	=	zwijndrechts
zwijndrechtst	=	zwijndrechts
zwijndrechtste	=	zwijndrechts
zwijne	=	zwijnen
zwijnen	verb	onverdiend geluk hebben
zwijnenaard	noun	wat typerend is voor zwijnen
zwijnenboel	noun	een bende, een vuile troep
zwijnenborstel	noun	bundel van gelijk afgesneden varkenshaar in een houder, vaak gebruikt om hoofdhaar of kleding netjes te maken
zwijnenborstels	=	zwijnenborstel
zwijnend	=	zwijnen
zwijnende	=	zwijnen
zwijnenhoeder	noun	iemand die een kudde zwijnen hoedt
zwijnenhoeders	=	zwijnenhoeder
zwijnenhoedertje	=	zwijnenhoeder
zwijnenhoedertjes	=	zwijnenhoeder
zwijnenjacht	noun	het jagen op everzwijnen
zwijnenjachten	=	zwijnenjacht
zwijnenkeet	noun	een verblijf voor zwijnen
zwijnenkeetje	=	zwijnenkeet
zwijnenkeetjes	=	zwijnenkeet
zwijnenketen	=	zwijnenkeet
zwijnenkost	noun	voedsel geschikt om aan varkens gevoerd te worden
zwijnenkot	noun	een hok waarin zwijnen gehouden worden
zwijnenkotje	=	zwijnenkot
zwijnenkotjes	=	zwijnenkot
zwijnenkotten	=	zwijnenkot
zwijnenpan	noun	een grote wanorde, een vieze bende
zwijnenpannen	=	zwijnenpan
zwijnenpoep	noun	de ontlasting van wilde zwijnen
zwijnenpopulatie	noun	de groep zwijnen die in een bepaald gebied wonen
zwijnenpopulaties	=	zwijnenpopulatie
zwijnenstal	noun	varkenshok
zwijnenstallen	=	zwijnenstal
zwijnenstalletje	=	zwijnenstal
zwijnenstalletjes	=	zwijnenstal
zwijnenvlees	noun	het vlees van een wild zwijn
zwijnerij	noun	vuile troep
zwijnerijen	=	zwijnerij
zwijnerijtje	=	zwijnerij
zwijnerijtjes	=	zwijnerij
zwijnjak	noun	ploert, schoft, onbetamelijk iemand
zwijnjakje	=	zwijnjak
zwijnjakjes	=	zwijnjak
zwijnjakken	=	zwijnjak
zwijnneusrat	noun	rat met een roze snuit die aan een zwijn doet denken
zwijnneusratten	=	zwijnneusrat
zwijnsborstel	noun	stug, ruig haar van een varken
zwijnsborstels	=	zwijnsborstel
zwijnshert	noun	Axis porcinus is een hert uit de onderfamilie Cervinae
zwijnsherten	=	zwijnshert
zwijnshertje	=	zwijnshert
zwijnshertjes	=	zwijnshert
zwijnshoofd	noun	een oud gerecht vervaardigd van de kop van een varken of wild zwijn
zwijnshoofden	=	zwijnshoofd
zwijnshoofdje	=	zwijnshoofd
zwijnshoofdjes	=	zwijnshoofd
zwijnskop	noun	gerecht bestaande uit een gebraden kop van een zwijn, vaak met appel in de bek
zwijnskopje	=	zwijnskop
zwijnskopjes	=	zwijnskop
zwijnskoppen	=	zwijnskop
zwijnt	=	zwijnen
zwijntje	noun	alleen verkleinwoord (gestolen) fiets
zwijntjes	=	zwijn
zwijntjesjager	noun	iemand die fietsen steelt
zwijntjesjagers	=	zwijntjesjager
zwijntjesjagertje	=	zwijntjesjager
zwijntjesjagertjes	=	zwijntjesjager
zwik	noun	een houten pin waarmee een zwikgat afgedicht kan worden	adj|figurative	wankel (allitererend met zwak)
zwikboor	noun	een rechte boor met aan het einde een stevige kruk voor het draaien met de hand
zwikboortje	=	zwikboor
zwikboortjes	=	zwikboor
zwikboren	=	zwikboor
zwikgaatje	=	zwikgat
zwikgaatjes	=	zwikgat
zwikgat	noun	een klein gaatje aangebracht aan de bovenzijde van een vat om er lucht in toe te laten
zwikgaten	=	zwikgat
zwikhout	noun	een stuk hout dat tussen schip en meerpaal of wal gehouden wordt om beschadiging van het schip te voorkomen
zwikhouten	=	zwikhout
zwikhoutje	=	zwikhout
zwikhoutjes	=	zwikhout
zwikje	=	zwik
zwikjes	=	zwik
zwikke	=	zwikken
zwikken	verb	knakken
zwikkend	=	zwikken
zwikkende	=	zwikken
zwikker	noun	iemand die 'zwikken' speelt
zwikkers	=	zwikker
zwikt	=	zwikken
zwikte	=	zwikken
zwikten	=	zwikken
zwikzwak	noun	mager persoon
zwikzwakje	=	zwikzwak
zwikzwakjes	=	zwikzwak
zwikzwakken	=	zwikzwak
zwilk	noun	soort waterdicht tijk, vaak als tafelzeil gebruikt
zwilwrat	noun	eeltachtige bobbel aan de binnenzijde van het been van een paard
zwilwratje	=	zwilwrat
zwilwratjes	=	zwilwrat
zwilwratten	=	zwilwrat
zwin	noun	een verdieping in het zand van het strand evenwijdig aan de kust
zwind	=	zwinden
zwinde	=	zwinden
zwindel	noun|obsolete	draaierigheid, duizeligheid, duizeling
zwindeltje	=	zwindel
zwindeltjes	=	zwindel
zwinden	verb|obsolete	verdwijnen
zwindend	=	zwinden
zwindt	=	zwinden
zwing	noun	dwarshout voor een koets waaraan paarden vastgemaakt worden
zwingel	noun	brede, houten spaan met aangescherpte snijkant en een handvat, bestemd om de vlas- en hennepvezels te verwijderen van de scheven uit de gedroogde stengels
zwingelaar	noun	iemand die vlas bewerkt door het te zwingelen
zwingelaars	=	zwingelaar
zwingelaartje	=	zwingelaar
zwingelaartjes	=	zwingelaar
zwingelde	=	zwingelen
zwingelden	=	zwingelen
zwingele	=	zwingelen
zwingelen	verb	ontdoen van de houtige delen van de stengel Dit gebeurde vroeger met de hand en later door de vezels tussen twee tegen elkaar in draaiende molens door te voeren
zwingelend	=	zwingelen
zwingelende	=	zwingelen
zwingelmolen	noun	werktuig bestaande uit twee in tegenovergestelde richting draaiende molens voorzien van spanen waartussen vlas van zijn houtachtig omhulsel (houtpijp) ontdaan wordt
zwingelmolens	=	zwingelmolen
zwingels	=	zwingel
zwingelspaan	noun	een spaan zoals deze in een zwingelmolen gebruikt wordt voor de vlasbewerking
zwingelspaantje	=	zwingelspaan
zwingelspaantjes	=	zwingelspaan
zwingelspanen	=	zwingelspaan
zwingelt	=	zwingelen
zwingeltje	=	zwingel
zwingeltjes	=	zwingel
zwingen	=	zwing
zwingetje	=	zwing
zwingetjes	=	zwing
zwingliaan	noun	iemand die de leer van Zwingli volgt, een vrijzinnige vorm van protestantisme
zwingliaantje	=	zwingliaan
zwingliaantjes	=	zwingliaan
zwinglianen	=	zwingliaan
zwinkokkel	noun	Venericor planicosta een fossiel weekdier, waarvan grote aantallen schelpen aanspoelen op de stranden van Cadzand-Bad, Knokke en het zwin.
zwinkokkels	=	zwinkokkel
zwinkokkeltje	=	zwinkokkel
zwinkokkeltjes	=	zwinkokkel
zwinkuil	noun	een diep gedeelte in een zwin (de ruimte tussen zandbanken in de zee) die kan ontstaan door stromingen en een bepaalde windrichting
zwinkuilen	=	zwinkuil
zwinnen	=	zwin
zwinnetje	=	zwin
zwinnetjes	=	zwin
zwirrel	=	zwirrelen
zwirrelde	=	zwirrelen
zwirrelden	=	zwirrelen
zwirrele	=	zwirrelen
zwirrelen	verb	fladderend dwarrelen
zwirrelend	=	zwirrelen
zwirrelende	=	zwirrelen
zwirrelt	=	zwirrelen
zwitselbloem	noun	benaming voor planten uit het geslacht Lonicera
zwitselbloemen	=	zwitselbloem
zwitser	noun	een inwoner van Zwitserland, of iemand afkomstig uit Zwitserland
zwitserlevengevoel	noun	onbekommerd gevoel, met name ten aanzien van de postactieve levensfase, gebaseerd op het vertrouwen dat men een in financieel opzicht onbezorgde oude dag tegemoet gaat aldus aangepraat door een verzekeringsmaatschappij
zwitsers	adj	gerelateerd aan Zwitserland
zwitsers-duits	adj	tussen Zwitserland en Duitsland	noun	Duits zoals dat in een Zwitserland wordt gesproken
zwitsers-duitse	=	zwitsers-duits
zwitserse	noun	een vrouw uit Zwitserland of die de Zwitserse nationaliteit bezit
zwitsersen	=	zwitserse
zwitserser	=	zwitsers
zwitsersere	=	zwitsers
zwitsersers	=	zwitsers
zwitserst	=	zwitsers
zwitserste	=	zwitsers
zwitsertje	=	zwitser
zwitsertjes	=	zwitser
zwoeg	=	zwoegen
zwoegde	=	zwoegen
zwoegden	=	zwoegen
zwoege	=	zwoegen
zwoegen	verb	zwaar en moeilijk werk verrichten, ploeteren
zwoegend	adj	zware arbeid verrichtend
zwoegende	=	zwoegen
zwoegender	=	zwoegend
zwoegendere	=	zwoegend
zwoegenders	=	zwoegend
zwoegends	=	zwoegend
zwoegendst	=	zwoegend
zwoegendste	=	zwoegend
zwoeger	noun	iemand die met veel moeite en grote inzet zijn werk verricht
zwoegers	=	zwoeger
zwoegertje	=	zwoeger
zwoegertjes	=	zwoeger
zwoegerziekte	noun	een besmettelijke longaandoening bij geiten en schapen, veroorzaakt door een lentivirus
zwoegster	noun	sloof, vrouw die harde en moeizame arbeid verricht
zwoegsters	=	zwoegster
zwoegstertje	=	zwoegster
zwoegstertjes	=	zwoegster
zwoegt	=	zwoegen
zwoel	adj	vochtig warm, drukkend, benauwd
zwoele	=	zwoel
zwoeler	=	zwoel
zwoelere	=	zwoel
zwoelers	=	zwoel
zwoelheden	=	zwoelheid
zwoelheid	noun	een erotisch geladen atmosfeer
zwoels	=	zwoel
zwoelst	=	zwoel
zwoelste	=	zwoel
zwoelte	noun	onaangenaam broeierige warmte
zwoelten	=	zwoelte
zwoeltes	=	zwoelte
zwoer	=	zweren
zwoerd	noun	harde buitenste laag van spek, ontstaan uit de huid van het varken
zwoerden	=	zwoerd
zwoerdje	=	zwoerd
zwoerdjes	=	zwoerd
zwoere	=	zweren
zwoeren	=	zweren
zwoert	=	zweren
zwol	=	zwellen
zwolg	=	zwelgen
zwolge	=	zwelgen
zwolgen	=	zwelgen
zwolgt	=	zwelgen
zwolle	=	zwellen
zwollen	=	zwellen
zwollenaar	noun	iemand afkomstig uit de Nederlandse stad Zwolle en/of inwoner van die stad
zwollenaars	=	zwollenaar
zwollenaartje	=	zwollenaar
zwollenaartjes	=	zwollenaar
zwollenaren	=	zwollenaar
zwoller	adj	op Zwolle betrekking hebbend
zwols	adj	op Zwolle betrekking hebbend
zwolsch	=	zwols
zwolse	noun	een vrouwelijke inwoner van Zwolle, of een vrouw afkomstig uit Zwolle
zwolsen	=	zwolse
zwolser	=	zwols
zwolsere	=	zwols
zwolsers	=	zwols
zwolst	=	zwols
zwolste	=	zwols
zwolt	=	zwellen
zwom	=	zwemmen
zwomme	=	zwemmen
zwommen	=	zwemmen
zwomt	=	zwemmen
zwond	=	zwinden
zwonde	=	zwinden
zwonden	=	zwinden
zwondt	=	zwinden
zwong	=	zwing
zwongen	=	zwing
zwoor	=	zweren
zwoord	noun	verdikt deel van spek ontstaan uit de huid van het varken
zwoorden	=	zwoord
zwoordje	=	zwoord
zwoordjes	=	zwoord
zwoordrol	noun	vleesgerecht gemaakt van de huid van een varken
zwoordrollen	=	zwoordrol
zwoordrolletje	=	zwoordrol
zwoordrolletjes	=	zwoordrol
zwoort	=	zweren
zwore	=	zweren
zworen	=	zweren
zydeco	noun	mengsel van de country blues en Franse feestmuziek
zygomorf	adj	tweezijdig symmetrisch
zygomorfe	=	zygomorf
zygomorfs	=	zygomorf
zygoot	noun	een cel die ontstaan is uit de versmelting van twee geslachtscellen
zygootje	=	zygoot
zygootjes	=	zygoot
zygote	noun	eerste, eencellige stadium van een organisme in wording, vlak na de versmelting van twee haploïde gameten, bijvoorbeeld de bevruchting van een eicel door een zaadcel
zygoten	=	zygoot
zymase	noun	een uit gistcellen getrokken perssap
zymasen	=	zymase
zymologie	noun	de leer van de enzymenwerking
zymose	noun	de fermentatie van suikers door gist
zymurgie	noun	de leer van gistingsprocessen en -technieken
zyn	=	zijn
zzo	abbrev	zuidzuidoost
zzp	noun	afkorting voor Zelfstandige Zonder Personeel
zzp'de	=	zzp'en
zzp'den	=	zzp'en
zzp'e	=	zzp'en
zzp'en	verb	werkzaamheden verrichten als zelfstandig ondernemer
zzp'end	=	zzp'en
zzp'ende	=	zzp'en
zzp'er	noun	afkorting voor Zelfstandige Zonder Personeel
zzp'ers	=	zzp'er
zzp'ertje	=	zzp'er
zzp'ertjes	=	zzp'er
zzp's	=	zzp
zzp't	=	zzp'en
zzp-marktplaats	noun	site waar bedrijven opdrachten kunnen aanmelden voor zzp'ers
zzp-marktplaatsen	=	zzp-marktplaats
zzp-pool	noun	groep zzp'ers die heeft aangegeven voor een bedrijf te willen werken
zzp-pools	=	zzp-pool
zzs	noun	zeer zorgwekkende stof: een stof die zeer gevaarlijk is voor mens en milieu
zzw	abbrev	zuidzuidwest
zzz	intj	geeft een zoemend geluid weer
zèta	noun	zesde letter van het Griekse alfabet, ζ
zèta's	=	zèta
zètaatje	=	zèta
zètavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter zèta
zètavarianten	=	zètavariant
zó	adv|informal	heel erg goed
zóveelste	=	zoveelste
à	prep	per stuk
à-la-carterestaurant	noun	restaurant waar men à la carte kan eten
à-la-carterestaurants	=	à-la-carterestaurant
à-vuespel	noun	het spelen van muziek direct van het blad, zonder het tevoren gezien of geoefend te hebben
à-vuespelen	=	à-vuespel
à-vuespellen	=	à-vuespel
à-vuespelletje	=	à-vuespel
à-vuespelletjes	=	à-vuespel
álleraardigst	=	alleraardigst
állerliefst	=	allerliefst
áángrijpend	=	aangrijpend
áánhoudend	=	aanhoudend
áánschouw	=	aanschouw
áánzitten	=	aanzitten
å	=	ångström
ålander	noun	een inwoner van Åland (of Ålandseilanden), of iemand afkomstig uit Åland
ålanders	=	ålander
ålands	adj	op Åland (of Ålandseilanden) betrekking hebbend
ålandse	noun	een vrouwelijke inwoner van Åland (of Ålandseilanden), of een vrouw afkomstig uit Åland
ålandsen	=	ålandse
ålandser	=	ålands
ålandsere	=	ålands
ålandsers	=	ålands
ålandst	=	ålands
ålandste	=	ålands
ångström	noun	lengtemaat met een waarde van 10⁻¹⁰ m, dus 0,1 nanometer of 100 picometer
èta	noun	zevende letter van het Griekse alfabet (hoofdletter: Η, kleine letter: η)
èta's	=	èta
ètaatje	=	èta
ètavariant	noun	een variant van iets dat aangeduid wordt met de Griekse letter èta
ètavarianten	=	ètavariant
échéance	noun	vervaldag van een wissel.
échéances	=	échéance
élan	=	elan
élégance	noun	elegantie, sierlijkheid, schoonheid, finesse, gratie.
époque	=	epoque
étude	=	etude
één	num	de inhoud van de kleinste niet-lege verzameling, het kleinste getal van de verzameling ℕ₀; komt na nul en vóór twee, in Arabische cijfers 1, in Romeinse cijfers I	noun	het getal 1
één-op-één	=	een-op-een
éénhoog	=	eenhoog
éénkoppig	=	eenkoppig
éénmotorig	=	eenmotorig
éénoog	=	eenoog
ééns	=	eens
éénvormig	adj	er net zo uitziend, met dezelfde opbouw (wanneer nagestreefde gelijkheid wordt benadrukt)
éénvormige	=	éénvormig
éénvormiger	=	éénvormig
éénvormigere	=	éénvormig
éénvormigers	=	éénvormig
éénvormigs	=	éénvormig
éénvormigst	=	éénvormig
éénvormigste	=	éénvormig
éénzijdig	adj	op maar één kant betrekking hebbend, van maar één kant komend
éénzijdige	=	éénzijdig
éénzijdigs	=	éénzijdig
ònderzoek	=	onderzoek
ònslèèpe	=	aanslepen
ómbinden	=	ombinden
ómboorden	=	omboorden
ómgaan	=	omgaan
ómgeven	=	omgeven
ómgorden	=	omgorden
ómkleden	=	omkleden
ómklinken	=	omklinken
ómleggen	=	omleggen
ómsnoeren	=	omsnoeren
ómspannen	=	omspannen
ómtrekkend	=	omtrekkend
ómvliegen	=	omvliegen
ómvouwen	=	omvouwen
ómwinden	=	omwinden
ómzeilen	=	omzeilen
ómzet	=	omzet
ómzetten	=	omzetten
ómzomen	=	omzomen
ónderdrukken	=	onderdrukken
óndergaan	=	ondergaan
óndergraven	=	ondergraven
ónderhouden	=	onderhouden
ónderkruipen	=	onderkruipen
ónderleggen	=	onderleggen
ónderzetten	=	onderzetten
ópspitten	=	opspitten
ópteren	=	opteren
óverbieden	=	overbieden
óverbouwen	=	overbouwen
óverdoen	=	overdoen
óverdrijven	=	overdrijven
óvergieten	=	overgieten
óverijlen	=	overijlen
óverkomen	=	overkomen
óverkopen	=	overkopen
óverleggen	=	overleggen
óverlopen	=	overlopen
óverrijden	=	overrijden
óverschatten	=	overschatten
óverschrijven	=	overschrijven
óversnijden	=	oversnijden
óverspelen	=	overspelen
óverstemmen	=	overstemmen
óverstorten	=	overstorten
óverstromen	=	overstromen
óversturen	=	oversturen
óvertrek	=	overtrek
óvertrekken	=	overtrekken
óvertuigen	=	overtuigen
óvervaren	=	overvaren
óverwerken	=	overwerken
öre	noun	een honderste deel van de Deense, Noorse en Zweedse kroon.
öres	=	öre
úítstekend	=	uitstekend
über	adv	erg veel, zeer, enorm
über-ich	noun	sturend deel van de persoonlijkheid dat door opvoeding en socialisatie wordt gevormd en sociale normen en waarden bevat
übercool	adj	meer dan cool, supergaaf
übercoole	=	übercool
übercools	=	übercool
überhaupt	adv	alles in aanmerking genomen
übermensch	noun	persoon met aangeboren eigenschappen die die van een gewoon mens te boven gaan
übermenschen	=	übermensch
übermenschje	=	übermensch
übermenschjes	=	übermensch
überopvoeder	noun	ouder die zijn kind te beschermend opvoedt
überopvoeders	=	überopvoeder
überouder	noun	opvoeder die zijn kinderen te beschermend opvoedt
überouders	=	überouder
überseksueel	noun	man die zijn seksuele aantrekkelijkheid ontleent aan superioriteit in velerlei opzichten, namelijk uiterlijke aantrekkelijkheid, culturele ontwikkeling, mannelijkheid, zelfverzekerdheid, eerlijkheid, sociale vaardigheid, kracht zonder evenwel op een overspannen wijze met zijn uiterlijk bezig te zijn	adj	aantrekkelijk als man door een combinatie van traditionele mannelijkheid en modebewustzijn
überseksueels	=	überseksueel
überseksueelst	=	überseksueel
überseksueelste	=	überseksueel
überseksuele	=	überseksueel
überseksuelen	=	überseksueel
überseksueler	=	überseksueel
überseksuelere	=	überseksueel
überseksuelers	=	überseksueel
ɛm	=	m
ɛms	=	m
ˈɛməcjə	=	m
ˈɛməcjəs	=	m
α-proteobacteriën	noun	klasse Alphaproteobacteria, waarvan gedacht wordt dat de mitochondriën er misschien van afstammen
β-lactam	noun	een stof waarin een heterocyclische ringstructuur aanwezig is met drie koolstofatomen en één stikstofatoom en waarvan een van de koolstofatomen naast het stikstofatoom een dubbele binding met zuurstofatoom heeft
β-lactamantibiotica	=	β-lactamantibioticum
β-lactamantibioticum	noun	een stof behorende tot een groep antimicrobiële middelen die de productie van celwandcomponenten remmen of stoppen en een β-lactamgroep bevatten
β-lactams	=	β-lactam
β-proteobacteriën	noun	klasse Betaproteobacteria, waartoe ook de nitriet- en nitraatbacteriën horen
γ-proteobacteriën	noun	klasse Gammaproteobacteria, waartoe ook enkele zwavelbacteriën horen
δ-proteobacteriën	noun	klasse Deltaproteobacteria, waartoe ook de Bdelovibrio's horen
ε-proteobacteriën	noun	klasse Epsilonproteobacteria, waarvan de meeste leden pathogeen zijn
сум	=	som
一	=	één
